ocr page 1

Vak 87

iM l r KI i £ v

V O (' 11

S C H O L E N.

R Eppink Pr.

OOKIHiKKKDItP KN' AAMSK/OfiKX IJOOU DOORLUCHTIG Kl'ISCOl'AAT VAN N150KK1.AN ).

Nifit in dor. Handel.

j Stoomdruk van VV. ANTON ABELS,

1 UT.

L

346

ocr page 2

1

ocr page 3
ocr page 4

-

—

ocr page 5
ocr page 6

T

i

ocr page 7

Vak 87

ZANGBOEKquot;'

VOOR

SCHOLEN.

FR. Eppink Pr.

GOEDGEKKUKD EN AANBEVOLEN POOR HET DOORLUCHTIG EPISCOPAAT VAN NEDERLAND.

Niet in den Handel.

Stoomdruk van W. ANTON ABELS, UTRECHT.

I (J

ocr page 8
ocr page 9

VOORBERICHT.

Doet aan den Heer Jesus Christus.

Rom. XIII : 14.

ezo gedeeltelijke uitgave van „Het (jriilden Wierookvatquot; boschouwe men als een leermiddel op de scholen. Zij bevat behalve do liederen, de „dagelijksche gebedenquot;, de „onderrichtingen, gebeden en gezangen voor de verschillende tijden en feesten van het kerkelijk jaarquot; en de „korte onderrichtingen om de H. Mis godvruchtig bij te wonen.quot; Want het is van algemeene bekendheid, dat do kennis van hot kerkelijk jaar, van do

ocr page 10

VOORBERICHT.

gebeden en ceremoniën der H. Mis bij velen zenr gebrekkig is.

De H. Kerk wordt niet moede ons voortdurend het lijke offerloven van Jesus Cliristus, haren goddelijken Stichter, met al den rijkdom haror zinrijke ceremoniën voor oogen te stellen. En zij doet dat, opdat wij, met haar meelevend, het leven van Christus zouden overwegen en in alles tot lichtsnoer nemen van ons leven. Een christen moet, zooals de H. Paulus zegt, „Christus aandoenquot;, d. w. z. in, met en door Christus leven — Christus, zijn goddelijk toonbeeld, in alles volgen. Maar daarom is het ook van hoog belang, dat reeds op de school aan het kind theoretisch en praktisch worde getoond, hoe hot met de Kerk moet medeleven, hoe het bij de H. Mis don priester moet volgen, welke

IV

ocr page 11

VOORBERICHT. V

gevoelens het op ilo verschillende feesten der Kerk moeten bezielen.

Deze overweging heeft den schrijver bij de samenstelling van dit uittreksel geleid. Hij meende den onderwijzer bij de liederen voor liet kerkelijk jaar eene korte handleiding te moeten geven om, zonder in dogmatische verklaringen te vervallen, het kind in den geest dor H. Liturgie te kunnen inleiden. Daarbij zullen hem niet alleen de onderrichtingen goede diensten kunnen bewijzen, maar ook de gebeden onder de H. Mis en op do feesten van het kerkelijk jaar, omdat zij zich zoo nauw mogelijk aan de gebeden dor Kerk aansluiten en praktisch toonen hetgeen theoretisch werd verklaard.

Zóó beschouwd en gebruikt moge dit boekje, onder Gods zegen, strekken niet slechts om de gezangen van „Het Gulden

ocr page 12

VOORBERICHT.

Wierookvatquot; door de school spoodigtot gemeengoed te maken van het katholieke Nederland, maar ook om onder het volk met de kennis den eerbied voor onzen rijken uitwendigen eeredienst te vermeerderen.

Utrecht, 5 Maart 1897.

FR. E PP IKK PR.

VI

Imprimatur.

Utrecht, 7 April 1897.

J. G. H. C. ESSINK, Lihr. Cens.


ocr page 13

DE GEWONE GEBEDEN

EN VOORNAAMSTE WAARHEDEN EN STOKKEN DES GELOOFS,

Het H. Kruisteeken. In den naam f des Vaders en des Zoons en des H. Gecstes. Amen.

(SO dagen a/laat.)

Lofspraak ter eere der H. Drievuldigheid. Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest; gelijk het was in den beginne en nu en altijd en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

CDriemaal daags 's morgens, }s middags en 's avonds — 100 dagen aflaat.)

Het gebed des Heeren. Onze Vader, die in de hemelen zijt; geheiligd zij uw Naam; Iaat toekomen uw Rijk; uw Wil geschiede op aarde als in den hemel. Geef ons heden ons dagelijksoh brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren; en leid ons niet in bekoring; maar verlos ons van den kwade. Amen.

De groetenis des Engels. Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met II; gezegend zij Gij onder de vrouwen en gezegend is de Vrucht uws liehaams, Jesus. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.

ocr page 14

XXII DE GEWONE GEBEDEN.

De Apostolische Geloofsbelijdenis. Ik geloof in God, den almacht igcn Vader, Schepper van hemel en aarde; en in Jesus Christus, zijn eenigen Zoon, onzen Heer, die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria; die geleden heeft onder Pontius Pila-tus, is gekruist, gestorven en begraven; Hij is nedergedaald ter holle, ten derden dage verrezen van de dooden; Hij is opgeklommen ten hemel, zit ter rechterhand van God, den almachtigen Vader; vandaar zal Hij komen oordeelen de levenden en de dooden. Ik geloof in den H. Geest; de heilige, katholieke Kerk; de gemeenschap dor Heiligen; de vergiffenis der zonden; de verrijzenis des vleesches; en het eeuwig leven. Amen.

Oefening der drie goddelijke deugden.

(En van Berouw.)

Oefening van Geloof. Mijn Heer en mijn God, ik geloof, dat Gij één God zijt: één in Wezen en drievuldig in Personen; ik geloof, dat de tweede Persoon der H. Drievuldigheid voor ons is menschgoworden; en dat Gij het goede loont en het kwade straft. Ik geloof alles, o mijn God wat Gij geopenbaanl hebt en door do H. Kerk te gelooven voorstelt; want Gij zijt de oneindige Waarheid, die alles weet en niemand kunt bedriegen. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.

Oefening van Hoop. Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vust betrouwen door de verdiensten van Jesus van U te zullen verkrijgen den Hemel en alle middelen, die daartoe noo-

ocr page 15

DE GEWONE GEBEDEN.

(lig zijn; dit hoop ik, omdat Gij het beloofd hebt, die oneindig machtig, goed en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven en sterven.

Oefening van Liefde. Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven al uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste Goed en alle liefde waardig zijt. Ik bemin mijn evennaaste gelijk mij zeiven om U. In deze liefde wil ik leven en sterven.

Oefening van Berouw. Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart, niet alleen omdat ik daardoor uwe straffen verdiend heb, maar ook omdat ik daardoor U, die mijn opperste Goed ea alle liefde waardig zijt, heb beleedigd. Ik haat en verzaak de zonden uit liefde tot U, en ik neem mij vast voor met de hulp uwer genade mijne zonden te biechten, mijn leven te beteren en liever te sterven dan U ooit met eenige doodzonde te beleedigen. Amen.

De tien Geboden Gods. Ik ben de Heer, uw God: 1. Gij zult geen vreemde goden nevens Mij hebbcu; gij zult. u geen gesneden beelden of gelijkenissen maken, gij zult die niet aan-biilden. 2. Gij zult den Naam van den Heer uwen God niet ijdel gebruiken. 3. Wees gedachtig, dat gij den Sabbatdag heilig maakt. 4. Eer uw vader en uwe moeder, opdat gij lang moogt leven op aarde. 5. Gij zult niet doodslaan. 6. Gij zult geen overspel bedrijven. 7. Gij zult niet stelen. 8. Gij zult geen valsch getuigenis geven tegen uw naaste.

XXJI1

ocr page 16

XXIV DE GEWONE GEBEDEN.

9. Gij zult uws naasten huisvrouw niet be-geeren. 10. Gij zult niet begeeren uws naasten huis, noch zijn land, noch zijn knecht, noch zijn dienstmaagd, noch iets van hetgeen hem toebehoort.

De vijf Geboden der H. Kerk. I. De geboden Heiligedagen zult gij vieren. 2. En dan ook de Mis hooren wet goede manieren. 3. Geen geboden Vastendagen zult gij breken. 4. Eens 's jaars zult gij den Priester uwe biecht spreken. 5. En nuttigen omtrent Paschen het Lichaam des Hoeren.

De zeven H Sacramenten. 1. Het Doopsel.

2. Het Vormsel. 3. Het H. Sacrament des Altaars. 4. De Biecht. 5. Het H. Oliesel. 6. Het Priesterschap. 7. Het Huwelijk.

Ieder Christen moet „uit noodzakelijkheid des ge-bodsquot; dat wil zeggen onder strenge verplichting — kennen: Het Gebea des Heeren; de Apostolische Geloofsbelijdenis; de tien Geboden Gods: de vijf Geboden der H. Kerk; de H. Sacramenten, die hij ontvangt, en de plichten van z jn staat. „Uit noodzakelijkheid des middels'* - dat wil zeggen: om zalig te kunnen worden — moet hij de volgende vier punten weten en gelooven:

1. Dat er één God is. 2. Dat er in één goddelijk Wezen drie goddelijke Personen zijn, nl. de Vader, de Zoon en de H. Geest.

3. Dat Gods Zoon voor ons is menschge-worden. 4. Dat God het goede beloont en het kwade bestraft.

De vier Uitersten of laatste dingen van den mensch zijn:

1. De dood. 2. Het oordeel. 3. De verrijzenis. 4. De hemel of de hel.

quot; • '^(sü ■ ■,

ocr page 17

DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

Om den dag goed en verdienstelijk door te brengen, moet men hem met God beginnen. Verhef daarom nw hart tot God, zoodra ge ontwaakt en sta terstond op, zeggende:

u den naam van mijnen gekruisten ggjjj ëH Heer Jesus Christus sta ik op. ros feat Hij mij zegenen, bestieren, rewffiBJl voor allé kwaad belioeden en ten eeuwigen leven geleiden. Amen.

Besprenkel u dan met wijwater en maak het tee-ken des H. Kruises met de gebruikelijke woorden:

In den naam f des Vaders en f des Zoons en f des H. Geestes. Amen.n den naam f des Vaders en f des Zoons en f des H. Geestes. Amen.

Onder hetkleeden kunt ge u met deze of andere gebeden en verzuchtingen bezig houden.

Geloofd en gedankt zij de allerheiligste Drievuldigheid voor de goede nachtrust, die ik heb genoten en voor alle andere gunsten en weldaden, die ik in mijn leven heb ontvangen. — Eere zij den Vader, die mij heeft geschapen; eere zij den Zoon, die mijeloofd en gedankt zij de allerheiligste Drievuldigheid voor de goede nachtrust, die ik heb genoten en voor alle andere gunsten en weldaden, die ik in mijn leven heb ontvangen. — Eere zij den Vader, die mij heeft geschapen; eere zij den Zoon, die mij

1

ocr page 18

2 DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

heeft verlost; oere zij den H. Geest, die mij heeft geheiligd. — Jesus, Maria, Joseph! ik scheuk U mijn lichaam, mijne ziel en mijn leven. — Jesus, ik geloof in U; Jesus, ik hoop op U; Jesus, ik bemin U. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader. — Twaalf artikelen des geloofs, enz.

Zijt ge gekleed, kniel dan voor een kruisbeeld en verricht godvruchtig het volgende

MORGENGEBED.

uwe heilige tegenwoordigheid ISi ÜS neergeknield, o mijn God, aaubid

fü ËH ^ ^ me,: al ^011 eerl)ie(i' i'c pSHtgajj aan uwe allerhoogste Majesteit schuldig ben.

Dankzegging. Ik dank U, o hemelsche Vader, door uwen lieven Zoon, onzen Heer Jesus Christus, in vereeniging met de H. Maagd Maria en al uwe Heiligen, voor de weldaden, die Gij mij in mijn leven uit goedheid hebt geschonken. Vaii alle eeuwigheid hebt Gij aan mij gedacht; Gij hebt mij naar uw beeld geschapen, toen ik niet bestond, en door het kostbaar liloed van uwen eenigenZoon verlost, toen ik verloren was; Gij hebt mij in het H. Doopsel tot uw kinil aangenomen en door de genade des H. Geestes geheiligd; Gij hebt mij voor veel kwaad behoed, in zonde geduldig verdragen en tijd tot boetvaardigheid verleend. Ik dank U,'o Heer, voor al deze gunsten en voor alle andere weldaden, waarmede Gij

ocr page 19

MOBGENIJEBED.

mij van mijne geboorte af dagelijks naar lichaam en ziel hebt overladen; inzonderheid echter, dat Gij mij dezen nacht hebt gespaard en nog tijd verleent om mijne zonden te beweenen én deugden te oefenen.

Overgeving aan God. Wat zal mij lieden overkomen, o God! Ik weet het niet. Alles, wat ik weet, is, dat mij niets zal overkomen, wat Gij niet van alle eeuwigheid hebt besloten, en dit is mij voldoende, o Heer, om gerust te zijn. Ik aanbid uwe eeuwige raadsbesluiten en onderwerp er mij geheel aan; ik wil alles, wat Gij wilt; ik neem alles van U aan; ik maak Ü eene offerande van alles, en vereenig dit offer met dat van uw lieven Zoon, mijn Verlosser, en vraag door zijn heilig Hart en zijne oneindige verdiensten geduld in mijne rampen en de volmaakte onderwerping, die ik verschuldigd ben in alles, wat Gij wilt of toelaat.

Gebed om hulp. Barmhartige God, verleen mij de genade om dezen dag tot uwe eer en tot stichting van den evenmensch door te brengen. Weer van mij alle ijdel-heid en schik mijne woorden en werken tot onderhouding uwer geboden. Verlicht mijn verstand en beweeg mijnen wil om te kennen en te volbrengen, hetgeen ü behaagt. Geef mij kracht om alle aanvechtingen van den boozen vijand, al mijne gebreken en booze neigingen te overwinnen. Ik wil mij heden zóó gedragen, als ik den laat-

3

1*

ocr page 20

4 DAGELtjKSCHÊ GEBEDElT.

stou dag mijns levens zou wenschen door te brengen.

Goede meening. Genadige God, ik wijd U mijn ziel en mijn licliaam, mijne eer en mijn goed, alles wat ik ben en bezit. Mocht ik heden iets goeds verrichten, of eenig kruis te dragen hebben — al wat ik doen en lijden zal, strekke tot uwe meerdere eer en glorie. Voeg alles naar uw welbehagen, want ik begeer niet voor mij, maar alleen voor U te leven. Ik verzaak den duivel, de wereld en het vleesch. Ik stel mij opnieuw in uwen heiligen dienst eu hoop, met de hulp uwer genade, in de belijdenis van het heilig, katholiek Geloof waardig te leven en zalig te sterven. Ook maak ik voor uw heilig aanschijn de meening om alle aflaten te verdienen, die de H. Kerk in uwen Naam heeft gehecht aan de gebeden en goede werken, die ik heden zal verrichten. Maallaat mij bovendien deelachtig worden aan de verdiensten der goede werken enH. Misoffers, die heden over geheel de wereld in uwe Kerk geschiedeu.

Gebed. God, zegen mijne ouders, mijne broeders en zustei's, mijne overheden en weldoeners, mijne vrienden en vijanden; zegen al degenen, voor wie ik verplicht ben te bidden en die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Geef vrede aan de Kerk, eendracht onder de Christenen, troost en zaligheid •aan de zielen in het vagevuur en ons allen na dit leven een eeuwig, zalig leven. Amen.

ocr page 21

MORGENGKBED.

Oefening- van Geloof. Mijn Heer en miju God, ik geloof calles, wat Gij geopeii-biiard liebt. Ik geloof, dat Gij één God zijt, één in Wezen en drievuldig in Personen; ik geloof, dat de tweede Persoon der H. Drievuldigheid voor ons mensch geworden en gestorven is; ik geloof, dat Gij het goede loouc en het kwade straft. Dit en alles, wat de H. Kerk te gelooven voorstelt, neem ik vastelijk aan, o mijn God, omdat Gij het geopenbaard hebt; Gij, die de eeuwige waarheid zijt, die niet kunt bedriegen noch bedrogen worden. — In en voor dit geloof wil ik leven en sterven!

Oefening van Hoop. Genadige God, ik hoop met een vast vertrouwen door het Lijden en de verdiensten van Jesus Christus hier uwe genade en de vergiffenis mijner zonden te verkrijgen en hiernamaals U eeuwig te mogen aanschouwen. Dit hoop ik, o miju God, omdat Gij ons den hemel beloofd hebt; Gij, die oneindig machtig, goed en getrouw in uwe beloften zijt. — In deze hoop wil ik leven en sterven!

Oefening van Liefde. BeminnelijkeGod, ik bemin li boven al uit geheel mijn hart en miju evennaaste gelijk mij zelven om U, omdat Gij in ü Zelven het 'hoogste goed en oneindig beminnenswaardig zijt. Het is mij van ganscher harte leed, dat ik ü ooit heit) beleedigd. Ik verfoei mijne zonden en maak het vaste voornemen'uwe geboden voortaan getrouw te onderhouden. In uwe

5

ocr page 22

DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

liefde wil ik leven eu sterven! Heer, vermeerder mijne liefde!

Toewijding aan Maria. H. Maagd en Moeder Gods, Maria, mijne lieve Moeder eu Patrones, ik stel mij ouder uwe machtige bescherming eu werp mij vol vertrouwen m de armen uwer moederlijke barmhartigheid. Wees, o goede Moeder, mijne toevlucht in allen nood en mijne voorspraak bij uwen aanbiddelijken Zoon. Bewaar en bescherm mij dezen' dag eu alle dagen mijns levens, maar vooral in de ure des doods.

Gebed tot den H. Engelbewaarder.

Engel Gods, die mijn Bewaarder zijt, aan wiens zorg ik door Gods goedheid beu toevertrouwd, geleid, bewaar en bestier mij. Wek in mijn hart goede gedachten en heilige begeerten; breng de gebeden en goede werken, die ik met Gods genade heden hoop te verrichten voor het aanschijn des Heereu en verwerf mij vermeerdering van genade. Laat niet toe, dat ik afwijke van den weg der geboden; sta mij bij om matig, rechtvaardig en godvruclitig te leven en na dit leven de eeuwige zaligheid te verwerven.

Gebed tot den H. Joseph en andere Heiligen. H. Joseph, reine Bruidegom der reine Maagd, H. Patroon(ones) N. wiens naam ik de eer heb te dragen en alle Heiligen, gevvaardigt U voor mij en met mij den Heer te danken voor alle ontvangene genaden en weldaden; bidt God, dat ik Hem

6

ocr page 23

UK EN'GIOI, DES HUK REN.

op aai'de zoo trouw moge dieuon als Gij, om Hem ceus met U in den hemel eeuwig te mogen lofziugen. Amen.

DE ENGEL DES HEE11EN.

's Morgens, 's middags en 's avonds wordt „De Engel des Heerenquot; geklept, om ons te herinneren aan het groote Geheim der Menschwording van Gods Zoon. Daarbij bidden goede christenen geknield (zaterdag-avond en zondag staande) het volgende:

J. De Engel des Heeren heeft Maria ge

boodschapt,

1$. En zij heeft ontvangen van den H. Geest.

Wees gegroet. y. Zie de dienstmaagd des Heeren 1^. Mij geschiede naar uw woord. Wees

gegroet.

f. Eu het Woord is vleesch geworden, ly. En heeft onder ousgewoond. Weesgegroet.

(Telkens 100 dagen ujlaat. 1)

y. Uid voor ons, H. Moeder Gods, ly. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

7

Laat ons bidden. Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door do boodschap des Engels de Menschwording van Christus. Uwen Zoon, gekend hebben, door zijn Lijden en Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht wor-

1

Om deze en volgende aflaten te verdienen moot men zuiver zijn van doodzonde en de gebeden godvruchtig en met een rouwmoedig hart verrichten.

ocr page 24

DAGELIJKSOHB GEBEDEN.

den. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

In den paasclitijd, d. i. van paascli-zaterdag tot aan den vooravond van Drievuldigheid-zondag, bidt men daarbij, staande:

Koningin des Hemels, verblijd U, Alleluja! Want, dien Gij waardig waart te dragen,

Alleluja!

Is verrezen, zooals Hij gezegd heeft.

Alleluja!

Bid God voor ons. Alleluja!

J. Verheug en verblijd ü. Maagd Maria,

Alleluja!

1^. Want de Heer is waarlijk verrezen.

Alleluja!

Laat ons bidden. God, die U gewaar-digd hebt door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden; geef, bidden wij, dat wij door zijne Moeder, de Maagd Maria, de vreugden des eeuwigen levens mogen verwerven. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

{Telkens 100 dagen aflaat.)

GEBED VOOR HET ETEN.

Aller oogen wachten op U, o Heer, en Gij geeft hun spijs te rechter tijd; Gij opent uwe hand en vervult al wat leeft met zegen. ller oogen wachten op U, o Heer, en Gij geeft hun spijs te rechter tijd; Gij opent uwe hand en vervult al wat leeft met zegen. Eere zij den Vader.

Heer, ontferm U onzer. — Christus, ontferm U onzer. — Heer, ontferm U onzer, — Ome Vader. — Wees gegroet.

8

ocr page 25

DB ROZENKRANS.

Heer, zegen ons en deze uwe gaveu, die wij van uwe goedheid zullen ontvangen. Door Christus onzen Heer. Amen.

GEBED NA HET ETEN.

Wij danken U, almachtige God, voor al uwe weldaden, U, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.ij danken U, almachtige God, voor al uwe weldaden, U, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Eere zij den Vader.

Heer, ontferm U onzer. — Christus, ontferm U onzer. — Heer, ontferm U onzer. — Onze Vader. — Wees gegroet.

Gewaardig U, o Heer, al degenen, die ons goeddoen, om uws Naams wil met het eeuwig leven te vergelden.

Dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede. Amen.

DE ROZENKRANS.

De Rozenkrans bestaat uit lionderdvijftig Weesgegroeten, en wordt, omdat er evenveel Psalmen van David zijn, ook wel „de Psalter van Mariaquot; ge-lieeten. Deze Weesgegroeten worden verdeeld in I vijftien tientjes, die elk worden voorafgegaan

door één Onze Vader. Onze Rozenkrans van vijf tientjes, ook Rozenhoedje genoemd, is dus slechts een tierde gedeelte van den Rozenkrans.

Het is eene loffelijke gewoonte om vooraf «Ie twaalf Artikelen des gèloofs, Eere zij den Vader, één Onze Vader, drie Weesgegroeten en Eere zij den Vader te bidden, maar het is niet noodig om den aflaat te verdienen.

Om de vele aflaten, aan het bidden van den liozenkrans verbonden, te verdienen, moet men

9

ocr page 26

DAGELIJKSCUE GEBEDEN.

een gewijden Rozenkrans gebruiken en onder het bidden van den dominicaner - Rozenkrans de Geheimen der Menschwording en Verlossing naar best vermogen overwegen. Daarom is hot ge-1 trui kei ijk vóór liet Onze Vader van ieder tientje kort het Geheim aan te geven, dat overwogen zal worden. Deze Geheimen zijn:

DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.

1. De Boodschap vau den Engel Gabriel aan Maria.

2. Hot Bezoek vau Maria bij hare Nicht Elisabeth.

3. De Geboorte vau Christus.

4. De Opdracht vau liet goddelijk Kiud iu den tempel.

5. Do Wedervinding van het Kind Jesus te Jerusalem.

DE VIJF DROEVE GEHEIMEN.

1. De Benauwdheid vau Christus iu den hof van Olijven.

2. Do Geeseliug vau Christus.

3. De Kroning van Christus met doornen.

4. Do Kruisdraging vau Christus.

5. De Kruisiging van Christus.

DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN.

1. De Verrijzenis vau Christus.

2. De Hemelvaart vau Christus.

3. De Zending van den H. Geest over de Apostelen.

4. De Hemelvaart van Maria.

5. De Kroning van Maria in den Hemel.

10

ocr page 27

SCHIETGEBEDEN.

KORTE GEBEDEN, VERRIJKT MET AFLATEN.

1. Dc christelijke Groet.

y. Geloofd zij Jesus Christus, lu alle eeuwigheid, of: Ameu.

(Telkens 50 dagen ajlaat).

3. Groet aan Jesus in het H. Sacrament. Geloofd eu gedankt zij ten allen tijdo het allerheiligst en allerhoogwaardigst Sa-cranicnt.

{Eenmaal daags 100 dagen ajlaat.

3. Aanroeping van den Zoeten Naam. Mijn Jesus, barmhartigheid!

[Telkens 100 dagen ajlaat.

d. Verzuchting tot Jesus. Allerzoetste Jesus, wees mij geen Rechter, maar een Zaligmaker.

(Telkens 50 dagen ajlaat,'.

5. Uiting van liefde tot Jesus.

Jesus, mijn God, ik bemin U bovenal.

(Telkens 50 dagen aflaat).

6. Verzuchting tot het H. Hart van Jesus. Alom bemind zij het H. Hart van Jesus.

{Eenmaal daags 100 dagen ajlaat).

7. Verzuchting tot het H. Hart van Jesus. O Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van

harte, maak mijn hart gelijk aan uw Hart.

(Eenmaal daags 300 dagen ajlaat).

11

ocr page 28

DAGELIJKSCHK GE15EDEN.

8. Verzuchting tot het H. Hart van Jesus.

Zoet Hart van miju Jesus, maak, dat ik ü meer eu meer bemiune.

i Telkens 300 dagen ajlaat).

9. Tot het 11. Hart van Maria.

Zoet Hart van Maria, wees' mijn heil.

{Telkens 300 dagen aflaat).

10. Opdracht van zich zeiven aan God.

Aanvaard, o Heer, geheel mijne vrijheid. Ontvang mijn geheugen, mijn verstand en geheel mijnen wil. Al wat ik heb of' bezit, ïiebt Gij mij verleend: ik schenkU dat alles terug en laat het geheel over aan de leiding van uwen H. Wil. Geef mij slechts uwe liefde en uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag verder niets meer.

(Eenmaal daags 300 dagen aflaat . 11. Drie verzuchtingen om een zaligen dood.

Jesus, Maria, Joseph, ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven.

Jesus, Maria, Joseph, staat mij bij in mijn hiatsten doodstrijd.

Jesus, Maria, Joseph, dat ik in uw heilig gezelschap vreedzaam sterve.

Telkens 300 dagen aflaat).

12. Tot den II. Engelbewaarder,

Engel Gods, die mijn Bewaarder zijt, verlicht, bescherm, geleid en bestier mij, die door de opperste Goedheid aan U ben toevertrouwd. Amen.

{Telkens 300 dagen aflaat).

12

ocr page 29

AVONDGEBED.

13. Tot den II. Joseph.

Maak, o Joseph, dat wij een schuldeloos leven leiden en dat het onder uwe bescherming steeds veilig- zij.

{Eenmaal daags 300 dagen aflaat).

14. Voor onzen II. Vader den Paus.

y. Laat ons bidden voor onzen Opperpriester N.

1$. De Heer beware hem, behoude hem in het leven, make hem zalig op aarde en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden. — Onze Vader. — Wees gegroet.

{Eenmaal daags 300 dagen aflaat).

15. Voor de Geloovige Zielen.

a. Wie voor de afgestorvenen bidt: vijf Onzevaders en vijf Weesgegroeten, met het vers; Wij bidden U, o Heer, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar Bloed hebt vrijgekocht; of met het schietgebed: Barmhartigheid, o eeuwige Vader, bij het kostbaar Bloed van Jesus Christus: of eindelijk met: Heer, geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen, dat zij rusten in vrede; en daarbij liet Lijden des Heeren overweegt, verdient daarmede eenmaal daags 3C0 dagen aflaat.

b. Door het bidden van den Psalm: De Profun-dis (zie hierachter de 6de der 7 Boetpsalmen) mot: Heer, geef hun de eeuwige rust enz. kan men voor de zielen der afgestorvenen driemaal daags 50 dagen aflaat verdienen.

AVONDGEBED.

Zooals de dag met God moet worden begonnen, moet men hem met God besluiten. De slaap is het beeld van don dood. Hoeveel zijn er des nachts niet plotseling gestorven en misschien eeuwig verloren gegaan. Daarom moeten wij ons op den

13

ocr page 30

DAGÜLIJKSCHE GÜBEDËN.

slaap voorbereiden met God te danken en ons onder zijne hoede te stellen en onder de bescherming van Maria, van onzen Engelbewaarder en andere H. Schutspatronen. Daarbij mogen wij niet nalaten ons geweten te onderzoeken en God met een rouwmoedig hart vergeving te vragen voor hetgeen wij gedurende den dag misdreven. Zijn wij in groote zonde gevallen, dan moeten wij met Gods genade trachten een volmaakt, berouw te verwekken.

|(aiikzeggiiig. Mijn Heer en mijn God, iu aanbidding kniel ik hier voor U neder om U te loven en to danken voor alle genaden en weldaden, die Gij mij in mijn leven, maar vooral dozen dajj, naar lichaam en ziel hebt geschonken. Gij hebt mij naar uw beeld voor den hemel geschapen en tot op dit oogenblik vol vaderlijke goedheid onderhouden; Gij liebt mij door het kostbaar Bloed van uwen eenigen Zoon uit de slavernij des duivels verlost en zoo menigmaal van zonde gezuiverd; Gij hebt mij christelijke ouders gegeven en in het H. Doopsel tot uw kind aangenomen; Gij hebt mij door de genade des H. Geestes geheiligd, in gevaren bo-sehermd en voor zoo menige zonde behoed, waarin ik anders uit zwakheid allicht zou zijn gevallen. Wie zal zo tellen, de weldaden, waarmede Gij mij nog dagelijks overlaadt. Ieder oogenblik mijns levens is een nieuw bewijs uwer liefde,'een bewijs, hoezeer Gij verlangt mij zalig te maken. Wat zal ik Ü wedergeven, o Heer, voor zooveel goedheid; want alles, wat ik bezit, is uw eigendom.

14

ocr page 31

AVONDGEBET).

Dewijl ik clan niets heb, zoo erken ik ten minste, dat Gij alleen de oorsprong- zijt van alle goed. Ik dank U uit den grond mijns harten voor alles, wat ik ben en bezit. Och, dat ik IJ naar waarde danken kon. Ter vergoeding voor hetgeen mij ontbreekt, offer ik U alle verdiensten op van nwen lieven Zoon, en stel ik in vereeniging daarmede mijn ziel en mijn lichaam met alles, wat Gij mij gegeven hebt, in uwen dienst. Ik neem mij voor, uwe weldaden dikwijls met een dankbaar hart te overwegen,' U oprecht lief te hebben en mij zeiven door een deugdzaam leven dankbaar te toonen. Prijs en bemin U zeiven, o Grod, in en door mij. Heiligen en Engelen des hemels, alle schepselen G-ods helpt mij onzen Schepper roemen, zegenen, danken en aanbidden. En daar dit alles nog onvoldoende is, zoo bid ik U, lieve Heer, dat Gij, die U Zeiven alleen naar waarde kunt danken, voor mij wilt wezen uw eigen lof en eer in allé eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed tot den H. Geest. H. Geest, eeuwige Oorsprong van alle licht, verlicht mijn verstand, opdat ik tot eene volmaakte konnis moge komen van alle zonden, waarmede ik uwe goddelijke Majesteit dezen dag heb vertoornd. Doe mij 'de afschuwelijke boosheid der zonde wel begrijpen, en geef mij tranen van waarachtig berouw, opdat ik vergiffenis erlange en, van heiligen afschuw voor do zonde bezield, in de toekomst alle kwaad vermijde en niets

ocr page 32

DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

zoozeer vreeze, als U nog ooit met eene zonde te beleedigen. Amen.

Onderzoek hier uw geweten door u volgende vragen ter beantwoording te stellen:

Was dezen morgen mijn eerste gedachte op God gericht? Heb ik mijn morgengebed good gebeden ? Heb ik de H. Mis godvruchtig bijgewoond of zonder reden verzuimd'? Heb ik dezen morgen eene goede meening gemaakt en vandaag mijn werk stipt en om G-od verricht? Heb ik de moeielijkheden, de kruisjes en ongemakken van don dag uitliefde tot Goa gedragen? Ben ik nan mijne ouders en overheden in den Heer onder' danig en gehoorzaam geweest? Hoe was ik jegens mii nevenmensch in don omgang en bij hot werk? Heb ik gedurende den dag nog aan God gedacht? Heb ik de noodige middelen aangewend om mijne dagelijksche fouten en zonden van gewoonte tegen te gaan? Heb ik mij ook aan bijzondere, misschien groote zonden schuldig gemaakt? Welke?

Oefening van Berouw. Genadige God, ik heb gezondigd; ik belijd het met smart en schaamte voor uw heilig aanschijn. Ik heb verdiend door U gestraft te worden, omdat ik mij tegen uwen heiligen Wil heb verzet en uwe vele weldaden met ondank vergolden. Hoe kon ik U beleedigen, dien ik boven alles moest beminnen, omdat Gij oneindig beminnenswaardig zijt. Indien Gij met mij wildet handelen, o Heer, volgens uwe strenge gerechtigheid, wat zou er dan van mij worden! Doch Gij hebt gezegd: „ik wil den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en levequot;; en vertrouwende op deze belofte smeek ik U om genade en vergiffenis. Spaar, Heer, spaar mijne zondige ziel; strat mij niet in uwen heiligen toorn; ik smeek

1(1

ocr page 33

AVONDGEBED.

het ü bij het bloedig Zweet, bij liet bitter Lijden eu Sterven van uwen lieven Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Sla uwe genadige oogen op mij, uw ondankbaar schepsel, en ontferm ü mijner volgens de grootheid uwer barmhartigheid. Het is mij van gauscher harte leed, dat ik IJ beleedigd heb. Ik wil mijn leven beteren, voor mijne misstappen boete doen, de naaste gelegenheid vluchten, mijne zonden spoedig biechten en liever sterven dan eeue doodzonde bedrijven. Geef mij daartoe uwe genade. Amen.

Gebeden. Stort, goedertieren Heer, uwe milde zegeningen uit over mijne ouders, broeders en zusters, over mijne weldoeners, vrienden en vijanden. Bescherm allen, die over mij gesteld zijn, zoo geestelijke als wereldlijke overheden. Help de armen, troost de bedroefden, genees do zieken, sta den stervenden bij. Geef aan de afgedwaalden en zondaren (vooral aan N. N.) de genade der bekeering en aan de heidenen en onge-loovigen het licht des geloofs. Heb ook medelijden, barmhartige God, met de zielen der afgestorvenen, die in het vagevuur lijden (vooral met N. N.); maak eeu einde aan hunne smarten en neem hen op ouder het getal uwer uitverkorenen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

'Vegen, o God, de rust, die ik ga nemen /j oin mijne krachten te herstellen ten einde ü voortaan beter te dienen. Bezoek deze woning en verdrijf daaruit alle hinderlagen van

17

2

ocr page 34

DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

den vijand; laat uwe Engelen er wonen, om ons in vrede te bewaren en laat uw zegen altijd op ons rasten. Door Christus onzen Heer. Amen.

H Maria, Moeder van mijn Jesus en ook mijne Moeder, op wie ik naast God alle hoop heb gesteld; H. Engel, aan wiens bescherming ik door God beu toevertrouwd; H. Patroon Maria, Moeder van mijn Jesus en ook mijne Moeder, op wie ik naast God alle hoop heb gesteld; H. Engel, aan wiens bescherming ik door God beu toevertrouwd; H. Patroon (Patrones) N., wiens (wier) naam ik draag; H. Joseph, Voedstervader van Jesus, en allo Heiligen Gods, bidt voor mij; bewaakt en beschermt mij dezen nacht cu alle dagen miju levens, maar vooral in de ure des doods. Amen.

Bewaar ons, o Heer, terwijl wij waken en bescherm ons in den siaap,' opdat wij met Christus mogen wakeu en in vrede rusten. Amen.ewaar ons, o Heer, terwijl wij waken en bescherm ons in den siaap,' opdat wij met Christus mogen wakeu en in vrede rusten. Amen.

Bij deze avondgebeden kunnen no;? worden gevoegd; „Gtbeden om een zaligen doodquot; (bladz. B47-351), „Gebed voor wie 't eerst in een gezin sternquot; (bladz. B44), „Litanie en gebeden voor afgestorvenen^ (bladz. '66)—372) en het volgende sclioone gebedje voor stervenden:

Ogoedertierenste Jesus, Minnaar der zie-leu, ik smeek U bij den doodstrijd van uw allerheiligst Hart en bij de smarten uwer onbevlekte Moeder, wasch in uw Bloed de zondaren der geheele wereld, die met den dood worstelen en heden zullen sterven.goedertierenste Jesus, Minnaar der zie-leu, ik smeek U bij den doodstrijd van uw allerheiligst Hart en bij de smarten uwer onbevlekte Moeder, wasch in uw Bloed de zondaren der geheele wereld, die met den dood worstelen en heden zullen sterven.

Hart van Jesus, in doodstrijd geraakt, ontferm U over de stervenden!

{Telkenmale 300 dagen aflaat.)

18

ocr page 35

AVONDGEBED.

Bid, terwijl gij u zedig nijkleedt, eenige bekende gebeden, als'Onze Vader, Wees gegroet, de Litanie der H. Maagd enz., alsmede deze korte oefeningen van Geloof, Hoop en Liefde:

Ik geloof in U, o eeuwigo. Waarheid!k geloof in U, o eeuwigo. Waarheid!

Ik hoop op U, o oneindige Barmhartigheid!

Ik bemin U, o Goddelijke Goedheid!

Vermeerder, o Heer, mijn geloof; versterk mijne hoop; volmaak mijne liefde.

Zegen u, alvorens ge ter ruste gaat, met wijwater, en zeg dan:

In den Naam van mijnen gekruisten Heern den Naam van mijnen gekruisten Heer

Jesns Christus ga ik ter ruste; moge Hij mij zegenen, bestieren, voor alle kwaad bewaren en ten eeuwigen leven geleiden. Amen.

