p—- -'l'
'
1
\ ' $ j** \ I . /-V ,/
?. . r -
./
/
/ S. r/tt y
J fl V ! ': f , , /
Vak 87
Ut
V
i:
A
111
DE H. JOZEF.
Toonleelil yan üet CliristelüK Leven.
| Godvruchtige lezingen
voor iederen dag der maand Maart.
DOOK KEK PKIEBTEK DEK CONGEEGATIE VAN O. L. V. HOEDER VAN BARMHARTIGHEID.
I
TWEEDE VBVK.^
gt; II
I
TIL BU KG,
Stoomdrukkerij van het R. K. Jongens-Weeshuis. 189 1.
é)1
te
IMPRIMATÜK.
M. K. de Beer, Sup. Gen. et ad hoc delegatus.
Datum Tilburgi , 10 .Tanuarii 1891.
VT
AAN DEN RODVRUCHTIGEN T/EZEK.
De vrome wensch der geloovilt;ren , — cle opwekking en aanmoediginsc van onzen H. Vade'. fjeo XIII, — het verlangen om aan den H. Jozef te behagen en zijne bescherming te verdienen, — alsmede de zucht om door de verbreiding det godsvrucht tot. den H. Jozef eenig geestelijk nnt: te stichten, dit alles spoorde ons aan, dit nederigf werkje te schrijven on uit te geven.
De samenstelling van een geschrift over de/i H. Jozef' gaat met eigenaardige moeilijkheden ge-panrd. Vooreerst, de scquot;haarschheid der Evangelische bijzonderheden, gevolgd door eene betrekkelijk spaarzame behandeling dezer stof door de oudere Kerkvaders. De weinige woorden, die di HH. Evangelisten en Kerkvaders aangaande dei. H. Jozef neerschreven , blijken echter bij nade onderzoek goudmijnen te zijn , die aangaande dt deugden en voorrechten van dien grooten Patriarch schatten van leering voor ons bevatten
*1
Ten andere, wil men een werkje schrijven, dai. gerustelijk aan allerlei personen, ook aan kinderen, in handen kan worden gegeven, dan moet bij de behandeling van sommige punten de grootste behoedzaamheid worden iu acht genomen. In hoeverre wij daarin geslaagd zijn , moge de vrome lezer beoordeelen; terwijl wij verder hopen en vertrouwen , dat de H. Jozef in den Hemel met welgevallen moge neerzien opeen arbeid, alleen tot ziine eer ondernomen.
-r
-v
BIJ DE TWEEDE UITGAVE
Dat de duizenden exemplaren der serste uitgave . ceeds het eerste Jaar zouden zijn uitverkocht, wij hadden het ons zeiven niet durven voorstellen , veel minder beloven. Nu echter de H Jozef onzen nederigen arbeid zoo buitengewoon heeft willen zegenen, hebben wij getracht door het aanbrengen yan verbeteringen in vorm en inhoud het werkje meer waardig te maken van den grooten Heilige, tot wiens eer het geschreven werd, en aangenamer aan den vromen vereerder van St. Jozet. Die groote Heilige moge wederom deze nieuwe uitgave zegenen ; want wet gezegend wordt door St. Jozef, dat is gezegend door God. H. Jozef, op ' rust onze hoop!
Verklaring van den Schrijver.
r
In niets de hesluiten der H. Kerk willende fooruitloopen, onderwerpen wij, volgens de Kerkelijke voorschriften , al onze meeningen en aan gehaalde feilen aan het oordeel van den H. Stoel, eu kennen wij aan dezelve geen ander gezag toe, 3an dat der schrijvers, die ze meedeelen.
DE H. JOZEF.
* ToiiiilieeU ïaa liet Cïnstelijlt Lejei
Geschiedkundig Overziclit der vereerins van den H. Jozef.
Va' vereering van den H. Jozef is 'thans algemeen in de H. Kerk Geen geloovige, die de HH Namen van Jesus en Maria uitspreekt, of hij voegt daar onmiddellijk den gezegenden naam Jozef liij. Overal ziet men zijn lieeld, overal hoort men zijn lof. Dit is niet altijd zoo geweest. Daar was een tijd waarop men, zonder den 11. Jozef juist te vergelen, hem vereerde gelijk men de duizenden andere Heiligen vereert. die dgt;
vn
-----___li
I
Kerk viert .la zelfs waren er vele Heiligen, die in de vereering van het volk en in den eeredienst der Kerk hooger stonden dan de H. Jozef, welke daarin slechts een zeer bescheiden plaats innam. Daar gebeurt niets door toeval alleen; vooral niet, waar het dc vereering der Heiligeti en den eeredienst der Kerk geldt; maar, zoo zegt, Pater Segneri, gelijk de H Kerk wachtte met al de eigenschappen van den 11. Geest nauwkeurig in hare geloofsleer te omschrijven, tot dat het geloof aan de Godheid van Christus diep in het hart der gcloovigen was ingeworteld, zoo achtte zij het noodzakelijk , de godsvrucht der Christenen niet op de vereering van den H. Jozef te richten, vóór dat de maagdelijkheid der Moeder Gods door de geheele wereld erkend en geëerd werd').quot;
Maar in de I ïVi' en I trquot;' eeuw klonk voor den H. Jozef het woord des Meesters : Amice , ascende super lus: vriend , ga hou-fjer op2). Lang genoeg zijt gij in uwe
Ij Schete. Jozcl , Zoon von David,
3) Luc. XIV , 10.
nederige verborgenheid geweest: laat nu uw licht schijnen voor de inenschen, opdat zij uwen Vader verheerlijken, die in den Hemel is. En inderdaad, evenals een prachtige zon , die lang achter dichte wolken is verborgen geweest, eerst weifelend en bleek, maar daarna met vollen glans hare L stralen over het aardrijk uitspreidt, zoo quot;] treedt de H. Jozef te voorschijn en schijnt heerlijker, naarmate hij langer verborgen en vergeten is geweest. Zoo scheen de grootheid van zijn voorafbeelding, den aartsvader Jozef in Egypte, schooner glans te verspreiden, omdat hij langer in de duisternis des kerkers vergeten was.
Heiligen , zooals de 11. Bernardinus van Senen en de II ïeresia, — Geleerden als Isidorus de Isolanis , Carthagena , Miecho-viensis en Suarez, — Pausen als Sixtus IV, Gregorius XIV, l rbanus Vlll, — Koningen en Keizers als Leopold I, deze allen deden door woord en schrift en daad hun best, om den II. Jozef te verheffen, als wilden zij hem de vergetelheid van vroeger eeuwen vergoeden.' En nu, nu
is de H. Jozel na Maria de meest vereerde
-----^----
£[;__amp;_____if!
vm
Heilige; de H Kerk viert zijnen feestdag met al den luister, welken de vastentijd, waarin hij valt, toelaat; en gelijk Maria mag hij zeggen, dat alle geslachten hem zalig prijzen , omdat de Heer groote dingen aan Hem gedaan heeft. Grooter eer y kon hem wel niet te beurt vallen dan die ^ quot; Pins IX hem aandeed op verzoek van een groot getal Bisschoppen der Katholieke wereld, nl. door den H. Jozef te verheffen tot Patroon der groote Katholieke familie, die de Kerk van Jesus Christus is. De opvolger van Pius IX , de roemrijke en geleerde Paus Leo Xlil, doet in godsvrucht tot den H. Jozef voor zijn voorganger niet onder Weer heeft zijn machtig woord over de aarde weerklonken en op-^- nieuw getoond, dat er in dat woord, het -woord van Christus' plaatsbekleeder, een hoogere kracht, schuilt. Den 15 Aug. 1889 wekte de Paus de gansche wereld op . om in deze hachelijke tijdsomstandigheden het oog gevestigd te houden op den H. Jozef. Z. H gaat de, redenen na, waarom dt-H. Jozef zoo machtig en verheven is, als Voedstervader van Jesus Christus, als
~ 55^ »St
Q--
Bruidegom der onbevlekte Maagd, als Hoofd van het kleine huisje van Nazareth , hetwelk de eerstelingen lievatte der Kerk . die nu zoo onmetelijk uitgebreid is. Z, H vergelijkt den Jozef der Nieuwe Wet met den Aartsvader van t Oude Verbond , en drukt, er vooral op, dat de godsvrucht tot den I!. Jozef nuttig is voor menschen van iederen stand en rang. « De huisvaders i) vinden in hem het schoonste toonbeeld ii van waakzaamheid en vaderlijke zorg;
i Ie eclitgenooten een vol ma; i t voorbeeld « van echtelijke trouw; dc maagdelijke » zielen vinden in hem tegelijk een voor-» beeld en beschermer der zuiverheid. 1)(-» grooten en rijken kunnen van hem leeren,
ii welke de ware goederen zijn un hoe » men den tegenspoed moei lijden; de i) armen en de werklieden, hoe zij zich » moeten schikken in hunne ontberingen i) en in den harden arbeid, eigen aan hun » stand. . . . Wij zien den 11. Jozef, die ii spruit van een koninklijken stam, zich »zonder ophouden met gelatenheid en ii vreugde wijden aan zijn nederigen igt; arbeid Dit voorbeeld beschouwende,
-ir
■gt; moeten üok de werklieden hunne harten - verheffen en zich met gevoelens van rechtvaardigheid doordringen. Zij heh-
■ ben het recht, hunne armoede te verzachten en een heter lot te verwerven door wettige middelen; maar de rede en de rechtvaardigheid verbieden hun
.1 eene orde van zaken omver te werpen, •gt; die door Gods; Voorzienigheid is vastge steld. Ja zelfs, gewelddadige middelen i en pogingen tot opstand zullen, in plaats
■ van de rampen te verzachten, ze veeli ri • verzwaren. Dat dan de armen oordeel •gt; gebruiken en niet vertrouwen op de be-
■ [often van mannen van wanorde, maar dat zij zich schikken naar het voorbeeld
•gt; van den H. Jozef. Dat zij op zijne » voorspraak hunne hoop stellen, alsook igt; op de moederlijke liefde der Kerk , die •gt; dagelijks meer en meer belang stelt in quot; hun lot.quot;
De H. Vader besluit zijn schrijven met te gelasten, dat in de maand October bij het Ko-/.enhoedje een bijzonder, door hein zei ven aangegeven gebed zul gevoegd worden. Z H. verleent aan dat gebed een aflaat van 7 ja-
sr- ^-
n
r
ren en 7 quadragenen. Dit gebed luidt \ls volgt :
Tot li , heilige Jozel nemen wij in onze kwelling onze toevlucht, en , na den bijstand van uwe allerheiligste Bruid te hebben afgebeden, roepen wij ook uwe bescherming met vertrouwen in. Wij bid- -1* den U bij de liefde, die U met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en smeeken ü deemoedig li ij de vaderlijke teerhartigheid, waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt, goedgunstig neer te zien op het erfdeel, dat Jesus Christus dooi' zijn bloed verworven heeft, ■jn ons door uw vermogen en bijstand in tl onze behoeften te ondersteunen.
Bescherm, o allerzorgvuldigste bewaarder der heilige familie, de uitverkoren kinderen van Jesus Christus; verwijder van ons, allerliefste Vader, iedere besmetting van dwaling en bederf; sta ons, illerkrachtdadigste behoeder, uit den hemel genadig bij in dezen strijd tegen de macht der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus uit het grootste levensge-
vaar gered hebt, verdedig nu eveneens de heilige Kerk Gods tegen de vijandige aanslagen en elk ander onheil; behoed ons allen door uwe voortdurende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en door uwe hulp, heilig mogen leven, zalig sterven , en het eeuwig geluk des hemels verwerven. Amen.
Verder dringt Z. H. sterk aan op de viering der maand Maart ter eere van den glorierijken Heilige en daar , waar die oefeningen niet kunnen plaats hebben, wil Z. II. , dat men ten minste het feest van St. Jozef door een triduum doe voorafgaan Daar waar dat feest niet gevierd wordt als Zondag, verlangt toch Z. H., dat ieder voor zich dien dag op plechtige wijze, I viero door werken vati godsvrucht,.
Het kan niet anders, of, door zulke i woorden aangemoedigd, moet de godsvrucht tot den H. Jozef eene vlucht nemen, die de wereld zal ten goede komen. Geve God, dat weldra de vervolgde Kerk er de gezegendste vruchten van plukke!
-r
AFLATEN
VERLEEND AAN DE
VIERING DER MAAND MAART. -lt;—!•-gt;—
I, lederen dag der maand uüü dagen üan al degenen, die de maand Maart aan St. Jozef zullen toewijden en iederen dag •sen ot' ander gebedje of oefening van deugd doen ter eere van den li. Jozef, op gelijke wijze als men de maand Mei aan de vereering van Maria toewijdt. (Pius IX 27 \pril 18(55.)
1] Een vollen aflaat , op een dag naar verkiezing, als men waarlijk rouwmoedig bieclit en communiceert en bidt tot in tentie van Z. H. den Paus. (Pius IX 27 April 18Ü5.)
Deze aflaten zijn toepasselijk aan de geloovige zielen des vagevuurs. (18 Juli •1877.')
x , y.
* y.
Eerste Dag.
Jesus en Maria, onze voorbeelden in de vereering van St. Jozef.
Hebt dit gevoelen iu u, wfii ook in Christus Jesus w.t-(Phil. U. 5J
_ Lis wij den li. Jozef vereeren, dais .M-lm.iHden wij ons in uitstekend gezelschap. l aten wij nog zwijgen van de HH. Engelen, die ons in de H Schrift worden voorgesteld als steeds met grooten eerbied sprekend tot den H. Jozef; ja , zegt de H. Anselmus , zij zochten als 't ware de gelegenheid , om met hem te kunnen spreken. Laat ons nog zwijgen van de Heiligen en Zaligen en godvruch-tigeti, die in alle eeuwen den H. Jozef vereerd hebben ; zwijgen ook van de zuivere.
—
EEBSTB DAG.
bruid van Jesus, de H. Kerk, die aan den H. Jozef de grootste eer bewijst.
Doch richten wij onze blikken eens naaide wieg van het christendom, naar't arme stalleke van Bethlehem , naar 't nederig huisje van Nazareth. Daar vinden wij de twee volmaaktste, de heiligste, de wijste ' - personen, die wij ons denken kunnen, voortdurend bezig met de vereering van den (1. Jozef. Het zal ons met een weinig nadenken, niet veel moeite kosten ons t daarvan te overtuigen.
Zie vooreerst den Zoon Gods, St. Jozefs ! Plregkind, Jesus. Wat heeft. I!ij voor zijn glorierijken Voedstervader gedaan ? Hem vereerd door zijne tegenwoordigheid, en zijn gezag gehuldigd door zijne onderdanigheid. K. En met welk doel ? Ik heb U een voorbeeld b® gegeven , opdat ook gij zoudt duen , wat Ik 1 gedaan helt, sprak Jesus later (Joan. XHI); j Hij had het nu reeds kunnen zeggen. Maar welke voorbeelden ? In de geheele H. Schrift vinden wij aangaande de betrekkingen tus-schen Jesus en Jozef slechts vermeld : En Hij wan hun onderdanig. Doch die weinige woorden zijn zoo rijk aim zin, dat zij voor
1»
EEKSTL bAi^.
.jnze godsvrucht meer dan voldoende zijn. Zulke woorden moet men niet tellen, maar men moet ze wegen.
Hij — was hun — onderdanig. Als wij eens een Engel aan onze zijde hadden, dien wij en anderen konden zien , die ons in alles gehoorzaamde en dien wij konden zenden , waarheen wij wilden , welk eene ■ eer zou dat voor ons zijn! Grootere eer nog zou het zijn , als ons een heel legioen van Engelen ten dienste werd gesteld. 0, wat zouden de andere mensehen ons gelukkig noemen en benijden ! 't Zou nochtans niets 'icteekenen bij St. Jozefs tvr Hij had den Koning, die over alle Engelen gebiedt, bij zich , en die Koning was Hem onderworpen en gehoorzaam op zijne wenken , die Koning beminde en eerbiedigde _ % hem en stelde in hem een onbeperkt vertrouwen.
Als er in onze omgeving eens iemand was, die de zon zou laten stilstaan, den dag verlengen en den nacht tegenhouden kon, wat zou zulk een mensch vele bewonderaars vinden; men zou meenen met een groot Heilige te doen te hebben ! Eéns
16
EEKSTJS DAG. 17
mocht de H. veldheer Jozuë den dag verlengen ; ook de groote Profeet Isaïas heeft iets dergelijks gedaan, en aanstonds kwamen uit het verre Babyion de geleerden toegesneld, om dat wonder te onderzoeken. In het huisje van Nazareth nochtans had een a eel grooter wonder plaats ; daar gehoorzaamde niet de zon , de dag, of de nacht aan een mensch ; maar de God van Hemel en aarde gehoorzaamde daar 30 jaren lang aan Jozef; Hij luisterde naar hem als naar zijn vader , zijn meester , zijn leidsman ; Hij liet zich door Jozef onderrichten in zaken, die Hij zelf duizendmaal beter wist. o Liefelijk schouwspel! Wat zullen de Engelen dikwijls stom van verbazing naar beneden, naar dat kleine huisje van Nazareth gezien hebben! Wat zullen ze verwonderd gestaan hebben, als zij Jozef hoorden zeggen : « Kom , o Jesus, help mij een weinig in mijnen arbeid, geef mij dezen hamer eens , of drijf dien nasrel eens in , ot verzamel daar die brandstof voor den haard uwer Moeder,quot; en als dan het Goddelijk Kind aanstonds uitvoerde, wat Jozef zegde, als betrof het de gewichtigste zaak
J-
•]A
____^______
18 EERSTt. DAG.
|
der wereld ! Zie , dat is nog eer bewijzen aan iemand! Zoo eerde Jesus den (I. Jozef.
Hoe eerde Hem de allerheiligste Maagd Maria ? Laat ons al wederom zwijgen van hare gehoorzaamheid jegens hem, want dan zouden wij moeten zeggen, hoe zij . hem aanstonds gehoorzaamt, toen Jozef L ' • sprak: «Kom, laat ons naar Bethlehem 4 garnidaar zou nochtans Maria veel tegen in hebben kunnen brengen, — hoe zij hem oogenblikkelijk volgt, om naar Egypte te vluchten, — hoe zij daar jaren lang met Jozef wil verborgen blijven, — hoe zij hem daarna weer als een gewillig schaapje naar Judea volgt; dat alles is heerlijk schoon voorzeker; maar wordt nog overtroffen door de geschenken, die Maria 1 haren Bruidegom ter betuiging harer liefde .p en vereering heeft aangeboden. Al was Maria arm , toch gaf nooit bruid aan een bruidegom heerlijker gaven.
Als men op aarde bewijzen wil, dat men geëerd en bemind wordt door iemand, dan zegt men ; «ziet eens, wat ik van die persoon ontvangen heb.quot; Geschenken toch bewijzen de liefde. Wat heeft dan de H.
-----
EERSTE DAG. 19
Jozef van Maria ontvangen ? Noem op , wat gij wilt: zilver , goud , edelsteen , fonkelend diamant, daar zijn twee kleinoo-diën, die kostbaarder zijn dan dat alles te zaraen. Zij zijn: het H. Hart van Maria en het Kindje Jesus.
Het Hart van Maria is het zuiverste, schoonste , deugden rijkste , heiligste hart, dat ooit in den boezem eener bruid geklopt heeft; het Kind Jesus is God, gezegend in eeuwigheid, de Schoonheid des Hemels, de Weerglans van des Vaders heerlijkheid. Welnu, èn dat hart ('-n dat Kind heeft Maria aan Jozef geschonken.
Haar hart, ja, zij gaf het hein; want zij beminde hein als den bruidegom haar door God geschonken en in wien zij alle K. deugden zag; en nooit zal de liefde van welke vrouw dan ook de liefde nabijkomen, die Maria Jozef toedroeg.
Haar Kind ook gaf zij hem. Wat weelde | voor Jozef, als Maria haar Kind nam en | bet Jozef in de armen legde; als Het zijne . armpjes dan om zijn hals sloeg en daaraan hing als een levend parelsnoer van onein-j dige waarde ! Wie beschrijft ons dan St.
4 V--
20 EEESTE DAG.
Jozefs vreugde ; maar ook , wie zegt ons , hoe Maria Jozef beminde en vereerde; daar zij hem zulke geschenken , zulk een hart en zulk een Kind, gaf! H. Moeder, wij , verheugen ons daarover. Zulk een Kind geven, dat kunnen wij niet; maar ons hart, ja, dat schenken wij volgaarne aan uwen H. Bruidegom. Gij of Jesus zult niet jaloersch zijn; want hoe meer wij Jozef beminnen, hoe grooter ook onze liefde zijn zal voor Jesus en voor u !
Hebt dit gevoelen in u, dat was in Christus Jesus, schreef eenmaal St. Paulus ; dat ook was in Maria, zouden wij er bij willen voegen. Volgen wij de voorbeelden na, die zij ons gegeven hebben ; met zulke lichten vóór ons kunnen wij niet dwalen. Ver-' spreiden wij, zoo mogelijk , de vereering van St. Jozef ook bij anderen ; «daardoor » toch ,quot; zegt de H. Vincentius a Paulo, » bewijzen wij aan Jesus en Maria een «dienst, die hun alleraangenaamst is; daar i) wij dan hem vereeren, dien zij op aarde i) boven al het geschapene beminden en » eerden.quot;
EERSTE DAG. quot;V oornemene.
1° Ter eere van deu H. Jozef de maand Maart godvruchtig vieren.
2° Bij het ontwaken den datr aan God , aan JVJaria en Jozef toewijden.
3° Zoo het mogelijk is , eene afbeelding van den H. Jozef ten minste eenigszins versieren.
4° Ter eere van den Heilige getrouw zijn in het vervullen der dagelijksche plichten , en dubbele zorg aanwenden in het vluchten der zonde.
0° Dagelijks eenig gebed verrichten te zijner eer tot verkrijging van een of andere bepaalde gunst.
VOORBEELD.
De H. Teresia verhaalt ons het volgende , om ons te doen zien , hoe aangenaam de godsvrucht tot St. Jozef aan de Allerh. Maagd Maria is.
Op Maria-Hemelvaartsdag was ik in de kerk van een Dominicanenklooster en dacht daar aan de talrijke zonden, die ik er vroeger gebiecht had. Eensklaps overviel mij eene verrukking. . . Gedurende deze geestvervoering werd ik bekleed met een schitterend wit kleed. Tk zag eerst niet, wie er mij mede omhing; maar weldra bemerkte ik rechts van mij de H, Maagd en links den H. Jozef. Zij deden mij verstaan , dat ik van mijne zonden gezuiverd was. De H. Maagd nam mij bij de hand en zegde mij, dat ik haar een grooi
21
/j
.*u_____
22, EERSTE DAG.
genoegen deed met mijne godsvrucht tot den H. Jozef; dat mijn plan, om (te zijner eer) een klooster te stichten zou verwezenlijkt worden ; dat Onze Lieve Heer en ook de H. Jozef er zeer goed zouden gediend worden; ik behoefde niet te vreezen, dat de eerste vurigheid er ooit verslappen zou, omdat zij en de H. Jozef mij zouden beschermen. . ..
Nadat zij eenige oogenblikken bij mij waren geweest en in mijn hart een ongekend geluk gestort hadden, zag ik hen wederom ten Hemel opstijgen, omringd van eene menisrte Engelen. (Leven der H. Teresia. T. 1.)
GEBED.
H. Jozef, Vader en Beschermer der maagden, aan wiens zorg Jesus, de onschuld zelve, en Maria de Maas;d der maagden, werden toevertrouwd, ik bid en smeek TJ door Jesus en Maria , die zoo dierbaar zijn aan uw hart, verkrijg voor mij de genade, dat ik vrij van alle vlek , geheel zuiver van ziel en lichaam, Jesus en Maria diene in eene volmaakte kuischheid. Amen.
Tweede Dag.
Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Hoofd van het H. Huisgezin.
M. in Quadr. Serm. 18,
Jozef, man van Maria, uit wie Jesus geboren is. — Vervul uwe bediening. (Mt. 1. 16. — [1. ïiin. IV. 5.)
Ir bestiiatzegt de H. Lconar-Mus ;i Portu Mauritio'), eene profetische afbeelding, die wou-ii derlmai- de grootheid van onzen beminden » Heilige voorstelt. Die voorafbeelding is » de eerste Jozef, zoon van den Patriarch ii Jacob, die volgens den H. Bernardus-), » als eene afschaduwing was, welke reeds
(1) S. Leon, a P.
nquot; 2.
(2) Hom. 2 supeu Missus est.
^---^----
24 TWEEDE DAG.
ii in dien verwijderden t ijd, de verhe-ii venste voorrechten aanduidde, welke ii de Jozef der Nieuwe Wet bezitten zou. igt; Gij kent den wonderbaren droom, waarin « de eerste Jozef zag, hoe zon en maan en ii sterren 'zich voor hem nederbogen. Die ii droom was niet enkel het werk eener ii verwarde verbeelding, maar een won-i) derbaar gezicht, dat God zelf in den ii geest van Jozef vormde, om daardoor ii af te heelden niet alleen de toekomstige ii verheffing van dien jongeling in Egypte, ii maar ook nog de toekomstige verheffing * van (inzeil H. Jozef in de Kerk van ii Ghristus. Ik laat het aan u over, het ii wonderbaar geluk van den eersten Jozef » te overwegen, toen hij niet alleen vader ii en moeder en broeders; maar ook geheel ii Egypte voor zijnen troon zag neerbui-» gen ; — ik voor mij bedien mij van dit »schaduwbeeld, om de verheven waar-ii digheid van den tweeden Jozef af te ii meten. Groote God, wie zal er ooit toe ii geraken , om die te bevatten !quot;
De H. Leonardus heeft gelijk. Welk eene waardigheid , hoofd te zijn van het
5?*
—£__
TWKEDE DAG. 25
H. Huisgezin, « van die aardsche Drievul-igt; digheid,quot; zegt de geleerde en godvruchtige Gerson ! « 0 zoo gaat hij voort, « wat zou ik woorden wenschen te hebben, gt;gt; die in staat zijn om die wonderbare en » eerbiedwaardige drievuldigheid van Jesus, gt;1 Maria en Jozef uit te leggen.quot; « Welk ii eene verheffing,quot; had reeds vroeger de H. Bernardus gezegd , « de Bewaarder te ii zijn van het Levend Brood tot welzijn i) van geheel de wereld , de Verzorger en igt; liewaarder van de Koningin der wereld , » do Moeder des Heeren, — de ingewijde, ii de deelgenoot in de hemelsche geheimen,—-ii de eenige medehelper in het groote i) raadsbesluit Godsquot; tot verlossing dei-wereld.
Daar was ter wereld geen grooter schat dan Jesus en Maria. Die schat was te kostbaar, om hem zonder bewaking te laten. Aan wien zal God hem toevertrouwen quot;? Aan Jozef. En hierdoor overtrof Jozef in waardigheid eenigszins den H. Aartsengel Gabriël, die algemeen beschouwd wordt als de Engelbewaarder
van Maria. Gabriël hnd slechts de Allerh.
-----^------
-----------
26 TWEEDE ÜAG.
Maagd te bewaren en nu en dan haar eene boodschap des Hemels tnede te deelen ; bevelen had hi] haar niet te geven ; hij was haar mindere , een dienaar , die bij zijne vorstin eerbiedig zijne opwachting mocht maken ; maar de H, Jozef had èn Maria èn Jesus onder zijne hoede, geleidde hen , gaf hun bevelen en was in schijn hun meerdere.
Groot is de macht van den Pans van Home , den plaatsbekleeder van Christus ; niet alleen , omdat hij als Priester den Zoon Gods in zijne handen kan doen neerdalen in de H. Mis ; niet alleen , omdat hij als Bisschop den H. Geest doet neerkomen over de geloovigen in het H. Vormsel ; maar zijne macht strekt zich nog uit tot buiten de grenzen der zichtbare wereld ; want zijne macht, om te binden oi' te ontbinden doet zich gevoelen tot in de vlammen des vagevuurs, ja, tot in het hoogste der Hemelen. Maar hooger stond eenigszins de H. Jozef in macht en waardigheid, daar hij het hoofd was van het H. Huisgezin en daar naar welgevallen beschikte over Hem, aan wien alle Pausen
-:— --
tweede kag. 27
van Home hunne macht outleenen , en hij geroepen was het Kanaal te geleiden, langs hetwelk ons alle genaden toevloeien : Maria. De Pans is de plaatsbekleeder van Christus, de H, Jozel' was het van den Hemelschen Vader. Welk eene waardigheid! Welk eene verhefling !
God geeft altijd zijne genaden naar gelang de waardigheid , waartoe hij iemand roept. Dit is de leer van den grooten H. Thomas van Aquino, die deze genaden noemt; genaden van staat, d. vv. z genaden, die iemand ontvangt, om waardiglijk en heilijilijk den staat en het ambt te beleven, waartoe (lod hem voorbestemt, of roept,
« Hieruitquot;, zegt de H. Leonardüs a Portu Mauritio'), « durf ik gerustelijk igt; het besluit, trekken, dat de ziel van igt; den H. Jozef, reeds vóór dal hij de » Bruidegom van Maria werd, de schoonste » ziel is geweest, welke ooit op aarde is ii verschenen (altijd, in hetgeen ik hier zeg, de .-Vllerh. Maagd Maria uitgezonderd).quot; » Ik spreek niet van die grootheid , 1) S. Leon, a P. M 1. c.
1
28 TWEEDE DAG.
i) waarop men in de wereld zoo trotsch ii is, ofschoon ze Jozef overigens niet ont-ii brak. Doorloop slechts zijn roemrijken ii stamboom , en gij telt onder zijne voor-ii ouders veertien koningen , en even zoo-» vele profeten en leiders van Gods volk : ii het is als 't ware een gloriekrans van ii kronen en schepters rondom dien door-» luchtigen afstammeling , welke veel groo-igt; ter is dan zijne voorvaders. Het is een -1gt; adel, zoo luisterrijk , dat hij langs Pro-«feten en Patriarchen opklimt tot aan ii den Hemel, en Jozef, mag ik zeggen , » aldus aan God zelf den adeldom heeft
» geschonken in 0. H. Jesus Christus.....
igt; Maar hij hechtte weinig aan die groot-ii heid. De naam van timmerman was ii hem even dierbaar als de titel van prins , ii en de koninklijke schepter had in zijne igt; oogen niet meer waarde dan zijn hamer, n De grootheid , waar hij prijs op stelde, ii was die, welke hij ontleende aan zoo-gt; ii vele heldhaftige deugden , en die hem ii den titel bezorgde van rechtvaardige. Dit n was een kleinood, dat hem behaagde!quot;
Omdat dus de H. Jozef was voorbestemd
TWEEDE DAG. 29
tot hoofd van het H. Huisgezin, daarom kreeg hij van God alle genaden , die van hem een man konden maken volgens Gods hart, een rechtvaardige in den volsten zin des woords.
Want dat woord recht raar dig, dat de H, Geest van Jozef bezigt, beteekent meer, dan dat de H. Jozef aan iedereen het zijne gat'; het beteekent, dat hij volmaakt was in alle deugden. Hoort slechts den grooten Schriftverklaarder, den 11. Joannes Ghrysostornus : « Overweegt, geliefden , dat woord : rechtvaardig; bemerkt wel, dat Jozef aldus genoemd wordt, om het volmaakt bezit van alle deugden').
« Zijn titel, rechtvaardig , is , zegt de ii H. Leonardus a Portu Mauritio2), niet ^ ii slechts eene enkele deugd , niet slechts i) verscheidene deugden , niet slechts eene ii menigte deugden, maar alle deugden , ii alles in den hoogsten trap van volmaakt-ii heid. — Wat kan er meer van een ii mensch gezegd worden '? Is het niet
1) S. Joau. Chrys. in Mt. 1, 19
2) S. Leon, a P. M. ibid.
:gt;$■_
ao
----amp;f~~—
TWEEDE DAG.
een verheven lofspraak , het toppunt van lof? En wie kan zich vergelijken bij zulk eene grootheid ? Laat Adam, nog in den staat zijner onschuld, zich ver-toonen omringd door al de dieren, die nederliggen aan zijne voeten, — dat Mozes verschijne met zijn staf de golven onderwerpende aan zijne heerschappij,— i laat Abraham opkomen met zijn nageslacht, als eene zon te midden der sterren , — dat een Jozuë kome, die als 't ware een bevel gat aan de koningin der sterren, — laat Salomon verschijnen, omgeven door zijne grootheid, — en gij, Patriarchen , toont de Engelen, die u hijstonden , — gij , Apostelen , toont de Kerk, die u vereert als hare eerste grondzuilen , — Wonderdoeners, toont , I hoe de aarde onderworpen was aan uw woord, — o, al die voorrechten verhellen u niet genoeg , om u met Jozef gelijk te stellen , want al die voorrechten en deugden zijn u bij male gegeven , terwijl de H. Jozef allen heeft bezeten, en in een volmaakten graad. Bewijst dan eerbied aan zulk eene verhevene ver-
---£___
TWEEDE DAG. 31
» dienste en valt aan zijne voeten, gij » Profeten , Patriarchen , Apostelen , Mar-ii telaren, Wonderdoeners , gij allen, groo-» ten des Hemels en der aarde, zooals gt;gt; eertijds ook met de zon en de maan ook ii de sterren zich hogen voor den eersten A. «Jozef.quot;
yl gt; quot;V oornemen.
Uit hoogachting voor den H. Jozef nimmer zouder eerbied zijn naam uitspreken , en hem dikwijls met godsvrucht aanroepen. —
VOORBEELD.
Monaco, bij Nyssa 27 Dec. 1807. Hoogwaardige Heer !
Een Pater uit het Gezelschap van Jesus schrijft op den 28 Oct. uit Rome , als volgt:
Een inval der Garibaldisten hing dreigend boven ons hoofd ; zes onzer religieuzen, brachten de kweekeiingen van het klooster te Tivoli naar Rome, elf bleven er in Tivoli achter, alwaar zij gedurende acht dagen de Garibaldisten om zich heen hadden. Zij deden de gelofte een plechtig triduum te zullen houden ter eere van den H. Jozef, zoo ze er zonder ongelukken afkwamen. De woeste bende bezette nu alle geestelijke huizen ;
maar ons college en het adellijk Convict niet. Terwijl onze schoolvertrekken nog vol waren met
geschikte bedden der Zouaven, die nog onlangs
--------
-4*
TWEEDE DAG.
daar iugekwartierd waren, sliepen de Garibaldisteu rondom in de buurt op stroo. Zij kwamen ons geene schatting afeischen, ze zetten geen voet in ons huis, behalve een enkele van de roodhemden, die in de kerk kwam en aan P. Rector een boek aanbood uit de bibliotheek van het seminarie, dat zij geplunderd hadden. Alleen op den laatsten daü; vorderden zij van ons vierflesschen wijn; we gaven ze ; maar op het eerste bericht van de nederlaag bij Montana, maakten zij zich weg , en lieten de flesschen nog ongeopend achter.
's Zondags kwam P. M. ... met 3 kweekelingen om de plechtige sluiting der driedaagsche oefening ter eere van den H. Jozef bij te wonen. Deze oefening geleek eene missie; op den laatsten dag waren er bijna duizend communiën.
Algemeen was men in Rome verwonderd , dat we er zoo gelukkig afkwamen. Zijne Heiligheid gewaardigde zich bij gelegenheid van ons triduum een vollen aflaat te verleenen en zond ons tot eeuwig aandenken eene breve op perkament.
Opmerkelijk is het, dat het college van Tivoli nabij het stadsplein staat; en als men bedenkt dat het eerste werk van de Garibaldisten altijd en overal, in welke stad zij ook komen , is , de Jesniten er uit te jagen, dan moet men erkennen, dat de H. Jozef zijne handen beschermend hield uitgestrekt over hen , die zich aan hem hadden aanbevolen. Aanvaard enz.
Uw onderd. dienaar
P. Paolini, S. J.
^-------^----
33
TWEEDE DAG.
33
GEBED der H. Kerk.
o God, geef, dat de rerdieusten van den Heiligen Bruidegom uwer glorierijke Moeder ons te hulp komen, opdat de genaden, die wij onbekwaam zijn door ons zeiven te verkrijgen, ons door zijne voorspraak verleend worden. Die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
vt
A
Derde Dag.
Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Bruidegom van Maria.
„ Ik heb eeue nieuwe heilige „ Stad gezien door God bereid , „ als eene bruid voor haren man, „ en ik heb eene krachtige stem „ gehoord : Ziedaar de woonplaats „ van God met de menschen.quot;
(Apoc. XXI. 2 , 3.^
LooM te zijn van het H. Huisgezin, I was voor den H. Jozef eene groote eer en eene verhevene waardigheid ; maar in die waardigheid lag opgesloten, dat hij ook de bruidegom was van Maria.
Wie onzer zou niet verlangen dcallerh. Maagd eens te mogen zien ? Zouden wij niet een onzer oogen, ja beide oogen willen missen, als het ons eens gegeven ware gedurende enkele oogenblikken dat allerbe-
■f
--TS__
UEKDE DAG. 35
ininnelijksl gelaat te aanschouwen, Maria's glimlach te zien, hare zilveren stem te hoorenquot;? Maar wie zijn wij, om zulke wenschen te vormen ? Hoogstens verhopen wij haar te zien op ons sterfbed, als zij ons komt halen om op te vliegen naar de zalen der eeuwige heerlijkheid. Onze zon- i - den zijn te talrijk en te groot. Wij Maria ^ zien, reeds op aarde'? Neen, H. Moeder, wij zijn het niet waardig.
Wat dan te zeggen van St. Jozefs waardigheid en heiligheid? Hij had niet eene verschijning van de allerheiligste Maagd gedurende enkele oogenhlikken of uren ; maar jaren en jaren had hij de allerh. Maagd aan zijne zijde; dagelijks mocht hij haar minzaam gelaat aanschouwen, X. dagelijks hare zoete stem liooren, hij mocht haar de zijne, zijn eigendom noemen ; want hij was haar bruidegom en zij zijne bruid. 0 , welk eene waardigheid , welk eene wonderbare verbintenis I Kuisch-heid en bovennatuurlijke liefde waren het wederzijdsche huwelijksgoed; want andere schatten bezaten zij niet. De vrucht daarvan was , dat Jesus Christus, de Zoon des
; ^5?' - : ït
_iV—
DERDE DAG.
Ti
Hemelschen Vaders , aan beiden toebehoorde , aan Maria als Moeder, aan den H. Jozef als aan iemand, die met de waardigheid , ook de rechten van vader verkregen had.
Doch om bruidegom van Maria te kunnen worden was het noodig , zegt de H. Leonardus a Portu Mauritio, dat de H. Jozef ook eenigszins in deugd en heiligheid gelijkvormig was aan zijne H. Bruid ; do HH. Bernardus en Bernardinus zeggen hetzelfde. Zulks vorderde èn de eer van God den Vader , die zelf Jozef uitkoos , èn de grootheid van den Zoon , èn de lielde van den H. Geest.
Als hier op aarde een koning zijne schatten of goederen wil toevertrouwen aan een zijner dienaren, dan zal hij toch zeker den besten en bekwaamsten daarvoor wel nemen. En zou God de Vader, de eeuwige Wijsheid , zou Hij voor den kostbaren schat van Maria's eer, een bewaker gekozen hebben, die niet alle deugden in zich vereenigde'?
Groot en verheven zou de Zoon van
Maria zijn. Als wij voor dat Goddelijk
--------^--
Sfi
ï____y.______
üfcJiDl, DAG. 37
Kind eens een voedsiervader hadden moeten kiezen , zouden wij er dan niet een genomen hebben , die de hoogste deugden in den hoogsten graad bezat ? En zou God de Zoon, die zelf zijn voedstervader koos, zou Hij dan in zijne wijsheid niet gedaan hebben, wat wij zelfs in onze onwetendheid zouden doen ?
De H. Geest beminde zijne Bruid. de Allerh. Maagd, met eene onuitsprekelijke liefde, als eene maagdelijke aarde, die Hij zou vruchtbaar maken ? Hij, die de harten kent, stelde den H. Jozef in zijne eigene plaats, als zijn zichtbaren vertegenwoordiger aan. Onder de tienmaal duizenden van Israël zocht Hij een man , die haar geleek en Hij vond dien man in Jozef, van koninklijken bloede uit het geslacht van David. De H. Geest zelfhad gezorgd, dat Jozef, alhoewel arm aan al het aardsche, een geestelijk huwelijksgift kon aanbrengen , dat aan de waardigheid en heiligheid der Maagd dei- maagden paste, namelijk de gelijkvormigheid met zijne H. Bruid in genaden en deugd. « En niemand ter wereld was erquot;, zegt de H.
K; W U
88 DERDE DAG.
Leonardus a Portu Mauritio, « die zoozeer « de maagdelijke Moeder in heiligheid na-» bijkwam als Jozef.quot;
Dat was reeds zoo, op den dag, dat de H. Jozef voor het eerst zijne H. Bruid naar het altaar mocht geleiden , om daar uit de hand des priesters den huwelijkszegen te ontvangen. Wat zal hij dan niet in deugd en verdiensten gestegen zijn gedurende de dertig jaren, dat hij in ver-trouwelijken omgang met de heiligste der maasden mocht leven ! « 0zegt de H. Bernardinus, « als wij door de samen-i) leving met heilige of godvruchtige per-» sonen dikwijls zeer veel vooruitgaan in » deugd, wat moeten wij dan niet denken i) van den voortgang, dien de H. Jozef in » de heiligheid maakte ten gevolge van » zijn dagelijkschen heiligen omgang met « Maria!quot;
En welke gunsten zullen daar het gevolg van geweest zijn ! Dat zegt ons in zijne zoete taal de H. Franciscus van Sales; «De ge-ii nade maakte hem deelachtig aan al de goe-ii deren van zijne dierbare Hruid , — en dit ii was de reden , waarom hij op zoo wonder-
1?' —
DERDE DAG.
39
bare wijze vooruitging in volmaaktheid. Door den voortdurenden omgang, dien hij had met Onze Lieve Vrouwe was de glorierijke Jozef degene, die haar het meent nabijkwam , haar, die al de deugden in zulk een hoogen graad bezat, dat geen ander schepsel die zou kunnen bereiken. Het ging hiermede, zooals het gaat met F4 twee spiegels tegenover elkander geplaatst ; de een , recht tegenover de zon i gesteld , ontvangt derzelver stralen zeer ; volmaakt; — de tweede, gesteld met den rugkant naar de zon , en den voorkant recht tegenover den stralenden spiegel, ontvangt wel niet rechtstreeks , maar toch door terugkaatsing van den eersten spiegel, de stralen der zon iti zich, en wel zoo schoon, dat er bijna geen verschil tusschen beide spiegels is. Gelijker wijze gebeurde het met de H. Maagd en den H. Jozel. Zij toch was als een allerzuiverste spiegel, blootgesteld aan de stralen van de Zon der Gerechtigheid : Jesus ; stralen, welk in hare ziel al Diens deugden volmanktclijk teruggaven. Die volmaakte deugden nu weerkaatsten zoo
V
■4,0 DERDE DAG.
ii volmaakt in den H. Jozef, dat het bijna » scheen, dat hij even volmaakt was, » ot dat hij in even hoogen graad de » deugden bezat, waarin de roemrijke » Maagd, onze Meesteres, zich zelve oefende.quot; (Entret. IX.)
o H. Jozef, gij waart gelijkvormig aan Maria, die op hare beurt haar Goddelij-ken Zoon het meest nabijkwam; — maak ons dim gelijkvormig aan U , opdat wij alzoo komen tot de gelijkvormigheid met Jesus, die het doel is onzer roeping tot het Christendom.
quot;Voorn ein en.
Ter eere vac den H. Jozef standvastig zijn in onze godsvrucht tot de H. Maagd.
VOORBEELD.
De kroniek der Franciscanen verhaalt de volgende gebeurtenis:
Pater Hieronymus van Pistoja , een apostolisch Capucijner-Missionaris en godvruchtig vereerder van den H. Jozef, begaf zich met een priester zijner orde naar \enetië, vanwaar hij zich op bevel des Pausen , naar Candia moest inschepen. Om de ondraaglijke hitte van den dag te ontgaan , wandelden zij des nachts voort, en dwaal-
-4^:
DERDE DAG.
41
'üi'
den zoo van den weg af. Na eenigen tijd alzoo rondgedoold te hebben , knielden zij , door vermoeienis en honger uitgeput, neder en riepen Jesns , Maria en Jozef aan. Na hun gebed ontwaarden zij in de verte het licht eener lamp. Nu gingen zij daarop aan , en bereikten spoedig een klein huis, waarin een goedige man met vrouw en kind woonde. Zij meldden zich aan als verdwaalde reizigers, baden om een onderkomen en werden zeer gastvrij opgenomen , verzorgd en geherbergd. Toen ze 's morgens ontwaakten, lagen ze op eene weide , en van het kleine huis waar ze overnacht hadden, was ereen spoor te zien Ze twijfelden er niet aan , o! /c hadden zich bij de H. Familie zelve opgehoudeu en dankten God voor zulk eene uitstekende bescherming. In eene der homilieën over den H. Jozef gehouden , zegt Eckius „ Wie ooit gevaarlijke reizen ondernemen of door onherbergzame oorden trekken moet, hij bevele zich aan den H. Jozef, en smeeke hem om beschermins en veiligheid.quot;
GEBED
(ra/' Kardinaal (VAilhj.)
* j?!7
Heer Jesus Christus , God van alle eeuwigheid met den Vader en den H. Geest, en in den tijd door eene onuitsprekelijke ootmoedigheid, meosch geworden in den schoot eener Maagd , Gij hebt gewild, dat de maagdelijke Jozef met de geluk-
-JL----
42 DERDE DAG.
zalige Maagd , uwe Moeder , vereenigd zou zijn ; Gij hebt Hem met eeie en deugdeu verrijkt en wonderlijk verheven : wij biddeu Ü , geel' ous door zijne voorbeelden , zijne verdiensten en gebeden , eene volmaakte zuiverheid naar ziel en-lichaam , eene ware ootmoedigheid en eene vermeerdering van alle deugden, waarvan de ootmoedigheid de grondslag is , opdat wij door de glorierijke voorspraak van den H. Jozel' met hem de eeuwige kroon mogen bekomen. Amen.
