i),vg\gvvg\^1g\g\g\gNvg\^vg\g\g\g^g\g gt;s\SsNS\g\g\ggt;vS\^vg\g^^\S)quot;NvS\S\®\SvvS\SN®\§v§'
)£p f*
MMMIwM mmBUSmB
SUB PATROCINIO
SANCTAE MARIAE V1RGINIS
IHHACULATK COHCEPTAE.
S^nno ^Domini MDCCCXC. /
amp;n (Bfaose-J'-PROBMIUM ohtinuit
G-gmnasii ^traefeaius,
i
:
7'A
'quot;■y. cS2iïï-i'i?--//S''lt;
X_:
(§,vSnV5)nSS\Sn^\S^gt;S\SvNS\SxVS\^'NS\S^S\^NS\SvSS\©\S\SsNS\S' VS\Squot; VSXSNSN^VSNSquot; ^N^vSN^vé
Tre. UYTTENSKOECk, v£NLO.
DE HEILIGE THOMAS VAN AQUINO,
PATROON DER ZUIVERHEID.
Vak 87
-kêl
ÜEilLlGlïiiSfMi®
ml,
PATROON DHR ZUIVERHEID,
P. Fr. E. J. JANSEN, ürd. Prad,
l)c onschuld dt;s harten cn dc bloem der •zuiverheid bereidden hem op het licht der waarheid voor.
De gcheele Kerk verblijdt zich over de bescherming van den Engelachtigen Lee raar.
Kerkelijke Getijden.
3IBL. CO NV
WIJ c
N
O
M pr
lkidkx. ■
J. VV. VAN LEEUWEN,
Uitgever cn Antiquarisch Boekhandelaar. Hoogewoevd 89.
1890.
VERKLARING.
De schrijv-er, gehoorzamend aan het decreet van Paus Urbanus YIII, verklaart bij het verhalen van bovennatuurlijke of wonderbare feiten zich volkomen aan het I voorschrift van het heilig Kerkelijk gezag te onderwerpen.
KEEKELIJKE GOEDKEURING.
■-v.-
Opusculum, cui titulus: .,De H. Thomas van Aquino, Patroon der Zuiverheid of de Engelachtige strijdquot;, a Hev Patre J.Jansen compositum, atque a duobus-Revlsoritus approba-tum, imprimi permittimus.
HUISSEN, in festo S. Augustini die 28 Aug. 1890.
FR. p.. VAN DEN JÏLZEN ,
O. Praed. Provinc.
IMPRIMATUR.
Voorschoten, die 2 Oct. 1890.
M. BERNSEN.
Libr. Censor.
VOORREDE
In dit; boekje willen AYij een handleiding voor do Broederschap van den Engelachtigen strijd aanbieden, oen handleiding bij do ver-eering van den 11. Thomas van A(|iiiiio als Patroon der zuiverheid.
Deze deugd der Engelen is de bron zoowol van de natuurlijke als do bovennatuurlijke wetenschap; — do Heilige Thomas van Aquino werd door Paus Leo XIU tot Patroon van allo Katholieke scholen verhoven èn opdat men zijn reinheid navolgen èn opdat men bij hem do ware wetenschap zoude zoeken. Daarom hebben wij aan dit boekje oenigo oefeningen toegevoegd tot verooring van den Heiligen Thomas, den Patroon der Katholieke scholen.
Beide gedeelten zijn voorafgegaan door een korte levensschets van den Heilige, worden gevolgd door toepasselijke gebeden.
Mogen allen, dio do waro wijsheid bo-gooron, wier hecfin de, vreest des Heeren is, de ware wjjshcid, welke, niet troont in ee.)i kwaadwillif/e ziel vneh in een lichaam, aan d'-sonde verslaafd, oorst do zuiverheid van den Heiligen Thomas navolgen en zoo boter voorbereid zijn voor het licht zijner hemelscho j wetenschap.
Dan zal hun vorstand geordend en hun hart gezuiverd worden. Zij zullen staan, hunne lendenen omgord hehhend.e met waarheid' en aanried,aan hehhende het pantser der reehtvaar-di;/heid {Ephes. VI, 14).
Vooral aan hen , die studeeren , bieden wij dus dit boekje met vertrouwen aan. De Heilige Thomas zal hun loeren de ware wijsheid te vinden on de lelie hunner onschuld frisch en ongekreukt te bewaren.
Rotterdam,
oj) den feestdag van Sint Dominions,
4 Aug. 1890.
p. ^l. Jansen, Orel. Praed.
Kort leven van den ^eiligen xhomas van y^oumo.
l
Tussclien Rome en Napels ligt een vruchtbare, bloeiende landstreek. Daar werd op liet kasteel Rocca Secca, in de nabijheid dor kleine stad Aquino, Sint Thomas waarschijnlijk in 1225 geboren. Zijn ouders waren graaf Lan-dult' van Aquino, een machtig en geloovig edelman, en gravin Theodora van Teano, uit het luisterrijke geslacht der Caraccioli, een vrome en fiere vrouw. Behalve Thomas schonk de hemel hun vier dochters en twee zonen, Reginaldus en Landulf.
Een deugdzaam kluizenaar, Bonus genaamd, deed aan gravin Theodora over het kind deze voorspelling: „Verblijd u, edele gravin, een zoon zult gij baren en hem Thomas noemen; gij en de graaf zult er naar streven, dat hij monnik worde in de abdij van Monte Cassino, waar het gebeente van den H. Benedictus rust; gij zult u vleien met het uitzicht op de
rijke kloosterinkomsten. God zal het evenwel anders beschikken; uw kind zal in de orde der Predikheeren treden en boven al zijn tijd-genooten door wetenschap en heiligheid uitblinken.quot;
Onder den blauwen Italiaanschen hemel werd de Heilige opgevoed; hem ontbrak niets van wat aardsche grootheid en moederlijke zorgvuldigheid verschaffen kunnen. In plaats van die grillige veranderlijkheid, zoo gewoon bij een kind, was de kleine Thomas steeds opgeruimd en van een zelfde gemoedsgesteltenis; naar genot verlangde hij niet, maar zijn geluk was aalmoezen te geven; daarbij bezat hij een engelachtige gedweeheid en onderwerping. Uit zijn kindsheid is verder weinig bekend. Eens sloeg de bliksem in een der burchttorens; Thomas' zuster werd gedood, hij bleef ongedeerd. Men verhaalt nog, dat hij vooral zijn lust vond in boeken, dat er dikwijls een lichtkroon om zijn hoofd schitterde, voorteeken van den luister, die eenmaal zijn naam zou omgeven.
Wij lezen, dat Anna haren zoon naar den tempel bracht, waar hij voor het aanschijn
— 5 —
des Heeren diende. Zoo werd Thomas als een andere Samuel op vijfjarigen leeftijd naar de beroemde Benedictijnerabdij Monte Cassino gezonden om er de eerste beginselen van wetenschap en deugd te ontvangen. Evenals Samuel nam hij toe en behaagde aan God zoowel als aan de menschen. In het klooster werd hij opgevoed, kende de wereld niet en leidde een engelachtig leven.
Menigmaal ontvluchtte Thomas zijn medeleerlingen om in de stilte het gehoorde te overdenken en dieper in zijn geheugen te griffen. Begaafd met een doordringend verstand, met een ernstigen, nadenkenden geest, zocht hij met onvermoeiden vlijt zijn kennis te vermeerderen. Lichtzinnig noch uitgelaten, maar blij en ingetogen, wijdde hij zich met kinderlijke godsvrucht aan het gebed. Stipt onderhield hij de dagorde. Altijd was hij goedaardig en zacht. Zijn leermeester vroeg hij vaak met een zekere onstuimigheid: Wat is God? Zoo was hij een toonbeeld van den jeugdigen scholier en maakte verbazende vorderingen in de wetenschap, maar nog meer in de deugd. Mogen
vooral twee zijner deugden den studenten ter navolging worden gesteld: zijn gehoorzaamheid, eerbied en leerzaamheid jegens zijn meerderen, zijn zachtmoedige, dienstvaardige, inschikkelijke liefde jegens zijn gelijken. Reeds toen bleek het, dat hij tot het verkrijgen van de ware wijsheid drie middelen bezigde: liefde, gebed en nadenken.
Te Monte Cassino leerde Thomas het Latijn. De heidensehe en de gewijde dichters, zooals Ovidius, Virgilius, Horatius, Theodulus en David werden ijverig ter hand genomen. Daarbij voegde men de spraakkunst, de welsprekendheid en de redekunst.
Na een verblijf van vijf jaren binnen de i kloostermuren van Monte Cassino, waar Thomas heiligheid en kennis als een gezonde, sterkende lentelucht had kunnen inademen, nam hij afscheid van zijn leermeesters. Tot aan zijn dood bleef hij hun innig dankbaar voor hunne lessen.
Korten tijd vertoefde hij op het slot zijner vaderen te Loreto. Wij vinden hem in 1237 terug aan de Universiteit van Napels onder de leiding van den taalmeester Petrus Martinus
— 7 —
en van den wis- en natuurkundige Pietro d'Ibernia. Velen overtrof hij in scherpte van geest, klaarheid van woord en verhevenheid van gedachten. Hij zocht God in den eenvoud en de oprechtheid des harten. Te midden van de talrijke gevaren, de zinnelijkheid en de onverschilligheid in den godsdienst, die hem omringden, bewaarde hij ongekreukt zijn onschuld door gebed, door waakzaamheid, door arbeid, door ingetogenheid, door de raadgevingen van en den omgang met deugdzame, verstandige lieden, vooral met de Dominicanen. Dikwijls bezocht hij hen in hun klooster. quot;Wederom is hij een voorbeeld voor alle studenten hoe zij hun reinheid en hun geloof moeten beschermen tegen de verleiding.
De ernstige, naar hemelsche waarheid dorstende geest van Thomas, zijn voortdurende vereeniging met God in het gebed, zijn verlangen om de hem geschonken talenten niet nutteloos te begraven, zijn omgang met de Predikheeren voerden hem onder de leiding der goddelijke genade in de Orde van Sint Dominicus. In 1243 ontving hij van Thomas
8
Agni de Lentino, prior der Dominicanen te Napels, het arme ordekleed, zoo vurig door hem verlangd. Zijne geestelijke broeders waren opgetogen van blijdschap. Velen echter in de stad stonden verslagen, dat deze jongeling zijn schitterende toekomst verwisselde voor de zelfverloochening van het kloosterleven.
De tijding van Thomas' intrede in de Dominicanerorde bereikte spoedig Rocca Secca en vervulde gravin Theodora met vreugde. Zij begaf zich terstond naar Napels om haren zoon met zijn besluit geluk te wenschen. Maar de Heilige vreesde, dat men hem gewelddadig aan zijn nieuw gekozen levensstaat zon ontrukken. Daarom vluchtte hij naar het Sabina-klooster der Predikheeren te Rome. Theodora volgde hem op den voet, maar werd niet tot hem toegelaten. Wederom vlood Thomas heimelijk weg. Dat was te veel voor den moedertrots der fiere gravin. Gekwetst in hare hooghartigheid door de handelwijze derPredikheeren, die Thomas niet lieten ontglippen , bewoog zij hare zonen Landulf en Reginald om hun vluchtenden broeder te achtervolgen. Thomas
— 9 —
uitrustend aan een frissche bron, nabij Siena, werd gegrepen en op het vaderlijk kasteel gevangen gezet. Niets lieten Landulf en Theodora onbeproefd om hun zoon te bewegen de Dominicanerorde te verlaten. Zijn zusters poogden hem door vleitaal te overreden. Zijn broeders, ruwe krijgslieden, kwelden hem op alle wijzen, reten zijn kleederen tot flarden, lieten hem honger, koude en gebrek verduren, ja, brachten een verleidster bij hem om hem te bekoren. Doch Thomas stond pal en on-verwrikt door de genade Gods en door een vertrouwvol gebed. Met een brandend hout joeg hij de vrouw op de vlucht, teekende met de houtskool een kruis op den muur en stortte weenend zijn hart in een vurig dankgebed uit. Nu viel hij in een zachten slaap. En uit den hemel daalden twee engelen neder, die hem met de koord der zuiverheid omgordden.
Treffend leert Thomas ons, hoe wij de vijanden der zuiverheid door het gebed en het vluchten der gelegenheden motten overwinnen.
De Heilige had dan gezegevierd. Hoewel hij naar zijn bevrijding reikhalsde om tot zijn
— 10 —
broeders, de Predikheeren, terug te keeren, berustte hij in den wil der goddelijke Voorzienigheid. Ook in den kerker onderhield hij de gestrengheden zijner orde en beoefende hij gebed en studie.
Na een gevangenschap van omstreeks een jaar, tegen het einde van 1244, bevond zich Thomas wederom in het klooster te Napels.
Spoedig daarop legde hij zijn plechtige geloften af.
Hij studeerde ijverig en was godvruchtig in hot gebed. In hem werd het woord der heilige Schrift bewaarheid: Die de wijsheid bezitten zijn deelgenoot aan de vriendschap Gods. Haar omgang heeft geen bitterheid; ook is er geen verveling in hare samenwoning, maar blijdschap en vreugde. (Wijsh. VII—VIII).
Thomas kwam naar Keulen. zegt een oud kroniekschrijver, gelijk het dorstend hart naaide koele waterbronnen. In 1245 vertrok hij naar die stad. Daar legde hij zich onder de leiding van zijn innig geliefden leermeester en ordebroeder, den gelukzaligen Albertus den Groote, op de wijsbegeerte en godgeleerdheid
— 11 —
met al de krachten zijner engelachtige ziel toe. Eenvoud, ootmoed, stilzwijgendheid, regel- ; tucht, een geestdriftig verlangen om de goddelijke wijsheid te kennen en door de liefde en de goede werken vruchtbaar te maken waren zijn deugden. Mogen zij iederen student een spoorslag tot navolging zijn. Wonderbaar in het zwijgen, was zijn zoetste genot te stu-deeren en te bidden. In de voorraadschuren van zijn geheugen verzamelde hij dien rijkdom van wetenschap, welke hij later over de wereld zoude uitstorten. Hoewel zijn medescholieren hem eenigszins schuins aanzagen en bespotten, overwon hij door stille plichtsbetrachting, door zelfstandigheid, door vertrouwen op God en zijn goed geweten allen naijver. Zijn leermeester en vriend Albertus rechtvaardigde hem naar verdienste. Van zijn geleerdheid, zoo verdedigde hem Albertus, zou gansch de wereld weerklinken. In die kleine stormen bleef Thomas rustig en kalm van gemoed en dacht aan het woord van Sint Paulus; Dit is onze glorie de getuigenis van ons geweten. (II Cor. I, 12). Zijn hart kende alleen liefde voor God en liefde voor de menschen.
— 12 —
Omstreeks 1246 ging Thomas met Meester Albertus naar Parijs krachtens een besluit van het algemeen Ordekapittel, te Keulen in 1245 gehouden.
Muildieren, met boeken beladen, volgden hen. Volgens de gewoonte van dien tijd hielden zij zich onderweg hoofdzakelijk bezig met bidden , overwegen, studeeren en nuttige gesprekken. Thomas zocht in zijne studiejaren niet zoozeer kundigheden in zijn geheugen als in een magazijn op te stapelen zonder doel, zonder orde, maar hij leerde, wat de hoofdzaak is bij studie en opvoeding, zijn vermogens ordelijk en verstandig ontwikkelen; hij leerde het ont-vangene verwerken; hij leerde, dat de grondslag der wijsheid, de genade van God is, die wij ons door gebed en plichtsbetrachting waardig maken.
Te Parijs leefde Thomas, omgeven door het gewoel der pracht- en genotlievende uni-versiteitstad, verborgen met Christus in God. Een heilige vriendschap verbond hem met zijn studiegenoot, den gelukzaligen Ambrosius van Siena. De wereld en haar begeerlijkheden
— 13 —
'
verachtte hij. Het rijk Gods werd voor hem vrede en vreugde in den heiligen Geest. Wanneer iemand mij liefheeft, zegt Christus, dan zal hij mijn woord onderhouden en icij ztdlen tot hem komen en woning hij hem nemen. (Johan. XIV, 22). Allen overstraalde hij door zijn diepen ootmoed en zijn argelooze bescheidenheid. Reeds nu begon hij door de hemelsche kracht zijner engelreine deugden een geheimzinnigen invloed op anderen uit te oefenen.
Over de priesterwijding en de eerste Heilige Mis van Sint Thomas hebben zijn levens-I beschrijvers weinig opgeteekend. Moet men over zijn voorbereiding tot het priesterschap oordeelen naar de diepte van zijn verstand, naar de deugd van zijn hart, wie was dan ooit beter voorbereid? Zijne zuiverheid, zijne onthechting aan de aardsche goederen, zijn ijver voor de eer van God, zijn liefde tot het aanbiddelijk Altaarssacrament, geven ons een zwak denkbeeld, met welke engelachtige gesteltenissen Sint Thomas het priesterschap ontving. Dit geschiedde in 1249 te Parijs of
— li
te Keulen. Wel voelde hij een zware verant-I woording op zijn schouders drukken, doch vast en onwrikbaar had hij zich voorgenomen als een priester naar Gods hart te bidden en te werken, overtuigd dat de lippen des priesters du wetenschap bewaren moeten en dat men de wet uit zijn mond zal vragen \ (Malach. II. 7).
In het begin van 1249 bekleedde Thomas | zijn eersten leerstoel te Keulen als Magister | studentium of studiemeester De gelukzalige Albertus was Regens. Hij gaf wijsgeerige en exegetische lessen. Zijn leertrant was vooral oorspronkelijk en zelfstandig. In dezen tijd bood men hem den mijter aan van Monte Cassino, maar hij verkoos de smaadheden des kruises boven den glans eener kerkelijke waardigheid.
Johannes de Duitscher, Generaal der Domi-nicanerorde, zond Thomas in 1252 als leeraar naar de universiteit van Parijs. Bereidwillig gehoorzaamde de Heilige, schoon hij hevelde laagste plaats had ingenomen. Doch hij verlangde niets vuriger dan den wil Gods en dien zijner oversten stipt te vervullen. Do bedel-
— 15 —
orden van Dominieus en Franciscus verdedigde hij met leeuwenkracht tegen den nijd en de af- | gunst van eenige kwaadwilligen, met name tegen 1 Willem de Saint-Amour. Vol vertrouwen op God, gesteund door het gebed zijner Broeders, toonde hij in een meesterlijk verweerschrift i het goed recht der monniken aan en het wezen van den kloosterlijken staat; hij weerlegde de beuzelachtige, onbillijke aantijgingen der tegenpartij , door quot;Willem de Saint-Amour aangevoerd. De verdediging greep plaats voor [ Alexander IV aan het pauselijk hof te Anagni. Zegevierend verliet Thomas den strijd. Over zee reisde hij naar Frankrijk terug. Zijn kinderlijk vertrouwen op de goddelijke bescherming redde hem uit een noodstorm.
Men schreef den 23sten Oct. 1257. Thomas werd verheven tot Magister aan de Universiteit vrn Parijs. Met ootmoedige vastberadenheid verzette de Heilige zich lang tegen dien geduchten last. Doch de gehoorzaamheid sprak; nederig boog hij het hoofd. Hij wierp zich in de kapel voor God ter aarde neder en smeekte lang en vurig om de genade, die
— 16 —
hij voor de bediening van dat leeraarsambt behoefde. Toen hij zijn lessen opende, stroomde
er zulk een vloed van hoorders naar hem toe, dat de leszalen ze nauwelijks konden bevatten. Zijn leerwijze was helder, beknopt en gemakkelijk Hij vormde vele verdienstelijke leeraars zoowel uit de klooster- als de wereldgeestelijkheid. Hij had een stalen geheugen, zoodat hij gemakkelijk de meest verschillende dingen, al had hij ze slechts eenmaal gehoord of gelezen , onthield; een kristalhelder verstand, dat de waarheid doorschouwde tot in haar diepste schuilhoeken, in al haar schakeeringen en gevolgtrekkingen; een schat van wijsheid, uit Schriftuur en Kerkvaders, uit heidensche en christelijke, uit oudere en nieuwere schrijvers vergaderd. Met wereldsche beslommeringen liet hij zich niet in. Bij vorsten en geestelijken of in het midden zijner Broeders, in de verstrooiingen der woelige universiteitsstad of in de stille kloostercel zocht hij niets dan de waarheid, den troost zijner ziel. Zoo werd hij de leeraar der waarheid. Hoe een priester, tot de beschouwing der goddelijke dingen ge-
— 17 —
roepen, zijn tijd kon verspillen met nuttelooze gesprekken en beuzelarijen, kon hij niet begrijpen. De wijsheid, die van hoven nederdaalt, schrijft de Heilige Jacobus, is vooreerst rein, dan vreedzaam , bescheiden, inschikkelijk, genegen voor het goede, vol larmhartigheid en goede vruchten, oordeelt en huichelt niet. (Jac. III: 17). Ziedaar het beeld van Sint Thomas, het beeld van iederen oprechten beoefenaar der wetenschap. Voorkomend, dienstvaardig, minzaam, toegevend vluchtte hij volstrekt de samenleving niet, maar verscheen telkens, wanneer billijke redenen van liefde gehoorzaamheid, priesterlijken ijver of uitspanning dit vorderen. Geen kwetsend of aanmatigend woord ontglipte hem, zelfs niet in het vuur der redeneering, maar eenvoudig en bescheiden was hij gaarne de minste van allen, de goede Frater Thomas, zooals men hem noemde. Beleedigingen vergaf hij met onverstoorbare zachtmoedigheid. Nooit ging hij les geven, redetwisten, studeeren, schrijven en dicteeren of hij bad eerst met overvloedige tranen, met berouw en versterving om de
— 18 —
verlichting des hemels. Zoo werd hij de Engelachtige Leeraar Die roeping als leeraar kende hij, die roeping als leeraar beminde hij, die roeping als leeraar volbracht hij Hij was een scheppende, nog meer een ordenende en afbakenende geest. Zijn ontzagwekkende wetenschap was hij minder verschuldigd aan de kracht van zijn genie dan wel aan zijn gebed. Bij iedere moeielijkheid nam hij zijn toevlucht tot God. Hoe meer hij beminde, hoe meer hij kende en omgekeerd, hoe meer hij kende, hoe meer hij beminde Zijn gebed vereenigde zijn ziel met de goddelijke waarheden. Wie God aanhangt, is één geest met Hem, zegt de Apostel. (1 Corinth. VJ : 17) Naarmate zijn hart de waarheden vuriger beminde en van alle nevelen der hartstochten ontbloot was, kon zijn verstand ze helderder begrijpen. Met het gebed verbond hij de boetvaardigheid en de beoefening der deugden. Zoo verwierf hij de bovennatuurlijke gave der wetenschap, een vrucht van den Heiligen Geest; haar zetel is in het verstand, doch haar oorsprong in de liefde. Verlangt
- 19 -
gij, o zoon, naar wijsheid, onder!unul da ye-boden en God zal ze u yeven. (Eccles. I : 33). Het hart brandt van het vuur der liefde en het verstand straalt van het licht der kennis.
Acht jaren, van 1253 tot 1261, bleef Thomas te Parijs en stond er van 1257 tot 1261 aan het hoofd der Dominicanerkloosterschool. Hij hield theologische en wijsgeerige , meest openbare voorlezingen. De toevloed van hoorderen was onbeschrijfelijk. Hier begint voor goed Thomas' werkkring als schrijver. Betoogen over allerlei onderwerpen, over de waarheid, een verklaring van Sint Matheus' Evangelie, een commentaar op Petrus Lombardus' Senten tiae en andere geschriften verschenen in dezen tijd. Een juiste blik, een juist oordeel, orde en geregelde ontwikkeling, duidelijkheid en volkomenheid waren den Heilige als schrijver eigen.
In 1259 werd hij afgevaardigd naar het kapittel te Valenciennes. Daar bewees hij goede diensten tot bevordering en verbetering der studie Zijn praktisch oordeel faalde niet.
Thomas was niet enkel leeraar en schrijver, hij verkondigde ook het woord Gods aan de
J
— 20 -
studenten, het christen volk en zijn ordebroeders Voor dezen is waarschijnlijk de uitlegging van het Onze Vader, het Wees gegroet, de Tien Geboden en het Symbolum der Apostelen gehouden. Wat wij van de preeken des Heiligen bezitten, zijn meestal onvolledige schetsen. Voor hem was de prediking op de eerste plaats een werk der genade, die God schenken moet, waar de prediker medewerkt door een heilig leven en het gebed; op de tweede plaats een menschelijke kunst, die men door studie en oefening ontwikkelt en volmaakt. De verkondiger van Gods woord is volgens den Heiligen Thomas het licht der wereld en het zout der aarde. Hij moet vastheid bezitten om niet af te wijken van de waarheid, helderheid om in het onderrichten niet duister en onverstaanbaar te wezen; nuttigheid om Gods eer, niet de zijne te zoeken. Sieraden dei-redekunst mag men gebruiken, niet uit ijdel-heid of praalzucht, maar om de hoorderen gemakkelijk en aangenaam tot de kennis en de liefde der waarheid te voeren. Alles evenwel moet dienstbaar gemaakt worden aan de ge-
— 21 -
nade, de mindere wetenschap aan de hoogere. Van Thomas kan men zeggen, wat er van Christus geschreven staat: Hij begon te doen m te leeven. (Act Ap. I, 1). Hij durfde niet te prediken, wat hij niet eerst zelf beoefend had. Of zijne prediking rijke vruchten afwierp ? Ziehier het antwoord Hij was een ijverig redenaar, door liet volk gevierd. Te Xapels predikte hij gedurende de Vasten, te Parijs voor de Universiteit, het volk en de geestelijken, te Eome in de St. Pieter of de Varia Maggiore, te Viterbó voor al het volk op het plein Maria Nova. Bij zijn lijdenspreken weenden de toehoorders, in grooten getale vol godsvrucht samengestroomd. Met zulk eene eerbied luisterde men naar zijn woorden, dat hij een engel uit den hemel scheen. Hij was een brandende en lichtende fakkel, die de harten in liefde ontstak, een werktuig . der genade voor zich en voor anderen „Zoo ik den zoom van zijn kleed slechts aanraken konquot;, zeide een zieke na het aanhooren van zijn predikatie, „dan zoude ik genezen zijnquot;. Hij werd alles voor allen om hen voor Christus te winnen.
- 22 —
Hoewel hij in de volkstaal predikte, zijn zijn preeken slechts in het Latijn tot ons gekomen, j gelijk zij voor het meerendeel door zijn leerlingen en hoorderen opgeteekend werden.
Paus Urbanus IV, een vurig bewonderaar van Thomas, riep hem in 1261 naar Italië. Op last van den Heiligen Vader vervaardigde hij vele geschriften. Er verschenen, behalve kleinere verhandelingen, het eerste gedeelte van de Catena aurea, de Summa tegen de Heidenen en het Officie van het Heilig Sacrament In verschillende steden van Italië stichtte hij nieuwe scholen, verbeterde de studiën en gaf wijsgeerige, theologische en exegetische lessen. Veel arbeid en onver-moeiden vlijt besteedde de Heilige hieraan, In 1263 werd hij in het Sabinaklooster te Rome Regens der Dominicanerschool Hier schreef hij het grootste gedeelte zijner commentaren op Aristoteles. Zijn doel en zienswijze bij deze toelichtingen kunnen wij in het kort aldus samenvatten. De heidensche wijsbegeerte moet men dienstbaar maken aan de leer van Christus; de genade veredelt de
— 23 —
natuur, maar verwoest ze niet. Paus Urbanus IV stelde in 1264 den feestdag van het allerheiligste Sacrament in en beval Thomas het gansche kerkelijk Officie van den dag te schrijven. Door het dichten zijner overschoone lofzangen ter eere van het aanbiddelijk Altaargeheim verwierf hij een eerste plaats in het koor der middeleemvsche gewijde dichters. Waarheid, eenvoud en vurige liefde onderscheidden zijn onnavolgbare hymnen.
De opvolger van Urbanus, Paus Clemens IV, koesterde eveneens eene warme vriendschap voor den Heilige. Meermalen bood hij hem kerkelijke waardigheden en rijke inkomsten aan, ja, benoemde hem tot bisschop van Napels , maar de arme en ootmoedige kloosterling bleef alles weigeren. Hij verlangde niet gekend en geacht te worden. Altijd wilde hij een eenvoudige religieus blijven. Onder de regeering van dezen Opperpriester (1264—1269) gaf hij wijsgeerige of theologische lessen te Bologna. Edellieden, scholieren , professoren , priesters, monniken, graven, ridders, burgers, allen raadpleegden hem. Met bereidvaardige
i
liefde gaf hij hun inlichtingen. Die korte be-toogen zijn verzameld in de Quodlibeta of lessen over Allerlei. Xog verschenen in dezen tijd de Quaestiones disputatae Over het kwaad en Over de deugden. Vermelden wij hier Thomas Onnscula of kleinere geschriften, veertig in getal, zooals Over het bestuur der vorsten, het Compeiidiui». der Theologie, enz. Alle zijn een uitvloeisel van zijn dienstvaardige liefde. Bescheiden, maar beslist houdt hij vast aan de waarheid en durft haar ook anderen onder het oog brengen.
Onder Paus Clemens IV begon de Heilige zijn onsterfelijke Summa Theologica, een wetenschappelijke uiteenzetting der Katholieke geloofsleer, door de Schriftuur, de traditie en de rede gestaafd. Van 1265 af werkte hij er omstreeks acht jaren aan gedurende zijn verblijf in verschillende kloosters van Italië en te Parijs. Het handschrift nam hij mede op al zijn reizen. Niettemin is het meesterstuk onvoltooid gebleven en eindigt het met de zevende quaestio over het Sacrament van Boetvaardigheid. In de middeleeuwen zeide men, dat Augustinus' ziel in Thomas gevaren was; met
— 25 —
betrekking tot de Summa kan men zeggen, dat de wetenschap van alle Kerkvaders vóór hem in hem is overgestort. Zijn stijl is van metaal, kristalhelder, bondig en juist. De menschelijke wijsbegeerte maakt hij dienstbaar aan het geloof. Eenmaal zweefde de geest Gods over de grondstoffen van het heelal en schiep deze heerlijke wereldorde; zoo zweefde de geest van Thomas over de bouwstoffen, door de Vaders verzameld, en trok den wonderbaren tempel op der Katholieke godgeleerdheid, de Summa Theologica.
De kloosterstorm stak opnieuw het hoofd op en Thomas trad weder in het strijdperk met een nieuw verweerschrift: Ovev de vol-maaktheid van, het geestelijk leven.
In 1267 woonde hij de tweede overbrenging van Sint Dominicus' gebeente bij en mocht zijn lippen eerbiedig op die heilige overblijfselen drukken.
Op last zijner oversten begaf hij zich in 1269 naar het algemeen kapittel, te Parijs onder Johannes van Vercelli gehouden. Twee jaren, tot in 1271, stond hij wederom aan het
— 2(i —
hoofd der Dominieanersehool, gaf met jeugdige ! kracht zijn lessen, was gevierd en bemind aan de Universiteit, schreef nieuv.e werken, zooals een commentaar op Johannes' Evangelie en op vele brieven van den Heiligen Paulus, of voltooide vroegere geschriften. De Parijsche leeraren stelden hem een diepzinnig vraagstuk i over de Eucharistie voor. Zij zouden zijn beslis-! sing aannemen als waar en overeenkomstig liet geloof en de rede. Reeds bij andere gelegenheden was hun gebleken, dat hij in ieder leerstuk de waarheid vond en duidelijk voorstelde. Thomas i smeekte om 's hemels verlichting in een vurig, een aanhoudend gebed, wikte en woog de ge-' voelens der verschillende Kerkleeraren en droeg toen zijne zienswijze met klaarheid voor.
In den herfst van 12T1 keerde hij voor i immer naar zijn vaderland Italië terug. Een wijle vertoefde hij te Bologna, toog dan naar Rome. bleef er de lente en zomermaanden van 1272 als professor in het Sabinaklooster en vervaardigde zijn commentaar op Boëtius' boek „Over de Drievuldigheidquot; en op Dionysius' boek ,.Over de namen Godsquot;.
— 27 —
Op liet ordekapittel te Florence kwamen vele verzoekscliriften in om den Heilige als leeraar te bekomen
Napels viel die eer te beurt. Op weg naar die stad werd Thomas' vriend en reisgenoot Eegi-naldus door de koorts aangetast. De Heilige bad vurig, legde hem een relikwie van Sint Agnes op de borst en eensklaps was de zieke genezen tegen de verwachting der geneesheeren in. Met algeraeenen bijval van het volk, den adel, de geestelijkheid, de kloosterlingen. de studenten en den vorst Karei van Anjou werd hij te Napels ontvangen. Hij gaf lessen aan de Universiteit, was Regens der Domi-nicanerschool en schreef nieuwe werken, zooals zijn commentaren op Jeremias. Isaïas en de Psalmen.
