-ocr page 1-

fa, /^/ _r /r

•? ■ ;-i

'

t£-

S V;-.quot;

-ocr page 2-
-ocr page 3-

' ' :■:gt;: . ; r; k I: K u

.'UuRHJLim i'.. J, BtULiL

DE NOORDNEDERLANDSCHE TONGVALLEN.

ATLAS VAN TAALKAARTEN MET TEKST,

UITGEGEVEN

poor

HET KON. NED. AARDRIJKSKUNDIG GENOOTSCHAP, MET ONDERSTEUNING VAN

DE MAATSCHAPPIJ DER NED. LETTERKUNDE TE LEIDEN EN HET PROV. UTRECHTSCH GENOOTSCHAP VAN KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN,

EN BEWERKT DOOR

Dr. J. TE WINKEL,

Hoogleeraar te Amsterdam.

BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ

VOORHEEN

E. J. BKLLL

leiden.

-ocr page 4-

BOEKDRUKKERIJ voorheen E. ). BRILL — LEIDEN.

-ocr page 5-

INLEIDING.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

INLEIDING.

Het omvangrijke werk, waarvan ik het genoegen heb de eerste aflevering bij U te mogen inleiden, heeft reeds eene lange geschiedenis achter zich. Voor bijna vijftig jaar toch — zoo al niet vroeger — werd de wenschelijkheid, ja noodzakelijkheid er van betoogd en in ruwe schets ook reeds het plan er voor ontworpen. Bijna vijftig jaar reeds wordt er door taalgeleerden, en ook door anderen, naar verlangd, de schakeerino- der Nederlandsche tontrvallen in kaart (je-

O O ö

bracht vóór zich te zien, zoowel om daardoor eene betere ethnologische kennis van ons land te verkrijgen, als vooral ook omdat zulk eene van uitvoerige toelichting voorziene kaart de sleutel — vaak de eenige sleutel — zal kunnen zijn voor de verklaring van allerlei duistere punten in de vormings- en ontwikkelingsgeschiedenis van onze algemeen Nederlandsche schrijftaal en van hetgeen men verstaat onder de beschaafde spreektaal of het „gemeenlandsch dia-lektquot;, zooals Lambert ten Kate het noemde.

Reeds op het tweede Taal- en Letterkundig Congres, te Amsterdam in 1850 gehouden, hield Dr. A. de Jager eene voordracht „Over het belang van de kennis der idiotismen

-ocr page 8-

onzer taal en over hetgeen aan die kennis nog ontbreektquot;quot; '). Dat pleidooi was wel niet het eerste, dat er voor dialect studie gehouden werd, want Dr. J. H. Halbertsma had al eenige jaren te voren, schoon te vergeefs, voor het bijeenbrengen van dialectproeven geijverd 1); en het zou ook het laatste niet zijn, want reeds op het vierde Congres, dat in 1854 te Utrecht bijeenkwam, kon men Dr. J. F. J. Heremans opnieuw hooren betoogen, van hoeveel nut, zoowel voor taalgebruik als taalstudie, het kon zijn indien men zich meer toelegde op de kennis der tongvallen van Noord en Zuid2). Ook wekte Dr. De Jager alleen op tot het samenstellen van Idiotica der verschillende tongvallen en sprak hij het woord „taalkaart quot; niet uit. Toch noem ik zijnquot; naam hier het eerst, omdat het mij voorkomt, dat zijn woord, in een ruimen kring van letterkundigen uitgesproken, den stoot heeft gegeven tot de eerste — zij het ook nog zwakke — pogingen om het denkbeeld eener taalkaart te verwezenlijken.

Het denkbeeld zelf kon allicht ingegeven zijn door kennismaking met K. Bernhardi's Sprachkarte von Deutsch-land, waarvan in 1849 een tweede druk was verschenen en waarnaar ook verwezen werd, toen het bestuur van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde op de alge-meene vergadering van 17 Juni 1852 voorstelde, eene prijsvraag uit te schrijven, verlangende; „Eene Spraakkaart van het Nederlandsch, waarop de grenzen zijn aangeduid der verschillende dialecten; met een bijgevoegden tekst, waarin het aangewezen spraakverschil taalkundig wordt uiteengezet '. Met groote meerderheid van stemmen werd

1

Zie Dr. J. li. Halbertsma in den Overijselschen Almanak voor 1846.

2

Zie Handelingen van het IVde Taal- en Letterkundig Congres gehouden te l 'trecht, 1854. bl. 126—132.

-ocr page 9-

toen het uitschrijven van die prijsvraag aangenomen 1).

Dat geen enkel antwoord werd ingezonden, kan ons allerminst bevreemden. De bouwstoffen ontbraken nog bijna geheel en alleen uit te gering besef der omvangrijkheid van zulk een werk kan het verklaard worden, dat men toen nog meende, zich zulk eene taalkaart langs den weg der prijsvragen te kunnen verwerven. Toch verdient deze vergeefsche poging loffelijke vermelding, want daarmee werd door een invloedrijk genootschap van taalbeoefenaars gewezen op het belang, dat de vervaardiging eener taalkaart voor de wetenschap had, en werd het geloof aan de mogelijkheid om zulk eene kaart samen te stellen uitgesproken.

De Maatschappij der Ned. Letterkunde liet zich dan ook niet afschrikken door de teleurstelling, die op het uitschrijven der prijsvraag volgde. Enkele jaren later wendde zij eene nieuwe poging aan bij monde van haren toenmaligen voorzitter Mr. J. de Wal, die in Januari 1857 eene maandvergadering „opende met aan te toonen, hoe wenschelijk het zou wezen, dat men zich eindelijk eens onledig hield met eene nauwkeurige en wetenschappelijke afbakening der verschillende dialecten, die in ons land worden gesprokenquot;. Over de wenschelijkheid waren allen het eens, maar over de wijze, waarop het doel zou kunnen bereikt worden, heerschte verschil van meeningf. Vooral testen de ofroote

00

kosten, verbonden aan het verzamelen van bouwstoffen, zag men op, en men twijfelde, of er wel mannen zouden gevonden worden, die bevoegd en tevens bereid waren, het werk op zich te nemen. Eindelijk werd besloten, eenige korte en duidelijke vragen te stellen, die zóó gekozen moesten worden, dat de antwoorden kenmerkend zouden wezen

1

Zie Handelingen van de Maatsch. der Ned. Letterkunde^ 1852, bl. 49 vlg. en vgl. Handelingen 1853, bl. 56 vlg., waar nog eens aan de uitgeschreven prijsvraag wordt herinnerd.

-ocr page 10-

4

voor het dialect, en dat deze vragen in eene bijlage op het jaarverslag der Maatschappij zouden worden opgenomen . . . . op hoop van zegen Zoo geschiedde het ook. In de Bijlagen 1) vindt men eenige vragen op het gebied van klankleer, buiging en woordgebruik, maar zij zijn zóó gering in aantal, dat het ondoenlijk zou geweest zijn uit de antwoorden , zelfs als zij van alle kanten ingekomen waren, eenige gevolgtrekking te maken.

Bovendien werden die vragen, in de Handelingen der Maatschappij als onttrokken aan de oogen van hen, die ze hadden kunnen beantwoorden, nauwelijks opgemerkt, en toen in 1858 verslag werd uitgebracht over de uitkomst van deze poging, bleek het, dat slechts zeven antwoorden waren ingekomen, namelijk van Dr. H. M. C. van Oosterzee voor de taal van Schouwen en Duiveland en voor het dialect van het Kempenland der Meierij (4 bl. fol.); van Mr. I. A. Nijhoff voor het dialect van Arnhem (2 bl. 40); van Ds. A. M. Cramer voor het Oostfriesch (4 bl. 8°); van P. J. Harrebomée voor het Groningsch (5 bl. fob); van J. H. van Dale voor den tongval van Sluis (3 bl. fol.); van L. A. F. H. baron van Heeckeren voor het Zutfensch (28 bl. fol.) en van Dr. H. O. Janssen voor de streekspraak van Kadzand (8bl. 40)2). De ingeleverde antwoorden schijnen nu verloren te zijn. In 1859 moest de verslaggever zich bepalen tot de teleurstellende mededeeling, dat verder geen enkel antwoord was ingekomen, en tot eene herhaalde opwekking'j; en een jaar later konden alleen twee handschriften ter tafel gebracht worden, namelijk eene „Vertaling van het Johannesevangelie in het Zutfenschquot; door L. A. F. H. baron van Heeckeren, en „Proeven van de volkstaal te Gorinchemquot; door D. van 't

1

Zie Haiidelingen 1857, bl. 72 vlg. 3) Zie Ha7idelingen 1858, bl. 44—47.

2

4) Zie Handelingen 1859, bl. 50 vlg.

-ocr page 11-

5

Sant en P. van Zutphen '). Overbodig was het zeker niet, dat de Commissie voor taal- en letterkunde toen machtiging verzocht van het Bestuur der Maatschappij, om de in de Handelingen verscholen vragen afzonderlijk te doen drukken en de noodige exemplaren daarvan verder te verspreiden 1). Of dat ook gebeurd is, vermeldt de historie niet, maar in 1861 merkte de verslaggever alleen op, dat voor de dialectenverzameling in dat jaar niets ontvangen was en dar de zaak aanbevolen bleef aan ieder, die nieuwe bouwstoffen kon leveren 3). In latere verslagen komt men op de, blijkbaar mislukte, zaak niet meer terug. Zij bleef nu voorloopig aan het particulier initiatief overgelaten.

Dat initiatief werd genomen door Johan Winkler, die in April 1870 in den Navorscher eene oproeping plaatste om hem vertalingen der gelijkenis van den Verloren Zoon in verschillende streekspraken niet alleen uit Noord- en Zuid-Nederland toe te zenden, maar ook uit het Neder-duitsch sprekende deel van Frankrijk en Duitschland. Dank zij den steun van velen, kon hij in 1874 de twee deelen van zijn „Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticonquot; uit-o-even, dat voor het eerst een aloemeenen s^rondslasj voor

o ' 000

verdere dialectstudie legde en tot heden het hoofdwerk voor onze kennis van de schakeerim»; der Nederlandsche tono--

lt;gt; o

vallen is gebleven. De verdiensten van het werk zijn zóó groot, dat het ongepast zou zijn, hier op de gebreken te wijzen. Een jaar later zag de eerste aflevering het licht van een ander — eerst in 1881 voltooid — omvangrijk werk in twee deelen: „Van de Schelde tot de Weichsel. Nederduit-sche Dialecten in Dicht en Ondicht, uitgegeven en opge-

1

Zie Handelingen 1861, bl. 58.

-ocr page 12-

6

helclerd door Joh. A. Leopold en L. Leopoldquot;'. Schoon meer van belletristischen dan van wetenschappelijken aard, kan het bij algemeene dialectstudie, mits voorzichtig, vooral cri-tisch gebruikt, met vrucht worden geraadpleegd.

Intusschen was ook het plan om eene taalkaart te ontwerpen opnieuw ter sprake gebracht. Op het dertiende Taaien Letterkundig Congres te Antwerpen deed Dr. H. Kern den 19 Aug. 1873 het voorstel, eene commissie te benoemen, die eene vragenlijst zou moeten rondzenden om op grond van de antwoorden eene dialectkaart te ontwerpen. Wanneer die kaart ontworpen was, zouden andere vragen , naar het gebruik van woorden, moeten worden rondgezonden , ten einde daaruit een dialectwoordenboek samen te stellen: „een werk als het samenstellen van het Neder-landsch Woordenboek, maar in 't klein, geen geleerd woordenboek met wetenschappelijke verklaring van alle termen, maar eenvoudig eene lijst van woorden quot;. De commissie zou van haren arbeid telkens op de Taal- en Letterkundige Congressen verslag moeten uitbrengen. Het voorstel vond bijval en tot leden van de bedoelde commissie werden door het Congres benoemd: Dr. H. Kern, J. A. Alberdingk Thijm, J. Beckering Vinckers, Dr. P. J. Cosijn, Dr. J. F. J. Heremans, Mr. L. A. J. W. bn Sloet van de Beele, Dr. P. Wil-lems, Frans de Cort, L. L. de Bo en Jan van Beers '). Van de werkzaamheden dezer commissie is echter niets aan het licht gekomen.

Nadat er nog in Aug. 1877 eene bescheidener poging door J. A. Alberdingk Thijm en Mr. W. W. van Lennep was gedaan om door het rondzenden van vragenlijsten te weten te komen, of er destijds nog duidelijk te onderscheiden tongvallen heerschten in de verschillende buurten van Amster-

1) Zie Handelingen van het XIIJde Taai- en Letterkundig Congres gehouden te Antiver pen 1873.

-ocr page 13-

7

dam '), werd het plan tot het samenstellen van eene „linguïstische kaart'', doch ditmaal slechts voor de tongvallen van Noord-Nederland, weer opgevat door het Aardrijkskundig Genootschap, op voorstel van Dr. H. Kern, die het uitvoerig toelichtte op de algemeene vergadering, den 29 Juni 1878 door het Genootschap te Leiden gehouden. Toen werd besloten , dat de nadere regeling en de benoeming eener commissie aan het bestuur zou worden overgelaten 1). Den 12 April 1879 kon het bestuur op eene algemeene vergadering meedeelen dat de benoeming van eene commissie had plaats gehad 2). Zij bestond uit de Heeren Dr. H. Kern, Dr. A. Sasse, P. J. B. C. Robidé van der Aa, P. H. Witkamp en H. Bouman.

Deze commissie verzond in Juli 1879 naar alle oorden des lands eene door Dr. Kern samengestelde vragenlijst3), met verzoek die vóór 1 September ingevuld terug te zenden. Voor omstreeks 160 plaatsen of streken kwamen ruim 200 ingevulde lijsten in, doch dat was nog niet voldoende, en zoo werd den 13 Oct. 1879 eene nieuwe circulaire rondgezonden , waarin de plaatsen werden opgesomd, voor welke men vóór het einde van November van dat jaar nog op-o-aven verwachtte. Ook aan dit tweede verzoek der commissie

O

werd nog door verscheidenen voldaan, en zoo werden er dan in het geheel door de commissie 284 ingevulde vragenlijsten bijeengebracht, die inlichtingen gaven voor den tongval van de volgende 2 12 streken of plaatsen 4):

1

Zie Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap III (1879), bl. 224 vlg.

2

Zie Tijdschrift IV (1880), bl. 84.

3

Zie die vragenlijst afgedrukt als Bijlage I achter deze Inleiding.

4

Daar ik zelf tot het bijeenbrengen dezer lijsten niet heb meegewerkt, houde men mij ten goede, dat ik de namen der invullers slechts kan opgeven voorzoover zij op de lijsten voorkomen en door het onduidelijk schrift der handteekeningen ook de mij bekende namen niet altijd geheel nauwkeurig kan meedeelen.

-ocr page 14-

8

Friesland.

Stadsfriesch (A. v. A).

Leeuwarden (i0 Johan Winkler, 2° G. Colvnjon).

Sn eek (J. Bergman).

Het Bildt (St. Anna-, St. Jacobi-, Lieve-Vrouwen-parochie en Ouwe Zijl) (i0 Waling Dijkstra, H. de Jong).

Schiermonnikoog.

Tzummarurn (in Barradeel).

D o k k u m e r w o u d s t r e e k (groot deel van Danturaadeel, Kollumer-land, Achtkarspelen en Tietjerk-steradeel).

Bergum (in Tietjerksteradeel) (P. G. van der Meulen).

Bakkeveen (in Opsterland; ook Siegerswoude, Ureterp, Duurs-woude, Hemrik, Wijnjeterp , Lippenhuizen , Gorredijk, Beetster-zwaag, De Wilp) (G. Nankes).

Lemsterland (C. L. van Beyma thoe Kingma).

Omstreken van Sneek (Jentink).

