Vak 87
Vak S7
CONGREGATIE-BOEKJE,
BEVATTENDE
liempe Meden en ie^angen
TEN DIENSTE DER
ferd.sarton
Kapelaan te Maastricht.
VIERDE VERMEERDEUDB UITGAVE.
Mijn grootste vreugde is, o Maria.Uw Congregaiüst te zijn.... voor U leef ik, regeer ik, strijd ik, o Maria.
(Perdinand UI, Keizer van Duitschland.)
Maastbichtsohe Stoojedrukk.ekij.
VOORREDE
VOOR DEN TWEEDEN EN DERDEN DRUK.
Dierbare Congreganisten.
Onlangs bezocht ik in de H. Stad Rome de plek waar het eerst Congregatie gehouden werd, en knielde neder in de kapel van de Congregatie prima primaria de moeder van al de Congregaties ter eere van Maria, die over geheel de wereld tot troost en tot luister strekken der H. Kerk. Niet ver van daar is de kamer, thans in kapel veranderd, waai* de H. Aloysius , dat schoonste sieraad der Congregatie en 't volmaakte toonbeeld der Congreganisten bad, studeerde, zich heiligde en stierf. Met een dankbaar gemoed dacht ik daar aan de schoone dagen mijner jeugd, toen ik mijn opdracht deed in de Congregatie,
aan de verschillende Congregatiën, die ik het geluk had te besturen, en aan de vele kinderen van Maria, voor wie dit boekje, ik mag het zeggen, het geliefkoosde handboekje geworden is.
Aan u, kinderen van Maria, bied ik deze vermeerderde uitgave aan. Mocht gij, bij het lezen er van, meer doordrongen worden van dien geest, die van uit de Hoofd-Congregatie van Eome, het levend geloof, den brandenden ijver, de zaligende liefde in de harten van duizenden gebracht heeft.
VOOR DEN VIERDEN DRUK.
Op velen aaavrage heb ik in deze uitgave het Officie van O. L. Vrouw, alsmede eenige nieuwe liederen ingelascht. Voor het overige stemt zij met den vorigen druk overeen.
IMPRIMI POTEST Trajeeti ad Mosam, die 15 Maart 1892 F. X. Rutten. Bee. Mosaetr. ad hoc del.
REGELEN en GEBEDEN.
HOOPDSTÜK I.
Over de Congregatie, hare regelen en voorrechten.
§ 1-
De oorsprong der Congregatiën is gelijk aan die mysterieuse bron, waarvan de Schriftuur spreekt in het boek Esther (c. 11 v. 10). In den beginne slechts bij druppelen opborrelend, was deze bron klein en onbeduidend, maar ontsprong in een rijken straal en groeide aan tot een machtigen stroom, die leven en vruchtbaarheid bracht in provinciën en koninkrijken. Zoo was de tegenwoordige Hoofd-Congregatie te Home met hare talrijke vertakkingen, niet alleen in alle landen van Europa en Amerika, maar ook in Indië, in China in Japan enz. enz, in den beginne slechts eene eenvoudige bij eenkomst vaneenige scholieren uit het Eomeinsch College in de hoofdstad der Christen-wereld.
Pater Leonius (Van der Leeuw) namelijk, leeraar van een der laagste klassen in vermeld College, verzamelde eiken avond, na schooltijd, eenige leerlingen in zijne leskamer. Daar had hij dan een Lieve-Vrouwbeeldje eenvoudig versierd, daar werden dan eenige gebeden gestort, en door een der leerlingen uit een godvruchtig boek iets voorgelezen, terwijl men op Zon- en Feestdagen er ook de Verspers zong Dit geschiedde in 't jaar 1563.
Dit is de oorsprong der beroemde congregatiën, die volgens de getuigenis van den grooten Paus Benedictus XIV ongeloofelijk veel goeds gesticht hebben.
Het volgend jaar was reeds het getal der studenten, die aan die vrome bijeenkomsten deel namen, tot zeventig gestegen. Toen werd er besloten, ten eerste, de kleine vereeniging op bijzondere wijze aan Maria toe te wijden, waarom zij voortaan den naam zou dragen van „Soda-liteit of Congregatie der Allerheiligste Maagd,quot; en ten tweede eenige regelen santen te stellen, door welke de tijd der bijeenkomsten, de verschillende oefeningen en godvruchtige werken nader bepaald werden. Deze regelen worden nu nog grootendeels in de Congregatiën onderhouden.
De leden der Congregatie verspreidden zulk een geur van heiligheid, dat dagelijks nieuwe studenten zich aangetrokken gevoelden van die keurbende onder Maria 's bescherming deel te maken. In 't jaar 1569 was het getal leden zóó
aangegroeid, dat men zich genoodzaakt zag de Congregatie in tweeën de Groote en de Kleine te splitsen, en in 1593 ze zelfs in drieën te verdeelen: de eerste, de tweede en de derde.
Zoo bloeide de Congregatie, als eene bloem door Maria 's moederhanden verzorgd, binnen de muren van het Romeinsch College. Ook daar buiten zou zij weldra bloeien en duizenden door haar hemel-schen geur verkwikken.
De Generaal der Soeieteit van Jesus wendde zich, in 1584 tot Z. H. Paus Gregorius XIII om, door Zijn gezag gemachtigd en door Zijn zegen versterkt, ook op andere plaatsen Congregatiën, gelijk aan de Romeinsche Hoofd-Congregatie, op te richten. De Paus, door het voorbeeldig leven der Congreganisten getroffen, verleende goedgunstig de machtiging, om in de Colleges of kerken der Soeieteit, voor de scholieren en tevens voor andere godvruchtige Christenen eene Congregatie op te richten, die met de Hoofd-Congregatie ver-eenigd, in alle gunsten aan deze verleend, zou deelen. Tevens gaf de Paus de volmacht om regelen en besluiten uit te vaardigen, die volgens omstandigheden konden gewijzigd worden.
Sixtus Vquot; schonk den Congreganisten in 1586 en in 1587 nieuwe voorrechten, en stond toe om in alle Colleges of kerken der Soeieteit, zoowel voor de studenten als voor andere christenen zoovele Congregatiën als men nuttig oordeelde, op te richten. Al deze gunsten werden door Clemens VIII in 1602 en door Gregorius XV in 1621 bevestigd
en uitgebreid. Benedictus XIV droeg der Congregatie, waarvan Hij zelf troeger een ijverig lid was geweest, een vaderhart toe, door in 1748 „met Apostolische milddadigheid hare voorrechten nog te vermeerderen.quot;
Eindelijk stond Leo XII den 7 Maart 1825, goedgunstig toe, dat de Generaal der Societeit van Jesus ook congregatiën mocht oprichten en met de Hoofd-Congregatie vereenigen, in die kerken en huizen, welke in geenen deele aan de zorgen van genoemde Societeit zijn toevertrouwd.
Zoo schitterden over de gansche aarde in bonte mengeling talrijke congregatiën samengesteld uit alle standen der maatschappij, congregatiën van kardinalen, priesters, magistraten, advocaten, ge-neesheeren, militairen, edelen, burgers, kooplieden, kunstenaars, werklieden, dienstboden, enz.. Wat al koningen en vorsten, wat al kardinalen en bisschoppen, wat al prinsen en graven, wat al geleerde en beroemde mannen het zich tot eer rekenden, als nederige kinderen van Maria, tot hare congregatie te behooren, kan ik in dit kleine boekje niet opnoemen. Veel minder gedoogt dit klein bestek na te gaan hoe de Congregatiën een machtig bolwerk vormden tegen het Protestantisme en Jansenisme, en hoe zij in de verschillende landen, met name in Duitschland het Christenvolk in 't voorvaderlijk geloof bewaard hebben.[1^
(1) Zie hierover: Histoire abrégée des Congrégationsde la.S. Vierge, par le R. P. Carayon S. J. 1863.
Gredurende de eerste eeuw van het bestaan der Societeit van Jesus, bezat deze meer dan 800 verschillende Colleges en huizen, waarin meer dan 1000 Congregatiën bloeiden. Pater Gregorius Cisnerus richtte alléén meer dan 300 congregatiën op in de Indiën.
In de Nederland.en waren de congregatiën van Leuven, Brussel, Mechelen, Antwerpen, Gent, Maastricht, den Bosch de beroemdste. Leuven bezat er 6, Antwerpen 10 met meer dan 3000 leden. Mechelen telde, acht dagen na de oprichting eener congregatie 4690, en kort daarna 7000 congregani sten.
In 1864, het jaar na het derde eeuwfeest van de oprichting der Üoof'd-Congregatie, waren er 9516 congregatiën met deze Moeder-congregatie ver-eenigd.
„Het is ongeloofelijk, zoo zeide Paus Benedictus „XIV, welk een groot nut personen van alle stan-„den der maatschappij uit deze zoo loffelijke instelling getrokken hebben;quot; ongeloofelijk, hoe vele rechtschapen rechtsgeleerden, hoe vele godsdienstige geneesheeren, hoe vele eerlijke kooplieden, hoe vele brave huisvaders en huismoeders, hoe vele kuische jongelingen, hoe vele reine maagden, hoe vele trouwe dienstboden zij gevormd heeft.
De congregatie moge ons dan ook eene tweede moeder zijn, van wier lippen wij ware levenswijsheid ontvangen, aan wier hand wij veilig door deze wereld wandelen, en aan wier hart wij den waren vrede vinden.
— 10 —
§ 2.
De regelen der Congregatie.
1.
Daar de Allerheiligste Maagd Maria de bijzondere patrones der Congregatie, en eene bij uitstek teedere Moeder voor de congreganisten is, zoo moeten dezen Haar niet alleen op bijzondere wijze vereeren, maar ook door een onberispelij ken levenswandel en reinheid van zeden Hare deugden trachten na te volgen. Om de leden der congregatie hierin te helpen, zijn deze regelen opgesteld.
2.
De Congregatie zal bestuurd worden door een lt;:
bestuurder (directeur), een prefect met behulp en overleg van hvee assistenten, waarbij men een raad zal voegen van twaalf of zes leden, van welke er één de betrekking van Secretaris zal waarnemen. Behalve dezen zullen er nog andere bedienaren mogen aangesteld worden.
3.
De nieuwe leden zullen voor hunne aanneming eene generale of gewone biecht (naar 't oordeel i
Tan hun biechtvader) spreken. Allen zullen minstens ééns in de maand tol de IT 11. Sacramenten naderen, alsook op de bijzondere feestdagen des Heeren en Zijner II. Moeder; de prefect, de assistenten en raadsleden nog dikwijler. Aldus vermanen de regels der Hoofd-Congregatie.
4. i
De Congregatie zal alle Zondagen en geboden
feestdagen (1) vergaderen. Den gang dezer vergaderingen zie hierna,
5.
De leden zullen, zooveel mogelijk, dagelijks de H. Mis bijwonen. Des morgens, behalve hunne gewone gebeden, zullen zij driemaal het Onze Vader en Wees gegroet, eens het nik geloof in God den Vader1 benevens het Salve li eg in a bidden; des avonds, behalve het gewetensonderzoek en andere oefeningen, driemaal het Onze Vader en JVees gegroet en eens den psalm, Be profundis, bidden tot lafenis der geloovige zielen.(Zie hierna.)
6.
Dewijl de leden eener Congregatie tot eene eenigszins hoogere volmaaktheid dan de overige menschen geroepen zijn, zoo wordt aan allen in het algemeen aanbevolen, dat zij ook een grooteren ijver aan den dag leggen voor de oefeningen van godsvrucht en Christelijke liefde, als zijn: dikwijler te biechten gaan en tot de H. Tafel naderen, het officie der H, Maagd en den Eozen-krans bidden, en andere vrome werken, in zoo ver de omstandigheden van plaats en personen, de plichten van een ieders staat liet toelaten.
7.
Die verhinderd is eene vergadering bij te wonen, zal zoo spoedig mogelijk den bestuurder of
te worden, hoe dikwijls men voornemens is te vergaderen.
— 12 —
den prefect hiervan verwittigen. Om herbaalde afwezigheden (zonder reden) of om andere overtredingen kan iemand de bijeenkomst der Congregatie voor eenigen tijd of voor altijd ontzegd worden.
8.
Is iemand der leden ernstig ziek, dan zullen ^
de directeur en de prefect zorgen, dat hij bezocht worde, en zullen allen voor hem bidden. Als hij overleden is, zullen allen, zoo mogelijk aan de begrafenisplechtigheden en den lijkdienst deelnemen, het otflcie der overledenen, en acht dagen lang den psalm De profundis voor hem bidden. De Congregatie zal zorgen, dat er ten minste ééne Mis aan een gepriviligieerd altaar gelezen worde.
9.
De Congreganisten zullen elkander met ware en oprechte liefde beminnen, overtuigd, dat, als Maria hunne moeder is, zij ook onderling broe- , ders en zusters genoemd worden.
Allen zullen trachten op den weg der volmaaktheid dagelijks voortgang te maken. Hiertoe wordt hun grootelijks aanbevolen de bijeenkomsten, der Congregatie bij te wonen, geene barer oefeningen na te laten, den omgang met slechte of lichtzinnige personen, en alle gevaarlijke gelegenheden te vluchten, en zich in handel en wandel zoo te gedragen, dat zij waardig geacht worden kinderen van Maria te zijn. 4
— 13 -
10.
Zoo dikwerf na eene verkiezing, de nieuwe prefect en de overige bedienaren afgekondigd worden, zullen de regelen in de Vergadering voorgelezen of uitgelegd worden.
Ovsr de verkiezing van den prefect en de overige bedienaren.
De prefect en de overige bedienaren zullen minstens ééns in 't jaar, op een der voornaamste feesten van O. Lieve Vrouw gekozen worden. De directeur, prefect, assistenten en raadsleden komen daartoe bijeen, en kiezen uit de geheele Congregatie drie leden, die door voorbeeldige deugd boven anderen uitmunten. Deze drie worden dan aan de geheele Congregatie voorgesteld; die de meeste stemmen verkrijgt, wordt tot prefect, die minder stemmen verkrijgen, worden, naar het getal stemmen, tot eersten en tweeden assistent benoemd. De stemmen worden opgenomen door den directeur en door den prefect.
De overige raadsleden en de secretaris worden door den directeur met den prefect en de assistenten gekozen, en moeten(naar de Romeinsche uitgaven der regels) geenszins worden onderworpen aan de keuze van de geheele Congregatie' Op dezelfde wijze worden ook de koster, portier en andere bedienaren, zoo noodig, gekozen.
Mocht de prefect, vóór dat de helft van den tijd zijner bediening verstreken is, overlijden, of door een ander toeval belet worden zijn ambt
verder uit te oefenen, dan zal de bestuurder een ander in zijne plaats aanstellen. Hetzelfde zal ook geschieden bij andere openvallende bedieningen.
Beknopte inhoud van de bijzondere regelen.
Regels van den Prefect.
1. Gelijk de prefect de overige leden der Congregatie in rang en bediening voorafgaat, zoo moet hij ook pogen in deugd alle andere Con-greganisten te overtreffen. Daarom moet hij vooral door zijn voorbeeld de anderen tot het onderhouden der regelen opwekken, bijzonder wat de H. Sacramenten betreft, door dikwijier dan de overigen te biechten en te Communie te gaan.
2. De prefect blijft onderworpen aan den bestuurder, dien hij in alles moet raadplegen, en zonder wien hij niets mag veranderen noch iets nieuws invoeren.
3. Hij lette er op, dat de regelen door allen worden onderhouden, dat de overige bedienaren de hun eigen regelen behoorlijk nakomen, vooral de assistenten, de secretaris en de raadsleden. Hij zorge dat er aanwezig zijn: d) eene lijst, waarop de namen der leden geschreven staan. V) een boek, waarop de aanwezigen en afwezigen bij elke vergadering worden aangeteekend. c) een boek, waarin de verkiezingen der bedienaren, met vermelding van dag en jaar zijn op-geteekend. d) een boek bevattende de namen der
— 15 —
leden, met vermelding van dag en jaar hunner opneming in de Congregatie en van hun overlijden.
4. De Congreganisten, die ziek zijn, worden in de bijzondere zorg van den prefect aanbevolen, die hen zal bezoeken en in de gebeden der Congregatie aanbevelen. Indien een zieke sterft, zal hij zoi'gen, dat voor de rust zijner ziel de vastgestelde gebeden door de Congreganisten geschieden.
5. Hij onderteekent met den directeur de opene brieven van aanbeveling.
Regels van de assistenten.
1. Het ambt der assistenten is den prefect in zijne bediening door raad en daad te steunen. Zij moeten dus met hem één van gedachte zijn om des te beter alles volgens één gedragslijn te besturen
2, Zij moeten aanwezig zijn in de algemeene en bijzondere vergaderingen . is de prefect afwe-zend, dan wordt zijne plaats ingenomen door den eersten assistent, en bij beider afwezigheid door den tweeden. Zij moeten dikwijls met den directeur en den prefect spreken over den geestelijken voortgang der Congregatie, dien zij door woord en voorbeeld met de hulp van Gods genade zullen bevorderen.
Regels van den Secretaris.
1. De secretaris moet bij alle raadsvergaderingen aanwezig zijn. Hij zal in een daartoe bestemd
— 16 —
boek alle zaken van gewicht opteekenen, maar daarvan eerst een afschrift aan den bestuurder en prefect vertoonen.
In de boeken hierboven vermeld zal hij alles op zijne plaats met nauwkeurigheid opschrijven. Hetgeen in de raadsvergaderingen vastgesteld is, zal hij niemand mededeelen.
Hij schrijft de opene brieven en wat er overigens geschreven moet worden; hij onderteekent en bezegelt met het gewone zegel der Congregatie als zulks noodig is.
Regels van de raadsleden.
1. Hun getal is naar gelang der meerdere of mindere talrijkheid van de Congregatie 6 of 12. Hunne bediening is den prefect in de beraadslagingen en in het bestuur der Congregatie te helpen. Het betaamt dus dat zij uit de oudste en deugdzaamste leden gekozen worden. In het uitbrengen van hun gevoelen moeten zij altijd Gods meerdere glorie en Maria's eer en het geestelijk welzijn der Congregatie voor oogen houden en zich nimmer door partijdigheid laten leiden. Zij moeten trachten ook door voorbeeld de anderen vóór te gaan.
Regels van den schatbewaarder.
De schatbewaarder mag geene uitgaven doen zonder voorkennis van den directeur. Hij heeft eene bus of een kistje ter bewaring van het geld der congregatie De bus wordt met twee verschillende sleutels gesloten, waarvan de eene be-
— 17
rust bij den directeur en de andere bij den theso-rier, tenzij men anders mocht goedvinden. In congregatiën echter, die uit minderjarigen bestaan, houde men zich streng aan deze verordening. Hij zal van de ontvangsten en uitgaven nauwkeurig boek houden en daarvan den dicec-teur, zoo dikwijls deze het goedvindt, kennis laten nemen.
Regels van den Koster en Portier.
1. De koster, of indien de Congregatie zeer talrijk is, de kosters zullen alle gewaden en sieraden zuiver en onder slot bewaren; de sleutels berusten bij den directeur. Zij doen geen uitgaven buiten weten en goedkeuren des directeurs.
2. De Portier zal trachten zooveel mogelijk het eerst in de kerk te komen. Hij houdt de alphabethische lijst der congreganisten en teekent de aanwezigen en afwezigen daarop aan. Dit boek wordt met groote zorg bewaard, en mag niet lichtvaardig aan iedereen worden toevertrouwd,— Na iedere vergadering zal hij de aanwezigen aan den prefect opgeven en daarvan zelf ook aan-teekening houden.
Heeft de Congregatie nog andere bedienaren zooals : den bibliothecaris, den onderrichter der candi-daten, de ziekenbezoekers, den voorlezer enz- dan zal de directeur niet verzuimen elkeen nauivkeurig omtrent de verplichtingen van zijn ambt in te Helden.
AFLATEN.
Vergtmd door de Pausen aan de Hoofd-Congre-qatie, opgericht onder den titel van Maria-hood-schap, in het Romeinsch College, en aan al de Congregatiën, die op dezelfde vnjze zijn of zullen worden opgericht, mits zij met voornoemde Hoofd-Congregatie wettig vereenigd zijn.
VOLLE AFLATEN
welke door alle geloovigen van belde Sexe kunnen verdiend worden.
1. Alle leden eener Congregatie en andere geloovigen van beider kunne, die geen leden eener Congregatie zijn, indien zij met een waar berouw hunne zonden gebiecht en het H. Lichaam des Heeren ontvangen hebben, op den titel feestdag der Congregatie, te beginnen met de eerste Vespers op den voor-avond, tot den zonne-on-dergang des feestdags, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie godvruchtig bezoeken, en aldaar bidden voor het heil en de uitbreiding des Christendoms, voor de uitroeiing der
— 19 —
ketterijen, voor den ouderlingen en algeraeenen vrede der Christenvorsten, en voor het welzijn Tan den Paus van Rome, of andere gebeden volgens hunne godsvrucht storten, verdienen een vollen aflaat.
2. Indien de Congregatie een tweeden titel of patroon heeft, wordt er insgelijks op dezen feestdag een vollen aflaat verleend. Zoo de Congregatie dezen titel niet heeft, raag de bestuurder alle jaren, met toelating van den bisschop, een dag naar goedvinden daartoe verkiezen.
3. Deze beide feestdagen mogen ook verzet worden, en dan kan men den bovengemelden aflaat verdienen op dien dag, waarop de plechtigheid gevierd wordt In dit geval mag er eene plechtige votiefmis van dit uitgesteld feest worden gehouden, al werd er ook op den vastge-stelden dag, in de Kerk een dubbel feest (festum duplex) gevierd.
VOLLE AFLATEN welke alleen door de leden en bedienaren der Congregatiën en voor hen, die deze behulpzaam zijn, kunnen verdiend worden.
4. Al wie op den dag, waarop hij in de Congregatie wordt aangenomen, na met een waar leedwezen gebiecht te hebben, het Allerheiligste Sacrament des Altaars in de kerk der Congregatie of in eene andere kerk zal ontvangen, verdient een vollen aflaat en de kwijtschelding van ai zijne zonden.
— 20 —
5. Dezelfde aflaat kan in de ure des doods verdiend worden.
6. De leden eener Congregatie, die met een waar berouw gebiecht hebbende, in dezelfde kerk het H. Lichaam des Heeren nuttigen, kunnen ook een vollen aflaat verdienen op de dagen der geboorte en der Hemelvaart van 0. II. J. Chr. en op de feestdagen der Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Boodschap en Hemelvaart van Maria.
7. Ook een vollen aflaat eens in de week, op een van de dagen wanneer, volgens de regelen en gebruiken der gemelde Hoofd-Congregatie, de bijeenkomsten gewoonlijk gehouden worden, mits zij met een waar berouw gebiecht hebben en tot de H. Tafel genaderd zijn, de kerk of kapel, bidplaats of vergaderplaats hunner eigen Congregatie bezoeken, en aldaar godvruchtig bidden tot de intentie vanZ. H. Wanneer nochtans gedurende dezelfde week de leden der Congregatie twee of driemaal vergaderen, zal ieder slechts één van deze dagen naar goedvinden mogen kiezen om den aflaat te verdienen.
Z. H. Leo XIII heeft bij rescript van 27 April 1887 goedgunstig toegestaan, dat deze aflaat ook kan verdiend worden op een anderen dag in de week als waarop de vergadering gehouden wordt, indien men door bezigheden ot om eenige andere reden op den dag der vergadering belet is tot de HH. Sacramenten te naderen.
8. In de Congregatiën, wier leden gewoon zijn des avonds of op een ander uur na den middag
— 21 —
te vergaderen, kan naar verkiezing, op denzelfden of op den volgenden dag, de volle aflaat verdiend worden.
9. De priesters met het bestuur der Congregatie belast, mits zij daartoe van den Bisschop eens voor altijd het verlof gekregen hebben, zoo dikwijls zij de zieke leden of bedienaren der ^5 Congregatie bezoeken, hen door geestelijke ver-
. maningen opwekken, hetzij om de ongemakken der ziekte geduldig te verdragen, hetzij om den dood gewillig van de hand des Heeren aan te nemen, en hen voor een beeld van den gekruis-ten Zaligmaker driemaal liet Onze Vader en het Wees gegroet volgens de inzichten van den Paus en van onze Moeder de H. Kerk doen bidden, kunnen aan deze zieken een vollen aflaat toepassen, op den dag, waarop zij het Allerheiligste Sacrament ontvangen hebben,
10 De volle aflaat, eens in de week vergund, kan tweemaal 's jaars door de leden der Congregatie verdiend worden, alhoewel zij de bidplaats hunner Congregatie niet bezoeken, mits zij eene andere kerk bezoeken, waarin zij het Allerheilig-5 ste Sacrament des altaars ontvangen, na eene
algemeene biecht van geheel hun voorgaande leven, of sedert hunne laatste algemeene biecht gesproken te hebben.
11. Te dezer gelegenheid wordt het gebruik der algemeene biecht aangeprezen, gelijk ook de godsvrucht tot de Allerheiligste Maagd Maria bijzonder door de Pausen warm wordt aanbevolen.
— 22 —
Daarenboven wordt aan de leden der Congregatie opgelegd; dat zij toch nooit weigeren, zich aan den raad en de bevelen van hunne bijzondere bestuurders met een ijverig en en bereide aar dig en ml te onderwerpen.
AFLATEN VAN ZEVEN JAREN.
toegestaan aan de voormelde personen, zoo dikwijls
zij een der volgende goede werken verrichten ;
12. Het lijk van een congreganist of van een anderen geloovige naar de begraafplaats vergezellen.
13. Door liet luiden der klok gewaarschuwd, dat een geloovigo in doodstrijd verkeert of sterft, bidden voor de genezing of een zaligen dood van dien zieke, of voor de rust der ziel van dien overledene.
14. Eene openbare of bijzondere godvruchtige bijeenkomst, de goddelijke diensten, geestelijke samenspraken of vermaningen bijwonen,
15. Tegenwoordig zijn bij godsdienstige oefeningen, door de Congregatiën met toestemming van den Bestuurder gehouden, tot lafenis dei-ziel van een congreganist of van een ander geloovige.
16 Mis hooren op een werkdag.
17. Des avonds, alvorens te gaan slapen, zijn geweten zorgvuldig onderzoeken.
18. Arme zieken, hetzij congreganisten of niet, in gasthuizen of andere huizen bezoeken.
19. De gevangenen bezoeken.
20. Degenen, die in tweedracht leven, met elkander verzoenen.
VERKLARING.
21. De leden der Congregatie zullen al deze aflaten kunnen verdienen, overal waar zij zich bevinden, indien zij in de kerk der plaats waar zij zijn, of elders, zooals zij kunnen, verrichten hetgeen voorgeschreven is om genoemde aflaten te verdienen.
Andere aflaten.
22. De leden der Congrégatie verdienen al de aflaten, vergund aan de kerkbezoeken te Eome zoo binnen als buiten de stad, mits zij in de Vasten en op andere tijden en dagen, de kerk, kapel of bidplaats der Congregatie, indien er eene is, of anders eene andere kerk of kapel der plaats, waar zij tijdelijk verblijven, godvruchtig bezoeken, en aldaar zevenmaal het Onze Vader en Wees gegroet bidden.
Aflaten voor de overledenen.
23. Al de bovengemelde aflaten kunnen tot lafenis der zielen aan de overledene geloovigen toegevoegd worden.
24. Het altaar van alle Congregatiën is geprivilegieerd vooralle priesters, die er Missen lezen, doch alleen tot lafenis der zielen van overledene congreganisten.
— 24 —
25. Doch ieder priester der congregatie, die de Miase leest tot lafenis der ziel van een zijner mede-congreganisten, kan hetzelfde voorrecht genieten, onverschillig aan welk altaar en in welke kerk het ook zij.
Andere voorrechten en gunsten
2ö. Alle koningen, prinsen, hertogen en graven, die met oppermacht bekleed zijn, alsook hunne eigene en aangehuwde verwanten in den eersten en tweeden graad, indien zij gevraagd hebben in eene Congregatie ingeschreven te worden, kunnen, hoewel afwezig, als zij boven vermelde werken van godsvrucht verrichten en eene kerk naar gelegenheid en verkiezing bezoeken, de voornoemde aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen insgelijks verdienen.
27. Aan alle geloovigen, die voor het Allerheiligste Sakrament des Altaars, wanneer het in de bidplaatsen der Congregatiën, met toelating van den Bisschop, gedurende drie achtereenvolgende dagen uitgesteld is, eenigen tijd bidden, en de andere voorgeschreven werken verrichten, worden de aflaten, kwijtscheldingen en ontslagingen vergund, welke zij zouden kunnen verdienen indien zij de kerken bezoeken, waarin het Allerheiligste Sakrament gedurende veertig uren is uitgesteld.