Gregorius X riep in 1274 de kerkvergadering van Lyon samen. Ook Thomas werd als godgeleerde uitgenoodigd. Hij begaf zich op weg en rustte met zijn reisgenoot uit op het kasteel Magenza. In de nabijheid lag de \ Cistercienser abdij Fossa Nova. De prior en j eenige kloosterlingen kwamen hem bezoeken
en waren opgetogen over zijn deugden, vooral over zijn godsvrucht bij het vieren der H. Geheimen. Gedurende zijn verblijf op het kasteel vertoonden zich de verschijnselen eener doo-delijke ziekte, een algemeene verzwakking en volslagen gemis aan eetlust. Eenigszins hersteld verliet hij den burcht Magenza in Sprokkelmaand t 127-1. Op verzoek der gravin van Magenza vertoefde hij een weinig te Fossa Xova. •- „Indien de Heer mij bezoeken wilquot;, had hij gezegd, „dan is het beter, dat ik in een huis van kloosterlingen dan in de woningen der leeken gevonden word.quot; Plechtig werd hij door den abt en de kloosterlingen ingehaald. Eerst ging hij Jezus in het allerheiligste Sacrament aanbidden en vervolgens naar de spreekzaal. Hier greep hij den deurstijl vast en zeide: „Dit is mijn rustplaats voor eeuwig, hier wil ik wonen, want haar heb ik uitgekozen quot; (7 Febr. 1274).
De Cisterciensers verpleegden hunnen gast met ongekunstelde blijdschap. Op hun verzoek schonk hij hun uit dankbaarheid eene verklaring van het Hooglied. Ondanks zijne
29
pijnen was hij nederig , zachtmoedig', minzaam, geduldig jegens allen. Algemeen treurde men over zijn naderenden dood, maar hij zeide vol blijdschap: „Onder andere zegeningen heb ik God ook hierom gebeden, dat Hij mij, onwaardige, in mijnen nederigen staat uit deze wereld zou wegnemen.quot;
Hij legde een rouwmoedige biecht af over geheel zijn leven bij Pater Reginaldus. Deze vond in hem niet meer schuld dan in een vijfjarig kind.
Omringd door Dominicanen, Franciscanen en Benedictijnen ontving hij drie dagen voor zijn dood de H. Teerspijze. Daarbij zeide hij; „Indien er in dit leven een kennis was, verheven boven het licht des geloofs, die aan onze zielen de waarheid van dit Sacrament zou kunnen openbaren, dan zou ik niet met grooter zekerheid beweren, dat deze waarlijk God eu mensch, de Zoon van den eeuwigen Vader en eener Moedermaagd is. Ik geloof met het hart en beken met den mond alles, wat de Kerk over het Allerheiligste Sacrament leert. Ik ontvang u. die de prijs der
— 30 —
verlossing mijner zie! geworden zijt Uit liefde tot u heb ik gestudeerd, gewaakt, gearbeid, u heb ik altijd gepredikt en geleerd Nooit heb ik vrijwillig iets gezegd, wat met het geloof strijdig was, maar is mij in mijne onwetendheid eene dwaling ontsnapt, dan ben ik niet hardnekkig in mijn gevoelen en laat alles over aan het hoogste gezag van de Heilige Ivoomsche kerk; gehoorzaam aan haar keer ik uit de ballingschap naar het vaderland terug. Christus, Gij zijt de koning dei-heerlijkheid; Gij zijt de eeuwige Zoon van den eeuwigen Vader!'' Den volgenden dag ontving hij het H. Oliesel; zelf antwoordde hij op de kerkelijke gebeden. Hij bleef in hemel-sche beschouwingen verzonken tot zijn vlek-kelooze ziel naar het eeuwig vredehof opsteeg
Het was de 7de Maart 1274, vroeg in den morgen
Voor het altaar der kloosterkerk van Fossa Nova werd Sint Thomas begraven
Een Franciscaan, de Bisschop van Terra-cina, deed de uitvaart. Pater Reginaldus sprak diepbewogen de lijkrede uit
V
— 31 —
God verheerlijkte zijnen dienaar door vele wonderen. Johannes XXII nam hem in 1323 onder het getal der Heiligen op.
In 1368 werden zijne overblijfselen naar Toulouse overgebracht
De Heilige Thomas had een hooge en rechte gestalte, een houding, die volkomen met zijn karakter en zijn geest overeenkwam, en was evenredig in al zijn ledematen. Met sterk van gestel, vrij zwaarlijvig, had hij gewone lichaamskrachten Zijn schedel was zeer ontwikkeld, het voorhoofd breed en majestueus, de kruin een weinig kaal, de tint bruin, het gezicht vrij schoon. Zijne oogen waren zacht en doordringend, al zijne bewegingen vol waardigheid.
In alle moeiehjke omstandigheden ondersteunde hem een zeldzame wilskracht, in alle stormen bewaarde hij in- en uitwendig de rust en de kalmte des gemoeds Hoewel zwijgend van aard, was hij in den omgang opgeruimd , gezellig, goedig en wist op zijn tijd te schertsen
Een zijner geliefkoosde ontspanningen was
- 32 -
het wandelen in den kruisgang van het klooster. Dan hield hij de oogen ten hemel geslagen en bleef in gepeinzen verzonken. Zoodra echter de liefde, de gehoorzaamheid of de hoffelijkheid het vorderden, verliet hij alles, waartoe hij zich getrokken gevoelde.
Zijn uiterlijk verried zijn engelreine liefde. Zijn ernst werd getemperd door een hemelsche blijheid. Niemand kon hem naderen of hij gevoelde zich door een bovenaardsche inwerking tot de deugd opgewekt.
Moge dit korte levensbeeld van den Heiligen Thomas er toe bijdragen, dat allen, vooral zij, die zich op de studie toeleggen, hun glorierijken Patroon werkdadig navolgen.
Wanneer men zijn leven oplettend gadeslaat, dan ziet men. dat het grootendeels uit gewone bezigheden bestond. Thomas heiligde en verhief ze door de liefde tot God De voortreffelijkheid zijner goede werken bestond meer in de zelfverloochening, de algemeenheid en de standvastigheid, waarmede hij ze verrichtte, dan wel in het verhevene of het buitengewone. Iedereen kan ze dus navolgen. Wij zijn ge-
V
houden, evenals de Heilige Thomas, de deugd te beoefenen en de plichten van onzen staat te volbrengen. Wij zijn gehouden, evenals de Heilige Thomas, te bidden, de Heilige Sacramenten te ontvangen, Jezus Christus in het hoogheilig Altaargeheim, de Moeder Gods Maria, de Heiligen te vereeren. Wij allen moeten, evenals hij, zuiver, nederig, liefderijk, onderdanig zijn. De studeerende jeugd is verplicht, evenals hij, de ware wijsheid te kennen, met orde en toewijding te studeeren, de studie door gebed en plichtsbetrachting te heiligen.
God, zoo bidt de Heilige Kerk op den feestdag van den Engelachtigen Leeraar, heeft den Heiligen Thomas uitverkoren uit alle vleesch; Hij heeft hem zijne geboden, de wet des levens en der tucht gegeven, opdat hij aan Israël, dat is, aan de Katholieke Kerk) zijn verbond en zijne rechten, de waarheid en de deugd zoude leeren, (Eccles. c. 45).
i Door zijn Opperpriester en Plaatsbekleeder Paus Leo XIII heeft hij hem tot Patroon van alle christelijke scholen verheven. Het is
v 3
— 31 —
dus billijk, dat wij tot hem opzien en handelen naar het voorbeeld, hetwelk hij ons gegeven heeft. Het is billijk, dat de studee-rende jeugd, vooral zij, die zich tot het heilig priesterschap voorbereiden, hem tot hun patroon en leidsman verkiezen, met hart en ziel aan hem zich toewijden, onder zijne bescherming zich stellen, door zijne voorspraak Gods zegen over hun studie afsmeeken, dagelijks een gebed of goed werk ter zijner vereering ver-| richten, boven alles zijn voorbeeld van plichtsbetrachting in hun staat, van onderwerping aan de wettige oversten, van haat tegen de geringste vrijwillige zonde, van ijver in het gebed, van liefde voor den evenmensch, van zelfopoffering in het vervullen der priesterlijke bedieningen, van zuiverheid en versterving der ongeregelde neigingen navolgen. De wet der waarheid was in zijnen mond, en ongerechtigheid werd niet gevonden op zijne lippen; in vrede en rechtvaardigheid wandelde hij met mij, en velen hield hij terug can de zonde (Malach. II).
[I.
de j^eilige jquot;homas, patroon
der Zuiverheid
OF DE
Engelachtige Strijd.
INLEIDING.
De roemvol regeevende Paus Leo XIII verhief op den -kien Augustus 1880 den Heiligen Thomas van Aquino tot Patroon aller Katholieke scholen. Een tweevoudige beweegreden spoorde hem daartoe aan: St. Thomas was de geleerdste onder de Heiligen en do heiligste onder de geleerden.
Met betrekking tot zijn geleerdheid vergelijkt het Opperhoofd der Kerk den Heiligen Thomas bij een zee, waarin alle wetenschap, zoowel van de heidensche wijsgeeren, van do Vaders en Leeraars der Kerk, als van alle groote geesten, die vóór hem geleefd hebben, samengestroomd is. Deze overvloedige schatten van wijsheid heeft hij niet alleen in zich opgenomen, maar gezuiverd, vermeerderd.
volmaakt cn geordend tot zulk een volledig geheel, in zulk een kristalhelderen vorm, met zulk een scherpte en aanschomvelijkheid van voorstelling, met zulk een juistheid van uitdrukking, dat hij den geleerden na hem gelegenheid tot navolging laat, maar tevens de kans schijnt te ontnemen van hem voorbij te streven.
Naast die verbazende wetenschap versiert den Heiligen Thomas een niet geringere heiligheid. Juist zijn deugd was, volgens de opmerking van den Heilig Vader, de bron van zijn weergalooze begaafdheid. Zichtbaar wilde God zijn zegel drukken op deze deugd van den Engelachtigen Leeraar. „Nadat hij namelijk eens over een geweldige bekoring tot voldoening der zinnelijke wellust gezegevierd had, schonk God den kuischen jongeling als loon zijner standvastigheid de genade, dat zijn lendenen op geheimzinnige wijze omgord en daardoor het vuur der begeerlijkheid in hem uitgedoofd werd. Na deze gebeurtenis was hij geheel zijn volgend leven vrij van iedere aanzoeking tot zinnelijkheid.quot;
V
Zijn dit de gronden, quot;elke den Opperpriester der Kerk aandreven om den Heiligen ^ Thomas-aan allen, die zich op de wetenschap toeleggen, leeraars en scholieren, tot schutspatroon te geven, dan is het hun plicht in de studie zijn grondstellingen en in het leven j zijn deugden na te volgen De deugd moet i bij hen, evenals bij Sint Thomas, de grondslag der wetenschap zijn. Eerst onschuld, dan wijsheid. ,,De deugdquot;, zegt de Heilige Vader, „is de beste voorbereiding op de oefening der krachten van den geest en het verkrijgen der wetenschap. Tevergeefs waant hij, die ze verzuimt, dat hij een degelijke en vruchtdragende wijsheid verwerven kan; want in ceu kicaad-wüli'jc ziel gaat de toijsheid niet hintten en zij woont niet in een lichaam, dat aan de j zonde onderworpen is.quot; (Sap. I, 4).
Inderdaad is er niets, volgens de leer van den Heiligen Thomas, wat zoozeer het verstand verzwakt en verduistert als de ongeregelde hartstochten, vooral zij, die onder christenen zelfs niet genoemd moeten worden. Deze driften zijn als de wolken, die de zon
— 40 —
bedekken, als een sluier, die het oog omhult. De wellust drukt den geest loodzwaar neer, i zoodat hij niet tot hoogere gewesten kan opstijgen , en ontrooft den mensch alle oordeel; haar yernielende gevolgen openbaren zich dikwijls in een mat. gebroken, onrustig oog zonder glans en zonder vuur. Want het oog is de spiegel der ziel, het beeld des verstands. De vrijwillige voldoening der zinnelijkheid maakt ons ongeschikt voor do kennis der : natuurlijke, maar inzonderheid der bovennatuurlijke waarheden. Dus is de zuiverheid des harten een noodzakelijk middel om de wijsheid te verkrijgen. En hoe meer men deze | reinheid aankweekt, des te meer scherpt men het verstand voor het begrip van datgene, wat van boven is, neerdalend van den Vader des Lichts. Daarom hebben juist reine harten zulk een diepen blik in de goddelijke waarheden. De zuiverheid immers maakt ziel en lichaam los van het aardsche en verheft ze | als op vleugelen tot de aanschouwing van God, gelijk de Eeuwige Waarheid zegt: Zalvj zijn de zuiveren van harte, want zij zullen
— 41 —
God zien. (Matth. V, 8.) Geen wonder, dat de Heilige van Aquino, die om zijn lelieblanke onschuld onder de engelen mocht gerekend worden, als de adelaar tot de Eeuwige Zon der Waarheid opsteeg. „Het zesde uitwerksel van den H. Geestquot;, zoo zegt hij zelf mot Sint Augustinus, „namelijk het verstand, wordt hun geschonken, die zuiver van harte zijn, die met hun gelouterd oog kunnen zien, wat nooit een oog gezien heeft.quot; (S. Th. 11, II. Quaest. 8. a. 7). Leeren wij dan van den Engel-achtigen Leeraar zuiverheid en onschuld en wij zullen ons aan de frissche wateren der wetenschap met volle teugen kunnen laven. Voor beide is hij de patroon , voor de onschuld en voor de wetenschap.
Hij is patroon der onschuld. Daarom vormde zich reeds vroegtijdig de broederschap van den Engelachtigen Strijd of van den gordel van den Heiligen Thomas. Gelijk de Engelen hem met een koord hadden omgord, zoo omgordden de leden van die vereeniging hun midden met een gewijde koord om onder de bescherming van den Heiligen Thomas tegen
\
alle bekoringen van onzuiverheid gewapend te zijn. Deze broederschap willen wij nader bekend maken, vooral aan de studeerende jeugd. Zou zij niet dezelfde heilrijke vruchten kunnen voortbrengen als in den tijd van haar eersten bloei? rDeze heilige legermacht'', zegt een levensbeschrijver van Sint Thomas, „uitgerust tot de zegepraal van den geest over het vleesch, verbreidde zich niet verbazende snelheid over alle gewesten van Europa ... Onder het vaandel van deze schoone en kuische strijdmacht schaarden zich mannen en vrouwen uit alle standen ; zij, wier rijkdom de verkeerde neigingen begunstigt, zij, wier armoede de hartstochten niet overwinnen kan. Koningen eu koninginnen beschouwden het als een eer den gordel van den Heiligen Thomas te dragen. Inzonderheid werd hij aangenomen door de studenten van alle universiteiten, i Wie zal zeggen, hoeveel onzuivere begeerten onder hem uitgedoofd werden, hoeveel held-! haftige deugden hij deed voortspruiten? Wie kan nu de ongeregeldheden opnoemen. die hij voorkwam, wie de gevallen kennen,
— 43 —
waarin hij de toekomst van jongelieden tegen de schrikbarende stormen der jeugd beveiligde? Heilige erfenis van een groot man en een groot heilige, kostbaar gedenkstuk van dien beslissenden strijd, die èn zijn onschuld èn zijn genie redde, moge hij ook in onzen tijd opgenomen en vereerd worden.quot; (Bareille, Histoire de St. Thomas d'Aquin, Chap. 8.)
Deze broederschap betreft dus op de eerste plaats de studeerende jeugd, hoewel niet uitsluitend. Het geldt immers een deugd, die allen noodzakelijk is, die allen tot bijzonderen luister strekt. Alleen wie onschuldiye handen heeft en rein van harte is, gaat op tot den herg des Heeren. (Ps. 23, 4) Voor allen zonder uitzondering staat het gebod: Gij zult uwe begeerlijkheden niet voldoen. Voor allen staat het woord van Sint Jakobus : Een ieder wordt door zijne begeerlijkheid hekoord en aangezocht. (Jac. I. 14) Er is volgens de leer van den Heiligen Pau-lus (Rom. VII, 23) een andere wet in onze ledematen, welke tegen de wet des geestes
— 44 —
i
strijdt; dientengevolge is het hart des mensehen tot het kwade geneigd van zijn jeugd af. (Gen. VIII: 21) Doch ook voor ons, even-
als voor den Apostel, is de genade voldoende om onze lusten te bedwingen. (2 Cor. XII, 9) In onze zwakheid zal do kracht Gods des te schitterender uitblinken. Deze genade moeten wij evenwel vragen. Nu is ons gebed des te krachtiger, naar gelang wij het aan God aanbieden door de tusschenkomst van Heiligen, in wie Hij wonderen heeft uitgewerkt, die ons tot navolging aansporen. De studeerende jeugd, aan wie de Katholieke Kerk Sint Thomas tot patroon heeft gegeven, kan vooral op zijne voorspraak vertrouwen. Maar ook alle anderen mogen op zijne bescherming rekenen. Zoovelen hebben de macht zijner voorbede ondervonden. Bij zijn oudste levensbeschrijvers en in de akten der heiligverklaring staan meer dan tweehonderd wonderen opgeteekend, die op zijne voorbede bij personen uit verschillende standen gewrocht zijn.
Mogen dan allen, die in den kamp tegen
L y
de begeerlijkheid de zuiverheid des harten bewaren willen, den Heiligen Thomas tot patroon uitkiezen, hun lendenen met zijn singel omgorden om door zijne voorspraak de genade te verkrijgen, welke hem door de omgording der engelen te beurt viel. O hoe Kchoon is een kuisch geslacht in den glans! Onsterfelijk is zijn aandenken, en het is hij God en hij de menschen in eere. (Sap. IV, 1). Wie de zuiverheid des harten bemint, zal den koning tot vriend hehhen. (Prov. XXII, 11).
De Heilige Thomas wordt door Engelen omgord en ontvangt daardoor de genade der eeuwigdurende zuiverheid.
Het was in het jaar Ouzes Heeren 1243, toen de Heilige Thomas van Aquino, eerst achttien jaren oud, te Napels het ordekleed van den H. Dominieus ontving.
Deze intrede van den rijken en begaafden student in een bedelorde mishaagde zeer aan zijn aanzienlijke verwanten. Met éénen slag werden al hun schitterende verwachtingen teleurgesteld. Graaf Landulf van Aquino en de beide broeders van den Heilige noemden I het een schande voor hun familie. Niet zoo gravin Theodora, zijne moeder. Zij verheugde zich, want zij zag in het besluit van haren zoon, hoe de voorspelling van den kluizenaar
47
r
Bonus ging vervuld worden, dat Thomas in de Predikheerenorde al zjjn tijdgenooten door heiligheid en wetenschap zou overstralen. Derhalve begaf zij zich terstond met een talrijk gevolg op weg naar Napels om Thomas in zijn voornemen te versterken.
Te Napels had de intrede van dezen aanzienlijken jongeling in een bedelorde veel opspraak verwekt, en de Predikheeren hadden reden te vermoeden, dat de komst van gravin Theodora niets goeds beoogde De ontevredenheid van den adel, het groot-gevolg der gravin, het feit, dat reeds meermalen een novice gewapenderhand door zijne bloedverwanten uit het klooster gehaald was, rechtvaardigden alleszins deze bezorgdheid. De Paters meenden dus de duidelijke roeping van Thomas tegen alle bekoringen en aanvallen in veiligheid te moeten brengen Daarom begaf hij zich op hunnen raad bij het eerste bericht van de komst zijner moeder in be-i geleiding van eenige ordebroeders over Terra-cina en Anagni naar Rome, waar hij gastvrij in het Sint Sabinaklooster werd opgenomen.
7
Toen zijn moeder te Napels aankwam, was I zij diep bedroefd, omdat zij er haren zoon niet vond. Zij aarzelde geen oogenblik hem naar Rome te volgen. Dit versterkte de Dominicanen nog meer in hun gevoelen Voor geen prijs zouden zij den schat, hun toevertrouwd, willen verliezen Thomas begaf zich dan voor de tweede maal op de vlucht in de richting van Parijs. Te liome zag zich dus de gravin wederom bitter bedrogen. Maar nu, gekwetst is hare moederliefde en adelijke fierheid, verdroeg zij het niet zoo geduldig. Immers, zij mocht haar eigen kind niet meer omhelzen; men geloofde hare zuiverste bedoelingen niet meer Zij stuurde een ijlbode naar hare beide oudste zonen, die zich in het Toscaansche ter legerplaats bevonden, en smeekte hen dringend hunnen vluchtenden broeder op te vangen en aan haar over te leveren. De beide ridders zonden langs verschillende wegen manschappen ter verkenning uit. Weldra was men den vluchteling op het spoor. Juist rustte hij met vier gezellen uit bij een frische bron, in de nabijheid van
— 49 —
Aquapendente, niet ver van het schoone meer van Bolsena. Als wolven vielen zijne broeders op hem en zouden hem het habijt van het lichaam gescheurd hebben, indien een zekere schroomvalligheid hen niet teruggehouden had. Zij brachten hem onder geleide eener sterke wacht naar het ouderlijke slot Sint Johannes te Eocca Secca
Graviti Theodora wilde de roeping van j haren zoon op een harde proef stellen en i zien, of hij in zijn gekozen staat bleef volharden. • I)e Iroeders juichten dezen maatregel toe. Ook graaf Landulf meende alles te moeten beproeven om zijn zoon tot andere gedachten I te brengen. Men sloot hem dan in den slotkerker op. Alleen de beide zusters van den Heilige kregen toegang tot hem; zij moesten trachten hem over te halen. Maar niets kon Thomas bewegen Integendeel, deze beproevingen bevestigden hem in zijn besluit, gelijk de boom zijn wortelen dieper in den grond slaat, naarmate hij heviger door den storm j geschud wordt Hij schilderde zijne zusters af, hoe zoet het is met God te verkeeren
4
— 50 —
en vervulde haar met verachting voor de wereld.
Middelerwijl keerden Landulfus en Rinaldus uit de legerplaats terug. Zij waren ruwe, woeste ridders. De kwellingen, die zij hunnen broeder aandeden, waren veel grover en hardvochtiger. Zij goten al hun gal over hem uit, bestormden hem met schimpwoorden en bedreigingen , scheurden hem het habij t van het lichaam. Doch de Heilige bedekte zich zoo goed hij kon met de lompen zijner armoedige pij.
Ongeveer twee jaren waven aldus sedert de gevangenneming van Thomas verstreken Men ging nu een beslissenden slag wagen. Er werd een schaamtelooze vrouw in de gevangenis bij den Heilige toegelaten om hem te verleiden. Nauwelijks heeft Thomas haar gezien en het groote gevaar erkend, of hij grijpt een brandend hout van den haard en drijft daarmede de verleidster op de vlucht. Dan teekent hij met de houtskool een kruis op den muur en knielt daarvoor neder om Grod voor de behaalde overwinning te danken en van Hem de gave der zuiverheid af te smeeken. „Mijn
iilt;!
If
IHS
u
— 51 —
lieve Jezus,quot; zoo bad hij, .ik weet zeer goed, dat iedere volmaakte gaaf en die der zuiverheid nog meer dan elke andere van den alvermogenden invloed uwer Voorzienigheid afhangt, en dat zonder U geen schepsel iets vermag. Ik bid U derhalve door uwe genade de zuiverheid zoowel in mijn ziel als in mijn lichaam f?; bewaren. En indien ik ooit eenigen indruk, die mijne reinheid en onsehuid zou kunnen bevlekken, ontvangen mocht, verdrijf dien van mij, Gij, die de opperste Heer zijt van al mijn vermogens, opdat ik met een onbevlekt hart in uwe liefde en uwen dienst vooruitgaan en mij zeiven al de dagen mijns levens op de allerzuiverste altaren uwer Godheid rein offeren moge. Amen.quot;
De Heilige viel nu in een diepen slaap. Er verschenen hem twee engelen, die een gordel om zijne lendenen legden en zeiden: „Zie, op last van God omgorden wij u, gelijk gij gevraagd hebt, met den gordel der zuiverheid, dien voortaan geen bekoring kan verscheuren. Wat 's menschen deugd niet kan verdienen, dat wordt u door Gods vrijgevigheid geschonken.quot;
' ; 'I
ill
i
1
iti
I
h- I
li;
S iï ' ■!
' P;'' li Wï
•ijjj fl: sl iiquot;
mui
Pi
;
|
H^ji i I
li r'
1
■ ^
;l|l
1
Toen de Verlosser in de woestijn den bekoorder verjaagd had, naderden de Engelen en dienden Hem (Math. IV, 11). Iets dergelijks zien wij hier met den H. Thomas gebeuren
In alle tijden en bij alle volkeren was de gordel een teeken der zuiverheid. Jezus Christus vermaande tot de deugd van onthouding met de woorden: Dat uwe lendenen omyord zijn (Luc. 12, 35). De priester omgordt zich, wanneer hij zich aankleedt voor de II. Offer-hande der Mis, om zich aan de onschuld te herinneren, die hem begeleiden moet.
De gordel, dien de Engelen aan den Heiligen Thomas brachten, was niet enkel een zinnebeeld; hij werkte ook uit, wat hij be-teekende. Sedert dit oogenblik was de zinnelijke begeerlijkheid in hem uitgedoofd. „Van dezen tijd af,quot; zegt het Eomeinsche brevier, „was de Heilige van ieder gevoel der zinnelijkheid bevrijd.quot; „Hij was nu,quot; gelijk de Heilige Johannes Chrysostomus het uitdrukt, „volgens zijn gedaante een mensch, volgens de genade een engel.quot;
Deze omgording der engelen is niet een
— 53 —
hemelsch visioen of een zinnebeeldige voorstelling, maar een werkelijk feit.
Daarvoor pleiten de volgende bewijzen
1. Thomas' eerste en voornaamste levensbeschrijver, Wilhelmus de Tocco, die deze gebeurtenis in al haar bijzonderheden verhaalt. De ïooco, lib. II. — Ptol Luc. H. E. lib. XXII, C. 21. — Gerardus de Frachet, Vitae Fratrum, p. IV, C. 17. — Thomas Cantimpratanus, De Apibus, Lib. I, C. XX.
2. Reginaldus van Piperno, de vriend, vertrouweling en reisgezel van den Heilige. Deze deelde het hem later mede en hij verhaalde het vervolgens aan verschillende personen.
o. Een onafgebroken overlevering zoowel in de Dominicanerorde als daarbuiten.
4. Bij de omgording gevoelde de Heilige zulk een hevige pijn, dat hij met een luiden kreet ontwaakte. De slotbewoners snelden toe om te zien, wat er gebeurd was.
5. Het feit, dat de Heilige na deze omgording nooit meer een vleeschelijke neiging in zijn ledematen gevoeld heeft.
\
— 54 —
G. De gordel zelf, dien Thomas gedurende zijn gansclie leven lieeft gedragen, dien hij als een kostbare relikwie aan zijne ordebroeders heeft achtergelaten, dien deze met eerbied bewaard hebben.
7. De vereering, die men om strijd aan dezen gordel heeft bewezen, en de wonderen, die hierbij geschied zijn.
8. De Broederschap van de Militia Angelica of den Engelachtigen strijd, die naar aanleiding van deze gebeurtenis uit het leven van Sint Thomas opgericht werd.
9. Het gezag der Heilige Kerk, die de Broederschap van den Engelachtigen strijd bevestigd en met aflaten verrijkt heeft en daardoor minstens zijdelings de hemelsche omgording van den Heiligen Thomas schijnt te bevestigen.
„O, gelukzalige pelgrimquot;, kunnen wij hier met Thomas' levensbeschrijver uitroepen, ,.gij die wegens deze overwinning het burgerrecht des hemels verkregen hebt, die, door eenigen uwer medeburgers met kuischheid omgord, in reinheid aan de Engelen gelijk verdiendet
— 55 —
te worden. O beproeving, die de kracht in den strijd heeft uitgewerkt en een zoete opgetogenheid na de overwinning. O, wakkere strijder, o kampioen, reeds volleerd in uw jeugd, gij hebt het vleesch overwonnen en verdient op uw hoofd de kroon te dragen. Xa dezen onsterfelijken strijd voor de engelachtige deugd is hij geen mensch meer, maar een engel.quot; Ja, te midden der aanlokkingen van de wereld te leven in een zinnelijk lichaam en niet het minste verzet tegen de wet des geestes te bespeuren, dit is een gunst, die ons niet in natuur. maar in genade op één lijn met de Engelen stelt; dit is een wonder even groot als dat der drie jongelingen in den vuuroven van Babylon, die door de hen om-kringelende vlammen ongedeerd bleven. Wanneer men bedenkt, dat Paulus, de Apostel der volkeren. een vat van uitverkiezing, ook na zijn opstijging in den derden hemel, den prikkel des vleesches nog gevoelde, dat Gfod hem ondanks zijn vurig gebed van deze bekoring niet bevrijdde, maar hen; beduidde, de genade was voor hem voldoende om over
r
— 56 -
haar te zegevieren, dan kan men de grootte der lieraelsche gunst afmeten; waaraan de Heilige Thomas deelachtig werd ').
') Men vergelijke voor het feit van Thomas' omgording dooi' de Engelen de authentieke levensgeschiedenissen van den Heilige, vooral de Acta Sanctorum op den 7 Maart. — P. Franciscus Deurwerders, Militia Angelica Divi ïhomae Aqui-natis, Lovanii 1059. — P. Pio Tommaso Masetti, Commentario Storio-Critico intorno al Corpo e alle Reliquie di S. Tommaso d'Aquino, Rome 1874.— P. A. üccelli, Iconografia di S, Tommaso, Napoli 1867. — E. Cartier, Histoire des Reliques de Saint Thomas d'Aquin, Paris 1804. — Otto Vaenius. Vita D. ïhomae Aquinatis, Bruxellis 1778.
11.
Beschrijving der plaats waar de Heilige Thomas van Aquino door de Engelen omgord werd.
Aan den rechteroever der Liri, twee uren van Frosinone, op den weg naar Napels, in de Abruzzen, verrijst Rocca di Monti S. Giovanni, de burcht der Aquino's, waarop de Heilige Thomas gevangen werd gehouden.
De weg daarheen is prachtig. De kleine stad, waarboven zich het kasteel verheft, is op den top van een heuvel gelegen.
De torenkamer van den burcht, waarin de Heilige omstreeks twee jaar opgesloten was, is zeven of acht meter lang en vier of vijf meter breed. De muren zijn bijna twee meter dik Een kleine opening laat nauwelijks het licht door. Men ziet er nog de overblijfselen
— 58 —
van een schoorsteen. De muur is daar door het vuur geheel geblakerd. Op een der wanden bespeurt men enkele zwakke sporen van houtskool, laatste overblijfselen van het kruis, door den Heiligen Thomas geteekend. Zij zijn met glas overdekt.
Boven het altaar der kapel, die zich in het kasteel bevindt, zijn drie tafereelen geschilderd, welke van de vijftiende eeuw dag-! teekenen. Het grootste, dat in de diepte | eener nis is geplaatst, stelt den Heiligen Thomas in knielende houding en in geestverrukking voor; hij ontvangt de heilige koord , die hem twee engelen brengen; boven hem zweeft Grod de Vader in een gloriekrans. Aan de rechterzijde van dit tafereel ziet men den Heilige voor het kruisbeeld geknield, dat tot hem zegt: „Gij hebt goed over mij geschreven, Thomas; welke belooning verlangt gij ?quot; Het tafereel aan de linkerzijde vertoont de verschijning der apostelen Petrus en Paulus, die voor den Engelachtigen Leeraar een duisteren tekst uit den profeet Isaïas verklaren.
— 59 -
Paus Leo XIII lieeft Monte S. Giovanni niet vergeten. Hij schonk aan de kapel een beeld van den Heiligen Thomas. Het is meer dan twee meter hoog en stelt den Heilige staande voor. Zijn oogen zijn naar den hemel geslagen. De rechterhand, waarin zich een pen bevindt, strekt hij uit; in de linkerhand houdt hij een boek.
In een zaal, nabij de gevangenis gelegen, vindt men boven de grachten van den burcht het venster, waarlangs de Heilige Thomas met behulp zijner zusters 's nachts kon vluchten ; op geringen afstand toont men de plaats, waar hem de Paters uit het klooster van Napels opwachtten.
Het slot is tegenwoordig eigendom der gemeente Monte S. Giovanni. Tegen een kleine jaarlijksche tegemoetkoming mogen de Paters Dominicanen der Romeinsche Provincie, wier Noviciaat zich tegenover het kasteel bevindt, het gebruiken. Zoover hun schaarsche middelen het toelaten, beijveren zij zich dit eerbiedwaardig heiligdom te herstellen.
111.
De gordel van den Heiligen Thomas wordt met groote vereering bewaard.
