-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-

—■

-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

Vak 7.7

2)e Goede Week

van

HET ROOMSCH MISSAAL

/59 r

OVERGEZET EN TOEGELICHT

doob ~ . „

J P. GÖRTZ,

PASTOOR TE OUD-ADE,

MET AANHANGSEL

van

mis-, boete-, communie- en lijdensgebedex. Vijfde vermeerderde eu herziene druk. '

-ocr page 8-

Met de goedkeuring van dezen vijfden druk zij DE GOEDE WEEK VAN HET ROOMSCH MISSAAL,

overgezet en toegelicht door P. J. CtORTZ, Pastoor te Oud-Ade, tevens aan de godsvrucht der geloovigen aanbevolen.

Haarlem, October 1897.

^ C. J. NI. BOTTEMANNE,

Bisschop van HAARLEM.

Imprimatur :

H. J. BORGHOLS, Libe. Cens.

Sassenheim, Oct. 1897.

-ocr page 9-

O, dat de godsvrucht tot het smartelijk lijden van onzen Heer Jesus Christus immer toenam in vurigheid!

Het betreft ons allen van zoo nabij, dat Gods Zoon is mensch geworden en gestorven.

Of is zijn dierbaar bloed, voor het heil der wereld vergoten, niet voor heel de wereld, voor elke ziel de onuitputtelijke en tevens eenige bron van genade en zaligheid ?

Immers dat God zoo uiterst lankmoedig ons, zondaren, verdraagt en zoo mild is om te vergeven; dat Hij ons, ondanks onze ongerechtigheden roept, op allerlei wijzen zoekt terug te voeren tot zijne liefde; dat Hij rein wascht, boven de witheid der sneeuw van alle zonden, hoe zwaar, veelvuldig ook, allen, die om vergeving smeeken; ons heel het leven door met vaderlijke teederheid verzorgt; stroomen van genade neder zendt, opdat wij in het goede doen niet bezwijken, maar in den strijd overwinnen en zoo den hemel eens tot eeuwig erfdeel ontvangen kunnen: — vanwaar anders zooveel heil, dan omdat het bloed van den Godmenschhee ft gestroomd, dat goddelijk zoenbloed, hetwelk rein, heilig, zalig

-ocr page 10-

IV

kan maken, al waren er nog duizend werelden meer ! Ja, wij behooren te roemen op het kruis van onzen Heer Jesus Christus; in wien ons heil, ons leven en onze verrijzenis is, door wien wij behouden en verlost zijn {Gal. VI.)

Daarenboven achten de schrijvers over het deugdzame leven teedere godsvrucht tot het lijden des Heeren als een gelukkig voorteeken der zedigheid. De ziel, zeggen zij, welke die godsvrucht in zich aankweekt, mag met grond vertrouwen, tot het getal der uitverkorenen te zullen behooren.

Ook zeicle de H. Kerkleeraar Alphonsus de Ligorio, sprekend uit ondervinding, dat hij immer de beste verwachting had van de duurzaamheid dier bekeeringen, welke de overweging van Jesus'1 lijden had uitgewerkt.

En de Zaligmaker zelf verklaarde eens aan zijn geliefde dienares, de H. Gertrudis, dat, zooals men geen meel betasten kan zonder zich wit te maken, men ook zijne smarten niet aandachtig overwegen zal, zonder uit die overweging vrucht voor de ziel te trekken.

Hoe troostrijk en voorcleelig is dus de godsvrucht tot het lijden des Heeren!

Nu, beminde Lezer, een uitmuntende bron om die zoete godsvrucht te putten, is de kerkelijke Liturgie der Goede week. Deze houdt niet slechts het verhaal van 's Heeren lijden, volgens alle vier Evan-

-ocr page 11-

V

gelisten, in, ook geeft zij van de lijdensgeschiedenis de levende, daadwerkelijke voorstelling. In aanschouwelijke tafereelen vertoont zij Jesus' oneindige liefde tot de menschen; de geweldige bitterheid zijner smarten; zijn verzoenenden kruisdood; de omdtputtelijkheid der ver diensten, daarmede verworven; onze algeheele herschepping door Hem. Die Luturgie is zóó wonderschoon, zóó roerend en hartverheffend. dat wij, haar oplettend volgende als zij aan het altaar volbracht wordt, ongetwijfeld tot berouw gestemden jegens Hem, die ons ten uiterste toe heeft liefgehad, in loederliefde ontstoken zullen worden.

Zijn wij ook niet diep overtuigd, dat wij de Goede Week, waarin her dacht wordt, wat de barmhartige Zaligmaker cd gedaan heeft, om ons tegen de ellende eener onzalige eeuioigheid te beioaren, in meer dan gewone stichting en, zooveel in ons is, met veelvuldig kerkbezoek behooren door te brengen? Ban het allerminst mogen de wegen van Sion treuren, omdat er niemand tot hare feesten komt {Tren. I. 4.) Wij weten het, de H. Kerk heeft den Dienst dier dagen niet samengesteld voor den priester en zijne koorknapen alleen; neen, voor heel het volk Gods; en oordeelencle, dat wij in die Week vuriger dan anders tot gebed en overweging gestemd zijn, heeft zij de openbare godsdienstoefeningen der Goede Dagen iets langer dan die voor andere dagen of feestgetijden gemaakt.

-ocr page 12-

VI

Opdat Gij dan, beminde Lezer, aan de aller-zuiverste bron, de H. Kerkliturgie zelve, uwe yods-vrucht tot den lijdenden Verlosser zidt kunnen voeden, bied ik U de Goede Week van het Roomsch missaal in nederlandsche overzetting, ivelke ik meen met eerbiedige getrouwheid aan de heilige kerktaal te hebben volbracht, aan. En opdat Gij, dit handboek in de heilige lijdensdagen ter kerke gebruikend, niet slechts alles wat aan't altaar plaats grijpt op den voet zult kunnen volgen, maar tevens een klaar begrip hebben van de zinrijkehandelingen, die er geschieden, verschijrd het Handboek voor clen Dienst zóó toegerust, dat het tegelijk een Leerboek overliet aanbiddelijk Verlossingsgeheim mag heeten.

Het daar meegedeelde ivas de aanleiding tot mijn arbeid en gaf de wijze, ivaarop dien te voltrekken, als van zelf in.

Dat dit Handboek der Goede Dagen welkom zijn zou, mocht ik voor zeker houden. Want er werd, inzonderheid door vrome geloovigen., die prijs stellen op grondige kennis van den li. Godsdienst meermaal gevraagd, of er in onze taal geen boek voor de Goede Week te verkrijgen was, dat met den Dienst een bevredigende verklaring ervan bevat; daar zij in den oudhollandschen Dienst van de Goede Weke, of een wel nieuwer, maar aileron volledigst en aller onnauwkeurigst konterfeitsel niet vonden wat

-ocr page 13-

VII

zij eigenlijk wenschten : een handboek, 't welk den Dienst volledig inhoudt en uitlegt tevens.

Ik veroorloof mij nogmaals met alle bescheidenheid, deze Goede Week den nederlandschen geloovigen aan te bevelen: om de volledigheid van inhoud, zijnde naar tekst en rubriek die van het Roomsch Missaal zelf; 2° om de aan-teekeningen, ivelke op sommige gezegden der H. Schrift, gebeden en rubrieken tot opheldering en stichting aan den voet der bladzijden zijn bijgevoegd; en eindelijk 3Ü om de toelichtingen, die vóór eiken dag over het daarop voltrokken of herdacht lijdensgeheim geplaatst zijn.

Omtrent de in Is0 3 genoemde Toelichtingen moogt Gij, beminde Lezer, gelooven, dat het nuttige van mijn arbeid voor een groot deel in deze gelegen is; dat bijgevolg het nuttig gebruikmaken van dit boek vooral dit veronderstelt, dat men deze ijverig leze, bestudeere.

Onbetwistbaar zeker is het, dat het rechte begrip van den Altaardienst der Lijdensweek buitengemeen veel bijdraagt tot godsdienstige opwekking in de Goede dagen; en omgekerd, dat, wie dit verheven Dienstwerk maar afziet, zonder te iveten, te voelen wat de H. Kerk daarmede verricht, daarmede viert en leert, tamelijk veel gelijkt op iemand, die van een gesloten of diepzinnig boek alleen omslag en band in staat is te keuren.

-ocr page 14-

VIII

Als priester, niet zielzorg belast, alzoo dagelijks ondervindende, hoever de kennis der geheimenissen van het Rijk Gods bij de menigte strekt, acht ik het vermoeden niet vermetel, dat althans de medulla, de honing der H. Godsdienstleer, even zuiver als volledig in de Liturgie vervat, niet genoeg door het meerendeel der geloovigen gesmaakt ivordt, omdat de verheven idee der liturgische handelingen niet genoeg wordt begrepen. Men voelt bijv. wel den ontróerenden overgang van : Hosanna den Zoon van David in : Kruisig, kruisig hem ; doch weinigen zien in, dat Palmzondag en Goede Vrijdag morgen en avond zijn van één dag; dat Hosanna en Cru-ciflge de twee draagboomen zijn van dezelfde slachtbank ; dat het Paaschoffer met bloemen worO,t omkranst juist omdat het gedood gaat worden. Zonder verdere verklaring spreken sommige oefeningen op Goeden Vrijdag gemoedelijk genoeg tot het hart; maar wiens geest wordt tegelijk verrukt over de majestueuze eenheid, over de wereldomvatting van den Altaardienst op 's werelds reddingsdag ? Men weet, op Paasch-zaterdag worden vuur, paaschkaars, water gewijd; maar, al ivordt de beteekenis van elk dier plechtigheden afzonderlijk verstaan, toch, meen ik, is het ééne schoone geheel daarvan voor veler oog verborgen.

Eindelijk, daar sommige dwalenden zich oneerbiedig over de „caeremoniënquot; der katholieke Kerk

-ocr page 15-

IX

duwen uitlaten, omdat zij dezer menschkund'ujejt oorsprong, eerbiedwaardige oudheid, leerzamen inhoudf diepe heteekenis, voortreffelijk samenstel en zielroerende kracht niet kennen: — ook daarom hehooren de Katholieken goed te verslaan, te doorgronden wat de H. Kerk doet, ten einde, waar 't noodij en oorhaar zijn zou, de onwetenden te kunnen inlichten of de spottenden terechtwijzen.

Vriendelijk raad ik U daarom tot uwe eigene voldoening aan, om telken dage de Toelichting vooraf te lezen, bijv. 's avonds te huis, alvorens ter kerke den Dienst hij te wonen, opdat gij, beter kennende wat gevierd wordt, met verhoogde stichting en dieper gevoel over de smarten uws beminden Verlossers bij de viering tegenwoordig zijl.

Moge deze arbeid, ondernomen uit een vurige begeerte, dat de H. Kerkliturgie beter begrepen, en dat de liefde tot Jesus, die voor ons leed en stierf, in de harten der geloovigen meer en meer ontstoken worde, behagelijk zijn aan God en nut stichten hij velen.

Bij dit vroeger geschrevene heb ik thans nog toe te voegen, dat deze Vierde Druk de Veertiende mocht heeten, zóó groot is het getcd exemplareny door middel der vorige oplagen onzen vaderlandschen Katholieken in handen ; — en dat deze verspreiding te

-ocr page 16-

X

danken is aan de hooge waardeering, welke van den kant der eenv. Geestelijkheid dit hoek te beurt valt, loaarvoor Zij mijn diep gevoelde erkentelijkheid gelieve te aanvaarden.

Moge deze vijfde druk, met groote zorg herzien en, vooral wat de drie laatste dagen der Goede Week aangaat, hijzonder vermeerderd, zoo mogelijk nog meer nut stichten als door de vorige uitgaven bewerkt werd.

Oct. 1897. H.

-ocr page 17-

PALMZONDAG.

TOELICHTING.

De kerkelijke plechtigheden van P a 1 m z o n d a g, dien wij naar het wijden en dragen van palmtakken zóó noemen, stellen voor, hoe onze Heer Jesus Christus vijf dagen vóór zijn dood zegevierend als Koning van Israël Jerusalem is binnengetreden.

Alles wat de profeten van den Zaligmaker voorspeld hadden, moest tot de laatste letter toe worden vervuld. En ook ditallesisgeschied, teekent de Evangelist aan, opdat vervuld zoude worden, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: Zegt aan de dochter van Sion: Zie uw Koning komt tot u zachtmoedig, zittende op e e n e ezelin, en een veulen, het jong een er jukd ragende (Zach. IX, 9. Matth. XXI, 4, 5).

Ofschoon wij noch vóór, noch na dezen keer zooveel opgetogenheid als nu onder het volk over zijn Zaligmaker aantreffen, en de Heer in geheel zijn leven op aarde nimmer een hulde als deze ont-

-ocr page 18-

ontving, mag evenwel de koninklijke intocht niet als eene gebeurtenis buiten samenhang met zijn lijden staande aangezien worden. Integendeel, de Palmzondag maakt een veel be teekenend gedeelte der Lijdensweek uit: met deze Toelichting zullen we trachten het innig en treffend verband te leeren, dat er tusschen 's Heeren blijde zegepraal van heden en zijn aanstaanden smartvollen dood bestaat.

1. Gelijk in Jesus de menschelijke met de goddelijke natuur in één Persoon vereenigd zijn, zoo waren ook in zijn sterfelijke omwandeling op aarde lijden en verheerlijking onafscheidelijk verbonden. Het geheele leven van den Heer, zegt de H. Gregorius, is kruis en marteling geweest. Doch de mensch geworden Zoon Gods verwint en zegeviert niet anders dan door te s t e r v e n. Hij is Koning van een rijk, dat Hij door Zijnen dood veroverde, van een volk, dat hij doorzijn bloed verwierf. Wanneer ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal ik alles tot mij trekken, sprak de Zaligmaker (Joës XII, 32), en goddelijke bestiering was het, dat Pilatus wilde geschreven houden, wat hij boven het kruis geschreven had: Dit is Jesus vanNazareth, de Koning der Joden (Joës XIX, 19 — 22).

Evenzoo gingen bij Jesus' plechtigen intocht in Jerusalem lijden en verheerlijking samen. De

-ocr page 19-

3

Evangelist Lucas maakt daarom de opmerking dat Jesus weende, toen het volk zong (XIX, 41), en bij den profeet Zacharias, die 's Heeren intocht op het veulen eener ezelin voorspelde, staat zoo zinrijk geschreven; Zie uw Koning komt tot u zachtmoedig: dat is: de heden overwonnind binnentredende Koning is het zachtmoedige Lam, dat, ter slachtbank gaande, zijn mond niet heeft geopend (Is. LUI, 7).

2. De samenhang van lijden en verheerlijking in deze gebeurtenis en daarmede de verhevene beteekenis der gebeurtenis zelve worden door de Kerk voorgesteld en uitgesproken in hare plee h-tigheden van Palmzondag: niet alleen, daar zij in de Mis, welke onmiddelijk na de processie, zinnebeeld van 's Heeren triumf-tocht, volgt, van het begin tot het einde toe het lijden des Zaligmakers in zijn geheel voor oogen stelt, en dus 's Heeren zegepraal en smarten op het nauwst vereenigt; maar ook in de gebeden bij de Pal inwijding, waar zij Jesus' koninklijken intocht, de afbeelding, v o o r u i t v i e-ring noemt van de zegepraal zijns doods. Aldaar bidt zij : Geef, o God! d a t d e v r o m e harten uwer g e 1 o o v i g e n heilzaam b e-g rij pen, hoeveel geheimzinnigs de gebeurtenis heeft, dat heden het volk, op goddelijke ingeving den Verlosser te-

-ocr page 20-

i

gem oet gaande, palm- en o 1 ij ftakke n langs zijn weg heeft gestrooid. Immers de palmtakken zien op de zegepraal over den vorst des doods, terwij 1 de olijf rij zen eenigermate verkondigen, dat de zalving des H. Geest es gekomen is. AVant reeds toen heeft die zalige menigte begrepen, dat afgebeeld werd, hoe onze Verlosser, m e d e 1 ij d e n h e b b e n-de met's menschen ellende, voor het leven der g a n s ch e wereld tegen den vorst des doods zou strijden, en zegepralen door te sterven.

3. Nog duidelijker treedt het innig verband tusschen Jesus' koningsglorie en offerdood aan het licht, als wij onzen blik op een der voorafbeeldingen van Christus' lijden in het Oude Verbond vestigen. Want toen de Heer vijf dagen vóór zijn dood in koninklijken triomf Jerusalem binnentrad, toen begon Hij een der schoonste figuren of voorbeduidingen des Ouden Verbonds over zijn Persoon te vervullen, te weten die van het p a a s c h 1 a m.

Toen Hij als Koning werd ingehuldigd, toen was het, dat Hij, ons Paaselila m, werd ingehaald om geslachtofferd te worden.

-ocr page 21-

5

Herinneren wij ons, dat, naar Gods voorschrift, de joodsche paaschviering, welke in het slachten en eten van het paaschlam bestond, voor het eerst op den vóóravond van den uittocht der kinderen Israels uit Egypte plaats greep; dat deze plechtigheid jaarlijks in hunne geslachten voortdurend moest geschieden, ter gedachtenis hoe zij door Gods hand uit de slavernij van Pharao waren gered. Ook om geene andere reden wordt Christus ons Paaschlam genoemd (1 Cor. V, 7), dan omdat Hij ons uit de zonde, de slavernij des helschen Pharao's, door zijn offerdood heeft verlost.

En letten wij nu op Hoofdst. XII van het boek des Uitgangs — zooals het tweede boek van Mozes heet, — waar, tot in kleine bijzonderheden toer alles over het paaschlam was voorgeschreven. Daarin lezen wij, dat het op een bepaalden dag moest worden ingehaald en op een bepaalden dag worden geslacht. Op den tienden dag dezer maand neme een ieder een lam

voor zijn huisgezin en zijn huis____ en

gij zult het in bewaring houden tot den veertienden dag dezer maand, en de gan-sche menigte der kind er en Israels zal het slachten tegen den avond.

Op den tienden dag alzoo moest het paaschlam ingehaald, op den veertienden dag der maand

-ocr page 22-

geslacht worden.

Deze veertiende dag, welks avond met het slachten (en eten) van het lam aan het P a s c h e n des Heer en een begin maakte, viel in het jaar, dat de Zaligmaker stierf, op een donderdag (*): bijgevolg viel de tiende dag der maand, waarop het lam moest worden ingehaald op Zondag te voren. ïs u weten wij uit het Evangelie (Joës XII,4), dat Jesus zes dagen vóór Paschen, dat is vóór den hoogen Paaschdag, (**), op welken Hij stierf, te Be-

(.*) Ook de Zaligmaker heeft nog den avond vóór zijn lijden en alvorens Hij het allerheiligste Sakrament van Zijn Vleesch en Bloed instelde, het paaschlam der Joden gegeten. Uit de tijdsopgaven der Evangeliën in het lijdensverhaal laat het zich berekenen, dat dit op donderdag-avond moet zijn geschied. Want, in denzelfdeu nacht waarin Hij het avondmaal vierde, werd Hij gevangen ; den volgenden dag veroordeeld, ter dood gebracht en begraven. (Matth. XXVH, 1, volgg.); weder den dag daarop, alzoo op sabbat, aan zijn graf bewaakt (Matth. XXVII: 62); en het was op den eersten dag dei- week d. 1. des Zondags, dat de godvruchtige vrouwen aan het graf kwamen, om Jesus te zalven, toen Hij reeds verrezen was (Matth. XXVIII, 1). Wij zien dus dat de H. Kerk al deze geheimnissen jaarlijks — hoewel niet indezelfde week — op dezelfde dagen der week viert, waarop zij zijn voltrokken.

(**) Toen Invallend op vrijdag. Of evenwel de Joden dat jaar hun hoog Paschen op dezen dag ook hebben ge-rierd, is niet uitgemaakt. Zoo ja, dan is het aantal hun-

-ocr page 23-

7

thanië is gekomen (*), en nadat Hij aldaar, in het huis van Simon den melaatsche, het avondmaal gehouden had, den volgenden dag, alzoo op den tienden der maand (des Zondags) naar Betphage is gegaan en, op de ezelin gezeten, Jurusalera ingetogen :

zoo dat Jesus Christus, het ware Paaschlam, op denzelfden dag is ingehaald, waarop het joodsch, figuurlijk paaschlam de poorten der stad werd binnengedreven.

Het is wel waarschijnlijk, dat, tegen het naderen van het paaschfeest, een menigte lammeren van heinde en ver in de nabuurschap van Jerusalem werd samengebracht, opdat de burgers en

ner zonden, tegen den Zaligmaker op den dag zijns ster-vens gepleegd, nog met een vreeselijke feestdag-schennis vermeerderd. Maar, omdat uit het Evangelie herhaaldelijk blijkt, en wel vooral uit Matth. XXVI, 5, en Joës XIX, 31, dat de Joden, ook toentertijd, hoogen eerbied voor feesten sabbatdagen hadden, beweert men, dat het gebruikelijk was, om, wanneer de hooge Paaschdag daags vóór sabbat inviel, gelijk nu het geval was, de viering er van tot den volgenden dag, den sabbat, te versohuiven: dewijl twee sabbatdagen achtereenvolgens te houden, vanwege het verbod alsdan dooden te begraven en spijs te kooken, bezwarend was. Die vrijdag werd dan parasceve: voorbereiding, vóór-sabbat genoemd (Matth. XXVII, 62, Marc. XV. 42, Joës XIX, 14).

(*) Op sabbat was de Heer dus in Bethauië.

2

-ocr page 24-

huisvaders niet ver behoefden uit te trekken, om zich elk van een lam te voorzien.

Ook Jesus, het ware Paaschlam, was eerst van verre gekomen. Toen hij Lazarus uit de dooden had opgewekt, was hij met zijne discipelen naar eene landstreek bij de woestijn, naar de stad, Ephrem genaamd, vertrokken (Joës XI; 54); en nadat Hij zich aldaar een wijl had opgehouden, kwam Hij, zes dagen vóór het pascha, te Bethanië, waar Lazarus was opgewekt, terug, en verder te Bethphage, dat aan den voet van den Olijfberg ligt, en was dus nu in de onmiddellijke nabijheid van Jerusalem.

De dag, waarop het paaschlam uit de naburige vlekken binnen Jerusalem, waar alleen het mocht gegeten worden, door heel het volk Gods werd ingehaald, was een groote vreugdedag. De vaders aller huisgezinnen trokken met hunne kinderen veldwaarts, en, na het benoodigde, aan de eischen der wet beantwoordende lam te hebben gevonden, kwamen zij met groot gejuich naar de stad terug en sneden, om de talrijke kudden gemakkelijker vóór zich uit te drijven, groene takken en rijzen van de boomen.

Het heugt ons nog zoo versch, als of wij 't zagen, Hoe d'eerste dag des rustdaags (*), juist vijf dagen

{*; Letterlijke vertaling van prima sabbati. Te beteekenis is : Eerste dag der week: of: eerste dag na den sabbat, d. i. Zondag.

-ocr page 25-

9

Vóór Paaschen, 't volk eens 'sjaars te poorte uitviel. Niet anders of Jerusalem een ziel En blijschap wiert van boven ingeblazen;

Waardoor terstond de kwijnende genazen.

De vader van een ieder huisgezin Teeg veldeivaart, en haalde :t Paaschlam in, Omsingelt van zijn kinderen, met palmen En geele olijf: besluit met zegegalmen Vernieuwende elk. hoe Jakobs kudde 't hof Des Nijls ontweek (1) door eene wolk van stof. De burgerij, gemengd met vreemdelingen,

Tor feest genood, geleide ze met zingen En huppelen en juichen, naar de stad,

Daar, op den muur, het volk, als mieren, zat. Krioelde en wenkte een' Oceaan van vachten Nu hagelwit gewasschen om te slachten,

En, een voor een, uit duizenden gepikt

Terwijl de Joon de hoogtijd toebereien.

Wordt al de stad doorgalmt van drukkig schreien Der lammeren, vijf dagen, jaar op jaar; Om 't ware Lam te voeren op Kalvaar.

Om nu mot vrucht te kennen 't een door 't ander; Aanschouw het beeld en Wezen, bij malkander. Zij spoên gelijk, op 's volleks schelle stem.

De poorten in van 't blij Jerusalem.

Geen lam is toch onnoozler dan Messias;

Zoo stom ter dood geleid door Esaïas.

Geen Paaschlam is zoo zuiver, naar de Wet, Als Christus, vrij van laster, vrij van smet (2).

Heerschten dan in heel Jerusalem blijdschap

en opgetogenheid wegens het binnenleiden van

de paaschofferlammeren : een enkele lezing van

1

,hoe Jikobs nakroost, het Israëlitische volk, het gebied des konings van Egypte verliet.quot;

2

J. v. d. Vondel, Altaar-geheimenissen. Sde boek. Offerande.

-ocr page 26-

10

het Evangelisch verhaal — zie bladz. 20 — doet zien, wat uitbundige geestdrift de scharen hebben aan den dag gelegd bij het inhalen van het ware Paaschlam Jesus Christus.

Bewonderen wij hier èn de overeenkomst dei-waarheid met hare eeuwenoude afschaduwing, èn Gods wijze bestiering. In Jesus een veel hooger. goddelijk voorwerp van vreugde aan de scharen schenkende, bediende de eeuwige Wijsheid zich van de bestaande feestelijke opgetogenheid des volks, ten einde het te vaardiger de go d d e 1 ij k e ingeving zou involgen, om zijn Zaligmaker te huldigen, Hem als Redder en Verlosser een zegelied te zingen, waarvan de nagalm : Hosanna den Zoon van David! tot binnen in den tempel werd gehoord (Matth. XXI, 15, 16).

Alzoo zien wij dat de verheven grondgedachte van Jesus'koninklijken triumftocht in Jerusalem is: de intrede des Arerlossers als Offerlam, om na vier dagen gedood te worden;

een geheimvolle afbeelding van de zegepraal des zoendoods van dat Lam, hetwelk wegneemt de zonden der wereld en zóó het ware Paaschlam is;

een kleine onthulling van de majesteit des Konings van het lijden; eindelijk

een zichtbare aanduiding der hulde en aanbidding, die Hem toekomt van hemelingen, aardbewoners en onderaardschen. om-

-ocr page 27-

11

dat Hij gehoorzaam is geworden tot den dood (Epistel der Misse).

Dit alles wordt door de H. Kerk, in hare schoone plechtigheden van Palmzondag, uitgesproken in de Gebeden; verhaald door de Evangeliën, waarvan het één de koninklijke intrede beschrijft, het ander het verhaal dei-smarten geeft; verkondigd met de Epistel-les: maar, gelijk de Kerk ons in de volgende dagen al dichter en dichter zal brengen tot het groote lijdenstooneel en medevoeren naar Cal-varië, om Jesus te hoor en klagen, te zien

I lijden en sterven, ten einde door die aanschouwing ons dieper te doen ingaan in de geheimen onzer verlossing: zoo wil zij dat wij ook de ge-^ heimenis van heden niet slechts kennen en overdenken, maar zullen medevieren. lijden en sterven, ten einde door die aanschouwing ons dieper te doen ingaan in de geheimen onzer verlossing: zoo wil zij dat wij ook de ge-^ heimenis van heden niet slechts kennen en overdenken, maar zullen medevieren.

Wij zingen daarom het Hosanna, als bevonden wij ons in het gezelschap der Jesus omgevende scharen ; wij ontvangen een palmtak, als sneden wij dien van de boomen, om onzen Eedder uit den nood dankbaar toe te wuiven, of zijnen weg daarmede te bestrooien ; wij volgen in processie het kruis, als volgden wij Jesus naar Jerusalem en gaan al zingende de weder geopende kerk binnen, vol zoete hoop eenmaal, na de eindoverwinning, onze vreugdevolle intrede in den hemel te zullen doen.

-ocr page 28-

12

Tot een goede viering van dezen grooten dag behoort ook dat wij zedelijker wijze op ons toepassen, wat zoo geheimvol is geschied. De H. Kerk bidt het over ons allen af: dat wij vol van geloof èn deze gebeurtenis èn debeteeken i s er van herdenkende, door onzen Heer Jesus Christus verdienen ook over de macht des doods te zegevieren, en deelgenoot te zijn zijner glorievolle v e rr ij z e n i s (P a I m w ij d i n g).

Het Christus voorbeduidend Paaschlara werd op den tienden dag der maand wel ingehaald, maar dit was slechts het begin van een veel grootere feestelijkheid, als het na vier dagen door heel de menigte van Israels kinderen geslacht en gegeten werd.

En wij ! Mogen wij al van daag, ter heiinne-ring aan 's Heeren intocht in de heilige stad, een gewijden palmtak uit de hand des priesters ontvangen ; in statigen processiegang Hem als onzen Koning huldigen, dien wij ons voorstellen op het zien van het vooruitgedragen kruis ; binnengaande door de heropende kerkdeur de verzuchting opzenden, dat ons geschiede, wat door de plechtigheid beteekend wordt: namelijk, dat wij met Hem eens den hemel mogen binnentreden, dien Hij door zijn kruisdood weder geopend heeft: dit alles tocli is ook — maar door oneindig hoogere begunsti-

-ocr page 29-

13

ging van Gods genade — slechts aanvang en voorbereiding van hetgeen wij in de volgende dagen nog doen zullen : het Paaschlam des Nieuwen Yerbonds eten, Jesus Christus zeiven, als ons Paschen, in de H. Communie ontvangen.

Hoe geheel eigenaardig opent alzoo de H. Kerk met dezen dag den tijd, waarin de geloovigen aan den allerverhevensten en allerdierbaarsten Christenplicht hebben te voldoen: waardig tot de H. Paaschcommunie naderen.

En wat voegt ons bij het Paaschhouden beter, dan dat wij de wijze, waarop de scharen Jesus tegemoet gingen, ijverig zoeken na te volgen, als voorbereiding tot zijne aanstaande intrede in het Jerusalem onzer ziel!

Daar de juichende menigte, welke den Heer vergezelde, grootendeels uit eenvoudige lieden en kinderen bestond, zoo laat ons indachtig zijn, dat wij door nederig geloof en reinheid des harten ons zijne komst waardig maken.

De blijmoedigheid, de vurige geestdrift der scharen vebiedt alle traagheid in het naderen tot Jesus, maar wekt ons op, om met een levendige begeerte zijn aanbiddelijk Lichaam en Bloed, zonder hetwelk wij het leven in ons niet zullen hebben (Joës VI, 54), te nuttigen.

De palmtaken, zinnebeelden van overwinning.

-ocr page 30-

14

wijzen er op, dat wij, tot Hem naderend, onze vorige zonden, kwade gewoonten en ongeregelde driften verbeterd en overwonnen hebben. Hoe toch zou Christus Koning kunnen zijn in een hart, waarin zijne vijanden nog heerschappij voeren !

Eindelijk, de leerlingen spreidden hunne kleederen op den weg en lieten er den Meester over gaan. Wat zullen wij aan Jesus voeten neder-leggen ? Den ouden mensch, opdat Hij dien ver-trede ; de onthechting van het aardsche goed, of de geduldige ontbering er van, om, als Hij in de H. Communie de onze geworden is, volkomen naar waarheid Hem te kunnen toeroepen : Mijn God, en mijn Al! Blijf Grij bij mij, Jesus, en ik ben rijk genoeg !

-ocr page 31-

PALMZONDAG.

P A L JIW IJ D I N G.

Na de Tcrtia {1) en de besproeiing met wijwater als gewoonlijk, begint de Priester, gekleed met paarse kap of zonder kasnifel, met assistenten ook in kerkgewaad, de palm- en olijf- of andere boomtakken te wijden, die midden vóór het altaar of aan don Epistelkant geplaatst zijn. Eerst wordt door het koor gezongen de Antifoon:

Hosanna den Zoon van David! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren ! o Koning van Israël; Hosanna in het allerhoogste !

Vervolgens zingt de Priester aan den Epistelkant, zonder zich naar het volk te keeren:

De Heer zij met u. ty. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

1

Een gedeelte der kerkelijke daggetijden. Deze dragen de namen der uren, waarop zij oudtijds gelezen werden. Tertia beteekent derde (uur) en beantwoord aan ons negen, uur 's morgens.

-ocr page 32-

PALMZONDAG. — PALMWIJDING.

GEBED,

God, in wien lief te hebben en te beminnen de rechtvaardigheid bestaat, vermenigvuldig in ons de gaven uwer onuitsprekelijke genade, en maak, daar Gij ons uit den dood uws Zoons hebt doen hopen wat wij gelooven, dat wij door zijne verrijzenis komen, werwaarts wij streven O). Die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

16

Daarna zingt de Subdiaken op de gewone plaats de volgende Les op den Episteltoon en kust na geëindigd te hebben de hand des Priesters.

(') De inhoud van bovenstaand gebed verdient om deszelfs diepzinnigheid met een paar woorden te worden opgehelderd. God beminnen door de van Hem zeiven ingestorte bovennatuurlijke deugd der liefde, is heilig, r e c h t-v a ar dig wezen. De instorting der liefde brengt de verzoening met God, den staat van genade en recht-v a a r d i g h e i d in de ziel te weeg. Deze liefde nu is gave van Gods onuitsprekelijke genade bij uitstek. Al gelooven wij en vinden wij in den dood des Verlossers allen grond om te hopen: toch, indien God die gaven met zijne liefde niet vermenigvuldigt, kunnen geloof noch hoop ons brengen werwaarts w ij streven. En dat die recht vaardig-makende liefde ons kan geschonken worden, dat danken wij aan de v e r r ij z e n i s des Heeren; want indien Christus niet verrezen ware, zouden wij nog in de zonden ivezen (1 Cor. XV, 17).

-ocr page 33-

— PALMWIJDINCt.

17

PALMZONDAG.

Les uit het boek Exodus, H. XVI.

In die dagen kwamen de kinderen Israels te Elim, waar twaalf waterbronnen en zeventig palmboomen waren ; en zij legerden zich bij de wateren. En zij vertrokken van Elim en geheel de menigte der kinderen van Israël kwam in de woestijn van Sin, welke tusschen Elim en Sinaï is, op den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit het land Egypte waren vertrokken. En geheel de verzameling der kinderen van Israël morde in de woestijn tegen Mozes en Aaron. En de kinderen van Israël zeiden tot hen: Och, dat wij gestorven waren door de hand des Heeren in het land Egypte, toen wij bij de vleeschpotten nederzaten en brood aten tot verzadiging toe; waarom hebt gij ons uitgevoerd in deze woestijn om geheel de menigte door den honger te dooden ? De Heer nu zeide tot Mozes; Zie, ik zal voor ulieden brood uit den hemel doen regenen; dat het volk uitga en verzamele hetgeen voor iederen dag genoeg is, opdat Ik hetzelve beproeve, of het in mijne wet zal wandelen of niet. Maar dat zij op den zesden dag toebereiden hetgeen zij inzamelen ; en het zij het dubbele van hetgeen zij eiken dag pleegden te verzamelen O). En Mozes

(') Op den zesden dag der week mocht men ook voor den volgenden, den sabbat, genoeg manna inzamelen en

-ocr page 34-

PALMZONDAG. — PALMWIJDING.

en Aaron zeiden tot al de kinderen van Israël: dezen avond zult gij weten dat de Heer u heeft uitgevoerd uit het land Egypte ; en in den morgen zult gij de heerlijkheid des Heeren zien.

Vervolgens wordt voor G r a d u a a 1 gezongen :

R. Joës XL De overpriesters en phariseën vergaderden den raad en zeiden : Wat zullen wij doen ? want deze mensch doet vele wonderen. Indien wij hem zóó laten geworden, zullen allen in hem gelooven. En de Romeinen zullen komen, en onze plaats en ons volk wegnemen.

18

X- Maar één uit hen, met name Caiphas, daar hij in dien jare hoogepriester was, profeteerde, zeggende: Het is u nuttig, dat één mensch voor het volk sterve, en niet het geheele volk verloren ga. Van dien dag af alzoo zochten zij hem te dooden, zeggende; — En de Romeinen zullen komen, en onze plaats en ons volk wegnemen.

tot brood bereiden : want op sabbat regende het niet af. Op de andere dagen mocht zulks niet; en zoo iemand tegen Gods bevel handelde, zijn verbodene gretigheid baatte niet: het ingezamelde was den volgenden morgen bedorven. Opdat ik het [volk) h'proete, sprak God. of het in mijne wet wan-dele of niet. Door de getrouwe opvolging zijner voorschriften bij het inzamelen en bewaren van het manna, zou de gehoorzaamheid der Israelieten op de proef gesteld worden.

-ocr page 35-

— PALMWIJD1NG.

19

PALMZONDAG.

Of dit ander:

Matth. XXVI. Aan den Olijfberg bad hij tot den Vader : Vader, indien het mogelijk is, laat dezen kelk van mij voorbijgaan. De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak: Uw wil geschiede.

V Waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring valt. — De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.

Onderwijl het r. gezongen wordt, legt de Diaken het Evangelieboek op het altaar, en reikt den Priester het scheepje toe, die daaruit wierook in het wierooksvat doet. Vervolgens bidt de Diaken :

Zuiver mijn hart en mijne lippen, almachtige God, die de lippen van den profeet Isaïas met een vuurkool gezuiverd hebt: verwaardig U, door uwe genadige ontferming, evenzoo mij te zuiveren, opdat ik uw heilig Evangelie waardig moge verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Dan neemt hij het boek van het altaar en vraagt den zegen aan den Priester. Vervolgens, terwijl de Subdiaken het boek vasthoudt (of dit op den lessenaar gelegd is), maakt hij — midden tusschen twee Akolieten (1)

1

Lichtdragers bij den II. Dienst of eigenlijke altaardienaars De Akoliet bekleedt een dier kerkelijke waardigheden, welke Kleine orden genoemd worden. Men vindt al de kerkelijke rangen, langs welke men opklimt tot het Priesterschap, in een der gebeden op Goeden Vrijdag.

-ocr page 36-

20 PALMZONDAG — PALJIWIJDING'.

staande, die licht en wierook dragen — een kruis op het boek, bewierookt het en zingt het Evangelie, op de gewone wijze; waarna de Subdiaken het boek te kussen aanbiedt aan den Priester, die ook dooiden Diaken bewierookt wordt.

Vervolg van het heilig Evangelie volgens Mattheus. H. XXL

In dien tijde : Toen Jesus Jerusalem genaderd en te Bethphage aan den Olijfberg gekomen was, zond hij twee zijner leerlingen en sprak tot hen: Gaat naar het vlek, dat tegenover u ligt, en terstond zultgij vinden eeneezelin, welke vastgebonden is, en een veulen bij haar; maakt ze los en brengt ze bij mij, En al s iemand u iets mocht zeggen,zoo spreekt: De Heer heeft ze van nooden : en hij zal ze terstond laten volgen. Dit alles nu is geschied, opdat vervuld zoude worden hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende: Zegt aan de dochter van Sion: Zie uw Koning komt tot u zachtmoedig, zittende op een ezelin, en een veulen, het jong eener jukdragende. De leerlingen gingen dan henen, en deden zooals Jesus hun geboden had. En zij brachten de ezelin en het veulen, en legden hunne kleederen op dezelven, en deden hem er op zitten. En eene groote menigte spreidde hare kleederen op den weg, en anderen hieuwen takken van de boomen, en strooiden ze langs den weg. En de scharen, die vooruitgingen en

-ocr page 37-

PALMZONDAG. — PALJIWEIDING. 21

die volgden, riepen en zeiden: Hosanna den Zoon van David ! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren !

Hierna worden de takken gewijd. De Priester staande aan den Epistelkant zeg't:

De Heer zij met u. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

GEBED.

Vermeerder, o God, het geloof van die op U hopen, en verhoor genadig de gebeden der oot-moedigen : dat uwe menigvuldige barmhartigheid over ons kome : dat ook deze palm- of olijftakken geze^gend worden ; en gelijk Gij, tot voorbeduiding van de Kerk, Noë uit de ark tredende, en Mozes uitgaande uit Egypte met de kinderen Israels gezegend hebt: zoo geef ons, dat wij palmen olijftakken dragende, met goede werken Christus mogen te gemoet gaan, en door Hem binnenkomen in de eeuwige vreugde. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van God den H. Geest.

De Priester vervolgt op den toon der Praefatie; Door alle eeuwen der eeuwen Amen. De Heer zij met u. En met uwen geest. Harten omhoog. IV Wij hebben ze tot den Heer. quot;t. Danken wij den Heer, onzen God IV Het is waardig en rechtvaardig.

-ocr page 38-

22 PALMZONDAG. — PALMWIJDING.

Waarlijk het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij u altijd en overal danken heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige G-od! glorievol te midden uwer heiligen. Want ü dienen uwe schepselen, dewijl zij ü alleen erkennen voor hunnen Schepper en God, en alles, wat Gij gemaakt hebt, looft U met hen, en uwe heiligen zegenen U. Dewijl zij dien grooten naam van uwen Eeniggeborene voor de koningen en machtigen dezer aarde met vrijmoedigheid belijden. U, wien Engelen en Aartsengelen, Trconen en Heerschappijen terzijde staan, zingen zij met heel het hemelsch heir den lofzang uwer heerlijkheid toe, eindeloos zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heirscharen. Vol zijn hemel en aarde van uwe heerlijkheid. Hosanna in het allerhoogste. Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren, Hosanna in het allerhoogste.

Dan volgt:

De Heer zij met u. IV En met uwen geest-

Laat ons bidden.

GEBED.

Wij bidden, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, dat Gij U verwaardigt dit olijfgewas, wat Gij uit hout hebt doen ontspruiten, en wat de duif, naar de ark wederkeerend, in haren bek ge-

-ocr page 39-

— PALMWIJDING.

23

PALMZONDAG.

dragen heeft, te zeggenen en te hei^ligen; opdat wie er van ontvangen, allen bescherming naar ziel en lichaam voor zich verwerven; en dat, o Heer, het zinnebeeld uwer genade het redmiddel van ons heil worde. Door onzen Heer J. C. enz. Amen.

Laat ons bidden.

God, die het verstrooide vergadert, en het vergaderde bewaart; die de scharen gezegend hebt welke Jesus met takken te gemoet kwamen; zeggen ook deze palm- en olijftakken, welke uwe dienaren ter eere van uwen naam geloofvol ontvangen : opdat, overal waar zij gebracht zijn, de bewoners aldaar uwen zegen verwerven, en uwe rechterhand, na allen tegenspoed te hebben verdreven, hen bescherme, die Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer heeft vrijgekocht. Die met U leeft en heerscht, enz.

Laat ons bidden.

God, die door wonderbare beschikking hebt willen aantoonen, dat ook door zinnelooze dingen ons mededeeling van heil geschiedt; geef, bidden wij, dat de vrome hanen uwer geloovigen heilzaam begrijpen, hoeveel geheimzinnigs de gebeurtenis heeft, dat heden het volk, op goddelijke ingeving den Verlosser te gemoet gaande, palmen olijftakken langs zijn weg heeft gestrooid. Immers de palmtakken zien op de zegepraal

-ocr page 40-

24 PALMZONDAG. — PALMWIJDING.

over den vorst des doods, terwijl de olijfrijzen eenigermate verkondigen, dat de zalving des H. Geestes gekomen is. Want reeds toen heeft die juichende menigte begrepen dat afgebeeld werd, hoe onze Verlosser, medelijden hebbende met 's menschen ellenden, voor het leven der gansche wereld tegen den vorst des doods zou strijden en zegepralen door te sterven. En daarom schonk zij zulk eene hulde, die in Hem èn den luister der overwinning èn den overvloed van ■barmhartigheid kon aanduiden. Wij dan, vol van geloof èn de gebeurtenis èn de beteekenis er van herdenkende, smeeken ü ootmoedig, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, dat wij in Hem en door Hem, wiens ledematen Gij gewild hebt dat wij worden, verdienen mogen, over de macht des doods te zegevieren en deelgenooten te zijn zijner glorievolle verrijzenis. Die met U leeft en heerscht, enz.

Laat ons bidden.

God, die eene duif met een olijftak vrede aan de aarde hebt doen aankondigen; wil, bidden wij, deze olijf- en andere boomtakken door hemelschen zeggen heiligen, opdat zij aan heel uw volk strekken tot heil. Door Christus onzen Heer.

-ocr page 41-

PALM WIJDING.

25

PALMZONDAG.

Laat ons bidden.

Zeggen, bidden wij, Heer, deze palm- of olijftakken ; en geef dat uw volk, wat het heden ter uwer eer uitwendig doet, naar den geest met allermeeste godsvrucht volbrenge, door over den vijand te zegevieren en het werk der ontferming allervurigst te beminnen. Door onzen Heer J. C. enz.

Hier doet de Priester wierook in het wierooksvat, be-sprengt vervolgens driemaal de takken met wijwater, zeggende (niet zingende) de Antif:

Gij zult mij besproeien met hyzop, en ik zal gezuiverd worden ; Gij zult mij wasschen, en boven sneeuw uit zal ik wit worden.

En hij bewierookt ze ook driemaal. Daarna zegt hij :

X- De Heer zijt met u. IV- En met uwen geest.

Laat ons bidden.

God, die uwen Zoon Jesus Christus, onzen Heer, voor onze zaligheid in deze wereld gezonden hebt, opdat Hij zich zou vernederen tot ons, en ons terugroepen tot U; voor wien ook, als Hij naar •Jerusalem toog om de Schriften te vervullen, eene schare geloovig volk uit allertrouwste genegenheid hare kleederen met palmtakken langs den weg heeft gespreid ; geef, bidden wij, dat wij voor Hem den weg des geloofs mogen bereiden, waarop, na verwijdering van den steen des aanstoots en het rotsblok der ergernis, voor U onze werken welig met takken van rechtvaardigheid

-ocr page 42-

26 PALMZONDAG. — PALMÜITDEELING.

staan te groeien, opdat wij zijne voetstappen verdienen te volgen. Die met U leeft en heerscht, enz.

Na afloop der palmwijding nadert de eerste in rang uit de Geestelijkheid tot het altaar, en geeft een gewij-den tak aan den Priester, welke dien zonder kniebuiging of handkus aanneemt. Daarna deelt de Priester, vóór het altaar staande, met het aangezicht naar het volk, de palmtakken uit, eerst aan den Geestelijke, van wien hij zelf een heeft ontvangen ; vervolgens aan den Diaken en Subdiaken in hun kerkgewaad, dan aan de overige Geestelijkheid volgens rang, ten laatste aan de leeken; — t er w ij 1 allen knielen, enden tak en de hand des Priesters kussen, uitgezonderd de Prelaten, als er tegenwoordig zijn. En als hij begonnen is uit te deelen, worden door het koor de volgende Antifonen gezongen ;

De kinderen der Hebreeuwen gingen, olijftakken dragende, den Heer te gemoet, roepende en zeggende : Hosanna in het Allerhoogste !

Andere A n t i f.

De kinderen der Hebreeuwen spreidden kleederen op den weg, en riepen zeggende: Hosanna den Zoon van David! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren!

Zoo noodig worden zij herhaald zoolang de palmuit-deeling duurt. Vervolgens zegt de Priester:

De Heer zij met u. En met uwen geest.

Laat ons hidden.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Heer Jezus

-ocr page 43-

PALMZONDAG. — PKOCESSIE. 27

Christus op het veulen eener ezelin hebt doen zitten, en de volksscharen geleerd hebt kleederen en boomtakken op den weg te spreiden, en Hosanna te zingen tot lof van Hem; geef, dat wij hare onschuld mogen navolgen en gelijke verdienste verwerven. Door denzelfden Christus onzen Heer. Pu- Amen.

Vervolgens begint de processie. Eerst doet de Priester wierook in het wierooksvat, en de Diaken, zich naar het volk keerende, zegt: „Laat ons opgaan in vrede. En het koor antwoordt: In den naam van Christus. Amen. Vóórop gaat de wierooker met het rookend wierooksvat; vervolgens do Subdiaken in zijn kerkgewaad, het kruis dragend, midden tusschen twee Akolieten met brandende kaarsen; de Geestelijkheid volgt naar rang, eindelijk de Priester met den Diaken aan zijne linkerzijde, allen met takken in de hand ; en zoolang de processie duurt, worden allo of sommige van do volgende Antifonen gezongen:

Antif. Matth. XXI.

Als de Heer Jerusalem naderde, zond hij twee uit zijne leerlingen, zeggende : Gaat naar het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult vinden een veulen van eene ezelin, hetwelk vastgebonden is, | op hetwelk nog geen mensch gezeten heeft, maakt I het los, en brengt het bij mij. Indien iemand u iets | vraagt, zoo spreekt: De Heer heeft het van noode. | Zij maakten het los, en brachten het bij Jesus, | en zij legden er hunne kleederen op, en hij zat er

3

-ocr page 44-

PALMZONDAG. — PROCESSIE.

op ; anderen spreidden hunne kleederen uit op den weg; anderen hieuwen takken van de boomen, en die volgden riepen: Hosanna, gezegend Hij, die Vlt; komt in den naam des Heeren ; Gezegend het rijk w: van onzen vader David, Hosanna in het aller- v£ hoogste: Ontferm U onzer, Davids Zoon ! to

de

Andere Antif. Joes XII.

Als het volk gehoord had, dat Jesus naar Jerusalem kwam, nam het palmtakken; en de kinderen q trokken uit, hem te gemoet, en riepen zeggende:

Hij is het, die komen zal tot heil des volks. Hij is ons heil en de verlossing van Israël. Hoe groot is deze, dat hem Troonen en Heerschappijen te gemoet gaan? Wil niet vreezen, dochter van g Sion: Zie, nw Koning komt tot u, zittende op ^ het veulen eener ezelin, gelijk geschreven staat.

Wees gegroet. Koning, Schepper der wereld, die gekomen zijt om ons te verlossen !

Andere Anti f.

Zes dagen vóór het hoogfeest van Paschen, toen de Heer naar de stad Jerusalem kwam, gingen de kinderen hem te gemoet; en, in hunne handen palmtakken dragende, riepen zij met luider stemme, zeggende : Hossanna in het allerhoogste! Gezegend Gij, die gekomen zijt in de menigvuldigheid uwer ( ontferming: Hossanna in het Allerhoogste !

28

-ocr page 45-

PALMZONDAG. — PROCESSIE.

Andere Antif.

De scharen gaan met bloemen en palmen den Verlosser tegemoet, en den zegevierenden Overwinnaar brengen zij waardige hulde; den Zoon van God verkondigen de heidenen hij monde, en tot lof van Christus klinken stemgeluiden dooide wolken heen : Hosanna in het Allerhoogste!

Andere Antif.

Laat ons met de Engelen en de kinderen den Overwinnaar des doods voortdurend toeroepen : Hosanna in het Allerhoogste !

Andere Antit'.

Een groote schare, die tot het feest was saam-gekomen, riep den Heer toe : Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in het allerhoogste!

Bij het terug'keeren der processie gaan twee of vier zangers de kerk binnen, sluiten de deur en heffen, met het aangezicht naar de processie gekeerd, de hymne ; Heerlijkheid, lof enz. aan, waarvan zij de twee eerste verzen uitzingen. De priester, met do overigen buiten de kerk staande, herhaalt die. Vervolgens zingen die binnen zijn de overige verzen, of alle, óf sommige, naar goedvinden ; en die buiten staan antwoorden om elke twee verzen: Heerlijkheid, lof enz.

X- Heerlijkheid, lof en eer zij U, koning, Christus, quot;Verlosser, wien een vrome keurschaar van kinderen Hosanna heeft toegezongen.

29

-ocr page 46-

— PROCESSIE.

30

PALMZONDAG.

Van Israël zijt Gij de Koning, van David ook de gezegende Spruit. Gezegend Koning, Gij, die komt in den naam des Heeren !

IV Heerlijkheid, lof enz.

U looft heel het hemelsch heir in het allerhoogste, en de sterfelijke mensch, en al het geschapene te gader.

P^- Heerlijkheid, lof.

Het Hebreeuwsche volk kwam ü met palmen tegemoet; zie, hoe wij hier vóór U zijn met bede, smeeking en lofgezang.

Pt- Heerlijkheid, lof.

Zij gaven U betuigingen van lof, toen Gij nog zoudt gaan lijden ; zie, wij zingen U een lied, nu gij (in eeuwig)leid) heerscht.

Heerlijkheid, lof.

Zij hebben U behaagt; laat onze godsvrucht U behagen, goede Koning, goedertieren Koning, wien al wat goed is behaagt.

r(:- Heerlijkheid, lof.

In plaats van deze hymne wordt aan de kerkdeur

veelal gezongen, zooals volgt (1):

De priester, bulten, heft aan:

Opent uwe poorten, o vorsten ! en gij eeuwige

1

Wat in het Missaal niet gevonden wordt, maar schijnt overgenomen uit de plechtigheden bij eene kerkinwijding.

-ocr page 47-

PALMZONDAG.

31

— PROCESSIE.

poorten gaat open : en de Koning der heerlijkheid zal binnengaan.

De zangers, binnen, antwoorden vragend:

Wie is die Koning der heerlijkheid ?

Buiten wordt geantwoord:

De sterke en machtige Heer, de Heer, die machtig is in den strijd.

De Priester vervolgt uit eenigszins hoogeren zangtoon hetzelfde, en ook andermaal zingen de zangers hetzelfde.

Eindelijk zingt de Priester ten derde male nog hoo-ger: Opent enz., en als de zangers daarop weder gezongen hebben: Wie is enz., vervolgt de Priester1

De Heer der heirkrachten, Hij zelf is de Koning der heerlijkheid.

Hierna stoot de Subdiaken met den voet van het kruis tegen de geslotene kerkdeur, die terstond wordt geopend; de processie treedt de kerk binnen onder het zingen van :

fy. Terwijl de Heer intoog in de heilige stad, riepen de kinderen der Hebreeuwen, de verrijzenis tot het leven verkondigende, met palmtakken in de hand: Hosanna in het allerhoogste!

Y. Als het volk gehoord had, dat Jesus naar Jerusalem kwam, ging het hem te gemoet, met palmtakken in de hand riep het: Hosanna in het Allerhoogste!

En er wordt niet gezegd : E e r e z ij d e n V a d e r.

-ocr page 48-

PALMZONDAG. — MIS.

Vervolgens wordt de H. Mis opgedragen, en de takken worden in de hand gehouden enkel als de Passie gezongen wordt. Opdat, terwijl de Kerk den smaad des kruises vermeldt, de geloovigeu zich de zegepraal door Christus aan het kruis behaald, dankbaar zouden herinneren.

H. MIS.

I n t r o i t u s. Ps. XXI.

Heer, verwijder uwe hulp niet van mij; zie neder ter mijner verdediging; verlos mij uit den muil des leeuws, en van de hoornen der een-hoornigen mijne verdruktheid.

Ps. God, mijn God! zie op mij neer ! waarom hebt Gij mij verlaten? en zijt verre van de woorden mijner misdrijven (van mijn gekerm).

Heer, verwijder uwe hulp niet van mij ; zie neder ter mijner verdediging; verlos mij uit den muil des leeuws, en van de hoornen der een-hoornigen mijne verdruktheid.

GEBED.

Almachtige, eeuwige God, die, opdat het men-schelijk geslacht dit voorbeeld van ootmoedigheid zou navolgen, onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen en den kruisdood ondergaan ; vergun genadig, dat wij toonen zijne lijdzaamheid na

32

-ocr page 49-

PALMZONDAG.

33

— MIS.

te volgen, en van zijne verrijzenis verdienen deel-genooten te zijn. Door denzelfden Heer J. C., enz.

Les uit den brief van den H. Apostel Paules tot de Philippensers. H. II,

Broeders: Gevoelt dit toch in u, want ook in Christus Jesus is, die van natuur God zijnde, het geen roof geacht heeft, gelijk te zijn aan God, maar zich zeiven heeft vernietigd, de gestalte eens dienstknechts aannemende, gelijk aan de menschen geworden, en in houding bevonden als mensch. Hij heeft zich zeiven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, Ja, tot den dood des kruises. Daarom ook heeft God Hem verheven, en Hem een naam gegeven, die boven allen naam is : (hier knielt men) opdat in den naam van Jesus alle knie gebogen worde van hemelingen, aardbewoners en onderaardschen, en alle tong belijde, dat de Heer Jesus Christus in de heerlijkheid is van God den Vader.

Graduaal. Ps. LXXI1.

Gij hielt mij bij mijne rechterhand, en geleidde mij naar uwen wil, en naamt mij op met eere.

Y- Hoe goed is God voor Israël, voor hen die oprecht van harte zijn ! Maar ik, bijna struikelden mijne voeten, bijna glipten mijne treden uit. O)

(') Bijna twijfelde ik aan Gods goedheid.

-ocr page 50-

PALMZONDAG. —

34

MIS.

Want ik benijdde de ongerechtigen, als ik de welvaart der zondaren zag.

Tract us. Ps XXI. (')

God, mijn God! zie op mij neder; waarom hebt Gij mij verlaten? En zijt gij verre van de woorden mijner misdrijven (van mijn gekerm). Xf. Mijn God, ik roep den geheelen dag, en Gij verhoort mij niet; en gedurende den nacht, en het is te vergeefs. Maar Gij woont in het heiligdom, Gij, de lof van Israël. Op U hebben onze vaderen gehoopt; zij hebben gehoopt; en Gij

(') De 21st6 Psalm, waaruit Introïtus en Tractus genomen zijn, is een profetie aangaande den Messias. De spreker is de Zaligmaker zelf, die weeklaagt in de bange ure zijns lijdens en inzonderheid op het kruis, over zijne verlatenheid door den Vader, over zijne felle smarten en de beschimpingen zijner vijanden (Joës XIX, 24. Matth. XXVII, 46). Ztjne misdrijren, zegt de Psalm, waren het, die des daags verhooring, des nachts rust, en alle hulp verre van Hem hielden; d. i. Hij, die geene zonde gedaan had, maar onze zonden in zijn lichaam op het kruis heeft gedragen (1 Petr. II. 24), is om ome zonden geslagen (Is. LUI, 5); Hij heeft de schuld er van geboet en de straffen er voor verduurd.

Met dezen Tractus en de Passie, die volgt, voert de Kerk alzoo leeds dezen dag ons zoo diep mogelijk in de gedachte aan 's Heeren lijden meê, en herinnert zij, hoe Jesus, de Koning, die zegevierend wordt ontvangen, het Lam is, wat heden naar de slachtplaats wordt gevoerd. Vergelijk de. Toelichting op Palmzondag.

-ocr page 51-

PALMZONDAG

S5

— MIS.

hebt hen verlost. Y- Tot u hebben zij geroepen, en zij zijn behouden geworden; op U hebben zij gehoopt, en zij zijn niet beschaamd gemaakt. Y, Maar ik ben een worm en geen mensch, de de spot der menschen en de verworpeling des volks. Y- Allen, die mij zagen, beschimpten mij, zij vertrokken de lippen en schudden het hoofd (zeggende): Y- Hij heeft op den Heer gehoopt: dat die hem redde, dat die hem verlosse, want Hij heeft in hem zijn welgevallen. Y- Zij nu hebben mij beschouwd en bezien: zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad het lot geworpen. 'V- Verlos mij uit den muil des leenws, en mijne verdruktheid van de hoornen der eenhoornigen. i'. Gij, die den Heer vreest, looft Hem: verheerlijkt Hem geheel het kroost van Jacob. Y. Een toekomend geslacht wordt den Heer aangekondigd, en de hemelen zullen zijne gerechtigheid verkondigen Y. a:in het volk, dat geboren zal worden, dat de Heer gemaakt heeft.

De Passie des Heer en vangt nu aan, zonder dat het gebed Zuiver m ij n hart gebeden, of de zegen (door den Diaken) gevraagd wordt; geen licht of wierook wordt er bij aangedragen: er wordt niet gezegd : De Heer z ij met u : ook niet geantwoord : Heerlijkheid z ij U, H e e r, en de Priester of de Diaken, als hij zegt: Passie van onzen Heer, maakt noch op het boek, noch over zich zeiven een kruis. Dit wordt ook in acht genomen op de andere

-ocr page 52-

PALMZONDAG. —

34

MIS.

Want ik benijdde de ongerechtigen, als ik de welvaart der zondaren zag.

Tr actus. Ps XXI. (')

God, mijn Clod! zie op mij neder; waarom hebt Gij mij verlaten ? En zijt gij verre van de woorden mijner misdrijven (van mijn gekerm). Nf. Mijn God, ik roep den geheelen dag, en Gij verhoort mij niet; en gedurende den nacht, en het is te vergeefs, y. Maar Gij woont in het heiligdom, Gij, de lof van Israël. Op U hebben onze vaderen gehoopt; zij hebben gehoopt; en Gij

(') De Siste Psalm, waaruit Introïtus en Tractus genomen zijn, is een profetie aangaande den Messias. De spreker is de Zaligmaker zelf, die weeklaagt in de bange ure zijns lijdens en inzonderheid op het kruis, over zijne verlatenheid door den Vader, over zijne felle smarten en de beschimpingen zijner vijanden (Joës XIX, 24. Matth. XXVII, 46). Zijne misdrijren, zegt de Psalm, waren het, die des daags verhooring, des nachts rust, en alle hulp verre van Hem hielden; d. i. Hij, die geene zonde gedaan had, maar onze zonden in zijn lichaam op het kruis heeft gedragen (1 Petr. II, 24), is om onze zonden geslagen (Is. LUI, 5): Hij heeft de schuld er van geboet en de straffen er voor verduurd.

Met dezen Tractus en de Passie, die volgt, voert de Kerk alzoo leeds dezen dag ons zoo diep mogelijk in de gedachte aan 's Heeren lijden meè, en herinnert zij, hoe Jesus, de Koning, die zegerierend wordt ontvangen, het Lam is, wat heden nanr de slachtplaats wordt getoerd. Vergelijk de Toelichting op Palmzondag.

-ocr page 53-

PALMZONDAG. — MIS.

hebt hen verlost. Y- Tot u hebben zij geroepen, en zij zijn behouden geworden: op U hebben zij gehoopl, en zij zijn niet beschaamd gemaakt. Y. Maar ik ben een worm en geen mensch, de de spot der menschen en de verworpeling des volks. Y- Allen, die mij zagen, beschimpten mij, zij vertrokken de lippen en schudden het hoofd (zeggende); Y- Hij heeft op den Heer gehoopt: dat die hem redde, dat die hem verlosse, want Hij heeft in hem zijn welgevallen. Y- Zij nu hebben mij beschouwd en bezien : zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad het lot geworpen. Y- Verlos mij uit den muil desleeuws, en mijne verdruktheid van de hoornen der eenhoornigen.

Gij, die den Heer vreest, looft Hem: verheerlijkt Hem geheel het kroost van Jacob. Y. Een toekomend geslacht wordt den Heer aangekondigd, en de hemelen zullen zijne gerechtigheid verkondigen Y. a;ui het volk, dat geboren zal worden, dat de Heer gemaakt heeft.

De Passie des Hoeren vangt nu aan, zonder dat het gebed Zuiver m ij n hart gebeden, of de zegen (door den Diaken) gevraagd wordt: geen licht of wierook wordt er bij aangedragen: er wordt niet gezegd: De Heer zij met u: ook niet geantwoord: H e e r 1 ij k h e i d z ij U, H e e r, en de Priester of de Diaken, als hij zegt: Passie van onzen Heer, maakt noch op het boek, noch over zich zeiven een kruis. Dit wordt ook in acht genomen op de andere

35

-ocr page 54-

PALMZONDAG. — MIS.

Passie van onzen Heer Jesus Christus, volgens Mattheus, H. XXVI.

In dien tijde sprak Jesus tot zijne leerlingen : Gij weet dat het na twee dagen Paschen is, en de Zoon des menschen zal worden overgeleverd, om gekruisigd te worden. Ter zelfder tijd vergaderden de overpriesters, en de oudsten des volks, in de voorzaal van den hoogepriester, die Caïphas heette : en zij hielden raad om Jesus met list te vangen, en te dooden. Doch zij zeiden : Xiet op den feestdag, opdat er niet wellicht oproer onder het volk ontsta. Als nu Jesus te Bethanie was, in het huis van Simon den melaatschen, naderde hem eene vrouw, die een albasten kruik met kostbaren balsem had, en stortte die op zijn

dagen, waarop de Passie gelezen wordt. De Priester geeft den Diaken hier den zegen niet, wat hij anders doet vóór het zingen van het Evangelie, omdat er verhaald gaat worden, hoe de Gever van allen zegen is gestorven. Geen licht wordt aangedragen, omdat Jesus, het licht der wereld, aan het kruis den geest geeft, en zijne Apostelen, geroepen om het licht der wereld te zijn, tijdens zijn lijden van Hem waren gevlucht. De heilgroet: De Heer zij met u blijft achterwege tot aandenken, hoe Judas met zijn groet een trouweloosheid heeft gepleegd, die wij verafschuwen. Aan het slot der Passie (Evangelie) wordt niet, zooals anders, gezegd; Lof aan TT, Christus! omdat de Passie de beschijving is van het lijden en de versmadingen des Heeren.

36

-ocr page 55-

PALMZONDAG. — MTS. 37

hoofd uit, terwijl hij |a.anzat. Doch de leerlingen, het ziende, namen het euvel op, en zeiden: Waartoe deze verkwisting? AVant dit kon duur verkocht en den armen gegeven worden. Jusus echter dit I wetende, sprak tot hen : Waarom valt gij deze

I' vrouw lastig ? Zij toch heeft een goed werk aan mij gedaan; de armen immers hebt gij altijd bij u, maar mij hebt gij niet altijd. Dat zij toch dezen balsem over mijn lichaam uitstort, heeft zij gedaam om mij te begraven. O) Voorwaar, ik zeg u: Allerwege, waar dit Evangelie in de gan-sche wereld zal verkondigd worden, zal ook hetgeen deze gedaan heeft, te harer gedachtenis worden vermeld. Toen ging één van de twaalf, met name Judas Iscarioth, tot de overpriesters, en zeide tot hen : AVat wilt gij mij 'geven, en ik zal hem u overleveren ? Zij nu bepaalden hem dertig zilverlingen. En van toen af zocht hij gelegenheid om hem over te leveren. Op den eersten dag der ongezuurde brooden kwamen de leerlingen tot Jesus, en zeiden: Waar wilt gij, dat wij u het paaschmaal bereiden ? Maar Jesus sprak: Gaat naar de stad tot zeker iemand, en zegt hem : De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, bij' vrouw lastig ? Zij toch heeft een goed werk aan mij gedaan; de armen immers hebt gij altijd bij u, maar mij hebt gij niet altijd. Dat zij toch dezen balsem over mijn lichaam uitstort, heeft zij gedaam om mij te begraven. O) Voorwaar, ik zeg u: Allerwege, waar dit Evangelie in de gan-sche wereld zal verkondigd worden, zal ook hetgeen deze gedaan heeft, te harer gedachtenis worden vermeld. Toen ging één van de twaalf, met name Judas Iscarioth, tot de overpriesters, en zeide tot hen : AVat wilt gij mij 'geven, en ik zal hem u overleveren ? Zij nu bepaalden hem dertig zilverlingen. En van toen af zocht hij gelegenheid om hem over te leveren. Op den eersten dag der ongezuurde brooden kwamen de leerlingen tot Jesus, en zeiden: Waar wilt gij, dat wij u het paaschmaal bereiden ? Maar Jesus sprak: Gaat naar de stad tot zeker iemand, en zegt hem : De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, bij

(') Niet dat dit in Maria's bedoeling lag', maar zonder het te weten deed zij op ingeving van den H. Geest wat zij later bij het graf niet kon doen, zooals in het Evangelie van Paschen te lezen is.

-ocr page 56-

S8 PALMZONDAG. — MIS.

u wil ik het paaschmaal houden met mijne leerlingen. En de leerlingen deden gelijk Jesus hun geboden had, en zij bereidden het paaschmaal. Als het nu avond geworden was, zat hij aan met zijne twaalf leerlingen En, terwijl zij aten, sprak hij : Voorwaar, ik zeg u: één van u zal mij verraden. En zij werden zeer bedroefd, en ieder begon te zeggen; Ben ik het ook. Heer ? Maar hij antwoordde, en sprak: Die met mij de hand in den schotel steekt, die zal mij verraden. De Zoon des menschen gaat wel heen, gelijk er van hem geschreven staat; maar wee dien mensch, door wien de Zoon des menschen zal verraden worden; het ware dien mensch beter, dat hij niet geboren ware. Maar Judas, die hem verraden heeft, antwoordde en zeide: Ben ik het ook, Rabbi ? Hij zeide tot hem ; Gij hebt het gezegd. Terwijl zij nu aten, nam Jesus het brood, en zegende en brak het, en gaf het aan zijne leerlingen, zeggende : Neemt en eet: dit is mijn lichaam. Hij nam ook den kelk, dankte, en gaf hun dien, zeggende : Drinkt hieruit, allen! Want dit is mijn bloed des Kieuwen Verbonds, hetwelk voor velen zal vergoten worden, tot vergiffenis der zonden. Doch ik zeg u : Ik zal voortaan niet meer drinken van dit gewas des wijngaards, tot op dien dag, wanneer ik met u een nieuw zal drinken in het

-ocr page 57-

PALMZONDAG. — MIS.

39

rijk mijns Vaders O). En na het eindigen van den lofzang, gingen zij uit naar den Olijfberg. Toen sprak Jesus tot hen: In dezen nacht zult gij allen aan mij geërgerd worden. Want er staat geschreven : Ik zal den herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat ik zal verrezen zijn, zal ik u voorgaan naar Galilea. Maar Petrus antwoordde, en zeide tot hem: Al werden allen aan u geërgerd, ik zal nimmer geërgerd worden. Jesus sprak tot hem: Voorwaar, ik zeg u, dat gij in dezen nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, mij driemaal zult verloochenen. Petrus

(') De woorden; Ik zal voortaan niet enz. zijn door den Heer niet van den kelk zijns hloeds gesproken, en mogen niet in zamenhang met het onmiddellijk vóórgaande verstaan worden. Uit het verhaal namelijk van den H. Evangelist Lucas (XXII) blijkt duidelijk, dat Jesus die woorden niet bij, of na, maar voor de instelling van het H. Sakrament des Altaars gesproken heeft. Voor de instelling hiervan heeft de Heer het Paaschlam volgens het voorschrift dei-Oude Wet met zijne leerlingen gegeten ; aan dat maal nu was gebruikelijk, dat de vader des gezins een beker met wijn aan de gasten rondreikte; dit ook deed de Heer aan hen die met hem aan tafel zaten, en Hij sprak alstoen: Jk zal voortaan niet meer drinken van dit gewas des icijn-gaards. enz. om aan te. duiden, dat hij voor het laatst het pascha met hen vierde, wijl de tijd van zijn lijden daar, en die van zijne opklimming ten hemel, tot het Rijks zijns Vaders, aanstaande was. Vergelijk Passie volgens den H, Lucas: Woensdag der Goede Week.

4

-ocr page 58-

PALMZONDAG. —

40

JUS.

zeide tot hem: Al moest ik met u sterven, ik zal u niet verloochenen. Desgelijks zeiden ook alle de leerlingen. Toen kwam Jesus met hen in den hof Gethsemani geheeten, en sprak tot zijne leerlingen: Zit hier neder, terwijl ik derwaarts ga en bid. En hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedaeiis met zich, en begon droevig en zeer beangst te worden. Toen sprak hij tot hen: Mijne ziel is bedroefd, tot den dood toe: wacht hier, en waakt met mij. En een weinig voortgegaan zijnde, viel hij op zijn aangezicht neder, bad en sprak: Mijn Vader! indien het mogelijk is, laat dezen kelk mij voorbij gaan! Nochtans niet, gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt. En hij kwam tot zijne leerlingen en vond hen slapende, en sprak tot Petrus: Alzoo kondet gij niet één uur met mij waken ? waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring valt. De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. Wederom ging hij ten tweeden male weg, en bad zeggende: Mijn Vader! indien deze kelk niet kan voorbijgaan, tenzij ik hem drinke. Uw wil geschiede! En hij kwam wederom, en vond hen slapende, want hunne oogen waren bezwaard. En hen daar latende, ging hij wederom henen, en bad ten derden male, dezelfde woorden sprekende. Toen kwam hij tot zijne leerlingen, en zeide tot hen : Slaapt nu en rust! Ziet, het uur is gekomen, en de Zoon des

-ocr page 59-

PALMZONDAG. — MTS.

41

menschen zal overgeleverd worden In de handen der zondaren. Staat op, laat ons gaan ! Ziet hij is nabij, die mij verraden zal. En zie, terwijl hij nog sprak kwam Judas, één van de twaalf, en met hem eene groote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters en oudsten des volks. En die hem verried, had hun een teeken gegeven, en gezegd ; Dien ik kussen zal, die is het, grijpt hem ! En terstond ging hij tot Jesus, en zeide; Wees gegroet Meester! En hij kuste hem. En Jesus sprak tot hem : Vriend! waartoe zijt gij gekomen ? Nu traden zij toe en sloegen de handen aan Jesus, en grepen hem. En ziet, één van degenen, die met Jesus waren, strekte de handen uit, trok zijn zwaard, sloeg den dienstknecht des hoogpriesters, en hieuw hem het oor af. Toen sprak Jesus tot hem : Steek uw zwaard weder in zijn plaats ! Want allen, die het zwaard trekken, zullen door het zwaard omkomen. Of meent gij, dat ik mijn Vader niet kan bidden, en Hij mij niet terstond meer dan twaalf legioenen Engelen zal zenden ? Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden, volgens welke het aldus moet geschieden ? Toen sprak Jesus tot de scharen : Als tegen een moordenaar zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken om mij te vangen : dagelijks zat ik bij u, leerende in den tempel, en gij hebt mij niet gegrepen. Doch

-ocr page 60-

PALMZONDAE. —

42

MIS.

dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. ïoen verlieten hem alle zijne leerlingen en vluchtten weg. Maar zij, die Jesus gegrepen hadden, leidden hem naar Caïphas, den hoogepriester, alwaar de schriftgeleerden en oudsten vergaderd waren. Petrus echter volgde hem van verre tot in het voorhof des hoogepriesters. En binnentredende zat hij neder bij de dienaren, om het einde te zien. De overpriesters nu en de geheels Raad zochten valsche getuigenis tegen Jesus, om hem ter dood te brengen. En zij vonden niets, ofschoon er vele valsche getuigen opgekomen waren. Doch ten laatste kwamen er twee valsche getuigen, en zeiden : Deze heeft gezegd : Ik kan den tempel Gods afbreken, en dien na drie dagen weder opbouwen. En de hoogepriester opstaande, zeide tot hem; Antwoordt gij niets op hetgeen dezen tegen u getuigenquot;? Maar Jesus zweeg. En de hoogepriester zeide tot hem : Ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt, of gij de Christus, de Zoon Gods zijt? Jesus sprak tot hem: Gij hebt het gezegd! Doch ik zeg u : Eens zult gij den Zoon des menschen zien komen op de wolken des hemels zittende aan de rechterhand der kracht Gods. Toen scheurde de hoogepriester zijne kleeren, en zeide : Hij heeft God gelasterd, waartoe hebben wij nog getuigen

-ocr page 61-

PALMZONDAG.

43

— MIS.

noodig ? Ziet, gij hebt nu de godslastering gehoord. Wat dunkt u ? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig. Toen spuwden zij hem in het aangezicht, en sloegen hem met vuisten, anderen gaven hem kaakslagen, zeggende; Profeteer ons, Christus! wie is hij, die u geslagen heeft ? Petrus nu zat buiten in het voorhof; en eene dienstmaagd kwam tot hem, en zeide: Ook gij waart bij Jesus den Galilaeër. Maar hij loochende het in het bijzijn van allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt. Doch toen hij de deur uitging, zag hem eene andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die daar waren : Ook deze was bij Jesus den Nazarener. En andermaal loochende hij het met eenen eed : Ik ken den mensch niet. En kort daarna naderden degenen, die er stonden, en zeiden tot Petrus; Gij zijt waarlijk ook van hen; want ook uwe spraak maakt u bekend. Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren dat hij dien mensch niet kende. En terstond kraaide de haan. En Petrus werd het woord datJesus gesproken had indachtig: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij mij driemaal verloochenen. En naar buiten gegaan zijnde weende hij bitterlijk. Als nu de morgenstond gekomen was, hielden alle overpriesters en oudsten des volks raad tegen Jesus, om hem ter dood te brengen. En zij leidden hem gebonden

-ocr page 62-

PALMZONDAG.

44

— MIS.

weg, en leverden hem over aan Pontius Pilatus, den landvoogd. Judas nu, die hem verraden had, ziende dat hij veroordeeld was, bracht, door berouw gedreven, de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug, zeggende: Ik heb gezondigd, rechtvaardig bloed overleverende. Maar zij zeiden : Wat raakt het ons ? Zie zelf wat u te doen staat. En na de zilverlingen in den tempel geworpen te hebben vertrok hij en henen gegaan zijnde verhing hij zich met een strop. De overpriesters namen nu de zilverlingen, en zeiden: Bet is niet geoorloofd die in de offerkist te werpen, want het is bloedgeld. En na raad gehouden te hebben, kochten zij daarvoor den akker van een pottenbakker tot begraafplaats der vreemdelingen. Daarom wordt die akker hakel-dama, dat is bloedakker geheeten, tot op den huigen dag. Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door den profeet Jeremias, als hij zegt: En zij namen de dertig zilverlingen, den prijs van den op prijs gestelden, dien zij van de kinderen Israels gekocht hadden, en zij gaven die voor den akker des pottenbakkers, gelijk de Heer mij bevolen heeft. Middelerwijl stond Jesus voor den landvoogd; en de landvoogd ondervraagde hem ; en zeide: Zijt gij de Koning der Joden? Jesus sprak tot hem: Gij zegt het! En toen hij van de overpriesters en oudsten be-

-ocr page 63-

PALMZONDAG.

45

— MIS.

schuldigd werd, antwoordde hij niets. Toen zeide Piiatus tot hem: Hoort gij niet, hoe zware getuigenissen zij tegen u inbrengen ? En hij antwoordde hem op geen enkel woord, zoodat de landvoogd zich grootelijks verwonderde. Op den hoogen feestdag nu was de landvoogd gewoon, aan het volk een gevangene vrij te geven dien het wilde. Hij had toen eenen beruchten gevangene, met name Barabbas. Als zij nu vergaderd waren, zeide Piiatus : Wie wilt gij, dat ik vrij late, Barabbas of Jesus, die Christus genoemd , wordt ? Want hij wist, dat zij hem uit nijd hadden overgeleverd. En terwijl hij op den rechterstoel zat, zond zijne vrouw tot hem, zeggende: Vergrijp u niet aan dien rechtvaardige, want ik heb heden, in eenen droom, veel geleden om zijnentwil. Doch de overpriesters en de oudsten overreedden het volk, dat zij Barabbas zouden vragen, en Jesus ter dood brengen. De landvoogd nu antwoordde en zeide tot hen : Wie van beiden wilt gij, dat u worde vrij f gegeven ? En zij zeiden; Barabbas ! Piiatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jesus, die Christus genoemd wordt: Zij riepen allen: Dat hij gekruisigd worde ! De landvoogd zeide tot hen: Wat kwaad heeft hij dan gedaan ? Maar zij schreeuwden te luider, en zeiden; Dat hij gekruisigd worde ! Als nu Piiatus zag, dat hij niets

-ocr page 64-

PALMZONDAG. —

46

MIS.

vorderde, maar het rumoer grooter werd, nam hij water, wiesch zijne handen ten aanschouwen van het volk en zeide; Ik ben onschuldig aan het bloed van dezen rechtvaardige! Ziet wat gij doet! En al het volk antwoordde en zeide; Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen ! Toen gaf hij hun Barabbas vrij, maar Jesus liet hij geeselen en leverde hem aan hen over om gekruisigd te worden. Toen namen de krijgsknechten des landvoogds Jesus in het rechthuis, en verzamelden rondom hem de gansche krijgsbende, en hem ontkleed hebbende, wierpen zij hem een' purperen mantel om, vlochten eene kroon van doornen, die zij op zijn hoofd zetteden, en gaven hem eenen rietstok in zijne rechterhand. En voor hem nederknielende beschimpten zij hem, zeggende : Wees gegroet. Koning der Joden! En hem bespuwende namen zij den rietstok en sloegen daarmede op zijn hoofd. En nadat zij hem beschimpt hadden, trokken zij hem den mantel af, en deden hem zijne kleederen aan, en leidden hem weg om gekruisigd te worden. Terwijl zij nu uittrokken, vonden zij een man van Gyrene, met name Simon ; dezen dwongen zij, om Christus' kruis te dragen. En zij kwamen op de plaats, genaamd Golgotha, dat is, de plaats der doodshoofden; en zij gaven hem wijn, met gal gemengd, te drinken, maar als hij dien ge-

-ocr page 65-

palmzondag. — mis.

47

proefd had, wilde hij niet drinken. Nadat zij hem dan gekruisigd hadden, verdeelden zij zijne kleederen, het lot werpende: opdat vervuld zoude worden hetgeen door den profeet gesproken is, zeggende: Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. En nedergezeten zijnde, bewaakten zij hem. Ook stelden zij de reden zijner veroordeeling in schrift boven zijn hoofd: deze is jesus, de koning dee joden. Toen werden met hem twee moordenaars gekruisigd, een aan zijne rechter en een aan zijne linker zijde. En die voorbijgingen, lasterden hem, hunne hoofden schuddende, en zeggende : Welaan, gij, die den tempel Gods afbreekt, en in drie dagen dien weder opbouwt, verlos u zeiven ! Indien gij Gods Zoon zijt kom af van het kruis ! Desgelijks beschimpten hem ook de overpriesters met de schriftgeleerden en oudsten, zeggende : Anderen heeft hij verlost; zichzelven kan hij niet verlossen ! Indien hij de koning van Israël is. kome hij nu af van het kruis, en wij zullen in hem gelooven: Hij heeft op God vertrouwd, dat Hij hem nu bevrijde indien Hij wil, want hij heeft gezegd ; Ik ben Gods Zoon. Hetzelfde verweten hem ook de moordenaars die met hem gekruisigd waren. Yan het zesde uur kwam er duisternis over de geheele aarde tot het negende uur toe. En omtrent het

-ocr page 66-

PALMZONDAG. — MIS.

48

negende uur riep Jesus met luider stem, en sprak : Eli, Eli, lamma sabachtani ? dat is : Mijn God, mijn God! waarom hebt gij mij verlaten ? Eeni-gen dan, die daar stonden en het hoorden, zeiden : Hij roept Elias. En terstond liep één van heu, nam eene spons, doopte die in edik, stak dezelve op een riet, en gaf hem te drinken. Doch de anderen zeiden: Wacht, laat ons zien of Elias komt om hem te bevrijden. Maar Jesus riep wederom met luider stem, en gaf den geest. (Hier knielt men en rust eenige oogenblikken). En ziet, het voorhangsel van den tempel scheurde in twee stukken, van boven tot beneden, en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden; de graven openden zich, en vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, stonden op; en uit hunne graven gaande na zijne verrijzenis, zijn zij in de heilige stad gekomen en aan velen verschenen. De hoofdman nu en die met hem waren, en Jesus bewaakten werden zeer bevreesd als zij de aardbeving zagen en hetgeen er geschiedde, en zeiden: Deze was waarlijk Gods Zoon! En er stonden daar vele vrouwen van verre, welke van Galiaea Jesus gevolgd waren, en hem dienden ; onder deze waren Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jacobus en Joseph, en de moeder der zonen van Zebedaeüs. Als het nu avond geworden was, kwam zeker rijk man van

-ocr page 67-

PALMZONDAG.

49

— MIS.

Arimathaea, met name Joseph, die ook zelf een leerling van Jesus was. Deze begaf zich bij Pi-iatus, en verzocht het lichaam van Jesus. Toen gebood Pilatus het lichaam te geven. En Joseph nam het lichaam, wikkelde het in zuiver fijn lijnwaad, en legde het in een nieuw graf, hetwelk hij in de rots had doen uithouwen. En hij wentelde eenen grooten steen tegen den ingang van het graf, en ging henen. En daar waren Maria Magdalena en de andere Maria; en zij zaten tegenover het graf.

Hier wordt: Zuiver mijn hart (bladz. 19) gebeden, de zegen gevraagd, wierook aangedragen zonder licht, en het boek bewierookt. Er wordt niet gezegd: De Heer zij met u; ook teekent de Priester ot' de Diaken noch het boek, noch zich zeiven met het kruisteeken: en het volgende wordt op den Evangelie-toon gezongen. Bij het einde er van kust de Priester het boek, en wordt hij bewierookt. Dit alles wordt ook bij de andere Passii;n in acht genomen, behalve op Goeden Vrijdag.

Des anderen daags nu, (') (den dag) die na de voorbereiding is, kwamen de overpriesters en phariseeën tot Pilatus, en zeiden: Heer! wij herinneren ons, dat die verleider, toen hij nog leefde, gezegd heeft: Ik zal na drie dagen verrijzen. Gebied dus, dat het graf tot den derden dag bewaakt

(') Voorbereiding is eene tijdruimte, waarschijnlijk van drie uren, welke den ondergang der zon voorafging, en gebruikt werd om alles te bereiden en gereed te maken, wat aan voedsel en andere zaken noodig was op den Sabbath, welke bij zonsondergang op Vrijdagavond begon.

-ocr page 68-

PALMZONDAG. — MIS.

worde, opdat niet wellicht zijne leerlingen komen, en hem stelen, en aan het volk zeggen : Hij is van de dooden verrezen ; en de laatste dwaling zal erger zijn dan rde eerste. Pilatus zeide tot hen: Gij hebt eene wacht, gaat, en bewaakt het, gelijk gij het goedvindt. Zij gingen dan het graf met wachters bezetten, en den steen verzegelen.

Offertorium. Ps. LXVIII.

Smaad en ellende verwachtte mijn hart; ik wachtte op een deelnemer in mijne droefheid ; ik zocht een vertrooster, en vond er geen ; en zij gaven mij gal tot spijs, en in mijn dorst drenkten zij mij met edik.

STIL GEBED.

Geef, bidden wij, Heer, dat de offergave welke voor de oogen uwer majesteit is opgedragen ons en de genade van godvruchtigheid verwerve en de zalige eeuwigheid als gevolg doe erlangen. Door onzen Heer J. C. enz.

Communie.

Vader! indien deze kelk niet kan voorbijgaan, tenzij ik hem drinke, dat uw wil geschiede!

NACgJIMUNIE.

Dat, o Heer, door de voltrekking van dit Geheim onze gebreken gezuiverd en onze rechtmatige verlangens vervuld worden. Door onzen Heer J. C. enz.

In die H. Missen, waarvóór de palmwijding niet geschiedt, wordt, als laatste Evangelie, dat der palmwijding lezen. Zie bladz. 20.

50

-ocr page 69-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

TOELICHTING.

Zegevierend is dan de Heer Jesus Jerusalem binnengegaan, dat is, de baan zijns lijdens opgetreden.

De overwinning werd wel gevierd, maar de groote strijd moet nog gestreden.

Eeeds onmiddellijk na de glorie des Konings van Israël te hebben bezongen, verplaatste ons de Kerk met de Misgebeden van Palmzondag te midden der bittere smarten, welke de Heiland ging verduren. Bij den Introïtus, den Tractus, de Passie enz. zagen wij de gansche menigte der folteringen voor oogen, welke de barmhartige Jesus niet te veel of te geweldig achtte, om er de zaligheid onzer zielen mede te bewerken. Ach, prijs gegeven aan den haat en de beschimping zijner vijanden ; nedergeworpen onder het gewicht onzer zonden; overstelpt met angst; roepende om een trooster; stervende, gedood en begraven ; aldus rees het beeld

-ocr page 70-

52

van den mensch geworden Zoon Gods, den Man vija

der smarten, voor onzen geest, als wij gis- soo

teren de gebeden der H. Mis godvruchtig hebben uit

gevolgd. zijl

En, door den Apostel vermaand, om in ons ' wi

hetzelfde te gevoelen, wat ook Christus i on

Jesus gevoelt, baden wij, dat zooveel lijden I He

onze wederverzoening met God mocht uitwerken 1

en ons aa,nsporen om het geduld des Heeren na r v(

te volgen in onze kwellingen op aarde. Bij de ' pl

herinnering aan al het lijden des Heeren smeek- li

ten wij alzoo om de volheid van deszelfs vrucht: 2

liefde tot en gelijkvormigheid met Jesus. h

Heden en de twee volgende dagen hebben geen buitengewone plechtigheden plaats. De Kerk a

wil er toe bijdragen, dat wij de overweging van (

Jesus' lijden op een, naar onze menschelijke zwakheid berekende, en voor ons zieleheil meest voordeelige wijze kunnen doen. Zij weet dat verteedering, rouwmoedigheid, dank en wederliefde te beter zullen opgewekt worden, wanneer zij van het lijden haars Bruidegoms — dat onmetelijk veld van schouwing — bij afwisseling verschillende gezichtspunten opent.

Inderdaad, de bereidwilligheid waarmee Gods eeuwige Zoon, uit diepe ontferming over ons, zich aanbiedt tot verzoenend Offer; de woede zijner

-ocr page 71-

53

vijanden tegen dat onschuldige Lam; de veelsoortigheid en het felle zijner smarten; de onuitputtelijke genadeschat, voor ons verdiend: zijn die alle geen stof voor hartroerende beschouwingen, waarvan ieder afzonderlijk in staat is onze harten te bewegen, en in vurige wederliefde te ontsteken ?

Nu, trapsgewijze zal de Kerk ons tot die verschillende tafreelen binnenleiden; en ons heden plaatsend als aan den ingang van 's Heeren lijdensweg, wijst zij in de Mis aan, wat den Zaligmaker der wereld aan het kruis heeft kunnen doen sterven.

1. Van Christus kant was dat zijne liefde welke zich daartoe vrijwillig aanbood. Komende op deze wereld had Hij tot Zijn vader gesproken: Brand- en slachtoffers behaagden U niet, maar m ij hebt g ij een lichaam gegeven; toen heb ik gesproken: Zie ik kom. Aan het hoofd des boeks staat van mij geschreven: dat ik, o God, uwen wil doe (Ps. XXXIX. Hebr. X). Zie, hoe bereidwillig biedt Hij zich ten offer aan, nadat Hij in dat lichaam verschenen en zijn uur gekomen was! Hij spreekt niet tegen; treedt niet achterwaarts; geeft zijn lichaam over aan degenen die het

-ocr page 72-

54

slaan; en zijne wangen aan degenen H(

die hem den baard uitrukken. Hij 0v

keert zijn aangezicht niet af van de- zij

genen die het bespuwen, maar stelt Qj

het, als de hartste steenrots, bloot * en

aan slagen en beschimping (Epistel). / de

Bedenken wij dat Jesus niets behoefde te ver- de

duren voor eigene schulden. Hij is de onschuld 01

zelve. Met een ieder durft Hij voor het oc

gerecht op treden. Wie zal Hem ver- l ki

o or de el en? Hij zal niet beschaamd, I d

maar (door God zijnen Vader) gerecht- / a

vaardigd worden (Epistel). En toch, of- i;

schoon op Hem, als op den schuldige aan menig d

misdrijf, al de straffen onzer zonden zullen d

nederkomen, spreekt Hij niet tegen, treedt ( Hij niet achterwaarts.

