DE VIN GENTIAAN.
DE VINCENTIAAN
GEBEDENBOEK
VOOR
k leilen der Vereeuigiug m den H. VinceüÃs a Paulo,
BEWERKT DOOR
fr. A. VAN KERKHOFF. O.C.
gt;x«lt;
HAARLEM.
H. COEBBllüH, 1896
IMPRIMATUR.
h. t. J. Rikmenspoei,, Rector, Libr. censor.
Amstelodami,
die 28 Junii 189C.
da
Het gebedenboek ,,de Vincentiaanquot; wordt door ons goedgekeurd en allen Vincentianen ten zeerste aanbevolen.
Namens den Hoofdraad, Th. Büeret.
BERICHT VAN DEN UITGEVER.
Het- gebedenboek hierbij aangeboden voorziet zonder twijfel in eene behoefte. Vooreerst kan bet dienen als een kort practiscb kerkboek voor alle ontwikkelde Nederlandsche mannen en jongelieden en ten tweede is 't meer in 't bizonder bet gebedenboek van den Vincentiaan. De zorg aan de bewerking besteed, zal naar de uitgever vurig wensoht,. ruimschoots vergoed worden door het nut, hetwelk het boekje zal stichten en door de ruime verspreiding over geheel het vaderland.
Het was dan ook hoogstvereerend dat de Hoofdraad van de Vereeniging van den H. Vin-centius a Paulo zoo welwillend dezen arbeid wilde steunen, goedkeuren en aan alle Vincen-tianen aanbevelen.
Moge het werkje een blijvend monument zijn ter gelegenheid van het Gouden feest van onze dierbare Vereeniging in Nederland.
Dit is de blijvende wensch van den Uitgever,
DE VINCENTIAAN.
GEBEDENBOEK
TOCR
de Leien der Vereeiigiiig m den H, Vincentins a Paulo.
BEWERKT DOOR
fp. A. VAN KERKHOFF, O.C.
HA AELEM,
H. COEBERGH, 1896.
VOORREDEN.
Zoo juist de beteekenis van het gebed wordt weergegeven door de omschrijving: bidden is spreken van den mensch met God, zoo waar is het ook, dat dat samenspraken van het schepsel met zijn Schepper pleegt te geschieden op velerlei wijs en vaak verschillend naar den levensstaat en de omstandigheden, waardoor de eene mensch zich onderscheidt van den andere.
Slechts ééne bede ligt op aller lippen, is allen Christenen even dierbaar, volkomen passend in alle omstandigheden en voor eiken staat des levens. Het Gebed des Heeren is en blijft het volmaakte type, het afgewerkte model voor 's menschen onderhoud met God, wien wij te loven en te danken en alles te vragen hebben.
Maar in den geest van het Onze Vader, met de strekking van dat volmaakte gebed, is het den Christen vaak eene behoefte, een voedsel voor geest en hart, met God, zijn Schepper, Verlosser en Vertrooster, en met Gods lieve Heiligen zich te onderhouden, meer bizonder volgens den levensstaat, waarin hij door de
VI â
Voorzienigheid geplaatst werd, â volgens do plichten, welke hem werden opgelegd of waartoe hij zich vrijwillig verbond, â â en eindelijk volgens de daarin voorkomende, de daaraan eigene behoeften en nooden, wenschen en verlangens.
Met die gedachten wordt den leden der Vereeniging van den H. Vincentius a Paulo dit gebedenboek toegeëigend door
DEN BEWEEKEE.
Osch, 10 Febiuari 1896.
2)e K. Vincentius a faulo.
Hoewel het leven van den Heilige den Vincentianen overbekend is, moge deze schets, bewerkt naar 't Breviarium Romanum, door zijn vereerders en volgelingen menigmaal herlezen worden in den geest van gebed, zooals de Kerk dat vordert ran hare geordende dienaren, die, tot het lezen der kerkelijke getijden verplicht, de levensschets van St. Vincentius op zijn feestdag in den vollen zin des woords bidden.
De H. Vincentius a Paulo, van Fransche nationaliteit, werd geboren te Poy in Gasconje en onderscheidde zich van af zijn prilste jeugd door eene buitengewone liefde tot de noodlijdenden. Als knaap waakte hij over de kudden zijns vaders, doch verwisselde die taak aldra met de beoefening der wetenschappen. De lagere studiën deed hij met succes te Acqs, een goede grondslag dus voor de hoogere studie, welke hij te Toulouse ondernam en te Saragossa voltooide. Priester gewijd en bevorderd tot doctor in de godgeleerdheid, viel Vincentius in de handen der Turken, die hem als gevangene wegvoerden naar Afrika. In zijne gevangenschap
vin
echter won hij zijn overheerscher zelf voor de zaak van Christus. En met den bekeerling ontvluchtte hij, wonderdadig geholpen door Maria, het land der barbaren en reisde naar de Eeuwige Stad.
Van Rome uit in Frankrijk teruggekeerd, bestierde hij eerst op uitmuntende wijze de parochie van Chichi en vervolgens die van Chatellon-les-Dombes.
Daarop door den koning aangesteld als grootaalmoezenier, was het verwonderlijk te zien welken ijver Vincentius aan den dag legde voor het heil van overheden en onderdanen. Intus-schen vertrouwde de H. Franciscns van Sales hem het bestuur toe van de religieuze Congregatie der Zusters van O. L. Vrouwe-Visitatie, welk ambt hij gedurende circa veertig jaren zoo loffelijk waarnam, dat hij ten volle bevestigd heeft de uitspraak van den heiligen Stichter dier Congregatie, die verklaarde geen waardiger priester te kennen dan Vincentius. Onvermoeid als hij was, beijverde hij zich tot zijn hoogsten ouderdom het Evangelie aan de armen te verkondigen, voornamelijk aan de landlieden. Daartoe zelfs verplichtte hij zich door altijddurende belofte, welk votum hij ook vorderde van de leden der Congregatie, welke hij tot dat doel stichtte onder den naam van âPriesters van de Zendingquot;, en bevestigd werd door den Heiligen Stoel.
Hoeveel hij intusschen werkte aan de uitbreiding en bevestiging der kerkelijke tucht onder de geestelijkheid getuigen de Seminariën,
welke hij stichtte voor de opleiding der bedienaars van het heiligdom. En de huizen zijner Congregatie der âPriesters van de Zendingquot; stelde hij open tot het geven van conferenties en godvruchtige oefeningen voor de geestelijken, tot het houden van retraites en exercitiën voor de levieten, die zich tot het ontvangen der heilige wijdingen voorbereidden, en eindelijk voor leeken, om in godsdienstige bijeenkomst elkander op te wekken tot de beoefening der christelijke liefdadigheid. Daarenboven zond de apostolische man zijn evangelische arbeiders uit, om het geloof en den godsdienst te verbreiden en te doen bloeien, niet alleen in verscheidene provinciën van Frankrijk, maar ook in Italië, Polen, Schotland en Spanje, zoomede onder de heidenen der beide Indiën.
Na den dood van Lodewijk XIII, dien hij in zijn sterfuur bijstond, werd Vincentius door Anna van Oostenrijk, de moeder van Lodewijk XIV, in eene luisterrijke vergadering van 's Lands grooten geroepen en hij bewerkte daar, dat voortaan niet dan waardige mannen zouden gesteld worden aan het hoofd van kerken en kloosters; â voorts dat de aanstokers van tweedracht in den lande zouden gebreideld en geweerd worden, dat het duel werd strafbaar gesteld en dat de verderfelijke dwalingen in geloofszaken, die hij na grondige kennisneming verfoeide, werden aan de kaak gesteld en veroordeeld, terwijl door hen allen de schuldige ge -hoorzaamheid betuigd werd aan de uitspraken van den Apostolischen Stoel.
X
Geen kwaad, geen maatschappelijke ellende van welken aard ook bestond er, of hij was er met vaderlijke bezorgdheid op uit om het te genezen, het althans te verzachten, daaraan te gemoet te komen. Christenen, die zuchtten onder het juk der Turken, â kinderen, die te vondeling gelegd waren, â uit elkander gejaagde kloosterlingen, â jongedochters, wier eer in gevaar was, â lijders aan epilepsie, â gevallene vrouwen, â tot de galleien veroordeelde misdadigers, â zwervelingen, zieken, krankzinnigen, invalide werklieden, bedelaars en door den dood van hun kostwinner onverzorgd achtergeblevenen, â die allen ondersteunde, hielp hij met de grootste liefde en ontving hen gastvrij onder zijn dak.
Lotharingen, Campania, Picardië en meerdere landen, door oorlog, hongersnood en pestziekte ten gronde gericht, bracht hij wederom tot vroe-geren bloei en welvaart. Zelfs stichtte hij, om de ongelukkigen op te sporen en hen te helpen, vereenigingen. onder anderen die van gehuwde vrouwen uit den gegoeden stand en de religieuze Congregatie van de âDochters van Liefdequot;. Voorts ook stichtte Vader Vincentius de religieuze Congregatieën van de âDochters van het Kruisquot;, die van de âDochters der Voorzienig-Jieidquot; en die van de H. Genoveva, allen voor de verzorging en opvoeding van de jeugd.
En te midden van deze en veel andere allergewichtigste werken, had hij steeds het oog op God gevestigd, was hij steeds toegankelijk voor een ieder en bleef zichzelf gelijk in een-
XI
voud en oprechtheid ; en, nederig als hij was, had hij immer een afkeer van eerbewijzen, rijkdommen en vermaken. Van Vader Vincentius is het woord gehoord en geboekt, dat hij behagen schiep in niets dan in Jesus Christus, dien hij poogde na te volgen in alles.
Eindelijk, door lichaamspijnen en arbeid en levensjaren uitgeput, stierf hij kalm te Parijs, in het klooster van den H. Lazarus, het hoofdklooster der Congregatie van de â Priesters van de Zendingquot;, den 27 September in het jaar des heils 1660. Vermaard door zijn deugden, verdiensten en mirakelen nam Paus Clemens Xll Vincentius op onder het getal der heiligen en werd voor zijn feestdag jaarlijks den 19 Juli vastgesteld te vieren.
AFLATEN
toegekend aan de
Vereenipg van den H. Vincentius Tan Paulo.1)
VEKKOKTE OPGAVE.
De vrijgevigheid der Pausen Gregorius XVI z. g. en Pius IX z. g. heeft niet opgehouden een aantal aflaten te verleenen aan de Vereeniging van den H. Vincentius van Paulo en door geestelijke gaven de stiptheid hunner leden in liet bijwonen der zittingen der Conferenciën, der algemeene vergaderingen, der retraites enz. enz. te beloonen. Deze aflaten, hebben zij wel al de noodige openbaarheid verkregen vooral bij onze nieuwe medebroeders, die tegenwoordig zich vermenigvuldigen? En zijn zij bekend, legt men er zich dan op toe, om deze te win-
') Onveranderd overgedrukt uit het Handboek, uitgegeven door de Secretarie van den Hoofdraad te 's-Gravenhage.
XIII
nen met zorgvuldig de vereischten, die overigens zeer gemakkelijk zijn, te vervullen?
Vele uitmun-cende medebroeders doen ons daaromtrent twijfelen, zich overigens nederig beschuldigende van vele gelegenheden te hebben verzuimd om deze kostbare aflaten en de gunsten daaraan verbonden te verdienen. Om dan aan hunne wenschen te voldoen, meenen wij te moeten beginnen met dit gewichtig onderwerp voor onze medebroeders uit een te zetten, daarna hen te herinneren, dat deze aflaten op een bijzonder blad zijn afgedrukt, hetwelk het Secretariaat ronddeelt, en eindelijk dit bijzonder blad te herhalen in het Handboek:
Aflaten toegekend aan de leden der Vereeni(ging.
1°. Er is een volle aflaat, eens in de maand te verdienen, verleend aan de leden van den Algemeenen Eaad en aan die van de Bijzondere Raden, hetzij te Parijs, hetzij in de andere steden, mits zij met waar leedwezen gebiecht en de H Communie ontvangen hebbende, de zittingen van hunnen Eaad bijwonen, of drie van de vier vergaderingen die er in de maand plaats hebben.
2°. Een zelfde aflaat is toegestaan elke maand, aan al de werkende leden der Ver-eeniging, zonder de raadsleden en anderen
XIV
hiervoren gemeld, die den aflaat, hierboven aangehaald, reeds zouden verdiend hebben, uit te sluiten, mits zij met waar berouw gebiecht en de H. Communie ontvangen hebbende, tegenwoordig geweest zijn op al de vergaderingen of vereenigingen of op drie van de vier, die maandelijks plaats hebben.
3°. Er is een volle aflaat verleend aan al diegenen, die met waar berouw gebiecht en de H. Communie ontvangen hebbende, aangenomen zijn in de Vereeniging, op den dag dat zij in de verschillende graden van aspirant lid, gewoon lid, lid van een Bijzonderen Eaad of lid van den Hoofdraad zijn aangenomen.
4°. Alle leden, hetzij werkende of eereleden kunnen een vollen aflaat verdienen op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, van den H. Vincmntiüs vax Paulo, op den tweeden Zondag na Paschen en den eersten Zondag der vasten, 1) mits zij na gebiecht te hebben, de H. Communie ontvangen in de gemeenschappelijk bijgewoonde Mis, die volgens Breve van 13 September 1859, niet uitsluitend voor de Vereeniging behoeft gelezen te worden en zij bovendien de alge-
!) Bij breve van 13 September 1859, is de aflaat van den eersten Maandag der vasten overgebracht op den eersten Zondag van de vasten.
XV
meene vergadering, die omstreeks dat tijdstip gehouden wordt, bijwonen.
Ingevolge Breve van 18 Maart 1855 kan de aflaat, voor den feestdag der Onbevlekte Ontvangenis verleend, verdiend worden betzij op dien dag zelf, hetzij als die verschoven is, op den dag der feestviering. Naar de Breve van 13 Sept. 1859, kan deze aflaat daarenboven verdiend worden op den Zondag, die volgt op de feestviering, mits deze viering niet valt op eenen Zondag, of dat zij om plaatselijke gesteldheid niet verschoven is, op eenen anderen Zondag, in welk geval men zich moet houden aan de Breve van 18 Maart 1853.
Deze laatste Breve vergunt den aflaat te verdienen op het feest van den H. Vincentiüs van Paulo, hetzij op den dag zelf van het feest (19 Juli) hetzij op een der zeven volgende dagen.
5°. Een volle aflaat is toegestaan aan de leden der Vereeniging, in de ure des doods, als zij waarlijk boetvaardig biechten of, indien zij dit niet kunnende doen, ten minste berouwvol vromelijk den naam van Jesus met den mond aanroepen, indien hun dat mogelijk is, of ten minste met het hart en uit de hand Gods den dood met moed en geduld aannemen als straf der zonde.
XVI
6°. Er is een aflaat van 7 jaren en 7 maal 40 dagen toegestaan aan de werkende leden, eiken keer dat zij ten minste met een berouwvol hart, eene vergadering bijwonen, een arm huisgezin, scholen en werkplaatsen der armen bezoeken, ot eenig ander goed werk verrichten in don geest der Vereeniging. Zij kunnen dezen aflaat ook verdienen telkens als zij de uitvaartmis bijwonen voor de ziele-rust van een der leden, of dat zij het stoffelijk overschot der armen naar de kerkelijke begraafplaats begeleiden. Al deze aflaten kunnen verdiend werden door de leden, die plaatsen bewonen, alwaar nog geene confe-rencie is opgericht, indien zij, zooveel zij vermogen, de gewone liefdewerken volbrengen en de voorgeschrevene voorwaarden nakomen.
7°. Wanneer de conferenciën geestelijke afzonderingen (retraites) instellen, is een volle aflaat toegestaan aan de leden, die vroom al die oefeningen bijwonen, mits zij waarlijk boetvaardig gebiecht, in de Mis op den laatsten dag der afzondering opgedragen gecommuniceerd en gebeden zullen hebben voor de eendracht der vorsten, de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de heilige Kerk. Een aflaat van 100 dagen is toegestaan aan degenen, die
XVII
rouwmoedig slechts een gedeelte van die afzonderingen hebben bijgewoond en zullen gebeden hebben als hiervoren is gezegd.
8°. Er is aan al de leden der Vereeniging een aflaat van 300 dagen verleend, telkens als zij, onverschillig in welke taal, met een berouwvol hart het gebed der Vereeniging zullen opzeggen, beginnende met de woorden : â Wij danken U, Heer, voor de genade en zegeningen.quot;
Deze aflaten kunnen worden toegevoegd aan de zielen in het vagevuur.
Voorts is door wijlen Z. D. H. Mgr. J. Zwijzen, bij bisschoppelijk schrijven, dato 's Hage 7 Mei 18-18, als toenmalig Vice-Superior der Holl. Zending a. i., aan de leden der Vereeniging van den H. Vincentius a Paulo een Aflaat van veertig dagen verleend, zoo dikwijls zij de Litanie van den H. Vincentius of het den leden bekende gebed: Wij danken U, Heer... godvruchtig zullen bidden.
En eindelijk werd door denzelfden Prelaat, Mgr. J. Zwijzen, voor het Aartsbisdom van Utrecht en het Bisdom van 's Bosch, zoomede door Mgr. G. P. Wilmer voor het Bisdom van Haarlem een Aflaat van veertig dagen aan de Vincentianen verleend, zoo dikwijls zij eene vergadering van Raden
2
XVIII
of Conferenciën bijgewoond en deelgenomen zullen hebben aan de gebeden, die voor en na iedere zitting of vergadering gehouden worden.
Gebeden.
Vóór de zitting.
In den Naam des Vaders . . . enz.
Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek 'in hen het vuur uwer liefde.
Zend uwen Geest en zij zullen geschapen worden:
en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen .
Laat ons hidden.
God, die de harten der geloovigen dooide verlichting van den H. Geest onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dienzelfden Geest verstaan wat recht is en ons altijd in zijne vertroosting verheugen door Christus onzen Heer. Amen.
H. Vincentius a Paulo, bid voor ons!
H. Joseph, bid voor ons !
iVfï de zitting.
In den Naam des Vaders . . . enz.
XIX
O zachtmoedige Heer Jesus, die in uwe Kerk, in den persoon van den H. Vincen-tius a Paulo, een Apostel, brandende van liefde, hebt opgewekt, stort dezelfde liefdevlam over uwe dienaren uit. opdat zij, alleen ter liefde van U, uit geheel hun hart, aan de armen geven, wat zij bezitten, en eindigen met zich zelve geheel voor hen op te offeren; die met God den Vader leeft en heerscht in eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Voor de Weldoeners.
Ge waardig U, o weldadige Jesus, uwe genade te verleenen aan de weldoeners der armen; gij, die honderdvoudige belooning en het rijk der hemelen beloofd hebt aan allen, die werken van liefdadigheid in uwen Naam zouden verrichten. Amen.
Wij stellen ons onder uwe bescherming, H. Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood ; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemwaardige en gezegende Maagd. Amen.
Dat de geloovige zielen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. Amen.
XX
VÃÃE VERKIEZINGEN OF HET ONDERNEMEN VAN EEs'IG LIEDEWEEK.
Hymnus: Veni Creator Spiritus.
Gebed.
O God, voor wien elk hart openligt, tot wien een ieder die 't wil vrij spreken kan en die alle geheimen kent, reinig door de instorting des H. Geestes de gedachten van ons gemoed, opdat wij U volkomen beminnen en naar waarde prijzen mogen.
O God, van wien alle goed afkomstig is, verhoor ons smeeken, opdat wij door uwe ingeving wat recht is beramen en het onder uwe leiding ook volbrengen.
quot;Wek, wij bidden 't ü, o Heer, den wil uwer geloovigen op, ten einde zij te meerder vruchten van goede werken voortbrengen en grooter hulp van uwe goedheid ontvangen. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met ü leeft en regeert in de eenheid van den H. Geest, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
ALGEMEENE BEPALINGEN.
Art. 1. Do Vereeniging van den H. Vin-Centius van Paulü neemt alle christelijke jongelieden, in welke landstreek zij zich bevinden, aan, die zich willen vereenigen in gebeden ten behoeve van en deel nemen aan dezelfde liefdewerken.
Art. 2. Geen liefdewerk moet geacht worden vreemd te zijn aan de Vereeniging, ofschoon zij meer bepaaldelijk ten doel heeft, het bezoek van arme huisgezinnen. â De leden der Vereeniging bemittigen alzoo de gelegenheden om vertroostingen te bieden aan de zieken en gevangenen, om onderwijs te bezorgen aan arme, verlatene of gevangene kinderen en godsdienstige hulp te verschaffen aan hen, wien het daaraan in het doodsuur ontbreekt.
Art. 3. Wanneer in eene stad meerdere jongelieden deel maken van de Vereeniging, komen zij bijeen, om zich wederzijds tot de beoefening van het goede op te wekken. ââ Deze bijeenkomst neemt den naam aan van Conferemie, zijnde die, waaronder de Vereeniging is ontstaan.
Art. 4. In eene stad, waar meerdere Confe-
XXII
renciën zijn opgericlir, onclcrselieiden zij zich door den naam der parochie, waartoe de leden behooren.
Zij zijn verhonden door eenen Bijzonderer» Raad, die den naam aanneemt der stad, waar hij is opgericht.
Art. 5. Al de Conferenciën der Vereenijfing zijn verhonden door een Algemeenen Raad.
HOOFDSTUK I.
VAN DK CONFEKENCIÃN.
Art. fi. Do Conferencicn vergaderen op de door haar daartoe vastgestelde dagen en uren.
Art. 7. Zij bevlijtigen zich onderling in hriefwisseling te zijn, ten einde elkander te stichten en zich wederzijds, desgevorderd, hetzij leden der Vereeniging zelve, hetzij arme jonge-lieden, of wel onvermogende gezinnen, die van verblijfplaats veranderen, aan te bevelen.
§ 1. Inrichtingen der Conferenciën.
Art. 8. Elke Conferencie wordt beheerd door een President, een of meer Vice-Presi-denten; een Secretaris, een Penningmeester, die het Bureau der Conferencie uitmaken.
Elke Conferencie heeft ook, naar gelang der behoeften van den dienst, een Bibliothecaris, een Magazijnmeester, of welke andere betrekking meer.
XXIII
Art. 9. De President wordt door de Con-ferencie verkozen. De andere leden, die betrekkingen bekleeden, worden door den President benoemd, met overleg van het Bureau. In die steden echter, waar, zoo als later gezegd zal worden, een Raad van Bestuur bestaat, worden de Presidenten en Vice-Presidenten der bijzondere Conferenciën even als de overige leden die dezen Raad uitmaken, benoemd door den President van dien Raad.
Art 10. De President bestuurt de Conl'e-rcneie, ontvangt de voorstellen en brengt die in overweging, doet de oproepingen ter bijeenkomst, indien het noodig is, en waakt voor de uitvoering der reglementen en beslissingen der Vereeniging.
Ingeval van afwezigheid, doet hij zich door eencn Vice-President vervangen.
Art. 11. De Secretaris maakt een beknopt proces-verbaal der zitting.
IJ ij houdt een register, bevattende de namen, betrekkingen en woonplaatsen der leden, de dagteekening hunner aanneming en de namen dergenen, die hen hebben voorgedragen.
li ij houdt nauwkeurige aanteekening van de bezochte huisgezinnen. Hij wint inlichtingen in nopens die, welke voorgedragen worden, ten einde de Conl'erencie, zooveel mogelijk, slechts zoodanige gezinnen bezoekc, die hare belangstelling en ondersteuning waardig zijn. . Hij teekent do veranderingen op, welke in de gezinnen of in de leden, die dezelve bezoeken, zijn voorgevallen.
XXIV
Art. 12. De Penningmeester houdt de kas; hij teekent de inkomsten en uitgaven, zitting voor zitting, op.
Art. 13. De Bibliothecaris verzamelt leerzame boeken, geschikt voor de personen, die door de Conferencie worden ondersteund en teekent aan, welke derzelve gegeven of geleend worden.
Art. 14!. De Magazijnmeester verzamelt de kleedingstukken ten gebruike der armen en houdt daarvan insgelijks aanteekening.
§ 2. Orde der zittingen.
Art. 15. Bij de opening van elke zitting doet de President het gebed : Feni Sande Spiritus, gevolgd van de oratie en van eene aanroeping van den H. Vincentius van Paulo. Men houdt vervolgens eene godsdienstige voorlezing uit een door den President daartoe gekozen boek. Ieder is geroepen deze voorlezing op zijn beurt te doen.
Het gebed en de voorlezing moeten met den meesten ernst en met aandacht geschieden, daar het doel der Vereeniging niet minder strekt om de podsvrucht der leden te onderhouden, dan om de armen te ondersteunen.
Art. 16. De Secretaris leest het proces-verbaal der laatste zitting voor. Ieder lid heeft vrijheid om op dat stuk zijne aanmerkingen te maken.
Art. 17. Daartoe termen zijnde, kondigt de President de aanneming der kandidaten af, die in de vorige zitting zijn voorgedragen en noodigt de voorstellers uit, om hen van hunne toelating e doen kennis dragen.
XXV
Art IS. Indien er nieuwe kamlidaien worden voorgedragen, maakt de President hunne namen kenbaar. l)e leden, welke op die voorstellingen eenige bedenkingen te maken hebben, dienen die schriftelijk of mondelings in bij den President, in het tijdsverloop van de eene zitting tot de andere. Bestaan er geene bedenkingen, dan gaat men in laaistgemelde zitting over tot de aanneming der voorgedragene leden.
Elk lid moet zorgen in den boezem der Ver-eeniging geene leden in te brengen, dan personen, die de andere kunnen stichten, of door haar gesticht worden en die zich beijveren om hunne medeleden en de armen als broeders Ie beminnen
Art. 19. De Penningmeester geeft hef bedrag op der kas en der, bij de laatste zitting gc-houdene inzameling, opdat ieder zijne aanvrage om ondersteuning kunne regelen naar de hulpmiddelen der Conferencie.
Art. 20. Men deelt vervolgens de bons voor de ondersteuningen in nulura uit, waarvan liet bedrag verschilt naar de behoefte der armen.
Elk lid wordt op zijne beurt door den President opgeroepen en zegt luide hoeveel hij vraagt en voor hoeveel gezinnen. Wanneer hij daartoe uitgenoodigd wordt, geeft hij inlichtingen nopens de gezinnen.
De onderstand moet stiptelijk bij de armen gebracht worden, in het tijdsverloop van de eene zitting tot de andere. Het tijdstip, het getal en de wijze van die bezoeken worden aan de voorzichtigheid van ieder lid overgelaten.
zoowel als de middelen, om in de gezinnen liefde voor den godsdienst en beoefening van hunne plieliten in te voeren.
De aanvragen van hen, die eenige gedragregels of raadgevingen in moeielijke gevallen verzoeken, worden met aandacht en welwillendheid aangehoord en de President, of elk ander lid beantwoordt die aanzoeken, zoo als zijne ondegt; vinding en liefde hem zullen ingeven.
Art 21. Indien er ondersteuning in geld, kleederen of in boeken gevraagd wordt, moeten de redenen voor die aanvrage ontwikkeld worden, waarna de Conferencie beslist.
Indien het niet mogelijk is eene geldelijke toelage te vermijden, door in de plaats daarvan eene ondersteuning in natara te verstrekken,moet het lid, aan wien het geld is ter hand gesteld, het gebruik er van, van zeer nabij gadeslaan.
Art. 22. Na de toekenning der verschillende ondersteuningen, houdt men zich bezig met het vergeven van plaatsen, met de ten behoeve der armen te docne stappen en met de huisgezinnen door de nieuw aangekomene leden te bezoeken, of door diegenen, welke er nog andere verlangen te gaan zien.
üeen nieuw huisgezin wordt aangenomen, zonder eene voorloopige opgave van deszelfs behoeften, door den Secretaris te doen, of door zoodanig ander lid, als door den President met het inwinnen van inlichtingen is belast geweest. Vóór de stemming der Conferencie, kan eik-lid op het voorstel de bemerkingen maken, welke hem nuttig toeschijnen.
XXVII
Art. 23. De leden, die tijdelijk of voor altijd, do zetelplaats der Conferencie verlaten, geven daarvan bericht aan den President, die alsdan aan anderen de werkzaamheden waarmede zij belast waren, opdraagt.
Art. 24. De Conferencie houdt zich vervolgens bezig met al de punten, die tot hare instandhouding, hare uitbreiding of de goede verdeeling van hare hulpmiddelen betrekking hebben.
Art. '25. Bij het einde der zitting en voor het gebed, doet de Penningmeester de inzameling, waartoe elk lid door een aan zijn middelen geëvenredigde, maar altijd geheime gift bijdraagt. Zij die geenen tijd aan den dienst der armen kunnen toewijden, traciiten dit door eene ruimer geldelijke opoffering te vergoeden.
De opbrengst der inzameling is bestemd ter voorziening in de behoeften der bezochte huisgezinnen ; maar de leden moeten geen der andere middelen verzuimen, die zich tot stijving van de kas der Vereeniging mochten aanbieden.
Art. 2fi. De zitting wordt besloten met het gebed /o/ den II. t^ineentius van Paulo, en de gebeden: ^oor de 'weldoeners en het: Onder uwe bescherming.
HOOFDSTUK II.
O VER DE JiIJZOXDERE RADEN.
Art. 27. De bijzonderen Raad cener stad is samengesteld uit een President, een Vice-President. een Secretaris, een Penninsrmeester
xxvin
en al de Presidenten en Vice-Presidenten der Conferencien van de stad, en de Presidenten en quot;Vice-Presidenten der bijzondere liefdewerken, die alle Conferencien aangaan.
Art. 28. De Bijzondere Raad houdt zich bezig met de gewichtige liefdewerken en maatregelen, waarin al de Conferencien der stad belang hebben.
Art. 29. Hij bepaalt de aanwending der fondsen van de gemeenschappelijke kas.
Deze kas wordt gestijfd door de buitengewone van elders ontvangene giften, door de inzamelingen op de algemeene vergaderingen van de stad gedaan en de offers, welke de Presidenten, namens hunne Conferencie, op elke zitting aanbrengen.
Zij strekt ter voorziening in de kosten der liefdewerken voor de geheele stad en tot ondersteuning der onvermogendste Conferencien.
Art. 30. De President, de Vice-President, de Secretaris en de Penningmeester vormen eenen gewonen Raad, die de loopende ^akeu bestuurt.
Art. 31. De President wordt benoemd door den Raad, na overleg met de Conferencien. De eerste maal wordt hij door de vereenigde Conferencien benoemd.
De President benoemt de Presidenten en Vice-Presidenten der Conferencien en der bijzondere liefdewerken, zoowel als den Vice-President, den Secretaris en den Penningmeester van den bijzonderen Raad, na voor al die be-
XXIX
noemingen het gevoelen van den Raad te hebben ingewonnen.
Art. 32. De President van den Bijzonderen Raad heeft het beleid van deszelfs werkzaamheden, ontvangt de voorstellen en brengt die in overweging en roept den Raad bijeen, indien zulks noodig is. Hij zit voor in dc algemeene vergaderingen van de stad.
Art. 33. Dc Secretaris maakt proces-verbaal van de zittingen van den Eaad. Hij houdt het register, bevattende de namen, voornamen, betrekkingen, woonplaatsen der leden van al de Conferenciën der stad, de dagteekening van hunne aanneming en do namen dergenen, die hen hebben voorgedragen. Hij houdt insgelijks aanteekening van de landstreken, waarin het verblijf dergenen, die niet in de stad wonen, gevestigd is.
Art. 34. De Penningmeester houdt de gemeenschappelijke kas der stad.
Art. 35. De Presidenten en Vice-Presidenten vertegenwoordigen hunne Conferenciën bij den bijzonderen Raad. De Presidenten der bijzondere liefdewerken komen er de belangen dier werken voorstaan. De eenen zoowel als de anderen brengen verslagen uit, wanneer zij daartoe door den President van den Raad worden uitgenoodigd.
XXX
HOOFDSTUK III.
VAN DEN ALGEMEENEN RAAD.
Art 36. De algemeene Raad is samengesteld uit een President, een Vice-President, een Secretaris, een Penningmeester en verscheidene Raadsleden.
Art. 37. De algemeene Raad is de vereeni-gingsband van alle Conferenciën, hij handhaaft de eenheid der Vereeniging en waakt voor alles wat haren voorspoed kan bevorderen.
Hij Tieemt ten dien einde alle beschikkingen, welke hem nutlig toeschijnen.
Art. 38. Hij bepaalt de aanwending der fondsen van de algemeene kas.
Deze kas wordt gestijfd door de buitengewone giften aan de Vereeniging gedaan, door de inzamelingen op de algemeene vergaderingen geschied en door de olfers, welke elke Conferencie of iedere Raad, ter gedeeltelijke bestrijding der algemeene uitgaven van de Vereeniging, overmaakt.
Art. 39. De leden van den Algemeenen Raad worden door den President benoemd, mei overleg van dien Raad.
Art. 40. Wanneer er een Algemeene President der Vereeniging moet worden benoemd, wordt de Algemeene Raad door den Vice-Pre-sident by eengeroepen. Deze zitting, welke slechts een voorbereidende is, strekt om zich te verstaan nopens den persoon, welke met die betrekking
XXXI
zou kunnen worden belast. De vorige President, nog in leven zijnde, wordt verzoolit den persoon aan te wijzen, wiens keuze hij nuttig aeht.
Wanneer men zich nopens een of meer namen heeft verstaan, wordt de zitting verdaagd tot over twee maanden. In dien tussohentijd wordt van deze eerste zitting kennis gegeven aan do Presidenten der Bijzondere Raden, die hunne Collega's raadplegen, en aan die der Confereneiën die hunne Bureaux raadplegen, of zelfs de Confereneiën, welke zij besturen. De eenen zoowel als de anderen maken hun advies over aan den Algemeenen Raad; naar deze adviezen, voltrekt deze de keuze, waarvan een nauwkeurig procesverbaal wordt opgemaakt.
Hangende de keuze, storten al de leden der Vereeniging, hetzij in het bijzonder, hetzij op de zittingen, een bijzonder gebed tot God, namelijk het: Keni Creator, opdat zijn Geest hen verlichte in de keuze, welke zij zioli voorstellen te doen.
Art. 41. De Algemeene President doet de buitengewone bijeenroepingen; hij zit voor in de Algemeene Vergaderingen, zoowel als in den Algemeenen Raad.
Art. 42. De Algemeene Secretaris houdt aanteekening van de namen, voornamen, betrekkingen, woonplaatsen en den dag der aannemingen van de leden, even als van de samen-stelliiig der Bureaux van de Raden en Confereneiën en van de plaatsen, dagen en uren der bijeenkomsten.
Hij maakt het proces-verbaal der zittingen
XXXII
van den Algemeenen Raad en der Algemeeiie Vergaderingen.
Hy steil het jaarlyksoli verslag van den staat der liefdewerken van de Vereeniging.
Hij is belast met liet onderhouden der alge-meene briefwisseling met de Bijzondere Presidenten of Secretarissen der verschillende lladen of Conferencicn.
Hij heeft de archieven der Vereeniging onder zijne bewaring.
Art. 43. De Algemeene Penningmeester houdt de kas. Hij brengt de ontvangsten en uitgaven in orde en legt zijne rekeningen af aan den Algemeenen Raad.
Art. 44. Een lid van den Algemeenen Baad wordt door den Algemeenen President belast met het voorzitterschap van den Raad van Parijs, indien hij zelf daarin niet kan voorzitten j onderscheidene leden worden door hem, op voorstel van den Algemeenen Secretaris, aangewezen, om de betrekkingen van Vice-Seore-tarissen te vervullen.
HOOFDSTUK IV.
VAN DE ALGJiMBEKE VERGADERINGEN.
Art. 45. De Algemeene Vergaderingen worden jaarlijks gehouden op den S8'6quot; December, feestdag der Ontvangenis van de H. Maagd; den eersten Zondag van de vaste, den Zondag van den Goeden Herder, jaardag der over-
XXXIII
brenging van de Overblijfselen van den H. Vra-centius van Paulo, en den 19den Juli, fcesltlag van dien H. Patroon.
De President kan bovendien buitengewone Algemeene Vergaderingen bijeenroepen.
Art. 46. Do Algemeene Vergaderingen beginnen, even als de Conferenciën, met het gebed en do godsdienstige voorlezing.
Art. 47. Na het proces-verbaal van do vorige zitting te hebben voorgelezen, roept de Secretaris Inido de leden af, sedert de laatste A Ige-meene Vergadering, in de verschillende Conferenciën aangenomen, en wier namen hem ten dien einde, door de verschillende Presidenten zijn medegedeeld. Deze leden staan van hunne plaatsen op, waarna de Secretaris hen aan de Vereeniging en den President voorstelt, die hun een korte toespraak doet.
Art. 48. De Presidenten der Conferenciën geven verslag van den staat der Conferenciën.
Een beknopt uittreksel van het verslag, bevattende de veranderingen onder de leden en arme huisgezinnen voorgevallen, het beloop der ontvangsten, het bedrag der uitgaven cn haren aard, wordt aan den Secretaris overhandigd.
Art. 49. De Secretaris leest vervolgens de brieven, door de verschillende Conferenciën, die zich niet hebben kunnen doen vertegenwoordigen, toegezonden; alsmede uittreksels uit andere brieven, waarbij do Vereeniging belang kan hebben.
Art. 50. De President geeft daarop kennis van de beslissingen door den Raad van Bestuur
XXXIV
in het belang der Vereeniging genomen, en raadpleegt zoo noodig de Vergadering zelve.
Art. 51. De President, of dat lid der Vereeniging, hetwelk hij daartoe uitnoodigt, richt eenige woorden van christelijke en liefderijke toespraak tot de Vergadering.
De Vereeniging acht zich gelukkig, wanneer personen, om stand, deugd of wetenschap aanbevelenswaardig, op uitnoodiging van den President, de algemeene zitting bijwonen en haar zooals gezegd is, met eenige woorden van stichting willen besluiten.