Heer, in uwe handen beveel ik mijnen geest!

Houd u met goede gedacliten bozig, zoolang ge waakt, en vergeet niet, dat God u overal ziet. Zijt ge in lijden, lierinner u dan, hoe vreeselijk liet is eeuwig te branden. Denk aan degenen, die dezen nacht sterven en bid voor hen. Verheug u, dat hemel en aarde God dag en nacht prijzen en voeg uwe gebeden bij die, welke in zooveel kloosters in het nachtelijk uur worden gestort.

19

ocr page 36
ocr page 37

HET H. MISOFFER.

ZIJN WEZEN EN BETEEKENIS.

Gods Zoon is mensch geworden om God de vol-maakste eer en voldoening te schenken en ons menschen vergiffenis en genade te verwerven. Voor dat doel offerde Hij zijn leven. Dit Offer begon, toen Hij de mensciielijke natimr aannam, hot werd aan het Kruis voltrokken, door do Verrijzenis verheerlijkt en door de Hemelvaart in het Heilige der Heiligen overgebracht. De offers van het Oud Verbond hielden daarmede op, omdat zij slechts voorafbeeldingen waren van dit Offer en daarin hunne vervulling vonden. Gods Zoon, Christus Jesns, is dan het Offerlam, dat „geslachtofferd van den beginnequot; nu bij den troon des Vaders eenwig leeft. Door Hem hebben wij toegang tot den Vader; Christus is onze Middelaar. Dewijl echter onze verzoening door het Offer des Kruises werd voltrokken, moest dit Offer in onze herinnering blijven voortleven. En daarom stelde Christus, de Hoogepriester in eeuwigheid, een zichbaar Offer in, hetwelk de herinnering aan het Kruisoffer zou levendig houden, en, in wezen daaraan gelijk, dat Offer op onbloedige wijze vernieuwt om lévenden en dooden aan de verdiensten daarvan deelachtig te maken. Deze instelling geschiedde, toen Christus zich op het Laatste Avondmaal onder de gedaanten van brood en wijn aan zijn hemelschen Vader opofferde en aan zijne Apostelen en hunne opvolgers in het Priesterschap gelastte tot het einde der tijden hetzelfde te doen. Ziedaar de instelling van het H. Misoffer, dat reine Offer, waarvan de Profeet Malachlas had voorzegd, dat het in hot Nieuw Verbond op alle plaatsen zou worden opgedragen. Dit Offer is het verhevenste in aanbidding en lof, het Gode welgevalligst Dank-, Bid- en Zoenoffer; het is, zooals de Franciscus van Sales zegt: „het middelpunt van den christelijken Godsdienst, de ziel der godsvrucht, een onuitsprekeliik Ge, heim, dat den afgrond der liefde Gods bevat-

ocr page 38

HET H. MISOFFER.

waardoor God zich werkelijk mot ons vereenigt en ons op de heerlijkste wijze met zijne gaven en genaden verrijkt.quot;

De H. Kerk heeft uitdrukkelijk voorgeschreven, dat wij op alle Zon- en Feestdagen de H. Mis moeten hooren. Het is echter niet voldoende daarbij slechts lichamelijk tegenwoordig te zijn; wij moeten vooral de drie hoofddoelen: de Offering, de Consecratie en de Nuttiging, die door Christus zijn ingesteld, met opmerkzaamheid en godsvrucht hijwonen. Deze heilige Handelingen heeft de H. Kerk tot stichting der Geloovigen met eene reeks schoone gebeden en treffende Ceremoniën omgeven en zij bedient zich daarbij van de latijn-sche taal, opdat de veranderingen, waaraan lovende talen onderworpen zijn, geen afbreuk zouden doen aan den zin der woorden, waarvan zij zich bedient.

22

ocr page 39

GEBEDEN ONDER DE H. MIS,

BENEVENS KORTE ONDERRICHTINGEN OM DE H. MIS GODVRUCHTIG BIJ TE WONEN. Wanneer de klokken voor de H. Mis luiden, verbeeld u dan met groote blijdschap des harten de stem te hooren der heranten, die door den oppersten Koning worden uitgezonden om zijne komst uit te roepen. Laat dan alle aardsche zorgen varen en zeg bij u zeiven:

OTraj^rj it is liet teeken der komst des op-3 persten Konings; ik wil Hem gaan

1 VmvA opwachten en aanbidden, Hem of-feren aan onzen hemelschen Vader.

Besprenkel u met wijwater, zoodra ge de kerk zijt binnengetreden en zeg daarbij:

Besproei mij, o Heer, met uwen godde-lijkeu zegen en blnscli in mij den brand der booze begeerlijkheid, in den Naam f dos Vaders f en des Zoons f en des H. Geestes. Amen.esproei mij, o Heer, met uwen godde-lijkeu zegen en blnscli in mij den brand der booze begeerlijkheid, in den Naam f dos Vaders f en des Zoons f en des H. Geestes. Amen.

Zorg, dat ge tijdig in de kerk zijt om nog voor de H. Mis Jesns Christus in het H. Sacrament aldus te begroeten:

AAN JESUS IN HET H. SACRAMENT.

Beiniiinelijke Heer Jesns Christus, eeuwige 1 loogepriester, Wij, die gezegd hebt: „mijn vleesch is waarlijk spijs en mijn bloéd is waarlijk drankik geloof, dat Gij, de Zoon van den levenden God, in deze wereld gekomen, en hier in het H. Sacrament met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt. Ik aanbid LT in diep ontzag met de Hemel-ingen, die het Tabernakel onzichtbaar om-einiiinelijke Heer Jesns Christus, eeuwige 1 loogepriester, Wij, die gezegd hebt: „mijn vleesch is waarlijk spijs en mijn bloéd is waarlijk drankik geloof, dat Gij, de Zoon van den levenden God, in deze wereld gekomen, en hier in het H. Sacrament met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt. Ik aanbid LT in diep ontzag met de Hemel-ingen, die het Tabernakel onzichtbaar om-

ocr page 40

24 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

zwe.ven. Op U alleen heb ik al mijne hoop gesteld. Gij zijt mijn heil en mijne kracht, mijne toevlucht en sterkte; Gij zijt de bron van alle goed. Welk een liefdegloed verteerde uw goddelijk Hart, toen Gij vóór uw bitter Lijden ons de Tafel hebt bereid, die de aangenaamste en zoetste genietingen biedt. Mocht ik U, lieve Jesus, uit erkentelijkheid voor uwe onuitsprekelijke goedertierenheid, zóó beminnen, als Gij mij hebt liefgehad. Ontvlam mijne liefde', Gij, die zelf het Gastmaal en 'Voedsel der liefde zijt, opdat ik nimmer ophoude U te bemin-nén. Amen.

ASPERGES ME.

's Zondags wordt vóór de Hoogmis de zegen gegeven met nieuw gewijd wijwater. Bid daarbij in rouwmoedige stemming liotgeen de Kerk zingt:

Asperges me hys-sópo, et mundabor; lavabis me et super nivem dealbübor.

Ps. Miserére mei, Deus, secundum ma-gnam misericórdiam tnam.

Gloria Patri etc.

Bespreng mij met hysop, 1) en ik zal gezuiverd worden: wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.

God, ontferm II mijner volgens uwe groo-te barmhartigheid.

Eere zij den Vader, enz.

De gelieele psalm Miserere vindt men hierachter onder de Boetpsalmen No. 4.

1

Met hysop werd volgens de Wet de melaatsche-het beeld van den zondaar-gereinigd.

ocr page 41

aspèegès me, vldi aqüam. 25

Gedurende den paasclitijd zingt de Kerk in de plaats van „Asperges mequot; „Vidi aquamquot; etc. Ik heb water gezien, enz. Met dit water is het doopwater bedoeld. Vanouds is namelijk paascli-zaterdag vooral de dag, waarop de bekeerlingen worden gedoopt. Op deze plechtigheid zinspeelt de Kerk met haar schoon gezang, als wilde zij ons dankbaar den dag van ons H. Doopsel doen gedenken.

Vidi aquam egredi-éntem de templo a latere dextro, alleluja! et onmes, ad quos per-vénit aqua ista, salvi facti sunt, et dicent, alleluja, alleluja!

Ps. Confitémini Domino, quóuiam bonus, quóniam in ssécuium misericórdia ejus.

'f. Osténde nobis, Dómine, misericórdi-am tuam, (alleluja.)

li. Et salutare tuum da nobis, (alleluja.)

f. Dómine, exaudi oratiónem meam.

R. Et clamor meus ad Te véniat.

^r. Dóminus vobis-cuin.

R. Et cum spiritu tuo.

Ik heb water go-zien, dat uit den tempel vloeide, ter rechterzijde, alleluja, en allen, tot wie dat water kwam, zijn behouden geworden en zij zullen zeggen: alleluja, alleluja!

Looft den Heer, want Hij is goed, in eeuwigheid toch duurt zijne barmhartigheid.

'f. Toon ons. Heer, uwe barmhartigheid, (alleluja.)

R. En geef ons uw heil, (alleluja.)

f. Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot II.

y. De Heer zij met U.

R. En met uwen geest.


ocr page 42

GEBEDEN ONDEE DE H. MIS.

Laat ons bidden. Verhoor ons, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, en gewaardig U uwen H. Engel van den hemel te zenden, om allen, die in deze plaats vergaderd zijn, te bewaren, te begunstigen, te bezoeken en te verdedigen. Door Christus onzen Heer. Amen.

Zoodra alles voor het H. Offer gereed is en de Priester aan liet Altaar verschijnt, maak dan de meening voor wie of voor welk doel gij de H. Mis wilt bijwonen. Bid daarna het volgende;

GEBED VAN VOORBEREIDING.

Allergoedertierenste Vader der barmhartigheden en God van alle vertroosting, die uwen eenigen Zoon voor onze zaligheid aan het Kruis hebt geslachtofferd en gewild, dat deze U alleraangenaamste Offerande telken dage tot het einde der tijden in uwe Kerk zou worden vernieuwd, om ons do vruchten daarvan mede te deelen; wij bidden U, verleen ons de genade om bij dit wonderbaar Geheim uwer goedertierenheid zóó aandachtig en eerbiedig te-genwoordig te zijn, dat wij en allen, voor wie deze H. Mis wordt opgedragen, aan de zalige vruchten daarvan overvloedig deelachtig worden. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.llergoedertierenste Vader der barmhartigheden en God van alle vertroosting, die uwen eenigen Zoon voor onze zaligheid aan het Kruis hebt geslachtofferd en gewild, dat deze U alleraangenaamste Offerande telken dage tot het einde der tijden in uwe Kerk zou worden vernieuwd, om ons do vruchten daarvan mede te deelen; wij bidden U, verleen ons de genade om bij dit wonderbaar Geheim uwer goedertierenheid zóó aandachtig en eerbiedig te-genwoordig te zijn, dat wij en allen, voor wie deze H. Mis wordt opgedragen, aan de zalige vruchten daarvan overvloedig deelachtig worden. Door Jesus Christus onzen Heer. Amen.

CONFITEOR.

Ziet ge dan, dat de Priester aan den voet des Altaars de H. Mis begint en bij het Confiteor diep gebogen voor God zijne schuld bekent, herinner

26

ocr page 43

CONFITEOR.

27

n dan met groote droefheid des liarten de zonden, waarmede gij den goeden God vertoornd hebt, en bid met den Priester:

Confiteor Deo omni-poténti, beatse Ma-rite semper Virgini, beato Micbaéli Arcb-angelo, beato Joanni Baptistre, Sanctis A-póstolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis, et tibi pater: quia peccavi nimis cogita-tióne, verbo, et ópere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor bea-tam Mariam semper Virginem, beatum Mi-chaelem Arcliange-lum, beatum Joannem Baptistam. Sanctos Apóstolos Petrum et Paulum, omnes Sanctos, et te, pater, or,'ire pro me ad Dóminum Deum nostrum.onfiteor Deo omni-poténti, beatse Ma-rite semper Virgini, beato Micbaéli Arcb-angelo, beato Joanni Baptistre, Sanctis A-póstolis Petro et Paulo, omnibus Sanctis, et tibi pater: quia peccavi nimis cogita-tióne, verbo, et ópere, mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor bea-tam Mariam semper Virginem, beatum Mi-chaelem Arcliange-lum, beatum Joannem Baptistam. Sanctos Apóstolos Petrum et Paulum, omnes Sanctos, et te, pater, or,'ire pro me ad Dóminum Deum nostrum.

Misereatur nostri o-mnipotons Deus, et dimissis peccatis nostris perdücat nosisereatur nostri o-mnipotons Deus, et dimissis peccatis nostris perdücat nos

Ik belijd den almacli-tigeii God, de 11. Maria, altijd Maagd, denH. Aartsengel Mi-cliaël, den H..Joannes den Dooper, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus. allen Heiligen en U, vader, dat ik gezondigd bob met gedachte, woord en werk;k belijd den almacli-tigeii God, de 11. Maria, altijd Maagd, denH. Aartsengel Mi-cliaël, den H..Joannes den Dooper, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus. allen Heiligen en U, vader, dat ik gezondigd bob met gedachte, woord en werk; (Sla driemaal o/) uwe horst) door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne grootste schuld. Daarom bid ik de H. Maria, altijd Maagdj den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper, de H. H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u. vader, voor mij tot den Heer, onzen God, te bidden.

De almogende God ontferme zich onzer en leide ons, na ons vergiftenis vane almogende God ontferme zich onzer en leide ons, na ons vergiftenis van


ocr page 44

28

GEBEDEN ONDEB DE H. MIS.

ad vitam setérnam.1 zonden te hebben ge-Amen. schonken, ten eeuwige

lieven. Amen.

Indulgéntiam, abso-lutiónem, et remis-siónem peccatónim nostrórnm, tribuat nobis omnipotens et mi-séricors Dnus. Amen.ndulgéntiam, abso-lutiónem, et remis-siónem peccatónim nostrórnm, tribuat nobis omnipotens et mi-séricors Dnus. Amen.

f. Deus, tu convér-sus, viviticdbis nos.

1^. Et plebs tua Ise-tabitur in te.

■y. Osténde nobis, Do mine, misericórdi-am tuam.

R. Et salutare tuum da nobis.

f. Dómine, exaudi oratiónem meam.

1^. Et clamor meus ad te véniat.

De almogende en barmhartige Heer verleene ons kwijtschelding van straf, ontbinding en vergiffenis onzer zonden. Amen.e almogende en barmhartige Heer verleene ons kwijtschelding van straf, ontbinding en vergiffenis onzer zonden. Amen.

T- God, zoo Gij U tot ons gekeerd hebt, zult Gij ons levend maken.

R. En uw volk zal zich in ü verblijden.

f. Toon ons. Heer, uwe barmhartigheid.

R. En geef ons uw heil.

Heer, verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot U.


Laat ons bidden. Neem van ons weg, o Heer, al onze ongerechtigheden, opdat wij met zuivere harten het Heilige der Heiligen mogen ingaan. Dit smeeken wij TJ door Jesus Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 45

GLORIA IN EXCELSIS DEO.

29

Kyrie eléison. (ter.) Christe eléison. Kyrie eléison.

G

pax hominibus lionre voluntatis. Lauda-mus te, benedicimus te, adoramus te, glo-ritiuamus te. Gratias aginius tibi propter magnani glóriam tu-ani. Dómine Deus, Eex cceléstis, Heus, Pater omnipotens, Dó-mine Fili unigénite, Jesu Christe.

Dómine Deus, A-gnus Dei, Filius Pa-tris. Qui tollis pec-cata mimdi, miserére

Eere zij God in den hooge en op aarde vrede den menschen, die van goeden wil zijn. Wij lovenTJ, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijkenere zij God in den hooge en op aarde vrede den menschen, die van goeden wil zijn. Wij lovenTJ, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken ü. Wij danken U om uwe groote. glorie, Heere God, heinelsche Koning, God, almachtige Vader, Heer, eengeboren Zoon, Jesus Christus.

Heere God, Lam Gods, Zoon des Vaders. Die wegneemt de zouden der wereld.

KYRIE ELEISON.

Zeg in deze rouwmoedige stemming met den Priester zeer langzaam en aandachtig:

Heer, ontferm U onzer. (Drieninal.)

Christus, ontferm U

ouzer. {Driemaal.') Heer, ontferm U onzer. (Driemaal.)

GLORIA IN EXCELSIS DEO.

Kef thans, in de zoete hoop bij God genade te hebben gevonden, der Engelen blijden lofzang aan: Gloria in excelsis Deo. Dank G od den Vader in den hemel, dat Hij zijn eenigen Zoon om onze zaligheid in den maagdelijken schoot der reine Maagd Maria heeft gezonden.

% lória in excélsis Deo. Et in ten-a


ocr page 46

GEBEDEN ONDER DE II. MIS.

30

nobis. Qui tollis pec-tóita muudi, süscipe deprecatiónem no-stram. Qui sedes ad déxteram Patris, miserére uobis.

Quóniam tu solus sanctus. Tu solus ]Jó-minus, Tu solus altis-simus. Jesu Clmste, cuin Saucto Spiritu, in g-lória Dei Patris. Ameu.

ontferm U onzer; die wegneemt de zouden der wereld, ontvang onze nederige smeeking; die zit aan de, reclitorliand des Vaders, ontferm U onzer.

Want Gii alleen zijt heilig; Gij alleen dé Heer; Gij alleen de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Ameu.


COLLECTEN.

Vereen iff u nu mot den Priester tot het gemoen-schappelijk gebod, Collecte golioeton, waarin de Priester alle nooden en aan gel ogen lieden, alle wonsclien en verlangens der Kerk en van geheel het volk als in écno bede samenvat en voor den troon des Allerhoogsten neerlegt. Zoo ge niets bijzonders van God te vragen hebt, kunt ge aldus bidden :

Zie, liemelsche Vader, van uit uw heiligdom genadig ueder op de hier vergaderde geloovigen. Luister goedgunstig naar het gebod dos Priesters, die in den naam -van onzen Heer Jesus Christus uwe goddelijke Majesteit voor ons in al onze nooden ootmoedig om hulp en troost vraagt. Wend uwen vaderlijken blik niet van ous af, maar geef ons de genade, dat wij, van alle rampen bevrijd, naar uw welbehagen mogen leven en 'eens zalig sterven om voor eeu-ie, liemelsche Vader, van uit uw heiligdom genadig ueder op de hier vergaderde geloovigen. Luister goedgunstig naar het gebod dos Priesters, die in den naam -van onzen Heer Jesus Christus uwe goddelijke Majesteit voor ons in al onze nooden ootmoedig om hulp en troost vraagt. Wend uwen vaderlijken blik niet van ous af, maar geef ons de genade, dat wij, van alle rampen bevrijd, naar uw welbehagen mogen leven en 'eens zalig sterven om voor eeu-

ocr page 47

EVANC: HUE.

wig- liet rijk uwer glorie te kunnen binnengaan. Door Christus onzen Heer. Amen.

EPISTEL.

Nu leest de Priester het Epistel, ontlceiul aan de Profeten of aan de gescliriften der Apostelen. Luister .aandachtig, als hoordet gij de Godsgezanten zelf spreken. Indien gij echter den Priester niet volgen kunt, zal het volgende gebed u welkom wezen.

Heilige Drievuldigheid, U zij lof eer en dank in alle eeuwigheid, wijl Gij door uwe Gezanten, door Jesus Christus eii zijne H. Apostelen ons en de gansehe wereld met hot licht des geloofs hebt verlicht en den weg' der zaligheid getoond. Geef ons de genade, dat licht nimmer te verliezen en niet af te wijken van den weg uwer H. Geboden, maar in deugden toe te nemen en U na dit leven in het eeuwig leven te mogen aanschouwen. Amen.eilige Drievuldigheid, U zij lof eer en dank in alle eeuwigheid, wijl Gij door uwe Gezanten, door Jesus Christus eii zijne H. Apostelen ons en de gansehe wereld met hot licht des geloofs hebt verlicht en den weg' der zaligheid getoond. Geef ons de genade, dat licht nimmer te verliezen en niet af te wijken van den weg uwer H. Geboden, maar in deugden toe te nemen en U na dit leven in het eeuwig leven te mogen aanschouwen. Amen.

EVANGELIE.

Wanneer gij bemerkt, dat het misboek is omgedragen en de Priester het Evangelie begint de lezen, sta dan eerbiedig op om de blijde Boodschap des Heils te hooren. Toeken daarbü' uw voorhoofd, uwen mond en uwe borst met het teeken des H. Xruises om door de kracht van Jesus' Lijden do genade te erlangen U voor het geloof nimmer te schamen, het steeds met den mond te belijden en tot den dood in uw hart te bewaren. Uit erkentelijkheid voor de kostbare gave des geloofs moogt ge dan wel zeggen:

Wij danken U, lieve Jesus, duizendmaal, dat Gij ons den aanbiddelijken Wil van uwen hemelschen Vader hebt' willen openbaren en ons tot troost, vreugde en zalig-ij danken U, lieve Jesus, duizendmaal, dat Gij ons den aanbiddelijken Wil van uwen hemelschen Vader hebt' willen openbaren en ons tot troost, vreugde en zalig-

31

ocr page 48

32 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

heid hebt deelachtig gemaakt aan het licht, dat Gij iu de duisternis hebt ontstoken. Laat ons, groote Afgezant des Vaders, Gij, die voor ons de weg, de waarheid en het leven zijt, in het licht der waarheid uwe voetstappen drukken en eenmaal het eeuwig leven beërven. Amen.

CREDO.

Nu kunt ge niets nuttigers doen, dan, terwijl de Priester de geloofsbelijdenis bidt, met hem uw geloof voor God te belijden. Gij kunt dit doen door eene oefening van geloof te verwekken of door aandachtig en langzaam de twaalf Artikelen des Geloofs te bidden; ook kunt ge u met den Priester van deze geloofsbelijdenis bedienen.

Credo in unum De-um, Putrem om-nipoténtem, factórem coeli et terne, visi-bilium omnium et in-visibilium. Et in u-num Dóminum, Jesum Christum, Füium Dei unigénitum. Et ex Patre natum ante ó-mniaredo in unum De-um, Putrem om-nipoténtem, factórem coeli et terne, visi-bilium omnium et in-visibilium. Et in u-num Dóminum, Jesum Christum, Füium Dei unigénitum. Et ex Patre natum ante ó-mnia SEécula. Deum de Deo, lumen de lu-mine, Den ra verum de Deo vero. Génitum uon factum, consub-stantialem Patri: per quem omnia facta sunt.

Ik geloof in éénen God, den almachti-gen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer, Jesus Christus, den eengeboren Zoon Gods; en voor alle eeuwigheid uit den Vader geboren; God van God, licht van licht, waarachtig God van waar-achtigen God; geboren niet gemaakt; één van wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is.k geloof in éénen God, den almachti-gen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in éénen Heer, Jesus Christus, den eengeboren Zoon Gods; en voor alle eeuwigheid uit den Vader geboren; God van God, licht van licht, waarachtig God van waar-achtigen God; geboren niet gemaakt; één van wezen met den Vader, door wien alles gemaakt is.


ocr page 49

CREDO,

33

Qui propter nos homines et propter no-stram salutem des-céndit de coelis. Et incavnatus est de Spi-ritu sancto ex Maria Virgine: Et homo fa-ctus est. Crucifixus étiain pro nobis sub Póntio Pilato, passus, et sepiiltus est.

Et resurréxit tértia die, secundiim Scri-ptüras. Et ascéndit in coelum: sedet ad déxteram Patris. Et iterum ventürus est cum gloria judicare vivos et mórtuos: cu-jus regni non erit tinis.

Et in Spiritum sanctum , Dóminum et viviiicantem: qni ex Patre Filióque pro-cédit. Qui cum Patre et Filio simul adora-tur et couglorifica-tur: qui lociitus est per Prophétas.

Die om ons men-sclien en om onze zaligheid van deuhemel is nedergedaald,en het vleesch heeft aangenomen door den H. Geest uit de Maagd Maria en mensch is geworden; Hij is ook voor ons gekruist ouder Pontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven.

Ook is Hij ten derden dage volgens de Schriften verrezen; Hij is opgeklommen ten hemel; zit ter rechterhand des Vaders, en zal met heerlijkheid wederkomen, om levenden en doo-den te oordeelen: zijn rijk zal geen einde hebben.

(llcgeloof) ook in den H. Geest, den Heer, die levend maakt, die uit den Vader en den Zoon voortkomt: die met den Vader en den Zoon samen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die 3


ocr page 50

GEBEDEN OKDBR DE H. MIS.

34

Et unam, sanctam, cathólicam et apostó-licam Ecclésiam. Confiteor nnnm baptisma iu remissiónem pec-catórum. Et exspécto resurrectióuem mor-tuómm. Et vitam ventün sfêculi. Amen.

door de Profeten heeft gesproken.

Ook (geloof ilc) in de ééne, heilige, katholieke en aposto-lieke Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis der zonden; en ik verwacht de verrijzenis der doo-den en het toekomstig eeuwig leven. Amen.


DE OFFERANDE.

Nu begint het eerste voorname deel der H. Mis: de Offering van brood en wijn. Deze offergaven worden hier toebereid om bij de Consecratie veranderd te worden in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus. Herinner u de groote liefde, die Gods Zoon ons zondaren betoonde, toen Hij zich op het Kruis als Zoenoffer voor onze zonden zijnen hemelschen Vader aanbood. Offer u zeiven en alles, wat gij hebt, uit dankbaarheid voor zooveel goedheid aan God op en maak het voornemen Hem voortaan trouw te dienen en vurig te beminnen.

Neem genadig aan, o Heer, het onbevlekt Offer, dat wij, onwaardige dienaren, U in vereeniging niet den Priester gaan opdragen ter herinnering aan Jesns' bitter Lijden en Sterven, ter gedachtenis aan zijne heerlijke Verrijzenis en wonderbare Hemelvaart. Wij bieden het Uwe Majesteit aan ter eere der allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria, ter eere der H. Apostelen Petrus en Paulus en van al uwe Heiligen,eem genadig aan, o Heer, het onbevlekt Offer, dat wij, onwaardige dienaren, U in vereeniging niet den Priester gaan opdragen ter herinnering aan Jesns' bitter Lijden en Sterven, ter gedachtenis aan zijne heerlijke Verrijzenis en wonderbare Hemelvaart. Wij bieden het Uwe Majesteit aan ter eere der allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria, ter eere der H. Apostelen Petrus en Paulus en van al uwe Heiligen,

ocr page 51

EREPATIE.

alsmede tot lafenis der Geloovige Zielen. En in vereeniging met dit Offer, dat Uw lieve Zoon, onze Heer Jesns Christus, stervende aan het Kruis voor het heil der wereld heeft opgedragen en hier op geheimzinnige, onbloedige wijze onder de gedaanten van brood en wijn vernieuwen zal, schenk ik mij zeiven geheel aan ü. Ontvang mijn geheugen, mijn verstand, geheel mijne vrijheid, alles, wat ik bezit. Beschik over mij, leid en bestier mij volgens uw goddelijk'welbehagen: laat mij in uwe liefde leven, dan ben ik rijk genoeg en verlang ik niets meer.

ORATE FRATRES.

Wanneer de Priester zich tot 11 keert en met de woorden: „Orate Fratresquot; (Bidt Broeders' u nit-noodigt om met hem God te smeeken het Offer genadig te willen aannemen, bid dan met alle vurigheid:

De Heer zende u hulp uit de heilige plaats en bescherme u uit Sion, opdat uwe Offerande aan zijne Majesteit aangenaam en welgevallig zij. Moge Hij het Offer uit uwe handen aannemen tot verheffing, tot eer en glorie van zijn H. Naam, tot zaligheid onzer zielen en tot troost, heil en vrede van geheel zijne H. Kerk. Amen.e Heer zende u hulp uit de heilige plaats en bescherme u uit Sion, opdat uwe Offerande aan zijne Majesteit aangenaam en welgevallig zij. Moge Hij het Offer uit uwe handen aannemen tot verheffing, tot eer en glorie van zijn H. Naam, tot zaligheid onzer zielen en tot troost, heil en vrede van geheel zijne H. Kerk. Amen.

PREFATIE.

Zoodra de Priester u met de woorden: „Sursum cordaquot; toeroept hart en geest tot God te verheffen, sta dan eerbiedig op, ten teeken, dat gij allo aardsche gedachten en zorgen laat varen, om uwen geest met heilige, hemelsche zaken bezig te houden. Zing dan in uw hart met den Priester het schoone lied der Kerk, de Prefatie eu

35

3*

ocr page 52

36 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

het driewerf „HeilUf*, da mei elkander onophoude is waarlijk billijke plic zegden voor het onbeg Verlossing.

y. Sursum corda.

1$. Haliémus ad Dó-minum.

y. Gratias again us Domino Deo nostro.

1^.. Dignxim et ju-stum est.

Vere diguum et ju-stum est, Eequum et salutave, nos tibi semper, etubiquegra-tias agere: Dómine sancte, Pater omiii-potens, setérne Deus. Quia per mcaniati Verbi mystérium, nova mentis nostra; ócu-lis lux tuae claritatis infülsit: ut dum visi-biliter Deum cognó-scimus j per liunc in invisibilium amórem rapiamur.ere diguum et ju-stum est, Eequum et salutave, nos tibi semper, etubiquegra-tias agere: Dómine sancte, Pater omiii-potens, setérne Deus. Quia per mcaniati Verbi mystérium, nova mentis nostra; ócu-lis lux tuae claritatis infülsit: ut dum visi-biliter Deum cognó-scimus j per liunc in invisibilium amórem rapiamur.

t de Engelen in den he-lijk toeroepen; want het ht, dat wij Gode dank-rijpelijk liefdewerk der

Verlieft uwe

harten.

1^. Wij liebben ze tot deu' Heer verheven.

y. Laten wij den Heer, onzen God, dankzeggen.

Het is passend en plichtmatig.

Het is waarlijk passend en plichtmatig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen, heilige Heer, almachtigeVader,eeu-wige God; omdat door het Geheim van het Vleesch geworden Woord een nieuw licht uwer heerlijkheid voorde oogen on-zes geestes is opgegaan; opdat wij. God zichtbaar aanschouwende, door Hem tot liefde voor de onzich-bare goederen zou-et is waarlijk passend en plichtmatig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen, heilige Heer, almachtigeVader,eeu-wige God; omdat door het Geheim van het Vleesch geworden Woord een nieuw licht uwer heerlijkheid voorde oogen on-zes geestes is opgegaan; opdat wij. God zichtbaar aanschouwende, door Hem tot liefde voor de onzich-bare goederen zou-


ocr page 53

VOOR DE CONSECBATIE.

37

Et idee cumAngelis et Archangelis, cura Thronis et JJominati-ónibus, cumque omui militia coeléstis exér-citus, hymnum glórite tute canimus, sine fine dicéntes.

Sauctus, sanctus, sanctus DóminnSj Deus Silbaotli; Pleni sunt coeli et terra gloria tua; Hosanna in excélsis!auctus, sanctus, sanctus DóminnSj Deus Silbaotli; Pleni sunt coeli et terra gloria tua; Hosanna in excélsis!

Benedictus qui ve-nit in nomine Dómini. — Hosanna in excélsis!

den worden opgevoerd.

En daarom zingen wij met de Engelen en Aartsengelen, met de Tronen en Heerschappijen en met ge-: keel de schaar van het hemelsch heir het lied uwer glorie, zonder einde zeggende:

Heiüg, heilig, heilig is de Heer, God der Heerscharen; Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie; Hosanna in den Hooge!eiüg, heilig, heilig is de Heer, God der Heerscharen; Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie; Hosanna in den Hooge!

Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren; Hosanna in den Hooge!


VOOR DE CONSECRATIE.

Hier begint de Canon, eene reeks gebeden en Ceremoniën, die, met slechts geringe wijzigingen voor de hoogste Feesten, in alle Missen dezelfde zijn en gedeeltelijk beschouwd kunnen worden als de naaste voorbereiding tot het tweede en voornaamste deel der H. Mis, nl. de Consecratie. Onder de Consecratie daalt Jesus Christus, de Koning der glorie, met rijke gunsten en gaven op het altaar neder. Neem derhalve de eerbie-digste houding aan, en bedien U in navolging der Kerk van het volgende gebed:

ij bidden U, allergoedertierenste Vader, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen

W

ocr page 54

»

38 GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Heer, dat Gij genadig wilt zegenen en aannemen deze giften en gaven, deze smette-looze Offerande. Zie op het Lijden en de verdiensten van uwen Zoon, in Wien Gij uw welbehagen hebt, eu geef aan zijne Kerk over geheel de wereld rust en vrede. Be- »

waar, bestier en bescherm het Opperhoofd der Kerk, Christus' Plaatsbekleeder, onzen heiligen Vader den Paus N. en onzen Hoog-waardigen Bisschop. Wil de geestelijkheid in uwen heiligen dienst helpen eu beschermen, de wereldlijke overheid aan uwe hand leiden, de bedroefden troosten, de zieken genezen, de ongeloovigen en afgedwaalden den weg der waarheid doen bewandeleu, de rechtvaardigen in uwe liefde bevestigen, de zondaren tot U bekeeren en aan allen vergiffenis schenken, die ons beleedigd hebben of door ons tot zonde zijn gebracht.

Zegen mijne goede ouders, broeders en zusters, overheden en weldoeners, vrienden en vijanden; zegen alle aanwezigen, allen, die uwen H. Naam vereeren, geheel de Christenheid en vooral degenen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Tot dat einde offer ik U, eeuwige Vader, al het i Lijden op, dat uw lieve Zoon van af zijne armoedige Geboorte tot aan zijn sm artelijken Kruisdood voor ons heeft willen ondergaan, en de verdiensten van al uwe lieve Heiligen, vooral van hen, wier gedachtenis wij heden vieren. Zie op dezen rijken schat van hemelsche verdiensten en geef ons, dat wij in uwe heilige liefde mogen

ocr page 55

KA DE CONSBCBATIB.

volharden ten einde toe om na dit leven met U eeuwig te leven. Amen.

DE CONSECRATIE.

Nu wordt het grootste wonder van liefde vernieuwd. Gods eenige Zoon, Jesus Christus, stelt zich andermaal als Middelaar tusschen den zondigen mensch en den hemelschen Vader om Dezen het Offer van zijn leven voor de zonden der wereld aan te bieden en voor ons genade en barmhartigheid te verwerven. Jesus komt met rijke gaven op het altaar en met de vurige begeerte zich uit liefde geheel aan u te geven. Maak Hem in vrome aanbidding uwe opwachting.

BIJ DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.

Wees gegroet, waarachtig Lichaam van mijnen Heer Jesus Christus, dut uit de Maagd Maria werd geboren en voor het heil der wereld op het Kruis waarlijk geslachtofferd: uit wiens doorstoken Zijde water en bloed vloeide. 0 goedertieren, o milde, o zoete Jesus, Zoon van Maria, geef ons in het stervensuur een voorsmaak van de eeuwige vreugde des hemels. Amen.ees gegroet, waarachtig Lichaam van mijnen Heer Jesus Christus, dut uit de Maagd Maria werd geboren en voor het heil der wereld op het Kruis waarlijk geslachtofferd: uit wiens doorstoken Zijde water en bloed vloeide. 0 goedertieren, o milde, o zoete Jesus, Zoon van Maria, geef ons in het stervensuur een voorsmaak van de eeuwige vreugde des hemels. Amen.

BIJ DE OPHEFFING VAN HET H. BLOED.

Wees gegroet, kostbaar Bloed van mijn Zaligmaker Jesus Christus, dat voor mij aan het Kruis werd vergoten. Ik aanbid U met diepen ootmoed en niet een levendig geloof. O Jesus, wees mij genadig; o Jesus, wees mij barmhartig; o Jesus, vergeef mij mijne zonden. Amen.ees gegroet, kostbaar Bloed van mijn Zaligmaker Jesus Christus, dat voor mij aan het Kruis werd vergoten. Ik aanbid U met diepen ootmoed en niet een levendig geloof. O Jesus, wees mij genadig; o Jesus, wees mij barmhartig; o Jesus, vergeef mij mijne zonden. Amen.

NA DE CONSECRATIE.

Verbeeld u nu te staan op den berg van Calva-rië, waar Christus, gemarteld en doorwond, vooy

39

ocr page 56

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

onze zaligheid den verschrikkelijken kruisdood is gestorven. Hond u eenige oogenblikken bezig met de overweging van hetgeen Hij voor ons geleden heeft: bezie zijne handen en zijne voeten, zijne zijde, ja geheel zijn misvormd lichaam en bid daarbij vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet met zooveel eerbied en godsvrucht, alsof gij bij ieder Onze Vader een der H. Wonden kustet. Daarna kunt ge uwen goddelijken Middelaar aldus toespreken:

Heere Jesus, ik aanbid ü hangende aan het Kruis, met doornen gekroond. Ik bid IJ, dat uw Kruis mij moge verlossen van den Verderfengel. Amen.eere Jesus, ik aanbid ü hangende aan het Kruis, met doornen gekroond. Ik bid IJ, dat uw Kruis mij moge verlossen van den Verderfengel. Amen.

Heere Jesus, ik aanbid ü aan het Kruis, doorwond, met gal en azijn gelaafd. Ik bid U, dat uwe H. Wonden het geneesmiddel mijner ziel mogen zijn. Amen.

Heere Jesus, ik aanbid U in het graf gelegd, met myrrhe en edele zalf gebalsemd. Ik bid U, dat uw Dood mijn leven moge zijn. Amen.

Heere Jesus, ik aanbid ü nedergedaald ter helle, om de Gevangenen te verlossen. Ik bid U, bewaar mij voor de hel. Amen.

Heere Jesus, ik aanbid U, verrezen van de dooden, opgeklommen ten hemel, zittende aan de rechterhand uws Vaders. Ik bid U, ontferm U mijner. Amen.

Heere Jesus, goede Herder, bewaar de rechtvaardigen, maak de zondaren tot gerechten, ontferm U over de Geloovige Zielen en wees mij armen zondaar genadig. Amen.