Buiten twijfel heeft de Pleilige Thomas den gordel, dien de Engelen hem brachten, tot het einde van zijn leven gedragen. Bij zijn dood was Johannes van Vercelli sedert tien jaren Generaal der Dominicanerorde. Deze voorbeeldige religieus koesterde voor den Engelachtigen Leeraar een oprechte toegenegenheid en hoogachting. Om aan den gordel van den Heilige de daaraan toekomende vereering te verzekeren, schonk hij dien aan het klooster van Vercelli, zijn eigen vaderstad. In de Pauluskerk werd de gordel, bij de overige relikwieën, bewaard; hij was gesloten in een vergulden schrijn. Deze stond in een nis, met ijzeren traliën voorzien, boven
— 61 -
do koordeur der kerk. Daar kon iedereen den gordel vereeren. Deze vereering schijnt vooral toegenomen te zijn, toen de Bisschop Johannes Franciscus Bonhomius in 1574 alle relikwieën der Pauluskerk, na ze onderzocht en echt bevonden te hebben, in een plechtige processie door de stad droeg en daarna op hun vroegere plaats terugbracht. Serafinus Cavalli, destijds Generaal der Dominicanerorde, verbood den gordel van den Heiligen Thomas meer dan tweemaal in het jaar openlijk te vertoonen, tenzij aan hooggeplaatste geestelijke of wereldlijke personen. Dat deze niet ontbraken, getuigt de kronijk van genoemd klooster. Zoo verhaalt men, dat Kardinaal Theodoras Trivulsie, rijksvorst en vice-koning van Arragonië, ge-ruimen tijd geknield voor dat hemelsch kleinood gebeden en het herhaaldelijk met de innigste godsvrucht gekust beeft. De koningen van beide Siciliën uit het huis van Savooie, op wier gebied zich die kostbare relikwie bevond, bleven bij deze vereering niet achter. In t bijzonder worden Emmanuel Philibertus en Carolus Emmanuel, benevens zijn gemalin
— 62 —
Katharina van Oostenrijk, met roem vermeld; zoo ook Victor Amedeus en zijn gemalin Christina Francisca, zuster van Lodewijk X1ÏT, van Frankrijk. Ook andere beroemde namen vinden wij onder de vereerders van dien gordel: Ambrosius, markies van Spinola, die onder Filips III en Filips IV van Spanje Opperbevelhebber van alle Spaansehe troepen en stadhouder van Milaan was; den markgraaf van Leganez, die eveneens voor een tijd stadhouder van het hertogdom Milaan was; Franciscus de Helo, markgraaf van Tour de Laguna en viee-koning der beide Siciliën. Inzonderheid op de beide dagen, waarop de gordel van Sint Thomas openlijk ten toon gesteld werd, stroomde het volk samen om hem te vereeren. Deze godsvrucht nam dus meer en meer toe. Men bracht dientengevolge den gordel naar een geschikte plaats, namelijk naar de sacristie, waar hij op een afzonderlijk altaar in een zilveren schrijn bewaard bleef. Nooit werd deze geopend, of men stak gewijde kaarsen aan.
Meermalen liep het klooster van Vercelli
— 68 —
gevaar zijn kleinood te verliezen. Paus Pius V, deels uit persoonlijke godsvrucht, deels om deze onschatbare relikwie voor de algemeene vereering der gansche christenheid toegankelijk te maken, vroeg haar van het klooster en wilde haar naar een der hoofdkerken van Rome overbrengen. Jvog wachtten de religieuzen van Vercelli op een veilige gelegenheid om hun schat naar Rome over te zenden, toen de dood den Paus naar een beter leven riep. Zij behielden dus den gordel en bleven vast besloten hem aan niemand af te staan. Bijgevolg waren, kort na den dood van den Heiligen Pius, de herhaalde aanbiedingen en het verzoek van den Kardinaal Michael Bonelli, die eveneens Predikheer, Beschermer der Orde en titularis der kloosterkerk S. Maria Supra Minervam was, te vergeefsch.
De mensch wikt, God beschikt. Onder Napoleon I werden de kloosters in Opper-Italië opgeheven. Nu zou ook de kostbare relikwie van den Heiligen Thomas te Vercelli gevaar geloopen hebben, indien de laatste prior P. Caramelli ze niet gered
had. Hij nam liet dierbare pand mede om liet aan het eerste klooster zijner provincie te geven, dat weder geopend zoude worden. Dit geluk viel aan het klooster te Chieri bij Turin te beurt. Daar wordt nu nog de gordel van Sint Thomas bewaard onder deze voorwaarde, dat hij aan het klooster van Ver-eelli moet teruggegeven worden, wanneer dit weder heropend wordt.
IV.
Naar het model des gordels van Sint Thomas vervaardigt men andere gordels, die versterken in de bekoringen tegen de zuiverheid.
De openlijke en algemeene vereering des i gordels van Sint Thomas breidde zich overal uit, toen de Generaal der Dominicanerorde Cyprianus überti omstreeks 1580 door de nonnen van het H. Margarethaklooster te Ver-celli gordels liet maken gelijk aan dien van den Heiligen Thomas, om door het dragen van die gordels en door de aanroeping van den Engelachtigen Leeraar de zuiverheid te bewaren of terug te erlangen.
Het scheen, dat God reeds onmiddehjk na den dood van den Heilige de wonderkracht dezer gordels wilde toonen. In het proces der
i_y
— 66 —
heiligverklaring staan twee genezingen opge-teekend, die door de oplegging van een gordel uitgewerkt werden, waarmede men liet graf van den Heilige aangeraakt had (Process, canoniz. n0 18 et nquot; 48). Ook die nagemaakte gordels versterkten zoozeer in den strijd voor de zuiverheid, dat zij weldra door vele pries-sters alom verspreid werden. Vooral de geestelijken van 't Barnabietencollege te Vercelli zonden zulke gordels heinde en ver. Een dame, Constantia Maria, gravin van Desana, liet jaarlijks op haar eigen kosten vele honderden van zulke gordels vervaardigen om ze vooral aan de armen uit te deelen. Ja, aan de eerbiedwaardige zuster Villani (gest 1670 te Napels) verscheen de Zaligmaker met den Heiligen Thomas en beval haar soortgelijke singels te maken en aan die personen te geven, wier onschuld zij beveiligen wilde. (Marchese, vita di Suor Maria Villani, Bologna, 1683, lib. 2, Cap. 6). Te Napels werd een hofkapelaan, D. Hieronymus della Marra, zoozeer door de onzuivere gedachten gekweld, dat hij geen rust kon vinden. Hij legde nu
— 67 —
een Tliomassingel om zijn lendenen en de bekoringen waren volkomen verdwenen. Het verhaal van deze wondervolle gebeurtenis maakte diepen indruk op de jeugd van Napels. Te Vercelli bekeerde zich een meisje, dat gedurende verscheidene jaren een lichtzinnig en zondig leven geleid had, door het dragen van het ïhomaskoordje. Door den roep dezer wondervolle feiten aangelokt, bezocht Pater Hyacinthus Choquet uit de Predikheerenorde, Professor der Godgeleerdheid te Leuven, in 1622 Vercelli om den gordel van den Heili-ligen Thomas te vereeren. Van dezen pelgrimstocht bracht hij eenige koordjes mede naar België en liet er hier nog meer vervaardigen. Te Antwerpen werden zij het eerst met groote godsvrucht gedragen en vervolgens te Brussel, Douai, Lilies, Gent, Brugge, ja door alle Belgische provincies verspreid. Dit gaf aan den aartsbisschop Fabius de Leo-nissa, pauselijk gezant in België, aanleiding om voor het dragen dezer gordels en het verrichten van bepaalde gebeden tot den Heiligen Thomas een aflaat te verleenen. Op
( ! fl
*111
;®11 |
quot;li.quot;!
| I
II
, I
i ;lt;■' I |
' • 1
| |
I
} !
j
üili iip:i
: * . !H
iiiti
j V' lt;
iïl
::ir
i^! mli
— 68 —
het feest van den Engelaclitigeu Leeraar werden de singels plechtig gewijd en onder de geloovigen uitgedeeld.
De buitengewone godsvrucht, waarmede deze gordels gedragen werden, en het nut, dat daaruit voortsproot, bewogen den Belgischen Predikheer P. Franciscus Deurwerders, uit het klooster te Antwerpen, allen, die zulk een singel droegen, in eene broederschap te vereenigen om door de gemeenschappelijke gebeden de geestelijke voordeelen voor ieder afzonderlijk lid te verhoogen. Eerst wilde hij naar de relikwie van den Heiligen Thomas en de vereering, die men haar bewees, op de plaats zelve onderzoeken en over de oprichting der broederschap met den Generaal der Orde Vincentius Candido spreken. Hij toog dan in 1644 naar Eome. Met aanbevelingsbrieven van den Generaal voorzien, reisde hij vervolgens naar Vercelli en kwam er twee dagen vóór het feest van Sint Thomas aan. Terstond was hij getuige van de vereering des volks voor den gordel van den Engel-achtigen Leeraar. Het voorbeeld gaf de bisschop
— 69 —
Jacobus Gorya, die op het feest van den Heilige in de kloosterkerk de H. Mis opdroeg en daarna in de sacristie de kostbare relikwie vereerde. Vóór haar neergeknield bad Pater Deurwer-ders met de diepste godsvrucht, terwijl de Broeders een antifoon tot den Heiligen Thomas zongen. Men reikte hem de relikwie ter vereering over en hij weende van vreugde. Daarna woonde hij een lofrede op den Heilige bij en liet zich een aantal gordels geven om ze bij gelegenheid uit te deelen. De geloovigen volgden dit vrome voorbeeld na. In breed e scharen stroomden zij samen, armen en rijken, geestelijken en leeken. Zij streken hun singels aan dien des Heiligen aan en riepen zijn voorspraak en bescherming in. En dat deze voorspraak allerkrachtigst was, vernam Pater Deurwerders uit den mond van velen, die hem onder eede verzekerden, dat zij door het dragen dier gordels zichtbare en zeldzame genaden bekomen hadden. Met deze getuigenissen niet tevreden vroeg hij ook het oordeel der voornaamste religieuzen uit de verschillende kloosters van Vercelli. Allen verklaarden
pfl:J
— 70 -
eensluidend, dat zij, door het godvruchtig dragen van dien gordel en de aanroeping van den Heiligen Thomas, een allerkrachtigsten bijstand in de bekoringen tegen de zuiverheid ondervonden hadden. De vice-rector van het Jezuietencollege zegt in zijn getuigenis: „Bleu zou lijvige boekdoelen kunnen vullen, wanneer men al de genaden wilde opteekeneu, die door het dragen van den Thomassingel verkregen zijn.quot; Derhalve stonden de Paters Jezuïeten van dit College er op, dat hun scholieren zulke gordels droegen. Ook de Heilige Josephus Calasantius placht op het feest van Sint Thomas gordels te wijden en onder zijn kinderen uit te deelen. (Talenti, Vine.. Compendio istorico della vita e miracoli dolB. Giuseppe Calasanzio. Roma 1748, p. 175).
WARE AFBEELDING
DES GORDELS
VAN
den H. Tkomas van Amino.
i IS
li
p -
;
V.
Beschrijving des gordels van den Heiligen Thomas.
. il
fiapM
i
li
li
[iW
ilk
P. Deurwerclers beschrijft den gordel van den Heiligen Thomas, dien hij nauwkeurig onderzocht heeft, aldus: Hij bestaat uit twee onderscheiden deelen. Het eene, dat het lichaam omgeeft, is plat en iets breeder dan een stroohalm; het eindigt in een dubbele lis, waardoor het andere einde gehaald moet worden, ten einde den gordel om het lichaam vast te maken. Het andere gedeelte bestaat uit twee dunne vierhoekige koorden, die door vijftien even groote en even ver van elkander verwijderde knoopen verbonden zijn. De ge-heele lengte van den gordel bedraagt zeven spannen of 1 Meter 36 centimeter. De kleur is wit, doch werd door den tijd en door het veelvuldige aanraken eenigszins zwart. Het
- -
— 74 —
weefsel bestaat uit zoo vele en zoo fijne draden, dat zelfs het geoefendste oog de soort van het werk niet onderscheiden kan (Deur-werders, Militia Angelica, p. 50.)
De gordel is ora een tak van rood koraal gewikkeld en wordt in een kristallen koker of schrijn bewaard.
VI.
Eenige getuigenissen van geloofwaardige mannen over den gordel van den Heiligen Thomas.
1. Getuigenis van Pater F. Deurwerders.
In liet jaar 1644 heb ik te Vercelli een nauwkeurig onderzoek naar den gordel van Sint Thomas ingesteld, ik hel) hem dikwijls vereerd, oplettend beschouwd, met mijne handen eerbiedig aangeraakt, de godsvrucht van het volk jegens hem gadegeslagen, de weldaden, die zij verkregen, door velen met een eed bevestigd, opgeteekend.
Fr. Franciscus Deurwerdens.
(Militia Angelic, p. 87).
2. Getuigenis van Johannes l'ranciscus Bon homius, Bisschop van Vercelli.
Johannes Franciscus Bonhomius, Bisschop
v_____quot;
76
van Vercelli, liet in 1574 door zijnen Vicaris-Generaal Johannes Stephanus Belvisius de relikwieën des kloosters van Sint Paulus te Vercelli onderzoeken. Daarbij behoorde natuurlijk ook de gordel van Sint Thomas. ïfa een nauwkeurig onderzoek bevond hij, dat zij echt waren en als zoodanig door iedereen erkend en vereerd werden.
(Deurwerders, Militia Angelic, p. 88.)
3. Getuigenis van Pater Hyacinthus Brusat, uit de Orde der Predikheeren, Magister in de Godgeleerdheid en Inquisiteur-Generaal.
Al wie den mantel van den Heiligen Patriarch Elias, aan Elisaeus geschonken, opdat zijn dubbele geest over hem zoude komen, bewondert, beschouwe den Engelachtigen gordel van den Heiligen Thomas, aan zijne Broeders toebedeeld, en hij zal bevinden, dat zijn zuivere geest als bij erfrecht op hen is overgegaan. Gelukkig is dus het klooster van den Heiligen Paulus te Vercelli, waarin, behalve een gedeelte van het kruis van Onzen Heer Jezus Christus en een doorn van zijn heilige kroon, dit eerbiedwaardige onderpand der zuiverheid
— 77 —
wordt bewaard. Gelukkig echter is de stad, die de vreemdelingen tot zich trekt om hem op waardige wijze te vereeren en hen in bewondering over hem opvoert. Allergelukkigst zijt gij, o burgers, die, nadat uwe voorvaderen de altaren, aan Venus toegewijd, hadden omvergehaald, voortdurend door dien gordel de hulp van den Engelachtigen Leeraar afsmeekt, opdat de zinnelijke neigingen der jeugd onderdrukt worden, de echtelieden de echtelijke zuiverheid en de weduwen de reinheid van haren staat bewaren. Wij getuigen en verzekeren, dat wij dit bij herhaling ondervonden hebben, wij onderschrijven dit eigenhandig en voorzien het met het zegel van ons ambt.
Gegeven te Vercelli, in de kanselarij van het Heilig Officie, in het jaar des Heeren 1644, den 27 Maart.
Fr. Hyacinthus Brusatus.
(Deurwerders, 1. c. p. 90).
4. Getuigenis van Pater Antonius Eetaccius Guardiaan der Franciscanen.
Dat de gordel van den Engelachtigen Leeraar
v_____:______y
— 78 -
Thomas van Aquino, door wetenschap en heiligheid uitmuntend, waarmede hij gevoelde, naar het scheen, dat hem, nadat hij de verleidster op de vlucht had gejaagd, in liet gebed en den slaap de lendenen omgord werden, in deze stad Vercelli, ja, in de kerk, aan den Heiligen Apostel Paulus toegewijd, door de eerbiedwaardige Vaders uit de Predik- ' heerenorde bewaard wordt, gelooven wij, bevestigen de burgers en belijden vreemdelingen door hun buitengewone vereering. Dientengevolge zagen wij en getuigen wij nu, dat hij van den beginne door de geloovigen van beiderlei geslacht met godsvrucht en eerbied vereerd werd. Het bewonderingswaardige werk hebben wij dikwijls beschouwd en eerbiedig-onderzocht; wij willen de bovennatuurlijke weldaden, door dien gordel dagelijks aan anderen verleend om de zinnelijke driften vooral te bedwingen, alleen aan de verdiensten van dien grooten Heilige toeschrijven. Tot bewijs hiervan hebben wij dit uitgevaardigd, eigenhandig door ons geschreven, be-
— 79 —
vestigd en met het zegel van hot bovengenoemde klooster voorzien.
Vercelli, 29 April 1644.
Fr. Antonius Ketacoius , Guardiaan en Commissaris.
(Deurwerders, 1. c. p. 91 — 92).
5. Getuigenis van Pater Clemens Peruzzola uit de orde der Carmelieten.
Ik verzeker en getuig, dat in de kerk van den Heiligen Paulus te Vercelli, van de Zeer-eerwaarde Paters uit de orde der Predikheeren, met grooten eerbied de gordel van den Heiligen Thomas van Aquino bewaard wordt, waarvan allen zeggen, dat hij uit den hemel gekomen is; daarmede werden zijne lendenen door de Engelen omgord na de heerlijke overwinning in den kerker over de slechte vrouw. Onder andere redenen spoort ons vooral het volgende aan om dit te gelooven: de stof, waaruit hij vervaardigd is, kunnen zelfs de kundigste lieden niet onderkennen; zij, die gordels dragen, door de aanraking aan hem geheiligd, zijn sterk tegen de zinnelijke drif-
| l ■■;!);
i j.fi
! ten en opgewekt tot een zuiver leven. Tot bewijs hiervan hebben wij dit eigenhandig onderschreven en geteekend.
Vercelli, 12 Maart 1644.
Fr. Clemens Peruzzola.
(Denrwerders 1 c. p, 92—93).
6. Getuigenis van Eusebius Burontius, Overste der Eeguliere Geestelijken te Vercelli.
Wij weten zeker, dat de merkwaardige gordel van den Heiligen Thomas, waarmede hij volgens de overlevering door de Engelen werd omgord, zeer tot luister der stad Vercelli strekt, die inderdaad in den geest harer burgers de waarheden grift, welke de Engelachtige Leeraar geleerd heeft. De kerk van den Heiligen Paulus, door religieuzen uit de Predikheerenorde uitstekend bediend, bezit hem alleen als een zeldzamen schat, door God geschonken, kostbaarder dan welken men niets moet schatten, wat de lichamen der Heiligen heeft aangeraakt, daar hij uit den hemel is aangebracht .... Zoo in den Engelachtigen Leeraar de prikkel des vleesches was, is deze
— 81 —
zonder twijfel door dezen gordel weggenomen. Singels, door de zuivere lianden der Zusters van dezelfde Orde naar dit model gemaakt en vooral door onze Paters naar andere plaatsen gezonden. bewerkten eveneens de zuiverheid bij hen, door wie zij met oprechte godsvrucht gedragen werden. Derhalve twijfel ik niet, of ik moet dit eigenhandig geschreven getuigenis met mijn naam onderteekenen en met mijn zegel voorzien.
Gegeven te Yercelli in het College van den Heiligen Christophorus, den 2 April, van het jaar des Heeren 1644.
Eusebius Burontius.
(Deurwerders, 1. c., p. 93—95).
7. Getuigenis van Camillas Quadrius uit de Societeit van Jezus:
Het is niet mijn voornemen al de talrijke gunsten op te sommen, aan anderen geschonken door den gordel van den Heiligen en wijzen Thomas van Aquino, waarmede hij volgens de overlevering door de Engelen tot bevestiging der zuiverheid omgord werd. Dikke boek-
6
in
I
,'i?V P »ftli
;l[ IB
m liftl i|S|
; t m jiip if
ii
•li
J
lifil i«mei
ititi
jliW:
ü.! M ■ --Vit
!fl ,;tp
i
H'
lif' l?,;l ■? ; j : 'l. J k:t!;
j| i i jquot;'
; !
— 82 -
cleelen zouden daarvoor noodig zijn, niet enkele regels. Dit echter kan ik niet ontkennen, dat ik door vele van deze gordels, naar de gelijkenis van den gordel van Thomas gemaakt en door de aanraking daaraan geheiligd, bij menschen van allen stand en beiderlei geslacht dingen ondervonden heli, die alleen aan de voorspraak van den Heiligen Thomas kunnen toegeschreven worden. Dit getuigt de eer, die hem bewezen wordt niet alleen in deze stad Vercelli, waar men hem in de kerk van den Heiligen Paulus met eerbied bewaart, maar ook door de meest verwijderde en uiteengelegen volken, die tot zulk een genadebron hun toevlucht plegen te nemen en daardoor zuiverder leven of door middel van anderen met ijver dat redmiddel zich verschaflfen. Tot bewijs hiervan heb ik dit eigenhandig willen onderteekenen en, zoover het noodig is, zelfs met een eed bevestigen.
Gegeven te Vercelli, op den 13 Maart, 1644.
Camillus Quadrius.
(Deurwerders, 1. c. p. 95—96).
vu.
Er wordt een broederschap ter eere van den Heiligen Thomas ingesteld onder den naam van; Engelachtigen Strijd.
Wat Pater Deunverders te Vereelli gezien had, deed het vroeger opgevatte plan een broederschap te stichten bij hem rijpen. Daarom ontwierp hij passende statuten en gaf deze, benevens een notarieel bericht over den gordel van den Heiligen Thomas en diens openbare vereering, aan den Aartsbisschop van Mechelen Jacobus Boonen ter goedkeuring.
1. Naam en Statuten der Broederschap.
Deze broederschap had een edel doel, namelijk door een gemeenschappelijke vereering van den Heiligen Thomas en door wederkeerig | gebed voor elkander aan ieder der leden de zegepraal in den strijd voor de onschuld te
— 84 —
verwerven. Dientengevolge meende haar stichter geen beteren naam daaraan te kunnen geven dan: Engelachtigen strijd (Militia Angelica).
Deze broederschap werd een strijd genoemd, omdat wij voortdurend moeten strijden, willen wij de zuiverheid des harten bewaren; zij word een engelachtige strijd gelieeten, omdat de H. Thomas door engelen omgord was en de vrucht van dezen strijd de deugd der engelen is.
Pater Deurwerders maakte de volgende statuten.
1. Allen, die onder het vaandel van den Engelachtigen leeraar zich scharen en, met zijn gordel gewapend, strijden willen, moeten hun naam laten inschrijven bij de Dominicanen in een daarvoor bestemd register om aan de gemeenschappelijke gebeden en aflaten deelachtig te worden.
2. Op den dag der inschrijving moeten zij de H. Sacramenten der Biecht en der Communie ontvangen en zich vast voornemen altijd de zuiverheid van hunnen staat te bewaren.
3. Zij moeten eenen gordel, naar dien van
— 85 —
den H. Thomas gemaakt en door den bestuurder der Broederschap gewijd, altijd om de lendenen dragen.
4. Dagelijks moeten zij, overeenkomstig de vijftien knoopen van den gordel, even veel Wees gegroeten bidden ter eere van den Heiligen Thomas voor zich en voor de Broederschapsleden om de zuiverheid te bewaren en de onkuischheid te weeren.
5. Aan alle bekoringen tegen de heilige deugd zullen zij standvastig weerstand bieden en de Namen van Jezus en Maria of van den 11. Thomas in de bekoring aanroepen.
6. Nooit zullen zij onbetamelijke gesprekken voeren, liederen zingen, boeken lezen, beelden of platen dulden, voorstellingen bijwonen , aan danspartijen deelnemen, maar zich voor iedere ongeoorloofde handeling wachten, alle gelegenheden vermijden, waarin de reinheid gevaar kan loopen, in hun tegenwoordigheid geen onkuischheid in woorden of werken dulden en deze naar vermogen beletten.
7. Op de twee hoofdfeesten van den Heiligen Thomas, den 28sten Januari, toen zijn over-
blijfseleii werden overgebracht, on den 7den Blaart, zijn sterfdag, zullen zij de H Sacramenten waardig ontvangen en vurig voor elkander bidden.
8. Den H. Thomas zullen zij steeds als den patroon hunner onschuld vereeren.
9. De Broederschap van den Engelachtigen strijd zullen zij zooveel mogelijk verspreiden.
2. Invoering der Broederschap.
De Aartsbisschop van Mechelen keurde deze statuten goed. Nu zocht Pater Deurwerders, die toen in het klooster te Leuven de wijsbegeerte onderwees, aan de Universiteit van deze stad den Engelachtigen strijd als Broederschap kanoniek op te richten.
Het was in het jaar 1431, juist op den Telen Maart, het feest van den Heiligen Thomas, toen Paus Eugenius IV in Leuven de theologische faculteit stichtte. Haar bood Pater Deurwerders in 1649 het plan van zijn Engelachtigen strijd aan; zij nam het in ernstige overweging. Nadat zij in een plechtige zitting alles gewikt en gewogen had, nam
i
zij de volgende besluiten, die voor altijd verbindende kracht zouden hebben.
1. De theoloa-ische faculteit stelt zich voor
altijd onder de bescherming van de Engelachtige strijdmacht.
2 Zij bestemt haren tijdelijken deken tot beschermer van deze bïoederschap.
3. Zij wijst den tijdelijken deken der Baccalau-reussen aan tot prefect der geheele strijdmacht en gelast hem op den 28sten Januari, op het feest der overbrenging van de relikwieën van j den Heiligen Thomas, jaarlijks bij de Predik-heeren een plechtige Mis aan het altaar der Broederschap te zingen, welke alle baccalau-rèussen en studenten der godgeleerdheid zullen bijwonen.
4. Zij schrijft voor, dat alle baccalaureussen en studenten van haar faculteit jaarlijks op den Telen Maart, het feest van den Heiligen Thomas, zullen tegenwoordig zijn bij de plechtige Mis, de processie en de Latijnsche lofrede, die door do Dominicanen in hun klooster zullen gehouden worden.
Op den S'lon Maart nam de faculteit die
— 88 —
besluiten. Vier dagen vroeger had de Aartsbisschop de statuten goedgekeurd en tevens aan de Broederschap aflaten verleend. Aan de kanonieke oprichting der Broederschap stond dus niets meer in den weg. P. Deur-werders verrichtte deze dan op het feest van den H. Thomas met groote plechtigheid. De deken der theologische faculteit Libert Fro-mond, een eerbiedwaardige grijsaard, deed de hoogmis, waarna hij zich zei ven het eerst in de Broederschap inschrijven en zich een gewijden gordel liet uitreiken Hem volgden al de overige professoren der godgeleerdheid, de doctoren, licentiaten, baccalaureussen en studenten. Er voegden zich hierbij nog vele geloovigen van beiderlei kunne, geestelijke en wereldlijke. Zoo zeer nam de Engelachtige strijdmacht in Leuven toe, dat er na eenige jaren reeds vierduizend leden ingeschreven waren. ')
') Men vergelijke: Deurwerders, Militia Angelica, Lovanii 1659. — De .Tonghe, Belgium Dominica-num.— Choquet, Sancti Belgii Orel. Praed. — Yer-nulaeus, Academ. Lovan. — Revue Catholique, Louvaln, t. XVII. Série VI, année 1850.
— 89 —
3. Verspreiding der Broederschap.
Nadat de bovengenoemde Aartsbisschop van Meehelen en Primaat van België den Engel-achtigen strijd goedgekeurd had, schonk ook Paus Innocentius X daaraan zijn bekrachtiging en verleende er rijke aflaten aan. Dit gaf den doorslag voor de verspreiding der Broederschap.
Vooreerst vond zij ingang in de vereenigde Belgische provinciën. Uit Gent alleen werden binnen een jaar meer dan duizend namen ter inschrijving naar Leuven opgezonden, uit Brussel vele honderden en eveneens uit verscheidene andere steden. Om de inschrijving gemakkelijker te maken, stichtten de Dominicanen ook op andere plaatsen de Broederschap en wel het eerst in hun kerk te Maastricht ten jare 1656. De Aartsbisschop Maximiliaan Henricus van Keulen, tevens Bisschop van Luik, bevestigde deze broederschap en verrijkte ze met vele aflaten. Het geheele Capittel van Maastricht verhoogde de plechtigheid der stichting door zijn tegenwoordigheid; het armbestuur liet zich het eerst inschrijven. Door dit
11 |
• I
'' ' I
' ' I
, j: i
i|l
' 5 I ' |
I \
.'
lil quot; mm tijbrtll
III! 11 .Ir'
lli
rm
llH i; iif
voorbeeld aangemoedigd, werden alleen ouder de feestoctaaf omtrent achthonderd geloovigen opgenomen. Paus Alexander YI1 bevestigde de Broederschap in het volgende jaar en begiftigde haar met aflaten. Doch zij bleef niet bij België ' en Nederland beperkt. Noemen wij eenige steden, waarin zij door pauselijke bullen opgericht werd. Ten jare 1659 op den 25 Maart in de Predikheerenkerk S. Maria Eotunda te Weenen door P Eeginaldus Böglin, 1661 dooiden Aartsbisschop Petrus Eutilius Martinez te Palermo; onder Paus Alexander VII te Eeggio in Calabrië, 1662 te Napels; 1682 j te Venetië; 1684 te Gent; 1692 te Valenzia; I 1693 te Sarragossa; 1695 te Modena en te i Florence; 1725te Toulouse; 1727 te Barcelona ').
') Men vergelijke voor de verspreiding der Broederschap : De Jonghe, Belgium Dominicanum, Bruxel. 1719. — Bullar. Ord. Praed. V en VI. — Zucchi, La militia angelica. — Deurwerders, Militia Angelica, Lovanii 1059. — Esser, Der heilige Thomas von Aqnin als Patron dei- Unschuld.
vin.
Statuten van den Engel-achtigen strijd.
I. Doel dey Broederschap.
Deze Broederschap lieeft ten doel door do vereering van den Heiligen Thomas van Aquino, welke vooral bestaat in het dragen der gewijde koord en het dagelijksch bidden van vijftien quot;Wees gegroeten, de deugd van zuiverheid tooi- zich en voor anderen te verkrijgen.
II. Voorwaarden dezer Broederschap.
De voorwaarden zijn tweevoudig; voorwaarden om de Broederschap wettig op te richten, voorwaarden om geldig lid van de Broederschap te worden.
«. Voorwaarden voor de oprichting.
1. De macht om de Broederschap van den Engelachtigen strijd op te richten berust uit-
— 92 -
sluitend bij den Generaal of den Generaal-, vicaris der Dominicanerorde. (Benedictus XIII, Pretiosus, 26 Mei 1727). Deze delegeert die macht somtijds aan de provinciaals. quot;Wil men dus in een kerk de Broederschap oprichten, dan moet men zich tot den Generaal of tot een gedelegeerden provinciaal wenden.
2. Heeft men van hen de oprichting der Broederschap en de benoeming tot Bestuurder ontvangen, dan zal de Bestuurder zorg dragen, dat, zoo het geschieden kan, een beeld van den Heiligen Thomas in de kerk of kapel geplaatst en een altaar, aan den Heiligen Thomas toegewijd, voor de Broederschap bestemd worde. Deze voorwaarde is geen vereischte voor de geldigheid der Broe-
i derschap, noch voor het verdienen der aflaten, maar draagt veel bij tot de godsvrucht der leden.
3. De Bestuurder schrijft de nieuwelingen in een daarvoor bestemd register en wijdt de gordels.
4. De namen der leden van den Engel-achtigen strijd moeten ingeschreven worden in een klooster van de Dominicanerorde of
— 93 —
in een kerk, waar liet genootschap wettig is opgericht. Bijaldien dus een priester, die de noodige faculteiten heeft 0111 nieuwe leden aan te nemen, maar aan de orde of aan zulk een kerk niet verbonden is, leden inschrijft, moet hij de namen opzenden.
5. De Bestuurder draagt zorg, dat de hoofdfeesten van de Broederschap, de 29ste Januari en de 7de Maart, op waardige wijze gevierd worden.
h. Voorwaarden voor het lidmaatschap.
1. Om geldig lid dezer Broederschap te worden is het noodzakelijk, dat men door een gevolmachtigd priester in de registers der Broederschap wordt ingeschreven.
Deze inschrijving kan met of zonder plechtigheid geschieden, hetzij de nieuweling tegenwoordig is of niet.
III. Verplichtingen der Broederschap.
1. Alle leden zijn gehouden dagelijks eenen gewijden Thomasgordel om de lendenen te dragen en dagelijks vijftien Wees gegroeten te bidden ter eere van den H. Thomas om de
zuiverheid voor zich en voor anderen te verkrijgen met het gebed: O uitverkoren lelie van onschuld, enz. . . Onze Vader, —Wees gegroet, — Glorie zij den Vader, — Bid voor ons, enz... . Opdat wij, enz. . . . Laat ons bidden. O God, die u gewaardigd hebt. . ., enz.
2 Deze voorschriften verplichten niet op zondo.
3 Den leden wordt op het hart gedrukt de deugd van zuiverheid naar ziel en lichaam te beminnen en te beoefenen.
4. Indien de koord versleten is, moet men zich een nieuwen, gewijden gordel bezorgen.
IV Koord der Broederschap.
De koord dezer Broederschap is wit Aan het eene einde bevindt zich een lis, aan het andere zijn vijftien knoopen.
V. Voordeelen dezer Broederschap.
De voordeelen dezer Broederschap zijn twee-' voudig : 1quot;. De leden worden deelachtig aan al de verdiensten der Predikheerenorde. 2°. De leden kunnen verscheidene aflaten verdienen.
1. De leden worden deelaehtm- aan al de verdiensten der Predikheerenorde.
De Generaal der Doniinicanerorde Johannes B do Marinis maakte door een besluit van den 28 Februari 1651 alle leden der Broederschap van den Engelachtigen Strijd deelgenoot aan alle Missen, officies, gebeden, nachtwaken, vasten, boeteoefeningen, kortom, aan alle verdiensten en goede werken der gansehe Predikheerenorde, zoowel van de eerste als van de tweede. Dit deelgenootschap aan die onuitputtelijke verdiensten, verbonden met de voorspraak van de vele Heiligen en Gelukzaligen der Orde, zullen de leden niet alleen ■tijdens hun leven, maar ook na hun dood genieten. Het besluit van den Generaal luidt aldus: Aan onze in Gods Zoon welbeminde Broeders en Zusters van den Engelachtigen Strijd van den Heiligen Thomas van Aquino.