Vierde Dag.
Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Voedstervader van Jesus.
Hij zal mij aanspreken : mijn Vaderquot;. (Ps. 88. v. 37.) Den wees zult gij een helper zijn. (Ps. X , 14.)
iiiitsen in de H. Schrift « vader van Jesusquot; genoemd. Een kind, dat nog de christelijke leering bezoekt, weet nochtans reeds, dat de H. Jozef niet. de natuurlijke Vader van Jesus was ; maar alleen zijn voedstervader of bewaarder.
Verheven waardigheid , voorzeker , die alleen overtroffen wordt door het moederschap van Maria !
Want bedenkt eens een oogenblik, wat
e H. Jozef, wordt op verschillende
VILIIDE DAG.
het zeggen wil, voedstervader van Jesus Christus te zijn.
Jesus Christus was God, gezegend in eeuwigheid. Hij werd wel is waar mensch, bekleedde zich met onze natuur als met een slavenkleed, doch bleef niettemin de Koning van Hemel en aarde, en als zoodanig was Hij aan niemand ter wereld , ook niet aan Jozei of Maria, onderdanigheid verschuldigd. Maar zie, die Opperste Koning, kwam zich vrijwillig stellen onder de hoede van Jozef; als een weesje wilde Hij door Jozef worden opgenomen in zijn huis, en noemde hem niet alleen zijn Pleegvader, maar zijn Vader.
Kwam die naam den H. Jozef wel toe? 0, zeer zeker. En dat niet alleen , omdat Jesus, de Eeuwige Wijsheid, hem dien naam gaf; niet alleen, omdat Maria, de allervoorzichtigste Maagd, hem aldus noemde ; maar ook , omdat Jozef op Jesus al de rechten van een vader had; omdat hij al de natuurlijke neigingen van een vader bezat tegelijk met de bovennatuurlijke hoedanigheden en deugden, die hem dien naam volkomen waardig maakten.
44
w
VIERDE DAG.
Hoe kon het ook anders ? Van Adam lezen wij, dat Hij aan alle dieren een naam gaf, die hun paste en die beantwoordde aan hunne hoedanigheden ; en dat staat geschreven in de HH. Boeken om te toonen, hoe wijs de eerste vader van alle menschen was. Maar dan zal de Opperste Wijsheid, toen zij Jozef den naam van Vader gaf. hem ook genoemd hebben met den naam die hem paste, en daarbij hem ook waardig gemaakt hebben , om dien verheven naam met eer en waarheid te dragen.
Ook de inwoners van Nazereth noemden Jozef den vader van Jesus; maar zi] begrepen er den zin niet van; doch als Maria of Jesus hem « Vaderquot; noemden. o, dan wisten zij, wat zij zegden, en door aan Jozef dien naam te geven , eerden zij hem meer dan wanneer zij hem genoemd zouden hebben Koning van Juda, of kleinzoon van David.
Dat vaderschap van Jozef was geheel Hemelsch ; want hij ontving het van den Hemelschen Vader, van wien alle vaderschap komt, wiens plaats hij bekleedde , wiens Persoon hij voorstelde.
45
--^---
46 VIERDE DA.G.
Het Joodsche volk had van God eene wet ontvangen, die genoemd werd de wet der aanneming. Als er een kind was zonder vader , dan moest de naaste bloedverwant dat kind als het zijne aannemen en verzorgen. Ook het Goddelijk Kind Jesus was zonder zich tl laren Vader op aarde; want zijn eigenlijke Vader zetelde op den hoogen troon des Hemels in een ongenaakbaar licht. Nu werd de H. Jozef aangewezen, 0111 dat kind als het zijne aan te nemen en te verzorgen. « Jozefquot; zegt de H. Kerkleeraar Augustinus, i » moet vader van Christus genoemd wor- 1 » den, niet wegens de geboorte, maar igt; omdat hij Hem heeft aangenomen.quot;
Op gelijke, wijze werden wij later allen op Calvarië de aangenomen kinderen van Maria, toen de Heer op het kruis tot zijne Moeder zeide ; Vrouw , ziedaar uw Zoon. Toen ontving Maria tegelijk met het hart eener moeder, ook op ons al de rechten eener teedere moeder. Zoo sprak de Engel tot Jozef; vrees niet Maria, uwe bruid, tot u te nemen, en hij ontsluierde hem verder het geheim der Menschwording. Jozef luisterde ------
VIERDE DAG.
naar dat woord; hij handelde er naar ; hij nam de bediening, die hem daarbij werd opgedragen aan ; 't was alsof hij zegde; Mij geschiede, o Engel, volgens uw woord: Ik neem Jesus aan tot mijn Zoon en ik zal Hem ten vader zijn.
(J, wat was die waardigheid voor den H. Jozef eene bron van hemelsche gunsten ! Altijd mocht hij het gezelschap van Jesus genieten; als Vader had hij daar het volste recht op. Mocht de li. Barnardus bij het gedenken aan Jesus' tegenwoordigheid reeds uitroepen :
Aan Jesus denken is geneugt,
Die 't hart vervult van zuivre vreugd ; Doch meer dan honigzoetheid heeft, Hij , die in Jesus bijzijn leeft!
Uit U komt milde ontferming voort; Gij, hoop der blijdschap nooit gestoord; 0 , Bron van kracht en zaal'ge rust, Der ziele reinste levenslust!
Wen ik U vind , wat vreugdeschat, Wat zaligheid, als 'k U omvat, Bezwijmend in dien zoeten band Ontgloeit, mijn hart in liefdebrand1).
1) S. Bern. in Hymno Jesu dulcis memoria.
47
YIEHDE DAG.
Wat zal dan de H. Jozef gevoeld hebben, die 30 jaren lang in het zoetste en vcr-trouwelijkste verkeer met Jesus omging!
De Hemelsche Vader eerde Jozef als Vader van Jesus. Wilt gij het bewijsquot;? Open dan het H. Evangelie en gij zult zien , dat, als er goddelijke beschikkin-gen zijn uit te voeren ten opzichte van het Goddelijk Kind, dan zendt de Hemelsche Vader zijne Engelen niet tot Maria, maar tot Jozef. En gehoorzaam aan dien wil treedt ook Jozef als vader op : hij geeft een naam aan het Kind; hij laat het besnijden ; hij geeft het teeken tot de n-is naar de ballingschap; hij regelt den terugkeer ; hij kiest of verandert de plaats waar de H. Familie wonen zal. Zoo eert God, dien hij eeren wil!
En Jesus was hem onderdanig. « Wie ii was hier onderdanig en bewees jaren i) lang eerbied en liefde ?quot; vraagt de H Bernardus, « en aan wien ? God was « onderdanig aan menschen ! God , voor ii wien de Engelen zich neerbuigen en » wien de Vorsten en Machten des Hemels » gehoorzamen , was onderdanig aan Maria,
48
VIEEDE DAG.
)i en niet slechts aan Maria, maar ook «aan Jozef!quot; Neen, niemand dan de Moeder Gods heeft Jozef boven zich in waardigheid, zeggen ons de H. Leonardus a Portu Mauritio en de H. Alphonsus herhaaldelijk ! Abraham is door alle volkeren geprezen, omdat hij met Engelen sprak, ze in zijn huis onthaalde en het kind der belofte ontving; maar Jozef ontving den Koning der Engelen in zijn huis en mocht Hem tot Vader zijn ! — Groot is de waardigheid van den H. Joannes den Dooper, die den Verlosser met den vinger mocht aanwijzen en zijnen weg bereiden ; maar meer bevoorrecht is de H. Jozef, die als een Vader het Goddelijk kind op zijne armen mocht dragen en aan zijn hart drukken , Het mocht voeden en onderhouden met het werk zijner handen!
David sprak tot God (Ps. 144. v. 15. 16.); « De oogen van allen hupen op U, Heer, en n Gij geeft hun voedsel ten bekwamen tijde. » Gij opent uwe hand en vervult ieder schep-» se/ met uwen zegen.quot; Diezelfde God, mensch' geworden , wilde zijne oogen op
Jozef gevestigd houden en van dezen ten
---^----*-
49
_-JV—
VIERDE DAG
bekwamen tijde het noodige voedsel ontvangen , dat hij voor Jesus, zijn God en Schepper, mocht verdienen en bereiden. Welk eene eer ! « O, hoe wonderbaar is uwe grootheid!quot; roept de godvruchtige Gerson uit. Üws gelijke is niet gevonden noch vroeger, noch nu; en ook de toekomst zal hierin uws gelijke niet zien!
Voorn emen.
Ons zeiven met betrouwen aan de vaderlijke zorgen van den H. Jozef aanbevelen.
VOORBEELD.
Sta op , ge hebt genoeg geleden.
Aan het tijdschrift: „Vereerder van den H. Jozef,quot; -ontleenen wij het volgende : Vóór ongeveer vijf jaren, werd Maria Borchi in den bloei ^ barer jeugd, door eene zeldzame en pijnlijke ziekte bezocht, waardoor hare ouders, die zonder baat alle geneeskundige hulp lieten aanbrengen , in eene onuitsprekelijke droefheid werden gedompeld. Het kind leed aan eene verlamming der ingewanden. Daarbij voegden zich al spoedig verschillende andere ziekteverschijnselen, als afmatting , krampen en honderd andere kwellingen. Eindelijk greep de verlamming ook de andere lichaamsdeelen aan, en op 't laatst van Augustus
50
-4*
51
VIERDE DAG.
was zij stom en doof; hare haaden waren krampachtig dichtgewrongen, ja, ze lag daar neder op haar smartbed als een lijk.
Haar vast en vroom geloof bleef haar echter bij en gaf haar den eenigen troost in zulk een lijden. Terwijl zij zoo, doof en stom, alle onderhoud met hare geliefde huisgenooten moest missen, sloeg zij dikwijls de oogen op eene schilderij, die den H. Jozef en zijne H. Familie voorstelde en aan den wand van haar kamertje hing.
Op den H. Jozef stelde zij al hare hoop, tot hem bad zij met het hart, daar de lippen haren dienst weigerden ; en eene inwendige stem zeide : gij zult verhoord worden.
En waar ook anders hadde zij hulp kunnen bekomen ?
De geneesheeren waren ten einde raad ; hare ouders deden niets dan weenen.
e-
v
Zoo was het met haar gesteld in den nacht van den 14 Maart, toen ze om één uur, terwijl niemand in de kamer was, eene stem meende te hooren , die sprak : „ Welaan , sta op , ge hebt genoeg geleden !quot; — „ Of wel ik droom , dacht ze, of iemand der familie heeft dit gezegd om mij moed in te spreken,quot; en ze bleef bewege-loos. Op eens verloor ze geheel en al het bewustzijn omtrent alles wat rondom haar geschiedde. Maar toen ze een uur daarna de oogen opende als iemand, die ontwaakt, bevond ze zich niet meer te bed, maar op eene canapé daarnaast,
—^
-IX
VIERDE DAG.
door kussens ondersteund, en o wonder! — ze bemerkte dat ze plotseling spraak en gehoor terugbekomen had , dat hare ledematen buigzaam waren , zonder eenig spoor van verlamming, wederom tot hunne vroegere diensten bekwaam , ze gevoelde zich volkomen genezen. Vol dankbaarheid wierp zij zich voor het beeld van den H. Jozef op de knieën en wachtte biddend den morgen af om zich gezond aan hare moeder en overige bloedverwanten te toonen. Onmogelijk de verbazing , de vreugdetranen , de warme omhelzingen van dat oogenblik te beschrijven.
Allen wedijverden om den H. Jozef te bedanken. Nog altijd geniet Maria eene volmaakte gezondheid en heeft meermalen zonder moeite den weg ter kerke afgelegd, om den Allerhoogste voor deze buitengewone gunst te danken.
GEBED der H. Kerk.
o God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid U gewaardigd hebt den gelukzaligen Jozef tot Bruidegom uwer heilige Moeder te verkiezen , maak , dat wij verdienen hem tot voorspreker te hebben in den Hemel, dien wij op aarde vereeren als onzen beschermer. Wij smeeken er V om, o Heer, die God zijnde, leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
52
Vijfde Dag.
Waardigheid en heiligheid van den H. JozeC als Voedstervader van Jesns.
(vervolg.)
Zij zulleu de grootheid der glorie van uwe heiligheid verkondigen.
fPs. 144 , o.J
•prekend over de groote heiligheid ; van St. Jozef hebben wij ons zeiven zeer zeker te wachten voor vrome overdrijving. De H. Jozef behoeft die niet; zijne heiligheid en verhevenheid is toch groot genoeg. Maar niets belet ons, ons zeiven van ganscher harte aan te sluiten bij de uitspraken var groote Heiligen, die tevens groote geleerden waren, en dus alleszins bevoegd, om over de heiligheid van
, H
V
PC
-V-
K|._
54
St. Jozef volkomen in den geest der H. Kerk te spreken.
Zoo spreekt de H. Franciscus van Sales, die een groot vereerder van St. Jozef was'): « Als de vorsten dezer aarde zulk eene » zorg aanwenden om tot gouverneur hun-igt; ner kinderen dengene uit te kiezen, wel-» ken zij daartoe als den geschiktste kunnen » vinden , zou God dan, terwijl Hij maken » kon , dat de Bestierder van zijn Zoon in » alle soorten van volmaaktheden de meest » begaafde mensch zou zijn, — zou God ii dan , terwijl Hij dit kon , het ook niet « gewild en gedaan hebben ? Hoe zou » zulks mogelijk zijn ? Het is dus boven » allen twijfel verheven, dat de H. Jozef )gt; begunstigd is geworden met alle graties )gt; en alle gaven, welke pasten aan de be-» diening, welke de Eeuwige Vader hem « wilde geven.quot;
1) Eens werd hem gevraagd tweemaal op één dag te preeken over den H. Jozef. Hij antwoordde : „Tweemaal preeken op één dag, breng ik er maar zelden goed af; maar omdat het ia ter liefde van den H. Jozef, zal ik het vandaag doen.quot; En hij deed het zoo schoon, dat wij nu zijne preeken over St. Jozef nog bewonderen.
55
_ X
VIJFDE DAG.
{ 3C
Geen wonder. Beschouw eens, wat du Hemelsche Vader al niet deed, om den H. Joannes den Dooper voor te bereiden op zijne zending, zijne bediening van Yonr-looper des Heeren. Hij kreeg van God reeds het gebruik des verstands op een oogenblik, dat de andere kinderen nog niet weten , dat ze bestaan. Dertig jaren lang werd hij door een engelachtig leven in de woestijn gereed gemaakt, om op te treden in Israël. De Joden, althans velen onder hen, hielden hem dan ook om zijn heilig leven voor den Messias, en Jesus zelf zegde van hem (Mt. XI, 33): onder de mensehen is er niemand grooter opgestaan dan hijquot; (als Proleet.) En welk was nochtans zijne zending ? Zijne bediening was enkel, den weg te bereiden voor de komst van den Messias, Dezen aan te wijzen met den vinger, zeggende; Ziet hel Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld. — Hoeveel meer zal dan de Hemelsche Vader gezorgd hebben, dat de H. Jozef toegerust was met al de genaden van deugd en heiligheid, die hem in staat stelden om niet alleen de nederige Voorlooper, maar
*gt;
VIJFDE DAG.
de groote Voedstervader te zijn van Gods Zoon').
(1) Men verwondere zich uiet, O. H. Jesus Christus, de Eeuwige Waarheid, den H. Joannes hier boven alle menschen te hooren verheffen. Daardoor wordt de H. Jozef niet achtergesteld, gelijk ook de H. Thomas van Aquine (ad Ephes. I , 8.) den H. Joannes den Dooper niet achterstelt , wanneer hij de Apostelen in waardigheid en heiligheid boven alle menschen verheft. Op andere plaatsen zijner werken stelt hij toch duidelijk de heiligheid van den H. Joannes op aarde en diens glorie in den Hemel boven die der Apos-| telen. (*) Noch de H. Joannes Baptista, noch de H. Jozef worden hier gerekend onder het getal ! der menschen , waarmede eene vergelijking gemaakt wordt, omdat beiden tot eene hoogere orde behooren, de een als Voedstervader, de ander als Voorlooper des Heeren. Inzonderheid V behoort de waardigheid van den H. Patriarch, -y r eenig in hare soort, tot een geheel bijzondere orde, welke na de waardigheid van het Moederschap , boven alle andere verheven is wegens zijne innige betrekking met den Menschgeworden I God, ook met den Vnder en den H. Geest,
wier plaatsbekleeder hij was voor Jesus en ook f voor de Allerheiligste Maagd.
i (*) S. Thomas in verba : Cujus non sum dignus. 1 En Suarez ITT. Part. F! Disp. VIII. 11 in D. T-hom.
56
57
—
VIJFDE DiQ.
De H. Leonardus a Portu Mauritio durft zelfs den H. Jozef verhetfen boven alle Engelen des Hemels en alle Heiligen ; « wantquot; zoo zegt hij (1. c.) « het is eene onorastoot-» bare waarheid, dat, hoe minder een uit-» werksel van zijne oorzaak verwijderd is, » het des te meer ook deelachtig wordt aan » haar hoedanigheden en krachten. Alzoo igt; is de hitte des te heviger, hoe nader bij » den vuurhaard , en het licht te helder-» der naarmate het minder verwijderd is » van de zon. Als dat zoo is , hoe zoudt » ge dan kunnen veronderstellen, dat Jozef, »die èn door aanverwantschap èn door » zijne bediening zoo nabij de algemeene » bron was van alle heiligheid, dat hij in » minder overvloed er van genoten heeft » dan degenen die er meer van verwijderd » waren.. . . Hierom kan ik zeggen, zon-» der vrees van aan eenigen Heilige onge-» lijk aan te doen , dat hij in overvloed » is verrijkt geworden met al de voor-» rechten aan ieder der Heiligen in het » bijzonder geschonken. Predikers van » Gods woord, verkondigt overal de won-» derbare deugden van dien grooten Heilige,
— VIJFDE DAG.
_
58
» zijne maagdelijke kuisehheid. zijne bran-i) dende liefde, zijne verrukkingen en ver-» hevene beschouwingen, zijne diepe nede-» righeid, in een woord, hoe zijn lichaam ■gt; en ziel als geheel doordrongen was van » de genade en de genade in hem als een « tweede natuur was geworden. Verhef dut onverwinbaar geduld in de kwellin-» gen , die allerbereidvaardigste gehooi--gt;gt; zaamheid, — dat geloof, die standvas-« tigheid , die getrouwheid, zoo volmaakt, ii Uwe woorden zullen altijd beneden de » waarheid blijven, daar de II. Bernardus igt; ons verzekert, dat Jozef volstrekt de » eerste was in alle deugden en er de » volmaaktheid van bereikte1).quot;
Hieruit trekt nu de H. Leonardus het X besluit, dat de H. Jozef in den Hemel hoven % allen verheven is, en zijn troon aan de linkerzijde van Jesus, gelijk de troon van Maria aan Deszelfs rechterhand, is opgeslagen. In dit gevoelen heeft de H. Kerk niets berispelijks of afkeurenswaardigs gevonden, toen met 1) Credo eum fuisse mundissimum iu Virgini-tate, profundissimiim in humilitate, ardeDtissimum in Dei amore, altissimum in contemplat.ione, sollicitissimnm pro hominum salute.
-----,------
vijfde dag. 59
de meeste nauwgezetheid al de geschriften van den H. Leonardus onderzocht zijn bij zijne zalig- en heiligverklaring.
Verheugen wij ons daarover; want daardoor heeft de H. Kerk als 'tware zijdelings bevestigd, dat de plaats van den H. Jozef het naaste is bij die van Jesus en Maria. H. .lozef, ons hart kent u ook geene andere plaats toe. Geniet er de glorie en de eer, die God hier op aarde reeds begonnen was u te geven, door u te roepen en voor te bereiden tot de waardigheid van Voedstervader van Jesus !
V oornemen.
Ter eere van St. Jozefs heiligheid de deugd eu godsvrucht in eere houden , en hem bidden om afschrik van het kwade en liefde voor het goede.
K
VOORBEELD.
Mijn broeder, zoo schrijft een priester uit België, had eene goede christelijke opvoeding ontvangen : maar na zijn huwelijk ging hij te Brussel wonen, om daar zijne zaken nog voorspoediger te drijven. Hier kwam hij weldra in aanraking met verdorven menschen, die hem in hunne losbandigheden medesleepten. Om mijne priesterlijke waardigheid niet te krenken , durfde ik hem niet meer bezoeken ,
VIJFDE DAG.
tot ik op zekeren dag bericht ontving van eene herschenschudding, mijn verdwaalden broeder overkomen. Ik was weldra bij hem. Het oogen-blikkelijk levensgevaar was weldra geweken, maar om de verzwakking zijner geestelijke vermogens en een tweeden aanval der ziekte geraakte hij buiten kennis en ontving het H. Oliesel. Bekommerd om het heil zijner ziel, bleef ik den ganschen nacht bij hem. Wij ontvingen daar een brief van een anderen afwezigen broeder, die ook priester was : hij raadde ons aan, den zieke het Gewijd Koordje van St. Jozef aan te doen, eene noveen te beloven tot den Heilige en de bekomen gunst bekend te maken. Wij verplichtten ons daar aanstonds toe. *3 Morgens om vijf uur, zeer in twijfel of mijn broeder mij verstaan zou, zeide ik hem : „ Gij draagt het Koordje van St. Jozef; beveel u in zijne bescherming aan, en vereenig u met de intentie, waarmede ik de H. Mis ga lezeu ter eere van St. Jozef voor u.quot; Stel u mijne verbazing voor .....hij ziet mij aan, erkent mij
en geeft een teeken van toestemming met het hoofd. Na de H. Mis, erkent hij mij weder, noemt mijn naam , .... ik wijs hem op het gevaar zijner ziel, stel hem de noodzakelijkheid voor van zich met God te verzoenen. En zie , er vloeien weer tranen uit zijn oogen ; hij dankt mij, vraagt of ik een priester wil roepen om zijne biecht te hooren. Geheel anders dan volgens de verklaring van den geneesheer, die verzekerd had,
60
y!
VIJFDE DAG.
dat menschelijkerwijze verstand en geheugen niet meer terug konden keeren, verkreeg hij toch zijn volle bewustzijn en zoo helder werd zijn geheugen, dat hij zich alle voorvallen zijns levens van zijne kinderjaren af, duidelijk herinnerde. Een ge-ruimen tijd daarna, toen de biecht was geëindigd, kwam ik bij hem terug, om volgens zijn verlangen hem tot de H. Communie voor te bereiden. Onder een stroom van tranen ontvangt hij om half twaalf het Brood der Engelen. Maar na een uur van godvruchtige eu vurige dankzegging, zie, toen keerde de waanzinuigheid terug. Dooide voorspraak van St. Jozef was zijn eeuwig heil verzekerd. Wij begonnen de beloofde noveen, tot dankzegging en ook om verdere gunsten te bekomen. Er trad nu eene aanmerkelijke verbetering van zijn algemeenen toestand in en op den achtsten dag vond ik hem van 5 tot 6 uur op, in een stoel; nochtans bleef hij waanzinnig, en op den laatsten dag der noveen om 6 uur 's morgens riep God in zijne barmhartigheid dezen armen verloren zoon tot zich , die nu van zijne zonden gezuiverd was , maar misschien , bij een langer leven, door de talrijke gevaren en bekoringen opnieuw ten val ware gebracht.
Eeuwige dank aan den H. Jozef.
X.....Priester.
GEBED.
Groote Heilige Jozef, volmaakt voorbeeld aller Heiligen , ik verkies u heden voor geheel mijn
.. ^ ~
61
----
62
VIJFDE DAG.
quot;4*
leven , in de tegenwoordigheid van Jesus en van iijne glorierijke Moeder tot mijnen Vader en Patroon; ik verkies u tot mijnen bestierder en bewaarder, voornamelijk in het uur van mijnen dood. Ik beloof u , mij altijd nauwer aan uwen dienst te verbinden en nooit iets te zeggen, te doen of toe te laten, wat u zou kunnen bedroeven of mishagen. Verkrijg mij daartoe de genaden van uwen goddelijken Pleegzoon, die leeft en heerscht -j * in eeuwigheid. Amen.
-*1-
Zesde Dag.
De H. Jozef en het mysterie der Mensch-wording.
U is het gegeven de vevbor-genhedeu te kennen van het rijk dei- Hemelen.
(Mt. XITI. 33.)
Loe treftend is het, de H. Kerk in den Advent de verzuchtingen te hooren herhalen, waarmede de Oudvaders de komst van den Messias van den Hemel afsmeekten : Dauwt, Hemelen , den Rechtvaardige, en dat de wolken den Gerechte neerzenden als een regen! Dat geloof aan den toekomstigen Verlosser en het verlangen naar zijne komst, waren in de (lude Wet noodzakelijk ter zaligheid. Hoe heiliger iemand was, des te levendiger
was ook zijn geloof, des te vuriger zijn
----^--------
____^___
64, ZESDE DAG.
■verlangen. Met welke vurige begeerten 'verzuchtte niet een David, een Isaïas, een Daniël naar den Langverwachte der volken ! Zoo, ja meer nog, zal de H. Jozef', die groote Rechtvaardige, naar die komst hebben uitgezien. Wie beschrijft ons zijne heilige begeerten, opdat toch die beloofde Zaligmaker maar spoedig komen zou, om de duisternis, die over de aarde lag uitgespreid te verdrijven en het licht des geloofs en der deugd te doen schijnen! Had hij eens kunnen vermoeden, dat hij in de onmiddellijke nabijheid stond van dien Verlosser, dien hij zoo vurig begeerde te zien; had hij het eens geweten, dat hij de tweede van alle menschen zijn zou, welke dien Verlosser mochten aanschouwen, ' ja, dat hij geroepen zou worden, om dien Verlosser te geleiden en hem tot vader te zijn!
Heeft hem de Heer dienaangaande eenige .geheimen medegedeeld reeds vóór de komst van Jesus Christus ? Wij weten het niet. Maar er is niets gewaagds in de veronderstelling, dat bij het lezen der HH. Boeken, -of bij het aanhooren der Profeten, de H.
4^
ZE3DK DAG.
Geest Jo/.ef bijzonder zal verlicht hebben aangaande dc beteekenis van woorden en daden, die op den Messias betrekking hadden. De 11. Geest zegt toch in dc 11. Schrift: Bemin God en uwe harten zullen verlicht worden. (Eccl. II, 10). En Jozel', de rechtvaardige bij uitnemendheid, beminde God ; wij mogen zeggen, dat er maar één persoon was, die Hem meer beminde ; en dat was de allerh. Maagd, de toekomstige Moeder Gods, Maria. Gelijk een kristal meer licht in zich opneemt, naarmate het zuiverder is, zoo nam ook Jozefs ziel de verlichtingen des H. Geestes meer in zich op, omdat zij zuiverder was dan het helderste kristal.
Daar verscheen de bode der Mensch-wording aan Jozef, die nog slechts kort \% geleden met zijne H. Bruid verbonden was! Was het de Engel, die ook Maria verschenen was ; Gabriël ? Wij mogen het godvruchtig veronderstellen. De Aartsengel sprak tot Jozef slechts enkele woorden over het mysterie der Menschwording. Ieder ander zou meer licht, meer opheldering gevraagd hebben. Jozef zweeg.
5
05
^^----:
66 ZESDE DAG.
Hij had begrepen. De H. Geest verlichtte zijn verstand aangaande de plichten, die hij te vervullen had, aangaande de heiligheid zijner maagdelijke Bruid, over de grootheid van Jesus als God, over het doel zijner Menschwording en de uitwerkselen daarvan tot zaligheid der wereld. Met David kon Jozef toen zeggen : De verborgenheden uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard. (Ps. L. 8.)
Wat zal de H. Jozef verbaasd gestaan hebben over de openbaring dier geheimen! Hij begreep beter dan wie ook, welk een onlzaglijk geheim van vernedering er lag opgesloten in die twee woorden ; God wordt mensch. « Heer, ik heb uwe mededeeling i gehoordkon Jozef met den grijzen profeet Habacuc zeggen, nen ik ben bevreesd «geworden , mijn binnenste is geheel ont-» steld, mijne lippen beefden en konden geen « woord uitbrengen.quot; (Hah. III. 2.) Hij zag, toen de Engel het hein openbaarde, God zetelend op de ongenaakbare hoogten des Hemels, omstraald door een eeuwig licht. Aan zijne voeten zag hij een afgrond zoo diep, dat zijn oog hem niet kon peilen,
^---quot;VT-----
ZESDE DAG.
En zie, God daalde af van die onberekenbare hoogte, om neer te dalen in dien allerdiepsten afgrond, en zich daar te be-kleeden met het slavenkleed der mensche-lijke natuur! 0 wonderbare openbaring! H. Jozef, wat hebt gij toen inwendig gevoeld '? Hebt gij toen niet met den profeet uitgeroepen ; «Ik zal mij verheugen in God, mijnen Jesus?quot; (Hab. III. 16.)
0, hoezeer verlangde hij naar Bethlehem, waar hij wist, dat de Messias geboren zou worden, en hij Hem zou mogen zien met zijne eigene oogen. Een dorstig hert verlangde niet zoozeer naar water, een blinde niet zoozeer naar de stralen der zon, als hij naar dat aanschouwen des Heeren!
't Was in een stal, dat hem dat geluk overkwam. Wat was die plaats arm en ellendig! Maar meent gij, dat hij dien stal hadde willen verruilen tegen het paleis der Cesars van Rome? Met Pauluszou hij hebben gezegd : Ik heh alles als slijk beschouwd, om Christus te gewinnen. (Phil. III. 8.^ De blikken van Jesus ontmoetten de zijne, en die oogslag van het Goddelijk Kind stortte in zijne ziel stroomen van vreugde, en deed
*|2_
68
ZKSDE DAG.
zijn hart branden van lielde voor Hem . die zich gewaardigde om onder Jozefs dat te komen wonen. Hij was hel licht, verlichtende allen mensch komende in deze wereld. (Joes 1. ) De eerste stralen van die opkomende Zon , vielen op Jozef. 0 Jozef, hoe vruchtbaar zal daardoor uwe ziel geworden zijn in heilige gevoelens ! Als de eerste stralen der zon, die onze aarde beschijnt, geheel de natuur met hare duizenden bloemen en planten doen ontwaken, hoe zal dan Jozefs ziel zich daar hebben uitgestort in de vurigste ontboezemingen van bewondering, aanbidding en dankbaarheid ! Die stal van Bethlehem was hem een paradijs op aarde; want geheel zijne bezigheid was daar gelijk aan die der V Engelen van het hemelsch Paradijs : aanbidden , lofzingen , dankzeggen , bewonderen, beminnen, den God des Hemels dienen en op zijne minste verlangens gehoorzamen!
Bewonderen wij niet alleen den 11. Jozef; volgen wij hem ook na! Ook voor ons bestaat het ware geluk in de kennis en in het bezit van Jesns Christus, mensch geworden uit liefde tot ons. Wij kennen
------—s-----
_________
Zi'.SDK DAG.
-1*
-J*
sinds lang het geheim tier Munschwording; wij zijn in die kennis opgevoed; maar wij moeten in die kennis toenemen en zoo eene grootere liefde voor Jesus verkrijgen. H. Jozef, help gij ons, tot glorie van Jesus en tot ons welzijn, om die kennis en die liefde meer en meer in ons hart aan te kweeken. Een woord van voorspraak, door ii gesproken, zal ons meer wijsheid bezorgen dan alle boeken der aarde ons dienaangaande kunnen geven!
V oomenien.
Deu H. Jozef bidden, dat hij uns dieper leeie doordringen in de geheimen der Menschwording. Xn en dan een schietgebed doen , om fiod dmu-voor te danken.
VOORBEELD.
Don (^uiroza , een Spaansch krijgsoverste, had eene innige godsvrucht tot den H. Jozef. In de menigvuldige aanvallen, die de bewoners der Marianna-eilanden op hem deden, nam hij altijd zijne toevlucht tot den H. Aartsvader, wiens bescherming voor hem een ondoordringbaar schild was. Eens stond hij op een dier eilanden met een klein getal soldaten tegenover veel talrijker wilden ; maar altijd behaalde hij de overwinning, zonder dnt e^n enkele zijner manschappen ge-
oy
'V
4quot;
quot;'is
K._
70
------
ZESDE DAG.
wond werd. Hiervan schreef de krijgsoverste alle eer toe aan den H. Jozef, die ook eenmaal duidelijk toonde, hoe zorgvuldig hij het leger be* schermde: eene groote menigte van woedende eilanders vielen hem aan : eene hagelbui van giftige pijlen stortte op het kleine leger neer: nu scheen alles verloren; nergens eenige hoop op behoud. Don Quiroza riep St. Jozef aan: en zie, daar verschijnt de Heilige in de lucht, verbrijzelt de moorddadige schichten, die verkreukt nedervallen voor de voeten der soldaten , tegen win zij wnren afgeschoten.
GEBED.
o Groote H. Jozef, die gedurende zoo langen . tijd den heiligen omgang van Jesus en Maria hebt genoten en die door de aanhoudende oplettendheid van uwen geest cm voordeel te trekken uit hunne voorbeelden en woorden verdiend hebt, het voorbeeld te worden van het inwendige leven, verkrijg mij de genade van met zorg te waken over het hart, van met aandacht en leerzaamheid te luisteren naar de stem des H. Geestes en van uw levendig geloof in de mysteriën van den Verlosser na te volgen, opdat ik door de kracht van zijne goddelijke genade mij heilige in de bezigheden van het tegenwoordige leven en ge-rake tot het eeuwig geluk , door een geheel inwendig leven , dat daartoe de zekerste welt;; is, Amen.
Zevende Dag.
De H. Jozef, woordvoerder ran hcJ zwijgend Nenschgeworden Woord.
Hij zal voor ü spreken en U tot woordvoeider dienen. Exod. V, 10
n de kribbe vau Bethlehem lag het Kind Jesus neer. Het Goddelijk Woord, de Wijsheid des Vaders, was mensch geworden. De H. Jozef aanbad en bewonderde. Maar hoe was die groote God mensch geworden'? Als een sprakeloos kind. Het had de tong der Profeten van het Oude Testament ontbonden; Het had hun verstand verlicht, en hun de heerlijke profetieën ingegeven, die spraken van des Verlossers grootheid en macht. En zie, dat Woord des Vaders lag daar sprakeloos neer. Het kon zuch-
15?
-i
/.EVEN DE DAG.
ten en weenen gelijk de andere kinderen, maar Het sprak niet. En moet dat Kind de wereld bekceren en geheel en al veranderenquot;? Geen nood. Dat Kind zal toenemen in jaren en in wijsheid ; maar nu zal liet sprakeloos zijn en leercn stamelen en spreken gelijk de andere kinderen, en daarin voortgang maken naarmate het met zijne jaren overeenkomt. 0 wonderbaar mysterie! God een sprakeloos Kind !
Maar in zijne oneindige Wijsheid , die Het als God bezat, heeft dat Kind gezorgd, dat er iemand aan zijne zijde zou staan , om voor Hetzelve te spreken. Zoo deed God met Mozes in den overouden tijd. Mozes was niet in staat hel woord te voeren tot den koning of het volk. Daarom wees God hem Aiiron aan, die voor hem en in zijn naam moest spreken. (Exod. V.) .
VVien heeft het Goddelijk Kind uitgekozen tot zijnen woordvoerder1? Wien gelastte Het te spreken tot de eenvoudige Herders, die zich schaarden rondom de kribbe? Wien droeg Het op, de Vorsten te danken , die met geschenken uit het verre Oosten kwamen toegesneld '? Of als
W-
*jS«
/liVKKHK DAG.
er later op de reis naar Egypte soms aalmoezen moesten gevraagd, of een onderkomen gezocht , of het dagelijksche brood aangeschaft moest worden, wie sprak dan in de plaats van het sprakelooze Kind ? De H. Jozef vervulde die eervolle bediening.
Hoe heeft de II. Jozef die bediening vervuld ? Dat hij een getrouw Voedstervader van Jesus was, weten wij ; dat hij een zuivere Bruidegom was van Maria, hebben wij dikwijls gehoord; maar hoe heeft de H. Jozef gesproken, als hij spreken moestquot;?
Als wij de H. Schriftuur doorbladeren van het, begin tot het einde, dan verhaalt zij ons wel, dat de Allerh. Maagd tot zevenmalen toe haren heiligen mond geopend heeft, am eenige woorden te spreken , (zeven zoete klanken eener zilveren , allerzuiverste klok)! Zij deelt ons mede , dat de 11. Jozef een rechtvaardig man was, dat de Engelen vertrouwelijk ' met hem omgingen, dat hij vol bewondering was bij de geboorte des Heeren en de omstandigheden, die ze vergezelden, dat hij bedroefd was, toen hij Jesus zocht
73
__^--
74 ZEVENDE UAG.
maar de HH. Evangelisten dealen ons geen enkel woord van den H. Jozef mede. Heeft dan de H. Jozef nooit gesproken? Hij heeft gesproken in die omstandigheden, waarin hij spreken moest; maar als hij sprak, dan waren zijne woorden spaarzaam; zwijgen was meer zijne taak dan spreken ; bij was woordvoerder van het zwijgend : Kind Jesus en der zich terugtrekkende, schuchtere Maagd Maria; hij wist dat er geschreven staat: Er is een tijd van zwijgen en een tijd van spreken. (Eccle. lil.
O wijze stilzwijgendheid van den H. Jozef! Hoeveel meer zijt gij te bewonderen , dan de welsprekendheid der grootste redenaars! Kort vóór den H. Jozef, misschien te gelijkertijd, leefde er te Rome een redenaar, die wereldberoemdwas; hij _ sprak met den schitterendsten uitslag voor vorsten en veldheeren ; zijne redevoeringen, bestaan nog en wekken de bewondering van al wie ze leest. Die man was M. ï. Cicero. Maar wie zal in het oordeel, ia het dal van Josaphat, waar alle zaken in het ware licht gezien worden, meer bewondering wekken: de welsprekende
----
ZEVENDE DAG. 75
Cicero, of de zwijgende H. Jozefquot;? Ja, wie heeft, reeds toen zij nog leefden, meer bewondering gebracht in de reien der Engelen ? Verre boven de welsprekendheid van Cicero staat de stilzwijgendheid van Jozef! Want de H. Jozef wist, dat er geschreven staat; In het vele spreken zal ck zunde niet ontbreken, (Prov. X, 19); en ; zwijgen is een leeken van wijsheid bij Cod en bij de menschen. (Prov. XI, 12.)
Doch bewonderen wij niet alleen St. Jozefs voorzichtigheid; maar volgen wij ze na ; want er staat geschreven ; Zij zullen rekenschap geven van ieder ij del woord. (Mt. XII, 36.) Gelukkige H. Jozef! Hij was zoo spaarzaam in zijne woorden, dat er geen enkel van tot ons gekomen is! Hoe gemakkelijk zal zijne rekenschap zijn! Maar ongelukkig wij, die hem in die wijze, voorzichtige spaarzaamheid niet navolgen i IJdel zijn de woorden, die men spreekt, om zich te verheffen of te beroemen op bekwaamheden , op deugd, op familie of rijkdom. Zulke woorden sprak de H. Jozef niet. Hij was Voedstervader van den Zoon
Gods , eenc waardigheid grooter dan die
----
76
_____
ZEVKXDE DAlt;5.
van koning ol' keizer; imiar hij verhief er zich niet op, hij sprak er niet van , zoodat iedereen hem hield voor een eenvou-digen timmerman, die zich door niets r dan door zijne deugd , van de anderen onderscheidde.
IJdel zijn de woorden, die wij spreken, als wij tegen de liefde misdoen door kwaadspreken. Nooit maakte de H. Jozef zich daaraan schuldig; want in plaats van zijne H. Rruid in opspraak te brengen. zooals menig ander zou gedaan hebben, nam hij, zegt de 11. Schrift, het besluit, haar in stilte te verlaten. —
IJdel zijn de woorden, die men spreekt, als men ontevreden is over de bevelen der overheid, als men die tegenspreekt of daarover mort. Zulke woorden sprak de H. Jozef nooit. Keizer Augustus zond hem van Nazareth naar Bethlehem, en in welke omstandigheden! St. Jozef zweeg. De Engel zond hem van Bethlehem naar Egypte. St. Jozef zweeg. De Engel zond hem weer naar Palestina. St. Jozef sprak niet tegen.
IJdel zijn de woorden, die men spreekt in tweedracht of twist. Maar nooit kwam
ZEVENDE DAG. 77
zulk een woord over St. Jozefs lippen. Hoe weten wij dit'? Door dat de H. Jozef volgens liet woord der H. Schrift een vol-mnakt man was , een rechtvaardige in den volsten zin des woords. En wie is een volmaakt meiisch ? Hij die met z ijne tong niet misdoet, zegt de H. Geest door den mond van den H. Jacobus (Jac. 1I[, 2); ' maar hij, die zijne tong niet beteugelt, diens godsdienstigheid is ijdel. (Jac. 1, 20.)
o H. Jozef, gij spraakt weinig op aarde ; doch nu gij in de glorie zoo machtig bij God zijt, spreek nu veel voor ons; leer ons onze tong beteugelen en in bedwang houden , opdat geen ijdel woord ons ont-snappe!
quot;Vquot; oorneTriene.
Neem een der bovengenoemde punten en vergelijk er uw gedrag mede.
VOORBEELD.
De echtgenoote van een handwerksman kwam eens haar kommervol hart uitstorten bij een barer buurvrouwen. Haar man wilde van God niete* meer weten : nooit wilde hij de H. Sacramenten ontvangen : dikwijls had zij hem daartoe aange-
78 ZEVENDB DAG.
spoord, maar alles te vergeefs. Nu raadde eene buurvrouw haar , de oefening der Zeven Zondagen ter eere van den H. Jozef eens te houden en gaf haar een boekje, handelende over deze godsvrucht. Met aangroeiend vertrouwen deed de arme vrouw de aangegeven oefeningen. In langen tijd had zij haren man niet meer tot vervulling zijner godsdienstplichten durven opwekken ; maar in de *1 laatste week der Zeven Zoudagen nam zij , vertrouwend op St. Jozefs bijstand, het besluit, uog eene laatste poging te wagen. Zij houdt haar man eene beeltenis van den H. Jozef voor eu zegt: „ O , mijn goede man , naamt gij uwe toevlucht tot den H. Jozef, hij zou u de genade van bekeering verkrijeen.quot; En zie, tot hare groote verbazing en blijdschap, neemt hij , de weerspannige , haar de beeltenis uit de hand,
kust dezelve, belooft te zullen biechten en doet het onder vele tranen. Als dankzegging na de H. Communnie ging hij ter bedevaart naar eene kapel, drie uren van de stad gelegen. j '
Maar niet alleen werd hij voor een korten tijd goed ; hij bleef ook goed en getroostte zich vele offers om de Zou- en Feestdagen te heiligen. Alles wat de vereering van den H. Jozef aanbelangt , vervult hem met vreugde ; en de beeltenis, die hij uit de hand zijner echtgenoote nam, zoudt ge hem niet gemakkelijk doen verliezen. „ Den H. Jozef,quot; zegt hij, „heb ik mijne bekoering te danken.quot;
—^----
ZEVEKDE DAG. 79
GEBED.
o Groote H. Jozef, die in den Hemel door God zijt aangesteld, om de vruchten der Verlossing op ons toe te passen en er ons mede te verrijken, wij komen tot u gelijk de Egypteiiaren weleer tot den eersten Jozef. Help ons , H, Jozef, verrijk ons met de genaden, waarover gij de beschik-^ king bebt ontvangen, en blijde zullen wij op uw voorbeeld den Koning dienen, aan wien lof zij en glorie in eeuwigheid. Amen.
Achtste Dag.
Do 11. Jozef en de Zoele Naam Jesns.
Onophoudelijk zal ik uwcu Naam prijzen en met d;uik-baarheid verheffen.
(Eccl. II. 1. \o.J
tun dc waardigheid van Bruidegom quot;der allerh. Maagden Voedstervader van Jesus, was voor den H. Jozef een eervolle en zoete plicht verbonden. De Engel, die aan Jo/.ef verscheen , had het hem gezegd t Het Kind, waarvan gij, o Jozef eenmaal de vader genoemd zult worden, zuil gij Jesus noemen. Te gelijk gaf de Engel hem de verklaring van dien naam; want Hij zal zijn volk verlossen van hunne zonden.
Door die woorden werd aan den II. Jozef
*F
amp;----
—£-----K
ACHTSTE DAG. 81
gelast aan het Kind een naam te geven. Welken naam ? O , een naam, die boven alle namen is, voor welken alle knieën zich buigen van die in den Hemel zijn ea op aarde en onder de aarde, een naam, die gelijk de dauw neerdaalde uit den hemel en de menschen moest brengen tot God, gelijk ook de dauw weer opstijgt ten hemel.
Welk eene eer voor Jozef, aan het goddelijk Kind dien naam te mogen geven ! 't Was acht dagen na de geboorte des Heeren ; 't was de dag , dat de Heer de eerste druppelen van zijn bloed zou storten bij de besnijdenis; die druppelen waren het begin van dien stroom, die eenmaal de wereld zou reinigen van alle schuld. « Welken naam wilt gij aan het Kind geven ?quot; zal de priester of ouderling, die de plechtigheid verrichtte , gevraagd hebben. Jozef, waar zijt gij '? Treed op, om uwen plicht te vervullen! Zeg de heinelsche boodschap, die de Engel u gebracht heeft! Diep ontzag moet den H. Jozef vervuld hebben , toen het er op aankwam, zijne zending te vervullen. Plechtig oogenblik
•*gt;r
-^
83 ACHTSTE DAG.
inderdaad ! Hij, een schepsel, een naam geven aan God , aan Hera , die de sleutels van leven en dood in zijne hand draagt, aan den oneindig verheven Middelaar tus-schen God en de inenschen, den eeuwigen, koninklijken Hoogepriester !