Hij is het zelf, die van zijn aanstaand lijden d

gewaagt als zou het Hem niet vreeselijk zijn i

dat te ondergaan, terwijl Hij het tot het einde toe overschouwt: Hij spreekt tot zijn v e r rader, met wiens afschuwelijk bedrijf het aanstonds aanvangen, en van zijne begrafenis, waarmede het, om zoo te spreken, eindigen zou (Evangelie).

O nooit volprezen Zaligmaker! Nooit genoeg beminde Jesus! Hoe bereidwillig gingt Gij den dood te gemoet! Hoe bemindet Gij onze zielen!

-ocr page 73-

55

Hoe zegevierde de kracht der goddelijke liefde over de bangheid uwer menschelijke ziel! Gij zijt.God en mensch beide. Als mensch gevoeldet Gij vrees voor pijnen, benauwdheden en dood, en tegelijk werdt Gij, door de kennis uwer goddelijke alwetendheid, te voren en ieder oogenblik door de zee der smarten overstelpt, waarin Gij onze misdaden gingt uitdelgen. Gij gevoeldet dan ook uwe menschheid onder dat gewicht bezwijken ; zij roept om hulp van boven; z ij bidt den Vader, dat Hij de woede uwer vijanden niet tot het uiterste wille toelaten (Introïtus), en verlangt door goddelijke kracht te worden gesteund, om den wil Gods te kunnen volbrengen (Offert).

Aldus den Zoon van God om wille onzer misdaden in lijdensangst aanschouwende, slaan wij het oog in ons geweten. Zouden wij, van onze schuldigheid voor God doordrongen, de straffen zijner gerechtigheid niet dachten ? Wee ons! indien ons vergolden werd, naar hetgeen wij misdreven ! . . . . Allerootmoedigst (1) verheffen wij daarom onze stem tot God, dat Hij ons niet naar onze zonden wille vergelden,

5

1

Bij het laatste vers van den Tractus knielt de priester neder.

-ocr page 74-

56

maar genadig zijn (Tractus). En wel beseffende, dat wij van den plicht der boete niet kunnen of mogen ontheven worden, en dus pijnen, kwellingen en beproevingen in deze wereld te verduren hebben tot uitwissching onzer ongerechtigheden, zoo weten wij tevens, dat wij aan lijdzaamheid zouden te kort schieten, indien Gods hulp niet tusschenbeide kwam ; wij roepen dan ook om bijstand van boven, bidden, dat ook aan ons de kracht om tegenheden be-r ei d wil lig te verdragen gegeven worde, en wel door de verdiensten van het 1 ij den van Gods eeniggeboren Zoon (G e b e d).

Aan ééne zaak vooral behooren wij altijd te denken, namelijk dat wij meer vrucht uit Jesus' aanbiddelijk lijden moeten trekken, dan alleen de vergiffenis onzer zonden. Hij heeft ook geleden, opdat wij zijne voetstappen zouden volgen (1 Petr. II, 21). De overweging, dat de barmhartige Jesus zich geheel ten beste gaf voor ons, zich bereidwillig tot alles toonde uit grenzelooze liefde tot ons, heeft alzoo dit in ons uit te werken, dat ook wij uit wederliefde, ons offervaardig betoonen aan Hem.

En ziet, wij hebben een stichtend voorbeeld vóór ons. Als vertegenwoordigster der trouwe

-ocr page 75-

57

zielen, die, door het bloed des Verlossers rein gewasschen, bereid zijn, wederkeerig iets ten offer brengen aan of om Jesus, vinden wij Maria Magdalena aan 's Heeren voeten, met een hart vol dankbare liefde voor de vroeger ontvangene vergiffenis harer zonden, om Hem te offeren, wat zij kostelijks heeft en voor dezen oogenblik geschikt kan geven : zij giet over zijn hoofd (en zijne voeten) een balsem uit van zeer hoogen prijs (Evangelie).

En wij bidden alweder, dat gelijke goddelijke ijver in ons kome, opdat wij ons ook op gelijke wijze over de viering en de vrucht van Jesus' lijden moge verheugen (Na-communie).

2. Van den kant der menschen, was het de hand der beulen, welke Jesus, het gewillig Offerlam, aan het kruis heeft geklonken. Het tafereel van 's Hoeren lijden, zooals het in de kerkelijke Misgebeden dezer week voorgesteld wordt, moet dag aan dag in aanschouwelijkheid toenemen ; levendig zal ons nog beschreven worden, wat gruwzaams de zachtmoedige Verlosser van zijne vijanden te verduren had. Reeds heden hooren wij den verrader noemen; zien wij Judas, met den Heer en de overige leerlingen, in hetzelfde huis teBethanië (Evangelie), van waar hij aanstonds rechtstreeks tot de over-

-ocr page 76-

58

priesters zal uitgaan om zijn Meester te ver-koopen (1). Hij, de verrader, vertegenwoordigt terecht allen, die de handen aan Jesus hebben geslagen; hij heeft van allen de grootste zondeschuld (Joës XIX, 11); hij was aller hoofdman, hitste hunne woede aan, versterkte hunnen moed, wees den weg naar 's Heeren bidplaats, en met zijn verraderlijken kus begon al de razernij van Jesus' vijanden tegen Hem los te branden,

Het uur is niet ver meer af, waarop het Zoenoffer der wereld door zijne eigene liefde en door den haat zijns volks geslacht zal worden; daarom wekt de Kerk ons, bij het einde der H. Mis, tot verootmoediging op, als zij den priester doet zeggen: Buigt uwe hoofden voor God, en laat zij ons daarna vragen ; dat wij, de weldaden der verlossing vierende, ons verblijden mogen in de deelneming aan hare vrucht (Slotgebed).

1

Mare, XIV, 2—10. Passie van Dinsdag der Goede Week, bij het begin.

-ocr page 77-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

Introïtus. Ps. XXXI V.

Oordeel, Heer, degenen die mij kwaad doen, versla hen die mij bestrijden; grijp wapenen en schild, en sta op om mij te helpen. Heer, mijne kracht en mijne hulp.

Ps. Trek het zwaard, en sluit den weg voor mijne vervolgers; zeg tot mijne ziel: Ik ben uwe hulp.

Oordeel, Heer, degenen die mij kwaad doen, versla hen die mij bestrijden ; grijp wapenen en schild, en sta op om mij te helpen. Heer, mijne kracht en mijne hulp.

SEBEI).

Geef, bidden wij, almachtige Ood, dat wij, die in zoo menige tegenkanting uit zwakheid bezwijken, door de tusschenkomst van het lijden van uw eeniggeboren Zoon mogen gestrekt worden. Die met U leeft en heerscht, enz.

-ocr page 78-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

ANDER GEBED.

Voor de kerk.

Neem, bidden wij, Heer, genadig de gebeden uwer Kerk aan, opdat alle tegenkantingen en dwalingen worden le niet gedaan, zoodat zij U in rustige vrijheid diene. Door onzen Heer J. C. enz.

Of voor den Paus

God, Herder en Bestuurder aller geloovigen, zie genadig neder op uwen dienaar N., dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt aangesteld ; geef hem, bidden wij. door woord en voorbeeld hun, wier hoofd hij is, nuttig te zijn, opdat hij, te zamen met de hem toevertrouwde kudde, tot het eeuwig leven gerake. Door onzen Heer J. C. enz.

Les uit den profeet Isaïas. H. L.

60

In die dagen sprak Isaïas: God de Heer heeft mij het oor geopend : en ik sprak niet tegen: ik ben niet achterwaarts gegaan O). Mijn lichaam heb ik gegeven aan degenen die mij slaan, en mijne wangen aan degenen die mij den baard uitrukken : mijn aangezicht heb ik niet afgekeerd van hen die mij smaden en bespuwen. God de Heer is mijn helper, daarom ben ik niet be-

(') «God droeg mij op de menschen te verlossen, en ik onderwierp mij gewillig, ondanks het daaraan verbonden lijden.quot;

-ocr page 79-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

schaamd; daarom stel ik mijn aangezicht als de hardste steenrots, en ik weet, dat ik niet beschaamd zal worden. Nabij is Hij, die mij rechtvaardigt, wie zal mij tegenspreken ? Laat ons te zamen voor den rechter staan ; wie is mijn tegenstrever? hij nadere mij. Ziet, God de Heer is mijn helper, wie is er, die mij veroordeelt ? Ziet, allen zullen als een kleed verslijten, de mot zal hen doorknagen. Wie uwer vreest den Heer, en hoort de stem van zijn dienstknecht? Die in duisternis gewandeld heeft, en wien licht ontbreekt, hij hope op den naam des Heeren, en steune op zijn God.

Gr a cl. Ps. XXXIV.

Sta op, Heer, en geef acht op mijn recht, op mijne zaak, o mijn God en mijn Heer. Trek het zwaard, en sluit den weg voor mijne vervolgers.

T r a e t u s.

Heer vergeld ons niet naar de zonden, die wij hebben begaan, noch naar onze boosheden. Heer, gedenk onze vorige boosheden niet; laat haastig uwe ontfermingen over ons komen, want maar al te zeer zijn wij hulpbehoevend geworden.

(Hier knielt men.) Help Ons, God, onze Zaligmaker; en om de heerlijkheid van uwen naam, o Heer, verlos ons ; wees onzer zonden genadig om uwen naam.

61

-ocr page 80-

62 MAANDAG DER GOEDE WEEK.

Vervolg van het heilig Evangelie volgens Joannes, H. XII.

Zes dagen vóór het Pascha kwam Jesus te Bethanië, waar Lazarus gestorven was, dien Jesus had opgewekt. Aldaar bereidden zij hem een avondmaal, en Martha diende : en Lazarus was één van degenen, die met hem aanzaten. Daar nam Maria een pond kostbaren balsem van on-vervalschten nardus, en zalfde de voeten van Jesus, en droogde zijne voeten af met hare haren ; en het huis werd vervuld met den geur des balsems. Toen zeide één van zijne leerlingen. Judas Iscarioth, die hem verraden zoude: Waarom is deze balsem niet voor drie honderd tienlingen verkocht, en den armen gegeven ? Dit zeide hij echter, niet dewijl hij zich om de armen bekommerde, maar dewijl hij een dief was, en, daar hij de beurs had, drager was van hetgeen daarin gegeven werd, Jesus zeide hierom ; Laat haar toe dat zij dit beware voor den dag mijner begrafenis! Want de armen hebt gij altijd bij u, maar mij hebt gij met altijd. Eene groote schare van de Joden vernam nu, dat hij daar was, en zij kwamen, niet alleen cm Jesus, maar ook om Lazarus te zien, dien hij uit den dood had opgewekt.

-ocr page 81-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

Offert. ?s. CXLII.

Ontruk mij aan mijne vijanden, Heer, tot U ben ik gevlucht; leer mij uwen wil doen, omdat Gij mijn God zijt.

STIL GEBED.

Dat deze offerande almachtige God, ons reinige door haar veelvermogende kracht, om zuiverder tot derzelver oorsprong te kunnen komen. Door onzen Heer J. C. enz.

HET ANDER STIL GEBED.

Voor de K e r k.

Bescherm, o Heer, de dienaren uwer Geheimen, opdatwij,ons bezighouden de met goddelijke zaken, U met hart en ziel mogen dienen. Door onzen Heer J. C. enz.

Of voor den Paus.

Word verzoend, bidden wij. Heer, door de opgedragen offergaven ; en bestuur uwen dienaar N., dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt aangesteld, Hem aanhoudend beschermende. Door onzen Heer J. C. enz.

C o m m. P s. XXXIV.

Laat zij altegader beschaamd en te schande worden, die zich blijde maken over mijn onheil; laat zij met schaamte en schande overdekt worden, die mij trotsch bejegenen.

63

-ocr page 82-

MAANDAG DER GOEDE WEEK.

NACOMMÜXIE.

Dat, Heer, uwe heilige (Geheimen) ons een goddelijken ijver mededeelen, opdat wij over derzelver viering en vrucht ons evenzeer mogen verblijden. Door onzen Heer J. C. enz.

DE ANDERE NACOMMÜNIE.

Voor cl e K e r k.

Wij bidden U, o Heer onze God, laat niet toe dat zij die gij vergunt hebt zich te verheugen in de deelneming aan uwe heilige geheimen, onderworpen blijven aan de gevaren die ons omgeven. Door onzen Heer J. C. enz.

Of voor rt e n Paus.

Deze nuttiging van het goddelijk Sakrament, bidden wij Heer, bescherme ons, en behoude en beveilige altijd uwen dienaar N., dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt aangesteld, te zamen met de hem toevertrouwde kudde. Door onzen Heer J. C. enz.

Over het volk. Laat ons bidden.

Vernedert uwe hoofden voor God.

GEBED.

Help ons. God onze heiland, en geef dat wij de weldaden, waardoor Gij U verwaardigd hebt ons weder in genade aan te nemen, met vreugde herdenken. Door onzen Heer J. C. enz.

64

-ocr page 83-

DINSDAG DER GOEDE WEEK.

T 0 E L I C H TI N CT.

Uit het huis van Simon te Bethanië, waar Judas met wrevel Maria haren balsem over Jesus' voeten had zien uitstorten, ging de verrader rechtstreeks naar de overpriesters en bedong den prijs, waarvoor hij zijn Meesters zou overleveren (Passiën).

Als van zelf volgen wij met onzen geest den ongelukkigen apostel tot in den raad van Jesus' vijanden, ten einde te vernemen, wat tegen den onschuldigen Verlosser beraadslaagd wordt.

In overeenstemming hiermede brengt de Kerk onze godsdienstige aandacht over op den toeleg van 'sHeeren vervolgers. In den Dienst voor dezen dag schijnt als hoofdgedachte door, wat 's He er en vijanden in blinden haat tegen Hem beraamden; wat z ij vermochten; en tot hoe hoog hunne woede klom. Ziet het uur is gekomen, en de Zoon des menschen zal overgeleverd worden in dehandender zondaren (Matth.

-ocr page 84-

66

XXVI, 45). Dit is hun uur, en de macht] der duisternis (Luc. XXII, 53).

Omdat de Kerk haren Bruidegom zoo vurig liefheeft, overschouwt zij met angstige deernis, hoe men Hem zal kwellen, tot aan het laatste toe: en zij ziet.... het kruis. Al dadelijk, bij den aanvang der H. Mis, plaatst zij dat gruwzaam foltertuig voor onze oogen (Introïtus,).

Maar hoe kan zij wijzen op het kruis, zonder te herinneren aan het heil er door bewerkt! Het kruis, waaraan Jesus' vijanden Hem vastklonken, is immers de boom des levens ! Het booze volk wist niets smadelijkers uit te denken dan het kruis ; en wij hebben niets, waarop wij meer moeten roemen. Het is het altaar, waarop het Lam geslachtofferd wordt, dat wegneemt de zouden der wereld. Jesus, er aan hangende, roept ons naar den hemel. Zijne wonden, eraan ontvangen, genezen ons ; zijn bloed, er aan vergoten wascht ons rein van alle zonden; zijn dorst, er aan verduurd, verzadigt ons door immer toestroomende genade; zijne naaktheid versiert ons met het kleed der deugd ; zijne doornagelde handen ontbinden ons; zijn doorboorde voeten doen ons op het pad der gerechtigheid wandelen; den geest gevende, blaast Hij ons het leven in, en zijn geopend hart biedt den toegang tot zijne

euw m e n hri n c b e h i

er, Ai 1 gelin

-ocr page 85-

67

euwige liefde. Wij (dan) behooren te roemen op het kruis van onzen Heer Jesns JChristus, in wien ons heil, ons leven en onze verrijzenis is: door wien wij rnis, jhehouden en verlost zijn (Introïtus), itste 1

, bij j Onder de profeten des Ouden Verbonds waren ■uw- Ier, wier smartvolle loopbaan tevens eene afspie-s;. geling van 's Heeren lijden was. Tot dezen behoort zon- Jeremias, door volkshaat ten uiterste vervolgd ■kt! en verguisd. De booze toeleg, zich van dien ast- ;profeet te ontdoen, wordt in de Epi stelles Het jbeschreven, ten einde wij daaruit zouden opmaken, ken hoe er in den joodschen raad beraadslaagd wordt, Jesus gevangen te nemen en om te brengen. Allersmartelijkst moet zijn dood wezen, opdat de woede der overpriesters en phariseën worde bekoeld ; aller schandelijkst, opdat alle gunstige herinnering aanzijn persoon en zijne werken bij het volk worde uitgewischt. Hij moet, zoo is het eindbesluit, sterven, en wel aan het kruis: Laat ons hout leggen in zijn brood(*), spreken de vervolgers, en hem uitroeien uit het land der levenden, en zijn naam worde niet meer herdacht. (E p i s t e 1). q; ^ Hebben de boozen dat tegen Jesus vermocht?

(*) Verklaring dezer woorden zie men in de tweede ie noot onder de Epistelles, bladz. 71.

ich t

'urig

wij

tar-

mt

de,

.an

er-

ij Q

ter

jrt

de

3n

-ocr page 86-

68

Ja, want Hij was lijdzaam onder hunne handen, als een lam dat ter slachtbank gevoerd wordt en dat zich, onbewust van den dood dien het te gemoet gaat, gedwee laat heen voeren. (Epistel).

Opnieuw wordt de Lijdensgeschiedenis |f naar een der Evangelisten gelezen, opdat wij te aanschouwelijker en in de bijzonderheden zouden zien, hoe de vervolgers hunne booze plannen tegen Jesus hebben kunnen volbrengen, en langs den weg van hoeveel smarten en beschimping zij Hem den diepsten smaad hebben aangedaan, aan het kruis hebben genageld. (Passie).

Laat ons aandachtig ook de 6 e b e d e n mede-bidden, welke de H. Kerk vandaag aan het altaar opzendt. Welk een diep kathoaeke zin ligt er in, en hoe schoon volgen zij elkander in klimmende smeeking ! Van de eerste goede gedachte af, tot de hoogste uitwerking der genade : volmaakte vernieuwing van den ouden mensch, wordt daarin van God afgesmeekt.

Opdat het lijden des Heeren voor ons niet vruchteloos zij, moeten wij van goede gezindheid wezen. Vol verlangen naar onze zaligheld moeten wij met schuldgevoel en rouw tot Jesus komen. Maar, iedere goede gedachte is uit God; het verlangen naar verzoening is reeds het werk der

-ocr page 87-

genade: niemand kan tot Jesus komen, tenzij de Vader hem trekke (Joës VI, 44), en de rechtvaardigmaking uit de zonde verdienen, dat kunnen wij nooit. Daarom bidden wij vóór alles den almachtigen Vader, dat Hij een goede stemming in ons opwekke en wij de geheimenissen van's Heeren lijden zóó vieren, dat God ons de vergeving waardig oordeelt. (Gebed).

Nu, onze Vader zal den goeden geest geven aan hen, die er Hem om bidden (Luc. XI, 13). Vervuld met dien geest beginnen wij onze zonden te betreuren ; wij beginnen er, boete voor te doen, straf daarvoor te ondergaan, door een heilzaam vasten te onderhou den, en deze goede gezindheid laten wij gelden, niet alsof wij hierdoor recht op vergeving krijgen, maalais iets waardoor God te gereeder bewogen wordt, ons vergiffenis te schenken (Stil Gebed).

Gods ontferming — want zij is eindeloos groot — neme onze oude bedorvenheid weg en ver-strekke tevens voortdurend het middel, om niet opnieuw te bezwijken in de zonde (Na co mm.).

Zij worde zóó overvloedig, dat zij alle sporen van ondeugd uit ons wegneme en ons in vol-komene nieuwheid herstelle : want zóó groot is de kracht van Jesus' lijden, dat het den mensch kan maken tot een geheel nieuw schepsel voor God (Slotgebed).

-ocr page 88-

DINSDAG DER GOEDE WEEK.

I n t r o i t u s. Gal. VI.

Wij nu behooren te roemen op het kruis van onzen Heer Jesus Christus, in wien ons heil, ons leven en onze verrijzenis is : door wien wij behouden en verlost zijn.

Ps. LXVI. God ontferme zich onzer, en zegene ons: Hij doe zijn aangezicht over ons lichten, C1) en ontferme zich onzer.

Wij nu behooren te roemen op het kruis svan onzen Heer Jesus Christus, in wien ons heil, ons leven en onze verrijzenis is, door wien wij behouden en verlost zijn.

GEBED.

Almachtige, eeuwige God, geef ons, dat wij de geheimenissen van 's Heeren lijden zóó vieren, dat wij waardig worden om vergeving te erlangen. Door denzelfden Heer J. C. enz.

Het andere gebed voor de Kerk of voor den Paus als bladz.60.

-ocr page 89-

DINGSDAG DER GOEDE WEEK.

Les uit den profeet Jeremias. H. XI.

In die dagen sprak Jeremias : Heer Gij hebt het mij kenbaar gemaakt, en ik heb het gekend: toen hebt gij mij hunnen toeleg getoond. En ik was als een zachtmoedig lam, dat ter slachtbank geleid wordt: en ik wist niet dat zij aanslagen tegen mij smeedden O), zeggende ; Laat ons hout leggen in zijn brood {-), en hem uitroeien uit het land der levenden, en zijn nam worde niet meer herdacht. Maar, Heer der heirscharen, Gij, die rechtvaardig oordeelt, en nieren en harten onderzoekt, laat mij uwe wraakneming over hen aanschouwen ; want aan U heb ik mijne zaak bloot gelegd. Heer, mijn God.

(') Jeremias was onschuldig en zachtzinnig als een lam en was eene voorafbeelding van het ware Lam, dat de zonden der wereld wegneemt, Jesus Christus.

(2) Sommige schriftuitleggers verklaren deze woorden van toeleg tot vergiftiging, door zeker giftig houd onder het brood te mengen. Andere, onder welke PI. Kerkvaders, houden, dat hier spraak is van kruisiging en wel profetiesch van de kruisiging des Zaligmakers. De vervolgde Jeremias is het beeld van den lijdenden Christus, door den haat zijner vijanden aan het kruis gestorven. De uitleggers, welke deze laatste meening zijn toegedaan, zetten genoemde woorden om in : Laat ons het kruis leggen op zijn lichaam : en zij verwijzen naar Joës VI, 51, volgg., waar de Heer, van zijn lichaam sprekende, zeide: Ik hen het levende brood, die uit den hemel ben nedergedaald.

71

6

-ocr page 90-

DINGSDAG DEE GOEDE WEEK.

Grad. P s. XXXIV.

Maar ik, als zij mij kwelden, trok ik een boetkleed, aan ; met vasten vernederde ik mijne ziel, en mijn gebed keerde in mijn boezem weder C1).

Oordeel, Heer, degenen die mij kwaad doen, versla hen die mij bestrijden; grijp wapenen en schild, en sta op om mij te helpen.

Passie van onzen Heer Jesus Christus volgens Marcus. H. XIV.

In dien tijd was het na twee dagen paschen, en het feest der ongezuurde brooden. En de over-priesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij hem (Jesus) met list zouden vangen, en dooden. Zij zeiden echter; Niet op den feestdag, opdat er wellicht geen oproer onder het volk ontsta. En als Jesus te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatschen, en aan tafel zat, kwam er eene vrouw, die eene albasten kruik had met balsem van kostbaren onvervalschten nardus, en de albasten kruik brekende, stortte zij die uit op zijn hoofd. Maar er waren sommigen, die dit bij zich zeiven euvel opnamen, en zeiden ; Waartoe is die verkwisting van balsem geschied?

(') Ik bad met gebogen hoofd, zoodat het gebed, dat uit mijn binnenste opwelde, door mij togen mijn boezem gericht werd.

72

-ocr page 91-

dingsdag der goede week.

Want deze balsem had voor meer dan drie ;on honderd tienlingen kunnen verkocht, en den ine / armen gegeven worden. En zij waren gramstorig (i)_ tegen haar. Maar Jesns sprak: Laat haar begaan, ;ri waarom valt gij haar lastig? Zij heeft een goed en werk aan mij gedaan. Want armen hebt gij altijd bij u, en kunt hun weldoen wanneer gij wilt; maar mij hebt gij niet altijd. Wat zij kon, heeft is zij gedaan ; zij is vooraf mijn lichaam komen balsemen ter begrafenis. Voorwaar, ik zeg u : Allerwege, waar dit Evangelie in de gansche wereld zal verkondigd worden, zal ook hetgeen | deze gedaan heeft, te harer gedachtenis, vermeld worden En Judas Iscarioth, één van de twaalf, ^ ^ ging tot de overpriesters, om hem aan hen over

Ite leveren. En zij verblijdden zich toen zij het hoorden, en beloofden hem geld te zullen geven. En hij zocht, hoe hij hem te gelegener tijd zoude te leveren. En zij verblijdden zich toen zij het hoorden, en beloofden hem geld te zullen geven. En hij zocht, hoe hij hem te gelegener tijd zoude t overleveren. En op den eersten dag der ongezuurde brooden, wanneer men het paaschlam slachtte, '' 1 zeiden de leerlingen tot hem; Waar wilt gij dat wij gaan, en voor u gereedheid maken om het ' paaschmaal te eten ? En hij zond twee van zijne j j leerlingen, en zeide hun : Gaat naar de stad: en een mensch zal u ontmoeten, die eene kruik [. I water draagt, volgt hem; en, waar hij ingaat, ' zegt daar tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is mijne eetzaal, waar ik het paasch-

73

-ocr page 92-

DINGSDAG DER GOEDE WEEK.

74

lam met mijne leerlingen zal eten ? En hij zal u eene groote weltoebereide eetzaal aanwijzen, en maakt voor ons aldaar gereed. En zijne leerlingen gingen heen, en kwamen in de stad: en zij bevonden, gelijk hij hun gezegd had, en bereidden het paaschmaal. En als het avond geworden was, kwam hij met de twaalf. En als zij aanzaten en aten, sprak Jesus: Voorwaar ik zeg u, één van u, die met mij eet, zal mij verraden. Toen begonnen zij bedroefd te worden, en één voor één tot hem te zeggen: Ben ik het? Maar hij sprak tot hen : Eén uit de twaalf, die met mij de hand in den schotel steekt. En de Zoon des menschen gaat wel heen, gelijk er van hem geschreven staat; maar wee dien mensch, door wien de Zoon des menschen zal verraden worden; het ware dien mensch beter, dat hij niet geboren ware. En als zij aten, nam Jesus het brood, zegende en brak het, en gaf het hun, en sprak : Neemt, dit is mijn lichaam. En hij nam ook deit kelk, dankte en gaf hun dien ; en zij dronken er allen uit. En hij sprak tot hen : Dit is mijn bloed des Nieuwen Verbonds, hetwelk voor velen zal vergoten worden. Voorwaar, ik zeg u. Ik zal voortaan niet meer drinken van dit gewas des wijngaards, tot op dien dag, waarop ik het nieuw zal drinken in het rijk

-ocr page 93-

DINGSDAG DEE GOEDE WEEK. YO

Gods C). En na het eindigen van den lofzang, gingen zij naar den Olijfberg. En Jesus sprak tot hen : In dezen nacht zult gij allen aan mij en geërgerd worden. Want er staat geschreven: Ik zal den herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden. Doch nadat ik zal verrezen zijn, zal ik u voorgaan naar Galilaea. Maar Petrus zelde tot hem: Al werden zij allen aan u geërgerd, ik nochtans niet. En Jesus sprak tot hem : Voorwaar, ik zeg u, dat gij heden, in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, mij driemaal zult verloochenen. Maar hij zeide alweder; Al moest ik tegelijk met u sterven, ik zal u niet verloochenen. En desgelijks zeiden zij ook allen. En zij kwamen in een hof, genaamd Gethsemani. En hij sprak tot zijne leerlingen : Zit hier neder, terwijl ik bid. En hij nam Petrus, en Jacobus, en Joannes, met zich: en begon ontroerd en zeer beangst te worden. En hij sprak tot hen: Mijne ziel is bedroefd, tot den dood toe ; blijft hier, en waakt! En een weinig voortgegaan zijnde, viel hij op de aarde neder, en bad, dat dit uur, zoo het mogelijk ware, van hem mocht voorbijgaan. En

I

(') De noot, bij de Passie volgens Mattheus op deze woorden gemaakt, achte men ook hier geschreven. Zie bladz. 38.

_

-ocr page 94-

DINCtSDACt dee goede week.

76

hij zeide : Abba, Vader ! Alles is U mogelijk ; neem dezen kelk van mij weg. Nochtans niet wat ik wil, maar wat Gij wilt. En hij kwam en vond hen slapende. En hij sprak tot Petrus: Simon slaapt gij, Kondet gij niet een uur waken? Waakt en bidt, opdat gij niet in bekoring-valt! De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak. Hij ging nu weder weg, bad, en sprak dezelfde woorden. En als hij terugkeerde vond hij hen wederom slapende; want hunne oogen waren bezwaard, en zij wisten niet, wat zij hem zouden antwoorden. En hij kwam ten derden male, en sprak tot hen: Slaapt nu, en rust! Het is genoeg; het uur is gekomen: ziet, de Zoon des menschen zal overgeleverd worden in de handen der zondaren. Staat op, laat ons gaan. Ziet, hij is nabij, die mij verraden zal. En terwijl hij nog sprak, kwam Judas Iscarioth, een van de twaalf, en met hem eene groote menigte, met zwaarden en stokken, van wege de o verpriesters, en de schriftgeleerden, en de oudsten. De verrader nu had hun een teeken gegeven, zeggende : Dien ik kussen zal, die is het, grijpt hem, en voert hem met zorg henen! En bij hem gekomen, naderde hij hem terstond, en zeide : Wees gegroet E,abbi: En hij kuste hem. Zij nu sloegen de handen aan hem, en giepen hem. Maar een van die daar stonden, trok het

-ocr page 95-

DINGSDAG DEE GOEDE WEEK.

77

zwaard, sloeg den dienstknecht des hoogepriesters, en hieuw hem het oor af. En Jesus nam het woord op, en sprak tot hen : Als tegen eenen moordenaar zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken, om mij te vangen. Dagelijks was ik bij u als ik in den tempel leerde, en gij hebt mij niet gegrepen. Maar dat de Schrift vervuld worde. Toen verlieten hem zijne leerlingen, en vluchtten allen. Doch zeker jongeling volgde hem, een lijnwaad om het naakte lijf geslagen; en dezen grepen zij. Maar hij wierp het lijnwaad van zich af en ontvluchtte hun. Nu leidden zij Jesus tot den hoogepriester: en aldaar verzamelden zich al de priesters, en schriftgeleerden, en oudsten. Petrus echter volgde hem van verre, tot binnen in het voorhof des hoogepriesters, en hij zat neder bij de dienaren, en warmde zich bij het vuur. De overpriesters nu en de geheele raad zochten getuigenis tegen Jesus, om hem ter dood te brengen, maar vonden die niet. Want velen spraken valsche getuigenis tegen hem, en de getuigenissen stemden ook niet overeen. En eenigen stonden op en brachten valsche getuigenis tegen hem in, zeggende : Wij hebben hem hooren zeggen: Ik wil dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, niet met handen gemaakt, opbouwen. Ook hunne getuigenis was niet overeenstemmende.

-ocr page 96-

DINGSDAG DEB GOEDE quot;WEEK.

78

En de hoogepriester in hun midden opstaande, vraagde Jesus, en zeide: Antwoord gij niets op hetgeen door dezen tegen u wordt ingebracht? Maar hij zweeg, en antwoordde niets. Wederom vraagde hem de hoogepriester, en zeide tot hem : Zijt gij de Christus, de Zoon des gezegende Gods? En Jesus sprak tot hem: Ik ben het: en gij zult den Zoon des menschen zien zitten aan de rechterhand der kracht Gods, en komen op de wolken des hemels. De hoogepriester scheurde nu zijne kleederen, en zeide : Waartoe verlangen wij nog getuigen ? Gij hebt de godslastering gehoord ; wat dunkt u ? En zij allen oordeelden hem des doods schuldig te zijn. Nu begonnen sommigen hem te spuwen, en zijn aangezicht te bedekken, en hem met vuisten te slaan, en tot hem te zeggen : Profeteer! Ook de dienaars gaven hem kaakslagen. En als Petrus beneden in het voorhof was, kwam eene van de dienstmaagden des hoogepriesters; en ais zij Petrus zag die zich warmde, zag zij hem aan en zeide: Ook gij waart bij Jesus den Nazarener, Maar hij loochende het, zeggende: Ik ken hem niet, en ik weet niet wat gij zegt. En hij ging buiten vóór het voorhof, en de haan kraaide. En zoodra de dienstmaagd hem wederom zag, begon zij tot de omstanders te zeggen : Deze is één van hen. Maar hij loochende het andermaal. En een weinig

-ocr page 97-

DINGSDAG DER GOEDE WEEK.

79

daarna zeiden zij, die daar stonden, wederom tot Petrus: Gij zijt waarlijk één van hen; want gij zijt ook een Galilaeer. Maar hij begon zich te vervloeken en te zweren: Ik ken dien mensch niet, van wien gij spreekt. En terstond kraaide de haan ten tweeden male. En Petrus werd het woord indachtig, hetwelk Jesus tot hem gesproken had : Eer de haan tweemaal zal gekraaid hebben, zult gij mij driemaal verloochenen. En hij begon te weenen. En terstond des morgens vroeg, hielden de overpriesters raad met de oudsten, en de schriftgeleerden, en den geheelen Raad, en na Jesus gebonden te hebben leidden zij hem weg, en leverden hem over aan Pilatus. En Pilatus ondervraagde hem ; Zijt gij de Koning der Joden ? Maar hij antwoordde, en sprak tot hem: G-ij zegt hot. En de overpriesters beschuldigden hem veel. Pilatus vraagde hem nu andermaal, en zeide: Antwoord gij niets ? Zie, hoe zwaar zij u beschuldigen! Doch Jesus antwoordde niets meer, zoodat Pilatus zich verwonderde. Op den feestdag nu was hij gewoon, hun éénen der gevangenen vrij te geven, wien zij ook mochten begeeren. En er was er een, Barabbas genaamd, met oproerigen gevangec, en die in het oproer eenen doodslag had begaan. En als de menigte opgekomen was, begon zij te verzoeken, dat hij zoude doen hetgeen hij altijd voor hen gedaan

-ocr page 98-

dingsdag der goede week.

80

.

had. Maar Pilatus antwoordde hun en zeide: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden vrij geve? Want hij wist dat de overpriesters hem uit nijd hadden overgeleverd. Maar de over-priesters hitsten de menigte op, dat hij hun liever Barabbas zou vrij geven. Maar Pilatus antwoordde hun wederom, en zeide tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met den Koning dei-Joden doe ? Zij schreeuwden nu andermaal: Kruisig hem ! Doch Pilatus zeide tot hen : Wat kwaad heeft hij dan gedaan ? Maar zij schreeuwden te luidor: Kruisig hem! Pilatus nu, willende het volk voldoen gaf hun Barabbas vrij, en Jesus leverde hij, met roeden gegeeseld, over om gekruisigd te worden. De krijgsknechten leiden hem nu in het voorhof van het rechthuis, roepen de gansche krijgsbende samen, doen hem een purper kleed aan, en zetten hem een doornen kroon op, die zij gevlochten hadden. En zij begonnen hem te groeten; Wees gegroet. Koning der Joden. En zij sloegen zijn hoofdniet eenen rietstok: en bespuwden hem, en neder-knielende, aanbaden zij hem. En nadat zij hem beschimpt hadden, trokken zij hem het purper kleed uit, en deden hem zijne eigene kleederen aan : en leiden hem weg, om hem te kruisigen. En zij dwongen eenen voorbijgaande, Simon van Cyrene, die van eene landhoeve kwam, den

-ocr page 99-

dings dag dee goede week.

81

vader van Alexander en van Rufus, om zijn kruis te dragen, En zij voerden hem naar de plaats Golgotha, hetwelk vertolkt is : de plaats der doodshoofden. En zij gaven hem wijn met mirre gemengd te drinken; maar hij nam dien niet. En als zij hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijne kleederen, met het lot daarover te werpen om te zien wat elke zoude nemen. Het was nu het derde uur: en zij kruisigden hem. En als oorzaak van zijne beschuldiging was geschreven : de Koning der Joden. En met hem kruisigden zij twee moordenaars : den eenen aan zijne rechter-, en den anderen aan zijne linkerzijde. En de Schrift werd vervuld, welke zegt: En hij is onder de booswichten gerekend. En die voorbijgingen lasterden hem, schudden hunne hoofden, en zeiden: Welaan, gij, die den tempel Gods afbreekt, en in drie dagen weder opbouwt, verlos u zeiven, en kom af van het kruis ! Desgelijks ook de overpriesters met de schriftgeleerden zeiden, al schimpende, tot elkander : Anderen heeft hij verlost, zich zeiven kan hij niet verlossen ; dat de Christus, de Koning van Israël, nu afkome van het kruis, opdat wij zien en gelooven ! Ook zij, die met hem gekruisigd waren, beschimpten hem. En als het zes uur was, kwam er duisternis over de ge-heele aarde, tot het negende uur. En op het

-ocr page 100-

DINGSDAG DER GOEDE WEEK.

negende uur riep Jesus met luider stem, en sprak : Eloï, Elo'i! lamma sabachtani ? hetgeen vertolkt is ; Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ? En toen sommigen van dïe daarbij stonden dit hoorden, zeiden zij : Ziet, hij roept Elias. Maar een verwijderde zich, vulde eene spons met edik, stak die op een riet, en gaf hem te drinken, zeggende: Wacht, laat ons zien, of Elias komt, om hem af te nemen. Maar Jesus riep met luider stem en gaf den geest. (Hier knielt men en houdt eenige oog'enblikken rust.) En het voorhangsel van den tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden. De hoofdman nu, die tegenover het kruis stoud, ziende, dat hij aldus roepende den geest had gegeven, zeide: Deze mensch was waarlijk Gods Zoon! En er waren ook vrouwen, die van verre stonden te zien, onder welke Maria Magdalen a was en Maria de moeder van Jacobus den jongeren en van Joseph, en Salome; welke ook, toen hij in Galilaea was, hem gevolgd waren, en hem gediend hadden; en vele anderen, welke met hem almede opgegaan waren naar Jerusalem.

Het volgende wordt op den Evangelie-toon gezongen,

en overigens geschiedt alles als boven, bladz. 48.

En als het reeds avond geworden was; want het was de dag der voorbereiding, dat is, de vóórsabbat; kwam Joseph van Arimathaea, een

82

-ocr page 101-

DINGSDAG DER GOEDE WEEK.

en aanzienlijk raadsheer, die. ook zelf het rijk Gods

?een j verwachtte, ging vrijmoedig naar Pilatus en ver-

aebt ; zocht het lichaam van Jesus. Pilatus echter was

dïe er verwonderd over, dat hij reeds gestorven was.

, hij Hij riep dan den hoofdman tot zich en vraagde

ilde | hem, of hij reeds gestorven was. En als hij het

en j van den hoofdman vernomen had, gaf hij het

ons f lichaam aan Joseph. Joseph nu, die fijn lijnwaad

.aar I gekocht had, nam het af en wond het in het

est. ? lijnwaad en legde het in een graf, hetwelk in

llst0 ' eene steenrots uitgehouwen was ; en hij wentelde een steen tegen den ingang van het graf. Offert. Ps. CXXXIX.

Bewaar mij. Heer, van de boosdoeners en verlos mij van de ongerechtigen.

STIL GEBED.

Dat deze offeranden, bidden wij Heer, ons te gereeder herstellen, daar zij met een heilzaam vasten gepaard gaan. Door onzen Heer J. C. enz.

Het andere stil gebed voor de Kerk of voor den Paus als blad 63.

Comm. Ps. LXVIII (*).

Die in de poorten zaten vielen uit tegen mij ; en die wijn dronken, zongen liederen op mij:

(') Psalm 68 is weder een van die, welke Messianische genoemd worden, omdat zij profetieën over Christus zijn.

83

dat 3e: er te en en in ?e-sm

-ocr page 102-

DINGSDAG DEB GOEDE WEEK.

ik echter richt mij gebed tot U, o Heer: 't is de tijd des welbehagens, o God, in de menigvuldigheid uwer ontferming O).

NACOMMUNIE.

Dat door uwe heiligniakende gaven, almachtige God, en onze gebreken verbeterd worden, en ons voortdurend geneesmiddelen toevloeien. Door onzen Heer J. C. enz.

De andere nacommunie voor de Kerk of voor den Pans als bladz. 64.

Menigwerf wordt deze Psalm in de boeken des Nieuwen Verbonds aangehaald. Zoo werd bijv. vs. 10: Want mij heeft de ijver vonr uw huis verteerd, op den Zalig'maker toegepast bij do uitdrijving der verkoopers uit den tempel (Joës II, 17). Ook vs. 22: Zij hebben mij gal tot spijs gegeten, en in mijn dorst hebben zij mij edik ie drinken gegeven, werd, naar aanduiding van Joës XIX, 28, 29 aan Jesus op het kruis vervuld. De geheele Psalm bevat een roerende beschrijving van Jesus' lijden : hoe Hij, met overgroote {dwaze) liefde ons beminnende, onze misdrijven op zich nam; om dier wille met spot en beschimping overladen werd; om zijn ijver voor den dienst ran God den haat des volks inoogste. Onwrikbaar nochtans is zijn vertrouwen, dat eens redding komen zal; die bidt Hij van zijnen Vader af, en over zijne vijanden de rechtmatige straf hunner boosheid.

(') De tijd is gekomen waarop gij in mij uw welbehagen neemt, u over mij ontfermt.

84

-ocr page 103-

DINGSDAG DEB GOEDE WEEK.

85

Over het volk. Laat ons bidden. Buigt uwe hoofden voor God.

GEBED.

Uwe barmhartigheid, o God, verwijdere van ons de gebreken van den ouden mensch, en make ons ontvankelijk voor de heiligheid van den nieuwe. Door onzen Heer J. C. enz.

-ocr page 104-

WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

TOELICHTING.

Als gij, beminde Lezer, de Toelichtingen, die wij bij de vorige dagen plaatsten, niet vluchtig ingezien, maar aandachtig gelezen hebt, dan zult gij iets meer dan voorheen geproefd jhebben van de verhevene schoonheid der plechtigheden, waarmede wij het geheim onzer verlossing in de Goede Week mogen vieren.

Schenkt gij nu uwe oplettendheid ook aan de Misplechtigheid van heden, dan zult gij bevinden, dat zij in waarheid een tafereel is vol majesteit.

Met een paar wonderjuist toepasselijke woorden van den Apostel kunnen wij in ééns den inhoud er van aangeven. Die woorden zijn: Wij zien Jesus om het ondergaan van den dood met heerlijkheid eneere gekroond

(Hebr. II, 9).

De Passie, de Introïtus en de beideEpis-tellessen maken te zamen een voortreffelijke schilderij uit, voorstellende het geheele droevige

-ocr page 105-

87

lijden van den Heer als hoofddenkbeeld dezer dagen, en tegelijk een drievoudige glorie, die Jesus door zijn lijden en dood verdiend heeft, het eerste voor zijne menschelijke natuur, vervolgens eene tegenover zijne vijanden, ten derde eene in zijne verlosten.

Jesus lijdt en sterft (Passie), maar langs de ladder des kruises klimt Hij, in zijn menschelijk lichaam, tot de heerlijkheid des Vaders op (Introïtus); tegen zijne vijanden vertoont Hij zijn toorn, en stort zijne gerechte wraak over hen uit (Epistel Is. LXII) ; en vreedzaam heerscht Hij, door de verdiensten van zijn bloed, in het rijk zijner Kerk, die zich op aarde steeds meer en meer uitbreidt (Epistel Is LUI).

Merken wij even in het voorbijgaan op, hoe volledig de H. Kerk hare kinderen omtrent het geheim der verlossing onderwijst, op hetzelfde uur, waarop zij hen om de vruchten dei-verlossing doet smeek en. Inderdaad: Uit ons bidden kent men ons geloof. Hoe ver-I rukkelijk schoon toch zijn inhoud en zamenstel I onzer heilige Kerkgebruiken! Wie kan ze ge-' maakt hebben, tenzij de H. Geest! In waarheid, j wie geen genoegen vindt om uit de boeken der I godgeleerden onzen H. Godsdienst te leeren, en

7

-ocr page 106-

toch van harte begeert met hem bekent te zijn: hij sla gerust een aangenamer weg in en poge iets van zijne plechtigheden te doorgronden. Alles daarin is vol zin en uitdrukking. Daarin stelt de Kerk de waarheid voor, niet in wetenschappelijke stellingen, maar in kleuren. Daarin veraanschouwelijkt zij de verhevenste geheimen, en wat verleden of toekomst betrek- i king heeft op 's menschen heil, dat steit zij ons door die plechtigheden levendig voor oogen.

Zóó boeit zij de zinnen, onderricht zij den geest, verrukt zij het hart, verteedert zij het gemoed, en bekeert zij zielen!

1. Wat een onstuimig verlangen zullen de verbitterde overpriesters en schriftgeleerden in hunnen raad hebben uitgedrukt, om toch aan Jesus de handen te slaan ! Tot aan het uur, dat de Heer zich aan hen overgaf, had dit onge-loovig en boos geslacht geen anderen wensch, dan Hem onder de diepste verguizingen te doensterven.

Treffende tegenstelling hiervan is de Introï- ■' tus: Dat in den naam van Jesus alle knie gebogen worde!

De heerlijkheid, welke de Zoon Gods van alle eeuwigheid bij den Vader had, heeft Hij door zijn lijden verdiend voor zijne menschelijke natuur. Toen Hij tot zijn Vader bad ; Ik heb

-ocr page 107-

89

het werk volbracht, hetwelk Cl ij m ij g e-geven hebt, om te doen. En nu, ver he er. lijk Gij, Vader! mij bij U zei ven met de heerlijkheid, welke ik, eer de wereld was, bij U gehad heb (Joës XVII, 4, 5), toen bad Hij voor zijne menschheid

In den naam van Jesus, dat is, in den naam, j dien Gods eeuwige Zoon ontving toen H ij mensch werd, moet alle knie gebogen worden. Als God en mensch beide is de Heer Jesus in de heerlijkheid van God den Vader, zit Hij aan de rechter hand der kracht Gods in den hooge. Gelijk in Jesus Christus de goddelijke en men-schelijke natuur vereenigd zijn in één goddelijke Persoon: zoo zijn ook de goddelijke en men-schelijke natuur in ééne goddelijke heerlijkheid gezeten. Waarom? Omdat Hij zich vernederd heeft, daarom heeft God Hem verheven (Introïtus).

2. De eerste Epistel les is een stuk van hooge dichterlijke vervoering, voorstellende den Verlosser in beurtspraak met een koor, hetwelk Hem, voortschrijdende in de volheid zijner kracht, ontmoet, op het oogenblik, dat Hij, na het leger zijner vijanden onder zijn geduchte wraak te hebben verpletterd, als uit een veldslag wederkeert.

-ocr page 108-

toch van harte begeert met hem bekent te zijn: hij sla gerust een aangenamer weg in en poge iets van zijne plechtigheden te doorgronden. Alles daarin is vol zin en uitdrukking. Daarin stelt de Kerk de waarheid voor, niet in wetenschappelijke stellingen, maar in kleuren. Daarin veraanschouwelijkt zij de verhevenste geheimen, en wat verleden of toekomst betrekking heeft op 's menschen heil, dat stelt zij ons door die plechtigheden levendig voor oogen.

Zóó boeit zij de zinnen, onderricht zij den geest, verrukt zij het hart, verteedert zij het gemoed, en bekeert zij zielen!

1. Wat een onstuimig verlangen zullen de verbitterde overpriesters en schriftgeleerden in hunnen raad hebben uitgedrukt, om toch aan Jesus de handen te slaan ! Tot aan het uur, dat de Heer zich aan hen overgaf, had dit onge-

loovig en boos geslacht geen anderen wensch, dan Hem onder de diepste verguizingen te doen sterven.

Treffende tegenstelling hiervan is de Introïtus: Dat in den naam van Jesus alle knie gebogen worde!

De heerlijkheid, welke de Zoon Gods van alle eeuwigheid bij den Vader had, heeft Hij door zijn lijden verdiend voor zijne menschel ij ke natuur. Toen Hij tot zijn Vader bad : Ik heb

-ocr page 109-

89

het werk volbracht, hetwelk Gij mij gegeven hebt, om te doen. En nu, ver heer. lijk Gij, Vader! mij bij U zei ven met de heerlijkheid, welke ik, eer de wereld was, bij U gehad heb (Joës XVII, 4, 5), toen bad Hij voor zijne menschheid

In den naam van Jesus, dat is, in den naam, dien Gods eeuwige Zoon ontving toen H ij mensch werd, moet alle knie gebogen worden. Als God en mensch beide is de Heer Jesus in de heerlijkheid van God den Vader, zit Hij aan de rechter hand der kracht Gods in den hooge. Gelijk in Jesus Christus de goddelijke en men-schelijke natuur vereenigd zijn in één goddelijke Persoon: zoo zijn ook de goddelijke en men-schelijke natuur in ééne goddelijke heerlijkheid gezeten. Waarom? Omdat Hij zich vernederd heeft, daarom heeft God Hem verheven (Introïtus).

2. De eerste E pi steil es is een stuk van hooge dichterlijke vervoering, voorstellende den Verlosser in beurtspraak met een koor, hetwelk Hem, voortschrijdende in de volheid zijner kracht, ontmoet, op het oogenblik, dat Hij, na het leger zijner vijanden onder zijn geduchte wraak te hebben verpletterd, als uit een veldslag wederkeert.

-ocr page 110-

90

Het koor.

Wie is hij, die van Eclom komt, in geverfde kleed er en vanBosra? Hij, schoon

in zijn gewaad, voortschrijdendem de

volheid zijner kracht? C1)

De Verlosser.

Ik ben het, die gerechtigheid spreek en kampvechter ben ter redding. Het koor.

Waarom dan is uw gewaad rood, en zijn uwe kleederen, als van de treders in de wijnpers?

De Verlosser.

De wijnpers heb ik alleen getreden, en uit de volken was niemand met mij.

ik heb hen vertreden in mijne verbolgenheid, en vertrapt in mijne gram-

(•) Edom met de hoofdstad Bosra, was een landstreek in de nabijheid van den berg Hor gelegen. Mozes zond gezanten tot den koning van Edom met verzoek de Israëliten door zijn rijk te laten trekken, doch de vorst verzette zich hiertegen. Hierom wordt Edom als een beeld gebruikt van al wat zich tegen God verzet.

Later werden de Idumeërs, afstammelingen der bewoners van Edom, door David verslagen en ten ondergebracht.

-ocr page 111-

91

schap, en hun bloed is op mijne kleede-ren gespat, en geheel mijn gewaad heb ik bezoedeld. Want de dag der wrake was in mijn hart, en het jaar mijner verlossing was gekomen.

Neen, niet straffeloos zouden de ondankbare Joden hunnen Messias verwerpen en verguizen. Hij leed voor het heil der wereld, maar, dat zij in verblinde woede Hem deden lijden, was tot hunne verwerping. Zijn bloed hebben zij zeiven afgeroepen over zich en hunne kinderen: en ach ! niet lang nadat de Heer ten hemel geklommen was, is Hij tegen dat schuldige volk opgestaan in zijne wraak, en heeft het verpletterd in zijne verbolgenheid.

Alle volken der aarde zullen eens zijn schrikwekkende majesteit zien, en dan zal Hij de boo-zen straffen. Van den Hemel zal Hij eens wederkomen, om de geheele wereld te oordeelen. De glorie van dat rechtersambt, ook die heeft de Heer Jesus zich verworven, omdat Hij gekomen is om de wereld te verlossen. De Vader oordeelt niemand, maar heeft alle oordeel aan denZoongegeven... en heeft hem macht gegeven, oordeel te houden, omdat hij de Zoon des rnenschenis (Joës V, 22, 27.)

Op dien dag der algemeene vergelding zal Hij

-ocr page 112-

92

schoon zijn in zijn gewaad, dat is, omkleed met goddelijken luister. Hij zal voortschrijden in de volheid zijner kracht, dat is, zij zullen den Zoon des menschen zien, komen op de wolken des hemels, met groote macht en heerlijkheid (Matth. XXIV, 30). Ook zal Hij dan het voorkomen dergenen hebben die roodgeverwd zijn door het treden van de wijnpers; dat is, Hij zal de teekenen zijns bloedigen lijdens voor zich uit doen gaan en in zijn lichaam dragen ; voorafgegaan door zijn kruis, zal Hij ten oordeel komen, zichtbaar in zijn menschelijk lichaam, waarin Hij de teekenen zijner wonden heeft behouden: zijne vijanden zullen zien wien zij doorstoken hebben (Zach. XII, 10. Joës XIX, 37).

O, bidden wij vurig met de Kerk mede, dat liever het geweten ons kastijde, clan eenmaal de vergramde Rechter, Jesus Christus: dat wij over onze afw ij kingen aanhoudend treuren, dat wij die, eer het oordeel komt, ja heden nog, verfoeien, en door het lijden van Gods eeniggeboren Zoon van alle schulden en straffen worden verlost (Gebed).

3. Nu volgt, als tweede Epistel les, dat wonderbaar treffend gedeelte uit Isaïas - Hoofdstuk LUI — hetwelk de H. Vaders noemen:

-ocr page 113-

93

het Evangelie des profeets.

Meer dan zeven honderd jaar vóór Christus' geboorte verkondigde Isaïas in Jerusalem, wat er de Verlosser eenmaal lijden zou, zóó aanschouwelijk en uitvoerig, als verhaalde hij, als ooggetuige, wat hij had zien gebeuren ; zóó gevoelvol, dat zijne lijdensbeschrijving des Heeren verteedering opwekt in het geloovig gemoed. Men zou het genoemde hoofdstuk, zegt een geleerd schriftuitlegger, tot opschrift mogen geven: Passie van onzen Heer Jesus Christus volgens Isaïas: want alle 's Heeren smarten: zijne veroordeeling, versmading, beschimping, de beide moordenaars, zijn dood en zijne begrafenis, zijne wonderbare standvastigheid, zachtmoedigheid en liefde ; de oorzaak van zijn lijden; onze zonden, die Hij op zich nam om ze uit te delgen; dat alles staat er met levendige trekken in vermeld.

Maar ook lezen wij daarin een derde glorie van Christus' lijden. Welke nog?

Van vs. 9 af: En Hij zal de Goddeloozen enz. bespreekt de Epi steil es de belooning, welke de Vader Hem gegeven heeft, omdat hij zijn leven voor de zonden (ten offer) gesteld heeft; namelijk, alle volken door geloof en genade aan zich te onderwerpen, en, door hun zijne glorie mede te deelen, eeuwig met hen te heerschen. Dewijl zijne ziel geleden

-ocr page 114-

94

heeft, daarom zal hij zien en verzadigd worden: uit den arbeid voor het heil der wereld ondernomen en het daarvoor verduurde lijden, zal Hij rijke vruchten plukken; zijn minnend hart zal verzadigd worden ; Hij zal velen rechtvaardig maken, en de Vader zal hem zeer velen ten deel geven.

En de Epistelles sluit met het schitterend liefdebetoon van Jesus, dat Hij aan het kiuis voor zijne beulen bad En ziet! biddende ver- . wierf Hij op den eigen stond hetgeen Hij zich tot glorie rekent, namelijk, dat zielen gered worden : Hij verwierf den hoofdman geloof en genade, den moordenaar het Paradijs.

O, welk eene reden van betrouwen voor ons allen, die gezondigd en kwaad voor Gods oog bedreven hebben, dat ook wij, rouwmoedig we-derkeerende, genade en vergiffenis zullen vei-werven door de verdiensten van Hem, die de ongerechtigheden van ons allen gedragen heeft!

Ja, wij mogen op Gods ontferming vast betrouwen ; en de Kerk bidt voor ons. die naar verzoening haken, dat zoet betrouwen met deze woorden af: Schenk almachtige crod, aan onze zielen dat wij vertrouwen mogen, dat Gij door den tijdelijken dood uws Zoons ons het eeuwig leven geschonken hebt (Nacomm.)

-ocr page 115-

WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

Introïtus. Philipp. II

Dat in den naam van Jesus alle knie gebogen worde van hemelingen, aardbewoners en onder-aardschen: omdat de Heer gehoorzaam is geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises, daarom is de Heer Jesus Christus in de heerlijkheid van God den Vader.

Ps. CL Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Dat in den naam van Jesus alle knie gebogen worde van hemelingen, aardbewoners en onder-aardschen: omdat de Heer gehoorzaam is geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises, daarom is de Heer Jesus Christus in de heerlijkheid van God den Vader.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën, Richt u op.

-ocr page 116-

WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

GEBED.

Geef bidden wij almachtige Gijd, dat wij, die over onze afwijkingen aanhoudend treuren, door het lijden van uw eeniggeboren Zoon worden verlost. Die met U leeft en heerscht enz.

Les uit den profeet Isaïas. H. LXIL

Dit zegt God de Heer: Zegt aan de dochter Sion: Zie, uw Verlosser komt: zie, zijn loon is met hem. AVie is hij, die van Edom komt, in geverfde kleederen van Bosra ? Hij, schoon in zijn gewaad, voortschrijdend in de volheid zijner macht. Ik ben het, die gerechtigheid spreek, en kampvechter ben ter redding. Waarom is dan uw gewaad rood, en zijn uwe kleederen als van de treders in de wijnpers ? De wijnpei's heo ik alleen getreden, en uit de volken was niemand met mij; ik heb hen vertreden in mijnen toorn, en vertrapt in mijne verbolgenheid; en hun bloed is op mijne kleederen gespat, en geheel mijn gewaad heb ik bezoedeld. Want de Jdag dei-wrake was in mijn hart, en het jaar mijner verlossing was gekomen. Ik zag rond en er was geen helper, ik zocht en er was niemand die bijstand bood; en mijn eigen arm bracht mij heil, en mijne verbolgenheid stond mij bij. En ik vertrapte de volken in mijnen toorn, en ik maakte hen dronken in mijne verbolgenheid, en

96

-ocr page 117-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK.

ik haalde hunne kracht ter aarde neder. De barmhartigheden des Heeren zal ik gedenken, des Heeren lof voor alles, wat ons de Heer onze God heeft bewezen.

Gr ad. P s. LX VIII.

Keer uw aangezicht niet af van uwen dienaar, want ik word gekweld : verhoor mij spoedig. Y Red mij, o God, want wateren zijn gekomen tot aan mijne ziel. Ik steek in het slijk dei-diepte en er is geen vaste grond.

De Heer zij met U. R- En met uwen geest.

GEBED.

God, die gewild hebt, dat uw Zoon voor ons den kruisdood onderging, om de macht des vijands van ons te verdrijven ; vergun ons, uwe dienaren, dat wij de genade der verrijzenis verwerven. Door denzelfden Heer J. C. enz.

Het andere gebed voor de Kerk of voor den Paus als bladz,60.

Les uit den profeet Isaïas. H. LUI.

97

In die dagen sprak Isaïas: Heer, wie heeft geloofd aan hetgeen wij gehoord hebben ? En aan. wien is de arm des Heeren geopenbaard O) ?

(') De Joden zouden voor 't grootst gedeelte noch door Jesus' prediking {gehoor), noch door zijne wonderen {arm des Heeren), tot het g'eloof in hem worden gebracht. Bij Joës XII, 38 en Kom. X, 13 wordt die klacht herhaald en aangetoond, hoe de voorspelling vervuld werd.

-ocr page 118-

WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

En hij schiet op (') als een rijsje voor zijn aangezicht, (3), en als een wortel uit een dorstige aarde; gedaante heeft hij noch schoonheid, en wij zagen hem, en hij had geene gedaante en wij begeerden hem den verachte en geringste der mannen, den man van smarten en die weet wat lijden is ; en als bedekt (3) was zijn gelaat, en hij was versmaad, weshalve wij hem ook niet geacht hebben. In waarheid, onze krankheden heeft hij gedragen en onze smarten op zich geladen, en wij hielden hem voor een me-laatsche, en een door God geslagene en vernederde. Hij echter werd gewond om onze ongerechtigheden, hij werd vertreden om onze misdaden ; de tuchtiging, die hij onderging bracht ons den

(') Het is den profeten zeer eigen, mi eens in den toekomstigen, dan weêr in den tegen gt;voordigen en ver-ledenen tijd hunne voorspellingen uit te drukken. Sprekende op ingeving van den Geest Gods, voor wien geen verleden of toekomst, maar eeuwig heden is, en wiens woord in eeuwigheid niet kan falen, voorspellen zij wat gebeuren zal, zien het reeds gebeuren, en verhalen het als reeds gebeurd. — Deze bemerking is ook van toepassing op de overige Lessen uit de profeten.

(2) Jesus, als kind geboren, wies op, en nam toe in wijsheid en in ouderdom, en in genade bij God en bij de menschen Luc. I, 80. II, 52.

(8) bedekt met schaamte over de schandelijke straf des kruises.

98

-ocr page 119-

WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

vreden, en door zijne striemen zijn wij genezen. Wij allen dwaalden als schapen, een ieder is op zijnen weg afgeweken ; en de Heer heeft op hem gelegd de ongerechtigheid van ons allen. Hij heeft zich aangeboden, omdat hij het zelf wilde O), hij deed zijnen mond niet open, als een schaap wordt hij ter slachtbank geleid, en als een lam voor zijnen scheerder blijft hij stom en doet hij zijnen mond niet openen. Uit verdrukking en uit gericht werd hij weggenomen, — wie zal zijn geslacht beschrijven ? (3) — want hij werd afgesneden uit het land der levenden ; om de misdaad van mijn volk heb Ik hem geslagen. En Hij zal de goddeloozen geven voor zijne begrafenis, en den rijke voor zijnen dood (3);

(') De eeuwige Zoon Gods, mensch geworden, was gewillig' om te sterven, werd zelfs geprangd om met den dooji zijns bloeds gedoopt te worden. Maar, Hij onderging den dood eerst, toen zijn uur gekomen was, en omdat Hij het wilde. Hiervan gaf Jesus een heerlijk bewijs, toen Hij in den hof van Olijven den geheelen drom zijner vijanden deed ter aarde storten, en aan het kruis, met luider stemme sprekende, den geest gaf.

(2) Uitroep van verbazing over de snoodheid van zijne tijdg-enooten die hunnen Voiiosser kruisigden.

(3J God zal den Messias voor zijne begrafenis, tot loon voor zijnen dood de goddeloozen: d. i. de heidenen, en den rijke, d. i. de door de wet en de profeten rijke Israëlieten geven.

99

-ocr page 120-

100 WOENSDAG DEH GOEDE WEEK.

dewijl hij geene ongerechtigheid gedaan heeft, noch bedrog geweest is in zijnen mond. En de Heer wilde hem verbrijzelen door lijden : als hij voor de zonden zijn leven zal ten offer gesteld hebben, zal hij een langdurig nakroost zien, en de wil des Heeren zal door zijne hand volbracht worden. Dewijl zijne ziel geleden heeft, zal hij zien en verzadigd worden; door zijne kennis zal hij, mijn gerechte dienstknecht, velen rechtvaardig maken, en hunne ongerechtigheden zal hij op zich nemen. Daarom zal Ik hem zeer velen ten deel geven, en der sterken buit zal hij deelen, wijl hij zijne ziel ter dood heeft overgeleverd, en onder de booswichten gerekend is : en hij zelf heeft veler zonden gedragen, en voor de overtreders gebeden.

T r a c t u s. P s. Cl.

Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U. quot;t- Keer uw aangezicht niet van mij af, neig uw oor tot mij, op wat dag ik gekweld word. Verhoor mij haastig op wat dag ik U aanroep. •§. Want mijne dagen vergaan gelijk rook, en irgt;ijn gebeente is sis een brandhout verdroogd A- Ik ben geslagen gelijk gras, en mijn hart is verdord, omdat ik vergeten heb mijn brood te eten. Gij, Heer, zult op-

-ocr page 121-

WOENSDAG- DEB G-OEDE WEEK. 101

staan, en U over Sion ontfermen, want de tijd om haar genadig te zijn is gekomen.

Passie van onzen Heer Jesus Christus volgens Lucas. H. XXII.

In dien tijd was het feest der ongezuurde brooden, Pascha genoemd, nabij. En de over-priesters en de schriftgeleerden zochten, hoe zij Jesus zouden dooden, maar zij vreesden het volk. Doch de satan voer in Judas, bijgenaamd Iscarioth, een van de twaalf. En hij ging heen, en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij hem aan hen zoude overleveren. En zij waren verblijd, en kwamen overeen, hem geld te geven. En hij beloofde het. En hij zocht eene gelegenheid, om hem zonder volksoploop over te leveren. De dag nu der ongezuurde brooden was gekomen, waarop het paaschlam moest geslacht worden. En hij zond Petrus en Joannes, zeggende : Gaat, en bereidt ons het paaschlam, opdat wij het eten. Doch zij zeiden; Waar wilt gij dat wij het bereiden ? En hij sprak tot hen : Ziet, als gij de stad ingaat, zal u een mensch ontmoeten, die eene kruik water draagt, volgt hem in het huis, waar hij ingaat, en zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt tot u: Waar is de eetzaal, waar ik het paaschlam met mijne leer-

-ocr page 122-

102 WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

lingen eten kan ? En hij zal u eene groote bereide eetzaal aanwijzen; en maak het daar gereed. Zij nu gingen en bevonden het gelijk hij hun gezegd had, en bereidden het paaschmaal. En als het uur gekomen was, zat hij aan, en met hem de twaalf Apostelen. En hij sprak tot hen: Met groot verlangen heb ik verlangd dit paasch-lam met u te eten, voordat ik lij de. Want ik zeg u: Ik zal het voortaan niet eten, totdat het vervuld worde in het rijk Gods. En hij nam eenen kelk, dankte en sprak : Neemt en deelt dien onder u. Want ik zeg u : Ik zal niet drinken van het gewas des wijngaards, totdat het rijk Gods zal gekomen zijn. En hij nam brood, dankte, en brak het, en gaf het hun, zeggende: Dit is mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt: doet dit tot mijne gedachtenis! Desgelijks ook den kelk, nadat hij het avondmaal had gehouden, zeggende : Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, die voor u zal vergoten worden. Doch, ziet, de hand van hem, die mij verraadt, is met mij aan tafel. En de Zoon des menschen gaat wel heen, gelijk het bepaald is; maar nochthans wee dien mensch, door wien hij zal verraden worden! En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zoude. En er ontstond ook een strijd onder hen, wie hunner de grootste scheen te

-ocr page 123-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK. 103

zijn. Hij nu sprak tot hen : De koningen dei-heidenen heerschen over hen ^1), en die over hen gezag hebben, worden weldoeners (3) geheeten. Doch gij niet alzoo ! maar die onder u de grootste is, worde als de geringste, en die overste is, als de dienaar. Want wie is grooter, die aanzit, of die dient? Is het niet hij, die aanzit? Ik echter ben midden onder u, als een die bedient. Gij nu zijt het, die bij mij zijt gebleven in mijne beproevingen. En ik beschik u het rijk, gelijk mijn Vader het mij heeft beschikt (3) dat gij aan mijne tafel eet en drinkt in mijn rijk, en op troonen zit, oordeelende de twaalf stammen van Israël. En de Heer sprak; Simon, Simon! zie, satan heeft ulieden begeerd, om u als tarwe te ziften. Maar ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet bezwijke. En gij, wanneer gij eens bekeerd zijt, versterk uwe broederen. En hij zeide tot hem; Heer! met u ben ik bereid, èn in den kerker, èn in een dood te gaan. Doch hij sprak: Ik zeg u, Petrus ! de haan zal heden niet kraaien,

(') Over hunne heidenscbe onderdanen en daarin vinden zij hun genoegen.

(2) Een eeretitel, met of zonder recht aan de vorsten gegeven.

(3) Als loon voor uwe standvastigheid beloof ik u deelgenooten te maken van mijn rijk.

8

-ocr page 124-

104 WOENSDAG- DER GOEDE WEEK

eer gij driemaal zult geloochend hebben dat gij mij kent. En hij sprak tot hen: Als ik u uitzond zonder buidel, en reiskorf, en voetzolen, heeft u wel iets ontbroken ? Zij nu zeiden: Niets. Hij dan sprak tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, neme dien, desgelijks ook een reiskorf; en die geen fzwaard) heeft, verkoope zijn kleed, en koope een zwaard! Want ik zeg u: Er moet nog dit aan mij volbracht worden, hetwelk geschreven staat: En hij is onder de booswichten gerekend. Want hetgeen mij betreft, heefb een einde 0). En zij zeiden: Heer! zie hier twee zwaarden! Doch hij sprak tot hen: Het is genoeg! En uitgaande begaf hij zich, volgens gewoonte, naar den Olijfberg; en hem volgden ook de leerlingen. En toen hij ter plaatse gekomen was, sprak hij tot hen: Bidt, opdat gij niet in bekoring komt! En zich, de verte van eenen steenworp van hen verwijderd hebbende, knielde hij neder, en bad, zeggende: Vader! Indien gij wilt, neem dezen kelk van mij : nochtans, niet mijn wil, maar de uwe geschiede! En hem verscheen een Engel van den hemel, die hem versterkte. En in doodsangst zijnde, bad hij te meer. En zijn zweet werd als bloed-

(') Loopt ten einde; gaat vervuld worden.

-ocr page 125-

WOENSDAG DER GOEDK WEEK. 105

droppelen die op aarde nedervielen. En als hij van het gebed opgestaan, en tot zijne leerlingen gekomen was, vond hij hen slapende van droefheid. En hij sprak tot hen: Wat slaapt gij ? Staat op en bidt, opdat gij niet in bekoring komt! En zie, terwijl hij nog sprak komt er eene schare; en hij die Judas heette, één van de twaalf, ging hun vooruit en naderde Jesus om hem te kussen. Maar Jesus sprak tot hem: Judas! levert gij den Zoon des menschen over met een kus? Toen zij, die om hem waren, zagen, wat er ging gebeuren, zeiden zij tot hem : Heer! willen wij met het zwaard slaan ? En een van hen sloeg den dienstknecht des hooge-priesters, en hieuw hem het rechter oor af. Doch Jesus nam het woord, en sprak: Laat het zoo ver komen t1)! En hij raakte zijn oor aan, en genas hem. En Jesus zeide tot hen die op hem afgekomen waren, de overpriesters en de hoofdmannen des tempels, en de oudsten: Zijt gij, als tegen eenen moordenaar, uitgegaan met zwaarden en stokken ? Toen ik dagelijks met u in den tempel was hebt gij de handen niet tegen mij uitgestoken; maar dit is uw uur, en de macht der duisternis C1). Zij nu namen hem ge-

(') Dat zij mij gevangen nemen.

-ocr page 126-

106 WOENSDAG- DEE GOEDE WEEK.

vangen, en leidden hem weg naar het huis des hoogepriesters En Petrus volgde van verre. En als zij in het midden des vöorhofs vuur ontstoken hadden, en daaromheen zaten, was Petrus onder hen. Eene dienstmaagd nu, hem bij de vlam ziende zitten, staarde hem aan en zeide : Ook deze was met hem. Maar hij verloochende hem, zeggende : Yrouw ! ik ken hem niet. En een weinig daarna zag hem een ander, en zeide: Gij zijt ook een van hen. Maar Petrus zeide; O mensch! dat ben ik niet. En na verloop van ongeveer een uur, verzekerde het een ander zeggende ; Waarlijk, ook deze was met hem, want hij is ook een Galilaeër. Maar Petrus zeide: Mensch! ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, terwijl hij nog sprak, kraaide de haan. En de Heer, zich omkeerende, zag Petrus aan. En Petrus werd het woord des Heeren indachtig, hoe hij gezegd had: Eer de haan zal kraaien, zult gij mij driemaal verloochenen,. En Petrus ging naar buiten, en weende bitterlijk. De mannen nu, die hem in bewaring hielden, beschimpten en sloegen hem ; en zij blinddoekten hem, en sloegen hem op het aangezicht, en vraagden hem, zeggende; Profeteer, wie is het.

(') De macht van satan, wiens werktuigen gij zijt.

-ocr page 127-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK. 107

3 des I die u geslagen heeft ? En vele andere dingen . En I zeiden zij, al lasterende, tegen hem. Als het nu .tsto- i dag geworden was, vergaderden de oudsten des ?trus 1 volks en de overpriesters en de schriftgeleerden, ij de fi en brachten hem in hunne vergadering, en zei-iide : S den : Indien gij de Christus zijt, zeg het ons! rloo- i En hij sprak tot hen: Indien ik het u zeg, zult hem I gij mij niet gelooven ; en indien ik u ook ondereen r vraag, zult gij mij niet antwoorden, noch mij aen. ' loslaten. Maar van nu aan zal de Zoon des ik menschen gezeten zijn aan de rechterhand delger- kracht Gods. Toen zeiden allen : Zijt gij dan ook Gods Zoon ? Hij sprak: Gij zegt dat ik het 3ër. ! ben ! i1) Zij nu zeiden : Waartoe behoeven wij vat i nog getuigenis ? Want wij zeiven hebben het ide t uit zijnen mond gehoord. En de gansche menigte Pe- I van hen stond op, en leidde hem naar Pilatus. •en | En zij begonnen hem te beschuldigen, zeggende : sal I Wij hebben bevonden dat deze ons volk verleidt, En 1 en verbiedt den keizer schatten te geven en ik. i zegt, dat hij Christus de Koning is. Pilatus nu n, I vraagde hem, zeggende: Zijt gij de Koning der 3n Joden? En hij antwoordde, en sprak : Gij zegt )n | het! En Pilatus zeide tot de overpriesters en de t5 1 scharen : Ik vind geene schuld in dezen mensch.

I Zij echter hielden aan, zeggende: Hij ruit het

(') Het is gelijk gij zegt.

-ocr page 128-

108 WOENSDAG DER GOEDE WEEK.

volk op, leerende door geheel Judaea, van Galilaea aangevangen hebbende, tot hier toe. Als Pilatus nu van Galilaea hoorde, vraagde hij of die mensch een G-alilaëer was ? En als hij vernam, dat hij uit het gebied van Herodes was, zond hij hem naar Herodes, die ook zelf in die dagen te Jerusalem was. En als Herodus Jesus zag, was hij zeer verheugd; want sedert langen tijd was hij begeerig, hem te zien, omdat hij veel van hem gehoord had, en hoopte eenig wonderteeken te zien door hem verricht. En hij ondervraagde hem met vele woorden. Doch hij antwoordde hem niets. De overpriesters echter en schriftgeleerden stonden hem aanhoudend te beschuldigen. Herodes echter, met zijne soldaten, verachtte hem ; en na hem beschimpt en een wit kleed aangedaan te hebben, zond hij hem naar Pilatus terug. En op denzelfden dag werden Herodes en Pilatus vrienden; want te voren waren zij elkander vijandig. Pilatus nu riep de overpriesters, en de oversten, en het volk bijeen, en zeide tot hen: Gij hebt dezen mensch tot mij gebracht, als een die het volk verleid, en ziet, ik heb hem in uwe tegenwoordigheid ondervraagd, en in dezen mensch geen grond tot veroordeeling gevonden uit hetgeen, waarvan gij hem beschuldigt. Maar ook Herodes niet; want ik heb u tot hem verwezen : en ziet, er is niets door hem 'oedre-

-ocr page 129-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK.

109

'ilaea latus nsch t hij hem eru- | hij hij lem te era

ven dat den dood verdient. Ik zal hem dan kastijden, en loslaten. Hij nu was verplicht, hun op het feest éénen los te laten. Maar de geheele schare riep tegelijk, zeggende : Maak dezen van kant, en laat ons Barabbas los! Eenen, die om een oproer in de stad voorgevallen en om eenen doodslag, in de gevangenis geworpen was. Pilatus nu, sprak hun andermaal toe daar hij Jezus wilde loslaten. Doch zij overschreeuwden hem, zeggende : Kruisig, kruisig hem ! En hij zeide tot hen voor de derde maal: Wat kwaad heeft deze dan toch gedaan ? Ik vind in hem geene reden tot doodstraf: ik zal hem dus kastijden en loslaten. Maar zij hielden aan met luide kreten en eischten dat hij gekruisigd zoude worden; en hunne kreten werden geweldiger. Pilatus dan oordeelde dat hun eisch geschieden zoude: en hij liet hun dengenen los dien zij verlangden, die om doodslag en oproer in de gevangenis was geworpen, maar Jesus gaf hij over aan hunnen wil. Sn terwijl zij hem wegleidden, grepen zij een zekeren Simon van Cyrene, die van eene landhoeve kwam, en legden hem het kruis op, om het achter Jesus te dragen. En hem volgde eene groote schare van het volk, ook van vrouwen, welke hem beklaagden en beweenden. Doch Jesus keerde zich tot haar en zeide: Dochters van Jerusalem ! weent niet over mij, maar weent

H

-ocr page 130-

woensdag der goede week.

110

over u zeiven, en over uwe kinderen ! Want ziet, er zullen dagen komen waarin men zeggen zal: Gelukkig de on vruchtbar en, en de schooten die niet gebaard, en de borsten die niet gezoogd hebben! Alsdan zal men tot de bergen beginnen te zeggen : Valt op ons ! en tot de heuvelen: Bedekt ons! Want indien zij dit aan het groene hout doen, wat zal aan het dorre geschieden ? En er werden ook twee anderen, misdadigers, met hem weggeleid om gedood te worden. En nadat zij op de plaats gekomen waren, die Cal-varië genoemd wordt, kruisigden zij hem aldaar, en de moordenaars, den één aan de rechter en den anderen aan de linker zijde. En Jesus sprak: Vader! vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen. En zij verdeelden zijne kleederen, en wierpen er het lot over. En het volk stond het aan te zien; en met het volk beschimpten hem de oversten, zeggende : Anderen heeft hij verlost; hij verlosse zich zeiven, indien hij de Christus, Gods uitverkorene is! Ook beschimpten hem de krijgsknechten, hem naderende, en edik aanbiedende, en zeggende: Indien gij de Koning der Joden zijt, verlos u zeiven! Er was namelijk een opschrift boven hem geschreven met Grieksche, Latijnsche en Hebreeuwsche letters : Deze is de koning der Joden. En een van de moordenaars die daar

-ocr page 131-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK. Ill

Want I hingen, lasterde hem, zeggende: Indien gij de 3ggen I Christus zijt, verlos n zeiven en ons! Doch de )oten f andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: :oogd 1 Vreest ook gij God niet, daar gij dezelfde straf anen | ondergaat ? En wij wel terecht; want wij ontken ; | vangen loon naar werken ; maar deze heeft niets Dene g kwaads gedaan. En hij zeide tot Jesus : Heer! en ? i gedenk mijner, als gij in uw rijk zult komen, 'ers, f En Jesus sprak tot hem : Voorwaar, ik zeg u : En 1 Heden zult gij met mij in het Paradijs zijn. Het Jal- was uu ongeveer het zesde uur; en er kwam iar, : eene duisternis over de geheele aarde, tot het ter ■ negende uur toe. En de zon werd verduisterd, 3us J en het voorhangsel van den tempel scheurde I door midden. En met luider stem roepende, ne I zeide Jesus: Vader ! in uwe handen beveel ik | mijnen geest! En dit zeggende, gaf hij den geest, et | (Hier knielt en houdt men eenige oogcnblikken rust), n- | Als nu de hoofdman zag, wat er geschied was, ;h | verheerlijkte hij God en zeide; Waarlijk, deze ie | mensch was rechtvaardig! En de geheele schare 3, | van hen, die bij dit schouwspel tegenwoordig waren en zagen wat er gebeurd was, keerde a ; weder, terwijl zij op hunne borsten sloegen. En i J alle zijne bekenden, en de vrouwen, welke hem i I van Galilaea gevolgd waren, stonden van verre, ; f en zagen dit.

Het volgende wordt op den Evangelietoon gezongen,

-ocr page 132-

112 WOENSDAG DEfi GOEDE WEEK.

en overigens geschiedt alles, als op Palmzondag, bladz 80.

En ziet, er was een man, met name Joseph, die een raadsheer was, een goed en rechtvaardig man, (deze had niet ingestemd in hunnen raad en hunne daden,) van Arimathaea, eene stad uit Judaea, die ook zelf het rijk Gods verwachtte. Deze kwam tot Pilatus en verzocht het lichaam van Jesus; en het afgenomen hebbende, wikkelde hij het in fijn lijnwaad, en legde hem in een uitgehouwen graf, waarin nog nooit iemand gelegd was.

Offert. P s. CL

Heer ! verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U : keer uw aangezicht niet van mij af.

STIL GEBED.

Ontvang, bidden wij U, Heer, de offergave, en gewaardig U te bewerken, dat wij door onze godvruchtige aandoeningen verkrijgen, wat wij door het lijdensgeheim van uwen Zoon, onze Heer verrichten. Door denzelfden Heer Jesus Christus enz.

Het ander stil gebed voor de Kerk of voor den

Paus, als bladz. 63.

Com m. P s. CL

Mijn drank heb ik met tranen gemengd, want Gij naamt mij op en stortte mij neder, en ik

-ocr page 133-

WOENSDAG DEE GOEDE WEEK.

verder gelijk gras : Gij echter, Heer, blijft in eeuwigheid ; Gij zult opstaan, en U over Sion ontfermen, want de tijd om haar genadig te zijn is gekomen.

NACOMMÜNIE.

Schenk, almachtige God, aan onze zielen het vertrouwen, dat Gij, door den tijdelijken dood uws Zoons, waarop de vereerenswaardige geheimen wijzen, ons .het eeuwig leven geschonken hebt. Door denzelfden Heer J. C. enz.

De andere nacommunie voor de Kerk of voor den Paus als bladz. 64.

Over het volk. Laat ons bidden.

Buigt uwe hoofden voor God.

GEBED.

Zie neder, bidden wij U, Heer, op deze uwe dienaren, voor wie onze Heer Jesus Christus niet geaarzeld heeft in de handen der boosdoeners te worden overgeleverd en de marteling des kruises te ondergaan. Die met U leeft en heerscht, enz.

113

idz 80,

seph, ardig raad d uit itte. aaii] vik-i in

md | ■

ne

-ocr page 134-

WITTE DONDERDAG.

TOELICHTING.

Het voorwerp onzer godsdienstige viering op Witten Donderdag is het zoet geheim der Eucharistie, door den Zaligmaker, den avond vóór zijn lijden, in het laatste Avondmaal ingesteld.

Laat ons met heilig ontzag voor het grootste aller wonderen des Heeren, en met dankbaar gevoel voor dit allerdierbaarst Liefdegeschenk aan de hand der H. Kerkvergadering van Trente pogen uiteen te zetten, wat de Heer Jesus op dien avond heeft verricht. Het zij ons geoorloofd, ook door den dichtgloed van Neêrlands vromen dichter, die in zij ne Altaargeheimenissen zoo teeder-verheven het Altaargeheim heeft bezongen, eenigen lichtglans te verspreiden over dezen feestelijken avond en somberen lijdensnacht : wellicht, dat het bezielde woord zijner poëzij onze harten vermag te ontsteken in vuriger liefde tot het H. Sakrament.

-ocr page 135-

115

Het Christus voorbeduidend paaschlam werd op den tienden dag der maand wel ingehaald ; maar dit was slechts het begin van de veel grootere feestelijkheid. waarmede het, na vier dagen, door geheel de menigte van Israels kinderen geslacht en gegeten werd.

Die vier dagen zijn nu voorbij ; de veertiende dag der maand (Nisan), ook de eerste dag-der ongezuurde brood en genoemd, waarop het Paaschfeest aanving, is daar : na zonsondergang wordt, volgens Gods voorschrift, in gansch Jerusalem, in elk gezin, de paaschdisch aangerecht en door de feestvierende omringd, ter herdenking, hoe het volk van Israël, in den nacht dat het uit Egypte trok, om het bloed des lams door den verderf-engel was gespaard en vrijgemaakt uit eene slaafsche dienstbaarheid.

Dit alles wees op Jesus, het Lam, dat wegneemt de zonden der wereld. Heden is het de nacht, waarin Hij lijden ging, om ons door zijn bloed uit de slavernij der zonde te verlossen.

Jesus wilde, zooals Hij telken jare gedaan had, het joodsche paaschmaal vieren, en zond nu twee zijner leerlingen naar de stad, om het Hem te bereiden. En, zij deden dit zooals Hij hun bevolen had, in eene groote weltoebereide eetzaal.

-ocr page 136-

116

Dat de Meester deze keer voor de viering van het paaschmaal eene bijzondere zaal aanwees, en zijne vurige begeerte naar deze viering, in deze woorden door Hem uitgedrukt: met groot verlangen heb ik verlangd dit paaschlam met u te eten, eer ik lij de (Luc. XXII, 15), doen verwachten, dat aan dit avondmaal iets geheel bijzonders zal plaats grijpen.

Zóó is het. Jesus verlangde de belofte te vervullen, die Hij een jaar te voren, ook omstreeks den tijd van Paschen, had gedaan: dat Hij namelijk zijn eigen Vleesch en Bloed tot spijs en drank zou geven (Joës VI). Vurig begeerde Hij het voorafbeeldend paaschfeest der oude Wet door het voorafgebeelde der nieuwe Wet Le vervangen en het wondervol geheim zijner eemvige liefde tot de zijnen in te stellen, waarin Hij, hoewel door den dood van hen gescheiden, immer en inniger met hen zou blijven.

Terwijl zij aten nam Jesus het brood, en zegende en brak het, en gaf het aan zijne leerlingen, zeggende: Neemt, en eet: dit is mijn lichaam [hetwelk voor u gegeven wordt; (Luc. XXH, 19)]. Hij nam ook den kelk, en dankte, en gaf hun denzelven, zeggende: Drinkt hieruit, allen! Want dit is mijn bloed des Nieu-

-ocr page 137-

117

wen Verbonds, hetwelk voor velen zal | vergoten worden, tot vergiffenis der zonden (Matth. XXYI, 26-28). Doet dit tot mijne gedachtenis (Luc. XXII, 19). s Wat de Heer, aldus doende en sprekende, 1 verrichtte, is :

I 1. Toen, in het laatste Avondmaal, droeg de ' Heer Jesus, onder de gedaante van brood en wijn, zijn eigen Lichaam en Bloed aan God zijn hemelschen Vader op tot een ware en eigenlijke | offerande.

I 2. Toen gaf Hij zijn eigen Lichaam en Bloed, f onder de gedaanten van brood en wijn, aan zijne 1 leerlingen te eten en te drinken.

3. Opdat die offerande, door alle geslachten heen, in zijne Kerk zou worden opgedragen, en zijn Vleesch en Bloed den geloovigen, ten allen tijde, tot zielevoedsel zou zijn, sprak Hij : Doet dit tot mijne gedachtenis; en aldus heeft Hij, tegelijk met het Offer des Nieuwen Verbonds, ook het priesterschap des Nieuwen Verbonds ingesteld.

Dit is het nieuwe pascha, wat, bij de viering van het oude, voor dit oude in de plaats werd gesteld.

Maar zooveel de verlossing der gansche wereld uit de slavernij der zonde meer is, als de bevrijding der kinderen Israels uit Egypte : zooveel

-ocr page 138-

118

is ook hec pascha, waarmede wij de eeuwige verlossing door Christus bewerkt vieren, voortreffelijker als het pascha der oude Wet.

Het bloote beeld gaat schuil voor 't ware Wezen;

De schaduw voor Gods eigen lijf en bloed;

Beloftenis voor 't lang beloofde goed:

Het naakte merk en teeken voor 't betoekend';

De nacht voor 't licht: het hemelsch vier, ontstekend'

Verteerende 't altaarvee, versch geslacht,

Voor 't werkend woord: 't welk zegenrijk van kracht.

De weite en wijn verslindt, op 's Priesters bede.

Door 't woord desWoords; u leverende in stede

Van akkervrucht en wijngaard (*),

het ware Vleesch en Bloed van onzen Verlosser Jesus Christus. Hij zelf is waarlijk, wezenlijk, zelfstandig, persoonlijk, geheel, in het aanbiddelijk Altaargeheim, onder de gedaanten van brood en wijn, tegenwoordig. Na de consecratie, waardoor het brood en de wijn veranderd worden in het Lichaam en Bloed des Heeren, blijven de gedaanten alleen van brood en wijn voortduren.

Zoo veel vermag de zegening van 't Woord,

Dat alles schiep, en bracht de wereld voort.

Ja zonder stof. Wat zou dan God beletten Hier akker vrucht en wijnrank om te zetten ?

Wat zeidt hij ? Dit ' s m ij n lichaam, dit is m ij n

bloed (**).

(*) J. v. d. Vondel. Altaargeheimenissen, oe boek Offerande.

(♦*) Dezelfde, t. a. p.

-ocr page 139-

WITTE DONDERDAG.

En, als had de Heer, toen Hij zoo duidelijk zeide; Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed, nog niet duidelijk genoeg gesproken, voegde Hij er bij; hetwelk voor u gegeven wordt, hetwelk voor velen zal vergoten worden (Gr. vergoten wordt). Zou de Heer niet weldra zijn waar en wezenlijk lichaam in den dood geven, en zijn waar en wezenlijk bloed op het kruis vergieten ? Welnu, dat lichaam, hetwelk zou overgeleverd worden, en dat bloed, hetwelk zou vergoten worden, dat, datzelfde, verklaart Jesus, is hier, is spijs en drank: Neemt en eet. Drinkt hieruit, allen! Inderdaad,

Gods woorden staan gespelt met letterstarren. En klaar en vast. Wie kan Gods taal verwarren ? Wat Babel schaakt u 't wezenlijke pant,

En steekt, voor 't lijf, n teekens in de hand En 't looze merk, in stee van bloed en spieren, Waarmede u 't Lam zijn Paaschfeest leerde vieren (1).

Bij 't paaschfeest der Joden werd het lam door middel van slachting ter nuttiging toebereid : 't geslachte offer werd gegeten.

En ook alvorens de Heer Jesus in het laatste Avondmaal zijn Lichaam en Bloed te eten en te drinken gaf, droeg Hij zijn Lichaam en Bloed,

1

119

1

J. v. d. Vondel, Altaargeheimenissen. Ie boek. Offerspijze

9

-ocr page 140-

WITTE DONDERDAG.

onder de gedaanten van brood en wijn, aan G-od zijn hemelschen Vader tot een ware en eigenlijke offerande op. Want, ofschoon Hij zich zeiven éénmaal op het altaar des kruises, door te sterven,. aan G-od den Vader zou opdragen, om hierdoor eene eeuwige verlossing te bewerken, zou toch zijn priesterschap met zijn dood geen einde nemen. Immers, David had voorspeld dat de Zaligmaker Priester in eeuwigheid zou zijn, en zulks volgens de orde van Mel-chisedech (Ps. CIX.)Melchisedechnu, p riester van den allerhoogsten God, offerde brood en wijn. Christus moest dus, om de profetie te vervullen, en aan te toonen dat Hij de Priester volgens de orde van Melchisedech was, een offer opdragen, waartoe Hij zich van brood en wijn bediende. Dit deed de Heer in het laatste Avondmaal.

Hij offert zich ten offerdrank en spijs,

In schijn van woite en wijnstok ; eerst onbloedig

Daarna bebloed, en lijdzaam en langmoedig',

En tastelijk en zichtbaar aan 't altaar

Van 't Heidensch Kruis, met zuchten en misbaar.

