-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

DE BRUSSELSCHE ANTI-SLAVERNIJ CONFERENTIE 1889-1890.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

k . ./

Aj' a,.; ■, -c-. - lt; •

Be liriBWs Aili-üla?fflii Ciferemis !889-lia

3? JR O E F S G ü I F T

TER VERKRIJGING VAN DEN GRAAD VAN

DOCTOR IN DE RECHTSWETENSCHAP

AAN DE KJ J KS-ILN1VERSIT EIT TE LEIDEN

OP GEZAG VAN DEN RECTOR-M AGNI FIGU S

Dr. C. P. TIELE,

HOOGLEERAAR IN DE FACULTEIT DER GODGELEERDHEID

VOOR DE FACULTEIT TE VERDEDIGEN op Vrijdag 37 Januari 1S93, des naniiddags tc '•gt;!, uur,

DOOK

HEN H l VISSER,

GEBOKEN TK BRUSSEL.

r

/ • 'j-

—v-^s fea-—

l.l.lö] \. 1'. SOMKIUVI! .

-ocr page 10-
-ocr page 11-

Aan mijnen Vader

-ocr page 12-
-ocr page 13-

I X L E I D ï N G.

Onze kennis van do Zuidelijke streken van Afrika danken wij voornamelijk aan de 15de en lOde eeuw; de ontdekkingen dier beide eeuwen zijn wij in de eerste plaats verschuldigd aan de energie van ettelijke moedige reizigers, waaronder de Engelschen en Duitschers de eerste plaats innemen.

Zoo zijn er vooral twee vorsten van Europa, die meer dan anderen tot die ontdekkingen hebben aangezet en

o o

de resultaten van die onderzoekingen vruchtbaar hebben trachten te maken voor Europa, nl. voor de löde eeuw ITrndmk de Zeevaarder, voor de Iflde eeuw Koning Leopold de Tweede van België.

Aan beider streven lag ten grondslag de hoop hunne

l

-ocr page 14-

O

rijken de voordeelen te doen genieten van de met de Afrikaansclie volkeren aan te knaopen handelsbetrekkingen; daarnaast ecliter werden beiden gedreven door andere motieven, waarvan bet verschil voornamelijk verklaard zal moeten worden nit beider onderscheidene positie, en uit het verschil in beider wereldbeschon-wingon in verhand met (je ideëen dor tijden, waarin zij leel'den.

i 1 ExnuiK de Zeevaarder, do vierde zoon van den Portngeeschen Koning Jan den Onechte (1385—1433), die de riddersporen verdiende in den slag hij t'euta tegen de vijanden van zijn vaderland, de Mooren. had opgemerkt, dat deze slechts hulptroepen van de Noordkust van Afrika, nooit van zuidelijker streken ten strijde hadden gevoerd. Daarom wilde hij onderzoeken, of in die zuidelijke streken soms Christenen woonden, in de hoop met hunne hulp de Mooren van het zuiden uit te kunnen bestoken.

Bovendien bezielde hem het verlangen, voor die tijden begrijpelijk, om de te ontmoeten volkeren, voor zoover ze geen Christenen mochten zijn, do zegeningen van het Christendoni deekichlig te doen worden. Ku zoo zien wij

-ocr page 15-

a

hem zijne woon plaats vestigen te Saaresin Algavvie. vanwaar hij langs «Ie kusten van Afrika zijne schepen uitzond. waai'op 'ii lateren tijil (likwijls ondernemende jonoe mannen, door heinzolven aan zijn liof voor liunne taak opgeleid, do bevelhebbers waren.

Veel overeenkomst is er tnssehen dezen Portiigeeschen vorst en den tegen woord igen Belgischen Koning, hoewel natinirlijk tengevolge van de plaats waar, de omstandigheden waaronder, en vooral den tijd, waarin Lkopolii ile Tweede leeft, in vele opzichten zijn doel en zijne denkbeelden aanmerkelijk verschillen moeten van die van Hendrik den Zeevaarder.

Ook hij hem stond op den voorgrond het belang van lielgië's handel, waarvoor hij reeds als Hertog van P.rabant levendige belangstelling had getoond.

Als zoodanig hield Leopolo den i7den Februari iS(i() in de Senaat, waarin hij krachtens de üelgische grondwet zitting had , eene rede over de belangen van lielgië's handel en industrie, die niet alleen in zijn vaderland, maar zelfs in het buitenland diepen indruk maakte. Het «Journal des Débatsquot; zeide er van: «de edelaardige znclit. welke den jeugdigen Prins voor zijn land bezielt.

-ocr page 16-

hot doel. dat liij aan liet inzicht en de werkzaamheid van het Belgische volk voor oogen hondt, bestaat daarin, dat hij het volk do baan wil doen optreden, waarin het is voorgegaan door do natiën, die thans op het gebied van industrie en handel het meest zijn vooruitgeschreden.quot; Die rede is voor de kennis van de richting, in welke de tegenwoordige Belgische Koning den vooruitgang van zijn land zoekt te bevorderen, van het grootste gewicht.

Uit iedere bladzijde van die rede herkent men den Uiteren stichter van don Congo Staat. Het zoeken van nieuwe debouches voor de Belgische industrie, het hoold-motief voor zi jn later streven en werken met betrekking tot de ontdekkingen aan den Congo, achtte hij reeds toen van groot gewicht. »A1 is Belgiequot;, zoo spreekt de Hertog van Brabant, «in de laatste vijf en twintig jaren ook betrekkelijk meer vooruit gegaan dan onze naburen, ook deze zijn niet werkeloos gebleven: grootendeels voorzien zij in eigene behoeften. en op sommige plaatsen waar wij vóór tien jaren slechts verbruikers vonden, treilen wij nu mededingers aan. die niet slechts onze waren niot moor koopon. maai' zolve prodiiceeron on in

-ocr page 17-

euii krachtigen wedijver tegen ons eptreden. De meest iial)ij gelegen markten, waarom zouden wij liet ons ontveinzen. dreigen voor eenige onzer gro|cte industriën verloren te gaan.

(-iroote verplaatsingen beginnen zich in onze lijnwaden . in onze linnens en onze garens te doen gevoelen: onze machines, ons ijzerwerk, onze rails worden thans grooten-deels naar Spanje, Italië en Rusland heengevoerd.

Onze werkkring strekt zich dus uit in de verte, maar uog verder moet hij zich uitbreiden. De bedrijvigheid onzer werkplaatsen, liet welzijn onzer arbeiders, het fortuin onzer industriëelen hangen er van af.

Zoo om verscheidene redenen zekere nabijgelegene en zeer gereede markten langzamerhand minder toegankelijk voor ons fabrikaat worden, zien wij er andere voor ons openen, die wel is waar meer afgelegen, maar ook van grooter omvang zijn . en die binnen weinige jaren, dank zij de spoorbanen, stoomschepen en telegraallijncn zeer gemakkelijk zullen zijn te genaken voor hen. die zich daar een goeden grondslag voor handelsverrichtingen zullen hebben weten te verschallen.quot; En gelijk IIknduik de Zeevaarder jonge mannen opleidde om hen voor zijn

-ocr page 18-

()

dool geschikt te maken, zoo wist Lkoi'OU» tie Tweede aan zijn dienst te verbinden allen, die in onzen tijd naam hebben gemaakt als ATrika-reizigers en als wetenschappelijke beoefenaars van de aardrijkskunde vuur zoover Afrika betreft.

Do andere drijfveeren van den i'urtugeesclien Vorst zoeken wij bij hem echter tevergeefs; in plaats daarvan werd Leopold bewogen dooi' de zucht om een eind te maken aan den vreeselijken slavenhandel, die naar de meeningen van vele reizigers jaarlijks in Afrika 80,000 tot 100,000 slach tol fors maakte.

Wie van beiden voor de geschiedenis der beschaving de grootste verdienste heeft. wensch ik niet te beslissen, maar de schitterende gevolgen, die de bemoeiingen van den Ilelgischen Koning hebben gehad voor een deel van Afrika nl. voor hot stroomgebied van den Congo, hebben mij bij het zoeken van een onderwerp voor een proefschrift aanleiding gegeven, om de lotgevallen van die landstreek tot 01 ider\ver|i mijner dissertatie te kiezen. Ik wensch daarbij, na een overzicht te hebben gegeven van den l'ortngeoscheii Congo Staat, meer beknopt de wording van den tegen woon ligen mede te doelen, om

-ocr page 19-

7

lUiarna eenige hliulzijdüii te te licj-lijn van 1884, die tc eindigen met het bespreken land ten opzichte van de Conferentie.

wijden aan de fonlerentie ürnssel van 1889, en te van ile houding van ons besluiten der Urusselsehe


-ocr page 20-

MOO K I) ST I'K I.

Gescliicdcnis van Let Congo-gcbicd.

Toen Hendrik de Zeevaarder de l'ortugeezen tnt onl-dekkingstochteii langs de Westkust van Afrika begon aan te sporen, was de 1 'ortugeesciie Zeevaart nog weinig ontwikkeld. Men waagde zich slechts langs de kust en zorgde er voor, dat men deze niet uit het oog verloor.

Van de eerste schepen, die hij uitzond, waagde geene zicli verder dan kaap Hojador; niemand durfde dit voorgebergte omzeilen, dat zich ongeveer 40 mijlen verder naar het Westen uitstrekte dan de kusten waarlangs zij benoorden deze kaap waren gevaren.

Eerst in I i-34 deed Gil Cannes, een in ongenade gevallen page van den Prins eene poging de gunst zijns

-ocr page 21-

O

heeroa to licvwimien duor knap Bojudur 0111 te zeilen. Dit waagstuk gelukte en daardoor was het ijs gebroken. Van nu al' drong ieder volgende zeevaarder steeds verdei' Zuidwaarts door en was de stoutmoediglieid bij de Portu-geezen zoo groot geworden, dat de dood van Prins 1 Ikndimk geen storenden invloed had op dc ontdekkingstoehten van zijn volk. Wel waren staatkundige verwikkelingen oorzaak, dat zij eenige jaren bleven rusten, maar met «Ie troonsbestijging van Jan den Tweede werden de ontdekkingsreizen met kraeht voortgezet. Wij lezen in »Tlie Congo and the iounding of its l'reestatequot; van IIknüv Stani.kv dat Diégo Can den mond van den Congo in liet jaar 1484 bereikte op wiens zuidelijke oever hij een gedenksteen oprichtte ten teekeu, dat deze streek door Portugal in bezit was genomen. Naar dezen steen droeg de rivier in den eersten tijd den naam van «lïio de I 'adraoquot; d. i. gedenksteenrivier.

De steenen pilaren wilde Portugal beschouwd zien als een bewijs van occupatie en do Europeeselie Mogendheden maakten geen bezwaar ze als zoodanig te erkennen, nu de Pausen reeds waren voorgegaan door de te ontdekken streken aan Portugal te schenken.

-ocr page 22-

10

lice-Is 11 knduIk ilc ZeeviicU'dL'r nl. zuulit cu verivreeg den stL'iui des Pausen, ten einde de vooi'deelen dei'ontdekkingen voor Portugal alleen te houden. Ju 1132 ver-kroeg hij van Paus .Martini's den vijfde eene bul, waarin aan de Portugeezen ten eeuwigen dage gegeven werden alle door hen te ontdekken landen van Kaaji I So. jailor tot Oost-lndië. Aan de zeelieden, die op deze tocliten het leven verloren, werd volkomen allaat ver-leejid. De opvolgers van Mauïjnls bevestigden deze bul. terwijl een van hen er zell's lüj bepaalde , dat geen ander volk van het Westen naar het Oosten ontdekkingen mocht doen, ja zell's, dat alle streken door anderen in die richting ontdekt, toch eigendom van Portugal zouden zijn. Zoo was de groote rivier ontdekt, waarvan het water met zooveel kracht de zee instroomt, dat Stanley oji een alstand van een vollen dag stoomens van den mond in het zeewater reeds den invloed van het Congo-water bemerkte.

LUauü Cao voer de beneden rivier een eind weegs op en vond overal langs de oevers zwarte bewoners. De geheele knst nam hij in naam van den Koning van Portugal (IJo.m Joau IJ 1-181—li85) in bezit. Hier en daar werden

-ocr page 23-

iubuorlingeu gevangen gonoinen. dim hem. iiudiit /e ile l'ortiigeesche taal eenigszins geleerd hadden, als tolk te dienen. Met den Koning van die streken, wist hij vriendschappelijke betrekkingen aan te knuupen, zoo zeerzell's, dat diens gezant, Kassuta, zich in Portugal liet doopen.