28. Eindelijk, aangezien het dikwijls geschiedt, dat de geestelijke oefeningen, die gewoonlijk acht dagen duren, om wettige redenen op som-
mige plaatsen, volgens omstandigheden van personen, plaatsen en tijden, geen volle acht, maar slechts vijf, zes of zeven dagen kunnen gehouden worden, zoo worden de aflaten, welke alleen verleend zijn aan degenen, die acht dagen lang de oefeningen bijwonen, ook vergund aan hen, die ze gedurende zeven, zes of tenminste vijf achtereenvolgende dagen zullen gehouden hebben.
Gedaan te Kome, ter Secretarie van de H. Congregatie der Aflaten.
Julius Caesar de Somalia,
Secretaris van de II. Cong der afl
Plaats f des zegels.
§ 4.
Over de aanneming van nieuwe leden in de CONGREGATIE
„Die in de Congregatie wenscht aangenomen te wordenquot;, zoo zegt de Romeinsche Uitgave der regelen, „begeve zich tot den bestuurder en „tot den prefect. Wanneer beiden genoegzame „berichten van hem zeiven en van anderen heb-„ben ingewonnen, nopens zijn leeftijd, beroep, „deugden en andere hoedanigheden, dan stelt de „prefect hem voor aan den raad, opdat hem het „bijwonen der Congregatie tot proefneming worde „toegestaan.quot;
— 26 —
De aspirant woont dan de vergadering bij, maar heeft geen stem in de kiezingen, en is ook nog niet deelachtig aan de aflaten der Congregatie.
IJe bestuurder en de prefect zorgen, dat hij omtrent de regels, oefeningen en plichten der congreganisten onderricht worde, alsook, dat er over zijn gedrag worde gewaakt gedurende den proeftijd, die tenminste drie maanden zal duren. Daarna zal de raad, met den bestuurder aan het hoofd, beslissen, wanneer hij onder het getal der leden van de Congregatie'zal worden aange. nomen, en dit raadsbesluit zal in de vergadering der Congr. worden afgekondigd.
Op den dag der aanneming of opdracht knielt de aspirant, eene waskaars in de hand houdende, na den lofzang Veni Creator, voor het beeld van Maria en spreekt met luider stemme zijne opdracht uit in dezer voege:
Heilige Maria, Moeder Gods en Maagd, ik kies U heden tot mijne Koningin, Beschermster en Voorspreekster ; ik neem het vaste besluit, U nooit te verlaten, nooit iets te zeggen of te doen, dat tegen uwe eer is, noch toe te laten, dat zulks door mijne onderhoorigen gedaan worde. Ik smeek U dan, neem mij voor eeuwig aan als uwen die naar (dienares): sta mij bij in al mijne werken, en verlaat mij niet in het uur mijns doods. Amen. (1)
(1) üeze opdracht gelijk zij Her staat, is van oudsher in gebruik geweest; reeds in 1683 had de Bisschop van Antwerpen 40 dagen aflaat daaraan verleend. De H. Berchmans was gewoon ze dikwijls te hidden.
Daarna zegt de Bestuurder :
Tot meerdere eer en glorie van God, tot bevordering van den dienst der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, tot geestelijk welzijn en voorspoed van onze Congregatie, neem ik N. uit kracht der Pauselijke macht, die mij is toevertrouwd, U N.N. aan als leden van onze Congregatie, opgericht te N. onder den titel van
Maria.......en maak U deelachtig aan alle
aflaten, voorrechten en gunsten, welke de H Stoel aan de Hoofd-Congregatie te Ito me vergund heeft. In nomine t Patris et t Filii et t Spiritus Sancti. Amen.
Alsdan neemt de Bestuurder de waskaars uit de hand van het nieuwe lid, en waar het de gewoonte is, geeft hij hem het gewijde kruis of de medalje der Congr. zeggende :
Accipe signum Congregationis ad corporis et animae defensionem, ut divinae bonitatis gratia, et ope Mariae, Matris tuae, aeternam beatitu-dinem consequi merearis. In nomine f Patris et f Filii et f Spiritus Sancti. Amen. (1)
Een kort woord van opwekking van den Bestuurder met een gezang kan de plechtigheid sluiten.
Al de leden der Congregatie zullen deze opdracht elk jaar te zamen vernieuwen, op den titel-feestdag der Congregatie.
(1) Ontrang liet onderscheidingsteelcen der Cungr., ter verdediging van ziel en lichaam, opdat gij door de ge-
— 28 -
GEBEDEN te Rome gebruikelijk bij de Plechtige Opdracht en Aanneming.
1. De Eerwaarde Bestuurder, of wie de plexhtig -heid verricht, begint voor het altaar de volgende Hymne, die door het koor wordt voortgezet:
Veni Ceeator spieitüs (blz, 55.)
2. Pkeek.
3. Wijding der medaxjes
Inmiddels kan er eene Hymne gezongen worden ter eere der allerheiligste Maagd.
Adjutorium nostrum Onze hulp is in den in nomine Domini, naam des Heeren,
Qui fecit coeluui et Die hemel en aarde terram. gemaakt heeft.
Domine exaudi era- Heer, verhoor mijn tionem meam, gebed,
Et clamor meus ad te En mijn geroep kome veniat tot U.
Dominus vohiscum, De Heer zij met u, Et cum spiritu tuo. En met uwen geest.
Oremus. Laat ons bidden.
Omnipotens sempi- Almachtige eeuwige terne Deus, qui Sane- God, die het vervaardi-torum tuorum imagines gen ol schilderen van af-(sive effigies) sculpi aut beeldingen uwer Heiligen
nade Gods en den bijstand van Maria, uwer Moeder, de eeuwige Zaligheid raoogt verkrijgen. In den naam des Vaders, enz.
— 29 —
pingi non reprobas, ut niet veroordeelt, opdat, quoties illas oculis cor- zoo dikwerf wij deze met poris intuemur, toties de oogen des lichaamsbe-eorum actus et sancti- schouwen, wij hunne da-tatem ad imitandum den en heiligen wandel memoriae oculis medi- ter navolging met de oo-temur; has, quaesumus, gen des geestes zouden imagines in honorem et overwegen, wij bidden ü, memoriam Beatissimae gewaardig deze atbeel-Virginis Mariae, Matris dingen ter eere en ter ge-Domini nostii Jesu dachtenis van de aller-Christi et S.... adaptatas heiligste Maagd Maria, bene f dicere et sancti de Moeder onzes Heeren f fioare digneris, et Jesus Christus en van praesta, ut quicumque den H.... vervaardigd te coram illis Beatissimam zefgenen en te heilifgen, Virginem et S... sup- en verleen dat allen, die pliciter colere et hono- voor deze de allerheilig-rare studuerit, illius me- ste Maagd en de H... oot-ritis etobtentuate gra- moediglijk zullen trach-tiam in praesenti et ten eer en hulde te be-aeternam gloriam obti- wijzen, door hunne ver-neat in futurum. Per diensten en voorspraak, eumdem Christum Do- van U genade voor het minum nostrum. tegenwoordige en de
Amen. eeuwige glorie voor het
toekomstige leven mogen erlangen. Door denzelfden Christus onzen Heer.
Amen.
— 30 —
Vervolgens worden de medaijes met wijwater besproeid.
4. De Secretaris zegt tot de Aspiranten-.
Tot lof eti glorie der Allerheiligste Drievuldigheid, ter eere der allerzaligste Maagd Maria, Onbevlekt Ontvangen, onze Moeder en Patrones, tot uitbreiding onzer Congregatie, mogen zij toetreden, die wenschen aangenomen te worden tot leden onzer Congregatie, namelijk N. N.
Zoodra deze ter bepaalde pJaalse zijn gekomen^ zegt De Pkefect, zich tot den Eerw. Bestuurder keercnde:
Eerwaarde Vaderl allen, die hier tegenwoordig zijn, opgewekt door het verlangen om in zich zeiven en anderen de godsvrucht tot de gelukzalige Maagd Maria te vermeerderen, verzoeken u dringend in onze Congregatie te worden aangenomen.
D e ■ E e r w. Bestuurder. Met de grootste blijdschap verneem ik dit uw verlangen. Opdat ons dit echter des te duidelijker en volkomener blijke, zoo antwoordt met helder en verstaanbare stem op de vragen, die de prefect dezer Congregatie u zal voorstellen.
De Prefect. Verlangt gij inderdaad opgenomen te wordèn in deze Congregatie der allerzaligste Maagd Maria, om u, onder de bescherming der allerroemrijkste Maagd en Moeder, geheel en al aan Jesus Christus onzen Zaligmaker toe te wijden ?
De Aspiranten. Wij verlangen dit uit geheel ons hart I
— 31 —
De Prefect. Wilt gij dan oprecht uw best doen, om in deze Congregatie door uwe godsvrucht en uwen ijver voor de deugd, door uwe reinheid van zeden, zachtmoedigheid en voorkomendheid de onderlinge liefde, en door uwe goede voorbeelden de stichting uws naasten te bevorderen ?
De Aspiranten. Ja, dat willen wij!
De Prefect. Belooft gij getrouwe naleving van de Regelen der Congregatie, kinderlijke liefde jegens de' bestuurders, en in alles, wat de Congregatie betreft, bereidvaardige gehoorzaamheid ?
De Aspiranten. Dat beloven wij !
De Prefect. En wat gij beloofd hebt, hoelang wilt gij dit onderhouden ?
D e Aspiranten. Altijd!
De E e r w. Bestuurder. Mijne beminden! gij begeert voorzeker eene zaak, die der allerheiligste Maagd hoogst aangenaam en voor u zeiven hoogst nuttig en van het grootste gewicht is. Als gij u aan den dienst en de bescherming van de allerheiligste Moeder Gods hebt toegewijd, dan kunt gij vertrouwen, dat gij u door de voorspraak van Haar, die allen bemint welke Haar beminnen, met de meeste zekerheid hemel-sche gunsten zult verwerven. Die allergoedertie renste Moeder staat toch allen bij, die hare hulp vragen, maar hen, die haar oprecht zijn toegewijd, omgeeft zij voortdurend met hare bescherming, zonder hen noch ingevaren, kwellingen of ellen-
— 32 —
den van dit leven, noch in liet uur van sterven ooit te verlaten. Wilt gij dit ook ondervinden, dan moet gij nimmer de woorden uit uw geheugen, verliezen, welke gij thans gaat uitspreken ; en doet dan uw best, door uw onberispelijke zeden en geheel uw levensgedrag het bewijs te leveren, dat gij onder het getal barer dienaren zijt opgenomen. Vernieuwt dan, dewijl het ware geloof de wortel is en de grondslag van alle rechtvaardiging en heiligheid, de geloofsbelijdenis, welke onze Moeder de Katholieke Kerk gebruikt.
In den naam van alle Aspiranten, leesl een van hen met duidelijke stem de geloofsbelijdenis van het Concilie van Trent/: voor. en allen houden brandende tvaskaarsen in de handen.
Geloofsbelijdenis van het H Concilie van Trente.
Ik N. N. geloof vastelijk en beleid al hetgene in het geloofsbegrip, hetwelk de Heilige Roomsch-Katholieke Kerk gebruikt, begrepen wordt, te weten :
Ik geloof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, en van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer Jesus Christüs, Grods eenigen Zoon, en vóór alle eeuwen uit den Vader geboren, God van God, Licht van het Licht, waren God van den waren God, geboren en niet gemaakt, van één wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is, Die om ons menschen en om onze zaligheid uit den hemel is nedergedaald, en het vleesch
— 33 —
heeft aangenomen door den Heiligen Geest uit de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij is voor ons ook gekruist onder Pontius Pilatus, heeft geleden en is begraven. Hij is volgens de Schriften ten derden dage verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders; en Hij zal wederom met heerlijkheid komen om de levenden en dooden te oordeelen ; zijn Rijk zal geen einde hebben. En in den Heiligen Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en medeverlieerlijkt wordt, die door de Profeten gesproken heeft. En éene Heilige, Katholieke en Apostolieke Kerk. Ik belijd éën Doopsel ter vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden. En het eeuwig leven. Amen.
Ik neem vastelijk aan en omhels : de apostolieke en kerkelijke Overleveringen, en alle andere gebruiken en instellingen van dezelfde Kerk. Ook neem ik de heilige Schrift aan volgens den zin, dien onze Moeder de heilige Kerk, aan wie het toekomt te oordeelen over den waren zin en de uitlegging der heilige Schrift, gehouden heeft en nog houdt, en ik zal deze nooit anders verstaan of uitleggen, dan volgens het algemeen gevoelen der Vaderen.
Ik belijd ook, dat er waarlijk en eigenlijk zeven Sacramenten der nieuwe quot;Wet zijn, van Jesus-Christus onzen Heer ingesteld, en tot za-
3
ligheid der menschen noodzakelijk, ofschoon niet allen voor een ieder; namelijk: het Doopsel, het Vormsel, het heilig Sacrament des altaars, de Biecht, het H. Oliesel, het Priesterschap en het Huwelijk; en dat zij genade geven; ook dat van deze Sacramenten het Doopsel, het Vormsel en het Priesterschap zonder heiligschending niet meer dan ééns kunnen ontvangen worden Ik neem ook aan de aangenomene en goedgekeurde gebruiken der Katholieke Kerk, bij de plechtige toediening der voornoemde Sacramenten.
Ik neem ook aan en omhels al hetgene wat in de heilige Kerkvergadering van Trente over de erfzonde en de rechtvaardigmaking bepaald
en verklaard is.
Ook belijd ik, dat in de Mis eene ware, eigenlijke en verzoenende offerande voor levenden en dooden aan God wordt opgedragen ; en dat m het Allerheiligste Sacrament des Altaars het Lichaam en Bloed te gelijk met de Ziel en de Godheid van onzen Heer Jesns Christus/waarlijk wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijn, en dat de geheele zelfstandigheid van het brood in zijn Lichaam en de geheele zelfstandigheia van den wijn in zijn Bloed veranderd wordt, welke verandering de Katholieke Kerk transsubstantiatie noemt. Ook belijd ik, dat onder iedere gedaante Christus geheel en volkomen, en een waar Sacrament ontvangen wordt.
Ik houd standvastig, dat er een vagevuur is, en dat de zielen aldaar door de voorbiddingen der
geloovigen geholpen worden. Insgelijks dat de Heiligen, die met Christus heerschen, behooren vereerd en aangeroepen te worden, dat zij aan God gebeden voor ons opdragen, en dat men hunne overblijfselen dient te vereeren.
Ik betuig vastelijk, dat men de beelden van Christus, van de altijd Maagd geblevene Moeder Gods, alsmede van de andere Heiligen mag hebben en houden, en aan deze de schuldige eer en achting bewijzen.
Ik belijd ook, dat de macht, om aflaten te ver-leenen, door Christus aan de Kerk achtergelaten is, en dat het gebruik maken der aflaten het Christenvolk allerheilzaamst is.
Ik erken de Heilige, Katholieke, Apostolieke, Roomsche Kerk als de Moeder en Meesteres van alle Kerken; en ik beloof en zweer oprechte gehoorzaamheid aan den Roomschen Paus, den opvolger van den heiligen Petrus, den Vorst der Apostelen, en Stedehouder van Jesus Christus.
Zonder de minste twijfeling neem ik ook aan en belijd ik al het overige, wat door de heilige kerkregels en door de algemeene Kerkvergaderingen, bijzonder door de heilige Kerkvergadering van ïrente, en door het Algemeen Concilie van het Vatikaan is geleerd, vastgesteld en verklaard, voornamelijk omtrent het Primaat van den Roomschen Paus en zijn onfeilbaar leeraarsambt; en tevens veroordeel, verwerp en doem ik al hetgeen daar tegen is, en alle ketterijen, die door de Kerk veroordeeld, verworpen en gedoemd sjijn.
Dit waar katholiek geloof, buiten hetwelk niemand kan zalig worden, en hetwelk ik thans geheel vrijwillig belijd en in waarheid houd, dit zelfde geloof, beloof en zweer ik. . . . tot den laatsten adem mijns levens met Gods hulp geheel en onvervalscht standvastig te zullen bewaren en belijden : en beloof plechtig en bezweer het, dat ik, voor zooveel in mij is, zorgen zal, dat door mijne onderhoorigen en door hen, wier zorg op mij in mijne betrekking rusten zal, ook zal gehouden, geleerd en verkondigd worden.
Zoo helpe mij God en deze heilige Evangeliën Gods.
5. De Eerw. Bestuurder. Opdat gij des te getrouwer moogt volbrengen, wat gij zoo even beloofd hebt, legt nu plechtig voor het aanschijn der geheele Congregatie, uwe geloften neer aan de voeten uwer allerminzaamste Moeder.
Alle Asjnranten geknield en brandende waskaarsen in de handen houdende, volgen mei godsvrucht dengene aan wiens zorg zij gedurende den proeftijd werden toevertromod. Terwijl deze mei Ivider stem de Aklc vim toewijding of het Formulier vau opdracht uitspreekt, zeggen zij allen gezamenlijk met hem:
Akte van toewijding
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ik. . . . ofschoon alleronwaardigst Tj te dienen, maar opgewekt door uwe bewonderenswaardige goedheid, en gedrongen door het verlangen mij aan uwen dienst te verbinden, kies U heden, in tegenwoordigheid van mijn Engelbewaarder en
— 37 —
van geheel het hemelsch hof, tot mijne Koningin, Beschermster en Moeder; en neem mij vastelijk voor, U voortaan altijd te zullen dienen, en voor zooveel in mij is, te zullen zorgen, dat Gij van allen trouw gediend wordt, ü derhalve, liefdevolle Moeder, bid en smeek ik, door het bloed van Jesus Christus, dat voor mij vergoten is, gewaardig TJ mij onder liet getal uwer beschermelingen en tot uwen eeuwigen dienaar aan te nemen. Sta mij bij in al mijne handelingen, en verwerf mij de genade, dat ik mij in woorden, werken en gedachten zóó gedrage, dat ik nimmer noch Uwe, no^h de oogen van Uwen Allerheiligsten Zoon beleedige. Wees mijner,gedachtig, en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.
6. De Ee r w. Bestuurder geeft aan ieder hunner de gewijde medalje der II. Maagd en zegt:
Accipe signum Coa- Ontvang het teeken gregationis B. M. V. ad der Congregatie van de corporis et animae de- H. Maagd Maria, tot fensionem, ut diviuae verdediging van lichaam bonitatis gratia et opp en ziel; opdat gij door Mariae Matris tuaeaeter- de genade van Gods nam beatitudinem con- goedheid en de hulp van Be(|ui merearis: in No- Maria, uwe Moeder, de mine Patris f et Filii et eeuwige zaligheid moogt Spiritus Sancti. Amen. verwerven: in den naam des Vaders, f en des Zoons, en des H. Gees-ates. Amen.
t
V
— 38 —
Terwijl de medaljes worden. uiigereiH, zingt het hoor een lofzang ter eere der H. Maagd, en daarna.
Psalm 132.
Ecce quain bonum et Zie, hoe goed en hoe .mam iucundum» habi- liefelijk het ia, dat broe-tare fratres in unum. ders samen wonen.
Sicut nnguentum in Het is gelijk dekoste-capite* quod descen- hjke olie op het hoo[ n dit in barbam, barbam nederdalende op den ^aron baard, op den baard van
Quod'descendit inoram Aiiron. ,, , , ^
vestimenti ejus* sicut ros Die nederdaalt tot op Hermon, qui descendit den zoom zijner kle in montem Sion. deren. Het is gelijk de Ouoniam illic manda- dauw van Hermon, die rit Dominus benedictio- nederdaalt op den berg
nem* et vitam usque in Sion.
Baecülum. VVallt de Heer he1eft
GloriaPatri et Filio,* aldaar den zegen geboet Spiritui Sancto. den, en het leven tot m
Sicut erat in principio, eeuwigheid. ^ ,
et nunc et semper*et Glorie zij den Vader,
in saecula saeculorum. enz.
Amen.
7, J)e Eerw. Bestuurder kent u,:h tot de nieuwe leden e* zegt het.
— 39 —
Formulier van Aanneming.
Tot meerdere glorie van God, tot eere der Allerz. Maagd, tot geestelijk welzijn dezer Congregatie, en krachtens de macht, door Z. H. den
Paus.....aan mij toevertrouwd, neem ik......
tijdelijk Bestuurder dezer Congregratie, U.. ■ op onder het getal der leden van onze Congregatie, opgericht onder den titel van...., en maak en verklaar u deelachtig aan al de genaden, vruchten, voorrechten en aflaten, welke de H. Roomsche Kerk aan de Hoofd-Congregatie te Eome, waarmede deze onze Congregatie op ka-nonieke wijze is vereenigd, heeft verleend. In den naam des Vaders f en de9 Z00118 quot;ïquot; en de8 H. f Geestes. Amen.
Dat Christus u opneme onder het getal onzer medebroeders en zijner dienaren. Hij verleene u tijd om goed te leven, gelegenheid om wel te doen, standvastigheid om goed te volharden, en om gelukkig tot de erfenis des eeuwigen levens te geraken; en gelijk ons heden de onderlinge liefde geestelijkerwijze op aarde vereemgt zoo moge de goddelijke goedheid, die ons de heide geeft en haar zoo zeer bemint, zich gewaardigen ons met de geloovigen in den hemel te vereeni-ffen.Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
8. De Eerw. Bestuurder zegt vervolgens:
Sterk, o God, wat Gij gewrocht hebt m ons.
Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.
Maak uwe dienaren zalig.
Mijn God, die op ü hopen.
quot; ■ 1 =
— 40
Zend hun hulp, o Heer, uit de heilige plaats.
En bescherm hen uit Sion.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
De Heer zij met U.
En met uwen geest.
Laat ons bidden.
Verhoor, o Heer, onxe smeekingen, en gewaar- .^,-
dig ü, deze uwe dienaren, die wij in de Con-gregratie der gelukzalige Maagd Maria hebben aangenomen, te ze t genen ; en verleen hun, dat zij onze regelen, met de hulp uwer genade, door een heilig, godvruchtig en godsdienstig leven mogen onderhoudeu ; en door de onderhouding ervan het eeuwig leven mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
9. Ee.t AUerheüiysle wordt nu uitgesteld, de Lofzanc/ -.
Magnificat gezonqen, en het altaaT bewlerooht: fwocht de tijd onthrelen, dan inioneert aanstonds na de uitstelling en be-wierooking van het Allerheiligste Sacrament^ de Eerwaarde Bestuurder het Te Deum).
Magnij'ICAT anima mea Mijne ziel maakt groot Dominum. den Heer.
Et exultavit spiritus En verheugd heeft meus: in Deo salutari zich mijn geest in God jneo. mijnen Zaligmaker.
Quia respexit humili- Omdat Hij nederzag tatem aneillae suae : ecce op de geringheid zijner enim, ex hoc beatam me dienstmaagd ; want zie,
dicent omnes generatio- van nu af zullen alle ge-
neg. slachten mij zalig prijzen.
■É
— 41 —
Quia fecit mihi mag- Dewijl groote dingen na qui potens est: et aan mij gedaan heeft, sanctum nomen eius. Hij die machtig is ; en Heilig is zijn Naam.
Et misericordia ejus En zijne barmhartig-a progenie in progenies: heid is van geslacht tot timentibus eum. geslacht over : degenen
die Hem vreezen.
Fecit potentiam in Hij heeft kracht ge-brachio suo: dispersit daan door zijnen arm : superbos mente cordis verstrooid heeft Hij die sui. hoogmoedig zijn in den
waan huns harten.
Deposuit potentes de Machtigen heeft Hij sede : et exaltavit humi- van den troon gestort: les. en geringen verheven.
Esurientesimplevitbo- Hongerigen heeft Hij nis: et divites dimisit met goederen vervuld: inanes. en rijken ledig wegge
zonden.
Suscepit Israël pue- Hij heeft Israël zijnen rum suum : recordatus dienstknecht aangeno-misericordiae suae. men: indachtig zijner barmhartigheid.
Sicut locutus est ad Gelijk hij aan onze patres nostros: Abraham Vaders heeft toegezegd ; et semini ejus in saecula. aan Abraham en aan zijn zaad in eeuwigheid.
Gloria Patri, et Filio, Glorie zij den Vader, et Spiritui Sancto. en. den Zoon, en den H.
Geest.
— 42 —
Sicut erat in principio, Gelijk het was inden et nunc et semper, et beginne, nu en altijd, en in saecula saeeulorum in alle eeuwen der een-Amen. weD-Amen'
Te Deum Laudamus.
U, o God loven wij, U. o Heer, belijden wij. TJ, eeuwige Vader, eert de gansohe aarde.
U roepen al de engelen, U de hemelen en al
de machten. . , ....
TJ de cherubijnen en serafijnen onophoudelijk
toe:
Heilig,
Heilig' is de Heer, de God dei heerscharen,
Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit uwer
gluTooft het glorierijke koor der Apostelen,
TJ het lofwaardig getal der profeten,
TJ het blinkend heer der martelaren,
U belijdt de heilige Kerk over heel de wereld, Den Vader van onmeteliike majesteit. -
Uwen eerwaardigen. waaraehtigen en eemgen
Als ook den Vertrooster, den H. Geest.
Gij, Christus, zijt de Koning der glorie,
Gii ziit des Vaders eeuwige Zoon.
Gii, mensch willende wordei. om den mensch te verlossen, Gij hebt den schoot eener Maagd
niet geschroomd. -i i i *
Gij hebt, na het verwinnen van den prikkel ^
43 —
des doods, voor de geloovigen het rijk der hemelen geopend.
Gij zijt aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders.
Wij gelooven, dat Gij als rechter zult komen.
Wij bidden IJ dan, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.
Maak, dat zij met uwe Heiligen in de glorie geteld worden.
Heer, maak uw volk zalig, en zegen uw erf-deel.
Bestuur hen, en verhef hen tot m eeuwigheid.
Eiken dag zegenen wij U.
Eu wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen.
Gewaardig U, Heer, ons dezen dag zonder zonde te bewaren.
Ontferm U onzer, Heer, ontferm TJ onzer.
Dat uwe barmhartigheid, Heer, over ons kome, gelijk wij op U genoopt hebben.
Op U, Heer, heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
V. Laat ons den Vader, en den Zoon, met den Heiligen Geest zegenen.
R. Laat ons Hem loven en verheffen m alle
eeuwen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
De Heer zij met u,
S En met uwen geest.
Laat ons bidden.
O God, wiens barmhartigheden zonder tal, en wiens schatten van goedheid onuitputtelijk zijn, wij danken uwe allerliefdadigste Majesteit voor de verleende weldaden, uwe goedertierenheid altijd smeekende, dat gij, die aan de bid-denden verleent, wat zij vragen, hen niet verlaten, maar tot de toekomende belooning wilt voorbereiden. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht, in de eenheid van den JJ. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
— 45 —
HOOFDSTUK II.
ftOnVKlICHTIRK OKIPEWllKCieiV.
TEN DIENSTE DER CONGREGATIE.
Dagelijksche gebeden volgens den 6lt; der atgemeene regelen
DES MORGENS.
Na God voor zijne vele weldaden bedankt te hebben, na zich zeiven en al de werken, woorden, gedachten van den dag aan God te hebben opgedragen.... na akte van geloof, hoop en liefde gebeden te hebben en het voornemen te hebben gemaakt zich door den dag bijzonder te wachten voor dit of dat gebrek ; bidt men driemaal het Onze Vader en TFees gegroet, ter eere van de Allerheiligste Drievuldigheid, het: Ik geloof in God den Vader, en de Salve Regina, zoo als volgt:
Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid.
Ons leven, onze wellust, onze hoop, wees gegroet.
Tot ü roepen wij ballingen, kinderen van Eva ;
Tot U verzuchten wij treurende en weenende in dit dal van tranen.
Sla Gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo meêdoogende oogen op ons neder.
— 46 —
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot.
O barmhartige ! o liefdevolle !
O Zoete Maagd Maria!
Hierna wijde men zich zeiven toe aan het Goddelijk Hart van Jesus, wat men doen kan door deze
Opdracht aan het H- Hart.
O aanbiddelijk Hart van mijnen Goddelijken Verlosser ! voor de onbegrijpelijke liefde welke Gij den menschen en mij in het bijzonder toedraagt, voor het dierbaar bloed, dat Gij voor mijne za-ligheid hebt vergoten, voor de onuitsprekelijke liefdezuchten, waarmede Gij onophoudelijk tot Uwen Hemelschen Vader voor ons bidt, wijd ik U heden toe al wat ik bezit, mijne ziel en hare vermogens, mijn verstand, mijn wil, mijne verbeelding en mijn geheugen, mijn lichaam en al zijne zintuigen, mijne ooren, oogen, mijn mond en mijne tong, mijne handen, en voeten, mijne moeielijkheden en mijn lijden, maar bovenal mijn hart met al zijne bewegingen. Ontvang dit, o Goddelijk Hart van Jesus ! zuiver, heilig en ontsteek het door het blakend vuur Uwer liefde. Amen.
