-ocr page 1-

Vak 13

'quot;quot;inn'Miii'iiiiimiuiiiiiiiiiiiiiiiiiiïjinjiiiilnuimiiiiiiiiiujmiiiiiiiiiiiiiiiiTiiiiTirriiiMiiii

H. AG/y^

gt;1 ï

DOMINICANES.

SlCcf cKamp;Z'fiefij'ke cjoed-fic-uzincj.

NIJMEGEN.

L. C. G. MALMBEJaG. 1891.

1.................1

sa

quot;quot;quot;1quot;quot;quot;quot;quot;quot;quot;......................................................................... ïl 1111111 ii t it i m i

D J-rrr®

ISO

iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiifiiiiiniiiinn

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

m

-ocr page 5-

DE H. AGNES.

Maag d.

'i.

r fi' ft

il

r

-ocr page 6-
-ocr page 7-

DE H. AGNES

MA.A.GD. D O M I 1M I C A K E S.

Sllit Siai/ldijlh Gjabfitnuny.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

uolcj-c-nbi êlab zij b^n, ovazy-enomen uit ban voiicftz.H j-acbtc^cvncf. van dct QlZciaiib^cfltij^t Slozamp;nUzct/yvs , éc-vatian fict ■vamp;iUckxI vcvti $c-t lamp;vamp;n

bcz c6. GL^namp;i bamp; QlZontz-cPidciano, bat, zooak bc anhibincf in êovamp;n^cnoamb 'dltaaubicfiij:t mamp;t zamp;c/lt cfatuicft! „aam aanamp;eMicdaHamp;lina ó van bc scnoonstö baucfbamp;n en bc, icdittwanbste, ivonbamp;Z' wctnamp;nquot;.

C'llcof.c jlzt bcot be. cf{atiïoliamp;fie, cJcucfb ah aon öcfioon vootêwlb tamp;z, navolcyincf, ontvancpan wozbcn en vcamp;lzijbia nut iticlltcn.

S)e 2ii{gever.

-ocr page 10-
-ocr page 11-

p het laatst der dertiende eeuw outlook in den vruchtbaren hof des H. Donii-nicus een lieflijk schoone bloem, die niet alleen binnen de kloostermuren, waar zij bloeide, maar ook ver daarbuiten de heerlijkste geuren van heiligheid verspreidde. Het was de H. Agues de Monte-Pulciano, maagd der Orde van den H. Dominicus.

Haar heilig leven, dat een aaneenschakeling van de schoonste deugden en schitterendste

-ocr page 12-

8

wonderen is, zullen wij tot stichting onzer lezers ^ erhalen. Wellicht zullen de talrijke wonderdaden , waarmede dit leven doorvlochten is, uwe verbazing wekken. «Doch», zoo vermaant haar eerste levensbeschrijver, de eerbiedwaardige Raymundus van Capua, wien wij zullen volgen, «wanneer gij haar heldendeugden met eerbiedige godsvrucht zult overwogen hebben, dan zult gij inzien, dat alle verbazing over het wonderbare baars levens onredelijk is, en dat men zich veeleer verbazen moest, indien God zulk eene heiligheid niet door wonderwerken had verheerlijkt. »

-ocr page 13-

L

Agnes' geboorte. — Haar intrede in het klooster.

j|||p jii het lieflijk dorpje Gracciano-Yecchio, quot; dat schilderachtig tusschen vruchtbare wijnbergen, op drie uur afstands van Monte-Pulciano verscholen lag, werd Jjlf Agnes ten jare 1224 uit onbemiddelde J ouders geboren. Haar vader heette Laurentius Segni.

Reeds bij hare geboorte openbaarde God, door wat glans en gloed van heiligheid zij de

-ocr page 14-

10

wereld bestralen en verwarmen zou. Want tot ieders verbazing en vreugde werd de kamer, waar zij rustte, plotseling verlicht door een groot aantal kaarsen, die op geheimzinnige wijze waren aangestoken. Zij brandden ongeveer een uur lang en verdwenen even plotseling als zij verschenen waren. 1)

Aan dit wonderteeken beantwoordden reeds haar kinderjaren. Van hare christelijke ouders, die voor niets zoozeer bezorgd waren als haar eene christelijke opvoeding te geven, had zij namelijk vroegtijdig geleerd het Onze Vader en Wees gegroet te bidden en zulk innig welbehagen vond haar onschuldig hartje in deze gebeden, dat zij spoedig verzaakte aan alle, zelfs die

1

Dit wonder wordt door de Kerk op Sint Agnes' feestdag bezongen;

Agnetis ortum coelitus Aocensa produnt Intnina,

Quae mira pandunt protinus Futara vitae merita.

Sint Agnea' kornet ter wereld meldt Eeti licht, dat hemelglansen spreidt;

Dit hemelsch wonderlicht voorspelt Haar wondro deugd en heiligheid.

-ocr page 15-

11

kinderlijke vermaken, die met haar leeftijd strookten, hare speelmakkers ontvlood en zich in het achterhuis verborg om in eenzaamheid en geheime godsvrucht haar liefde tot Jezus^en

O cD

Maria uit te storten. Daar wierp zij zich op de knieën, verhief met haar oogen en handen ook haar hart ten hemel en offerde zich geheel en onverdeeld aan Hem, die zij zoo teer beminde en die zij altijd en onophoudelijk door het zoete Onze Vader en Wees (jegroet had willen vereeren. Dan schoten hare oogen liefdestralen, haar aangezicht was met een zacht licht van innige godsvrucht overtogen en om hare lippen zweefde een hemelsch blijde glimlach als eén zalig genot. Die haar dus heimelijk gadesloeg, terwijl haar lichaam dikwerf een voet hoog boven de aarde was opgeheven, meende een engel te aanschouwen in het vleesch, die op vleugelen van liefde ten hemel zweefde om zich met zijnen God te vereenigen.

Daar zij in deze geestesverrukkingen smaakte, hoe zoet het verkeer met haren Bruidegom is.

-ocr page 16-

12

verlangde zij weldra niets zoo vurig als in een klooster te leven en zicli geheel en al aan Jezus toe te wijden. Hierom smeekte zij hare ouders voortdurend. Doch, zooals te begrijpen is, waren al hare smeekingen te vergeefs, zij was nog zoo jeugdig, nauwelijks acht jaren oud! Mocht men in haar verzoek iets anders zien dan de grillen van een kind'? Nochtans gaf een zonderlinge gebeurtenis spoedig aanleiding tot ernstig beraad. Eens wandelde Agues, zij was toen negen jaar oud, met eenige harer bloedverwanten van Grac-ciano-Vecchio naar Monte-Pulciano. Voor men deze stad binnenging, moest men om een heuvel trekken, waarop eenige slechte vrouwen een berucht huis van ontucht bewoonden. Plotseling vloog een groote menigte zwarte kraaien bij den heuvel op, wierp zich woedend op de onschuldige Agnes, doorwondde met klauw en snavel haar aangezicht en dreigde haar te verscheuren. Nu schoten hare bloedverwanten te hulp en slechts met moeite werd zij tegen hun onstuimige woede beschermd. Allen vroegen zich verwonderd af, hoe zulk een zonderlinge aanval

-ocr page 17-

13

was te verklaren, en waarom juist de onschuldige Agnes dien moest doorstaan. Doch deze sprak tot hare ouders: ;.Dit alles is met Gods toelating geschiedt, omdat gij mij niet toestaat het kloosterleven te omhelzen.quot; Dit woord, dat met ernst en wijsheid gesproken werd, bracht Laurentius en zijn echtgenoote tot nadenken, en weldra zagen zij, door hun kind voorgelicht, in die menigte roofvogels niets dan duivelen, die

O O '

de ziel van Agnes wilden verslinden. Inderdaad, was het Agnes niet, die door God was uitverkoren om dat huis van ontucht te vernietigen en op dien heuvel van zonde een beroemd en heilig klooster te stichten ? Dit zullen wij later uitvoeriger mededeelen.

Zij plaatsten haar te Monte-Pulciano in een klooster van Zakzusters (aldus genaamd omdat zij uit oo tmoed eene schapulier van grof linnen droegen) tot groote vreugde van Agnes zelve, die thans het geluk smaakte de bruid te zijn van Jezus Christus. Dat hare intrede in het klooster aan God aangenaam was, bleek spoedig,

-ocr page 18-

want weinige dagen daarna hield eene vrome vrouw, die door den Bisschop van Arezzo tot algemeene overste van verschillende kloosterge-meenten was aangesteld, dc kerkelijke visitatie in het klooster der Zakzusters. Volgens gewoonte verscheen ook Agnes vóór haar. Toen zij dit liefderijk kind aanschouwde, over wier aangezicht als een waas van heiligheid en onschuld lag uitgespreid, omhelsde zij haar en door den geest des Heeren bezield sprak zij haar toe: ..Dierbaar kind, gij hebt mijn harte met vreugde „vervuld, want eenmaal zult gij de kroon en de „roem zijn van dit huis.quot; En zich tot zuster Margaretha wendende, aan wier zorg zuster Agnes was toevertrouwd, voegde zij er bij : „Draag „vlijtig zorg voor dit kind, eenmaal zal haar „naam heerlijk zijn in Gods Kerk.quot; Heerlijke voorspelling, die weldra werd vervuld. Want vóór hare zaligverklaring reeds werd zij als heilige vereerd en ten tijde van Raymundus van Capua was de kerk door Agnes ter eere der H. Moedermaagd gesticht, niet anders dan als Sint-Agnes-kerk bekend.

-ocr page 19-

15

Spoedig maakte A.gnes snelle vorderingen in de beoefening der deugd. Hoe jeugdig ook (zij was slechts negen jaren oud) streefde zij de oudste kloosterlingen voorbij. Stipt in bet gehoorzamen, kalm bij vernederingen, liefderijk in den omgang, opgeruimd bij verstervingen, ingetogen onder stilzwijgen en godvruchtig in het gebed, was zij iedereen ten voorbeeld. Men zag slechts naar Agnes, men sprak en hoorde slechts van Agues; zij was als de zon, zegt Raymundus van Capua, die door den schitterenden glans barer deugden, alle sterren duister straalde, welke in die kleine wereld van kloosterzusters flikkerden. Allen dankten den Gever aller goede gaven, dat zij haar stichtend en heiligend gezelschap mochten genieten. Hun vreugde steeg ten top, toen Agnes op dertienjarigen leeftijd door de oversten tot cellaria werd aangesteld, d. w. z. met de taak werd belast aan iedere kloosterzuster uit te reiken hetgeen deze noodig had. «Die taak, zegt meergenoemde eerbiedwaardige schrijver, schijnt velen onwetenden gemakkelijk toe, maar doet gij onderzoek bij al-

-ocr page 20-

16

Icn die er mede belast zijn geweest, dan zult gij moeten erkennen, dat niets bezwaarlijker is, omdat het onmogelijk is aan ieders verlangen en behoefte te voldoen.» Doch Agues wist door wijs beleid en nederige dienstbaarheid zoodanig de moeilijkheden te overwinnen, dat zij aan ieder voldeed en iedere ontevredenheid bij hare zusters vermijdde.