Wol vega (in Weststellingwerf) (Ph. W. Weber).

Tjalleberd (in Aengwirden) en S t. J o h a n n i s g a (in Schoterland) (J. Hepkerna en T. Gorter).

Heerenveen (in Schoterland) (10 J. Hepkema en T. Gorter, 2°N.N.).

Groningen.

Groningen (stad) i0 Mr. T. G. Reitsma, N. N.).

Euvelgunne (A. Bonman).

Goorecht (Hoogezand, Sappemeer, Westerbroek, Kiel en Windeweer,

Kropswolde, Kalkwijk) (R. Middendorp).

Hoogezand (G. Wildeboer).

Westerwolde (W. Fekker).

Stadskanaal (K. Jager).

W i 1 d e r v a n k (T. Hazewinkel).

Veen da ra (H. J. Top).

Winschoten (10 H. Ilpsema Vinc-kers, 20 N. N.).

Beerta (Dr. B. Slingenberg).

Scheemda (10 P. R. Goudschaal, 2° K. H. ten Berge).

Uiterburen (W. Zuidema).

Delfzijl (R. E. van der Loeff).

Noordoosthoek van Delfzijl (E. Buiskool).

Ten Boer (ook Garmerwolde, The-singe, Leilens, Woltersum en Wit-tewierum) (R. Middendorp).

Hunzingoo (Dr. B. Slingenberg).

Win sum (Ubel Wierda).

De Marne (Leens, Ulrum , Wehe , Zuurdijk) (R, Middendorp).

Hoogkerk.

Grijpskerk (P. Dijksterhuis).

Westerkwartier (Lettelbert, Mid-wolde, Tolbert, Niebert, Nuis, Zevenhuizen, Groote- en Lutjegast, Sebaldeburen en Doezum) (J. Wie-ringa).

Nuis (gem. Marum) (K. Hofkamp).

Drente.

Rolde.

Grolloo (B. Huizingh).

Borger (ook Anloo, Gieten, Gas-selte en Odoorn) (10 C. L. Knip-horst, 2° J. Wieringa).

Schoonebeek.

Dalen (J. Baning).


-ocr page 15-

9

Hoogeveen (A. Steenbergen en J. van der Veen Az.).

Zuidwolde (A. C. van Weydom Claterbos).

Dwing el o o (R. Staal).

Meppel (t0 B. Huizingh, 20A.de Visser, 30 N. N., 40 N. N.).

Overijsel.

K u i n r e.

Olderaark (P. Fabriek).

Giethoorn (i0 H. Wuite, 20 N.N.).

Steen wijk (10 G. Hovens Grave, 20 A. Voetelink, 30 N. N.),

S t e e n ij k e r w o 1 d (ook Giethoorn, Paasloo, Oldemark, IJselham, Kuinre, Blankenham, Peperga, Steggerda, Tintega, Havelte, Kolderveen , Nijenveen en Vledder) (J. Hogeman).

Blokzijl (1° A. Wilmes, 20 N. N.).

Vollen hove (Dr. Ekker).

Genemuiden.

Hasselt (G. Boterenbrood).

Zwolle (1° D. van Ketwich, 20 C.

Kreulen, 30 L.J. Larnmerse, 40 N.N.).

Kampen (i0 Mr. J. C. Bijsterbos, 20 Dr. Ekker, 30 H. Broese van Groenou).

Hardenberg (G. J. Koopman).

Friezenveen (i0 L. Ruisink,J. O. Meijer).

Tubbergen (Mr. R. E. Hattinck).

Denekamp (D. A. Westrik).

Oldenzaal (i0 Mr. A. A. W. van Wulfften Palthe, 20 J. van den Bogert).

Hengeloo (i0 J. ten Hove, 20 H. ter Heege).

Enschede (10 Dr. W. H. Kosters, 20 H. van Braam, 30 Blijden-stein, 40 Jan Elderink).

Goor (J. B. Grooters).

Holten (i0 G. Veeneklaas, 2C'N.N.).

A lm el 00 (i0 L. R. Brants, 20 J. Wierenga).

Den Ham (G. Nieuwenhuis).

Wije (J. van Hengel).

Olst (H. van Enck).

Deventer (i0 H. VV. Jordens, 20 M. E. Kronenberg, 30 Mr. P. Co-ninck Westenberg, 40 N. N.).

Gelderland.

Gorsel (A. Brants).

Laren (F, D. H. Postel).

Lochetn (en Langen) (J. Staring).

Eibergen.

Winterswijk (10 J. B. Grooters, 20 N.N.).

A al ten (H Navis).

Varseveld (A. Hesselink Dz).

Doetinchem (1° Van Lummel, 2° J. Leyds).

Zelhera.

V orden (ook Hengeloo en Wich-mond (Gallée).

Voorst (E. Boekholt en J. E. Manden).

Twelloo (ook Voorst, Gieteloo en Wilp) (i0 G. F. Middelbeek,J. H. Suurbach in „Noord en Zuidquot; III, 173—^S)-

Ter wol de (J. van Hengel).

Vaas sen (P. Crezée).

Epe (P. Vasseur Jz.).

O ene (J. van Hengel).

H eerde (Dr. B. Meilink).


-ocr page 16-

IO

Zaltbommel.

Kuilenburg (ook Beesd, Renooi en Akkooi) (J. T. S. van Hoyt-, sema).

Beusichem (ook Zoeltnond en Asch) (H. H. C. van Everdingen). Buren (L. J. W. van Rouveroy). Maurik (D. J. C. van Batenburg). Nederbetuwe (B. Breers Jr.).

Utrecht.

Amerongen (H. Haak). Veenendaal (Bersma).

, R e n s w o u d e (J. W. van de Poll). Amersfoort (i0 B. J. van Goor,

20 N.N.).

Soest (S. Tesselhoff). De Vuursche (gem. Baarn) (H.

J. Kruyder).

Utrecht (Dr. I. Dornseiffen). Kockengen (L. Freem).

Limburg.

Venloo (H. Uyttenbroecke). Buggenum.

Roermond (i0 Emile Seipgens,

20 N. N.).

Neeritter.

Weert.

Grevenbicht.

Sittard (1° A. Jansen, 20 M. Horn,

3° N. N.).

Oorsbeek (Jos. Habets). Amstenrade(M.F. Schmiedeman). Heerlen (i0 Ds. J. Jongeneel,

20 N. N.).

Valkenburg (J. P. Smeets). 1 Maastricht (i0 Mr. F. D. Eranqui-net, 20 Dr. P. H. Suringar).

Olde broe k-D oornspij k (A. J. van Asselt).

Elburg (H. Heyman).

Harderwijk (i° J. J. Utermark, 20 N. N.).

Ermeloo (L. Natte).

Putten (en Telgt) (i0 W. van Golt-stein, 2° B. J. van Goor, 30 El-bert van Donkersgoed).

Elspeet (M. R. Gantz).

Uddel (A. Aarsen).

Garderen.

K o o t w ij k.

Voort huizen (10 B.J. van Goor, 20 N.N.).

Barn eve ld.

Scherpenzeel.

Heelsum (N. Pannekoek).

E1 le ko ra.

Spankeren (H. M. Berns).

Zutfen (10 B. Breers Jr., 20 A. L. Otto, 30 H. J. H. Groneman, 4° N. N.).

Doesburg (10 B. W. Colenbrander, 20 N. N.).

Terborg (W. J. Leyds).

Sinderhoek (Wisch).

Gendringen.

's-Heerenberg (A. Rutgers van der Loeff).

Pannerden (B. Breers Jr.).

Nijmegen (S. M. S. de Ranitz).

Overasselt (J. B. de Boer van der Ley).

Land van Maas en Waal {J. J. van Hille).

Alfen-Dreumel.

Hedel (10 C. van Driimnelen,Van den Bogert).

-ocr page 17-

I

I

Gronsveld (M. H. J. P. Thomassen).

Noord-Brabant.

Grave (F. G. Heymans).

Helmond.

Eindhoven (J. J. de Vlam).

Tilburg (Dr. F. C. Soer).

's- Hertogenbosch (10 G. Bosch, 2° J. JE. C. A. Timmerman).

Dussen (J. van der Beek).

Hooge-Zwalu we (A. Doeleman).

Breda (i0 M. H. J. Plantinga, 2° N. N.).

Bergen-op-Zoom.

Woensdrecht (ook Ossendrecht, Huibergen en Putte).

Zeeland.

W e s t e 1 ij k Z e e u w s c h - V1 a a n -deren (J. Petillon).

Aardenburg (H. Broese van Groenou).

Aksel (ook Zaamslag, Ter-Neuzen, Hoek) (P. van Dixhoorn).

Walcheren (i0 G. N. de Stoppelaar, 20 H. D. Slegt, 30 J. Broe-kema, 40 H. J. Smid).

Arnemuiden (P. Kwekkeboom).

Zuid-Beveland (10 J. A. Kolpa, 2°. L. A. E. van der Ley).

Nisse (en geheel West-Zuidbeve-land) (J. Kousemaker Pz. in Noord en Zuid III 106—110).

Heinkenszand (i0N.N.,20N.N.).

No ord-Beveland (P. J. van Melle).

Katz (J. Sturm Jz.).

Schouwen (L. A. E. van der Ley).

Ouwerkerk (ook Tolen, Duive-land en St. Philipsland) (H. Schos Hz).

Zuid-Holland.

Herkingen (i0 A. de Vlieger, 20 Zaaijer).

Nieuwe-Tonge (S. Admiraal). Den Bommel (G. Selser).

So mm els dijk (J. E. ter Gouw). Dirksland.

Ouddorp (J. J. van Kerkwijk). Oostvoorn e.

Nieuwen hoorn. Hellevoetsluis.

Z u i d 1 a n d.

Nieuw-Beierland (Van Weerkom).

Westmaas (P. K. Magielse). 's- Gravendeel.

Ridderkerk.

IJ selmonde (L. J. Koedijk). Sliedrecht (N. A. C. Slotemaker). Oud-A lb las (H. van Effen). Alblasserdam (10 A. J. Labber-

ton, N. N.).

Ouderkerk a/d. IJ sel (P. VV.

Schelling).

VI aar din gen (P. K. Drossaart). Scheven ingen (J. H. Blum). Kat wij k-aan-Zee (10 Dr. K.

Plantinga, 2° N. N.).

N oord wij k-aan-Z ee (i° Dr. K.

Plantinga, 2° P. van Bommel Jr.). Dordrecht (1° Mr. F. N, Sickenga, 20 M. A. Vriesendorp, 30 N. N.). Rotterdam (10 Mr. J. J. Taven-raat, 20 Van Rijckevorsel, 30 A. S. Chabot).

I 's-Gravenzande (A. de Vletter).


-ocr page 18-

Ter Heide (ook Monster) (H. Vis-scher).

N oord-Holland.

Haarlem (J. van Zwitselaar).

Egmond-aan-Zee (P. Wit).

De Zijpe (Mr. C. Visser).

Schagen.

Oude-Niedorp (J. H. van Am-stel Jr.).

Medemblik (ook Twisk, Opperdoes, Wognum en Hoogwoud) (P. Vijn).

De Streek (tusschen Hoorn en Enkbuizen).

Hoogkarspel (C. Bakker Dz.).

Grosthuizen (gem. Avenhorn).

Westfriesch.

Beemster (D. Dekker).

Zaandam (10 A, Bakker, K. van der Zeyde, 30 van der Bilt, 4° G. Walch).

Wleringen (i0 P. Asjes, J. J. de Vries, 30 N. N.).

Tessel (W. Visser).

Vlieland.

Terschelling (i0. C. Tijm Jz., 20 J. H. Suurbach in Noord en Zuid III, 170—172).

Urk (10 P. Kramer, 2°. N.N.).

Laren (in 't Gooi) (Joh. van Wulfen).

Hilversum.

Amsterdam (1° Mr. W. W. van Lennep, 20 Justus van Maurik).

P urinerend (F. Gediking).


Het jaarverslag des Genootschaps over 1879 maakt met dankbaarheid melding van de medewerking, die men alom had ondervonden '), en toen de leden der commissie door drukke briefwisseling al deze lijsten bijeengebracht en ze vervolgens gerangschikt hadden, verdeelden zij onderling hunne taak. Dr. H. Kern zou Gelderland, Noord-Brabant en Limburg bewerken, Dr. A. Sasse Noord-Holland en Zuid-Holland benoorden de Maas, benevens Westelijk Utrecht, P. J. B. C. Robidé van der Aa Overijsel en de Veluwe met het Oostelijk deel van Utrecht en het Gooi, P. H. Witkamp de Zuidhollandsche eilanden en Zeeland en H. Bouman Friesland, Groningen en Drente.

„Eerlang hoopt het Genootschap de vruchten der werkzaamheid van de zoo H'oed samengestelde commissie te kun-

O O

nen publiceerenquot;, heette het in 1883 , toen het Genootschap

I) Zie Tijdschrift IV (1s80), bl. 326.

-ocr page 19-

zijn tienjarig bestaan vierde1); maar die hoop werd niet verwezenlijkt, en de commissie bleef ook langzamerhand niet meer voltallig. De dood maakte gapingen, die niet werden aangevuld.

Intusschen had de Heer Taco H. de Beer zich de dialectstudie aangetrokken. Op het eind van 1881 verscheen onder zijne redactie te Culemborg de eerste aflevering van „Onze Volkstaal, tijdschrift gewijd aan de studie der Nederland-sche tongvallen'. Medewerkers kon de ijverige redacteur genoeg vinden, maar aan voldoende belangstelling scheen het bij het publiek te ontbreken. De afleveringen konden elkaar niet geregeld opvolgen en eerst in 1890 was het derde deel compleet; maar dat was ook het laatste: de uitgave moest, helaas, worden gestaakt.

Zoo scheen het dan, of de studie van onze tongvallen, die eenige jaren lang zooveel belangstelling hadden opgewekt , zou blijven rusten , op gevaar van eerst weder te zullen ontwaken, als door het toenemend verkeer tusschen de gewesten onderling en het verbeterd en meer algemeen ingevoerd onderwijs al die tegenwoordige tongvallen met hun waas van frischheid en oorspronkelijkheid zouden verdrongen zijn door een mengelmoes van het oude dialect met het platste Hollandsch bij de minder beschaafden, en dooreen gewijzigd beschaafd Hollandsch of eene grillige verklanking van de algemeen Nederlandsche schrijftaal bij de meer ontwikkelden. Dan zou men het zich te laat beklagen , dat men verzuimd had, toen het nog tijd was, de oorkonden te verzamelen , waaruit alleen de taalgeschiedenis der verschillende Nederlandsche volksstammen is te putten, die bovendien de eenig afdoende verklaring van den oorsprong en de ont-wikkelinpf der Nederlandsche taal kan ^even.

1

Zie Tijdschrift VIT (1883), bl. 156.

-ocr page 20-

H

Het Aardrijkskundig Genootschap had van een onderzoek naar de grenzen der tongvallen belangrijke uitkomsten verwacht voor de kennis van ons volk en van de verspreiding der stammen over ons land. Philologie en ethnologic waren zoo uitstekend geschikt elkaar te steunen , en zoo moest dan wel het Bestuur van het Aardrijkskundig Genootschap het ten zeerste bejammeren, dat de bouwstoffen, met zooveel moeite voor de bewerking eener linguistische kaart bijeengebracht, gevaar liepen verder ongebruikt te blijven liggen. Het noodigde dus, twaalf jaar nadat zij verzameld waren, de Commissie uit tot het uitbrengen van eenig verslag, en aan die uitnoodipfing- werd door den Heer H. Bouman vol-

O O

daan. Hij had de hem opgedragen taak verricht en de dialect-schakeerinofen in Friesland, Groningen en Drente in kaart

O 'O

gebracht, zoodat hij in de gelegenheid was een overzicht te geven van de hoofdkenmerken der tongvallen in die streken

O O

en de grenzen daarvan met betrekkelijke nauwkeurigheid te bepalen1). Dat die grenzen niet in allen deele juist waren afgebakend, was uitsluitend aan de onvolledigheid der opgaven te wijten. Voor de andere deelen van ons land was eene dergelijke schets niet te verwachten van de overige Commissieleden, die met het, ondanks zooveler medewerking toch nog gebrekkig, materiaal niet konden leveren wat voor de meer afgeronde dialectstreken van het Noorden mogelijk was geweest.