Minnelijk Hart van Jesus ! bedroefd tot den dood toe op het zien mijner zonden, geef mij een nederig en vermorzeld hart.
Jezus! zachtzinnig en ootmoedig van Harte, schenk mij de genade om in dien ootmoed en die zachtmoedigheid uw voorbeeld te volgen en langs
dezen weg de rust voor mijn geweten te vin-d®11' „
O Zoet Hart van Jesus ! geef dat ik U meer en meer beminne.
O Maria! zonder vlek ontvangen, bid voor mij, die tot TJ mijnen toevlucht neem.
0. L. Vrouw van het H Hart bid voor ona !
H. Engelbewaarder ! geleid en bescherm mij dezen dag.
H. Joseph, H. Aloysius, mijne H. Patronen JN. N. bidt voor mij.
DES AVONDS
1. God bedanken voor al zijne weldaden.
2. Zich levendig in de tegenwoordigheid van God stellen, en de verlichting des H. Geestes afbidden om zijne misslagen te kennen.
3. Onderzoeken wat men dien dag misdaan heeft, door gedachten, woorden, en werken, tegen God — tegen zich zeiven — tegen den even-mensch.
4. een oprecht berouw verwekken.
5. goede voornemens maken, en de genade vragen om ze te volbrengen.
Daarna driemaal (of ten minste volgens de Romeinsche uitgave der regelen éénmaal) het Onze Vader en Wees, geyroet, en dan den psalm De profundis voor de overledenen, gelijk hier volgt:
Uit de diepte heb ik tot U geroepen, Heer, Heer verhoor mijne stem.
— 48 —
Wend goedgunstig Uwe ooren tot de stem mijner smeeking.
Zoo Gij onze zonden wilt gedenken, Heer, wie zal dan voor TJ bestaan ?
Maar bij U is ontferming, en om Uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer !
Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer.
Van den morgenstond tot den nacht zal Israël op den Heer hopen.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.
Heer, geef hun de eeuwige rust,
En het eeuwig licht verlichte hen.
Dat zij rusten in vrede.
Antiv. Amen.
Hierna bidde men de Litanie van O. L. Vrouw (zie bl. G ).
Onder uwe bascherming nemen wij onzen toevlucht, o heilige Maria, Moeder Gods ! versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met Uwen Zoon, vertoon ons aan Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon.
Bid voor ons, o Heilige Moeder Gods !
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
— 49 —
Gebed van den H. Bernardus
Gedenk o goedertierenste Maagd Maria, dat men nooit gehoord heeft, dat iemand tot U vluchtende, uwen bijstand verzoekende of uwe voorspraak vragende, verlaten is geworden. Aangemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der Maagden, snel ik tot U, en, zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor Uwe voeten neder, o Moeder des Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan, en gelieve ze te verhooren. Amen.
Gebed van den H. Aloysius.
O heilige Maria, mijne meesteres, ik beveel in uwe gezegende hoede en in uwe bijzondere bescherming en in den schoot Uwer barmhartigheid, dezen nacht (heden) en altijd, en in het uur van mijnen dood, mijne ziel en mijn lichaam. Al mijn hoop en mijn troost, mijne moeielijk-heden en mijne ellende, mijn leven en het einde mijns levens stel ik in Uwe handen, opdat door Uwe voorspraak en verdiensten alle mijne werken naar Uwen en üws Zoons wil gericht worden. Amen.
Akte van toewijding aan het Allerh. Hart van Jesus.
O aanbiddellijk Hart van Jesus, het teederste, het beminnelijkste en het edelmoedigste van alle harten, gedoog dat uw onwaardig kind zich bij het einde van dezen dag aan U toewijde.
Helaas! ik heb heden zoo weinig aan U ge-
— 50 —
dacht, Eiij zoo weinig met U vereenigd in mijn arbeid en gebed, mij aan zoo vele trouweloosheden jegens TJ plichtig gemaakt. Werdt gij dan van daag nog niet genoeg beleedigd door zoo vele ongeloovigen en door zoo vele slechte christenen? Van mij, uw kind, hadt Gij althans meer liefde en getrouwheid mogen verwachten.
Sta mij dan toe, dat ik al dien ondank thans, zoo veel ik kan, vergoede door eene geheele toewijding. Zie mij dan hier, o allerzoetst Hart! met alles wat ik ben en wat ik bezit, in uwe tegenwoordigheid; ik geef TJ alles, of liever neem Gij alles, neem bovenal mijn hart, verander het, zuiver het, maak het zachtzinnig, nederig, ge duldig, getrouw, vol van edelmoedige liefde; verberg het met al de harten die U beminnen in het Uwe. en laat niet toe, dat ik het ooit terug-neme. „Daar zal ik dan veilig sluimerenquot; als een kind aan 't Moederhart, want dan spreekt gij tot de bekoringen, weest stil, en stoort den sluimer van mijn kind niet.quot; (1) Daarom, o beminnelijk Hart van Jesus! is hetdewensch mijns harten, U altijd te dienen, U altijd te beminnen, U altijd te behooren, in het leven, in den dood, in gansch de eeuwigheid. Amen.
Zoet Hart van Jesus! maak dat ik U meer en meer beminne.
O Maria! zonder vlek ontvangen, bid voor ons, die onzen toevlucht tot U nemen.
(1) Hoogl. II. 7.
Mijn heilige Engelbewaarder waak over mij, terwijl ik slaap, en neem al mijne ademhalingen als zoo vele liefdezuchten aan, om ze aan het G-odd. Hart aan te bieden.
H. Jozef, H. Aloysius, mijne H. H. Patronen N. N. bidt voor mij.
GEBEDEN,
die bij de, ieraadslagingen geschieden.
I. Voor de beraadslagingen.
P. Kom Heilige Geest, vervulde harten uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend Uwen Geest uit en zij zullen herschapen worden.
A. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
P. LAAT ONS BIDDEN.
God, die de Harten der geloovigen door de verlichting des H. Geestes onderwezen hebt, geef, dat wij in dienzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons gedurig door Zijne vertroosting verblijden, door Chr. onzen lieer. Amen.
Onze Vader — Wees gegroet. P. H. Maria, zonder vlek ontvangen,
A. Bid voor ons,
2. Na de beraadslagingen.
P. Sterk, o God, wat Gij in ons gewrocht hebt, A. Van uit uwen H. Tempel te Jerusalem.
Onze Vader — Wees gegroet.
— 52 --
P. H. Maria zonder vlek ontvangen.
A. Bid voor ons.
P. Geloofd zij Jezus Christus !
A. In de eeuwen der eeuwen. Amen.
S-
GEBEDEN
bij de verkiezing.
Voor de verkiezing-
De lofzang VENI CREATOR met het vers en 't gebed, (bladz. 53 )
Na de verkiezing.
TE DEÜM (bladz. 42).
amp;
4-
1
ii
53 —
T
|
Veni, Creator Spiritus, Mentes tuorum visita, Imple superna gratia, Quae tu creasti pectora. Qui diceris Paraclitus. Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, charitas, Et spiritalis unctio. fu septiformis munere, Digitus paternae dexterae, Tu rite promissum Patris. Sermone ditans guttura. Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus. Infirma nostri corporis. Virtute firmans perpeti. Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omni noxium. 4- Per Te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiritum, Credamus omni tempore. Deo Patri sit gioria, Ejusque soli Filio, Cum Spiritu Paraclito, Nunc, et per omne saeculum. Amen. T 4quot; |
KomGij,dien elk zijn Trooster noemt i Een gaaf des Allerhoogsten Gods. Een levend water, liefdevuur. Een ware zalving van den geest. Gij, in uw gaven zevenvoud. Gij zijt de vinger van Gods hand, Gij^s Vaders lang beloofd geschenk Geef aan de tong der talen gaaf. Ontsteek in onze borst uw licht, En stort uw liefde in onze ziel, Versterk de zwakte van ons vleesch Met hemelkracht, die nimmer faalt. Verdrijf den vijand verre weg. En geef ons voortaan zoeten vreê, Opdat wij, aan uw leiding trouw. Vermijden al wat schaden kan. Maak Gij den Vader ons bekend. Door U ook kennen wij den Zoon, En dat wij U, als beider Geest, Belijden mogen zonder eind. Aan God den Vader zij steeds eer. En aan den Zoon, die uit den dood. Is opgestaan, den Trooster ook, In aller eeuwen eeuwigheid. Amen. GEBEDEN bij de vergaderingen I- Voor de onderrichting. Kom Schepper, kom o H. Geest. Bezoek der uwen hart en ziel, Vervul met bovenaardsche kracht. De zielen door U voortgebracht, |
i
A
— 54 —
In den Paaschtijd is de laatste Strophe als volgt:
Deo Patri sit gloria,
Et Pilio. qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito.
In saeculorum saeeula. Amen.
'' Kom H. Geest, vervul de harten uwer geloo- ^
vigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde.
Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen worden.
A. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen,
geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid erlangen, en ons altijd door zijne vertroosting verblijden D. C. O. H.
Antiphonen der H Maagd.
IN DEN ADVENT.
ALMA RKDEMPTOHIS MATER
P. Verhevene Moeder des Verlossers, die voor ons eene opene poort des hemels en sterre der zee blijft.
A. Kom uw volk, dat bezwijkt en wenscht op
te staan, te hulp.
P. Gij, die tot verbazing der natuur uwen heiligen Schepper hebt gebaard, Maagd te voren en Maagd daarna.
A. Gij, die uit Gabriëls mond dien wondervol-len groet mocht hooren, ontferm ü over de zondaren.
P. De Engel des Heeren heeft aan Maria geboodschapt.
A. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden TJ, o Heer! Stort uwe genade uit in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn kruis en lijden tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Chr. onzen Heer. Amen.
VAN KERSTAVOND TOT LICHTMIS
Dezelfde antiphone, maar het vers en gebed te veranderen, als volgt:
P. Na het baren zijt Grij ongeschondene Maagd gebleven.
A. Moeder van God, wees onze voorspraak. LAAT ONS BIDDEN.
God, die door vruchtbare maagdelijkheid der heilige Maria, aan het menschelijk geslacht den prijs voor het eeuwige heil hebt verleend, wij bidden U, geef ons, dat wij de voorbede van Haar mogen gevoelen, door wie wij den Oorsprong des levens hebben mogen ontvangen, onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon. Amen.
VAN MARIA LICHTMIS TOT WITTEN DONDERDAG AVE, JIEGINA COELORCM.
P. Wees gegroet. Koningin der hemelen, wees
gegroet. Vorstin der Engelen.
A. Wees gegroet, gij heilige stam, gegroet, gij hemelpoort, waaruit voor de wereld het licht is verschenen.
P. Verblijd U, glorierijke Maagd, die schoon
zijt boven allen.
A. Wees gegroet, o wonderschoone, en bid Christus voor ons.
P. Gedoog dat ik U love, heilige Maagd, A. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
LAAT ONS BIDDEN.
Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen, opdat wij, die de gedachtenis der heilige Moeder G-ods vieren, door den bijstand van hare voorbede uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Chr. O. H. Amen.
VAN PAASCHAVOND TOT AAN H- DRIEVULDIGHEIDS-ZONDAG
KEGINA COELI.
P. Verblijd U, Koningin des hemels, alleluja. A. Want Hij ,dien Gij hebt mogen dragen, alleluja, P. Is verrezen, gelijk Hij voorzegd had, alleluja. A. Bid God voor ons, alleluja.
P. Verheug en verblijd U, Maagd Maria, alleluja. A. Want de Heer is waarlijk verrezen, alleluja.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, u gewaardigd hebt de wereld te verblijden ; geef, bidden wij U, dat wij door Zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugd van het eeuwig leven mogen erlangen, Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. -
VAN H DRIEVULDIGHEIDS ZONDAG TOT DEN ADVENT.
SAL VE REGINA.
P. Wees gegroet. Koningin, Moeder der barmhartigheid.
A. Ons leven, onze wellust, onze hoop, weesgegroet.
P. Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva. A. Tot U verzuchten wij, treurende en weenen-
de in dit dal der tranen.
P. Sla Gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo
meêdoogende oogen op ons neêr.
A. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de
gezegende vrucht van uwen schoot. P. O barmhartige ! o liefdevolle !
A. 0 zoete Maagd Maria.
P. Bid voor ons, H. Moeder Gods.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, die door de medewerking van den H Geest, het Lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria tot eene waardige woonplaats van Uwen Zoon hebt bereid ; geef, dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorbede van alle toekomstig ksvaad en van den eeuwigen dood mogen bevrijd worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Jfa een dezer antiphonen ter eere der Hoofd-Pn-tronesse, kan men een gebed bidden ter eere van den tweeden Patroon der Congregatie.
Tot de HH. Bewaar engelen.
P. Voor het aanschijn der engelen, o mijn God zal ik U lof zingen.
— 59 —
A. In TJwen heiligen tempel zal ik aanbidden, en uwen naam belijden.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid U gewaardigt uwe heilige Engelen ons ter bewaring af te zenden ; verleen ons op onze smeekingen, dat wij altijd door hen beschermd worden, en in eeuwigheid ons in hun gezelschap mogen verheugen. Door Chr. O. H. Amen.
Tot den H. Jozef.
P. Bid voor ons, H. Jozef.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden F, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat wij, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen, door Zijne voorspraak mogen verkrijgen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
sL Tot den H. Aloysius.
P. Bid voor ons, H. Aloysius.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN. God, uitdeeler der hemelsche gaven, die in i den engelachtigen jongeling Aloysius eene won-
-W derbare onschuld des levens met een gelijke
boetvaardigheid gepaard hebt: verleen ona door zijne verdiensten en voorbede, dat wij, die hem in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem in zijne boetvaardigheid mogen navolgen. Door C. O. II. Amen.
Ter eere van de H. Anna.
P. Bid voor ons, H. Anna.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die TJ gewaardigd hebt aan de heilige Anna de genade te verleenen, om aan de Moeder van Uwen eeniggeboren Zoon het leven te schenken; verleen ona genadig, dat wij, die hare gedachtenia vieren, door hare bescherming mogen geholpen worden. Door denzelfden Chr. Onzen Heer. Amen.
4 Ter eere van S. Agnes.
P. Bid voor ons, H. Agnes.
A.- Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, die het zwakke der wereld uitkiest, om al wat sterk is te beacha-men: geef ons goedgunstig de genade, dat wij, die de gedachtenis der zalige Maagd en Martelares Agnes vieren, hare hulprijke voorbede bij LT mogen ondervinden. Door C. O. H. Amen.
Xii volgt de omlerricliting'.
2 Na dc onderrichting
P. Sterk o God. wat Gij in ons gewrocht hebt, A. Van uit uwen heiligen tempel te Jerusalem.
LAAT ONS BIDDEN.
Verleen ons, o Heer, den bijstand uwer genade, opdat wij met uwe hulp mogen volbrengen, wat wij door uwe verlichting als onzen plicht leer-den kennen. Door 0. O H. Amen.
Ij S '8' t X I K
VAN
Onze Lieve Vrouw.
(300 dar/en aflaat.')
Heer ontferm U onzer, Heilige Moeder Gods, Christus ontferm U onzer, Heilige Maagd der Maag-Heer ontferm U onzer, den,
Christus hoor ons, Moeder van Christus,
Christus verhoor ons, Moeder der goddelijke
God, hemelsche Vader, genade,
ontf. U onzer. Allerreinste Moeder,
God, Zoon , verlosser der Allerzuiverste Moeder,
wereld, ontf. U onzer. Onbevlekte Moeder, God, Heilige Geest, ontf. U Oogeschondene Moeder,
onzer. Minnelijke Moeder,
Heilige Drievuldigheid, Wondervolle Moeder,
één God, ontf. U onzer. Moeder des Scheppers, Heilige Maria, Moeder des Zaligmakers,
62
|
Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid, Zetel der wijsheid, Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat, Eerbiedwaardig vat. Uitstekend vat van godsvrucht, Geestelijke roos. Toren van David, Ivoren toren, Gulden Huis, Ark des verbonds. Deur des hemels, Morgenster, Behoud der kranken, Toevlucht der zondaren, Troosterea der bedrukten, Hulp der Christenen, Koningin der Engelen, Allervoorzichtigste Maagd, Koningin der Patriarchen |
Koningin der profeten. Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle heiligen o Koningin zonder erfsmet « ontvangen, Koningin van den H. Roer zenkrans, ^Lam Gods, dat wegneemt g de zonden der wereld, § spaar ons. Heer. o Lam Gods, dat wegneemt S de zonden der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm D onzer. Heer, ontferm U onzer. gl 5-' O O ■ «-s Onze Vader. Onder uwe bescherming nemen wij onzen toevlucht, Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren o glorierijkè en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met Uwen |
— 63 —
Zoon, beveel ons aan uwen 'Zoon, vertoon ons
aan uwen Zoon.
P. Bid voor ons, heilige Moeder Gods,
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
P, Wees uwe vergadering indachtig,
A. Welke Gij van het begin af hebt bezeten.
P. Laat ons bidden voor onzen Paus N.
A. De Heer spare Hem behoude hem in het leven, make Hem gelukzalig op aarde, en levere Hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Laat ons bidden voor onze weldoeners.
A. Heer gewaardig TJ allen, die ons om uwen naam goed doen, met het eeuwig leven te beloonen. Amen.
P. Laat ons bidden voor de overledene geloovigen.
A. Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders (medezusters).
A. Mijn God, maak uwe dienaren (dienaressen) zalig die op U hopen.
P. Heer, zend hun (haar) bijstand uit de heilige plaats.
A. En bescherm hen (haar) uit Sion.
P. Heer, verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, door de voorspraak
van de Gelukzalige Maria, altijd Maagd, bescherm
deze vergadering van allen tegenspoed, en wil haar, die zich met het volste vertrouwen voor U nederwerpt, goedertieren tegen alle lagen des vijands beveiligen. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met Cf leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
of wel:
LAAT ONS BIDDEN.
O God, wij smeeken U, verbreek door Uwe goedertierenheid de bandeu onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle heiligen, in deugd en heiligheid; wil onze bloedverwanten, nabestaanden eu vrienden van hunne ongerechtigheden zuiveren en hen met deugden versieren ; geef ons vrede en heil; verwijder alle zichtbare en onzichtbare vijanden ; weer de begeerten des vleesches van ons af; verleen ons gunstige weergesteldheid en vruchtbaarheid der akkers ; schenk liefde aan onze vrienden ; bewaar deze stad N. met al hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen; en verleen den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven en den overledenen de eeuwige rust. Behoed onzen Heiligen Yader den Paus N. onzen Bisschop, al onze overheden, en geheel het Christen volk tegen alle onheil, en uw zegen zij altijd op ons. Door Christus onzen Heer. Amen.
— 65 —
Vijfmaal het Onze Vader en het IVees Gegroet, om den vollen aflaat te verdienen. Daarna een Lofzang.
Voor een overleden lid der Congregatie bidde men het volgende-
P. Laat ons bidden voor onzen broeder (zuster) N. die overleden is.
P. Heer, geef bem (haar) de eeuwige rust.
A. En het eeuwig licht verlichte hem (haar.
P. Uit de diepte heb ik tot U geroepen, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig Uwe ooren tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden wilt gedenken. Heer, wie zal dan voor U bestaan?
A. Maar bij U is ontferming, en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
P. Mijne ziel verlaat zich op Zijn woord, mijne ziel verlaat zich op den Heer.
A. Van den morgenstond tot den nacht zal Israël op den Heer hopen.
P. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.
A. En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden.
P. Heer, geef hun de eeuwige rust.
A. En het eeuwige licht verlichte hen.
P. Van de poorte der hel.
A- Eed Heer, zijne (hare) ziel.
5
— 66 —
P. Dat hij (zij) ruste in vrede.
A. Amen.
P. Heer, verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot LF.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, ontsla de ziel van uwen dienaar (uwe dienares) N. onzen broeder (onze zuster), opdat hij (zij) voor deze wereld gestorven, voor U leve; en wat hij (zij) door de zwakheid des vleesches in het menschelijk verkeer mocht misdaan hebben, wil hem (haar) dit door de vergiftenis Uwer allerbarmhartigste goedheid genadig kwijtschelden. Door Christus onzen Heer. Amen.
P. Heer, geeft hun de eeuwige rust,
A. En het eeuwig licht verlk-hto hen.
P. Zijne ziel en de zielen van alle overledene geloovigen mogen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. Amen.
Voor een ziek lid der Congregatie.
Laat ons bidden voor onzen broeder (onze zuster) N., die ziek is.
Almachtige, eeuwige God, altijddurende zalig-heid der geloovigen,wij smeeken Uom den bijstand uwer barmhartigheid voor Uwen dienaar (uwe dienares) die ziek is ; verhoor onze gebeden, opdat hij (zij), in gezondheid hersteld, U zijne (hare) dankbaarheid in Uwe Kerk betuige. Door Christus onzen Heer. Amen.
(* H U e I» K %
GEDURENDE
HET H. SACRIFICIE DER MIS.
De Mis is de heiligste handelinr/ van den godsdienst. Kind van Maria, woon dagelijks dol II. Offer bij, f/elijk uwe II. Reae-len k aanraden. Dan vervult gij beier uwe 'plichten, dan valt u de arbeid niet zoo zwaar, de gehoorzaamheid niet zoo lastig, de verstercing uwer zintuigen, de bewaking van de neigingen uws harten niet zoo moeielijL
Kene II. Mis heeft diezelfde waarde ah het offer des kruis es,
Wanneer na de Consecratie de oogen uws lichaams hetzelfde konden zien, wat gij ziet met hel oog van uw geloof. Aan zoudt gij Je sus Christus op het kruis aanschouwen, zijne IFonden, zijn Bloed, zijn Bood, aan den Hemelsei/en Vader voor de wereld' opofferend; dan zoudt gij de engelen zien nederliggen in aanbidding en bewondering: dan zoudt gij God den Vader hoor en zeggen: „Deze is mijn welbeminde Zoonquot; zijn offer is mij altijd aangenaam.quot; Hem verhoor ik altijd om zijnen eerbiedquot; {Luc 3 23 Ilebr. 5. 7.)
Zoudt gij dan 7iiet alles* uw fortuin en vw leven moeten 4*er hebben voor hel geluk, eene enkele II. Mis te mogen bijwonen ?
Het beste middel om de H, Mis godvruchtig te hooren is dan ook n te vereenigen met den Oferaar en hei Goddelijk Ojferlam. Die Offeraar en dat offer worden u voorgesteld in Christus* plaatsbekleeder den priester.
De Amict of Scliouderdoek, die?!, de priester bij 't aanklee-den eerst op het hoofd laat rusteny om hem daarna om den. hals en de schouders te slaan, stelt den blinddoek voor^ waarmede 's H.eeren gelaat in den lijdensnacht bedekt werd.
De Albe of het lange witte kleed stelt het spofkleed voor, dat Christus bij Lierodes ontving.
De Siugel om 'spriesters lendenen^ de Mar ipei aan zijn lin -Jcèr ara?, en de Stola, die hij kruiselings over de borst draayi, stellen de koorden, voor waarmede Jesus werd geboeid.
liet Kasuifel slell den spotmantel voor. dien men Chrisius va de (jeesrlhig. om de schouders wierp . de l'üloni op de voorzijde herinnert aan de geeselkolom, en het kruis op de achterzijde aan het Kruis des lleilands,
/,00 stelt ons de priester aan. 't altaar Christus voor, die op den Calvarieberg zijn offer ging opdragen.
Wijze van de H rrtis te hooren. daor de beschouwing vau Jesus' lijden
De priester r/aat naar het altaar. — Zoo gingt Gij eenmaal, mijn Jesus, naar den Hof der Olijven, om er Uw lijden en Uw Offer te beginnen. Mag ik TJ volgen, Jesua ? laat Gij mij bij dit uw offer der Mis tegenwoordig zijn, ais Maria en Joannes bij dit zelfde Offer ouder het Kruis tegenwoordig waren ? O, dan leerir.ij ook bidden, Jesus, gelijk Gij het, in Gethsemane, uwen leerlingen hebt aanbevolen.
De Priester bidl aan den voet des altaars en buiyi zich diep Ier neder bij het Confiteor of de schvldbe-kentenis.
In Gethsemane wierp de zielesmart U ter neder, mijn Jesus, 11, die de wereld draagt in de palm uwer hand; Gij zaagt daar, in al de bijzonderheden, uw naamloos lijden, al het zielewee en al de lichaamssmarten der uwen, maar bovenal al de zonden van af Adam tot der. longsten dag,
—• 6 'J —
al die wandaden, zoo schrikwekkend in iiaar aantal, :oo groot in hare boosheid ; — ook mijne zonden, mijne ongehoorzaamheden, mijne zinnelijkheden, lauwheden, trouweloosheden.....en
Gij liet toe, dat de droefheid U overweldigde, U ter aarde wierp, bloedig zweet uit de poriën Uws Lichaams perste, en U in doodstrijd bracht. O ..Jy Jesus ! voor mij bedroefd, doe mij deelen in die
'f droefheid, om ten minste voortaan Uw H. Hart
te verblijden.
De Friester beklimt het altaar, en kust het. — Jesus wordt opwaarts naar Jerusalem gesleept, nadat Hij door den Judaskus verraden was. — .Helaas ! mijn Heiland, ook ik heb ü aan Uwe vijanden overgeleverd, ook ik heb U, „mijn God en alquot; opgeofferd aan het lafhartig menschelijk opzicht, aan het schandelijk genoegen van een oogenblik.
De Priester begint den Introïtus of het ingangsgebed. — Christus voor Caiphas ; verloochening van Petrus. — Hoe dikwijls heb ik U1 niet ver-^ loochend, mijn God ! Want ik heb de ijdelheid
gezocht, alsof Gij alléén niet alle liefde ovqr-waardig waart. Zie mij dan aan, beminnelijke Jesus! met den blik Uwer liefde en barmhartigheid, gelijk Gij Petrus hebt aangezien, opdat ook ik mijne ondankbaarheid moge beweenen.
De Priester bidt het Kyrie eleison. — .Christus' i lijden, geduld en stilzwijgen is een almachtige
eten), die tot den Vader om genade roept — Uit mij zeiven ben ik die genade onwaardig, maar wanneer ik roep met de groote stemme van Christus Bloed „clamore valido,quot; (Hebr. 5. 7.) dan vind ik altijd veihooring en genade.
De Priester bidt dc oraties en den epistel. — Christus legt voor Caïphas getuigenis af zijner Godheid, alhoewel Hij weet, dat Hij om die
fetuigenis ter dood zal veroordeeld worden. — [eb dank, lieve Jesus, voor die allerpleehtigste getuigenis.etuigenis ter dood zal veroordeeld worden. — [eb dank, lieve Jesus, voor die allerpleehtigste getuigenis.
Uwe mirakelen, Uwe voorzeggingen, Uw Goddelijk leven zeggen het duidelijk, dat Gij waarheid hebt gesproken; Uwe apostelen, die in Uwen naam aan de ziekten en den dood konden gebieden, Uwe martelaren, die voor de belijdenis Uwer Godheid bij millioenen zijn gestorven, de volkeren, die in die waarheid geloofd hebben; Uwe kerk, zonder mensehelijke hulpmiddelen te midden van het machtig heidendom gesticht, die Kerk, welke altijd blijft bestaan, ofschoon de wereld haar blijft bestrijden en alle instellingen te gronde gaan, zij allen zeggen ons duidelijk, dat Gij, „de Christus zijt, de Zoon van den levenden God.quot; „Ik geloof. Heer, maar Termeerder mijn geloof.quot; (Matth. 16. 16. Mare. 9. 23J Leer mij leven uit het geloof.
Ik erken U als mijn Heer en mijn God; geef, dat ik mij ook in alles aan U onderwerp met eene blijmoedige gehoorzaamheid. Ik erken U als den God der liefde, die mij met eene opof-
ferende, alles overtreffende liefde bemint, geef, dat ik die liefde met edelmoedige wederliefde moge vergelden. Ik erken U als het opperste Goed, waardoor wij alleen kunnen gelukkig zijn, gflef, dat ik mij met al de krachten mijner ziel aan TJ mag hechten, al het geschapene alleen beminnen, in zoo ver bet mij tot U kan brengen.
