ik 120
15
Vak 120
[□] olfolGfÖlQliQlfgfÖliï !□
iFGlQlal'O: [QlaïOfQFQ'JÖip
BLOEMHOFJE
VAN DEN
GEBEDENBOEK
V
INHOUDENDE
Gebeden onder de H. Mis en het Lof
korte Levensbeschrijving, quot;VV onderwerken Litanie en Novene van rten grooten Heilige,
Litanie van O. L. V., enz.
VOORREDE
ktt n zijne Litanie en Gebeden tot W den H. Antonius van Padua, zegt de eerw. heer Stevaert, Boekkeurder van Zijne Eminentie den Kardinaal Aartsbisschop van Mechelen :
« DeH. Antonius van Padua is de waarachtige vertrooster van alle bedrukte zielen, en een krachtig voorspreker bij God, in alle zwarigheden, zoo lichamelijke als geestelijke. En ofschoon God wonderbaar is in al zijne heiligen (Ps; LXVII, 36), is Hij nochtans in den H. Antonius op eene bijzondere wijze wonderbaar, zooals de tallooze mirakelen en wonderdaden getuigen, die in alle gewesten der wereld, op zijne voorbede, dagelijks geschieden ; zoo dat het niet te verwonderen is, dat er, na de allerheiligste Maagd Maria en haren Bruidegom, den heiligen Joseph,
.-------------------------------^
— 8 —
geen heilige in Nederland, België, Italië, Spanje en andere rijken, door de geloovigen met meer godsvrucht en ijver aangeroepen en vereerd wordt. »
Geen oprecht geloovige of hij gevoelt godsvrucht totdenH. Antonius van Padua, die aan niemand zijnen bijstand weigert. Zieken herwinnen de gezondheid door zijne voorspraak, zelfs als ze van iedereen verlaten zijn; schepelingen komen behouden uit de woedendste stormen ; schipbreukelingen worden aan den dreigenden dood ontrukt ; in den dringendsten nood, in ijselijke gevaren, in hopelooze toestanden, schenkt hij zijnen krachtigen en heilzamen bijstand ; hij brengt gelukkige echtverbintenissen te weeg, en heeft van God een bijzonder voorrecht verkregen om verlorene zaken aan haren eigenaar terug te bezorgen.
De Seraphijnsche Kerkleeraar, de heilige Bonaventura, beweert dat men door de voorspraak van den H. Antonius alle genaden kan verwerven, welke niet anders dan ^--
sV?gt;
-m
— g —
door een wonder kunnen verkregen worden.
Dit heeft ons aangezet, ten einde de godsvrucht der vereerders van dien heilige te voeden en te verlevendigen, dit Bloemhofje van den H. Antonins svimew te stellen, waarin men, benevens eene korte levensbeschrijving, uit de beste bronnen geput, talrijke wonderen zal vinden als welgeurende bloemen langs de levenspaden van dien heilige bijeengegaard, of na zijnen dood op zijn graf ontloken ; eene volledige verzameling van litanieën, gebeden en lofzangen zal den godvruchtig en lezer van het Bloemhofje alle gelegenheid en gemak geven om met de diepste gevoelens van heiligen eerbied en grenzeloos vertrouwen zijne vereering voor den H. Antonius lucht te geven, en diens machtige bescherming voor zich en voor anderen af te smeeken.
»
VAN DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA
geboren den i5n Juni ngS, op
dien luistervollen dag waarop de H. Kerk het feest viert van de verheerlijking der allerheiligste Maagd.
Het is echter niet te Padua, in Italië, zoo als zijn naam schijnt aan te duiden, maar wel te Lissabon, hoofdstad van Portugal, dat hij het eerste levenslicht aanschouwde.
Daar, te Lissabon, woonde, inde XIIquot; eeuw, Don Martin, uit het beroemd geslacht der Bouillons (i), dat aan de wereld Godfried van Bouillon, den held der eerste kruisvaart, schonk. Martin was gehuwd met
(1) A. Butler schrytt; Bulhon-, anderen : Bellones.
e H. Antonius van Padua werd
t
tlquot; — n — If
Maria (i) uit het aloude adellijk geslacht van Tevera, die men vermoedt af te stammen van Froila, welke in de achtste eeuw in Asturië heerschte.
Het paleis van Don Martin van Bouillon lag te Lissabon recht over de Kathedraal van de allerheiligste Maagd Maria, alwaar zijn zoon in het heilig Doopsel den naam ontving van Ferdinand, welken hij later verwisselde met dien van Antonius. Zijne ouders blonken nog meer uit door hunne deugd dan door hun doorluchtig geslacht, en bij Ferdinand veropenbaarde zich reeds vroegtijdig wat eens van dit kind zoude worden. Weende het kleine wicht, dan kende zijne moeder een onfeilbaar middel om hem te stillen : zij nam haren kleinen lieveling op de armen en plaatste zich met hem voor het venster dat uitzicht gaf op de Kathedraal : en oogenblikkelijk verdwenen
ten plaa^r jk
lachje, terwijl het, als door eene onzichtbare macht aangetrokken, de armpjes uitstrekte naar de goddelijke woning, waar zijne godvruchtige moeder hem, in hare teedere bezorgdheid, aan de Koningin des Hemels had opgedragen.
Als eene godvruchtige moeder was Dona Maria er voor bezorgd aan haren zoon vroegtijdig eene teedere godsvrucht voor de H. Maagd Maria in te boezemen, en vond er haar vermaak in hem den schoonen lofzang : « O gloriosa Domina» « O Koningin » van jongs af te leeren zingen. Die heerlijke lofzang klonk ook in later jaren zoo dikwerf uit den mond van den heilige ; in de eenzaamheid en op zijne reizen liet hij hem zoo liefelijk weergalmen; in de beproevingen des levens herhaalde hij hem met grenzeloos betrouwen, en op het einde van zijne bewonderenswaardige loopbaan, ruischte dat lied nog als een laatste gebed van zijne stervende lippen.
De teedere en godvreezende moeder van Ferdinand zag hare pogin-
v!.-
— i3 —
gen met eenen bewonderenswaar-digen uitslag bekroond : de jongeling was een engel van zuiverheid en godsvrucht. ,
Zooals destijds bij voorname fa-miliën het gebruik was, werd zijne opvoeding door zijne ouders toevertrouwd aan priesters en kloosterlingen ; aldus werd Ferdinand, op den ouderdom van tien jaren, ter studie geplaatst bij de geestelijken der Kathedraal van Lissabon. Gedurende dien tijd droeg hij, zooals de andere kweekelingen, het geestelijk gewaad, mocht de koorzangen bijwonen en den priester behulpzaam zijn bij het opdragen der H. Mis.
Ferdinand bracht vijf jaren aan de Kathedraal door en deed zulke buitengewone vorderingen, niet alleen in de wetenschap, maar ook in deugd en vroomheid, dat hij, op den ouderdom van i5 jaren, reeds het besluit nam om de zuiverheid en den vrede zijns harten voor altijd te bewaren, de bedriegelijke genoegens der wereld te verzaken, en zich
c—-fy—--—-12-
— 14 —
tot de kloosterlijke eenzaamheid te begeven.
Met toestemming zijner ouders trad hij in het klooster der reguliere Kanunniken van den H. Augustinus te Lissabon, en legde daar den grondslag van zijn toekomstig heilig leven. Het talrijk bezoek van ouders en bloedverwanten verstoorde hem echter, en daar hij ondervond dat hij in de nabijheid der hoofdstad de gewenschte rust niet kon genieten en niet genoeg met zijnen God kon bezig zijn, verzocht hij zijnen overste hem naar Coïmbre te zenden, in het eenzame klooster van het heilig Kruis. Daar was hij, even als te Lissabon, een spiegel voor allen, die naar de volmaaktheid streefden. Zijn stil, zachtmoedig en vlekkeloos gedrag verwekte de bewondering van al zijne medebroeders, en zijne verhevene deugden strekten het ge-heele klooster tot voorbeeld. Dag en nacht verdiepte hij zich in de gewijde wetenschappen en bestudeerde voornamelijk het heilig Schrift en de werken der Kerkva-
w-
— 15 —
ders, waardoor hij zich, zijne voortreffelijke geestesgaven in aanmerking genomen, tot den indrukwek-kenden prediker vormde, die uit eigen overtuiging sprak, overal tot het menschelijk hart doordrong en op die wijze grooten zegen in de Kerk verspreidde. ledereèn bewonderde zijne liefde voor de afzondering en zijne strengheden.
In het klooster van het H. Kruis, waar Ferdinand zich toen bevond, kwamen Minderbroeders dikwijls aalmoezen inzamelen; en daar hij juist destijds gelast was zorg te dragen voor de vreemdelingen, die in het klooster tijdelijk vertoefden, zoo leerde hij ook door hen de orde van den H. Franciscus kennen, die ten tijde was ingesteld en der Kerk tot stichting verstrekte. Nu, het gebeurde dat in het jaar 1219 vijf Minderbroeders zich naar Marokko begaven tot verspreiding des geloofs, en, tijdens hunne reis, bij de kanunniken van den H. Augustinus, te Coïmbre, gastvrij werden opgenomen. Ferdinand bewonderde de verregaande.
Kf-lt;
.i'-'V— -*gt;lt;
— 16 —
verachting der wereld, welke die eerwaardige mannen in kleeding en levenswijze aan den dag legden, en voelde zich allengs tot die orde aangetrokken; en toen, op 16 Januari 1220, die vijf mannen, in Marokko onder de hand der ongeloovigen als martelaars waren gevallen, en dat hunne stoffelijke overblijfsels, eeni-gen tijd later, onder wonderbare voorvallen, naar het klooster van het H. Kruis werden overgebracht, kende het brandende liefdevuur, dat de grootmoedige ziel van Ferdinand vervulde, nog slechts éénen wensch; ook eens den martelaarspalm te verwerven.
Had reeds dc deugdzaamheid der Minderbroeders zulken machtigen indruk op zijn hart uitgeoefend, thans werd hij met een onweerstaanbaar geweld er naartoe gedreven, tot die orde over te gaan, welke hem in de gelegenheid kon stellen zijn bloed voor Jesus-Christus te vergieten.
Na het licht van den H. Geest , afgesmeekt te hebben, wendde hij -----------r '
. ----------------------------- •••■
. ;—----------- - ■ - — -------------—'
— 17 —
zich tot zijne oversten om daartoe de toelating te bekomen. Aanvankelijk maakten deze veel bezwaar, want zij wilden den alleszins bekwamen broeder niet gaarne missen. Doch dewijl zijn roep al de ken-teekens eener goddelijke inspraak droeg, konden zij hem daarvan niet terug honden, en na tien jaren bij de kanunniken van het H. Kruis doorgebracht te hebben, kreeg Ferdinand toelating om dezelve te verlaten.
In den zomer van het jaar 1220, ijlde hij welgemoed naar de eenzaamheid van S' Antonio di Olivari, in de nabijheid van Coïmbre. Daar ontving hij het nieuw ordekleed nog hetzelfde jaar, en verwisselde den naam Ferdinand met dien van Antonius, ter eere van den eersten beroemden kluizenaar, aan wien het klooster te Coïmbre was toegewijd.
Eenigen tijd leefde hij onder de zonen van den H. Franciscus in gebed en strengeversterving, als opnieuw in hem het verlangen ont-2 32 «■
— 18 — it
«JR
c/
Ar
waakte martelaar des Christendoms te worden. Hij vroeg en bekwam verlof om het Evangelie te gaan prediken aan de Mooren in Afrika. Doch nauwelijks had hij in Mauritanië zijnen apostolischen arbeid begonnen, of hij werd aangerand door eene hevige koorts, die hem vier maanden bedlegerig hield. Zijne gezellen berichtten daarvan den overste in Spanje, en Antonius kreeg aanstonds bevel om terug te keeren. Doch zie, op zee brak een geweldige storm los, toen het schip, dat hem vervoerde, niet ver meer van Spanje was verwijderd ; het werd op de kusten van Sicilië geworpen en liep aldaar de haven van Messina binnen. Dit alles, ziekte en storm, had echter de Goddelijke Voorzienigheid aldus geschikt, om dien heiligen kloosterling op de plaats te brengen, welke voor hem bestemd was, want te Messina vernam hij dat de heilige Seraphijnsche Vader, Fran-ciscus van Assisië, tegen Pinksterdag van het jaar 1221, in de
vlakte van Assisië zijne broeders eM ___?
. ;quot;gt;v
— 19 —
samenriep tot het houden van een algemeen Kapittel of vergadering der orde, om de vorderingen na te gaan, welke zij tot dusverre op den weg der volmaaktheid volbracht hadden.
Niettegenstaande Antonius nog zeer zwak was, maakte hij van de gelegenheid gebruik om ook dien grooten man te gaan zien en te bewonderen, van wien hij zooveel had hooren spreken ; en hij vertrok naar deze stad met eenen jongen leeke-broeder, Philippus genaamd.
Vijf duizend Minderbroeders kwamen te Assisië bijeen, om hunnen heiligen vader en ordestichter te zien, zijne wijze leerredenen te hooren, en door hem te worden aangewezen om hier of daar eene missie te volbrengen.
Zoo men het hart van Antonius hadde kunnen doorschouwen, zou men daarin eene wonderbare wijsheid en den grondslag eener buitengewone welsprekendheid gevonden hebben, gepaard met eene heiligheid „van leven, welke voor den levens-
— 20 —
wandel van den grooten patriark van Assisië niet onderdeed.
Niemand der aanwezige broeders, geen der oversten, zelfs de heilige Franciscus vermoedde zulks niet eens, want de jeugdige kloosterling zocht zijne voortreffelijke hoedanigheden met dezelfde bezorgdheid te verbergen, als inden regel de meeste menschen er naar streven ze uitwendig te doen schitteren.
Ingetogen bleef hij alleen te midden dezer groote vergadering, zonder zich met iets anders bezig te houden dan hetgebed, zonder nader bekende dan God. Tijdens die eenzaamheid kon hij echter ongestoorde vreugde smaken in de aanschouwing van het heilige gelaat zijns veel beminden Vaders Franciscus, terwijl de H. Franciscus dit zijn kind niet kende, dat toch door God op eene bijzondere wijze bemind werd.
Ook maakte de nederigheid van Franciscus en zijne innige liefde tot God zulk eenen indruk op hem, dat hij besloot niet meer naar Spanje .te gaan, maar in Italië en in de na-,. ■
-4-
Jft-----------------------------------^
V — 31 -
bijheid van Franciscus te blijven, om dezes zaligen levenswandel te overwegen en den zijnen daarnaar in te richten.
Na het eindigen der vergadering, namen de broeders afscheid van hunnen heiligen vader en van den nieuwen generaal der orde, broeder Helias. Ieder kloosterling voegde zich bij den provinciaal zijner landstreek, om daarmede te vertrekken naar de aangewezen bestemming, doch aan Antonius dacht niemand. Hij zag er zoo eenvoudig en ziekelijk uit, dat niemand zich met hem wilde belasten, omdat hij, naar het scheen, het huis eer tot last dan tot hulp zou verstrekken ; ook gaf weinig spraakzaamheid hem den schijn van minder bekwaamheid. Alle provincialen waren reeds vertrokken, slechts de provinciaal van Romagna, Gratiaan, was nog aanwezig. Deze had eenen priester noodig, om in het arme en gansch afgelegen klooster van Monte-Paola, de heilige Mis te lezen voor de zich daar bevindende
...quot; .broeders, die een kluizenaarsleven
^ -m
— 22 —
leidden. Dien jongen kloosterling ziende, naderde Gratiaan hem met de vraag : « Zijt gij priester ? » « Ja,» was het eenvoudig antwoord. — Hebt gij reeds eene bestemming ? — Neen, Vader, antwoordde hij wederom even kort. — Zoudt gij gaarne naar de kluis van Monte-Paola gaan ? — Ik zal gaan waarheen God wil. — Ga dan met mij, zeide Gratiaan. En de ijverige kloosterling volgde hem zonder een woord te spreken.
Te Monte-Paola aangekomen, wierp hij zich voor de voeten des gardiaans met het verzoek hem bezigheden in zijn klooster aan te wijzen. De gardiaan liet hem schotels reinigen en kamers vagen, wat hij bereidwillig volbracht. Deze jonge, onbekende kloosterling werd later de zoo beroemde, groote Wonderdoener, de H. Antonius van Padua.
Antonius, die niets vuriger wenschte dan voor de wereld onbekend te blijven, leefde in zijn klooster in groote verborgenheid, onder-,hield zich met God, voegde bij zijne,,!.;.
'W1 w
____.vK
^ - 23 - 'T
overwegingen strenge verstervingen en harde werken van boetvaardigheid, verdroeg alle vernederingen met geduld en bewaarde zulk een diep stilzwijgen, dat hem nooit een woord ontging, waaruit men zijne kundigheden had kunnen opmaken.
Gods inzicht was echter niet Anto-nius altijd verborgen te houden. In 1221 nam de gardiaan hem mede naar Forli, alwaar de ordebroeders van den H. Franciscus met de naburige Dominicanen, wegens kloosterlijke aangelegenheden, eene vergadering hielden. Na het avondmaal verzocht de gardiaan de Dominicanen, om als genoodigden, eene stichtende aanspraak voor de vergadering te houden. Allen verontschuldigden zich, voorgevende, dat zij er niet op voorbereid waren; evenzoo deden de Minderbroeders.
Toen hij zag dat alle broeders bleven weigeren, liet hij de oogen op Antonius vallen, en zeide : « Indien er dan niemand is, die ons het woord des Heeren wil voorhouden, ^ dan zal broeder Antonius zulks wel
___Li
. - g»
CS* 9* t :
— 24 —
doen. Antonius verschrok op dat bevel, beleed zijne onbekwaamheid en zeide, dat hij zich uitsluitend aan den keukendienst had toegewijd. Doch de gardiaan bleef bij zijn verzoek en hernam : « Spreek, mijn zoon, en deel ons mede, wat de heilige Geest u zal ingeven. » Hij gehoorzaamt. In het begin was hij eenvoudig, maar beschroomd : hij wilde veracht en onbekend blijven en gaf derhalve bij deze gelegenheid de voorkeur aan de ootmoedigheid boven den roem der wetenschap. Langzamerhand grijpt eene heilige geestvervoering den redenaar onwillekeurig aan. Hij kan het goddelijk zielenvuur, dat zijne ziel verteert, niet langer wederstaan ; wonderbaar neemt zijn woord in kracht toe. Zijne door vasten verzwakte stem herwint haar vollen klank ; zijn lichaam, door strenge boetple-gingen ter neer gebogen, recht zich op, en zijne gestalte herkrijgt wederom de hem aangeborene edele indrukwekkendheid.
Stom van verbazing, ja door angst
■3
bevangen, staarden de geestelijken dien armen, onbekenden broeder aan. Zij wilden de kracht zijner rede toeschrijven aan eene voorbijgaande geestvervoering, waarin hij voor dat oogenblik geraakte; als hij echter van lieverlede uit de verhevenste plaatsen der Kerkvaders en onderscheidene teksten der H. Schrift de roerendste en verhevenste gedachten ontwikkelde, begreep elk, dat een wonder der diepste ootmoedigheid dezen grooten heilige tot dan toe nog had verborgen gebonden. De provinciaal, broeder Gratiaan, haastte zich de in Antonius ontdekte hoedanigheden aan den H. Francis-cus van Assisië bekend te maken. Die tijding verblijdde de ziel van Franciscus, door heilige hoop en vreugde; het werd hem duidelijk dat van nu af een drievoudige luister zijn orde reeds hier op aarde zou kenmerken, namelijk die der heiligheid, der kunde en van het martelaarschap, en hij beval Antonius om voortaan zijn leven te wijden aan de verspreiding des geloofs. Te
3
— 26 —
dier gelegenheid zond de H. Fran-ciscus aan Antonius eenen brief van den volgenden inhoud :
quot; Broeder Franciscus wenscht aan zijn' beminden broeder Antonius heil en zaligheid. »
« Het is mij lief, dat gij aan de broeders de godgeleerde schriften uitlegt: zoo nochtans dat noch in u, noch in anderen, en dit is mijn vurige wensch, de geest des gebeds worde uitgedoofd, gelijk zulks in den regel staat, dien wij belijden. Vaarwel! »
Nederig en gehoorzaam begon nu die heilige zijne talrijke missiereizen. Hij doorreisde het Noorden van Italië en het Zuiden van Frankrijk, Aries, Avignon, Montpellier, Lunel, Toulouse, Brive, Limoges, Le Puy, Brioude en nog aan talrijke andere Fransche steden viel het geluk te beurt den nieuwen Apostel te zien en te hooren.
Ofschoon de heilige geheel zijne jeugd in Portugal had doorgebracht, en zich daar nooit op de studie der talen had toegelegd, predikte hij
m
^-------------------------
tgt; * — 27 —
des niettemin met evenveel gemak in het Italiaansch en het Fransch, alsof hij van kindsbeen af daarin was opgevoed.
Hij wijdde zich met weergaloozen ijver aan het heil der zielen, de bestrijding der ketterijen en de verbetering der zeden.
De natuur en de genade schenen hem voor zulk een gewichtig werk gevormd te hebben : hij had een beleefd uiterlijk, voorkomende manieren en een innemendgelaat. Zijne stem was krachtig, helder, aangenaam, en zijn geheugen gelukkig; maar zijne welsprekendheid ontving hare voornaamste kracht uit de zalving, waarmede hij zijne leerredenen voordroeg; zijne woorden waren als zoovele pijlen, die in de harten zijner toehoorders drongen. De kennis van de heilige Schriftuur en van den gewijden tekst was, in zijne handen, eene overvloedige bron van licht, en hij verklaarde er den zin en den geest van met een wonderbaar gemak en eenen diepen indruk. Hij deelde aan anderen van zijne
-ré--.
iv-
_ •— — 28 —
volheid mede, en 't was niet te verwonderen, dat hij, na het vuur der goddelijke liefde in zijne eigene ziel ontstoken te hebben, dit ook deed branden in allen, die hem hoorden.
Vol verachting voor de wereld, verhief hij zich boven alle mensche-lijk opzicht. Hij verkondigde de waarheden van het Evangelie aan grooten en kleinen, rijken en armen, met dezelfde kracht en ijver. Hij dwong de bewondering der geleerden af door zijne verhevene gedachten, zijne edele verbeelding en de waardigheid, waarmede hij de eenvoudigste waarheden der zede-leer voorstelde; van den anderen kant, maakte hij zich verstaanbaar voor de minst geoefenden, door zijne eenvoudige voordracht, die de afge-trokkenste zaken als tastbaar deed worden. Men vergaderde in menigte, om hem op alle plaatsen, waar hij predikte, te hooren.
Gewoonlijk hield Antonius zijne predikatiën in het open veld, want de kerken konden de menigte volks, welke hem wenschte te hooren, niet
•v-
—..................quot;vy.i j
— 29 —
bevatten. Dikwijls omringden meer dan dertig duizend personen zijnen preekstoel. Den nacht te voren zag men reeds eene ontelbare menigte mannen en vrouwen, van fakkels voorzien, de wegen bedekken, en zich verdringen op de plaats, waar de preek zou gehouden worden. Vreugde beving allen zoodra de heilige missionaris verscheen, door geestelijken omringd. Dan volgde weder stilte en de harten ontsloten zich om den dauw der goddelijke genade op te vangen. Gelijk een vlammend vuur drong het woord des heldhaftigen verkondigers van Jesus-Christus in de harten der toehoorders. Weldra vloeiden er overvloedige tranen ; het snikken en de smartelijke ontboezeming van berouw verdoofden schier de stem des indrukwekkenden redenaars.
Overal waar de heilige gepredikt had, zag men de bitterste vijanden zich met elkaar verzoenen, ketters tot het geloof bekeeren, ingekankerde haat maakte plaats voor vriendschap en vrede, woekeraars
*
amp;/. ----r
is
— 3o - ■ ^
gaven het onrechtvaardig verkregen goed terug ; overal werden godsdienstige gezelschappen en broederschappen gevormd, welke zich er op toelegden de boetvaardigheid te beoefenen en nog lang tot stichting van het nageslacht strekten.
Allengskens werd Antonius tegen zijnen wil tot de hoogste waardigheid zijner orde verheven, welke hij ook nauwkeurig en met vlijt waarnam. Hoe hij bij elke gelegenheid, als het de eer van God gold, eenen onvermoeiden ijver en onverschrokken moed aan den dag legde, kan men nagaan uit het volgende : Toen de H. Franciscus, in het jaar 1226 gestorven was, werd Elias, een man die de beginselen der wereld huldigde, tot generaal der orde gekozen, en slopen er door zijn wanbestuur groote misbruiken in. Zijn ergerlijk gedrag zou de orde in korten tijd te niet hebben doen gaan, indien er geen spoedig middel tegen ware aangewend. Antonius en een Engelschman, met name Adam, verhieven vruchteloos hunne stem
'r':lt; ■\ A r
C---
sy ^
tegen de misbruiken ; zij werden als warhoofden en onruststokers behandeld, en haalden zich, door hunnen ijver, vele versmadingen en mishandelingen op den hals. De zaak werd eindelijk voor den Paus, Gregorius IX, gebracht, en Elias ontving bevel te Rome voor hem te verschijnen. Daar werd hij schuldig bevonden aan al de hoofdbezwaren, tegen hem ingebracht, en dien ten gevolge gestraft met de ontzetting uit zijne waardigheid van alge. meen overste der orde.
Intusschen was de Paus ten uiterste tevreden over den ijver van Antonius voor de belangen zijner orde. Hij ontsloeg hem, op zijn dringend verzoek, van het ambt van Minister-Provinciaal en alle andere lasten, doch op voorwaarde dat hij te Rome zou blijven, en daar in en buiten de stad zou prediken. Antonius echter, die het gewoel eener hoofdstad geenszins beminde, bad den Paus om eenigen tijd op den berg Delia Verna te mogen gaan doorbrengen, ten einde wat uit te ______tL
amp;J'
s/1 gt;•
4pv-----------^
b _ a
— Sarlisten, en in het gebed nieuwe krachten te putten, om daarna, met vernieuwden moed, Gods woord alom te kunnen verkondigen. Grego-rius gaf hem, hoewel ongaarne, zijne toestemming, waarna de heilige vergenoegd vertrok. Hij verbleef op den berg Delia Vernatotden eersten Zondag van de vasten van het jaar i23i, en begaf zich toennaar Padua, in het klooster van Santa Maria.
Alhoewel het zijn voornemen niet was geweest de vasten te prediken, liet hij zich echter door de goede Paduanen overhalen om — helaas ! voor 't laatst — de hongerigen met het woord Gods te spijzen, en de zondaren tot boet op te wekken. Ondanks het verval zijner krachten, predikte hij alle dagen, in het open veld, voor eene onafzienbare menigte. Na zijne leerredenen, gaf hij nog bijzondere onderrichtingen aan verscheidene personen die hem kwamen raadplegen, en bracht het overige van den dag in den biechtstoel door, waar hij soms tot den Xa»-;-----
ï» --N,
— 33 —
quot;t»
avond bleef, zonder eenig voedsel te nuttigen.
Antonius hield zijnen apostoli-schen arbeid vol tot aan de Pinksterdagen. Toen, door de vermoeienissen en zijne gestrengheden uitgeput, gevoelde hij, dat hij het prediken moest staken. Hij begaf zich naar het klooster te Campo San Pietro, op drie uren afstand van Padua, om zich daar in stille afzondering met zijnen God te onderhouden en zich tot de groote reis naar de eeuwigheid voor te bereiden. Toen hij zijn einde voelde naderen, verlangde hij, dat men hem naar Padua terug zou voeren ; doch zijne krachten waren dermate uitgeput, dat men genoodzaakt was hem in de voorstad te laten. Daar nam hij zijnen intrek in het Clarissenklooster van Arcelli, waar hij als een kostbaar en door den Hemel vertrouwd pand werd ontvangen.
Zijn einde naderde. Na de HH. Sacramenten der stervenden ontvangen te hebben, wilde de heilige
itf' —m 4 32
tLgS_I---G
- 34 -
Antonius, nog weinige oogenblikken voor zijn gelukkig afsterven, toen hij, als hetware, reeds geheel in God scheen verslonden, hier beneden voor de laatste maal den lof der H. Maagd zingen. Eensklaps hoorden de broeders, die zijn sterfbed omringden, hem reeds met gebroken doch zoete stem, zijnen geliefkoos-den lofzang aanheffen, dat gezang, der Engelen-Koningin ter eere, dat hij reeds, in kinderlijke eenvoud, op de knieën zijner godvruchtige en teedere moeder had aangeleerd en liefdevol had medegezongen :
« O, Koningin, enz. » Toen hij zijn lied geëindigd had, geraakte de trouwe dienaar Gods in verrukking. Jesus en Maria verschenen hem en noodigden Hem uit tot het zalig Paradijs.
Aldus ontsliep hij zacht in de vreugde des Heeren, op Viijdag, i3 Juni i23i. Hij was 36 jaren oud en had 10 jaren doorgebracht in de orde van den H. Franciscus.
Uit vrees voor den toeloop des volks, trachtten de Minderbroeders
den dood van Antonius nog verborgen te honden ; doch deze voorzorg was vruchteloos, want geheele troepen kinderen doorliepen de straten van Padua, en riepen luide ; « De heilige Vader is dood! De heilige Antonius is gestorven ! » Dit gerucht verspreidde zich dra door de geheele stad, en terstond zag men de inwoners in menigte de stad verlaten, om het lichaam des heiligen te gaan vereeren.
Nog geen vol jaar was sedert den dood des heiligen voorbij en reeds werd hij door Paus Gregorius IX, op Pinksterdag, 3o Mei isSz, tot het getal der heiligen verklaard onder den glorievollen naam van : ■ ANTONIUS VAN PADUA.
1«
EENIGE WONDERDADEN
VAN DEN
Heiligen Antonius uan Padua
I. Gredurencle zijn leveia
fERWijL hij te Montpellier leeraar was, had er een voorval plaats, ERWijL hij te Montpellier leeraar was, had er een voorval plaats, v^t- dat den naam van Antonius geheel Frankrijk door verbreidde. Het zedenbederf was destijds groot, ten gevolge waarvan de ketterij in die schoone gewesten snelle vorderingen maakte. Antonius verhief luide zijne stem tegen de dwaalleer, en deed die in verschillende steden weergalmen. Zoo gebeurde het eens, dat, terwijl hij te Bourges predikte, een ketter, die van Joden-afkomst was en daar ter stede een grooten aanhang verworven had, met Antonius wilde twisten over het bestaan van het H. Sacrament des Altaars. Al spoedig bracht de heilige man den ketter, Guiald geheeten, zoo zeer in het nauw, dat deze verplet was door do onweerstaanbare rede- .
t» i J
v/k
- 37 -
nen van onzen heiligen Minderbroeder. Beschaamdover zijne nederlaag in het bijzijn eener talrijke menigte, zocht hij nog eene laatste uitvlucht en zeide tot Antonius : « Laat ons de woorden daarlaten, en ter zake komen. Indien gij de waarachtige tegenwoordigheid van Christus in het Altaar-Sacrament door een wonder kunt bevestigen, ben ik bereid het katholiek geloof te omhelzen. » De Heilige antwoordde daarop : « Ik vertrouw op mijnen Verlosser Jesus-Christus, die mij, tot uw aller bekeering, genadig zal verleen en, wat gij mij vraagt. »
«Welaan, hernam de ketter, ik zal een lastdier in drie dagen geen voedsel geven en het zoo doende uithongeren; na verloop van dien tijd zal ik hetzelve in de tegenwoordigheid van al het volk brengen en het overvloedig voedsel voorzetten; gij, daarentegen, zult u met het Lichaam des Heeren, zooals gij dat noemt, ook hier bevinden : en indien dan het lastdier het aangeboden voedsel laat staan, om het Sacrament
———
— 38 —
te aanbidden, neem ik den katholieken godsdienst aan. »
Antonius nam, vol vertrouwen op den bijstand des Hemels, de proef aan. Op den bepaalden dag was er, eene verbazende menigte volks te zamen gevloeid, om getuige te zijn van het wonder. Guiald bevond zich ter besproken plaats met een aanzienlijk gevolg zijner aanhangers en den ezel in hun midden. Antonius naderde hen, begeleid door eene schaar godvruchtige katholieken, met het allerheiligste Lichaam des Heeren in zijne hand. Men zettede het uitgehongerd muildier een schepel voeder voor, doch Antonius hief het hoogwaardig Sacrament op, en sprak het dier aldus aan : « Door de almacht en in den naam van uwen Schepper, dien ik hier, hoewel onwaardig, waarachtig in mijne hand houd, beveel ik u aanstonds te naderen, en aan Hem, die u geschapen heeft, dien eerbied tebetuigen, welke Hem toekomt, opdat deze dwalende menschen overtuigend zien, dat al het geschapene onderworpen is aan
•#-^7
- 39 -
den Schepper , dien de priesters op het altaar doen nederdalen. »
Nauwelijks had de Heilige deze woorden gesproken, of het lastdier liet het hem aangeboden voeder staan en boog hoofd en knieën voor het allerheiligste Sacrament, hetwelk Antonius steeds opgeheven hield. Luide juichten de katholieken; de ketters daarentegen bogen beschaamd het hoofd en spoedden zich van daar henen. Guiald echter hield woord : hij liet zich doopen en bracht geheel zijn huisgezin in den schoot der Kerk terug.
tri ens toen Antonius in het Limo-^'Fi sijnsche gewest gepredikt had, bleef hij bij een deugdzaam heer vernachten, die hem eene afgelegene kamer tot verblijf aanwees, dewijl de goede man zijne liefde voor de eenzaamheid kende. Te middernacht wilde de gastheer van Antonius zien, of de vermaarde Minderbroeder den nacht met slapen doorbracht. Derhalve sloop hij, zonder gerucht te maken, tot bij de kamer des Heili-
— 40 —
gen, en zag met verbazing, door de spleten der deur, de kamer zeer verlicht, en een schoon klein kindje, dat den H. Antonius teeder liefkoosde. Hij zag, hoe die groote man op het eerste gezicht van het goddelijk Kind ontstelde ; maar hoe hij daarna, zijnen geliefden Jesus herkend hebbende, zijnen God ootmoedig aanbad, Hem vervolgens op zijne beurt liefkoosde, en met zoete, doch vurige woorden, die uit zijn brandend hart voortkwamen, toesprak. De godvruchtige nieuwsgierige aanbad insgelijks zijnen God en ging naar zijne kamer terug, ten hoogste verblijd, dat hij dien heiligen man in zijn huis had mogen ontvangen. Doch 's anderendaags liet Antonius hem bij zich komen ; het goddelijk Kind had den Heilige geopenbaard, dat hij bespied was geworden, waarom hij dan ook zijnen gastheer bad het voorgevallene, gedurende zijn leven, aan niemand te verhalen, hetwelk de goede man hem beloofde, en ook getrouw nakwam.
^Vs——--------------9^7
f onder onder aanzien van persoon trad de H. Antonius op voor mach-tigen en eenvoudigen, predikte met kracht Jesus den gekruisigde en bestreed kloekmoedig ongeloof en misdaad. Deze ijver en onverschrokkenheid brachten hem menigmaal in levensgevaar.
Te dien tijde stelde zich Eselino of Hezelin, in de nabijheid van Tarvis, uit een Duitsch geslacht geboren, aan het hoofd der Ghibelij-nen of keizersgezinden, bemachtigde Verona, benevens verscheidene steden van Lombardië en trok gedurende i5 jaren het land rond, alles verwoestend op zijne tochten. Hij verachtte het tot driemaal door de Kerk over hem uitgesproken banvonnis. Eens vernam Hezelin, dat de bevolking van Padua tegen hem was opgestaan ; hierdoor in woede ontstoken, liet hij op één dag 12,000 inwoners vermoorden. Verona, waar hij zich gewoonlijk ophield, was bijna geheel ontvolkt. Als de moedige geloofsheld Antonius van deze
V5
— 42 —
gruwelen hoorde, nam hij het besluit om zich onverwijld naar Verona tot Hezelin te begeven. Hij aanvaardde de reis, kwam te Verona aan het paleis en vroeg om tot den vorst te worden toegelaten, welk verzoek aanstonds werd bewilligd. Toen Antonius binnentrad, zag hij Hezelin op eenen troon zitten en omringd door eenen troep soldaten, bereid om eiken wenk van hun gebieder nauwkeurig te vervullen. Door dit gezicht was Antonius niet het minst ontsteld, maar trok onverschrokken nader tot Hezelin en sprak : quot; O vijand van God, gruwzame tyran, een razenden hond gelijk ! Wanneer zult gij eens ophouden het bloed der christenen te vergieten ? Zie, het oordeel Gods is reeds over u geveld, een zwaar en verschrikkelijk vonnis! » Bij deze toespraak stonden de soldaten van Hezelin het bevel af te wachten om den heilige te vermoorden. Doch door Gods toedoen volgde er heel iets anders ; want de tyran werd door deze woorden des kloeken boetpredikers zoodanig ont-
-
s/fc'
- 43
steld en verloor zijne gewone ruwheid dermate, dat hij, het zachtmoedigste lam gelijk, zich met een boetegordel omhangen voor den man Gods nederwierp, tot groote verwondering aller aanwezigen, ootmoedig zijne schuld bekende, volkomen levensverbetering beloofde en zich tot zijne medeplichtigen wendde in de volgende bewoordingen ; « Mannen, kameraden, weest er niet over verwonderd, want wat ik u thans zeg, is zuivere waarheid. Ik zag om het gelaat van dezen man een goddelijken glans schitteren, die mij zoozeer deed schrikken, dat ik bij het ontzettend schouwspel reeds meende ter helle te moeten varen. » Van af dit oogenblik hield hij ten zeerste den heilige in eere, en wachtte zich, zoolang Antonius leefde, voor zware euveldaden. Dewijl de heilige Antonius echter nog voortdurend predikte over het gepleegde onheil van Hezelin, zond deze zijne dienaren tot den heilige, met de uitgezochtste geschenken, onder beding : » Neemt
j.i----------- -------- Vi_.