Bij dezen stand van zaken noodigde het Bestuur van het Genootschap bij monde van Dr. C. M. Kan mij uit, de voorhanden bouwstoffen eens te onderzoeken en daarna mijn oordeel uit te spreken over de mogelijkheid om eene taalkaart samen te stellen, zoowel in 't algemeen , als in 't bij-

1

Zie Tijdschrift van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap S. 2 viii (1891), bl. 541—548.

-ocr page 21-

•5

zonder met cle bestaande hulpmiddelen. Van mijne bevindingen bracht ik tegen het einde van 1892 een kort verslag uit '). Ik achtte toen die bouwstoffen nog voldoende ot nagenoeg voldoende, als zij slechts aan de noodige critiek werden onderworpen, maar meende, dat zij alleen in on-derlingen samenhang en dus slechts door één persoon moesten verwerkt worden , m. a. w. dat niet streek voor streek moest bestudeerd worden, maar ieder klankverschijnsel , iedere grammaticale eigenaardigheid voor het geheele land. De schakeering van iederen klank of gram-maticalen vorm moest afzonderlijk in kaart worden gebracht, en zoo moest in plaats van ééne taalkaart een atlas van linguistische kaarten met uitvoerige toelichting worden bewerkt. Was die arbeid verricht, dan eerst zou met meer zekerheid kunnen blijken, of het mogelijk was, de schakeering der tongvallen op eene enkele kaart af te beelden door het samenvatten van de afzonderlijke verschijnselen.

Om tot deze uitkomst van mijn onderzoek te geraken had ik moeten beginnen met het materiaal anders te ranyf-

O O

schikken dan te voren was gedaan, en ik verklaarde mij bereid, het aangevangen werk voort te zetten, zoo men dat verlangde. Vandaar dat in zijn jaarverslag van 1892—93 de Secretaris van het Genootschap aan de leden mededeelde, dat door mij met de bewerking der taalkaart werd voortgegaan8). Dat was ook inderdaad het geval; maar onder den arbeid bleek het mij meer en meer, dat het voorhanden schriftelijk materiaal, ook indien het werd uitgebreid door een critisch gebruik van hetgeen in druk over de dialecten bestond, niet toereikend was en dringend aan-

1) Zie Tijdschrift IX (1892), bl. 1008 vlg.: zie ook bl. 434.

2) Zie Tijdschrift X (1893), bl 332.

-ocr page 22-

i 6

vulling of verbetering eischte '). Vooral voor sommige gedeelten van het land waren de opgaven gebrekkig, ja, er waren streken, waarvoor de opgaven te eenemale ontbraken. Kon ik geene verbetering of aanvulling verkrijgen door zelf overal rond te reizen of een nauwkeurig waarnemer het land rond te zenden, dan zou ik het althans ver kunnen brengen door nieuwe vragenlrsten te laten drukken en ter invulling aan deskundigen aan te bieden; maar daartoe was welwillende medewerking van velen noodzakelijk. Om nu die medewerking in te roepen en in 't algemeen om in wat ruimer kring opnieuw de aandacht op de samenstelling der taalkaart te vestigen, hield ik er eene voordracht over in eene der secties van het Taaien Letterkundig Congres, dat in Augustus 1893 te Arnhem werd gehouden1), en werd daarbij door Dr. Nicolaas Beets, Dr. W. Everts, Dr. C. M. Kan en Dr. J. H. Gallée gesteund.

Inmiddels was het aan het Bestuur van het Aardrijkskundig Genootschap gebleken, dat door den grooteren omvang, dien het werk zou verkrijgen, het samenstellen van een atlas der Noordnederlandsche tongvallen eene kostbare onderneming zou worden, waarvoor de geldmiddelen van het Genootschap alleen niet toereikend zouden wezen. Slechts door financiëelen steun van bevriende Ver-eenigqnoren zou het werk tot stand kunnen gfebracht wor-

00 O

den, en om dien met kans op goed gevolg te kunnen inroepen werd door het Bestuur eene nieuwe Commissie

1

Zie Handelingen van het XXIIste Ned. Taal- en Letterkundig Congres gehouden te Arnhem 1893, bl. 71—80.

-ocr page 23-

i 7

benoemd, bestaande uit Dr. H. Kern, Dr. J. H. Gallee en Dr. J. W. Mullerquot;). Dank zij den ijverigen bemoeiingen dier Commissie, werd door de Maatschappij der Ne-derlandsche Letterkunde te Leiden en door het Provinciaal Utrechtsch Genootschap eene belangrijke subsidie beloofd, zoodat nu met de bewerking kon worden voortgegaan.

O O O

Dientengevolge werd mij nu door de leden der Commissie het medelidmaatschap opgedragen en in October 1894 besloten tot het drukken van eene nieuwe vragenlijstquot;), die ik had samengesteld in overeenstemming met het nieuwe plan van bewerking, waarbij het er op aankwam, iederen oorspronkelijken klank uit zijne schakeering in een voldoend aantal woorden te kunnen bestudeeren, en bovendien te kunnen nagaan, hoever het gebied zich uitstrekt, waar voor eene bepaalde zaak een naam heerscht, die in andere streken voor dezelfde zaak niet in eebruik is. Door den krachtigen steun van mijne medecommissieleden en met name van onzen secretaris Dr. J. W. Muller, die overal in ons land personen opspoorden, bereid en bevoegd tevens om deze lijst in te vullen 1), en die daarna — sinds Januari 1895 — niet ophielden aan onze bereidwillige medewerkers exemplaren van die lijst toe te zenden, ben ik er in geslaagd 209 ingevulde vragenlijsten te mijner beschikking te krijgen, geldende voor rg4 streken of plaatsen, en daaronder 171, waarvan de tongval mij nog niet bekend was door eene vroegere vragenlijst 2).

1

Grooten dank ben ik in dezen ook aan anderen verschuldigd, met name aan Dr. F. A. Stoett, die vele geschikte personen ter invulling der lijst heeft opgespoord en opgewekt.

2

Voorloopige mededeelingen aangaande de werkzaamheden der Commissie zijn te vinden in de Verslagen van de 77stt: en 8oste algemeene Vergadering van het Kon. Ned. Aardr. Genootschap, gehouden 6 April 1895 en 25 April 1896, ook opgenomen in Tijdschrift XII en XIII.

h

-ocr page 24-

I 8

Ook van de streken of pla vragenlijst opgaven verstrek ming volgen:

Friesland.

Leeuwarden (10 Johan Winkler,

2° S. K. Feitsma).

Bols ward (H. Groenier Wz.). Dokkum (G. Postma).

Harlingen (J. F. Jansen). Ameland (10 G. Postma, 2° G.

A. van Tuinen en P. J. Braaksma). Hindeloopen (i0 A. Kat Az., 2° J. Al,. Wartena, 30 P. Hobma). K o u d u m en M o 1 k \v e r u m (in Hemelumer-Oldephaert) (J. Nieu-wenhuis en A. Alberda). Workum (IJ. Kuipers, T. Abbing

Hingst en P. J. van de Wal). T z u m(inFranekeradeel)(P. V rijburg). Pietersbierum (ook Sexbierum en Oosterbierum, in Barradeel) (W. Faber).

Deinum (in Menaldumadeel) (Dr.

M. N. Ringnalda).

Hal!urn (in Ferwerderadeel) (Dr.

J. L. Chaillet). Oostdongeradeel (Jb. Wage-maker).

Dokkumer woudstreek (G. Postma).

Kolluin (in Kollumerland en Nieuw-Kruisland) (1° Mr. A. J. Andreae, 2° B. de Jong).

Burum (in Kollumerland en Nieuw-

Kruisland) (B. de Jong)-Stroobos (in Achtkarspelen) (B. de Jong).

itsen, waarvoor deze nieuwe laat ik hier eene opsom-

S u r h u i s t e r v e e n (in Achtkarspelen) (H. J. Westerling).

Rotte valle (in Smallingerland, Tietjerksteradeel en Achtkarspelen) (J. Kuipers en L. Kuipers—Van Dijk).

Bakkeveen en Haul er wijk (in Opsterland) (L. van Drooge en A. H. van Drooge).

Beetsterzwaag (ook Beets en 01-terterp, in Opsterland) (A. Prakken en C. Koopmans).

Lemsterland (S. Luiking).

Noord wolde (in Weststellingwerf) J. G. Papej.

O o s t e r w o 1 d e (in Ooststellingwerf) (IJ. W. Feikema).

Groningen.

Haren (Herman Bos).

De Leek (ook Oostwold, Ter Heyl, Nietap, Midwolde en Lettelbert) (W. Clason en E. Clason).

Zuidhorn (A, A. Ganderheyden).

Warfum (H. Molema),

Holwierde (L. Doornbos).

Appingedam (A. S. de Blécourt)

Nieuw old a (J.J. Boerma).

Fin ster wolde (ookOostwold,Midwolde, Nieuwolda, Beerta, Nieuw-Beerta) (J. S. G. Koning).

Noordbroek (A. J. Smith).

Vlachtwedde (J. Hommes Wz. en H. Kuiper).

Selling en (J. H. Neuteboom).


-ocr page 25-

19

Ter A pel (A. Venver).

Oud-A ver eest en De Wijk (C.

Drente.

Bulder).

Nieuw-Leuzen (W. J. baron van

Relde (J. Schellens en J. P. Hart-

Dedem).

lief).

Dedemsvaart (Lutten, Harden-

N i e u w - B ii i n e n (ook Drouwener-

berg, Gramsbergen , A vereest,

mond, Drouwenerveen en Buiner-

Nieuw-Leuzen) (J. G. Pape),

veen) (H. Tiesing).

Ootmarsum (G. H. Weustink).

Borger (H. Tiesing).

Del den (A. F. E. Nijland).

Eekst (J. Bastiaans).

Haaksbergen (J. M. Vincent).

Anloo-Annen (ook Vries, Rolde,

Dalfsen (ook Ommen, Zwoller

Balloo) (R. Schuiling).

kerspel, Heino, Raalte) (Mr. A.

Rolde (J. Venekamp).

baron van Dedem).

Norg (R. Beunk).

Le mei er veld (P. Buisman Mz.).

Bei le n (I. Mulder).

Wechterholt (gem. Wije) (A. H.

Zweeloo (Ds. D. T. Uden Mas-

de Roos).

man).

Deventer (VV. Draaijer).

Em men (H. de Boer). Zuidwol de (J. Uilenberg).

Gelderland.

Koekange (gem. De Wijk, ook

Gorsel (H. J. Meuleman).

Ruinerwold, Echten enz.) (G.

Zelhem (W. L. Bouwmeester).

Broekhuizen).

Laag-Keppel (G. J. Klokman).

Me pp el (L. Mulder).

Hummeloo (B. Weenink).

Ruinen-Ansen (L. de Boer).

Apeldoorn (Mej. J. H. E. van

W a p s e (ook Wapserveen , Vledder,

der Feen).

Dwingeloo, enz.) (W. Richmond).

Ede (ook Bennekom, Lunteren,

Die ver (Ds. J. van Giffen en W.

Otterloo) (W. Hartelust)

Mulder).

Sc herpenzeel (W. C. J. Renes).

Hooge-Smilde (Mr. H. E. van

Arnhem (Mevr C. R. Moes—Va-

IJsendijk).

leton).

Overijsel.

Rheden (J. F. Buisman). Ellekom (E. Hindriks en E. H.

E es veen (E. Sol).

Dikker).

Steen wijk (A. K. Hovens Gréve).

Dieren (H. Lentink en B. Kool-

Zwartsluis (J. Coster).

waay).

S tapho rs t-IJ ho r s t (P. Wester

Doesburg (P. A. van 't Haaffj.

beek).

Drempt (D. B. van Heuven).

R ou veen (gem. Staphorst) (H. J.

Died am (G. Elzinge en J. V. Be-

Wetselaar).

rendsen).

-ocr page 26-

20

Overbetuwe (van Gent tot Her-veld) (J. G. van Eek).

Hemmen (J. de Hartog).

Leeuwen (gem. Wainel) (E. H. Pompen).

Varik (A. J. Venvey).

Deil (Mr, M. Kolff).

Kuilenburg (Mej. E. Laan).

Beesd (M. Mieras Jz).

Zo el en (J. N. J. van Mourik).

Mauri k (J. C. Groothuis).

Nederbetuwe (van Tiel tot Gel-dermalsen) (J. A. Heuftquot; Az.).

Utrecht.

Woudenberg (Mej. M. A. Dorre-stein).

E e m n e s (P. G. Staal).

Spakenburg (gem. Bunschoten) (VV. Beukert).

Doorn (W. C. J. Renes).

Driebergen (D. Opdien).

Wijk - b ij- Duurstede (J. Lancée).

Vreeswijk (V. d. Muelen).

Utrecht (Dr. A. Beets).

Zuilen (H. P. B. Plomp).

Maarsen (J. L. Bolman).

Loenen-Ter Aar (Mr. H. J-Doude van Troostwijk).

Loosdrecht (J. van Mourik).

Limburg.

Gennep (10 M. F. van Grunsven, 20 P. A. Zuur, L. Muskens en W. P. Wonders).

Horst (i0 J. M. Boers, 2° F. Madou).

Roermond (t0 Em. Seipgens, 2° A. Raijmann)

Sittard (H. H. Breuning). Heerlen (Dr. H. J. Eymael). Valkenburg (L. Elias).

N oord-Brabant

Grave (H. Hegeraat).

Boksmeer (L. Driessen).

Deurne (H. N. Ouwerling). Hilvarenbeek (J. F. H. van

Loenhout).

O os ter wijk (F. A. Holleman). Bokstel (W. A. Ribbe). Heusden (Land van) (L. J. Veerman).

Waalwijk (P. J. M. van Gils). Zevenbergen (Mej. A. van de Werk).

Oosterhout (P. J. Treffers en F.

Oomen).

Breda (J. A. Vermeulen). Baarle-Nassau (A. Remeysen). Rijsbergen (P. H. de Vlam). Oud- en Nieuw-Gastel (J. A.

Vermeulen).

Dinteloord (J. Vogelaar).

Zeeland.

Kadzand (Dr. J. de Hullu). Sluis (J. H. Hennequin).

Hulst (C. J. Claassen).

Aksel (H. M. Verbruggen, C. Dijk-wel, C. P. Minjou en M. L. van Vessem).

Koudekerke (W. Albregts).

Kats (A. Verschuur).

Zuid-Holland.

Dirksland (D. van der Sluys en C. van der Sluys).


-ocr page 27-

I

Ouddorp (T. E. W. van Weel). Brie lie (G. Overeemen J. H.Been). Oud-Beierland (Dr. A. Opprel). Ridderkerk (N. Brouwer). Katwijk-aan-Zee (J. J. vanTer-tholen).

Gorinchera (G. J. van Hemert). Groot-Am mers (G. G. van Wa-genveld).

Schoonhoven (en Lopikerwaard)

(G. H. Westbroek).

Sliedrecht (C. Groustra en A. L. Luyt).

Bergambacht (ook Stolkwijk en Berkenwoude) (T. B. van Dam). Moordrecht ('J. Buys).

Gouda (10 C. Zoet, C. G. N.

de Vooys).