Toen vernamen de wanden van den stal - te Bethlehem voor het eerst dien Naam gezegend in eeuwigheid : want Jozef noemde het Kind : Jesus, gelijk hij vernomen hnd van den Engel.
Jesus! 0, hadden wij toen eens een blik kunnen slaan in de zalen des Hemels! Hadden wij de juichtonen eens kunnen hooren, die toen door de zalen van bet eeuwige Sion weergalmden ! Gezegend zij die naam van eeuwigheid tot eeuwigheid, want hij is een licht voor de aarde, een vreugde voor den Hemel!
Een licht was liij voor Jozef; want door dien naam begreep hij geheel de zending van zijn goddelijk Pleegkind. Zaligmaker zou dat Kind zijn ; Het zou de wereld verlossen van hare zonden; Het zou een Lam zijn, dat, zich slachtofferde voor de wereld, om aan den oneindigen God , die vergramd
igt;e
AOHTSTK DAG.
was, eene waardige voldoening te geven. Dat alles begreep Jozef, als hij voor 't eerst den naam van Jesus hoorde en uitsprak.
Een licht is die naam ook voor ons; want hij verklaart ons, waarom God, de Oneindige, /.ich wilde vernederen tot onze ellende. 0, het was, om ons van onze zonden te verlossen. Die naam verklaart ons beter dan iets anders, de woorden des Heeren: Aldus heeft God de wereld bemind, dal Hij zijnen eenigen Zoon heeft gegeven. (Joes III, 16.) Kene vreugde is hij voor de Hemelen ; want in eeuwigheid zullen de Engelen hem loven, o:ndat door dien Naam de duivel overwonnen is.
Wel vinden wij geen enkel woord van den H. Jozef in de HH. Schriften vermeld. V Maar is dat stilzwijgen te betreuren ? Neen; want wij weten toch, dat Jozef aan het Goddelijk Kind een naam gegeven heeft. Al had de H. Jozef nooit een ander woord gesproken, dan had hij genoeg gedaan, dan had hij meer gedaan dan de grootste veroveraar, die de wereld met een vergankelijken naam vervulde. En inderdaad hij heeft met dat enkele woord
83
ACHTSTE DAG.
meer gezegd dan alle Proleten van het ; Oude Testament, meer dan alle Apostelen der Nieuwe Wet.
Wat hebben de Profeten gezegd 1 Zij hebben ons tot in bijzonderheden voorspeld, wat de Messias zijn zou, wat Hij zou lijden , wat Hij zou uitwerken tot heil der wereld. Jozef quot;sprak het eerst van alle sterve- • lingen den Verlosser aan met dien naam en vatte aldus in één woord samen, in één oogenblik sprak hi] het uit, al wat de Profeten gedurende eeuwenen eeuwen in grootere en kleinere profetieën hadden
neergelegd.
Wat zullen later de Apostelen zeggen quot;? Zij zullen de wereld doorreizen, de ll. Thomas zal doordringen tot Indië en China; anderen zullen andere werelddeelen be- , zoeken, met de fakkel des geloofs in de hand. Waartoe die reizen, die vermoeienissen , die opofferingen ? Het is om den Naam van Jesus te prediken, van dien Naam , dien Jozef hier aan t Kindeke gal. Zij zullen ontzettende mirakelen doen, doo-den verwekken en zieken genezen; men
zal de, zieken leggen in de schaduw van
5^
x
AUUTSTt DAG. 85
St. Petrus, de Apostelen zullen zeggen tot menschen , die nooit, gegaan hebben ; staat op en wandelt; met verbazing zullen de i volkeren hen aanstaren en hun zelfs Goddelijke eer willen bewijzen , zij zullen de duivelen uit de bezetenen drijven. In wiens naam deden zij die mirakelenH. Jozef, in den naam, dien gij hier aan uw Voedsterkind gaaft, in den naam van Jesus. — Zij sterven later allen den marteldood, den H. Joannes uitgenomen ; doch ook deze leed veel, zeer veel. Maar voor wiens naam leden zij geeseling en vervolging en marteling en dood ? 't Was voor den naam van Jesus , dien Jozef aan het Kindeke gaf.
(Jok nu nog spreken of schrijven de leeraars niet dan om het geloof in den naam Jesus uit te leggen , te verspreiden en te verdedigen. En de H. Bernardus getuigt, gelijk de H. Paulus, dat hij slechts ééne zaak , één woord kent; Jesus.
Duizenden malen in zijn leven mocht Jozef den menschgevvorden God als kind of jongeling met dien naam aanspreken , of tot zich roepen , of begroeten , en over
.-Vl'
ACHTSTE DAG.
Hem tot Maria spreken. Och wij weten ook, wat die naam beteekent; maar hadden wij eens het honderdste gedeelte van die teedere godsvrucht, vurige liefde en heilige blijdschap, die de H. Jozef gevoelde en toonde hij het uitspreken van dien H. Naam !
Spreken wij dan altijd dien Naam uit met eerbied en inwendige godsvrucht, opdat hij ook voor ons zij een bron van troost in kwelling, onze sterkte in den strijd , een schat van verdiensten voor den Hemel.
H. Jozef, wij danken U, dat gij dien Naam aan Jesus gegeven hebt; maak, dat hij ons laatste woord zij, als wij deze wereld verlaten , om eeuwig dien Naam te prijzen in de vreugden des Hemels.
quot;Voornemens.
lo. Met den grootst mogelijkeu eerbied en onder het buigen des hoofds den Zoeten Naam uitspreken.
2°. Tn bekoringen ons daarmee dekken als eea schild , want hij is de schrik der duivelen.
VOORBEELD.
86
f
In 1843 'lag in 't college der Jesuïten te Sitten (Waadland), een der professoren, Jozef H.....
•1*
IT
------- -
ACHTSTE DAG. 87
ernstig ziek. De jeugdige , deugdzame en talentvolle kloosterling was den dood nabij.
De Rector van dat college was P. Th. Neltner, zoo bekend door zijn apostolischen arbeid in Zwitserland, Duitschland en Frankrijk. Toen deze den zieke de laatste H. Sacramenten toediende , was hij des te meer bedroefd, omdat nog kort geleden twee der zijnen door den dood waren weggerukt. Na de zielroerende ceremoniën van het H. Oliesel naderde hij den stervende, en op een toon van vaderlijk gezag legde hij hem dezen plicht op : hij moest, na in de eeuwige vreugde te zijn binnengegaan, de voorbede van zijn glorierijken Patroon, den H. Jozef, afsmeeken , opdat een bekwaam plaatsvervanger voor hem in de orde mocht treden. Wat gebeurt er ? In den herfst van hetzelfde jaar traden er te Brieg twaalf novicen in de orde — en acht hunner heetten Jozef. Drie andere Jozefs volgden nog binnen een jaar. Tol dezen behoorde ook de later zoo beroemde P. Jozef Kleutgen. (Stimmen aus Maria Laach.)
GEBED.
H. Jozef, die aan het Goddelijk Kind dien zoeten Naam Jesus mocht geven, verkrijg ons de genade, dien Naam altijd uit te spreken met den eerbied, dien hij verdient. Daar is geen andere Naam, waarin wij zalia: kunnen worden; ver-krijg ons, dat wij er ook de zaligheid in vinden,
volgens de liefdevolle inzichten van God. Leg
---^------
—-ACHTSTE DAG.
1 88
hem op ouze lippen in droefheid en smart, in strijd en bekoring , en doe er ons de kracht van ondervinden , maar ook tegelijk de zoetheid, welke er aan verbonden is en die gij op aarde het eerst hebt mogen smaken.
Negende Dag.
Leven van den H. Jozef in het H. Huisgezin.
I. ZIJN LEVEN VOOR JESÜS.
Wat hij leeft, leeft hij voor God. fRom. VJ. 16.)
Let is eene kwaal van den tegen-; woordigen tijd, dat menig huisvader meer leeft, voor zich zelf dan voor zijn huisgezin. De familiegeest, zoo klaagt, men algemeen, gaat meer en meer verloren. Buiten het huisgezin zoekt, de vader zijne voldoening. Vindt hij ze daar? Neen, want (iod laat het geluk slechts daar vinden , waar Hij het gelegd heeft , niet. elders. Vis geneesmiddel tegen die kwaal wijst ons de H. Kerk op de H. Fa-
--
NE(iamp;NDE DAG.
tnilie en op den H, Jozef in liet bijzonder. Op dat voorlieeld hebben zich in vroegere eeuwen vele Heiligen gevormd. Waarom zou zulks in onzen tijd niet meer mogelijk zijn? De inenschelijke middelen, om aan de wereld dien huiselijken geest terug te bezorgen, schieten te kort. Waarom zouden wij de bovennatuurlijke niet beproeven '?
Hoe leefde dan de H. Jozef in den schoot zijner kleine familie ? In twee woorden kunnen wij geheel dat leven beschrijven : hij was alles voor Jesus en Marin ; — Maria en .Icsns waren alles voor hem 1
De H. Jozef leefde voor zijn God en Zaligmaker, Jesus Christus, niet voor zich zeiven. Waarom ? Omdat hij Jesus beminde met geheel zijne ziel. Maar liefde zonder opoffering van hetgeen men is of wat men bezit, dat is geen ware liefde. Daarom was het leven van Jozef eene aan-
1) Dewijl hot gecu levensschets is, die wij den godvruchtigen leïer aanbieden , hopen wij . dat hij de herhaling van sommige feiten voor lief zal nemen. Zulk eene herhaling is dikwijls onvermijdelijk , ten einde de behandelde stof beter te doen nitkomen en toe te lichten. - ^--
_
9U
----n---f--
eenschakeling van zelfverloochening en van offers in den dienst van zijn beminden Jesus. Was zijn leven daarom onaangenaam of verdrietig ? Verre van daar. Integendeel, voor de volmaakte liefde is het onaangenaam en verdrietig, niets te mogen opofferen of lijden voor dengene, dien men bemint. De liefde maakt die offers ge- - ^ makkelijk; de bitterste kwellingen worden door hare kracht veranderd in zoete vertroostingen, Vraag het aan de eerste moeder de beste, of het haar zwaar valt voor haar feeder kind te moeten waken . zorgen en werken ; en zij zal u zeggen , dat zij bereid is honderdmaal meer te doen voor haar kroost. Dat doet de liefde.
Zien wij nu op den H. Jozef. Jesus was nog niet op aarde verschenen, en reeds % vinden wij den li Jozef bereid om ter wille van Jesus arbeid en vermoeienis te dragen. Het was in den winter. De wegen waren slecht. Jozef had te Nazareth zijne vrienden en begunstigers. Toch zien wij hem toebereidselen maken tot eene verre reis. Waarheen, o H. Jozef? Waarom neemt gij uw gereedschap en zadelt gij uw ezel'?
F-----^-------^
4-
92 NEGENDE DAG.
Hij begaf zich naar Bethlehem, waar hij wist, dat de Messias geboren zou worden. Maar wat al vernedering en harde bejegening kostte hem die reis, niet alleen onderweg, maar vooral bij zijne aankomst in Bethlehem; daar woonden zijne bloedverwanten, daar mocht hij eene hartelijke j ontvangst verwachten; en wat vond hij i er ? Afwijzing en beleediging. Bekommering vervulde toen zijne ziel, want waar zou hij een onderkomen vinden? Ware het echter noodig geweest, nog veel meer zou zijne liefde hebben willen lijden voor zijn Heer en God , Jesus, die in den Kerstnacht op aarde kwam er. als een pasgeboren Kind in de arme kribbe, die Jozef voor Hetzelve bereid had , werd neergelegd.
Weldra ontving hij het loon zijner liefde. Welk was dat loon'? 0, hij mocht het eerst van alle stervelingen na Maria den Langverwachte der volkeren aanschouwen; aanschouwen niet alleen, maar omhelzen en aan zijn hart drukken. Overstelpt van vreugde en geluk, mocht hij toen wel zeggen, wat later de H. Grijsaard Simeon zou uitroepen : « Nu laai Gij , o Heer , uwen
NtGKNDE DAG. 93
)gt; dienaar gaan in vrede; want mijne oogen » hebben uw Heil gezien.quot; (Luc. II. 29.)
Maar neen , o H. Jozef, het is voor u niet de tijd om heen te gaan van deze aarde. Gij hebt hier nog meer belooning te wachten van uw Goddelijk Pleegkind. Wij moeten immers veronderstellen, dat •lesus zijn heiligen Voedstervader, die reeds zooveel voor Hem gedaan had, niet minder begunstigd zal hebben dan de Herders, die Hem geheel vreemd waren. Zij zagen eene menigte van Kngelen, die de lucht van hemelsche gezangen deden weergalmen ; zij zagen een licht, waarmede geen aardsch licht in vergelijking kon komen , het omstraalde hen met een ongekenden glans. Zal Jozef' minder dan zij gezien hebben van de glorie, die aan de wereld , X geopenbaard werd ? Als hij neerknielde bij de kribbe, zal hij dan de Engelen niet hebben aanschouwd, die jubelden van vreugde om den vrede, die toen hersteld werd, tussehen God en de aarde ?
Eene nieuwe belooning voor zijne opofte-rende liefde wachtte weldra den H. Jozef.
Kort na de geboorte van het Goddelijk
---^------
J^.
KEGENDE DAG.
Kind hoorde men voor het arme verblijf van Jozef het getrappel van paarden, vermengd met den voetstap van kameelen. Een stoet van vreemdelingen hield stil. Het waren de II. Drie Koningen , die van zeer verre gekomen waren, om als eerste-lingen der Heidenen het Kind te aanbidden. -Hunne wonderbare roeping door middel eener schitterende ster, — hunne getrouwheid aan de genade, — hunne beteekeriis-volle geschenken , — de eer , welke die machtigen en wijzen der aarde aan Jesus bewezen , — de glorie, die daaruit in de verre toekomst voor zijn Pleegkind zou volgen , dat alles vervulde Jozefs hart met. blijdschap, niet alleen op dat oogenblik , maar ook later, zoo dikwijls hij er aan dacht.
Gelijk het leven van Jesus en Maria een onbegrijpelijke vereeniging van blijdschap en smart zijn zou, zoo was ook St. Jozefs leven daarvan wonderbaar saam-geweven. Wat zal hij gevoeld hebben, toen hij de armoede en behoeften van zijn Goddelijk Kind zag in een verblijf als den stal van Bethlehem! Wie zal het ons
9é
NEGENDE DAG.
zeggen ? Jozef deed al wat in zijn vermogen was, om Jesus te verzorgen. Maar waai- zal hij de middelen daartoe vinden'? De schatten der drie Koningen boden hem misschien eene rijke bron aan; doch het Goddelijk Kind had andere inzichten. Niet door woorden, (want uit liefde tot ons wilde -Het sprakeloos zijn gelijk andere kinderen), maar door inwendige verlichtingen zegde Het aan Jozef, dat Het de schatten der aarde niet beminde , en , zoo openbaarde de H. iMaagd aan de H. Brigitta, weldra waren die schatten overgegaan in de handen der armen. Ziedaar nu Jozefs liefde voor Jesus en zijne liefde voor de armoede in een tweestrijd; maar de inspraken van Jesus overwonnen en Jozef bleef arm. Wij kunnen ons nochtans voorstellen , dat, al beminde Jozef de schatten der aarde niet, het hem toch in deze omstandigheid eenige moeite gekost heeft er zich van te ontdoen, omdat hij zich daardoor beroofd zag van de middelen, om datgene voor Jesus te doen, wat zijne liefde hem ingaf.
^ oor Jesus deed en leed hij alles, voor Hem was zijn arbeid, voor Hem zijn kom-
95
J*
-
NEGBKDE DAG.
mer en zorg, voor Hem zijne ontberingen. Wij behoeven slechts Bethlehem, de bange vlucht naar Egypte, den tocht door de woestijn, het ballingsoord te noemen, en aanstonds komt ons voor den geest, wat Jozef voor Jesus over had. Maar ook al die plaatsen waren getuigen van het loon, dat Jesus aan Jozef schonk door hem liefde voor liefde weder te geven.
Het was een schouwspel om de Engelen, zoo zij er vatbaar voor geweest waren , jaloersch te maken, als Jozef dat Kind op zijne armen droeg. Het met zijne liefkoo-zingeti mocht overladen en aan zijn hart te ruste legde. Joannes, de beminde leerling des Heeren, mocht rusten op diens borst en daardoor verkreeg hij de gunst, om door te dringen in de geheimen der Godheid. Wat dan te zeggen van denH. Jozef'? Als Joannes bij uitstek de Apostel der liefde werd , hoe zal dan de ziel van Jozef ontstoken zijn geworden door een gloed van onbeschrijfelijke liefde, o Heerlijk gezicht! Jesus in de armen van Jozef! Jesus rust daar en die rust verschaft aan
den H. Jozef de zoetste verkwikking na zijn
^-------
^_
96
NEGENDE DAG.
arbeid ! De zoete adem van Jesus zweeft hein tegen en met denzelve stort zich een hemelsche vrede in het hart van den H. Voedstervader over ! o Heerlijk halssieraad, als dat Kind zijne armpjes sloeg om Jozefs hals en het daar aan hing als een kleinood van oneindige waarde!
Hieraan denkende sprak de H. Bernardi-nus : » Wie zal ontkennen dat Jesus, hetzij «als kind, hetzij als jongeling in het hart van » den H. Jozef onbeschrijfelijke gevoelens » stortte aangaande zijne Godheid en hem «verzadigde met onuitsprekelijke genoegens. » Niet alleen door zijne genade, maar ook » door geheel zijn uitwendig wezen werkte ii het Goddelijk Kind op de ziel van Jozef: » door zijn zoeten blik , door zijn kinder-» lijken glimlach, door zijne woorden, door «zijne teedere liefkoozingen').quot; Die liefde van Jesus was voor Jozef als een kostbare troon waarop hij mocht zetelen, gelukkiger dan de rijkste koning der aarde; zij was hem een voortdurende feestmaaltijd, die hem verzadigde: een geestelijke wijn vol zoelheid, waaraan hij zich laven mocht
1) De Exult. B. M. V. in gloria, art. 2. cap. Til.
7
---^r--
97
1*
—^— NKGENDE i)AQ.
dertig jaren lang. Een onderhoud van zeer korten duur bracht het hart der leerlingen van Eirunaüs in verrukking. Maar Jozef mocht dat onderhoud genieten gedurende zoovele jaren ! 0 , wat zal dat hart dan van liefde gebrand hebben , daar het dag op dag in dat fornuis van liefde, het Hart van Jesus , nieuwen gloed en nieuwe quot; vurigheid ontving! Zoo vervulde Jesus reeds nu voor Jozef het woord, dat Hij later zou uitspreken ; Hij zal het honderd-votidige ontvangen. [Mt. 19, 29.)
Zoo zal ook Jesus handelen jegens allen, die Hij met de zorg voor anderen belast heeft. Hebt gij kinderen ter verzorgingquot;? Jesus' onfeilbaar woord zegt u: Wat gij aan den minste der mijnen doet, doel gij aan Mij. (Mt. XV1I1. 6.) Weet gij u op te offeren in den dienst zijner liefde, beijvert gij ii om Hem te doen beminnen , leeft gij geheel voor Hem , dan zal in u vervuld worden , dat andere woord van Jesus; Voorwaar Ik zeg u, Hij zal zich aangorden, en hen doen aanzitten , en heen en wedergaande hen dienen. . . Zalig zijn die dienstknechten ! (Luc. XII. 37. 38.)
4*'
NEGENDE DAG.
99
quot;Voornemen.
De waakzaamheid over de ous toevertrouwdea verdubbelen ; of, zoo men onder gehoorzaamheid ètaat, hierin eene bijzondere stiptheid aan den dag leggen.
zet' wnue eeue oijzonaere neiae 101 zijn prooien patroon toonen : hij beloofde hem, alle jaren zijn feestdag met den grootsten luister te vieren. Hij was vader van drie kinderen. Den 19',en Maart daaropvolgende sterft een der kinderen in het midden der plechtigheid. Eeu jaar later op denzelfden dag sterft de tweede. Bedroefd en vree-zende voor zijn derden zoon, neemt hij zich voor, flen feestdag van St. Jozef niet plechtig meer te vieren. Om zijne grootc droefheid te verdrijven, gaat hij een pleizierreisje maken : eens op wau-
een i^ngel, die zeide: gij ziet die twee ougeluk-kigen ; waren uwe twee zonen blijven leven, hetzelfde lot zouden ook zij ondergaan hebben. Maar omdat gij een vereerder van den H. Jozef zijt, heeft hij van God verkregen , dat uwe kinderen vroegtijdig en onschuldig uit deze wereld scheidden. Vrees voor uw derde kind niet ; hij zal bisschop worden en lang leven/* En het geschiedde gelijk de Engel voorzegd had.
yu
NEGENDE DAG.
100
GEBED
o H. Jozef, ii;ij hubt Jesus gedieud als eeu getrouwe dienaar, gij hebt u voor Hem opge-oB'erd, ja , gij hebl geheel eu al voor hem geleefd ; o , verkrijg ook ons de genade, dat wij geheel en al leven voor Jesus. Als die dienst on» moeilijkheden bezorgt, geef ons kracht, om ze te boven te komen ; doe ons denken aan het loon , dat ons wacht in den Hemel , waar ook gij u thaus verhengt over uwe zorg voor Jesus eu waar al de zweetdroppelen , die gij sestort hebt, veranderd zijn in paarlen die schitteren in eeuwigheid. Amen.
x-
Tiende Dag.
Leven van den H. Jozef in hel H. Hiiisge/in.
I.I. ZIJN LEVEN VOOR MARIA.
s
Het was één hart en ééne ziel. (Act. TV. 32.)
wA^aii het Boek dei- Openbaringen van H. Birgitta (welke openbaringen door de [I. Kerk zijn onderzocht en goedgekeurd) lezen wij de volgende merkwaardige woorden vin de Allerh. Maagd : De H. Jozef diende mij als zijne meesteres, »en ik vernederde mij bij zijne minste «handelingen. Ik was voortdurend in het ii gebed, ontving weinig bezoeken en legde » er slechts zeer zelden af. Ik had een » bepaalden tijd voor den handarbeid. ii Al wat wij meer hadden, dan wij voor ii ons onderhoud behoefden, gaven wij aan » de armen, tevreden met hetgeen wij
______f
102 TIENDE DAG.
bezaten. Jozef diende mij zoo getrouw, dat men uit zijn mond nooit een woord hoorde, 't welk niet ernstig was. Nooit zeide hij iets, wat naar ontevredenheid of toorn zweemde. Hij was zeer geduldig in de armoede, zorgvuldig en ijverig in het werk. Hij was buitengewoon zachtmoedig jegens hen , die hem eenig verwijt deden.. . Hij was zoo volmaakt afgestorven aan het aardsche, dat hij niets dan wat liemelsch was verlangde. Hij had zulk een geloof aan de goddelijke beloften, dat hij onophoudelijk zegde : Geve God , dat ik leve , en zijn H. Wil volbracht moge zien. Zelden woonde hij bijeenkomsten van menschen bij. . . Hij bezit ook nu in den Hemel eene groote heerlijkheid.quot;
Deze woorden der H. Maagd werpen op. het leven van den H. Jozef een helder. liefelijk licht. Wij zien hem levend voor Maria, gelijk wij hem gezien hebben levend voor Jesus. Leerzaam toonbeeld voor het christelijk huisgezin 1 Dat leven was de toepassing der woorden die de wijze Thomas a Kempis later schrijven zou;
Ut
Zit___(5S___4*
TIENDE DAG 103
(Lib. I. 20). « De grootste Heiligen ver-» meden zooveel doenlijk het gezelschap » der menschen en wilden liever voor God » in het verborgene leven; zelfs een hei-x densch wijsgeer heeft gezegd; zoo dik-» wijls ik onder de menschen kwam, » keerde ik minder mensch terug.quot;
Helaas, hoevelen ondervinden de waarheid van Thomas' wijze woorden! Hoe weinigen weten zich bij de menschen voor zonde te vrijwaren! Zoo getuigt de H. Geest: « Waar veel gesproken wordt, daar igt; zal de zonde niet ontbreken. (Prov. X. 19.) De H. Jozef kende dit gevaar; hij kende het uit de H. Schriften en door de genaden en inspraken van Jesus, die hem inwendig onderwees. Maai1 wijzer dan velen, die y, het gevaar wel kennen , en toch zoeken , . K vermeed hij het. Zijn hart kon ook geen smaak vinden in den omgang met de menschen, veel minder in hunne vermaken^ omdat hij geen aardsche, maar heraelsche genoegens zocht.
Hij vond buiten zijn huisgezin Jesus niet. Maria was dan niet bij hem. En waar zij niet waren, daar gevoelde hij zich niet
Jïfc-- ---#
_K____421 ^
10-i TIESUK DAG.
gelukkig. Ja zelfs, al had hij buiten den kring zijner familie geen enkel gevaar voor zijne ziel te vreezen gehad , toch schatte hij het geluk van hij Maria te zijn hooger, dan alles wat de wereld voor hem hadde kunnen doen. Op die wijze hield hij ook de zeden en gewoonten der H. Patriarchen uit overoude tijden in eere ; zoo sloot hij zich aan bij allen in Israël, die aanspraak konden maken op godsvrucht en deugd , en die van hunne voorouders de gewoonte hadden overgeërfd , hun geluk te zoeken in hun huisgezin en niet daarbuiten. Hij bracht die vrome en heilzame gewoonte terug tot den wil Gods, uitgedrukt in het aardsche Paradijs, toen God aan de echtgenooten beval, zoo voor elkander te leven, dat zij zelts het dierbaarste wat zij op aarde hadden ; een vader en eene moeder, moesten verlaten.
En hoe zou het ook mogelijk geweest zijn, dat de 11. Jozef zich niet gelukkig gevoelde bij Maria'? Zij was de Bruid , dooi- God hem gegeven. Wie onzer zou zich niet gelukkig gevoelen slechts éénmaal , al was het maar voor een oogen-
—^— TIENDE DAG. *
l)lik , Maria te aanschouwen , Maria , de beminnelijkste der maagden, het sieraad der vrouwen , de eer van haar geslacht ? Wie zou voor zulk eene verschijning niet alles willen geven ? Welnu, zulk eene verschijning had Jozef altijd in zijn huis, aan zijne zijde, en dat gedurende zoovele jaren. Wat kon de wereld hem geven, dat slechts eenigszins met het genoegen dier tegenwoordigheid van Maria in vergelijking kon komenquot;? Gedurende de werkzaam-heilen der week was het hem hu t, mogelijk altijd en onafgebroken die tegenwoordigheid te genieten. Maar de Sabbath- en Feestdagen stelden hem voor die tijdelijke afwezigheid schadeloos.
«Hij was zeer gehoorzaam in mijnen » dienst,quot; zegde de H. Maagd aan de H. Birgitta. Keteekenisvolle woorden! Want kwam het niet aan Jozef toe , bevelen te geven'? Was hij niet het hoofd van het H. Huisgezin ? Zonder twijfel. Maar de liefderijkste inschikkelijkheid was hem zoo eigen, dat Maria slechts hare minste verlangens behoefde te kennen te geven en aanstonds schikte zich de H. Jozef met eene
_4J£
105
!5?
--
TIKKDE OAG.
_
106
gedweeheid en liefde, die voor gelioorziuim-heid kon doorgaan, ü , hij wist wel, de H. Bruidegom, dat die engelachtige Bruid geen andere verlangens hebben kon , dan die aan God behaagden ! Zalig huisgezin, waarin zulk eene overeenstemming heerscht, waar slechts één hart, ééne ziel, één ver-' • langen , één wil gevonden wordt! Gezamenlijk leven voor God, gezamenlijk lijden, gezamenlijk de deugd beoefenen, elkander dienen en in liefde voorkomen, o Paradijs op aarde !
Zou het niet eene hoogst oneerbiedige veronderstelling zijn te vragen , of er dan soms niet eenige kwade dagen kwamen in het huiselijk leven van Jozef? Kwade dagen , ja, hij heeft ze gekend en meer K dan iemand wel weet of beseffen kan ; maar niet in dien zin , dat ooit een wolkje den blauwen hemel des vredes verdonkerde. Wel beleefde Jozef treurige dagen, wel kwamen er ooit stormen over de nederige stulp van Nazareth of den armen stal van Bethlehem, maar die storm kwam van buiten, terwijl binnen de reinste vrede heerschte. De H. Maagd getuigde het aan
3^
TIENDB DAG. 107
de H Birgittii : « nooit zeide hij iets, dat » naar ontevredenheid of toorn zweemde.quot; Treurige kwade dagen waren het, toen armoede, ans-st en lijden hem liezocht ; ook Jozef zal ondervonden hebben, wat zoo menige werkman ondervindt: miskenning , onrechtvaardigheid, wanbetaling, onaangename of harde bejegening. En aan welk een onmetelijk lijden doen de namen Herodes en Egypte niet denken! Aan Jozef toonde God, dut Hij kastijdt al wien Hij lief heeft . Maar juist die kwade dagen, die in meniji huisgezin niets anders veroorzaken dan wrevel, bitterheid en verwijdering, waren voor lozef eene gelegenheid om te toonen, wie hij was en dat zijne deugd en getrouwheid bestand waren tegen
stormen. Met den H. Aartsvader Abraham X
i
kon hij altijd zeggen , en , al vermeldt de H. Schrift het niet, hij zal altijd herhaald hebben ; Dnnünus providehil, f)e Heer zal wel zorgen, de Heer zal er in voorzien. (Gen. XXIJ. lt;S ) En God voorzag in alles. Hij zond Engelen, die troostten en bemoe-'tiaden; Hij plaatste in Jozefs onmiddellijke nabijheid de Koningin der Engelen, die
__*____
f
TIENDE DAG.
met een blijmoedig gelaat alle wolken van droefheid verdreef, gelijk de heldere maan de nevelen voor zich uitdrijft; en als Jozefs lilik den zoeten blik van Jesus ontmoette, dan veranderde alle smart in bliidschap, dan werden de doornen rozen en Jozef achtte zich gelukkig te mogen deelen in r het lijden van Hem, die op aarde gekomen was met het doel om de wereld door zijn lijden te verlossen.
Treurig onder alle dagen was voor Jozef de dag, waarop hij zeggen moest: mijn dierbaar Pleegkind is verloren; waarop hij vragen moest: waar is Het ? Hebt gij Het gezien ? Zeg het ons : waar zullen wij Het vinden '? — 0 droefheid voor Jozef, o smart voor Maria ! Wat was in die uren y Jozef voor MariaEen steun voor eene teedere wijngaardrank, die door den storm geslingerd werd. Hij beurde haar op; hij troostte haar , en , ofschoon zelf bedroefd, vergat hij zijne eigene droefheid om zijne H. Bruid te versterken ; hij verbond zich inniger aan haar, naarmate zij teederder en zwakker was, niet in deugd , maar :n
haar geslacht.
i
•£lt;
ir
---^--
TIENDE DAG. 109
Maar ook hoe beloonde hem Maria voor zooveel liefde, toewijding en opoffering «Ik vraag het u,quot; zegt de H. Bernardinus, ii welke genaden zal Maria niet afgebeden igt; hebben voor zulk een dierbaren, heiligen, » zorgvuldigen Bruidegom , voor den be-» schermer harer zuiverheid, voor den » pleegvader van haar Zoon, zij, die zelfs » voor zondaars, die vijanden zijn van haar ii Kind , zoovele gunsten verwerft. ... Ik » ben ei- van overtuigd, dat de allerheiligste ii Maagd met de grootste mildheid al de ii schatten van haar hart in Jozefs ziel ■i overstortte, en wel zoo overvloedig als n zijne ziel in staat was ze te bevatten M quot;
Gelukkig het huisgezin, dat zich spiegelt aan het voorbeeld der H. Familie! Waar navolgers gevonden worden van Jesus, Maria en Jozef, daar woont de geest Gods ; over dat huisgezin waken Maria en Jozef en op hetzelve kan het woord van Jesus worden toegepast: « Zaligheid is over dal huis gekomen.quot; (Luc. XIX. 9.)
1) De Exalt. B. M. V. in gloria art. 2. cap. Ill
H
TIENDE DAG.
~V oornemeii.
Al de plichten van onzen staat met eene bijzondere zorg vervullen.
110
VOORBEELD.
De geleerde en godvruchtige Pater Surin verhaalt ons het volgende, waarin bewaarheid wordt, wat de H. Teresia verzekert, als zij zegt: „ De H. Jozef is een groote meester van het inwendige leven; hij leert buitengewone dingen aan hen, wier beschermer hij is.quot; — „ Toen ik Rouaan „ verlietzoo schrijft dan Pater Surin, „ bevond „ ik mij in een rijtuig met een jongeling van „ omstreeks achttien jaren ; hij had een zeer e^n-„ voudig voorkomen en zijn gelaat was dat van een „ weinig ontwikkeld inensch ; hij was reeds veleja-„ ren knecht, had niets geleerd en kende zelfs lezen „ noch schrijven. Hoe groot was mijne verwon. „ dering, toen ik met hem sprekende zijne ver-„ lichtingen aanschouwde. Inderdaad, hij sprak „ met zooveel helderheid , zoo welsprekend en „ grondig over het inwendig leven, dat ik er „ opgetogen van was, daar ik nooit iets over deze „ stof gelezen of gehoord had , wat mij zoo vol-„ deed en hetwelk tevens zoo verheven was. Zijn „ leven was een aanhoudend gebed. Ik erkende, „ dat de grondslagen van zijn geestelijk leven „ eene groote eenvoudigheid , een diepe ootmoe-„ digheid en eene engelachtige reinheid waren.
TIENDE DAG.
Hij voldeed aau mijne opmerkingeu met eene vaardigheid , die mijne verwondering opwekte. „Ik kwam op de gedachte van hem te vragen „ of hij een vereerder was van Sint Jozef.
„ Sedert zes jaren, antwoordde hij, heb ik mij, „ naar den raad van Jesns zeiven , onder zijne bijzondere beschermiDg gesteld.quot; En daarop „ begon hij de schoonste lofrede te honden op „ de voorrechten van dien grooten Heilige , mij „ tevens verzekerende, dat hij alles van den „ Verlosser zei ven vernomen had. Die meester „ der zielen was ook de zijne geweest in die „ verheven kennis, welke de jongeling in zoo „ hooge mate bezat.quot;
(Champean. Sint Jozef XXVl.)
GEBED
H. Jozef, ziet gij niet, hoe weinige navolgers uwe deugd in onze dagen vindt ? Ziet e:ij niet, dat men zoo dikwijls het geluk zoekt, waar God het niet heeft neergelegd ? O Heiligste der huisvaders, leer toch aan allen , die met de zorg van een huisgezin belast zijn, hun geluk en hunne voldoening te zoeken in den schoot van dat gezin , waarvan zij de hoofden zijn , en eene groote ramp zal van deze wereld zijn weggenomen. H. Jozef, om de liefde van Jesus en Maria, verhoor ons sebed !
111
quot;V
Elfde Dag.
Godvruchtig Leven van den H. Jozef.
I. ZIJN LEVEN VAN GELOOF.
Mijn rechtvaardige leeft uit geloof. (Hebr. X. 38.)
iju rechtvaardige leeft uitgeloul.quot; Geeft hier de H. Geest door den mond des Apostels niet eene Sy. heerlijke getuigenis van St. Jozefs geloof? Leg die woorden naast die andere van den H. Evangelist: Jozef nu, daar hij rechtvaardig was, (Mt. I. 19.) en wat zien wij ? Daar wordt Jozef eerst rechtvaardig genoemd en dan verklaart de H. Geest: Hij, die rechtvaardig is, leeft uit geloof.
Hoe heerlijk vertoont zich aan ons oog dat geloof van den H. Jozef'! Wat is ge-
__£___p
ELl-DIS 113
loovon ? Iets aannemen op gezag van God ; ook al ziet men de wijze niet in, waarop iets waar kan zijn; aannemen, dat het waar is, omdat God het zegt, dat heet gelooven. Zoo geloofde de H. Jozef aan het mysterie der Menschwording reeds voor dat het voltrokken was en aan al de ge-• heimen, die er mede in verband stonden -of er uit volgen zouden. Die geheimen waren aan Maria bekend gemaakt van wege den Allerhoogste; zij nam ze geloo-vig aan en mocht daarom van God zelf lol inoogsten om haar gelooi. Hoor slechts hoe Elisabeth , die van den H. Geest vervuld was, haar prijst: Zalig zijt gij, omdal gij geloofd hchl. (Luc. 1. 45.) Dienzelfden lof had ook Maria aan haren Bruidegom ^ kunnen geven ; want niet alleen geloofde . ^ hij, maar groot was zijn geloof.
Daar werden hem niet enkel geheimen voorgesteld, die geen menschelijk verstand bevatten kon, maar zijn verstand moest denkelijk ook breken met opvattingen en denkbeelden, die het sinds jaren had gekoesterd. Wat toch was altijd door Schriftgeleerden en Pharizeërs, die op den stoel van Mozes
8
^ ^--^
--^----
114 ELïDK DAG.
zaten, geleerd aan het volk omtrent den toekomenden Messias ? Die Messias , zoo leerden zij, zou komen zonder dat iemand wist, van waar Hij kwam (Joan VII. 27.); Hij zou komen in de gestalte van een volwassen man'), en in aardsche grootheid zou Hij onder de menschen zijns gelijke niet hebben.
Doch zie, daar openbaart een Engel aan Jozef juist het tegendeel van wat hij altijd gehoord had. De Messias, die verwacht werd, zou komen als een zwak en teeder kind, onderworpen aan al de behoeften der kinderjaren; dat Kind zou tot moeder hebben eene arme maagd , de bruid van een handwerksman; en hij, Jozef, zou er de verzorger, beschermer en voedstervader van zijn. Moest zijn nederig hart niet schrikken bij zulk eene gedachtequot;? En zal ook hem niet op de lippen gekomen zijn , wat zijne Bruid sprak bij de boodschap des Engels: Hoe zal dit geschieden? (Luc. I. 34.) Hoe dieper nu de onjuiste voorstelling der Leeraars van Israël in zijn geest is doorgedrongen geweest, des te meer zal hem ook de tegenspraak getroffen hebben, die er
1) Cfr. Maldon. et Tolet. in Joan. VII. 37.
*
ELFDE DAG. 11
bestond tusschen de woorden dier Schriftgeleerden en die des Engels. En dat die begrippen diep waren ingeworteld in den geest van het volk, waarvan Jozef een zoon was, dat zegt ons het H. Evangelie op menige bladzijde. Vraag het aan de Apostelen vóór de nederdaling des H. Geestes. Zij zullen u zeggen, dat zij een Messias verwachten, machtig als Koning, ten strijde trekkende tegen de vijanden van Gods volk, zijne legerscharen voerend van zegepraal tot zegepraal gelijk David, en na den strijd in vrede heerschend op zijn troon gelijk balomon. Zij kunnen zich geen anderen Messias voorstellen, tot zelfs op den dag van 's Heeren Hemelvaart; want toen nog hooren wij sommige leerlingen vragen: ^ - Heer, z-alt Gij nu het rijk van Israël her-dellen ? (Act. I. 6.) En tegen al die verwachtingen in komt nu de Engel aan Jozef een Messias aankondigen, die sprakeloos en machteloos zijn zal en zal moeten toenemen in jaren en wijsheid gelijk ieder sterveling. H. Jozef, wat zegt gij van zulki een Verlosser, wiens grootheid bestaan za in zijne geringheid, wiens macht zal gelegen
116
ziju in zijne zwakheid '? O , de H. Jozel twijfelde niet; hij imni geloovig aan, wat hem van Godswege werd medegedeeld Hij ziet niet in, hij begrijpt niet, hoe dit overeen te brengen met de verwachtingen des volks, met zijne eigene verwachtingen misschien , maar hij heeft niet noodig te * begrijpen of in te zien; God heeft gesproken , de Onfeilbare, de Waarachtige, die niel bedriegen kan of bedrogen kan worden, en aanstonds onderwerpt Jozef zijn verstand, hij twijfelt niet; hij gelooft. Waarlijk , ook hij verdiende de lofprijzing; Zalig zijl gij, want vleesch en bloed hebben u dit niel veropenbaard, maar mijn Vader, die in den Hemel is. (Mt. XVI. 17.)
Abraham wordt in de H. Schrift geprezen om zijn groot geloof. En hij verdiende het. Hij had van God de belofte van een ontelbaar nageslacht ontvangen, en nu gelastte hem diezelfde God, zijn eenigen zoon te slachtofferen. Abraham gehoorzaamde, sterk door zijn geloof, wel wetend , dat God er in voorzien zoude.
Niet minder groot was het geloof van Jozef. Hij wist, dat de Messias te Reth-
-:-^--
—-----^
KLÏDE DAG. 117
lehem zou geboren worden; hij las het in de H. Schrift. Jozef woonde Hochtans te Nazareth. Hoe zal nu de Messias tc Bethlehem kunnen geboren worden ? Dat wist Jozef niet; maar hij geloofde en dacht; de Heer zal zorgen. En kalm en ver-trouwvol wachtte hij de beschikkingen des Hemels af.
Veertig dagen na de geboorte van het ! Goddelijk Kind woonde de H. Jozef de grootsche plechtigheid bij van de Opdracht in den tempel. Was dat enkel bijwonen ? Neen, door zijn geloof nam de H. Jozef deel aan die opdracht. In vereeniging met zijne H. Bruid schonk hij daar zijn Goddelijk Pleegkind weg tot meerdere glorie Gods en tot welzijn der menschen. Was | Maria's offer verheven , dat van Jozef was j/t het insgelijks, omdat hij dat Kind beminde als een vader en al de rechten van een vader over Hetzelve mocht uitoefenen 't Is j waar, hij ontving dat Kind terug. Maar zijn geloof beschouwde Het nu voortaan j aiet meer als het zijne, maar als toebe- I hoorend aan geheel het menschelijk geslacht, voor welks welzijn hij Hot geofferd
p-
_JV___¥
118 EI.FUK DAG.
had. Hij ontving Het terug, ja, maar enkel om Het op te voeden voor het groote Offer, waardoor Het ons verlossen zou op het kruis.
Wat was het een donkere nacht, toen een Engel aan Jozef gelastte onmiddellijk met het Kind en zijne Moeder naar Egypte t te vluchten! Maar als eene liefelijke ster | verschijnt Jozefs geloof in die duisternis. Dat bevel des Engels kwam onverwachts, midden in den nacht. 0 onbegrijpelijk geheim voor Jozef! Moet nu dat Kind . dat onder lofzangen der Engelen op aarde kwam , dat door Koningen uit het verre Oosten werd aanbeden en dat legioenen van Engelen tot zijnen dienst heeft, moet dar Kind zich uu gaan verbergen in een
Kan . ^ toch
de Beheerscher der wereld, de Koning der koningen, die het menschdom komt redden en zetelen moet op den troon van David, zijnen voorvader. En zie, nu moet Het vluchten in 't geheim, steelsgewijze , midden in den nacht. Wat is dat dan voor een Koningschap, waarvan de eerste
tvinu zien nu gaan veroergen in vreemd en ver verwijderd land'? Het zich zeiven niet reddenquot;? Het is
---f-quot;--
KI,I DE DAK. 119
daad bestaat in eene vlucht ? En als Hij dan toch Israël verlaten wil, waarom is zijn heengaan dan niet vergezeld van den luister , die past aan zijne waardigheid ? Waarom maakt Hij van zijn uittocht niet een zegetocht, om den dwingeland Herodes te beschamen, al zoude deze tien maai - duizend krijgers tegen Hem afgezonden * hebben') ? Niets van dat alles kwam op in Jozefs geest. Eenvoudig in zijn geloof, redeneert hij niet; hij staat op, zadelt zijn lastdier, neemt de Moeder en het
Kind en..... de opkomende morgen zag
het H. Drietal reeds diep, diep in de woestijn, op weg naar het vreemde, afgodische land, dat God hun had aangewezen. Weet gij, o H. Jozef, wat u daar zal overkomen'? Hoe zult ge cr ontvangen , X worden'? Hoe zult ge er levenJozef weet het niet; maar hij gelooft. God heeft gesproken. Dat is hem genoeg; meer vraagt hij niet.
« En het is hem tol rechtvaardigheid aan-v gerekendzegt de H. Paulus van het geloof van Abraham. (Rom. IV. 22.) Zoo
1) Cfr. S. .T. Chrys. in Mt. TT. 13.
__£_____4^
«
1 2(1 ELFDE DAG,
werd ook voor den H. Jozel het geloof t;ene rijke bron van verdiensten en deugden. Het geloof toch is de wortel van alle deugd. Wordt die wortel besproeid, zet hij zich uit, neemt hij toe in omvang en kracht, dan stijgen uit dien wortel de heerlijkste stengels van deugd omhoog, die bloemen - dragen, vruchten zetten en rijken oogst ■ geven. God zelf besproeide Jozefs geloot en maakte hot vruchtbaar door de tallooze beproevingen, waaraan hij het onderwierp; maar lederen dag waren dan ook de vruchten , die er uit voortkwamen, heerlijken Dat geloof aan Gods beschikking verzwakte niet, al moest de 11. Jozef in het oord zijner ballingschap jaren en jaren verblijven. Hij hoopte leder jaar te kun-y, nen terugkeeren naar het land, waar . H zijne wieg gestaan had en waar duizend dierbare herinneringen hem uitnoodigden. Lang was het uitstel. Maar daar was hem gezegd: Blijf daar, totdal ik hel n zeggen zal. Zeven jaren, zeggen sommige Leeraars, verliepen; maar de laatste dag van die zeven jaren vond Jozefs geloof nog.
even krachtig als de eerste.
#-------—-----
—
HIiFDE DAG,
Dat geloof deed den II. Jozel in alle omstandigheden zijne oogen richten naaide vreugde en de belooning des Hemels. Hij werkte niet voor deze aarde; zijn doel lag hoogcr. Gelukkige H. Jozef! Hoe hadde hij anders de kwellingen dezes levens kunnen dragen'? Wie heeft er meer ge-
V . .. 0 1
leden dan hij en zijne H. Bruid quot;? o H. Jozef, was in die duisternis het licht van uw geloof niet helder geweest, hoe zoudt gij dan het einde van uwen weg door deze wereld gevonden hebben ? Doch meer dan zijn voorvader David, was hij een man mar Gods hart. (1 Keg. XIII. I I.) Met grooter geloof en betrouwen dan dr il. Paulus, kon hij nu ook spreken: (2 Tim. I. 12.) Ik weet, in wien ik geloofd y. heh, en verzekerd hen ik, dat Hij machtig is, mijn toevertrouwd pand le bewaren voor den dag der wedervergelding bij de verrijzenis der dooden !
quot;Voornomen.
lt; )as geloof verlevendigen bij alles, wat wij doen, b. v. door te vragen : Hoe beschouwt God deze handeling ? Hoe verlangt Hij , dat ik ze doe ?