Dit Offer nam een einde met zijn leven;

Maar 't ander slag van offren is gebleven

120

Eeuw in eeuw uit, na zijn verrijzenis (1).

1

J.v.d. Vondel. Altaargeheimenissen. 3e boek. Offerande.

-ocr page 141-

WITTE DONDERDAG.

Gelijk het paaschlam voor de eerste maal geslacht en tot spijs bereid werd, onmiddellijk vóórdat de Joden uit de harde slavernij der Egyptenaren werden verlost: evenzoo gaf Jesus, ons Paaschlam, zich tot offerande en offerspijs des avonds vóór zijn 1 ij den, in den nacht, waarin hij verraden werd.

En gelijk telken jare, nadat de kinderen van Israël uit Egypte waren verlost, een lam moest geofferd en gegeten worden, ter gedachtenis aan die bevrijding: zoo wordt ons Offerlam, Jesus Christus, voortdurend opgedragen en genuttigd, ter gedachtenis, dat Hij ons door zijn dood uit de boeien van satan heeft verlost.

AVant toen de Heer tot zijne leerlingen sprak: Doet dit tot mijne gedachtenis, gaf Hij, hen aanstellende tot priesters des Nieuwen Verbonds, hun en hunne opvolgers in het priesterschap deze macht en dezen last, om, onder dezelfde zichtbare teekenen van brood en wijn. Hem zeiven op te offeren, ter gedachtenis aan zijn overgang uit deze wereld tot den Vader, wanneer hij ons door 't vergieten van zijn bloed verlost, uit de macht der duisternis gered en tot zijn rijk had overgebracht.

Aldus schonk de Heer Jesus in het laatste Avondmaal aan zijne Kerk als nieuw pascha de onbloedige offerande, H. Mis genoemd, welke

121

-ocr page 142-

witte donderdag.

de profeet Malachias (I, 10-14) allerduidelijkst voorspelde als

de eenige, alvervangende offerande der Nieuwe

Wet;

Eén offergift beschaamt alle offergaven;

Één offerlam al 't vee, dat loeit en blaat; Één offerkelk al 't plengen, zonder maat (•). De zuivere, G-ode behagelijke offerande, waarin 's Vaders welbeminde Zoon zelf de 'offergave is, gelijk Hij die was op liet bloedige kruis -slechts met verschil in de wijze van offering — en waarin Hij zelf, hoewel door de bediening des priesters opgedragen, de eerste en voornaamste Offeraar is;

de offerande, die op alle plaatsen, van den opgang der zon tot den ondergang en ten allen

tijde wordt opgedragen;

De Godsdienst, eer zoo nau en eng besloten Gaat weiden, als de zeerijke Oceaan;

En kent geen kust, daar niet zijn outers staan. Ook duurt nu 't feest, niet eenmaal zeven dagen Maar 't gansche jaar, en volgt den zonnewagen In Jesus naam, die, galmende overal De lucht beweegt te zeegnen berg en dal En zee en stroom, van waar gebeden steigren Naar God; te rijk, te mild om nu te weigren 't Beloofde heil, op des aanbidders stem. Al 't aardrijk door is nu Jerusalem (1);

122

1

Dezelfde, t. a. p.

-ocr page 143-

WITTE DONDERDAG.

de offerande aan God, aan niemand anders dan aan God opgedragen, opdat Hij, wiens naam groot is onder de volken, in zijne oppermajesteit worde gehuldigd, opdat het bloedige Offer des kruises ten eeuwigen dage niet slechts herdacht, maar op onbloedige wijze vernieuwd en daarvan de onuitputtelijke vrucht over geheel de Kerk toegepast worde.

Door de onbloedige offerande der Mis, een wezenlijk lof- en zoen- en dank- en smeekoffer,

wordt de tol van eere God betaald;

Gezoend de straf op 's misdaads hals gehaald;

Gedankt voor 't goed door 't Kruis ons aangestorven: En al de Kerk genade en heil verworven.

........des werelds ingezeten

Wordt aan 't altaar Gods weldaad toegemeten ; 's Gestorvens ziel door d' outerbee verkoeld,

Verkwikt, verbeên, o-een' kleinen troost gevoelt: In 's hemels top, op d' aarde en onder d' aarde Blijkt 's offerhands onschatbre dierte en waarde (1).

123

Gelijk de Jood in zijn paaschmaalviering aan het voorschrift van God en van Mozes gehoorzaam was, zoo moeten wij gehoorzamen aan 't bevel des Heeren : N e e m t e n e e t, en aan het nader aandringend gebod der Kerk: G ij zult nuttigen omtrent Paschen het

1

J. v. d. Vondel. Altaargeheimenissen. 3e boek. Offerande.

-ocr page 144-

124 WITTE DONDERDAG.

Lichaam des Heeren; of, door heilige aandrift van liefde tot Jesns ontgloeid, meermalen dan het gebod oplegt het aanbiddelijk Vleesch en Bloed des Heeren eten. In dezelfde figuur toch des paaschlams vinden wij, met het Offer, ook de Communie vóórbeteekend en de ziels-gesteltenissen uitgedrukt, waarmede wij moeten naderen tot den maaltijd van het Lam.

Gelijk het paaschlam door de Joden werd gegeten, zoo wordt Christus' Lichaam genuttigd door de Christenen,

Het lam werd gegeten door de Joden alleen en slechts binnen Jerusalem; het Lichaam en Bloed des Heeren wordt genuttigd alleen door de gedoopten, en slechts in de Kerk des Zaligmakers.

Evenals het lam gegeten werd met onge-zuurdebroodenen wilde (bittere) lat uw: zoo mogen wij van 's Heeren tafel niet eten, dan met zuiverheid vanzielendoefheid over onze zonden.

Het hoofd, de schenkels, alles werd van het lam gegeten : in het Altaarsakrament ontvangen ^ wij den Zaligmaker met Godheid en menschheid, met vleesch en bloed, met ziel en lichaam: w ij ontvangen Jesus geheel en al.

En de Joden aten met omgorde lendenen, met schoenen aan de voeten, stokken in de hand.

-ocr page 145-

WITTE DONDERDAG.

als reizigers, daar zij moesten uittrekken naar het land van belofte: en wij ontvangen onzen God en Heer, tijdens dit aardsche leven, wat een pelgrimstocht is, ten einde behouden te kunnen voortreizen naar het hemelsch vaderland.

Moge Jesus, die zich in de H. Communie geheel aan ons wegschenkt, Hij de alwetende en heilige God, immer de vereischte reinheid van geweten in ons vinden! De gave is wel dezelfde en geheel hemelsch, maar haar uitwerksel in een zuivere ziel is oneindig verschillend van wat zij te weeg brengt in eene ziel, besmeurd met groote zonden. Één en hetzelfde hemellicht bestraalt, wel alle voorwerpen, maar niet met hetzelfde gevolg.

Een zelve zon, zich nimmer ongelijk

Smelt sneeuw en was, verhardt de klei en 't slijk. (1)

Als goeden en kwaden het hoogheilig Sakra-ment nuttigen, ontvangen de laatsten tot hun verderf, wat tot eeuwig heil van allen is ingesteld.

125

Hierover onderricht de Epi steil es, die uit Paulus' eersten brief tot de Corinthers wordt gelezen. Hierin vermaant de Apostel met aandrang, dat een ieder door voorafgaand onderzoek

1

J. v. d. Vondel. Altaargeheimenissen. 2e boek. Offereere.

-ocr page 146-

126 WITTE DONDERDAG.

zijns gewetens zich beproeven zal, of hij waar dig is het Lichaam des Heeren te ontvangen Al wie, zoo verkondigt Paulus, onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zich een oordeel, de veroordeeling voor de gansche eeuwigheid.

En zinnebeeldig duidde Jesus zelf aan, dat de disch zijns Lichaams enkel is voor zuiveren en gezuiverden naar de ziel. Toen Hij het paasch lam der Oude Wet met de zijnen had gegeten, heeft Hij toen terstond daarna hun zijn aanbiddelijk Lichaam en Bloed toegereikt ? Neen; maar als het avondmaal (der Oude Wet) gedaan was, is Hij opgestaan van tafel en heeft de voeten zijner leerlingen gewasschen (Evangelie). En toch, de leerlingen, zeide de Heer, waren rein : één slechts niet, maar die zou, ook door de voetwassching, naar de ziel niet rein worden. Maar Jesus, het verhevenst voorbeeld van ootmoedigheid gevende, wilde allen toonen,

hoe rein zijn hand de ziel moet wisschen,

Eer zij ontfang' zijn dischgeheimenissen (1).

O wat hemelzoet genot, wat gewin, rein van ziel te naderen tot den heiligen maaltijd, waaraan Gristus genuttigd wordt! Daarbij wordt niet slechts de gedachtenis van 's Heeren lijden ge-

1

J. v. d. Vondel. Altaargeheimenissen. 2e boek. Offereere.

-ocr page 147-

WITTE DONDERDAG.

vierd, maar worden ook de vruchten zijns lijdens genoten.

Zoo menigmaal den Kristen Offerspijs Wordt toegereikt, geniet zijn ziel den prijs Van zoo veel heils, als Christus, uit den hoogen Verschijnende, en van 't Kruis om hoog getogen, Om laag verdiende, en nog om hoog verbidt Daar hij gekroond aan 's vaders zijde zit. (1)

De reine ziel wordt er met genaden vervuld ; de voorsmaak, het onderpand der eeuwige zaligheid, ja alles wordt haar met Jesus zei ven geschonken.

Hier bloeit de boom des levens dag en dag.

Hier rust de ziel van 't ijdele bejag.

Hier toomt de geest het vleescli zijn dartelheden.

Hier antwoordt God op zuchten en gebeden.

Hier wischt hij af de tranen in der nood.

Hier leeft het hart in troost, hier sterft de dood.

Hier geeft u God den voorsmaak van 't onsterflijk Ook van zich zelf, door 't offeren verwerflijk (2).

En zelfs het lichaam, het broze, sterfelijke vleesch is van het heilgenot niet uitgesloten. Het ontvangt door de H. Communie de kiem der zalige onsterfelijkheid, de vatbaarheid om verheerlijkt uit het graf te verrijzen. Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, heeft

127

1

Dezelfde, t. a. p. Ie boek. Offerspijze.

2

J. v.d. Vondel. Altaargeheimenissen.3eboek.Offerande.

-ocr page 148-

WITTE DONDERDAG-.

het eeuwige leven, spreekt de Heer, en ik zal hem ten jongsten dage opwekken (Joës VI, 55). Het Lichaam en Bloed des Heeren.

Dit onbederfzaam zaad, Bewaart het lijk, hoewel het lijk vergaat Voor eene wijl. Door kracht der Offerspijzen, Een eeuwig zaad, zal 't lichaam weêr verrijzen;

Niet krank noch zwak, maar heerlijk, met den straal Van licht omgord: gelouterd allemaal Van sterflijkheid, van ziekte, ellende en smetten, Die d' oog'en God in 't licht te zien beletten (♦).

128

Is het wonder, dat de H. Kerk, de Bruid, vreugde toont over zulk bezit van haren godde-lijken Bruidegom ? Dat zij op den dag der instelling van het aanbiddelijk Altaarsakrament een feestelijk gevoel ontboezemt, hare smartkreten over het lijden des Verlossers een oogenblik onderbreekt ? Zij verwisselt het, reeds dagen achtereen gedragen, paarse treurkleed tegen witte gewaden, de kleur, bij de feestelijke plechtigheden gebruikt. Ook is het kruis met een witten sluier omhuld. Een altaar of kapel, waar het H. Sakrament in processie zal worden heen gedragen en tot morgen bewaard, is sierlijk getooid en met waskaarsen verlicht, opdat wij de

-ocr page 149-

WITTE DONDERDAG.

versierde opperzaal, waar dit zielverkwikkend Geheim werd ingesteld, voor den geest zouden hebben. Blijde heft de Kerk het gezang: Gloria in exelcis Deo aan, waarbij de kerk-en altaar-klokken worden geluid, om met de zuchten van ons aangedaan gemoed ééne krachtige stem te vormen, die roept: Geloofd, aanbeden en gedankt zij Jesus Christus in het aanbid del ij k Sakrament des Altaars. Amen.

Weldra nochtans komt het smartgevoel weer boven. Orgel en klokken zwijgen, totdat op Paaschzaterdag de blijde mare der verrijzenis wordt gehoord. Onder uitdrukkingen van weemoed in gebeden en behandelingen worden de plech-heden voleind, waarna van de altaren — zinnebeelden van Christus — alle sieraden worden weggenomen om voor te stellen, hoe aan den Zoon Gods in zijn lijden geen gedaante of schoonheid was te zien. Wij zouden evenwel maar ten halve den geest achterhalen, die in den Mis-plechtigheid uitstraalt, wanneer wij het enkel als opwelling van smartgevoel aanzagen, dat meer dan ééns herinnerd wordt aan het kruis, den kruisberg, den kruisdood. De ware reden is; dat de Kerk, ons voorhoudend wat aan het H. Avondmaal is geschied, niet wil vergeten hebben, dat de Mis-offerande één en dezelfde offerande is als het bloedige Offer des kruises, slechts

129

-ocr page 150-

WITTE DONDERDAG.

naar de wijze van opdracht daarvan verschillende, en dat wij in Mis en Communie den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij komt. Van daar vangt de Kerk heden, dat is, op den vierdag desH.Avondmaals, den Introïtus aan: Wij nu behooren te roemen op het kruis van Christus. Van daar plaatst zij in het Gebed dat volgt. Judas en den moordenaar bijeen, den schuldige namelijk aan het Avondmaal bij den boeteling naast het kruis des Heeren. Van daar dat zij, als de Apostel over instelling en viering van 's Heeren Avondmaal heeft gesproken, in het G r a d u a a 1 herinnert: Christus is voor ons gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruis es.

Op dezen dag draagt slechts één priester, ook daar, waar meer dan één aan eene kerk zijn verbonden, de heilige Offerande op, terwijl da overige, omhangen met de stool, het teeken hunner priesterlijke waardigheid, de H. Communie ontvangen uit de hand des éénen die offert, ter afbeelding, hoe de leerlingen uit Jesus' hand de H. Communie ontvingen. En niet weinig wordt onze stichting verhoogd, wanneer een onafzienbare rei van geloovigen aan den disch der engelen aanzit, om uit de hand des priesters, als uit de hand van Jesus zeiven, de H. Paasch-

130

-ocr page 151-

WITTE DONDERDAG.

communie te ontvangen.

Met de processie, die na de Mis volgt, eindigt de feestelijke plechtigheid. Maar Jesus wordt in het H. Sakrament door zijne dankbare kinderen niet verlaten. Den ganschen dag wordt Hij in dat Geheim zijner liefde door hen bezocht. In de sierlijke, verlichte rustplaats (1), wordt.

't Altaarbanket, 't lieelheilig Offerbrood 't Gezegend vleesch van mensch en God: met reden Gevierd, gediend, bewierookt, aangebeden Van arm en rijk, (2}

en velen toonen, dat zij wel een uur met Jesus kunnen waken. Neergeknield voor het H. Sakrament, overwegen zij het op dezen dag ontvangen heil en heilgenot; storten zij hunne harten uit aan den trouwsten aller vrienden, en uit de stichtende bidplaats huiswaarts kee-

131

dood

Hij

■t is,

itus

het

ij in

3or- j

het 1

ruis |

stel f

nd-

rfc;

1

?e-

od

1

3k

ia

la

n

e

r

a

l

i

1

Verkeerdelijk wordt deze plaats heilig graf genoemd, want Christus is daar niet duod tegenwoordig, noch wordt er als gestorven voorgesteld. Maar een troon wordt Hem opgericht, opdat Hij door ons geëerd en aanbeden worde, tijdens Hem (naar wij herdenken) door de Joden zooveel smaad werd aangedaan. De Herdt, Sacrae Liturg. Praxie. Tom. Ill, pag. 47. Van uitstelling des H. Sakraments spreekt het Koomsch Missaal niet, maar zegt alleen, dat het er wordt weggesloten.

2

J.v.d.Vondel Altaargeheimenissen.3eboek.Offerande.

-ocr page 152-

WITTE DONDERDAG.

rende, roepen zij hun liefdevollen God de reeds dikwijls herhaalde smeeking toe : O J e s u s, 1 a a t niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde!

De benaming': Witte Donderdag komt van Dies panis albi en albus dies Jovis. Dag van het witte brood en witte dag ran Jupiter (donderdag); ook zegt men in het fransch jeudi blanc, wegens do uitdeeling van witte brooden welke op dien dag plaats had. In Duitschland zegt men: Griindonnerstag. De herkomst van deze benaming, welke eerst omtrent het jaar 1200 voorkomt, wordt door oudheidkenners en woordafleiders op verschillende wijzen aangewezen. Sommigen leiden haar af van ee.ie verbastering van het latijnsche woord Carena, waarvan gemaakt zou zijn Car en, karin, grin en eindelijk grien. Anderen beweren, dat zij komt van deze eerste woorden waarmede eene aangegevene Mis van dezen dag begint: In loco paseuae: op eene weide, zoodat er gezinspeeld wordt op het groen eener weide. Wederom anderen zeg-gen dat deze dag aldus genoemd wordt, omdat op denzelven het lijden des Heeren begon, door hetwelk ons heil begon te groenen. Meer waarschijnlijk moet hierbij gedacht worden aan de groene kruiden, welke men op dien dag' at met heenwijzing naar de bittere kruiden welke de Joden bij het Paaschlam aten. De voorkeur verdient de volgende uitlegging, welke deze benaming' in verband brengt met den middellatijnsehen dies viridium, dag der groenen; d. i. der openbare boet-vaardigen — die, na gedurende den vasten hunne boete volbracht te hebben, weder opgenomen werden in de gemeenschap der Kerk en aldus van dor hout weder groen hout werden. Men herinnere zich hier de woorden

132

-ocr page 153-

WITTE DONDERDAG.

van Christus: ,indien aldus met het groene hout (met 1 den rechtvaardige) gehandeld wordt wat zal er dan met het dorre (den zondaar) geschieden.quot;

In de kerktaal heet deze dag Coma Domini, Avondmaal des lieer en. Verwante benamingen zijn: natalis Call cis, natalis Eucharistiae, geboortedag van den Kelk, van het liefdeoifer (instelling van het H. Sakrament) dies secretorum, dag dor geheimen. (Geheim van het H. Sakrament). De Grieken zeggen : de heilige en groole vijfde dag (der week).

De Italianen en Spanjaarden zeggen ; heilige donderdag. Ook heet deze: dies pedilavii, dag der voetwassching; dies mandati dag van het gebod der broederliefde; of eenvoudig; mandatum, het gebod. Hiervan komt de Engelsche benaming Maundy-Thursday. In den goeden ouden katholieken tijd bestond in Engeland, zooals ook in andere landen, de gewoonte dat do koning op Witten donderdag eenige armen in zijn paleis ten maaltijd noo-digde, of hun althans brood en andere levensmiddelen uitdeelde. Die mondbehoeften werden, in manden (oud angel-Saksisch: maunds) gepakt, den genoodigden en ook nog aan vele andere behoeftigen in Londen uitgereikt. Van daar dat die dag door het volk: Maundy Thursday geheeten werd. Ook nog lang nadat Engeland zich van de katholieke Kerk afscheurde is dit gebruik aan het engelsche hof blijven bestaan, en wel bepaald in het koninklijk paleis van Whitehall te Londen, welk paleis echter sedert geruimen tijd niet meer bestaat. Er zijn er die maundy thursday afleiden van het oude to mounder, wat oorspronkelijk beteekent: mompelen, prevelen, zooals de bedelaars plegen te doen, wanneer zij eene aalmoes vragen. To maunder wordt ook thans nog gebruikt in den zin van: to heg (bedelen), gelijk ook: maunderer = mumper (holl. mompelaar) = headsman

133

-ocr page 154-

WITTE DONDERDAG.

134

(letterlijk : kralen-man, rozenhoedjes-bidder) in de beteekenis van; bedelaar voorkomt. Dat er op Witten Donderdag vele maunderers (mompelaars, bidders, bedelaars) aan het koninklijk paleis de vorstelijke mildadig'heid kwamen inroepen, en dat om deze reden die dag maundy thursday genoemd werd, is niet onwaarschijnlijk, hoewel de eerste verklaring de beste schijnt.

Verder heet deze dag nog dies indulgentiae, dag van vergeving geschonken aan hen die openbare boete gedaan hadden ; en dies competentium, dag der geschikten om het Doopsel te ontvangen.

Aan den voet van het Altaar zegt de Priester de gewone gebeden :

t In den naam, enz.

Ik zal opgaan tot het altaar Gods.

Misdienaar of Assistenten. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.

f In nomine, etc. Sac. Introibo ad altare Dei.

Min. Ad Deum, qui Ite-titicat juventutem meam.


De Psalm Judica wordt heden niet gebeden.

Pr. Onze hulp zij in den naam des Heeren.

M. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Gebogen. Ik belijd mijne schuld voor den almachtigen God, voor de heilige Maria, altijd Maagd, voor den H. Aartsengel Michaël, voor den H. Joannes den Dooper, voor de H.H. Apostelen Petrus en Pau-

Sac. Adjutorium nostrum in nomine Domini.

Min. Qui fecit ccclum et terram.

Sac. Confiteor Deo om-nipotenti, beatte Maria; semper Virgini, beato Mi-chaeli Archangelo, beato Joanni Baptistse, Sanctis Apostolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis et vobis,


-ocr page 155-

WITTE DONDERDAG.

fratres: quia peccavi nimis I lus, voor alle Heiligen, en voor cogitatione, verbo et opere, u, broeders ; dat ik zeer gezon-(percutit sibi pectus ter di- digd heb door gedachten, woor-cens:) mea culpa, mea cul- ' den en werken, (hij slaat zich pa,meamaxima culpa Ideo driemaal op de borst, zeggendei) precorbeatamMariamsem- i door mijne schuld, door mijne por Virginem, beatum Mi- schuld, door mijne allergrootste chaelem Archangelum, schuld.Daarom bid ikdeheilige beatum Joannem Baptis- Maria, altijd Maagd, den H. tam, Sanctos Apostolos Aartsengel Michael, den H. Jo-Petrum et Paulum, omnes annes den Dooper, de H.H. Sanctos,et vos lratres,orare Apostelen Petrus en Paulus, pro me adDominumDeum alle Heiligen, en u, broeders, nostrum. j voor mij te willen bidden tot

den Heer onzen God.

Min. Misereatur tui om- M. De almachtige God ont-nipotens Deus, et dimissis ferme zich uwer, en vergeve peccatis tuis, perducat te uwe zonden, en voere u tot ad vitam seternam. ; het eeuwige leven.

Sac. Amen. Pr. Amen.

Min. Confiteor Deo om M. Ik belijd mijne schuld, nipotenti, etc. ut xupra enz. als boren, doch in plaats van mutatis vobis fratres et vos u broeders wordt hier gezegd : fratres in: tibi pater c.'te vader.

pater.

Sac. Misereatur vestri I Pr. De almachtige God ont-omuipotens Deus, et di- ferme zich uwer, en vergeve missis peccatis vestris, per- uwe zonden, en voere u tot ducat vos ad vitam rcter- : het eeuwige leven.

nam.

Min. Amen. M. Amen.

Sac. f Indulgentiam, ab- ; Pr het kruisteeken makende. solutionem et remissionem De almachtige en barmhartige peccatorum nostrorum tri- Heer geve ons kwijtschelding, buat nobis omnipotens et vrijspreking en vergiffenis van misericors Dominus. ; onze zonden.

Min. Amen. ^ M. Amen.

Sac. Deus, tu conversus ' Pr. O God, Gij zult ons doen vivificabis nos. 1 herleven.

Min. Et plebs tua huta- ■ M. En uw volk zal zich over bitur in te. U verheugen.

135

9

-ocr page 156-

WITTE DONDERDAG.

136

Pr. Betoon ons, o Heer, uwe barmhartigheid.

,1/. En geef ons uwe hulp.

Pr. Heer, verhoor mijn gebod.

M. En mijn geroep kome tot ü.

Pr. De Heer zij met U. M. En met uwen Geest. Pr. Laat ons bidden.

Sac. Ostende nobis. Do-mine misericordiam tuam.

Min. Et salutare tuum da nobis.

Snc.Domine, exaudi ora tionem moam.

Min. Et clamor meus ad te veniat.

Sac. Dominus vobiscum.

Min. Et cum spiritu tuo.

Sac. Oremus.


Het Altaar opklimmende zegt hij:

Wij smeeken U, o Hoor, neem onze ongerochtigheden van ons weg1, opdat wij met een zui ver hart in het heilige der heiligen verdienen in te gaan. Door Christus onzen Heer. Amen.

Aufer a nobis, qusesumus Domino, iniquitates nostras : ut ad sancta sanctorum puris moreamur men-tibus introire. PorChristum Dominum nostrum. Amen.


Voor het Altaar gebogen, zegt hij:

Wij bidden U, o Heer, dooide verdiensten uwer Heiligen, (hij kust het altaar), wier overblijfselen zich hier bevinden, en van alle Heiligen, dat Gij ü gowaardigt al mijne zonden te vergeven. Amen.

Oramus te. Domme, per merita Sanctorum riorum {osculatur altare). quorum reliquiae hie sunt, et omnium Sanctorum; ut in-dulgero dignoris omnia, peccata mea. Amen.


Hij zegent den ivierook, zeggende :

Wordt gezofgond door Hom, Ab Ulo benedifcaris, in tot wiens oor gij zult branden, cujus honore cromaberis. Amen. Amen.

Kadat hij het Altaar heeft bewierookt, leest hij uit het Missaal den Introitus, die intusschen door het koor is gezongen.

-ocr page 157-

WITTK DONDERDAG.

137

introïtus. Gal. VI.

quot;VTos autem g'loriari oper-tet in Cvuce Domini nostri Jesu Cliristi, in quo est salus, vita et resur-rectio nostra: per quem salvati et liberati sumus.

Ps. Dons misereatur nostri, et benedicat nobis: illuminet vultum snum super nos, et misereatur rostri.

Kos autem gloriari o-portet etc.

Wij nu behooren te roemen '' cp tet Kruis van onzen Heer Jesus Christus, in wien ons heil, ons leven en onze verrijzenis is: door wien wij behouden en verlost zijn'

Ps. God ontferme zich onzer en zegene ons: Hij doe zijn aangezicht over ons lichten, en zij ons genadig.

Wij nu behooren enz. Wordt herhaald.


Voor het Altaar teruggekeerd, zegt hij, beurtelings met de misdienaren of Assistenten.

Kyrie eleison, ter. Christe eleison, ter. Kyrie eleison, ter.

\ Heer, ontferm U onzer, driemaal Christus, ontferm U onzer. ,, i Heer, ontferm U onzer. ,,


Daarna heft hij de Gloria in exelsis aan, waaronder met de klokken geluid wordt, hetgeen niet meer geschiedt tot aan Paaschzaterdag.

aLOEiA in excelsis Deo, et in terra pax homi-nibus bona; voluntatis. Laudanius te. Benedicimus te. Adoramus te. Glo-rifleamus te. Gratias agi-mus tibi propter mag-nam gloriam tuam. Do-mine Deus Eex ccelestis. Deus Pater omnipotens. DomineFili unigenite Jesu Christe. Domine Deus, Ag-LOEiA in excelsis Deo, et in terra pax homi-nibus bona; voluntatis. Laudanius te. Benedicimus te. Adoramus te. Glo-rifleamus te. Gratias agi-mus tibi propter mag-nam gloriam tuam. Do-mine Deus Eex ccelestis. Deus Pater omnipotens. DomineFili unigenite Jesu Christe. Domine Deus, Ag-

Eerkerk zij God in den hooge, en vrede op aarde den menschen van goeden wil. (1) Wij loven U. Wij prijzen U. Wij aanbidden U. Wij verheerlijken U. Wij danken U om uwe groote heerlijkheid. Heer God hemelsche Koning. God, almachtige Vader Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon. Fleer God, Lam Gods, Zoon des Vaders. Die de zonden der we-


(') Eere zij God in den hooge, vrede op aarde, den

menschen Gods welbehagen.

-ocr page 158-

WITTE DONDERDAG.

138

reld wegneemt, ontferm U onzer. Die de zonden der wereld wegneemt, neem ons smeekgebed aan. Die aan de rechterhand des Vaders zijt gezeten, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen zijt de Heer, Gij alleen zijt de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.

nus Dei, Filius patris. Qui tollis peecata mundi, mi serere nobis. Qui tollis peecata mundi, suscipe depre-cationem nostram. Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis. Quoniani tu solus sanctus, tu solus Dominus, tu solus Altis-simus, Jesu Christe, cum sancto Spiritu. in gloria Dei Patris. Amen.


JVa de Gloria in excelsis wordt gezongen het volgende gebed.

God, van wien en Judiis de straf voor zijne misdaad, en de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving: verleen ons, als een uitwerksel uwer goedertierenheid, dat even als Jesus Christus, in zijn lijden, aan beiden verschillend loon naar verdienste schonk, Hij ook in ons den ouden mensch moge vernietigen, en ons de genade zijner verrijzenis schenken. Die met U leeft en heerscht, in de eenheid des H. Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. R. Amen.

0

Deuseus, a quo et Judas reatus sul pa?nam, et confessionis suagt; latro premium sumpsit; concede nobis tua3 propitiationis eflectum ; ut sicut in pas-sione sua Jesus Christus Dominus noster diversa utriusque intulit stipendia ineritorum,ita nobis, ablato vetustatis errore, resurrec-tionis siue gratiam largia-tur. Qui tecum vivit et regnat in Sfecula sajculo-rum, R. Amen.


(') 's Heeren Avondmaal in den nacht, waarin Hij verraden werd, heeft uit een dubbelen maaltijd bestaan. Eerst at Hij met zijne leerlingen het paaschlam der Oude Wet, en daarna gaf Hij hun zijn Lichaam en Bloed te eten en te drinken. In navolging daarvan verbonden de eerste Christenen met het ontvangen der H. Communie zekere maaltijden, die Jgapen, Liefdemaaltijden werden genoemd, waar zonder onderscheid arm en rijk aan deelnamen, en gezamelijk gespijsd werden uit hetgeen de gegoeden hadden geofferd. De Apostel nu berispt de Co-

-ocr page 159-

WITTE DONDERDAG.

139

Les uit clen Brief v. d. H. Apost Paiilustot de Corin-ther.s 1, 11.

Fatresatres, Convenientibus vobis in iiuum, jam non estDominicam ccenam manducare. ümisquisque enim suam ccenam proesti-mit ad manducandum. Et alius quidem esurit: alius autem ebrius est. Numquid domos non habetis ad manducandum et biben-dum ? aut Eeclesiam Dei contemnitis et contun-ditis eos qui non ha-bent quot;? Quid dicam vobis ? Laudo vos ? in hoe non laudo. Ego enim accepi a Domino quod et tradidi vobis, quoniam Dominus Jesus, in qua nocte trade-batur, accepit panem, et g'ratias agens fregit, et dixit: Accipite, et man-ducate: Hoc est corpus meum, quod pro vobis tradetur: hoc facite in meam commemorationem. Similiter et calicem, post-quam ccenavit, dicens: Hic calix novum testamen-tum est in meo sanguine, Hoe facite, quotiescumque bibetis, in meam commemorationem. Quotiescum-

s I

Lectio Epistolae B. Pauli Apost. ad Cor. 1, 11.

\ ls gij te zamen komt, zoo is dat niet meer, des Hee-ren avondmaal eten. (') Want een ieder neemt te voren zijn eigen avondmaal om te eten: en de een lijdt honger terwijl de ander dronken is. Ot hebt gij geene huizen om te eten en te drinken'? Of veracht gij de gemeente Gods, en beschaamt gij hen die niet hebben? Wat zal ik u zeggen'? Prijs ik u ? Hierin prijs ik u niet. Want ik heb van den Heer ontvangen, hetgeen ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jesus in den nacht, waarin Hij verraden werd, het brood nam, en gedankt hebbende het brak en zeide : Neemt, en eet; dit is mijn lichaam, hetwelk voor u zal worden overgeleverd ; doet dit tot mijne gedachtenis! Desgelijks ook den kelk, nadat Hij het avondmaal had genomen, zeggende: Deze kelk is het Nieuwe Verbond in mijn bloed : doet dit, zoo dikwijls gij dien zult drinken, tot mijne gedachtenis! Want zoo dikwijls gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zuilgij den dood


rinthers, omdat zij van dit heilig gebruik juist het heilige wegnamen, zoodnt niet slechts hunne bijeenkomsten weinig meer op 's Heeren Avondmaal geleken, maar verdeeldheid en onmatigheid oorzaak werden van het onwaardig ontvangen der Communie en van de straffen des hemels, die daarom over hen nedeikwamen.

-ocr page 160-

WITTE DONDERDAG.

140

des Heeren verkondigen, totdat Hij komt. Al wie derhalve onwaardiglijk dit brood zal eten, of den kelk des Heeren drinken, zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heeren. Doch de mensch be-proeve zich zeiven, en zóó ete hij van dit brood en drinke hij van den kelk ; want die onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zich een oordeel, omdat hij het lichaam des Heeren niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u vele zwakken en kranken, en ontslapen er velen. Want indien wij ons zeiven beoordeelden, zouden wij niet geoordeeld worden Maar, als wij geoordeeld worden, worden wij dooiden Heer getuchtigd, opdat wij niet met de wereld veroordeeld worden.

R. Gode zij dank.

que enim manducabitis panem hunc, et calicem bibetis, mortem Domini annuntiabitis, donee ve-niat. Itaque quicumque manducaverit panem hunc, vel biberit calicem Domini indigne, reus erit corporis et sanguinis Domini. Probet autem seipsum homo ; et sic de pane illo edat, et de calice bibat. Qui enim manducat et bibat indigne, judicium sibi mauducat Ct bibit, non dijudicans corpus Do-mini. Ideo inter vos multi infirmi et imbecilles, et dormiunt multi. Quod si nosmetipsos dijudicaremus non utique judicaremur. Dum judicamur autem, a Domino corripimur, ut non cum hoc mundo dam-nemur.

E. Deo Gratias.


Na de Epistel-les wordt het volgende door den Priester gelezeyt, en door het Koor gezongen.

graduale.

Christushristus is voor ons gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des kruises.

V. Daarom heeft God Hem verheven, en Hem een naam gegeven, die boven allen naam is.

Christushristus factus est pro nobis obediens usque ad mortem, mortem autem Crucis.

V. Propter qued et Deus exaltavit ilium, (it didit illi nomen quod est super on-ne nomen


-ocr page 161-

WITTE DONDERDAG.

14:1

Nadat de wierook gewij bidt de Diaken, knielende

Munda cor meum, ac labia mea, omnipotens Deus, qui labias Isaia; Prophet® calciüo mundasti ignito : ita mo tua grata misera-tione dignare mundare, ut sanctum Evangelium tuum digne valeam nuntiare. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

! is op dezelfde wijze als voren, voor het Altaar :

Reinig mijn hart en mijne lippen, almachtige God, Gij die de lippen van den Profeet Isaïas met een brandende vuurkool hebt gereinigd : gewaardig U mij door uwe genadige ontferming zóó te reinigen, dat ik uw heilig Evangelie waardiglijk kunne verkondigen. Door Christus onzen Heer. Amen.


De Diaken vraagt den zegen des Priesters, zeggende : Jube, Domine, benedicere. Heer, geef uwen zegen.

En de Priester zegent hem met deze woorden :

Dominus sit in corde tuo et in labiis tuis: ut digne et competenter an-nunties Evangelium suum: In nomine Patris f et Filii et Spiritus Sancti. Amen.

De Heer zij in uw hart en op iiwe lippen; opdat gij waardiglijk en met bevoegdheid zijn Evangelie verkon-diget. In den naam des Vaders f en des Zoons en des H. Geestes. Amen.


Is er geen Diaken, dan zegt de Priester dezelfde gebeden, doch eenigzins gewijzigd, door UAV en GIJ in MIJN en IK te veranderen. Hierna wordt gezongen :

Dominus vobiscum. R. Et cum Spiritu tuo.

Sequentia Sancti Evau-gelii secundem Joannem. C. 13.

R. Gloria tibi, Domine.

De Heer zij met ix. R. En met uwen geest.

Vervolg van het H. Evangelie volgens Joannes. H. 13. R. Eere zij CJ, o Heer.


-ocr page 162-

WITTE DONDERDAG.

142

TTóóe den feestdag nu van ' Paschen, dewijl Jesus wist, dat zijn uur gekomen was, om uit deze wereld over te gaan tot den Vader, zoo heeft Hij, na de zijnen die in deze wereld waren geliefd te hebben, hen ten uiterste toe liefgehad. En als het avondmaal gedaan was, toen reeds de duivel besloten had dat Judas Iscarioth de zoon van Simon, Hem zoude overleveren : Ofschoon Hij weet dat, de Vader hem alles in handen heeft gegeven, en dat Hij van God is uitgegaan, en tot God henengaat, staat Hij op van het avondmaal, en legt zijne kleederen ai, en een linnen doek nemende omgordt Hij zich zeiven. Daarna giet Hij water in het bekken, en begint de voeten der leerlingen te wasschen, en af te droogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was. Hij kwam dan tot Simon Petrus. En Petrus zeide tot hem : Heer, wascht Gij mij do voeten! Jesus antwoordde en sprak tot hem : Wat ik doe, weet gij niet: maar gij zult het later weten. Petrus zeide tot Hem ; Gij zult mij in eeuwigheid de voeten niet wasschen. Jesus antwoordde hem: Indien ik u niet wasch, zult gij geen deel met Mij hebben. Simon Petrus zeide tot Hem; Heer, niet alleen mijne voeten, maar ook de handen en het hoofd Jesus sprak tot hem: Die gebaad heeft, heeft \ nte diem festum Pa-sch ai, sciens Jesus quia venit hora ejus ut transeat ex hoe mundo ad Patrem: cum dilexisset suos, qui orant in mundo, in finem dilexit eos. Et ca?na facta cum diabolus jam misisset in cor ut traderet eum Judas Simonis Iscariotfe: sciens quia omnia dedit ei Pater in manus, quia a Deo exivit, et ad Deum vadlt, surgit a ccena, et ponit vestimenta sua ; et cum accepisset linteum, prfccinxit se. Deinde mittit aquam in pelvim, et coepit lavare pedes discipulorum, et extergere linteo quo erat prrecinctus. V enit ergo ad Simonem Petrum. Et dicit ei Petrus: Domine, tu mihi lavas pedes ? Res-pondit Jesus, et dixit ei: Quod ego facio, tu nescis modo ; scies autem postea. Dicit ei Petrus: Non lavabis mihi pedes in »ter-num. Respondit ei Jesus: Si non lavero te, non ha-bebis partem mecum. Dicit ei Simon Petrus : Domine, non tantum pedes meos, sed et manus, et caput. Dicit ei Jesus: Qui lotus est, non indiget nisi ut pedes lavet, sed est mun-dus totus. Et vos mundi estis, sed ncn omnes. Sciebat enim quisnam es-set qui traderet eum:


-ocr page 163-

WITTE DONDERDAG.

143

proptera dixit: Non estis mundi omnes. Postquam ergo lavit pedes eorum, et accepit vestimenta sua: cum recubuisset itenim, dixit eis : Scitis quid t'ece-rim vobis ? Vos vocatis me Magister et Domine, et bene dicitis; sum etenim, Si ergo ego lavi pedes vestros, Dominus et Magister, et vos debetis alter alterius lavare pedes. Exemplum enim dedi vobis, ut quemadmodum ego feci vobis, ita et vos fa-ciatis.

R. Laus tibi, Christe.

Xa het Evangelie kust d

Per evangelica dicta de-leantur nostra delicta.

niet van noode, dan zich de voeten te wasschen ; maar hij is geheel rein. Ook gij zijt rein, maar niet allen. Want Hij -.vist, wie Hem zoude verraden ; daarom zeide Hij : Gij zijt niet allen rein. Nadat Hij nu hunne voeten gewasschen, en zijne kleederen aangedaan had, en wederom aangezeten was, sprak Hij tot hen: Weet gij, wat Ik u gedaan heb ? Gij noemt Mij Meester en Heer: en gij zegt wel, want Ik ben het: Indien Ik dan, uw Heer en uw Meester, uwe voeten gewasschen heb ; moet ook gij elkanders voeten wasschen. W ant een voorbeeld heb Ik u gegeven, opdat gelijk Ik u gedaan heb, gij ook zoo doen zoudt.

R. U zij lof, Christus.

i Priester het Missaal en zegt:

Door de woorden des Evan-1 geiles mogen onze misdrijven uitgewischt worden.


credo.

Credoredo in unum Deum,;

Patrem omnipotentem, factorem ccpli et terra;, i visibilium omnium et in-visibilium. Et in unum Dominum JesumChristum, Filium Dei unigenitum. Et ex Patre natum ante omnia srecula. Deum de Deo, lumen de lumine: Deum verum de Deo vero.

Tk geloof in éénen God, al-machtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jesus Christus, eeniggeboren Zoon Gods. En die voor alle eeiiwig-heid uit den Vader is geboren. God van God, licht van licht, waarachtig God van den waar-achtigen God. Geboren, niet


-ocr page 164-

WITTE DONDERDAG.

144

gemaakt, medezclfstaiidig met den Vader, door ■wien alles gemaakt is. Die om ons, menschen, en tot onze zaligheid uit de hemelen is nedergedaald, (knielende) En Hij is vleesch geworden door den U. Geest uit de Maagd Maria: en hij is mbnsch ge worden. Hij is ook voor ons gekruist; onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is Hij begraven. En ten derde dage is Hij verrezen, overeenkomstig de Schriften. En Hij is ten hemel opgeklommen, Hij is gezeten aan do rechterhand des Vaders. En Hij zal wederkomen met heerlijkheid om levenden en dooden te oordeelen; en zijn rijk zal geen einde hebben. En in den Heiligen Geest, Heer en levendmakenden; die van den Vader en den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon te zamen wordt aangebeden. en te gelijk verheerlijkt; die door de Profeten heeft gesproken. En ééne heilige, katholieke en apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel, ter vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomstige eeuwigheid. Amen.

Genitum, non factum, con-stubstantialem Patri; per quem omnia facta sunt. Qui propter nos homines, et propter nostram, salu-tem descendit de ca?lis. (Jiic genuflectitur). Etincar-natus est de Spiritu sancto ex Maria Virgine; et homo FACTUS EST. Cruciflxus etiam pro nobis; sub Pontic Pilato passus, et sepul-tus est. Et resurrexit tertia die secundum Scripturas. Et ascendit in coelum. sedet ad dexteram Patris. Et iterum venturus est cum gloria judicare vivos et mortuos; cujus regni non erit finis. Et in Spiritum sanctum Dominum, et vi-vificantem ; qui ex Patre Filioque procedit, qui cum Patre et Eilio simul ado-ratur, et conglorificatur; qui locutus est per Pro-phetas. Et unam sanctam Catholicam et apostolicam Ecclesiatn. Confiteor unum baptisma in remissionem peccatorem. Et exspecto resurrectionem mortuo-rum, et vitam venturi seculi. Amen,


Am kust de Priester het Altaar, keert zich om en zingt:

De Heer zij met U. ' Dominus vobiscum.

R. En met uwen geest. j R. Et cum spiritu tuo.

-ocr page 165-

WITTE DONDERDAG.

offertorium. Ps. CXVII.

Dextraextra Domini fecit vir-i rjE rechterhand des Heeren tutem ; dextera Do- quot; heeft krachtig-gewerkt; de mini exaltavit me, non rechterhand des Heeren heeft moriar sed vivam et nar- mij verheven : ik zal niet ster-rabo opera Domini. ven maar leven en do wer

ken des Heeren verkondigen.

Bij de offerande van het brood.

145

Suscipe, sancte Pater, omnipotens feterne Deus, hanc immaculatam Hos-tiam, qnam eg'o, indigmis famulus tuus, offero tibi, Deo meo vivo et vero, pro innuincrabilibus peccatis et offensionibus et negii-gentiis mcis, et pro omnibus circumstantibus, sed et pro omnibus fidelibus Christianis vivis atque de-functis: ut mihi et illis proficiat ad salutem in vitam rcternam. Amen.

Neem, heilige Vader, almachtige eeuwige God, deze onbevlekte offerande aan,welke ik, uw onwaardige dienaar, U, mijnen levenden en waren God opdraag voor mijne ontelbare zonden en misdrijven en ver-zuimenissen, en voor alle aanwezigen, maar ook voor alle geloovige Christenen, hetzij levenden, hetzij overledenen ; opdat zij mij en hun ter zalig'-heid in liet eeuwige leven strekke. Amen.


Bij de zegening ran het wnter, dat met den wijn in den kelk wordt vermengd, zegt de Priester;

Deus, qui humanse sub-stantite dignitatem mirabi • liter condidisti, et mirabi lius reformasti: da nobis per hujus aqurc et vini mysterium ejus Devinita-tis esse consortes, qui humanitatis nostra; fieri dignatus est particeps, Jesus Christus Filius tuus, Dominus noster, qui tecum vivit et regnat in unitatc

O God, die de waardigheid der menschelijke natuur op eene wonderbare wijze geschapen en oi3 nog meer wonderbare wijze hersteld hebt: geef ons door het geheim van dit water en dezen wijn, dat wij deelgenoot mogen worden aan de Godheid van Hem, die zich gewaardigd heeft aan onze menschheid deelachtig te worden, Jesus Christus, uw Zoon,


-ocr page 166-

WITTE DONDERDAG-.

146

Onze Heer, die met U leeft en heerschtin de eenheid van God den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

spiritus sancti Deus: per omnia srecula seeeulorum. Amen.


Bij de opoffering van den- wijn.

Wij offeren U, o Heer, den Kelk des heils, en smeeken uwe goedertierenheid dat hij voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, tot onze zaligheid en die der geheele wereld, met aangenamen geur moge opstijgen, Amen.

Offerimus tibi, Domine, 1- calicem salutaris, |tuam deprecantes clementiam ; ut in conspectu divinte Majestatis tuie, pro nostra et totius mnndi salute cum odore suavitatis ascendat. j Amen.


Een weinig gebogen voor het Altaar, bidt de Friester.

Dat wij met een vernederden geest en een berouwhebbend hart door U, o Heer. worden aangenomen : en dat ons offer heden zóó voor uw aanschijn geschiede, dat het U Heer God behag-e.

In spiritu humilitatis, et in animo contrito suscipia-mur a te Domine: et sie fiat sacrificium nostrum in conspectu tuo hodie, ut placeat tibi, Domine Deus.


Daarna strekt hij zijne handen uit, heft ze omhoog terwijl hij ze te zanten voegt en zijne oogen ten hemel slaat, en terstond nederziende zegt hij:

Kom heiligmakend almachtige eeuwige God, en zegen deze offerande, die uwen heiligen naam bereid is.

Veni sanctificator omni-potens oeterne Deus : et be-nedic hoe sacrificium tuo sanctonominiprseparatum.


H. Aartsengel Michael, die ter rechterzijde van het wie-rookaltaar staat, en van al zijne uitverkorenen, gewaar-diae zich de Heer dezen

Per intercessionem be-ati Michaëlis Archangeli stantis a dext-is altaris incensi, et omnium elec-torum suorum, incensum istud dignetur Dominus

Bij het zegenen van den wierook: Door de voorspraak van den


-ocr page 167-

WITTE DONDERDAG.

benedicere, et in odorem wierook te zegenen, en in een

suavitatis accipere. Per aangenamen geur aan te nemen.

Christuin Dominum nos- Deo:: Christus onzen Heer.

trum. Amen. Amen.

Deze wierook, door U gezegend, stijge op tot U o Heer ; en uwe barmhartigheid dale over ons neder.

Terwijl het brood en de wijn bewierookt wordt.

Incensum istud a te benedictum, ascendat ad te Domine, et descendat super nos misericordia tua.

Bij het bewierooken van het Altaar. Ps. CXL

147

Dirigatur, Domine, oratio mea sicut incensum in conspectu tuo : elevatio manuum mearum Sacriü-cium vespertinum. Pone, Domine, custodiam ori meo, et ostium circum-stantia; labiis mcis: ut non declinet cor meum in verba malitite, ad excu-sandas excusationes in peccatis.

Mijn gebed, o Heer, stijge als een reukoffer voor uw aangezicht : de opheffing mijner handen zij als een avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond, en een verschanste poort aan mijne lippen: opdat mijn hart zich niet neige tot booze woorden om zonden te verontschuldigen gelijk boosdoeners doen.


Bij het ternggeven van het wierookvat:

Accendat in nobis Do- ; minus ignem sui amoris,' et flammam ajternse cha-ritatis. Amen. [

Als de Priester zijne

Lavabo inter innocentes manus meas : et circtim-dabo altare tuum, Domine.

Ut audiam vocem laudis: et enarrem universa mi-rabilia tua.

Domine, dilexi decorem domus tuse, et locum ha-bitationis a-lorioe tua;.

De Heer ontsteke in ons hart het vuur zijner liefde, en de vlam eener eeuwige wederliefde. Amen.

handen wascht: Ps XXV.

Onder de onschuldigen wasch ik mijne handen : en ga rondom uw altaar, o Heer.

Om de stem van uwen lof te hooren: en om al usve wonderdaden te verkondigen.

Heer, ik heb den luister van uw huis en de woonplaats uwer heerlijkheid lief.


-ocr page 168-

WITTE DONDERDAG.

us

Verderf mijne ziel niet met de goddoloozcn, en mijn leven niet met de mannen des bloods.

In wier handen ongerechtigheden zijn : wier rechterhand met geschenken vervuld is.

Doch ik wandelde in mijne onschuld; verlos mij en wees mij genadig.

Mijn voet staat op effen baan: (J) in de vergaderingen zal ik loven, o Heer.

Gebogen voor het Altaar

Aanvaard, o heilig Drievuldigheid, deze offerande, welke wij U opdragen ter gedachtenis van het lijden, de verrijzenis, en de hemelvaart van onzen Heer Jesus Christus: en ter eere van de heilige Maria altijd Maagd, en van den heiligen Joannes den Dooper, en van de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en van deze en van alle andere Heiligen ; opdat zij tot hunne eer, maar ook tot onze zaligheid strekken moge: en zij, wier gedachtenis wij op aarde houden, in den hemel onze voorsprekers gelieven te zijn. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Hier kusl de Priester het Altaar

Bidt broeders : opdat mijn en uw offer behagelijk worde aan God den almachtigen Vader.

(]) Uitdrukking van vast vertrouwen reeds geworden was.

Ne perdas cum impiis, Deus, animam meam, et cum viris sanguinum vitam meam.

In quorum manibus ini quitates sunt: dextera eorum repleta est mune j ribus.

Ego autem in innocen I tia mea ingressus sum | redime me, et miserere ; mei.

Pes meus stetit in di j recto : in ecclesiis benedi j cam te, Domino.

zegt nu de Priester.

Suscipe, Sancta Trinitas, hanc oblationem, quam tibi offcrimus cb memo-riam passionis, resurrec-tionis, et ascensionis Jesu Christi Domini nostri: et in honore beata) Marias semper Virginis, et beati Joannis Baptialse, et sanctorum Apostolorum Petri et Pauli, et istorum, et omnium Sanctorum: ut illis proliciat ad honorem, nobis autem ad salutem : et illi pro nobis interce-dere dignentur in coelis, quorum memoriam agi-mus in terris. Per eumdem Christum Dommum nostrum. Amen.

en zegt tot het tolk gekeerd :

Orate fratres; ut meum ac vestrum sacrificium acccptabilefiat apud Deum Patrem omnipotentem.

op Gods bystand, alsof deze liem

-ocr page 169-

WITTE DONDERDAG.

149

Antwoord :

Suscipiat Dominus sa-eriflcium de manibus tuis, ad laudem et gloriam nominis si;i, ad utilitatem quoque nostram, totius-que Ecclesife su® sanctffi.

R. Amen.

De Heer neme uit uwe handen het offer aan tot lot' en verheer lijkin g van zij nen naam, en tot nut van ons en van geheel zijne heilige Kerk.

R. Amen.


Hierna bidt de Priester de secrbta.

T pse tibi, qtiEesumus Do-' mine sancte, Pater om-nipotens, teterne Deus, sacriflciumnostrumreddat acceptum, qui discipulis suis in sui commemora-tionem hoe Seri hodierna traditione monstravit, Jesus Christus Filius tuus Dominus noster. Qui tecum vivit, etc.

PR.

Oer omnia sajcula ste-culorum.

R. Amen.

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Sursum corda.

R. Habemus ad Domi-num.

Gratias agamus Domino Deo nostro.

R. Dignum et justum est.

Vere dignum et justum est, sequum et salutare, nos tibi semper, et ubiqiie gratias agere; Domine Sancte, Pater omnipotens.

WiJ bidden U heilige Heer, '' almachtige Vader, eeuwige God, dat Hij zelf U ons offer behagelijk make, die heden bij de overgave aan zijne leerlingen geleerd heeft dit ter zijner gedachtenis te doen : Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer. die met ü leeft en heerscht, enz.

EFATIE

J^oor alle eenweu der eeuwen. R. Amen.

De Heer zij met u. R. En met uwen geest. De harten omhoog.

E. Wij hebben ze tot den Heer.

Danken wij den Heer onzeu God.

R Het is waardig en rechtvaardig.

Waarlijk het is waardig en rechtmatig, billijk en heilzaam, dat wij altijd en overal U danken; heilige Hoer, almachtige Vader, eeuwige God :


-ocr page 170-

WITTE DONDERDAG.

150

Die de zaligheid van het menschelijk geslacht in het hout des Kruises hebt gesteld : opdat waaruit de dood was voortgekomen ook het leven zou verrijzen : en hij, die door het hout overwonnen had, ook door het hout zou overwonnen worden: door Christus onzen Heer. Door wien de Engelen uwe majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten voor U beven De hemelen en de krachten der hemelen en de zalige Serafijnen gezamenlijk in uitbundige vreugde mede verheerlijken. Met hunne stemmen, smeeken wij, worden ook de onzen toegelaten zich te vereenigen, als wij nedergeknield belijden en zeggen:

Heilig, Heilig, Heilig,

Is de Heer, de God der heir-scharen.

Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid.

Hosanna in het allerhoogste, Gezegend, die komt in den naam des Heeren.

Hosanna in het allerhoogste.

seterne Deus : Qui salutem humani generis in ligno Crucis constituisti: ut unde mors oriebatur, inde vita resurgeret: et qui in ligno vincebat, in ligno quoque vinceretur por Christum Dominum nos trum. Per quem majesta tem tuam laudant Angeli adorant Dominationes, tre munt Potestates. Coeli coelorumque virtutes, ac beata Seraphim, socia exultatione concelebrant. Cum quibus et nostras voces, ut admitti jubeas deprecamur, supplici con-fessione dicentes:

Sanctus, Sanctus, Sanc-tus,

Dominus Deus Sabaoth.

Pleni sunt coeli et terra gloria tua.

Hosanna in excelsis. Benedictus, qui venit in nomine Domini.

Hosanna in excelsis.


CAKON DEK MIS.

U derhalve, goedertierenste Vader bidden wij ootmoedig en smeeken door Jesus Christus uwen Zoon onzen Heer, dat Gij met welbehagen wilt aannemen en zegenen deze gaven, deze giften, deze heilige onbevlekte offeranden, die wij U op de eerste plaats opdragen rm igitur, clementissime ^ Pater, per Josum Christum Filium tuum Dominum nostrum supplices rogamus ac petimus, uti accepta habeas et bene-dicas, hsec dona, htec munera, luec sancta sac-riflcia illibata, in primis derhalve, goedertierenste Vader bidden wij ootmoedig en smeeken door Jesus Christus uwen Zoon onzen Heer, dat Gij met welbehagen wilt aannemen en zegenen deze gaven, deze giften, deze heilige onbevlekte offeranden, die wij U op de eerste plaats opdragen rm igitur, clementissime ^ Pater, per Josum Christum Filium tuum Dominum nostrum supplices rogamus ac petimus, uti accepta habeas et bene-dicas, hsec dona, htec munera, luec sancta sac-riflcia illibata, in primis


-ocr page 171-

WITTE DONDERDAG.

151

qua; tibi offerimiis pro Ecclesia tua sancta catho-llca : quam pacificare, cïis-todire, adunare et regere rtigneris toto orbe terra-ruin, una cum famnlo tuo Papa nostro N. et Antistite nostro N. et omnibus orthodoxis, atque Catholicre et Apostolica? fidei cultoribus.

katholieke Kerk: aan welke Gij U gewaardiget vrede, bescherming en eenheid te geven haar bestierende over geheel den aardbol, te zamen met uwen dienaar onzen Paus...., en onzen Bisschop.... en alle rechtgeloovigen, en volgelingen van liet katholieke en apostolische geloof.


Gedachtenis der levenden.

Memento, Domine, fa- Gedenk, o Hoer, uwe die-

mulorum famularumque naars en dienaressen....... N

tuarum N. et N. I en N.

Et omnium circumstan-tium, quorum tibi fides cognita est, et nota devo-tio : pro quibus tibi otïeri-mus vel qui tibi offemnt hoe sacriflcium laudis, pro se, suisque omnibus, pro redemptione animarum suarum, pro spe salutis et incolumitatis sine; tibique reddunt vota sua a;terno Deo, vivo et vero.

Communicantes, et diem

^Hier denkt men aan de levende personen, voor wie men ia het by-zonder wil bidden.)

En alle omstanders, wier geloof U bekend is, en wier toewijding- U blijkt: voor wie wij, of die zelven U dit huideoffer opdragen, voor zich zelven en voor al de hunnen, tot zaligheid hunner zielen, tot hoop O]) hun heil en behoud: en die hunne geloften volbrengen aan U, o eeuwige, levende en ware God,

In gemeenschap(') zijnde en

(') In vereeniging met alle geloovigen, omdat het offer hetwelk hier opgedragen wordt, het offer is der Katholieke Kerk, waarin de geloovigen op aarde onderling vereenigd zijn, en tevens, door de gemeenschap der heiligen, met hen, die reeds de hemelvreugde genieten, üe gemeenscha]), welke wij hier op aarde onderling hebben, is eene algeheele gemeenschap tusschen gelijke personen en in alles : eenzelfde hemelsch vaderland, een-

10

-ocr page 172-

WITTE DONDERDAG.

152

den allerheiligsten dag herdenkende, waarop onze Heer Jesus Christus voor ons is overgeleverd : maar ook de gedachtenis vereerende, op de eerste plaats van de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van denzelfden God en onzen Heer Jesus Christus: en ook van uwe heilige Apostelen eu Martelaren, Petrus en Paulus. Andreas, Jacobus. Joannes, Thomas, Jacobus, PhillippiTs, Bar-tliolomeus,Matthaeus, Simon en Thaddaeus : Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cy-prianus, Laurentius, Cliryso-gonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus, en van al uwe Heiligen, om wier ver-sacratissimum celebrantes, quo Dominus noster Jesus Christus pro nobis est tra-ditus: sed et memoriam venerantes, imprimis glo-riosfe semper Virginis Mariïc, genitricis ejusdem Dei et Domini nostri Jesu Christi: sed et beatorum Apostolorum ac Matyrum tuorum, Petri et Pauli, Andreas, Jacobi, Joannis, Thomas, Jacobi, Philippi, Bartholomiei, Mathsei, Si-monis et Thaddjci: Lini, Cleti, Clemcntis, Xysti, Cornelii, Cypriani, Lauren-tii, Chrysogoni, Joannis et Pauli, Cosm.-B et Damianl, et omnium Sanctorum tuo-


zelfde weg der deugd, dezelfde Sacramenten, dezelfde behoeften, dezelfde hulp op onzen pelgrimstocht, om te komen tot hetzelfde doel. waarnaar wij allen streven. Onze gemeenschap met de heiligen des hemels strekt zich niet zoover uit. Wij hebben met hen gemeenschap door het geloof en de hoop, welke ons doet verwachten hetgeen zij reeds bezitten. Na den strijd zijn zij tot de eindoverwinning gekomen. ij houden gemeenschap met hen, gelijk wij het doen met verwijderde personen door hunner te gedenken, en te toonen hoe aangenaam en dierbaar die gedachtenis aan hen voor ons is. Hierom doet de Kerk — nadat zij door het woord: communicantes: gezegd heeft, dat wij in het algemeen in gemeenschap zijn met al de ledematen van het geheimzinnig Lichaam van Christus, dat de Kerk is, — ons op de gewone feestdagen der heiligen terstond de wijze hierbij voegen waarop wij in gemeenschap treden met de heiligen, door namelijk de gedachtenis aan hen te hernieuwen — memoriam venerantes — opdat zij voor ons zouden bidden. (T. Le Brun. T. II.)

-ocr page 173-

WITTE DONDERDAG.

153

rum ; quorum meritis pre-cibusque concedas. ut in omnibus protectionis tu® muniamur auxilio. Per eumdem Christum Domi-num nostrum. Amen.

Hanc igitur oblationem servitutis nostrse, sed et cunctae familiix; tua', quam tibi offerimus ob diem, in qua Dominus noster Jesus Christus tradidit discipulis suis Corporis et Sanguinis sui mysteria celebranda; qufesumus, Domine, ut placatus accipias: diesque nostros in tua pace dispo-nas; atque ab a;terna dam-natione nos eripi, et in eiectorum tuorum jubeas g'reg'e numerari. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

Quam oblationem tu Deus in omnibus, qusesu-mus, benedictam, adscrip-tam, ratam, rationabilem, acceptabilemque facere | digneris; ut nobis Corpus diensten en gebeden Gij ons gelievet teverleeuen, dat wij in alles den bijstand uwer bescherming mogen ondervind en. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken U dan, o Heer, welgevallig' deze. offerande van onze dienstbaarheid aan te nomen alsook van die van al de uwen, welke, wij ü opdragen ter herinnering' aan den dag, waarop onze Heer Jesus Christus aan zijne leerlingen de geheimen van zijn Lichaam en Bloed te vieren gaf: en ons uwen vrede te verleenen in onze dagen: en ons te behoeden van de eeuwige verdoemenis, en onder het getal uwer uitverkorenen op te nemen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken o God, dat Gij U gewaardigt te bewerken, dat deze offerande in alles gezegend,('j aanvaard, bekrachtigd.


(') Gezegend: — dat God zijn zegen doe nederdalen over het brood en den wijn om het te veranderen in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, en dat alzoo de offerande, welke op het altaar ligt het goddelijk offer worde, dat alle hemelsche zegeningen in zich bevat.

In alles: — Door deze bijvoeging' vraagt de Kerk alles wat zij wenscht aangaande de offerande, welke daar ligt; maar, om nog duidelijker de groote gunst welke zij verwacht kenbaar te maken, ontleedt zij haar wensch in de vier volgende uitdrukkingen: Aanvaard: — dat die offerande aangenomen zal worden, en ons ten goede opgeschreven, opdat wij niet verworpen maar opgeschre-

-ocr page 174-

WITTE DONDERDAG.

redelijk en welbehaaglijk wor- ! et Sanguis fint delectissimi de: en dat zij voor ons het j Filii tui Domini nostri lichaam en het bloed van uwen Jesu Christi.

allergeliefsten Zoon, onzen Qui pridie, quam pro Heer Jesus Christus, worde, nostra omniumque salute Die daags, vóór dat Hij voor pateretur, hoe est, hodie: onze en aller zaligheid, zou accepit panem in sanctas o-aan lijden, dat is, heden: het acvenerabilesmanus suas; brood in zijne heilige en eer- et elevatis oculis in coelum, biedwaardige handen nam; en, ad te Deum Patrem suum de oogen ten hemel opgehe- omnipotentem, tibi gratias ven, tot U God, zijnen almach- agens, benedixit, t'regit, tigen Vader, U dankende het | deditque discijntlis suis, zegende, brak, en aan zijne 1 dicens: Aceipite et manleerlingen gat', zeggende ; ; ducate ex hoe omues: Neemt en eet allen hiervan: Hoe est enim corpus meum.

Want dit is mijn lichaam. '

ven zouden worden onder het getal der hemelingen. Bekrachtigd: — opdat het een blijvend offer zij. Xiet g-eliik aan de offers der oude W et, welke opgehouden hebben, maar dat het 't altijddurend offer der nieuwe Wet zij : dat het offer van ons zeiven aan God opgedragen, ook even voortdurend en onherroepelijk zij, zoodat wij nooit het ongeluk hebben, ons van God te scheiden. Redelijk'. — Kooit had men vóór Christus geboorte deze vraag gedaan, omdat men in het oude Verbond slechts dieren en zaken offerde, welke van natuur geen verstand hebben. Hier wordt gevraagd, dat het brood en de wijn een offer worden, begaafd met verstand en rede; veranderd worden in het Lichaam en Bloed van den Godmenseh. Te zelfder tijd vragen wij dat ook het offer, dat wij van ons zeiven brengen redelijk, geestelijk zij: omdat wij onze ziel met al hare eigenschappen aan God onderwerpen en ten offe r brengen. Welbehngelijk: — Dat alzoo het offer, dat op het altaar ligt het offer worde, dat alleen uit zichzelve waardig is oneindig welbehagelijk te zijn aan God, doordat het veranderd worde in het Lichaam van Zijn welbeminden Zoon Jesus Christus, in wien Hij zijn welbehagen neemt. Ook voor het offer van onzen eigen persoon vragen wij, dat het immer Godemeer welgevallig worde.

154

-ocr page 175-

WITTE DONDEKDAG.

Simili modo postquam 1 Op dezelfde wijze nam Hij, cceuamm est, accipiens et ' nadat het avondmaal gehouden

lutnc prteclaruin Calicem was, dezen voortreffelijken Kelk

in sanctas ac venerabiles in zijne heilige en eerbied-

manus suas: item tibi waardige handen : en insgelijks

gratias agens, beuedixit, U dankende, zegende Hij hem,

deditque discipulis sttis, en gat' hem aan zijne leerlin-

dicens: Accipite et bibite gen, zeggende: Neemt en

ex eo omnes : drinkt allen hieruit:

Hic est enim calix San- Want dit is de Kelk ran mijn

guinis mei novi et ceterni Bloed, des nieuwen en eeuwigen

testamenti: mysterium fidei: Verhonds: ht-t geheim des ge-

qui pro vobis et pro inultis loofs C): dat voor u en voor

eff'undetur in remissionem reien zal vergoten worden tot

peccalorum. vergiffenis der zonden.

Hwcquotieacuniquefeceri-] Zoo dikwijls gij dit doet, zult

lis in mei memoriam facielis. • gij het te mijner gedachtenis doen.

Unde et memores. Do- : Daarom, o Heer, offeren wij,

mine, no.s servi tui, sed uwe dienaren, en met ons uw

et plebs tua sancta, ejits- heilig volk, ter gedachtenis

dem Christi Filii tui Do- van het zoo gelukkig lijden ')

(' Het geheim des geloofs : deze woorden staan niet in de H Schrift; de Evangelisten teekenden niet alles op. En gelijk Paus Innocentius 111 zegt, maakten de H. Paiilus en de andere Apostelen dikwijls gebeurtenissenen woorden bekend, welke door de Evangelisten overgeslagen waren. Zoo heeft de Apostolische Overlevering in de Kerk de bijzondere omstandigheid achtergelaten, welke hier aangegeven wordt door de woorden : — de nogen ten hemel opgeheven, gelijk ook het woord eeuwig (Verbond) en de woorden ; geheim des geloofs. Al deze woorden zijn in de-oudste Sacramentariën (boeken, waarin de wijze van toedienen der Sacramenten wordt voorgeschreven). Het grootste van alle geheimen, ja, geheel het geheim van ons geloof, van onzen godsdienst is: dat het Bloed van een God moest vergoten worden tot redding der wereld.

(': Zijn lijden wordt zoo gelukkig genoemd: 1° omdat het vlekkeloos, onzondig is, en de zonden der wereld wegneemt: 2° omdat liet altijd aan de martelaren te midden hunner smarten vreugde heeft geschonken en

155

-ocr page 176-

WITTE DONDERDAG.

156

van den zelfden Christus, uwen Zoon, onzen Heer, alsook van zijne Verrijzenis uit de diepte, maar ook van zijne glorievolle Hemelvaart, aan uwe roemvolle Majesteit van uwe giften en gaven (3) de zuivere offerande, de heilige offerande, de onbevlekte offerande, het heilig brood van het eeuwige leven en den kelk des eeuwigen heils.

Waarop Gij U gewaardiget neder te zien met een genadig en goedgunstig aanschijn ; en (welke gij U gewaardiget) aan te nemen, gelijk gij hebt willen aannemen de offergaven van uwen dienaar, den rechtvaardigen Abel, en het offer van onzen Aartsvader Abraham; en hetwelk u opdroeg uw hoogepriester Melchiscdceh, oen heilig offer, een offerande zonder smet. (1) mini nostri tam beatra; passionis, nee non et ab inferis resurrectionis, sed et in coelos gloriosse a seen • sionis: offerimus prreclara.' Majestati ture de tuis doni.s ac datis, Hostiam f purani, Hostiam f sanctam, Hostiam f in i macula tam, Pa-nem sanctum j vitfe reter-nre et Calicem f salutis perpetu®.

Supra qna3 propitio ac sereno vultu respicere dig'neris; ct accepta habere, sicuti accepta habere dig-natus es munera pueri tui justi Abel, et sacriflci-um, Patriarchse nostri A.brahpe, et quod tibi ob-tulit summus sacerdos tuus Melchisedech, sanctum sacrificium, immacu-latam, hostiam.


-ocr page 177-

WITTE DONDERDAG.

157

Supplices te rogamus. Omnipötens Deus; jtibe liasc perferri per niamis saneti Angeli tui in sublime altare tuum, in conspecta (li vin se Majestatis tuas: ut quotquot ex hae altaris participatione, sacrosanc-tuin Fili tui Corpus et Sanguinem sumpserimus. onini benedietione coclesti et gratia repleanuir. Per eumclem Christum Uomi-imm nostrum. Amen.

(ïedachtenis

Memento etiam,Domine, famulorem famularumque tuaram X. et N.. qui nos praicesserunt cum signo fidei, et dormiunt in som-110 pacis.

(Hier deukt men aan de cm byzonder wil bidden.)

Ootmoedig smeeken wij U, almachtige God: laat deze gaven door de handen van uwen heiligen Engel gebracht worden op uw verheven altaar voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit: opdat wij allen die, deelnemende aan dit altaar, het hoogheiligLichaam en Bloed van uwen Zoon zullen ontvangen hebben, met allen hemel-schen zegen en genaden mogen vervuld worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

des overledenen.

Wees ook. o Heer, gedachtig uwe dienaren en dienaressen X. en X., die ons zijn voorgegaan met het teeken des gelools, en in den slaap des vredes rusten.

rledene persoDen, voor wie men in het


zonder smet, voorafbeeldende het otter der nieuwe Wet dat aan God wordt opgedragen geheel ten voordeele van de menschen. Ten anderen omdat, dit het offer is hetwelk Jesiis Christus heeft voortgezet, en de voorafbeelding, welke het in zich besloot verwezenlijkt heeft. De stof toch van dit offer, brood en wijn, is ook de stof, welke gebruikt wordt bij de uitoefening van het priesterschap van Jesus Christus, den Priester in eeuwigheid volgens de orde van Melchisedech. Een zoo levendige voorafbeelding van het offer, door Christus in zijne Kerk ingesteld. moest een heilig offer zonder smet genoemd worden, om beter te doen kennen de heiligheid en gren-zelooze uitnmntenheid van het otter der Kerk, gelijk de H. Paus Leo de Groote opmerkt, die deze vier woorden sanctum sacrificiuni, immaculatam hostiam hier invoegde.

-ocr page 178-

WITTE DONDERDAG.

158

Wij smeeken U, o Heer, dat Gij aan hen en aan allen, die in Christus rusten, de plaats der verkwikking-, des lichts en des vredes wilt schenken. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Gewaardig U ook aan ons zondaren, uwe dienaren, die hopen om de menigte uwer ontferming'en, eenig' deel en gemeenschap te schenken met uwe heilige Apostelen en Martelaren ; met Joannes, Stepha-nus, Matthias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Ciecilia, Anastasia en al uwe Heiligen: in wier gezelschap Gij ons, dit hidden wij U, wilt toelaten, niet lettende op onze verdiensten, maar ons vergiffenis schenkende. Door Christus onzen Heer.

Door wien, gij Heer, al deze gaven schept, heiligt, levend maakt, zegent en aan ons verleent.

Door Hem, en met Hem, en in Hem is U, o God, den Al-machtigen Vader, in dc eenheid des Heiligen Geestes, alle eer en glorie.

Dooralle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

Laat ons bidden. Door heilzame voorschriften aangemaand, en door goddelijke

Ipsis, Domine, et omnibus in Christo qniescen-tibus, locum refrigerii, lucis et pacis, utindulgeas, deprecemur. Per eumden Christum Dominum nostrum. Amen.

Nobis quoque peccato-ribus famulis tuis, de mul-titudine miserationum tn-arum sperantibus, partem aliquain et societatem donare digneris cum tuis Sanctis Apostolis et Mar-tyribus: cum Joanne, Stephano, Matthia, Bar-naba, Ignatio, Alexandro, Marcellino, Petro, Felicitate, Perpetua, Agatha, | Lucia, Agnete, Crecilia, Anastasia, et omnibus Sanctis tuis : intra quorum I nos consortium, non ajs-timator meriti, sed vsnife, quiesumns, largitor ad-mitte. Per Christum Dominum nostrum.

Per quem haec omnia, Domine,semper bona creas sancti t fleas, vivi f flcas, bene f dicis, et prsestas nobis.

Per f ipsum, et cum f ijiso, et in f ipso, est tibi Deo Patri f omnipotenti, in U nitate Spiritus-:- Sancti, omnis honor et gloria.

Per omnia saecnla siccu-lorum. R. Amen.

Oremus. Prreceptis sa-lutaribus moniti et divina institutione formati, aude-


-ocr page 179-

WITTE DONDEEDAG.

159

mus dicere.

Pater noster, qui es in coelis, sanctificetui- nomen mum : adveniat regnum mum ; fiat voluntas tua, sicut in ccelo et in terra. Panem nostrum quotidia-num da nobis hodie: et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus debitoribus nostris. Et ne uosinducas intentationem.

R.Sed libera nos'a malo. Amen.

Libei'a nos, (|ua.'sumus Domine, ab omnibus malis pneteritis, praesentibus et futuris: et intercedente beata et g'loriosa semper Virgine Dei Genitrice Maria cum beatisApostolis tuis Petro et Paulo, atque Andrea et omnibjis Sanctis, da propitius pacem in die-Ints nostris: ut ope mise-ricordiae tuae adjuti, et a peccato simus semper liberi, et ab omni pertur-batione securi.

leering' onderricht, durven wij zeggen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw naam: laat toekomen uw rijk: uw wil geschiede op de aarde als in den hemel. Geel' ons heden ons dagelijksch brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet In bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Verlos ons, Heer, van alle verleden, tegenwoordig- en toekomstig kwaad, en geef genadiglijk, door do voorspraak der heilige en glorievolle Moeder Gods Maria, altijd Maagd, en van uwe heilige, Apostelen Petrus en Paulus, en Andreas, en van alle heiligen, vrede in onze dagen : opdat wij, door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, en altijd bevrijd mogen zijn van zonden, en beveiligd blijven tegen alle, verwarring'.


De Friester breekt de Hostie in drie deelen. zeggende:

Door denzelfden Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Hoer, die God zijnde, met IJ leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes.

De Priester, in de rechterhand het kleinste gedeelte der H. Hostie houdende, zingt :

Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum. Qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti Deus.

der

Door eeuwen. R. Amen

alle

Per omnia sa'cula ssecu-lorum.

R. Amen.

-ocr page 180-

WITTE DONDERDAG.

Driemaal het kruisteeken makende over den kelk, zingt hij:

De vrede des Heeren zij j Pax f Domini sit t altijd met u. I semper vobis f cum.

E. En met uwen geest. | R. Et cum spiritu tuo.

En terwijl hij dit gedeelte vereeniqt met het H. Bloed, dat in den kerk is, zegt hij:

160

Deze vermenging en consecratie van het Lichaam en Bloed, onzes Heeren Jesus Christus, geschiede voor ons, die het ontvangen, ten eeuwigen leven. Amen. (')

Hfec commixtio et con secratio Corporis et San guinis Dnmini nosri'i Jesn Christi, fiat accipientibu-noliis in vitam feternam Amen.


('ri Deze vereeniging van het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, onder de gedaanten van brood e;i wijn beteekent de vereeniging van zijn Lichaam en Bloed welke plaats had bij zijne Verrijzenis, nadat beiden door zijnen dood gescheiden waren geweest.

Tot hiertoe werd in de Mis slechts liet lijden en de dood van Christus uitgedrukt doordat het brood en de wijn afzonderlijk geconsacreerd worden. Het Concilie van Trente zegt uitdrukkelijk, dat uit kracht der sacramen-tecle woorden, over het brood uitgesproken, alleen het Lichaam geconsacreerd wordt; en uit kracht der sacra menteele woorden over het brood uitgesproken, alleen het Bloed geconsacreerd wordt. Het is echter een punt van ons geloot dat die scheiding slechts geheimzinnig is, en dat het Lichaam niet zonder het Bloed, noch liet Bloed zonder het Lichaam op het altaar rust, omdat het Lichaam van Christus een waarlijk levend en glorievol Lichaam is.

Het Lichaam en Bloed, ieder afzonderlijk geconsacreerd, zijn door deze geheimzinnige scheiding het teeken van den dood.

Het Lichaam en Bloed vereenigd, zijn het teeken van het leven, door Christus weder aangenomen bij zijne Verrijzenis. En zoo wordt ons door den schijn van wijn, welke den schijn van het brood doordringt, voorgesteld dat het Lichaam en Bloed van Christus vereenigd zijn als in een levend Lichaam.

-ocr page 181-

T

WITTE DONDERDAG

161

Gebogen zegt hij nu, zich op de horst slaande :

Agnus Dei, qui tollis lecc.ata mundi, miserere lobis.

Agnus Dei. qui tollis jeccata mundi, miserere lobis.

Agnus Dei, qui tollis )eceata mundi, dona nobis )acem.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Góds, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons vrede.


Vervolyens zegt hij de gebeien vóór de Nuttiging.

Domine Jesu Christe, qui lixisti Apostolis tuis: Pa-om relinquo vobis, paeem neam do vobis : ne respi-:ias peccata mea, sed fidem Eoclesiie tua': eamqtie ecundem voluntatem tu-im pacificare et coadunare ligneris. Qui vivisetreg-aas Deus per omnia sa;-cula sseculorum. Amen. I Domine Jesu Christe, Fili Dei vivi, qui ex vo-hmtata Patris, coóperante Spiritu Sancto, per mortem tuam mundum vivifieasti: libera me per hoe Sacro-sanctum Corpus et San-guinem tuum, ab omnibus iuiquitatibus meis, et uui-versis malis, et t'ac me tuis semper inhserere man-datis, et a te numquam seperari permittas. Qui cum eodum Deo Patre et Spiritu Sancto vivis et regnas Deus in srecula Isseculorum. Amen. i

Heer Jestts Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt. Ik laat ti den vrede. Ik geel' u mijnen vrede: zie neder, niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk; eu ge waardig U haar, volgens uwen wil, vrede en eenheid teverleenen. DieGod zijnde, leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jestts Christus. Zoon van den levenden God, die naar den wil des Vaders, met de medewerking des heiligen Geestes, door uwen dood de wereld hebt levend gemaakt: verlos mij door dit uw hoogheilig Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden, en alle kwaad, en maak, dat ik altijd op uwe geboden lette, en laat mij nooit van U gescheiden worden. Die met den-zelt'denGod den Vader en den H. Geest leeft en heerscht. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.


-ocr page 182-

WITTE DONDERDAG.

162

Dat de nuttiging van uw Lichaam, Heer Jesus Christus, dat ik onwaardige, mij vermeet te ontvangen, niet tot mijn oordeel en mijne verdoemenis strekke : maar dat het volgens uwe goedertierenheid mij tot bescherming zij van ziel en lichaam, en tot liet verkrijgen van genezing. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.

Perceptio Corporis tul, Domine Jesu Christe, quod ego indignus sume-rere prresumo, non mihi proveniat in judicium et condemnationem: sed pro tua pietate prosit mihi ad tutamentem mentis et corporis, et ad medelam per-cipiendam. Qui vivis et regnas cum Deo Patre in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia srecula sseculoruin. Amen.


Nu knielt hij en zegt daarna-.

Ik zal het hemelsch brood nemen, en den naam des Hee-ren aanroepen.

Panem ccelestem acci-piam, et nomen Domini invocabo.


Dan slaat hij driemaal op de horst, telkens zeggende ;

Heer, ik ben niet waardig, ' Domine non sum dignus, dat Gij onder mijn dak komt, ut intres sub tectum me-maar spreek slechts één woord, um: sed tantum die verbo, en mijne ziel zal gezond worden, i et sanabitur anima mea.

Met de H. Hostie het kruisteeken makende, zegt hij:

Het Lichaam onzes Heeren; Corpus Domini nostri Jesus Christus beware mijne Jesu Christi custodiat ani-ziel ten eeuwigen leven. Amen. mam meam in vitam ae-

ternam. Amen.

J

Heden consacreert de Priester twee Hosties, van welke hij ééne nuttigt, en de andere tot den volgenden dag, waarop niet geconsacreerd wordt, bewaart: hij bewaart ook eenige kleine Hosties voor de zieken: het heilig Bloed echter nuttigt hij geheel, en vóór de vingerwassching legt hij de overgebleven Hostie in een anderen kelk, dien de Diaken met palla, pateen en velum

-ocr page 183-

WITTE DONDERDAG.

overdekt, en plaatst midden op het altaar. Daarna geschiedt de Communie der geloovigen, en wordt de Mis voleind. Nu knielt de Priester, zoo dikwijls hij het midden des altaars nadert, of verlaat, of het H. Sacrament, in den kelk rustend, voorbijgaat. En bij het zeggen van De Heer zij met u wendt hij zich tot het volk, niet in het midden des altaars, opdat hij het Sacrament den rug niet toekeere, maar aan den Evangeliekant; en na ook aldaar, als Ite Missa est gezegd is, den zegen te hebben gegeven, keert hij zich om met het aangezicht naar het Sacrament.

Onder het reinigen der Pateen.

163

Quid retribuam Domino pro omnibus, quae retri-buit mihi'? Calicem saluta-ris accipiam, et nomen Dominiinvocabo. Laudans invocabo Dominium, et ab inimicis meis salvus ero.

Wat zal ik den Heer wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft? Ik zal den kelk des heils nemen, en den naam des Heeren aanroepen. Lovend zal ik den Heer aanroepen, en ik zal bevrijd zijn van mijne vijanden.


Zich zegenende met het H. Bloed:

Sanguis Domini nostri Het Bloed onzes Heeren Je-

Jesu Christi custodiat ani- sus Christus beware mijne ziel

mam meam in vita aeter- ten eeuwigen leven. Amen. nam. Amen.

Bij het schenken van den ivijn in den kelk:

Quod ore sumpsimus, Domine, pura mente ca-piamus, et de munere tem-porali fiat nobis remedium sempiternum.

Dat wij, o Heer, met een zuiver hart ontvangen, wat wij met den mond genuttigd hebben : en dat het van eene tijdelijke gave een altijddurend geneesmiddel worde.


Bij het schenken van den wijn en het water;

Corpus tuum, Domine, j Dat uw Lichaam, o Heer, quod sumpsi et sanguis, j hetwelk ik genuttigd heb, en

-ocr page 184-

WITTE DONDEEDACf.

164

uw Bloed, dat ik gedronken heb, aan mijn binnenste vastkleven: en geef, dat in mij, dien de zuivere en heilige Sacramenten verkwikt hebben, geen vlek van misdaden over-blijve. Die leeft en hcerscht in de eeuwen der eeuwen. A men.

quem potavi,adhaereat vis-ceribus meis; et praesta, ut in me non remaneat scelerum macula, quem pura et Sancta refecerunt Sacramenta. Qui vivis et regnas in saecula sa?cu lorum. Amen.

Pla nitas me® ficiun Majei tibi que, illud rante Chri trum

Xa den kelk gereinigd en gedekt te hebben, leest de Priester het volgende gebed:


COJIMUXIE.

Nadat de Heer Jesus het avondmaal had gehouden met zijne leerlingen, heeft Hij hunne voeten gewasschen, en zeide him; Weet gij, wat ik, dc Heer en Meester, u gedaan heb ? Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij ook zoo zoudt doen.

De Heer zij met u.

R. En met uwen Geest

Laat ons bidden.

Doorde levendmakende spijze versterkt, bidden wij Uquot;, Heer onzen God, dat wij als een geschenk van uwe onsterfelijkheid mogen erlangen, wat wij tijdens ons sterfelijk leven verrichten. Door Jesus Christus onzen Heer enz.

De Heer zij met u.

R. En met uwen Geest.

Gaat, de Mis is geëindigd.

R. God zij dank.

Dominus Jesus, post quam cceuavit cum dis-cipulis suis, la vit pedes eorum, et ait illis; Scitisj quid fecerim vobis ego Dominus et Magisterquot;? Exemplum dedi vobis, ut et vos ita facialis.

Dominus vobiscum.

R Et cum spiritu tuo.

POSTCOMMUNIE.

Oremus.

Refecti vitalibus alimen-tis, quassumus, Domine Deus noster, ut, quod tempore nostrae mortalitatis exequimur, immortalitatis tuse munere consequamur. Per Dominum, etc-

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Ite missa est.

R. Deo gratias.

Be

tens et S R

D R li

seci

CH krui

I

bui De bu: pio pei sin qu vil ho bine


-ocr page 185-

WITTE DONDERDAG.

165

Foor het Altaar gebogen, bidt de Priester

Placeat tibi, Sancta ïri-nitas, obsequium servitutis me ai, et prcesta; ut sacri-ficium, qiiod octilis tuas Majestatis indignus obtuli, tibi sit aceeptabile, mihi-que, et omnibus, pro quibus illud obtuli, sit, te mise-rante, propitiabile. Per Christum Dominum nostrum Amen.

Dat o heilige Drievuldigheid de hulde mijner dienstbaarheid U behagelijk zij, en geef, dat de offerande, die ik, onwaardige, voor do oogen uwer Majesteit heb opgedragen, TJ aangenaam f en mij, en allen, voor wie ik die heb opgedragen, door uwe barmhartigheid, ter verzoening zij. Door Christus onzen Heer. Amen.


De Priester, den zegen gevende, zegt:

Benedieat vos omnipo-tens Deus, Pater et Filiusf et Spiritus Sancttis. R. Amen.

U zegenede almachtige God, de Vader en do Zoon en de heilige Geest.

R. Amen.


LAATSTE EVANGELIE.

Dominus vobiscum. R. Et cum spiritu tuo. Initium Sancti Evangelil secundum Joannem.

De Hoor zij met u. R. En met uwen Geest. Hot begin van het heilig Evangelie volgons Joannes.


^Hier teekent men zich voorhoofd, mond en borst met het heilig kruisteeken J

In principio erat Verbum, et Verbum orat apud Deum, et Deus erat Ve-buin. Hoc erat in inci-pio apud Deum. Omnia per ipsum facta sunt; et sine ipso factum est nihil, quod factum est, in ipso vita erat, et vita erat lux hominum ; ot lux in tono-bris lucet, et tenebrse earn non-comprehenderuntFult

In hot begin was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord Dit was in het begin bij God. Alles is door hetzelve geworden, en zonder hetzelve is niets geworden, hetgeen geworden is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschon. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet op. Er was een


-ocr page 186-

WITTE DONDERDAG.

164

uw Bloed, dat ik gedronken heb, aan mijn binnenste vastkleven: en geef, dat in mij, dien de zuivere en heilige Sacramenten verkwikt hebben, geen vlek van misdaden over-blijve. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

quem potavi,adhaereat vis-ceribus meis: et praesta ut in me non remaneat scelerum macula, quem pura et Sancta refecerunt Sacramenta. Qui vivis et regnas in saecula stecu lorum. Amen.


Na den kelk gereinigd en gedekt te hebben, leest de PriesUr hel volgende gebed:

COMMUNIE.

Nadat de Heer Jesus het avondmaal had gehouden met zijne leerlingen, heeft Hij hunne voeten gewasschen, en zeide hun: Weet gij, wat ik, de Heer en Meester, u gedaan heb ? Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij ook zoo zoudt doen.

De Heer zij met u.

R. En met uwen Geest_

Dominus Jesus, post quam ccenavit cum dis cipulis suis, lavic pedes eorum, et alt illis. Scitis quid fecerim vobis ego Dominus et Magister9 Exemplum dedi vobis, ut et vos ita facialis.

Dominus vobiscum.

R Et cum spiritu tuo.


POSTCOMJ1UNIE.

Laat ons bidden.

Door de levendmakende spijze versterkt, bidden wij IJ, Heer onzen God, dat wij als een geschenk van uwe onsterfelijkheid mogen erlangen, wat wij tijdens ons sterfelijk leven verrichten. Door Jesus Christus onzen Heer enz.

De Heer zij met u.

R. En met uwen Geest.

Gaat, de Mis is geëindigd.

R. God zij dank.

Oremus.

Refecti vitalibus alimen-tis, quoBSunms, Domine Deus noster, ut, quod tempore nostrae mortalitatis exequimur, immoi talitatis tuse munere consequamur. Per Dominum, etc-

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Ite missa est.

R. Deo gratias.


-ocr page 187-

WITTE DONDERDAG.

165

Foor het Altaar g,

Placeat tibi, Sancta Tri-nitas, obsequium servitutis me®, et prsesta; ut sacri-licium, quo cl oculis tute Majestatis indignus obtuli, tibi sit acceptabile, mihi-que, et omnibus, pro quibus llud obtuli, sit, te mise-rante, propitiabile. Per Christum Dominum nostrum Amen.

'logen, bidt de Priester ;

Dat, o heilige Drievuldigheid de hulde mijner dienstbaarheid U behagclijk zij, en geef, dat de offerande, die ik, onwaardige, voor de oogen uwer Majesteit heb opgedragen, U aangenaam f en mij, en allen, voor wie ik die heb opgedragen, door uwe barmhartigheid, ter verzoening zij. Door Christus onzen Heer. Amen.


De Priester, den zegen gevende, zegt:

Benedicat vos omnipo- U zegene de almachtige God, tens Deus, Pater et Filiusf de Vader en do Zoon en de et Spiritus Sanctus. | heilige Geest.

R. Amen. I E. Amen.

LAATSTE EVANGELIE.

Dominus vobiscura. De Heer zij met u.

R. Et cum spiritu tuo. j R. En met uwen Geest.

InitiumSancti Evangelii Het begin van het heilig secundum Joannem. i Evangelie volgens Joannes.

('Hier teekent men zich voorhoofd, mond en borst met het heilig kruisteekenj

In principio erat Ver-bum, et Verbum erat apud Deum, et Deus erat Ve-bum. Hoc erat in inci-pio apud Deum. Omnia per ipsum facta sunt; et sine ipso factum est nihil, quod factum est, in ipso vita erat, et vita erat lux hominum; et lux in tene-bris lucet, et tenebraj earn non-comprehenderuntFuit

In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord Dit was in het begin bij God. Alles is door hetzelve getvorden, en zonder hetzelve is niets geworden, hetgeen geworden is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet op. Er was een


-ocr page 188-

WITTE DONDERDAG.