Niet lang daarna nam ook de Koning zeil'het Christendom aan en liet zijne onderdanen heheeren door uit Portugal gezonden priesters. De Koning woonde te Ambassi; hier vestigden zich ook de zendelingen en van deze plaats uit. waarvan de naam door hen veranderd werd in San Salvador, oefenden zij hun bekeeringswerk uit en wel met zoo goed gevolg, dat reeds iu het begin dei* lü1'6 eenw de geheele bevolking van het groot Congorijk tot het Christendom bekeerd was. | liet ligt voor de hand dat dc hekeering zeer oppervlakkig was en eigenlijk slechts eene formaliteit|. San Salvador werd een halve iMiropeesche stad: kerken en kloosters verrezen er (,'n toch bleef de stad de residentie van den Iniandschen Koning. In de KWe eeuw werd de stad door den inval van de woeste Jagga's geheel verwoest Koning en zendelingen vluchtten naar de zeekust en zochten en verkregen hulp van Portugal. De Portu-

-ocr page 24-

12

geese lie soldaten dreven de .lagga's terug eu liet lier-liouwde San Salvador telde weldra 10,000 inwoners. Niet lang zon die voorspoed echter duren. In de eerste hellt der zeventiende eeuw verzette de Koning van Congo zich tegen liet Portugeesche gezag, dat feitelijk echtei-nooit veel beteekend had. liet was dan ook geen opstand, de Koning verdreef' eenvoudig de l'ortugeezen uit zijn land. San Salvador verviel nu.

Honderd vijftig jaren latei' deden eenige zendelingen nog eene poging om het Christendom er weer ingang te doen vinden, maar tevergeefs en in ISTI! was van liet Christendom geen spoor meer te vinden , en slechts eenige vervallen overblijfselen wezen de plaats aan, waar eertijds Sax Salvador gestaan bad.

De lOde en 17'le eeuw hebben de kennis van Afrika, dus ook van het Congogebied, weinig vermeerderd. In ile IGde eeuw drong het wereldverkeer met hidië en Amerika Afrika op den achtergrond ; de volgende eeuw werd door de Kuropeesche Staten gebruikt om hunne Afrikaansche bezittingen te koloniseeren en er het Christendom te verbreiden. De Kranscben verwierven

-ocr page 25-

bezittingen in 1020 aan de Senegal; de ITollanders vestigden zich een en twintig jaar later aan de Kaap de Goede Hoop; een Duitsclie maatschappij op aansporing van den Grootcn Keurvorst aan de Goudkust, terwijl om van anderen niet te spreken, de Portugeezen liunne bezittingen in Angola en Mozambique uitbreidden.

Met de kustlanden was men dus tegen het einde der achttiende eeuw tamelijk goed vertrouwd geworden; wat echter de kennis van het binnenland betreft, verklaarde de Engelsche «African Associationquot; in liet ongeveer in 1788 verschenen eerste deel barer «Proceedings'quot;, dat de kaart van het binnenland slechts een wit vlak was, waarop maar eenige stroomen waren geteekend.

Die toestand had echter den langsten tijd geduurd, in het laatst der 18de eeuw werden de ontdekkingstochten naar Afrika hervat en daarbi j stond op den voorgrond : het vermeerderen van de kennis van het binnenland. Hoofdzakelijk daarvoor werd de bovengenoemde African Association opgericht, die zich noemde: «Association for promoting the Discovery of the Interior Parts of Africaquot;.

Meer dan bij de tochten der 'I.quot;Vlo couw stond hij deze

-ocr page 26-

up den vnorgTond liet vermeerderen der geograpliisclie kermis van Afrika. Tegelijk echter luidden de Kngelselien liet oog gericht O]) de uitbreiding van linnnon handel eu de bevordering van den bloei, der 1'ritsel 10 industrie. Beide werden gevoelig getroffen door den vrede van Versailles (1783), waarbij do llritsche Koloniën in Nooi'd-Amerika onafhankelijk verklaard werden; het was noodig nienwo wegen voor den handel, andere debouches voor de waren der industrie te vinden.

In do eerste tijden hield men zich vooral bezig met onderzoekingen naar den loop van den Niger en den Nijl. eu naar de bronnen, waaruit beide rivieren haar oorsprong nomen.

Keu gedeeltelijke beantwoording van de vragen, die zich daarbij voordeden. lokten uit tot oen nauwkeurig onderzoek naar de meren in het binnenland van Afrika, en hierbij sloot zich als van zelve aan een onderzoek naar het stroomgebied van den Congo.

Verschillende reizigers hebben zich met de oplossing van dit laatste vraagstuk beziggehouden, zooalsBuütox. Kivixgstoxk en ( 'ameiiox tol ('indefijk Hkxiiv Moütox

-ocr page 27-

Staxley do kroon op hot werk zette door in Xovovnbei-•1870 van uit X vangroe eon der morkwaardiüste on gevaarlijkste tochten to ondernemen, wsuirvan do geschiedenis molding maakt. Van Nyangroe uit zooveel mogelijk to water, waar onhovaarbaro gedeelten of watervallen dit niet onmogelijk maakten. langs don oovoj- zijn taak stoutmoedig voortzettende in westelijke richting, kwam hij negen maanden later, in Augustus 1877. aan don mond van den Congo aan.

Al zijne blanke reisgenooten had hij verloren, liij zeil' was don hongerdood nabij, maar hot blijvend rosnltaat van dozen stoutmoedig volbrachten tocht «Through the Dark Continentquot; was, dat het laatste grooto Alrikapro-hloom was opgelost, dat de tot nu toe onbekende loop van don Congo op do kaart vastgesteld kon worden.

Stanley ging in Zwitserland oen welvordiendo rust zoeken en herstelling van zijn zwaar geschokte gezondheid, totdat een andore Hendrik do Zeevaarder hem opriep zijne krachten aan te wenden om practisch nut te trokken van don vooruitgang, dien de goograpliischo wetenschap aan hem te danken bad.

hie man was Leopoiji do Tweede van l!oligt;ië.

-ocr page 28-

IC)

Heeds werd. terwijl Stanley zich nog in Afrika bevond, onder leiding van den Helgischen Koning te rgt;vussel eene internationale Conferentie gehouden. De meest beroemde Afrika-reizigers, geleerden, staatslieden van verschillende landen waren door hem nitgenoodigd tot het bijwonen dezer Conferentie, die ten doel had te beraadslagen in welken geest men voortaan in Centraal Afrika werkzaam zon zijn.

Het resultaat was, dat met algemeene stemmen dooide Conferentie werd besloten, dat men wetenschappelijke onderzoekingen in de onbekende gedeelten van Centraal Afrika zon bevorderen, dat men dit land zou trachten te openen voor handel en beschaving en in de derde plaats den slavenhandel zou onderdrukken.

Veel ijver werd echter door de opgerichte nationale comités over het algemeen niet betoond , daar men al spoedig moest ondervinden, dat de naar Brussel gezonden gelden niet worden aangewend tot uitvoering van het drieledig doel. dat in 1870 te lirussel met algemeen goedvinden was vastgesteld, maar veeleer werden gebezigd tot exploitatie van den beneden Congo, ten behoeve van Relgischen handel en industrie.

-ocr page 29-

17

Slechts het Belgische nationale Comité bleef natuurlijk hij lt;le veranderde gedragslijn der «Associationquot; werkzaam en waar deze laatste linancieel tekort schoot, daar kwam Leopold do Tweede, do ziel der geheele beweging, haar met eigen middelen te hulp. Toch hadden hare bemoeiingen, die zich vooreerst tot ontdekkingstochten bepaalden weinig succes, en is het resultaat daarvan met dat van Stanley's tocht vergeleken van weinig beteekenis.

Daarom besloot Koning Leopold Stanley aan zijne zaak te verbinden. Hij noodigde hem uit tot eene vergadering te lïrussel in het Koninklijk Paleis, gehouden in November 1878. Daar waren bijeen een aantal invloedrijke personen, handelaars en linanciers uit verschillende landen, aan wien Stanley inlichtingen gaf omtrent de bevaarbaarheid van den Congo voor schepen van geringen diepgang, omtrent de gezindheid der inboorlingen , kortom over alles, waarvan de wetenschap van belang kon zijn voor de beantwoording der vraag, wat men ten opzichte van liet ('ongogebied zou kunnen doen of ra. a. w. op welke wijze men dit land voor den handel zou kunnen ontsluiten.

Verschillende vragen echter konden wegens denatuur-

2

-ocr page 30-

IS

lijk nog gebrekkige en onvolledige kennis «lier streken niet vokloende beantwoord worden; daarom besloot men eene expeditie uit te ruston om hot antwoord (i]i die vragen aan den Congo zelf te gaan halen.

De Belgische Koning begreep, «lat het slagen van deze expeditie meer linancieele uFiers zou vi'agen dan waartoe de «Association Internationale Africainequot; in staat was; daarom werd besloten buiten de Association om een fonds bijeen te brengen, waaruit de kosten der expeditie konden worden bestreden. Daarvoor richtte Leopot-D dtïn tgt;5sten November 1878 in overleg met Stanley te Brussel eene afzondeilijke vereeniging op onder «len naam: »Comité d'Etudes du 1 huit-Congoquot;. A oor een gedeelte van het benoodigde kapitaal werd terstond op de vergadering-door de aanwezigen ingeteekend. Ter bestrijding van alle kosten werd noodig geacht een kapitaal van 20U00 pond sterling. Het nog ontbrekende werd gedeeltelijk door buitenlanders bijeengebracht; later echter betaalde het Comité al die gelden terug, zoodat het evenals de Association een zuiver Belgische vereeniging werd. Natuurlijk was Stanley «le aangewezen leider der expeditie, «lie voornamelijk te ond«'r/,«leken had waarlangs «le weg

-ocr page 31-

lil

moest loopen. die ilen Beneden Congo met liet bebouwbare gedeelte van den bovenloop zou verbinden entevens moest uitmaken, of en in boever men met de oeverbewoners bandelsbetrekkingen zou kunnen aanknoopen. Reeds in Augustus 1870 bevond Stanley zich weder aan den mond van den Congo. Ingevolge bet reeds opgemaakte schema der expeditie, vestigde hij langs do rivier hier en daar stations, van waar de noodige levensmiddelen, wapens enz. bij liet dieper doordringen verkregen konden worden.

Het eerste station werd opgericht te Visi, bet uiterste punt, dat van den mond van den Congo uit per schip bereikt kon worden. Van bier was de rivier onbevaarbaar tot Isangila. waar een tweede station werd opgericht. Maanden lang had Stanley noodig om dit bergachtig terrein vol rotskloven door te trekken en de stoombooten voor de verdere riviervaart in afzonderlijke stukken hierheen te1 transporteeren. In Juli 1881 was onze reiziger gevorderd tot Stanley-Pool; van hier uit was de oever bevaarbaar over eene lengte van 1700 kilometer tot Stanley-Falls. Te Stanley-Pool stiet bij echter op andere mocielijkheden . van dien aard zelfs, dat het slagen van

-ocr page 32-

20

do lt;gt;eheele ondpi-neming or dooi- in gevaai'word gebvaclit.

üe Italiaan nr. I 'gt;i:azz.\ , dio in liet belang van Frankrijk ontdekkingsroizen dood in Afrika, had id. in 187!) don holioerschor van don maclitigon llatokó-stam, o]) don rochteroevov van don Congo, weton to nvorredon zioli onder liet pvoteetoraat dov Fransolio Republiek te stollen. Wilde Staxi.f.y handelen alsof dit protectoraat niet bestond, dan bad men natuurlijk terstond zoo niet openlijke vijandelijk lieden, dan toch allerlei intriges dor Kransehen te vroezen. Staxlkv zag dit in en wist. hot gevaar te voorkomen door don rechteroever aan do Franschen over te laten en zich te vestigen op don linkeroever. Uier stichtte hij, terwijl dk Brazza afwezig was, het station Leopoldvillo. Steeds om bovengemoldo redenen hot oog op don linkeroever gericht hondende, richtte hij verder hot station Mswata op. Daardoor verhinderde hij, dat beide oevers in Franscbe handen kwamen, wat de Congo op oen bepaalde plaats tot een Franscbe rivier zon gemaakt hebben.

Nadat de verdere tocht gelukkig volbracht was tot aan het Leovolt) ll-moor. do hoofdbron van doKuangn. die zich in don Congo uitstort, begaf Staxi.ky zich naar

-ocr page 33-

Europa, waai' hij in Soptenilicr 1882 aankwam un: inonileling verslag tc geven van zijn tucht.