Heere Jfsus, ik bid U bij de groote bitterheid van het Lijden, dat Gij aan het

40

ocr page 57

PAÏEK NOSTER.

Kruis hebt verduurd, vooral toen uwe allerheiligste Ziel uit uw gezegend Lichaam scheidde, ontferm U over mijne arme ziel, als zij uit het zondig lichaam zal heengaan. Amen.

GEBED.

Goedertieren, hemelsche Vader, wil neder-zien van uwen hoogen hemeltroon op deze allerwaardigste Offerande, op uwen uitverkoren Zoon, onzen Heer Jesus Christus, die zich voor onze zonden aan het Kruis heeft geslachtofferd. Gedenk de onuitsprekelijke liefde, waarmede Hij zijne Ziel in deii dood heeft gegeven, opdat wij het leven zouden hebben. Gedenk, hoe hij leed, toen zijn Bloed voor ons aan het Kruis vloeide. Hemelsche Vader, ik offer U de aanbiddelijke teekenen van zijn Lijden op: aanzie zijn Kruis, zijne Wonden, de Nagelen, de. Kolom, de Geeselen, de Doornenkroon, de dertig Zilverlingen, zijn bloedig Zweet, zijn purperen Kleed. Ik bid én smeek Ü, barmhartige God, bij de kracht van al zijn Lijden voor de zielen der vrome afgestorvenen in het vagevuur, maar voornamelijk voor N. N. en voor allen, die mij dierbaar zijn, opdat zij U in den schoouen hemel van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen. Amen.oedertieren, hemelsche Vader, wil neder-zien van uwen hoogen hemeltroon op deze allerwaardigste Offerande, op uwen uitverkoren Zoon, onzen Heer Jesus Christus, die zich voor onze zonden aan het Kruis heeft geslachtofferd. Gedenk de onuitsprekelijke liefde, waarmede Hij zijne Ziel in deii dood heeft gegeven, opdat wij het leven zouden hebben. Gedenk, hoe hij leed, toen zijn Bloed voor ons aan het Kruis vloeide. Hemelsche Vader, ik offer U de aanbiddelijke teekenen van zijn Lijden op: aanzie zijn Kruis, zijne Wonden, de Nagelen, de. Kolom, de Geeselen, de Doornenkroon, de dertig Zilverlingen, zijn bloedig Zweet, zijn purperen Kleed. Ik bid én smeek Ü, barmhartige God, bij de kracht van al zijn Lijden voor de zielen der vrome afgestorvenen in het vagevuur, maar voornamelijk voor N. N. en voor allen, die mij dierbaar zijn, opdat zij U in den schoouen hemel van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen. Amen.

PATER NOSTER.

Terwijl de Priester het Pater Noster bidt, kunt p:e niets nuttigers doen, dan langzaam en aandachtig hetzelfde gebed te bidden: Onze Vader. Zeg daarna met den Priester:

41

ocr page 58

GEBEDEN ONDEE DE H. MIS.

Libera nos, qiuesu-mus, Dómine, ab omnibus malis prse-téritis, prseséntibus et futiiris: et interce-dénte beata et glori-ósa semjper virgiue Dei Genitrice Maria,ibera nos, qiuesu-mus, Dómine, ab omnibus malis prse-téritis, prseséntibus et futiiris: et interce-dénte beata et glori-ósa semjper virgiue Dei Genitrice Maria,

cum beatis Apóstolis tuis Petro et Paulo,

atqueA udréa, et omnibus Sanctis, da pro-pitius pacem in diébus nostris: ut ope misericórdise tuce ad-jüti, et a peccato si-mus semper liberi, et ab omni perturbati-óne seciiri. Per eüm-dum Dóminum nostrum Jesum Christum Filiutn tuum.

Qui tecum vivit et reg-nat in imitate Spiritus sancti Deus.

Per omnia ssécula ssecnlórum. Amen.

Wanneer de Priester n den vrede wenscht met de woorden: Pax Domini ,.De vrede des Heeren zij altijd met u,quot; vraa^ \i dan af, of gij misschien met iemand in geschil leeft. Zoo ge dit mocht bevinden, maak dan liet vaste voornemen n nog den-gelfden dag met uwep evenjnenscji te verzoenen j

42

Wii bidden U, oii bidden U, o

Heer, verlos ons van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad, en geef op de voorbede der zalige en altijd roemrijke Maagd, de Moeder Gods Maria, in vereeniging met uwe H. H. Apostelen Petrus en Paulus, Andreas en alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij, door de kracht uwer ontferming geholpen, ten allen tijde van zonde vrij mogen zijn en voor allen hartstocht beveiligd. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 59

GEESTELIJKE COMMUNIE. 43

Agnus Dei, qui tol-lis peccata mnndi, miserére nobis.

Agnus Dei, qui tol-lis peccata rnundi, dona nobis pacem.

want dan alleen kan de ware vrede, de vrede des Heeren, die alle zoetigheid te boven gaat, in uw liart dalen; dan alleen kunt ge met vertrouwen om ontferming en vrede bidden:

Agnus Dei, qui tol-lis peccata umndi,gnus Dei, qui tol-lis peccata umndi,

miserére nobis.

am Gods, dat weg-_ neemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, geef ons den vrede!

L


GEESTELIJKE COMMUME.

Hier begint de onmiddelijke voorbereiding tot het derde en laatste voorname deel der H. Mis: de Communie. Zoo ge de H. Communie niet kunt ontvangen, bereid u dan voor om althans op geestelijke wijze het Lichaam en Bloed des Heeren te nuttigen. Wek in uw hart op gevoelens van levendig geloof, van waarachtig berouw over uwe zonden en spreek in volgende bewoordingen uw verlangen uit naar Jesus' komst in uw hart.

Beminuelijkeen aanbiddelijke Jesus, betrouwende op uwe liefde en groote barmhartigheid, kom ik arme, zondige menscli tot U, de Bron van alle genade en troost, met de vurige begeerte Ü in mijn hart te ontvangen. Ik ben wel niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, omdat ik zooveel verzuimd en gezondigd heb; maar Gij weet, lieve Jesus, hoezeer de zonden nuj leedeminuelijkeen aanbiddelijke Jesus, betrouwende op uwe liefde en groote barmhartigheid, kom ik arme, zondige menscli tot U, de Bron van alle genade en troost, met de vurige begeerte Ü in mijn hart te ontvangen. Ik ben wel niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, omdat ik zooveel verzuimd en gezondigd heb; maar Gij weet, lieve Jesus, hoezeer de zonden nuj leed

ocr page 60

GEBEDEN ONDER DE H. MTS.

zijn, en uw medelijden met de zondaars is grenzenloos, waut Gij hebt Uw dierbaar Bloed voor hen vergoten. Gij wilt, dat ik U ontvange, Gij noodigt mij uit, goedertieren Heer. O kom dan in mijn hart, verlos mijne ziel van de zonde en van den eeuwigen dood, verblijd haar, geef haar de Spijs der eeuwige zaligheid. Kom, Heere Jesus, met uwe hemelsche gaven in mijne ziel en maak mij deelachtig aan de vruchten dezer allerheiligste Offerande. Spijzig en laaf mij, bezit en bestier mij geheel en ten allen tijde naar uw goddelijk welbehagen. Het is mijn vurige wensch, lieve Heer, door dit H. Sacrament met U op het innigst vereenigd, nimmermeer van U gescheiden te worden en U, uwen hemelschen Vader en den H. Geest, één God, eens in alle eeuwigheid met alle Engelen en Heiligen te niogen loven en danken. Amen.

COLLECTEN.

Dank den goeden God voor de genade deze H. Mis te hebben mogen bijwonen en maak het ernstig besluit, dezen dag en alle dagen uws levens volgens zijnen aanbiddelijken Wil door te brengen en liever den dood te sterven, dan eene doodzonde te bedrijven.

Heere Jesns, ik dank ü, dat Gij mij aat de vruchten van dit uw allerheiligst Offer hebt deelachtig gemaakt. Houd de gedachtenis aan uw Lijden en Sterven in mij levendig, opdat ik door de kracht en werking van dit H. Geheim de zonde vluchten, in geloof, hoop en liefde volhar-eere Jesns, ik dank ü, dat Gij mij aat de vruchten van dit uw allerheiligst Offer hebt deelachtig gemaakt. Houd de gedachtenis aan uw Lijden en Sterven in mij levendig, opdat ik door de kracht en werking van dit H. Geheim de zonde vluchten, in geloof, hoop en liefde volhar-

44

ocr page 61

evangelie volgens den h. joannes. 45

den en eenmaal uit uwen mond hooren moge: „kom, gezegende mijns Vaders, neem bezit van liet Rijk, dat van de grondlegging der wereld voor u bereid is.quot; Amen.

BENEDICTIE.

En wanneer de Priester ter vervulling van dezen uwen wensch des Heeren zegen over u afsmeekt, teeken u dan eerbiedig met het teeken des Kruises: zeggende:

Zegene en beware ons de almachtige en barmhartige God: f de Vader, f de Zoon en f de H. Geest. Amen.egene en beware ons de almachtige en barmhartige God: f de Vader, f de Zoon en f de H. Geest. Amen.

EVANGELIE VOLGENS DEN H. JOANNES.

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen en het licht scheen in de duisternissen, eu de duisternissen begrepen het niet. Er was een mensch door God gezonden, wiens naam Joannes was. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door Hem zouden gelooven. Hij was zelf het licht niet, maar kwam om getuigenis te geven van het licht. Het was het ware licht, dat iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is doorn den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen en het licht scheen in de duisternissen, eu de duisternissen begrepen het niet. Er was een mensch door God gezonden, wiens naam Joannes was. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door Hem zouden gelooven. Hij was zelf het licht niet, maar kwam om getuigenis te geven van het licht. Het was het ware licht, dat iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom en de zijnen namen

ocr page 62

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Hem niet aan. Doch zoo velen Hem aannamen, aan hen gaf hij de macht kinderen Gods te worden; aan'hen, die in zijnen naam gelooven en niet uit bloed, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, (onder deze woorden kniele men) en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd, eene heerlijkheid als van den Eengeboren des Vaders, vol genade en waarheid. 1^. God zij dank!

GEBEDEN.

Die volgens voorschrift van Zijne Heiligheid, Pans Leo XIII, na iedere stille H. Mis geknield door den Priester afwisselend met de geloovigen moeten gebeden worden:

Driemaal: Wees gegroet, daarna:

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, — Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet! — Tot U roepen wij, ballingenees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, — Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet! — Tot U roepen wij, ballingen; kinderen van Eva; — Tot TJ smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen. — Daarom dan onze Voorspreekster, ach, sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen, — En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende Vrucht uws licnaams O goeder-tierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.

y. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

46

ocr page 63

GEBEDEN NA DE H. MIS.

Laat ons bidden. 0 God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig- neder op het volk, dat tot U smeekt, en verhoor barmhartig en goedgunstig — door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moedei Gods Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, uwe H. H. Apostelen Petrus en PituluSj en al uwe Heiligen — de gebeden, die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en listen des duivels. God ye-hiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsclie legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de bel terug. Amen. (SOO dagen aflaat')

In de maand Maart is daarbij nog het volgende gebed voorgeschreven.

GEBED TOT DEN H. JOSEPH.

rrot U, heilige Joseph, vluchten wij in 1 onze beproeving, en, na de hulp üwei-allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af.

Wij bidden U ootmoedig bij die liefde, die IT met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft en bij de vaderlijke teederheid, waarmede Gij iiet Kind Je'sus

47

ocr page 64

GEBEDEN NA DE H. MIS.

hebt omlielsd, dat Gij goedgunstig neder-ziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door zijn Bloed, en dat Gij ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.

O zorg volle Bewaarder van het goddelijk gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus: o liefdevolle Vader, zie toe, dat geen dwalingen of zouden ons besmetten; o onze machtige Beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk Gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de H. Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed; en beschut ieder onzer met uwre altijddurende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.

{Eenmaal daags 300 dagen aflaat.}

48

ocr page 65

ONDERRICHTINGEN, GEBEDEN $ EN GEZANGEN i

VOOR

DE VERSCHILLENDE TIJDEN EK || VOORNAAMSTE FEESTEN

HET KERKELIJK JAA.R.

m

Cnnlato Domino canticum novum, (f-. Zingt den Hoer eon uiouw lioil. 1-^1 Tb. 95, 1. 1?^

vs®!s®^s®ssms®ssamp;-samp;mssss

I

i

ocr page 66

HET KERKELIJK JAAR.

!^sMet Kerkelijk Jaar is liefc zonnejaar, ge-H W! regeld naar het eeuwig plan van Gods O wli erl)arminffj dat in de Verlossing van den [{^A^KnAaj menscli verwezenlijkt werd. Het begint met den eersten Zondag van den Advent en stelt ons in eene reeks Feesten geheel het groote werk der Verlossing op geheimzinnige en toch aanschouwelijke wijze voor oogen. Gods Zoon — de beloofde Verlosser, het Kind van Bethlehem, Christus Jesus, de Held en het Offer van Golgotha, de Verwinnaar van duivel en dood, die door de zending des H. Geestes het werk van ons heil voltooide en die nog als Offer, Middelaar en Genadebron onder ons voortleeft — geheel dat rijke Offerleven wordt ons telken jare door de H. Kerk in hare Liturgie voorgesteld; en het middelpunt, waarom geheel de godsvereering zich beweegt, is het H. Offer der Mis, wijl het den Dood des Hee-ren, het bloedig Kruisoffer — het Middelpunt van geheel het Verlossingswerk — op onbloedige wijze tegenwoordig stelt. Hoewel bij dit H. Offer dagelijks het geheele Verlossingswerk wordt gevierd, wordt toch op de verschillende Feesten van het kerkelijk Jaar een of ander gewichtig oogenblik uit het leven des Verlossers op den voorgrond geplaatst. Zoo wordt in den Kersttijd op eene bijzondere wijze zijne Geboorte, op Paschen zijne Verrijzenis, op Pinksteren de Zending des H. Geestes gevierd. Op die wijze wordt bij de viering der H. H. Geheimen jaarlijks geheel het leven van Christus herdacht en den geloovigen ter vrome

ocr page 67

VOOR DEN ADVENT.

overweging voorgesteld, ten einde God in Christus te verheerlijken en de menschen naar het beeld van Christus tot glorie van God te vormen en te heiligen.

Daarbij wijst ons de Kerk op het vlekkeloos leven der hoogverhevene Moeder des Zaligmakers, op de H. Maagd Maria, die zulk een groot aandeel in het werk der Verlossing heeft gehad, en op tal van andere Heiligen, — die op aarde als Leliën en Rozen onder het Kruis hebben gebloeid en nu in den hemel hun triomf vieren, — opdat wij ons in het leven van deze heilige schare zouden spiegelen en door hunne voorbede Gods barmhartigheid met vertrouwen inroepen.

Zoo ligt dan in de Liturgie geheel het Wonderwerk van Gods ontferming: de belofte en de vervulling, de ontwikkeling en de voltooiing, voor het oog onzes geestes. Willen wij daarbij echter aan al de zegeningen, die de H. Kerk ieder jaar voor ons afsmeekt, deelachtig worden, dan moeten wij met haar medeleven en ons van haren geest doordringen; dan moeten wij met haar overwegen en Christus volgen, met haar treuren en blijde zijn; dan moeten zich onze gezangen en gebeden van lof en dank, van aanbidding en smeeking paren aan de gebeden en gezangen harer Liturgie; dan moeten ook wij met de Kerk God in Christus verheerlijkeu.

375

ocr page 68

DE ADVENT.

Eene loot zal or groeien nit den wortel van Jesse en eene Bloem uit zijn stam opschieten. Is. 11. 1.

| et Kerkelijk Jaar begint met den eersten Zondag van den Advent. Advent aduentus betee-kent aankomst: te weten van onzen God en Zaligmaker Jesus Christus. De vier weken van den Advent stellen nl. de vierduizend jaren voor, die er sedert ilen val van Adam en Eva tot aan de komst van den Verlosser verliepen. Zij herinneren ons aan de ellende en troosteloosheid der wereld zonder Verlosser en aan het vurig en steeds klimmend verlangen der Oudvaders naar zijne komst. Do Advent is dan ook volgens den geest der Kerk voor den Christen een tijd van | ingetogenheid en boete, van gebed en verzachting naar do komst dos | Zaligmakers, van heili-

ge voorbereiding op het oogheilig Kerstfeest. | Daarom verbiedt zij groote plechtigheden, als bijv. de plechtige in-' zegening van een hu-— velijk. Het or-1 zwijgt, dee voorbereiding op het oogheilig Kerstfeest. | Daarom verbiedt zij groote plechtigheden, als bijv. de plechtige in-' zegening van een hu-— velijk. Het or-1 zwijgt, de

ocr page 69

VOOB BEN ADVENT.. 377

Priester verschijnt aan het altaar in de kleur der boete, de engelenzang „Gloria in excelsis Deoquot; wordt niet gehoord — alles is erop ingericht om den geest van onze Moeder de H. Kerk aan hare kinderen mede te deelen.

Daarbij wordt Maria — de Dageraad, die de Zon der gerechtigheid voorafging en in haren schoot droeg — op eene bijzondere wijze herdacht. De Borate-Mis, onze Gulden-Mis, die ter harer eert op Quatertemper-Woensdag vóór Kerstmis, bij schitterende verlichting vóór den opgang der zon plechtig wordt gezongen, wijst erop, hoe ons reeds in Maria het Licht is gerezen, terwijl buiten Haar nog volle duisternis heerscht.

Ook wordt in dezen tijd het schoone Peest van Maria's Onbevlekte Ontvangenis gevierd. (Zie hierachter: Onderrichting, Gebed en het Gezang No. 48, dat ook in den Advent kan gezongen worden.)

Door het kleppen van „De Engel des Heerenquot;, 's morgens, 's middags en 's avonds, worden wij herinnerd aan de Menschwording en Geboorte van Gods Zoon. Daarom zal ieder goed Christen zich beiiveren om vooral gedurende den Advent de daarbij gebruikelijke Gebeden (bladz. 7) met bijzondere godsvrucht te bidden. Verder wijzen wij de vurige vereerders van Maria in dezen tijd op de antiphoon: „Alma Redemptoris Materquot; (bladz. 112), de hymne „Ave, maris Stellaquot; (bladz. 117), „Tota pulchra es, Mariaquot; (bladz. 119), die, naast de Litanie en andere gebeden ter harer eer, aan het vrome gemoed in deze dagen bijzonder welkom zullen wezen.

RORATE COELI.1)

1$. Dauwt, hemelen, van boven en, wolken, regent den Rechtvaardige.

y. Wil niet toornen, Heer, gedenk niet langer onze ongerechtigheid. Zie, de stad

') De zangwijze met latijnschen en hollandschen tekst vindt men hierachter onder „Latijnsche Gezangenquot; No. 1.

ocr page 70

GEBEDEN EN GEZANGEN

des Heiligen is verlaten geworden; Sion is verlaten; Jerusalem is als eene woestijn: het huis uwer heerlijkheid en uwer glorie, waar onze vaderen U lofliederen zongen.

1$. Dauwt, hemelen enz.

y. Wij hebben gezondigd en zijn onrein geworden, en allen zijn wij gevallen als een blad; en onze ongerechtigheden hebben ons als de wind weggevaagd; Gij hebt uw aangezicht voor ons verborgen en ons verpletterd onder de macht onzer ongerechtigheden.

1$. Dauwt, hemelen enz.

T. Zie, Heer, de verslagenheid van uw volk en zend dien Gij zenden zult; zend uit het Lam, den Beheerscher der aarde, van de rots der woestenij naar den berg der dochter Sion's om het juk onzer slavernij weg te nemen.

1$. Dauwt, hemelen enz.

UT. Troost u, troost u, mijn volk, spoedig zal uw heil komen. Waarom wordt gij van rouw verteerd? Wijl de droefheid u heeft vernieuwd, zal ik u redden; wilt niet vreezen, want ik ben de Heer, uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.

1$. Dauwt, hemelen enz.

GEBED.

Heere Jesus Christus, die in de volheid der tijden tot onze Verlossing in de wereld zijt gekomen, wü smeeken U oot-eere Jesus Christus, die in de volheid der tijden tot onze Verlossing in de wereld zijt gekomen, wü smeeken U oot-

378

ocr page 71

VOOR DEN ADVENT.

moedig, laat ons in dezen heiligen tijd met vrucht de groote ellende overwegen, waarin de mensch door de zonde werd gestort, en het vurig verlangen der Oudvaders naar uwe komst waardig herdenken. Verleen ons daarbij onze eigene zonden te kennen, en wek in ons hart de brandende begeerte naar uwe genade en liefde, opdat wij ons op uwe zegenrijke komst waardig niogen voorbereiden en aan uw heil in al zijn volheid deelachtig worden. Amen.

y. Dauwt, hemelen, van boven en, wolken, regent den Rechtvaardige.

R. Dat de aarde zich opene en den Verlosser voortbrenge.

Laai ons bidden. Beweeg, o Heer, onze harten om uwen Eengeboren Zoon den weg te bereiden, opdat wij door zijne komst verwerven mogen U met gezuiverde harten te dienen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

379

ocr page 72

GEBEDEN EN GEZANGEN

380

ê3Ê

=j-

nu

spre

Â¥

gen, Hoe - lang blijft ge in der

—sd—

eeu-wen schoot Voor'tschrei-end

fÊiË

oog ver - bor - gen ? He - laas! dat

i

wij zoo snood, o Heer, Van

» 0

U zijn af - ge - we - ken! Uw

^ p—H

heil - ge gram - schap drukt ons

=d:

ueer. .Wie zal voor ons

m

ken?quot;

2. De Vader wordt door deze beê * Geroerd tot inededoogen; * De Heiige Geest gevoelt zich meê * Tot deerenis bewogen: * Gods Zoon biedt zich als offer aan, * Hij

ocr page 73

VOOB DEN ADVENT. 381

wil de straffen lijden, * Die 't schuldig inenschdom moest doorstaan, * En d'annen slaaf bevrijden.

3. De Geest daalde op Maria neer, * En Zij werd uitverkoren * Tol Moeder-maagd van onzen Heer, * Des Vaders Eengeboreu'. * Gegroet, o wonderreine Bruid, * Gezegeudste aller vrouwen, * Die in uw kuisciien schoot omsluit * Den God, op wien wij bouwen.

4. Geloofd, geprezen zij uw Naam, * Messias, lang verwachte, * Gij brengt ons heil en vrede saam, * Waarnaar de mensch-heid smachtte. * O Jesus, voor ons neergedaald, * Do ' ons gena verwerven, * Dat wij, door 't licht der hoop bestraald, * Den dood der zaalgen sterven.

2. O kom, o kom, Emmanuel.

(Veni, veni, Emmanuel.)

pliillii

1. O kom, o kora,Eni-ma-nu - ël!

cd

Ver-los uw dier-baar Is-ra - el!

Met weemoed sta-ren wij om-hoog;

r

=H=I=!=:

Acli,wischde tra-nen uit ons oog!

ocr page 74

GEBEDEN EN GEZANGEN

382

31

2. ü, Bloem van Jesse, smeeken wij: *

Acli, toef niet langer, maak ons vrij! * Wij zuchten diep in zondeschuld, * En wachten U vol ongeduld.

3. Rijs, luister van het nieuwe Licht, * Omstraal ons rijzend in 't gezicht; * Ga op, « o Zon, in volle pracht, * Verdrijf de neev'-

len en den nacht.

4. O Sleutel Davids, Isrel's staf, * Konij sluit den weg des afgronds af; * Steek op het zware kerkerslot, * En voer ons weder vrij tot God.

5. O kom, o kom, Adonaï, * Die gaaft de Wet op Sinaï, * En leid aan uwe sterke hand * Den balling naar zijn Vaderland.

3. Hoort, zoet en klaar een stemme zingt.1)

(En, clara vox redarguit.)

i 3 f—'

: . - ■ 1 M

1. Hoort

zoet enklaar een

stemme zingt,

.

ocr page 75

383

VOOK DEN ADVENT.

-U-- -1-1 —_ -1

-H -Ih

-W—*-'-r-

1 Hf

Je - sus, 't god-lijk Licht, ge-uaakt.

2. Eijs, trage geest, rijs uit uw graf, * Werp uwer loomheid banden af, * Ziet, hoe een nieuwe sterre daagt, * Die al het booze henenjaagt.

3. Het Lam genaakt, dat, vol geduld, * Vrijwillig boet voor onze schuld; * Komt, weent eu bidt ten Hemelheer: * „Zend uw genade tot ons neer!quot;

4. Straalt dan ten tweeden maal zijn licht, * Als de aarde in vrees gebonden zwicht, * Dan dreige ons uiet des Rechters straf, * Maar daal' zijn liefde tot ons af.

5. Macht, lof en roem en eerbetoon * Zij God den Vader, God den Zoon, * En God deu Trooster, met Hen één, * Door aller eeuwen eeuwen heen.

QUATKRTEMPKRDAGEN.

De Quatertemperdagen (qnatuor tempora = vier tijden, jaargetijden) zijn de drie dagen (Woensdag, Vrijdag en Zaterdag) van boete en vasten, die viermaal in het jaar terugkeeren. Zij vallen omtrent het begin van ieder der vier jaargetijden: de 3de week van den Advent (Winter), de eerste week van de Vasten (Lente), de Pinkster week (Zomer), en de 3 d,6 week van September (Herfst). Volgens den H. Leo den G-roote, zijn ze van apostolischen oorsprong en ingesteld om bij het begin van een nieuw jaargetij God voor de ont-vangene genaden te danken, nieuwe gunsten af te smeeken en ieder jaargetij toe te heiligen.

Daarbij heeft de H. Kerk echter nog een ander doel en verlangen. Zooals namelijk de christen

ocr page 76

384 GEBEDEN EN GEZANGEN

gemeente te Antiochië vóór de wijding der Apostelen Paulus en Barnabas heeft gebeden en gevast, zoo bidt en vast de H. Kerk op de Quatertemperdagen, opdat God haar goede Priesters schenke, want op die dagen worden gewoonlijk de H. H. Wijdingen toegediend. Bid op die dagen het volgende

GEBED OM GOEDE PRIESTERS.

jlmaclitige, eeuwige God, verhoor ous nederig gebed en schenk aan uwe Kerk waardige Priesters, trou-

-1 we Herders, ijverige Dienaren.

Stort den zegen uwer genade over hen uit, opdat zij altijd met reine harten uwe altaren betreden en het H. Misoffer met heilige godsvrucht opdragen. Geef hun heiligen ijver in het toedienen der H. H. Sacramenten en moed en kracht om met vrucht liet H. Evangelie te verkondigen. Zegen bet werk, dat zij in uwen Naam verrichten; versterk hen in het ware geloof en geef, dat hunne woorden en daden, geheel hun levenswandel, steeds strekken tot stichting uwer geloovigen.

Genadige God, vervul ook degenen, die heden tot uweu beiligen dienst worden gewijd en met uwe macht bekleed, met den geest van wijsheid en godsvrucht. Stort de zeven gaven des H. Geestes; die den Apostelen werden geschonken, in de volste mate over hen uit, opdat zij bekwaam worden om als uitverkoren werktuigen uwer goddelijke genade waardig voor ü te wandelen'en aan het heil van uw volk bevorder-

ocr page 77

VOOK DEN ADVENT.

lijk te zijn; om machtig in woord en werk u'w Rijk op aarde uit te breiden, de onwetenden te loeren, do vromen te versterken, de zondaren te bemoedigen en te bekeer en, de tragen op te wekken, de bedroefden te troosten en den stervenden bij te staan.

Verleen ons, o Heer, ook do genade, dat wij aan onze zielzorgers ongeestelijke overheden geloof, vertrouwen, liefde en gehoorzaamheid schenken; dat wij hen in hunne zware bediening niet bemo'eielijken, maar met hen, die eens voor de hun toevertrouwde zielen rekenschap moeten geven, ijverig medewerken, opdat wij niet door éigen schuld verloren gaan. Leid ons veilig onder hunne hoede naar de eeuwige vreugde des hemels. Door Christus onzen Heer. Amen.

DE VIGILIËN.

Behalve de Quatertemperdagen beeft de H. Kerk nog andere dagen van vasten en gebed: namelijk de Vigiliën (Nachtwaken), zooals die van Kerstmis, Paschen, Pinksteren en andere. In vroegere eeuwen en sedert de eerste tijden brachten de ge-loovigen de nachten vóór hdoge Feesten gemeenschappelijk in de kerk door met vasten en gebed. Later heeft de H. Kerk deze oefeningen van den nacht op den voorgaanden dag overgebracht en enkel den naam Vigilie of Nachtwake behouden.

385

25

ocr page 78
ocr page 79

KERSTMIS.

En het Woord is vleesch geworden en heeft ondei' ons gewoond. Joan. I. 14.

17ere zij God in den hooge!quot; De belofte,

door God in het Paradijs gedaan, is vervuld: de Verlosser der wereld, door de Oudvaders gedurende zoovele eeuwen in vurige gebeden afgesmeekt, is verschenen. Het eeuwig Woord, de Eengeboren des Vaders, door de Profeten voorspeld, is in de volheid der tijden uit de Maagd Maria te Bethlehem in een armen stal geboren. Daarom zingen de Engelen en juicht geheel de Christenheid in dezen blijden nacht: „Eere zij God in den hooge en vreda op aarde den menschen, die van goeden wil zijn;quot; want het Kind, ons door Maria geschonken, is de Gezondene des Vaders, die de aarde met den hemel zal verzoenen, die de eere Gods op aardö zal herstellen en aan de menschen, die van goeden wil zijn, waren vrede komt schenken. Laat ons in den geest naar Bethlehem ijlen om met de vrome herders in aanbidding bij de arme kribbe neer te knielen en aan het vleeschgeworden Woord met de Engelen lof toe te zingen.

Op dit heerlijk Feest staat de H. Kerk iede-ren Priester toe drie H. H. Missen te lezen. De eerste wordt gelezen ter eere der eeuwige Geboorte van Gods Zoon in den schoot zijns Vaders; de tweede ter eere van zijne vleeschelijke Geboorte uit de Maagd Maria; cle derde ter eere van zijne geestelijke Geboorte door zijne genade en liefde in ons hart. Hot is geen verplichting maar eene loffelijke gewoonte der vrome geloo-vigen om ook op dezen dag drie H. H. Missen bij te wonen. _

Wees gegroet, heilige nacht, waarin de hemelen zich verheugen en de aarde inheit, wijl Hij, de Verlosser, gekomen is. Wees gegroet,' heilige stal, waarin de Verlosser werd geboren; gij oveVtreft in rijk-ees gegroet, heilige nacht, waarin de hemelen zich verheugen en de aarde inheit, wijl Hij, de Verlosser, gekomen is. Wees gegroet,' heilige stal, waarin de Verlosser werd geboren; gij oveVtreft in rijk-

25*

ocr page 80

GEBEDEN EN GEZANGEN

dom deu tempel van Salomon. Wees ge-

Êroet, heilige kribbe, waarin de Heer der [eeren werd uedergelegd; gij waart zijn eerste liefdetroon. Wees gegroet, zoet Ki'u-deke. liooge Koningszoon, groote Vorst, sterke God, Heil der wereld! Wees gegroet, lieve Jesns, in uwe armoede! Uwe nooddruft bereidt mij een rijk erfdeel, uwe zwakheid is mijne kracht, uwe vernedering mijne verheffing, uw ootmoed mijne wijsheid. Ik offer mij geheel aan ü op; gé-waardig TJ dit nietig offer van dankbaarheid te aanvaarden. Ik wijd ü mijn hart oh mijne ziel toe, mijn wil en al mijne liefd». Laat mij voortaan wandelen op de wegen nvver heilige armoede; laat mij U in oof moed volgen en uwe zoete en allerbarnj-hartigste liefde met wederliefde vergeldenl: laat niet toe, dat ik in tijd en eeuwigheid van ü gescheiden worde. Amen.roet, heilige kribbe, waarin de Heer der [eeren werd uedergelegd; gij waart zijn eerste liefdetroon. Wees gegroet, zoet Ki'u-deke. liooge Koningszoon, groote Vorst, sterke God, Heil der wereld! Wees gegroet, lieve Jesns, in uwe armoede! Uwe nooddruft bereidt mij een rijk erfdeel, uwe zwakheid is mijne kracht, uwe vernedering mijne verheffing, uw ootmoed mijne wijsheid. Ik offer mij geheel aan ü op; gé-waardig TJ dit nietig offer van dankbaarheid te aanvaarden. Ik wijd ü mijn hart oh mijne ziel toe, mijn wil en al mijne liefd». Laat mij voortaan wandelen op de wegen nvver heilige armoede; laat mij U in oof moed volgen en uwe zoete en allerbarnj-hartigste liefde met wederliefde vergeldenl: laat niet toe, dat ik in tijd en eeuwigheid van ü gescheiden worde. Amen.

Antiph. Heden is Christus geboren; heden de Zaligmaker verschenen; heden zingc i de Engelen op aarde en verheugen zich ds Aartsengelen; heden jubelen de rechtvaai-digen, zeggende; „Eere zij God in dei hooge!quot; Alleluja!

f. Het Woord is vleesch geworden; Alleluja !

1^. En heeft onder ons gewoond. Alleluj;!

Laat ons bidden. Wij bidden U, almachtig i God, verleen, dat de nieuwe Geboorte naa c het vleesch van uw eengeboren Zoon om, die door de öude dienstbaarheid onder h( t

388

ocr page 81

VOOB DEN KERSTTIJD.

389

juk der zonde wordeu gehouden, moge verlossen. Door denzelfden Christus onzen H ser. Amen.

Den tweedon Kerstdag viert de H. Kerk het F( est van den H. Stephanus, den eersten Bloedgetuige voor Jesns Christus; den dorden het Feest v.in den H. Joannes, den Lieveling des Heeren; en vierden hot Feest der Onnoozele Kinderen, die c or Christus hun bloed en leven hebben gegeven.

5

de

4. Te Betlilem is geboren.

m

1. Te Betli-lem is ge - bo - ren Een

E SzEE?

god-lijk Kin-de - kijn. Dat lieb ik

i

mij ver-ko - ren, Zijn dienaar wil ik

E - ja, e - ja! Zijn

die-naar wil ik zijn.

2. Mijn hart wil ik Hem schenken * En ales, wat ik heb; * Mij aan zijn liefde ■enken * Waar 'k al mijn vreugde uit si liep. * Eja, eja! * Waar 'k al mijn vreug-d s uit schep.

zijn.

ocr page 82

390 GEBEDEN EN GEZANGEN

3. Moge ik van gansclier harte * U minnen, lieve Heer, * In 's levens vreugde en smarte, * En immer, immermeer. * Eja, eja!

* En immer, immermeer!

4. Wil mij genade geven, * Gij, die mijn Heiland zijt, * Om slechts voor ü te leven

* Nu en ten allen tijd. * Eja, eja! * Nu en ten allen tijd.

5. Laat nooit van U mij scheiden, * Leg zelf den zoeten band * Dér liefde tusschen beiden, * En neem mijn hart tot pand. * Eja, eja! * En neem mijn hart tot pand.

5. Wees, zoete Jesus, wees gregroet.

——

JE

1. Wees, zoe-te Je - sus, wees ge-

È

groet! Schoon Kin - de - kijn! Mijn

£

Heer en God, mijn hoog - ste

Goed, O lief-ste Je - sus mijn!

2. Wat zijt Gij arm in dezen stal, * Eijk Kindokijn! * Gij, Heer en Schepper van 't heelal, * O arine Jesus mijn!

ocr page 83

VOOB DÉN KERSTTIJD. 391

3. Gij komt hier weenen in het stof, * Lief Kiudekiju! * Die Koning zijt van 't heinelsch hof! * O Koning Jesus mijn!

4. Waarom zijt Gij, o God, zoo groot, * Zoet Kindekijn! * Zoo klein hier op Maria's schoot, * Ü goede Jesus mijn!

5. O groote liefde in 't kleine Kind, * Lief Kindekijn! * Hoezeer hebt Gij den mensch bemind, * O lieve Jesus mijn!

6. Keu vonkje van dien liefdegloed, * Lief Kindekijn! * Ontsteke mij het koud gemoed; * O goede Jesus mijn!

7. Wat U mishaagt zij ver van mij, * Schoon Kindekijn! * Wat U behaagt, dat geef ik blij, * O goede Jesus mijn!

6. Heft aan, heft aan den blijden zang'.

(Dies est laetitiae.)

1. Heft aan,heft aan dei

—i—l—i-1-T——-F-l

i blij-den zang-,

- - -3

V-H-J—J-

Den zang der he-i

nel

i-'-1

ko- ren; Hij,

-«pl—J-J-•-

die verwacht were -1-:--:-i

e

eu-wen-lang, Is

-1-1 |—f—^

^-f —^:rl

uit de Maagd ge - bo - ren. Een

ocr page 84

392 GEBEDEN EN GEZANGEN

. . . ..

H T f~'

Kind-jen is Hij,

rzfc. ,

r r

mild en goed, Vol

tW-_t:_^d:_tel,

liefde en schoonheid

1—i—i^

--ÉL---£-é—J—j!__

, o - ver-zoet; Wel

arm als Zoon des

i-1-1 j

^ c) J. men-sclien; Maar

T—.

'W—w-J-»—L

als Gods Zoon on

• • ^ T J

- ein-dig rijk, In

J 1 J T J

al - les on - uit - s

i-^Pt

9 J 9 1 é

pre - ke - lijk, In

—o—J—---

al - les zon-der gren - zen.

2. Hij wordt als teeder Wicht gevoed,

* De Schepper aller dingen, * Die leven deed en leven doet * Wie 't leven ooit ontvingen. * Welzalig is do vruchtbre schoot

* Dier Maagd, die 't godlijk Kind omsloot. En onder 't hart mocht dragen; * Welzalig is die moederborst, * Waaraan de God-mensch in zijn dorst * Om laafnis wilde vragen.

3. Die 't zonlicht wekte uit duisternis

* Ligt Zelf in nacht verholen; * En die de

ocr page 85

VOOR DEN KI'RSX'X'IJD.