Art. 52. Na de inzameling en het gebed, gaat de Vergadering uiteen.
HOOFDSTUK V.
van 1)k vjüeschlllende leden.
Art. 58. Behalve dc werkende leden, heeft de Vereeniging ook correspondeerende leden, honoraire leden, en inschrijvers.
Art. 54. Wanneer een lid der Vereeniging van verblijf verandert, en er in de stad, waar hij zich gaat vestigen, geene Conferencie van den H. Vincentius van Pa ulo bestaat, verlaat hij daarom de Vereeniging niet, maar neemt den naam aan van correspondeerend lid; hij stelt zich in aanraking met de Conferencie of Conferenciën van dc naastbijgelegene stad in zijn Bisdom en houdt briefwisseling met den Secretaris van den Raad of der Conferencie van
XXXV
die stad. Wanneer in zijn Bisdom geene Con-fereneie bestaat, houdt hij briefwisseling'quot;met den Algemeenen Secretaris.
Hij ontvangt jaarlijks een verslag van de liefdewerken der Vereeniging en blijft met haar verbonden niet alleen in gebeden maar ook in goede werken, door om zich heen liefdewerken fe verrichten en door zich nuttig te maken aan de Vereeniging, zoo dikwerf de gelegenheid zich daartoe aanbiedt.
Art. 55. De honoraire leden wonen de Con-ferenciën niet bij. Zij zijn echter, even als de gewone leden, begrepen in ai de bijeenroepingen, die buiten de gewone zittingen der Conferenciën geschieden. Zij moeten jaarlijks eene buitengewone gift aan den Penningmeester van den Haad of der Conferencie van hunne stad doen toekomen.
Do aanneming der honoraire leden heeft plaats op dezelfde wijze als die der gewone leden, zij gescliiedl door den Bijzonderen Raad in de steden, waar meerdere Conferenciën bestaan.
Art. 50. Elke Conferentie kan bovendien blootc inschrijvers hebben.
De inschrijvers zijn geene leden der Vereeniging, maar hebben aanspraak op hare gebeden als weldoeners.
HOOEDSTUK VI.
VAN nE FEESTEN DER VEREENIGING.
Art. 57. De Vereeniging viert de feesten van de Onbevlekte Ontvangenis der H. Maasd
XXXVI
en van den H. Vincentius van Paui.o, haren Patroon.
De Confercnciën wonen de Mis bij, den 8quot; December en 19quot; Juli en ook oj) den jaardag van de overbrenging der Overblijfselen van den H. Vincentius van Paulo.
De leden bidden op die feestdagen voor de uitbreiding van het Katholieke geloof, voor de vermeerdering der liefde onder de menschen en om Gods zegen over het liefdewerk, waaraan zij deel nemen.
Indien eenig lid afwezig of belet is, vereenigt hij zich ten minste in den geest met zijne broeders en bidt voor hen, gelijk zij voor hem bidden.
Art. 58. Den eersten zondag van de vaste, wonen al de leden gezamenlijk eene Mis bij, en bidden voor de rust der zielen van de overledene leden der Vereeniging.
Algemeene bemerking-
Art. 59. Geene der bij dit Reglement ge-gevene voorschriften brengt eenige gewetensverplichting mede, maar de Vereeniging vertrouwt er de vervulling van toe aan den ijver barer leden en aan hunne liefde voor God en hunnen evennaaste.
XXXVII
Op den 1 April 1850 is door den AIgemeenen Raad der Vereeniging van den H. Vincentius, van Paulo vastgesteld liet volgende:
reglement voor de hoofdkaden.
Art. 1. Wanneer de Conferenciën, die een uitgebreider kring vormen dan dien van een Bijzonderen Raad, verlangen vereenigd te worden door eenen Raad, kan te dien einde een Hoofdraad door den Algemeenen Raad worden ingesteld, overeenkomstig de bepalingen der Breve van den H eiligen Vader Paus Gregorius XVI, van den 10 Januari 1845. Deze Raad ontleent zijn naam van den kring, waarvoor hij is opgericht en die omschreven wordt door den Algemeenen Raad, die de plaats aanwijst, waar hij gevestigd wordt.
Hij vertegenwoordigt in dien kring den Algemeenen Raad, het middelpunt der geheele Vereeniging, en is belast met de leiding van alle daarin opgerichte of op te richten Raden en Conferenciën, hij handhaaft er den geest en de eenheid der Vereeniging, en is het eigenaardig en gewroon middenpunt der briefwisseling van de Raden en Conferenciën met den Algemeenen Raad.
Art. 2. De Hoofdraad bestaat, uit een President, een of meer Vice-Presidenten, een Secretaris, een Penningmeester, een of meer Vice-Secretarissen, een Vice-Penningmeester en uit meerdere raadsleden.
XXXVIII
Art. 3. Bij het voor de eerste maal benoemen van een President, worden alle Con-ferencien van den kring geroepen om daartoe mede te werken; de keuze geschiedt onder de leiding van de Conferencie ot' van den Raad, opgericht in de stad, waar de Hoofdraad moet worden gevestigd.
Art. 4. Wanneer een nieuwe President moet worden benoemd, roept de Vice-President den Raad bijeen; deze zitting, wrelke slechts tot voorbereiding dient, strekt om zich te verstaan nopens den persoon, welke met die betrekking zou kunnen worden belast. Indien de vorige President nog in leven is, wordt hij verzocht den persoon aan te wijzen, wiens verkiezing hij nuttig acht.
Wanneer men zich nopens een of meer namen heeft verstaan, wordt de zitting verdaagd tot over eene maand. In dien tusschentijd wordt van deze eerste bijeenkomst kennis gegeven aan de Presidenten der Bijzondere Raden, die hunne medeleden raadplegen en aan die der Confe-renciën, die hunne Bureaux of zelfs de Confe-renciën, die zij besturen, raadplegen. De eenen zoowel als de anderen maken hunne adviezen kenbaar aan den Raad; naar die adviezen voltrekt deze de keuze, waarvan een nauwkeurig proces-verbaal wordt opgemaakt.
Gedurende den tijd der verkiezing richten al de leden van den kring, hetzij in het bijzonder hetzij op de zittingen, een bepaald gebed tot God, het Keni Creator, opdat zijn Geest hen verlichte in de te doene keuze.
Art 5. Dc leden van den Hoofdniad worden, even als de leden van het Bureau, benoemd door den President, met overleg van den Raad.
Art. C. De President zit voor in den Hoofd-raad, even als in de algemeene vergaderingen der Confereneiën van de stad, waar die Haad gevestigd is. H ij roept de buitengewone vergaderingen bijeen, en doet zich bij afwezigheid vervangen door een Vice-President of zelfs des noods door een ander lid van den Raad.
Art. 1. De Secretaris houdt aanteekening van de namen, voornamen, betrekkingen, woonplaatsen en de dagteekening van aanneming dolleden van de Confereneiën der stad, waar de Raad gevestigd is. Hij houdt gelijke aanteekening van de samenstelling der Bureaux van de Raden of Confereneiën van den kring, en van de dagen, plaatsen en uren harer bijeenkomsten.
Hij maakt dc processen-verbaal der zittingen van den Raad en van de algemeene vergaderingen.
Hij stelt het jaarlijkscli verslag van de liefdewerken der Confereneiën van den kring, en zendt het aan den Algemeenen Raad.
Hij is, onder de leiding van den President, belast met de algemeene briefwisseling met de Presidenten of Secretarissen der Raden of Confereneiën en met den Algemeenen Raad.
Hij bewaart de archieven der Verecniging in den kring.
Dc Penningmeester houdt do kas, brengt de ontvangsten en uitgaven in orde en verantwoordt de rekeninsen aan den Raad.
Art. 8. In geval de Hoofdraad niet belast is met de function van Bijzonderen Raad voor de Conferentiën der sfad, alwaar hij gevestigd is, behoort liet voorzitterschap van laatstgenoemden Raad van rechtswege aan den President van den Hoofdraad, die de Presidenten en Vice-Presidenten der Conferentien en der Liefdewerken, alsook het Pureau van den Bijzonderen Raad benoemd.
Pij verhindering doet hij zich in het voorzitterschap van den Bijzondcren Raad vervangen door een lid van den Hoofdraad, door hem tot dat einde gemachtigd.
Art. 9 De kas van den Raad wordt gestijfd door de buitengewone giften aan de Vereeniging gedaan, door de inzamelingen op dealgeme.ne vergaderingen der stad, alwaar hij gevestigd is en door de offers, welke iedere Conferencie of elke Raad van den kring, tot bijdrage in de algemeene kosten, jaarlijks toezendt.
Art. 10. Wanneer eene Conferencie of esn Bijzondere Raad zich vestigt in den kring, onderzoekt de Hoofdraad of er termen zijn, om de inlijving daarvan aan den Algemeenen Raad voor te stellen.
Die inlijving kan niet verleend worden, dan na ingenomen advies van den Hoofdraad.
De Raad doet mede verslag aan den Algemeenen Raad, wanneer hij meent, dat eene Conferencie of een Raad zou behooren ontbonden te worden. Hij kan er des noods de zittingen van schorsen, en doet er verslag van aan den Algemeenen Raad.
XL!
Art. 11. De Hoofdraad regelt al de praoti-sche bijzonderheden van beheer der Conl'eren-tiën in den kring, hetzij door briefwisseling, hetzij door rondgaande brieven van den President, en waakt voor de uitvoering van het Reglement, behoudens raadpleging van den Algemeenen Raad over gewichtige vraagpunten en over die, waarbij de geheele Vereeniging belang heeft.
Art. 12. Wanneer de Presidenten der Hoofdraden te Parijs zijn, wonen zij de zittingen bij en nemen deel aan de beraadslagingen van den Algemeenen Raad, waarvan zij leden zijn, zoolang zij die betrekking behouden.
De Algemeene Raad kan hun schriftelijk gevoelen inwinnen over de vraagpunten, waarbij de geheele Vereeniging belang heeft.
's-Gravenhacje, 10 November 1850. -
GEBED
VOOR EENEN ZIEKEN MEDEBKOEDER.
O God, genadige Schepper des menschdoms. Gij, die den mensch, uw evenbeeld, door de verleiding des Satans van de eeuwige gelukzaligheid verstoken geraakt, wederom met het kostbaar Bloed uws eeniggeboren Zoons van den dood en de helle hebt verlost en vrijgemaakt; wij bidden U, verkwik onzen lijdenden Medebroeder
xlii
door de kracht uwer genade, strek uwe genezende hand over hem uit, troost en beur zijn gemoed op door inwendige vreugde, en keer genadig alle bekoringen, listen en lagen des duivels van hem at', opdut hij hier op aarde uwe hulp ondervinde, spoedig weder in ons midden versehijne en hiernamaals dc eeuwige belooning verwerve. Amen. Onze fader, Wees yeyroet, enz.
voor eesen stervenden medebroed er of weldoener.
à Jesus, onze Verlosser en Zaligmaker, sta dezen (deze) zieke bij met de heilaanbrengende sterkte van uw H. Kruis, van uw onschuldig lijden en van uwen bitteren dond. Laat hem (haar) in dezen nood genade, barmhartigheid en troost wedervaren. Verlos zijne (hare) ziel uit alle beangstheid, bekommering en gevaar, en strek uwe almachtige handen, die om zijnent (harent) wille zoo wreed met nagelen zijn doorboord, liefderijk en ontfermend over hem (haar) uit. Onze Fader, IFees yeyroet, enz.
voor een zieke in een door de vekeeniginamp; bezocht gezin.
Wij bevelen ü, o Jesus, de ziel van uwen dienaar (dienaresse) ootmoedig aan, gelijk Gij uwe ziel uwen hemelschen Vader hebt aanbe-
XL1II
volcn; wij bidden U, bij al de benauwdheid, den nood, de smart en de pijn, welke gij bij 't versolieiden aan het kruis hebt uitgestaan, » verlos en bevrijd deze ziel van alle bekommering, beklemming cn angst, geef hem (haar) de gezondheid weder, indien het hem (haar) zalig-is, oi' geduld om de ziekte met onderwerping-aan uwen H. Wil te dragen. 0/i~e Vader* IKees yeyroet, enz.
VOOU EEN OVERLEDENE.
I
IUit de diepte mijner ellende heb ik tot ü geroepen, o Heer! lieer! verhoor mijne stem.Uit de diepte mijner ellende heb ik tot ü geroepen, o Heer! lieer! verhoor mijne stem.
Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeekingen.
Zoo Gij, Heer! de misdrijven gadeslaat, wie zal dan bestaan?
Omdat cr bij u genade is en om uwe wet,, heb ik ü, o Heer! verbeid.
Mijne ziel heeft zich op zijn woord verlaten, mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.
Dat Israël op den Heer hope, van den morgen tot den nacht.
Want bij den Heer is barmhartigheid en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijne on-5 gerechtigheden.
Heer geef hem (haar) de eeuwige rust. En dat het eeuwig licht hem (haar) verschijne.
-xliv
GEBED.
Wij bevelen U, o Heer, de ziel van uwen â dienaar (uwe dienaresse), opdat hij (zij), dezer â wereld afgestorven, voor U leve; en wat hij {zij), uit menschelijke zwakheid, in de pelgrimschap hier beneden, zondigs gedaan moge hebben, dat gelieve uwe barmhartige goedheid hem (haar) genadig kwijt te schelden. Door quot;Christus onzen Heer. Amen.
De zielen der geloovig afgestorvenen mogen, door Gods barmhartigheid, in vrede rusten. Am.
MORGENGEBEDEN.
In den Naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes, Amen.
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God der heerscharen! Hemel en aarde zijn vervuld van uwe glorie !
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
God, mijn God, voor u waak ik in den ochtendstond! Mijn Schepper, Verlosser en Vertrooster, ik stel mij in uw heilige tegenwoordigheid en aanbid u in vereeniging met de Engelen en Heiligen in den hemel.
Ik geloof in u, mijn God, ik hoop op u, ik bemin u uit geheel mijn hart en het is mij leed, dat ik u niet altijd bemind heb boven alles!
Ik dank u voor alle weldaden, die gij mij naar ziel en lichaam bewezen hebt, bizonder dat gij mij wederom dezen nacht
2
goedgunstig in het loven bewaard hebt. Zegen mij en zegen allen, die mij dierbaar
ziJn !
Mijn Heer en mijn God, schep in mij een zuiver hart en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste! Dat uwe liefde mij drin-ge te wandelen in het voetspoor van den apostolischen Vincentius a Paulo, die volmaakt u liefhad boven alles en den naaste als zich-zelf!
Alles wat ik heden zal denken en spreken, zal doen en . . . lijden, dat alles draag ik u op in vereeniging met den arbeid en het lijden van onzen Heer Jesus Christus, van de allerheiligste Maagd en alle Heiligen. Ik maak de meening om al de aflaten, geestelijke gunsten en voorrechten te verdienen, waaraan ik vandaag wederom kan deelachtig worden, in het bizonder als Yin-centiaan. En om dit waardig te zijn, barmhartige God, neem ik mij uit liefde tot u vastelijk voor, met de hulp uwer genade, alle zonde en de naaste gelegenheid tot zonde te vermijden.
Aan uw allerheiligst Hart, o beminnelijke Zaligmaker, draag ik u deze voornemens op. Doch zonder uwe genade vermag ik niets. Verleen mij die, o barmhartige Jesus, en versterk mij in den strgd tegen den
3
duivel, de wereld en het vleesch, versterk mijn wil ten goede ! En ik smeek u, mijn God, om de voorbede der getrouwe Maagd Maria, van den H. Joseph en den H. Vin-centius, geef mij de genade van volharding. Amen.
O Maria, Moeder der goddelijke genade, gedenk mijner en toon dat gij ook mijne Moeder zijt!
H. Joseph, ook aan uwe machtige bescherming blijve ik aanbevolen !
En gij, H. Vader Vincentius, verkrijg mij de genade, dat ik, naar uw voorbeeld en in uwen geest levend en werkend, vandaag wederom al het goede doe, wat mijne hand te doen zal vinden, en dat ik gebruike elke gelegenheid, welke mij mocht geboden worden, om mijn geloof te toonen met de daad en mijne liefde tot God en den naaste te bewijzen, niet louter door woorden, maar door de werken en in waarheid.
Mijn Engelbewaarder en Patroon-heiligen, bidt voor mij !
Onze Vader.. Wees gegroet.. Ik geloof in God den Vader ..
Driemaal wees gegroet Maria . . . ter eere van de zuiverheid der allerzaligste Maagd, opdat ik zelf, onder hare schutse, de deugd van kuischheid heoefene volgens mijn staat.
4
Nota. Zou ik sows, uit gebrek aan tijd, deze of andere gebeden des morgens niet kunnen verrichten; nimmer toch zal ik den dag beginnen zonder ten minste m ijn hart tot God te verheffen door die gebeden, welke ik uit het hoofd zelfs onder mijn eerste bezigheden bidden kan. Voorts zal ik er steeds aan denken, als het Angelus-klokjen klept en ik het zonder vertoon van godsdienstigheid doen kan, âde Engel des Heerenquot; of, in den Paaschtijd, de âEegina coeli' te bidden.
Avondgebeden.
Mijn Heer en mijn God, ik stel mij in uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid en bedank u voor alle weldaden, die gij mij en aan allen die mij dierbaar zijn bewezen hebt in het bizonder op dezen dag.
Dank, goede God, innigen dank zeg ik u voor de ontelbare liefdebewijzen, welke ik van u ontvangen mocht. Laat mij, aan het einde van dezen dag als bij zijn begin, u alles opdragen wat ik verricht heb en in het bizonder datgene, wat uwe Voorzienigheid mij toeliet te doen in den geest en in navolging van den H. Vincentius, tot uwe meerdere eer en glorie ! Geef mij, liefderijke Tader, dat ik de grootheid uwer gaven meer
en meer moge kennen en waardeeren, dat ik daar aan beantwoorde door een leven den katholieken naam waardig, en, levende en stervende in uwe liefde, eenmaal u moge â¢dankzeggen in de eeuwige gelukzaligheid. Amen.
Onze Vader . . . Wees gegroet... Ik geloof in God den Vader .. .
Acte van Geloof.. . van Hoop ... en van Liefde . .
H. Geest, oorsprong des lichts, doe mij met een rouwmoedig hart opmerken al hetgeen ik vandaag misdaan heb . . .
Ben ik noy in staat van genade ? Zoo ja, God zij gedankt!
Of heb ik mij misschien aan eene dood-sonde plichtig gemaakt. . . door gedachten . .. doov ivoorden . . . door iverken ...?
Welke dagelijksche zonden heb ik vandaag bedreven ...?
Hoeveel malen ben ik vervallen tot de fout, tot de zonde, welke ik als mijn hoofdgebrek ken en vooral te bestrijden heb . . ?
Hoe kwam dat. . .? Door de gelegenheden ? Kon ik die niet vermeden hebben ?
Heb ik dezen morgen behoorlijk gebeden ...? Door den dag ivel eens aan God gedacht...?
Heb ik de plichten van mijn staat naar hehooren vervuld . . .?
6
Koester ik geen haat of wrok ter/en iemand ? Zoo ja, vergeef ik hem dan nu van harte, zooals God het van mij eischt...? â
Mocht ik ongelukkig in staat van dood-sonde mij beemden ... ik sal trachten een volmaakt berouw te verwekken, terwijl ik het vaste voornemen maak, zoo spoedig mogelijk te gaan biechten.
Het zij dan, dat ik meerder of minder plichtig ben, immer is liet mij leed, o mijn God, u te hebben beleedigd door de zonden, ii te hebben gegriefd door mijne ongetrouwheden en tekortkomingen.
Acte van beromv.
Litanie van de allerzaligste Maagd Maria.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods ; opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Wij smeeken u. Heer, om de voorspraak
7
der allerzaligste Maagd Maria, dat gij legen allen rampspoed ons genadig wilt beveiligen en ons, die u van ganscher harte zijn toegewijd, voor de listen onzer vijanden vaderlijk wilt behoeden. Amen.
In alle zorgen en wederwaardigheden kome de goedertierene Maagd Maria ons te hulp! Amen.
Barmhartige God, om de gebeden en verdiensten van Maria en Joseph, van Vincen-tius a Paulo en alle Heiligen, ontvang het offer onzer dienstbaarheid en neem goedgunstig aan wat wij goed gedaan hebben,, verontschuldig genadiglijk wat aan onze werken ontbreekt; gij die in volmaakte Drievuldigheid leeft en regeert, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Wij bidden u. Heer, bezoek deze woning en wend daarvan af alle listen des vijands; dat uwe heilige engelen hier wonen om ons in vrede te bewaren en dat uw zegen altijd over ons zij, door Jesus Christus, onzen Heer.
Behoed ons. Heer, terwijl wij waken, bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij met Christus waken en in vrede mogen rusten. Amen.
Ons zegene de almachtige God, f de Vader,, de Zoon en de H. Geest. Amen.
DE H. MIS
VAN
üt. Yincentius a faulo, Belijder.
{Vrij naar hel Boomsch Missaal.)
VOORBEEEIDING.
Kom, H. Geest, vervul de liarten uwer geloovigen en ontsteek in hen liet vuur uwer liefde ; gij, die door de verscheidenheid der talen de volken hebt te-saam-gebracht tot de eenheid des geloofs.
Zend uwen Geest en zij zullen geschapen worden;
en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Laat ons hielden.
God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest onderwezen
9
hebt, geef ons, dat wij in dienzelfden Geest al wat recht is verstaan en ons in Zijne vertroosting altijd verheugen; door Christus, onzen Heer. Amen.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Ik zal opgaan tot het altaar Gods.
Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Oordeel mij, o God, en scheid mijne zaak van die der goddeloozen: verlos mij van den onrechtvaardigen en bedriegelijken mensch.
Want gij, o God, zijt mijne sterkte: waarom hebt gij mij verstooten en waarom ga ik bedroefd, terwijl de vijand mij kwelt.
Zend uw licht en uwe waarheid, deze hebben mij geleid en gebracht tot uwen heiligen berg en in uwe tabernakelen.
En ik zal opgaan tot het altaar Gods, tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Ik zal u op de harp loven, o God, mijn God; waarom, mijne ziel, zijt gij droevig en waarom ontroert gij mij!
Hoop op God; want ik zal Hem nog dank zeggen: het heil mijns aangezichts en mijn God.
10
Glorie zij den Vader en den [Zoon en den H. Geest.
Gelijk liet was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Ik zal opgaan tot liet altaar Gods.
Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Onze hulp is in den naam des Heeren.
Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Confiteor.
Ik belijd voor den almaclitigen God, de heilige Maria altijd Maagd, den H. Aartsengel Michaël, den H. Joannes den Dooper, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, vader, dat ik gezondigd heb met gedachten, woorden en werken: door mijne schuld, door mijne schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom bid ik de heilige Maria altijd Maagd, den H. Aartsengel Michaël, den H. Joannes den Dooper, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, vader, den Heer onzen God voor mij te bidden.
De almachtige God ontferme zich over ons, hij vergeve ons onze zonden en brenge ons tot het eeuwige leven. Amen.
Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis onzer zonden verleene ons de almachtige en barmhartige Heer. Amen.
11
O God, Gij zult u tot ons wenden en ons levend maken.
En uw volk zal zich in u verblijden.
Toon ons, Heer, uwe barmhartigheid
En verleen ons uw heil.
Heer, verhoor mijn gebed
En mijn geroep kome tot u.
Laat ons hidden.
Heer, neem alles van ons weg, wat ons van uw heiligdom zou kunnen terughouden. Hoe onwaardig wij ook zijn er binnen te treden, wij zijn toch de wettige nakomelingen en de levende overblijfselen der Heiligen, wier kostbare reliquiën hier in uwe altaren rusten. Geef aan de vurigheid hunner gebeden wat ge aan de lauwheid van de onzen zoudt moeten weigeren, en verleen om hunne bewezene diensten, die u zoo aangenaam waren, de vergiffenis, welke wij om onze beleedigingen niet zonden kunnen verdienen.
f De rechtvaardige zal bloeien als een palmboom, als een cederboom van den Libanon zal bij opschieten; geplant in het huis des Heeren, in de voorhoven des huizes van onzen God. 1)
1) In den Introïtus, den eigenlijken aanvang der II. Mis, past de Kerk met hare altijd treffende juistheid die verzen
12
Goed is liet den Heer te prijzen en uwen naam lof te zingen, o Allerhoogste.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest;
gelijk liet was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, ontferm u onzer! {drie maal) Christus, ontferm u onzer! (drie maal) Heer, ontferm u onzer! {drie maal)
Glorie zij God in den hooge en vrede op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven u. Wij zegenen u. Wij aanbidden u. Wij verheerlijken u. Wij danken u om uwe groote glorie. Heer, God, hemelsche Koning, God, almachtige Vader, Heer, Jezus Christus, eeniggeboren Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm u onzer. Gij, die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze smeeking. Die gezeten zijt aan de rechter-
van psalm XCI toe op den II. Vincentius a Paulo. De palm
toch, of dadelboom, heeft een hoogen en rechtopgaanden stam, )
is altijd groen, hukt voor geen geteeld van stormen, geeft
zoete vrucht en een aangenamen lommer. De cederboom is ]
eveneens zeer hoog, bladrijk en duurzaam, hij vermolmt nooit, (
verspreidt een aangenamen geur, groeit en bloeit het gan- c
sche jaar door en zijn lommer is zeer verfrisschend. Schoon £
is dus de oost er sche beeldspraak, die den rechtvaardige ver- ^
gelijkt bij den palm en den ceder op den Libanon, en treffend.
passen de verzen op den II. Vincentius. â¬
13
f
hand des Vaders, ontferm u onzer. Want gij zijt de eenig Heilige, gij de eenige Heer, gij de eenig Allerhoogste, Jesus Christus; niet den H. Geest in de glorie van God, den Vader. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed,
en mijn geroep kome tot u.
Laat ons hidden.
God, die tot de verkondiging van het Evangelie aan de armen en tot vermeerdering van den luister des priesterschajis den H. Vincentius versterkt hebt met apostolische deugd, geef, bidden wij, dat wij de voorbeelden van deugden mogen navolgen van hem, wiens heerlijke verdiensten wij eeren; door onzen Heer Jesus Christus, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Les uit den Ien Brief van den H. Paülüs, Apostel, aan de Cobinthiëbs. Broeders, wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor de engelen en de menschen. Wij zijn dwaas om Christus, maar gij zijt wijs in Christus : wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt achtbaar, maar wij verachtelijk. Tot op dit uur lijden wij bongelen dorst; en wij zijn naakt en worden met
O
O
14
vuisten geslagen; en hebben geen vast verblijf, en wij worden afgemat door het werken met onze handen; wij worden gescholden en wij zegenen; wij worden vervolgd en wij verdragen het; wij worden gelasterd en wij smeeken; wij zijn geworden als het uitvaagsel van deze wereld en een ieders voetveeg tot nu toe. Ik schrijf u deze dingen niet, om u te beschamen, maar ik vermaan u, als mijne welbeminde kinderen, in Christus Jesus, onzen Heer.
Graduale.
(Fs. XXXVI.) De mond van den rechtvaardige betracht wijsheiden zijn tong spreekt wat recht is. De wet van zijn God is in zijn hart en zijne schreden worden niet aan het wankelen gebracht. Alleluja, alleluja.
{Ps. CXI.) Zalig de man, die den Heer vreest, in Zijne geboden zal hij grooten lust hebben. Alleluja. 1)
1
) Van af Zondag Septuagesima tot Paschen wordt in plaats van de Graduale gebeden deze tractus;
(Boek wijsheid X, 10). De wijsheid heelt hem geleid langs rechte wegen, zij heeft hem het rijk Gods getoond, zij heeft hem de Avetenschap der Heiligen gegeven, zij heeft zijn arbeid gezegend en met vele vruchten beloond,
{Ps. CXI) Hij strooit uit, geeft den arme; zijne ger ech tigheid blijft eeuwig, zijn hoorn wordt in eere vt-rheven.-De zondaar zal het zien en hij zal vertoornd worden, hij zal op zijn tanden knarsen en verkwijnen: de wen-schen der zondaren gaan verloren.
15
Vervolg van het heilig Evangelie volgens Lucas.
X : 1-9.
In dien tijde verkoos de Heer nog twee en zeventig leerlingen en zond ze twee en twee in alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou. Hij zeide hun nu: de oogst is wel groot, maar daar zijn weinig arbeiders. Vraagt derhalve den heer van den oogst, dat hij arbeiders in zijnen oogst zende. Gaat; ziet ik zend u als lammeren onder de wolven. Neemt geen beurs, noch reiszak, noch schoeisel mede en groet niemand op den weg. In welk huis gij intreedt, zegt daar eerst: vrede zij dezen huize! Indien daar nu een kind des vredes woont, zal uw vrede op hem rusten; zoo niet, zal hij tot u terug-keeren. Blijft ook in hetzelfde huis, eet en drinkt daar hetgene zij hebben; want de arbeider is zijn loon waardig. Gaat niet van het eene huis naar het ander en in welke stad gij komt, daar men u ontvangt, eet daar wat men u voorzet. Geneest de kranken die daar zijn en zegt hun: het rijk Gods is u nabij gekomen. â
Lof zij u, Christus !
Mogen door het gelezen Evangelie onze zonden worden uitgewischt. Amen.
16
Credo. 1)
Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één Heer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren: God van God, licht van licht, waarachtig God van den waarachtigen God; geboren en niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is, die om ons, menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald uit den Hemel; en door den H. Geest heeft Hij het vleesch aangenomen uit de Maagd Maria en is mensch geworden. Ook is Hij voor ons gekruist, onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is begraven. En Hij is volgens de Schriftuur ten derden dage verrezen; en Hij is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders en met glorie zal Hij wederkomen om levenden en dooden te oordeelen. Hij, wiens rijk geen einde hebben zal. En in den H. Geest, Heer en Levendmaker, die van den Vader en den Zoon voortkomt, die tegelijk met den Vader en den Zoon wordt aangebeden en mede verheerlijkt, die door de profeten gesproken heeft. En in ééne.
1
Wordt :eer dikwijls niet yeheden.
17
heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergiffenis der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden. En bet leven der toekomende eeuwen. Amen.
Offerande.
Laat ons hidden.
(Ps. XX). In uwe kracht, Heer, zal de rechtvaardige zich verheugen en over uw heil zich ten zeerste verblijden. Gij hebt voldaan aan den wensch zijns harten. â
Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, ontvang deze smettelooze offerande, welke ik, onwaardige dienaar, opdraag aan u, den levenden en waren God, voor mijne ontelbare zonden, overtredingen en verzuimenis-sen en voor allen, die mij omringen en voor alle geloovige Christenen, zoo levenden als overledenen, opdat zij mij en aan hen moge strekken tot heil ten eeuwigen leven. Amen.
O God, die de waardigheid van het wezen des menschen wondervol geschapen en nog wondervoller hersteld hebt, geef ons door het geheim van dit water en van dezen wijn, dat wij deelachtig worden aan de Godheid van Hem, die zich gewaardigd heeft onze menschheid aan te nemen ; Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, die met u leeft en
18
heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, wij offeren u den kelk des heils en smeeken uwe goedertierenheid, dat die voor het aanschijn uwer goddelijke majesteit met liefelijken geur moge opstijgen tot zaligheid van ons en van gansch de wereld. Amen.
In den geest van nederigheid en in het bewustzijn onzer ellende mogen wij door u, Heer, worden aangenomen en zoo zij onze offerande heden voor uw aanschijn, opdat zij behage aan u. Heer God.
(Ps. XXV) Onder de onschuldigen zal ik mijne handen wasschen en uw altaar omringen, Heer, opdat ik hoore de stem van uw lof en verhale van al uwe wonderheden.
Heer, ik heb den luister van uw huis liefgehad en de woonstede uwer heerlijkheid.
God, laat mijne ziel niet met de godde-loozen ten verderve gaan, noch mijn leven met de mannen des bloeds.
In wier handen ongerechtigheden zijn, wier rechterhand van geschenken vol is.
Ik echter ben in mijn onschuld ingegaan; verlos mij en ontferm u mijner.
Mijn voet staat op den rechten weg; in de vergadering zal ik u loven. Heer.
Gloria zij den Vader en den Zoon en den
19
H. Geest; gelijk liet was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen dei-eeuwen. Amen.
Ontvang, heilige Drievuldigheid, deze offerande welke wij u opdragen tot gedachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van Jesus Christus, onzen Heer; en ter eere van de H. Maria altijd Maagd, en van den H. Joannes den Dooper en van de heilige Apostelen Petrus en Paulus, van dezen en alle Heiligen; opdat zij strekke tot hunne eer en tot ons heil, en opdat zij, wier gedachtenis wij houden op aarde, voor ons gelieven te bidden in den hemel; door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
âBidt broeders, â vermaant de Priester, â opdat mijne en uwe offerande welgevallig zij aan God, den almachtigen Vader.quot;
De Heer gelieve de offerande uit de handen van Zijn gezalfde aan te nemen tot lof en glorie van Zijn naam, tot voordeel van ons en van geheel Zijn H. Kerk.
Laat ons hidden.
Verleen ons bidden wij, almachtige God, dat de offergave onzer geringheid èn voor
20
de eer van uwe heiligen u welgévallig zij, èn ons zuivere naar lichaam en ziel; door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De Heer zij met u,
en met uwen geest.
Heft uwe harten omhoog.
Wij hebben ze verheven tot den Heer! Laat ons den Heer onzen God danken. Het is waardig en rechtvaardig! Inderdaad waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam is het, dat wij u altijd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God: door Christus onzen Heer. Door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen aanbidden, de Machten beven. En de Krachten van den hemel der hemelen met de Seraphijnen eenparig vreugde-dronken vieren. Wij smee-ken; dat het u believe te gebieden, met hunne ook onze stemmen toe te laten, terwijl wij in ootmoedige belijdenis zeggen : Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God, Sa-baoth. Hemel en aarde zijn vervuld van uwe glorie ; Hosanna in den hooge. Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge !
21
Canon.
Wij bidden u dan ootmoedig, goeder-tierenste Vader, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, en vragen u, dat gij wilt aannemen en zegenen deze gaven, deze geschenken, deze heilige en vlekkelooze offerande. die wij opdragen vooreerst voor uwe heilige katholieke Kerk : opdat het u behage haar den vrede te verleenen, haar te behoeden, in eenheid te handhaven en te bestieren over geheel de aarde: te zamen met uwen dienaar onzen Paus ... en onzen Bisschop ... en alle rechtzinnigen en aanhangers van het katholiek en apostolisch geloof.
Gedenk, Heer, uwe dienaren en dienaressen . . . 1) en allen, die hier tegenwoordig zijn, wier geloof u bekend is en wier devotie u blijkt, voor wie wij u offeren of die u dit offer van lof opdragen voor zich zeiven en voor al de hunnen, voor de verlossing hunner zielen, voor de verwachting van heil en van hunne behoudenis en die hunne beloften vervullen jegens u, eeuwige, levende en waarachtige God.
Ook houden wij gemeenschap met en vieren de gedachtenis op de eerste jjlaats
V Herinuer u hier de levenden, voor wie gij in 't bizon-der bidden wilt.
22
van de gloriei-ijke Maria, altijd Maagd, Moeder van God en van onzen Heer Jesus Christus, doch ook van de gelukzalige Apostelen en uwe martelaren Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomaeus, Mat-thaeus, Simon en Thaddaeus, Linus, Cletus, Clemens, Xystus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus: en van al uwe Heiligen, opdat gij door hunne verdiensten en gebeden toestaat, dat wij in alles de hulp uwer beschei-ming erlangen.
Wij bidden u dan. Heer, neem deze offerande van dienstbaarheid, zoo van ons als van al uwe dienaren, genadig aan; dat het u believe onze dagen te beschikken in uwen vrede en te bevelen, dat wij, van de eeuwige verwerping bevrijd, onder het getal uwer uitverkorenen gerekend worden.
Gewaardig u, bidden wij, o God, deze offerande in alles gezegend, behoorlijk, geldig, redelijk en aannemelijk te maken, opdat zij ons moge worden het Lichaam en Bloed van uwen allerliefsten Zoon, onzen Heer Jesus Christus,... die daags vóór Zijn lijden het brood in Zijne heilige en eerbiedwaardige handen nam en, de oogen ten hemel geslagen tot u, God, Zijn almachtigen Vader, u dan-
23
kend, het zegende, brak en Zijnen leerlingen gaf zeggende:
NEEMT EN EET, DIT IS MlJN LlCIIAAM.
Het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons gewoond! O mijne ziel, aanbidden Heer, uwen God, wezenlijk en waarachtig op het altaar tegenwoordig! â
Zoo ook den kostelijken kelk in Zijne heilige en eerbiedwaardige handen nemend, en, u dankend, zegende Hij dien en gaf hem aan Zijne leerlingen zeggende:
NEEMT EN DUIN KT ALLEN HIEK UIT, WANT DIT IS DE KELK VAN MlJN BLOED, YAN HET NIEUW EN EEUWIG VERBOND : HET GEHEIM DES GELOOFS, DAT VOOK U EN VOOR VELEN ZAL GESTORT WORDEN TOT VERGIFFENIS DER ZONDEN.
Liefderijke .Testis, ik aanbid uw dierbaar Bloed, dat icaarachtig in den kelk voor mijne oogen wordt opgeheven, het Bloed, datgij aan het kruis vergoten hebt voor het heil van gansch de wereld ! â
Wij, o Heer, uw dienaren en heilig volk, die het zalig lijden van denzelfden Christus uwen Zoon, onzen Heer, zoo medeZijne verrijzenis en glorieuze hemelvaart herdenken, wij offeren aan uwe opperste Majesteit van uwe giften en gaven eene zuivere, heilige en vlekkelooze offerande, het heilig Brood
24
des eeuwigen levens en den kelk der altijddurende zaligheid.