Het Comité d'Etudes du Haut-Congo vond hij niet meer terug. Koning Leopolo had begrepen, dat de tijd tot onderzoeking voor wetenschappelijke doeleinden voorbij was, dat men andere vruchten van de opolTeringen, die men zich getroost had, kon verkrijgen, en zoo schijnt langzamerhand het plan gerijpt te zijn, eene duurzame staatkundige organisatie in het leven te roepen.

Het was niet te verwachten, dat de Belgische Kamers ooit hare toestemming zouden geven tot eene vereeniging van het in het stroomgebied van den Conim tc verwerven

O O

streken met het Belgische Koninkrijk. Daarom besloot men, ook om te verhoeden, dat oen andere staat bezit van die streken zou nemen, hetgeen natuurlijk Delgië's handel en verkeer met het Congogebied zou belemmeren, tot het stichten van een aizondeiiijken staat. \V an neer voor het eerst die denkbeelden zijn opgekomen, is nu in 1892 natuurlijk nog niet uit te maken: dat reeds spoedig zulke gedachten bij den leider der geheele beweging zijn opgekomen, daarvoor zou men als bewijs kunnen aanvoeren, dat de instructies, door het Comité

-ocr page 34-

22

d'Etudes du Uaut-Cuugo aan Stanj.kv gógevou, niet voor l)ubliciteit gescliikt goaclit woi'deii. Hiertegen zou geen bezwaar bestaan hebben, wanneer men alleen Innuani-taire en wetenscbappelijke bedoelingen bad gehad.

En Stanj.ey zeil' getuigt, dat bij het doel zijner zending geheim trachtte te houden.

Met het oog op die, in 1882 ten minste, bestaande plannen, was het Comité d'Etudes du Ihuit Congo in alle stilte veranderd in eene «Association Internationale du Congoquot;. Bij deze nieuwe vereeniging stond beslist op den voorgrond liet verkrijgen van grondgebied en het vestigen van koloniën.

De «Associationquot; nam een eigen vlag aan (een gouden ster op een blauw veld), en in naam van de «Associationquot; sloot Stanley met ongeveer 450 inlandsche hooiden verdragen, waarbij zij de souverciniteit dei' «Associationquot; erkenden en tot teeken daarvan hare vlag aannamen.

-ocr page 35-

11 O O F 1) S TI' K II.

Het Engclsch-Portiigccsche traetaat en dc Ucrl i,juscho Cont'erentie.

Zoo luid dan de «Assucation Internationale du Congoquot; door de verdragen met de hooiden der Inboorlingen In het stroomgebied van den Congo sonvereiniteitsrecliten gekregen over een uitgestrekt gebied.

Het bijzondere van dezen toestand bestond hierin, dat eene vereeniging van particulieren verdragen sloot, dat aan haai- rechten werden overgedragen alsof zij eene in het volkenrecht erkende macht ware. Zell's had de vereeniging in België geen rechtspersoonlijkheid. Was dat bestaanbaar

Ook Leopold de Tweede begreep dat. Diplomatieke

-ocr page 36-

2i

onderhaudelinyon wenlcn cloor licm allerwegc tumgc-knoopt om van de Mogend lieden do erkenning van do »Associationquot; te verkrijgen. Wel was dit noodzakelijk, want aan belagers ontbrak liet den o|ikuincnden staat niet.

Frankrijk was niet tevreden met liet protectoraat over het gebied der Bateke's u|i den rechten Congooever. De reiziger dk Buazza maakte ook aanspraak op den linkoj-oever van den mond van den Congo tot Stanley-Pool. Hij grondde !■'rank rijks aanspraken op de souvereiniteits-rechten, die de bewoners van den recliteroever zonden liebben over die van den knkeroever.

De Association kon deze aanspraken niet erkennen zonder baar bestaan in gevaar te brengen, want daardoor zon de Congo voor een gedeelte een Franscho rivier geworden zijn, waardoor liet verkeer tussdien den mond en den middelloop der rivier van het goedvinden eener vreemde regeering afhankelijk zou zijn geworden.

Ernstiger nog waren de gevaren, die dreigden van den kant van Portugal.

Zooals wij gezien hebben, was deze staat feitelijk nooit beheerscher van het Congogebied geweest: zijn

-ocr page 37-

invloed lioriislte vooruiiinolijk slechts u[i de welwillendheid van deJi Kuniiiu' van C'onmj. zoodut eene veramle-

O O

ling van die gezindheid voldoende was ein de l'urtugeezen van allen invloed te bcrooven en hen te verdrijven. Wel bleef I 'ortugal ol'lieieel tot in deze eeuw aanspraak maken op het Congogebied.

Zoo werd in de Portngeesche Constitutie van 182G deze streek als l'ortugeesch bezit beschouwd; art. 2 § quot;2 luidt id. »Le territoire du Royaume de Portugal et Algai've coraprend, dans rAl'rique occidentale... Cabindn et .Molemboquot; d. i. het Congo gebied. Dat dit echter werkelijk slechts een bezit op papier was, blijkt ten duidelijkste hieruit , dat twaali' jaar later aan den gouverneur van Angola werd opgedragen. den Congo feitelijk in bezit te nemen, er forten aan te leggen en eene stad te bouwen, welke den naam Nova Lisboa zou dragen. Het is niet te ontkennen, dat de volledige uitvoering van deze opdracht Portugal staatsrechtelijk en volkenrechtelijk in het bezit van het gebied van den Congo zou hebben gesteld; dit is echter niet geschied en liet verzuim van toen kon later niet meer hersteld w orden. toen ook andere Mogendlieden haar blik op het Congo

-ocr page 38-

'20

gchied richtten. Imi Diiclei' lt;lio Mogeiidlieden was het vunral EngeliUid. dat van het laatst der eerste hellt van deze eeuw zich tegen de l'ortugeesche aanspriiken op liet Congogebied vei'zette.

Diplornatieko ouderhaiidehngon Ijrachten hierin geeno verandei'ing. Engeland hleel het eens ingcnoinen standpunt, Portugal zijne aanspraken handhaven.

/no herichtte laatstgenoemde Mogendheid den [sten September I85() aan de autoriteiten te Angola, dat het besloten was, »de ne point désister de ses droits, li.xes dans la Constitution de l'Etat, a la Souvei'ainité de tout Ie littoral et des territoires s'étendant jnsqu au ;»0 1-paralelle.

In overeenstemming met die woorden dempte Portugal in 1850 een opstand in het vroegere rijk van den Koning van Congo, maar in de zienswijze van het Britsche Gouvernement bracht dit alles geen verandering.

Zoo duurde deze toestand voort, tot plotseling het in het voorjaar van 1881 aan de i'egeering gekomen Kabinet Gladstone, met verloochening van de tot nu toe door alle Engelschc Kabinetten aangenomen houding, aan de aanspraken van po'-1quot;quot;-!! een welwillend oor leende. In

-ocr page 39-

27

het mvjiiar vim 1882 werden ilientengevulge tussclien iMigelaud en Portugal oiulerliamlelingen geopend , ilic hebben geleid tot een tractaat den 2(gt;ten Februari i88i door Fa ui. Granvii.lk narnens de IJritsche, en door Serinor Miquei. .Martixls d'Axïas voor de Poi'tugeesche llogeering ondei'teekend. Door dit tractaat erkende Engeland in art. I de Souvereiniteit van Portugal over liet gebied van den Congomond tusschen 8° en 50i2'Z.H1'.

In art. 11 werden de onderdanen van alle natiën gelijkgerechtigd verklaard tot het verwerven van grondhe-zit in deze streken en het bouwen van l'actorijen.

()|i den Congo en op den Zambezi zou vrijheid van scheepvaart gelden voor alle natiën.

liet politie-toezicht, het regelen van alles wat scheepvaart en tolaangelegenheden betrof, werd opgedragen aan eene commissie te benoemen door de beide contrac-teerende Mogendheden. \ order bepaalde art. IX, dat voor de eerste tien jaren de te helTen reciiten niet hooger zouden worden opgevoerd dan een maxiinum vau l0o/G. welk bedrag ook voorde Portugeesche provincie Mozam-bique in 1877 als hoogste cijler was bepaald.

Dit tractaat , waarvan de inhoud reeds vóór 1884 was

-ocr page 40-

28

bekend gewunlen, verwekte niet tilleeu bij de overige West- en ÏMidtlel-Europeeselie .Mogend heden een storm van verontwaurdiging, maar zelfs in Engeland verwierf liet verre van algemoene instemming, niettegenstaande liet voordeel 't welk Engeland voor zieli bedongen had en dat hierin bestond, dat voor Engelseheinvoeren iu het l'ortugeesehe Congo gebied de rechten met 50 0/0 zouden worden verminderd.

In Duitsehland verzochten talrijke Kamers van Koophandel de Regeering, stappen te doen ten einde de ratilicatie van het voor handel en scheepvaart zoo drukkende tractaat tegen te houden en niet toe le laten, dat de vrijheid van handel zou moeten plaats maken voor het Mozambique-tarief, dat de handel zeer drukkend vond en dat bovendien nog slechts gedurende 10 jaren zou gelden.

Xa verloop van dien tijd zou die bepaling herzien worden, zoodat de mogelijkheid bestond, dat de rechten dan nog hooger opgevoerd zouden worden. En dat iu eeue streek, waar tot nu toe handels-etablissementen van verschillende volken zonder eenige beperkende bepaling hunnen handel hadden gedreven!

-ocr page 41-

Bovendien was Engeland's liandel aan den Congo van veel minder beteekenis dan die van andere natiën: lie! was te vreezen. dat do Engelsch-Portugeesclie Commissie allerlei middelen zou weten te vinden om den Hritschen handel to bevoordeelen. En nog erger, wanneer bovendien nog do linkeroever van don middenloop van don Congo, gelijk' pe Buazza wilde, onder F ran se h protectoraat kwam te staan, dan werd de Congo eono F ransel i-Portngeesclie rivier en zon zelfs misschien lid ergste te vreezen zijn voor allen handel, die niet door Franschen , Portngeezen of Engelschen werd gedreven.

In dezen dringenden nood sloot de Association don '2:gt;tcn April 1884 eenc overeenkomst met Frankrijk, waarbij zij zicli verbond de aan den Congo verkregen landstreken aan geene macht te zullen afstaan, terwijl aan Frankrijk liet recht van voorkeur werd verleend, voor liet geval dat do Association zich genoodzaakt zou zien door onvoorziene omstandigheden hare bezittingen te realiseeren.

Do Fransche Minister-President Jules Ferry beantwoordde deze overeenkomst np eono wijze, die Frankrijk formeel verplichtte liet gebied en, do rechten der ver-

-ocr page 42-

;}()

eeniging te eerbiedigen. Niet iniiuler steun kreeg lt;lo vereeniging door hare erkenning door de Vereenigde Staten van Noord-Amerika (April 1884). Vooral was dit te danken aan de bemoeiingen van den vroegeren Ame-rikaanscben gezant aan het I ielgische Hof. die lid was geweest van de Association Internationale Africaine.

Hij wist do Amerikanen zoozeer te overtuigen van hunnen vroeger zoo belangrijken handel op West-Afrika, dat de Senaat der Vereenigde Staten den lO'en April 1884 den 1'resilient machtigde de «Association Internationale du Congoquot; ais rogeeren de macht aan de Congo-rivier te erkennen.

De waarde, welke deze erkenning voor de vereeniging had, kan niet licht te hoog worden geschat.

De kansen voor het Portugccsch-Engelsch tractaat begonnen steeds slechter te worden.

Door de Vereenigde Staten, Nederland en Spanje werd krachtig tegen het gesloten verdrag geprotesteerd, terwijl Frankrijk en Dnitschland in het laatst van April 1884 aan de Portugcesche regeering verklaarden, dat zij het tractaat niet als verbindend beschouwden voor zich en hunne onderdanen in het C'ongogebied. Door

-ocr page 43-

31

die vevklariiig viel hot tractaat I'citolijk in tluigen. Wcl had Engeland beloofd, niettegenstaande den allerwegquot; zich openbarenden tegenstand, liet tractaat te zullen ratillceeren, maar deze belofte gaf niets, daar er uitdrukkelijk bij verklaard werd. dat de ratilicatie niets te beteekenen zou hebben, wanneer niet andere Mogendheden zich bi j de bepalingen van het tractaat neerlegden.

En l)iritselilaiui bepaalde zich niet tot deze verklaring, maar door bemiddeling van den Franschen Ambassadeur te Berlijn, Baron he Cocrcel, gelukte het, ten opzichte van do in deze te volgen gedragslijn overeenstemming tnsschen de Fransche en Dnilsclie Regeering tot stand te brengen.

Vox rUsM.vliC'K stelde daaroj» aan de Kransche Regeering voor eene Conferentie bijeen te roepen ten aanzien van die punten , waarover beide Mogendheden het ten opzichte van bot Congo-gebied eens waren geworden.