Frater Johannes üaptista de Marinis, Professor in de Heilige Godgeleerdheid, en nederige Magister Generaal van de geheele Predikheerenorde , heil en volmaakte gemeenschap der Heiligen.
V_____________________J
— 96 —
Daar onze Heilige Orde op den akker der strijdende Kerk als een zeer sterke toren door God gesteld is om de deugden te verdedigen en de ondeugden te bekampen, plegen wij hen, die tot het bereiken van dit doel niet ophouden kloekmoedig te strijden, met gunsten en genaden te begiftigen. Derhalve, vertrouwende op de grenzelooze barmhartigheid van den almachtigen God en bijgestaan dooide vrome voorbede van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, en van den Heiligen Dominicus, onzen Vader, Petrus martelaar, Thomas, Antoninus, Vincentius, Hyaeinthus, Eaymundus, Ludovicus, Jacobus, Ambrosius, Albertus, Catharina, Agnes en de andere Heiligen Gods, verleenen wij gaarne aan u allen te zamen en afzonderlijk van beiderlei kunne, die strijdt voor de verdediging der deugd van zuiverheid en de uitroeiing der vleeschelijke zonden onder den singel van den hemelschen en Engelachtigen Leeraar, den Heiligen Thomas van Aquino, deelgenootschap aan alle Missen en goddelijke officies , gebeden, predikaties, studieoefeningen,
— 97 —
naclitwaken, vasten, onthoudingen, kastijdingen , bedevaarten, offers en overige goede werken en verdiensten, welke de goddelijke goedheid door de Broeders en Zusters van onze Orde in de geheele wereld laat geschieden; ja, wij nemen u daartoe aan en laten u toe zoowel in het leven als na den dood; opdat gij, door de velerlei uitwerkselen dezer verdiensten en door de voorspraak der Heiligen ondersteund, dezen heiligen strijd standvastig zoudt kunnen voeren en opdat gij waardig moogt worden hier op deze wereld een voortdurende overwinning over de onzuiverheid van het vleesch en in den hemel de onverwelkbare kroon der eeuwige glorie te behalen. In den naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes, Amen. Tot bewijs hiervan hebben wij dit met het zegel van ons ambt voorzien en eigenhandig onderschreven.
Gegeven te Rome, in het klooster van de H. Maria Supra Minervam, den 28 Febr. 1651.
Fr. Johannes Baptista de Marinis, L. S. Generaal.
v !
— 98 —
f
Herhaald en bevestigd werd deze gunst dooiden Generaal Antonius de Monroy den 15den Mei 1681. De Heilige Stoel bekrachtigde deze gemeenschap van goederen tusschen de Predik-heeren orde en den Engelachtigen strijd. (Vglk. Zucchi, La militia Angelica).
2. De leden dezer Broederschap kunnen verscheidene aflaten verdienen.
Reeds in het jaar 1677 besloot het Generaal-kapittel der Dominicanerorde onder den niemv-gekozen Generaal Antonius de Monroy van den Apostolischen Stoel te verkrijgen, dat de aflaten, welke tot dan toe aan de afzonderlijke broederschappen, in de verschillende kerken der Orde opgericht, verleend waren tot de geheele Orde zouden uitgestrekt worden. Dezen wensch vervulde Paus Benedictus XIII in de bul „Pretiosusquot; van den 26 Mei 1727. (Bull. Ord. Praed VI, 615). In deze bul bekrachtigde hij niet alleen alle aflaten, die door zijn voorgangers aan den Engelachtigen Strijd geschonken waren, maar maakte ze ook algemeen en wees de met al deze aflaten verrijkte
V_____J
— 99 —
Broederschap aan de Predikheerenorde als zoodanig toe.
De volgende Pausen verleenden aan den Engel-achtigen Strijd aüaten: Sixtus V, 1 Juni 1586 ; Pauhis V, 4 Sept. 1617; Innocentius X, 21 Maart 1654; Innocentius XI, 16 Juni 1681; Innocentius XII, 13 September 1693 en 24 Dec. 1695; Bene-dictus XIII, 26 Mei 1727; Pius VII, 8 Mei 1814; Gregorius XVI, 8 Mei 1844 en Pius IX, 9 Aug. 1871.
Wij ontleenen de lijst der aflaten, die wij hier laten volgen, aan: Facilitates et Indul-gentiae Confraternitatis Militiae Angelicae seu Cinguli S. Thomae Aquinatis necnon Formula Benedictionis Cingulorum, Curis Eeverendissimi Patris Fr. Josephi Mariae Larocca totius Ordinis F.F. Praedicatorum Magistri Generalis editae. Romae, 1882.
A. Volle aflaten.
1. Op den dag der inschrijving. — Voorwaarden ; Biecht, Communie, een kerk bezoeken , daar bidden tot intentie van den
— 100 —
Paus. — Deze aflaat is niet toepasselijk op de zielen in het vagevuur.
2. In het uur des doods. — Voorwaarden: Biecht en Communie. Wanneer de stervende de H. Sacramenten niet kan ontvangen, wordt er vereischt, dat hij den Naam van Jezus met den mond of ten minste met liet hart godvruchtig uitspreekt. — Met toepasselijk op de zielen in liet vagevuur.
3. Op den 28sten Januari, het hoofdfeest der Broederschap. — Voorwaarden; Biecht, Communie, bezoek der Broederschapskerk of kapel, daar bidden tot intentie van den Paus. — Deze aflaat is te verdienen van de eerste vespers van het feest af tot aan zonsondergang op den feestdag zeiven. — Niet toepasselijk op de zielen in het vagevuur. (Benedictus XIII, Pretiosus, 26 Mei 1727).
4. Op den 7den Maart, den feestdag van den Heiligen Thomas van Aquino. — Voorwaarden : Biecht, Communie, bezoek der Broederschapskerk of, zoo men verhinderd is, van een andere kerk of kapel, daar bidden tot intentie van den Paus. — Deze aflaat is toepasselijk op de zielen
I
— 101 —
in het vagevuur, (Plus IX, 9 Aug. 1871).
5. Eenmaal in de maand, op een dag naar verkiezing, voor de leden, die gedurende een maand iederen dag het gebed „Uitverkoren leliequot; bidden. — Voorwaarden; Biecht, Communie, bezoek van een kerk of kapel, daar bidden tot intentie van den Paus. — Niet toepasselijk op de zielen in het vagevuur.
6. Onder dezelfde voorwaarden als in nn. 5 voor de leden, die een maand lang dagelijks het gebed „Mijn lieve Jezusquot; bidden. — Deze aflaat is toepasselijk op de zielen in het vagevuur. (Gregorius XVI, 8 Mei 1844).
B. Gedeeltelijke aflaten.
I |
I
I
|
1 | I
■mi if
i
li
M
m
1. Een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen op de volgende dagen: Op Kerstmis.
Op het Paaschfeest.
Op het Pinksterfeest.
Op het feest van Maria's Opneming ten Hemel. — 15 Aug.
Op het feest van Maria 's Geboorte. ■— 8 Sept.
f fifll lli
ïiy
Iti
if.'b
MMI .■ i
■ÉMÉl
— 102 —
Op het feest van Maria's Presentatie. —
21 ^November.
Op liet feest van Allerheiligen. — 1 Nov. Op het feest van Pauhis' hekeering. — 25 Januari.
Op het feest van den H. Gregorius den Groote. — 12 Maart.
Op het feest van den H Ambrosius. — 4 April.
Op het feest van den H Vincentius Fer-rerius. — 5 April.
Op het feest van den 11 Petrus martelaar. — 29 April.
Op het feest van de H. Maria Magdalena. —
22 Juli.
Op het feest van den H. Dominicus. — 4 Augustus.
Op het feest van Kruisverheffing. — 14 Sept. In het octaaf van Allerzielen. — 2—9 Nov. Op het feest van den gelukz. Albertus den Groote. — 15 November.
Op het feest van de H. Catharina martelares. — 25 November.
Voorwaarden: Biecht, Communie, bezoek
f ^ — 103 —
der Broederschapskerk of kapel, daar bidden tot intentie van den Paus. — Niet toepasselijk op de zielen in het vagevuur.
2. Een aflaat van honderd dagen:
o. Telkens wanneer men, in welke taal ook,
het gebed „Uitverkoren lelie'' verricht.
h. Eenmaal daags, wanneer men, in welke taal ook, het gebed „Mijn lieve Jezusquot; bidt.— Deze laatste aflaat is toepasselijk op de zielen in het vagevuur. (Gregorius XVI, 8 Mei 1844).
3. Een aflaat van zestig dagen;
a. Zoo dikwijls als de leden de H. Mis of andere kerkelijke plechtigheden in de kerk of de kapel der Broederschap of openbare of bijzondere vergaderingen der Broederschap, waar ook, bijwonen.
b. Zoo dikwijls als de leden aan armen gastvrijheid verleenen.
c. Zoo dikwijls als de leden vrede stichten of doen stichten tusschen vijanden.
d. Zoo dikwijls als de leden dooden ter laatste rustplaats begeleiden.
__________________y
— 104 —
e. Zoo dikwijls de leden zich aansluiten | bij welke processie ook, die met toestemming ; van den Bisschop gehouden wordt.
f. Zoo dikwijls de leden het allerheiligste Sacrament begeleiden, wanneer het hetzij in processie, hetzij naar een zieke gedragen of van de eene plaats naar de andere overgebracht wordt.
(j. Zoo dikwijls de leden, verhinderd het Heilige Sacrament te begeleiden, bij het teeken der klok, eenmaal het Onze Vader en het Wees gegroet bidden of vijfmaal het Onze Vader en vijfmaal het Wees gegroet voor de ziel der overleden Broeders of Zusters bidden.
h. Zoo dikwijls de leden een afgedwTaalden zondaar op den goeden weg terugbrengen.
i. Zoo dikwijls de leden aan onwetenden de geboden Gods en de noodzakelijkheden ter zaligheid leeren.
j. Zoo dikwijls de leden een werk van gods-j vrucht of liefde, welk ook, verrichten.
Deze aflaten zijn niet toepasselijk op de zielen in het vagevuur.
IX.
Plechtige opneming in de Broederschap.
MM
Wil men iemand plechtig in de Broederschap opnemen, dan kan dit op de volgende wijze geschieden;
1. De nieuwe leden knielen neder voor een altaar of beeld van St. Thomas en honden een brandende kaars in de hand
2. De Priester, die de wettige bevoegdheid heeft om aan te nemen, is bekleed met een superplis en witte stool. Voor het altaar bidt hij den hymnus Veni Creator met het vers Emitte spiritum, etc. en de Oratie Deus qui cor da, etc.
3. Daarna wendt hij zich tot de nieuwe leden en zegt:
Auctoritate mihi concessa ego vos (te) reci-pio et adscribo confraternitati Militiae angelicae
Ifl. lü 1
,,,
Yosque (teque) participes facio omnium gra,ti-arum, privilegiorum bonorumque spiritualium ejusdem confraternitatum. In nomine Patris, et Filii et Spiritus Sancti. Amen.
Door de mij verleende macht neem ik u aan en schrijf u in de Broederschap van den Engelachtigen Strijd op en maak u deelachtig aan al de genaden, gunsten en geestelijke goederen van diezelfde Broederschap. In den naam des Vaders en des Zoons en des Heili-Geestes. Amen.
4. Vervolgens zegt men den lofzang Te Deum met het vers Benedicamus Patrem, etc. Dominus Vobiscum, etc. Oremus Bens cujus misericordiae,, etc.
5 Do Bestuurder schrijft de namen der leden in het daarvoor bestemde register. (Ex Caeremoniali Fr. Praedicat n0 1823.)
6. Nu kan de Bestuurder de singels wijden, wanneer dit nog niet geschied is, met deze formule;
V. Adjutorium nostrum in nomine Domini.
R Qui fecit coelum et terrain.
V. Doniine, exaudi orationem meam.
R. Ei clamor meus ad te veniat.
V. Dominus vobiseum.
E. Et cum spiritu tuo.
OltEJIL'S
Domine Jesu Christe, Fili Dei vivi, puritatis amator et custos, obsecramus inimensam cle-mentiam tuam, ut sicut ministerio angelorum sanctum Thomam Aquinatem cingulo castitatis cingere et a labe corporis et anhnae praeservare fecisti, ita ad honorem et gloriam ejus bene f dicere et sancti f ficare digneris cingulum istud (vel cingula ista), ut qui cumque ipsum (vel ipsa) circa renes reverenter portaverit ac tenuerit, ab omni immunditia mentis et corporis purificetur, atque in exitu suo per manus sanctorum angelorum tibi digne praesentari mereatur. Qui cum Patre et opiritu Sancto vivis et regnas Deus per omnia saecula saeculorum. Amen.
Aspergantur aqua benedicta.
V. Onze hulp is in den naam des Heeren.
R. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
V. Heer, verhoor mijn gebed.
— 108 —
R. En laat mijn geroep tot U komen. V. De Heer zij met u.
R. En met uwen geest.
Laat oxs bidden.
Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, beminnaar en beschermer der zuiverheid, wij smeeken uwe oneindige goedertierenheid , dat Gij, gelijk Gij door de bediening der Engelen den Heiligen Thomas van Aquino met de koord der kuischheid omgorden en tegen de besmetting des lichaams en der ziel beschermen deedt, zoo ook tot zijn eer en glorie u gewaardigt dezen singel te zegenen en te heiligen, opdat, al wie hem eerbiedig om zijne lendenen dragen zal, van iedere bevlekking des geestes en des lichaams gezuiverd worde en verdienen moge bij zijn sterven door de heilige Engelen aan u waardig voorgesteld te worden. Gij, die met den Vader en den Heiligen Geest leeft en regeert m alle eeuwigheid, Amen.
6. Daarna worden de gordels met wijwater besproeid, en, terwijl de Bestuurder ze aan
J
— 109 —
aan de leden overreikt, zegt hij het volgende gebed, dat zij zeiven bij het omdoen van den singel herhalen kunnen.
Praeeingat te Dorainus Jesus cingulo castitatis et meritis Saneti Thomae Aquinatis extinguat in lumbis tuis omnem huraorem libidinis, ut maneat in te virtus continentiae et castitatis. Amen.
Moge de Heer Jezus u (mij) met den gordel der zuiverheid bekleeden en door de verdiensten van den Heiligen Thomas van Aquino in uwe (mijne) lendenen alle vuur der begeerlijkheid uitdooven, opdat de deugd der onthouding en der zuiverheid in u (mij) blijve. Amen.
Bij het aannemen van nieuwe leden kan de Bestuurder nog het volgende gebed uitspreken :
V. Ostende nobis, Domine, misericordiam tuam.
K. Et salutare tuum da nobis.
V Memor esto congregationis tuae.
K. Quam possedisti ab initio,
V. Domine, exaudi orationem meam.
E. Et clamor meus ad te veniat.
V. Dominus vobiscum.
E. Et cum spiritu tuo.
— 110 —
Oe^mcs.
Onmipotens et misericors Deus, qui uos in durissimo castitatis certamine constitutes, almo Sancti Thomae Aquinatis cingulo munire dignatus es, largire supplicibus tuis, ut coe-lesti ejus subsidie lascivum corporis et animae liostem in hac militia feliciter superare et perpetuae puritatis lilio coronati, inter castes Angelorum acies beatitudinis palmam a te accipere valearaus. Per Christum Dominum nostrum. Amen
V. — Toon ons, Heer, Uwe barmhartigheid.
E — En geef ons Uw heil.
V. — Wees Uw vereeniging gedachtig.
R. — Die Gij-s'an den beginne bezeten hebt.
V. — Heer, verhoor mijn gebed.
R. — En mijn geroep kome tot U.
V. — De Heer zij met u.
R. — En met uwen geest.
Laat ons bidden.
Almachtige en barmhartige God, die ons in den harden strijd voor de zuiverheid met den heilrijken gordel van den H. Thomas van
— Ill —
Aquino gewaardigd hebt te versterken; schenk ons, zoo smeeken wij U, dat wij met zijne hemelsche hulp den lichtzinnigen vijand van lichaam en ziel overwinnen en met de lelie der eeuwigdurende zuiverheid onder de reine heerscharen der Engelen den palm der zaligheid van u ontvangen mogen. Door Christus onzen Heer. Amen.
Nota 1. Voor de plechtige opneming zal men het altaar of het beeld van den Heiligen Thomas niet kaarsen en bloemen versieren.
Nota 2. De Bestuurder kan bij de plechtige opneming een korte ouderrichting of opwekking voegen, hetzij voor, hetzij na de aanneming.
Nota 3. De nieuwe leden zullen zorg dragen op den dag der inschrijving de H. Sacramenten te ontvangen en zich gedurende de opneming zooveel mogelijk met den priester te vereenigen.
J
V.
X
Raadgevingen van den H.Thomas om de zuiverheid des harten te bewaren.
„Wie den weg der zuiverheid des harten wil bewandelen, moet zijn gedragingen zoo regelen, dat hij alles vermijdt, wat hem zou kunnen verhinderen op den ingeslagen weg voort te gaan. Er zijn nu vooral drie beletselen , welke zich tegen de zuiverheid des harten kanten. Van deze komt liet eerste van het lichaam, het tweede van de ziel, het derde van de personen en zaken buiten ons.
Yooreerst dan van den kant van ons eigen lichaam. Immers, gelijk de Apostel (Gal. V, 17) zegt; „Het vleesch begeert tec/en den geestquot;. Dientengevolge zijn de werken des vleesches,
— 113 —
naar dienzelfden Apostel, onreinheden van iedere soort. Ja, deze begeerlijkheid des vleesches is een wet, gene namelijk, van welke de Heilige Paulus zegt: vIk zie een andere wet in mijne ledematen, die tegen de ivet van mijnen geest strijdt.'1'' (Rom. 7, 23) Hoe meer evenwel het vleesch door rijkelijke voeding en weekelijke oppassing gekoesterd wordt, des te meer groeit die begeerlijkheid aan, gelijk er bij den Heiligen Hieronynins geschreven staat: „/s de huik rol van den wijn, dan zal wéldra de hegeerlijkheid schuimen'''. Daarom wordt in de Spreuken van Salomon (20, 1) de wijn een onzuivere zaak genoemd. Wie derhalve den weg der onthouding betreden wil, moet aan zijn eigen vleesch iedere verweekelijking ontzeggen en het door vermindering van slaap, door vasten en soortgelijke oefeningen in toom houden. Dit heeft de Apostel ons door een vergelijking getoond, toen hij aan de Corinthiërs schreef (I Cor. 9, 25); „Ieder, die in den wedstrijd overwint, onthoudt zich van alles.'quot; Dan voegt hij er over zich zeiven bij: „Ik kastijd mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet na anderen
V____8 J
114
gepredikt te hebben, self verworpen worde.quot; En wat hij door zijn voorbeeld deed , dat heeft hij ook door zijn woord geleerd, want aan de Romeinen, die hij (XIII, 14) aanspoort: „Laat ons eerbaar wandelen en niet in onzeclighekV\ geeft hij het middel daarvoor aan: „Zorgt niet voor het vleesch door overdaadquot;. Met recht voegt hij er bij: door overdaad, d. i., zoodat daardoor de begeerlijkheid ontvlamt; want de zorg, welke de natuur vereischt, moet men aan het vleesch besteden, zooals dezelfde Apostel aan de Ephesiërs schrijft: „Niemand haat zijn vleesch, maar voedt en koestert het.quot; (V, 29).
Van den kant der ziel ontmoet het voornemen om zuiver te leven beletselen, wanneer zij zich aan slechte gedachten overgeeft. Daarom zegt de Heer door den profeet (Is. 1,16); „'Verbant uit mijn oogenuwe slechte gedachten.'''' De slechte gedachten leiden meestal tot slechte werken, gelijk Micheas (II, 1) het aanduidt, wanneer hij zegt: „JVee u, die gij op ij dele zaken zintquot;, en er aanstonds bijvoegt, „en slechte op uwe legerstede doet.quot; Onder alle slechte gedachten verlokken nu diegene het
— 115 —
meest tot zonde (door de daad,) welke zich met zinnelijke vermaken bezighouden. Daarvoor kan men volgens de leer der wijsgeeren een tweevoudige reden aanvoeren: Vooreerst namelijk is het zingenot den menscli aangeboren en van zijn jeugd af met hem opgegroeid, en daarom geeft het zinnelijk begeervermogen, zoodra de gedachten het (zingenot) daaraan voorstellen, zich gereedelijk aan hetzelve over... Ten tweede wordt de wil des te meer aangetrokken, hoe meer het zingenot, dat zich aan hem voorstelt, van het algemeene tot een bepaalden vorm overgaat. Klaarblijkelijk vereenigen zich de gedachten hoe langer hoe meer op bepaalde voorwerpen en juist daarom wordt de inwendige begeerlijkheid opgewekt, wanneer men er zich mede bezig houdt. Derhalve zegt de Heilige Paulus (1 Corinth. 6,18); „ Vlucht iedere onzedelijkheiddat wil zeggen: Bij alle andere ondeugden kan men den strijd afwachten, maar voor deze moet gij vluchten, zoodat zij u niet kan naderen, want alleen op deze wijze wordt dit kwaad overwonnen. De vraag is dus geneesmiddelen tegen dit be-
'• IN
:kI
■ -vii!
M
■ • S'
if# m
iji
ir ffH
iii
i. JL
w
d;
t.U
K'
1
— 116 -
letsel der zuiverheid des harten te vinden. Er zijn er verscheidene. Vooreerst en boven alles moet de geest zich bezighouden met de overweging van hemelsche zaken en met het gebed; want zoo zegt de Apostel (Ephes. V, 18): „Maakt u niet dronken met wijn , waarin ontucht is, maar wordt vol van de Heiligen Geest en onderhoudt u met elkander in psalmen en lofzangen en geestelijke liederenquot;, en dit schijnt op het overwegende gebed te doelen, ven zingt en jubelt in uwe harten den Heerquot;, en dit kan men op het mondgebed laten slaan. Om deze reden zegt ook de Heer door den profeet (Is. 48, 9): vÖm wille van den lof, welken gij mij toezingt, leid ik u aan den teugel, opdat gij niet zoudt omkomen.quot; De lof van God is namelijk als een teugel, die de ziel van den ondergang door de zonde terugtrekt. Een tweede middel is de studie dei-Heilige Schrift en in 't algemeen het lezen van geestelijke boeken, zooals de Heilige Hieronymus aan den monnik Rusticus schrijft: „Bemin de studie van zulke geschriften en gij zult de vleeschelijl-e ondeugd niet liefhehhen.quot;
V
— 117 —
Daarom zeide ook de Apostel aan Timotheus (I Timoth. 4,12), nadat hij hem aangemaand had „foor de geloovigen een voorbeeld te zijn, in woord en wandel, in liefde eu geloof en in huischhe'uV': Tot ik kom, leg u vlijtig op de lezing toe.quot; — Een derde middel bestaat Herin; dat men den geest voortdurend met de eene of andere goede gedachte bezighoudt. Daarom zegt de Heilige Chrysostomus, dat niets zoozeer de bekoringen onderdrukt en zulk een ziele-vrede schenkt als het beteugelen der gedachten, Dientengevolge schrijft de Apostel aan de Philippensen (IV, 8): „ Overigens, broeders, al icat waar, al icat eerzaam, al wat recht, al wat heilig, al wat beminnelijk, al Kat van goede faam is, indien er eenige deugd, indien er eenige lof der zeden is, bedenkt dat. ,,Een vierde middel is hierin gelegen, dat de mensch zich wacht voor lediggang en daarom ook in lichamelijke werken zich dikwijls oefent. De Heilige Schrift zegt (Ecclesias. 33, 29) : „ Veel kwaads leert de lediggang.quot; Inzonderheid evenwel zijn het de vleeschelijke zonden, waartoe de lediggang verleidt Daarom staat
J
— 118 —
er ook van Sodoma geschreven: „Ditwas zijn schuld: Hoogmoed, verzadiging van hrood, overvloed en ledig gang.quot; (Ezecli. 16, 49.) Dientengevolge schrijft de Heilige Hieronymus aan den monnik Rusticus: „Doe altijd iets, opdat de duivel ii bezig vinde.quot; Als vijfde middel kan men tegen de begeerlijkheid des vleesches ook zekere gesteltenissen der ziel aanwenden. Zoo gewaagt de Heilige Hieronymus in den boven-genoemden brief van een jongeling, die zich in een klooster bevond, en wien het noch door aanhoudend vasten noch door veel inspanning gelukken wilde de zinnelijke bekoringen te breidelen. Toen zocht de abt van het klooster hem uit het gevaar, waarin hij verkeerde, dooide volgende list te redden. Hij beval aan een bejaard en waardig man hem met harde woorden en verwijten te behandelen en, nadat hij hem dit onrecht had aangedaan, eerst bij hem , den abt, te komen om aanklachten tegen hem in te dienen. Er werden getuigen geroepen en ook deze spraken ten gunste van hem, die het onrecht had toegevoegd. Alleen de abt zelf nam de verdediging van den broeder
— 119 —
op zich, opdat hij niet door bovenmatige treurigheid zou overmeesterd worden. Zoo ging het | gedurende een geheel jaar. Aan het einde daarvan vroeg hem de abt, hoe het met zijn vroegere gedachten stond. Hij antwoordde; „Vader, ik heb nauwelijks rust om te leven, en ik zou nog aan zulke uitspattingen kunnen denken.quot;
Van den kant der zaken buiten ons vindt het voornemen om zuiver te leven beletselen, ■wanneer men personen van het andere geslacht dikwijls ziet, met hen spreekt of om-| gaat. Daarom staat er in de Heilige Schrift: (Ecclesias. 9, 9) : „Velen gingen verloren ter oovzake van de schoonheid eener vrouw, i en daaraan ontvlamt de begeerlijkheid als een i
V2itir.quot; En onmiddelijk volgt er: vHare ge-; sprekken ontsteken als vuur.'''' Daarom moet men tegen dit gevaar het geneesmiddel aan-j wenden, dat op dezelfde plaats aangegeven ■wordt: „Zie niet op een lichtzinnige vrouw, opdat gij niet in hare strikken geraakt; verkeer niet met een losbandig persoon, en luister niet naar haar, opdat gij niet door hare
arglistigheid te gronde gaat.quot; En op een andere plaats (Ecclesias. 42 , 12) : vBezie niemand om zijn schoonheid en verblijf niet in het midden der vrouwen, want gelijk de mot van de Meederen komt, zoo komt van een vrouw de hoosheid des mans.'''' Daarom zegt de Heilige Hieronymus in zijn geschrift aan Vigilantrus; „De monnik, die zijn eigen zwakheid en de broosheid van het vat der genade, dat hij draagt, kent, vreeze tegen iets te stooten, opdat hij zelf niet struikele en valle en dat vat breke; dientengevolge vermij de hij den blik van vrouwen, bijzonder van jeugdige , opdat hij niet door een begeerlijk oog gevangen en door de schoonheid der vormen tot ongeoorloofde handelingen verleid worde.quot; Hierdoor wordt ook verklaard, wat de abt Mozes (in de Collationes Patrum) zegt, dat men namelijk, om de zuiverheid des harten te bewaren, de ingetogenheid en eenzaamheid beminnen en het als een noodzakelijkheid beschouwen moet, zich onthouding van spijs en slaap , lichamelijken arbeid, ontberingen , geestelijke lezingen en soortgelijke oefeningen
— 121 —
op te leggen, want alleen door deze kan men zijn hart tegen alle schadelijke hartstochten ongeschonden en onbevlekt bewaren, alleen op deze, evenals op trappen tot de volmaaktheid der liefde opklimmen.quot; (De perfectione vitae spiritualis, C. IX).
XL
Andere raadgevingen van den H. Thomas voor de zuiverheid.
„De zinnelijkheid wordt op deze viervoudige wijze overwonnen. Vooreerst door de uitwendige gelegenheden te vluchten, zooals slecht gezelschap , en in 't algemeen alles, wat wegens de gelegenheid aanleiding tot zonde worden kan. Daarom staat er in de Heilige Schrift: „Beschouw geen maagd, om niet te struikelen door hare schoonheid.... Zie niet rond op de straten der stad, en zwerf niet om op hare pleinen. Wend uwe oogen af van een opgetooide vrouw en heschouw geen vreemde schoonheid; velen gingen verloren ter oorsake van de schoonheid eener vrouw en daaraan ontvlamt de hegeerlijkheid als een vuur. (Eccle-sias. 9, 5). y.Kan iemand'''' zoo staat er op
— 123 —
een andere plaats, „vuur in zijnen hoesem hergen, zonder dat zijn hleederen verbranden (Spreuk. 6, 27). Daarom ook bekwam Loth (Genes. 19, 17) het bevel uit den geheelen omtrek van Sodoma te vluchten. — Ten tweede, door alle onzuivere gedachten te verbannen, want zij zijn de aanleiding, dat de begeerlijkheid opgewekt wordt. Men verkrijgt dit, wanneer men zijn vleesch kastijdt, volgens het woord en het voorbeeld van den Apostel, die zegt: „JA- kastijd mijn lichaam en hreny het onder bedwang.'quot; (I Cor. 9, 27). — Ten derde, door voortdurend het gebed te beoefenen, want: .„Zoo de Heer de stad niet bewaakt, te vergeefs ivaakt de wachter.'quot; (Ps. 126, 1). „7fc wisf\ staat er in het boek der Wijsheid, „dat ik anders niet in onthouding zoude leven, tenzij God het mij schonkquot;. (Wijsheid 8, 21). Daarom zeide de goddelijke Verlosser zelf: „Deze soort van duivelen wordt slechts door gebed en vasten uitgedreven.'''' (Matth. 17, 20). Bijaldien er twee met elkander vechten en gij zoudt den eenen willen helpen, maar den anderen niet, zoo zoudt gij den eenen onderstand moeten ver-
— 124 —
leenen, maar dien den andere onttrekken. Nu bestaat er tusschen den geest en het vleesch een onafgebroken strijd; dus moet gij, wanneer gij wilt, dat de geest zegeviere, aan dezen hulp schenken, en dit geschiedt door het gebed; aan het vleesch echter moet gij alle hulp onttrekken, en dit geschiedt door het vasten, want het vleesch wordt door het vasten verzwakt. — Ten vierde, door zich altijd opeen nuttige wijze met iets bezig te houden, want, zooals de H. Schrift zegt: „De lediggang leert veel kwaadsquot;. (Ecclesiastic. 33, 29.) „De geheele ongerechtigheid van Sodoma lagquot;, gelijk de profeet het uitdrukt, „in hoogmoed, zatheid van brood en overdaad en lediggangquot; (Ezech. 16, 49). Daarom schrijft ook de H. Hieronymus: vDoe altijd iets goeds, opdat de duivel u bezig vindequot; Onder alle bezigheden is evenwel de beste de studie der Heilige Schriften. Daarom schrijft dezelfde Heilige Hieronymus aan Pau-linus: „Bemin de studie der Heilige Schriften, en gij suit de zonden des vleesches niet beminnen.'''' (In duo praecepta caritatis et in decern legis praecepta expositio. De 10 praec.)
III.
JDe jhomas, patroon der Phristelijke scholen.
/
I.
Lofspraak op den Heiligen Thomas van Aquino.
Collaudabunt multi sapientiam ejus.
Velen zullen zijne wijsheid prijzen.
Ecclesiastic. XXXIX, 12.
Taddeo Gaddi heeft liet meesterschap van den Heiligen Thomas van Aquino in het rijk van deugd en wijsheid op aanschouwelijke wijze in kleuren voorgesteld.
Op een troon is de Heilige tusschen gewijde leeraren gezeten. Boven hem zweven zeven engelen, die de zinnebeelden der goddelijke en der kardinale deugden dragen. Aan zijn voeten staan veertien zetels; die ter rechterzijde worden ingenomen door Geloof, Hoop, Liefde, de dogmatische en de praktische Theologie , het kerkelijk en het burgerlijk Recht; aan de linkerzijde zetelen de zeven Artes Liberales.
— 128 -
De Spraakkunst, een wereldbol in de hand houdende, onderwijst eenen knaap, die voor haar neerknielt. De Redeneerkunst draagt een schorpioen en een bloeienden olijftak. De quot;Welsprekendheid legt de linkerhand in de zijde en strekt de rechter uit met een ontvouwde banderol. De Meetkunst draagt een winkelhaak. De Eekenkunst, van een cijfertafel voorzien. heft hoofd en hand op en toont daardoor haar nadenken. De Sterrenkunde siert een kroon, zij torst met de linkerhand een hemelbol. De Muziek bespeelt het orgel en zingt lofliederen ter eere van God en van den Heilige. Priscianus, Aristoteles, Cicero , Euclides, Pythagoras , Ptolomaeus stellen de wetenschap voor, waarin zij uitmuntten; Tubalcaïn ontdekt de geheimen der harmonie. In het midden heerscht de Engelachtige Leeraar als koning.