166

mensch door God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat, hetwelk lederen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, en de zijnen namen Hem niet aan. Maar zoovelen Hem aannamen, aan hen gaf Hij macht om kinderen Gods te worden; aan hen, die in zijnen naam gelooven : die niet uit bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn (hier wordt geknield].^ het woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als van den Eénigge-borene des Vaders, vol genade en waarheid.

homo missus a Deo, cui nomen erat Joannes. Hie venit in testimonium, ut testimonium perhiberet de lumine, ut omnes credf rent per illum. Kon erat ille lux, sed ut testimonium perhiberet de lumine Erat lux vera, quae ilhv minat omnem hominem venientem in hunc mun-dum. In mundo erat, et mundus per ipsum factu; est, et mundus eum non cognovit. In propria venit et sul eum non receperunt Quotquot autem recepe runt eum, dedit eis potes i tatem tilios Dei fieri, his ! qui credunt in nomine ejus: qui non ex sangui-nibus, neque ex voluntate carnis, neque ex voluntate viri, sed ex Deo nati sunt [hie genuflectitur.) Et Verbum caro factum est, et habitavit in nobis; et vi-j dimus gloriam ejus, glo-riam quasi Unigeniti a Patre, plenum gratise et veritatis. Amen.

R. Deo Gratias.

drier de 1 waai eind

is. ■

reel

plas

het

voo

tot

cesi


Heden wordt eene kapel der kerk of een ander altaar versierd en verlicht, om aldaar den kelk met het H. Sacrament te plaatsen. Als nu de Mis geëindigd is, worden de flambouwen aangestoken en geschiedt de processie als naar gewoonte, maar een andere Subdiaken draagt het kruis. De Priester hangt een witte kap om, en, staande voor het altaar, doet hij wierook in twee wierooksvaten, zonder den zegen te geven; vervolgens knielt hij in het midden van het altaar en bewierookt

-ocr page 189-

WITTE DONDERDAG.

167

Kobis datus, nobis natus Ex intacta Virgine.

Et in mundo conversatus, Sparso verbi seniine,

Sui moras incolatus Miro clausit ordine.

;aar H.

is,

)ro-cen Dm, i'ee 3ns 3kt

In supram® nocte coenw

Eecumbens cum fratibus. Observata lege plene Cibus in legalibus.

eo, cui gt;s, Hic Lim, ut eret de crede-n erat imoui-imine, e illu-ninem mun-

lat' et 'actus

i non

venit

irunt.

cepe-

3otes-

i, his

mine

ig'ui-

ntate

;itate

sunt

Ver-

t, et

t vi-

glo-

ti a

e et

driemaal het Sakrament. Nu ontvangt de priester uit de hand van den Diaken, die staan blijft, den kelk, waarin het H. Sakrament is, en die bedekt wordt met de einden van het velum, waarmede de Priester omhangen is. Deze gaat nu tusschen den Diaken, die zich aan zijne rechter- en den Subdiaken die zich aan zijne linkerzijde plaatst, onder een draaghemel, — terwijl twee Akolieten het H. Sakrament aanhoudend bewierooken— in processie voort tot aan de bestemde plaats, waar het Sakrament tot 's anderen daags bewaard blijft. Zoolang deze processie duurt, wordt de volgende lofzang gezongen:

lofzang.

Pangsangs, lingua, g'loriosi y ing, mijn tong, 't geheim quot; des Heeren,

Corporis mysterium. Maak het godlijkLichaam groot, Sanguinisque pretiosi EnhetBloed.niettewaardeeren, Quem in mundi pretium. Dat de Spruit van d'eedlen

schoot,

Fructus ventris generosi, Hij, de Vorst der hemelsferen, Eex effudit gentium. Voor het heil der aard vergoot.

Cibum turbai duodeme Se dat suis manibus.

Verbun caro, panem verum.

Ons geboren, ons gegeven. Zoon der reine Hemelbruid, Strooit Hij ,in zijn sterflijk leven, t Zaad van 't godlijk leerwoord uit,

| Tot in 't end een hoog verheven Werking zijne omwandling sluit.

Aan den laatsten disch gezeten,

Met den vollen broedrenkring, Biedt Hij,na hetPaaschlameten Volgens wettige ordening. Hem, die zijne broedren heeten, Zelf zich zelv' ter nuttiaing'.

't Woord

in 't vleesch doet brood verkeeren


12

-ocr page 190-

WITTE DONDERDAG.

168

Door het woord in ;t Vleesch, en wijn

In 't aanbiddlijk Bloed des Heeren;

Faleook 't zintuig'bij den schijn, Voor het harte, dat wil leeren,

Zal 't geloof voldoende zijn.

Verbo carnem efflcit,

Fitque sanguis Christi merum; Et si sensus deficit, Ad flrmaudum cor since-rum

Sola fides sufflcit.


Knielt dan voor het glorierijke

Sakrament aanbiddend neer; Voor deez' Godsvereering wijke De eeredienst der oude leer; En, waar 't zintuig ook bez wijke,

Steune 't vast geloof ons weer.

Tantum ergo Sacramen-tum

Veneremur cernui; Et antiquum documentum Novo cedat rltui:

Prsestet fides supplemen-Uim

Sensuum defectui.


Lof den Vader in den hooge, Lof zijn eengeboren Zoon; Hun zij eer en alvermogen, Hun ons zeegnend lied geboon ; En den Geest, aan 's hemels bogen

Eén met hen, alle eerbetoon. (') Amen.

Genitori, Genltoque Lans et jubilatio,

Salus, honor,virtus quoque Sit et benedictio, Procedenti ab utroque

Compar sit laudatio.Amen.


Als men ter plaatse is gekomen waar het H. Sakrament verblijven zal, neemt de Diaken knielende dit uit de hand des Priesters, die alsdan staan blijft, en zet het op het altaar, waarna de Priester knielende het H. Sakrament bewierookt. Vervolgens worden in het koor de Vespers gelezen zonder zang, en de Priester met de assistenten ontkleeden de altaren onder het lezen van de volgende Antifoon, met den 21aquot;n I'aalm, die geheel op het lijden des Heeren betrekking heeft, en waarvan Chrütus aan het Kruis de eerste woorden heeft uitgesproken.

(') T, Stokvis, S. J. Lofzangen der Kerk, bl. 66.

-ocr page 191-

WITTE DONDERDAG.

antifoon.

Diviserunt sibi vesti- Zij hebben mijne kleederen nienta mea, et super onder zich verdeeld, en over vestem meam miserunt mijn gewaad hebben zij het sortem. lot geworpen.

psalm 21.

169

■pvBUS, Deus meus, respi-■L' ce in me: quare me dereliqnisti ?* longe a salute mea verba delictorum meorum.

Deus meus, clamabo per diem, et non exaudies ;* et nocte, et non ad insi-pientiam mihi.

Tu autem in sancto habitas,* laus Israel.

In te speraverunt patres nostri :* speraverunt, et liberasti eos.

Ad le clamaverunt, et salvi facti sunt :* in te speraverunt, et non sunt confusi.

Ego autem sum vermis, et non homo ;* opprobrium hominum et abjectio plebis

Omnes videntis me, de-riserunt me :* locuti sunt labiis, et moverunt caput:

Speravit in Domino, eripiat eum ;* salvum

aOD, mijn God, zie op mij neer : waarom hebt Gij mij verlaten? verre van mijn heil zijn de woorden mijner zonden (mijns gekerms)OD, mijn God, zie op mij neer : waarom hebt Gij mij verlaten? verre van mijn heil zijn de woorden mijner zonden (mijns gekerms)

Mijn God, gedurende den dag roep ik, en gij verhoort mij niet; en des nachts, en het zal mij niet als dwaasheid toegekend worden.

Doch Gij woont in het heiligdom, Gij roem van Israël.

Op U betrouwden onze vaderen : zij betrouwden en Gij hebt hen verlost.

Zij riepen tot U, en zij werden gered; opubetrouwden zij, en zij zijn niet beschaamd gemaakt.

Doch ik ben een worm en geen mensch: de smaad der menschen en de verachting des volks.

Al die mij zien bespotten mij : zij spreken met de lippen (') en schudden het hoofd, (zeggende) :

Hij heeft op den Heer vertrouwd dat die hem redde;


(1) Zij vertrekken de lippen; een gebaar van bespotting. Volgens het hebr.: Zij sperren de lippen op, wat wellicht beteekent: zij steken de tong uit.

-ocr page 192-

WITTE DONDERDAG.

dat die hem verlosse, omdat | faciat eum, quoniam vult

Hij in hem zijn welgehageu | eum.

heeft.

Gij, immers, zijt het, die mij ; Quoniam tu es qui ex-uit den schoot (mijner moeder) traxisti me de ventre ;* hebt getrokken; Gij-waart mijn , spes mea ab uberibus toeverlaatvandeborstenmijner matris mere. In te projec-moeder af. In uwe armen werd tus sum ex utero. ik geworpen uit den schoot ;

(mijner moeder).

Gij zijt mijn God van den De ventre matris me® schoot mijner moeder af; sta Deus meus es tu ;* ne dan ook niet ver van mij. discesseris a me.

Want de nood is nabij: want Quoniam tribulatio pro-niemand is er, die mij helpt, xima est: quoniam non

est qui adjuvet.

Als vele jonge stieren omring- Circumdederunt me vi-den mij mijne vijanden: als vette tuli multi ;* tauri pingues stieren omsingelden zij mij. obsederunt, me.

Zij sperden hunnen muil Aperuerunt super me tegen mij op, gelijk een roof-' os suum,* sicut leo rapiens zuchtige en brullende leeuw, et rugiens.

Als water word ik uitgestort, Sicut aquaeffusus sum* en al mijne beenderen zijn et dispers a sunt omnia ontwricht. ossa mea.

Mijn hart is geworden als Factum est cor meum was, dat wegsmelt in mijn tamquam cera liquescens,* binnenste. in medio ventris mei.

Mijne kracht is verdroogd Aruit tanquam testa als een potscherf; en mijne virtus mea, et lingua mea tong kleeft aan mijn verhe- adhsesit faucibus meis ;* et melte ; en Gij hebt mij gebracht in pulverem mortis de-tot aan het stof des doods. (')1 duxisti me.

Want vele honden omgeven Quoniam circumdederunt mij, een aantal boosdoeners me canes multi;* concilium omsingelt mij. malignantium obsedit me.

170

Zij doorboorden mijne han- Foderunt manus meas den en voeten ; zij telden al i et pedes meos ;* dinume-mijne beenderen. I raverunt omnia ossa mea.

(') Tot aan den rand des grafs.

-ocr page 193-

WITTE DONDERDAG.

171

Ipsi vero considerave-runt et inspexerunt me* : diviserunt sibi vestimenta mea; et super vestem meam miserunt sortem.

Tu autem, Domine, ne elung'a ver isaux ilium tuum a me * ad defensionem meam conspice.

Erue a framea, Detis, j animam meam,*et de manu canis tuiicam meam.

Salva me ex ore leonis ;* et a cornibus unicornium humilitam meam.

Narrabo nomen tmim, fratribus mels in medio ecclesia? laudabo te.

Qui timetis Dominum. laudate eum universum semen Jacob glocificate eum.

Timeat eum enim omne semen Israël,* quoniam non sprevitnequedespexit deprecationem pauperis:

Nee avertit faciem suam a me; *et cum clamarem ad eiim, exaudivit me.

Apud te laus mea in ecclesia magna :* vota mea reddam in conspectu timen tium' eum.

Zij beschouwden mij en zagen mij; zij verdeelden mijne kleederen onder zich, en over mijn gewaad wierpen zij het lot.

Houd echter, o Heer, uwe helpende hand niet ver van mij ; haast U om mij bij te staan.

Onttrek mijn leven aan het zwaard, en red mijne ziel, leven) uit het geweld des honds.

Eed mij uit den muil van den leeuw, en mijne verdruktheid uit de hoornen der eenhoornen. (')

Ik zal uwen naam aan mijne broeders verkondigen; in het midden der vergadering zal ik U loven.

Looft den Heer, gij die Hem vreest; verheerlijkt Hem, gij allen. die het zaad van Jacob zijt.

Dat al het kroost van Israël Hem eerbiedige, daar Hij het smeeken van den arme niet heeft veracht of versmaad ;

En zijn aangezicht van mij niet heeft a fgewend; en mij verhoord ' heeft toen ik tot Hem riep.

In de volle vergadering zal ik uwen lof verkondigen: mijne j geloften zal ik volbrengen in het aanschijn van hen, die ; Hem vreezen. (z)


(') Het gebed van Christus werd verhoord. Zijn leven werd gered uit den dood door de glorievolle verrijzenis.

(2) De door mij aan God beloofde dankoffers. Het offer van de nieuwe Wet..

-ocr page 194-

WITTE DONDERDAG.

172

De vromen zullen gespijsd en verzadigd worden; en die den Heer zoeken zullen Hem loven: in eeuwigheid zullen hunne harten leven. (')

Geheel de uitgestrektheid der aarde zal het indachtig worden, en zich tot God bekeeren.

En al de geslachten der heidenen zullen voor Hem neder-knielen.

Want den Heer komt het toe te regeeren, en over de volken zal Hij heerschen.

Al de rijken der aarde zijn gespijsd geworden, en hebben Hem aanbeden: alle stervelingen zullen voor zijn aanschijn nedervallen.

En mijne ziel zal leven voor Hem; en mijne nakomelingschap zal Hom dienen.

Een toekomstig geslacht wordt den Heer aangekondigd: en de Hemelen zullen zijne gerechtigheid verkondigen aan het volk, dat geboren wordt, dat de Heer geschapen heeft.

Edent pauperes, et satu-rabuntur, et laudabunt Dominum, qui requirunt eum :1 vivent corda eorum in saiculum sseculi.

Eeminiscentur et converter! tur ad Dominum* universi fines terrre.

Et adorabunt in con spectu ejus* nniversre familiaj gentium.

Quoniam Domini est regnum* et ipse domina-bitur gentium.

Manducaverunt et ado-raverunt omnes pingues terra?:* in conspectu ejus cadent omnes qui descen-dunt in terram.

Et anima mea illi vivet:* et semen meum serviet ipsi.

Annuntiabitur Domino generatie ventura ;* et an-nuntiabunt coeli justitiam ejus populo qui nascetur' quem fecit Dominus.


AKTIFOON.

Zij hebben mijne kleederen i Diviserunt sibi ^'esti-onder zich verdeeld, en over ! menta mea, et super ves-mijn gewaad hebben zij het tem meam miserunt sor-lot gewoipen. j tem.

Na de ontkleeding der altaren komen de Geestelijken bijeen ter verrichting van het M a n d a-t u m (•). De lioogste hunner (de Priester) kleedt

1

Zóó wordt de voeiwassching, welke de Heer bij het

-ocr page 195-

•WITTE DONDERDAG. — VOETWASSCHING. 173

zich over den amict en de albe met paarse stool en kap, de Diaken en Subdiaken zijn in hun wit kerkgewaad, evenals in de Mis. Zij begeven zich naar de plaats voor de voetwassching bestemd, waar de Priester wierook doet in het wierooksvat. De Diaken, het Evangelieboek voor de borst houdend, vraagt den Priester knielend den zegen en zingt dan weder liet Evangelie dat in de Mis gezongen is, terwijl twee Ako-lieten hem ter zijde staan, gelijk geschiedt bij het zingen van het Evangelie in de plechtig'e Mis. Hierna biedt de Subdiaken liet boek open den Priester te kussen aan, dien de Diaken als gewoonlijk bewierookt. De Priester ontdoet zich nu van de kap, wordt door den Diaken en den Subdiaken omgord met een linnen doek, en begint de voetwassching. Bij ieder knielt hij neder, wascht, droogt af en kust den rechtervoet, dien

H. Avondmaal deed, kerkelijk genoemd; óf wel, omdat met de woorden: Mandatum notum enz. de eerste Antifoon der plechtigheid begint, óf, omdat Jesus dien avond het groot gebod {mandatum) der broederliefde met zulk een aandrang herhaalde, en het verhevenst voorbeeld er van gaf door de voeten der leerlingen tewasschen. Te Rome wordt zij telken jare door den Paus verricht. De H. Vader wascht in het Vatikaan de voeten van dertien priesters. Waarom juist van dertien ? Sommigen zeggen om het rolle collegie der Apostelen te beteekenen, dat, met inbegrip van Matthias, in de plaats des verraders opgetreden, en van Paulus, door bijzondere beschikking Gods tot het apostelambt aangesteld, xiit dertien leden heeft bestaan. Doch de geleerde Benedictus XIV geeft hiervoor eeue andere, alleszins aannemelijke verklaring. Hij zegt {de Festis Dni. No. CLXXXIII), dat men te Rome biermede in geheugenis wil houden eene gebeurtenis uit het leven van den H. Paus Gregorius den Grooten. Deze wiesch iederen dag de voeten van twaalf armen, welke hij vervolgens aan zijne tafel toeliet. Eens was een dertiende onder het twaalftal, zonder dat iemand hem had zien binnenkomen, deze was een engel, gezonden om te betuigen hoe aangenaam aan den hemel deze liefdedaad van Grea'orius was.

-ocr page 196-

174 WITTE DONDERDAG. — VOETWASSCHINGU

'leu Subdiaken vasthoud; de Diaken reikt intusschen lijnwaad toe om den voet af te drogen.

ANTIFOON. JOBS XIII.

Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander lief hebt, gelijk Ik u heb liefgehad, zegt de Heer.

Zalig de vlekkeloozen van leven, die wandelen in de wet des Heeren.

Nadat de Heer van het avondmaal was opgestaan, goot hij water in het bekken, en begon de voeten zijner leerlingen te wasschen : dat voorbeeld liet Hij hun na.

Groot is de Heer, en allen lof overwaardig, in de stad van onzen God op zijnen heiligen berg.

Nadat de Heer Jesus het avondmaal gehouden had met zijne leerlingen, wiesch Hij hun de voeten, en sprak tot hen: Weet gij wat Ik n gedaan heb, Ik, de Heer en de Meester ? Een voorbeeld heb Ik u gegeven, opdat gij ook zoo zondt doen.

Gij hebt, o Heer, uw land gezegend; gij hebt de gevangenschap van Jacob afgewend.

Heer, wascht Gij mij de voeten quot;? Jesus antwoordde, en zeide tot hem : Indien Ik u de voeten niet wasch, zult gij geen deel met Mij hebben.

V. Hij kwam dan tot Simon Petrus; en Petrus zeide tot

Mandatem novum do vobis,* ut diligatis invi-cem sicut delixi vos, dicit Dominus,

Ps. CXVIII. Beati im-maculati in via, * qui ambulant in lege Domini.

Joës XIII. ^«i.Postquam surrexit Dominus a coena, misit aquam in pelvim, et ccepit lavare pedes disci-pulorum suorum; hoe exemplum reliquit eis.

Ps. XLVII. Magnus Dominus et laudabilis nimis:* in civitate Dei nostri, in monte sancto ejus

Joës XIII. Ant. Dominus Jesus, postquam crenavit cum discipulis suis, lavit pedes eormn, et ait illis: Scitis quid fecerim vobis, ego Dominus et Magister quot;? Exemplum dédi vobis, ut et vos ita faciatis.

Ps. LXXXIV. Benedi-xisti, Domine, terram tu-am; avertisti captivitatem Jacob.

Joës.XIII. Jut. Domine, tu mihi lavas pedes ? Res-pondit Jesus, et dixit ei: Si non lavero tibi pedes, non habebis partem mecum.

V. Venit ergo ad Simo-nem Petrum, et dixit ei


-ocr page 197-

VOETWASSCHING. 175

WITTE DONDERDAG. —

Petrus. (Hic repititur) Domine, tu mihi, etc.

V. Quod ego facio, tu nescis modo, scies autem postea.

V. Si ego Dominus et Magister vester lavi vobis pedes.quantomagisdebetis alter alteriuslavare pedes!

Ps. XLVII. Audita ha;'c, omnes gentes ;* auribus percipite, qui habitatis or-bem. — Si ego.

Ant. Joës XIII. In hoe cognoscent omnes quia discipuli mei estis, si di-lectionem habueritis ad invicem.

V. Dixit Jesus discipulis suis. In boe.

Ant.ICor. XIII. Maneant in vobis fides, spes, cha-ritas, tria haec: major horum est charitas.

V. Nunc autem manent fides, spes, charitas, tria haec: major horum est charitas. — Maneant.

Ant. Bencdicta sitsancta Trinitas, atque indivisa Unitas; confitebimur ei, quia fecit nobiscum mise-ricordiam suam.

V. Benedicamus Patrem, et Filiuin, cnm sancto Spiritu.

Ps. LXXX1II. Quam di-lecta tabernacula tua, Domine virtutum l* concu-

Hem : {Hier herhaalt men): Heer, wascht Gij mij enz. tot aan ; Hij kwam enz.

V. Wat Ik doe weet gij nu niet, maar gij zult het later weten. {Hier herhaalt men ten derden male): Heer enz, als voren.

V. Indien Ik dan, de Heer en de Meester, uwe voeten ge-wasschen heb, hoeveel te meer moet gij dan elkanders voeten wasschen!

Hoort dit, alle volken, vangt het op in uwe ooren, gij allen, die op aarde woont.

Hieraan zullen allen kennen, dat gij mijne leerlingen zijt, indien gij liefde hebt tot elkander.

V. Jesus zeide tot zijne leerlingen. — Hieraan ...

In u blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde,

V. Maar nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie: de grootste dezer is de liefde. — In u blijven ...

Gezegend zij de H. Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid : wij zullen Haar loven, want Hij heeft ons zijne barmhartigheid bewezen.

V. Loven wij den Vader, en den Zoon, met den H, Geest.

Hoe liefelijk zijn uwe tabernakelen, o Heer der heirkrach-ten! mijne ziel is begeer ig en


-ocr page 198-

176 WITTE DONDERDAG. — VOETWASSCHING.

smacht van verlangen naaide voorhoven des Heeren.

Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. De liefde van Christus heeft ons te zamen vergaderd.

V. Verblijden wij ons en verheugen wij ons in Hem.

V. Vreezen en beminnen wij den levenden God

V. [En beminnen wij elkander in oprechtheid des harten.

Men herhaalt: Waar liefde is en broedermin, daar is God.

V. Nu wij dan te zamen zijn vergaderd

V. Wachten wij ons verdeeld te zijn van zin.

V. Dat alle boosaardige twisten ophouden, alle gedingen gestaakt worden.

V. En Christus onze God zij in ons midden.

Men herhaalt: AVaar liefde is en broedermin, daar is God.

V. Laat ons ook met de zaligen aanschouwen.

V. In de glorie uw aangezicht, o Christus onze God.

V. Eene vreugde, die onmetelijk is en rein.

V. Door deeindelooze eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, in stilte.

V. En leid ons niet in bekoring.

E. Maar verlos ons van den kwade.

V. Gij hebt bevolen, o Heer, dat uwe geboden,

R. Stipt zullen onderhouden worden.

piscit et deficit anima mea in atria Domini.

Ant. I Joës. II. Ubi cha-ritas et amor, Deus ibi est.

V. Congregavit nos in unum Christ i amor.

V. Exultemus, et in ipso jucundemur.

V. Timeamus et amemus Deum vivum.

V. Et ex corde diligamus nos sincero.

Ant. Ubi charitas et amor, Deus ibi est.

V. Simul ergo cum in unum congregaour.

V. Ke nos mente divi-damur, caveamus.

V. Cessent jurgia maligna, cessent lites.

V. Et in medio nostri sit Christus Deus.

Ant. Ubi charitas et amor. Deus ibi est.

V. Simul quoque cum beatis videamus:

V. Gloriantes vultum tuum, Christe Deus.

V. Gaudium, quod est immensum atque probum.

V. Ssecula per infinita sseculorum. Amen.

Pater noster; secreto.

V. Et nos inducas in tentationem.

R. Sed libera nos a malo,

V. Tu mandas;imandata tua, Domine.

R. Custodiri nimis.


-ocr page 199-

— VOETWASSCHING. 177

WITTE DONDEBDAG.

V. Tu lavasti pedes dis-cipulorum tuorum.

R. Opera manuum tua-rum ne despicias.

V. Domine exaudi ora-tionem meam.

R. Et clamor mens ad te veniat.

Doraintis vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

oremus.

Adbstodbsto, Domine, qnre-snmus, officio servitu-tis nostrïe: et quia tu discipulis tuis pedes lavare dignatus es, ne despicias opera manuum tuarum, qua* nobis retinenda man-dasti: ut sicnt hie nobis et a nobis exteriora ablu-untur inquinamenta ; sic a te omnium nostrum in-teriora laventur peccata. Quod ipse prrestare dig-neris, qui vivis et regnas Deus per omnia ssecula sseculorum.

R, Amen.

V. Gij hebt de voeten uwer leerlingen gewasschen.

R. Versmaad de werken uwer handen niet.

V. Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.

De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.

laat oxs bidden.

TTfij bidden U, o Heer, zie '' neder op de plichtsvervulling onzer dienstbaarheid, en dewijl Gij U gewaardigd hebt de voeten uwer leerlingen te wasschen, versmaad dan nok niet de werken uwer handen die Gij ons bevolen hebt na te volgen: opdat wij, gelijk ■wij hier gezuiverd worden en tevens anderen zuiveren van uitwendige smetten, wij ook zoo gereinigd worden van al onze zonden. Wat Gij zelf U gewaardige te verleenen, die God zijnde leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.


-ocr page 200-

GOEDE VRIJDAG.

toelichting.

Goede Vrijdag! Zesde dag der Lijdensweek van onzen God en Heer Jesus Christus!]

Op den zesden dag had Hij den mensch geschapen : ook op den zesden dag heeft Hij hem verlost!

Heden heeft Hij geleden onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven! Laten wij ze toch vol eerbied en dankgevoel altoos uitspreken, die woorden der geloofsbelijdenis, waarmede wij alle dagen des jaars ons herinneren aan den grooten reddingsdag.

Heden is geslacht ons Paaschlam, Christus!

De welbeminde Zoon Gods, medezelfstandig met den Vader, God van alle eeuwigheid ; Hij, die om ons menschen en onze zaligheid uit den hemel was nedergedaald, en het vleesch had aangenomen uit de Maagd Maria, 1amp; als het zoenoffer voor de zonden der gansche wereld smaad- en smartvol gestorven op het kruis!!

-ocr page 201-

goede vrijdag.

Zóó lief heeft God de wereld gehad! Tot dien duren prijs is aan God voldoening gegeven, zijn wij vrijgekocht en verlost!

Het is volbracht !!

Welk christelijk gemoed voelt zich niet aangegrepen door verteedering, niet met dankbaarheid vervuld voor deze overvloedige verlossing door den barmhartigen Jesus bewerkt? Welke naam zullen wij aan den sterfdag van onzen Verlosser geven, aan dien ontzaggelijken dag, waarvan hemel en aarde noch het geheim doorgronden, noch de eeuwige weldaad naar waarde schatten kunnen! Goede Vr ij dag! Zoete benaming ! Eenvoudig wel, maar diep gevoeld en daarom juist zoo schoon noemen wij dezen dag goed, want de goede Jesus is er op gestorven : heeft ons uit de macht van den b o o z e n gered, en zoo oneindig veel goeds voor ons allen verworven!

De Dienst, welke in de kerk verricht wordt, wijkt geheel van den gewonen af; niet, zooals ergens te lezen staat, als zinnebeeld van de wanorde in de natuur bij het sterven des Verlossers, maar van de uitgestrektheid van hare beteekenis.

Als wij op den top van een berg staan, overzien wij veel met een enkelen blik. Onder het opstijgenreeds schijnen de afstanden kleiner, zoodat eindelijk oorden die ver van ons en van elkander

179

-ocr page 202-

GOEDE VRIJDAG.

liggen, van den top des bergs gezien, naast elkander schijnen te liggen aan onze VOO' ten. Naar Calvariê's kruin worden wij heden door de hand der Kerk opgeleid, niet slechts om van nabij Jesus' kruissmart te zien, maar om het geheele werk der Verlossing te overschouwen. Het is, alsof de gansche wereld aan onze voeten ligt, en alle geslachten der aarde samen komen rondom Golgotha. Zij die vóór Christus' komst leefden, om te betuigen, wat zij van Gods zoendood hebben gekend, gehoopt en genoten; de tegenwoordigen, om van zijne volheid genade bij genade te ontvangen. Inderdaad, zóó veel omvattend is de Eeredienst op Jesus' sterfdag, dat zij het geheele werk derver-lossing voor oogen legt. Zij veraanschouwelijkt er van 1°. de verre verwachting, 2°. de zinnebeeldige vóór beduiding, 3°. de smartvolle gebeurtenis, 4°. de onmetelijke vrucht, eindelijk 5°. het werktuig, waarmede zij volbracht werd, het kruis. Met andere woorden: De Dienst van Goeden Vrijdag stelt voor, wat de H. Hieronumus zoo schoon zeide: „Het Kruis van Christus is het middelpunt, waar alles samenkomt, is de korte inhoud van de geschiedenis der gansche wereld.

1. Er wordt met de sombere altaarplechtig-

] 80

-ocr page 203-

GOEDE VRIJDAG.

heden op de eerste plaats voorgesteld, hoe de schuldige wereld redding afbad en verwachtte. De Verlosser kwam niet aanstonds na de eerste albesmettende zonde. Tusschen de belofte in het paradijs, dat Hij komen zou, om ons te verlossen uit de macht der helsche slang, en zijn werkelijke komst verliepen vier duizend jaren. Waarom toefde God zoolang te doen, hetgeen Hij terstond na den val van Adam en Eva beloofde ? „Om zeer wijze redenenquot;, antwoordt de H. Thomas van Aquine. „God deed o.a. zóó, opdat de wereld, hoe langer zij in hare bedorvenheid bleef zuchten, en hoe dieper zij door de zwaarte van haren zondenlast in zedelijke ellende zou nederzinken, ook des te dieper haar ongeluk, van God te zijn afgeweken, beseffen, en haren Redder des te blijder ontvangen zou.quot;

De barmhartige God vergat intusschen zijne belofte niet, noch duldde dat zij werd vergeten. Hij vernieuwde haar vaak met eigen mond. Door het roepen vaneen afzonderlijk volk tot zijn volk bij uitnemendheid; door de oifers en zinnebeelden der Wet; door de stem van een aantal profeten ; door de leiding der gebeurtenissen in de ongelukkige wereld; door geheel de geschiedenis van het joodsche volk, zorgde Hij, dat het geloof aan den Verlosser en de hoop op Hem bleven leven, niet slechts in het Jodendom, maar ook onder

181

-ocr page 204-

GOEDE VRIJDAG.

182

de heidenen. De Verlosser, die komen moest, was de Verlangde aller volken (Agg. II, 8) {1) Om nu aan te duiden, hoe de schuldige wereld in de eeuwen vóór Christus' komst naar den Kedder uitzag, en in hare verdrukking den hemel smeekte, dat Hij toch komen mocht, kiest de Kerk eene lezing uit den profeet Osee De Dienst vangt daarmede aan: maar eerst vallen priester en gewijde dienaren, zoodra zij het altaar naderen, op hun aangezicht plat ter aarde neder. Gesteld, om tusschen tempel en altaar de zonden des volks te beweenen, verbeelden zij in deze houding de wereld, nederge-drukt onder het gewicht harer zonden. Maar, er zal redding komen. Als na volbracht gebed, de priester het altaar heeft beklommen, klinkt ons opbeurend, troostvol tegen; Hij zal genezen en heelen. Hij zal ons levend ma-

1

Een treffend bewijs hoe de verwachting- van den toekomstigen Verlosser ook buiten het Jodendom bestond, levert o.a. de rechtvaardige Job. Deze leefde, waarschijnlijk in den vroegen tijd der aartsvaders, in he; land van Hus, een gedeelte van woest Arable, tusschen Edom en Chaldaea, Hoe schoon zijn de bekende woorden: Ik weet dat mijn Verlosser leeft, en ik ten jong sten dage uit de aarde zal verrijzen, en weder met mijn vel zal omkleed worden en in mijn vleesch mijnen God zal zien. Dien ik zien zal. ik zelf, en dien mijne oogen zullen aanschouwen, en geen ander, deze mijne hoop is nedergelegd in mijnen boezem. Job XIX, 25—27.

-ocr page 205-

GOEDE VRIJDAG.

183

ken (Les, Osee Al) (1). En onmiddellijk na de Les uit Osee verkondigt ook de Tract us uit Habacuc, dat van God zei ven de verlossing zal komen.

2. Voorbeduiding. Jesus Christus, de Zon der gerechtigheid, het Licht der wereld, zou over

13

1

De. Kerk kiest uit de boeken des Ouden Verbonds, hetwelk opleiding naar Christus was, de profetie van Osee om te doen zien welke behoefte de vóór-christelijke wereld had aan redding, die van boven moest komen. De vóór-christelijke wereld biedt vooral dit ter beschouwing aan, hoe de barmhartige God het verlossings-begrip in haar bewaarde; hoe zij meer en meer in de zonde wegzonk, en hoe de straffen der goddelijke wraak altijd dreigend over haar afhingen. De profeet Osee leefde na de splitsing van Israël en Juda in twee rijken, toen zedeloosheid en afgoderij zich op zoo schrikbare wijze vertoonden, als nooit in eenig ander tijdvak der joodsche geschiedenis plaats had. Van daar ook is Osee's profetie een aaneenschakeling van strafbedreigingen, die God hem beval te verkondigen. Nog maar ééns behalve vandaag, ook op een boetedag, t. w. quatertemper-vrijdag in September, komt in de Misliturgie eene Les uit Osee voor. Ka de verre verwachting des heils, de dageraad, door Osee uitgedrukt, volgt de meer heldere afbeelding gegeven door Mozes, die veel vroeger dan gemelde profeet leefde. Osee en Mozes zijn hier geen vertegenwoordigers van hun tijdvak, maar van het geheele Oude Verhond. Letten wij op hetgeen de Liturgie hier bedoelt; steeds duidelijker voorstelling van het verlossingsgeheim.

-ocr page 206-

184 GOEDE VRIJDAG.

de wereld opgaan. Doch gelijk het in de natuur na de duisternis van de nacht niet op eens de volle dag volgt, maar de zon langzaam hooger klimt, en de middag eerst Da den dageraad en den morgenstond komt, zoo nam ook het Licht van Christus wel steeds in helderheid toe, maar verscheen niet op eens in vollen glans. Als de dageraad was zij n uitgang voor bereid (1) Algemeene beloften gingen vooraf, die weinig meer dan een schemering verspreidden. Daarna brak de morgenstond aan : beloofd, verwacht, afgebeden, werd de Redder al duidelijker verkondigd en voorbeduid, afgebeeld in personen, instellingen, offeranden en plechtigheden,, totdat Hij in de volheid des tijds verscheen.

Schooner kon op de voorbeduiding des Ouden Verbonds niet gewezen worden als door de Les uit Exodus XII, welke van het Paaschlam en het Spijsoffer, Christus, den bloedigen zoendood afbeeldt. Want Gods zoon, aan het kruis geklonken, is het voorbeduide Lam dat in waarheid is geslacht; dat door bloedvergieten een eeuwige verlossing heeft bewerkt; dat vlek-keloos is, mannelijk, eenjarig: dat geslacht werd tegen den avond: d. i. in de

1

Christus' ontvangenis en geboorte, waardoor hij uit den hemel op aarde kwam, is door God voorbereid als een dageraad.

-ocr page 207-

GOEDE VRIJDAG,

T

185

volheid destijds; dat geslacht werd door heel de menigte van Israels kinderen: allen toch schreeuwden; „Kruisig, Kruisig hem!quot; En mocht, in de plaats van een lam, een bok het bloedig paaschoffer zijn : het was, omdat Jesus, het vlekkeloos heilige Lam, met de zonden der wereld beladen voor ons ais de zondebok van het oude verbond was.

3. In de Passie zien wij de verlossing niet meer als toekomend of voorbeteekend, maar als gebeurend en volbracht (1). Het is ten vierden male, dat de Lijdensgeschiedenis wordt voorgehouden; heden volgens de beschrijving van den H, Joannes. Den leerling, die zijn Meester getrouw bleef tot onder het kruis, komt het toe, de smarten des Heeren te vermelden op den grooten lijdensdag zeiven. Aanschouwer en verkondiger van Jesus' zoendood, roept hij met zijn lijdensverhaal ons toe : Klim op

1

Welk een klimming in de voorstelling van het verlossingsgeheim! Zelfs in de zangwijs ligt verheffing. De eerste Les wordt op den lestoon, d. i. bijna lezend, gezongen r zij vertoont het heil slechts van verre. De tweede Les wordt gezongen op den verkondigenden toon der Epistel. In de Passie, de beschrijving der verlossings-daarf, hoeren wij den verhaler rerhalen, den Zaligmaker diep weemoedig klagen, en beiden onderbreekt het luidklinkend, hartstogtelijk volksgeechreeuw.

-ocr page 208-

GOEDE VRIJDAG.

Tot aan den berg, en tel d'ontelbre wonden.

Bezie 't albast zijns lichaams wreed geschonden.

Bezie de roên gesleten op zijn vel,

En vleesch en been. Aanhoor dit guichelspel,

Dat schuifelen, dat spuwen, dat beschimpen.

Bezie eens, hoe zijn ingewanden krimpen.

Van pijn op pijn: hoe 't lichaam nagelvast Aan 't hout, verwelke, en door zijn' eigen last De zenuw spanne, cn leer' de wonden gapen,

Die beeken bloeds, zoo schoon als 'tis geschapen,

U leveren, tot zuivring van uw vlak.

Hij geeft den geest: de wereld geeft een krak;

De steenrots scheurt: alle elementen, zwanger Van zulk een wee, verschieten, bleeker banger Dan ooit, hun verf: en huilen wijd en breed. Op 't moordgeschrei der Godheid, en dien kreet,

Waarmee de ziel drie dagen werd gescheien Van 't heilia' liik, om 't welk de starren schreien.

Ibl'bl'

le:

_ v(

tigheid en van de strafbaarheid der zonde ! Gij oc boodt de onmetelijke bevrediging aac, welke ■

Gods heiligheid eischte ! Verzoenend Offerlam ! d;

Gij voldeedt aan den hemelschen Vader! Gij z:

kocht ons vrij ! Gij overwondt den vijand onzer h

zielen ! Gij verwierft het eeuwig leven voor de | k

186

lütp den van der zicl i onz ont tijc

all

ter dood veroordeelden! Gij verdiendet een on- d

-ocr page 209-

GOEDE VRIJDAG.

uitputtelijken genadeschat, en opendet ons allen den weg des eeuwigen heils. O bodemlooze oceaan van barmhartigheid ! O onwaardeerbaar beminnen der liefde: om den slaaf vrij te koopen heeft zich de Zoon tot losprijs gegeven !

Ach, dat uw bloed, o Jesus! voor niemand onzer te vergeefs hebbe gestroomd, maar dat wij ontferming en genade bekomen ten bekwamen tijde!

4. Na de Passie volgen de Greb eden. Een allerhartelijkste uitnoodiging gaat ieder Gebed vooraf. In de vervoering harer hoop roept de Kerk ons toe: Laat ons den berg des heils omsingelen, waar de verdiensten van Christus' bloed met onuitputtelijke mildheid van nederdalen , helpt, allerliefste kinderen, de vruchten der verlossing afdragen tot allen, die gelooven, en ook tot die nog ongeloovig zijn.

De H. Kerk bidt voor allen, om alles. Waarom dat? Kunnen wij met deze verklaring tevreden zijn, dat de Kerk zóó doet, om de barmhartigheid des Zaligmakers na te volgen, die op het kruis voor zijne beulen bad; of, dat zij een moederlijke teederheid aan den dag legt, die niemand van haar medelijden uitsluit? Xeen, in geenen deele. Zóó iets doet de Kerk altijd. Het stervend Offerlam, Jesus Christus zelf, is het voorwerp

187

-ocr page 210-

C OEDE VRIJDAG.

onzer bewondering en liefde. De goddelijke kracht zijns offers, de oneindigheid zijner verdiensten trekken meer nog dan het mededoogen der Kerk onze aandacht. Of, willen wij de Kerk in hare Liturgie prijzen ? Zeggen wij dan, dat zij vol teederheid, voor allen biddende, een krachtige ontboezeming doet van haar goddelijk geloof. Zij bidt voor allen, om alles, wijl zij gelooft, dat Jesus door zijn dood, de gansche wereld verloste; dat Hij voor allen stierf, opdat all en het leven zouden hebben; dat zijn goddelijk zoenbloed, voor allen vergoten, alle kracht heeft voor allen! De Gebeden die heden voor allen worden gestort zijn alzoo eene voortreffelijke verkondiging van de algemeene verzoening, van de eeuwige verlossing en dezer onmetelijke v r u c h t.

Christen ziel, hoe zondig gij ook wezen mocht, hier zult gij leeren, dat er geen smadelijker ont-eering is van 's Heeren genadevollen dood, dan te wantrouwen, als waren Jesus' verdiensten te klein, of als was zijn liefde tot u niet oneindig! Neen, bidden wij met het levendigst vertrouwen, maar: Buigen wij de knieën: In deemoedig schuldbesef, kloppende op de borst, met vermor-seld hart zullen wij opblikken naar het kruis. Want hoe zouden wij ons ooit genoeg kunnen vernederen op den dag, waarop de onschuldige

188

-ocr page 211-

GOEDE VRIJDAG.

Jesus, onze lieve Zaligmaker, voor onze zonden is gestorven!

5. Eindelijk wordt ons op indrukkende wijze het kruis, het werktuig onzer verlossing, getoond. Kruis en kruisbeeld worden onthuld, opgeheven en vereerd. De plechtigheid doelt op het ware Kruis, waaraan het heil dei-wereld gehangen heeft (1) en beoogt den gekruisten Jesus zeiven. Zou het kruis niet vereerd mogen worden ? Ziet men van groote daden en voor hen die ze volbrachten geen gedenkzuilen oprichten ? Kan de trofee onzer verlossing, het kruis, waarmede de wereld vrijgevochten, de hel overwonnen, de hemel geopend is, wel hoog genoeg worden verheven, wel dankbaar genoeg begroet?

189

Volgens den geest der H. Kerk is deze kruis-

1

Deze kruisvereering dag'teekent van cle vierde eeuw, toen keizerin Helena, moeder van Constantijn den Groote, het ware Kruis, waaraan Christus gestorven was, op Calvarië had gevonden. Het vinden er van had de geheele Kerk met blijdschap vervuld en onbeschrijfelijk groot was de toevloed van geloovigen, om dat dierbaar heilsteeken te zien en te huldigen, als het jaarlijks op Goeden Vrijdag te Jerusalem vertoond werd. Uit de onmogelijkheid voor talloozen, om te Jerusalem eerbied aan het heilig hout te gaan betoonen, ontstond de kruisvereering, die wij heden verrichten.

-ocr page 212-

190 GOEDE VRIJDAG.

vereering eene k r u i s-v e r h e e r 1 ij k i n g. Overweging. Het kruis, tot nu toe omhuld, ten teeken dat 's Heeren glorie aan ons oog ontrokken was, wordt, op de trede van het altaar aan den epistelkant, eerst gedeeltelijk onthuld ; daarna, midden op het altaar, geheel van zijn bekleedsel ontdaan, en door den priester tot driemaal aan het volk getoond met de woorden: Ziet het hout des kruises, waaraan het heil der wereld gehangen heeft; en de geloovigen knielen eerbiedig neder bij het zingen van: Komt laat ons aanbidden (*). Hij toch, die hier in beeltenis wordt voorgesteld, is Jesus Christus, de eeuwige Zoon van God, die gehoorzaam geworden is tot den dood des kruises, maar in wiens naam juist daarom hemel en aarde in aanbidding moeten nedèrvallen. En de priester ontdoet zich als Mozes van zijn schoeisel, vóór hij zich tot het heilig hout ter aarde buigt om het te kussen, het hout, waaraan onze dierbare Verlosser uit liefde gestorven is.

En om ons gedurende deze kruisvereering tot berouw over onze zonden en tot leefde voor Jesus op te wekken, worden de lm pro per ia, V e r w ij t e n, welke de Zaligmaker, van het

(♦) Men gelieve de noot, in den Dienst zeiven op deze woorden gemaakt, aandachtig- te lezen.

-ocr page 213-

GOEDE VRIJDAG.

kruis af, zijn ondankbaar volk toespreekt, gezongen. O, stellen wij ons voor, dat de Verlosser met stervende lippen aldus tot en over ons klaagt; slaan wij tevens het oog op zijn bloedige wonden en wij zullen getroffen en bekeerd opstaan uit die overweging.

Laat ons ook dezen ganschen dag zooveel mogelijk in stilte doorbrengen met de overdenking van de kruissmart en den dood des Heeren. Zóó is de geest der H. Kerk. Zij gaat heden geheel op in het Offer des kruises. Aan Calvarië zijn en blijven haar geest en hart geboeid, zij daalt van den heiligen berg niet neder, dan om den gestorven Zaligmaker te vergezellen naar het graf. Zóó zeer is op het bloedige, alvol-doende Offer des kruises hare aandacht gevestigd, dat de onbloedige Offerande der Mis niet opgedragen wordt. Alleen wordt na de kruisvereering het H. Sakrament uit de plaats, waarheen het gisteren in processie gedragen was, in processie teruggevoerd naar het hoofdaltaar en onder sommige gebeden uit de gewone Mis genomen, door den priester genuttigd. De plechtigheid op Goeden Vrijdag is dus slechts eene Communie, niet eene Offerande. En de H. Kerk verkondigt hiermede opnieuw, dat het onbloedige Offer des Avondmaals en het bloedige des kruises één en hetzelfde Offer is.

191

-ocr page 214-

GOEDE VRIJDAG.

Een geliefde beziglieid der vromen is, dikwijls te overwegen, hoeveel pijnen de lieve Jesns heeft doorgestaan, om ons van de eeuwige pijnen te bevrijden. Het kruis was het groote boek, waaruit de Heiligen alles leerden. Paulus wilde niets anders weten, dan Jesus, en dien gekruist. En, om van alle nog één te noemen, hoe groote minnaar des kruises was Bernardus niet! Hoo-ren wij de honingzoete woorden, waarmede hij de overweging van 's Heeren lijden aanbeveelt.

„Ik heb, mijne broeders, van het begin mijner bekeering af, om te voorzien in de groote menigte van verdiensten, welke mij ontbrak, met zorg een bundelken mirre vergaderd uit alle smarten en bitterheden des Heeren, en dat op mijn hart geplaatst.... In eeuwigheid zal ik die ontfermingen niet vergeten____Dit te overwegen heb

ik wijsheid genoemd; daarin heb ik voor mij de volmaaktheid der rechtvaardigheid gesteld, daarin de volheid der wetenschap, daarin de rijkdommen des heils, daarin de overvloed van verdiensten. Daaruit trek ik somwijlen een heilzamen drank van bitteren rouw, dan weder de zoete zalving van vertroosting. Deze overweging beurt mij op in tegenspoeden, verootmoedigt mij in voorspoed .... Daarom spreek ik dikwijls over het lijden en de ontfermingen mijns Heeren, gelijk gij weet, altijd ben ik die indachtig, gelijk God

192

-ocr page 215-

GOEDE VBIJDAG.

193

weet, en ik ben gewoon daarover te schrijven, zooals bekend is: deze is mijn hoogste wijsbegeerte, Jesus te kennen en Hein gekruist.quot;

„Vergadert dan ook gij, zeer beminde! vooru zeiven zulk een heilzamen mirrebundel, en plaatst dien in het binnenste van uw hart.... Draagt dien niet achter, op uwe schouders, maar van voren, dicht bij uwe oogen, opdat gij hem niet zoudt dragen zonder hem te ruiken, waardoor de last u zou drukken zonder dat de geur u zou verkwikken. Gedenkt, dat Simeon den Zaligmaker gedragen heeft op zijne armen. Maria droeg Hem in haren schoot.... Ik ben van gevoelen, dat Joseph, Maria's man; Hem dikwijls zal hebben toegelachen als hij Hem op zijne knieën had. Deze allen hielden Hem vóór zich, geen enkel achter zich. Laten zij u tot voorbeeld wezen, opdat gij ook zoo doet. Want, als gij Jesus, dien gij draagt, voor uwe oogen houdt, zult gij zeker bij het zien van de smarten uws Heeren, ook gemakkelijker de uwe dragen, terwijl de Bruidegom der H. Kerk u zelf bijstaat. Hij, de God die boven alles geprezen zij in eeuwigheid. Amen.quot; {In Cant. Sermo 43.)

WH-

-ocr page 216-

GOEDE VRIJDAG.

Na de Xona (1) gaan Priester, Diaken en Subdiaken in zwarte misgewaden, zonder licht of wierook naar het altaar, vallen vóór hetzelve op het aangezicht neder en bidden een wijle. Intusschen spreiden de Akolieten één dwaal over het altaar (2). Na te hebben gebeden, staat de Priester met genoemde assistenten op, beklimt het altaar en kust het in het midden. Vervolgens leest een Lector (f) tor plaatse waar de Epistelles gezongen wordt

1

Een gedeelte dor kerkelijke daggetijden. Vergelijk de noot onder bladz 15. Nona beteekent negende uur) en beantwoordt aan ons drie uur 's namiddags ; het uur waarop de Zaligmaker den geest gaf. Door den tijd: Na de Nona en door de zwarte misgewaden wordt aangetoond, dat de plechtigheden Jesus als gestor oen, de verlossing der wereld als geschied voorstellen. Het is volbracht!

2

Nadat de Bisschop den altaarsteen geconsacreerd heeft wordt daarover uitgespreid het Chrismale (Chrisma-doek), een linnen wasdoek van gelijke grootte als de geconsacreerde steen, en hierover worden de drie door den Bisschop gewijden linnen doeken gelegd. Aan het aldus gedekte altaar wordt de H. Mis opgedragen. (Pontif. rom.)

(f) Lezer hij den H. Dienst. Het Lectoraa: is een der Kleine Orden.

-ocr page 217-

GOEDE VRIJDAG. —

195

LESSEN.

de volgende Profetie zonder titel, welke de Priester aan den Epistelkant leest,

O s e e VI.

Dit zegt de Heer : In hunne verdrukking zullen zij zich des morgens oprichten tot Mij (en zeggen): Komt, laat ons tot den Heer weder-keeren : dewijl Hij zelf ons gegrepen heeft, O zal Hij ook genezen ; Hij sloeg ons, en Hij zal ons heelen. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, en ten derde dage ons opwekken, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. (3) Wij zullen kennen en wij zullen trachten den Heer te kennen; gelijk de dageraad is zijn uitgang voorbereid, en Hij zal als de vroege regen over ons komen, en de late regen over het land. (:5) Wat zal Ik u doen, Ephraïm? AVat zal Ik u doen, Juda? Uwe barmhartigheid is gelijk een ochtendnevel en als een morgendauw, die in den ochtend verdwijnt. Daarom heb ik hen als harde steenrots

(') Als een leeuw, waarmede de Heer zichzelf vergelijkt in het vorige hoofdstuk,

(2) De profeet voorspelt, dat het volk Gods spoedig', na '.wee, drie dagen; niet te verstaan als twee maal vielen twintig uven, maar in het algemeen als een kort tijdsverloop.

(') Christus maakte onze zielen vruchtbaar gelijk de voor- en najaarsregen het land in die streken vruchtbaar deed zijn.

-ocr page 218-

GOEDE VRIJDAG. —

196

LESSEN.

behouwen door de profeten ; Ik heb hen gedood door de woorden van mijn mond, en uwe straffen zullen als een licht te voorschijn komen : want Ik wilde barmhartigheid O en geen offerande, en kennis van G-od meer dan brandoffers.

TRACTUS.

nEER,EER, ik heb uwe woorden gehoord, en ik heb gevreesd : ik heb uwe werken aanschouwd, en ik ben ontsteld geworden.

V. Te midden van twee dieren zult Gij bekend worden: als de jaren nabij zullen zijn, zal men U kennen : als de tijd gekomen zal zijn, zult Gijuver-toonen.

V. Terwijl mijne ziel zal ontroerd zijn, zult Gij uwer barmhartigheid gedenken op den dag van uwen toorn.

V. God zal van den Libanon komen, en de Heilige van den lommerrijken en dichtbewassen berg.

V. Zijne majesteit heeft de hemelen overdekt: en de aarde is vervuld van zijnen lof.

quot;Tvomine, audivi auditum -L'tuum, et timui; consi-deravi opera tua, et ex-pa vi.

V. In medio duorum animalium innotesceris; dum appropmquaverint anni, cognosceris: dum advenerit tempus, osten-deris.

V. In eo, dum contur-bata fuerit anima mea : in ira, misericordiae memor eris.

V. Deus a Libano veniet, et Sanctus de monte itm-broso et condenso.

V. Operuit coelos majes-tas ejus, et laudis ejus plena est terra


(') Hier wordt, evenals hierboven, door barmhartigheid bedoeld rechtvaardigheid, heiligheid, bij welker afwezigheid geen offer aan God welgevallig is. God verlangt eerst de bekeering en dan de offers, door de menschen in staat van genade opgedragen.

-ocr page 219-

GOEDE VRIJDAG. —

197

LESSEN.

Ka den Tractus, zegt de Friester aan den Epistelkani:

Oremus, Laat ons bidden.

D. Flectamus genua. De. diaken zingt: Buigen wij S. Levate. ; de knieën. En de Subdiaken :

Staat op.

gebed.

quot;Tveus, a quo et Judas J-'reatus sui poenam et con-fessionis sure latro prae-mium sumpsit: eoncede nobis tute propitiationis affectum: ut sicut in pas-sione sua Jesus Christus Dominus noster diversa utrisque intulit stipendia meritorum ; ita nobis, ablate vetustatis errors, re-surrectionis suse gratiam largiatur. Qui tecum vivit et regnat.

De Subdiaken zingt op (h zonder tilt

OGod, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving : verleen ons, als een gevolg uwer goedertierenheid, dat, even als Jesus Christus onze Heer gedurende zijn lijden aan beiden verschillend loon naar verdienste schonk. Hij ook ons, nadat de oude mensch vernietigd is, de genade zijner verrijzenis moge schenken. Die met U leeft en heerscht, enz.God, van wien èn Judas de straf voor zijne misdaad, èn de moordenaar het loon zijner belijdenis ontving : verleen ons, als een gevolg uwer goedertierenheid, dat, even als Jesus Christus onze Heer gedurende zijn lijden aan beiden verschillend loon naar verdienste schonk. Hij ook ons, nadat de oude mensch vernietigd is, de genade zijner verrijzenis moge schenken. Die met U leeft en heerscht, enz.

n Episteltoon de volgende Les, !. Exod. XII.


Tndiebusillis, DixitDonü-nus ad Moysen et Aaron in terra iEgypti: Mensis iste, vobis principium men-slum : primus erit in men-sibus anni. Loquimini ad universum coetumflliorum Israel, et dicite eis: De-cima die mensis hujus tollat unusquisque agnum per fainilias et domos suas. Sin autem minor est numerus ut suffleere possit ad vescendum agnum, assumet vicinum suum.

Inn die dagen zeide de Heer tot Moyses en Aaron in het land van Egypte: Deze maand zal u het begin der maanden, de eerste onder de maanden des jaars wezen. Spreekt tot de geheele vergadering der kinderen Israels, en zegt hun : op den tienden dag dezer maand neme ieder een lam voor zijne familie en voor zijn huis. Zoo echter het getal te klein is om het lam te kunnen eten, neme hij zijn gebuur die naast zijn huis woont er bij, volgens het


-ocr page 220-

GOEDE VRIJDAG. —

198

LESSEN.

aantal der zielen, dat toerei-1 kend kan zijn om het lam te ! eten. Het lam zal echter zijn: zonder vlek, van het mannelijk geslacht, één-jarig: volgens deze voorschriften zult gij ook i een geitebokje nemen. En gij zult liet bewaren tot den veertienden dag dezer maand: en de gansche menigte der kinderen Israels zal liet tegen den avond slachten. En zij zullen van zijn tloed nemen, eu het strijken op do beide deurstijlen eu de dorpels van de huizen, waarin zij het eten zullen. En in dien nacht zul-len zij het vleesch eten, over het vuur gebraden, en onge-deesemde brooden met wilde latuw. Gij zult niets er van eten, wat rauw en in water gekookt is, maar alleen wat over het vuur gebraden is; het hoofd met do pooten en de ingewanden zult gij eten. En niets er van zal overblijven tot den morgen. Als iets er van overgebleven is, zult gij het in het vuur verbranden. Zóó nu zult gij het eten; Gij zult uwe lendenen omgorden, schoenen aan de voeten hebben, en stokken in de handen houden, en gij zult met spoed eten: want het is hetPascheu (dat is de voorbijgang) des Heeren.

qui junctus est domui sua; juxta numerum ani-marum qu® sufflcerc pos-sunt ad esum Agni. Erit autem agnus absque macula, masculus, anniculus: juxta quem ritum tolletis et hsedum. Et servabitis eum usque ad quartam decimam diem mensis hujus ; immolabitque eum universa multitudo filio-rum Israel ad verspers m. Et sument de sanguine ejus, ac ponent super utrumque postem; et in-super liminaribus domorum in quibus comedent illum. Et edent carnes nocte ilia as,sas igni, et azymos panes cum lactu-cis agrestibus. Kon conie-detis ex eo crudum quid, nee coctum aqua, sed tantum assum igni: caput cum pedibus ejus et intes-tinis vorabitis. Nee rema-nebit quidquam ex eo usque mane. Si quid residuum fuerit, igne combu-retis. Sic autem comedetis illum : Renes vestros ac-cingetis, et calceamenta habebitis in pedibus, te-nentesbaculos in manibus, et comedetis festinanter: est enim Phase (id est transitus) Domini.


-ocr page 221-

GOEDE VRIJDAG-. — LESSEN.

TRACTUS. Ps. CXXXIX.

Biieü mij, Heer, van den kwa-

^ den menseh, behoedt mij tegen den man des onrechts.

V. Die kwaad in hunne harten uitdenken: den gansehen dag strijd voeren.

V. Zij hébben hunne tongen gescherpt als die, eener slang; adderen-vergit' is onder hunne lippen.

V. Bewaar mij. Heer, voor de hand des zondaars ; en verlos mij van de ongerechtigen.

V. Van hen die zoeken mij ten val te brengen: hoovaardigen legden mij een verborgen strik.

V. En spanden voor mijne voeten koorden tot een net: op den weg plaatsen zij een struikelblok voor mij.

V. Ik heb tot den Heer gezegd : Gij zijt mijn God ; ver-Ie stem mijns

V. Caput circuitus eorum : labor labiorum ipso-rum operiet eos.

V. Heer, Heer, Gij, de kracht mijns heils, bescherm mijn hootd ten dage des krijgs.

V. Lever mij niet tegen mijnen wil aan den booswicht: zij hebben plannen tegen mij beraamd; verlaat mij niet, opdat zij zich niet te eenigen tijde verheffen.

V. Hij die aan het hoofd staat van hen die mij omringen : het onheil hunner lippen zal over hen komen. (1)

') Het onheil dat die lasteraars mij willen aandoen zal op hun eigen hoofd neerdalen.

199

Ï^kipe me, Domine, ab liomine malo: a viro iniqiio libera me.

V. Qui cogitaveviuit ma-litias in corde: tota die constituebam prselia.

V. Acuemnt lingmas suas sictit serpentis: venennm aspidum sub labiis eorum.

V. Custodi me, Domine,

de manu peccatoris ; et ab bominibus inquis libera me.

V. Quicogitaverunt sup-plantare gressus meos: ala-sconderunt superbi latjue-um mihi.

V. Et tunes extenderunt in laqueum pedibus meis ;

juxta iter scandalum po-suerunt mihi.

V. Dixi Domino : Deus meus es tu : exaudi. Do- I hoor. Heer mine.vocem orationis uieai. i gebeds.

V .Domine,Domine, virtus salutis mea;, obumbra caput meum in die belli.

V. Ne tradas me a de-siderio meo peccatori: co-gitaverunt adversus me ; ne derelinquas me, ne umquam exaltentur.

14

-ocr page 222-

GOEDE VRIJDAG. — PASSIE.

V. Maar de vromen zullen I V, Verumtamen justi uwen naam loven : en de ge-' confitebuntur nomini tuo : rechtigen zullen voor uw aan- ' et habitabunt recti cum gezicht verblijven. f vultu tuo.

Na den Tractus wordt voor een onbedekten lessenaar de Passie gezongen: terwijl de Priester die in stilte aan dun Epistelkant leest.

200

TTet lijden onze* Heeren J-L jesus Christus, volgens Joannes. Hoofdst. 18.

In dien tijd ging Jesus met zijne leerlingen over de, beek Cedron, waar een hof was, waar Hij, en zijne leerlingen, ingingen. Judas nu, die Heru verried, wist ook die plaats, want Jesus was daar dikwijls met zijne leerlingen samengekomen. Toen Judas de bende, en van de overpriesters en Pha-riseën dienaren genomen had, kwam hij aldaar met lantaar-nen en fakkels en wapenen. Jesus nu, wetende alles wat Hem zoude overkomen, trad voorwaarts en sprak tot hen : Wien zoekt gij ? Zij antwoordden hem : Jesus den Nazarener. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas,dicHem overleverde, stond bij hen. Als Hij dan tot hen zeide; Ik ben het; gingen zij achterwaarts en vielen ter aarde. Hij dan vraagde hen andermaal; Wien zoekt gij ? En zij zeiden: Jesus den Nazarener. Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben ; indien gij dan Mij zoekt, laat dezen gaan! Opdat het woord

PASSioASSio Domini nostri Jesu Christi secundum Joannem. Cap. 18.

In illo tempore : Egres-sus est Jesus cum disci-pulis suis trans torrentem Cedron, ubi erat hortus, in quem introivit ipse, et discipuli ejus. Sciebat au-tem et Judas, qui tradebat eum, locum, quia frequenter Jesus convenerat illuc cum discipulis suis. Judas ergo rum accepis-set cohortem, et a ponti-iicibus et phE.risaiis mini-stros, venit illuc cum laternis, et facibus, et armis. Jesus itaquesciens omnia, qua; ventura erant super eum, processit, et dixit eis: Quem qiueritis? Responderunt ei; Jesum Nazarenum. Dixit eis Jesus : Ego sum. Stabat au-tem et Judas, qui tradebat eum, cum ipsis. Ut ergo dixit eis: Ego sum. abie-runt retrorsum, et cecide-runt in terrain. Iterum ergo interrogavit eos; Quem quaeritis ? Illi au-tem dixerunt; Jesum


-ocr page 223-

GOEDE VRIJDAG.

201

— PASSIE.

Nazareuum. Eespondit Jesus: Dixi vobis, quia ego sum: si erg'o me qute-ritis, sinite hos abire. üt impleretur sermo, quem dixit: Quia quos dedisti uiihi, non pevdidi ex eis quemquam. Simon ergo Petrus habens gladium, eduxit eum : et percussit pontificis servum : et ab-scidit auriculam ejus dex-teram. Erat autem nomen servo Mak-bus. Dixit ergo JesusPetro: Mitte gladium tuum in vagiuain. Calieem quem dedit mihi Pater, non bibam illum ? Coiiors ergo, et tribunus, et ini-nistri Judfeorum compre-henderunt Jesum, et liga-verunt etim; et adduxe-runt eum ad Annam pri-mum, erat enim socer Caiphaï, qui erat pontifex anni illius. Erat autem Caipbas qui consilium dederat Judteis: Quia ex-pidit unum hominem mori pro populo. Sequebatur autem Jesum Simon Petrus, et alius discipulus. Discipulus autem ille erat notus pontifici, et introi-vit cum Jesu in atrium pontificis. Petrus autem stabat ad ostium foris. Exivit ergo discipulus alius, qui erat notus pontifici, et dixit ostiarue, et introduxit Petrum. Dicit ergo Petro ancilla ostria-vervuld zoude worden hetwelk Hij gesproken had; Van hen,dio Gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Simon Petrus nu, die een zwaard had, trok het uit en sloeg den dienstknecht des hoogepriesters en hieuw hem het rechter oor af. ! De naam nu van den dienst-! knecht was Malchus. Jesus ! /.eide dan tot Petrus; Steek uw zwaard in de schede. Den kelk, dien de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken? De bende dan, en de hoofdman en de dienaren der Joden grepen Jesus en bonden Hem ; | en zij leidden Hem eerst naar Annas : want hij was de schoon-I vader van Caïphas, die in dat 1 jaar hoogepriester was. Caïphas nu was degene die aan de Joden den raad had gegeven : Het is nuttig dat één mensch 1 sterve voor het volk. Simon ! Petrus nu en een andere leerling volgden Jesus. En deze leerling was den hoogepriester bekend, en ging met Jesus i binnen in het voorhof van den hoogepriester. Petrus echter stond buiten aan de deur. De andere leerling dan, die den hoogepriester bekend was, ging uit en sprak met de duer-wachster, en bracht Petrus binnen. De dienstmaagd, die de deur bewaakte zeide dan tot Petrus; Zijt gij ook niet van de leerlingen van dien mensch ? Hij zeide : Ik ben het niet. De dienstknechten nu en de diena-


-ocr page 224-

GOEDE VRIJDAG. —

200

PASSIE.

V, Maar de vromen zullen j V. Venimtamen justi uwen naam loven : en de ge- j confitebuntur nomini tuo : rechtig'en zullen voor uw aan- '' et habitabunt recti cum gezicht verblijven. vultu tuo.

Na den Tractus wordt voor een onbedekten lessenaar de Patsie gezongen: terwijl de Priester die in stilte aan den Epistelkant leest.

Hetet lijden onze.-- Heeren Jesus Christus, volgens Joannes. Hoofdst. 18.

In dien tijd ging Jesus met zijne leerlingen over de beek Cedron. waar een hof was, waar Hij, en zijne leerlingen, ingingen. Judas nu, die Hem verried, wist ook die plaats, want Jesus was daar dikwijls met zijne leerlingen samengekomen. Toen Judas de bende, en van de overpriesters en Pha-riseën dienaren genomen had, kwam hij aldaar met lantaar-nen en fakkels en wapenen. Jesus nu, wetende alles wat Hem zoude overkomen, trad voorwaarts en sprak tot hen : Wien zoekt gij ? Zij antwoordden hem ; Jesus den Nazarener. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas,dieHem overleverde, stond bij hen. Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts en vielen ter aarde. Hij dan vraagde hen andermaal: Wien zoekt gij ? En zij zeiden: Jesus den Ka-zarener. Jesus antwoordde : Ik heb u gezegd, dat Ik het ben ; indien gij dan Mij zoekt, laat dezen gaan! Opdat het woord

Paa.ssiO Domini nostri Jesu Christi secundum Joannem. Cap. 18.

In illo tempore: Egres-sus est Je.-.us cum disci-pulis suis trans torrentem Cedron, ubi erat hortus, j in qtiem introivit ipse, et discipuli ejus. Sciebat au-' tem et Judas, qui tradebat eum, locum, quia frequenter Jesus convenerat : illuc cum discipulis suis. Judas ergo cum accepis-i set cohortem, et a ponti ■ i ficibus et pharisfeis mini-stros, venit illuc cum ! laternis, et facibus, et armis. Jesus itaque sciens omnia, qute ventura erant super eum, processit, et dixit eis: Quem quferitis? Responderunt ei; Jesum Nazarenum. Dixit eis Jesus : Ego sum. Stabat au-tem et Judas, qui tradebat eum, cum ipsis. Ut ergo dixit eis: Ego sum. abie-runt retrorsum, et cecide-runt in terrain. Iterum ergo interrogavit eos; Quem quaeritis? Illi au-tem dixerunt; Jesum


-ocr page 225-

GOEDE VEIJUACt. — PASSIE.

201

Nazarenum. Respondit Jesus; Dixi vobis, quia ego sum: si ergo me qua;-ritis, sinite hos abire. Ct impleretur sermo, quem dixit: Quia quos cledisti uiihi, non perdidi ex eis quemquam. Simon ergo Petrus habens gladium, eduxit eitm : et percussit pontiflcis servum ; et ab-scidit auriculam ejus dex-teram. Erat autem nomen servo Mak-bus. Dixit ergo JesusPetro; Mitte gladium mum in vaginam. Calicem quem dedit mihi Pater, non bibam ilium ? Cohors ergo, et tribunus, et mi-nistri Judteorum compre-henderunt Jesum, et liga-verunt eum; et adduxe-runt eum ad Annam pri-mum, erat enim socer Caiphfe. qui erat pontifex anni illius. Erat autem Caiphas qui consilium clederat Jitdwis: Quia ex-pidit unum hominem mori pro populo. Sequebatur autem Jesum Simon Petrus, et alius discipulus. Diseipulus autem ille erat notus pontifici, et introi-vit cum Jesu in atrium pontiflcis. Petrus autem stabat ad ostium foris. Exivit ergo discipulus alius, qui erat notus pontifici, et dixit ostiarire, et introduxit Petrum. Dicit ergo Petro ancilla ostria-vervuld zoude worden hetwelk Hij gesproken had; Van hen,die Gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Simon Petrus nu, die een zwaard had, trok het uit en sloeg den dienstknecht des hoogepriesters en hieuw hem het rechter oor af. De naam nu van den dienstknecht was Malchus. Jesus zeide dan tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede. Den kelk, dien de Vader Mij gegeven heeft, zal Ik dien niet drinken? De bende dan, en de hoofdman en de dienaren der Joden grepen Jesus en bonden Hem ; en zij leidden Hem eerst naar Annas : want hij was de schoonvader van Caïphas, die in dat jaar hoogepriester was. Caïphas nu was degene die aan de Joden den raad had gegeven : Het is nuttig dat één mensch starve voor het volk. Simon Petrus nu en een andere leerling volgden Jesus. En deze leerling was den hoogepriester bekend, en ging met Jesus binnen in liet voorhof van den hoogepriester. Petrus echter stond buiten aan de deur. De andere leerling dan, die den hoogepriester bekend was, ging uit en sprak met de duer-wachster, en bracht Petrus binnen. De dienstmaagd, die de deur bewaakte zeide dan tot Petrus: Zijt gij ook niet van de leerlingen van dien mensch'? Hij zeide : Ik ben het niet. De dienstknechten nu en de diena-


-ocr page 226-

GOEDE VRIJDAG. —

202

PASSIE.

ren stonden bij een kolenvuur, omdat het koud was, en warmden zich ; en Petrus stond ook bij hen, zieli warmende. De hoogepriester dan ondervraagde Jesus over zijne leerlingen, . en over zijne leer. Jesus antwoordde hem : Ik hel) openlijk tot de wereld gesproken: Ik heb altijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar al de Joden samenkomen: en in het verborgen heb ik niets gezegd. Wat ondervraagt gij Mij ? Ondervraag' hen die gehoord hebben, wat ^ Ik tot hen gesproken heb: Zie, zij weten, wat Ik gezegd heb. En als Hij dit gezegd had, | gaf een van de dienaren, die daar stond, aan Jesus een kaakslag,zeggende: Antwoordt Gij aldus den hoogepriester ? Jesus antwoordde hem : Indien Ik kwalijk gesproken heb. geel' getuigenis van het kwaad; j maar heb Ik wél gesproken, waarom slaat gij Mij ? En Annas zond Hem gebonden naar den hoogepriester Caïphas. Simon Petrus nu stond daar en warmde zich. Zij zelden dan tot hem ; Zijt gij ook niet van zijne leerlingen'? Hij loochende het en zeide: Ik ben het niet. Een van de dienstknechten des hoogepriesters, bloedverwant van dengenen wiens oor Pe trus afgehouwen had, zeide tothem; Hel) ik u mot Hem niet in den hof gezien '? Petrus loochende i liet wederom ; en terstond ria: Nitmquid et tu ex discipulises hominis istius? Dicit ille : Non sum. Sta-bant autem servi et mi-nistri ad primas, quia fri-git^ erat, et calefaciebant se; erat autem cum eis et Petrus stans, et cale-faciens se. Pontifex ergo interrogavit Jesum de dis-cipulis suis, et de doctrina ejus. Respondit ei Jesus : Ego palam loeutus sum mundo : ego semper docui in synagoga, et in templo, quo omnes Judad conve-niunt: et in occulto loeutus sum nihil. Quid me interrogas'? interroga eos qui audierunt quid loeutus sim ipsis; eece hi sciunt quaj dixerim ego. Haec autem cum dixisset, unus assistens ministrorum de-dit alapam Jesu, dicens ; Sic respondes pontifici ? Respondit ei Jesus: Si male loeutus sum. testimonium perhibe de malo: si autem bene, quid me caidis ? Et misit eum Annas ligatum ad Caipham pontificem. Erat autem Simon Petrus stans, et calefaciens se. Dixerunt ergo ei: Numquid et tu ex discipu'is ejus es? Negavit ille, et dixit: Xon sum. Dicit ei unus ex ser-vis pontifleis, cognatus ejus cujus absciditPetrus auriculam ; Nonne ego te


-ocr page 227-

GOEDE VEIJDACt,

203

— PASSIE.

vidi in liorto cum illoquot;? Iterum ergo negavit Petnis, et statim gfilhis cau-tavit. Adducunt ergo Je-sum a Caipha in praeto-ritim. Erat autem mane : et ipsi non introierunt in prEetormm, ut non eonta-minarentnr, sed nt man-ducarent Pascha Exivit ergo Pilatus ad eos foras, et dixit; Quain accusatio-nem attevtis adversus hominem hunc'? Eesponde-runt, et dixerunt ei: Si non esset hie malefactor, non tibi tradidissemus etim. Dixit ergo eis Pila-tns : Accipite eum vos, et secnndum legem vestram indicate eum. Dixerunt ergo eiJudoei: Nobis non licet interficere quem-quam. üt sermo Jesu irn-pleretur, quern dixit, sig-nificans qua morte esset moriturus. Introivit ergo iterum in prsetorium Pilatus, et vocavit Jesum, et dixit ei: Tu 'es Rex Jn-dseorum ? Respondit Jesus : A temetipso hoc dicis, an alii dixerunt tibi de me ? Respondit Pilatus : Xnmquid ego Judacus sum? Gens tua. et pon-tifices tradiderunt te mihi; quid t'ecisti ? Respondit Jesus: Regnum meum non est de hoe mundo. Si ex hoe mundo esset regnum meum, ministrl mei utique kraaide de haan. Zij nu leidden Jesus van Caïphas naar het rechthuis. En het was vroeg in den morgen; en zij zeiven gingen niet in het rechthuis, om niet verontreinigd te worden, maar het Pascha te kunnen eten. Pilatus dan ging tot hen buiten, en zeide : Welke beschuldiging brengt gij in tegen dezen mensch. Zij antwoordden, en zeide hem ; Indien deze geen misdadiger ware, zouden wij Hem niet aan u hebben overgeleverd. Pilatus nu zeide tot hen: Xeemt gij Hem, en oordeelt Hem naar uwe wet. De Joden zeiden dan tot hem ; Ons is het niet geoorloofd iemand ter dood te brengen. Opdat het woord van Jesus vervuld werd, hetwelk Hij gesproken had, aanduidende welken dood Hij zonde sterven. Pilatus dan ging wederom in het rechthuis en riep Jesus. en zeide tot Hem ; Zijt Gij de Koning der Joden? Jesus antwoordde; Zegt gij dit uit n zeiven, ot' hebben anderen het n van Mij gezegd? Pilatus antwoordde; Ben ik dan een Jond? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd: wat hebt Gij gedaan ? Jesus antwoordde : Mijn rijk is niet van deze wereld. Zoo mijn rijk van deze wereld was. zonden gewis mijne dienaren strijden opdat Ik den Joden niet werd overgeleverd, i Nu echter is mijn rijk niet van


-ocr page 228-

GOEDE VRIJDAG. — PASSIE.

204

hier. PiLitus zeide nu tot Hem ; Zoo zijt Gij dan Koning'? Jesus antwoordde; Gij zegt liet, Ik ben Koning. Daartoe ben Ik geboren, en daartoe in de wereld gekomen, om der waarheid getuigenis te geven. Een ieder die uit de waarheid is, hoort mijne stem. Pilatus zeide tot Hem : Wat is waarheid ? En als hij dit gezegd had, ging hij andermaal buiten tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geeue schuld in Hem. Maar het is bij u een gebruik, dat ik u op het paaschfeest éénen loslaat. Wilt gij nu dat ik u den Koning der Joden loslaatquot;? Maar zij riepen allen wederom,zeggende: Kiet dezen, maar Barabbas ! Barabbas nu was een roover. Toen nam Pilatus Jesus, en geesclde Hem. En de krijgsknechten vlochten eone kroon van doornen, en zetteden die op zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om, en kwamen tot Hem, en zeiden: Wees gegroet, Ko ning der Joden! En zij gaven Hem kaakslagen. Pilatus ging dan wederom buiten, en zeide tot hen. Ziet, ik breng Hem tot u buiten, opdat gij weten moogt, dat ik geene schuld in Hem vind. (Jesus dan kwam buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed). En hij zeide tot hen: Ziedaar de mensch! Als Hem dan de o verpriesters en de dienaren zagen, riepen zij. en zeiden: decertarent, ut nou trade-rer Judteis: nunc autem regnum meum non est hinc. Dixit itaque ei Pilatus : Ergo rex es tu ? Respondit Jesus : Tu dicis quia rex sum ego Ego in hoc natus sum, et ad hoe reni in mundum, ut testimonium perhibeam veri-tati: omnis qui est ex veritate, audit vocem meam. Dicit ei Pilatus: Quid est veritas ? Et cum hoc dixisset, iterum exivit ad Judteos, et dixit eis: Ego nullam hivenio in eo causam. Est autem con-suetudo vobis, ut unum dimittam vobis in Pascha: vultis ergo dimitlam vobis regem Judaeorum ? Cla-maverunt ergo rursum omnes, dicentes: Non hunc, sed Barabbam. Erat autem Barabbas latro. Tune erg-o apprehendit Pilatus Je-sem et flagellavit. Et mi-lites plectentes coronam de spinis, imposuerunt capiti ejus: et veste purpurea circumdederunt eum. Et vieniebant ad eum, et dieebant: Ave, rex Judajorum ; et dabant ei a'iapas. Exivit ergo iterum Pilatus foras, et dicit eis: Ecce adduco vobis eum foras, ut cognoscatis quia nullam invenio in eo causam. (Exivit ergo Jesus portans coronam spineam.


-ocr page 229-

GOEDE VRIJDAG. — PASSIE.

205

et purpureum vestimen-tum): Et dixit eis : Ecce homo. Cum ergo vidissent eum pontifices et minis-tri, elamabant, dieentes: Cruciflge, crucifige eum. Dicit eis Pilatus ; Accipite eum vos, et cruciflgite: eg'o enim non invenio in po cailsam. Responderunt ei Judrei: Kos legem ha-bemus, et secundum legem debet mori, cjuia Filium Dei se fecit. Cum ergo audisset Pilatus hunc ser-monem, magis timuit. Et ingressus est prretorium iterum, et dixit ad Jesum: Unde es tu? Jesusautem responsum non dedit ei. Dicit ergo ei Pilatus: Mihi non loqueris ? nescis quia potestatem habeo cruciflgere te, et potestatem habeo dimittere te ? Respondit Je.sus: Non haberes potestatem adver-sum me ullam, nisi tibi datum essetdesuper. Prop-terea qui me tradidit tibi, majus peccatum iiabet. Et exinde quferebat Pilatus dimittere eum; Judfei au-tem elamabant, dieentes : Si hunc dimittis. non es amicus Csesaris: omnis enim qui se regem facit, contradicit Csesari. Pilatus autem cum audisset hos

Kruisig! Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen; Neemt gij Hem, en kruisigt Hem ; want ik vind geene schuld in Hem. De Joden antwoordden hem: Wij hebben eene wet, en volgens die wet moet Hij sterven, omdat Hij zich zeiven Gods Zoon gemaakt heeft. Als Pilatus nu deze woorden hoorde, werd hij nog meer bevreesd. En hij ging wederom in het rechthuis. en zeide tot Jesus: Van waar zijt Gij'? Maar Jesus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zeide tot Hem ; Spreekt Gij niet tot mij'? Weet Gij niet, dat ik macht heb U te kruisigen. en macht heb U los te laten ? Jesus antwoordde ; Gij zoudt geene macht over Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware. Daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, grootere zonde. En van toon af zocht Pilatus Hem los te laten. Maar de Joden riepen, en zeiden : Zoo gij dezen loslaat, zijt gij des Keizers vriend niet; want een ieder die zich tot Koning maakt, wederspreekt den Keizer ! Als nu Pilatus deze woorden gehoord had, bracht hij Jesus buiten: en zat neder op den rechterstoel, ter plaatse genaamd Lithostrotes, (1) en in het Hebreeuwsch: Gabba-tha. (2) En het was Voorbe-


(') het geplaveide (!) de hoogte. Een met steenen geplaveide verhevenheid.

-ocr page 230-

C OEDE VRIJDAG. — PASSIE.

206

reidingvanPascheii,( ^ongeveer het zesde uur : en hij zeide tot de Joden: Ziedaar uw Koning'! Maar zij riepen; Weg, weg met Hem ! Kruisig Hem ! Pi-latus zeide tot lien : Zal ik uwen Koning kruisigenquot;? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geenen Koning dan den Keizer. Toen dan gaf hij Hem aan hen over, om gekruisigd te worden. En zij namen Jesus en leidden Hem weg. En zijn kruis dragende, ging Hij uit naar de plaats, welke Schedelplaats heet en in het Hebreeuwsch; Golgotha : alwaar zij Hem kruisigden, en met Hem twee anderen, aan elke zijde éénen, en Jesus in liet midden. En Pilatus had ook een opschrift geschreven, en boven het kruis geplaatst; en er stond geschreven : Jesus de Sazarener, de Koning der Joden. Dit opschrift nu lazen vele Joden: want de plaats, waar Jesus gekruisigd werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuwsch, Grieksch eu Latijn. De overpriesters der Joden zeiden dan tot Pilatus : Schrijf niet: de Koning der Joden : maar dat Hij gezegd heeft; Ik ben Koning der Joden. Pilatus antwoordde : Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven. Als de krijgsknechten Hem nu sermones, adduxit foras Je-suin ; et sedit pro tribunali, in loco qui dicitur Li-thostrotos, Hebraice autem Gabbatha. Erat autem parasceve Pascha;, hora quasi sexta; et dicit Ju-dajis: Ecce Eex vester, Illi autem clamabant: Tolle, tolle, crucifige eum. Dicit eis Pilatus: Regem vestrum crucifigamquot;? Res-ponderunt pontiflees: Non habemus regem. nisi Cit-sarem. Tune ergo tradidit ei.- illum ut crucifigeretur. Susceperunt autem Jesum el eduxerunt. Et bajulans sibi crucein, exivit in eutn, qui dicitur Cal varia-, locum, Hebraico autem Golgothaubi crucifixe-runt oum, et cum eo alios duos hinc et hinc, medium autem Jesum, Scripsit autem et titulum Pilatus: et posuit super crucem. Erat autem scriptum; Jesus liazarenus, Bex Ju-dceorum. Hunc ergo titulum multi Judseorum lege-runt: quia prope civita-tem erat locos ubi cruci-fixus est Jesus. Et erat scriptum Hebraice, Gnece, et Latine. Dicebant ergo Pilato pontiflees Judreo-rum : Xoli scribere : Rex Judaeorum : sed quia ipse


f1) De korte tijd welke den ondergang der zon voorafging', en besteed werd aan het bereiden van hetgeen op den Sabbat, aan spijs en andere zaken, noodig was.

-ocr page 231-

GOEDE VRIJDAG.

207

— PASSIE.

dixit: Eex sum Judaeo-rum. Respondit Pilatus: Quod scripsi, scripsi. Mili-tus ergo cum cvucitixis-seut eum, acceperunt ves-timenta ejus (et fecerunt (juatuor partes : unicuitjue militi partem et tunieam. Erat autem tunica incon-■sutilis, clesuper contexta per totum. Dixerunt ergo ad invicem: Kon scinda-mus earn, sed sortiamur de illacujus sit. UtScrip-tura impleretur, dicens: Partiti sunt vestimenta mea sibi et in vestem me-ammiserunt sortem. Etmi-lites quidem liaec fecerunt. Stabant autem juxta cru-cem Jesu mater ejus, et soror matris ejus Maria Cleophse, et Maria Alagda-lene. Cum vidisset ergo Jesus matrem, et discu-puium stantem. quem di ligebat, dicit matri suse : Mulier, ecce filius tnus. Deinde dicit discipulo : Ecce mater tua. Et ex ilia hora accepit earn dis cipulus in sua. Postea sciens Jesus quia omnia consummata sunt, ut consummaretur Scriptura, dixit: Sitio. Vas ergo erat positum aceto plenatn, Illi autem spongiam pie-nam aceto,hyssopo circum-ponentes, obtulerunt ori ejus. Cum ergo accepisset Jesus acetum, dixit; Con-gekruisigd hadden namen zij zijne kleederen, en maakten vier deelen, voor eiken krijgsknecht een deel,) en den rok. De rok echter was zonder naad, van boven tot onder een weefsel. Zij zeiden dan tot elkander : Laat ons dien niet scheuren, maar het lot daarover werpen, wie hem zal hebben. Opdat de Schrift vervuld werd, welke zegt: Zij hebben mijne kleederen onder zich verdeeld, en over mijn gewaad hebben zij het lot geworpen. En dit nu deden dc krijgsknechten Er stonden nu bij Jesusquot; kruis zijne Moeder, en de zuster zijner Moeder, Maria van Cle-ophas, en Maria Magdalena. Als Jesus dan zijne Moeder, en den leerling, dien Hij lief had, zag staan, sprak Hij tot zijne Moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Daarna sprak Hij tot den leerling: Ziedaar uwe moeder. En van dat uur nam de leerling haar tot zich. Daarna zeide Jesus, wetende dat alles volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden: Ik heb dorst. Ev stond nu een vat vol edik. En zij staken eene spons, vol edik aan eenen hissopsten-gel en brachten die aan zijnen mond. Als Jesus dan den edik genomen had, sprak hij : Het is volbracht I En hij boog het hoofd, en gaf den geest. (Hier knielt en rust men een ongenblik.)

De Joden dan, (omdat het Voorbereiding was,) opdat


-ocr page 232-

GOEDE VRIJDAG. — PASSIE.

208

de lichamen niet aan het kruis zonden blijven op rleu sabbat, (want die sabbat was een groote sabbatdag'), verzochten Pila tas, dat hun de beenen gebroken, en zij afgenomen mochten worden. De krijgsknechten kwamen alzoo, en braken de beenen vati den eersten, en van den anderen, die met hem gekruisigd waren. Doch als zij bij Jesus gekomen waren, en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij Hem de beenen niet. Maar een van de krijsknechten doorstak zijne zijde met eene speer, en terstond kwam er bloed en water uit. En hij, die het gezien heeft, iieeft daarvan getuigenis gegeven, en zijne getuigenis is waarachtig: en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij moogt gelooven. AVant dit is geschied, opdat de Schrift zoude vervuld worden: Gij zult geen been van Hem breken. En wederom zegt eene andere Schrift: Zij zullen hunne oogen slaan op Hem dieu zij doorstoken hebben.

En daarna verzocht Joseph van Arimathaea (daar hij een leerling van Jesus was, maar in het geheim, uit vrees voor de Joden,) Pilatus, dat hij het lichaam van Jesus mocht afnemen. En Pilatus liet het toe. Hij kwam dan, en nam het lichaam van Jesus af. Ook Nicodemus, die in 't eerst des nachts tot Jesus ge-summatum est. Et mcli-nato capite tradidit spiri tum. (Hic genuflectitur et pausatuf aliquantulum).

Jud;vi ergo (quoniam Parasceve erat), ut non remanerent in cruce cor-pora sabbato (erat enim ' magnus dies ille sabbati), rogaverunt Pilatum ut frangerentur eorum crura et tollerentur. Venerunt ergo milites : et primi quidem fregerunt crura, et alterius qui eruciflxus est cum ec. Ad Jesum autem cum venissent, ut viderunt eum jam mor-tuum, non fregerunt ejus crura; sed unus militum lancea latus ejus aperuit, et continuo exivit sanguis et aqua. Et qui vidit. testimonium perhibuit: et verum est testimonium ejus. Et ille scit quia vera dicit: ut et vos credatis. Facta sunt enim hsec, ut Scriptura impleretur: Os non comminuetis ex eo. Et iterum alia Scriptura dicit: Videbunt in quem transfixerunt.

Post ha'c autem rogavit Pilatum Joseph ab Arima-: thsea (eo quodesset disci-pulus Jesu, occultus autem, propter metum Judoeo-rum), ut lolleret corpus Jesu. Et permisit Pilatus. Venit ergo, et tulit corpus Jesu. Venit autem et Ni-


-ocr page 233-

GOEDE VRIJDAG.

209

— GEBEDEN,

codemus, qui venerat ad Jesura nocte primum ferens mixturam myrrhoe et aloës, quasi libras centum.

Acceperunt ergo corpus Jesu. et ligaverunt illud linteis cum arromatibus,

sicut mos est Judreis se-pelire. Erat autem in loco ubi cruciflxus est. hortus :

ct in horto monumentum novum, in quo nondum quisquam positus erat. Ibi ergo propter Parasceven Judajorurn. quia juxta erat monumentum, posue-runt Jesum.

Vervolgens begint de Pviestey, aan dm Epistelknnf, onmiddellijh met gevouwen handen, de volgende gebeden:

komen was, kwam en bracht een mengsel van mirre en aloë, omtrent honderd pond. Zij namen dan het lichaam van Jesus, en wonden het, met de specerijen, in linnen doeken, gelijk het bij de Joden gewoonte is te begraven. Op de plaats, waar zij hem gekruisigd hadden, was een hof; ! en in dien hof een nieuw graf, waarin nog nooit iemand gelegd was. Daar nu legden zij I Jesus om den Voorbereidingsdag der Joden, dewijl het graf ; nabij was.

Oremus, dilectissimi nobis pro Ecclesia sancta Dei: ut earn Deus et Dominus noster pacificare, adunare, et custodire dig-netur toto orbe terrarum: subjiciens ei principatus et potestates: detque nobis quietam et tranquillam vitam degentibus, glorifi-care Deum Patrem omni-potentem.

Oremus.

Diacon. Flectamtis genua Suhdiacotius. Levate.

Laat ons bidden, zeer beminden, voor de heilige Kerk Gods. opdat onze God en Heer zich gewaardige haar over ge-j heel de aarde in vrede en eenheid te bewaren : door de vor-: sten en machten aan haar te onderwerpen; en Hij geven ons dat wij, een rustig en ongestoord leven genietende. God 5 den almachtigen Vader mogen verheerlijken.

Laat ons bidden.

De diaken : Buigen wij de ; knieën.

De subdiaken : Staat op.


Het gebed wordt met uitgestrekte handen gezongen, op den minst plechtigen toon. En dit zelfde geldt voor de volgende gebeden.

Omnipotens sempiterne! Almachtige eeuwige God, Deus, qui gloriam tuam | die uwe heerlijkheid aan

-ocr page 234-

GOEDE VEIJDAG.