---
— 44 —
hij deze geschenken aan, zoo doodt hem oogenblikkelijk ; wijst hij ze echter met weerzin af, verdraagt dan alles, zonder hem leed te berokkenen. » Daardoor wilde hij zich overtuigen of Antonius nog altijd onder Gods bijzondere bescherming stond. De aldus ingelichte dienaren kwamen met hunne geschenken tot Antonius en zeiden : « Uw zoon Hezelin te Rome beveelt zich in uwe gebeden aan, en verzoekt u dringend deze kleine gift aan te nemen, welke hij u toezendt uit genegenheid, en om daarvoor bij den Heer het behoud zijner ziel af te smeeken. »
Toen Antonius dit hoorde, weigerde hij het geschenk nadrukkelijk en sprak : « Van hetgeen aan men-schen ontroofd is, wil ik niets aannemen. Dat alles zal hen ten verder-ve strekken. Gaat spoedig terug, opdat het huis door uwe tegenwoordigheid niet bezoedeld worde. » De gezanten snelden beschaamd terug naar hunnen tyran, en verhaalden hem alles wat er gebeurd was, waarop
J,''
-
— 45 —
hij uitriep : « Deze is een man Gods! Laat hem begaan ; dat de man verder zelve zegge, welke geschenken hij voortaan verlangt. »
tr® ene vrouw kon van haren man, die een woestaard was, geene ' vergunning bekomen om Anto-nius te gaan hooren. Zij begaf zich daarom naar eene kamer, op do bovenste verdieping van haar huis, plaatste zich aan het venster en hoorde daar de preek zoo duidelijk, alsof zij op de plaats geweest ware, waar Antonius sprak, ofschoon zij een uur ver daarvan verwijderd was. Zij maakte dit aan haren man bekend en deze onderzocht zelf de waarheid van dit wonder, bekeerde zich en was voortaan buitengewoon ijverig in het aanhooren van Gods woord uit den mond des heiligen.
(ti'ene andere vrouw liet, om de ''Ju preek niet te verzuimen, haar kind zonder toezicht- alleen te huis. Terwijl zij den heiligen prediker aanhoorde, viel, door een treurig .,r
quot;
f8 rrf»
\gt;SC -- -
m
46
ongeval, liet kind in een ketel kokend water, waarin liet natuurlijker wijze aanstonds had moeten omkomen ; maar God, die allen beschermt welke zijne dienaren liefhebben, bewaarde het kind daarin ongedeerd, en de moeder vond het bij hare terugkomst spelend in dit schrikkelijk bad, alsof liet zich op eene genoegelijke plaats bevond.
virv ene derde vrouw vond, toen zij 'ili van de preek huiswaarts keerde, haar kind dood in de wieg. Aanstonds liep zij tot den heiligen prediker en smeekte hem om hulp. Hij sprak tot haar de woorden, welke de Heer in het Evangelie tot den koninklijken hoofdman zeide, toen deze Hem om de genezing zijns zoons smeekte : « Ga, uw zoon leeft! »; op hetzelfde oogenblik ondervond zij de waarheid zijner woorden, want toen zij te huis kwam, vond zij haar kind reeds te been en spelend met andere kinderen van zijne jaren.
—4-
— 47
Prediking voor de vlsschen te Rimini
Hry ene der verderfelijkste ketterij en, vEi die der Manicheërs, welke door den H. Augustinus reeds met vrucht bestreden en bijna geheel was uitgeroeid, verhief zich wederom in de iiü en 12° eeuw, verspreidde haar onheil in Italië en in het Zuiden van Frankrijk, en kreeg onder de namen van Katharen en Waldensen, van Albigensen en Pa-tavenen eene gevaarlijke uitbreiding in stad en land.
Terwijl nu de H. Kerk, de Bruid van Christus, in groot gevaar verkeerde, zond God haar in zijne barmhartigheid twee voortreffelijke mannen te hulp, de twee groote patriarchen, den H. Dominicus en den H. Franciscus, welke met de uitgelezene schare hunner zonen,
door middel van geleerdheid, gebed en heiligheid van levenswandel, de ketters bestreden en hen eindelijk overwonnen.
In dezen glorierijken strijd voor de eer van God en het zielenheil
-------m
gt;W --r-,-?. iiTb
i-i- ---sW8
- 48 - i?1
der geloovigen, had de H. Antonius een zeer belangrijk deel. Door zijn toedoen bleven in 't bijzonder de Romagna van deze pest bevrijd. De stad Rimini, waartegen de ijverige bisschoppen en zelfs de Paus te vergeefs alle middelen hadden aangewend, was misschien het ergst aangestoken. Toen nu onze heilige missionnaris in do nabijheid dezer stad kwam, werden de ketters reeds door schrik bevangen, dewijl zij vernomen hadden dat geen enkele tegenstander het tegen hem kon volhouden. Zij spraken daarom af, hem in het geheel niet te gaan hoo-ren en spoorden het volk aan, hun voorbeeld te volgen.
Toen nu de heilige, steeds gewoon een talrijk publiek voor zich te zien, aankwam, bemerkte hij, dat allen zich terugtrokken, en slechts eenige vrouwen en grijsaards bij zijne predikatie verschenen. Antonius echter verloor daardoor geenszins zijn ijver en gaf, hetgeen hij eens ter eere Gods ondernomen had, niet meer op. Hij predikte
- ___' ^r.
'VS—-
— 49 —
voor de weinigen, die nog aanwezig waren, en wel met zooveel vuur, dat de ongeloovigen, dit vernemende, besloten hem te dooden. Wanneer de heilige zulks vernam, zonderde hij zich in een eenzaam vertrek af en verbleef aldaar eenige dagen, door gebed, vasten en strenge boet-plegingen. God om barmhartigheid smeekende voor dit volk, opdat het, zijne blinde hardnekkigheid verzakende, zich toch in het katholiek geloof zou laten onderrichten.
Uit die eenzaamheid trad Anto-nius alsdan te voorschijn, begaf zich onverwijld naar het strand der Adriatische zee, ter plaatse waar de rivier Marechia zich ontlast, en riep met luider stemme tot de visschen : '• Komt, redelooze visschen, komt om de woorden te hooren van God, die u geschapen heeft, ter beschaming der menschen, die in dwaling volharden en ooren en hart sluiten voor de goddelijke stem. »
Er bevonden zich ook vele nieuwsgierigen en spotters aan het strand.
5 32
5o
En zie, een ongehoord wonder ! Nauwelijks had de heilige zijnbevel uitgesproken, of de zee kwam in beweging en er verscheen aanstonds aan de oppervlakte eene menigte visschen van allerlei soort, groot en klein; zij zwommen ijlings naar het strand, waar Antonius stond en schaarden zich, den kop opwaarts geheven, volgens de schoonste orde, samen in rijen en gelederen, gelijk soldaten voor hunnen overste. De kleinsten naderden tot op korten afstand, de grooteren waren in den vorm van een halven kring allengs-kens meer verwijderd, en verbeidden aldus vreedzaam en aandachtig de woorden des nieuwen apostels.
De verzamelde menschenschaar werd echter diep bewogen en stond, g etroffen over dit nooit geziene wonder, in ademlooze stilte af te wachten, wat er zou geschieden.
Toen nu de heilige zijne zeldzame toehoorders had zien naderen, verheugde hij zich in den Heer en hield de volgende predikatie voor de vis-
,£ schen
c 7 P
(. ;
v: ,
« Gij, visschen, looft den Heer, prijst uwen Schepper, dankt Hem, dat Hij u tot woning en verblijf zulk een schier onbegrensd element heeft toebedeeld, waarin zoovele toevluchtsoorden zijn tegen allerlei noodweer; dat Hij het water zoo helder en doorschijnend heeft gemaakt, opdat gij den weg op uwe tochten en de hinderlagen uwer vijanden zoudt kunnen ontdekken. Diezelfde God heeft u bij uwe schepping gezegend, tot uw onderhoud een behoorlijk voedsel bereid, en u boven alle andere dieren eene wonderbare vruchtbaarheid geschonken, ter vermeerdering van uw nakroost. Looft God wegens de talrijke voorrechten en vrijheden, welke Hij u verleend heeft. U heeft de Schepper vrijgesproken van de onderdanigheid aan alles wat leeft, u heeft Hij in den algemeenen zondvloed het leven gespaard, en liet u zonder hinder of gevaar ongedeerd rondzwemmen, terwijl toch alle overige dieren meer van angst dan wel door
C-Hp---
— 52 —
bemiddeling heeft de Heer zijnen vluchtenden profeet Jonas gedurende drie dagen geherbergd en den blinden Tobias genezen. Gij alleen hebt den Verlosser milddadig de cijnspenning geschonken voor zich en zijne leerlingen. Ook gij zijt de spijs der boetelingen, welke zich van vleesch onthouden. Van uw vleesch heeft de verrezen Heiland zelf willen genieten, om de waarachtigheidvan zijne menschelijke natuur en van zijne opstanding uit het rijk der dooden onomstootelijk te bewijzen. Ja, de Heer zelf heeft op uw element over uwe hoofden gewandeld en zijne apostelen uit vis-schers gekozen, om menschenvis-schers van hen te maken, waarom ook Hij zoo velen uwer in hunne netten dreef. »
De visschen, klein en groot, schenen zeer aandachtig te luisteren, vermeerderden steeds in getal, staken, als waren zij met verstand begaafd, nu den kop omhoog, dan weder onder water, openden hun bek, en weken niet van de plaats, tot de
cjfyr
sAV
53
H. Antonius hen gezegend en afscheid van hen genomen had. Dan sloegen zij hevig met hunne vinnen en verdwenen in de zee, die nog lang in beroering bleef. Doch ook een groote beroering beving de toeschouwers ; velen weenden van aandoening bij dit schouwspel, anderen vielen den heilige te voet en smeekten om vergeving voor hun ongeloof, wederom anderen waren naar de stad geijld en hadden eene groote menigte doen toestroomen.
Antonius nam nu de gehoorzaamheid der redelooze dieren te baat, om de menschen te wijzen op hun ongeloof en ondankbaarheid. Hij stelde hun levendig voor oogen de boosheid der zonde, bijzonder der ketterij, en wederlegde hunne dwalingen zoo volkomen, dat, met uitzondering der weinigen die verstokt bleven, de geheele stad zich bekeerde. Aldus opende de H. Antonius, door zijnen zielenijver, voor de stad Rimini de deur van den schaapstal der heilige Kerk en van den he-
jT mel'
r i
3L_DL_D
amp;
s/'L,quot;
quot;'V^-------------------------------------
- 54 -
(t^/1 ens dat Antonius, wegens den vEt, toeloop der menschen, welke zijne preek bijwoonden, buiten stond te preeken, pakten donkere wolken zich samen, vergezeld van bliksem en donder en bedreigden de menigte met een vreeselijk onwe-der. Ieder was er op bedacht zich te redden en een onderkomen te zoeken. Antonius hield echter allen tegen en verzekerde hun dat zij niet nat zouden worden. Inderdaad het onweder ontlastte zich rondom de verzamelde menigte en deed den grond overstroomen, doch geen enkele droppel viel binnen den kring der toehoorders.
(twen andermaal, als hij te Arles in een provinciaal kapittel zijner orde preekte, verscheen de heilige Franciscus, die destijds nog leefde en in Italië was, in de lucht en gaf aan alle aanwezigen zijn zegen. Ongetwijfeld wilde hij daardoor zijn bijval betuigen aan het woord van zijnen trouwenleerling, die aan niets ,
^lk. - -.'l: — 55
anders arbeidde, dan om zijne broeders te bevestigen in de liefde tot hunnen heiligen staat en de stiptste nakomingen van hunnen regel.
fENiGMAAL verscheen ook de H. Antonius zelf op de verst verwijderde plaatsen, zonder de plaats, waar hij zich bevond, te verlaten. Zoo getuigden verscheidene personen, dat hij hen in den slaap kwam vermanen, om enkele zonden te biechten die zoo verborgen waren, dat ze God alleen kende. Eens, dat hij zich te Montpellier bevond en in de hoofdkerk predikte, herinnerde hij zich, dat hij niemand verzocht had, om in het klooster in zijne plaats het plechtig graduaal te zingen, dat hij, overeenkomstig zijne taak, had moeten doen. Terwijl hij hierover leedwezen gevoelde, hield hij het hoofd op den kansel eenigen tijd voorover gebogen en terzelfder oogenblik zagen de broeders in het klooster hem het graduaal zingen. Zoo vernieuwde God om zijnentwil het wonder dat men van den H. Am-ENiGMAAL verscheen ook de H. Antonius zelf op de verst verwijderde plaatsen, zonder de plaats, waar hij zich bevond, te verlaten. Zoo getuigden verscheidene personen, dat hij hen in den slaap kwam vermanen, om enkele zonden te biechten die zoo verborgen waren, dat ze God alleen kende. Eens, dat hij zich te Montpellier bevond en in de hoofdkerk predikte, herinnerde hij zich, dat hij niemand verzocht had, om in het klooster in zijne plaats het plechtig graduaal te zingen, dat hij, overeenkomstig zijne taak, had moeten doen. Terwijl hij hierover leedwezen gevoelde, hield hij het hoofd op den kansel eenigen tijd voorover gebogen en terzelfder oogenblik zagen de broeders in het klooster hem het graduaal zingen. Zoo vernieuwde God om zijnentwil het wonder dat men van den H. Am-
'X -T
-----:—Sfer3
ipfé-y*' **-
V1' -
--- ----
— 56 —
brosius verhaalt, die, toen hij te Milaan het H. Misoffer opdroeg scheen ingeslapen te zijn op het altaar, terzelfdertijd te Tours gezien werd, waar hij de begrafenis van den grooten H. Martinus bijwoonde.
(jjJ^ERGELijK geval deedzich metden H. Antonius ook nog voor te Limoges, waar hij tijdens een groot feest in de kathedrale kerk gepredikt en toch in zijn klooster de negende les van het Matitunum, dat hem opgedragen was te zingen, inderdaad scheen te zingen.
(^od deed dezen heilige ook nog uit-'fvj schijnen door de gave der voorzegging. Aan eene vrouw, welke zich te Assisië bevond, voorspelde hij dat haar zoon, die het levenslicht ging aanschouwen, den marteldood zou sterven, wat ook werkelijk geschiedde ; want deze knaap, die den naam Philippus ontving, trad in de orde van den H. Franciscus en bevond zich in de stad Agot, toen de Saracenen haar wederom op de
h----------------
1 ^
, J
tl
Christenen bemachtigden. Nadat hij heldhaftig geweigerd had het geloof te verzaken en tot de leer van Mahomed over te gaan, werd hij gevild, doorstond met onderscheidene Christenen vele andere folteringen, en werd onthoofd, na eerst zijne geloofsgenooten tot den marteldood te hebben aangemoedigd.
zekeren dag predikte de hei-Ijsa lige wederom met vrucht, zoodat een groot zondaar, die bij den preek tegenwoordig was, zulk een berouw en leedwezen over zijne zonden gevoelde, dat hij luide begon te snikken. Hij wilde den heilige zijne zonden belijden, doch kon van het weenen geen woord uitbrengen. Toen de heilige dit bemerkte, sprak hij hem toe : « Ga, en schrijf al uwe zonden, welke gij indachtig zijt, op een blad, en breng het mij. » Als hij zulks gedaan had en Antonius het geschrevene had ingezien, was heel het geschrift oogenblikkelijk verdwenen, waaruit de heilige besloot, dat de arme boeteling vergiffenis ;rworven.
— 58
tLS de H. Antonius gardiaan was in het klooster tePuy, ontmoette hij zekeren notaris, die een wellustig en ongebonden leven leidde. Antonius groette hem en boog zich zeer eerbiedig. De notaris, van meening dat hij hem bespotte, gevoelde zich beleedigd, en dreigde Antonius, voor zulk eene beschimping, welke hem, volgens zijne meening werd aangedaan, met zijnen degen te doorsteken. De heilige antwoordde hem, dat wel verre van hem te beschimpen of te bespotten, hij hemintegendeelmetliefde en eerbied groette, dewijl hij wist, dat hij eens een roemrijk martelaar van Jesus-Christus zou zijn ; slechts verzocht hij hem (Antonius) indachtig te zijn, als hij gemarteld zou worden. De notaris lachte, doch weldra werd de voorspelling des heiligen vervuld. Zekere bisschop maakte namelijk eene reis naar Palestina, om daar zelf te arbeiden aan debekecring der Saracenen, en de notaris, die hem derwaarts volgde, vatte zulk eenenLS de H. Antonius gardiaan was in het klooster tePuy, ontmoette hij zekeren notaris, die een wellustig en ongebonden leven leidde. Antonius groette hem en boog zich zeer eerbiedig. De notaris, van meening dat hij hem bespotte, gevoelde zich beleedigd, en dreigde Antonius, voor zulk eene beschimping, welke hem, volgens zijne meening werd aangedaan, met zijnen degen te doorsteken. De heilige antwoordde hem, dat wel verre van hem te beschimpen of te bespotten, hij hemintegendeelmetliefde en eerbied groette, dewijl hij wist, dat hij eens een roemrijk martelaar van Jesus-Christus zou zijn ; slechts verzocht hij hem (Antonius) indachtig te zijn, als hij gemarteld zou worden. De notaris lachte, doch weldra werd de voorspelling des heiligen vervuld. Zekere bisschop maakte namelijk eene reis naar Palestina, om daar zelf te arbeiden aan debekecring der Saracenen, en de notaris, die hem derwaarts volgde, vatte zulk eenen
h\---------------^
— 59 —
ijver op voor het heil der ongeloovi-gen, dat hij hun in eigen persoon de waarheden van onzen heiligen godsdienst verkondigde en hun de dwaasheid van het Mahomedisme bewees. De hardnekkigen koelden nu al hunne woede op hem, pijnigden hem gedurende 3 dagen op de gruwzaamste wijze, en benamen hem eindelijk het leven. Stervend verklaarde hij dat de H. Antonius hem dit gelukkig voorval had voorspeld, en dat deze als een groot propheet moest beschouwd worden.
P venals de H. Antonius toekomstige dingen voorzag, zoo doordrong hij ook, voorgelicht door God, de aan het oog der menschen verborgenste zaken.
Eens dat hij te Puy preekte, nam de duivel de gedaante aan van een bode, en zeide tot eene vrouw uit de menigte, dat zij die plaats zoodra mogelijk zou verlaten, daar haar zoon door zijne vijanden overvallen en vermoord was. Doch de heilige begreep aanstonds den list van den
—-
60 —
satan en riep der vrouw toe, dat zij niet ongerust zou zijn, want dat haar zoon zich zeer wel bevond en deze bode een bedrieger was en de satan in persoon. Deze vertoonde zich inderdaad zelf als zoodanig, want hij verdween in de gedaante van een rook.
et gebeurde eens, dat men den heilige verzocht eene lijkrede te houden bij de begrafenis van een rijk man, die door woeker tijdens zijn leven groote schatten opgestapeld had. Antonius koos zich tot tekst de woorden des Hee-ren in het Evangelie : « Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. » Op het einde der toespraak zeide hij tot de bloedverwanten van den overledene, dat zij de kisten van den gestorven gierigaard zouden onderzoeken, en dat zij daarin zijn hart zouden vinden. Zij gingen heen, en vonden, te midden van het geld, het hart des afgestorvenen, dat nog warm was.
e H. Antonius had eenigen tijd op den berg Alvernia in de eenzaamheid doorgebracht en ging vervolgens naar Padua, waar hij al aanstonds met veel vrucht de vastenpreeken hield. Een jongeling te Padua beleed den heilige dat hij zijne moeder geschopt had. Om hem het gewicht dier misdaad te doen beseffen, en hem tot een groot leedwezen op te wekken, zeide Antonius, dat een voet, die het werktuig van zulk eene daad geweest was, verdiende afgehouwen te worden. De boeteling, in plaats van de vermaning des ijverigen biechtvaders te overwegen, die niets anders beoogde dan hem een grooten afschrik voor deze zonde in te boezemen,ging, na den biechtstoel verlaten te hebben, naar huis en hakte zich in zijne onbezonnen boetvaardigheid den voet af. Dit veroorzaakte aanstonds groot opzien; doch toen de heilige zulks vernam, ging hij tot den on-doordachten jongeling, zette den afgekapten voet op zijne natuurlijke ^ | plaats en genas hem.
— 62 —
WPerWijl Antonius zich nu te ïïfc Padua bevond, werd zijn vader te Lissabon, in Portugal, van moord beschuldigd, in hechtenis genomen, voor de rechtbank gedaagd en met zijne geheele familie in de gevangenis geworpen, omdat inderdaad de schijn tegen hem getuigde, daar het lijk van den versla-gene in zijnen tuin, waarin de moordenaar het geworpen had, ontdekt was geworden. De heilige, door veropenbaring van het gevaar bewust, waarin zijn vader zich bevond, vroeg zijnen overste verlof om uit te gaan, doch werd door eenen engel naar Lissabon vervoerd. Daar verscheen hij den volgenden morgen voor den rechter en smeekte hem dringend om de bevrijding zijns vaders, die, gelijk hij verzekerde, onrechtvaardig van moord beschuldigd was.Toen de rechter hem zulks weigerde, verzocht hij, dat het lijk van het slachtoffer hem zou worden getoond. Men bracht hem in de raadskamer en de groote dienaar Gods, die de sleutels van leven en
• vlt; J ' -.S
Kik_____________ ________ .v
; - 63 -
dood in handen had, beval den doode in den naam van J esus op te staan en voor al de vergaderden te getuigen, of zijn vader, zijne moeder of iemand hunner dienstboden hem vermoord had. In hetzelfde oogen-blik stond de doode op, en antwoordde, dat de wegens moord op zijn persoon beschuldigden, geheel onschuldig waren, en niet het minste aandeel daaraan hadden. Na deze woorden sliep hij weder rustig in. Zoo werd Martin van Bellones met vrouw en huisgenooten in vrijheid gesteld en keerde eervol huiswaarts. De heilige bleef nog dien ganschen dag bij hen, om hen te troosten en tot de deugd op te wekken, en werd den volgenden nacht door denzelfden Engel naar zijn klooster te Padua teruggebracht.
fEN gunste zijns vaders deed de heilige nogmaals eene dergelijke reis ; want deze edelman, die tegenover de wereld veel te goeder-trouw was, had sedert lange jaren inEN gunste zijns vaders deed de heilige nogmaals eene dergelijke reis ; want deze edelman, die tegenover de wereld veel te goeder-trouw was, had sedert lange jaren in
P *
imüi---------------------- ------ttt
— 64 —
zijn ambt van koninklijk rentmeester meermalen verzuimd, kwitantie te vorderen der gedane betalingen, en als deswege door de schatbewaarders een gerechtelijk onderzoek tegen hem werd ingesteld, en hij alle uitgaven niet kon verantwoorden, liep hij gevaar groote sommen te moeten bijleggen, of, zoo hij die niet kon storten, tot levenslange gevangenisschap veroordeeld te worden. De heilige, dit dreigend onheil weder door openbaring vernemende, sloeg opnieuw dien onzichtbaren weg, den weg der engelen, in, kwam nog denzelfden nacht te Lissabon aan, legde den rechters alles, waaraan zijn vader het geld had besteed, zoo duidelijk uit, en gaf alle omstandigheden van tijd, plaats en personen zoo nauwkeurig aan, dat zij hem moesten vrijspreken. Zegevierend keerde de heilige langs genoemden weg naar zijn klooster terug, waar men zijne afwezigheid nauwelijks had bemerkt.
amp;■. ------—-m: ;
-----------
— 63 —
ewijl de man Gods den Satan onvermoeid bestreed, wendde deze van zijnen kant alle middelen aan, om hem in het verderf te storten en hem het leven te benemen. Eens greep hij hem bij de keel en poogde hem te wurgen; doch de heilige joeg hem op de vlucht door zijn geliefkoosden lofzang : « O glorierijke Maagd, die verheven zijt loven de sterren ! » Een andeimaal deed deze booze vijand den kansel instorten, waarop Antonius stond te preeken, en hoopte daardoor niet alleen hem te verwonden, maar ook het volk schrik aan te jagen en de predikatie te onderbreken ; doch niets van dat alles geschiedde, want onze heilige, die door de engelen beschermd werd, bekwam geen letsel door dien val, en het volk, dat vooraf door Antonius tegen de woede van den duivel was gewaarschuwd, werd door dit voorval niet verontrust ; en nadat men een anderen predikstoel had aangebracht, zette hij zijne 6 32
ik-
W^~
---n
— Gepreek in denzelfden zin en met denzelfden geestdrift voort als eerst.
(iT^EN vierjarig kind leed aan val-C,!E1 lende ziekte, door welke kwaal liet niet meer in staat was de beenen te bewegen, zoodat het zich slechts kruipend van de eene naar de andere plaats kon wenden. De vader, met het ongeluk^ van het meisje ten zeerste bewogen, maakte het plan haar aan den H. Antonius voor te stellen, en bij gelegenheid dat deze juist gepredikt had, ging hij met het kind in zijne armen Antonius te gemoet, den heilige smeekend het kind te zegenen, en van zijne ziekte te genezen, in den naam van Jesus-Christus. Antonius maakte het teeken des kruises van over het hoofd des kinds tot aan de voeten, terwijl hij de allerheiligste Drievuldigheid aanriep. Dit goddelijk teeken bracht plotseling een voortreffelijken ommekeer te weeg : het zieke meisje wilde de armen van haar vader verlaten, stond recht 5 op en begon vlug te loop en. Nim-
3S-:---Ik
■
Vf-*
67
mer ondervond ;;ij later de gevolgen nog van hare vreeselijke kwaal.
II. Na zijnen doocl
:%i ERWijL het stoffelijk overschot 7k van den H. Antonius zich in het klooster van Arcelli bevond. werden de kloosterlingen als het ware belegerd door onafzienbare menschenscharen. Maar toen het avond werd, kon men het klooster en de kerk sluiten. Te middernacht rukt nogmaals eene menigte op het klooster aan, luid schreeuwend om het lichaam van denH. Antonius te zien en te vereeren. Men bestormt het verblijf der kloosterlingen, de sloten worden verbroken en de deuren ingetrapt. Voor die open deuren nu en het door kaarsen verlichte vertrek wordt het volk door eene onzichtbare macht tegengehouden. Driemaal beproeft het den drempel te overschrijden, tot driemaal staat het onbewegelijk als vastgenageld aan den grond, zonder een voet te verzetten. Getroffen en
m
tÉiL-
Wquot;
— 68 —
verstomd, herkende de menigte de hand Gods en knielde neder, om van verre dat waardig en dierbaar overschot te vereeren. Alles stond onthutst van een wonder, welks uitwerkselen algemeen waren ondervonden.
OTSe zuster van den H. Antonius, (tL/ Donna Maria Martin, reguliere kanunnikes, lag op sterven. De kloosterzusters stonden rond haar geschaard, bewezen alle mogelijke zorgen, en gaven blijk vanhettecderst medelijden. Het was de i8e Februari, dag, waarop in Portugal, en voornamelijk in dit klooster , het feest gevierd werd van den H. Theotonus, zijnde stichter van genoemd klooster. Donna Maria scheen op het uiterste en uitgeput van krachten, als men eensklaps op haar gelaat eene levendige blijdschap bespeurde, en zij, hare stem hervattend, uitriep : « Maakt plaats, zusters, daar is mijn vader, de H. Theotonus, die mij met mijn broeder Antonius komt bezoeken, om mij naar het Paradijs te verge-
y?
---- — ^
— 69 —
zeilen! » En op die woorden gaf zij den geest, terwijl hare reine ziel in den schoot van God werd opgenomen.
fn in i6i5 namen de Calvinisten van La Rochelle met twaalf schepen de stad Olinden in, waar zij de grootste buitensporigheden en onge-loofelijke schade aanrichtten. Zij verwoestten de kerken en verbrijzelden de heiligen-beelden, behalve een beeld van den H. Antonius, dat de kapitein, Pandemille, bewaarde, om het aan boord naar hartelust te verminken. Zij zetten vervolgens koers naar San-Salvador de Bahia, in Brazilië, en begonnen onderweg het beeld des heiligen op duizenderlei wijzen te onteeren, terwijl zij het de grootste versmadingen aandeden, als b. v. « Geleid ons naar de Baai! » Dan ziet, hoe de heilige dien ketter schen heiligschenners schrik wist in te boezemen. Alle okshoofden, welke op de twaalf schepen aanwezig waren, en wijn of zoet water inhielden, sprongen te gelijk open, zoodat het
,nn
----
____^
— 70 —
scheepsvolk gedeeltelijk van dorst omkwam.Daarna bedierf de scheepsbeschuit en wat er aan verdere levensmiddelen voorhanden was, waardoor velen der bemanning van honger stierven. Anderen werden door de pest of een plotselingen dood gestraft, tot eindelijk een vree-selijke storm alle schepen deed vergaan , met uitzondering van dat waarop de kapitein zich bevond. Dit vaartuig werd door den wind naar Segerippa voortgestuwd, en viel in de macht van Franciscus Sosa, koninklijken stadhouder. Ten einde niet ontdekt te worden, wierp men het beeld van den H. Antonius te water; dit spoelde echter weg en bereikte de baai, waar het zich aan het strand vanzelf oprichtte. Pandemille en de zijnen , krijgsgevangen gemaakt, liepen op hunne beurt diezelfde haven binnen en op het zien van het beeld, begrepen zij, dat de heilige klaar stond om hunnen smaad te wreken. Alsdan bekenden zij de beleedigingen, denH. Antoniusaan-
gedaan, en werden opgehangen.
---
— 71 —
Daarna werd het beeld onder de verschuldigde eerbewijzingen van daar weggenomen en de H. Antonius tot patroon der stad verklaard.
I. Opwekken van dooden
ÊtJen 2in September des jaars 1649 JïJL/kregen Uveemenschen, in de stad Lorette, twist en werden handgemeen. Eenhunner, die in zeven jaren niet te biechten geweestwas, werdin dezen twist gedood. Gelukkig had het slachtoffer eene zuster, die eene groote godsvrucht tot den H. Antonius had. Zij wierp zich neder voor een altaar, dat aan den Heilige toegewijd was , en smeekte hem de ziel van haren broeder niet te laten verloren gaan. Van dit oogenblik af begon de doode zich te bewegen, nadat hij volgens aller oordeel, twee uren zonder beweging gebleven was, en geen teeken van leven gegeven had. Hij vroeg met eene stervende stem om eenenbiechtvader, biechtte, ontving de andere Sacramenten der stervenden en gaf daarna zacht zijnen geest aan God, Vt' n •(------------------ ---------------------- -------. S3
■
- andere gezworene getuigen bij zijnen bisschop onder eede verklaren, dat een werkman, met name Johan-nes-Baptista Berthold, door eene instorting in eenen put, dien hij hielp graven, bedolven werd. Bij het vernemen dier mare begaf de pastoor zich naar de plaats, waar dit voorgevallen was. Daar hij wist, dat de ongelukkige werkman, dien men, zonder eenig teeken van leven, onder de puinen uitgehaald had, een beeldje van den H. Antonius van Padua bij zich droeg, haalde hij hetzelve uit zijnen zak, vertoonde het aan de aanwezigen, en verzocht hun voor het slachtoffer te bidden; hij zelf bad ook over het lijk het responsum: Wilt gij mirakels zien, enz. — Weldra kwam de doode tot het leven terug, stond zelf op, en verkondigde den lof van God.
NTONius Tortomano, een man
die eene zeer groote godsvrucht
tot den H. Antonius van Padua
-«k-r5
VJU
53 •
■5
— 73 quot;
had, stond den 15quot; April 1675 op het punt van naar Fernando te gaan, ten einde daar vlas te koopen. Daags te voren had hij met eenige vrienden het avondmaal genomen. Deze vielen Antonius op den weg aan. Tortomano nam zijne toevlucht tot zijn patroon en riep tot tweemaal toe: « Heilige Antonius! heilige Antonius ! » doch een zijner aanvallers spotte met zijn gebed en vermoordde hem. Men wierp zijn lijk in eene gracht en bedekte het met bladeren. Vijf dagen daarna riep de H. Antonius den overledene tweemaal toe : « Antonius! Antonius! » En, o wonder! als op het geroep van eene welbekende slem, staat het slachtoffer op; de Heilige neemt hem bij de hand, geleidt hem op den wegnaar zijn huis, en verdwijnt met de woorden : « Ik heb u tweemaal bij uwen naam geroepen, gelijk gij mij tweemaal aanriept op den dag des gevaars; ga en denk niet op wraak. » Tortomano kwam te huis en droeg nog de teekens van een mensch, die 7 32
a
eenigen tijd een lijk geweest was.
Bij deze tijding onderzocht de bisschop van Saint-Ange den van den dood verrezene, en maakte er, toen hij de zaak waarachtig bevonden had, eene akte van op, die in het klooster der Minderbroeders te Napels berust.
n het jaar 1647, hadden twee
II. Bekeeringen
heelmeesters, die kettersch wa
ren, eene wond, welke de Markgraaf de Migroli aan het been bekomen had, ongeneesbaar verklaard. Toen hij zag dat de afzetting van hetzelve noodzakelijk was om zijn leven te behouden, deed hij eene belofte om het graf van den H. An-tonius te Padua te gaan bezoeken, en er een zilveren been te offeren. Den volgenden nacht verscheen hem de Heilige, bood hem zijne afbeelding aan en zeide : Indien gij wilt genezen worden, leg dan dit beeldje als een geneeskundig verband op de wond. De edelman staat op en gaat met gemak, tot groote verwondering ;
op •
74
-75 -
van iedereen, en vooral van de twee ongeloovige heelmeesters , die het katholiek geloof omhelsden.
f^^MSTREEKS dienzelfden tijd had de volgende bekeering plaats. De vrouw van een Turkschen Pacha had eene ongeneeslijke kwaal aan de borst, die steeds meer en meer verergerde. Eene harer slavinnen, die katholiek was, sprak haar over demacht van den H. Antonius. De zieke beloofde aan dien Heilige Christene te worden, indien hij haar van deze kwaal verloste. Zij viel oogenblikkelijk in een zachten slaap en ontwaakte geheel en al genezen. Vol dankbaarheid scheepte zij zich, binten wete van haren echtgenoot, naar Spanje in, zwoer daar de leer vanMahometh af en werd Christene.^^MSTREEKS dienzelfden tijd had de volgende bekeering plaats. De vrouw van een Turkschen Pacha had eene ongeneeslijke kwaal aan de borst, die steeds meer en meer verergerde. Eene harer slavinnen, die katholiek was, sprak haar over demacht van den H. Antonius. De zieke beloofde aan dien Heilige Christene te worden, indien hij haar van deze kwaal verloste. Zij viel oogenblikkelijk in een zachten slaap en ontwaakte geheel en al genezen. Vol dankbaarheid scheepte zij zich, binten wete van haren echtgenoot, naar Spanje in, zwoer daar de leer vanMahometh af en werd Christene.
^®loardine van Salvaterra was een soldaat, die uit nieuwsgierig-held, of veeleer uit eene spotzieke ongeloovigheid,naar Padua gekomen was. Eens, terwijl hij aan tafel zat, hoorde hij van de wonderdaden
V ■ J.
Si *
- 76 -
van den H. Antonius spreken. Hij begon er mede te spotten en zeide, in de meening daarmede eene lofwaardige aardigheid te verrichten : — Indien uw Antonius, dien gij heilig en wonderdadig noemt, verhindert dat dit glas, hetwelk ik in de hand heb, breekt, wanneer ik het ter aarde werp, zal ik gelooven wat gij mij vertelt. — Hij staat daarna van de tafel op, opent het raam, en werpt uit al zijne macht het glas op de plaats tegen eenen steen; maar... het glas breekt niet. Verstomd en verbaasd valt Aloardine op zijne knieën en staat katholiek op. Hij haalt zelf zijn glas terug, en brengt hetzelve, in tegenwoordigheid van al de ooggetuigen van dit voorval, naar de schatkamer van den H. Antonius, waar wij het geluk hadden hetzelve te zien.
tra en man had langer dan 24 jaren eene zonde van afgrijselijke boosheid in de Biecht verzwegen. Hoe dikwijler hij gebiecht en het allerheiligste Sacrament ontvan-
f- M
-77- 'P'
gen had, des te verschrikkelijker werd de heiligschennis. In die ontzettende ellende drong een straal van genade tot zijn beneveld hart door, en hij nam zijne toevlucht tot den H. Antonius. Terwijl hij den Heilige bad, verscheen Antonius aan zijn verblinden pleegzoon,bracht hem zijne veroordeelenswaardige boosheid onder het oog, en wees hem met zulk een nadruk op de gestrengheid der goddelijke gerechtigheid en het gevaar van voor eeuwig verloren te gaan, dat de verstokte zondaar zich oogenblikkelijktot God bekeerde, zijne zonden oprecht en rouwmoedig biechtte en aldus gered werd van het eeuwig verderf.