Oude water (A. C. van Aelst). Woerden (10 Dr. A. van dei-

Hoeven, 2° J. van Garderen). Dordrecht (J. L. van Dalen). Rotterdam (1° Th. Nolen , 2° A.

J. Botermans).

Hillegersberg en Bergschen-

hoek (J. R. Arnold). Naaldwijk (ook's-Gravezande, De Lier,Monster) (J.Verwey deWinter). Leidschendam (G. P. v. Loebèr). Zoeter meer en Zegwaard (G.

A. Geerligs).

Waddingsveen (O. G. Veenstra). Boskoop (H. Ie Coultre en A.

Koster Mz.).

Aarlanderveen (D. A. Sloos). Oudshoorn (ook Alfen en Aarlanderveen) (). W. C. Bloem). Leiden (ookOegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude) (J. J. van Tertholen).

Rijnsburg (J. J. vim Tertholen),

Hi 11 ego ra (G. Wesseldijk).

Noord-Holland.

H o o fd d o r p (Haarlemmermeer) (P. M. Labrijn).

Spaarndam (G. Kruseman en W. H. de Vries).

Beverwijk (10 J. W. Schuit, 20 C. J. L. Gonlag en D. A. Sloos).

Heemskerk (P. van der Ploeg).

Uitgeest (ook Akersloot, Limmen en Castricum) (A. van Nienes).

Hei loo (Jhr. P. van Foreest).

Koedijk (1° Dr. E. W. Melchior, 2° Mevr. W. M. Uhlenbeck-Melchior).

Kol horn (A. J. T. Geertzema).

Barsingerhorn (Dr. Th. \V. Beeker).

Winkel (D. A. Sloos).

Mid woud (ook Oostwoud, Wog-num, Blokkert, Bovenkarspel, enz.) (Mej. A. C. Viervant).

Enkhuizen (P. de Vos Jr.).

Hoorn (Mej. A C. Viervant).

Beemster (D. Dekker),

Schermer (Dr. Th. W. Beeker).

Assen del ft (F. de Boer).

Zaanstreek (Zaandam , Koog, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Westzaan, Warmer, Jisp) (Dr. G. J. Boekenoogen).

Ilpendam (D. Faber).

Aalsmeer (10 J. C. Keessen, 20 W. Noordenhout).

Marken (eiland) (C. de Groot Cz.).

Tessel (S. Boon).

Vlieland (A. W. Westra, J. Smit en S. Boon),


-ocr page 28-

O

2

Overbetuwe (van Gent tot Her- :

veld) (J. G. van Eek).

Hemmen (J. de Hartog). Leeuwen (gem. Wainel) (E. H.

Pompen).

Va rik (A. J. Verwey).

Deil (Mr. M. Kolftquot;).

Kuilenburg (Mej. E. Laan). Beesd (M. Mieras Jz).

Zo el en (J. N. J. van Mourik). Mauri k (J. C. Groothuis). Nederbetuwe (van Tiel tot Gel-dermalsen) (J. A, Heuftquot; Az.).

Utrecht.

Woudenberg (Mej. M. A. Dorre-stein).

E e m n e s (P. G. Staal). Spakenburg (gem. Bunschoten)

(VV. Beukert).

Doorn (W. C. J. Renes). Driebergen (D. Opdien).

W ij k - b ij - D u u r s t e d e (J. Lancée). Vreeswijk (V. d. Muelen). Utrecht (Dr. A. Beets).

Zuilen (H. P. B. Plomp).

Ma ars en (J. L. Bolman). Loenen-Ter Aar (Mr. H. J.

Doude van Troostwijk). Loosdrecht (J. van Mourik).

Limburg.

Gennep (i° M. F. van Grunsven, 20 P. A. Zuur, L. Muskens en W. P. Wonders).

Horst (i° J. M. Boers, 20 F. Madou).

Roermond (t0 Em. Seipgens, 2° A. Raijmmn)

I Sittard (H. H. Breuning). Heerlen (Dr. H. J. Eymael). Valkenburg (L. Elias).

Noord-Brabant

Grave (H. Hegeraat).

Boksmeer (L. Driessen).

Deurne (H. N. Ouwerling). Hilvarenbeek (J. F. H. van

Loenhout).

Oosterwijk (F. A. Holleman). Bokstel (VV. A. Ribbe). Heusden (Land van) (L. J. Veerman).

Waalwijk (P. J. M. van Gils). Zevenbergen (Mej. A. van de Werk).

Oosterhout (P. J. Treffers en F.

Oomen).

Breda (J. A. Vermeulen). Baarle-Nassau (A. Remeysen). Rijsbergen (P. H. de Vlam). Oud- en Nieuw-Gastel (J. A.

Vermeulen).

Dinteloord (J. Vogelaar).

Zeeland.

Kadzand (Dr. J. de Hullu). Sluis (J. H. Hennequin).

Hulst (C. J. Claassen).

Aksel (H. M. Verbruggen, C. Dijk-wel, C. P. Minjou en M. L. van Vessem).

Koudekerke (W. Albregts). Kats (A. Verschuur).

Zuid-Holland.

Dirksland (D. van der Sluys en C. van der Sluys).

-ocr page 29-

I

Ouddorp (T. E. W. van Weel). Brielle (G. Overeemen J. H.Been). Oud-Beierland (Dr. A. Opprel). Ridderkerk (N. Brouwer). Katwijk-aan-Zee (J. J.vanTer-tholen).

Gorinchem (G. J. van Hemert). Groot-Am mers (G. G. van Wa-genveld).

Schoonhoven (en Lopikerwaard)

(G. H. Westbroek).

Sliedrecht (C. Groustra en A. L. Luyt).

Bergambacht (ook Stolkwijk en Berkenwoude) (T. B. van Dam). Moordrecht (J. Buys).

Gouda (10 C. Zoet, 20 C. G. N.

de Vooys).

Oude wat er (A. C. van Aelst). Woerden (10 Dr. A. van der

Hoeven , 2? J. van Garderen). Dordrecht (J. L. van Dalen). Rotterdam (i0 Th. Nolen , 20 A.

J. Botermans).

Hillegersberg en Bergse hen-

hoek (J. R. Arnold).

N aa 1 d wij k (ook 's-Gravezande, De Lier,Monster) (J.Verwey deWinter). Leidschendam (G. P. v. Loebèr). Zoeter meer en Zegwaard (G.

A. Geerligs).

Waddings veen (O. G. Veenstra). Boskoop (H. Ie Coultre en A.

Koster Mz.).

Aarlanderveen (D. A. Sloos). Oudshoorn (ook Alfen en Aarlanderveen) (J. W. C. Bloem). Leiden (ookOegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude) (J. J. van Tertholen).

Rijnsburg (J. J. van Tertholen). Hi 1 legom (G. Wesseldijk).

Noord-Holland.

Ho0fd d or p (Haarlemmermeer) (P.

M. Labrijn).

Sp aam dam (G. Kruseman en W.

H. de Vries).

Beverwijk (i0 J. W. Schuit, 20 C. J. L. Gonlag en D. A. Sloos). Heemskerk (P. van der Ploeg). Uitgeest (ook Akersloot, Limmen

en Castricum) (A. van Nienes). Heiloo (Jhr. P. van Foreest). Koedijk (10 Dr. E. W. Melchior, 20 Mevr. W. M. Uhlenbeck-Melchior). Kolhorn (A. J. T. Geertzema). Barsingerhorn (Dr. Th. W.

Beeker).

Winkel (D, A. Sloos).

M i d w o u d (ook Oostwoud, Wog-num, Blokkert, Bovenkarspel, enz.) (Mej. A. C. Viervant). Enkhuizen (P. de Vos Jr.). Hoorn (Mej. A. C. Viervant). Beemster (D. Dekker). Schermer (Dr. Th. W. Beeker). Assen del ft (F. de Boer). Zaanstreek (Zaandam, Koog, Zaandijk, Wormerveer, Krommenie, Westzaan, Wormer, Jisp) (Dr. G. J. Boekenoogen).

II pen dam (D. Faber).

Aalsmeer (1° L C. Keessen, 2°

W. Noordenhout).

Marken (eiland) (C. de Groot Cz.). Tessel (S. Boon).

Vlieland (A. W. Westra, }■ Smit en S. Boon).


-ocr page 30-

Terschelling (Mid si and) (G.

de Boer).

Terschelling (Oosterend: Hoorn, Lier,halfFormérum)(G.A.AVumkes). Huizen (P. Beemsterboer).

Laren (Joh. van Wulfen). Hilversum (J. F. de Jager). 's-Graveland (G. Lammers). Naar den (J. M. van der Heyde).

Weesp (Mej. J. J. Heydanus). Amstelveen (J. Louis). Osdorp-Sloten (A. C. van der Laarse).

Amsterdam (i0 Justus van Mau-

rik Jr., 2° H. J. Westerling). Broek (in Waterland) (A. Schoe-

maker).

Edam (W. J. Tuyn).


Leveren de nieuwe lijsten met de oude samen mij groo-tendeels voortreffelijke bijdragen tot het kenmerken van de tongvallen in 363 plaatsen of streken, dat cijfer kon nog klimmen tot 388, d. i. tot ongeveer een derde van de gemeenten, waaruit ons land bestaat, door de opgaven, die mij geleverd werden in het „Dialectionquot; van Jo-han Winkler en de versjes en vertellingen in het werk der heeren Leopold, „Van de Schelde tot de Weichse quot;, en verder door het bestudeeren van hetgeen reeds over de streekspraken is gedrukt. Xiet zelden verkreeg ik daardoor ook aangaande de mij reeds door de vragenlijsten bekende tongvallen nog uitvoeriger inlichtingen.

Overziet men alles wat over on/e dialecten, hetzij afzonderlijk, hetzij in tijdschriften, is verschenen, dan moet men erkennen, dat de dialectstudie toch niet zoo erg verwaarloosd is, als soms wordt beweerd, en dat er op dit gebied — al moge alles ook lang niet even bruikbaar of betrouwbaar zijn -— toch reeds veel goeds is geleverd. De titels der voornaamste dialectstudies over spraakkunst in 't algemeen of klankleer in quot;t bijzonder, waarvan ik bij mijn werk partij heb kunnen trekken, laat ik hier volgen.

H. S. Sytstra, Friesche Spraakkunst. Leeuwarden 1854—1862. G. Colmjon, Beknopte Friesche Spraakkunst voor den tegenwoordigen

tijd [2de dr. door Mr. Ph. van BlomJ. Joure 1889.

Dr. J. H. Halbertsma, Over de Uitspraak van het Landfriesch (in Dc Taalgids IX, 1867, bl. 1—52).

-ocr page 31-

Johan Winkler, De Leeuwarder tongval en het Leeuwarder taaleigen (in De Taalgids IX, 1867, bl. 210—226).

G. J. P. J. Bolland, Het dialect der stad Groningen (klankleer) (in Taalk. Bijdragen II, 1879, bl. 278—301).

H. Hoogenkamp , De volkstaal te Hoogezand (in Onze Volkstaal III, 1890, bl. 203—246).

Dr. W. de Vries, Het Vocalisme van den tongval van Noordhorn. Gron. 1895.

Johs. Onnekes, Groningsch dialect (voornamelijk in Hunsingoo). Over de -clinkers en medeklinkers (in Onze Volkstaal II, 1885, bl. 49—72).

A. J. Smith , Het Oldambster dialect (in den Groningschen Volksalmanak voor 1892).

Dr. J. H. Gallée , Inleiding op zijn „Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch dialect. 's-Grav. 1895quot;.

J. H. Behrns, Over de Twenthsche vocalen en klankwijzigingen (in Taalk. Magazijn III, 1840, bl. 329—390).

Dr. P. J. CosijN, Nieuw-Saksisch (dialect van Dalfsen) (in Taalk. Bijdragen I, 1877, bl. 280—2S5).

Dr. H. Kern, Proeve eener taalkundige behandeling van het Oost-Gel-dersch taaleigen (in De Taalgids VII, 1865, bl. 231—241, 294—303, VIII, 1866, bl. 125—137).

Dr. H. Kern, Over open en gesloten e, inzonderheid in het Oostgel-dersch (in Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde IX, 1890, bl. I44—I53)-

Dr. H. Kern, Bijdrage tot de klankleer van 't Oostgeldersch. Rekking van korte klinkers in lettergrepen met hoofdklemtoon (in Tijdschrift voor Ned. taal- en letterkunde XII, 1893, bl. 92—96).

A. M. Mertens, Het Limburgsch dialect (bepaaldelijk tusschen Roermond en Weert) (in Onze Volkstaal 1885, bl. 201—210,242—265).

Jacq. Cuypers, Iets over het dialect van Neeritter (in Onze Volkstaal III, 1890, bl. 145—158).

Dr. L. Simons, Het Roermondsch dialect, getoetst aan het Oud-Saksisch en Oud-Nederfrankisch. Gent 1889.

J. Jongeneel, Een Zuid-Limburgsch Taaleigen. Proeve van Vormenleer en Woordenboek der Dorpsspraak van Heerle. Heerlen 1884. Eerste stuk: Vormenleer.

Mr. G. D. Franquinet , Proeve over het taai-eigen der stad Maastricht I (in Archief voor Ned. taalkunde III, 1852, bl. 251—284).

H. van den Brand, De quantiteit in de Noord-Brabantsche Volkstaal en Proeve eener Grammatica der taal van Oostelijk Noord-Brabant

-ocr page 32-

24

(niet name van de dorpen Uden en Zeeland) (in Onze Volkstaal I, 1882, bl. 18—26, 83—92, 162—T73).

Dr. H. A. Callenfels, Eenige bijzonderheden van het Zeeuwsche taaleigen , voornamelijk in het district Sluis (in Magazijn van Ned. taalkunde V, 1851, bl. 21—37).

Dr. H. J. van Eck, Over het taaleigen der boeren van het kanton Axel I (in Archief voor Ned. taalkunde II, 1849, bl. 53—73).

J. Kousemaker Pz., Opmerkingen over het Zuidbevelandsche taaleigen (in De Taal- en Letterbode IV, 1873, ^1. 223—235).

Dr. A. Opprel, Eerste gedeelte van zijn werk: ,,Het dialect van Oud-Beierland''. 's-Grav. 1896.

Dr. P. J. CosijN, Eene vraag naar aanleiding van het Katwijksch taaleigen (in De Taal- en Letterbode III, 1872, bl. 48—51).

J. A. Alberdixgk Thijm en Mr. \V. W. van Lennep , Het tegenwoordig Arasterdamsch (in Onze Volkstaal II, 1885, bl. 121—136).

Dr. G. J. Boekenoogen , De Volkstaal in de Zaanstreek, eerste gedeelte van zijn werk: ,,De Zaansche volkstaal, bijdrage tot de kennis van den Woordenschat in Noord-Hollandquot;. Leiden 1897.

F. Allan, Eenige opmerkingen over 't Markensche dialect (jn De Taaien Letterbode II, 1871, bl. 62—65).

K. Koffeman, De vervoeging in het Urksch (in De Taal- en Letterbode VI, 1875, bl. 220—224).

Daarbij komen nu nog de volgende Woordenboeken en grootere of kleinere Woordenlijsten:

Dr. J- H. Halbertsma, Lexicon Frisicum, A—Feer. Hag.-Comit. 1872.

Waling Dijkstra en Dr. F. Buitenrust Hettema, Friesch Woordenboek, benevens lijst van Friesche Eigennamen, bewerkt door Johan Winkler, Leeuw. 1896 begonnen.

J. Sonius Swaagman, Comrnentatio de dialecto Groningana una cum serie vocabulorum, Groninganis propriorum, Gron. 1827.

H. Molema, Woordenboek der Groningsche Volkstaal. Norden en Win-sum 1887.

A A. Ganderheyden , Groningana. Supplement op H. Molema's „Woordenboek der Groningsche Volkstaalquot;. Winsum 1897.