De Priester leest het Evangelie. — Jesus legt voor Pilatus getuigenis af van zijn koningschap. — „Den on sterfelijk en Koning der eeuwen, deu eenigen God zij eer en glorie in de eeuwen der eeuwen!quot; (1 Tim. 1, 17) Koning zijt Gij, o.Jesus, want de profeten hebben van U voorspeld, dat gij beerschen zoudt van de eene zee tot aan de andere, en dat er aan Uw rijk geen einde zou komen; (Ps. 71, 8gt; maar een koning vol zachtmoedigheid, die den vrede brengt, naar het woord: „Zie o dochter Sions, uw Koning komt tot u, vol zachtmoedigheid (Matth. 21, 5,) „Gezegend de Koning, die komt in den naam des Heer«n, die den hemel met de aarde verzoent.quot; (Luc. 19, 38.) Koning zijt Gij, o Jesus, de liefde is uw rijk, de schoonheid uwe kroon, de goedheid uw schepter, de barmhartigheid uw troon, en de zaligheid uw koningsmantel, waarmede gij alles bekleeden wilt, Wees dan de Koning van mijn verstand door uwe waarheid, de Koning van mijn hart door uwe liefde, de Koning van mijn lichaam door uwe zuiverheid, de Koning van gansch mijn leven, door mij onherroepelijk aan uwen dienec te verbinden.
Als de Priester het Credo bidt, bid dan het : [k geloof in God den Fader.
De offerande, van brood en wijn. — Pilatus vertoont Jesus aan 't volk, zeggende: ziet den inensch ! Het volk antwoordt; aan 't kruis met Hem ! — ïoen gij daar bebloed, gekneusd en verbrijzeld door de geeseling, niet de doornen kroon op het hoofd en den spotmantel om de schouders, als aller menschen spot, voor de oogen van Israel, van het volk uwer voorliefde stondt, o mijn Jesus, en dat volk, niet tevreden met uwe amarten en die naamlooze verguizing, als bloedgierige tijgers om uw dood brulde: wat ginger alsdan om in Uw teederminnend Hart? Ontferming en genade voor die ongelukkigen, zoo riep dat Hart bij iedere klopping; en hoe luider de moordkreten van het uitzinnige Israël weerklonken, hoe luider dat Hart om barmhartigheid riep, en zijn lijden aan den Hemelsehen Vader opofferde.
Eeuwige Vader, sla uwe blikken op het Hart van Jesus, en zie de voldoening die het U opdraagt voor de misslagen der zondaars. In vereeniging met die goddelijke offerande, draag ik [) op mijne ziel en mijn lichaam. Dat iedere blik mijner oogen, ieder woord van mijn mond, iedere stap mijner voeten, iedere beweging mijner handen, iedere klopping van mijn hart, iedere gedachte van mijn geest, iedere begeerte van mijn gemoed, iedere daad van mijn wil, in vereeniging met het Ofter van Jesus' Hart, een liefdeoffer zij, tot boeting mijner menigvuldige zonden opgedragen.
De Priester wascht zich de handen. — Piiatus waschfa zich de handen, geen seliuld willende hebben aan de onrechtvaardige veroordeeliug van Jesus — O schuldelooze Jesus, die voor mij gaat geslachtofferd worden, wasch niet alleen mijne voeten (Joan. 13. 9) opdat ze reuzenschreden zetten op den weg uwer geboden, „maar ook mijne handen en mijn hoofd,quot; (Joan. 13. 9.) opdat ik met alle krachten, die in mij zijn, voor U moge werken en lijden,
Be Priester uoodigt hij de prefatie allen uit om God te loven. — Jesuu, de man van smarten, wordt door de beulen en het grauw als de Koning der bespotting met kaakslagen en hoongelach gehuldigd. — Heeft Israël U bespot, mijn Jesua, in uw koningschap, zich verlustigd in Uwe smarten en gelachen met uwe liefde, dan is het toch zeker billijk en rechtvaardig, dat wij U onze nederige onderwerping toonen, dat wij de weerpijn gevoelen van uw lijden en gevoelig zijn voor uwe liefde. Heeft men U met vuisten geslagen, U in Uw aanbiddellijk aanschijn gespuwd, U venvenscht en gevloekt, en in helsche razernij Uwen dood gevraagd; dan moogt Gij van ons toch wel verwachten, dat wij in aanbidding voor U nedervallen, en Uwen heiligen Naam loven en prijzen. Ja, Heer Jesus, gedoog dat wij onze nietige stem mengen in het koor der Engelen en Aartsengelen, dor Troonen en Heerschappijen, der Cherubijnen en.
Seraphijneu en van al de Hemoiingen, die onophoudelijk Ü het Heilig toezingen; gedoog, dat wij instemmen in het lied, dat immer ter-uwer eere weerklinkt; „aan Hem die op den troon gezeten is en aan het Lam dat geslachtofferd werd, de eer en de glorie en de heerlijkheid.'' (Openb. 5, 12).
De Priester heft de handen in de hooyte, buigt zich diep voorover en bidt den Canon. — Jesus gaat, gebukt onder Zijn kruis, naar den Calvarieberg. — Beschouw, mijne ziel, uw Heer en uw Koning, die voor U gaat sterven. Zie Hem, den schoonste onder de kinderen der menschen, onkenbaar gemaakt door de doornen kroon en het bloed, dat langs Zijn Voorhoofd, in Zijne Oogen, over Zijne Wangen, langs Zijn Baard druipt. Zie Hem met verscheurde ledematen onder zijn kruis voortstrompelen. Van onder Zijn doornen kroon werpt Hij een blik op u ; want daar onder het kruis, ofschoon de zonden-last van al de geslachten dragend, heeft Hij aan u gedacht; immers Zijne liefde tot u was zoo groot, dat, al waart gij maar alleen op de wereld, Hij voor u alleen zou gestorven zijn. O Jesus ! die blik dringt mij in de ziel. Wanneer de verleiding mij toelacht, geef, dat dan deze Uw blik van Uw betraande en bebloede Oogen mij van de zonde weerhoude.
De Priester bidt voor de levenden. — Jesus, op
— lb —
Zijn lijdensweg, dacht aan alle meiischen, die Hij door zijn bloed ging verlossen, en bad voor heil. — Maar Uwe teederste gedachten en Uwe grootste liefde waren voor Maria, de H. Vrouwen en Simon van Cyrene, die U vergezelden. Gedoog, u liefdevolle Verlosser, dat ik mij bij deze aansluit, oin getuige te zijn van het Ofler, dat Gij gaat opdragen, om te zien, met welken prijs mijne ziel is vrijgekocht, om met Maria en Joannes onder het kruis te staan, door uw zoenbloed overgoten te worden, een rouwmoedig, medelijdend, liefdevol hart tot U op te heffen, en het aan den vuuroven van Uw Hart van edelmoedige liefde te doen ontgloeien.
De Priester strekt zijne handen uit over den Kelk en de Hostie — De beulen grijpen Jesus en strekken Hem uit op het Kruis, waaraan zij Hem vasthechten — Verbeeld u. mijne ziel, den gewonden Jesus op bet harde kruis, te zien nedergeworpen als een steen ; zie, hoe de beulen hun knie zetten op Jesus' borst, zijne ledematen uit een rekken ; verbeeld u de hamerslagen om het altaar te hooren dreunen.
DB CONSECRATIE EN DE OPHEFFING.
De Priester door de woorden der Consecratie verandert hel brood en den wijn in het waarachtig Lichaam en Bloed van Jesus Christus: hij ^ knielt aanbiddend neder, ev heft eerst Christus
onder de gedaante van brood, e/i vervolgens Christus onder de gedaante van wijn in den Kt Ik, ter aan-hidding in de hoolt;jte. — Zie het Kruis in de hoogte rijzen,.... een oogenblik zwaait het heen en weer in de lucht, .... op eens daar ploft het met een ontzettenden schok neder in de harde rots; Jesus, ons Offer hangt in zijne wonden — Beschouw aandachtig den Hemelschen Vader, die een offer vraagt, en Jesus Christus, ons ^oeKoffer voor onze zonden, ons dankoWer voor de van God ontvangen weldaden, ons /o/btler, om God op waardige wijze te prijzen, ons srneek-ott'er om voor ons genaden af te bidden.
Beschouw Jesus' doorboord Hoofd, dat Hij niet weet, waar te laten rusten, Zijne doorboorde Handen en Voeten, Zijn uiteengerekt Lichaam eu bid met een H. Barnardus dit schoone gebed:
Zie, heilige Vader, van uit Uwe hooge hemelwoon neder, en beschouw deze allerheiligste Otferande, die onze gioote Opperpriester, uw heilige Zoon, de Heer Jesus IJ opdraagt voor de zonden zijner broeders, en laat Ü verzoenen, hoe groot onze boosheid ook zijn moge. Erken, Vader, het kieed van Uw Zoon Joseph. Helaas! een wreed ondier heeft Hem verscheurd, en in woede zijn kleed (d. i. zijn H. Lichaam, waarmede Zijne Godheid omkleed was) vaneen gereten. Zie, vijf ontzettende scheuren heeft het daarin gemaakt.
JVa de Consecratie. — Eeuwige Vader... zie op
het Aiinscliijn van lTw Zoonquot; (Ps. 83, 10), en heb medelijden met ons. Zie op de Wonden van Uw Zoon, en maak ons zalig, mij, mijne ouders, mijne broeders en zusters, allen die mij dierbaar zijn. Zie op het Bloed van Uw Zoon, en laat niet uwe straften, maar uwe ontferming op ons nederkomen. 't Is waar, wij verdienen niet verhoord te worden, maar Uw Zoons onze broeder Jesus bidt voor ons ; Hem moet gij verhooren. Hoor dan, van af het kruis roept Zijne stemme : „Vader vergeef het hun, zij weten niet wat zij doen.quot; (Luc. 23, 34) 't Is de stemme van Uw Zoon, die bidt voor ons, zijne beulen, die Hem kruisigden door onze zonden. Al roepen dan onze misdaden, onze ondankbaarheden, onze ongehoorzaamheden, onze lauwheden nog zoo hard om wraak, luider, oneindig luider klinkt de stem van Uw Zoon, „Vader vergeef het hun.quot;
Vergeving ook voor de overledene geloovigen, vooral voor onze dierbare dooden N. N. Het Offer Uws Zoons is van oneindige waarde, een druppel van Zijn Bloed kan duizende werelden verlossen. Door de kracht van dat bloed, dat zoo overvloedig langs het Kruis druipt, verlos de overledenen uit hun lijden, en geef hun en ons zondaars uwe onwaardige dienaren, een aandeel in Uwe glorie, in de gemeenschap met uwe apostelen, martelaren, belijders en maagden, door denzelfden Jesus Christus , Uwen Zoon, onzen Heer, „door Wien en met Wien en in Wien U, Almachtige Vader in de eenheid des
H. Geestes, alle eer en glorie gegeven wordt. (Miss Rom.)
De Priester bidt het Pater nosier. — Jesus beveelt zijne ziel aan den Hemelschen Vader. Bid met aandacht het Ome Vader ; zoo immers heeft Jesus ons ieeren spreken tot zijn Hemelschen Vader.
De Priester bidt het libera. — Bid met hem mede : „Verlos ons Heere, van alle kwaad, zoo tegenwoordig als toekomend, en, op de voorspraak der H. Maagd Maria, der H. Apostelen en van alle Heiligen, geef ons genadig vrede op al de dagen onzes levens, opdat wij, door Uwe barmhartigheid geholpen, van alle zonden mogen verlost en van alle kwellingen mogen bevrijd worden. Door Christus onzen Heer.' (Miss. Rom.
Be Priester breekt de H. Hostie.— Jesus roept: het is volbracht, buigt het Hoofd en sterft Stervende Jesus, ik aanbid U, doe mij zóó voor ü leven, dat ik met Paulus (Phil. ï, 21) mag zeggen: „mij is het leven Christus, en het sterven gewin, d. i. door, in en voor Christus leer ik, en, als ik sterf, word ik nog meer met Hem vereenigd.
De Priester klopt driemaal oj] de borst, en bidt bij het Agnus Dei om ontferming en vrede. — Bij het zien van Jesus' dood en de wonderen, die hem vergezellen, slaan de hoofdman en anderen vol berouw op hunne borst, en erkennen den
— 79 —
Gekruiste als den Zone Gods. — O Lam Gods, door wiens dood de vrede tusschen God en den mensch is hersleld, geef ons den vrede, dien Gij zoo duur gekocht hebt, den vrede mst U, met den evenmensch, met ons zeiven.
De priester communiceert. — Jesus wordt van het kruis afgenomen, en, na op den schoot Zijner Moeder gerust te hebben, in fijn lijnwaad gewikkeld en in een nieuw graf begraven.—
Mijn Jesus, als Gij in de H. Communie in , mij komt, dan moest mijn hart niet een graf zijn, maar een tempel rein en schoon, met alle deugden versierd, waarin Gij alléén heerscht. Ik offer U mijn hart tot woning ; bereid Gij zelf ze voor U, en woon en heersch daar, mijn Jesus. Xom, o Goddelijk Hart, voor mij aan 't Kruis geopend, kom rusten aan mijn Hart; kom Goddelijke Bruidegom, TJ vereenigen met ÏFwe bruid. Mijn hart is bereid, mijn hart is bereid. (Ps. 107. 2). Kom, zonder U sterf ik, kom en maak mij gelukkig.
De Priester reinigt den helk, en gaai naar de epistehijde de laatste gebeden verrichten. — Jesua stijgt glorievol uit het graf en verschijnt aan de Zijnen. — Heb dank, lieve Jesus, voor Uw offer! Wij waren U zoo oneindigen dank schuldig voor Uw Zoendood en voor al Uwe weldaden, doch wat konden wij voor dat alles teruggeven f Om ons dan deze in onze ommacht te hulp te komen,.
hebt Gij ons een nieuwe weldaad bewezen ; Gij hebt namelijk het H. Altaarsakrament en de H. Mis ingesteld, waardoor wij U zei ven als een waardig dankoffer aan den Eeuwigen Vader kunnen opdragen. Daar in dat Sakrament in de H. Mis vooral, spreekt Gij „met onuit. eprekelijke verzuchtingenquot; (Eom. 8. 20) voor ons tot Uwen Vader, daar neemt Gij onze plaats in en bedankt Uwen vader. Zoo deedt Gij van oudsher, want Gij zijt het Lam geslachtofferd van af het begin der wereld, (Apoc. 13. lü.) in de figuur der offerdieren van 't Oude Verbond; zoo zult Gij doen tot aan het einde der tijden, zoo lang er eene H. Mis zal worden opgedragen. O Jesus, wees Gij zelf dan het dankoffer voor al uwe liefde en weldaden. Ik Toor mij kan niets beter doen dan met Uw propheet uitroepen: Wat zal ik den Heere wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft ? Ik zal den kelk des heils aannemen en 's Heeren naam lofprijzen, (Ps. 115. 12. 13.) ik zal dikwijls bij Uw Óffer tegenwoordig zijn en dikwijls eten van Uw Offerdisch.
De priester zegent het volk. — Jesus klimt ten hemel, de zijnen zegenende — Verbeeld U dat Jesus zelf U zegent en bidt bij:
Het laatste Evangelie. — Zegen mij, o goede Jesus met den overvloed van Uwe ontferming en liefde. De uwen onder het kruig hebt Gij
gezegend met den dauw Tan Uw Bloed, den goeden moordenaar aan het Kruis naast ü, zegendet Gij met het paradijs, den hoofdman en vele anderen, die bij Uw dood tegenwoordig waren, zegendet Gij met berouw en bekeering. Longinus, die Uw H. Hart opende, hebt gij gezegend met liefde en heiligheid: o Jesus, one Offerlam, om de verdiensten van Uwen dood, zegen ook mij, uw zwak kind, dat het goede wel wil, maar het goede niet doet, opdat ik ten minste dezen dag geheel en al voor U leve, voor U denke, voor U spreke, voor U handele. Zegen, o Jesus, dit mijn voornemen; Goddelijk Hart van Jesus, voor U wil ik leven, arbeiden, lijden, voor U sterven. Amen.
Communie-oefeningen.
Kind van Maria, prent deze schoone woorden van den heiligen Franciscue van Bales wel in TJw hart: »Ik zeg het u met alle zekerheid, dat „de grootste tijdsruimte tusschen de communiën „één maand slechts mag zijn voor allen die god-„vruchtig willen leven. De H. Avigustinus raadt „ten zeerste aan de tci-kelijksche coiumunie. Tracht „dezen raad te volgen. . Wanneer de wereldsche „menschen U vragen: waarom communiceert gij ,.zoo dikwijls? antwoord hun, dat het is, om God „te leeren beminnen, om u te zuiveren van uwe „onvolmaaktheden, om u te ontdoen van uwe „ellenden, om troost te vinden in uwe droefheden „en sterkte in uwe zwakheden. Antwoord hun, „dat twee soorten van menschen dikwijls behoo-„ren te communiceeren: de sterken, om niet zwak, ,,en de zwakken om sterk te worden, de zieken, „om gezond, en de gezonde n om niet ziek te „worden.quot;
Eéne heilige communie, op heilige wijze verricht, ie genoeg, om u heilig te maken. Tracht dan uwe voorbereiding vóór, en uwe dankzegging na de H. Communie zóó te doen, dat „gij het Heilige op heilige wijze behandelt.quot;
— 83 —
Tóór ha ïj. iommiutta.
Het ia een groot werk : want eene woning moet er bereid worden. niet voor een' menseh maar voor God zelveu.
(I Par. XXT. I.)
Gebed om Gods hulp in het groote werk der voorbereiding tot de H COMMUNIE.
Mijn Heer en mijn God I het is waar. dat Gij gaat in mijn hart komen. (Jij, mijn Schepper, komt in persoon, waarlijk, werkelijk, waarachtig. Heer van Majesteit en liefde, bijaldien een groot koning zijn intrek wilde nemen in de hut van een arme, dan zoude hij immers zijne dienaren zenden, om de nederige woning voor hem te bereiden. Doe ook Gij zoo met mijn hart, o mijn God ! Zend uwe engelen, om mij te helpen U waardig te ontvangen, zend uwe genade, om uit mijn hart te verwijderen, al wat U mishaagt, om het te versieren met de gevoelens van een levendig geloof, van groot vertrouwen, van vurige liefde, van brandend verlangen naar U. Heilige Moedermaagd Maria, die U zoo zeer hebt voorbereid om Moeder van Jesus te worden, bid voor mij, en help mij, om Jesus in een zuiver en liefdevol Hart te ontvangen. Mijn H. Engelbewaarder, mijne HH. Patronen N. N. bidt voor mij.
— 84 —
1. fees fntifljnom cu itici umnlncfd lift «ofiftnilr;
Wie is het, die tot mij komt ? De schepper van alle dingen. ... de Heer van hemel en aarde. .. hemel en aarde met alle engelen en menscheu zijn voor Hem minder, dan een zandkorreltje, voor een groot koning .... Het is de Zone Gods mijn broeder geworden, .... die voor mij is gestorven .... voor mij al zijn bloed heeft vergoten.
Tot wien komt Bij ? Tot mij, armen aardworm, oneindig minder voor Zijn Aanschijn, dan dat zandkorreltje voor dien koning. . . . tot mij, ondankbaren zondaar, die Hem zoo dikwijls heeft beleedigd.
Waarom komt Hij ? Hij, de Heer van alles, heeft Hij mij noodig ?. . . . heeft Hij iemand van alle menschen noodig? .... behoeft Hij iets van de schatten van hemel en aarde ? heeft Hij één zijner heiligen of engelen noodig: Neen. . . Hij komt alleen uit goedheid, liefde... om mij gelukkig te maken.
Met deze of dergelijke beschouwingen kunt gij u teer goed een kwartier of langer bezighouden : van zelf zult gij dan wel akte van geloof, van vernedering, van berouw, van betrouwen en verlangen verwekken. Schijnt het u echter ie moei el ijk aldus eenigen tijd inwendig te bidden, dan kunt qij u ook, na het voorbereidingsgebed van hier boven, volgender wijze voorbereiden.
— 85 —
AKTE VAN GELOOF
Miju Jesus, mijn Heiland, ik geloof het vaa-telijk, dat Gij in persoon tot mij komt. Gij zijt immers waarachtig in dit H Sakrament tegenwoordig met Uw Goddelijk Vleesch en Bloed, met Ziel en Lichaam, met. Godheid en Mensch-heid. gelijk Gij onsterfelijk en verheerlijkt in den hemel zijt. Dit geloof ik, mijn Jesus, uit de diepte van mijn hart, met de volste onderwerping van mijn verstand aan Uw onfeilbaar woord. Gij hebt immers gezegd: „het brood, dat ik geven zal, is mijn vleesch voor het leven der wereld.quot; (Jo. 6, 52) Dit brood in dit aanbiddelijk Sakrament, zijt Gij; ik geloof dit, mijn Jesus. Gij hebt immers gezegd: „mijn vleesch is waarlijk spijs, mijn bloed is waarlijk drankquot; ; (Jo. 6, 65) die spijs, die drank zijt Gij, in dit aanbiddelijk Sakrament; ik geloof dit, o mijn Jesus. Gij hebt immers gezegd in het laatste avondmaal, terwijl Gij brood in uwe gezegende handen hieldt: „neemt en eet,dit is mijn lichaamquot; (Matth. 26, 26); en het brood was geen brood meer, maar waarlijk uw Goddelijk Vleesch en Bloed; ik geloof, mijn Jesus. En de priester heeft in de Consecratie der Mis diezelfde woorden in uwen naam gesproken, en het brood ia geen brood meer, maar waarlijk uw Goddelijk Vleesch en Bloed, in dit Hoogheilig Sakrament tegenwoordig. Ik geloof dit, mijn Jesus.
En zoo staat Gij, mijn Heer en mijn Koning dan voor mij in dit H. Sakrament, en spreekt
— 86 —
mij toe : mijn kind, is de feestzaal uws barten bereid, dat ik mijn intrek bij u nemen kan ? mijn kind, hebt gij aangetrokken Let blanke bruilofukleed der heiligmakende genade? houdt gij in de hand de brandende lamp der liefde, om mij te ontvangen en welkom te heeten ? — Mijn Jesus, al ziet mijn oog in dit Goddelijk Sakrament ook niet uw liefelijk Aanschijn en den zoeten glimlach uwer lippen, al hoort mijn oor ook niet uwe Goddelijke stem, toch roept mijn hart luide dat woord van uw apostel Thomas : mijn Heer en mijn God ; (Jo 20. 28) ; toch geloof ik vastelijk, innig: die H. Hostie zijt Gij, lieve Jesus, in persoon, met Uwe Godheid en Menschheid, met Vleesch en Bloed, met Ziel en Lichaam, gelijk Gij onsterfelijk en verheerlijkt in den hemel zijt.
„Heer, vermeerder mijn geloof,quot; (Lac. 17, 5.)
AKTE VAN VERNEDERING.
Maar terwijl de stem des geloofs mij toeroept: Jesus komt, Jesus in persoon. Hij komt u bezoeken niet alleen, Hij komt in u wonen ; nu denk ik immers ook van zelf: tot wien komt Jesus? en, ziende op mijn eigen nietigheid, komt mij het woord van den apostel Petrus op de lippen: „ga van mij. Heer, ik ben een zondig menscbquot;. (Luc. 5, 8). Hebt Gij U dau nog niet genoeg vernederd, mijn Jesus, door voor mij meDsch te worden ? niet genoeg U vernederd, door voor mij te worden : „der volken spot.
— 87
en het uitvaagse] des menschdomsquot; r (Ps, 1quot;2,7) niet genoeg U vernederd, door U voor mij te laten geeselen als de verachtelijkste slaaf, kruisigen als de meest verworpen booswicht ?
Zegt uw groote apostel dat »Gij TJ zeiven vernietigd hehtquot; (Philip, 2, 7) door aan mij gelijk te worden, mijn Heer en mijn Koning ! wat zal ik dan zeggen, nu Gij tot voedsel wilt die-nen voor hem die U geeselde, tot drank voor hem, die U kruisigde r Ik wil mij zeiven dan ook vernederen mijn Jesus, ik wil mijne ellende, mijne nietswaardigheid erkennen , en daarom belijd ik luide voor hemel en aarde, o God; die hier, onder de gedaante van brood tot mij gaat ( komen, Gij zijt de Almacht, ik ben de zwak
heid ; Gij de Majesteit, ik de ellende; Gij de Heiligheid, ik de zonde; Gij voor mij zoo goed, ik jegens U zoo ondankbaar ; Gij voor mij zoo barmhartig, ik jegens ü zoo weinig edelmoedig; Gij voor mij zoo liefdevol, ik jegens U zoo ongevoelig. En toch wilt Gij tot mij komen, o Jesus, mijn Heer en -mijn Koning; kom dan mijne zwakheid te hulp, heb medelijden met mijne ellende. „Schep in mij een zuiver hart, en ver-'■f nieuw den waren geest in mijn binnenste.quot;
(Ps. 50, 12.)
AKTE VAN VERTROUWEN.
(naar den H. Franc, vau Sales )
O ! wat mag ik niet veel hopen van dit allerzoetst bezoek van mijn dierbaren Verlosser! Ja!
4
ik hoop dat zijne heilige en liefdevolle handen mijne wonden zullen genezen ; dat zijne oogen zoo vol teederheid, mij met medelijden zullen aanzien, dat zijn Goddelijke mond mij woorden van troost, van zegening, van genade en liefde zal toespreken. Ja, ik hoop! dat Zijne allerheiligste ziel mijne ziel zal versterken, dat zijn Hart van liefde voor mij gloeiend, mijn hart van wederliefde zal ontsteken Wat toch mag ik niet verhopen van de liefde van mijn Jesus, wetende wie Hij is, en waarom Hij bij mij komt!
Wie toch is Hij, die daar komt „vol zachtmoedigheidquot; en liefde ? Het is Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk ^iensch, mijn vader zoo teeder, mijn broeder zoo liefdevol, mijn vriend zoo toegenegen, mijn bruidegom zoo aanvallig, mijn beschermer zoo machtig, mijn koning zoo rijk, mijn trooster zoo minzaam.
En waarom komt Hij tot mij ? Hij komt, om den mensch, in wien Hij de liefde vindt, de oneindige verdiensten van zijn leven en dood toe te passen, en zijn lichaam en zijne ziel te heiligen, ; om hem te doen denken, gelijk Hij denkt, te doen willen, wat Hij wil, te doen beminnen wat hij bemint. Hij komt om in den mensch neder te leggen het vruchtbare zaad der toekomstige heerlijkheid.
O mijn barmhartige Verlosser, met vertrouwen smeek ik TJ dan, doe in mij datgene wat de H. Communie in eene heilige ziel doet. Neen, neen, niet te vergeefs hebt Gij dit H. Sakrament in-
gesteld, niet te vergeefs zoo vele wonderen van almacht en liefde gedaan, ,,op U, Heer heb ik gehoopt, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden quot; Jesus zet mijn hart opeo voor een groot, een onmeetbaar vertrouwen, opdat een breede vloed van Uwe genaden daar binnen moge stroomen.
AKTE VAN LIEFDE
Zijt gy zoo goed voor mij, o Jesns, en mag ik zoo onbegrijpelijk veel van ü hopen, dan moet ook eene Serafijnsche liefde mijn hart in vuur en vlam zetten. Ja, mijn allerbeminnelijkste Heiland, ik bemin U, ik roep alle vermogens mijner ziel, alle krachten mijns lichaams op om U te beminnen. Zoo ooit, dan begrijp ik thans, hier in uw onmiddellijke tegenwoordigheid, nu Gij met minzaam gelaat mij toelacht en uitnoo-digt op TJw Hart te komen rusten, dat woord van Uw beminden leerling : laten wij Grod beminnen, wijl Hij ons het eerst heeft lief gehad.quot; (1 Joan. 4, 19).
Uwe liefde heeft; dit Sakrament, „de liefde van alle liefde1' (H. Bern.) uitgevonden, en dit niet voor eenigen üjd, voor de eene of andere plaats, voor eenige menschen, maar voor alle tijden tot den laatsten oordeelsdag, voor alle plaatsen waar menschen wonen, voor alle geslachten. Indien Gij tot de engelen of de menschen gezegd hadt: vraagt van mij eene weldaad zoo groot, als gij U kunt voorstellen, nooit
in eeuwigheid zou een niensch of engel aan dit uw H. Sakrauient en aan de H. Communie gedacht hebben Maar uwe liefdevolle wijsheid heeft er aan gedacht, Uwe Almacht heeft dit wonder der wonderen verricht, Uwe goedheid ons die gave boven alle gaven geschonken. Gij, mijn Jesus, hebt ons dus het eerst bemind.
O jesus ! ik wil U ook beminnen, zooveel ik vermag. Gij ziet, wat er ontbreekt aan mijne liefde, vul het aan, mijn beminnelijke Verlosser, en is mijn verlangen om U te beminnen, niet groot genoeg, of niet ernstig genoeg gemeend, maak dan dat verlangen vurig en zuiver. O Jesus! mijne iiefde, ik bemin U, vermeerder mijne liefde; o Jesus! mijne liefde, ik bemin U, sterk mijne liefde; o Jesus! mijne liefde, ik bemin U, zuiver mijne liefde, ik wil ü in eeuwigheid beminnen...