III. Bijstand in den nood
het jaar i65i verwierf een sol-daat eene uitstekende gunst van onzen Heilige. Deze soldaat getuigde onder eed, tegenovervele personen , waaronder tv/ee orde-pries-ters,dat hij in den oorlog tegen deTur-ken gevangen, aan handen en voeten gebonden, zich tijdens zijne gevan-
----- ~ ~ 'vU;
- 78 -
genschap voortdurend aan den bijstand van God en van de allerheilig ste Maagd Maria had aanbevolen. Van den H. Antonius van Padua herinnerde hij zich niet ooit iets gehoord te hebben. Desniettemin was de H. Antonius, met het orde-kleed omhuld, hem in een slaap verschenen , en had hem toegesproken : Wees getroost, God en Maria hebben u verhoord, en ik ben op hun bevel gekomen om uwe boeien te verbreken. Ik ben Antonius van Padua, sta op en reis naar Padua, om daar God en zijne H. Moeder dank te betuigen.
Ik ontwaakte, zegt de soldaat, en vond mij volkomen van mijne boeien bevrijd. — Aanstonds begaf ik mij op weg, en ofschoon deze reis verscheidene dagreizen eischte , werd ik door geen enkelen Turk aangehouden, maar allen ontvloden mij als iemand, door de pest aangetast, tot ik eindelijk het Turksch gebied achter den rug, gelukkig door de christelijke staten te Padua aankwam.
; ---------------------------------------v.,.
U0
iff.
— 79 —
IERONYMUS, de dertienjarige zoon van Johan Amaldus van Buram, leed aan het linker dijbeen aan roos; later kwam er beeneter bij, zoodanig zelfs, dat de geneesheeren, ofschoon zij de verrotte kniebeen-schelven er uithaalden, toch het leven van den zieke voor verloren hielden, indien hem de voet niet werd afgezet. Toen de knaap zulks vernam , vroeg hij vol vertrouwen om de beeltenis van den H. Anto-nius, bad dezen Heilige om hulp in zijn ellendigen toestand, en deed aanstonds de belofte zijn graf te Padua te gaan bezoeken en uit dankbaarheid altijd een bruin kleed te dragen. — Nauwelijks had hij den H. Antonius deze belofte afgelegd, of hij genas volkomen. — Kort daarop reisde hij naar Padua, en ging zonder eenigen hinder rondom het graf. Degenen, die hem in zijn smartelijken toestand vroeger gekend hadden, onderzochten zijne knie, en bespeurden, tot niet geringe verwondering, dat de plaats, waar
%
quot;Vv.
c~
•— 80 —
de beeneter-schelven waren weggenomen, geheel wonderdadig was aangegroeid.
Mrf en groot wonder was de gebeur-vEi tenis, welke in liet jaar 1732 door de voorspraak van den H. Antonius plaats greep.
De toenmaals regeerende koning van Spanje beval een zijner admiralen de oorlogsvloot uit te rusten, ten einde de vesting Oran, door de Mooren sedert zoovele jaren wederrechtelijk in bezit genomen, te heroveren. Admiraal Don Modemar verontschuldigde zich bij den koning, dat het geheel en al onmogelijk was, de voor onoverwinnelijk gehouden vesting in te nemen. Desniettemin hield de koning aan en verlangde dringend, dat zijn bevel werd opgevolgd. De admiraal haalde zijne schouders op , maakte eene buiging, ging naar zijne vloot, welke reeds gereed lag om zee te kiezen, en lichtte het anker. Hij landde met zijn smaldeel te Alicante, eene stad in Spanje. Terwijl hij hier nogmaals
•- _ / r * — -vaT-
— 81 —
rijpelijk overwoog, hoe zijn plan ten uitvoer te leggen, zag hij opnieuw de volslagen onmogelijkheid in, om zulk eene geweldig versterkte stad aan den vijand te ontrukken. Hij ging daarom de stad Alicante in, en bezocht aldaar de kerk der Franciscanen, om in dit heiligdom zijn gewichtig en moeielijk plan den on-eindigen God en den H. Antonius van Padua, als patroon dezer kerk, aan te bevelen. Nadat hij zijn gebed geëindigd had, begaf hij zich naar het klooster, om met de paters te gaan spreken, en verzocht den eerwaarden gardiaan, in deze aangelegenheid, ter eere van den H. Antonius eene H. Mis op te dragen. — Nadat deze geëindigd was, maakten pater gardiaan met meer anderen hunne opwachting. — In de kerk teruggekeerd, verzocht nu de admiraal den gardiaan, eene ladder te doen aanbrengen, waarmede laatstgenoemde lachte. Daar de admiraal echter ernstig en nadrukkelijk bleef aandringen, werd er eene
8 32
•*lt;. f -
lt;i/'e
— 82 —
aangebracht en tegen het hoofdaltaar gezet, waarop zich het prachtig gesneden beeld van den H. Anto-nius in levensgrootte bevond. Tot aller verwondering beklom de admiraal, terwijl het volk in gespannen aandacht stond , zelf de ladder tot aan het beeld van den H. Antonius, zette den Heilige zijnen met pluimen versierden hoed op het hoofd, hing hem het eereteeken van bevelvoerenden admiraal om de schouderen, het zwaard op zijde, en gaf hem eindelijk den regimentsstaf in de hand.
Daarna sprak hij met luider stem, ten aanhoore van al het volk ; Gij zijthet, gij, o H. Antonius ! die Oran kunt innemen; ik ben er niet toe in staat. En zijne hand op het hoofd des Heiligen leggend, ging hij verder : Van nu af, o H. Antonius! zijt gij admiraal en ik uw dienaar en soldaat; als zoodanig sta ik thans onder uwe bevelen. Na God is geheel mijn vertrouwen op u gevestigd , o groote wonderdoener ! — Als hij aldus gesproken had, steeg
'
— 83 —
hij van de ladder af, begaf zich volkomen getroost naar de vloot, en stak van wal.
Hoe nader de gunstige wind zijne schepen naar de vijandelijke stad voortdreef, des te eerder verwachtte men, tusschen hoop en vrees, de begroeting van het vijandelijke geschut.
Toen zij echter niets vernamen, gaf de admiraal zijnen soldaten last, de kanonnen te doen ontbranden. Nog alles stil. Nu liet hij zijne mannen aan land. — Tot hunne niet geringe verbazing bemerkten zij nergens eenen vijand, ja, wat nog meer verwondering baarde, de stadspoorten stonden wagenwijd open. —
In de onzekerheid echter, of niet een krijgslist de oorzaak was dier handelwijze van den kant der vijanden, beval de admiraal om met de grootste voorzichtigheid de stad binnen te dringen. Doch ook hier was alles stil en onbezield, zoodat men geen enkelen vijand in het gezicht kreeg. Na geruimen tijd kropen ein-^ delijk eenige achtergebleven Moo-
h-jr:
a?'!
gt;\gt; — - — - 9'r
- 84 -
ren uit hunne schuilhoeken. Voor den admiraal gebracht en ondervraagd naar de oorzaak van het gebeurde, gaven zij eenparig te kennen : Zoodra het eskader der Christenen zich voor de stad vertoonde, zag men op hetzelfde oogenblik, tot aller ontsteltenis , in de lucht een ontzaglijk leger, aangevoerd door een Franciscaan, met de vereischte onderscheidingsteekenen van macht bekleed; op het hoofd een Spaan-schen hoed, met pluimen versierd, den degen op zijde en den regimentsstaf in de hand, terwijl hij de stad met volslagen ondergang bedreigde. Bij dit gezicht was alles, klein en groot, jong en oud in verwarring op de vlucht geslagen, al het overige achterlatende. Zoo viel alsdan de beroemde en geweldig sterke stad Oran, door de machtige voorspraak van den H. Antonius, zonder slag of stoot, in handen van admiraal Don Modemar, onbeschrijfelijk verheugd als deze was over eene zoo onverwachte en ongehoorde zegepraal. De admiraal
.(pp
- 85 - .
gaf in allerijl den koning bericht van den afloop. — Het beeld van den H. Antonius, versierd met bovengenoemde onderscheidingsteekenen , is te Alicante nog te zien. — Dit wonder geschiedde op het feest van den H. Antonius, in het jaar 1732, en de waarheid daarvan werd in 1770 te Rome bekrachtigd.
e Oviedo, eene stad in de provin-(JLr cie Asturië, leefde zekere vrouw, met name Francisca vanUravio, welke in kommervolle omstandigheden verkeerde. Haar echtgeamp;oot. Don Antonius Danta, sedert gerui-men tijd voor zaken in Amerika , wist niets van dit alles, dewijl hij niet een der brieven, door zijne vrouw verzonden, had ontvangen. Door den uitersten nood gedwongen, nam Francisca hare toevlucht tot den H. Antonius, ging naar de kerk der Franciscanen, en begaf zich tot het beeld van den Heilige, dat zich aldaar bevond. Hier legde zij eenen brief aan het adres van haren echtgenoot, in den arm van den H. An-
I
86
tonius, en verzocht hem met kinderlijk vertrouwen, dien brief toch aan haren man te doen toekomen, en haar het gewenschte antwoord te doen geworden.
Den volgenden morgen , reeds vroeg, ontwaarde de koster in de hand van den H. Antonius een schrijven, en trachtte hem dit te ontnemen, doch te vergeefs; zoo stevig hield het beeld den brief vast. De eerste persoon, die, na het ontsluiten der kerkdeur binnentrad, was Francisca, om het gevraagde bij den ,H. Antonius te gaan halen. Toen zij echter den brief in zijne hand zag, meende zij dat het de hare was, dien zij hem daags te voren in den arm legde, en gaf haar hart aldus lucht: « O H. Antonius, waarom bezorgt gij den brief niet aan mijnen man? zoo vurig heb ik u daarom gesmeekt, verhoort gij mijne zuchten niet in zulk eene bittere armoede?
De koster hoorde dit klagen der vrouw, en vroeg naar de reden; toen zij hem de gansche toedracli ■■
^ L
- Sy -
der zaak had medegedeeld, raadde hij haar, terwijl hij zelf den brief uit de hand van den H. Antonius niet los kon krijgen, zelve te beproeven, den brief te nemen. Fran-cisca volgde den raad des kosters, en zie! zonder de geringste moeite nam zij den brief uit de handen van den H. Antonius, uit wiens armen te gelijkertijd 3oo Mexikaansche geldstukken (volgens onze geldwaarde meer dan 1000 frank) vielen, welke de echtgenoot zijne vrouw toezond.
De H. Antonius had dus, om de behoeftige vrouw te helpen,den hem toevertrouwden brief aan Don Antonius Danta, haren man, zelf ter hand besteld, en in denzelfden nacht het antwoord daarop teruggebracht.
De koster maakte dit wonder aanstonds ruchtbaar, waarop alle geestelijken uit het klooster samenstroomden, om vol verbazing te vernemen, wat de brief behelsde , welken de H. Antonius in antwoord aan de vrouw had bezorgd. De inhoud van den brief was als volgt :
— 88 —
Geliefde Echtgenoote!
« Reeds sinds geruimen tijd leefde ik te Lima tusschen hoop en vrees,
wijl ik geene tijding van u ontving, hoe gij het maaktet, toen juist deze brief aankwam , welke mij door eenen religieus van de orde der Franciscanen werd overhandigd en al mijne bezorgdheid over u wegnam. In dit uw schrijven beklaagt gij u, dat ik de brieven aan mij gericht, onbeantwoord liet ; integendeel kan ik u verzekeren, dat niet een uwer brieven mij is geworden, behalve deze laatste, en ik u dan ook reeds beweende als eene doode. — Nu echter is mijne vreugde des te grooter; daarom volgt door tus-schenkomst van denzelfden kloosterling, die mij uwen brief gebracht heeft, het antwoord , benevens 3oo Mexicani-stukken, welke uwen nood Inmiddels zullen lenigen, tot ik zelf terugkom. En terwijl ik ten zeerste verlangend en stellig hopend weldra bij u te zijn, den H. Antonius als mijnen beschermer om zijnen
F -jk
t 4gt; el
|
S?.5| |
k-------._______'_____________^ | |
|
i |
-89- bijstand verzoek, vertrouw ik, spoedig weder tij ding van u te ontvangen. U in Gcds hoede aanbevelend, blijf ik Uw liefhebbende echtgenoot, Don Antonius Danta. |
T |
|
Lima, den 23quot; Juli 1729. | ||
|
Die oorspronkelijke brief, in het Spaansch geschreven, wordt ter bevestiging van dit wonder te Oviedo bewaard. O, hadde deze koopman den bode erkend, welk een ontvangst zou hij hem bereid hebben! | ||
|
:è |
(^elfs ter dood veroordeelden von-JLi den in den H. Antonius den redder huns levens en den verdediger hunner eer. Te Perpignan werd in het jaar 1429, een edelman van rechtschapen levenswandel en een groot vereerder van den H. Antonius, naar het schavot geleid, zoodat de bijl weldra een einde aan zijn leven ging maken. In weerwil van een streng |
k |
|
quot;S- |
■ï-l'v gt; O'S) | |
f • ■ - • . •—1 — go —
onderzoek , had de gelijkluidende verklaring der valsche getuigen, welke zijne vijanden waren, het zoo vér gebracht, dat het gerecht hem schuldig verklaarde en ter dood veroordeelde. Vuriger dan ooit riep hij, op weg naar de gerechtsplaats, zijnen heiligen beschermer aan, die zijne onschuld kende. De liefdevolle Heilige verscheen nu, ten aanschouwen van geheel het volk, in de lucht, daalde nederwaarts, nam den veroordeelde bij de hand, verbrak zijne boeien en leidde hem eene kapel binnen, welke op zijnen weg naar het schavot lag. Alle aanwezigen getuigden luidezijne onschuld. Toen de koning van Arragon zulks vernam, schonk hij hem niet slechts gratie, maar herstelde hem door aanzienlijke voorrechten en gunsten in zijne aangetaste eer.
fEN soldaat, in dienst der Vene-tiaansche republiek, Antonius Berignongeheeten, woonde een veldslag in het Oosten bij, en zagEN soldaat, in dienst der Vene-tiaansche republiek, Antonius Berignongeheeten, woonde een veldslag in het Oosten bij, en zag
gt -
dat men eene buks recht op hem afschoot. Slechts even had hij nog den tijd inwendig te zeggen : « H. Anto-nius,help mij! » Zijn eigen geweer stak tusschen den schouderriem, en de vijandelijke kogel vloog te pletter tegen den loop van dit geweer. Zulks was zijn geluk , en hij dankte den H. Antonius, wien hij zijn behoud toeschreef. Met het leger teruggekeerd, haastte hij zich een pelgrimstocht naar Padua te ondernemen, en hield zijn heiligen beschermer tot het einde zijns levens in hooge vereering.
ijdens den herfst van het jaar 1687 maakte zich een vierjarig kind te Napels gereed om met eenige personen eene wandelrit te maken; het wilde in het rijtuig klimmen, stapte echter mis en gleed onder het rad, juist toen het paard voortliep. Het rijtuig ging hem over het voorhoofd en den arm. Men dacht niets anders dan een lijk op te rapen, maar neen; het kind richtte zich op.
a/' V
— 93 —
In zijnen val had het den H. Anto-nius aangeroepen, den beschermer van allen, die in gevaar verkeeren.
den vooravond van het feest des H. Antonius, in het jaar i683, viel in het dorp St. Laurent, bij Florence, een kind met het gezicht in een kolenvuur en bleef zoo liggen,tot de moederkwam toege-loopen. De ongelukkige durfde zich geen denkbeeld maken van den er-barmelijken toestand, waarinzij haar kind zou aantreffen. Maar van het eerste oogenblik af, had zij den H. Antonius gebeden; en het kind werd uit het vuur gehaald, zonder dat er een haarwas verbrand.Wie zal de verwondering en erkentelijkheid dezer vrome vrouw beschrijven ?
fN i83o viel een tienjarig kind te Rome uit het venster der derde verdieping. De moeder slaakte slechts één kreet : « H. Antonius! » Onze kleine kwam op den grond terecht, doch bezeerde zich niet enN i83o viel een tienjarig kind te Rome uit het venster der derde verdieping. De moeder slaakte slechts één kreet : « H. Antonius! » Onze kleine kwam op den grond terecht, doch bezeerde zich niet en
— 93 —
liep naar binnen. De moeder, in allerijl naar b€;neden gesneld, trof haar kind ongedeerd aan. « Maar hoe is het mogelijk ?» vraagt zij hem. « Wel, was het antwoord, een broeder heeft mij op zijne armen genomen en op den grond gezet. »
EATRix de Silva, zuster van den /13 gelukzaligen Amedeus, was met ~ eene teedere devotie tot de H. Maagd en den H. Antonius bezield, en had het geluk beider bescherming te mogen ondervinden, toen zij aan het hof in ongenade was gevallen. Door de koningin vanCas-tilië uit afgunst in de gevangenis geworpen, werd zij door de heilige Maagd vertroost. Die goede Moeder gewaardigde zich aan haar te verschijnen, hare droefheid te lenigen en haar te voorspellen, dat zij na drie dagen in veiligheid zou zijn, wat ook verwezenlijkt werd. Ten einde nieuwe gevaren te voorkomen, ontvluchtte Beatrix heimelijk het hof.
Onderweg hoorde zij twee klooster-
..................
S—«
— 94 —
w
lingen haar bij haren naam noemen. Op dit gerucht onthutst, was zij eerst van gedachte, dat zij haar ter achtervolging waren nagezonden. Doch wel ver van daar : een der beide kloosterlingen was de H. An-tonius, die tot haar sprak : « Vrees niet, mijne dochter, ik kom u bijstaan en versterken. Gij zult de stichtster worden van de O. B. O. der H. Maagd en zult aan uwe geestelijke dochters het kleed geven , waarin gij de Moeder Gods, toen zij u verscheen, zaagt gehuld. » De verschijning hield op, en Beatrix dankte den Heilige van ganscher harte, haar aldus te hebben vertroost. Later zag zij deze voorspelling bewaarheid ; want zij werd inderdaad de stichtster dier voorname orde.
1«'
f_L.
(fji ERWijL bij het klooster der Min-;1 derbroeders te Monopoli, zeker jongeling bezig was een kuil te graven, stortte onverwachts een nabijgelegen heuvel in, enbegroef hem
.v»quot;5i
-------------------------------'
— 95 —
onder cene geweldige aardlaag. Zijne moeder en de kloosterlingen stelden alles in het werk om hem er onder uit te halen. Men koesterde echter geene hoop meer hem levend terug te zullen vinden. Doch verbeeld u de vreugde der gravers, toen zij den jonkman ongedeerd zagen. Men vroeg hem, hoe hij onder zulk eene aardmassa niet gestikt en onder de zware drukking niet verpletterd was. Hij antwoordde in dit dringend gevaar den H. Antonius te hebben aangeroepen; dat deze hem te hulp kwam, en hem niet verlaten had ; dat hij hem met de eene hand vast hield, ten einde het stikken te voorkomen, met de andere den ingestor-ten grond terugdringend om niet vermorzeld te worden. De verbazing en verrassing der goede lieden beschrijven, zou onmogelijk zijn; doch de erkentelijkheid en dankbetuiging van den gelukkigen beschermeling van den H. Antonius overtrof hun geestdrift ver.
------- --quot;•
— g6 —
IV. Genezingen
et wonder, dat ikgabesclirijven, had plaats te Padua, den 12quot; Maart i853, met zekere Vincen-tine Vigo, te Pavia geboren. Dit zeventienjarig meisje was sedert geruimen tijd ziek en lam. Men moest haar rondkruien in een wagentje , waar men haar in en uit moest helpen. Niettegenstaande het gevoelen der geneesheeren, verloor zij geenszins hoop op herstel, indien hare ouders haar slechts naar Padua wilden vervoeren, om het stoffelijk overschot van den H. Antonius te bezoeken. Deze aarzelden evenwel die reis te ondernemen, doch door omstandigheden gedwongen van woonplaats te veranderen en naar Padua te verhuizen, waren zij aanstonds bij hunne vestiging er op bedacht, dat aan het verlangen van hun kind kon.worden voldaan. Werkelijk voerde men het in haar wagentje de kerk binnen en biechtte zij ; onmiddellijk werd zij tot de H. Tafel toegelaten en had nauwelijks het Levend Brood ontvangen,
t]
-fe-
of men zag haar pogingen aanwenden om het wagentje te verlaten. De moeder wilde haar daarin terughouden ; doch Vincentine kwam er totaal genezen uit, en liep naar het altaar van den Heilige, terwijl de toeschouwers met blijdschap op het gelaat uitriepen : « Een mirakel ! » De Bisschop van Padua deed dit voorval met de noodige waarheids-bewijzen overal verspreiden.
n 1672, tijdens de maand November, leed een priester in Castella sinds lange jaren aan eene verlamming , welke hem het gebruik van al zijne ledematen belette. Hij had den H. Antonius gebeden en meermalen verscheen hem de Heilige , hem aanradend zich naar Padua te begeven, waar hij zon verhoord worden. Eindelijk ging de lamme er heen, en biechtte bij den eerw. pater Coxiali, Minderbroeder te Padua, die hem ook de H. Communie toereikte. Nauwelijks had hij
die ontvangen, of hij zakte op de 9 33 .
f
ctk
^ i
trappen van het altaar ineen, en bleef daar voor half dood liggen. Eenigeoogenblikken later richtte hij zich van zelf op , en liep de heele kerk rond, denH. Antonius, die hem genezen had, verheerlijkend. Naar de toedracht van dit wonder ondervraagd, antwoordde hij : « Ik had de H. Communie nauwelijks ontvangen, of ik zag, als 't ware, eene vlam schieten uit de reliquiekast van den Heilige, en toen ze mij aanraakte, voelde ik dat ik viel. Terwijl ik zoo op den grond lag uitgestrekt, scheen het mij toe, dat al mijne ledematen buigzaam werden en voelde ik mijne krachten genoegzaam teruggekeerd om op te staan en te loopen, gelijk ik gedaan heb. » Men maakte eene authentieke akte op van het wonder, dat, den H. Antonius ter eere, overal werd verspreid.
0Pe Florence verloor in de maand ïk November 1674 een slachterszoontje, Frans Maria Ricci ge-heeten, het gezicht en zwollen zijne oogen hevig op. Alle aangewende,.
quot;W-
1—-————-■-—ï
— 99 —
meüschelijke middelen verergerden, slechts de kwaal, zoodatzijneouders meenden tot die van den godsdienst hunnen toevlucht te moeten nemen. Zij verzochten derhalve eenen Minderbroeder de oogen van hun zoon met de reliquie van den H. Antonius te zegenen. De kloosterling raakte de zieke oogen met een draad uit de koord des Heiligen aan, en zalfde ze vervolgens met de olie uit de lamp, die voor zijn altaar brandde. Den nacht daarop riep het kind eensklaps uit: « Daar is de H. Antonius, daar is de H. Antonius! »De ouders snelden toe en vonden het genezen. Zijne oogen waren in normalen toestand gelijk vroeger, en het kon wederom zien.
© r leefde te Padua een doofstom jiEjj geborene, die den ouderdom van vijf en twintig jaren had bereikt. De jongeling had tweemaal eene verschijning van den H. Antonius , die hem aanraadde zich tot hem te richten, wilde hij van zijne
dubbele kwaal verlost worden. Daar. . _____
— loo —
hij van bekrompen verstand was, meende hij zich tot den H. Antonius in persoon te moeten wenden, en ging den Heilige de gansche stad door zoeken. Bij eene derde verschijning vernam hij wat hem te doen stond, en ging alsdan naar de kerk des Heiligen, waar hij een gan-schen nacht doorbracht, hem biddende om genezing, zoo hij zulks vermocht. Den volgenden namiddag omstraalt hem eensklaps een bovennatuurlijk licht, en wordt hij tegelijkertijd van het hoofd tot de voeten een geweldigen schok gewaar, waarop hij hevigermate begint te zweeten. Daarna bemerkt hij even goed te hooren en te spreken als iedereen. Zelfs had hij eene andere tong dan de vorige, welke misvormd en monsterachtig was. Na het gebeurde had hij een gewonen tongval, enmetuitzondering van sommige gebruikelijke spreekwijzen, was zijne spraak in het minst niet van andere te onderscheiden. Met onbeschrijfelijke blijmoedigheid dankte hij God, alsook den H. Antonius, en eenieder
1«p
. -V ,]-/
--O
— 101 —•
stond verstomd van zulk een schitterend wonder. Piet was zijn naam, maar van dat oogenblik af noemde men hem Antonius, een naam, dien hij zijn leven lang behield.
^ ldonsia , dochter der koningin Theresia van Portugal, leed aan eene doodelijke ziekte en was door de geneesheeren opgegeven. Hare moeder bad tot den H. Antonius:« Herinner u, o groote Heilige, dat gij ook te midden van dit koninkrijk zijt geboren en onze onderdaan zoudt geweest zijn. Waarom zoudt gij mijn kind niet gadeslaan ? » En alles wat de moederliefde haar kon ingeven, voegde zij er aan toe, om de gunst des Heiligen te winnen. Des nachts had hare dochter een droom. Zij zag den H. Antonius, die haar toesprak : « Kent gij mij? Ik ben de H. Antonius en ben gekomen, wijl uwe moeder mij heeft aangeroepen. Kies nu : of heden met mij het Paradijs binnengaan, of tot troost uwer moeder wederom gezond worden.» Aldonsia
koos het laatste en genas op hetzelfde uur. Zij hield den H. Antonius bij het koord en riep verheugd hare moeder; doch terwijl deze kwam toegesneld, verdween de Heilige. Aldonsia stond op en leefde, om de dagen harer moeder te veraangenamen, terwijl zij haren weldoener eene voortdurende dankbaarheid betoonde.
Malvolti werd in 1683
delijk gewond , zoodat de doctors wanhoopten aan zijn behoud. Chettini, een pater Conventueel, kwam hem bezoeken, zegende hem en zalfde zijne wonden met olie, afkomstig uit de lamp, welke voor de reliquiekast des H. Antonius te Padua brandt. Den volgenden morgen vond de chirurgijn zijn patient volkomen genezen. Slechts een flauw lidteeken was er overgebleven, als om getuigenis af te leggen van de gunst, die hem was verleend.
flx, —
— io3 —
ene godvruchtige dame, die het £1 grondgebied van Pisa bewoon-de, was tot diepe armoede vervallen , en door eene langdurige ziekte tot hetuiterste gebracht. Indie omstandigheden ging het haar vooral ter harte, twee jeugdige meisjes hulpeloos te moeten achterlaten. Reeds had zij veel gebeden, en nog bad zi j immer den H. Antonius om hare smart te mogen lenigen. De Heilige verscheen haar eens en deed haar het voorstel, om aanstonds met hem naar het Paradijs te gaan, of wel hier op aarde te blijven om hare kinderen te verzorgen. De brave vrouw, den hulpbehoevenden toestand harer kinderen overwegende, antwoordde : « Groote H. Antonius, zoo ik hier op aarde blijf tot welzijn mijner kinderen, ben ik van mijn eeuwig heil verzekerd, en daarom verkies ik zulks ! » Op 't zelfde oogenblik stond zij genezen op. Er werd een nauwkeurig relaas opgemaakt van dit mirakel, hetwelk daarenboven wordt bekrachtigd door
A__£
,-y^gt;--------------;-
w
— 104 —
pater Panzarrini de Volterra , een kloosterling, uitblinkend door zijn geloof en volmaakte oprechtheid.
fN Juni i6S5 brak een zestigjarige grijsaard, Jean Bogiani, zijn been. Enkele dagen na de verbinding deed hij de belofte zich te voet naar het altaar van den H. An-tonius te begeven, indien hij genas. Hij bewoonde den burcht St. Blaise, in het Venetiaansch hertogdom, en vertrok op krukken, om aldus het klooster van den H. Antonius te bereiken. De kerk naderend, voelde hij zich geheel hersteld ; zijn been was genezen en hij ging zelf zijne krukken aan het altaar ophangen, als bewijs der genade, die hem was betoond.
i rancisca Conti , te Bologne, was in 1684 door den duivel bezeten, had eenige smarten te verduren en raakte onderscheidene malen buiten kennis. Zij vermoedde niet, dat haar toestand het werk des duivels rJ was, en had er nooit aan gedacht den
—v» o
.
«/k'
^ - -4^
rt-.i
— io5 —
duivel te laten bezweren. Genoemde vrouw bezat veel godsvrucht tot de H. Maagd en den H. Antonius. Op zekeren nacht dat zij hem had aangeroepen, verscheen hij haar, door een schitterend licht omstraald, en zeide, dat zij veel vertrouwen op Maria moest hebben, daar deze haar zou verlossen, en dat hij zelf door de H. Maagd gezonden was om haar te genezen. Terwijl hij deze woorden sprak, nam hij haar bij haren arm, en hield haar hoofd naar een Moedergodsbeeld gekeerd, dat op de bedplank stond. Zelfs bad hij de Moeder Gods om hare dienares de gezondheid terug te schenken, en verdween daarna. Francisca braakte een aantal wormen en was voortaan van den duivel en haar lijden verlost. Zij riep haren man en de overige huisgenooten op, om hun dit blijde voorval bekend te maken.
w
■j^LS het lichaam van den H. Antonius naar de kerk der heilige Maagd te Padua werd gebracht,
■fr.
3W
$
quot;ji-f
— 106 —
volgde eene vrouvv, Cuniza gehee-ten, welke gebukt ging onder den last van een groot en bult, zoo goed zij vermocht, den lijkstoet, terwijl zij zich den Heilige aanbeval, ten einde van hare droevige ziekte bevrijd te worden. Op het oogenblik dat de processie de kerk binnen trad, gevoelde de vrouw dat hare houding veranderd was en een re-gelmatigen vorm herkregen had. Men kan zich de vreugde en verbazing der menigte verbeelden op het gezicht van zulk een wonder.
Sv,.
fcïsi enó11 Juli 1780 verwierf te Padua, %IJ Agnes, dochter van Andreas ^ Beltrami , eene uitstekende gunst van den H. Antonius. Een harer vingers was door eene ongeneeslijke kwaal aangestoken, welke gedurende vier jaren aan alles weerstand bood. De heelkundigen waren van oordeel dat de vinger moest worden afgezet, ten einde koud vuur te voorkomen. De zieke, die altijd veel godsvrucht tot den H. Antonius
•vs
-
-m
2v-
—107 —
had getoond, kwam op de gedachte de oefening der negen Dinsdagen te houden. Daarmede begonnen, gevoelde zij zich op zekeren dag geheel genezen, tot verbazing van allen, die haar kenden.
yft n 1332 volgde een klein kind uit 2L) de omstreken van Padua, Emilia genaamd , hare moeder, welke vuur ging halen. Bij ongeluk struikelde het en viel in eene diepe sloot. Dit werd door de moeder eerst bij het terugkeeren bemerkt, en vóór zij haar kind er uit kon halen, was het reeds verdronken. Men kan hare ontsteltenis begrijpen. De buren snellen op hare kreten toe, nemen, de wondermacht van den H. Anto-nius indachtig, het lijk op, en leggen dit voor de reliquiekast des Heiligen neder. Nauwelijks lag het kind daar, of er kwam beweging in; het gaf ingezwolgen water over, richtte zich lachend op en liep naar de moeder om haar te omhelzen.
■m
__. ^ „I
--
108 —
(I^ekere Venetiaansche vrouw ,
Jlhi Cesaria genaamd , was sedert 0 twee jaren ontroostbaar wegens een ongeluk, dat haar aan hand en voet overkwam. Die ledematen waren geheel en al ontwricht. Herhaaldelijk over de wonderen van den H. Antonius hoorende spreken, besloot zij zich naar Padua te laten vervoeren, om den Heilige vol vertrouwen om genezing te smeeken. Zij ging derwaarts, bezocht vol eerbied het graf des Heiligen en raakte nauwelijks den steen aan of zij werd verhoord. De hand kreeg de vorige buigzaamheid terug en haar voet was geheel hersteld. Hare vreugde werd door de getuigen van dit wonder beantwoord door eenparige toejuiching, den weldadigen wonderdoener ter eere.
—
V. Terugvinding van verlorene voorwerpen
het jaar 1646 had Joan Comez St) Cana, intendent der krijgsbe-; hoeften te Brussel, in dienst
__q
van zijne katholieke Majesteit Phi-lippus IV, koning van Spanje, een proces, van welks uitslag zijne toekomst afhing'. Ongelukkig verliest hij de stukken, die voor zijne zaak van het meeste belang zijn. Hij nam zijne toevlucht tot den H.Antonius; en eens, terwijl hij, in gedachten verzonken, in den hof van het klooster der Minderbroeders wandelde, naderde hem een pater, die hem in het Spaansch de reden zijner droefgeestigheid vroeg. Comez verhaalde hem zijn ongeluk en verkreeg van hem de belofte, dat hij den volgenden dag zijne papieren zoude hebben. Zulks geschiedde, en daardoor won hij zijn proces. Er waren nu in het klooster slechts twee broeders, die Spaansch spraken, welke Comez zeer wel kende; en het was geen van deze beiden. Ook twijfelde niemand of dit was eene waarachtige verschijning van den H. Antonius van Padua. Men bewaart er eene oorspronkelijke akte van in de | handschriften des kloosters.
________ ^
c—--
T» i/-
— ilo —
koning van Engeland bevond ■■''IJ zich in het jaar i655 te Keulen.
1 Toen zekere dieven hem al zijn goud- en zilverwerk ontstolen hadden, zond hij iemand naar de Minderbroeders om hunne gebeden te verzoeken. Des anderendaags, den 4n Januari, ontmoette een der Paters, die door de kloosterkerk ging, eenen onbekende, die hem met den vinger eenen biechtstoel aanwees en verdween. De pater begaf er zich heen en vond al het verloren zilverwerk terug. De koning gaf, op deze tijding, een eigenhandig geschrift met zijn koninklijk zegel voorzien, om de waarheid van dit wonder te bevestigen.
fjEN jare 1666 begaf de eerwaarde ji pater Celestinus van den heiligen Simeon, Provinciaal der hervormde Karmelieten van deGallo-Belgische provincie,zich naar Rome, met zijn voorganger en een anderen priester, om het algemeen KapitteljEN jare 1666 begaf de eerwaarde ji pater Celestinus van den heiligen Simeon, Provinciaal der hervormde Karmelieten van deGallo-Belgische provincie,zich naar Rome, met zijn voorganger en een anderen priester, om het algemeen Kapittel
bij te wonen. Hij, die de reisbe-
-------- -- - _
.1 ,(*
Ill
hoeften droeg, verloor bij ongeluk negen pistolen. Zij lazen den volgenden dag alle drij de Mis ter eere van den H. Antonius, zonder elkander dit voornemen te hebben bekend gemaakt. Voor de afreize onderzochten zij al de hoeken van hunnen reiszak, maar vonden niets en vervolgden hunnen weg. Na acht dagen reizens betrokken zij eene herberg; maar, o wonder ! op het oogenblik dat men het vuur aanstak, vielen de negen pistolen uit een stroowisch, waarvan men zich bediende, om het vuur te doen ontvlammen.
(^Wkeeks het jaar 1225 werd er te TO*! Montpellier, in het klooster , waar de H. Antonius destijds verbleef, een jongeling aangenomen, die veel scheen te beloven. Doch weldra begon hem het kloosterleven te verdrieten, en hij besloot hetzelve te verlaten. En gelijk men zich gewoonlijk van lieverlede tot het kwaad laat medesleepen, wanneer men eens den booze gehoor geeft.
standvastigen novice. Want niet te vreden met heimelijk eene vergade-rins; te verlaten, welke hem zoo liefderijk in haren schoot had opgenomen, beloonde hij de zorg, die zij voor hem had gedragen, met de snoodste ondankbaarheid. Hij verliet des nachts het klooster, na alvorens zijnen voormaligen leeraar An-tonius een psalmboek ontstolen te hebben.
Iedereen weet van hoe groote waarde in de middeleeuwen de boeken waren; met welken buitengewonen arbeid en zorg dezelve werden geschreven, en hoe somtijds de grootste rijkdom eens kloosters in zijne boeken bestond. Daarenboven was dit psalmboek verrijkt met eigenhandige aanteekeningen van An-tonius, die hetzelve gebruikte, wanneer hij aan de broeders de psalmen verklaarde. Men kan dus zeer gemakkelijk bevroeden, welk een verlies dit voor den heiligen man moest wezen; doch zijn betrouwen op God kwam hem ook hier weêr te hulp.
Zoodra hij zijn verlies gewaar
'J
7'V
vr,;
—iL gt;\
r—«—
v i ..... '• ■'
ri , ™
— Ii3 —
werd, wierp hij zich op de knieën en bad God, hem dit boek, hetwelk hem zoo noodzakelijk was, te willen teruggeven. De Heer verhoorde spoedig zijn gebed : want toen de jonge dief met zijn buit eene brug wilde overgaan, stond daar een afzichtelijk gedrocht, dat hem met opgeheven bijl dreigde te dooden , indien hij niet aanstonds naar het klooster terugkeerde , om het geroofde boek weder te geven. De jongeling liep, half dood van schrik en inwendig door Gods genade getroffen, in allerijl naar het klooster terug, wierp zich weenende voor dc voeten des Heiligen, en smeekte allerdringendst omweêr in dc orde te worden opgenomen , hetwelk hij door de voorspraak van Antonius ook dadelijk verkreeg.
Het eenvoudig kinderlijk vertrouwen , dat Antonius in dat geval in den Heer stelde , heeft te weeg gebracht, dat hem nooit iemand heeft aangeroepen, om verloren zaken terug te vinden, zonder daarin io 32
t/'V
- «.t -----——---
114
de machtige voorspraak des Heiligen te ondervinden. Men heeft zelfs opgemerkt, dat menschen, die aan andere wonderen juist niet veel geloof slaan, evenwel , wat het hier aangehaalde betreft, eenstemmig denken.