Heer der wereld is * In armen stal verscholen; * Hij, die de sterren met zijn hand * Aan bogen vasthecht, die Hij spant, * Ligt machteloos gebonden; * En die den donder raatlen doet, * De bliksems spelen aan zijn voet, * Weent luid om 's menschen zonden.

4. O Gij, die in uw almacht groot * Ons hebt aan 't niet ontheven, * En, meusch-gevvorden, uit den schoot * Der Maagd traadt in liet leven; * Vau ganscher harte smeeken wij, * Maak ons van alle schulden vrij * En zalig ons bij 't sterven; * Geef, dat wij voor alle eeuwigheid * De plaats, door uwe gunst bereid, * In 's hemels hof verwerven.

7. Toen de Heer in 't vlecsch verscheen.

(In natali Domini.)

(G-E.)

1. Toen de Heer in 't vleesch verscheen,

Ju-belde o - ver Beth-lem heen 't Lied der En-glen uit Gods Hof: „God, den Heer, zij eer en lof!quot;

393

ocr page 86

GEBEDEN EN GEZANGEN

=^-

Jlefr. Heil de Maagd met God, haar Zoon!

EÈ

Heil de Maagd, zoo vlek-loos sclioon!

$

Heil de Maagd, der Maag-den kroon!

2. Heden sproot liet eeuwig Woord * Uit de Maagd Maria voort; * Hij, die God zijn Vader roemt, * Wordt de Zoon dei-Maagd genoemd. li fr.

3. Vromen herders op het veld * Wordt door Englen Gods gemeld, * Dat de Eedder, lang verbeid, * Als een Kindje in windsels schreit. Èe/r.

4. Wijzen leggen voor den Heer * Wierook, goud en mirre neer;* Vorsten buigen 't fiere hoofd,* God, dc Koning-, zij geloofd! Re/r.

8. De herderkens lagen bij nachte.

(C-D.) .

p

lie her-der-kens la-gen bij Zij hiel-den vol trou-we de

ÖEEjEEp

394

=0

3=

nacli -wach -la - gen bij had-den hun

Zij Zij

- te,

— te,


w

ocr page 87

VOOK DEN KERSTTIJD.

□~sdi

schaapjes ge*- teld:( -^aar schit-tert een

i

licht in het dnis - ter, Een

=4-

licht als het zon-lichtzoo klaar; Een

Eu-gel verschijnt hun vol luis - ter,

395

ocr page 88

GEBED-EN EN GEZANGEN

4. Zoet Kiudeke, Iaat ons ook komen * En knielen bij 't kribbeke neer; * Wij zullen, wij kunnen niet schromen, * Gi'j zijt ons te lief, lieve Heer. * Gij kwaamt om de harten te winnen, * Te ontsteken in heiligen gloed; * Wij, Jesns, wij willen U minnen, * Ontvlam ons, o Kindeke zoet!

9. O Kindje Jesus, arm als wij.

r^_JO.GOr.-^---^--

1. O Kindje Je-sus, arm als wij. Als we aan U den-ken, zijn wij blij; Want werdt Gij, lie - ve Heer, een Kind: 't Was

ze-kerwijl Gij ons be-mint.

2. De groote Schepper van 't heelal * Geboren in een armen stal! * Wat geven wij, o lieve Heer, * Aan U voor zooveel liefde weer?

3. Ach, zie hoe op het stroo geleid, * Het Kindjen in de kribbe schreit, * En hoe 't met doeken half gedekt * Na-ar ons zijn lieve handjes strekt.

4. Ach,'hadden wij maar geld en goed, * Dan, zóó als 't drietal Wijzen doet, *

396

ocr page 89

VOOK DEN KERSTTIJD.

Dan voor uw kribje knielden wij, * En gaven 't even blij als zij.

5. Maar danken, prijzen 't lieve Kind, * En zingen, dat ons hart Het mint, * En zeggen: 't is geheel voor ü; * Dat kunnen en dat doen wij nu.

6. Dat, Kindje Jesus, doen wij nu, * Wij geven heel ons' hart aan U; * Als we aan U denken, zijn we blij, * U danken, U beminnen wij.

10. O Botlileni, uitverkoren.

~ 1. O Beth-lein, uit-ver - ko - ren.

Vu .

t—T—•

~ Zoo

need-rig en zoo

groot; Het

Kind-jen is ge - bo - ren. Ge-

daald het Le - vens-brood.

2. O Huis, zoo wel geheeten * Van 't Brood, dat komen zal, * Naar 't woord van Gods Profeten, * Naar 't Godswoord bij den val.

3. De teekenen verdwijnen * Voor d' ongeschapen Zoon, * De gouden ster komt schijnen * Op 't stalleken. Zijn woon.

397

ocr page 90

GEBEDEN EN GEZANGEN

4. Gods Engelen verspreiden * Op goud-gewiekte vlucht, * Langs heuvelen en weiden * Het wonderbaar gerucht:

5. Hier is van 't eeuwig leven * De Spijze hemelzoet, * Het brood van God gegeven, * Des Heeren Vleesch en Bloed.

11. O zalig, heilig Bctlileliem.

(F.D.gt;____

'i 0 . gj-—*— - _— —quot;--*—

1. O za - lig, hei - lig Beth - le -^ hem. Waar 't krib - je van mijn

Je-sus stond. Veel hoo-ger dan Je-

ru - sa - lem Wordt Gij ge - roemd op

't we - reld - rond.

2. O Bethlehem, kleine, arme stad, * Wat zijt gij door het Kindje groot; * Wat zijt gij rijk door d' eedleu schat, * Dien ons des Vaders liefde bood!

3. Verheug u, jubel, Israël! * Schud af den slaap der zouden nu; * Geboren is Emmanuel! * Nooit zong men blijder feestgroet u.

398

ocr page 91

VOOR DEN KERSTTIJD.

4. ü Koning-Christus! God en Heer!

* Hoe kwelt ü hier der armen leed: * Op strooien bedje ligt Gij neer, * Met schaamle doekjes schaars omkleed!

5. De Heemlen zijn door U gemaakt, Waar 't Geesten - heir uw lof verkondt —

* En Gij verkiest deez' woon, zoo naakt,

* Waarin het lastdier berging vond.

6. Ligt Ge ongekend in d' armen stal,

* Zwijgt over U de stille nacht — * Toch meldt der Englen lofgeschal * Den vrede door ü aangebracht.

7. O Jesus zoet, o machtig God! * Wat groote liefde spoorde U aan, * Te deeleu in ons menschlijk lot, * Om ons van slavernij te ontslaan.

8. We aanbidden U, o godlijk Wicht! * U blijve ons harte toegewijd: * Vervul het met uw troost en licht, * liet kracht tot in den laatsten strijd.

AAN MARIA IN DEN KERSTTIJD.

12. Ontloken is ons heden.

(Flos de radice Jesse.)

399

3E

) Ont-lo-ken is ons he-den | Wij zin-gen Haar het wei-kom

1.

De Bloem van Jes-se's Roe; Op 't hei - lig Kerstfeest toe;

ocr page 92

GEBEDEN EN GEZANGEN

400

amp;=ÉZ

Want Je - sus is die Bloem, Ma -

5—*—•—t

ri - a is de Eoe - de, Dii i

s

Bloem haar vreug- de eu roem.

2. Die Bloem werd aangekondigd Door Isaïas' lied; * Die noodigt Haar te minnen * Om 't heil, dat zij ons biedt. * Gekweekt in 't aardsche dal, * Is zij de vreugd des hemels, * Het sieraad van 't heelal.

3. Zij wordt de Bloem der velden * Der dalen tiloem genoemd; * Te midden van de doornen * Als lelie hoog geroemd: * O Bloem in geinen rijk! * Nooit bood onze aarde een balsem *'lii geur aan U gelijk!

4. Die Bloem verrukt in liefde * Wie needrig tot haar kwam. * En wekt in die Haar minden * De goddelijke vlam. * O Bloem, ons hoogste Goed, * Naar U, naar U verlang ik; * Ontvlam me in liefdegloed!

ocr page 93

IET FEEST DER BESNIJDENIS DES HEEREN.

(NIEUWJAARSDAG.)

^pNadat de acht dagen vervuld waren, dat liet Kind zou besneden worden, is zijn Naam Jesus genoemd.quot; Op dit Feest worden wij eraan herin-rerd, hoe het menschgeworden Woord reeds de c srste druppelen Bloed voor het heil der wereld iortte en den Naam Jesus (Zaligmaker) ont-.ng, die reeds door den Engel was genoemd, Sórdat Hij werd ontvangen.

De Naam Jesus is een zoete Naam, dien wij n et dan met eerbiedige hoofdbuiging uitspreken; p n Naam ook vol kracht, dien wij in bekoringen '» i tegen alle aanvallen van Satan nimmer vruch-loos aanroepen.

De H. Kerk heeft ter eere van den zoeten Naam Jesus een afzonderlijk Feest ingesteld, dat op dtoi tweeden Zondag na de Verschijning des H jc-ren wordt gevierd. Wij verwijzen voor dit l1 (est en voor het Feest der Besnijdenis naar de L tan ie en Gebeden ter eere van den zoeten Naam ■(b adz. 212—2V7) en het hier volgend gebed.

-)it Feest valt samen met Nieuwjaarsdag van h» t burgerlijk Jaar. Wie zou daarin geen aan-

! 26

ocr page 94

GEBEDEN EN GEZANGEN

leiding vinden om in den Naam van Jesus en vertrouwende op zijne genade en kracht het ingetreden jaar tot meerdere eer en glorie van God te beginnen?

GEBED.

llw Naam, o goddelijke Verlosser Jesus Christus, is een glorierijke *1 Naam, een zoete en liefelijke Naam, a een Naam vol kraclit en aller aanbidding waardig. Daarom zij uw Naam alom geheiligd. Gij zijt ons Heil, o Jesus. Moge, wie wil, naar een ander heil, naar andere goederen streven en het tijdelijke boven het eeuwige stellen, wij verlangen slechts uwen zegen en vinden alleen ons geluk in ü te bezitten. Genees dan, o Heer, de wonden onzer ziel; verlos ons van onze zonden; bevrijd ons van onze booze neigingen; verdedig ons tegen de macht van den boozen vijand; bewaar ons voor ij dele mensch en vrees en gehechtheid aau de wereld; verleen ons de vrijheid der kinderen Gods en uwen heiligen vrede, opdat wij uwen H. Naam met alle Engelen eu Heiligen nu en in alle eeuwigheid mogen loven en prijzen. Amen.

Christus heeft Zich zeiven vernederd, Hij is gehoorzaam geworden tot den dood, ja tot den dood des Kruises. Daarom heeft God Hem ook verheven en een Naam ge-

feven, die is boven allen naam, opdat in en Naam van Jesus zich zouden buigen aÜe knieën van die in den hemel, op deeven, die is boven allen naam, opdat in en Naam van Jesus zich zouden buigen aÜe knieën van die in den hemel, op de

ocr page 95

Voor den kbesttijd. 403

aarde en onder de aarde zijn, en opdat alle tong belijde, dat de Heer Jesus Christus in de glorie is van God den Vader.

De Naam des Heeren zij gezegend;

1$. Van nu af tot in eeuwigheid.

Laat ons bidden. God, die uw eengehoren Zoon tot Verlosser van het mensclidom hebt gesteld en Jesus laten noemen, verleen ons genadiglijk, dat wij Hem, wiens H. Naam wij op aarde vereeren, vol zalig genot in den Hemel aanschouwen mogen. Door denzelfden Christus ouzen Heer. Amen.

13. Wij roepen U met blij gemoed.

(EsFla.)

-Ö--3--r--r-

—1-H-T--

. i A

1. Wij roe-pen

Fg: quot;i |-q

ü met blij ge-

c=gt; J 1 . 1

moed

Het wei-kom

F# i-

( | •=

toe: o Kii

P3 1

' 1 o i-ul-je zoet.

bl®—.—« quot; Wees du

Ff , ri

i-zen

::: F ' quot;

1-maal van

i h--i

ons

ge -

—t-1-^-h-o---

d •i--'

groet! Gij stort uw eerste onschul-dig

26*

ocr page 96

404 GEBEDEN EN GEZANGEN

Pt- pf

- -H

Bloed,

Pt 1 r

En biedt zoo

vroeg reeds

^ door uw

smart Ge - ne - zing

ocr page 97

VOOB DEN KEESTTIJD. 405

TER EERE VAN DEN ZOETEN NAAM. li. Hoe aangenaam en zoet.

(D-C.)

i

i

1. Hoe aau-ge-naam be zoet Is

zt

al-toos, Je - sus, o zoe-te Ja-

sus ! Uw Naam voor mijn ge -

moed, O goe-de Je - sus!

in

Befr. De troost in al - le smart, De

vreug-de van het hart Zijt Gij, o

ziz

Je - sus, Ó goe-de Je - sus!

2. Hoe wondergoed zijt Gij, * O goede Jesus, o zoete Jesus! * Ten allen tijd voor mij, * O goede Jesus! Befr.

ocr page 98

GEBEDEN EN GEZANGEN

3. Geen, die uw Naam volpri.jst, * 0 goede Jesus, o zoete Jesus! * Q eer genoeg bewijst, * O goede Jesus! Refr.

4. Geef aan de Christenheid, * O goede Jesus, o zoete Jesus! * Het heil door U bereid, * O goede Jesus! Befr.

5. Leid ons als hoogst gewin, * O goede Jesus, o zoete Jesus! * Den blijden Hemel in, * O goede Jesus! Refr.

15. Geloofd zij Jesus Christus.

406

(C.D.)

ii

i l Ge - loofdzij Je - sus Chri-stus ' | Die uit den he-mei daal-de.

i

In tijd en eeu - wig - heid! ( Ten of - fer - dood be - reid, |

En met ons vleesch om- kleed

Zoo - ve - le sinar-ten leed.

Ge - loofd zij Je - sus Chri-stus

ocr page 99

VOOB DEN KEfiSTTUD.

In tijd en een-wig - heid.

2. Geloofd zijJesus Christus * In tijd en eeuwigheid! * Die om ous wilde dragen * De straf, ons opgeleid, * Eu door zijn bit-tren dood * Den hemel ons ontsloot. * Geloofd zij Jesus Christus * In tijd en eeuwigheid !

3. Geloofd zij Jesus Christus * In tijd en eeuwigheid! * Die door den Geest de kudde

* Van zijn getrouwen weidt * En in de heiige Kerk * Voltooit Gods Liefdewerk. * Geloofd zij Jesus Christus * lu tijd en eeuwigheid!

4. Geloofd zij Jesus Christus * In tijd en eeuwigheid! * Die door het moeilijk leven

* Ous aan zijn hand geleidt * Eu'met zijn Vleesch en Bloed * Ten eeuwig leven voedt. * Geloofd enz.

5. Geloofd zij Jesus Christus * In tijd eu eeuwigheid! * Die steeds met open armen

* Des zondaars komst verbeidt, ' Hem immer vol geduld * Vergeving schenkt van schuld. * Geloofd enz.

6. Geloofd zij Jesus Christus * In tijd en eeuwigheid! * Die ons in 's hemels hoven

* Eeu eeuwig heil bereidt. * Daar prijzen wij eens saam * Voor eeuwig Jesus' Naam.

* Geloofd zij Jesus Christus * In tijd en eeuwigheid!

407

ocr page 100

408 GEBEDEN EN GEZANGEN

J

16. O Jesus, godlijk goed. (Jesu dulcissime.)

ï1

1. O Je-sus, god-lijk goed, O

Je-sus, mild en zoet, Aan U mijn

i

lief-de - groet, ü, vreugd der har-

ten. Als ho - nig zijt Gij mij,

Voor 't oor een me - lo - dij.

:p—^

Voor't hart een art-se - nij,

i I

O Troost in smar - ten!

2. U zing' ten allen tijd, * In vrees en bangen strijd, * Het hart, ü toegewijd, * O Naam vol zoetheid! * Die Naam, zoo

i

ê

ocr page 101

TOOK DEN KERSTTIJD.

zoet en groot, * Is ons in leed en nood, * In leven en in dood * Een pand van goedheid.

3. Wien vrees en angst beknelt, * De zondeschuld ontstelt, * De roe der straffe kwelt, * Vall' voor U neder. * Gij, licht van ons gemoed, * En vreê voor hem, die boet, * Zijt troost in tegenspoed * Zoo mild als teeder.

4. O weg, waar niemand dwaalt, * De liefde nimmer faalt, * Maar in uw volgers maalt * Het beeld der deugden; * U klin-ke 't lied ter eer, * U minne ik immermeer, * U viere ik eeuwig, Heer, * In 's hemels vreugden.

5. Gij, hoop vau wie hier schreit, * De heilbron, ons bereid, * En 't pand der zaligheid * Voor uw getrouwen; * Gij geeft het loon der deugd, * De zaalge 'hemelvreugd, * En 't eeuwig heilgeneugt * In U te aanschouwen.

409

1

ocr page 102

*

ocr page 103

HET FEEST DER VERSCHIJNING DES HEEREN.

(DRIE-KONINGEN.)

Dit is een Feest van lof en dank, wijl in de drie Wijzen voor allen, die in de duisternissen en in de schaduwen des doods waren gezeten, heden het Licht is opgegaan. De drie Koningen, die door eene wonderbare ster uit het Oosten werden geleid en het arme Kind als hun Koning, hun God en Verlosser goud, wierook, en myrrhe hebben geofferd, zijn de eerstelingen, die uit de heidenen tot Christus zijn gekomen. Ook onze voorouders waren heidenen en daarom zouden ook wij Christus niet kennen, zoo de heidenen niet waren geroepen. Laat ons dan heden met de drie Wijzen voor het goddelijk Kind nederknielen en Hem ook een drievoudig offer aanbieden: een offer, kostbaarder dan goud, wierook en myrrhe, namelijk van liefde, van aanbidding en zelfverloochening. Danken wij God, dat wij Christenen zijn en kinderen der ware Kerk. Bidden wij daarbij voor de bekeering der ongeloovigen (Zie bladz. 253) en voor de bekeering van Nederland, (bladz. 339.)

Den 2«quot; Februari viert de H. Kerk het Feest der Zuivering van Maria of Maria-Lichtmis. (Zie onderrichting, gebed en het gezang Nr. 49 hierachter.)

GEBED.

oddolijk Kind, wij groeten U lieden met de Wijzen uit het Morgenland, die U komen aanbidden en ü met hunne geschenken van goud, wierook en myrrhe als hun Koning, hun God en Verlosser vereeren. Zie, wij bieden U ook goud, wierook en myrrhe aan: het goud onzer vurige liefde, den wierook

ocr page 104

|

412 GEBEDEN EN GEZANGEN

van ons innig: gebed en de myrrhe van ons waarachtig berouw. Lieve Jesus, Gij hebt het otfer der Wijzen goedgunstig aangenomen, versmaad ook onze gaven niet;

mogen zij ü ten allen tijde welgevallig zijn. Amen. •»

Antiph. Rijs op en word verlicht Jerusalem, want uw Licht is gekomen en de glorie des Heeren over IJ opgegaan. De volkeren zullen wandelen in uw Licht en de koningen in den glans van uwen opgang. f. Aanbidt den Heer, Alleluja!

Gij, al zijne Engelen. Alleluja!

Laat ons bidden. God, die uw eengeboren Zoon op den dag van heden door de aanwijzing eener ster aan de volkeren hebt bekend gemaakt, verleen ons goedgunstig,

dat wij, die Hem reeds uit het geloof hebben leeren kennen, tot de aanschouwing van den glans zijner Majesteit mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

17. De komst van Betlilem's godlijk Wicht.

(Puer, natus in Bethlehem.)

Ü

m

t;

1. De komst van Beth-lem's god - lijk

i

Wicht, Al - le - - - lü - ja!

ocr page 105

TOOK DEN KERSTTIJD. 413

i

Werd ook in 't Mor-gen - land be

T i—i

-O-•-

C2—.j.—0--

richt. AI - le - lu - ja! Al-

i

le - iu - ja.

2. Niet slechts den herders op het veld,

* Ook Vorsten werd die maar gemeld.

3. Een drietal kwam uit Saba aan, * Waar Jacob's ster was opgegaan.

4. De ster geleidt hen uit hun land * En houdt op Bethlem's woning stand.

5. Ze erkennen in het Kind hun Heer * En biên Hem knielend hulde en eer.

6. Zij offren wierook, mirrhe en goud * Den Godmensch, dien hun oog aanschouwt.

7. Komt, bidden wij ook 't Kindjen aan

* Als 't Licht, der wereld opgegaan.

8. Hij geeft ons erfdeel in zijn rijk * Eu maakt aan Vorsten ons gelijk.

m

18. Wat angst, Herodes, knelt inv borst. (Crudelis Herodes Deum.)

1. Wat angst, He-ro-des, kwelt uw borst

ocr page 106

414 GEBEDEN EN GEZANGEN.

—1—1-n

Om'g

gt;Hee-ren komst op

—--«-0—1—

aarde als Vorst?

ui' m ^ *|i

rooft de ko-nings

-schepters niet,

st-MÉlt

Die ons het Rijk der heem-len biedt.

2. Drie Wijzen spoeden op den glans * Der ster, gezien aan 's Hemels trans, * Zij zoeken bij dat licht het Licht; * Huu offer huldigt God in 't Wicht.

3. Den reinen stroom genaakt het Lam,

* Dat uit deu hemel tot ons kwam; * Die zelf geen kwaad bedreven had * Wascht ons van zonden in zijn bad.

4. Een wonder was nog nooit gehoord,

* Als Cana zag op 's Heeren woord: * Het water werd in wijn verkeerd, * Gelijk Maria had begeerd.

5. Lof zij ü, Jesus, die op aard' * U aan den heiden openbaart, * U, met den Geest en Vader één, * Door de altijddurende eeuwen heen.

ocr page 107

DE H. VASTENTIJD.

Zoo gij geen boete doet, zult gij allen te gronde gaan. Luc. XIII. 8.

Op Aschwoensdag begint de veertigdaagsche Vasten. Op dien dag wordt het hoofd van den Christen ten tceken der boete met gewijde asch bestrooid, waarbij de Priester deze woorden spreekt: „Gedenk, o mensch. „dat gi.j stof zijt en tot stof zult wederkeeren.quot;quot; Dit zijn dezelfde woorden, die eenmaal tot onzen stamvader Adam werden gericht. Zij herinneren den mensch aan de wet van eens te moeten sterven, en sporen hem aan om den tijd van boetvaardigheid goed te benutten en het vastengebod stipt te onderhonden. Want volgens het voorschrift der Kerk zijn allen, die den leeftijd van 21 jaren bereikt hebben en door geen wettige reden daarvan zijn ontslagen, verplicht te vasten; dat wil zeggen: slecht één volle maaltijd daags te nemen en niet vóór het middaguur; eene collatie 's avonds is toegestaan. In deze vastenwet kan alleen de Bisschop in zijn bisdom dispenseeren. Een gewoon geestelijke of een geneesheer kan niet dispenseeren, maar alleen verklaren, dat de redenen aanwezig zijn, die volgens de Kerk de verplichting van te vasten wegnemen. Worden die redenen niet naar waarheid opgegeven, dan is die verklaring waardeloos. De dis-pensatie's, die in de kerkelijke vastenwet zijn verleend, worden jaarlijks vóór de Vasten van den kansel bekend gemaakt.

ocr page 108

416 GEBEDEN EN GEZANGEN

Daar met het lichamelijk vasten de inwendige boetvaardiffheid moet gepaard gaan, vermaant ons de H. Kerk om gedurende den Vastentijd ingetogen te leven, meer en vuriger te bidden, het Lijden des Heeren godvruchtig te overwegen, de meditatie's aandachtig bij te wonen, goede werken te oefenen en ons vooral van zonde te onthouden. De Litanie en Gebeden op het Lijden des Heeren en de Oefening van den Kruisweg (bladz. 254—281) zijn vooral in deze dagen op bijzondere wijze aan te bevelen.

Woensdag, Vrijdag en Zaterdag der eerste week zijn Quatertemperdagen. (Zie bladz. 383.)

GEBED.

od, die ons jaarlijks in den heiligen Vastentijd door' uwe H. Kerk tot versterving en boete vermaant en daarbij het Lijden en Sterven van uwen eengeboren Zoon ter gestadige overweging voor oogen stelt, geef ons moed en kracht om deze ernstige vermaning met vrome bereidwilligheid te volgen. Geef, dat alle kinderen der Kerk de geboden hunner Moeder onderhouden, en dat wij in 't bijzonder door vasten en onthouding ernaar streven, voldoening voor onze zonden te geven en het vleesch aan den geest te onderwerpen. Laat ons in stille afzondering overwegen en diep gevoelen, hoeveel het uwen eengeboren Zoon gekost heeft onze zonden uit te wisschen, en verleen ons den waren geest van boetvaardigheid, opdat wij ons op het hooge Paasch-feest waardig mogen voorbereiden en eens in glorie ten eeuwigen leven verrijzen. Amen.

ocr page 109

VOOR DE VASTEN.

Den 19d®n Maart wordt het Feest van den H. Joseph gevierd; {Zie hierachter, vóór de gezangen ter zijner eer.) en den 258^en Maart het Feest van Maria-Boodschap. (Zie hierachter, vóór het 503tQ lied.)

19. Ik wil mij gaan vertroosten.

(Boetgezang.)

, 1 Ik wil mij gaan ver-troos-ten | Daar vin- den zelfs de boos-ten

üf^ J-j—J:=j J I J-JH

In Je - sus' dier-baar Bloed; I Den vre - de voor 't ge - moed. (

Al

heb ik zwaar mis

- dre - ven,

--1—i—?—

Den —a-

' ' é

bree-denweg b

-----1-

e -

: ,lt;=! ■quot; i gaan: God,

-7—r-i—

^ wil mij nog ver

■ d—i—L ;—

' m

ge - ven; 0

Je-sus, zie mij aan!

2. Mijn zucliten en mijn kermen * Aanhoor het, goede God; * Wil mijner ü ontfermen, * AI schond ik uw gebod. * Toon

27

417

ocr page 110

GEBEDEN EN GEZANGEN

i:..j uw mededoogen, * Ik beu met schuld beiaêu, * Geef tranen aan miju oogeu, * O Jesus, zie mij aan!

3. Ik heb den tijd verloren, * Dien Gij mij hebt verleend, * En ü niet willen hoo-reu, * Zóó was mijn hart versteend. * Ik was zoo traag tot deugden, * Schoon ik U had verstaan; * Fontein der eeuwge vreugden, O Jesus, zie mij aan!

4. Alben ik vol van zonden, * Verwerp mij niet, o Heer! * Wie kau uw Hart doorgronden, * Zoo rijk, zoo ruim, zoo teêr!

* Ik voel, al is het spade, * Hoezeer ik heb misdaan; * Ik smeek U om genade, * O Jesus, zie mij aan!

5. O Liefde, vol erbarmen, * Had ik U eer bemind! * Zoo mocht ik in uw armen

* Nog rusten als uw kind. * Hoe kon ik U versmaden! * Hoe dorst ik U weerstaan!

* O Springbron der genaden, * O Jesus, zie mij aan!

6. Maria, Koninginne, * Des zondaars toeverlaat, * Verkrijg, dat Hij mij minne,

* Die U zoo nauw bestaat. * Wil, Moeder, naar mij hooren, * Voor mij tot Jesus gaan; * Nog roep ik als te voren: * O Jesus, zie mij aan!

7. O Heilgen altegader, * Staat in den nood mij bij, * En bidt voor mij den Vader, * Dat Hij genadig zij! * Ik wil de zonde haten, * Ü volgen op uw baan; * Nog roep ik — moog het baten —: * O Jesus, zie mij aan!

418

ocr page 111

VOOR DE VASTEN. 419

20.Slaat,!

ieemlen, sta at y au schr

) (0 coBli, obstupescite.)

ik verplet.

^l. Staa

itquot; ö ;, Heem-len, staat van s

----1—^-«--«—i—

chrik ver-

tP -tüd-1 ^ t-dquot;

plet; Gij, aar-de, beef van sch

iii----1—^^-i-

aamte ont-—1—rr

V? * 1-1

zet, M

gt; «-« - » -•

3t schande en schuld be

- =—J

-la - den;

:W— Zie, d

P^=TT

3 Onschuld doe-men boo-zen,

« »-F--1 - 4-——j—i—1—-

-(9^-

God

-f-

---j-----

zei - ven god-de - loo-zen; 0

s.l lt; • —: ! 4h

^ 1 u: ' Ui ' It

gruwzaamste al - Ier da - den!

2. Verkocht wordt Hij voor luttel geld;

* Op zulk een prijs mijn God gesteld, * De Heer van al 't geschapen'! * De leerling is verrader, * En Israël treedt nader

* Met stok en toorts eu wapen.

3. Als booswicht in een boei gekneld, * Wordt Hij des nachts met ruw geweld, * Gesleept door Salem's straten! * Zoo drijft en schopt en duwt Hem * Eu slaat en

27*

ocr page 112

420 GEBEDEN EN GEZANGEN

wondt en stuwt Hem * De bent dier onverlaten.

4. De schaamtlooze ongerechtigheid * Durft tegen de Onschuld 't lang bereid * En moordend vonnis vellen; * Den Heer der Heerschappijen * Ten doel aan spotternijen

* Der laagste beude stellen.

5. De ware Koning wordt bespot * En is in 't blinkend kleed als zot * Aan elks verachting over: * Eu boven 's werelds Maker, * Des levens Boeienslaker, * Verkiest het volk den roever.

6. De Zoon der Maagd, het godlijk Lam,

* Dat 's werelds schulden op zich nam, * Wordt schandelijk gebonden, * Verscheurd van hoofd tot voeten, * Alsof de beul deed boeten * Voor eigen gruwelzonden.

7. Zie, Sion's dochter, Hem gesierd, * Zie hier den bruiloftsdag gevierd * Van Salomon, uw Koning! * Zie, hoe ze 'em spottend hoonen, * Met scherpe doornen kronen, * Zijn liefde ter beloouing.

8. Aanschouw 't bebloed, 't gekneusd gelaat! * Zie, hoe het hoofd vol doorneu staat! * Zijn borst en rug vol wouden! 11 Dit is zijn bloedlivreie, * Zijn eigen ko-ningsspreie, * Het bruidskleed onzer zonden.

21. Toen Jesus aan het Kruishout hing.

(De zeven kruiswoorden.)

(D-E.)

ocr page 113

VOOR BE VASTEN.

-—]_i- =l=r5E^E ;E3=|r::

-S)-quot;-— 0---«---•--

hing En voor ons, zoii-daars,

421

m

I_■._si

EP

--o':

ster-ven ging, Vol bit-tren

smaad en smar

- ten.

-ih H--1 -i

■ amp; —J4—i-

—i—l-

Hoort, wat de lie - ve Heer toen

sprak, Vóór-dat zijn Hart van

lief - de brak. Het lief-drijkst

$1

al - Ier har - ten.

2. Eerst bad Hij: „Vader, scheld hun kwijt * Don wreeden kruisdood, dien ik lijd: * Zij zijn verblind van zinnen!quot; * Zóó leer mij naar uw voorbeeld, Heer, * Vergeving scheuken keer op keer, * Mijn vijanden beminnen.

ocr page 114

GEBEDEN EN GEZANGEN

3. Toen tot den moordnaar aan zijn zij

* Sprak Hij: „Gij zult vandaag met Mij

* Het Paradijs beërven!quot; * Dat uit uw mond dit zoete woord * Door mij ook, Jesus, zij gehoord * In de ure van mijn sterven.

4. Zijn derde woord klonk; „Zie, o Vrouw, * Den Zoon, dien Ik U toevertrouw! * Joannes, zie uw Moeder!quot; * Beveel me aldus uw Moeder aan, * Wanneer miju stervensstond zal slaan, * Mijn Heiland en mijn Broeder.

5. „Mijn God, mijn Godquot;, weerklonk de kreet, * Die door liet Moederliarte sneed, „Hoe hebt Gij Mij verlaten!quot; * O Heer, die met uw dienaars zijt, * Versterk mij in den jong-sten strijd: * Alleen uw hulp kan baten.

6. Dan rees uit zijn verschroeide borst

* De klacht: „Mijn harte brandt van dorst,

* Van dorst naar 't heil der menschen!quot;

* Gun, dat ik rustloos, nacht en dag, * Naar U, mijn Jesus, dorsten mag, * En stil mijn hartewenschen.

7. Het zesde woord: „Het is volbracht!quot;

* Weergalmt nu door den donkren nacht,

* Daar zon-en maanlicht kwijnen. * O Jesus, bij uw stervensnood, * Verlos mij van den êeuwgeu dood, * Laat mij uw licht verschijnen.

8. Hoort, wat Hij eindlijk luide riep,

* Daar 't Bloed uit al zijn Wonden liep:

422

ocr page 115

VOOR DE VASTEN.

* „Ontvang mijn geest, o Vader!quot; * Mijn God, om zooveel liefde en smart, * Geef, dat ik met dit woord in 't hart * Eens tot iivv vierschaar nader'!

AAN MARIA IN DEN VASTENTIJD.

Het Feest der zeven Smarten of Weeën van Maria.

Vrijdag vóór Palmzondag viert de H. Kerk liet Feest der zeven Smarten of Weeën van Maria. Hetzelfde Feest viert zij andermaal op den 3d®n Zondag van September.

Op dit Feest herdenkt de H. Kerk, hoe de voor-spelling van den grijzen Simeon aan Maria in vervulling ging, hoe haar Hart door een zwaard van droefheid werd doorboord, toen zij haren lieven Zoon zag lijden en aan het schandhout des Krui-ses sterven. De Smarten van Maria zijn te nauw verbonden met het Lijden van haren goddelijken Zoon, dan dat de H. Kerk Maria zou kunnen vergeten, als zij het Lijden van Jesus overweegt. En wij, hoe zouden wij Haar vergeten, die in hare smarten onder het Kruis ons door Jesus tot Moeder is gegeven?

423

Wij verwijzen voor dit Feest naar de gebeden ter eere der zeven Smarten van Maria (bladz. 301.^ en naar de oefening van den Kruisweg, (bladz. 263.)

22. O diepe zee van smart en wee.

(E.n.)

--V „ |t_

:fe (/ F-

—f—J—J-HuJ—

• • gt;,• i

1.0

—1-rï----:--rr-

die-pe zee Van smart en wee!

-4f—^

Wie zou niet bit - ter kla - gen'

ocr page 116

424 GEBEDEN EN GEZANGEN

s'Va-ders een-ge - bo-ren Zoon

^ Is aan't Kruis ge - sla - gen.

2. Wat breede vloed * Van godlijk Bloed * Stroomt uit die heiige Wonden! * Als een schuldloos Offerlam * Boet Hij onze zonden.

3. Een zwaard van smart * Doorsneed het Hart * Der Moeder, vol van liefde; * Toen men van haar lieven Zoon * 't Hart zoo wreed doorgriefde.

4. O lieve Vrouw, * Vol wee en rouw * Om Jesus' Kruis en Lijden! * Wil ons door uw smeekend woord * Van zijn toorn bevrijden.

23. O wat smarte sneed door 't harte.1)

(O quam moestus.)

^ ^ J J J

-j-1-IT

0^-1— ' 1 1. 0 wat sinar-te s

FÈr^—i—i—H

• -«1 • -L

need door't Harte

—J—J—^

—•..... •

-*--——•-»-ë--

U, o Moe-der van Gods Zoon,

*) Indien het lied te lang is om geheel gezongen te worden, dan late men de 3, 4, 5 en 6d.a stofe weg.

ocr page 117

VOOR DE VASTEN. 425

V 1 1 1

/Lp——J—J—J—

0--J--1-U.L -

Als uw Le-ven, op - ge - hc - ven,

ocr page 118

GEBEDEN EN GEZANGEN

moest verwerven, * Dat wij leven naar zijn leer.

9. Als gewassclien in do plassen * Van de tranen onzer smart, * Vind' de Heere, Hom ter eore, * 't Nieuwe graf dan iu ons hart.

426

24. Maria ffing met smarten.

ÉpÜI

_ 9

4=

1. Ma - ri - a ging met smar-ten

En zocht haar lie - ven Zoon;

Zij vond Hem, door de Jo - den

I|ê

Ver - volgd met spot eu hoon.

3E

Zij zag, hoe Hij het Kruis-hout

m

Langs stei - le we - gen droeg

Eu tel-ken-ma - Ie neer-viel,

ocr page 119

VOOIt DE VASTEN.

Hoe men Hem schimpte en sloeg.

2. Hoe diep het zwaard van droefheid * Door 't Moederharte sneed, * Toeu Jesus aan den schandpaal * Den laatsten kamp volstreed; * Toen Zij zijn dierbaar Lichaam

* Zag liggen op haar schoot! * O Moeder, lieve Moeder, * Wel was uw lijden groot!

3. Gij treurt hij 't graf, gefolterd * Door felle zielepiju; *'Doch troost ü, droeve Moeder, * Zijn graf zal heerlijk zijn! * O Maagd, oin al uw lijden, * Zoo onuitspreek-lijk groot, * Geef, dat ook wij met Jesus

* Verrijzen van den dood.

DE GOEDE WEEK.

Deze is de heilige en indrukwekkende Week, waarin het plan van Gods genade en erbarmen, de Verlossing van den gevallen mensch, door het Lijden en Sterven van Gods eigen, eengeboren Zoon werd volvoerd. Na zijn laatsten, plechtigen intocht in Jerusalem op Palmzondag bracht Hij de eerste dagen door met zich op zijn Lijden voor te bereiden. Des daags leerde Hij in den tempel en wendde nog de laatste pogingen aan om zijn geliefd volk van den ondergang te redden; den nacht bracht Hij door in gebed.

PALMZONDAG.