Deze punten waren de volgende.

1. Handelsvrijheid in het Congo-bekken.

2. Ten opzichte der scheepvaart moesten op den Congo toepasselijk verklaard worden de op het Weener Congres voor Internationale rivieren vastgestelde bepalingen.

-ocr page 44-

32

*gt;. Het vaststellen der t'onaaliteiten in liet vervolg noodig om de occiipati(1 van eenig grondgebied door een der Mogendheden . voor derden als bindend aan te merken.

Eveneens waren beide Mogendheden van meening, dat tot deelneming aan de Conferentie behoorden te worden nitgenoodigd, in de eerste plaats die Mogendheden. welke direct bij den West-A frikaansehen handel betrokken waren nl. Groot-Brittannië. Nederland. Spanje. Portugal, Jlelgiö en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en verder ten einde voor de besluiten de • Conferentie de algemeene goedkeuring te verwerven, ook de overige groote Mogendheden.

Den (Won October 1884 werden deze Mogendheden namens Frankrijk en Duitschland nitgenoodigd tot cene Conferentie te Herlijn, ten einde over de reeds opgenoemde in de nitnoodiging opgenomen pnnten te beraadslagen.

üniten Engeland namen allen de nitnoodiging zonder eenig voorbehoud aan. Portugal was niet alleen terstond bereid, maar scliijnt zelfs uit eigen beweging stappen gedaan te hebben om eene Conferentie nit te lokken.

-ocr page 45-

33

in de hoop, dat het zou gelukken de Mogendheden te bewegen tot erkenning zijner souvereiniteitsrechten over den Heneden-Congo, wanneer het maar de vrijheid der vreemde handelsbelangen waarborgde.

Engeland echter kon niet terstond besluiten zijne medewerking te verleenen voor eene Conferentie, die bestemd was liet werk der Engelsche diplomatie te vernietigen.

Zell's had de Engelsche regeering eenigen tijd te voren nog eene poging gedaan Duitschland. hetwelk zij terecht als do ziel der beweging tegen het tractaat beschouwde, voor zich te winnen, door deze Mogendheid het uitzicht te geven op opneming van Dnitschers in de Engelsch-Portngeesche Commissie voor de regeling der scheepvaart-belangen enz.

De Rijkskanselier liet zich niet overhalen om tot zulk eene politiek mede te werken, onder opmerking, dat die concessie den tegenstand der overige Mogendheden niet zoude breken, en te recht, daar het onverantwoordelijk zou zijn om een voor den handel zoo belangrijke streek, waar tot nu toe onbeperkte handelsvrijheid heerschte, te onderwerpen aaneen koloniaal bestuur, zoo bedenkelijk als het Cortugeesche.

3

-ocr page 46-

34

Ook de uitnoodiging tot de Conferentie werd floor Engeland niet terstond aangenomen. De Minister van Iliiitoniandsclie Zaken antwoordde wel. dat Engeland met instemming de uitnoodiging begroette, maar de verschillende pnnten. waarover de Critsche regeering nog vooral' inliclitingen noodig achtte, toonden genoegzaam, dat zij slechts schoorvoetend, en alleen, omdat zij zich niet tegen den eenstemmigen wil van de andere Mogendheden kon verzetten, toegaf tot het houden eener Conferentie.

En zoo kwamen dan eindelijk den lödcn November 1884 de vertegenwoordigers van Duitschland. Oostenrijk-Hon-gavije. Ilelgië. Denemarken, Spanje, Do Vereenigde Staten van Noord-Amerika, Frankrijk, Groot-llrittaiiiiië en Ierland. Itah(:, Nederland, Luxemburg. Portugal. Iiiisland. Zweden en Noorwegen, en Turkije te Herlijn bijeen.

Zooals uit deze opnoeming blijkt was de ^Association Internationale du Congoquot; op de lïerlijnsche Conferentie niet vertegenwoordigd en terecht, want de Asssociation was toen nog niet door alle Mogendheden erkend.

Toch had men iiatunrlijk hij de disenssiën en het voorstellen der bepalingen liet oog op den nieuwe i. in

-ocr page 47-

wording zijn den staat, daar de Conferentie juist ten doel had bepalingen vast te stellen, die zonden werken binnen liet gebied van den jongen staat. In de eerste zitting werd niet algemeene stemmen het voorzitterschap opgedragen aan Vox Bismarck. De Fransche ambassadeur üaron de Courcel werd benoemd tut voorzitter der Commissie, die belast was met het ontwerpen der verschillende bepalingen.

In deze Commissie van redactie waren de meeste der aan de Conferentie deelnemende staten vertegenwoordigd.

De vergaderingen van de Conferentie in plenum hadden slechts tot taak de dooi' de Commissie opgestelde ontwerpen vast te stellen; bovendien werden echter nog daarin dikwijls verklaringen afgelegd. met het doel hot standpunt van eene of andere regeering uiteen te zetten.

De bepalingen der Conferentie zijn vervat in verschillende artikelen, die in eene Mlenerale Acte'quot; werden vereenigd.

Hoofdstuk I art. 1 bepaalt volledige handelsvrijheid voor den handel van alle natiën in het gebied van bet Congo-bekken en van de stroomen. die hun water in deze rivier uitstorten.

-ocr page 48-

30

De bepaling, dat in die streken zal heerschen: »une compléte liberte de commercequot; komt Mr. Sweerts de Laxtias Wytsorgii . in zijn proefschrift over lictTractaat van Berlijn, niet duidelijk voor, evenals hij de omschrijving van hot gebied vrij onzeker vindt.

Moet men, vraagt hij. hieronder verstaan uitsluitend een verbod om door bijzondere hefliiigen den handel te treilen of wel een toestand, waarin deze door geen maatregel, van welken aard ook. belemmerd wordt? De schrijver huldigt de laatste opvatting, maar noemt daarom ook de bepaling een onvermengd kwaad, omdat daardoor o. a. ook zeer belemmerd worden het uitvaardigen van verschillende verordeningen en het nemen van velschillende maatregelen, die in iederen beschaafden staat, ook daar waar de meeste handelsvrijheid heerscht, toch soms in het algemeen noodig en nuttig zijn.

Zoo zouden in het C'ongo-gebied geene ontsmettingsmaatregelen mogen genomen worden om het heerschen van besmettelijke ziekten tegen te gaan: bij veeziekte den in of doorvoer van ziek of verdacht vee niet mogen worden gekeerd.

In de eerste plaats komt het mij voor. dat wij zelfs

-ocr page 49-

37

al vonden wij in de geheele «Generale Artequot; van Berlijn geene bepaling, die ons iu dezen tot lichtsnoer konde strekken, «erust zouden moeren aannemen, dat «reeno

o o -O

der Mogendheden er ooit aan gedacht kan hebben aan deze woorden eene zoo verre strekking te geven.

Uit de bepalingen van art. 2 en 3 volgt in. i. bovendien reeds duidelijk, dat met die volstrekte handelsvrijheid alleen bedoeld kan zijn een verbod om door bijzondere heffingen opzettelijk den handel te t r e f f e n.

Op die verklaring omtrent de handelsvrijheid volgt in art. 2 terstond dc vrije scheepvaart op den Congo en zijne bijstroomen voor schepen van alle natiën.

Vreemd is het, dat wij deze bepaling hier vinden, terwijl het vierde hoofdstuk van liet Tractaat van Berlijn opzettelijk aan het beginsel der vrije scheepvaart gewijd is, en den inhoud van art. 2 in andere woorden dan ook herhaalt.

De art. 3, 4 en 5 houden nadere bepalingen in over de handelsvrijheid. Waren van waar ook afkomstig, onder welke vlag, hetzij ter zee, over land of langs de

-ocr page 50-

rivieren ingevoerd, zullen slechts onderworpen kunnen worden aan zoodanige hei'lingen. als noodig zijn tot dekking der uitgaven, welke in het belang van den handel zeiven zijn geschied, en alle schepen zullen voor die heffingen gelijkelijk bijdragen: alle ongelijke behandeling ten opzichte van schepen van verschillende natiën is verboden.

I ii- of lt; 1 o o r v o e r rechten m ogen u i e t word e n geheven in de eerst volgende 20 jaar, na verloop van dien termijn behouden de Mogendheden zich voor deze bepaling te herzien. Geen der machten, aan welke nu of in het vervolg in bet Congo-gebied Souve-rciniteits-rechten zouden toekomen, zon eenig handels-monopolie of privilege mogen venverven of verleenen.

Bij de behandeling van het vierde en vijfde artikel was men het er algemeen over eens, dat het beginsel der handelsvrijheid zich er volstrekt niet tegen verzette, dat men den handel liet betalen de kosten voor maatregelen en diensten in het belang van den handel zelf beraamd en gepraesteerd, maar ook dit stond bij allen vast. dat die opbrengsten nooit een bron van inkomsten mochten worden. voor welken staat ook. Een enkel lid

-ocr page 51-

30

der Confeventie Gi'aaf uk L.u nay vond daarom eene iilgemeeno Ijcpaling zell's gevaarlijk, en w ilde uitdmkkel'jk zien vastgesteld . dat die hcl'liiigen niimner meer zouden mogen bedragen dan van 2 tot 4% van de waarde der artikelen. De lielgische afgevaardigde Baron dk La.mhku-mont toonde echter het gevaarlijke van zoodanige be-[lerking aan.

Men kon liet openbaar gezag de handen niet binden, daar het onmogelijk was voor a 1' bij benadering te bepalen naai' welken rentevoet de staat leeninoen zon kunnen slui-

O

ten noodig voor het uitvoeren van verschillende werken.

Men zou voor werken in de binnenlanden van Afrika geen kapitalen beschikbaar stellen, dan tegen gelijk een der leden liet uitdrukte: «Afrikaansche aequatorialc rente.quot; Daarom moest men in dezen vertrouwen stellen iu de Staten zelf; hun eigenbelang zou medebrengen deze rechten niet hooger op te voeren, dan noodig was, daar anders de begonnen handel zou verloopen.

De Graaf de Launay gaf dit toe. en toonde zich tevreden met eene nadere omschrijving bestaande in de invoeging van het woord «equitablequot; voor het woord «compensation.quot;

-ocr page 52-

40

Art. Ill luidt dus:

Les marchandises importécs dans ces temtuiros, sous quelque pavilion que ce soit par la voie rnanthne ou lluviale ou par celle de terre, n'auront a acquitter d'autres taxes, que celles qui pourraient être pergues comme une equitable compensation dépenses utiles pour ie commerce et qui, a ce titre, devront être également. supportées par les nationaux et par les étrangers tllt;% toute nationalité.

Art. VI handelt over het zedelijk en stollelijk welzijn der inlanders, over bescherming van zendelingen en reizigers en waarborgt vrijheid van godsdienst aan vreemden en inlanders. Ook wordt nog in dit art. de slavenhandel verboden, hoewel in het tweede hoofdstuk een afzonderlijk artikel aan flit oude-werp gewijd is.

Van het grootste gewicht voor de toekomst van Afrika is dan ook die bepaling van het tweede hoofdstuk. Dit maakte oorpronkelijk geen deel uit van het programma, door Duitschland voor de Conferentie ontworpen, maar is op voorstel van Engeland ingelascht.

Reeds bij het tractaat van Weenen, 8 Februari 1815,

-ocr page 53-

41

was aangenomen, dat men zou streven te geraken tot onderdnikking van den slavenhandel, en op liet Congres te Verona (1822) is weder uitdrukking aan die denkbeelden gegeven.

In overeenstemming met de besluiten van het Weener en Veroneesch Congres had Engeland met verschillende staten tractaten gesloten. waarbij de contracteerende partijen zich tot wering van den slavenhandel verbonden.

En zoo zien wij in overeenstemming met Engeland's wenscb in hoofdstuk 2 art. IX den slavenhandel en alle handelingen, die ten doel hebben slaven aan dien handel te verschalfen, zoowel te land als ter zee verboden.

Ja zelfs zien wij het verbod verheven tot eene volkenrechtelijke stelling; immers de aanhef van het art. luidt: «Conformément aux principes du droit des geus tels qu'ils sont reconnus par les Puissances signataires, la Traite des Esclaves étant interditequot; enz.

Het volgende hoofdstuk bevat verklaringen omtrent de neutraliteit van liet Congogebied, welke artikelen te danken zijn aan den Amerikaanschen afgevaardigde.

Het vierde hoofdstuk handelt over de vrije scheepvaart.