SSïoN Ignigo, bisschop van Kordo-SL/ va, een groot vereerder van den H. Antonius, was op zekeren dag zeer treurig, wegens het verlies van zijnen met kostbaar edelgesteente bezetten ring, dien hij bij de bisschoppelijke wijding aan den vinger gedragen had. Daar hij, na vele gebeden en heilige Missen, ter eere van den Heilige verricht, hem niet kon vinden, zoo bleef er niets anders over dan een opvallend wonder, dat hem dan ook ten deel viel; want weinige dagen daarna noodigde hij eenige zijner vrienden ter tafel. Terwijl zij aanzaten, kwamen de wonderen van den H. Antonius ter sprake. Daar herinnerde de bisschop zich den verloren ring en maakte de opmerking : « Ik vereer dezen hei-
Ir— ' ----- ' '
-r
------------------------4^
'tt:--:
'! — ii5 —
lige innig, wegens de vele gunsten, welke ik reeds van hem heb ondervonden, ééne gunst echter, » zeide hij, « heeft hij mij evenwel willen weigeren.» En wonder ! nauwelijks had de bisschop gesproken, of de ring viel tot verwondering van alle aanwezigen midden op de tafel. — De bisschop erkende aanstonds zijnen ring, en met dankbaar gemoed prezen allen God, en stelden een nog grooter vertrouwen op de voorspraak van dezen Heilige.
ekeren ridder te Napels werd door diens knecht, een geboren Afrikaan, eene groote som gelds ontstolen. De schelm maakte zich daarop met een zijner collega's uit de voeten. Nu nam de heer zijne toevlucht tot den H. Antoniusenliet, hem ter eere, heilige Missen lezen. Nauwelijks hadden de beide vluchtelingen zich naar Afrika ingescheept, of er ontstond een geweldige storm, zoodat een hunner van het dek in zee sloeg. De dief werd echter door den H. Antonius bij de
- 116 - 1?
haren gegrepen, onder de woorden : « Geef terug wat gij gestolen hebt, anders zijt gij een kind des doods. » Binnen weinige oogenblikken werd het schip naar de Napelsche kusten gedreven. De dief werd gedwongen zijnen heer te voet te vallen, het gestolen terug te geven, en de gansche toedracht der zaak omstandig tc verhalen. Aldus kreeg deze heer, door de voorspraak des Heiligen,
zijn gestolen goed, en zijn dienaar de rust des gewetens terug.
(jÏÖVen kan onmogelijk het leven XVl van Bernardus Colnaga, van de Societeit van Jesus lezen, zonder getroffen te worden door de kinderlijke eenvoudigheid van dien vromen dienaar des Heeren, waardoor hij op zoo innigen en vriend-schappelijken voet stond met den H. Antonius. Uit vele voorbeelden, slechts het volgende :
Om eene zekere vrouw te troosten over het verlies van een paard, waardoor haar man zeer ontriefd
I ,t - t.
T--
— 117 —
was, wendde zich pater Colnaga tot den H. Antonius ; en weldra kreeg de man zijn paard terug. Doch man noch vrouw lieten den eerwaarden pater weten dat het paard was teruggevonden. Dientengevolge in de veronderstelling dat zijn gebed niet verhoord was geworden, ontbood de pater een wereldlijken priester, die naderhand in de orde trad van den H. Franciscus van Paula, en gaf hem in last eenen steen op het altaar van den heiligen Antonius te leggen, en hem te zeggen, dat hij een hart moest hebben, harder dan deze steen, terwijl het zooveel inhad , om zijnen vriend eenen dienst te bewijzen. De eenvoudige priester volbracht, hetgeen hem was opgedragen. Daar zag hij echter een kloosterling van het altaar nederdalen, die hem den steen teruggaf en lachend zeide : « Zeg aan Bernardus, dat eerder hij een steenenhart heeft, daar hij, na zoo vele mijnerliefdebewijzen, nog wantrouwen tegen mij kan opvatten. » Hoezeer de goede pater, dit verne-
*--------------Mk
ii8 —
mende, zich vernederde en verheug. | de, laat zich licht besrijpen.
i
| oVS r aar de H. Antonius een waar ! vertrouwen vond op zijne
machtige bescherming , was
i hij ook milddadig met zijne gunsten, zelfs in zeer nietige aangelegenheden.
Een leekebroeder der Capucijnen had een gewijden Rozenkrans, dien hij zeer op prijs stelde, uit hoofde der vele aflaten, daaraan verbonden. Dezebrak echter, doordien de draad versleten was, zoodat de koralen links en rechts lagen verspreid. Met groote moeite verzamelde hij ze alle, op een enkele na, die hij onmogelijk kon terugvinden. Hierover treurig te moede, bad hij met vertrouwen het Responsorium tot den heilige. Antonius troostte hem onmiddellijk ; want er kwam eene mier tot den broeder gekropen , welke hem de koraal bracht. De brave kloosterling raapte haar op en weende van blijdschap en dankbaar-
heid.
ffif- ----------tfer
— 119 —
VI. Hulp in bekoringen
Santare, een vlek in het ko-
f
ninkrijk Napels, leefde iemand, die van wege satan door zulk eene geweldige bekoring tot zelfmoord werd overvallen, dat zij hem ter nauwernood kon wederstaan. — De bekoorder verscheen haar in de gedaante van den gekruisigde , en trachtte haar over te halen, zich in den vloed Tago te werpen, daar dit het eenige middel was om vergiffenis te erlangen en zalig te worden. •— Op het feest van den H. Antonius besloot deze ongelukkige werkelijk den gegeven raad van den duivel te volgen, en liep naar de rivier. — Daar haar weg derwaarts langs de kerk van denH. Antonius liep, trad zij toch nog daar binnen, en bad den heilige vertrouwvol, om haar door zijne machtige voorspraak te verlichten, of het aldus Gods wil was, dat zij haar plan volvoerde.
Terwijl zij derwijze bad, overviel haar een diepen slaap; en in den
slaap vernam zij de stem des heili-^..........:-------------
2^
gen, die haar zeide : « Zie in uwen schoot het geschrift; zoodra gij het zult gelezen hebben, zult gij geheel bevrijd zijn van de bekoring. » Hetgeen de heilige haar beloofd had , werd letterlijk vervuld. Toen zij ontwaakte, zag zij het geschrift voor zich en las : Ecce t Crncem Domini! fugite parks adversa vicit Leo de irtbu Juda, Radix David, Allehtja, Alleluja!
« Ziet t het kruis des Heeren! vlucht gij, wederspannige partijen, de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David, heeft overwonnen. Alleluja, Alleluja! »
Nauwelijks had zij dit gelezen of de bekoring hield op, en de vroegere rust keerde tot haar hart terug. Dit geschrift ontving de destijds regee-rende koning Dionisius, volgens zijn verzoek, van de persoon, en voegde het in de hofkapel bij de overige heiligdommen.
De vrouw viel, dewijl zij dit gebed niet meer verrichten kon, herhaaldelijk in de vorige bekoring. Toen de koning dit vernam, liet hij haar een afschrift geworden. Zoodra
( ® é
121
had zij het niet gelezen, of zij werd van alle kwaad bevrijd. Daar de H. Kerk later de macht dezer woorden tegen de hel zelve ondervond, schreef zij ze den exorcisten (bezweerders), bij het verdrijven der booze geesten, voor.
^ het jaar i65o overviel eene
vrouw van hooge geboorte zulk
ii
eene groote zwaarmoedigheid , dat zelfs hare dienstboden , welke alle mogelijke zorg aanwendden, om haar te bevredigen , haar tot overlast strekten, spijs noch drank haar smaakte, onderhoud met kennissen haar verveelde, zij weinig sliep en haar eigen leven haar eindelijk ondragelijk werd. — Niets kon haar beter troosten dan de dood. — Daar zij nu zag, dat er op aarde voor haar geene hulp meer te vinden was, nam zij, aangespoord door eene dringende ingeving, tot den H. Antonius hare toevlucht. Nauwelijks had zij met kinderlijk
32
122
vertrouwen hieraan beantwoord, of zij vond verhooring; de verloren kalmte en rust keerden terug, en onder eer en dankbetuigingen deed zij de belofte , om deze ontvangene genade door een ex-voto bekend te maken.
Ziedaar eenige der geboekstaafde wonderen, die op de voorbede van den H. Antonius van Padua geschied zijn. Ze allen aan te halen, zou geheele boekdeelen vereischen, en dan nog zouden er veel onbekend blijven. Want eens zullen wij, in de jaarboeken des hemels, eene menigte gebeurtenissen zien, waarvan wij hier beneden geene kennis dragen.
Deze enkele verhalen zijn echter voldoende, om ons een groot vertrouwen op de voorbede van den H. Antonius in te boezemen, en ons tot dankbaarheid op te wekken, dat God ons zulk een machtigen voorspreker verleend heeft.
gt;v^v,---
--
GEBEDEN ONDER DE H. MIS
TER EERE VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADUA
VÓÓR DE H. MIS ACHTIGE helper in alle nood-T^c l wendigheden, H. Antonius, in dezen mijnen nood, welke u wel bekend is, neem ik tot u mijne toevlucht en kom bij u, trouwe vriend, mijnen nood klagen. Ofschoon ik uwe hulp niet waardig ben, nader ik tot u evenwel, vol vertrouwen op uwe groote goedheid, welke gij reeds aan menigeen, die tot u smeekte , bewezen hebt. Voor uwe voeten werp ik mij ootmoedig neder en roep uwe hulp in. Om uwen bijstand te verwerven , wil ik uit liefde tot u thans deze H. Mis aandachtig bijwonen. Laat, bid ik u, met het oog' op deze allerheiligste offerande, mijn kommer u niet onverschillig zijn, maar wees mijn voorspreker bij den troon der
— 124 —
goddelijke barmhartigheid. In uwe handen, o H. Antonius, is nu mijn lot gesteld en ik ben derhalve zeker, dat gij voor eene gelukkige uitkomst zult zorgen, indien het slechts Gods heiligen wil behaagt.
Begin der H. Mis
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Heilig, o God, mijn verstand en ziel opdat ik U waardig dienen en van ganscher harte moge prijzen en vereeren. Sta mij bij, o hemelsche Vader, opdat ik bij dit H. Misoffer, het lijden en sterven van uwen Zoon Jesus-Christus aandachtig overwege en het met den priester tot verheerlijking uwer oneindige majesteit opdrage, tot dankzegging voor alle genaden en weldaden, tot uitboeting mijner zonden en die der gansche wereld, tot troost der geloovige zielen en het bekomen uwer genade en barmhartigheid voor mij en allen voor wie ik verplicht ben te bidden.
Confiteor
Hoe groot, o mijn Jesus, is uwe,.
ft9
- 125 -
goedheid jegens mij! Slechts uit liefde tot mij, armen zondaar, zijt Gij mensch geworden, om voor mij te leven en te sterven ; maar ook bij het verlaten dezer wereld, hebt Gij dit H. Offer ingesteld, waarbij Gij U zeiven aan den hemelschen Vader voor mij en de gansche wereld onafgebroken opoffert. Hoe zal ik U, o mijn Jesus, deze liefde vergelden ! In plaats U hiervoor dankbaar te zijn, heb ik U zoo menigwerf belee-digd en vergramd. Daarom klop ik op mijne borst en smeek : O Jesus, wees mij genadig en barmhartig.
Introïtus
Te midden der kerk liet Antonius zijne stem weerklinken; God vervulde hem met den geest van wijsheid en verstand en bekleedde hem met het eeregewaad. — Hoe zoet is het, den lof des Heeren te zingen en den Naam des Allerhoogsten te verheerlijken! Eere zij den Vader, enz. Kyrie eleison O Jesus , ontferm U onzer door uwe heilige menschwording , en verlos ons van den booze.
'^r~- • vt/f»-.
•-4M
qfo lx' —
— 126 —
O Jesus, ontferm U onzer door uw heilig kruis en lijden, en verlos ons van alle zonden.
O Jesus, ontferm U onzer door uwen bitteren dood, en behoed ons voor een onvoorzienen en eeuwigen dood.
Gloria
Eere zij God in den hooge en vrede op aarde den menschen van goeden wil.
Wij loven U, wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U ; wij danken U ter wille uwer groote heerlijkheid. Heer God, Koning des Hemels, God, almachtige Vader. Heer Jesus-Christus, eeniggeboren Zoon; Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor onze smeekingen. Die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt heilig. Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jesus-Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen..
.v* '■V-'
- 127 ~ Collecte
*
Uwe H. Kerk, o God, verheugt zich in de voorspraak van uwen zaligen belijder Antonius ; dat uwe goddelijke bescherming haar steeds bijblijve en geleide tot de eeuwige gelukzaligheid. Door Jesus-Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met U in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Epistel
Uit het boek der Wijsheid (K. 7.)
De Kerk legt de woorden des heiligen Schrijvers den H. Antonius in den mond. De geest der wijsheid, waarvan gesproken wordt, is de geest van Jesus-Christus. De wijsheid is de leer van Jesus-Christus en Christus zelf is de eeuwige wijsheid Gods. Laat ons die gew ichtige woorden overwegen en zalig de man, die ze in waarheid op zichzelven kan toepassen.
Ik bad , en verstand werd mij gegeven; ik riep aan, en de geest der wijsheid werd mij verleend. Ik achtte haar meer dan schepters en tronen, en rijkdom hield ik voor niets in vergelijking met haar. Ik vergeleek haar niet met edelgesteen- !
— 138 —
ten; want al het goud, vergeleken met haar, is maar een luttel zands, en zilver is als slijk te achten in vergelijking met haar. Meer dan gezondheid en schoonheid beminde ik haar , en ik besloot haar tot mijn licht te bezigen, want haar licht is onuitdóofbaar. Doch alle goed verkreeg ik te gelijk met haar, en ontelbare rijkdom door hare bemiddeling. — En ik verblijdde mij over alles, omdat die wijsheid mijne leidsvrouw was; doch ik wist niet dat zij de moeder was van dit alles. Met oprechtheid leerde ik haar kennen, en met mildheid deel ik haar mede; ik verberg haren rijkdom niet, want een onuitputtelijke schat is zij voor de menschen; en die gebruik daarvan maakten, werden deelgenooten van Gods vriendschap, dewijl zij Hem aangenaam waren om de gaven van het onderricht. Mij nu verleende God, naar wensch te spreken en uit te denken wat past voor hetgeen mij gegeven is ; want Hij, Hij is de wegwijzer dei-wijsheid en geleider der wijzen.
•quot;vÖquot; P
— 129 — Graduaal
De mond des rechtvaardigen zal de leer der wijsheid herhalen en zijne tong de geboden Gods verkondigen. — De wet Gods was diep in zijn hart gegrift; daarom zal zijn voet niet wankelen.
God komt alle eer toe! Hem zij lof! De tong des gerechten is kostbaarder dan het zuiverst zilver en zijne lippen onderrichten de volkeren. Aan God behoort alle eer.
(Tijdens het feest van Paschen.)
De rechtvaardige zal gelijk eene lelie zich verheffen en eeuwig voor den Heer bloeien. Gode behoort alle eer!
(Na Septuagesima voegt men lij het
Graduale.)
Gelukkig de man die God vreest en naar de wet Gods verlangt. Zijne nakomelingen zullen machtig zijn op aarde, en het geslacht van hen, die oprecht van harte zijn, zal in eeuwigheid gezegend blijven. Eer en rijkdom woont in het huis des
-txTA------- ■■ ---------------------- -----------y.
■v^r
— i3o — rechtvaardigen, en zijne gerechtigheid zal van eeuwigheid tot eeuwigheid heerschen.
Evangelie (Matth. V.)
De woorden in dit Evangelie zijn hoofdzakelijk ter verkondiging des geloofs gesproken; de goddelijke Heiland richt ze echter ook tot alle ge-loovigen en in het bijzonder tot hen, die zich op de deugd toeleggen; want zij zullen door hun voorbeeld en levend geloof het licht der wereld en het zout der aarde zijn.
In dien tijde zeide Jesus aan zijne leerlingen ; « Gij zijt het zout der aarde. Doch, indien het zout zijne kracht verliest, waarmede zal dan gezouten worden? Het is tot niets meer goed, dan om weggeworpen en van de menschen vertreden te worden. Gij zijt het licht der wereld. Eene stad, die op eenen berg is ge legen, kan niet verborgen worden. Men ontsteekt ook geen licht en plaatst hetzelve onder eene korenmaat, maar op eenen kandelaar, opdat het voor allen lichte die in het huis zijn. Dus schijnt uw licht voor de menschen, opdat zij uwe goede werken zien, en uwen Vader
verheerlijken die in de hemelen is. ____
— i3t —
Vermeent niet dat Ik gekomen ben om de Wet en de profeten te niet te doen. Ik ben niet gekomen om dezelve te niet te doen, maar om ze te vervullen. Want voorwaar Ik zeg u, tot dat hemel en aarde zullen voorbijgaan, zal er geen letter of stipje van de wet vergaan, tot dat alles geschiede. Die derhalve een van de kleinste geboden te niet doet, en de menschen dus leert, zal de geringste in het rijk der hemelen heeten; maar die dezelve doet en leert, zal groot in het rijk der hemelen genoemd worden.
Opdracht
Mijne waarheid en barmhartigheid zullen met mijnen dienaar zijn, zegt de Heer, en zijne macht zal ter eere van mijnen Naam voor immer verheerlijkt worden.
De Secreten Geef, o God, onze Verlosser, dat deze offerande opstijge tot heil van uw volk voor hetwelk Gij, o levend Brood, U hebt opgeofferd ter eere uws hemelschen Vaders, met wien Gij leeft en heerscht in de eenheid
■f y
—--y
quot;V-
— 132 —
des H. Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Prefatie en Sanetus
Almachtige , eeuwige God! De Engelen loven en prijzen uwe heerlijkheid, de Heirscharen aanbidden U en de Machten des hemels sidderen voor uw aanschijn. De Cherubijnen en Serafijnen juichen en prijzen U uit éénen mond. Wij bidden U, barmhartige God, Heer, hemelsche Vader, wil toch onze harten tot hemelsche begeerten opwekken, opdat ook wij met alle Engelen en Aartsengelen altijd en overal aan uwe goddelijke Majesteit lof en dank betuigen, terwijl wij met hen in allerdiepsten ootmoed belijden en zeggen : Heilig, heilig, heilig, Heer God van Sabaoth. Hemel en aarde zijn vervuld met uwe heerlijkheid. Hosanna in den hooge ! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge!
Vóór de H. Consecratie
Wij bidden U, allerheiligste Va-
— i33 —
der, ootmoedig door uwen Zoon Jesus-Christus. onzen Heer, om ons gebed te zegenen en dit onbevlekt offer genadig aan te nemen. Wij offeren het U op voor uwe heilige, katholieke Kerk. Schenk haar vrede en eenheid, bestier en geleid haar over de gansche aarde, benevens uwen dienaar, onzen Paus N. N., onzen bisschop N. N., en alle geloo-vigen en belijders van het katholiek en apostolisch geloof.
Gedenk, o Heer, uwe dienaars en dienaressen N. N., en allen hier tegenwoordig, wier geloof en godsvrucht U bekend zijn, voor welke wij U dit offer opdragen, of die U deze oflerande van lof voor zich en de hunnen aanbieden. Neem het voor hen en ons aan, tot redding onzer zielen, tot hoop op ons behoud en tot welzijn des ganschen Christendoms. Wij vereenigen onze gebeden met de bede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria en aller heiligen, dat gij ons door hunne voorspraak en verdiensten in alles gelievet te beschermen.
--
•v-,
134
Aanschouw, o barmhartige God, deze heilige offerande, verleen ons vrede in onze dagen, red ons van het eeuwige verderf, en neem ons eens daar boven op onder het getal uwer uitverkorenen. Zegen, o God, dit offer en geef dat het voor ons worde het Lichaam en Bloed van uwen teedergeliefden Zoon, onzen Heer J esus-Christus.
Gedurende de H. Consecratie
O Jesus, ik geloof aan U! O Jesus, ik hoop op U ! O Jesus, ik bemin U van ganscher harte ! Jesus , wees mij genadig en vergeef mij mijne zonden. O Jesus, voor U leef ik! O Jesus, voor U sterf ik ! O Jesus , de uwe ben ik in leven en in dood ! Eeuwige, hemelsche Vader, ik offer U het kostbaar Bloed van Jesus-Christus op tot boeting mijner zonden en voor het welzijn der heilige Kerk.
Na de H. Consecratie
Mijn Jesus, met den diepsten eerbied aanbid ik U hier onder de ge-
Kik.
— i35 —
daante van brood. Ofschoon Gij de oneindige, heilige en waarachtige God zijt, toont Gij ons hier uwe oneindige barmhartigheid ; richt daarom uwe oogen op ons, die hier geknield uwen lof prijzen. Dat dit H. Offer door de Engelen tot den troon uws hemelschen Vaders gebracht worde, opdat Hij daardoor verheerlijkt en wij allen met hemel-sche zegeningen vervuld worden, wij die U hier op het altaar in uw heilig Vleesch en Bloed aanbidden.
Gedenk ook, o Heer, uwe dienaars en dienaressen N. N., die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten. Verleen dezen , o Heer , en allen , die in Christus rusten, het oord van verkwikking, licht en vrede, door denzelfden Christus, onzen Heer. Maak ook ons, zondaars, die op de volheid uwer barmhartigheid hopen, deelachtig aan de gemeenschap uwer HH. Apostelen en Martelaren en alle Heiligen. Wend uw aanschijn af van onze zonden, vergeef ons en neem ons in uwe gemeen-
*
c
i36
schap op, door Jesus-Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
Pater noster (Bid het Onze Vader.)
Bij het Agnus Del Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk ons den vrede.
O God, oorsprong van alle heilige begeerten, beraadslagingen en vrome handelingen, schenk aan uwe dienaren den vrede, dien de wereld niet geven kan, opdat onze harten uwe geboden onderhouden; en geef dat onze levensdagen onder uwe bescherming bevrijd mogen blijven van alle vijandige beroerten. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen. Voor de H. Communie Heer, vijf talenten hebt Gij mij gegeven; hier zijn vijf andere, welke ik daarmede gewonnen heb... Welaan, gij goede en getrouwe knecht,
— 137 —
omdat gij over weinig getrouw geweest zijt, zal ik u over veel stellen ; treed binnen in de vreugde des Heeren.
Tijdens de H. Communie Mijne ziel verlangt naar U, o mijn Jesus. Doch hoe durf ik, zondig schepsel, het wagen, U de oneindige heiligheid zelve, in mijn besmeurd hart te ontvangen. O Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts één woord, dan wordt mijne ziel gezond. Ik betreur al mijne zonden en bidU, o Jesus, laat nu ten minste mijn verlangen, om mij metdit hemelsche Brood op eene geestelijke wijze te verkwikken, U welgevallig zijn.
O God, die ons in het wonderbaar Sacrament des Altaars de gedachtenis aan uw lijden en sterven hebt achtergelaten, laat ons, bidden wij U, de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing voortdurend mogen ondervinden. Amen.
Na de H. Communie O God, die ons met uwe welda-
I
^--------
— 138 —
daden hebt overladen, verleen ons, dat wij door de glorierijke verdiensten van den H. Antonius, uwen belijder, aan de volle vruchten van dit heilig offer deelachtig worden. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
O mijn Jesus, mijn Heiland en God, die den derden dag na uwen dood zij t opgestaan en uwe Moeder, benevens de Apostelen, op het zien van uw eerbiedwaardig Lichaam , verblijd hebt, geef dat ik uit het graf mijner zonden opsta en in een nieuw leven van genade voor U moge wandelen, opdat ik eens waardig worde, uw heilig aanschijn in de eeuwige heerlijkheid te aanschouwen. Amen.
Bij de laatste Collecte
Neem, o allerheiligste Drievuldigheid, dit H. Offer aan, hetwelk de priester aan het altaar U heeft opgedragen. Dat het U, als een zoenoffer tot vergeving mijner zonden, welgevallig zij, en mij de genade
schenke, mijn geloof, hoop en liefde
-f r
--
VS
cj
4
— i3g —
meer en meer te verlevendigen, opdat ik, gesterkt door dit heilig geheim, alle aanvechtingen des boezen vijands standvastig overwinne en eens in het rijk der eeuwige glorie worde opgenomen.
BIJ den zegen
Ons zegene de almachtige God, de Vader, en de Zoon, en de H. Geest, Amen.
Bij het laatste Evangelie
In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door hetzelve gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschen, en bet licht scheen in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam Joannes was. Die kwam als een getuige, om getuigenis van het licht te geven, ten einde allen door
— --jy
hem gelooven zouden. Hij zelf was het licht niet, maar hij kwam slechts om van het licht getuigenis te doen. Het ware licht was dat, hetwelk alle menschen, komende in deze wereld, verlicht. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; doch de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam onder zijn eigen, maar de zijnen hebben Hem niet ontvangen. Nochtans aan zoo velen als Hem aangenomen hebben, heeft Hij de macht gegeven kinderen Gods te worden, degenen namelijk, die in zijnen Naam gelooven, welke niet uit den bloede, noch uit den wille des vleesches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid aanschouwd als van den eeniggeboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid.
Na de heilige Mis
Ik bedank U, o mijn Jesus, voor het heilige offer, dat Gij mij nu hebf
— 141 —
laten, bijwonen; geef, dat uw dierbaar Bloed voor mij niet te vergeefs gestort zij. Schenk mij door de verdiensten van uw kruisdood, dien Gij hier op het altaar hernieuwd hebt, de genade om de zonden te vluchten en in uwe heilige wonden te leven en te sterven ; verleen ook, o Heer, aan de zielen van alle afgestorvene geloovigen de eeuwige rust. Amen.
Grebeclen na do I f . Mis voorgeschreven doorZ. H. Leo XIII
(De geloovigen hidden dezelve met den Priester.)
Men zegt driemaal Ave Maria, daarna leest men den voorzang :
Gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid, ons leven, onze wellust en onze hoop, gegroet. Verbannen kinderen van Eva, richten wij tot U onze smeekingen in den nood. Tot U verzuchten wij in dit tranendal. O onze voorspreekster , richt toch uwe blikken, zoo vol barmhar-
tigheid tot ons, en laat ons, na dit ballingschap, Jesus aanschouwen, de gezegende vrucht uws lichaams. O genadige, o goede, o zoete Maagd Maria!
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
Gebed
O God, onze toevlucht en onze sterkte, werp eenen gunstigen blik op het volk dat tot U smeekt; en door de tusschenkomst der roemrijke en onbevlekte Maagd Maria, Moeder van God; van den H. Joseph, haren Bruidegom; van de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en van alle Heiligen , aanhoor met barmhartigheid eri goedheid de gebeden, die wij voor U storten tot bekeering der zondaars, voor de vrijheid en de verheerlijking van onze Moeder de H. Kerk.
Men voegt daar de volgende aanroeping
hij
H. Michaël, Aartsengel, verdedig
M' -------------!
—143 —
ons in den strijd; wees onze hulp tegen de sluwheid en de strikken des duivels. Dat God op hem zijne macht uitoefene, wij vragen het al smeekende; en Gij, Prins der he-melsche heirkrachten, drijf, door de goddelijke macht. Satan en de andere booze geesten, die op de wereld verspreid zijn om de zielen te verliezen, terug in den afgrond der hel. Amen.
4quot;
-A
NOVENEN
of
NEGENDAAGSCHE OEFENINGEN
ter eere van den
H, Antonius van Padua
e /, S fc/'1 i ■*
ene Novene is eene oefening, bestaande in gebeden, die gedurende negen achtereenvolgende dagen worden voortgezet ter eere van eenen Heilige, om, door zijne voorspraak, eene weldaad van God te verkrijgen.
Om deze negendaagsche gods-vrucht-oefening wel te verrichten , moet men dezelve beginnen met eene groote ootmoedigheid, met een diepen eerbied, en vooral met een zuiver doel, en daarbij geen ander inzicht hebben, dan de meerdere eer van God en van den Heilige, tot wiens eer men de novene houdt. En dewijl de zuiverheid van een goed
--------------------
— 145 —■
geweten liet krachtdadigste middel is om Gods barmhartigheid te bewegen, dient men deze novene door de biecht en de H. Communie te beginnen.
Is men niet in staat om wezenlijk te communiceeren, dan trachte men het geestelijker wijze te doen, hetzij in eene gewone, of wel in eene ter eere van den Heilige, gelezene Mis.
Vóór, onder of na de H. Mis, kan men het onderwerp overwegen, hetwelk voor iederen dag voorgesteld is, en het daaropvolgend gebed lezen, waarbij men de litanieën of de kleine getijden van den Heilige kan voegen, — zij, die niet kunnen lezen, kunnen vijf of negenmaal, of zoo dikwijls zij het goedvinden, het Onze Vader en Wees gegroet bidden.
Het is ook eene godvruchtige gewoonte iemand te laten communiceeren tot het einde, dat men zich in de novene heeft voorgesteld ; aalmoezen te geven, en op den vooravond, of op eenen dag der novene, te vasten.
i3 32
— 146 —
Bovenal moet men een vast vertrouwen hebben, dat men zal bekomen hetgeen men verzoekt: ten tee-ken van dat vertrouwen, kan men eene waskaars doen ontsteken voor het beeld des Heiligen, als om door de vlam derzelve de vurigheid van ons vertrouwen en verlangen af te beelden.
Wanneer men geen genoegzaam geloof of vertrouwen in zijn hart gevoelt, kan men zich in den geest vereenigen met al degenen, die, ter zelfder ure, in de verschillende landen der wereld , eenig gebed tot dezen Heilige storten; en zich verbeelden, dat men bij die personen is, hunne woorden en gebeden hoort, en in al hunne goede werken deelt; want er staat geschreven : Waar er eenig en inliet gébed vereenigd zijn, ten ik in hun midden.
Eindelijk moet men volkomen overgegeven zijn in den goddelijken wil, ten opzichte van hetgeen men van God , door de voorspraak en verdiensten van den Heilige , verzoekt. Want, niettegenstaande zijne
machtige bescherming, mogen wij ons niet verzekerd houden, dat de novene met den uitslag van ons verlangen zal bekroond worden. Immers, hoevele christenen verzoeken van God dingen, die strijdig zijn met zijnen heiligen wil, nadeelig voor hunne zaligheid en zijner verhevenheid onwaardig ? De God, die in eene schamele kribbe tranen stortte, kan niet altijd dengene verhoeren , die aardsche genoegens vraagt, noch rijkdommen schenken, daar Hij de armoede aanprees. Een christen, door de genade en den geest Gods bezield, verkiest een gerust geweten boven de eer, de deugd boven het geld, ja zelfs de droefheid boven de vermaken. Bidt hij somtijds om vergankelijke goederen , dan geschiedt zulks uit nood en te zijner zaligheid; maar hij voegt bij zijne vraag dan altijd de woorden van den Zaligmaker ; Niet mijn wil geschiede, maar de uwe ■'
Houdt men in die gesteltenis de novene, en verkrijgt men evenwel
niet wat men verzocht heeft, dan
—------
r -r * • \
— 148 —
verlieze men daarom niet het vertrouwen op den Heilige, dewijl God dikwijls de gunsten, die wij verzoeken, verandert in een oneindig getal andere, welke met onze behoeften, die Hij veel beter kent dan wij , meer overeenkomen.
Oorsprong der Novene
Ten jare 1617 leefde er te Bononië eene adellijke dame. Twee en twintig jaren was zij gehuwd, zonder dat God dezen echt met een kind zegende. Zij hoorde van de talrijke wonderen spreken, welke God op de voorbede van den H. Antonius wrochtte, en besloot tot dien machtigen voorspreker hare toevlucht te nemen. Eens wierp zij zich voor een altaar van den Heilige neder, en bad hem langen tijd, onder een vloed van tranen, om van denHemel den zegen voor haar huwelijk te bekomen. Den volgenden nacht meende zij, in den slaap, den heiligen Antonius te zien, met een glans-• rijk licht, als schitterende stralen^ j
I
c
zijner hemelsclie heerlijkheid, omgeven. Hij gebood haar, negen achtereenvolgende Dinsdagen zijne kapel te bezoeken en voor zijn beeld te bidden.
Die onverwachte verschijning deed haar deze godvruchtige oefening met een kinderlijk vertrouwen ondernemen, waardoor zij verdiende verhoord te worden.
Maar de gunst, welke zij van God verworven had, strekte slechts om haar kwaaddenkenden man achterdocht in te boezemen. Hij behandelde haar met eene ongewone wreedheid, als ware zij hem ontrouw geweest; en bij deze droefheid der edele vrouw voegde zich nog eene tweede smart.
In plaats van een kind ter wereld te brengen, dat den roem van den Heilige deed blijken, aan wiens voorspraak het zijne geboorte te danken had , scheen hare vrucht niets menschelijks te hebben. Op dit gezicht drong der arme moeder een zwaard van droefheid door het harte; en onder een stroom van tra-
m
— i3o —
nen , beschuldigde zij zich zelve , den hemel met hare verzuchtingen en verlangens last aangedaan te hebben. Maar in den wil van God berustende, neemt zij andermaal hare toevlucht tot den H. Antonius, en op de bescherming van haren heiligen Patroon vertrouwende, gebood zij het mismaakte wezen in doeken te winden en naar zijn altaar te brengen: zij beval hetzelve den Heilige vurig aan; en zie, eensklaps hoorde men het geschrei van een kindje, en het beziende, zagen zij dat het een kindje was, hetwelk zeer schoon en als een sieraad onder de kinderen der menschen was.
De geheele stad was van verwondering opgetogen, loofde God en zijn machtigen dienaar, den heiligen Antonius van Padua. en iedereen erkende het nut en de voordeden der negen- dinsdaagsche godvruchtigheid.
3L»
NOVENE
TER EERE
VAN DEN H. ANTTONIUS
Eerste das:
, roote H. Antonius, die ver-diendet tijdens uw sterfelijk leven hetKindje Jesus te aanschouwen, om alzoo vóór uw verscheiden eenigszins aan de hemel-sche vreugde deelachtig te worden, sla uwe oogen op de ellende en nood van uwen vereerder, den ge-ringsten uwer kinderen; laat u uit medelijden bewegen voor mij te bidden. Ik beken wel dat alle wederwaardigheden die bijna ieder oogenblik onzen vrede verstoren, de vruchten en de uitwerkselen onzer zonden zijn; doch op u heb ik het troostvol vertrouwen gesteld, dat, indien gij bij uwen Schepper zult aanhouden, mij de genade zal verleend worden, waarom ik thans uwe bemiddeling inroep. O glorierijke
E-Jpt_______(. ,
---------------------------------------
— l53 —
Heilige, die de gave van wonderwerken bezit, aarzel niet mij uwen bijstand te verleenen.
OnzeVader. Weesgegroet.
Wonder
De eerw. Paters Augustijnen hadden in 'Bengalen een jongen slaaf gekocht, die afgoden-dienaar was. Zij bespeurden in hem echter de vreemdste hoedanigheden, en daar zij veel hoop koesterden hem te zullen bekeeren, was hij aan zijne meesters zeer duur betaald. Aanstonds begonnen zij hem te onderwijzen, en hunne pogingen bleven niet vruchteloos; want hun leerling begreep en onthield al hetgeen men hem leerde, dat het een lust was. Alleen zijn hart bleef weerspannig, en verzette zich hardnekkig tegen de waarheid, welke hij met zijn vlug verstand evenwel goed begreep. Eens, dat hij een vertrek binnenkwam, waarin zich een beeld bevond van den H. Antonius, begon dit eensklaps te leven, verweet hem nadrukkelijk zijne halsstarrigheid,
4^,
i53 —
en diende hem met zijne koord gevoelige slagen toe. De arme jongen barstte in tranen los, en op zijn geschrei kwamen de kloosterlingen haastig aangeloopen.
Toen zij de reden er van vernamen, hadden zij geene moeite meer hem over te halen om christen te worden. Na het Doopsel waardig te hebben ontvangen, leidde hij daarop een voorbeeldig leven, werd kloosterling der orde , en predikte met zooveel ijver, dat hij in korten tijd twintig duizend heidenen bekeerde.
Tweede dag
Groote en machtige H. Antonius, alwie wonderen zoekt, treft ze in menigte bij u aan. Laat mij de kracht uwer wonderen ondervinden, ten einde de belangen mijner ziel daardoor te bevorderen. Verkrijg mij vooral van den almachtigen God de genade, dat ik bevrijd blijve van een plotselingen en onvoorzie-nen dood, en behoed mij voor zware zonden en den eeuwigen ondergang.
• Wek de verdoolden uit hunne dwa-
V.
^---------------------^
— 154 —
ling op en toon hun den weg des eeuwigen heils. Bewaar mij in alle noodwendigheden des levens, bijzonder waar het mijne eeuwige zaligheid betreft. Help mij alsdan den vijand mijner ziel overwinnen. Wil ook van mij weren alle ziekten en rampspoed, die ons op deze gevaarlijke levenszee zoo dikwijls overvallen. Waak over mij, mijn beschermer, opdat ik nimmer meer Gods Geest verlieze, of indien ik hem, helaas, ooit verliezen mocht, denzel-ven door u, die verloren zaken terug bezorgt, aanstonds wedervinde.