Op dezen dag liet de goddelijke Zaligmaker zich ten aanschouwe der gansche wereld als den beloofden en door de Profeten voorspelden Messias huldigen. Hij hield zijn plechtigen intocht

427

ocr page 120

428 GEBEDEN EN GEZANGEN

in Jerusalem. Het volk droeg palmtakken en spreidde kleederen langs den weg, en als uit één mond klonk het „Hosanna den Zoon van David; gezegend Hijt die komt in den naam des Heeren!quot; Ter

herinnering aan dezen plechtigen intocht wordt heden vóór de Hoogmis de palm gewijd, welke bij de processie en onder de H. Mis door de ge-loovigen in de handen wordt gehouden.

Dan, de goddelijke Verlosser wist, hoe dit „Hosannaquot; weldra in een „kruisig Hemquot; zou veranderen. Daarom mag het ons niet verwonderen, dat Hij kort te voren bij het zien der stad weende en bitter klaagde: „Indien ook gij erkendet, en wel op dezen uwen dag, wat u tot vrede strekt!quot; Want Hij kende de verschrikkelijke strafgerich-ten, die weldra de ondankbare stad en hare verstokte inwoners zouden kastijden.

Begroet heden Jesus als uwen Koning en vernieuw de belofte. Hem nimmer ontrouw te zullen worden gelijk de ondankbare Joden.

Dezen Zondag, aanstaanden Dinsdag, Woensdag en Vrijdag wordt door den Priester het verhaal van het Lijden des Hoeren gelezen, zooals het door de vier Evangelisten is opgeteekend. Indien ge de verschillende verhalen niet hebt, lees dan het verhaal, zooals de H. Joannes het ons geeft. (Bladz. 431.)

WITTK DONDERDAG.

Op dezen schoon en dag herrinnert ons de H. Kerk, hoe de goddelijke Zaligmaker op den avond vóór zijn Lijden het H. Sacrament des Altaars instelde. „En terwijl zij aten (zóó verhaalt de H. Mattheus XXVI. 26), nam Jesus het brood, en zegende, en brak, en gaf het aan zijne Leerlingen en zeide: Neemt en eet; dit is mijn Lichaam. En Hij nam den kelk, en dankte, en gaf hun dien,

ocr page 121

VOOR DB VASTEN.

zeggende: drinkt allen daaruit; want dit is mijn Bloed ..Zóó gaf Jesus zich onder de gedaanten van brood en wijn aan zijne Leerlingen en gelastte hun met de woorden: „Doet dit tot mijne gedachtenisquot; (Luc. XXII. 19), hetzelfde te doen. Daarmede dus ontvingen de Apostelen en hunne opvolgers in de priesterlijke bediening de macht en de opdracht om het Lichaam en Bloed van Jesus Christus onder de gedaanten van brood en wijn aan de ledematen zijner Kerk ter gedachtenis van zijn Lijden tot spijs en drank te geven.

Ter herinnering aan dit Wonder van Liefde wordt heden in iedere parochiekerk ééne plechtige H. Mis gezongen, waarbij de geloovigen en alle aanwezige Priesters Jesus Christus in de H. Communie ontvangen.

Het of gel, dat gedurende de Vasten moet zwijgen, wordt in de Mis bij het „Gloriaquot; gespeeld en zwijgt dan met de klokken tot aan het plechtig „Gloriaquot; in de Mis van Paaschzaterdag. Want de vreugde der Kerk over de instelling van het grootste Liefdegeheim wordt verdrongen door de diepe droefheid over het Lijden des Heeren.

Op dezen dag consecreert de Priester twee groote hostiën. De eene wordt door den Priester genuttigd, de andere na de H. Mis in processie omgedragen en in „het Graf' ter aanbidding neergelegd. Daaronder wordt gezongen: Pange lingua. (Zie hierachter.)

Des avonds wordt er gewoonlijk eene godsdienstoefening ter eere van het Allerheiligste gehouden, waaronder klaagliederen van den Profeet Jeremias worden gezongen.

GOKDK VRIJDAG.

Heden is het do dag van den diepsten en heiligstcn rouw, maar tevens een dag van onschatbare ge-

420

ocr page 122

GEBEDEN EN GEZANGEN

nade, want Christus, dio aan het schandelijk Kruishout een bitteren dood sterft, herwint door zijn Dood voor ons het leven. Tn het begin der godsdienstoefening brandt er geen licht op het altaar; de Priester, in het zwart gekleed, werpt zich op de trappen des altaars in aanbidding neder voor het Kruis, waaraan Jesus sterft. Na eene korte overweging begint de Priester de

Êrofetieën te lezen, die op het Lijden des Heeren etrekking hebben; waarop dan onderstaand lijdensverhaal van den H. Joannes volgt.rofetieën te lezen, die op het Lijden des Heeren etrekking hebben; waarop dan onderstaand lijdensverhaal van den H. Joannes volgt.

Daarna bidt de H. Kerk op het voorbeeld van Christus, die voor alle menschen zijn Bloed vergiet om allen zalig te maken, in eene reeks gebeden voor alle menschen: voor alle rangen en standen, voor ketters, heidenen en Joden.

Vervolgens wordt het Kruis ontbloot. Daarbij zingt de Priester driemaal en telkens met verheffing van stem:

Ecce lignum crucis, in quo salus mundi pepéndit. Rasp. Veni-te, adoréraus.

y. Mijn volk, wat heb ik u gedaan? of waarin heb ik u bedroefd? andwoord mij.

Want ik heb u uit het Land van Egypte geleid; gij hebt uwen Verlosser het Kruis bereid. Heilige God; heilige, sterke; heilige, onsterfelijke, ontferm U onzer.

Zie, het Kruishout, waaraan het fieil der wereld heeft gehangen. Antiv. Komt, laten wij aanbidden. Onder de kruisvereering worden door het Koor de „Improperienquot; gezongen:

quot;f. Pópule incus, quid feci tibi? aut in quo contristavi te? respón-de mihi.

y. Quia ediixi te de terra Egypti: parasti erucem Salvatóri tuo. Agioso Theos. Sanctus Deus. Agios, isehyros. Sanctus, fortis. Agios, athanatos, eléison imas. Sanctus, iraraor-talis, miserére nobis,

430

ocr page 123

VOOR DE VASTEN.

Daarna wordt het Allerheiligste uit „het Grafquot; genomen, onder het zingen van „Vexitla Regisquot; (zie hierachter „Aanhangselquot; ol. 594) in processie naar het Altaar gebracht en door den priester genuttigd ; want op den vierdag van het hloedig Offer wordt het onbloedig Offer niet opgedragen. Dan wordt het Altaar ontkleed om ons te herinneren hoo Christus van alles beroofd stierf; alleen het Kruis blijft ter vereering der geloovigen op het Altaar, 's Namiddags is de oefening van den Kruisweg zeer passend.

HET LIJDEN VAN ONZEN HEER JESUS CHRISTUS.

Joan. Cap. XVIII en XIX.

Is Jcsus dit gesproken had, ging Hij 1 met zijne Leerlingen uit over de i boek Cedion, waar een hof was, waarin Hij mot zijne Leerlingen binnentrad. Maar Judas, die Hem verried, wist ook die plaats; want Jesus was daar dikwijls met zijne Leerlingen samengekomen. Judas dan, do wacht en dienaren der Overpriesters en Phariscën genomen hebbende, kwam derwaarts met lantaarnen en fakkels en wapenen. Jesus nu, wetende alles wat Hem zoude overkomen, trad vooruit en sprak tot hen: Wien zoekt gij? Zij antwoordden Hem: Jesus, den Nazarener. Jesus sprak tot hen: Ik ben het. En Judas, die Hem verraden had, stond ook bij hen. Als Hij dan tot hen zei-de: Ik ben hot, weken zij terug en vielen ter aarde. Hij dan vroeg hun andermaal: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jesus, den Nazarener. Jesus antwoordde: ik heb u gezegd, dat ik het ben; indien gij dus mij zoekt, laat dezen dan gaan! Opdat het woord.

431

ocr page 124

GEBEDEN EN GEZANGEN

432

vervuld zoude worden, hetwelk Hij gesproken had: Van hen, die Gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren. Simon Petrus nu, het zwaard hebbende, trok het uit en sloeg deu dienstknecht des Hoogepriesters en hieuw hem het rechteroor af. En de naam van den dienstknecht was Malchus. Maar Jesus sprak tot Petrus: Steek uw zwaard in de scheede! Den kelk, dien de Vader mij gegeven heeft, zal ik dien niet diinken? De bende dan en de hoofdman en de dienaren der Joden grepen Jesus aan en bonden Hem. En zij leidden Hem eerst naar Annas; want deze was de schoonvader van Caïphas, die in dat jaar Hoogepriester was. Caïphas nu was degene, die aan de Joden den raad had gegeven: Het is nuttig, dat één mensch sterve voor het volk. Simon Petrus nu en de andere Leerling (Joannes) volgden Jesus. En deze Leerling was den Hoogepriester bekend en ging met Jesus binnen in het voorhof van den Hoogepriester. En Petrug stond buiten aan de deur. De andere Leerling dan, die den Hoogepriester bekend was, ging uit en sprak met de deurwachtster en bracht Petrus binnen. De dienstmaagd dan, de deurwacht-ster, zeide tot Petrus: Zijt gij niet ook van de Leerlingen van dien mensch? Hij zeide: Ik ben het niet. Nu stonden de dienstknechten en dienaren bij een kolenvuur, omdat het koud was, en warmden zich; en Petrus was ook bij hen, staande en zich warmende. De Hoogepriester dan ondervroeg Jesus over zijne Leerlingen eo over zijne leer. Jesug

ocr page 125

VOOR DE VASTEN. 433

antwoordde hem: Ik heb openlijk tot de wereld gesproken; ik heb altoos in de synagoge en in den tempel geleerd, waar alle Joden samenkomen, en in het verborgen heb ik niets gesproken. Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag hen, die geboord hebben, wat ik tot hen gesproken heb. Zie, zij weten, wat ik gezegd heb. En als Hij dit gezeod had, g.if één van de dienaren, die daar stond, aan Jesus eenen kaakslag, zeggende: Antwoordt Gij aldus den Hoogepriester? Jesus antwoordde hom: indien ik kwalijk gesproken heb, geef getuigenis van het kwaad; maar indien wél, waarom slaat gij Mij ? En Annas zond Hem gebonden naar den Hooge-priester Caïphas. Simon Petrus nu stond er en warmde zich. Zij zeiden dan tot Hem: Zijt Gij ook niet van zijne Leerlingen? Hij loochende het en zeide: Ik ben het niet. Een van de dienstknechten des Hoogepries-ters, bloedverwant van dengene, wiens oor 1 'etrus afgehouwen had, zeido tót hem: Heb ik u niet met Hem in den hof gezien? Petrus dan loochende het wederom; en terstond kraaide de haan. Zij nu leidden Jesus van Caïphas naar het rechthuis. En het was vroeg in den morgen. En zij gingen zelvcn niet in het rechthuis, opdat zij niet verontreinigd zonden worden, maar het pascha mochten eten. Pilatus dan ging tot hen buiten en zeide: Welke beschuldigingen brengt gij in tegen dezen mensch? Zij antwoordden en zeiden tot hem; Indien Hij geen misdadiger was, zouden wij Hem niet aan

23

ocr page 126

GEBEDEN EN GEZANGEN

434

u hebben overgeleverd. Pilatus nu zeide: Neemt gij Hem en oordeelt Hem naar uwe wet! De Joden dan zeiden tot hem: Ons is hot niet geoorloofd iemand ter dood te brengen. Opdat het woord van Jesus vervuld zoude worden, hetwelk Hij s'osiiroken had, aanduidende, welken dood Hij zonde steiven. Pilatus ging dan wederom in het rechthuis en riep Jesus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? Jesus antwoordde; Zegt gij dit uit u zelven of hebben anderen bet u van mij gezegd? Pilatus antwoordde: Ben ik een Jood? Uw volk en de Overpriesters hebben U aan mij overgeleverd: wat hebt Gij gedaan? Jesus antwoordde: Mijn lijk is niet van deze wereld. Zoo mijn rijk van deze wereld ware, zouden gewis mijne dienaren gestreden hebben, dat ik den Joden niet zou worden overgeleverd. Nu echter is mijn rijk niet van hier. Pilatus zeide tot Hem: Zoo zijt Gij dan Koning? Jesus antwoordde: Gij zegt het, ik ben Koning. Daartoe ben ik geboren en daartoe in de wereld gekomen om der waarheid getuigenis te geven. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort mijne stem. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dit gezegd had, ging hij andermaal buiten tot de Joden en zeide tot hen: Ik vind geene schuld in Hem. Maar het is bij n gebruik, dat ik u op het paaschfeest éénen loslate. Wilt gij nu, dat ik u den Koning der Joden loslate? Maar zij allen wederom riepen, zeggende: niet dezen, maar Barab-

ocr page 127

VOOR DB VASTEN.

435

bas! Barabbas nu was een moordenaar. Toen dan nam Pilatus Jesus en gecselde Hom. En de krijgsknechten vlochten eene kroon van doornen en zotten die op zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed oin, en kwamen tot Hem en zeiden; Wees gegroet, Koning der Joden! En zij gaven Hem kaakslagen. Pilatus ging dan wederom buiten en zeide tot hen: Ziet, ik breng Hem tot u buiten, opdat gij weten moogt, dat ik geen schuld in Hein vind. Jesus dan kwam buiten, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. En hij zeide tot hen: Ziet, de niensch! Als Hem dan de Overpriesters en de dienaren zagen, riepen zij en zeiden: Kruisig, kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Neemt gij en kruisigt Hem; want ik vind geene schuld in Hem. De Joden antwoordden hem: Wij hebben eene wet en naar die wet moet Hij sterven, omdat Hij zich zeiven Gods Zoon gemaakt heeft. Als Pilatus nu dit gezegde gehoord bad, werd hij meer bevreesd. En hij ging wederom in het rechthuis en zeide tot Jesus: Van waar zijt Gij? Maar Jesus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zeide tot hem: Speekt Gij tot mij niet? Weet Gij niet, dat ik macht heb, U te kruisigen, en macht heb, U los te laten? Jesus antwoordde: Gij zoudt over mij geen macht hebben, indien ze u niet van boven gegeven ware. Daarom hi eft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, grootere zonde. En van toen af zocht Pilatus Hem los te laten. Maar de Joden riepen en zeiden: Zoo gij Dezen los-

28*

ocr page 128

GEBEDEN EK GEZANGEN

436

laat, zijt gij dos Keizers vriend niet; want een ieder, die zich tot Koning: maakt, weder-spreekt den Keizer. Als nu Pilatus deze woorden gehoord had, bracht hij Jesus buiten; en hij zat op den rechterstoel, op de plaats, genaamd Lithostrotos, en m het He-brecuwsch: Gabbatha. En het was de dag der voorbereiding van het pascha, ongeveer de zesde ure; en hij zeide tot de Joden: Ziet, uw Koning! Maar zij liepen: Weg, weg met Hem! Kruisig Hem! Pilatus zeide tot hen: Uwen Koning zal ik kruisigen? De Overpriesters antwoordden: Wij hebben geenen Koning dan den Keizer. Toen gaf hij Hem dan aan hen over om gekruisigd te worden. En zij namen Jesus en leidden Hem weg. En zijn Kruis dragende, ging Hij uit naar de plaats, welke Calvarië heet, en in het Hebreeuwsch: Golgotha. Aldaar kruisigden zij Hem, en met Hem twee anderen, aan elke zijde één en Jesus in het midden. En Pilatus had ook een opschrift geschreven en boven het kruis geplaatst: daar stond geschreven: Jesus de Nazarener, de Koning der Joden. Dit opschrift nu lazen velen der Joden; want de plaats, waar Jesus gekruist werd, was nabij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuwsch, Grieksch en Latijn. De Overpriesters der Joden zeiden dan tot Pilatus: schrijf niet: De Koning der Joden; maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben Koning der Joden. Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven. De krijgsknechten nu, als zij Hem gekruist hadden,

ocr page 129

VOOB DE VASTEN.

437

namen zijne kleederen en maakten vier doelen, voor eiken krijgsknecht één deel, en den rok. Do rok was zonder naad, van boven af geheel geweven. Zij zeidon dan tot elkander: Laat ons dien niet scheuren, maar daarover hot lot werpen, wiens hij zijn zal. Opdat do Schrift vervuld zoudo worden, welke zegt: Zij hebben mijne kleoderon onder zich verdoold, on over mijn gowaad hebben zij hot lot geworpen. En dit nu doden de krijgsknechten. Er stonden nu bij Jesus' Kruis zijne Moedor en do zustor zijnor Moeder, Maria van Cleophas, on Maria Magdalena. Als Jesus dan zijne Moeder en den Leerling, dion Hij liefhad, staan zag, sprak Hij tot zijne Moeder: Vrouw, zie, uw Zoon! Daarna sprak Hij tot den Leerling: Zie, uwe Moeder! En van die ure nam do Leerling Haar tot zich. Daarna Jesus wetende, dat alles volbracht was, opdat de Schrift vervuld zoude worden, sprak: Ik heb dorst. Er stond nu een vat vol edik. Zij dan, eene spons, mot edik gevuld, om eonen bysop-stengel gewonden hebbende, brachten die aan zijnon mond. Als Jesus dan don edik genomen had, sprak Hij: Het is voloracht! En Hij boog hot hoofd en gaf den geest. De Joden dan, omdat hot de dag der voorbereiding was, opdat de lichamen niot aan het kruis zouden blijven op den Sabbat, (want die Sabbat was oen grooto dag) verzochten Pilatus, dat hunne boenen gebroken en zij afgenomen zouden worden. De krijgsknechten kwamen alzoo en braken de boenen des

ocr page 130

GEBEDEN EU GEZANGEN

438

eersten en des andeven, die met Hem gekruisigd waren. Doch nis zij tot Jesus gekomen waren, ziende, dat Hij alreeds gestorven was, braken zij zijne beenen niet; maar eon van de krijgsknechten doorstak zijne Zijde met eene speer, en terstond kwam cr bloed cn water uit. En hij, die het gezien heeft, hoeft daarvan getuigenis gegeven, en zijne getuigenis is waarachtig: on hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij moogt geloovcn. Want dit is geschied, opdat de Schrift zoude worden vervuld: Gij zult geen been van Hem verbreken. Eu wederom zegt eene andere Schrift: Zij zullen zien, wicn zij doorstoken hebben. En daarna verzocht Joseph van Arimathea (daar hij een leerling van Jesus was, maar in het geheim, uit vrees voor de Joden) Pilatus, dat hij het Lichaam van Jesus mocht afnemen. En Pilatus liet het toe. Hij kwam dan en nam hot Lichaam van Jesus af. En Nicodemus, die voormaals bij nacht tot Jesus gekomen was, kwam ook en bracht een mengsel van mirrhe cn aloë, omtrent honderd pond. Zij namen dan het Lichaam van Jesus en wonden het met dc specerijen in linnen doeken, gelijk het bij de Joden gewoonte is te begraven. En er was in de plaats, waar Hij gekruisigd was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was. Daar nu, om don voorbereidingsdag der Joden, dewijl het graf nabij was, legden zij Jesus.

ocr page 131

VOOR DE VASTEN.

PAASGHZATERDAG.

De Plechtigheden beginnen vóór het portaal der kerk, waar Icolen zijn ontstoken met vuur, dat uit een steen is geslagen, als zinnebeeld van het verrezen Licht der wereld. Dit vuur wordt gezegend, alsmede de vijf wierookkorrels, die later als zinnebeelden der heilige vijf Wonden in de paaschkaars worden bevestigd.

Daarna trokken allen, voorafgegaan door het Kruis, de kerk binnen. Do Diaken of Priester houdt in zijne hand eene driearmige kaars en wordt gevolgd door een misbcdienaar met eene kaars, die aan het nieuwe vuur is ontstoken. Tot driemaal toe knielt de Diaken of Priester en laat daarbij één licht der driearmige kaars ontsteken, waarna hij, telkens met verheffing van stem, zingt: „Lumen Chrisllquot;: „het Licht van Christus.quot; 1£. „Deo gratias:quot; „Goddank.quot;

Zoodra men aan het Altaar is gekomen, verkondigt do Diaken of Priester door het heerlijk lofgezang: „Exultetquot; de Verrijzenis des Heeren. Onder dit gezang worden de vijf wierookkorrels in do paaschkaars bevestigd en deze eveneens met het nieuwe licht der driearmige kaars ontstoken.

Daarna wordt het doopwater gewijd. Maar vóórdat er de olie der catechumenen en het chrisma in worden gemengd, schept men uit do vont gewijd water, dat aan de geloovigen wordt rondgedeeld.

Na de wijding der doopvont wordt de Litanie van ale Heiligen, naar een gebruik uit de eerste eeuwen der Kerk alkomstig, afwisselend door voorzanger en koor eigenlijk tweemaal gezongen. Daaronder ligt de priester op de trappen des Altaars in gebed en overweging uitgestrekt.

Onder de plechtige H. Mis, die hierop volgt, worden bij het „Gloriaquot; de blijde orgeltonen weer gehoord en heft do Priester tot driemaal toe het heerlijk Alleluja aan, dat geheel den paaschtijd onophoudelijk met blijdschap wordt herhaald.

De paaschkaars is het zinnebeeld van don verrezen Christus en blijlt daarom gedurende den geheelen paaschtijd tot aan het feest van s Heeren Hemelvaart naast het hoogaltaar aan de evan-geliezijde staan.

—j

439

ocr page 132
ocr page 133

PASCHEN.

Uit is de dag, dien de IToor hoeft gemaakt Ps. 117.

Paschen is liet hoogste Feest der Kerk: het Feest der Verrijzenis des Heeren, van zijn zege over zonde, dood en hel. „Indien Christus niet verrezen is, is ons geloof ijdel.quot; 1 Cor. XV. 17: De H. Kerk verplaatst ons gedurende dien tijd bij het heerlijk graf des Heeren, waar de Engel ons blijde toeroept: „De gekruiste, dien gij zoekt, is verrezen,quot; Alleluja! Daarbij vermaant zij ons uit de zonde tot een nieuw loven in Christus op te staan, ten einde door Christus machtig te zijn in het bestrijden onzer vijanden, en met Hem eens glorierijk te kunnen verrijzen.

ALLELUJA!

eero Jesns Christus, onze God en Zaligmaker, wij verheugen ons en jubelen overquot; uwe Verrijzenis iuit den dood; wij begroeten U

als Verwinnaar van dood eii hel. Gij, de lü-on des levens, werdt den dood prijsgegeven; Gij, de Verwekker der dooden, werdt onder de dooden begraven; Gij gaaft den tempel van uw Lichaam in den dood en in het graf, maar wektet hem door de kracht uwer almacht ten derden dage weder op. Gij hebt het aangezicht der aarde vernieuwd eu het hart des menschcn ten hemel gericht. Gij zijt ons het Onderpand des heils en eener glorierijke verrijzenis. Wij verblijden ons iu deze hoop en bidden U, laat de vruchten uwer glorievolle overwinning aan ons niet verloren gaan. Amen.

ocr page 134

GEBEDEN EN GEZANGEN

f. Dit is de dag, dien de Heer gemaakt heeft; Alleluja!

li Laten wij ons heden verheugen en blijde zijn. Alleluja!

Laai ons bidden. God, die ons door uw

eengeboren Zoon op don dag van lieden, na de overwinning op den dood, den toegang tot de zalige eeuwigheid ontsloten hebt, gewaardig U de vrome wenschen, die ons door uwe genade worden ingegeven, met uwe hulp ten einde toe te vergezellen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

442

25. Alleluja!

staan!quot; En waar ik ben, of

iip

1. Al - le - lu - ja! Wij hef - fen't

aan: „Do Hoer is waar-lijk op - ge

feEEÈÏl

l--=t

waar ik ga. Mijn zie-le

Hf

zingt: Al - le - lu - ja.

ocr page 135

VOOR DEN PAASCHTIJD.

2. Dit is de groote, blijde da;?', * Dien David in zijn geest voorzag'; * Zingt nu met vreugd, zoo zing1 ik na * Het blijde lied: Alleluja!

3. En aarde en hemel zijn verheugd, * De heiige Kerke juicht van vreugd, * Jlen hoort haar jubleii voor eu na * Op blijden toon: Alleluja!

4. Die stervend ons hot leven gaf, * Verrees in glorie uit het graf: * O, kloeke Held van Golgotha, * Ü prijze ons lied: Alleluja!

5. Lof zij het Lam, dat door zijn Bloed * Voor onze zonden heeft geboet, * Zijn bittre dood schonk ons gena, * Dies zingen wij: Alleluja!

2G. Het Oosten straalt ran pnrpergloor.

(Aurora ccelum purpurat.)

1. Het Oos-ten straalt van pur-per-

€-/

gloor. De lucht weer - galmt van 't

^ ^ ^—

lo-vend koor: De we - reld

443

ocr page 136

444 GEBEDEN EN GEZANGEN

l^S=^F5li=ig|=g=^

viert haar ze - ge - tijd,

- rb-F--^-1-

^---0—

tm—fc i— 1

bb t-L i--

En de af-grond beeft en knarst van

( V

IJL-p }

-1-}

-r i

-CZ2-X--

spijt. Al - le - lu - ja!

1

Al-le-lu - ja! Al-le-lu - ja!

ocr page 137

VOOS DEN PAASCHTIJD. 445

6. Lof zij deu Vader en den Zoon, * Die

is verrezen uit de doon, * En aan den

Trooster, met Hen één, * Door de altijddurende eeuwen lieen.

AAN MARIA IN DEN PAASCHTIJD.

27. Verheug U, Hemelkoningin.

(Regina coeli, jubila.)

-i—d—r

1 lil

1. Ve

r-

i-

leugU, He-mei

— #-#-1—

ko- nin-gin,

lïbH—

111]

--C--£2---1---------

,Ma-ri - a! Het duis-tel

W

vlood,

de

dag treedt in;

W 0 ^ T

il-le -lu -ja!

. i_ 1 . •

—^— —

Ver-blijd ü, o Ma - ri - a!

2. Dien Gij ontvingt in zuivren schoot, * Verrees in glorie uit den dood.

3. Die oogen, pas gedoofd in bloed, * Zijn schittrend boven zonnegloed.

4. Zijn zegerijke Wonden zijn * De springbron van Gods medicijn.

5. Gebroken is, o dood, uw speer, * Verwonnen ligt gij voor den Heer.

6. Het Kruishout is de heerschersstaf, ♦ Dien God den Overwinnaar gaf.

7. Maria, zing uw zegelied, Eu, ach, vergeet uw kindren niet.

ocr page 138

GEBEDEN EN GEZANGEN.

DE KRUISDAGEN.

Op de Kruisdagen (Maandag, Dinsdagen Woensdag vóór 's Heeren Hemelvaart) houdt de Kerk vanaf de oudste tijden processie door de velden en beemden ton einde Gods strafgerichten af te wenden en zijn zegen over de vruchten des velds af te smeelcen. In onze streken is er van die oude godsvrucht weinig overgebleven; zij bepaalt zich veelal tofc het bidden der groote litanie in de kerk. (bladz. 143.)

GEBED.

God, in wien wij leven, ons bewegen en zijn, wij prijzen de liefde, waarmede Gij al uwe schepselen onderhoudt. Gij draagt alles dooi' liet woord uwer kracht en geeft aan alles bestaan en leven. Van U komt alle goede gave en alle volmaakt geschenk. Wij danken U dan voor alle ontvangeue weldaden en stellen op U geheel ons vertrouwen. Vergeef ons alle zonden, waarmede wij ü hebben beleedigd, en wend de verdiende straffen genadig van ons af. Houd ons onder uwe vaderlijke bescherming en geef ons het dagelijksch brood naar lichaam en ziel, opdat wij U op aarde trouw mogen dienen en uwe barmhartigheid in den hemel eeuwig prijzen. Amen.

DE FEESTDAG VAN DEN H. MARCUS.

(25 April.)

Sinds aloude tijden wordt er op het Feest van den H. Marcus eene Bid-processie gehouden tegen de pest. In onze dagen bepaalt zich deze godsvrucht, althans in onze gewesten, voor een goed deel tot het bidden der groote litanie, (bladz. 148.)

NB. In de vanouds geboden vasten op de Kruisdagen en op den Feestdag van den II. Marcus wordt om de zwakheid des vleesches van jaar tot jaar gedispenseerd.

416

ocr page 139

'S HEEREN HEMELVAART.

Op dezen Feestdag verplaatst ons de H. Kerk op den Olijfberg, vanwaar Christus voor de oogen zijner Leerlingen ten hemel voer, om ook met zijne menschheid te deelen in de glorie der goddelijke natuur, en om ons in de glorie zijns Vaders eene plaats te bereiden. Slaan wij daarom heden onze oogen ten hemel en denlcen wij aan het overrijk loon. dat wij eens zullen ontvangen, zoo wij hier in Christus gelooven, op Hem hopen, met Hem lijden en ten einde toe in de trouwe onderhouding zijner geboden volharden.

GEBED.

lij aanbidden U, Heer Josns, en vev-| heugen ons over uwe victorie. Gij | hebt de poort des Hemels geopend

-' en ons den weg daarheen gebaand.

Gij wilt ons ballingen naar ons waarachtig Vaderland geleiden en ons tot medeburgers der Engelen, tot huisgeuooten Gods maken. 0 Jesus, die aan de rechterhand uws henielschen Vaders zijt gezeten als onze Middelaar en Voorspreker, zie genadig op ons neder en geef, dat wij U hier mogen navolgen om eens den hemel te kunnen ingaan, waar Gij voor allen, die U beminnen, eene plaats hebt bereid. Amen.

Antpli. O Koning der glorie. Heer der Krachten, die heden in triomf boven alle hemelen zijt gestegen, laat ons niet als weezen achter, maar zend ons den lieloofde des Vaders, den Geest der waarheid. Alleluja!

ocr page 140

448 GEBEDEN EN GEZANGEN.

y. Verheft den Koning der Koningen; Allelnja!

1$. En zingt God uwen lofzang. Alleluja!

Laai ons bidden. Wij bidden ü, almachtige God, verleen ons, die gelooven, dat uw Eengeboren Zoon, onze Verlosser, op den dag van heden ten hemel is gevaren, dat ook wij naar den geest in den hemel mogen wonen. Door denzelfdeu Christus onzen Heer. Amen.

28. Gij, onzer harten zaligheid.

(Salutis humanae Sator.)

;fEE2r

i

-J—4-

1. Gij, on-zer har-ten za - lig-heid.

.0 ^

Heer Je-sus, die ons'tlieil be-reidt,

i

EEÊ3E

Gij, Schep-per van't ver - lost heel - al.

Waar rein uw lief-de stra-len zal.

2. Wat teederheid heeft U den last * Van onze schulden opgetast * En schuldeloos ten dood doen gaan, * Om ons van dub-blen dood te ontslaan?

ocr page 141

OP 's HEEBEN IIJJMELVAART. 449

3. Gij dringt tot in des afgronds schoot, * Ontrukt zijn gijzlaavs aan den dood, * Tot de edelste triomf U kroont, * Waar Ge aan des Vaders rechter troont.

4. Nu vuile uw Hart, met ons begaan, * De schuld, door ons beloopen, aan * En voere ons tot uw aangezicht, * Ons zaalgend met zijn zalig licht.

5. Gij, Gids en Drager naar omhoog, * We«s de eindpaal ook van hart en oog, * Wil onzer tranen vreugde zijn * Eu 't zoete loon na 's levens pijn.

29

ocr page 142
ocr page 143

PINKSTEREN.

Eu allen werden vervuld mot den II Geest 11 and II. 4

liet Pinksterfeest herinnert ons aan de netler-dalins des H. Geestes over de Apostelen en aan de voltooiing der Kerk. Gedurende dit Feest mag de Christen niet ver;;nimen God te danken voor de genade van het ware geloof en te smeeken, dat de H. Geest met zijne gaven tot ons koine en ten einde toe in ons vvone.

GEBED.

ij bidden U, o hemolsche Vitder, door uwen eengeboreu Zooii, zend ons den ll.Uoest met zijn zevenvoudige gave. Zend ons don Geest der Wijsheid, opdat wij naar U, ons Dooi en Einde, verlangen en streven; den Geest des Versfancis, opdat wij uw heilig Woord en uwen heiligen Wil goed mogen begrijpen en in alle omstandigheden des levens de hand uwer Voorzienigheid erkennen; den Geest van Raad, opdat wij in twijfel niet falen, maar uwe voetstappen volgen en op den eeuig waren weg wandelen mogen; den Geest der Sierkte, opdat wij U in voor- en tegenspoed trouw mogen blijven en aan alle bekoringen standvastig weerstand bieden; den Geest der Wetenschap, opdat wij weten mogen, wat voor ons schadelijk en nuttig is, en al onze plichten steeds beter leeron kennen; den Geest van Godsvrucht, opdat onze harten van heilige liefde en ware aandacht gloeien en in vol-

29*

ocr page 144

GEBEDEN EN GEZANGEN

maakte toewijding aan U, mijn God, dei geweuscliten vrede vinden mogen; den Gees: van Vreeze des Heeren, opdat wij U steed, voor oogen mogen hebben eu uit heiligei eerbied voor uwe goddelijke Majesteit d' zonde verafschuwen. Amen.

De Litanie on Grebeden tot den H. Geest vind men bladz. 204—211.

29. Kom, heiige Geest, daal oi) ons neer (Veni, Creator Spiritus.)

:l]

1. Kom, heil-ge Geest, daal op ons neer,

-- • ^

Be - zoek de ziel der u - wen weer.

Ver - vul met uw ge - na - de-krach

De har- ten door ü voortgebracht

2. Gij, die de Trooster wordt genoemd, Des All'erhoogsten gaaf geroemd, * De le vensbron, de vlammengloed, * De liefde ei zalving van 't gemoed.

3. Gij, zevenvoudig gavenpand, * De vinger van Gods rechterhand, * Des Vaders

452

ocr page 145

TOT DEN H. GEfST. 453

rouw beloofde Goed, * Die de uwen talen preken doet.

4. Ontsteek uw licht in ons verstand, * Itort in ons hart der liefde brand, * Vcr-terk door uwe kracht altijd * Het zwakke ichaam in den strijd.

5. Jaag Satan ver op onze beê, * En chenk ons uwen zoeten vreê; * Geef, dat tij, aan uw leiding trouw, Vermijden wat

• n's schadeu zou.

6. Maak ons in 't licht, dat Gij ons zendt. Den Vader en den Zoon bekend; * Doe ns gelooven t' allen tijd * In IJ, die Geest an .Beiden zijt.

7. Lof zij den Vader en den Zoon, * Die pgostaan is uit de doón, * En aan den rooster, met Hen één, * Door aller eeuwen euwen heen.

JO. Heiige Geest, kom, laat uw stralen.

(Veni, Sancte Spiritus.)

. (C-D.)

V -*■

1. Heil - ge Geest, koi

é * T —p l—

n, laat uw stra-len

—I-1--1--TTquot;

Uit den he-mei

£ , -1

^ J 1J-

op ons da - len,

—1quot;-1-^-i—

Die der ar-men Va-der zijt!

ocr page 146

GEBEDEN EN GEZANGEN

454

ÜÏS

=i=f=.

m

Kom, o Ge - ver al - Ier ga - ven,

Kom het dor- slis har-te la-ven

3. Zend uw heilig licht van Boven * de harten, die gelooven * In den Vad Geest en Zoon; * Zoo zij door uw li( niet gloeien, * Kan geen bloem van deu er bloeien, * Niets, wat edel is en schoi

4. Reinig van de smet der zonde; * Sclu' genezing voor de wonde; * Dauw het doi re leven aan; * Doe het lauwe en koude o ifr branden; * Weer het dwalende af van stranden; * Voer het op de veil'ge baan

5. Geef die 't waar geloof belijden * I op U vertrouwend, strijden * 't Zevenv dig gavenpaud; * Wil hen voor hun dei g-den loonen, * Na een zalig sterven kror * In der vreugden Vaderland.

Pi

-m

* Ti-

Maak het door uw licht verblijd.

2. Gast der ziel, kom binnen treden, * Toon er uw barmhartigheden; * Scheik ons uw vertroostend zoet: * Maak den m-beid licht door rusten, * Temper 't vulur der snoode lusten, * Lenig ons bedroefd gemoed.

quot; quot; quot; ' quot;quot; quot; 1 1 ^ Tu

r. Ilit kd li. ik

't

Ifn,

il

ea

ocr page 147

HET

'EEST DER H. DRIEVULDIGHEID.

Dit Feest heelt do H. Kerk ingesteld om met lare kinderen de drie Personen der Godheid te oven en te danken voor het werk der Verlossing, let geldt den Vader, die ons zijn Zoon als Ver-osser zond; den Zoon, die het werk dor Verlossing volbracht; den H. Geest, die met de Kerk )lijft en het werk van genade en liefde voltooit. De weken, die nu volden tot den laatsten Zondag ia Pinksteren — het einde van het Kerkelijk Jaar — stellen ons de eeuwen van genade voor, die van de nederdaling des H. Geestes tot aan den jong-sten dag yerloopen. In den loop dier eeuwen wordt Christus gepredikt en zijn Rijk over de aarde uitgebreid, terwijl de menschen door de genademiddelen der Kerk zich heiligen en tot hot eeuwig leven voorbereiden.

diepte der rijkdommen van wijsheid en wetenschap Gods; hoe onbegrijpelijk zijn zijne oordeel-' en, hoeonnaspeuiiijkzijne wegen! U, God den Vader, uit niemand geboren; U, eengeboren Zoon; U, II. Geest den Vertrooster; de heilige en ondeelbare Drievuldigheid belijden wij van ganscher harte en met den mond. Wij loven U, wij zegenen U; Uzij glorie in'eeuwigheid. Amen,

\

ocr page 148

GEBEDEN EN GEZANGEN

p. Laat ons prijzen den Vader en den Zoon en den H. Geest.

R. Laat ons Hem loven en hoog verheffen in eeuwigheid.

Laat ons bidden. Almachtige, eeuwige God, die uwen dienaren verleend hebt in de belijdenis van het ware geloof de glorie der eeuwige Drievuldigheid te erkennen en de eenheid in de macht der majesteit te aanbidden, wij smeeken U, wil ons door de vastheid van datzelfde geloof ten allen tijde tegen alle wederwaardigheden beschermen. Door Christus onzen Heer. Amen.