De drukke bezigheden, aan hare bedieniniï

O ' O

verbonden, beletten haar echter geenszins met innige godsvrucht te bidden en bij alle oefeningen der kloostergemeente tegenwoordig te zijn. Haar liefde tot het gebed werd steeds vuriger, omdat de liefde voedsel vond in de brandende liefde van Jezus' Hart. Hoe dikwijls sloop zij heimelijk naar het Tabernakel, waar de God van liefde zich in het Sacrament der liefde verbergt. om daar haar minnend hart uit te storten in teedere verzuchtingen. Langzamerhand ge-

O O O

raakte zij dan in geestverrukking en zweefde haar lichaam hoog boven de aarde, als wilde zij dichter zijn bij dien God van liefde om meer van liefdevuur te blaken. Meermalen moch-

-ocr page 21-

ten hare medezusters hiervan getuigen zijn. Eens zelfs bemerkten zij, hoe Agnes, tot aan het kruisbeeld boven het Tabernakel werd opgeheven, haar gekruisten Zaligmaker omhelsde en liefkoosde en met de teederste uitingen van liefde hare reine lippen op Zijne wonden drukte als om zich met dat offer van liefde te vereenigen en zich mede te hechten aan het kruis. Even statig en langzaam als zij was opgestegen» zweefde zij na eenigen tijd weder naar de aarde.

Zij koesterde een innige en buitengewone godsvrucht tot de allerheiligste Maagd Maria.

C O O

Vol vertrouwen op Haar machtige bescherming, nam zij voortdurend tot die teedere Moeder haar toevlucht en smeekte Haar de noodige genaden af om zich te vrijwaren tegen iedere .zondesmet en steeds hooger te stijgen in volmaaktheid en deugd. Eens dat zij voor een Moeder Gods-beeld neergeknield, wederom haar .zielsverlangens blootlegde, wordt zij plotseling verrast door de verschijning eener schoone

-ocr page 22-

18

vrouw, die van haar schitterend gewaad hemel-sche glansen op Agnes deed nederstralen. Maria zelf verscheen aan haar bevoorrecht kind. Zij schonk haar drie kleine onbekende steentjes, zeggende: „Weet mijn kind, dat gij mijn naam „ter eere eene kerk moet bouwen. Ten teeken „schenk ik u deze drie steenen, opdat uw tem-„pel gegrondvest zij op de steenrots van het „geloof aan de heilige Drieëenheid.quot; Toen zij met nederige onderworpenheid zonder nieuwsgierige bedenkingen de opdracht aanvaardde^ verdween de verschijning voor hare oogen; met vreugde en jubel in het hart bleef zij in hare bidcel achter en verborg heimelijk en eerbiedig de dierbare hemelgave, die zij door Maria's tusschenkomst had ontvangen.

-ocr page 23-

IT.

Agnes wordt op vijftienjarigen leeftijd abdis van het klooster te Florence. ■— Hare verheyene deugden door wonderen verheerlijkt. — Hoe haar liefde tot de armoede en haai' vertrouwen op G-ods Voor-zienigheid worden beloond.

,oen het wijd en zijd bekend werd, wat verhevene deugden de Zakzusters be-oefenden, besloten de inwoners van Proceno, een dorp bij Orviëto, een klooster te bouwen en door dezelfde zusters te laten bewonen. Twee der voornaamste ingezetenen werden naar Monte-Pulciano afgevaardigd en verzochten de overste

-ocr page 24-

20

eene /uster te zenden, die bekwaam was het klooster op te richten. Na rijp beraad viel de keuze op Zuster Margaretha, die wij als Novicemeesteres van Agnes leerden kennen. Toen men haar de nieuwe zending mededeelde en vermaande, die ter eere Gods op een waardige wijze te vervullen, antwoordde zij, door Gods o-eest gedreven: Zulk een last kan ik onmo-

O O

gelijk torsen, indien Agnes, mijn getrouwste leerlinge en dochter, mijne krachten niet schraagt; zij moet mij vergezellen. gt; Dit voorstel vond hevige tegenkanting. «Van Agnes scheidenV Ons van zulk een kostbaren schat berooven'? Dat nooit!» riepen allen uit één mond. Doch eindelijk moesten zij aan de dringende aanzoeken van Margaretha en Proceno's afgezanten gehoor geven en Agnes verliet Monte-Pulciano om de nieuwe kloostergemeente te helpen stichten.

Aan het nieuwe klooster klopte weldra een o-root aantal ionge dochteren aan, die door den

O c» O

geur van Agnes' reine deugden bekoord, drin-

-ocr page 25-

21

gend verzochten te worden opgenomen. Zulk een geweldige kracht vloeide van Agnes' lippen, dat geene maagd weerstand kon bieden aan haar lieflijke uitnoodiging. Die haar eenmaal hadden gezien of gesproken, werden met onweerstaanbare kracht tot haar getrokken. Toen nu de kloostergemeente gevormd was en een overste moest worden verkozen, viel aller oog niet op de bejaarde en in de vorming der religieuzen vergrijsde Margaretha, maar op de jeugdige Agnes, die zulk een heilzamen invloed op hare medezusteren wist uit te oefenen. Haar Jeugdige leeftijd, zij was nauwelijks vijftien jaar, was echter een canoniek beletsel; maar nadat door bemiddeling des Bisschops de pauselijke dispensatie was verleend, werd de H. Agnes tot abdis van het klooster aangesteld ').

Van dien dag af verdubbelde Agnes hare

1) Dit feit bezingt het kerkelijk officie op Sint Agues'feestdag:

Aetate vernana tenera, ;Nog in den bloeitijd barer jeugd.

Morum senecta praedita, 'Wordt ze om de rijpheid van haar deugd,

Serrire malens humilis, Schoon ootmoed bij haar 't hoogste geldt^ Invita praeeit caeteris. Tot kloosteroverste aangesteld.

-ocr page 26-

22

boetvaardigheid, wijl zij meende niet beter dan door haar eiü'en voorbeeld hare onderdanen tot

O

deugd en versterving op te wekken. Gedurende vijftien jaren vastte zij streng op water en brood. Des nachts rustte zij niet op een legerstede; haar teeder lichaam strekte zij uit op den harden grond; een steen was haar hoofdkussen. Verzocht men haar al die verstervingen te matigen, dan antwoordde zij geen mededoogen te hebben met den vijand harer ziel. Die vijand was haar lichaam; vandaar dat uitputtend vasten, die bloedige geeselingen, waarmede zij haar lichaam doorwondde, dat nachtwaken en versterven harer zintuigen. Evenals in haar kinderjaren was het gebed haar geliefkoosde bezigheid; uren achtereen lag zij soms voor een kruisbeeld of het Tabernakel in de overweging van Jezusquot; liefde neergeknield en waagde het een medezuster haar uit die zoete beschouwing te wekken, dan klaagde zij, dat zij in het verkeer met haren bruidegom zoo dikwijls werd gestoord.

Door herhaalde wonderen openbaarde God,

-ocr page 27-

23

hoe aangenaam Hem de vurige bede van Agues was. Nu eens ontlook op de plaats, waar Agues biddend was neergeknield, een wonderbloem met de zoetste geuren en schitterendste kleuren. Dan wederom werd zij biddend van de aarde opgeheven, alsof God getuigenis wilde geven van haar onthechting aan het aardsche en haar geestelijk verkeer in den Memel. Op zekeren dag, dat zij na een lang en vurig gebed uit hare cel kwam, bemerkten de zusters, dat haar zwarte kap geheel wit was geworden. Zij kwamen naderbij, om dit verschijnsel te onderzoeken en zij bevonden, dat haar kap geheel en al bedekt was met een geheimzinnig manna, wit en zacht als sneeuwvlokken, in den vorm van een kruis Dikwijls herhaalde zich dit wonderbaar verschijnsel van den mannaregen: heerlijk zinnebeeld der hemelsche genadegaven, die op de biddende heilige nederdaalden.

1) Grans in altum tollitur,; Al biddend, zweeft zij boven de aard', Florere terra cernitur, i Haar bidcel wordt eon bloemengaard, Gnttaeqne roris oandidi i En drupplen als van blanken dauw Deous redundant pallii. j Versieren 't kleed dier heiige vrouw.

-ocr page 28-

24

Dit wonder werd vooral bekend, toen zij als nieuw gekozene abdis den pauselijken zegen door den Bisschop zou ontvangen. Op het uur, voor deze plechtigheid bepaald, toog de Bisschop, van een groot aantal geestelijken vergezeld, naar de kloosterkapel, waar Agnes den ganschen morgen in gebed was verzonken. Wat heerlijk wonder! Geheel de tempel, ja al de aanwezigen werden met het ^eheimzinnio; manna bedekt;

o O '

de tafel van het hoofdaltaar was er geheel onder bedolven. Op bevel van den Kerkvoogd werd nauwkeurig onderzocht, of dit verschijnsel natuurlijk of kunstmatig kon worden voortgebracht; doch èn de vorm èn de oroote hoeveel-

/ O

beid van het manna èn de wijze, waarop het neerregende (juist wanneer en waar de jeugdige abdis haar gebed verrichtte) overtuigde iedereen, dat hier de Voorzienigheid werkte, die de heldhaftige, bovenaardsche deugden dier heilige maagd wilde verheerlijken.

Evenals alle nieuwe stichtingen had ook de klooster-gemeente van Proceno met vele moeie-

-ocr page 29-

25

lijkheden te kampen. Bronnen van inkomsten bezaten zij nog niet; aalmoezen werden hun niet altijd overvloedig genoeg geschonken; de heilige abdis was zeer milddadig jegens de armen en vandaar dat de zusters dikwijls niets te eten hadden en zich dikwijls weken achtereen met het soberste maal moesten tevreden stellen. Voor Agnes zelve, die zoo gaarne in ware armoede den armen Jezus volgde, was deze nijpende nood veeleer een reden tot vreugde dan tot onrust; maar toch sneed het haar door de ziel, wanneer zij hare medezusters, die nog niet zoo in de verstorvenheid waren gerijpt, onder zooveel armoede en lijden als onder een zwaar juk gebogen zag. Die toestand werd nog hachelijker, toen de kloosterlingen in haar opofferende liefde vele kinderen in haar huis opnamen om ze op te voeden, te onderrichten en langzamerhand tot den kloosterlijken staat voor te bereiden. Doch Agnes vertrouwde op de Goddelijke Voorzienigheid, die de vogelen des hemels verzadigt en de leliën des velds bekleedt met het heerlijkste geAvaad, en die derhalve zijne dierbare

-ocr page 30-

26

kinderen niet tot het uiterste zal beproeven. En waarlijk, haar vertrouwen werd niet be-schaamd.