Wat zal ze mij geven voor do eeuwigheid ?
---
4*
122 ELFDE DAG.
VOORBEELD.
Een jougeling uit Lyon, van aanzienlijken huize, nam het grootmoedig besluit om in het klooster te treden, ten einde aan de gevaren der wereld te ontkomen. Maar door zijne onverstandige ouders verhinderd, verslapte hij zoozeer in het goede, dat hij zich aan de schandelijkste buitensporigheden overgaf. Om dit vrijer te kunnen , verliet hij het vaderlijk huis, zijn vaderland zelfs, en trad in den krijgsdienst. Zijne schuldige ouders, ten einde raad , kregen eindelijk 'de goede gedachte, dat verloren schaap aan den H. Jozef aan te bevelen. Na drie dagen achtereen dezen 'machtigen beschermer aangeroepen te hebben, zien zij den jongeling terugkee-ren; geheel bekeerd kwam hij nu opnieuw door een godvruchtig en onderdanig gedrag aan zijne ouders zooveel troost schenken, als hij hun vroeger door ergerlijke losbandigheid verdriet had aangedaan.
GEBED.
o H. Jozef, hoe heerlijk en krachtig is uw geloof en hoe zwak en ilauw is het onze ! Wij gelooven zeer zeker , o H. Patriarch , alles wat God geopenbaard heeft en de H. Kerk ons voorhoudt te gelooven; maar ons geloof is niet levendip;; want dan zou geheel ons leven er do teekeueu van dragen; ons gebed zou vuriger zijn, onze
--s-
ELFDE DAG.
iuzichten zuiverder, onze liefde meer geregeld, ons geduld standvastiger, als wij wezenlijk doordrongen waren van ons H. Geloof, gelijk gij, o H. Jozef. Verkrijg ons dan de genade van ons in alles door dat geloof te laten leiden , opdat wij ook in den dag der wedervergelding het loon mogen ontvangen , dat beloofd is aan hen , die gelooven, volgens het woord van uw goddelijk Pleegkind : 7,oJiy zij, dia niet zinn cn tooh gelooven.
Twaalfde Dag.
Godvruchtig Leven van tien H. .Jozef.
/ f
11. /I.IN I.KVKN VAN OEBKO.
Bij mij is een gebed tot don God mijns levens.
■ F?. 41. 9.)
en leven van geloof kan niet. anders zijn dan een leven van godsvrucht. Het geloof doet ons God kennen ; ^ het leert ons, wie Hij is en welke verplichtingen wij jegens Hem hebben. Wij erkennen, dat God oneindig boven ons, inenschen, verheven is ; dat Hij onze aanbidding, lof- en dankzegging verdient; het leert ons, dat God altijd bij ons is, dat Hij alles beschikt en bestiert tol zelfs in de minste bijzonderheden; dat wij niets kunnen zonder Hem, dat wij Hem daarom
t
4'__^_
TU A A I.FDE ]) \G. 135
altijd noodig hebben, en wij ons aan Hem moeten hechten gelijk de rank aan den wijnstok. Daaruit moest als van zelf volgen eene voortdurende verheffing des harten tot God, dien wij te allen tijde moeten loven en danken en om nieuwe genade smeeken. Zoo doende kunnen wij zeggen, dat wij met God omgaan , gelijk van de oude Patriarchen geschreven staat, die dooiden H. Paulus om /(«n ^e/oo/quot;geprezen worden : zij wandelden met God. (Hebr. Xl.t Zulk een leven nu is een leven van gebed. Och, of ons leven inderdaad zoo ware! Maar wat ontbreekt daar veel aan ! II. Jozef, het verheugt ons nochtans, dat uw leven, 't welk wij bewonderd hebben als een leven van geloof, ook inderdaad was; een leven ♦'. van gebed.
't Is waar, de geschiedenis geelt ons geene berichten aangaande het dagelijksche leven van den II. Jozef; daar hij echter door den H. Geest zelf als rechtvaardig geprezen wordt, moeten wij veronderstellen, dat Jozef ook zijne plichten jegens God met alle getrouwheid vervulde. Maar ook de voorschriften der wet en de vrome gebrui-
S%------f
126 TWAALl'DK DAG.
ken der brave Israëlieten zal hij onderhouden hebben. En wat zeggen ons die voorschriften en vrome gebruikenquot;? In de morgenstonden denk ik aan U, o Heer, zegde David; (Ps. 62. 7.) des avonds, des morgens en des middags ... en Hij zal mijn geroep verhooren (Ps. 54. 18); ja zelfs tot zevenmalen daags prijs ik den Heer. — Daniël had insgelijks zijne vastgestelde tijden voor het gebed. (Dan. VI. 11. 1-4.) — Ook nog ten tijde des Zaligmakers waren er drie tijden op den dag vastgesteld voor het gebed (Act. 11. 15 ; III. 1 ; X. 9.): te negen , twaalf en drie uren ; het morgenen avondoffer, dat iederen dag in den tempel werd opgedragen, niet medegere-kend. Groot was de menigte volks, die toestroomde, om daarbij tegenwoordig te ; zijn en zoo den dag met God te beginnen en te eindigen (cfr. Exod. XX. 38.); zij , die verhinderd waren in den tempel te zijn, baden te huis, gelijk Daniël, en I keerden daarbij hun aangezicht naar den : tempel. Zoo deden de vrome Israëlieten.
Zal Jozef bij hen achtergestaan hebben ? 1 Integendeel, hij zal het licht van zijn voor-
TWAALFDE BAG. 127
beeld hebben laten schijnen voor de raen-schen, opdat zij den Vader verheerlijken zouden, die in den Hemel is. Hoe vurig /.al ook zijn morgengezang geweest zijn : « Koml, laat ons den Heer blijde zingen , God, onzen Heiland, toejuichen! Laat ons met. lofgezang voor Hem verschijnen. (Ps. 94.1.) Met David aanbad hij dan Gods grootheid, ilt; want een groot God is de Heer, en een groot Koning boven alle goden ; want in zijne hand zijn alle grenzen der aarde; ■—- en in boetvaardigheid beweende hij de zonden van het volk : laat ons weenen voor den Heer, die ons gemaakt heeft.quot; Meer dan de andere geloovigen verlicht, drong hij ook dieper door in de beteekenis van dat morgenoffer, waarbij hij het welgevallig offer zijns harten voegde.
Leerrijk voorbeeld voor ons! Neen, de tijd , dien men aan dat morgengebed , dat eerste offer zijns harten besteedt, is niet verloren , al schijnen vele christenen zulks te denken. De tijd, dien men aan God geeft bij het begin van den dag, doet Gods zegen over het werk neerdalen ; zonder dien zegen helpen al onze pogingen
JV
TWAALFDE DAG.
toch uiot; want hel is de zeyendes Hceren, die de mensdien rijk maakt (Prov. X. 22.) en : als de Heer het huis niet opbouwt, dan arbeiden de bouwlieden daaraan le vergeefs. Vergeefs is 't ulieden vóór hel daglicht op te staan. (Ps. '120, 1 , 2.) Mocht dan Jozefs ijver om het morgenoifer bij te wonen, ook ons aansporen om altijd tegenwoordig te zijn bij het morgenotler der Nieuwe Wet, het Hoogheilig SacrHicie der Mis.
(lelijk des morgens, zoo vergaderde ook het volk des avonds, om tegenwoordig te zijn bij het avondoffer in den tempel en zoo een heilig begonnen dag, ook heilig te besluiten. Dan steeg de rook van het brandoffer en do geurige wierookwalm van het reukaltaar omhoog. Maar hooger ^ stegen de gebeden der vromen. Hooger ook stegen do gebeden van den vroomste onder allen, die met David bad: Mijn gebed zij als een reukoffer voor uw aange-zichl; de ophefling mijner handen als een avondoffer (Ps. 140, 2.) Jozef had een offer bij zich, veel waardiger dan alle offers dei-Wet , namelijk : Jesus , het Lam zonder
.---:—^-----
128
*4
TWAALFDE DAG.
vlek, Wiens leven reeds als Kind een voortdurende slachtoö'erande was van aanbidding , lof en dankzegsring aan God. Dat wist Jozef', en terwijl al het volk bleef stilstaan bij de voorafbeelding, droeg hij in zijn gebed het waarachtig Offer, Jesus Christus, op tot dankzegging aan God voor de weldaden door den dag gc-noten en tot voldoening voor de feilen, die menschelijke zwakheid zou hebben doen begaan.
Heeft de 11. Jozef ooit ontbroken aan de vrome gewoonte der godvruchiigen in Israël, om op gezette tijden tot God te bidden ? Wij weten het niet. Dit alleen weten wij, dat zijn hart voortdurend met God vereenigd was; want staat er niet geschreven : Waar uw schat is, daar is uw hart? (Mt. VI, 21.) Waar was zijn schat ? Het was Jesus, zijn Pleegkind. Zijn schat was het hemelsche, niet het aardsche. Niet op hem waren toepasselijk de woorden des Heeren : « Dal volk eert » Mij met de lippen, maar hun hart is verre i) van Mij.quot; (Mt. XV. 8.) Voortdurend was dat hart bij God. Dat was voor den H,
129
Jvl'
130 TWAALFDE DAG.
Jozef niet moeilijk; hij behoefde slechts zijne oogen op te slaan, een woord te spreken, en God, in menschelijke gedaante, stond vóór hem; geen aardsche verstrooiingen konden zijn geest daarvan aftrekken ; te meer, daar ook de H. Jozef die vermaning des H. Geestes kende: Bereid vóór het gebed uwe ziel. (Eccli. XVIII. 23.) Den ■ ganschen dag was hij bezig met die bereiding. En als dan het oogenblik van gebed gekomen was, hoe vurig waren dan de vonken , die er sprongen uit zijn hart, dat doorgloeid was van de liefde tot God.
Zoo was zijn leven niet alleen een waarlijk vurig gebed; maar ook een onafgebroken gebed. Zijn hart verzuchtte tot God; zijne hand werkte voor Hem ; wat . hem ook overkwam : vreugde of droefheid, kwelling of troost, altijd sprak hij er met zijnen God over in zijn voortdurend gebed. Daar vond hij troost en hulp; kracht en genade; vreugde en zalig genoegen; dat was voor hem die harp van David, waarmede hij alle wolken van droefheid verdreef. Onophoudelijk steeg zijn geest tot
*1'
TWAALFDE DAG. 181
in de hoogste hoogten des Hemels. Was het dan wel wonder, dat hij , van die hoogt-en naar de aarde terugziende, niets dan verachting kon hebben voor alles wat aardsch was ? Jozef had andere genoegens gesmaakt dan die der wereld , en nu kon de aarde hem niets geven dan bitterheid. Hij mocht zeggen met David : Ik ben God indachtig geweest, en ben verblijd geworden (Ps. 76 , 4.); maar met eene geheel andere blijdschap dan die dezer wereld, de vreugde namelijk , waarmede God zijne uitverkorenen verzadigt.
Die geest des gebeds stort zich ook dikwijls uit in geestelijke gezangen, die de jubelende taal der liefde zijn; dat is een navolging van het gebed der Engelen, die eeuwiglijk zingen: Heilig, heilig, heilig! Het Joodsche volk had een rijken schat van die lofzangen in Davids heerlijke psalmen. Deze werden niet alleen gezongen in den tempel of in de synagoog, maar ook in de huisgezinnen , op de velden, bij den arbeid. De H. Hieronymus getuigt zelfs, dat in zijn tijd (4de eeuw) de velden van Bethehem nog altijd weerklonken van die
TWAM.FUE DAG.
/angyn. Dg lunduiun iicliter den ploeg, de maaier op het veld, /.ij zongen de psalmen Davids, gevolgd door blijde Alleluja's. 0, wat zal de H, Jozef zich onder zijn arlieid aan die gezangen verkwikt hebben ! Hij wist, wat hij zong: hij wist, dat de Engelen des Hemels met hem zongen ter eere van den grooten God, die zich in de gedaante van een kind aan zijne zijde bevond!
Is het na dit alles wel te verwonderen, dat de H. Jozef door de H, Kerk tot Patroon is gegeven aan allen, die zich op liet gebed toeleggen ? lt;Onnoemelijk is het getal zielen. ' die op het voorbeeld der H. Teresia van hem en door hem, die kunst der kunsten : het atebed, geleerd hebben, traan ook wij bij hem ter school, on ook wij zullen hetzelfde ondervinden.
quot;Voornemen..
Met alle godsvrucht morgen- eu avondgebed en de gebeden voor en na de maaltijden ver-richten. Nu en dan door een schietgebed zijn hart tot God verheffen b. v. bij het slaan der klok. of bij het in- en uitgaan van kamer of huis.
131'
—---------
TWA Al. ID li DAG. 133
VOORBEELD.
De II. .lozef t leerwensier van het inwendig yabed.
Ziehier voor de godvruchtige vereerders van d«u H. Jozef eu voor al degenen, die het gebed willen beoefenen, een paar troostende voorbeelden Pater Barri verhaalt ze op de volgende wijze : „ Ik ken, 200 zegt hij, twee personen , die het; inwendig gebed niet konden verrichten wegens de vele moeilijkheden, welke zij er in vonden. Om ze te boven te komen, namen beiden den H. Jozef tot hunnen bestuurder. Weldra ondervonden zij dc uitwerking van zijnen bijstand ; de moeilijkheden , die als bergen hen tegenhielden , werden spoedig geringer; die velden van 't gebed , die voor hen waren als een zandige en onvruchtbare bodem, werden bedekt met bloemen en groen, en het inwendig gebed werd hun een der aangenaamste eu zoetste oefeningen.
Wene andere religieuze, zoo voegt er dezelfde Pater bij , verlangde , zooals zij mij zelf verzekerde, bevrijd te zijn van de verstrooiingen, welke haar kwelden in hst gebed. Om deze genade te bekomen , gevoelde zij zich gedrongen, i hare toevlucht te nemen tot den H. Jozef. Zij deed het met groote godsvrucht . en de uitslag van haar verzoek was niet alleen , dat zij verkreeg eene groote gave van inwendig gebed, maar ook, dat zij gedurende haren slaap bevrijd bleef
134 TWAALFDE DAG.
van elke voorstelling, welke niet zuiver en hei-lig was.
(V. Patrignani. Bévoiiou a saint Joseph. GEBED.
O Groote H. Jozef, gij die zoo wonderbaar hebt uitgeschenen in den geest des gebeds, o / verkrijg ons toch de genade onzen verstrooiden geest te verzamelen en meer aandachtig te maken. Gij werdt door niets ter wereld afgetrokken vau uw gebed ; gij hadt Jesus altijd bij u, onder uwe oogen. Wij smeeken het u, o H. Jozet, verkrijg ons ook dien geest des gebeds, leer ons bidden, of liever: leer ons de lessen, die Jesus ons dienaangaande gegeven heeft, begrijpen en uitvoeren, en met dien schat /.uilen alle deugden ons doel worden. Amen.
-1*
Dertiende Dag.
trodvrnchtig Leven van den H. Jozef.
5V
K
III. ZIJN GEDRAG OP SABBATH- KN FKESTDAGKN.
Zij zullen U een feestdac; vieren. CPs. 75 , ll.i
et was Gods wil, dat het volk van Israël de Sabbath- en Feestdagen zoude beschouwen als groote weldaden des Heeren. Hij verwijt aan Israël xijn ondankbaarheid, als het die dagen niet heiligde gelijk het behoorde, en meer bedacht was op eigen rust en genoegen dan op den dienst des Heeren. « Als gij ophoudt, zegt de Heer bij Isaias, (Is. ü8. 13. 14.) den Sabbath met voeten te treden en uw eigen wil te doen op mijnen heiligen dog ; als gij
k* y5
Yl
DEKTIENDE DAG.
den Sabbath uw geneugte noemt en den heiligen en roemrijken dag des Heeren , als gij hem verheerlijkt zonder uwe neigingen le volgen uf' uwen eigen wil te doen: dan zuil gij u verheugen in den Heer; Ik zal u verheffen op de hoogten der aarde en het erfdeel van Jacob zal Ik u tot voedsel geven.quot; De Sabbath moest dus zijn een dag van rust, en wel van rust in God door gebed en godsdienstoefeningen , eene rust van de aard-sche verstrooiingen en bekommernissen des levens. Zoo beschouwde ook de H. Jozef den Sabbath, en nooit, mogen wij zeggen, droeg de aarde een zoo trouwen vervuiler der goddelijke wet, die luidde: « wees iiedachtig, dal gij den Sabbathdag heiligt.quot; (Exod. XX. 8.)'
Die Sabbath had eene hoogere beteekenis. Het was namelijk een teeken van het verbond, dat God met zijn volk gesloten had (Exod. XXXI. 13. 17; Ezech. XX. 2U.), en de Feestdagen waren daarbij gevoegd, om God te danken voor de weldaad van dat verbond en alle andere weldaden, die daar het gevolg van waren. Over dat verbond en die weldaden moesten op Gods bevel
136
KI
— DEKTIKKDK
_
137
DAG.
de ouders hunne kinderen spreken; in de synagogen moesten die aan het volk worden uitgelegd. Daarom zou geen waar Israëliet verzuimd hebben tegenwoordig te zijn bij de voorlezing der heilige hoekun , bij de lezing der Profeten en de verklaring hunner , geheimzinnige woorden. Gebed en gezang quot; wisselden de lezing af en al deze oefeningen te zamen onderhielden bij het. volk , dat van den tempel verwijderd was, de herinnering aan de groote weldaden, waarvan Israël het voorwerp geweest was en nog was').
Met welk een ijver en godsvrucht zal de H. Jozef zich aangesloten hebben bij die vromen in Israël 1 Beter dan iemand kende hij Gods weldaden ; maar die erkentelijkheid wilde hij niet alleen in zijn hart besloten houden ; hij wilde er ook openlijk lucht aan geven dooi' luid gezang en gebed; hij wilde door zijne tegenwoordigheid eerbied betuigen voor den inhoud der heilige boeken en het woord der priesters. Met üavid kon hij zeggen : Des Heeren lof is
1) Cfr. Act. xm. 15; XV. 31; Luc. IV. 10; 3 Keg. IV. 23. — Menooh. de Republ. Hehr. Lib. HI. C. T. 3.)
—----L
-421 ït-
DEUTrENDE DAG.
altijd in mijn mond (Ps. 33, 4.); maar vooral in 't midden der vergadering zal ik U prijzen, o Heer. (Ps. '17. 4.) Mijne lippen zullen een lofzang uitspreken; wanneer Gij mij uwe rechtvaardigmakingen leert, d. i. uwe wetten, voorschriften en vermaningen. Ik beminde uwe bevelen boven goud en edelgesteente (Ps. 118. 14.); en die wel zal ik heivaren altijd en in eeuwigheid en in der eeuwigheid der eeutvigheden. — Zoo bracht iedere Sabbath en elke Feestdag hem groo-tere deugd en heiligheid, volgens het woord der Wijsheid : De wijze, die hoort, zal nog wijzer worden .... en overvloed genieten. (Prov. I. 5. 33.) Zij brachten hem troost in zijn lijden, want; die wet was mij een lofgezang in het land 'iiijner ballingschap.
Maar had de H. Jozef wel noodig op die dagen ter synagoge te gaan, om de lezing der Wet en de onderrichting der priesters bi] te wonen ? Had hij niet bij zich de Wijsheid des Vaders, de Vervulling der Wet ? Was zijn huis niet heiliger dan de synagoog, wat zeg ik ? heiliger dan de tempel van Jerusalem ? Ongetwijfeld; doch Jozef aanhoorde de onderrichtingen der
138
-it.
DERTIENDE DAG.
leeraren als de woorden van Gods l'laats-bekleeders. Hij kwam zich drenken aan die bron , die God in Israël had doen ontspringen en voortdurend deed vloeien , en ook hij ondervond wat eenmaal God gezegd had: Mijn woord zal niet ijdel (tot Mij) terugkeeren. (Is. 55. 10. 11.) Aangaande die bron van 't woord Gods had de Profeet getuigd (Ezech. 17. 12.); Van heide zijden zal er allerlei vnichtgeboomte opgroeien; geen blad zal daarvan afvallen en de vruchten zullen niet ontbreken . . . omdat hare wateren komen uit het heiligdom.
Hoe heerlijk waren de vruchten, die het woord Gods in Jozef voortbrachten! Hoe heerlijk zouden zij ook in ons zijn , als wij de Zon- en Feestdagen doorbrachten zooals de H. Jozef. Wij zien dikwijls het doel dier dagen over het hoofd. Vandaar dat voor vele C.hristenen die dagen des Heeren ontaarden in dagen des duivels. Vermaak is niet het hoofddoel; maar rust in God en ter eere Gods. 0 Heilige Jozef, leer ons zoo die dagen heiligen !
Misschien meent men, dat het getal
rustdagen in den tijd van den H. Jozef,
180
.* *
-----'w-
'M
jjjr
140
geringer was dun heden ten dage. \ erre vandaar. Gaan wij slechts de lijst der •Joodsche feesten na. Door God waren in-gesteld de feestdagen van Paschen, Pinksteren , 't Loofhuttenfeest, het feest der bazuinen, de groote Verzoendag, het feest der collecten, en het feest van elke nieuwe _ maan. Nu lezen wij van den H. Grijsaard Tobias in de H. Schrift, dat hi) de feestdagen met godsvrucht vierde, opging naar •Jerusalem en alsdan zijne tienden ten offer | bracht. Hetzelfde, zoo het de H. Geest hun had ingegeven, zouden de H. Evangelisten hebben kunnen schrijven van Jozef; doch de H. Geest schepte er meer behagen in, dezen in een geheimzinnig duister te hullen. Maar de H. Jozef heeft zeer stellig beoefend, wat zijn Pleegkind later zou lee- !* ren i Zocht ccvsl liet i'ijk Gods en het overige zal u toegeworpen worden. (Mat. VI. o3.) Bij hem geen klachten, gelijk bij zoovele lauwe Christenen, die in eiken Zon- en Feestdag eene vermindering van inkomsten zien: Nochtans, zoo iemand die vermindering moest vreezen, dan was het, zeker wel de vrome Israëliet geweest. Wat al
4*
DERTIENDE DAG.
dagen van een jaar gingen voor hein verloren , als men het een verlies noemen mag, wat men voor God, den Gever van ! allen zegen, doet! Met de twee octaafdagen van Paschen en het Loofhutten-| feest waren er vier en twintig feestdagen. Daarenboven , Paschen , Pinksteren en het Loofhuttenfeest moesten in Jerusalem gevierd worden. Elk dezer feesten duurde gewoonlijk acht dagen, gedurende welke men te Jerusalem bleef. Van Nazareth naar Jerusalem duurde de bedevaartreize vier, vijf, soms meer dagen ; van Jerusalem naar Nazareth weer evenveel. Ziedaar dus nagenoeg zestig dagen voor het werk verloren , ongerekend nog de weke-lijksche Sabbath. Tel daarbij de kosten voor reis en verblijf en voor de offers van dieren, vruchten, koren , wijn en olie , en gij zult moeten zeggen ; wat behoeven wij weinig te doen in vergelijking met den vromen Israëliet! En nu zwijgen wij nog van elk zevende en vijftigste jaar, waarin de akkers zelfs niet bebouwd mochten worden, maar een geheel jaar moesten braak liggen.
----if-----
141
I ^
V
/
rv
4'-^----
14,2 DERTIENDE DAG.
•IH
Al deze voorschriften onderhield de H. Jozef, want hij was rechtvaardig, zegt de H. Geest, dat wil zeggen: hij onderhield alle voorschriften dei- wet Gods.
Gelijk Abel gaf hij van de vruchten zijns arbeids het beste aan God, vertrouwend op Hem, wiens zegen rijk maakt en die zorg draagt voor allen, die zijnen wil doen. Nooit beklaagde hij zich , tijd en verdiensten te hebben opgeofferd voor Hem , die zijn eenigen Zoon als een schat aan zijne zorgen had toevertrouwd. Zijne ziel juichte, als hij met de vrome Israëlieten mocht opgaan ter bedevaart en luide weerklonk ook zijn lied; Ik was verheugd, dat tot mij gezegd werd: wij gaan op naar het huis des Heer en. (Ps. 121 , 1.) Ziet hem daar heen trekken met zijne stamgenooten, te voet, bij wijze van karavaan, de mannen van de vrouwen gescheiden; hoort, hoe hunne blijde lofliederen door velden en bosschen weerklinken : Hoe liefelijk zijn uwe tabernakelen , o Heer der heerscharen! Mijne ziel is begeerig en versmacht van verlangen naar de voorhoven des Heeren. (Ps. 83, 2.) o Zalige vreugde, waarbij
—
_4H
148
ÜEEIIENDE DAG.
de genoegens der wereld niet halen kunnen! Och, wanneer zal ook ons geslacht zijne vreugde weer gaan zoeken in die reine bronnen van het godsdienstige leven, en de troebele, giftige bronnen der wereldsche vermaken verlaten! Wanneer zal men, gelijk de H. Jozef, trachten door te dringen in de beteekenis der Kerkelijke Feesten, om hier reeds eenigszins dat eindeloos jubelen te leeren, 't welk in den Hemel onze eeuwige bezigheid zijn zal!
quot;Voornemen.
De Zon- en Feestdagen waarlijk trachten te heiligen door het eerbiedig bijwonen der godsdienstige oefeningen, het aanhooren van Gods woord, het lezen van goede boeken of het zingen van vrome liederen.
*
VOORBEELD.
Be 11. Tcreata en hare gezellinnen verlost uit
een groot gevaar.
De eerbiedw. Bisschop van Tarragona, Diego de Jépez, verhaalt, hoe de H. Jozef de H. Teresia en verscheidene harer gezellinnea uit een zeer groot gevaar heeft verlost. Ziehier het feit, zooals hij het beschreven heeft in het leven van de H. Te-
kF
DERTIENDE DAO.
14-1.
lesia. Zij was op reis om een nieuw klooster te gaan stichten en wevd vergezeld door eenigc von hare geestelijke dochters. De koetsier dwaalde at van den goeden weg, en het rijtuig was reeds op den rand van een afgrond, waarin de schichtige paarden op het punt waren het mede te sloepen. Tn zulk een dreigend gevaar zag de goede heilige Teresia geen andere uitkomst dan zich te | , wenden tot haren beminden Vader, haren mach- .| : tigen beschermer, den H. Jozef. „ Gelieldo dochtersquot;, zcide ze tot hare verschrikte zusters , „ in dit dringend gevaar blijft ous niets over dan onze toevlucht te nemen tot de tusschenkomst van onzen Vader, opdat hij ons ter hulp kome.quot; — Nauwelijks had zij opgehouden te spreken , of men hoorde eene inensehelijke stem, die scheen te komen uit den afgrond, waarin het rijtuig dreigde te worden neergestort; die stem zeide : „ staat stil 1 staat stil! Gaat geen stap vooruit, anders zult gij vergaan in dezen afgrond.quot; — I De paarden stonden onmid lellijk stil. Toen vroeg men in welke richting men moest rijden. De stem antwoordde, dat zij eenen anderen weg moesten nemen, die niet minder gevaarlijk scheen. Men nam hem, en weldra was men buiteu gevaar. De koetsier en de andere geleider? wilden toen den persoon bedanken, die hen voor den dood had behoed door hun zulk eeu goeden raad te geven; zij stegen uit om hem te zoeken; maar het was tevergeefs, ofschoon zij
DERTIENDE DAG.
alle plaatsen doorzochten en herhaaldelijk hadden geroepen. De H. Teresia zeide alsdan, dat zij maar zouden ophouden zich zooveel moeite te geven om hun bevrijder te vinden en te bedanken ; want dat die bevrijder niemand anders kou zijn dan haar geliefde Vader, de H. Jozef.
GEBED.
H Jozef, die ons voorbeeld zijt in het heiligen der dagen des Heeren , verkrijg ons de genade, ze zoo door te brengen, als God het van ons verwacht. Geef, dat wij het doel niet uit het oog verliezen, waartoe wij ze ontvangen hebben. Leer ons alsdan bezig zijn met God en met de belangen onzer ziel, opdat de duivel niet het minste deel hebbe van een dag, die geheel en al en op eene bijzondere wijze den Heere toebehoort en ook den Heere moet gegeven worden. Amen.
14gt;5
Veertiende Dag.
1
(Tortvrnclitig' Leven van ilcn H. Jozel.
IV. /.UN I1F.MFXSC.I1 i.KVKN OP A.VRDE.
4
Ouze omgang is iu uen Hemel. (Philip. 111. 20.)
at is een heiiiülsch leven op aarde'? ,Dat zou een leven zijn, waarin wij quot;den oneindig kostbaren schat der heiligmakende genade , dat heilig , hoven-natuurlijk leven onzer /.ie!, ongeschonden bewaarden, zonder ooit den glans dier ziel in het minste te verduisteren door de zonde. Dat zou zijn in een sterfelijk lichaam leven, alsof men geen lichaam had. Dat leven bewaren te midden van kwellingen en beproevingen, niettegenstaande de duizenden pogingen van duivel, wereld en
VEERTIENDE DAG.
vleesch, zie, dat zou een hernelseh leven op aarde zijn. Och , of alle menschen zoo leefden , of geleefd hadden ; de aarde zou geen tranendal geworden, maar een paradijs gelileven zijn !
Heeft de H. Jozef op aarde dit leven geleid ? Verschillende groote Godgeleerden geven ons daarop een antwoord, dat allen vereerders van den H. Jozef hoogst aangenaam zijn moet; want, zeggen zij, niet alleen tiidens zijne omwandeling op aarde bezat hij altijd dien schat der heiligmakende genade, zonder hem ooit te verliezen, maar zelfs werd hij daarmede begiftigd vóór zijne geboorte. Talrijk en zeer schoon zijn de redenen, die zij voor dit gevoelen aanhalen '). En reeds hierin was zijn leven gelijk aan dat der getrouwe Engelen in den Hemel, die altijd dien schat bewaren, bevestigd als zij zijn ,n Gods liefde.
147
Wat is de bezigheid der Engelen in den Hemel ? Gods wil volbrengen met de snelheid van den wind ; sleehts opzien naar
1) Zie o. a. Suarez. Disp. VII1 , sect. I , u- 8 — 10, — Gerson. Serm. de Nativ. B. M. V S. Alph. de Lig. Serm. de S. Jos.
x V 4*
——-------
lig VKEttïlENDE DAG.
den troon van God, om zijne bevelen te ontvangen. Zoo was ook St. Jozefs leven op aarde. Zijn oog was altijd gevestigd op God, die in raenschengestalte l)i) hem was; en hij leefde slechts om de wenschen en verlangens van God te ontvangen en uit te voeren. De H. Paulus schreef later aan de Romeinen op ingeving des H. Geestes ; Beproeft, welke de goede en welbehuaglijke en volmaakte tuil Gods is. (Rom. XII. 2.) Dat, en dat alleen zocht de H. Jozef, 't Was hem niet genoeg, ook de geringste zonde te vermijden en slechts het noodzakelijke te doen om in de heiligmakende genade en in de liefde Gods te blijven ; maai' hij zocht ook te weten , hoe hij altijd meer en meer aan God kon behagen; het goede was hem niet voldoende; hij wilde het volmaakte; want hij kende het woord des Heeren : « Weest heilig , omdat Ik heilig ben. (Lev. XIX. 2.)
Niet altijd was het hem even gemakkelijk dien tl Wil Gods te kennen en te volbrengen. Wat deed hij dan ? Hij zocht raad bij God zelf. Hij smeekte Hem om
licht, die de Bron van alle wijsheid en
----—^--
'■I
I
•f-----
VKEEI1END£ UAG 149
raad is , vast besloten om uit te voeren, wat hij voor Gods wil erkende, al moest het hem koranier , ellende , armoede , ja zijn leven kosten.
Dat is niet altijd onze handelwijze. Wij zijn dikwijls gelijk aan de Joden ten tijde van den profeet Jeremias (.Ier. 42. 1 — 20); j ook zij vroegen raad aan den Profeet, maar zij wilden raad , die overeenkwam met hunne inzichten ; zij verwierpen den | raad , dien de Profeet hun van Godswege gaf, om tóch hun eigen wil te volgen. Maar in de moeilijke omstandigheden en in de pijnlijke besluiteloosheid, waarin de H. Jozef zich ooit bevond , vroeg hij raad aan God met zooveel vertrouwen en zooveel goeden wil, dat de Heer hem niet een Profeet, maar een Engel des Hemels zond, om hein Gods wil kenbaar te maken.
Wat maakt de Engelen in den Hemel zoo gelukkig en zalig'? 't Is het aanschouwen Gods. Ook de H. Jozef aanschouwde zijn God, wel niet gelijk de Engelen, welke die Zon des Hemels onbedekt aanschouwen, maar hij zag toch dat Licht verborgen achter de wolk der H. Menschheid. Gelijk
-n_______'
150 VEERTIENDE DAG.
eene wolk, waarachter de zon zich verschuilt, eenigermate deelt in de schoonheid en in den glans dier zon, zoo deelde ook de H. Menschheid des Heeren eenigermate in het licht der Godheid. De H. Jozef zag die schoonheid , en zij maakte voor hem een paradijs op aarde uit. Waar Jesus gezien wordt, daar is de Hemel. Zoo waren Bethlehem , Nazareth , Egypte voor Jozef geen plaatsen van lijden of treurigheid, maar met den H. Paul us kon hij zeggen : Ik vloei over van vreugde te midden van al mijne kwelling (2 Cor. VII. A.); daar sleet hij een leven van aanbidding en liefde.
Nadat de H. Jozef voor de eerste maal in den stal van Bethlehem den Menschge-worden God had aanschouwd, en ten volle gesmaakt had, hoe zoet de Heer is (Ps. 33,- 99.), was het hem onmogelijk een oogenblik te leven zonder aan Jesus te denken. En ook daarin was zijn leven geheel hemelsch. Voor ons is dat in die mate bijna onmogelijk; zoodat de groote H. Franciscus van Sales zeide, dat er voor ons maar twee middelen zijn om daartoe te komen , namelijk ; sterven en
2-^-
4*
VEERTIENDE DAG. 151
zalig worden. Maar toen de. H. Jozef, dat Kind in de kribbe had zien neerliggen, werd zijne ziel met zulk een licht bestraald, en van zulk eene vreugde overmeesterd, dat die aanblik geen seconde meer uit zijnen geest kon wijken. Dagelijks werd die gedachte zelfs nog levendiger. Als dat ■ goddelijk Kind hem met een zoeten glimlach begroette en minzaam zijne handjes uitstrekte naar den Bruidegom van zijne H. Moeder, o. dan was hem dat als een voorsmaak van het Paradijs, üit de handen dei' beminde Moedermaagd mocht hij Het in zijn armen ontvangen , Het omhelzen en drukken aan zijn hart; hij mocht een eerbiedigen kus van liefde en aanbidding drukken op dat goddelijk Voorhoofd, op die handjes, op die voetjes. Hoe . ' zou het mogelijk zijn geweest, zulke oogen -blikken te vergeten'? Zijn geest, zijne ziel moest wel bij Jesus zijn , waar Jozef ook was en wat hij ook verrichtte.
Riepen dan de bezigheden van den H. Jozef, hem niet dikwijls buitenshuis, naar zijn werkwinkel, of elders, b. v. om werk
te zoeken of uit te voeren ? In zulke om-
----^-
-------M
152 VEEHTFENDE 1)AG.
standigheden was de H. Jozef slechts licha- l ruelijk van Jesus gescheiden, maar zijn hart was bij Hem ; aan Hem dacht hij , Hem aanhad hij. En zoodra de arbeid het toeliet, spoedde hij zich heen naar de ] plaats, waar zijn schat was, met meer vurigheid dan een gierigaard naar zijn geld, met meer snelheid dan het ijzer naar den magneet.
Is de H Jozef in zijn hemelsch leven voor ons navolgbaarEenigermate. Be-Irachl hetgeen boven is, niet hetgeen op aarde is (Col. IIJ. 2.),. zegt de H. Panlus tot atle Christenen. Wat is boven, om in de taal des Apostels te spreken '? Gods glorie , Gods wil, de zaligheid onzer ziel ,
hare grootere heiligheid en volmaaktheid. y„ Wie daarvoor ijvert, is op den weg van . het hemelsche leven op aarde. Het middel om op dien weg te komen is ; te leven in de tegenwoordigheid van Jesus. Lichamelijk bezitten wij Hem in het H. Sacrament des Altaars. De kerk , dat is ons Bethlehem, ons Nazareth ; daar is voor ons de deur des Hemels; daar vinden wij rust en troost en wijsheid en wetenschap
—^— VEERTIEN D£ Igt;AG.
en vreugde en kracht bij Jesus, die daar ons toeroept; Komt allen tot Mij. Maar ook buiten de kerk moet Jesus met ons zijn. Van ons moet kunnen gezegd worden, wat van zoo menigen Heilige geschreven staat : Christus was in zijn mond, Christus in zijn hart ; wij moeten aan Hemdenken bij den arbeid , tot Hem spreken in het gebed , tot Hem vluchten in de bekoring, en Hem nooit zelfs geen duimbreed van ons verwijderen door de zonde.
Och, of de H. Jozef ons die genade verkreeg! Wij zouden dan uüdervinden hoe waar het woord des H. Paulus' is: De godsvrucht is tot alles van nul, hebbende de belofte van hd tegenwoordige leven en hel toekomende. Getrouw is het woord en alle aanneming waardig. (1 Tim. IV. 8. II.)
V oornemeia
Voor Jesus weikeu, aan Jesus deuken ouder den arbeid, en nu en dan zijn hart door een schietgebed verheffen tot Jesus.
VOORBEELD.
, // 'ondarbare redding in uitersten nood.
In het jaar 1631 opende zich in den Vesuvius-berg een uitirestrekte vuurmond, waaruit een
__;
153
*r-
1B4 VEERTIENDE DAG.
zoo groote menigte van vuur eu asch kwam , dat de brandende lava, als een overstroomende rivier, de omliggende gewesten overdekte , en vooral de plaais, welke genoemd wordt de Toren van Griekenland, In dat oord woonde een zekere vrouw , Camilla genaamd , die eene groote godsvrucht had tot den H. Jozef. Zij had bij zich een neefje van vijf jaren, die in het Doopsel den naam van Jozef ontvangen had. Om aan den vuurstroom te ontsnappen, nam zij het kind in hare armen en vluchtte. Maar op de hielen wordt zij gevolgd door de lava. Tn den angst niet goed wetende waar zij loopt, komt zij terecht op cene groote rots, die in de zee vooruitstak. Haar doortocht is afgesneden; zij /.iet zich blootgesteld aan 't gevaar van te verbranden, als zij terugkeert of blijft staan , of wel van te verdrinken , als zij vooruitgaat. Wat gedaan ? ...
In dit akelig oogenblik herinnert zich de arme vrouw haren machtigen beschermer. Zij zet het kind op de rots onder den uitroep : H. Jozef, ik beveel u uwen kleinen Jozef; aan u hem te redden l Zij zelf werpt zich in de zee , maar in plaats van in de golven te vallen, zooals zij meende, komt zij terecht op het kiezelzand, zonder eenig leed te gevoelen... . En het kind ? O , het kind had zij tot een prooi der vlammen gelaten ! Vol vertwijfeling en als geheel buiten zich zelve loopt ze rond. Maar zie, op eens hoort zij zich bij haren naam roepen ; het was
-4?!
VEERTIENDE DAG.
155
de kleine Jozef, die haar te gemoet kwam vol leven en vreugde. Camilla ontvangt hem in hare armen en roept uit: o God, wie heeft u aan de gloeiende lava doen ontsnappen ?.. . „De H. Jozef, antwoordt het kind, de H. Jozef, aan wien gij mij hebt aanbevolen. Hij heeft mij bij de hand genomen en hier heen geleid.'* En de godvruchtige Camilla, weenend van geluk, werpt zich neer op de knieën om haren hemelschen beschermer over deze dubbele redding te bedanken : haar neef had hij voor de vlammen , haar zelve voor de golven behoed. (Recupitus : Opmerkingen over den Vesuvius.)
GEBED.
o H. Jozef, wij zijn opgetogen van bewondering als wij uw hemelsch leven op aarde beschouwen , maar beschaming overdekt ons, als wij dan een blik slaan op ons zeiven. Wij leven voor het aardsche ; wij zijn daarin als begraven. O, richt ons op, veredel onze gevoelens; doe ons leven en werken voor Jesus en denken aan Jesus, opdat wij Hem eenmaal van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen in den Hemel. Amen.
-i*-
Vijftiende Dag.
Godvruchtig Leven van den H. Jozef.
V. ZIJN LEVEN VAN' LIEFDE EN SMARTEN.
Ondersteun mij, daar ik van liefde kwijn.
(quot;Hoogl, II. 5.)
r-aMQ»?
'flSLa iefde en liiden, sluiten deze woor-den elkander niet uit ? Zegt niet de ondervinding, dat waar liefde is , geen arbeid , geen lijden is ? «'t Is ii waar,quot; zegt de H. Franciscus van Sales'), c maar de goddelijke liefde is wonderbaar, i) deze slaat wonden in het hart, wonden, k die pijn doen ; maar hoe aangenaam is ii deze smart! Al degenen, die deze smart ii ondervinden, zouden ze niet willen ver-» ruilen voor al de zoetheden der wereld.quot;
1) Edit. Migue Tome III. pag. 65.
F
15?
\a Maria, zegt de groote Godgeleerde. Suarez'), zullen wij moeilijk een Heilige vinden, wiens hart zoozeer van liefde brandde als het hart van den H. Jozef. Die liefde nu, welke hij het Goddelijk Kind toedroeg, was voor den H. Jozef oorzaak van menige smart. Hoe is dat mcgelijk ? Laat het ons eens nagaan.
Daar hebben wij vooreerst den huiselijken omgang met Jesns. Nederig als Hij was, wilde Hij zich als een kind doen behandelen. In de gewone omstandigheden deed Hij niets uitschijnen van die Goddelijke wijsheid, die in Hem woonde; Hij was een kind gedurende eenige jaren, Hij werd een jongeling, en eindelijk een volwassen man. In al die toestanden des levens toonde Hij slechts eene wijsheid, die beantwoordde aan zijne jaren, volgens het woord van den H. Evangelist (Luc. VI. 52.): « Hij nam toe in jaren en in wijsheid.quot;
Dientengevolgezegt de H. Franciscus van Sales, « onderwierp Hij zich in zijne » kindsheid aan al de wetten der kindsheid.quot; Als kind wilde Hij dus een zekeren leertijd
1) Comp. Suarez. Tr. de Incarn.
-^---
VIJFTIENDE DAG.
f
doorleven , als ware Hij onbekend niet of onbekwaam in liet handwerk van zijn H. Voedstervader. Hij wilde van hein hameien zaag, beitel en schaaf leeren hanteeren en vroeg naar honderd kleine zaken, alsof Hij, de Alwetende, die niet kende. En de H. Jozef was dan wel genoodzaakt Hem, quot; *■ die Hemel en aarde bestierde, alles aan te ' wijzen, alles voor te doen, en voorschriften te geven, gelijk een meester in het vak gewoon is te doen bij zijn leerling. Dat was nederigheid, onbeschrijfelijke nede-righeid , welke in het hart van den H.
Jozef eene vurige liefde deed ontstaan voor Jesus, die zich uit liefde tot ons zoo diep vernederde. Maar verbeeld n nu , hoe pijnlijk de nederigheid van den H. *L Jozef werd aangedaan, als het Goddelijk Kind, de Schepper van Hemel en aarde,
daar aandachtig stond te luisteren naar ; zijn eigen schepsel, vast besloten tot in de minste bijzonderheid alles te doen juist | zooals het was aangewezen. De H. Jozef heeft een of andere aanwijzing vergeten , en zie, het Goddelijk Kind gaat inlichting vragen, op welke wijze dit of dat werk te !
-1--^-----4*
_
158
—^-
VIJFTIENDE DAG. 159
verrichten. O H. Jozef, wat werdt gij dikwijls rood van schaamte, als gij zien moest, dat de groote God zich zoo diep voor u vernederde !
Even pijnlijk voor den H. Jozef was de gehoorzaamheid, welke Jesus hem betoonde. v Er staat van Hem geschreven ; En Hij was - hun onderdanig. (Luc. II. 51.) Veelliever zou de 11. Jozef zelf onderdanig geweest zijn aan Jesus, en nu moest hij gedoogen, dat de Menschgeworden God, oneindig boven hem verheven, aan hem de volmaaktste onderwerping betoonde. Hoe gaarne zou bij zich daaraan hebben onttrokken! Maar zoetelijk dwong hem dan Jesus om bevelen te geven. Een mensch bevelen geven aan God ! 0 , onbegrijpelijke om-keer van bediening ! En dat zoo dikwijls t .p Want, gelijk de H. Franciscus van Sales /.egt') ; « de Zaligmaker wilde zich zel-ii ven niet bestieren; Hij wilde alles uit ii gehoorzaamheid verrichten, omdat Hij ii gekomen was niet om gediend te worden , ii maar om te dienen. (Marc. X. 'iS.) Hoe zwaar ook viel aan Jozef de eerbied,.
1) Tom. 111. pag. 998. -gt;amp;---^----
160
--
VIJFTIENDK UAG.
dien zijn God en Schepper hem betoonde. Nauwelijks had hij een woord gesproken , eene aanduiding gegeven, of het Goddelijk Kind boog voor hem het hoofd ten teeken van eerbied en onderwerping, dat H. Hoofd, waarop de zegen der Godheid rustte. (Ps. 44, 8.) En als dat Kind, die Jongeling, hem « Vaderquot; noemde en met een zoeten glimlach Jozef dankte voor de vaderlijke zorgen aan Hem bewezen, terwijl toch eigenlijk Jozef alles aan Jesus te danken had, dan kostte het den H. Voedstervader veel, zich al dien eerbied te getroosten ; het viel hein zwaar, geëerd, gedankt, gediend te worden door zijn God.