Van waar dat koningschap in het rijk van kennis en deugd? Van waar de onsterfelijke lof, den Angelicus toegezwaaid door Pausen, door Concilies, door kloosterorden, door Universiteiten, door gewijde en ongewijde Leeraren, door poesie, door welsprekendheid , door beeld-
___y
P
li I
■ ,|p-i ■'fl* i ,1:
'■f^i
ïl :I'
i lt;* fri ' tip
li?
li
m
ui
H
' ■-Jf : il
Éi
m
'('iff
— 129 —
houw-, schilder- en toonkunst ? Wij vinden de reden in liet woord van Christus tot zijnen dienaar: Gij hebt goed geschreven over mij, Thomas. Daarom zouden velen zijne wijsheid loven, niet eene aardsche, maar een hemelsche wijsheid, die kent en bemint, leert en beoefent.
Al die lofprijzingen heeft Leo XIII in zijn Encycliek „Aeterni Patrisquot; van den 4 Augustus 1879 samengevat en de beteekenis van den Heiligen Thomas voor de Kerk en voor de wereld uiteengezet. Wij laten hier de woorden van den Paus volgen.
„Welnu, onder de Scholastieke Leeraren staat hoog verheven hun aller vorst en meester Thomas van Aquino, die, zooals Cajetanus opmerkt , juist omdat hij de oude gewijde leeraren ten hoogste vereerde, hun aller verstand eeniger-mate heeft geërfd. Hunne leeringen, als verspreide ledematen van een lichaam, heeft Thomas tot een geheel verzameld en samengevoegd, in een wondervolle orde gebracht, en zoo verrijkt, dat hij met volle recht als een bijzondere steun en glorie der Katholieke Kerk beschouwd wordt. Begaafd met een leer-
9
— 130 —
zamen en doordringenden geest, met een vlug en vast geheugen, onberispelijk van wandel, geheel liefde voor de waarheid, overrijk aan goddelijke en menschelijke wetenschap, werd hij vergeleken bij de zon en koesterde de aarde met den gloed zijner deugden en vervulde haar met den glans zijner leer. Geen deel der wijsbegeerte, of hij heeft het scherpzinnig en te gelijk degelijk behandeld; over de redeneerkunst, over God en over de onlichamelijke zelfstandigheden, over den mensch en andere wezens, die onder de zinnen vallen, over de menschelijke handelingen en haar beginselen heeft hij aldus geschreven, dat het bij hem noch aan overvloed van vraagstukken ontbreekt, noch aan juistheid van rangschikking, noch aan voortreffelijkheid van methode, noch aan vastheid van beginselen of kracht van bewijsgronden, noch ; aan helderheid of juistheid van taal, noch
i aan vaardigheid om het diepzinnigste te ont-
I
vouwen.
Hierbij komt nog, dat de Engelachtige Leeraar de wijsgeerige gevolgtrekkingen door-
— 131 —
schouwd heeft in het wezen der zaken en in beginselen, die alleromvangnjkst zijn en van bijna eindelooze waarheden in zich de kiem bevatten, die door latere leeraren ten bekwamer tijde en met een schat van vruchten kon ontwikkeld worden.
Daar hij den wijsgeerigen trant ook tot wederlegging der dwalingen heeft aangewend, vermocht hij door eigen kracht zooveel, dat hij alleen alle dwalingen van vroegere eeuwen overwonnen en tot het verslaan van andere, die bij gestadige wisseling in de toekomst zullen verrijzen, onweerstaanbare wapenen geleverd heeft. Daarenboven wist hij, zooals het betaamt, de rede van het geloof zeer juist te onderscheiden, maar tevens deed hij beide vriendschappelijk samengaan, behield beider recht en handhaafde beider waardigheid en wel zoo, dat de rede, op de wieken van Thomas tot het hoogste voor een mensch bereikbare toppunt opgevoerd, bijna niet hooger stijgen kan, en dat het geloof aan de rede bijna geen meerder of sterker steun ontleenen kan, dan het reeds verwierf door Thomas.
— 132 —
Om die redenen waren er, vooral in vroegere tijden, geleerde mannen, uiterst vermaard om hunne godgeleerdheid en wijsbegeerte, die met ongeloofelijke zorg Thomasquot; onsterfelijke werken verzamelden en met alle kracht zich wijdden aan zijne engelachtige wijsheid, niet zoozeer om er door gevormd, als wel om er geheel van doorvoed te worden. Het is zeer zeker, dat bijna alle stichters en wetgevers van religieuze Orden hunne medebroeders hebben bevolen, zich op de leering van Sint Thomas toe te leggen en zich nauwgezet daaraan te houden, terwijl men tevens zorg droeg, dat niemand hunner straffeloos maar het geringste uit het voetspoor van zulk een man kon wijken. Om van de Dominicanerorde niet te spreken, die het recht bezit om op dezen voortreffelijken Leeraar roem te dragen, zijn ook de Benedic tijnen, de Carmelieten, de Augustijnen, het Gezelschap van Jezus en verschillende andere religieuze orden getuigen hunne regels, aan deze wet gebonden.
En hier snelt onze geest met groote vreugde naar die beroemde Academiën en Hoogescholen,
v____
— 133 —
die eenmaal in Europa bloeiden, namelijk die van Parijs, van Salamanca, van Aleala, van Douaï, van Toulouse, van Leuven, van Padua, van Bologna, van Napels, van Coïmbra, en zeer vele andere. Dat de vermaardheid dezer Academiën met den tijd grooter werd en dat men in gewichtige aangelegenheden hare beslissing vroeg en hare uitspraken allerwegen zwaar wogen . is voor niemand een geheim.
Welnu, het is uitgemaakt, dat Thomas in deze groote woonsteden van menschelijke wijsheid als in zijn koninkrijk en als vorst zetelde, en dat aller geest, zoowel der leeraren als der hoorderen, wondervol eenstemmig berustten bij de leer en het gezag van den Engelachtigen Leeraar alleen.
Maar wat meer is, de Eoomsche Bisschoppen, onze voorgangers, hebben de wijsheid van Thomas van Aquino met buitengewone lofspraken en doorluchtige getuigenissen verheerlijkt. Want Clemens VI, Nicolaus V, Bene-dictus XIII en andere getuigen, dat de ge-heele Kerk door zijn wonderbare leer verlicht wordt; de H. Pius V zegt, dat door deze leer
V__________J
— 134 —
de ketterijen beschaamd, wederlegd en te niet gedaan en de geheele wereld dagelijks van verpestende dwalingen bevrijd wordt; anderen bevestigen met Clemens XII, dat uit zijne geschriften over de geheele Kerk rijke weldaden zijn voortgevloeid en dat hij met dezelfde eer moet bejegend worden als aan de grootste Kerkleeraren Gregorius, Ambrosius, Augustinus en Hieronymus wordt bewezen; anderen eindelijk aarzelden niet, den H. Thomas aan de Academiën en de groote Lyceums als toonbeeld voor te stellen en als een leermeester, dien zij veilig konden volgen. Hier schijnen de woorden van den gelukzaligen Urbanus V, tot de Academie van Toulouse gericht, bijzonder meldenswaardig : „ Wij verlangen en uit kracht van dezen leggen wij u op, de leer van dm H. Thomas als waarachtig en katholiek te volgen en u toe te leggen om deze met alle krachten te verbreiden.quot; Het voorbeeld van Urbanus vernieuwden Innocentius XII voor de Universiteit van Leuven en Benedictus XIV voor het Diony-siaansch college te Granada.
Bij deze uitspraken der Pausen over Thomas
f
V
— 135 —
van Aquino kome ten overrloede nog de getuigenis van Innocentius VI: „Zijne leer bezit hoven anderen, met uitzond.ring derkanonieke, eigenaardigheid van woorden, juistheid van uitdrukkingen, waarheid van stellingen, zoodat men nooit bevond, dat iemand, die aan haar vasthield, van het pad der waarheid week; en dat, wie haar bestreed, op het stuk van waarheid verdacht was.quot;
Ook de algemeene Kerkvergaderingen, waarop de bloem der wijsheid, over geheel de aarde uitgelezen, schittert, beijverden zich steeds Thomas van Aquino bijzondere hulde te brengen. Op de Kerkvergadering van Lyon) Vienne, Florence, van het Vaticaan, zou men zeggen, dat Thomas bij de verhandelingen eu besluiten der Vaderen tegenwoordig was en bijna voorzat, de dwalingen der Grieken, ketters en rationalisten met onweerstaanbare kracht en den gelukkigsten uitslag bestrijdende.
Maar dit is de grootste lof, die Thomas alleen toekomt en door hem met geen anderen Katholieken leeraar gedeeld wordt, dat de Trentsche | Vaderen wilden, dat midden in de zittingzaal, |
— 136 —
tegelijk met de boeken der H. Schrift en de decreten der Pausen, de Summa van Thomas van Aquino opengeslagen op het altaar zou liggen, om er raad, bewijzen en uitspraken aan te ontleenen.
Ten slotte scheen ook deze palm den onver-getelijken man weggelegd, dat hij zelfs den tegenstanders van het katholiek geloof hulde, lof, bewondering afdwong. quot;Want het is bewezen, dat er onder de leiders der kettersche partijen gevonden werden, die openlijk verkondigden, dat zij, was eens de leer van Thomas van Aquino uit den weg geruimd, gemakkelijk met alle Katholieke leeraren den strijd konden aangaan en zegevieren en de Kerk vernietigen. Zeker dit uitzicht was ij del, maar de getuigenis niet.
Sedert derhalve verscheidene beoefenaren der wijsgeerige studiën zich in den laatsten tijd ten doel stelden om de wijsbegeerte met vrucht te doen herleven, beijverden zij zich met uitstekend doorzicht en beijveren zij zich nog de voortreffelijke leer van Thomas van Aquino te herstellen en in haar ouden luister te handhaven
Dat velen onder U , Eerwaardige Broeders ,
— 137 —
met gelijke gezindheid wakker denzelfden weg zijn ingeslagen, hebben wij met groote blijdschap vernomen. Hen prijzen wij ten hoogste en sporen wij tevens aan om in het genomen besluit te volharden; en alle anderen onder u in het bijzonder deelen wij mede, dat ons niets meer ter harte gaat en wenschelijker is, dan dat gij allen de zuivere wateren der wijsheid, die in een onafgebroken en rijken stroom uit den Engelachtigen Leeraar voortvloeien, mild en overvloedig aan de studeerende jeugd toereikt.
De redenen, waarom wij dit vurig verlangen, zijn vele. Op de eerste plaats, daar in onzen tijd het christelijk geloof door de kunstgrepen en listen eener bedriegelijke wijsheid pleegt aangerand te worden, moeten alle jongelieden, maar zij voornamelijk, die als de hoop der Kerk opgroeien , met krachtige en vaste spijze van leering gevoed worden, opdat zij, krachtvol en met talrijke wapenen toegerust, vroegtijdig gewoon worden om den godsdienst kloek en wijs voor te staan, steeds bereid, volgens de Apostolische vermaning om aan ieder die rekenschap vraagt van de hoop, die in ons is, vol-
— 138 —
doening te geven; om te vermanen met gezonde leer en hen die tegenspreken te weerleggen. Verder beweren velen van hen, die hun geest van het geloof hebben afgewend en de Katholieke instellingen haten, dat zij de rede alleen tot leermeesteres en leidsvrouw nemen. Om hen nu te genezen en met het Katholiek geloof te verzoenen, achten wij, dat, behalve den bovennatuurlijken bijstand Gods, niets dienstiger is dan de degelijke leer der Vaderen en der Scholastieken, die de hechte grondslagen des geloofs , den goddelijken oorsprong, de zekere waarheid daarvan, de bewijzen, waardoor het gestaafd wordt, de weldaden, die het aan het mensehdom bewees, de volkomen over-eenstemming daarvan met de rede zoo klaarblijkelijk en afdoende bewijzen, dat het meer dan toereikend is om zelfs de meest afkeerige en weerstrevende geesten te doen buigen.
Het huisgezin en zelfs de burgerlijke maatschappij , die door de besmetting van valsche denkbeelden in zulk een gevaar verkeeren, gelijk wij zien, zouden voorzeker veel grooter vrede en veiligheid genieten, wanneer aan de
— 139 —
Academiën en op de scholen een meer gezonde en met de leering der Kerk meer overeenkomstige loer werd onderwezen, zooals de werken | van den H. Thomas van Aquino bevatten. Want, wat over het ware begrip der vrijheid, die in dezen tijd tot losbandigheid ontaardt, over den goddelijker! oorsprong van alle gezag, over de wetten en hare verbindende kracht, over het vaderlijk en billijk bestuur der hoogste gezagvoerders, over de gehoorzaamheid van hoogere machten, over de liefde van allen onderling ; wat over dit alles en andere soortgelijke ; onderwerpen door Thomas wordt betoogd, bezit groote en onoverwinnelijke kracht om de beginselen van het nieuwe recht uit te roeien, die klaarblijkelijk voor een rustigen stand van zaken en het staatsheil gevaarlijk zijn. — Ten laatste moeten alle menschelijke kundigheden verhoogden bloei te gemoet zien en grooten steun verwachten van het herstel der wijsgee-rigo studiën, dat wij beoogen, want aan de wijsbegeerte, als zijnde de leidende wijsheid, plachten do schoone kunsten gezonde begrippen en eene verstandige richting te ontleenen, en
— 140 —
daar, als aan een gemeenschappelijke levensbron , bezieling te putten.
Feitelijk en door gestadige ondervinding is het zeker, dat de vrije kunsten dan in hoogen bloei stonden, wanneer de wijsbegeerte in haar eer ongekrenkt en in hare uitspraken verstandig was; maar dat zij werden verwaarloosd en bijna verdwenen, zoodra de wijsbegeerte in verval en in onbeduidendheden verward geraakte.
Daarom zullen ook de natuurkundige wetenschappen , die thans zoozeer op prijs worden gesteld en door zoovele schoone uitvindingen alom zulk een buitengewone bewondering wekken , bij het herstel van de wijsbegeerte der ouden niet alleen geen nadeel, maar veel steun vinden Want om haar met vrucht te beoefenen en tot haren vooruitgang, is de studie der feiten en de beschouwing der natuur niet voldoende; maar als de feiten vaststaan, moet men hooger klimmen en zich naarstig toeleggen om de natuur der lichamelijke dingen te leeren kennen en de. wetten op te sporen, waaraan zij gehoorzamen. en de beginselen, waaruit hunne orde, de eenheid in de verscheidenheid, en de onderlinge
— 141 —
verwantschap bij het verschil voortspruiten.
Bij deze nasporingen zal de scholastieke wijsbegeerte ongelooflijk veel kracht, licht en steun aanbrengen, mits zij verstandig onderwezen ■wordt. Hier willen wij tevens er op wijzen, dat slechts met het grootste onrecht aan deze wijsbegeerte verweten wordt, dat zij den vooruitgang en bloei der natuurkundige wetenschappen tegenstreeft. Want daar de Scholastieken, het gevoelen der heilige Vaderen volgend, in de Anthropologic herhaaldelijk leerden, dat het men-schelijk verstand alleen uit de dingen, die onder de zinnen vallen tot de kennis van het onlichamelijke en onstoffelijke wordt opgevoerd, beseffen wij van zeiven, dat niets den wijsgeer van meer nut is dan de verborgenheden der natuur vlijtig na te vorschen en veel tijd en inspanning aan de natuurkundige studie te wijden. Dit bewezen zij met daden, want de H, Thomas, de gelukzalige Albertus de Groote en andere voorname scholastieken gingen niet zoo geheel in de wijs-geerige bespiegelingen op, dat zij tevens niet veel werk maakten van de kennis der natuurkunde; ja, niet weinige hunner uitspraken en
— 142 —
denkbeelden op dit stuk zijn zoodanig, dat de nieuwere meesters er hunne goedkeuring aan hechten en bekennen, dat zij met de waarheid in overeenstemming zijn.
Buitendien leggen, juist in onzen tijd, vele, en wel uitstekende, leeraren in de natuurkundige wetenschappen klaar en openlijk de getuigenis af, dat er geenerlei eigenlijk gezegde strijd is tusschen de zekere en uitgemaakte gevolgtrekkingen der moderne Physiea en de wijsgeerige beginselen der school.
Wij dan, terwijl wij verklaren, dat men met blijdschap en erkentelijkheid moet aanvaarden al wat wijselijk gezegd, al wat nuttig, door wien ook, ontdekt en uitgedacht is, vermanen U, Eerwaardige Broeders, allerdringendst om tot handhaving en luister van het Katholiek geloof, tot welzijn der maatschappij, tot vooruitgang aller wetenschappen, de gulden wijsheid van den H. Thomas te herstellen en haar zoo wijd mogelijk te verbreiden De wijsheid van den H. Thomas zeggen wij, want zoo de scholastieke leeraren eenig punt met overdreven scherpzinnigheid hebben nagevorscht of minder nauwkeurig heb-
— 143 —
ben geleeraavd, zoo bij hen iets gevonden wordt, dat met de uitgemaakte leerstellingen van lateren tijd minder overeenstemt, kortom, dat op eenige wijze niet aanneembaar is, dit beoogen wij geenszins aan onze eeuw ter navolging-voor te stellen. — Overigens, laten de leeraren, door TJ met wijs beraad gekozen, zich bevlijtigen, den leer van Thomas van Aquino hunne leerlingen in te scherpen; en laten zij boven alle anderen zijn degelijkheid en voortreffelijkheid doen uitkomen. Laten de door U gestichte of nog te stichten Academiën deze leer in eere brengen, voortaan en tot wederlegging der veldwinnende dwalingen aanwenden.
Opdat echter een nagemaakte niet voor den waren, een vervalschte drank niet voor den echten worden gedronken, zoo draagt zorg, dat de wijsheid van Thomas uit de bronnen zelf worde geput of althans uit die beken, waarvan de geleerden zeker en eenparig oordeelen, dat zij uit de bron zelve zijn afgeleid en nog steeds onvervalscht en zuiver vloeien; maar houdt de jongelieden verwijderd van de beken, die daaruit heeten voortgevloeid, doch inderdaad door
— 144 —
vreemden en geen gezonden aanvoer zijn ontstaan.
Wij weten te wel, Eerwaardige Broeders, dat al onze pogingen zullen jjdel zijn, zoo niet Hij het gemeenschappelijk streven stenne, die in de gewijde geschriften, de God der wetenschappen heet; en diezelfde geschriften vermanen ons, dat alle yoe.de gave en alle volmaakte (jifl van hoven is, afdalende van den Vader der lichten. En wederom: Zoo iemand wijsheid behoeft, hij vrage haar aan God, die allen mildelijk geeft en niet verwijt en sij zal hem gegeven worden. Zoo laten wij ook hierin het voorbeeld van den Engelachtigen Leeraar volgen, die zich nooit aan het lezen of schrijven zette, alvorens God door gebeden te hebben ingeroepen, en die met kinderlijke oprechtheid beleed, dat hij al zijne wetenschap niet zoozeer door studie en eigen arbeid verworven, als van Gods wege ontvangen had; derhalve laten wij allen gezamenlijk met een deemoedig en eendrachtig smeeken God afvragen, dat Hij over de zonen der Kerk den geest van wetenschap en verstand uitzende en hun den zin opene om de wijsheid te ver-
— 145 —
staan. En om overvloediger vruchten van de goddelijke goedlieid te veroveren, zoo doet bij God ook de veel vermogende voorspraak tus-sclien beide komen der Gelukzalige Maagd Maria, die de zetel der wijslieid genoemd wordt; neemt tevens tot uwe voorsprekers den Gelukz. Joseph, den zuiveren Bruidegom der Maagd, en de groote Apostelen Petrus en Paulus, die de wereld, door het onrein bederf der dwalingen verpest, door de waarheid vernieuwd, en haar met het licht der hemelsche wijsheid vervuld hebben.quot; ')
') J. V. de Groot, O. P., Het Leven van den H. Thomas van Aquino, p. 4'29—439.
f f| J i'
10
mm
I
IT.
De Heilige Thomas wordt Patroon der christelijke scholen.
[n de Encycliek van den éden Augustus 1879 wees Paus Leo XIII den Heiligen Thomas aan als den Leevaav der Katholieke Kerk, dien allen, geloovigen zoowel als ongeloovigen, veilig kunnen volgen in de Theologie en in de quot;Wijsbegeerte. Hiermede niet tevreden, verhief hij hem door een dekreet van den éden Augustus 1880 tot Patroon en Beschermer van allo Katholieke scholen en spoorde allen aan om hem na te volgen in zijn deugd en in zijn wijsheid en om zijne machtige voorspraak in te roepen. De breve luidt aldus:
Leo XIII, Paus.
Ter eeuwigdurende gedachtenis.
Het is een gebruik, steunende op de natuur en goedgekeurd door de Katholieke Kerk, de
— 147 —
bescherming te zoeken van mannen, uitstekend in heiligheid, en de voorbeelden van hen, die uitgemunt of de volmaaktheid bereikt hebben in deze of gene orde, na te volgen. Daarom hadden niet weinige kloosterorden, colleges, en vereenigingen van geleerden met goedvinden van den Heiligen Stoel reeds lang tot hunnen leermeester en patroon den Heiligen Thomas van Aquino uitgekozen, die door wetenschap en deugd als een zon altijd uitblonk.
Welnu, in onzen tijd, waarin de studie zijner leer algemeener is geworden , waren er zeer velen, die vroegen, dat hij door het gezag van dezen Apostolischen Stoel tot Patroon over alle colleges, akademies en scholen der Katholieke wereld zoude aangesteld worden. Verscheidene bisschoppen hadden te kennen gegeven , dat dit hun wensch was, en zij hadden met dit doel bijzondere en gezamenlijke brieven gezonden; de leden van vele akademies en de vereenigingen van geleerden hebben met hetzelfde inzicht dringende smeekschriften ingediend.
Terwijl men meende de inwilliging van deze
— 148 —
vurige verzoekschriften te moeten uitstellen, opdat zij door verloop van tijd zouden aangroeien , greep er een gebeurtenis plaats, voor deze zaak allergunstigst, namelijk onze Encycliek over liet herstel der christelijke wijsbegeerte volgens den geest van den Engelach-tigen Leeraar, den Heiligen Thomas van Aquino, in de Katholieke scholen, die wij het vorige jaar op dezen dag uitgevaardigd hebben. Inderdaad , de bisschoppen, de akademies, de dekens van colleges en de geleerden uit alle streken der wereld verklaarden eensgezind en eensluidend , dat zij aan ons gehoorzaamden en zouden gehoorzamen; dat zij verlangden bij het onderwijs der philosophie en der theologie de voetstappen van den Heiligen Thomas getrouw te drukken; want zij verzekeren, dat zij niet minder dan wij overtuigd zijn, dat er in de Thomistische leer een weergalooze voortreffelijkheid schuilt en een zeldzame kracht en deugdelijkheid om de kwalen te genezen, waaraan onze eeuw lijdt.
quot;Wij dan, die lang en levendig verlangd hebben, dat alle scholen zouden bloeien onder
V____y
— 149 —
de bescherming en de hoede van zulk een uitstekenden meester, na de zonneklare getuigenis van aller verlangen, wij meenen, dat liet oogenblik gekomen is om te bepalen, dat aan de onsterfelijke glorie van Thomas van Aquino deze nieuwe luister worde toegevoegd.
De eerste en de voornaamste beweegreden, die ons aanzet, is deze: de Heilige Thomas munt onder allen uit als het toonbeeld, waarnaar de Katholieken bij de beoefening der verschillende wetenschappen moeten opzien. En inderdaad , in hem schitteren alle voortreffelijke gaven des géestes en des harten uit, waardoor hij anderen terecht ter navolging opwekt: een allerrijkste, zuivere, wel geordende leer, onderquot; werping aan het geloof, wonderbare overeenstemming met de door God geopenbaarde waarheden, een onberispelijke levenswandel en de luister der hoogste deugden.
Zijne wetenschap is zoo uitgestrekt, dat zij als een zee de geheele wijsheid der ouden in zich bevat. Alle waarheden, die de heidensche wijsgeeren, de Kerkvaders en Kerkleeraren, de voortreffelijkste mannen, die vóór hem
TT-Fr
■ !»;:1
I
— 150 -
bloeiden, verkondigd of alle vraagstukken, die zij met wijsheid behandeld hebben, heeft hij niet alleen volkomen gekend, maar ook vermeerderd, volmaakt en opgelost met zulk een goddelijke helderheid van denkbeelden, met zulk een juistheid van methode, met zulk een eigenaardigheid van uitdrukking, dat hij aan hen, die na hem komen, de gelegenheid hem na te volgen gelaten, maar de mogelijkheid hem te overtreffen schijnt ontnomen te hebben. Zijne leer bezit bovendien dit voordeel, dat zij , verrijkt en toegerust met beginselen van een onmetelijke draagkracht, beantwoordt aan de behoeften niet enkel van eene, maar van alle eeuwen en allergeschiktst is om de telkens weder opschietende dwalingen uit te roeien. Zij zelve echter blijft onverwinbaar, ondersteund door haar eigen kracht en deugdelijkheid, en jaagt den tegenstanders een geweldigen schrik aan.
Do volmaakte overeenstemming der rede en het geloof is niet geringer te schatten, inzonderheid voor het oordeel van christenen. Klaar toont de Heilige Leeraar aan, dat de waarheden uit de natuurlijke orde niet in strijd
151
kunnen zijn met die, welke wij door de openbaring van God gelooven; dat derhalve de aanneming en beoefening van het christelijk geloof niet een vernederende en lafhartige dienstbaarheid van het verstand, maar een edele onderwerping is, die den geest sterkt en tot het hoogere verheft; eindelijk, dat deredeen het geloof beide uit God voortspruiten, niet om met elkander in strijd te leven, maar om elkander, door den band der vriendschap ver-eenigd, wederkeerig diensten te bewijzen.
In al de schriften van den Heiligen Thomas zist men het beeld van die overeenstemming en wonderbare harmonie uitgedrukt. Want daarin heerscht en schittert nu eens de rede, die, voorgelicht door het geloof, in het onderzoek der natuur vindt, wat zij zoekt; dan weder het geloof, dat met behulp der rede verklaard en verdedigd wordt; zoo echter, dat ieder zijn eigen kracht en waardigheid ongekreukt behoudt en beide, waar het noodigis, als bondgenooten vereenigd worden om beider vijanden te bekampen. Het was voorzeker altijd van aanbelang, dat eenheid tusschen geloof
— 152 —
en rede ongeschonden bleef, maar vooral na de zestiende eeuw; want in dien tijd begon men liet zaad uit te strooien eener vrijheid, die de perken en de maat overschreed; zij maakte, dat de menschelijke rede het goddelijk gezag openlijk verwierp en met wapenen, aan de wijsbegeerte ontleend, de godsdienstwaarheden aanviel en ontwortelde.
Eindelijk is de Engelachtige Leeraar niet meer door zijn wetenschap dan wel door zijn deugd en heiligheid groot. De deugd nu is de beste voorbereiding om de krachten van den geest te oefenen en de wetenschap te verkrijgen ; zij, die haar verwaarloozen, meenen te vergeefs, dat zij een degelijke en vruchtbare kennis zullen vergaderen; want in eenkwaad-wUiige ziel zal de wijsheid niet ingaan, noch zal zij wonen in een lichaam, dat aan de zonde verslaafd is. (Sap. 1, 4). Die voorbereiding dei-ziel , welke begint met de deugd, was in Thomas van Aquino niet alleen uitmuntend en voortreffelijk, maar allerwaardigst om door God met een zichtbaar teeken bevestigd te worden. Want daar hij over een allergevaar-
— 153 —
lijkste aanlokking tot wellust liad getriumfeerd, ontving de engelreine jongeling van God als loon zijner standvastigheid, dat hij zijne lendenen op geheimzinnige wijze omgord en het vuur der zinnelijkheid uitgedoofd voelde worden. Na deze gebeurtenis leefde hij, alsof hij bevrijd was van alle besmetting des lichaams en verdiende met de Engelen niet minder in onschuld dan in verstand vergeleken te worden.
Om deze redenen oordeelen wij den Engel-achtigen Leeraar volkomen waardig om als patroon der studiën gekozen te worden. Gaarne gaan wij hiertoe over, terwijl de gedachte ons bezielt, dat het patronaat van dezen grooten en heiligen man veel zal bijdragen tot de herleving van de wijsgeerige en theologische studiën voor het onberekenbaar welzijn der maatschappij , want waar de Katholieke scholen zich stellen onder de leiding en de bescherming van den Engelachtigen Leeraar. daar zal spoedig de ware wetenschap bloeien, geput uit zekere beginselen en ontwikkeld in een geregelde orde. Uit de zuiverheid der leer zal de onberispelijkheid des levens, zoowel van het openbare
— 154 —
als van het bijzondere, voortspruiten, uit den rechtscliapen levenswandel zullen het heil dei-volken , de orde, de vrede en de rust volgen.
Zij , die de gewijde wetenschappen beoefenen, welke in onze dagen zoo verwoed aangevallen worden, zullen uit de werken van den Heiligen Thomas de middelen putten om de grondslagen van het christelijk geloof overvloedig te bewijzen , om de bovennatuurlijke waarheden ingang te doen vinden, om de goddelooze aanvallen der vijanden van onzen heiligen godsdienst af te weren. En alle natuurlijke wetenschappen zullen begrijpen, dat zij daardoor in hun ontwikkeling niet tegengewerkt of neergedrukt zullen worden, maar aangevuurd en opgevoerd. De rede zal met het geloof verzoend worden, wanneer de aanleiding tot tweespalt is weggenomen, en zij zal het geloof als leidsman volgen bij het onderzoek naaide waarheid. Ten slotte zullen allen, die naar kennis hongeren, door de voorbeelden en de lessen van zoo groot eenen leermeester gevormd, zich gewennen aan een vlekkeloozen wandel: zij zullen niet streven naar die wetenschap, welke, van de liefde beroofd, den geest opblaast en van
— 155 —
den weg afwijkt, maar naar die wetenschap,welke van den Vader des lichts en den Heer der kennis voortkomt en rechtstreeks tot Hem terugvoert.
Het heeft ons behaagd in deze zaak den raad der Heilige Congregatie der Riten in te winnen. Daar wij zagen, dat zij volkomen met ons gevoelen overeenkwam en niemand tegenstemde, verklaren wij, tot glorie van den almachtigen God en tot verheerlijking van denEngelachtigen Leeraar, tot ontwikkeling der wetenschappen en tot algemeen welzijn der maatschappij, krachtens ons hoogste gezag, den Heiligen Thomas, den Engelachtigen Leeraar, tot Patroon der Universiteiten, Akademies, Colleges, en Katholieke scholen, en willen, dat hij als zoodanig door allen erkend, vereerd en gevierd zal worden in dier voege echter, dat de Heiligen, welke de akademies of colleges tot bijzonderen patroon voor zich hebben uitgekozen, ook in het vervolg hun plaats en vereering behouden.
Gegeven te Eome. bij den H. Petrus onder den Yisschersring, op den 4 Augustus 1880, in het derde jaar van ons Pontifikaat.
Theodulphus, Kard. Mertel.
■' ■-■'ï
I'
! : ■■•'li
-i: m
. 'U
n
iii ■' f ■ 'j
Nlfeiu
111.
De zes Zondagen ter eere van den H. Thomas.
Paus Leo XIII verleende voor de zes zondagen voor of na liet feest van den H. Thomas dezelfde aHaten onder dezelfde voorwaarden als voor de zes zondagen ter eere van den H Aloysius. Het dekreet luidt aldus:
Beatissime Pater,
Fr. Marcolinus Cicogniani, Procurator Generalis Ord. Praedicat. ad pedes S. T. provolutus, votis plurimorum Ord. sui religiosorum satisfa-ciens, ad augendam Christifidelium et maxime studiosae juventutis devotionem ac pietatem erga Divum Angelicum Patronum Thomam Aquinatem, humiliter exposcit, ut qui qualibet ex sex Dominicis festum ejusdem Angelici Doctoris immediate antecedentibus vel conse-
quentibus, vere poenitentes et confessi, ac sacra Communione refecti, supplieationibus,
piis meditatiombus aliisve religiosis exercitiis operam devote impenderint plenariam Indul-gentiam animabus quoque fidelium defunctorum applicandam, ad instar earum, quas Romani Pontifices pro diebus Dominicis a S. Aloysio Gronzaga nuncupatis, lucrari possint et valeant.
Sauctissimus D. N. Leo Papa XIII in audi-entia habita die 21 Augusti 1886 ab infra-scripto Substitute secretariae S. Congregationis I Indulgentiis Sacrisque Reliquiis praepositae be-nigne annuit pro gratia in omnibus juxta preces. Praesenti in perpetuum valituro absque ulla Breeds expeditione. Contrariis quibus cunque non obstantibus.
Datum Romae ex Secretaria ejusdem S. Congregationis, die 21 August. 1886.
L. S. I. B. Card. Franzelin,
Praefectus.
Joseplius M. Can. Coselli.
Substitutus.
j
__y
- 158 —
Heiligste Vadev
Fr. Marcolinus Cieoginani, Generaal-Procu-rator van de Predikheerenorde, verzoekt, ootmoedig aan de voeten uwer Heiligheid neerknielend, om aan de wenschen van zeer vele leden zijner orde te voldoen, tot vermeerdering der vereering en godsvrucht der geloovigen en bijzonder van de studeerende jeugd voor hunnen heiligen, engelachtigen beschermer, den Heiligen Thomas van Aquino, dat allen, die op ieder der zes Zondagen, welke aan het feest van dien Engelachtigen Leeraar onmiddelijk voorafgaan of er op volgen , wezenlijk rouwmoedig biechten, de H. Communie ontvangen en gebeden, vrome overwegingen en andere godvruchtige oefeningen eerbiedig verrichten, een vollen, ook op de zielen der afgestorvenen toepasselijken aflaat verdienen gelijk aan die aflaten, welke de Pausen van Eome toegestaan hebben voor de zondagen, die naar den H. Aloysius van Gonzaga genoemd worden.