Eens kwamen eenige kloosterlingen bij haar en verzochten haar om brood; doch zuster Ca-tharina, met de verzorging der kinderen belust, zeide, dat er in geheel het klooster zich geen enkel stuk brood meer bevond. De kleinen hielden aan met vragen; zij smeekten, klaagden, schreiden en Agnes werd door medelijden bewogen. Zij sloeg hare oogen naar den liefderijken Vader in den hemel, bad eenige oogenblikken en beval toen aan zuster Catha-rina den broodtrommel te halen. Catharina gehoorzaamde niettegenstaande de vaste overtuiging, dat daarin niets te vinden was. Doch ziet, de trommel, die eenige oogenblikken te voren geheel ledig was, vond zij thans opgevuld met de beste brooden, waarmede zij alle kinderen konden verzadigen. Een ander maal kwam de keukenzuster tot de abdis en klaagde: „Nu de vastentijd is aangebroken en wij om het verbod

-ocr page 31-

van zuivel spijzen juist veel olie noodig hebben, is de voorraad geheel opgeteerd. De zuster-sehatbe waar ster durft geen olie te bestellen, omdat zij zelfs geen geld heeft om de werklieden hun loon te geven en aan de dringende schuldeischers te voldoen.quot; Toen bad Agues eenige oogenblikken in stilte en sprak: ,.Ga, zuster, en zie of er nog olie in het vat is.quot; „Geen droppel meer, waarde moeder, ik ben er zeker van, een nieuw onderzoek is nutteloos.quot; — „Geloof mij, hernam de heilige, het vat is niet ledig, de goede God is barmhartig geweest.quot; De zuster gehoorzaamde, ging zien en kwam juichend terug, roepende: „Een wonder! Een wonder!quot; Doch Agnes legde haar het zwijgen op en beval: „Roep nu de zuster-schatbe-waarster.quot; Tot deze sprak de abdis: „Hebt gij geen . geld om de schulden te betalen ? Ga en zie eens of dit zoo is.quot; Twijfelachtig schudde zij het hoofd en vertrok schoorvoetend, doch toen zij gehoorzaam in de geldkist zag, vond zij daarin juist zooveel geld, als zij noodig had. Gedurende geheel de vasten was er geen be-

-ocr page 32-

28

hoefte meer aan olie; de voorraad scheen onuitputtelijk en ruimschoots vond Agnes gelegenheid om aan hare milddadigheid te voldoen en den armen van de olie mede te deelen.

Op zekeren namiddag schitterde Agnes' ververtrouwen op Gods vaderlijken bijstand nog heerlijker uit, maar ook op nog schitterender wijze werd haar vertrouwen beloond. Er was geen brood, toenmaals het hoofdbestanddeel van het middagmaal. Desniettegenstaande beval zij het teeken te geven tot den maaltijd. Toen de communiteit gezeten was, deelde zij mede, dat er naar Gods aanbiddelijke beschikking geen brood was en zij dus tevreden moesten zijn met de groente, die zou worden opgediend. Allen waren gelaten en geduldig. Doch Agnes had medelijden met haar. Zij bad gedurende eenige oogenblikken, sloeg toen in verrukking hare handen ten hemel, en tot ieders verwondering

1 O

bevond zich een brood in hare handen. Zij liet het ronddeelen en «allen werden zoo verzadigd van dit enkel brood, zegt de kroniek, alsof de

-ocr page 33-

29

sceheele tafel daarmede was bedekt quot;'eweest.» ■Ö

Allen loofden Gods liefde met innige dankbaarheid en tVgncs sprak hare zusteren bemoedigend toe: «Twijfelt toch nooit aan Gods wijze Voorzienigheid ; onuitputtelijk zijn Zijne rijkdommen, maar onuitputtelijker nog de schatten Zijner milddadigheid. Vertrouwt altijd op Hem, nooit zult gij worden beschaamd!»

-ocr page 34-

III.

Hoe een engel aan Agnes de H. Communie bracht en Maria met het Kindje Jezus haar verscheen. — Zij wordt door ziekten en pijnen gekweld. — Hare naastenliefde.

fe merkwaardige voorrechten,

terug te

waarmede Agnes gedurende haar leven werd begunstigd, werden haar meestal onder het gebed geschonken. Zij had de gewoonte zich in de eenzaamste, stilste uithoeken van den kloosterhof trekken, en daar, vrij van alle verstrooidheid en afleiding, zich

geheel aan het

-ocr page 35-

31

gebed en de overweging te wijden. Uren achtereen was zij, op den harden grond neergeknield, in het gebed als verslonden, en zij smaakte daar zulk een zoet genot, dat zij alles, zich zelve vergat, om alleen aan God en Zijne liefde te denken. Op zekeren Zondag, dat zij, met het morgenkrieken reeds, bij een olijfboom was neergeknield, was zij zoo opgegaan in het gebed, dat zij noch aan den Zondag noch aan de verplichting van mishooren dacht. Toen zij eindelijk haar verzuim bemerkte, werd haar hart bedroefd en zij betreurde het vooral, dat hare Bruidegom thans niet met vleesch en bloed in haar zou nederdalen, en hare liefde zou doen branden in rijker gloed. Doch daar verschijnt haar een engel met de H. Hostie in de hand,

o '

zegwnde: «Ziedaar uwen Bruidegom; komt ter

O o O

bruiloft, eet het brood en drink den wijn, dien Hij ( I heeft bereid.» Eerbiedig treedt zij nader en ontvangt de H. Communie met onuitsprekelijke vertroosting en geneucht. «Tot tienmaal toe, zegt de eerbiedwaardige Raymundus, werd haar die buitengewone gunst verleend.»

lt; J O

-ocr page 36-

32

Was liet wonder dat voor Agnes, die haren Jezus zoo teeder beminde, het voortdurend bidden ean behoefte haars harten, een geliefkoosde bezigheid, een aangename verpoozing was ? Onder het gebed won hare liefde in glans en gloed en hoe vuriger dagelijks haar liefde werd, hoe meer zij verlangde den Beminde haars harten te zien, van aanschijn tot aanschijn te aanschouwen. Wel besefte zij, wat eindelooze afstand het schepsel van zijn Schepper scheidt, maar zij wist ook, dat Jezus langs een geheim-zinnigen ladder op aarde was neergedaald, en langs dienzelfden ladder moest Jezus nu komen tot haar. Tot Maria, den ladder ten hemel, nam zij haar toevlucht met dringende, onophoudelijke verzuchtingen; voor haar beeltenis neergeknield, riep zij vertrouwvol uit: „0, Maria, de macht, U geschonken, door Jezus, Uw almach-tigen Zoon, is zoo groot, dat door Uwe bemiddeling ook zij Hem zullen aanschouwen, die de hemelsche glorie nog niet zijn binnengegaan !quot; Aan zoo dringend eene bede, kon de Goeder-tierenste der maagden geen weerstand bieden.

-ocr page 37-

33

In den nacht, waarin de Katholieke Kerk hare opneming ten heinel viert, voldeed zij aan Agnes' hartewensch. Terwijl de abdis, verzuchtende en smachtend naar Jezus' komst, den ganschen nacht in het gebed had doorgebracht, bestraalde haar eensklaps een hemelsch licht; dit licht was het schitterend gloriekleed der Hemelkoningin, die haar verscheen met het Kindje Jezus op de armen. Eerst met verbazing, maar spoedig met dankbare vreugde vervuld, werd haar geest als verrukt door de aanschouwing van het Goddelijk Kind; en toen Maria haar het Kindje inde armen legde, toen smaakte zij vreugde vol hemel-zaligheid; toen juichte en jubelde zij een zang van liefde, van liefde; jegens haren Bruidegom, dien zij zoo lang gezocht en eindelijk gevonden had; toen drukte zij het Kindje aan haar minnend hart en kuste met hare reine lippen de vreugdetranen weg, die uit haar oogen op Jezus' aangezicht nederparelden. Hoe gaarne had zij in eene eeuwige liefdesomhelzing de zaligende zoetheid van Jezus' teo-enwoordiffheid

O O

willen smaken! Hoe vuriger haar liefde brandde,

3

-ocr page 38-

34

hoe krachtiger zij het Kindje in hare armen hield gekneld, om toch niet te worden gescheiden. Doch in den hemel slechts was haar die zalige vereeniging weggelegd. Jezus schonk haar ten onderpand zijner liefde een klein kruisje en verdween met Maria uit hare oogen ').

Dit geschenk Avas voor de H. Agnes een voorteeken, dat zij eenmaal met veel lijden zou moeten kampen, het kruis der wederwaardigheden torsen; zij had zooveel bewijzen van Jezus' teedere liefde ondervonden en dien Hij bemint, kastijdt Hij. Inderdaad, nadat zij reeds vijftien jaren in Proceno gewoond had, werd zij door ziekten en hevige pijnen vooral in het hoofd gekweld. Die pijnen folterden haar zonder tusschenpoozen, zoodat de smarten, hoe ook door haar liefde tot boetvaardigheid getemperd,

1) In de kerkelijke getijden tv orden deze beide Yerschijningen herdacht.

Jesuru in nlnis parvulum Zij drukt aan 't hart het Jez s kind. Cordis tenet solatium; Bij Wien zij troost in droefheid vindt; Cibumque panis coelici Een englenhand reikt haar ten spijs Manus ministrat angeli. | Het Brood uit 't heraelsch paradijs.

-ocr page 39-

35

zich afteekenden op haar gelaat. Toch vermocht al dat lijden haar niet te bewegen hare oefe-nino-en van verstervinn- eeniffszins te matigen.

O O O D

Haar nachtwaken, vasten en lichaamskastijdingen volgden elkander evenals in betere dagen regelmatig op. Hare zusteren hadden innig medelijden met hunne lijdende moeder, die jegens hare lijdende kinderen altijd zoo toegevend en zachtzinnig was, en daarom beproefde zij door den raad der geneesheeren of het bevel van Agnes' biechtvader haar tot een zachtere levenswijze over te halen. Dit baatte; wel meende zij, dat zij den vijanden barer zaligheid in niets moest toegeven; maar om niet te veel aan eigen oordeel gehecht of hardnekkig

O O O

te schijnen onderwierp zij haren wil aan dien -van geneesheer en biechtvader, en matigde zij hare boetvaardigheid.

Groote vreugde in het kinderlijk hart der kloosterzusters! Ieder bedacht een of andere uitgezochte spijs, om moeder Agnes te verkwikken. Men bracht haar zelfs kostbare vleesch-

-ocr page 40-

36

spijzen, om, zoo als de zusters liiiar vermaanden, een Aveinig haar krachten te versterken. Doch Agnes, die sinds vijftien jaren zich niet dan niet water en brood had gevoed, wilde niets van de vleeschspijzen gebruiken, en riep: «Zou ik van het eene uiterste in het andere vallen'? Nu reeds het smakelijkste en kostbaarste gebruiken, terwijl ik nauwelijks in den aanvang mijner ziekte ben? Neen, bereidt mij eenige visch- of zuivelspijzen, die zal ik gebruiken.» De kinderlijke liefde echter barer medezusters wist van geen wijken en bleef haar krachtigen wil bestormen. Toen sloeg Agn^s hare oogen ten hemel, bad, en het vleesch werd op hare bede in visch veranderd. Dankbaar jegens den goeden God, die getoond had, hoe aangenaam Hem hare verstorvenheid was, at zij nu van de spijzen en nooit meer werd zij door hare kinderen bemoeilijkt.

Hoe ook door ziekten bezocht, vergat zij nooit haren evenmensch. Altijd wilde zij zelve de armen troosten, de hulpbehoevenden bijstaan.

-ocr page 41-

37

de vreemdelingen in haar klooster herbergen en zelve liefderijk ontvangen. Op zekeren guren winterdag kwamen eenige beroemde kluizenaars, die in geur van heiligheid stonden, door Pro-cena en klopten om gastvrijheid aan het klooster der Zakzusters aan. Evenals gewoonlijk ontving zij hare gasten met liefde en omdat zij in die vreemdelingen ware dienaren Gods erkende, zelfs met buitengewonen eerbied. Zij noodigde hen aan tafel en bleef zelve aanzitten, om van hun heiligend onderhoud, dat steeds over God en de goddelijke dingen handelde, te genieten. Onder dit broederlijk en stichtend liefdemaal zag men eensklaps op Agnes bord een allerschoonste roos van wonderbaren geur en aangename kleur. De abdis ontwaarde, hoe de kluizenaars elkander verwonderd aanstaarden en te kennen gaven, dat dit een getuigenis voor Agnes' heiligheid was. Dit was te veel voor hare oprechte nederigheid.