L. van Ankum, Het dialect der Groninger Veenkoloniën (in Noord en Zuid 111, 1880, bl. 369—384).

A. L. Lesturgeon en R Bennink Janssonius, Proeve van een Woor-denboekjen van den drenthschen tongval en 't drenthsch taaleigen (in Drenthsche Volksalmanak voor 1844, bl. 139 —171, 1845, bl- 249—

-ocr page 33-

254, 1843; bl. 255—270, 1847, bl 172 vlgg., 1S4S, bl. 1S9 vlgg., 1849, bl. 217—^223).

Mr. J. Pan, Drenthsche woorden en spreekwijzen, verzameld en toegelicht (in Archief voor Ned. taalkunde I, 1S48, bl. 231—27^ . 323—372).

Dr. J. H. Halbertsma, Woordenboekje van het Overijsselsch (in Over-ijsselsche Volksalmanak voor 1836, bl. 184 — 257).

W. Draaijer, Woordenboekje van het Deventersch dialect. 's-Grav. 1896.

Dr. J. H. Gallée, Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch dialect. 's-Grav. 1895.

A. Aarsen, Veluwsch (Uddelsch) taaleigen (in Dc Taal- cn Letterbode V, 1874, bl. 68—71, 229—236 en Noord C7i ZuidlY, i88i,bl. 266—272).

J. C. Groothuis, Woordenlijst van het Neder-Betnwsche dialect (in Onze Volkstaal II, 1885, bl. 73—116).

A. M. Mertens, Woordenlijst van het Li:nburgsch, tusschen Roermond en Weert (in Onze Volkstaal II, 1885, bl. 211—241J.

J. Jongeneel, Een Zuid-Limburgsch Taaleigen. Proeve van Vormenleer en Woordenboek der Dorpsspraak van Heerlc. Heerlen 1884. Tweede stuk: Woordenboekje van het Heerlsch Taaleigen.

Mr. G. 1). Franquinet, Proeve over het taaleigen der stad Maastricht II (in Archief voor Ned. taalkunde III, 1S52, bl. 343—391).

H. van den Brand, Woordenlijst der Noord-Brabantsche Volkstaal (vooral in de dorpen Uden en Zeeland) (in Onze Volkstaal I, 1882, bl. 193—237)-

Mr. J. H. Hoeuffï, Proeve van Bredaasch taai-eigen. Breda 1836 — 38.

G. A. Vorsterman van Oyen , Het dialect te Aardenburg (in Noord en Zuid II, 1879, bl. 311—325, en Onze Volkstaal II, 1885, bl. I37 — I45)-

Dr. H. J. van Eck , Over het taaleigen der boeren van het kanton Axel II (in Archief voor Ned. taalkunde II, 1849, bl. 151—198).

Dr. G. T. Callenfels, Opmerkingen nopens het taaleigen in Zuid-Beveland (in Nieuw Ned. Taalmagazijn II, 1855, bl. 209—238).

Dr. A. Opprel , Tweede gedeelte van zijn werk: ,,Het dialect van Oud-Beierland.quot; 's-Grav. 1896.

K. van der Zijde, Het Sliedrechtsch taaleigen (in jDi? Taal- en Letterbode V, 1874, bl. 186—201).

Dr. W. Bisschop, Het Dordsche taaleigen (in De Taalgids IV, 1862, bl. 27—48).

D. van Kalken, Bijdrage tot de kennis der Noordhollandsche Volkstaal (in De Taalgids l, 1859, bl. 102—115, 282—307,11, i860, bl. 100—124).

J. Bouman, De Volkstaal in Noord-Holland, inhoudende eene lijst van woorden, enz. Purmerend 1871.

-ocr page 34-

20

C. Eykman, Lijst van Zaansche woorden (in Noord en Zuid III, 1880, bl. 299—320)

Dr. G J. Boekenoogen, De Zaansche Volkstaal. Bijdrage tot de kennis

van den Woordenschat in Noord-Holland. Leiden 1897.

L. Tinholt, Taai-bijzonderheden van het eiland Marken (in De Taalgids

IV, 1862, bl. 197—207).

K. Koffeman, Het Urker taaleigen (in De Taal- en Letterbode VI, 1875, bl. 24—49).

Voor kortere opgaven en proza- of dichtstukken, in de verschillende tongvallen geschreven en grootendeels in Provinciale Almanakken, in den Navorscher of in J. M. Fir-menich, Germaniens V'ölkerstimrncn (Berlin 1843—68) voorkomend, verwijs ik naar de bibliographie daarvan door den heer L. D. Petit gegeven in het eerste deel van Onze Volkstaal, die evenwel slechts tot 1882 loopt en nu vrij wat vermeerderd zou kunnen worden, terwijl er bovendien het eigenlijk Friesch is uitgesloten; doch dienaangaande kan men het voornaamste vermeld vinden in het eerste, totnogtoe eenige, deel van Theodor Siehs, Znr Geschickte dei' englisch-friesischcn Sprachc, Halle 1889.

Over de eigenaardige moeielijkheden, aan een' arbeid als de door mij ondernomene verbonden en slechts ten deele door eene tegelijk critische en combinatorische behandelingswijze te overwinnen; over de toegeeflijkheid, die daarom van den lezer en gebruiker mag worden verlangd, maar die den bewerker niet van den plicht der nauwkeurigheid en streng wetenschappelijke eerlijkheid ontslaat; over het geduld, voor het bewerken vereischt, en daarom ook van den gebruiker bij langzamen voortgang der uitgave te verwachten; over de noodzakelijkheid om zich te beperken tot het hoofddoel, het zoeken en bij benadering (want meer is niet mogelijk) vaststellen der dialectgrenzen, zonder toe te geven aan de toch. onbevredigbare zucht om alle tongvallen volledig te leeren kennen; over de moge-

-ocr page 35-

27

lijkheid om hel werk tot een goed eincl te brengen en over de wenschelijkheid om, vooral naarmate het werk zijne voltooiing nadert, den steun van hulpwetenschappen als historie, physische geographic en ethnologie te zoeken, om meer vastheid te geven aan de einduitkomsten

van dit geleidelijk onderzoek......over dat alles heb ik

voor drie jaar uitvoerig gehandeld in een opstel „De taalkaart voor Noord-Nederlandquot; '), zoodat ik meen, daarover nu verder te mogen zwijgen.

Ten slotte nog een enkel woord over de inrichting van dezen „Atlas der Noordnederlandsche tongvallenquot;.

Allereerst zullen de klanken en hunne schakeeringen worden behandeld, waarbij de Oudgermaansche klank het uitgangspunt zal zijn. Daar nu voor het Oudgermaansch vijf lange klinkers [ae, c, i, ö en ?/ = Nnl. ie, ij, oe en tti of «), vijf korte («, r, z, o, u = Nnl. onvolkomen a [e], e, i, ö en ó [u] of gerekte a [e], êquot;, 0 [eti\) en vier tweeklanken (ai, au, co en in = Ned. ee \ei\, oo, ie, tii of v) mogen worden aangenomen, waarvan de overgangen bij de verschillende dialecten aangewezen en cartographisch voorgesteld moeten worden, zullen er ook veertien kaarten met toelichting aan die klankschakeering gewijd moeten worden, tenzij het onder de bewerking mogelijk blijkt, twee klanken op ééne kaart voor te stellen. Reeds nu kan ik voor ééne kaart (de t'-kaart) althans berekenen, dat zij met eene andere (de w-kaart) kan samen vallen. Steeds zal de kaart de hoofdverandering der vocalen aangeven; in hoever het doenlijk zijn zal, ook de klankverandering onder bijzondere omstandigheden (bv. door umlaut of door den invloed van volgende of voorafgaande medeklinkers) op dezelfde kaart af te beelden, zal eerst

-ocr page 36-

20

C. Eykman, Lijst van Zaansche woorden (in Noord en Zuid III, 1880, bl. 299—320)

Dr. G J. Boekenoogen, De Zaansche Volkstaal. Bijdrage tot de kennis

van den Woordenschat in Noord-Holland. Leiden 1897.

L. Tinholt, Taai-bijzonderheden van het eiland Marken (in De Taalgids

IV, 1862, bl. 197—207).

K. Koffeman , Het Urker taaleigen (in De Taal- en Letterbode'SI, 1875, bl. 24—49).

Voor kortere opgaven en proza- of dichtstukken, in de verschillende tongvallen geschreven en grootendeels in Provinciale Almanakken, in den Navorscher of in J. M. Fir-menich, Germaniens Völkerstimmen (Berlin 1843—68) voorkomend, verwijs ik naar de bibliographic daarvan dooiden heer L. D. Petit gegeven in het eerste deel van Onze Volkstaal, die evenwel slechts tot 1882 loopt en nu vrij wat vermeerderd zou kunnen worden, terwijl er bovendien het eigenlijk Friesch is uitgesloten; doch dienaangaande kan men het voornaamste vermeld vinden in het eerste, totnogtoe eenige, deel van Theodor Siehs, Zur Geschic/itc der englisch-friesischen Sprache, Halle 1889.

Over de eigenaardige moeielijkheden, aan een' arbeid als de door mij ondernomene verbonden en slechts ten deele door eene tegelijk critische en combinatorische behandelingswijze te overwinnen; over de toegeeflijkheid, die daarom van den lezer en gebruiker mag worden verlangd, maar die den bewerker niet van den plicht der nauwkeurigheid en streng wetenschappelijke eerlijkheid ontslaat; over het geduld, voor het bewerken vereischt, en daarom ook van den gebruiker bij langzamen voortgang der uitgave te verwachten; over de noodzakelijkheid om zich te beperken tot het hoofddoel, het zoeken en bij benadering (want meer is niet mogelijk) vaststellen der dialectgrenzen, zonder toe te geven aan de toch onbevredigbare zucht om alle tongvallen volledig te leeren kennen; over de moge-

-ocr page 37-

lijkheid om het werk tot een goed eind te brengen en over de wenschelijkheid om, vooral naarmate het werk zijne voltooiing- nadert, den steun van hulpwetenschappen als historie, physische geographic en ethnologie te zoeken, om meer vastheid te geven aan de einduitkomsten

van dit geleidelijk onderzoek......over dat alles heb ik

voor drie jaar uitvoerig gehandeld in een opstel „De taalkaart voor Noord-Nederlandquot; '), zoodat ik meen, daarover nu verder te mogen zwijgen.

Ten slotte nog een enkel woord over de inrichting van dezen „Atlas der Noordnederlandsche tongvallenquot;.

Allereerst zullen de klanken en hunne schakeeringen worden behandeld, waarbij de Oudgermaansche klank het uitgangspunt zal zijn. Daar nu voor het üudgermaansch vijf lange klinkers [ae, ë, /, ö en n = Nnl. d, ie, ij, oe en ut of «), vijf korte («, c, i, o, u — Nnl. onvolkomen a [lt;?], e, i, b en ó \ïi\ of gerekte ü [ë], c7, ö [ez(\) en vier tweeklanken [ai, au , eo en iu — Ned. ee \ei\, oo, ie, ui of u) mogen worden aangenomen, waarvan de overgangen bij de verschillende dialecten aangewezen en cartographisch voorgesteld moeten worden, zullen er ook veertien kaarten met toelichting aan die klankschakeering gewijd moeten worden, tenzij het onder de bewerking mogelijk blijkt, twee klanken op ééne kaart voor te stellen. Reeds nu kan ik voor ééne kaart (de ^-kaart) althans berekenen, dat zij met eene andere (de lt;?ö-kaart) kan samen vallen. Steeds zal de kaart de hoofdverandering der vocalen aangeven; in hoever het doenlijk zijn zal, ook de klankverandering onder bijzondere omstandigheden (bv. door umlaut of door den invloed van volgfende of voorafaaande

o

medeklinkers) op dezelfde kaart af te beelden, zal eerst

0 Opgenomen in het Tijdschrift van het Kon. Net/. Aardr. Genootschap 2 S., XII (1895) bl. 51—70.

-ocr page 38-

28

later kunnen blijken; maar daar het te kostbaar zou worden, ook de wijzigingen door bijzondere invloeden bij de verschillende tongvallen in kaart te brengen (ofschoon de bouwstoffen genoeg aanleiding zullen geven, ze te bestu-deeren), zal men voor deze zich met den tekst zonder kaart moeten tevreden stellen.

De toelichtende tekst bij de kaart zal dus steeds meer behelzen dan de toelichting van het op de kaart afgebeelde, terwijl ik daarbij bovendien verplicht meen te zijn, met beroep op mijne bouwstoffen rekenschap te geven van mijne cartographische afbeelding. De aard van het werk dwingt den bewerker tot eenige willekeur, althans tot de altijd min of meer willekeurige verwaarloozing van kleinigheden of wat hij als zoodanig beschouwt. Ook de waardeering van de betrouwbaarheid der opgaven zal dikwijls subjectief moeten blijven. Dwalen nu is mensche-lijk, bij een zoo ingewikkeld onderzoek niet te dwalen moeielijk, maar anderen blindelings meevoeren op den dwaalweg onverantwoordelijk. Vandaar dat ik — moge het ook wat bladzijden druks meer kosten — liefst ieder in de gelegenheid wil stellen, uit eigen oogen te zien.

Zijn de schakeeringen der vocalen in kaart gebracht, dan komen de medeklinkers aan de beurt. Daar echter de meeste dialecten (alleen het Friesch uitgezonderd) dienaangaande vrij wel met elkaar overeenstemmen, zullen zij slechts enkele kaarten vereischen, waarop bv. w, ƒ, s, sk, g, h, ft zich, 't zij afzonderlijk, 't zij bij groepen, in hare verscheidenheden zullen vertoonen en ook het zoogenaamde razV/z-kwartier zal worden afgebakend. Ook enkele grammatische figuren, zooals de syncope der d (met substitutie door j of w), assimilaties, zooals van de vooral in Friesche dialecten wegsmeltende r, en apo-

-ocr page 39-

29

cope of paragoge van f, vooral na spiranten, zullen zich wel in kaart laten brengen.

Over verbuiging en vervoeging zal genoeg op te merken vallen, maar slechts enkele verschijnselen, zooals bv. de persoonsuitgangen van het praesens indicativi, waardoor de Saksische zich zoo eigenaardig van de andere dialecten althans in het meervoud onderscheiden, zullen vermoedelijk eene cartographische voorstelling hunner schakeeringen toelaten.

Daarentegen leent zich daartoe zeer goed het lexico-

O O

graphisch gedeelte van den arbeid. Menigeen, met zijn eigen dialect ten volle vertrouwd en ook niet onbekend met de tongvallen der nabijgelegen streken, zal misschien in den waan verkeeren, dat de woordenschat en vooral de schat van opmerkelijke spreekwijzen eener streek het best in staat zijn een dialect te kenmerken. Niets is minder waar. Allerlei schijnbaar zeldzame en eigenaardige woorden en zegswijzen vindt men ook in geheel andere streken volkomen gelijkluidend of met slechts geringe wij-ziging sporadisch terug. Zij zijn eenmaal tamelijk algemeen in zwang geweest en slechts hier en daar in gebruik gebleven. Nog minder waarde hebben de opgaven van door volksetymologie of misverstand verminkte vreemde of aan de schrijftaal ontleende woorden, die aan een zeer grillig toeval hun' vorm te danken hebben. Een onderzoek naar het voor verschillende streken zeer afwisselend gebruik van de voorzetsels bij bepaalde werkwoorden zou voor de studie der dialectschakeering meer vruchten kunnen opleveren, maar dan moest men een veel grooter aantal vragen kunnen doen, dan de bescheidenheid toeliet.