Gevvaardig u ze aan te zien met een genadig en goedgunstig gelaat, opdat zij u welgevallig zij ; gelijk gij u gewaardigd hebt goedgunstig aan te nemen de gaven van uw dienstknecht den rechtvaardigen Abel en de offerande van onzen Aartsvader Abraham, en hetgeen uw fioogepriester Melchisedech u als een heilig offer, een onbevlekte offergave opdroeg.
Wij smeek en u ootmoedig, almachtige God, laat deze offerande door de handen van uw heiligen Engel gebracht worden op uw verheven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die, deelnemende aan dit altaar, het hoogheilig Lichaam en Bloed van uw goddelijken Zoon zullen genuttigd hebben, met allen hemelschen zegen en met genade mogen vervuld worden ; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gedenk ook, Heer, uwe dienaren en dienaressen . . . , die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en rusten in den slaap des vredes. 1) Wij bidden u, dat gij dezen en allen, die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des
') Herinner u hier de overledenen, voor wie gij in 't bizonder bidden wilt.
25
vredes geven wilt; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Geef ook ons, zondaren, uwen dienaars, die op de menigvuldigheid uwer ontfermingen vertrouwen, deel en gemeenschap, met uwe heilige Apostelen en Martelaren, met Joannes, Stephanas, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia, Anastasia en al uwe Heiligen: en neem ons genadig op in dezer gezelschap, niet lettend op onze verdiensten, maar ons vergiffenis schenkend door Christus, onzen Heer.
Door wien gij, Heer, steeds deze, goede gaven voortbrengt, heiligt, levend maakt, zegent en ons schenkt. Door Hem en met Hem en in Hem gewordt u, almachtige Vader, in de eenheid des heiligen Geestes, alle eer en glorie in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Laat ons hielden.
Door heilzame voorschriften vermaand en door goddelijke leering onderricht durven wij zeggen: Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam, ons toekome uw rijk, uw wil geschiede op aarde zooals in den hemel. Geef ons heden ons dagelijksch brood en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven
26
aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring; maar verlos ons van den kwade. Amen.
Wij bidden u, Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en verleen ons door de voorbede der gelukzalige en glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria en van uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij, door de hulp uwer barmhartigheid bijgestaan, ten allen tijde vrij mogen blijven van alle zonden en beveiligd tegen alle kwelling ; door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid van den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De vrede des Heeren zij altijd met ons en met onzen geest!
De vermenging en heiliging van het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jesus Christus mogen ons, die het ontvangen, strekken ten eeuwigen leven!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons vrede!
27
Heer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt, Ik laat. u vrede, Ik geef ii Mijnen Trede, zie toch niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk en ge-waardig u in haar volgens uw wil den vrede te bestendigen en in de eenheid te bewaren ; die leeft en regeert, God in de eeuwen dei-eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die uit den wil uws Vaders en de medewerking des H. Geestes door uw dood de wereld levend gemaakt hebt, verlos mij door dit uw hoogheilig Lichaam en Bloed van alle mijne zonden en doe mij altijd getrouw verkleefd zijn aan uwe geboden, en gedoog niet, dat ik ooit van u gescheiden worde ; die leeft en heerscht met denzelfden God, den Vader en den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus, laat de nuttiging van uw Lichaam, dat ik, onwaardige, voornemens ben â minstens op geestelijke wijze â te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en mijne verwerping, maar laat het door uwe goedheid mij tot bescherming van ziel en lichaam zijn en tot mijne genezing ; die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
28
Wanneer men niet werkelijk communiceert, doe men het ten minste op geestelijke wijze en men zegge met den priester :
âHeer, ik ben niet waardig, dat gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.quot;
God, ik geloof in u, ik hoop op u, ik bemin u en het is mij leed, dat ik u niet altijd bemind heb.
Heer Jesus, ik verlang vurig naar u, kom, smeek ik u, in mijn hart, ik verbind mij, ik vereenig mij met u, laat mij nimmer van u gescheiden worden.
Het Lichaam onzes Heeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven !
0 heilige maaltijd, waarin Christus genuttigd, de gedachtenis van Zijn lijden gevierd en ons het onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt.
U zij lof en glorie en dank, o heilige en gezegende Drievuldigheid, Vader, Zoon en H. Geest. Amen.
Maf Ui. XIX. Voorwaar ik zeg u, dat gij, die alles om Mij verlaten hebt en Mij gevolgd zijt, het honderdvoudige zult terug ontvangen en het eeuwige leven bezitten.
29
Laat ons hidden.
Wij bidden u, almachtige God, dat wij, die uwe liemelsche gaven genoten hebben, om de voorbede van uwen heiligen Belijder Vincentius, door die gaven tegen alle onheilen mogen beschermd worden : door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed,
en mijn geroep kome tot u!
Dat het werk van mijn dienst u aangenaam zij, o H. Drievuldigheid, en geef dat deze offerande, die ik, onwaardige, met den priester voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit heb opgedragen, u welgevallig en aangenaam zij en mij en allen, voor wie ik ze heb opgedragen, door uwe barmhartigheid tot verzoening moge strekken ; door Christus, onzen Heer. Amen.
Ons zegene de almachtige God, f de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Begin van het heilig Evangelie volgens Joannes.
In den beginne was het Woord en het Woord was bij God èn het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alles
4
30
is door dat Woord gemaakt en zonder dat is niets gemaakt van hetgeen gemaakt is. Daarin was het leven en het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het waarachtig licht was, hetwelk iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt en de wereld heeft Hem niet gekend. In Zijn eigendom is Hij gekomen en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zoo velen als Hem aangenomen hebben, aan hen heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden : aan hen die in Zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. en het woord is vleesch geworden en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als van den eeniggeborene des Vaders, vol van gratie en waarheid.
Gode zij dank.
31
Gebeden na eene gelezene H. Mis, volgens
voorschrift van Z. H. Paus Leo XIII.
Wees gegroet Maria . . . driemaal.
Wees gegroei;, Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.
Tot u smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams.
O Goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd, Maria !
Bid voor ons, H. Moeder Gods;
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat om hielden.
0 God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot u smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, van uwe H. H. Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen, de gebeden, die wij stor-
ten voor de bekeering' der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en gij. Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Liefderijke Heiland der wereld, die bet-werk onzer verlossing voltooid hebt door w kruis-offer, â eeuwige Weldoener van den mensch, die, Priester in eeuwigheid, uwe offerande van Golgotha dagelijks op onze altaren op mystieke wijze, doch wezenlijk en waarachtig, door uwe tot priester geordende dienaren hernieuwt: ik smeek u bij deze verhevene handeling tegenwoordig te mogen wezen, u aangenaam als uwe gezegende Moeder en uw geliefde leerling, die stonden aan den voet van uw kruis, en met die gevoelens van geloof, van hope en van liefde, als waarvan uw priester, de H. Vincentius a Paulo, zoo een gedenkwaardig voorbeeld gaf, wanneer hij zelf het heilig Sacrificie opdroeg of zich gelukkig rekende het te kunnen bijwonen.
34
Ik offer u, o Allerhoogste, Vader, Zoon en H. Geest, één God, deze H. Mis op ter verheerlijking van uw heiligen naam, ter gedachtenis van het lijden onzes Heeren Jesus Christus, tot welzijn van Zijne Bruid, onze Moeder, de H. roomsch katholieke Kerk, tot voldoening van mijne zonden, tot dankzegging voor alle weldaden, welke ik van uwe goedheid ontvangen heb en tot verkrijging van genaden en gunstbewijzen, om welke ik voor mij zelf en voor allen die mij dierbaar zijn uwe goedgunstigheid inroep.
Bereid dan mijn hart, zuiver mijn geest, heilig mijne ziel, opdat ik niet geheel onwaardig voor uw aanschijn vertoeve. Dat de heiligheid van uw tempel, o Heer, het levendig besef van uwe waarachtige tegenwoordigheid in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars en de ontzachlijke verhevenheid van het Misoffer mij behoeden voor alle verstrooidheid, opdat ik mij geheel en uitsluitend bezig houde met uwer waardige gedachten en verlangens, teneinde deelachtig te worden aan uwe hemelsche gaven. Amen.
In ootmoed werp ik mij voor u neder, o God, vol schaamte en berouw belijd ik mijne zonden. Gij zijt mijn hoop en toeverlaat ; gij
35
wilt mij vergiffenis schenken, mij niet van uw aanschijn verwerpen, üwe liefde en genade zijn grooter dan mijne overigens groote strafwaardigheid. Eeik mij uw vaderhand toe, opdat ik voortaan standvastig blijve in het naleven uwer geboden. Vol vertrouwen smeek ik n; ontferm u mijner volgens uwe groote barmhartigheid! O Jesus, die u tot eene vrijwillige en der opperste Rechtvaardigheid bevredigende offerande hebt opgedragen om zondaars te redden en zalig te maken, ontferm u mijner!
De barmhartige God ontferme zich over ons allen, die om genade smeeken, Hij vergeve ons onze zonden en geleide ons ten eeuwigen leven! Amen.
t (Philipp. II.) Jesus Christus vernederde zich zeiven en werd gehoorzaam tot den dood, ja tot den dood des kruizes; daarom heeft God Hem verheven en Hem een naam gegeven boven alle namen, zoodat voor dien naam alle knieën buigen van die in den hemel, op aarde en onder de aarde zijn en alle tongen belijden, dat Jesus Christus de Heer is, ter verheerlijking van God, den Vader.
De barmhartigheden des Heeren zal ik bezingen in eeuwigheid; dat haar lof verbreid worde van geslacht tot geslacht.
36
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in eeuwigheid. Amen.
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Glorie zij God in den hooge en vrede op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven u, wij prijzen u, wij aanbidden u, wij verheerlijken u, wij danken u om uw groote glorie! Heer, God, hemelsche Koning, God, almachtige Vader, Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden dei-wereld wegneemt, ontferm u onzer. Gij, die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze smeeking. Die gezeten zijt aan de rechterhand des Vaders, ontferm u onzer. Want gij zijt de eenig Heilige, gij de eenige Heer, gij de eenig Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest in de glorie van God, den Vader. Amen.
Laat ons hidden.
Verleen ons Heer, om de voorbede van de allerzaligste Maagd Maria, van den H. Joseph, den H. Vincentius a Paulo en alle Heiligen, de genade, welke de priester voor
37
zich en voor een ieder onzer vraagt. Met hem, uw bevoorrechten dienaar, vereenigd, draag ik u hetzelfde gebed op voor allen, die mij dierbaar zijn ; ook voor hen, die zich mijner hebben aanbevolen of voor wie ik verplicht ben te bidden, â voor degenen ook, wie ik wetend of onwetend iets misdaan zou hebben en voor hen, die mij niet genegen zijn, â in 't bizonder eindelijk voor de armen en hulpbehoevenden, wier geestelijke en stoffelijke belangen ik, om uwentwil en op het voorbeeld van den goedertieren Vader Vincentius, wensch te behartigen ; voor die allen bid en smeek ik u den zegen af, welken zij van u verhopen, en de genade, die ons noodig is tot het leven in Christus Jesus, onzen Heer. Amen.
Ejristel les uit het Boek Touias.
Mijn zoon, luister naar mijn woorden en leg ze als een grondzuil in uw hart.
Heb God in uwe gedachten al de dagen uws levens en wacht u van ooit in eenige zonde toe te stemmen of de geboden van den Heer onzen God te overtreden. Geef aalmoezen van uw eigen goed ; keer uw aangezicht niet van den arme af; dan zal God Zijn aangezicht niet van u afwenden. Doe barmhartigheid naar uw vermogen. Hebt gij
38
veel, geef veel; hebt gij weinig, geef dan ook van dat weinige iets meteen goedhart; want daardoor vergadert gij u een schat tegen den dag van den nood. De aalmoes toch verlost van alle zonden en van den dood en zij zal niet toelaten, dat de ziel in de duisternis gaat. Wat een groot vertrouwen zal de aalmoes geven bij den allerhoogsten God aan allen, die ze uitreiken.
Mijn zoon, wacht u voor alle onkuisch-heid en u zei ven aan ontucht over te geven. Laat de trotschheid in uw gemoed noch in uwe gedachten de overhand nemen, want daaruit is het verderf voortgekomen. Wanneer iemand voor u gewerkt heeft, geef hem dadelijk wat hij heeft verdiend en laat het loon van den arbeider bij u niet vernachten. Doe nooit iets aan iemand, dat gij niet zoudt willen dat men u aandeed. Vraag altijd raad aan een wijs man. Loof God ten ten allen tijde en bid Hem, dat Hij uwe wegen besture en dat al uwe ondernemingen in Hem mogen berusten.
GEBED.
Goedertieren God, gij hebt mij boven velen, die ongelukkig in dwaling zijn, geroepen tot de kennis van uw heilige wet, welke gij door de profeten en apostelen, ja
39
door onzen Heer Jesus Christus zelf den mensehen verkondigd hebt. Dank, liefdevolle Vader, voor de genade van het eenig Geloof, waardoor ik te vaster op u hoop en u te inniger liefheb. Dank voor mijne roeping tot de alleen-zaligmakende Kerk. Versterk dan mijn wil, om naar het voorbeeld van uw werkdadigen Belijder, St. Vincentius a Paulo, mijn Katholiciteit, waar 't pas geeft, te toonen door de daad, weldoende aan een ieder, bizonder aan de huisgenooten des Geloofs. Amen.
VervoUj van het H. Evangelie volgens Malthaeus.
XXV: 31-46.
In dien tijde zeide Jesus tot Zijne leerlingen : wanneer de Zoon des menschen in Zijne heerlijkheid zal gekomen zijn en alle Zijne Engelen met Hem, dan zal Hij op den troon Zijner heei'lijkheid zitten en alle volken zullen voor Hem vergaderd worden en Hij zal ze van een scheiden, gelijk een herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand, maar de bokken aan Zijn linkerhand plaatsen. Dan zal de Koning zeggen tot hen, die aan Zijn rechterhand zullen zijn: komt, gezegenden mijns Vaders, bezit het rijk, dat u bereid is van af de grondvesting der
40
wereld. Want ik heb honger gehad en gij hebt mij gespijsd, ik heb dorst gehad en gij hebt mij gelaafd, ik was vreemdeling en gij hebt mij geherbergd, ik was naakt en gij hebt mij gekleed, ik was ziek en gij hebt mij bezocht, ik was in de gevangenis en gij zijt tot mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen : Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en u gespijsd, dorstig en u gelaafd? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en u geherbergd, of naakt en u gekleed? Of wanneer hebben wij n ziek of in de gevangenis gezien en zijn wij tot u gekomen? En de Koning zal antwoorden en hun zeggen; voorwaar, ik zeg u, zoo dikwijls gij dit aan eenen dezer mijne geringste broeders gedaan hebt, hebt gij dit aan mij gedaan. Dan zal Hij ook zeggen tot degenen, die aan Zijn linkerhand staan; gaat weg van mij vervloekten in het eeuwige vuur, dat den duivel en zijne engelen bereid is. Want ik heb honger gehad en gij hebt mij niet gespijsd, dorst gehad en mij niet gelaafd; ik was vreemdeling en gij hebt mij niet geherbergd, naakt en gij hebt mij niet gekleed, ziek en in de gevangenis en gij hebt mij niet bezocht. Dan zullen ook dezen Hem antwoorden
41
en zeggen: Keer, wanneer hebben wij a hongerig of dorstig, of als vreemdeling, of naakt of ziek of in de gevangenis gezien en u onzen dienst niet bewezen? Dan zal Hij hun antwoorden en zeggen: voorwaar ik zeg u, zoolang gij dit niet aan een dezer geringsten gedaan hebt, hebt gij 't ook aan mij niet gedaan. Dezen nu zullen ter eeuwige strafte en de rechtvaardigen ten eeuwigen leven ingaan.
Lof zij u, Christus.
Cbedo. (biz. 1G)
Offerande.
Ontvang, aanbiddenswaardige Vader, het brood, dat weldra veranderd wezen zal in het vlekkelooze offer, welks verdiensten voldoen voor alle geloovigen, zoo tegenwoordigen als afwezigen, levenden en dooden.
Liefderijke Heiland, gij hebt door uwe menschwording uwe almachtige godheid met onze zwakke menschheid onvergelijkelijk nauwer vereenigd dan het water met den wijn vereenigd wordt in den kelk des heils. Wij bidden u, vereenig u ook met een ieder van ons in 't bizonder en vereenig ons allen te zamen met u, om nimmer te worden gescheiden.
42
Gij, o God, gij alleen kunt dezen kelk uwer waardig maken door dezen te stellen in de macht van uw tot priester verkoren en geordenden dienaar, ter verandering van den wijn in het waarachtig Bloed van Jesus Christus, dat het heil der wereld voortbrengt. Tot erkenning uwer opperheerschappij zijn u het brood en den wijn aangeboden en wij voegen bij deze offerande de toewijding onzer harten en de opdracht onzer goede werken in vereeniging met de verdiensten der allerzaligste Maagd Maria en van alle Heiligen.
En gij, o Heer, die u gewaardigd hebt de voeten uwer Apostelen te wasschen, alvorens hen tot ditzelfde heilige offer toe te laten, wasch en reinig ons meer en meer van onze zonden en gebreken, opdat wij waardig zijn uw altaar te omringen, wij, die don luister van uw Huis en de woonplaats uwer heerlijkheid hebben liefgehad. Amen.
Laat ons bidden.
Gewaardig u, Heer, het offer, dat wij u door de handen des priesters opdragen, tot eer en glorie van uw naam aan te nemen, tot voordeel van ons en van geheel de H. Kerk.
Dat de gebenedijde onder de vrouwen,
43
de Koningin des Hemels, en de Heiligen wier gedachtenis wij mede in dit offer vieren, voor ons mogen ten beste spreken ! o Maria, alle Gods lieve Heiligen, wij brengen Gode deze offerande om de hoogste Majesteit te bedanken ook voor uwe glorie, vergeet ons dan niet in den Hemel, opdat wij eenmaal met u vereenigd ten volle mogen smaken hoe zoet de Heer is en God danken in eeuwigheid.
Nu reeds heffen wij onze harten omhoog, dewijl het waardig en billijk is, u, den Heer onzen God, dank te zeggen door Jesus Christus onzen Heer 1 Door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen u aanbidden en de Machten voor u beven! Dat de hemelen en de krachten der hemelen met de zalige Seraphynen u verheerlijken! quot;Wij bidden u, laat ons ook onze stemmen met die der gelukzalige geesten zich vereenigen, zeggende : Heilig, Heilig, Heilig, zijt gij, Heer, God der heirscharen! Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie ! Hosanna in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge!
Vóór de Consecratie.
Wij smeeken u, barmhartige Vader, in den naam van uw welbeminden Zoon, Jesus
44
Christus, onzen Heer, de offerande, welke wij u opdragen, te zegenen en goedgunstig aan te nemen, opdat het u believe uwe heilige katholieke Kerk te bewaren, te beschermen en te besturen met al hare lidmaten,
onzen H. Vader den Paus, onzen hoogwaar-digen Bisschop en in het algemeen allen,
die het ware geloof belijden.
In het bizonder bevelen wij u degenen voor wie wij uit rechtvaardigheid en liefde verplicht zijn te bidden, voornamelijk ... en voor allen, die bij dit aanbiddelijk offer tegenwoordig zijn. En opdat onze eerbewij-zing aan u, ontzachlijke God, aangenaam moge wezen, vereenigen wij onze gebeden met die van de glorierijke Maagd Maria, van uwe H. H. Apostelen, Martelaren, Belijders en Maagden en van alle Heiligen, met wie wij ééne en dezelfde Kerk uitmaken. Geef ons, om hunne verdiensten en de kracht van liunne gebeden, uwe genade in Christus Jesus onzen Heer. Amen. ]
Onder de consecratie.
(
Mijn Heer en mijn God, ik geloof vaste- ]
lijk, dat gij op het woord uwer almacht ]
door den priester in uwen naam gesproken, _
wezenlijk en waarachtig nederdaalt op het j altaar en daar tegenwoordig zijt onder den
45
scbijn van brood. Ik aanbid u met den diepsten eerbied en bewijs u uit ganscber harte de eer, welke ik uwe opperste Majesteit verschuldigd ben.
En ik geloof zonder eenigen twijfel, dat betgeen wijn was in den kelk op liet altaar, eveneens op het woord iiwer almacht dooiden priester in uwen naam gesproken, wezenlijk en waarachtig Bloed is van den God-mensch, dat vergoten is tot vergilfenis onzer zonden. Ik aanbid uw dierbaar Bloed, o liefderijke Verlosser, Priester in eeuwigheid, en ik smeek u, laat het toch niet vruchteloos voor mij vergoten zijn aan het kruis, niet vruchteloos voor mij op bet altaar uwen hemelschen Vader worden opgedragen!
Na de oonserceatie.
Dankbaar herdenken wij, o aanbiddelijke Zaligmaker, uw smartelijk lijden, zoomede uwe volheerlijke opstanding en glorieuze hemelvaart.
Aan uwe verhevene Majesteit, almachtige God, dragen wij het zuivere, heilige en onbevlekte offer op, dat gij zelf ons verleend hebt. Meer dan de offeranden van Abel, Abraham en Melchisedech is hier! Dit is het eenige slachtoffer uw altaar waardig.
Wij bidden u dan. Heer, beveel dat het
5
46
door de handen uwer Engelen gebracht worde voor het aanschijn uwer goddelijke heerlijkheid, opdat wij allen, die met den mond of met het hart aan dit heilig offer deel hebben, van hemelsche zegening en genade mogen vervuld worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gedenk ook, Heer, uwe dienaren en dienaressen, die, getrouw in den geloove, in vrede gestorven zijn, bizonder .... Verleen hun, o Heer, en allen die in Christus rusten, de plaats van zaligheid, van licht en vrede, waarom wij u smeeken door Christus onzen Heer.
Ge waardig u ook aan ons, zondaren, die toch uwe dienaars zijn en om de menigvuldigheid uwer barmhartigheden op u hopen, eenmaal deel te geven in het gezelschap van uwe H. Apostelen en Martelaren en allen uwe Heiligen. Wij bidden u, die geen acht geeft op onze verdiensten, maar veeleer op uwe genade, ons in hun samenzijn toe te laten, om Christus, onzen Heer, door wien gij al het goede immer vermeerdert, heiligt, levend maakt, zegent en ons verleent. Door Hem en met Hem en in Hem zij u, o God, almachtige Vader, in vereeniging met den H. Geest, alle eer en glorie in de eeuwen der eeuwen. Amen.
47
Laat ons htdden.
Door heilzame voorschriften vermaand en door goddelijke leering onderricht durven wij zeggen: onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam, ons toekome iiw rijk, uw wil geschiede op aarde zooals in den hemel. Geef ons heden ons dagelijksch brood en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring; maar verlos ons van den kwade. Amen.
Wij bidden u. Heer, verlos ons van alle voorbijzijnd, tegenwoordig en toekomstig kwaad en geef ons, door de voorspraak dei-allerzaligste en glorierijke Maagd en Moeder G-ods Maria, van uwe heilige Apostelen Petras en Paulus en Andreas en van alle Heiligen, goedertierenlijk vrede in onze dagen, opdat wij door het werk uwer barmhartigheid ondersteund, van de zonden altijd verlost en voor alle rampen behoed mogen worden; door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid van den H. Geest, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
De vrede des Heeren zij met ons en met onzen geest!
Dat deze allerheiligste vereeniging van
48
het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jesus Christus mij en allen, die het mogen nuttigen, tot heil verstrekke naar ziel en lichaam en tot eene heilzame voorbereiding ten eeuwigen leven!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, geef ons vrede!
Heer Jesus, die de zonden der wereld verdraagt, ondanks het misbruik van zoovele genaden, bevestig het werk uwer verlossing in ons door een duurzamen vrede. Geef ons den vrede, welke de wereld niet geven kan, terwijl dit het eenige waarachtige goed is, dat wij in dit ellendige leven kunnen smaken. Leer mij dan ook zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn, opdat ik, door bewustzijn van eigen schuld en door grootmoedige vergevensgezindheid jegens mijn naaste, waardig zij steeds ruimer deel te nemen aan dit H. offer en meermalen aan het gastmaal der Engelen moge smaken hoe zoet gij zijt, Heer van barmhartigheid !
Heer, ik ben niet waardig, dat gij komt
49
onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden!
Neen ik ben niet waardig u te ontvangen, o mijn God en mijn al! Maar kom, goede Jesus, vereenig u ten minste op geestelijke wijze met mij, armen zondaar, doch wien het van harte leed is, u ooit te hebben vergramd. Hef mijne ziel tot u op, o God, en versterk mij in uwe omhelzing met den overvloed uwer genade, opdat mij niets meer scheide van de liefde van u, Jesus Christus! Geef mij het voorrecht geheel de uwe te zijn, opdat ik als door uwe liefde gedrongen niets meer doe, niets spreke of denke, dan hetgeen u behagelijk, mij-zelf voordeelig is en ook mijn naaste, in 't bizonder den armen, ten goede komt voor tijd en eeuwigheid. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot u komen!
Laat ons bidden.
Heer Jesus, ik dank u voor alle genaden en gunstbewijzen, in het bizonder voor het voorrecht van heden wederom het hoogheilig Misoffer te hebben bijgewoond.
Gij hebt ons, barmhartige God, een tijdelijke gave tot een eeuwigdurend geneesmiddel sreschonken: Iaat het in ons al de vruchten
50
voortbrengen, welke uwe vindingrijke liefde zich daarvan heeft voorgesteld; en zelfs, wanneer gij u niet meer onder zichtbare gedaanten bij ons bevindt, laat dan nog de uitwerkselen uwer vroegere wezenlijke tegenwoordigheid in onze harten voortleven.
Heilige en aanbiddelijke Drievuldigheid, met u hebben wij dit offer begonnen, ook met u zullen wij het eindigen. Gewaardig u het goedgunstig aan te nemen. Uwe Majesteit is oneindig, laat ook uwe Barmhartigheid oneindig wezen. En daarop vertrouwende zullen wij u niet laten gaan voor gij ons u/ven zegen geschonken hebt.
Ons zegene de almachtige God, j- de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
Evangelie volgens Joannes (blz. 29).
Gebed na de H. Mis.
Ik dank u. Heer, voor de genade, welke gij mij geschonken hebt in de roeping tot uwe heilige Roomsch Katholieke Kerk, waarom ik, als zoon van den huize, als erfgenaam van de goederen uws heils, tegenwoordig wezen mocht bij hare verhevenste en zegem-ijkste handeling, het H. Sacrificie der Mis. Vergeef mij de onoplettendheid en verstrooiing, waaraan ik mij door mensche-
51
lijke zwakheid heb schuldig gemaakt. Laat het gewoel der wereld, waarin ik nu moet wederkeeren, en de beslommering mijner beroepsbezigheden mij de vrucht van dit H. offer niet doen verliezen, door mij de godvruchtige gevoelens en de goede voornemens, welke gij mij hebt ingestort, te doen vergeten. Ik smeek u, mij dat te willen verleenen om de voorbede der getrouwe Maagd, Moeder van barmhartigheid. Amen.
H. Vincentius a Paulo, gij, die nadat gij ochtend aan ochtend met God op de innigste wijze aan het altaar verkeerd hadt, alles voor allen in de wereld werd, bid voor mij, apostolische Belijder van den Christus en Vader der armen ! Bid voor mij, opdat de genaden van het H. Misoffer, dat ik heb bijgewoond, in mij de kracht en den lust bewaren tot getrouwe vervulling van de plichten van mijn staat: kracht ook, om in uw voetspoor steeds met wijsheid en liefderijk geduld den armen en ongelukkigen wel te doen, bizonder hun, die onze broeders en zusters zijn in den geloove; lust en vreugde in de uitoefening dier naastenliefde, opdat God, die den blijden gever liefheeft, mij eenmaal toelate tot de zalige aanschouwing Zijner onomsluier-de heerlijkheid. Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
genaamd Requiem.
Voorbereiding.
Verlosser en Zaligmaker der wereld, Jesus Christus, voor alle menschen en voor een ieder in het bizonder hebt gij u-zelven ten zoenoffer den hemelschen Vader opgedragen aan het kruis en, Priester in eeuwigheid, dagelijks wilt gij uit oneindige liefde tot den mensch dat Gode behagelijk offer hernieuwen tot aan de voleinding der eeuwen! Geef mij dan, barmhartige Jesus, bij deze hoogheilige handeling tegenwoordig te mogen wezen met eene devotie, die de uitdrukking is van geloof, van hope en van liefde en van een oprecht berouw over mijne zonden.
Het is mijne intentie, dat dit Sacrificie den drie-eenen God worde opgedragen tot hoogste vereering en volmaakte aanbidding Zijner oneindige Majesteit, tot dankzegging
53
voor alle ontvangene weldaden, tot verkrijging van de mij ter zaligheid noodige genaden en tot voldoening mijner zonden.
En bepaaldelijk wil ik, in dit heilig Misoffer deelnemend, het den rechtvaardigen God opdragen tot schuldvoldoening van de zielen in het vagevuur, in het bizonder van . . .
Barmhartige Vader, hoor, verhoor toch onze smeekingen bij deze u verbiddende offerande voor de zielen mijner dierbare overledenen . ..!
Liefdevolle Heiland, gedenk toch, dat gij uw kostbaar Bloed vergoten hebt voor ons allen en voor ieder onzer in het bizonder; ach, erbarm u dan over de naar u smachtende zielen mijner dierbare overledenen . . .!
Goedertierene Vertrooster, Geest van heiligmaking, vertroost dan en maak haar heilig de zielen mijner dierbare overledenen . . .!
JET. Drievuldigheid, één God, ontferm U over de zielen mijner dierbare overledenen tot wier lafenis dit H. Sacrificie aan uwe opperste Majesteit wordt opgedragen, opdat zij rusten in vrede. Amen.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Ik zal opgaan tot het altaar Gods,
54
tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Onze hulp is in den naam des Heeren,
die Hemel en aarde gemaakt heelt.
Ik belijd voor u, o God, en voor alle uwe Heiligen, dat ik gezondigd heb door gedachten, woorden en werken.
Ontferm u mijner, God, ontferm u mijner volgens uwe groote barmhartigheid.
En om de menigte uwer barmhartigheden delg mijne boosheid uit!
Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis onzer zonden vei-leene ons de almachtige en barmhartige Heer. Amen.
t Heer, geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen.
U, o God, behoort den lof in Sion en de belofte moet u gebracht worden in Jeruzalem. â Verhoor mijn gebed : alle vleesch zal tot u komen.
Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen!
Heer, ontferm u onzer!
Christus, ontferm u onzer!
Heer, ontferm u onzer!
Laat ons hidden.
God, wien het eigen is altijd te sparen en genadig te zijn, wij bidden u ootmoedig
55
voor de ziel van uwen dienaar, (uwe dienares)---- welke gij uit deze wereld geroepen hebt, dat gij haar niet zoudt overleveren in de handen van den vijand en niet voor immer vergeten; maar dat gij uwe heilige Engelen gebiedet haar op te nemen en het vaderlsud van het hemelsch Paradijs binnen te leiden; opdat zij, die in u geloofd en op u gehoopt heeft, de straffen der hel niet lijde, maar de eeuwige vreugde geniete; door onzen Heer Jesus Christus. Amen.
O God, die vergiffenis schenkt en 's men-schen heil bemint, wij bidden uwe goeaheid, dat gij onze ouders, onze bloedverwanten, vrienden en weldoeners, die uit deze wereld gescheiden zijn, door de voorspraak dei-allerzaligste Maagd Maria en van alle Heiligen deelachtig maken wilt aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid.
God, Schepper en Verlosser van alle ge-loovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerscht. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
56
Epistel ').
(Openh. XIV : 13). In die dagen hoorde ik een stem uit den hemel tot mij zeggen: Schrijf: zalig zijn de dooden, die in den Heer sterven. Van nu af aan, zeide de Geest, zullen zij van hun arbeid rusten ; want hunne werken volgen hen.
Gode zij dank.
Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen. De rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn en voor geen kwaad gerucht zal hij vreezen. Ontsla, o Heer, de zielen der geloovigen, die overleden zijn, van alle banden der zonde. Geef. dat zij door uwe barmhartigheid het gericht der wrake mogen ontgaan en de zaligheid des eeuwigen lichts mogen genieten.
Evangelie.
(Joes VI : 51â55). In dien tijde zeide Jesus tot de scharen der Joden; ik ben het levend brood, dat van den hemel is nedergedaald. Zoo iemand van dit brood eet, die zal leven in eeuwigheid; en het brood, dat
V Voor uitvaart. Diaandstond en jaargetijde Epistel en Evangelie hlz. 68 en volgende.
57
ik za^ geven, is mijn vleesch voor het leven der wereld. De Joden nu twistten onder elkander en zeiden; boe kan deze ons zijn vleesch te eten geven? Jesus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar ik zeg u, tenzij gij het vleesch van den Zoon des menschen eet en zijn bloed drinkt zult gij het leven in u niet hebben. Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt heeft het eeuwig leven en ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
Lof zij u, Christus.
Laat ons hidden.
Heer Jesus Christus, Koning der glorier verlos de zielen aller overledene geloovigen van de pijnen der hel en van den diepen afgrond, verlos haar uit den muil des leeuws, opdat zij niet worden verslonden door de hel en niet nederstorten in de duisternis; maar dat uw hemelsche aanvoerder, de H. Michaël, haar brenge tot het heilig licht, dat gij eens beloofd hebt aan Abraham en zijne nakomelingschap. Wij dragen u, o Heer, offers op en gebeden, neem ze aan voor de zielen, wier gedachtenis wij thans houden: Heer, doe hen overgaan van den dood tot het leven, dat gij eens beloofd hebt aan Abraham en zijne nakomelingschap.
58
Offerande.
Heilige Vader, almachtige, eeuwige God, â ontvang deze smettelooze offerande, welke ik, onwaardige, met den priester, uw bevoorrechten dienaar, opdraag aan u, den levenden en waren God, voor mijne ontelbare zonden, overtredingen en tekortkomingen in uwen dienst, â voor allen, die hier tegenwoordig zijn, en voor alle geloovigen, zoo levenden als overledenen, opdat dit offer ons allen moge strekken tot heil ten eeuwigen leven!
Wij offeren u. Heer, den kelk der verlossing en wij smeeken uwe goedertierenheid, dat hij tot onze zaligheid en die der gansche wereld met liefelijken geur moge opstijgen voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit!
Een voorrecht is het mij, Heer, onder de onschuldigen mijne handen te mogen was-schen, uw altaar te omringen en deel te nemen aan de gebeden en lofprijzingen welke u, den Allerhoogste, gebracht worden. Heer, ik heb den luister van uw Huis lief en de woonplaats uwer heerlijkheid! Schep in mij een zuiver hart en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste, opdat ik waardig zij verhooring van mijn smeekgebeden en genade in uwe oogen te vinden!
lt;
i
i lt;
lt;
59
Laat ons hidden.
Heer, wees de ziel van uwen dienaar (uwe dienares) .. . genadig voor wie wij u een offer van lof opdragen en uwe Majesteit smeeken, dat zij door dit heilig zoenoffer tot de eeuwige rust moge geraken: door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
O God, wiens barmhartigheid oneindig is, neem ons ootmoedig gebed genadig aan en verleen aan de zielen onzer ouders, broeders, vrienden en weldoeners, aan wie gij hebt toegestaan uwen naam te belijden, door deze geheimen onzes heils de vergiffenis van alle zonden.
Wij bidden u. Heer, zie genadig neder op de offerande, welke wij u opdragen voor de zielen van uwe dienaren en dienaressen, opdat gij degenen, aan wie gij de genade van het geloof in Christus verleend hebt, ook de belooning hunner verdiensten moget schenken; door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
60
De Heer zij met u,
en met uwen geest.
Heft uwe harten omhoog.
Wij hebben ze opgeheven tot den Heer .r Laat ons den Heer onzen God danken. Het is waardig en rechtvaardig! Inderdaad waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam is het. dat wij u altijd en overal dank zeggen, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God: door Christus onzen Heer. Door wien de Engelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen aanbidden, de Machten beven. En de Krachten van den hemel der hemelen met de Seraphijnen eenparig vreugdedronken vieren. Wij smeeken, dat bet u believe te gebieden, met hunne ook onze stemmen toe te laten, terwijl wij in ootmoedige belijdenis zeggen: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God, Sabaoth. Hemel en aarde zijn vervuld van uwe glorie ; Hosanna in den hooge. Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge !.
VÃÃR DE CONSECRATIE.
Wij bidden u ootmoedig, goedertieren Vader, in den naam van Jesus Christus, uwen Zoon, ons barmhartig te wezen en de offerande, die wij u opdragen, aan te nemen en te zegenen, opdat het u believe de heilige-
61
Eoomsch Katholieke Kerk, met al hare lidmaten, den Paus, onzen Bisschop en alle geestelijke oversten en herders der zielen te bewaren, te beschermen en te besturen.
Wij bevelen u. Heer, in het bizonder allen, voor wie te bidden wij onze meening gemaakt hebben; zoo mede allen, die bij deze aanbiddelijke offerande tegenwoordig zijn: en opdat ons gebed u aangenaam zij, vereenigen wij ons met de allerzaligste Maagd, Moeder van Jesus Christus, onzen Heer, met uwe heilige Apostelen en Martelaren en alle Heiligen, die met ons eene en dezelfde Kerk uitmaken.
Ach, had ik nu de vurige begeerte, waarmede de Heiligen van het Oude Verbond naar den Messias verlangden!
Kom, Heer Jesus, Verlosser en Zaligmaker, daal af van uw glorietroon en wees ons andermaal ten zoen voor levenden en dooden!
Ondbk de consecratie.
Vleeschgeworden Woord des Vaders, aangebeden Heiland der wereld, Jesus Christus, ik geloof dat gij hier op het altaar wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt: ik aanbid u met den diepsten eerbied en ik smeek u om genade en erbarming, zoo
6
62
voor mij als voor de zielen mijner dierbare overledenen____!