De Litanie en Gebeden ter eere der H. Drievuldigheid vindt men bladz. 199—203.

31. Aan U, Drie-ééne Majesteit.

(O adoranda Deitas.)

r Q----n__--

aEeg=nni j^-i j j=fe

C/ w w

1. Aan U, Drie-éé-ne Ma-jes-teit, Eén in drie-vou-dig on-derscheid, Aan God den Va-der, God denZoon,

^ En God den Geest op eeuwgen troon;

456

ocr page 149

TEE EEKE DEH H. DEIKVULDIGHEID. 457

2. Aan U is aller lof gewijd, * U vreest, aanbidt en roemt altijd * Met diep oiitzag' eu heilgeu lof * Heel de aarde en gansch het hemelhof.

3. De vruchtbre kracht des Vaders teelt * Het eeuwig Woord, zijn Evenbeeld, * En uit den Vader en het Woord, * Uit Beiden komt de Trooster voort.

4. In wezen één, volmaakt gelijk, * Zijt Ge even oud en wijs eu rijk, * lu weer-galooze majesteit, * En in gelijke heerlijkheid.

5. Gij, 't wezen in volmaakten zin, * Zijt doel van alles en begin; * Gij regelt aller dingen loop * En blijft voor 't hart de onwrikbre hoop.

6. Gij zijt het allerhoogste goed, * De vreugd, die alle leed verzoet, * Maar strenge Wreker van het kwaad, * Wie is er, Heer, die U weerstaat?

7. Gij zijt de Springbron van gena, * Van liefde zonder wederga, * U zij dan aller lof gewijd * Met allen ijver en altijd.

ocr page 150

HET

FEEST VAN HET H. SACRAMENT.

Heden viert de H. Kerk op plechtige wijze de instelling van liet allerheiligst Sacrament, wijl Witte Donderdag, de eigenlijke dag der instelling, zich tot geen luisterrijke viering leent. Op dezen dag beijvert zich ieder goed Christen om den triomftocht van Christus in zijne Kerk bij te wonen, om God te danken voor de instelling van dit Liefdegeheim, om zijn geloof daaraan te belijden en te verlevendigen en eerherstel te bieden voor al de onteering, die Jesus in het 11. Sacrament ondervindt.

ij aanbidden U, Heer Jesus Christus, en zegenen ü, wijl Gij ons in dit wonderbaar Sacrament eene blijvende gedachtenis aan uw Lijden en een zeker onderpand onzer toekomstige

f lorie hebt nagelaten. Verleen ons, o Heer, at wij dit allerhoogst Geheim van uw heilig Lijden altijd in overeenstemming met onze H. Moeder de Kerk belijden mogen en daarbij aan de verdiensten van uw Leven en Sterven deelachtig worden. Amen. lorie hebt nagelaten. Verleen ons, o Heer, at wij dit allerhoogst Geheim van uw heilig Lijden altijd in overeenstemming met onze H. Moeder de Kerk belijden mogen en daarbij aan de verdiensten van uw Leven en Sterven deelachtig worden. Amen.

Een schat van gebeden tot Jesus in het Allerh 8acramei;t vimit men bjadz. 227 — 244« Paarbij

ocr page 151

TBR EERB VAN HKT ALLKRILEILIGSTE. 459

verwijzen wij naar de vertaling der heerlijke gezangen van dit feest: „Pange linguaquot;, (bladz. 99) „Sacris solémniisquot;, (bladz. lOii) „Verbum supernumquot;, (bladz. 105) „Lauda, Sion, Salvatorem.quot; (bladz. 10j).

32. Knielt, Chrlstenscliaar.

(C-Bea.)

3=

i

« —é-

1. Knielt, Chi'istenschaar, Voor 't zoen- al-

taar, Uw God rust daar! Knielt

,1E

bid-dend neer Eu brengt uw Heer Dank,

lof en eer. JSt'/r. Wees ge-ze-gend,

3=

Le - vend Man - na, Gliri-stus Je-

sus! Wees, Je - sus zoet. Van

Ê

±

.

Ui

ons ge-groet, O Je - sus zoet!

2. Ziet, Jesus zoet, * Ons hoogste Goed, * Met Vleescl; eu Bloed, * Wil onder schijn

ocr page 152

GEBEDEN EN GEZANGEN

* Van brood en wijn * Hier met ons ziju. Refr.

3. In iedren nood * En bij den dood * Sterkt ons dit Brood; * 'En lieelt ons hart,

* Hoe 't ook door smart * Gebroken werd. v Refr.

4. ü, God en Heer, * Zij immermeer * Lof, dank en eer! * Wees, Sacrament, * Geloofd, erkend * Tot 's werelds end! Refr.

33. Engleu, daalt met spel eu snaren.

460

(C«Bes.)

dEz

I

i t En-glen, daalt met spel en sna-ren, | Heft met al - le Cliri-stenscha-ren,

Hü

Of - fert wie-rook, ro - ze-blaên, l God ter eer uw lof- zang aan. \

^IE:

Laat het van uw har-pen rui-schen,

Laat het door uw ko- ren bruischen:

EH

„Steeds be - miud, ge - loofd, er - keud

ocr page 153

TER EERE VAN HET ALIjERHEILIGSTE. 461

Zij 't hoog-hei - lig Sa-cra-ment.

, 2. Leer ous Jesus' liefde prijzen, * Liefdedronken Serafijn; * Laat uw stoutste tonen rijzen, * Hoog- omblonken Cherubijn! * Laat ous duizend, duizend malen * Dankend, jiiichend saam herhalen: * „Steeds bemind mz.

3. Och, dat alle inensclientongen, * Als in heilgen liefdebond, * Met ous 't zalig loflied zongen, * Nu en immer, eiken stoud! * Mochten allen duizend malen * Dankend, juichend saam herhalen: * „Steedsbeminderaz.

34. Hier daalt Gij van den hooien.

(F.A..)

— -9-

1 ) Hier daalt Gij van den hoo--gen, ) Stil, in het stof ge - bo - gen.

-J-=k :

Ver - bor-gen God, ter neer; I Aan-bid-den wij U, Heer! (

Of ook onze oo - gen schou-wen Dos

ocr page 154

462 GEBEDEN EN GEZANGEN

-9-k-1-H-4-1—

-J_j!-J_.

loo - ven en ver -

r-®-:-i-r-

trou- wen

We op

J—i

uw waar - ach - tig - heid.

2. Uw goddelijken luister * Verborgt Ge aan 't harde Kruis, * Nu schuilt ook in het duister * De Zoon uit David's huis; * Maar God en Mensch belijden * We U onder schijn van brood, * Al zien we ook van uw Lijden * Geen Wonden purperrood.

3. O Heugnis van uw sterven, * O Brood, dat leven geeft, * Laat ons door U verwerven, * Te leven, waar Gij leeft. - Laat onze zielen smaken * In altijd hooger gloed * Uw goddelijk genaken, * Uw liefdesovervloed.

4. Het Brood der Englenkoren * Is nu der zwervers spijs, * Laat aarde en hemel hooren * Der eeuwen lof en prijs; * Door God tot God herboren, * Geloof, gij trouwe schaar: Gods kindren blijft behooren * Dit Manna wonderbaar.

5. Al waart ook steeds de ellende * Door 't arme menscheulot, * Tot aan der wereld ende * Blijft ons het Brood van God; * Tot we eenmaal, vol vertrouwen * Door zijn geua gericht. * Des Levens Brood aanschouwen * In s Ueeren aangezicht.

ocr page 155

TER EBEB VAN HET ALLEEHEILIGSTE. 463

35. O Spijs, den mcnsch gegeven.

(O esca viatorum.)

(A=Fia.)

1. O Spijs, denmensch ge - ge-ven,

P|=^Ë^=Ë=gt;=t^EfeE

^ Op reis naai' be - ter le - ven, O Man-ua, He-mei-brood! Ver-

quot; zaad, die hon-grig smach-ten, En lieil - be - gee - rig track- ten Naar

^ laaf-nis in den nood.

2. O Bron, zoo mild ontvloeiend * Uit Gods van liefde gloeiend * En allerzuiverst Hart! * Verfriscli wie dorstig smachten, * Versterk de levenskrachten * En lenig alle smart.

3. O Jesus, thans verholen, * In schijn van brood verscholen, * Omsluierd voor liet oog; * Geef, dat na 't aardsche duister, * In ongedekten luister, * Ik U aanschouwen moog!

ocr page 156

GEIÏEDKN BN GEZANGEN

36. Lof zij het heilig Sacrament.

i I Lof zij liet hei-lig Sa-cra-raent, ' | Wiens lief-de geen be - per-king kent,

Door Je - sns ons ge - ge - ven Tot pand van 't eeu- wig le - ven

Daalt, Eng-len Gods, te za-men neer,

Uit de eeuw'ge glo - rie - ho - ven.

m

Om uw ver-bor-gen He- mei-heer

464

il

3:

ocr page 157

TER BERE VAN HET ALLERHEILIGSTE. 465

„heiligquot; zonder end * Voor uwen God te zingen.

3. „Lof zij het heilig Sacrament!quot; * Dat aller volken talen, * Tot aan der wereld uiterst end, * Dit jubellied herhalen! * Het blijve ons in het hart geprent * Om Jesus meer te minnen, * Die zich uit liefde in 't Sacrament * Verbergt voor onze zinnen.

37. Laat ons, o Jesus, U ter eer.

(Op voorgaande wijze.)

1. Laat ons, o Jesus, U ter eer * Een lof- en danklied zingen, * Met de Englen, die uw outertroon * In heilgeu schroom omringen. * Hoor, Jesus, goede Kindervriend,

* Ons bidden, danken, loven, * Gij, die ons mint in 't Sacrament, * Gelijk Gij mint hierboven.

2. Nu luistert Gij naar iedre beê * Met innig welbehagen, * Nu schenkt Gij alles, wat uw kind * Vertrouwelijk komt vragen.

* Nog meer, want heden daaldet Gij ~ In onze harten neder; * Wat geeft ons hart aan U, o Heer, * Voor zooveel goedheid weder ?

3. Wij zullen dankbaar zijn, o Heer, * Door deugden U dat toonen; * Want enkel in het reine hart * Blijft Gij vol liefde wonen. * O God van 't heilig Sacrament, * Weer af van ons de zonden, * Dan blijven wij ook na den dood * Altijd met U verbonden.

30

ocr page 158

GEBEDEN EN GEZANGEN

466

O Jesns, in 't verwachten zoet.

(F-.O.)

i

1. 0 Je-sus, in't ver-wach-ten

$

zoet, Eu in 't ont-van- gen won-der-

goed. Uw al - Ier - hei - ligst

3^

Vleesch en Bloed Stort he - mei-

i

blijd-schap in 't ge - moed.

2. Als Gij in 't arme harte daalt, * Dan wordt de zondeschuld betaald, * Wijl uw genade het bestraalt, * En uwe lietde er zegepraalt.

3. Uw hemelspijs versterkt den geest, * Maakt ia 't gevaar hem onbevreesd; * Zij is het, die de wond geneest, * Wanneer mijn harte is zwak geweest.

4. De vreugd der aarde walgt, verblindt; * 't Genot, dat ik in Jesns vind, * Die mij ten uiterst heeft bemind, * Is rein als vreugde van een kind.

i

|i

ocr page 159

TER EERK VAN HET ALLERHEILIGSTE. 467

5. Gij, Jesus, zijt alleen de vreugd, * Wijl Gij alleen mijn ziel verheugt, * Haar stevinend in heur zwakke deugd, * Haar sterkend met de kracht der jeugd.

6. O Jesus'Lichaam, wondre spijs! * Voor ons het hoogste gunstbewijs, * En onderpand van 't Paradijs, * 'k Geef IJ voor niets ter wereld prijs.

89. Hier zetelt op zijn liefdetroon.

(Op voorgaande wijze.)

1. Hier zetelt op zijn liefdetroon * Des Vaders welbeminde Zoon; De trouwe Herder houdt de wacht * Bij zijne kudde dag en nacht.

2. Hier offert zich het reine Lam, * Dat onze schulden op zich nam * En aan het Kruis zijn Bloed vergoot * Om ons te ontrukken aan den dood.

3. Straks wordt zijn heilig Vleesch en Bloed * De kracht en vreugd van ons gemoed; * Daal, God des hemels, in ons neer! * Gij vraagt ons hart, aanvaard het, Heer.

4. Zingt allen één van hart en geest * Op ons gezegend liefdefeest: * Bemind zij tot der wereld end, * Die komt tot óns iii 't Sacrament.

30*

ocr page 160

468 GEBEDEN EN GEZANGEN.

vu - rig wenschen Mij-ner ar-me

ziel naar U. Stil mijn ver-

lan-gen Om ü te ont-van-gen,

Waar - om, Je-sus, toeft Gij nu?

2. Laat U niet wachten, * Mij niet langer smachten * Naar uw godlij k Vleesch en Bloed; * Hart, ziel en zinnen * Zullen U minnen, * Die mij met uw Lichaam voedt.

3. U wil ik geven * Lichaam, ziel en leven, * Alles, Jesus, voor altijd; U zijn mijn krachten, * U mijn gedachten, * Gansch mijn hart alleen gewijd.

4. Moge ik U danken * In de zoete klanken * Van den reinen Cherubijn; * Van liefde gloeiend, * Aan ü mij boeiend, * Vurig als een Serafijn.

5. Daal dan, o Koning, * Neder in de woning, * Die Ge uit liefde en goedheid vraagt; * Heersch zacht en krachtig, * Heerscli oppermachtig * In het harte, dar, U draagt.

ocr page 161

TER EERB VAN HET ALLERHEILIGSTE, 469

41. Nu heeft mijn lieve Jesus dan. (Na de H. Communie.)

) Nu heeft mijn lie-ve ) Die mij n vei'kwik-te

Je - sus dan ziel be-waar'


Zich mij ten spijs ge In 't ein - de - loo - ze

:1

^e - ven, le - ven!

EÖ3E

U, goe - de Je - sus, smee-ken wij:

ïïmt

Blijf ons nu een-wig-, eeu-wig bij!

2. O, dat ik alle stemmen had, * Die oj)-gaan van deez' aarde, * En 't nimmer zwijgend hemelkoor * Zich aan mijn loflied paarde! * U, goede Jesus, loven wij; * Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij!

3. Aanbiddend loof ik, dank ik U, * Met de Englen, die me omzweven; * Wat zal ik U, o goede God, * Voor zooveel liefde geven? * U, lieve Jesus, danken wij; * Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij!

4. Ik wil, mijn Jesus, wat ik ben, * Mijn hart, mijn vreugde eu lijden, * Mijn leven en mijn stervensuur * Ten offerande U wijden. * U, goede God, beminnen wij, * Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij!

it=3=-

ocr page 162

470 GEBEDEN EN GEZANGEN

42. Ik min U, Heer.

(O Deus, ego amo te.)

1. Ik min U, Heer, maar min U

niet, Wijl Gij er eeu- wig

loon voor biedt, Of hem in

-t-

't liel - sche vuur kas - tijdt,

1——gd~

^ Wiens hart TJ niet is toe-ge-wijd.

2. Aan 't Kruis, o Jesus, in de smart * Hebt Gij mij vastgeklemd aan 't Hart; Gij hebt verduurd en smaad en hoon * En naaglen, lans en doornenkroon.

3. En lichaamspijn en zieleleed * Eu walging, angst en bloedig zweet, * Ja, zelfs den dood leedt Gij voor mij, * Voor mij, mij zondaar, Jesus Gij.

4. Zou ik, o Jesus, eindloos goed, * Voor U dan blijven zonder gloed? * Neen, zóó als Gij mij mindet, Heer, Zoo minne ik U, zoo minne ik weer.

5. Niet om in uwe vreugd te zijn, * Of om te ontkomen de eeuvvge piju, * Mijn liefde is U alleen gewijd, * Wijl Gij mijn God, mijn Koning zijt.

ocr page 163

HET FEEST VAN HET H. HART.

De vereerin^ van het Allerh. Hart staat in de nauwste betrekking tot de aanbidding van Jesus in liet Allerh. Sacrament. Immers wij mogen ons het goddelijk Hart niet levenloos en van don God-mensch gescheiden voorstellen, maar levend in Hem, die, met Godheid en Menschheid. met Vloesch en Bloed, in het Allerheiligst Sacrament geheel en levend tegenwoordig is. Deze vereering werd in lateren tijd, na de verschi jning van onzen god-delijken Zaligmaker aan de zalige Margaretha Maria Alacoque, op bijzondere wijze bevorderd. Zij is een geschikt middel om de geloovigen op te wekken tot dankbaarheid voor de liefde, waarmede Christus de wereld verloste en het H. Sacrament van zijn Vleesch en Bloed tot gedachtenis aan zijn Dood instelde. liet Feest wordt gevierd op Vrijdag na het Octaaf van Sacramentsdag.

GEBED.

ees gegroet, H. Hart van Jesus, levende Bron des eeuwigen levens, ouuitputtelijke Schat van genade en liefde. Gij zijt mijn rustplaats, mijn toevluchtsoord. 0 allerbeminnelijkste Jesus, ontsteek onze harten door do brandende liefde, die uw Hart verteert, en stort de hemelsche genaden, waarvan uw Hart de bron is, in onze harten uit. Vereenig ons hart zoo innig met het Uwe, dat ook onze wil de Uwe worde en onze wil zich ten allen tijde naar uwen Wil riclite; want wij verlangen, dat uw H. Wil in de toekomst het eenig richtsnoer onzer begeerten en werken zij. Amen.

De Litanie en Gebeden ter eere van het H. Hart vindt men bladz. 282—287.

ocr page 164

GEBEDEN EN GEZANGEN

472

i

i

3;

43. O Hart, voor ons gebroken.

i t O Hart, voor ons ge - bro - ken, ' )0 Hart, voor ons door-sto - ken.

iü

Door ons ge-bro-ken weer. Ge - wond door on - ze speer; \

Hart, zoo naam-loos tee - der.

3=J^

Door ons zoo fel ge - hoond. Wie

fi

ES

m

voert ons tot U we - der. Waar

i

Ge in uw glo - rie troont.

2. Wij bidden en wij weenen * Wel aan des Kruises voet, * Maar in het hart, het steenen. * Ontwaakt geen liefdegloed; * Wie zal ons tot TJ voeren, * O Liefde zonder peil, * Ons zondig hart weer snoeren * Aan 't Kruis, ons eenig heil?

3. Gij, die Hem hebt gedragen, * Gedragen onder 't hart, * Hoor uwe kindren kla-

ocr page 165

TER EEEE VAN HET GODDELIJK HART. 473

gen * In weergalooze smart; * Uw kin-dren, zijne broeders, * Verbonden door zijn Bloed, * Gij heiligste aller moeders * Voer ons zijn Hart te moet.

4. Gij, die de laatste slagen * Gehoord hebt in zijn'borst, * Zijn zieldoorvlijmend klagen * In ongeleschten dorst; * Gij, Moeder, ons bezworen * Door d' eigen bleeken mond, * Laat onze bede hooren, * Eu dringen door zijn Wond.

5. Och, dat uit zijne Zijde * Het Water en het Bloed * Ons harte weer verblijde * Met frisschen levensmoed; * Dat onze ziel weer dronken * Zijn liefde zingen kon, * Van al den gloed doorblonken, * Die uitstraalt van die Zon.

44. O Hart van Jesus, enkel glans.

1. 0

r 0 i

Hart van Je-sus.

en-kei glans,

c 1

~ 0

——

al - Ier- hei - ligst

ou - ter,

1— Stort

fel

in mijn zon-dig

har-te thans

Uw vuurgloed, die mij lou - ter'.

ocr page 166

GEBEDEN EN GEZANGEN

2. Delg- zóó de lauwheid, die het meest * Tot walging U moet strekken, * En wil in mij een nieuwen geest, * Den geest van ijver wekken.

3. Zachtzinnig Hart, aan ootmoed rijk, * Van goedheid overvloeiend, * Maak aan uw Hart mijn hart gelijk, * Van uwe liefde gloeiend.

4. Och, ware ik als de Serafijn, * Eén vuurgloed slechts van binnen, * Nog zou het niet voldoende zijn * Om U genoeg te minnen.

5. Opdat ik dan, o Jesns zoet, * Een liefde U waardig vinde, * Stort in mijn hart den liefdegloed, * Waarmede uw Hart mij minde.

45. Mijn hart kom ik U geren.

474

(Cor meum tibi dedo.)

ge - ven, le - ven

, ) Mijn hart kom ik U | Om hart aan hart te

O Je-sus, mild en goed! Met U, o Je - sus zoet!

£

Al-leen Gijvraagthet hart aan mij

ocr page 167

TEE EERE VAN HET GODDELIJK HART. 475

f—^.. j) i,

Slecht

F^h-r

sl

1-^ -M-f

lar-ten mint en vo

r-dert Gij:

-Re/V. Gij

r_L

mi

nt mij teer, U

[7—1—1—3=

min-ne ik

^=1

weer, 0 Je-sus, lie - ve Heer.

2. Wat zal de liefde loonen, * Dat Gij ons werdt gelijk, * Als Kind bij ons kwaam't wonen, * Dié troont in 't Hemelrijk! ^ „Geef mij nw hart, mijn Zoon,quot; zegt Gij; * Ik schenk het U, o Jesns, blij. Hefr.

3. Gij liet uw Hart doorstooten * En mij den toegang vrij, * Om hart aan hart gesloten * Te schuilen in uw Zij. * Om mij te winnen, Jesus zoet, * Gaaft Gij U Zelf in liefdegloed. Re/r.

4. Hier vindt het hart versterking, * Hier zoete rust bereid; * De liefde kracht en werking * En wisse zaligheid. * Hier schuile ik in de spleet der rots, * In 't vestingwerk van 't Harte Gods. Sefr.

5. Hier is de gaaf der gaven, * De spijze hemelzoet, * De heildrank, die ons laven * En liefde kweeken moet. * Alleen Gij, die het leven bracht, * Gij voedt ook aller levenskracht. Be/r.

ocr page 168

476

B ........... n mi

GEBEDEN EX GEZANGEN

6. Als op liet eind des levens, * Bij 't zien der euveldaên, * En angst en wroeging tevens * Om 't schuldig harte slaan, * Bied mij uw Hart dan in dien nood * Als veilge schuilplaats bij den dood. Refr.

46. Wie kan uw Hart aausclionwen.

±:

, Wie kan nw Hart aan-schouwen, , En roemt uiet vol ver-trou-wen

SjE

Zoo god - lijk mild en teer, I De lief - de van zijn Heer! (

c/ ^ CP .

Als 'sliemels mil - de re - gen Stroomt

ons uw ze-gen te-gen: O Je-sus, ze-gen

ons! O Je-sus, ze-gen ons!

2. Bij de' aanblik van de zonde * In eigen hart ontsteld, * Spoed ik naar de open Wonde, * Waar ons do heilbron welt. * Daar in de purperplassen * Zal ik mijn vlekken wasschen: * [O Jesus, reinig mij!] (bis).

=1=

ocr page 169

TER EBRE VAN SET GODDELIJK HART. 477

3. Als de afgejaagde hinde * Versmacht mijn ziel van dorst; * Geef, dat ik laafnis vinde * Aan uw doorstoken borst; * Laat me aan uw boezem zinken, * Eu liefde uit liefde drinken: * [O Jesus, laaf Gij mij'] (bis).

4. Door 't kwaad van alle zijden * Gelokt, bedreigd, gesard, * Zoek ik in 't felle strijden * Een rustplaats voor mijn hart. * Ocli, dat ik vluchten koude * In Jesus' Boezem wonde! * [O Jesus, sta mij bij !] (bis).

5. In Jesus' Hart te wonen * Is 't hoogst begeerlijk lot; * Mij zij de troon der tronen, * i)e liefde van mijn God! * Daar van uw glans omblonken, * En van uw vreugde dronken: * [O Jesus, zalig mij!] (bis).

47. O Jesus mijn!

(A.a.)

1 ( 0

1- 1 Zal

j.—

Je-sus mijn! Moet ik al - tijd. Uw i

het dan zijn, lart ten spijt,

—J—i—-if

-($)—P— quot; Zal Slechts

ik TJ wensche

- '

nooit be n, nooit be

- min-nen ? 1

- gin-nen? (

Refr. Je-sus, ü min ik; Je-sus,Ü

ocr page 170

478 GEBEDEN EN GEZANGEN

-2- P TÏ J » »

-f=—•—r-

volg ik;

U r U blijf ik

=^-HI

Eb t j3

trouw tot in

eeu - wig - heid.

2. Dat minnend Hart * Doorboorde, o smart! * De lans van mijne zonden; * Uw Hart, o Heer, * Zoo miid, zoo teer, * Ik kou, ik durfde 't wouden! linfr.

3. Toch mint Gij mij, * Tocli vordert Gij

* Mijne arme wederliefde; * Om met een vloed * Vau eindloos goed * Te zaalgen, die ü griefde. Refr.

4. O Jesus, nu * Geef ik me aan U, * Och, wasch mijn zondevlekkeu; * O, mocht mijn bloed * In liefdegloed * Tot uwe glorie strekken! Refr.

5. O Liefde, U zijn * In vreugde, in pijn

* Gewijd mijn ziel en krachten; * Doe mij steeds 'meer, * Uw Hart ter eer, * Naar vuurger liefde trachten. Refr.

ocr page 171

GEBEDEN EN GEZANGEN OP DE VOORNAAMSTE FEESTEN VAN MARIA.

MARIA'S ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

(8 December.)

Op dit Feest viert de H. Kerk liet hooge voorrecht, dat God alleen aan Maria heeft geschonken: hare On ievlekte Ontvangenis. God heeft niet gewild, dat de Moeder van zi jn Zoon ooit onder de macht van Satan zon zuchten. De H. Kerk leert uitdrukkelijk, dat Maria nooit een kind van gramschap is geweest, maar dat Zij, van het eerste oogenblik harer Ontvangenis af rein en onbevlekt en met de heiligmakende genade toegerust, steeds een voorwerp van Gods welbehagen is geweest en gebleven

Onder de gebeden, die op dezen dag tot Maria kunnen gericht worden, neemt het gebed: „Tot de onbevlekt ontvangene Maagdquot; (bladz. 248) eene zeer geschikte plaats in.

tefsSKl Maria, onze Koningin, wij verheu-P Ep w! gen ons met U, dat God U met Q M jrf 200 schitterende deugden heeft [lamp;adsSi. versierd en in 't bijzonder, dat Hij U van uwe Ontvangenis af met vlekkelooze

ocr page 172

480 GEBEDEN EN GEZANGEN

zuiverheid heeft toegerust. Wij zeggen God daarvoor dauk en belijden met vreugde deze waarheid. Mocht 'toch de gausche wereld U kennen en prijzen als het morgenrood, dat altijd van hemelschen luister straalde. Gij zijt de uitverkorene Arke des heils, die voor algemeeneu ondergang bewaart. Gij zijt de blanke Lelie, die onder de doornen groeit en bloeit. Alle kinderen van Adam zijn met zonde besmet en in Gods vijandschap geboren; Gij alleen zijt geheel rein, zonder zonde, heilig ontvangen en geboren; Gij hebt als Maagd Jesus Christus van den H. Geest ontvangen en zijt Maagd gebleven. Gedoog dan, dat wij U prijzen, allerreinste Maagd Maria, en zie met de oogen uwer barmhartigheid op ons neder: bescherm onze onschuld, opdat wij rein en schuldeloos leven en eens zalig sterven. Amen.

48. In ceu zoo duistren naclite.

Èif

EE

rj—J—

, \ In een zoo duia-tren nach-te, ■ ) Hoor-de ik een lui - de klach-te

i

Uit een zoo wil - de zee. Vol bit - ter-heid en wee!

5E

______ui n . .

„Och, toon ons uw er-bar - men!quot; Zoo

ocr page 173

OP DB FEFSTEN VAN MARIA. 481

klouk het droef en bang —„Eeik ons uw

EE

red- den - de ar - men, O Heer, Gij

t

toeft zoo laug!

2. „De donkre naclit der zouden, * lu deze woestenij, * Houdt onzen geest gebonden, * Die rein wil zijn en vrij. * Hoe lang, Heer, zal 't nog duren, * Eer 't zonlicht op zal gaan * En door zijn stralen sturen * Ous schip ter rechter b'aau?quot;

3. „Scheukt ons den Wensch der volken,

* Gij heemlen met uw dauw, * Eu regent af, gij wolkeu, * Den Troost in onzen rouw!

* Gij aarde, die moogt roemen * Op bloe-men wonderschoon, * Breng voort den roem der bloemen, * De Bloeme — Godes Zoou!quot;

4. ïoeu daagde 't aan de kimmen * En 't duister vlood alom: * Ik zag een licht-zee klimmen, * Die zacht als zilver glom;

* En stralend, in veel kleuren * Van schit-trend wit en rood, * Droeg zij, vol zoete geuren, * De Zon in haren schoot.

5. Zij was — dat uchteudgloren — * Een Maagd, in deugden rijk, * Uit koningsbloed geboren; * Geen enkle haar gelijk, * Geen waardiger te wezen * De Moeder van Gods

31

ocr page 174

GEBEDEN EN GEZANGEN

Zoon; * Dies werd ze alom geprezen, * Begroet op blijden toon:

6. „Gij boven alle vrouwen * Zoo schoon en wonderzoet, * Zoo vroom eu vol vertrouwen, * Maria, wees gegroet! * Van zuchten en van rouwen Bevrijdt gij ons gemoed; * Ons scheepje wordt' behouên * En onze schuld geboet!quot; —

7. Eens worden wij de woning, * Waar-ia geen oog meer sclireit, * Door Haar bij onzen Koning * Voor eeuwig ingeleid. — 'F U dank- en lofbetooning, * Drieëene Majesteit, * Voor de overgroote looning * Uns onverdiend bereid!

MARIA-LICHTMIS.

(2 Febr.)

Het Feest der Zuivering van Maria of Maria • Lichtmis herinnert eraan, hoe Maria zich ons ten voorbeeld nederig aan de wet der zuivering onderwierp, ofschoon Zij daartoe om hare vlekkelooze reinheid en om do wonderbare werking des II. Geestes niet gehouden was.

Op dezen dag worden de kaarsen gewijd, die gedurende het jaar bij de godsdienstoefeningen worden gebruikt. Zij worden vervaardigd uit witte was en verbeelden het maagdelijk rein en zuiver Lichaam des Heeren, terwijl hare vlam het ware Licht voorstelt, dat in de wereld is gekomen om alle volken te verlichten. Daarom worden ze niet alleen ontstoken en in processie rondgedragen, maar zelfs geheel de H. Mis door in de hand gehouden.

__________GEBED.

Maria, Moeder Gods, Gij offert uwen Zoon in den Tempel op en brengt volgens het voorschrift der ' Wet het offer der armen! Hoe

482

ocr page 175

OP DE FKESTEN VAN MARIA.

heerlijk schittert uw ootmoed en uwe gehoorzaamheid bij de vervulling; eener wet, die enkel de zondige nakomelingen van Eva verplichtte. Ter herinnering aan deze hooge gebeurtenis, bieden wij ons zelveu door uwe handen aan den goddelijken Zaligmaker als offer aan. Verwerf ons, Maria, dat wij in reinheid van ziel en in deu glans der goede werken voor Hem wandelen, en voortdurend in ootmoed en gehoorzaamheid den goddelijken Bruidegom te gemoet treden, ten einde de heerlijkheid van zijn hemelsch Rijk te erlangen. Laat ons ook steeds uwe gehoorzame kinderen zijn en blijf Gij immer onze Voorspreekster bij Góds troon. Amen.

49. Maagd, zonder smetten.

(I, Mater pia.)

(AmViiiA

l==^====r,

£

Â¥

1. Maagd, zon-der smet-ten. Schoon U geeu

i

wet-ten Bin-den tot zul-ve-ring.

Ë

Kom toch en na - der 't Huis van den

ES

Va-der Met u-wen Lie-ve-ling.

31*

483

ocr page 176

GEBEDEN EN GEZANGEN

2. Smaak daar de zoetheid, * Loof örj Ie goedheid * Vau uwen God en Heer; g. Engelreine, * Daar uwen Kleine *■$'', )r zijnen Vader neêr. ' c'

3. Arm als de have * Zij de offerg-ai.:o

't Nederig- duivenpaar; * Hooger in waai ie * Zag nimmer de aarde * Offer noch.) f-feraar. ,l

4. 't Kind, U gegeven, * Biedt er z in leven * D' eeuwigen Vader aan; '•'Cm door ziju sterven * Ons te verwery/p quot; Dat wij ten hemel gaan.

5. Koop dan, o Moeder, * 't Kind,' (jfiz Broeder, * Voor uw vijf sikklen af; * Dc )r zijn vijf Wonden, * Losprijs der zonden Koopt Hij ons vrij van straf.

MARIA-BOODSCHAP.

(25 Maart.)

Dit Feest herinnert ons aan het onuitsprekel k Geheim van ons heil, de Menschwording van Go Is Zoon, en stelt ons tevens de hooge waardigh( id van Maria voor, die heden door hare nederige c n-derwerping en door de kracht des H. ?8

Moeder werd van den Eengeboren Zoon des-_gt; (v-ders en daardoor Moeder der geheele menschire Bid dezen dag met zeer veel godsvrucht bij 1 kleppen van „De Engel des Heeren,quot; en maak da* r-bij het voornemen dit voortaan altijd te zullen dolt; n.

GEBED.

■quot;^ffees gegroet, H. Maagd Maria, c ie door God in zijne grenzenloo liefde tot Moeder van zijn eeng : boren Zoon, onzen Verlosser Jes is Christus, werdt uitverkoren. Gij zijt ie

484

♦

sn

ocr page 177

op I)E Beesten van ar aria.

485

\ ronw, nit welke God, de Koniuo; van he-n t' ii aarde, tot verlossing van den menscli h it i'leescli wilde aannemen. Gij zijt de güi^dige Middelares, die God met don mensch, den hemel met de aarde.vereenigd lièbt. Door U is ons liet Leven geworden: Gij zijt de Poort der goddelijke genade en de zekere haven op deze wereldzee. Wij smeeken U, allergoedertierenste Moeder des Zaligmakers, verwerf ons vergt 's onzer zonden en de genade, dat wij iiwen Zoon, onzen Heer en Verlosser, en Uj Moeder van barmhartigheid, van gan-sctier harte mogen liefhebben en vereeren. Amen.

50. O God, algoed en machtig'.

•gt;

1. 0 (

jrod, al-goed en mach-tig, Tot

1—1—J^—j—J—

^ U V

'T* ^ »'

, J J rt J 00

3r-zucli-ten wij: Wees Is-ra-

1---1 ! —*—•—•

el ge-dach-tig, En maak uw kin-dren

blij. Wil dra den Hei-land zen-den,

ocr page 178

486 GEBEDEN EN GEZANGEN

rjhr-1—t-]--j--j--

hpquot; -*-

Die ons ver-los-se

r-O-—T-T--1-

-J- J-

n zal Uit

—I-1—•—t—

^^-H

J J - J -

-*--1-

al de ziels - el -

pf. 1-,—;-=]

len-den Van

J.--J-j-

A - dams droe-ven val.

2. Zóó bad het bange harte * Op heel het wereldrond, * Dat iu gevaar en smarte ^ Geen heil of redding vond; * Toen de Engel, afgezonden * Tot Joseph's reine' Bruid, * Haar groetend kwam verkouden * Gods eeuwig raadsbesluit.

3. Och, mocht ik Haar aanschouwen, * De vlekloos zuivre Maagd, * Het pronkjuweel der vrouwen, * Uit wie de Heilzon daagt; De Maagd, die zal ontvangen * In haren kuischen schoot * Het Kind van ons verlangen, * Den Eedder uit den dood.

4. Het is mijn zielsbegeeren: * Och, of 'k Haar dienen mocht, * Die God zoo hoog wilde eeren, * Toen Hij zijn volk bezocht: ■quot;Van eeuwigheid verkoren * Om Moedermaagd te zijn, * Wordt God uit Haar geboren * Als hulploos Kindekijn.

5. Laat ons die Moeder loven * En Maagd, zoo hoog gevierd, * Die nu in 's hemels

ocr page 179

OP DB FBJ0STEW VAN MARIA. 487

hoven * De rijkste krone siert; * Dan zal Zij voor ons spreken * Bij Jesus, haren Zoon, * En voor haar kindren smeeken * Bij Gods genadetroon.

MARIA'S TEN-HEMEL-OPNEWIING.

(15 Augustus.)

..Wij is Zij , die daar uit de woestijn opptijftt?quot;

Volgens de aloude overlevering der Kerk werden de Apostelen door den Geest Gods uit de verste hoeken der aarde om het sterfbed van Maria ver-

faderd. Thomas, de Apostel van het verre In-ië, kwam drie dagen nadat de Moeder des Hee-ren was begraven. Hij wenschte Maria nog cental te zien en liet den steen van het graf weg-men. Maar hoe ontstelden de Leerlingen, toen het graf ledig vonden en de verkwikkendste geur n tegenkwam. Tot zoover de Overlevering. — sik een voorrecht voor Maria en welk eene troos* te ide waarheid voor hare Kinderen!aderd. Thomas, de Apostel van het verre In-ië, kwam drie dagen nadat de Moeder des Hee-ren was begraven. Hij wenschte Maria nog cental te zien en liet den steen van het graf weg-men. Maar hoe ontstelden de Leerlingen, toen het graf ledig vonden en de verkwikkendste geur n tegenkwam. Tot zoover de Overlevering. — sik een voorrecht voor Maria en welk eene troos* te ide waarheid voor hare Kinderen! Zij werd met lichaam en ziel ten hemel opgenomen, door ge-hc ïl het hemelsch Hof met vreugde ontvangen en boven alle Engelen en Heiligen gekroond. Dl ar troont Zij als Koningin van Hemel e» aarde : daar is Zij de Voorspreekster bij haren god-de ijken Zoon voor hare kinderen, die nog in ba [lingschap toeven en vertrouwend op hare macht ^ — bescherming en voorspraak inroepen.