210

— GEBEDEN.

alle volken in Christus hebt geopenbaard: bewaar de werken uwer barmhartig'heid, opdat uwe Kerk, over de geheele aarde verspreid, door een standvastig geloof in de belijdenis van uwen naam mog-e volharden. Door den zelfden Heer, enz. Amen.

Bidden wij ook voor onzen allerheiligsten Paus X...., opdat onzen God en Heer, die hem in de orde der Bisschoppen heelt verkozen, hem behoude en ongedeerd beware voor zijne heilige Kerk, om Gods heilig volk te bestieren.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God volgens wiens besluit alles vast gesteld is, zie gunstig neder op onze gebeden en bewaar in uwe goedheid, onzen uitverkoren Bisschop, opdat het Christenvolk. dat door uw toedoen onder zijn bestuur staat, onder zoo groot een Opperpriester, in verdiensten van geloof moge toenemen. Door onzen Heer, enz. Amen.

Bidden wij ook voor alle Bisschoppen, Priesters, Diakenen. Subdiakenen, Acolieten, Exorcisten, Lectoren, Ostiaren, Belijders, Maagden, Weduwen en voor geheel het heilige volk Gods.

omnibus in Christo genti-bus revelasti; custodi opera misoricordise tua;; ut Ecclesia tua toto orbe diffusa, stabili fide in con-fessione tui nominis per-severet. Per eunidem Dominum. Amen.

Oremus et pro beatissi-mo Papa nestro N..., ut Deus et Dominus noster, qui elegit eum in ordine Episcopatus, salvum atque incolumen custodiat Ecclesia: sua; sancta3, ad regendum populum sanctum Dei.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, cujus judicio uni-versa fundaniur : respice propitius ad preces nostras, et electum nobis Antistitem tua pietate conserva, ut Christiana plebs, qua.' te gubernatur auctore, sub tante Ponti-flee, credulitatis sufe meritis augeatur. Per Dominum. Amen.

Oremus et pro omnibus Episcopis, Presbyteria, Diaconibus, Subdiaconi-hus, Acolythis, Exorcistis, Lectoribus, Ostiariis, Con-fessoribus, Virginibus, Vi-duis, et pro omni populo sancto Dei.


-ocr page 235-

GOEDE VRIJDAG. —

211

GEBEDEN.

Oremus, genua.

Flectamus

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus. cu,jus spiritu totum oorpus Ecclesioe sanctifi-catur et regitur: exaudi nos pro universis ordini-bus supplicantes, ut gratia; tute raunere, ab omnibus tibi gradibus tideliter ser-viatur. Per Dominum nostrum..., in unitateejusdem. Amen.

Oremus et pro christia-nissimo [Si non est coronatus, (licatur: electo Imperatore) Imperatore nostro N.... ut Deus et Dominus noster subditas illi faciat omnes barbaras nationes, ad n os-tram perpetuam pacem.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, in cujus manu sunt omnium potestates, et omnium juraregnorum; res-pice ad Romanum benig-nus Imperium: ut gentes, qua; in sua feritate con-tidunt, potent-ia» tua' dex-tera comprimatur. Per Dominum. Amen.

Laat ons bidden.

Buigen wij de kniën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God. door wiens Geest liet geheele lichaam der Kerk geheiligd en bestierd wordt, verhoor onze smeekingen, voor allen orden, opdat Gij door de hulp uwer genade, door alle rangen getrouw moogt gediend worden. Door onzen Heer J. C., die in den eenheid van denzelfden Geest. enz. Amen,

Bidden wij ook voor onzen allerchristelijksten ,200 hij nog niet gekroond is, zegt men: verkozen) Iveizer N...., opdat onze God en Heer Hem alle barbaarsche natiën onderwer-pe, tot onzen voortdurenden vrede. 11

Laat ons bidden.

Buigen, wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, in wiens hand de machten en rechten van alle koningrijken zijn, zie genadig neder op het Roomsche Rijk: opdat de volken, die op hunne woestheid vertrouwen, door de sterkte, uwer rechter hand worden tenondergebracht. Door onzen Heer, enz. Amen.


(') De Kerk bad weleer in dit gebed voor den Keizer van het heilige Roomsche Rijk, hoofd van liet Duitsche Rijk, en in de middeneeuwen door de Kerk belast met de bescherming der Christenheid Thans wordt dit gebed slechts in die landen gebeden welke nog onder het gebied van den Keizer van Oostenrijk staan.

-ocr page 236-

GOEDE VRIJDAG. —

212

GEBEDEN.

Bidden wij ook voor onze doopleerlingen; opdat onze God en Heer de ooren hunner harten en de deur zijner barmhartigheid opene: opdat zij door het bad der wedergeboorte vergiffenis van al hunne zonden erlangen eu zij ook met ons vereenigd gevonden worden in Christus Jesus, onzen Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën,

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die uwe Kerk steeds in nieuw kroost doet vruchtbaar zijn : vermeerder het geloof en het verstand in onze doopleerlingen; opdat zij, door het water des doopsels herboren, geteld mogen worden onder uwe aangenomene kinderen. Door onzen Heer enz. Amen.

Laat ons, zeer bemindenGod, den almachtigen Vader bidden, dat Hij de wereld van alle dwalingen zuivere: de ziekten wegneme: hongersnood ver-wijdere: de kerkers opene: de boeien slake: den reizigers terugkeer: den zieken gezondheid; den zeevarenden eene veilige haven geve.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

E. Staat op,

Almachtige eeuwige God,' troost der bedroefden, sterkte 1 der zwakken: dat de gebeden j van hen. die in alle soort van '

Oremus et pro catechumen is nostris ; ut Deus et Dominus noster adaperiat aures prsecordiorum ipso-rum, januamque miseri-cordise ; ut per lavacrum regenerationis accepta re-missione omnium peccato-rum, et ipsi mveniantur in Christo Jesu Domino nostro.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus. qui Ecclesiam tuam nova semper prole foecun-das: auge fidem et intel-lectum catechumenis nostris ; ut renati fonte bap-tismatis, adoptionis tiue filiis aggregentur. Per Do-minum. Amen.

Oremus, dil3ctissimi nobis, Deum Patrem omni-potentem,ut cunctismun-dum purget erroribus; morbos auferat: famem de-pellat; aperiat carceres; vincula dissolvat; peregri-nantibus reditum; inflr-mantibus sanitatem: navi-gantibus po.'tum salutis indulgeat

Oremus

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, moestorum consola-tio, laborantium fortitudo; perveniant ad te preces


-ocr page 237-

GOEDE VBIJDAGr.

213

— GEBEDEN.

de quacumque tribulatione ! clamantmm; ut omnes si- j bi in necessitatibus suis misericordiam tuam g-au-deant aftuisse. Per Domi-num nostrum. Amen.

Oremus et pro haereticis 1 et schismaticis: ut Deus et Dominus noster eruat eos ab erroribus universis; et ad sanctam matrem Ecclesiam catholicam at-; que apostolicaiu revocare dignetur.

Oremus.

Flectarmis genua.

K. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, qui salvas omnes, \ et neminem vis perire: respice ad animas diabo-lica fraude deceptas, ut omni hseretiea pravitate deposita, erraiitium corda recipiscant: et ad veritatis tuis redeant unitatem. Per Dominum nostrum. Amen.

Oremus et pro perlidis Judajis : ut Deus et Dominus noster auferat velamen de cordibus corum ; ut et ipsi aguoscant Jesum Christum Dominum nostrum.

Omnipotens sempiterne Deus, qui etiam Judaïeam kwelling om hulp roepen, tot U komen; opdat allen zich mogen verheugen den bijstand uiver barmhartigheid in hunne noodwendigheden ondervonden te hebben. Door onzen Heer enz. Amen.

Bidden wij ook voor de ketters en scheurmakers: opdat onze God en Heer hen aan alle dwaling ontrukke : en zich g-ewaardige hen tot de heilige Moeder, de Katholieke en Apostolische Kerk terug te brengen.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die allen verlost en wilt dat niemand verloren gaat: zie neder op de zielen, misleid door de listen des duivels, opdat, na het afleggen van alle kettersche verkeerdheid, de harten der dwalenden tot inkeer komen, en tot de eenheid uwer waarheid wederkeeren. Door onzen Heer enz. Amen.

') Bidden wij ook voor de trouwelooze Joden: dat onze God en Heer den blinddoek van hunne harten wegneme, opdat ook zij Jesus Christus, onzen Heer, erkennen.

Almachtige eeuwige God, die zelfs de trouweloosheid der


(') Hier noodigt de diaken niet uit om te knielen.

-ocr page 238-

GOEDE VRIJDAG. —

214

LESSEN.

Joden van uwe barmhartigheid niet verstoot; verhoor onze gebeden, die wij storten voor de verblindheid van dat volk; opdat zij het licht uwer waarheid. dat Christus is, erkennende, uit hunne duisternis getrokken worden. Door denzelfden J.C., onzen Heer enz. Amen.

Bidden wij ook voor de Heidenen ; opdat de almachtige God de ongerechtigheid van hunne harten wegneme: en zij, na hunne afgoden verlaten te hebben, zich bekeeren tot den levenden en waren God, en zijnen eenigen Zoon Jesixs Christus, onzen God en Heer,

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

E. Staat op.

Almachtige eeuwig'e God, die niet den dood der zondaren, maar altijd hun leven zoek: neem ons gebed genadig aan: en verlos hen van den dienst der afgoden: en neem hen op in uwe heilige Kerk tot lof en glorie van uwen naam. Door onzen Heer onz.

Amen.

perfidiain a ma miscricor-dia non repellis: exaudi preces nostras, quas pro illius populi obcfecationc deferimus: ut, agnita ve-ritatistmeluce, qua; Chris, tus est. a suis tenebris eruantur. Per eumdem Dominum nostrum.Amen.

Oremus et pro Paganis : ut Deus omnipotens au ferat iniquitatem a cordi-bus eorum : et, relictis idolis suis, convertantur ad Deum vivum et verum, et unicum Filium ejus Jesum Christum Deum et Dominum nostrum.

Oremus.

Flectamus genua

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus. qui non mortem peccatorum, sed vitam semper inquiris : suscipe propitius oratioaem nos-tram, el libera eos ab idoloriim cultura: et ag-grega Ecclesia; tuaï Sanctffi, ad laudem et gloriam nominis tui. Per Domiuus.

Amen.


Na deze gebeden legt de Priester het kasuifel af, gaat naar den Epistelkant, en ontvangt van den Diaken een kruisbeeld, dat reeds op het Altaar aanwezig is. Met het aangezicht naar het volk gekeerd, en zooveel mogelijk achterwaarts bij het Altaar staande, ontbloot hij het een weinig van boven, alléén de eerste woorden van de antiphoon zingende :

Ecce lignum Crucis.

Ziet het hout des kruises.

-ocr page 239-

— KEUISVEREEEING.

21-5

GOEDE VRIJDAG.

waarna zijne Assistenten met hem rervolgen ;

In quo sahis mundi 1 Waaraan het heil der wereld ependit. ■ gehangen heeft.

Bet koor antwoordt :

Venite, adoremus. I Komt, laat ons aanbidden.

Nu knielen allen neder behalve de Priester. Deze gaat een weinig vooruit aan denzelfden epistelkant, ontbloot den rechterarm van het kruisbeeld, en dit opheft'ende, zingt hij op iets hooger toon dezelfde uorden, welke op dezelfde wijze worden vervolgd en beantwoord. Ein-delyk gaat de Priester naar het midden des Altaars, ontbloot het kruisbeeld geheel, en het opheffende, zingt hij met nog meer verheffing van stem even als de vorige keeren : Ecce lignum Crueis.

Daarna draagt do Priester het kruisbeeld op eene plaats vóór het Altaar, en legt het daar knielende neder. Dan trekt hy zyne schoenen uit, en gaat het kruis vereeren, driemaal nederknielende, vóór hij het kust. Hierna trekt hij de schoenen weder aan. en doet het kasuifel eder om. Op dezelfde wyze als de Priester vereeren nu ook alle Assistenten en dienaren, die aan het Altaar zyn, en na hen alle geestelijken en leeken, twee aan twee het kruis. Onder deze vereering worden of wel geheel of gedeeltelik, naar gelang de tijd toelaat, de volgende gezangen gezongen : Improperia of Verwijten genoemd

Twee zangers zingen midden in het koor. (1)

V. Popnle metis, quid V. Mijn volk, wat heb ik n feci tibi, ant in quo con- | gedaan ? of waarin heb Ik u

istavi te? respondite i bedroefd? Antwoord Mij.

mibi. I V. Omdat Ik n uitgeleid heb

V. Quia eduxi to de : uit het land van Eqypte, hebt terra iEgypti, parasti cru- gij uwen Verlosser oen kruis cem Salvatorie tuo. bereid.

(') Treffend schoon zijn deze verwijtingen door den Messias het joodsche volk gedaan. De drie eersten worden telkens gevolgd door den zang van hot Trisagion, of het gebed tot den driewerf heiligen God, wiens onsterfelijkheid te verheerlijken recht en billijk is op dit oogenblik waarop hij, als mensch voor ons wilde sterven. Deze drievoudige verheerlijking, welke sedert de vijfde eeuw te Constantinopel in gebruik was, heeft de latijn-sche kerk overgenomen in de oorspronkelijke grieksche taal, terwijl zij benrtelings de latijnsche vertaling doet volgen.

15

-ocr page 240-

216 GOEDE VRIJDAG. — KBÜISVEBEERING.

Een koor zingt:

Heilige God! Agios o Thees.

Een ander koor antwoordt;

Heilige God! 1 Sanctus Deus.

Eerste koor :

Agios ischyros.

Tweede koor :

Sanctus fortis. Eerste koor :

Heilige sterke !

Heilis'e sterke!

Heilige onsterfelijke ! Ont- Agios athanatos, eleison ferm U onzer. | ymas.

Tweede koor:

Heilige onsterfelijke! Ont- Sanctus immortalis mi ferm U onzer. serere nobis.

V. Omdat Ik u, veertig-jaren lang door de Woestijn heb uitgeleid ('): en u met manna gevoed, en u geleid in een zoo goed land, hebt gij uwen Verlosser een kruis bereid.

J

Ttvee van het tweede knor

V. Quia eduxi te per desertum quadraginta an-nis: et manna cibavi te, et introduxi te in terrain satisbonam,parasti crucem Salvatori tuo.


Twee ran het eerste koor:

V. Wat heb Ik meer voor u moeten doen, en heb het niet gedaan ? Ik toch heb u geplant als mijn schoonsten wijngaard ; en gij zijt Mij zeer bitter geworden; met azijn immers hebt gij mijnen dorst gelaafd, en met eene las hebt gij de zijde van uwen Verlosser doorstoken.

V. Quid ultra debui fa-cere tibi, et non feci ? Ego quidem plantavi te vineam n.eam speciosissi-mam ; et tu facta es mihi nimis amara: aceto nam-que sitim meam potasti: et lancea perforasti latus Salvatori tuo.


(quot;) Uit Egypte.

-ocr page 241-

KEUISVEREEEING. 217

Het volgende wordt beurtelings door twee zangers gezongen, terwijl beide koren te zamen, na elk Y. herhalen : Popule meus enz. — Mijn volk enz. tot aan : Quia eduxi. — Omdat ik U.

Twee van het koor zingen :

GOEDE VRIJDAG. —

V. Ego propter te fla-gellavi jEgyptum cnm primogenitis suis; et tu me flagellatum tradidisti. V.Quia eduxi to de ^Egyp-to, demerso Pharaone in mare Eubrum : et tu me tradidisti principibus sa-cerdotum.

V. Ego ante te aperui mare : et tu aperuisti lancea latus meum.

V. Ego antetepraeivi in columma nubis : et tu me duxisti ad prfetoriumPilati.

V. Ego te pari manna per desertum: et tu me ctc-cidisti alapis et tiagellis.

V.Ego te potavi aqua sa-lutis de petra : et tu me potasti felle et aceto.

V. Ego propter te Chana-uajorum reges pereussi; et tu percussisti arundine caput meum

V. Ego dedi tibi sceptrum regale : et tu dedisti capiti meo spineam coronam.

V. Om u heb Ik Egypte geslagen in zijne eerstgeborenen : l)en gij hebt Mij gegee-seld overgeleverd,

V. Ik heb u uit Egypte geleid, en Pharao in de Roode Zee bedolven; en gij hebt Mij uitgeleverd aan de Overprie-sters.

V. Ik heb de zee voor u geopend : en gij hebt met eene lans mijne zijde geopend. V. Ik ben u voorgegaan in eeue wolkkolom ; en gij hebt Mij naar het rechthuis van Pilatus gevoerd.

V.Ik heb in de woestijn u met manna gevoed; en gij hebt Mij kaakslagen gegeven en met roeden gegeeseld.

V. Ik heb u gedrenkt met het water des heils uit de steenrots : en gij hebt Mij met gal en azijn gelaafd.

V. Ik heb om u de koningen der Chananeërs verslagen : en gij hebt mijn hoofd met een riet geslagen.

V. Ik heb u een koninklijken scepter gegeven: en gij hebt eene doornen kroon op mijn hoofd gedrukt.


(') De laatste plaag waarmede God de Egyptenaren teisterde bestond in het sterven, van al de oudste zonen van al de Egyptenaren in ééne nacht.

-ocr page 242-

GOEDE VRIJDAG. — KBUISVEREEEING.

218

V. Ik heb ii in groote macht verheven: en gij hebt Mij opgehangen aan liet galgen-hom des kruises

V. Ego te exaltavi magna virtute: et tu me suspen disti in patibulo crucis.


Vervolgens toordl gezamenlijk yezongen :

Ana. Wij aanbidden uw Kruis, 1 o Heer : en loven en verheerlijken uwe verrijzenis : want zie, door het hout is vreugde ; gekomen over de geheele wereld. Ps 66 God ontf'ïrme zich onzer, cn zegene ons : Hij doe i zijn aanschijn over ons lichten (1) en ontferme zich on- ' zer. —: Wordt herhaald : Wij aanbidden enz.

Ana. Crucem tuam ado ramus. Domine; et sanc-tam resurrectionem tuam laudamus, et glorificamus: ecce enim propter lignum venit gaudium in universo mundo. Ps. 66 Deus mi-sereatur nostri, et benedi-cat nobis: ik uminet vultum suum super uos, et mise-reatur nostri. Repetitur Crucem tuam.


Hierna zingt men : Crux fidelis : Getrouwe kruisboom enz. met den lofzang: Pange lingua; Zing o tong enz., en na elk couplet van dezen lofzang wordt Crux fidelis; Getrouwe kruisboom enz. of: Aan 't zoe:e kruishout, bsurtelings herhaald.

Getrouwe kruisboom, onder I alle boomen de edelste : geen \ woud brengt er eene voort aan IJ gelijk, in blad, en bloem, en vrucht. Aan 't zoete kruishout hangt, aan zoete nagelen, een zoete last.

Zing, o tong, de lauweren, in een roemvollen strijd g'e plukt, en meld de edele zegepraal aan het zegeteeken des kruises bevochten : meld, hoe de Zaligmaker der wereld, hoewel geslachtofferd, nochtans verwonnen heeft. Getr enz

Crux fidelis, inter omnes Arbor una nobilis.

Nulla silva taleni profert, Fronde, tiore, germine. Dulce lignum, dulces

clavos, Dulce pondus sustinet.

Pange, lingua, gloriosi Lauream certaminis; Et super Crucis trophajo Die triumphum nobilem, Qualiter Redemptor orbis Immolatus vicerit.

Crux : etc.


(') Hij zie ons aan met een helder aangezicht, ten teeken van zijne goedgunstigheid.

-ocr page 243-

KRUIS VEKEEEING. 219

GOEDE VEIJDAG. —

De parentis protoplasti Fraude factor conclolens; Qtiando pomi noxialis In necem morsn ruit; Ipse lignum tune notavit, Damma ligni ut solveret. Dulce: etc.

Hoe opus nostra1 salutis Ordo deposserat: Multformis proditoris Ars ut artem fallcret : Et rcedelam ferret inde, Hostis unde Iseserat.

Crux : etc.

Qnando venit ergo sacri Plenitudo temporis,

Missus est ab aree Patris ïvatus, orbis conditor: Atque ventre virginali Came amictus prodiit. Dulce: etc.

Vagit infans inter arcta Conditis pra?sepia: Membra pannis involuta Virgo Mater alligat: Et Dei manus pedesqué Stricta cingit fascia. Crux; etc.

Lustra sex qui jam pe-reg'it,

Tempus implens corporis, Sponte libera Redemptor, Passioni deditus,

Agnus in Crucis levatur Immolandus stipite.

Dulce : etc.

Felle potus, ecce languet, Spina, clavi, lancea

De Schepper, met medelijden bewogen over ie misleiding van onzen eersten vader, toen hij door het eten der noodlottige vrucht zich aan den dood overleverde, heeft toen reeds het hout aangewezen, om de schade, door het hout eens aangericht, te herstellen. Aan: enz.

Zóó moest het werk onzer zaligheid Voltrokken worden: zóó moest de sluwheid des listigen verraders door schranderheid misleid worden: zóó moest het geneesmiddel aangebracht worden door het werktuig zelf, waarmede de vijand had gewond, Getr. enz.

Toen dan de volheid des tijds gekomen was, werd uit de woonstede des Vaders de de Zoon, de Schepper der wereld, gezonden: en Hij ver-j toonde zich, omkleed met een lichaam, uit een maagdelijken schoot aangenomen. Aan: enz.

In een enge krib gelegd schreit Hij als kind: de Moedermaagd omwindt Zijne leden met doeken : en de goddelijke handen en voeten zijn met windsels vastgebonden. Gelr. enz.

Nadat Hij nu dertig jaren als mensch onder ons geleefd heeft, geeft Hij zich, als onze Verlosser, vrijwillig over om te lijden, en als het Lam dat ! geslachtofferd moet worden, wordt Hij aan den kruispaal i opgeheven. Aan : enz.

Zie, hoe Hij lijdt en met gal 1 gelaafd wordt, hoe de door-


S

-ocr page 244-

220 GOEDE VRIJDAG-. —

nen, de nagelen en de lans zijn teeder lichaam doorboord hebben, en water en bloed uit zijne zijde vloieit: in welk oen vloed worden de aarde, de zee, de hemel en de wereld gewasschen! Getr. enz.

Verheven boom buig iiwe takken, ontspan uw gespannen ingewanden, en verzacht uwe aangeboren hardheid, en wees een zachte stam, om daarop de leden van den he-melschen Koning te doen rusten. Aan: enz.

Gij alleen waart waardig' het slachtoffer der wereld te dragen, en, dor wereld eene haven in hare schipbreuk te bereiden,

als eene andere ark, die bestreken is met liet heilig bloed, uit het lichaam des Lams gevlooid.

Getr. enz

Der heilige Drieëenheid zij eeuwige eer, gelijke eer en gelijke heerlijkheid zij den Vader, den Zoon en den H.

Geest gegeven : het iieelal love den naam van den Eénen en Drieéénigen.Amen. Getr enz, 1

KRUISVEREEEIXG.

Mite corpus porforarunt Unda manat, et cruor : Terra, pontus, astra,

muadus, Qua lavantur flumine! Cmx ; etc.

Flecte ramos arbor alta Tensa laxa viscera. Et rigor lentescat ille, Quem dedit nativitas ; Et superni membra Regis Tonde mite stipite.

Dulce : etc.

Sola digna tu fuisti Ferre mur di victimam : Atqite portuin prftparare Area mundo naufrago, Quam sacer cruor perunxit, Fusus Agnl corpore.

Crux ; etc.

Sempiterna sit beatne Trinitati gloria,

JEqua Patri. Filioque, Par decus Paraclito: Unius, Trinique nomen Laudet universitas. Amen. Dulce: etc.

Tegen het einde der kruisvereering worden de kaarsen op het altaar aangestoken. De Diaken neemt de bursa en spreidt een corporale, als gewoonlijk, op het altaar uit en legt er den vingerdoek naast. Na de vereering neemt hij het kruis eerbiedig op en zet het op het altaar. Daarna gaat men in processie naar de plaats, waar den vorigen dag het H. Sacrament gebracht was Vóórop gaat de Subdiaken met het kruis, tusschen twee Akolieten, kandelaars met brandende waskaarsen dragende, dan de Geestelijkheid volgens rang, eindelijk de Priester met de assistenten

(') I. A. Alberdingk Thijm. Palet en Harp.

-ocr page 245-

GOEDE VRIJDAG-. — PROCESSIE.

221

Als men gekomen is op de plaats waar het H. Sacrament rust, worden de flambouwen aangestoken, welke men eerst na de nuttiging uitdoet. De Priester knielt vóór het H. Sacrament neder en bidt eenige oogenblikken : daarna staat hij op, doet, zonder te zegenen, wierook in twee wierooksvaten, terwijl de Diaken het scheepje toereikt, en bewierookt knielende het H Sacrament. Dan geeft de Diaken den kelk met het H. Sacrament, den Priester in handen, en bedekt den kelk met de einden van het velum, dat de Priester om de schouders heeft. Allen trekken in processie terug, volgens de orde, waarin zij gekomen zijn. Een baldakijn ivordt boven het H. Sacrament gedragen en twee Akolieten bewierooken dit aanhoudend. Onder de processie wordt deze hymne rezono'en ;

Vexilla Regis prodeunt; Fulget Crucis mysterium Qui vita mortem pertulit. Et morte vitam protulit.

De veldbanier des Konings [rees;

Hooa' blinkt de kruisgeheime-[nis; —

De Schepper-zelf van alle [vleesch

Als mensch aan 't hout gena-fo-eld is.


Quai vulnerata lancese, Mucrone diro, criminum Ut nos lavaret sordibus, Manavit tinda et sanguine.

Impleta sunt qua; con-[cinit

David lideli carmine, Dicendo nationibus: Reanavit a ligno Deus.

Terwijl het scherp der wreede [speer

Hem wondt in 't harte, vloeit

[het bloed En 't water uit de zijde neer. Dat ons van schulden wasschen [moet.

Vervuld is Davids profecij, 't Gezag van 's Heeren trou-

[wen tolk. Verkondend aan der volken rij: „Van 't hout regeerde God [zijn volk.quot;


Arbor decora et fulgida,) Gij, Boom, zoo schittrend rijk Ornata Regis purpura, [gesierd,

-ocr page 246-

GOEDE VRIJDAG. — PEOCESSIE.

222

Dien 's Kouings purper mocht

[doorgloên, Gij, die het waard gerekend [wierd

Om 't Allerheiligste aan te [doen 1

Wel uwer, aan wiens armen-[paar

De losprijs aller eeuwen woog. Gij — 't heilrantsoen ten

[evenaar. Dat d'afgrond zijne prooi out-[toog !

Gegroet, gij Kruishout ! hoop

[der aard! O maak, op deze lijdensbaan, Den zondaar Gods vergeving [waard,

En zet der vromen vroomheid

Electa digno st-ipite Tam saucta membra tan

[gere

Beata cujus brachiis Pretium pependit sascul Statera facta corporis, Tulitque prcedam tartar

O crux, ave, spes unica Hoc Passionis tempore Piis adauge gratiam, Eeisque dele crimina.


U, hooge God 1 Drieëenigheid !

Love alle geest in 't Licht

[geknield!

En dat Ge, de eeuwen door,

[geleidt.

Wie Ge in het Kruisgeheim [behieldt 1

Amen. (')

Te, fons salutis, Trinitas, Collaudet omnis spiritus, Quibus Cmc.is victoriam, Largiris, adde prsemium. Amen.

Als de Priester, aan het altaar teruggekeerd, den kelk erop nedergezet heeft knielt hij neder ea bewierookt dien. Daarna staat hij op, gaat midden voor het altaar en legt de H. Hostie uit den kelk op de pateen, die de Diaken vasthoudt; nu neemt hij de patee.i uit do hand van den Diaken en legt de H. Hostie op den corporale, zonder iets te zeggen. Mocht hij het H. Sacrament met de vingers hebben aangeraakt, dan wascht hij die in een

C) J. A. Alberdingk Thijm. Palet en Harp.

-ocr page 247-

GOEDE VRIJDAG.

223

ALTAARDIENST.

daartoe aanwezig vaasje. Intusschen giet de Diaken wijn in den kelk, en de Subdiaken water : de Priester zegent dat niet, noch spreekt daarover het gewone gebed uit, maar neemt den kelk van den Diaken aan, zet dien op het altaar zonder iets te zeggen, en de Diaken bedekt dien met de palla. Vervolgens doet hij wierook in het wierookvat zonder te zegenen, bewierookt de H. Hostie, den kelk en het altaar als gewoonlijk, en knielt voor en na het wierooken, en telkens als hij voorbij het H. Sacrament gaat.

Als hij de H. Hostie en den kelk bewierookt, zegt hij :

Incensum istud a te Moge deze wierook door U

benedictum, ascendat ad gezegend opstijgen tot ü, o

te, Domine : et descendat Heer : en moge uwe bannhar-

supernosmisericordiafrua. tigheid 011 ons afdalen!

Jls hij het Aliaar bewierookt:

Dirigatnr,Domine,oratio mea. sicut incensum in conspectu tuo: elevatio manuum mearum Sacrifi-cium vespertinum. Pone, Domine,ctistodiam ori meo, et ostium circnmstanti» labiis meis: ut non doclinet cor meum in verba mali-tise, ad excusandas excu-sationes in peccatis.

Laat mijn gebed, 0 Heer, gelijk wierook opgaan voor uw aangezicht: deopheöing mijner handen zij U als eeu avondoffer. Plaats, o Heer, eene wacht aan mijnen mond en sluit mijne lippen : opdat mijn hart zich niet neige tot booze woorden, om zonden te verontschuldigen met de boosdoeners. 1 i


Als hij het wierookvat teruggeeft.

Accendat in nobis Do-minus ignem sul arnoris et flammam re teniae cha-ritatis. Amen.

De Heer ontsteke in ons het vuur zijner genegenheid, en de vlam zijner eeuwige liefde. Amen.


De Priester wascht de handen, waarna hij, gebogen voor het Altaar, zeyt'.

In spiritu inimilitatis, et Dat wij, ootmoedig van geest

(') Gelijk de goddeloozen dit doen.

-ocr page 248-

224 GOEDE VRIJDAG.

— ALTAARDIENST.

en met een berouwvol hart, door U, o Heer, worden aangenomen, en dat ons offer heden zóó voor uw aanschijn geschiede, dat het ü behage, o Heer onze God!

in animo contrito suscipia mur a te Domine, et sic fiat sacrifleium nostrum in conspectu tuo hodie, ut placeat tibi, Domine Deus,


uw offer behagelijk worde aan God, den almachtigen Vader.

ac vestrum sacrifleium ac ceptabiie fiat apud Deum Patrem omnipotentem.

Dan zegt hij nh gewoonlijk:

Bidt broeders : opdat mijn en Orate fratres : ut meum


Vervolgens zingt hij de Pater noster:

Laat ons bidden. Door heilzame voorschriften aangemaand en dooi goddelijke leering onderricht, durven wij zeggen: 1)

Onze Vader, die in de hemelen zijt; geheiligd zij uw naam : ons toekome uw rijk : uw wil geschiede op aarde als in den hemel: geef ons heden ons dagelij ksch brood, eu vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in bekoring.

E, Maar verlos ons van den kwade.

Oremus. Prseceptis salu taribus moniti, et divina institutione formati, aude-mus dicere.

Pater noster, qui es in ccelis: sanctiflcetur nomen tuum : advsniat regnum tuum; fiat voluntas tua, sicut in coelo et in terra. Panem nostrum quotidia-num da nofis hodie; et dimitte nobis debita nostra, j sicut et nos dimittimus ! debitoribus nostris. Et ne j nos inducas in tentationem.

R, Sed libera nos a ! malo.


De Priester zegt in stilte Amen en vervolgt:

Wij bidden U bevrijd ons. Libera nos, qusesumus Heer, van alle verleden, tegen- Domine, ab omnibus mails woordig en toekomstig kwaad: prreteritis, prasentibus, et

('/ Christus zelf leerde ons bidden als lüj aan zijne leerlingen zeide ; Zoo zult gij bidden : Onze Vader, enz.

-ocr page 249-

— ALTAARDIENST.

225

GOEDE VEIJDAG.

| futuris ; et intercendente Ibeata et gloriosa semiier f Virgine Dei Genitrice Ma-! ria. ctim beatis Apostolis I tuis Petvo et Paulo, atque Andrea et omnibus Sanctis, (non signal se patena) da propitms paeem in die-1 bus nostris; ut ope mise-ricordise tute adjuti. et a peccatosimussemperliberi, et ab omni perturbatione -ecuri. Per cumdem Domi-num nostrum Jesum Christum Filium tuum. Qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti Deus, per omnia seecula sasculorum. Amen.

en geef genadiglijk door de voorspraak der heilige enroem-rijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd, van uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, {met de pateen maakt hij geen krnis-teeken over zichzelren) vrede in onze dagen: opdat wij, geholpen door den bijstand uwer barmhartigheid, èn altijd vrij mogen blijven van zonden, èn beveiligd zijn tegen alle stoornis. Door denzeltden Jesus Christus onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.


Nu maakt de Priester een diepe buiging, legt het H. Sacrament op de pateen, neemt de H. Hostie in de rechterhand en heft die zóó hoog op, dat zij door het volk kan gezien worden. Dadelijk hierna breekt hij de H. Hostie boven den kelk in drie doelen, waarvan hij als gewoonlijk het kleinste in de kelk laat vallen, maar zonder iets te zeggen. Pax Dni wordt niet gebeden, ook niet Agnus Dei, en de vredekus niet gegeven. Hij slaat ook de twee eerste gebeden vóór de Communie over, en zegt slechts het volgende:

Perceptio Corporis tui, 1 Dat de nuttiging van uw Domine Jesu Christe,quod Lichaam, Heer Jesus Christus, ego indignus sumere prw-1 dat ik, onwaardige,mij vermeet

(') De Kerk doet ons hier vreden vragen om de zonden te vermijden, omdat zij weet dat strijd en verdeeldheid de vrucht der zonden zijn en dikwijls oorzaak van het vallen in zonden. Vooral vragen wij den vreden des harten, bevrijding van beroering der hartstochten.

-ocr page 250-

GOEDE VRIJDAG. — ALTAARDIENST.

226

te ontvangen, mij niet tot oordeel en verdoemenis strakke : maar dat het door uwe goedheid mij diene, tot bescherming-van ziel en lichaam, en tot het bekomen van genezing. Die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid van God den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

sumo. non mihi ptoveniat in judicium et condemna-tionem; sed pro tua pie-tate prosit mihi ad tuta-mentum mentis et corporis, et ad medelam percipien-dam. Qui vivis et regnas cum Deo Patre in unitate I Spiritus Sancti Deus, per | omnia saecula sa;culorum. Amen.


De pateen met de U. Hostie in de handen nemende, zegt hij:

Ik quot;zal het hemelsch brood Panem coelestem acci-nemen, en den naam des Hee- piaru, et nomen Domini ren aanroepen. invocabo.

Op de bortt slaande, zegt hij driemaal:

Heer, ik ben niet waardig | Domine, non sum dig-dat Gij onder mijn dak komt: nus ut intres sub tectum maar spreek slechts een woord, uieum ; sed tantem die en mijne ziel zal gezond worden, verbo, et sanabitur anima

mea.

Daarna mankt hij met de II. Hostie het kruisteeken en zegt :

Het Lichaam van onzen Heer ; Corpus Domini uostri Jesus Christus Jjeware mijne j Jesu Christi custodiat ani-ziel ten eeuwigen leven. Amen. ! mam meam in vitam oeter-

nam. Amen.

Hij nuttigt het Lichaam des Heeren eerbiedig. Vervolgens laat hij alles weg, wat gewoonlijk na ae nuttiging van het H Bloed gebeden wordt, maar onmiddellijk nuttigt hij eerbiedig het gedeelte der H. Hostie met den wijn uit den kelk. De vingerwassching met wijn en water en de nuttiging daarvan geschieden als gewoonlijk Daarna bidt de priester nedergebogen in het midden des Altaars met gevouwen hadden :

-ocr page 251-

GOEDE VRIJDAG. — ALTAARDIENST. 227

Quod ore sumpsimus, Domine, pura mente ca-piamus: et de mtinero temporali fiat nobis rome-dium sempitermim.

Dat wij, o Heer, in een zuiver hart ontvangen, wat wij me': den mond genuttigd hebben: en moge het van eene tijdelijke gave een altijddurend geneesmiddel voor ons worden


De Priester maakt eene buiging voor het kruis en verlaat met zijne Assistenten en dienaren het Altaar, men leest de Vespers, en even als den vorigen dag, heeft de ontkleeding des Altaars plaats.

-ocr page 252-

PAASCHZA TERDAG.

TOELICHTING.

Nog rust het lichaam van den Godmensch in het graf waarbij de soldaten de wacht hebben. Met diepen eerbied aanbidden de engelen het ontzielde lichaam van hem, wiens bloed de vrede tusschen hemel en aarde hersteld heeft. Dit lichaam, voor een korten tijd van de ziel gescheiden, is vereenigd gebleven met de Godheid; de ziel, die voor eenige oogenblikken opgehouden heeft aan dat lichaam leven te geven, heeft ook hare vereeniging met den Zoon Gods niet verloren. De Godheid blijft ook vereenigd mei het bloed dat vergoten werd, en weder terug zal keeren in de aderen van den Godmensch bij diens verrijzenis.

Naderen ook wij in den geest tot dat graf en brengen ook wij onze hulde aan het doode lichaam van den Zoon Gods. Nu erkennen wij de grootheid der zonden, „want het is door de zonde dat de dood in de wereld kwam en alle menschen aan hem onderworpen werden.quot; Aanbidden wij met de grootste dankbaarheid dezen

-ocr page 253-

PAASCHZATERDAG. — TOELICHTING. 229

vernederden Zoon van God. In zijne geboorte gewaardigde hij zich den vorm van een slaaf aan te nemen door zich zeiven een lichaam te geven, hier daalt hij nog dieper af. Zonder leven I ligt dat verstijfde lichaam in een graf. Zóó lief 1 heeft God de wereld gehad dat hij zijn eenigen Zoon niet heeft gespaard, maar voor ons heeft ï overgeleverd.

1 in Gaan wij nu in onze gedachten naar Jeruzalem, )en. tot de verblijfplaats van de Moeder van smarten.

Ook over dat diepbedroefde hart is de nacht sde heen gegaan, en de schrikwekkende tooneelen Dit van den vorigen dag hebben voortdurend die ^e- Moeder gefolterd. Joannes, haar aangenomen zoon, d; g de veelgeliefde leerling van Jesus, weent over 9D | den Zoon en over de Moeder. De andere Apostelen re | en leerlingen, Joseph van Arimathea en Nico-)e I demus deelen in beider smart. Ook Petrus ^ I vreesde niet, met een berouwvol hart, weder tot e | die Moeder van barmhartigheid te naderen. De !- j heiligheid, de goedheid, de macht, de smarten, 1 j de dood van Jesus staan hun allen voor den 5 k geest, zijn het onderwerp hunner gesprekken. i | Maar de verrijzenis, welke hij zoo duidelijk voorspelde en welke spoedig zal plaats hebben, komt hun niet in de gedachten. Maria alleen leeft in dat blijde vooruitzicht. De H. Geest zegt van de sterke vrouw: „Gedurende den nacht zal

-ocr page 254-

230 PAASCHZATEEDAG. — TOELICHTING.

hare lamp niet uitgedoofd worden,quot; dit woord wordt thans aan Maria volbracht. Haar hart bezwijkt niet, omdat zij weet dat het graf weldra haren Zoon zal wedergeven. Wel een groote dag deze Zaterdag, waarop te midden van al die droefheid en zielesmart Maria's grootheid zoo uitschittert! De Kerk heeft er de herinnering van bewaard, en voor altijd de Zaterdag van iedere week aan Maria's vereering gewijd.

Vanaf de vroegste tijden der Kerk is de dag van heden, gelijk die van gisteren, voorbij gegaan zonder dat het H. Misoffer werd opgedra-dragen. Gisteren geschiedde dit niet omdat, bij de verjaring van Christus' dood, de Kerk geheel en al met de gedachtenis daaraan vervuld was, en een heilige schroom haar terughielt op hare altaren het slachtoffer van Calvarië te doen nederdalen. Dezelfde rede doet de Kerk zich ook heden onthouden van het opdragen der H. Mis. Terwijl het ontzielde lichaam van Christus in het graf rust, past het niet het goddelijk geheim te vernieuwen waarin het glorievol en als verrezen wordt opgeofferd.

Sedert ongeveer acht honderd jaren is er, in de kerken van het Westen, eene groote wijziging gekomen aangaande het opdragen der H. Mis op dezen dag. Men is niet afgeweken van

-ocr page 255-

PAASCHZATERDAG. — TOELICHTING. 231

het oude gebruik volgens hetwelk op dezen Zaterdag geen H. Mis werd opgedragen ; maar men heeft gemeend de H. Mis, welke in den volgenden nacht gedaan werd, reeds op dezen dag te kunnen doen, omtrent het uur waarop de verrijzenis plaats had. De verzachting in de vastenwet heeft ongemerkt deze wijziging in de plechtigheden medegebracht.

In de eerste eeuwen waakten de Christenen gedurende geheel den nacht in de kerk, in afwachting van het uur waarop Christus overwinnend uit het graf te voorschijn kwam. Te zelfder tijd waren zij tegenwoordig bij de plechtige toediening van het H. Doopsel aan de Catechumenen, eene verhevene handeling waardoor aanschouwelijk werd voorgesteld de overgang van den geestelijken dood der ziel tot het leven der genade. Geen der heilige Nachtwaken van het jaar werd gevierd met een zoo talrijke bijeenkomst en met zoo groote opgewektheid van geest. Zij verloren echter veel van hetgeen haar zoo belangwekkend maakten, toen er geen volwassenen meer gedoopt behoefden te worden, wegens de volmaaktere zegepraal der Kerk, door de prediking van het Evangelie bewerkt.

In de Oostersche Kerk wordt de gewoonte van vroegere eeuwen nog altijd onderhouden, en op dezen dag het H. Misoffer niet opgedragen.

16

-ocr page 256-

232 paaschzateedaCt. — toelichting.

Maar in de Westersche Kerk werd, sedert de negende eeuw, de nachtmis van het Paaschfeest op een vroeger uur gelezen, en, door het voortzetten van deze vervroeging, is eindelijk de gewoonte ontstaan van deze H. Mis in den morgen van Zaterdag vóór Paschen op te dragen.

Door deze wijziging is een zekere tegenspraak ontstaan, tusschen het geheim dat gevierd wordt en den dag, waarop de plechtigheden geschieden. Christus ligt nog in het graf, en reeds wordt zijne verrijzenis herdacht. Alles, wat de H. Mis voorafgaat, geschiedt nog in de stilte der droefheid, en nauwelijks zijn deze plechtigheden volbracht, of, reeds vroeg in den morgen, vervult de paaschvreugde de harten der geloovigen. De Kerk heeft het nuttig geoordeeld hare kinderen reeds heden een voorsmaak te geven van de vreugde, waarmede morgen de wereld vervuld zal worden; trachten wij ons te doordringen van haren geest, door hare plechtigheden goed te begrijpen.

De toediening van het H. Doopsel aan de catechumenen is de voornaamste handeling van geheel deze groote plechtigheid; zij is het hoofddoel van alles wat er geschiedt. Wij moeten deze gedachte goed voor den geest houden, om het geheel met voldoening te kunnen overzien, en de verschillende onderdeelen daarmede in verband te brengen.

-ocr page 257-

PAASCHZATERDAG. —

233

TOELICHTING.

Werpen wij nu eerst een vluchtigen blik op dit geheel, en staan wij dan later bij elk onderdeel wat langer stil, om onze kennis te vermeerderen en geestelijk voedsel aan onze ziel te

Het eerste wat wij zien gebeuren is de wijding van vuur en vnerook. waarna die der paaschkaars volgt. Hierna worden profetieën gelezen, die een geheel vormen met hetgeen voorafging en nog volgen zal. Is dit geschied, dan gaat men naaide doopvont om het water te wijden. Nadat alles gereed is om het H. Doopsel te kunnen toedienen, ontvangen de catechumenen het H. Sacrament der wedergeboorte. Het H. Vormsel word hun hierna door den Bisschop toegediend. Terstond hierop volgt de H. Mis ter eere van Christus' verrijzenis. En eindelijk sluiten de blijde Vespers de langste plechtigheid, welke de Westersche Kerk in haren jaarkring van feesten volbrengt.

Laten wij ons duizend jaren terug denken, om eene duidelijke voorstelling van dit alles te verkrijgen, en veronderstellen, wij dat de plechtigheden beginnen met de groote Nachtwake (Vigilie) van Zaterdag vóór Paschen, in eene der oudste kerken van Italië.

Te Rome geschiedt alles in de Sint Jan van Latranen, de oudste kerk van allen en hierom de Moederkerk geheeten. Het Sacrament des

-ocr page 258-

234 PAASCHZATERDAG. — TOELICHTING.

Doopsels wordt daar toegediend in de Doopkapel van keizer Constantijn. Jaarlijks wordt hier nog een volwassene gedoopt en de toediening van het Priesterschap en de orden welke dit Sakra-ment voorafgaan geeft nog meer luister aan deze grootste plechtigheid welke Rome jaarlijks viert.

WIJDING VAN VUUR EN WIEROOK.

Op den Woensdag welke dezen Zaterdag vooraf ging waren de catechumenen bijeengeroepen, om te negen uur (tertia) het laatste onderzoek te ondergaan naar hunne geschiktheid voor het ontvangen van het H. Doopsel. De priesters regelen hierbij alles en laten het symboleum der Apostelen (de twaalf artikelen des Geloofs) opzeggen door hen, die dit nog doen moesten. En als nu het Onze Vader en de Afbeeldingen waarmede

-ocr page 259-

PAASCHZATERDAG.

235

— TOELICHTING.

de vier Evangelisten worden voorgesteld, nog eens herhaald zijn, zendt een der priesters degenen die gedoopt moeten worden naar de Doopkapel, na hen vermaand te hebben zich ingetogen te houden en te bidden.

Omtrent drie uur in den namiddag (Nona) begeeft zich de Bisschop met al de geestelijken naar de kerk waarin op dat uur de Nachtwake begint.

De eerste plechtigheid welke nu geschieden moet is de wijding van het vuur, waarvan het licht gedurende den volgenden nacht de duisternis vervangen zal.

Gedurende de eerste eeuw was het de gewoonte iederen dag, voor dat de Vespers begonnen, vuur uit een steen te slaan om de lampen en kaarsen aan te steken, weike de plaats der bijeenkomst moesten verlichten ; dit licht bleef branden tot aan de Vespers van den volgenden dag. Te Rome geschiedde deze wijding met meerder plechtigheid in den morgen van Witten Donderdag, onder het uitspreken van bijzondere gebeden.

Volgens mededeeling van den H. Paus Zacha-

Do H. Joannes vliegt als een adelaar in hooger kringen en dringt door tot den Vader, en hij zegt: „In het begin was het Woord en het Woord was bij God, en God was het Woord.quot; Hierom staat naast hem do gedaante van een Arend. (quot;va-l. H. Hier. c. Jov. 1. 1.)

-ocr page 260-

PAASCHZATERDAG.

236

— TOELICHTING.

rias aan den H. Bonifacius, aartsbisschop van Mainz in de achtste eeuw, werden met dit vuur drie lampen aangestoken, welke op een bepaalde plaats bewaard en met zorg onderhouden werden tot Zaterdag vóór Paschen, op welken dag van hen het licht genomen werd dat noodig was voor den volgenden nacht. In de volgende eeuw onder den H. Paus Leo IV, die in 847 de Kerk bestuurde, was te Rome de gewoonte ingevoerd om ook op Zaterdag vóór Paschen het vuur uit een steen te slaan, gelijk op andere da-gen.

De zinnebeeldige beteekenis van dit gebruik, nu nog alleen op dezen dag onderhouden, is, hoewel zeer verheven, toch gemakkelijk in te zien. Christus zeide eenmaal: „Ik ben het licht der wereld.quot; C) Dit stoffelijk licht is dus het beeld van den Zoon Gods. Ook is de steen een der beelden waarmede ;de Zaligmaker vergeleken wordt in de H. Schrift. „Christus is de hoeksteen,quot; (2) zeggen ons de beide Apostelen Petrus en Paulus, die door dit gezegde slechts herhalen wat de profeet Isaias reeds voorspeld had. (3)

Doch bij deze plechtigheid verbeeldt ons de vonk, welke uit den steen te voorschi.n komt, Jesus Christus opstijgende uit het steenen graf.

(') Jnan. VIII. 12. I Petr. II. 6. — Eph. II, 20. O Is. XXVIII. 16.

-ocr page 261-

PAASCHZATEBDAG.

237

— TOELICHTING}.

nog gesloten door den steen dien de Joden verzegeld hadden. Het is dus billijk dat ditbeteeke-nisvolle vuur, bestemd om licht te geven voor de Paaschkaars en voor de kaarsen van het altaar, eene bijzondere wijding ontvangt en met bijzondere blijdschap door de geloovigen begroet wordt.

In de Kerk zijn alle lichten uitgedaan ; vroeger doofden de christenen zelfs het vuur in de huizen uit voor dat zij naar de kerk gingen, en in heel de gemeente werd het, eerst na de wijding ontstoken, met het gezegende vuur, waarvan hun nu werd medegedeeld als een beeld van Christus' verrijzenis.

Ook de uitdooving der lichten heeft een zinrijke beteekenis en doelt op de afschaffing der Oude Wet, welke ophielt van kracht te zijn toen het voorhangsel in den Tempel te Jeruzalem van boven tot beneden vaneenscheurde, bij den dood van Jesus. Terwijl de komst van het nieuwe vuur de genadevolle verkondiging van de Nieuwe Wet voorstelt, welke Christus, het Licht der wereld, komt brengen, en waardoor de schaduwen van het oude Verbond verdwijnen.

De beteekenis van dit nieuwe vuur is zóó gewichtig, dat God zich gewaardigd heeft, gedurende vele eeuwen, ieder jaar op dezen dag een wonder te doen plaats hebben in de kerk

-ocr page 262-

238 PAASCHZATEKDAÖ. — TOELICHTING.

van het H, Graf te Jeruzalem. Wanneer toch de geestelijkheid en de geloovigen in stil gebed voor het heilig Graf vergaderd en de lampen, zonder licht, boven dit gedenkteeken van Christus' overwinning opgehangen waren, werd plotseling in een dezer lampen het licht ontstoken zonder menschelijke hulp. Nadat met dit wonderbare licht de overige lampen ontstoken waren, werd het uitgedeeld onder de geloovigen, die in hunne woningen daarmede het vuur weder deden ontbranden. Dit jaarlijksch wonder schijnt voor het eerst geschied te zijn nadat Jeruzalem op de Turken veroverd was geworden, cpdat dit wonder voor die ongeloovigen een teeken zoude zijn van den goddelijken oorsprong des Christen-doms. Toen Paus Urbanus II in Frankrijk den eersten kruistocht predikte deèd hij dit wonder, waarvan alle pelgrims getuigden, gelden als eene reden om met bijzondere opgewektheid voor de bevrijding van Christus' Graf te gaan strijden.

Toen het God, in de raadsbesluiten zijner ondoorgrondelijke gerechtigheid, behaagd had de stad, waarin onze verlossing bewerkt was, weder in de macht der ongeloovigen te doer, vallen, geschiedde dit wonder niet meer. Het is echter bekend welke walgelijke kunstgrepen nog ieder jaar de kerk van het H. Graf onteerea, als de schismatieke geestelijken, voor de oogen van een

-ocr page 263-

PAASCHZATEHDACt. — VUUR WIJDING. 239

toch | onwetende en opgezweepte menigte, op bedrie-ïebed 1 gelijke wijze dit wonder trachten na te doen, ipen, | dat reeds sedert zoovele eeuwen niet meer gebeurd. 'hris- I Behalven het vuur wijdt de kerk heden ook piot- | wierook. Deze vertegenwoordigt de specerijen, 'ken | waarmede Magdalena en de andere vrome vrouwen der- | Jesus' lichaam wilde balsemen. Deze wierook is reö, I in de vorm van vijf korrels of spijkers. Het ' in [ gebed dat hierover uitgesproken wordt toont de ^en | betrekking aan, welke er bestaat tusschen het ^or f vuur en den wierook, en onderricht ons tevens op I aangaande de kracht dezer gewijde voorwerpen 'lit I tegen de hinderlagen van den helschen vijand, de |i Nu verlaten de Bisschop en zijn gevolg de Q- | kerk om naar de plaats te gaan waar het nieuwe so p vuur en de wierook gezet werden. Deze plaats r, | is buiten kerk; het vuur toch stelt Christus e i voor, en deze ligt in het Graf buiten de stad e i Jeruzalem. Evenals nu de vrouwen de stad ver-| lieten om het lichaam te balsemen, verlaat de | bisschop de kerk om de wijding te verrichten. |1 Bij deze wijding worden de volgende gebeden | gesproken:

| V. Dominus vobiscum. 1 V. De Heer zij met u. R. Et cum spiritu tuo. K. En niet uwen geest. Oremus. Lant ons Hielden.

Decsecs, qui per Filium God, die door uwen Zoon, ruim, angularem scili- i ^ die de hoeksteen is, aan eet lapidem, claritatis tune j de geloovigen het vuur uwer ignem Melibus contulisti: 1 heerlijkheid heb geschonken :

-ocr page 264-

240 PAASCHZATERDAG. — VÜURWIJDING.

hei lig' dit nieuwe vuur, dat productum e silice, nns-uit een steen is voortgebracht, tris profuturum usibus no-om lot ons gebruik te dienen: vum hunc ignem sanctif en verleen ons, dat wij door fica: et concede nobis, dit Paaschfeest zoo in hemel- ita per hwc festa Paschalia sche begeerten mogen ontsto- coelestibus desideriis in-ken worden, dat wij, met een flammari, ut ad perpetuae zuiver hart, tot het feest der claritatis. puris mentibus, eeuwige heerlijkheid mogen veleamus festa pertingere. geraken Door denzelfden Per eumdem Christum Chrristus onzen Heer. Domiuum nostrum.

R. Amen. K. Amen.

Laat ons bidden. Oremus.

O Heer en Gort, almachtige Dom ine Deus, Pater om-Vader, nooit verminderend nipotens, lumen indeti-Licht, die de Schepper zijt van ciens, qui es conditor om-alle licht: zefgen dit licht, dat nium luminum ; benefdic door U, die de geheele wereld hoc lumen, (|Uod a te verlicht hebt, geheiligd en g'e- ■ sanctiflcatum atque bene-zegend is: opdat wij door dat dictum est, qui i'luminasti licht ontstoken en door het omnem mundum; ut ab vuur uwer heerlijkheid ver- eo lumine accsndamur. licht worden : en even als Gij atque illuminemur igne Mo'ses, bij zijn uittocht uit claritatis tuae: et sicut Egypte verlicht hebt, verlicht illuminasti Moysen exeun-ook zoo onze harten en zin- tem de ^Egypto, ita illu-nen : opdat wij tot het eeuwige mines corda et sensus leven en licht verdienen te nostros: ut ad vitam et komen. Door Christus onzen lucetn ttcernam pervenire Heer. mereamur. Per Christum

R. Amen.

Laat ons bidden.

Dominum nostrum. U. Amen. Oremus.


Heilige Heer, almachtige Va- Domine sancte, Pater der, eeuwige God: gewaardig : omnipotens, a?terne Deus:

U ons uwe medewerking te benedicentibus nobis hunc

verleenen, terwijl wij dit vuur ignem in nomine tuo, et

zegenen in uwen naam, en in unigeniti Filii tui Dei ac

dien van uwen eeniggeboren Domini mostri JesuChristi,

Zoon, onzen God en Heer Je- et Spiritus sancti, coöpe-

sus Christus, en in dien van rari digneris: et adjuva

den H. Geest: en bescherm nos contra ignita tela

-ocr page 265-

I PAASCHZATEEDAG. — VUURWIJDING. 241

jiimici, et illustra gratia 1 ons tegen de vurige pijlen des helesti. Qui vivis et reg- j vijaads, en verlicht ons door Ls eum eodem Unigenito uwe hemelsche genade. Gij (uo, et Spiritu sancto, | die God zijnde leeft en heerscht Dens: per omnia soecula [ met dienzelfden uwen eenigge-kmiloi-um. boren Zoon en den H. Geest,

r door alle eeuwen der eeuwen.

I R. Amen. H Amen.

Verrolqens wijdt hij de vijf wieroohkorréls roor de Paaschkaars:

^'eniat, qusesumus, om- Wij bidden U, almachtige nipotens Deus, super hoc i God, doe uwen zefgen in ruime incensum larga tu® be- i mate over deze wierook ne-nedifetionisiafusioietlmnc j derkomen, en ontsteek, on-nocturnum splendorem ^ zichtbare Herschepper, dezen invisibilis regenerator ae- nachtelijken luister: opdat niet cende ; ut non solum sa- 1 alleen het offer, dat dezen nacht criflcium, quod hac nocte is opgedragen, schittere door litatum est, arcana luminis | de geheime vereeniging met tui admixtione refulgeat: uw licht: maar dat overal, sed in quocumque loco | waar iets van dit geheiligde ex hujus sanctificationis : en geheimvolle licht wordt mysterio aliquid fuerit | gebracht, de boosheid en de deportatum, expulsa dia- listen des duivels worden ver-bolicse fraudis nequitia, wijderd, en de kracht uwer virtus tuse Majestatis assi- Majesteit aanwezig zij. Door stat. Per Christum Domi- ! Christus onzen Heer. num nostrum.

R. Amen. K. Amen.

Na deze gebeden doet een acoliet een gedeelte van het gewijde vuur in het wierookvat, en de Bisschop werpt op dat vuur een weinig gewonen, ongewijden, wierook, om hiermede het vuur en den wierook te bewieroken, nadat hij beiden eerst met gewijd water besproeid heeft. Een andere acoliet steekt met het nieuwe vuur eene kaars

-ocr page 266-

240

PAASCHZATERDAG. —

vüue wijding; .

heiflig dit nieuwe vuur, dat uit een steen is \ oortgebracht, om lot ons gebruik te dienen: en verleen ons, dat wij door dit Paaschfeest zoo in hemel-sche begeerten mogen ontstoken worden, dat wij , met een zuiver hart, tot het feest der eeuwige heerlijkheid mogen geraken Door denzelfden Chrristus onzen Heer.

R. Amen.

Laat ons bidden.

O Heer en God, almachtige Vader, nooit verminderend Licht, die de Schepper zijt van alle licht: zetgen dit licht, dat door U, die de geheele wereld verlicht hebt, geheiligd en gezegend is : opdat wij door dat licht ontstoken en door het vuur uwer heerlijkheid verlicht worden ; en even als Gij Moses, bij zijn uittocht uit Egypte verlicht hebt. verlicht ook zoo onze harten en zinnen ; opdat wij tot het eeuwige leven en licht verdienen te komen. Door Christus onzen Heer.

R. Amen.

Laat ons bidden.

Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God: gewaardig U ons uwe medewerking te verleenen, terwijl wij dit vuur zegenen in uwen naam, en in dien van uwen eenlggeboren Zoon, onzen God en Heer Jesus Christus, en in dien van den H. Geest: en bescherm productum e silice, nos-tris profuturum usibu.s novum hunc ignem sanctit fica; et concede nobis, ita per h;ec festa Paschalia ccelestibus desideriis in-flammari, ut ad perpetuae claritatis, puris mentibus, veleannis festa pertingere. Per eumdera Christum Dominum nostrum.

R. Amen.

Oremus

Domine Deus, Pater om-nipotens, lumen indeti-ciens, qui es conditor omnium lumiimm: benefdic hoc lumen, quod a te sanctificatum atque bene-dictum est, qui illuminasti omnem mundum: ut ab eo lumine accendamur, atque illuinincmur igne claritatis tuae: et sicut illuminasti Moysen exeun-tem de iEgypto, ita illumines corda et sensus nostros; ut ad vitam et lucem tccernnm per ven ire mereamur. Per Christum Dominum nostrum.

R. Amen.

Oremus.

Domine sancte, Pater omnipotens, a?terne Deus: benedicentibus nobis hunc ignem in nomine tuo, et unigeniti Filii tui Dei ac Domini mostri Jesu Christi, et Spiritus sancti, coöpe-rari digneris ; et adjuva nos contra ignita tela


-ocr page 267-

PAASCHZATEEDAG.

241

— VÜURWIJDING.

uüuici, et ilhistra gratia : ons tegen do vurige pijlen des ïoelesti. Qui vivis et reg- vijands, en verlicht ons door nas eum eodem Unigenito uwe liemelsche genade. Gij tuo, et Spiritu sancto, | die Gcd zijnde leeft en heerscht Deus: per omnia ssecula ; met dienzelfden uwen eenigge-IsiBCulorum. boren Zoon en den H. Geest,

' door alle eeuwen der eeuwen.

' R. Amen. H. Amen.

Verroh/ens wijdt hij de vijf wierookkorréls roor de Paaschkaars:

^'eniat, qusesumus, om- , Wij bidden U, almachtige nipotens Deus, super hoe ; God, doe uwen zefgen in ruime incensum laiga tuce be- i mate over deze wierook ne-neditctionisiofusio:ethunc j derkomen, en ontsteek, on-nocturnum splendorem i zichtbare Herschepper, dezen invisibilis regenerator ac- i nachtelijken luister: opdat niet cende : ut non solum sa- alleen het offer, dat dezen nacht criflcium, quod hac nocte is opgedragen, schittere door litatum est, arcana luminis i de geheime vereeniging met tui admixtione refulgeat; uw licht: maar dat overal, sed in quocumque loco ; waar iets van dit geheiligde ex hujus sanctiflcationis i en geheimvolle licht wordt mysterio aliquid fuerit; gebracht, de boosheid en de deportatum, expulsa dia- listen des duivels worden ver-bolic!» fraudis nequitia, wijderd, en de kracht uwer virtus tuffi Majestatis assi-I Majesteit aanwezig zij. Door stat. Per Christum Domi-1 Christus onzen Heer. mim nostrum.

R. Amen. E. Amen.

Na deze gebeden doet een acoliet een gedeelte van het gewijde vuur in het wierookvat, en de Bisschop werpt op dat vuur een weinig gewonen, ongewijden, wierook, om hiermede het vuur en den wierook te bewieroken, nadat hij beiden eerst met gewijd water besproeid heeft. Een andere acoliet steekt met het nieuwe vuur eene kaars

-ocr page 268-

242 PAASCHZATERDAG. — VUURWIJDING.

aan; deze kaars zal het nieuwe licht in de kerk brengen. Intusschen bekleedt zich de diaken met een witte dalraatiek, wier kleur sterk afsteekt tegen het donkere paars van den koorkap des Bisschops. Dit vreugdekleed is voor den diaken bestemd om de blijde handeling welke hij weldra zal verrichten. Hierna neemt hij in zijn rechter hand een rietstok, waarop een drie-armige kaars geplaatst is. Deze rietstok is eene herinnering aan het lijden van Christus en tevens aan de broosheid der menschelijke natuur welke Hij heeft wiilen aannemen. De drie-armige kaars stelt ons de H. Drievuldigheid voor.

Nu trekt de stoet de kerk weder binnen. Nadat eenige schreden gedaan zijn, buigt de diaken den rietstok een weinig zijwaarts, terwijl de acoliet met het nieuwe licht zijner kaars een der drie armen, op den stok bevestigd, aansteekt. Hierop knielt de diaken, wiens voorbeeld door allen gevolgd wordt, en het licht omhoog heffende zingt hij:

Lumen Christi. | Het licht vau Christus.

Allen antwoorden :

Deo gratias. j Danken wij God.

Dit eerste toonen van het licht verkondigt ons de Godheid van den Vader, door Christus ons geopenbaard.

-ocr page 269-

PAASCHZATERDAG. — VUÜRWIJDING, 243

Hierna staat men op en doet weder eenige schreden-voorwaarts. Op een te voren bepaalde plaats gekomen zijnde herhalen diaken en acoliet dezelfde handeling, en voor de tweede maal zingt de diaken :

Lumen Christi. | Het lieht van Christus.

Allen antw.:

Deo g'ratias. , Danken wij God.

Dit tweede toonen verkondigt ons de Godheid van den Zoon, die zich zei ven getoond heeft aan de menschen bij zijne geboorte. En na herhaling van hetzelfde, zingt de diaken ten derde maal:

Lumen Christi. | Het licht van Christus.

Allen aniw.;

Deo gratias. 1 Danken wij God.

Dit derde toonen verkondigt ons de Godheid van den H. Geest, die ons geopenbciard is door Jesus toen Hij aan zijne Apostelen het groot gebod gaf, dat door de Kerk opgevolgd zal worden : „Onderwijst alle volken en doopt hen in den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes.quot; Het is dan door den Zoon „het Licht der wereld,quot; dat de menschen gekomen zijn tot de kennis der glorievolle Drievuldigheid; en de belijdenis van dit geheim zal spoedig door den Bisschop

-ocr page 270-

244 paaschzateedact. — vuüewijding.

van de catechumenen gevraagd worden, voordat zij het H. Doopsel ontvangen, terwijl de zinnebeeldige voorstelling ervan, gedurende geheel deze plechtigheid, in de drie-armige kaars ons voor oogen zal blijven.

Het eerste, waartoe het nieuwe licht gebruikt werd, is dan de glorie verkondigen van de H. Drievuldigheid. Nu gaat het dienen om de glorie te verkondigen van het vleeschgeworden Woord, Christus. — Volgen wij de plechtigheden.

De Bisschop heeft plaats genomen op zijn troon ; de diaken, die zijn rietstok heeft afgegeven, komt zich op de knieën nederwerpen voor diens voeten om den zegen te vragen over de plechtige handeling, welke hij gaat verrichten. De Bisschop richt tot hem deze woorden. „De Heer zij in uw hart en op uwe lippen, opdat gij naar behooren zijne roemvolle verheffing op Paschen kunt verkondigen. In den naam des Yaders en des Zoons en des H. Geestes, Amen.quot; Hierna staat de diaken op en begeeft zich naar de plaats voor de kaarswijding bestemd. Zij, die den rietstok met drie-armige kaars en den wierook dragen, volgen hem. Op de plaats zelve verheft zich een marmeren kolom en daarop een zuil van was: dit is

-ocr page 271-

PAASCHZATEEDAG. — DE PAASCHKAARS. 245

DE PAASCHKAAR S. C1)

Terwijl allen staan gelijk hij het Evangelie, zingt de Diaken :

Exultet jam angelica turba coelorum ; exultent divina mysteria: et pro tanti Regis victoria, tuba insonet salutaris. Gaudeat et tellus tantis irradiata tülgoribus: et aeterni Re-gis splendnre illustrata,

Nu ja verblijden zich de engelenkoren der hemelen: dat zij jubelen van vreugde over de goddelijke geheimen : en dat de bazuin der overwinning schalie, om den zegepraal van een zoo grooten Koning;. Ook de aarde verheuae


(') Een kaars van bijzondere grootte en zwaar gewicht werd gemaakt opdat zij haar licht zou verspreiden gedurende deze lange Nachtwake, die reeds zoover gevorderd is dat spoedig het zonlicht voor de duisternis geweken zal zijn. Geen andere is zoo groot, zoo versierd; zij tocii moet den persoon van Christus voorstellen. Voor dat zij aangestoken wordt is hare voorbeduiding in de wolkzuil, welke boven de Israëlieten zweefde toen zij Egypten verlieten: en verbeeld zij Christus zielloos, zonder leven in het graf rustend. Eenmaal aangestoken, zien wij in haar de lichtende zuil. die den weg van het voorttrekkende volk Gods beschijnt: en is zij de afbeelding van den Christus, glanzend van glorie in zijne verrijzenis. De majesteit van dit zinnebeeld is zóó groot, dat de Kerk de verhevenste uitdrukkingen van haar bezielde taal gebruikt, om den geestdrift der geloovigen op te wekken.

In de eerste eeuwen werd deze kaars slechts te Rome in de kerk van Sint Jan van Latranen gewijd, doch in de vijfde eeuw stond de H. Paus Zozimus toe, dat ook de andere kerken der stad dit voorrecht zouden hebben; het H. Doopsel werd echter altijd slechts toegediend in de Doopkapel van Latranen. Het doel van deze gunst was, al de geloovigen van Rome ce doen deelen in de heilige aandoeningen door deze indrukwekkende handeling opgewekt. Met de zelfde bedoeling heeft thans deze plechtigheid plaats in alle kerken, ook in die waar geen doopvont is.

-ocr page 272-

246 PAASCHZATEEDAG. — DE PAASCHKAAES.

zich, bestraald door zulke schitteringen; en, glanzend in den luister des eeuwigen Konings. gevoele zij dat de duisternis van geheel den aardbol geweken is. Ook onze moeder de Kerk, verheuge zich versierd als zij is door de glanzen van zoo groot een licht: en luide weergalme die vorstelijk verblijf' van het machtig gejubel der volken. Daarom bid ik u, allerdiert baarste broeders, vergaderd bij den wonderbaren glans van dit heilige licht, roept met mij de barmhartigheid in van den almachtigen God. Opdat Hij. die zich gewaardigde mij niet om mijne verdiensten op te nemen onder het getal der Levieten, de glans van zijn licht doe afdalen en toelate dat ik den lof van deze Kaars voleinden moge. Door onzen Heer Jesus Christus, zijnen Zoon, die met Hem leeft en heerscht in de eenheid van God den H Geest.

V. Door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

V. Heft uwe harten omhoog.

R. Wij hebben ze omhoog tot den Heer.

V. Danken wij den Heer onzen God.

R. Dit is passend en rechtmatig.

totius orbis se sentiat amissise caliginem. Lae-tetur et mater Ecclesia, tanti luminis adornata fulgoribus; et magnis populorum vocibus haec aula resxiltet. Quapropter adstantes vos fratres eha-rissimi, ad tam miram hujus sani'.ti luminis cla-ritatem, una mecum,quae-so, Dei omnipotentis mi-sericordiam invocate. Ut qui me non meis meritis intra Levitarum numerum dignatus est aggregate: luminis sui claritatem in-fundens. Gerei hujus lau-dem implere perficiat. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium suum, qiii cuü! eo vivit et reg-nat in imitate Soiritus sancti Deus.

V. Per omnia saecula saeculorum.

R. Amen.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

V. Sursum corda.

R. Habemus ad Dominum.

V. Gratias agamus Domino Deo nostro.

R, Dignum et justum est.


-ocr page 273-

PAASCHZATEfiDAG. —

247

DE PAASCHKAARS.

quot;VT ere dignum etjnstum * est, invisibilem Deum Patrem omnipotentem, Filiumquc ejus unigeni-tum, Domimim nostrum Jesum Christum, toto cordis ae mentis affectu, et vocis ministerio personare. Qui pro nobis setorno Patri Ada* debitum solvit; et veteris piaculi eautio-nem pio cruore detersit. Hesc sunt enim festa Pa-schalia, in quibus verus ille Agnus occiditur, cujus sanguine postes fidelium consecrantur. Ha;c nox est, in qua primum patres nostros Alios Israël educ-tos de iEgypto, mare Eu-brum sicco vestigio tran-sire fecisti. Hsee ig'itur nox est, quse peceatorum tene-bras, columnse illumination e purgavit. H.iec nox est, quae hodie per universum mundum, inChris-to credentes, a vitiis sreenli et caligine peceatorum segregatos, reddit gratife, sociat sanctitati. Haecnox est, in qua destructis vin-culis mortis, Christus ab inferis victor ascendit. Nihil enim nobis nasci profuit, nisi rcdimi pro-fuisset. O mira circa nos tuse pietatis dignatio ! 0

TyAARLijK het is passend en '' rechtmatig dat, door de onboezeming van geheel ons hart en geheel onze ziel en de medewerking van onze stem, luide de lof weerklinke van den onzichtbaren God den almachtigen Vader, en van zijnen eeniggeboren Zoon onzen Heer Jesus Christus. Die voor ons aan den eeuwigen Vader de schuld van Adam voldaan, en met zijn dierbaar bloed de schuldvordering van de oude misdaad vernietigd heeft. Dit toch is het Paaschfeest, waarop dat Lam geslacht wordt, door wiens bloed de deuren der geloovigen Gode gewijd worden. (') Deze is de nacht, waarin } Gij eertijds onze vaderen, de i kinderen Israels, uit Egypte 1 gevoerd, droogvoets door de Roode Zee hebt doen trekken : Deze is dan de nacht, die de i duisternis der zonden door het licht der kolom heeft verdreven ! Deze nacht is het, die ■ heden over geheel de aarde hen. die in Christus gelooven, | van de boosheid der wereld en j de duisternis der zonden afgescheiden, weder genade doet vinden, en heiligmaking mededeelt. Deze is de nacht, waarin Christus de boeien des doods verbrekende, als overwinnaar


('gt; Gelijk de deurstijlen van de woningen der Israiilie-ten met het bloed van liet lam geteekend werden, opdat de engel des verdrefs die huizen als Gode gewijd zou

17

-ocr page 274-

248 PAASCHZATERDAG. — DE PAASCHKAABS.

uit het graf is opgevaren.

Niets toch baatte het ons geboren te zijn, indien wij het geluk niet gehad hadden vrijgekocht te worden. O wonderbare goedgunstigheid uwer genegenheid jegens ons! O onwaardeerbaar beminnen dei-liefde : om den slaaf vrij te koopen. hebt Gij den Zoon overgeleverd.

O zeker noodzakelijke zonde van Adam, welke door Christus' dood is vernietigd ! O gelukkige schuld, die zulk eenen en zoo groeten Verlosser mocht hebben. O waarlijk zalige nacht,

die alleen tijd en uur mocht kennen, waarop Christus uit het graf verrezen is. Deze is de nacht, van welken geschreven staat: En de nacht zal verlicht worden gelijk de dag ;

en de nacht mijn licht zijn ƒ1)

in mijne genoegens. De heilig-. heid van dezen nacht verdrijft dan ook de misdaad, wascht de schulden at, en geeft de onschuld aan hen die gevallen !

zijn, en blijdschap aan de be- .

droefden. Hij verbant den haat, j bewerkt eendracht en onderwerpt de koninkrijken (aan God). ' !

De Diaken steekt kruisgewijze de vijf wierookkorreh in de Paaschhaars : (2)

iji'itur

Aanvaard dan, heilige Vader, j In hujus

voorbijgaan; zoo zijn de harten der geloovigen door het bloed van het ware Lam ook Gode gewijd.

(') Ook de nacht zal mij met licht omgeven.

(a) Het getal dezer wierookkorrels wijst ons op de vijl

incestimabilis dilectio cha-ritatis: ut servum redi-meres, Filium tradidisti. O certe necessarium Adas peccatum, quod Christi morte deletum est! O felix culpa, quae talem ac tantum meruit habere re-demptorem. O verebeata nox, quse sola meruit scire tempus et horam, in qua Christus ab inferis resur-rexit. Hsec nox est, de qua scriptum est : Et nox sicut dies illuminabitur: et nox illuminatio mea in deliciis meis. Hujus igitur sanctiflcatio noctis 1'ugat scelera, culpas la vat; et reddit innocentiam lap-sis, et mosstis Isetitiam. Fugat odia, concordiam parat, et curvat imperia.

noctis

-ocr page 275-

DE PAASCHKAARS. 249

PAASCHZATEEDAG. —

gratia, suscipe sancte. Pater, incensi hujus sacrifl-cium vespertinum quod tibi in hacCerei oblatione solemni, per ministrorum manus, de ope.ribns apnm sacrosancta redditEcclosia. Sed jam column» hujus prseconia novimus, quam in honorem Dei rutilans ignis accendit.

om wille van dezen nacht, het avondoffer van dezen wierook, dat de heilig'e Kerk, bij de plechtige opdracht van deze waskaars, uit den arbeid der bijen U aanbiedt, door de handen van hare dienaren.

Maar wij kennen toch reeds den lof van deze kolom, welke een glinsterend vuur, Gode ter eere, branden doet.


De Diaken steekt de Paoschkaars aan : (1)

Qui licet sit divisas in ; Dat, ofschoon in deelen ge-partes, matuati tamen lu-1 scheiden, geen verlies onder-minis detrimenta non no-1 gaat door het mededeelen van vit. Alitur enim liqaantibus j zijn licht. Want het wordt ceris, quas in substantiam | gevoed door het smeltende pretios» hujue lampadis I was, dat de vruchtbare bij apis mater eduxit. j voortbracht als bestanddeel van

dezen kostbaren fakkel.

Thans worden de lampen aangestoken : (2)

O vere beata nox, quae | O waarlijk zalige nacht, die

wonden van Christus, terwijl het gebruik dat ervan gemaakt wordt beteekent, dat Magdalena en de andere vrouwen voornemens waren met hunne specerijen Christus' lichaam te balsemen. Zoolang toch als de kaars nog niet aangestoken is stelt zij ons het levenlooze lichaam van Christus voor.

(') Deze handeling stelt ons de verrijzenis van Christus voor; het oogenblik waarop de kracht der Godheid plotseling aan zijn lichaam weder het leven schenkt, door het te vereenigen met de ziel, die ervan gescheiden was. Van dit oogenblik af is de lichtende kaars het beeld van den verrezen Christus, het Licht der wereld.

(2j Deze verlichting heeft plaats eenigen tijd nadat de kaars aangestoken is, om ons eraan te herinneren dat

-ocr page 276-

250 PAASCHZATERDAG. —

DE PAASCHKAARS.

de Egyptenaren heeft uitgeplunderd, de Hebreeuwen heeft rijk gemaakt! O nacht, waarin het hemelsche met het aardsche, het menschelijkc methet goddelijke wordt vereenigd. Wij bidden U dan o Heer: dat deze waskaars, ter eere van uwen naam gewijd om de duisternis van dezen nacht te verdrijven, niet ophoude licht te verspreiden, en in een aan-genamen geur aangenomen, haren gloed vereenige met dien der hemellichten. De morgenster vinde hare vlam ontstoken : die morgenster namelijk- welke geen ondergang-kent : die, weder opgestaan uit het graf, met helderheid het menschdom verlicht. Wij bidden U dan, o Heer, dat Gij U gewaardigt vredige tijden te verleenen, en ons, uwe dienaren, en de gansche geestelijkheid, en het U zoo trouwe volk, tegelijk met onzen allerheiligsten Paus N. en onzen Bisschop N., in deze Paasch-vreugde, onder uwe voortdurende bescherming' te. beotieren, te leiden en te bewaren. M Zie ook neder op onzen allerge-loovigsten Keizer N., van wiens verlangens Gij, o God, de wenschen kent, en schenk hem, met geheel zijn volk, door eene onschatbare gave exspoliavit iEgyptios, di-tavit Hebraïos! Nox, in qua terrenis coelestia, hu-manis divina junguntur. Oramus ergo te Domine : ut Cereus iste in honorem tui nominis consecratus, ad noctis hujus caliginem destruendam, indificiens perseveret. Et in odorem suavitatis acceptus, supernis luminaribus misceatur. Flammas ejus lucifer ma-tutinus inveuiat Ille, in-quam, lucifer, qui nescit occaeum. Ille qui regres-sus ab inferis, humano generi serenus illuxit. Precamur ergo te Domine : ut nos famulos tuos, om-nemque clerum, et devo-tissimum populum, una cum beatissimo Papa uos-tro X..., et Antistite nostro AT..., quiete temporum concessa, in his pascha-libus gaudiis, assidvia pro-tectione regere, gubernare et conservare digneris. Eespice etiam ad devotis-simum Imperatorem nostrum N. cujus tu Deus desiderii vota pwenosceus, ; ineffabili piefatis et mise-ricordifetuse rnunere, tran-j quillum perpetuse pacis ac-'i comoda: et ccelestem victo-1 riam cum omni populo suo.

.•ijzenis allengs verbreid is l alle geloovigen verlicht


-ocr page 277-

— DE PROFETIEËN. 251

PAAÖCHZATEEDAG.

Per eumdem Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et reguat in unitate Spiritus sancti Deus: per omnia soscula saiculoram.

R. Amen.

van Uwe genegenheid en goedertierenheid, de rust eener voortdurende vrede en de eindoverwinning in denhemel. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in de eenheid van God den H. Geest, door alle eeuwen der eeuwen.

R. Amen.


DE PROF E T I E È N.

De Kaars der verrijzenis verspreidt haar licht door het kerkgebouw en haar schijnsel vervult de harten der geloovigen met vreugde. Na de indrukwekkende plechtigheid welke eene handeling aankondigt, die op eene zoo grootsche wijze wordt voorbereid, is al de aandacht gevestigd op de gelukkige Catechumenen, die gedurende veertig dagen onderwezen werden. Op dit oogen-blik zijn zij vergaderd in het voorportaal der kerk, en de priesters voltrekken de handelingen, welke volgens voorschrift der Apostelen, het doopsel moeten voorafgaan. Eerst wordt op hunne voorhoofden het kruisteeken gemaakt door de priesters, die daarna de handen op de hoofden

-ocr page 278-

252 PAASCHZATEBDAG. — DE PROFETIEËN.

der doopelingen leggen, terwijl zij satan bezweren die ziel en dat lichaam te verlaten en plaats te maken voor Christus ; op het voorbeeld van den Zaligmaker raken zij met speeksel de ooren en de neus aan, onder het uitspreken van de woorden welke Christus tot den blinde sprak ; „wordt geopendquot;. Vervolgens wordt de doopeling met de olie der catechumenen gezalfd op de borst en tusschen de schouders ; doch vóór dat deze zalving plaats had, waardoor zij tot strijders van God worden geteekend, heeft de priester hen doen verzaken aan satan, aan zijne begoochelingen en werken. Na de mannen volgen de vrouwen ; dan komen de kinderen, volgens kunne en leeftijd ; en zijn er onder de doopelingen zieken, die zich naar de kerk hebben doen dragen, dan spreekt de priester een hartroerend gebed over hen uit, waarin aan God gevraagd wordt dat Hij hen wil bijstaan en de boosheid van satan beschamen.

Dit alles te zamen wordt catechizatio (catechetisch onderricht) genoemd en duurt zeer lang om het groot aantal catechumenen. Hierom begaf zich de Bisschop reeds vroeg, tegen drie uur m den namiddag (Nona), naar de kerk om de groote Nachtwake te beginnen. Om gedurende dezen langen tijd de aandacht te boeien, worden er gedeelten van de H. Schrift voorgelezen, die in over-

-ocr page 279-

PAASCHZATEBDAG. —• DE PROFETIEËN. 253

eenstemming zijn met de heilige handelingen; waardoor tevens het onderricht voltrokken wordt dat gedurende den vasten gegeven is.

Deze lezingen zijn twaalf in getal; en om de aandacht te vernieuwen en hetgeen gezegd is samen te vatten, volgt na ieder van dezen een gebed, waarin de verlangens der Kerk worden uitgedrukt. Van tijd tot tijd zingen allen gezangen, die aan het Oude Testament ontleend zijn, en overeenkomen met den inhoud der profetie. De doopelingen komen nu de kerk binnen en voltooien hunne voorbereiding tot het ontvangen van het H. Sacrament, door het aanhooren der lezingen, en bidden met de anderen mede.

EERSTE PROFETIE.

Gen. H. I.

Deze eerste lezing is het verhaal der schepping; de Geest Gods zwepende boven het water; het licht gescheiden van de duisternis ; de mensch geschapen naar Gods beeld. — Toepassing hiervan voor de doopelingen. — Het werk van God is verstoord en misvormd door de boosheid van satan, doch het oogenblik waarop dit hersteld zal worden is gekomen, want weldra zullen de zielen der catechumenen schitteren in het glanzend kleed der genade die verloren was. De H.Geest zal door het water de wedergeboorte bewerken;

-ocr page 280-

254 paasohzaterdag.

— dï: profetieën.

Christus, het Licht, zal uit de duisternis van het graf te voorschijn treden ; en het beeld van God weder prijken in den mensch, gezuiverd door het bloed van zijn Verlosser, den tweeden Adam, nedergedaald uit den hemel, om de afstammelingen van den eersten Adam, weder te herstellen in hunne rechten van kinderen Gods.

Tn het begin schiep God hemel en aarde. De aarde nu was vormloos en ledig', en duisternis lag over den afgrond: en de Geest Gods zweefde over de wateren. En God sprak: het licht worde. En het licht werd. En God zag dat het licht goed was; en Hij scheidde het licht van de duisternis. En Hij noemde het licht, dag, en de duisternis, nacht, en het werd avond en morgen, de eerste dag. Ook sprak God ; Er worde een uitspansel in het midden der wateren, en het scheide de wateren wan wateren. En God maakte het uitspansel, en scheidde de wateren onder het uitspansel, van de wateren boven het uitspansel. En het geschiedde alzoo. En God noemde het uitspansel, hemel: en het werd avond en morgen, de-tweede dag. Dan sprak God : dat de wateren onder den hemel zich verzamelen op ééne plaats, en het droge te voorschijn kome. En het geschiedde alzoo.EnGodnoemde het droge, aarde, en de verzamelde wa-

IN principio creavit Deus coolum et terram. Terra autem erat inanis et vacua, et tenebrse erant super faciem abyssi: et Spiritus Dei ferebatur super aquas. Dixitque Deus : Fiat lux. Et facta est lux. Et vidit Deus lucem quod esset bona; et divisit lucem a tenebris. Appellavitque lucem dieiu. et tenebras noctem: factumq ae est vespere et mane, dies unus. Dixit quoque Deus : Fiat firmamentum in medio aquarum ; et dividat aquas ab aquis. Et fecit Deus fi rmamen turn, di v i si t que aquas, quie erant sub fir-mamento, ab his qua; erant super firmamentum. Et factum est ita. Vocavitque Deus flrmamentam, cee-lum : et factum est vespere et mane, dies secundus. Dixit vero Deus: Congregentur aquac, quse sub coelo sunt, in locum unum ; et appareat arida. Et factum est ita. Et vo-N principio creavit Deus coolum et terram. Terra autem erat inanis et vacua, et tenebrse erant super faciem abyssi: et Spiritus Dei ferebatur super aquas. Dixitque Deus : Fiat lux. Et facta est lux. Et vidit Deus lucem quod esset bona; et divisit lucem a tenebris. Appellavitque lucem dieiu. et tenebras noctem: factumq ae est vespere et mane, dies unus. Dixit quoque Deus : Fiat firmamentum in medio aquarum ; et dividat aquas ab aquis. Et fecit Deus fi rmamen turn, di v i si t que aquas, quie erant sub fir-mamento, ab his qua; erant super firmamentum. Et factum est ita. Vocavitque Deus flrmamentam, cee-lum : et factum est vespere et mane, dies secundus. Dixit vero Deus: Congregentur aquac, quse sub coelo sunt, in locum unum ; et appareat arida. Et factum est ita. Et vo-


-ocr page 281-

— DE PROFETIEËN.

255

PAASCHZATERDAG.

cavit Deus aridam, ter-ram, cong'regationesque aquarum apellarit maria. Et vidit Deus quod asset bonum. Et ait: Germinet terra herbam virentem, et facientem seraen, et lignum pomiferum faciens fructumjuxta genus suum, cujus semen in semetipso sit super terrain. Et factum est ita. Et pro-tulit terra herbam virentem, et facientem semen juxta genus suum, lig-numque facinns fructum, et habens unumquodque sementen secumdum spe-ciem suam. Et vidit Deus quod esset bonum. Et factum est vespere et mane, dies tertius. Dixit autem Deus : Fiant luminaria in firmamento cceli, et divi-dant diem ac noctem, et sint in signa et tempora, et dies et annos; ut luce-ant in flrmamento cosli, et illuminent terram. Et factum est ita. Fecitque Deus duo luminaria magna : luminare majus, ut praaesset diei; et luminare minus, ut proeesset nocti: et stellas. Et posuit eas in firmamento cceli, ut luce-rent super terram, et pr®-essent diei ac nocti, et dividerent lucem ac tene-bras. Et vidit Deus quod esset bonum. Et factum est vespere et mane, dies teren noemde Hij zee. En God zag dat het good was. En Hij sprak: De aarde brenge voon, groenend en zaadgevend gewas en vruchtboomen, die naar hunne soort vruchten geven, en zaad inhebben op de aarde. En het was alzoo. En de aarde bracht voort groenend en volgens zijne soort zaadgevend gewas, en hoornen, die vrucht voortbrachten en ieder, naar zijne soort, zaad droegen. En God zag dat het goed was. En het werd avond en morgen. de derde dag. God sprak nu: Dat er lichten worden aan het uitspansel des hemels, en dat zij dag en nacht van elkander scheiden en tot teekenen zijn van tijden, en dagen, en jaren: om te schijnen aan het uitspansel des hemels, en om de aarde te verlichten. Ea het geschiedde alzoo.EnGod maakte twee groote lichten, het groo-tere licht om den dag te beheer-schen en het kleinere licht om den nacht tebeheerschen; en de sterren. En Hij plaatste die aan het uitspansel des hemels, om de aarde te beschijnen, en den dag en den nacht te beheer-schen, en het licht en de duisternis te scheiden. En God zag dat het goed was. En het werd avond en morgen, de vierde dag. Ook sprak God: dat de wateren levend kruipend gedierte voortbrengen, en gevogelte op de aarde onder het uitspansel des hemels. En God


-ocr page 282-

256 PAASCHZATBEDAG. — DE PROFETIEËN.

schiep gTOote zeevisschen, en allerlei lerend en zich bewegend gedierte, dat de wateren voortbrachten naar hunne soort: en allerlei gevogelte naar zijne soort. En God zag, dat het goed was. En hij zegende hen, en sprak: Groeit aan en vermenigvuldigt u, en bevolkt de wateren der zee, en dat op aarde de vogelen zich vermenigvuldigen. En het werd avond en morgen, de vijfde dag. Ook sprak God: dat de aarde levende wezens naar hunne soort voortbrenge, tamme en kruipende en wilde dieren der aarde, naar hunne soorten. En het geschiedde alzoo. En God maakte de wilde dieren der aarde naar hunne soorten, en de tamme dieren, en al het kruipend gedierte der aarde naar hunne soort. En het geschiedde alzoo. En God zag, dat liet goed was, en sprak : Laat ons den mensch maken naar ons beeld en onze gelijkenis; en dat hij heerschappij voere over de vis-schen der zee, en de vogelen des hemels, en de wilde dieren, en de geheele aarde,en al het kruipend gedierte, dat zich op aarde beweegt. En God schiep den mensch naar zijn beeld: naar Gods beeld schiep hij hem, man en vrouw schiep iiij hen. En God zegende hen en zeide: Groeit aan en vermenigvuldigt u, en bevolkt de aarde, en onderwerpt haar, en voert heerschappij over de visschen quartus. Dixit etiam Deus: Producant aqiue reptile animse viventis, et volatile super terrain sub firma-mento coeli. Creavitque Deus cete grandia, et omnem anirnam viventem atque motabilem, quam produxerant aquse in species suas : et omne volatile secundum genus suum. Et vidit Deus quod esset bonum. Benedixitque eis, dicens: Crescite. etmulti-plicamini, et replete aquas maris : avesque multipli-centur super terram. Et factum est vespere et mane, dies qnintus. Dixit quoque Deus: Producat terra animam viventem in genere suo, jumenta, et reptilia, et bestias terra; secundum species suas. Factumque est ^ta. Et fecit Deus bestias terras juxta species suas, et jumenta, et omne reptile terra; in genere suo. Et vidit Deus quod esset bonum, et alt; Faciamus hominem ad imaginem et similitudinem nostram: et prsesit piscibus maris, et volatilibus coeli, et bestiis, universseque terne, omni-que reptili quod movetur in terra. Et creavit Deus hominem ad imaginem suam: ad imaginem Dei creavit illum, masculum et feminam creavit eo-.