Ik aanbid uw kostelijk Bloed, dat gij, Man van Smarten, tot den laatsten druppel voor onze zaligheid vergoten hebt aan het kruis en. Priester in eeuwigheid, dagelijksch uwen hemelschen Vader bij vernieuwing opdraagt tot vergiffenis onzer zonden. Ik smeek u, almachtige God, rechtvaardige Rechter, laat u door dit offer van oneindige waarde verbidden en geef de eeuwige rust aan de zielen mijner dierbare overledenen ____!
Na de consecratie.
Wij vernieuwen, hemelsche Vader, volgens het gebod van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de gedachtenis van zijn heilig lijden.
Ach, dat liet kruis van Christus mijn troost zij in de beproeving, welke gij mij overzendt, o Heer, altijd wetend wat mij waarlijk tot heil verstrekt. Geef mij, barmhartige God, dat ik het kruis, dat uwe genadige hand mij oplegi, met liefde en onderwerping aan uw oppermachtigen wil drage, opdat ik, door lijden gelouterd, waai-dig zij eenmaal te worden toegelaten tot de aanschouwing van den in Zijn kruis triumphee-
63
renden Christus, vereenigd met mijne dierbaren, wier heengaan ik betreur, maar die ik moge wederzien daar, waar niemand onze vreugde zal storen!
Druk dan diep in mijn hart de gedenkwaardige woorden, welke gij, liefderijke Heiland, op uwen kruisweg tot de meedoogende vrouwen gesproken hebt. Leer mij bedroefd zijn vooral over mijne zonden en onvolmaaktheden; dan zal ik het kruis, dat gij mij gelieft over te zenden, meer als een gave uwer barmhartigheid, dan als eene beproeving beschouwen! En zal ik toch steeds voelen, dat Gods hand mij getroffen heeft, vooral in het dierbaarste dat ik bezat; dan, o Heer, in eenvoud des harten draag ik u dit mijn lijden op in vereeniging met het zoenoffer van Christus Jesus, tot rust en lafenis der zielen mijner dierbare overledenen. Amen.
Wees, o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen . . . die ons met het teeken des geloofs ⢠zijn voorgegaan en rusten in den slaap des vredes. Wij bidden u, dat gij dezen en allen, die in Clmstus rusten, de plaats der verkwikking des lichts en des. vredes geven wilt; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
64
Hoe gelukkig ben ik, o mijn God, u tot Vader te hebben, tot wien ik in al mijne noodwendigheden naderen kan ! Welke vreugde moet mij ook vervullen bij de gedachte, dat de Hemel, waar gij zijt, ook eens mijn verblijf wezen zal met allen, die in uwe liefde uit deze wereld gescheiden zijn. Dat uw naam geloofd, geprezen en verheerlijkt worde in den Hemel en op aarde!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de rust!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef bun de eeuwige rust!
Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die uit den wil uws Vaders en do medewerking van den H. Geest de wereld door uwen dood hebt levend gemaakt, verlos mij, door dit uw H. Lichaam en Bloed, van al mijne zonden en doe mij altijd trouw gehecht .zijn aan uwe geboden en gedoog niet dat ik ooit van u gescheiden worde; die leeft en regeert met denzelfden God, den Vader en den H. Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus, laat de nuttiging van uw Lichaam, (dat ik, onwaardige, voor-
65
nemens ben te ontvangen) niet strekken tot mijn oordeel en mijne verwerping; maar door uwe goedheid tot bescherming naar ziel en lichaam en tot mijne genezing, die leeft en regeert met God, den Vader, inde eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Communie.
Heer, ik ben niet waardig, dat gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.
Het Lichaam onzes Heeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven ! Amen.
Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft! Ik zal den kelk des heils nemen â het Ja-uis en de beproeving, wélke God mij overzendt, met onderwerping aan zijn heiligen u il aanvaarden â en den naam des Heeren aanroepen. Al lovende zal ik den Heer aanroepen en ik zal verlost zijn van al mijne vijanden.
Geef, Heer, dat wij, hetgene wij met den mond genuttigd, in een zuiver hart mogen ontvangen, en dat het van een geschenk in den tijd voor ons een geneesmiddel voor de eeuwigheid moge worden. Amen.
Het eeuwige licht verlichte hen, Heer,
66
met uwe Heiligen in eeuwigheid. Want gij zijt goedertieren. Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen, met uwe Heiligen in eeuwigheid, want gij zijt goedertieren.
Laat ons bidden.
Wij bidden u, almachtige God, geef aan de ziel van uwen dienaar (uwe dienares)... die van deze wereld gescheiden is, dat zij door deze H. offerande gezuiverd en van hare zonden ontslagen, verzoening en eeuwige rust moge erlangen; door onzen Heer Jesus Ghristus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Wij bidden u, almachtige en barmhartige God, dat de zielen van onze ouders, broeders, vrienden en weldoeners, voor wie wij deze offerande van lof aan uwe Majesteit hebben â¢opgedragen, door de kracht van dit Sacrament van alle zonden bevrijd mogen worden en dat zij door uwe barmhartigheid ter zaligheid des eeuwigen lichts mogen geraken.
Wij bidden u. Heer, laat ons ootmoedig smeekgebed aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen ten voordeel verstrekken: â¢ontsla hen van alle zonden en maak hen
67
deelachtig aan uwe verlossing; door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed;
en dat mijn geroep tot u kome!
Dat zij rusten in vrede! Amen.
Begin vas het Evangelie volgens Joannes blz. 29.
Psalm CXXIX.
|
De profundis cla-mavi ad te, Domine: Domine, exaudi vo-cem meam. Piant aures tuae intendentes, in vocem deprecationis meae. Si iniquitates ob-servaveris, Domine: Domine, quis sustine-bit? Quia apud te pro-pitiatio est, et propter lesrem tuam sustinui te, Domine. |
Uit de diepten heb ik tot u geroepen, Heer: Heer, verhoor mijn stem. Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking. Zoo gij de ongerechtigheden gadeslaat, Heer: Heer, wie zal bestaan? Omdat er bij u genade is, en om uwe wet heb ik u, Heer, lankmoedig afgewacht. |
68
|
Sustinuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino. A custodia matu-tina nsque ad noctem, speret Israël in Domino. Quia apud Domi-num miserieordia: et copiosa apud eum redemptio. Et ipse redimet Israël, ex omnibus iniquitatibus ejus. Requiem aeternam dona eis, Domine: et lux; perpetua luceat eis. Requiescant in pace. Amen. |
Mijne ziel heeft op zijn woord gesteund: mijn ziel heeft op den Heer gehoopt. Dat Israël op den Heer hope van den morgenstond tot den nacht. Want bij den Heer is barmhartigheid: en bij Hem is overvloedige verlossing. En Hij zal Israël verlossen uit al zijne ongerechtigheden. Heer, geef hun de eeuwige rust: en het eeuwige licht verlichte hen. Dat zij rusten in vrede. Amen. |
Epistel en evangelie
voor Uitvaart en Maandstond.
{I Thessal. IV : 13â18). Broeders, wij willen niet, dat gij onwetend zijt ten aanzien van hen, die ontslapen zijn, opdat gij u niet
69
bedroeft als zij, die geene hoop hebben. Want indien wij gelooven, dat Jesus gestorven en verrezen is, alzoo zal God ook hen, die in Jesus ontslapen zijn, met Hem opvoeren. Want dit zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij, die leven, die tot de komst des Heeren zullen overgebleven zijn, dengenen, die ontslapen zijn, niet zullen voorkomen. De Heer toch zal zelf op het bevel, op de stem des aartsengels en op de bazuin Gods, van den Hemel dalen en die in Christus gestorven zijn zullen het eerste verrijzen; daarna zullen wij, die leven en overgebleven zijn, te gelijk met hen worden opgevoerd in de wolken, Christus te gemoet in de lucht, en dus altijd met den Heer zijn. Vertroost derhalve elkander met deze woorden.
Evangelie volgens Joes XI : 21â27.
In dien tijde zeide Martha tot Jesus; Heer, waart gij hier geweest, mijn broeder zou niet gestorven zijn; maar ik weet ook nu, dat alles, wat gij van God vraagt, God u geven zal. Jesus zeide tot haar; uw broeder zal verrijzen. Martha zeide tot Hem : ik weet, dat hij verrijzen zal in de verrijzenis ten jongsten dag. Jesus zeide tot haar; Ik ben de verrijzenis en het leven; die in mij gelooft zal leven ook al ware hij gestorven;
70
en hij die leeft en in mij gelooft zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft gij dit? Zij antwoordde Hem: ja. Heer, ik geloof dat gij de Christus zijt, de Zoon van den levenden God, die in deze wereld gekomen zijt.
Epistel en Evangelie.
voor Jaargetijde.
(II Mach ah. XII : 43â46). In die dagen zond de zeer dappere held Judas, na eene hoofdschatting geheven te hebben, twaalf duizend drachmen zilver naar Jerusalem, opdat er voor de zonden der afgestorvenen zoude geoft'erd worden, wijl hij een goed en godsdienstig gevoelen van de verrijzenis had ; (want, vertrouwde hij niet, dat de verslagenen zouden verrijzen, dan zou het overbodig en ijdel schijnen, voor de overledenen te bidden) en hij dacht dat voor degenen, die godvruchtig ontslapen waren, een zeer groote genade was weggelegd. Het is derhalve een heilige en heilzame gedachte, voor do overledenen te bidden, opdat zij van hunne zonden ontslagen worden.
Evangelie volgens Joes VI : 37â40.
In dien tijde zeide Jesus tot de schare
71
der Joden: al wat mij de Vader geeft zal tot mij komen en dengene, die tot mij komt, zal ik niet verwerpen; want ik ben uit den hemel nedergedaald, niet om mijnen wil te doen, maar den wil van Hem, die mij gezonden beeft. Dan, dit is de wil des Vaders, die mij gezonden beeft, dat ik niets laat verloren gaan van al betgene Hij mij gegeven beeft, maar dat ik het opwekke ten jongste dage. Dit is de wil van mijnen Vader, die mij gezonden beeft, dat ieder, die den Zoon ziet en in Hem gelooft, bet eeuwige leven bebbe en ik zal bem opwekken ten jongsten dage.
BIECHT-GEBEDEN.
Vóór de biecht.
In den naam van Jesus Christus, mijn Verlosser en Zaligmaker, zal ik opstaan en tot mijnen Vader wederkeeren en ik zal Hem zeggen : Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u, ik ben niet meer waard uw kind genoemd te worden! Doch verwerp mij niet van uw aanschijn; hoor mij, Heer, wijl ik mijne schuld belijd, verhoor mij, wijl ik om genade smeek.
Barmhartige God, ik dank u uit den grond mijns harten voor de kostbare gave van het Geloof! Te weinig denk ik daaraan, goede Jesus, welke onschatbare gunst mij bewezen is door mijne roeping tot de alleenzaligmakende Kerk, die de bewaarster en uitdeelster is der genaden, welke gij ons verworven hebt door u-zelf te slachtofferen voor onze zondenschuld! Welk een geluk, wat een voorrecht, dat ik als Katholiek de volheid uwer genadegaven ken en gebruiken masf. zoodat ik nu weder in het H. Sacra-
73
ment der Biecht den vrede des gewetens, kan terugvinden, welke ik door de zonde verloren heb! Welk eene weldaad uwer barmhartigheid, dat ik wederom vergeving van mijne zonden verhopen mag! O wat een liefde bewijst gij mij, ondankbare, dien gij na zoovele beleedigingen nogmaals in uwe genade en vriendschap herstellen wilt en, na zooveel ontrouw, wederom wilt aannemen als uw kind en erfgenaam van uw Kijk !
Wat zou er van mij geworden zijn, zoo gij, o Heer, uwe hand van mij hadt afgetrokken . . . zoo ik in mijne zonden gestorven ware ... of zoo gij mij eens naar verdienste gestraft hadt op hetzelfde oogenblik, toen ik die zonden bedreef...!
Als gij onze ongerechtigheden gadeslaat Heer, Heer, wie zal bestaan!
Ik dank u dan, Vader van barmhartigheid, u, mijn liefdevolle Heiland, u, Geest van lankmoedigheid en goedertierenheid, â ik dank u, H. Drievuldigheid, dat gij mij genadig gespaard eu den tijd verleend hebt, mij door het Sacrament van Boetvaardigheid van mijne zonden te zuiveren, om in de heiligmakende genade te worden hersteld. Help mij, o God, die 's menschen hart en nieren doorgrondt en voor wiens alomtegenwoordigheid niets verborgen is, â help
74
mij, verlicht mij dooi- een straal van uw hemelsch licht en verneder mijne eigenliefde, opdat ik mijne zonden moge kennen en erkennen en ze onbewimpeld, zonder zweem van valsche schaamte, met vertrouwen op mijn biechtvader, aan dezen uwen Plaats-bekleeder belijde.
Welk is het getal mijner zonden. Heer, maak mij mijne misdaden bekend...
Het gewetensonderzoek dure in den regel niet te lang. Men denke voornamelijk aan de zonden, waarin men het meest j^eegt toe te stemmen, â aan de gebreken, die ons als eigenaardig zijn, â de gelegenheden, waarin men sedert de laatste biecht geweest is en aan dezen of genen persoon, met ivien men heeft omgegaan. Nadert men zelden tot de TUI. Sacramenten, dan dure het gewetensonderzoek zeer zeker ook wat langer en zij 't ook nauwkeuriger. Doch als men geregeld iedere maand en bij hooge feestdagen pleegt te biechten en te communiceer en, dan zijn eenige minuten voldoende, om den staat van zijn geiceten te kennen. Dan doe men veeleer zijn best, om oprechte liefde te toonen jegens den zoo vaak ook door dagelijksche zonden beleedigden God en smeeke Hem-zelf om een waarachtig en zooveel mogelijk volmaakt berouw.
75
Akte van liefde ex berouw.
Met de rouwmoedige en boetvaardige Maria Magdalena werp ik mij voor uwe voeten neder, o goede Meester, die veel vergeeft aan degenen, die veel hebben liefgehad !
Mijn Jesus, ik bemin u en innig smart het mij, dat ik u niet altijd bemind heb, dat ik u, en ach zoo dikwijls, beleedigd heb door mijne zonden ... miskend door mijne koelheid en onverschilligheid jegens u ... gegriefd door mijne ondankbaarheid!
En nu, mijn Verlosser en Zaligmaker, zonder u kan ik niets, niet eens u zeggen en uit ter harte zeggen, hoezeer het mij leed is, u ooit te hebben vergramd. Ach geef mij uwe liefde, uwe genade!
O Maria, toevlucht der zondaren, val uw aanbiddelijken Zoon te voet voor mij, armen zondaar, en verkrijg mij een waarachtig berouw!
H. Vincentius a Paulo, apostolische priester, wien de liefde van Christus drong, zoowel tot een vlekkeloozen levenswandel, als tot het zoeken en terugbrengen van de zondaren tot den barmhartigen God, ach bid voor mij, opdat ik, door de liefde van Christus gedrongen van den weg der zonde
76
terug te keeren tot den Heer, vergitfenis erlange door een waar berouw.
Mijn Heer en mijn God, liet spijt mij dan, het is mij leed uit den grond mijns harten, dat ik door gedachten, woorden en werken gezondigd heb tegen den Hemel en tegen u en dat ik, o goedertierene Vader, om mijne wederspannigheid en grove ondankbaarheid, niet waardig ben gerekend te worden tot de kinderen Gods! En dat rouwt mij, niet omdat ik daardoor den Hemel verloren en de Hel verdiend heb, maar omdat ik u, het opperste Goed en alle eer en liefde waardig, heb vergramd en beleedigd. Ik heb u verlaten, mijn God, u de eer onthouden die u toekomt. Uwe genade... ach, hoe is 't mogelijk geweest! uwe vriendschap heb ik versmaad, vrijwillig veracht, en dat alléén ... om mijn bedorven wil, mijn hartstocht en driften in te volgen en te voldoen! En toch bemin ik u, liefdevolle Vader, en daarom, omdat ik u bemin, herhaal ik, dat het mij berouwt u te hebben mishaagd. Ik, nietige mensch, durfde u vertoornen... Ach, vergeef mij toch, ter wille van Jesus Christus, die voor de zonden der wereld, ook voor mijne zonden den losprijs aan uwe eeuwige Rechtvaardigheid voldaan heeft! Vergeef mij om
77
de voorbede van de vlekkelooze Maagd Maria, om de voorbede van al uwe Heiligen, vermeerder mijne liefde, vermeerder mijn berouw!
Ik haat en ik verzaak mijne zonden, ik verfoei ze uit liefde tot u, goede God! Ik verafschuw niet alleen de doodzonden, maar ook alle dagelijksnhe zonden; want ook dezen zijn een ware beleediging van uwe opperste Majesteit, welke ik bevend aanbid, van uwe opperste goedheid, van welke ik alles verhoop. En ik maak het vaste besluit in het vervolg u nooit meer te beleedigen. Ik wil mijn leven beteren en, met de hulp uwer genade, toonen dat het mij ernst is de zonden en de gelegenheden tot zondigen te verzaken en te vermijden. Liever sterven, dan u ooit nog door eene doodzonde te vergrammen ! Amen.
(Uit het hoeli der Psalmen.)
Verhoor, o God, mijn gebed en versmaad mijne smeeking niet: geef acht op mij en verhoor mij.
Mijn hart is in mij ontsteld en de angst des doods heeft mij bevangen.
Tot u, Heer, heb ik mijne ziel opgeheven, op u, mijn God, vertrouw ik: laat mij niet beschaamd worden.
7
78
Geleid mij in uwe waarheid en onderricht mij; want gij, o God, zijt mijn Heiland en op u heb ik den ganschen dag mijne hoop gesteld.
Gedenk, Heer, uwe erbarmingen en uwe genaden, die van den beginne af zijn.
Gedenk de misdaden mijner jeugd eu mijn onwetendheden niet.
Gedenk mijner naar uwe barmhartigheid, ter wille uwer goedheid. Heer.
Om uws naams wille. Heer, wees mijne zonde genadig; want zij is veelvuldig.
Ontferm u mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid.
Volgens de menigte uwer erbarmingen, wisch mijne boosheid uit.
Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheden en zuiver mij van mijne zonden.
Want ik beken mijne misdaad en mijn schuld staat mij immer voor oogen.
Tegen u alleen heb ik gézondigd en voor uw aanschijn heb ik het kwaad gedaan.
Besproei mij met hysop en ik zal gezuiverd worden; wasch mij en ik zal witter worden dan sneeuw.
Geef aan mijn gehoor blijdschap en vreugd 1)
1
) D. w. z.: doe mij hoor en, dat mijne zonden vergeven zijn.
79
en mijn vernederd gebeente zal van jubel opspringen.
Wend uw aangezicht van mijne zonden en wisch al mijne boosheden uit.
Schep in mij een rein hart, o God, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.
Verwerp mij niet van uw aanschijn en neem uw heiligen geest van mij niet weg.
Laat op een treffende wijze uwe barmhartigheden uitschijnen, gij die degenen redt die op u hopen.
Na de biecht.
(Uit het Boek der Psalmen.)
Loof den Heer, mijne ziel, loof den Heer en vergeet nimmer Zijne weldaden!
Toen ik Hem aanriep verhoorde mij de God mijner gerechtigheid: in den druk hebt gij mij ruimte gemaakt.
Mijne zonden zijn mij vergeven ! Prijs den Heer, mijne ziel, en verhef Zijne goedheid in eeuwigheid !
Nu, o God mag ik u een nieuw lied zingen, op de cither mag ik uw lof verkondigen.
Genadig en barmhartig is de Heer, lankmoedig en van groote erbarming.
80
Liefelijk is de Heer jegens allen en Zijne â¢ontfermingen gaan al Zijne werken te boven.
De Heer helpt hen op die gevallen waren en richt hen op die terneergeslagen zijn.
Hij is allen nabij die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid.
Hij doet naar den wensch dergenen die Hem vreezen en verhoort hunne beden en verlost hen.
In mijn druk riep ik tot den Heer, en ik schreeuwde tot mijnen God.
En van uit Zijn heiligen tempel verhoorde Hij mijn stem en mijn geroep voor Zijn aangezicht is tot Zijn ooren gekomen.
En Hij bracht mij in de ruimte [in vrijheid], Hij redde mij, omdat Hij mij goed wilde.
Het licht uws aanschijns, o Heer, is over ons uitgedrukt; Gij hebt mij vreugd in mijn hart gegeven.
Loof den Heer, mijne ziel! Ik zal den Heer lof zingen zoolang ik leef, ik zal God loven zoolang ik hier ben.
Zalig hij, wiens helper de God van Jacob is, wiens hoop is op Zijnen Heer en God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is.
De Heer verlost de geboeiden, de Heer verlicht de blinden.
81
De Heer richt de neergeslagenen op, de-Heer heeft de rechtvaardigen lief.
Hij geneest hen, die vermorzeld van harte zijn en verbindt hunne wonden.
Loof deu Heer, mijne ziel, en vergeet Zijne weldaden niet.
Die al uwe misdaden genadig is, die al uwe zwakheden heelt.
Die uw leven redt van den ondergang, die u kroont met barmhartigheid en ontfermingen.
Die uw verlangen met goederen vervult, zoodat uwe jeugd zich vernieuwe als die desadelaars.
De Heer is genadig en meêdoogend, lankmoedig en zeer erbarmend.
Hij is niet immer vertoornd en hij dreigt niet eeuwiglijk.
Hij heeft ons niet behandeld naar onze zonden, ons niet vergolden naar onze misdaden.
Want zoo hoog de hemel boven de aarde is, zoo sterk is Zijne barmhartigheid over hen die Hem vreezen.
Zoo ver de opgang [het Oosten] verwijderd is van den ondergang [het Westen],, zoo ver verwijdert Hij van ons onze zonden.
Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich de Heer over
82
lien die Hem vreezen; want Hij weet wat voor maaksel wij zijn.
Hij gedenkt, dat wij stof zijn: de mensch !
Hoor dan, o Heer, mijn gebed en laat mijn geroep tot u komen. Leer mij uwen wil doen, doe mij den weg kennen waarop ik wandelen moet, opdat ik volhardend in het goede u love en dankzeprse in eeuwisf-heid. Amen.
Neem de tucht aan, {de ivet van Christus) opdat de Heer zich niet vergrarnme en gij niet verloren gaat huiten den rechten iveg!
COMMUNIE-GEBEDEN.
(Naar Thomas a Kempis)
Vóór de Communie.
Heer, wanneer ik uwe waardigheid en mijne geringheid overdenk, dan word ik zeer bevreesd en beschaamd. Want als ik niet tot u nader, ontvlucht ik het leven, en als ik onwaardig tot u kom, bega ik een misdaad.
Wat zal ik dan doen, mijn God, mijn helper en raadgever in al mijne noodwendigheden ?
Leer mij den rechten weg, leer mij eenige oefening, die voor de H. Communie passend is. Want het is mij nuttig te weten, hoe ik mijn hart godvruchtig en eerbiedig voor u bereiden moet, ten einde met vrucht uw Sacrament te ontvangen.
Geloof.
Ik groet en ik aanbid u, Jesus, waarachtig God en Mensch, die hier in het H.
84
Sacrament onder de gedaante van brood wezenlijk tegenwoordig zijt, met Vleesch en Bloed, met Ziel en Lichaam, met Godheid en Menschheid, zooals gij glorierijk in den Hemel gezeten zijt aan de rechterhand des Vaders.
Vol eerbied en ontzach werp ik mij ter aarde voor uwe aanbiddelijke Majesteit, die zich onder den schijn van een weinig brood verbergt, opdat ik niet zou vreezen tot u te naderen en mij op de innigste wijze met u zou kunnen vereenigen.
Dank zij u, goede Jesus, eeuwige Herder, die u gewaardigt ons, armen en ballingen, te verkwikken door uw kostbaar Lichaam en Bloed en ons met het- woord van uw eigen mond uit te noodigen, om aan deze geheimen deel te nemen, zeggende: komt allen tot Mij, die heiast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken.
Heer, mijn God, voorkom uwen dienaar met de zegeningen van uwe zoetheid, opdat ik verdiene waardig en godvruchtig tot uw verheven Sacrament te naderen. Wek mijn hart op tot u en verlos mij van mijne groote lauwheid. Bezoek mij in uwe zaligheid om in den geest uwe zoetheid ts smaken, die in dit Sacrament, als in hare bron, in al hare volheid verborgen is.
85
Verlicht ook mijne oogen, om zulk een groot geheim te aanschouwen, en versterk mij, om het met een onwankelbaar geloof te gelooven.
Want het is uw werk, geen menschelijke macht; uw heilige instelling, geen uitvinding eens menschen. En er wordt niemand gevonden in staat dit werk uit eigen kracht te begrijpen en te verstaan, daar het zelfs het vernuft der Engelen te boven gaat. Wat zal ik, onwaardige zondaar, stof en asch, dan van zulk een verheven heilig geheim kunnen navorschen of begrijpen ?
Daarom dan, o Heer, in eenvoud des harten, met een goed, vast geloof en op uw bevel, nader ik tot u met hoop en vertrouwen en geloof ik dat gij, God en Mensch, waarlijk hier in het Sacrament tegewoor-dig zijt. Gij wilt, dat ik u ontvange en mij zelf met u in liefde vereenige. Derhalve bid ik uwe goedertierenheid en vraag u, mij hiervoor eene bizondere genade te geven, opdat ik geheel in u zij en overvloeie van liefde en mij dan geen andere vertroosting meer veroorlove.
Want dit allerverhevenst en waardigst Sacrament is het heil van ziel en lichaam, een geneesmiddel voor alle geestelijke droefheid, hierin worden mijne gebreken genezen,
86
de hartstochten beteugeld, de bekoringen overwonnen of verzwakt, eene groote genade ingestort, de begonnen deugd vermeerderd, het geloof bevestigd, de hoop versterkt en de liefde ontstoken en uitgebreid.
Hoop.
Zie, Heer, ik kom tot u om verzadigd te worden van uwe gaaf en mij te verheugen in uw gastmaal, dat gij in uwe tee-derheid voor den arme hebt bereid, o God. In u is alles wat ik kan en moet verlangen; gij zijt mijn heil en mijne verlossing, mijne hoop en sterkte, mijne eer en glorie! Verblijd dan heden de ziel van uwen dienaar, want tot u. Heer Jesus, heb ik mijne ziel opgeheven.
O allerzoetste en allerbeminnelijkste Heer, dien ik heden godvruchtig verlang te ontvangen, gij kent mijne zwakheid en den nood dien ik lijd en in hoevele rampen en gebreken ik gewikkeld ben; hoe dikwijls ik bemoeilijkt, bekoord, ontroerd en met zonden besmeurd word. Ik kom tot u om genezing, ik smeek u om vertroosting en verlichting. Ik spreek tot u, die alles weet, voor wien geheel mijn binnenste openligt en die alleen mij volkomen kunt vertroosten en helpen. Gij weet aan welk goed ik het
87
meest behoefte heb en hoe arm ik ben aan deugden.
Vele goederen hebt gij geschonken en schenkt gij nog zeer dikwijls in dit Sacrament aan uwe welbeminden, die met godsvrucht communiceeren, o mijn God, steun van mijne ziel, hersteller der menschelijke zwakheid en gever van alle inwendige vertroosting. Want voor verschillende kwellingen stort gij hen veel vertroosting in en uil de diepte van hunne eigene ellende heft gij hen op tot de hoop op uwe bescherming, en gij verlicht hen inwendig door nieuwe genade; zoodat zij, die zich eerst angstig en zonder vurigheid gevoelden vóór de Communie, zich daarna, door hemelsche spijs en drank verkwikt, veranderd bevonden ten goede.
Hierin handelt gij somtijds zoo met uwe uitverkorenen, dat zij in waarheid moeten erkennen en met geduld ondervinden, hoe zwak zij zijn uit zich zelf en hoeveel goed en genade zij ontvangen van u. Want uit ons zelf zijn wij koud en zonder godsvrucht, door u echter worden wij vm-ig, vol ijver en godvruchtigheid.
Wie toch komt met nederigheid tot de bron van zoetheid en draagt niet een weinig zoetheid van daar? Of wie staat bij een
88
groot vuur en krijgt daarvan niet een weinig warmte ? Gij nu zijt die altijd volle en overvloeiende bron, dat vuur, dat altijd brandt en nimmer uitdooft.
Daarom, als het mij niet geoorloofd is uit de volheid dier bron te scheppen en tot verzadigens toe te drinken, zal ik toch mijn mond aan de opening dier hemelsche bronader zetten, om ten minste een druppel daarvan op te vangen, opdat ik niet geheel dor blijve. En kan ik niet geheel hemelsch en zoo vurig zijn als de Cherubynen en Sera-phynen, ik zal ten minste trachten mij op godsvrucht toe te leggen en mijn hart voor te bereiden, om door het ontvangen van dit levendmakend Sacrament, zij het ook een klein gedeelte van dien goddelijken brand te verwerven.
Dan, al wat mij ontbreekt, o goede Jesus, heiligste Zaligmaker, vul gij dat goedgunstig en genadevol aan, gij die u gewaardigd hebt allen tot u te roepen, zeggende; Komt allen tot Mij, allen die heiast en heiaden zijt, Ik zal u verkwikken.
Ik werk in het zweet mijns aanschijns, ik word vaak gekweld door droefheid des harten, ik ben met den last mijner zonden beladen, word door bekoringen verontrust, door vele booze hartstochten aangevallen en
89
benauwd; en er is niemand die helpt, niemand die bevrijdt en zalig maakt, dan gij, Heer, God, mijn Zaligmaker, aan wien ik mij en al het mijne toevertrouw, opdat gij mij gelieft te bewaren en tot het eeuwige leven te brengen.
Liefde.
Heer, mijn God, Minnaar mijner ziel, als gij in mijn hart zult komen, dan zal geheel mijn binnenste juichen. Gij zijt de roem en de blijdschap mijns harten! Vermeerder mijne liefde, opdat ik leere smaken hoe zoet het is te beminnen en te baden in liefde!
Dat de liefde mij binde en ik buiten mij zelf gerake door hare overgroote vurigheid en vervoering. Laat mij het lied der liefde zingen, laat mij u, o welbeminde Jesus, in den Hemel volgen; dat mijne ziel juiche in uwe glorie, in den jubel uwer liefde! Laat mij u beminnen meer dan mij zelf en mij zelf om u en allen, die u waarlijk beminnen, in u, gelijk uwe wet der liefde het beveelt.
Doch daar ik nog zwak ben in de liefde en onvolmaakt in de deugd, daarom heb ik er behoefte aan, dat gij mij versterkt en vertroost; bezoek mij dan en onderwijs mij in uwe heilige tucht.
O wonderbare goedheid van uwe liefde,
90
dat grj, Heer, God, Schepper en Levendmaker van alle geesten, u gevvaardigt tot eene arme ziel te komen, om met geheel uwe Godheid en menschheid haren honger te stillen! O gelukkig de geest en zalig de ziel, die u. Heer en God, godvruchtig verdient te ontvangen en in dat ontvangen van u met geestelijke vreugde vervuld te worden ! O hoe groot is de Heer, dien zij opneemt, hoe dierbaar de Gast, dien zij hij zich binnenleidt, hoe aangenaam dit gezelschap, dat zij ontvangt, hoe getrouw de Vriend, dien zij bezit, hoe schoon en edel, hoe boven allen bemind en boven alles wat zij verlangt beminnenswaardig is de Bruidegom, dien zij omhelst!
O allerzoetste, beminnelijkste Jesus, dat hemel en aarde en al hunne pronk en pracht zwijgen in uwe tegenwoordigheid! Maak gij alleen mijne zoetheid uit van nu af tot in eeuwigheid: want gij alleen zijt mijn spijs en drank, mijn liefde en mijne vreugde, mijne zoetheid en mijn goed. O mocht gij mij door uwe tegenwoordigheid ontsteken, verbranden en in u veranderen, opdat ik één geest met u worde door de genade van inwendige vereeniging en door vurige liefde! Want ik verlang mij als vrijwillig offer aan u op te dragen en voor eeuwig de uwe te blij-
91
ven. In eenvoudigheid des harten bied ik u heden mij zelt aan tot uwen eeuwigen en gehoorzamen dienaar en tot een offer van eeuwigdurenden lof!
Heer, al mijne zonden en misslagen, die ik voor uw aanschijn en dat uwer heilige Engelen bedreven heb, van af den dag, waarop ik voor het eerst heb kunnen zondigen, tot in dit uur, leg ik op uw zoenaltaar neder, opdat gij ze ontsteekt en verbrandt door het vuur uwer liefde, alle vlekken mijner zonden uitwischt, mijn geweten van alle overtreding zuivert, mij uwe genade weder-schenkt, welke ik door de zonde verloren heb, mij alles ten volle kwijtscheldt en mij barmhartig toelaat tot den kus van vrede.
Wat toch kan ik anders doen voor mijne zonden, dan ze nederig belijden en beweenen en zonder ophouden uwe barmhartigheid inroepen? Ik smeek u, verhoor mij genadig als ik voor u sta, o mijn God! Al mijne zonden mishagen mij zeer, ik wil ze nooit weer bedrijven, maar ik beween ze en zal ze beweenen, zoolang ik leef, bereid om boetvaardigheid te doen en naar mijn best vermogen voldoening te geven.
Ik offer u ook al mijne deugden, hoe weinig en onvolmaakt die ook zijn, opdat gij ze verbetert en heiligt, opdat zij u behage-
92
lijk zijn en gij ze u aangenaam maakt en altijd tot hoogere volmaaktheid brengt en opdat gij mij, traag en onnut schepsel, tot «en zalig en gelukkig einde voert.
Ik offer u ook alle vurige begeerten der godvruchtigen, de behoeften mijnen nabestaanden en vrienden, broeders en zusters, van allen die mij dierbaar zijn en van hen, die mij of anderen uit liefde tot u hebben welgedaan. Tevens offer ik u de wenschen «n belangen van hen, die zich in mijne belangstelling hebben aanbevolen, hetzij dezen nog in leven of reeds gestorven zijn; opdat wij allen de hulp uwer genade, de kracht van uwe vertroosting, bescherming in gevaren, bevrijding van straffen mogen ondervinden en dat wij, van alle rampen verlost, verheugd u de blijdste dankzeggingen brengen.
Ik offer u ook mijne gebeden in het bizonder voor hen, die mij door iets belee-digd, bedroefd of veracht hebben, of die mij eenige schade of moeilijkheid hebben berokkend. Ook voor degenen, die ik ooit bedroefd, gekweld, bemoeilijkt of gelasterd heb, met woorden of werken, wetend of onwetend, opdat gij al onze zanden en we-derzijdsche beleedigingen kwijtscheldt.
Neem, Heer, uit onze harten alle achterdocht, verontwaardiging, toom en bitterheid
93
en alles wat de liefde kan krenken en de broederlijke genegenheid verminderen, en bevestig mij in uwe heilige liefde. Geef mij uwe hemelsche wijsheid, opdat ik leere u boven alles te smaken en te beminnen. Zegen en heilig mijne ziel, opdat zij uwe geheiligde woning worde, de zetel van uwe liefde, en dat er niets in mij gevonden worde dan wederliefde voor u, mijn welbeminde Jesus !
Ootmoed.
Door een levend geloof aan uw woord, o Heer, in het vertrouwen op uwe goedheid en groote barmhartigheid en uit vurige liefde nader ik tot u, als een zieke tot den Zaligmaker, als een hongerige en dorstige naar de bron des levens, als een behoeftige tot den Koning des hemels, als een slaaf tot zijn heer, als een schepsel tot zijn Schepper, als een ontroostbare tot mijn goedertieren Vertrooster.
Maar vanwaar gebeurt mij dit, dat gij tot mij komt? Wie ben ik, dat gij u zeiven aan mij schenkt?
Hoe durft een zondaar in uwe tegenwoordigheid verschijnen ? En gij, hoe gewaardigt gij u tot een zondaar te komen? Gij kent uwen dienaar en gij weet, dat hij niets goeds in zich heeft, waarom gij hem dit
94
bewijst. Zie, ik sta voor u, arm en ontbloot van alles, ik vraag genade en roep om barmhartigheid. Ik belijd mijne geringheid, ik erken uwe goedheid, ik prijs uwe goedertierenheid en ik breng u mijn dank voor uwe overgroote liefde.
Maar wat zal ik denken in deze Communie, bij het naderen tot mijn Heer, dien ik niet naar waarde kan vereeren en toch godvruchtig verlang te ontvangen ? Wat zal ik beter en heilzamer denken, dan dat ik mij geheel verneder in uwe tegenwoordigheid en uwe oneindige goedheid boven mij zelf verhef! Ik loof u, mijn God, en ik verhef u in eeuwigheid. Ik veracht mij zelt en onderwerp mij aan u in den afgrond van mijn niet.
Gij zijt de Heilige der heiligen en ik de grootste der zondaren! Gij buigt u neder tot mij, die niet waardig ben tot u op te zien ! Gij komt tot mij, gij wilt met mij zijn. Gij noodigt mij, den armsten bedelaar, aan uw koninklijken maaltijd, aan het gastmaal der Engelen.
Ach, uit eigen verdienste en kracht ben ik niet eens in staat mij daartoe behoorlijk voor te bereiden, al zou ik ook een geheel jaar aan niets anders denken! Hoe zal ik u in mijn huis binnenleiden, ik, die nauwelijks een half uur godvruchtig kan besteden! en
95
ach, dat ik slechts een klein half uur waardig kon gebruiken!
Zoo gij 't zelf, o Heer, niet gebood, hoe zou ik mij dan vermeten tot uw heiligen maaltijd te naderen! Maar gij hebt mij ge-noodigd, gij hebt bevolen, dat het aldus geschieden zal, gij wilt aanvullen wat mij ontbreekt. Welaan dan, goede Jesus, ik zal tot u naderen; ja ik hijg van verlangen om u te omhelzen!