Daarom heb ik liever met zorg een beperkt aantal namen gekozen van algemeen bekende zaken of begrippen, waarvan ik mij te voren vergewist had, dat zij in duidelijk

-ocr page 40-

af te baken streken geheel verschillen van de namen voor tlezelfde zaken of begrippen in andere streken. Van ongeveer een dertigtal zulker algemeene begrippen zullen de grenzen kunnen bepaald worden, waarbinnen zij ieder door een voor elk hoofddialect eigenaardio- woord worden aan-

O O

geduid. Toch zijn er ook bepaalde woorden, waarvan het van belang is te weten, waar zij nog zijn blijven leven en waar zij reeds verouderd zijn of nooit zijn gebruikt. Voor het afbeelden van die woordschakeeringen zullen echter kleinere kaartjes wel kunnen volstaan, evenals voor het afbeelden van de afwisseling in den vorm van een paar voor- en achtervoegsels, zooals het voorvoegsel ge-van de verleden deelwoorden en de uitgfangf der diminu-

O O

tieven.

Zijn al deze onderdeelen onderzocht en zooveel doenlijk in kaart gebracht, dan moeten door nauwkeurig waardeerende samenvatting der uitkomsten van dat onderzoek de grenzen der tongvallen zelf worden voorgesteld en zóó op eene kaart worden afgebeeld, dat tevens hunne onderlinge verwantschap blijkt. De toelichting bij die kaart zal dan tegelijk een overzicht moeten behelzen van de kenmerkende eigenschappen, waardoor die tongvallen zich van elkaar onderscheiden, en rekenschap moeten geven van de gronden, waarop de dialecten zóó en niet anders in hoofdgroepen bijeengevoegd zijn. Dan ook zullen de zoo even reeds genoemde hulpwetenschappen hare goede diensten kunnen en moeten verrichten. Er zal dan kunnen uitgemaakt worden, in hoever de loop der rivieren de verspreiding der dialecten heeft tegengehouden of de inpoldering van land, de ontginning van veen- en heidegronden haar in de hand heeft gewerkt; en welk verband er bestaat tusschen den aard van den bodem en de volksstammen, die er zich hebben neergezet. Dan zal het

-ocr page 41-

verband duidelijk worden tusschen de verscheidenheid der dialecten en der no^ overal heerschende oude zeden en gebruiken, waarvan de studie ook bij ons dringend dient ter hand genomen te worden. Verder zal dan ook kunnen bepaald worden, in hoever de oude gouwverdeeling berust op stamverwantschap en stamverscheidenheid, en zullen daardoor misschien ook de nu noy min of meer onze-kere grenzen der oude gouwen nader kunnen worden afgebakend, terwijl van den anderen kant zal kunnen opgemerkt worden, in hoever die oude gouwverdeeling nog hare sporen in de dialectschakeering heeft achtergelaten. Kortom, dan zal deze atlas der tongvallen ook voor de ethnololt;rie en de geschiedenis goede vruchten

cgt; o

kunnen opleveren.

Dat echter ligt nog in de toekomst, waarover niemand te beschikken heeft. Vermetel zou het zijn bij het begin reeds den tijd van het einde te willen bepalen. Bedaard en met vertrouwen voortgaande, kunnen wij hopen het einddoel te zullen bereiken.

Gelukkig, dat langs den weg, dien wij ons hebben afgebakend, iedere voetstap vooruitbrengt, dat niets van ons werk vruchteloos zal zijn en ieder het onmiddellijk zal kunnen voortzetten, als wij het onafgedaan moesten laten.

j. te Winkel.

Amsterdam, Januari 1898.

-ocr page 42-

32

B IJ L A G E I.

VRAGENLIJST VAN JULI 1879.

Het Bestuur van het Aardrijkskundig Genootschap heeft zich vereenigd met het voorstel om eene l^lnguisOsche kaart samen te stellen, waarop het gebied der verschillende in ons vaderland gesproken tongvallen zoo nauwkeurig als mogelijk zal aangegeven worden; het heeft de voorbereiding en bewerking daarvan opgedragen aan eene Commissie, waarvan de ondergeteekenden gaarne het lidmaatschap hebben aanvaard.

Voor het vervaardigen van zulk eene kaart zijn er gegevens noodig, welke uit alle oorden van het Rijk moeten verzameld worden.

Ten einde de vereischte gegevens te bekomen is door bovenbedoelde Commissie eene reeks van vragen ontworpen, zóó ingericht dat ze zonder behulp van taalgeleerdheid kunnen beantwoord worden. Er wordt niets anders verlangd, dan dat men achter de kolom, welke de in Nederlandsche schrijftaal gestelde woorden en uitdrukkingen bevat, invulle de overeenkomstige gewestelijke. Het zal de taak eener Commissie van deskundigen wezen om uit de ingekomen antwoorden de hoofdkenmerken van eiken tongval op te maken en zoodoende de grenzen er van af te bakenen.

De Commissie doet een beroep in de eerste plaats op de leden van het Aardrijkskundig Genootschap en voorts op alle belangstellenden, om tot het beoogde doel mede te werken. Ieder kan daartoe het zijne bijdragen , hetzij door zelf de vragen te beantwoorden of door de hulp van bevoegde personen daartoe in te roepen.

Bij de afbeelding der klanken gelieve men zich van de gebruikelijke spelling (oude of nieuwe) te bedienen, voor zoover als mogelijk is. Klanken, die niet in onze schrijftaal voorkomen, kan de schrijver aanduiden zooals hij verkiest, mits hij opgeve welken klank hij bedoelt. Grooter nauwkeurigheid is, het beperkte doel in aanmerking genomen, overbodig.

Beleefdelijk worden de medewerkers verzocht de hierbij gevoegde tabel ingevuld terug te zenden vóór 1 September a. s. aan het adres van

-ocr page 43-

33

H. Bouman te Amsterdam, of aan dat van een der overige leden /an de Commissie.

De Commissie voor het ontwerpen van eetie Linguistische kaart van Nederland,

Dr. H. KERN, te Leiden.

Dr. A. SASSE, te Zaandam.

P. J. B. C. ROBIDÈ VAN DER AA, in Den Haag. P. H. WITKAMP, te Amsterdam.

H. BOUMAN, te Amsterdam.

vader moeder

lieve kinderen

zij laten zich wasschen

ik ga, hij gaat, wij gaan

die heeft gezegd

gaat gij mede?

zult gij het gelooven ?

haverkist

hanenkam

koeien en schapen

veulens en geiten

ganzen en eenden

huis en schuur

huizen en kerken

vragen, vraagde

weide, hooiland

kermiskraam

drempel

veel meisjes

hij heeft me gezegd

wie niet hooren wil, moet voelen

de ezel is koppig

de stier van onzen buurman

zij draagt eieren in 't mandje

de koning is rijk

ik ben tevreden; zijt gij het ook? die boer heeft een luien knecht; hard werken is zijn zaak niet.

negen

's morgens vroeg 's avonds laat de hoogste de laagste de eerste hemel en aarde boomen en struiken heuvels en dalen erwten en boonen zaaien en maaien hooi en stroo

de molenaarszoon is op den molen

eene blozende deern

haar vrijer is erg ziek

potten en pannen

potjes en pannetjes

klim op de ladder

klauter in den eikeboom

zij kunnen zich niet verweren

hij wil niets leeren

de burgemeester van 'tdorp

boeken en papieren

muizen en rotten

rechts en links

de tuin achter 't huis

eene vischschuit

kruid en lood

vul de glazen


-ocr page 44-

34

bier en wijn hier en gindsch vier en zeventig Gerrit is gierig

dat begeer ik van u te weten gijlieden kreegt weinig, en gij hadt

reeds niet veel ham en spek een beuk hazelnoten groene twijgen dorre bladeren te poten en te planten groote steenen fijne korrels brug, vonder, sluis in zeven dagen vóór de deui de bruiloft

de genoodigde gasten, vrienden en

naburen wat doet hij daar?

zij doen er niets goeds een hondje en een katje een nieuw rijtuig met een oud paard er voor

wanneer komt uw broer u bezoeken ? ik denk tegen Kerstmis onder de duiven schieten wij zijn op de jacht geweest toen hebben wij hazen, patrijzen en

snippen geschoten deze jongetjes hebben bloempjes geplukt

hij houdt een' dikken stok in de

hand goud en zilver leven en sterven eten en drinken

slapen en waken

hij slaapt gerust

biggen en zeugen

tarwe en gerst

een boterham

broodjes met kaas

ik neem, hij neemt

zij nemen alles wat er te krijgen is

neemt hij niet meer?

gij dacht niet, dat ik zulks wist

dikwijls, nog vaker

een schoon paard

welk een kleed had de bruid aan ?

hij is een droomer

zij wandelden tot aan de stad al

pratende laten wij eens keuvelen hout en ijzer vreugde en srnart met hart en ziel

hij schudde ongeloovig het hoofd

hij liep met een geweer

zij droeg een mand op den rug

wij konden niet zien

handjes en voetjes

wat staat ge daar zoo te schreien?

vuur en licht

eene waskaars

Zondag , Maandag, Dinsdag, Woensdag, Donderdag, Vrijdag, Zaterdag.

sluier fluiten ruiken

gieten, hij goot, gegoten

geven, gaf, gaven

leven, geleefd

suizen

vroolijk


-ocr page 45-

35

pruimen en peren een olm

de pooten van een hond

ik durf, ik durfde

hij pleegt, hij placht

zij hebben met elkaar gevochten

anders

wereld

verteren

mondje

een gaatje

een maatje (gewicht)

een vosje

regen

de laatste

de naaste

nauwe schoenen

in het hart

op de tong

klaver

zwavel

uien

huwelijk

doopen

zoeken

vloeken

eekhoorntje

wieden

zie! hij ziet wij zagen hem

zij lagen op den grond

een droge zomer

een zure appel

zonen en dochters

zijn kleinzoon

wilde dieren

vuur boeten

buiten

buigen

een ruige baard

spuwen

speeksel

uitgespogen

storen

verloren

boren

het koorn

terugkeeren

met den bezem keeren een vlies biest wei (hui)

haard, schoorsteen

hoen , de hoenderen

vleugel

ketel

wiel

dorpsplein


-ocr page 46-

B IJ L A G E II.

VRAGENLIJST VAN JANUARI 1895.

L. S.

De Commissie, door het Aardrijkskundig Genootschap belast met het samenstellen eener taalkaart voor ons vaderland, noodigt U beleefdelijk uit nevensgaande lijst in te vullen en ze daarna toe te zenden aan het adres van den derden ondergeteekende (Prinsengracht 377, Amsterdam).

Er wordt verlangd, den vorm en de uitspraak der opgegeven woorden, zooals zij luiden in de echte volkstaal Uwer streek (niet in de taal der beschaafde standen of van hen die eene min of meer kunstmatige, op de school aangeleerde taal spreken), zoo getrouw en duidelijk mogelijk in schrift weer te geven, hetzij zij met de algemeene Neder-landsche schrijftaal overeenstemmen of daarvan afwijken. Het best kunnen de vragen derhalve beantwoord worden door iemand die, hetzij door geboorte of langdurig verblijf ter plaatse, hetzij door studie, zelf geheel vertrouwd met de taal des volks, daarbij in staat is de klanken zuiver te hooren en te onderscheiden en ze juist af te beelden. Verkeert men zelf niet in die omstandigheden, dan gelieve men de lijst ter invulling aan zoodanig bevoegd persoon toe te vertrouwen.

In 't algemeen bediene men zich van de gewone Nederlandsche spelling, die echter naar de behoeften gewijzigd kan worden. Zoo schrijve men sch alleen wanneer werkelijk ch als zoodanig gehoord wordt, anders sk, s (wanneer alleen eene s wordt gesproken), sj enz. Evenzoo schrijve men aan 't einde der woorden den uitgang -en alleen wanneer die aldus wordt uitgesproken; doch e wanneer de « geheel is verdwenen, n wanneer de e nagenoeg geheel verdwenen is, enz. Heeft de aanvangsletter van het volgende woord op het al- of niet behouden der -« invloed, dan vermelde men dit. Luiden de zoogenaamde zachte e en scherpe ei:, de zachte 0 en scherpe 00, de ij en ei, de on en au enz. volkomen gelijk, dan bezige men telkens, naar een vasten regel, één dezer teekens in de geheele lijst, niet nu eens het eene, dan weer het andere.

Zijn de letterteekens der gewone spelling onvoldoende voor het juist afbeelden der uitspraak, dan duide men die uitspraak aan door vaste

-ocr page 47-

37

leekens en vermelde aan het hoofd der lijst de waarde dezer te ekens, liefst onder verwijzing naar een vreerad (Fransch , Duitsch of Engelsch) woord, waarin de bedoelde klank voorkomt. Hoewel men in zijne keuze vrij blijft, worden de volgende teekens, in het belang der meer eenvormige bewerking, aanbevolen.

c = de e als in nedl. gebed, maar in lettergrepen, die in 't Nederl. woord open zijn, ook door verdubbeling van den volgenden medeklinker aan te duiden. c = dezelfde e, maar eenigszins naar de i (b.v. van nedl. mhi) zwee-mende.

ae = de e als in fr. père. / = de lange, heldere i (ie') als in

nedl. vier.

T = eene korte, heldere i als in hd. mit.

i == de onvolkomen i als nedl. dik.

0 = de (scherpkorte) o als in nedl. tot.

ó = de (zachtkorte) o als in nedl. op. ao — dz o als in nedl. tot, gerekt. 7? = de heldere n als in nedl. vuur. u — de onvolkomen u als in nedl. juk.

oe = de gewone oe als in nedl. bloed, óe = de klank tusschen oe en oo,

als in Oostgeldersch móeder, en = de en als in ndl. leugen, ao = de klank als in fr. coeur, soeur. ö — de klank als in hd. Sc hopfer. '1 = de g als in fr. grand, Yid.grosz.


Worden ij of ei anders uitgesproken dan in 't beschaafde Nederlandsch, dan trachte men dien tweeklank in zijne bestanddeelen te ontleden en duide die aan door éi, èi, aei, ai, aai enz. Den klank van ui als in nedl huis schrijve men met het teeken ui, wanneer die klank met dien der beschaafde uitspraak overeenstemt, anders kieze men teekens als eui, oi, oi, euw, öw of eenig ander. De andere tweeklanken geve men weer door een der bovengenoemde teekens voor de klinkers -|- ' of u{w). Volgt op eenigen klank eene toonlooze e, dan schrijve men b.v. ae, de, aeè, eeü, iet', ooi:, oei enz.

Er wordt, met name voor Holland, bijzonder prijs op gesteld te weten of de a's zuiver worden mtgesproken dan wel naar ae, ee of ao, oo zweemen.

Bij de verleden deelwoorden is het vooral van belang te vernemen of zij het voorvoegsel ge- ongeschonden bezitten dan wel als toonloos e- of in 't geheel niet.

Bij de verkleinwoorden kieze men den meest gebruikelijken uitgang; worden in het dialect verschillende uitgangen naast elkaar gebruikt (b.v. -je, -jen, -ke, -ken, -ie, -ien), dan vermelde men dit.

-ocr page 48-

36

BIJLAGE II.

VRAGENLIJST VAN JANUARI 1895.

L. S.

De Commissie, door het Aardrijkskundig Genootschap belast met het samenstellen eener taalkaart voor ons vaderland, noodigt U beleefdelijk uit nevensgaande lijst in te vullen en ze daarna toe te zenden aan het adres van den derden ondergeteekende (Prinsengracht 377, Amsterdam).

Er wordt verlangd, den vorm en de uitspraak der opgegeven woorden, zooals zij luiden in de echte volkstaal Uwer streek (niet in de taal der beschaafde standen of van hen die eene min of meer kunstmatige, op de school aangeleerde taal spreken), zoo getrouw en duidelijk mogelijk in schrift weer te geven, hetzij zij met de algemeene Neder-landsche schrijftaal overeenstemmen of daarvan afwijken. Het best kunnen de vragen derhalve beantwoord worden door iemand die, hetzij door geboorte of langdurig verblijf ter plaatse, hetzij door studie, zelf geheel vertrouwd met de taal des volks, daarbij in staat is de klanken zuiver te hooren en te onderscheiden en ze juist af te beelden. Verkeert men zelf niet in die omstandigheden, dan gelieve men de lijst ter invulling aan zoodanig bevoegd persoon toe te vertrouwen.