AKTE VAN VERLANGEN
Kom dan in mijn hart, o Langverwachte der volkeren, kom, en wil niet toeven; kom, o Welbeminde mijner ziel, „toon mij uw Aanschijn reik mij uwe hand, laat mij U omhelzen gt;en ik zal zalig zijn quot; (Ps. 79, 4, 8, 20).
Kom, o God van Majesteit, Gij wilt immers tot mij komen. Gij wenscht dat ik naar uwe komst verlange, kom dan en leer mij beminnen.
Kom, mijn beminnelijke Zaligmaker, Gij hebt U reeds eenmaal geheel gegeven als losprijs aan het kruis, om mij van de hel te verlossen, kom
— 91 —
f en geet U thans als spijze om mijne ziel te ver
sterken.
Kom o liefderijke Geneesheer, giet de olie uwer goedheid in mijne wonden, verbind ze met de banden uwer liefde en laaf mij met den wijn uwer kracht.
Kom, o allergetrouwste, allerteederste, allerzoetste en allerbeminnelijkste Vriend, kom in mijn hart 1 „Zie degene, dien Gij bemint is krankquot; (Joan. 11, 3 i Kom, en hecht mij zoo innig, en voor altijd aan uw Hart, dat Gods Engelen zeggen ; „Zie, hoezeer Jesus hem bemint.quot; (ib. 11, 36.)
Kom, o schitterende Zon mijns harten , kom en verdrijf de duisternissen van eigenwaan, van hoogmoed en zinnelijkheid uit mijne ziel, opdat ik, duidelijk ziende, hoe ik U het meest kan behagen, het metterdaad ook doen moge
Kom, o allerzoetst Leven mijner ziel, kom en doorstroom mij geheel en al, opdat ik leve door U, denke door U, verlange door ü, wille door Ü, handele door U. Kom. opdat het in mij waarheid worde: ik leef, niet ik, Christus leeft in mijquot; (Galat. 2. 20.)
lt;■gt;
Vil S»K 91. t OTE TÏI V IK.
De eerste oogenhlikhen 71a de II. Communie zijn de voornaamste van uw leven, zegt de godvruchtige en geleerde Eijmard. Tracht ze dan wel ie benutiigen Hiertoe moet gij eerst in Stille aanbidden en bewonderen, u beschouwende als een Ciborie waarin Jesus Christus rust^ zegt Bossuei.
JVees niet bekommerd, wat (jij lol Jesus spreken zult. God spreekt tol u, ah gij in stilte aanbidt, bewondert^ dankt en proeft, „hoe zoet de Heer isquot; (Ps. 33 9.) Omhels Jesus* voeten, gelijk Magdalena, rust in Jesus1 armen, gelijk de verloren Zoon, vlei u neder op Jesus'1 Hart, gelijk Joannes.
Zijn deze eerste oogenblikken voorbij, begin dan Jesus in iiiv kart met groot geloof te aanbidden, stort uwe ziel uit in de teederste gevoelens van dankbaarheid, geef u met alles ivat gij bezit aan Hem over en vraag veel, zeer veel voor u zeiven, voor allen die gij lief hebt, voor de H. Kerk, voor de arme zondaren. Laat bij dat alles uw hart voor al spreken, en bekommer u niet zoo zen' om deze oefeningen in woorden uit le drukken Kunt gij dit echter zonder boek moeielijk doen, zie hier dan eene wijze, waarop dit kan geschieden.
Akte van geloof en aanbidding:
„Loof mijne ziel den Heer, en alles wat iu mij is Zijnen heiligen naam,quot; (Ps. 102. l.)want „groote dingen heeft Hij aan mij gedaanquot; (Luc. 1.49.) „Hij heeft de hemelen nedergebogen, en is afgedaaldquot;. (Ps. 17. 10.) in mijne ziel, ja mijne ziel ia zijne woonstede, een hemel geworden. „In dezen tempel, bij deze arke des verbonds „zal ik aanbidden, den naam des Heeren prijzen „en met David uitroepen: ik heb mijn hart „gevonden, om mijn God te aanbidden. Ik heb „het hart gevonden van mijn koning, van mijn „broeder, van mijn besten vriend Jesus.quot; (S. Bern. Serm. ó de Pass Dom )
Ja, mijn Jesus, Gij kwaamt tot mij, Gij, de Eeuwige tot mij, den sterveling. Gij de Majes-
_ 93 —
teit tot mij, den ellendige. Gij de Goedheid tot mij, den ondankbare, Gij de Heiligheid tot mij, den zondaar. Ik geloof dit, o Heer, en val aanbiddend neder, overweldigd door zoo veel goedheid en liefde. Uw hart klopt aan het mijne, ik voel als 't ware uwe hand in de mijne, ik word als het ruiachen van uw adem gewaar. Meer bevoorrecht dan Magdalena die uwe voeten omhelsde, zaliger dan de verloren zoon, die in Uwe armen kwam, rust Gij in het binnenste mijner ziel. O Koning mijns harten, Jesus, ik geloof in U, ik aanbid U.
Doch wat is mijne aanbidding voor U, wien de negen koren der engelen altijd lofzingen Ik vereenig mij niet hen, ik vereenig mij met de zalige geesten, met mijn engelbewaarder, die naast mij liggen neergeknield, om U in mijn hart te aanbidden O Jesus, Koning der heer lijkheid, en Bruidegom mijns harten, U zij eere en glorie in alle eeuwen der eeuwen.
DANKZEGGING.
De drie jongelingen van Babylon in den vuuroven zongen U een lied van dankbaarheid, o mijn God ! en zij riepen alle schepselen op, die op de aarde, onder de aarde, en boven de aarde zijn, de stoffelijke natuur en de redelijke wezens om met hen in te stemmen in het lied der dankbaarheid. En ik, die thans omringd ben, van den vuurgloed uwer liefde, — want de vuuroven
— 94 —
uws Harten brandt in mij, —■ zalik niet danken met alles wat in mij is '#
Ja, lieiderijke Verlosser, dat mijn verstand U danke door altijd aan de geboden eu raadgevingen van U en uwe heilige Kerk onderworpen te zijn ; dat mijn geheugen U danke, door zich altijd uwe weldaden en vooral deze weldaad der heilige Communie te herinneren : dat mijne verbeelding U danke, door dikwijls zich U als den Gastheer en mijne Goddelijke spijze voor den geest te stellen ; dat mijn wil U danke, door geheel met uwen aanbiddelijken wil in alles overeen te stemmen; dat mijn hart U danke, door voortaan geheel voor ü te kloppen ; dat mijn mond U danke, door voortaan in alle woorden, die hij spreekt U te verheerlijken ; dat mijne oogen en ooren U danken, door zich voortaan te sluiten voor alle zinnelijkheid en nieuwsgierigheid ; dat mijne handen U danken, door voortaan in alle handelingen voor U te arbeiden : dat mijne voeten U danken, door voortaan reuzenschreden op den weg der gehoorzaamheid en der versterving te zetten Dat al mijne gedachten, begeerten, woorden en werken als een offer van dank voor uw aanschijn mogen opstijgen.
„Looft mijne ziel den Heer, want hij heeft u bezocht en heil in u gewerkt. Looft den Heer alle volkeren . want groot is óver mij zijne barmhartigheid.quot; (Luc. I. 46. Ps. 85. 13.)
LIEFDE en OPDRACHT
Ik bemin U, mijn beminnelijke Jeaus, mijne vreugde en mijne liefde, ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijn verstand, uit gansch mijne ziel, uit al mijne krachten ; en zoo Gij ziet dat ik hierin in iets te kort blijf, ten minste verlang ik U te beminnen, en zoo ik dit niet genoeg verlang, ten minste wensch ik dit groo-telijks te verlangen.
Ontsteek Gij zelf dan eene groote liefde in mijn hart. Gij behoeft het toch slechts te willen. O laat dat woord mij in de ooren klinken ik wil; gelijk Gij voor mij hebt willen lijden en in deze H. Communie tot mij komen, zoo kunt Gij ook willen dat ik U met alle vermogens mijner ziel bemin.
Toen Gij aan Mozes in het Braamboscb ver-scheent. stond het braambosch in vollen gloed: toen Gij U op den weg bij de discipelen van Emmaiis aansloot, stond hun hart in vuur, bij ieder woord, dat zij uit Uwen mond vernamen, En thans ben ik meer bevoorrecht dan Mozes, meer dan de discipelen van Emmaüsop dat oogenblik; Gij kwaamt niet aan mijne zijde, maar in mijn hart. Gij, „een verslindend vuur,quot; (5. Mos 4. 24.) „Gij die de bergen doet smelten, verteren .als een vuurbrand, die de wateren doet zieden van het vuurquot; (Is. 64, 1. 2.) En ik zou koud blijven, en niet eloeien van liefde ? Ik bemin u dan, mijn zoete Jesus met al mijne gedachten, met al mijne begeerten,
— 96 —
met al mijne woorden, met al mijne handelingen, ik onderwerp alles aan de zoete wet Uwer liefde, en durf tot U spreken met den H. Ignatius: Neem, Heer geheel mijne vrijheid;
neem mijn geheugen, mijn verstand en geheel mijnen wil; al wat ik heb ot bezit, hebt Gij mij gegeven, ik geef U dat alles terug, handel daarmede naar U welgevallen; geef mij slechts J.
Uwe liefde en genade, dan ben ik rijk genoeg,
en vraag verder niets.
BEDEN.
Kinderlijk eenvoudig en vertrouwelijk stti Jesus uwe heden voor. Gelijk de zieke den geneesheer zijne wonden toont, zoo toon Jesus uwe armoede, uwe gebreken één voor één — uwe driften — uwe bekoringen — uwe droefheden. — Vergeet niet dat Jrsus, „die altijd verhoord wordt om den eerbied Hem verschuldigdquot; (Hebr 5. 7.) in uw hart met u mede bidt tot den Heinelschen Vader.
Allermilddadigste Jesus, die U zeiven geheel,
en al aan mij geschonken hebt met uwe Godheid en Menschheid, met Ziel en Lichaam f met vleesch en bloed, bestaat er wel iets dat Gij mij thans kunt weigeren? Neem dan, lieve Jesus, geheel en al bezit van mij, doordring mijne ziel en mijn lichaam. Maak mij zoo gelijkvormig aan U, beheersch Gij alles zóó in mij, dat ik als 't ware denke door Uw verstand, '
wille iloor Uwen wil, beminue door Uw Hart; zie door Uwe oo^en, hoore door Uwe ooren, en handele door Uwe handen.
Hemelsche Vader, thans durf ik tot ü te komen, want ik kom in gezelschap van Uwen lieven Zoon onzen Heer Jesus-Christus; thans durf ik tot U te spreken, want ik spreek tot U door de stem van Jesus; thans durf ik tot U bidden, want ik vraag U door Zijne verdiensten. Eeuwige Vader! zie in mij niet den zondigen en ondankbaren mensch, maar Jesus Christus, den Heilige, „het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. (Jo. 20.) Ik roep dan tot U met David, „zie op uwen Christusquot; (Ps. 83, 10), onzen Heiland. Hij is als mijn eigendom geworden. Ik geef Hem dan aan U, als het zoenoffer voor mijne zonden, als het dankoffev voor zoo vele weldaden, als het lofoffev, dat U oneindig meer glorie geeft dan alle offers van alle geslachten, dan alle lofzangen der engelen, als het smeekoffev, waardoor ik alles van U kan verkrijgen. Barmhartige Vader! zie op uwen Christus onzen Höiland, en leer mij bidden ; zie op Jesus, en maak mij gehoorzaam ; zie op Jesus, en maak mij zuiver; zie op JesuH en leer mij om mijne zintuigen te versterven ; zie op Jesus, en schenk uwe beste zegeningen aan mijne ouders, broeders en zusters, vrienden en vijanden.
BEBED VAN DEN H. IGNATIUS.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, maak nüj zalig.
Bloed van Christus, maak mij van liefde dronken.
Water der Zijde van Christus, reinig mij.
Lijden van Christus versterk mij.
O Goede Jesus, verhoor mij.
Verberg mij in Uwe heilige wonden.
Laat niet toe dat ik van U gescheiden worde.
Tegen den boozen vijand bescherm mij.
In het uur van mijnen dood, roep mij.
En doe mij dan tot U komen.
Opdat ik met F we heiligen U love,
Tn alle eeuwen der eeuwen. Amen.
(100 d. afl ; na de communie 7 jaren aü.)
Opdracht aan Jesus' H. Hart
DOOR DE zstli^e Jfargareflia-jWaria-
Ik N. N. geef en wijd aan ü, o Heilig Hart van onzen Heer Jesus-Christus! mijn persoon en mijn leven; mijne handelingeü, lasten en mijn lijden, om mij voortaan van niets wat het mijne is te bedienen, dan om U, o Heilig Hart te beminnen, te vereeren en te verheerlijken. Ja, dit is mijn onherroepelijk besluit van geheel aan dit Hart toe te behooren, en •lies te doen voor zijne liefde, uit geheel mijn
hart verzakende aan alles wat het zou kunnen mishagen. Ik neem U dus, o H. Hart, tot het eenig voorwerp mijner liefde, den beschermer van mijn leven, den waarborg mijner zaligheid, het heelmiddel mijner onstandvastigheid, den hersteller van al de misslagen mijns levens en mijn veilig toevluchtsoord in het uur van mijn dood. Wees derhalve, o Hart van goedheid, mijne rechtvaardiging bij God den Vader, en wend de pijlen zijner gerechte gramschap van mij af. O Hart van liefde ! ik stel al mijn vertrouwen op ü ; want ik vrees alles van mijne zwakheid, maar ik hoop alles van Uwe goedheid. Vernietig dan in mij alles wat ü zou kunnen mishagen of weerstaan, en dat uwe zuivere liefde zich zoo diep prente in mijn hart, dat ik U nooit meer kunne vergeten, noch van U gescheiden worde. Eindelijk bezweer ik U bij al uwe goedheden mijn naam in ü te willen schrijven, dewijl ik geen ander geluk wil kennen dan te leven en te sterven als uw onderworpen dienaar.
Gedurende den da;/, waarop (jij gecommuniceerd hebt, beschouw u als eene vaas, waarin een kostbare nectar is uitgegoten, als een heilige, die een mtr in den hemel heeft doorgebracht. (Rvmard.)
Eenige verschillende wijzen
om zich vóór en na de H. Communie
met godvruchtige ovei-wegivgen bezig ie houden
I. 'fiÊjfmMui onze
VO ORBEREIDIN 6
Wie komt? Christus, de Koning der eeuwen, de Onsterfelijke, (I Tim. 1, 17) — op wiens kleed en gordel geschreven staat: „Koning der Koningen en de Heer der Heeren.quot; COpenb. 19, 16.)
2. Tot wien komt Hij ? Tot zijn onderdaan, die Hem tienduizend talenten schuldig is, en niets heeft, om die ontzettend groote schuld ook maar te verminderen. (Matth. 18, 24 )
3. IVaarom komt Hij? Niet om den armen slaaf te verkoopen, noch om hem in de gevangenis te werpen ; neen, om hem Zijn Vleeseh en Bloed te geven, eene waarde, oneindig groo-ter dan de schuld, die hij hiermede betalen kan.
VERHEFFING DES HARTEN.
»1uich, Sions dochter, jubel, o dochter Jerusalem's ; Zie uw Koning komt tot u: voor u een Verlosser.
'Zach 9.)
— 101 —
Dankzegging.
1. Beachonw met de oogen des geloofs Christus iu uw hart als den machtigsten en besten der koningen ! — 0 val in den geest als schuldenaar Hem te voet, en bid : heb geduld met mij, ik zal ü alles betalen. (Math. 18. 26.)
2. Bemin Hem uit geheel uw hart, zoodat het uw bepaalde wil is, niets te doen, wat Hem onaangenaam is — aan niets boven Hem de voorkeur te geven, — niets met Hem gelijk te stellen — en niets te beminnen dat niet inderdaad of volgens uwe meening tot Hem gericht is.
3. Vraag Hem om den geest der edelmoedig-heid, waardoor gij uwe gedachten, woorden en werken, uwe fortuin, de gemakken des levens, uw bloed en leven veil heeft, om uw Konings wil in alles te volbrengen.
VERHEFFING DES HARTEN.
Gij zijl mijn Koning en mijn God, die Jacob heil aanbrengt ! Door U zullen wij onze vijanden ter neder vellen, in uwen Naam onze tegenstanders met voeten treden. (Ps. 43. 5-6.)
II. ome
Voorbereiding
]. Wie komt .' Christus, de Heer, die zijne dienaren het zoete juk en den lichten last zijner ge-
.V
— 102 —
boden en raadgevingen oplegt: — en voor een korten diensttijd, eeuwige heerlijkheid belooft.
2. Tot tcien kom! Hij? Tot zijnen wederspanni-gen dienaar, die reeds sedert lang zijn juk heeft verbroken, zijne banden heeft verscheurd en gezegd : Ik wil niet dienen. (Jer. 2. 20.)
3. Waarom kemt Mij? Om den wederspannige tot zich te trekken door de banden zijner liefde — hem van het juk der driften le bevrijden — en terug te voeren in zijn dienst, die eervoller is en gelukkiger maakt dan alle heerschappij.
(Os. 11. 4.)
VERHEFFING- DES HARTEN.
Waaraan dank ik het, dat mijn Heer en de Zoon van mijnen God tot mij komt? (Luc. 1, 32.)
Dankzegging.
1. Beschouw met de oogen des geloofs Christus in uw hart als uwen Heer, die ü tegen een hoog en prijs vrijkocht — gij zijt zijn weggeloo-pen dienaar, die nu met nieuwen ijver tot hem terugkeert. (1 Cor. 6, 20.)
2. Bemin Hem met geheel uwe ziel, zoodat gij tot het getal dergenen behoort, die mogen zeggen : „niemand van ons leeft voor zich zelf, en niemand sterft voor zich: want zoo wij leven, dan leven wij voor den Heer, en zoo wij sterven dan sterven wij voor den Heer.quot; (Rom. 14, 7-1.)
3. Vraag Hem om den geest van de vreeze des Heer en, opdat gij alle, ook de kleine zonde
vermijdt, eu Hem alleen uit reine, edelmoedige liefde vreest.
VERHEFFING DES HASTEN.
1. Wie komt* Christus, de yetrowce vriend met wien niets te vergelijken is ! {Sir. 6 1.) Hij, die door ons verlaten — en gekrenkt, ons niet verlaat, maar ons door de kracht van Zijn Bloed, van vijanden als wij waren, tot zijne beste vrienden gemaakt heeft.
2. Tot wien komt Hij? Tot den eerloozen verrader, die zoo dikwijls zijne vriendschap heeft veracht, — aan de zonde boven zijne genade de voorkeur gegeven, — zijn vertrouwden omgang aan nietswaardige beuzelingen van menschen opgeofferd:
3. Waarom komt Hij ? Om voor u een getrouwe vriend — een sterke steun en dus een schat te zijnquot; (Sir. 6, 14.)
— Iu4 —
VERHEFFING DES HARTEN,
.,Laat mij uw aangezicht aanschouwen, uwe stem mij in de ooren klinken, want uwe stemme is zoet, uw aangezicht is schoon.quot; (Hoogl. 3, 14.;
Dankzegging.
1. Beschouw met de oogen des geloofa Christus in uw hart als uwen getrouwsten vriend, die u, zijnen armzaligen knecht heeft opgenomen. — Beschouw in u zijn dischgenoot — neeneen slaaf, zonder edelmoedigheid, die wel in de vertroosting, maar niet in de beproeving zijn vriend wil zijn.
2. Bemin Hem met al uwe krachten, zoodat gij al de vermogens uwer ziel, al de krachten uws lichaams in vereeniging met Christus' Ziel en Lichaam God opoffert, het voornemen makend, ze allen tot zijnen dienst te gebruiken.
3. Vraag den geest van getrouwheid, die ook van tijd tot tijd een offer weet te brengen om de vriendschap met Jeaus te bewaren.
VERHEFFING DES HARTEN.
„Mijn vriend is aan mij, en ik ben aan Hem.,'
(Hoogl. 2. 16.)
lY. vme vaxtd.
Voorbereiding
1. Wie komt! Christus, de Vader der toekomstige eeuwen ('Is. 9. 6.) de vader der erbarmingen en de God aller vertroosting — (2 Cor. 1.3.) die
— 1CÜ —
ons heeft leeren bidden, niet; onze Koning, onze Rechter, maar „onze Farfe;-.quot; (Matth. 6, 9.)
2, Tot vjien homt Rij ? Tot den verloren zoon, die naar het verre land der zonde gegaan was, waar hij de heiiigmakende genade — de schoonheid zijner ziel — de vriendschap Gods — den vrede des harten verloren had.
3. Tfaarom homt Hij? Om den verloren zoon die tot Hem terugkeert te omarmen, — met het gewaad zijner genade te versieren — aan het gastmaal van Zijn Heilig Vleesch en Bloed te verkwikken — en het onderpand te schenken der toekomstige heerlijkheid in zijn paleis,
VERHEFFING DES HARTEN.
^Hoe vele daglooneis in mijns vaders huis hebben brood in overvloed! ... Ik wil mij spoeden en lot mijn Vader ijlen.
(Luc. 15, 17, 18.)
Dankzegging.
1. Beschouu- met de oogen des geloofs Christus in uw hart als den liefderijk-sten Vader, die u op het kruis in naamlooze smart heeft voortgebracht. — Gij zijt de verloren zoon, die, na lang ronddolen, arm en ellendig tot Hem terugkeert, en met onuitsprekelijke goedheid door Hem ontvangen wordt.
2. Bemin Hem met al uwe vermogens, zoodat gij rijkdom — eer — vreugde — droefheid — vriendschap of bezit der schepselen voor niets telt, als gij Hem maar bezitten moogt.
3. Vraag den geest der hinderlijke liefde, op-
loo —
dat gij, wetend, wat aan den besten der Vaderen aangenaam is, het met edelmoedigheid en blijdschap volbrengen moogt.
VERHEFFING DES HARTEN.
Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U, ik ben niet meer waardig uw zoon genoemd te worden, neem mij aan als een uwer knechten quot; (Luc. 1 5. 18—1quot;.)).
WciMué de ' 'mdegtm xmser- -ski-
Voorbereiding.
V.
1. Wie komt? ChristuB de Bruidegom, die sprak : „ik verloof mij met u door genade, barmhartigheid en trouwquot; (Os. 2. 19, 20) dat is : uwe rial zal altijd mijne bruid zijn, en ik geef haar als bruiloftschat mijne genade, barmhartigheid en trouw ; — en ook mijne blijdschap: want neen, „de vrienden van den bruidegom mogen niet treuren, loolanq de bruider/om bij hen if.quot; (Matth. 9- 15.;
2. Tot wien komt Hij ? Tot zijne trouwelooze bruid, die in haren hoogmoed raeer de eer en den lof der menschen — meer haar eigenzinnigheid — meer den rijkom, en in hare zinnelijkheid, meer de schepselen heeft bemind dan den Bruidegom.
3. Waarom komt Hij ? Niet om der trouwelooze verwijtingen te doen, nog minder om haar te
— 107 —
Terstooten, maar om zich op nieuw met haar te verloven, en haar het grootste blijk zijner vriend-Behap te geven.
VERHEFFING DES HARTEN.
Gij wjzc maagden, op! houdt uwe lampen gereed, ziet Je Bruidegom komt: ijlt Hem te gemott
(Math. 25 6-7.)
Dankzegging.
1. Beschouw met de oogen des geloofs Christus in uw hart als den liefderijksten bruidegom, die uwe arme ziel, misvormd door de ellenden der zonde en naakt aan alle deugden, vrijwillig bemint. Uwe ziel immers is zijne bruid, door zóó vele van zijne genaden en lietdebewijzen aan Hem verbonden.
2. Bemin Hem met geheel uwe vrijheid, zoodat gij niet meer over uwe gedachten, verlangens en werken beschikken wilt, maar alleen uw Bruidegom er volle vrijh?id over laat, opdat Jesue als 't ware zie door uwe oogen, denke door uw verstand en beminne door uw hart.
8. Vraag den geest der wijsheid, opdat gij u wel doordringen moogt van de beminnelijkheid van Jesus, het voorwerp van 's Vaders welbehagen, den schoonste onder de kinderen der inenschen ; opdat gij u ook doordringt van de nietswaardigheid der schepselen. (Luc. 3. 22.)
— 108 —
VEE HEFFING DES HAETEK.
«Juichend verblijd ik mij in den Heer en mijne ziele jubelt in mijnen God, want Hij trok mij het gewaard des heils aan en bekleedde mij met den mantel der gerechtigheid als een bruid die met hare sieraden gesmukt is.quot; (Is. 61. 10.)
LITANIE
TAN HET M. HAKT VA% JKSITS,
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer-Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
H. Drievuldigheid èén God,
Hart van Jesus, Eigen en waardige woon- o plaats van den H. Geest, S
Hart van Jesus, Tempel van de Allerheiligste r3 Drievuldigheid,
— 10!) —
Hart van Jesus, Glorie en vreugde der Engelen,
ontferm U onzer.
Hart van Jesus, Oneindig in Majesteit,
Hart van Jesus, Voorwerp aller liefde. Allerootmoedigst Hart van Jesus,
Allerzuiverst Hart van Jesus,
Allerminnelijkst Hart van Jesus,
Vol van z#igen en genade,
Wellust van hemel en aarde,
Licht van geheel de wereld.
Onoverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden,
Fontein van alle rechtvaardigheid, £
S Oorsprong van alle goedheid en barmhart- S ^ T tigheid, g
^Vol medelijden en teederheid,
^ Waardig allen lof en alle eer, o
S Aan Wien alle aanbidding toekomt, »
Oneindige afgrond van alle hemelsche gaven, ^ Fontein der springende wateren tot het eeuwig leven.
Verzoening onzer zonden,
Troost van alle bedrukte harten,
Hoop van die in U sterven,
Ons leven en onze verrijzenis,
Toevlucht van alle zondaren.
Met bitterheid voor ons vervuld, Met versmaadheden voor ons verzadigd, Om onze boosheden doorwond,
Voor onze zaligheid aan het kruis gestorven,
— 110 —
Hart van Jesus, Met een lans doorstoken, ontferm TJ onzer.
Hart van Jesus, Levende heilige en Gode
behagende offerande, ontferm ü onzer.
Hart van Jesus, Altaar, waarop alle heiligen geslachtofferd worden, ontferm U onzer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, verhoor ons Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer Jesus V. 0 Koning der glorie. Gij zult nooit versmaden. R, Een boetvaardig en vernederd hart.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus, die U gewaardigd liebt de onuitsprekelijke rijkdommen van Uw allerheiligste Hart aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons dat wij aan de liefde van dat allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en dat wij door waardige dienstbewijzingen vergoeden de verongelijkingen, die aan datzelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan, die leeft en heerscht met God den Vader in eenheid des H. Geestes. in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
— Ill —
LiïlliiE SI D[fi ZOETE! Hllli UH JESOS,
|
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontf. TJ onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer. God, Heilige Geest, Heilige Drievuldigheid, éen God. Jesus, Zoon van den levenden God. Jesus, glans des Vaders. Jesus, klaarheid van het eeuwig licht, Jesus, Koning der glorie, Jesus, Zon der gerechtigheid. Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Beminnelijke Jesus, |
Wondervolle Jesus, Jesus, sterke God, Jesus, Vader der toekomstige tijden, Jesus, Engel van den hoogen raad. Allermachtigste Jesus, Allergeduldigste Jesus Allergehoorzaamste Jesus, OJesus, zachtmoedig en ' amp; nederig van harte, ; ^ Jesus minnaar der j E kuischeid, : cjJesus, onze minnaar, c o Jesus, God van vrede, ; g Jesus, oorsprong des Ë ® levens, - Jesus, toonbeeld der deugden, Jesus, onze weg en ons leven, Jesns, ij veraar der zielen, Jezus, onze God, Jesus, onze toevlucht, Jesus, vader der armen, Jesus schat der geloo-vigen, |
O) SO' dagen aflaat (11 Juni 1874)
— 112 —
Jesus, goede Herder, Jesus, waarachtig licht Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, vreugde der Engelen,
Jesus, koning, der Pa-O uwer inspraken
3 Door het geheim Dwerlt; heilige Menschwor-riding, ^
triarchen,
Jesus, leermeester der £?
Apostelen, ^
Jesus, 1 eeraar der cjDoor uwe Geboorte, o Evangelisten, o Door uwe Kindsheid, «
Jesus, sterkte der Mar- S Door uw allergodde- s-, telaren. lijkst leven, $
Jesus, licht der belij- Door uwen arbeid.
ders,
Jesus, reinheid der
Maagden,
Jesus. kroon van alle Heiligen,
Door uw doodstrijd en
lijden,
Door uw kruis en uwe verlatenheid,
■^Door uwe krankheden.