„De almachtige God, sprak zij, heeft ons midden in den winter deze schoone, welriekend

-ocr page 42-

38

bloem gezonden, om aan te duiden, dat gij, eerbiedwaardige mannen, door het vuur uwer liefde onze koude harten hebt verwarmd, en door den geur uwer deugden hebt verkwikt.quot; De kluizenaars daarentegen schreven • het wonder aan Agnes' heiligheid toe. In dezen heiligen tweestrijd bleef niemand overwinnaar, omdat allen even sterk waren in den ootmoed. Men dankte den goeden God voor zijne gaven en gunsten en de kluizenaars vertrokken door Agnes' heiligheid tot grooter liefde jegens God opgewekt.

Was de H. Agnes bezorgd voor het tijdelijk welzijn harer evennaasten, meer nog waakte zij voor het geestelijk welzijn, voor hunne ziel. De zondaren dringendquot; tot bekeering vermanen, de onwetenden onderrichten en de wankelmoedigen versterken, ziedaar de uitverkorene liefde-

O '

diensten, die zij den evenmensch bewees; wat gebeden heeft zij dikwijls niet gestort, met wat ffeeselslagen haar onschuldig vleesch doorstriemd

O O w

om toch de bekeering van een enkelen zondaar

-ocr page 43-

39

te verwerven! Immer beval zij de ziel harer weldoeners in Gods bescherming aan, opdat zij eenmaal in de hemelsche glorie mochten gelukzalig zijn. Dit ondervond een inwoner van Proeena, die aan Agnes verwant en weldoener van het klooster was. Dagelijks herdacht zij hem in hare gebeden. Eens dat zij weder die liefdedienst vervulde, zag zij de hel geopend, bemerkte eene nog ledige plaats, waar duivelen bezig waren het wrekend vuur op te stapelen en foltertuigen bijeen te brengen. Agnes vroeg, wie tot deze plaats gedoemd was en zij ontving ten antwoord: „De Aveldoener, voor wien gij dagelijks bidt.quot; Door medelijden bewogen en dorstend van verlangen om zijne ziel te redden, vorschte zij nu naar de oorzaak zijner verdoemenis. Haar werd geantwoord; omdat hij gedurende dertig jaren reeds niet oprecht zijne zonden heeft gebiecht.

Uit hare geestverrukking gewekt, ontbood zij den weldoener terstond. Hij kwam, zonder eenig verwijl, en vroeg wat de reden van zulk een

-ocr page 44-

40

haastig opontbod was. Zij verhaalde hem nu het visioen, waarmede zij was bevoorrecht, vermaande hem zijne zonden rouwmoedig te belijden en plaatste hem tegelijkertijd voor een biechtvader, dien zij mede ontboden had. Korten tijd daarna werd hij door eene hevige ziekte aangetast en stierf een zaligen dood, dien hij op Agnes' volhardende bede had verworven.

-ocr page 45-

IV.

De H. Agnes sticht een Dominicanessenklooster te Monte-Puleiano.

[ffl foen Agnes, na reeds zeventien jaren lang de kloostergemeente van Proceno bestuurd te hebben, door wonderbare deugden en schitterende wonderen steeds welbehagelijker werd voor God en de menschen, klopte er een gezantschap van Monte-Pulciano aan de kloosterpoort aan. De faam van Agnes' heiligheid was ook tot Monte-Pulciano, dat op twintig mijlen afstands

-ocr page 46-

42

van Proceno laj?, dooro-edrongen, en verlangend

O7 O O ' O

een zoo rijken schat te bezitten, verzochten de afgezanten, waaronder zich eenigen harer bloedverwanten bevonden, dat zij zich in hare geboorteplaats zou vestigen en daar een klooster stichten. Hun verzoek werd beleefd afgewezen; alleen verkregen zij na langdurig en dringend smeeken, dat zij Monte-Pulciano met een bezoek zou vereeren en daar eenige dagen verblijven. Zij was getrouw aan hare belofte en vertrok in gezelschap van eenige vrouwen naar haar geboorteplaats.

Toen zij na korten tijd in Proceno was teruggekeerd, gevoelde zij een zeker verlangen om aan de aanzoeken harer bloedverwanten en medeburgers gehoor te geven. Vooral wenschte zij door een klooster te bouwen op den heuvel bi] Monte-Pulciano, waar zij als kind door de kraaien was aangevallen '), voor altoos paal en perk te stellen aan de ergernissen, door de

1) Zie pag. 12.

-ocr page 47-

43

ontuchtige vrouwen aldaar gegeven. Doch eerst wilde zij de Goddelijke Voorzienigheid raadplegen, en daarom bad zij met standvastigen en vurigen ijver, om Gods H. wil te mogen kennen. Deze werd haar in een wonderbaar visioen veropenbaard.

Zij stond aan het strand der zee, op wier golven zij drie groote kostbare schepen zag wiebelen. In de stuurlieden herkende zij de hei-

O

liae Auo-ustinus, Dominicus en Franciscus. Ieder

O O J

hunner noodigde haar uit zijn schip te beklimmen, vooral de li. Franciscus, die zich beriep op haar kloosterkleed, hetwelk met dat zijner geestelijke dochteren, de Clarissen, zooveel overeenkomst had. Maar Sint Dominicus sprak: «Uw wensch, broeder Franciscus, zal niet worden ■vervuld. Agnes zal zich op de zee der wereld aan mijn hoede toevertrouwen, de Heer heeft het aldus beschikt.» Toen nam hij haar bij de hand, hielp haar in zijn schip, en op hetzelfde oogenblik verdwenen schepen en stuurlieden uit hare oogen.

-ocr page 48-

44

Toen zij over dit visioen nadacht, hoorde zij de stem eens engels, die als Gods afgezant haar over deze verschijning kwam onderrichten: «Herinnert gij n, dat de H. Maagd in het huis, waar gij het kloosterkleed ontvangen hebt, u drie steentjes schonk met de opdracht een tempel te bouwen ter harer eer? Welnu, ga naar uw geboorteplaats, bouw op den heuvel, door zondaressen bewoond, een kerk ter eere van Gods H. Moeder en sticht daar een klooster van aan God gewijde maagden, opdat, waar eertijds de distels en doornen groeiden van zonde en wellust, voortaan de schoonste rozen bloeien van godsvrucht en maagdelijkheid. God verlangt ook, dat gij uw klooster onder het bestuur der Predikbroeders stelt en met uwe medezusteren hun kloosterhabijt draagt. Dit werd nu beduid door het visioen der drie schepen en drie stuurlieden, die u allen wilden beschermen, welk voorrecht nochtans alleen den H. Dominicus ten deel viel.»

Gehoorzaam aan Gods beschikking, stelde de

-ocr page 49-

45

heilige abdis een voorzichtige medezuster in haar plaats en vertrok niet zuster Catharina zonder toeven naar Monte-Pulciano. Onmiddellijk maakte zij haren bloedverwanten het voornemen bekend, om aldaar een nieuwe klooster-eemeente te stichten. «Verontrust u niet over de plaats; die heb ik, door den li. Geest voorgelicht, reeds gevonden. Ik ben voornemens, op den heuvel, waar thans openbare zondaressen tot veler ergernis verblijven, een kerk en klooster te bouwen. Daar zullen zich Monte-Pulciano's maagden toewijden aan God den Heer.»

Allen waren verwonderd en verheugd over dit verrassend voorstel en vroegen haar, of zij wellicht hun hulp behoefden. «Ja,: antwoordde zij, «als gij geld bezit,- vertrouw ik, dat gij het mij leenen zult; bezit gij het niet, weest mij dan borg. Ik wil niet alleen den heuvel, maar tevens alles koopen, wat er op staat en er toe behoort. Binnen weinig tijds hoop ik het u zonder eenige vrees voor schade terug te geven.gt;

-ocr page 50-

46

Terstond leende men haar de benoodigde gelden. Zij kocht den heuvel, liet het «huis van den duivel,» zooals liet gewoonlijk genoemd werd, afbreken en richtte er een schoone kerk op ter eere der Allerheiligste Maagd '). Allen waren verwonderd, dat eene arme vrouw, alleen vertrouwend op de Goddelijke Voorzienigheid, zulk een heerlijken tempel bouwen kon, en de schatten, daartoe gevorderd, wist te verzamelen. En toen ook de kloostergebouwen waren opgetrokken en een koor van reine maagden de heiligste lofliederen naar Gods troon deden opstijgen van denzelfden heuvel Avaar kort te voren door wellustelingen de gruwelijkste godslasteringen werden nitgestooten; toen dankten zij God, dat de heilige vrouw in hun midden was terug-gekeerd,

O OO 7

door wie Hij zulke wonderen wrocht.

God toonde op duidelijke wijze, nog vóórdat

1) Hierop zinspeelt de kerkelijke hymne :

Colllum purgat luxuriae | Den heuvel van oneerbaarheid Et dicat pudicitiae Heeft ze aan de kuischheid toegewijd,

Sedem destruit daemonia En op des duivels troongesticht TemplumconstruitVirginis.j Der Maagd een tempel opgericht.

-ocr page 51-

47

Agnes in Monte-Pulciano was teruggekeerd, hoe welgevallig Hem de nieuwe stichting was. Een gegoed burger dier stad was gestorven; en nu bleek bij de opening van het testament, dat hij aan zijne dochter en eenige erfgename de verplichting had opgelegd van honderd pond tot afboeting zijner zonden aan die kerkelijke stichting uit te keeren, die den almachtigen God het aangenaamst was. De brave dochter verlangde niets vuriger dan aan die uiterste wils-

O O

beschikking te voldoen. Maar aan Avelke stichting zou zij het legaat uitkeeren ? Zij bad en verzocht hen, die als trouwe dienaars en dienaressen van God bekend stonden, met haar mede te bidden, opdat de H. Geest haar spoedig openbaren zou, hoe de gelden het best tot lafenis van de ziel haars vaders te besteden. Bijzonder verzocht zij dit aan een arme zieke vrouw, die in nederige onderwerping haar lijden verdroeg en die door de erfgename met aalmoezen werd bijgestaan. Deze vrouw nu had eens onder het gebed een visioen; op genoemden heuvel zag zij een ladder staan, die tot den hemel reikte, en een

-ocr page 52-

48

groote menigte engelen, die langs den ladder opstegen en afdaalden. Spoedig werd dit gezicht aan de erfgename medegedeeld; maar omdat op dien heuvel nog de zondaressen verbleven, en het huis waar de ladder stond, door een kaartlegster werd bewoond, die veie jongelieden verleidde, werden haar de inzichten Gods niet veropenbaard. Na herhaalde en dringende gebeden had de bedelares dezelfde verschijning. Toen nu de H. Agnes eenigen tijd daarna den heuvel met onderhoorigheden aankocht, en daar een kerk en klooster liet bouwen, toen werd alles duidelijker en schonk de erfgename het legaat aan de nieuwe kloostergemeente, door Ames bestuurd.