— 159 —
Antwoord van du H. Congregatie der aflaten.
Onze Heiligste Vader Paus Leo XIII heeft in de audientie, welke de ondergeteekende plaatsvervanger van den Secretaris der H. Congregatie der aflaten en relikwieën op den 21sten Augustus 1886 gehad heeft, goedgunstig in alles het verzoek volgens zijn inhoud toegestaan. Het tegenwoordige is voor altijd geldig zonder breve. Niets kan daaraan in den weg staan, enz.
Gegeven te Rome, in de secretarie van diezelfde H. Congregatie, den 21 Augustus 1886.
(L. S.) J. B. Kardinaal Franzelin, Prefect.
Josephus M. Kanunnik Coselli, Plaats ver vang.
Paus Clemens XII vergunde door twee decreten van 11 December 1739 en 7 Jan. 1740:
Een vollen aflaat op ieder der zes zondagen, die aan het feest van den H. Aloysius onmiddellijk voorafgaan, of wel op een anderen tijd van het jaar gevierd worden. (Raccolta, p. 429).
Voorwaarden.
1. Waardige Biecht en Communie op iederen zondaa'.
— 160 —
2. De zondagen moeten op elkander volgen en niet onderbroken worden.
3. De zondagen moeten aan het feest van den H. Thomas onmiddelijk voorafgaan of er op volgen.
4. Op lederen zondag moet men de een of andere vrome overweging of lezing of mondge-beden of andere godvruchtige werken ter eere van den Heilige verrichten.
Ml!;! ■; ( ;i
r
1 : tv. '
1 V.
Wijze om de zes Zondagen ter eere van den Heiligen Thomas godvruchtig te vieren.
m- ii ,1 f
I
1. Ontvang op iederen Zondag waardig de H. Sacramenten der Biecht en der Communie. Besteed een bekoorlijken tijd aan de voorbereiding en do dankzegging.
2. Houd iederen Zondag een overweging of geestelijke lezing over de deugden van den H. Thomas.
Men kan hiervoor de overweging gebruiken, welke hierachter volgt.
3. Voeg daarbij een of meer mondgebeden ter eere van den H. Thomas en een of ander goed werk, b. v. een werk van geestelijke of lichamelijke barmhartigheid, een werk van in-of uitwendige versterving.
4. Offer de oefening der zes Zondagen op
11
I li
ii
:
til
t '
— 162 —
tot een bijzondere intentie, vooral om de zuiverheid en de wijsheid van den H. Thomas te verkrijgen voor u zeiven of voor anderen.
5. Draag zorg, dat gij op die Zondagen, maar ook gedurende de week uwe plichten stipter volbrengt, iedere vrijwillige zonde vermijdt, uwe ongeregelde hartstochten bestrijdt en overwint.
6. Bedenk daarom wel, dat het doel en het uitwerksel van deze godsvrucht zij de volmaaktere vervulling uwer plichten. De volmaaktste voorbereiding tot de H. Communie, de volmaaktste dankzegging daarna is de plichtsbetrachting , de volbrenging der goddelijke geboden , de beoefening der ware , oprechte liefde tot God en tot den evenmensch.
7. Offer al uwe gedachten, woorden en werken lederen Zondag op tot meerdere eer en glorie van God en tot eer van den H. Thomas.
8. Doe deze oefening niet uit gewoonte, laat uwe godsvrucht niet enkel uiterlijk zijn, niet alleen uit gebeden bestaan, zonder dat gij uwe fouten verbetert of uwe gewone zonden vermijdt.
V
Overweging op de zes Zondagen ter eere van den Heiligen Thomas.
Overweging op den eersten Zondag.
Sist Thomas' alge.meexe grondstellingen over
de volmaaktheid.
Wees/ volmaakt in denzp.lfOen zin en hetzelfde gevoelen. (1 Cor. 1,10).
De leer van St. Thomas is de uitdrukking van zijn wandel. Eerst beg-on hij te doen en toen te onderwijzen, evenals Jezus Christus.
Een regel van St. Thomas was: Men moet van zijne eerste oefeningen niets nalaten, maaier liever andere bijvoegen. Hij bad onophoudelijk om een brandenden ijver, een standvastige werkkracht, den geest van arbeidzaamheid.
Met gretigheid las hij de levens der Heiligen , der kluizenaars uit de woestijn, vooral de
— 164 —
samenspraken van Cassianus om het heilige vuur in zijn binnenste te onderhouden. Hij las en herlas langzaam en oplettend.
Immers een tweede stelregel van hem luidde : Wil men vorderingen maken in de deugd zoowel als in de wetenschappen, dan houde men zich aan een goed boek, één alleen, hetwelk men na rijp beraad heeft gekozen. Hij keurde de veelvuldigheid van boeken af, evenals de onstandvastigheid en oppervlakkigheid in het lezen. Van alles te proeven en niets te doorgronden was niet de weg tot deugd of wijsheid.
Iemand vroeg hem het middel om geleerd te worden Hij antwoordde: „Lees slechts één „boek.quot; Al wie naar de volmaaktheid of wijsheid streeft, moet zich krachtig en ernstig op het gebed toeleggen en door het gebed deugdzaam en geleerd worden. Bij het bidden rekent hij vooral het overwegen, het nadenken, het gewetensonderzoek, de ingetogenheid, den geest van opmerking.
Kaar de letter vervulde hij het woord van den Apostel Paulus : „ Wie van Christus zijn , hehhcn hun vleesch gekruisigd met zijn lus-
— 165
tea en hey eerlijkheden. (Galat. V, 24). Deugd zonder in- en uitwendige versterving hield hij voor een hersenschim Het leven van den christen was volgens hem een kruis, een strijd, een offer op aarde.
Men meene evenwel niet, dat St. Thomas somber, droefgeestig of ongezellig van aard was. Hij was goedig, vriendelijk, opgeruimd, inschikkelijk , en eenvoudig in al zijn gedragingen en volbracht het woord der Schriftuur: „Bewijze openbaart zich in zijn gesprekken.'''' De zon verwarmt-en vervroolijkt de natuur; de blijheid en de opgeruimdheid moeten het leven veraangenamen.
Op zekeren dag vroeg hem zijne zuster, de gravin van San-Severino, hoe zij zalig kon worden. En hij antwoordde „Door het te willen.quot; Diezelfde gravin vroeg hem op nieuw „Wat is het meest wenschelijk in dit leven?quot; Hij hernam: ,,Goed te sterven.quot;
Uit het voorgaande blijkt, dat Thomas de vier kardinale of hoofddeugden bezat, waarop gansch het gebouw der volmaaktheid rust.
Hij bezat de voorzichtigheid: hij koos en re-
— 166 —
gelde de middelen overeenkomstig het einddoel; de rechtvaardigheid: hij gaf God en den even-mensch, wat hun toekwam; de sterkte: vast en onveranderlijk streefde hij naar God, zijn hoogste goed, ondanks alle beproevingen en tegen-heden ; de matigheid: hij bezat zich zeiven in alle omstandigheden.
Gewetexsoxderzoek.
1. Zijn wij ijverig en standvastig in ons streven naar de volmaaktheid ?
2. Verrichten wij onze werken goed en oplettend ?
3. Beoefenen wij trouw en godvruchtig het gebed ?
4. Verloochenen en overwinnen wij ons zelveu ?
5. Zijn wij blij en moedig in den dienst van God?
6 Zijn de voorzichtigheid, de rechtvaardigheid, de sterkte, de matigheid de grondslag-onzer deugden?
Gebed van dex heiligen Thomas tot God.
Verleen mij, ik bid U, barmhartige God,
— 167 —
wat U welgevallig' is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken. in waarheid te erken- , nen en volkomen te vervullen tot lof en eer van Uwen Naam. Amen.
Gebed tot den Heiligen Thomas.
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd en door navolging mogen beoefenen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
Overweging op den tweeden Zondag.
De liefde tot God en tot den naaste in den Heiligen Thomas; zijne zachtmoedigheid.
Gij zult den Heer uwen God beminnen uit cjrheel uw hart.... Gij zult den naaste beminnen gelijk uzelven. (Matth. XXII, 37—39)
Wij kunnen de liefde van den Heiligen Thomas tot God niet beter schilderen dan met zijn eigen woorden. „Verleen mij, o barmhartige
— 168 —
God,quot; zoo placht hij te bidden, „wat U welgevallig is met vurigheid te begeeren, met voorzichtigheid te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volmaakt te vervullen tot lof en tot eer van uwen naam. Laat mij al het vergankelijke versmaden en het eeuwige hoogachten om uwentwil en ü boven alles stellen. Laat mij niets zoeken buiten U.quot; Ziedaar een kort begrip dei-liefde Gods boven alles om God. Zij volbrengt zijn aanbiddelijken wil en zijne geboden, zij schuwt de kleinste vrijwillige zonde. De ziel is het leven des lichaanis; zoo was God voor Thomas het leven der ziel. Uit liefde tot God was hij ootmoedig, gehoorzaam, rein, geduldig, verstorven, arm, arbeidzaam en volbracht met eene onkreukbare getrouwheid zijne plichten. „Frater Thomas,quot; zegt een zijner ordebroeders, die verscheidene jaren met hem in hetzelfde klooster leefde, „was een man van heilige zeden en stichtend gedrag: vredelievend, matig, ootmoedig, kalm, vroom , kuisch, een vriend der versterving, sober in spijs en drank, onverschillig voor zijn kleeding.quot;'
Buiten den tijd, voor de rust bestemd,
— 169 —
was hij altijd bezig, nu met liet onderwijs, dan met de studie, dan met liet gebed of de verkondiging van Gods woord.quot;
Uit de liefde tot God vloeit de liefde tot den naaste voort. Voor ongelukkigen enhulp-behoevenden naar ziel en lichaam, voor armen en zondaren koesterde Thomas een teeder medelijden en kwam hun terstond met lieha-melijken of geestelijken onderstand te hulp, zooveel in zijn vermogen was. Voor allen welwillend , goedhartig, vriendelijk verdroeg hij hunne gebreken en toonde in al zijne gedachten , woorden en handelingen, dat de liefde de band der volmaaktheid en de vervulling der wet is Voor zondaars was hij een goede herder. „Twee middelen,quot; zoo zeide hij, „bewaren de vriendschap, het geduld en de nederigheid.quot; Daarom was hij vrij van alle wraakzucht , inschikkelijk, vergevensgezind en achtte allen beter dan zichzelven. Het geringste was hem genoeg., het betere gunde hij anderen.
De genade, zoo leerde hij, dooft de natuurlijke gevoelens van liefde en vriendschap niet uit, maar veredelt en versterkt ze.
!
'lil , ' III
'■■'li
( J;-
Dientengevolge droeg hij zijne bloedverwanten , zijne vrienden, zijne ordebroeders eene oprechte , dienstvaardige toegenegenheid toe, en bad veel en vurig voor hen.
Gewetensonderzoek
1. Beminnen wij God boven alles om Hem zeiven ?
2. Bestaat onze liefde tot God in het volbrengen onzer plichten, in het onderhouden der geboden, in de beoefening der deugden en in het vermijden der zonde?
3. Onderwerpen wij ons bij alle gelegenheden aan den wil van God?
4. Beminnen wij den naaste met gedachten, woorden en werken gelijk ons zeiven?
5. Zijn wij zachtmoedig, medelijdend, ver-
I gevingsgezind, gedienstig, rechtvaardig ?
1
Gebed van den Heiligen Thomas tot God Verleen mij, bid ik U, barmhartige God, wat u welgevallig is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van Uwen Naam. Amen.
Gebed tot dex Heiligen Thomas.
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefenen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer Amen.
Overweging: op den derden Zondag.
De gehoorzaamheid, de nederigheid en de versterving van den Heiligen Thomas,
Zoo iemand 11a mij wil komen , die verloochene zich zeiven en neme dagelijks zijn kruis op, en volge mij. (Luc. IX, 23).
Hoe hoog de Heilige Thomas was verheven door zijne deugden, zijn talenten , zijne wetenschap , zijn achting in de gansehe christenheid, bleef hij toch de ootmoedigste en eenvoudigste van allen. Hij dacht gering over zich zeiven en meende, dat hij de onvolmaaktste kloosterling zijner orde was. IJdele gedachten onder-
_ 172 —
drukte hij terstond; dan placht hij een kruisje op de borst te maken. Alle genade, die hij ontving, schreef hij aan God toe en verrichtte al zijne werken met eene zuivere meening. Nimmer zocht hij zijne eigen glorie en verlangde als een eenvoudige religieus te leven en te sterven. Daarom sloeg hij alle waardigheden af. Bij het redetwisten was hij zeer gematigd en inschikkelijk, trad zelf op den achtergrond en liet de waarheid des te helderder uitschijnen.
Die nederigheid bleek nog duidelijker uit zijne stipte, kinderlijke, offerwillige gehoorzaamheid. „Het gansche kloosterlevenquot; zoo zeide hij, „vindt zijne volmaaktheid in de gehoorzaamheid; door haar onderwerpt zich de mensch aan den mensch uit liefde tot God, gelijk God zich gewaardigd heeft aan den mensch te gehoor zamen uit liefde tot den mensch.quot; De gehoorzaamheid was het kompas en de poolster van den Engelachtige Leeraar, zegt een zijner levensbeschrijvers. Alle verplichtingen van zijnen staat volbracht hij nauwgezet. Elk oogen-blik besteedde hij nuttig en was de arbeidzaamste mensch van de wereld.
— 173 —
Ootmoed en gelioorzaamlieid vonden hun levenskracht in de versterving en zelfverloochening- van den Heilige. Onthecht aan het aardsche, verachtte hij de goederen der wereld. Zijn glorie was arm den armen Jezus te volgen. Hij bezat eene bewonderenswaardige kalmte en zeltbeheersching. Nooit liet hij zich door een ongeregelden drift meeslepen. Arm in kleeding , matig en sober in spijs en drank, nam hij werktuigelijk alleen liet noodzakelijke en had zelfs den smaak verloren. Altijd bleef hij dezelfde en leidde alle hartstochten door het oordeel der gezonde rede. Overal zich zeiven verloochenend, droeg hij het sterven van Jezus in zijn lichaam rond.
Gewetensokderzoek.
1. Zijn wij nederig, gehoorzaam, en verstorven in gedachten, woorden en werken ?
2. Hebben wij een gering gevoelen van ons zeiven; vluchten wij de ijdelheid en eerbiedigen wij het wettig gezag?
3. Volbrengen wij stipt en bereidwillig de bevelen onzer oversten?
— 174 —
4. Verheffen wij ons niet boven onzen staat en zijn wij minzaam jegens onze minderen 'i
5. Weten wij onze ongeregelde driften te overwinnen, ons in- en uitwendig te versterven ?
Gebed van dex Heiligen Thomas tot God.
Verleen mij, ik bid U, barmhartige God, wat U welgevallig is vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van Uwen Naam. Amen.
Gebed tot den Heiligen Thomas.
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons , bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd en door navolging mogen beoefenen , wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
175
Overweging op den vierden Zondag.
Thomas' godsvrucht tot het allerheiligste Sacrament, tot de Heilige Maagd Maria en tot de Heiligen.
Hoe liefelijk zijn. uwe woningen, o Heer der heerscharen. (Ps. LXXXUI, 2).
Thomas had, zoo bericht ons zijn levensbeschrijver, eene buitengewone godsvrucht voor liet allerheiligste Sacrament des Altaars. Gelijk hij verhevener over dit geheim mocht schrijven, zoo ook mocht hij het met meer liefde en godsvrucht genieten. lederen dag las hij de Heilige Mis, hoorde dan een tweede en diende deze dikwijls. Onder het opdragen dezer aanbiddelijke geheimen, werd hij voortdurend door zulke liefdevemikkingen vervoerd, dat hij in tranen wegsmolt. Met volle teugen dronk hij uit de bron van alle licht en genade. Van zijne oprechte en degelijke vereering voor de Eucharistie leggen de gebeden en lofzangen, die hij ter barer eer vervaardigde, eene welsprekende getuigenis af. Uren en uren
y
— 176 —
bracht hij telkens in vertrouwelijk gebed door aan den voet der altaren ; daar ging hij troost, licht en sterkte zoeken in de moeielijkheden der studie en der plichtsbetrachting.
Met minder was zijne vereering voor de allerzuiverste Maagd Maria. Als teeder wicht drukte hij reeds een blad papier aan den mond, waarop de woorden stonden; Ave Maria. Van het „Wees gegroetquot; schreef hij eene schoone uitlegging en predikte er over te Xapels gedurende een gansche Vasten. Men heeft een handschrift van hem gevonden, welks rand beschreven was met den groet : Ave Maria, Ave Maria. Om twee redenen vooral vereerde Thomas de Moeder Gods Zij is de patrones der zuiverheid en de zetel dei-wijsheid. Maria verscheen dikwijls aan haren dienaar en verklaarde hem de moeielijkheden, die hij in de studie ontmoette.
Daar Thomas gewoon was met den geest in den hemel te verkeeren is het natuurlijk, dat hij de Heiligen vereerde. Kinderlijke eenvoud kenmerkt deze godsvrucht. Soms verschenen zij hem, soms vroeg hij hun ophel-
deringen over hunne geschriften. Inzonderheid vereerde hij St. Augustinus, in wien hij een groot leeraar, maar ook een groot kloosterling bewonderde; St. Agnes, de zuivere maagd, van wie hij een relikwie op zijn hart droeg; St. Dominicus, zijn geestelijken vader, wiens leven hij dagelijks las; St. Petrus van Verona, den wakkeren geloofsheld, wiens graf hij met eenige verzen verheerlijkte; de Apostelen, vooral St. Petrus en Paulus, die hij bij duistere vraagstukken aanriep.
Gewetensonderzoek.
1. Hoedanig is onze vereering van het allerheiligste Sacrament, van do Heilige Maagd Maria, van de Heiligen ?
2. Bewaren wij den in- en uitwendigen eerbied in de kerk, vooral bij H. Communie?
3. Verrichten wij dikwijls eenige oefeningen van godsvrucht tot het Altaarsacrament?
4. Bidden wij met vertrouwen en volharding-tot Maria en tot de overige Heiligen?
5. Volgen wij hun deugden in onzen staat na ?
12__y
— 178 —
Gebed van dex Heiligen Thomas tot God.
Verleen mij, bid ik U, barmhartige God, wat U welgevallig is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van Uwen Naam Amen.
Gebed tot den Heiligen Thomas.
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijn heilige werken vruchtbaar maakt; geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen , wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefenen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
Orenveging op den vijfden Zondiig.
De zuiverheid en het gebed van den Heiligen Thomas.
Zcdi(j zijn de zuiveren van harte. want zij zullen God zien. (Math. V, 8)
O hoe schoon en schitterend is een zuiver
— 179 —
geslacht. Zijn aandenken is onsterfelijk. In de eerste rijen dezer zuiveren van harte straalt de Heilige Thomas van Aquino. Niet zonder reden wordt hij de Engelachtige Leeraar genoemd. Onschuldig in zijne kindsheid, zuiver in zijn jongelingsjaren, rein in zijn ouderdom, streed hij altijd voor de deugd der Engelen en werd door hen met de koord der zuiverheid omgord. Hij wist, dat hij de aanlokselen des vleesches niet door zijne eigen krachten kon overwinnen; daarom mistrouwde hij zich zeiven en zocht licht en bijstand in oen ootmoedig en volhardend gebed, vooral in de vereering van het H. Altaarsacrament, het Brood der Engelen, den Wijn, die maagden voortbrengt, en in den dienst van JEaria, de vlekkelooze Koningin der maagden. Nooit had hij zich van de minste fout tegen de reinheid te beschuldigen en zijne biechten waren als die van een onschuldig kind. Behalve het gebed gebruikte hij nog drie andere middelen om de zuiverheid te bewaren: de in- en uitwendige versterving, vooral van de zintuigen, een onafgebroken arbeid en liet vluchten der ledigheid, het
— 180 —
i
vermijden van alle gevaarlijke gelegenheden.
Het voortdurend verkeer met God in het
gebed onttrok dus den Heilige aan alle zinno-'ijke genoegens. Hij bad in den letterlijken zin zonder ophouden. Des morgens otterde hij zich zeiven en al zijne werken aan God op en honderde keeren onderbrak hij zijnen ar-i beid om zich tot God te verheffen door langere ; of kortere schietgebeden.
Ondanks zijn verschillende en drukke bezigheden woonde hij bijna altijd het koor bij en vond nog uren om aan het inwendige gebed te besteden. Twee genaden vroeg hij vooral van God; vooreerst getrouw te blijven aan zijne eerste goede voornemens; ten tweede als 'een eenvoudig kloosterling te leven en te sterven, In alle noodwendigheden, geestelijke zoowel als tijdelijke, zocht hij troost en bijstand bij God door het gebed. Dan smeekte hij als een kind zoo ootmoedig, zoo argeloos, zoo eenvoudig, zoo vertrouwend, zoo onvermoeid en volhardend.
I
Gewetensosdeezoek.
1. Vermijden wij in gedachten, begeerten,
— 181 —
woorden en werken iedere zonde tegen de zuiverheid ?
2. Gebruiken wij, evenals St. Thomas, de middelen om de zuiverheid te bewaren ?
3. Bidden wij met eerbied, aandacht, vertrouwen en volharding?
4. Nemen wij in alle noodwendigheden tot het gebed onzen toevlucht ?
5. Bidden wij ook veel voor anderen, voor de bekeering der zondaars, voor de geloovige zielen?
Gebed van dex Heilioex Thojias tot God.
Verleen mij, bid ik U, barmhartige God, wat • U welgevallig is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van uwen Naam. Amen.
Gebed tot den Heiligen Thomas.
God, die Uwe Kerk door de Avondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijn heilige werken vruchtbaar maakt; geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij
— 182 —
geleerd en door navolging' mogen beoefenen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
Overweging' op den zesden Zondag.
De studie van den Heiligen Thomas.
Hij zal hen vervullen met den geest van wijsheid en verstand..... Want de wijsheid komt
van God. (Ecoles. XV).
De wijsheid gaat niet binnen in een kwaadwillige ziel, zegt de H. Schrift, en woont niet in een lichaam, aan de zonde verslaafd. (Wijsh. I, 3—4). Daarom waren studie en wetenschap bij den Heiligen Thomas op de eerste plaats een werk der genade, waarop hij zich voorbereidde, waarmede hij medewerkte. Die voorbereiding, die medewerking bestonden in de plichtsbetrachting, in de in- en uitwendige versterving, in de overwinning der hartstochten en de onthechting der aardsche goederen, in de zuiverheid des harten, in de vereering van Maria, in een ootmoedig, volhardend gebed. Had
— 183 —
Thomas moeielijkheden in zijn studie, bij het schrijven van een of ander werk, dan nam hij tot liet gebed zijne toevlucht, voegde daarbij het vasten en andere verstervingen en het licht des hemels daalde overvloedig op hem neder.
Hoe meer men bemint, hoe meer men kent, was zijne regel. Aan den voet van het kruis, voor het aanbiddelijk Altaarsacrament, in het boek der werkdadige liefde, leerde hij meer dan in de geschriften der wijsgeeren. Zijne wetenschap was boven alles van God ingestort, meer dan door voortreffelijke geestvermogens en eigen studie verkregen.
Toch verwaarloosde hij deze nimmer en woekerde met de hem toevertrouwde talenten.
Vandaar luidde zijn tweede regel: Men moet zich om de wetenschap te verwerven zoo goed mogelijk ontwikkelen en zich iederen dag met de borst op de studie toeleggen. Hij studeerde en arbeidde met eene onvermoeibare werkkracht en eene stalen volharding.
Daar hij echter wist, dat overleg en wijze studiebeginselen het halve werk zijn, was hij ordelijk, duidelijk, grondig en praktisch in
— 184 -
zijne studie. Van het mindere klom hij op tot het meerdere, van het meer bekende tot het onbekende, stelde het nuttige boven het nieuwe, rustte niet voor hij ieder punt door en door begrepen had.
De wetenschap blaast op, maar de liefde sticht, zegt de Apostel (I Cor. 8, 1). Daarom bracht Thomas al zijne werken over in de praktijk , in de beoefening der deugden.
Hoe meer men kent, hoe meer men bemint. De grootste geleerde van zijn tijd, wellicht van alle tijden, was hij de ootmoedigste van allen, de stipste in het vervullen zijner plichten. Men kan op hem de woorden van den Apostel Jacobus toepassen: De wijsheid , dia van boven komt, is vooreerst rein, dan vreedzaam, bescheiden, inschikkelijk, tot het ijoede yeneiyd, vol barm-hartigheid en (joede vruchten, oordeelt en huichelt niet. (Jac. III, 17).
Gewetensonderzoek.
1. Is de wetenschap ook voor ons meer een vrucht der genade, dan een vrucht van eigen studie ?
—• 185 —
2. Ondersteunen wij onze studie door een deugdzaam leven , door de versterving, door liet gebed?
3. Studeeren wij ordelijk, grondig en prac-tisch ?
4. Is ons leven in overeenstemming met onze kennis ?
5. Gebruiken wij onze kennis tot eer van God en tot heil van onzen naaste ?
Gebed vax den Heiligen Thomas tot God.
Verleen mij, bid ik U, barmhartige God , wat U welgevallig is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van uwen Naam. Amen.
Gebed tot den Heiligen Thomas
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar verlicht, en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefenen,wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
V 1.
Raadgevingen van den H. Thomas om de goddelijke en de mensehelijke wijsheid te
verkrijgen, in een brief, door hem aan een zekeren novice, frater Johannes, geschreven.
Daar gij aan mij gevraagd hebt, Johannes, dien ik in Christus liefheb, hoedanig gij moet studeeren om den schat der ■wetenschap te verkrijgen, geef ik u den volgenden raad; quot;Wil niet terstond de volle zee inzeilen, maar volg eerst den loop der kleine beken, want tot de kennis van het moeielijke moeten wij komen door het meer gemakkelijke.
Ziehier dus mijn raad ter uwer onderrichting.
Wees voorzichtig in het spreken; heb geen te groote neiging om de spreekkamer te bezoeken. Draag zorg voor de zuiverheid van uw geweten. Verflauw niet in de oefening van het gebed. Wilt gij in de goddelijke voorraad-
V
— 187 —
schuren binnengeleid worden, liecht u dan aan uwe cel. Wees voor allen beminnelijk, doch laat u nooit in met de zaken van anderen. j Toon u voor niemand gemeenzaam, omdat een te groote gemeenzaamheid verachting veroorzaakt en van de studie aftrekt. Bemoei u volstrekt niet met hetgeen leeken zeggen of doen en vlucht vooral het nutteloos uitgaan. Vergeet niet de voetstappen te drukken van heilige en deugdzame lieden. .Wik niet van wien gij iets goeds hoort, maar alles wat u gezegd wordt, prent het in uw geheugen. Tracht te begrijpen. wat gij leest en hoort en verschaf u zekerheid, als gij twijfelt. Zorg in de schatkamer van uw verstand neer te leggen, wat gij verzamelen kunt, gelijk aan iemand, die een maat wil vullen. Streef niet naar hetgeen boven uwe krachten ligt.
Volgt gij dezen weg, dan zult gij als een nuttige boom bladeren en vruchten voortbrengen in den wijngaard des Heeren, zoolang gij leeft. Hebt gij dit beoefend, dan zult gij geraken tot het doel, dat gij u voorstelt.
IV.
EBEDEN VAN DEN
^ T
HOMAS,
I.
Gebed van den Heiligen Thomas van Aquino
om de vergeving der zonden te bekomen
Tot u, o mijn God, bron van alle barmhartigheid , nader ik arme zondaar. Gewaardig n dan mij van mijne ongerechtigheden te zuiveren. Zon der rechtvaardigheid, schenk het licht aan een blinde. Eeuwige geneesheer, genees mijne wonden. Koning der koningen, bekleed mijne naaktheid. Middelaar tusschen God en de menschen, bewerk de verzoening voor een schuldige. Goede herder, voer een verdwaalde terug-op den weg der waarheid. Schenk barmhartigheid , ö mijn God, aan een ongelukkige, vergeving aan een zondaar, het leven aan een doode, de rechtvaardigheid aan een goddelooze, de zalving der genade aan een ongevoelige. Allergoedertierenste God, roep mij , als ik van U wegvlucht, terug tot U ; trek mij, als ik weerstand bied aan uwe genade, tot U; richt mij op, als ik val; ondersteun mij, als ik sta; wees
— 192 —
mijn leidsman op den weg, dien ik bewandel. Vergeet mij niet, als ik U vergeet: verlaat mij niet, als ik U verlaat; verwerp mij niet, als ik tegen U zondig. Door te zondigen immers heb ik U, o mijn God, beleedigd, den naaste gekwetst . mij zeiven niet gespaard. Ik heb gezondigd , o mijn God! Gezondigd heb ik door zwakheid tegen ü, almachtige Vader; door onwetendheid tegen U, eeuwige Zoon, die de wijsheid zijt; door opzettelijke boosheid tegen U, Heilige Geest, die de barmhartigheid zijt, en door dit alles heb ik U, alles overtreffende Drieëenheid, beleedigd. Wee mij, ongelukkige, hoevele en hoe groote zonden heb ik bedreven, welk kwaad heb ik begaan! U, Heer, heb ik verlaten: door eene verkeerde liefde geleid, beklaagde ik mij over uwe goedheid; door een valsche vrees gedreven, verkoos ik liever U te verliezen, dan te ontberen, wat ik zocht, liever U tebeleedigen dan mij te onthouden van hetgeen ik vreesde. Mijn God, wat al kwaad heb ik niet gedaan door woorden en door werken, door én in 't geheim én in 't openbaar, én met stoutmoedigheid te zondigen! Daarom smeek ik ü, wil
— 193 —
toch ter wille mijner zwakheid geen acht slaan op mijne ongerechtigheden, maar wel op uwe grenzelooze goedheid, en vergeef mij vol goedertierenheid, wat ik misdaan heb; schenk mij droefheid over het verledene en eene heilzame, krachtdadige waakzaamheid voor het toekomende. Amen.
II.
Gebed van den Heiligen Thomas van Aquino, genaamd het Gulden gebed.
Geef, barmhartige God, dat ik, wat u behaaglijk is, vurig verlange, voorzichtig onder-zoeke, in waarheid erkenne en volmaakt ver-vuile tot eer en glorie van uwen naam. Regel mijnen staat en geef, dat ik moge kennen, wat gij van mij verlangt, en doe het mij ten uitvoer brengen, zooals het behoort en voordeelig is aan mijne ziel. Geef, o Heer, dat mijne weg tot u veilig, recht en zeker zij; dat ik niet af-wijke noch in voorspoed, noch in tegenspoed; dat ik mij over niets verheuge, of over niets bedroeve dan wat mij tot U brengt, of van U verwijdert. Geef, dat ik aan niemand zoeke te
____1!_y
— 194 —
behagen of vreeze te mishagen dan aan U.
Dat het vergankelijke, o Heer, voor mij geene waarde meer hebbe, en dat al het uwe om U, en gij , mijn God , mij dierbaar zijt boven alles. Dat elke vreugde, die zonder U is, mij walge, en dat ik niets verlange, wat buiten U is. Dat elke arbeid, die voor U is, mij aangenaam, dat elke rust, die niet in U is, mij verdrietig zij. Geef, Heer, dat ik dikwijls het hart tot U ver-heffe en mijne fouten door ware droefheid met het vaste voornemen om mij te bekeeren uit-wissche. Maak mij gehoorzaam, Heer mijn God, zonder tegenspreken, arm zonder den moed te verliezen, kuisch zonder den minsten vlek, geduldig zonder morren, ootmoedig zonder veinzen, vroolijk en niet uitgestort, droevig en niet terneergeslagen , ernstig en niet gestreng, waardig en niet lichtzinnig, U vreezend zonder te wanhopen, waarheidlievend en niet dubbelzinnig , ijverig in het goede zonder mij iets te laten voorstaan, mijn evennaaste berispend en niet opgeblazen, hem stichtend door woord en voorbeeld en niet geveinsd.
Schenk mij. Heer mijn God, een waakzaam
— 195 —
hart, dat geene nieuwsgierigheid van U kan afleiden , een edel hart, dat door geene onwaardige gehechtheid naar het aardsche worde getrokken; geef mij een oprecht hart, dat door geene verkeerde meening wordt meegesleept, een standvastig hart, dat door geen tegenspoed wordt terneergeslagen, een vrij hart, dat door geen geweldigen hartstocht wordt beheerscht. Schenk mij. Heer mijn God, verstand om U te kennen, naarstigheid om u te zoeken, wijsheid om U te vinden, eene levenswijze, die U behaagt, de volharding om U in vertrouwen af te wachten, en de hoop om U als mijn einde te bezitten. Geef, dat ik uwe kastijdingen hier aanneme in boetvaardigheid, dat ik uwe weldaden hier in dit leven geniete in de genade en in het andere leven vooral uwe vreugde in de glorie. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen. (3 jaren aflaat, eens op den dag te verdienen, toepasselijk op de geloovige zielen, Leo XIII, 17 Januari 1888).