-ocr page 283-

— DE PROFETIEËN.

257

PAASCHZATERDAG

Benedixitque illis Deus, et ait: Crescite et multi-plicamini, et replete ter-ram, et subjicite eam, et dominamini piscibus maris, et volatilibus cceli et imiversis animantibus qua3 moventur super terram Dixitque Deus : Ecce dedi \ vobis omuem herbam afi'e-! rentem semen super ter-! ram, et universa ligna: quse habent in semetipsis sementem generis sui, ut | sint vobis in escam: et | cunctis animantibus temii, i omnique volucri eoeli, et : universis quse moventur in terra, et in quibus est anima viveus, ut habeant ad vescendum. Et factum j est ita. Viditqtie Deus cuncta qua; fecerat: et j erant valde bona. Et factum est vespere et mane, dies sextus. Igitur perfecti sunt coeli et terra, et om-nis ornatus eorum. Com-plevitque Deus die septimo opus suum, quod fecerat: et requievit die septimo ab universe opere quod patrarat.

Oremus.

Diaconus. Flectamusge-nua. Subdiaconus. LevatG.

Deus, qui mirabiliter creasti hominem, et mira-bilius redemisti: da nobis, qusesumus, contra oblec-tamenta peccati, mentis ratione persistere, ut me-der zee, en de vogelen des hemels, en over alle dieren, die zich bewegen op aarde. En G od sprak: Zie, ik helt u gegeven alle zaadgevende gewassen op aarde, en alle boo-men, die in zich het zaad hunner soort hebben, om u tol voedsel te dienen: en aan alle dieren der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan alles wat zich beweegt op de aarde en leven heeft, opdat zij te eten hebben. En het was alzoo. En God zag alles, wat Hij gemaakt had: en het was zeer goed. En het werd avond en morgen, de zesde dag. Zoo dan waren hemel en aarde, en geheel hun tooi gemaakt. En God eindigde op den zevenden dag zijn werk, dat Hij gemaakt had: en op den zevenden dag rustte Hij van al het werk, dat Hij volbracht had.

Laat ons bidden.

De Diaken: Buigen wij de knieën. De Subdiaken : Staat op.

O God, die op eene wonderbare wijze den mensch geschapen, en op nog meer wonderbare wijze verlost hel): geef ons, bidden wij U, tegenover de aanlokselen der zonde,


-ocr page 284-

25S PAAÖCHZATERDAG. — DE PROFETIEËN.

staaude te blijven door de redeneering' van ons verstand, opdat wij verdienen tot de eeuwige vreugde te geraken. Door onzen Heer enz.

reamur ad asterna gaudia pervenire. Per Dominum nostrum.


TWEEDE PROFETIE.

Gen, H, V.

Het verhaal van den zondvloed is het onder-werp dezer tweede lezing. Wij zien hier hoe God in zijne rechtvaardigheid de wateren gebruikt welke, door de verdiensten van Jesus Christus, een werktuig zijner barmhartigheid worden in het H. Doopsel. De ark van NoS, een redmiddel voor hen die niet omkomen in de wrekende golven, is eene afbeelding der Kerk, het scheepje van Petrus, waarin de geloovigen beveiligd zijn tegen de woeste golven der wereldzee. Weldra zullen de doopelingen tot het getal dier gelukkigen behooren en door de wateren van het Sacrament gered worden van hunnen ondergang.

moEii nu Noö vijfhonderd jaren oud was, gewon hij Sem, Cham en Japhet. En toen de menschen talrijker begonnen te worden op aarde, en dochters hadden verwekt, zagen de kinderen Gods. dat ile dochters der menschen schoon waren, en zij namen zich die tot huisvrouwen, uit allen, welke zij verkozen. En quot;Voii vero cum quingen-torum osset annorum, genuit Sem, Cham et Japhet. Cumque ccepissent homines multiplicari super terrain, et filias procreas-sent, videntes filii Dei filias hominum quod esscnt pulchr.T, acceperunt sibi uxorcs ex omnibus, quas elegerant. Dixitque Deus :


-ocr page 285-

PAASCHZATERDAG. — DE PROFETIEËN. 259

Kon permanebit spiritus meus in horaine in teter-num, quia caro est: erunt-que dies illius centum vigintiannorum. Gigantes autem erant super terrain in diebus illis. Postquam enim ingressi sunt tilii Dei ad filias hominum, illffique genuerunt. isti sunt potentes a sseculo viri famosi. Videns autem Deus quod multa malitia hominum esset in terra, | et cuncta eogitatio cordis intenta esset ad malum | omni tempore, pcenituit eum qtiod hominem fe-cisset in terra. Et tactus dolore cordis intrinsecus, Delebo, inquit, hominem quem creavi, a facie terra;, ab homine usque ad animantia, a reptili usque ad volucres coeli. Poenitet enim me fecisse eos. Xoë vero invenit gratiam co-ram Domino. Ha; sunt generationes Noë. Noë vir jtistus atque perfectus tuit in generationibus suis, cum Deo ambulavit. Et genuit tres filios. Sem, Cham et Japhet. Corrupta est autem terra coram Deo, et repleta est ini-quitate. Cumque vidisset Deus terrain esse corrup-tam, (omnis quippe caro corruperat viam suam super terrain), dixit ad

God sprak; Mijn Geest za! niet in eeuwigheid in den mensch blijven, omdat hij vleesch is: en zijne dagen zullen zijn honderd en twintig jaren. In die dagen nu waren de reuzen op aarde. Want toen de kinderen Gods met de dochters der menschen te saam geweest waren en deze laatsten gebaard hadden, waren dezen de krachtige mannen van ouds vermaard. Toen God nu de groote boosheid der menschen op aarde zag, en dat al de gedachten der harten altijd tot het kwaad gericht waren, berouwde het Hem, dat Hij den mensch op aarde gemaakt had. En innerlijk door j droefheid des harten ge-; raakt, zeide Hij : Ik zal den i mensch, dien Ik geschapen heb, van hot aanschijn der aarde verdelgen, van af den ; mensch tot de dieren, van af het kruipend gedierte tot de vogelen des hemels. Want het i berouwt Mij hen gemaakt te i hebben. Doch Noë vond ge-I nade voor den Heer. Deze zijn ! de geslachten (') van Noë: Noë was een rechtvaardig en j volmaakt man in zijn geslacht, ! hij wandelde met God. En hij j gewon drie zonen : Sem, Cham en Japhet. De aarde echter was verdorven voor God, en met boosheid vervuld. En toen ; God zag, dat de aarde ver-i dorven was want alle vleesch

d. i. de geschiedenis van Noë.

-ocr page 286-

260 PAASCHZATEBDAG.

dorven), zeide. Hij tot Noë:

Het einde van alle vleesch is voor Mij gekomen'): de aarde is met boosheid vervuld voor hun aangezicht, 2) en Ik zal hen met de aarde verdelgen. Maak u eene ark van geschaafd hout: in die ark zult gij verblijven maken, en van binnen en van buiten zult gij ze met j eam ; Trecentorum ctibi pek bestrijken. En zóó zult gij j torum erit longitudo arcee, haar maken; de lengte der j quinquaginta cubitorum ark zal driehonderd el zijn ; j latitudo, et triginta cubi-de breedte vijftig e!, en hare 1 torum altitudo illius. Fe-hoogte dertig el. Een venster j nestram in area facies, et zult gij in de ark maken, en | in cubito comsummabis op een el deszelfs hoogte ; summitatem ejus: ostium voltooien: de deur nu der ark au tem aresepones ex latere: zult gij terzijden plaatsen ; be- | deorsum coenacula, et tris-neden-, boven- en derde ver- j tega facies in ea. Ecce dieping zult gij er in maken. | ego adducam aquas dilu-Zie, Ik zal de wateren van j vii super terram, ut inter-den vloed over de aarde doen ! ficiam omnem carnem, in komen, om alle vleesch, dat j qua spiritus vit» est sublevensgeest in zich heeft onder j ter coelum : universaqu» den hemel, te verdelgen; alles | in terra sunt consumentur. wat op aarde is zal vergaan, j Ponamque foedus meum En met u zal Ik mijn verbond [ tecum : et ingredieris sluiten: en gij zult in de | arcam tu, et filii tui, ark gaan, en uwe zonen, uwe | uxor tua, et uxores lili-huisvrouw, en de huisvrouwen I orum tuorum tecum. Et uwer zonen met u. En uit al de j ex cunctis animantibus dieren van alle vleesch, zult I univers» carnis bina in

gij paren in de ark doen gaan om met u te blijven leven: één van het mannelijk en één van het vrouwelijk geslacht. Van de vogelen naar hunne soort, en van do tamme dieren

duces in arcam, utvivant tecum: masculini sexus et feminini. De volucribus juxta genus suum. et de jumentis in genere suo, et ex omni roptili terra?

') Ik ben tot het besluit gekomen alle vleesch te vernietigen. ) Met boosheid welke van hen komt.

— 1)E PROFETIEËN.

had zijneu weg op aarde, ver- I Noë: Pinis universaj car-

nis venit coram me; re-pleta est terra iniquitate. a facie, eorum, et eg'o disperdam eos cum terra. Fac tibi arcam de lig-nis Isevigatis: mansiunculas in area facies, et bitumiue linies intrinsecus et ex-trinsecus. Et sic facies

-ocr page 287-

PAASCHZATEEDAG. —

261

DE PROFETIEËN.

secundum genus suum : bina de omnibus ingre-dientur tecum, ut possint vivere. Tolles igitur tecum ex omnibus escis, qure mandi possunt, et comportabis apud te ; et erunt tam tibi, quam ülis in cibum. Fecit igitur Noë omnia fjuae preceperat illi Deus. Eratque, sex-centorum annorum quan-do diluvii aqu» inunda-verunt super terram. Rupti sunt omnes fontes abyssi magnse, et cataract® coeli aperte sunt: et facta est piuvia super terrain qua-draginta diebus et qua-draginta noctibus. Inarti-culo diei illiu.s ingressus est Noë, et Sem, et Cham, et Japhet, fiüi ejus, uxor illius, et tres uxores fllio-rum ejus cum eis in arcam: ipsi et omne animal secundum genus suum, uni-versaque jumentain gene-re suo, et omne quod movetur super terram in genere suo, cunctumque volatile secundum genus suum. Porro area fereba-tnr super aquas. Et aquse prrevaluerunt nimis super terram; opertique sunt omnes rnontes excelsisub universo coelo. Quindecim cubitis altior fuit aqua super montes, quos ope-ruerat. Consumptaque est omnis caro qua? movebatur

I naar hunne soort, en van al het kruipend gedierte dei-aarde naar zijne soort: van allen zullen er paren met u ingaan, om in leven te kunnen blijven. Gij zult ook van alle i spijzen, die eetbaar zijn, nemen en bij u samenbrengen: en het zal u, zoowel als hen, tot voedsel dienen. Noë deed al-zoo alles, wat God hem bevolen had. Hij was ze» honderd | jaren oud, toen de wateren | des vloeds de aarde over-! stroomden. Al de bronnen des j grooten afgronds braken los, i en de sluizen des hemels openden zich : en het regende 1 op de aarde veertig dagen en | veertig nachten. Op dienzelfden dag gingen Noë, en Sem, en Cham, en Japhet, zijne zonen, ; zijne huisvrouw, en de drie huisvrouwen zijner zonen met ! hen, in de ark; zij en alle i dieren naar hunne soort, en I al de tamme dieren naar hunne soort, en alles wat zich op aarde beweegt naar zijne soort, j en al het gevogelte naar zijne I soort. De ark nu dreet op de wateren. En de wateren verhieven zich hoog boven de aarde: en al de hooge bergen onder den ganschen hemel waren er door bedekt. Vijftien el hoog kwam het water boven de bergen, die het bedekte. En alle vleesch, dat op aarde leefde, werd verdelgd : het gevogelte, de tamme en de wilde dieren, en al het gedierte, dat


-ocr page 288-

262 PAASCHZATERDAG. —

DE PROFETIEËN.

over de aarde kruipt. Noë echter, eu die niet hem in de ark waren, bleven alleen over. En do wateren bedekten de aarde honderd vijftig dagen. God nu gedacht Noë, en al de flieren, en al de tamme dieren, die met hem in de ark waren, en Hij zond een wind over de aarde, en de wateren vielen. En de bronnen des afgronds en de sluizen des hemels werden gesloten: en de regen van den hemel werd tegen gehouden. En de wateren keerden, heen- en wedervloeiend, van de aarde terug: en na honderd en vijftig dagen begonnen zij te vallen. En na veertig dag'en opende Noë het venster, dat hij in de ark gemaakt had, en zond de raaf uit, die vloog en niet terug'-kwam, totdat de wateren op de aarde waren opgedroogd. Ookliethijna deze de duif uit, om te zien of de wateren reeds van de aarde weg' waren. Toen deze echter g'eene plaats vond waar zij kon rusten, keerde zij tot hem terug in de ark : want de wateren waren over de geheele aarde: en hij stak zijne hand uit, greep haar en plaatste haar weder in de ark. Toen hij nog zeven dagen langer gewacht had, zond hij weder de duif uit de ark. Deze echter kwam des avonds tot hem terug, met een olijftak met groene bladeren in den bek. Daaruit begreep Noë, dat super terram, volucrum, animantium, bestiarum, omniumque reptilium, qu:t reptant super terram. Re-rnansit autem solus Noë, et qui cum eo erant in arca.Obtinueruntque aqua* terram centum quinqua-ginta diebus. Kecordatus autem Deus Noë. cunc-torumque animantium, et omnium jumentorum, quse erant cum eo in area, adduxit spiritum super terram, et imminutse sunt aqu». Et clausi sunt fon-tes abyssi, et cateractïe coeli; et prohibitse sunt pluviso de coolo. Rever-sseque sunt aqua; de terra euntes et redeuntes : et coe-perunt minui post centum quinquaginta dies. Cum-que transissent quadraginta dies, aperiens Noë fenes-tram arcai quam fecerat, di-misit corvum; qui egredie-batur, et non revertebatur. donec siccarentur aquai super terram. Emisitquoque columbam post eum, ut videret si jam cessassent aquse super faciem terrse. Quse cum non invenisset ubi requiesceret pes ejus, re versa est ad eum in arcam : aquse enim erant super universam terram : extenditque manum. et apprehensam intulit in arcam. Exspectatis autem ultra septem diebus aliis.


-ocr page 289-

DE PROFETIEËN. 263

PAASCHZATEEDAG. —

mrsum dimisit columbam ex area. At illa venit ad eum ad vesperam, portans ramum olivfe virentibus foliis in ore siio. Intellexit ergo Noë (|xiod cessassent aquas super terram. Ex-spectavitque nihilomirms septem alios dies: et emi-sit columbam, qua- non est reversa ultra ad eum. Locutus est autem Deus ad Noë. dicen.s: Egredere. de area, tu et uxor tua, fllii tui et uxores filiorum tuorum tecum, Cuncta animantia quiB sunt apud te, ex omni earne, tam in volatilibus quam in bestiis et universis repti-libus, qui® reptant super terram, educ tecum, et ingredimini super terram: crescite, et multiplicamini super eam. Egressus est ergo Noë, et tilii ejus: uxor illius, et uxores filiorum ejus eum eo. Sed et omnia animantia, ju-menta. et reptilia quse reptant super terram .secundum genus suum, e-gressa sunt de area. J£di-licavit autem Noë altare Domino: et tollens de eune-tis pecoribus et vohicri-bus muudis, obtulit holo-causta super altare. Odo-ratnsque est Dominus odorem suavitatis.

Oremus.

Flectamus genua.

E. Levate.

de wateren geweken waren van de aarde. Hij wachtte nochtans weder zeven dagen: en toen zond hij de duif uit, die niet meer tot hem wederkeerde. God nu sprak tot Noë, en zeide: Ga uit de ark, gij en uwe huisvrouw, uwe zonen en de huisvrouwen uwer zonen met u. Voer alle dieren, die bij u zijn, van alle vleeseh, zoowel vogels, als wilde dieren, en al het op den grond kruipend gedierte met u uit de ark, en betreed de aarde: groeit aan en vermigvuldigt u daarop. Noë dan ging naar buiten en zijne zonen, zijne huisvrouw en de huisvrouwen zijner zonen met hem. En ook alle dieren, de tamme dieren en al de kruipende dieren welke op de aarde kruipen naar hunne soort, gingen uit de ark. Nu richtte Noë een altaar op voor den Heer : en hij nam van al het reine vee en gevogelte, en droeg brandoffers op het altaar op. En de Heer rook den aange-namen quot;'eur.

Laat ons bidden. Buigen wij de knieën. R. Staat op.


18

-ocr page 290-

PAASCHZATEHDAG. —

264

DE PROFETIEËN.

O God, onveranderlijke kracht en eeuwig licht: zie gunstig neder op het wonderbaar geheim uwer gansche Kerk, en bewerk ongestoord,

uit kracht uwer eeuwige beschikking, het werk van 's men-schen zaligheid: en dat de geheele wereld ondervinden en zien moge, dat het ne-dergeworpene opgericht, het

verouderde hernieuwd en alles weder hersteld wordt door Hem. uit wien het zijn oorsprong heeft genomen ; onzen Heer Jesus Christus Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, enz.

DERDE PROFETIE.

Gen. H. XXII.

Het vaste en moedige geloof van Abraham wordt hier aan de catechumenen ten voorbeeld gesteld. Zij worden er op gewezen hoe de uensch moet leven in afhankelijkheid van God en met welk eene getrouwheid Hem dienen. De gehoorzaamheid van Isaac is het beeld van de gehoorzaamheid van Gods Zoon, gehoorzaam tot den dood des kruises. Gelijk de zoon van Abraham het hout voor het offer op zijne schouderen den berg opdroeg, zoo droeg de Zoon van God zijn kruishout den Calvarieberg op.

■Jn die dagen beproefde God J Abraham en sprak tot hem;

Abraham ! Abraham ! En deze antwoordde: Hier ben ik. Hij zeide hem ; Neem uw eenig-

Deus incommutabilis virtus, et lumen ajternum: respiee propitius ad totius Ecclesise tuce mirabile sa-cramentum, et opus salutis humanse perpotu» dispo-sitionis effectu tranquillius operare: totusque mxuidus experiatur et videat dejecta erigi, inveterata re-uovari, et por ipsum redire omnia in integTum, a quo sumpsere principhuu : Dfi-minum nostrum Jesum Christum Filmm tuum. Qui tecum vivet et regnat.

IN diebus illis: Tentavit Deus Abraham, et dixit ad eum ; Abraham, Abraham. At ille respondit: Adsum. Ait illi: TolleN diebus illis: Tentavit Deus Abraham, et dixit ad eum ; Abraham, Abraham. At ille respondit: Adsum. Ait illi: Tolle

-ocr page 291-

PAASCHZATEEDAG. —

265

DE PROFETIEËN.

filium tuuiu unigenitum, quern diligis, Isaac, et vade in Terrain visionis ; atquo ibi oft'eres euw in holocausturn super unum iiiontmm quem monstra-vero tibi. Igitur Abraham de nocte consurgens, stra-vit asinuin sunm : ducens secnm duos juvenes, et Isaac tilium suum : cum-que concidisset ligna in holocausturn, abiit ad locum quem prseeeperat ei Deus. Die autem tertio, elevatis oculis, vidit locum procul: dixitque ad pueros sues: Expectate hie cum asiuo ; ego èt puer illue usque properantes, post-quam adoraverhnus. re-vertemur ad vos. Tulit quoque ligna holocausti, et imposuit super Isaac tilium suum; ipse vero portabat in manibusignem et gladium. Cumque duo pergerent simnl, dixit Isaac patri suo : Pater mi. At ille respondit: Quid vis flli ? Ecce, inquit, ignis et ligna: ubi est vic-tima holocausti ? Dixit autem Abraham: Deus providebit sibi victimam holocausti, tili mi. Perge-bant ergo pariter, et ve-nerunt ad locum quem ostenderat ei Deis, in quo aiditicavit altare, et desu-per ligna cornposuit; cumque alligasset Isaac ttlium geboren zoon Isaac, dien gij lief hebt, en ga naar het Land der aanschouwing: en daar zult hij hem mij tot een brandoffer opdragen op ecu der bergen, welken Ik u zal aanwijzen. Alsdan stond Abraham in den nacht op, zadelde zijnen ezel, en nam twee dienaren en zijnen zoon met zich mede, en nadat hij hout gehakt had voor het brandoffer, ging hij naar de plaats, welke God hem had aangewezen. Op den derden dag nu, sloeg hij de oogen op en zag de plaats van verre ; en zeide tot zijne dienaren: wacht hier met den ezel: ik en de knaap zullen haastig derwaarts gaan en na aanbeden te hebben, tot u wederkeeren. Ook nam hij het hout voor het brandoffer, en legde het op zijnen zoon Isaac ; hij zelf echter droeg in de handen het vuur en het zwaard. Terwijl nu beiden samen voortgingen, zeide Isaac tot zijn vader: Mijn vader! En deze antwoordde; wat wilt gij, mijn kind '. zie, zeide hij, hier is vuur en hout; waar is het slachtdier voor het brandoffer. Abraham nu zeide : God zal zich van een slachtdier voor het brandoffer voorzien, mijn zoon. Zij gingen dan te zamen verder, en kwamen op de plaats, die God hun aangewezen had; daar bouwde hij een altaar, en plaatste er het hout op: en toen hij zijnen


-ocr page 292-

266 PAASCHZATERDAG. — DE PROFETIEËN.

zoon Isaac gebonden had, legde hij hem op het altaar, boven op den houtstapel. En hij stak zijn hand uit, en nam het zwaard om zijnen zoon te slachtofferen. En zie, een Engel des Heeren riep uit den hemel en zeide : Abraham. Abraham '. Hij antwoordde ; Hier ben ik. En hij zeide hem : Strek uwe hand niet uit over den knaap, en doe hem niets: nu weetik, dat gij God vreest, en uwen eenigen zoon om Mij niet hebt ; gespaard. Abraham sloeg zijne oogen op, en zag achter zich een ram, met de hoornen in een doornenstruik verward, dezen greep hij en droeg hij ten brandoffer op in de plaats van zijnen zoon. En hij noemde den naam van die plaats: De Heer ziet. Van daar zegt men nog heden : Op den berg zal de Heer zien. (') Deengel des Heeren riep nu ten tweede maal uit den hemel tot Abraham, en zeide: Bij Mij zeiven heb ik gezworen, zegt de Heer; omdat gij dit gedaan, en uwen eenigen zoon om Mij niet gespaard hebt: zal ik u zegenen, en uw nakroost vermenigvuldigen als de sterren des hemels, en als het zand aan den oever der zee: uw zaad zal de poorten zijner vijanden bezitten, en in uw zaad zullen al de volkeren suum, posuit eum in al-tare super struem ligno-rum. Extenditque manum, et arripuit gladium ut immolaret fllium suum. Et eece Angelus Domini de coelo clamavit, dicens : Abraham, Abraham. Qui respondit: Adsum. Dixit-que ei: Non extendas manum tuam super pue-rum, neque facias illi quidquam ; nunc cognovi quod times Deum. et non pcpercisti unigenito filio tuo propter me. Levavit Abraham oculos suos, vi-ditque post tergum arie-tem inter vepres ha?ren-tem cornibus, cuem asstt-mens obtulit holocaustum pro tilio. Appellavitque nomen loei illius Dominus videt. Unde usque hodie dicitur : In monte Dominus videbit. Vocavit autem Angelus Domini Abraham secundo de coelo, dicens : Per memetipsum juravi, dicit Dominus: quiafecisti banc rem, et non peper-cisti tilio tuo unigenito propter me; benedicam tibi, et multiplicabo semen tuum sicut stellas coeli, | et velut arenam qua; est in littore maris : possidebit semen tuum portas inimi-i corum suorum, et benedi-


') Op den berg zal de Heer voorzien; d. i. in den nood zal God helpen, gelijk Hij Abraham te hulp kwam.

-ocr page 293-

PAASCHZATEEDAG. —

267

DE PROFETIEËN.

centur in semine tuo omnes | gentes terrre, quia obedisti j voci meas. Reversus est j Abraham ad pueros suos, abieruntque Bersabee si-mul, et habitavit ibi.

Oremus.

Flectamus g'enua.

R. Levate.

Deus, fidelium Pater summe, qui in toto orbe terrarum, promissionis tua? Alios diffusa adoptionis gratia multiplicas: et per paschale sacramentum, Abraham puerum tuum universarum, sieut jurasti, gentium etticis patrem: da populis tuis digne ad gratiam tuae vocationis introire. Per Dominum nostrum.

der aarde gezegend worden, omdat gij aan mijne stem hebt gehoorzaamd. Abraham keerde naar zijne dienaren terug, en zij gingen te zamen naar Bersabee, en hij woonde daar.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R, Staat op.

O God, opperste Vader der geloovigen, die, over geheel de aarde, de kinderen uwer belofte vermenigvuldigt door de uitstorting der genade van aanneming-: en die, door het Sacrament dat op het Paasch-feest wordt toegediend, uwen dienaar Abraham tot vader van alle volken maakt, zooals Gi.i gezworen hebt: geef aan uwe volken dat zij, door hunnen levenswandel, de g'enade uwer roeping waardig blijven. Door onzen Heer.


VIERDE PROFETIE. Exod, H. XIV.

Hier volgt het groote zinnebeeld van het Doopsel. Het volk Gods, ontvlucht aan de slavernij van Pharao, wordt gered dooi- het water, terwijl de Egyptenaren er in omkomen. De catechumenen zullen door het water des Doopsels bevrijd worden van de slavernij van satan, en hunne zonden voor immer achterlaten in het water dat hen tot redding is. Na deze lezing heft de

-ocr page 294-

— DE PROFETIEËN.

268

PAASCHZATKRDAG,

Kerk de zegezang van Mozes aan, welke gezongen werd door zijne zuster Maria, gesteund door het koor der dochters van Israël, toen zij, op den oever van de Roode Zee, de lijken der Egypte-naren in de golven zagen drijven.

Inn die dagen geschiedde het in de ochtendwake (') dat de Heer uit de vuur- en wolkkolom, op de legerplaats der Egyptenaren nederzag, hun leger doodde, en de raderen hunner wagens deed kantelen zoodat zij omlaag vielen. De Egyptenaren zeiden dan: Vluchten wij voor Israël: want de Heer stnjdt voor hen tegen ons. En de Heer zeide tot Mozes: Strek uwe hand uit over de zee, opdat de wateren naar de Egyptenaren terug-keeren, over hunne wagens en ruiters. En toen Mozes zijne hand over de zee had uitgestrekt, keerden zij, bij de eerste ochtendschemering, tot hare vorige plaats terug: en de wateren kwamen den vluchtenden Egyptenaren te gemoet, en de Heer bedolf hen in het midden der golven. En de wateren keerden terug on bedekten wagens en ruiters van het gansche heirleger der Egyptenaren, die, hen vervolgend, de zee waren ingegaan : en niet één zelfs bleef er van hen over. Doch de kinderen lx diebus illis: Factum ' est in vigilia matutina, et ecce respiciens Donü-nus super castra jEgyp-tiorum per columnam ignis et nubis, interfecit exer-citum eorum; et subvertit rotas curruum, fereban-turque in protundum, Di-xerunt ergo iEgyptii: Fugiamus Israelem ; Do-minus enim pugnat pro eis contra nos. Et alt Dominus ad Moysen : ex-tende manum ttiam super mare, ut revertantur aqu» ad iEgyptios super currus et equites eorum. Cum-que extendisset Moyses manum contra mare, re-versum est primo diluctilo ad priorem locum: fu-gientibusque Jügyptiis oc-currerunt aquie, st involvit eos Dominus in mediis fluctibus. Reversaeque sunt aqua;,et operuerunt currus et equites cuncti exereitus Pharaonis, qui sequentes ingressi fuerant mare : nee unus quidem superfuit ■ ex eis. Filii autem Israël


(') De derde nachtwake, ongeveer van 2 vair tot 6 uur.

-ocr page 295-

PAASCHZATEEDAG-. —

269

DE PROFETIEËN.

perrexerunt per medium sicci maris, et aqu® eis erant quasi pro muro a dextris et a sinistris; li-beravitque ünminus in die illa Israël de manu ^Egyptiorum. Et viderunt JEgygtios mortuos super littus maris, et manum magnam, quam exercuerat Dominus contra eos: ti-muitque popuius Domi-num, et crediderunt Domino, et Moysi servo ejus. Tune cecinit Moyses et filii Israël carmen hoc Domino, et dixerunt:

Tractus. Cantemus Domino : g'loriose enim ho-noriflcatus est: equum et ascensorum projecit in mare : adjutor et protector factus est milii in salutem.

V. Hie Deus meus. et honoriflcabo eum: Deus patris mei, et exaltabo eum.

V. Dominus eonterens bella : Dominus nomen est illi,

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Deus, cujus antiqua mi-racula etiam nostris Sfecu-lis coruscare sentimus; dum quod uni populo a persecutione iEgyptiaca liberando, dixter® tuaj potentia contulisti, id in salutem Gentium per a-quam regenerationis opera-

Israëls trokken voort door liet midden der droge zee, en de wateren waren hun als een muur aan de linker en aan de rechter zijde : en de Heer verloste in die dagen Israël uit de hand der Egyptenaren. En zij zagen de Egyptenaren dood op den oever der zee, en de groote kracht welke de Heer tegen hen had uitgeoefend : en het volk vreesde den Heer, en zij geloofden in den Heer, en in Mozes, zijnen dienaar. Toen zong' Mozes en de kinderen Israels den Heer dezen lofzang, en zeiden :

Tractus. Zingen wij den Heer, want roemvol is Hij verheerlijkt; paard en ruiter wierp Hij in de zee : een helper en beschermer is Hij mij tot mijn behoud.

V. Deze is mijn God, en ik zal Hem eeren: de God mijns vaders, en ik zal hem verheffen.

V. Hij is de Heer, die de oorlogen te niet doet; De Heer, is zijn naam.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, wiens wonderwerken van vorige tijden wij ook in onze dagen zien schitteren: want, hetgeen Gij door de kracht uwer rechter hand gedaan hebt. om één volk uit de achtervolging der Egyptenaren te redden, dit bewerkt Gij ook,


-ocr page 296-

PAASOHZATEEDAG. —

272

DE PROFETIEËN.

want Hij is mild in het vergeven. Want mijne gedachten zijn niet iiwe gedachten, noch uwe wegen zijn mijne wegen, zegt de Heer. Want gelijk do hemelen verheven zijn boven de aarde, zoo zijn mijne wegen boven uwe wegen, en mijne gedachten boven uwe goedachten verheven. En gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en niet meer daarheen terugkeert, maar de aarde overstroomt en daarin doordringt, en haar vruchtbaar doet worden, en zaad geeft om te zaaien en brood om te eten; zoo zal ook mijn woord zijn, dat uit mijnen mond zal komen ; het zal niet ledig ') tot Mij temgkeeren. maar het zal alles doen, wat Ik wil, en het zal slagen in datgene, waartoe Ik het zend, zegt de almachtige Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën,

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, vermenigvuldig, om de glorie van uwen naam, het nageslacht dat Gij aan het geloof der vaderen hebt toegezegd, en vermeerder het getal van de kinderen der belofte door eene heilige aanneming: opdat uwe Kerk moge zien dat reeds grootendeels vervuld is, wat de heiligen van vroeger tijden zonder eenigen twijfel verwacht hebben. Door onzen Heer.

nostrum : quoniam multus est ad ignoscendum. Non enim cogitationes mere, cogitationes vestrfe: ne-que vise vestne, viaj mese dicit Dominus. Quia sicut exaltantur co;li a terra, sic exaltatie sunt vire mese, a viis vestris, et cogitationes meiB a cogitationi-bus vestris. Et quomodo descendit imber, et nix jdecoelis, et illuc ultranon j revertitur, sed inebriat 1 terram, et infundit eam, j cc germinare eam tacit, et dat semen serenti, et panem comedenti: sic erit verbum meum, quod egre-dietur de ore meo; non revertetur ad me vacuum, sed faciet qufecumque volui, et prosperabitur in his, ad qure nisi illud: dicit Dominus omnipotens.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Omnipotens sempiterne Deus, imütiplica in hono-j rem nominis tui, quod patrum tidei spopondisti, et promissionis lilios sacra ; adoptione dil Ua : ut quod priores sancf'. non dubita-verunt futurum. Ecclesia tua magna jam ex parte cognoscat impletum. Per ; Dominum.


') Zonder vrucht.

-ocr page 297-

PAASCHZATERDAG. — DE PROFETIEËN.

ZESDE PROFETIE.

Baruch. H. III.

Door deze schoone woorden van den profeet Baruch herinnert G-od de doopelingen aan hunne vorige afwijkingen, welke hen alle vergeving onwaardig maakten, doch in zijne barmhartigheid deelde Hij hun van zijne wijsheid mede, en zij kwamen tot Hem. Vervolgens wijst God hen op al die rijke, machtige, veelvermogende heidenen, wier namen opgeteekend staan in de geschiedenis der wereld, maar die verdwenen zijn met al hunne wereldsche wijsheid. Het nieuwe geslacht, dat de Heer zich heden vormt, zal niet zoo afdwalen, maar de ware wijsheid bezitten. Vroeger sprak God tot Jacob alleen, maar zijne woorden drongen niet door tot alle volken ; nu echter, is Hij zelf op aarde gekomen en leefde Hij met ons; hierom zal het volk, dat Hij zich heden schept. Hem getrouw blijven.

273

A i Di Israël mandata vi--^tse : auribus percipe, ut scias prudentiam. Quidest Israël, quod in terra ini-micorum esquot;? Inveterasti in terra aliena, coinquina-tus es cum mortuis ; depu-tatrus es eum descendenti-bus in infernum. Dereli-Cfiiisti fontem sapientas. Nam si in via Dei ambii-lasses, habitasses utique

Hooroor. Israël, de geboden des levens: verneem ze met uwe ooren, om de wijsheid te ken-j nen. Waarom, Israël, zijt gij ! in liet land der vijanden? Gij zijt oud geworden in een vreemd land, met de dooden zijt gij als onrein geworden: gij zijt gerekend geworden onder hen, die ten grave dalen. Gij hebt de bron der wijsheid verlaten. Want, zoo gij den weg des


-ocr page 298-

274 PAASCHZATEBDAG. — DE PROFETIEËN.

Heeren bewandeld hadt, zoudt gij gewis in voortdurenden vrede gebleven zijn. Leer waar de wijsheid is, waar de kracht is, waar het verstand is: opdat gij tevens wete waar een lang leven en overvloed van levensbehoeften is, waar het licht der oogen is en vrede. Wie vond hare plaats ? ') En wie is in hare schatkamers binnen gegaan ? Waar zijn de vorsten der Heidenen, en zij die heerschen over de dieren die op aarde zijn '? Die niet de vogelen des hemels spelen, die schatten van zilver en g'oud verzamelen, waarin de men-schen hun betrouwen stellen, en die zij zonder ophouden zoeken te verkrijgen ? Die met zorg zilver bewerken, waarvan de kunstwaarde niet te schatten is? Zij zijn uitgestorven en ten grave gedaald, en anderen zijn in hunne plaats opgestaan. Jongeren zagen het licht en hebben op de aarde gewoond : maar den weg-der wijsheid kenden zij niet, en hare paden waren hun onbekend, en ook hunne kinderen namen haar niet aan, zij was verre van hun aanschijn : men hoorde niet van haar in het land van Chanaan en men zag haar niet in The-man. Ook de kinderen van Agar, die de wijsheid zoeken welke van de aarde is, de kooplieden van Merrha en

(') Van de wijsheid.

in pace sempiterna. Disce ubi sit prudentia, ubi sit virtus, ubi sit intellectus ; ut scias simul ubi sit lon-giturnitas vita; et victus, ubi sit lumen oculorum, et pax. Quis invenit locum ejus'? et quis intravit in thesauros ejusquot;? Ubi sunt principes Gentium, et qui dominantur super bestias, qua' sunt super terram ? qui in avibtts coeli ludunt, qui argentum thesaurizant et aurum, in quo confldunt homines, et non est finis acquisitionis eorum ? qui argentum fabricant, et solliciti sunt, nee est in-ventio operum illorum ? Exterminati sunt, et ad inferos descenderunt et alii loco eorum surrexe-runt. Juvenes viderunt lumen, et habitaverunt super terram : viam autem disciplina; ignoraverunt, neque intellexerunt semi-tas ejus, neque fllii eorum susceperunt eam, a facie ipsorum longe facta est ; non est audita in Terra Chanaan, neque visa est in Theman. Filii quoque Agar, qui exquirunt pru-dentiam qute de terra est, negotiatores Merrha;, et Theman, et fabulatores, et exquisitores prudentise et intelligentie : viam autem sapienti® nescierunt.


-ocr page 299-

DE PROFETIEËN. 275

PAASCHZATEEDAG. —

neque eommemorati sunt semitas ejus. O Israël, quam magna est domus Dei, et ingens locus pos-sessionis ejus! Magnus est, et non habet finem : excelsus et immensus. Ibi tüerunt gigantes nominati illi, qui ab initio fuerunt statura magna, seientes bellum. Non hos elegit Dominus, neque viam di-sciplina; invenerunt prop-terea perierunt. Et quo-niam non habuerunt sapientiam, interierunt propter suam insipientiam. Quis ascendit iji ccelum, et aecepit earn, et eduxit earn de nubibus ? Quis tranfretavit mare, et inve-nit illam ? et attulit illam super aurum electum? Non est qui possi t scire vias ejus, neque qui exquirat semitas ejus : sed qui scit univer-sa, novit eam, et adinvenit eam prudentia sua: qui preeparavit terram in ajter-no tempore, et replevit eam pecudibus, et qua-drupedlbus: qui emittit lumen, et vadit: et voca vit ilhid, et obedit illi in tremore. Stellas autem de-derunt lumen in custodiis suis, et lastatse sunt; vocatie sunt, et dixerunt: Adsumus : et hixerunt ei cum jucunditate, qui fecit lilas. Hie est Deus noster

Theman, en de fabeldichters, en de uavorschers van kennis en wetenschap, ook zij kenden den weg der wijsheid niet, noch konden zich hare paden herinneren. O Israël, hoe groot is het huis Gods (') en hoe uitgestrekt de plaats van zijn bezit! Zij is groot en heeft geene grenzen; zij is hoog en onmeetbaar. Daar(!)waren die reuzen van naam, die er in het begin waren, groot van gestalte en ervaren in den krijg. Deze heeft de Heer niet verkoren, en ook zij hebben den weg der wijsheid niet gevonden: daarom zijn zij vergaan. En omdat zij de wijsheid niet hadden, zijn zij I omgekomen door hunne on-i wijsheid. Wie is ten hemel opgeklommen, en heeft haar ontvangen en uit de wolken medegebrachtquot;? Wie is de zee overgestoken, en heeft haar gevonden ? en heeft haar mede gebracht liever dan het zuiverste goud'? Niemand is in staat hare wegen te kennen, of hare paden te vinden: maar Hij, die alles weet, kent haar, en vond haar door zijne eigene kennis: Hij, die van eeuwigheid af de aarde heeft voorbereid, en haar bevolkt heeft met tamme en wilde dieren: die het licht uitzendt, en het gaat: en die het roept, en het gehoorzaamt Hem al bevende. De sterren gaven licht op haren tijd, en


(') Geheel de wereld, i'j Op die wereld.

-ocr page 300-

— DE PROFETIEËN.

276

PAASCHZATERDAG.

waren blijde; zij werden geroepen en zeiden: Hier zijn wij; en zij gaven met blijdschap hun licht voor Hem, die haar gemaakt had. Hij is onze God en met Hom vergeleken zal geen ander bestaan. Hij heeft al de wegen der wijsheid gevonden en haar aan zijnen dienaar Jacob en aan Israël, zijnen welbeminden getoond. Daarna is Hij op aarde gezien, en is Hij met de menschen omgegaan.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die uwe Kerk dooide roeping der Heidenen immer doet aangroeien: verleen genadiglijk, dat Gij degenen, die Gij afwascht door de wateren des doopsels, door uwe voortdurende bescherming blijft beveiligen. Door onzen Heer enz.

[ et non sestimabitur alius I adversus eurn. Hic adin-! venit omnem viam disci-plinse, et tradidit illam Jacob puero suo, et Israël dilecto suo. Post htec in ■ terris visus est, et cura hominibus conversatus est.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Deus, qui Ecclesiam mam semper Gentium vo-catione multiplicas; concede propitius: ut quos aqua baptismatis abluis, continua protectione tue-aris.PerDominum nostrum Jesum Christum.


ZEVENDE PROFETIE. Ezechiël. H XXXVIII.

Het gewichtige geloofspunt van de verrijzenis der lichamen wordt hier aan de cacechumenen voorgehouden ; eene waarheid waarvan het hoogmoedige en zinnelijke heidendom zoo groote afkeer gevoelde. Wel een geschikt oogenblik om ons deze belofte van God in het geheugen te roepen, want het uur nadert waarop Christus, opstijgende uit zijn graf, in zijnen persoon het

-ocr page 301-

PAASCHZATERDAG. — DE PROFETIEËN. 277

alius acliu-rlisci-illam srael se ia cum sest.

onderpand en de velvaering ervan zal toonen. Ook worden door die beenderen, welke de aanblazing des Heeren zal doen herleven, de catechumenen afgebeeld, die over geheel de aarde, nog dezen nacht, Hem een groot volk zullen worden.

Tn diebus illis; Facta est ' super me manus Domini, et eduxit me in spi-ritu Domini: et dimisit me in medio campi, qui erat plenus o.ssibus; et circumduxit me per ea in gyro: erant autem multa \'alde super faeiem campi, siccaque vehementer. Et dixit ad me: Fili hominis putasne vivent ossa ista ? Et dixi; Domine Deus, tu nosti. Et dixit ad me: Va-ticinare de ossilms istls: et dices eis: Ossa arida audite verbum Domini. Ha-c dicit Dominus Deus ossibus his : Ecce ego in-tromittam in vos spiritum, et vivetis. Et dabo super vos nerves, et succrescere t'aciam super vos carnes, et superextendam in vobis cutem : et dabo vobis spiritum, et vivetis, et scie-tis quia ego Dominus. Et prophetavi sicut praicepe-rat mihi; t'actus est autem sonitus. prophetante me, et ecce commotio, et ac-cesserunt ossa ad ossa, unumquodque ad junctu-

Tn die dagen kwam de hand -L des Heeren over mij, en voerde mij mede door den geest des Heeren: en liet mij neder te midden van een veld, dat vol beenderen was, en leidde mij in een kring er om heen: er waren er zeer velen j op de oppervlakte van het | veld, en zij waren zeer uitgedroogd. En Hij sprak tot mij; Zoon des menschen, denkt gij dat deze beenderen levend kunnen worden ? En ik zeide: Heer. God, Gij weet het En Hij sprak tot mij: Profeteer over deze beenderen : eu zegt-hun: Verdorde beenderen, hoort het woord des Heeren. Dit zegt de Heer God tot deze beenderen: Ziet. Ik zal een geest in u zenden, en gij zult leven. En Ik zal over u heen zenuwen doen ontstaan, en vleesch over u doen groeien, en eene huid over u uitspannen: en Ik zal u een geest geven, en gij zult leven en weten, dat Ik de Heer ben. En ik heb geprofeteerd gelijk Hij mij bevolen had: en terwijl ik profeteerde ontstond er een gedruisch, en terstond


-ocr page 302-

PAASCHZAÏERDAG. —

278

DE PROFETIEËN.

ook beweging, en de beenderen naderden elkander, elk tot zijn gewricht. En ik zag, en op eens kwamen er zenuwen en vleesch op, en eene huid werd er overgespannen, doch zij hadden nog geenen geest. En Hij zeide tot mij; Profeteer tot den geest, profeteer, zoon des menschen, en zeg tot den geest: Dit zegt de Heer God : Geest, kom uit de vier windstreken, en blaas over deze dooden, opdat zij herloven. En ik profeteerde gelijk Hij mij bevolen had: en de geest ging in hen in, en zij leefden: en zij stonden op hunne voeten, en het was een zeer groot leger. En Hij sprak tot mij; Zoon des menschen, al deze beenderen zijn het huis van Israël : zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze hoop is verdwenen, (1) en wij zijn afgesneden. Profeteer daarom, e.n zeg tot hen: Dit zegt God de Heer : Zie, Ik zal uwe grafheuvels openen, en u uit uwe graven te voorschijn doen komen als mijn volk: en Ik zal u in het land van Israel voeren, en gij, mijn volk, zult weten, dat Ik de Heer ben, als Ik uwe graven zal geopend hebben, en u uit uwe grafheuvels te voorschijn zal hebben doen komen : en u mijnen ram suam. Et vidi, et ecce super ea nervi et carnes ascenderunt: et extenta est in eis cutis desuper, et spiritum non habebant. Et dixit ad me : Vaticinare ad spiritum, vaticinare fili hominis, et dices ad spiritum: Hrec dicit Do-minus Deus: A quatuor ventis veni spiritus, et in-suftla super interfectos istos, ut reviviscant. Et prophetavi sicut pnece-perat mild: et ingressus est in ea spiritus, et vixe-runt: steteruntque super pedes snos exercitus gran-dis nimis valde. Et dixit ad me: Fili hominis, ossa haic universa, domus Israël est: ipsi dicunt : Aruerunt ossa nostra, et periit spes nostra, et absciss! sumus. Propterea vaticinare, et dices ad eos: Hfec dicit Dominus Deus : Ecce ego aperiam tumulos vestros, et edu-cam vos de sepulchris vestris, populus mens: et inducam vos in terrain Israël, et scietis quia ego Dominus, cum aperuero sepulchra vestra, et edu-xero vos de tumulis vestris, popule meus: et dedero spiritum meum in vobis, et vixeritis, et re-


(') Wij zijn als dooden, zonder hoop op herleving boomen van den wortel afgesneden.

als

-ocr page 303-

— DE PBOFETIEËN. 279

PAASCHZATEEDAG

quiescere vos faciam super humum vestram : dicit Domius omnipotens.

Oremus.

Flectamus g'enua.

R. Levate.

Deus, qui nos ad cele-brandum paschale Sacra-mentum, utriusque Testa-menti paginis instruis: da nobis intelligere mise-ricordiam tuam: ut ex perceptione pnesentium munerum, firma sit ex-pectatio futurorum. Per Dominum nostrum.

geest zul ingestort hebben, en gij leven ziilt, en Ik u in vrede zal doen leven op uw eigen grond: zegt de almachtige Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die ons door de boeken der twee Testamenten onderricht, om het Paaschge-heim behoorlijk te vieren : geef dat wij de plannen uwer goedertierenheid mogen begrijpen : opdat door het ontvangen van de tegenwoordige weldaden, de verwachting der toekomstige zeker zij. Door onzen Heer.


ACHTSTE PROFETIE.

Isaïas. H. IV'.

De zeven vrouwen, die van hunne schande gezuiverd worden, vertegenwoordigen hier de zielen der doopelingen, over welke Gods barmhartigheid gaat afdalen. Zij wenschen den naam van haren bevrijder te dragen, en deze gunst zal hun geworden, allen toch die gedoopt worden zullen Christenen heecen. omdat zij Christus toe-behooren. In het vervolg zullen zij in vrede zijn op den heiligen berg. Dit oord van licht en verkwikking, door den profeet beloofd, is de Kerk en zij zullen verblijven bij den hemelschen Bruidegom hunner zielen.

19

-ocr page 304-

280 PAASOHZATEEDAG.

— DE PROFETIEBN.

Zeveneven vrouwen zullen op dien dag éénen man aangrijpen, eu zeggen: Wij zullen ons eigen brood eten en ons met onze eigene kleederen kleeden: laat enkel uw naam over ons worden uitgesproken, neem onze schande weg. Op dien dag zal de spruit( ^des Hee-ren in heerlijkheid en glorie zijn, en de vrucht des lands verheven, en eene reden van vreugde voor diegenen uit Israël, die behouden zullen zijn. En het zal wezen: Al wie in Sion zal zijn achtergelaten, en overgebleven in Jerusalem, zal heilig genoemd worden: al wie in Jerusalem ten leven is opgeschreven. Wanneer de Heer de onreinheden van de doehteren Sions zal afgewasschen, en het bloed van Jerusalem uit zijn midden zal uitgewischt hebben, door den geest des gerechts en den geest des vuurs. En de Heer zal over elke plaats van den berg Sion, en waar Hij aangeroepen wordt, eene wolk

Apprehbndenïpprehbndenï septem mulieres virum unum in die illa, dicentes: Pa-nem nostrum comedemus, et vestimentis nostris ope-riemur: tantummodo in-vocetur nomen tuum super nos, aufer opprobrium nostrum. In die illa erit germen Domini in magni-ficentia, et gloria, et fructus ten^ sublimis, et exsul-tatio his, qui salvati fuerint de Israël. Et erit: Omnis qui relictus fuerit in Sion, et residuus in Jerusalem, sanctus vooabitur, omnis qui scriptus est in vita in Jerusalem. Si abluerit Do-minus sordesfiliarum Sion, et sauguinem Jerusalem laverit de medio ejus, in spiritu judicii, et spiritu ardoris. Et creabit Domi-nus super o^nnem locum montis Sion, et ubi invo-catus est, nubem per diem, et fumum et splendorem ignis flammantis in nocte: super omneni enim gio-


-ocr page 305-

PAASCHZATEBDAG. — DE PROFETIEËN. 281

riam protectio. Et taber-uaculum erit in umbra-cuhim diei ab* a;stu, et in securitatem, et absconsio-ucm a turbine et a pluvia.

scheppen bij dag, en rook en de glans van vlammend vuur bij nacht; zijne bescherming- zal over alle heerlljkheid(') zijn. En er zal eene tent zijn, om voor de hitte bij dag te beschutten, en om veilig en verborgen te zijn bij stormwind en regen.


Hierna wordt do Tractus gezongen, waarin dezelfde Profeet de gunsten bezingt welke Christus aan zijne Kerk geschonken heeft, die zijn geliefde wijngaard en het voorwerp is zijner liefde en zorgen.

Tractus. Is.6. Vinea facta est dilecto in cornu, in loco uberi.

V. Et maceriam circum-dedit, et circumfodit: et plantavit vineam Sorec, et sedificavit turrim in medio ejus.

V. Et torcular fodit in ea: vinea enim Domini Sabaoth, domus Israël est.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Deus qui in omnibus Ecclesife tute filiis, sanctorum Prophetarum voce

Tractus.Is.ö.Op eene vette plaats heeft mijn beminde eenen wijngaard op eenen heuvel.

V. En hij omringde dien met eene muur en groef er eene gracht omheen ; en hij plantte een wijngaard van Sorec, en bouwde een toren in het midden.

V. En hij hieuw daarin uit eene wijnkuip : want de wijngaard van den Heer der heir-scharen is het luiis van Israël.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die aan al de kinderen uwer Kerk, door het woord der heilige Profeten,


(') Over alle heerlijkheid, over geheel zijne Kerk en over elke plaats waar heiligen d. i. geloovigen zijn, zal zijne bescherming wezen en de genade van den H. Geest, (van wien de rookwolk en vuurzuil eene afbeelding is) waardoor zij als in eene tent beveiligd zullen zijn tegen de hitte der begeerlijkheid, den regen en storm der bekoringen en vervolgingen.

-ocr page 306-

PAASCHZATERDAG. — DE PROPETIEEN.

282

in elke plaats uwer heerschappij, bekend gemaakt hebt, dat Gij de zaaier zijt van g'oed zaad, en de kweeker van uit-g'elezen ranken : geef uw volk, dat voor U wijngaard en bouwland is, na het uitsnijden van de ruwe doornen en distelen vruchtbaar geworden, waardige vruchten te mogen voortbrengen. Door onzen Heer enz.

manifestasti, in omni loco dominationls tua3, satorem te bonorum seminum, et electorum palmitum esse cultorem: tribue populis tuis, qui et vinearum apud te nomine censentur et segetum : ut spinarum et tribulorum squalore rese-cato, digna efficiantur fru-ge foecundi. Per Dominum nostrum.


NEGENDE PROFETIE.

Exod. H. XII.

Door het bloed van het lam, dat Christus voor-afbeeldde, werd Israël beveiligd voor het zwaard van den verderfengel, kon het Egypte uittrekken en den weg opgaan naar het beloofde land. Het is door het bloed van het Lam Gods, dat de catechumenen het onuitwischbaar teeken van het Sacrament des Doopsels in hunne zielen ontvangen zullen, en bevrijd worden van de vrees voor den eeuwigen dood en de slavernij van satan. Weldra worden zij toegelaten tot den feestdisch om zich te sterken met het vleesch van het Goddelijk Lam, want op het Paaschfeest naderen zij met de andere geloovigen tot de H. Tafel.

In die dagen enz., tnl: (dat is de voorbijgang des) Heeren. Zie bh. 197.

In diebus illis, etc, tot: (id est transitus) Domini. Vide pag. 197.


-ocr page 307-

PAASCHZATERDAG.

283

DE PKOFETIEËN.

Oremus.

Flectamus genua

R. Lerate.

Omnipotens sempiterne Deus, qui in omnium operum tuorum disponsa-lione mirabilis es: intel-ligant redempti tui, non fuisse excellentius, quod initio factus est mundus, quam quod in fine saecu-lorum Pascha nostrum immolatus est Christus. Qui tecum vivit etc.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

Almachtige eeuwige God, die wonderbaar zijt in de regeling van al uwe werken : geef dat zij, die door U verlost zijn begrijpen, dat het geen voortreffelijker werk geweest is in het begin do wereld te schoppen, dan op het laatste dor tijden het offer, dat Christus van zich zelven bracht. Die met U leeft, enz.


TIENDE PROFETIE.

Jonas. H. III.

Door de stad JSTinive wordt ons geheel de heidensche wereld beduid, verzonken in misdaden, verblind door dwalingen. Tot deze wereld zond G-od, in zijne barmhartigheid, de Apostelen in naam van zijnen Zoon. Op hunne stem verlaat zij afgoderij en misdaden, en doet zij boete daarvoor. En uit die stad, uit die wereld, koos God zijne uitverkorenen. De catechumenen waren als kinderen van Ninive, doch weldra zullen zij geteld worden onder de bewoners van Jeruzalem, als bevoorrechte kinderen der stad Gods. De genade des Heeren en hunne boete hebben die wondervolle aanneming tot kinderen Gods bewerkt.

Ts diebus illis; Factum J-est verbum Domini ad Jonam Prophotam secun-

Tn die dagen sprak de Heer vooi de tweede maal tot den Profeet Jonas, zeggende :


-ocr page 308-

284 PAASCHZATEBDAG. — DE PROFETIEËN.

Sta op en ga naar de groote stad Ninive; en predik daar, wat Ik u zeg. En Jonas stond op en begaf zich naar Ninive volgens het woord des Heeren. Ninive nu was eene groote stad van drie dagen gaans. En Jonas begon de stad in te gaan één dag gaans, en hij riep en zeide: Nog veertig dagen, en Ninive zal verwoest worden. En de mannen van Ninive geloofden in God: en zij schreven eene vasten uit, eu kleedden zich in boete-zakken, van den grootste tot den kleinste. En het woord drong door tot den Koning van Ninive: en hij stond van zijnen troon op en wierp zijn gewaad van zich weg, en kleedde zich in een boete-zak, en zat neder in de asch. En hij liet uitroepen en zeggen in Ninive, uit naam des ko-nings en dien zijner rijksgroo-ten, aldus: Menschen en lastdieren, en runderen, en alle dieren zullen niets gebruiken : zij zullen niet weiden, en geen water drinken. Menschen en vee zullen zich kleeden in boetezakken en met luide stem tot den Heer roepen, en een ieder bekeere zich van zijnen boozen weg, en van de ongerechtigheid, die in zijne handen is. (') Wie weet of God niet verandert van besluit en vergeeft, en niet terugkeert do, dicens : Surge, et vade inNiniven civitatem mag-nam: et praadica in ea prfedicationom, quam ego loquor ad te. Et surrexit Jonas, et abiit inNiniven juxta verbum Domini. Et Ninive erat ci vitas magna itinerc trium dierum, Et coepit Jonas iu-troire in civitatem itinere diei unius: et clamavit, et dixit: Adhuc quadra-ginta dies, et Ninive sub-vertetur. Et crediderunt viri Ninivitae in Deum: et prgjdica verunt j ej unium, et vestiti sunt saccis a majore usque ad minorem. Et perven.it verbum ad regem Ninive : et surrexit de solio suo, et abjecit vestimentum suum a se, et indutus est sacco, et sedit in cinere. Et clamavit, et dixit in Ninive ex ore regis, et principum ejus, dicens; Homines, et j urnenta, et boves, et pe-cora non gustent quid-quam ; nee pascantur, et aquam non bibant. Et ope-riantur se.ccis homines, et jumenta, et clament ad Dominum in fortitudine, et convc.rtatur vir a via sua mala, et ab iniquitate, quse est in manibus eorum. Quis scit si convertatnr, et ignoscat Deus: et re-


(') Ieder geve het onrechtmatig verkregen goed terug.

-ocr page 309-

PAASCHZATERDACt.

285

DE PEOPETIEEN.

van de woede zijner gramschap zoodat wij niet vergaan zullen? En God zag hunne werken, en dat zij vair hun boozen weg terugkeerden: en [de Heer onze God ontfermde zich over zijn volk.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën. E, Staat op.

O God, die zoovele Heidenen geroepen hebt tot de belijdenis van uwen naam : geef ons te willen en te kunnen wat Gij beveelt: opdat het volk, dat geroepen is, tot de eeuwige zaligheid, één zij in geloof des harten, en in heilig'-heid van werken. Door onzen Heer.

ELFDE PROFETIE.

Deut. H. XXXI.

Hier worden de catechumenen gewezen op de groote verplichtingen jegens God, welke zij weldra op zich zullen nemen. De genade der wedergeboorte wordt hun gegeven op voorwaarde dat zij satan, Gods vijand, verzaken en een eeuwig verbond sluiten met Christus. — Vervolgens zingt men het eerste gedeelte van het verheven lied, door Mozes gezongen in tegenwoordigheid van het volk van Israël voordat hij stierf, en waarin hij zoo krachtvol de straffen verkondigt, welke hen wachten, die het verbond, door God in zijne goedheid met hen gesloten, verbreken zullen.

vertatur a furore irai sua?, et non peribimus ? Et vidit Deus opera eorum, quia conversi sunt de via sua mala: et misertus est populo suo Dominus Deus noster.

Oremus.

Flectamu» genua.

R. Levate.

Deus, qui diversitatem Gentium in confessione tui nominis adunasti: da nobis et veile et posse quaj prsecipis; ut populo ad ffiternitatem vocato, una sit tides mentium, et pie-tas actionum. Per Dojni-num nostrum.

-ocr page 310-

286 PAASCHZATEKDAG. —

DE PROFETIEËN.

Tn die dagen schreef Mozes -»■ een lofzang, en leerde dien aan de kinderen van Israël. En de Heer gebood Josxië, den zoon van Nnn, en zeide; wees moedig en sterk: want gij zult de kinderen van Israël binnenleiden in het land, dat Ik beloofd heb. en Ik zal met u zijn. Toen nu Moyses de woorden dezer wet in een boek geschreven en dit voleind had, gebood hij den Levieten, die de ark des ver-bonds des Heeren droegen, en zeide: Neemt dit boek, en plaats het ter zijde in dc arke des Verbonds: opdat het daar tot getuigenis tegen u zij. Want ik ken uwe wederspan-nigheid en uwe hardnekkigheid. Nog bij mijn loven, en terwijl ik onder u wandel, zijt gij altijd wederspannig geweest tegen den Heer: hoeveel te meer zult gij dit zijn na mijnen dood? Vergader in mijne tegenwoordigheid al de ouderlingen van uwe stammen, en de leeraars, en ik zal, terwijl zij luisteren, de woorden (van dit lied) spreken, en hemel en aarde als getuigen tegen hen inroepen. Want ik weet, dat gij na mijnen dood verkeerd zult handelen, en spoedig zult afwijken van den weg dien ik u voorgeschreven heb : en ten laatste zullen u rampen overkomen, wanneer gij kwaad zult bedreven hebben voor het aanschijn des Heeren, en Hem

In diebus illis: Scripsit Moyses canticum, etdocuit Alios Israël. Prfecepitque Dominus Josuë filioNun, et ait: Confortare, et esto robustus; tu enim introduces filios Israël in ter-ram, quam pollicitus sum, et ego ero tecum, Post-quam ergo scripsit Moyses verba legis hujus in volu-mine, atque complevit; prajeepit Levitis, qui por-tabant arcam foederis Do-mini, dicens: Tollite librum istum, et ponite eum in latere arc® foederis Donini Dei vestri; ut sit ibi conti-a te in testimonium. Ego enim scio contentionem tuam, et cervicem tuam durissimam. Adhuc viven-te me, et ingrediente vobiscum, semper conten-tiose egistis contra Do-minum: quanto magis cum mortuus fuero ? Congregate ad me omnes majores natu per tribus vestras, atque doctores, et loquar audientibus eis sermones istos, et invocabo contra cos ctt-lum et terram. Novi enim quod post mortem ineam inique agetis, et declinabitis cito de via, quam praecepi vobis: et occurrent vobis mala in extreme tempore, quando feceritis malum in con-spectu Domini, ut irritetes eum per opera manuuin


-ocr page 311-

— DE PROFETIEËN. 287

PAASCHZATEEDAG,

vestarum. Locutus est ergo Movses, audiente nniverso coetu Israël, verba car-miais liujus, et ad flnem usque complevit.

Tractus Deut. 32. Attende coelum, etloquar; et audi-at terra verba ex ore meo.

V. Expectetur sicut plu-via eloquium meum: et descendat sicut ros verba mea.

V. Sicut imber super gramen, et sicut nix suiter toenum: quia nomen Do mini invocabo.

V. Date magnitudinem Doo nostro: Deus, vera opera ejus, et omnes viaj ejus judicia.

V. Deus fidclis, in quo non est iniquitas: justus et sanctus Dominus.

Oremus.

Flectamus genua.

E. Levate.

Deus, celsitudo humi-lium, et fortitudo recto-rum: qui per sanctum Moysen puerum tuum, ita erudire populum tuum sacri carminis tui decan-tatione voluisti, ut illa legis iteratio fieret otiam nostra directie: excita in omnem justiflcatarum gentium plenitudinem poten-tiam tuam. et da Isetitiam, toornig gemaakt door de werken uwer handen. Mozes sprak dan, ten aanbooren van gansch Israël dat daar vergaderd stond, de woorden van dezen lofzang en voleindde dien geheel.

Tractus. Deut.S2. Hoortheme-len hetgeen ik zal spreken, en dat de aarde luistere naar de woorden van mijnen mond.

V. Gelijk de regen worde verwacht hetgeen ik zal zeggen : en als de dauw dalen mijne woorden neder.

V. Gelijk het water op het gras, en gelijk de sneeuw op het hooi: want ik zal den naam des Heeren prijzen.

V. Maak groot onzen God: Hij is God, zijne werken zijn volmaakt, en al zijne wegen zijn rechtvaardig.

V. God is getrouw, en geene ongerechtigheid is in Hem: rechtvaardig en heilig is de Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die de verheffing der nederigen en de sterkte der rechtvaardigen zijt, die gewild hebt dat Mozes uwen heiligen dienaar, door U te bezingen in dezen heiligen lofzang, uw volk zóó zou onderrichten, dat de herhaling dier wet ook ons tot richtsnoer zou wezen: toon uwe macht overal de gerechtvaardigde volken, en geef blijdschap door bet


-ocr page 312-

286 PAASCHZATERDAG. —

DE PROFETIEËN.

Tn die dagen schreef Mozes een lofzang, en leerde dien aan de kinderen van Israël. En de Heer gebood Josuë, den zoon van Nim, en zeide; wees moedig en sterk: want gij zult de kinderen van Israël binnenleiden in het land. dat Ik beloofd heb. en Ik zal met n zijn. Toen nu Moyses do woorden dezer wet in een boek geschreven en dit voleind had, gebood hij den Levieten, die de ark des ver-bonds des Heeren droegen, en zeide: Neemt dit boek, en plaats het ter zijde in do arke des Verbonds; opdat het daar tot getuigenis tegen u zij. Want ik kon uwe wederspan-nigheid en uwe hardnekkigheid. Nog bij mijn leven, en terwijl ik onder u wandel, zijt gij altijd wederspannig geweest tegen den Heer: hoeveel te meer zult gij dit zijn na mijnen dood'? Vergader in mijne tegenwoordigheid al de ouderlingen van uwe stammen, en de leeraars, en ik zal, terwijl zij luisteren, de woorden (van dit lied) spreken, en hemel en aarde als getuigen tegen hen inroepen. Want ik weet, dat gij na mijnen dood verkeerd zult handelen, en spoedig zult afwijken van den weg dien ik u voorgeschreven heb : en ten laatste zullen u rampen overkomen, wanneer gij kwaad zult bedreven hebben voor het aanschijn des Heeren, en Hem

In diebus illis: Scripsit Moyses canticum, et doeuit Alios Israël. Prsecepitque Dominus Josuë Alio Nun, et ait; Confortare, et esto robustus; tu enim introduces Alios Israël in ter-ram, quam pollicitus sum, et ego ere tecum. Post-quam ergo scripsit Moyses verba legis hujus in volu-mine, atque complevit: prsecepit Levitis, qui por-tabant aream foederis Do-mini, dicens: Tollite librum istum, et ponite eum in latere arete foederis Donini Dei vestri: ut sit ibi contra te in testimonium. Ego enim scio contentionem tuam, et cervicem mam durissimam. Adhuc viven-te me, et ingrediente vobiscum, semper conten-tiose egistis contra Do-minum: quanto magis cum mortuus fuero ? Congregate ad me omnes majores natu per tribus vestras, atque doctores, et loquar audientibus eis sermones istos, et invocabo contra eos ccehtm et terram. Novi enim quod post mortem moam inique agetis, et declinabitis cito de via, quam praecepi vobis: et occurrenc vobis mala in extreme tempore, quando feceritis malum in con-spectu Domini, ut irritetes eum per opera manuum


-ocr page 313-

PAASCHZATEEDAG. — DE PROFETIEËN.

287

vestarum. Locutusest ergo Moyses, audiente nnivereo coetu Israël, verba car-minis liujus, et ad flnem usque compleyit.

Tractus Beut. 32. Attende coeluin, etloquar; et audi-at terra verba ex ore mco.

V. Expectetur sicut plu-via eloquium meum: et deseendat sicut ros verba mea.

V. Sicut imber super gramen, et sicut uix super foenum: quia nomen Do mini invocabo.

V. Date magnitudincm Deo nostro: Deus, vera opera ejus, et omnes viw ejus judicia.

V. Deus fidelis, in quo non est iniquitas; justus et sanctus Dominus.

Oremus.

Flectamus genua.

R. Levate.

Deus, celsitudo humi-lium, et fortitudo recto-rum: qui per sanctum Moysen puerum tuum, ita erudire populum tuum sacri carmiuis tui decan-tatione voluisti, ut illa legis iteratio fieret etiam nostra directie: excita in omnem justificatarum gentium plenitudinem poten-tiam tuam, et da leetitiam.

toornig gemaakt door de werken uwer handen. Mozes sprak dan, ten aanhooren van gansch Israël dat daar vergaderd stond, de woorden van dezen lofzang en voleindde dien geheel.

Tractus. Deut.32. Hoort hemelen hetgeen ik zal spreken, en dat de aarde luistere naar de woorden van mijnen mond.

V. Gelijk de regen worde verwacht hetgeen ik zal zeggen : en als de dauw dalen mijne woorden neder.

V. Gelijk het water op het gras, en gelijk de sneeuw op het hooi: want ik zal den naam des Heeren prijzen.

V. Maak groot onzen God: Hij is God, zijne werken zijn volmaakt, en al zijne wegen zijn rechtvaardig.

V. God is getrouw, en geene ongerechtigheid is in Hem: rechtvaardig en heilig is de Heer.

Laat ons bidden.

Buigen wij de knieën.

R. Staat op.

O God, die de verhefting-der nederigen en de sterkte der rechtvaardigen zijt, die gewild hebt dat Mozes uwen heiligen dienaar, door ü te bezingen in dezen heiligen lofzang, uw volk zóó zou onderrichten, dat de herhaling dier wet ook ons tot richtsnoer zou wezen: toon uwe macht overal de gerechtvaardigde volken, en geef blijdschap door het


-ocr page 314-

288 paaschzaterdact. — de profetieën.

matigen der vrees, omdat, terwijl de zonden van allen zijn uitgewiseht door de vergeving welke Gij geschonken hebt, datgene tot hunne zaligheid zal strekken, wat hun aangekondigd was als vergelding voor bedreven kwaad. Door onzen Heer.

mitigando terrorem: ut omnium pecoatis tua re-missione deletis, quod de-nuntiatum est in ultionem, transeat in salutem. Per Dominum nostrum.


TWAALFDE PROFETIE.

Daniel. H. III.

Eene laatste vermaning wordt den catechumenen gegeven voor dat zij gedoopt zullen worden. Zij moeten weten waartoe zij zich verbinden als zij Christus trouw zweren. Het kan gebeuren dat zij eenmaal geroepen worden, om God te belijden voor het aanschijn der machtigen van deze aarde. Zijn zij bereid de pijnen, den dood te ondergaan, liever dan de zaak van God te verraden ? Meer als eens toch zijn er afvalligen geweest onder het getal der gedoopten. Zij moeten dus de beproevingen kennen welke hun wellicht wachten. De Kerk doet nu in hunne tegenwoordigheid de geschiedenis voorlezen van de drie jeugdige Israëlieten, die de voorkeur gaven aan de folteringen van het hevig ovenvuur, boven het aanbidden van het beeld van Babylons koning. Sedert de verkondiging van het Evangelie volgden millioenen martelaren hun voorbeeld. In de catacomben van Rome zullen zij de afbeeldingen dezer drie belden

-ocr page 315-

PAASCHZATERDAG. — HE PROFETIEËN. 289

op vele plaatsen ontmoeten, en wie weet of ook zij niet door dat voorbeeld bemoedigd den marteldood zullen sterven.

In diebus illis: Nabu-choclonosor rex fecit sta-tuam auream, altitudine cubitorum sexaginta, lati-tudine cubitorum ses: et statuit earn in campo Dura provincise Babylonis. Ita-que Xabuchodonosoi' rex misit ad eongregaiidos satrapas, magistratus, et judices, duces, et tyran-nos, et prêefecto.s, omnes-que principes regiouum, ut conrenirent ad dedi-cationem statua;. quam erexerat Nabuchodonosor rex. Tunc congregati sunt satrapse, magistratus, et judices, duces, et tyranni, et optimates, qui erant in potestatibus constituti, et universi principes regio-num, ut convenirent ad dedicationem stature, quam erexeratNabuchodo-nosor rex. Stabant autem in conspectu statuse, que.m posuerat Kabuchodonosor rex: et praBCO clamabat valenter ; Vobis dicitur populis, Tribubus, et Unguis ; In hora, qua audie-ritis sonitum tub®, et fls-tulse, et citharae, sambucte, et psalterii, et symphonise, et universi generis musi-corum, cadentes adorate

Tn die dagen maakte Koning Xabuchodonosoi-een gouden standbeeld, zestig el hoog, en zes el breed, en plaatste het in de vlakte Dura, in de provincie Babyion. Daarna zond Koning Nabuchodonosor zijn bevel naar de stadhouders, de | magistraten en rechters, de ; veldheeren en bewindvoerders, en do oversten, en al de vorsten der gewesten opdat zij te zamen zouden komen bij do {inwijding van het standbeeld, | dat Koning Nabuchodonosor had opgericht. Toen kwamen j bijeen de stadhouders, de ma-1 gistraten on de rechters, de | veldheeren en bewindvoerders, en de aanzienlijken, die in j macht gestold waren, en al de 1 vorsten der gewesten, tot de inwijding van het standbeeld, dat Koning Nabuchodonosor I had opgericht. En als zij daar stonden voor het standbeeld, | dat Koning Nabuchodonosor had doen plaatsen, riep de heraut met krachtvolle stem : Het wordt u aangezegd, volken, en Stammen van allo talen: Op hot oogonblik dat gij het geluid zult hooren dei-trompet, en der fluit, en dei-citer, der schalmei en dei-harp, en der symphonie en van alle soort van muziekin-


-ocr page 316-

290 PAASCHZATERDAG. —

DE PROFETIEËN.

strumenten, zult gij nederval-len en aanbidden het gouden standbeeld, dat Koning' Nabu-chodonosor heeft opgericht. Zoo echter iemand niet neder-valt en niet aanbidt, zal hij op hetzelfde oogenblik in een brandenden oven geworpen worden. Zoodra nu. na deze woorden, al de volken het geluid der trompet, der fluit, en der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van alle soort van muziekinstrumenten gehoord hadden vielen alle volken en Stammen van alle talen neder, en aanbaden het gouden standbeeld, dat Koning Nabuchodonosor had opgericht. En terstond naderden er terzelfder tijd Chaldeërs. die eenige Joden aanklaagden, en spraken tot Koning Nabuchodonosor: Koning leef in eeuwigheid '. Gij, Koning, hebt een bevel gegeven, dat elk mensch, die het geluid der trompet, der fluit, en der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van allesoort van muziekinstrumenten zal gehoord hebben, zich nederwerpe, en het gouden standbeeld aanbidde : zoo echter iemand niet neder-valt en niet aanbidt, dat hij in een brandenden oven zal geworpen worden. Er zijn nu Joodsche mannen, die gij over de werken van het land van Babyion hebt aangesteld, Sidrach, Misach en Abdénago: statuam aureani, quam constituit Nabuchodonosor rex. Si quis autem non prostratus adoraverit, ea-dem hora mittetur in for-nacem ignis ardentis. Post hsec igitur statim ut au-dierunt omnes populi soni-tum tuba;, fistul®, et cit-haree, sambucse, et psalterii et symplioniffi, et omnis g'eneris musicorunucaden-tes omnes populi, Tribus, et linguae adoraverunt statuam auream, quam constituerat Nabuchodonosor rex. Statimque in ipso tempore accedentes viri Chaldsei accusaverunt Judajos: dixeruntque Nabuchodonosor regi: Kex in teternum vive : tu rex posuisti decretum, ut om-nis homo, qui audierit sonitum tubse, fistulfe, et citharse, sambucse et psalterii, et symphonioe, etuni-versi generis musicorum, prosternat se, et adoret statuam auream: si quis autem non procidens adoraverit, mittatur in fornacem ignis ardentis. Sunt ergo viri Ju dsei, quos constituisti super opera regionis Babylonis, Sidrach, Misach, et Abdénago : viri isti contemp-serunt, rex, decretum tuum: deos tuos non colunt, et statuam auream, quam errexisti, non ado-rant. Tune Nabuchodo-


-ocr page 317-

— DE PROFETIEËN. 291

PAASCHZATERDAG.

nosor in furore, et in ira prsecepit, ut adducerentur Sidracb, Misach et Abde-iiago: qui confestim ad-ducti sunt in conspectu regis. Pronuntiansque Na-Imchodonosor rex, aiteis: Verene Sidrach, Misach, et Abdenago, deos meos non colitis, et statuam auream, quam constitui, non adoratis ? Nunc ergo si estis parati, quacumque hora audieritis sonitum tub®, fistula;, cithane, sambucae et psalterii, et symphonic, onmisque generis musi-corum, prosternite vos, et adorate statuam, quam feci: quod si non adoraveritis, eadem hora mittemini in fornacem ignis ardentis: et quia est Deus, qui ori-piet vos do manu meaquot;? Respondentes Sidrach, Misach, et Abdenago, dixe-runtregiNabuchodonosor: Nou oportet nos de hac re respondere tibi. Ecce enim Deus noster, quem colitnus, potest eripere nos de camino ignis ardentis, et de manibus tuis, o rex, liberare. Quod si noluerit, notum ait tibi, rex, quia deos tuos non coliraus, et statuam, quam erexisti, non adoramus. Tune Na-buchodonosor repletus est furore : et adspectus faciei illius immutatus est super Sidrach. Misach, et Abde-deze mannen, o Koning', hebben uw bevel versmaad: zij eeren uwe goden niet cn aanbidden het gouden stambeeld niet, dat gij hebt opgericht. Toen gebood Nabuchodonosor in woede en toorn, dat Sidrach, Misach en Abdénago, voor hem zouden gebracht worden: en terstond werden zij gebracht in de tegenwoordigheid des Konings. En Koning Nabuchodonosor sprak en zeide hun: Eert gij Sidrach, Misach en Abdénago, mijne goden waarlijk niet, en aanbidt gij niet het gouden standbeeld, dat ik heb opgericht'? Nu dan, als gij bereid zijt, valt neder en aanbidt het standbeeld, dat ik gemaakt heb : op het oogenblikdat gij het geluid zult hooren der trompet, der fluit, der citer, der schalmei, en der harp, en der symphonie, en van alle soort van muziekinstrumenten, zoo gij het niet aanbidt, wordt gij op hetzelfde oogenblik in een brandenden oven geworpen: en wie is de God, die u uit mijne hand zal redden'? Als antwoord zeiden Sidrach, Misacli en Abdénago aan Koning Nabuchodonosor: Het is niet noo-dig dat wij u hierop antwoorden ; want zie, onze God, dien wij eeren, kan ons uit het brandend vuur van den oven redden, en uit uwe handen o Koning, verlossen. Zoo Hij dit niet wil, weet dan, o Ko-


-ocr page 318-

292 PAASCHZATEEDAG. — DE PROFETIEËN.

ning-, dat wij uwe goden niet eereu eu niet aanbidden het gouden standbeeld, dat gij hebt opgericht. Toen werd Nabu-chodonosor door woede ontstoken, en de uitdrukking van zijn gelaat veranderdere tegenover Sidrach, Misach en Abdé-nago, en hij beval, dat de oven zevenmaal heeter zou gestookt worden, dan men gewoon was te stookeu. En aan de sterkste mannen van zijn leger gebood hij, Sidrach, Misach en Abdé-nago, de voeten te zamen gebonden, in den brandenden oven te werpen. En terstond werden die mannen, de voeten te zamen gebonden, met hunne broeken en hoofddeksels, en schoenen en kleederen, geworpen midden in den oven met brandend vuur; want het bevel des Konings dulde geen uitstel; de oven nu was bovenmate heet. Zoodat die mannen, die Sidrach, Misach en Abdénago er in geworpen hadden, door de vuurvlam gedood werden. Deze drie mannen nu: Sidrach, Misach en Abdénago, vielen gebonden midden in den oven met brandend vuur. En zij wandelden te midden der vlammen, en loofden God, en verheerlijkten den Heer. ('j nago, et prsecepit ut suc-cenderetur fornax septu-plum quam succendi con-sueverat. Et viris fortis-simis de exercitu suo jussit ut, ligatis pedibus Sidrach, Misach, et Abdénago, mitterent eos in fornacem ignis ardentis. Et confestim viri illi vincti, cum braccis suis, et tiaris, calceamentis, et vesti-bus, misüi sunt in medium fornacis ignis ardentis: nam jussio regis urgebat: fornax autem succensa erat nlmis. Porro viros illos, qui miserant Sidrach, Misach, et Abdenago, in-terfecit flamma ignis. Viri autem hi tres, id est, Sidrach, M:,sach, et Abdenago, cec;,dcrunt in medio camino :gnis ardentis, colligati. Et ambulabant in medio flammse laudan-tes Deum, et benedicentes Domino.


(') Na deze lezing volgt het gebed gelijk bij de vorige profetieën, maar de diaken noodigt niet uit om te knielen. De kniebuiging geschiedt hier niet, om de catechumenen er op te wijzen hoezeer zij de afgoderij der

-ocr page 319-

PAASCHZATERDAG. — HET DOOPWATER. 293

Hic non (licitur ;

Fleetanms genua.

sed tantum-.

Oremus.

Omnipoteus sempiterne Deus, spes unica mundi, qui Prophotarum tuorum prseconio, prfesentium tem-porum declarasti mysteria; auge populi tui vota placatus: quia in nullo fidelium, nisi ex tua in-spiratione,proveniunt-qua-rumlibet incrementa vir-lutem. Per Dominm, etc.

; suc-eptu-i eou-ortis-suo libus .bde-3 iu mtis. ncti, aris, esti-liuin : itis : bat: I ïnsa

Hier zegt men niet:

Buigen wij de knieën.

Maar alleen :

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, eenige hoop der wereld, die door de verkondiging uwer Profeten, de geheimen dei-tegenwoordige tijden hebt verklaard ; vermeeder goedertieren, den ijver van uw smee-kend volk: want in niemand der geloovigen ontstaat vermeerdering van eenige deugd, tenzij door uwe ingeving. Door onzen Heer J. C.


Wijding van het Doopwater.

De catechumenen zijn nu voorbereid om het H. Sacrament des Doopsels te ontvangen, zoodat de tijd gekomen is waarop het doopwater gewijd zal worden. Reeds onder het lezen der profetieën begaven zich zeven subdiakens naaide doopkapel, waar zij de groote Litanie zongen, wier aanroepingen zij eerst zevenmaal, daarna vijfmaal en eindelijk driemaal herhaalden. De doopkapel van keizer Constantijn, waar de plechtigheid geschieden zal, ligt op een kleinen afstand van de kerk van Sint Jan van Latranen, en is in eene achthoekige, bijna ronde, vorm gebouwd. In het midden is een ruim waterbekken, waarin

Babvloniërs moeten verfoeien, die hunne knieën bogen voor het standbeeld van Nabuchodonosor.

-ocr page 320-

PAASCHZATEEDAG. —

294

HET DOOPWATER.

men langs steenen treden afdaalt. Door een kanaal wordt het van versch water voorzien, dat een metalen hert door zijn bek erin laat vloeien. Boven in het gewelf, dat de kapel sluit, zweeft een duif met uitgestrekte vleugels, eene afbeelding van den H. Geest, die aan de wateren goddelijke kracht mededeelt. Rondom het bekken is een lage zuilenrij, waardoor de ruimte vrij gehouden wordt voor de doopelingen en hunne peters en meters, die er alleen met den Bisschop en diens priesters toegelaten worden. In den optocht naaide doopkapel wordt de gewijde paaschkaars voorop gedragen ; zij is het afbeeldsel van de lichtende kolom, welke Israël door het nachtelijk duister naar de Eoode Zee geleidde, door wier wateren zij redding zullen vinden. Hierna volgen de doopelingen ; eerst de mannen met de peters aan hunne rechter zijde, dan de vrouwen met hare meters insgelijks aan hare rechter zijde. Nu komen twee acolieten, van wie de een het heilig Chrisma draagt en de ander de Olie der catechumenen. Eindelijk komt het kruis, gedragen tusschen twee acolieten, die ieder eene brandende kaars in de hand houden, en achter dezen komen de geestelijken, die volgens rang en waardigheid den Bisschop voorafgaan. Intusschen wordt een geneelte van den Psalm gezongen waarin David, vol verlangen naar zijnen God, de hevigheid van

-ocr page 321-

PAASCHZATEEDAG. — HET DOCPWATEE. 295

zijne begeerte vergelijkt met die van een hert, dat verlangt naar wateren eener bron. Dit hert, welks afbeelding in de doopkapel geplaatst is, is eene afbeelding van den ijvervollen catechumeen.

(Als er geen doopelingen zijn wordt de Paasch-kaars achter het kruis gedragen, dat de geestelijken vooraf gaat.)

TRACTUS. PS. 41.

Sicut cervus desiderat | ad fontes aquarum: ita ■ desiderat anima mea ad 1 te Deus.

V. Sitivit anima mea ad Denm vivum : quando ve-niam, et apparebo ante faciem Dei ?

V. Fueruut mihi lacry- ! ma5 mese panes die ac | nocte, dum dicitur mihi ^ per singnlos dies ; Ubi est Deus tuus'?

Gelijk het hert verlangt naaide waterbronnen: zoo verlangt mijne ziel naar U, o God.

V. Mijne ziel dorst naar den levenden God ; wanneer zal ik komen, en voor het aanschijn Gods verschijnen ?

V. Mijne tranen zijn mijne spijs geworden dag en nacht, daar men dag aan dag tot mij zegt: waar is uw God? (')


Als men bij het water gekomen is zingt de Bisschop (priester) het volgende gebed :

Dominus vobiscum.

E. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Omnipotens sempiterno Deus, respice propitius ad dovotionem populi rene.s-centis, qui sicut cervus, aquarum tuarum expetit fontein: et concede pro-

V. De Heer zij met u, R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, zie gunstig neder op de godsvrucht van uw volk, dat herboren zal worden, en gelijk een hert naar de bron uwer wateren verlangt: en geef genadiglijk.


{') Tranen zijn mijn dagelijksch brood, terwijl mijne vijanden spotten met mijne getrouwheid jegens God.

20

-ocr page 322-

296 PAASCHZATERDAG. — HET DOOPWATER

dat zijne dorst naar het geloof ziel en lichaam moge heiligen,

door het geheim des doopsels, man corpusquesanctificet. Door onzen Heer. Amen. ; Per Dominum nostrum

' Jesum Christum. Amen.

Gelijk de Kerk eerst licht gewijd heeft, — het licht immers werd den eersten dag geschapen — zoo zegent zij nu water. Licht en water zijn twee hoofdelementen in de natuur: waarheid en genade, verlichting des g'eestes en reiniging des harten, deze beide hemelgaven brengen het leven in God. Zou er, daar de H. Geest bij de wording der wereld zegenend en vruchtbaarmakend over de wateren zweefde, geen heiligmakende kracht over het water worden afgesmeekt, dat dienen moet tot een zoc gewichtig Sarcament, als het H. Doopsel is.

Gebeden bij de wijding van het Doopwater, ('j

pitius, ut tidei ipsius sitis baptismatis mysterio, ani

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, zie neder op de geheimen uwer groote goedertierenheid, zie neder op uwe Sacramenten: en zend den g'eest van aanneming uit, om de nieuwe volken te herscheppen, die U de doopvont baren zal: opdat door de uitwerking uwer kracht voltrokken worde, wat dooide bediening onzer geringheid moet geschieden. Door onzen Heer Jesus Christus die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden God, den H. Geest.

Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Orennis.

Omnipotens sempiterne Deus, adesto magnse pie-tatis tuas mysteriis, adesto sacramentis: et ad recre-andos novos populos, quos tibi fons baptismatis par-turit, Spiritum adoptionis emitte: ut quod nostra; humilatis gerendum est ministerio, virtutis tuse impleatur effectu. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate ejusdem Spiritus sancti Deus.


(') Dit gebed munt uit door eene edele keus en krachtvolle schikking van woorden: gesteld in den statigen vorm van de Prefatie schittert het in den glans van eene gloedvolle zielsverheffing.

-ocr page 323-

— HET DOOPWATER. 297

PAASCHZATEEDAG.

Peeee omnia sascula ssecu-

lorum.

R. Amen.

V. Dominus vobiscum.

Et cum spiritu tuo.

V. Siirsum Corda.

R. Habemtis ad Domi-num.

V. Gratias agamus Domino Deo nostro.

R. Digimm et justum est.

Vere dignum et justum est, aequum etsalutare, nos tibi semper, et ubique gratias agere. Domine sancte, Pater omnipotens, aiteme Deus: Qui invisi-bili potentia, Sacramen-torum tuorum mirabiliter operaris effectum : Et licet nos tantis mysteriis exe-quendis simus indigni; tu tarnen gratise tu® dona non deserens, etiam ad nostras preces aures tuas pietatis inclinas. Deus, cujusSpiritus super aquas, inter ipsa mundi primer-dia ferebatur: ut jam tune virtutem sanctificationis, aquarum natura concipe-ret. Deus, qui nocentis mundi crimima per aquas abluens, regenerationis speciem in ipsa diluvii effusione signasti: utunius ejusdemque element! mysterie, et finis esset vitiis.

3 sitis, 3, ani-tificet. strum nen.

oor alle eeuwen dereeuwen.

R. Amen.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

V. Heft tiwe harten omhoog.

R. Wij hebben ze omhoog tot den Heer.

V. Danken wij den Heer onzen God.

R. Het is waardig en rechtmatig.

Waarlijk het is waardig en rechtmatig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd, en overal danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Die met onzichtbare macht op wonderbare wijze de werking uwer Sacramenten regelt: en, hoezeer wij ook onwaardig zijn zoo groote geheimen te voltrekken, toch niet nalaat uwe genadegaven te schenken, en zelfs in uwe goedertierenheid onze gebeden verhoort. God, wiens geest bij het begin der wereld over de wateren zweefde: opdat toen reeds de natuur des waters heiligmakende kracht zou ontvangen. God, die de misdrijven der schuldige wereld door de wateren afge-wasschen hebt, en zoo, in de overstrooming van den zondvloed, eene voorafbeelding der wedergeboorte hebt gegeven: opdat door het geheim van eene en dezelfde grond-

Zijne stem verheffende vervolgt hij, op den toon der Prefatie ;

I)


-ocr page 324-

298 paasghzatebdaCt. —

het doopwater.

stof het einde van de zonden en hot begin van de deugden zou ontstaan. Zie neder, o Heer. op de uiterlijke gesteldheid uwer Kerk, en vermeer-nigvuldig in haar het aantal dor nieuwe geslachten, die U toebehooren, Gij, die uwe stad verblijdt door de kracht uwer steeds toestrooineude genade; en de doopvont opent, om over g'eheel de wereld aan de Heidenen een nieuw leven te geven : opdat uwe Kerk, door de macht uwer Majesteit, de gonado van uwen eeniggeboren Zoon ontvange door de werking van den H. Geest.

et origo virtutibus. Ros- , •

pice Domine in faciem

Ecclesiaj tu®, ot nmlti-[^gce

plica in ea regenorationesl j: £1 • Pi ja 1 tif1

tuas, qui gratuc tiise afflu-l (at. ■

ontis impetu Itetificas civi-l

tatem tuam: fontemquel n

baptismatis aperis toto orbe (i ^eI. l

terrarum Gentibus inno- .10^1

vandis: ut tua; majestatisl11

imperio, sumac Unigeniti

tui grntiam de Spiritu

sancto.