-ocr page 54-

42

Hot beginsel der vrije sdiecpvaart is eene vrucht der Kraiisdie i-cvolutie, dut in verscliillende door de eerste Kransche liepiililiek gesloten tractaten geheiligd wertl. en in het Kuropecsdi volkenrecht wei'd opgeiiomen door art 5 van het tractaat van Parijs van 30 Mei 18 |)e laatste groote Knropeesche riviei-. die aldus voor de vj'ije vaart werd opengestekl was de üonau, en te lierlijn werd vastgesteld. lt;iat vj'ije sclieepvaart vooreeni' rivier slechts kon worden verkregen ten gevolge van afzonderlijke overeenkomsten terwijl Duitschland's voorstel was geweest liet tot een volkenrechtelijk beginsel te verhelïcn.

in de ('ongo-scheepvaartacte nu wordt aan alle natiën de vrije scheepvaart op den Congo en zijne bijstrooinen verzekerd.

Alle natiën zullen ten opzichte van alle scheepvaarl . lioe ook genaamd en van welken aard ook, op den voet van volkomen gelijkheid worden behandeld.

Geene andere scheepvaartrechten mogen worden geheven dan die, welke uitdrukkelijk genoemd worden in art. XIV.

Dezelfde bepalingen zullen gelden voor straten, spoor-

-ocr page 55-

43

wegen en kamlcn iiangelegd om vorscliilleiulo gedeelten van den Congo of diens bij stroomen voor bet verkeer aan eikaar te verbinden daar. waar een rechtstreekse!i verkeer door onbevaarbaar]leid der rivieren verhinderd is.

De zorg voor de naleving der bepalingen wordt opgedragen aan eene internationale commissie, waarin ieder den contracteerende machten en iedere Mogendheid, die later mocht toetreden één lid zal mogen benoemen. Verder zijn nog vastgesteld de lormaliteiten in het vervolg noodig tot bezitsverwerving aan de AMkuansclie kusten, ten einde de geldigheid daarvan tegenover andere Mogendheden te kunnen handhaven. Olschoon de practische waarde dezer artikelen door de vele beperkingen te betwijfelen valt. zoo zijn zij toch uit een theoretisch oogpunt van groot gewicht: bet is toch eene poging geweest om geldende bepalingen voor het volkenrecht vast te stellen ten opzichte van occupatie van grondgebied.

-ocr page 56-

ilOOKItSTi K III.

De anti-SliiYcriiij-Confereutie tc Brussel 18 November 1889—3 Juli 1890.

Over de vraag, of de Berlijnsclie Conferentie liet doel heeft bereikt, dat zij, die daartoe het initiatief namen. zich voorstelden, kunnen verschillende uiteenloopende meeningen bestaan.

De toespraak, door prins Von Bismarck in de zitting van den 2Gsten Februari 1885 tot de vergaderde gedelegeerden gehouden, kan men te optimistisch vinden en toch geen vrede hebben met de zaakrijke afbrekende critiek van den Heer Sweerts de Landas Wyboucii.

Een der gevolgen behoort in de eerste plaats, bij eene beoordeeling van het door de Berlijnsclie Conferentie tot

-ocr page 57-

stand gebrachte, niet uit het oog te worden veiiorev;; hoewel nl. in de tot de Mogendheden gerichte uitnoodi-ging drie punten waren genoemd en hoewel de Conferentie zelve haar werkkring nog aanmerkelijk heeft uitgebreid. was er toch een hoofddoel: de vernietiging van het Enoelsch-Portimeesche tractaat, dat allen vreemden

O O

handel dreigde te dooden en den in wording zijnden Conaro-Staat den nekslap: zou hebben toegebracht.

O O O

En dat doel is volkomen bereikt, en al waren alle andere vér strekkende oogmerken ook later gebleken van nul en geener waarde te zijn, het bereiken van dit eene doel zou voldoende zijn om de Berlijnsche Conferentie in de geschiedenis eene eervolle plaats te doen innemen.

En die jonge staat was niet meer in wording, maar had gedurende en door de Conferentie een eigen bestaan gekregen.

De erkenning van zijne vlag, als die eener zelfstandige Mogendheid, was gedurende de Conferentie door afzonderlijke overeenkomsten met de verschillende op de Berlijnsche Conferentie vertegenwoordigde M ogend lieden, verkregen. En dat door de Conferentie hare erkenning niet weinig bevorderd is, zon men zonder eeniu'e aan-

-ocr page 58-

46

wijzing daaromtrent gerust kunnen aannemen, maar bovendien maakt eene opmerking van Mr. T. M. (A Asset: (die met eene speciale zending nl. ten opzichte der scheepvaart door do Nederhmdsche Regeering naar Berlijn werd gezonden) het waarscliijnlijk, dat de voorzitter der Conferentie niet weinig tot die erkenning door de velschillende Mogendheden heeft hijgedragen.

Wij lezen nl. in de Gids van 188.) 11 pag. 320 in hel door Mr. T. M. C. Asser geschrevene: »De Rijkskanselier »in wiens oog het juridisch debat over het wezen der «associatie zeker bijzonder weinig waarde had, heeft zich «voortdurend jegens haar zeer welwillend betoond.

«Tijdens de Conferentie duisterde men elkander in het »ooi', dat hij den gedelegeerden van enkele staten per-»soon lijk had aanbevolen de erkenning der associatie door «hunne Regeeringen te bevorderen, daar dit het boste «middel was om de gevreesde ambitie van enkele Mogend-«heden te beteugelen.quot;

Nadat dan nu aldus de «Association Internationale du 1 Luit Congoquot; door alle te Berlijn vertegenwoordigde Staten als subject van het Volkenrecht was erkend, las \ on Bismarck in de laatste zitting der Conferentie op 20

-ocr page 59-

47

Februari 1885 voor een schrijven van den Overste Stra ut ir. waarin deze namens den Koning van België verklaarde, dat de Association toetrad tot de «Generale Actequot;, gelijk dit door art. 37 dier acte werd toegestaan.

Op het werk werd de kroon gezet door de besluiten der Derlijnsche Wetgevende Macht, die den 28sten en 30sten April 1885 aan Zijne Majesteit Leopold den Tweede. Koning van België vergunde lioofd te zijn van den door de «Association Internationale du Ifant Congoquot; gestichten Staat.

Van toen af bestond tuschen België en dien Afrikaan-scheu staat de band eener personeele Unie. Zoo was dan de Stichting van den Congo-Vrijstaat hot resultaat der jarenlang voortgezette bemoeiingen van den Belgischen Koning.

Of echter zijne schepping do vlucht zal nemen, welke hij zich daarvan voorstelt, zal de toekomst nog moeten leeren.

Tot op dit oogenblik echter zou het antwoord daarop waarschijnlijk niet toestemmend kunnen luiden, maar... nu uoü; is du tijd niet aangebroken om een oordeel te vellen, dat misschien eerst een later geslacht met vol-

-ocr page 60-

48

ledige kennis van zaken zal kunnen uitspreken, en de lauwerkrans, die de geschiedenis voor den modernen Hendrik den Zeevaarder zal vlechten, zal niet verwelken, al moge ook zelfs later de gestelde vraag ontkennend moeten worden beantwoord.

Onder de gewichtigste artikelen der «Generale actequot; behoort voorzeker liet reeds genoemde art. IX. waarbij iedere Mogendheid zich verplichtte alle haar ten dienste staande middelen aan te wenden ter bestrijding van den slavenhandel in den uitgebreidsten zin. Wat ten dien einde na 1885 is geschied, is rnoeielijk te zeggen: dit schijnt echter zeker, dat de aangewende pogingen weinig resultaat opleverden. Hetgeen al dadelijk hieruit blijkt, dat de Mogendheden, die liet tractaat van Berlijn hadden onderteekend, in het najaar van 1889 door den Koning van tlelgië werden uitgenoodigd bijeen te komen tot het houden eener Conferentie te Brussel, bekend onder den naam van »Anti-Slavernij Conferentiequot;, welke geduurd heeft van 18 November 1889 tot '2 Juli 1890.

Het doel dezer Conferentie was, gelijk het in den oproepingsbrief heette »om gemeenschappelijk de middelen op te sporen, die hot meest geschikt zouden zijn om het

-ocr page 61-

49

kwaad in zijnen oorsprong to bestrijden. »Er bestaat volkomen nveroenstemming heette het ten aanzien van het te bereik mi doel. nl. zoo kraclitiü.' mogelijk den slavenhandel ,n het binneiüand van Afrika tegen te gaan en de invrijheidstelling te bewerken der slaven, wier lot het zon zijn te worden verkocht om over zee te worden vervoerd.

De ( onferentie werd geopend met eene rede van den Prins of. ( iim.w. die wees op de inoeielijke. edele taak. waarvoor de vertegenwoordigers waren samen gekomen on hun succes toewenschte bij dien arbeid.

De Xederlandsehe gezant te Brussel. Baron Geuickk van 11 Kuwi.ixK.x beantwoordde, namens allen deze rede en bracht hulde aan den Belgischen Koninu', die door verheven, menschlievende gevoelens bezield, liet initiatiel had genomen voor het samenroepen dezer ('ont'ei'entie.

Het doel was dus te 1 ie raad slagen over middelen tot wering van den slavenhandel: men besloot echter ook over te gaan tot het zoeken van bronnen van inkomsten om de onkosten . die noodwendig zouden ontstaan, te kunnen dekken.

4

-ocr page 62-

no

Zoo werd den 24sten Februari aan de orde gesteld de verkoop van sterke dranken en wel naar aanleiding van ver-srliillende petities, uit l'lngeland en Zwitserland ingekouicn.

Portugal achtte de ('(UilV'reitli ecliter onhevoegtl om dit |iunt te lieliandclen. daar in den iiitnoodigingsbrier daarvan geen sprake was geweest en ook de Xeder-landsclie gezant legde dczcirdc verklaring al'.

Toch werd dit punt behandeld, en de alcohol aaneen invoerreclit onderworpen.

Veel belangrijker was ecliter eene andere al'wijking van den nitnijoiligiiigsbriel'.

liet hetro!' eene wijziging te hrengen in een der voornaamste artikel van liet Tractaal van üerlijn. nl. hel art. I\ waarbij, zonais wij reeds gezien li ebben. bet herren van iuvoerreetiten gedurende twintig jaren zon zijn verboden.

in de zitting van 1lt;gt; Mei werd een voorstel daaromtrent voorgelezen.

Ter toelichting van dit voorste] werd er op gewezen, dat de Iterlijnsclie ('onlerentie ili* heffing van invoerrechten bad verboden voor een tijdvak van twintig jaren, in de

-ocr page 63-

vooronderstelling, dat liet wel twintig jaren zou duren voor de ('ongo-Staat zich geheel georganiseerd had.

Niet voor de geheele toekomst, sleelits voor den tijd. dien de jonge staat noodig zou hebben oin zich te organiseeren en te ontwikkelen, had men deze bepaling gemaakt.

En wat was nu gebleken?

Dat de nieuwe staat zicli in alle opzichten veel sneller ontwikkeld liad dan men had kunnen denken: »nn coup d'oeil, même superficiel suffit pour constater que les faits out marché plus vite ipie les |ir/'visions même les plus optimistes.quot;

Niet alleen bad de geograpbische kennis van het ('ongo-bekken de rijkdommen dier uitgestrekte streken aan liet licht gebracht, maar de Europeesche handel was zelfs tot in het hart van Afrika doorgedrongen tot streken. die vroeger geheel onbekend waren.

De in 1884 niet voorziene snelheid, waarmee deze verandering was opgekomen, maakte reeds thans eene herziening van het tijdelijk verbod van invoerrechten der nerlijnsche Conferentie mogelijk, ja misschien wel bij deze veranderde toestanden noodzakelijk. De bescherminlt;2 van den handel, de instelling eener regelmatige jnstilie.

-ocr page 64-

het aanloggen van wogen voor communicatie langs de oevers van onbevaarbare gedeelten der rivier, en ook tot toegang tot liet lünnenland; de organisatie van den publioken dienst, die de particuliere ondernemingen moest bijstaan en helpen, dit alles vereisebte (inancieele uitgaven, waarvoor men naar Inllijklieid invoerrechten mocht vragen van hen, die bij de nieuwe orde van zaken belang hadden.

Kn bij al hot genoemde zonden nog komen do uilgaven. die voor den t'ongo-Staat liet gevolg waren van de plichten, welke het Tractaat van Herlijn hem indirect en deze {'onlerenlie direct oplegde.

Verschillende gedelegeerden beantwoordden deze «Memorie van Toelichtingquot; met een woord van lol' aan den Uelgischen Koning, voor hetgeen hij ten behoeve van den Congo-Staat reeds had gedaan, en ook de Xeder-landsche gezant sloot zich daarbij aan.