Wees genadig, spaar iDoor uw dood en uwe
ons, Jesus. 0 begrafenis,
Wees genadig ver-g Door uwe verrijzenis, hoor ons, Jesus. quot;^Door uwe hemelvaart, Van alle kwaad, ver-® Door uwe vreugden.
los ons, Jesus. g Door uwe glorie. Van alle zonde,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Jesus.
Van uwe gramschap, Van de lagen des duivels.
Van den geest der onreinheid.
Van den eeuwigen dood,
Van de verwaarloozing
— 113 -
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Jeaus.
' LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus Ohristus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen; zoekt, en gij zult vinden ; klopt, en u zal geopend worden : geef ons, dat wij, die de waarachtige genegenheid uwer goddelijke liefde vragen, U van ganscher harte, met woorden en met werken mogen beminnen, en nimmer ophouden ü te loven.
Maak, o Heer ! dat wij altijd uwen heiligen Naam mogen vreezen en tevens beminnen, want nimmer onttrekt Gij dengenen uwe leiding, die Gij bevestigt in bestendige liefde jegens ü. Door onzen Heer Jesus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Gees-tes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
—--OwOt*----
Sitcmie tot êer^'Goete.
Heer, ontferm TJ onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons. Christus verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
8
114 —
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilig Sakrament, waar Jesus zelf tegenwoordig is wij aanbidden U.
I Waar Jesus alle schatten zijner liefde mededeelt,
Zoenoft'er voor onze zonden,
i Onderpand onzer zaligheld,
quot;S j Wondervolle gedenkteeken van Jesus ï I Liefde.
P ] Onze troost en sterkte,
-i i Aanbiddelijk geheim,
^ Zoo schaamteloos geloochend,
.SP | Zoo schandelijk verguisd,
^ | Zoo diep vernederd,
K I Zoo dikwerf onteerd, j '
i Zoo smartelijk bejegend,
I Zoo gruwelijk ontheiligd,
1 Zoo ondankbaar versmaad, 1
O God, wees ons genadig, spaar ons, o Heer O God, wees ons genadig, verhoor ons, o Heei Voor de onteering van een zoo Heilig Sakrament, vergeving, o Hoer !
Voor zoo vele slechte Ommuniën, j lt;
Voor zoo veie oneerbiedigheden in de kerk, Voor de ontheiliging van uwe tabernakelen, Voor de gruwelijke heiligschennissen aan de
H. Hostiën gepleegd,
Voor de lastertaal der goddeloozen.
Voor het ongeloof der dwalenden.
Voor de koelheid en onverschilligheid der katholieken,
p p
0
Oquot; amp;
P-
(ra
CD
■c
5'
OQ
X
CD CD
— 115 —
Voor de vergetelheid, wuarin men U laat, Vergeving, o Heer!
Voor den smaad, waarmede men U bejegent, lt; Voor de verstrooidheid onder de H. diensten, Voor de weinige godsvrucht jegens uw H, 2 Sakrament, j S'
Voor de nalatigheid in het bijwonen der H. ï5 Mis, 1 o
Voor hen die hun Paacbplicht verzuimen, 1 Voor de vervolgers der H. Kerk,
Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Dat het U behage, in ons het geloof en den eerbied voor dit Sacrament te vermeerderen, Dat onze liefde tot U, den haat uwer vijanden immer mogen overtreffen.
Dat Gij onze eerbetuigingen tot herstelling
van alle oneer, gelieft te aanvaarden, i Dat uw kostbaar Bloed niet om wrake, maar '
om genade en vergeving smeeke,
Dat door de verdiensten van uw H. Hart ■ g-alle rampen van ons mogen worden af-geweerd,
Dat Gij de vereeniging ter eere van het H.
Hart onder uwe bescherming gelieft te nemen,
Dat Gij haar alom gelieft te verspreiden, Dat Gij onze Congregatie in uw Hart wilt dragen,
Dat Gij alle weldoeners daarvan met hemel-
sche zegeningen gelieft te vergelden.
Dat Gij in ons immer den ijver wilt ver-
— 116 —
ievendigen, zegenen en ondersteunen, om de vereering van uw Liefde Sakrament meer en meer uit te breiden, Wij bidden IJ, verhoor ons
Dat gij gelieft de vijanden der kerk te vernederen. Wij bidden U, verhoor ons Dat Gij Z H. den Paus onder uwe bescherming gelieft te nemen, Wij bidden U, verhoor ons. Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.
spaar ons, Heer.
Lam Gods enz verhoor ons, Heer.
Lam Gods enz. ontferm U onzer.
Christus hoor ons. Christus verhoor ons.
Onze Vader.
V. Sla o lieer onze droefheid gade.
R. En geef den luister weder aan uwen naam. V. Heer, verhoor mijn gebed.
E En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEK.
Liefderijke Jesus, die in uwe oneindige liefde tot ons liever de versmadingen der zondaren hebt willen ondergaan dan ons Uw goddelijk Sakrament onttrekken; geef ons, bidden wij Ü, de genade, dat wij al de verguizingen en heiligschennissen, welke U zijn aangedaan met ware droefheid des harten beweenen, met heiligen ijver vergoeden en met vurige vereering herstellen, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen, Amen.
— 117 —
AKTE VAN EERHERSTEL AAN HET H. HART.
O Goddelijk Hart van Jesus ! bron van genade en licht, o braadoven van liefde, die alle zaligen des hemels doorgloeit! Mocht ik nederdalen in uwe diepte, door uwen gloed gekoesterd, door uwe vlammen verteerd worden! Allerbeminnelijkste Hart! wat gaf ik tot hiertoe mij weinig moeite om Ü te kennen, U te beminnen, U na te volgen I Laat mij nu ten minste, doordrongen van den diepsten eerbied, van de levendigste droefheid, van de vurigste liefde mij nederwer-pen voor ü, en U vergiffenis vragen voor al de beleedigingen , door de menschen en door mij niet het minst U aangedaan, in het Sakrament Uwer liefde vooral
Ja, liefdevol Hart! eerherstel bied ik ü quot;oor alle ongeloovigen die ü niet kennen, voor alle ketters, die U lasteren, voor alle slechte Christenen, die ü vergeten, voor alle lichtzinnige Con-greganisten die U bedroeven. Eerherstel bied ik U ook voor al mijne ondankbaarheden jegens U, voor mijne traagheid in het bezoeken van Uw H. Sakrament, in het ontvangen van dit uw grootste liefdeblijk, voor mijne lauwheid in mijne Communiën, voor mijne weinige edelmoedigheid in uwen dienst. O Hart! dat zoo gaarne vergeeft, maak ons uwe vergeving waardig Ons rest geen andere toevlucht tegen de rechtvaardigheid uws Vaders, dan juist dit Hart, dat zoo mishandeld wordt en, na de bloedigste mishandeling zelfs,
- 118 —
zoo gereedelijk vergeeft. O edelmoedig Hart van Jesus ! wees ons toonbeeld in dit leven, onze toevlucht in den dood, en in eeuwigheid ons loon. Amen.
GEBED TOT DE H. MAAGD
(H. Kphrem. — IVe eeuw).
O Maria! moeder van mijn God, gij zijt de koningin van hemel en aarde, de hoop der hope lozen. Gij zijt omringd van een stralenkrans, schitterender dan de zon; gij gekroond met meer eer dan de Cherubijnen, met meer heiligheid dan de Seraphijnen ; gij zijt verheven boven alle schepselen des hemels. Gij waart de eenige hoop onzer vaderen, de vreugde der Profeten, de troost der Apostelen, Gij zijt de glorie der Martelaren, de eer van alle Heiligen. O Maagd! die aan de wereld het lichtjen den troost brengt, ohetvol-maakste en heiligste der schepselen!! waarmede zal ik U vergelijken ? Gij zijt het gouden wie-rooksvat, waaruit de zoetste geuren opstijgen. Gij zijt de lamp, die dag en nacht het heiligdom verlichtte; gij zijt de urne, die het manna des hemels bevatte, de tafel, waarop de wet Gods geschreven was Gij zijt de Ark van het heilig verbond; gij zijt het brandend braambosch, dat brandde zonder verteerd te worden. Gij zijt de wortel van Jesse die de schoonste aller bloemen draagt, en die bloem is uw Zoon ' Die Zoon is God en mensch, en Gij zijt zijne moeder 1
— 119 —
't Is door IJ, o heilige Maagd, dat wij met G-od verzoend zijn. Gij zijt de voorspreekster der zondaren en de hoop der moedeloozen ; gij zijt de veilige haven tegen de schipbreuk ; gij zijt de troost der wereld, de schuilplaats der weezen, de losprijs der gevangenen, de opbeuring der zieken, de balsem der lijdenden, het heil van allen. Wij komen dan vluchten, o heilige moeder Gods, onder uwen raoedermantel. Bedek ons met uwe barmhatrigheid; heb medelijden met ons. Ja, met tranen iu de oogen, bidden ne U, voor ons ten beste te spreken, opdat uw Goddelijke Zoon, onze Verlosser, ons niet verwerpe om onze zonden, en ons niet veroordeele als dorre planten. Amen.
GEBED TOT MARIA. MOEDER OER SMARTEN
(H. Bonaventura.)
O Zoete Maagd Maria ! door het zwaard van droefheid, dat uwe ziel doorboorde, toen gij uw welbeminden Zoon op het kruis zaagt verheven, van alles ontbloot en met wonden bedekt, verkrijg voor ons, dat ons hart doordrongen worde van medelijden en berouw en gewond van de goddelijke droefheden, die gij ondervondt aan den voet van het kruis, toen gij in de plaats van Jesus, Joannes tot Zoon ontvingt, toen Jesus zijne ziel in de handen zijns Vaders beval, sta ons bij op het einde onzes levens. Wanneer onze tong U niet
meer zal kunnen aanroepen, onze oogen zich zullen sluiten voor het licht, onze ooren voor het geluid dezer wereld, wanneer alle onze krachten ons zullen begeven, gedenk dan, o goedertierene Moeder, de gebeden die wij thans aan uwe goedheid opdragen; kom ons te hulp in dat uur Tan groot gevaar, en wil onze ziel aan uwen godde-lijken Zoon aanbevelen, opdat Hij ter wille van uwe gebeden ons de straften kwijtschelde, en ons de eeuwige rust moge binnenleiden. O allerzuiverste Maagd ! bij de zuchten, die uw diep bedroefd hart slaakte, toen gij uwen Zoon van het kruis afgenomen, in uwe armen ontvingt, geef, bidden we U, dat wij onze zonden beweenen, en dat de boetvaardigheid de wonden onzer misslagen geneze, opdat, op het oogenblik, dat de dood ons lichaam zal maken tot een voorwerp van afgrijzen voor de menschen, onze ziel, schitterend van sclioonheid, verdiene te ontvangen, in de omhelzingen der goddelijke liefde, den kus der liefde van den allerzoetsten Jesus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
GEBED VAN DEN H FRANC1SCUS VAN SALES tot de H Maagd
Wees gegroet, o zoete Maagd en Moeder Gods ! Gij zijt mijn Moeder, en ik smeek ü mij als kind en dienaar aan te nemen, omdat ik geen andere moeder dan U wil hebben. Ik bid U derhalve, o goede, liefderijke, teedere Moeder ! dat gij
mij in al mijne moeielijkheclen eu kwellingen nuar ziel en lichaam wilt opbeuren en troosten.
Gedenk, o goedertieren Maagd ! dat gij mijne moeder zijt, en dat ik uw kind ben; dat gij zeer vermogend zijc. en dat ik een nietig, zwak, armzalig schepsel beu. Ik smeek u, o allerliefste Moeder ! geleid en bescherm mij in al mijn doen en laten.
Zeg niet, o genadige Maagd ! dat gij mij niet kunt helpen, want uw welbeminde Zoen heeft ü alle macht in den hemel en op aarde geschonken. Zeg niet, dat gij mij niet moet bijstaan, want gij zijt de Moeder van alle stervelingen, en vooral de mijne. Zoo gij mij niet kondet ondersteunen, dan zoude ik u verschoonen door te zeggen : het is waar, Maria is mijne Moeder, en zij heeft mij lief als haar kind, maar helaas ! het faalt haar aan macht en vermogen. Zoo gij mijne Moeder niet waart, dan zoude ik mij onderwerpen en denken: Maria is rijk genoeg om mij bij te staan, maar ach! zij is mijne Moeder niet. Daar gij echter, o o verzoete Maagd! mijne Moeder zijt. en alle macht bezit, hoe zoude ik U kunuen verontschuldigen. indien gij mij niet te hulp snelt en mij uwen bijstand niet verleent.
Bedenk dus, lieve Moeder! dat gij gehouden zijt mijne bede te verhooren. Zie niet op mijne zonden en zwakheden, maar neem mij tot meerdere eer en glorie van uwen goddelijken Zoon, als uw kind aan. Bescherm mijne ziel en mijn lichaam van alle kwaad, en deel mij uwe deug-
den, vooal uwe ootmoedigheid mede; quot;Verwerf mij alle gaven en genaden, die mij welgevallig maken aan de allerheiligste Drieënheid, den Vader, den Zoon en den H. Geest. Amen.
het memorare;
van 0 L. Vrouw van het H. Hart-
Gedenk, o Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, den onweerstaanbaren invloed, dien Gij bezit op het Hart van uwen aanbiddelijken Zoon. Vol vertrouwen in uwe verdiensten, komen wij uwe bescherming afstneeken. O liefderijke Moeder van Jesus 1 die de onuitputbare bron van alle genaden is welke gij naar welgevallen kunt openen, om er over 't menschdom te doen uitstroomen de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten, verleen ons, smeeken wij U. de gunsten die wij verzoeken. Neen, wij zullen niet afgewezen worden, en omdat gij onze Moeder zijt, o Onze Lieve Vrouw van 't H. Hart, neem onze gebeden gunstig op, en gelieve ze te verhoeren.
de zes ZONDAGEN ter eere van den H Aloysius.
De //. Aloysius, //ie, zoo engelachtig een lenen leidde dat hij geen mrnschelijk lichaam scheen rond te dragen, de beminnelijke heilige, door het Kerkelijk gezag aan de jeugd tot patroon gegeven, was steeds het volmaakte, sublieme toonbeeld van den
— 123 —
';•* Congreganist, en de beschermheilige ran hen, die
vlekkelnoze handen en een onschuldig hari tot God willen opheffen. — De meest verspreide en vruchtbare devotie ter zijner eer is de devotie, bekend onder den naam van de zes zondagen. Deze bestaat hierin, om op zes achtereenvolgende zondagen, hetzij on-middelijk voor het feest des Heiligen, dat op Juni valt, hetzij op een ander tijdstip des jaars, eenige oefeningen van godsvrucld ter zijner eer te verrichten, zooals zes Onze Vaders en zes Wees Gegroeten bidden, ter gedachtenis der zes jaren, die hij in den religieusen staat heeft daorgebracht. — Clemens X77 verleende hij Breve van 3 Oct. 1739 een vollen ajtaat aan alle geloovigen van beide kunne die, na tot de 11 H. Sacramenten te zijn genaderd, die zes zondagen zoud'.n heiligen door korte overmegingen, of andere godvruchtige oefeningen ter eere ran den H. Aloysius. — N. B. Men kan den vollen aflaat verdienen op elk der zes Zondagen Men kan de Zondagen beginnen wanneer men wil. Bijzondere, aflaatgebede» in eene bepaalde Kerk. zijn niet vereischt: alleen het ontvangen der II II Sacrementen en eenige overwegingen of godvruchtige oefeningen ter eere van ^ ! den H. Aloysius. Men viert de zes Zondagen bijzon
der om. het licht van boven af te smeek en, bij het verkiezen van den levensstaat. Om met vrucht deze door Clemens X// zoo zeer aanbevolen devotie te beoefenen, laat ik hier eenige grondregels en beschouwingen volgen, getrokken uit de werken van den II. Aloysius.
EERSTE ZONDAG Over ons laatste einde
1. Ik ben gemaakt voor amp;od, en verplicht naar God te streven als mijn einddoel, omdat Hij mij gescliajjün heeft.... verlost.... en tot kind van Maria heeft uitverkoren.
2. Hoe eervol voor mij God te dienen! Hem dienen is heerschen. lAoe i/ernakkelijh met de hulp der genade die mij ieder oogenblik geschonken wordt.
Aloysius had nauwelijks het gebruik zijner rede ontvangen, of hij had zich reeds tot God gekeerd door eene algeheele opdracht. En wijl !;ij begreep, dat men vooral door het gebed God moet zoeken en vinden, zoo bezat hij reeds in zijne prilste jeugd de gave van het hoogste gebed. Hoe bad hij niet dagelijks zijn morgen- en avondgebed, de zeven boetpsalmen, het officie der H. Maagd, den rozenkrans enz. Ja geheele uren bracht hij door, in 't verhevenste gebed verslonden.
Voornemens Verricht met ijver en zorg uwe dagelijkache gebeden. Heilig uwen arbeid en uwe moeielijkheden door dikwijls uw hart tot God te verheffen. — Doe dagelijks, koo mogelijk, eene kleine meditatie, om den ijver te onderhouden.
GEBED TOT DEN H ALOYSIUS.
Dat men kan zeggen, na zes maal het onze vader, het wees-gegroet en het Eere zij den Vtder gebeden te hebben.
Ik erken, groote Heilige, de macht uwer voorspraak bij God, en vol vertrouwen op uwe goed-
heid, kom ik mij nederig voor den troon uwer glorie nederwerpen. Ik vereer U, ik bewonder U, en ik dank de goddelijke Goedheid, die u met hare gaven heeft overladen, en u in den hemel eene dier hooge plaateen heeft gegeven, die de Heer voor zijne grootste lievelingen bestemt.
Ik zegen duizendwerf de heilige en aanbiddelijke Drieënheid die uwe ziel met engelachtige onschuld heeft versierd en met heldhaftige deugden heeft verrijkt Ik dank den hemelachen Vader, die U tot een zijner meest bevoerrechte kinderen heeft aangenomen. Ik dank God den zoon, die in U de heerlijkste vruchten van zijn dierbaar Bloed heeft doen schitteren. Ik dank den H Geest, die Uw hart van zijn reinste liefdevlammen ontstoken heeft O liefderijke Heilige ! ik smeek u bij de buitengewone genadengaven, waarmede de Heer u heeft rijk gemaakt, bij uwe onschuld, uwe boetvaardigheid, uwe liefde, bij de onbeschrijfelijke glorie en vreugde, die gij thans geniet, zoo dicht bij Jesus, verkrijg mij een waar herouw over mijne vroegere zonden en eene groote zuiverheid des harten, die ook de kleinste fouten ducht. Wees mijn geleider in dit leven, maar vooral mijn beschermer in het uur des doods ; dan reken ik het meest op uwen bijstand. Verwerf mij vooral deze genade .N N. . . .
En gij Onbevlekte Moedermaagd, vereenig uw gebed met dat van den H. Aloysius voor mij ; gedenk, dat ik ook een kind uwer Congregatie ben, gelijk Hij was. Toon, lieve Moeder, dat gij uwe
— 126 —
--
Oongregaaistea in 't Harte draagt, toon dat gij hen bemint, die den H. Aloysius vereeren, het schoonste sieraad uwer Congregatie, opdat ik hier door uw beider bescherming veilig, en later in uw gezelschap eeuwig gelukkig moge zijn. Amen.
TWEEDE ZONDAG
Over de baetvaardigheid.
1. De ware boetvaardigheid komt voort uit de droef heid \an God beieedigd te hebben, die ons zoo zeer bemint. — Dagelijks heb ik die liefde miskend door mijne ongetrouvvheden en ondankbaarheden, en ik leef in een valsche rust, alsof ik de verdiensten der rechtvaardigen vergaderd en hunne deugden beoefend hadde.
2. Die in het slijk op den weg valt, haast zich om op te staan. En gij, valt ge door uwe kleine fouten ook maar in 't stof, zult ge in 't stof blijven kruipen, maar niet veeleer spoedig opstaan, om door uw ijver met groote stappen voort te gaan op den weg der deugd ?
Aloysius grootste fout was, dat hij in zijn kinderjaren eenige onbetamelijke woorden had uitgesproken, waarvan hij den zin niet eens begreep. Toch had hij laler zulk berouw er over, dat hij, bij zijn biecht, aan de voeten des priesters in onmacht viel. En hoe had hij niet door vasten en strenge boetplegingen tot bloedens toe zijn schuldloos lichaam gekastijd ! Hij beschouwde zich zeiven als een groot misdadiger En gij...?
Voornemens. Valt ge in een fout, al is /.ij ook klein, sta aanstonds op, eu bid om vergeving.— Doe iederen avond uw gewetensonderzoek, maar vooral verwek een goed berouw en maak een vast voornemen, bijzonder betrekkelijk de fout, waarin ge het meest valt.
Gebed tot den H. Aloysius als boven.
DERDE ZONDAG Over de ijdelheid der wereld
1. Het is eene dwaasheid zich te hechten aan datgene, waarvoor het hart niet geschapen is ... aan hetgeen geen verzadiging maar kwelling des geestes, en dikwijls den dood aanbrengt. Daarom zegt de psalmist, dat de rijke gebrek en honger lijdt, maar dat zij, die den Heer vreezen met alle goed vervuld worden
2. Die zich niet hecht aan de goederen, welke de roest en de mot verteereu, aan de ijdele genoegens, is vrij van de tyrannie der zinnen en driften , . . üie vrijheid maakt rijk . . . tevreden ... en gelukkig, hier en hiernamaals.
Aloysim wordt niet zonder reden voorgesteld met een voet eene kroon vertrappende, het zinnebeeld der aardsehe grootheid, want hij was te groot voor alle grootheid dezer wereld Reeds op dertien jarigen leeftijd had hij het besluit genomen om ten voordeele van zijn broeder afstand te doen van zijn eerstgeboorterecht waardoor hij recht had op 't markgraafschap van Castiglione, ten
— 128 --
einde in de Societeit vp.n Jesus te weden ; en wel bij voorkeur in de Societeit van den H. Ignatius, omdat men daarin alléén bij uitzondering kerkelijke waardigheden aanneemt.....TSn
hebt gij niet meer zorg voor ij dele en soms gevaarlijke goederen en genoegens, dan voor uwe zaligheid.
Voornemen. Geef gaarne eene aalmoes, zoo het kan, ook om u te onthechten ïseem nooit deel aan schuldige of gevaarlijke vermaken. Zoek de geoorloofde genoegens niet met te veel aandrang.
Gebed tot den H. Aloysius als hoven.
VIERDE ZONDAG Over de navolging van Jesus-Chrlstus
1. Christus is onze broeder geworden en beeft onze zwakheid en ellende aangenomen, opdat wij „van zijne volheidquot; ontvangen zouden. Hij is uit den hemel neergedaald, om van .lardsche men-schen hemelsche menschen te maken. Ik zal des te beter Christen zijn, naar mate ik meer op Christus gelijk in al mijn in-en uitwendige handelingen.
2. Christus wil, dat in zijne kerk de geheimen onzer verlossing gevierd worden, opdat wij overwegende, wat Hij voor ons deed en leed, ook ons leven met het zijne zouden gelijkvormig makenquot; Ik moet dus in den geest der kerk treden, en, in den kring harer feesten, met haar mede-
_ 129 —
levea het leven van Christus. De ledematen immers van Christus geheimzinnig lichaam moeten van den geest en het leven van Christus doordrongen worden.
Aloysius ia door de beschouwing en navolging van Jesus' leven tot zoo hoog een heiligheid opgeklommen. Als hij bad, verheugde hij zich aan den biddendeu Jesus gelijkvormig te zijn Ais hij door de straten van Milaan een aalmoes bedelde, sprak hij verblijd tot zijn gezel : Ook Christus heeft aalmoezen aangenomen. Als hij, ten gevolge van zijn hevige inspanning in het gebed, gevoelige hoofdpijn bad gekregen, dacht hij aan de doornen kroon van Jesus Als hij na zijn schuldeloos vleesch gekastijd te hebben, zich op de scherven nederlegde, die hij in zijn bed gestrooid had, dacht hij aan het Kruis van Jesus.
Voornemens. Overweeg dikwijls Jesus leven en lijden. Beschouw dikwijls met geloof het kruisbeeld. Vooral in de H. Communie vereenig u dikwijls met Jesus.
Gebed tot den H. Aloysius als boven.
VIJFDE ZONDAG.
Over de beoefening der deugden.
1. Wij moeten het woord Gods niet alleen aanhooren maar ook er naar leven. Wat beteekent het de wet te kennen, zoo ik ze niet volbreng? Wat beteekent het de ware manier van bidden
»
— 130 —
en overwegen te kennen, zoo ik me niet op die allernoodzakelijkste middelen toeleg? Wat betee-kent het innig overtuigd te zijn van de hooge waarde der gehoorzaamheid, der zuiverheid, der getrouwheid aan de plichten van mijn staat, zoo ik me niet beijver die deugden te beoefenen?
2. Aloysius verschijnt voor ons omhangen met het prachtgewaad der rijkste deugden. Hij bewaarde tot aan zijn dood vlekkeloos het kleed der onschuld, in't doopsel ontvangen. Hij kwam tot zulk een graad van volmaaktheid, dat men niets in hem kon ontdekken, wat ook maar op eene dagelijksche zonde geleek. Op negenjarigen leeftijd wijdde hij zijne zuiverheid aan Maria, en zag nooit door een aanval van den onzuive-ren geest den vrede zijns harten gestoord. Om zulk een gunst waardig te worden, waakte hij over zijne zintuigen, kastijdde hij zijn vleesch, en leefde aan het hof alsof hij in een eenzaamheid ware geweest, zoodat men van hem zeide, dat hij een engel scheen, met een sterfelijk lichaam bekleed.
Voornemens. Volg den raad van den H. Aloysius, om getrouw en standvastig te zijn in de kleine zaken, om in uwe verlangens, in uwe genegenheden, in uwe vreugde, in uwe afgekeerd-heden, in uw arbeid, u niet te laten leiden door het gevoel, maar door genade en plichtbesef.
Gebed tot den H. Alosius ah boven
ZESDE ZONDAG.
Over den dood der rechtvaardigen
1. De kostbaarste gave, die men van God kan ontvangen, is te sterven in zijne liefde; „koet-baar is in 's Heeren oogen de dood der gerechten.quot; — 't is de overgang van dit verblijf der dooden naar het land der levenden, van het gezelschap der menschen naar het gezelschap der engelen, van het zien van dit vergankelijk klatergoud tot het aanschouwen en genieten van de onvergankelijke schoonheid en liefde.
2. In die laatste ure vooral staat de Bewaarengel de ziel bij, om haar te verdedigen en vertrouwen in te boezemen. Hij vergezelt haar voor den rechterstoel Gods ; hij bezoekt haar in het vagevuur, troost haar door haar in kennis te stellen met de gebeden en offers die op de wereld voor haar geschieden; hij geleidt haar eindelijk naaiden hemel in de armen van haar Bruidegom.
Aloysim, dood was de blijde voorbereiding tot het blijdste der bruiloftsfeesten. Hij stierf als martelaar der liefde, nadat hij in 't verzorgen der pestlijders door een doodelijke ziekte getroffen was geworden. Hij ondervond zulk een blijdschap bij het naderen van den dood, dat hij aan zijn biechtvader vroeg, of er geen onvolmaaktheid kon gelegen zijn in het naamloos verlangen dat hij had om te sterven. Hij zelf kondigde door een heerlijken brief zijn aanstaanden dood aan zijne moeder. Toen men hem zeide, dat zijn einde nabij
— 132 —
was, bad hij het Te Denm en sprak tot zijne broeders ; „wij gaan verheugd. wij gaan ten hemel.quot;
Voornemens. In uwe droefheden en bekoringen put kracht in de gedachte aan den hemel, want de kwellingen dezes levens zijn niets in vergelijking van de heerlijkheid, die in ons zal geopenbaard worden. --quot;Nader, terwijl ge gezond zijt, zóó tot de H. Sakramenten, dat gij verdient ze heilig te ontvangen bij uwen dood.
G-ebed tot den H. Aloysius als boven.
iÊUame can dm iSf' Whjfémt.
Heer, ontferm Ü onzer,
Christus, ontferm ü onzer,
Heer, ontferm U onzer,
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons,
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer,
God. Zoon, Verlosser der wereld, ontf. U onzer. ■gt;
God, H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, Moeder en Beschermster van den
H. Aloysius, bid voor ons.
H. Aloysius van Ganzaga, bid voor ons.
H. Aloysius, verrijkt door de zegeningen des hemels, bid voor ons,
— 133 —
H. Aloysius, voorbeeld van ootmoedigbeid, bid
voor ons.