Kom, Heer Jesus, kom tot mij!
Verlangen.
Met de meeste godsvrucht en vurige liefde, met alle neiging des harten verlang ik u, o Heer, te ontvangen, evenals vele Heiligen en godvruchtigen naar u verlangd hebben en die u behagelijk waren door de heiligheid van hun leven. O mijn God, eeuwige liefde, mijn eenig goed, oneindige zaligheid, ik wensch u te ontvangen met het levendigst verlangen en den waardigsten eerbied, die ooit een Heilige had of gevoelen kon! En hoezeer ik onwaardig ben al deze gevoelens van godsvrucht te hebben, zoo offer ik u toch geheel de neiging mijns harten, alsof ik die brandende begeerten wezenlijk had, en ik bied u mijn wensch naar zulk een heilig en rechtmatig verlangen.
96
Heer, mijn God, mijn Schepper en Verlosser, met zulk een verlangen, eerbied, lof en eer, met zulk eene dankbaarheid, waardigheid en liefde, met zulk een geloof, hoop en zuiverheid, wensch ik u heden te ontvangen, gelijk uwe allerheiligste Moeder, de roemrijke Maagd Maria, naar u verlangd en u ontvangen heeft, toen zij aan den Engel, die Haar het geheim der Menschwording boodschapte, nederig en godvruchtig antwoordde : Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woord.
Stel dan mijn geluk niet langer uit, verblijd de ziel van uwen dienaar, want tot ur Heer Jesus, heb ik mijne ziel opgeheven.
Ik verlang u nu godvruchtig en met eerbied te ontvangen, ik wensch u in mijn huis-binnen te leiden, opdat ik verdiene met Zacheüs gezegend en onder de kinderen van Abraham gerekend te worden. Mijne ziel haakt naar uw Lichaam, mijn hart verlangt zich met u te vereenigen. Geef u aan mij-en het is mij genoeg, want buiten u heeft geene vertroosting eenige waarde. Zonder u kan ik niet zijn en zonder uw bezoek niet leven.
Kom dan, goede Jesus, kom, o mijn God! en mijn al!
97
Heer, ik hen niet waardig, dat gij komt onder mijn dak; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden /
Dat het Lichaam onzes Heeren Jesus Christus â¢mijne ziel beware ten eeuwigen leven!
Na pe Communie.
Wie geeft mij nu, o Heer, dat ik u geheel alleen vinde, om geheel mijn hart voor u te openen en u te genieten, gelijk mijne ziel verlangt! Dat niets van het geschapene mij dan verstrooie in deze heilige oogenblikken, waarin gij spreekt tot mij en ik tot u, gelijk een beminde gewoonlijk met zijn beminde spreekt en een vriend met zijn vriend maaltijd houdt. Al wat ik smeek, al wat ik verlang is mij geheel met u te vereenigen en mijn hart van al het geschapene los te maken, en door de H. Communie en het vieren uwer heilige Geheimen meer en meer het hemelsche te leeren smaken.
Ach, Heer, mijn God, wanneer zal ik geheel met u vereenigd en in u als verslonden mij zelf vergeten ? Gij in mij en ik in u, o laat ons beiden zoo vereenigd blijven! Want waarlijk, Gij zijt mijn welbeminde uit duizenden verkoren, in wien mijne ziel wenscht te rusten alle dagen mijns levens!
98
Waarlijk, gij zijt mijn Vredevorst, in wien de hoogste vrede en waarachtige rust 3S, buiten wien niets is dan arbeid en smalen ellende zonder eind. n ^
Waarlijk, gij zijt een verborgen (jod en uw raad is niet met de goddeloozen, maai met de nederigen en eenvoudigen spreekt gij.
0 Heer, hoe zoet is uw geest, om uwe zoetheid voor uwe kinderen te toonen, ge-waardigt gij u hen te spijzen ^et een allerkostbaarst Brood, dat van den Hemel daalt. Waarlijk, daar is geen ander volk dat goden heeft, hun zoo nabij als gij, onze bod tegenwoordig zijt bij al uwe geloovigen, aan wie cm u dagelijks te nuttigen en te genieten aeeft, om hen te vertroosten en hun hart ten Hemel te verheffen. Welk ander volk is inderdaad zoo edel als wij. Christenen.
God, wat moet ik u dan dankbaar zijn, omdat gij mij geroepen hebt in liet gezelschap van uwen Zoon, Jesus Christus, onzen Heer, die bij mij Zijn Mtrek neemt oni mij te voeden met de spijs der Engelen! O onuitsprekelijke genade ! 0 wonderbare gunst. O onmetelijke liefde, aan mij, arme, bewezen .
Wat zal ik den Heer dan wedergeven vooi deze genade en voor zulke uitstekende liefde . Ik kan aan mijn God niets geven wat Hem aangenaam is, tenzij ik Hem geheel mijn
99
hart schenke en mij innig met Hem vereenige.
Hoe zoet zou het mij _zijn,_ o allerlietste Jesus, zoo ik u in waarheid mijn hart mocht wegschenken en geheel de uwe mocht bhj' ven. Neem gij het zelf dan, o God, bind nu) aan u, gedoog niet, dat ik mijn hart weer van u aftrekke, of zelfs maar verdeele tus-schen u en de schepselen. Gij zijt mij tot getuige, o God, dat niets mij zoozeer troost, geen schepsel mij zooveel voldoening kan geven als gij, mijn God en mijn al, dien ik eeuwig verlang te bezitten. Dit is echter niet mogelijk, zoolang ik in deze sterfelijkheid verblijf. Daarom moet ik mij bereid houden tot veel geduld, en; met het vaste voornemen om u getrouw te blijven en de gelegenheden tot zonde zorgvuldig te vermijden, in alle verlangens aan u onderworpen zijn. Ook uwe Heiligen, o allerbeminnelijkste Zaligmaker, die gelukkigen, die nu in het hemelrijk juichen en u niet meer verliezen kunnen, ook zij hebben zoolang zi) leefden de komst van uwe glorie, het-jo1-komen en onverliesbaar bezit van uwe helde met geloof en geduld afgewacht. Wat zij hebben geloofd, geloof ook ik, en waar zij crekomen zijn, vertrouw ik door uwe genade Sok te komen, om in eeuwigheid met meer van u gescheiden te worden. Amen.
100
Gebed van den H. Thomas Aquino.
Ik dank u, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, die mij, zondaar, uw onwaar-digen dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen kant, maar uit loutere barmhartigheid, u gewaardigd hebt te verzadigen met het kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. En ik smeek u, dat deze H. Communie voor mij geen oorzaak van straf, maar een heilzaam middel tot vergiffenis zij. Zij strekke mij tot eene wapenrusting des geloofs en een schild van goeden wil; tot uitroeiing mijner gebreken, tot onderdrukking mijner kwade lusten en begeerten; tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid; tot een krachtige bescherming tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden, tot volmaakte regeling van mijne lichamelijke en geestelijke neigingen, tot eene vaste verkleefdheid aan u, den eenen en waren God, en tot een gelukkig einde mijns levens. En ik smeek u, dat gij u gewaardigt mij, zondaar, te geleiden tot dat onuitsprekelijk gastmaal, waar gij met uw Zoon en den H. Geest het ware licht zijt voor uwe Heiligen, de volle be--vrediging, de eeuwige vreugde, de vol-
101
tooide blijdschap en liet volmaakte geluk. Amen.
Jubelzang uit het Boek Daniël (III, 57).
Prijst den Heer, gij alle werken des Heeren! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Prijst den Heer, gij engelen des Heeren! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Prijst, hemelen, den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Prijst, gij alle wateren die boven de hemelen zijt, den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Prijst den Heer, gij alle krachten des Heeren! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Zon en maan, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Sterren des hemels, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle regen en dauw, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle winden Gods, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Vuur en hitte, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Koude en hitte, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
102
Dauw en rijp, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Vorst en koude, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Us en sneeuw, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Nachten en dagen, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Licht en duisternis, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Bliksems en wolken, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
De aarde love den Heer! Zij love en ver-heft'e Hem boven alles in eeuwigheid.
Bergen en heuvelen, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boveu alles in eeuwigheid.
Al wat groent op aarde prijze den Heer! Het love en verheffe Hem in eeuwigheid.
Gij bronnen, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Zeeën en stroomen, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Gij visschen en al wat zich in de wateren beweegt, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle vogelen des hemels, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle wilde en tamme dieren, prijst den
103
Heer! Loof en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Gij, kinderen der menschen, prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Israël prijze den Heer ! Het love en verhefi'e Hem boven alles in eeuwigheid.
Gij,priesters des Heeren, prijst den Heer T Looft en verheft Hem in eeuwigheid.
Geesten en zielen der rechtvaardigen, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Heiligen en ootmoedigen van harte, prijst den Heer ! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Ananias, Azarias, Misaël prijst den Heer! Looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid. 1)
Prijzen wij den Vader en den Zoon en den heiligen Geest: loven en verheffen wij Hem boven alles in eeuwigheid.
Geprezen zijt gij, Heer, in het uitspansel des hemels, en lofwaardig en heerlijk en boven alles verheven in eeuwigheid. Amen.
1
) De twee volyende verzen staan niet in de II. Schrift? ze zijn door de II. Kerk aan den jubelzang toegevoegd.
COMMUNIE-GEBEDEN.
Vóór de Communie.
Mijn Heer en mijn God, ik geloof in u en in alles wat gij mij door de heilige Roomsch Katholieke Kerk te gelooven voorstelt; derhalve geloof ik, dat gij, mijn Verlosser en Zaligmaker, wezenlijk en waarachtig in het H. Sacrament des altaars tegenwoordig zyt en dat ik, de H. Hostie ontvangende, u, den God-mensch zelf nuttig, zooals de Apostelen u genuttigd hebben in het laatste Avondmaal. Gij, eeuwige waarheid, hebt het gezegd: Mijn Vleesch is waarlijk spijs en Mijn Bloed is waarlijk drank. Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam.
Ik geloof. Heer, vermeerder mijn geloof!
En ik hoop op uwe oneindige barmhartigheid, dat gij mij goedgunstig aan uwe heilige tafel zult willen toelaten.
En ik bemin u, mijn Heer en mijn God! Ik bemin u uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten en het
105
berouwt mij oprecht, dat ik u niet altijd en boven alles heb liefgehad, dat ik, integendeel, u dikwijls beleedigd heb door de zonde. Vergeef mij, Heer, en neem mij in genade aan!
Onder uwe bescherming neem ik mijne toevlucht, o heilige Moeder Gods! Maria, ik, onwaardige zondaar, zal het wagen aan te zitten aan het gastmaal der Engelen. Verkrijg mij, bid ik u, de genade, dat ik uw goddelijken Zoon zoo waardig mogelijk ontvange. Bid voor mij, machtige Maagd, bid mèt mij, uitmuntend vat van godsvrucht, opdat ik het hoogheilig Lichaam onzes Hee-ren Jesus Christus ontvange met zoo een levend geloof, een onwrikbare hoop en eene brandende liefde, â met zulk een diepen ootmoed en dorstend verlangen, als welke de Heer vond in u, o gezegende onder de vrouwen!
H. Joseph, die het groote geluk gesmaakt hebt den eenigen Zoon Gods â- dien vele koningen vruchteloos verlangden te zien â niet alleen in het vleesch te aanschouwen, maar ook met vaderlijke genegenheid te omhelzen : ik bid u, verkrijg mij de genade, dat ik door uw voorbeeld aangemoedigd, mijn Jesus met dezelfde liefde en denzelfden
106
â¢eerbied in het heilig Sacrament des Altaars moge ontvangen, om aldus waardig te worden Hem eenmaal voor eeuwig in den Hemel r.e omhelzen!
En gij, H. Vincentius a Paulo, zoo mannelijk in geloof, zoo kinderlijk in hope, zoo seraphrjnsch in liefde, â o waardige Priester van den Allerhoogste, geef mij van uit het. verblijf der zaligen uw priesterlijken zegen! Dan zal ik, in den naam des Vaders, die mij geschapen, in den naam des Zoons, die mij verlost, en in den naam des H. Geestes, die mij geheiligd heeft, vrijmoedig opgaan tot het heilige des heiligen en daar, als een arme bedelaar, vragen om gevoed te worden met het Brood des levens. Dan zullen ook mijn geloof, mijne hope en mijne liefde aangroeien en zoo werkdadig worden, dat ik, naar uw voorbeeld en in uw voetspoor, vooral aan de arme en lijdende ledematen van Christus barmhartigheid bewijze, zooals de Heer aan mij barmhartigheid zal bewezen hebben. Amen.
Gebed van St. Thomas Aquino.
Almachtige, eeuwige God, zie ik nader tot het Sacramant van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Ik nader als een zieke tot den geneesheer, als een onzuivere tot
107
de bron van barmhartigheid, als een blinde tot het licht der eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot den Heer van hemel en aarde. Ik vraag u daarom den overvloed uwer onmetelijke vrijgevigheid, opdat het u behage mijne ziekten te genezen, mijne onreinheid af te wasschen, mij in mijne armoede te verrijken en in mijne naaktheid te kleeden. Dan zal ik het Brood der Engelen, den Koning der koningen en den Heer der heerscharen met zoo grooten eerbied en ootmoed, met zoo groot geloof en berouw, met zoo groote zuiverheid en godsvrucht, met zoo sterke voornemens en zoo zuivere meening kunnen ontvangen, als nuttig en voordeelig is voor het heil mijner ziel.
Geef, dat ik niet alleen het Sacrament van uw Lichaam en Bloed ontvange, maar ook de heilzame uitwerkselen daarvan onder-vinde. O God van goedheid, verleen mij de genade, dat ik het Lichaam van uwen eeni-gen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, dat Hij aangenomen heeft uit de Maagd Maria, zoo moge ontvangen, dat ik verdiene, in Zijn geheimzinnig lichaam ingelijfd en onder Zijne ledematen geteld te worden. Liefdevolle Vader, maak dat ik uw beminden Zoon, dien ik nu, onder brood-schijn verborgen, wil ontvangen, eens van aanschijn tot aanschijn
108
voor alle eeuwen moge aanschouwen. Amen.
Gebed van Bossukt, Bisschop.
Laat dit aanbiddelijk Sacrament, o mijn Zaligmaker, in mij de vergiffenis van mijne zonden uitwerken; dat dit goddelijk Bloed mij zuivere, dat het alle vlekken doe verdwijnen, waarmede het bruiloftskleed, dat gij mij in het Doopsel geschonken hebt, besmeurd is, opdat ik veilig kunne aanzitten aan het gastmaal van uwen Zoon. Ik ben, ik beken het, een zondig mensch, een ontrouwe, die ontelbare malen aan de beloofde trouw ben te kort geschoten; maar keer terug, zegt gij, o Heer, heer terug en Ik zal ontvangen, mits gij uw eerste kleed weder aandoet en den ring, die u gegeven is, draagt als het teeken van het verbond dat het goddelijk woord met u aangaat. Geef mij. Heer, dien geheimzinnigen ring weder; bekleed mij opnieuw, o Vader, als een verloren zoon, die tot u wederkeert, met dat kleed van onschuld en heiligheid, dat ik aan uwe tafel moet medebrengen. Dit is het onsterfelijk tooisel, dat gij van ons vraagt, gij, die tegelijkertijd de Bruidegom, de Gastheer en het geslachte Offer zijt, dat ons te nuttigen gegeven wordt. Aan dezen geheimzinnigen maaltijd vinden
109
wij de vervulling van uw woord: wie Mij eet zal door Mij leven. Laat het in mij vervuld worden, o mijn Zaligmaker, laat ik er de uitwerking van gevoelen. Verander mij in u en leef gij-zelf in mij! En laat mij daartoe tot dezen hemelschen maaltijd naderen met de prachtigste kleederen; laat mij er komen met alle deugden, laat mij er heengaan met eene vreugde, die past voor zulk een feestmaal en het onsterfelijk vleesch, dat gij er mij te eten geeft. Amen.
Heer, ik hen niet waardig, dat gij komt onder mijn dak; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond ivorden!
Dat het Lichaam omes lieer en Jesus Christus mijne ziel beware ten eeuwigen leven!
Na de Communie.
Ik zal spreken met mijn God, hart aan Juirt met Jesus, en Hem alles zeggen, alles vragen, gelijk een kind met zijn vader, een vriend met zijn vriend omgaat. . .
Jesus is aan my, Jesus heeft zich aan mij gegeven, loof mijne ziel den Heer en prijs Zijne goedheid in eeuwigheid!
Mijn welbeminde heb ik gevonden en om-
9
110
helsd, ik bezit waarlijk Hem, dien de Engelen en Heiligen aanbidden in den Hemel. Welkom, aangebeden Jesus, welkom in de woning mijns harten . .. ach, hoe spijt het mij, dat deze niet méér versierd is met deugden, dat ik u geen grooteren eerbied, niet meerdere liefde toonen kan! Maar gij wildet bij mij binnentreden en aanvullen wat mij ontbreekt; welkom dan, barmhartige Heer, mijn God, ik aanbid u, wezenlijk en waarachtig in mijn binnenste tegenwoordig! Ik aanbid u, goddelijke Heiland, en herdenk met innigen dank uw smartvol lijden en bitteren dood, dien gij voor mij, ellendige, ondergaan hebt en tot welker herinnering gij dit Sacrament hebt ingesteld, waarmede gij mij zoo rijk maakt, zoo gelukkig, zoo zalig, o goedertieren Jesus!
Mijn God en mijn al! Wat kan mij ontbreken of wat kan ik nog wenschen nu ik u bezit, o Bron van alle goed!
Gij zijtmijn weldoener, mijn Heer en Koning, mijn Meester en Herder, mijn Vriend en Broeder, mijn Verlosser en Zaligmaker, mijn Heil en mijn Hoop, mijn Vreugde en Geluk, Jesus Christus, mijn God en mijn al!
Ik dank u voor uwe gaven en ik smeek u, behoud ze mij. Daartoe zal ik luisteren naar uwe stem, dewijl gij, goede Meester,
Ill
door de inspraken uwer genade tot mij spreekt. Van u wil ik leeren zachtmoedig en ootmoedig van harte te zijn.
Dat dan in waarheid het Lichaam van u, Heer Jesus Christus, mijne ziel beware ten eeuwigen leven! Dat, zoo lang ik op deze wereld leef, mijn hart uwe grenzenlooze goedheid heminne, dat mijne tong uwe tal-looze weldaden verkondige, dat al de krachten mijner ziel zich vereenigen om uwe barmhartigheid te loven! Dat al mijne dagen en al de oogenblikken mijns levens voorbijgaan in de verwachting dier gelukzalige eeuwigheid, waar ik u hoop te aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, waar ik u genieten zal in de volheid van het meest volmaakte geluk, waar ik in eindeloozen jubel de barmhartigheden prijzen zal van u, mijn God en mijn al!
Ik dank u. Heer, voor de oneindige liefde, die u bewogen heeft, om tot mij te komen en mijn arme ziel te spijzigen met het hemelsch Manna. Gezegend zij uwe barmhartigheid en goedheid, dat gij u gewaardigd hebt in de schamele woning mijns harten te komen. Veel schooner en rijker was, in vergelijking met injjn hart, de stal en kribbe, waarin gij bij uwe komst in de wereld hebt willen rusten !
112
Hoe kan ik dan uwe onbegrijpelijke vernedering peilen of beseffen en ze ook maar eenigszins vergoeden? Welk offer zou ik u voor deze onmetelijke liefdedaad kunnen aanbieden, daar ik armer ben dan de uitverkoren herders, die u in den stal kwamen aanbidden ... ?
Wat zal ik den Heer wedergeven, voor alles wat Hij mij gegeven heeft!
0 H. Vincentius a Paulo, wees gij mijn helper en raad! Met offervaardige liefde en liefdevolle offervaardigheid hebt gij u de getrouwe leerling getoond van den goddelijken Meester, die medelijden met, de schare had en weldoende rondging. De vijf talenten, welke de Heer u hadt toevertrouwd, hebt gij met vijf talenten overwinst Hem wedergegeven. O stort uw geest in mij, die u, zij 't dan van verre, navolgen wil! Bid voor mij, H. Vincentius, opdat de liefde van Christus ook mij dringe tot grooter ijver in de beoefening der naastenliefde, opdat ik aan en in en door onze arme en lijdende broeders en zusters in Christus, den Heer ten minste iets wedergeve voor alles, wat Hij Jiiij geschonken heeft. Amen.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak mij zalig.
113
Bloed van Christus, maak mij dronken.
Water der zijde van Christus, waschmij.
Lijden van Christus, versterk mij.
O goede Jesus, verhoor mij.
Tn uwe heilige wonden verberg mij.
En laat niet toe, dat ik van u gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand bescherm mij.
In het uur van mijn dood, roep mij.
En laat mij tot u komen, opdat ik u met uwe heiligen love in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Bede tot Maria.
0 allerzuiverste en onbevlekte Moeder van onzen Heer Jesus Christus, Maagd Maria, Koningin der wereld, die waardig geweest zijt, in uw allerheiligsten schoot denzelfden Schepper van alles wat daar is, te dragen, wiens goddelijk Vleesch en Bloed ik ontvangen heb, gewaardilt;j u ten beste te spreken voor mij, ellendigen zondaar, opdat alles, wat ik bij de nuttiging van dit onuitsprekelijk Sacrament onwetend, onachtzaam, oneerbiedig, of hoe dan ook mocht misdaan hebben, om uwe allerwaardigste gebeden moge vergeven worden door Hem, die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen,
114
Gebed tot den gekruisigden Verlosser. ')
Zie, o goede en zoetste Jesus, voor nw aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder en met de grootste vurigheid bid en smeek ik u, dat gij u gewaardigt levendige gevoelens van geloof, van hoop en van liefde, met een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil om die te verbeteren, in mijn hart te drukken, terwijl ik met groote ontroering en droefenis des geestes uwe vijf wonden bij mij zelf overweeg en in den geest aanschouw, dit woord voor oogen hebbende, dat reeds de propheet David over u, o goede Jesus, gesproken heeft: âzij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld'. Amen.
') Aan dit gebed is een volle aflaat., toevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur, verhonden, zoo men het na de H. Communie voor een heeld van den gekruisigden Verlosser hult en daarhij voegt vijf-maal het Onze Vader en vijfmaal het Wees gegroet ter intentie van Z. H. den Paus.
COMMUNIE-GEBEDEN.
(Te gebruiken als men onder de H. Mis communiceert en de Misgeheden volgt.)
Vóór de Communie.
Heer, mijn God, door te naderen tot het Sacrament des Altaars wensch ik zoo volkomen mogelijk deel te nemen aan de hoogheilige offerande, die uwer Majesteit wordt opgedragen. Moge dan het Lam Gods, dat, op het altaar geslachtofferd, voldoet voor de zonden der wereld, ook mijne zonden wegnemen en aanvullen wat mij ontbreekt, om tot den kus van vrede in de H. Communie te worden toegelaten.
Ik geloof in u. Heer, vermeerder mijn geloof!
Ik hoop op u, Heer, vermeerder mijne hoop!
Ik bemin u. Heer, vermeerder mijne liefde !
En, mijn Heer en mijn God, het berouwt
116
mij van ganscher harte, dat ik u door mijne zonden zoo vaak beleedigd heb en vergramd!
Ach, reinig, zuiver mij meer en meer; groote, ontzachlijke God, ik ben zoo ellendig, zoo vol gebreken, zoo ten eenenmale onwaardig om u te ontvangen! Reik mij de hand, bid ik u, hef mij goedertieren uit mijn niet op tot u!
Vurig verlang ik naar deze genade, vurig verlang ik mij met u te vereenigen. O kom dan, mijn Heer en mijn God, kom, bevredig mijn honger naar u, Brood des levens, Jesus Christus, en versterk, vertroost, behoed en bewaar mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Na de Communie.
Mijn God en mijn al! ik aanbid u, die wezenlijk en waarachtig in mijn binnenste tegenwoordig zijt. Laat mijne ziel de kracht uwer tegenwoordigheid gevoelen; laat mij smaken. Heer, hoe zoet gij zijt, opdat ik, voor uwe liefde gewonnen, voortaan niets buiten u zoeke, niets dan om u en in u beminne.
Jesus Christus, gij zijt mijn Rechter, vergeef mij mijne zonden en heb medelijden met mij!
Gij zijt mijn Verlosser; verlos mijne ziel
117
uit de handen des doods en maak mij zalig!
Gij zijt mijn Geneesheer; genees dan al mijne zwakheden!
Gij zijt mijn Koning; gedenk mijne armoede !
Gij zijt mijn Aanvoerder en Beschermer, blijf in mij en laat mij in u blijven, opdat ik onverwinnelijk zij in den strijd tegen den duivel, de wereld en het vleesch!
Gij zijt mijn Vriend, boven duizenden verkoren; want wat heb ik in den Hemel en wat wensch ik op aarde buiten u, o God mijns harten en mijn erfdeel in eeuwigheid ! Amen.
GEBEDEN ONDER HET LOF.
Psalm XCIV.
Komt, laat ons met vreugd den Heer loven, Gode, onzen Heiland, jubelzingen!
Laat ons met lofprijzing voor Zijn aangezicht komen en Hem met psalmen toejuichen.
Want een groot God is de Heer en een groot Koning hoven alle goden.
Want in Zijne hand zijn alle grenzen dei-aarde en de hoogte der bergen zijn de Zijnen.
En de zee hoort Hem toe; want Hij heeft haar gemaakt en Zijne hand heeft de aarde gevormd.
Komt, laat ons aanbidden en nedervallen en zuchten voor den Heer, die ons gemaakt heeft.
Want Hij is de Heer onze God en wij zijn het volk Zijner weide en de schapen van Zijne hand.
Als gij dan heden Zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne en
119
nu en altijd en in de eenwen der eenwen. Amen.
{Boek der Wijsheid XVI) Gij hebt uw volk de spijs der Engelen gegeven en het brood, dat in den Hemel bereid was on alle zoetheid en geneugte in zich bevat, hebt gij hun zonder arbeid geschonken.
Want in dit Manna hebt gij de liefelijkheid gelegd, welke gij voor uwe kinderen hebt, daar het, zich voegende naar ieders begeerte, veranderd werd in hetgene een iegelijk wilde smaken.
Opdat uwe kinderen, die gij lief hebt, o Heer, zouden weten, dat niet de vruchten der aarde aan de menschen het voedsel geven, maar dat uw woord degenen, die in u gelooven, onderhoudt.
Groot, o Heer, zijn uwe oordeelen en onuitsprekelijk uwe werken.
(Isa'ias XII). Ik zal vertrouwelijk met Hem handelen en niet vreezen; want de Heer is mijne sterkte en mijn roem en Hij is mijne zaligheid geworden.
Met blijdschap zult gij water putten uit de bronnen des Verlossers en dan zult gij zeggen: looft den Heer en aanroept Zijn naam!
Verheft Zijne uitvindingen onder de vol-
120
ken, doet hen de heerlijkheid van Zijn naam gedenken.
Zingt den Heer lofzangen, want Hij heeft voortreffelijke dingen uitgewerk ; verkondigt die over de geheele aarde.
Verheugt u en dankt den Heer, inwoners van Sion, want de Groote, de Heilige van Israël is in uw midden.
Liefderijke Jesus, die door overvloed van liefde tot den mensch in het allerheiligste Sacrament des altaars onder ons wonen wilt, ik aanbid u, onder den schijn van Brood verborgen, en ik betuig u al den eerbied en dezelfde hulde welke ik u brengen zou, wanneer ik, zoo 't in dit leven mogelijk ware, u aanschouwen mocht in al de glorie uwer goddelijke Majesteit!
Ik dank u, goedertieren Heer, voor de oneindige goedheid, welke gij ons bewijst door uwe waarachtige tegenwoordigheid in het aanbiddelijk Sacrament; en van ganscher harte bied ik u, zooveel als in mijn vermogen is, eerherstel voor de koelheid en onverschilligheid, voor de oneerbiedigheid en groote ondankbaarheid, waaraan ik en zoovele Christenen met mij zich hebben schuldig gemaakt ten opzichte van het hoogheilig geheim der Eucharastie.
121
Vergeef ons, Heer, onze ongerechtigheden en wees slechts uwe barmhartigheid indachtig. Neem, hid ik u, mijn oprecht verlangen aan, u in het allerheiligste Sacrament te eeren en u geëerd te zien door alle schepselen! Ik wenschte u hier aanbeden te zien, geloofd, geprezen en gezegend, zoo waardig, u zoo aangenaam, als de Engelen en Heiligen in den Hemel u verheerlijken in eeuwigheid! Amen.
Gebed van St. Thomas Aquino.
O goedertieren God, geef mij, dat ik alles wat u hehagelijk is vurig verlange, voorzichtig zoeke, waarlijk vinde en volmaakt volbrenge.
Beschik mijn staat tot lof en eer van uw naam en geef mij, dat ik wete, wat gij van mij begeert; opdat ik moge handelen zooals het behoort en gelijk het dienstig is voor de zaligheid mijner ziel.
Geef mij, dat ik door voorspoed niet misleid worde en onder tegenspoed niet be-zwijke; dat ik in dezen niet kleinmoedig, en in genen niet hoovaardig worde; maar in voorspoed u danke, in tegenspoed geduldig zij. Geef mij, dat ik mij noch verheuge, noch bedroeve, dan alleen om datgene, wat mij nader tot u brengt of verder van u verwijdert. Geef mij, dat ik niemand buiten u
122
zoeke te behagen, niemand dan u vreeze te mishagen.
Geef mij, dat ik alles doe uit liefde tot u en dat ik alles, wat tot uwen dienst niet strekt, als dood achte.
Geef mij, dat ik al het tijdelijke verachte en in alles wat u behaagt, om uwentwil mijn genoegen vinde en dat ik u, mijn God, boven alles beminne.
Geef mij, dat alle arbeid voor u mij opbeure en dat alle rust zonder a mij bezware.
Geef mij, o Heer, dat ik dikwijls en vurig mijn hart tot u verhefie en dat ik, met droefheid en het voornemen van mij te beteren, mijne gebreken overdenke.
Maak mij, o God, ootmoedig zonder geveinsdheid, vroolijk zonder uitgelatenheid, bedroefd zonder kleinmoedigheid, zedig zonder stuurschheid, oprecht zonder dubbelhartigheid. Geef mij, dat ik u vreeze zönder wanhoop, op u vertrouwe zonder vermetelheid, dat ik zuiver zij zonder vlek, dat ik mijn evenmensch berispe zonder verontwaardiging en hem door woorden en werken stichte zonder hoovaardigheid, dat ik gehoorzaam zij zonder tegenspraak en geduldig zonder morren.
Geef mij, goede Jesus, een waakzaam hart.
123
dat door geene nieuwsgierige gedachten van u afgetrokken wordt; geef mij een edel hart, dat door geen onwaardige neigingen tot de aardsche schepselen vervoerd wordt.
Geef mij een onverwinnelijk hart, dat door geene bekoringen vermoeid wordt; geef mij een kloekmoedig hart, dat door geen sterke driften overwonnen wordt; geef mij een oprecht hart, dat door geen kwade neigingen misleid wordt.
Geef mij, o God, een verstand, dat u kent, een ijver, die u zoekt, eene wijsheid die a smaakt, een levensgedrag, dat u behaagt, eene volharding, die u gerust en met vertrouwen verwacht, en eene getrouwheid die u eindelijk bezit.
Geef mij, dat ik in boetvaardigheid uwe straffen vreeze, dat ik in dit leven van uwe genade en van uwe weldaden een goed gebruik make, en in het andere eindelijk in uwe glorie uwe vreugde geniete; die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert in alle eeuwen. Amen.
Bede tot Maria.
O allerzaligste Maagd, bevoorrecht boven alle schepselen, wonderbare Moeder, gezegende onder de vrouwen, gij hebt den Zoon Gods, onzen aanbiddelijken Zaligmaker in
124
uw zuiveren schoot gedragen, met de tee-derste omhelzingen gekoesterd en gevoed, â Jesus, uw Kind zelfs bevolen en Hij was u onderdanig! Wij bidden u, den onweer-staanbaren invloed dien gij dus bezit op het Hart van uw Goddelijken Zoon, aan te wenden voor ons, die toch ook uwe kinderen zijn. 0 Moeder van Jesus, Moeder der goddelijke genade, Gebiedster over het Hart van onzen Heiland, verleen ons, smeeken wij u, alle goed, dat ons nuttig en zalig is en gij naar welgevallen kunt uitdealen uit de Bron van alle goed, het H. Hart van Jesus. Hoor, verhoor deze smeeking, o Maria, van ons, die u van ganscher harte beminnen. Want wij betuigen uwe getrouwe kinderen te willen wezen en u heerschappij over ons te geven, gelijk gij het beheer hebt over het Hart van uwen Zoon, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Benedictie.
Almachtige God, Bron van alle goed en Gever aller gaven, ik bid u, laat mij niet uit uw heiligdom gaan zonder uwen zegen. Dat uw zegening nederdale over mij en allen, die mij dierbaar zijn! Zegen ons, Heer, met
125
het onderpand ten eeuwigen leven, met uw allerheiligst en hoogwaardigst Sacrament, en laat ons de vracht van uw genoten bijzijn ondervinden door de blijvende kracht van uwen zegen. Amen.
Psalm CXVI.
Looft den Heer alle volken, looft Hem alle natiën !
Want Zijne barmhartigheid is op ons bestendigd en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
10
HYMNEN DER H. ROOMSCHE KERK.
VENI CREATOR.
|
Veni, Creator, Spiritus, Mentes tuorum vi-sita, Imple superna gratia Quae tu creasti pec-tora. Qui diceris Para-clitus, Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, charitas Et spiritalis unctio, Tu septiformis mu-nere. Digitus paternae dexterae, |
Kom, Schepper, Geest, bezoek de harten der uwen, vervul met hooge genade het gemoed dergenen, die gij geschapen hebt. Die genoemd wordt Trooster, gave van den allerhoogsten God, levende bron, vuur, liefde en geestelijke zalving. Gij zijt zevenvoudig in gave, de vinger van de rechterhand des Vaders, gij des Vaders |
127
|
Tu rite promissnm Patris, Sermone ditans gnttura. Accende lumen sen-sibus, Infunde amorem cordibas Infirma nostri corporis Virtate firmans perpeti. Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus: Ductore sicteprae-vio Vitemus omne nox-iam. Per te sciamns da Patrem Noscamns atque Filium, Teque utriusqne Spiritnm Credamus omni tempore. |
wezenlijke belofte, de tongen met talen verrijkend. Ontsteek het licht in de zinnen, stort liefde in de harten, de zwakheid van ons lichaam door kracht voortdurend versterkend. Verdrijf verre den vijand en geef vrede ; opdat wij zoo door u geleid al wat schadelijk is ontwijken. Geef, dat wij door u weten wie de Vader is en dat wij den Zoon kennen en altijd ge-looven, dat gij de Geest van beiden zijt. |
128
|
Deo, Patri, sit gloria, Et Pilio, qui a mor-tnis Surrexit, ac Para-clito In saeculorum sae-cula. Amen. V. Emitte Spiritum tunm et creabuntur; R. Et renovabis faciem terrae. Oremus. Deus, qui corda fideliuin Sancti Spiritus illustratione do-cuisti, da nobis in eodem Spiritu recta sapere et de ejus semper consolatione gaudere; per Christum, Dominum nostrum. Amen. |
Glorie zij God, den Vader, en den Zoon, die van den dood verrezen is, en den Trooster in de eeuwen der eeuwen. Amen. Zend uw Geest en zij zullen geschapen worden; en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. Laat ons bidden. God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den Heiligen Geest onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dienzelfden Geest alles wat recht is begrijpen en ons in Zijne vertroosting altijd verheugen: door Christus, onzen Heer. Amen. |
129
LAÃDA SION ').
|
Lauda, Sion, Salva-torem, Lauda Ducem et Pastorem In liyinms et can-ticis. Quantum potes, tantum aude, Quia major omni lande Nee laudare suffi-cis. Laudis thema spe-cialis, Panis vivus et vita-lis, Hodie proponitur. Quem in sacrae mensa coenae. |
Loof, Sion, den Verlosser, loof den Leidsman en Herder in hymnen en gezangen. Doe zooveel in uw vermogen is, terwijl Hij alle lof te boven gaat en gij Hem niet voldoende loven kunt. Het bepaalde onderwerp, dat heden te loven wordt voorgesteld, is het levend Brood, dat het leven geeft. (Het Brood) dat Hij ten heilig avondmaal |
!) Deze onsterfelijke, vaak in het plechtig Lof gezongenT Hxjmnus, waarin St. Thomas Aquino het verheven leerstuk der H. Eucharistie zoo schitterend uiteenzet, heeft de groote kerkleeraar gemaakt, bepaaldelijk voor de jaarlijksche solemniteit van het allerheiligste Sacrament. Op dien dag en gedurende zijn octaaf is de Hymnus dan ook de door de Kerk voorgeschreven Sequentia in de H. Mis.