Dat zal nog veel meer het geval geweest zijn in sommige omstandigheden van Sy het huiselijke leven, waarin Jesus zich dieper dan anders vernederde. Zoo b. v. bij de voetwassching. Wij mogen gerust veronderstellen, dat het Goddelijk Kind dikwijls dit nederig dienstbetoon aan zijn H. Voedstervader bewezen heeft. Van uit de dagen van Abraham en vroeger was de dienst der voetwassching bij de Oostersche volken in gebruik. Abraham deed aan de drie
-------- ï?--:
_A*
161
Engelen de voeten wasschen, Jozef in Egypte aan zijne broeders; en Abigail zegde aan David, dat zij zich gelukkig zou achten zijne voeten te mogen wasschen. Dit was na de vermoeienissen in de brandende zonnehitte eene groote verkwikking. Maar Hij , die later aan zijne Apostelen, j-zelfs aan een Judas, de voeten wiesch, zal zich niet hebben kunnen onthouden dien nederigen liefdedienst aan zijnen Voedstervader te bewijzen. Verbeeld u dan, hoe menigmaal de God van Hemel en aarde lag neergeknield aan de voeten van Jozef, die vermoeid van zijn arbeid terugkeerde ; zoo verrichtte Hij een werk, dat. slechts werd overgelaten aan dienaars en slaven. De gedachte daaraan was later gt; voor den vurigen Petrus onuitstaanbaar JX en hij riep uit: « Heer, wascht Gij mij de. » voeten ?quot; Die uitroep van Petrus verwondert ons niet; maar zou het ons dan kunnen verwonderen, dat ook de H. Jozef zijne tegenbedcnkingen gemaakt zal hebben, denkende aan hetgeen Hij was, die hem dien allernederigsten dienst wilde bewijzen
Maar wat zal Jesus daarop geantwoord
ii
-4*
162
VIJFTIENDE DAG.
hebben'? Misschien wel, wat Hij eenmaal antwoordde aan den H. Joannes den Doo-per, toen deze uit nederigheid bezwaar maakte, om Hem het Doopsel toe te dienen : « Laai het nu toe; want zoo betaamt !gt; het oiis , alle gerechtigheid te vervullen.'
(Mt. III. 15.)
Eene dagelijksche oorzaak van smart was voor den H. Jozet de gedachte aan Jesus' toekomstig lijden. Hoe grooter Jozefs liefde was, hoe heviger ook zijne smart, als hij dacht aan dat lijden. Hij kende de H. Schriften en dikwijls las en overwoog hij ze met Jesus en Maria. En met den Profeet kon hij zeggen : Deze mijne droefheid is altijd raar mijne ooi jen(Ps. 37. 18.)
Maar hij behoefde niet eens te denken aan de toekomst; de tegenwoordige verborgenheid en vergetelheid van het Goddelijk Pleegkind , dat hij beminde , verschafte leeds genoeg aan zijne liefde.
In zijn ijver voor de glorie Gods en voor de zaligheid der zielen , zou hij zoo gaarne de grootheid van Jesus en van
1) Over dit- zicleloed in 't Injzonder, zie dc ■20squot; Lezing.
i*
't
___^_____i*
VIJFTfENDE DAG. ] 03
zijne zending hebben willen verkondigen aan de wereld. Vuriger dan de Profeten verlangde hij de wonderen van Gods liefde te openbaren; maar hij moest ze besloten houden binnen zijn minnend hart en zijn nederig huisje van Nazareth. Dat smartte den H. Jozef meer dan wij het kunnen - begrijpen, omdat wij zoo weinig beseffen, • wat het is, God en de zielen waarlijk te beminnen. Hij zag, hoe noodzakelijk voor de wereld het licht van Jesus' waarheid was; boe overal de dikste duisternis van afgoderij en zedenbederf heerschte; onder zijn eigen volk zag hij de scheuring der Saduceën, de losbandigheid der Herodi-anen, de schijnheiligheid der Pharizeën, verval der goede zeden , overtreding der X, goddelijke Wetten, overal ter wereld zonden en boosheid. De H. Jozef treurde er om , en, o, hoe gaarne zou hij aan de wereld den Verlosser hebben geopen-haard, die aan al die ellenden een einde kwam stellen. Het uur van den Verlosser was echter nog niet gekomen, en de H.
Jozef stelde zich tevreden in stilte te treuren. Zal Jesus zelf hem in dat lijden, dat
---^---•
VIJFTIKNOE DAG.
door zijne liefde veroorzaakt werd, niet vertroost hebben? Wij mogen het veilig aannemen, dewijl Hij het later aan de gansche wereld en aan alle geslachten verkondigde; Zalig zijn zij, the ween en , wnnl zij zullen vertroost worden. (Mt. V. 5.)
quot;V oornemen.
Tremen om de zouden der wereld en bidden voor de hekeering der zondaars.
VOORBBELl).
OorspTOuy van de godsvrucH tot de 'Aeoen Smarten en Zeven Vreugden van den H, Jozef.
Twee pateva van de orde Tan den H. ïrancis-eus voeren langs de kusten van Vlaanderen, toen een vreeselijke storm zich verhief, waarin het schip werd stuk geslagen en 300 passagiers den dood vonden in de golven. De kloosterlingen behielden in deze verwarring zooveel tegenwoordigheid van geest, dat zij zich aan een plank konden vastklampen. Men stelle zich hunnen angst voor, als zij zich aan zulk een zwak reddingsmiddel moesten toevertrouwen ; overigens waren zij niet in staat zich zeiven langen tijd aan die plank vast te houden , en zij gevoelden reeds, hoe hnnne krachten hun ontgingen. In
VIJFTIENDE DAG. 165
deze vertwijfeling wendden zij zich tot den H. Jozef, tot wien zij eene bijzondere godsvrucht hadden. Nadat hun vertrouwen eenigen tijd was op de'proef gesteld, verscheen de Heilige, dien zij hadden aangeroepen , in de gedaante van een liefderijken, eerbiedwaardigen jongen man bij hen op de redplank. Hij groette hen, troostte hen en deelde aan hunne vermoeide ledematen nieuwe krachten mede. Toen begon hij te roeien en voerde hen als in een boot naar het naaslbij-zijnde strand. Toen zij uit het water gekomen waren, vielen zij neder, en hunne handen ten hemel heffende dankten zij God voor de onverhoopte redding. Vervolgens bewezen zij hunne erkentelijkheid aan hunnen liefderijken helper en wenschten zij te weten, wie hij was. „ Ik ben,quot; antwoordde hij, „ik ben de H. Jozef, dien gij hebt aangeroepen.quot; Bij deze woorden werden de harten der goede paters Franciscanen van vreugde overstroomd. Hunne godsvrucht en vereering werden nog verder beloond ; want de H. Jozef onderhield zich met hen over de vreugden en smarten, welke hij gedurende zijn leven hier op aarde ondervonden had, eai hij openbaarde hun, dat hij met welgevallen zou neerzien op degenen, die dezelve godvruchtig zouden gedenken. Nadat hij zoo gesproken had, verdween hij en liet zijne beschermelingen vervuld met de grootste blijdschap. Deze gebeurtenis was de aanleiding van de nu overal bekende en door aflaten verrijkte vereering
JV_____4^
16(1 VIJJTIKNDE DAG.
der zeveu vreugden en zeven smarten van den H. Jozef.
(Cazeaux. Mois de, St. Joseph.) GEBED.
Heilige Jozef, die door God in menschenue-daante geëerd en gedankt zrjt geworden en ook zelf op volmaakte wijze uwen Heer en God gediend, geëerd en gedankt hebt, o, leer ons insgelijks God dienen, God eeren, God danken, gelijk het behoort. Leer ons Jesus beminnen gelijk gij ; doe ons treuren bij het zien van de zonden der wereld, die aan Jesus, Maria en u reeds tijdens uw leven zooveel droefheid veroorzaakt hebben. Behoed voortaan onze zielen voor de zonde ; wij stellen die zielen in uwe handen; wij geven ze u, verdedig ze dan ook als uw eigendom. Amen.
Zestiende Dag.
Gevoelens van den H. Jozef bij liet verlies van Jesns.
Zie op mij en outferm u over mij ; de kwellingeu van mijn hart zijn vermenigvuldigd.
(Pu. XXIV, 16. 17.)
gevorderd
s des menschen lot. Daar op de wereld niets meer dan geleden. De deugdzame levenswandel en de volijverige dienst . van God verschoonen ons daar niet van. Ja zelfs, door eene wonderbare beschikking van Gods Voorzienigheid, schijnen juist zij, die in de liefde Gods het verst
zijn, bestemd tot het grootste
lijden. Vandaar de uitspraak des H. Geestes; God kastijdt, tuien Hij lief heeft. (Hebr. XII, (3.j Hij kastijdde aldus zijn eenigen Zoon, die
W'
108 ZESTIENDE DAG.
mensch geworden was, en legde op Hem, den Onschuldige, de straf van gansch de wereld. Maar Deze zegde zeil'; Mocsl aldus de Christus niet lijden , en ahoo ingaan in zijne glorie? (Luc. XXIV. 20.) Zoo kastijdde Hij de heiligste onder alle schepselen, Maria, de Maagd der maagden, om haar v- naderhand te kronen als Koningin des Hemels. Zoo is het lijden een weg tot de glorie. Langs verschillende trappen geleidt het ons tot het hoogste des Hemels. Het bewerkt in ons krachtige deugd, het boet de zonden uit, geeft kwijtschelding van straf voor ons zeiven en voor anderen, zet aan onze gebeden kracht bij, geeft vertroosting en heilige blijdschap, verschaft ons invloed op het hart van God en maakt *| onze kroon in den Hemel lederen dag heerlijker. Is het lijden, zoo beschouwd, dan eigenlijk geene gunst, geene weldaad, waarnaar wij zouden moeten verlangen Ën is het dan wel zoozeer te verwonderen, dat eene H. Teresia kon uitroepen : óf lijden of sterven ?
Ook de H. Jozef was bestemd tot eene groote glorie in den Hemel; de Heer rekende
--1--Stf5--
__*lt; __
ZESTIENDE DAG.
L
3?'
109
hem onder zijne beste vrienden. .Moest hij dan ook niet meer dan anderen lijden ? o Wonderbare gevolgtrekking ! o Raadsel, dat het geloof alleen kan oplossen! Inderdaad, de H. Jozef heeft wel zijn deel gehad van de beproevingen , die bestemd zijn, om den mensch te louteren gelijk het goud in het vuur.
Overwegen wij daartoe voor heden enkel, wat Jozef leed, toen zijn H. Voedsterkind, twaalf jaren oud zijnde, verloren werd te Jerusalem. Jesus verwijderde zich van hem, zich eenig en alleen willende bezighouden met de zaken van zijn Hemelschen Vader.
Welk eene droefheid voor Jozef! Wie zal ze ons beschrijven'? Daar gaat geene radeloosheid boven die van ouders, die een dierbaar kind verloren hebben, zonder het te kunnen terugvinden. De tranen gestort bij het sterven van een kind drogen op ; niet die welke gestort worden bij het verliezen van een kind. De natuurlijke liefde, die zij het toedragen, doet die tranen voortdurend vloeien, en maakt, dat zij alle middelen, zelfs de wanhopigste, in bet werk stellen om dat kind terug te
quot;V
/ESTIÏNDE DAG.
bekomen, gelijk wij het zien in het leven van den H. Alexius. Verbeelden wij ons nu den toestand van den H. Jozef. Hij had waarlijk een vaderhart voor Jesus, die geen gewoon menschenkind was, maar een goddelijk Kind; diens tegenwoordigheid gaf» licht en wijsheid en kracht en zalige genoegens.
Het gebeurt soms met de Heiligen, dal zij voor eenigen tijd de gevoelige tegenwoordigheid Gods moeten missen; God onttrekt zich aan hen, en in plaats van de zoetste vertroostingen , ondervinden zij in zulke oogenblikken niets dan koudheid en dorheid en kwelling des geestes, somtijds zoo erg, dat de dood hun verkieslijker toeschijnt dan zulk een leven. Dit was het geval met den H. Joannes van 't Kruis, die in zulk een toestand een bock schreef, waarvan de titel reeds genoeg zegt; het heet; « De donkere Nachtquot;, als wilde hij zeggen]: als Jesus ons verlaat, dan is het duister in ons hart als in den stikdonkeren nacht. Wat dan te zeggen van uwe droefheid , o H. Jozef? Beter dan welke Heilige ook , wist gij, wat het is Jesus te
170
%
-----«ï------
ZESTIENDE DAG.
liezitten ; gij hadt hem niet alleen in uw hart, maar gij hadt Hem zoolang zichtbaar aan uwe zijde. Daarbij Kwam nog de pijnlijke onzekerheid, of hij wel ooit het zalig gezelschap van Jesus opnieuw zou mogen genieten.
Toen David zijn zoon Absolon had verloren door den dood, zou hij wel in Ah-solons plaats hebben willen sterven. Geheel het leger van Israël juichte om de behaalde overwinning, maar David scheurde zijne kleederen van droefheid en vervulde de lucht met zijne jammerklachten. Het was nochtans maar een Absolon , die gevallen was, een opstandeling, die zijnen vader kroon en leven benijdde. Maar Jozef had te treuren over het verlies van den eeuwig-gezegenden Zoon des Hemelschen Vaders, ^ het Beminnelijkste onder de kinderen der menschen. Was hij dan maar alleen daarom gestegen op dien hoogen berg van zalig genot, dat hein het bijzijn van Jesus verschafte, op die alleraangenaamste hoogte der liefde, om nu af te dalen in dien onpeilbaren, duisteren afgrond van droefheid ? Het scheen zoo; want
-■]*.
in !
-^-
172 ZESTIENDE DAG.
zoo onbeschrijfelijk als zijne vreugde en zijn geluk eerst was, zoo onmetelijk was nu zijne droefheid, en met Maria, zijne Bruid , mocht hij zeggen : zie , of er eene smart is gelijk aan de onze; hebt gij Hem niet gezien, dien onze ziel bemint ?
Wel was het een druppel balsem in zijne smart, te mogen denken, dat hij aan dat verlies geheel onschuldig was. Neen, daar kon geen sprake zijn van schuld in eene zaak, waarin hij de zuiverste der Maagden , de Onbevlekte , tot deelgenoote had zijner smart. Maar al verzachtte dat zoete bewustzijn eenigszins de droefheid , ze wegnemen kon het niet. Had de H. Jozef op dat oogenblik overvloed van goederen dezer aarde bezeten, was hij rijker geweest dan Salomon, machtiger dan David in don oorlog, hadde hij een keizerrijk te zijner beschikking gehad gelijk de Gesar Augustus van Home , och , het zou hem niets zijn geweest, als hij Jesus niet bezat.
Veronderstellen wij eens, dat een Engel hem van Godswege ware komen voorstellen om of wel terstond bij Jesus gebracht te
4-— 1^--
•/.ESïrKNDK dag. 173
worden, óf wel alle schatten en genoegens der wereld te ontvangen, geen oogenblik zou de H. Jozef geaarzeld hebben, om met den H. Paul lis te zeggen : Ik acht alles » als slijk, om Christus te gewinnenquot; (Philip. III. 8.); want wat baat het mij de geheele wereld te winnen, als ik Jesus niet bezit ?
Het lijden maakte den H. Jozef heiliger; het was als de stormwind, die een klein vlammetje zou hebben uitgebluscht, maar een groot vuur feller en heviger doet branden. In bet lijden kwam zijne heerlijke onderwerping aan Gods wil aan den dag; gelijk de liefelijke sterren, die wij dan eerst zien als de hemel donker wordt; ja, hoe donkerder hij wordt, hoe meer wij er zien. Met David kon hij spreken; «Zoude mijne ziel niet onderworpen zijn i) aan God ? Want van Hem komt mijn heil,quot; (Ps. 61 , 2.)
Hij erkende, dat het alzoo door God beschikt was volgens de plannen zijner eeuwige Wijsheid en Liefde. Hij wist reeds bij vroeger opgedane ondervinding, wat de H. Paulus zegt; « voor degenen ,
.X
3^
Kt
174 /.ESÏIBNDE DAG.
» die God beminnen, werk! alles ten goede » medequot; (Rom. VIII. 28.); en kalm en ver-trouwvol bad hij tot God om deze beproeving zoo te dragen als God het verlangde ; hij bad en smeekte vurig, dat die tijd van beproeving mocht verkort worden; maar zijn gebed was onderworpen, gelijk - dat van zijn Pleegkind later in den hof • van Olijven : Vader, indien het mogelijk is laat dan dien kelk van Mij heengaan; doch | niet mijn wil, maar uw wil geschiede. (Mt. XXVI, 39.) Hadden wij eens die brandende verlangens kunnen hooren, j die hij meedeelde aan Maria! Zij waren vuriger dan die der Profeten en Oudva-ders; dezen hadden slechts den Messias van verre gezien, Jozef van zoo nabij; ^, hij had bezeten Dengene, dien vele koningen van het Oude Verbond verlangden te zien en niet zagen, te hooren en niet mochten hooren. En nu hij Dezen moest missen, nu kon er voor hem geen sprake zijn van rusten; zijne liefde kende geen vermoeienis. En al had hij Hem moeten halen aan de grenzen der aarde , meent ge, dat de H. Jozef er voor teruggedeinsd
V-
f
— ZESTIENDE DAG.
175
zou zijn, landen te doorreizen en zeeën over te steken ? Dan begrijpt gij niets van de liefde van Jozef, noch van de he-minnelijkheid van Jesus!
Voor ons, arme zondaars, zijn deze drie treurige dagen niet zonder vrucht geweest. De H. Jozef dacht toen aan ons, - zoo mogen wij veilig veronderstellen. Toen besefte hij. wat wij misschien niet genoeg inzien, wat ramp het is: Jesus te verliezen. Och , of wij van Jozef leerden , ook Jesus te zoeken, als wij Hem verloren hebben door de zonde! Leeren wij Hem zoeken daar, waar ook Jozef Hem terugvond : aan de voeten der priesters in den tempel. Als het verlies van Jesus' zichtbare tegenwoordigheid den H. Jozef reeds zoo bedroefde , terwijl hij Hem toch altijd p-nog door de genade in zijn hart bezat, hoe treurig moet het ons dan niet zijn, Hem ook uit ons hart verloren te hebben door de zonde! Hoe vreeselijk zal het dan zijn in de vlammen der hel, waar Jesus voor altijd verloren is en dus het oog nooit dat beminnelijk aanschijn des
Heeren zal mogen zien!
--^-
ZESTIENDE DAG.
Weenend over het verlies van Jesus, schreide hij tevens tranen van medelijden over het ongelukkig lot der zondaars, en verdiende hij ongetwijfeld het voorrecht, een bijzonder beschermer en voorspreker te worden voor al degenen, die uit hunnen zondenstaat willen opstaan, om terug te keeren tot Jesus, zonder wien geen vreugde of geluk mogelijk is noch op aarde, noch hiernamaals.
quot;Voornemen.
Bidden om de genade der volharding; en d? ongelultkige zondanrs den H. Jozef aanbevelen.
VOORBEELD.
Vreugde en dankbaarheid van een zondaar fta zijne hekeering.
De Eerwaarde Pater Franciscus Klaholz, Redemptorist , die den 5en October 1871 als missionaris te Baltilucre stierf, had reeds voor zijn intrede in het klooster eene groote godsTrucht tot den H. Jozef. Als pastoor wekte hij dikwijls zijne biecht- en parochiekinderen op tot de liefde jegens den Voedstervader van Jesus; in hunne noodwendigheden placht hij hun te zeggen -. „ Ga
tot Joz«f.quot; — Tn zijn noviciaat eu bij gelegen-
-----------
isfc_
i 176
ZESTIENDE DAG.
heid zijner professie mocht hij den bijzonderen bijstand van zijn hemelschen Beschermer ondervinden. Uit dankbaarheid maakte hij bet zich van toen af tot eene gewoonte in elke predikatie iets te zeggen over den H. Jozef. Hij verbleef den eersten tijd na zijne professie in het klooster te Wittem. Op zekeren Zondag keerde hij van den preekstoel naar de sacristie terug, toen een man hem aansprak en zeide: -P* „Pater, ik moet bij u biechten, maar terstond.quot; „ Laat mij eerstquot;, zoo hernam de Pater, „ mijne misgewaden verwisselen.quot; Toen nu de Pater terugkwam , deelde de diepbewogen man hem mede, hoe het met hem stond. „ Jk waszoo verhaalde hij , „ reeds lang het leven moede en had reeds eene poging gedaan om mij zeiven te vermoorden , maar zij gelukte niet en bleef ook verborgen. Nu toch moest het gelukken , en opdat mijne naastbestaanden er geen schande door zouden lijden, zocht ik deze plaats op , welke 14 uur van mijne woning verwijderd is ; ik was zoo verstokt en in vertwijfeling, dat nu reeds mijn lichaam een lijk en mijne ziel in de hel zou zijn, als ik niet juist bij het begin der plechtigheid voorbij deze kerk was gekomen. Ik zag van alle kanten een menigte menschen toestroomen, en zoo kwam plotseling in mij de nieuwsgierigheid op om even binnen te gaan en te zien , wat hier buitengewoons voorviel. Ik heb niet gebeden. Weldra kwaamt gij op den
J2
17
—JV
ZESTIENDE DAG.
preekstoel; op uwe preek heb ik geen acht geslagen en ik weet niet eens, wnarover gij gepreekt hebt; maar op eens hoorde ik u eenigo woorden zeggen over den H. Jozef; plotseling ontwaakte ik als uit een zwaren onrustigen droom, en met onweerstaanbare macht kwam in mij de gedachte en het. vaste vertrouwen op : „ De H. Jozef kan en zal ook u noe helpen.quot;
. jlt;
Daarop biechtte die man; na de biecht was .1 hij gelukkig als een kind ; hij kon de vreugde , J-die zijn hart overstroomde , niet inhouden, en j zeide: „ o Pater , vertel alles aan allen , opdat nog vele ongelukkige menscheu ondervinden , | hoe goed en machtig de H. Jozef is.quot;
178
„ Sedert dien tijd zoo sloot de goede Pater | Klaholz zijn treffend verhaal , „ komen herhaaldelijk velen hierheen en vragen naar mij, armen j priester, om eene generale biecht te doen, en te voren zeggen ze tot mij : M Ik kom 14 uren i ver, en N. heeft mij overgehaald om hier rust
-u
^en vrede te zoeken.quot;
fDr. Joseph Anton Keller.) GEBED.
H. Jozef, die door God zoozeer bemind werd en daarom meer dan anderen hebt moeten lijden, zie neer op ons , uwe kindeven ; ook wij hebben ons deel aan dien bitteren kelk des lijdens ; wij moeten hem drinken^ 't is Gods wil. Maai* geef. dat wij ons gewillig onderwerpen aan al
5?
-4*
ZESTIENDE DAG.
179
wat God over ons beschikt. Doe ons denken aan de glorie, die uit het lijden geboren wordt; sterk ons om met vasten tred den Calvarieberg te beklimmen, die voor ons eene ladder zijn moet om tot de glorie des Hemels te geraken. Laat nooit meer de ramp over ons komen, dat wij Jesus zouden verliezen door de zonde; en zoo wij Hem ooit verliezen, geef, dat wij Hem altijd aanstonds gaan zoeken en Hem wedervinden en behouden, totdat gij ons veilig ziet in den Hemel, waar wij Hem niet kunnen verliezen in eeuwigheid. Amen.
Zeventiende Dag.
ft
St. Jozefs Nederigheid.
Den nederigen van geest zal Hii opnemen.
^Prov. XXIX. 23.)
^are godsvrucht is een vruchtbare sakker, die allerlei deugden voort-' brengt. Wij hebben gezien , hoe de H. Jozef' de godsvrucht opvatte, namelijk als een bereidvaardigen, standvastigen wil om zich toe te wijden aan God en aan zijn heiligen dienst. Die wil komt tot de daad; hij toont zich in onderscheidene handelingen van deugd. Die verschillende handelingen vormen ten laatste eene gewoonte van wel te doen; en die gewoonte, die gemakkelijkheid, door herhaalde handelingen verkregen, dat noemen wij eigen-
---NL---i-
ZEVBNTIENDE UAG. 181
lijk eene deugd. Zoo bezat, ook de H. Jozef de deugd van nederigheid Hij Iwd ze zich weten eigen te maken door eene herhaalde oefening ; zoodat, als men hem een wapenschild had moeten geven en men daar eene spreuk onder zou willen plaatsen , men niets beter zou kunnen nemen dan een verborgen viooltje met deze woorden van Thomas ii Kempis tot onderschrift: a Wees gaarne vergeten en voor niets geacht
«Kostelijke zaken, vooral reukwerken, » worden niet veel aan de lucht blootge-» steld,quot; zegt de H. Franciscus van Sales (Entret. XIX.); «want behalve dat hun geur » zou vergaan, zouden de vliegen ze be-» derven en alle waarde doen verliezen. « Zoo vreezen ook de rechtvaardige zielen » den prijs van hunne goede werken te ii verliezen; daarom sluiten zij ze op in » eene vaas; echter niet in een gewone ii vaas, maar, gelijk de H. Magdalena ii deed met hare kostbare zalf, in eene ii vaas van albast. Deze is de nederigheid, ii waarin wij in navolging van den H. Jo-1) Ama nesciri et pro nihilo veputari. L. I. c. It.
4----V
fa
_Jamp;_______
182 ZEVENTIENDE DAG.
ii zef al onze deugden en al wat de ach-ii ting der menschen tot ons kan trekken, i» moeten opsluiten, tevreden zijnde met
» aan God alleen te behagen..... Maar
» welke meer volmaakte nederigheid kan ner (na die van de H. Maagd) worden » uitgedacht , dan die van den H. Jozef? ii Hij heeft een zeer groot deel aan dien ii Goddelijken Schat, die liij hem is, Jesus ii Christus , onzen Heer , en toch , hij ge-ii draagt zich zoo nederig, alsof hij er geen ii deel aan heeft.quot;
Ja, wel mocht de H. Franciscus van Sales zeggen, dat de H. Jozef alles verborg, wat de achting der menschen op hem trekken kon. Hij verborg zijne waardigheid en voorrechten ; hij deed zich voor als i een gewoon handwerksman. Wie zou het hem hebben aangezegd, dat hij van koninklijken iiloede was, dat hij een geslachtsboom kon aanwijzen van meer dan twintig koningen '? Wie zou, als hij dien handwerksman gezien had , gezegd hebben, dat deze bestemd was, om de verhevenste waardigheid op aarde te bekleeden, die van Voedstervader des Heeren'? Niets deed hem
tV
ZEVENTIENDE DAG. 183
als zoodanig kennen. «Hij overwon,quot; zegt de H. Franciscus van Sales (Ibid.) « twee » der geweldigste vijanden van den mensch, » nl. den duivel en de wereld , door de i) beoefening eener zeer volmaakte nederig-» heid.quot; De duivel is hoovanrdig en spoort tot hoogmoed aan; want het eerste woord dat wij aangaande hem lezen is : Hij wilde gelijk zijn aan God ; en het tweede : Gij zult worden als goden. De wereld acht slechts datgene, wat met uiterlijk vertoon gepaard gaat. Tegenover deze stelde de H. Jozef zijne verborgen nederigheid. Hij bleef daarin en verlangde geene verheffing.
Hij ontvluchtte zelfs de eer. Was het geene groote eer, te zijn uitverkozen tot Bruidegom der Moeder Gods? Het scheelde nochtans weinig, of de H. Jozef was die eer ontvlucht. God zelf moest tusschen beide komen. Bekend als de H. Jozef was met de voorspellingen der Profeten, begon hij te vermoeden , dat zijne Bruid die gezegende Maagd was, die aan de wereld den Verlosser zou schenken. Die eer kwam hem te groot voor, zegt de H. Franciscus
,_a.. H'ï*
^----^---
j 184 ZEVENTIENDK DAG.
quot; gt;
^ v;in Siiles (Ibid.), en hij besloot, haar te ; verlaten. Hij achtte zich niet waardig | langer te verblijven in de tegenwoordigheid van eene Moeder Gods. Het was hem alsof hij de stem des Heeren hoorde, die eenmaal van uit het brandend braambosch tot Mozes sprak; « Wil tot hier niet naderen ; ontdoe A|- » u van uw schoeisel, want de plaats waar gij staat, is eene heilige aarde.'' (Exod. III. 5.} Hij was gelijk aan Dnvid, die sprak : «Hoe « zal ik de Ark des Heeren tol mij binnen-* leiden?quot; (1 Par. Xlll 3.) De H. Petrus zeide eenmaal op de zee tot Jesus : «Ga i) weg van mij, Heer , want ik ben een » zondig mensch.quot; (Luc. V. 8.) Hoe ? Had Petrus zelf niet moeten weggaan van Jesus? Hij sprak aldus, zegt ie H. Franciscus van Sales, omdat hij, op zee zijnde, niet anders spreken kon, wel wetende dat hij op het water niet kon wandelen om zich te verwijderen ; ware hij op het tand geweest , hij zou gezegd hebben ; Heer , i k ga heen van U, want ik ben een zondig mensch Zoo sprak inderdaad de H. Jozef. Hij wilde heengaan ; maar God weerhield hem, door eenen Engel te zenden en hem te
ZEVENTIENDE DAG.
onderrichten in het mysterie der Mensch-vvording en in het deel, dat hij zou moeten nemen aan de vervulling der inzichten Gods1). Even nederig onderwierp hij zich nu ook weer aan die beslissing des Heeren en bleef bij Maria, van wier aanschijn, zegt de H. Thomas, een ongewone glans straalde, gelijk van het aangezicht van Mozes, nadat hij met den Heere op Sinal gesproken had2).
Elisabeth riep bij Maria's bezoek , bewonderend uit; van waar cjenchiedl mij dil, dal de Moeder mijns Heeren tot mij komt? (Luc. I. 43.) Schoone woorden, haar door de nederigheid ingegeven ! Maar wat zult gij dan wel gezegd hebben, o 11. Jozef, toen God u oplegde niet drie maanden , maar geheel uw leven , bij de Moeder des Heeren te blijven ? Was Maria's Magnificat toen ook uw lofzang niet? Hebt gij toen ook niet gezongen: Mijne ziel verheft den Heer en verheugd heeft zich mijn geest iwer God , mijnen Zaligmaker!
1) Ita Origenes, S. Basil. Magn., S. Bern., S. Thom. Aq. et alii.
2) S. Thorn, Aq. apud Miechov. Disc. 117.
—
-i*
186 ZEVENTIENDE DAG.
Omdat hij neerzag up de geringheid van zijn dienstknecht; want zie van nu af zullen alle geslachten der aarde mij zalig noemen, omdat Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en heilig is zijn Naam ?
De achting der menschen zocht, de H. Jozef niet, de verheffing van Godswege ■ maakte hem niet hoogmoedig. Hetiseene licht verschoonbare eigenschap van ouders, zich te beroemen op hunne kinderen ; de deugd en de bekwaamheid van het kind is de glorie der ouders. Zeil' willen zij wel voor onwetend doorgaan, als hun kind maar geëerd wordt. Dat is eene natuurlijke neiging van ieder vader- ot' moederhart. Heeft ook de H. Jozef, die al de natuurlijke en bovennatuurlijke gevoelens 1 eens vaders bezat, deze neiging gevoeld, toen hij bij zich en onder zich mocht hebben de Wijsheid des Vaders, den almachtigen Schepper van het heelal ? Zeker wenschte hij vurig, dat zijn Pleegkind gekend en geëerd zou worden, en onophoudelijk steeg van zijne lippen die verheven bede, die Jesus ook aan ons leerde : Geheiligd zij uw
mam , loekome uw rijk. Maar het was bij
-----
A
t
ZEVENTIENDE DAG. 187
• ----
den H. Jozef lt;ïeen licht verklaarbare ijdel-heid, die hem dat verlangen ingaf; Tüaar | zuivere ijver voor de eere Gods. Daarom zweeg bij dan ook nederig over de grootheden en roemrijke eigenschappen van zijn Kind , aan God overlatende , dat Licht onder de korenmaat van Nazaretbs huisje uit te nemen, om het op den kandelaar te plaatsen, waar Het de wereld verlichten kon. Het verwondere ons daarom niet, dat hij in Nazareth niet anders hekend was, dan als een gewoon handwerksman, en nog tijdens bet openbaar leven des Heeren niet anders genoemd werd. (Mt. XIII. 55; Mr. VI. 3.)
Men beeft den H. Jozef wel eens vergeleken bij den stok van eene wijngaardrank, en waarlijk niet ten onrechte. Zie, de wijngaardrank schiet welig uit den grond ; doch zij beeft een steun noodig ; nu groeit de rank weliger en weliger op en bedekt den ganschen stok met hare bladeren, zoodat deze als 't ware verdwijnt. En als de zwakke wijngaardrank een heerlijken druiventros draagt, dan ondersteunt de wijnstok beide, maar blijft verborgen.
X I
ZEVENTIENDE DAG.
188
* i 4
Zoo was de H. Jozef. Hij werd, toen Maria nog eene bloeiende maagd was, als een steun bij haar geplaatst. Zij werd meer en meer door God verheven; maar hoe meer zij verheven werd, hoe meer Jozef zich verborg. Eens zelfs wilde hij zich geheel terugtrekken ; maar God , die voorzag, dat alsdan het plan dei1 Mensch-wording gedeeltelijk onuitgevoerd zou blijven, belette het hem. Toen gaf de wijngaardrank , Maria, het aanzijn aan de heerlijkste druif, waarvan de Profeten spreken: Jesus. Jozef nu ondersteunde Vieiden, maar bleef verborgen, totdat Jesus en Maria zijn steun niet meer noodig hadden en hij werd weggenomen van deze aarde. Maar de nederigheid gaat de verhefling - vooraf, zegt de H. Geest. (Prov. XV, 33.) Dat ondervond de eerste Jozef, die van slaaf het hoofd werd van Putifar's huis, en van gevangene de onderkoning van Egypte. Dat zou ook de tweede Jozef, de Patriarch van het Nieuwe Verbond, ondervinden. Hij is door God getrokken uit de duisternis, waarin hij zich zoo nederig hulde; hij is verheven, zooals de geheele H. Kerk
if___4
ZEVENTIENDE DAG. 1 89
tot aan de uiterste grenzen der aarde zingt, tot vorst over de geheele bezitting Gods 'j. Dat heeft hij te danken aan zijne nederigheid, volgens het woord des Heeren: Die zich vernedert, zal verheven worden. (Mt. XXIII, 12). H Jozef, geef, dat wij nooit de waarheid van dat andere woord ondervinden : Die zich verheft, zal vernederd worden !
quot;Voornemen.
Gods glorie, niet onze eigen eer zoeken in alles wat wij doen. Zoo min mogelijk van ons zei ven spreken.
VOORBEELD.
Gelukkige uitkomst van eene driedaagsche oefening ter eere van den H. Jozef.
De dames van Nazareth danken hare stichtins ^ _ te Montmirail aan den Eerw. Pater Royer, van de Sociëteit van Jesus.
Het doel harer instelling is: aan jengdige meisjes eene eenvoudige maar degelijke opvoeding te bezorgen. Na 1830 ging de algemeene Overste, Madame Hulot, te Lyon visitatie houden in een klooster van hare orde , dat gevestigd was in eeu gehuurd huis. Zij kwam er aan op het oogen-
1) Constituit eum principem omnis possessionis su£c. Off. Patroc. S. Jos.
__*5____^
] 90 ZEVENTIENDE DAG.
blik , dat de eigenaar, een man, waarmee niet te handelen viel, den eisch stelde van na drie dagen, de 500 fr. te betalen, welke hem voor de huur verschuldigd wareu. De religieuzen hadden noer maar tien leerlingen, waarvan er zes kosteloos werden opgevoed ; verder hadden zij geene inkomsten om zulk een schuld te voldoen. Madame Hulot begaf zich naar Pater Royer, die alsdan te Lyon verbleef. Bij hem gekomen, zeide ze : „ Ik „ ben hier onbekend ; bedelen kan ik niet; ik kom „ bij u hulp zoeken.quot; — „ Mijn overste heeft mij verboden mij met uwe tijdelijke aangelegenheden „ in te laten, antwoordde Pater Royer: maar laat „ ons een driedaagsche oefening doen ter eere van „ Maria en Jozef; want de tijd laat ons het doen „ van een novene niet toe ; ik zal tot die intentie „ deze drie dagen de H. Mis opdragen ; gij zult ze „ bijwonen en te communie gaao.quot;
Den eersten dag na de H. Mis kwam eene dame, welke hij kende, maar in ongeveer twintig jaar niet gezien had , hem bezoeken , en zeide hem : „ Pater, ik meen, dat gij nog altijd, zooals vroe-„ ger, goede werken te doen hebt, welke geldelijke „ hulp behoeven : ziehier 250 fr.quot; — Pater Royer laat Madame Hulot ontbieden en stelt haar die Bom ter hand. Op het einde van het triduum kwam eene godvruchtige dame bij de algemeene Overste en zeide . „ Ik weet, dat de huizen in „ het begin moeten worden aangemoedigd en „ ondersteund , gelief van mij 250 fr. aan te ne-
____^___4«
ZEVENTIENDE DAG. 191
„ men ; 't is alles , wat ik heb , maar ik geef het gaarne voor dit goede werk.quot;
Zou Maria voor de eerste, de H. Jozef voor de tweede 250 fr. gezorgd hebben ? Hoe het ook zij, groot was de vreugde van Madame Hulot en deu goeden Pater Jezuïet. Beiden lieten niet na en aan de H. Maagd èn aan den H. Jozef hunne dankbaarheid te betuigen.
(Nouveau mois de mars en exemples dédie a la jeunesse chrétienne.)
GEBED.
H. Jozef, die de verborgenheid bemindet en u zeiven zoo diep vernederdet ; daardoor hebt gij u een onsterfelijke eer in den Hemel verzekerd ; maar ook het voorrecht, om die deugd van ootmoed mede te deelen aan alle zielen, die er behoefte aan hebben, o Heilige Voedstervader des Heeren, zie dan, hoezeer wij die deugd noodig hebben-Verkrijg ze ons door uwe voorbede en gun niet aan een ander de eer om van ons , hoovaardigen, ootmoedige leerlingen des Heeren gemaakt te hebben. Amen.
Achttiende Dag.
St. Jossefs werkzaam leven.
En in de werken zijner handen is onvergankelijke rijkdom.
(Sap. VIII , 18.)
[a den priesterlijken stand is er ter F wereld geen gelukkiger staat dan de werkmansstand, dat wil zeggen, die stand , waarin men zonder weelde of armoede te kennen, nich door de werken zijner handen het levensonderhoud kan bezorgen. Die staat is door de dichters bezongen en door den H. Geest geprezen : Geef mij noch armoede noch rijkdom, verleen mij alleen, wat noodig is tot mijn onderhoud, opdat ik niet uit overvloed verleid worde om U te verloochenen en zegge: wie is de Heer? of wel door nooddruft gepraamd,
V
—£— ACHTTIENDE DAG.
een diefstal bega en den naam Gods mis-bmike (Spr. XXX, 8, 9.) Den H. Jozef nu verheffen tot den priesterlijken stand, wilde God in zijne wijsheid niet. Wat zou hem het priesterschap der Oude Wet ook gebaat hebben ? Het had uitgediend. Een nieuw Priesterschap zou weldra worden ingesteld met 0. H. Jesus Christus aan het : ' hoofd als Hoogepriester van het Nieuwe Verbond. Maar God plaatste den H. jozef in den stillen, vreedzamen werkmansstand ; dienzelfden stand koos Hij ook voor zijn eenigen Zoon op aarde. De H. Geest heeft het uitdrukkelijk doen opteekenen in de HH. Evangeliën.
Daardoor heeft God op dien stand een licht geworpen, waarin men hem tot dan toe niet had beschouwd. Het heidendom bc verachtte dien stand ; een werkman was niet geteld; het grootste gedeelte der menschen behoorde tot den slavenstand, die diep veracht werd. Vandaal- de benaming , die wij nu nog, aan sommige der nederigste werkzaamheden geven; slafelijke werken. Bij het volk Gods was die verachting niet zoo groot, ten minste
18
^---
193
-^--
ACHTTIENDE DAO.
tijden ; maar gedurende het leven des Heeren meenden toch de Pha-riseërs niets verachtelijkers van Jesus te kunnen zeggen, dan : Is Deze niet de Zoon van een werkman ? Van waar dan die wijsheid en die kracht'? (Mt. XIII. 55.) 't Waren vooral de Sadduceën, die, geheel en al in het aardsche verzonken , in den werkman niets anders zagen dan een ongelukkige, een onwetende, niet waardig om met de andere standen op gelijken voet behandeld te worden.
Maai- de verachting der aardschgezinde Joden is de glorie geworden van den werkman, en de bittere woorden : « Is Hij « niet de Zoon van een werkman en zelf » een werkman ?quot; verheffen den werkenden Jf . stand meer, dan rijkdommen en glorie ; want nu kan de werkman met fierheid tot de geheele wereld spreken: «Jesus » Christus , de Schepper des Hemels , en » Jozef, zijn Voedstervader, waren van mijn » stand. Zij leefden van den arbeid hun-» ner handen.quot; 0 , wat is daardoor de arbeid verheven en veredeld! In onzen tijd keeren de heidensche begrippen aan-
----s?-----
194
ACHTTIEN DE DAG. 195
gaande den arbeid weder in de wereld terug; maar nu wijst de Vader aller Christenen, de Paus van Rome, van op zijn hoogen troon naar den werkwinkel van Nazareth. Tot grooten en kleinen zegt hij : ziet daarheen , gij , grooten , om den werkman niet te verachten; gij, kleinen , om u niet te beklagen over een staat, waarin gij Jesus Christus tot ambtgenoot hebt1).
De H. .lozef was niet alleen werkman ; hij was een heilig werkman ; hij heiligde zijn werk. Waardoor? Door dat hij het verrichtte met heiligt* doeleinden en op volmaakte wijze.
H. Jozef, welk waren uwe doeleinden, uwe inzichten bij den arbeid? Zeg het ons, opdat ook wij onzen arbeid leeren heiligen ! — Werkte hij alleen om het geld , om rijker te worden, om de genoegens en pleizieren der wereld te kunnen genieten ? Alleen die vraag stellen , is reeds hij na een beleediging voor den H. Jozef, 't Is waar, daar zijn er duizenden in de wereld , die bij hun werk
1) Zie biz. IX. eu X.
*1'
196 ACHTTI1SNDE DAG.
geen ander doel kennen; niet zoo de H. Jozef.
Hij werkte uit heilig plichtbesej. Omdat God het gel ioden had, omdat ledigheid den mensch onteert en het oorkussen des duivels is, daarom arbeidde de H. Jozef; en de vermaning, die later de H. Paulus zou neerschrijven ; Die niet werkt, moet ook niet eten (2 Thess. III. 10 ), haddell. Jozel niet noodig. Daarom werkte hij met, vlijt, of men hem zag of niet zag; niet om zich te verrijken , maar omdat hij wist, dat zulks de welbehaaglijke wil des Heeren was.
Daarbij kwam de zorg voor zijn huisgezin ; hij was het hoofd der H. Familie; hij moest in haar onderhoud voorzien. Hij beminde Jesus en Maria met gansch zijne ziel en nu was het hem eene vreugde, een genot, voor Hen te mogen werken en zich te vermoeien in hun dienst; in zijn arbeid dacht hij aan Hen; zich zeiven vergat hij.
Hij werkte in den geest van boetvaardigheid. De H. Jozef wist, dat God door een onherroepelijk vonnis den mensch tot den arbeid veroordeeld heelt, toen het in
y.
4
f------......-
ACHrriBNUü DAG. 197
1________________
het aardsche paradijs weerklonk : In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten. (Gen. III. 19.) Vóór dien tijd was de arbeid niet eene straf, maar een genoegen. Nu had wel, gelijk wij veilig mogen aannemen, de H. Jozef zelf nooit gezondigd en behoefde hij dus voor eigen schuld niet te boeten; maar hij was toch ook een afstammeling van Adam ; ook op hem rustte dus het vonnis. De H. Jozef wilde zich aan die algemeene wet niet onttrekken; te meer daar hij aldus gelegenheid vond om te boeten voor de zonden van anderen , die er misschien niet aan dachten hunne schuld bij God te betalen. Hierin volgde hij het voorbeeld van den goddelijken Boetvaardige, Jesus Christus, die ofschoon de heiligheid zelve, toch vermoeienis en arbeid droeg,
7 O •
om onze schulden te boeten.
Wat deed dus de H. Jozef met zijn arbeid ? Hij vervulde zijn plicht, hij diende Jesus en Maria, werkte in den geest van boetvaardigheid en voldeed voor de schulden van anderen, o Heilige arbeid , waaraan ook een viervoudige verdienste beantwoordde! Och , hadde ook
198 ACHTTIENDE DAG.
onze arljeid altijd dezelfde beweegredenen lt;'n dezelfde verdiensten !