GEBED.

Maria, Koningin vau hemel en aarde, hoe zoet is ons de gedachtenis aan uwe glorierijke Hemelvaart. Zij herinnert ons aan de hooge zaligheid, die U door uwen Zoon werd bereid en die alle Engelen en men-schen met vreugde vervult. Wij smeeken U bij deze uwe glorie, wees en blijf voor ons eene milde en genadige Koningin. Sta

m

h

ocr page 180

gebedek ën gezangen

488

ons bij en zie niet op de menigte onzer zonden. Bedenk, dat uw en onze Schepper uit U zijn raenschelijk Lichaam heeft aangenomen, niet om ons zondaren te verwer-

Êen, maar om ook ons zalig te maken, •raag zorg, dat wij toch niet verloren gaan, maar uwen Zoon trouw dienen en eens daar komen mogen, waar Gij tot de eeuwige zaligheid werdt opgenomen. Amen.en, maar om ook ons zalig te maken, •raag zorg, dat wij toch niet verloren gaan, maar uwen Zoon trouw dienen en eens daar komen mogen, waar Gij tot de eeuwige zaligheid werdt opgenomen. Amen.

Â¥

:.1;

ElE

51. Omstuwd van Clieriilüjiien.

f-i

1. Om-stuwd van Che - ru - bij-nen,

i

Zit op een glo - rie - troon Van

11

stra-len-de ro - bij-nen de Moe-der

0

van Gods Zoon; Met welk een vreugd be-

m

zin-gen In koor de He-mel - in - gen

*—»

Hun schoo-ne Ko - nin - gin!

ocr page 181

OP DE FEESTEN VAN MARIA. 489

2. Hoe gloort door Sions zalen * De krone, die Zij draagt, * De lelie onzer dalen, * De vlekkelooze Maagd! * Hoe zet Zij door haar luister * Onze aardsche zon in 't duister, * De Hemelkoningin I

3. Komt allen Haar begroeten, * Vol liefde en kinderzin; * Knielt neder aan haar voeten, * En roept haar voorspraak in! * Gezegendste der vrouwen, * Gij zijt — 't is ons vertrouwen — Ook onze Koningin!

MARIA'S GEBOORTE.

(8 September.)

Heden viert de H. Kerk den Geboortedag van Haar, door wie wij allen herboren zijn. „Uwe geboorte, H. Maagd - zoo zingt zij in hare blijde gezangen — heeft vreugde aan de geheele wereld gebracht; want uit U is de Zon der gerechtigheid opgegaan, Christus onze God; die, den vloek wegnemende, den zegen heeft gegeven, en den dood beschamende, ons het eeuwig leven heeft geschonken.quot; — Is het wonder, dat de Kerk heden aldus jubelt? Immers zij verplaatst zich in den duisteren nacht der wereld vóór de komst van Christus. Daar ziet zij den Dageraad — Maria — gloren, die de Zon der gerechtigheid — Christus den beloofden Messias — voorafgaat. Zij ziet te midden der duisternissen van deze woeste wereldzee de zeester rijzen en het schip — Maria — genaken, dat ons Christus — het Brood des Levens — brengt. Zij ziet Haar komen, de Maagd, aan het hoofd van heldenscharen om op te rokken tegen Satan en zijn bent. Hoe kan ae H. Kerk bij dit blijde gezicht anders dan den hoogsten jubeltoon aanheffen ? En zouden wi j ons met onze Moeder niet verhengen over de Geboorte van Haar — het Meesterstuk van alle eeuwen — uit wie ons het Heil, Christus onze God en Zaligmaker, is geboren,?

ocr page 182

GEBEDEN EN GEZANGEN

GEBED.

.eilig Kind, kostbaar Geschenk des hemels, Moeder van het Lam Gods, dat de zouden der wereld wegneemt, Toevlucht en Voorspreekster der zondaren, bid voor ons. Gij zijt het verhevenste van alle schepselen;' door U heeft de zondige menschheid hoop op redding gekregen; Gij zijt de Maagd, vol van genade, bestemd om aan de wereld den Verlosser te geven. Bid voor ons, opdat wij als nieuwe schepselen van liefde tot God ontvlamd worden. Kom ons te hulp, wij hebben uwe voorspraak noodig. Gij vermoogt zooveel bij Hem, die U zoo groot, zoo machtig, zoo goedertieren heeft gemaakt. Ik vertrouw vastelijk op de macht uwer voorbede; Uw goddelijke Zoon zal uw gebed niet versmaden. Hem zij lof in eeuwigheid Amen.

490

53. O wachter, vroed ran zinnen, (tsaias XXI.)

3--v» ' * '

, \ O wach - ter, vroed van zin-nen, jWat ziet gij van de tin-nen

i

Die sta - dig houdt de wacht. / Jn de - zen droe-veu nacht! j

ocr page 183

OP DB FEESTEN VAN MARIA. 491

i _| --

1 lil--!

„Ik

zie aan deoos-te

r-

J ia:

tran-sen Het

1^—1 ' ' ^ mor-gen-rood al

glan-zen, Dat

^ J J---—th--

ons den dag ver-koudt.'

2. „Ik zie de zeester rijzen, * Waar 't oog zoo lang naar zocht, * Die ons den koers zal wijzen * Op dezen hangen tocht:

* Te midden van gevaren * Der woeste waterbaren * Stiert veilig ons haar licht.quot;

3. „Ik zie van verre spoeden * Een schip met hemelsch brood; * Wie met dit brood zich voeden, * Zijn sterker dan de dood; * Geen spijze dezer aarde * Is van zoo hooge waarde, * Zoo aangenaam en zoet.quot;

4. „Ik zie een leger dagen * Dat aanrukt tot ontzet * Eu, zonder te versagen,

* Der helle macht verplet. * Aan 't hoofd der heiige scharen, * Die helden evenaren,

* Strijdt met haar Kind een Maagd.quot;

5. Wees welkom, Eijksprincesse, * Juweel van Anna's schoot! * Gij zijt do twijg van Jesse, * Waaruit de Bloem ontsproot, * Die voor wat wij misdreven * Zal boeten en ons geven * Het leven door zijn dood.

ocr page 184

ALGEMEENE LIEDEREN

DE MEI- EN OCTOBERMAAND.

De Meimaand is reeds sedert lang op eene bijzondere wijze aan de vereering van Maria gewijd. Overal, zoowel in het huisgezin als in do kerk, vindt men alsdan het beeld van Maria versierd en van schitterend licht omgeven, leder kind en vereerder der H. Maagd, die in deze maand voor hare beeltenis knielt en gebeden en lofzangen tot Haar opzendt, weet, ciat duizenden over geheel de aarde op hetzelfde oogenblik hetzelfde doen. En geen wonder, want het is de H. Kerk zelve, die hare kinderen tot die vereering aanspoort en daarvoor hare aflaten verleent.

In de Octobermaand, die vooral door Paus Leo XIII aan Maria, de Koningin van den Rozenkrans, is toegewijd, bidt de geheele Christenheid als om strijd ïiet krachtig gebed van den Rozenkrans om door de machtige tusschenkomst van Maria, de Hulp der Christenen, den vrede voor de Kerk af te smeeken. Het gebed tot den H. Joseph, dat daarbij is voorgesclireven, vindt men bladz. 47.

Voor beide maanden zal men onder de hier volgende „Algemeene Maria-liederenquot; ruime stof tot zingen vinden; voor de Octobermaand leent zich vooral het lied.: „0 Koningin vol majesteitquot; No. 64. en „Heiige Joseph, Voedstervaderquot; No. 75.

De Litanie en Gebeden ter eere van Maria vindt men van bladz. 289—307.

ALGEMEENE MARIA-LIEDEREN. ^

53. Wij groeten U, o Koningin.

(Salve, Regina.)

i Wij groe-teu U, o Ko-nin-gin, U, Moe- der vol van tee-dre min,

') Het lied: „Omstuwd van Cherubijnenquot; No. 51 kan

pok onder deze soort worden gerangschikt.

492

ocr page 185

TER EEBB VAN MARIA. 493

F#*—^

—1—T-

-}—

w '

1^1-J-S3-

—J-^-1

A

o Ma - il - a!

o Ma - ri - a!

. 3-r

■ 4- h

-f—^ * ■

K'fr. Groet Haar, o Che-ru-bijn! Prijs Haar, o Se - ra-fijn!

1

Sal-ve, sal-ve, sal-ve Ee - gi-na!

ocr page 186

494 ALGEMEENB LIEDEREN

64. Van alle Hemt

liugen.

----«—«— —

1. Van al - le He-mel

-9:--• *----i-

-b=: - in-f

—i—

?en Spant

-i i

sp—- J

éé-ne Maagd de kroon! Wie

• —J

naar haar

gunst wil dingen Verwerft ee

n konings-

tm •

loon. Ver bo - ven de U

it-ver-

koornen f j f~

EP-S '

Blinkt Zij, als on-der

F# -1

door

—1—I—1— -nen Een

F^ |-[. quot; li

le - lie smet-loos schoon.

2. Maria heet die schoone, * Wier reine liefdegloed * Ons bij haar God en Zone * Erbarraing vinden doet. * Laat door de tempelhallen * Ons smeeklied dan weer-schallen: * „Help, Moeder, eindloos goed!quot;

3. Het Woord van Boven dalend * Werd Mensch in haren schoot — * Zoo was haar reinheid stralend * Zoo was haar ootmoed

ocr page 187

f

TEE EERE VAN MAEIA.

groot! * Uit Haar is Hij geboren, * Die ons heeft uitverkoren *'En 't hemelrijk ontsloot.

4. Maria, dierbre Moeder, * 0 kostbaar, geestlijk schrijn! * Bid Jesus, onzen Broeder, * Uw lieflijk Kindekijn, * Dat Hij, om al uw smarten, * Den liefdedrang zijns harten, * Ons wil genadig zijn.

495

' 5. Maria, zoete Vrouwe, * Gij, troost en toeverlaat, * Toon ons uw moedertrouwe, * Als 't uur van sterven slaat. * Leid ons den hemel binnen, * Waar Jesus ziel en zinnen * In eeuwigheid verzaadt.

55. Lieflijke Ster.

-4 | 1=

1. Lief-lij-ke Ster, Glan-zend van

ver, Moe-der Ma - ri - a. aan

• é

—

—i--1--^—

lt;J #- #

U on-ze groet! He-mei-dauw

^7—i-i;

daalt, Len-telicht straalt. Waar men uw

:=^==h:

ken,

Naam hoort weer - klin

iSÊk

ocr page 188

496 ALGEMEENE LIEDEEEN

efe 1

c/ '

Waar me

n uw

-\—ï-

i

j--p--j

•Jaam hoort weer-

klin - ken.

2. Zie op ons neer * Moederlijk teer, * Zie ons hier knielen, verleen ons gehoor!

* De eeuwige God, * Heer van ons lot * [Luisterde op aard' naar uw beden.] (bis.)

3. Needrig van hart * Lijdzaam in smart

* Dragen we uw beeld in de ziele geprent;

* Geef, dat wij vrij, * Rustig eu blij * [Wandlen in hemelsche liefde.] (bis.)

4. Nadert de dood, * Laat in den nood

* Troost en erbarmen ons vinden bij God.

* Ter hemelsteê * Vocre ons uw beê: * [Reik ons de palm der victorie!] (bis.)

56. Verlicven Koningin.

(Alma Coelestium.)

quot; 1. Ver - he - ven Ko

-lk-J-1-i-HS-

- nin - gi

— --

n. Des

w

he - mels

-Jh—|—-N-

—--

üijksvors

—d—i-

—S3

t-in

—I

Voor

0 *

ons vol

' ' • ci J

jnoe-der - min, Ma - ri - a sal-

ocr page 189

TER EEEE VAK MARIA. 49?

pf. =f=r]

L, - gt;_;i _ i-f

—ri-J-

ve! Gij,

roem v*

-C--0-

ui ons ge-s

—ri—r

lacht. Ons

^— ie - ve

•

1

.n, hoop en

-f= 1quot;

kracht, Die ^ 1 é-

al - le

leed verzacht, Ma - ri - a sal - ve!

2. Uit 's harten diensten grond, * En als uit éénen mond * Illinkt door het wereldrond: * Maria salve! * Geen, die in droefheid leeft * Of om zijn zonden beeft, Wien niet aan 't hart óntzweeft: * Maria salve!

3. Door heel dit tranendal * Weerklinkt het zoet geschal, * Dat nimmer sterven zal: * Maria salve! * O wonderschoon ac-coord, * Dat, eeuwen reeds gehoord, * Nog immer 't oor bekoort: * Maria salve!

4. Wie is er, die ons meldt, * Eu iedre stemme telt, * Die zingt langs beemd en veld: * Maria salve! * Zóó zingt de Cherubijn, * Zóó juicht de Serafijn, * Hun lied zal eeuwig zijn: * Maria salve!

5. Als Satan's sluwe hand * Der ziel zijn strikken spant, * Benauwt van allen kant, * Hoor dau mijn groete: * Hoor mij dan gunstig aan * En wil, met mij begaan, * De helsche macht verslaan, * Maria, zoete!

32

ocr page 190

ALGEMEENB LIEDEBEN

6. In 's levens strijd benard * En op mijn bed van smart * Verzuchte 't kinderhart: * Sta mij ter zijde! * Eu als de dood genaakt, * Des levens banden slaakt, * Mijn ziel naar ruste haakt, * Maak mij dan blijde!

57. Schep behagen.

498

(Omni die.)

iÈ

i

m

I Schep be-ha-gen Al-le da-gen, ' | Zing haar da-den, Haar ge-na-den.

mi

In den lof der lie - ve Vrouw; Vier haar fees - ten vroom en trouw.

Â¥

Hef dan deoo-genNaar den hoo-gen;

Vol be-won-dring om haar eer;

i

Zie en roem Haar, Prijs en noem Haar

Maagd en Moe - der van den Heer.

ocr page 191

TBR BERE VAN MARIA»

2. Wil Haar eeren * Om te weren * Schuld en straf der euveldaau! * Blijf Haar bidden * Om te midden * Aller stormen pal te staan. * Toen Ze baarde, * Schonk Ze aan de aarde * Schatten zonder wederga; * Aan ons duister * Licht en luister

* Van Gods gunst en heilgena.

3. Luid verkonde * ledre stonde * 't Zegepralen van die Maagd; * Roem de Moeder * Van den Hoeder, * Die Gods vloek heeft weggevaagd. * Aan het vrome * Hart outstroome ■' Steeds de lof dier Koningin;

* Nimmer moede, * Zing al 't goede * Van die milde Rijksvorstin.

4. Ieder wijde * Voor zich blijde * Haar dan liefde en lofgezang: * Eerbied, bede * Past ons mede, * Ieder onzer, levenslang.

* Moog Zij geven, * Dat wij leven * Naar de lessen Vau haar Zoon * En bij 't sterven * Ons verwerven, * Dat wij juichen

■ voor zijn troon.

58. Daar blinkt een ster.

ïiiii

1. Daar blinkt een ster aan's he-mels

trans. Geen ster geeft lie - fe - lij- ker

glans, En nim-mer taant heur luis-32*

499

ocr page 192

ALOEMEENE LIEDERENquot;

500

i

ter. O He-mel - ster, Gij straa t van

het

duis

ver Eu leidt ons door

~ö— ter.

2. Daar geurt een roos in 's Heeren g lard;

aard,

He-

melrobs, * Geef, dat altoos * Uw delgden in ons bloeien.

3. Daar prijkt een lelie voor Gods bj-oon;

* Geen aards'che lelie is zoo selioon, quot; quot; smetloos wit van blaren. * U, lelieblajik. Zij lof en dank; * Wil vlekloos om waren.

4. O Ster, o Eoos, o Leliebloem,

heel der schepping lof en roem! *

Haar, Gij Hemelingen! * Eens zullei

* Ook aaii uw zij * Haar lof voor ee zingen.

59. Wat zal ik gaan beginnen.

(C.D.)

tÉ

•. I \\^.t zal ik gaan be - gin - e mi, ) Mijn hart en ziel en zin - n ;n

Zoo

*

be-

Gij rijst wij wig*

ocr page 193

TER KERE VAN MARIA.

501

3;

Ma - ri - a, Moe-der zoet! Door-blaakt één lief-de - gloed.

w

B fr. Gij zijt het, die'k be - min, Ma-

ri - a Ko-nin - gin.

2. Gij zijt mijn vreugde, o Moeder, * Mijn troost, mi]ii toeverlaat; * Is niet uw Zoon mijn Broeder, * Die nooit uw beê versmaadt? Kefr. Gij zijt het enz.

3. Ach, had ik zooveel monden, * Als sterren 't firmament, * Ik zou uw lof verkonden * Alom en zonder end. Refr. Gij zijt het enz.

4. Ja, had ik zooveel zielen, * Als water, lucht en land * Van 's Heeren schep-slen krielen — Ik schonk ze ü eenerhand. Refr. Gij zijt het enz.

5. Hoe moet ik mij beklagen, * Daar ik, onwaardig mensch, '* U zóó niet kan be-h%en, * Als ik het vurig wensch. Refr.

G

zijt het enz.

Maar 'k zal mij alle dagen, * O Moeeer,

* Als waardig kind gedra-Refr.

§

U ter

, * Trouw dienend onzen Heer, zijt het enz.

amp;

ocr page 194

ALOEMEENE LIEDEREN

502

60. Moeder, vol van teedcrhcid.

--L

1. Moe-der, vol van tee-der-heid,

i

Vol van zoe - te ma - jes - teit, Wij

val-len ü te voet, Ma - ri - a,

3

wees ge - groet!

2. Zie ons, ver van 't Vaderland, * Sluw belaagd van allen kant, * In smart en zielsverdriet ... * Verlaat uw kindren uiet.

3. Want in 's levens bangen strijd * Blijven wij U toegewijd, * En steunen op uw kracht, * Uw liefde en moedennacht.

4. Als de duivel 't hart bekoort, * 't Zondig vleesch tot zonde spoort, * Ons de ijdle wereld vleit, * Wees dan tot hulp bereid.

5. Sta ons bij in eiken nood, * Tot de stonde van den dood, * En leid ons bij uw hand * Naar 't hemelsch Vaderland.

61. O aller maagden roem en eer.

I

(O gloriosa Domina.)

i=i

1. ü al-Ier maagden roem en eer, Ver-

ocr page 195

TER EERE VAN MARIA. 503

i

he - ven bo - veu't ster- ren-heir. Die

U het le - vens- licht ontsloot, Laaft

rlz

'*—♦

Gij als Moe-der op uw schoot.

2. Wat Eva ons ontnomen heeft, * Herstelt het Kind, dat Gij ons geeft; * Den balling opent Gij de baan, * Om weer den hemel in te gaan.

3. Gij zijt des hoogen Konings poort, * Zijn voorhof, rijk van licht omgloord; * Viert in uw zang, verlost geslacht, * Het Leven, door Haar aangebracht.

4. U, Jesus, zij ons lied gewijd, * Die uit de Maagd geboren zijt, * U,' met den Geest en Vader één. Door aller eeuwen eeuwen heen.

62. Ave, Ster van 't mere.

(Ave, maris stella.)

El:

^=J jËËËi—

1. A-ve, Ster van't me - re. Moe-der

s

van denHee- re. Al-tijd Maagd ge-

ocr page 196

i

ALGEMEENE LIEDEREN

504

i

ble-veu, Poort van t'eeuwig le - ven.

il

llefr. Zie vol out-fer-ming op ons neer, Wees on -ze voorspraak bij' den Heer;

Bid voor ons, Ma - ri - a!

2. Hoor ons „Avequot;, Zoete, * 's Engels blijde groete, * Wil ons vrede geven, * Moeder van het Leven. Re/r.

3. Wil de boeien slaken, * Blinden ziende maken; * Weer van ons de roede, * Vraag ons al het goede. Eefr.

4. Toon U eene Moeder; * Jesus, onze Broeder, * Ons uit U geboren, * Moog door U ons liooren. Eefr.

5. Maagd zoo rein, aanminnig, * Boven al zachtzinnig, * Maak ons rein van binnen, Kuisch en zacht van zinnen. Eefr.

amp;

6. Doe ons, rein van zeden, * 't Veilig pad betreden * Om bij Jesus samen * God te loven. Amen. Eefr.

T)i,i i-\11n Tvr« « i

C3. U minnen, Maria.

(C.D.)____

ir-s---

gi-4-J

1- 1 Het

min-nen. Ma is voor mijn

ri - a, in zie - Ie haar

ocr page 197

TER EERE VAN MARIA.

|:|^F=»=^£|=jj|3S[f=.(=p=

Pfe5£ULLl]3F]I^=EE=|

im-mer, o vlek-loo - ze Maagd, Voor

quot; ons bij uwJesus verkrijgt, wat Gij vraagt.

2. Aanvaard dan miju liefde, gezegende Vrouw, * Gij, veilig-■ hoede, waarop ik vertrouw. * Uw kind wil ik wezen; mijn Moeder zijt Gij: * O blijf in dit leven beschermend mij bij!

3. Gevaren omringen uw kind, waar het gaat: * Behoed het, ook tegen den prikkel van 't kwaad; * Deel mild mij van 's Heereu genadekracht meê; * Doe juichen mijn harte van hemelschen vreê.

4. Betoon U mijn Moeder in zorgen en nood, * In lijden en strijden, in 't uur van mijn dood; * En schenk na dit leven mij 't zalig genot * Van Jesus te aanschouwen, uw Zoon en mijn God!

505

64. O Koningin, vol majesteit. (Maria, de Hulp der Christenen.)

-#-1

---#—i

-#r---J*----1-1-

1. O Ko - nin - giu, vol ma - je - steit,

ocr page 198

506 ALGEMEENË LIEDEREN

Ma - ri - - a! Gij, trou-we hulp der Chris-ten-heid, Ma-ri a! Zie ons om nw le-ger-vaan, quot; Ster-ke Vron-we, voer ous aan: Befr. O leer ons lij-den En help ons strij -

È^i^qi==3=iil^^

den In al - len nood Tot in den

9 . ,-T ^

-d-J-

1 i

---

—^—-—

dood, Ma - ri - a!

2. O goed, o heilig Moederhart, * Gij leedt voor ons zoo bittre smart; * Laat die droeve folterpijn * Niet voor ons verloren zijn! Refr. O 'leer ons enz.

3. ü Ster der zee in de onweersnacht * Verblijd ons door uw stralenpracht ; * Geef

ocr page 199

TËR EBBE VAN MAEIA. 507

nw kindreu nieuwen moed, * Als de storm hen vreezen doet. Eefr. O leer ons enz.

4. Uw voet heeft Satan's kop verplet, * Uw zege ons uit den dood gered: * Zie, de vijand valt weer aan, * Kom opnieuw zijn trots verslaan. Be/V. O leer ons enz.

5. O glorierijke Koningin, * Gij, onver-winbre Krijgsheldin, * Voer ons naar de zegekroon * In het het rijk van uwen Zoon. Rcfr. O leer ons enz.

65. Aan U, o znivre Maagd.

—.—J-1-;----^-1-^

1

1. Aan

Fzhr-J—

J • J ■ J •

U, o zui-vre Maagd, Die

't god-li

1- P-'fe-i—

ik Kind-je draagt. Aan U mijn

^2—J-

groe -

P-u-—l-f-

te. Wij knie-len voor U

neer, 0 Moe-der van den Heer, Voor

—J---o I ^---ï--

U, o Zoe - te!

2. Maria, zoet van naam, * Gij, Maagd en Moeder saam, * Aan U, o Zoete! * U,

ocr page 200

AliGEMEENB LIEDEREN

aller maagden kroon * En Hoeder van Gods Zoon, * Aan U mijn groete.

3. Wie is als Gij getrouw, * Roemwaar-de, milde Vrouw, * Als Gij, o Zoete! * Aan U, zoo hoog in eer, * Zoo machtig bij den Heer, * Aan U mijn groete.

4. De spiegel aller deugd * En onzer harten vreugd * Zijt Gij, o Zoete! * Lofwaardig, geestlijk vat, * Der godsvrucht eedle schat. Aan U mijn groete.

5. Maria, Hemelpoort, Waardoor ons 't heillicht gloort, * Aan Ü mijn groete. * ü Roos, o Huis van goud, * O Toren, ons Behoud * Zijt Gij, o Zoete!

6. U, Morgenster vol pracht, * Der zwakken hulp en kracht, * Aan U mijn groete. * Des zondaars toeverlaat. Der droeven troost eu raad * Zijt Gij, o Zoete!

7. Vorstin der Englenschaar, * Van Maagd en Martelaar, * Van wie hier boette: * Wie in den Heere stierf * En 't eeuwig Heil verwierf, * Prijst U, o Zoete!

66. Het zonnelicht gloeit.

1. Het zon - ne - licht gloeit. De

m

I i —I—|-^--^

ro-zengaard bloeit, Maar schooner de

508

ocr page 201

*

TEH EEIÏE VAN MARIA. 509

Vrouw, door Gods luis- ter omvloeid! Haar

quot; deemoed ten loon, Gansch vlekloos en

^ËgË^ËpËËË^jËg^ quot;schoon,Was waardZij de Moe-der te

zijn van Gods Zoon.

2. Van Englen omschaard, * Hebt Gij Hem gebaard, * En werdt zoo, o Moeder, het wonder der aard'! * üw zuivere schoot

* Schonk ons in den nood * Den Heiland, Verwinnaar van duivel en dood.

3. Gij krijgt, wat Gij, Maagd, * Uw Kind voor ons vraagt: * Eu liefde, die troost, en genade, die schraagt! * Gij weert van ons af * De schuld en de straf, * Dies eeren wij. Moeder, ü trouw tot aan 't graf!

4. Ach, sta ons ter zij, * In 't stervensuur bij, * Ons schild, onze Schutsvrouw, o Moeder, zijt Gij! * Geleide ons uw hand

* Naar 't vredige strand, * Naar 't licht van Gods troon in het vreugdevol land.

67. Maria's zoete naam.

-y-: -

—i-1--N-

1. Ma-

ri - a's zoe - te

naam, Met

ocr page 202

510 AlGEMBErfË LIEDEREN

ES:

dieu van Je - sus saam, In 'thart ge-

Â¥

w-j

sclire - ven, Is als een he - mel-

Â¥

liclit, Dat on - ze sclireden richt Ten

Ü

eeu-wig le - ven.

2. O teedre Moedermaagd, * Hoor, wat ons hart U vraagt * In dringend smeeken:

* WU op uw hemeltroon * Voor ons hij uwen Zoon * Goedgunstig spreken.

3. Als Satan ons bekoort, * En tot het kwade spoort, * Toon uw bescherming; * Versterk ons door uw kracht, * Eu steun ons door uw macht, * In uw ontferming.

4. Blijf trouw aan onze zij, * Sta met uw liefde ons bij * In 't uur van scheiden:

* Moog dan uw Moederhand * Naar 't he-melsch Vaderland * Uw kindren leiden.

68. Maria beminnen.

(Mariae, dutn spiro.)

ÏEE

1. Ma - ri - a be - min-nen, Door

ocr page 203

TEK EBRK VAK MARIA. 511

—t^E

't gloei-en van binnen Haar gun-sten mij

s

9—• » :FZ3—:—gj——I— win-nen Is mijn ge - not. Haar

grootheid ver-eer ik, Haar goedheid waar-deer ik, Haar lief-de be-geer ik

Als za - ligst lot.

2. Haar onter omgeven, * Wie 't zondige leven * Doet siddren en beven * Voor Gods gericht. * Kom, daar dan gebeden * En de' angst Haar beleden, * Die ons op haar schreden * Voert naar Gods licht.

3. Vorstin in Gods woning, * Het rijkst in belooning, * Het hoogst in bekroning, * Aan 's Hemels hof; * Doe liefde in mij gloeien * En deugd in mij bloeien; * Doe 't kwaad mij verfoeien * Uw naam tot lof.

4. Verlicht met uw stralen, * Genees aller kwalen, * En leid hen, die dwalen, * Langs veilge baan; * Leer Satan bestrijden, * Gevaren vermijden, * En mij na dit lijden * Ten Hemel gaan.

ocr page 204

ALGEMEENB LIEDEREN

5. Tot ü moeten vluchten, * Die treuren en zuchten, * Want wat wij ook duchten, * Gij blijft ons bij: * De kracht om te strijden, * De hoop bij liet lijden, * De gloed van 't verblijden * Zijt Grij voor mij.

69. Wat straalt Gij schoon.

cr.a.)

=1

-♦

1. Wat straaltGij schoon,Voor 'sHeeren

i

i=È

troon, O He-mel - ko-nin - gin -

ne! Uw ei - gen Zoon Schonk

--t-

U de kroon Van hoog-ste

Ü

Eijks - vorst - in - ne!

2. Wat zijt Gij goed, * Maria zoet, * O Moeder, mild en teeder! * Neig uw gemoed * Vol liefdegloed * Tot uwe kindren neder!

3. Hoor wie ü vraagt, * Of droevig klaagt * Bij bitter wee en lijden; * Uw

512

ocr page 205

TKR BERE VAN MARIA..

gunst, o Maagd, Die God behaagt, * Schenke ons de palm iu 't strijden.

4. Verkrijg, dat wij. Van zonden vrij, * Hier als uw kindreii leven; * En eenmaal blij * Met de Englenrij * Uw glorie-troon omzweven!

70. God getrouwe, lieve Vrouwe. (0 Maria, Virgo pia.)

3;

-w- -w

1. God ge-trou-we, lie-ve Vrou-we,

i

O Ma-ri-a, sta ons bij; Vraagin't

éê

oor-deel, ons ten voor-deel, Dat ons

rnrnm

God ge - na - dig zij.

2. Hoog geprezen, wil dan wezen * Onze voorspraak bij uw Zoon, * Als de Eechter euBeslechter* Ons zal dagen voor zijn troon.

3. Voer, Lofwaarde, die op aarde * Aller liefde waardig zijt, * Ons ter kroning in Gods woning-, * Als ver winnaars uit den strijd.

513

33

ocr page 206

VERSCHILLENDE LIEDEREN.

71. Aan den II. Engelbewaarder. (Angelice Patrone.)

(F-O.)

, \ Mijn En-gel, Gids in't le-ven, ' 1 Mij door God zelf ge - ge - ven

s—

' J J l—^—gt; . I-

——'—-—1 ■ f

O Geest der zaal-ge woon, Tot Wach-ter en Pa-troon;

r-t

Het dankbaar hart wil

f—i—i—rt—i~'-

lo-ven Uw

liefde en zorgvoor mij, Dat

ik in 's hemels

ho-veuMoogju-blenaanuw zij.

ocr page 207

AAN DEN H. ENGELBEWAARDER. 515

3. Sinds de eerste levensstonde * Waart Gij aan mijne zij, * Waak eenmaal aan mijn sponde, * Sta mij in 't sterven bij; * Maak mijne ziel dan veilig * Voor 's vij-ands list en haat, * En leer liaar, hoe zij heilig * Tot haren Schepper gaat.

4. Als voor het schrikbaar oordeel * Mijn 'arme ziel zal staan, * Voer tot haar vreugde en voordeel * Dan uw getuignis aan; * Wil mij ook daar bevellgen * En leiden aan uw hand * Te midden van Gods Heil-gen, * In 't hemelsch Vaderland.

HET FEEST VAN DEN H. JOSEPH.

(19 Maart.)

De H. Joseph wordt boven alle Heiligen hoog vereerd, wijl Hij door God boven allen in waardigheid is verheven. Hij draaft den Eerenaam van Voedstervader van het goddelijk Kind Jesus en van Beschermer en Bruidegom der allerheiligste Maa^d. Om deze hooge uitverkiezing en sdjno met deze dubbele waardigheid overeenkomstige deugden is Hij tot Patroon der gansche Kerk aangesteld en roepen wij Hem met een onbeperkt vertrouwen aan zoowel in eigen aangelegenheden als voor de nooden der geheele Kerk.

Hij was het Hoofd der heilige Familie te Nazareth, voor welke Hij als een behoeftig werkman in het zweet zijns aanschijns het noodig onderhoud verdiende. Daarom wordt Hij op eene bijzondere wijze als de Patroon der werklieden en als het Toonbeeld van den christeliiken huisvader vereerd en aangeroepen. Het Bescherm-feest van den H. Joseph wordt op den 3d®n Zondag na Paschen gevierd.

De Litanie en Gebeden tot den H. Joseph, vindt men bladz. 309 —315.

33*

ocr page 208

516 VERSCHILLENDE LIEDEEEN.

. , mg,

Die bij Chris-tus, on-zenKoning,

72. Aan den H. Joseph, I. (Magne Joseph, Fili David.)

^ | Jo -seph, Vorst in 's hemels wor

m

i

m

Brui - de - gom der rei - ue Jlaagd, d'Ee - re-naam van Va - der draagt;

i

Gij, op aarde als Hoofd ge - ge - 'en

Aan het hei-lig Huis-ge-zin

Laat ons in uw hoe-de le-1,en.

Vei - lig door uw va-der-min.

2. Toen U drukten bange zorgen, * Vrees ü om het harte sloeg, * Wijl 't geheim U was verborgen, * Hoe uw Bruid haar Schegper droeg, * Kwam Gods Engel U veiibllj-den, * t' Wonder meldend van den Heet; ♦ Vraag, dat zóó het angstig lijden * , Onzer ziel in vreugd verkeer'.

ocr page 209

AAN EEN H. JOSEPH. II.

, 3. Toen Ge toogt naar Bethlem henen, * .] Met Maria aan uw zij, * Zaagt Ge God, in 't vleesch verschenen, * God uit God en Mensch als wij. * Bij de kribbe neerge-zonken, * Boodt Ge uw hulde 't Kindjen aan; * Wil thans, van zijn glans omblonken, * Voor ons smeekend tot Hem gaan.

4. In wat angsten waart Ge en lijden, * Toen Ge voor Herodes vloodt, * En zóó 't Kindje moest bevrijden * Van den Hem gezworen dood. * Maar dat Kindje bracht Ge weder * Met U naar het vaderland; * Zóó, o Leidsman, trouw en teeder, * Leide ook ons uw vaderhand.

5. Maar in 't doodsuur waart Ge blijde, * Toen bij uwe stervensspond * Jesus' Moeder aan uw zijde, * Jesus zelf er troostend stond. * Wil ook ons de gunst verwerven, * Joseph, onze Schutspatroon, * Dat Gij sa-

, men ons bij 't sterven * Opleidt naar Gods gloriewoon.

73. Aan den H. Joseph. II.

(Dilecte mi, Josephe.)

^ _.

; f

1. 0 Da-vids Zoon, mijn Schutspa-troon, O Jo-seph,wil bij 't ster-ven, In 't streng ge-recht, waar God beslecht,

517

ocr page 210

518 VERSCHILLENDE LIEDEREïj.

Voor mij ge - na ver - werveu.

2. Als mij de dood, in bangen nood, * Den bittren strijd doet strijden, * En 't veege hart, vol' angst en smart, * Gaat zinken onder 't lijden;

3. Wanneer de gloed is weggespoed * Der reeds gebroken oogen, * En 't matte lijf, straks koud en stijf, * Daar neerliet onbewogen;

4. Als mij ontvlucht de laatste zuchtj * Van 't ras verzwonden leven, * En mij lut licht van 't jongst gericht * En 's Reciters oog doen beven;

5. Sta, Joseph, Gij, dan aan mijn zij, * Om me in den dood te omarmen, * Dan j ij uw zorg mijn ziele borg * Voor 't goddelijk erbarmen.

6. Want Jesns stond eens aan uw spord' *Met zijne heiige Moeder, * Als Gade Zij. als Pleegkind Hij, * U strekkend ten Behoeder.

7. Daal met Hen neer van 's hemels sfe( r, * O mijn Beschermer Joseph; * Ik zij am ü, zoo dan als nu, * Jesns, Maria, Josep i!

74. Aan den H. Joseph. III.

(Joseph, strrpis davidicae.)

n (c-P) ____,_1

1. O Jo - seph, Da-vid's eed-le

ocr page 211

AAN DEN H. JOSEPH. tH.

519

i y • 1

Fw =}—

Spruit, Gij, Brui-de - gom der reiu-sto

ziSlEzsiÈiEzi

Bruid, Ver-smaad de vro-me be-den

w——i-

■ ë— -V—'

niet. Die tot

U stij- gen

in ons lied.

2. O Voedstervader van Gods Zoon, * En Vorst in 's hemels zaalge woon, * Maak ons van zonde en schulden vrij, * Opdat ons lied U waardig zij.

3. O groote Joseph, die op aard' * Beschermer van Gods Jioeder waart, * Bescherm in 's levens vreugd en strijd * De harten aan U toegewijd.

4. Getrouwe Leidsman, ga ons voor, * Geleid ons op hot rechte spoor, * Steun onze zwakheid door uw kracht, * Voor de uwen zorgend dag en nacht.

5. Patroon des werkmans, houd uw oog * Op ons gericht van 's hemels boog; * Als uw beschermling tot U schreit, * Toon U dan tot zijn hulp bereid.

ocr page 212

520 VEESCHtLLENDE LIEDEREN.

6. Geef, eeuwge Vader, eenge Zoon, * Geef, heiige Geest, ons dit ten loon, * Dat wij eens in liet kemelsch Hof * Meêjuichen tot Sint Joseph's lof.

75. Aan den If. Joseph. IV.

1. Heil-ge Jo-sepli,Voedster-va-der

Van Gods wel-be - min-denZoon,

EE

Tot U smeeken wij te - ga - der,

Knie-lend voor uw he - mei-troon.

Hoor ons smeeken, hoor ons kla-gen

Voor de Kerk in die - pe smart;

4:

Hoor ons troost en sterk-te vra-gen

ocr page 213

AAN DEN H. ANTOKIUS.

Voor liaar lij-dend moe-der-Iiart.

2. Gij hebt vau Herodes' woede * Eens liet godlijk Kind bevrijd; * Neem de Kerk thans in uw hoede, * In haar hangen worstelstrijd. * Spaar des Heeren Plaatsbeklee-dpr * Voor der boozen spot en hoon; * Schenk den Paus zijn rechten weder, * Joseph, trouwe Schn sipatroon.