O

Het duurde niet lang, of het klooster was wijd en zijd beroemd. Door Agnes' minzame liefde en aantrekkelijke heiligheid bekoord, meldden zich vele jonge maagden aan ter opname in het klooster, om haar lichaam aan de zuiverheid, hare rijkdommen aan de armoede en haren wil aan de gehoorzaamheid uit liefde

-ocr page 53-

49

tot Jezus haren Bruidegom op te offeren. Wat innig genot smaakte de JI. Agnes, toen zij den gruwel der verwoesting in sehitterenden luister zag verkeerd, de lelie van zuiverheid, de roos van versterving, het viooltje der nederigheid, kortom de heerlijkste bloemen van deugd en godsvrucht zag bloeien, waar eertijds het onkruid tierde van zonde en ongerechtigheid! Hoe juichte haar hart, dat zij met zoovele uitverkorenen aan ■Jezus eerherstel kon geven voor den smaad. Hem zoovele jaren aangedaan! Ja, zij genoot engelen vreugde, wanneer zij met hare medezus-teren om het tabernakel, den troon van Jezus' ge^ nade, was geschaard en daar den lof van den driewerf heiligen God mocht zingen, evenals de koren der engelen het driewerf «Heilig, Heilig, Heilig laten zweven om Gods troon!

Doch de stichting was nog niet voltooid; zij moest nóg met de oi-de der Predikbroeders worden vereenigd. Zij bekleedde zich en hare zusteren met het Dominicaner-habijt, nam met toestemming des Bisschops den regel aan van

4

-ocr page 54-

50

den H. Augustinus, die de grondwet der Do-minicaner-orde is, en haar huis werd later door den H. Stoel onder onmiddellijke jurisdictie van den Generaal dier Orde geplaatst. Van dien dag af legde zij de waardigheid van Abdis neder en nam overeenkomstig de bepalingen der Orde den naam van Priorin aan.

Door Sint Dominicus vermaand.

Betreedt zij 't pad, door hem gebaand,

Het pad ter deugd en zaligheid Waarop zij blijde voorwaarts schrijdt 1).

1) Kerkelijk officie.

-ocr page 55-

V.

Hoe Agnes haur kruisje terug ontving. — God helpt haar op wonderdadige wijze in het bestuur der kloostergemeente. — Hare macht over de duivelen.

ort na de oprichting van het Domini canessenklooster te Monte-Pulciano besloot Agnes geheel haar leven aldaar te verblijven. Daarom schreef zij een brief naar Proceno, verzekerde haren vroegere onderdanen, die zij niet meer op hare [terugkomst behoefden te rekenen, en raadde haar aan een niemwe Abdis te kiezen. Zij sloot haren brief met: „Ik schenk u al de

-ocr page 56-

52

goederen, die ik heb achtergelaten; alleen verzoek ik u mij het kruisje over te zenden, dat ik eertijds van het Kindje Jezus ontvingquot;. ')

Groote verslagenheid onder de Zakzusters! Hare heilige overste zou niet meer wederkeeren, dit begrepen zij, die Agnes' standvastigheid van karakter kenden, uit den beslisten toon, waarop de brief beschreven was! ..De kroonquot;, zoo mochten zij klagen, „is ons van het hoofd gevallen .

Was het wonder, dat zij nu des te vuriger verlangden het kostbaarste kleinood, dat door Afnes was achtergelaten, te behouden en het

C 0

kruisje als een dierbare reliek wilden bewaren? Dat kruisje zou een schoone gedachtenis aan Agnes' heiligheid zijn eu tevens voor allen een krachtige vermaning ten goede! Zij weigerden dan ook volstrekt het kruisje af te staan. Agnes vroeo- het nogmaals en ten derden male en schreef; »Wanneer gij het niet vrijwillig overzendt, zal ik het toch wel terug bekomen, al bewaakt gij

1) Zie pag. 34.

-ocr page 57-

53

het nog zoo zorgvuldig.quot; Maar noch gebeden, noch bedreigingen baatten. Ten laatste nam Aenes haar toevlucht tot haren hemelschen Brui-degom en ziet, terwijl zij nog biddend lag neergeknield, gevoelde zij iets in haar hand; zij bezag het; het was het afgebeden kruisje. Dankbaar ijlde zij nu naar de schatkamer, waar zij het verborg bij de overige relieken die zij bezat. Vervolgens zond zij een bode naar Proceno, met de opdracht aan de zusters: »Ziet goed of gij het kruisje nog in bezit hebtquot;. „Daaraan twijfelen wij geen oogenblikquot;, was het antwoord, „het is op een veilige plaats achter slot en grendel verborgen.' Om het zonderlinge der vraag deden zij echter onderzoek, en helaas! het kruisje was verdwenen, spoorloos verdwenen. Toen de zusters met tranen in de oogen bekenden, dat het op onverklaarbare wijze verloren was, sprak de bode; „Ziehier Avat Zuster Agnes u doet „weten: Ik heb U gebeden en gesmeekt en her-„haalde malen gesmeekt, mij terug te geven, wat „Jezus' goedheid mij geschonken had. Gij wei-„gerdet hardnekkig. Welnu, eenmaal slechts heb

-ocr page 58-

54

,.ik den goeden God daarom gebeden, en terstond ontving ik het terug. Leert hieruit, nooit „aan Gods H. Wil te wederstaan.quot;

Het Dominicanessenklooster bestond nog slechts korten tijd, toen Agnes reeds een twintigtal zusteren om zich vereenigd zag. Met wat moederlijk teedere zorg was zij jegens hare kinderen bezield! Hoe waakte zij, dat hare kinderen niet afweken, maar steeds voortgingen op het pad der volmaaktheid, dat zij beloofd hadden te zullen bewandelen ! Hoe vurig werd het noodzakelijke licht afgesmeekt om hun de wegen Gods te leeren en de noodige kracht om de zwakken en wankelmoedigen op die wegen te ondersteunen! Men beseft licht wat krachtigen invloed haar heilig voorbeeld op de nieuwelingen en oudere zusters uitoefende; hoe het liefdevuur, waarvan zij gloeide, de liefde Gods in de jeugdige, ontvankelijke gemoederen ontstak; wat godsvrucht zij hun inboezemde door haar eerbiedig en ingetogen gebed! Doch ook door wijze, voorzichtige raadgevingen, vormde zij de

-ocr page 59-

55

nieuwelingen tot waardige dienaressen van God, en prentte hun een diepen afkeer in van de geringste overtreding.

Eens, dat de kloostergemeente zich reeds ter ruste had begeven en Agnes nog eenigen tijd was blijven bidden, kwam eene zuster aangesneld met den uitroep: „wij kunnen onmogelijk slapen; het is alsof de duivel op de slaapzaal is om ons te kwellen.quot; »Roep dan alle zusters hier,quot; was het korte antwoord. Toen allen op haar cel bijeen gekomen waren, sprak zij: „Vernedert u en belijdt de overtredingen van den regel, waaraan gij u hebt schuldig gemaakt.quot; Allen gehoorzaamden en daarna sprak de Priorin: »Begeeft u thans ter ruste, mijne kinderen. Uw geweten is gezuiverd en niet een rein geweten zult gij goed slapen, want de almachtige God waakt over u.'

God stond haar zichtbaar in het bestraffen en uitroeien der kleine fouten bij; want zij kende dikwijls beter de overtredingen, dan de zusters,

-ocr page 60-

56

die er zich van kwamen beschuldigen. Ja, meermalen openbaarde zij de nnttelooze gedachten, waarmede zij heimelijk hun geest hadden beziggehouden, zoodat iedereen zich beijverde niet alleen in woorden en werken, maar ook in gedachten de fouten te vermijden.

Tot hoe verhevene volmaaktheid zij de Dominicanessen trachtte op te voeren, blijkt uit het volgende voorval. Zuster Domitilla, kortheidshalve Mitta genaamd, had na eenigen tijd van hevige hoofdpijnen haar gezichtsvermogen voelen verzwakken en ten laatste geheel verloren. Hare bloedverwanten koesterden innig medelijden jegens haar, toen zij het vernamen, en verlangden, dat zij verlof ontving buiten het kloosterlijk slot te gaan en een naburige stad te bezoeken; daar toch, zoo heette het, woonden afstammelingen van een beroemd heilige, die de macht bezaten den blinden het gezicht weer te geven. Agnes willigde het verzoek niet in, maar vroeg tijd tot beraad. Zij smeekte met vurigen aandrang, opdat God niet veroorloven zou, dat

-ocr page 61-

57

een barer kinderen, ware het ook voor korten tijd, het veilige klooster zou moeten verlaten. Na langen tijd in het gebed te hebben doorgebracht, liet zij zuster Mitta voor zich brengen en sprak: gt;Mijn kind, wanneer de goede God u het gezicht wedergeeft, zult gij dan doen, wat ik u voor al de dagen uws levens zal voorschrijven?* — - Ja, Zuster Priorin, antwoordde Mitta nederig, wat gij mij beveelt, zal ik met Gods genade trachten te volbrengen.* — »Welnu dan, hernam Agnes, ik beveel u geheel uw leven lane: nooit te schreien over het verlies van welke zaak ook; alleen moogt gij tranen storten van liefde tot uwen Bruidegom, onzen Heer Jezus Christus.» — Terwijl Mitta dit beloofde, maakte Agnes het teeken des kruises over hare oogen en terstond werd zij van hare blindheid genezen.

Zoo stond Gods almacht haar immer bij; tot Avelke deugd zij hare geestelijke kinderen ook trachtte op te wekken, altijd werd haar woord en voorbeeld door een mirakel of wonderbaar voorval gesterkt. Dit geschiedde vooral.

-ocr page 62-

58

wanneer zij hare kinderen tot vertrouwen op Gods vaderlijke Voorzienigheid trachtte aan te sporen. «De liefde tot de ai'moede, zoo vermaande zij eens, is de grond, de toetssteen van onze liefde tot het hoogere, tot de volmaaktheid. Jezus, die volmaakt is gelijk zijn hemel-sche Vader, was de zoon eener arme maagd, die

' O '

met een armen timmerman in den echt was verbonden; Jezus was de armoede zelve. Hoe moeten wij dus de armoede beminnen en zoeken, wij, die den religieuzen staat, den staat van volmaaktheid hebben gekozen. Maar, helaas, dikwijls zijn wij geneigd de armoede te vluchten en schatten te verzamelen; wij vreezen de heilige armoede; en waarom? omdat wij niet genoeg ons vertrouwen stellen op Gods almacht en liefde. 0, dierbare Zusteren, God is zoo goed, nooit verlaat Hij die op Hem hopen.» Deze woorden sprak zij eens toen de zusters reeds aan tafel gezeten waren en er niets was om hun honger te stillen. Doch daar wordt aan de kloosterpoort geklopt; de portierster opent en zij ziet een man, die namens een onbekend

-ocr page 63-

59

weldoener vier brooden aanbiedt. Dankbaar ontving Agnes de welkome gift, bad en verdeelde het brood onder al de kloosterlingen; en zoodanig werd het vermenigvuldigd, dat er nog verscheidene armen van konden gevoed worden.

In de lofzangen, waarmede de H. Kerk Sint Agnes deugden en wonderwerken bezingt, ontmoeten wij twee dichtregelen, die hare zegepralen over den duivel verheerlijken:

Gesterkt door ouverwinbre kracht,

Verwint zg 's helschen vijands maclit. 1)

Inderdaad; tijdgenooten en ooggetuigen verhalen breedvoerig, met wat wonderbare macht over de duivelen zij in Monte-Pulciano was toegerust. Men bracht haar vele bezetenen, waar-Onder eenige, die sinds jaren reeds door den duivel werden gekweld, en altijd verwierf hare

1) Virtute magna praedita, Hostem fugat tartareum.