Wonder
Eene infante van Spanje lag hevig ziek, het was een jeugdig kind, dat om zijne goedaardigheid door zijne ouders te meer werd bemind. Ondanks al hunne zorgen, verergerde de kwaal en stierf het. Niets vermocht de smart der koningin-moe-der te lenigen; deze verlangde niets vuriger dan dat de H. Antonius haar kind wederom zou doen herleven. De koning had intusschen
— i55 —
last gegeven het arme lijkje te begraven, want reeds was de vierde dag voorbij, zoodat het tot ontbinding begon over te gaan. De koningin verzette er zich echter tegen, overtuigd als zij was, dat haar gebed zou verhoord worden. Deheilige Antonius bewerkte inderdaad dit wonder, dat het gansche hof met ontzetting vervulde. Het verrezen kind sprak tot de koningin : « Moeder, toen gij den H. Antonius voor mij badt, was ik in het paradijs te midden van het koor der maagden ; en in dien schoot van geluk maar al te zeer het gevaar van de ij delheden dezer wereld ziende, beval ik mij Gode aan, ten einde u niet te verhoeren. Doch de Heer antwoordde mij, dat Hij vast had besloten zijnen dienaar geen enkele gunst te weigeren, en dat zoowel uw dringende bede als uw levendig geloof deze belooning wel verdiende : dat ik derhalve terug zou keeren naar de aarde, om uwe droefenis een weinig te verzachten, en u de heugelijke tijding te brengen van mijn geluk ;
^ 4;
ï
i56
doch dat ik ook op mijne beurt zou verhoord worden, en dat Hij mij binnen veertien dagen wederom tot zich zou roepen door een zachten dood, en voor mij de gelukkige toegekende plaats zou bewaren. quot; Zoo als het kind voorzegd had, gebeurde het, en gansch het hof kon als getuige der voorspelling, de waarheid er van bewijzen.
Doi'tle tias;
Uitverkoren voorspreker , heilige Antonius, toevlucht der bedroefden, met groot vertrouwen kom ik tot u, om hulp te verwerven in mijne behoeften. H. Antonius, geef, dat ik onder het getal dier kinderen gerekend worde, wier bede door uwe tusschenkomst verhoord wordt. Ik beken dat ik wegens mijne veelvuldige zonden uwe voorspraak niet waardig ben. Daar gij echter tijdens uw leven zelfs de grootste zondaars tot berouw en liefde jegens God wist aan te sporen, stel ik mijn vertrouwen op u en richt tot u mijne bede. Draag ze aan den goeden God ,
i,
— iS? -i
op, en geef, dat indien het mijner zaligheid dienstig is, door uwe verdiensten mijn verlangen vervuld worde. Sta mij bij gedurende mijn ganschen levensloop, en help mij naarmate mijnzielenheil het vordert.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Laat mij u de beschamende les verhalen, welke de H. Antonius eens aan eene ondankbare en ij dele dame uit Cremona gaf. Zij had een zeer kostbaar halssnoer verloren en vertelde haar ongeval aan eene vriendin, die meer godsvrucht bezat dan zij. Deze raadde haar aan, eene Mis ter eere van den H. Antonius te laten lezen, haar de verzekering gevende, dat de heilige haar het snoer zou doen terugvinden. Fatsoenshalve gaf zij hare vriendin het geld om eene Mis te laten lezen; doch zonder het minste geloof er aan te slaan en inwendig er van doordrongen, dat dit eerder een ingeblazen verzinsel ten bate der priesters was, dan een godsdienstig en Gode welgevallig werk. Eenige dagen later.
t/*V
— l58 — I
vond die dame in hare kamer haar halssnoer benevens het geld, dat zij voor de Mis had gegeven. Verslagen door dit wonder, dat haar te gelijk hare ondankbaarheid, hebzucht en ongeloovigheid verweet, kon zij dit voorval niet verzwijgen.. Alsdan vernam zij van haar zoontje, dat deze inderdaad een zeer eerbiedwaardig kloosterling in de kamer had zien komen, en het snoer op dezelfde plaats had zien leggen, waar het wfis teruggevonden. Door deze les en uitstekende genade getroffen, beloofde de dame er zich erkentelijk voor te zullen betoonen, door het graf van den Heilige te bezoeken, en het wonder, dat hij te harer gunste had bewerkt, openlijk bekend te maken.
quot;Vierde dag
O heilige Antonius, ijverige verkondiger der katholieke waarheid, die dag en nacht met onvermoeid pogen de leer der ware Kerk ver-kondigdet en de verdwaalden tot het Geloof bekeerdet, zie hoeveel dui-
-TT-—--
zenden zielen in de schandelijkste dwaling rond dolen en ook anderen in het verderf trachten mede te sleuren. Zie, hoe de ware Kerk van alle kanten wordt aangevallen en hoe lauw en traag vele geloovigen zich gedragen, waarom zij verdienen ,
door den rechtvaardigen God met de vreeselijke straf te worden gekastijd, van het eenig waar geloof te verliezen. O H. Antonius, toon ook nu nog uwen ijver voor de Kerk van Christus. Verkrijg voor alle dwalenden een oprechte bekeering, voor de oprechte geloovigen echter die hoogachting voor het heilig Geloof gelijk het betaamt. Bid voor ons land en onze woonplaats, opdat alle verdwaalden tot het heilig Geloof terugkeeren. Verhoor ons gebed, o ijvervolle geloofs-prediker, tot meerdere eer van God.
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Eene Milaneesche dame, die een paar kostbare oorringen had verloren en ze niet kon terugvinden, liet
' ■i •' ■ i a)
lëo
twee Missen lezen ter eere van den II. Antonius , en woonde die persoonlijk bij. Tehuis komende , vond zij de oorringen in liet daarbij hoorende kastje terug, en spoedde zich, verheugd als zij was, naar haren man, om hem die heugelijke tijding te brengen; echter niet zonder spijt van het geld, dat zij voor de beide Missen gegeven had. Deze bekeef haar terecht; doch de H. Antonius strafte haar nog erger over hare ondankbaarheid; want op het oogenblik dat zij hare oorbellen wilde aandoen , vond zij er slechts één in het kastje. De andere was vervangen door het geld der twee Missen, dat haar door eene geheimzinnige hand was terugbezorgd. Zij erkende alsdan haren misstap,
liet de verkeerde meening van te veel ter eere van den Heilige gedaan te hebben, varen en bemerkte weldra, dat er integendeel heel wat meer diende gedaan te worden, om hem te bevredigen. Zij verdubbelde haren eerbied jegens hem, herwon indelijk van den H. Antonius door,, J.
m
i6l
middel van een ootmoedig berouw zijne vorige goedgunstigheid, en liet het gebeurde te Padua in de registers van de Sacristij der kerk van den H. Antonius opteekenen.
quot;Vijfde clag
Heilige Antonius, ik stel mij onder uwe heilige bescherming en beveel mij in uwe rijke verdiensten dringend aan. Ik smeek u ootmoedig, wil toch met het oog op de groote liefde en het kinderlijk vertrouwen, waarmede mijn hart jegens u bezield is, mijn naam in uw hart schrijven, en mij onder het getal diergenen opnemen , welke gij op bijzondere wijze bemint en bijstaat, opdat ik in al mijne aangelegenheden een zekere toevlucht bij u vinde. Sta mij vooral bij met uwe liefde en hulp in mijne laatste oogenblikken, opdat ik mij in alle eeuwigheid met u in den Hemel moge verheugen.
Onze Vader. Wees gegroet.
14
32
K--------------------------------------
quot; — 162 —
'i1
r »gt;' ♦
WONDER Een Calvinist bespotte dikwijls de katholieken wegens heiligenver-eering en wonderen. Hij doorreisde Italië en ging naar Rome, alwaar het gezicht van zoovele heiligdommen hem slechts nieuwe stof tot spotternij leverde. Eindelijk begaf hij zich naar Padua en trad de kapel van den H. Antonius binnen, ten einde het prachtige beelden snijwerk, dat diens wonderwerken voorstelt, te bewonderen. Toen gevoelde de reiziger zich als door een onwederstaanbaar geweld gedreven, om zijne dwalingen af te zweren en zich te bekeeren. Hij echter weerstond en vertrok naar Milaan; de gedachte aan de wonderen van den H. Antonius bleef hem evenwel dag en nacht bij. Zijne ziel was diep getroffen geworden en hij zag wel in, dat er geen ander middel bestond, om zijn arm geweten te bevredigen, dan katholiek te worden. Hij werd het inderdaad, en gaf zich gewonnen voor de macht des heiligen. Sedert smaak-
7m
W--
te hij zooveel vreugde, dat hij, niet tevreden met zijn geluk, ook anderen daaraan zooveel mogelijk wilde deelachtig maken. Hij schreef en liet te Venetië een open brief drukken, waarin hij betoogde, hoe gemakkelijk het is, tot de kennis van het ware Geloof te geraken, en het groote genot beschreef, waarmede degenen zijn vervuld, die dat Geloof omhelzen. Wat hem aangaat, hij ging zoo groot op 't katholiek geloof, dat hij dit voor alle smarten ter wereld niet zou verzaakt hebben.
Zesde dag
Liefdevolle H. Antonius, die om uwe engelachtige reinheid waardig zijt bevonden met de Engelen, met Maria, de Maagd der maagden en Jesus , de Lelie der kuischheid, vertrouwelijk om te gaan, werp op mij een blik van medelijden. Gij, die reeds aan anderen, door de aanraking van uw kleed, de gave der kuischheid kondet verleenen, reinig door uwe machtige voorspraak mijne ziel en lichaam, reinig mijn^
.
— 164 —
zinnen, mijn geest en mijn hart. Geef dat ik in navolging uwer bewonderenswaardige zuiverheid, zelfs de geringste gedachte , welke in strijd is met deze beminnelijke deugd, verfoeie. Verleen mij sterkte in het beoefenen dier deugd, opdat ik Jesus en Maria welgevallig worde. O konde ik door uwe tusschen-komst de vreugde smaken, welke in den Hemel voor kuische zielen is weggelegd!
Onze Vader. Wees gegroet.
Wonder
Een in de kunst zeer ervaren chirurgijn uit Bordeaux kreeg van zijn heer, den prins van Aquitanië, last, om het leger, dat naar Castilië gezonden werd, te vergezellen en het zijne diensten te verleenen. Hij kon zulks niet weigeren, en niettemin hielden gebiedende omstandigheden hem tehuis. In die verlegenheid kwam de gedachte bij hem op, zijne toevlucht te nemen tot den heiligen Antonius, waarna hij eerbiedig voor zijn altaar nederknielde. Ter-
mf
'*5
•Vi*
165
%
wijl hij eene Mis, welke tot dat einde werd opgedragen, bijwoonde, zag hij, dat het hoofd van het beeld des Heiligen eene ontkennende beweging maakte. Aanvankelijk meende hij, dat hem eene gezichtsbegoocheling overkwam, doch meer oplettend toeziende, kreeg hij de overtuiging, dat het beeld werkelijk bewoog, als wilde het zeggen : neen. Ten eenenmale wist hij niet, waaraan zich te houden, noch hoe hij dit teeken moest uitleggen; had het te beduiden, dat hij in 't geheel niet zou vertrekken, of wel, dat, ingeval hij vertrok, de gevaren, welke hij duchtte, niet zouden verwezenlijkt worden? Terwijl hij aldus in twijfel verkeerde, werd hij aan het hof ontboden. Hij begaf zich derwaarts , zijnen heiligen beschermer dringend om uitkomst smeekend. Ten paleize aangekomen, kreeg hij van den prins zeiven een tegenbevel. Aanstonds betuigde hij den H. Antonius zijnen dank, en aarzelde niet dit feit te laten aanteekeneu tot meerderen roem van zijn beschermer.
— 166 —
Ze-vencle «iag
H. Antonius , kostbare lelie van onschuld en voorbeeld van nederigheid, bevorderaar der eer van God en het heil des evennaasten, tot u wend ik mij heden met innig vertrouwen en kinderlijke genegenheid. O, hoevele menschen hebt gij reeds in het opsporen van verloren zaken wonderbaar geholpen; en gij zoudt mij in deze ellende geene hulp bieden en niet door medelijden worden bewogen? O, mijn getrouwe vriend, u klaag ik mijn nood, u leg ik mijne smart bloot. Ik heb schipbreuk geleden in mijn geloof, de reinheid der kinderlijke onschuld verloren. Waar zal ik hulp zoeken ? Daarom snel ik tot u, H. Antonius. Wees door uwe vermogende voorspraak mijn redder en laat mij het witte kleed der heiligmakende genade terugvinden. Voer mij vol liefde wederom terug voorden troon van Gods barmhartigheid, en verzoen mij met hetgoddelijk hart van Jesns- In eeuwigheid zal ik u, H. Antonius, daarvoor loven en danken.
Onze Vader. Wees gegroet.
£
J* i.'
—167 —
WONDER
Timotius van Soria, Maronitisch (1) bisschop van Medië en Mesopota-mie, ging met eenige reisgezellen scheep, ten einde naar Rome te stevenen. De overtocht was gelukkig geweest, en zij hoopten dan ook weldra de haven te bereiken, toen eensklaps een vreeselijke stormwind hen overviel. Door het orkaan aangegrepen, werd het schip op de woedende baren heen en weer geslingerd; men zag de zeilen achtereenvolgens in flarden scheuren, de voorsteven werd verbrijzeld, en toen het roer was weggeslagen , koesterde men niet de minste hoop meer op behoud. De goedaardige bisschop, die eene groote godsvrucht jegens den H. Antonius bezat, liet intusschen den moed niet zinken : hij begon hem aan te roepen, spoorde zijne lotgenooten aan zulks eveneens te doen, en deed hen
De Maronieten. Een Roomsch katholiek volk, dat den Syrischen ritus volgt, wonende aan den Libanon.
— 168 —
beloven, hem, indien zij ongedeerd mochten aanlanden, eene kaars te zullen offeren. Nauwelijks was de belofte geschied, of de storm bedaarde en zij bespeurden, dat zij zich in de zoo vurig gewenschte haven bevonden, die zij nog ver verwijderd achtten. Toen zij voet aan wal zetten, werd de belofte vervuld en nooit vergaten zij het uitstekend gunstbetoon van den H. An-tonius, waarvan zij het voorwerp waren geweest.
A.clitste «las: H. Antonius, verheven leermeester en licht der H. Kerk, minnaar van Gods geboden, bid voor mij den Zoon van God, opdat ik in het geloof volharden en onder uwe medewerking datgene voltrekken moge, wat gij in woorden en werken hebt geleerd. O, H. Antonius, onwetenden hebt gij den weg der waarheid gewezen en ketters in boetvaardigheid tot God teruggebracht, verwerf ook voor mij en allen, die tot de strijdende kerk van Christus behooren,
rWi. --
rijf-
169
a
door uwe voorspraak eene onwankelbare standvastigheid in het katholiek geloof. Haast u echter degenen te hulp te komen, welke, door het ongeloof, van Christus, deneenig' waren weg, zijn afgeweken; verlicht hun verstand en overwin hunne hardnekkigheid, opdat zij tot den schoot der Kerk terugkeeren en ontrukt worden aan den afgrond der hel. Onze Vader. Weesgegroet.
Wonder
Een Portugeesch ridder, door eene wreede ziekte aangetast, welke hem aan den rand des grafs bracht, had vier Minderbroeders gevraagd, om hem op te passen. Eens, dat hij buiten kennis raakte, zag hij den heiligen Franciscus en den heiligen An-tonius naderen, die hem vroegen, of hij hen kende. De zieke bekwam intusschen eenigszins en antwoordde hun : « Ja, gij zijt twee dier kloosterlingen, welke ik verzocht heb mij-op te passen. » « Neen, » antwoordde Franciscus, « wij zijn i5 32
^•T
U 5-
— 170 —
Antonius en Franciscus en komen uit den Hemel u bezoeken. »
« O heilige vader, » hernam de ridder, « wees mij genadig, en ge-waardig u het geestelijk kleed uwer orde te zegenen, dat ik heb laten vervaardigen, om daarin begraven te worden als blijk der hoogachting, welke ikuwe orde toedraag.» Dehei-lige zegende werkelijk dit kleed , terwijl de H. Antonius hem in zijne minzame goedertierenheid toelachte. Voorts verdwenen beiden, en de ridder was op hetzelfde oogenblik genezen. Hij leefde nog twaalf jaren, en bewaarde met den meesten eerbied het kleed, dat die heilige ordestichter in tegenwoordigheid van den H. Antonius had gezegend.
Negende claji
H. Antonius, onoverwinnelijke bestrijder van den boozen vijand, gij weet het en wij ondervinden het helaas, hoezeer de duivel het op onze ziel heeft gemunt en rondloopt als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden. Onze arme
Sk-t-5
-W
— 171 —
zielen verkeeren derhalve voortdurend in gevaar van door zijne listen eeuwig in het verderf te worden gestort. Daar echter de Allerhoogste u, ter wille uwer groote verdiensten, eene verbazende macht over den satan heeft toegestaan, bidden wij u dringend, ons toch in zoovele en gevaarlijke aanvechtingen van den boozen geest, krachtdadigen bij stand te verleenen, opdat wij voor hem niet zwichten, maar door uwe voorspraak aan zijne listen ontkomen, en, van de hel bevrijd, aan de eeuwige gelukzaligheid mogen deelachtig worden.
OnzeVader. Wees gegroet.
Wonder
Pater Ignatius Martinez der So-cieteit van Jesus, werd aan het Portugeesche hof als groot predikant geroemd. Naar Italië gereisd zijnde en te Padua vertoevend, wenschte hij de ongeschonden tong van den H. Antonius te kussen. Doch bij het vereeren dier heilige reliquie, voelde hij zich inwendig zoo hevig
m----— =4
— 172 —
getroffen over het misbruik, dat hij van zijn eigen tong maakte, door liever uit ijdele behaagzucht te preeken, dan met het doel om zijne toehoorders tot berouw over hunne zonden op te wekken, dat hij in tranen losbarstte, en zijne misslagen erkennende, besloot , om voortaan voor dien gevaarlijken eerepost van hofprediker te bedanken, en zich niets anders meer ten taak te stellen dan arme lieden te onderwijzen. Met het oog op zijne hoovaardigheid kwam hem dergelijke onderneming aanvankelijk vernederend voor, doch spoedig onderdrukte hij dit gevoelen, en mocht weldra de zoetste vrucht smaken van zijn nederig herderlijk ambt, dankzij den bijstand van den H. Antonius. Ten einde het volk af te houden van verkeerde liederen te zingen, componeerde hij godsdienstige gezangen, en mocht een voortreffelijk bewijs ondervinden , dat zijne onderneming Gode welgevallig was, daar hem eens een Engel tot slot van zijn dichtstuk een versregel dicteerde. Nadenootmoed
-1:^1
h- —
zïi
—173 —
der heiligen te hebben nagevolgd, viel hem zelfs het geluk ten deel, te sterven als een heilige. Hij had het verlof gevraagd en ook verkregen, om in het graf naast den stok te mogen rusten, welke hem op zijn apostolische tochten tot steun verstrekt had. Dan, lange jaren daarna, vond men bij het openen van zijn graf den stok groen en in bloeienden toestand terug, door eene nog ongeschonden hand omklemd. De koning van Portugal kuste die hand als bewijs van hoogen eerbied.
Dankzegging na ontvangen weldaden
Mijne ziel, loof den Heer, en alles wat in mij is prijze zijn heiligen Naam. Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet geen enkele zijner weldaden. De Heer is genadig en barmhartig , lankmoedig en van groote ontferming. Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, aldus ontfermt de Heer zich over hen, die Hem vreezen. Hoe vol erbarming hebt Gij mij, o God, de macht der
k--' quot;lamp;f
«7«
— 174 —
voorspraak van den H. Antonius doen gevoelen! Nu beken ik, dat niemand te vergeefs smeekt, die door Antonius God bidt. O mijn beminnelijke voorspreker en beschermer, door u dank ik God voor de mij verleende genade. Ik stel mij uit dankbaarheid geheel en al als een kind onder uwe vaderlijke hoede, en beloof u van nu af aan, altijd zorgvuldig de zonden te vermijden en God van ganscher harte te beminnen. Smeek voor mij, o H. Antonius, de genade af der volharding, want groot is Godin zijne Heiligen.
ter eere
uan den H.Antonius uan Padua
e H. Antonius stierf op eenen ji y Vrijdiig, doch wegens onder-scheidene moeielijkheden, welke tijdens de ter aardebestelling zijns lichaams zich voordeden, en de tallooze wonderen, die bij het i lijk plaats grepen, was men genood-I zaakt de begrafenis uit te stellen ; deze geschiedde eerst Dinsdag den 17quot; Juni 1232. Dien dag echter volgden talrijker en treffender mirakelen dan te voren. Uit dankbaarheid en j liefde wijdde het volk den Dinsdag i aan de godsvrucht en vereering van I den H. Antonius, die door God op zulk eene uitstekende wijze was verheerlijkt. Bij voorkeur werd 's Dinsdags het graf des heiligen bezocht, en algemeen heerschte te Padua de meening, dat men op dien dag alle genaden van God door zijne voorspraak kon bekomen. Deze
Jjy---------------------------gt;;
— 176 —
godsvrucht werd in het jaar 1617 op buitengewone wijze bekrachtigd, doordien de H.Antonius te Kologna aan eene aanzienlijke dame, welke hem dringend om eene bijzondere genade smeekte, des nachts verscheen en de volgende woorden tot haar sprak : « Bezoek gedurende negen Dinsdagen mijn beeld in de kerk van den H. Franciscus, en gij zult verhoord worden. » De godvruchtige vrouw volgde stipt het voorschrift van den heilige, en verwierf hetgeen zij zoo vurig verlangd had.
De Minderbroeders beijverden zich deze wonderbare gebeurtenis en de godsvrucht der negen Dinsdagen algemeen te verspreiden, en gansch Italië, benevens vele andere landen, brachten haar weldra in beoefening.
'■«f
Hoe aangenaam deze godvruchtige oefeningen aan God en den H. An-tonius zijn, bewijzen de ontelbare wonderen, genaden en weldaden, waarmede God ze heeft bekrachtigd. Er is wel bijna niemand gevonden.
$»■
•■4M
—177 —
die deze oefening van godsvrucht met levendig geloof en standvastig vertrouwen ondernomen heeft, zonder de verlangde genade of eene veel grootere gunst te hebben verworven. Bij deze godsvrucht nu behoort men het volgende in acht te nemen :
1. Men vereert den H. Antonius gedurende negen achtereenvolgende Dinsdagen in eene kerk van de orde der Franciscanen, door het bijwonen van eene of meerdere heilige missen, alsook door passende gebeden,waar-toe men naar verkiezing de volgende kan bezigen.
2. lederen Dinsdag nadert men met veel godsvrucht tot de HH. Sacramenten der Biecht en des Altaars. Het ontvangen dier heilige Sacramenten wordt, wel is waar, niet iederen Dinsdag gevorderd, doch dit is slechts aan te raden,opdat men in staat van genade zij en aldus eerder verhoord worde.
3. Op plaatsen, waar geen orde-kerken van den H. Franciscus bestaan, kan men deze godsvrucht in
16 33
-----^
V
— 178 —
eene andere kerk, of zelfs tehuis voor een beeld van den heilige met vrucht verrichten.
4. Als men de begonnen oefening wegens gewichtige tusschenkomen-de omstandigheden onderbreken moet, kan men ze later vervolgen en op de dagen, die men beschikbaar heeft, doorzetten.
5. Mocht er voor of na een dezer Dinsdagen een groote feestdag invallen, dan kan men op denzelven de heilige Sacramenten ontvangen, doch op Dinsdag de godsdienstige oefening houden.
6. Alwie uit deze devotie wezenlijke vruchten wil trekken, beijvere zich met de meeste zorg de deugden van den Heilige nauwkeurig na te volgen ; want de ware vereering der Heiligen bestaat in de navolging hunner deugden, gelijk de H. Au-gustinus zegt. (Serm. 47 de S. S.)
De voor deze oefening verleende aflaten zijn :
1. Alle geloovigen, die op een der negen Dinsdagen, welke het feest des heiligen (i3 Juni) onmiddellijk
.'At
f.r
V
— 179 —
voorafgaan, eene kerk der Minderbroeders bezoeken en de gewone voorwaarden, aan deze aflaten verbonden, vervullen, kunnen een vollen aflaat verdienen.
(Bened. XIV 7 Mei 1751.)
2. Op ieder en anderen Dinsdag des jaars een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen.
3. Vollen aflaat voor iederen Dinsdag, als men bij uitstelling van het Allerheiligste een Franciscaner or-dekerk bezoekt en verder de gewone voorwaarden van den aflaat vervult. (Clemens XIII 28 Maart 1763. — Clemens XIV 25 Mei r77o.)
Bijzondere gebeden voor elk der negen Dinsdagen
EERSTE DINSDAG
^Glorierijke H. Antonius,verheven, ((fj minnaar van Jesus-Christus, die ^ door de kracht van het heilig Kindje,dat gij op uwe armen draagt, zoo vele dooden tot het leven hebt opgewekt, heb medelijden met zooveel zielen, die door zware zonden
m*
5Ï?
vr~.
c—f —
-a;
— 180 —
het leven der genade verloren hebben. Verlos hen uit de slavernij des duivels en zorg,dat zij weder genade erlangen ; want deze is het, die den mensch verwijdert van de genegenheden tot het aardsche, hem ten hemel leidt en hem van een slaaf des vleesches,gelijk hij te voren was, tot een waar geestelijk wezen maakt. O, getrouwe voorspreker enbescher-mer, al mijne hoop, al mijn vertrouwen stel ik op u, al mijne bekommeringen en ellende werp ik in den schoot uwer ontferming. Gij, o groote heilige, zijt mijne vreugde en geluk; gij zijt het voorwerp en het doel mijns verlangens, de troost mijner ziel; gij zijt geheel mijne toevlucht. Ik kan derhalve niets anders doen, dan u door mijn gebed, mijne zuchten en tranen smeeken, een gelukzaligen dood voor mij te verkrijgen en mij te behoeden tegen de rampen en gevaren, welke mij ieder oogenblik bedreigen. Verwerf mij dan door uwe voorbede, o groote heilige, een ^ goed uiteinde, een gelukkigen over-
—-— Jfe
«A
o ^/v
^ 'quot;gt;gt;,.-------------—-7T^
Tamp;ï l quot; -J gt;k
: J — 181 —
n-ang van deze wereld naar den hemel. Wees mijner gedachtig en voer mij op den weg der gerechtigheid,
welke tot het hemelsch verblijf geleidt. Bescherm en bewaar de ziel van uwen dienaar (dienares), die aan zooveel gevaren van dit vergankelijk leven is blootgesteld. Stem den God, dien gij op uwe armen houdt, gunstig voor mij, opdat ik hier op aarde altijd met Jesus leve, en in den Hemel hem eeuwig aanbidde en love. Amen.
Wonder Zekere Marcoald, in de omgeving van Padua woonachtig, had eene vrouw met name Gillia, welke, ten gevolge eener tienjarige ziekte aan het been, lam en zoo machteloos was geworden, dat zij zich ter nau-wernood met krukken kon bewegen.
Toen het gerucht der bij den dood des H.Antonius gebeurde wonderen hem ter oore was gekomen, had de vrome man sterk vertrouwen dat zijne vrouw zou genezen. Hij voerde . haar op een paard naar Padua en
151 , ___A' '■
------ .
t/'V
liet haar de kerk binnenbrengen bij het graf van den Heilige. De god-vreezende Gillia bad vurig en werd genezen. Het been werd even recht als weleer, en zij keerde, de goedheid en macht van den wonderdoener verheerlijkende, te voet huiswaarts.
TWEEDE DINSDAG
Roemvolle H.Antonius,Seraphijn der goddelijke liefde, helderschij-nend licht der kerk, die ontelbare menschen, in de duisternis van misdaden en ongeloof, met den weg dei-waarheid tevens den weg des hemels hebt aangewezen,hun de zalige boetvaardigheid opleggende, verkrijg, bid ik u, voor alle goedgeloo-vige christenen, de volharding in het geloof tot het einde toe; voor alle geloovigen eene oprechte bekeering en voor alle zondaren eene heilzame levensverbetering. O groote heilige, u vertrouw ik het heil en leven mijner ziel. Ik geef mij zeiven en al wat in mij is, in uwe handen, opdat
'V
:83
gij mij den waren weg aanduidet. Verbreek de hardnekkigheid mijner ziel; maak dat mijn hart zich enkel tot God wende en in Hem beruste. Leer mij alles, wat op aarde is, gering schatten, de eerzucht vermijden, al het aardsche verachten, doch alleen de hemelsche goederen zoeken, en smaak vinden in die zaken, welke de eeuwigheid betreffen. Vernietig in mij die ongeregelde neiging, welke mij aan mij zeiven hecht en mij steeds tot zinnelijkheid en aardsch genot aanspoort. O goede heilige, wees de vriend mijner ziel; daarom zal uw naam verheven worden ; de mijne daarentegen in vergetelheid geraken; uwe, niet mijne werken, zullen verheerlijkt worden en alle men-schen zullen uwe grootheid loven en prijzen. Amen.
Wonder
In den jare 1682 had Judith Bianca te Napels hevige smart te verduren van eene allerpijnlijkste en afzichtelijke verzwering. Hieruit kwam dat
g'V- ------- -----------
'i 1 — 184 —
kwalijk riekende stoffen haar uit neus en mond vloeiden. Na alle mensclielijke middelen te hebben aangewend, nam zij hare toevlucht tot den H. Antonius, en begon de oefening der negen Dinsdagen. Bij het aanbreken der tweede week ontwaarde zij, onder het gebed, in den mond, een afgestooten vleesch-achtig gezwel, wat de oorzaak was harer kwaal. Vanaf dat oogenblik verdween de verzwering en kon zij den H. Antonius voor eene volko-mene genezing bedanken.
DERDE DINSDAG Groote H. Antonius, voortreffelijke en getrouwe vriend van Jesus, die door den aanbiddelijken Heiland bij uitnemendheid zijt uitverkoren, om een schrik te zijn voor den booze, ik bid u, bewaar mij voor de doodzonde, welke volgens de H. Schrift de ware booze geest en de gruwzame tiran onzer ziel is. Ontferm u mijner, o groote heilige, en bescherm mij door uwe voorspraak tegen dit ■f 1
■ 4i,i
%'U.
\ O:. ;
— i85 —
helsch gedrocht, dat mij wil beroo-ven van de genade mijns beminden Jesns, en mij aan den eeuwigen dood schuldig maken. Beschaam thans nog, o machtige H. Antonius,
dien oproerigen en gevaarlijken geest, die er slechts op bedacht is, hoe hij mijne ziel door zijne duivel-sche ingevingen ten verderve zal richten. Verdedig mij tegen de aanvallen van den helschen draak, en maak, dat ik door u geholpen, moge zegevieren over die duistere machten. Gij weet wel, dat ik genade en zelfs krachtige genade noodig heb, om haar te weerstaan en de natuurlijke genegenheden te overwinnen, welke van onze eerste jaren altijd ten kwade willen. Deel mij de genade mede, welke voor het heil mijner ziel zoo noodzakelijk is, opdat ik de booze neigingen mijner bedorven natuur, welke mij tot zonden en het verderf aanzetten, overwinne. Ondersteun mij en ontsteek in mijn hart het vuur dér liefde, want ik gevoel de heerschappij der zonde, welke strijd voert ,.
---------------^
_________
— 186 -
tegen het gezag van mijnen geest, waarbij ik niet zelden, als zij mij verleidt het zinnelijke na te jagen, gevangen word genomen. O spiegel van geduld, o volmaakt voorbeeld van deugd, begunstig ons met uwe weldaden in de ellenden en den druk waarmede wij ons, helaas, overladen gevoelen, en verkrijg ons van het Kindje Jesus, dat op uwe armen rust, de genade, allen tegenspoed, die ons ontmoet, met geduld te verdragen, opdat wij, hier op aarde ons kruis geduldig gedragen hebbende, ook eens in den Hemel de eeuwige vreugde mogen genieten. Amen.
Wonder
Een Poolsch edelman (hertog) te Padua aangekomen, begaf zich met zijn gevolg naar S. Prosdocimo, en terwijl hij achter langs de kerk van den H. Antonius kwam, vroeg hij, wat dat voor een gebouw was. Dat is, zeide men hem, de kerk van den H. Antonius, patroon dezer stad. Iemand van zijn gevolg, dit
V ,
lt;r%
—187 —
hoorende, wilde den geestige spelen, en sprak op spottenden toon : « Is het die Antonius, ter eere van wien de varkens eene bel om den nek dragen ? » Doch ternauwernood had hij dit gezegd, of zijn mond spleet van het eene oor tot het andere open, en zijn arm, waarmede hij de kerk aanwees, verdorde. De H. Antonius strafte aldus op hetzelfde oogenblik de vermetelheid van zijn ongelukkigen beleediger. De hertog, die het smadend gezegde niet gehoord had, waarmede die goddelooze den Heilige bespotte, vroeg zijn zoon,wat er gebeurd was. De toedracht der zaak vernemende, wekte hij den ongelukkige tot berouw op over zijne heiligschendende spotternij, en spoorde hem aan naaide kerk te gaan, om den Heilige vergiffenis te smeeken. De gestrafte volgde dien raad, en de H. Antonius vergaf hem die beleediging, schonk hem niet alleen zijn vorigen toestand terug, maar verwierf hem tevens de genade van eene oprechte bekeering.
vfr
— i88 —
VIERDE DINSDAG Wonderbare H. Antonius, die den zieken zoo dikwijls de gezondheid hebt teruggeschonken, en dengenen verkwikking hebt verleend, die in zwakheid zoowel naar lichaam als naar ziel tot u zuchtten, ik smeek u dringend, wil toch mijne ziel van al hare wonden genezen, en de genade des H. Geestes in mijn hart versterken, om het meer en meer met het vuur uwer liefde te ontsteken. Verkrijg mij, o groote Heilige, den zegen des Hemels, kracht in geloof en hoop, alsmede vergeving voor mijne nalatigheden. Draag aan de goddelijke rechtvaardigheid dit nederig gebed op : Ik heb gezondigd, o Heer, ik heb gezondigd. Ik bid U om vergiffenis, o mijn God. O Vader der barmhartigheid en God aller vertroosting, vergeef mij door uwe oneindige goedertierenheid ! O H. Antonius, zorg, dat deze bede mijns harten doordringe tot den troon der goddelijke barmhartigheid, opdat de liefderijke Zaligmaker, die
i8g
mij door zijn dierbaar Bloed verlost heeft, haar aan den eeuwigen Vader opdrage, ten einde vergiffenis der zonden, bevrijding der smarten die mij kwellen, en de eeuwige heerlijkheid te bekomcn.welke gij in den Hemel bezit. Amen.
Wonder
Nadat de Heilige eens gepredikt had, en een dorp in de nabijheid van Marseille doortrok, werd hij met zijn reisgenoot door eene god-vreezende vrouw dier plaats uitge-noodigd, bij haar eenige verkwikking te gebruiken, hetgeen hij aannam. Opgetogen van blijdschap, dat de H. Antonius binnen hare woning vertoefde, daalde deze vrome vrouw naar den kelder af om wijn te halen, doch vergat inderhaast de kraan van het vat dicht te draaien, of deed haar slechts ten halve toe, zoodat de wijn wegstroomde. Boven gekomen neemt zij een beker, en terwijl zij dien wil opvatten, houdt zij er den voet
r^.
— igo —
van in hare hand. De beker was van glas, en het arme vrouwtje zat er nog meer over in, dewijl zij hem slechts geleend had. Antonius, getuige van dit schouwspel en in den geest bespeurende, wat er, buiten weten van zijne gastvrouw, in den kelder had plaats gegrepen, wilde niet toelaten, dat de hem betoonde milddadigheid zou slecht beloond worden. Met de handen bedekte hij zijn aangezicht en sprak een kort maar vurig gebed, waarna men aanstonds den beker wederom in zijn vorigen toestand hersteld zag. De vrouw keert naar den kelder terug, en bemerkt dat de wijn uit het vat is geloopen ; doch het wonder, waarvan zij zoo even getuige was geweest, deed haar een tweede verhopen, en inderdaad: bij het vat gekomen, vindt zij dit gevuld met wijn van oneindig beter soort dan de vorige. Verheugd snelt zij de trappen op, om hare gasten te bedanken ; deze echter waren reeds vertrokken, daar zij wilden vermijden, dat het dubbel wonder in den
È
mr.
lt;!gt;•
Sb
i-/*
— igi —
omtrek ruchtbaar werd, terwijl zij noff aanwezisr waren.
VIJFDE DINSDAG Roemrijke H. Antonius, moedige bestrijder der ongeloovigen, die meermalen de boeien hebt verbroken van hen, die onder tiranie van vorsten zuchtten, ik bid u, verbreek de banden der zonden en booze neigingen, die mijne ziel kwellen. Ik smeek u, groote Heilige, verhoor dit ootmoedig gebed, dat ik voor uw altaar verricht. Bekom mij door uwe voorspraak een deugdzaam leven, ware zelfkennis, volmaakte versterving mijner zinnen en eene vol-komene overwinning in alle bekoringen. Ontsteek in mijn hart het vuur uwer goddelijke liefde. Weiger mij uwen bijstand niet als mijne ziel van het lichaam zal scheiden. Sterk mij in dat oogenblik tegen den vij-quot; and mijns heils. Kom mij te hulp in die bange uren, en verzoen mij met God, opdat Hij mij mijne zonden vergeve en ik de H. Drievul-
m
8 VY' ^
digheid, in het gezelschap der gelukzaligen immer moge loven en verheerlijken.
Kom, o H. Geest, vervul mij met uwe vertroosting opdat mijne ziel niet in zwakheid vervalle. Laat mij, o God, in uwe oogen genade vinden, die mij geleide en onophoudelijk aanspore, om goede werken te verrichten, door Jesus-Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in eenheid des H. Geestes in eeuwigheid. Amen.