3. Toon. uw k-acht, uw alvermogen * Bij uw godlijk Voedsterkind; * Toon der Kerk uw mededoogen, * Die uw Zoon zoo teer bemint. * Zie, des Heeren Kerk op aarde * Zucht in droefenis en rouw; * Die zij eens voor Christus baarde * Weigren haar nu liefde en trouw.

4. Sprei dan, Joseph, uw bescherming * Over Christus' Kerke neer, * Breng, vol vaderlijke ontferming, * De verdoolde schapen weer. * Open aller hart en oogen * Voor het leven, voor het licht; * Dat de wereld, vrij van logen, * Voor den glans der waarheid zwicht'.

521

76. Aan den H. Antonius.

rih i

Jr\ !■gt; /V ' ' quot;

--}—

»—,—-——

r 1 y

iLaat ons op blij-den toon U, I Fran-cis-cus'eed-len Zoon, Au-

ocr page 214

522 VEKSCHILLENDE LIEDEREN.

i- —f—r—r-

-O-i-ril--1—

l-fe2-!-—1--l—

trouwen Vriend des to - ni - us ver

-ffiu 1-1-1--fv- -

1--f-

Hee-ren - ee - ren

—-TF—*— Uw

—1--

woord heeft wonderkr i;-. j / -

icht,Dat

liebt Ge op

aard ge-toond; Maai

groo-tei

is uw

-ïd—----

macht, Nu Ge in den he-mei troont.

2. Gij stildet, Dienaar Gods, * Voor wie de reis aanvaardde-* Het woedend golfgeklots, * En 't stormgeloei bedaarde; * Breek door uw wondermacht, * Op onze levensbaan, * Den hartstocht in zijn kracht,

* En zijn onzaalgen waan.

3. Gij bracht door 't heilig woord * Zoo menig,'die verdwaalde, * Naar 't veilig toevluchtsoord, * In 't licht, dat U omstraalde;

* O breng aan uwe hand * De breede schare weer, * Die in ous vaderland * Verzaakte Jesus' leer.

4. Uw beê bij God genas * Des lichaams ziekte en wonden; * Wat lang verloren was, * Werd steeds door U gevonden. * Wie telt uw ^onderdaan In veler eeuwen

ocr page 215

AAN DEN II. VVJLLKliHOKI).

loop! * Wees ook met ous begaan * En geef ons moed en hoop.

5. Hoe moest niet zelfs de dood * Het wreed ontnomen leven, * Als Gij liet hem geboodt, * Goedwillig wedergeven! * Sta, Roem van Padua, * Ous bij in allen nood, * Verwerf ons de gena * Van eenen zaalgen dood.

77. Aan den H. Wlllebrord.

A a /V '

| 1 1 1

1 —l—hr

'-fa-r

ü

Wil - le-bror

d, die

—f-

• -• J-L

van om-hoog

zW^-Ons

ga-slaat metbes

chermend oog. Hoor

—J---^---r~T—t-

'-h-

't na - ge-slacht der

• 0

vaadren aan,

1-t=\

• • ë

Met

wie Gij zelf hebt om - ge- gaan.

2. Zie Neerland aan, uw roem en kroon, * Gij, onze Apostel en Patroon, * Hier hebt Gij, moedig Godsgezant, * Hier Jesus' Heil-bauier geplant;

8. Hier half ecu eeuw zijn Naam verbreid, * Zijn Bruid een zetel toebereid; * Hier door uw ijver en gebed * Mijn vaadren mt den dood gered.

523

ocr page 216

524 VERSCHILLENDE LIEDEREN.

4. Ach, elfmaal ging een eenwkring rond, * Sinds Gij hier Satan's rijk verwout; 1 Eu nu, ach, meer dau 't half geslacht, * Het zouk terug in 's vijands macht.

5. Geliefde Vader en Patroou, * Zie Neêr-land aan, uw roem en kroon: * Bid, Wille-brord, bid bij den Heer, * Dat al wie doolt eens wederkeer'.

6. Ach, voer hen met uw trouw gezin, * Ach, voer ook hen uw hemel in: * O Gij, die 't Kruis hier hebt geplaut, * Bid voor uw dierbaar Nederland.

78. Aan den H. Aloysins.') (Salveto millres.)

___ —hnzrtrzi:

;èë

ZjSSZ

i

i

1. Wees dui-zend-maal gegroet Met

m

lief -de - vol - len gloed, O A - lo-

zh

y-si-us! Gij zijt mijn Schuts-pa-

j—j

troon Bij Gods ge - na - de-troon, O

1

Ter afwisseling kan men dit lied ook zin^eft op de melodieën va» No. 65 e» 67,

ocr page 217

AAN DB H. BARBARA. 525

tïLb—1—1—i—sr

W '

A

A-lo-y - si - us!

2. Gij, blanke Bloem der aard', * Gij, Lelie iu Gods gaard, * O Aloysius! * Voer die U zijn gewijd * In glorie uit den strijd, * O Aloysius!

3 Gij, Roem van 't jong geslacht, * Gij, in uw englenpi-aclit, * O Aloysius! * Schenk ons den glans der jeugd, * De kracht der englendeugd, * O Aloysius!

4. Die voor de jonkheid staat * In hagelwit gewaad, * O Aloysius! * Als in het dooruenbosch * De lelie in haar dos, * O Aloysius!

5. Gij waart in 't vleesch als wij, * Maar van den prikkel vrij, * O Aloysius!' * Als de Englen rein en kuisch, * Die zijn in 's Heeren huis, * O Aloysius!

6. Ga, En.^el, ons dan voor * En leid ons op uw spoor, * O Aloysius! * Bluscli in ons vleesch den gloed, * Die de onschuld sterven doet, * O Aloysius!

Eb

79. Aan de H. Barbara.

-F-t-^---±

-1--0-

frV \ / r

-J

IJ*

i l Sint Bar-ba - ra, ge - bo-ren Van j Door Gods ge - na ver-ko-reu. Tot

ocr page 218

524 VEBSCHn.LEXDE LIEDEREN.

4. Acli, elfmaal giug een eeuvvkrïng rond, * Sinds Gij hier Satan's rijk verwont; ^ En uu, ach, meer dan 't half geslacht, * Het zonk terug in 's vijands macht.

5. Geliefde Vader en Patroon, * Zie Neerland aan, uw roem en kroon: * Bid, Wille-brord, bid bij den Heer, * Dat al wie doolt eens wederkeer'.

6. Ach, voer hen met uw trouw gezin, * Ach, voer ook hen uw hemel in: * O Gij, die 't Kruis hier hebt geplant, * Bid voor uw dierbaar Nederland.

78. Aan den H. Aloysins.') (Salveto millies.)

i

1. Wees dui-zend-maal gegroet Met

3.

lief -de - vol - len gloed, O A - lo-

^4-

-fv

li

i

y - si - us! Gij zijt mijn Schuts-pa-

^p=

troon Bij Gods ge - na - de-troon, O

l) Ter afwisseling lean men dit lied ook zin^eft op de melodieën van No. 65 en 67^

ocr page 219

AAN DB H. BARBARA. 525

-1-1-^-f-

——i—

W- gt;

J ^ =1

A-lo-y - si - us!

2. Gij, blanke Bloem der aard', * Gij, Lelie iii Gods gaard, * O Aloysius! * Voer die U zijn gewijd * In glorie uit den strijd, * O Aloysius!

3 Gij, Roem van 't jong geslacht, * Gij, in uw englenpraclit, * 0 Aloysius! * Schenk ons den glans der jeugd, * De kracht der englendeugd, * O Aloysius!

4. Die voor de jonkheid staat * In hagelwit gewaad, * O Aloysius! * Als in het doornenbosch * De lelie in haar dos, * O Aloysius!

5. Gij waart in 't vleesch als wij, * Maar van den prikkel vrij, * O Aloysius! * Als de Englen rein en knisch, * Die zijn in 's Heeren huis, * O Aloysius!

6. Ga, En^el, ons dan voor * En leid ons op uw spoor, * O Aloysius! * Blnsch in ons vleesch den gloed, * Die de onschuld sterven doet, * O Aloysius!

/

79. Aan de H. Barbara.

■ ' i 1 1 Sint iDoor

Bar-ba Gods ge

- ra,

- na

ge ver

bo-ren Van ko-ren. Tot

ocr page 220

VEKSCHILLENDE LIEDEREN.

i

a - del-lij-ken stam, T t Bruid van 't rei-ue Lam: ljaat ons

lof ver - kon-den Van u-\v

i

hel-den-moed, Die ons in ban-ge

i

ston-den Het hart ver-ster-keu doe

2. Eén God hebt Gij beleden j * Eéi. in Drievuldigheid, * Voor dit geloot gestre len,

* Ten marteldood bereid. * Niets kou uw moed doeu zinken: * Gij zaagt uws Vaders zwaard * ü dreigend tegeublinken — * En sueefdet onvervaard.

3. Nu draagt Gij in den hoogen * De kroon van Martlares, * En richt op ons uw oogeu

* Als trouwe Patrones: * Wil zorgvol ons behoeden * Te water eu te land * Voor rampen bij het woeden * Van noodweer en van brand.

4. God heeft de leugte in handen * Van onzen levensduur: * Wanneer zal 't scheepje landen? * Wij weten dag noch uur. * Maar in de laatste stonde * Sta ons beschermend bij; * Dat op de stervenssponde * Onze uitgang zalig zij!

526

P

tH- —

den

en

ocr page 221

-

GELOOF, HOOP EN LIEFDE.

527

80. Oefening van Geloof^ Hoop en Liefde.

(0 Jesu, veracissime.)

1. 0 Je-sus, die de waar - heid

ÊiÜ^ÏI

ït—jEIEi

:_2d _

zijt, 'k Ge-loof standvas - tig en be-

4^—

\=:i

ftp

i~i~

-4:

lijd Al wat, ge - leeraard door uw

:f3—

mond, De lieil-ge,roonischeKerk ver-

rö__*

kondt. Ik roem in deez be - lij - de-

nis. Die bo-ven't le - ven dierbaar

--W=3F

is; Be - reid om ook in dood en

pijn Aan dit ge - loof

trouw te zijn,

ocr page 222

528 VERSCHILLENDE LIEDEEEN.

2. O Jesus, onze steun en kracht, * Ik hoop op uw belofte en macht; * Ik hoop om uw verdienste en dood * Op uwe hulp iu allen nood: * Ik hoop de sclmldvergiffenis, * De heilgena, die noodig is; * Ik hoop de zege na den strijd * En 's hemels glorie voor altijd.

3. O Jesus mijn, zoo eindloos zoet, * Ik min U als mijn hoogste Goed; * Ik ken geen meer begeerlijk lot, * Dan U te miuuen. Zoon van God. * Gij zijt mijn God, mijn Al zijt Gij, * Wat Gij niet zijt'is niets voor mij;-* Wie geeft mij dan, als hoogst gewin, * Te sterven in uw zoete min.

81. Vernieuwing der Doopbeloften.

(G-A.)

Êë

:

I ) Ik zweer voor God op de - zen )Trouwtot den dood mijn doop-ver

stond, Met Je - sus in mijn bond, In 's le-vens vreugd en

S:

har smal

te, te;

Ik beu een kind der

ocr page 223

VOOR KENE ATjGEMEENE COMMUNIE. 529

—t-t-r-

—^—n

fo - •

^ Moe-der

t ke

rk; S

-é-

trijd ik

——}-z

met

id J

haar, dan --:

EP '

ben ik

Ff 1 , :1

t

sterk:

Nooi

t zal ik

van haar wij - keu.

2. Eén zijt Ge, God, één van natuur, * Drievuldig in Personen, * Die na het bange stervensuur * Mij straffen zal of loonen:

* Gij, Christus, zijt des Vaders Zoon, * Die daaldet van uw glorietroon, * Om onze schuld te boeten.

3. Nooit zal mij Satan en zijn bent * In zijne boeien prangen! * Wie Jesus' liefde en goedheid kent * Heeft maar één ziels-verlangen: * Hem, die den hemel ons ontsloot, * Volmaakt te voljjen tot den dood,

* Hem immermeer te minnen.

82. Vóór eeue algemeene Commnnie.

1. Wij

—itr-

b!

d - den

—i—|

U, o

1 i i

Heil - ge

O J -1

n J

Geest, Om u - we ga - ven op dit

34

ocr page 224

530 VERSCHILLENDE LIEDEEEïT.

-Jf-k - t r~

w i 'T-

- O- - ,

- O

feest; Stort iu ons hart uw lief-de-vuur, Iu dit vol- za - lig, plech-tig uur.

2. Die lioog in 's hemels hoven leeft, * Voor Wien de reine Seraf beeft — * Dos Vaders eengeboren Zoon * Daalt neder van zijn glorietroon.

3. Hij noodt ons aan zijn liefdedisch, * Waar Hij de Spijze en Gastheer is, * En mot zijn eigen Vleesch en Bloed * De ziel ten eeiiwig leven voedt.

4. Ontsteek dan mot uw liefdegloed, * O Heiige Geest, ons koud gemoed, * Opdat ons hart, van zoude vrij, * Den goeden Josus waardig zij.

83. Lied van lof en dank.

„__jG.EO_i__ _

_ ______

^ 1. Moge on - ze zang zich pa - ren. De quot; zang van lof en dank. Aan't koor der Eng-leu-scha - ren, Met hoo-gen,

ocr page 225

GEESTELIJK TESTAMENT.

531

E^=i±

vol-len klank. Be/V. God, U lo-ven wij!

-!s---

i

^zqi=qrc=

ga--—:

Heer, U dan-ken wij! ü, driewerf

lieil-ge God, O Ko-ning Sa-ba-oth.

2. Laat ons op blijde wijzen * Besluiten 't huidig feest, * Den Vader dankbaar prijzen, * Den Zoon, den lieilgen Geest. Èefr.

3. Den Vader uiet te meten * In macht en majesteit, * In 't grondloos licht gezeten, *'Deu God van eeuwigheid. liefr.

4.DenZoon, Gods ééngeboreu,*Dieuit den schoot der Maagd * Voor de aarde, in nacht verloren, * Als Heilzon is gedaagd. Eefr.

5. Den Heilgen Geest van Beiden, * In wezen Huu gelijk, * Die Jesus' Kerk blijft leiden, * Aan hemelgaven rijk. Refr.

84. Geestelijk Testament. (Vos vivens pie invoco.)

1 j U smeek ik daag-lijks in mijn ' Tot U nog smee-ke ik bij mijn

i

dood' J®quot;susgt; Ma - ri - a, Jo-seph!

34*

ocr page 226

VETISCIIILLENDE LIEDEHF.N.

i

Mijn laat-sten wil, mijn tes - ta-ment,

s

Je-sus, Ma - ri - a, Jo-sepli!Maak

S3È

ik op U bij 's le - vens end, Je-

m

sus. Ma - ri - a, Jo - sepli!

2. Ocli, wascht mijn zondevlekken af, * Bemoedigt mij bij vrees voor straf, * En als voor mij het doodsuur slaat, * Weest dan mijn troost, mijn toeverlaat.

3. Steunt Gij mijn zwakheid door uw kraclit, * Bij 't ingaan van den stervens-nacht; * Geeft, dat ik dau gena verwerv', * En in uw liefde zalig sterv'.

4. Als 't kille doodszweet mij bedekt, * De hand des doods mij nederstrekt, * Getuige nog deez laatste zucht, * Dat ik vol hope tot ü vlucht.

5. t' Aanroepen van. uw Namen zij * De blijde zegekreet voor mij, * Die in 't beslissend oogenblik * Me 'ontzweve met den laatsten snik.

532

f;

ocr page 227

ALLERHEILIGEN.

(Allerzielendag.)

In den loop van het jaar viert de H. Kerk de gedachtenis aan eene reeks Heiligen. Het is haar echter niet mogelijk aan allen een afzonderlijken feestdag te wijden. Daarom heeft zij een feest ingesteld, waarop allen gezamelijk worden herdacht, vereerd en aangeroepen. 'Het Feest van Allerheiligen goldt geheel do triomfeerende Kerk, geheel die groote en ontelbare schare van Heiligen, die, uit alle geslachten en stammen en volkeren en talen vergaderd, in het wit gekleed en met palmtakken in de hand den troon van het Lam omringen. (Zie de Litanie van alle Heiligen bladz. 146).

Met dit Feest staat Allerzielendag in het nauwste verband: beide steunen op hetzelfde geloofsartikel: „Ik geloof in de gemeenschap der Heiligen.quot; Zeker wordt er in de H. Kerk voortdurend veel gebeden en geofferd voor de verlossing der lijdende zielen in het vagevuur. Maar hoeveel lijden er misschien niet, aan wie op aarde weinig of niet wordt gedacht? Daarom noodigt ons de H. Kerk op Allerzielendag uit om gezamelijk den hemel een heilig geweld aan te doen en alle lijdende zielen te troosten. Laat ons daarbij het vaste voornemen maken om onze dierbare afgestorvenen steeds te gedenken. iDe Gebeden onder de Mis voor Overledenen staan bl. 66; de Litanie en Gebeden voor de Afgestorvenen bl. 366.)

ocr page 228

534 VERSCHILLENDE LIEDEREN.

85. Tot

(F.a.) —1—

U, verlieven Heilgenstoet.

r^-W-

1. Tot

u i t—

U

gt; é ( , ver - 1

e-ven I

leil- gen-

ri n

stoet, Stij

ge in dit

feestuur

ou- ze

-n—r-1

groet, Ter-

wijl ons

;iart zich

opwaarts

richt, quot;V\

I'dO,

r Gij in 'f

gron-de

loo - ze

licht Deu glans ziet van Gods aange-zicht.

2. U boven allen liefde en lof, * O Koningin van 't hemelhof! * Wat straalt Ge, Moeder, vlekloos schoon, * Ten troon verheven naast uw Zoon, * In 't goud der volle starreukroon!

3. Hoe schalt, o juichend Englenkoor, * Uw lofbazuin de heemlen door, * Ter eere van het godlijk Lam, * Dat aller schulden op zich nam * En voor ons, zondaars, sterven kwam.

4. Oudvaadren — en Profetenschaar; * Geknield om 't hemelsch troonaltaar; *

ocr page 229

VOOB DB GELOOVIGE ZIELEN. I. 535

Apostlen, die door daad on leer * Getuig-det voor uw God eu Heer: * Thans kroont ü God met roem en eer.

5. Gij, met de Martelkroon gesierd, * Die palmen wuivend zegeviert; * Belijders in uw boetepij; * Gij, ielieblanke maagdenrij: * Hoe volgt Ge 't Lam ten hooggetij!

6. O Zaalgen, die na kruis en strijd * In eeuwge liefde zalig zijt, * Kort leedt, maar eindloos U verheugt, * Verwerft, ten loon van trouwe deugd, * Ous deel in uwe hemelvreugd!

80. Voor de geloovige Zielen. I.

# •

1. Heer, geef eeuwge rust den zie - len.

Die de wree-de dood ons nam.

l|lü

En uw toorn ten of - fer vie-len

=3 J 'J Hl

In de loa - tc - ring der vlam.

2. Kort goedgunstig 't bitter lijden, ♦ Vastgesteld in 't streng gericht; * Staande

ocr page 230

VEESCIIILLEMDB LIEDEREN.

hielt Gij haar iu 't strijden, * Zalig haar in 't eeuwig licht.

3. Straf uiet langer haar gebreken * In dien baugen kamp om 't loon, * Hoor haar klagen, hoor ons smeeken * Bij het Lijden van uw Zoon.

4. Wasch haar rein van alle zonden * Iq het bad der zuivering, * Dat ons welde uit Jesus' Wonden, * Toen Hij aan het Kruishout Mug.

5. Zij verlangen U te loven, * Uwe kin-dren in die pijn; * Voer haar op naar 's hemels hoven, * God, wil haar genadig zijn!

87. Voor de geloovige Zielen. II.

(A-E.)

536

—gzzzrt

•. l God, vol er - bar-miug en ge-duld, (Die om nog on - vol - da - ne schuld

i

Wz

Zie gun-stig op de zie-len. Uw toom ten of-fer vie-len;

* «

f—r

iEE

Zij roe-pen ons om voorspraak aan;

Wij wil - len hulp ver - lee- nen, Maar,

ocr page 231

VAN DEN HEMEL.

ach, wij lieb-beii zelf ge-daan, Het-

^ geen zij nu be - wee - nen.

2. Doch Gij versmaadt niet ons gebed,

* Wanneer wij aan uw voeten * Voor de o-vertreding van uw wet * Met rouw in 't harte boeten; * Sla, God, op onze schuld geen acht, * Bevredig ons begeeren: * O doe haar langen kerkernacht * In eeuwig licht verkeeren.

3. Zij zijn uw beeld, o hoogste Goed, * En blijven'uitverkoren; * O neen, de prijs van Jesus' Bloed * Ging niet voor haar verloren. * De Kerk heeft door den heil-gen Doop ^ Een recht op haar verkregen,

* Zij stierven vol geloof en hoop * Eu met haar moederzegen.

4. De Zaalgen bidden in dit uur * Met ons, hun broeders, mede: * Geef aan de ziel in 't vagevuur * Uw eeuwge rust en vrede! * Verleen haar, die zoo bitter lijdt,

f * Verzachting in de pijnen, * Scheld haar de straf der touteu kwijt, * Laat haar uw licht omschijnen.

88. Van den Hemel.

1. Laat ons vol vreug de zin-gen Van

L_

537

ocr page 232

VEES CIULLENDE LIEDEREN.

i

'to - ver - za - lig loon, Dat God deu

f

He-mel - iu - gen Be - reid heeft in zijn

EÈEgE

'woon!Naar u, o blij - de ho-ven,

Gaat heel mijn har - te - drang: Om

Ü -zr

God te zien, te lo - ven Is

i

eeu-wig niet te lang.

2. Daar straalt Gods gouden zonne: * Drie glanzen, ééne vlam; * Daar stroomt de klare bronne, * Ontsprongen uit het Lam.

* Hoe heerlijk zal hij klinken, * Onze eeuwge liefdezang, * Als we uit die heilbron drinken; * O eeuwig is zoo lang!

3. Daar zien wij triomfeeren, * Op 's Vaders glorietroon, * Die hier zich kwam verneeren * En hing aan 't kruis ten toon.

* O, dat Hij ons gedenke, * In 't uur van d' overgang, * En 't Paradijs ons schenke,

* O eeuwig is zoo lang!

538

i

l

ocr page 233

VAN DEN HEMEL.

4. Maria's moederharte * Is om haar kroost verblijd, * Dat onder smaad eu smarte *Hier zwoegt in kamp en strijd. * „Moed,— roept Zij, — dochtren, zoueu^ '* Klopt u het harte hang, * Ziet op naar ae eeuwge kronen: * O eeuwig is zoo lang!quot;

5. De juichende englenkoren, * Zich hadend in genot, * Doen ons de blijmaar hooren: * „Dra deelt ge ons zalig lot!quot; * Ja, mogen we eens met de Englen, * En zeetiend in hun rang, * Ons eeuwig feestlied menglen: * O eeuwig is zoo lang!

6. De Heilgen in de glorie * Van 't liemelsch zegefeest, * Verkonden uw victorie,

* O Vader, Zoon en Geest! * Zij bidden, dat geen zonde * Ons in haar boeien prang',

* Ons harte doodlijk wonde; * Ach, eeuwig is zoo lang!

7. Zoo laat ons moedig strijden, * Gewapend met het Kruis, * Dat we eeuwig ons verblijden * In 't zalig Vaderhuis. * Voorbij zijn dan ellende, * Dood, rampen, vrees en dwang; * 't Is blijdschap zonder eude: * O eeuwig is zoo lang'

539

ocr page 234

INHOUD en BLADWIJZER.

Bladz.

De gewone gebeden en voornaamste waarheden en stukken des geloofs . . . XXI

DAGELIJKSCHE GEBEDEN.

Morgengebed.......

„De Engel des Heeren*' .... Gebeden vóór en na het eten

De Rozenkrans.......

Schietgebeden en korte gebeden met aflaten Avondgebed .......

HET H. MISOFFER.

Zijn wezen en beteekenis .... 21 Gebeden onder de H. Mis, benevens korte onderrichtingen om de H. Mis godvruchtig bij te wonen...... 23

Voorgeschreven gebeden na de H. Mis . 46

2 7

. 8 en 9 9 11 13

ocr page 235

610 INHOUD EN BLADWIJZEB.

ONDERRICHTINGEN, GEBEDEN EN GEZANGEN VOOR HET KERKELIJK JAAR.

Het kerkelijk Jaar......

Gebeden en gezangen voor den Advent

Quatertemperdagen en Vigiliën (Gebed om goede Priesters)......

Gebeden en gezangen voor den Kersttijd .

Het Hoogfeest van Kerstmis Het F eest derBcsnijd enis desHceren(!Nieuw-

jaarsdag) . . ......401

Het Feest der Verscliijning des Heeren (Driekoningen)......411

Gebeden en gezangen voor den H. Vastentijd 415-439

De Goede Week......427

Het Lijden van Christus volgens den H. Joannes.......431

Gebeden en gezangen voor den Paaschtljd 441-449 Het Hoogfeest van Paschen . . . 441 De Kruisdagen en het Feest van den

H. Marcus........446

s' Heeren Hemelvaart.....447

Het Hoogfeest van Pinksteren . . . 451

Het Feest der H. Drievuldigheid , . 455

Het Feest van het H. Sacrament . . 458

Het Feest van het H. Hart .... 471

Het Feest van den H. Joseph . . . 515

Het F eest van Allerheiligen (Allerzielendag) 533

GEBEDEN EN GEZANGEN OP DE VOORNAAMSTE FEESTEN VAN MARIA.

Maria's Onbevlekte Ontvangenis . . . 479

Maria - Lichtmis.......4S2

Maria-Boodschap......434

Maria's Ten-hemel-opneming . . . 437

Maria's Geboorte......439

De Mei- en Octobermaand .... 492 Algemeene Maria-liederen .... 492-513 Verschillende Liederen.....514-539

Bladz.

374 376-3S5

383 387-414 387

ocr page 236

612 urnoTTD EN BIAD'WIJZEB.

LIJST DER LIEDEREN.

Nr. Bladz.

Advent.

1. De menscliheid klaagt in rouw en nood 379

2. O kom, o kom Emmanuël . . . 381 8. Hoort, zoet en klaar een stemme zingt . 382

Kerstmis.

4. Te Botlilem is geboren .... 389

5. Wees, zoete Jesus, wees gegroet . . 390

6. Heft aan, heft aan den blijden zang . 391

7. Toen de Heer in 't vleesch verscheen . 393

8. De herderkens lagen bij nachte . . 394

9. O Kindje Jesus, arm als wij . . . 396

10. O Bethlem, uitverkoren .... 397

11. O zalig, heilig Bethlehem . . . 398

12. Ontloken is ons heden {Aan Maria) . 399

's Heeren Besnijdenis.

13. Wij roepen U met blij gemoed . . 403

Aan den Zoeten Naam.

14. Hoe aangenaam en zoet . . . # 405 16. Geloofd zij Jesus Christus . . • 406

16. O Jesus, godlijk goed .... 408

Driekoningen.

17. De komst van Bethlem's godlijk Wicht 412

18. Wat angst. Her odes, kwelt uw borst? . 413

Vastentijd.

19. Ik wil mij gaan vertroosten . . . 417 D. Staat, Heemlen, staat van schrik verplet 419

420

423

424 426

21. Toen Jesus aan het Kruishout hing

22. O diepe zee van smart en wee (Aan Maria

23. O wat smarte sneed door 't Harte „

24. Maria ging met smarten „

Paschen.

25. Alleluja!

quot;6. Het Oosten straalt van purpergloor

442

443

27. Verheug U, Hemelkoningin (Aan Maria) 445

ocr page 237

INHOUD EN BLADWIJZER. 613

Nr. Blaill.

's Heeren Hemelvaart.

28. Gij, onzer harten zaligheid . . , 448

Pinksteren.

29. Kom, heiige Geest, daal op ons neer . 452 80. Heiige Geest, kom, laat uw stralen . 453

H. Drievuldigheid-Zondag.

31. Aan U, Drieëcne Majesteit . . . 456

Aan het H. Sacrament.

32. Knielt, Christenschaar .... 459 38. Englen, daalt met spel en snaren . 460

34. Hier daalt Gij nit den hoogen . . 461

35. O Spijs, den mensch gegeven . . 463

36. Lof zij het H. Sacrament . . . 464

37. Laat ons, o Jesus, U ter eer . . . 465

38. O Jesns, in 't verwachten zoet . . 466

39. Hier zetelt op zijn liefdetroon . . 467

40. Minnaar der menschen (Vóór de Communie) 407

41. Nu heeft mijn lieve Jesus dan [Na de

Communie).......469

42. Ik min U, Heer......470

Aan het Allerh. Hart.

43. O Hart, voor ons gebroken . . . 472

44. O Hart van Jesns, enkel glans . . 473

45. Mijn hart kom ik U geven . . . 474

46. Wie kan uw Hart aanschouwen . . 476

47. O Jesus mijn......477

Maria's Onbevlekte Ontvangenis.

48. In een zoo duistren nachte . . , 480

Maria - Lichtmis.

49. Maagd, zonder smetten .... 483

Maria - Boodschap.

50. O God, algoed en machtig . . . 485

Ten-hemel-opneming van Maria.

51. Omstuwd van Cherubijnen . . , 488

Maria's Geboorte.

52. O wachter, vroed van zinnen . . 490

*

k

ocr page 238

614 INHOUD EN BLADWIJZER.

Nr. Bladz.

Algemeene Maria-Liederen.

53. Wij groeten U, o Koningin . . . 492

54. Van alle Hemelingen .... 494

55. Lieflijke i^ter......495

56. Verheven Koningin.....496

57. Schep behagen......498

58. Daar blinkt een ster.....499

59. Wat zal ik gaan beginnen . . . 500

60. Moeder, vol van teederheid . . . 502

61. O aller maagden roem en eer . . 502

62. Ave, Ster van 't mere .... 503

63. TT minnen^ Maria.....504

64. O Koningin, vol majesteit . . . 505

65. Aan U, o zuivre Maagd . . . . 5'. 7 G6. Het zonnelicht gloeit .... 508

67. Maria's zoete naam.....509

68. Maria beminnen......510

69. Wat straalt Gij schoon .... 512

70. God getrouwe, lieve Vrouwe . . . 513

Aan den H. Engelbewaarder.

71. Mijn Engel, Gids in 't leven . . , 514

Aan den H. Joseph.

72. Joseph, Vorst in 's hemels woning . 516

73. O David's Zoon, mijn Schutspatroon . 517

74. O Joseph, David's eedle Spruit . . 518

75. Heiige Joseph, Voedstervader . . 520

Aan den H. Antonius.

76. Laat ons op blijden toon .... 521

Aan den H. Willebrord.

77. O Willebrord, die van omhoog . • 523

Aan den H. Aloysius.

78. Wees duizendmaal gegroet . , , 524

Aan de H. Barbara.

79. Sint Barbara, geboren .... 525

Oefening van geloof, hoop en liefde.

80. O Jesus, die de waarheid zijt . . 527

Vernieuwing der doopbeloften.

81. Ik zweer voor God op dezen stond . 528

ocr page 239

INHOUD EN BLADWIJZEE. 615

Nr. Bladz.

Vóór eene algemeene Communie.

82. Wij bidden ü, o Heiige Geest . . 529

Lied van lof en dank.

83. Moge onze zang zich paren . . , 530

Geestelijk testament.

84. U smeek ik daaglijks in mijn nood . 531

Allerheiligen.

85. Tot U, verlieven Heilgenstoet . . 534

Voor de Afgestorvenen.

86. Heer, geef eeuw^e rust den zielen . 535

87. God, vol erbarming en geduld . . 536

Van den hemel.

88. Laat ons vol vreugde zingen . • • 537

ALPHABETISCHE LIJST DER LIEDEREN.

25. Alleluja!........442

31. Aan U, drie-eene Majesteit . . . 456

65. Aan U, o zuivre Maagd .... 507

62. Ave, Ster van 't mere .... 503

58. Daar blinkt een ster . . . . . 499

8. De herderkens lagen bij naclite . . 394

17. De komst van Bethlem's godlijk Wicht 412

1. De menschheid klaagt in rouw en nood 379

33. Englen, daalt met spel en snaren . 460

15. Geloofd zij Jesus Christus . . . 406

28. Gij, onzer harten zaligheid . . , 448

70. God getrouwe, lieve Vrouwe . . . 513

87. God, vol erbarming en geduld . . 536

86. Heer, geef eeuwge rust den zielen . 535

30. Heiige Geest, kom, laat uw stralen . 453

75. Heiige Joseph, Voedstervader . • 520

ocr page 240

INHOUD EN BLADWIJZER.

Heft aan, heft aan den blijden zang

Het Oosten straalt van purpurgloor

Het zonnelieM gloeit

Hier daalt Gij mt den hoogen

Hier zetelt op zijn liefdetroon

Hoe aangenaam en zoet .

Hoort, zoet en klaar een stemme zing

Ik min U, Heer, maar min U niet

Ik wil mij gaan vertroosten .

Ik zweer voor God op dezen stond

In een zoo dnistren nachte

Joseph, Vorst in 's hemels woning

Knielt, Christensehaar

Kom, Heiige Geest, daal op ons neer

Laat ons, o Jesus, ü ter eer .

Laat ons op blijden toon .

Laat ons vol vreugde zingen .

Lieflijke Ster.....

Lof zij het H. Sacrament Maagd, zonder smetten

Maria beminnen.....

Maria ging met smarten .

Maria's zoete naam .... Minnaar der menschen Moeder, vol van teederheid Moge onze zang zich paren Mijn Engel, Gids in 't leven .

Mijn hart kom ik U geven Nu heeft mijn lieve Jesus dan O aller maagden roem en eer O Bethlem, uitverkoren .

O David's Zoon, mijn Schutspatroon O diepe zee van smart en wee O God, algoed en machtig O Hart van Jesus, enkel glans O Hart, voor ons gebroken O Jesus, die de waarheid zijt . O Jesus, ^odlijk goed O Jesus, in 't verwachten zoet

O Jesus mijn.....

O Joseph, David's eedle Spruit O Kindje Jesus, arm als wij .

O kom? o kom Emmanuël O Koningin, vol majesteit

616

Nr. 6.

Bladz.

391 443

508 461 467 405 382 470 417 528 480

516 459 452

465 521 537 495 464 483 510 426

509 467 502 530 514 474 469 502 397quot;

517 423 485 473 472 527 408

466 477

518 396 381 505

34.

39. 14.

3.

42. 19. 81.

48.

72. 32. 29.

37. 76. 68. 55. 3(3.

49. 68. 24. 67.

40. 60. 83. 71. 45.

41. 61. 10.

73. 22.

50. 44.

43. 80. 16.

38. 47.

74. 9. 2.

64.

ocr page 241

'i i

INHOUD EN BLADWIJZER. G17

Nr. Bla'lz.

61. Omstuwd van Chembijnen . . . 4^8

12. Ontloken is ons heden .... 399 35. O Spijs, den mensch gegeven . . . 460

52. O wachter, vroed van zinnen . . . 490 23.- O wat smarte sneed door 't Harte . 424

77. O Willebrord, die van omhoog . . 523 , 11. O zalig, heilig Bethlehem . . . 398

57. Schep behagen......498

79. Sint Barbara, geboren .... 525

20. Staat, Heemlen, staat van schrik verplet 419

4. Te Bethlem is geboren .... 389 7. Toen de Heer in 't vleesch verscheen . 393

21. Toen Jesns aan het Kruishout hing . 420 85. Tot U, verheven Heilgenstoet . . 534 63. ü minnen, Maria . . . . . 504 84. U smeek ik daaglijks in mijn nood . 531

54. Van alle Hemelingen.....494

27. Verheug U, Hemelkoningin . . . 445

56. Verheven Koningin.....496

18. Wat angst, Her odes, kwelt uw borst . 413

69.'Wat straalt Gij schoon .... 512

59. Wat zal ik gaan beginnen . . . 500

78. Wees duizendmaal gegroet . . . 524

5. Wees, zoete Jesus, wees gegroet . . 390 46. Wie kan uw Hart aanschouwen . . 476 82. Wij] bidden U, o Heiige Geest . . 529

53. Wij groeten Ü, o Koningin . . . 492

13. Wij roepen U met blij gemoed . , 403

Amen.

Geloofd zij Jesus Christus.

ocr page 242
ocr page 243
ocr page 244
ocr page 245
ocr page 246

Bij de Wfd. .1. R. VA X l:OSsrjl to Vtrtehi, (i lioiM. i . stokvis iV zoon i.lt;

•- l/erlogeMoseli, EI). VAN WEES te Breda, .1. J. HOMEN iV ZONKN te ....... is veitvlieniMi lt;'11 altm ■'

Gebeden, Onderrichtingen en Gaangen

Fr. EPPINK Pr.

Goedgeketrd en aanbevolen door het Doorlucht'g E.j ic opaal van Nederland.

Tweede 7ien lt;1 alten dtal

Priis der verschillende banden:

Band A. /iwart of bruiu litiuen -

i;. uilt;mtou........^ 50

( . . .. 1 !. -li/,( .

slai)]'0 baiui. .. 1). .. .. .. rood i'in'rr

jri rulsiK'-i.! 2.2;*) K. M• • 111 n;, i.lii . ap. quot;«M-.! . . • -

I'. ............ n- lt;i «mii.'r

o;lt; u(i;-:ii(Hlö ^,75 iv, Zvavi j^t»- kenzr . . . „ gt;!. Cuii' df 1'■ - •','75 N. Kall'sli •• ......•I-*quot;'.'

'fyiie/ce'[ike bpstelliiuj Hquot;'j te heho

f

1. Kaïnaak-J voor..........

2. Namaak-SeliiLlpo.d . ....... • • -i

3. Iv lii Ivoor . . . ..........

4. Kdit SchiMpad...........