-ocr page 64-

60

bede genezing voor de ongelukkigeu. Op zekeren dag werd zulk een bezetene naar Monte-Pulciano gevoerd. Zijn woede was zoo groot, dat verscheidene mannen hein niet dan met moeite konden ketenen. Met nagels en tanden verscheurde hij alles, wat onder zijn bereik kwam. Toen hij in het klooster was aangekomen verbrak hij zonder eenige inspanning zijn sterke ketenen, en vluchtte als een razende door de kloostergebouwen weg. Van verre zag hij een klein kind, liep, ja vloog er heen, greep het in zijn ijzeren vuisten en wilde het in den waterput werpen. Doch, daar naderde Agnes den bezetene en sprak: «In naam van den al-machtigen God, den Vader, den Zoon en den H. Geest, beveel ik u, wreede duivel, dit kind onmiddellijk vrij te laten en niet het minste leed te doen.» Vervolgens maakte zij het kruis-teeken op het voorhoofd van den bezetene, bad het Symbolura Quicumque en gaf den man gezond en hersteld aan zijne bewakers weer.

-ocr page 65-

VL

Hoe Agnes door hevige ziekten werd gekweld. — Zij vertrekt uaar eene badplaats. — De wonderen, die zij daar wrocht.

te Proceno namelijk,

eeds vroeger,

was het ware goud van Agnes' heiligheid in den smeltkroes van het

O

lijden beproefd; maar om ons inniger te overtuigen, dat hare deugd geen klatergoud was, waarmede zij huichelend zich tooide, besloot God Zijne dienaresse door het vuur van een heviger en langduriger lijden te beproeven en haar aldus ten

-ocr page 66-

62

toppunt van volmaaktheid op te voeren. Dit lijden werd haar vooraf door den Hemel aangekondigd. Op een Zondag Avas zij, na den nacht in gebed te hebben doorwaakt, bij het eerste morgengloren ingesluimerd, toen haar plotseling een engel verscheen; hij scheen haalbij de hand te leiden naar een olijfboom in den hof, als om haar Christus' lijden in Geth-semane te herinneren, en haar bemoedigend toe te spreken; «Drink, bruid van Christus, drink dezen kelk, de Heere Jezus heeft hem gedron-ken vóór U.» Uit liefde tot haren hemelschen Bruidegom dronk zij met gretige teugen van den kelk, maar toen zij dien geledigd wilde teruggeven, was de verschijning verdwenen. Nu kwam Agnes tot zich zelf en zij bevond zich in hare cel even als te voren.

Wat beduidde deze verschijning? Agues dacht er voortdurend en weetgierig over na, maar alles bleef haar duister. Den volgenden Zondaa:

O O

had zij op hetzelfde uur dezelfde verschijning, ja negen achtereenvolgende Zondagen bood haar

-ocr page 67-

63

Gods engel den kelk aan. Toen werd zij door eenH hevige ziekte aangetast en dit, bleek haar nu, quot;was de kelk, dien zij met zooveel gretigheid had aanvaard.

Deze ziekte maakte haar leven tot een lang-zamen doodstrijd. Maar hoe zij ook gepijnigd werd, nooit verzachtte zij haar verstorven levenswijze, en was tot ieders verwondering bij elke oefening der Communiteit tegenwoordig;. Ver-

C G O

kwijnend van smarten, was zij toch vroolijk en opgeruimd van geest, even vindingrijk en waakzaam in hare naastenliefde als vroeger. Wie ook tot haar kwam genoot van hare vruchtbare liefderijkheid, zoodat hare medezusters getuigden : «in de door smarten verteerde Agnes scheen een andere Agnes krachtio; in weldaden

O O

te leven» ; zij was krachtig en sterk door de liefde. Was het wonder, dat zij door allen werd bemind, en dat iedereen, vooral hare geestelijke dochteren, er op aandrongen, dat zij uit liefde tot hen, zich zelve zou sparen en krachtige middelen ter genezing aanwenden ? Doch

-ocr page 68-

64

de heilige Dominicanes weigerde steeds, omdat zij Gods H. wil kende; maar toen hare weigering aan sommigen hardnekkigheid toescheen, wilde zij liever nederig de openbaring des engels geheim houden, en stemde zij in het liefderijk aanzoek van bloedverwanten en vrienden toe, belovend van de noodige geneesmiddelen gebruik te zullen maken.

Men wist geen beter middel dan de beroemde baden die op drie uur afstands van Monte-Pulciano gelegen waren, en op dringend verzoek ging Agnes in gezelschap van eenige edel-vrouwen en P. Bartholomeus, den biechtvader van het Dorr inicanessenklooster, naar de badplaats.

Hier openbaarde Agnes' heiligheid zich spoedig door heerlijke wonderen. Nauwelijks was zij des avonds in het bad afgedaald, of rondom haar begon het geheimzinnig manna, waarover wij vroeger reeds spraken, ') neer te dalen.

1quot;) Zie bladz. 23 en 24.

-ocr page 69-

65

Den ganschen dag duurde deze mannaregen voort. Toen de huisgenooten des morgens de badkamer binnen traden, meenden zij eerst sneeuw te zien; doch daar het onbegrijpelijk was, hoe sneeuwvlokken hier konden binnendringen, terwijl daarbuiten er geen spoor van te ontdekken viel, onderzochten zij nauwkeuriger en ontwaarden nu, dat het geen sneeuw, maar sneeuwblanke vlokken waren, in den vorm van kruisjes. Dit ongehoord wonder was spoedig iedereen bekend, en toen men vernam, dat deze wonderregen sinds de komst van Agnes was begonnen te vallen, was zij weldra het voorwerp van ieders nieuwsgierigheid, eerbied en bewondering.

Hierop maakten slechts eenige jongelingen uitzondering. Toen de heilige Priorin eens uit het badhuis kwam, stonden daar eenige niets-doende en nietswaardige jongelieden, die hun tijd zoek maakten, met de badgasten op te nemen en lichtzinnig te bespreken. Nauwelijks hadden zij de heilige in haar wit Dominicaner-

5

-ocr page 70-

66

habijt bemerkt, of zij bespotten, hoonden en beleedio;den haar. P. Bartholomeus en anderen werden hierover verontwaardigd en vergramd.

O O

Maar Agnes bleef zachtmoedig, verzocht op de beleediging geen acht te slaan en zeide zich wel te zullen wreken. Heldenmoedig en christelijk was haar wraak. Toen zij in hare woning-was teruggekeerd liet zij eenige hoenders slachten, die de kloosterzusters voor hare kranke Priorin uit Monte-Pulciano hadden medegeven, liet ze smakelijk toebereiden en braden, en beval ze te brengen] [naar hare beleedigers.

P. Bartholomeus verzette zich daartegen: alzoo scheen hem de liefde en vergiffenis der vijanden te ver gedreven. Doch Agnes herinnerde hem het woord des Zaligmakers: Doe wel, aan die u haten en liet de gebraden kippen aan de jongelingen bezorgen met de boodschap: «dit is een geschenk van die bespottelijke kloosterzuster.»

Over zooveel vergevensgezindheid diep ge.

-ocr page 71-

67

roerd, kwamen de spotters tot inkeer, zij betreurden hun beleedigende woorden en ijlden in een opwelling van grootmoedigheid naar Agnes' woning, om haar vergiffenis te vragen. Met hun gordel om den hals knielden zij voor haar neer. Doch Agnes sprak hun terstond toe: «Sta op; gij hebt mij geen verontschuldigingen aan te bieden; ik moet u veeleer bedanken, dat gij mij een gelegenheid hebt geschonken om geduldig en liefderijk te zijn en verdiensten te vergaderen voor den hemel.»

Agnes' deugd zou nog meer door de Goddelijke Voorzienigheid worden verheerlijkt. Terwijl de badgasten het geheimzinnig manna onderzochten en verzamelden om het wonder aan de afwezigen te kunnen toonen, bemerkten zij, dat het badwater hooger dan gewoonlijk stond. Hoe groot was hunne verbazing, toen zij ontwaarden, dat waar Agnes zich gebaad had, een nieuwe bron was ontsprongen, waaruit water borrelend opwelde, een water, dat grootere kracht dan de andere baden, ja een wonderbare

-ocr page 72-

68

geneeskracht bezat. Vele zieken, die afdaalden in het Sint Agnes-bacl, zooals het tijdens Ray-mundns van Capua nog genoemd werd, verkregen terstond de sinds lang verlorene gezondheid weer. In kruiken werd het overal verspreid, en de kranken, die daarvan geloovig dronken, werden plotseling hersteld '). Eens dat Agnes met verschillende personen aan tafel zat, verwondde zich een meisje met een tafelmes zoo zeer in een der knietjes, dat hare moeder bij het aanschouwen der bloedende wonde in onmacht viel. Agnes had medelijden met de treurende moeder, sloeg eenige oogenblikken haar biddend oog ten hemel en nam toen het meisje mede om de gewonde knie in het won-derbad te dompelen. Alle aanwezigen verzetten zich hier telt;ren met den kreet: «Het bad-

1) De Kerkelijke Feesthymne herdenkt deze wonderbron : Lavacra tangens balnei, Nauw daalt zij af in 't krankenbad, Fontem dedit remedii: Of nit een bron welt water, dat Vitae relucet meritum, Aan Agnes' deugd vermaardheid

schenkt

Morbi cedunt languentium. En kranken steeds genezing brengt.

-ocr page 73-

(i9

water is gevaarlijk voor wonden!quot; Maar zonder zich hier aan te storen, liet Agnes, die op Goddelijke hulp vertrouwde, het kind een bad nemen, bracht het naar de moede]- terug en zeide: «zie, of uw dochtertje genezen is.» En waarlijk, de wonde was geheeld, een klein lit-teeken slechts was zichtbaar, ter blijvende gedachtenis aan dit mirakel.

Hoe meer Agnes er naar streefde in lijden en heldendeugd gelijkvormig te worden aan haren Goddelijken Bruidegom, hoe meer zij, daarvoor ter belooning, gelijkvormig werd met Jezus in wonderdaden. Dit ondervond zij ook in deze badplaats. Liefderijk en milddadig jegens anderen, had zij op zekeren dag velen aan tafel ge-noodigd, doch tot haar ontsteltenis ontbrak er wijn, een voor de Italianen bijna noodzakelijke drank bij het middagmaal. Agnes zond een meisje om uit een nabijzijnde fontein water te halen; het kind ging en keerde weldra met een groote karaf water terug. Agnes zegende het, terwijl zij biddend hare blikken ten hemel sloeg.

-ocr page 74-

70

maakte het kruisteeken over het water en reikte dit den gasten over. Iedereen veronderstelde, dat zij water zou schenken in zijn glas. Doch o wonder, het heeft een roode kleur! Zij proefden, en als vertrouwden zij zich zeiven niet, zij proefden nogmaals, drinken en allen riepen als uit één mond: «Wat kostbare wijn!» Kreten van vreugde en bewondering doorkruisten de zaal en allen, die in de nabijheid waren, moesten den wonderbaren wijn eens proeven. De geheele maaltijd werd vergeten en van niets meer gesproken dan van Agnes' wondermacht en hemel-sche deugd. quot;Wel beproefde de heilige Dominicanes alle openbaarmaking van dit schitterend feit te beletten. Doch des te meer verhief men de grootheid der heilige wonderdoenster, die toch zoo recht ootmoedig was.