130
|
Turbae fratrum dnodenae Datum non ambigi-tur. Sit laus plena, sit sonora, Sit jucunda, sit decora, Mentis jubilatio. Dies enim solemnis agitur. In qua mensae prima recolitur Hnjus institutie. In hac mensa novi regis, Novum Pascha novae legis Phase vetus termi-nat. Vetustatem novi-tas, Umbram fugat Veritas, Noctem lux elimi-nat. |
ontwijfelbaar gegeven heeft aan het twaalftal broederen. De lof zij vol, luid-klinkend, blijde en schoon, hij zij de jubel des geestes. Want de plechtige dag wordt gehouden, waarop de eerste instelling van dezen maaltijd herdacht wordt. In dezen disch des nieuwen Konings maakt het nieuwe Pascha der nieuwe wet een einde aan het oude. Het nieuwe doet het oude, de werkelijkheid den schijn wijken, het licht verdrijft den nacht. |
131
|
Quod in coena Christus gessit, Faciendum hoc ex-pressit In sui memoriam. Docti sacris institu-tis, Panem, vinum in salutis, Consecramus hosti-am. Dogma datur chris-tianis, Quod in Carnem transit panis Et vinum in San-guinem. Quod non eapis, quod non vides, Animosa firmat fides Praeter rerum or-dinem. Sub diversis specie-bus, Signis tantum et non rebus, |
Hetgeen Christus ten Avondmaal deed beval Hij te doen tot Zijne gedachtenis. Geleerd door deze heilige instellingen, offeren wij brood en wijn als een offer des heils. Het is den Christenen als dogma gegeven, dat het brood in Vleesch, de wijn in Bloed verandert. Wat gij niet vat, wat gij niet ziet, bevestigt het levendig geloof, buiten de orde der dingen om. Onder verschillende gedaanten, die slechts teekenen en geen zaken zijn, ligt |
132
|
Latent res eximiae. Caro cibus, Sanguis potus, Manet tarnen Christus totus, Sub utraque specie. A sumente non con-scisus. Non confractus, non divisus, Intiger accipitur. Sumit unus, sn-munt mille, Quantum isti, tantum ille, Nec sumptus con-sumitur. Sumunt boni, su-mnnt mali, Sorte tamen inse-quali, Vitae vel interitus. Mors est malis, vita bonis; Vide paris sump-tionis |
het uitgelezene verscholen. Hoewel het Vleesch spijs, het Bloed drank is, blijft toch de ge-heele Christus onder beide gedaanten. Door dengene die nuttigt wordt Hij niet geschonden, niet gebroken, niet gedeeld; on aangetast wordt Hg ontvangen. Of één of duizend Hem nuttigen, dezen ontvangen evenveel als gene, en genuttigd wordt Hij niet verteerd. Goeden nutten, boo-zen nutten, echter met verschillend gevolg, tot leven of ondergang. Den boozen is het de dood, den goeden het leven; zie, hoezeer van dezelfde nut- |
133
|
Quam sit dispar exitus. Tracto demnm Sacramento, Ne vacilles, sed memento, Tantum esse sub fragmento Quantum toto tegi-tur. Nulla rei fit scis-sura, Signi tantum fit fractura, Qua nec status nec statura Signati minuitur. Ecce Panis Angelo-rum Factus cibus viato-rum, Vere panis filiorum Non mittendus ca-nibus. In figuris praesig-natur, |
tiging het gevolg verschilt. Wanneer het Sacrament gebroken is, weifel niet, maar bedenk, dat onder elk gedeelte zooveel aanwezig is als het geheel bevat. De scheiding raakt de zaak niet, slechts het teeken wordt door breking gedeeld, waardoor noch de toestand, noch de gestalte van het beteekende verminkt wordt. Zie het Brood der Engelen is spijze van de pelgrims ge worden,waarachtig brood van de kinderen, dat den honden niet moet voorgeworpen worden. In teekenen is het voorbeduid, toen |
134
|
Cum Isaac iramola-tur, Agnus Paschae de-putatur, Datur manna pa-tribus. Bone Pastor, Panis vere, Jesu nostri miserere, Tu nos pasce, nos tnere, Tu nos bona, fac videre, In terra viventinm. Tu qui cuncta scis et vales, Qui nos pascis He mortales, Tuos ibi commen-sales, Coberedes et sodales Fac sanctorum ci-vium. Amen. Panem de coelo praestitisti eis; |
Isaac werd geofferd, bet Paascblam bevolen en bet manna gegeven werd aan de vaderen. Goede Herder, waarachtig Brood, Jesus wees ons genadig, weid, beboed ons, laat ons bet goede aanschouwen in het land der levenden. Gij, die alles weet en vermoogt, die ons, stervelingen, hier spijzigt, maak ons daar, in de burgerschap dei-heiligen, uwe disch-genooten, medeërfge-namen en medeburgers. Amen. Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven; |
135
|
omne delectamen-tam in se habentem. Oremus. Sancti Nominis tui, Domine, timorem pariter et amorem, fac nos habere perpetuum ; quia numquam tua gubernatione des-tituis, quos in solidi-tate dilectionis insti-tuis; per eumdem Christum, Dominum nostrum. Amen. Adoro te devote, la-tens deitas Quae sub his figuris vere latitas: Tibi se cor meum totum subjicit, Quia te contem-plans totum deficit. |
dat alle zoetheid in zich bevat. Laat om hielden. Maak, o Heer, dat wij altijd een gelijke vrees en liefde voor uw Heiligen Naam hebben; omdat gij nooit ophoudt hen te besturen, die gij bevestigt in de ware liefde, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. [.0 TE. Ik aanbid u godvruchtig, verborgen godheid, die waarlijk onder deze gedaanten schuilt: mijn hart onderwerpt zich geheel aan u, want u beschouwend bezwijkt het geheel. |
136
|
Ave Jesn, Pastor fidelium, Adauge fidem om-niam in te creden-tium! VisTis, gustus, tac-tus in te fallitnr, Sed auditu solo tuto creditur: Credo quidqnid dixit Dei Filins, Nil hoc verbo veri-tatis verius. Ave Jesn, etc. In cruee latebat sola deitas, At hie latet simul et humanitas; |
Wees gegroet, Jesus, Herder dergeloo-vigen. Vermeerder het geloof van allen, die in u gelooven! Gezicht, smaak, gevoel falen in n, maar alleen het gehoor staaft veilig het geloof: ik geloof alles wat de Zoon Gods gezegd heeft, niets is méér waarachtig, dan dit woord der waarheid. Wees gegroet, Je-sns, enz. Aan het kruis verborg zich alleen de godheid, doch hier verbergt zich tevens demensch-heid: |
137
|
Ambo tarnen cre-dens atque confitens, Peto quod petivit latro poenitens. Ave Jesn, etc. Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tamen meum te confiteor, Fac me tibi sempre magis credere, In te spem habere te diligere. Ave Jesn, etc. O memoriale mortis Domini, Panis vivus, vitam praestans homini: Praesta meae men-ti' de te vivere. Et te illi semper |
maar beiden geloo-vend en belijdend, smeek ik datgene af, waarom de goede moordenaar bad. Wees gegroet, Je-sns, enz. Ofschoon ik niet als Thomas uwe wouden zie, belijd ik u toch mijn God, maak, dat ik steeds meer in u geloove, dat ik meer op u hope, meer u beminne. Wees gegroet, Jesus, enz. O gedachtenis van den dood des Heeren, levend Brood, dat den mensch het leven geeft: geef dat mijne ziel in u leve, en dat zij steeds |
138
|
dnlce sapere. Ave Jesu, etc. Pie Pelicane! Jesn, Domine, Me immundum munda tuo Sanguine, Cujus nna stilla sal-vum facere Totum mundum quit ab omni scelere. Ave Jesu, etc. Jesu, quern vela-tum nunc aspicio, Oro, fiat illud, quod tam sitio: Ut te revelata cer-nens facie, Visu sim beatus tuae gloriae. Ave, Jesu, etc. Amen. |
smake hoe zoet gij zijt. Wees gegroet, Jesus, enz. Liefderijke Pelikaan, Heer, Jesus, reinig mij, onreine, met uw Bloed, waarvan één druppel de geheele wereld kan zalig maken en rein van alle smet. Wees gegroet, Jesus, enz. Jesus, dien ik nu omsluierd aanschouw, mij geworde, bid ik, hetgene waarnaar ik dorst: dat ik u eenmaal ontsluierd aanschouwe en zalig zij in het gezicht uwer glorie. Wees gegroet, Jesus, enz. Amen. |
139
|
PANGE Pange lingua glo-riosi Corporis mysterium, Sanguinisque pre-tiosi, Qnem in mundi pretinm, Fructus ventris ge-nerosi, Rex effudit gentium. Nobis datus, nobis natus, Ex intacta Virgine, Et in mundo con-versatus Sparso verbi semi-ne, Sui moras incolatus Miro clausit ordine. In sapremae nocte coenae, Recumbens cum fratribns, Observata lege ple- ne |
Zing, mijne tong, het geheimenis van het glorievol Lichaam en van het kostbaar Bloed, dat de Koning der volkeren, Hij, de spruit van edelen stam, geplengd heeft voor het heil der wereld. Aan ons gegeven, voor ons geboren uit de vlekkelooze Maagd, heeft Hij, na in de wereld verkeerd en het zaad Zijns woords uitgestrooid te hebben. Zijn loopbaan voleindigd op eene wonderbare wijze. In den nacht van het laatste Avondmaal, met Zijne broeders aan tafel aanzittend, geeft Hij, na alles wat de wet om- |
140
|
Cibis in legalibus, Cibum turbae duo-denae Se dat suis mani-bns. Verbum oaro, pa-nem verum Verbo carnem effi-cit; Fitque Sanguis Christi mernm Et si sensns deficit, Ad firmandum cor sincerum Sola fides sufficit. |
trent de spijzen voorschrijft stipt onderhouden te hebben, met eigen handen zich tot spijs aan het twaalftal. Het vleeschgewor-den Woord verandert door Zijn woord waarachtig brood in Zijn eigen Vleesch ; en de wijn wordt Christus Bloed, en, schoon de zintuigen dit niet kunnen bevatten, het geloof alleen is genoeg om een rechtzinnig hart te overtuigen. |
Tantum ergo Sacra- Laat ons dan diep
mentum neergebogen een zoo
Veneremur cernui; verheven Sacrament
Et antiquum docu- vereeren; dat de Oude
mentum Wet plaats make voor
Novo cedat ritui: de Nieuwe, en het
Praestet fides sup- geloof vuile aan het-
plementum geen onzen zintuigen
Sensuum defectui. ontbreekt.
141
|
Genitori, Genitoque Laus et jubilatio, Salus, honor, virtus quoque Sit et benedictio; Procedenti ab utro-que Compar sit laudatio. Amen. Panem de coelo praestitisti eis; Omne delectamen-tum in se habentem. Oremus. Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuae memo-riam reliquisti, tribue quaesumus, ita nos corporis et sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemp-tionis tuae fructum in nobis jugiter sen-tiamus. Qui vivis et |
Den Vader en den Zoon zij lof en jubel, heil en eer en macht en zegening; en aan den Geest, die van beiden voortkomt, zij eenzelfde hulde. Amen. Gij hebt hun brood uit den hemel gegeven ; dat alle zoetheid in zich bevat. Laat ons bidden. God, die ons in het wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, verleen ons, bidden wij, dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing geil |
142
|
regnas cum Deo Patre in unitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia saecula saecu-lorum. Amen. |
stadig in ons gevoelen mogen. Die leeft en regeert met God, den Vader, in de eenheid des heiligen G-eestes, God, in de eeuwen dei-eeuwen. Amen. |
TE DEUM LATJDAMÃS.
|
Te Deum laudamus; te Dominum eonfi-temur. Te aeternum Pa-trem: omnis terra veneratur. Tibi omnesangeli; tibi coeli et universae potestates; Tibi Cherubim et Seraphim, incessabili voce proclamant: Sanctus, Sanctus, Sanctus, Dominus, Deus Sabaoth. Pleni sunt coeli et terra majestatis gloriae tuae. Te gloriosus Apos- |
U, God, loven wij; u. Heer, belijden wij. U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde. Al de engelen, de hemelen en de geza-L;.piilijke machten; de Cherubijnen en Seraphijnen roepen u eindeloos toe: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God der heir schar en Hemel en aarde zijn vol van de majesteit uwer glorie. Het glorievolle |
143
|
tolorum chorus, Te Prophetarum laudabilis numerus, Te Martyrum can-didatus laudat excer-citus. Te per orbem terrarum Sancta confite-tur Ecclesia, Patrem, immensae majestatis, Venerandum tuum verum et unicum Filium, Sanctum quoque Paraclitum Spiritum. Tu Rex gloriae: Christe. Tu Patris sempiter-nuses Filius. Tu ad liberandiim suscepturus hominem, non horruisti Virginis uterum. Tu devicto mortis aculeo, aperuisti |
koor der Apostelen, het lofwaardig getal der Propheten, het schitterend heir der Martelaren looft u. De Heilige Kerk belijdt u over geheel de aarde, U, den Vader van onmetelijke majesteit, uwen vereerens-waardigen, waarach-tigen en eenigen Zoon, en den heiligen Geest, den Vertrooster. Gij, Christus, zijt de Koning der glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Toen gij, om den mensch te verlossen, diens natuur zoudt aannemen, hebt gij den schoot der Maagd niet geschroomd. Gij hebt den prikkel des doods overwonnen |
144
|
credentibus regna coelorum. Tu ad dexter am Dei sedes, in gloria Pa-tris. Judex crederis esse venturus. Te ergo quaesumus tuis famulis subveld : quos pretioso sanguine redemisti. Aeterna fac cum Sanctis tuis, in gloria numerari. Salvum fac popu-lum tuum, Domine, et benedic haereditati tuae. Et rege eos et extolle illos usque in aeter-num. Per singulos dies benedicimus te, Et laudamus nomen tuum in saeculum et in saeculum saeculi. |
en den geloovigen het hemelrijk geopend. Gij zetelt aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders. Wij gelooven, dat gij komen zult als rechter. Wij bidden u dan: kom uwe dienaars te hulp, die gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht. Laat ons in de eeuwige glorie onder uwe Heiligen gerekend worden. Heer, maak uw volk zalig en zegen uw erfdeel. Regeer en verhef hen tot in eeuwigheid. Telken dage zullen wij u prijzen, en loven uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen. |
145
|
Dignare, Domine, die isto sine peccato nos custodire. Miserere ndstri Do-mine, miserere nostri. Fiat misericordia tua, Domine, super nos, quemadmodum speravimns in te. In te, Domine, spe-ravi; non confundar in aeternum. Benedictus es, Domine, Deus patrum nostrum, Et laudabilisetglo-riosus in saecula. Benedicamus Pa-trem et Filium cum Sancto Spiritu. Laudemus etsuper-exaltemus eum in saecula. Benedictus es Domine, Deus, in fir- |
Ge waardig u,Heer, dezen dag ons van zonden te bewaren. Ontferm u onzer. Heer, ontferm tl onzer. Uwe barmhartigheid zij over ons, zooals wij op ii gehoopt hebben. Op u, Heer, heb ik gehoopt, ik zal niet beschaamd worden in eeuwigheid. Gezegend zijt gij. Heer, God onzer Vaderen, En lofwaardig en glorierijk in eeuwigheid. Prijzen wij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Loven en verheffen wij Hem in eeuwigheid. Gezegend zijt gij, Heer, God, in het uit- |
146
|
mamento coeli. Et laudabilisetglo-riosus et superexal-tatus in saecula. Benedic anima mea Domino, Et noli oblivisci om-nes retributiones ejus. Domine, exaudi orationem meam, Et clamor meus ad te veniat. Dominus vobiscum, Et cum spiritu tuo. Oremus. Deus, cujus miseri-cordiae non est numerus et bonitatis infini-tus thesaurus, piissi-maeMajestati tuae pro collatis donis gratias agimus, tuam semper clementiam exoran-tes; ut, qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens ad praemiafutura dis-ponas. Per Christum spansel des hemels. |
En lofwaardig en glorierijk en hoog verheven in eeuwigheid. Zegen, mijne ziel, den Heer En wil niet vergeten al zijne weldaden. Heer, verhoor mijn gebed, En dat mijn geroep tot u kome. De Heer zij met u. En met uwen geest. Laat ons bidden. God, wiens barmhartigheden zonder getal en wiens goedheid een eindelooze schat is, wij danken uwe allermeedoo-gendste Majesteit voor de ontvangene weldaden; tevens smeeken wij uwe goedertierenheid hen nooit te verlaten, wier gebeden gij verhoord |
147
Dominum nostrum. hebt, maar hen te be-Amen. reiden tot de eeuwige
belooning. Door Christus onzen Heer.
Amen.
AVE MARIS STELLA.
Ave maris stella, Wees gegroet, Ster der zee,
Dei Mater alma minnelijke Moeder
Gods,
Atque semper Virgo, die altijd Maagd zijt, Felix coeli porta. de gelukkige deur des Hemels.
|
Sumens illud Ave Gabriëlis ore: Funda nos in pace MutansHevae nomen. Solve vincla reis, Profer lumen coecis. |
Wil den groet aanvaarden., Welke Gabriel u bracht, en ons bevestigen in vrede door ons eene andere Eva te wezen. Slaak de boeien van den schuldige. Verschaf den blinds het licht. |
148
|
Mala nostra pelle Bona cuncta posse Monstra te esse matrem, Sumat per te preces, Qui, pro nobis natus, Tnlit esse tuns. Virgo singularis. Inter omnes mitis, Nos culpis solutos. Mites fac et eastos. Vitam praesta pu-ram. Iter para tutum ; Ut, videntes Jesum, Semper collaetemur. Sit laus Deo Patri, |
weer het kwade van ons af en verkrijg ons het goede. Toon dat gij Moeder zijt, breng Hem onze gebeden, die voor ons geboren is en de uwe wilde wezen. O geheel eenige Maagd, liefelijk boven allen, maak, dat wij, van onze schulden verlost, zachtmoedig zijn en kuisch. Geef ons zuiver te leven, leid ons op den vei-ligen weg: Opdat wij, Jesus aanschouwende. Ons altijd verblijden. Lof zij God, den Vader, |
149
|
Summo Christo decus, Spiritui Sancto Tribus honor unus. Amen. |
hooge heerlijkheid aan Christus en den Heiligen Geest; ééne eer aan den Drieéénen. Amen. |
CANTICUM MAGNIFICAT.
|
Magnificat anima mea Dominum ; Et exsultavit spiritus meus; in Deo salutari meo. Quia respexit humi-litatem ancillae suae: ecce enim ex hoe beatam me dicent omnes generatio-nes. Quia fecit mihi magna qui potens est: et sanctum nomen ejus. Et misericordia ejus a progenie in progenies : timentibus eum. Fecit potentiam in |
Mijne ziel maakt groot den Heer: En mijn geest heeft zich verheugd: in God mijn Zaligmaker. Omdat Hij heeft nedergezien op de geringheid Zijner dienstmaagd : zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want Hij, die machtig is, heeft groote dingen aan mij gedaan: en heilig is Zijn naam. En Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht: voor die Hem vreezen. Door Zijn arm heeft |
150
|
brachio suo: dis-persit superbos mente cordis sui. Deposuit potentes desede: et exaltavit humiles. Esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes. Suscepit Israël pue-rum suum: recor-datus misericordiae suae. Sicut locutns est ad patres nostros: Abraham et semini ejus in saecula. Gloria Patri etPilio et Spiritui Sancto: sicut erat in prin-cipio et nunc et semper et in sae-cula saeculorum. Amen. |
hij kracht uitgewerkt: de hoogmoedigen heeft hij verstrooid in de gedachten huns harten. Hij heeft de machtigen van den troon gestooten en de geringen verheven. De behoeftigen heeft Hij met goederen vervuld : en de rijken ledig weggezonden. Hij heeft Israël, Zijn dienstknecht, aangenomen : indachtig Zijne barmhartigheid. Zooals Hij het heeft toegezegd aan onze vaderen: aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid. Glorie zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest: gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. |
LITANIE
VAN DE
ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
God, de Vader, uit wien alle dingen zijn, God, de Zoon, door wien alle dingen zijn, God, de H. Geest, in wien alle dingen zijn. Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, éên God,
Onbegrijpelijke Majesteit,
Onbeperkte Macht,
Oneindige Wijsheid,
Onuitputbare Goedheid,
Heer der heerschappijen,
Eeuwige Wet,
Eeuwige Waarheid,
God, almachtige Koning,
Die alleen God en één God zijt,
In wien wij leven, ons bevvegen en zijn,
Wiens Majesteit de aarde vervult.
Aan wien alleen de eer en glorie toekomt.
Die ons troost in onze droefenissen.
Die alléén groote wonderen doet.
152
Die zijt en waart en wezen zult, ontferm u onzer,
Eechtvaardig en verschrikkelijk in uwe oordeelen, §
Heerlijk en wonderbaar in uw Rijk, Die alléén de onsterfelijkheid bezit en g het ongenaakbare licht bewoont.
Eeuwige Vader,
. O
Eeniggeboren Zoon, g
Heilige Geest, van beiden voortkomende, £ Heilige Drievuldigheid, één God,
Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor ons. Heer!
Wees genadig, verlos ons. Heer! Van alle kwaad,
Van alle zonde.
Van alle ongeloovigheid en dwaling. Van de overtreding uwer geboden. Van het veronachtzamen en misbruiken ® uwer genade oquot;
Van de verwaarloozing der heilige ^ zaken a
tn
Van den eeuwigen dood,
Door uwe almacht, jjP
Door uwe wijsheid, 2
Door uwe oneindige goedertierenheid, ~ Door uwe overgroote barmhartigheid, Door uw geduld en uwe lankmoedigheid.
153
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons! Dat gij ons de genade wilt verleenen, altijd en overal te belijden, dat gij de ware God zijt,
Dat gij ons de genade wilt verleenen, ^ om u te vereeren, één God in de Drie- EI vuldigheid van personen, en de Drievul-digheid in de éénheid van uw Wezen te aanbidden, -
Dat gij ons de genade wilt verleenen, ^ om u uit geheel ons hart lief te hebben, S-Dat gij het volk, dat uw heihgen naam is o toegeheiligd, wilt behouden en zaligmaken, ^ Dat gij de dwalenden op den weg der a gerechtigheid wilt terug geleiden, â
Dat gij u gewaardigt ons te verhoor en. Heilige Drievuldigheid, verlos ons ! Heilige Drievuldigheid, maak ons zalig! Heilige Drievuldigheid, maak ons levend ! Heer, ontferm u onzer,
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer,
Onse Vader.
Laat ons zegenen den Vader en den Zoon en den H. Geest;
Loven en verheffen wij Hem in eeuwigheid !
Laat ons hidden.
Almachtige, eeuwige God, die aan uwe
154
dienaren de genade verleend hebt, door het licht van het ware geloof de heerlijkheid uwer eeuwige Drievuldigheid te erkennen en in uwe opperste Majesteit hare Ãénheid te aanbidden: verleen ons, dat wij door de kracht van datzelfde geloof ten allen tijde voor alle kwaad mogen bewaard worden; door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN GEEST.
H Past den Katholiek, in 't hizonder den Vincentiaan, die zich geroepen acht de min-derbedeelde âhmsyenooten des Geloofs* met raad en daad te helpen, het voorbeeld te volgen van de wijze en voorzichtige Moederkerk, die vóór ieder werk of elke onderneming van eenig aanbelang den bijstand afsmeekt van God, den IL Geest.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
155
God, hemelsclie Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
H. Geest, die voortkomt van den Vader en den Zoon,
Geest der waarheid, die alle waarheid leert,
Geest van wijsheid en verstand,
Geest van raad en sterkte.
Geest van wetenschap en godsvrucht, Geest van de vreeze des Heeren, 3 Geest van liefde, blijdschap en vrede, S1 Geest van lankmoedigheid, weldadig- g heid en goedertierenheid. ^
Geest van zachtmoedigheid, trouw en 0 matigheid, g
Geest van eerbaarheid en reinheid,
Geest des Heeren, die gansch de aarde vervult,
H. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken,
H. Geest, die ons in onze zwakheid te hulp komt,
Geest van heiligmaking.
Geest van kracht en wijze gematigdheid, H. Geest, die aan den Godmensch, onzen Heer Jesus Christus, zonder mate gegeven zijt,
153
H. Geest, door wiens ingeving de mannen Gods gesproken hebben,
H. Geest, die de Kerk van Christus bezielt, H. Geest, die ons de verborgenheden der heilige schriften door de onfeilbare Roomsche Kerk openlegt en verklaart, § H. Geest, die de ware wijsheid verleent, ^ H. Geest, die de liefde Gods uitstort g in onze harten, ^
H. Geest, die de gever zijt van de gave des gebeds, g
H. Geest, die zelf in ons en voor ons ® met onuitsprekelijke verzuchtingen bidt, H. Geest, door wien wij Gods kinderen en erfgenamen mogen genoemd worden, H. Geest, Trooster, die met ons blijft in eeuwigheid,
Wees genadig, spaar ons, H. Geest 1 Wees genadig, verhoor ons, H. Geest! lt; Wees genadig, verlos ons, H. Geest! ® Van den geest der dwaling, cT
Van den geest der wereld, 0
Van allen geest, die met u strijdig is, g Door uwe eeuwige voortkomst van den Vader en den Zoon, Fquot;
Door uwe geestelijke zalving, p
Door de volheid van gratie, waarmede S gij de allerzaligste Maagd Maria als over- ^ stort hebt,
157
Door uwe verschijning bij den Doop ^ van Christus, verlos ons, H. Geest! £⢠Door uwe heilrijke nederdaling over 'J' de Apostelen, §
Door de onvergankelijke kracht, waar- ~ mede gij de heilige Eoomsch-Katholieke â Kerk bestuurt, hare overheden in de één- ^ heid bewaart, hare leeraren verlicht en ® de geestelijke orden in stand houdt, â¢-Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij u nimmer wederstaan.
Dat wij u nimmer versmaden,
Dat wij u nimmer verloochenen, Dat wij, die uwe tempels zijn, steeds vreezen ons-zelven te onteeren,
Dat wij, wanneer we ongelukkig in o-zonden zouden gevallen zijn, ons hart gj niet verharden tegen uwe inspraken, maar g aldra wederom opstaan en terugkeeren ö tot God,
Dat het u behage, in ons een zuiver hart ® te scheppen en den geest te vernieuwen, g' Dat het u behage, een nederig gevoe- o len van ons-zelven ons in te boezemen, 0 Dat het u behage, ons zachtmoedig en g geduldig te doen zijn,
Dat wij, vredelievend, waardig mogen wezen, den naam van kinderen Gods te dragen,
12
158
Dat het u behage, ons, volgelingen van den H. Vincentius, ware gevoelens van naastenliefde en barmhartigheid in te storten, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons de wijsheid wilt verlee-nen, onze goede werken niet te beder- ^ ven door eenig bijoogmerk of ijdele glorie, lt;â =: Dat gij ons tot ons einde toe in het jr goede wilt bevestigen, g;
Dat wij, die in uwen geest zaaien, ook § in u het eeuwige leven oogsten, ö
Geest Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden ® der wereld, stort uwen H. Geest over gquot; ons uit! g
Lam Gods, dat wegneemt de zonden o der wereld, zend ons den beloofden Geest p des Vaders!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den goeden Geest!
Zend uw Geest en zij zullen geschapen worden;
en gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
Laat ons hidden.
God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest onderwezen Jaebt, geef ons, dat wij in dienzelfden Geest
159
alles wat recht is begrijpen en ons in Zijne vertroosting altijd verheugen ; door Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN DES
ZOETEN NAAM JESUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Jesus, Zoon van den levenden God, § Jesus, glans des Vaders, G;
Jesus, gloed van het eeuwige Licht, ^ Jesus, Koning van de glorie, 0
Jesus, zon der rechtvaardigheid, g
Jesus, Zoon van de maagd Maria, �
160
Beminnelijkste Jesus, ontferm u onzer. Wonderbaarste Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende eeuwen, Jesus, Engel van den hoogen raad. Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
Jesus, minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld der deugden,
Jesus, ijveraar der zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, Vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen,
Jesus, goede Herder,
Jesus, waarachtig Licht,
Jesus, eeuwige Wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven,
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus, Koning der Patriarchen,
Jesus, Meester der Apostelen,
Jesus, sterkte der martelaren.
161
Jesus, licht der belijders, ontferm u onzer Jesus, zuiverheid der maagden,
Jesus, kroon van alle heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zonde.
Van uwe gramschap.
Van de lagen des duivels,
Van den geest van onkuischheid.
Van den eeuwigen dood,
Van de veronachtzaming uwer inspraken,
Door het mysterie uwer menschwording, 2 Door uwe geboorte, S1
Door uwe kindsheid.
Door uw goddelijk leven, s
Door uwen arbeid,
Door uw lijden en doodsstrijd, w1
Door uw kruis en uwe verlaten- ? heid, ^
Door uwe droefheden,
Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe verrijzenis.
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden.
Door uwe glorie,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Jesus!
162
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer, Jesus!
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
Laat ons bidden.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan, wij smeeken u, ontsteek in ons het vuur uwer goddelijke liefde, opdat wij u uit geheel ons hart, met mond en werken beminnen en nimmer ophouden u te loven.
Maak, o Heer, dat wij altijd uw heiligen Naam vreezen en tevens beminnen; nooit immers houdt gij op, hen te besturen, die gij in de ware liefde hebt bevestigd; door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN DE
HEiLiGE ENGELEN.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. â God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Koningin der Engelen, ^
H. Michaël, al
H. Gabriël, lt;1
H. Raphaël, o
H. Cherubijnen, o
H. Seraphijnen, g
H. Tronen,
H. Heerschappijen,
H. Vorstendommen,
164
H. Machten, bidt voor ons. H. Krachten,
H. Aartsengelen,
H. Engelen,
Alle heilige koren der zalige geesten. Die Gods verheven troon omringt, Die ten allen tijde het aanschijn des Vaders aanschouwt.
Die onophoudelijk Gode het driemaal Heilig toezingt,
Die 's Heeren bevelen ten uitvoer legt, Die aan ons, menschen, den goddelijken wil bekend maakt,
Dieu o ver onze boetvaardigheid verblijdt. Die tot onzen dienst wordt uitgezonden. Die onsbewaakt en in bescherming neemt, Die ons leert en onderricht,
Die ons vergezelt en leidt,
Die ons waarschuwt en vermaant. Die onze gebeden aan God opdraagt. Die de geboorte des Zaligmakers aan de herders hebt aangekondigd.
Die bij de geboorte des Heeren den Allerhoogste met blijden jubel hebt verheerlijkt.
Die den Heer in de woestijn hebt gediend. Die in sneeuwwitte kleeding bij het graf van den verrezen Verlosser waart gezeten, Die aanstonds na de hemelvaart des
165
Heeren aan de Apostelen verschenen zijt,
bidt voor ons.
Die eenmaal met schrikwekkend bazuingeschal alle menschen dagen zult om te ver- g-schijnen voor den rechterstoel van Christus, ^ Die den Zoon des menschen omstuwen g zult bij Zijne komst ten gericht der wereld, 3 Die bij de algemeene verrijzenis der 0 dooden de uitverkorenen zult verzamelen, S
Die van de goeden de kwaden scheiden en dezen ten verderve voeren zult,
Jesus, Koning der Engelen, wij bidden u, verhoor ons ootmoedig smeeken !
Van alle rampen en gevaren verlos ons, Heer!
Van alle listen en lagen van den duivel, verlos ons. Heer!
Van alle scheuring, ketterij en ongeloof verlos ons, Heer.
Voor een onvoorzienen dood behoed ons, Heer!
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat het u behage, ons door uwe hei- lt; lige Engelen te behoeden voor de lichaams- ^ en zielsgevaren, aan welke wij gedurig cü zijn blootgesteld,
Dat het u behage, door uwe heilige s Engelen in al onze behoeften te voorzien ® en ons bijstand te verleenen, ts
166
Dat. het u behage, ons door uwe heilige Engelen te laten bijstaan in de bekoringen, opdat wij mogen overwinnen en in het goede volharden, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat het u behage, ons door uwe heilige Engelen tot ware boetvaardigheid te bewegen,
Dat het u behage, ons door uwe hei- ^ lige Engelen, in onze droefenissen en Ei rampspoeden, onderwerping, troost en bemoediging te verleenen.
Dat het u behage, door de veelver- ^ mogende voorbidding uwer heilige Enge- ^ len, uwe rechtmatige verbolgenheid van g-ons af te wenden, §
Dat het u behage, door uwe heilige 4 Engelen ons in ons stervensuur verkwik- a king en lafenis te doen erlangen.
Dat het u behage, onze ziel, na haar verscheiden uit dit leven, door uwe heilige Engelen te doen opnemen en tot u in den Hemel te laten geleiden,
Jesus, Koning der Engelen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonder dei-wereld, ontferm u onzer.
167
Looft den Heer, gij, alle Engelen;
gij, die Zijn woord volbrengt, gehoorzaamt aan de stem van Zijn gebod!
Laat ons hielden.
O God, die door uwe onuitsprekelijke Voorzienigheid u gewaardigt, uwe heilige Engelen tot onze bewaring te zenden, geef ons, die u ootmoedig smeeken, dat wij door hunne bescherming altijd bewaard worden en eenmaal voor eeuwig hun gezelschap mogen genieten. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN HET
ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
168
I
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontfer u onzer.
God, H, Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Levend Brood, dat uit den Hemel nederdaalt.
Verborgen God, onder zichtbare gedaanten schuilende.
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die maagden kweekt. Voortreffelijk Brood en Geneugte der koningen,
Gedurig Offer,
Reine sprjs-offerande.
Onbevlekt Lam,
Allerreinste Tafel,
Engelen-spijze,
Verborgen Manna,
Gedenkteeken van Gods wonderen, Bovennatuurlijk Brood, Vleesch-geworden Woord, dat onder ons woont.
Heilig Offer,
Kelk der zegening.
Troostvolle verborgenheid van ons geloof,
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament,
Allerheiligste Offerande,
169
Zoenoffer voor levenden en dooden, ontferm u onzer.
Hemelsch behoedmiddel, waardoor wij voor de zonden behoed worden,
Wonder van Gods wonderen. Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,
Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde.
Overvloeiende bron van Gods milddadigheid,
⢠⢠⢠. o
Doorluchtig, hoogheilig geheim, b
Krachtige spijs der onsterfelijkheid, o' Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament, 5 Brood, dat door de almogendheid ^ des Woords zijt vleesch geworden, 0
Onbloedig, rein Offer des Nieuwen Ver- § bonds, 2.
Tafelgerecht en Gastheer,
Allerheiligste Maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen,
Teeken van genade.
Band van liefde,
Hoogepriester, die zelf het Offer zijt, Geestelijke spijze en verkwikking onzer zielen,
Teerspijze, dergenen, die in den Heer sterven.
170
Onderpand der toekomende glorie, ontferm u onzer.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van het onwaardig nuttigen uws Liohaams en Bloeds, verlos ons. Heer.
Van de begeerlijkheid des vleesches. Van de begeerlijkheid der oogen.
Van de hoovaardij des levens,
Van alle twijfeling, ongeloof, verblindheid des harten en ketterij.
Van alle oneerbiedigheid en misbruik van dit hoogheilig Sacrament,
Van alle zwakheden en zonden, die de ^ heerlijke en heilrijke uitwerking van dit £ wonderbaar Sacrament verminderen en cT tegenhouden, 0
Van alle gelegenheid tot zonde, g
Door de groote begeerte, welke Gij ~ gehad hebt, om dit Pascha met uwe Squot; leerlingen te eten, ®
Door den diepen ootmoed, waarmede gij de voeten uwer Apostelen gewasschen hebt,
Door de onuitsprekelijke liefde waarmede gij dit hoogheilig Sacrament hebt ingesteld.
Door uw dierbaar Bloed, dat gij voor ons op het altaar hebt nagelaten.
171
Door de vijf kruis-wonden, welke gij in het allerheiligst Lichaam, dat gij om ons aangenomen hadt, hebt ontvangen, verlos ons, Heer!
Wij, zondaren, wij bidden TJ, verhoor ons.
Dat het u behage, een levendig geloof, diepen eerbied en godsdienstige stemming jegens dit wonderbaar Sacrament in ons te onderhouden en te vermeerderen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat het u behage, ons op te wekken, om door eene oprechte belijdenis onzer zonden dikwijls ons te gaan bereiden tot het waardig ontvangen van dit goddelijk Sacrament, wij bidden u, verhoor ons.
Dat het u behage, de onschatbare geestelijke vruchten van dit allerheiligste Sacrament overvloedig in ons uit te storten, wij bidden u, verhoor ons.
Dat het u behage, ons in het uur van onzen dood met deze hemelspijze tot de reis naar de eeuwigheid te versterken, wij bidden u, verhoor ons.
Zoon Gods, wij bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
172
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.
Gij hebt hun brood uit den Hemel gegeven,
dat alle zoetheid in zich bevat.
Laat ons hidden.
God, die ons in het wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, verleen ons, bidden wij, dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gestadig in ons gevoelen mogen ; die leeft en regeert met God, den Vader, in de eenheid des heiligen Geestes, in de eeuwen der eenwen. Amen.
LITANIE
VAN HET
LIJDEN ONZES HEEREN JEZUS CHRISTUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Jesus, die, na het allerheiligste Sacrament des altaars te hebben ingesteld, van Jerusalem over de beek Cedron naar ~ den Olijfberg zijt gegaan om te bidden, B5
Jesus, die om onze zonden bedroefd 0 werd en beangst tot den dood, p
Jesus, die u onderworpen hebt aan o den wil van uwen hemelschen Vader, 5
Jesus, die in dezen uwen doodsstrijd 3 door een Engel versterkt werd,
Jesus, die door Judas, een van uwe
13
174
Apostelen, met een kus verraden werd, ontferm u onzer.
Jesus, die door een bende werd geboeid, Jesus, die door al uwe leerlingen werd verlaten,
Jesus, die geboeid voor Annas en Caïphas werd gebracht,
Jesus, die van een dienstknecht een kaakslag hebt ontvangen,
Jesus, die door valsche getuigen beschuldigd werd,
Jesus, die getuigenis der waarheid gevende, als een godslasteraar ter dood veroordeeld werd,
Jesus, die Petrus, nadat hij u driemaal verloochend had, door een blik van medelijdende ontferming tot tranen van boete bewogen hebt,
Jesus, die aan Pilatus, den Heiden, werd overgeleverd.
Jesus, die voor Herodes gebracht, door deze en door zijn hof als een dwaas bespot werd,
Jesus, die achter den oproerigen moordenaar Barabbas gesteld werd,
Jesus, die onmenschelijk wreed gegee-seld werd,
Jesus, die meedoogenloos met een scherpen doornenkrans gekroond werd.