Wonder
Zekere Antonius, die in de nabijheid van Padua was geboren, had ten gevolge eener beroerte het gebruik van den linker arm verloren. Tot overmaat van ramp werd hij van diefstal beschuldigd en voor de rechtbank gedaagd. God liet hem deze vernedering slechts ondergaan, om hem daarna te verheffen. Gevankelijk voor de rechters gebracht, begon hij met luider stem en een levend vertrouwen te bidden : « H. Antonius, » sprak hij
— igS —
« geef dat. indien ik schuldig ben, mij hier ten aanzien van een ieder, hetzelfde gebrek aan mijn rechter arm overkome, als wat ik aan mijn linker ondervind : dat zal mij voor immer in de onmogelijkheid stellen om te stelen; — ben ik echter onschuldig, sta mij daarentegen toe, dat ik in tegenwoordigheid der rechters van mijn gebrek geneze! » Nauwelijks was dit gebed geëindigd, of hij kreeg het gebruik van zijn linkerarm terug.Volkomen genezen, werd hij in 't bijzijn van elk verlost van zijne kwaal en ontheven van de misdaad, die men hem ten laste legde.
ZESDE DINSDAG
Mijn God, oorsprong van barmhartigheid, Gij hebt aan mij gedacht, toen ik U verlaten had. Geef, dat ik immer aan U ert uwe geboden denke. O eenige sterkte mijner ziel, maak haar door uwe vol-komene reinheid altijd vrij van 17 33
%%.- -
fT ;
— 194 —
aardsche begeerten. Dat is het doel mijner hoop; zonder U is er geen ware en rechtmatige vreugde te verwachten. Toon mij door de verdiensten van uwen getrouwen dienaar , Antonius , uwe goddelijke barmhartigheid. Verbeter, o Heer, in mij wat onvolmaakt is.
O groote H. Antonius, die vele zieken hebt genezen, aan menigeen het gezicht, het gehoor en de spraak hebt terug geschonken, genees door uwe voorspraak alle ziekten mijner ziel en hare ongeregelde begeerten; heersch over mijne tong, opdat ik ze niet tegen de eer van God mis-bruike of tegen den evennaaste , dien God mij bevolen heeft te beminnen. O, hoe dikwijls klopt de lieve Jesus aan de deur mijns harten, en wil Hij mij in zijnen dienst aannemen, mij tot waakzaamheid en overweging der eeuwige waarheden aanmanende, terwijl ik mij bezig houd met datgene, wat als eene schaduw voorbijgaat! Maak, dat de goddelijke ingevingen tot mij doordringen, en wil toch verhoeden, dat -------------------------------------
igS
ik de veiiokkende stem mijner zinnelijkheid volge. O wonderbare Heilige, die door eene bijzondere genade Gods, zooveel verloren zaken terugbrengt , maak dat ik de genade Gods en de rust mijner ziel wedervinde, welke ik ongelukkigerwijze door de zonden heb verloren, en wat mij meer dan eenig ander verlies leed doet. Amen.
Wonder
In de nabijheid/van het klooster, genaamd Monte Paolo, staat eene kapel, toegewijd aan den H. Anto-nius, opgericht als een bewijs van dankbaarheid voor het wonder dat wij gaan verhalen. Zekere Jacobus Paganelli, van Ravenna, was doo-delijk ziek , en de geneesheeren wanhoopten aan zijn behoud. Zijne bloedverwanten , die hem geen oogenblik verlieten, en over zijn toestand in de grootste onrust verkeerden, zagen dat hij eensklaps kalm werd en een zucht liet. Eenige oogenblikken daarna ontwaakte hij en wierp zich uit het bed, roepende :
■
----------------------
— 196 —
« Tolle grabatum tuum et ambula : neem uw bed op en wandel. quot; De aanwezigen dachten dat hij in ijlenden toestand verkeerde, doch Jacobus hield vol dat hij genezen was. Hij had gedroomd dat hij voor de reliquiekast van den H. Antonius stond, en ofschoon hij die nooit had aanschouwd, gaf hij er niettemin eene heel nauwkeurige beschrijving van. Terwijl hij zich aldaar bevond, had de heilige hem geboden zijn bed op te nemen en te wandelen, gelijk men hem zoo even had hoo-ren roepen, en hij gevoelde zich op eens genezen. Over dit wonder getroffen, deed hij de belofte, tot het einde zijns levens, kleederen te zullen dragen van dezelfde kleur als dat van den 'H. Antonius, en eene kapel te zijner eer te bouwen. Hij vervulde die belofte, vereeuwigde de wonderbare genezing door een opschrift, en leeide daarna nog tien jaren.
*
I-
__
: A 2
197 —
ZEVENDE DINSDAG Ik nader tot uwen troon, o onsterfelijke Koning der heerlijkheid, ofschoon ik aan stof en asch gelijk ben. Uwe zoo milde goedheid schenkt mij moed, om voor uw aangezicht te verschijnen en U mijn hart uit te storten. Alles wat mij aangaande de deugdzaamheid is geleerd, wil ik in uwen dienst aanwenden. O mijn Heer en mijn God, geef ons de genade, alleen op U onze hoop te vestigen en ons onder uwe vleugelen verborgen te houden. Bescherm ons tegen alle vijanden, wek ons uit onze traagheid op. Dat degedachte aan U in ons werke, dat zij ons opwekke en ontsteke, opdat wij uwe zoetheid smaken en onze harten tot U opheffen. Schenk mij U zeiven, o mijn God, want ik bemin U. En geef dat, dewijl ik U niet genoeg liefheb, ik U meer en meer beminne , zonder ooit van U te scheiden. Ik weet en erken, dat ik zonder U overal niets dan ellende en rampspoed aantref. Derhalve stel
5#-----^
M:gt;---------------------
- i98- ^
ik al mijne bezorgdheid in uwe handen, o Heer, opdat ik leve en uwe geboden onderhoude. Gij kent mijne onwetendheid en zwakheid; onderricht en genees mij.
O II. Antonius, heilige vrienden dienaar Gods, leer mij den weg des hemels ; geef dat ik de voetstappen volge van mijn Verlosser Jesus-Christus; wees mij een getrouwe gids ; verlicht mij in de duisternissen van dit sterfelijk leven; wees mijn helper in alle gevaren naar lichaam en ziel; toon mij wat ik doen en vermijden moet tot eer van God en het heil mijner ziel. Verlaat mij niet, o groote Heilige. Gaarne wil ik onder uwe leiding leven en sterven. Amen.
Wonder
De oorspronkelijke schilderijen , die den H. Antonius voorstellen, brengen den indruk te weeg van den diepen ootmoed die hem bezielde. De schilderij van Giotto, welke aan den linkerkant van het hoofdaltaar zijner kerk hangt, legt getuigenis af
«/»
igg
dier nederigheid, en verspreidt te gelijk den roem, als loon aan deze deugd verbonden. In het jaar 1749 barstte er in de kapel van den heiligen Antonius een hevige brand uit, en alles wat zich daarin bevond, werd eene prooi der vlammen. Alleen de schilderij van Giotto werd door het vuur gespaard , en behield al haar luister, zonder zelfs door den rook te worden beschadigd. Dit wonder maakte haar nog meer veree-renswaardig, en men smaakt een altijd nieuw genot, daarin de trekken van den heilige te aanschouwen.
ACHTSTE DINSDAG
Heb dank, o mijn God, dat Gij in uwe almachtige goedheid de wereld hebt geschapen en haar door uwe wonderbare wijsheid bestiert. Ik dank U, mijn God, dat Gij alleen mijne gansche vreugd en hoop uitmaakt. Ik dank U voor al uwe gaven en voornamelijk hiervoor, dat Gij mij zoo menigmaal mijne zonden
us
vergeven hebt. Dat de hemel U love, en de aarde uwe macht verkondige, o oorsprong aller genade en goedertierenheid ! Hoe dikwijls heb ik mij van U afgewend en mij tot de ijdele wereld begeven, terwijl ik den weg uwer geboden verliet! O hoe billijk is het, dat ik U bemin, U dank betuig en uwe verheven Majesteit onophoudelijk wegens hare oneindige barmhartigheid love, daar deze mij uit al mijne dwalingen heeft geholpen. O mijn God, die mijne schreden kent, ontferm U mijner en gewaardig U, mijne door de zonden verzwakte ziel te versterken.
O roemvolle H. Antonius, medelijdende vertrooster der bedroefden, die den bedrukten zoo dikwijls in hunnen nood te hulp komt, verlaat mij niet; ondersteun de armoede mijner ziel. Ongeduld, achterdocht en booze oordeelvellingen vervoeren mijne ziel, sporen mij tot wraak aan en tot vernedering van anderen; niet licht vergeef ik beleedigingen • en ik erbarm mij niet over mijnen
W
i
F
vl
— 20I -
naaste. Dat God zich door u, o groote Heilige, ontferme over mijne ellende en mij helpe tot eene oprechte bekeering. Geef, dat ik getroffen worde door de pijlen der goddelijke liefde, en het genot der wereld met hare ijdele genoegens vermijde. Dat de genade mijne zwakheid versterke en mijn leven voor ongevallen behoede. Dat de allerheiligste barmhartigheid mij bijsta en mijn verlangen vervulle, door den overvloed uwer verdiensten. Maak dat ik van den weg der deugd nimmer afwijke, opdat ik eens in uw gezelschap den drieëenigen God eeuwig prijze en love. Amen.
Wonder
Een lutherschprotestant uit Saxen, Henri Hinez genaamd, was in het bezit van eene schilderij, waarop de H. Antonius stond afgebeeld, en welke hij uit minachting omgekeerd aan den muur zijner kamer had hangen. Eenige katholieken merkten hem zulks op, en draaiden haar 18 32
A-5
Mc
•A'.
e*!,'
a gt;. .......- - -------------- ------------------------
w.
— 202 —
in zijn bijzijn om; doch zoodra waren zij niet verdwenen, of de man keerde ze op nieuw om, zeggende : « Als ze zich van zelf omdraait, word ik katholiek. » Dit was een soort van tegenstand, welken hij bood aan zijne inwendige wroegingen. Doch verbeeld u zijne verslagenheid, toen weinige dagen later het portret zich niet slechts van zelf omwendde , maar zich van den muur onthechtte en in de lucht bleef hangen. Niettegenstaande dit geval en de vrees, welke hij er door ondervond, volbracht hij echter geenszins zijne belofte om de dwaling af te zweren. Hij meende dat lange reizen zijne gemoedsbezwaren zouden afleiden; doch waarheen hij ook trok, de knaging en kwelling des gewetens kon hij niet ontkomen; integendeel, zij verergerden. Nadat hij onderscheiden ver afgelegen streken had bezocht, kwam hij in Italië, en nam in Toskane dienst. Meer dan ooit door inwendige beroeringen geteisterd, bevond hij zich eens te Porto-Ferrajo, en hoorde
e rt'
toevallig den eerwaarden bisschop van Massa, Monseigneur PaulPecci, preeken. Alsdan zwoer hij door tusschenkomst van den H. Antonius de dwaling af, om den katholieken godsdienst te omhelzen. Verder leefde hij als oprecht christen , voelde zich tot den geestelijken staat geroepen, trad in de orde der Conventueelen, onder den naam van broeder Antonius-Paulus, en stierf eindelijk als een volmaakt kloosterling.
NEGENDE DINSDAG
Mijn aanbiddelijke Jesus, die alleen uit eigene kracht wonderwerken verricht en U toch wonderbaar wilt toonen in uwe heiligen, daar Gij hun de gave mededeelt, wonderen te doen, om of wel uwe goddelijke macht in hen te laten schitteren, of om door hunne bemiddeling uwe weldaden aan de wereld te schenken; — ik, ellendig schepsel, aanbid U met diepen ootmoed; ik dank U met de meeste erkentelijk-
^lk,______-
----
— 204 —
heid voor de bijzondere gunsten en genaden, waarmede gij uwen trouwen dienaar, den H. Antonius van Padua, hebt verrijkt. Bij de beschouwing van zooveel groote voorrechten, die Gij hem verleent, bid ik uwe goddelijke barmhartigheid, schenk door zijne voorspraak en verdiensten aan allen, die zich met godsvrucht tot hem wenden, het leven der genade; zoo zij zich in dwaling bevinden, het licht der waarheid; als zij in onrust en verdriet verkeeren, troost; indien zij ziek zijn, de gezondheid; hebben zij hunne goederen verloren, dat zij ze terugvinden. Ik smeek uwe goddelijke Majesteit dringend, laat ons in al onze noodwendigheden de gunstige uitwerking zijner voorspraak ondervinden, opdat wij uwe barmhartigheid eeuwig mogen prijzen. Ik aanbid U, o almacht des Vaders; U aanbid ik, o wijsheid des Zoons; ik breng U de hulde der aanbidding, o liefde van den H. Geest. In alle nederigheid dank ik U, o allerhel
cJa
— 205 —
ligste Drievuldigheid, voor al het goede, mij ooit bewezen, en bid U ten zeerste , wil mij de gunst, waarnaar ik vol vertrouwen verlang, genadig verleenen, mij nimmer verlaten in mijnen nood, maar door de verdiensten en voorspraak van mijnen beschermer Antonius, mij goedgunstig verhooren. Amen.
Wonder
Te Trente liet een ridder zijn kostbaren ring, dien hij aan den vinger droeg, in een meer vallen. Vol spijt over dit verlies, begeeft hij zich naar Padua, laat er ter eere van den H. Antonius eene zingende Mis opdragen, en komt middelerwijl op de markt. Daar valt zijn oog op een keurigen visch, dien hij koopt om hem aan de Paters Franciscanen ten geschenke te doen; dit alles met het inzicht om zijn ring terug te vinden. En, o wonder! Bij het opensnijden van den visch vinden de kloosterlingen in de ingewanden het vermiste kleinood. Onverwijld bracht men het den ridder terug, die
206
geheel verwonderd, luide den roem van den H. Antonius verkondigde.
SLUIT6EBED na afloop der negen Dinsdagen
H. Antonius, getrouwe voorspreker, met Gods genade en onder uwe bescherming heb ik de godvruchtige oefeningen, welke gij zelf hebt aanbevolen, geëindigd. Wel was ik van goeden wil om alles te doen, wat tot uwe verheerlijking kon bij dragen; maar gij kent mijne zwakheid en nietigheid, en weet hoe gering mijne godsvrucht is; vergoed derhalve hetgeen daaraan ontbreekt , offer uwe verdiensten en goede werken voor mij op, en geef dat ik, onwaardige, genade en .verhooring vinde. Amen.
CJ
V
—•:—
RESPONSORIUM
ter eere
VAN DEN H. ANTOSrüS VAN PAÜUA
door den H. Bonaventura vervaardigd
en i3n April 1263, dus 32 jaren naden dood en de begrafenis van den H. Antonius, woonde de H. Bonaventura, als generaal der orde, de plechtige opgraving van het gebeente des heiligen te Padua bij. Toen men de tong van den heiligen Antonius nog geheel frisch, rood en ongeschonden bevond, nam de H. Bonaventura haar in zijne handen en sprak : « O gezegende tong, die God altijd geloofd hebt, en anderen leerdet Hem te prijzen; helder blijkt het thans hoe groot uwe verdiensten zijn bij God. » — Vervolgens kustte hij die heilige tong, en werd zoozeer tot de veree-ring van den H. Antonius gedreven, dat hij er slechts op bedacht was, om diens wonderen naar waarde te
— 208 — ï
vermelden. En als hij dan, in verrukking opgetogen, gereed was om den lof van den H. Antonius in zijne wonderen te beschrijven, voelde hij hoe de pen tusschen zijne gewijde vingeren zich als van zelf bewoog, en onder Gods leiding, schreef nu zijne hand het beroemde Responsorium van den H. Antonius neder :
RESPONSOKIÜM Wilt gij mirak'len zien : (wat alle menschen duchten) En dood, en ketterij en ongelukken (vluchten :
Dehelsche vijand wijkt, melaatsch-(heid zelfs vergaat; Geen krankheid, die haar prooi niet (gezond verlaat. R) De zeeën vlieden heen van over-(stroomde landen. De boeien laten los aan sterk geknelde handen. Geeu lidmaat ooit zoo dor, niets wat (verloren ging, Dat jong en oud, die bad, niet weer (terug ontving. Het grimmigste gevaar , ja , elke (nood moet wijken.
lt;
— 209 —
Dat hij, die 't ondervindt, uit alle (land en rijken. Hier eiken twijfel wraakt, en luide (en openbaar Met Padua verhaalt getuigen al te
(gaar.
R. De zeeën vlieden heen van over-(stroomde landen, enz. Eere zij den Vader, den Zoon en
den H. Geest, enz.
R. De zeeën vlieden heen van overstroomde landen, enz. V. Bid voor ons, o H. Antonius ! R. Opdat wij waardig mogen worden der beloften van Christus.
GEBED
Laat, o God, uwe Kerk zich verheugen in de dankbare en betrouw-volle herinnering aan uwen zaligen belijder Antonius,opdat zij door geestelijke hulp, te allen tijde beschermd en waardig gemaakt worde, om eenmaal de eeuwige vreugde te genieten, door Christus onzen Heer. Amen.
Bemerking. Telkens 100 dagen aflaat. Wie dit Responsorium gedurende eene heele maand dagelijks bidt, kan op een dag der maand naar verkiezing een vollen aflaat verdienen onder voorwaarden van te biechten, te communiceeren en eene kerk of openbare bidplaats te bezoeken, om er te bidden tot intentie van Zijne Heiligheid.
(Pius IX, 25 Januari 1866.)
quot;5»
m
kleine: getijden
van den
H, ANT0N1US VAN PADUA
DE METTEN
De Zegen van den H. Antonius.
iet het kruis des Heeren; vlucht, gij weerspannige partijen, de leeuwuithetgeslacht vanjuda, de wortel van David heeft overwonnen. Alleluja.
v. Heer, open mijne lippen, r. En mijn mond zal uwen lofverkondigen.
v. God, geef acht op mijne hulp. r. Heer, haast U om mij te helpen. Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluja : Lof zij U, Heer, Koning der eeuwige heerlijkheid!
Lofzang Bij 't vernemen van de mare, . Dat een Minderbroeder-schare,
pp ---------
— 211 —
Vijf in tal als mart'laar sneeft, En voor Jesus 't leven geeft,
Wordt hij aanstonds Minderbroeder, Draagt zich op aan de Albehoeder, En met 't Woord Gods in de hand, Snelt hij naar der wilden strand.
Geef, o Jesus, vol genaden.
Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.
Ons door zijn gebed bevrijd'.
Antipiioon
O wonderbare Held van Spanje, schrik der ongeloovigen, nieuw licht van Italië, kostbaar Pand van Padua, verkrijg voor ons, Antonius, de bescherming der genade van Christus, opdat wij den korten tijd, die ons vergund wordt, niet vruchteloos laten voorbijgaan.
Dat alle kinderen des Heeren zich verblijden.
Dat zij den lof van den H. Antonius alom verbreiden.
Gebed
O God, die door de H. Kerk
312
t.»
wonderbaar genoemd wordt in uwe heiligen, door wier voorspraak zij bijstand gevoelt in alle kwellingen, verleen ons, dat wij, die in den naam van uwen zaligen belijder An-tonius vergaderd zijn, mogen verkrijgen, wat wij verzoeken ; opdat wij in alle voorvallen beschermd wordende, nimmer ophouden u te loven en te danken, doorJesus-Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
DE PRIMEN
God, geef acht op mijne hulp.
Heer, spoed U, om mij te helpen.
Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Hij verdrijft de ketterijen.
Met het woord Gods te versprei'en, Breekt der helle kerkerslot. En bevrijd de Bruid van God,
Geef, o Jesus, vol genaden,
Groot in macht, en groot in daden, Dat Antonius altijd,
Ons door zijn gebed bevrijd'.
-
— 2l3 —
Antiphoon
Door wonderteekenen, die van Gods (macht getuigen.
Doet hij het ongeloovig volk, zich (geloovig nederbuigen.
Voor God, zijn Heer, wiens dierb're (Bruid, hun lastermond.
Door hun vermeten taal, zoo dikwerf (had gewond. Ontwaak, heilige Antonius, tot onze
(hulp,
Verlos ons van alle zichtbare vijan-
(den.
Gebed
O God, die uwen H. belijder Antonius, zulk een uitmuntenden verkondiger van uw Woord gemaakt, en de H. Kerk door zijne zalige leering zoo wonderbaar verblijd hebt, verleen ons genadig, dat wij, hetgeen hij ons met woorden en werken geleerd heeft, door zijne voorspraak getrouw mogen navolgen, door Jesus-Christus, uwenZoon, onzen Heer. Amen.
,'ikc 71$r, -----------------tvjfer'
— 214 — DE TERTIEN
God, geef acht op mijne hulp, Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Waters vloeien uit de steenen, Hardversteende harten weenen. Als zijn tong, die honig vloeit. Hem met 's Hemels dauw besproeit.
Geef, o Jesus, vol genaden,
Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.
Ons door zijn gebed bevrijd.
Antiphoon
Hij dorstte steeds naar U; o God, en
(placht te waken, Van 't eerste morgenlicht, in uwen
(dienst en zaken; Gij wildet, dorstend aan het kruis,
(dan voor hem zijn Een helderschijnend licht, een le-
(vende fontein. Doe door uwe verdiensten, aller-minnelijkste Antonius
Tr
■
— 2l5 —
Onze harten in de liefde van Chris-
(tus smelten.
Gebed
Stort, allerliefste J esus, den vruchtbaren regen uwer liefde overvloedig over onze dorre harten uit, en zuiver ze door de voorspraak van den H. Antonius van alle vlekken der zonden, gij die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE SEXTEN
God, geef acht op mijne hulp.
Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Hij had altijd in zijn leven,
't Heilig kruis in 't hart geschreven. Droeg dit teeken in de ziel.
Dat hem nimmer lastig viel.
Geef, o Jesus, vol genaden.
Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.
Ons door ziin srebed bevrijd'.
^—-— A
tT'
— 216 —
Antiphoon
Looft, schepselen, den Heer, die uit
(de hemelzalen.
Zijn milden zegen op u allen neer
(doet dalen, Enuwe hoop beloont door 'tonwaar-
(deerbaar goed, Dat door Antonius, Hij voor U allen
(doet.
Dat allen zich verheugen en verblijden.
Die door Antonius tot den schoot (der H. Kerk gebracht zijn.
Gebed
O God, voor wiens aanschijn de hemelen zelf niet zuiver zijn, sla een oog van genade op ons, wier vlekken gij,door het dierbaar Bloed van uwen eenigen Zoon, gewaardigd hebt af te wasschen, en vergun ons, dat wij door de voorspraak van den H. Antonius, zóó door de tijdelijke goederen mogen wandelen, dat wij met onzen geest altijd naar U en naar de eeuwige goederen wenschen en ver-, langen mogen, door denzelfden J e- 1'
0.------
— 217 —
sus-Christus, die met U en den heiligen Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE NONEN
God, geef acht op mijne hulp.
Heer, spoed U, om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Zijne ziele wordt ontbonden.
En in die fontein verslonden.
Waar zij nu in vrede rust.
Eeuwig haren dorst aan bluscht.
Geef, o Jesus, vol genaden.
Groot in macht en groot in daden, Dat Antonius altijd.
Ons door zijn gebed bevrijd'.
Antipiioon
Verheug u, Padua, in wier verblijde
(staten.
De Heer zulk een schat heeft in bezit (gelaten.
En dat de goede God u heeft geopenbaard, 19 3?
— 2l8 —
In welk een schoon altaar hij dient
(te zijn bewaard. De heilige verheugt zich in zijne
(heerlijkheid. Hij verblijdt zich in zijne rustplaats.
Gebed
Laat, o genadige God, uwe heilige Kerk zich verheugen in de voorspraak van uwen H. belijder Anto-nius, opdat zij door geestelijke hulp te allen tijde gesterkt en waardig gemaakt worde om eenmaal de eeuwige vreugde tegenieten, dooronzenHeer Jesus-Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid des heiligen Geestes in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE VESPERS
God, geef acht op mijne hulp. Heer, spoed U om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Toen hij zalig was gestorven, Is zijn stoflijk deel bedorven
C—Ö-
— 2ig —
Maar zijn tong, Gods lof gewoon,. Bleef onbedorven en zeer schoon.
Geef, o Jesus, vol genaden,
Groot in macht en groot in daden. Dat Antonius altijd.
Ons door zijn gebed bevrijd'.
Antiphoon
O zegenrijke tong, die zongt den lof
(des Heeren, En ook denzelfden lof den menschen (placht te leeren, , Wij zien nu zonneklaar, door zulk (een wonderdaad. Op welk eenhoogen trap gij in Gods (achting staat. Gezegend zijde H. Antonius,wien de Allerhoogste in den hemel met zijne heerlijkheid gekroond heeft.
Gebed
Verhoor ons, o God, onze Zaligmaker, opdat wij door de voorspraak van den H. Antonius, uwenbelijder, den H. Geest, dien Gij beloofd hebt aan allen, die Denzelven vragen, heden door zijne verdiensten waar-
'W:
«/'quot;u
- j
dig mogen worden te ontvangen, dien zaligmakenden Geest, die met U en den Vader leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
DE COMPLETEN
Bekeer ons, God, onze Zaligmaker, En wend uwen toorn van ons af. God, geef acht op mijne hulp,
Heer, spoed U om mij te helpen. Eere zij den Vader, enz.
Lofzang
Wil aan uwe dienaars geven, Zoo gestorven als die leven,
Door uw voorspraak vol van kracht, 't Goed, waar iedereen naar wacht.
Geef, o Jesus, volgenaden.
Groot in macht en groot in daden, Dat Antonius altijd.
Ons door zijn gebed bevrijd'.
Antipiioon
Nu is hij deelgenoot der hemel-
(vreugd geworden. Van 't zalige getal der Vaders van (zijn orden,
Wier leven hij hier had beoefend
(met de daad. Zie, welk een kroon de deugd haar (minnaars achterlaat. Gebed
Goedertieren Jesus, die uwen belijder , den heiligen Antonius, met gedurigen luister van wonderteeke-nen versiert, verleen ons genadig, dat wij, hetgeen wij met vertrouwen door zijne verdiensten verzoeken , door zijne voorbede mogen bekomen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
OPDRACHT Antonius, neem de getijden,
Die 'k u ter eere bied, toch aan. Ik wil uw dienaar zijn voortaan. Wil door uw macht mijn ziel bevrijden.
Haar steeds beschermen in den nood. Vooral in 't uur van mijnen dood. Wanneer zij zal van 't lichaam (scheiden,
Geef, dat zij op dien laatsten dag, U tot haar leidsman vinden mag, Die haar met liefde zult geleiden,
— 222 —
Door uwe hulp en aan uw hand, Tot in 't hemelsch Vaderland! Ach, toon ook, bid ik, uw vermogen Aan de zielen Gods aanschijn. Opdat ze in vrede rusten mogen ; Verkrijg van Gods barmhartigheid Voor haar de volle zaligheid.
DE DRIE VOETVALLEN
TER EERE
der allerheiligste Drievuldigheid
EERSTE VOETVAL
allerheiligste en gezegende Drieëenheid! voor het altaar des allerheiligsten Sacraments, waar het waarachtig Lichaam en Bloed van Jesus-Christus tegenwoordig is, val ik voor U neder, in vereeniging met de brandende liefde van den H. Antonius, waarmede Gij hem tot het genot uwer eeuwige aanschouwing hebt uitverkoren, en waardoor hij U reeds vóór de schepping der wereld welgevallig is ge-f '
«A l - -
223
- *
weest, en zulks in eeuwigheid zijn zal. — Lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte zij onzen God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Onze Vader. — Wees gegroet.
TWEEDE VOETVAL
O allerheiligste en gezegende Drievuldigheid ! ik val u te voet in vereeniging met de groote liefde, waarmede uw dienaar Antonius door de vereering uwer Godheid, uw goddelijk Hart zoo innig tot zich trok, dat hij den menschen door hetzelve dien overvloedigen stroom van bovennatuurlijke gunsten en genaden kan verwerven en mededee-len, waardoor uw lof en de vereering van den H. Antonius dagelijks toenemen. Deswege zij U, o verheven God, lof en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en sterkte zoo van mij als van al uwe schepselen, in den hemel, op de aarde en onder de aarde, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
rgt;nze Vader. — Wees gegroet.
■
— 224 — DERDE VOETVAL
O allerheiligste, gezegende Drievuldigheid , door dezen voetval wensch ik al datgene aan te vullen, wat de H. Antonius op aarde ter bevordering uwer eer en van den bloei des geloofs uit menschelijke onmacht niet heeft kunnen bijbrengen, en zulks in vereeniging met die hemelsche godsvrucht, liefde en ootmoedigheid, waarmede hij zelf dit zou volbracht hebben, als hij nog op aarde leefde, en het doorzicht had,dat hij thans in den hemel heeft.
Deswege zij U, o verheven God, lof en heerlijkheid, wijsheid endank, eer, macht en sterkte zoo van mij als van al uwe schepselen, in den hemel, op de aarde en onder de aarde, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
SLUITGEBED
O getrouwe en beminnenswaardige beschermer, H. Antonius, ik bid U door het allerheiligste hart
£ n
Je
ë
— 223 —
van onzen Heer Jesus-Christus, waarin Hij al de wonden zijns Lichaams heeft geleden, doe mij nu ondervinden hoe machtig gij thans zijt voor het aanschijn Gods. — Doe mij met zekerheid in mijnen kommer op verhooring hopen, opdat ik met allen, die U in hunnen nood aanroepen, blij te moede, zeggen kan. Inderdaad, de oneindige God leeft en heerscht in zijnen trouwen dienaar, den H. Antonius, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
Uwe gezegende tong, H. Antonius, die steeds Gods lof verkondigde en anderen daartoe aanspoorde, zij in eeuwigheid geprezen. — Nu blijkt het zonneklaar, welke groote verdienstengij verworven hebt bij God, dewijl dezelve, twee-en-dertigjaren na uwen dood, gansch schoon, rood en frisch bevonden werd, en nog tot heden te Padua ongeschonden wordt vereerd.
si
I_ I T A N I E
van den
HEILIGEN ANTONIUS VAN PADÜA
Christus, ontferm U onzer.
_ , Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God , ontferm U onzer.
H. Maria, moeder en beschermster van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Franciscus, vader en onderrichter van den H. Antonius, bid voor ons.
H. Antonius van Padua, bid voor
eer, ontferm U onzer.
ons.
''*• -----------
— 227 — H. Antonius, zalige vrucht van Spanje, bid voor ons.
nieuw licht van Italië, beschermer en glorie van Padua,
apostel van Frankrijk,
navolger van den heiligen Fran-
ciscus,
lelie van zuiverheid,
kostelijke perel der armoede, klaarblinkend licht van gehoor-zaamheid,
.3 spiegel van boetvaardigheid, o roos van verduldigheid, o
K pilaar der heilige Kerk, quot;
verkondiger der gratie,
uitroeier der zonden,
vertreder der wereld,
verheffer der glorie van den Oppersten Vader,
ootmoedige verberger der wijsheid,
leeraar der waarheid,
blinkende ster in het firmament van de serafiensche orde.
aas___ ^
SW-----------------'v,
i/1'
mr 4k
— 228 —
H. Antonius, ark des Testaments, bid voor ons.
trompet van den Allerhoogste, voorvechter des geloofs vanhet hoogwaardig- H. Sacrament, brandende naar den marteldood,
geesel der ketters,
schrik der ongeloovigen,
roede der tirannen,
ijverige liefhebber van Gods
m B1.
o wonderbare mirakeldoener, o ^ patroon in verlorene zaken, ° . toevlucht der armen, g
K gezondheid der zieken, quot;
vertrooster der bedrukten,
hof van vreugden,
kenner der harten,
voorzegger der toekomende dingen,
verwekker der dooden,
schroom der duivelen,
navolger der Patriarchen en
Profeten,
nabeeld van de Apostelen,
-4^
A-
H fgt;\«
— 229 —
H. Antonius, uitstekende onder de
Leeraars, bid voor ons. H. Antonius, glorie der Heiligen,
bid voor ons.
H. Antonius, onze allerzoetste vader
en beschermer, bid voor ons.
Jesus, wees ons genadig , spaar ons, Heer.
Jesus, wees ons genadig, verhoor
ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van de macht des duivels.
Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood.
Door de verdiensten van den heiligen Antonius,
Door zijne brandende liefde, lt;; Door zijnen iever tot de bekeering
der zondaren, °
Door zijne vurige begeerte tot den o
marteldood,
Door zijne gedurige volharding in ^ zijne beloften van armoede, zui- $ verheid en gehoorzaamheid,
Door zijnen onvermoeiden arbeid.
■-«j'
U...........:___________vV
ètr -- hJ
— 230 —
Door de zeldzame verscheidenheid zijnermirakelen, verlos ons, Heer.
In den dag des oordeels, verlos ons. Heer.
Dat Gij ons tot een waarachtig leedwezen onzer zonden wilt brengen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in onze harten wilt ontsteken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons deelachtig wilt maken van de voorspraak en verdiensten van den H. Antonius, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij dit land in den dienst van den H. Antonius wilt laten volharden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij allen, die tot den H. Antonius hunne toevlucht nemen, gezondheid naar ziel en lichaam wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij, door de verdiensten van den H. Antonius, in alle soorten van deugden mogen voortgaan, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij alle minnaars en dienaars van den H. Antonius in alles met
MgtXj- __________
.quot;J®
23I —
uwen zegen wilt voorkomen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U gewaardigtons te verhoeren, wij bidden U, verhoor ons. J esus-Christus, Zoon van den levenden God, wij biddenU, verh. ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, datwegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer, enz.
Onze Vader, enz.
v. En leid ons niet in bekoring,
r. Maar verlos ons van den kwade. Amen.
v. Bid voor ons, H. Antonius!
r. Opdat wij mogen waardig worden der beloften van Christus.
Gebed
O Heer Jesus-Christus, dieop den Goeden Vrijdag, omtrent 6 ure, op het altaar van uw allerheiligste kruis
V
»1
— 232 —
hebt willen verheven, worden , en omtrent g ure (1) uwen geest hebt willen geven in de handen van uwen hemelschen Vader, wij bidden U door uwe verdiensten, en door die van den H. Antonius, wiens ziel ook op eenen Vrijdag van de wereld is gescheiden , en wiens heilig lichaam den derden dag van de volgende week begraven is, dat wij, door de voorspraak van denzelfden beschermer, de vrucht van uwe verlossing en onze zaligmaking in ons gedurig mogen gewaar worden : die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.
Volgens de rekening der Joden alsdan.
fr
Godvmohtige Gebeden
TOT
DEN H. ANTONIUS
IN ALLERLEI AANGELEGENHEDEN
gelijk ze vervat zijn in het Responsorium van den H. Bonaventura
I.
GEBED VOOR EENEN GELUKZALIGEN DOOD
H. Antonius, overwinnaar des
doods, die door uwe allerver-mogende voorspraak bij God
velen dooden het leven des lichaams, maar nog meer aan geestelijke dooden het leven der ziel hebt teruggegeven, bewaar, door den invloed uwer verdiensten en uwe machtige voorspraak, mijn lichaam voor een haastigen en ellendigen dood, mijne ziel echter voor den eeuwigen dood, 20 32
— 234 —
opdat Jesus, mijn eenig leven, nimmer in mij sterve.
O heilige vader, welke groote gevaren staan mij in den laatsten strijd te wachten, als de smarten des doods mij zullen omgeven, en de hel tegen mij zal samenspannen. Ach, sta mij dan bij, en geef door uwe voorspraak datjesus, de toevlucht der stervenden, en zijne heilige Moeder mij ter zijde staan, opdat ik door hunne bescherming de vijanden gelukkig overwinne, en na herhaalde zegepraal, de eeuwige rust moge ingaan.
Ontferm u ook, o doodenopwek-ker, H. Antonius, over de geloovige zielen, vooral over die mijner ouders, vrienden en weldoeners, welke zich misschien nog in het pijnlijk vagevuur bevinden; bid voor hen, opdat zij weldra eeuwig Gods aanschijn in den Hemel mogen genieten. Amen.
II.
GEBED OM IN HET WAAR GELOOF TE VOLHARDEN
O H. Antonius, liefderijke leeraar
235
en licht der H. Kerk, beminnaar der goddelijke wet, bid voor mij bij den Zoon Gods, dat wij voortdurend in het geloof mogen volharden en met uwen bijstand datgene volbrengen, wat gij door woorden en werken hebt geleerd.
H. Antonius, gij hebt onwetenden den weg getoond, en de afgedwaal-den door oprechte boetvaardigheid tot God teruggebracht; verleen ook mij door uwe voorspraak, eene onoverwinnelijke standvastigheid in het geloof; help degenen die door ongeloof, van Christus, den éénen en waren weg zijn afgeweken; verlicht den nevel van hun verstand, verbreek de hardnekkigheid van hunnen wil, opdat zij in den schoot der alleenzaligmakende Kerk terug-keeren en aan de hel ontrukt worden. Amen.
III
GEBED IN NOOD EN ANGST Ach , in hoevele kwellingen bevindt zich toch de ellendige mensch ! H. Antonius, milde vertrooster aller
— 236 —
bedrukten, gij ziet in God de droefheden en angsten, welke ik lijd; zoudt gij me niet te hulp willen snellen? —Gij troost toch allen, die tot U hunne toevlucht nemen, zoudt gij mij alleen zonder hulp laten! O neen, ik weet het, gij verlaat ook mij niet, daarom roep ik tot U vol vertrouwen en ootmoedig van harte, wil mij in mijn angst en nood niet verlaten. O goedgunstige heilige Antonius, aanschouw mij en alle bedrukten met die medelijdende oogen, waarmede gij altijd gewoon zijt neder te zien op de benarde stervelingen. Troost der bedroefden, help de ongelukkigen ; beur de 1 droefgeestigen op, kom ons te hulp in alle angsten en kwellingen, en voer ons eens uit dit tranendal naar die stad, waar de liefdevolle Heiland en Verlosser Jesus van de oogen zijner heiligen alle tranen afdroogt. Handel Gij, o goedertieren J esus, met mij volgens de mildheid uwer ontferming, gelijk U dunkt, dat nuttig . en heilzaam is voor mijne ziel. Wilt
.«(• A
w
A
237
Gij, dat ik lijde, het geschiede volgens uwen heiligen Wil. Schenk mij nu slechts geduld, en hiernamaals de eeuwige vreugde. Amen.