Hierbij bleef het in die zitting en hel voorstel werd in handen van eene commissie gesteld.

In latere zittingen betuigden verschillende vertegenwoordigers namens hunne regeeringen hiinne instemming met liet voorstel : de Xederlandsche gezant echter had

-ocr page 65-

nog gcouo instructie outvaiigoii en hepiuilile zich tot eenige [ilielilplegiiigeu tegenover den Kuning van lïelgië.

Den 22steii Mei echter verklaartie onze gezant, dat de Ncderlaudsehe regeering iuire medewerking niet kon verlocnen aan 'iet voorstel zooals liet den JOden Mei was gelbrinuleerd.

Hij gal' toe. dat de nieuwe verpliehtiugèn, welke de [Jrusselsciie Conferentie') aan den Congo-Staat oplegde, de uitgaven moesten vermeerderen, en stelde daarom de Conlerentie voor een onderzoek in te stellen naar de wijze, waarop het best in die uitgaven zou kunnen worden voorzien, en in eene uitvoerige nota betoogde bij. dat de ('ongo-staat zieh de noodige middelen op andere wijze kon verscllallen dan door invoerrecliten. In die nota verklaarde bij. dat groote bandelsbuizen zich in die streken reetls lang hadden gevestigd voordat zij onder bet Knropeescli gezag van den Congo-Staat, Fi'aidvrijk olquot; 1'ortugai wai'en gekomen.

Overal bezaten die huizen laetorijen; uit een centraal

') jjActes de la Conférencequot;, Bruxelles Février 1891; ook „Conférence Internationalequot; Protocoles et Acte final.

-ocr page 66-

54

dejint /.oud men goederen luiar die factorijen. ;d luiai' mate daaraan behoefte was.

Men kan die goederen dus heen en weer zenden, zooveel men wil en noodig oordeelt ; hetgeen vooral van belang is. daar het dikwijls gebeurt, dat tengevolge van (»011 regen-seizoen, ziekten of onderlinge oorlogen tusschen de inboorlingen, de handel in eene of andere streek voor langen tijd geheel onmogelijk wordt.

In zoodanig geval kan men de goederen van zoodanige plaatsen terugzenden en dit vooral was oorzaak, dat tot nn toe met betrekkelijk weinig kapitaal veel kon worden gedaan. Dit alles zou echter door het boffen van i 11 voerrechten verandere 11.

Tal van factorijen waren gevestigd in plaatsen waar zich geen Europeesche autoriteit bevond.

Invoerrechten daarentegen zouden de handelaars noodzaken hunne goederen slechts te lossen op plaatsen, waar fiscale ambtenaren gevestigd waren en zonden dns voor den handel een bron zijn van moeielijkheden en groote uitgaven.

Daarentegen zouden de hooge perceptiekosten en de aanzienlijke uitgaven, vereischt tot het tegengaan van

-ocr page 67-

ÜO

den smokkelliandel ('en grout duel dei' te liellen reehteu versliiulen. De lleci' Gi^KK Kk veiv.oclit daarnu. lt;ii de vergadering hare aandaelit eens op eene verJiooging tier uitvoerrechte]i /.ou willen vestigen.

I)i( kou geschieden zonder veriiooging der kosten van

111 MIJ 1^.

üuvondien betaalden tie producten van den Itoven-Congo in het geheel geene uitvuerrochten. hoewel die [irodncten het meeste voordeel aan den handel verschaften.

I'dinjiioi cctte franchise

Misschien zon men hovendien andere belastingen kmmen vinden, minder drukkend dan invoerrechten.

Ku al was liet waar, dal de Üerlijnsche Conferentie geen vrijheid van invoerrechten voor altijd gedeclareerd had. zij had dit toch aangenomen voor een tijdvak van twintig jaar.

l'.n al beweerde men nu, dat het twintigjarig tijdvak eigenlijk reeds in vijf jaren was doorloopen. hierop vond onze gezant veel af te dingen.

Wel was er veel gedaan, maar handel en landbouw moesten zich nog ontwikkelen, vooral aan den lioven-Congo.

-ocr page 68-

Ook min lt;lcn Uenolon-l.'oiigo wus nog geen zeer gniote vooi'Liitgaug te ht^sjleui'Cii. he ivooi'ii;ui(lel luid zich zelfs van datir hooger (_)|i verplaatst, omdat de aankoop van ivoor in liet binnenland voordeeliger was.

De nitvoer van de in hel Ijinneniand overvloedige caontchonc was nog in zijn hegin. Ook waven de transportkosten nog zeer hoog. die wel zonden verminderen, wanneer een door eeni' Itelgisclie Maatschappij aan te leggen spoorweg gereed was. maar dit zou nog eenige jaren duren. en de lieer Geuicke voml het niet verstandig in dien tusschentijd handel, nijverheid en landbouw met nieuwe kosten te bezwaren.

Hij voegde er bij. dat intrekking van het l-de artikel van het Tractaat van Berlijn vooral op den Nederlaud-schen liandel zwaar zou drukken, daar de meeste andere betrokken landen aan den Cungo grondgebied hadden, en dus in de op eigen gebied te hellen invoerrechten eene vergoeding zonden vinden.

Daarom vond onze gezant het geen geringe zaak, dat Nederland zich zonder eenige vergoeding een recht zou zien ontnemen, dat anders nog vijftien jaren kon duren.

Na deze rede werden door den voorzitter de bepa-

-ocr page 69-

.)/

liiiii'di 11o|M'iis «li,' invoerreclitcn luulcr gelbnnuleeril . wiuii'iiLi in vei'scliiileude zittingen beproeid werd de ai'giimeiiteii van onzen gezant te ontzenuwen, en hem te nopen zijne oppositie te laten varen.

[let Nedeiiandsctie Gouvernement bleef echter het eens ingenomen standpunt handhaven; zijn vertegenwoordiger bleef weigeren de «Declaration ' te teekenen. maar bood aan. ja eischte ai^ een recht, de teekeiiing van de )).\ete Généralequot;. Dit werd echter niet toegestaan. daar de Conferentie besloten had. dat er tusschen de «Acte (TÓnéralequot; en de «Declarationquot; een onverbrekelijk verband zou bestaan, des dat niemand het ééne staatsstuk zou kunnen onderteekenen en tegelijkertijd de medewerking tot het andere weigeren.

In werkelijkheid waren de «Acte Généralequot; en de Déclaration ook één stuk. De scheiding is echter geschied op verlangen van Amerika.

Amerika had ui. het Tractaat van üeriijn niet onderteekend. zoodat deze staat, op een zuiver staudpunl willende blijven, zijne medewerking tot wijziging van dat Tractaat ook niet wilde verleenen. Daarom stelde de voorzitter voor die wijziging neder te leggen in een

-ocr page 70-

iir/()ii(k'i'lijkr iK'to, 11ii.' nid dour Ameriku zou behuevcn Ie worden oiK.lerteokeiid.

Ku medowei'keii tot liet tot stand komer der »l)éelii-[•atioii kon Iiaron (tkrukk niet: liij bleel liij zijne ver-kluring en stelde vooral up den voorgrond de onbcvoegd-hoid van deze vergadeiing om eene wijziging te decrc-teeren in liet Tractaat van Berlijn, daar zij voor dit doel niet was bijeengeroepen.

Ku zoo werden eindelijk den Juli 18U0 de «Acte (lénéralequot; en de «Declarationquot; onderteekond door de overige Staten (Kngeland niet eenig voorbehoud), maar de Nederlandsche gezant lileeiop zijn ingenomen slaiidpunl.

liein was op zijn verzoek oen termijn van zes maanden toegestaan, gedurende weikon hij alsnog beide stukken zon kunnen ondertcekenen.

Van dezen termijn maakte onze regeering gebruik om aan de .Mogendlieden, die te IIrussel vergaderd waren geweest, voor te stellen in plaats van invoerrechten van iederen staat te hellen eene jaarlijkscbe bijdrage tot liet door art. IV van het üerlijnsclie Tractaat bepaalde tijdstip zon zijn aangebroken.

Terwijl zij, indien men zich hiermee niet vereenigen

-ocr page 71-

kou, voorsloeg eene onmiilclellijko veiiioogiiig van tie i'CL'liten op liet geilistillconl lot con inaximmii van IVancs per 11. f-.

Die voorsteden werden door de Jïelgisclie regeering aan de betrokken .Mogendheden overgebraeld. terwijl Ijovendien door onze regeering in November ISMd reclit-sti'eeks die Mogendheden zelve werden aangezocht eene lt;'oni'erentie bijeen te roepen ter bespreking van die beide voorsteilen.

Op dit alles echter ontving onze regeering in Decendier I8(.I0 een beleefd maar weigerend antwoord.

Daarop liet Nederland zijn tegenstand varen, en verklaarde naren Gerkkk den 'iüstcn December ISUO aan den l'elgiscben Minister van l'idtenlandsuhe Zaken, dat hij (Jooi' zijne regeering tot onderteekenhig van beide staatsstukken was gemachtigd.

Zoo bad dan de tegenpartij haar doel bereikt, en was misscliien de voornaamste bepaling van het traetaai van Herlijn terzijde gesteld. Immers de gelieele tegenstand tegen het Engelscb-Portugeesche Traetaat was in liet leven geroepen door de vrees, dat alle handel, die niet door Portuseezen oi' Ungelschen werd gedreven. zou

-ocr page 72-

60

wonlrii oiidonlnikt en dut afp;o/.ion ilaafvnn. ilo jimgo liamlol aan den ('ongo door iuvoeri'oclitcii zwaar zon lijden.

Nu cel iter is liet te vreezen. dat de ('ongo-Staat door zelt handel te drijven voor zich zulke privilegiën zal trachten te verkrijgen als men indertijd Engeland en Portugal juist had hetwist.

-ocr page 73-

li no i- hst r K i \

Ho ('(nmo-ConlViTiitic t'ii avt. dt-r Grondwet in ons l'arlciiient.

In liet l)uitenland zoowol ;ils in lirl biniionhunl licclt gedmviidc hot vi-I'looiule nitstt'l Xoiloi'hnnl s liomling\oli' pt'iir.eii in boweging gebracht.

Vooral in ons land zeil' (bot buitciiland wciisdi ik. om niot tc uitvoerig te worden, mot stilzwijgen voorbij te giiiiii) regende het broolinres en eouraidoiuirtikelen.

Kn wat de pers betreft, is er nauwelijks oeno zaak aan te wijzen, waarin zoovele bladen, van allerlei kleur, mot meer eenstonnnigboid ééne lijn 1 lebben getrokken. um ,1,. liouding der regeor'mg te verdedigen. Onder de schrijvers dor broehiires vindon wij zoowel voor- als tegenstanders.

-ocr page 74-

n2

l)(n Heer F. Dk Has keurt in zijn «Onpartijdig advies in het C'ongn-vraagstiikquot;. Scliiedam. Hoki.axts 1800. de inMiding onzer regeeiing goed. In het buitenland, zegt hij. traclit men van allo kanten invloed op onze beslissing uit te oeCcnen, maar waarom doet men geene [ingingen om den (Vnign-Staat tot toegeven te brengen.'

Is bet dan zoo geheel ondenkbaar, dat deze ongelijk zon hebben?

Nederland's handel aan den Congo is onder en omvangrijker dan die van alle andere natiën te zamen. en Nederland wil. nn er vrijheid van handel bestaat, niet meewerken om die vrijheifl noodeloos op tij olTeren.

Nog sterker laat zich een andere schrijver uil ineene hi'oclmre. getiteld : »de ('ongo-Staat en zijn IMeitbezoi-gei'.quot;'

Deze beweert , dat de Congo-Staat. die beloofd heei'l alle bandelaars gelijkelijk zooveel mogelijk te z.nllen he-schermen. zelf handel drijft en dos als concurrent van particuliere maatscliappijen optreedt. En daarom heeft die Staat met bet helTen van invoerrechten niet in de eerste plaats het oog op de onderdrukking van den slavenhandel dit is slechts een schoonschijnend motief tegenover de Mogend hei lm neen. die Staat wenscht

-ocr page 75-

in «liquot; alloreorste plaats zicli /olvo «iold te vorsclialli'ii op eene wijze, die gelegenlieid geelt om vi'eenidou handel te drukken! Daai'Diu \vens(dit de selirijver vnéi'alles eene gestrenge enijnête naar den tegenwoordigen toestand van den Pxiven-Congo.

Ken andere toon wordt aangeslagen in ȕ)e onallianke-lijke ('ongo-Staat en de liotterdainselie vcnnnotschap.