175
Jesus, die als een spot-koning met een purperen mantel werd uitgedost, ontferm u onzer.
Jesus, wien de onverlaten tergend een riet tot scepter in de band gaven,
Jesus, wiens aanblik afzichtelijk als van een vertreden aardworm was, toen Pilatus u aan het volk toonde met den uitroep: ziet den mmsch,
Jesus, wiens kruisdood toen door de Joden met woedend geschreeuw geëischt werd, Jesus, die door Pilatus aan den haat der Joden werd overgeleverd,
Jesus, die onder den zwaren last van g uw kruis schier bezweken zijt, gi
Jesus, die als een zachtmoedig lam ter g slachting geleid werd,
Jesus, die door uwe beulen schaamte- ^ loos van uwe kleederen beroofd werd, § Jesus, die onder nameloos wee aan het ® kruis genageld werd,
Jesus, die uwen Vader badt om vergiffenis voor uwe omnenschelijke beulen, Jesus, die onder de booswichten gerekend werd,
Jesus, die aan het kruis gelasterd werd en bespot,
Jesus, die den rouwmoedigen moordenaar aan het kruis begenadigd en hem het Paradijs beloofd hebt.
176
Jesus, die uwe Moeder aan uw geliefden leerling en Joannes aan Maria hebt aanbevolen, ontferm u onzer.
Jesus, die aan het kruis geklaagd hebt: God, mijn God. waarom hebt gij mij verlaten,
Jesus, die in uw dorst gelaafd werdt met gal en azijn,
Jesus, die aan het kruis het de wereld vertroostende woord gezegd hebt : het is volbracht, o
Jesus, die, uwen geest in de handen ^ uws Vaders bevelend, met luid geroep g den laatsten snik gegeven hebt,
Jesus, door wiens afsterven velen van ^ het volk werden bekeerd, §
Jesus, uit wiens zijde, met eene lans ® doorstoken, bloed en water vloeiden,
Jesus, wiens ontzield lichaam door eerbiedwaardige mannen van het kruis werd afgenomen en begraven,
Jesus, die na uwen dood in het voorgebergte der hel zijt afgedaald, ten troost en ter verlossing van de Heiligen des Ouden Verbonds,
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer.
177
Van een haastigen en onvoorzienen dood, verlos ons, Heer.
Van gramschap, haat en kwaden wil, Van de listen des duivels, lt;1
Van pest, hongersnood en oorlog, ü. Door uw doodstrijd, S
Door uwe geeseling, o
Door uw doornen kroon, â¢
Door uw kruis en lijden aan het kruis, Door uwe vijf wonden, ®
Door uwen dood en uwe begrafenis, In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij de dwaasheid van het kruis hoo-ger achten dan alle menschelijke wijsheid.
Dat wij er naar trachten u, Jesus lt; Christus, te leeren kennen vooral als ge- ^ kruist en gestorven voor onze zonden, ££
Dat wij het voorbeeld van u, lijdende God-mensch, navolgen als wij door lijden 3 getroffen worden, j3
Dat wij dagelijks ons kruis opnemen o en u volgen, ®
.. .. tSquot;*
Dat wij, naar uw voorbeeld, als wij o beleedigd worden, bereid zijn tot vergif- ^ fenis, en als wij gelasterd worden, niet g bedacht zijn op haat en wraak, maar alles iquot; overlaten aan u, den Alwetende, die rechtvaardig oordeelt.
178
Dat het steeds verre van ons zij op iets te roemen dan op uw kruis, en onze goede werken, om de verdiensten van uw lijden en dood, Gode welgevallig mogen wezen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat wij ons vleesch met zijne harts- ^ tochten en begeerlijkheden kruisigen,
Dat wij, die zoo duur gekocht zijn, u g-in ons lichaam verheerlijken, a*
En dat wij zoo aan uw lijden deelach- ^ tig mogen worden, §
Zoon Gods, Verlosser der wereld, Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer.
Wij aanbidden u, Christus, en loven u; Omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.
Laat ons hielden.
Almachtige, eeuwige God, die in uwe ondoorgrondelijke raadsbesluiten onzen Verlosser het vleesch hebt doen aannemen en den kruisdood hebt doen sterven; geef ons, dat wij Zijn voorbeeld van gehoorzaamheid tot den dood des kruises zóó navolgen, dat
179
wij verdienen eenmaal deel te hebben in de glorie Zijner verrijzenis; door dienzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Goddelijke Meester, eeuwige Wijsheid, die door uwen dood aan het kruis dit eertijds verachtelijk teeken gemaakt hebt tot een symbool van eere, geef ons, dat wij, die het kruis belijden en ons teekenen met het teeken onzer verlossing, ook met woord en daad, de wijsheid der op genieten verslingerde wereld beschamen door de dwaasheid, die is in Jesus en dien gekruist. Amen.
O Kruis, met goddelijkcn glans. Met koiüngspurper opgeluisterd,
Uw smaad vau ouds is glorie thans. Wijl ge alle aardsohe praal verduistert.
O Kruisboom, teeken van gena. Kom, bij 't herdenken van Gods lilden.
Ons mot Geloot' en Hoop te sta. Opdat we in Liefde u 't harte wijden!
DE HEILIGE KRUISWEG.
Voorbereiding.
Met den (liepsten eerbied, aanbiddelijke Jesus, werp ik mij voor a ter aarde neder In deze oogenblikken wil ik mij bezighouden met de overweging van uw lijden en u in den geest volgen op uwen bloedigen kruis-weg.
Heer, het is mij uit den grond mijns harten leed, dat ook mijne zonden oorzaak van dat vreeselijk lijden zijn. Geef gij-zelf, wijl ik zonder u niets vermag, dat ik door berouw en vooral door liefde ten minste eenigszins goed make, wat ik misdreef. Geef mij bij deze godsvrucht-oefening een zuivere meening en een groot vertrouwen op uwe barmhartigheid, opdat ik deelachtig worde aan de geestelijke gunsten, door de Pausen, uwe plaatsbekleeders, de door u aangestelde uit-deelers uwer genade-schatten, aan den heiligen kruis-weg verbonden.
Maria, Moeder van smarten, geleid mij en voer mijn gebeden op tot den troon des Allerhoogsten!
181
I. Statie.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aiinbidden n, Christus, en loven u; omdat gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt!
Jesus, gij de rechtvaardigheid en heiligheid zelf, gij gedoogt, dat men u als een booswicht ter dood veroordeelt!
En ik... ? Mijn goddelijke Meester, ik beken het met schaamte en berouw, dat ik minstens ongeduldig word bij verongelijking, gramstorig bij de geringste beschuldiging, wrevelig bij het hooren van een smadelijk woord tegen mij. Ach ik bid u om uwe genade, waardoor ik mij er ernstig op toe-legge, van u te leeren zachtmoedig en ootmoedig van harte te zijn. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer !
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. Amen.
182
II. Statie.
Jesus neemt het kruis op Zijne schouders.
Wij aanbidden u, Christus.. .
Met welk een liefde en onderwerping aan den wil van uw hemelschen Vader neemt gij, o Jesus, het zware kruishout op uwe doorwonde schouders, om het naar den Calvarieberg te dragen! Moet ik dan, zondige mensch, niet bereid zijn, het kruis, dat de goddelijke Voorzienigheid mij somtijds, doch immer tot mijn bestwil, oplegt, gewillig te dragen! Ach, mijn Heiland, geef mij uwe genade, opdat ik u eenigszins moge navolgen in onderwerping aan Gods H. Wil, wanneer het kruis van zorgen en wederwaardigheden des levens mij soms ter-nederdrukt. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm u onzer. Heer ...
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen...
Til. Statie.
Jesus valt voor den eersten keer onder het kruis. Wij aanbidden u, Christus...
183
Zcichtmoedige Jesus, met ontroering en medelijden herdenk ik uw smartelijken val onder den zwaren last van den kruisbalk. Helaas, wat maakte dien last eigenlijk zoo zwaar, wat anders dan de zonden der wereld, dan ook mijne zonden! Mijn Heiland, geef mij de genade, dat ik, van deze waarheid meer en meer doordrongen, met oprecht leedwezen over het bedreven kwaad mij wachte voor het ongeluk van mijn schuld te verzwaren door meerdere zonden. Geef mij, dat ik u voortaan zoo vurig beminne als ik u in 't verleden meermalen zwaar beleedigd heb. Amen.
Onze Vader ... Wees gegroet...
Ontferm u onzer, Heer . . .
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen...
IV. Statie.
Jesus ontmoet Zijn heclroefde Moeder.
Wij aanbidden u, Christus, . . .
O Maria, hoe werd dan wezenlijk vervuld de voorzegging van den grijzen Simeon en uw hart door het zwaard van droefheid doorwond, vooral toen gij uw goddelijken Zoon op Zijn lijdensweg hebt ontmoet! En
184
wie, goede Jesus, kan de smart begrijpen, waarmede uw lijden in deze ontmoeting verzwaard werd! 0 Jesus, o Maria, wat een onmetelijk lijden hebben onze zonden n veroorzaakt. Vergeef mij, goedertieren Jesus! Vergeef mij, liefderijke Maagd, Moeder van barmhartigheid! Mijne zonden zijn mij leed uit den grond mijns harten en ik neem mij stellig voor met wederliefde te beantwoorden aan de liefde, waarmede gij voor mij geleden hebt. Amen.
Onze Vader ... Wees gegroet. . .
Ontferm u onzer. Heer . ..
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen...
V. Statie.
Simon van Cyrene wordt gedwongen Jems het kruis te helpen dragen.
Wij aanbidden u, Christus . . .
Simon heeft u gegriefd, o Jesus, omdat hij gedwongen moest worden u te helpen in het dragen van uw kruis, wat hij eindelijk met tegenzin deed. Maar hoeveel erger grief, ja beleedig ik u, als ik het kruis van 's levens wederwaardigheden, dat uwe Voorzienigheid mij tot mijn bestwil soms oplegt, als gedwon-
185
gen en met tegenzin draag! Ach, ik erken het, doordat ik zoo weinig liefde voor u heb en zoo kortzichtig ben in het beoor-deelen van hetgeen mij waarlijk ten heil verstrekt, daardoor valt het mij zwaar, u na te volgen in het dragen van uw kruis. Heer, versterk mij, door uwe liefde en uwe genade !
Onze Vader ... wees gegroet. . .
Ontferm u onzer, Heer . ..
God wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
VI. Statie.
Veronica wischt het aangezicht van Jems af.
Wij aanbidden u, Christus .. .
Uw minnelijk aanschijn, o Jesas, schoonste onder de kinderen der menschen, was dooide martelingen misvormd en besmeurd en wekte het medelijden van de vrome vrouwe, die moedig door de bende woestelingen heendrong, om uw aanbiddelijk gelaat te zuiveren. Heeft dat blijk van werkdadige liefde u wellicht eenigszins getroost, gij hebt het beloond, door uwe wezenstrekken in den doek van Veronica te prenten. O gewaardig u de gedachtenis van uw lijden in mijn geest en hart te drukken; opdat ik, door de voort-
186
durende lierinnei-ing aan uw kruis en lijden, mij nimmer het teeken mijner verlossing schame en in handel en wandel toone, dat ik den prijs waardeer, waarvoor gij ook mij hebt vrijgekocht. Amen.
Onze Vader . . . Wees gegroet...
Ontferm u onzer. Heer . . .
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
VII. Statie.
Jesus valt voor den tweeden heer onder het kruis.
Wij aanbidden u, Christus . . .
Goddelijke Jesus, nw naamloos wee treft mij, als ik overweeg, dat gij ten tweeden male onder den last van uw kruis bezweken zijt! Helaas, ook daaraan heb ik schuld, ik die zoo dikwijls hervallen ben in de zonde, ook dan, als ik u beloofd had mij te beteren. Mijn Heer en mijn God, wat zal ik zeggen bij deze overdenking. Dat ik zwak ben, geneigd tot het kwade... gij weet het, gij, die 's menschen hart kent. Maar dan ook vraag ik u met te grooter aandrang, versterk mijne zwakheid, ondersteun mijn wil, opdat ik sterk en standvastig door uwe liefde
187
en uwe genade, weerstand biede aan mijn verkeerde neigingen, waardoor ik getrokken word tot hervallen in de zonde. Amen.
Onze Vader . . . Wees gegroet. . .
Ontferm u onzer, Heer,. . .
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
VIII. Statie.
Jesus troost de weenende vrouwen.
Wij aanbidden u, Christus,...
Goedertieren Jesus, te midden van uw smart hebt gij een woord van troost voor de vrouwen, die u haar medelijden toonen en tevens blaakt gij van ijver voor haar waarachtig heil en wijst er op, dat âals men zoo met het groene hout doet, wat dan wel aan het dorre geschieden zal!' Geef mij. Heer, die oprechte liefde tot mijne naasten, waardoor ik gedreven worde hen in den nood alle diensten te bewijzen, welke het mij mogelijk is, en de liefde voor mij-zelf alleen in dien zin, dat ik uwe woorden, tot de vrouwen van Jerusalem gesproken, mij diep in 't geheugen prente en daarnaar handele. Amen.
Onze Vader... Wees gegroet...
Ontferm u onzer, Heer,...
188
God, wees ons, zondaren, genadig ! Dat de zielen der overleden geloovigen ...
IX. Statie.
Jesus valt voor den derden heer onder het kruis.
Wij aanbidden u, Christus,. ..
Aanbiddelijke Verlosser, Man van smarten, diep getroffen overweeg ik, dat gij, dooide folteringen uwer beulen afgemat en dooiden centenaarslast des kruises uitgeput, ten derden male onder dien last bezweken zijt! Ach, ik moet het herhalen, de zonden dei-wereld, dus ook mijne zonden, zijn zoo veelvuldig en zoo groot, vaak zoo ontzettend zwaar, dat gij, die de schuld van heel de menschheid op u genomen hebt, daar wel herhaaldelijk onder bezwijken moest. Goede Jesus, ik vraag u vergeving voor mijne zonden en vooral, dat ik daarin zoo dikwijls hervallen ben. Geef mij uwe liefde en uwe genade, opdat ik voortaan toch niet zoo ondankbaar zij, u herhaaldelijk en telkens weer te beleedigen. Amen.
Onze Vader... Wees gegroet...
Ontferm ü onzer. Heer,...
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
189
X. Statie.
i
Jesus wordt van Zijne Meederen beroofd en met gal gelaafd.
Wij aanbidden u, Christus...
Wonderbare Jesus, hoe is 't toch mogelijk, dat gij geduld hebt, dat men u de kleederen oneerbiedig van het lichaam rukte! Hoe is 't mogelijk, dat gij de gal niet verontwaardigd afweest, toen ze u, als ware ze tot verkwikking, geboden werd ! O Meester, mijn Heiland^ gij hebt willen boeten in het bizonder ook voor de zedeloosheid der wereldlingen, voor de onmatigheid en genotzucht der millioenen, die van hun lichaam hun afgod hebben gemaakt! En gij hebt ons geleerd, dat de eerbare schaamte, het schoonste sieraad van den mensch, wel beleedigd, maar niet overwonnen of vernietigd wordt door de schaamteloosheid van anderen. Geef mij uwe genade, dat ik, kuisch en matig, standvastig de gelegenheden vermijde, waarin de deugd op de proef gesteld wordt; en dat ik, zoowel in de eenzaamheid als in den omgang, steeds indachtig zij het ontzettend lijden, dat gij in het bizonder voor de zonden der onkuischen hebt doorstaan. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
Ontferm u onzer, Heer,...
14
190
God, wees ons, zondaren, genadig! Dat de zielen der overleden geloovigen ...
XI. Statie.
Jesus wordt aan het kruis genageld.
Wij aanbidden u, Christus,...
Allergeduldigste Jesus, ach hoe langdurig en steeds heviger waren de smarten, welke gij om mijnentwille doorstaan hebt; hoe vreeselijk moet het geweest zijn, ook voor u, waarachtig God, maar ook waarachtig Mensch, den kelk van zoo onvergelijkelijk lijden tot den bodem te ledigen! Ach, om de onbegrijpelijke foltering, die gij verduurd hebt, toen uwe gezegende handen en voeten met plompe nagelen aan het kruis geklonken werden, geef mij de genade, dat ik in den geest van boetvaardigheid, tot versterving genegen, al het lijden geduldig verdrage, dat uwe Voorzienigheid mij overzendt. Geef mij, Heer, dat de gedachte aan uwe kruisiging mij sterke in den strijd tegen de begeerlijkheid des vleesches, tegen de begeerlijkheid der oogen en de hoovaardij des levens. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
191
Ontferm u onzer, Heer,...
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
XII. Statie.
Jesus sterft aan het kruis.
Wij aanbidden u, Christus,...
Na zoovele smarten en tormenten beveelt gij, o Jesus, dan eindelijk uwen geest in de handen uws Vaders en sterft! Heer, mij ten voorbeeld, zijt gij gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises! En mij ten heil, dierbare Verlosser, hebt gij alles volbracht wat noodig was, ter verzoening van den reeds in Adam gezondigd hebbenden mensch met den rechtvaardigen God! Gij zijt onzen Borg geworden, gij, die den schuldbrief van het menschelijk geslacht vernietigd hebt, gij, het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! Dank, goedertieren Jesus, duizendmaal dank. Geef mij, Heer, uwe liefde en uwe genade, dat ik uw onschatbare weldaad mij waardig toone, door te leven en eenmaal te sterven als een getrouwe volgeling van u, aan het kruis gestorven Jesus. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet.
192
Ontferm u onzer, Heer,...
God, wees ons zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen ...
XIII. Statie.
Jesus wordt van het kruis afgenomen.
Wij aanbidden u, Christus,...
Barmhartige Jesus, door uwen dood hebt gij ons den Hemel geopend, het eeuwige leven verdiend! Wat zal ik u wedergeven, voor alles, wat gij voor mij gedaan hebt! Heer, zonder u kan ik niets; ach geef gij-zelf mij dan de genade, dat ik, door uwe liefde gedrongen, deugd en goede werken beoefene en uitoefene, tot uwe meerdere eer en glorie, tot een weldaad aan mijn naaste en eindelijk tot een zekerheid voor mijne ziel, dat ik in zalige eeuwigheid uw verlossings-werk moge loven en prijzen. Amen. Onze Vader... Wees gegroet...
Ontferm u onzer. Heer ...
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen,,.
193
XIV. Statie.
Het ontzielde lichaam van Jesus ivordt in het graf gelegd.
Wij aanbidden U, Christus,...
Laat de overweging van uwe begrafenis, o Jesus, mij doen erkennen, dat ook ik, en wie weet hoe spoedig, zal sterven en begraven worden. Alles toch is ijdelheid, behalve den wil van God te volbrengen in dit leven en dagelijks, elk uur van den dag, bereid te wezen voor Gods oordeel te verschijnen. Geef mij, Heer, de wijsheid, niet voor het sterfelijk lichaam de grootste zorg te hebben, niet aan het stoifelijke al myn aandacht te wijden; maar mijne ziel als het voornaamste te beschouwen. Geef mij den christelij-ken moed, 's levens last en lijden zoo te dragen, dat als mijn lichaam tot het stof zal wederkeeren, mijne ziel moge deelen in de glorie van uwe verrijzenis. Amen.
Onze Vader... Wees gegroet...
Ontferm u onzer. Heer,...
God, wees ons, zondaren, genadig!
Dat de zielen der overleden geloovigen. ..
194
Sluitgebed.
Dankbaar voor al uwe weldaden, goedertieren Zaligmaker, dank ik u, van wien alle goede gedachten en werken voortkomen, in het bizonder voor de gunst, mij in de godvruchtige oefening van uwen kruis-weg bewezen. Ik mocht mij voor eenige oogenblikken van het aardsche afscheiden, mij bezighouden met het groots mysterie van uw lijdensweg en daaruit menige heilzame les voor het dagelijksch leven van zorgen en wederwaardigheden trekken. Geef mij eindelijk de genade, dat deze overweging mij bijblijve, tot verbetering van mijn leven en tot zaligheid van mijne ziel. Amen.
0?« aan de aflaten deelachtig te worden moet ten besluit worden gebeden 5 maal Onze Vader... Wees gegroet... Glorie zij den Vader, ... ter eere van de vijf wonden des Zaligmakers, en eindelijk éénmaal Onze Vader... Wees gegroet... Glorie zij den Vader... ter intentie van Z. H. den Paus.
LITANIE
VAN HET
ALLERHEILIGSTE HART VAN JESUS.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer. Hart van Jesus, ontferm u onzer. Zachtmoedig Hart van Jesus,
Ootmoedig Hart van Jesus,
Hart van Jesus, oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig,
Zoon van den eeuwigen Vader,
g Zoon van de Maagd Maria, §
g eigene en waardige woonplaats van 1-3 den H. Geest, g
§ tempel van de allerheiligste Drievul- ö ^ digheid, quot; 0
glorie en vreugde der Engelen, g
M zaligheid van alle Heiligen, f2
wellust van Hemel en aarde.
196
Hart van Jesus, licht van heel de wereld, ontferm u onzer.
onze weg, de waarheid en ons leven, vol van zegen en genade,
bron van alle rechtvaardigheid, oorsprong van goedheid en barmhartigheid,
vol medelijden en teederheid,
vlammend van liefde,
schatkamer van alle deugden,
alle lof en eer waardig,
aan hetwelk onze aanbidding toekomt, 0 g zaligheid dergenen, die op u hopen, g. ® waarin de Vader zijn welbehagen ge- Sf nomen heeft, g
ö slachtoffer voor het heil der wereld, p ^ voor ons met bitterheid vervuld, o § van verguizing en smaad verzadigd, § W van liefde gewond om onze zonden, S verbrijzeld door onze boosheden.
aan het kruis met eene lans doorstoken, levende, heilige en Gode behagelijke offerande,
gegriefd door de ondankbaarheid dei-wereld,
van blijdschap vervuld door de wederliefde der godvruchtigen,
toevlucht der zondaren,
sterkte der zwakken.
197
Hart van Jesus, volharding der rechtvaardigen, ontferm u onzer, af onverwinnelïjke macht tegen onze vij- § S anden,
^ troost van alle bedrukte harten, s= gt; hulp in allen nood, §
quot;S hoop van hen, die in u sterven, S ^ ons leven en onze verrijzenis,
O allerheiligst en beminnelijkst Hart van den Emmanuel, God met ons,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Jesus!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer, Jesus!
Een vermorzeld en vernederd hart zult gij, o God, niet versmaden.
Laat ons hidden.
Almachtige God, wij bidden u, verleen ons dat wij, die in het allerheiligst Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden Zijner liefde danken, ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
o Hart van Jesus, neem mij op en verberg mij in mre wonde, opdat ik in die school ran
198
liefde een God leere beminnen, die mij zoo wonderbare Mijken zijner liefde geeft!
Gebed.
Heer Jesus, die u gewaardigd hebt de onuitsprekelijke rijkdommen van uw allerheiligst Hart aan uwe Kerk te openbaren, verleen ons dat wij, aan de liefde van uw Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige eerbewijzen de verongelijkingen vergoeden, die datzelfde bedrakte Hart dooide ondankbaarheid den menschen worden aangedaan ; die leeft enheerschtin alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Moge het H. Hart van Jesus alom bemind worden ! Amen.
O beminnelijk Hart van Jesus, ik bemin u uit geheel mijn hart; ik wensch u steeds meer en vuriger te beminnen ! Modit ik u zoozeer liefhebben, als de vurigste, u toegewijde harten u beminnen, zoozeer, als Maria, uw liefdevolle Moeder altijd Maagd u bemint en waarom mede Zij verdient verheven te zijn boven alle schepselen.
Heer, geef mij uwe liefde, uwe genade, dan ben ik rijk genoeg !
DEVOTIE TOT MARIA.
âDaaraan zal de wereld herkennen, dat gij Mijne leerlingen zijt, als gij liefde hebt tot elkander1', 1) zegt de Heer, die âallen heeft ivèl-gedaanquot; 2) en âlij Wien geen aanzien is des persoons.quot; 3) Wie dan, in het voetspoor van St. Vincentius a Paulo, zijn naaste liefheeft, âniet met woorden, maar door de werken en in waarheid', 4) en âallen wèl-doet, maar bizonder den huisgenooten des Geloofs*,5) â⢠wie zich aldus een leerling des Heeren toont en, derhalve, een zoon der Moederkerk, Christus Bruid, die stelle ook prijs op het eigenaardig kenmerk van den Boomsch Katholiek, op de devotie tot Christus maagdelijke Moeder, tot Maria, zoo terecht de troosteresse der bedrukten, de hulp der Christenen beleden en geprezen.
') Joës XIII, 35. â a) Marc. VII, 37. â 3) Matt. XXII, 10, Eph. VI, 9. - â¢) Joes III, 18. â s) Galat. VI. 10,
LITANIE
VAN DE
ALLERZALIGSTE MAAGD EN MOEDER GODS MARIA.
(Litaniae Lmirentaneae.)
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Cbristus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm n onzer.
God, H. Geeest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden, gj
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, §
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder, §
Ongeschondene Moeder, quot;
201
Onbevlekte Moeder, bid voor ons. Beminnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Uitmuntend vat van godsvrucht.
Geestelijke Roos,
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken. Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
202
Koningin der Patriarchen, bid voor ons. Koningin der Propheten,
Koningin der Apostelen, ^
Koningin der Martelaren, pj
Koningin der Belijders, ^
Koningin der Maagden, o
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen, g Koningin van den allerheiligsten Rozen- quot; krans.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer. Heer.
Wees gegroet Maria ....
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd.
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat om hidden.
Wij bidden u. Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de
203
boodschap des engels de men sell wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis gebracht worden tot de glorie Zijner verrijzenis; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed van den H. Bernardus.
Gedenk, o goedertierene Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die tot u zijn toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uw voorspraak inriep, door u verlaten werd. Bemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der maagden, kom ik tot u en, zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O Moeder des Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze goedgunstig aan en gewaardig u ze te verhooren. Amen.
Gebed van den U. Thomas Aquino.
O gelukzaligste en zoetste Maagd Maria, die vol barmhartigheid zijt, ik beveel u mijne ziel en mijn lichaam, mijne gedachten en werken, mijn leven en mijn dood! O mijne Meesteresse, help mij en versterk mij tegen de aanvallen des duivels; verwerf mij eene oprechte liefde, opdat ik uw beminden Zoon, onzen Heer Jesus Christus, liefhebbe uit geheel mijn hart en na Hem, u beminne
204
boven alles! O mijne Koningin, maak door uwe machtige voorspraak, dat ik deze liefde behoude tot in den dood, als wanneer liet u believen moge mij te brengen in het oord der zaligen! Amen.
Gebed van den H. Ephraïm.
O allerheiligste en onbevlekte Maagd Maria, Moeder van God, Koningin van Hemel en aarde, onze uitmuntende Meesteres, gij zijt verheven boven al de Heiligen, gij zijt de hoop der uitverkorenen en de vreugd der gelukzaligen!
Het is door u, dat wij met God verzoend zijn.
Gij zijt bij uitnemendheid de Voorspreekster der zondaren, de veilige haven dergenen, die schipbreuk geleden hebben. Gij zijt de troost der wereld, het losgeld der gevangenen, de gezondheid der zieken, de blijdschap der bedrukten, de toevlucht en de zaligheid van alle menschen!
O groote Koningin, Moeder van God, den Koning der koningen, spreid over ons de vleugelen uwer barmhartigheid uit. Wij hebben geen andere hoop dan u, allerzuiverste Maagd! Wij behooren u toe en zijn aan uwen dienst gewijd; wij dragen den naam van uwe dienaren, duld dan niet, dat wij
205
door den duivel in de hel getrokken worden. O onbevlekte Maagd,, wij zijn onder uwe bescherming gesteld, het is dan tot u alleen, dat wij onze toevlucht nemen, en wij smee-ken u, dat gij uwen Zoon, die door onze zonden vergramd is, moogt weerhouden om ons aan Satan's macht over te laten.
O Maria, vol van genade, verlicht mijn verstand, ontbind mijne tong om uwen lof te zingen, vooral door de groetenis des Engels, zoo bij uitstek beantwoordend aan uwe waardigheid. Daarmede groet ik u, o vrede, vreugd en troost der menschen! Ik groet u, o grootste mirakel, dat de wereld ooit verwonderd heeft, paradijs van wellusten, veilige haven van degenen die in gevaar zijn, bron van genaden en Middelares tus-schen God en de menschen ! Amen.
WEES GEGKOET MARIA.
0 meest verhevene en tevens nederigste der schepselen, Maria, gedoog, allerzaligste Maagd, dat ik u love! Vol verti-ouwen in uwe goedheid, zachtmoedigheid en liefde, nader ik tot u, o eerste in het rijk van uw goddelijken Zoon en herhaal u den groet van Gabriel, den Aartsengel. En mocht ik het duizendmaal ter uwer eer herhalen, mochten hemel en aarde en alle schepselen
15
206
met mij instemmen als ik bid wees yegroet, Mar ia !
De wereld schijnt mij alle versmading waard, alle vermaken komen mij ijdel en nietswaardig voor wanneer ik zing Wees gegroet, Maria!
Mijne droefheid gaat voorbij, een nieuwe vreugde vervult mij zoo ik slechts verzucht Wees gegroet, Maria!
Mijne dorheid verdwijnt, mijn hart ontgloeit van liefde terwijl ik juich Wees gegroet, Maria !
Mijne ziel wordt versterkt en met vurigheid gedreven tot het gebed als ik jubel Wees gegroet, Maria!
Mijne godsvrucht vermeerdert, mijne hoop groeit aan, ik smaak de grootste vertroosting terwijl ik herhaal Wees gegroet, Maria!
Want ik vind veel zoetheid in een voortdurend Wees gegroet, Maria!
Niets anders moest ik willen spreken dan Wees gegroet, Maria!
Geen woorden toch kunnen het uitdrukken, hoe zoet het is te zeggen Wees gegroet, Maria!
Ik buig de knieën voor u, o verhevene Koningin, en ik herhaal Wees gegroet, Maria !
Beminnelijke vrouwe, vergeef mij als ik ooit oneerbiedig zeide Wees gegroet, Maria!
207
Steeds aanchiclitiger en met grootere godsvrucht zal ik voortaan bidden Wees'g eg roei, Maria !
O mochten alle schepselen met de grootste devotie juichen en jubelen Wees gegroet, Maria !
Ik ken niets, dat u meer aangenaam zijn kan, u meer vereert, meer uwer waardig is, dan met Gabriël, den Aartsengel, met de H. Elisabeth, uwe bloedverwante, en met geheel de Kerk van Christus n te huldigen, te prijzen en te smeeken. Wees gegroet, Maria, vol van gratie, de Heer is met u, gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht uws licliaams, Jesus. H. Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
LITANIE
VAN
MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.
Heer, ontferm u onzer. Christus, ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.
208
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
O Maria, zonder erfsmet ontvangen, Maria, door Gods vrijmachtige genade en een bizonder voorrecht, om den wille van Jesus Christus, voor de smet der erfzonde bewaard,
Maria, van het oogenblik uwer schepping af met de genade van den H. Geest toegerust,
Maria, op eene meer wonderbare wijze SH dan andere mensehen vrijgekocht,
Maria, zoo wondervol begiftigd met o den overvloed der hemelsche gunsten, dat gij altijd geheel vrij gebleven zijt o van elke zondevlek, â¢
Maria, die de meest volslagene overwinning op den vorst der duisternis behaald hebt,
Maria, die met uw onbesmetten voet den kop van het helsch serpent verplet hebt,
Maria, geheel schoon en verrijkt met de volheid van onschuld en heiligheid,
209
Maria, onder de dochteren van Adam gerekend als de lelie onder de doornen, bid voor ons.
Maria, wier heiligheid de grootste is, welke de mensch zich beneden God denken en welke niemand dan God alleen bevatten kan,
Maria, in wie God door eene geheel bizondere voorliefde zijn grootste welbehagen vindt,
Maria, meer dan alle schepselen bemind bij God en de menschen,
Maria, verheven boven alle Engelen en Heiligen,
Maria, van af den beginne uitverkoren ^ en voorbestemd om de Moeder te wezen © van Gods eenigen Zoon, °
Maria, aan wie God, de almachtige o Vader, Zijn Zoon, aan Hem gelijk en uit ^ Hem voortgekomen, geschonken heeft,
Maria, door Gods Zoon zelf uitverkoren om in waarheid Zijne Moeder te wezen, Maria, van wie de H. Geest verlangd heeft, dat gij door Zijne medewerking zoudt ontvangen en dat uit u zon geboren worden Dengene, van wien Hij-zelf voortkomt,
Maria, vol van genade.
Gij, als do ark van Noe, die zonder
210
letsel aan het algemeen verderf der wer ontkomen zijt, bid voor ons.
Gij, als het braambosch, dat Mozes geheel vlammend en te gelijk met groen en bloesem overladen zag,
Gij, de gesloten tuin, waarin geen bederf kan binnensluipen.
Gij, het gulden huis, dat de eeuwige Wijsheid zich bouwde, versierd met zeven pilaren, symbolen der zeven gaven van den H. Geest,
Gij, het onbederfelijk hout, waaraan de worm der zonde nimmer knaagde. Gij, de altijd heldere bron, verzegeld door den H. Geest,
Gij, die, volmaakter dan Judith en Esther, uw volk in eere hersteld hebt en een levensbron geworden zijt voor heel het menschelijk geslacht,
Gij, het edelst gewrocht der allerheiligste en almachtige Drieëenheid,
Gij, de onder alle opzichten onbevlekte, de onschuld zelve, de volkomene gaafheid, het beeld van oorspronkelijke zuiverheid, de onder de schepselen éénig heilige, vol van genade,
Gij, die alleen God boven u en alle schepselen beneden u hebt.
Gij, wier heerlijkheid door geen tong
211
op aarde in haar vollen omvang kan worden verkondigd, bid voor ons.
Gij, de lofspraak der Propheten en Evangelisten,
Gij, de eer der Martelaren, de vreugde tT. en kroon van alle Heiligen, ^
Gij, de toevlucht en hulp dergenen, die o in nood zijn, °
O alvermogende Middelares, die de o wereld met uwen Zoon verzoent, S
O roem en glorie en heerlijkheid van Christus Bruid, de H. Kerk,
O Maria, door uwe onbevlekte ontvangenis, help ons in alle noodwendigheden, wij bidden u, verhoor ons.
Door uwe onbevlekte ontvangenis, verkrijg ons een groote genegenheid tot de ^ kuischheid en een wezenlijken afschrik ̦: van de daar-tegenover-staande ondeugd, 崉
Door uwe onbevlekte ontvangenis, ver-krijg ons eene steeds toenemende liefde t3 tot God en een onverzoenbaren haat tegen j2 de zonde, lt;
Door uwe onbevlekte ontvangenis, ver- ^ krijg ons een waarachtig berouw over o onze zonden, quot;â
Door uwe onbevlekte ontvangenis ver- g krijg ons de genade van reeds in dit quot; leven onze zondenschuld zooveel mogelijk
212
aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen met werken van naastenliefde en barmhartigheid, wij bidden u, verhoor ons.
Door uwe onbevlekte ontvangenis, verkrijg ons de genade van eenmaal te sterven in de liefde Gods, wij bidden u, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer, Heer.
Laat ons de onbevlekte ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria loven ;
van haar, wier roemvol leven alle kerken opluistert.
Laat ons hidden.
O God, die door de onbevlekte ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria voor uwen Zoon eene Hem waardige woonplaats bereid hebt, geef ons door Hare voorspraak, dat wij met zorg ons hart en ons lichaam vlekkeloos voor uwe oogen bewaren, die Haar voor alle smet gevrijwaard hebt; door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
213
Gebed tot het H. en onbevlekt Haet van
Maria om de bekeering der zondaren.
O bevoorrechte Maagd Maria, gezegende onder de vrouwen, welk een vreugde, wat onuitsprekelijke blijdschap moet uw rein en onbevlekt Hart vervuld hebben, toen de H. Geest over u nederdaalde en gij den eenigen Zoon des Vaders, onzen Heer Jesus Christus, in uw zuiveren schoot ontvangen mocht! Welk een zaligheid, wat verrukking moet gij gesmaakt hebben, toen gij uw goddelijk Kind in het stalleken van Bethlehem gebaard hebt! En wie zal uw innige liefdevreugd, uw hemelsche weelde begrijpen, welke gij genoot, toen gij den Godmensch in uwe armen mocht wiegen, Hem koesteren aan uw liefderijk Hart! Ach, om de onvergelijkelijke zoetheid uwer moedervreugde, gedenk toch, dat Jesus in de wereld kwam ter zaligheid van allen, om te zoeken wat verloren was; dat Hij kwam als Verlosser en Zaligmaker, als Heiland en Vredevorst! O smeek dan uw lieven Zoon voor zoovelen, die, in hunne zonden verhard, niet begrijpen wat hun tot vi-ede strekt. God wil den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve. Bid dan, o Maria, Moeder van barmhartigheid, bid voor de zondaren, die voortgaan uw moederlijk Hart te grieven, door debeleedigingen.
214
welke zij den almachtigen God aandoen !
Gij zijt zoo goed. zoo teeder, o Maria! uw Hart is louter erbarming en liefde! Ach, vraag, verkrijg dan van uw beminden Zoon de genade van een oprechte bekeering voor alle zondaren, vooral voor dezulken, die, als vijanden van de H. Kerk en van de maatschappelijke orde, zoo vele onnadenken-den medesleepen in het tijdelijk en ecuwig verderf. Zijn wij, om onze eigene zonden en gebreken, niet waard door u verhoord te worden, gedenk, o Moeder der goddelijke genade, dat gij-zelve ons gebed uwer waardig maken kunt, zoodat wij op uw medelijdend Hart niet vruchteloos een beroep doen ten gunste der arme zondaren.