— 196 —
111.
Kort gebed, hetwelk de Heilige Thomas dagelijks op de knieën verrichtte.
Verleen mij, bid ik u, barmhartige God, wat IJ welgevallig is, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volkomen te vervullen tot lof en eer van uwen Naam. Amen. (300 dagen aflaat, Leo XIII, 29 Juni 1878.)
IV.
Gebed, dat de H. Thomas van Aquino gewoon was te bidden, vóór hij ging schrijven, studeeren of prediken.
Eindeloos Heilige Schepper, Gij, die uit de onuitputbare schatten Uwer wijsheid de drie Hierarchiën van Engelen hebt voortgebracht; Gij, die haar in bewonderenswaardige orde in het rijk der hemelen geplaatst hebt; Gij, die dit heelal in de volmaaktste overeenstemming
— 197 —
geschapen hebt; Gij, die de ware bron van alle licht en van alle wijsheid, het begin van alles genoemd wordt; o stort, bid ik U, over de duisternissen van mijn verstand een straal van Uw heilig licht! Verwijder van mij de tweevoudige duisternis, waarin ik geboren ben, te weten: de duisternis der onwetendheid en de duisternis der zonde. Gij, die de tong der kinderen welsprekend maakt, bestier de mijne en stel op mijne lippen de genade van Uwen heiligen zegen. Verleen mij verstand om te begrijpen, bekwaamheid om te onthouden, gemakkelijkheid en geschiktheid om te leeren, wetenschap om uw woord te vertolken en de genade, dat mijne woorden vruchtbaar mogen wezen. Wees Gij bij het begin mijner werken om ze voor mij op te helderen, bij mijnen arbeid om hem te volbrengen, bij het einde om het te bekroonen, Gij, waarachtig God en mensch, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
(200 dagen, Leo XIII, 21 Februari 1880. Eenmaal op den dag te verdienen.)
— 198 —
V.
Gebed, hetwelk de H. Thomas van Aquino, neergeknield voor het Kruis, dat hij met brandend hout op den muur had geteekend. tot God opzond.
Lieve Jesus, ik weet, dat iedere volmaakte gave en die der zuiverheid nog meer dan elke andere, afhangt van de alvermogende inwerking Uwer Heilige Voorzienigheid, en dat zonder u geen schepsel iets vermag. Daarom bid ik U, de zuiverheid en onschuld zoowel der ziel als des lichaams in mij door uwe genade te bewaren. En zoo ik ooit eenigen indruk, die mijne zuiverheid en onschuld zou kunnen kwetsen, ontvangen mocht, verdrijf dien dan van mij, Gij, die de opperste Heer zijt van al mijne vermogens; opdat ik met een onbevlekt hart in uwe liefde en uwen dienst moge vooruitgaan en mij zeiven lederen dag mijns levens op het allerzuiverste altaar uwer Godheid zuiver offere. Amen.
7
V.
- 199 —
VI.
Korte groetenis van den H. Thomas aan het allerheiligste Sacrament.
O hoe zoet is uw geest, o Heer, die, om uwe goedertierenheid jegens uwe zonen te too-nen, door het kostelijke brood, uit den hemel gedaald, de hongerigen met goederen vervult en de trotsche rijken ledig wegzendt.
Met de spijs der Engelen hebt Gij uw volk gevoed en brood uit den hemel hebt Gij hun geschonken.
O heilig gastmaal, waarin Christus genuttigd, de gedachtenis aan zijn lijden gevierd, de ziel met genade vervuld en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt.
VII.
Gebed van den H. Thomas tot het allerheiligste Sacrament.
God, die ons onder het wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nage-
— 200 —
laten ; schenk ons , smeeken wij U , dat wij de vrucht uwer verlossing steeds in ons gevoelen.
Wij bidden U, o Heer, geef genadig aan uwe Kerk de geschenken der eenheid en des vredes, die door de opgeofferde gaven geheimzinnig aangeduid worden.
Maak, dat wij, zoo bidden wij U, o Heer, eeuwig door het bezit uwer Godheid vervuld worden, hetwelk de tijdelijke nuttiging vau uw kostbaar Lichaam en Bloed voorafbeelt. Gij, die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van God den Heiligen Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
VIII.
Gebed van den H. Thomas van Aquino tot de allerheiligste Maagd Maria.
O allerheiligste en allerzoetste Maagd Maria, Moeder van God en vol goedheid, Dochter van den oppersten Koning, Koningin der Engelen, Moeder van den Schepper der wereld, zie mij hier voor u neergeknield om u heden, voor al de dagen mijns levens, mijn lichaam en
— 201
r
mijne ziel, mijne gedachten, verlangens , begeerten , woorden en werken , geheel mijn leven en het einde mijns levens aan te bevelen, opdat door uwe tusschenkomst alles ten goede strekke volgens den wil van uwen welbeminden Zoon, onzen Heer Jesus Christus. O mijne Meesteres, mijn hulp en troost tegen de hinderlagen en de aanvallen van den duivel en van de andere vijanden mijner zaligheid, gewaardig u van uwen allerliefsten Zoon,' onzen Heer Jezus Christus, te verkrijgen, dat ik krachtdadig weerstand moge bieden aan den duivel, de wereld en hot vleesch; dat ik het vast besluit moge nemen om in het vervolg niet meer te zondigen, maar steeds te volharden in den dienst van u en van uwen goddelijken Zoon. Ik bid u nog, o mijne Koningin, voor mij te vragen eene ware gehoorzaamheid en eene groote nederigheid des harten, opdat ik mij zeiven leere kennen als een zwakken, ellendigen zondaar, onmachtig niet alleen om iets goeds te verrichten, maar zelfs onbekwaam om te weerstaan aan de voortdurende aanvallen mijner vijanden, zoo ik niet worde versterkt door de
J
V
— 202 —
genade en den bijstand van mijnen Schepper en door de hulp uwer heilige gebeden. Verkrijg mij ook, o mijne heilige Moeder, eene vol-komene zuiverheid naar ziel en lichaam, opdat ik in uwe H. Orde u en uwen beminden Zoon op eene volmaakte wijze kunne dienen. Dat Hij zich gewaardige mij door uwe tusschenkomst te verleenen de vrijwillige armoede, het geduld en den zielevrede, om de moeielijkheden aan deze orde verbonden te verduren, en tot heil van mij zeiven en van mijne medemenschen te kunnen arbeiden. Verkrijg mij, o allerzoetste Meesteres, eene ware liefde, opdat ik uit geheel mijn hart en boven alles beminne Uwen heiligen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, u naast Hem , en mijnen naaste in en om God; dat ik mij verheuge over het goede, hetwelk mijnen broeders ten deel valt en mij bedroeve over het kwade , hetwelk hun wedervaart; dat ik niemand verachte of lichtvaardig oordeele; dat ik in mijn hart niemand achter mij zeiven plaatse. Maak ook, o Koningin des hemels, dat ik altijd vervuld zij met heilige vrees en liefde voor uwen welbeminden Zoon; dat ik Hem on-
7
J M
— 203 —
ophoudelijk dankbaar zij voor de groote weldaden mij bewezen; dat ik mijne zonden oprecht belijde en daarvoor boetvaardigheid plege om genade en barmhartigheid te bekomen. Eindelijk bid ik u nog, dierbare Moeder, die de deur des hemels en de voorspreekster der zondaars zijt, laat niet toe, dat ik bij het einde mijns levens het Katholieke geloof verlate; maar kom mij integendeel in uwe groote goedheid en barmhartigheid ter hulp, verdedig mij tegen den vorst der duisternissen, verkrijg mij vergiffenis der zonden en de genade van te sterven in uwe liefde en die van uwen goddelijken Zoon; geleid mij op den weg der zaligheid en des eeuwigen levens. Dat hoop ik door het glorierijk lijden van uwen gezegenden Zoon en uwe veelvermogende voorspraak. Amen.
IX.
Gebed van den H. Thomas om de deugden te verkrijgen.
O almachtige en alwetende God, die begin noch einde hebt, Gij , die de deugden schenkt,
■\'ll
ft
'l' ;
YP
li lie ' lii 1 \
'iï fm
:
■m
■ iil
|' j|
quot; r
bewaart en beloont; wil mij bevestigen op den vasten grondslag des geloofs, mij beschermen met het onoverwinnelijke schild der hoop en mij versieren met het bruiloftskleed der liefde.
Geef mij de rechtvaardigheid, opdat ik aan U onderworpen zij; de voorzichtigheid, opdat ik de strikken des duivels vermijde; de matigheid, opdat ik den middelweg bewandele; de sterkte, opdat ik alle wederwaardigheden geduldig verdure.
Schenk mij , dat ik het goed , hetwelk ik heb, gaarne mededeel aan hen , die het niet hebben; dat ik het goed, hetwelk ik niet heb, ootmoedig vraag van hen, die het bezitten; dat ik oprecht het kwaad belijd, waaraan ik schuldig ben; dat ik de straffen , die ik onderga , gelaten verdraag; dat ik het goed van den evenmensch niet benijd; dat ik U altijd dank zeg voor uwe weldaden.
Laat mij in mijne kleeding, mijne houding, mijne bewegingen altijd de tucht onderhouden, mijne tong voor ijdele gesprekken, mijne voeten voor afdwalingen, mijne oogen voor ongeoorloofde blikken, mijne ooren voor slechte taal
ï J
— 205 —
bewaren, mijne oogen ootmoedig neerslaan, mijn hart tot het hemelsche verheffen.
Dat ik het vergankelijke versmade; naar ü alleen verlange; het vleesch onderdrukke; mijn geweten zuivere; de Heiligen eere; U waardig love; in het goede vordere en mijne goede werken met een heilig einde hekroone.
Plant in mij, o Heer, alle deugden, opdat ik mij aan de goddelijke zaken toewijde, de menschelijke dingen behartige, en niemand voor mijn lichamelijk onderhoud tot last verstrekke.
Geef mij, o Heer, een krachtdadig berouw, een oprechte biecht, een volmaakte voldoening.
Gewaardig U mij inwendig te regelen door een goed leven, opdat ik doe, wat behoort, wat verdienstelijk voor mij is. wat den naaste tot stichting strekt.
Verleen mij, dat ik nooit onvoorzichtig handde en datgene, wat ik met tegenzin doe, ver-zuime, opdat ik niet voor den tijd mijn werk beginne en het niet onvoltooid opgeve. Amen,
;ri
ü,-:
i I f l-! I# s Iffil
li
H
— 206 —
X.
Dankgebed van den H. Thomas.
Ik loof U, ik verheerlijk U, ik dank U , mijn God, wegens de tallooze weldaden, die Gij mij, onwaardige, bewezen hebt
Ik prijs uwe goedertierenheid, die mij zoo lang verdragen heeft, uwe liefderijkheid, die mij gespaard heeft, uwe teederheid, die mij geroepen heeft, uwe zachtmoedigheid, die mij ontvangen heeft, uwe barmhartigheid, die mij mijne zónden vergeven heeft, uwe goedheid , die mijne verdiensten honderdvoudig beloond heeft, uw geduld, dat mijne beleedi-gingen vergeten heeft, uwe nederigheid, die mij vertroost heeft, uwe lankmoedigheid, die mij beschermd heeft, uwe eeuwigheid, die mij bewaard heeft, uwe waarheid, die mij beloond heeft.
Wat zal ik zeggen, o mijn God, van uwe onuitsprekelijke mildheid ? Gij roept mij , wanneer ik vlucht; ontvangt mij, wanneer ik terugkeer; helpt mij, wanneer ik wankel; versterkt mij, wanneer ik wanhoop; spoort mij aan,
— 207 —
wanneer ik lauw ben; wapent mij, wanneer ik strijd; kroont mij, wanneer ik overwin. Gij verstoot den zondaar niet, wanneer hij boetvaardigheid doet, en vergeet de beleediging. Gij bevrijdt van vele gevaren, stemt het hart tot boetvaardigheid, schrikt af door straffen, trekt aan door beloften. Gij bestrijdt door beproevingen en beschermt ons door de bediening der Engelen. Gij geeft ons de tijdelijke goederen en hebt de eeuwige voor ons weggelegd. Gij moedigt mij aan door de verhevenheid mijner schepping, trekt mij tot U door de weldaad der verlossing en belooft, mij de rijkdommen der belooning.
Voor dit alles kan ik u niet genoeg prijzen. Ik dank uwe goddelijke Majesteit, voor den overvloed uwer grenzelooze goedheid en ik bid U, dat Gij uwe genade altijd in mij vermeerdert , bewaart en eindelijk beloont. Amen.
XI.
Godvruchtig gebed van den H. Thomas.
Ik roep tot U, o God van alle troost, die alleen Uwe gaven in ons ziet, opdat Gij mij
na dit leven de kennis der eerste waarheid schenkt, het bezit uwer goddelijke Majesteit.
Geef ook aan mijn lichaam, o edelmoedige Belooner, de schoonheid der klaarheid, de vlug. heid der snelheid, de doordringbaarheid der fijnheid, de kracht der onlijdbaarheid.
Yoeg bij deze gaven den overvloed der hemel-sche rijkdommen, de menigte der onuitsprekelijke geneugten, de vereeniging van alle goederen, opdat ik mij kan verheugen boven mij aan uwe vertroostingen, beneden mij aan de bekoorlijkheid van het verblijf, in mij aan de verheerlijking van mijn lichaam en mijne ziel, naast mij aan het aangenaam gezelschap van engelen en menschen.
Moge, o allergoedertierenste Vader, mijn verstand bij U het licht der wijsheid ontvangen, mijn hart de vervulling van al zijne wenschen, mijn krachten de eeuwige zegepraal. Bij U immers is het gemis van ieder gevaar, de afwisseling van verblijf, de eenheid der gezindheden , de bekoorlijkheid der lente, het licht van den zomer, de vruchtbaarheid van den herfst, de rust van den winter.
____y
— 209 —
Yerleen mij, o Heer, het leven zonder dood, de vreugde zonder smart, daar, waar de hoogste vrijheid, de volmaaktste zekerheid, de ongestoorde rust, de onvermengde vreugde, de gelukkige eeuwigheid, de eeuwige gelukzaligheid, de kennis en do lofprijzing der waarheid, o God, is. Amen.
i4_y
EBEDEN TER EERE VAN DEN quot;THOMAS.
I.
Gebed op de zes Zondagen ter eere van den H. Thomas.
Almachtige, eeuwige God, zie ik kniel ootmoedig en vol vertrouwen voor u neder en offer u deze godvruchtige oefening op tot uwe meerdere glorie en tot verheerlijking van uwen trouwen dienaar, den H. Thomas van Aquino, mijnen patroon en voorspreker, dien Gij met zulk een overvloed van genaden overstroomd hebt. Neem deze godvruchtige oefening aan, welke ik u opdraag in vereeniging met de gebeden en verdiensten van uwen welbeminden Zoon Jezus Christus, van de allerzuiverste Maagd en Moeder Gods Maria, van alle Heiligen, bijzonder van den Heiligen Thomas. Heer, in eenvoud des harten, met een vast en levendig geloof, met een kinderlijk vertrouwen, met een diepen eerbied kom ik tot U, omdat Gij het wilt en zooals Gij het wilt. jSeem deze godvruchtige oefening aan en verleen mij de genade, welk ik u vol
J
— 214 —
vertrouwen door de voorspraak van den H. Thomas vraag.
O Thomas, leeraar der strijdende Kerk, gij, die door reinheid en wijsheid uitblinkt, bid voor ons.
II.
Gebed tot den Heiligen Thomas vóélde les of vóór de studie.
O Heilige Thomas van Aquino, Patroon dei-scholen, verkrijg voor ons van God een onwrikbaar geloof, een vurige liefde, een zeer zuiver leven, een ware wetenschap. Door Jezus Christus onzen Heer. Amen.
(100 dagen aflaat, toepasselijk op de zielen in het vagevuur. Leo XIII, 14 December 1889).
III.
Gebed om den H. Thomas tot patroon te verkiezen.
Heilige Thomas, Engelachtige Leeraar, voorbeeld der zuiverheid, voorbeeld van geleerdheid. Patroon der studeerende jeugd, ik verkies u heden tot mijnen bijzonderen patroon en voorspreker en wijd mij van ganscher harte aan u
— 215 —
toe. Ik maak het vaste voornemen uwe zuiverheid in mijnen staat naar vermogen na te volgen. Ik bemin en eer u met die liefde en dien eerbied , welke ik aan u verschuldigd ben. Mijn ziel en mijn lichaam, de reinheid mijns harten, mijne studiën stel ik onder uwe bescherming. Ik bid u bij uwe liefde voor den gekruisten Jezus, voor het aanbiddelijk Sakrament, voor de allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria, neem mij op onder het getal uwer dienaren. Laat mijn lichaam en mijn ziel, mijn leven en mijn dood, al mijne geestelijke en tijdelijke belangen en noodwendigheden u aanbevolen zijn. Verwerf mij kracht en licht in de bekoringen tegen de zuiverheid, kracht en licht in mijne studiën. Laat mij standvastig die middelen gebruiken , welke noodig zijn om de zuiverheid te bewaren en de wijsheid te verkrijgen. Moge ik altijd, evenals gij, de waarheid erkennen, de waarheid willen, overeenkomstig de waarheid handelen om eenmaal in vereeniging met u God, de oneindige Waarheid, in den hemel te aanschouwen en door die aanschouwing eeuwig gelukkig te zijn. Amen.
— 216 —
IV.
Gebeden der Kerk tot den H. Thomas.
O God, die door de wondervolle leer van den H. Thomas, uwen Belijder en Leeraar, uwe Kerk verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij, te mogen begrijpen, wat hij geleerd, en te mogen navolgen, wat hij gedaan heeft.
De gedachtenis aan het lijden van uwen Zoon vierende, smeeken wij U, o Heer, dat het offer, hetwelk wij U, ter herinnering aan den gelukzaligen Thomas, den Belijder en Leeraar, opdragen , U welgevallig moge zijn.
quot;Wij smeeken U, o Heer, moge deze heilige Communie ons verblijden, opdat daardoor op de voorbede van den gelukzaligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, de inwendige krachten versterkt en de uitwendige oefeningen van deugd vermeerderd worden. Door Christus onzen Heer. Amen.
V
Gebed tot deu H. Thomas van Aquin o om de deugd van zuiverheid door zijne voorspraak te vragen.
Uitverkoren lelie van onschuld, allerzuiverste H. Thomas, gij, die het kleed der onschuld, in het H. Doopsel ontvangen , altijd zuiver bewaard hebt, gij, die omgord door twee Engelen, een ware engel in het vleesch waart, ik bid u mij aan Jezus, het onbevlekte Lam en aan Maria, de Koningin der Maagden, aan te bevelen, opdat ook ik, die de heilige koord om mijne lendenen draag, de gave der zuiverheid bekome, en u zoo navolge hier op aarde, dat ik verdienen moge met u, o groote beschermer mijner zuiverheid, eenmaal onder de Engelen in den hemel gekroond te worden. Amen.
Onze Vader. — quot;Wees gegroet. — Glorie zij. —
Bid voor ons, o Heilige Thomas!
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Almachtige en barmhartige God, die ons in den moeielijken strijd, dien wij ter bewaring
— 218 —
der zuiverheid te strijden hebben, met de heilzame koord van den H. Thomas hebt willen uitrusten, schenk ons, smeeken wij u, uwe genade, opdat wij door uwen goddelijken bijstand den vijand van lichaam en ziel gelukkig mogen overwinnen , en eenmaal, bekroond met de lelie eener eeuwige zuiverheid, onder de reine koren der Engelen uit uwe hand den palm der zaligheid mogen ontvangen. Door Christus onzen Heer. Amen.
VI.
Gebed tot God om de gave van zuiverheid.
Almachtige God, die onder de bescherming der allerzuiverste Moedermaagd Maria door de bediening der Engelen de lenden van den H. Thomas zoo krachtdadig met de koord der zuiverheid hebt omgord, dat hij van dien oogenblik af do minste verkeerde beweging niet meer ontwaarde , ik bid u, geef mij door tusschenkomst van dien Engelachtigen Leeraar, dat ik van alle onzuiverheid naar ziel en lichaam verdiene bevrijd te worden, opdat mijne oogen niets zien, mijne ooren niets hooren, of mijne tong niets
— 219 —
spreke, hetwelk in 't minst oneerbaar of onzedig zij, en dat ik nooit toegeve aan het vleesch, hetwelk tegen den geest opstaat, maar mij met geheel mijn verstand en geheugen zoozeer aan TJ hechte, dat ik niets verlange dan U, niets beminne dan U, en in niets behagen vinde dan in U. Ontvlam mijn hart door zulk eene liefde en zulk een ijver, dat ik nooit in mijne tegenwoordigheid een woord of eene handeling dulde, die oneerbaar zij of aan de oogen uwer goddelijke Majesteit kunne mishagen; opdat uwe gramschap, die door deze zonden ontstoken is, moge worden verzoend en afgeweerd. en opdat ik, na dit gevaarvol en vergankelijk leven , waardig bevonden worde U in den hemel met de zuiveren van harte te aanschouwen. Amen.
VII.
Gebed tot den H. Thomas, Patroon der scholen.
Engelachtige Leeraar. Heilige Thomas, vorst der godgeleerden en richtsnoer der wijsgeeren, luister der christenheid en licht der Kerk,
— 220 —
hemelsche Patroon van alle Katholieke scholen, gij, die de wijsheid geleerd hebt zonder veinzerij en haar zonder afgunst mededeelt, smeek tot de wijsheid zelve, den Zoon van God, voor ons, opdat wij den geest der wijsheid in ons ontvangen, begrijpen, wat gij hebt onderwezen en navolgen, wat gij hebt beoefend; opdat wij deelachtig worden aan de wetenschap en de deugd, waardoor gij altijd op aarde als een zon hebt geschitterd, en opdat wij eindelijk de zoete vruchten daarvan eeuwig met u in den hemel genieten en met u de goddelijke wijsheid in alle eeuwen der eeuwen prijzen mogen, Amen.
(200 dagen. Leo XIII, 3 Juli 1885. Eenmaal op den dag te verdienen.)
VIII.
Kleine Getijden van den H. Thomas.
De gebeden, waaruit dit kleine officie is samengevlochten, zijn grootendeels uit het groote Officie van den Heiligen Thomas overgenomen. Zij zijn zoo gerangschikt, dat zij de voornaamste deugden van den Heilige in
— 221
liet licht plaatsen, vooral die, welke studenten moeten navolgen.
De Metten stellen den grooten Leeraar dei-Kerk voor, den Patroon en het voorbeeld dei-Katholieke scholen.
In de Printen vieren wij zijn overwinning op de wereld, het vleesch en den duivel; in de Tertiën zijn engelachtige zuiverheid; in de Sexten zijn diepen ootmoed; in de Nonen zijn geest van gebed
In de Vespers herdenken wij zijn liefde tot God, zijn stipte plichtsvervulling, zijn gelukzaligen dood.
Bij de Completen beschouwen wij hem in de hemelsche glorie.
Dit officie werd door de H. Congregatie der Ritussen den 28 Februari 1887 goedgekeurd. Paus Leo XIII schonk den 26 Maart 1887 aan alle geloovigen van beiderlei geslacht , die dit officie met een rouwmoedig hart
godvruchtig bidden, een aflaat van 300 dagen, eenmaal op den dag te verdienen en toepasselijk op de geloovige zielen.
1
r
a
OFFICIOLUM
S. Thomae de Aquino
Doctoris Angelici.
Ad Hatntinain.
V. Domine, labia mea aperies.
R. Et os meum annuntiabit laudem tuam. V. Deus, in adjutorium meum intende. R. Domine, ad adjuvandum me festina.
Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in saecula saeculorum. Amen.
Ikvitatorium.
Laudemus Deum nostrum in commemora-tione sancti Thomae.
Venite, exultemus Domino, jubilemus Deo
7
V.
DE KLEINE GETIJDEN
VAX DEN
H. Thomas van Aquino,
den Engelachtigen Leeraar.
De Metten.
V. Heer, open mijne lippen.
R En mijn mond zal uwen lofverkondigen. V. God, kom mij ter hulp.
R. Heer, haast u om mij te helpen.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Invitatoriüm.
Laten wij onzen God loven bij de gedachtenis van den Heiligen Thomas.
Komt, laten wij voor den Heer verheugd zijn.
J
— 224 —
salutari nostro: praeoccupemus faciera ejus in confessione, et in psalmis jubilemus ei.
Laudemus Deuni nostrum in commemora-tione sancti Thomae.
Gloria Patri, et Filio, et Spiritui sancto. —-In commemoratione sancti Thomae.
Hymnus.
Exultet mentis jubilo Laudans turba fidelium,
Errorum pulso nubilo Per novi solis radium.
Thomas , in mundi vespere,
Fudit thesauros gratiae,
Donis plenus ex aethere Morum et sapientiae.
Laus Patri sit, ac Genito,
Simulque sancto Flamini,
Qui, sancti Thomae merite,
Xos coeli jungat agmini. Amen.
— 225 —
laten wij blijde zingen voor God, onzen Zaligmaker ; laten wij voor zijn aanschijn komen om zijn lof te verkondigen en voor Hem juichen met psalmen.
Laten wij onzen God loven bij de gedachtenis van den Heiligen Thomas.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Bij de gedachtenis van den Heiligen Thomas.
Lofzang.
Dat de juichende schaar der geloovigen zich blij van hart verheuge, nu do nevel der dwalingen door den straal dezer nieuwe zon is verdreven.
Op den avond der wereld heeft Thomas schatten van genade uitgestrooid; hij was ver. vuld met hemelsche gaven van heiligheid en wetenschap.
Lof zij den Vader en den Zoon en tevens aan den heiligen Geest. Moge God ons door de verdiensten van den Heiligen Thomas met de koren des hemels vereenigen.
___15_y
|
— 226 — | ||
|
PSALMUS I. | ||
|
Beatus vir, qui non abiit in eonsilio impio- | ||
|
rum, et in via peccatorum non stetit: et in |
ve | |
|
cathedra pestilentiae non sedit; |
dc | |
|
le | ||
|
Sed in lege Domini voluntas ejus: et in lege | ||
|
ejus meditabitur die ac nocte. |
d! | |
|
Et erit tanquam lignum, quod plantatum | ||
|
est secus decursus aquarum: quod fructum |
la | |
|
suum dabit in tempore suo: |
z: | |
|
Et folium ejus non defluet: et omnia quae- | ||
|
cumque faciet prosperabuntur. |
d | |
|
Gloria Patri, etc. | ||
|
Antiphona. Florem puditiae servans illiba- | ||
|
tum, attigit eximiae vitae coelibatum. |
b | |
|
V. Amavit euni Dominus, et ornavit eum. |
c | |
|
E. Stolam gloriae induit eum. |
1 | |
|
Pater noster, etc. |
É | |
|
V. Jube, Domne, benedicere. | ||
|
Benedictio. — Oret piis precibus pro nobis | ||
|
Doctor Angelicus. R. Amen. V |
v | |
— 227 —
Psalm I.
Gelukzalig de man, die niet gaat naar de vergadering der goddeloozen, en op den weg der zondaars niet stilstaat: en niet zit op den leerstoel des verderfs.
Maar zijn lust is in de wet des Heeren: en dag en nacht overweegt hij zijne wet.
En hij zal zijn als een boom, die geplant is langs waterbeken: en zijn vrucht geven zal op zijn tijd.
En zijn blad zal niet afvallen: en al wat hij doet zal goed gelukken.
Glorie zij den Vader, enz.
Antifoon. De bloem der reinheid smetteloos bewarende verwierf hij zich de zuiverheid van een onberispelijk leven.
V. De Heer heeft hem bemind en versierd. E. Hij heeft hem bekleed met een gewaad van glorie.
Onze Vader, enz.
V Heer, gelief ons uwen zegen te schenken.
Zegen. — De Engelachtige Leeraar stortte voor ons zijne heilzame gebeden.
— 228 —
Lectio I.
Beatus Doctor Thomas fuit typus et exemplar omnis virtutis. Omnia corporis membra erant in eo manifesta virtutum exempla: in oculis ejus apparebat simplicitas, in facie benignitas, in auribus humilitas, in incessu gravitas, in gestu honestas, in visceribus pietas, in intellectu claritas, in affeetu bonitas, in mente sanotitas, in corde charitas. Ad istud ergo perfectissimum omnis virtutis exemplar mentes nostras frequenter convertamus. quod non solum doctrinae lucem, sed etiam amorem sanctitatis in nos transfundat. — Tu autem, Domine miserere nostri.
R Deo gratias.
R. De excelsis fons sapientiae sancto Thomae infudit copiam, tanquam flumen clarae seien-tiae, qui susceptam refudit gratiam, dum fluentis summae peritiae, Eigat totam sanctam Ecclesiam.
— 229 —
Eerste Les.
De gelukzalige Leoraar Thomas was het toonbeeld en het model van alle deugden. Al zijne ledematen waren de uitdrukking van eene deugd. In zijne oogen blonk de eenvoud uit, op zijn gelaat de goedertierenheid, in zijne ooren de nederigheid, in zijn gang de ernst, in zijn bewegingen de zedigheid, in zijn gemoed het medelijden, in zijn verstand de helderheid, in zijn wil de goedheid, in zijn ziel de heiligheid, in zijn hart de liefde. Vestigen wij dan voortdurend onze blikken op dat volmaakte toonbeeld van alle deugden; het schenke ons niet alleen het licht der wetenschap, maar ook de liefde tot de heiligheid. — Maar Gij, o Heer, ontferm u onzer.
R. God zij dank.
R. De bron der wijsheid, uit den hooge ontspringende, heeft haren overvloed als een stroom van heldere wetenschap in den Heiligen Thomas uitgestort; de genade, die hij ontving, heeft hij op zijne beurt medegedeeld door de geheele H. Kerk met de wateren der hoogste geleerdheid te besproeien.
— 230 —
V. Stylus brevis, grata facundia; celsa, clara, firma sententia. — Kigat totam sanctam Ecclesiam.
V. Jube, Domne, benedicere.
Benedictio. — In omui periculo et angustia sit nobis pius Thomas custodia. R. Amen.
Lectio II.
Perfecto vacans studio, intendebat Deo. Praemittebat divina, ut roboraretur in schola: cum, singulis diebus, antequam lecturus ascen-deret cathedram, vel distraheretur ad alia, missam unam celebraret, aliam audiret vel duas integras missas, si non celebraret, audiret: in quibus, et alias in oratione, cum in ilia foret assiduus, lacrymarum effusione mentis suae dulcedinem devotionemque Deo, cui nihil est absconditum, revelabat. Ita scholasticas, et non semel aridas, concertationes tempora-bat contemplationis dulcedine; ita nectebat studium et orationem, quae falso credunt nonnulli maxime dissidere et minime valere
V
— 231 —
Zijn stijl was kort, zijn woord aangenaam, zijn denkbeelden waren verheven , helder en degelijk. — Hij besproeit de geheele H. Kerk.
V. Heer, gelief ons uwen zegen te schenken.
Zegen. — In alle gevaren en noodwendigheden beware ons vol liefde de H. Thomas.
R. Amen.
■
Tweede Les.
Ofschoon hij in de studie verslonden was, ■ bleef hij naar God streven. Hij begon met het gebed om versterkt te worden voor de i studie. Voor hij zijn lessen of andere bezigheden begon, las hij iederen dag de Mis en hoorde er een tweede; hij woonde twee i Missen bij, indien hij zelf het H. Offer niet kon opdragen Bij deze heilige oefeningen evenals bij het gebed, waaraan hij zich ijverig wijdde, verried hij door een vloed van tranen de zoetheid zijner ziel en de godsvrucht tot God, voor wien niets verborgen is. Zoo besproeide hij met de zoetheden der beschouwing de verhandelingen der school, zoo verbond
V
— 232 —
Tu autem, üomine, miserere
R. Deo gratias.
R. O anima sanctissinia, qua contemplante dulciter , corpus linquebat infima. Stans sursum mirabiliter.
V. Sullo prorsus fultus subsidio, levabatur in raptus gaudio. Stans sursum mirabiliter.
V. Jube, Domne, benedieere.
Benedictio. —Ad societatem crvium superno-rum perducat nos Doctor Angelicus. R. Amen.
Lectio III.
Nullus enarrare sufficeret, quot sanctissimus Thomas Theologorum praeconiis celebretur, quantumque illibatae doctrinae a Summis Pon-tificibus fuerit aeclamatum. Leo autem deci-mus tertius, libentissime excipiens postulationes et vota omnium pene saerorum Antistitum
conjungi. — nostri
— 233 —
hij de studie met het gebed, waarvan velen ten onrechte gelooven, dat zij met elkander in strijd zijn en niet vereenigd kunnen worden-
Maar Gij, o Heer, ontferm u onzer.
R. God zij dank
R. O heilige ziel! Terwijl zij de zoetheden der beschouwing smaakte, verliet het lichaam de aarde en bleef wonderbaar opgeheven.
V. Zonder eenige ondersteuning werd hij opgevoerd, in de vreugde der verrukking.
En bleef wonderbaar opgeheven.