Maar die arbeid was ook nog heilig, om de heilige wijze, waarop hij door Jozef verricht werd. Twee werklieden doen het zelfde werk op denzelfden tijd. Hoe komt, het, dal de een een heilig werk verricht, terwijl de ander een onverschillig, misschien een zondig en altijd een onverdienstelijk werk doet ? Dat komt, behalve door hunne beweegredenen, ook nog, omdat, de wijze verschilt, waarop zij het doen. De een is eerlijk, de ander oneerlijk; de een is vol belangstelling voor zijn arbeid, de ander geheel zonder; de een behartigt hem als zijne eigene zaak, de ander doet het voor evenveel; de een is ijverig, de ander een oogendienaar, een tijdroover; de een is geduldig, als het tegengaat, de ander ongeduldig en driftig. Hoe deed het. de H. Jozef? Wij weten het door het enkele woord , dat de H. Geest van hem deed neerschrijven: hij was rechtvaardig. Daar is alles in opgesloten. Hij was trouw en eerlijk, gedienstig en belangstellend , vlijtig en onvermoeid , geduldig en gelaten, al waren de moeilijk-
.%U{' ^
ACHTTIEXDE DAG.
heden en onaangenaamheden soms groot. In hem werd bewaarheid het woord van den H. Geest: Wat den rechtvaardige ook overkomt, hel zal hem niet bedroeven (Prov XII. 21.) Hij was ook nederig en beseheiden ; want hij kende ook dat andere woord des H. Geestes : Wil u zeiven niel verheffen in het maken van uw werk (Eccli, X. 29.); hij had niet gearbeid voor de eer, mam-voor God en voor zijn heilig huisgezin. Hij zag niet ontevreden op naar de hoogere standen, die wel een gemakkelijker leven konden leiden , maar toch geen beter lot hadden in Gods oog. Als hij maar het noodige had voor zijn nederig huisgezin , dan was hij tevreden en verlangde niets meer.
Aan Gods zegen is in den arbeid alles gelegen ; wij kunnen ons vermoeien , wij kunnen zaaien en ons zweet storten; als de Heer geen wasdom geeft, tevergeefs hebben wij gearbeid; als de Heer ons niet helpt, zijn moeiten en kosten verloren. Dien zegen te verkrijgen , daar komt het dus op aan. Vóór den arbeid moet die worden afgesmeekt door een vurig gebed.
199
ACHTTIENDE DAG.
Zal de H. Jozet dat ooit, hebben achtergelaten ? Kunnen wij hem ons zeiven anders voorstellen, dan vóór zijn arbeid een oogen-blik stilstaand, zijne oogen ten hemel heffend , neen, zijne oogen op Jesus aan zijne zijde vestigend, en zijn arbeid opdragend aan zijn God en Heer, die dien arbeid met hem wilde deelen ?
Als alle christenen zich schikten naar dat voorbeeld van den H. Jozef, dat voorbeeld overwogen en navolgden, wat zouden er dan veel minder ontevredenen zijn op de wereld! Het werk hunner handen zou dan niet eene straf zijn, die zij slechts inet weerzin dragen, maar eene rijke bron van genoegen, geluk en verdiensten voor den tijd en voor de eeuwigheid quot;V oorni^men.
Den arbeid trachten te heiligen door hem te verrichten met dezelfde inzichten en op dezelfde wijze als de H. Jozef.
VOORBEELD.
Kinderlijke liefde beloond door den H. Jozef.
20U .
De Eerwaarde Heer Moulin, directeur van het klein Seminarie van Digne, schreef onder dagtee-
^r
it-
jJjf
ACHTTIENDE DAG.
koning van den 25 October 1865 aan den schrijver van den „ Propayateurquot; :
Zeereerwaarde Pater,
„ Eiken dag brengt mij een nieuw bewijs van de macht en goedheid van den H. Jozef; tijdelijke weldaden zoowel ais geestelijke, alles komt uit zijn liefderijke hand met eene mildheid, die verrukt en mijn hart vervoert.quot; (Vervolgens verhaalt hij twee feiten , waarvan wij het eene hier mededeelen.)
Eenigen tijd geleden bevond zich iemand in een benarden toestand; zijn huisiozin had een zwaar verlies geleden, dat hetzelve in ellende bracht. In zijnen nood doet de ongelukkige vader een beroep op de toegenegenheid van een zijner zonen, die buiten het ouderlijke huis leefde ; maar de zoon , hoe rijk ook in kinderlijke liefde, was overigens arm ; hij bezat niets, in het geheel niets. Wat zal hij doen ? Zijne tcedere godsvrucht tot den H. Jozef bracht hem aan den voet van diens altaar; daar werpt hij zich neer op de knieën, en uit zijn bewogen hart steeg deze vurige bede op : „H. Jozef, ik zou wel mijn „ vader willen ondersteunen, maar gij ziet mijne „ onmacht .... wat ik niet kan , dat kunt gij. „ H. Jozef, kom mij toch te hulp; H. Jozef, „ help mij , en ik zal nooit ophouden uwe iioed-„ heid te prijzen/'*
Zijne smeekbede was ten Hemel opgestegen ;
201
rp
202
-^--
ACHTTIENDE DAG.
de glorierijke Bruidegom van Maria had ze gehoord en verhooring er van verkregen. Een uur later kwam een onbekende bij hem eu stelde hem eeue som ter hand , die aan het huisgezin zijns vaders alles teruggaf, wat het ongeluk het had ontnomen.
GEBED.
H. Jozef, die de kunst verstondt om uw eenvoudig handwerk te heiligen, en zoo, terwijl gij werktet bij uwe schaafbank, tegelijkertijd werktet aan uw glorietroon in den Hemel, o, verkrijg ons, die ook tot den arbeid , hetzij des geestes of des lichiiams, veroordeeld zijn , dien arbeid te heiligen ; geef, dat wij hem verrichten uit plichtbesef, om God , voor Jesus , uit boetvaardigheid voor onze zonden en die van anderen , opdat wij eenmaal mogen deelen in de glorie , die ifij u zeiven door uw arbeid verworven hebt in den Hemel, waar gij u nu meer verheugt over uw hamer en beitel, dan wanneer gij koning geweest waart op aarde. Amen.
II
•Jk
Negentiende Dag.
St. Jozefs verduldigheid in tegenspoed en armoede. (1)
Omdat gij aanaenaam waart aan God , daaram moest gij beproeving oudergaan. (Tob. Xir. 13.)
Je Aartsengel Raphael zogde aan den ?H. Man Toljias, dit' met lilindheid Svas geslagen geweest: « Tobias, igt; omdat (jij aangenaam waart aan God, » daarom- moest gij beproeving ondergaan daarom werdt gij met blindheid geslagen en zijt gij tot armoede vervallen. Maar, H. Engel, had Tobias kunnen zeggen,
1) Eene afzonderlijke lezing voor dezen dag , den feestdag van St. Jozef, vindt men na den een en dertigsten dag. Desverkiezende kan men deze hier iulasschen.
204 KEGENTIENDE DAG.
vergist gij u niet ? Is mij dit alles niet overkomen, omdat ik den Heere mishaag? De Engel zou geantwoord hebben ; neen , God wilde u beproeven en gelegenheid geven tot grooter verdiensten, omdat gij Hem aangenaam zijt.
Wee dan aan den H. Jozef, als de 1quot; behaaglijkheid bij God de maat moet aan- -geven der beproevingen! Want wie was er ooit den Heere behaaglijker? Wat zal hij dan veel te lijden hebben ! Inderdaad, de goede God legde op zijn schouder een kruis, waaronder menig ander bezweken i zou zijn, nl. tegenspoed en armoede; maar ook van hem kon gezegd worden, wat geschreven staat van Tobias : Die beproeving liet God toe, opdat aan het nageslacht een voorbeeld van zijn geduld zou gegeven worden. (Tob. II. 12.)
De H. Jozef was niet altijd zoo arm , dat hij genoodzaakt was onderstand te saan vragen; dit zou niet overeengekomen zijn met de wijze plannen der Voorzienigheid betrekkelijk het Goddelijk Kind, zegt de groote godgeleerde Suarez'). Maar
1) De Paupertate Chii.
--- ^---------------—^
-4* ^
NEGENTIENDE DAG.
diezelfde Voorzienigheid schikte toch de omstandigheden zoo, dat de H. Jozef meermalen het nijpende der armoede moest ondervinden, en zijn geduld op de hardste proef werd gesteld.
De H. Jozef was een prins van koninklijken bloede, uit het edelste stamhuis van Juda ; meer dan twintig koningen telde hij onder zijne voorouders, en de eerste van die vorsten was de luisterrijke koning David. Was dan de H. Jozef geen werkman, gelijk wij het altijd gehoord hebben '? Ook dat was hij; maar daarin juist ligt de reden zijner diepe vernedering ; want, ofschoon een prins van hoogen adel , was hij vervallen tot den nederigsten stand. Hoe zwaar een kruis dat is, vervallen te zijn van zijn stand, nu te zijn in een staat, waarvan men moet zeggen ; ik ben er niet in geboren, nu met minachting behandeld te worden door anderen, die vroeger gelijken of minderen waren, dat weten alleen zij, die het ondervonden hebben. God gaf dat zware kruis aan den H. Jozef; maar Hij deed het, zegt onze H. Vader Leo XIII, om aan de
205
4
---------
206 NKGENTIENDE DAG.
grooten dezer aarde te leeren, hoe zij den tegenspoed moeten dragen1).
De H. Jozef kwam tot den huwelijken staat; de gezegendste der vrouwen werd zijne bruid, zijne echtgenoote. Dat was een Paradijs op aarde, wat de onderlinge overeenstemming betreft; maar was het zonder tegenspoed'? Laat ons zien. Dell. Jozef was een werkman , die , zooals wij van een Heilige niet anders verwachten mogen , ijverig was en geen vermoeienis vreesde; toch was en bleef hij arm. Moeten wij daaruit niet besluiten, dat hij hetzelfde ondervond, wat zoo menig werkman doet zuchten, namelijk, dat het hem nu en dan al eens aan werk ontbrak, of, zoo hij al werk had , dat hij wegens ge-ringe verdienste en slechte betaling menige teleurstelling heeft geproefd ? Dat was een tegenspoed, die zijn geduld op een harde proef moest stellen. Doch, zegt wederom onze H. Vader Leo XIII, God liet het toe , om ook de werkende klasse te troosten en haar een voorbeeld van geduid te geven.
1) Encycl. 15 Aug. 1889.
--^-
NEGENTIENDE DAG. 207
Doch zie, daar verscheen op eeus het bevel van keizer Augustus, 't welk den H. Jozef noodzaakte in het barre jaargetijde eene reis van vele dagen te ondernemen. Laat otis zwijgen van de ongemakken dier reis; want de H. Jozef reisde als een arrne; dit. zegt genoeg. Maar wat al gedachten moeten zijn geest doorkruist hebben, alvorens hij de reis aanvaardde ! Zie , hij dreef zijne zaak , zijn handwerk te Nazareth (want zoo, zegt de groote Bossuet tot eene groote koningin, zoo moeten wij over den Voedstervader van Jesns spreken), hij had daar zijne klanten en begunstigers, zijn gereedschap en zijne woning. Zijn gereedschap medenemen, dat ging nog; maar zijne vrienden, zijne begunstigers, zijne woning? Wat zou van dat alles geworden . tijdens zijne afwezigheid , die, wie weet , hoe lang zou duren ? Maar de H. Jozef hield zich vast aan den wil Gods. Hij werd wel geleid langs een steil en doornig pad ; maar langs dat pad was een leuning, waarop hij steunde en waardoor hij zich recht hield ; de wil Gods. Hij luisterde naar het woord des H. Geestes : (Eccli.
-ts
208 NEGENTIENDE DAG.
II. 3.) Verdraag wat God u te verdragen toezendt: blijf met God vereenigd en wees lijdzaam.... Alles wat u overkomt, neem hel op; wees lijdzaam in uwe smarte, en oefen geduld in uwe vernedering. Want goud en zilver worden in het vuur beproefd, maar menschen, die Gode welgevallig zijn , ' in den smeltoven der vernedering. Daarom klaagde de H. Jozef niet over den keizer. die zulk een bevel gaf; ook niet over de ondergeschikte ambtenaren, die het keizerlijk lievel met alle gestrengheid hand-haalden ; nog veel minder over de kwellingen, die er het gevolg van waren. Hij beschouwde geheel deze zaak als het werk der Goddelijke Voorzienigheid, die toelaat, dat al wie godvruchtig wil leven in Christus Jesus, vervolging ondervindt. (2 Tim. III. 12.^1 'it En Jozef begaf zich op weg.
Volgens den raad van den H. Geest (Eccli. II. 5.) bereidde hij zijne ziel tot nieuwe beproevingen. Hij kwam te Bethlehem , vermoeid van de reis. .. . Daar was voor hen geene plaats in de herberg , zegt de H. Evangelist met één woord; maar wat laat dat woord veel denken!
«I
XEGENTriïNnE DAG.
Afwijzing, harde behandeling, beleediging om zijne armoede, verwerping door zijne eigene familie , die te Bethlehem woonde , in zijne eigene vaderstad, waar zijn groote voorvader David tot Koning over Israël was gezalfd! Mijn God, wat bittere kelk ! Nadert thans, gij allen, die in miskenning , vernedering en armoede leeft, en erkent hier, dat uw lijden nog niets is in vergelijking met dat van den H. Jozef! Dat was zijne rust na zooveel vermoeienis! Maar de 11. Jozef bewaarde zijn hart in vrede, hoezeer dat hart ook ineenkromp vati smart bij de gedachte aan zijne H. Bruid en aan den Zoon Gods, die in dien nacht op aarde zou verschijnen.
De volheid der tijden was daar. Jesus kwam ter wereld als een klein kind! Het bracht in zijne handjes schatten mede voor den H. Jozef. En die schatten waren; armoede , vernedering , gebrek.
Dat gevoelde de H. Jozef in dat oogen-blik meer dan ooit. Wat had hij om aan dat Goddelijk Kind te geven ? Wat om Het te verwarmen ? Wat om de spleten te stoppen van den stal, waarin Het neer-
M
---V---
20Ü
■ vt
vt-Ji,----
310 NEGENTIENDE DAG.
lag? Maar dat alles was nog maar een voorspel. Nooit had de H. Jozef kunnen deuken, dat hij eenmaal het Land van lielofte , zijn vaderland , zou móeten verlaten ; dat hij beroofd zou worden van den troost om op te gaan naar het heilig Jerusalem, dat hij het bittere brood der ballingschap zou moeten eten. Onverwachts, midden in den nacht, werd er hem het bevel toe gegeven. Welk eene ramp! Welk een tegenspoed! Waarlijk, daar i werd een meer dan verheven geduld gevorderd, om daarbij gelaten te blijven en ! niet uit te barsten in klachten tegen den dwingeland Herodes, of tegen den droevi-I gen samenloop van omstandigheden. Maar zijn geduld bleef standvastig. Hij boog gelijk het riet voor den storm, maar brak niet. Hij hoopte op God, wetend , dat na lijden verblijden komt, gelijk na den regen de zonneschijn, al blijft deze soms lang uit en al schijnen de zwarte wolken nooit den hemel te zullen verlaten. Hij liet zijn God begaan, die hem snoeide gelijk de wijngaardenier zijn wijngaard on quot;hem sloeg, gelijk de dorscher het graan.
w
_______v-.__:______-f
KE6KXTIENDE DAG. 211
o Verheven geduld! H. Jozef, och, deel er ons iets van mede; gij hadt overvloed en wij hebben gebrek ! Want, o , wat is er weinig noodig, om ons het geduld te doen verliezen! Kruisjes treffen ook ons, maar zij zijn licht in vergelijking met die van den H. Jozef. Geven wij ons maar over aan de beminnelijke zorgen der Voorzienigheid. Al die kwellingen kunnen middelen zijn, om ons te doen vorderen in de deugd, gelijk de storm zelfs kan dienen, om een schip met de grootste snelheid tot zijne bestemming te brengen. Zorgen wij maar, in het lijden Jesus bij ons te hebben , gelijk de II. Jozef. En al zijn wij dan arm en vergeten en vernederd en veracht, dan zijn wij nog rijk; want met den H. Paulus kunnen wij zeggen: wij roemen ook in de verdrukkingen , daar wij welen, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt en de lijdzaamheid beproefdheid ; en de beproefdheid hoop; en de hoop beschaamt niet; omdat de liefde Gods is uitgestort in onze harten door den II. Geest, die ons gegeven is. (Hom. V. 3 seq.)
NEG EX TIEN DE DAG.
quot;V oornemen.
Wat ods ook overkome , geduldig trachten te zijn, denkend aan het voorbeeld van den H. Jozef.
VOORBEELD.
Gelukkige loling voor de militie.
De 14 Maart 1865 was de dag, waarop de loting voor de militie zou plaats hebben voor de
gemeente X...... in Frankrijk. Des morgens
vóór hun vertrek ging eene godvruchtige persoon de lotelingen ieder in het bijzonder bezoeken, en terwijl zij hun eene medaille van den H. Jozef ter hand stelde, zeide zij alles, wat haar ijver haar ingaf. — Z'j vertrokken , vol van vertrouwen op den H. Jozef, wier medaille zij eerbiedig droegen, en allen kwamen terug , elk met een der hoogste nummers van het kanton. Wat nog bijzonder mag worden opgemerkt, is, dat toen zij hun lot moesten trekken, er maar 14 nummers in de bus waren, en van die 14 waren er 6 goede en 8 slechte; daarbij , de gemeente X. ., heeft het laatst getrokken. Welnu, de H. Jozef heeft aan onze vijf lotelingen vijf goede nummers gegeven.
Dit voorval verwekte de algemeene bewondering. De gedelegeerde der prefectuur zeide tot den burgemeester: „ Waarlijk, dat is verwonderlijk , maar ook aangenaam voor u en uwe
212
NEGENTIENDE DAG. 213
gemeenteeu onder ecu glimlach voegde hij er bij : „ Uwe lotelingen znllen zeker wel goed gebeden hebben.quot; — Evenmin als de burgemeester kende bij de geschiedenis der medailles, welke de jongelingen hadden verborgen gehouden. Dezen, laat ons het hopen, zullen zich wel dankbaar hebben getoond voor zulk eene buitengewone bescherming.
(Nouveau mois de mars en exemples dedie a la Jeunesse chrétienne.)
fiEBED,
o H. Jozef, die zoo wonderbaar hebt uitge-scheueu in het gednld te midden der grootste kwellingen van tegenspoed en armoede , gij hebt daardoor niet alleen verdiend , ons voorbeeld te worden, maar ook het voorrecht van ons in onze kwellingen te kunnen helpen en ondersteunen. H. Jozef, gij weet wat lijden is; gij hebt er zelf de bitterheid van geproefd; kom ons dan ter hulp, als het lijden on» nadert; geef, dat bet voor ons een middel worde om, in de deugd vooruit te gaan. Doe ons dan opzien tot God. Help ons in die droevige oogenblikken om Jesus bij ons te bewaren; want waar Hij'is , daar is alle lijden licht. Amen.
gt;r
Twintigste Dag.
St. Jozefs g-eest van boetvaardigiwnl.
I!f lieb miju aaiischijii gewend tot den Hcei' mijnen God, om tot Hem te bidden, al vastende in zak en nsch.
(Daniël IX. 3.)
ILerstond na den zondeval van Adam |noodigde God de inenschen uit tot boetvaardigheid. In het Oude Testament herhaalde Hij die uitnoodiging menigwerf', nu eens onder bedreiging van straf, dan weder onder toezegging van belooning. Maar of Hi] dreigde met straf, of belooningen beloofde, altijd ging Hij te werk uit liefde , daar het Hem eenig en alleen er om te doen is, den zondigen mensch te kunnen sparen. Hij zal hem
TWIST TGSTE
215
DAG.
echter niet sparen, zonder dat er ten minste eenig eerherstel aan zijne beleedigde Majesteit gegeven worde. Dat verbiedt zijne wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid. Dat eerherstel wordt Hem gegeven door de boetvaardigheid.
Al wie dan ook in het Oude Testament met den geest Gods bezield was, legde zich toe op boetvaardigheid en trachtte door boetewerken aan God voldoening te geven voor eigen zonden en die van anderen. Zoo lezen wij, dat de rechtvaardige Henoch boete predikte door woord en voorbeeld ; dat de godvruchtige Noë gedurende de honderd jaren , dat hij arbeidde aan de ark, de menschen aanspoorde tot boete, die hij zelf wel niet zal hebben achtergelaten; dat de H. Patriarchen hunne omzwerving, hun pelgrimschap in boetvaardigheid doorbrachten ; en dat de H. Profeten, gehuld in haren kleederen en dierenhuiden, door vasten en gebed voldeden voor de zonden van het volk.
Zal ook de H. Jozei' zich niet hebben aangesloten bij die eerbiedwaardige rij van heilige mannen ? Was ook hij niet bezield
*._________4N'
21fi TWINTIGSTE DAG.
[ met den geest Gods? 't Is waar, hij had niet te voldoen voor eigene zonden; want het godvruchtig gevoelen der Leeraars houdt voor zeker, dat hij er nooit cene bedreef; maar hij deed boete voor die algemeene schuld, die op het menschelijk geslacht drukte door den zondeval van 'j- Adam; hij voldeed voor de schuld van j duizenden anderen, die, zich om Gods beloften of bedreigingen niet bekreunend , aan geen boetvaardigheid dachten.
In de wet van Mozes was er slechts sprake van één vastendag nl. den grooten Verzoendag. In verloop van tijden waren daar door het wettig gezag in Israël vier andere bijgekomen, en al wie in Israël aanspraak maakte op godsvrucht, zooals de Esseniërs, de Na-X , zareërs, de Rechabieten , onderhielden er nog verscheidene andere. De H. Jozef onderhield de vastendagen door de wet van Mozes en door het wettig gezag voorgeschreven ; maar daar hij de rechtvaardige was bij uitnemendheid en niemand in godsvrucht met hem gelijk gesteld kan worden, zal hij het niet gelaten hebben bij hetgeen
de wet als verplichtend voorschreef; maar
quot;--------^
,5^__^__
TWINTIGSTE DAG. 217
gelijk alle Heiligen in Israël, zal ook hij in moeilijke omstandigheden zijne toevlucht genomen hebben tot dat middel, dat zooveel vermag op het hart van God en zoo krachtig is tegen de aanvallen des duivels. Mozes vastte veertig dagen, alvorens de wet Gods te ontvangen. Wat zal Jozef - dan niet gedaan hebben, alvorens den Wetgever zelf te ontvangen in zijn huis ? En toen hij Dezen ontvangen had, zal Deze ook hem niet gezegd hebben, wat Hij later aan zijne Apostelen zegde over de waarde van een boetvaardig vasten
Verbeelden wij ons het vasten der Joden niet, zooals het thans door de verzachting der H. Kerk geworden is. Op den grooten Verzoendag was alle spijs van den eenen avond tot den anderen verboden. (Levit. XX1H. 27. 29; XXV. 9.) Op de andere dagen gebruikte men tegen den avond eenen maaltijd en buiten de vastendagen des morgens tegen tien of elf uren een zeer geringe hoeveelheid voedsel1).
Gevoelde de H. Jozef niet het bezwa-
1) Jahu. Archieologia Bibl. « 145. Edit. Migne.
Curs. Compl. Script. S. torn. If.
--^----
ÏWINTtGSTE DAG.
zulke vastendagen verbonden'?
rende aan
Ongetwijfeld, want ook hij was een men-scheukind ; maar hij was verheugd door zijne boetvaardigheid eerherstel te kunnen geven aan God en barmhartigheid te verkrijgen voor de wereld. In dien geest ook nam hij al de ontberingen en vermoeienissen aan, die door zijn armoedig loven werden veroorzaakt.
Die geest van boetvaardigheid werd nog volmaakter, toen Jozef het overgroot geluk had, Jesus als Verlosser der wereld in zijn huis te bezitten en dagelijks dat wonderbaar voorbeeld van boetvaardigheid te beschouwen. Zijne roeping was echter niet die van een H. Joannes den Dooper, die door eene buitengewone, bijna niet na te volgen boetvaardigheid het toonbeeld werd der kluizenaars in de woestijn. Maar St. Jozefs roeping was, door een gewoon leven aan te toonen, hoe men in alle standen dbn geest van boetvaardigheid kan beoefenen. Daarom zijn wij ook des te minder te verontschuldigen , zoo wij hem niet navolgen in dien geest.
218
.X
De 11. Jozef wist, dat Jesus zich gesteld
*r
___£__—M
TWrNÏIGSl'E DAG. 310
had tot een slachtoffer der boetvaardigheid ; dat Hij tot eerherstel aan God en tot redding der zondaars, zich had overgegeven aan al de ellenden van het men-schelijk leven en aan een smartelijken dood, die weldra volgen zou , als het uur, dat Jesus hel zijne noemde, zou gekomen zijn. Welk een indruk moet op den H. Jozef de gedachte gemaakt hebben; Ziedaar het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, . .. Jesus, het slachtoffer van boel-vaarditjheid! Daar moest hij meer bijzonder j aan denken op dien dag van algemeene boetvaardigheid in Israël, den grooten Verzoendag. Op dien dag werd er volgens de ; Wet Gods eene plechtigheid voltrokken, ! die den H. Jozef noodzakelijk moest herinneren , aan het groote Offer, dat zijn Pleegkind eenmaal brengen zou tot boeting onzer zonden. Wat gebeurde er op dien dag'? Dan werd er een bok beladen met de zonden van gansch het volk. De Hoo- ; gepriester legde plechtig de handen op ; den kop van dit offerdier. Dan deed hij het voeren buiten Jerusalem ; daar werd het de woestijn ingejaagd, waar het wel- ï
________'lx
220 TWINTIGSTE DAG.
dra zijn dood vond door de tanden der wilde dieren. H. Jozef, waaraan dacht gij , als gij die plechtigheid zaagt ? O, dan dacht Jozef er aan, hoe ook eenmaal de zonden van gansch een volk, neen r van gansch de wereld op het hoofd van Jesus zouden worden gelegd. Dan zou quot;'v ook Hij buiten Jerusalem worden gevoerd, -ten prooi aan beulen en soldaten, die, wreeder dan wilde dieren, dat onschuldige Lam zouden verscheuren en niet zouden rusten, vóórdat zij al zijn bloed vergoten hadden tot den laatsten druppel toe.
Als de H. Jozef dit overwoog, geholpen door de verlichtingen des H. Geestes en de onderrichtingen van Jesus, dan moest wel zijn hart met innig medelijden jegens den Godmensch , en met een grooten afschrik van de zonde worden vervuld, en een heilige , blakende ijver om aan God voldoening te geven bezielde hem. Met vreugde sloot hij zich dan aan bij de boetvaardigheid van Jesus, en hij achtte zich gelukkig te mogen deelen in de droefheid , de tranen, het leed van Jesus en
IK---
^ ^ i*
TWINTIGSTE DAG. 331
in het groote Offer, dat die 11. Verlosser reeds begon te brengen op het eerste oogenblik van zijn bestaan en voleindigen zou op het Kruis. Ziedaar dan, zal hij gedacht hebben ,' dat onschuldige Lam , dat beminnelijkste onder al de kinderen der menschen; Het werkt. Het lijdt, Het weent, Het wil zijn bloed storten om de zonden der wereld weg te nemen; dat Lam is mijn Voedsterkind ; zal ik Het dan niet helpen , zooveel mijne zwakke krachten toelaten, om dien oneindig zwaren last te verlichten en zooveel doenlijk weg te nemen ?
Dat besluit kan en moet ook het onze zijn; ja zelfs veel meer het onze, dan van den H. Jozef. Wij hebben bij dien zon-denlast ook onze persoonlijke zonden ge- ' voegd. Jozef was onschuldig; maar wij zijn schuldig. Hij sloot zich aan bij de boetvaardigheid van Jesus; hij kastijdde zijn lichaam door de voorgeschreven en vrijwillige boetplegingen; en wij , die bij God eene zoo groote rekening te voldoen hebben, wij zouden slechts in genoegens
willen leven, en alle ongemak vluchten 1
---^ ^
-*,---f
223 TWINTIGSTE DAG.
Zullen wij onze hartstochten en zinnelijke neigingen maar involgen en ons beklagen over de moeilijkheden des levens en de kwellingen der raenschen ? De gelegenheid tot boetvaardigheid ontbreekt ons niet, zelfs niet te midden der wereld; wij hebben slechts onze plichten te doen, de ge-^ - I ioden Gods en der Kerk te onderhouden en wij vinden ruimschoots die gelegenheid. De voorbeelden ontbreken ons evenmin; want bij het voorbeeld van Jesus, die zegde: Neemt mijn kruis op, heeft de II. Jozef ook het zijne gevoegd. 0 H. Jozef, help ons dan leven in den geest van boetvaardigheid ; doe ons ondervinden wat gij ondervonden hebt en wat de H. Kerk -zingt van het vasten ; « Het onderdrukt de ondeugden; verheft den geest, en deelt ons deugd mede en belooning
quot;Voornemen.
In den geest van boetvaardigheid al het onaau-'^ename aannemen, van welken kant het ook kome. De geboden der H. Kerk aangaande vasten en onthouding nauwkeurig nakomen.
1) Piaef. in Quadrag.
-.-----
323
VOORBEELD.
Godsvrucht can den II. Vincentius a Paulo tot den H. Jozef.
De H. Vincentius a Paulo kan worden aangehaald als een ware vereerder van den H. Jozef. Gaarne stelde hij hem aan zijne priesters voor als een volmaakt voorbeeld van het priestersehap.
Hij verkoos tot patroon van zijne Seminariën dezen glorierijken Aartsvader, die , na het geluk te hebben genoten van zelf den Zoon Gods op te voeden, van Hem eene bijzondere gratie ontvangen heeft om degenen te beschermen , die in afzondering zïeh tot de heilige bedieningen voorbereiden.
In een zijner brieven aan den overste van zijn klooster te Genua, wenschte de H. Vincentius #hem geluk, dat hij zijn toevlucht had genomen tot den zuiveren Bruidegom der Moeder Gods, om zich werklieden te verschaffen , die, vervuld met een heiligen ijver, in staat zouden zijn om den akker des Heeren te bebouwen en vruchten te doen dragen, ofschoon die alstoen bedekt was met distels en doornen.
Hij beval zijnen missionarissen aan , zich in hunne missiën te stellen onder de bescherming van den H. Jozef; hij wilde ook, dat zij al huune kennis en middelen zouden gebruiken om de volken, voor welke zij het woord Gods verkondigden, een zeer groot vertrouwen in te boezemen
TWINTIGSTE DAG.
ia den getrouwen bewaarder der Onbevlekte Moeder van Jesus; hij voegde er ook bij, dat zij zich wel moesten overtuigd houden , dat men niets kon doen, wat aangenamer was aan de Allerheiligste Maagd, dan de vereering te bevorderen van dien grooten Heilige, aan welken God haar door zulke nauwe en zuivere banden verbonden had.
GEBED.
H. Jozef, toonbeeld van verheven boetvaardigheid , wij hebben u in uwe onschuld niet nagevolgd ; maar verkrijg ons ten minste de genade om u na te volgen in uwe boetvaardigheid. Wij hebben veel straffen verdiend, zeker tijdelijke; misschien eeuwige; help ons door awe verdiensten en gebeden, ze hier op aarde uit te boeten, opdat wij niet komen onder de gerechtigheid Gods, in wiens handen het vreeselijk is te vallen.
22-i
Een en twintigste Dag.
y De H, Jozef, Voorbeeld en Patroon der Zniverheid.
Gij zijt de glorie van Jerusalem , omdat gij de kuischheid bemind hebt. (Judith XV, 10, 11.)
?e H. Franciscus va» Sales, spre-'kend over de maagdelijke zuiver-y quot; heid van den H. Jozef, zegt, dat
hij daarin alle Heiligen moest overtreffen, zelfs de Cherubijnen en Serafijnen'). Wat moet dat dan eene heerlijke reinheid geweest zijn , waarin hij blonk ! 0, wij zouden de taal der Engelen moeten heli-ben, om daar waardiglijk over te spreken ! Verbeeld u aan de eene zijde al het goud 1) Eutret. XIX.
15
Q___K,---
i 326 EEN EK TWINTIGSTE DAG.
en al de edelgesteenten der aarde. Wat zou dat glinsteren en fonkelen ! Schooner nochtans is St. Jozefs kuischheid. De sneeuw is wit, de lelie is blank. Blanker is St. Jozefs zuiverheid.
Het zou niet moeilijk zijn eene lange rij van H. Kerkvaders aan te halen , die ■ allen om strijd de zuiverheid en maagde- ' ' lijkheid van den 11. Jozef hemelhoog prijzen '). De H. Kardinaal-Aartsbisschop Petrus Damianus aarzelt zelfs niet te zeggen, dat bet de leer der Kerk is, dat de H. Jozef altijd in maagdelijke zuiverheid geleefd heeft'). «Hij was maagd,quot; zegt een groot godgeleerde, Isidorus de Isolanis1), «maagd » naar ziel en lichaam , volgens zijn staat » en volgens zijne belofte. Hij is de eerste, igt; die de Koningin der Maagden heeft na- ^ igt; gevolgd.quot; Een ander uitstekend godgeleerde , Suarez, beweert, dat in het punt van zedigheid en reinheid nooit eene
Summa , B. Jos. Part. IV. i*ap. IV.
-------------
KEN EN TWINTIGSTE DAG. 227
diigelijksche zonde het leven van den H. Jozef ontsierde M.
Doch waartoe al die getuigenissen? Stelt de H. Kerk zelf den H. Jozef niet voor als het. voorbeeld en de patroon der zuiverheid, doordien zij hem laat afbeelden met eene blanke lelie in de hand, als wilde ■ zij zeggen , dat de reinheid de onderscheidende deugd van den H Jozef was ? Doch onze godsvrucht verlangt de redenen te weten, waarom de H. Jozef schitteren moest in dat blank gewaad der maagden. Dan antwoorden ons de H. Vaders, dat zulks was om de buiiengewone liefde, die elk der drie Goddelijke Personen der H. Kuischheid toedraagt.
Zoo wilde de Hemelsche Vader, die de Et uwige Reinheid is, geen ander Plaats-vervanger op aarde, dan iemand , die in reinheid een afbeeldsel van Hem zijn kon. Niemand anders wilde Hij deelachtig maken aan zijne vaderliefde, en aan niemand ;in-ders het reinste wat Hemel en aarde be-bevatten , toevertrouwen.
De tweede Persoon der H. Drievuldig-1) In D. Thom. 1. c.
--^---
228 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
heid wilde slechts tot Voorlooper hebben den kuischen Joannes den Dooper, om zijne komst op aarde aan te kondigen; Hij wilde slechts eene Moeder hebben, die uitgedoseht was in het heerlijke kleed der onbevlekte reinheid. Zoo wilde Hij ook in zijne kindsheid en in zijne jongelingsjaren geen anderen verzorger, dan die de lelie der maagdelijkheid in zijne hand droeg. Tijdens zijn verborgen leven ten minste wilde Hij weiden tusschcn de leliën , d. i. wonen , opgroeien , omgaan , zich bewegen in de nabijheid der blanke leliën : Maria en Jozef.
De H. Geest, wiens zuivere liefde de onschuld in de zielen voortbrengt en bewaart, en in het wonder der Mensch-- wording het grootste wonder der zuivel- -heid wrochtte, wilde geen andereu getuige zijner wonderen dan eene reine maagdelijke ziel.
Kon het anders? Waar de belangen der drie Goddelijke Personen zoo wondervol overeenkwamen, waar hunne eer als t ware vorderde, den H. Jozef eene buitengewone deugd te geven, daar moest im-
, 1 ^ —
-
EEN EN TWINTIGSTE DAG.
uiers wel eene zuiverheid worden voortgebracht , die boven alle beschrijving is.
Was ook de H. Jozef niet bestemd om de Bruidegom te zijn van de reinste der Maagden, Maria? Was niet zijn ambt, rnet haar te leven , voor haar te zorgen ? Moest dan de Bruidegom de Bruid niet waardig zijn'? De menschen zelfs vorderen in zulke personen overeenkomst van deugd , van geaardheid , van fortuin ; zal de Eeuwige Wijsheid daar niet op gelet hebben'? En , o, wat schittert dan de reinheid van den H. Jozef, als wij ze beschouwen in het licht, dat Maria's reinheid daarop werpt. Die reinheid is zoo groot, dat de H. Kerk geen woorden vinden kan om ze te prijzen en Maria toezingt: o Heilige en onbevlekte Maagdom, met welken lof ik u verheffen zal, weet ik niet1). En van die maagdelijkheid zegt de H. Au-gustinus, dat zij een gemeenschappelijk eigendom was tusschen Jozef en Maria.
Wat moet hij dan in zijne jeugd, in
1) Sancta et immaculata Virginitas, qnibus te laudibus efi'eram , nescio. Off. B. M. V. per
229
SA I /
)
-----A-----------
230 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
zijne jongelingsjaren een liefelijk schouwspel geweest zijn voor God en voor de Engelen! Dat heeft verschillende H. Leeraars doen zeggen , dat het juist zijne zuiverheid geweest is, die hem de eer verdiende, uitgekozen te zijn geworden tot Bruidegom van de Allerheiligste der Maagdenquot;). Met i meer recht dan David kon hij toen zeggen; amp;(Jm. mijne onschuld hebt Gij mij opyenomen, \ o God.' (Ps. 40, 30.)
Zulk een loon had zelfs de eerste Jozef in Egvpte voor zijne zuiverheid niet mogen ontvangen. Wel was hij verheven tot onderkoning van het land ; wel maakte Pharao hem vader van het volk, dat slechts door zijne wijsheid het leven behield; wel werd hem door zijn stervenden vader gezegd : «de « God uws vaders zal uw Helper zijn en de » Almachtige zal u zegenen met de zege-» ningen des Hemels van boven, totdat Hij » kome, die de Verlangde is der eeuwige ii Heuvelenquot; (Gen. 49.); maar de tweede Jozef werd aangesteld tot Hoofd van het heiligst gezin op aarde; God zelf gelastte
I
1) S. Hier. de Nativ. B. xM. V.; S. Germ. Cpl.; S. Greac. Naz.
•5«
■W
EEN EN TWINTIGSTE DAG. 331
hem te zorgen voor Maria en Jesus, die slechts leefden door zijn arbeid ; hij werd aangesteld, om het Brood des Levens, dat eenmaal de gansche wereld moest spijzen, te bewaren. Er staat geschreven : « Die de zuiverheid des harten bemint, zal den Koning tot vriend hebben.quot; (Pro v. XXII. H.) r Zoo had de H. Jozef den eeuwigen Koning tot vriend, ja meer dan tot vriend, hijl had Hem als zijn Pleegkind aan zijne zijde. Onbedorvenheid brengt den mensch zeer dicht bij God, zegt de H. Geest (Sap. VI. 20.); en zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien, zoo sprak later Jesus zelf. Beide ondervond de H. Jozef; want zijne reinheid maakte hem waardig om dertig jaren lang te leven in den vertrou-welijksten omgang met zijn God; dertig jaren lang mocht hij zijne oogen verzadigen aan het heerlijke schouwspel : God in menschelijke gedaante.
Hoe zal in die dertig jaren de glans zijner zuiverheid zijn toegenomen door den gedurigen omgang met de twee volmaaktste toonbeelden van reinheid : Jesus
en Maria ! Men verhaalt van de Allerhei-
-------------^--
*!
£[:_____3lt;r__
282 BEK EN TWINTIGSTE DAG.
ligste Mangd Maria, dut een enkele blik harer oogen voldoende was, om zelfs bij de bedorvenste menschen achting en liefde voor de kuischheid te doen ontstaan. Wat zal dan haar dagelijksche omgang niet uitgewerkt hebben op den H. Jozef, wiens reine ziel zoo ontvankelijk wasvoor -de lichtstralen, die van Maria uitgingen! * Wat invloed zal het dragen en omhelzen van Jesus niet op hem uitgeoefend hebben ! Zeer schoon zegt dienaangaande de H. Franciscus van Sales : « De zon aan den i) hemel heeft maai- weinige dagen noodig, » om de lelie te doen schitteren door hare »blankheid. Wie zal dan begrijpen tot » welk een bewonderenswaardigen trap i) van volmaaktheid Jozefs kuischheid zich „ verhief, daar hij gedurende zoovele ja-ii ren, dag en nacht beschenen werd door ii de stralen der Zon van gerechtigheid ii (Jesus) en door die geheimzinnige Mor-ii genster (Maria), die aan Jesus al haar ii filans ontleent,quot;
Omdat nu de H. Jozef zoozeer in deze deugd heeft uitgemunt, is hij het Voor-heeld der kuischheid voor alle standen
-^--
EEN BK TWINTIGSTE DAG. ^83
geworden. Maar daardoor ook werd hij een bijzondere Patroon der zuiverheid. Een patroon toch is een beschermer. Stellen wij dan die kostbare parel onder zijne hoede. .\ls hij ze verdedigt, ilan zal ze ons niet worden ontroofd ; ja , zoo zij verloren is, kan hij ze terugbezorgen. Duizenden hebben het ondervonden. Zouden wij hetzelfde niet kunnen ondervinden? Of is St. Jozefs macht verkort ? Of zijne liefde tot de zuiverheid verminderd ? Noch het ren, noch het ander !
V oor li emen.
In elke bekoring teü:eii Je H. Deugd tot den H. Jozef onze toevlucht nemen.
VOORBEELD.
Dfi U. Jozef beschermer in de bekorinyen tegen de zuiverheid.
f
De zielen , welke een ijverigen beschermer en getrouwen bewaarder wenschen te hebben voor den kostbaren schat der zuiverheid , moeten niet ophouden den H. Jozef aan te roepen. Die Heilige toont de levendigste zorgvuldigheid om die deugd in zijne vereerders te bewaren. Zie-
W
284 EEN EN TWINTIGSTE DAG.
hier een voorbeeld, getrokken uit de kronij ken der beroemde orde der Carmelieten. Op zekeren nacht werd een godvruchtig persoon aangevallen door de hevigste bekoringen van den onzuiveren geest, waarvan de H. Kerk -smeekt, dat de Heer hare kinderen moge bevrijden. De strijd bleef den heelen nacht aanhouden; eindelijk bij het aanbreken van den morgen slaagde hij er in , zijn vijand op de vlucht te drijven. Op denzelfden dag was hij ^ op reis naar eene naburige stad , toen een man van een eerbiedwaardig uiterlijk zich bij hem voegde en tot hem zeide: „ Waarom hebt gij „ den afgeloopen nacht u den H. Jozef niet aan-„ bevolen en hem tot uwe hulp geroepen te „ midden der bekoringen en aanvallen, waaraan „ gij hebt blootgestaan De godvruchtige
persoon, ontstelde er over, dat zijne inwendige gesteldheid zoo ontdekt was en hij zocht naar een antwoord. Maar op hetzelfde oogenblik verdween degene, die hem had aangesproken en quot;y liet hem zoo in de vaste overtuiging, dat het niemand anders was geweest dan de H. Jozef zelf. Hij begreep daardoor, dat die Heilige verlangt, dat wij ons vertrouwen stellen op zijne machtige voorspraak , vooral in die voorvallen, waarin deze hem bijzonder welgevallige deugd eenig gevaar loopt.
*
(P. Patrignani. Devotion k S. Joseph.)
ït ^
135
GEBED.
Gedenk , o H. Jozef, allerzuiverste Bruidegom der Maagd Maria, mijn zoete Beschermer, dat het nooit gehoord is, dat iemand uwe bescherming ingeroepen en van u hulp gevraagd heeft, zonder troost te vinden. Door dit vertrouwen bemoedigd, verschijn ik voor uwe oogen en beveel mij met allen aandrang bij u aan. O, versmaad mijne bede niet, Voedstervader des Verlossers, maar neem ze in barmhartigheid aan. j Amen.
(300 dagen Aflaat eens per dag. Pius IX. 1 26 Juni 1863.)
w
Twee en twintigste Dag.
De H. Jozef, Voorbeeld en Patroon der jengd.
De wijsheid heb ik bemind en gezocht van mijne jeugd af. (Sap. V) II. 8.)
'.e H. Jozef wordt genoemd het ^voorbeeld en de patroon van alle staten en standen. Nu is er geen staat die meer voorbeelden en meer bescherming noodig heeft dan de jeugd. Mag ook zij in den H. Jozef een voorbeeld en een beschermer begroeten ? 0 , zeer zeker!
Wij zouden het ongetwijfeld moeten betreuren, dat de gewijde Boeken over de jeugd van den H. Jozef zulk een diep stilzwijgen bewaren , zoo wij niet wisten ,
-----
TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 337
dat het dc H. Geest was, die de hand der HH. Schrijvers bestierde en hun in de pen deed houden , wat Hij minder geschikt achtte, om voor het nageslacht bewaard te blijven. Ook daarin zij de Voorzienigheid geprezen. Maar als wij bedenken , wat de H Augustinus zegt1), dat nl. de H. Jozef, na van de erfzonde gereinigd te zijn, geheel zijn leven lang zijne eerste onschuld bewaarde; dat andere heilige schrijvers verzekeren, dat hij zoodanig in de deugd en in de genade bevestigd was, dat hij nooit eeiie zonde deed hoe gering dan ook, dan komen wij toch tot gevolgtrekkingen, die ons den H. Jozef doen kennen als een volmaakt voorbeeld voor de jeugd; dan zien wij een talrijken stoet van deugden rondom zijn hoofd eene kroon vormen zoo liefelijk en schoon, dat het ons minder verwonderen zal, juist hem later te zien uitgekozen tot Bruidegom van Maria en Voedstervader van Jesus. Laat vrij uwe verbeelding spelen en beschouw den H. Jozef te midden van dien stoet van deugden.
1) S. Aug. De uatura et gratia.
~5t
----2V----
TWEE EK TWINTIGSTE DAG.
V
Welke deugden versieren vooral een kind ? Is het niet die stipte gehoorzaamheid , die zich nooit iets tweemaal laat zeggen, maar op het eerste woord uitvoert , wat geboden wordt ? Is het niet die beminnelijke zuiverheid , die aan de jeugd zooveel overeenkomst geeft inet de Engelen ? Is het niet die liefde voor het ' j gebed, die reeds het kind zijne handjes doet vouwen en het aanspoort om vertrouwelijk te spreken met God, zijnen Vader? Is het niet die toegevende zachtmoedigheid , die nog geen wraakzucht kent'! is het niet die beminnelijke eenvoud, die geen veinzerij verstaat of geen bedrog vermoedt, het hart op de tong doet dragen en het reine oog maakt tot een spiegel der reine ziel ? Zoo mogen wij ons vrijelijk den ^ H. Jozef voorstellen in zijne jeugd. Gods genade toch blijft in eene schuldelooze ziel niet werkeloos, want, wie zuiver is van harte, verdient God te zien. 0 zalige kinderjaren , die aldus worden doorgebracht!