Van het grootste wonder, dat Agnes tijdens haar leven wrocht, mocht ook deze badplaats getuige zijn. Een knaapje had zich te dicht bij het badwater gewaagd, en was daarin gevallen. De moeder stond op verren afstand, en toen zij

-ocr page 75-

71

het hulpgeschrei van haar kind vernam, schoot zij ijlings toe, sprong in het voor haar ondiepe badwater en redde haar kind, maar het was helaas reeds verdronken. Op de jammerkreten van smart en vertwijfeling, die de ongelukkige moeder slaakte, snelden al de badgasten toe en ook Agnes kwam naderbij. Met deernis en medelijden vervuld, neemt zij het gestorven knaapje in hare armen en trekt zich alleen in een nabijzijnde badkamer terug. Daar knielt zij biddend bij het lijkje neder. Na eenige seconden maakt zij het heilig kruisteeken over het kind. En ziet, het kind herleefde en stond op als ontwaakte het uit den slaap. Agnes nam het bij de hand en voerde het naar da blijde, thans van vreugde schreiende moeder. Allen stonden verbaasd, en loofden de almacht Gods, die «wonderbaar is in Zijne heiligen.»

-ocr page 76-

VIL

Stichtend afsterven der H. Agnes. — Hoe haar zalige dood op wonderbare wijze werd bekend gemaakt. — Een heerlijke geur vervult de sterfkamer.

(Jezus had de liefde van Agnes zijne bruid beproefd; en zij was waardig bevonden in Gods gloriezalen met haren Goddelijken Bruidegom het eeuwig bruiloftsfeest te vieren. Daarom treurde ook Agnes niet, toen de baden hare krankheid eerder verergerden dan ver-minderden; want hoe meer smarten zij leed, hoe meer het haar toescheen, dat hare Bruide-

-ocr page 77-

73

gom haar aan tie hemelpoorten opwachtte en met den vurigen drang der liefde haar uitnoo-digde: «Kom, Agnes, mijne bruid, kom ter bruiloft; een heerlijk gastmaal is U bereid aan den bruiloftsdisch van het Lam. Kom, Konin-ginne, die door lijden hebt gezegevierd, vereenig U met den Koning van het lijden, die u zal kronen met de gloriekransen door CT verdiend.»

Zij verliet met vreugde de badplaats, om op haar harde legerstede een zachten dood te sterven. Genezing Avas slechts door een wonder mogelijk. Doch voor Agnes, die zoo vurig verlangde ontbonden te worden en met Christus te zijn, ware een wonder hier eene kastijding geweest. De pijnen, die scherp en wreed waren, ondermijnden hare krachten, en met schrik ontwaarden hare geestelijke kinderen, hoe de Priorin met rassche schreden voortijlde naar het graf, dat hen voor altijd scheiden zou. Zij begrepen niet, dat de heilige Priorin, zoo opgeruimd, tevreden, vroolijk, ja zoo recht gelukkig kon zijn bij het naderen van den vreese-

-ocr page 78-

74

lijken dood I Deerde het dan der moeder niet, dat hare kinderen als weezen achterbleven ? Haai' gebroken oogen waren onverpoosd ten hemel gericht, als smachtte zij naar den hoogtijd met haren geliefden Bruidegom; waarom blikte zij niet op hare dochteren neer, die zoo gaarne uit een enkelen oogopslag van Moeder Agnes hadden gegist, dat zij nog aan hen dacht. Zoo peinzend staarden de Dominicanessen op hunne stervende Priorin, die hun geen teeken van liefde meer gaf. Doch ja, eensklaps opent zij de lippen, waarop de dood reeds scheen te zweven, en met zwakke stem fluisterde zij hun bemoedigend toe: «Gij bemint mij, niet waar? Welnu, treurt dan niet, dat ik de heerlijkheid van mijn Jezus mag binnengaan. Gij blijft niet verlaten achter. Daarboven kwijnt de liefde niet. Van daar zal ik beschermend op U nederzien, daar zult gij mij eeuwig bezitten.®

Het hevig snikken der Dominicanessen belette haar voort te gaan. Agnes zweeg en sloeg hare oogen weer ten hemel, als haakte zij naar 't

-ocr page 79-

75

oogenblik, waarop Jezus uit den hemel zou nederdalen om haar op te voeren in Zijn rijk. Noo- slechts weinige minuten en haar aardsche

O O

loopbaan zou volbracht zijn. Dit bemerkten de zusters. Volgens de Dominicanerritus zongen zij zacht en smeekend het Salve Regina voor de stervende en bij de woorden: «Toon ons na deze ballingschap Jezus, de gezegende vrucht uws lichaams,» speelde er een hemelsch blijde glimlach om hare lippen en blies zij den laat-sten adem uit. Toen, zingt hier het kerkelijke officie:

«Toen sloeg voor haar de zaalge stond,

Waarop zij Tan dit wereldrond Als bruid ter hemelbruiloft klom Naar Jezus-Zoet, haar Bruidegom.

En aan een blanke duif gelijk,

Steeg Agnes op naar 't hemelrijk In 't gloriekleed der Zaligheid,

Door haren Bruidegom verbeid.

En met een juichende englenstoet Trad haar Maria te gemoet.

Thans volgt zij met de Maagdenrij Het Godlijk Lam ten hooggetij.»

-ocr page 80-

76

De gelukzalige Agnes de Monte-Pulciano stierf in den nacht van Dinsdag op Woensdag, den 20 April 1317.

Nauwelijks was hare ziel het lichaam ontvloden, of zuigelingen in de armen hunner moeder of kinderen in hun wiegje gewekt, zongen den lof der heilige en riepen uit: lt;De heilige Zuster Agnes, de priorin van het Sint Maria klooster, verlaat heden deze aarde!» Voortdurend bleven zij dit herhalen, tot verwondering der gelukkige ouders, die hunne kinderen op wonderdadige wijze hoorden spreken. Zij konden wegens het nachtelijk uur niet nagaan, of het woord der kleinen waarheid was. Doch des morgens bemerkten zij weldra, dat hun tong het werktuig van Gods alwetendheid en almacht was geweest.

Er leefde namelijk te Monte-Pulciano eene vrouw, die hevige smarten aan een der armen leed. In den nacht van Agnes' dood kon zij wegens de felheid der pijnen niet slapen en

-ocr page 81-

77

keerde zij zich onrustig op haar legerstede om, toen zij eensklaps zuster Agnes tot zich zag naderen, schitterend als de morgenster, omglansd van hemelstralen, en van engelen omstuwd.

Herkent gij mij?» vroeg de heilige Agnes.

— «Het schijnt mij toe, antwoordde de kranke, dat gij zuster Agnes zijt, de Priorin van het Sint-Maria klooster.;

— «Ik ben het, hernam de verschijning, ik verlaat deze aardsche pelgrimshaan, en stijg, omkransd van de hemelglorie, die u verrukt, naar het eeuwig Vaderland. Ga bij het krieken van den dag naar mijn klooster, raak daar mijn stoffelijk overschot aan, en terstond zal uw arm genezen zijn.» Daarop verdween zij.

Zoo vroeg mogelijk spoedde zij zich des morgens naar het klooster: lt;Doe open, zusters, riep zij, laat mij binnengaan. Ik wil het lijk dei-gelukzalige Agnes aanraken en aldus genezen worden.»

De zusters hadden besloten den dood geheim

-ocr page 82-

78

te houden, totdat de Paters Dominicanen uit Orviëto waren aangekomen; zij antwoordden daarom: «Moeder Priorin ligt te bed in een treurigen toestand. Zij kan u niet ontvangen.»

— „Doet geen pogingen om mij te bedriegen, hernam de zieke; schitterend als een ster is Moeder Agnes mij dezen nacht verschenen en zij heeft mij aanbevolen haar overblijfselen aan te raken om genezing te verwerven.»

De zusters durfden niet langer te weigeren.

O C

Zij brachten de vrouw naar de sterfkamer der heilige en nauwelijks had zij het gestorven lichaam aangeraakt, of terstond werd haar arm genezen. Thans kon de dood van zuster Agnes niet meer worden verzwegen; want hoe de Dominicanessen ook smeekten, de genezene vrouw wilde het wonder aan haar gewrocht niet ge-

O O

heiin houden.

Verrukt van vreugde, met waren troost vervuld konden de kloosterlingen zich niet meer van hun gestorvene overste scheiden. Niet meer

-ocr page 83-

79

schreiend, of God om de lafenis van Agnes' ziel smeekend, maar nu God lofzingend, die wonderbaar is in zijne heiligen, knielden zij blijde om de lijkbaar neder. Een der Zusters nam Agnes' rozenkrans in de handen om dien eerbiedig met een kus te vereeren, en tot hare verwondering steeg uit den rozenki^ans zulk een heerlijke geur op, dat zij dien als begeesterd aan hare medezusters overreikte. Allen werden den balsemgeur gewaar. Spoedig ademde geheel h'^t lichaam dienzelfden wondergeur uit, zelfs de doeken en kleederen der heiligen waren als met welriekende kruiden en oliën doorgeurd '). Nu konden zij hun blijdschap niet meer verbergen; zij juichten en jubelden vreugdeliederen, welke door de kloostergebouwen en den hof weergalmden en daar het noo- vroeg in den

O O o

1) Het wonder van dezen geur en van het spreken der kleine kinderen wordt aldus in het officie op Agnes'feestdag bezongen: Felicem Agnetis exitnm. 1 Door zuigelingen wordt terstond Infantes statim nuntiant; i Sint Agnes' zaalge dood verkond. Funeris manet integritas 't Bederf genaakt haar lichaam niet, Odoris viget suavitas. j Waaraan een zoete geur ontvliet.

-ocr page 84-

80

morgen was, ook de huurlieden wekten, die elkander verwonderd afvroegen, welk geluk der Dominicanessen toch zou wedervaren zijn. Zij klopten aan de kloosterpoort, zagen het blijde aangezicht der portierster, vernamen den zaligen dood der Priorin en mochten getuigen zijn van den heerlijken geur, die thans door geheel het klooster zweefde. Spoedig was nu het wonder aan de geheele stad bekend en in breede scharen stroomde het volk naar het klooster, dat door de menigte als bestormd werd. Eerbiedig knielden allen neder, zoodra zij den hemelschen geur ontwaarden, die uit haar lichaam opsteeg; zij kusten hare voeten ter vereering en velen, die daar ziek en kwijnend gekomen waren, keerden gezond en met een nieuw leven bezield van daar terug.

Toen de stormende aandrang van bezoekers eenigszins verminderd was, had er een treffende plechtigheid plaats. Nauwelijks had zich het gerucht van Agnes' afsterven verspreid, of alle jonge maagden van Monte-Pulciano legden iets

-ocr page 85-

81

van hunne spaarpenningen bijeen, om waslicht te koopen en daarmede de begrafenis der heilige Priorin op te luisteren. Geen jonge dochter, wier maagdelijkheid niet boven alle verdenking stond, genoot de eer van mede bij te dragen. In processie trokken zij naar het Maria-klooster en lieten ter eere van Agnes' zuiverheid het maagdelijk waslicht, door maagden ontstoken, bij de lijkbaar der gestorvene branden. De goddelijke Voorzienigheid, die Agnes' lof reeds door de reine lippen van zuigelingen en kinderen had verkondigd, bewoog deze brave maagden. Sint Agnes' deugd op een waardige wijze te verheerlijken. Wellicht, zoo meent Surdinus een harer oudste levensbeschrijvers, heeft dit voorval aanleiding gegeven tot de vrome gewoonte, dat de hoofden der gemeente ieder jaar een kaars van vijftien ponden offerden en processies-gewijze naar Sint-Agnes kerk trokken ieder met een brandende kaars, die zij daar lieten opbranden der Heilige ter eere.