V. Heer, gelief ons uwen zegen te schenken.
Zegen. — Dat de Engelachtige Leeraar ons heenvoere tot het gezelschap der hemelingen. R. Amen.
Derde Les.
Niemand kan al de lofprijzingen opnoemen, waarmede de Heilige Thomas door de godgeleerden is verheerlijkt, noch verhalen hoezeer de Pausen de zuiverheid zijner leer erkend hebben. Leo XIII nu, met vreugde de smeekgebeden en de wenschen van bijna al de ________
— 234 —
Orbis eatholici, ad tot praecipue philosophorum systematum a veritate aberrantium luem pro-pulsandam, ad incrementa scientiarum, et com-munem generis humani utilitatem, eum, ex Sacrorum Eituum Congregationis eonsulto, per Apostolicas litteras eoelestem Patronum Scho-larum omnium eatliolicarum declaravit et in-stituit. — Tu autem, Domine, miserere nostri.
li. Deo gratias.
E. Sertum gestans cum torque duplici, cappa gemmis ornata eernitur, ex monili fulgoris coelici lux emissa mundo diffunditur. Augusti-nus fratri sic loquitur.
V. Thomas mihi par est in gloria; virginali praestans munditia. — Augustinus fratri sic loquitur.
Gloria Patri, et Filio , et Spiritui Sancto. — Augustinus fratri sic loquitur.
— 235 —
Bisschoppen der Katholieke wereld aan-hoorende, verklaarde en verhief hem om de pest van zoovele valsehe wijsgeerige stelsels uit te roeien, voor den bloei der wetenschappen en voor het nut der gansche mensehheid, overeenkomstig een raadsbesluit van de Heilige Congregatie der Ritussen, tot Patroon van van alle Katholieke scholen. — Maar Gij, o Heer, ontferm u onzer.
E. God zij dank.
E. Men zag hem gekroond met een diadeem, versierd met een prachtige keten, omhangen met een mantel, met edelgesteenten bezet; uit zijn wezen straalde een hemelsch licht en verspreidde zich over de wereld. Augustinus spreekt aldus tot een Frater:
V. Thomas evenaart mij in glorie, maar hij overtreft mij door de maagdelijke reinheid. — Augustinus spreekt aldus tot een Frater:
Glorie zij den Vader, en den Zoon, enden Heiligen Geest.
Augustinus spreekt aldus tot een Frater.
V
— 236 —
Canticum saxcti Ambeosii et saxcti Augustixi.
Te Deum laudamus, te Dominum confitemur, Te aeternum Patrem, omnis terra veneratur. Tibi omnes Angeli, tibi eoeli, et universae potes-
[tates,
Tibi Cherubim et Seraphim, incessabili voce
[proclamant, Sanctus, Sanctus, Sanetus, Dominus Deus
[Sabaoth.
V. Ora pro nobis, beate Thoma. R. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
Ad Landes.
Deus, in adjutorium, etc.
Psalmus 116.
Laudate Dominum, omnes gentes: laudate eum, omnes populi
Quoniam confirmata est super nos misericor-dia ejus; et Veritas Domini manet in aeternum. Gloria Patri, etc
- 237 —
Lofzang van den Heiligen Ambrosius enden Heiligen Augustinus.
U, God, loven wij, ü, o Heer, belijden wij. U, o eeuwige Vader, vereert geheel de aarde.
U loven al de Engelen, de hemelen en alle Machten.
Tot u roepen zonder ophouden de Cherubijnen en Serafijnen :
Heilig, Heilig, Heilig, de Heer, de God der heerscharen.
V. Bid voor ons, gelukzalige Thomas.
R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
De Landen.
God, kom mij ter hulp, enz.
Psalm 116.
Looft den Heer, alle naties: looft Hem alle volkeren.
Omdat Zijne barmhartigheid over ons is bevestigd: en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.
Glorie zij den Vader, enz.
J
— 238 —
Antiphona. — Collaudetur Christus Kex glo-riae, qui per Thomam lumem Ecclesiae, mundum replet doctrina gratiae.
Capitulum. Eccle. 45.
Elegit eum Dominus ex omni carne, et dedit illi coram praecepta, et legem yitae, et disci-plinae, docere Jacob testamentum suum, et judicia sua Israël.
E. Deo gratias.
Hymxus.
De cujus fonte luminis Verbi coruscant faculae, Scripturae sacrae numinis, Et veritatis regulae.
Fulgens doctrinae radiis, Clarus vitae munditia, Splendens miris prodigiis, Dat toti mundo gaudia.
Laus Patri, etc.
r
J
V.
|
r ^ — 239 — |
Ï) , | ||
|
^■Rex glo- |
Antifoon. — Dat Christus, de Koning van glo |
|:| | |
|
^^cclesiae, |
rie , geprezen worde, die door Thomas, het licht | ||
|
der Kerk, de wereld met de leer der genade |
1' | ||
|
vervult. | |||
|
Kapittel. Eccles. 45. |
lp! | ||
|
et dedit |
De Heer heeft hem uitverkoren voor alle | ||
|
et disci- |
vleesch, en hem in zijne tegenwoordigheid zijne | ||
|
—iium, et |
geboden gegeven, de wet des levens en der |
if| ''i | |
|
tucht, om aan Jacob zijn verbond te leeren i | |||
|
en zijne rechten aan Israël. |
if' | ||
|
R. God zij dank. | |||
|
Lofzang. |
1 | ||
|
De lichtglansen des woords vloeien uit hem, |
ill' Ij; h | ||
|
de bron des lichts, voort, de schriften, die God |
1 | ||
|
heeft ingegeven en de regels der waarheid. |
l|i | ||
|
Gekroond met den stralenkrans der weten | |||
|
schap , schitterend door de reinheid des levens, |
: 'j li | | ||
|
vermaard door wonderwerken, schenkt hij de |
M | ||
|
gansche wereld vreugde. |
j | ||
|
J |
Lof zij den Vader, enz. | ||
|
|| | |||
— 240
V. Sapientia requieseit in corde suo.
E. Et prudentia in sermone oris illius.
Caxticum Zachariae.
Benedictus Dominus Deus Israel; quia visi-tavit, et fecit redemptionem plebis suae.
Et erexit eornu salutis nobis: in domo David pueri sui.
Sicut loeutus est per os sanctorum: qui a saeculo sunt, prophetarum ejus.
Gloria 'Patri, etc.
Antiphona. —■ Viror carnis flore munditiae, vigor vitae fruetu justitiae, splendor veri dono scientiae, te decorant stantem in acie, te coronant in statu gloriae.
V. Domine, exaudi orationem meam.
R. Et clamor mens ad te venat.
Oratio.
Deus, qui Ecclesiam tuam beati Thomae, Confessoris tui atque Doctoris, mira eruditione
|
r ^ — 241 — |
l | |||
|
. |
V. De wijsheid rust in zijn hart. |
;;i, ! r ' | ||
|
-us. |
R. En de voorzichtigheid in de woorden van |
ij | ||
|
zijnen mond. | ||||
|
Lofzang van Zachakias. |
'.il | |||
|
■ilia visi- |
Gezegend zij de Heer, de God van Israël: |
[f!. | ||
|
=ae. |
want Hij heeft zijn volk bezocht en verlost. | |||
|
=10 David |
En Hij heeft ons een hoorn van redding opge | |||
|
richt: in het huis van David, zijnen dienaar. |
I'i | |||
|
_i: qui a |
Gelijk Hij gesproken heeft door den mond |
; / i | ||
|
zijner heilige Profeten: die van oudsher ge |
J | |||
|
weest zijn. | ||||
|
Glorie zij den Vader, enz. |
| | |||
|
=iiditiae,' |
Antifoon. De bloem der zuiverheid, die uw |
tl | ||
|
—'eri dono |
vleesch verheerlijkt, de vruchten der gerechtig |
' r;n | ||
|
=acie, te |
heid, die de kracht uws levens zijn, de gaaf | |||
|
der wetenschap, die uw woord doet schitteren, |
1 | |||
|
zijn uw eer in den strijd en uw kroon in de glorie. |
{•|| | 'F | |||
|
■m. |
V. Heer, verhoor mijn gebed. |
ill | ||
|
R. En mijn geroep kome tot U. |
| | |||
|
Gebed. | ||||
|
IThomae, |
0 God, die uwe Kerk door de wondervolle | |||
|
Tiiditione |
leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder | |||
|
J |
V 16 J | |||
|
_Jk | ||||
|
r ^ - 242 — | |||
|
clai'ificas, et sancta operatione fecundas; da |
en Le | ||
|
nobis, quaesumus, et quae docuit, intellectu |
vruchi | ||
|
conspicere, et quae egit, imitatione complere. |
wij m | ||
|
Per Domiimm. |
geleer | ||
|
wat h: | |||
|
Amen | |||
|
Ad Primam. | |||
|
Deus, in adjutorium, etc |
Goc | ||
|
Hymnus. | |||
|
Thomas insignis genere, |
The | ||
|
Claram ducens originem. |
slacht | ||
|
Subit aetatis tenerae |
tijd ir | ||
|
Praedicatorum Ordinem. | |||
|
Laus Patri, etc. |
Lot | ||
|
Psalmus 53. | |||
|
Deus, in nomine tuo salvum me fac: et in |
Got | ||
|
virtute tua judica me. |
recht | ||
|
Deus, exaudi orationem meam: auribus |
Go( | ||
|
percipe verba oris mei. |
de wc | ||
|
Quoniam alieni insurrexerunt adversum me. |
Wa | ||
|
et fortes quaesierunt animam meam: et non |
en st( | ||
|
j |
niet 1 V | ||
— 243 —
.
en Leeraar verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt; geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging moge beoefenen , wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Primen.
God, kom mij ter hulp, enz.
Lofzaxg.
Thomas, uit een aanzienlijk en beroemd geslacht voortgesproten, treedt op jeugdigen leeftijd in de Orde der Predikheeren.
Lof zij den Vader, enz.
Psalm 53.
God red mij in uwen naam: en verschaf mij recht door uwe kracht.
God, verhoor mijn gebed: neig de ooren tot de woorden mijns monds.
Want vreemdelingen zijn tegen mij opgestaan, en sterken hebben mijne ziel gezocht: en God niet voor oogen gehad.
L_______J
— 214 —
Ecee enim Deus adjuvat me: et Dominus susceptor est animae meae.
Gloria Patri, etc.
Antiphona. — Doctor Thomas repletus gratia, praemonstratus sacris oraculis, mundi, carnis, hostisque vitia fugat, exemplar datum saeculis.
Capitulum. Jac. I.
Beatus vir qui suffert tentationem quoniam, cum probatus fuerit, accipiet coronam vitae, quam repromisit Deus diligentibus se.
E. Deo gratias.
R. Jesu Christe, Fili Dei vivi, Prece Doc-toris coelici. Jesu.... V. Tibi praesta nos gratos effici. Prece . . . Gloria Patri... Jesu ...
V. Exsurge, Domine, adjuva nos. R. Et libera nos propter nomen tuum.
V. Domine. exaudi etc.
— 245 —
Want zie, God staat mij bij: en de Heer is de steun van mijn ziel.
Glorie zij den Vader, enz.
Antifoon. — De Leeraar Thomas is vervuld met genade, wordt door heilige voorteekenen aangeduid, verdrijft de bekoringen der wereld, des vleesches en des duivels en is het voorbeeld der toekomende eeuwen.
Kapittel. Jac. I.
Gelukzalig de man, die de aanvechting doorstaat , want wanneer hij beproefd is, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke God beloofd heeft aan die Hem beminnen
R. God zij dank.
E. Jezus Christus, Zoon van den levenden God, om de bede van den Engelaehtigen Leeraar.
Jezus, enz.....V. Maak ons welgevallig in
uw oog. Om de bede.... Glorie zij den Vader, .... Jezus,....
V. Verhef U, Heer, kom ons te hulp.
R. En bevrijd ons wegens uwen naam.
V. Heer, verhoor mijn gebed, enz.
— 246 -Oratio
Deus, qui Ecclesiam tuam beati Thomae, Confessoris tui atque Doetoris, mira eruditione clarifieas, et sancta operatione fecundas, da nobis, quaesumus , et quae docuit, intelleetu eonspicere, et quae egit, imitatione complere. Per Dominum
Ad Tertiam.
Deus, in adjutorium, etc
Hymnus.
Typum gessit luciferi.
Splendens in coetu nubium.
Plus quam doctores caeteri Purgans dogma Gentilium.
Laus Patri, etc.
Psaljiüs 14.
Domine, quis habitabit in tabernaculo tuo: aut quis requiescet in monte sancto tuo?
Qui ingreditur sine macula: et operatur justitiam.
|
|i 1 | ||||
|
/ A | ||||
|
! — 247 — |
1. | |||
|
Gebed. |
»11 1 | |||
|
^■lomae, |
0 God, die uwe Kerk door de wondervolle |
I;quot;' : 1 'i ii | ||
|
^=ditione |
leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder |
P | ||
|
=as, da |
en Leeraar, verlicht en door zijne werken vrucht | |||
|
:ellectu |
baar maakt, geef ons. bidden wij u, dat wij | |||
|
—nplere. |
met het verstand mogen begrijpen, wat hij ge | |||
|
leerd , en door navolging mogen beoefenen, wat | ||||
|
hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. | ||||
|
Amen. | ||||
|
De Tertiën. | ||||
|
God, kom mij ter hulp, enz | ||||
|
Lofzaxg. |
i: : | |||
|
Gelijk aan de morgenster straalde hij uit | ||||
|
het midden der wolken, en weerlegde volmaak |
|r • | |||
|
ter dan de overige leeraren de dwalingen der | ||||
|
heidenen. | ||||
|
Lof, zij den Vader, enz. | ||||
|
Psalm 14. |
Ij!: | |||
|
mlo tuo: |
Heer, wie zal wonen in uwe tent: Of wie |
ij! I: | ||
|
_j10 ? |
zal rusten op uwen heiligen berg? | |||
|
-iperatur |
Wie vlekkeloos wandelt, en gerechtigheid |
l| | ||
|
werkt. | ||||
|
/ y |
V J lil | |||
|
li | ||||
— 248 -
Qui loquitur veritatem in covde suo: qui non egit clolum in lingua sua.
Gloria Patri, etc.
Antiphona. Mentis innocentia, flosque puri-tatis, extiterunt praevia luci veritatis.
Capitulum. Eccle. 45.
Elegit eum Dominus ex omni carne, et dedit illi coram praecepta, et legem vitae, et diciplinae, docero Jacob testamentum suum et judicia sua Israel.
E. Deo gratias.
R. Sancte Thoma, Audi rogantes servulos. Sancte... V. Et impetratam nobis coelitus in defer indulgentiam. Audi . Gloria Patri. . . Sancte Thoma. .
V. Pie scholarum Patrone, tuorum memor operum. R. Sta coram summo Jndice pro tuo coetu pauperum.
V. Domine, exaudi orationem meam, etc.
— 249 —
Wie waarheid spreekt in zijn hart: wie geen valsehheid pleegt met zijn tong.
Glorie zij den Vader, enz.
Antifoon. De onschuld des harten en de bloem der zuiverheid waren voor hem de weg tot het licht der waarheid.
Kapittel. Ecclesiastic. 45.
De Heer heeft hem uitverkoren voor alle vleesch, en hem in zijne tegenwoordigheid gegeven de wet des levens en der tucht, om aan Jacob zijn verbond te leeren en zijne rechten aan Israël.
R. God zij dank.
R. Heilige Thomas, verhoor uwe dienaren , die tot ü smeeken. Heilige . . . En verschaf ons de kwijtschelding, die gij voor ons in den hemel bekomen hebt. Hoor. , Glorie zij den Vader... Heilige Thomas...
V. Liefdevolle Patroon der scholen, gedenk uw werken.
R. Smeek bij den oppersten Rechter voor uwe vergadering van armen.
V. Heer, verhoor mijn gebed, enz.
— 250 —
Oratio.
Deus, qui Eeclesiam tuam beati Thomae, Confessoris tui atque Doetoris, mira eruditione clarificas et saneta operatione fecundas; da nobis, quaesumus, et quae docuit, intelleotu eonspicere, et quae egit, imitatione complere Per Dominum.
Ad Sextam.
Deus, in adjutorium, etc.
Hymnüs.
Profunda scrutans fluminum In lucem pandit abdita,
Dum supra sensus hominum,
Obscura facit cognita,
Laus Patri, etc.
Psalmus 130.
Domine, non est exaltatmn cor meum: neque elati sunt oculi mei.
Neque ambulavi in magnis: neque in mira-bilibus super me.
|
II | ||||
|
r \ — 251 — | ||||
|
Gebed. |
'' P | |||
|
~iomac, _iditione =as: da ■tellcctu =r)mplere |
God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar verlicht, en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefenen , wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen. De Sexten. |
I 1 1 | ||
|
Heer, kom mij te hulp, enz. |
f | |||
|
Lofzang. | ||||
|
Hij peilde de diepte der afgronden en bracht het verborgene aan het licht, want hij verklaarde de duistere waarheden, die het begrip van den mensch te boven gaan. Lof zij den Vader, enz. |
1 Pj | |||
|
Psalm 130. |
'1 | |||
|
=»: neque in mira- J |
Mijn hart, o Heer, is niet opgeblazen: en mijne oogen zijn niet hoog. Ook wandel ik niet in groote, wonderbare dingen: die mij te groot zijn. V y |
li I ii | ||
|
..jI | ||||
r
— 252 —
Si non humiliter sentiebam: sed exaltavi aninam meam:
Sicut ablactatus est super matre sua: ita retributio in anima mea:
Gloria Patri, etc.
Antiphona. — O munus Dei gratiae, vincens quodvis miraculum! pestiferae superbiae nun-quam persensit stimulum.
J
Capitulum. Eccl. 39.
Ipse tanquam imbres mittet eloquia sapien-tiae suae, et palam faciet disciplinam doctrinae ejus: collaudabunt multi sapientiam ejus, et usque in saeculum non delebitur.
R. Deo gratias.
R. Pie Scholarum Patrone, Tuorum memor operum. Pie... V. Sta coram summo Judice pro tuo coetu pauperum. Tuorum .. .
Gloria Patri... Pie .. .
V. Magne Pater, sancte Thoma, mortis hora nos tecum suscipe.
— 253 —
Zoo ik niet nederig gezind was: maar mijne ziel verheven heb.
Gelijk een ontwend kind aan zijne moeder: zoo is het lot mjjner ziel.
Glorie zij den Vader, enz
Antifoon. — O geschenk van Gods genade, dat alle wonderen overtreft! Nooit heeft hij den prikkel van den verderfolijken hoogmoed gevoeld.
Kapittel. Ecclesiastic. 39.
Hij stort de woorden zijner wijsheid als regen uit, en maakt het onderricht zijner leering bekend; velen zullen zijne wijsheid prijzen, en in eeuwigheid zal zij niet vergaan.
R. Gode zij dank.
R. Liefdevolle Patroon der scholen, gedenk uw werken. Liefdevolle ...
V. Smeek bij den oppersten Rechter voor
uwe vergadering van armen. Gedenk____Glorie
zij den Vader, enz.....Liefdevolle ....
V. Groote Vader, Heilige Thomas, neem ons tot u in het uur des doods.
J
V,
— 254 —
R. Et hie semper nos pie respice.
V. Domine, exaxidi orationem meam, etc.
Oratio.
Deus, qui Ecclesiam tuam beati Thomae, Confessoris tui atque Doctoris, mira eruditione clarificas et saneta operatione fecundas; da nobis, quaesumus, et quae docuit, intellectu conspicere, et quae egit, imitatione eomplere. Per Dominnm.
Ad Nonam.
Deus in adjutorium, etc.
Hyjixus.
Fit Paradisi fluvius Quadripartite pervius; Fit Gedeonis gladius,
Tuba, lagena, radius.
Laus Patri, etc.
PsALJirs 126.
Nisi Dominus aedificaverit domura: in vanum laboraverunt qui aedificant eam.
— 255 —
R. En zie ons hier altijd met een gunstig oog aan.
V. Heer, verhoor mijn gebed, enz.
Gebed.
O God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt; geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door beoefening mogen navolgen , wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Nonen.
God, kom mij te hulp, enz.
Lofzang
Hij is als de stroom in het Paradijs, die zich in vier takken verdeelde; hij droeg het zwaard van Gedeon, zijn bazuin, zijn kruik, zijn fakkel.
Lof zij den Vader, enz.
Psalm 126.
Zoo de Heer het huis niet bouwt: te vergeefs arbeiden de bouwlieden.
— 256 -
Nisi Dominus custodierit eivitatem: frustra vigilat qui custodit earn.
Gloria Patri, etc.
Antiphona. — Felix Doctor, eujus solatio An-gelorum servit attentie ; Petrus , Paulus favent obsequio, Dei mater mulcet alloquiu.
Capitulum. Sap. 7.
Laetatus sum, quoniam antecedebat me ista sapientia, quam sine fictione didici, et sine invidia communico; et honestatem illius non abscondo.
E. Deo gratias.
R. Magne Pater, Sanete Thoma, Mortis hora nos tecum suscipe. Magne. .. V. Et hie semper nos pie respice. Mortis ... Gloria Patri... Magne...
V. Sancte Thoma, lumen Ecclesiae, R. Intercede pro nobis ad Dominum Deum nostrum.
V. Domine, exaudi orationem meam, etc.
__:__
— 257 —
Zoo de Heer de stad niet bewaart: te vergeefs waakt de wachter.
Glorie zij den Vader, enz.
Antifoon. O gelukkige Leeraar, wien de Engelen tot zijn troost bijstaan; Petrus en Paulus bewijzen hem hun diensten; de Moeder Gods begunstigt hem met haar zoete samenspraken.
Kapittel. Wijsh. 7.
Ik verheugde mij, want deze wijsheid ging mij voor; zonder valschheid heb ik ze geleerd, en zonder nijd deel ik ze mede; en hare waarde verberg ik niet.
R. God zij dank.
R. Groote Vader, Heilige Thomas, neem ons tot u in het uur des doods. Groote....
V. En zie ons hier altijd met een genadig oog aan. Neem .. . Glorie zij.... Groote____
V. Heilige Thomas, licht der Kerk.
R. Bid voor ons bij den Heer onzen God.
V. Heer, verhoor mijn gebed, enz.
17
— 258 —
Oratio
Deus, qui Ecclesiam tuam beati Thomae Confessoris tui atque Doet oris, mira eruditione clarificas, et sancta operatione feeundas: da nobis, quaesumus, et quae doeuit, intellectu conspicere, et quae egit, imitatione complere. Per Dominum.
Ad vesperas.
Deus in adjutorium, etc.
psalmus 111.
Beatus vir, qui timet Dominum: in man-datis ejus volet nimis.
Potens in terra erit semen ejus: generatio rectorum benedicetur.
Gloria et divitiae in domo ejus; et justitia ejus manet in saeculum saeculi.
Gloria Patri, etc.
Antiphona. — Qui timet Dominum, in man-datis ejus cupit nimis
— 259 —
Gebed.
O God, die uwe Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas, uwen Belijder en Leeraar, verlicht en door zijne heilige werken vruchthaar maakt; geef ons, bidden wij U, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefe. nen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
De Vespers.
God, kom mij te hulp, enz.
ips alm 111.
Gelukzalig de man, die den Heer vreest: hij zal grooten lust hebben in zijne geboden.
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde: het geslacht der vromen wordt gezegend.
Glorie en rijkdom zal in zijn huis zijn: en zijn rechtvaardigheid zal in eeuwigheid blijven:
Glorie zij den Vader, enz.
Antifoon. — Wie den Heer vreest, vindt groote vreugde in zijne geboden,
vl_______J
— 260 —
Capitulum. Eccle. 45.
Elegit eum Dominus ex omni carne, et dedit illi coram praecepta, et legem vitae et disciplinae, doeere Jacob testamentam suum et judicia sua Israel.
E. Deo gratias.
Hymküs.
Lauda mater Ecclesia,
Thomae felicem exitum,
Qui pervenit ad gaudia,
Per Verbi vitae meritum.
Fossa Nova tune suscipit Thecam thesauri gratiae,
Ciim Christus Thomam efficit Haeredem regni gloriae.
Laus Patri, etc.
V. Ora pro nobis, beate Thoma. R Ut digni efficiamur promissionibus Christi,
Cakticüm beatae viegikis. Magnificat amina mea Dominum.
— 261 —
Kapittel. Ecclesiastic. 45.
De Heer heeft hem uitverkoren voor alle vleesch, en hem zijne geboden gegeven, de wet des levens en der tucht, om aan Jacob zijn verbond te leeren en zijne rechten aan Israël.
R. God zij dank.
Lofzang.
Verhef, onze Moeder de Kerk, den zaligen dood van Thomas, nu hij door de verdiensten van het Woord des levens de eeuwige vreugde binnengaat.
Fossa Nova ontving de overblijfselen van dit vat van genade, nu Christus aan Thomas het erfdeel der eeuwige glorie schenkt.
Lof zij den Vader, enz.
V. Bid voor ons, gelukzalige Thomas. R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Lofzang der Heilige Maagd.
Mijne ziel maakt groot den Heer.
— 260 —
Capitulum. Eccle. 45.
Elegit eum Dominus ex omni carne, et dedit illi coram praecepta, et legem vitae et disciplinae, doeere Jacob testamentam suum et judicia sua Israel.
E. Deo gratias.
Hymküs.
Lauda mater Ecclesia,
Thomae felicem exitum,
Qui pervenit ad gaudia,
Per Verbi vitae meritum.
Fossa Nova tune suscipit Thecam thesauri gratiae,
Ciim Christus Thomam efficit Haeredem regni gloriae.
Laus Patri, etc.
V. Ora pro nobis, beate Thoma. R Ut digni efficiamur promissionibus Christi,
Cakticüm beatae viegikis. Magnificat amina mea Dominum.
— 261 —
Kapittel. Ecclesiastic. 45.
De Heer heeft hem uitverkoren voor alle vleesch, en hem zijne geboden gegeven, de wet des levens en der tucht, om aan Jacob zijn verbond te leeren en zijne rechten aan Israël.
R. God zij dank.
Lofzang.
Verhef, onze Moeder de Kerk, den zaligen dood van Thomas, nu hij door de verdiensten van het Woord des levens de eeuwige vreugde binnengaat.
Fossa Nova ontving de overblijfselen van dit vat van genade, nu Christus aan Thomas het erfdeel der eeuwige glorie schenkt.
Lof zij den Vader, enz.
V. Bid voor ons, gelukzalige Thomas. R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Lofzang der Heilige Maagd.
Mijne ziel maakt groot den Heer.
— 260 —
Capitulum. Eccle. 45.
Elegit eum Dominus ex omni carne, et dedit illi coram praecepta, et legem vitae et disciplinae, doeere Jacob testamentam suum et judicia sua Israel.
E. Deo gratias.
Hymküs.
Lauda mater Ecclesia,
Thomae felicem exitum,
Qui pervenit ad gaudia,
Per Verbi vitae meritum.
Fossa Nova tune suscipit Thecam thesauri gratiae,
Ciim Christus Thomam efficit Haeredem regni gloriae.
Laus Patri, etc.
V. Ora pro nobis, beate Thoma. R Ut digni efficiamur promissionibus Christi,
Cakticüm beatae viegikis. Magnificat amina mea Dominum.
— 261 —
Kapittel. Ecclesiastic. 45.
De Heer heeft hem uitverkoren voor alle vleesch, en hem zijne geboden gegeven, de wet des levens en der tucht, om aan Jacob zijn verbond te leeren en zijne rechten aan Israël.
R. God zij dank.
Lofzang.
Verhef, onze Moeder de Kerk, den zaligen dood van Thomas, nu hij door de verdiensten van het Woord des levens de eeuwige vreugde binnengaat.
Fossa Nova ontving de overblijfselen van dit vat van genade, nu Christus aan Thomas het erfdeel der eeuwige glorie schenkt.
Lof zij den Vader, enz.
V. Bid voor ons, gelukzalige Thomas. R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Lofzang der Heilige Maagd.
Mijne ziel maakt groot den Heer.
- 266 —
Kos juvet suis precibus Deo commendet meritis.
Laus Patri sit, etc.....
V. Custodi nos. beate Thoma, ut pupillam oculi.
R. Sub umbra alarum tuarum protege nos.
Canticum Simeonis.
Nunc dimittes servum tuum, Domine: secundum verbum tuum in pace.
Quia viderunt oculi mei: salutare tuum.
Quod parasti: ante faciem omnium populorum.
Lumen ad revelationem gentium: et gloriam plebis tuae Israël.
Gloria Patri, etc.
Antiphona. O speculum munditiae, carnis carens spurcitiis, tuae eolentes liodie felicitatis gaudia, transfer ad regnum gloriae, post hujus vitae stadia.
V. Domine, exaudi orationem meam, etc.
— 267 —
hij ons door zijne gebeden helpen en door zijne verdiensten aan God aanbevelen.
Lof zij den Vader, enz.
V. Bewaar ons, o gelukzalige Thomas, als den appel van uw oog.
E. Bescherm ons onder den schaduw uwer vleugelen.
Lofzang van Simeon.
Laat nu, o Heer, uwen dienaar gaan: naar uw woord in vrede.
Want mijne oogen hebben uw heil gezien.
Dat gij bereid hebt: voor het aanschijn aller volken.
Een licht tot verlichting der heidenen; en tot heerlijkheid van uw volk Israël.
Glorie zij den Vader, enz. '
Antifoon. — O spiegel van zuiverheid, van allen smet des vleesches vrij; wij vieren heden de vreugde van uw geluk, leid ons heen naar het rijk van glorie na dit leven.
V. Heer, verhoor mijn gebed, enz.
— 268 —
Oratio.
Deus, qui Ecclesiam tuam beati Thomae, Confessoris tui atque Doctoris, mira eruditione clarifieas, et sancta operatione fecundas, da nobis, quaesumus, et quae doeuit, intelleetu conspicere, et quae egit, imitatione complere. Per Dominum.
— 269 —
Gebed.
God, die uw Kerk door de wondervolle leering van den Heiligen Thomas; uwen Belijder en Leeraar, verliclit en door zijne heilige werken vruchtbaar maakt, geef ons, bidden wij u, dat wij met het verstand mogen begrijpen, wat hij geleerd, en door navolging mogen beoefenen, wat hij gedaan heeft. Door Christus onzen Heer. Amen.
INHOUD.
biz.
Voorrede.
I.
Kort leven van den H. Thomas van Aquino. 1
II.
De H. Thomas, Patroon der Zuiverheid of de Engelachtige Strijd.
Inleiding. . ..... ......37
I. De H. Thomas wordt door Engelen omgord en ontvangt daardoor de genade der eeuwigdurende zuiverheid. ... 46
II. Beschrijving der plaats waar de H. Thomas van Aquino door de Engelen omgord werd.........57
III. De gordel van den H. Thomas wordt met groote vereering bewaard. ... 60
IV. Naar het model des gordels van Sint Thomas vervaardigt men andere gordels, die versterken in de bekoringen tegen de zuiverheid. ... ... 65
V. Beschrijving des gordels van den H. Thomas (Met eene afbeelding). ... 73
VI. Eenige getuigenissen van geloofwaardige mannen over den gordel van den H. Thomas...........75
VII. Er wordt een broederschap ter eere van den H. Thomas ingesteld onder den naam van „Engelachtige Strijdquot; 83 VIII. Statutenvan den Engelachtigen Strijd. 91 IX. Plechtige opneming in de Broederschap. 1.05 X. Raadgevingen van den H. Thomas om
de zuiverheid des harten te bewaren. 112 XI. Andere raadgevingen van den H. Thomas
voor de zuiverheid....... 1'22
III.
De H, Thomas, Patroon der Christel, scholen.
I. Lofspraak op den H. Thomas v. Aquino. 127 II. De H. Thomas wordt Patroon der Chris-
146
telijke scholen.
III. De zes zondagen ter eere van den H. Thomas............156
IV. Wijze van de zes Zondagen ter eere van den H. Thomas godvruchtig te vieren. 161
V. Raadgevingen van den H. Thomas om de goddelijke en menschelijke wijsheid te verkrijgen, in een bi-ief aan Frater Johannes....... ... 185
IV.
Gebeden van den H. Thomas.
Gebed om de vergeving der zonden te bekomen. 191 Gebed, genaamd het Gulden-gebed .... 193
J
V
Kort gebed, hetwelk de H. Thomas dagelijks
Gebed, dat de H. Thomas gewoon was te bidden vóór hij ging schrijven, studeeren of
Gebed, hetwelk de H. Thomas, nedergeknield
v. h. kruis, tot God opzond.......198
Korte groetenis aan het ailerh. Sacrament. . 199
Gebed tot het allerh. Sacrament.....199
Gebed tot de allerh. Maagd Maria.....200
Gebed om de deugden te verkrijgen.... 203
Godvruchtig gebed..........207
V.
Gebeden ter eere van den H. Thomas.
Gebed op de zes zondagen ter eere van den
Gebed vóór de les of vóór de studie. . . . 214 Gebed om den H. Thomas tot patroon te
Gebeden d. Kerk tot den H. Thomas. . . . 216 Gebed tot den H. Thomas om de deugd van
Gebed tot God om de gave der zuiverheid. . 218 Gebed tot den H. Thomas, Patroon der scholen. 219 Kleine getijden van den H. Thomas .... 220