Als wij nu daarbij bedenken, tot wat verheven bediening de H. Jozef was voorbestemd , en welk een heilig leven later
#—
238
---^--
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
op zijne jeugd is gevolgd , wat verschijnt dan St. Jozefs jeugd in een liefelijk licht!
Van voor eeuwen had God het plan der Menschwording vastgesteld. Dat plan stond Hem voor oogen niet alleen als een geheel, maar ook in al zijne onderdeelen ; gelijk wanneer een bekwaam bouwmeester, alvorens een gebouw op te richten, dat gebouw met al zijne onderdeelen voor zijn geest heeft. In dat goddelijk plan nu was er sprake van den Eenigen Zoon Gods, | den Heilige der heiligen, die de wereld verlossen zou door zelf mensch te worden. Dam- was sprake van eene Moeder van dien Verlosser. En God haastte zich om die Moeder niet alleen te vrijwaren voor elke persoonlijke zonde, maar ze zelfs te behoe-^. den voor de erfzonde; zoo werd zij reeds aangekondigd bij het begin der wereld. Doch er ontbrak nog iets aan dat plan. Namelijk een persoon, die beiden: èn Jesus èn Maria, met zijne bescherming zou dekken. Waar dien persoon te vinden ? De Goddelijke Alwetendheid vond hem in Jozef. Ook hij dus moest door God tot zijne zending worden voorbereid. Hij moest
xt' ---
239
twee en twintigste dag.
worden geschikt, gemaakt, ora te passen in dat heerlijke plan Gods, waar niets dan zuivere bouwstoffen konden worden gebruikt. Moet dus de H. Jozef niet reeds van in zijne prilste jeugd gevrijwaard zijn geweest voor elke, ook de minste zonde ?
Zou het passend zijn geweest, dat hij, die ^ van zoo nabij moest medewerken in het ' : groote werk der Verlossing, zelf ooit zou hebben gewerkt, om de vruchten der Verlossing te beletten? H. Jozef, de groote gedachte, die wij hebben van Gods heiligheid en de liefde , die wij u toedragen ,
beletten ons, het te gelooven !
Een beroemd Bisschop') vergelijkt don H. Jozef zelf bij een kerkgebouw. Zie,
zegt hij, wat zien wij in onze kerken ?
Daar bezitten wij het H. Sacrament des . Altaars. Waar wordt dat bewaard? In het H. Tabernakel. Maar èn het H. Sacrament èn het H. Tabernakel worden op hunne beurt beiden overdekt door den tempel. Het H. Sacrament is Jesus; het H. Tabernakel verbeeldt Maria; de tempel
240
1
1) Mgr. Ch. Gay, evêque d'Anthedon, Confer, aux. Mères Chrét. torn. IT. S. Joseph.
W
TWEE EX TWINTIGSTE DAG.
2 U
den H. Jozef. Hij dekte beiden èn Maria èn Jesus met zijne bescherming.
Doch als wij een heerlijken tempel zien wiens ranke torenspitsen zich hemelhoog verhelfen, dan maken wij aanstonds het besluit, dat de fondamenten van zulk een gebouw wel goed moeten gelegd zijn. Welnu, wij zien den H. Jozef zich verhelfen als een tempel, waardig om den Zoon Gods en de Maagd der maagden te dekken en te beschutten. Moeten wij dan ook niet zeggen: hoe hecht en sterk moeten niet de fondamenten zijn van zulk een gebouw ? Het fondament van het leven, dat is de tijd der jeugd. Dat is de grondslag, waarop geheel het volgend leven rust. De Heer heeft van St. Jozefs leven een tempel gemaakt, schooner dan die van v Salomon. Zal Hij nu aan de grondslagen van dat leven minder zorg hebben besteed dan Salomon, van wien wij lezen, dat hij zelfs edelsteenen liet leggen in de fondamenten van zijn tempel ? Onschuld , reinheid , godsvrucht, eenvoud , gehoorzaamheid en zachtheid, dat waren de edelge steenten
.x \ n
die God neerlegde in de grond-
•3*1 K-'
45
|:
HZ TWEE BK TWINTIGSTE DAG.
slagen van St. Jozefs leven en die hem gemaakt hebben tot een voorbeeld dei' kinderjaren.
De H. Jozef is ook een Palt;rooB der jeugd, d. i. een beschermer. De Heiligen, die in den Hemel als bi jzondere Patronen in zekere omstandigheden worden aangeroepen, heli-ben dat gewoonlijk te danken aan een of ander feit in hun leven, waarin zij zich bijzonder machtig of medelijdend betoonden. Zoo is de H. Rochus de bijzondere patroon tegen pest en andere besmettelijke ziekten, omdat hij in zijn leven velen door die ziekte aangetastten verpleegde. De H. Aloysius is de bijzondere Patroon der zuiverheid , omdat hij ze op aarde zoozeer beminde. Zoo is de H. Jozef de bijzondere beschermer der jeugd , omdat hij zooveel gedaan heeft voor de jeugd van het Kind bij uitnemendheid, Jesus. .Veem hel Kind, werd hem gezegd door den Engel. En de H. Jozef nam Het en beschermde Het tegen het zwaard van Herodes, tegen honger en dorst, armoede en koude. Toen hem dat in Judea niet langer mogelijk was, vluchtte
hij er zelfs mede naar een ver, afgodisch land. -■-— ^----
-4*.
TWEE KN TWINTIGSTE DAG. 243
In ieder onschuldig kinderhart nu, daar ziet de H. Jozef Jesus ; daar rust het Goddelijk Kind als in een kribbetje van Bethlehem ; maar de zonde komt al zeer spoedig als een wreede Herodes. om dat Kind en die ziel te dooden. Duivel, wereld en vleesch bespieden de onschuld, en spannen strikken rondom zulk een kinderhart. Wien kunnen wij nu beter plaatsen als waker bij de onschuld der kleinen, dan u, o H. Jozef, die met zooveel liefde en met zoo goed gevolg den kleinen Jesus beschermd en verdedigd hebt'?
Naarmate godsvrucht en deugd toenemen in eene kinderziel, naar die mate neemt ook St. Jozefs bezorgdheid toe. Hij verheugt zich op aarde eene ziel te zien, die ^ - het liefelijke beeld van zijn beminden Jesus volmaaktelijk teruggeeft en dat beeld ongeschonden tracht te bewaren in reinheid en godsvrucht. Zoo was het voor den H. Jozef eene vreugde, Jesus te zien toenemen in jaren en in wijsheid en in behaaglijkheid bij God en bij de menschen.
Dat de jeugd dus den H. Jozef beschouwe
als een teederen Vade r. Aan hem ver----^---
TVVliü EU TWINTIGSTE DAG.
trouwe zij den schat barer onschuld en vrage om zijn bijstand in bekoringen en moeilijkheden. En dat niet alleen in de prille jeugd ; maar ook als de tijd komt voor de keuze van een levensstaat. Dat zij in dien tijd van gevaren en moeilijkheden den H. Jozef vereere en aanroepe , om den wil Gods te kennen en eene keuze te doen, die gelukkig maakt voor tijd en eeuwigheid.
Dat ook de ouders hunne kinderen aan hem toewijden, en zich verzekerd houden, dat, als zij hun eene teedere godsvrucht nalaten tot den H. Jozef, zij hun meer nalaten dan tonnen gouds. Dat zij er de proef van nemen, en zij zullen er zich in de eeuwigheid nog over verheugen.
V oornem eii.
Den H. Jozef aanroepen in alle bekoiiugen tegen ile H. Deugd, hem bidden om een zaligen staat.
VOORBEELD.
Hoe dn H. Jozef geholpen heeft om de slechte gewoonte van onzuiverheid te overwinnen.
In het jaar 1866 schreef een eerbiedwaardig Missionaris, die in de brandende luchtstrelcen
244
m-
TWEE EN TWINTIGSTE DAG.
van Afrilva zijn leven had toegewijd aan de op-voediug: der jeugd , aan den Zeereerw. Pater Huguet : „ In het ongelukkig land, dat ik bewoon» is de ondeugd als onafscheidelijk aan de kinder-„ jaren verbonden. Al zuchtende moet ik u .. verklaren, dat van de dertig kinderen tusschen „ de twaalf en vijftien jaar, sicchts één ikel „ het geluk heeft van zuiver te zijn. Al de „ overigen hebben van den zevenjarigen leeftijd af „ al de trappen van het kwaad doorloopen. Er „was waarlijk ef-n wonder noodig, om die jeugdige „ slachtoffers aan den duivel te ontrukken.
„ Ziehier het middel, dat de Hemel mij heeft ingegeven. Ik heb die kinderen de heilzame .. gewoonte doen aannemen van 's avonds hun geweten te onderzoeken , en daarna een gebed ,, te doen tot den H. Jozef. De kracht van dit „kort gebed tot den engelachtigen Bruidegom van „ de Koningin der Maagden is zoo wonderdadig , „ dat van de negen en twintig kinderen , er vijf v en twintig, die het gebed trouw gebeden hebben, „ niet meer iu hunne noodlottige gewoonte van zonde zijn gevallen, en dat sedert zestien „ maanden. — Mij dunkt, dat deze bewonderens-„ waardige uitkomst ten duidelijkste aantoont, „ hoe groot de macht en de liefde is van den „ H. Jozef om degenen te helpen, die hem in ,, hunne bekoringen tegen de zuiverheid aanroepen.quot;
245
-V
M
246
TWhK KN TWINTIGSTE 1'AG.
GEBED.
H. Jozef, die door uwe vroegtijdige deugd verdieud hebt, het voorbeeld te worden der jeugd en door uwe waakzame z«rg voor Jesus, ook waardig zijt bevonden haar Patroon te zijn, wij stellen de gansche Katholieke jeugd, die hoop der H. Kerk, onder uwe. bescherming. Waak, o H. Jozef, over hare onschuld ; verwijder van haar de gevaren , waarmede de duivel haar bedreigt en doe haar de strikken vermijden , waarmede wereld en vleeseh haar omringen. Neem het kind, en vlucht er mede iu het H. Hart van uwen Jesus, die u thans in den Hemel nog dankbaar is voor de zorgen , die iji) voor Hem gehad hebt op aarde. Amen.
~%rquot;
___
Drie en twintigste Dag.
He H. Jozef in het sterfuur.
I. ZTJNK DROEFHEID.
4«
*-
Zegt aan dcu rechtvaardige, dat het wel met hem staat; want hij zal de vrucht van zijne werken genieten.
(Is. TIL 10.)
een sterfbed was ooit zaliger dan dat van den H. Jozef. Daarom wordt hij door gansch de Kerk vereerd als de Patroon van een zaligen dood. Wat maakte dat sterfbed zoo zalig'? De tegenwoordigheid van Jesus en Maria; de kalmte en de gelatenheid , die de H. Jozef in dat oogenblik betoonde. Al was dat sterven zoo kalm en vreedzaam , al rustte Jozefs hoofd zoo zacht op
'
i* 1 /1
A-
DUIK KN TWINTIGSTE DAG.
Maria's arm en al lag zijne hand zoo warm in die van Jesus, verbeelden wij ons echter niet, dat dat sterven zonder droefheid was. Aan het kruis leed Jesus vreeselijk; maar dooi- een onbegrijpelijk geheim verheugde zich zijne ziel tegelijker-Hijd, denkend aan de volbrachte Verlossing. ■ Maria leed onder het kruis en toch verheugde zij zich, omdat dat lijden haar Moeder maakte van alle menschen. Zoo | bedroefde cn verheugde zich de H. Jozef tegelijkertijd, en dat wel nooit zoozeer als op zijn sterfbed. Wat leed dan de quot;H. Jozef'? Niet de ongemakken der lichamelijke ziekte, zegt de H. Franciscus van I Sales; want zijne ziekte was enkel de overmaat zijner liefde. Maar toch die liefde werd eenigermate de bron van zijn lijden.
Ligt er een brave huisvader op sterven, hebt gij dan nooit gezien , hoe tranen in zijn oog opwellen , als hij denkt aan het lot van echtgenoote en kinderen , die hij achterlaat ? De H. Jozef was niet bekommerd over het aardsche goed van Jesus en Maria ; daar was zijn geloof te groot voor ;
248
* *.
J*
.
m
DRIE EN TWINTIGSTE HAG. Ü'J
maar het lot dat Beiden wachtte, als de dagen van Jesus' lijden zouden aanbreken, dat stond hem in dat uur levendig voor den geest. Hij kende de H. Schriften en de voorspellingen der Profeten , hij was onderwezen door Jesus zelf; hij wist dus wat binnen weinige jaren zou gebeuren. S ■ Als nu zijne oogen vielen op Jesus, die aan zijne zijde stond, wat moest dan de II. Jozef denkenquot;? Dan dacht hij aan gevangenschap , aan boeien en beulen , aan geeselkolom en kruis. Moet dan , zoo denkt hij, dat beminnelijk gelaat ontsierd en besmeurd, dat H. Hoofd niet doornen gekroond worden? Moet dan dat gansche Lichaam door de geeselslagen verscheurd en zijne gezegende handen doorboord worden ? Moet Hij, de beminnelijkste van de kinderen der menschen, als een voorwerp van smaad en als een misdadiger worden opgeheven aan het vloekhout des kruises ? — Kon het anders ? Die gedachte bedroefde den H. Jozef.
Hij zag aan zijne andere zijde de Allerh. Maagd, zijne Bruid. Hij herinnerde zich nog levendig de voorspelling van Simeon ;
quot;ït-----ï
_J5
-*,---
DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
' Een zwaard zal uwe ziel doorhoren. (Luc. II. 35.) Dat zwaard was in aantocht, en, ofschoon nog op een afstand , wondde de gedachte er aan reeds St. Jozefs hart door : medelijden.
1 Dringen wij nog dieper door in de om-j standigheden , die dat heilig sterven ver-I gezelden. Scheiden van dierbaren valt -altijd hard; scheiden voor langen tijd, scheiden door den dood is nog zwaarder.
Ieder ander stervende, die braaf geleefd heeft, kan zich troosten met de gedachte; (i ik vind iets beters terug; vol vertrou-igt; wen ga ik naar mijnen God , naar den i' Hemel!quot; Dien troost had de H. Jozef niet! Waarheen ging hij ? Naar het voorgeborgte; want de Hemel was nog gesloten; God vertoonde zich nog niet van aanschijn tot aanschijn aan zijne uitverkorenen. Dc H. Jozef kon niet spreken : Ik weel, dal mijn Verlosser leefl.... mijne oofjen zullen Hem zien. (Job. XIX. 25.)
Zijn Verlosser leefde ja; zijne oogen zagen Hem nog aan zijne zijde; maar weldra zouden zij Hem niet meer zien; weldra zal hij zijn gezelschap niet meer genieten,
35(1
^5?
UfilE EN TWINTIGSTE DAG. l'n 1
/-ijnc zoete stem niut meer hooren, zijne zegening niet meer ontvangen. «Wat kan ii de heele wereld geven zonder Jesusquot;? » Zonder Jesus zijn is eene pijnlijke kwel-»ling, met Jesus zijn een zoet paradijs.... « Wie Jesus vindt, vindt een goeden «schat, ja , het onovertreffelijkste goed.
■ » Rn wie Jesus verliest, verliest al te veel » en meer dan de gansche wereld. Aller-igt; armst is hij, die zondei- Jesus leeft, en «allerrijkst, die goed staat met Jesus.quot; Zoo spreekt de vrome Thomas a Kempis (Imit. II. Vlfl.) over het bezit van Jesus. Dat hezit ging Jozef' verliezen Kn voor
hoelang.....
't Is voor ouders op deze wereld een onuitsprekelijke troost, een hunner kinderen aan het altaar te mogen zien of hem jfc op den stoel der waarheid het woord Gods te hooren verkondigen, terwijl de geloovigen rondom aandachtig luisteren naar dat woord. Wat zou het dan voor den H. Jozef een onbeschrijfelijke vreugde geweest zijn, zijn H. Pleegkind te zien optreden als T.eeraar en Wonderdoener in Israël 1 Wat zou zijn hart gejuicht
ri;__ll.______ «i*
252 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.
hebben, als hij die ontelbare scharen volks gezien had, die den Heere overal onafscheidelijk volgden, en als hij dan die goede lieden in hunne bewondering had
mogen hooren zeggen: Zulke woorden hebben wij nooit gehoord, zulke wonderen nooit gezien; waarlijk, daar is een groot Profeet onder ons opgestaan ! — De H. Jozef stond op het punt om die vreugde te genieten, toen zij hem ontsnapte; die vreugdebeker bereikte bijna zijne lippen , toen hij hem ontviel. Want God riep den H. Jozef, en aanstonds kwam hij, bereid zelfs tot de zwaarste scheiding.
Hij moest ook scheiden van zijne Bruid, Maria. 0, wat zal het voor ons eene vreugde zijn op ons sterfbed , te mogen denken: Weldra, weldra zal ik Maria mogen zien, die ik op aarde zoozeer bemind heb! Maar de H. Jozef ging sterven , en hij zon haar niet vinden daar, waar hij heenging. Zij maakte hem het huisje van Nazareth tot een paradijs. Zal de scheiding van haar hem niet menigen traan gekost hebben? Wij mogen het gerust veronderstellen.
gt;5.
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 353
Hoe gedroeg zich de H. Jozef bij al die zware offers ? Met David zal hij gezegd hebben : « Wat zal ik den Heere ivederge-* ven voor allen, wat Hij mij geschonken v heeft?quot; (Ps. 115. 5.) Tot antwoord bood de Zaligmaker hem den kelk des lijdens aan. Jesus zal later zeggen : « Zou i) Ik den kelk niet aannemen, dien de IIe-» melsche Vader Mij te drinken geeft ?quot; (Joan. XVIII. 11.) Zoo sprak ook Jozef met de woorden van David: «Ik zal den » kelk des heils aannemen en den Naam des gt;gt; Heeren aanroepen.quot; (Ps. 115.) Voorzeker, wat Jesus den H. Jozef thans aanbood, was wel een kelk des heils, een bron van zegeningen; (wat zou de beminnende Jesus anders aan zijn Voedstervader hebben kunnen geven ?) maar het was en bleef 'l niettemin een kelk van smarten. De H. Jozef behoefde niet te verlangen, gelijk de H. Paulus, ontbonden te worden, om met Christus te zijn. (Philip. I. 23.) Sterven was hem geen gewin, en wien zou het verwonderen, zoo hij gezegd hadde: niet sterven, maar leven, om met Christus en Maria te zijn ? Maar de H. Jozef dronk
_3V___
254 DRIE EX TWINTIGSTE DAG.
den kelk, dien God hem aanbood, en in volmaakte onderwerping was zijn woord : niet mijn, maar uw wil geschiede, o Heer, — mijn Jesus, in uwe handen beveel ik mijnen geest. Hij stierf, en Jesus en Maria sloten de oogen van dezen volmaakten rechtvaardige. ...
Wie huivert niet eenigszins, als hij denkt aan die laatste ure, die ook voor ons, wie weet hoe spoedig, slaan zal! 0, mocht ook ons heengaan dan zoo kalm en gelaten zijn als dat van den H. Jozef Doch laat ons vertrouwen i De H. Jozef heeft door zijne getrouwheid en onderwerping de genade verdiend, ons laatste uur te verzachten en ons te kunnen binnenleiden in het gezelschap van Jesus en Maria, met wie wii onafscheidelijk hopen vereenigd te zijn in den Hemel.
■Voornemen.
Met vurigheid den H. Jozef bidden 0111 een zaligen dood.
VOORBEELD.
Hoe een beschermeling van den H. Jozef in zijne verlatenheid de Sacramenten der stervenden ontving.
In de atleTerins? vaa Nov. 1879 van den DuitBchen
5$
DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 2oamp;
Sendbote van dcu H. Jozef, komt het volgende bericht voor, dat eens te meer aantoont, hoe de H. Jozef de patroon der stervenden is. De pastoor der Onze-Lieve-Vrouwekerk te Munster werd eens des nachts tot een zieke geroepen. Het buis, waarin de zieke woonde, werd hem nauwkeurig aangeduid. Terstond ijlt de pastoor naar het aangewezen huis, maar vindt daar alles in den diepsten slaap. Hij klopt en blijft kloppen ; eindelijk maakt men voor hem open , en op zijn vraag, waar toch de zieke was, die zijne hulp noodig had, ontvangt hij ten antwoord, dat daar niemand ziek is; er moest dus wel eene vergissing hebben plaats gehad. Het hoofd schuddend ging de pastoor weg. Maar, nauwelijks is hij te huis gekomen, of hij wordt wederom geroepen door deuzelfden man naar hetzelfde huis. — Daar kom ik reeds vandaanquot; , zeide de pastoor, „ daar is geen zieke.quot; — „ En toch is het zoo,quot; antwoordde de onbekende, „ in de bovenste ver- . dieping onder het dak van het huis is een oude 4* man aan het sterven.quot;
De pastoor gaat don weder op weg naav het hem aangewezen huis. Daar aangekomen vroeg hij aan die hem de denr opende, of er niet onder het dak een oude man woonde. „ Ja,quot; antwoordde deze , „ maar ik weet niet, dat hij ziek is; ten miuate nog kort geleden was hij goed sezond.quot; De pastoor laat zich nu naar den ouden man brengen en vindt hem werkelijk ziek, zeer
xT
350
zwaai ziele, liet sterven nabij. Deze mi had steeds tot den IJ. Jozef gebeden, dat hij he.» zon bijstaan in den laatsten strijd, en , zooals men ziet, niet te vergeefs. Hij ontving de HH. Sacramenten der stervenden en stierf nog in den denzelfden nacht. — Maar wie was de man , die den pastoor tweemaal had geroepen ? —
GEBED.
O Heilige Jozef, wiens sterven zoo zalig was, omdat gij u volmaaktelijk overgaaft aan den goddelijken wil, o , verkrijg ook ons de genade van een zaligen dood. Leer ons, ons zeiven daarop voor te bereiden door nu reeds met gelatenheid alles te aanvaarden , wat het Gode behaagt ons toe te zenden, opdat wij gereed mogen staan, als God ons het groote offer van ons leven vraagt. Verkrijg ons al de genaden , die daartoe noodig zijn. Amen.
Vier en twintigste Dag.
De H. Jozef op zijn sterfbed. ^
U. ZIJNE VREUGDE.
Dat mijn uiteinde aan het zijne gelijk zij. (Num. XXIII. 10.)
ras de smart, die de H. Jozef op ;zijn sterfbed moest ondervinden, ''groot, niet minder waren de zalige x vreugden, die in dat uur zijne ziel overstroomden. Met David mocht hij zeggen; Volgens de menigte van mijne smarten in mijn hart, hebben uwe vertroostingen mijne ziel verblijd. (Ps. 93.19.) o Zalig sterven ! o Vreuade, dié hem alle lijden deed vergeten en die hem nu reeds deed ondervinden, wat St. Paulus later zeide:
17
■t
*F
•jit
[:------
258 VIEB BN TWINTIGSTE DAG.
« Geen oog heeft het gezien, geen ooi- heeft » het gehoord , het is niet opgekomen in ii 's menschen hart, wat God heeft bereid ii voor die Hem liefhebben.quot; (i Cor. II. 0.) Jesus troostte hem; Maria was hem behulpzaam. Zegt dat weinige niet reeds genoeg?
' y Als in latere eeuwen sommigen van Maria's dienaars gingen sterven, dan verscheen hun die zoete Moeder, troostte hen, ja somtijds diende zij hun met eigen hand spijs of drank toe, die hun dan met eene heinelsche zoetheid vervulde en alle vrees voor den dood wegnam uit hunne ziel1). Wat zal zij dan niet gedaan hebben voor haren Bruidegom, haar trouwsten dienaar gedurende zoovele jaren! Niemand ter wereld was ooit zoo nauw met haar ver-bonden; hij had haar maagdom beschermd, haar voor steeniging behoed, haar altijd verzorgd met de grootste toewijding en opoffering. Nu zag Maria dien trouwen vriend en bruidegom heengaan. Zij zag, dat zij nog slechts enkele oogenblikken zijn
1) Zie o. a. Voorrechten en Deugden van Maria, pa^:. 174.
plt;
__^____rj*
TIER EN TWINTIGSTE DAG. 359
bijzijn zou kunnen genieten en hare liefderijke zorgen aan hem zou mogen besteden. Wat zal zij zich beijverd hebben, die oogen-blikken te benuttigen om hem alles te geven wat zij geven kon ! Om dat te begrijpen, zouden wij de zuivere, innige liefde moeten kennen, welke die twee zielen aan elkander verbond. Met hoeveel liefde zal zij hem ■' opnieuw een geschenk hebben aangeboden, dat vroeger den H. Jozef zoo bovenmate gelukkig gemaakt had, nl. haar heilig en onbevlekt Hart, dat meer waarde had dan alle goud en zilver en dat zij hem geschonken had op den dag barer echtverbintenis? Nooit had zij het teruggenomen ; maar nu schonk Z]j het opnieuw en met nog grooter toegenegenheid. De H. Jozef mocht toen ^op zijne beurt zeggen met de woorden van het Hooglied. (II. 14; IV. 11.) » Gij kek i mijn hart fiewond door een uwer oogslagen ;
» zoet is uwe slem, uwe lippen zijn als drui-» pende honingraat; — ondersteun mij, daar » ik van liefde kwijn.quot;
En wat deed Jesus'? Hij laat zijnen H. Voedstervader rusten in zijne armen en aan zijn Goddelijk Hart. Kon er zoeter
--^--
VIER EN TWINTIGSTE DAG.
y
rustplaats zijn, dan aan die bron van alle liefde , vreugde en genaden ? Liefelijk schouwspel! Zie , Jesns wischt met teedere zorg het doodzweet weg van Jozefs voorhoofd, Hij bewijst hem alle diensten, welke zijne liefde Hem ingeeft en de omstandigheden vorderen, o Zalige dienaar , voor wien de Heer der heerscharen zich aangordt, om hem te dienen! Het gebeurde eens, zoo lezen wij in het leven van de Zal. Anna Garcias, dat de Zaligmaker haar verscheen, terwijl zij bezig was de zieken te dienen. Hij belastte zich met de zorg voor eene der zieken en zette hanr spijs voor De zieke, die Jesus niet zag, werd vervuld van vreugde en vroeg na eenige oogenblikken aan Anna : « Wat » hebt gij mij toch gebracht ? Nooit heb » ik iets zoo smakelijks en aangenaams k gegeten!quot; Zij voegde er bij, dat zij ook in hare ziel een troost had ondervonden als nooit te voren. Zie, Jesus diende deze zieke slechts enkele oogenblikken; wat zal dan de H. Jozef niet ondervonden hebben , die Hem dag en nacht aan zijne zijde had !
-:----^----
VIEE EN TWINTIGSTE DAG. 261
Langzaam naderde de dood. Maar kalmte lag uitgespreid op het gelaat des Heiligen. Wat zou hij ook vreezen in dit uur ? Dat hij vreeze, die in zijn leven veel heeft gezondigd , of die eene groote waardigheid bekleedde, maar ze niet behoorlijk waarnam ; dat angst hem bekruipe , die de genaden Gods niet heeft weten te gebruiken of die onzeker is aangaande het lot, dat hem wacht in de toekomst; wien zal dat alles verwonderen ? Maar bestonden die redenen van vrees voor den H. Jozef ? Had hij gezondigd in zijn leven ? Als er ooit een leven was zonder zonde, dan was het 't zijne. — Had hij zijne groote waardigheid van Voedstervader des Heeren niet naar behooren bekleed ? De H. Kerk prijst hem om zijne getrouwheid. — Had p* hij de genade Gods verwaarloosd ? Nooit was voor hem eene inspraak des H. Gees-tes vruchteloos. — Was zijne toekomst onzeker ? Onmogelijk ; veeleer zal hij in de verte die heerlijkheid hebben mogen aanschouwen, die hem na de Hemelvaart van Jesus zou ten deel vallen. Had hij niet bij zich den Rechter over levenden
#■
Q----*,------
262 VIEE JSN TWINTIGSTE DAG.
en dooden ? Zal deze hem niet gezegd hebben : Vrees niet, o Jozef, want voor u is het woord : Kom, gezegende mijns Vaders ? Had hij niet bij zich den Eeuwigen Hoo-gepriester , Jesus Christus , die zegenend zijne priesterlijke handen over hem uitstrekte ? Wij achten ons gelukkig in het laatste oogenblik den Pauselijken zegen te ■ ontvangen met vollen aflaat. Maar Jozef had Hem bij zich, van wien de Paus maar een nederige dienaar is. Voor Jozef dus geen vagevuur, geen smart of pijn in de 1 toekomst; maar eene roemvolle zending , een kort verblijf in het voorgeborgte, met glorie en onverstoorbare vreugde in het verschiet!
« Beschouwtquot;, zegt de H. Leonardus a y.'l Portu Mauritio, « den gelukzaligen Patri-» arch in de armen van Jesus en Maria, igt; omringd van tallooze Engelen, Aartsenge-» len en Serafijnen, die zich in eerbiedige » houding voorbereiden tot het ontvangen » zijner heilige ziel. o God , wie zal ons »zeggen, met welke gevoelens Jozef in » dit laatste oogenblik vaarwel zegt aan
» Jesus en Maria ! Welke dankzeggingen,
gt;$' ^ ~
VIER EN TWINTIGSTE DAG. 263
» welke liefdebetuigingen , welke gebeden i) en smeekingen vloeien over zijne lippen! » Zijn oogslag spreekt, zijn hart spreekt, » alleen zijne tong zwijgt nu en dan; maar » zelfs zijn zwijgen is welsprekend. Nu » eens vestigt hij zijn blik op Maria, en i) Maria ziet op hare beurt naar hem, » en met welk eene liefde! Dan weer slaat x hij zijn oog op Jesus, en Jesus antwoordt » hem, o, met welk een teederen oogslag! » Hij neemt de hand van Jesus vast, » drukt die aan zijn hart, bedekt die met » kussen , besproeit die met tranen , en » zegt Hem van tijd tot tijd: Mijn Zoon , i) mijn welbeminde Zoon, ik beveel U mijne » ziel. o Jozef, indien gij de hand niet ii loslaat van Hem, die het Leven is, dan ii kunt gij niet sterven! 0, hoe zoet is • ii het te sterven als men de hand van ii Jesus vasthoudt.! . . . . Eindelijk zal de » ziel van 't lichaam scheiden. Zij neemt ii hare vlucht. Maar neen, zij keert terug » op het zien van Jesus en Maria. ... o «Jozef, gij kunt niet sterven, als gij uwe » oogen niet afwendt van Hem , die het ii Leven is! o Jesus, Jozef kan niet he-
-----!SF
--^--
VIEB EN TWINTIGSTE DAG.
264
i) nengaan als Gij zijne liand niet Inslaat! » H. Maagd , Jozef vertrekt niet, als gij « hem niet laat gaan! En Jesus heft « zegenend zijne hand op, Hij omhelst een » laatste maal zijn welbeminden Voedster-» vader en Jozef sterft in de omhelzing i) van Jesus !quot; Zijne ziel wordt onder het ^ quot; gejuich der Engelen gevoerd naar de plaats, waar zij de Hemelvaart des Heeren zal moeten afwachten, naar het voorgel)orgte, waar zij aan de heilige Oudvaders gaat aankondigen, dat de tijd van hunne Verlossing nabij is.
0, wie zon niet verzuchten , als hij dezen dood beschouwt,; « Mocht toch mijn ii einde aan het zijne gelijk zijn!quot; Maar juist door dat zachte, kalme, gelaten ^ - sterven in de armen van Jesus en Maria 4 is de H. Jozef de Patroon geworden van alle stervenden, o H. Jozef, doe het. ons ondervinden als ons unr van sterven gekomen is !
quot;Voornemen.
Dadelijks den H. Jozef ons stervensuur aanbevelen.
X.__lx
VIER EN TWINTIGSTE DAG. 266
VOORBEELD.
De grenadier , getrouw aan den H. Jozef.
Een grenadier, die ten tijde van Napoleon I diende in het 29stR regiment van 't leger van den prins van Ttalië, had een niet zeer geregeld leven geleid , vooral sedert hij was ingelijfd onder de Fransche vaandels. Zijn christelijke plichten had hij verwaarloosd ; van de gebeden , welke hij in zijne jeugd had geleerd, kende hij nog alleen het Wees gegroet en dit gebed tot den H. Jozef: H. Jozef, die de vader en beschermer zijt geweest van het heiligste huisgezin, dat er ooit bestond, wees, smeeken wij u , de vader en de beschermer van het onze en verkrijg voor ons een zaligen dood. Dit waren de eenige oefeningen van godsdienst , welke hij nog verrichtte; maar hij liet ook nooit na , eiken dag die gebeden te doen ; hij had zelfs zulk een vertrouwen in den H. Jozef, dat hij altijd zijnen naam in den mond had en hij hem aanriep in allen tegenspoed en moeilijkheden. Zijne kameraden, die hem zoo dikwijls den naam van dien Heilige hadden hooren herhalen, noemden hem spottend om zijne hooge gestalte, den langen H. Jozef.
Bij den slag van Laybach , in 1809, kreeg hij een kogel in het been. Zijn eerste kreet was terstond: „ o H. Jozef, 11. Jozef.quot; Te midden van al zijne pijnen hoorde men hem geen andere woorden uiten. Hij werd door de ambulance op-
geaouicn en naar een huis gebracht, totdat men
----^---
■V
266 VIER EN TWINTIGSTE DAG.
hem eene plaats kon geven bij de andere gekwetsten in het hospitaal. Naast de kanier, waar hij lag.-was een Fransch priester gehuisd , die daar zijne verzuchtingen vernam en die woorden : „o H. Jozef, H. Jozef.quot; Hij dacht, dat die soldaat godsdienst bezat en ongetwijfeld zeer verblijd zou wezen de hulp zijner bediening te kunnen ontvangen. Hij haast zich om hem te gaan opzoeken ; hij vindt hem bezield met christelijke gevoelens en geheel bereid om te biechten. Hij hoort zijne biecht, verzoent hem met zijnen God , en verlaat hem in vrede , kalmte en rust. Weinigen tijd daarna werd hij naar het hospitaal gebracht, waar hij een zeer stichtenden dood stierf onder de aanroeping van den H. Jozef. (Huguet. Devotion a S. Joseph.) GEBED.
o H. Jozef, Patroon der stervenden, wij huiveren bij de gedachte aan den dood en aan het oordeel, dat daarop volgen zal. Gij hebt niets van die vreeze ondervonden, o heilige Vader, omdat uw leven zonder schuld en uw sterven zoo heilig was ; maar wij, wat zullen wij antwoorden aan den Rechter, als Hij ons rekening vraagt over ons rentmeesterschap ? Béne gedachte troost ons. Die Rechter is uw Pleegkind ; Hij heeft u op aarde Vader genoemd en eert u nog als zoodanig in den Hemel/ o H. Jozef, gebruik dan uw machtigen invloed op Hem , om voor ons te verkrijgen een zaligen dood en een genadig oordeel. A.men.
IX
Vijf en twintigste Dag.
Dc H. Jozef in het voorgebor^te.
Het geschiedde nu, dat hij (Lazarus) stierf en door de Engelen gedragen werd in Abrahams schoot.
(Luc. XVI. 22.)
! ringt zich niet als van zelf aan onzen 'geest de vraag op : wat was het voorgeborgte, waarheen wij weteu, dat de (1. Jozef werd overgeplaatst? Want alles wat den H. Jozef betreft, boezemt zijnen vereerders belang in: Nazareth, Bethlehem, Egypte, omdat zij hem tijdens zijn leven herbergden ; het voorgeborgte , omdat het zoo lang de verblijfplaats was zijner heilige ziel. Wat was dan het voorgeborgte? Dat was eene plaats, zeggen de godgeleerden1),
1) Vide inter alios. Natal. Alex. De Symh. Art. VI. Migne Curs. Compl. Theol. torn. VI. p. 240.
w
JV-
268 VIJF EN TWINTIGSTE DAG.
waar de zielen der Heiligen, op welke geen vlek meer kleefde en die geen straf meer te boeten hadden, vóór de komst van Christus werden opgenomen. Daar leden zij geen pijn; eene blijde hoop op de Verlossing bemoedigde hen, en zij genoten eene vreedzame rust. Hunne eigenlijke, volledige zaligheid zonden zij eerst genieten als de weg der Heiligen zou zijn geopend door Jesus Christus, den Verlosser. (Hebr. IX. 8.) 't Was eene plaats van rust en troost, waar niets ontbrak aan het geluk der bewoners, dan het aanschouwen Gods. Daarom noemt de Heer Jesus het: Abrahams schoot, en zegde Abraham zelf van Lazarus tot den rijken vrek; Nu wordt hij hier vertroost, gij echter wordt gepijnigd. ^Luc. XVI. 25.) Daar bevonden zich de , ^ zielen der Heiligen van het Oude Verbond. Gaat gij hunne rijen langs, dan vindt gij daar onzen eersten vader Adam , met de moeder der levenden. Eva. Daar ziet gij den rechtvaardigen Abel, die viel onder de hand zijns eigen broeders; Noê, die de arke bouwde en aan den zondvloed ontkwam; Abraham, den man van geloof,
t
W
--^--
VIJP EN TWINTIGSTE DAG. 269
Mozes , David , Isaïas en duizenden , misschien millioenen anderen. Hadt gij hun gevraagd: Heilige mannen en vrouwen, wat ontbreekt aan uw geluk ? dan zouden zij u uit eenen mond geantwoord hebben; Och , of God toch zond Dengene, dien Hij beloofd heeft, het Lam, dat de wereld zal beheerschen en wiens bloed de sleutel van den Hemel zijn zal! En Adam en Abel hadden daarbij kunnen voegen; « Reeds meer dan drie duizend jaren wachten wij. o Heer, zend toch, dien Gij zenden zult!quot;
Naar die plaats vertrok de ziel des H. Jozefs, toen zij het lichaam verliet. Van den armen Lazarus lezen wij, dat Engelen zijne ziel voerden in den schoot van Abraham. Zal dan ook de ziel des H. Jozefs niet zijn uitgeleid door een stoet van Enge- , ^ len , daar hij de Voedstervader was van den Heer der Engelen ? Te meer, daar hij met zoo blijde tijdingen mocht heengaan naar die plaatsen, waar men zoo verlangend uitzag naar de ster, die op moest gaan uit Jacob ? Zie, ik Tiend mijn Afgezant, die den weg voor mijn Aanschijn
zal bereiden (Mal. III. 3), stond er geschre-
----^--
iSfe_____
37U VHF tN TWINXIGSTE DAG.
ven van den H. Joannes den Dooper. Die woorden mochten de Engelen vrijelijk toepassen op den H. Jozef'. Ja, hij was de Afgezant van God, die aan de H. Oud-vaders eene tijding mocht brengen, die hunne zielen zou doen juichen van vreugde. Wat was het op aarde niet een jubelen en juichen , toen daar uit den mond eens Engels de tijding weerklonk: Zie, ik verkondig u eene groote vreugde, welke voor gansch het volk zijn zal: heden is u een Zaligmaker geboren, welke is Christus , de Heer, in Davids stad. (Luc. II. 11.) Van dien Zaligmaker bracht Jozef tijdingen in het voorgeborgte, en o, ware het ons eens gegeven geweest, getuige te zijn van de vreugde , die daarop ontstond !
Als in een stad een hooggeroemde vorst ^ verwacht wordt, dan is alles in spanning; en als dan de vooruitgezonden renboden naderen, en luide verkondigen ; hij komt! hij komt! dan ontstaat eene geestdrift, die door de komst des vorsten alleen te over-treffen is. Zoo is het op aarde; vooral als die vorst een bevrijder of redder is, die zegen en geluk komt aanbrengen. Wie
VIJF EN TWIKTIGSTK DAG. 271
zal ons dan du vreugd dei' Oud vaders beschrijven, toen de ziel van den H. Jozef binnentrad in die heilige verblijven 1 Verheug u, o Adam, juich, gij moeder Eva; zingt blijde liederen, gij Mozes en David ; jubelt, gij Profeten ! Zingt vrij; Ik zal mij verheugen in den Heer, en juichen in Gucl, mijnen Jesus. (Hab. III. 18.) Want wat verkondigt u de H. Jozef? Van welke vreugde is hij de vooruitgezonden bode, van welk heil de Apostel ?.... Spoedig zal de Beheevscher komen, dien gij zoekt, den Grondlegger van hel verbond, waarnaar gij verlangt. Zijn nriain is de Sterke; de Wonderbare , de Vader der toekomende eeuw, de Vorst van vrede. Ziel, uw Verlosser zal komen ! Schatten en beloo-y. ning draagt Hij met zich; van alle eeuwen .X-heeft men het niet gehoord, en geen oog heef! hel gezien , wal Hij heeft weggelegd, V001- die Hem verwachten. Hij zal komen en niet lang meer vertoeven') / o Vreugde voor die H. Zielen ! Meer nog kon de H. Jozef zeggen. Op aarde moest hij zwij-
1) Malach. HI; Isaias IX. 6; LXII. 10. 11.
--JL-
272 VHP EN TWIKTIGSTK DAG.
gen over de grootheden van zijn Pleegkind ;
daar toch was hij schatbewaarder der geheimen Gods; maar nu zijn er geen beletselen meer. Nu mag hij aan alle gestorven geslachten verkondigen al wat hij wist van de grootheid van Jesus, en Maria's verhevenheid. Nu kon hij zeggen : « Ik zelf was zijn Voedstervader. De Heer zag neer op mijne geringheid; Hij verhief den geringe, en groote dingen deed aan mij de Machtige, en heilig is zijn naam. Mijne armen hebben Hem gedragen , mijne handen voor Hem gewerkt, mijne voeten zich voor Hem vermoeid. Dertig jaren lang heb ik Hem geleid en dertig jaren lang heeft Hij mij bemind en mij al geheimen der aanstaande Verlossing rnede-gedeeld. Die Maagd, die zijne Moeder was, was mijne Bruid. En weldra zullen zij beiden de laatste hand leggen aan dat groot verlossingswerk ; Jesus door te lijden en te sterven, Maria door met Hem mede te lijden en haar teergeliefden Zoon op te offeren aan het kruis!quot;
In blijde verwachting vlogen nu de jaren en maanden voorbij, tot eindelijk op
;^ 4*
-------^----^
VIJF EM TWINTIGSTE DAG. 273 j
Galvarië weerklonk : Het is volbracht. Met heerlijkheid omstraald daalde de ziel van Jesus Christus neer in 't voorgeborgto. Welk eene zaligheid voor den H. Jozef! Hij zag zijn Jesus terug, nu omgeven met den luister zijner Godheid, 't Is waar, Diens lichaam rustte nog koud en levenloos in 't H. Graf; maar ook dat zou wel- •' dra deelen in die heerlijkheid! Waartoe kwam de Heer in 't voorgeborgte ? Om aan de Heiligen, en meer bijzonder aar zijn H. Voedstervader, hunne verlossing aan te kondigen, niet in 't verschiet,
maar nabij; zij hadden zich gereed te houden, om bij de glorierijke Hemelvaart des Heeren deel uit te maken van den stoet, die Hem in triomf vergezellen zou bij de intrede des Hemels. Doch reeds nu, zegt de groote godgeleerde Suarez1), ontvingen zij tot loon datgene, waarnaar zij zooveel jaren verlangd hadden en wat nog aan hun geluk ontbrak, nl. de zaligende aanschouwing Gods. 0, wat werd toen eensklaps dat voorgeborgte veran-
1) De Desc. Chri ad Inf.
18
^----^
---A----
374 VIJF ïN TWINTIGSTE DAG.
derd in een Paradijs van geneugten, waarbij de vreugden van het aardsche Paradijs, maar droefheid zoudan schijnen ! Wat zal dan de H. Jozef, daar een heerlijk loon ontvangen hebben, hij , die in verdiensten en heiligheid zoo verre boven de anderen verheven was! ISu was het voor Jesus de tijd, om uit te voeren, wat Hij zelf op aarde gesproken had; De arbeider is zijn loon waardig (Luc. X. 7.); kom, gij goede en getrouwe dienstknecht, Ik zal u stellen over veel. (Mt. XXV. 23.) Wat rechtvaardig is, dat zal Ik ugeven. (Mt. XX. 4.)
Omdat ook de H. Jozef eenigen tijd verstoken is geweest van het aanschouwen Gods, daarom wordt hij beschouwd als een bijzondere voorspreker voor de zielen des vagevuurs, die ook zuchten: wanneer . zal ik komen en verschijnen voor het aanschijn des Heeren ? (Ps. 41. 3.) Och, H. Jozef, als gij zooveel macht hebt over die zielen , gebruik ze dan om haar te helpen j en haar te brengen voor dat aanschijn Gods, waarnaar zij zoo smachtend verlangen ; wij zullen u behulpzaam zijn door onze zwakke gebeden en geringe verdiensten.
________________
VIJ V EN TWINTIGSTE DAG. 375
quot;Voornemen.
De goloovige zieleu op eene bijzondere wijz? den H Jozef aanbevelen.
VOORBEELD.
De II. Jozef redt een kind van dun vuurdood.
Iu lijden, in gevaren , iu beproevingen, in y ziekte, in familiezorgen , — in tijdelijke en r seestelijke aangelegenheden. heeft de H. Jozef f te allen tijde en op alle plaatsen , waar en wanneer ook eene moeder met vertrouwen tot dien Heilige hare bede opzond, goedgunstig geholpen. Wel bewonderenswaardig is het , hoe hij eens in Tirol een kind van den vuurdood heeft bevrijd. Dit geschiedde op de volgende wijze:
In een huis was brand uitgebroken; geheel het huis stond reeds in de vlammen — en in ' den schrik had de moeder haar kind vergeten. Reddeloos scheen het verloren ; niemand durfde eene poging tot redding van het kind wagen. Toen wierp zich de moeder op de knieën, hief de handen ten hemel en bad met weenende oogen ; „ H. Jozef, aan u beveel ik mijnen Jozef; red mijn kind.quot;
En inderdaad, de kleine kamer, waar het kind in de wieg sliep, werd alleen van de vlammen verschoond, en met eene onuitsprekelijke vreugde sloot de gelukkige moeder weldra het wonderbaar geredde kind aan haar hart.