In 't algemeen bediene men zich van de gewone Nederlandsche spelling, die echter naar de behoeften gewijzigd kan worden. Zoo schrijve men sch alleen wanneer werkelijk ch als zoodanig gehoord wordt, anders sk, s (wanneer alleen eene s wordt gesproken), sj enz. Evenzoo schrijve men aan 't einde der woorden den uitgang -en alleen wanneer die aldus wordt uitgesproken; doch e wanneer de n geheel is verdwenen, n wanneer de c nagenoeg geheel verdwenen is, enz. Heeft de aanvangsletter van het volgende woord op het al- of niet behouden der -« invloed, dan vermelde men dit. Luiden de zoogenaamde zachte e en scherpe ee, de zachte 0 en scherpe 00, de ij en ci, de ou en au enz. volkomen ge 1 ijk, dan bezige men telkens, naar een vasten regel, één dezer teekens in de geheele lijst, niet nu eens het eene, dan weer het andere.

Zijn de letterteekens der gewone spelling onvoldoende voor het juist afbeelden der uitspraak, dan duide men die uitspraak aan door vaste

-ocr page 49-

37

lcekens en vermelde aan het hoofd der lijst de waarde dezer teekens, liefst onder verwijzing naar een vreemd (Fransch, Duitsch of Engelsch) woord, waarin de bedoelde klank voorkomt. Hoewel men in zijne keuze vrij blijft, worden de volgende teekens, in het belang der meer eenvormige bewerking, aanbevolen.

c = de c als in nedl. gebed, maar in lettergrepen, die in 't Nederl. woord open zijn, ook door verdubbeling van den volgenden medeklinker aan te duiden. c = dezelfde e, maar eenigszins naar de i (b.v. van nedl. min) zwee-mende.

ac — de c als in fr. pèrc. i = de lange, heldere i (ié) als in

nedl. vier.

1 — eene korte, heldere i als in hd. nut.

i = de onvolkomen i als nedl. dik.

b = de (scherpkorte) o als in nedl. tot.

ó — de (zachtkorte) o als in nedl. op. ao =de. o als in nedl. tot, gerekt. ?/= de heldere als in ned\. vuur. « = de onvolkomen « als in nedl. juk.

oe = de gewone oe als in nedl. bloed, oe = de klank tusschen oe en oo,

als in Oostgeldersch móeder, en = de eu als in ndl. leugen, ad = de klank als in fr. coeur, soeur. o — de klank als in hd. Sc hopfer. 'j = de g als in fr. grandé hd. grosz.


Worden ij of ci anders uitgesproken dan in 't beschaafde Nederlandsch, dan trachte men dien tweeklank in zijne bestanddeelen te ontleden en duide die aan door éi, èi, aei, ai, aai enz. Den klank van ui als in nedl huis schrijve men met het teeken ui, wanneer die klank met dien der beschaafde uitspraak overeenstemt, anders kieze men teekens als eui, öi, oi, euw, Ow of eenig ander. De andere tweeklanken geve men weer door een der bovengenoemde teekens voor de klinkers -j- i of «(w). Volgt op eenigen klank eene toonlooze e, dan schrijve men b.v. a?, de, aeé, eec, iec, ooi, oei' enz.

Er wordt, met name voor Holland, bijzonder prijs op gesteld te weten of de «quot;s zuiver worden uitgesproken dan wel naar ae, ee of ao, oo zweemen.

Bij de verleden deelwoorden is het vooral van belang te vernemen of zij het voorvoegsel ge- ongeschonden bezitten dan wel als toonloos e- of in 't geheel niet.

Bij de verkleinwoorden kieze men den meest gebruikelijken uitgang; worden in het dialect verschillende uitgangen naast elkaar gebruikt (b.v. -je, -jen, -ke, -ken, -ie, -ie/i), dan vermelde men dit.

-ocr page 50-

38

Zijn onder het volk een of meer der woorden, waarvan de uitspraak gevraagd wordt, niet of weinig in gebruik, dan teekene men dat aan.

De Commissie voornoemd:

Prof. H. Kern , Leiden, Voorzitter. Januari 1895. Prof. J. H. Gallée, Utrecht.

Prof. J. te Winkel, Amsterdam.

Dr. J. W. Muller, Leiden, Secretaris.

Naam der plaats of der plaatsen waarvoor de opgave geldt:

Naam en geboorteplaats van dengene die de lijst heeft ingevuld:

A. Woorden

schaap, schapen, schaapje.

draad, draden, draadje.

straat, straten , straatje.

{hoofdfnaax, {hoofd)\\axe.n.

jaar, jaren, jaartje, jarig.

zalig, laag, laagste.

staan, laten wij gaan, hij gaat, wij

gaan, hij staat.

slapen, heeft geslapen, slaperig, wij namen, kwamen, spraken, wij gaven, wij aten.

dagen {mv. van dag), slagen (mv.

van slag).

zaak, zaken , zaakje, lade.

haan, haantje, vader, haver, aan, twaalf, haard, staart.

dragen, hij draagt, gedragen, geslagen .

vragen, hij vraagt, gevraagd, dag, dagje, man, mannetje.

hand, handje, handen, gans, ganzen, arm, armpje, lam, lammetje, lammeren.

gracht, kracht, krachtig, acht (telwoord') , zwak.

ter vertaling.

bakker, klap, stappen, zij straffen ,

wasschen.

rad {wiel), nat, asch, gras.

af, al, hard , hart.

vallen, vangen, hij bracht, gebracht, hij nam, kwam , brak , stak, gaf, at. deel, deelen (mv.), deelen {werkw.). bleek, bleeken (werkw.), teeken , vleesch.

een, steen , teen (van den voet; of

toon of tee?).

meenen, heeten, hij bleef, leeren. meer (compar. van veel), 'neer, eerlijk , eerste , twee.

regen, negen, zeven, hemel, schepen, smeden, leden (mv. van

schip, smid, lid).

beter, ezel, ketel.

meel, veel, beeld, leven.

geven , gegeven, eten, gegeten, nemen, spreken, wij bleven, gebleven.

wet, bed, gebed, zes.

spek, knecht, recht (zonder of met t?). veld, elf, mensch, zij hebben.


-ocr page 51-

39

sterk, erwt, verf {met f of \v?), ik

werd, wij werden.

denken, brengen, werk, werken

{werkw.).

helpen, bergen, sterven, zwemmen, liegen, lief, bier, die, wie drie, vier, tien.

wieg, spiegel, hier.

hij viel, hield, sliep, liep, riep. hij schied {of scheidde ?), hiet [of heette ?).

hij hielp, zij hielpen, hij stierf, zij

stierven.

dik, strik, schip, smid, lid.

visch, gewis, gist, gisteren.

ding, dingetje, vinger, kind, kinderen.

vinden, klimmen, hij ving.

willen, bidden, liggen, timmeren, droom, droomen {mv), droomen

[werkw?).

oor, hooren, schoon, roode kool. groot, boos, poos, poosje, oog, oogje, hoog, rook, rooken

{werkw.).

doof, gelooven , loopen, geloopen. stooten, hij loog, hij boog.

zoon , zonen , zoontje, koning, voorste, woord, doorn, toren, molen, zomer, roos, roosje, personen, droog, wonen, gesproken , gestoken, komen , gekomen , genomen, wij bogen, gebogen , zij logen , gelogen.

God, bosch , boschje, dochter, op. volk, wolf, zorg, zorgen {werk7C'.), morgen.

kort, dorst, worden, dom, kop, kopje, honderd, zon, zonde, hond, hondje.

hij zocht, gezocht, geholpen, gestorven.

hij vond, wij vonden, gevonden,

ons, onze.

hij klom, zij klommen, geklommen, hij borg, wij borgen, geborgen, ik word, wij worden.

uur, schuur, schuurtje, zuur, huren, duren (werkw), duur {kostbaar),

sturen, vuur.

duwen, stuwen, schuwen, wanr-

schuwen, kluwen {of kloen ?). klucht {of kluft, voor grap of wijk), gehucht, lucht, rug, brug, bruggen, geluk, plukken, put, nuttig, schudden , vullen , hulp, turf.

zeug , leugen, beuk, reuk , bleu {of

bloo, bloode?).

veulen, deur, scheur, kleur.

reuzel, heusch, reus, neus.

euvel, sneuvelen, leunen.

steunen (= leunen), steunen (= stenen).

peul {erwteschil), peul (= peluw), moeder, broeder, goede, moede, hoeden {mv. van hoed), voet, voeten , voetje.

boekweit, bedroefd, toen, groen, bloem, bloemen, bloempje, verdoemen, zoeken, roepen, geroepen, hij droeg, wij droegen, hij zoekt,

wij zoeken.

kraai, draaien, naaien, zaaien, maaien.

rein , klein , heilig, mei, uitgescheiden {ruerl. deelw).

beide, leiden, scheiden, meid, gezeid. eeuw, spreeuw, sneeuw, sneeuwen [werkw.).


-ocr page 52-

wij, hij, zij [cnkelv. cn mv.).

vrij, vrijen {werkw.), wijd, wijn. wijs, ijzer, rijk, lijf.

vijf, wijf, twijfelen, blijven, pijp. dauw, blauw, nauw, kauwen, paus.

vrouw, trouw (Jgt;nw.), trouwen

(yverkw.).

vouwen, houden , oud, zout.

goud, gouden . stout, kous.

mooi, hooi, kooi.

strooien , gooien , dooien.

kuiken, buik, gebruiken, buigen, kruin, bruid, uit, duizend.

muis, muizen, muisje.

huis, huizen, huisje.

bloeien, groeien, vermoeien, nieuw, hij hieuw, krieuwelen.


B. Vragen ter beantwoording.

i0. Zegt men tot kinderen of zijns gelijken: doe, doo , don, dü, dich, ji, jie, jéi, jèi, jaei, jaai, jai, je, joe, jou, gl, gie, gei, gei, gaei, gaai, gai, ge, iej, ecj, aej, of wat anders? En wat zegt men in 't meervoud ? Spreekt men zijne meerderen ook in den 3'len persoon aan?

20. Wat is de vierde naamval enkelen meervoud van het persoonlijk voornaamwoord van den tweeden persoon ?

30. Wat is het bezittelijk voornaamwoord enkel- en meervoud van den tweeden persoon?

4°. Gebruikt men zich (of zik of zuk), of een ander woord; en hoe luidt dat dan in mannelijk en vrouwelijk enkel- en meervoud ?

50. Zijn de volgende woorden bij 1 het volk in gebruik; zoo niet, wat zegt men dan voor hetzelfde | begrip? banien fbranden), brijik, bruiloft, heuvel, hoeneer (wanneer) , huisman (boer), huwelijk of htlik, keuvelen (babbelen), koren, knaap, leed (bnw.), loof (moede), luttel, oorbaar (nuttig), rechtevoort (dadelijk), rijtuig, schreien (weenen), sluier, smart, sneu, hij stoet of sting (stond), vreugd, vrijer, vromen (baten), vruchten (vreezen), wandelen, werpen, wiel (wagenrad), zenden, ziek.

6°. Welk van de volgende gelijkbe-teekenende woorden wordt door het volk het meest gebruikt; hoe luidt het? Zijn ook de andere bij het volk eenigszins in gebruik ; of wel bezigt men bij voorkeur of nu en dan een ander woord dan de opgegevene; zoo ja, welk?

vader, vajer, vaar, heit, tate. moeder, moejer, moer, moeke, me di.

kind, wicht, bern, jo7ig.

meisje, maegie, maagd, deerne,

wicht, famke.

stier, hnl, var, duur.


-ocr page 53-

4

i

zeug, mot, varken, kreem. zwijn, varken, harg. big, baggc, keu, pogge.

geit, bok (ook voor 't wijfje),

sik, siege.

hen , hoen , kip, kiepe, tnte. kikker, kikvorsch, vorsch, puit. karn, schinke.

tarwe, wcitc, witweite. boterham, brugge, stuk (stik). uie?i, siepels, look, juin.

tuin, hof, gaarde.

olm, iep.

schuur, schüppc, spieker.

schoorsteen, schouw.

drempel, dorpel, zul.

ladder (ledder), leer (leeder), mand, korf, ben (biai).

vonder, vlonder, plank.

sluis, zijl, pijp.

kersttijd, kerstmis, christmis

middewinter.

zoen , kus, zoenen , kussen, mooi, fraai, schoon.

niets, nies, nicht, tiich, niks. dikwijls, dik, vaak.

vroeg, joeg, woei of vraagde jaagde, waaide.


-ocr page 54-

42

B IJ L A G E III.

VERKLARING DER KLANKTEEKENS.

In de opgaven worden de klanken der tongvallen op verschillende wijzen afgebeeld, terwijl gebrekkige of onduidelijke afbeelding soms door eene nadere omschrijving of verwijzing naar de eene of andere vreemde taal is aangevuld. Eerst bij de lijst van Januari 1895 zijn eenige aanwijzingen gevoegd om bepaalde klanken af te beelden, maar over het algemeen was men van oordeel, dat het beter was, eene zekere vrijheid te laten in de keus der klankteekens. Natuurlijk werd bij die keus gewoonlijk van het Nederlandsche klankschrift uitgegaan, soms ook van de voor het Friesch aangenomen spelling. Eene phonetische schrijfwijze, die — i,ooals van zelf spreekt —- niet kon verlangd worden , werd ook slechts in zeer enkele gevallen verkozen. Bij de aanhaling der opgaven nu scheen het het veiligst, de oorspronkelijke spelling van hen, aan wie de opgaven te danken zijn, te blijven behouden.

Nochtans ook de bewerker had voor zich eene vaste spelling te kiezen. Het kwam hem gewenscht voor, daarbij zoo weinig mogelijk af te wijken van de Nederlandsche spelling, waarmee de meerderheid van hen, die het werk zullen lezen of bestudeeren, vertrouwd zijn. Voor klanken, die in het beschaafd Nederlandsch niet voorkomen , moesten echter nieuwe teekens of verbindingen der gewone letterteekens worden aangenomen, die ook voor den Nederlander eene verklaring eischen, evenals de Nederlandsche klankteekens voor den vreemdeling. Van eene schrijfwijze in overeenstemming met hét meest aangenomen phonetisch letterstelsel heeft de bewerker om practische (o. a. ook typographische) redenen moeten afzien. Niet alleen zou de gewone lezer er te veel moeite mee hebben gehad, en er licht door op een dwaalspoor gebracht zijn, maar bovendien zou ook degene, die gewoon is, de bekende phonetische teekens te lezen, er door hebben kunnen verleid worden, volkomen gelijkheid aan te nemen bij klanken, die slechts min of meer met de door de gebruikelijke teekens afgebeelde klanken overeenkomen. Bovendien zou het phonetisch letterstelsel toch niet toereikend zijn gevveest, evenmin als de opgaven toereikend zijn, om het consequent toe te passen.