Hier maakt de Bisschop (priester) mot uitgestrekte hand een kruis in het water, om te toonen dat het de kracht tot reiniging der zielen door het Kruis ontving Deze kracht was wel beloofd, maar ter vervulling dier belofte was het noodig dat hot blood van Gods Zoon aan het Kruis vergoten werd. Dit bloed werkt door middel van het water op de zielen door de werking van den H. Geest, wiens hulp nu ingeroepen wordt:

Die dit water, bereid voor de wedergeboorte der mensehen, door de geheime mede-dooling zijnor goddelijke kracht gelieve vruchtbaar te maken: opdat uit de onbevlekte wateren dezer goddelijke bron, waarin de heiligmakende kracht is nedergedaald, een homelsch geslacht opstijge, herboren tot een nieuw schepsel: en dat de genade, als eene moeder, in dezelfde kindschheid doe geboren worden aldegenon die,

Qui hanc aquam rege-norandis hominibus prfe-paratam, arcana sul nu-minis admixitone fcecuu-det : ut, sanctificatione concepta, ab immaculate divini fontis utero, in novam renata creaturam, progenies coelostis emer-gat: et quos aut sexus in corpora, aut aetas discor-nit in tempore, omnes ia unam pariat gratia mater infantiam. Procul era'o


-ocr page 325-

PAASCHZATEEDAG, — HET DOOPWATER. 299

hinc, jubente te, Domine onmis spiritus immundus abscedat:procul totanequi-tia diabolicse fraudis absi-stat. Nihil hie loei habeat contrariffivirtutis admix tio; non insidiando circnmvo-let: non latendo subrepat: non inficiendo corrumpat.

Res-faciem multi-

itiones ' afflu-s civi-smque o orbe inno-ïstatis [i g'eniti p

of door den vorm in het lichaam, of door de jaren in leeftijd onderscheiden zijn: verre van hier wijke op uw bevel, o Heer, elke onzuivere geest: verre zij alle boosheid van deu listig'en duivel. Geen vijandige kracht worde hier toegelaten: zij zweve niet rond, om ons te belagen: zij sluipe niet binnen, in het geheim: zij bederve niets, door het te besmetten.


Xu houdt de Bisschop (priester) de uitg-estrekte hand boven het water, en raakt het aan met het binnenvlak van dezelve. De wijding, door den Bisschop en den priester gedaan, is eene bron van heiligmaking: en de aanraking van hunne hand werkt heilzaam op de schepselen, als zij geschiedt uit kracht van het H. Priesterschap.

Sit hsec sancta et inno-eens creatura. libera ab omni impugnatoris incur-su, et totius nequitiaï purgata discessu. Sit fons vivus, aqua regenerans, unda purificans: ut omnes hoe lavacro salutifero di-luendi, operante in eis Spiritu sancto, perfecite purgationis indulgentiam consequantur.

Dat dit heilig en onschuldig schepsel bevrijd zij van allen aanval des bestrijders,en g-ezui-verd door de verwijdering van alle boosheid. Dat het eene levende bron, een herbarend water, een reinigende vloed zij : opdat allen, die in dit heilaanbrengend bad worden afge-wasschen, door de werking-des H. Geestes de genade van volkomen reiniging verkrijgen.


De Bisschop (priester), maakt driemaal het kruisteeken orer het water, zeggende :

Unde benedico te erea- 1 Daarom zegen ik u, schep-tura aquse, per Dcum f ! sel, dat water zijt, door den vivum, perDeum f verum, i levenden f God, door den wa-per Deum f sanctum; per . ren f God, door den heiligen Deum, qui te in principio,' f God: door God, die, in het

-ocr page 326-

300 PAASCHZATEEDAG. — HET DOOPWATER.

begin, door zijn bevel u van j verbo sepavavit ab arida : het drooge scheidde: wiens; oujus spiritus super te geest over u zweefde. | ferebatur.

Hij verdeelt het water met de hand en stort het uit naar de vier wereldstreken , zeggende:

Die u uit de bron van het Paradijs heeft doen vloeien, en n bevolen heeft, in vier stroomen de geheele aarde te bevochtigen. Die u, toon gij bitter waart in de woestijn, zoet maakte en drinkbaar deed zijn, en voor een dorstend volk uit eene steenrots heeft voortgebracht. Ik zefgen u ook door Jesus Christus, zijnen eenigen' Zoon, onzen Heer: die u te Cana in Galilea, op wonderdadige wijze, door zijne macht in wijn veranderd heeft. Die rnet zijne voelen over u gewandeld heeft: en door Joannes in den Jordaan met u gedoopt is. Die u, tegelijk met bloed, uit zijne zijde heeft doen voortkomen, en zijne leerlingen gebood met IT alle ge-looven te doopen zeggende: Gaat, leert alle Heidenen, en doopt hen in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

Qui te de paradisi fonte manare fecit, et in qua-tuor fluminibus totam ter-ram rigare praecepit. Qui te in deserto amaram, suavitate indita fecit esse potabilom, et sitienti popvlo de petra produxit. Benefdico te et per Jesum Christum Filium ejus unicum Dominum nostrum : qui te in. Cana Galiless signo admirabili, sua po-tentia convertit in vinum. Qui pedibus super te am-bulavit: et a Joanne in Jordane in te baptizatus est. Qui te una cum sanguine de latere suo pro-| duxit: et discipulis suis jussit ut credentes bapti-zarentur in te, dicens: Ite, docete omnes Gentes, ; baptizantes eos in nomine Patris, et Fillii, ot Spiri-; tus sancti.


Met verandering van toon vervolgt hij:

Sta Gij, almachtig God, ons goedertieren bij terwijl wij deze voorschriften onderhouden : adem Gij in uwe goedheid met ons mede.

Hsec nobis prsecepta ser-vatibus, tu Deus omnipo-tens, clemens adesto : tu benignus adspira.


-ocr page 327-

— HET DOOPWATER. 301

PAASCHZATEEDAG.

arida: 'er te

'aar

fonte qua-q ter-Qui ram, esse po-uxit. sum uni-:im ; üe» po-um. im-in tus an-ro-uis )ti-is :

?s,

ne ri-

Tu has simplices aq-aas tuo ore benedicito: ut praeter naturalem emun-dationem, quam lavandis possunt adhibere corpori-bus, sint etiam purifican-dis mentibus efficaces.

De zegevierende toon van de Prefatie wordt hier onderbroken, en smeel^end wordt de vruchtbare werking van den H. Geest ingeroepen, die de Adem Gods genoemd wordt. Die Adem Gods, welke zich kenbaar maakte door een hevigen stormwind bij de nederdaling over de Apostelen op Pinksterdag. De Bisschop (priester) drukt deze goddelijke eigenschap van den derden Persoon der H. Drievuldigheid uit, door driemaal in den vorm van een kruis, over het water te blazen, waarna hij zegt:

Zegen Gij door uwen ademtocht dit schuldelooze water: opdat het, behalve de natuurlijke reiniging welke het door wassching aan de lichamen geeft, ook kracht erlange om de zielen te zuiveren.

De volgende handeling stelt ons voor het doopsel van Christus in den Jordaan, waar bij de wateren het onderpand ontvingen van hunne goddelijke kracht. De Zoon Gods stond in het water, en de H Geest zweefde in den vorm van eene duif boven zijn hoofd. Heden wordt aan het water niet het onderpand, maar de beloofde kracht gegeven door de bijzondere werking dor beide Personen van de H. Drievuldigheid. Daarom wordt de verheven toon van de Prefatie hernomen, en zingt de Bisschop (priester) terwijl hij de Paaschkaars in het water doet nederdalen;

Descendat in hanc ple- 1 Dat de kracht des Heiligen nitudinem fontis, virtus I Geestes in al het water dezer Spiritus sancti. { bron nederdale.

De Paaschkaars wordt uit het water genomen, en ten tweedenmale iets dieper in het water nedergelaten, terwijl op hooger toon dezelfde woorden gezongen worden. Weder wordt de Paaschkaars uit het water genomen, en ten derdenmale, tot op den bodem, in het water nedergelaten, terwijl met meer verheffing van toon dezelfde woorden gezongen worden. Daarna blaast de Bisschop driemaal over het water, en vervolgt:

11

-ocr page 328-

302 paaschzaterdaCt.

— het doopwater.

En geheel de zelfstandigheid van dit water make Hij vruchtbaar, door kracht der wedergeboorte er aan te schenken.

Totanique liujus aqua-snbstantiam reg'enerandi tcpcundet effectu.


De Paaschkaars wordt uit het water genomen, doch voor dat dit geschiedt, blaast de Bisschop weder over het water, niot echter in den vorm van een kruis, maar in dien van eene grieksche letter, de eerste van een grieksch woord dat ziel, geest beteekent.

Dat hierin alle vlekken van zonden worden uitgewischt: hierin worde de natuur (de mensch), naar uw beeld geschapen, in hare oorspronkelijke eer hersteld en van alle oude smetten gereinigd: opdat ieder mensch, die dit Sacrament der wedergeboorte ontvangt, tot eene nieuwe kindsheid van ware onschuld herboren worde.

Hic omnium paccatorum macula; deleantur: hic natura ad imaginem tuam condita, ad honorem sixi reformara principii, cunc-tis vetiistatis squaloribus, emundetur: ut omnis homo Sacramentum hoe rege-nerationis ingressus, in verse innocentise novani infantiam renascatur.


Het volgende wordt niet gezongen maar mei Wide stem gelezen.

Door onzen heer Jesus Christus, uwen Zoon, die komen zal om levenden en dooden, en de wereld te oordeelen door het vuur.

R. Amen.

Per Dominum nostrum 1 Jesum Christum Filium | tuum: qui venturus est indicate vivos et mortuos, I et saeculum per ignem. R. Amen.


Nu besproeit een der priesters met het gewijde water liet volk, en een ander geestelijke, van minderen rang, neemt er van om in de kerk en in de huizen der ge-loovigen gebruikt te worden.

Hoewel de gebeden der wijding geëindigd zijn, is toch nog niet alles geschied wat de Kerk omtrent dit water doet. Op Witten Donderdag heeft zij de groote genaden van den H. Geest ontvangen, welke aan de H. Oliën verbonden zijn; heden wil zij die wateren des heils verheffen, door die kostbare Oliën er in uit te storten.

-ocr page 329-

PAASCHZATEEDAG. —

303

HET DOOPWATER.

Hierdoor wordt het zuiverende water, dat zooveel heil i zal brengen aan het monschelijk g-eslacht, nog eerbiedwaardiger, omdat al de zinnebeelden van de aanneming tot Kinderen Gods er in vereenigd zijn. De Bisschop stort in den vorm van een kruis een weinig van de Olie der Catechumenen in het gewijde water en zegt: (')

(■) Op Witten Donderdag worden door den Bisschop drie soorten van Oliën gewijd.

I. Do Olie der zieken (infirmorum welke gebruikt wordt om het B. Sacrament des Oliesels toe te dienen. Zij is het, die in den stervenden Christen de laatste overblijfselen der zonde uitwischt, die hem sterkt in den laatsten strijd, en die, door dc goddelijke kracht welke in haar is, somtijds den zieken de gezondheid terugschenkt. In vorige eeuwen werd deze Olie ook nog op andere dagen gewijd.

II. Hét Chrisma, de edelste dezer drie Oliën, zijne wijding geschied dan ook met meer plechtigheden. Het is door dit Chrisma, dat de H. Geest zijn onuitwischbaar stempel drukt op den Christen, in het H. Sacrament des Vormsels. Door het water herboren, ontvangen wij kracht door het Chrisma ; en, zoolang als wij daarmede nog niet geteekend zijn, missen wij de volmaaktheid van het ken-teeken eens Christens. Gezalfd met deze H Olie wordt de geloovige op zichtbare wijze een lidmaat van den God-mensch wiens naam Christus: beteek ent. En deze zalving van den Christen met dit Chrisma ligt zoozeer in den geest van onze geheimen, dat de doopeling, terstond na gedoopt te zijn, eene eerste zalving daarmede ontvangt op het hoofd, om te toonen dat hij reeds deelt in het koningschap van Christus Jesus.

Om door een zichtbaar teeken de groote waardigheid van deze Olie aan te toonen, schrijft de apostolische overlevering voor, dat de Bisschop er balsem bijmengt, die, volgens den Apostel Paulus (II Cor. II 15) ,degoede geur van Christusquot; beteekent, van wien ook geschreven staat dat „wij zullen voortschrijden in de geur zijner reukwerkenquot; (Cant. I 3). De zeldzaamheid en hooge prijs der reukwerden heeft de Kerk in het Westen er toe gebracht, slechts balsem te gebruiken om het H. Chrisma te maken. In het Oosten, dat meer bevoorrecht

-ocr page 330-

304 PAASCHZATEEBAG.

Dat deze bron door de olie des heils geheiligd en vruchtbaar worde ten eeuwigen leven voor hen, die herboren er uit j vitam feternam. opstijgen. i R. Amen.

R, Amen.

— HET DOOPWATER.

Sanctificetur, et fecun-detur fons iste oleo salutis renascentibus ex eo, in

is door weersgesteldheid en voortbrengselen des lands, gebruikt de Kerk tor drie en dertig «oorten van reukwerken die, met de H. Olie vermengd, een Chrisma vormen dat de aangenaamste geuren verspreidt.

Ook wordt het Chrisma door de Kerk gebruikt bij de wijding der Bisschoppen om hoofd en handen te zalven ; bij het wijden der kelken en altaren ; bij de plechtige inwijding der kerkaebouwen, waarbij de Bisschop met dit Chrisma twaalf kruisen op de muren der Kerk teekent, om aan de volgende geslachten de glorie van Gods Huis te verkondigen. Deze kruisen worden steeds hoog in eer gehouden en op bijzondere wijze versierd, zoodat zij door de geloovigen duidelijk gezien kunnen worden. Op den jaarlijkschen gedenkdag van de Kerkwijding moeten de kaarsen, welke er steeds voor behooren te staan, aangestoken worden, om de herinnering aan de groote weldaad dier wijding levendig te houden, en tevens uit eerbied voor de gezalfde plaatsen. Ook worden de kerkklokkn er mede gezalfd, als zij plechtig gewijd worden.

III. De Olie der Catechumenen. Hoewel deze niet gebruikt wordt om een Sacrament toe te dienen, is zij toch van apostolische instelling. Hare wijding, ofschoon niet gepaard met zooveel plechtigheid als die van het Chrisma, is toch plechtiger als die van de Olie der zieken. Zij wordt gebruikt bij het H. Doopsel, om de doopelingen te zalven op de borst en tusschen de schouders, voordat het reinigende doopwater over het hoofd wordt uitgestort. Ook zalft de Bisschop met deze H. Olie de handen dei-priesters, bij de. toediening van het H. Sacrament des Pries-terschaps. Wanneer koningen of koninginnen door de Kerk plechtig gezalfd worden geschiedt dit ook met deze H. Olie. (Dom Prosper Guéranger. L'Année litnrgique.

-ocr page 331-

HET DOOPWATER. 305

Daarna stort hij op dezelfde wijze van het Christma er in, zeggende:

Infusio Chrismatis Do- j De instorting van het mini nostri Jesu Christi, [ Chrisma van onzen Heer Jesus et Spiritus sancti paracliti, j Christus, en van den Heiligen fiat in nomine sanctae Geest, den Vertrooster, ge-Trinitatis. schiede in den naam der hei-

K. Amen. 1 lige Drievuldigheid.

R. Amen.

Eindelijk wordt er van heiden te gelijk in het water gestort insgelijks kruisgewijze, onder het uitspreken tan de woorden :

Commixto Chrismatis j De -vermenging van het sanctiflcationis, et olei | Chrisma der heiliging, en van unctionis, et aqua; baptis- | de olie der zalving, en van matis, nariter flat in no- j liet water des doopsels, ge-mine Paftris, et Fiflii, et i schiede gelijkelijk in den naam Spiritusf sancti. | des Vafders, en des Zofons,

K. Amen. I en des Heiligenf Geestes.

R. Amen.

Nu wordt de Olie en het Water dooreengemengd over de geheele oppervlakte.

Hierna worden de Ghatechumenen gedoopt, en hun het H. Sacrament des Vormsels toegediend, waarna men naar hot altaar terugkeert, in dezelfde orde waarin men gekomen is. Ouder deze feestelijke optocht wordt weder de lofzang van Mozes gezongen. Terwijl de Bisschop zich in feestgewaad tooit om de Paaschmis op te dragen, wordt de laatste Litanie gezongen, welker inroepingen driemaal herhaald worden.quot; Ingevolge de regeling, welke thans voorgeschreven is, wordt de Litanie slechts eenmaal gezongen gedurende geheel het verloop der plechtigheden, en dit wel bij de terugkeer na de wijding van het doopwater, en de inroepingen worden tweemaal gezongen; eerst door de voorgangers en herhaald doorliet koor. In de kerken en kapellen, waar geen doopvont is, wordt zij gezongen na het gebed dat op de twaalfde profetie volgt, Terwijl de Litanie gezongen wordt liggen de geestelijken plat ter aarde op de treden van het altaar, en smeeken den zegen des hemels af, over degenen die op de verschillende plaatsen van den aardbol gedoopt zijn.

PAASCHZATERDAG. —

-ocr page 332-

PAASCHZATERDAG. — LITANIE.

306

bek Ontferm ü onzer.

Christus, ontferm ü onzer. Heer, ontferm u U onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons. God, hemelsche Vader. God de Zoon, Verlosser der

wereld,

God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één

God,

H. Maria,

Heilige Moeder Gods, Heilige Maagd der Maagden, Heilige Michaël,

Heilige Gabriël.

Heilige Raphael,

Alle Heilige Engelen en Aartsengelen,

Alle heilige koren der zalige

Geesten,

Heilige Johannes de Dooper,

Heilige Joseph,

Alle heilige Aartsvaders en

Profeten.

Heilige Petrus,

Heilige Paulus,

Heilig'e Andreas,

Heilige Joannes,

Alle heilige Apostelen en

Evangelisten,

Alle heilige Leerlingen des Heeren, 'g'VRiE, eleisou.

H

Christe, eleison.

Kyrie, eleison,

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pater de ccelis Deus.

Fili Redemptor mundi i Deus.

! Spiritus sancte Deus.

Sancta Trinitas unus Deus.

Sancta Maria.

j Sancta Dei genitrix.

Sancta Virgo rirginum. j Sancte Michaël.

! Sancte Gabriël.

j Sancte Raphael.

| Omnes sancti Angeli et Archangeli, or ate pro nobis.

\ Omnes sancti beatorem Spirituin ordines, orate.

Sancte Joannes Baptista, ara.

Sancte Joseph, ora.

Omnes sancti Patriarch® et Prophet», orate.

Sancte Pe;re,

Sancte Paule, 2

Sancte Andrea, ?

Sancte Joannes,

Omnes sancti Apostoli et Evangclistse, orate.

Omnes sancti Discipuli Domini, oraie.

Sancte

Sanctlt;

Sanct

Ovane

ora

Sanc

Sanc

Sanc

Omn

3

et

St

Omr

~

0)

1

San

=5

San

3;

San

San

Om

e

On

O

]

P

Sa

*0

0

1 Sa

3

Sa

0;

1 Ss

ui'

Ss

1 0

I T A N I E,


-ocr page 333-

PAASCHZATERDAG. — LITANIE.

307

Sancte Stephane,

Sancte Laurenti, | '

Sancte Yinceuti,

Omues sancti Martyres, i

orate.

Sancte Silverster,

Sancte Gregori, |

Sancte Augustine,

Omnes sancti Pontifices

et Confessores, orate. Omues sancti Doctores,

orate.

Sancte Antoni,

Sancte Benedicte,

Sancte Dominice, g Sancte Francisce,

Omues sancti Sacerdotes {

et Liyit®, orate.

Omues sancti Monachi et |

Eremitae, orate.

Sancta Maria Magdalena, Saucta Agues,

Sancta Caecilia, 2

Saucta Cathariua, ? Sancta Agatha,

Saucta Anastasia,

Omnes sanctce Virgines et Viduse, orate pro nobis. Omnes Sancti et Sancta» Dei, intercedite pro nobis, Propitius esto, paree nobis,

Domine.

Propitius esto, exaudi nas

Domine.

Ab omni malo, _

Ab omni peccato. f A morte perpetua, 3 Per mysterium sauctfc g

incaruatiouis tua?. Per Adveutum tuum, g Per Kativitatem tuam, | Per Baptismum et sauc- ?

Heilige Stephanus,

Heilige Laurentius,

Heilige Vincentius,

Alle heilige Martelaren,

Heilige Sylvester,

Heilige Gregorius,

Heilige Augustiuus,

Alle heilige Bisschoppen en

Belijders,

Alle heilige Kerkleeraars,

Heilige Antonius, 2

Heilige Beuedictus, S

Heilige Domiuicus, °

Heilige Franciscus, |

Alle heilige Priesters en Le- quot; vleten,

Alle heilige Mounikeu en

Kluizenaars,

Heilige Maria Magdalena, Heilige Agnes,

Heilige Cascilia,

Heilige Catharina,

Heilige Agatha,

Heilige Anastasia,

Alle heilige Maagden en

Weduwen,

Alle Heiligen Gods, weest onze

voorspraak.

Wees genadig', spaar ons Heer.

Wees genadig, verhoor ons,Heer.

Van alle kwaad, verlos ons, Heer.

Van alle zonden, lt;.

Van den eeuwigen dood, §.

Door het geheim uwer hei- 8

lige menschwording, g Door uwe komst.

Door uwe geboorte, g

Door uw doopsel en heilig ^


-ocr page 334-

PAASOHZATEEDAG. — LITANIE.

308

vasten,

Door uw kruis en lijden,

Door uwen dood en begrafenis,

Door uwe heilige verrijsenis,

Door irwe wonderbare hemelvaart,

Door de komst van den H. Geest, den vertrooster, Op den dag des Oordeels, Wij zondaren, tv ij hidden

verhoor ons-Dat Gij ons sparet.

Dat Gij U gewaardiget ixwe heilige Kerk te bestieren en te bewaren,

Dat Gij ü gewaardiget den apostolischen Stoel, en'alle kerkelijke orden in 'den heiligen godsdienst te bewaren.

Dat Gij U gewaardiget de vijanden der heilige Kerk te vernederen.

Dat gij ü gewaardiget aan de christen koningen en vorsten vrede en ware eendracht te geven, Dat Gij U gewaardiget ons zeiven in uwen heiligen dienst te versterken en te bewaren.

Dat Gij al onze weldoeners met de eeuwige goederen wilt vergelden.

Dat Gij Ü gewaardiget de vruchten der aarde te geven en te bewaren. Dat Gij U gewaardiget aan alle overledene geloovigen

1 turn jejuuium tuum, Per crucem et passio-

nein tuam, Per mortem et sepul- f turam tuam, 3

Per sanctam resurrec- 2 tionem tuam, ^

Per admirabilem ascen- g sionem tuam, |

Per adventum Spiritus ^

sancti paracliti,

In die Judicii, U, j Peccatores, te rogamus audi hos.

Ut nobis parcas, UtEcclesiam tuam sanctam regere et conser-vare digneris. Ut Donmum apostoli-cum et om nes eccle-siasticos ordines in sancta religione cou-servare digneris. Ut inimicos canctse Ec- Squot; clesiie humilare dig'- 3 neris, g

Ut regibus et principi- | bus christianis pacem quot; et veram concordiam g. donare digneris, ~ Ut nosmetipsos in tuo ° sancto servitio con-fortare et conservare digneris,

Ut omnibus benetacto-ribus nostris sempi-terna bona retribuas, Ut fructus terra; dare et conservare digneris,

Ut omnibus fldelibus defunctis requiem £e-


-ocr page 335-

PAASCHZATERDAG. — LITANIE.

309

ternam donare dig-neris te rogamus audi nos.

Ut nos exaudire digneris, te rogamus audi }ios.

Ag'ims Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, exaudi nos Domine.

Agmis Dei, qui tollis pec-cata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

de eeuwige rust te geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij U gewaard iget ons te vorhooren,

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt, verhoor ons Heer.

Lam Gods, dat de zonden dei-wereld wegneemt ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Cristus, verhoor ons.


-ocr page 336-

PAASCHZATEBDAG.

DE Ml S.

Na de Litanie wordt door het koor het Kyrie gezongen, terwijl de Priester aan den voet des altaars de gewone gebeden spreekt.

310

f In den naam, enz.

Priester. Ik zal opgaan tot het altaar Gods.

Misdienaar of Assistenten. Tot God, die, mijne jeugd verblijdt.

Pr. Verschaf mij recht, o God, en handhaaf mijne zaak tegen een onheilig volk: verlos mij van den ongerechtigen en bedriegelijken mensch.

M. Want Gij, o God, zijt mijne sterkte; waarom hebt gij mij verstoeten en waarom ga ik treurig daarheen, terwijl de vijand mij kwelt'?

Pr. Zend uw licht af en uwe trouw: (') die zullen mij geleiden en mij voeren naar i;wen heiligen berg, en naar uwe woning.

M. En ik zal opgaan tot het altaar Gods: tot God, die mijne jeugd verblijdt.

Pr. Ik zal uwen lof zingen op de cither, o God mijn God; waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel en waarom ontrust gij mij ?

M. Betrouw op God: want ik zal Hem nog loven: Gij

f In nomine, etc.

Sac. Introibo ad altare Dei.

Min. Ad Deum, qui ife-| tificat juventutem meam.

Snc. Judica me, Deus, I et dicerne causam meam de gente non sancta: ab homino iniquo et doloso i eripe me.

| Min. Quia tu es, Deus, fortitude mea; quare me repulisti et quare tristis incedo, dum affligit me

inimicus ?

Sac. Emitte lucem tu-{ am, et veritatem tuam : ipsa me cleduxerunt, et adduxerunt in montem sanctum tuum, et in taber-nacula tua.

Min. Et introibo ad altare Dei: ad Deum, qui Iffitificat juventutem meam.

Sac. Confitebor tibi in cithara, Deus, Deus meus : quare tristis es, anima mea, et quare conturbas me ?

Min. Spera in Deo. quoniam adhuc confitcbor


(i) Het licht van uw aangezicht, dat is, uwe gunst; en uwe trouw, uwe getrouwheid in het vervullen uwer beloften; uwe hulp, welke Gij beloofd hebt.

-ocr page 337-

PAASCHZATEBDAG. — JUS.

311

illi: salutare vultus mei et Deus meus.

Sac. Gloria Patri, et Filio, et Spiritui sancto.

Min. Sicut erat in prin-cipio, et nunc et semper, et in saecula steculorum. Amen.

Sac. Introibo ad altare Dei.

Min. Ad Deum, qui laj-tificat juventutem meam.

Sac. f Adjutorium nostrum iu nomine Domini.

Min. Qui fecit ccelum et terrain.

Sac. Confiteor, pag. 134.

zijt mijn heil eu mijn God.

Pr. Eer zij denVader. en den Zoon, en den heiligen Geest.

M. Gelijk het was in het begin, en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Pr. Ik zal opgaan tot het altaar Gods.

M. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.

Pr. f Onze hulp is in den naam des Heeren.

M. Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Pr. Ik belijde, enz., blz.134.


Nu gaat de Priester opwaarts naar het altaar, hetwelk hij kust en op de gebruikelijke wijze bewierookt. Daarna zingt hij, als de Kyri'é gezongen is, op plechtigen toon Gloria in exélcis Deo, en er wordt met de klokken geluid en met de bellen gebeld totdat de Priester de Gloria geëindigd heeft: Hierna zingt hij :

Dominus vobiscum.

E. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

r\FA's, qui hanc sacratis-

I1 simam noctem gloria dominicfe resurrectionis ilhxstras: conserva in nova familicB tua;progenie adop-tionis spiritum, quem de-disti: ut corpore et mente

!renovati, puram tibi exhi-beant servitutem. Per eum-den Dominum.., in uni-' tate ejusdem.renovati, puram tibi exhi-beant servitutem. Per eum-den Dominum.., in uni-' tate ejusdem.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden ri God, die dezen allerheilig-quot; sten nacht door de glorie van de verrijzenis des Heeren verlicht: bewaar in de nieuwe kinderen van uw gezin, den geest der aanneming, dien Gij hun hebt geschonken: opdat zij, naar lichaam en ziel vernieuwd, ü in zuiverheid dienen. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de een-


21

-ocr page 338-

PAASCHZATERDACt.

312

— MIS.

heid van dezelfden H. Geest, God door alle eeuwen der eenwen.

R. Amen.

R. Amen.

Les uit den Brief van den H. Apostel Paulus tot de Co-lossensen. H, 3.

Broedersroeders. Indien gij met Christus verrezen zijt. zoekt dan hetgeen omhoog is, alwaar Christus is, gezeten aan de rechter hand Gods ; zint op hetgeen omhoog, niet op hetgeen op aarde is. Want gij zijt gestorven, en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus, iiw leven, zal verschenen zijn, dan zult gij ook met hem verschijnen in heerlijkheid.

R. Gode zij dank.

Lectio Epistolse B. Pauli Apostoli ad Colossenses. C. 3.

Fratresratres; Si consurrexis-tis cum Christo, qu;e sursum sunt quaerite, ubi Christus est in dextera Dei sedens : qusa sursum sunt sapite, non qua? super terram. Mortui enim estis, et vita veistra est abscon-dita cum Christo in Deo. Cum Christus apparuerit, vita vesta: tunc et vos apparebitis cum ipso in gloria.

Deo Gratias.


Na de Epistel zingt de Priester driemaal, telkens met verheffing- van stem. Alleluia, en het koor herhaalt op dezelfde wijze deze vreugdevolle ontboezeming';

V. Looft den Heer, want hij is goed: want zijne barmhartigheid is tot in eeuwigheid.

V. Contttemini Domino, quoniam bonus: quoniam in speculum misericordia ejus.


TRACTUS.

Looft den Heer alle Heidenen: en looft Hem mede alle volken.

V. Want groot is zijne barm hartigheid jegens ons: en eeuwig duurt des Heeren trouw.

Laudate Dominum om-nes Gentes; et collaudate eum omnes populi.

V. Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus: et Veritas Domini manet in tetemum.


-ocr page 339-

PAASCHZATERDAG. — MIS.

313

Vóór het Evangelie, zie hlz. 141. Munda cor, etc. Reinig', o Heer, enz.

evangelie.

Dominus vobisetim.

R. Et cum spiritu tuo.

■Sequentia Sancti Evan-gelii secundumMatthsenm, VTesperb autem sabbati ' qii£e hicescit in prima sabbati, venit Maria Magdelene 'et altera Maria videre sepulchruin.Et ecce terroemotus factus et mag-nus. Angelus enim Domini descendit de ccelo ; et ac-cedens revolvit lapidem, et sedebat super eum; erat autem aspectus ejus sicut fulgur: et vestimen-tum ejus sicut nix. Pr ai timore autem ejus exter-riti sunt custodes, et facti simt velut mortui. Res-pondens autem Angelus, dixit mulieribus: Nolite timere vos: scio enim quod Jesum, qui cruci-fixus est, quaM'itis: non est hic: surrexit enim, sicut dixit; Venite, et vi-dete locum ubi positus erat Dominus. Et cito euntes, dicite discipulis ejus quia surrexit: et ecce prfecedit vos in Galilseam : ibi eum videbitis; ecce prsedixi vobis.

R. Laus tibi, Christe.

V. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Vervolg van het heilig-Evangelie volgens Matthseus. Ap den avond nu van den ^ sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag dei-week, kwam Maria Magda-lena, en de andere Maria, om het graf te zien. En zie, er ontstond eenc groote aardbeving : want een Engel des Heeren daalde uit den hemel, en toegetreden zijnde wentelde hij den steen af, en ging daarop zitten. Zijn aangezicht nu was als een bliksemstraal, en zijn gewaad als sneeuw. Én van vrees voor hem sidderden de wachters, en werden zij als dooden. En de Engel sprak tot de vrouwen en zeide: Weest gij niet bevreesd: want ik weet, dat gij Jesus den gekruisigden zoekt. Hij is hier niet; want Hij is verrezen, gelijk Hij gezegd heeft. Komt, en ziet de plaats, waar de Heer gelegen heeft. En gaat spoedig heen, en zegt aan zijne leerlingen, Hij is verrezen, en zie. Hij gaat u voor naar Galilwa; daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u voorzegd.

R. Lof zij U, o Christus.

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.


-ocr page 340-

PAASCHZATEEDAG.

314

— MIS.

De credo en het offertorium worden niet gezongen. Zie voor de gebeden van het evangelie tot aan de secreta op bladzijde 143 tot 149.

secreta.

Aanvaard, bidden wij U o Heer, de gebeden van uw volk, tegelijk met de opdracht dezer offeranden: opdat hetgeen door de paaschgeheimen in ons begonnen is, door uwe medewerking een hulpmiddel zij ter eeuwige zaligheid. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van God den Heiligen Geest.

Suscipe, qua?sumus Do-mine, preces populi tui, cum oblationibus hostia-rum : ut paschalibus initi-ata nivsteriis, ad ceterni-tatis nobis medelam, te operate proficiant. Per Dominum nostrum J. C. filium tuum, qui tecum vivit et regnal in unitate Spiritus sar.cti Deus.


PR.EFATIE.

jqgor alle eeuwen der eeuwen.

E. Amen.

De Heer zij met u.

E. En met uwen geest.

Heft uwe harten omhoog.

E. Wij hebben ze omhoog tot den Heer.

Danken wij den Heer, onzen God.

E. Het is waardig en rechtmatig.

Het is waarlijk waardig en rechtmatig, billijk en heilzaam, U Heer ten allen tijde, maar bijzonder in dezen nacht, met meer luister te prijzen, daar Christus, ons Paaschlam, geslachtofferd is. Hij toch is het ware Lam, dat de zonden der wereld wegnam, die onzen

Perer omnia sajcula sascu-lorum.

E. Amen.

Dominus vobiscum.

E. Et cum spiritu tuo.

Sursum corda.

E. Habemus ad Dominum.

Gratias agamus Domino Deo nostro.

E. Dignum et justum est.

Vere dignum et justum est, cequum et salutare te quidem Douiine, omni tempore, sed in hac potissi-mum nocts gloriosius prabdicate, cum Pascha nostrum immolatus est Christus. Ipse enim verus est Agnus, qui abstulit pec-


-ocr page 341-

PAASCHZATERDAGr — MIS.

315

cata mundi qui mortem nostram morieudo destru-xit, et vitam resurgendo reparavit. Et ideo cum Anglis et Archangelis, ctira Thronis et Domina-tionibus, cumque omni militia coelestis exercitus, hymnum gloriaj tua3 ca-ninras, sine fine, dicentes ■ Sanctus, etc. pag. löO.

dood te niet deed door te sterven en het leven weder terug voerde door te verrijzen En hierom zingen wij, met de Engelen en Aartsengelen, de Tronen en Heerschappijen, en met het gansehe heirleger der hemelen, uwen lof, zonder ophouden herhalende:

Heilig, enz. bl 150 en 151 tot aan; communicantes.


Communicantes, et noc-tem sacratissiinam cele-brantes Resurrectionis Do-mini nostri Jesu Christri secundum carnem, sed et memoriam venerantes, in primis gloriosaj semper Virginis Maria;, genitricis ejusdem Dei Jet Domini nostri Jesu Christi: sed et beatoruin Apostolorum acMartyrum tuorum. Petri et Pauli, Andrese, Jacobi, Joannis, Thomfe, Jacobi, Philippi,BartholoniEei,Mat-thfei, Simonis et Thaddfei; Lini,Cleti,Cleincntis,Xysti, Cornelii, Cypriani, Lau-rentii, Chrysogoni, Joannis et Pauli, Cosmas et Damiani, et omnium Sauc-torum tuorum: quorum mentis precibusque con-cedas, ut in omnibus pro-tectionis tuos muniamur auxilio. Per eumdem Christum Dominum nos-trum. Amen.

Hanc igitur oblationem

In gemeenschap zijnde, en den allerheiligsten nacht vierende van de Verrijzenis van onzen Heer Jesus Christus naar het vleesch, maar ook de gedachtenis vereerende, op de eerste plaats van de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van denzelfden God en onzen Heer Jesus Christus ; en ook van uwe zalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philip-pus, BartholomEeus, Matthseus, Simon en Thadseus: Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogouus, Joannes en Paulus, Cosinas en Damianus, en van al uwe Heiligen, om wier verdiensten en gebeden Gij ons gelieve te verleenen dat wij in alles den bijstand uwer bescherming mogen ondervinden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

| Wij smeeken U dan, o Heer,


-ocr page 342-

PAASCHZATEEDAG. — MIS.

314

De credo en het offertorium worden niet gezongen. Zie voor de gebeden van het evangelie tot aan de secreta op bladzijde 143 tot 149.

secreta.

Aanvaard, bidden wij U o Heer, de gebeden van uw volk, tegelijk met de opdracht dezer offeranden: opdat hetgeen dooide paaschgeheimen in ons begonnen is, door uwe medewerking een hulpmiddel zij ter eeuwige zaligheid. Door onzen Heer J. C., uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van God den Heiligen Geest.

Suscipe, quEesumus Do-mine, preces populi tui, cum oblationibus hostia-rum : ut paschalibus initi-ata mysteriis, ad ceterni-tatis nobis medelam, te operate profleiant. Per Dominum nostrum J. C. filium tuum, qui tecum vivit et regnal in imitate Spiritus sancti Deus.


prjefatie.

T^oor alle eeuwen der eeuwen.

R. x\.men.

De Heer zij met u.

E. En met uwen geest.

Heft uwe harten omhoog.

E. Wij hebben ze omhoog tot den Heer.

Danken wij den Heer, onzen God.

E. Het is waardig en rechtmatig.

Het is waarlijk waardig en rechtmatig, billijk en heilzaam, U Heer ten allen tijde, maar bijzonder in dezen nacht, met meer luister te prijzen, daar Christus, ons Paaschlam, geslachtofferd is. Hij toch is het ware Lam, dat de zonden der wereld wegnam, die onzen quot;Oer omnia sascula seecu-J- lorum.

E. Amen.

Dominus vobiscum.

E. Et cum spiritu tuo.

Sursum corda.

E. Habemus ad Dominum.

Gratias agamus Domino Deo nostro.

E. Dignum et justum est.

Vere dignum et justum est, a;quum et salutare te quidem Dooine, omni tempore, sed in hac potissi-mum nocte gloriosius pras-dicare, cum Pascha nostrum immolatus est Christus. Ipse enim verus est Agnus, qui abstulit pec-


-ocr page 343-

PAASCHZATEEDAG

315

— MIS.

cata mundi qui mortem nostram morieudo destru-xit, et vitam resurg'endo reparavit. Et ideo cum Anglis et Archangelis, cum Thronis et Doniina-tionibus, cumque omni militia coelestis exevcitus, hymnum glori® ture ca-nimus, sine line, dicentes • Sanctus, etc. pag. löO.

dood te niet deed door te sterven en het leven weder terug voerde door te verrijzen En hierom zingen wij, met de Engelen en Aartsengelen, de Tronen en Heerschappijen, en met het gansche heirleger dei-hemelen, uwen lof, zonder ophouden herhalende:

Heilig, enz. bl 150 en 151 tot aan : communicant es.


Communicantes, et noc-tem sacratissiinam cele-brantes Resurrectionis Do-mini nostri Jesu Christri secundum camera, sed et memoriam venerantes, in primis gloriosse semper Virginis Marias, genitricis ejusdem Dei [et Domini nostri Jesu Christi; sed et beatorum Apostolorum acMartyrum tuorum. Petri et Pauli, Andrese, Jacobi, Joannis, Thomas, Jacobi, Philippi,Bartholoma;i,Mat-thfei, Siinonis et Thaddrei: Lini,Cleti,Clementis,Xysti, Cornelii, Cypriani, Lau-ventii, Chrysogoni, Joannis et Pauli. Cosmre et Damiani, et omnium Sanctorum tuorum: quorum meritis precibusque con-cedas, ut in omnibus pro-tectionis tuaj muniamur auxilio. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

Hanc igitur oblationem

In gemeenschap zijnde, en den allerheiligsten nacht vierende van de Verrijzenis van onzen Heer Jesus Christus naar het vleesch, maar ook de gedachtenis vereerende, op de eerste plaats van de roemwaardige Maria, altijd Maagd, de Moeder van denzelfden God en onzen Heer Jesus Christus ; en ook van uwe zalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philip-pus, Bartholomajus, Matthseus, Simon en Thadeeus: Linus, Cletus, Clemens, Sixtus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus, en van al uwe Heiligen, om wier verdiensten en gebeden Gij ons gelieve te verleenen dat wij in alles den bijstand uwer bescherming mogen ondervinden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken Ü dan, o Heer,


-ocr page 344-

PAASCHZATERDAG. —

316

MIS.

welgevalligquot; deze offerande van onze dienstbaarheid aan te nemen, alsook van die van al de uwen, welke wij U opdragen, ook voor hen, die Gij U gewaardigt hebt te doen herboren worden door het water en den H. Geest, hun de vergeving aller zonden schenkende, en dat Gij ons uwen vrede wilt verleenen in onze dagen : en ons gelieve te verlossen van de eeuwige verdoemenis. en onder het getal uwer uitverkorenen op te nemen. Door denzelfdcn Christus onzen Heer. Amen.

Wij smeeken ü, o God, dat Gij U gewaardigt te bewerken, dat deze offerande in alles ge-zefgend, aanfvaard, bekrach-ftigd redelijk en welbehage-lijk worde; en dat zij voor ons het Lichfaam en het Blofed van uwen allergeliefsten Zoon, onzen Heer Jesus Christus, worde

Die daags, voor dat Hij zou gaan lijden, het brood in zijne heilige en eerwaardige handen nam, en. de oogen ten hemel opgeheven, tot U, God zijnen almachtigen Vader, U dankende, het zefgende, brak, en aan zijne leerlingen gaf, zeggende : Neemt en eet allen hiervan;

Want dit is Mijn lichaam

Zie verder bl. 155 tot 162.

servitutis nostne, sed et cuntce familue tuse, quam tibi offerimus pro his quo-que, quos regenerare dig-natus es ex aqua et Spi-ritu Sancto, tribuens eis remissionem omnium pee-catorum, qufesumus Do-mine, ut placatus accipias: diesque nostrosin tua pace disponas ; atque ab seterna damnatione nos eripi, et in electorum tuorum ju-beas grege numerari. Per eumdem Christum Domi-num nostrum. Amen.

Quam oblationem tu Deus in omnibus, qusesu-mus, benefdictam, ads-cripftam, raftam, i'atio-nabilem, acceptabilemque facere digneris; ut nobis Corfpus et Sanfguis flat dilectissimi Filii tui Domini nostri Jesu Christi.

Qui pridie, quam pate-retur, accepit panem in sanctas ac venerabiles manus suas; et elevatis oculis in coelum, ad te Deum Patrem suum om-nipotentem, tibi gratias agens, benefdixit, fregit, deditque discipulis suis, dicens : Accipite et man-ducate ex hoe omnes;

Hoc est enim corpus meum.


-ocr page 345-

PAASCHZATEEDAG. — MIS.

Het is een gebruik, van cle apostolische tijden afkomstig, dat de geloovigen, alvorens te naderen tot de tafel des Heeren, elkander de broederkus geven onder het uitspreken van deze vredewenseh : „De vrede zij met )(.quot; In deze eerste Paasdimis wordt die treffende gewoonte nagelaten, want het was eerst in den avond van den dag zijner verrijzenis dat Jesus deze woorden tot zijne leerlingen sprak. Uit eerbied voor haren goddelijken Bruidegom wenscht zij Hem ook in deze omstandigheid na te volgen. Om dezelfde reden wordt heden ook de Agnes Dei niet gezegd welke eerst in de zevende eeuw in de Mis werd opgenomen, en in de derde herhaling sluit met de woorden : .Geef ons den vreden.quot;

Na de Communie zullen ook de nieuwgedoopten met het Lichaam en Bloed van hunnen goddelijken Verlosser gesterkt worden. Zij naderen, gekleed in hunne blanke doopkleederen, een afbeeldsel van de reinheid hunner zielen. De diaken geeft hun het Lichaam des Heeren en biedt hun daarna de Kelk met het H. Bloed. Ook de kleine kinderen worden toegelaten, en de diaken doet met de vinger eenige druppels van dat kostbaar Bloed op die onschuldige tongetjes nederdalen. Eindelijk, om te toonen dat in de eerste uren na het Doopsel, allen gelijk zijn „aan kleine kinderen die pas geboren werdenquot;, gelijk de Apostel zegt, geeft men aan allen, na de H. Communie een weinig melk en honig, een zinnebeeld der kindschheid, en tevens als eene herinnering aan het beloofde land, overvloeiende van melk en honig, waarin God zijn volk Israël leidde ; de gedoopten, die gevormd werden en het H. Sacrament des Altaars ontvingen, zijn nu ook in de Kerk, het voor hen beloofde land, gekomen.

Ten tijde dat de Kerk de groote nachtwake vierde, welke wij in den geest volgden, waren er geen Vespers (avondgebeden) op Paaschzaterdag. De nachtwake toch begon te drie ure in den namiddag (Nona) en duurde tot den volgenden morgenstond. Slechts in later tijden, toen het gewoonte was geworden de nachtmis van Pa-schen reeds in den morgen van den Zaterdag op te dragen, zijn de Vespers voor dezen dag gemaakt en zij werden aan de Mis toegevoegd, zoodat zij hiermede één geheel vormen. Zij worden terstond na de Communie gebeden, en de Nacommunie der Mis sluit tevens deze

317

-ocr page 346-

PAASCHZATERDAG. — MIS.

318

v e s p :

^llbluia, alleluia, alleluia.

Looft den Heer,alle Heidenen; looft Hein, alle volken.

Want gToot is zijne barmhartigheid jegens ons.en eeuwig duurt des Heeren trouw.

Eer zij den Vader, enz. Alleluia, alleluia, alleluia.

Als deze Psalm gezongen i« altaar de Antifoon aan voor het koor vervolgd wordt.

Op den avond nu van den Sabbat, bij het aanbreken van den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria om het graf' te zien, alleluia.

Onder den magnificat bew taar, zooals dit gewoonlijk i plaats heeft.

Mijneijne ziel maakt groot den Heer :

En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker !

Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd, want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige : en heilig is zijn naam.

: r s.

A lleluia, alleluia, alle-luia.

Ps. 116. Laudate Do-minum omnes Gentes, laudate eum omnes populi.

Quoniam confirmata est super nos misericordia ejus, et Veritas Domini manet in Eeternum.

Gloria Patri. etc.

Alleluia, alleluia, alle -luia.

heft de Priester aan het den magnificat, die door

Vespere autem Sabbati, quae lucescit in prima Sabbati, venit Maria Mag-delene, et altera Maria videre sepulehrum, alleluia.

erookt de Priester het al-. de Vespers of het Lof

quot;Vf AGNIFICAT anima mea Dominum:

Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo.

Quia refpexit humilita-tem anci'iliB suce: ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est: et sanctum nomen ejus.


-ocr page 347-

PAASCHZATEBDACt. —

319

MIS.

Et misericordia ejus a progenie in progenies timentibus etim.

Fecit potentiam in bra-chio sno: dispersit superbos mente cordis sui.

Deposuit potentes de sede, et exultavit humiles.

Esurientes implevit bonis : et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum, recordatus misericordia? sua;.

Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini ejus in specula.

Gloria Patri, etc.

Repetitur Ant.

Vespere etc.

Daarna keert de I

Doniinus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Spiritum nobis, Domine, tuse caritatis infunde; iit quos Sacramentispaschal-bus satiasti, tua facias pie-tate concordes. Per Do-minum.... in unitate ejusdeu'.

R. Amen.

Dominus vobiscum. R Et cum spiritu tuo. Ite misBa est, alleluia, alleluia.

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vreezen.

Kracht heeft Hij geoefend door zijnen arm: hoogmoedigen in de gedachte huns harten heeft Hij verstrooid.

Machtigen heeft Hij van den troon gestort, en geringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen overladen, en rijken ledig weggezonden

Hij is Israël zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, indachtig zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen, tot Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Eer zij den Vader, enz.

De Antifoon wordt herhaald.

Op den avond enz.

riestcr zich om en zegt:

De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Stort, o Heer, in ons den Geest uwer liefde: opdat Gij hen, die Gij door de Sacramenten van Paschen zoo overvloedig genaden hebt geschonken, in uwe goedertierenheid één van zin doe wezen. Door onzen Heer.... in de eenheid van denzelfden Geest.

R. Amen.

De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Gaat, de Mis is geëindigd: alleluia, alleluia, alleluia.


-ocr page 348-

320 PAASCHZATERDAG. — MIS.

Gode zij dank: alleluia, | Deo gratlas, alleluia, alleluia. | alleluia.

De overige gebeden der Mis, van

Dat, o heilige Drievuldig- | Placeat tibi sancta Triheid, enz. | nitas etc.

tot aan het einde, zie men in den Dienst van Witten Donderdag blz. 165.

-ocr page 349-

AANHANGSEL.

-ocr page 350-
-ocr page 351-

MISGEBEDEN.

BIJ DEN AANVANG DER H. MIS,

Eeuwige God, Schepper en Bestuurder van hemel en aarde, goedertieren Vader van allen met de goddelijke meening, waarmede uw lieve Zoon Jesus Christus zich op het altaar des kruises aan ü heeft opgedragen en de Offerande der Mis aanhoudend opdraagt; met de meening ook uwer heilige roomsch-katholieke Kerk verlang ik, onwaardig cd zondig mensch, mij te vereenigen, terwijl ik dit H. Offer bijwoon en mede opdraag aan uw goddelijke Majesteit. Deze is die eenige, welbehagelijke Offerande, waardoor ten allen tijde uwe aanbiddelijke naam gehuldigd, Gij naar be-hooren gedankt, U met kracht gesmeekt en ons verzoening verworven wordt; dewijl zij de vernieuwing en onbloedige voortzetting is van het bloedig Offer, op het kruis tot verlossing van het menschdom opgedragen, opdat de vrucht er van aanhoudend in onze zielen uitgestort worde. Hoe verheugd moet ik dan niet wezen, dat ik mag opgaan tot uw altaar, waar Gij, o

-ocr page 352-
-ocr page 353-

MISGEBEDEN.

BIJ DEN AANVANG DEK H. MIS.

Eeuwige God, Schepper en Bestuurder van hemel en aarde, goedertieren Yader van allen met de goddelijke meening, waarmede uw lieve Zoon Jesus Christus zich op het altaar des kruises aan ü heeft opgedragen en de Offerande der Mis aanhoudend opdraagt; met de meening ook uwer heilige roomsch-katholieke Kerk verlang ik, onwaardig en zondig mensch, mij te vereenigen, terwijl ik dit H. Offer bijwoon en mede opdraag aan uw goddelijke Majesteit. Deze is die eenige, welbehagelijke Offerande, waardoor ten allen tijde uwe aanbiddelijke naam gehuldigd, Gij naar be-hooren gedankt, U met kracht gesmeekt en ons verzoening verworven wordt; dewijl zij de vernieuwing en onbloedige voortzetting is van het bloedig Offer, op het kruis tot verlossing van het menschdom opgedragen, opdat de vrucht er van aanhoudend in onze zielen uitgestort worde. Hoe verheugd moet ik dan niet wezen, dat ik mag opgaan tot uw altaar, waar Gij, o

-ocr page 354-

IIISGEBEDEN.

324

God, mijne ziel blijde maakt door de milde me-dedeeling van de verdiensten van het lijden uws eeniggetaoren Zoons. Geef o mijn God, dat ik van geloof en eerbied in uw aanbiddelijke tegen-die woordigheid moge doordrongen zijn ; sta mij bij, opdat ik, geheel onwaardig dit vlekkeloos Offer ü op te dragen, mijne onwaardigheid eenigzins vergoede door de vurige begeerte om de vruchten van dit Offer in te zamelen. Heer. stort mij die gevoelens in welke ik zou gehad hebben wanneer ik vol geloof mijn Zaligmaker Jesus Christus, onder de bitterste smarten op Calvarië, voor mijne zonden had zien sterven. Heer God, vergun mij dat ik eenigermate zóó voor uw altaar ver-schijne gelijk de Engelen in den hemel zich voor uw troon gedragen, en verhoed dat ik bij de hoogste godsdienstige handeling, bij dit Offer van oneindige waarde, bij dit allereerbiedwaardigst Geheim des geloofs achteloos en onverschillig tegenwoordig zou zijn. Ik bid U, mij voor schuldige verstrooidheid te bewaren, maar mijn geest en hart en al de gevoelens mijner ziel aan uw heilig altaar en aan het Offerlam, daar opgedragen, te boeien, opdat ik niet tot verzwaring van schuld deze H. Mis bijwone, maar vele geestelijke gunsten er door ontvange.

Ik belijd, o God, mijne groote zondigheid en

-ocr page 355-

MISGEBEDEN.

menigvuldige onwaardigheid, opdat Gij die van mij wegneent, en U verwaardigt ook uit mijne handen de aanbiddelijke Offerande aan te nemen, die ik als kind uwer H. Kerk met haar U opdraag.

Ik beschuldig mij voor U, o God, van alle zonden, waaraan ik plichtig ben. Ik beschuldig mij daarvan in tegenwoordigheid van Maria, de allerzuiverste der maagden, van alle Heiligen en alle geloovigen, omdat ik zeer gezondigd heb door gedachten, woorden, werken en verzuime-nissen, door mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld.

Neem, Heer, mijne ongerechtigheden van mij weg, opdat ik met een zuiver hart tot het Heilig der heiligen moge opgaan.

Ik bid ü, Heer, ook door de verdiensten der heilige martelaren, van wier gebeente onder dit altaar rust, dat Gij al mijne zonden wilt vergeven.

Ontferm U onzer, Heer; Heer, ontferm U onzer.

NA HET EVANGELIE TOT DE AgnUS Dei.

Vier gebeden, volgens de meeningen, waarmede elke Misofferande opgedragen wordt.

(I. Card. Bona. Tract, asc. de Missa. C. IV.)

BRAND- OF AANBIDDINGSOFFER.. 1. Hulde en Aanbidding van Gods oppermajesteit.

Heilige Drievuldigheid één Gcd, begin en einde van alle dingen, wiens macht en wijsheid, goedheid en grootheid onbegrijpelijk zijn, nederge-

325

-ocr page 356-

MISGEBEDEN.

326

worpen voor uwe voeten aanbid ik U van gan-scher harte. Ik wensch heden U op te dragen het offer van het Lichaam en Bloed van mijnen Heer Jesus Christus, alleen om ü te eeren, tot uwe grootere glorie, tot erkenning van uwe oppermacht over alle schepselen en van onze onderwerpelijkheid en geheele afhankelijkheid van U; tot huldiging voor uwe oneindige volmaaktheid, gelukzaligheid en glorie, en van al uwe werken welke door niemand naar waarde geschat kunnen worden tenzij door U, almachtige Vader, eeuwige God en door uwen Eeniggeborenen, onzen Zaligmaker, die met U en met den heiligen Geest één God is en één Heer. Dezen draag ik U heden op als een aanbiddingsoffer, uwer majesteit allerwaardigst, om IJ de hoogste eer te geven, welke U alleen toekomt, met al de onderwerping, verheerlijking en aanbidding waarmede Hij U eertijds op aarde glorie gaf: tevens met de verdiensten, de verheerlijkingen en de aanbidding van de allerheiligste Maagd Maria en van alle Engelen en Heiligen. Wie toch ben ik, aardworm en ellendigste der menschen, om mij te verstouten mijne oogen tot U op te heffen en de hooge hemelen te aanschouwen ? Daarom nader ik U met de verdiensten van Christus uwen Zoon en van al uwe uitverkorenen, en in hunnen naam en als met hunne gevoelens be-

-ocr page 357-

M1SGEBEDEN.

zield werp ik mij met lichaam en ziel neder voor den troon uwer Godheid, opdat geheel de aarde wete dat ik het maaksel uwer handen hen en als een niet voor uwe oogen. O hoe aangenaam en verblijdend zou het mij wezen als ik zag, dat over al de wereldstreken alle men-schen op de knieën nedergebogen U aanbaden ! Maar omdat de meesten U niet kennen, of U kennen zonder U te verheerlijken, aanbid ik ü ook voor deze allen en smeek ik U allernederigst dit offer van uwen Zoon te willen aannemen in vergoeding van alle zonden en godslasteringen, waarmede verdorvene schepselen U beleedigen, hetzij op de aarde, hetzij in de hel. Aan U zij glorie in eeuwigheid. Amen.

DANKOFFER.

2. Dankzegging voor weldaden.

Ik zeg U dank, o Heer en God, bron en oorsprong van alle goed, voor uwe zeer groote en ontelbare weldaden voor welke, zoowel alle te samen als ieder afzonnerlijk, U zonder ophouden onbeperkte dankbetuigingen moeten gegeven worden op ieder oogenblik van den tijd en van de eeuwigheid. Maar wijl ik het minst vau allen in staat ben om, zelfs voor de kleinste uwer weldaden, U te danken gelijk het behoort, en er geen enkel schepsel kan gevonden worden, dat aan

327

22

-ocr page 358-

MISGEBEDEN.

uwe onuitputtelijke goedheid waardige dankbaarheid vermag te betoonen, zoo draag ik uwen eenig-geborenen en eeniggeliefden Zoon, Jesus Christus, zeiven aan uwe goddelijke majesteit als een Dankoffer op, tegelijk met al zijne eerbetuigingen, verheerlijkingen en dankzeggingen, als ook die van zijne allerzaligste Moeder en van al uwe heiligen en uitverkorenen.

In het bijzonder wil ik U door dit Offer uit geheel mijn hart dankzeggen voor de vreugde welke mijn hart vervult wegens uwe eigene groote heerlijkheid, en wegens al de vreugde welke Gij, gelukzalig om uw eigen bestaan, geniet, door het voortdurend een grenzeloos genoegen van eeuwig uwen Zoon voort te brengen en uit U beiden den H. Geest te zien voortkomen, alsook om uwe tallooze volmaaktheden welke niemand begrijpen kan. Ook voor al uwe ontfermingen en wondervolle werkingen, die Gij door uwen Zoon zichtbaar maakt en immer zichtbaar maken zult. Voor zijne menschwording en de onuitputtelijke schatten van wijsheid, wetenschap, verdiensten en glorie, welke Gij in zijn allerheiligste mensch-heid verborgen hebt; voor de buitengewone goedertierenheid, waardoor Gij Hem mij tot Vader en Leermeester, tot Leidsman en Verlosser gegeven hebt, en voor al het voordeel mij geworden door zijn leven, lijden en dood. Voor de onbe-

328

-ocr page 359-

MISGEBEDEN.

329

rekenbare menigte van genaden, welke Gij geschonken hebt aan zijne allerheiligste Moeder, de Maagd Maria, welke Gij ook aan mij tot moeder, voorspreekster en beschermster hebt gelieven te geven ; voor hare uitverkiezing en onbevlekte ontvangenis, voor haar wonderbaar moederschap en hare glorievolle opneming in den hemel; voor alle genaden en glorie, waarmede Gij haar op aarde en in den hemel hebt verheerlijkt, en voor alle weldaden, welke Gij door hare tusschenkomst aan geheel de aarde en aan al hare bijzondere vereerders bewijst en voortdurend bewijzen zult. Voor de tallooze legerscharen van Engelen, welker aantal Gij alleen kent die hen geschapen en met de voortreffelijkste hoedanigheden versierd hebt tot uwe eer en onze hulp. Voor die uitstekende gaven, waarmede Gij uwe heiligen en uitverkorenen zoo overvloedig begiftigd hebt en vooral hen die'de H. Kerk heden viert, door wier verdiensten en leering Gij de Kerk gesteund, ketterijen en scheuringen vernietigd en alle geloovigen verlicht hebt. Voor de allerkostbaarste genadegaaf welke Gij uitstort over hen, die Gij zoo krachtig aanspoord tot de hoogste volmaaktheid en toelaat tot een allerzoetste geestelijke gemeenzaamheid met ü. Voor het onuitsprekelijk geduld, waarmede Gij de zondaren verdraagt, hen tot U

-ocr page 360-

MISGEBEDEN.

330

roept en hun de noodige hulp schenkt om zich te bekeeren. Voor elke weldaad welke Gij geschonken hebt aan alle levenden, mijne vrienden en vijanden, geloovigen en ongeloovigen, en aan alle redelijke en onredelijke schepselen. Voor uwe oneindige liefde, waarmede Gij mij als achtervolgd hebt door mij, reeds voor de schepping der wereld, uit te kiezen om heilig en onbevlekt voor uw aanschijn te wandelen. Ik dank U, omdat Gij mij op den bepaalden tijd uit het niet getrokken hebt en doen geboren werden in uwe Kerk, buiten welke geen zaligheid is. 'Omdat Gij mij door het Doopsel met de gaaf uwer genade verrijkt en mijne ziel met de uitstekendste deugden versierd hebt; omdat Gij mij door uwe bewonderenswaardige voorzienigheid aanhoudend hebt bijgestaan, en bewaard en behoedt tegen vele gevaren en aanvallen ; omdat Gij een Engel hebt afgezonden om mij te bewaren, die altijd let op mijne woorden en werken, en mij door zijne inspraken leidt op den weg der zaligheid. Ik dank U, o mijn God ! voor de allergrootste barmhartigheid, waardoor Gij mij, vrijgekocht door het kostbaar bloed van uwen Zoon, uit het bederf der wereld hebt getrokken en, toen ik in zonden nederlag, door uwe aansporing opgewekt hebt en geroepen tot uw wonderbaar licht, niet lettende op mijne zonden om wille mijner boet-

-ocr page 361-

ilISGEBEDEN.

vaardigheid ....

Voor de vele en uitstekende gaven mij in het bijzonder naar lichaam en ziel geschonken. Ik dank U omdat Gij mij zoovele middelen ter zali.-heid, zoovele zintuigen om daarmede de deugd uit te oefenen gegeven hebt; omdat Gij mij zoo dikwijls afgehouden hebt van de zonde, door mij te onttrekken aan de gelegenheden en mijne verkeerde neigingen te verbeteren; omdat Gij mij in uwe barmhartigheid kracht en sterkte hebt gelieven te geven om weerstand te bieden als Gij mij soms bekoord liet worden, en aldus mij in uwe goedertierenheid voor den val bewaard hebt; omdat Gij mij overvloedig voedsel en kleeding geschonken hebt, en alles wat noodig is om volgens mijn staat te leven, en niet ophoudt alles te bestieren en te bewaren voor mij ; omdat Gij, ten einde mij sterker tot U te trekken, mijn lichaam somtijds ziekte, mijne ziel kwelling of tegenspoed overzendt, en door eene wonderbare afwisseling van troost en mistroosting mij leert noch in voorspoed hoogmoedig, noch in tegenspoed kleinmoedig te zijn; omdat Gij mij op den weg uwer geboden geleidt, door mij te doen kennen, willen en volbrengen wat goed is, opdat ik door goede werken mei uwen bijstand zekerder zou komen waartoe ik geroepen ben : het eeuwig genieten van de glorie welke Gij

331

-ocr page 362-

MISGEBEDEN.

uwen uitverkorenen voorbereid hebt. Dit en nog veel meer hebt Gij voor mij gedaan, mijn Heer en mijn God, leven en wellust mijner ziel, en ik zou wenschen daarover altijd te kunnen spreken, altijd daaraan te denken, altijd daarvoor U te danken. Maar uwe oogen zien mijne onvolmaaktheid, want wie ben ik, kind van gramschap en afgrond van duisternis, om voor zoovele weldaden U naar waarde te kunnen danken? Ik zal derhalve den Kelk des heils nemen en dit Dankoffer opdragen voor mij en voor allen, om door dit allerwelgevalligst Offer ü te danken voor hetgeen wij ontvingen, en tevens om nog meerdere weldaden mogen te ontvangen. Amen.

ZOENOFFER.

3. Verzoening voor onze zonden.

Heer ik werp mij voor U neder met vrees en beschaming, gebogen onderden zwaren last mijner misdaden..... Voor de weldaden van U

ontvangen heb ik U de grootste ongerechtigheden en beleedigingen aangedaan ; uwe goedheid heb ik veracht en uwe gerechtigheid niet geteld. Mijne misdaden hebben mij van U gescheiden, en mijne zonden verbergen uw gelaat om mij niet te verhooren. Maar zie, tot U keer ik terug vol smart en spijt U beleedigd te hebben. En omdat

332

-ocr page 363-

MISGEBEDEN.

333

er niets voldoende waarde heeft om uwe oneindige goedheid, door ons beleedigd, genoegzame voldoening kunnen geven, tenzij het Bloed van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, draag ik U dat op als een allesherstellend Zoenoffer voor mijne eigene zonden en voor die van de geheele wereld, opdat Gij aan mij, aan N. N. en aan alle zondaren een oprecht berouw zoudt schenken en mij en hen van de zondenschuld goedertieren vrijspreken, door het zoo bitter lijden en sterven van dienzelfden Zoon, die eenmaal aan het kruis als offer opgedragen, nu weder door mij wordt opgeofferd. In Hem toch vind ik die groote en uitgestrekte zee van zijne verdiensten, waarin al onze misdaden wegzinken ; in Hem dien oneindigen schat van voldoeningen, waardoor al onzen schulden aangezuiverd worden, nadat de kwijtschelding verkregen is. Laat U dan verzoenen, o Heer, over de menigte onzer zonden, en hoor de stem van het Bloed uws Zoons, dat niet om wraak tot U roept, maar om barmhartigheid en vergeving. Heer, wil naar ons luisteren en vergeef aan hen die weenen en boete doen. Geef ons genade om ons zeiven te verbeteren en in het goede te volharden, en wij zullen uwen lof verkondigen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 364-

MISGEBEDEN.

uwen uitverkorenen voorbereid hebt. Dit en nog veel meer hebt Gij voor mij gedaan, mijn Heer en mijn Ood, leven en wellust mijner ziel, en ik zou wenschen daarover altijd te kunnen spreken, altijd daaraan te denken, altijd daarvoor U te danken. Maar uwe oogen zien mijne onvolmaaktheid, want wie ben ik, kind van gramschap en afgrond van duisternis, om voor zoovele weldaden U naar waarde te kunnen danken? Ik zal derhalve den Kelk des heils nemen en dit Dankoffer opdragen voor mij en voor allen, om door dit allerwelgevalligst Offer U te danken voor hetgeen wij ontvingen, en tevens om nog meerdere weldaden mogen te ontvangen. Amen.

ZOENOFFER.

3. Verzoening voor onze zonden.

Heer ik werp mij voor U neder met vrees en beschaming, gebogen onderden zwaren last mijner misdaden..... Voor de weldaden van U

ontvangen heb ik U de grootste ongerechtigheden en beleedigingen aangedaan ; uwe goedheid heb ik veracht en uwe gerechtigheid niet geteld. Mijne misdaden hebben mij van U gescheiden, en mijne zonden verbergen uw gelaat om mij niet te verhooren. Maar zie, tot U keer ik terug vol smart en spijt U beleedigd te hebben. En omdat

332

-ocr page 365-

MISGEBEDEN.

333

j:

er niets voldoende waarde heeft om uwe oneindige goedheid, door ons beleedigd, genoegzame voldoening kunnen geven, tenzij het Bloed van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, draag ik U dat op als een allesherstellend Zoenoffer voor mijne eigene zonden en voor die van de geheele wereld, opdat Gij aan mij, aan N. N. en aan alle zondaren een oprecht berouw zoudt schenken en mij en hen van de zondenschuld goedertieren vrijspreken, door het zoo bitter lijden en sterven van dienzelfden Zoon, die eenmaal aan het kruis als offer opgedragen, nu weder door mij wordt opgeofferd. In Hem toch vind ik die groote en uitgestrekte zee van zijne verdiensten, waarin al onze misdaden wegzinken; in Hem dien oneindigen schat van voldoeningen, waardoor al onzen schulden aangezuiverd worden, nadat de kwijtschelding verkregen is. Laat U dan verzoenen, o Heer, over de menigte onzer zonden, en hoor de stem van het Bloed uws Zoons, dat niet om wraak tot U roept, maar om barmhartigheid en vergeving. Heer, wil naar ons luisteren en vergeef aan hen die weenen en boete doen. Geef ons genade om ons zeiven te verbeteren en in het goede te volharden, en wij zullen uwen lof verkondigen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 366-

MISGEBEDEN.

SMEEKOFFER.

4. Smeeking om nieuwe genaden en weldaden.

Omdat Gij, in uwe nooitvolprezene goedgunstigheid en barmhartigheid, gewild hebt dat de priester voor U zou optreden als afgezand van alle menschen, zoo levende als doode, draag ik uw alleronwaardigste dienaar, in vereeniging met hen, aan U, allergoedertierenste Yader, dit eerbiedwaardig offer op, dat eene oneindige kracht heeft om te verkrijgen wat noodig is voor de noodwendigheden en behoeften van ieder in het bijzonder, opdat Gij, door het lijden en den dood van Jesus Christus onzen Zaligmaker, hunne beden en tranen barmhartiglijk zoudt willen verhooren, en een ieder in uwe hulp doen dee-len. Wil dan acht geven op mij, en mijn gebed verhooren dat ik voor allen tot U opzend. Keer uw aangezicht niet af van mij om mijne tal-looze zonden, want niet om mijne eigene rechtvaardigheid waag ik het tot U te smeeken, maar in naam van uwe Kerk en van uwen eenig geliefden Zoon.

Ontferm U dan, o Heer, over allen die Gij gemaakt hebt, en vervul hen met uwe kennis en uw geloof, opdat Gij met hen die uw erfdeel zijn geprezen wordt. Geef allen een levendig geloof en een allervurigste liefde tot U, en sluit

334

-ocr page 367-

MISGEBEDEN.

335

den mond niet van hen die U loven. Stort len uwe barmhartigheid uit over de volken die U niet kennen, Turken, Mooren, Afgodendienaren, ?un- Joden, Ketters, Scheurmakers die in den don-; de keren nacht des ongeloofs als begraven liggen, van Red hen uit hunne dwalingen en verlicht hunne ' ik harten, opdat zij U kennen en Jesus Christus, net dien Gij gezonden hebt. Verijdel de plannen der :er- goddeloozen, opdat zij geen schade toebrengen Jht aan uw rijk en aan de uitbreiding uwer glorie, de en verlos uwe dienaren uit de handen hunner iet vijanden. Heilig uwe Kerk, door uwe rechter od hand gesticht; neem alle ergernissen, on-üe eenigheden en scheuringen van haar weg ; opdat gt;n het eindelijk één schaapstal en één Herder worde, e- G-eef aan onzen Opperpriester, en aan alle 'd kerkelijke overheden dat zij de hun toever-;r trouwde kudde als trouwe herders voeden, met 1- de vrucht des gebeds, het voorbeeld van een i heilig leven, het woord der prediking en den r steun der liefde. Dat zij altijd den hun opge-legden last naar waarde schatten en onberispelijk hun priesterambt waarnemen mogen. Bewaar alle kerkelijke Orden, opdat ook zij, door het sieraad hunner deugd en den glans van heiligheid, hun licht doen schijnen voor de menschen. Geef aan alle religieuzen den ijver en de volmaaktheid welke zij bij hunne instelling had-

-ocr page 368-

MISGEBEDEN.

den ; geef aan de oversten ijver voor tucht, aan de onderdanen gehoorzaamheid, opdat alle waardig volgens hun staat mogen leven.

Geef aan de predikers dat zij de deugd verkondigen, opdat zij zoovelen mogelijk uit het slijk der zonden opbeuren en tot uwe vrees en liefde terugvoeren mogen. Verlicht met uwe wijsheid alle koningen en vorsten en alle overheden ; opdat zij hunne onderdanen in rechtvaardigheid besturen, den vrede liefhebben, de Kerk eeren, uwe geboden onderhouden, en over de vijanden van ons heilig Geloof door uwen bijstand zegepralen mogen. Behoed uwe dienaren voor hongersnood, pest en oorlog, voor vervolgingen en laster, voor alle gevaren en tegenspoeden, voor allen geestelijken en ligchamelijken nood, voor alle kwelling tegenspoed; en sta hen bij, die door uw toelaten verdrukt en gekweld worden, opdat allen de hulp uwer barmhartigheid gevoelen. Laat niet toe dat zij vallen, die in gevaar of gelegenheid van zonde zijn ; en bewaar hen, die Gij met het allerkostbaarst geschenk uwer genade verrijkt hebt. Sta de stervenden bij, opdat zij, door een waar berouw gezuiverd en brandend van liefde tot U, de listen des duivels ontkomen en bevrijd blijven van de eeuwige verdoemenis. Gedenk zoovele ongelukkige zondaren, die ongelukkig in den afgrond der doodzonde

336

-ocr page 369-

MISGEBEDEN.

337

gevallen zijn en zonder uwe hulp daaruit niet kunnen opstaan, en verleen hun krachtdadigen bijstand, opdat zij zich oprichten en berouw gevoelen. Wil ook al onze vijanden uwe liefde en zachtzinnigheid instorten, en bevrijd ons van de hinderlagen der boozen. G-eef hun, die ik beleedigd of geërgerd heb, kwijtschelding hunner zonden en eene ware verbetering. En verlicht o Heer, al onze vrienden en weldoeners, bloedverwanten en betrekkingen door uwe genade, ontsteek hen door uwe liefde, opdat zij U alleen zoeken, U alleen beminnen en hunne werken ten allen tijde vol verdiensten mogen zijn in uwe oogen . . . Bescherm allen, die mij zijn toevertrouwd en aanbevolen, en voor wie ik verplicht ben te bidden, bijzonderlijk voor N. N. : bestier en behoed hen volgens uw welgevallen, opdat niemand hunner verloren ga. Sta allen bij, voor wie Gij wilt dat ik bidden zal, hoewel ik het niet weet; bescherm al uwe dienaren die U het meest beminnen, ofschoon ik hun aantal en hunne namen niet ken; en vermeerder het geloof, de hoop, de liefde en den ijver der rechtvaardigen, der flau-wen en tragen, opdat zij weldra tot de hoogste volmaaktheid mogen geraken. Wend uwe goe-dertierende oogen tot de zielen die in het vagevuur weerhouden worden, vooral tot haar die het meest onze voorspraak noodig hebben, en geef

-ocr page 370-

jiisamp;ebeden.

haar de eeuwige rust. Eindelijk, gedenk ook mijner, den ellendigste en onwaardigste van allen, die daarom zooveel meer dan anderen de hulp uwer genade noodig heb omdat de ziekte mijner ziel grooter is en mijne krachten geringer zijn. Doof alle aardsche begeerten in mij uit en ontvlam in mij het vuur uwer liefde. Richt mijne schreden op den weg uwer waarheid, en geef dat ik volharden moge ten einde toe, door Christus uwen Zoon, wien met U en den H. G-eest lof en eer zij in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Yader die in den hemelen zijt, geheiligd zij uw naam, laat toekomen uw rijk, uw wil geschiede op de aarde als in den hemel, geef ons heden ons dagelijksch brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren, en leidt ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.

van Agnus I)ei tot het einiie dee mis.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden de:: wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt geef ons vrede.

Heer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen

338

-ocr page 371-

MISGEBEDEN.

gezegd hebt: Ik laat u den vrede, Ik geef u mijnen vrede: zie niet op mijne zonden maar op het geloof uwer Kerk, en verwaardig U, vol. gens uwen wil, haar vrede en eendracht te ver-leenen. Die leeft en heerscht. God door alle eeuwen der eeuwen. Amen,

Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden G-od, die uit den wil des Araders met medewerking des H. Geestes, door uwen dood de wereld hebt levendgemaakt, verlos mij door dit uw allerheiligst Ligchaam en Bloed van al mijne ongerechtigheid en alle kwaad ; en maak dat ik altijd uwe geboden onderhoude, en laat niet toe dat ik ooit van U gescheiden worde. Die met denzelfden God den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht. God door alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.

339

(1) Dat de nuttiging van uw Lichaam, Heer Jesus Christus, hetgeen ik onwaardige mij vermeet te ontvangen, niet strekke tot mijn oordeel en mijne verdoemenis ; maar, door uwe goedertierenheid, tot bescherming van ziel en lichaam en genezing mijner kwalen. Die met God den Vader leeft en heerscht in de eenheid des heiligen

g-

n

(1) Als men uiet werkelijk communiceert wekke men een vurig verlangen op naar de nnttiging van 's Heeren Vleesch en Bloed.

-ocr page 372-

MISGEBEDEN.

Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJ HET EINDE DER MIS.

Wat zal ik U wedergeven, Heer, voor alles, wat Gij mij gegeven hebt! Daar Gij, o mijn Jesus, U den hemelschen Vader opgeofferd hebt voor mij, wil ik mij uit dankbaarheid geheel aan U opofferen. Opnieuw verbind ik mij aan uwe heilige wet en onderwerp mij aan uwe alwijze beschikkingen. O, dat ik bij U genade vinde om in elke omstandigheid mijns levens, ook in kwelling en wederwaardigheid, welmeenend en gelaten te kunnen zeggen: Heer, ik ben de uwe, niet mijn wil maar uw wil geschiede.

Laat dit offer mijner dienstbaarheid U behagen, o drieëenige God! en zegen mijne heilige voornemens. Zegen ons allen door de hand des priesters, en dat uw zegen altijd over ons blijve: in den naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes. Amen.

Evangelie van den H. Joannes I, 1—14.

In het begin was het woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door hetzelve geworden, en zonder hetzelve is niets geworden, dat geworden is. In hetzelve was het leven, en

340

-ocr page 373-

misgebeden.

het leven was het licht der menschen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis nam het niet op. Er was een mensch van God gezonden, die tot naam had Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het was het waarachtige licht, hetwelk ieder mensch verlicht die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft hem niet gekend. In zijn eigendom is Hij gekomen, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zoo velen als Hem aangenomen hebben, aan die heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden ; aan hen, die in zijnen naam gelooven, die niet uit bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Wooed is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond, (en wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als des Ééniggeborenen van den Vader,) vol genade en waarheid.

voordat men de kerk verlaat.

Ik dank U, o God, voor de genade, dat ik de H. Offerande heb mogen bijwonen. Ik vraag U vergeving voor alle gebreken, waaraan ik mij

341

-ocr page 374-

ilISGEBEDEN.

door flauwheid of verstrooiing heb plichtig gemaakt. Ik hoop, gesterkt door de kracht dei-heilige Geheimen, mijne bezigheden te beginnen tot uwe eer en glorie en tot zaligheid mijner ziel. Amen.

1

ï bar 1

nig

en

re w

VI

gquot;

l( d o d

342

-ocr page 375-

BOETGEBEDEN.

PS. L. MISERERE.

1. Ontferm U mijner o C od, naar uwe groote barmharfigheid.

En delg mijne ongerechtigheid uit naar de menigte uwer ontfermingen.

Wasch mij schoon van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonden.

Want ik erken mijne ongerechtigheid, en mijne zonde staat mij altijd voor oogen.

Tegen u alleen heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad was in uwe oogen, opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uwe woorden en overwint als Gij geoordeeld wordt.

? ge-; der egin-ijner

Want ziet, in ongerechtigheden werd ik ontvangen, en in zonden ontving mij mijne moeder.

(') Opdat: en Gij hebt deze mijne misdaad toegelaten, om uwe getrouwheid in het vervullen uwer beloften te doen blijken, en opdat zij beschaamd worden die meenen, dat Gij om mijne zonden uwe beloften, omtrent den duur van mijn rijk en de afstamming van den Messias uit mijn geslacht, niet zoudt volbrengen.

an

=

-ocr page 376-

BOETGEBEDEN.

(De erfzonde als beweegreden ter verkrijging van Gods erbarming.)

Want zie, Gij bemint de waarheid: C1) de verborgenheden en geheimen uwer wijsheid hebt G-ij mij geopenbaard. (2)

Bespreng mij met hyzop, (3) en ik zal rein worden; wasch mij, en ik zal witter worden als sneeuw.

Doe mij (woorden van) vreugde en blijdschap hooren, en mijn vermorzeld gebeente zal juichen.

Wend uw aangezicht af van mijne zonden en wisch al mijne ongerechtigheden uit.

Schep een zuiver hart in mij, o God, en vorm een rechten geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen heiligen geest niet van mij weg.

Schenk mij de vreugde uws heils weder, en ondersteun mij met een gewilligen geest. (4)

Ik zal den zondaars uwe wegen leeren, (5) en

(') De oprechtheid mijner schuldbekentenis. — Een tweede beweegreden ter verkrijging van barmhartigheid.

(2) De geboorte van den Messias en andere geheimen hebt gij mij, als een vriend, geopenbaard.

(a) David vergelijkt zich met eenen melaatsche, die volgens de Wet met hyzop, gedoopt in het bloed van eene nmsch, besproeid werd.

(') Altijd vaardig- en gereed tot medewerking met de genade.

(5) Uit dankbaarheid voor de bekomen erbarming.

344

-ocr page 377-

BOETGEBEDEN.

de goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.

Bevrijd mij van de bloedschuld, O) o God, Gij God mijns heils, en mijne tong zal met blijdschap uwe gerechtigheid verheffen.

Heer, open mijne lippen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij een offer (2) gewild, ik zou het gewis gebracht hebben: brandoffers behagen ü niet.

Een offer aan God (welgevallig) is eene bedroefde ziel: een vermorseld en verootmoedigd hart, dit zult Gij, o God, niet versmaden.

Handel in uwe goedheid, o Heer, genadig met Sion, dat Jerusalem's muren worden opgebouwd.

Dan zult Gij offers van gerechtigheid, gaven en brandoffers aannemen : dan zal men kalveren op uw altaar leggen. Amen.

ANDER BOETGEBED.

Ik belijd, o Heer, voor uw heilige alwetendheid al de zonden en misdaden, waardoor ik U vertoornd heb. Helaas! ik ben een groot zondaar. Ik heb uw heilige geboden overtreden, uwe

(') Van den moord aan Ui'ias gepleegd.

(2) David zegt hier Gods lof te zullen verkondigen, „want hadt Gij om mijne zonden uit te boeten een offer geëischt, ik zou het zeker gebracht hebben; maar een brandoffer op zich zelt behaagt U niet zoozeer dat daardoor de zonden vergeven worden.

345

-ocr page 378-

BOETGEBEDEN.

goddelijke majesteit en vaderlijke goedheid gehoond ; in allersnoodste ondankbaarheid heb ik, ellendig schepsel, mij tegen uw aanbiddelijken wil verzet; U, oneindig beminnelijken God heb ik verlaten, en gehoorzaamd aan de verdervers mijner ziel. Ik heb mij van uwe zoete liefde losgescheurd en de eeuwige straffen uwer wraak verdiend. Ja, groote God! ik heb verdiend in eeuwigheid door U verworpen te worden en in den afgrond der hel met de pijnen der verdoemden troosteloos te boeten, wat ik mij verstout heb tegen U te bedrijven. Maar ach! ik werp mij voor uw medelijdende goedheid neder en smeek U ootmoedig: Wil mij toch in uwe verbolgenheid niet tuchtigeo, noch kastijden in uwe gramschap.

Ontferm U veeleer over mij, o Heer, want ik ben zwak, en genees mijne gewonde ziel, in plaats van haar van U af te stooten. Ik ben wel niet waardig dat Gij mij verhoort, ik, die zoo vaak geweigerd heb naar uwe stem te luisteren. Ik heb ook niets om mij te verschoonen : zelfs durf ik mijne groote zwakheid nauwelijks inbrengen als verontschuldiging voor mijn kwaad, want Gij, mijn God, waart nltijd bereid die te versterken. Door menigvuldige genaden steldet Gij mij immer in staat om de bekoringen en aanlokselen tot zonde te overwinnen ; daarom is

346

-ocr page 379-

BOETGEBEDEN.

het mijne schuld, mijne eigene, allergrootste schuld, dat ik gezondigd heb, uw vijand geworden ben, en mijne ziel, met doodelijke wonden overdekt, afzichtelijk geworden is voor uwe oogen. Maar hierom, o Grod, roep ik des te luider uwe erbarming over mij. Sla een genadigen blik op mijne ellenden. Word toch bewogen over het lot eener ongelukkige ziel, die zoozeer gewond en verscheurd is tusschen de klauwen van satan; genees mijne ellende en reinig mij in het Bloed van uwen lieven Zoon Jesus Christus.

Ik open U mijn hart, o God, en betuig in waarheid, dat ik voor mijne zonden reeds vele straffen heb verduurd. Ik droeg een hel in mijn binnenste, van het uur af, dat ik U door de zonde heb verlaten. Alle rust en tevredenheid vloden mij weg, bittere wroeging en scherpe verwijtingen vermocht ik nimmer te stillen, ik werd vervolgd door mij zeiven bij dag en bij nacht; en als Gij, mijn God, in uw grenzelooze goedheid mijn oog soms beter de zwaarte mijner zonden deed zien en den afgrond van het eeuwige vuur, waarin Ik zou moeten nederzinken, ach, dan verstijfde ik van schrik, en beefden mijne beenderen en werd geheel mijne ziel ontroerd. Heer ! hoe lang zult Gij dulden, dat ik verwijderd ben van uwe vriendschap en ten prooi aan zoo groote verschrikking!

347

-ocr page 380-

BOETGEBEDEN.

Wend U dan tot mij, genadige Yader, en red de ziel van uw verloren kind uit haar tegenwoordig en toekomstig verderf. Dit bid ik U om wille uwer barmhartigheid, waardoor G-ij zelf mij het verlangen hebt ingegeven om tot U weder te keeren. Gij wektet Lazarus op uit den dood, toen hij reeds vier dagen in het graf was, opdat de werken uwer almacht des te beter zouden uitschijnen; en door mij, die een zoo groot zondaar ben, tot het leven uwer liefde terug te roepen, zult Gij het alvermogen uwer genade en de onmetelijkheid uwer ontfermingen doen zien.

Groote God! ik gevoel een oprecht verlangen om U te loven, te danken en te beminnen. Maar laat mij dan niet langer in de zonde en verwijs mij niet ter helle, waar ik U niet loven noch beminnen kan! Gij behoeft wel niet den lof uwer schepselen, noch de liefde der menschen om eeuwig heerlijk en oneindig gelukkig te wezen ; maar Gij wilt toch dat men U lof en liefde schenke. Ach, Heer, hoe zal ik hierin uw wil kunnen volbrengen, zoolang ik in uwe ongenade blijf; want de lof van zondige lippen behaagt U niet, en uit de hel stijgen slechts kreten van wanhoop omhoog.

Sla uwe oogen, bid ik ü, op mijn berouw en op mijn innig leedgevoel over mijne zonden.

348

-ocr page 381-

BOETGEBEDEN.

Verhoor mijn zuchten en geween. O, kon ik in een vloed van tranen mijne misdrijven uitwis-schen ! Doch neen, mijne boete kan niet anders dan de gebede om genade ondersteunen ; mijne ziel van misdrijven zuiveren, dat kan alleen uwe ontferming, o mijn God! door het Bloed van mijnen Zaligmaker, uwen eenigen Zoon.

Beschaamd over de grootheid mijner zonden, beangst voor uwe straffen, doch tevens hopend op uwe goedheid, bid ik ootmoedig: Schenk mij, o God, uw heilige liefde weder. O mij dwaze, dat ik zonder U te beminnen, omringd door vijanden mijner ziel uren en dagen leven dorst! Nu gevoel ik dat mijn hart niet rusten kan voor dat het rust in U, en dat in uwe liefde alleen zielezaligheid is te vinden.

Ik verzaak de zonde en allen omgang met hen die onrecht plegen. Wil toch mijn Heer en God, de stem mijner tranen hooren en mijne smeeking niet versmaden. Ja, Gij zult mij in uwe liefde weder opnemen, en stellen onder het getal uwer kinderen. Voor goed en onafscheidelijk hecht ik mij aan uwe liefde vast; voor eeuwig zeg ik vaarwel aan de zonde, en aan de gevaren en gelegenheden tot zondigen. Ik haat en verzaak alle ongerechtigheid. Ga van mij, satan, met al uwe verleiding en uwe begoochelingen. Ik scheur mij los uit uwen dienst, om mij eenig en alleen

349

-ocr page 382-

BOETGEBEDEN.

te verbinden aan de liefde Gods, die is inJesus Christus onzen Heer!

Nog ééne bede, liefdevolle God, wenschikmet alle vurigheid te doen. Als ik tot U ben wedergekeerd, ach, voer dan ook hen terug, die mij tot zonde gebracht hebben, of medeplichtig zijn aan mijne misdaden. Ontferm U bijzonder over hen, die ik aanstoot gaf of ergernis en die ik aan uwe liefde onttrokken heb, opdat zij allen hun ongeluk mogen beseffen, en met een berouwvol hart uwe ontferming komen inroepen, o mijn God, die den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve. Amsn.

GEBED VÓÓR HET KRUISBEELD.

Van iemand die, na lang in zonde geleefd te hebben, nu het verlangen gevoelt zich tot God te bekeeren.

(Naar St. Aug. Medit. Cap. XIII.)

Lijdende Heiland! God van oneindige liefde en ontferming voor den zondigen mensch ! Duld dat ik onwaardige mij aan uwe voeten neder-werp, en mijne beangstige ziel voor U uitstort, voor U die alleen haar kunt redden. Ach, mijn Jesus! hoe zwaar drukt mij de last mijner menigvuldige zonden! Gejaagd, gekweld en gepijnigd word ik van alle zijden. Bij dag noch bij

350

-ocr page 383-

BOETGEBEDEN.

nacht is er voor mij vrede of rust, maar overal word ik door inwendige wroeging gefolterd, overal achtervolgt mij de vrees uwer rechtmatige gramschap. O God ! het is mij zoo bitter geworden, U te hebben verlaten. Veel heb ik misdreven. Ver ben ik van uwe liefde afgedwaald ; als uw vijand heb ik geleefd; zoo vele kostbare genaden en gelegenheden tot bekeering heb ik versmaad en gespot met uwe lankmoedigheid: nu vervult dit alles mijne ziel met beschaming voor uwe

(alwetende tegenwoordigheid. Het is te vreezen, dat uw goedertieren geduld weldra een einde neme, zoo ik mij niet haast om met U verzoendalwetende tegenwoordigheid. Het is te vreezen, dat uw goedertieren geduld weldra een einde neme, zoo ik mij niet haast om met U verzoend

Ite worden. Barmhartige Jesus ! ik dank U duizendmaal, dat Gij mij nog niet in eeuwigheid verworpen hebt. Ik dank U voor de groote genade, dat Gij mij de wroeging des gewetens en de vrees voor uwe oordeelen gelaten hebt, waardoor ik thans aangedreven word, om op te staan en mij te bekeeren. Ach, lieve Jesus, ik gevoel een vurig verlangen om mij te beteren, om U te beminnen, om uw kind te worden. Verwerp mij niet van uw goddelijk aangezicht. Thans besef ik, hoe zwaar ik gezondigd heb en hoe onwaardig ik ben, om vergiffenis te erlangen. Maar bij U, o Heer, is overvloedige verlossing, ook voor den grootsten zondaar. Gij zijt gekomen om zondaren te zoeken en zalig te maken. Ver-te worden. Barmhartige Jesus ! ik dank U duizendmaal, dat Gij mij nog niet in eeuwigheid verworpen hebt. Ik dank U voor de groote genade, dat Gij mij de wroeging des gewetens en de vrees voor uwe oordeelen gelaten hebt, waardoor ik thans aangedreven word, om op te staan en mij te bekeeren. Ach, lieve Jesus, ik gevoel een vurig verlangen om mij te beteren, om U te beminnen, om uw kind te worden. Verwerp mij niet van uw goddelijk aangezicht. Thans besef ik, hoe zwaar ik gezondigd heb en hoe onwaardig ik ben, om vergiffenis te erlangen. Maar bij U, o Heer, is overvloedige verlossing, ook voor den grootsten zondaar. Gij zijt gekomen om zondaren te zoeken en zalig te maken. Ver-

351

-ocr page 384-

BOETGEBEDEN.

troost dan, bid ik U, mijn terneergeslagene ziel door de zoete hoop op vergeving. Bewaar mij voor dezen valstrik van den boozen geest, dat ik ooit wanhope aan uwe barmhartigheid. Ach neen! genadige Zaligmaker, laat zulks niet toe; want aan het kruis aanschouw ik uw doorwond Lichaam, en ik weet dat het ook voor mij gewond, doornageld en doorstoken werd. Ik zie uw goddelijk zoenbloed nederstroomen, en het stroomt ook voor mij. Gij hangt aan het kruis met uitgestrekte armen, om ook mij, hoe ellendig en verwerpelijk ik ben, te omhelzen. Gij buigt het hoofd tot den kus van vriendschap, en uw geopende zijde toont den toegang tot uw goddelij-ken liefdevol Hart.