H. Aloysius, minnaar der armoede,
H. Aloysius, volmaakt in gehoorzaamheid, H. Aloysius, allervolmaakst toonbeeld der con-
greganisten,
H. Aloysius, wonderbaar in verduldigheid, H. Aloysius, zeer machtig in den hemel, H. Aloysius, verdrijver der helsche geesten, H. Aloysius, eer en luister der jeugd, ^
H. Aloysius, beschermheilige der studeerende gj jeugd, lt;
H. Aloysius, navolger van het Evangelisch 2 leven, ~
H. Aloysius, spiegel der maagden, §
H. A loysius, zeer zoetaardige vertrooster der 11 bedrukten,
H. Aloysius,zeer zekere genezing der kranken, H. Aloysius, luister en sieraad der Sociëteit van Jesus,
H. Aloysius, klaarblinkend licht der Kerk. H. Aloysius, vermaard door menigvuldige wonderen.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, Heer.
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons.
134 —
V. Bid voor ons, H. Aloysius,
E, Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
God, uitdeeler der hemelsehe gaven, die in den engelaehtigen jongeling Aloysius eene wonderbare onschuld des levens met eene gelijke boetvaardigheid gepaard hebt, verleen ons door zijne verdiensten en voorbede, dat wij, die hem in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in zijne boetvaardigheid mogen navolgen, door Christus onzen Heer. Amen.
KLEINE GETIJDEN
DER
OXBE1 I.EltTK OIVTVAXOEMVIS
VAN DE
ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.
TEE METTEN.
Opent C, mijne lippen, opent u, om den lof en de grootheid der gelukzalige Maagd Maria te bezingen.
Kom mij te hulp, machtige Koninginne A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, enden H. Geest.
A. Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Lofzang.
Ik groet u, o Wereldheerscheresse, Koningin der hemelen. Maagd der Maagden, Morgenster ; ik groet u, o Maria, vol van genade, geheel schitterend van Gods licht; haast u der wereld ter hulp te komen, wier Meesteresse gij zijt.
— 136 —
De Heer heeft U van alle eeuwigheid voorbestemd om de Moeder te worden van het Mensch-geworden Woord, zijn eenigen Zoon, door Wien Hij de aarde, de zee en de hemelen geschapen heeft; en om U tot zijn waardige Bruid te maken, heeft Hij uwe ziel getooid met eene onvergelijkelijke schoonheid, die de zonde van Adam nooit bevlekte.
De Allerhoogste heeft zijne woontente geheiligd ; God is in hel midden van haar, en zij zal niet wankelen.
A. Hoe schoon zijt gij, mijne Vriendin ; Uwe oogen zijn als die eener duive, behalve nog hetgeen inwendig in u verborgen is.
GEBED.
Heilige Maria, Koningin des hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus, en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt, o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Znon, de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en pandachtig vereerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange, door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieëenheid, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 137 —
O machtige Koninginne, ondersteun mijne bede
A. En dat mijne roepstem tot TJ doordringe
Laat ons den Heer loven A, En Gode dank zeggen
Dat de zielen der geloovigen door Gode barmhartigheid rusten in vrede. Amen.
'T TEE LAUDEN.
1 -
Kom mij te hulp, machtige Koninginne. A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden. Glorie zij den Vader enz.
Lofzang.
Ik groet u, Koningin der hemelen, ik groet u, Vorstin der engelen ; gij zijt de heilige twijg, die de vrucht des levens voortbracht; gij zijt de hemelpoort, waaruit voor ons straalt bet licht der wereld.
Verblijd u, o glorierijke Maagd, schooner dan alle maagden, en vlekkeloos van at uwe ontvan-^ genis. O onvergelijkelijke Maagd, spreek voor
ons ten beste bij Jesus Christus.
Gedoog, dat ik U love, o heilige Maagd. A. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
O machtige Koninginne, ondersteun mijne
bede. t .
A. En dat mijne roepstem tot U doordringe.
Gebed en vers als hoven.
— 13S
TEE PR1MEN.
Kom mij te hulp, machtige Koninginne. A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden.
Glorie zij den Vader enz.
Lofzang.
Greroet, o Maagd, zetel van weergalooze wijsheid, tempel den Allerhoogste gewijd, en in zijne kostbaarheden voorafgebeeld door den 'zevenar-migen kandelaar en de toonbrooden-tafel; vrijge-waard van alle aanraking der algemeene smet; reeds vóór uwe geboorte, waart gij alreeds geheel heilig.
Gij zijt de Moeder der levenden, de deur des hemels, de nieuwe sterre van Jacob, en de Koningin der engelen. Gij zijt tegen den duivel, als een leger in slagorde geschaard. Wees voor de leerlingen van uw Zoon, een veilige haven en een toevlucht.
God heeft haar, bij hare Ontvangenis, vervuld van zijnen geest A. En Hij heeft over haar zijne gaven uitgestort,
O machtige Koningin, ondersteun mijne bede. A En dat mijne roepstem tot U doordringe.
Gebed en vers als boven.
ÏEE TERT1ËN.
Kom mij te hulp, machtige Koninginne, A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden.
Glorie zij den Vader enz.
lofzand.
quot;Wees gegroet, o Gij, die wordt voorafgebeeid door de arke des verbonds, en den troon van Salomon, en den schitterenden regenboog, en het braamboseh dat Mozes zag, en de bloeiende roede van Aaron, en de vacht van G-edcon, en de gesloten poort, die Ezechiël aanschouwde, en de honiggraat van Samson.
Het betaamde, dat een Zoon, als de uwe, van Eva's zonde en de erfsmet, haar vrijwaarde, die Hii bestemde om wezenlijk zijne Moeder te worden ; Hij kon niet gedoogen, dat ooit eenige zonde in haar binnendrong.
In de zon heeft hij zijne woontente gevestigd, en hij treedt daaruit te voorschijn als een bruidegom uit zijne binnenkameren
In het hoogste der hemelen woon ik, A. En mijn troon is in eene wolkkolom.
O machtige Koninginne, ondersteun mijne
[bede,
A. En dat mijne roepstem tot u doordringe.
Gebed en vers als hier hoven.
TER SEXTEN.
Kom mij te hulp, machtige Koningine, A Verlos mij uit de handen mijner vijanden.
Glorie zij den Vader enz.
Lofzang.
Ik groet u, o Maagd en Moeder, tempel der aanbiddelijke Drievuldigheid, vrengde der engelen,
— 140 —
zetel der reinheid, troost der bedroefden, tuin van geestelijke geneugten, toonbeeld van kuisehheid en geduld, afgebeeld door den ceder en den palmboom
Gij zijt eene gezegende en bevoorrechte, altijd heilige aarde, immer vrij van den vloek der erfzonde. Gij zijt en de woning van den Allerhoogste en de geheimnisvolle poort ten Oosten. O Maagd zonder weerga, alle genaden en alle gaven des hemels zijn in u vereenigd.
Heerlijke dingen zijn er gezegd van u, o stad Gods!
A. De Allerhoogste heeft haar zelf gegrondvest.
Gelijk de lelie onder de doornen.
A. Zoo is mijne welbeminde onder de dochte-ren van Adam.
O, machtige Koningin,ondersteun mijne bede, A. En dat mijne roepstem tot n doordringe.
Gebed en vers als boven.
TER NONEN,
Kom mij te hulp, o machtige Koninginne A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden, Glorie zij den Vader enz.
Lofzang.
Ik vereer u, o waarachtige stad van toevlucht, o sterke toren van David, waaraan duizend schilden hangen : van at het eerste oogenblik uwer Ontvangenis, hebt gij, ontvlamd door het vuur
— 141 -
der liefde, de macht gebroken van den helseheu draak.
Sterke vrouw bij uitnemendheid, onoverwinnelijke Judith, zuivere en schoone Abisag, hebt gij zórg gedragen voor den waarachtigen David. Rachel was de moeder van den Verlosser uit Egypte's slavernij, en Maria droeg in haar schoot den Verlosser der wereld.
Gij zijt de eere van Jerusalem, de vreugde van Israël, de heerlijkheid van ons volk. Gij zijt geheel schoon, mijne Welbeminde. En de erfsmet schond nooit uwe schoonheid. O machtige Koninginne, ondersteun mijne bede.
En dat mijne roepstem tot u doordringe.
Gebed en vers als boven.
ÏER VESPEREN.
Kom mij te hulp, o machtige Koninginne. Verlos mij uit de handen mijner vijanden. Grlorie zij den Vader enz.
Lofzang.
Ik groet u, geheimzinnigen zonnewijzer, die de zon tien graden hebt zien terugwijken, toen het Woord is vleesch geworden, toen de Oneindige zich heeft vernederd tot een weinig beneden de engelen, om den mensch op te beuren van de hel tot den hemel.
Ja, Maria is door de stralen dier goddelijke
;
A. A.
— 142 —
zon geheel omringd; in het oogenblik barer Ontvangenis schittert zij reeds als een opkomende dageraad: van toen af is zij als de lelie onder de doornen, bestemd als zij is om den kop der helsche slang te verpletten. Ook is zij schoon als de maan, en biedt zij haar weldoend licht aan hen die verdwaald zijn verre van den weg der waarheid en der deugd.
De Heere sprak tot de slang : Ik zal vijandschap stellen tusschen u en de Vrouw, tusschen uw zaad en haar zaad ; en zij zal u den kop Terpletten.
Gezegend zijt gij onder de vrouwen, A. En gezegend is de vrucht uws lichaanas.
O machtige Koninginne, ondersteun mijne bede.
A. En dat mijne roepstem tot u doordringe.
Gebed en vers als hoven.
TER COMPLETEN.
Dat wij door uwe voorbidding, o H. Maagd, met uwen goddelijken Zoon verzoend en tot Hem bekeerd worden;
A. En wend zijne gramschap van ons af.
Kom mij te hulp, o machtige Koninginne, A. Verlos mij uit de handen mijner vijanden.
Glorie zij den Vader enz.
LorzANG.
Ik vereer u, o reinste Moeder, altijd Maagd,
— 143 —
koningin van barmhartigheid, die een krans van sterren om het voorhoofd draagt; gij zijt reiner en heiliger dan de engelen en zit in den hemel aan de rechterhand van den Koning der glorie, gekleed met het schitterende gewaad zooale de profeet het aanschouwde.
O Moeder van genade, zoete hope der zondaars, schitterende ster der zee, behouden haven voor de schipbreukelingen, altijd geopende poort des hemels, heil der kranken, maak, dat wij, door uwe tusschenspraak, eenmaal den Koning der heerlijkheid, in 't verblijf der zaligen aanschouwen mogen. Amen.
Uw naam,o Maria, is als een uitgestorte balsem. A. De teedere liefde uwer dienaren voor u kent geene grenzen.
O machtige Koningin,'ondersteun mijne bede, A. En dat mijne roepstem tot U doordringe.
Geheel en veis als hoven.
TOEWIJDING.
Aan uwe voeten neergeknield, o barmhartige Maagd, offeren wij TJ deze lofzangen op, ge-waardig U, o Maria, o Maagd vol teederheid ons aan uwe hand te geleiden door dit leven, en ons bij te staan in het uur van onzen dood. Amen.
Gij zijt zonder zonde ontvangen, o heilige Maagd.
A. Bid voor ons God den Vader, wiens Zoon gij gebaard hebt.
GEBED.
O C4od., die door het geheim der Onbevlekte Ontvangenis van de heilige Maagd, voor uwen Zoon, een waardige woonplaats in haar hebt bereid, wil onze gebeden verhooren; en daar gij Haar door de verdiensten van den dood, dien uw Zoon ondergaan moest, van alle smet hebt gevrijwaard, zoo verleen ons, op hare gebeden, de vergiffenis onzer zonden, en de genade van bij U in den hemel te komen. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer Amen.
GEZANGEN.
No. 1. Veui Creator' (zie b!. 53.) Het teeken ' duidt de lettergreep aan waarop de klemtoon valt.
No. 2. Adoro te.
Adoro te devote, latens Déitas, Quae sub his figüris vere latuas; Tibi se cor meuin totum subjicit. Quia te contémplans, totum déficit.
Ave Jesu, Pastor fidelram, Adaüge fidem omnium in te credéntium.
O Jesu, quem veliitum nunc aspicio, Oro fiat illud. quod tam sitio; Ut te revelata cernens facie,
Visu sim beiitus tuae gluriae. Ave Jesu, etc.
10
— 146 —
No. 3. «fesit dulcis nieinori»
Jesu dulcis memória,
Dans vera cordi gaudia ; Sed super mei et omoia.
Ejus dulcis praeséntia.
Jesu spes poeniténtibus,
Quam plus es peténtibus:
igt;aain bonus te quaeréntibus r Sed quid inveniéntibus ?
Sis. Jesu, nostrum gaudium, Qui es futürus praémium: Sit nostra in te glória. Per cuncta semper saecula.
Mo. 4. Ave Veniin-
Ave verum Corpus natum
Ex Maria Virgine,
Vere passum, immolatum
In cruce pro hómine: Cujus latus perforatum Vero fluxit sanguine Esto nobis praegnstatum Mortis in examine O clemens, o pie O dulcis Jesu, Filii Mariae.
No. 5. Sacris soleninii^-
Sacris solémniis juncta sint gaudia. E: e\ praecordiis sonent praecónia: Recédant vetera, nova sint omnia Corda. voces et opéra.
Panis Angélicus fit panis hóminum Dat panis coelicus figi'iris términum. Ü res mirabilis ! manducat Dominum Pauper, servus. et hümilis.
No. 6. O ssrnim cwnvivium.
O sacrum convivium, in quo Christus sumitur, recólitur memoria passiunis ejus: meas implétur gratia, et futürae glóriae nobis pignus datur. Alleluja
No. 7. tlt;t»rf-in n».
Adoremus in aeternum sanctissimum sacramentum. Laudite Dóminum ómnes géntes ; laudate éum ómo pópuli.
Quóniam cónfirmata est super nos misericórdia Ejusquot; véritas Dómini manet in aeternum.
Gloria Patri et Filio; et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio, et niioc et sémper : et io saecu saéculorum. Amen.
A.B. Het adoremus wordt na ieder vers van den Psalm door het Koor herhaald.
No. 8. Ave Marin stelia
|
Ave Maris stélla, Déi Mater alma. Atque sémper virgo. Félix coéli porta |
Slt;mens illud Ave Gabriélis ore. Fünda nos in piice. Mütans Hévae'nómes. |
— 148
|
Sólve vincla réis, Profer lumens caecis. Mala nostra pélle Bóna cuncia pósce. Virgo singularis. Inter omnes mitis, Nos cülpis solütos, Mitcr fac et castos. |
Monstra te esse matrem, Sümat per te préces, Qui pro nobis natus. Tulit ésse tuus. Vitam praesta püram. Iter para tütum. Üt videntes Jésum, Sémper collaetémur. |
Sit laus Déo Patri, Siimmo Christo décus, Spiritui Séncto,
Tribus hónor ünus.
No. 9. Ave ]flaria.
Ave Maria gratia pléna
Dóminus técum, benedicta tu in muliéribus. Et benedictus früctus ventris tuijesus.
Sancta Maria mater Déi, ora pro nobis peccaturibu nunc et in hora mortis nostrae. Amen.
No. 10. (zie bl. -iü).
— 149 —
No. 18. Psialinits l-tï. Eiauda Jerusalem
Laüda Jerdsalem Dóminum; lauda Déum tuum Sion.
Quoniam confortavit seias portarum tdarum ; benedixit filiis tüis in te.
Qui posuit fines tuos pacem: et adipe frumenti satiat te.
Qui emi'ttit elóquium sdum terrae: velóciter currit sér-mo ejus.
V Qui dat nivem sicut lanam: nebulam sicut cinerem
spargit.
Mittit crystallum suum sicut buccélas: ante faciem fri-goris ejus qüis sustinébit.
Emittit verbum suum et liquefaciet éa: fldbit spiritus Ejus, et fldent aquae.
Qui anndntiat vérbum sdum Jacob : justitias et judicia sda Israël.
Non fécit taliter omni natióni: et judicia sua non ma-nifestdvit eis.
Gloria Patri et Filio: et Spiritui Sancto. r
Sicut érat in principio et nunc et semper; et in saecu la saeculórum. Amen.
No. 12. Tautuin erjyo.
Tantum ergo sacramentum veneremur cernui. Et antiquum documentum novo cedat ritui. l'raestet fides supplementum sensuum defectui.
Genitori genitoque laus et jubilatio.
Salus honor virtus quoque sit et benedictio. Procedenti ab utroquo compar sit laudatio.
— 150 —
No. 13. liitanine l.aitretiiiun-.
Kyrie, eleison.
Christe, eleison.
Kyrie, eleison.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de coelis Deus, miserere nobis.
Fili, Redemptor mundi Deus, miserere nobis. Spiritus sancte Deus, miserere nobis.
Sancta Trinitas unus Dens, miseTeve nobis. Sancta Maria, ora pro nobis.
Sancta Dei Genitrix,
Sancta Virgo virginum.
Mater Christi,
Mater divinae gratiae,
Mater purissima,
Mater castissima,
Mater inviolata,
Mater intemerata.
Mater amabilis.
Mater admirabilis,
Mater Creatoris,
Mater Salvatoris,
Virgo prudentissima.
Virgo veneranda,
Virgo praedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens,
Virgo fidelis,
Speculam jnstitiae,
Sedes sapientiae,
Causa nostrae laetitiae,
Vas spirituale,
Vas honorabile,
Vas insigne devotionis.
— 151 —
Rosa mystica, ova pro nobis.
Tunis Davidica,
Tunis eburnea,
Domus aurea,
Fcederis area,
Janua coeli,
Stella matutina,
Auxilium Christianorum,
Regina Apostolorum,
Regina Marly rum,
Regina Confessorum,
Regina Virginum,
Regina Sanctorum omnium.
Regina, sine labe originali concepta,
Regina sacratissimi Rosarii,
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, parce
nobis, Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata rnundi, exaudi
nos, Domine.
Agnus Dei, qui tollis. peccata rnundi, miserere nobis.
a. Christe, audi nos.
K. Christe, exaudi nos.
— 152 —
No. 14. lie Con^reg-atie aan «lesits9 CwOftdeliJk Hart.
Het hoogste lied der reinste liefde, Ontstroome thans aan ons gemoed,
In Serafijnsche jubeltonen,
Voor *t Hart van Jesus, Jesus zoet.
Refrein. o Hart, door 's werelds doornen Van ondank wreed omwond.
Verberg uw Congregatie ) ,• In Uwe liefdewond. ) lS'
Hoe bloeit de Roze'Uwer Liefde In eenen doornenkrans van smart!
En juist, hoe meer de doornen prangen. Prijkt ook de Roze van Uw Hart.
Refrein. O Hart, enz.
De breede vloed der bitterheden. Die daaglijks neerstort in Uw Hart,
Doet hoog Uw Liefdebronne springen, Hoe diep ook grieft Uw Liefdesmart
Refrein. O Hart, enz.
Ach, Jesus l ook ik goot nog alsem In dezen bitt'ren smartenvloed,
En toch blijft mij Uw Hart nog open. En gloeit voor mij Uw Liefdegloeid.
Refrein. o Hart, enz.
O nu begrijp ik, hoe Uw' Liefde Versmadingen en lauwheid tart:
De lans, die Uwe Zij doorkliefde Schreef onze namen in Uw Hart.
Refrein. O Hart, enz.
- 153 —
Laat and'rea zich met rozen kransen. En hupp'ien op der wereld toon, Wij minnen Uwes Harten doornen En Uwes Harten heil'ge woon.
Refrein. O Hart. enz.
Ja, dan voorkomt ons 's hemels zoetheid, In s werelds kamp en 's levens smart, Wanneer, als eenmaal Sint Joanne^, Uw kind'ren rusten op Uw Hart.
Refrein. O Hart, enz.
F. s.
No. 15. Oectezs%u$; »;t ii 't H. li Art-
Voor Jesus Harte zinge Mijn ziel in mingeneugt.
Door alle wolken dringe De luide toon der vreugd.
Refrein.
Geëerd ten allen tijde Zij Jesus heilig Hart;
Dat aller hart zich wijde \ .
Aan 't Hart van liefde en smart. i ^ ^
U Hart, voor mij gebroken.
Uit louter liefdepijn,
Om mijne schuld doorstoken Mocht Gij mijn redder zijn.
Refrein. Geëerd, enz.
Uit breede Hartkwetsure Sprong water, Heilig Bloed,
Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons uw genadcvloed.
Refrein. Geëerd, enz.
- 154 —
I
Heer jesus, ééne bede ^
Slechts ééne gun ze mij :
Ruim mij een zoete slede In Uw doorboorde zij.
Refrein. Geëerd, enz.
Dan word ik naar de trekken.
Die 'k in Uw beeld bemin,
Zachtmoedig, rein van vlekken.
En nederig van zin. ^
Refrein. Geëerd, enz.
En als mij de oogen breken.
Zich sluiten voor den schijn,
Wil ik nog stervend spieken :
Mijn Jesus, eeuwig mijn.
Refrein. Geëerd, enz.
No. 16. «leftii»9 versmade lieftle»
Zie hier dat Godd'lijk Harte,
Dat allen heeft bemind,
Maar tot zijn wreedste smarte.
Geen wederliefde vindt.
Dat Hart, aan 't kruis gebroken.
Vergoot Zijn laatste Bloed, I
Ed *t wordt opnieuw doorstoken, j In gruw'bren overmoed.
Dat Hart werd onze spijze.
Dat bloed werd onze wijn :
Hier op de snoodste wijze
Moest men ondankbaar zijn.
Dat harte biedt den vrede,
En ach ! men weigert hem, ^ ,
Het noodt met bede op bede, «
De mensch versmaadt Zijn stem. '
— 155 —
Maar ik wil ü behooren,
O Harte! voor altijd,
ü heb ik uitverkoren,
U gaosch mij zelf gewijd.
O wasch mij rein van zonde
In 't heilig Hartebloed. i ,-s ^
Verberg mij in uw Wonde,
Ontsteek mij door uw gloed.
O, kon ik door de grootheid
Van mijner liefde kracht Vergoeden al de snoodheid
Waarmede U de aard veracht 1 Prijst, Engelen, de goedheid
Van 't diepbedroefde Hart, '
Door Uwer liefde zoetheid, ^
Troost, Moedermaagd! Zijn smart, '
No. 17. KerkUynuie ter eere van 't Heilig; Hart.
O Jesus' Hart, o Hart zoo rein,
Van liefde gansch verslonden,
O zuiver, milde Heilfontein!
Mijn hart van alle zonden;
Geen lauwheid, die u walgen moet,
Wone immermeer daarbinnen.
Maar laat mij u met hooger gloed En nieuw van geest beminnen.
O Hart zoo goed, in gunsten rijk.
Ootmoedig en zachtaardig!
O, maak mijn hart aan U gelijk.
En meer uw liefde waardig ;
— 156 —
Maar zoo ik als een serapbijp
Van louter liefde brandde,
Ook dan zou 't niet genoeg nog zijn. Geen waardige offerande.
O Hart van mijn gekruisten Heer,
Dat maatloos mij beminde,
Ö. dat uw liefde mij verteer',
En eens geheel verslinde.
Wil toch mijn hart door schicht bij schicht
In feller vlam ontsteken,
En laat het, als mijn leven zwicht. Van wederliefde breken.
Gewenschter sterven is er niet
Dan door uw liefde lijden,
En zich aan 't Hart, dat ons zich biedt.
Ten offerand te wijden;
O laat mij van die zoete smart.
Mijn God! mijn Jesus sterven,
En dan een eindloos minnend hart Van Uw gena verwerven.
No. 18. Ma de H. Communie.
O God! al woont Gij in den eeuw'gen luister
Der gloriezon, die drijft om Uwen troon. Toch durf ik thans berouwvol tot u komen, 'k Kom immers als gedragen door Uw Zoon. Refrein. God van Erbarmen,
Zie Uwen Zoon,
Thans rustend in mijn armen l ... Als op Zijn liefdetroon. t ^ ts)'
— 157 —
Ik leef, ja, maar mijn leven is verslonden,
In 'r Godd'lijk leven van üw lieven Zoon, Hij woont, Hij bidt, Hij mint in mijnen boezem. Zie, zie Uw Zoon in zijne nieuwe woon.
Refrein. God van arbarmen enz.
Zie Vader, op üw Christus mijnen broeder,
Erken in mij mijns Broeders evenbeeld, En spreek dan ook : mijn kind, mijn welbeminde Zijt gij, in Christus heb ik U geteeld.
Refrein. God van erbarmen enz.
Mag ik dan hier met Jesus samenwonen
Hier werken, lijden, minnen met Uw Zoon, Laat mij dan met mijn Goddelijken Broeder Eens heerschen ook in Uwe gloriewoon.
Refrein. God van erbarmen enz.
F. S.
No. ly. Ter eere ª «iesus â I. Hart-
o Bronaér van 't verblijden,
Verheerlijkt Hart van God, Hoe zalig, U te wijden.
Ons leven en ons lot.
Refrein. U zij geheel ons leven ;
Heer Jesus, vreugde en smart.
Al wat Gij hebt gegeven. Ons goed, ons bloed, ons hart.
V
- 158 â
Gi; hebt ons 't hart gegeven.
Bekwaam voor 't hoogst genei Nog zoeter het doen leven Met uw Hart één, o God.
Refrein, ü zij, enz.
Sinds vloeien daar de stroomen
Van alle heil en rust,
Tot dat we in uw Hart komeu In zaligende rust.
Refrein. U zij. enz.
No. 20. Ma tie ii- Câ¬gt;iiiiii uni
Wat zijt ge, o Jesus, naamloos goed ! o Liefdebron, oneindig zoet! Op nieuwe wijs Geeft Ge ons tot spijs l.'w eigen Godlijk Vleesch en Bloed.
Naar U verlangde 't harte zeer. Ontvlam mijn ziel dan meer en meer Want buiten U O Jezus' nu Is niets op aard' wat ik begeer.
Ja, 'k vond Hem die mijn ziel bemin Die me eeuwig liefhad als zijn kind. U. ware vreugd. Ã, zielsgeneugt.
U. Jesus! heil van wie à vindt'.
V. Jesus! die mijn leven zijt,
Hlijve ik dan eeuwig toegewijd !
Blijf, Jesus zoet!
In mijn gemoed.
En ik in ü ten allen tijd.
â 159 -
Nü. 21 ^laria cmze Itiilp eu troont.
Wat geluk, wat zoete troost.
Want Maria slaat haar oogen
Vol van liefde op 't zuchtend kroost. Ze is met alle leed bewogen,
't Klinkt dan luid uit blij gemoed:
Moeder Gods'. i Moeder Gods' gt; {bis.) Wat zijt gij goed ! \
Evenals uw lieve Zoon Mogen wij uw kind'ren wezen.
Daarvoor wordt op dank'bren toon Jesus broedermin geprezen.
Want Johannes hoorde 't aan ,
Zoon ⢠ziedaar. j Zoon ! ziedaar, (fa's.;
Uw moeder staan! '
Hulp der Christ'nen, sta ons bij. En vertroost ons die bedrukt zijn.
Voer hen in de heraelrij Die dit tranendal ontrukt zijn.
En verkrijg bij uwen Zoon.
Voor uw kroost. |
Voor uw kroost. ! De hemeikroon. '
No. 22, ^ffaria onlievlekt ontvaus-eii
Lieve Moedei van den Heer Laai ons om uw zetel dringen.
Laat uw kind'ren U ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen.
Moet weerklinken luid en biij: I r, ⢠. Moeder, onbevlekt zijt Gij. ^ ^
â 160 â
't Heeft reeds wijd de wereld rond En herscheppend overklonken,
't Woord door Pius mond verkond; En uw kinderen, vreugdedronken,
Jub'len op uw feestgetij: I T.
Moeder, onbevlekt zijt Gij. ^
Neen, dat loflied zwijgt niet meer. Tot aan 's werelds verste palen
Zullen met het hemelsch heer Al uw kindren 't luid herhalen,
't Woord van 't zalig jubeltij: ( ... Moeder, onbevlékt zijt Gij. lt; ^
f2n wij voegen dank en beê Bij de blijde feestgezangen ;
Wie, wie dankt niet met ons met-Voor het heil, door U ontvangen
In het zalig jubeltij? { .
Moeder, onbevlekt zijt Gij. * v ls''
Zonnezuivre Moedermaagd!
^ )m de glorie U gegeven.
Hoor ook wat ons hart U vraagt. Dat wij na een schuldloos leven.
Eeuwig jub'len aan uw zij! ^ ^
Moeder, onbevlekt zijt Gij! j C quot;quot;O
No. 2B. liied van den If. Ciisimiroug»
Vlekkelooze, Hemelroze,
Prijkend in de witte blaan,
T.eer met vrijheid ons en blijheid Zuiver V een loftoon slaan.