De volgende teekens zijn door den bewerker, met verwaarloozing van kleinere afwijkingen, voor de schakeering der klinkers aangenomen. a is in gesloten lettergrepen het teeken voor de korte, onvolkomen a, die gehoord wordt in 't NL dag^ (/at, en ongeveer ook in 't Hd. ditss (gesloten laag gutturaal; lowback narrow; Sievers w') Tn open

-ocr page 55-

43

lettergrepen is a het teeken voor de oorspr. korte, maar gerekte, of de oorspr. lange a, die gehoord wordt in 't NI. dagen, vader, slapen, en klinkt als de a van 't Zuidduitsche vater — en bij sommigen als de a van 't Noordduitsche vater, 't Eng. father, 't Ital. padre (open laag gutturaal; lowback wide; Sievers y2, of open midden gutturaal; midback wide; Sievers ar). Is onderscheiding tusschen onvolkomen en gerekte of lange a noodig, dan wordt de onvolkomen door a, de gerekte of lange door a aangeduid.

a is nu en dan het teeken voor de onvolkomen a. Zie verder op a. d is het teeken voor de d, die in Westgermaansche talen uit ae voortgekomen is.

a is nu en dan het teeken voor de gerekte of lange a of aa. Zie verder op a en aa.

aa is het teeken voor de gerekte of oorspr. lange a in gesloten lettergrepen , met denzelfden klank als de gerekte a in open lettergrepen. Zie op a. ae is vooreerst het teeken voor de Oudgerm. ae (== Got. ê); vervolgens voor de gerekte onvolkomen e oï è, zooals men die hoort in 't NI. vers, en overeenstemmend met den klank van 't Hd. Aehre, 't Fr. fete (open midden palataal; midfront wide; Sievers e-), en ten derde voor dien van 't Eng. air, (gesloten laag palataal; lowfront narrow; Sievers aex).

is het teeken voor de eenigszins naar o (of bij rekking naar od) overhellende a, tusschen die van 't Eng. war en not (gesloten en open laag gutturaal, eenigszins gelabialiseerd; lowback narrow of wide half-round; Sievers o1 of o2).

ao is het teeken, dat in de opgaven dikwijls gebruikt wordt voor het hier door ba of óa aangeduide, en kan dienen om iets minder ronding te kennen te geven dan bij de ba of óa.

e is in gesloten lettergrepen het teeken voor de korte, onvolkomen e, die gehoord wordt in 't NI. vet, weg, 't Hd. fett, 't Fr. dette (gesloten laag palataal; 'lowfront narrow; Sievers ae1). In open lettergrepen is e het teeken voor de oorspr. korte, maar gerekte e, die gehoord wordt in 't NL meten, lever, wegen, 't Hd. See, 't Fr. été (gesloten midden palataal; midfront narrow; Sievers e1).

è is het teeken voor de ae, zooals in 't Hd. Mdnner, 'tFr. fait (open

midden palataal; midfront wide; Sievers e1).

£ is het teeken voor den flauwen naslag, die in vele tongvallen achter een anderen klinker wordt gehoord en waarvan de klank meestal onder den invloed van den voorafgaanden klinker of volgenden medeklinker staat. c is het teeken voor de Oudgerm. c.

ü is het teeken voor de gerekte e in open lettergrepen (zie op e), wan-

-ocr page 56-

44

neer nadere onderscheiding met de ouk door c aangeduide korte, onvolkomen c in gesloten lettergrepen wenschelijk is.

ee is het teeken voor de gerekte e in gesloten lettergrepen met denzelfden klank als de gerekte e in open lettergrepen (zie op e). Ook is het in gesloten en open lettergrepen het teeken voor de uitspraak in sommige gewesten van de lange (zoogenaamd scherpvolkomen) c\ een gerekte klank liggende tusschen de e van lever en de ie van liever (dus een klank tusschen gesloten midden en gesloten hoog palataal; mid- en highfront narrow; Sievers: tusschen e^ en z1).

eii is het teeken voor den klank van 't NI. neus, veulen en ongeveer van deur, van 't Hd. schön, 't Fr. peu (gesloten midden palataal gela-bialiseerd; midfront narrow round; Sievers 01).

i is in gesloten lettergrepen het teeken voor de korte, onvolkomen i van 't NI. wit, zin, licht (ongeveer ook van 't Eng. his), een klank tusschen open midden palataal (midfront wide, Sievers e-, als in 't Hd. Mdnner, Eng. men) en open hoog palataal (highfront wide; Sievers ï1, als in de eerste lettergreep van 't Eng. pity).

i is het teeken voor de Oudgerm. i.

ï is het teeken voor de gerekte onvolkomen i (zie op i), niet alleen in

gesloten, maar ook in open lettergrepen.

ie is het teeken voor den min of meer gerekten helderen /-klank, dien men hoort in 'tNl. liever, bieden, hier, 't Hd. Sie, bieten. Bier, 't Fr. rive, pire (gesloten hoog palataal; highfront narrow; Sievers z'). o is, waar nadere aanduiding overbodig is, in gesloten lettergrepen hst teeken zoowel voor de korte onvolkomen o van 't NI. tot als voor d'e van 't NI. op, die overigens door b en ó worden aangeduid (zie aldaar). In open lettergrepen is o het teeken voor de oorspr korte , maar gerekte o, die gehoord wordt in 'tNl. koning, molen, zonen, in 't Hd. so, 't Fr. seau, 't Ital sole (gesloten midden gutturaal gelabialiseerd; midback narrow round; Sievers o').

o is het teeken voor de scherpkorte, onvolkomen o van 't Ni. tot, tol, lol, dorp, 'tFr. bontie, 't Ital. notte (gesloten laag gutturaal gelabialiseerd; lowback narrow round; Sievers o').

ó is het teeken voor de zachtkorte, onvolkomen o op, dom, hcnd,

't Fr. bon, rond, 't Hd. voll (open midden gutturaal gelabialiseerd; midback wide half round ; Sievers o1).

6 is het teeken voor de Oudgerm. ó.

ö is het teeken voor de gerekte o in open lettergrepen (zie op o), wanneer nadere aanduiding noodig is.

ba is het teeken voor de gerekte b als in 't Eng. call, en wordt bij mindere ronding door ao afgebeeld.

-ocr page 57-

45

óa is het teeken voor de gerekte ó.

ö is het teeken voor de korte uitspraak van den kiank, dien men hoort in 't Hd. Schdpfer, 't Fr. boeuf (open midden palataal gelabialiseerd; midfront wide round; Sievers gj2).

ö(i is het teeken voor de gerekte ö (zie aldaar) en beantwoordt aan den

klank van 't Fr. coeur.

oc is het teeken voor den klank, dien men hoort in quot;t NI. roem, goed, roest, 't Hd. Stunde, Brust, 'tFr. cousin, 'tEng. pui, 't Ital. frutto (open hoog gutturaal gelabialiseerd: highback wide round; Sievers u-). üii is het teeken vcor de langere oe, wanneer een kortere ötf-klank daarvan moet worden onderscheiden , zooals in 't beschaafd Nederlandsch nauwelijks , tenzij voor de r, als in boer, gebeurt, 't Is dan een klank als in 't Hd. gui, Sc hu le, 'tFr. amour, quot;t Eng. your, 't Ital. pnro (gesloten hoog gutturaal gelabialiseerd; highback narrow round; Sievers «').

óe is het teeken voor de zoogenaamde Saksische oe, die, nu eens zonder. dan met naslag, in ligt tusschen de gelabialiseerde gesloten hoog gutturaal en midden gutturaal (tusschen highback narrow round en midback narrow round; Sievers m1 en o'), dus tusschen de klanken van 't NI. boer en boor.

oo is het teeken voor de gerekte o in gesloten lettergrepen met denzelfden klank als de gerekte o in open lettergrepen (zie op d). Ook is het in gesloten en open lettergrepen het teeken voor de uitspraak in sommige gewesten van de lange (zoogenaamd scherpvolkomen) o-. een gerekte klank liggende tusschen de gelabialiseerde gesloten midden en laag gutturaal (mid en lowback narrow round; Sievers ö' en '), dus tusschen den klank van loot en den gerekten klank van lot.

u is in gesloten lettergrepen het teeken voor de korte, onvolkomen u in 't NI. dun, put, turf, ongeveer als in 't Zweedsch fullt (gesloten laag palataal eenigszins gelabialiseerd; lowfront narrow half round; Sievers oe*). In gesloten lettergrepen vóór w en in open lettergrepen is het het teeken voor de meer of minder lange «, die gehoord wordt in 't NI. vurig, duren, schuw, huwen, 't Hd. griin, iibcr, 'tFr. Inne, pure (gesloten hoog palataal, gelabialiseerd; highfront narrow round; Sievers y').

ü is het teeken voor de Oudgerm. ü.

ü is het teeken voor de lange u in gesloten of open lettergrepen , wanneer die van de onvolkomen u moet onderscheiden worden (zie op u). uu is het teeken voor de lange u in gesloten lettergrepen, zooals in 't NI. muur, vuur, met denzelfden klank als de lange u in open lettergrepen (zie op u).

y is in open en gesloten lettergrepen het teeken voor de niet gerekte,

-ocr page 58-

46

maar toch heldere i, zooals bv. in 't Hd. mit, 't Ni. minuut, afgodisch , die korter is, maar overigens denzelfden klank heeft als de ie (zie aldaar),

3 is het teeken voor de zoogenaamde onduidelijke vocaal in toonlooze lettergrepen; doch dit teeken wordt alleen in twijfelachtige gevallen gebruikt en gewoonlijk wordt daarvoor, als in 't Nederlandsch, e of i geschreven.

De tweeklanken worden op de volgende wijze aangeduid;

aai, aau, aci, aeu, ai, ai, aoi, au, een, ei, èi, ej, èu, euj, ien, ij, Ij, xu, bai, óai, bau, óau , Odi, ödu, oei, dei, ooi, ou, 'bu, óu, ui, üj. Van deze is het laatste bestanddeel óf i of j (open hoog palataal; highfront wide; Sievers z2) of u (open hoog gutturaal gelabialiseerd; highback wide round; Sievers w2). Andere tweeklanken met onduidelijken klank als naslag worden aangeduid door achtervoeging van C. De hoofdtoon rust steeds op het eerste bestanddeel van den tweeklank, dat overigens met dezelfde letterteekens wordt afgebeeld, als wanneer het vocaal is; behoudens een paar opmerkingen over sommige tweeklanken.

aai en aau hebben als eerste bestanddeel de gerekte of lange a (a), ai heeft als eerste bestanddeel de korte of onvolkomon a.

au wordt in de woorden der NI. schrijftaal uitgesproken als bu.

ei heeft als eerste bestanddeel de korte of onvolkomen e.

ij heeft denzelfden klank als ei en wordt, in aansluiting aan de NL schrijftaal, behouden in woorden, waarin de «'-klank uit Oudgerm. i is voortgekomen. Wijkt de uitspraak van den uit i voortgekomen klank af, dan wordt een ander teeken gebezigd.

Ij en lu hebben als eerste bestanddeel de onvolkomen, maar gerekte i. ou wordt gebruikt, als uit de opgave niet valt op te maken of bu, dan

wel óu bedoeld wordt.

ui heeft tot eerste bestanddeel öd en klinkt als de eui in 'tFr. dcuil, indien de tweeklank aan 't eind van een woord staat; in ieder ander geval is ui = ödu. Toch wordt in aansluiting aan de NL schrijftaal de ui voor ödi en ödu beide behouden, als er geene dubbelzinnigheid door kan ontstaan.

De letterteekens voor de medeklinkers hebben dezelfde waarde, als in het Nederlandsch, met uitzondering van gt;3, ng, *, u en zj, die in het NI. schrift niet voorkomen; derhalve:

b is bilabiale explosief met stemtoon.

c is voor vreemde woorden, in aansluiting aan de NL spelling, behouden , en klinkt voor e, i, ij en y als ,f, voor andere klanken als k. ch is gutturale spirant zonder stemtoon (Sievers ^1); zij is dat ook in de verbinding sch. Waar in het Nederlandsch sch geschreven, maar s

-ocr page 59-

47

uitgesproken wordt, zal hier voor de tongvallen ook s worden geschreven.

// is linguale of dentale explosief met stemtoon.

/ is labiodentale spirant zonder stemtoon.

g is gutturale spirant met stemtoon (Sievers g1).

(j is gutturale explosief met stemtoon, zooals in 't Friesch en Hoog-duitsch.

h is aanblazings- (stembands-)geruisch.

j is palatale spirant met of zonder stemtoon.

k is gutturale explosief zonder stemtoon.

/ is dentale of linguale liquida.

m is labiale nasaal.

n is dentale of linguale nasaal, maar wordt ook gebruikt voor gutturale nasaal, wanneer deze niet opzettelijk kan of moet worden aangeduid.

is gutturale nasaal (dus = 7ig in 't NI. schrift), maar wordt alleen gebruikt als de onderscheiding noodig en mogelijk is.

wj is gutturale nasaal, dus gelijk te stellen met 73 of /3 ia ng-' is gutturale nasaal ( 7,7), gevolgd door gutturale explosief met stemtoon. p is bilabiale spirant zonder stemtoon.

r is dentale of uvulare liquida. De opgaven laten niet toe beide r-klan-

ken geregeld te onderscheiden.

L is de Eng. soft-r.

s is dentale spirant (sisklank) zonder stemtoon.

s is palatale spirant (sisklank) zonder stemtoon, zooals de Fr. ch van chat, cheval, vache, de Hd. sch van Schaf, schlafen, de Eng. sh van shall en de s vóór den NI. diminutiefuitgang als in vaasje, poesje, dasje, sj is verbinding van j- en j, maar wordt, in aansluiting aan de NI. spelling, ook in diminutieven als vaasje, poesje, enz. gebruikt in plaats van ij en in andere gevallen, als het niet zeker is, of in de opgaven met sj eene s wordt bedoeld.

t is linguale of dentale explosief zonder stemtoon.

v is labiodentale spirant met stemtoon.

w is het teeken zoowel voor labiodentale explosief met stemtoon (zooals in de NI. spreektaal aan het begin der woorden), als voor bilabiale spirant met of zonder stemtoon (zooals in de NL spreektaal elders dan aan het begin der woorden). De opgaven laten meestal niet toe, te bepalen, of de tongvallen met de NL spreektaal in overeenstemming zijn, en verbieden dus de onderscheiding door twee letteiteekens, u is semivocaal met het karakter der Eng. -w.

z is dentale spirant (sisklank) met stemtoon.

-ocr page 60-

48

zj is palatale spirant (sisklank) met stemtoon, zooals de Fr. vóór e

of i, bv. in den uitgang -age.

Het verliezen of aannemen van stemtoon onder den invloed van voorafgaande of volgende klanken (sandhi), zal alleen als bij uitzondering door het schrift worden afgebeeld, omdat de opgaven zich, evenals bij de NI. schrijftaal, gewoonlijk houden aan de spelling naar analogie en dus eene consequente toepassing der phonetische spelling niet mogelijk is, en ook omdat het voor het doel, dat bereikt moet worden, niet strikt noodzakelijk is daardoor aan de woorden een aanzien te geven, waardoor het eenige inspanning zou kosten ze onmiddellijk te herkennen. Daarom zal het verlies van stemtoon h\] b, d en g aan het eind van de woorden evenmin in het schrift worden weergegeven, wanneer daarmee van de gebruikelijke NI. spelling zou worden afgeweken. Wat dienaangaande uit de opgaven blijkt, zal echter worden medegedeeld. Ook de nasaleering der vocalen en de accentuatie zullen in den tekst worden besproken, wanneer de opgaven dat veroorloven. Naar het accent is echter niet uitdrukkelijk gevraagd. J. T. W.

-ocr page 61-

V ■ ■ gt; ' ' ' •' ■ ■■

-- . ■

; .Ï V ^ ' ■

:::::

/ /v.. ■: r,;.r:':

.v-v-: - ^ '■

. -gt;• r- , ■ • •

:■ ■ :

...

;••• Y*:v V t. •,•.■ - ■ . -,

quot;X ';V''C; ;quot; ■

■gt;

•quot;tó

'•

r:Z'M

■' ' • ,

- :'r. .if- ■

M ■' .• — gt;■ • - • • '■

• r

'y

Kïiié'

■■■

\

-ocr page 62-