Hierin wordt Neilerland's tegenstand voorgesteld als eenig en alleen het werk der Nederlandseh-Atrikaanselie Ilandelnraa.tscha]i|)ij; niet de itelangen van ons land. maar slechts die van een klein getal kooplieden zonden dooi' invoerreehten gescliaad worden.

1'ovendien betoogt de schrijver, dat de toestand in hel l'ongo-gehied werkelijk in vijl'jaren tijds zon met i'enzen-sch reden is voor uitgegaan, dat de toestand, dien de l'erlijn-sclie ('oiderentie zich eerst over twintig jaar als bestaande dacht, reeds nn tot eene werkelijkheid geworden is.

()|i meer hezadigden toon dringt Mr. .ïoant rgt;oiii, op toegeven aan.

Hij acht eene ernstige, krachtige hestrijding \aii ilen At'rikaansidien slavenhandel dringend noodig: vandaar de Anti-slavernij Conferentie; daarvoor schieten de linan-

-ocr page 76-

04

ciiiole kracliteii van don Congo-Staat to kort: wilde men dus liet doel verwezenlijken, dan moest men ook iiiiar middelen omzien en zoodoende kwam men bijna als van zelf tot een voorstel om invoerrechten te hellen.

En die invoerrechten zullen voor ons land op verre na niet zooveel bedragen als men wel wil doen voorkomen. Men beschnldigt verder de Belgen, dat zij de kosten van don Congo-Staat door de llollandsclie kooplieden willen laten betalen, maar vergeet daarbij, dat de drie millioen. die bet budget van den Congo-Staat bedraagt. voor tien jaren gewaarborgd zijn: één millioen door den lielgischen koning, de twee anderen door België zeil'.

1'ovendien jaagt men, door bij de aangenomen bonding te volharden, de andere Mogendheden en den Congo-Staat in bet harnas, en dat voor vrijdom van invoerrechten gedurende slechts vijftien jaar.

Hoewel hiermee niet alle geschriften noch argnmenten zijn besproken, die van beide kanten zijn te berde go-bracht . wensch ik van dien , voor een goed deel door anonvme schrijvers gevoerden strijd, af te stappen ten einde na te gaan. hoe onzi'wetgevende inacbl zich tegenover de bonding der regeering heeft gedragen.

-ocr page 77-

65

Uit liet voorloopig vei'slag van de Tweede Kamer over het derde hoofdstuk der staatsbegrootii ig voor 1891 blijkt, dat de overgroote meerderheid der Kamerleden de Ijouding onzer regeering goedkeurde. De Brusselsche Conferentie had ;dleeii ten doel maatregelen te beramen tegen den slavenhandel en liet «ging niet aanquot; vond men, van die gelegenheid gebruik te maken om eene der meest beteekenende bepalingen van liet Tractaat van Berlijn van 1885 op te heffen.

De Eerste Kamer sprak in haar voorloopig verslag (16 Februari 1891) geen oordeel uit over de weigering der regeering, maar toonde zich vooral ontstemd hierdoor, dat de regeering den 3Üsten December 1890 besloot haar verzet op te geven, terwijl zij nog den 26sten November 1S90 in de memorie van beantwoording aan de Tweede Kamer verklaard had, dat de Regeering sedert aan het eens ingenomen standpunt getrouw was gebleven. In de vergadering van 18 Februari keurde de lieer Cremeks de houding van den Minister van Buitenlandsche Zaken af, omdat deze van den beginne af had moeten en kunnen voorzien, dat zijn verzet, hoe goed ook gemotiveerd, tegenover geheel Europa onmogelijk was vol

-ocr page 78-

GO

te houden, zoodat 's Ministers handelingen alleen alle Mogendheden tegen ons in liet bet harnas hadden gejaagd om ten slotte eene diplomatieke nederlaag te lijden, waardoor het nationaal gevoel diep gekrenkt was. En al gordde zich ook een enkel lid aan tot verdediging van do houding der regeering, wij mogen gerust aannemen, dat het grootste deel dor Kamer liet gevoelen van den lieer C'kemers deelde, al werd ook het wetsontwerp tut goedkeuring der Algemeene Acte van de te Brussel gehouden Internationale Conferentie tot het beramen van maatregelen tot wering van den slavenhandel den iSden Juni zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Ook in de Tweede Kamer echter bleek de beoordeeling over de houding der regeering niet zoo gunstig te zijn als het voorloopig verslag het wel wilde doen voorkomen. Nog vóór de regeering haar verzet had opgegeven, werd door den Heer Van Holten in de zitting van 15 December 18! gt;0 geprotesteerd tegen bet voorloopig verslag, dat wat de afdeeling, waarin hij zitting bad, betrof, het oordeel der Kamerleden over de houding der regeering te gunstig bad voorgesteld.

De Heer Farncomp.k Sanders bevestigde dat. Beide

-ocr page 79-

07

leden echter wenschten over de zaak zelve hun oordeel op te schorten tot na de heslissinii'; zij stelden zich op het ware standpunt,; aan de regeering is het om te weten wat haar te doen staat; aan de Kamer is later de beoordeeling. In de vergadering van 21 Januari 1891 vroeg de Heer Tak va\ Poortvijkt overlegging van de stukken aan de Kamer; de Heer far;\coMi!K Sax m-: us ging verder en keurde reeds toen het beleid der regeering af.

Ook de Meer Hoiieei. van Hogelaxden deed dat in de zitting van 21 Januari 1801, terwijl de Minister steeds verzocht de beoordeeling uit te stellen tot na de overlegging der stukken. In de zitting van 20 Maart 1891 werden de stukken overgelegd, en stelde de Kamer ze, op voorstel van den Heer Tak van I'ooutvuet, in handen eener Commissie, waarvoor door den voorzitter werden aangewezen de lleeren Mees, Tak van Poortvliet, Reekers, van Pvlandt en üüaxtsex van de Zijp.

Den GJeii Mei 1891 was de Commissie met haar arbeid gereed.

liet verslag bepaalde zich tot eene geheele objectieve mededeeling der feiten en aan het slot daarvan stelde de Commissie aan de Kamer voor de regeering dank

-ocr page 80-

08

te zeggen voor de mededeelmg der overgelegde stukken.

Tn de vergadering van 0 Mei werd besloten later een dag voor de behandeling der conclusie te bepalen. De voorzitter stelde in de zitting van 22 Mei 1891 voor tegelijk met de behandeling van bet wetsontwerp tot goedkeuring der Aigemeene Acte van de te Brussel gehouden Internationale Conferentie tot liet beramen van maatregelen tot wering van den slavenhandel, tevens de conclusie van liet verslag der Commissie te behandelen.

Ue Heer Mees echter, voorzitter van de commissie van onderzoek, stelde namens de Commissie voor beide zaken onafhankelijk van elkaar te behandelen, omdat ze geheel verschillend moeten worden beoordeeld. «Het tractaatquot;, zeidebij, «betreft eene internationale quaestie; het oordeel over het beleid der regeering kan genoemd worden eene quaestie van binnenlandsche politiek.quot;

Bij de behandeling en aanneming van genoemd wetsontwerp in de vergadering van 28 Mei 1891 werd dan ook over het beleid der regeering niet gesproken.

Wel bleek echter bij de aigemeene beraadslagingen, dat van eene goedkeuring van dat regeeringsbeleid geen sprake zou zijn.

-ocr page 81-

69

Duidelijk genoeg werd dit te kennen gegeven door den lieer Van Karnebeek.

Bij deze opmerking heeft de Kamer het gelaten.

Zoo was dan de Conferentie van Brussel, die oorspronkelijk uitsluitend humanitaire doeleinden beoogde, waartoe Nederland niet minder dan andere Mogendheden met alle toewijding wilde medewerken. veranderd in een strijd over een onderwerp, aan het doel der Conferentie geheel vreemd, een strijd waarin ons land het onderspit heeft moeten delven.

Zoowel bij de goedkeuring van de akte in 1891 als bij die van het latere protocol van 1892 is art. 50 der Grondwet niet buiten liet debat in de Tweede Kamer gebleven.

Er bleek ook nu weer, dat over de interpretatie van dit artikel of liever over het aanpassen van een concreet geval aan de daarin gestelde regelen verschil van meening bestaat.

In de zitting van 28 Mei 1891 was liet de lieer van Karnebeek. , die de bepaling der Grondwet over de tractaten in het debat bracht.

Hoewel erkennende, dat zijn opmei'king niet vangroot

-ocr page 82-

70

practisch belang was, daar de regeering — en volgens art. 59 G. W. was zij daartoe verplicht — liet gelieele tractaat aan de Kamer ter goedkeuring had aangeboden, kon deze afgevaardigde zijn verwondering niet verhelen over het lelt, dat art. 12 dei' acte niet uitdrukkelijk door den Minister aan de Staten-Ueneraal ter goedkeuring was aangeboden.

Immers dat art. legt de regeering de plicht op om wetsvoorstellen te doen omtrent den Invoer van wapenen in den Congo-Staat en waai- de regeering zich verbindt wetsvoorstellen te doen, is eene bepaling omtrent wettelijke rechten aanwezig.

De Minister Huys van IIkkhkniiuokk erkende, dat art. 12 de Regeering gebiedt voorstellen te doen omtrent onderwerpen behoorende tot de taak der wetgevende macht, doch meende tegelijkertijd, dat hier van «wettelijke rechtenquot; geen sprake was. Ik moet bekennen, dat deze nuance mij niet duidelijk voorkomt. Met is natuurlijk waar, dat de verbintenis op zich zelve om eenig onderwerp bij de wet te regelen geen wettelijk recht is. maar zeker heeft dan toch die verbintenis op wettelijke rechten betrekking.

-ocr page 83-

Erkent men duy, dat een ondenverp behoort tot de taak der wetgevende macht, dan zal dit tevens behooren tot de wettelijke rechten; de stelling van den Heer van Karnebeek komt mij dan ook voor juist te zijn en de bewering van den Minister van Justitie daartegen uiterst zwak.

Van meer gewicht — omdat er min ol' meer een beginsel bij betrokken was — was de vraag, die in de zitting tier Tweede Kamer van 25 Maart 1892 in debat werd gebracht.

Art. XCIX van de Congo-Acte bepaalde, dat binnen een jaar dus vóór 2 Juli 1891 de ratificatie door de Mogendheden moest zijn geschied.

Sommige Staten waren toen echter nog niet gereed en daarom werd de termijn verlengd tot 2 Januari 1802. Üp dien datum maakte Frankrijk bij de ratilicatie eenig voorbehoud.

Hierdoor werden de bepalingen der Anti-slavernij acte gewijzigd en vandaar, dat de regeering het protocol van 2 Januari 1892 aan de Staten-Geueraal ter goedkeuring aanbood.

De Commissie van Rapporteurs stelde op dit wets-

-ocr page 84-

12

voorstel oou umendement Voor iiilioiuloiide, dat niet slechts iiot protocol van 2 Jannuaii '92 tnaur ook dat van 2 Juli '01 — (waarbij de termijn van ratilicatie met 6 maanden was verlengd) — door de kamers zou worden goed gek e un I.

Immers naar de meening der rapporteui's — door den Heer Levy uitgesproken — was ook hierdoor de acte veranderd; in dat geval, zoo meenden de voorstellers, was het voorzichtig het amendement aan te nemen, daar men anders allicht een verkeerd antecedent zou stellen.

liet eenvoudig veranderen van een termijn in een tractaat kan toch zeer goed eene bepaling zijn. die wettelijke rechten betreft ol' bijv. liet land geldelijke ver-plichtMgen oplegt; ol' invoerrechten den Isten Januari ol' den isten Juni zullen beginnen, zal een verschil maken, waaraan de wetgever zijn zegel moet hechten.

Hevige bestrijding ondervond het amendement van den Heer van Kaunkhkf.k. Deze spreker wees er op, dat aanneming van het amendement ons geheel internationaal verkeer buitengewoon zou hemoeielijken, de regeering zou zich de handen op schromelijke wijze ge-

-ocr page 85-

73

bonden zien, wij zouden terecht hierin den naam krijgen van de Chineezen in Europa. Immers uitstel van den termijn van ratificatie komt veelvuldig voor. Nu zal de Nederlandsche vertegenwoordiger bij ieder uitstel moeten zeggen: eerst moet de toestemming van onze Staten-Generaal gevraagd worden, en men kan licht nagaan, welke vertraging uit de toepassing van die leer zou voortvloeien iu het diplomatiek verkeer.

Streng juridisch echter, had, meen ik, de Commissie van Rapporteurs gelijk, en de vertraging, waarvan de heer van Kaunebrek sprak zal ingevolge onze Grondwet moeten plaatsgrijpen althans bij die gevallen, waarbij uitstel van den termijn van ratificatie alleen reeds een wettelijk recht raakt of eene der andere door lid 2 van art. 59 opgenoemde gevallen betreft.