â 161 â
Refrein.
Vrouwe van het Godd'lijk Hart!
Koester ons in 't Licht dier Zonne,
Laaf ons uit de Liefdebronne
Springend uit het Godd'lijk Hart.
Maria zoet ! Maria zoet!
Leer ons minnen 't Godd'lijk Hart. (vis.)
Nooit geschonden door de zonden.
Moeder Gods en tevens Maagd,
Als de schoone palmboomskrone
Die èn bloeit en vruchten draagt. (Refr.)
Maged waart Gij, Maged baart Gij
Uwen Goddelijken Zoon,
d'Albeheerder en Regeerder.
Wien des Heem'len eerbetoon. (Refr.)
Liefdewingerd, Roos, omslingerd Van der kuischheid lelieblad,
Maak ons reiner, maak ons kleiner,
Leid ons op het Hemelpad. (Refr.)
Koninginne, wie slechts minne.
Lofzang voegt en eertropheên Die verlorenen maakt verkorenen
Door hun vonnis te vertreën. (Refr.)
Bange zwerv'ling was de sterv'ling Door de vlek van Adams kwaad,
Maar de wegen lachen tegen,
Die Gij vóór ten Hemel gaat. (Refr.)
N. S. s. J.
11
â 162 â
No. 24. O. ti, Vrouwe van 9t H⢠Hart.
Zaligst verkorene, heiligst Geborene,
VIeklooze Moeder van 't Goddelijk Hart!
Leidster der zwervenden, hope der stervenden, Toevlucht en Redster in allerlei smart!
Koor. Hoor onze beden, ginds in Gods Eden,
Hef er Uwe oogen voor ons naar Gods troon, Toon er Uw Hart aan het Hart van Uw Zoon.
Opperst weldadige, altoos genadige,
Vleklooze Moeder van 't Goddelijk Hart!
Wondervol krachtige, door den Almachtige,
Die ons door U tot een Broeder eens werd!
Koor. Hoor onze zangen, zie ons verlangen, 't Harte Gods te erven tot eeuwig genot, 't Harte te geven aan 't Harte van God.
Liefdevol gloeiende, zegenrijk bloeiende,
Vleklooze Moeder van 't Goddelijk Hart! Hemelzoet minnende, alles verwinnende Wat ooit vijandig uw kinderen tart!
Koor . Hoor, hoe wij geven, goed, bloed en leven. Moedig en zalig met U in den strijd,
't Harte van J esus voor eeuwig gewijd.
Hemelsch Verhevene, vlekloos geblevene.
Machtige Moeder van 't Goddelijk Hart!
Toevlucht der lijdenden, sterkte der strijdenden, Troost der bedrukten, door Satan gesard !
Koor. Lenig de smarten, roof onze harten.
Voer ze ten hemel in onschuld en deugd, U en Uw Jesus tot eeuwige vreugd.
â 163 â
No. 25. Xroost der Bedrukten
Als het kind in moeders armen,
Dat zijn lijden dra vergeet,
Snel ik, Moeder vol erbarn-en,
Naar U heen in druk en leed,
En ik vind in elke rmnrt i
Balsem aan Uw Moederhart. 1 ' ^
In de stormen van het leven.
Als mij, zwak en weerloos kind, s Vijands woede en macht doen beven. Weet ik waar ik bijstand vind ; Mij wacht in die ban^e smart j ... Kracht en steun aan 't Moederhart. 1 ^
Als mijn zwakheid heeft misdreven,
En door 't valsche schoon misleid,
Rust en vreugde mij begeven,
Houdt Ge Uw armen uitgebreid;
En ik vind in zielesmart ( /*â
Vrede wêer aan 't Moederhart, i ^ ^
Eens, als me ailes gaat ontvallen.
De aarde mij geen troost meer biedt, Dan, verlaten mij ook allen,
Moeder, Gij verlaat mij niet!
Dan ook in de stervenssmart I fA- \ Vind ik heil aan 't Moederhart. \ '
- 164 â
No. 26. Maria's IWaain.
O Naam', zoo zoet in de ooien
Van wie Maria mint,
O Naam ! zoo innig dierbaar Aan 't hart yan haar kind. Refrein.
Geef, dat uw Naam, Maria. _ Steeds in mijne ziele leev , En stervend op mijn lippen Uw naam, Maria zweev .
O naam, die de Onbevlekte
In al haar grootheid prijst, O Naam'. die op de Moeder Der zeven smarten wijst. Refrein. Geef, enz.
O Naam ! die ons de liefde
Der Lieve Vrouwe noemt; O Naam', die 't alvermogen Der Koninginne roemt. Refrein. Geef enz.
O Naam', een milde balsem
Voor ied're zielskwetsuur En telkens nieuwe voeding Voor 't blakend liefdevuur. Refrein. Geef, enz.
O krijgsleus in het strijden,
O hulpkreet in den nood, O onderpand der zege In leven en in dood. Refrein. Geef, enz.
â L65 â
No. 27. ïSa de Opdraclit.
Juicht, juicht met ons, o Hemelingen,
Wij zijn Maria toegewijd ;
Haar altaar blijven wij omringen,
Zij zal ons sterken in den strijd.
Refrein.
O zalig uur vol zegeningen.
Wij zijn Maria toegewijd'.
Laat ons vereend Maria zingen j (bis.)
Ze is onze Moeder voor altijd. I Zij heeft ons Jesus, onzen Broeder, Uit maagdelijken schoot gebaard,
Zij, als Gods Dochter, Bruid en Moeder, Van alle zondensmet bewaard.
Refrein, o zalig, enz.
Zij is het die in zielsgevaren
Ons hoedt met moederlijke hand, De Zeester, die op 's levens baren
Ons wenkt naar 't hemelsch Vaderland. Refrein, O zalig, enz.
Haar Naam dan leve in aller harte
En aller hart zij Haar gewijd, Het blaak' van liefde in vreugd en smarte Ze is onze Moeder voor altijd.
Refrein. o zalig, enz.
O Gij, om wie wij hier vergaren,
O leid ons op het pad der deugd, Tot dat wij met de zaal'ge scharen U zien in de eindelooze vreugd. Refrein. o zalig, enz.
â 166 â
No. 28. Irfed can den H. Casimirn».
Telken dage voor Maria,
Hef, rnija ziel, een loflied aan ;
Vier haar feesten, roem haar daden,
Met een hart Haar toegedaan : O beschouw ze en bewonder
Haar, zoo hoog naast Jesus' troon,
Prijs Haar, Maged, allerzaligst,
Zaal'ge Moeder van Gods Zoon.
Eer die Moeder, dat haar voorspraak
U van zondenlast ontsla,
O aanroep haar, dat uw ziele
Door de stormen niet verga.
Ja, die Maged heeft aan 't menschdom
Hemelgaven aangebracht,
Zij verrijke, Koningione,
Ons met Gods genadekracht.
Zing, mijn tonge, de eer-tropheën
Van de Moedermaagd, zoo groot.
Die het vloekwoord van ons wegnam
Door de vrucht uit haren schoot.
Zonder einde klink' dan 't loflied,
's Werelds Koningin ter eer;
Roem dan immer hare grootheid,
Prijs en loof Haar immermeer.
No. 29. Allerzuiverste ]tffoeder«
à roem en kracht der maagden
Des Heeren reine Bruid !
Die 's hemels zoete vreugd zijt. En 's hemels poort ontsluit
â 167 â
Gij lelie onder doornen,
Gij duive, hagelwit.
Gij Bloem, die in haar blaren Des levens vrucht bezit.
O Flonkerster van Jacob.,
O heldere dageraad.
Voor wien de glans der sterren
Verbleekt en ondergaat.
In blanke bruiloftskleed'ren
Prijst ü het Hemelhof, /
En 't lied der Maagdenreien l
Zingt eeuwig. Maagd, uw lof. '
Zij strooien witte rozen
En leliën aan uw voet.
Maar leliewit moet tanen
Voor uwer reinheid gloed. Het zwakke lied der aarde ,
Klink' met het eng'lenkoor. En dring' U, Maagd ter eere. De hemelsferen door.
i i6quot;-)
No. 30. Mnri». wees gegroet.
Maria, Salve 1 Maria, Salve!
Welaan, nog duizendmaal.
Neen, zonder eind of paal :
Marie Salve !
Van eiken Seraphijn Van eiken Cherubijn;
Maria Salve!
[ {bis.quot;)
(bis.}
â 168 -
't Kliok' gansch den Hemel door Van heel het eng'lenkoor;
Maria Salve!
Van 't bloempjea langs den stroom, Van 't blaadjen op den boom ; Maria Salve!
Van gansch het voog'lenheer, Van 't kleinste vischje in 't meer, Maria Salve!
Kortom, van al wat leeft,
Van alles wat er zweeft,
Maria Salve!
Geheel mijn leven lang Blijve à gewijd mijn zang,
Maria Salve
Dan hoop ik na mijn dood Te zingen in Uw schoot,
Maria Salve
No. 31 Ter eere van de SKeveu Weeën.
O wat is ze in smart verloren,
En van tranen overdauwd,
Jesus' diepbedroefde Moeder,
Als zij haren Zoon aanschouwt,
Dien zij, van het kruis genomen j Zielloos in haar armen houdt (
â 169 â
't Minlijk aanschijn, 't minnend harte
En die zijde, oneindig zoet,
En die rechterhand, en linker
Van de nagels diep doorwroet,
En die purperroode voeten, t (6is.)
Baadt ze in bittren tranenvloed. I
Lieve Moeder, o wij smeeken
Door uw bittren tranenvloed,
En den dood van uwen Zone,
En zijn kostbaar purperbloed.
Stort en vestig toch de weeën j (dis.) Uwer ziele ons in 't gemoed. (
No. 82. miaria Uulp der CUris-tenen-
O Koningin van 't Hemelhof
O Koningin !
Wij buigen voor uw troon in 't stof O Koningin Maria I Maria, bid voor ons (bis.)
Bid, dat ons God genadig zij,
O Koningin !
Dat Hij ons maak van zonden vrij O Koningin Maria !
Maria, bid voor ons (bis )
Sta ons steeds bij in allen nood
O Koningin !
En bid voor ons tot in den dood O Koningin Maria '.
Maria, bid voor ons (bis).
â 170 â
No. 33. Aan Waria. met liet fioilde* liJU kind.
Hoor, o Zoete ! â onze groete,
Die we U, lieve Moeder! biên Toon ons armen, â toch erbarmen.
Laat, laat ons uw Kindje zien.
En Hem drukken, â met verrukken.
En Hem wiegen aan de borst,
Die alleen â naar dat eene Lieve kleine Kindje dorst.
En dan sluiten â alles buiten,
Om met Hem alleen te zijn En te geven â heel ons leven Alles aan het Kindekijn.
No 34. Onbevlekt Hart van Maria.
O Hart, ontvangen rein en schoon
Hart van Maria ! Gods Glorie â en genadetroon
Hart van Maria
Neem onze arme harten aan,
In uw liefde zij voortaan Onze rustplaats yoor altijd.
Machtig Hart!
Minnend Hart!
U zij aller hart gewijd.
â 171 â
Licht, dat voor verdwaalden gloort.
Hart van Maria ! Der zondaars veiligst toevluchtsoord.
Hart van Maria !
Neem onze, enz.
O Hart, gekroond met hemelglans
Hart van Maria ! U kroone ook onze Rozenkrans
Hart van Maria!
Neem onze, enz.
No. 35. Oe zonneglaas kwijnt.
De zonneglans kwijnt Het maanlicht verdwijnt Als Gij ons, o Zeestar, weldadig beschijnt; Uw schitterende pracht Geeit leven en kracht En strekt ons tot gidse in den donkeren nacht.
Als Jclimmende vloed Ons angstig gemoed Bedreigt met gevaren en wankelen doet; Dan licht Gij ons voor.
En wijst ons het spoor Langs klippen en rotsen de stortzeeën door.
O vreezen wij niet Voor 't bange verschiet Zoolang nog dat licht door de nevelen vliet; Och! Sterre der zee Door kommer en wee Blijft gij ons geleiden ter veilige reê.
- 172 â
|
No. 36. Het âAve M Sur cette coliane, Marie apparut. Au front qu'elle inclioe Rendons le salut. Ave, ave, ave Maria! Ave, ave, ave Maria! A renlant timide Priant au vallon, Au Gave rapide Elle a dit son nom. Ave, ave, ave Maria 1 Ave, ave, ave Maria 1'Enfant le répète Comme un doux écho, Le Gave lui prête La voix de sod flot. Ave, ave, ave Maria ! Ave, ave, ave Maria'. |
iaquot; vuil liourdes. La France l'écoute, Se leve soudain, Et se met en route Chantant ce refrain. Ave, ave, ave Maria! Ave, ave, ave Maria'. La voix maternelle Dit: Venez ici; Le peuple fidele Répond : me voici. Ave, ave, ave Maria ! Ave, ave, ave Maria! A l'heure dernière Fermez nous les yeux, A votre prière s'ouvriront les cieux. Ave, ave, ave Maria ! Ave, ave, ave Maria! |
No. 37. Toewijdins aan Maria.
O ma Mère éternelle Arme mon coeur,
Par ta main maternelle
Qu'il soit vainqueur;
Je suis a toi, ma Mère, \
Sois mon secours De ma vie éphémère |
Regie le cours. )
â 173 -
Ecrase en moi, Marie, Le noir serpent,
Ah ! mon coeur vers toi crie Et se repent.
Je suis a toi, etc.
Dirige dans 1'orage
Ma voile au port.
Et soutiens mon courage Jusqu'a la mort.
Je suis a toi, etc.
A mon heure dernière, Heure d'effroi!
Que ta douce lumière Luise sur moi.
Je suis a toi, etc.
No. 38. Pelgfrimslied.
Wo freundlich mild im griinen Thai
Die heilige Kapelle steht,
Zu der bei lautem Liederschalle So mancher junge Pilger geht. Da zieh'n auch wir, Maria mild. Zu deinem heil'gen Gnadenbild, Maria mild,
Maria mild,
Du Stern im dunkeln Nachtgefild
Wo in der lieblichen Kapelle
So manche Thrane wird geweint. So manches Uetz auf jener Schwelle Mit Dir, Maria sich vereint. Da zieh'n, u s. w.
â 174 â
O hor uns heute voll Erbarmen, Verstosse deinc Kinder nicht, Und zeig uns Flehenden, uns Armen, Dort deines Sohnes Angesicht; Wir zieh'n ja hio, Maria mild Zu deinem, u. s. w.
No. 39. Betrouwen op Mnria.
Milde Königin, gedenke
Wie's auf Erden unerhörtj Dass zu Dir ein Pilger lenke, Der verlassen wiederkehrt.
Refrein.
Nein, o Mutter, weit und breit, Schallt's aus deiner Kinder mitte, Dass Maria eine Bitte.
Eine Bitte nicht erhört,
1st unerhört (bis.J Uiierhöit in Ewigkeit. (bis.J Haben jemals deine Kinder
Deine Hilf umsonst begehrt, Wo war je ein armer Sünder, Dessen Flehn Du nicht erhört r Refrein. Nein, o Mutter, enz.
Sieh mich armen, grossen Sünder, Weinend Dir zu Fiissen kniên, Soil das armste deiner Kinder Ohn' Erbarmen ven Dir zieh'n ? Refrein. Nein, o Mutter, enz.
Ach! erhöre meine Worte,
Führ mich hin zu deinem Sohn, Oeffne mir die Himmelspforte, Das ich ewig bei Dir wohn. Refrein. Nein, o Mutter, enz.
â 175 â
No. 40. Opdraclit aan Hlaria.
O Maria, Genadenvolle 1
Schönste Zier der Himmelsau'a,
Blicke huldvoll auf uns nieder,
Die wir kindlich Dir vertrau'n 5 Thu uns deine Milde kund j ,
Segne, Mutter, unserm bund. i '
Dich zu lieben, Dir zu dienen,
Deinem Vorbild immerdar,
Treu im Leben nachzuwandeln,
Hatt vereint sich uns're Schaar.
Lob und Lieb aus Herz und Mund, | . Bringt Dir, Mutter, unser Bund, i
Sie, wir legen Dir zu Füssen Ohne Vorbehalt das Herz,
Ordne alle seine Triebe Lenk sie alle himmelwarts ;
Mach von heil'ger Liebe wund 1 ,. Alle Seelen in dem Bund. i '
Liebe Mutter, im Versuchung Sei mit deiner Liebe wach.
Dass wir niemals wanken, fallen.
Denn wir sind so arm und schwach ; Stark uns in des Kamphes stund, 1 Wahre rein stets unsern Bund. i tS-
No. 41. RoseokraiizkOni^iu.
Rosenkranzkönigin, Jungfrau der Gnade l Lehre uns wandela auf himmlischen Pfade! Freudigst erheben wir unser Gebet zu Dir, Jungfrau, Jungfrau der Gnade!
â 176 â
Rosenkranzkönigin, Mutter du reine !
Hilf, dass dir unser I Ier/, aholich erscheine . Schirme uns alle Zeit treulich ia Kampf uad
Stveit
Mutter, Mutter, du reine ;
Rosenkranzkönigin unser Vertrauen !
Lass uns in Leid und Noth fest auf dich
bauen.
Bis in der Sel'gen Kreis grüsst dich mit Lob und Preis
unser, unser vertrauen !
No. 42. Salve Begin»-
Gegrüsset seist du Königin, o Maria 11immcls-und Erdbeherrscherin, o Maria Freuet euch, ihr Cherubim !
Singt ihr Lob, ihr Seraphin !
Grüsset eure Königin !
Salve! salve ! salve Regina !
O Mutter der Barmherzigkeit, o Maria! Hoch über alle benedeit, o Maria!
Freuet euch, etc.
Auf dich all unser Hoffen steht, o Me. a. Die auch den Sunder nicht verschmaht!
O Maria'.
Freuet euch, etc.
O Herrin, hoch gebenedeit, o Maria Sei unser Beistand allerzeit, o Maria Freuet euch, etc.
â 177 -
No. 43. Pilg-erlied.
Wir ziehen zur Mutter der Gnade. Zu ihrem hochheiligen Bil d; O lenke der Wanderer Pfade Und segne Maria sie mild.
Darait wir das Herz dir erfreuenf Uns selber im Geinste erneuen. Wir ziehen zur Mutter der Gnade, Zu ihrem hochheiligen Bild.
Wo immer auf Wegen und Stegen Auch wandert der Tilgcrnden Fusz, Da rufen wir alien entgegen,
Maria, Maria zum Grusz.
Und horet irh unsere Griisse;
Dann preiset Maria die Siisse, Wo immer auf Wegen und Stegen. Auch wandert der Pilgernden Fusz.
No. 44. Ter eere van .loser,
U, Josef, Jesse's eed'le bloem,
U, aller maagden steun en roenij U zingt der wereld machtig koor,
Maar ook ons lied dringt tot U door. O Josèr, bloem der maagden,
Maria. Moedermaagd,
Maakt kuisch uw Congregatie | . ^ Die gij in 't harte draagt. i ^
U, die uw1 staf vol bloesem droegt, Als Gij de Maagd ten huw'lijk vroegt, U werd de grootste schat vertrouwd, Die aarde of hemel heeft aanschouwd.
â 178 â
O [osef, bloem der maagden,
Mavia, Moedermaagd,
iMaakt trouw uw' Congregatie, j ^j Die Gij in 't harte draagt. (
(jij hadt »des Vaders Lichtquot; begroet Voor Beth'lem's reine herdevstoet, Kn 't Eng'lenkoor met diep ontzag Zijn God in uw armen zag.
O Josef. bloem der Maagden,
Maria, Moedermaagd,
Maakt kuisch uw'Congregatie, I ^
Die Gij in 't harte draagt. I
Als 't Kindje om U zijn armpjes sloeg, En kozend U een kusje vroeg. En staam'lend Vader, Vader sprak. Was 't niet of 't hart van liefde li bralc ? O Josef, bloem der maagden,
Maria, Moedermaagd.
Geeft Liefde uw' Congregatie, i i Die Gij in 't harte draagt. I
De Heil'ge rust slechts na den dood Van 't strijden uit in Jesus schoot.
Maar stervend was dat reeds uw tol. Gij stierft in de armen van uw' God. O Josef, bloem der maagden,
Maria, Moedermaagd,
Maakt zalig ons uw' kind'ren i
Die Gij in 't harte draagt. i ' Fbrd. Sarton.
No. 45. C*aat tot Jozef.
Gaat tol Josef! o hoe zoel Klinkt die toon in onze zielen !
Laat ons met een blij gemoed
â 179 â
Voor zijn zetel nederknielen :
Hem zij dit ons lied gewijd j Die ons steeds als Vader leidt, i
U, wien Christus' Kerk vereert Als Haar Leidsman en Behoeder, Die Haar als Patroon regeert,
Smeeken wij voor onze Moeder:
Spreidt op Jesus' Kerk en Bruid { ^ Liefdevol uw mantel uit. I
Wend des Heeren gramschap af,
Houd zijn wrekende armen tegen ;
Zend genade in plaats van straf,
Bid uw Jesus om zijn zegen ;
Gij, Patroon van Nederland. j ... v Bid ook voor ons Vaderland. ' '*
Gaat tot Josef! klinkt het voort,
-Gaat tot Josef, Christenscharen !
Gaat tot Josef op dat woord Wijken rampen en gevaren ;
Gaat tot Hem, door Hem geleid i ... , Gaan wij tot de onsterflijkheid. ! ^
No. 46. Ter eere van S. Aloysiits*
|
Wees duizendmaal gegroet Van uwer kind'ren stoet. O Aloysius! Gegroet op nieuwe wijs, Gij bloem van 't paradijs. O Aloysius! |
Wat werpt uw lichtgewaad Als 't engelen-ornaat, O Aloysius! Een rijken stralenglans Langs 's hemels glorietrans. O Aloysius! |
â 180 â
|
Gij lelie wonderschoon, In Jesus maagdenkroon, O Aloysius Gij trots der reine jeugd. Der hemelingen vreugd, O Aloysius G!j bloem dev maagden teêr Der jongelingen eer, O Aloysius! Gij roem en heerlijkheid Van Jesus' Societeit, O Aloysius! |
Wat praalt uw lauwerkrans In reinen eng'lenglans, O Aloysius! Wat stijgt uw gloriezon, Hoog bij de Liefdebron, O Aloysius! Maak ons dan engelrein, Uw Congregatie klein, O Aloysius'. En als een leliekroon Omringen we eens uw troon O Aloysius 1 Ferd. Sarton. |
No. 'i7. Ter eere van Si. Agues»
O teeder lam Gevoed op Jesus' weide,
Hoe maalde 'i purperbloed van 't Godd'lijk Lam Op uwe vacht het leliewit der reinheid.
Die u omhelsde en tot haar bruid u nam,
O teeder lam ! (its.)
O teeder lam ! (its.)
Als 't Godd'lijk Lam, uw Jesus, Ter slachtbank heengeleid l juicht! juicht! hoe kwam Uw wieede dood uw overwinning melden,
Gij sterk gelijk de Leeuw uit Juda's stam,
O teeder lam ! (éis.)
Gij hebt, den werelddwinger.
Gij weerloos kind, doen bukken voor de kracht Der zwakheid die gelooft, van 't biddend kindje, Gij overmocht des Caesars stalen macht,
O sterke maagd ! (bis.)
â 181 â
O teedre bruid !
Hoe schittert aan uw vinger De ring der trouw van uwen Bruidegom !
Juich! Juich! de wreede hand des beuls. zij sloeg u Een parelkrans van bloedkoralen om,
O teedre bruid ! (bis.)
O teeder lam !
Nu juichend 't Lam Gods volgend,
O Agnes rein ! maak mij een lam als Gij,
O Agnes rein ! voer gansch uw* Congregatie Tot Jesus, 't Godd'lijk Lam. Dit smeeken wij, O teeder lam ! (bis.)
Ferd. Sakton,
No. 48. Ter eere van S. Anna.
Klink nu. blijdste jubelhymne,
Die het minnend hart ontschiet,
Moeder Anna, hoogbegenadigd Moet gevierd in 't jubellied.
Anna! voor uw kinderen
Eene moederbêe,
Uwe Dochter immers i . . .
Bidt steeds met U mee, i lS''
Komt, zoo riep de stem der wereld.
Komt, ons feestmaal is bereid,
Waar u vrijheid en genieten,
Tn een' eeuw'ge lente beidt.
Refr. Anna, enz.
Maar Sint Anna wenkte zorgvol
Ons tot Jesuc feest altaar,
Onder haren moedermantel
Schuilt Maria's kinderschaar.
Refr. Anna, enz.
â 182 â
Ea daar deeren 's werelds sioimen,
En des Satans list ons niet,
En ter spot van zijn verleiding Klinkt er ons Maria-lied.
Refr. Anna, enz.
En de Geur der Roos verkwikt ons
Die eens bloeide op Anna's schoot, Geur van Jesse's wonderroze Die aan Anna's stam ontsproot.
Refr. Anna, enz.
Klink dan blijdste jubelhymne
Die het minnend hart ontschiet, Moeder Anna hoogbeg'nadigd Moet gevierd in 't jubbellied.
Refr. Anna enz.
Ferd. Sarton.
BLADWIJZER
VOOREEDPj bladz.
Eerste «leeltje.
Regelen en Gebeden.
HOOFDSTUK I.
Over de Congregatie, hare regelen en voorrechten ............5
De regelen der Congregratie......10
Over de verkiezing van den prefekt en de
Over de aanneming van nieuwe leden in de
Gebeden te Romegebruikelijkbij de plechtige
Geloofsbelijdenis van het PI. Concilie van
Akte van toewijding.........36
BX/ADZ â¢
HOOFDSTUK II.
Godvrucbtige oefeningen ten dienste der Congregatie:
Dagelijksche gebeden volgens den 6e der
algemeene regelen. Des morgens ... 45
Opdracht aan het H. Hart......46
Gebed van den H. Bernardus.....49
Gebed van den H . Aloysius......49
Akte van toewijding aan het Allerh. Hart
Gebeden bij de beraadslagingen.....51
Gebeden bij de verkiezingen.....52
Gebeden bij de vergaderingen.....53
Voor een overleden lid der Congregatie . 59
Voor een ziek lid der Congregatie ... 66 Gebeden gedurende het H. Sacrificie der Mis.
Wijze van de H. Mis te hooren, door de
beschouwing van Jesus Lijden .... 68
Opdracht aan Jesus' H. Hart door de Zal.
Eenige verschillende wijzen om zich vólt;5r en na de H. Communie met godvruchtige overwegingen bezig te houden . .100
Christus, onze koning........100
Christus, onze Heer.........101
Christus, onze Vriend........103
BLADZ,
Christus, onze Vader........104
Christus, de Bruidegom onzer ziel . . 106
Litanie van het H. Hart van Jesus. . 108
Litanie van den zoeten Naam Jesus . . 111
Litanie tot eereboete ........113
Akte van eerherstel aan het H. Hart . . 117
Gebed tot Maria, Moeder der smarten . 119 Gebed van den H. Franciscus van Sales
Memorare van O. L. Vrouw van het H. Hart. 122 De zes Zondagen ter eere van den H.
Litanie van den H. Aloysius.....132
Kleine getijden der Onbevlekte Ontvangenis
van de Allerheiligste Maagd Maria . . 135
TWKKUK nKEI/rJC:.
Gezangen.
Jesu dulcis memoria........146
Sacris solemniis . ........146
BLADZ.
Psaimus 147. Lauda Jerusalem . . 149
Litaniae Lauretanae........150
De Congregatie aan Jesus' Goddelijk Hart . 152
Bedezang aan 't Heilig Hart.....153
Jesus' versmade Liefde.......154
Kerkhymne ter eere van 't Heilig Hart . 155
Ter eere van Jesus H. Hart.....157
Maria onze hulp en troost......] 59
Maria onbevlekt ontvangen. . â . . . 159
Lied van den H. Casimirus......160
O. L. Vrouwe van 't Heilig Hart . . . 162
Troost der bedrukten........163
Lied van den H. Casimirus.....166
Allerzuiverste Moeder.......166
Maria, wees gegroet........167
Ter eere van de Zeven Weeën .... 168
Maria, hulp der Christenen.....169
Aan Maria met het Goddelijk Kind. . . 170
Onbevlekt Hart van Maria......170
De zonneglans kwijnt ...... 171
Het ,,Ave Mariaquot; van Lourdes .... 172
Toewijding aan Maria.......172
Opdracht aan Maria . ......175
Rosenkran/königin.........175
BLADZ
Ter eere van S. Jo*pf.......177
Gaat tot Jozef ....... . . 178
Ter eere van S. Aloyaius......179
Ter eere van S. Agnes.......IgO
IVr eere van S. Anna ......1511