Ik wil niet langer wederstand bieden aan zooveel zorgvolle liefde als Gij, mijn God, getoond hebt om mijne ellendige ziel voor U te winnen. Ik wil de uwe worden, de uwe zijn en blijven in eeuwigheid. Ik zal opstaan en tot U, mijn besten Vader, wederkeeren. Ik wil rouwmoedig beweenen al wat ik tegen U misdaan heb. In oprechtheid des harten en in den geest van boetvaardigheid wil ik mijne zonden belijden, aan uwen dienaar, dien Gij macht gegeven hebt om mijne ziel te ontbinden, en met bereidwilligheid zooveel mogelijk door boetwerken voldoen, aan uwe gerechtigheid. Ondersteun mij, smeek ik U

352

-ocr page 385-

BOETGEBEDEN.

Dotmoedig, door nieuwe genaden. Voltrek nu, Heer, het goede werk, dat Gij in mij begonnen liebt. Doordring mij van innig berouw. Geef mij de kennis van het aantal mijner zonden. Schenk mij den geest van ware boetvaardigheid. Ontneem mij alle verkeerde vrees en geef mij moed, om met oprechtheid te verklaren, hoezeer ik schuldig ben voor U. Sterk mij op den weg des heils, versterk mij in de gemaakte besluiten. Doe mij overwinnen in alle moeilijkheden, die misschien door toedoen des bekoorders mijne be-Ikeering in den weg staan, en vergoed in uwe eindelooze goedertierenheid wat aan mijne boete ontbreekt.

O goede Jesus, dat ik U spoedig wedervinde, en mij verblijde in du bekomen vergiffenis, in het bezit uwer vriendschap, in de rust van een zuiver geweten, en dat ik smake hoe zoet het is ü te beminnen. O, dat ik, weder opgenomen in uwe liefde, mij aan die liefde onafscheidelijk vast-hechte, om in alle eeuwigheid U te loven en te danken, omdat Gij U over mij, ellendigen zondaar, zoozeer ontfermd hebt. Amen.

Vergeten wij toch niet om, na het ontvangen van vergiffenis in het H. Sacrament van boetvaardigheid den Heer onzen God voor zulke groote weldaad den vurigstcn dank te zeggen : opdat wij Hem door onze onverschilligheid niet dadelijk weder bedroeven en de

353

-ocr page 386-

BOETG-EBEDEN.

klacht van Jesus over de melaatschen ons niet gelde;] „Zijn er geen tien gereinigd, waar zijn de negen?quot;

DANKG-EBED NA BEKOMEN VEEGIFFENIS.

Ps. CII. Benedic. (')

1. Loof, mijne ziel, den Heer, en heel mijn bin-| nenste love zijnen heiligen naam.

2. Loof, mijne ziel, den Heer, en wil niet eene| zijner weldaden vergeten:

•3. Loof Hem die alle uwe zonden vergeeft, die| al uwe krankheden geneest.

4. Die u red van den dood en u kroont met ont-1 ferming en barmhartigheden.

5. Die u goederen verschaft naar wensch : uwe | jeugd wordt vernieuwd als van een arend.

6. De Heer doet barmhartigheid en recht aan allen, die onrecht lijden.

7. Hij heeft zijne wegen aan Mozes bekend gemaakt, zijn wil aan Israels kinderen.

8. Genadig en barmhartig is de Heer, lankmoedig en van groote goedertierenheid.

9. Met voor altijd is Hij vergramd, en Hij dreigt niet eeuwiglijk.

354

noch 11.

10. Met naar onze zonden heeft Hij ons gedaan,

(') Een lofpsalm waarin David God dankt voor de weldaden aan hem bewezen 1—5 en vervolgens voor die welke Hij aan gansch Israël betoonde 6—18 en eindelijk al het geschapene uitnoodigt om God te loven. 19—22.

-ocr page 387-

BOETGEBEDEN. 355

noch naar onze ongerechtigheden ons vergolden.

11. Want zoo hoog als de hemel boven de aarde is, zoo groot maakte Hij zijne barmhartigheid jegens hen die Hem vreezen.

12. Zoo ver het Oosten van het Westenis, zoo-verdeed Hij onze ongerechtigheden van ons weg.

13. Zooals een vader zich over zijne kinderen ontfermt, zoo heeft de Heer zich ontfermd over hen die Hem vreezen : want Hij weet welk maaksel wij zijn.

14. Hij is indachtig dat wij stof zijn. De mensch, zijne dagen zijn als gras ; C1) als een veldbloem, zoo bloeit hij.

15. Als de wind daarover is gegaan dan bestaat zij niet meer, en zij kent hare plaats niet meer.

16. Maar 'sHeeren barmhartigheid is van eeuwigheid tot eeuwigheid over hen die Hem vreezen.

17. En zijne gerechtigheid is over de kinderen der kinderen die zijn Verbond bewaren,

18. En zijne geboden indachtig zijn, om ze te onderhouden.

19. De Heer heeft in den hemel zijn zetel, en over alles heerscht zijne gebiedsmacht.

20. Looft den Heer, gij al zijne engelen, die machtig zijt in kracht en zijn woord volbrengt gehoorzaam aan de stem van zijn gebod.

(') Weldra verschroeid door de zonnehitte.

-ocr page 388-

BOETGEBEDEN.

21. Looft den Heer gij al zijne heirscharen, gij, zijne_ dienaren, die zijnen wil volbrengt.

22. Looft den Heer gij al zijne werken op alle plaatsen zijner heerschappij.

Looft den Heer, mijne ziel!

ANDER DANKGEBED.

Hoe gelukkig ben ik thans, o G-od en hoe on begrijpelijk groot is uwe barmhartigheid. Hoe waar is het, dat Gij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij komen zal en om vergevin bidden, opdat Gij, goede God, die onverwijld zoudt schenken. Kon ik mij wel over uwe gestrengheid beklaagd hebben, als ik eerst na lange boetvaardigheid en vele boetplegingen vergiffenis had verworven ? Helaas! ik ellendig schepsel, heb durven opstaan tegen U, mijn Schepper en Heer. Zoo ondankbaar ben ik geweest, dat ik al het goede, van uwe liefde ontvangen, vergeten heb, en ontrouw geworden ben aan de heiligste en zoo dikwijls herhaalde beloften vanü te dienen en met wederliefde te beminnen. Ik beleedigde U met vele zonden; ik weigerde U mijne liefde; ik scheurde mij van U los en gaf mijne ziel aan den duivel, uw bittersten vijand. Ach, wat had ik niet verdiend van uwe straffende gerechtigheid ! Ja, mijn God. als Gij mij zonder erbarming tot de eeuwige pijnen der hel hadt verwezen, dan

356

-ocr page 389-

BOETGEBEDEN.

hadt Gij mij naar mijne werken vergolden, enikzou moeten bekennen, dat uwe oordeelen rechtvaardig waren geweest. Maar geheel anders hebt Gij met mij gedaan, o God van eindelooze ontferming. Gij hebt mij vergeven : zelfs op het eerste oogenblik, dat ik tot TJ wederkeerde, waart Gij bereid mij alles kwijt te schelden. Wat heb ik toch gedaan, waardoor ik zooveel goedheid verdien? Welke werken van boete en voldoening bracht ik aan, dat Gij zoo spoedig uwe gramschap hebt afgewend? Helaas! ik maakte mij integendeel uwer barmhartigheid aanhoudend meer onwaardig ; ik vergrootte het aantal mijner schulden ; ik verwijderde mij hoe langer zoo meer van U, totdat Gij, oneindig liefdevolle Heer, bezorgd voor mijn heil en naijverig op mijne liefde, mij uw krachtige hand hebt toegereikt, en na de gevoelens van berouw, die ik te kennen gaf, tot mijne ziel hebt gesproken: Uwe zonden worden u vergeven ; ga in vrede, maar zondig voortaan niet meer.

Welk een zoeten vrede, welke zaligheid smaakt thans mijne ziel, nu ik vertrouwen mag, dat Gij haar in vriendschap hebt aangenomen ! Geef, o mijn God, dat ik nimmer verflauwe in de dankbaarheid, welke ik U schuldig ben en aanbied met alle oprechtheid en vurigheid mijns harten. Ik kan het niet genoeg herdenken, hoe gemak-

357

-ocr page 390-

BOETGEBEDEN.

kelijk Gij het den afgedoolden zondaar maakt om uwe vriendschap te herkrijgen. Als ik een mensch, dien ik verplicht was te gehoorzamen of te beminnen, slechts een enkele maal beleedigd had, het ware wellicht genoeg geweest, om onherstelbaar zijne gunst te verliezen. Na duizend smeekgebeden om vergeving; na de levendigste betuigingen van berouw; na alle soort van verootmoedigingen, beloften of vergoeding zou zijne gramschap niet te stillen zijn, of zijne af-gekeerdheid te verminderen ; terwijl Gij, eeuwige God, oneindig boven mij en alle schepselen verheven, op de eerste bede om vergiffenis, mij arm zondaar, hebt verhoord, en zelfs verheugd waart, mij te kunnen vergeven. Ik loof en prijs uwe aanbiddelijke goedheid, ik zegen in eeuwigheid uwe barmhartigheid. Als een medelijdend Vader zijt Gij uw afgedwaald kind te gemoet gekomen ; hebt Gij het omhelsd, zonder acht te geven op zijne onwaardigheid, en het den vredekus gegeven. Alleen vraagdet Gij van mij, dat mijn terugkeer oprecht zoude zijn ; dat ik geen veinzerij zou plegen in boete of belijdenis en dat ik voortaan van harte uw kind wilde zijn ; dan zoudt Gij in eeuwigheid mijne misdaden niet meer gedenken.

Ik betreur het thans allermeest, dat ik niet terstond na de eerste zonde tot U ben weder-

358

-ocr page 391-

BOETGEBEDEN.

gekeerd. Ik beween de dwaasheid en het ongeluk der zondaren, die verre verwijderd van uwe liefde blijven voortleven, want op den weg der ongerechtigheid kunnen zij geen geluk of genoegen vinden. Zóó goed zijt Gij, o mijn God, dat Gij den duivel niet in het rustig bezit der zielen laat, die hij van uwe liefde heeft afgescheurd. Uwe hand doet Gij zwaar op hen drukken. Gij geeft hun vele kwellingen en tegenspoed: zij matten zich af op den weg der boosheid en waarheen zij zich ook wenden om verkwikking en zielerust te vinden, altijd voelen zij de zonden steken als puntige doornen.

Omdat Gij, o liefdevolle God, ook aldus met mijne ziel geha.ndeld hebt, voelde ik mij opgewekt om de zonde te verfoeien. In bedruktheid des harten heb ik mij voor ü vernederd; io rouwmoedigheid ben Ik, o Heer, tot het Sacrament der boete genaderd, om mijne zonden oprecht te belijden ; en Gij, God mijns heils, hebt niet gedraald om mij de woorden van blijdschap en vreugde te doen hooren, dat ze alle vergeven waren.

Dat alle Engelen en alle Heiligen des hemels U loven en prijzen om zooveel goedheid, welke Gij aan ellendige zondaren betoont.

In uwe genade weder opgenomen, wensch ik geen ander verlangen te hebben, dan om U door een

859

24

-ocr page 392-

BOETGEBEDEN.

godvreezenden levenswandel te toonen, dat mijn terugkeer oprecht is geweest. Ik bid U om standvastigheid in uwe goddelijke liefde. Gij, Heer, zijt mijne toevlucht en sterkte. Ik ben echter bevreesd wegens mijne groote zwakheid ; altijd leeft in mij de neiging tot kwaad en mijne hartstochten zijn niet gestorven. Is het leven hier beneden niet een tijd van beproeving en strijd, en de wereld niet vol gevaren tot zonden ? Ach, ook de duivel zal trachten weder mijne ziel in zijne strikken te vangen ; en in feller woede ontstoken, omdat zijne prooi hem ontrukt is, zal hij meer listen gebruiken om mij ten val te brengen. Groote G-od ! al mijne hoop is gevestigd op U en op de sterkte uwer genade. Zonder U kan ik niet getrouw blijven, zonder uwe hulp niet ontkomen aan de gevaren die mij omgeven. Hoe gelukkig ik heden ook ben, omdat ik met U verzoend werd : toch, ben ik verloren, als Gij mij niet verder bijstaat. Gij, mijn Heer en mijn God.

Ik hoor echter uwe liefdevolle stem, die mij toeroept: Vrees niet. Ik zal u voorlichten, Ik zal u den weg wijzen dien gij volgen moet, en mijn wakend oog zal op u gericht blijven. Wil niet doen gelijk verstandelooze lastdieren, die aan den toom geleid worden waarheen men ze voeren wil; blijf gij op den weg mijner geboden, laat u lei-

360

-ocr page 393-

BOETGEBEDEN.

den door mijn woord, en Ik zal u beschermen.

Hoe zal ik U genoeg kunnen danken, o mijn Clod, voor het geluk, dat mijne ziel heeft weder-gevonden. G-ij geeft in het Sacrament van boetvaardigheid den rouwmoedigen zondaar niet slechtg vergiffenis van alles, hoe zwaar hij ook heeft misdaan ; Gij schenkt hem daarenboven door de kracht van ditzelfde Sacrament ook bijstand om niet te hervallen, en om te overwinnen in eiken strijd. Welk een onbegrensd vertrouwen en welk een heilige moed vervullen mijne ziel bij de gedachte, dat Gij zelf, o mijn God, mijne onweten-heid zult voorlichten, mijne zwakheid versterken, en over mij waken te midden van alle gevaren; dat ik, door awe goddelijke bescherming omgeven, veilig zal kunnen voortwandelen op den weg der deugd. Aldus van alle zijden beveiligd door uwe hoede zal ik, o Heer, uw licht volgen, uwe genade goed gebruiken, naar uwe inspraken luisteren en mij door niets anders laten leiden op den weg uwer geboden als door de koorden uwer goddelijke liefde.

Verblijd u dan, mijne ziel, en zing het lied uwer eeuwige bevrijding. En gij, rechtvaardigen en vromen van harte, dankt en zegent de ontfermingen des Heeren, die ons gespaard en gereinigd heeft, die ons bewaakt en ons ook behouden zal in eeuwigheid. Amen.

361

-ocr page 394-

COMMUNIEGEBEDEN

VOOEBEBEIDING.

Navolg', v a ii C h r. B. IV. H. I.

„Komt tot mij allen, die vermoeid en belast zijt, en ik zal u verkwikken, zegt de Heer.

„Het brood, dat ik geven zal, is mijn vleesch, voor het leven der wereld.

„Neemt en eet; dit is mijn lichaam, hetwelk voor u zal overgeleverd worden : doet dit tot mijne gedachtenis.

„Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in mij, en ik in hem.

„De woorden, die ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven.quot;

Dit zijn, Christus, eeuwige Waarheid, uwe eigene woorden, hoewel niet op denzelfden tijd uitgesproken, noch op ééne plaats geschreven.

Daar zij dan de uwe zijn en waarheid bevatten, moet ik ze alle dankbaar en geloovig aannemen.

Het zijn de uwe. Gij zelf hebt ze gesproken :

maai zalig G: zij t

r

van ma: en grc

-ocr page 395-

COMMUNIEGEBEDEN.

maar de mijne zijn het ook, want voor mijne zaligheid hebt G-ij ze gezegd.

Gaarne vang ik ze uit uwen mond op, opdat zij te dieper in mijn hart geprent worden.

Die woorden van zooveel goedertierenheid, vol van minzaamheid en liefde wekken mij op. maar mijne eigene misslagen schrikken mij af, en het onrein geweten houdt mij tegen, om zoo groote geheimen te ontvangen.

De minzaamheid uwer woorden zet mij aan, maar de menigte mijner zonden bezwaart mij.

Gij gebiedt met vertrouwen tot U te naderen, als ik deel wil hebben met U ; en het voedsel der onsterfelijkheid te ontvangen, als ik het leven der eeuwige heerlijkheid verlang te verwerven.

„Komt tot mij, zegt Gij, allen die vermoeid en belast zijt, en ik zal u verkwikken.quot;

O zoet en vriendelijk woord in de ooren eens zondaars, waardoor Gij, mijn Heer en mijn God, een behoeftige en arme uitnoodigt tot de Communie van uw allerheiligst Lichaam!

Maar wie ben ik. Heer, dat ik mij verstouten zou tot U te naderenquot;?

Zie, de hemel der hemelen bevat U niet, en Gij zegt: „Komt tot mij, allen !quot;

Waartoe die allerminzaamste verwaardiging en zoo vriendelijke uitnoodiging ?

Hoe zal ik durven komen, die mij niets goeds

363

-ocr page 396-

COMMUNIEGEBEDEN.

bewust ben waarom ik het wagen mag ?

Hoe zal ik U in mijn huis binnenleiden, ik die zoo dikwijls uwe goedertierenheid beleedigd heb?

Engelen en Aartsengelen zijn vol eerbied ; heiligen en rechtvaardigen vreezen ; en Gij zegt: „Komt tot mij, allen!quot;

Zoo Gij het niet zeidet,Heer, wie zou gelooven dat het waar was ?

En zoo G-ij het niet geboodt, wie zou wagen te naderen ?

Zie, Noë, een rechtvaardig man, werkte honderd jaren aan het maken van de ark, ten einde met weinigen gered te worden : en ik, hoe zou ik mij in eén uur kunnen voorbereiden, om den Schepper der wereld met eerbied te ontvangen!

Mozes, uw groote dienaar en bijzondere vriend, maakte een Ark van onbederfelijk hout en bekleedde die met allerzuiverst goud, om er de Tafelen der A¥et in neder te leggen : en ik, bedorven schepsel, zou ik U, den Maker der Wet en den Clever des levens, zoo zorgeloos durven ontvangen ?

Salomon, de allerwijsste der koningen van Israël, bouwde zeven jaren over een prachtigen tempel tot lof van uwen naam.

En acht dagen heeft hij er het. feest der inwijding van gevierd ; duizend vredeoffers slachtte

364

-ocr page 397-

communiegebeden.

hij : en onder trompetgeschal en gejubel stelde hij plechtig de Ark des Verbonds op de plaats

haar toebereid.

En ik, ongelukkige en armste der menschen, hoe zal ik U in mijn huis binnenleiden, ik, die ter nauwernood een half uur godvruchtig weet door t© brengen ? en weis het mcicir eens om-trent een half uur dat ik waardig doorbracht !

O mijn God, hoezeer hebben dezen zich be-vlijtigd ü te behagen !

Ach, hoe luttel is het, wat ik doe! Hoe weinig tijd besteed ik, als ik mij voorbereid tot

de Communie!

Zelden ben ik geheel ingetogen, allerzeldzaamst

zonder alle verstrooiing.

En voorwaar, in de heilvolle tegenwoordigheid uwer Godheid moest geen enkele onbetamelijke gedachte opkomen, geen enkel schepsel eene plaats innemen ; daar ik niet een Engel, maar den Heer der Engelen als gast ga ontvangen.

Er is toch zeer groot verschil tusschen de Ark des Verbonds met wat er in was, en uw allerzuiverst Lichaam met deszelfs onuitsprekelijke eigenschappen ; tusschen die offers der Wet, voorbeduidingen van hetgeen komen zou, en de ware Offerande uws Lichaams, de vervulling van al die oude offers.

365

-ocr page 398-

COMMUNIEGEBEDEN.

Waarom ben ik dan niet vuriger in uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid ?

Waarom bereid ik mij niet met meer zorg voor tot de nuttiging van het Allerheiligste, terwijl die oude heilige Patriarchen en Profeten, Koningen en Vorsten met geheel het volk een zoo groote toewijding aan den godsdienst toonden ?

Koning David, zoo ijverig in den dienst van God, danste uit al zijne macht voor de Ark des Heeren, bij de gedachte aan de weldaden, weleer aan zijne voorvaderen verleend ; hij beval verscheidene speeltuigen te maken; gaf Psalmen uit, welke hij op vreugdevolle wijzen deed zingen ; hij zelf zong ook dikwijls bij zijn harpspel, aangespoord door de genade des heiligen G-eestes; hij leerde het volk van Israël uit ganscher harte God loven en gezamenlijk alle dagen danken en verheerlijken.

Werd er toen zooveel toewijding getoond, en was men er zoo op bedacht om God te loven voor de Ark van het Testament; hoeveel eerbied en toewijding moet ik en heel het christenvolk dan niet toonen in de tegenwoordigheid van het Sacrament, bij de nuttiging van het zoo verheven Lichaam van Christus!

Velen begeven zich naar verscheiden plaatsen, om de relikwiën der Heiligen te bezoeken; en bij het hooren van hunne daden zijn zij ver-

366

-ocr page 399-

COMMUNIEGEBEDEN.

wonderd; zij bezichtigen groote kerkgebouwen hun toegewijd en kussen hun heilig gebeente in zijde en goud gewikkeld.

En zie, Gij zijt hier bij mij op het altaar tegenwoordig, Gij mijn God, de HeJige dei Heiligen, de Schepper der menschen en de Heer

der Engelen!

Dikwijls worden dergelijken uit nieuwsgierigheid bezien en om de nieuwheid van hetgeen beschouwd wordt, en gering is de vrucht van verbetering welke medegebracht wordt: vooral wanneer zoo lichtzinnig en zonder ware vermorse-ling des harten heen en terug gegaan wordt.

Maar hier in het Sacrament des altaars zijt Gij, geheel tegenwoordig als mijn God, en als mensch Christus Jesus; waar ook overvloedige vruchten van eeuwig heil verkregen worden, zoo dikwijls Gij waardig en godvruchtig ontvangen wordt.

Doch hierheen trekt geene lichtzinnigheid, noch nieuwsgierigheid, of zinnelijk genoegen; maar een vast geloof, een levendige hoop en een oprechte liefde.

O God, onzichtbare Schepper der wereld, hoe wonderbaar doet Gij met ons ! Wat behandelt Gij welwillend en goedgunstig uwe uitverkorenen, wien Gij U zeiven in het Sacrament tot spijs geeft!

367

-ocr page 400-

COMMUNIEGEBEDEN.

Dit toch gaat alle begrip te boven ; dit vooral trekt de harten uwer trouwe dienaren en ontvlamt hunne liefde.

Zij immers, die U waarlijk getrouw zijn, die geheel hun leven gebruiken om zich te verbeteren, ontvangen dikwijls uit het hoogwaardig Sacrament groote genade van godsdienstigheid en liefde tot de deugd.

O wonderbare en verborgene genade van dit Sakrament, welke slechts door Christus' getrouwen wordt gekend ! maar door ongetrouwen en dienstknechten der zonde niet gevoeld kan worden.

Door dit Sakrament wordt geestelijke genade medegedeeld, en verloren deugd in de ziel hersteld, en de schoonheid, door de zonden misvormd, keert weder.

Zóó groot is somwijlen deze genade, dat uit de volheid der medegedeelde gunsten niet slechts de ziel, maar ook het zwakke lichaam gevoelt overvloediger krachten te hebben ontvangen.

Treuren moeten wij derhalve en jammeren over onze lauwheid en nalatigheid, omdat wij niet met grootere genegenheid getrokken worden om Christus te ontvangen, op wien alle hoop en verdienste steunt van hen die zalig zullen worden.

Hij zelf immers is onze heiligmaking en verlossing ; Hij zelf de troost van hen die nog op

368

-ocr page 401-

COMMUNIEGEBEDEN.

aarde rondwandelen en het eeuwig geluk door de Heiligen genoten.

Het is daarom zeer te betreuren, dat velen zoo weinig denken aan dit heilzaam Geheim, dat den hemel verblijdt en het behoud is der

gansche wereld.

Welk eene blindheid en versteendheid van het menschelijk hart, op zoo onuitsprekelijke gave niet meer acht te geven en door het dagelijksch gebruik ervan te vervallen tot onachtzaamheid!

Als toch dit allerheiligst Sacrament slechts op ééne plaats vereerd kon worden, en slechts door één priester op de geheele wereld geconsacreerd werd, hoe groot, meent gij, zou het verlangen zijn naar die plaats en naar zulk een priester Gods, waardoor de menschen aangezet zouden worden, om de heilige Geheimen te zien vieren !

Nu echter zijn er vele priesters en wordt op vele plaatsen Christus geofferd, opdat de genade en de liefde van God tot den mensch des te meer blijken, naarmate de heilige Communie op meer plaatsen ontvangen wordt.

Dank zij U o goede Jesus, eeuwige Herder, die U gewaardigt hebt ons, armen en ballingen, te verkwikken met uw kostbaar Lichaam en Bloed, en ons met de woorden van uw eigen mond uit te noodigen tot het ontvangen van deze Geheimen, zeggende : „Komt tot mij, allen.

369

-ocr page 402-

COMMUNIEGEBEDEN.

die vermoeid en belast zijt, en ik zal u verkwikken.quot;

BEGEERTE NAAR DE H. COMMUNIE.

Navolg', van C h r. 13. IV. H. XVII.

Met allermeeste godsvrucht en brandende liefde, met allen aandrang en alle vurigheid des harten verlang ik U, o Heer, te ontvangen, zooals vele Heiligen, en godsdienstige personen verlangden U in de Communie te ontvangen, die om de heiligheid van hun leven U zoozeer behaagden en leefden in allervurigste genegenheid tot U.

O mijn God, eeuwige liefde, mijn eenigste goed, eindelooze gelukzaligheid, U begeer ik te ontvangen met het sterkst verlangen en den meest verschuldigden eerbied, dien ooit een dei-Heiligen gehad heeft of gevoelen kon.

En ofschoon ik onwaardig ben al die gevoelens van godsvrucht te hebben, draag ik U toch al de genegenheid mijns harten op, alsof ik alleen al die vurige begeerten had welke ü welgevallig zijn.

Daarenboven bied ik U aan en offer ik U op, met den diepsten eerbied en innigsten ijver, alles wat een liefdevol gemoed kan uitdenken en verlangen.

S70

-ocr page 403-

C01IMUNIEGEBEDEN.

Niets wenscli ik voor mij te behouden, maar mij en al het mijne U gewillig en allerbereid-vaardigst op te offeren.

Mijn Heer en God, mijn Schepper en mijn Verlosser, met zulke genegenheid, eerbied, lof en eerbewijzing; met zulke dankbaarheid, waardigheid en liefde ; met zulk geloof, zulke hoop en zuiverheid begeer ik U heden te ontvangen, als waarmede U ontving en naar ü verlangde, uwe allerheiligste Moeder, de glorievolle Maagd Maria, toen zij den Engel, die haar het geheim der Menschwording kwam verkondigen, oo tmoedig en onderworpen antwoordde : „Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord.'

En zooals uwe gelukzalige Voorlooper, de voortreffelijkste der Heiligen, Joannes de Dooper, bij uwe tegenwoordigheid in de vreugde des heiligen Geestes blijde opsprong in den schoot zijner moeder: en, toen hij naderhand Jesus onder de menschen zag rondwandelen, zich diep vernederende en met teedere aandoening zeide; „De vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verheugt zich met blijdschap om de stem des bruidegomsquot; ; zóó wensch ik in groote en heilige verlangens ontstoken te worden, en mij van ganscher harte U aan te bieden.

Daarom draag ik U ook op en bied U voor mij en voor allen, die zich in mijn gebed hebben

371

-ocr page 404-

COMMUNIEGEBEDEN.

aanbevolen : het juichen, de vurige aandoeningen, zielsverrukkingen, bovennatuurlijke verlichtingen en hemelsche openbaringen van alle vrome harten ; met al de deugden en lofzangen door alle schepselen in den hemel en op aarde aangeheven en nog aan te heffen, opdat Gij van allen waardig geloofd en voortdurend verheerlijkt wordt.

Neem mijne wenschen aan, mijn Heer en mijn God, en mijne verlangens om U eindeloos te loven en mateloos te prijzen, zcoals het U rechtens toekomt om de verscheidenheid uwer onuitsprekelijk grootheid.

Dit geef en begeer ik U te geven op eiken dag en op elk oogenbiik ; en om met mij U lof en dank te brengen noodig en bid ik, met smeekingen en verzuchtingen, alle hemelsche geesten en ai uwe getrouwe dienaren.

Dat alle volken, stammen en talen ü loveni en uwen heiligen en honigzoeten naam verheerlijken in verheven jubellied en vurige toegenegenheid.

Dat ook allen, die eerbiedig en ingetogen uw hoogwaardig Sacrament vieren en vol geloof ontvangen, genade en barmhartigheid bij ü mogen verwerven, en voor mij, zondaar, ootmoedig biddden1

En als zij de gewenschte godsvrucht en de genotvolle vereeniging smaken en. wel getroost

372

-ocr page 405-

COMMUNIEGEBEDEN. 373

en wonderbaar gesterkt, van den heiligen, hemel-schen disch wederkeeren, dat zij zich dan verwaardigen mij, arme, indachtig te zijn.

GEBED.

Laat, Heer Jesus Christus, de nuttiging van uw Lichaam, dat ik onwaardige mij vermeet te ontvangen, niet strekken tot mijn oordeel en verdoemenis; maar, door uwe goedertierenheid, tot bescherming van mijne ziel en mijn lichaam, en voordeelig zijn ter bekoming van genezing.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Heer, ik ben niet waardig, enz.

Heer, ik ben niet waardig, enz.

TOT DANKZEGGING.

Als gij, tot de H. Communie genaderd zijnde, uw God en Zaligmaker bezit, blijf dan eenige oogenblik-ken in stille ingekeerdheid met den Vriend uwer ziel omgaan. Doe korte schietgebeden van aanbidding, dankbaarheid en liefde. En weet gij niet veel te spreken ; dan is het genoeg, gelijk een heilig priester gewoon was te zeggen, als gij uw lieven Zaligmaker maar welgemeend zegt en dikwijls herhaalt; O Jesus, ik bemin U, o Hete Jesus, ik wil U beminnen. — Daarna kunnen de volgende gebeden dienstig zijn.

-ocr page 406-

COMMUNIEGEBEDEN.

MAGNIFICAT. LUC. I.

Mijne ziel maakt groot den Heer.

En verheugd heeft zich mijn geest over God, mijnen Zaligmaker !

Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd ; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen :

Dewijl Hij, de Machtige, groote dingen aan mij gedaan heeft, en heilig is zijn naam!

En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem vreezen.

Hij heeft kracht uitgeoefend door zijnen arm; verstrooid heeft Hij hen die hocgmoedig dachten in hunne harten.

Machtigen heeft Hij van den troon gestort, en geringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen overladen, en rijken ledig weggezonden.

Hij is Israël zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, indachtig zijner barmnartigheid :

G-elijk Hij gesproken had tot onze vaderen, met Abraham, en zijn zaad in eeuwigheid.

Eere zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest.

Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

374

-ocr page 407-

375

COMMUNIEGEBEDEN. TE DEUM.

U, o G-od loven wij, U erkennen wij als onzen Heer.

U, den eeuwigen Yader eerbiedigt heel de aarde.

U roepen alle Engelen, U de hemelen en al de Machten, ü de Cherubijnen en Serafijnen zonder ophouden toe:

Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der heirscharen !

Vol zijn de hemelen en de aarde van de majesteit uwer glorie.

U looft het glorievol koor der Apostelen,

U het lofwaardig aantal der Profeten,

U het uitgelezen heir der Martelaars ;

U erkent de heilige Kerk over geheel den aarbol,

A^ader van onmetelijke majesteit.

Uwen hoog te eeren, waren en eenigen Zoon,

Alsook den heiligen Geest, den Trooster.

Gij, Christus, zijt de Koning der heerlijkheid.

Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.

Om de verlossing van den mensch te volbrengen hebt Gij den schoot eener Maagd niet ge-sehroomd.

Gij hebt den prikkel des doods overwonnen en den geloovigen het rijk des hemels geopend.

Gij zit aan de rechter hand Gods, in de heerlijkheid des Vaders.

2«)

-ocr page 408-

COMMUNIEGEBEDEN.

Wij gelooven dat Gij, als Rechter komen zult

Daarom bidden wij U : Kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrij gekocht.

Maak dat zij onder uwe Heiligen in de eeuwige heerlijkheid worden opgenomen.

Red uw volk, o Heer, en zegen uw erfdeel.

En bestuur hen, en verhef hen in eeuwigheid.

Alle dagen loven wij U,

En verheerlijken wij uwen naam tot in eeuwigheid en tot in de eeuwigheid der eeuwen.

Verwaardig U, o Heer, dezen dag ons zonder zonde te bewaren.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

Uwe barmhartigheid. Heer, kome over ons, gelijk wij op U gehoopt hebben.

Op U, o Heer, heb ik gehoopt: ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden.

Navolg, van Chr. B. IV. H. IX.

Heer, al wat in den hemel en wat op de aarde is is het uwe.

Ik verlang mij zeiven als een vrijwillig offer U op te dragen, en altijd de uwe te blijven.

Heer, in den eenvoud mijns harten bied ik mij voor immer als uwen dienstknecht aan, om uwen wil te volbrengen en om voortdurend uwen lof te verkondigen door dit offer.

376

ï uw in wij hef

-ocr page 409-

COMMUNIEGEBEDEN.

Neem mij aan met deze heilige Offerande van uw kostbaar Lichaam, welke ik U heden opdraag in het bijzijn van de Engelen, op onzichtbare wijze hierbij tegenwoordig, opdat zij mij en geheel uw volk tot heil verstrekke.

Heer, ik offer U op uw zoenaltaar al mijne zonden en misdaden, die ik bedreven heb ten aanschouwen van U en vau uwe heilige Engelen, vanaf den eersten dag waarop ik zondigen kon tot op dezen stond toe : opdat Gij alle zoudt in brandsteken en verbranden door het vuur uwer liefde, en alle vlekken mijner zonden uitwisschen; en mijn geweten van alle misdrijf reinigen ; en mij weder opnemen in uwe genade, die ik door te zondigen verloren heb, mij alles volkomen vergevende en barmhartiglijk toelatende tot den vredekus.

Wat kan ik anders voor mijne zonden doen, dan ze nederig belijden en beweenen, en uwe ontferming onophoudelijk afbidden ?

Ik smeek U, verhoor mij genadig, als ik voor U sta, o mijn God !

Al mijne zonden mishagen mij ten hoogste; nooit wil ik ze weder bedrijven ; maar ik treur er over en zal er over treuren zoolang ik leef, bereid om boete te doen en naar vermogen voldoening te geven.

Vergeef mij, o God, vergeef mij mijne zonden

377

-ocr page 410-

COMMUNIEGEBEDEN.

om uwen heiligen naam : red mijne ziel, die Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht.

Zie, ik vertrouw mij toe aan uwe barmhartigheid : ik leg mij neder in uwe handen.

Handel met mij volgens uwe goedheid, niet volgens mijne boosheid en ongerechtigheid.

Ook offer ik U op al het goede wat ik heb, ofschoon het zeer weinig en onvolmaakt is; opdat Gij het zoudt verbeteren en heiligen; opdat het U behagelijk zij, en Gij hst zoudt kunnen aannemen en het steeds beter zoudt doen worden en ook, opdat Gij mij, tragen en onnut-tigen sterveling, tot een zalig en goed einde zoude brengen.

Tevens offer ik U op alle vrome verlangens van uwe trouwe dienaren, de belangen mijner ouders, vrienden, broeders, zusters en van allen, die mij dierbaar zijn, en van degenen die mij of anderen hebben welgedaan om uwentwille; en die begeerd en gevraagd hebben dat ik voor hen en al de hunnen gebeden en Missen zou opdra-dragen, hetzij ze nog in dit lichaam leven, of reeds uit de wereld verscheiden zijn :

Opdat allen over zich voelen afdalen den bijstand uwer genade, de hulp uwer vertroosting, bescherming tegen gevaren en bevrijding van straf; en opdat zij, aan alle ellende onttrokken, U blijmoedig danken en verheerlijken.

378

-ocr page 411-

COMMUNIEGEBEDEN,

Ik offer U ook op gebeden en offeranden ter verzoening van hen bijzonderlijk, die mij in eenig opzicht beleedigd, bedroefd of versmaad hebben, of eenig schade of last veroorzaakt; ook voor hen allen, die ik ooit bedroefd of ontrust heb, tot last of ergernis geweest ben met woorden of werken, wetend of onwetend; opdat Gij onze zonden en wederkeerige beleedigingen vergeven moogt.

Verwijder o Heer van onze harten, alle achterdocht, verontwaardiging, gramschap en twist, en alles wat de liefde kan kwetsen en de broedermin verzwakken.

Ontferm U, o Heer, ontferm U over allen, die uwe ontferming inroepen, geef genade aan hen die haar behoeven en doe ons zoodanig leven, dat wij waardig mogen zijn uwe genade te genieten en tot het eeuwig leven te geraken. Amen.

SCHIETGEBEDEN.

Eeuwige Vader, ik offer L het allerkostbaarst Bloed van Jesus' Christus op, tot uitboeting mijner zonden en voor de behoeften der heilige Kerk.

(Telkens 100 dagen afl. 22 Sept. 1817.)

Mijn God en mijn al.

(Telkens 50 dagen afl. 4 Mei 1888.)

Allerzoetste Jesus, wees niet mijn Rechter maar mijn Zaligmaker.

379

-ocr page 412-

COMMUNIEGEBEDEN.

(Telkens 50 dagen afl. 11 Aug. 1851 en ééns in het jaar een volle afl., op de gewone voorwaarden voor hen die het lederen dag bidden, 29 Nov. 1853.)

Zoet Hart van Jesus maak dat ik U steeds meer en meer bemin.

(Telkens 300 dagen afl., en ééns in de maand een volle afl. op de gewone voorwaarden voor hen die het dagelijks bidden. 26 Nov. 1876.)

Jesus, zoon van David ontferm U mijner.

(100 dagen afl. ééns op een dag. 27 Febr. 1886.)

Gebed van den H. Ignatius.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, behoud mij.

Bloed van Christus, maak dronken mij.

Water der zijde van Christus, wasch mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jesus, verhoor mij.

In uwe wonden verberg mij.

Gedoog niet, dat ik geschelde worde van U.

Tegen den helschen vijand verdedig mij.

In het uur mijns doods roep mij.

Beveel dat ik kome tot U.

En U met uwe Heiligen love

In de eeuwen der eeuwen. Amen.

(300 dagen aflaat voor alle geloovigen telkens als zij dit gebed zeggen met een rouwmoedig hart, en ééns in de maand een volle aflaat voor hen die dit lederen dag der maand gedaan hebben. Pius IX, Seer. S. C. Ind. 9 Jan. 1854.

380

-ocr page 413-

het hen

eds LITANIE

OJle VAN HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS, ijks

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontf. U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

Heer Jesus Christus, met den Vader en den heiligen Geest waarachtig God van eeuwigheid, ontferm U onzer.

Heer Jesus Christus, die ook waarachtig mensch zijt, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde, ontferm U onzer.

Heer Jesus Christus, deGodmensch, in wiens éénen Goddelijken Persoon de heide naturen zijn J vereenigd, ontferm U onzer.

Jesus, wiens zoete naam er ons aan herinnert, waarom Gij de menschelijke natuur hebt aangenomen, ontferm U onzer.

-ocr page 414-

LITANIE V. H. LIJDEN O. H.

Jesus, die de verlossing van het menschelijk geslacht door lijden en sterven hebt volbracht, ontferm U onzer.

Jesus, die reeds in het begin uws aard-schen levens uw kostbaar bloed voor onze zonden vergoten hebt,

Jesus, die geheel uw leven groot verdriet naar ziel en lichaam hebt geleden,

Jesus, die na het H. Avondmaal, naar Gethsemani in den hof van Olijven gegaan zijt om te bidden,

Jesus, die door de voorstelling van uw vreeselijklijden zeer beangst en benauwd werd o Jesus, wiens ziel bedroefd werd tot den jr

CD

dood toe, 3

Jesus, wien de doodangst water en bloed ^ heeft doen zweeten, o

Jesus, die U als een schuldige voor uwen g rechtvaardigen Vader met het aangezicht r-ter aarde hebt nedergeworpen,

Jesus, die in uwen doodsangst door een Engel versterkt zijt,

Jesus, die bereidwillig waart cm den kelk des lijdens te drinken,

Jesus, die door een ontrouwen leerling verraden werd,

Jesus, die hebt willen gedoogen, dat men tot U, de eeuwige heiligheid zelve, als tot

382

-ocr page 415-

LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H. 383

een moordenaar uiutrok met zwaarden en stok ken, ontferm U onzer.

Jesus, die den drom uwer vijandenter aarde deedt nederslaan, om te toonen dat Gij zelf U in hunne handen overgaaft,

Jesus, die in dat uur door al uwe leerlingen verlaten werd,

Jesus, die door eene bende soldaten geboeid zijt,

Jesus, dien men gebonden uit het hof heeft voortgetrokken,

Jesus, op den weg prijsgegeven aan de g razernij eener tierende menigte, ^

Jesus, die in den nacht gevoerd zijt naar g de rechtbanken van Annas en Caïphas, ^ Jesus, die een kaakslag in uw goddelijk 0 aangezicht ontvangen hebt, g

Jesus, door valsche getuigen van vele ^ misdaden beschuldigd,

Jesus, tot driemaal toe door Petrus verloochend,

Jesus, die een blik van ontferming op dien zwakken leerling geslagen en hem daardoor bekeerd hebt,

Jesus, die, getuigenis der waarheid gevende, als een godslasteraar ter dood veroordeeld zijt,

Jesus, door de soldaten bespogen en bespot,

j

-ocr page 416-

384 LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H.

Jesus, geblinddoekt en met vuisten geslagen,

Jesus, in den vroegen morgenstond opnieuw geboeid en aan den heidenschen landvoogd Pilatus overgeleverd,

Jesus, naar Herodes gevoerd, door dezen en zijn hof veracht en bespot,

Jesus, naar Pilatus teruggezonden die verklaart dat Gij niets gedaan hebt, wat den dood verdiendt,

Jesus, gesteld achter Barabbas, een oproerige en een moordenaar,

Jesus, wiens aanbiddelijk lichaam wreed ê met geeselroeden verscheurd is,

Jesus, in uwe koninklijke waardigheid B bespot en met een purperen mantel omhangen, cj Jesus, als koning met doornen gekroond, g Jesus, dien men als schepter een riet- § stok in de hand gaf,

Jesus, wiens kruisdood door de Joden met luid geschreeuw werd geëischt,

Jesus, door den lafhartigen Pilatus aan den wil des volks overgeleverd,

Jesus, die uw kruis, het hout waaraan Gij zoudt geslachtofferd worden, als een andere Isaac zelf gedragen hebt,

Jesus, die onder den last des kruises driemaal op den grond gevallen zijt.

-ocr page 417-

LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H. 385

Jesus, als een schuldeloos lam ter slachtbank gevoerd,

Jesus, die de bedroefde vrouwen, welke U op den kruisweg volgden, zoo liefdevol hebt getroost en vermaand,

Jesus, die den weg naar Calvarië met uw bloed bevochtigd hebt,

Jesus, wien op Golgotha de kleederen van het gewonde lichaam gerukt werden,

Jesus, voor onze boosheden gewond,

Jesus, door wiens handen en voeten grove nagels gedreven werden om U vast te klinken aan den boom des kruises, § Jesus, die aan het kruis omhoog zijt ge- g? heven, en uw bloed voor onze zonden ver- 3 goten hebt, ^ Jesus, onder de booswichten gerekend, en § met twee moordenaars gekruisigd, §

Jesus, die vol verschoouende liefde uwen Vader om vergiffenis badt voor uwe vijanden en vervolgers,

Jesus, aan het kruis gelasterd en beschimpt, Jesus, die den berouwhebbenden moordenaar in genade hebt aangenomen,

Jesus, die uwe Moeder aan Joannes hebt aanbevolen,

Jesus, die aan het kruis hangende riept: „Mijn God, mijn God ! waarom hebt Gij mij

-ocr page 418-

386 LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H.

verlaten ?quot;

Jesus, die in uwen dorst met gal en azijn gelaafd zijt,

Jesus, die zeide dat alles volbracht was, wat over U geschreven stond,

Jesus, in wiens stervensuur ontzaggelijke wonderen gebeurden,

Jesus, die stervende uwen geest in de handen uws Vaders hebt aanbevolen,

Jesus, die het hoofd buigende en met lui* der stemme roepende den geest hebt gege' ven,

Jesus, door wiens sterven de honderdman en velen uit het volk bekeerd werden, Jesus, wiens zijde met eene speer doorstoken is,

Jesus, uit wiens doorstoken zijde water en bloed vloeide,

Jesus, wiens lichaam van het kruis genomen en begraven is,

Jesus, wiens ziel in het voorgeborchte nederdaalde, om de zielen der gestorven rechtvaardigen te vertroosten,

Jesus, die gestorven zijt opdat wij zouden leven,

Jesus, wiens kruisdood uwen hemelschen Vader bevredigd, de gansche wereld verlost en de hel overwonnen heeft.

-ocr page 419-

LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H. 387

Jesus, door wiens kruis wij genade en zaligheid erlangen, ontferm U onzer.

O Jesus, genadevolle God, ontferm U onzer.

Eeuwig zoenoffer onzer zonden, ontferm U onzer.

Oceaan van barmhartigheid, ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jasus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

Yan alle zonde.

Van wanhoop aan uwe oneindige barmhartigheid.

Van alle oneerbiedigheid jegens uw heilig Lichaam en Bloed,

Van alle wederspannigheid tegen uw geheimzinnig lichaam, de H. Kerk,

Van verloochening uwer heilige waar- ^ heden, c

CC

Van alle vrees van U voor de menschen 0 te belijden, S

Van lafhartigheid en menschelijk opzicht « in de beoefening der deugd, |

Van onboetvaardige versteendheid des •' harten.

Van de zonde der onkuisheid,

Van hoovaardij in woorden, werken en gedachten.

Van gemor en kleinmoedigheid in het lijden,

-ocr page 420-

LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H.

Van verkeerde géhechtheid aan deze wereld,

Van overmatige vrees voor den dood, Van een haastigen en onvoorzienen dood. Van de listen des duivels,

Van gramschap, haat en allen kwaden wil,

Van ketterij en ongeloof.

Van den geesel der aardbeving.

Van pest, hongersnood en oorlog.

Van den eeuwigen dood,

Door uwen doodstrijd en uw bloedig zweet. Door uwe vreeselijke geeseling, ®

Door uwe doornenkroning, o'

Door uw lijden en kruis, o

Door uwen dorst en uwe tranen, S

Door uwen dood en uwe begrafenis,

Door uwe opstanding uit het graf, |

In den dag des oordeels.

Wij zondaren bidden U, verhoor ons. Dat wij de dwaasheid van uw kruis, o Jesus, altijd hooger achten, dan £,1 de wijsheid der wereld;

Dat wij vooral bezorgd zijn, U, gekruisten Jesus, meer en meer te kennen ;

Dat wij aan uwen verzoenenden kruisdood immer rechtzinnig mogen blijven ge-looven ;

388

-ocr page 421-

LITANIE V, H. H. LIJDEN O. H.

Dat wij op de ontferraingen des Heeren standvastig vertrouwen mogen ;

hoor ons.

Dat wij ons immer voelen opgewekt om U met wederliefde te beminnen;

Dat wij der zoude afsterven en voor de rechtvaardigheid leven mogen;

Dat wij op U, den Grondlegger en Voltrekker van ons geloof, steeds het oog gevestigd mogen houden;

Dat het verre van ons zij, op iets anders ^ dan op uw kruis, o Jesus, te roemen, ö; Dat uw bloed ons voor alle doodzonden S

Pj

behoede, om den levenden God met een g-rein hart te kunnen dienen ; p

Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en -F U navolgen mogen ; lt;

Dat wij, voor een hoogen prijs gekocht, g- • U in onze lichamen verheerlijken mogen ; ^ Dat wij, U toebehoorende, ons vleesch g met deszelfs driften en begeerlijkheden krui- P sigen mogen;

Dat wij nimmer wandelen als vijanden van uw kruis,

Dat wij voor het kruisteeken altijd grooten eerbied hebben mogen.

Dat wij in het kruis altijd troost en sterkte vinden mogen,

389

-ocr page 422-

390 LITANIE V. H. H. LIJDEN 0. H.

Dat wij, deelende in uw lijden, ook door

TJ mogen vertroost worden, ^

Dat Gij de teekenen uwer wonden voor g

onze zaligheid den hemelschen Vader wilt g

toonen, 5-quot;

Dat de stem uws bloeds, krachtiger roe- ^ pend dan dat van Abel, vooral in het sterf-uur ons genade verwerve,

O barmhartige Jesus, S

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus.

Jesus Christus, hoor ons.

Jesus Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

GEBED.

Goedertieren Zaligmaker, laat al die zegeningen van uw lijden en sterven over mij nederkomenen verwek in mij den levendigsten afkeer tegen de zonde. Verleen mij door de verdiensten van uw

-ocr page 423-

LITANIE V. H. H. LIJDEN O. H. 391

aanbiddelijk lijden berouw, vergiffenis en genade. Ach, hoe veel heeft het U gekost, om mijn arme ziel te verlossen en zalig te maken ! Verhoed toch door uwe almacht, dat uw bloed voor mij vruchteloos zou vergoten wezen : trek mij tot U, o Jesus, door uwe goddelijke liefde; verberg mij in uwe heilige wonden en vereenig mij zóó met U, dat ik nimmer U verlate en nooit van U gescheiden worde. Schenk mij, door de verdiensten van hetzelfde lijden, kracht om in het goede vooruit te gaan en te overwinnen in de bekoringen. Maak mij sterk in alle lijden en beproevingen van dit vergankelijk leven: geef verkwikking aan mijn hart in dagen van geestelijke bedruktheid. Heer, laat uwe hulp niet verre van mij zijn, verhoor mij haastig op welken dag ik U ook aanroepe. Laat mij diep doordrongen zijn van mijne eigene zondigheid en van uwe barmhartigheid, opdat ik steeds met ijver en vertrouwen trachte deelachtig te zijn aan de verdiensten van uw lijden. Laat mij altijd levendige dankbaarheid gevoelen voor de groote genade dat Gij, lieve Jesus, mij tot zoo duren prijs hebt vrijgekocht, opdat ik, des te getrouwer aan uwe liefde beantwoordende, in die liefde mogen sterven en het lied mijner dankbaarheid in eeuwigheid zingen met het heir uwer uitverkorenen: „Gij, o Heer, hebt ons vrijgekocht door uw bloed.quot; Amen.

26

-ocr page 424-

OEFENING VAN DEN H. KRUISWEG, volgens den zaligen

LEONARDUS A PORTO MAURITIO,

van de orde der Minderbroeders Re collecten.

TOELICHTING.

De geloovigen die den Kruisweg bidden verdienen al de aflaten en voorrechten welke de Pausen gehecht hebben aan de Heilige Plaatsen en harer Staties, zoo binnen als buiten Jeruzalem. (Bened. XIII in Const. Inter plurima V Non. Mart. 1726.) Hierbij lette men op de verklaring der H. Congr. der Aflaten 10 Sept. 1S83, waarin gezegd wordt: „Het kan door bewijzen niet gestaafd worden dat de aflaten, verleend voor de godvruchtige oefening van den Kruisweg, op een zelfden dag zoo dikwijls kunnen verdiend worden als men de voornoemde godvruchtige oefening doet.quot; In diezelfde verklaring wordt echter bevestigd dat men waarschijnlijk wel gedeeltelijke aflaten kan verdienen met den Kruisweg meer dan eens op een dag te bidden.

ven

-ocr page 425-

KRUISWEG.

Men kan de aflaten zoowel bij dag als bij nncht verdienen. (1 Mart. 1819. Deer. S. C. Indulg.)

VOORWAARDEN

icelke vervuld moeten ivorden opdat men de aflaten zou kunnen verdienen.

I. Men moet in staat van genade, zuiver van doodzonde, zijn. Is men niet in staat van genade, dan trachte men een volmaakt berouw te verwekken, met een voornemen van zoo spoedig mogelijk te biechten.

II. Iedere Statie moet bezocht worden; indien althans geen onoverkomelijk beletsel in den weg staat. (Monit. 7me s. C. Indulg. Prinz. D. 100.)

Wanneer in de kerk op plechtige wijze de Kruisweg gehouden wordt, en het gaan van de eene Statie naar de andere niet kan geschieden om te groote wanorde welke daaruit ontstaan zou, moet men, volgens de S. Congr. Indulg. den raad van den H. Leon, a Porto Mauritio volgen als hij zegt: „Dat ieder op zijne plaats blijve en dat de priester alleen, met twee dienaren of twee zangers, van de eene Statie naar de andere ga en daar de gebeden zegge die men gewoon is. (Deer. auth. n. 210.)

III. De oefening mag niet onderbroken worden. Eene korte onderbreking kan echter plaats hebben b.v. „om Mis te hooren, te communiceeren of te

393

-ocr page 426-

394 keuisweCt.

biechten.quot; (S. C. Indulg. 16 Dec. 1760 ad 4 Deer. 223. en S. C. Indulg. 14 Dec. 1857, 22 Jan. 1858 Deer. 385.)

Want in dit geval stelt men geen tegenstrijdige handeling, welke alleen de onderbreking doet plaats hebben. De onderbreking, door Leo XIII toegestaan voor de Staties welke nabij de stad Rome gedaan worden, is een bijzondere gunst. (18 Sept. 1880. Acta XIII p. 320.)

IV. Men moet het lijden des Heeren overdenken, al is het ook gedurende een kort oogenblik. Het is niet noodig, wel zeer aanbevolen, dat men bij iedere Statie denkt aan hetgeen zij voorstelt; het is voldoende dat men zich bezig houdt met het overdenken van het lijden in het algemeen. Men kan zelfs voldoen met slechts één punt van het lijden te overwegen gedurende geheel den Kruisweg. Het is dus ook geen vereischte bij iedere Statie een Onze Vader of Wees gegroet of eenig ander gebed te bidden. Wel is het dienstig deze godvruchtige gewoonte te onderhouden, om onze aandacht beter te kunnen richten ; vooral moet zij onderhouden worden wanneer in het openbaar de Kruisweg op plechtige wijze gehouden wordt. Ook het zesmaal bidden van het Onze Vader, Wees gegroet en Glorie, is niet noodig. (Deer. auth. n. 257 ad 2; n. 259; Raccolta, pag. 111. Leon, a Porto Maur. Yia S.

-ocr page 427-

KRUISWEG.

Spianata, dichiaraz di alcuni dubbi, n. 18.)

Een gebed dat slechts met den moyicl gesproken wordt is niet voldoende. Men moet denken over het lijden van Christus. Voor hen die dit niet kunnen is het voldoende te weten, dat die kruisen en schilderijen de heilige plaatsen voorstellen, waar de Zoon Gods geleden heeft, en dat zij zich door deze gedachte opwekken tot medelijden. (ibid, la Terza Condizione.)

VOORBEREIDEND GEBED.

Met den grootsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde. Verlosser van den zondigen mensch, en diep getroffen bij de gedachte aan het lijden, waardoor Gij mij verlost hebt, wil ik in deze oogenblikken dit wonder uwer liefde op bijzondere wijze eeren, door U in den geest te vergezellen op uwen bloedigen Kruisweg. Maar zal ik dit kunnen op waardige wijze ? Ik, die U zoo dikwijls beleedigd heb; ik, die uw lijden veroorzaakt heb ? Ja, mijn Jesus, ik beken het; ik ben een zondaar, ik ben die gunst niet waardig: maar Gij kunt mij rechtvaardig maken en deze gunst verleenen. Ontferm U dan over mij : verwerp mij niet uit uw aanschijn, en vergeef den boetvaardigen zondaar, die U als het hoogste goed boven alles bemint en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Nooit weer mijn

395

-ocr page 428-

396 KRUISWEG.

God, nooit weer zal ik U beleedigen, maar U altijd zóó beminnen, dat ik verdiene eenmaal opgenomen te worden onder getal dergenen voor wie uw bloed niet vruchteloos vergoten is.

Ik offer U deze oefening op om te voldoen voor hetgeen ik heb misdreven, stort in mij den goeden geest, gedurende deze overweging van uw smartvol lijden en geef dat ik, bewogen door uwe smarten, aangespoord worde U na te volgen. Maak mij zeiven deelachtig aan de vele aflaten welke aan dezen Kruisweg verbonden zijn en wil ook ervan toevoegen aan de zielen van het Vagevuur.

Ie STATIE.

JESUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze eerste statie stelt voor het rechthuis van

Pilatus, ivaar Jesus, door toelating des Lands-voogds aan den wil des volks werd overgeleverd om gekruist te worden.

Aanschouw, mijne ziel, uwen zachtmoedigen Jesus, met doornen gekroond, den spotmantel om het doorwonde lichaam geslagen en de handen geboeid staande voor Pilatus, den rechter die het doodvonnis over Hem uitspreekt. Overweeg met

-ocr page 429-

EEUISWEG.

welke gevoelens Jesus dit vonnis aanhoort; hoe gelaten Hij zich eraan onderwerpt uit liefde tot u. Hij roept geen ligioen van Engelen tot zijne verdediging, tot verdelging zijner vijanden. Gij moest gered en Jesus ter dood gebracht worden : zóó luidde het vonnis van Gods liefde tot u. Welk een voorbeeld van zachtmoedigheid voor u, mijne ziel, wanneer gij gelasterd wordt of onschuldig gehoond en gesmaad. Laster dan ook niet, smaad en hoon dan ook niet, maar zwijg, verdraag met geduid en beveel uwe zaak aan God. Dierbare Jesus, het doet mij leed dat ik tot nu toe zoo onverduldig was; dat ik bij de geringste beleediging toegaf aan mijne drift tot wraak. Dit smart mij, en ik neem een vast besluit om voortaan elke versmading, hoe gering die ook zij, hoe onrechtmatig en grievend ook, met uwe hulp geduldig te verdragen, o Jesus geef dat ik alle menschen beminne uit liefde tot U.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

IIe STATIE.

JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE DOORWONDE SCHOUDERS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

397

-ocr page 430-

KRUISWEG.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze tweede statie stelt voor de plaats, waar Jesus met het zware kruis beladen werd.

Jesus omhelst zijn kruis. Hoe klopt zijn goddelijk hart van liefde tot u, mijne ziel, bij de omarming van dien kruisbalk, welke weldra op zijne doorwonde schouders zal drukken, met geheel den zwaren last van al de zonden der men-schen. — Welk eene les voor ons, die elk kruis | ontvluchten ; die het minste lijden trachten te 1 ontwijken. En wordt er soms een kruis, hoe licht dan ook, op onzen schouder gelegd, welke klachten laten wij dan hooren, welk middel laten wij onbeproefd om het zoo spoedig mogelijk van ons af te werpen ? Waar is dan onze liefde tot dien Jesus, die ons zoozeer bemint? Nemen ook wij in het vervolg ons kruis op onzen schouder en vergezellen wij Jesus, als zijne trouwe leerlingen en zeggen wij Hem : Niet Gij, o mijn Jesus, maar ik moet mijn kruis dragen. Ik heb het verdiend door mijne zonden. O, beminnelijke Verlosser, schenk mij de kracht om al de kruisen met gelatenheid te dragen uit liefde tot U en om te boeten voor het kwaad, door mij bedreven.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heeer, ontferm U onzer.

398

-ocr page 431-

KRUISWEG.

IIIe STATIE.

JESUS VALT VOOE DE EERSTE MAAL OP DEN GROND.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze derde statie stelt voor de plaats, waar Jesus, voor de eerste maal, onder het kruis ter aarde viel.

Mijne ziel, ziet gij niet hetgeen uwen Jesus overkomt ? Hoort gij de smaadwoorden niet van de ruwe krijgsknechten, die uwen Verlosser zoo meedoogenloos slaan en voorttrekken, totdat Hij eindelijk van vermoeienis nedervalt op den grond? Hernieuw hier de rouwmoedige belijdenis uwer zonden ; buig u neder tot Jesus en bid Hem met alle vurigheid, dat gij moogt opstaan uit uwe zonden en nimmer weer er in hervallen.

Oneindig beminnelijke Zaligmaker, ik werp mij in den geest met U ter aarde, en leg aan uwe voeten den last der zonden neder, die mij zoo pijnlijk drukt. Ach, hoe dikwerf ben ik gevallen ! Hoe va,ak heb ik mij in een afgrond van ongerechtigheden gestort! Reik mij uwe behulpzame hand toe: kom, Jesus, kom mij te hulp, opdat ik nimmer in doodzonde hervalle en na den dood opsta tot het eeuwige leven.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer. ontferm U onzer.

399

-ocr page 432-

KRUISWEG-.

IVe STATIE,

JESUS ONTMOET ZIJN KEIIJGE MOEDER.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze vierde statie stelt voor de plaats, waar Jesus zijn bedroefde Moeder ontmoette.

Wie kan de droefheid peilen, die het hart der teedere Moedermaagd vervulde bij het zien van haar geliefden Zoon in zulke smarten, zulke versmading. Door moederliefde gedrongen volgde zij haren Jesus op zijnen lijdensweg, en zoo aanschouwde zij van nabij hoeveel het Hem kostte ons zondaren te verlossen.

Liefdevolle Moeder, ik ben het die uwen geliefden Zoon, uwen Jesus, aan die wreede soldaten overleverde. Mijne zonden hebben u het zwaard van droefheid in het hart gestooten; ik ben het, die uw teederminnend moederhart zoo wreed doorboorde. Maar nu heb ik berouw daarover en smeek u beiden om erbarming, om vergeving. Jesus, mijn Verlosser, en Maria, mijne Moeder, staat mij bij, geeft mij kracht om het besluit om niet meer te zondigen, thans door mij genomen, getrouw te volbrengen. Om hiertoe te komen, zal ik dikwijls uw lijden, o Jesus, o Maria, indachtig zijn.

400

-ocr page 433-

KRUISWEG.

Onze Yader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

Ve STATIE.

SIMON VAN CYRENE HELPT JESUS IN HET DRAGEN VAM ZIJN KRUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze vijfde statie stelt voor de plaats, ivaar de voorbijgaande Simon van Gyrene gedivongen werd het kruis van Jesus te helpen dragen.

O welk een groot voorrecht had die Simon van Cyrene! En hoe vele verdiensten zal hij vergaderd hebben, als hij niet met weerzin, maar bereidvaardig dezen liefdedienst aan Jesus bewezen heeft. — Gij kunt, mijne ziel, dienzellden liefdedienst aan uwen Zaligmaker bewijzen en die verdiensten vergaderen, indien gij u met blijmoedigheid op de werken der liefde jegens den naaste toelegt. Ziet gij iemand gebukt onder kruisen en wederwaardigheden des levens, wees dan niet gevoelloos maar hulpvaardig. Sluit uw hart niet voor het leed van uwen evenmensch, wees nooit hardvochtig jegens de armen, maar bied uwe liefderijke hulp waar gij kunt: en uwe verdiensten zullen even groot wezen, alof gij Jesus in het dragen van zijn kruis geholpen

401

-ocr page 434-

KRUISWEG.

hadt; want wat gij aan den minste der zijnen doet, dat doet gij aan Hem.

0 beminnelijke Jesus, geef dat ik de vele en schoone gelegenheden, waarin ik liefdediensten aan mijnen evenmensch bewijzen kan, niet ver-zuime, maar ijverig aangrijpe om mijne liefde tot U te toonen: opdat ik, jegens anderen liefderijk en barmhartig geweest zijnde, van U liefde en erbarming moge ondervinden.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onze. Heer, ontferm U onzer.

VIe STATIE.

HET AANGEZICHT VAN JESUS WORDT MET EEN DOEK AFGEDROOGD.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze zesde statie stelt voor de plaals, waar de H. Veronica het aangezicht van Jesus met een doek afdroogde.

Als de heilige vrouw, door de overlevering Veronica geheeten, het besmeurde aangezicht des Verlossers met lijnwaad gereinigd had, stonden Jesus' gelaatstrekken op den doek gedrukt. Voorzeker een kostbaar geschenk! — Maar hebt gij, mijne ziel, niet veel meer ontvangen, gij, in wie de drieëenige God zijn beeld en gelijkenis gedrukt

402

-ocr page 435-

KEüïSWEG.

heeft? en hoe dikwijls heeft diezelfde God dat beeld wel schoon gewasschen in het bloed van zijnen Zoon, als gij het door de zonde hadt bezoedeld ? O, zie toch toe, dat gij het beeld van God niet weder besmeurt, en boud daarom het beeld van den lijdenden Jesus steeds voor oogen. Prent dat in uw hart, wees aanhoudend de smarten uws Zaligmakers indachtig, de herinnering aan het lijden des Verlossers is een zoo krachtig behoedmiddel tegen de zonde.

Genadige Jesus, zuiver mij van alle vlekken, en laat het gevoel van uw allersmartelijkst lijden zoo diep en onuitwischbaar mijne ziel doordringen, dat ik nimmer uwe groote liefde voor mij en uwe zorg voor mijne zaligheid uit het oog ver-lieze, en na mijnen dood U, mijn God, niet in beeltenis, maar van aangezicht tot aangezicht aanschouwe en bezitte in eeuwigheid.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

VIP STATIE.

JESUS VALT TEN TWEEDE MALE ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

403

-ocr page 436-

KRUISWEG.

Deze zevende statie stelt voor de plaats, waar Jesus voor de tweede maal onder den last des kruises viel.

Beschouw, mijne ziel, in welk een toestand uw Verlosser daar terneder ligt. Overstelpt van droefheid, gefolterd door de hevigste pijnen, verguisd door zijne vijanden, ligt Hij daar ten spot van het baldadige volk. Overweeg dat uw hoogmoed de oorzaak van dezen val is, en dat Jesus met het aangezicht ter aarde ligt, om voor uwe hoovaardigheid te boeten. Ach, maak toch eindelijk het besluit om uw trotsch hoofd te buigen, en maak met een berouwvol hart het vast besluit om voortaan boven niemand u te verheffen.

O mijn beminnelijke Verlosser, ofschoon ik U onder den last des kruisbooms zie ter aarde liggen, erken ik toch uwe almacht; en smeek ik ü elke gedachte van hoogmoed, van eerzucht en van eigenliefde uit mijn gemoed te verbannen, opdat ik voortaan, doordrongen van het besef mijner nietigheid, elke verachting en vernedering geduldig verdrage. Dan zal ik door deze ware, inwendige en oprechte nederigheid, die U zoo aangenaam is, het geluk smaken eenmaal door U verheerlijkt te worden voor het aanschijn van uwen Vader.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

404

-ocr page 437-

KRUISWEG.

YIII® STATIE.

JESÜS WAARSCHUWT DE VROUWEN VAN JERUZALEM.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat G-ij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze achtste statie stelt voor de plaats, ivaar Jesus

de Hem beweenende vrouwen van Jeruzalem vol goedheid aansprak.

O mijne ziel, denk dat de woorden welke uw Zaligmaker tot die weenende vrouwen sprak tot u gesproken zijn, en neem de waarschuwing ter harte, welke Jesus u daarmede geeft. „Dochters vau Jeruzalem, weent niet over mij, maar weent over u zeiven en over uwe kinderen !... Want indien zij dit aan het groene hout doen, wat zal er dan met het dorre geschieden ?quot; Beween, o mensch, wil Jesus tot u zeggen, uwe zondenen misdaden. Doe boetvaardigheid over de zonden uwer jeugd en van latere levensjaren : want nu Ik, de eeuwige Onschuld, om uwe zonden zoovele smarten verduur, wat zal het zijn, als gij zelf voor uwe eigene zonden de welverdiende straf zoudt moeten ondergaan.

O Jesus, schenk mij een berouwvol hart; verleen mij eene oprechte droefheid over al mijne zonden : opdat ik, die U zoo menigmaal beleedigd heb, voortaan bij mijn leven waardige vruchten

405

-ocr page 438-

KRUISWEG.

van boetvaardigheid voortbrenge, en in het urn-van mijnen dood genade en ontferming bij U vinde.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

IXe STATIE.

JESUS VALT TEN DERDE MALE ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze negende statie stelt voor de plaats, waar Jesus, voor de derdemaal, onder het kruis op den grond viel.

Ach, hoe pijnlijk was deze val voor mijn lieven Jesus ! Zie, met welke woede de krijgsknechten dat Lam, de zachtmoedigheid zelve, voortsleuren; zie, hoe zij Jesus slaan en tegen den berg optrekken. Wie is er zoo ongevoelig, dat hij, den Zoon van God in dezen toestand ziende, zijne zonden niet oprecht verfoeien zou?

Heer Jesus, leer my, wie het is, die U zoo pijnlijk vallen doet. Ach, ik ben het, die voortdurend herval in zonden en gebreken. O goedertieren Zaligmaker, verleen mij toch uwe krachtige hulp te midden der gevaren waaraan ik ben blootgesteld, opdat ik niet hervalle in de zonden, die ik thans van harte verfoei ; verdedig mij in eiken strijd tegen de vijanden mijner

406

-ocr page 439-

KRUISWEG.

zaligheid, opdat ik in alle bekoringen de overwinning moge behalen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm ü onzer.

Xe STATIE.

JESUS WORDT VAN ZIJNE KLEEDEREN ONTDAAN EN MET GAL GELAAFD.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze tiende statie stelt voor de plaats., loaar Jesus van zijne kleederen beroofd en met gal gelaafd werd.

Beschouw, mijne ziel, uwen Jesus. Zie, hoe vreeselijk men Hem de kleederen van het doorwonde lichaam rukt; hoe bitter de gal is, waarmede men Hem laaft. Zoo boet Jesus door zijne naaktheid voor uwe onzedigheid en ijdelheid in het kleeden ; zoo wordt Hij met gal gedrenkt, om voor uwe onmatigheid in eten en drinken voldoening te geven.

Lijdende Verlosser, welk een verschil tusschen U en mij ! Gij zijt bedekt met vele wonden. Gij staat hier overdekt met bloed, en in uwen dorst gaf men U bitteren drank te drinken, en ik, ik zoek slechts vreugde, ik jaag de ij dele genoegens der wereld na, ik wil mij in wellust baden. Geef,

27

407

-ocr page 440-

KRUISWEG.

o Jesus, dat ik mijn leven verbetere en nimmer weder afdwale van den rechten weg. Geef dat ik mijne booze gewoonten aflegge, mijn hart onthechte aan al wat aardsch en vergankelijk is, mijn dartel vleesch kastijde, mijne zinnen versterve en gaarne iets met U uit den bitteren lijdenskelk drinke.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

XP STATIE.

JESUS WOEDT AAN HET KRUIS GENAGELD.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze elfde statie stelt voor de plaats, waar Jesus aan het kruis icerd vastgenageld.

Overweeg, mijne ziel, hoe folterend de pijnen waren die uw Verlosser leed, toen men zijne handen en voeten met ruwe nagels doorboorde. Zie, hoe door deze marteling zijn vleesch, zijne aderen en zenuwen worden opgengescheurd en zijn goddelijk bloed uit alle wonden op de aarde nederstroomt.

O liefdevolle Jesus, voor mij aan het kruis gehecht, tref mijn hart, dat ongevoelige hart met uwe zalige vrees. O, mocht ik U waarlijk

408

-ocr page 441-

KRUISWEG.

toebehooren, en mijn vleesch met deszelfs begeerlijkheden kruisigen ! Heer, geef dat ik mijne ongerelde hartstochten voortdurend meer bedwingen, opdat ik, hier op de aarde met U gekruist levende en stervende, heerschen moge met U in den hemel.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

XIP STATIE.

JESUS STERFT AAN HET KRUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze twaalfde, statie stelt voor de plaats, waar Jesus aan het kruis werd omhoog geheven, en daaraan stierf.

Hef uwe oogen op, mijne ziel, en zie uwen Jesus tusschen hemel en aarde aan den kruisboom hangen. Beschouw zijn stervend gelaat; hoor, hoe Hij bidt voor hen, die Hem beleedigen; den goeden moordenaar den hemel belooft; zijne Moeder tot moeder aan Joannes geeft; zijne ziel den hemelschen Vader aanbeveelt; hoe Hij zijn hoofd buigt en sterft. Jesus is dan gestorven ! gestorven aan een schandelijk kruis! gestorven voor mij!... . Wat gevoel ik bij deze overdenking? Ik zal deze plaats niet verlaten, zonder

409

-ocr page 442-

KRUISWEG.

een oprecht berouw over mijne zonden te hebben opgewekt; ik omhels in den geest het kruis, en zeg tot Jesus :

Mijn beminnelijlcsZiligm.iksr, ik erken en belijd, dat mijne zonden de wreede beulen zijn, die U het leven ontnomen hebben. Ik verdien dan ook geen vergeving, ik heb geen aanspraak op uwe liefde; maar nu ik U aan het kruis hoor bidden voor hen, die U gekruist hebbem nu voel ik mij weder opgebeurd, nu herleeft in mij de hoop op genade. Maar wat zal ik doen voor U, die zooveel voor mij gedaan hebt? Zie, mijn Jesus, ik ben bereid uit liefde tot U vergeving te schenken aan allen, die mij beleedigen. Ja, mijn God, ik vergeef hun allen, ik wensch hun alle goed en omhels hen als mijne broeders; daardoor hoop ik mij waardig te maken in mijn laatste uur uit uwen mond de liefderijke en troostvolle woorden te hooren; „Heden zult gij met Mij zijn in het Paradijs.quot;

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

XIIP STATIE.

HET LICHAAM VAN JESUS WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

410

-ocr page 443-

KRUISWEG.

Deze dertiende statie stelt voor, de plaats ivaar het lichaam van Jesus van het kruis genomen en in den schoot der JS. Maagd gelegd werd.

Welk een scherp zwaard van smarten doorboorde het hart van deze diepbedroefde Moeder, toen zij het ontzielde lichaam van haren Zoon in hare armen ontving! Welke nieuwe smarten doorkliefde dat teederminnend moederhart bij het zien van de menigte van wonden, in dat lichaam geslagen! Maar wie is hij, die Jesus zoo geslagen heeft ? Wie is hij, die Maria's hart doorboorde? Yol schaamte over mij zeiven moet ik erkennen dat ik die schuldige ben. Om mijne zonden leed Jesus zooveel folteringen, om mijne zonden leed Maria mede met haren Zoon.

O Maria, Koningin der Martelaren, vergun dat ik mijn gekruisten Zaligmaker, uwen lieven Zoon, in uwe armen aanbidde en mijne tranen met de uwe menge. Bewaar mij door uwe machtige voorspraak van het ongeluk, van door mijne zonden Jesus Christus nog te beleedigen en de smarten van uw teederminnend hart uit mijn aandenken verliezen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

411

-ocr page 444-

KRUISWEG.

XIVe STATIE.

HET LICHAAM VAN JESUS WORDT IN HET GRAF GELEGD.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw kruis de wereld verlost hebt.

Deze laatste statie stelt voor het graf, waarin het lichaam van Jesus gelegd werd.

Overweeg, mijne ziel, de droefheid van den H. Joannes en van de vrienden van Jesus, toen zij het lichaam van hun geliefden Meester naar het graf droegen. Overweeg welk eene smart het voor Maria was, haar teergeliefden Zoon te moeten missen. — Kunt gij al die zielesmart beschouwen zonder mede te lijden ?

Mijn Jesus, oneindig barmhartige Jesus, die uit liefde voor mij den smartelijken kruisweg tot het einde toe hebt afgelegd, ik aanbid U hier, ontzield en in uw graf besloten. O, hoe gaarne zou ik U in mijn hart sluiten, in dat hart zoo arm aan deugden, om geheel met U vereenigd te leven en te sterven. Goede Jesus, ik dank U, omdat Gij ü zoo dikwijls verwaardigd hebt mijn hart tot uwe rustplaats te nemen. Maar verleen mij, door de verdiensten van uw heilig lijden, dat ik ook in mijn stervensuur diezelfde gunst ontvangen mag. Ja, geef dat uw Vleesch en

412

-ocr page 445-

kruisweg.

Bloed mijn laatste spijze zij ; dat de zoete namen Jezus en Maeia mijne laatste woorden mogen zijn. Verleen mij eindelijk, dat ik met een levend geloof, eene vaste hoop, en eene vurige liefde sterve, ten einde met U te verrijzen tot het eeuwig leven der heerlijkheid. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

slotgebed.

Hartelijke dank zij U, o Heer, voor al uwe weldaden, en bijzonder voor de genade, waarmede Gij mij op dezen kruisweg ondersteund hebt. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van uw lijden verdiepen en daaruit heilvolle lessen putten. O, dat deze oefening strekke tot verbetering van mijn leven, tot zaligheid mijner ziel. Geef, goede Jesus, dat zij ook aan de afgestorvenen voordeelig zij, voor wie ik haar heb opgedragen ; en mochten zij deze aflaten niet noo-dig hebben, verwaardig U dan ze aan die zielen toe te voegen, voor wie geen bijzondere gebeden gestort worden en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben. Eindelijk verleen mij, dat ik uw heilig lijden bestendig in mijne gedachte hebbe, mijn leven daarnaar regele en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharden moge. Amen.

413

-ocr page 446-

KRUISWEG.

STABAT MATER. !)

Schreiende eu in naamloos lijden, Stond de Moedermaagd bezijden 't Kruishout waar haar Zoon aan hing';

En door 't droef en zuchtend harte, Deelende in haar Jesus smarte,

Ging het zwaard der marteling.

o Wat was ze in wee en rouwe, De gebenedijde Vrouwe,

Moeder van Gods een'gen Zoon !

Wat ze schreidde, wat ze snikte,

Als zij oi5 de doodstraf blikte

Van haar Kind, zoo eindloos schoon!

Wie is mensch, die onbewogen Christus Moeder, voor zijne oogen Zage in zulke foltering?

Wie kunne er niet mede rouwen. En die Moeder daar aanschouwen, Lijdend met haar Lieveling ?

Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus vol van pijnen.

En Hem geeslen streng en straf;

Zag zij haren Lievling sterven En Hem alles, alles derven.

Toen zijn mond den doodsnik gaf.

Moeder. Moeder, bron van liefde, Dat uw zwaard ook mij doorkliefde, Dat ik treuren moog als gij.

414

Ach, ontsteek mijn ziel en zinnen, Dat ook ik mijn God moog minnen En Hem welgevallig zij.

') Vertaling van T. Stokvis S. J. Lijdens-Hymnen der Kath. Kerk. 1865.

-ocr page 447-

KRUISWEG.

STABAT MATER.

Stabat Mater dolorosa Juxta crucem lacrymosa Dum pendebat Pilius.

Cnjus animam gementem, Contristatam et dolentem, Tertransivit giadius.

O quam tristis et atflicta Fuit illa benedicta Mater Unigeuiti!

Qnse mcerebat et dolebat Pia Mater, dum videbat Nati poenas inclyti.

Quis est homo, qui non fleret, Christi Matrem si vidoret In tanto supplicio ?

Quis non posset contristari, Christri Matrem contemplari, Dolentem cum Pilio ?

Pro peccatis su;c gentis Vidit Jesum in tormentis Et flagellis subditum.

Vidit suum dulcem Natum Moriendo desolatum,

Dum emisit spiritum.

Eja Mater fons amoris, Me sentire vim dolores Pac, ut tecum lugeam.

Pac, ut ardeat cor meum In amando Christum Deum, Ut sibi complaceam.

415

-ocr page 448-

KRUISWEG.

Heiige Moeder, 'k bid u, hoor het, 't Lijden des Gekruisten boor het, Krachtig wondend, mij in 't hart.

Met uw Zoon, die om mijn zonden Zich zoo gruwzaam liet verwonden, Wil ik deelen in de smart.

Doe ine in liefde met u klagen, 't Lijden des Gekruisten dragen Tot mijn stervensuur zal slaan.

o Ik voel mijn ziel versmachten. Om te deelen in uw klachten.

En met u bij 't kruis te staan.

Maagd der maagden hoog verheven. Wil mijn bede niet weerstreven,

Laat me met u droevig zijn.

Laat me dragen Christus plagen. Deelgenoot zijn zijner slagen,

Immer denken aan zijn pijn.

'k Zij met Hem aan 't Kruis geklonken. Van de smart des kruises dronken En het Zoenbloed van uw Zoon.

Wees, opdat geen hel me ooit dere. Gij mijn voorspraak bij den Heere, Zeetiend op zijn Rechtertroon.

Christus, als ik zal verscheiden.

Laat uw Moeder mij dan leiden. Tot den palm der zegepraal.

Als het lichaam weg zal sterven, Doe mijn ziele dan verwerven.

Dat zij van uw glorie straal! Amen.

•416

-ocr page 449-

KRUISWEG.

Sancta Mater istud agas, Cmciflxi fige plagas Cordi meo valide.

Tui nati vulnerati,

Tam dignati pro me pati,

Pccnas mecum divide.

Fac me tecum pie fiere, Cruciflxo condolere Donec ego vixero.

Juxta crncem tecum stare, Et me tibi sociare In plauctu desidero.

Virgo virginum prseciara,

Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere.

Fac ut portem Christi mortem, Passion is fac consortem. Et plagas recolere.

Fac me plagis vulnerari, Fac me cruce inebriari Et cruore Filii.

Flammis ne urar succensus, Per te, Virgo sim defensus In die judicii.

Christe cum sit hinc exire, Da per Matrem me venire Ad palmam victorke.

Quando corpus morietur Fac ut animae donetur Paradisi gloria. Amen.

417

-ocr page 450-

f

KRUISWECt.

Geve Jesus, onze beminde Zaligmaker, door de verdiensten van zijn smaad- en smartvol lijden en sterven, dat wij deelachtig mogen worden aan de heerlijkheid zijner glorievolle verrijzenis.

L. E. HOCTIN, S. J.

OOSTEEHOUT, 1897.

418

-ocr page 451-

VERBETERINGEN.

bladz. VIII reg. 5 v. b. honig.

„ 1 , 9 v. o. dochter Sion.

„ 1 „ 1 v. o. ont te veel.

, 4 „ 10 v. b s'

„ 6 , 2 v. b. inoot) Sacrament.

„ 7 „ 4 v. b. Bethphage.

„12 ,9 v. b. deelgenooten.

„ 14 , 2 v. o. Jesus'

„ 19 Acoliet.

„21 ,1 v. b. Palmwijding.

,21 „10 v. b. van hen die op.

„27 ,16 v. b. Acolieten.

1 28 Hosanna.

,30 „1 v. o. (noot) kerkwijding.

, 33 „ 4 v. b. Paulus.

,34 „2 v. o. dat.

,39 ,13 v. o. Sacrament.

„41 „13 v. o. hoogepriester.

, 44 „ 11 v. o. huldigen.

„ 50 „ 1 v. o. gelezen.

,53 „14 v. o. Christus'

„ 55 „ 2 v. o. opdat.

,63 ,14 v. o. bezighoudende.

, 71 „11 v. o. (noot) hout.

, 72 „ 4 v. b. boetekleed.

, 78 , 7 v. b. gezegenden.

, 78 „ 16 v. b. bespuwen.

, 83 , 2 v. o. (noot) Messiaansche.

„84 „2 v. b. mijn.

„ 88 „ 9 v. b. en wat in het verledene of in de toekomst.

v 105 , 1 v. o. (2) de noot hiervoor staat op bl, 106.

„ 107 „ 7 v. o. schatting.

„ 108 , 4 v. b. Galilaeër.

, 108 „ 7 v. b. Herodes.

, 109 „ 5 v. b. Die om.

„ 117 ,, 6 v. o. dat.

-ocr page 452-

verbeteeingen.

bladz. 126 reg. 1 v. o. (noot) Offerande.

129 „ 15 v. o. plechtigheden.

I 131 , 5 v. o. (noot) Praxis.

quot; 135 „ 3 v. b. omdat.

„ 137 „ 3 v. b. oportet.

137 „ 18 v. b. Kyrië eleïson.

„ 138 , 16 v. b. Judas.

, 138 , 21 v. b. effectum.

138 De noot moet staan op bl. 139.

^ 139 „ 2 v. b. Les enz. en Lectio etc. moet omgewisseld worden.

141 ^ 2 v. b. in het wierooksvat gedaan, in de pl'tats van; gewijd.

„ 145 , 3 v. b. Dextera.

, 151 „ 2 v. b. voor uwe heilige katholieke Kerk.

' 152 , 14 v. b. Thomae

, 155 , 12 v. b. seterni.

^ 156 , 2 v. b. beata3.

158 , 6 v. b. deprecamur.

quot; 160 , 15 v. o. (noot) den wijn, in plaats van-.

het brood.

„ 162 „ 9 v. o. setemam.

165 , 9 v. b. dit kruisje moet staan achter het woord Zoon reg, 13.

„ 165 „ 9 v. o. principle.

, 166 „ 16 v. o. Woord.

„ 166 „ 11 v. o. Eeniggeborenen.

„ 167 „ 2 v. b. Sacrament.

„ 167 „ 8 v. b. Acoliet.

, 167 „ 2 v. o. Verbum.

, 169 „ 8 v. o. videntes.

„ 175 „ 6 v, b Tertio repetitur.

175 „ 14 v. b Heidenen voor volken. Si ego staat te veel.

„ 175 „ 21 v. b. In hoe. Hieraan slaat te veel.

quot; 175 „ 17 v. o. major autem horum.

„ 175 „ 12 v, o. Maneant en In u blijven te veel.

„ 175 „ 7 v. o. want zij heeft.

„ 176 „ 14 v. o. glorianter.

„ 179 „ 11 v. o. booze.

„ 193 , 5 v. b. beminden.

, 194 „ 5 v. b. Acolieten.

-ocr page 453-

VERBETERINGEN.

bladz. 198 reg.17 v. b. et in superliminaribus.

n

201

v

8 v.

, o. deur wachtster.

•n

201

•n

1 V.

o. ostia.

205

V

3 v.

o. Lithostrotos.

»

211

2 v.

o. comprimantur.

•n

214

n

1 V.

b. Gebeden.

n

214

n

14 v,

b. ut relictis.

V

214

14 v

o. zoekt.

V

214

*

5 v.

o. responde mihi.

n

214

D

1 V.

o. Salvatori.

»

214

V

8 v.

o. Egypte.

T)

218

noot te veel.

D

219

n

22 v.

b. de ie veel.

J!

219

Tl

9 v.

o per — egit.

r)

223

6 v.

o. zijner liefde .... wederliefde.

V

226

D

1 V.

o. handen.

»

230

n

10 v.

o reden.

233

15 v.

o, wordt.

»

234

V

4 v.

o. svmbolum.

n

235

JJ

2 v.

o. (noot) en het Woord was God.

V

237

j)

9 v.

b. kerk.

Y}

239

8 v.

b. wilden.

f)

240

n

14 v.

o. seternam.

ï»

246

11 V.

b. weergalme dit.

J)

246

j)

14 v.

b. allerdierbaarste.

V

247

18 v.

1). waarop dat ware Lam.

V

261

n

10 v.

b. zoowel als hun.

V

265

4 v.

o. Deus.

n

267

»

1 V.

o hun.

n

269

9 v.

b iEgyptios.

270

w

9 v.

o. apud.

277

7)

2 v.

b volvoering.

rgt;

287

n

3 v.

o. Gentium.

287

V

2 v.

o. gerechtvaardigde Heidenen.

»

291

»

5 v.

b. standbeeld.

V

291

j)

22 v.

o dat ik gemaakt heb.

n

291

V

16 v.

o. instrumenten:

71

292

»

8 v.

b. veranderde.

293

•n

16 v.

b. virtutum.

n

297

V

13 v.

o. Geest.

V

300

D

11 V.

o. geloovigen te doopeu.

n

300

»

3 v.

o. servantibus.

-ocr page 454-

VEEBETEEINGEN.

bladz.

302

reg

. 4

V.

b.

door de kracht.

304

n

2

V.

b.

foecuudetur.

305

Jl

12

V.

b.

commixtio.

305

n

21

V.

b.

catechumenen.

306

miserere.

308

V

4

V.

b.

uwe begrafenis.

308

»

6

V.

b.

verrijzenis.

311

%

16

V.

b.

Ik belijd.

347

12

V.

0.

vloden weg van mij.

352

V

14

V.

0.

goddelijk en liefdevol Hart.

354

rt

12

V.

b.

redt.

356

D

6

V.

b.

Loof den Heer.

358

D

15

V.

0.

armen zondaar.

368

n

11

V.

b.

Sacrament.

368

n

14

V.

b.

Sacrament;.

372

13

V.

b.

onui tsprek elijke.

374

5

V.

0.

tot Abraham.

384

11

V.

b.

verdient.

386

5

V.

b.

die zeidet.

387

71

11

V.

0.

vrees IJ.

389

D

4

V.

b.

hoor ons : te teel.

402

n

10

V.

0.

de plaats.

-ocr page 455-

BLADW IJZER.

BLADZ

Voorrede voor de eerste druk .... I.

Voorwoord der vierde druk..........X.

„ „ vijfde „ ..........X.

PALMZONDAG.

Toelichting......................1.

Palmwijding....................15,

Palmuitdeeling....................26.

Processie......................27.

Mis ..........................32.

MAANDAG-.

Toelichting......................51.

'Mis ..........................59.

DINSDAG.

Toelichting......................65.

Mis ..........................70.

WOENSDAG.

Toelichting......................86.

Mis ..........................95.

-ocr page 456-

]! BLADWIJZER.

WITTE DONDERDAG.

Toelichting...........

Mis .............1^4.

Processie............166.

Ontkleeding der altaren.......168.

Voetwassching..........1^2.

GOEDE VRIJDAG.

Toelichting...........1^8.

Lessen.............194.

Passie.............200.

Gebeden............209.

Kruisvereering..........214.

Processie............221.

Altaardienst......................223.

PAASOHZATERDAG.

Toelichting...........228

Vuurwijding...........239

De Paaschkaars..........244

De Profetieën..........251

Wijding van het Doopwater.....293

De Litanie ... .......306

Mis..............310

AANHANGSEL.

Misgebeden...........323

Aanbiddingsoffer.........325

Dankoffer ...........327

-ocr page 457-

bladwijzer. ii [

Zoenoffer ......................332.

Smeekoffer...........3.34.

Boetgebeden...........,343,

Communiegebeden ................362.

Schietgebeden met aflaat............379.

Litanie v. h. Lijden O. H......381.

Kruisweg ......................392.

Stabat Mater..........414.

Verbeteringen..........419.

IMPRIMATUR Amstelodami, H. J. BORGHOLS

die 12 Martii 1898. Libr. Cbns.

-ocr page 458-
-ocr page 459-

-

-

,

-ocr page 460-
-ocr page 461-