En ofschoon ik mij, zooals ik reeds boven verklaarde, kan voorstellen, dat liet uitstel van den termijn van ratificatie bovengenoemde gevolgen zal kunnen hebben, zoo geloof ik toch, dat die gevallen zich zelden zullen voordoen en alzoo liet gevaar voor de vertraging in het diplomatiek verkeer teruggebraclit zal worden tot een minimum.

-ocr page 86-

De Minister van Tienuovex gevoelde, dat het amendement juridisch juist was en trachtte de woorden van den Heer van Karnebeek zooveel mogelijk te verzachten.

Door do bezadigde woorden van den Minister, die verzekerde, dat men geen antecedent stelde door het amendement te laten varen, werd de Commissie van Rapporteurs er toe gebracht haar voorstel in te trekken.

En inderdaad de Commissie kon dat zonder gevaar doen.

De Memorie van Toelichting zelve van liet wetsontwerp trachtte tegen verkeerde gevolgtrekkingen te waken. Zij luidde, dat goedkeuring van het protocol van 2 Januari ook de goedkeuring van de termijn-verschuiving bevatte «voorzoover die noodig mocht worden geacht.quot; Onder die omstandigheden kon men veilig het amendement intrekken.

Alvorens te eindigen meen ik, dat ook nog deze vragen gesteld beliooren te worden.

Was de Conferentie van Brussel bevoegd over eene

-ocr page 87-

75

wijziging betreffende liet voornaamste punt van het JïerUjnsche Tractaat te beraadslagen en te beslissen?

De Xederlandsche gezant heeft dit in de zitting van 25 Juni 1800 ontkend, en daarom voorgesteld de zitting zes maanden te verdagen, opdat de gedelegeerden in dien tijd zich zouden kunnen voorzien van instructies omtrent eene wijziging van liet Tractaat van Berlijn, liet voorstel werd echter verworpen.

Het komt mij echter niet twijfelachtig voor, dat in werkelijkheid hier het recht aan onze zijde was.

\ ohrens den uitnoodiiriim-sbrief toch werden de Mogend-heden bijeengeroepen om deel te nemen aan eene internationale Conferentie Bprojetée dans le hut d'établir les bases d'nne commune entente par rapport aux mesures a prendre a l'elfet de i'éprimer ei'licacement la ti-aite dos noirs dans rintérieur de rAfrique.''

Eene wijziging van art. IV van het Tractaat van 1 ierlijn viel dus zeer zeker buiten het onderwerp der Conferentie.

Wel werd beweerd, dat men bevoegd was de middelen op te sporen waardoor de bestrijding van den slavenhandel mogelijk zou worden, dat men dus daaronder

-ocr page 88-

70

moest begrijpen alle mogelijke middelen, zoodat ook een voorstel tot heffing van invoerrechten hieronder zou kunnen vallen: maar eene zoodanige opvatting zal iedere conferentie een vrijbrief geven voor allo mogelijke beslissingen, zelfs omtrent voorstellen, die aan het dool in den beschrijvingsbrief ter conferentie uitgedrukt ten eencmale vreemd zijn.

Daaraan toch ontleent juist de voorbereiding eener conferentie haar gewicht, waarbij debetrokken regeeringen door uitwisseling van nota's over en weer de te bespreken punten vaststellen.

Geschiedt eene voorbereiding onvolledig, dikwijls zal dan het oogmerk waarmede de conferentie wordt bijeengeroepen niet bereikt worden.

Had Nederland het recht te stemmen tegen de Declaration'?

Deze vraag behoeft natuurlijk geen beantwoording als daarmede bedoeld wordt, of wij ons in het belang van den handel tegen bet beffen van invoerrechten mochten verzetten. Dat toch spreekt van zelf; mochten wij echter onze goedkeuring aan de Déclaration weigeren alleen op

-ocr page 89-

77

(ion grond dat zij eene wijziging bracht in het Tractaat van Berlijn?

De lieer Farncojiee Sanders heeft beweerd, dat wij dit wapen reeds uit de handen hadden gegeven door het niet te hanteeren bij hot artikel waar invoerrechten oii de dranken werden voorgesteld.

Dit kamerlid vergat echter, dat art. 3G van liet Berlijnsche Tractaat verandering mogelijk achtte bij commnn accord, en die eenstemmigheid bestond omtrent eene verhooging van rechten op alcoholische dranken, zij ontbrak bij het laten vallen van art. IV; reden genoeg dus om reeds daarom alleen de Conferentie liet recht te ontzeggen het voorstel tot afschaffing van art. IV der Berlijnsche acte in overweging te nemen al was de competentie der vergadering ook aangenomen.

Zou liet ook mogelijk zijn de te heffen gelden ter bestrijding van den slavenhandel te huis te brengen onder art. Ill van liet Berlijnsch Tractaat? art. 111 ))Les marchandises importeés dans ces territoires, sous quclque pavilion que ce soit, par la voie maritime ou iluviale ou par celle de terre. n'auront a acquitter d'autres taxes

-ocr page 90-

78

que celles qui puuiTont être percues conime une equitable compensation de dépenses utiles pour le commerce et qui, a ce tit re. devront être également supporteés par les natiouaux et par les étrangers de toute nationalité.quot;

In geen geval, want dit artikel lieel't liet oog op zoodanige belastingen, die men in ons staatsrecht bestempelt met den naam retrilmtiën. Dergelijke retributiën verschillen hemelsbreed van invoerrecliten. doch afgescheiden hiervan worden ze iu art. 1\ nog eens met name verboden: hoe elastisch men art. 111 dus ook opvatte, invoerrecliten zullen daaronder nooit te brengen zijn.

Is nu het oordeel over het beleid van onzen Minister van Buitenlandsche Zaken, zooals dat o. a. door de ITeeren Farncombk Sanders en Rutgers van Rozenberg is uitgesproken, niet te hard?

liet komt mij voor, dat beide afgevaardigden en met hen do velen in den lande, die dezelfde meening waren toegedaan . werkelijk niet alle omstandigheden hebben in aanmerking genomen. Zeker, do regeering had moeten begrijpen, dat het kleine Nederland op den duur onmogelijk zich tegen de eisclien der groote Mogendheden

-ocr page 91-

71)

zou kunnen schrap zetten. Maar hadden wij daarom ons standpunt onmiddellijk moeten verlaten? Gesteld, dat wij liet hadden gedaan en ons verzet tot een minimum hadden gereduceerd; zou dan de indruk in ons land niet nog veel ongunstiger zijn geweest?

Dan haddon wij zonder slag of stoot het IVrlijnsch tractaat laten vertrappen en do hand geleend tot het hemoeielijken van onzen handel.

Dan zou de publieke opinie de regeering misschien nog veel minder hebben gespaard en mogelijk terecht.

-ocr page 92-
-ocr page 93-

STELLINGEN.

-ocr page 94-
-ocr page 95-

STELLINGEN.

i.

Do ineeniiig van Skkvics in '2 Inst, ile Soc. Ill, 25, waarbij liij ile u[)vatting van .Mucus verwerpt is niet in strijd met L. oU Dig. pro suciu (XVII, 2.)

II.

Wanneer mi van meerdere kinderen zijn ouders levensonderhoud verschaft, heelt hij tegen de overigen geen actie tot terugvordering.

-ocr page 96-

84

Openbare wegen zijn vatbaar vuor privaat bezit.

IV.

Kon tweede livputheekliOLuler kan de vernietiging van de eerste hypotheek niet vragen, op grond dat do overeenkomst, waarvoor deze was verleend, zonder oorzaak was.

V.

Rij ontbiniling eener vennootsdiap onder lirma. kan de actie tot scheiding en deeling niet worden ingesteld, voordat de vereHening is afgeloopen.

VJ.

Eene voor de potheek, ua de onwaarde.

lailiictverkluring geldig verleende hy-iaiilietverkiai'ing ingeschreven, is van


-ocr page 97-

85

De vonnissen van den President in kort geding, zijn altijd besclnkkinge!! bij voorraad.

\ IJl.

De crediteur, die goederen van zijn debiteur, in het vooruitzicht van diens laillissement medencernt, ten einde daarmede een reclitinatige vordering te dekken, maakt zich niet strafbaar aan het misdrijf van art. !li4 Strafwetboek.

IX.

Terecht verklaart art. 138 al. 2 Wetb. van Strafvordering: De bevelen tot invrijheidstelling, op grond van onvoldoende aanwijzing van schuld, zijn uilvoerbaar, niettegenstaande elk beroep.

X.

Art. 80, al. 3 Grondwet verbiedt den wetgever niet aan de in die zinsnede opgenomen uitsluiting van het Kiesrecht nog andere toe te voegen.

-ocr page 98-

80

XL

Terecht besliste het arrest van den lloogen Raad van 7 Nov. 18Ü2, lt;lat art. lift der Ilaagsche Algemeene l'oiitievei'üi'deiiing in strijd is met art. 7 der Grondwet.

XII.

Terecht besliste de A iTondissements-liechtbank te 'sGravenhage, dat krachtens art. 12 der Patentwet, nioniand verlol' noodig heeft, niet een ljuurrijtuig op den openbaren weg post te vatten.

XI] I.

lïij de behandeling van bet Congo-tractaat in ile Staten-Generaal, had de Regeering behalve de »Acte General'' ook de «Declarationquot; aan de Kamer moeten overleggen.

XIV.

Dat de tegenwoordige Jachtwet bij de verandering der jachttoestanden nog vasthoudt aan liet begrip „res nulliusquot; is een gevolg van te sterken invloed van liet Hom. recht.

-ocr page 99-

XT

X \ .

ITct ware wenscliclijk het verbod van verkoop van wild ljuiten gesloten jaelittijd ook nil te strekken tot de houders van publieke talels.

XVI.

l)e Toynbee-beweging in baar tesenwoord igen vorm verdient geene aanbeveling.

-ocr page 100-

84

III.

Openbare wegen zijn vatbaar voor privaat bezit.

IV.

Ken tweede livputheekliouder kan de vernietiiiiug van de eerste hypotheek niet vragen, op grond dat de overeenkomst, waarvoor deze was verleend, zonder oorzaak was.

V.

Bij ontbinding eener vennootsehap onder lirma, kan de actie tot scheiding en deeling niet worden ingesteld, voordat de verellening is afgeloopen.

VI.

Kene voor de iaillietverklaring geldig verleende hypotheek, na de Iaillietverklaring ingeschreven, is van onwaarde.

-ocr page 101-

85

Vil.

De vonnissen van den ['resident in kort geding, zijn altijd beschikkingen bij voorraad.

VIJL

De crediteur, die goederen van zijn debiteur, in het vooruitzicht van diens l'aillissement medeneernt, ten einde daarmede een rechtmatige vordering te dekken, maakt zich niet strafbaar aan het misdrijf van art. 344 Strafwetboek.

IX.

Terecht verklaart art. 138 al. 2 Wetb. van Straf vorder ing: De bevelen tot invrijheidstelling, op grond van

onvoldoende aanwijzing van schuld, zijn uitvoerbaar, niettegenstaande elk beroep.

X.

Art. 80, al. 3 Grondwet verbiedt den wetgever niet aan de in die zinsnede opgenomen uitsluiting van het Kiesrecht nog andere toe te voegen.

-ocr page 102-

8(3

XL

Terecht besliste het arrest vim den lluogen Raad van 7 Nov. 18(J2, dat art. 11a der Ilaagsche Algemeene Politieverordening in strijd is met art. 7 der Grondwet.

XII.

Terecht besliste de Arrondissements-Rechtbank te 's Graven]lage, dat krachtens art. '2 der Patentwet, niemantl verlol' noodig heeft, met een huurrijtuig op den openbaren weg post te vatten.

XIII.

Rij de behandeling van liet Congo-tractaat iu de Staten-Generaal, had dc llegeering beiialve de «Acte General'' ook de «Declarationquot; aan de Kamer moeten overleggen.

XIV.

Dat de tegenwoordige Jachtwet bij de verandering der jaclittoestanden nog vasthoudt aan liet begrip „res nulliusquot; is een gevolg van te sterken invloed van het Hom. recht.

-ocr page 103-

87

X V.

ITet ware wenscholijk het vorboil van verkoop van wild buiten gesloten jachttijd ook uit te strekken tot de houders van publieke talels.

XVI.

De Toynbee-beweging in haar tegemvoordigen vorm verdient geene aanbeveling.

-ocr page 104-
-ocr page 105-
-ocr page 106-
-ocr page 107-
-ocr page 108-