6

-ocr page 86-

VUL

Wonderen aan St. Agnes' graf. — Bezoek der H. Catharina aan het lichaam der gelukzalige. — Zij wordt heilig verklaard.

^ jint-Agues lichaam werkte dagelijks meer en schitterender wonderen. Zij die den evennaaste zoovele liefdediensten, vooral den kranke, bewezen had, toonde op heerlijke wijze de waarheid van hetgeen zij op haar stervenssponde sprak: «In den hemel kwijnt de liefde niet.» Nog meer dan in haar leven toonde zij na haren dood den ongelukkige lief te hebben. Zij was

-ocr page 87-

83

het licht der blinden, zegt haar levensbeschrijver, het oor der dooven, de tong der stommen, de staf en steun van lammen en kreupelen, kortom de gezondheid der zieken.

Daarom besloten de inwoners van Monte-Pulciano, tot innige vreugde natuurlijk van de Dominicanessen, Sint-Agnes' zielloos overschot niet te begraven, maar tot eer van God en tot getuigenis harer zaligheid op een praalbed ten toon te stellen. Afgevaardigden werden daarom met een groote som gelds naar Genua afgezonden, om kostbaren balsem te koopen; want zij vreesden, dat het lijk tot bederf zou overgaan. Doch God, wiens almacht onbegrensd is en in het wrochten zijner wonderwerken geen bijstand van schepselen behoeft, wilde op miraculeuze wijze het lichaam der Heilige tegen bederf vrijwaren. Nauwelijks waren de afgevaardigden naar Genua op reis, of van hare handen en voeten begon een allerkostbaarsten balsem af te druppelen; al de kb ederen, die haar lichaam bedekten, werden er mede gevuld. De kloos-

-ocr page 88-

84

terzusters aanschouwden dit nieuwe wonder met verbazing : zij riepen de Dominicanen en spoedig waren ook de inwoners van Monte-Pulciano toegesneld om van dit wonder getuigen te zijn. De Dominicanessen vulden vazen vol van dezen wonderbalsem, welke zoo duurzaam was, dat twee eeuwen later nog de Dominicanen dier stad aan de vereerders der Heilige een vaas met balsem vertoonden, die altijd even geurend en vloeiend bleef. Toen na eenigen tijd de kooplieden uit Genua waren teruggekeurd, betreurden zij bet, dat zij geen balsem, voor de grootste som geld niet, hadden kunnen bemachtigen. Doch men schreef dit toe aan een beschikking der Goddelijke Voorzienigheid, aan Wie men met vreugde en vertrouwen de balseming en bewaring van Sint-Agnes lichaam overliet.

De heilzame kracht, die van dit lichaam uitging, was spoedig vermaard door geheel Toscane. Van de uiterste grenzen dezer provincie bracht men lijders en zieken naar de Sint-Agnes-kerk. Sommigen werden reeds genezen op het oogen-

-ocr page 89-

blik, dat zij de brug, die naar de kerk leidde, overschreden, mits zij bezield waren met een nederig en groot geloof; anderen, die minder seloovio', ja- twiifelend de kerk werden binnen-

O O' ) v

gedragen, vonden onverwijld genezing, zoodra zij den wondergeur ontwarend of zoovelen plotseling genezen ziende, hun geloof voelden opgewekt. Anderen wederom werden van hevige, doodelijke ziekten bevrijd, zoodra zij de beloften aflegden van een bedevaai't naar de relieken der H. Agues te houden. Onmogelijk kunnen wij de door onwraakbare getuigen bevestigde mirakelen, die de H. Agues na haren dood heeft gewrocht, in deze bladzijden mededeelen. Zij zijn zoo talrijk, dat de Bollandisten niet minder dan vier bladzijden hunner folio-uitgave daarmede hebben gevuld. Zij gaf aan drie mannen en twee vrouwen het gezichtsvermogen terug; ontbond de tong van twee stommen, sloeg een godslasteraar met stomheid, waarvan zij hem na rouwmoedige boetvaardigheid weder bevrijdde; verscheen aan een hardnekkigen zondaar, die wraak en dood ademde jegens zijne

-ocr page 90-

86

vijanden en verzoende hem met zijn evenmensch en God; zij verloste gevangenen van de doodstraf; dreef duivelen uit en gaf zelfs een gestorven jongeling aan zijn weenende moeder weer. Een dier wonderen willen wij tot stichting onzer lezers, breedvoeriger raededeelen.

O / O

Een zekere Vanucci, inwoner van Grosseto, was door de graven van Santa Flora gevangen genomen, en in een somberen kerker opgesloten en stond aan wreede folteringen bloot. Daar hij geen kans op redding zag, rekende hij vooral op de barmhartigheid des Hemels, die hij door de voorbede van Gods lieve Heiligen hoopte waardig te worden. Xu had hij dikwijls over de wonderbare macht der heilige Agnes de Monte-Pulciano hooren spreken, doch herinnerde zich haren naam niet, en in de dwaze meening, dat hij daarom hare voorbede niet waardig was, smeekte hij dringend en vurig tot den alweten-den God, opdat Hij zich gewaardigen zou hem den naam der Heilige te openbaren. Den volgenden dag verscheen hem de H. Agnes, terwijl

-ocr page 91-

87

hij op zijn vunzig strooleger in diepen slaap gedompeld lag. Het licht, waarvan zij schitterde, maakte den nacht van zijn kerker tot helderen dag. Agnes sprak hem minzaam toe en ver-1 zekerde hem, dat hij terstond uit zijn gevangenschap zou worden verlost, indien hij beloofde naar haar relieken een bedevaart te zullen doen. Terstond vloog hij van zijn legerstede op, knielde neder en na de belofte te hebben afgelegd, vielen eensklaps de knellende ketenen vei'broken op den grond; hij vond de kerkerdeur geopend en ontkwam veilig aan de handen zijner vijanden. Toen hij vervolgens het lichaam der Heilige bezocht, bemerkte hij aan de trekken van haar aangezicht, dat de Heilige hem werkelijk verschenen was en hem bevrijd had uit den kerker.

In den loop der veertiende eeuw ontving het graf van Agnes onder anderen tweemaal een merkwaardig bezoek, van Keizer Karei IV en van de H. Catharina van Siënne.

Op zijn reis naar Rome deed Keizer Karei

-ocr page 92-

88

ook Monte-Pulciano aan. Het was den 20 April, waarop het volk niet geestdrift den zaligen dood der H. Agnes herdenkt. Daar men op dien dag de graftombe, waarin het stoffelijk overschot rustte, gewoon was te openen om aan de godsvrucht der «reloovkren te voldoen, werd ook

O O

Karei uitgenoodigd die plechtigheid door zijn tegenwoordigheid op te luisteren. Hij kwam met geheel zijn gevolg. Toen men den sluier van haar aangezicht wegtrok, opende zij de oogen en zag den Keizer minzaam aan. Wat openbaarde hem dat stralend, schitterend oog? Niemand is het bekend; maar dit is zeker: Karei, die de Dominicanen wantrouwde, omdat het gerucht weer verspreid werd als zou een Dominicaan zijn grootvader Hendrik van Luxemburg door een vergiftigde Hostie hebben ge-

o O O O

dood — Karei was sedert dien dag met de Predikbroeders innig bevriend en overlaadde hen met gunstbewijzen.

Wat het bezoek der H. Catharina betreft, haar was door den hemel geopenbaard, dat haar

-ocr page 93-

89

glorie in de gelukzalige eeuwigheid even heerlijk zou zijn als die der H. Agues. Zij wenschte daarom haar graf te bezoeken. Met die haar vergezelden bij het lichaam der Heilige gebracht, plaatste zij zich aan het benedeneinde om de voeten nederig en eerbiedig met een kus te vereeren. Maar, o wonder! Nauwelijks heeft Catha-rina op een der voeten hare lippen gedrukt, of de gestorvene heft zelve den ander op, om aan de heilige Catharina het ten tweeden male neerbuigen te besparen. Eenigen tijd daarna hernieuwde Catharina dit bezoek, en ziet, toen zij dicht bij het hoofd der heilige stond, regende eensklaps over allen die aanwezig waren, het geheimzinnig manna neder, waarover wij vroeger reeds spraken.

In 1435 werd het klooster der Dominicanessen van Monte-Pulciano aan de Predikheeren afeestaan en dezen ffing; niets zoozeer ter harte,

C O O 7

dan de vereerino- der H. Agues te verbreiden.

O O

Hare relieken werden plechtig onder het hoofdaltaar bijgezet en langzamevhand werd de ver-

-ocr page 94-

90

eering en toeloop der geloovigen naar dit graf steeds aanzienlijker. Nochtans was zij de eer der Katholieke altaren nog niet waardig gekeurd. Paus Clemens VII stond toe te Monte-Pulciano den sterfdag der Heilige te vieren. Paus Clemens VIII plaatste haar plechtig onder het getal der Heiligen en den 23 Februari 1601 werd aan geheel de orde der Dominicanen vergund, haar feest plechtig te vieren.

Wij hebben getracht, beminde lezers, u het wonderbaar leven der H. Agnes de Monte-Pulciano naar best vermogen te schetsen. Is het beeld dat wij teekenden slechts een schaduwbeeld, wijt het aan de zwakheid vooral der aardsche verven, die onmogelijk de schoonheicl, verhevenheid en glorie van zulk een leven vermogen weer te geven. Door wat deugden schitterde zij niet uit! Gebed en werkzaamheid, naastenliefde en onwrikbaarheid, ootmoedigheid en

J O

kracht tot grootsche werken, boetvaardigheid en tevredene vroolijkheid wisselden elkander niet af, maar waren altijd in haar handel en wande

-ocr page 95-

91

zusterlijk vereenigd. En dan, door wat wonderen werden die deugden verheerlijkt! Waarlijk, God is wonderbaar in zijne Heiligen!

Mocht ons leven aan haar leven gelijk zijr», dan zal ook onze dood gelijk zijn aan haren zaligen dood, en onze glorie aan hare glorie. Mogen wij al niet hopen, dat onze deugden zoo waardig zullen zijn als hare deugden om door God te worden verheerlijkt, iets zullen ons die deugden verwerven, dat wij evenals de H. Agnes, eenmaal zullen aanzitten aan den heerlijken hruiloftsdisch van het Lam.

Nemen wij in de beoefening der deugd, in ons streven ter eeuwige glorie onze toevlucht tot de H. Dominicanes Agnes de Monte-Pul-ciano, en bidden wij dikwijls tot God, wat de Kerk ons in de feesthymne der Heilige ingeeft te bidden:

-ocr page 96-

92

«O Bronaar van genade en deugd, Arerleen ons allen de eemvge vreugd, Geef door de voorspraak dezer maagd, Dat ons eens 't Licht der Glorie daagt.»

-ocr page 97-
-ocr page 98-
-ocr page 99-
-ocr page 100-

-

-

.

.

■' P

;