IV,
GEBED TEGEN DE BEKORINGEN DER HEL
O Heer Jesus-Christus, sterke leeuw uit den stam van David, zie, onze vijand , de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wien hij zal verslinden; als gij ons niet beschermt, zijn wij verloren. O Jesus, Gij hebt uwen dienaar An-tonius tegen alle aanvallen der hel gewapend, sterk ook door zijne voorspraak mijne zwakheid, opdat ik de bekoringen des duivels altijd overwinne, en tot den dood in uwe genade en vriendschap volharde.
H. Antonius, zegevierende overwinnaar der hel, haast u om mij te helpen, waak over mijne ziel en lichaam, tegen alle hinderlagen van Satan, opdat ik ongehinderd den weg der geboden Gods bewandele en tot het gewenschte einde der eeuwige zaligheid moge geraken. Amen.
— 238 —
V.
GEBED TEGEN DE MELAATSCIIIIEID DER ZONDE
Dat gij, o H. Antonius, van God de macht ontvangen hebt, om de melaatschheid des lichaams te genezen, daarvan getuigt de ondervinding. — Doch geene melaatschheid is schadelijker en gevaarlijker dan de zonde; daarom smeek ik U, o liefdevolle beschermer, behoed mijn lichaam tegen de melaatschheid als zulks Gods wil is; noch meer echter mijne ziel tegen de zonde.
Ach, ik heb gezondigd, mijne ziel en mijn hart is bevlekt, en om de menigte mijner misdaden durf ik nauwelijks mijne oogen ten hemel verheffen. O H. Antonius, vurige minnaar van de reinheid des harten, geef door uwe voorspraak, dat ik niet aarzele tot het goddelijk Hart van Jesus te naderen, mij ootmoedig voor zijne voeten neder te werpen en te zeggen ; Heer, indien Gij wilt. Gij kunt mij genezen.
\VB
*
Tquot; 7'
239
O mijn Jesus, ik heb berouw over mijne zonden , en verafschuw ze ; schenk mij een zuiver hart, besproei mij met een enkelen droppel van uw dierbaar Bloed, en ik zal gereinigd worden. Liever wil ik sterven, dan U nogmaals te beleedigen, dit neem ik mij vast voor met uwe genade, en door de voorspraak van den H. Antonius. Amen.
VI
GEBED IN LICHAMELIJKE ZIEKTEN
O H. Antonius, ervaren geneesheer voor de ziel en het lichaam, o opbeuring voor allen,die door ziekte worden getroffen, en zich in uwe voorspraak aanbevelen. Sla de oogen uwer erbarming op mij, uw pleegkind, neder, alsook op alle zieken, die door smartelijke kwalen bezocht worden en tot u verzuchten.
O groote vriend Gods, door uwe alvermogende voorspraak en verdiensten worden niet slechts zieken frisch en gezond , maar ook zeer velen zelfs van den dood gered.
— 240 —
— Daarom bid ik u, ter wille van uw medelijdend hart jegens alle lijdenden, ontferm u mijner, laat mijne zuchten en gebeden doordringen tot den troon van God, opdat Hij mij uit mijne ziekte verlosse. —Ik beken het, ik ben een arme zondaar (zondares) en verdien niet, verhoord te worden. Doch door uwe bemiddeling hoop ik op herstel.
Goedgunstige Jesus, man van smarten, bruidegom des bloeds, Gij zelf hebt zwakte en smarten doorstaan, verhoor mij en ontferm U over mijne zwakheid. Genees mijne ziel, ik heb tegen U gezondigd ; genees echter door de verdiensten van den H. Antonius ook mijn lichaam, opdat ik den dood ontrukt worde en U in uwe H. Kerk den schuldigen dank moge bewijzen.
|
Amen. |
VII. | |
|
GEBED |
VOOR DEGENEN DIE ZICH OP ZEE BEVINDEN | |
|
C '■ ! |
Onze |
Heer en Verlosser Jesus- |
|
U |
— 241 —
Christus, wien zeeën en winden gehoorzamen, verhoort ook U, H. An-tonius, als gij voor schepelingen bidt. Uw gebed doet wind en golven bedaren en voert opvarenden veilig de haven binnen. Verhoor ook ons gebed, dat wij voor zeevarenden tot God opzenden, opdat zij,onder uwe bescherming, zonder storm, welvarend en voorspoedig de gewenschte bestemming mogen bereiken.
Bid ook, o heilige Antonius, voor ons, die op de gevaarlijke wereldzee onder zoovele stormen ronddolen, opdat wij behouden tot het gewenschte doel der eeuwige zaligheid mogen geraken. Amen.
VUL
GEBED VOOR DEGENEN DIE ZICH IN BOEIEN BEVINDEN
Ik kom tot u, o H. Antonius, liefdevolle vertrooster der bedroefden, en bid u voor de troosteloozen, die in gevangenschap zuchten. O hoe vele christenen zuchten onder het 31 32
v
— 242 —
zware juk der heidenen. Door uwe machtige voorspraak breken ijzeren boeien van zelve. O H. Antonius, die zelf uwen onschuldigen vader uit den kerker hebt verlost, verhoor mijn gebed voor de gevangene christenen, en bevrijd hen van alle rampen en banden. Amen.
IX.
GEBED TOT HERSTELLING DER OOGEN, OOREN, HANDFN EN VOETEN
O H. Antonius,uit liefdetot Jesus hebt gij Hem al de ledematen van uw lichaam en ziel toegewijd, en werd daarom waardig bevonden, Jesus in de gedaante van een aan-minnelijk kindje in uwe armen te mogen ontvangen, Hem te omhelzen en met uwe kuische lippen te kussen. Ik bid u door deze onschatbare genade, liefde en teederheid, welke gij in dien vertrouwelijken omgang genoten hebt, zie neder op mijn ziek lichaam (oog, enz.). Ontferm u over uw lijdend pleegkind, ter wille van de liefde, welke gij
tiigs__hlL-i
— 243 —
koesterdet jegens het goddelijk kindje Jesus, en verlos mij uit mijn smartelijken toestand. Regel mijne zinnen en bestuur mijne ledematen, opdat ik, gestorven aan de wereld, herschapen worde in een reinen tempel Gods, en gezond van lichaam, indien Gode zulks behaagt, Christus, als mijn goddelijken Heiland, voor altijd getrouw moge dienen. Amen.
X.
GEBED OM VERLOREN ZAKEN TERUG TE VINDEN
O Jesus, ik heb gedwaald als een schaapje, dat verloren was; ach, zoek uwen dienaar (dienares) op. Uwe geboden niet meer indachtig, ben ik ver van U afgeweken, en daarom dan ook, dewijl ik U belee-digde, heb ik ingevolge uwe gerechtigheid ook het tijdelijke verloren. Om dit weder terug te bekomen, smeek ik U ootmoedig, o Jesus, geef geen acht op mijne onwaardigheid, maar op de voorbede van uwen dienaar Antonius, wien Gij de macht
3^
•v-
— 244 —
verleend hebt het verlorene weder terug te brengen. — Daarom richt ik mij tot u, o H. Antonius, getrouwe terugbezorger van verloren zaken. Aan allen, die u met een oprecht gemoed aanroepen, brengt gij trouw het verlorene terug; overal klinkt uw lof :
«.......niets wat verloren ging.
Dat jong en oud, die bad, niet weer (terug ontving. » Verhoor ook mijne bede, en schenk mij terug wat ik door ongeluk of diefstal verloren heb. Ik weet, wel is waar, dat de Heer het mij gegeven, en de Heer het mij ontnomen heeft, daarom zeg ik met Job : De Naam des Heeren zij gezegend. Dewijl ik echter niet weet wat de goddelijke Voorzienigheid met mij voorheeft, kom ik tot u, o H. Antonius, met de ootmoedige bede : geef door uwe voorspraak, dat ik, indien het Gode welgevallig is, terugvinde, hetgeen ik verloren heb. Heilige en goedertieren vader, gij kent het verlies, dat ik ondervind
en den nood, die mij drukt; verlaat _
^jhv.__:------------
- 245 -
mij dan niet in mijne aangelegenheid, opdat ik met vreugde in het hart van uw altaar terugkeere, U luide dankzegge en uwen lof, benevens al de mij bewezen weldaden, overal moge verkondigen. Amen.
XI.
GEBED TER AFWERING VAN GEVAREN
Zoo dikwijls gij, o H. Antonius, machtige beschermer uwer pleegkinderen , met vertrouwen wordt aangeroepen, verdwijnen alle gevaren. Daarom groet ik u ootmoedig van harte, en roep uwe hulp in tegen alle gevaren naar ziel en lichaam: sta mij bij en bescherm mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden; behoed ons tegen oorlog, honger en pest, hagel en onweder, watersnood en brandschade, alsmede tegen alles wat ons beangstigen kan.
nu en in het uur van onzen dood. Amen.
XXL
GEBED IN ONVERWACHTE VOORVALLEN.
O God, geef acht op mijne hulp!
Jk—---Jm*
f
246
Heer, haast U om mij te helpen. Kom ons te hulp, o God en Heiland, spaar ons tot meerdere verheerlijking van uwen heiligen Naam, en wend uw aangezicht af van onze zonden, door de verdiensten van den H. Antonius. God verheffe zijnen arm, en zijne vijanden worden verstrooid; en die Hem haten, vlieden voor zijn aanschijn. Heilige Antonius, kom mij te hulp. Jesus van Nazareth, Koning der Joden! Deze zegevierende titel zij mij het krachtigste middel tegen allekwaad. Ofwel: Ziet het t kruis des Heeren, vlucht, gij weerspannige partijen; de Leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David heeft overwonnen. Alleluja.
XIH
GERED IN GEBREK EN ARMOEDE
Door uwe voorspraak, o heilige Antonius, verdwijnt de nood bi j allen, die u met levend vertrouwen aanroepen. Aanhoor toch mijn bidden en smeeken, dewijl ik mij in
e-Lx.
t^v
— 247 —
grooten nood en armoede bevind. — Door achteruitgang in tijdelijke zaken verkeer ik in kommervolle omstandigheden, leid ik grooten honger, kan mij noch de mijnen, volgens onzen stand, kleeden noch mijne schulden voldoen, en moet mijne schuldeischers benadeelen , van wie ik door mijne groote armoede geheel afhankelijk ben. O vader der armen, gij ziet in God mijn gedrukt en gebroken hart. Ach, ontferm u over mij. — Ik verlang geen rijkdom, noch overvloed, maar alleen het noodzakelijke tot onder houd mijns levens. —OJesus, Vader der armen, verhoor den heiligen Antonius, die voor mij bidt, ter wille van de liefde, waarmede Gij in de gedaante van een teeder kindje op zijne armen gerust hebt. — Verlos mij uit mijne ellende, gelijk het U het beste schijnt. Wilt Gij echter dat ik langer lijde, o verleen mij dan door de verdiensten en voorspraak van den H. Antonius, uwe genade en geduld, opdat ik uit liefde tot U lijde, en niet bezwijke onder
,;:e___l
1
it igt; — 248 —
het kruis. Ik vereenig mijn gebed
met de heilige armoede, waarin Gij
geleefd hebt. Amen.
XIV.
GEBED OM DE HULP VAN DEN H. ANTONIUS TE VERWERVEN
Wees gegroet, o H. Antonius, zie, ter wille van het zoete Hart van Jesus, op mij neder van af den troon uwer heerlijkheid. — Gij houdt niet op goed te doen aan allen, die u aanroepen. — Zie ook neer op mijnen ellendigen toestand; ofschoon gij voor eeuwig bij den Onsterfelijke woont, laat gij nooit na de stervelingen te helpen. Daarom smeek ik u ootmoedig, verkrijg mij door uwe voorspraak dat ik de zonde verlate, opdat Hij, die gekomen is, niet om de rechtvaardigen, maar om de zondaars op te zoeken, mij wegens mijne boosheid niet verstoote. Geef dat ik genade vinde in de oogen van God en zijne heilige Moeder Maria; verlicht de duisternis mijns harten, en doe mij kennen wat Gods wil van
i. ■
— 249 —
mij veilangt. Sta op en kom mij te hulp, terwijl ik u aanroep, die door God met eer en heerlijkheid gekroond, groote wonderen verricht, ten gevolge der u verleende macht. Gij verheugt u eeuwig in den Hemel en verhoort allen, die u hier in dit tranendal met vertrouwenaanroepen.
XV.
GEBED IN ALLERLEI TEGENSPOED
Met vermorzeld en vernederd hart kom ik tot u, o medelijdende Anto-nius, troost der bedroefden; ik smeek u op mijne knieën , aanschouw mijn lijden en den zwaren last des kruises, waaronder ik zucht. — Kom ook mij te hulp, dewijl gij bereid zijt allen te helpen, die u aanroepen. Bid voor mij bij onzen lieven Jesus, die wel is waar onze gebeden, uit hoofde zijner barmhartigheid, verhoort, doch om onze onwaardigheid, rechtvaardig met zijne hulp vertoeft. Gij echter, H. Anto-nius, die zijn getrouwe dienaar zijt, zoudt gij niet alles vermogen bij dit liefdevol vaderhart? Wat kan deze
-
■vy.------------------------------------------
U e c-
— 230 —
rechtvaardige Rechter zijnen trouwen vriend toch weigeren? Daarom bid ik u, o edelmoedige beschermer, verkrijg mij vóór alles, de genade om de zonde te verlaten, opdat ik de gevraagde hulp in mijn lijden des te eerder bekome. Geef dat ik verhooring vinde in mijne aangelegenheid, opdat ik den God, die wonderbaar is in zijne Heiligen, hier in den tijd, en daar boven voor eeuwig moge loven en prijzen. Amen.
XVI.
GEBED OM DE GENADE VAN GOED DE PLICHTEN VAN ZIJNEN LEVENSSTAAT TE VERVULLEN
vr
O H. Antonius, volmaakt voorbeeld van gehoorzaamheid aan den wil Gods! om de groote verdiensten, die gij u verzameld hebt door uwe bereidvaardigheid in het opvolgen van de bevelen uwer oversten, bid ik u, maak mij ijverig en getrouw in de vervulling der plichten, welke God mij heeft opgelegd. Verlicht en versterk mij, ondersteun mijnen moed in de bezwaren, mijn geduld in de
-H-
oT «/* L
moeielijklieden, bewaar mij voor iedere overtreding, opdat ik, ten prijs voor mijne gehoorzaamheid eens moge verdienen, in den Hemel in uw gezelschap, Gods lof te zingen en zijne barmhartigheid te prijzen. Amen.
XVII.
GEBED VOOR EENEN ZIEKE
Roemrijke H. Antonius, die tijdens uw leven en na uwen dood zooveel wonderen gewrocht, en aan zooveel kranken de gezondheid weergegeven hebt, o, ik kom uwe machtige voorspraak inroepen voor... Zie, die persoon, mij zoo dierbaar, ligt op zijn sterfbed uitgestrekt : ach, wees goedgunstig en verhoor mij als ik u smeek : geef hem de gezondheid weder. Wellicht zendt God hem die ziekte over als eene boete voor zijne overtredingen ; ach, ik bid u, vertoon aan God uwe overvloedige verdiensten. Mogen zij vervullen wat aan zijne volmaaktheid ontbreekt, en zoo Gods rechtvaardigheid doen wij
— 253 —
tigheid. Bezorg aan... de gezondheid ■weder, opdat hij, tot meerdere eer en glorie Gods, weder kunne arbeiden en zijne bezigheden volbrengen. Geef hem de krachten des lichaams weder ; gij hebt in uw leven er zoovelen gezond gemaakt, gij zult ook hem genezen, dit vertrouw ik zeker, indien het hem zalig is. Amen.
XVIII.
GEBED VOOR DE BEKEERING VAN EENEN ZONDAAR
Mijn beminde H. Antonius ! gij wordt genoemd de uitroeier der misdaad. Vertrouwend werp ik mij aan uwe voeten neder, en beveel u dringend het eeuwig heil aan van de ziel van... Hoe ongelukkig zijn zij, die Jesus uit hun hart verbannen, en er den duivel in toegelaten hebben ! Ook die ziel behoort, helaas, totdat getal. Goede H. Antonius, laat niet toe, dat deze, die mij zoo dierbaar is, verloren ga. Schitterende ster van heiligheid, werp uwe stralen in dat duister gemoed, verdrijf daaruit den nacht der
d-V
•AV
■K-.____
.~b f — 253 —
zonde, opdat het de gevaren moge inzien, die het bedreigen. Ach, zoo die ziel in dezen toestand eens in de eeuwigheid werd geslingerd! Verschrikkelijke gedachte ! Neen, laat zulks niet toe, H. Antonius, bekeer deze ziel, gelijk gij er op aarde zoo veel door uw mach tig woord bekeerd hebt; verlaat haar niet, alvorens ze de gelukkige eeuwigheid te hebben binnengeleid. Amen.
XIX.
GEBED VAN EEN KIND VOOR ZIJNE OUDERS
Mijn beminde H. Antonius, die altijd zoovol liefde waart voor uwe ouders, zie, ik kom mij voor u ne-derwerpenom een mijner dierbaarste plichten te vervullen. Ik kom uwen bijstand en uwe zegeningen afsmee-ken voor hen, aan wie ik naast God alles te danken heb. Nooit zal ik hun naar waarde hunne weldaden kunnen vergelden. Daarom smeek ik u, kom mij daarin te hulp. Zegen mijne dierbare ouders, verkrijg hun alle guns-
■
254
ten en genaden, zegen hen in hunne tijdelijke zaken , opdat zij zich de zware offers beter kunnen getroosten, welke ik hun kost; maak van mij een rechtgeaard kind, opdat zij met voldoening op al die offers en inspanningen kunnen terugzien ; maak, dat ik mij hunne zegeningen waardig make, welke in het oog van God zoo zwaarwegen ; verwerfhun, zoo het hun zalig is, een lang leven bevrijd van zorgen en druk, en voer hen eens het paradijs des Hemels binnen. Amen.
XX.
GEBED OM EEN ZALIGEN LEVENSSTAAT
Groote Heilige, zoo gehoorzaam aan Gods stem, die u op zulke wonderdadige wijze uwe roeping deed kennen, verwerf mij de genade, om den staat te kennen, die God van eeuwigheid voor mij heeft bestemd. Zie, de wereld lokt mij aan en tracht mij aan haren zwaren en helaas zoo bitteren dienst te verbinden door allerlei schoon klinkende voorwaar-
-——
255
den; ach, maak toch, dat ik in deze gewichtige zaak niet misleid worde, maar mijne keus daarheen richte, waar God het wil. Verhoor mij, groote H. Antonius, verhoor mij, opdat ik, na Godgediend te hebben zoo als Hij verlangt, eenmaal eeuwig gelukkig moge zijn. Amen.
XXI.
GEBED VOOR EENE ZIEL DES VAGEVUURS
Machtige voorspreker , H. Anto-tonius, diejesus zoo teeder bemint en zooveel op zijn aanbiddelijk Hart vermoogt, ach, sla van den troon uwer onsterfelijkheid uwe oogen op het Vagevuur, op dien kerker, waar zoovele zielen, de beminde bruiden vanjesus, in harde gevangenschap zuchten. Eéne vooral smeek ik u spoedig daaruit te verlossen;gij, die door uwe voorspraak zoo menigmaal onschuldige gevangenen hier op aarde hebt bevrijd, heb medelijden met de ziel van... Zij is schuldig, ja, maar ach, wie weet, ben ik door mijne slechte voorbeelden misschien
---;gt;—
256
ft
oorzaak barer fouten geweest, en nu moet zij voor hare zwakheid boeten. Heb medelijden met die arme ziel, uw gebed is zoo machtig; bied aan God zijn Zoon aan, dien gij als een Kindje op uwe armen hebt mogen dragen. Smeek den Vader, ter wille van zijn Zoon, die ziel van hare boeten te bevrijden, en God zal u verhooren. Zij zal u eeuwig dankbaar zijn en uwe glorie vermeerderen, als zij in den Hemel zal zijn aangekomen. Vol vertrouwen smeek ik u, verhoor mij. Amen.
XXII,
GEBED VOOR HET WELSLAGEN EENER
TIJDELIJKE ZAAK
Alles, H. Antonius, alles vermoogt gij op het Hart van Jesus en Maria ; nimmer klopt gij daar te vergeefs aan. Ik smeek u dus vol vertrouwen, sla uwe liefdevolle oogen op mij, uwen onwaardigen dienaar; vol vertrouwen smeek ik u om zegen en verlichting in deze zaak... die voor mij van zoo groot gewicht is. Mocht
r
jfr-,.......^
'u — 257 —
echter hetgeen ik vraag, strijdig zijn met Gods eer en mijne zaligheid, bekom mij dan de genade, om mij met gelatenheid te onderwerpen aan de bestiering van Gods Voorzienigheid, diealles naarwijsheid beschikt voor ons eeuwig heil. Amen.
Vurige verzuchtingen tot Jesus
om door de voorspraak van den heiligen Antonius alle onheil af te weren.
Wat vertoeft Gij, o Jesus, in uwe barmhartigheid! Zie, ik zucht en roep tot U : O laat mij niet langer in angst verkeeren, maar toon mij uwe oneindige goedertierenheid.
Ik beken het, ik ben niet waardig dat Gij met genadige oogen op mij nederziet, want mijne misdaden zijn grooter in getal dan de haren van mijn hoofd, en reeds lang heb ik het vonnis verdiend van het eeuwige vuur. Ach, Heer, als Gij de ongerechtigheden gadeslaat, wie zal er
^•5
m n
— 258 —
voor U bestaan? O goede Jesus, ik weet, dat Gij den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve. Gij noodigt allen uit door uwe woorden: « Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken. » Zie, ook ik kom, ofschoon te laat, tot U, gedreven door overmaat van lijden; ik kom, met zware zonden overladen, doch hoop door U verkwikt te worden. Ik kom met droefheid en oprecht berouw in het hart, omdat ik U, mijn hoogste goed, dien ik boven al bemin, beleedigd heb. Ik kom echter met een ernstig en krachtig voornemen mijn leven te verbeteren, ja, liever alles te lijden, dan door eene vrijwillige zonde van U gescheiden te worden.
Doch, als ik overweeg, dat ik den besten aller Vaders door mijne zonden zoo menigwerf veracht heb, durf ik, o strenge Rechter, zonder bijstand niet voor uw heilig aangezicht verschijnen.
Daarom smeek ik uwen dienaar Antonius, dat hij mij vergezelle tot
'
At
amp;
-----------
— 25g —
den troon uwer oneindige Majesteit, om door zijne voorspraak de vergeving mijner zonden te bekomen, opdat ik aldus gereinigd, waardig bevonden worde voor uw goddelijk aanschijn te verschijnen, en in mijne moeielijke aangelegenheid verhooring te vinden. — U, o J esus, is het alleen bekend wat mij dienstig en nuttig is. Voor zoover mijn gebed niet strijdig is met uwe eer en mijn geestelijk heil, verlos mij, bid ik U, door de verdiensten van uwen dienaar, uit mijn lijden; verlangt Gij echter dat ik nog meer lijde, schenk mij dan geduld en overgeving aan uwen allerheiligsten wil door de voorspraak van den H. Antonius. Amen.
DE ZEGEN VAN DEN H. ANTONIUS TEGEN DE AANVECHTINGEN DER IIELSCHE GEESTEN
Ziet het f kruis des Heeren! vlucht, gij weerspannige partijen, de leeuw uit het geslacht van Juda, de wortel van David heeft overwonnen. Alle-
„luia! Alleluia!
^ ---------------------
— 260 —
Laat ons bidden.
O H. Antonius, zuivere en aanvallige lelie van maagdelijke reinheid, kostbaar edelgesteente van armoede, spiegel van matigheid , toonbeeld van rechtvaardigheid, schitterende ster van heiligheid, sieraad van het Paradijs, steunpilaar der H. Kerk, verkondiger der waarheid, uitroeier der misdaad, verplanter der deugden, troost der bedroefden, brandende vlam der goddelijke liefde, hemel sche profeet, schrik der booze geesten, in wiens zuivere armen de Zoon des eeuwigen Vaders zacht gerust heeft, en die door uwe predikatiën het vuur der goddelijke liefde in de harten hebt ontstoken; ik, ellendige en verachtelijke zondaar (zondares), smeek u uit al mijne krachten, neem mij onder uwe hoede en bescherming, verkrijg mij een waar berouw over mijne zonden, eene bron van tranen over dezelve, aandacht gedurende het gebed en eene volkomene overgeving aan Gods heiligen wil. Dewijl gij geheel door het vuur der godde-
ÏH
— 261 —
lijke liefde ontstoken waart, bid ik u, ontsteek ook mijn dor en gevoelloos hart, opdat ik van de liefde Gods doordrongen, den duivel, de wereld en het vleesch tot aan den dood steeds glansrijk moge overwinnen. Amen.
O gezegende tong, die steeds Gods lof verkondigdet en anderen leerdet Hem te prijzen, wij zien thans zonneklaar welk een schat van verdiensten gij bij den Heer vergaderd hebt.
GEBED VOOR HET ALTAAR VAN DEN H. ANTONIUS
O roemvolle Vader, H. Antonius van Padua, ware toevlucht van alle noodlijdenden, die zelf alle men-schen, welke in druk verkeeren,
naar uw altaar hebt verwezen, onder de verzekering dat, wie hetzelve ooit gedurende negen Dinsdagen bezoeken en u aanroepen zou, zeker zou verhoord worden. Door deze uwe belofte aangemoedigd, kom ook ik, arme zondaar (zondares), op dezen Dinsdag voorde eerste, (tweede, derde maal, enz.) tot u, val in nede---—----——-:--i-iii-is
y
— 262 —
righeid des harten voor u op mijne knieën neder, en vereer dit heilig altaar, hetwelk bijzónder aan uwe eer is toegewijd. Ik herinner u, o H. Antonius , aan de groote eer , welke de H. Kerk u bewezen heeft, toen zij dit altaar aan uwen heiligen naam toegewijd en zorg gedragen heeft dat daarop het allerheiligste geheim gevierd wordt. O welk eene groote vreugde en eer geniet gij van dit heilig altaar, terwijl de allerheiligste offerande wordt opgedragen, en Christus zelf in persoon , door de handen des priesters, zijn waarachtig Lichaam en dierbaar Bloed aan zijnen hemelschen Vader opdraagt.
Aan deze zoo groote eer wenschte ik u heden voornamelijk te herinneren, alsook aan de verplichting, welke de H. Kerk u bij het wijden van dit altaar heeft opgelegd, terwijl zij u bij herhaling bad om de gebeden van allen, die voor dit heilig altaar uwe hulp inroepen, genadig te willen verhooren. Daarom neem ook ik in mijne ellende tot dit altaar
— 263 —
mijne toevlucht, om voor hetzelve mijn armmoedig gebed te storten. Ja, hier is de ware bron der genade en een veilig toevluchtsoord, waarop gij zelf ons gewezen hebt om uwe hulp te zoeken. Hier hebt gij beloofd algemeen gehoor te geven, en aller smeekingen te verhooren. Hier hebt gij beloofd : troost in droefenis, hulp in allerlei noodwendigheden, bijstand in vervolging , sterkte in kleinmoedigheid en inwilliging van alles wat verlangd wordt, als het overeenstemt met de eer van God en het heil onzer ziel. Het is daarom dat ik met vertrouwen voor uw altaar nederkniel en uwe barmhartigheid inroep. — Ik stel mij onder uwe bescherming, o heilige Antonius, en zoek bij u, o getrouwe helper in den nood, raad en bijstand. Versmaad mijngebed niet in mijnen nood, maar verhoor mij volgens uwe groote goedheid enmededoogen.Troost mij in mijne droefenis, versterk mij in mijne mismoedigheid, bescherm mij door de goddelijke genade, en verkrijg mij datgene waarom ik vraag.
«r.
--
■3-
— 264 —
indien het Gode welgevallig is. U beveel ik mijn lichaam en mijne ziel, al mijne ellende en aangelegenheid. Sta mij altijd trouw bij, en behoed mij tegen alle onheil naar ziel en lichaam. Amen.
Drie geleden voor het beeld van den H. Antonius
EERSTE GEBED
Wees gegroet, H. Antonius, gij, witte lelie van zuiverheid en overschoen sieraad en luister van het christendom! Wees gegroet, heilige Antonius, hoog verlichte cherubijn en brandende serafijn in de liefde van God! ik eer u uit den grond mijns harten; grootelijks wensch ik u geluk over al de gunsten en weldaden, die de milde God u heeft betoond. O mijn lieve, H. Antonius! in de vernedering mijns harten en met gebogene knieën kom ik, om u in uw beeld mijnen eerbied te bewijzen.
Wees indachtig, o welbeminde
lt;/• lquot;'
— 265 —
vriend van God, met welke verzekering gij aan alle bedrukte harten hebt beloofd, dat zij, die, gedurende negen'Dinsdagen, uw beeld in eene kerk der Minderbroeders zouden bezoeken en vereeren, den bijstand uwer goedheid zouden ondervinden, hetwelk gij ook tot nog toe zeer getrouw hebt volbracht; zoodat gij niemand (zonder wettige reden) ongetroost van u hebt laten weggaan: ik kom dan hier om me zeer groot betrouwen u al mijnen nood te klagen.
Ik aanzie uw beeld met de oogen mijns lichaams vol tranen en mijn hart vol zuchten, maar de oogen mijner ziel keer ik met alle genegenheid tot u in den Hemel. Bezie mij toch met zulke minzaamheid en liefde, als ik uw beeld aanschouw en uw hart tot medelijden wensch te bewegen.
Ik bid u door uwe liefde tot het minnelijk Kind Jesus, welk gij op den arm draagt, dat gij dit kind mijnen nood voorstelt, en bij God voor 23 32
— 266 —
mij genade wilt verwerven. Gij kunt mij zoo lichtelijk helpen, H. Anto-nius, het zal u niet meer dan eene verzuchting kosten om mijn gebed te doen verhooren, aangezien het Kind J esus, met hetwelk gij zoo zoetelijk beladen zijt, uw redelijk verzoek niet zal van de hand wijzen; want indien Jesus u, als gij hier nog op aarde leefdet, zoo hartelijk heeft bemind, dat hij niet alleen u menigmaal verschenen is, maar zich ook door u liet aanraken en omhelzen, zoo zal Hij, nu gij met Hem in den Hemel heerscht, u veel meer beminnen, eeren en verhooren. En opdat de wereld zou weten, dat het lieve Kind Jesus, gelijk het hier op aarde zich in uwe handen en macht heeft gesteld, nog alzoo in uwe handen en macht wil blijven, daarom heeftGod begeerd, dat men uw beeld met een lief Kind Jesus zoude schilderen en uitsnijden, tot teeken datjesus en Antonius, gelijk twee verliefde harten, altijd vereenigd blijven.
Ik groet U dan. Gij twee onscheidbare vrienden, Jesus en Antonius! ik
26?
vereer u, Gij twee zoo zeer veree-nigde zielen, Jesus en Antonius! Ik bid U, Gij twee verliefde harten, Jesus en Antonius! toont mij uwe goedgunstigheid, en ontsteekt mijn hart in uwe liefde en godsvrucht.
O Jesus! ik bid U door uwen lieven Antonius! o Antonius ! ik bid u door uwen lieven Jesus! o Jesus en Antonius ! ik bid U door de groote liefde en gemeenschap, die gij op aarde tot elkander hebt gedragen, en nu zonder einde onderhoudt in, den Hemel, dat Gij mij onder het getal uwer liefste vrienden wilt rekenen. O Jesus en Antonius! in uwe handen stel ik al mijne zorg en bekommernis; maakt mij maar zoo gelukkig, dat, gelijk ik U hier en met allen eerbied en godsvrucht aanschouw op de aarde, ik U zoo voor altijd moge aanschouwen in den Hemel. Amen.
TWEEDE GEBED
O H. Antonius, oprechte en allerzekerste noodvriend, die gewoon zijt . alle bedrukte harten te troosten en
— 268 —
behulpzaam te zijn! sla uwe genadige oogen van den verheven troon uwer heerlijkheid naar beneden, en bezie mij, armen zondaar, die hier in deze kerk ben gekomen om u te bezoeken en te vereeren. Wees de troostrijke woorden indachtig, die gij eertijds tot die edele vrouw van Bononië hebt gesproken, zeggende : ga, bezoek negen achtereenvolgende Dinsdagen mijn beeld In de kerk der Minderbroeders, en gij zult bevinden, dat uw gebed verhoord is. Zie, ik, ellendige zondaar, om dit uw bevel uit te voeren, ben ikindeze kerk gekomen, om uw beeld te bezoeken, en u voor hetzelve mijnen nood te klagen.
O H. Antonius, edel vat van alle goedgunstigheid , helderschijnende karbonkelsteen van alle deugden en heiligheid ! ik groet u en eer beeld, daarvoor buig ik de knieën mijner ziel; hier klaag ik u mijnen nood, en aanroep de goedertierenheid van uw meèdoogend hart. Ilgt; weet u niet beter te vinden dan in uw beeld, noch nader tot ute komen dan vóór uw heilig altaar. Ware het dat
tlquot; quot; ___
-----------—--^
269
ik u hier in persoon konde vinden, o welke eer zou ik u bewijzen ! met wat ootmoedigheid zoudeikuwe heilige voeten kussen, hoe vriendelijk zoude ik u omhelzen, en hoe hartelijk tot u roepen! Maar vermits ik die gunst niet mag verkrijgen, zoo wil ik uw beeld alle eer betoonen, alsof ik u hier in persoon tegenwoordig zag.Daarom groet ik u dan, o H.Antonius! enmet denverschuldig-den eerbied buig ik mijnzondig hoofd; tot u verhef ik mijne zondige oogen, tot u keer ik mijn geperst gemoed.
O heilige Antonius, waarachtige trooster der zielen! wel is waar, ter oorzake van mijn boos leven, verdien ik uwe voorspraak niet; aangezien nochtans het de goddelijke Majesteit behaagt, dat niet alleen de rechtvaardigen, maar ook de zondaren, die met oprechte godsvrucht en vast betrouwen tot u hunne toevlucht nemen, door uwe voorspraak bij God zullen getroost worden, zoo neem ik in dezen nood mijne toevlucht tot u, en uit den grond mijns harten smeek 'k om uwe barmhartigheid. Laat
v^.
— 270 —
toch mijn gebed tot u opklimmen. Laat uw meêdoogend hart door mijne zuchten bewogen worden ! O minnelijke vader! gij kent mijnen nood en mijne bekommernis, en gij kunt zoo lichtelijk datgene van God verkrijgen, waar ik om bid, want hoe zou uw lieve Jesus uw verzoek afslaan, daar hij zichzelven in uwe handen heeft geplaatst? Laat mij dan uwe barmhartigheid roemen, die schier door geheel de wereld geprezen wordt, want bijna allen, die u met ernsthebben aangeroepen, bekennen met vreugd, dat gij tot den zondaar zeer goedhartig zijt, en dat gij niet éénen, die met een vast geloof uwen bijstand verzoekt, ongetroost laat heen gaan. Daarom stel ik in uwe handen en beveel u mijn tegenwoordig verzoek, opdat gij dit aan uwen lieven Jesus ten beste wilt voorstellen en beschikken volgens zijnen goddelijken wil. Amen.
DERDE GEBED
O H. Antonius! o vriendelijke vertrooster van alle verlatene menschen
y
f-
— 271 —
en gedurige wonderdoener in allerlei bekommernissen ! geheel de wereld is vol van uwen lof; van alle kanten hoort men uwe wonderheden verkondigen : en terecht, want dewijl God, als Gij hier op de aarde nog leefdet, u bijzonder heeft uitverkoren, om zoo menige duizende zielen te bekeeren, zoo heeft het Hem ook bijzonder behaagd, nu gij met Hem voor alle eeuwen in den Hemel heerscht, u met gedurige mirakelen te vereeren endoor uwe voorspraak, gaven en genaden aan de wereld mede te deelen. Hierom kom ik met een groot betrouwen tot u, o troost der bedrukten, en bid u door de bijzondere gunst, die God u heeft gedaan met u als een zekeren nood-vriend in alle zwarigheden aan te stellen, dat gij mij in dit mijn verzoek wilt verhooren en vertroosten. Ik bid u door de overvloedige blijdschap, die gij in uw maagdelijk hart gevoeld hebt, als het Kind Jesus in volle klaarheid aanu is verschenen, en zoo menig teeken van liefde en verkleefdheid heeft bewezen, dat gij
¥
A)
— 272 —
ditzelfde allerzoetste kind, welkikin uwe heilige armen aanbid, voor mij, armen zondaar, wilt te voet vallen, en mijnen nood aan hetzelve voordragen. Ik bid u door al de gunsten en weldaden, die Christus u hier op de wereld heeft betoond, dat gij mij deelachtig wilt maken van uwe verdiensten, en mij die verzochte weldaad niet ontzegt. Doe mij ondervinden, o H. Antonius! dat ik u niet te vergeefs heb aangeroepen, opdat mijne liefde en godsvrucht tot u meer moge ontstoken worden, en dat ik uwen H. Naam voor iedereen moge loven, verheffen en verheerlijken.