Bid ook voor ons, o zoete Maagd Maria, dat wij door rond uit te komen voor ons H. Geloof, door een stichtend voorbeeld en goede werken, als waardige volgelingen van St. Vincentius a Paulo de bekeering dei-zondaren ijverig bevorderen. Bid voor ons, zondaren, nu en in het uur van onzen dood, opdat wij, eenmaal met den H. Vincentius, dien goeden vader der ongelukkigen, en met alle boetvaardigen vereenigd in den Hemel, de liefde van uw Hart ten volle mogen ondervinden en de barmhartigheden des Hee-ren bezingen in eeuwigheid. Amen.
215
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN JOSEPH.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God. Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontf. u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Joseph,
Beschermer en voedstervader van Jesus, quot;pi Bruidegom van Maria, lt;1
Patroon der heilige Roomsche Kerk, § Man naar Gods hart.
Trouwe en wijze Dienaar, a
Bewaarder der zuiverheid van Maria, ' Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
216
Die om Maria begunstigd zijt met bizondere genade, bid voor ons. Allerzuiverste in reinheid,
Allernederigste in ootmoed,
Allervm-igste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing, Allergeduldigste in beproeving,
Die door den H. Geest rechtvaardig zijt verklaard,
Die in de goddelijke geheimen meer dan anderen waart ingewijd,
Die met Maria, uw gezegende Bruid, naar Bethlehem zijt gereisd, _
Die, in de herberg geene plaats vin- gj dend, in een stal zijt gaan overnachten, lt;3 Die waardig geacht zijt bij Christus § te wezen, toen Hij geboren en in een kribbe gelegd werd, §
Die met Maria het Kind Jesus inden quot; tempel hebt opgeofferd,
Die op het woord van den u verschenen Engel met Jesus en Zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht.
Die, na den dood van Herodes, met Jesus en Zijne Moeder naar het land van Israël zijt teruggekeerd.
Die het Kind Jesus, dat te Jeruzalem was achtergebleven, met Maria, Zijne Moedor, vol droefheid gezocht hebt.
217
Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden bebt, zittende in bet midden der leeraren, bid voor ons.
Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt, bid voor ons.
Onze Voorspreker, hoor ons, H. Joseph! Onze Beschermer, verboor ons, H. Joseph ! In al onzen nood, help ons, H. Joseph! In al onze benauwdheden, gquot;
In bet uur van onzen dood, quot;ST
Door uw allerzuiverste trouw, §
Door uw vaderlijke zorg en teederbeid, -Door al uwen arbeid, â¢
Door al uwe deugden, o1
Door al uwe verdiensten,
Door al uw eeuwig geluk, £
Wij, die u als Beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons!
Dat gij Jesus de vergiffenis onzer zon-den wilt vragen, ^
Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen,
Dat gij voor alle maagden en onge- ö huwden de gave der zuiverheid wilt ver- '
o lt;3
werven,
Dat gij voor de gehuwden eene onge- ^
repte trouw en heilige eendracht wilt °
verkrijgen, §
Dat gij voor alle godsdienstige veree- ~
218
nigingen eene volmcir.kte liefde en overeenstemming wilt verwerven, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij de huisvaders in het christelijk opvoeden hunner kinderen wilt be- g_ hnlpzaam wezen,
Dat gij alle oversten in het bestuur gj der hun toevertrouwden wilt bijstaan, §-â Dat gij alle vergaderingen, die u bi- B zonder zijn toegedaan, wilt begunstigen, P Dat gij allen, die op uwe hulp ver- lt;1 trouwen, altijd en overal wilt beschermen, g.
Dat gij alle geloovige zielen in het g vagevuur door uwe voorbede wilt helpen, quot;â Voedstervader van Jesus, g
Bruidegom van Maria, quot;L
H. Joseph,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm n onzer. Heer!
Bid voor ons, H. Joseph,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat om hidden.
Wij bidden u, Heer, dat wij door de ver-
219
diensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen wat wij door ons-zelven niet kunnen bekomen; die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bede van Pads Leo XIII tot den H. Joseph.
Tot u, H. Joseph, vluchten wij in onze beproeving en, na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met vertrouwen ook uwen bijstand af. Wij bidden u ootmoedig, bij de liefde, die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, dat Jesus Christus zich verworven heeft door Zijn Bloed, en ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.
O zorgvolle Bewaarder van het goddelijk gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten; o machtige Beschermer, sta ons uit den Hemel genadig bij in den strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het srrootste le-
220
vensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed: en beschut ieder onzer met uwe voortdurende bescher-ming, opdat wij naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den Hemel verkrijgen. Amen.
Gebed tot den H. Joseph , om
een zaligen dood.
H. Joseph, Voedstervader van Jesus, Bruidegom van de Koningin der maagden, trouwe Beschermer van het heilig huisgezin, wees ook mijn beschermer gedurende mijn leven en mijn vertrooster in het uur van mgn dood. Uwe beminnelijke Bruid, mijne liefdevolle Moeder, Maria, en uw goddelijke Voedsterzoon, uw en mijn Zaligmaker, Jesus Christus, maakten door hunne tegenwoordigheid uw stervensuur zoo zoet. Wees gij dan, H. Joseph, mijn voorspraak, dat die gunst ook eenmaal mij ten deel valle; opdat ik als in de armen van Jesus, van Maria en van u, H. Joseph, vreedzaam sterve den dood dei-rechtvaardigen, die kostbaar is in de oogen des Heeren. Amen.
Jesus, Maria en Joseph, ik geef u mijn hart, mijn geest en mijn leven!
221
Jesas, Maria en Joseph, staat mij bij in mijnen doodsstrijd !
Jesus, Maria en Joseph, laat mij in uw heilig gezelschap in vrede sterven. Amen.
Laat om hidden.
God, die door uwe onuitsprekelijke Voorzienigheid u gewaardigd hebt, den H. Joseph tot Bruidegom der allerzaligste Maagd te verkiezen, wij smeeken u, geef, dat wij, die hem hier op aarde als onzen Beschermer vereeren, verdienen hem tot Voorspreker te hebben in den Hemel; gij, die leeft en heerscht, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN VINCENTIUS A PAULO.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer. i God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm i u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
16
222
H. Drievuldigheid, één God, ontferm onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Maria, Moeder van Christus, H. Vincentius, die van uwe kindsheid met God gewandeld hebt,
wiens liefde zich tot allen uitstrekte, die u zeiven kuisch voor God bewaard hebt,
waakzame herder der laid de van Jesus Christus,
die aan de armen het Evangelie met ^ goed gevolg verkondigd hebt, .3 die uwe leerlingen tot alle goede g werken hebt gevormd,
g eer der priesterschap,
nederig bij verheffing,
nauwgezet navolger van Christus, ® hulp en opbeuring in alle rampen, balsem der bedrukten van harte, spijzer der hongerigen,
helper der zieken,
verzorger der vondelingen,
ijverig zielzorger van verlorene schapen,
ijveraar voor de kerkelijke tucht, engelachtig priester aan het altaar, beschermer van de belaagde onschuld en kuischheid der maagden,
223
H. Vincent,ius, vereerder van den H. Stoel, bid voor ons.
H. Vinc-entius, ijveraar voor den Heer der heerscharen. bid voor ons.
H. Vincentias, Patroon onzer vereeniging, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt, de zonden dei-wereld, ontferm ü onzer.
Bid voor ons, H. Vincentius;
opdat wij deel mogen hebben aan de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
O God, die in de apostolische liefde en nederigheid van den H. Vincentius den geest van uwen Zoon hebt doen doorblinken, ten einde aan de armen het Evangelie te verkondigen, de ellenden der veriatenen en zieken op te beuren en aan den geestelijken stand nieuwen luister te verschaffen, verleen ons, door de voorspraak van dien Heilige, dat wij, vrij van zonden, u, door dezelfde liefde en nederigheid mogen behagen, door Jesus Christus, onzen Heer, die met u leeft en heerscht, in de eenheid des
224
H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gebed 1)
ten gebruike van de leden der vereeniging van den H. Vincentius a Paulo.
Wij danken u, Heer, voor de genaden en zegeningen, welke gij tot heden over de Vereeniging van den H. Vincentius hebt uitgestort.
Wij smeeken u, die zegeningen nog verder te willen verleenen aan deze Vereeniging, welke ons zoo dierbaar is, aan elk barer afdeelingen en vooral aan die, waarvan wij leden zijn. Geef, Heer, dat zij zicb overal uitbreide en vestige; dat zij den oor-spronkelijken geest van vroomheid, eenvoudigheid en broederlijke eenheid steeds be-houde; opdat bare werken, van alle men-schelijke drijfveeren en belangen ontdaan, meer en meer verdienstelijk voor den hemel worden.
Gij, o Heer, kent de geestelijke en tijdelijke ellenden der huisgezinnen, welke wij, zooveel onze krachten toelaten, zoeken te
*) Dit gebed is, evenals de litanie van den II. Vincentius, onveranderd overgedrukt uit het Handhoek der Vereeniging.
225
lenigen; Gij kent evenzeer onze behoeften; ontferm u over ons en dat allen uwe oneindige barmhartigheid ondervinden.
Wij smeeken u, o God van goedheid, in het bizonder diegenen onzer medebroeders te hulp te komen, welke op dit oogenblik eene of andere beproeving hebben te ondergaan ; versterk hunne ziel, verlicht hun verstand, stort in hun gemoed den geest van vrede en hoop. die van u afdalen; en dat hunne en onze beproevingen, met geduld om Christus verdragen, u aangenaam mogen zijn en rijke vruchten van zaligheid opleveren.
Eindelijk smeeken wij u, o God, om de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus en door de bizondere voorspraak van de H. Maagd Maria en den H. Vincentius aan de leden der door ons bezochte arme huisgezinnen, aan de vrienden en weldoeners onzer Vereeniging, aan onze geliefde Medebroeders en aan ons zeiven eenmaal eene plaats in uw Kijk te verleenen. Amen.
Gehed van den Vinobntiaan.
Liefderijke Vader Vincentius, getrouwe leerling van den goddelijken Meester, die op aarde gekomen is om te zoeken wat verloren was en den armen het Evengelie te verkondigen, â die medelijden met het volk
226
had en den hulpbehoevenden ook met stoffelijke weldaden begunstigde: ik bid u, verkrijg mij de genade van onzen Heer en Heiland, dat ik u navolge, gelijk gij Hem nagevolgd hebt in de liefde tot den naaste, waardoor de wet van Christus vervuld wordt.
Leer mij den armen en ongelukkigen weldoen in uwen geest, met uwe wijsheid en voorzichtigheid, met uwe zelfverloochening en uw geduld, met uwen eenvoud en uwe liefde.
Doordring mij van het innig bewustzijn, dat ik door de beoefening der christelijke liefdadigheid in den grond der zaak slechts mijn christelijken plicht vervul, waartoe ik door Gods beschikking geroepen ben ; opdat het een of ander goed werk, waartoe de Voorzienigheid mij leidt, niet ontaarde in eene loutere uiting van dusgenaamde humaniteit.
Doordring mij van een levendig geloof aan het Woord des Heeren: Wat gij aan den minste der Mijnen gedaan hebt, dat heht gij aa/i Mij gedaan. Verlevendig steeds mijn geloof aan die goddelijke uitspraak, opdat ik in de personen der armen en ongelukkigen wezenlijk den Christus beschouwe, en, gevolgelijk, Zijne liefde mij dringe, den hulpbehoevenden wèl te doen, van ganseher harte, met den glimlach der blijheid.
En, liefderijke H. Vincentius, herinner
227
mij steeds liet door u gevolgde voorbeeld van den goddelijken Meester, die zachtmoedig was en ootmoedig van harte, ook tegenover de diepstgezonkenen in menschelijke ellende ; opdat ik mij nimmer late weerhouden ook tot die ongelukkigen te gaan, wier omgeving walging wekt, wier omgang afstoot, wier taal soms de ooren kwetst, wier onhandelbaarheid ontmoedigt en wier ondankbaarheid grieft.
Vraag voor mij van den Heer, die de harten en nieren doorgrondt, dat Hij zelf aanvulle wat mij ontbreekt aan menschen-kennis, aan onderscheiding van karakters en doorgronding der gemoederen; opdat ik nimmer eene weldaad nalate daar, waar deze goed besteed en vruchtbaar zijn zou, maar ook geen gunst bewijze aan degenen, die er nog rampzaliger door zouden worden.
Verkrijg mij die genaden, die deugden, gaven en eigenschappen, waardoor gij, o Vader der armen en ongelukkigen, hebt uitgemunt; opdat ik, uw voorbeeld volgend, den naam van Vincentiaan waardig, ook eenmaal met u deel moge hebben in het honderdvoudige loon, dat Christus voor de minste weldaad om Hem bewezen heeft toegezegd, in het Huis Zijns Vaders, in de eeuwige gelukzaligheid. Amen.
228
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN ANTONIUS VAN PADUA.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
. God, H. Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontf. u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, beschermster van den H. Antonius,
H. Franciscus, geestelijke Vader en =r! leidsman van den H. Antonius, ^
H. Antonius van Padua, o
g getrouwe dienaar der allerzaligste ° quot;a Maagd Maria, o
-S navolger der Apostelen, S
-jj waardige zoon van den H. Franciscus, ïrj glorie der seraphijnsche orde,
229
H. Antonius, getrouwe onderhouder van uw heiligen orde-regel, bid voor ons.
kinderlijk in gehoorzaamheid, bruidegom der religieuze armoede, lelie van zuiverheid,
kloek in het naleven der Evangelische raden,
grootmoedige verachter der wereld, voorbeeld van ootmoedigheid, uitmuntend in versterving,
verwinnaar der begeerlijkheid, toonbeeld van boetvaardigheid, wonderbaar in geduld, _
g verheven in godsvrucht 'S lieveling van het Kind Jesus, lt;, -g prediker van het Evangelie, §
-5 leeraar der waarheid, quot;
^ verkondiger van Gods genade, a orakel van den H. Geest, ondoorgrondelijk raadsel voor onge-loovigen,
geesel der ketters,
leidsman der onwetenden,
gids op den weg der volmaaktheid,
doorgronder der gewetens,
uitroeier der misdaad,
schrik der hel,
brandend van ijver voor de zaligheid der zielen,
230
H. Antomus, voortdurende wonderwerker, bid voor ons.
beschermer der rechtvaardigen, verdediger der onschuld, _
ö vertrooster der bedrukten, oJ
g beminnelijke vriend der armen, lt;⢠-g krachtdadige heljjer in alle nooden §
en gevaren, [gingi
ujh begaafd met den geest der voorzeg- a machtig in woorden en werken, luister der H. Kerk Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van alle zonden.
Van nwe gramschap.
Van de listen des duivels.
Van pest, hongersnood en oorlog, Om de verdiensten en de voorbede n van den H. Antonius, cT
Om zijn vurige liefde tot God en den naaste, §
Om zijn ijver voor de bekeering der ~ zondaren, ^
Om zijne begeerte naar het martelaar- £B schap,
Om zijn stipte naleving der Evangelische raden, van gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid,
231
Om alles, waardoor bij u zoo welgevallig op aarde geweest is, verlos ons. Heer. Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij ons wilt sparen,
Dat gij ons tot ware boetvaardigheid 0: wilt opwekken,
Dat gij het vuur der goddelijke liefde g; in ons ontsteken wilt, g
Dat gij de begeerte naar de hemelsche ö goederen in onze harten storten wilt.
Dat gij na ons afsterven onze zielen a in genade wdlt aanemen, g'
Dat gij ons wilt deelachtig maken aan lt;2 het onvergankelyk geluk van den H. An- 0 tonius, S
Zoon Gods,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm IJ onzer, Heer.
Bid voor ons, H. Antonius;
opdat wij waardig worden do beloften van Christus.
Laat ons hidden.
Allergoedertierenste Jesus, die uw belijder, den H. Antonius, door de mirakelen, welke
232
hij in uwe kracht gewrocht heeft, hebt beroemd gemaakt, geef ons, bidden wij u, dat wij door zijne voorspraak en verdiensten bekomen mogen, wat wij u met vertrouwen vragen: door Christus, onzen Heer. Amen.
SMEEKGEBED TOT DEN H. AMTONIÃS,
in mocielijke omstandigheden.
H. AnLonius, machtige helper in alle noodwendigheden, wijl zoovele menschen uw krachtige hulp roemen, wil ik ook in uw bijstand troost zoeken. Voor uw beeld kniel ik neder, o groote Heilige en trouwe Vriend van God, met de vaste overtuiging, dat gij mij kunt en wilt helpen. Vervul, smeek ik u, mijn verlangen, zoo dat is volgens Gods heiligen wil. Zou dat echter met dien wil strijdig zijn en, diensvolgens, met het heil mijner ziel, wil mij dan eene volkomene onderwerping aan 's Heeren raadsbesluiten verkrijgen.
Verhoor mij, liefderijke H. Antonius ; neem mijn smeeken goedgunstig aan, geef, dat mijn vertrouwen niet vruchteloos zij, opdat allen u prijzen en zeggen; hij heeft op den H. Antonius vertrouwd en hij is verhoord. Ik bid u dan, machtige Beschermer, zoowel tot uw eigen eer als te mijnen gunste, voor mij de zoo vurig afgebeden genade te willen
233
verkrijgen; want uw lof moet over heel de aarde verkondigd en uw machtige hulp door alle eeuwen heen geprezen worden. Let ook niet op mijne onwaardigheid; maar gedenk, hoe aangenaam uw gebed bij God steeds is. Versmaad dan toch, groote H. Antonius, een ootmoedig en vermorzeld hart niet, gelijk ook God-zelf dat niet versmaadt; maar draag mijn dringende beden voor den troon van den almachtigen en barmhartigen Heer. Amen.
De Heer heeft hem bemind en gesteld in eere;
Hij heeft hem getooid met het kleed van glorie.
Laat ons hidden.
God, die -wonderbaar geloofd wordt in uwe Heiligen, verleen ons, dat wij, die mede in den naam van uw zaligen Belijder Antonius u bidden, ondervinden mogen, niet vruchteloos een beroep te doen op uwer Heiligen voorbeden; door Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN DE
HEILIGE ELISABETH.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
H. Drievuldigheid één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Elisabeth, hertoginnevanThuringen,
die de grootheid en eere eener vor- _ stelijke kroon voor niets gerekend g: ^ hebt bij de glorie van het kruis van lt;⢠quot;ë Christus, o
quot;ö die van af uw prilste jeugd Gode ^ trouw gediend hebt, §
edele jonkvrouw, versierd met de quot; M uitmuntendste gaven,
sterke vrouwe, wier waardij is van de uiterste grenzen der aarde,
235
H. Elisabeth, voorbeeldige gade en moeder, bid voor ons.
die met eene vurige liefde tot God eene allerteederste liefde voor uw echtgenoot en kinderen vereenigd hebt, eerbiedwaardig als weduwe,
miskend, gegriefd en vervolgd door 5 bloedverwanten en onderhoorigen, ^ manmoedig in de verdrukking, .2 allergeduldigst in tegenspoed, H gelaten in het lijden,
M verheven door ootmoedigheid,
vrijwillige dienstmaagd van onge- ^ lukkigen en zieken, 51
moederlijke verzorgster van weezen lt;lt; en veriatenen, 8
milde weldoenster der armen, volmaakt voorbeeld voor allen, die a den naaste willen weldoen ter liefde quot; Gods,
opdat de liefde van Christus ons dringe tot werken van barmhartigheid, opdat wij in de uitoefening dier werken schranderheid aan eenvoud paren, opdat wij in de zorg voor ongeluk-kigen en armen liefderijk zijn met omzichtigheid en omzichtig met bescheidenheid,
Patronesse der liefdadigen,
236
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer.
Bid voor ons, H. Elisabeth;
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons hidden.
God van barmhartigheid, wij bidden u ootmoedig ons de genade te verleenen, dat wij, naar het voorbeeld uwer dienaresse de H. Elisabeth, ons steeds beijveren het goede te doen wat onze hand te doen vindt, en dat het door hare voorspraak vruchten drage, zoo voor onzen naaste als voor ons-zelven, zoo voor den tijd als voor de eeuwigheid, door Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
VAN DE
HEILIGE MARTELAREN VAN GORKUM.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons.
Koningin der Martelaren, bid voor ons. H. Willibrordus, Apostel der Nederlanden, bid voor ons.
H. Bonifacius en Werinfridus, Servatius en Lambertus, Geloofsverkondigers van ons vaderland, bidt voor ons.
H. Negentien Martelaren van Gorkum, bidt voor ons.
H. Leonardus, bid voor ons.
H. Nicolaus, bid voor ons. H. Hieronymus, bid voor ons. H. ïheodorus, bid voor ons. H. Nicasius, bid voor ons.
17
238
H. Wilhadus,
H. Godefridus,
H. Antonius,
H. Antonius,
H. Franciscus, â
H. Petrus, amp;
H. Cornelius, â lt;
H. Nicolaus, o
H. Godefridus, 0
H. Joannes, g
H. Joannes,
H. Adrianus,
H. Jacobus,
H. Andreas,
Glorierijke Martelaren van Nederland, bidt voor ons.
heldhaftige strijders voor de ééne, heilige Eoomsch Katholieke Kerk, die wederrechtelijk, uit haat tegen £ het Geloof, in den kerker geworpen zijt, a-£ die aanhoudend beschimpt en gedu- g? -2 rig met den dood bedreigd werdt, ^ quot;£ die nacht aan nacht gruwelijk mis- § g handeld werdt, quot;â
die den ganschen dag gedood werd en § W als slachtschapen gerekend zijt, quot;
die door geen honger of naaktheid, door geen vervolging of zwaard te scheiden waart van de liefde van , fes us Christus,
239
H. Martelaren, die en slagen en boeien en kerker verduurd hebt voor de waarheid, bidt voor ons.
die, lioe wreed ook gemarteld, met uw goddelijken Meester voor uwe ~-ï beulen gebeden hebt, al
-| die uwe liefde tot Christus hebt mo- ^ gen bewijzen door uw leven te geven g ^ voor de eer van Zijn naam,
die, uit groote vervolging gekomen, g God nu voor zijnen troon dag en nacht â ' moogt dienen,
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons. Heer. Van ongeloof en dwaling. Van onverschilligheid in het geloof, Van lafhartigheid en vrees voor inen-schelijk opzicht, ^
Van alle overtreding of minachting der H, goddelijke en kerkelijke geboden, °
Van alle verzuim der plichten van o onzen staat, S
Van een haastigen en onvoorzienen dood, ^ Om de verdiensten en voorspraak onzer g Gorkumsche Martelaren, quot;â¢
Om hun kloeke verdediging der waarheid uwer wezenlijke tegenwoordigheid in het allerheiligste Sacrament des altaars,
17*
240
Om hunne standvastige vereering uwer maagdelijke Moeder, de gebenedijde onder de vrouwen, verlos ons, Heer.
Om hunne onwankelbare trouw aan lt; uw Stedehouder, den Paus van Rome, n Om hunne onverschrokken belijdenis «= van de onveranderlijke leer der alleen- 1= zaligmakende Kerk, ^
Om de langdurige folteringen en doods- gquot; angsten door hen uitgestaan, f-
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat wij de standvastigheid en al de deugden der heilige Martelaren van Gor-kum navolgen.
Dat onze godsvrucht voor het aanbid- e; delyk Altaar-Sacrament steeds toeneme, cr Dat wij uwe en onze lieve Moeder, de ^ allerzaligste Maagd Maria, altijd kinderlijk g beminnen en vereeren, -
Dat wij in gehoorzaamheid en liefde voor ' onzen H. Vader den Paus mogen volharden, S Dat wij als trouwe zonen onzer Moeder g* de H. Kerk leven en sterven, o
Dat wij ons heilig, katholiek Geloof 0 steeds toonen door de werken, g
Dat gij u ge waardig t alle afgedwaalden in ons midden tot de ware Kerk terug te brengen,
Dat gij de armen, de bedroefden, de lijden-
241
den en de nu stervenden wilt vertroosten en versterken, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons een zalig sterfuur wilt verleenen, ^
Dat gij ons wilt geven, wat wij u door amp; de voorspraak der H. Martelaren van Gorkum afsmeeken, 2
Zoon Gods, S
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld. verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm u onzer, Heer.
Bidt voor ons, heilige Martelaren van Gorkum;
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons hidden.
God, die uwe heilige Martelaren Leonardus en zijne gezellen om hun glorierijken strijd voorliet Geloof met de zegekroon der eeuwigheid gekroond hebt: verleen genadig, dat wij, in navolging van hunne onversaagdheid en standvastig door hunne voorbede, strijdende tegen den duivel, de wereld en het vleesch, met hen verdienen gekroond te worden in den Hemel, door Christus, onzen Heer. Amen.
242
Gebed voor de bekeering van Nederland.
Heilige Servatius en Willibrordus en gij alle H. Apostelen van Nederland, die ons het alleen-zaligmakend Geloof zijt komen brengen ; H. Lambertus en Bonifacius en gij alle H. Martelaren, die hier voor dat Geloof uw bloed en leven gegeven hebt, aanhoort de gebeden van een zoon der Katholieke Kerk van Nederland. Ik kom u smeeken, om Gods barmhartigheid te verwerven voor onze afgedwaalde broeders en zusters, voor hen, die kinderen zijn van hetzelfde vaderland. Ach, zoovelen erkennen Jesus nog wel als hun Zaligmaker, maar verwerjjen vele zijner leeringen, zoovelen dwalen als schapen zonder herder. H. Martelaren en Belij ders van Nederland, hebt medelijden met die ongelukkigen. Door uw prediking en gebed, ja door uw lijden en dood hebt gij onze voorouders bekeerd. Bidt ook nu voor Nederland, bidt vurig bij den troon van God, opdat het licht van datzelfde Geloof weder onomneveld strale voor de oogen onzer afgedwaalde en verblinde broeders en zusters. Doet hun de waarheid kennen en verwerft hun den moed, om die waarheid openlijk te belijden.
Bidt voor ons, H. Martelaren en Belijders van Nederland:
243
opdat wij allen waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons bidden.
Goede Herder der zielen, Jesus Christus, aanhoor de smeekingen der zegepralende en strijdende Kerk van Nederland. Zoek uwe afgedwaalde schapen op, ondersteun hen door uwe genade, en voer hen tot den eeni-gen, waren schaapstal terug; opdat wij allen, zonen en dochteren van hetzelfde Vaderland op aarde, eenmaal hereenigd worden in het hemelsch Vaderland, om de barmhartigheden van u, o Heer, te loven in eeuwigheid. Amen.
LITANIE
VAX
ALLE HEILIGEN.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God, H. Geest, ontferm u onzer.
2-44
H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden, 5;
H. Michael, § lt;.
H. Gabriël, quot; §
H. Raphaël, ^
Alle H.H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.
Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons.
H. Joannes de Dooper, bid voor ons.
H. Joseph, bid voor ons.
Alle H. H. Patriarchen en Propheten, bidt voor ons.
H. Petrus,
H. Paulus,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Thomas,
H. Jacobus,
H. Philippus,
H. Bartholomaeus,
H. Mathaeus,
H. Simon,
H. Taddaeus
H. Matthias,
cr;
El
lt;1 o
O
o
245
H. Barnabas, bid voor ons.
H. Lucas, bid voor ons.
H. Marcus, bid voor ons.
Alle H.H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons.
Alle H. Leerlingen des Heeren, bidt voor ons. Alle H. Onnoozele Kinderen, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons,
H. Pabianus en Sebastianus, bidt voor ons. H. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H. Gervasius en Protasius, bidt voor ons. Alle H. Martelaars, bidt voor ons. H. Silvester, bid voor ons.
H. Gregorius, gt
H. Ambrosius, ^
H. Augustinus, o
H. Hieronymus, gt;1
H. Martinus, §
H. Nicolaus, quot;
Alle H.H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons.
Alle H. Leeraars, bidt voor ons. H. Antonius, ££
H. Benedictus, §
H. Bernardus, quot; g
H. Dorainieus. ^
246
H. Frauciscus, bid voor ons.
Alle H.H. Priesters en Levieten, bidt voor ons.
Alle H.H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons.
H. Maria Magdalena, bid voor ons. H. Agatha, o-
H. Lucia,
H. Agnes, g
H. Caecilia, °
H. Catliarina, g
H. Anastasia, quot;
Alle H.H. Maagden en Weduwen, bidt voor ons.
Alle Grods lieve Heiligen, bidt voor ons. Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden.
Van uwe gramschap, ^
Van een haastigen en onvoorzienen dood, g Van de lagen des duivels, oquot;
Van gramschap, haat en allen kwaden c wil, p
Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder, g?
Van pest, hongersnood en oorlog, Van den eeuwigen dood,
Door het geheim uwer menschwording.
247
Door uwe komst, verlos ons, Heer.
Door uwe geboorte, lt;
Door uw doopsel en heilig vasten,
Door uw kruis en lijden, S
Door uw dood en begrafenis, o
Door uwe verrijzenis, J»
Door uwe wonderbare hemelvaart,
Door de komst van den H. Geest, den g Vertrooster,
In den dag des oordeels,
Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons wilt sparen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij ons onze misdaden wilt kwijtschelden.
Dat gij u gewaardigt, ons tot ware boetvaardigheid te geleiden,
Dat gij u gewaardigt, uwe H. Kerk c-, te besturen en te bewaren, ^
Dat gij u gewaardigt, het kerkelijk ~ opperhoofd en alle geestelijke overheden c in den heiligen godsdienst te bewaren.
Dat gij u gewaardigt, de vijanden £ der H. Kerk te vernederen, gquot;
Dat gij u gewaardigt, de christen ko- 9 ningen en vorsten vrede en ware eendracht c te schenken, p
Dat gij u gewaardigt. allen christen
248
volken vrede en ware eendracht te ver-leenen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt, ons in uwen heiligen dienst te versterken en te bewaren,
Dat gij onze gemoederen tot hemelsche ^ begeerten wilt opwekken, ^
Dat gij u gewaardigt, al onze weldoe- St ners met de eeuwige goederen te vergelden, amp;⢠Dat gij u gewaardigt, onze zielen en a de zielen van onze broeders, vrienden en p weldoeners voor de eeuwige verdoemenis lt;| te behoeden,
Dat gij u gewaardigt, de vruchten der o aarde te geven en te bewaren, quot;â
Dat gij u gewaardigt, allen overleden g geloovigen de eeuwige rust te geven, y
Dat gij u gewaardigt, ons gebed te ver-hooren.
Zoon Gods, wij bidden u, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
249
Heer, ontferm u onzer.
Onze Vader . . .
Psalm LXIX. God geef acht op mijne hulp, haast u, Heer, om mij te helpen.
Dat zij zich schamen en te schande worden, die mij naar 't leven staan !
Dat zij wijken en schaamrood worden, die mij kwaad willen!
Dat zij schaamrood ijlings wijken, die â spottend â tot mij zeggen; goed zoo, goed zoo!
Laten zij zich in u verheugen en verblijden, die u zoeken, en dat allen, die uw heil beminnen, immer zeggen: hooggeloofd zij de Heer!
Doch ik ben behoeftig en arm: o God, help mij!
Mijn helper en mijn verlosser zijt gij: Heer, toef niet!
Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest;
gelijk het was in den beginne en nu en altijd in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Maak uwe dienaars zalig;
mijn God, die in u hopen.
Wees ons. Heer, een sterke toren;
tegen het gezicht van den vijand.
Laat de vijand niets tegen ons vermogen ;
250
en laat de zoon der boosheid zich niet verstouten ons te schaden.
Heer, handel niet met ons naar onze zonden;
noch vergeld ons naar onze boosheden.
Laat ons bidden voor onzen Paus____
De Heer beware hem, behoede hem in het leven, make hem zalig op aarde en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
Laat ons bidden voor onze weldoeners.
Ge waardig u, Heer, allen, die ons weldoen om uwen naam, te vergelden met het eeuwige leven.
Laat ons bidden voor de overleden ge-loovigen.
Heer, geef hun de eeuwige rust en dat het eeuwige licht hen verlichte.
Dat zij rusten in vrede.
Amen.
Laat ons bidden voor onze broeders, die afwezig zijn.
Mijn God, maak hen zalig, uwe dienaars, die op u hopen.
Zend hun. Heer, hulp uit de heilige plaats ;
En bescherm hen uit Sion.
Heer, verhoor mijn gebed,
en mijn geroep kome tot u.
251
Laat ons hielden.
God, wien het eigen is altijd genadig te â /.ijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat uwe goedertierene barmhartigheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen dei-zonden beladen zijn, genadig ontbinde.
Wij bidden u, Heer, verhoor de gebeden der ootmoedigen en spaar ons, die onze zonden belijden, opdat wij tevens vergiffenis en vrede van uwe goedertierenheid verwerven.
Toon ons genadig. Heer, uwe oneindige barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden en te gelijk van de straffen, welke wij er door verdiend hebben.
GJ-od, die door de zonden vergramd en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van uw volk, dat zich voor uwe grootheid neder-werpt, en wend van ons af de geesels uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen.
Almachtige en eeuwige God, ontferm n over uwen dienaar, onzen Paus .... en bestuur hem volgens uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens; opdat hij door uwe gunst begeere wat u behaagt en het volbrenge met alle kracht.
God van wien alle heilige begeerten, goede
252
voornemens en recht\quot; aardige werken voortkomen, geef uwen dienaren dien vrede, welke de wereld niet geven kan; opdat onze harten genegen worden tot het volbrengen uwer geboden en wij, van de vrees des vijands ontslagen, onder uwe bescherming rustige tijden beleven.
Ontsteek, Heer, onze nieren en ons hart door het vuur van den heiligen Geest; opdat wij u met een zuiver lichaam mogen dienen en met een rein hart behagen.
God, Schepper en Verlosser van alle ge-loovigen, verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij steeds zoo vurig verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven.
Wij bidden u. Heer, voorkom onze werken door den invloed uwer genade en voltrek ze door uwe medewerking; opdat al onze gebeden en werken met u beginnen en, eenmaal met u begonnen, ook door u voltrokken worden.
Almachtige, eeuwige God, die heerscbt over levenden en dooden, en u ontfermt over allen, welken gij te voren weet, dat door geloof en goede werken de uwen zullen worden : wij bidden u ootmoedig, dat degenen.
253
voor wie wij ons voorgenomen hebben te bidden, hetzij zij nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, door de voorspraak van al uwe Heiligen en door uwe genadige barmhartigheid vergiffenis van alle hunne zonden mogen verwerven; door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met u leeft en regeert in de eenheid van den H. Geest, God in de eeuwen der eeuwen. Amen. Heer, verhoor mijn gebed;
en mijn geroep kome tot u. De almachtige en barmhartige Heer ver-hoore ons. Amen.
Dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
INHOUD.
Biz.
Voorreden.................V
Levensschets van den H. Vincentius a Paulo . Vil Aflaten, verleend aan de leden der vereeniging
van den H. Vincentius a Paulo......XII
Gebeden vóór en na de zitting.......XVIII
Morgengebeden................................1
Avondgebeden ................................4
I. De H. Mis van St. Vincentius a Paulo, Belijder. â Naar het Roomsche Missaal. . 8
II. Gebeden onder de H. Mis.......33
III. Gebeden onder de H. Mis, genaamd Requiem. 52
Psalm CXXIX, De Profundi#.........67
Epistel en Evangelie voor Uitvaart en Maandstond. 68
Epistel en Evangelie voor Jaargetijde......70
Gebeden vóór de Biecht............72
Gebeden na de Biecht.............79
INHOUD.
Blz.
I. Communie-gebeden, naar Thomas a Kempia.
Vóór de Communie..........83
Na de Communie...........97
Jubelzang uit het Boek Daniel.....101
II. Communie-gebeden. Vóór de Communie . . 104
Na de Communie...........109
Gebed tot den gekruisigden Verlosser, â
met vollen aflaat...........114
III. Communie-gebeden. â Te gebruiken wanneer men onder de H. Mis communiceert en de Mia-geheden volgt. â Vóór de Communie. . 115
Na de Communie...........116
Gebeden onder het Lof........118
Hymnen der H. Boomsche Kerk
Veni Creator.............126
Lauda Sion..............129
Adoro Te..............135
Pange Lingua............139
Te Deum laudamus..........142
Ave Maris Stella...........147
Canticum Magnificat..........149
Litanie van de allerheiligste Drievuldigheid . . .151
Litanie van den H. Geest...........154
Litanie van den zoeten naam Jesus.......159
Litanie van de heilige Engelen.........163
Litanie van het allerheiligste Sacrament des Altaars. 167 Litanie van het lijden onzes Heeren Jesus Christus. 173
INHOUD.
Biz.
De H. Kruisweg...............180
Litanie van het allerheiligste Hart van Jesus . . 195 Litanie van de allerzaligste Maagd en Moeder Gods, Maria. â Lüaniae Laurentaneae .... 200
Gebed van den H. Barnardus .........203
Gebed van den H.' Thomas Aquino.......203
Gebed van den H. Ephraïm..........204
Wees gegroet Maria.............205
Litanie van Maria, onbevlekt ontvangen.....207
Gebed tot het H. en onbevlekt Hart van Maria
om de bekeering der zondaren........213
Litanie van den H Joseph..........215
Bede van Paus Leo XIII tot den H. Joseph. . . 219 Gebed tot den H. Joseph om een zaligen dood. . 220
Litanie van den H. Vincentius a Paulo.....221
Gebed, ten gebruike van de leden der Vereeniging van den H. Vincentius a Paulo. â Evenah de Litanie van den Heilige onveranderd overgenomen
uit het Handboek..............224
Gebed van den Vincentiaan..........225
Litanie van den H. Antonius van Padua .... 228 Smeekgebed tot den H. Antonius in moeilijke
omstandigheden...............232
Litanie van de H. Elisabeth..........234
Litanie van de H. Martelaren van Gorkum . . . 237 Gebed voor de bekeering van Nederland .... 242 Litanie van alle Heiligen...........243
.....
t gt;
I