Deze drie gebeden, die ik voor uw beeld heb opgedragen, wil ik sluiten met dat groot vertrouwen en die overgeving aan Gods wil, waarmede onze Heer Jesus-Christus zijn drievoudig gebed in den hof bij den Olijfberg, daags voor zijnen dood, begonnen en geëindigd heeft; ik wil met zijne woorden, mond en hart tot den eeuwigen Vader roepen : Ahha, Vader! alle dingen zijn U mogelijk, neem dezen Itelk van zwarigheid, enz.,
273
van mij weg, en verleen mij genadig hetgeen ik verzoek : nochtans nietmijn, maar uit) wil moet geschieden in alle eeuwigheid.
GEBEDEN
TER EEKE DER GROOTE VREUGDEN , WELKE ANTONIUS OP AARDE GENOOT, OM BIJZONDERE GENADEN VAN GoU TE BEKOMEN.
I. GEBED
tey eere der vreugde, welhe hij ondervond, toen Jesus in de gedaante van een teeder kind aan hem verscheen.
O H. Antonius, onbevlekte lelie der eeuwige lente, wier aangename geur tot den Hemel opsteeg, en den Zoon Gods tot de aarde deed nederdalen, ik herinner u aan de vreugde welke gij in die tegenwoordigheid van Jesus gesmaakt hebt, toen Hij zich gewaardigde u in de gedaante van een aanvallig kindje te ver-
274
schijnen en uw minnelijk hart met de volheid zijner bovennatuurlijke vertroosting te verkwikken. Laat mij, o waarde beschermer, in mijne aangelegenheid aan uwe vreugde deelachtig worden. Wend voor mij bij Jesus, mijnen Heiland, uwe krachtige voorspraak aan, opdat ik waardig worde datgene te bekomen, wat ik uit mij zeiven niet waardig ben te verkrijgen. Kom mij te hulp in mijnen nood, ontferm U mijner, en wees mijn troost ten tijde der verdrukking. God, die wonderbaar is in zijne Heiligen, is ook alle bedroefden genadig , voor welke gij bidt. — Laat dan uw dienaar (dienares) niet ongetroost van u heengaan, maar verwerf mij de genade, waarnaar ik in deze mijne verlatenheid smeek, opdat ik verboord wordende. God door u en u in God eeuwig moge loven en beminnen. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
------------------------------------------ - J
— 275 —
II. GEBED ür eere der vreugde, welhe hij gevoelde, toen hem vijftien dagen voor den dood zijn stervensuur werd hehend gemaakt. H. Antonius, verhoor mijn gebed en laat mijn geroep komen tot u, die voor alle noodlijdenden eene veilige toevlucht en een medelijdende trooster zijt. Wees de vreugde indachtig, welke gij ondervondt, toen God u vijftien dagen voor uwen dood door eenen engel het stervensuur deed aankondigen, om u het loon uwer verdiensten, de eeuwige vreugde, te schenken. Lenig door die vreugde dit mijn lijden; neem, o liefderijke beschermer, de smarten en angsten weg van mijn bedrukt hart; want gij zijt in deze aangelegenheid. naast God, mijne groote hoop. Treed, o H. Antonius, voor den troon der allerheiligste Drievuldigheid, om voor mij te bidden, ter afwering van alle rampen. Door u hoop ik verhoord en uit mijne moeilijke omstandigheid verlost te worden.
---—
31^ c—
Neem dan, o groote vriend van God, dezen rampspoed van mij weg en verzacht mijne smarten. Wend door uwe veelvermogende voorspraak, de gramschap Gods van mij af, en verzoen mij met Hem door uwe overgroote verdiensten, opdat ik de verhooring vind. God voor de ontvangene weldaad in de vreugde mijns harten ten allen tijde danken moge, nu en hierna in alle eeuwigheid. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
III. GEBED
ter eert der vreugde, welke hij smaakte, toen hij, hijzijnafsterven, zag,dat jfesus hem te gemoet kwam.
O H. Antonius, wie wonderen en teekenen wil zien. vindt die vooral bij u, wijl de hand Gods ze door u op alle plaatsen heeft verricht, en tot op den dag van heden niet ophoudt er te bewerken.
De klaarblijkelijke hulp, waaraan door uwe voorspraak alle bedrukten deelachtig worden, noopt mij geheel
276
— 277 —
mijn vertrouwen te stellen op uwe voorspraak en verdiensten. Geef, o dierbare beschermer, dat mijne hoop op u niet beschaamd worde. Herinner u de vreugde, welke gij ondervinden mocht op het laatste oogen-blik uws levens, toen Jesus u te ge-moet kwam, en u de poorten des Hemels geopend werden. Maak mij deelachtig aan die vreugde in deze mijne aangelegenheid, opdat ik door uwe verdiensten waardig worde van alle onheil naar ziel en lichaam bevrijd te worden. Aanschouw mijnen nood, dien ik u klaag, en vertoef niet langer hem van mij weg te nemen. Bewijs mij, o groote wonderdoener, H. Antonius, een teeken, en laat mij, tot meerdere verheerlijking van uwen lof, in deze aangelegenheid , uwe hulpzame hand ondervinden, opdat God, die wonderbaar in u werkt, zonder ophouden door engelen en menschen geloofd en geprezen worde. Amen.
Onze Vader. Wees gegroet.
278 —
Godvruchtig gebed tot den H. Antonius gedurende de H. Mis.
O H. Antonius , veelvermogende helper in alle bekommeringen, ik neem geheel mijne toevlucht tot u in deze mijne aangelegenheid , en klaag u mijnen nood. Ofschoon ik mij niet waardig acht om geholpen te worden, kom ik niettemin met kinderlijk vertrouwen tot u, hopende op uwe goedheid, terwijlgijzoovelen in hunne rampen hebt geholpen. Ik werp mij voor uwe voeten neder en roep met droefheid in het hart tot u om hulp. Ten einde uwe alles-vermogende voorspraak des te gemakkelijker in te winnen, wil ik ter uwer eer en uit liefde tot u dit heilig Mis offer bijwonen, dewijl ik wel weet, dat deze allerheiligste offerande u bijzonder aangenaam en boven alle andere gebeden welgevallig is. Daarom offer ik aan de allerheiligste Drievuldigheid deze H. Mis op, benevens alleheilige Missen, welkeheden in de Kerk Gods gelezen worden, tot uwe meerdere eer en de ver-
■v. ■
VP--
cquot; ■ è' -
— 279 —
spreiding uwer wonderwerken. Ik offer ook deze H. Mis u ter eere op, en bid u haar met welgevallen aan te nemen, dewijl ik toch niets beters heb, waarmede ik u kan vereeren. Ik smeek u derhalve ootmoedig, laat mijne aangeledenheid u ter harte gaan, en bepleit mijne zaak voor den troon der goddelijke genade. Ik stel mijn lot in uwe handen met de vriendelijke bede, hetzelve gedurende de H. Consecratie den allerhoogsten God op te dragen en vertrouwvol aan te bevelen. Dan ben ik er zeker van, dat gij mijn belang op de beste wijze zult bevorderen, en indien God het verlangt, mijne droefheid in vreugde zal veranderen. Amen.
LOFZANG
TER EERE VAN DEN H. ANTONIUS
(op diens feest, i3 Juni.)
Heden steeg hij, die Belijder,
Wien de volkren de eerekroon Juichend brengen van deze aarde. Zalig in de hemelwoon.
Vroom, ootmoedig, kuisch. en ijvrig.
Strijdend voor des Heeren zaak, Bleef hij trouw den plicht vervullen
Van zijn opgenomen taak.
Door zijn deugd en voorbeeld tevens
Keert in 't uitgeput gemoed Van den strijder Gods weer veerkracht
En verhoogde zielengloed. Daarom stijgt ook uit ons midden.
Dank- en loflied hemelwaarts; Strek' zijn bede ons ook tot voorspraak
Bij den pelgrimstocht op aard. Dan toch wordt de lof behaaglijk
In der hemellingen oor,
Dien wij der Drieëenheid brengen, Heden en alle eeuwen door.
Antiph. O beste leeraar, licht der H. Kerk, Antonius van Padua, minnaar der goddelijke wet, bid voor ons den Zoon van God.
De Heer geleide den rechtvaardige op effene paden.
En hij toone hem het rijk Gods.
1,/»
281
GEBED
Laat uwe Kerk, o God, zich verheugen in de plechtige feestviering van uwen belijder, den H. Antonius; opdat zij door geestelijke hulp te allen tijde gesterkt en waardig gemaakt worde om eenmaal de eeuwige zaligheid te genieten. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
JC. X TC 1W X JE tot de allerheiligste
Maagd en Moeder Gods Maria
eenigen Zoon.
Christus, ontferm U onzer, om de borsten van Maria, die Gij gezogen hebt.
Heer, ontferm U onzer, die Maria tot uwe Bruid verkozen hebt.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer, om Maria, die de Dochter | is van den Vader, de Moeder van den Zoon en de Bruid van den H. Geest.
' H. Maria, hid voor ons, opdat door
eer, ontferm U onzer, om het vergoten Bloed van uwen
— 283 —
uwen H. Naam alle helsche geesten van onze ziel vlieden.
H. Moeder Gods, lid voor ons, opdat wij onder Gods kinderen mogen gerekend worden.
H. Maagd der maagden, hid voor ons, opdat onze ziel van alle kwade gedachten moge behoed worden.
Moeder van Christus, hid voor ons, opdat de vrucht uws lichaams, Jesus, voor ons de vrucht zij van het eeuwige leven.
Moeder der goddelijke gratie, lid voor ons, opdat wij in staat van gratie uit deze wereld scheiden.
Allerreinste Moeder, hid voor ons, opdat wij onze werken met eene zuivere meening mogen betrachten.
Aïïersuiverste Moeder, hid voor ons, opdat wij alle onreine gedachten mogen overwinnen.
Ongescltondene Moeder, hid voor ons, opdat onze zinnen mogen vereenigd blijven in Jesus, uwen Zoon.
Minnelijke Moeder, bid voor ons, wil uwe barmhartige oogen van ons nooit afkeeren.
Zeer wonderlijke Moeder, hid voor ons, ,
4
— 284 —
opdat wij de kracht uwer voorspraak mogen genieten.
Moeder des Scheppers, hid voor ons, opdat wij door goede werken den-zelven altijd mogen kennen.
Moeder des Zaligmakers, bid voor ons, opdat wij onder uwe bestiering het eeuwige leven bekomen.
Allervoorzichtigste Maagd, lid voor ons, opdat wij nooit wanhopen van uwe en uws Zoons genade.
Eerwaardige Maagd, hid voor ons, en voeg ons de waardigheid uwer verdiensten toe.
Lofwaardige Maagd, hid voor ons , opdat wij onder uwe voorspraak mogen volharden.
MachtigeMaagd, hid voor ons, opdat wij door geene bekoringen overweldigd worden.
Zachtmoedige Maagd, hid voor ons, opdat wij door onverduldigheid geene verdiensten verliezen.
Getrouwe Maagd, hid voor ons, en wil ons in het uur des doods niet verlaten.
Spiegel der rechtvaardigheid, hid voor ons, opdat wij door de verdiensten
F
j ----------------'V
#)-----5quot;
— 285 -
van Christus en de uwe, in ons verscheiden mogen gerechtvaardigd worden.
Stoel der wijsheid, bid voor ons, opdat ons verstand Gods wetten moge indachtig wezen.
Oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons, opdat wij onze zaligheid mogen betrachten.
Geestelijk vat, bid voor ons, en vervul onze dorre zielen met uwe deugden.
Eerwaardig vat, bid voor ons, opdat het dierbaar Bloed van Christus niet te vergeefs gestort zij voor onze ziel.
Uitstekend vat van devotie, bid voor ons, opdat wij met waren inkeer van ons gemoed tot uwen Zoon en tot u, ons leven mogen eindigen.
Geestelijke roos, bid voor ons, opdat wij, den geur uwer deugden volgende, aan u mogen behagen.
Toren van David, bid voor ons, en beschut ons door uwe sterkte.
Ivoren toren, bid voor ons, opdat de vlekken der zonden ons niet zouden aankleven.
Gidden has, bid voor ons, en reik aan ons uwe hemelsche schatten uit.
Krt r
--------------- ---------- ------------^
286
Ark des vcrbonds, hid voor ons, opdat wij de wraak Gods over onze zonden ontgaan mogen.
Deur des Hemels, hid voor ons, en breng onze ziel tot de eeuwige vreugde.
Morgenster, hid voor ons, opdat wij niet van den weg der zaligheid afdwalen.
Behoudenis der kranken, hid voor ons, opdat wij in allen tegenspoed, door uwe genade, mogen ondersteund worden.
Toevlucht der zondaren, hid voor ons, opdatwij, rustende op uwe genadige armen, aldaar de goddelijke toorn moge gebroken worden, mitsjesus. onze verzoening, op dezelve heeft gerust.
Troosteres der hedruhien, hid voor ons, mits gij onze zeer minnelijke Moeder zijt.
Hulp der christenen, hid voor ons, en wees indachtig, dat wij u onder uwen bijstand dienen.
Koningin der Engelen, hid voor ons, en zend uwe Engelen tot onze hulp.
Koningin der Patriarchen, hid voor
— 287 —
ohs, en laat de zielen der geloovigen in den schoot van Abraham, in de eeuwige rust, gevoerd worden.
Koningin der Profeten, hid voor ons, opdat wij mogen aanschouwen hetgeen zij ons voorzegd hebben.
Koningin der Apostelen, hid voor ons, opdat wij nimmer afwijken van het christen geloof, dat zij aan ons verkondigd hebben.
Koningin dev Martelaren, hid voor ons, opdat wij in Jesus volstandig blijven in al ons lijden.
Koningin der Belijders, hid voor ons, opdat wij hunne volharding zouden bekomen.
Koningin der maagden, hid voor ons, opdat wij onzen staat zuiver mogen beleven.
Koningin van alle Heiligen, hid voor ons, opdat wij in hun gezelschap God mogen genieten.
Koningin zonder vlek ontvangen, hid voor ons.
Koningin van den H. Rozenkrans, hid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
.'é;:
t «gt; *
Si-
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v. In alle lijden en benauwdheden,
r. Kom ons te hulp, allerbarmhar-tigste Moeder Maria!
GEBED
Laat ons door u toegang hebben tot uwen Zoon, Maria, vindster van de gratie , Moeder der zaligheid ! opdat Hij door u, die uit u voor ons is geboren, ons in genade ontvange. Dat de volheid uwer volmaaktheid bij Hem de boet onzer verderfenis ontschuldige; dat uwe vruchtbaarheid in onze zielen de vruchtbaarheid van verdiensten brenge.
O Maria, onze Vrouw en Middelares ! verzoen ons met uwen Zoon en beveel ons aan Hem: doe zooveel door de gratie, die gij van Hem verkregen hebt, door de barmhar-
i
i
lt;
289
tigheid, die gij gebaard hebt, dat Hij, die in u ter onzer liefde is deelachtig geworden van onze ellenden, ons in al onze behoeften vertrooste, en deelachtig make van zijne gratie en glorie. Amen.
Gebed tot de allerheiligste Maagd Maria
(Door den H. Bernardus.)
Gedenk, o genadigste Maagd Maria! dat men nooit gehoord heeft dat iemand , die tot u gevlucht is, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak gevraagd heeft, van u verlaten is geweest. Door dit betrouwen aangemoedigd, o Maagd der maagden ! loop ik tot u, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor uwe voeten neder. O Moeder des Woords! versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan en gewaardig ze te verhoeren.
-MIK-
, C-.
tH
LITANIE
van den
HEILIGEN JOSEPH
eer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
Getrouwe en wijze dienaar,
— 291 —
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
bid voor ons.
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria, Die, om Maria, met bijzondere genaden zijt begunstigd geweest, Allerreinste in zuiverheid. Allernederigste in ootmoedigheid. Allervurigste in liefde.
Aller verhevenste in beschouwing, Die door den H. Geest zeiven
rechtvaardig zijt verklaard, gt Die in de goddelijke verborgenhe- ^ den boven anderen verlicht zijt d geweest, ®
Die door eenen Engel in het ge- § heim der menschwording onder- M wezen zijt,
Die met Maria, uwe bevruchte Bruid, naar Bethlehem zijt gereisd.
Die in de herberg geene plaats vond en in eenen stal zijt gaan vernachten,
Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd.
Die, als Christus besneden werd, zijnen naam Jesus genoemd hebt, bid voor ons.
Die met Maria het Kind Jesus in
den tempel hebt geofferd,
Die op het woord van den Engel, met Jesus en zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht,
Die, na den dood van Herodes, met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wederge-keerd,
Die het Kind Jesus, dat te Jerusa- lt;3 lem was gebleven, met Maria, ° zijne Moeder, vol droefheid ge- 2 zocht hebt, ï1
Die Jesus, na driedagen,met blijdschap in het midden der Leeraren hebt gevonden.
Aan wie de Heer der Heeren op
aarde onderdanig is geweest. Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt.
Man van Maria, uit welke Jesus is geboren,
Onze voorspreker, hoor ons, heilige Joseph.
— 293 —
Onze beschermer, verhoor ons, heilige Joseph.
In al onzen nood, help ons, heilige Joseph. ti'
Door uwe allerzuiverste trouw, g Door uwe vaderlijke zorg entee-
derheid.
Door uwen arbeid en zweet.
Door al uwe deugden,
Door al uwe verdiensten.
Door uw eeuwig geluk.
Wij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij uwen beminden Jesus wilt lt; bidden om vergiffenis onzer zon-1quot;quot; den, g
Dat gij ons aan Jesus en Maria g*
gelieft aan te bevelen.
Dat gij voor alle maagden en on- -c getrouwden de gave van zuiver- o heid wilt verwerven, gquot;
Dat gij voor alle getrouwden eene o onbevlekte getrouwheid en eene o heilige eendracht wilt verkrij- m gen.
Dat gij alle huisvaders in het
a Tl
•Sv-
— 294 —
christelijk opvoeden hunner kinderen wilt behulpzaam zijn, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij alle oversten in de bestiering der hun toebetrouwden wilt ^ behulpzaam zijn,
Dat gij alle vergaderingen, die u ST bijzonderlijktoegedaanzijn, wilt £ begunstigen, §
Dat gij allen,die op uwe hulp be- c trouwen, altijd en overal wilt^, beschermen. S.
Dat gij alle geloovige zielen door o* uw gebed vóórhaar wilt helpen, ° Beschermer van Jesus, g
H. Joseph,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
— 295 —
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Joseph. R. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer ! dat wij door de voorspraak van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DEN H. JOSEPH
om de genade eenevgoede dood te bekomen.
Groote H. Joseph, die het voorbeeld, de patroon, de vertrooster der stervenden zijt, ik verzoek vandaag uwe bescherming voor mijnen laat-sten levensstond,voor dat verschrikkend oogenblik, wanneer de krachten, om u ter hulp te roepen, mij misschien zullen ontbreken. Maak, smeek ik u, dat ik de dood der rechtvaardigen sterve. Maar, opdat ik eene zoo groote gunst moge beko-
tV—5
296
men, verkrijg mij dat ik, naar uw voorbeeld, in de tegenwoordigheid van Jesus en Maria leve, en dat ik nooit hunne oogslagen door de schandige vlekken der zonde bezoe-dele. Dat ik, van dit oogenblik af, versterve aan mij zeiven, aan mijne driften, aan mijn aardsch verlangen, aan al wat God niet is, om alleenlijk te leven voor Hem, die voor mij gestorven is. Jesus, Maria, Joseph, in de hoop uwer hulp en onder uwe bescherming is het dat ik deze voornemens maak ; weest mij genadig nu en in het uur mijner dood, en maakt dat ik, op het oogenblik van sterven, uwe zoete namen uitspreke. Amen.
l_ I T A N I E
van het
H. HART VAN JESUS
; eer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God, o Hart van Jesus, Zoon van den ^
eeuwigen Vader,
Hart van Jesus, Zoon van de ^ H. Maagd Maria, ^
Hart van Jesus, eigene en waar-g dige woonplaats van den heili- S gen Geest,
Hart van Jesus, schatkamer der H. Drievuldigheid,
--Ü
— 298 —
Hart van Jesus, roem en vreugd der
Engelen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindig in Majesteit,
Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde.
Ootmoedigste Hart van Jesus, Allerzuiverste Hart van Jesus, Allerminnelijkste Hart van Jesus, Hart van Jesus, vol van zegen en genade,
Hart van Jesus, wellust van hemel o en aarde, 2-
Hart van Jesus, licht van geheel S de wereld, 3
Hart van Jesus, onoverwinnelijke ^ sterkte tegen onze vijanden, g Hart van Jesus, bron van alle g rechtvaardigheid, ^
Hart van Jesus, oorsprong van alle
goedheid en barmhartigheid,
Hart van Jesus, vol medelijden en
teederheid,
Hart van J esus, woonstede aller
deugden,
Hart van Jesus, allen lof en eer
waardig.
Hart van Jesus, wien alle aan-
bidding toekomt, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindige afgrond
van alle hemelsche gaven,
Hart van Jesus, zaligheid dergenen, die in U hopen,
Hart van Jesus, fontein der wateren, die tot het eeuwige leven springen.
Hart van Jesus, verzoening der
Hart van Jesus, troost van alle 5-bedrukte harten, £5
Hart van Jesus, hoop dergenen, 3 die in U sterven, C,
Hart van Jesus, ons leven en onze g verrijzenis, g
Hart van Jesus, toevlucht van alle ^
zondaren,
Hart van Jesus, met bitterheid
voor ons vervuld,
Hart van Jesus, met versmaadhe-
den voor ons verzaad,
Hart van Jesus, om onze boosheden doorwond.
Hart van Jesus, om onze zaligheid aan het kruis gestorven.
— 3oo —
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, levende, heilige en Godbehagende offerande, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, altaar, op hetwelk al de Heiligen geslachtofferd worden, ontferm U onzer.
Lam Gods. dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
LAAT ONS BIDDEN
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, geef dat wij aan de liefde van uw allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en de versmadingen, aan hetzelve door de ondankbaarheid der menschen aangedaan, door waardige dienstbewijzingen vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en
■v
— 3oi —
heerscht met den Vader en den heiligen Geest, God in alle eeuwen. Amen.
Eereboet aan hetH. Hart van Jesus
O aanbiddelijk Hart van mijnen Zaligmaker en mijnen God, doordrongen van droefheid bij het aanschouwen der beleedigingen die Gij in uw H. Sacrament ontvangen hebt en nog dagelijks ontvangt, werp ik mij voor uwe voeten neder om U daarover eene eereboet te doen. Konde ik door mijne eerbewijzingen, door mijnen eerbied uwe miskende eer herstellen ! Ach ! konde ik dittenprijze mijns levens! Gedenk dan uwer barmhartigheden, o Jesus, en verleen mij de vergiffenis, welke ik U vraag voor zoo vele goddeloozen, voor zoo vele ketters, voor zoo vele laffe christenen en voor mij zeiven, die U zoo dikwijls beleedigd heb. Vergeef mijne ondankbaarheid, en wees indachtig dat uw goddelijk Hart, het gewicht mijner zonden dragende, er tot den
-
— 3O2 —
dood toe over bedroefd geweest is. Gedoog niet dat uw lijden en uw bloed voor mij vruchteloos wezen, vernietig mijn zondig hart en geef er mij een, gelijkvormig aan het uwe, een vermorzeld en ootmoedig hart, een hart dat zuiver zij , vol afschrik voor de zonde, een hart, dat maar een slachtoffer meer zij, toegewijd aan uwe eer en ontvlamd door het goddelijk vuur uwer liefde. Van mijnen kant beloof ik U, o mijn zachtmoedige J esus ! dat ik voortaan, zoo veel het in mijne macht is, door mijne zedigheid in de kerken, door mijne standvastigheid in U te bezoeken in het H. Sacrament des Altaars, door mijne vurigheid in U te ontvangen in de H. Communie, al de oneerbiedigheden, de ontheiligingen, de heiligschenderijen zal trachten te herstellen, welke ik in de bitterheid mijner zielbeween. Amen.
GEBEBEN GEDURENDE HET LOF
Lof- en dankgebed
, eloofd en gedankt zij te allen tijde het allerheiligste Sacrament! Zegen mij, o Jesus! met den Vader en den H. Geest; versterk mij door uwe genade, om zoo te leven volgens uwen heiligen wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke ; geef aan alle rechtvaardigen volharding, aan alle zondaars vergiffenis en aan alle geloovige zielen verlossing; help ons allen, nu en in het uur van onzen dood.
Gebed tot Jesus.
O Jesus ! Gij zijt hier waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament ! dit geloof ik vastelijk,want
3O4 —
Gij zelf hebt het gezegd en veropenbaard. Ik aanbid U met den diepsten eerbied als mijnen Schepperen Verlosser, mijn Opperste Goed, mijnen Heer en mijnen God.
O Heer ! sla van uw heilig altaar een genadig oog op mij, ellendi-gen zondaar. Met een bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met de oogen vol tranen, bid ik U,o mijn God ! vergeef mij mijne zonden ; zij zijn mij van harte leed ; ik haat en verfoei dezelve uit liefde tot U. Verwerp mij niet van uw aanschijn; keer uw aanzicht af van mijne zonden ; wisch al mijne ongerechtigheden uit: schep in mij een zuiver hart; vernieuw den rechten geest in mijn binnenste ; maak mij, naar uw voorbeeld, zoetaardig en ootmoedig van harte, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, verduldig in het lijden, standvastig in uwen dienst, en in alles onderworpen aan uwen goddelijken wil.
Steunende op uwe vaderlijke goedheid, o mijn Zaligmaker! bid ik U ook voor al degenen, met welke ik
%
— 3o5 —
door de banden van den godsdienst en der natuur vereenigd ben. Zegen onzen H. Vader den Paus, de Bisschoppen en Priesters, beziel hen met eenen vurigen ijver voor uwe glorie, en met eene teedere liefde voor de schapen, welke Gij hun toe-betrouwd hebt! ik bid U bijzonderlijk voor den Herder dezer parochie: geef dat zijne onderwijzingen vrucht mogen doen in onze harten, dat hij ons de HH. Sacramenten waardiglijk bediene, en door uwe genade zóó leve, dat wij door zijn voorbeeld altijd mogen gesticht worden.
Ik beveel U, Heer, mijne ouders, die zoo veel voor mij ten beste hebben gedaan dat ik het hun nooit vergelden kan ; maar Gij kunt hen daarvoor loonen; ik bid U ootmoe-diglijk, geef hun al wat naar ziel en lichaam noodig is voor dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor al mijne weldoeners en vrienden : ook voor mijne vijanden,indien ik er mochte hebben. 26 32
3o6
Ach, Heer! mochten toch alle menschen, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren! geef hun daartoe uwe genade ; ontferm U over hen, o Jesus ! dien ik met het oog des geloofs aanschouw in dit H. Sacrament! Gij hebt aan het kruis gebeden voor versteende zondaars ; laat dat gebed ook nog voor hen,die in zonde leven, genade verwerven.
De zielen der geloovigen, die nog in het vagevuur lijden, beveel ik aan uwe goedertierenheid; vervul het vurig verlangen, welk zij hebben, om uwminnelijk aanschijn te genieten.
En om in mijn gebed niemand te vergeten, bid ik U, Heer ! voor de zieken, die U met ons niet kunnen komen aanbidden; troost hen op hun bed van lijden; sta de stervenden bij ; geef dat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden; eindelijk bid ik voor allen, voor wie ik gehouden ben te bidden ; laat hen uwen dierbaren zegen en uwe genade deelachtig worden.
3O7
Heer J esus ! als ik overweeg, hoe genadig en wonderlijk Gij hier tegenwoordig zijt in dit H. Sacrament, dan moet ik uitroepen : o Heer ! hoe groot zijt Gij ! Gij zijt bij ons en in het midden van ons, als een vader bij en onder zijne kinderen, als een geneesmeester bij zijne zieken ; hoe teederlijk bemint Gij ons! Ach, mochten toch ik en alle menschen U hartelijk weder beminnen! ach, hoe ongelukkig zijn degenen, die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardig Sacrament tegenwoordig zijt; verleen hun toch het licht des ge-loofs, opdat zij, uit hunne blindheid getrokken, tot den schoot uwer Kerk gebracht worden, en met ons geza-menlij k U in dit geheim aanbiddende, begrijpen mogen, hoe gelukkig uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig hunnen nood en krankheden aan U, als aan hunnen vader en geneesmeester, mogen klagen, vastelijk vertrouwende dat Gij hen niet ongetroost zult laten weggaan.
— 3o8 —
Gehed tot Maria.
O onbevlekte Maagd! hoe vurig danken wij God dat Hij U voor alle vlekken der zonden bewaard heeft. Hoe zeer wensch ik dat alle men-schen dit voorrecht in u erkennen ! Vlekkeloos staat gij voor het aanschijn des Heeren. Gewaardig u uwe medelijdende blikken op mij, onwaardige, te vestigen. Bid God voor mij; trouwens, ik ben niet slechts in zonde ontvangen en geboren geworden, maar ik heb ook, na het H. Doopsel, mijne ziel door menigvuldige zonden besmeurd; ik heb zoo weinig getracht het kleed der onschuld zuiver te bewaren. Zal God aan u, welke Hij boven alle schepselen verheven en voor alle zonden bewaard heeft, wel iets kunnen weigeren? Allerzuiverste Maagd! gij wilt, gij kunt voor mij de genade afsmeeken, dat ik door ware boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd worde, en dan ernstig mijne zaligheid bewerke. Moge ik dikwijls aan u denken; moget gij mij ook
— 3O9 —
nimmer vergeten! Bid voor mij, opdat ik uw geloof, uwe ootmoedigheid, uwe liefde, uwe gehoorzaamheid, uw geduld, uwe zuiverheid navolge, ten einde ik eenmaal met u in de eeuwige zaligheid moge dee-len. O gelukkig oogenblik, op hetwelk ik u in den Hemel zal zien, loven en eeuwig beminnen, u, mijne Moeder, onbevlekte Maagd Maria!
Onder het Ave Maria.
Driemaal het Wees gegroet.
Bij de Benedictie.
Ik zal van U niet gaan, o mijn Zaligmaker! zonder van uwe liefde de zegeningen ontvangen te hebben, welke mijne behoeftigheid vordert. Ach! of deze in mij den levendigsten schroom verwekten voor de zonde, mij uwe liefde en uwe gratiën mededeelden, en mij hielpen wèl te leven en den dood der Heiligen te sterven!
Diezelfde gunsten, o mijn God! verhoop ik van U voor mijne familie en voor allen, die het voor mij eene
esRi_____________.gt;/
«H---x
— 3io —
plicht is U aan te bevelen, namelijk voor NN. Ik roep al den bijstand uwer Voorzienigheid in over de benoodigdheden van Kerk en van Staat; bewaar onder dezelve de banden des vredes en der eendracht; doe uwen Naam over heelde wereld kennen, aanbidden en beminnen; verlicht de ongeloovigen en'degenen, die in doling zijn; vertroost die, welke zich in druk bevinden ; doe de zondaren het gruwzaam gevaar van hunne ziel zien; raak de versteende harten en breng ze tot U weder; vergun aan de rechtvaardigen de volharding, aan de stervenden het geluk in uwe liefde te sterven; verkort de pijnen der zielen in hetvagevuur; vervul onze wenschen, en geef dat wij allen hier het onderpand der eeuwige zegeningen ontvangen. In den naam des Vaders en des Zoons, en des H. Geestes Amen.
i m
V, JIC
TESTAMENT
of
UITERSTE WIL
hetwelk ieder christen mensoh dagelijks 's avonds behoort te lezen
■
kttn den Naam des Heeren. W Ik lever en. beveel mijne ziel @=1 aan mijnen God, mijn lichaam aan de wormen der aarde en aan de bederfenis. Zeer gaarne verlaat ik al de genoegens van dit vergankelijk leven, die slechts ijddheid der ijdelheden zijn. (Eccl. I.v. 2.)
Ik verfoei al mijne zonden, omdat zij mishagen aan God, die oneindig goed is en dien ik boven al bemin. Ter liefde van God vergeef ik, uit den grond van mijn hart aan al mijne vijanden.
Ik geloof in God, , één in wezen en drievuldig in Personen, den Vader, den Zoon en den H. Geest, die mijn
n
ftv—
— 3i2 —
Schepper, mijn Verlosser en mijn Zaligmaker, en oneindig machtig, wijs en goed is. Ik geloof alles, wat de H. Kerk, mijne Moeder, mij voorstelt te gelooven.
Van de goddelijke goedheid verhoop ik vergiffenis mijner zonden, zijne heilige gratie en het eeuwige leven. Ik bemin mijnen God uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne Ttyachten. (Luc. 10. v. 27.)
K Ik onderwerp mij geheel en volko-menlijk aan alles, wat de allerheiligste en altijd aanbiddelijke wil van God over mij zal beschikken. Ik ben bereid te doen en te lijden, te leven en te sterven, gelijk het U, o mijn God! behagelijk is; dat mv wil geschiede op de aarde als in den Hemel. (Matth. 6, v. 10.)
Ik beveel mijne ziel en mijn li-, chaam in de bescherming van de allerglorierijkste Maagd en Moeder Gods Maria, onbevlekt ontvangen, mijne allerzoetste vrouw en voorspreekster, van den H. Antonius van Padua, van mijnen H. Engel-
I Bewaarder en van al de Heiligen,
^
-
3i3
die ik ootmoedig verzoek mij te willen bijstaan nu en in het uur van mijnen dood.
Mijne laatste woorden zullen zijn; Jesus, Maria, Joseph, Antonius! In hunne omhelzing wil ik leven en sterven.
Zoo ik deze heilige namen alsdan met de tong niet kan uitspreken, zal ik die uitspreken met het hart. En zoo ik misschien in het uur des doods mochte beroofd zijn van het gebruik des verstands, zoo spreek ik die nu voor alsdan uit, en zeg met allen eerbied en godvruchtigheid ; Jesus, Maria, Joseph, Antonius ! o mijn God ' in uwe handen beveel ik mijnen geest. (Luc. 25. v. 46.)
27
mi
V.
■
iw
BLADWIJZER
Voorrede.
Korte levensbeschrijving van den H. Antonius van Padua.
36 67
71
74 77 96
108 119
123
144 148
l5i„
.t
m
--m
i van den heiligen Antonius van Padua.
Gedurende zijn leven.
Na zijnen dood .
I. Opwekken van dooden.
II. Bekeeringen.
III. Bijstand in den nood.
IV. Genezingen.
V. Terugvinding van verlorene voorwerpen.
VI. Hulp in bekoringen.
Gebeden onder de H. Mis ter
eerevanden H. Antonis van Padua.
Novenen of negendaagsche oefeningen.
Oorsprong der Novene.
Novene ter eere van den H. Antonius.
Vfi.__________________- _______^
— 3i5 —
Bijzondere gebeden voor elk der negen Dinsdagen. 179
Responsorium ter eere van den H. Antonius, door den H. Bo-naventura vervaardigd. 207
De drie voetvallen ter eere der allerheiligste Drievuldigheid. 222
Litanie van den H. Antonius van Padua. 226
Godvruchtige gebeden tot den H. A ntonius in allerlei aangelegenheden.
I. Gebed voor eenen gelukzaligen dood. 233
II. Gebed om in het ware geloof
III. Gebed in nood en angst. 235
IV. Gebed tegen de bekoringen der hel. 237
V. Gebed tegen de melaatsch-heid der zonde. 238
VI. Gebed in lichamelijke ziekten. 239
±2
VII. Gebed voor degenen die zich op zee bevinden. 240
rft-V
«rL tik.
«l-y
— 3i6 —
VIII. Gebed voor degenen die zich in boeien bevinden. 241
IX. Gebed tot herstelling der 00-gen, ooren, handen en voeten. 242
X. Gebed om verlorene zaken terug te vinden. 243
XI. Gebed ter afwering van gevaren. 245
XII. Gebed in onverwachte voorvallen. 245
XIII. Gebed in gebrek en armoede. 246
XIV. Gebed om de hulp van den
H. Antonius te verwerven. 248
XV. Gebed in allerlei tegenspoed. 249
XVI. Gebed om de genade van goed de plichten van zijnen levensstaat te vervullen. 25o
XVII. Gebed voor eenen zieke. 251
XVIII. Gebed voorde bekeering van eenen zondaar. 252
XIX. Gebed van een kind voor zijne ouders. 253
XX. Gebed om een zaligen levensstaat. 254
XXI. Gebed voor eene ziel des
____________________________■) «CC
VHk. -.M.
-317-
XXII. Gebed voor het welslagen
Vurige verzuchtingen tot Jesus. 257 De zegen van den H. Antonius tegen de aanvechtingen der helsche geesten. 259
Gebed voor het altaar van den
H. Antonius. 261
Drie gebeden voor het beeld van
den H. Antonius. 264
Drie gebeden ter eere der groote vreugden, welke de H. Antonius op aarde genoot, om bijzondere genaden van God te bekomen. 273
Godvruchtig gebed tot den heiligen Antonius gedurende de H. Mis. 278
Lofzang ter eere van den heiligen Antonius. 279 Litanie tot de allerheiligste
Maagd en Moeder Gods Maria. 282 Litanie van den H. Joseph. 290 Litanie van 't H. Hartvanjesus. 297 Eereboet aan het H. Hart van
Jesus. 3oi
Gebeden gedurende het Lof. 3o3 Testament of uiterste wil. 3ii