CSendbt. d. Hl. ,Tos. Juli 1878J
-------W----
276 VI.TF KN TWIKTIGSÏH DAG.
GEBED.
o H. Jozef, die door uwe blijde buodseluip vreugde gebracht hebt in het voorgeborgte der Oudvader? ; daar is nog eene andere plaats , die gij door een blijde boodschap kunt verheugen. Het is het vagevuur, o H. .lo/.ef. daal neder in den kerker dier arme zielen; verzacht hare pijnen; gij weet, wat het is, verstoken te zijn van Gods aan. : schouwen. Zeg haar: Komt, gij hebt genoeg geleden ; de tijd der eeuwige vreugde is daar 1' Betoon haar deze gunst, o H. .Tozef. Zij en wij, wij zullen er u eeuwig dankbaar voor zijn. Amen,
Zes en twintigste Dag.
St. Jozefs glorie in den Hemel.
Die de bewaarder is van zijnen heer, komt tot glorie. iProv. XXVIf, 18.)
uisteren wij eens een oogenblik Tnaar den beminnelijken H. Fran-ciscus van Sales: «Wij moeten » het voor zeker houden, dat de voorbede » van den H. Jozef in den Hemel eene « groote kracht heeft bij God, die hem «zoozeer begunstigde, dat Hij hem daar » met ziel en lichaam heeft opgenomen. Dat » is des te meer waarschijnlijk, omdat wij » op deze aarde van hem geene enkele » reliquie (althans van zijn H. Lichaam) » bezitten. Hoe zonden wij dnnr ook aan
-V'
4M-
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
» kunnen twijfelenquot;? Zou God die gunst ii geweigerd hebben aan den H. Jozef, aan ii wien Hij al den tijd zijns levens zoo » gehoorzaam geweest is '! Ongetwijfeld ii werd onze Heer reeds in het voorge-ii borgte aldus door den H. Jozef toege-ii sproken : Mijn Heer, gedenk , bid ik U, » dat, toen Gij van uit den Hemel op i) aarde kwaamt, ik U in mijn huis en in ii mijne familie heb opgenomen ; toen Gij ii geboren waart, heb ik U ontvangen in ii mijne armen. Nu Gij naar den Hemel
ii gaat, geleid mij met l..... Ontvang
» mij thans in uwe familie; neem mij in
ii uwe armen____draag zorg voor mij en
ii spijzig mij in het onsteiielijk leven ; want ii dat alles deed ik aan U op aarde.
278
» En daar het eene waarheid is, dat. ii uit kracht van het Allerh. Sacrament, ii hetwelk wij nuttigen, onze lichamen n zullen verrijzen in den dag des oordeels, ii hoe zouden wij er dan aan kunnen ii twijfelen, dat Onze Heer, Jozet met i) ziel en lichaam verheven zou hebben bij ii zijne Hemelvaart, daar toch de H. Jozei ii zoo dikwijls de eer en de gunst gehad
~fr
_____^__4^
ZES EN TWINTIGSTE DAG. 279
i) heeft Hem op zijne gezegende armen te igt; dragen. De H. Jozef is dan in den He-» mei met ziel en lichaam; dit is buiten i) allen twijfel. 0, hoe gelukkig zullen quot; wij zijn, indien wij kunnen verdienen i' deel te hebben in zijn heilige voorbede; » want niets zal hem geweigerd worden , - lt;gt; noch door Onze Lieve Vrouw, noch door - x » haren glorierijken Zoon1).quot;
Toen de H. Bernardinus van Senen eens te Padua predikte, riep hij met al de kracht zijner stem : lt;i Ja, de H. Jozef is ii verheerlijkt in den Hemel , met ziel en «lichaam!quot; En zie, terstond verscheen boven zijn hoofd een gouden kruis tot getuigenis van de waarheid zijner woorden2).
De H. Leonardus a Porta Mauritio past op den H. Jozef de woorden der H. Schrift toe : Al hare huisgenooten zijn gekleed in dubbele kleederen. (Prov. 31,-21.) De H. Jozef was huisgenoot, ja meer dan huisgenoot van Jesus en Maria; nu, zoo zegt de II. Leonardus, is ook, gelijk Jesus' en Maria's ziel en lichaam , St. Jozefs ziel en
1) Eutret. XIX. sub. lin.
2) Just. Miech. Disc. 120. ---^--
iJSO /.ES EN TWINTIGSIE DAG.
lichaam bekleed met het kleed der glorie, terwijl alle andere Heiligen zich nog slechte mogen verheugen in het enkele kleed hunner ziel.
Deze getuigenissen der HH. Leeraars lichten ons een tipje op van den sluier, waardoor St. Jozefs glorie voor ons ster-
lelijk oog verborgen is. Maar zij zeggen ons bij lange na niet alles. De H. Jozef ontving de glorie tot loon voor ziel en lichaam. Maar welk gewicht van glorie? Wij weten het niet en zullen het op aarde nooit weten, of het moest ons door God geopenbaard worden. Maar als wij een oogenblik nadenken over St. Jozefs waardigheid en getrouwheid , o, wat gaat dan de zon van St. Jozefs glorie heerlijk voor 5^, ons op; zij verblindt ons, hoe meer wij er . % op staren.
« Wie mij dienl, zegde de Heer , zal v door mijnen Vader geëerd worden.quot; (Jois XH. 26.) Wie heeft ooit meer en beter den Heer gediend dan Jozef '1 Het is voor de Heiligen des Hemels volstrekt geen oneer als wij zeggen : hoe volmaakt zij ook den Heer dienden hun gansche leven lang, de
-:---^-----
ZKS EK TWINTIGSTE DAG.
H. Jozel' heeft Hem altijd volinuukter gediend. Mocht hij dus niet boven alle anderen geëerd worden door God ?
Mij dunkt, zegt een oud schrijver1), daar moet, toen St. Jozef den Hemel binnentrad , een tooneel hebben plaats gegrepen, als weleer in het huis van den ouden Tobias. Diens zoon was pas teruggekeerd van eene gevaarlijke reis; een trouwe geleider had hem voor gevaren behoed en voerde hem schatrijk terug. En de zoon noemde al de weldaden op , die hij van zijn geleider genoten had. Nu beraadslaagden vader en zoon ; « Wat z-ullen wij hem lol loon geven'.'quot; (Tob. Xll. 2.) Zoo keerde Jesus, de Zoon des Eeuwigen Vaders, op den dag zijner Hemelvaart t,erug uit de verre gewesten der aarde, waar Hij drie en dertig jaren had doorgebracht. Hij had bij zich zijn trouwen geleider : Jozef. Zie Hem nu treden voor den troon des Vaders en hoor Hem zeggen ; \ ader, welke belooning kunnen Wij geven aan den rechtvaardigen Jozef? Dertig
381
1) Just, Miechoviensis. Discursus pracdicabi-ies in Lit. Laur. Disc. 120.
-■*-
.4*
ZES KN TWINTIGSTE l)AG.
38?2
y
4
jaren lang heeft hij over Mij gewaakt, Mij bemind , Mij verzorgd; hij heeft Mij geleid van Bethlehem naar Jerusalem, van Jerusalem naar Nazareth, van Palestina naar Egvpte; kwelling en vermoeienis heeft, hij voor Mij onderstaan. Ik was vreemdeling en hij heeft Mij geherbergd ; hij heeft Mij gekleed. Mij gespijsd in mijnen honger, gelaafd in mijnen dorst, Mij eenmaal zelfs het leven gered, toen hij Mij aan de woede van Herodes onttrok. Vader, wat zullen Wij dan geven, dat geëvenredigd is aan hetgeen hij voor Mij gedaan heeft ? Moet, waar Ik hen , ook mijn dienaar niet zijn ? (Jois XII. 20.) Zoo, zegt Gerson, ontving de H. Jozef eene plaats in Jesus' onmiddellijke nabijheid. De troon der Koningin des Hemels bleef nog open; want zij was nog op aarde. Maar voor Jozef zongen toen al de Engelen : Aldus zal geëerd worden degene, dien de Koning eeren wil! (Esth. VI. 0.) Dat woord was het eerst gesproken, reeds eeuwen geleden , voor Mardocheüs, den redder van koning Assuërus. Hij werd daardoor verheven boven alle dienaren
n______*_________i*.
ZES EN TWINTIGSTE DAG. 233
ties konings. Zoo, zegt de H. Leonardus a Portu Mauritio, zoo werd ook de H.
Jozef verheven boven Cherubijnen en Serafijnen , boven Engelen en Aartsengelen!
Daar is nog iets anders, wat ons eenig denkbeeld geeft van St. Jozefs glorie in den Hemel, 't Is de glorie zijner H. Bruid, t Maria. Waar de bruid is, daar moet de 'f bruidegom zijn. Maria's plaats is in het hoogste des Hemels boven Engelen en Aartsengelen ; welk besluit blijft ons dan over dan dat, wat zoo aangenaam is aan ons hart, nl., dat de H. Jozef zetelt in de onmiddellijke nabijheid van haar, met wie hij hier op aarde :!0 jaren lang maar één hart en ééne ziel uitmaakte'? Hij deelde in hare deugd en heiligheid op aarde; Hij deelde hare smart, hare -j* vreugde , hare vernedering en hare verdiensten ; en zou hij hare glorie niet dee-len ? Onmogelijk, zegt de H. Leonardus a Portu Mauritio1).
Maar zegt niet de vrome Thomas
Men herinnero zich hier wat vroeger gezegd is over hetgeen de H. Thomas zegt over de glorie der Apostelen. Zie blz. 56.
-----^
2.84 /.ES EK TWINTIGSTE DAG.
Kempis, dat wij over de verdiensten en de glorie der Heiligen niet moeten twisten1)? 'tls waar, maar hij /.egt ook, dat God aan de Heiligen zijne glorie geeft naar gelang van zijne genade. Maar dan geeft Hij ook aan den H. Jozef het meeste v glorie; want aan hem heeft Hij het meeste ^ genade gegeven. Of mocht hij de altijd vloeiende bron van genaden, Jesus Christus , niet de zijne noemen ? Welke Heilige mocht dat doen in die mate als de H. Jozef? H. Jozef, wij groeten u dan met den H. Leonardus: Sieraad der Heiligen , liid voor ons !
A7 oornem en.
De gunst van den H. Jozef trachten te bekomen, y _ door zijne eeu op aarde zooveel het in onze macht , is te bevorderen.
VOORBEELD.
X)c schanmle in de Biecht, overwonnen door de voorspraak van den H. Jozef.
Ten tijde dat de Eerw. Pater Darri zijn boekje wilde schrijven over de godsvrucht tot den H.
1) Lib. III. C. BS.
-^
ZES EN TWINTIGSTE DAG. 2S5
Jozef, ontving hij van zeker iemand een brief, waarin zij verhaalde wat haar zelf was overkomen door de machtige hulp van dien Heilige. Die persoon had eene groote zonde bedreven tegen eene gelofte, welke zij aan God gedaan had; maar zij kon de heillooze schaamte niet overwinnen , welke haar den mond sloot. Zij bleef eenigen tijd in Gods ongenade voortleven. Vervolgd door de knaging van haar geweten, zag di© ongelukkige wel in, dat zij nooit zou ophouden door inwendige droefheid gekweld te worden , zoolang zij dien doom , die er de oorzaak vau was, niet uit haar hart had uitgerukt; en dat hij er ook nooit zou uitgaan, of zij moest hare wonde bekend maken aan den geneesheer, die haar kon redden. Zij besloot den H. Jozef te hulp te roepen om van hem te verkrijgen, dat zij hare ellendig© vreesachtigheid zou kunnen overwinnen. Met dit inzicht bad zij negen dagen lang een lofzang en een gebed tot dien machtigen Heilige. Toen de noveen geëindigd was, gevoelde zij zulk een moed, dat zij over al de hinderpalen heenstapte. Zij wierp zich voor de voeten van een biechtvader sn bekende hem al hare zonden met de grootste oprechtheid. Van dien tijd af nam zij den H. Jozef tot haren leidsman en bewaarder van haar hart, en voortdurend droeg zij zijne beeltenis bij zich^ zelfs des nachts, opdat die haar een schild zou zijn tegen de slechte droomen. Daarenboven heeft zij verzekerd, dat de H. Jozef sedert niet heeft
quot;V ist
ZES EN TWINTIGSTE DAG.
opgehouden, haar met geheel bijzondere gunsten te overladen.
(P. Patrignani. Devotion a S. Joseph.)
GEBED.
o Groote H. Jozef, wat zijt gij hoog verheven eu hoe verheugen wij er ons over! Maar verbeet in uwe verheffing uwe arme kinderen op aarde niet. Wij zuchten nog in den kerker dezer wereld, waar wij grootelijks gevaar loopen van om te komen. Maar als gij voor ons zorgt, dan zullen wij de vrijheid der kinderen Gods bekomen en behouden. Zorg dan voor ons , o H. Patriarch , opdat ons oog toch eenmaal den luister moge aanschouwen, waarin gij in den Hemel straalt. Am.
2 SO
Zeven en twintigste Dag.
St. Jozefs macht in den Hemel.
Hij is een beschermei' van allen, die op Hem hopen. (Ps. XVII. 31.)
»11 zijne Bulle betreffende het Be-|schermfftest van den H. Jozef, (10 Sept. 1847), zegde Pius IX: Nu de H. Jozef in den Hemel met zoo groote glorie gekroond is, heeft hij eene nieuwe en wel eene geheel andere bedie-quot; ning dan op aarde ontvangen, van nl. door zijne overvloedige verdiensten en de kracht van zijn gebed onze mensche-lijke ellenden te genezen, en door zijne
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
» allerkrachtigste voorspraak te verwerven, » wat de mensch in zijne zwakheid niet k:m n bekomen, 't Is daarom, dat hij allerwegc » wordt aangeroepen als eei' goedertieren middelaar bij God en een hulpvaardige » beschermer.quot;
Behartigenswaardige woorden van den 5^1- Vader aller Christenen ! Ja, onze ellende en onze zwakheid zijn groot! Het weinige goede, dat in ons is, is van God. \an Hem moeten wij alles ontvangen. Van Hem moet komen het dagelij ksch brood ; van Hem de voorspoed in het tijdelijke; van Hem de zuiverheid ; van Hem de geest des gebeds, de vergiffenis der zonden, do volharding en vooruitgang in de deugd: van Hem een zalige dood en een genadig 3? oordeel. Daar moeten wij God om vragen-Maar God is zoo groot, en wij zijn zoo gering! En wat erger is: God is zoo heilig en wij zijn zoo zondig. Hoe zullen wij dus verkrijgen wat wij noodig hebben in onze ellenden ? 0, wat klinkt bij die sombere gedachte de stem van den Opperpriester bemoedigend over de wereld; Ziet op Jozef; hij zal door zijne aller-
288
____£__
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
krachtigste voorspraak verkrijgen, wat de mensch in zijne zwakheid niet kan bekomen.» Gelukkig, dat wij zulk een voorspreker hebben, en wel een voorspreker, die bij ! God twee dingen kan doen gelden, die niemand in die mate bezit als hij, nl. eene groote heiligheid en eene bediening, die ! hij jaren lang voor den Zoon Gods heeft uitgeoefend. God bemint zeker alle heilige en rechtvaardige zielen , omdat Hij in hen zijn beeld ongeschonden ziet, en van hen zegt Hij door den mond van den H. Petrus: « De oogen des Heer en rusten op de rechtvaardigen (1 Pet. III, 10.); en bij Isaïas : En Ik zal hen vei hoor en . vóór dal zij tot Mij roepen; terwijl zij nog spreken , zal Ik luisteren. (Is. 65. 24; cfr. Ps. 31. 5.) Dat . is nog veel meer waar van den H. Jozef. .[?€ Hein tooit een kroon van deugden, die de I kronen der andere Heiligen verre overtreft, Mogen de andere Heiligen eenigennate be- | schikken over de schatten van Gods genade; de H. Jozef mag dat doen in de ruimste male. Doet God den wil van die Hem vreezet), (Ps. 144. 19.) dan zal Hij dat zeker doen voor den H. Jozef, die, zooals de H. Al-
19
289
--^----
L. vlt;
--
TWINTIGSTE DAG.
ZEVEN EN
plionsus de Liguori zegt, alle Heiligen in verdiensten en glorie overtreft.
Maar hoezeer moet, niet ons vertrouwen op den H. Jozef toenemen, als wij eens denken aan de bediening, die hij op aarde bekleed heelt en nu nog bekleedt in den i Hemel!
r Wat was de H. Jozef? Hij was Gast-heer Gods. Daar was eens een koningszoon, die het land zijns vadeffe verlaten moest en als balling ging rondzwerven in 1 een vreemd land. Hij droeg de kleederen van een slaaf, om niet herkend te worden 't Werd nacht, en honger en koude deden zich gevoelen. Toen vond hij liefderijke huisvesting bij een armen werkman ; deze deelde met hem zijn brood en yj. werkte dag en nacht voor hem. Eens kwam er gevaar voor den koningszoon; men dreigde hem te dooden. Wat doet de arme man'? Hij wekt in alle haast zijn beschermeling, vlucht naar een ver land, brengt hem zoo in veiligheid en keert niet naar zijn land terug , vóór dat zijn beschermeling weer veilig is. Doch betere tijden braken aan De koningszoon
290
^ 5?
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
9.91
Lx y
f
t*
werd in eere hersteld en zelf een machtig koning. Nu riep hij zijn vroegeren beschermer en gastheer, die in vergetelheid leefde, tot zich aan het hof, bedankte hem voor zijne liefde, overlaadde hem met eer en stelde hem voor aan al zijne hovelingen , zeggende; « Ziedaar den man, » die mij in mijne ballingschap getroost !gt; en beschermd heeft; hij heeft mij het gt;lt; leven gered en duizend diensten bewezen, 11 die ik nooit genoeg zal kunnen vergel-ii den.quot; En als nu voortaan de burgers iets van den koning wilden verkrijgen, dan wendden zij zich altijd eerst tot dien gunsteling des koninirs : want als hij iets vroeg, dan werd het nooit geweigerd. Was het wonder, dat hij het overdruk K, kreeg met aanvragen? Maar altijd goed ..X en liefderijk , zoo was hij iedereen ten dienste en een schat, voor gansch het rijk. — Hebt gij den H. Jozef en zijn lie-schermeling erkend? Maar ook St. Jozefs rechten en macht ? De Zoon Gods kwam naar de aarde, gelijk wordend aan een slaaf. Wie huisvestte Hem ? Wie werkte en zwoegde voor Hem ? Wie deelde met
: S •
393 ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
Hem zijn brood'? Wie redde Hem het
leven? Zijt gij dat niet, o H. Jozef'?____
Maar de tijden veranderden. Jesus is gezeten op zijn glorietroon. Nu haast Hij zieh, den H. Jozef te roepen uit zijne vergetelheid , hem met eer ie overladen en hem aan geheel de strijdende, lijdende en zegepralende Kerk voor te stellen als den man, die Hem het leven gered en dertig jaren lang de grootste diensten bewezen heeft. Is het nu wonder, dat de geloovigen , die van God iets willen verkrijgen , zich wenden tot den H. Jozef, zeker zijnde verhoord te zullen worden, als hij maar een oordje voor hen spreekt? De deur van dien goeden voorspreker staat altijd voor ons open. K Ga die deur niet voorhij ; anders loopt f uw verzoek gevaar om onverhoord te blijven. Vrees niet, het hem te druk te maken; hoe meer hij zijne bediening mag uitoefenen , hoe aangenamer het hem is!
St. Jozef was meer dan Gastheer Gods; hij was ook Vader van Jesus; hij heeft op aarde bevelen mogen geven aan God,
en, zegt de H. Teresia, dat schijnt hij in
-----
•I' ^
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
293
het
is ast uit er-Ie,
te ren ste er, ü-H. en or en ii. pt ij-
te |
5;
ft
fx
den Hemel nog te mogen doen. Daarin is geen enkele Heilige hem gelijk , Maria altijd uitgezonderd, H. Antonius, gij hebt 0. L. Heer op aarde wel veel bemind, gij hebt zelfs eenigen tijd het Kindje Jesus op uw arm mogen dragen ; maar gij hebt Hem geen bevelen mogen geven. H. Joannes, gij rusttet wel op zijne borst, toch waart gij maai- een leerling. De H. Petrus heeft wel macht ontvangen om te binden en te ontbinden, en wat hij bindt of ont-bindt, wordt in den Hemel bekrachtigd; maar lie velen heeft hij nooit mogen geven; ja zelfs, toen hij het eenmaal waagde aan zijnen Meester te zeggen; Dit zij verre van U , toen ontving hij van den Heer een strenge berisping. — In den Hemel moeten alle Heiligen tot Jesus opzien als tot hunnen Meester ; Jozef alleen kan zeggen : mijn Zoon. Andere Heiligen kunnen zeggen : Heer , ik heb ü bemind en voor U gewerkt en geleden als Apostel, als Martelaar , Belijder of Maagd; — er is er echter maar één , die zeggen kan ; Ik heb voor L gewerkt als Voedstervader en U dertig jaren gehuisvest. Het verwondere
quot;^5r
-K----
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
ons daarom niet een groot schrijver te hoeren zeggen ; St. Jozefs gebeden worden opgenomen als bevelenquot;).
Welk een vertrouwen mogen wij dan niet stellen in den H. Jozef! Bij leven en sterven zij dan na Jesus en Maria de H. Jozef onze toevlucht: « Verheugt uquot; , zegt de H. Leonardus ;i Portu Mauritio, » godvruchtige dienaars van den H. Jozef, » want het Paradijs is dicht bij u. De » ladder, die er heen voert, heeft maar ii drie treden: Jesus, Maria en Jozef. Als ii onze smeekschriften ten Hemel opgestijgen, ii dan komen zij eerst in de handen van ii Jozef, Jozef biedt ze Maria aan , en Mail ria geeft ze aan Jesus. Het antwoord, ii langs dezelfde treden nederdalend, komt gt;1 uit Jesus' handen in die van Maria, en ■ » Maria stelt het Jozef ter hand. Jesus ii doet alles voor Maria, omdat Hij haar ii Zoon is, en Maria verkrijgt, alles in hoe-ii danigheid van Moeder; Jozef vermag alles ii in zijne hoedanigheid van Rechtvaardige, li van Bruidegom en van Voedstervader.quot;
1) Nou impetrat, sed imperat. Gers.
----r--^ ---
294
-41 ^
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
quot;Voorneineii.
lu alle moeilijkheden des levens, /00 tijdelijke als geestelijke, zich vertiouwvol tot St. Jozef wenden om hulp.
VOORBEELD.
Genezing eever doo(lelijke pleuris.
Zuster Joanna der Engelen , priorin der Ursu-linen van Loudun, was door eene doodelijke pleuris aangetast en de dokters hadden geene hoop meer om haar te behouden. Zij kreeg nochtans de gezondheid terug en wel door een blijkbaar wonder. Dit voorval werd in al zijne omstandigheden onderzocht, en in de processtuken er van, door den bisschop goedgekeurd, in't jaar 1637 gedrukt.
Ziehier in het kort, hoe de genezen priorin zelf in een brief hare redding beschrijft: „ Ik begon reeds de stuiptrekkingen des doods te ondervinden, was van het gebruik mijner zintuigen beroofd , maar bleef geheel bij kennis. In dien toestand kreeg ik een visioen : er verscheen vóór mij een groote en witte wolk : aan de eene zijde zat mijn Engelbewaarder in de gedaante van een zedig jongeling, in de eene hand had hij eene brandende kaars : aan de andere zijde was mijn glorierijke vader, de H. Jozefj zijn gelaat schitterde als de zon en hij vertoonde eene meer dan menschelijke waardigheid : overigens had hij het uitzicht van iemand tusschen de veertig en vijftig
--^
295
*L
li i-k-
ll:
---*,---
ÜEVKN EM TWINTIGSTE DAG.
jaar..... Hij richtte zich tot mij en met zijne
rechterhand zalfde hij mijne zijde met olie of een zeker vocht, dat ik uoe terugvond na de verschijning: op hetzelfde oo^enblik was ik ge. nezen en maakte het bekend aan die tegenwoordig waven.quot; — Zij stond op van haar bed , waarop zij reeds 14 dagen had gelegen, met een aanhoudende kooits, ziek tot den dood, met vreeselijke pijnen in de zijde, nadat zij door negen aderlatingen zoozeer was verzwakt, dnt zij zich zelve niet meer kon bewegen. Allen stonden verbaasd bij zulk eene plotselinge genezing ; maar niemand meer dan een Calvinistisch geneesheer; toen hij namelijk het vertrek was binnengekomen, het bed ledig zag en allen rondom neergeknield, kwam zij, die hij stervend waande, in haar kloostergewaad met een blij gelaat hem te gemoet. Toen hij haar zoo gezond en welvarend beschouwde , aarzelde hij eerst vol verwondering, en eindelijk bekennend, dat bij God niets onmogelijk is, verwijderde hij zich geheel ontsteld. Op dit wonder zijn nog andere gevolgd; Het doekje, dat men gebruikt had om de geheimzinnige olie af te droaen , bleef een aangenaquot; men senr behouden , en nos verscheidene wonderbare genezingen zijn daardoor geschied.
(Bolland. 19 Maart § XT.) GEBED.
o Machtige H. Jozef, wij naderen tot voor den troon , waarop nwe heiligheid en uwe waar-
396
-^__
_^
297
ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.
digheid u verheven hebben, en bidden n, dat gij te onzen voordeele dè macht gebruiken wilt, die n in den Hemel gegeven is. Gij zijt ook onze Vader, zorg dan voor uwe kinderen ; wij zuchten in allerlei ellenden van ziel en lichaam ; maar als gij ons helpt, dan zullen wij blijde den Koning dienen. Ameu.
-V
Acht en twintigste Dag.
St. Jozefs macht in den Hemel.
li.
Mijne liefde is met u allen. (1 Cor. XVI. 2-li)
[a de Allerheiligste Maagd Maria is fer in den Hernel geen Heilige, wiens macht zoo uitgestrekt is als die van den H. Jozef. Zijne macht is algemeen. In welken zin ? Zij strekt zich uit tot alle zaken en allerlei personen. Reeds de groote H. Kerkvader Bernardus zegt (en zijne woorden zijn naderhand door de H. Teresia en door den II. Leonard us iï Porta Mauritio herhaald): «Aan sommige Heiligen » heeft God de gunst verleend van tot be-
vj.
ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 2Ü9
» schermers te dienen in deze of gene zaak ; » maar het verinogen van den H. Jozef » strekt zich uit tot alle zaken.quot;
Inderdaad, gaan wij de rijen der Heiligen na, dan vinden wij b. v. de H. Lucia en den H Blasius toegerust met eene bijzondere macht om keelziekten te genezen. De stndeerende jeugd en de mannen der ' wetenschap wenden zich tot den H. Thomas van Aquinen ; de ooglijders roepen de H Odilia aan. En wie heeft niet de hulp ondervonden van den H. Antonius, als men iets verloren had'? Welke huismoeder kent niet de macht van den H. Cornelius tegen de stuipen der kinderenWie riep te vergeefs den 11. Aloysius aan in bekoringen tegen de zuiverheid ? Zoo zijn er honderden andere Heiligen. Maar zij schijnen slechts voor ééne zaak te staan ; zij zijn onze voorsprekers maar in een of anderen bijzonderen toestand. Niet zoo , zeggen de Heiligen en godvruchtige schrijvers , is het met den H. Jozef gelegen. Waar anderen slechts zalf hebben voor ééne wond , daar heeft hij het geneesmiddel voor elke kwaal van ziel en lichaam*
f
ACHT EN TWINTIGSTE DAG,
soo
Hij kati helpen in het verdienen van het dagelijksch brood ; hij kan aan de zwakken eene krachtige zuiverheid bezorgen ; hij kan ons helpen om den geest des gebeds te verkrijgen; hij is de ouders behulpzaam bij de opvoeding der kinderen , die hun door God zijn toevertrouwd ; hij verkrijgt quot; ons de gunst, gelukkige reizen te doen niet alleen door de wereld , maar ook de groote reis naar de eeuwigheid; ja, noem eens iets, waar St. Jozefs macht zou te kort schieten.
En niemand ter wereld behoeft te denken, dat hij van St. Jozefs hulp zou zijn uitgesloten. De H. Jozef toch heeft aan alle menschen , voor wie Jesus gestorven is, eene groote weldaad gedaan, toen hij op '. aarde leefde. Voor allen heeft hij Jesus verzorgd, bewaard gevoed, gered, opdat Hij eenmaal voor allen zou kunnen optreden als Leeraar, Hoogepriester, Wetgever, Verlosser en Middelaar. Hij was op aarde ons aller zaakwaarnemer en daardoor heeft hij verdiend, het in den Hemel nog te zijn, Gelukkige zaken, die zich bevinden in de handen van zulk een zaakwaarnemer!
TT
ACHT EN TWINTIGSTE DAQ. 30]
Hebben wij op aarde een proces, dan nemen wij ook een advokaat of zaakwaarnemer. Maar welken advokaat nemen wij bij voorkeur? Zulk een, die berekend is voor zijne taak en reeds veie processen tot een groed einde heeft gebracht. Is de H. Jozef zulk een advokaat ? 0 , hij is berekend voor alle zaken, hoe talrijk en ingewikkeld die ook zijn ! Dat niet alleen ; maar als hij bij den oppersten Rechter eene zaak begint te bepleiten , dan is zij reeds gewonnen ; want de Rechter is zijn Zoon ; en als hij dan spreekt van Bethlehem, met al de armoede en kwelling daar geleden ; als hij de ellenden , de honger en dorst dei-woestijn en het bittere brood dei- ballingschap in het geheugen des Rechters terug-^- roept; als hij wijst op al de druppelen .pf zweet voor Hem gestort, als hij zijne handen vertoont , die vereelden in zijn dienst en dan zijne pleitrede besluit met de woorden : « Dat alles , o Jesus , was voor 1',quot; zal de Rechter tegen zulke beweeggronden bestand zijn ? Onmogelijk, want wij mogen niet veronderstellen , dat het liefdevolle, beminnelijke Hart van Jesus
«fc__amp;______
302 ACHT EN TWINTIGSTE DAG,
een steenen hart is, waar geen dankbaarheid of wederliefde woont.
Heeft hij reeds vele processen gewonnen ? 0 , konden wij ze eens oproepen , allen , die eene gunst door den H. Jozef bekomen hebben, wat zouden wij heerlijke getui-senissen vernemen ! Wij zouden niet verder behoeven te gaan dan de plaats onzer inwoning, en de een zou ons zeggen: ik heb door hem de zuiverheid bekomen ; een ander een zaligen staat, een derde zegen in tijdelijke zaken. Och , dat alles zou slechts eene voortdurende bevestiging zijn van het woord des H. Bernardus; de H. Jozef is de voorspreker in alle nooden, «reen enkele uitgezonderd.
En is die voorspreker altijd toegankelijk ? Waarom niet ? Hij is geen advokaat, ■r die zijne bediening slechts met weerzin waarneemt, of wien het om het voordeel te doen is. Wij mogen van den H. Jozef gerust veronderstellen, dat hij in den Hemel eenigermate dezelfde gevoelens heeft, als al wie eene bediening uitoefent op aarde. Een geneesheer heeft gaarne vele patiënten , een leeraar vele leerlingen, een
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
priester vele toehoorders, een advokaat vele processen. Zoo wil ook de H. Jozef in den Heinel het druk hebben met zijne bediening van zaakwaarnemer onzer belangen Hij ziet daarbij niet op rijkdom of armoede; wie het meest zijne hulp noodig heeft, die ontvangt ze, en de eenige voorliefde die hij heeft, is voor de -ongelukkigsten.
Zullen wij dan niet dikwijls den H. .Jozef dat genoegen willen doen van voor ons op te mogen treden bij God, «Allen,quot; zegl do 11. Alphonsus de Liguori1), «kun-lum met een vast vertrouwen tot den H. Jozef hunne toevlucht nemen ; en hoewel hij meer genegenheid toont aan.de rechtvaardigen , zijn echter de zondaars niet uitgesloten; niet door den H. Jozef, die toch ook voor de zaligheid der zondaars Jesus heeft opgevoed ; — niet door Jesus, die ook ten gunste der zondaars den H. Jozef verhooren wil, omdat deze Hem uit de handen van Herodes en der handlangers VHii Satan bevrijd beeft.quot; Die algemeenheid van St. Jozefs macht
1) Serm. de B. Jos.
303
-
42É. 1 xt
■*k
ACHT EN TWINTIGSTE DAG.
schijnt ons ook de H. Kerk op het hart te willen drukken. Zij vergelijkt ze met de uitgestrekte macht, welke de eerste Jozef bezat in Putifars huis; want, zegt zij in hare getijden ter eere van den H. Jozef ; ii Hij heeft hem gesteld als vorst » over al zijne bezittingen. ... De Heer „ heeft mij gemaakt tot Heer over geheel » zijn huisquot;.... De bezitting nu des Hee-ren , dat is zijne H. Kerk, dat is de lijdende , strijdende en zegepralende vergadering van alle geloovigen. En over die allen is de H. Jozef aangesteld tot vorst, tot helper en beschermer. Voor Jesus en Maria kan liij niet meer zorgen; zij heli-ben in den Hemel zijne hulp niet meer noodig; maar hij kan en wil het nog doen •K, m(;t de grootste liefde voor ons , die de ledematen, de aï'beeldsels zijn van Jesus , van welke Deze zelt zegde; Wal gij een dezer gedaan hebt, dat hebt gij Mij gedaan. (Mt. XXV. 40.)
Hoe treffend zegt dan ook de H. Tere-sia ; « Ik weet bij ondervinding , dat de » H. Jozef ons in alles ter hulp komt. ii Andere personen, wien ik aangeraden heb
304
ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 305
»zich aan hem te bevelen, hebben het ii evenals ik ondervonden. ... Die onder-» vinding deed mij verlangen, om alle » menschen te kunnen overhalen tot een « groote devotie jegens den H. Jozef..... » Hen, die mij niet gelooven, bid ik in » den naam van God, het te beproeven , ii en , door eigen ondervinding geleerd , » zullen zij tot de overtuiging komen, hoe ii voordeelig het is tot dien grooten Patri-ii arch zijne toevlucht te nemen.quot; Waarom zouden wij deze proef niet nemen'.' Wij kunnen daarbij niets verliezen; integendeel veel winnen. Wat kunnen wij daarbij winnen ? « Vooral drie zaken zegt de H. Alphonsus de Liguori: «de ii liefde tot Jesus, de vergiffenis onzer ii /onden, de volharding ten einde toe in » het goede.quot; H Jozef, verkrijg ze ons! Voornemen.
Ons naar ziel en lichaam stellen in St. Jozefs handen.
VOORBEELD.
Genezing van het graveel.
Elisabeth Sillivorts, eene zuster uit het klooster van .... werd, twee en veertig jaren oud /ijiidc.
20
rl-.__---
306 acht en twintigste oag.
lt;lïie maanden lang gekweld door de smarten van het graveel. Verschillende dokters werden geraadpleegd , maar geen hunner kon haar van die kwaal verlossen of hare pijnen verzachten en allen oordeelden , dat zij er van moest sterven. Zoo dan, vau alle mensehelijke hulp beroofd, nam zij hare toevlucht tot haren hemelschen
] geneesheer, den H. Jozef, dien zij te voren reeds X, met groote godsvrucht had bemind en vereerd. - X (quot;lm zijne hulp en bescherming over zich af te trekken, besloot zij dag en nacht een koordje te dragen, dat onder zijne aanroeping was gewijd ; daarbij voegde zij, met verlof harer overste, godvruchtige oefeningen, offej-s , verstervingen en beloften , en verzocht ook anderen zich met haar te vereenigen. Zij was zoo vol vertrouwen, ook na meeidere gebeden, novenen en beloften, dat zij tot hare overste zeide : „Houd u verzekerd, dat met de hulp van den H. Jozef ik zelf levend aan u Jen steen zal overhandigen.quot; Eindelijk na lang aanhouden van haar vertrouwvolle smeekingen, .p op den 10 Juni van 'tjaar 1649 werd zij verlost van een steen, die de grootte had van een zeer irroot hoenderei. Zij bracht dien, zooals zij zoo dikwijls beloofd had, aan hare overste ; en geheel het convent dankte met haar den hemelschen beschermer, den grooten II. Jozet. Van toen at aan was alle pijn geweken, zij bleef zoo gezond als ieder ander, en overleefde hare redding nog 7 jaren. Een protestantsch geneesheer, toen hij
X
-----^--
acht ex twintigste dag.
3U7
dien steen had gczieu en gehoord had, hoe de zuster er van bevrijd was zonder snijding, zonder letsel of smart, bekende openlijk dat, ofschoon hij ten opzichte van den godsdienst van een ander gevoelen was, hij hier overreed was om te geloo-ven, dat deze genezing alle natuurlijke macht te boven ging.
(Acta Sanctorum. Bolland. 19 Maart ^ 10.)
--^
GEBED,
o Machtige H. Jozef, zie ons aan uwe voeten I AA elke geestelijke en lichamelijke ellenden zijn niet ons deel! Maar wij zijn gelukkig in u een voorspreker te bezitten, die medelijden heeft met al onze kwalen; en dat niet alleen; (waut medelijdende personen vinden wij ook op aarde); maar wij hebben in u een voorspreker, een helper, een verzorger, die al onze wonden genezen kan. H. Jozef, met vertrouwen wenden wij ons dan tot u; toon aan ods uwe macht; hoe meer ellenden gij in ons te genezen vindt, hoe roemrijker uwe taak is. H. Jozef, onze zaligheid is in uwe handen I Help ons en genees ons. Am.
Negen en twintigste Dag,
l)e H. Jozef' en de H. Kerk.
*1
Bewaar liet toevertrouwde pand. (1 Tim. VT. 20.)
r bestaat een geheimzinnige band tusschen den H. Jozef en de H. Kerk. een band door God zelf gelegd, toen ! Hij den H. Jozef aanstelde tot heer en ' bestierder over zijn huis en al zijne bezit-tingen en tot bewaarder van zijne kostbaarste schatten. Dat huis Gods, die bezitting des Heeren was zeker op de eerste plaats het H. Huisgezin van Nazareth, waar het kostbaarste van Hemel en aarde aan Jozefs zorgen was toevertrouwd : Jesus en Maria.
Dat H. Huisgezin des Heeren bestaat nog.
K
j,---1 5^quot; * 5«
X'
NKGKN tx TWINTIGSTE DAG. 309
Wel is de H. Maagd Maria gloriei'ijk ten Hemel opgenomen , wel is Jesus gloriei'ijk tot zijnen Vader teruggekeerd, wel is de , H. Jozef sinds meer dan 1800 jaren den dood der rechtvaardigen gestorven; maar | die H. Familie van Nazareth is opgevolgd door de H. Familie der Katholieke Kerk. . De kleine Familie van Nazareth was het \ voorafbeeldsel van die groote Familie der H. Kerk , welke door Jesus is gesticht.
Welk deel nu heeft de H. Jozef gehad aan die stichting ? Daar moge de volgende ! gelijkenis, door den H. Vincentius Ferre-rins') gebruikt, het antwoord op geven, j Te Constantinopel had men door de bij-dragen der geloovigen eene kerk gebouwd. | Op den dag der plechtige inwijding, zag men : eensklaps in gouden letters op den voor- ' gevel deze woorden schitteren : « Sophia heeft mij gebouwd.quot; Verbaasd over zulk I een wonder, zocht men overal die Sophia, i Eindelijk vroeg men aan eene arme vrouw, die Sophia heette, wat zij dan toch wel 1 ten geschenke had gegeven tot opbouw van dien tempel. Zij antwoordde: « Daar ik !
1) S. Vino. Kerr. Serm. V, in Dom. Sept.
____________^r
31Ü NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
niets anders had, heb ik aan de vermoeide en hongerige ossen, die hout en steenen aanbrachten, een handvol hooi gegeven, opdat zij beter in staat zouden zijn, hunne wagens te trekken.quot; Om dien geringen dienst, werd haar door God de stichting dier kerk aangerekend als haar werk.
Passen wij dit eens toe op den fl. Jozef en op de 11. Kerk , die niet. bestaat uit stoB'elijkc steenen, maar uit onsterfelijke zielen. Die Kerk overdekt als een heerlijk gebouw de gansche aarde. Üit hare voorportalen vloeien zeven stroomen , waaraan de wereld zich komt laven, de HH. Sacramenten. Wie heeft die Kerk zoo heerlijk, zoo krachtig, zoo onvergankelijk gegrondvestquot;? Dat heeft Jesus Christus gedaan. Waar heeft Hij de fondamenten gelegd van dien reuzenbouw, die alleen veel meer onze bewondering verdient dan de zeven wonderen der wereld te zamen ? Dat heeft Hij gedaan in het huisje van Nazareth ; daar heeft Hij in eenzaamheid en gebed den grondslag gelegd, waarop later de Apostelen en hunne opvolgers hebben voortgebouwd. Wie voedde Hem op tot dat groote
---;---------
----__4*
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. 311
werk '? Wie was Hem daarin behulpzaam'? Wie verzorgde Hem, wie waakte over Hem, opdat Hij ongestoord zijn grootsche plannen zou kunnen uitvoeren ? Dat was de H. Jozef. Als dus de arme Sophia door God beschouwd werd als stichteres van Constantinopels tempel, wat dan te zeggen van den H. Jozef'? Hoe hebben wij hem dan te beschouwen, hem, die dertig jaren lang den Stichter der Kerk behulpzaam was in het fondeeren van dien reuzenbouw,
niet als Apostel, niet als Martelaar, (want dat was zijne roeping niet,) maar als Verzorger van Jesus Christus ? Met voor Hem te zorgen, zorgde de H. Jozef voor ons, die de levende, onsterfelijke , uitgezochte steenen zijn, waaruit de H. Kerk bestaat. Voor ons heeft hij het Hoofd der Kerk , -P* haar Koning, haar Wetgever, haar Hooge-priester opgevoed. Daar mag de H. Kerk hem wel dankbaar voor zijn, en inderdaad zij is er hem dankbaar voor, door den H. Jozef te vereeren als haren Patroon en machtigen Beschermer.
De schatten van het huis des Heeren , de H. Kerk, dat zijn hare HH. Sacramenten,
4
312 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
waardoor ons de genaden, ter zaligheid noodig , toevloeien. Die schatten waren als in haren Oorsprong besloten in onzen Heer Jesus Christus, den Insteller der HH. Sacramenten. Door wie zijn ons die HH. Sacra-nienten geworden ? Wie heeft voor ons die bronnen bewaard ? Wie heeft verhinderd , dat die bronnen reeds bi] haar ontstaan door Herodes gestopt werdenquot;? Wij mogen zeggen ; de H. Jozef. Deze ontving Jesus in zijn huis. En dat niet in zijn eigen naam of tot zijn eigen voordeel alleen; maar uit naam van alle geslachten des Ouden Verbonds, dat met den H. Jozef besloten werd; uit naam ook van geheel het Nieuwe Verbond, zegt de H. Bernardinus, van al de toekomende geslachten, voor welke Jesus Christus, Verlosser en Zaligmaker zijn zou. ^ De H. Jozef was dus als het ware de brug tusschen het Oude en Nieuwe Verbond. Hij behoorde tot het Oude, als de laatste der Patriarchen; maar ook tot het Nieuwe, omdat hij Jesus verzorgde, die de Wetgever , de Leeraar, de Middelaar en Verlosser der Nieuwe Wet zijn zou. Daarom noemt hem de H. Bernardus «Gods aller-
-^--'
NKGEK EN TWINTIGSTJ! DAG. 313
getrouwsten medehelper1).quot; De H. Jozef was Gods medehelper, niet alleen diens werktuig; want een werktuig weet niet, waarvoor het gebruikt wordt; maar de H. Jozef wist, wat hij deed , toen hij, onder den sluier van een maagdelijk echtverbond, de intrede van Jesus in deze wereld mo-quot; gelijk maakte. De Engel had immers den H. Jozef geopenbaard, wie Jesus was en welke Diens zending op aarde zijn zou. lt;i Daaromquot; zegt de H. Bernardinus van Senen : » geloof ik , dat Jozef allerzorgvul-i' digst geweest is, voor de zaligheid der v wereld, in navolging van zijne allerhei-- ligste Bruid , Maria.quot;
De H. Jozef moet dus du H. Kerk reeds bemind hebben voor zij bestond. Hebben de Apostelen en Martelaren haar niet bemind, toen zij nog klein en onaanzienlijk was ? Zij hebben er hun leven voor gegeyen. Meer dan zij heeft de H. Jozef er voor gedaan. Hoe zal hij dan nu die Kerk niet beminnen , nu zij zich ontwikkeld heeft tot een heerlijken bouw , langs
1) Coadjutoren! fidissiinutu. Hom. TI. Super: Mis sus est u0 17.
AH
314 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
welks wijde deuren duizenden, millioenen zielen de eeuwige zaligheid gevonden hebben en nog dagelijks vinden.
Dit alles bedenkende, kan het ons niet verwonderen, dat de Pausen van Rome in den nood der Kerk zich om hulp wenden tot den H. Jozef; dat zelfs Pius IX, z. g. in het jaar 1870 geheel de H. Kerk plechtig aau hem toewijdde en hem uitriep tot Patroon en Beschermer dier H. Kerk, « opdat zij in deze beklagenswaardige tij-ii den, door de verdiensten en de voor-ii spraak van den H. Jozef de goddelijke ii Barmhartigheden zoude verwerven en » de kwellingen van haar mogen weggeno-« men worden. (Pius IX. Encycl. 8 Dcc. 1870.)
quot;V oornemen.
Den H. Jozef de H. Kerk, welke toch ook eenigermate zijn werk is, aanbeveleu.
VOORBEELD.
Godsvrucht van Plus IX nn der Vaders van het Vaticaansch Concilie tot den IT. Jozef.
Tijdens het Vaticaansch Concilie, dat in 1869 te Rome begon , hadden honderd drie en
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
vijftig bisschoppen gezamenlijk aan die heilige vergadering een smeekschrift aangeboden , waarin zij eene dubbele gunst verzochten ter eere van den H. Jozef. Vooreerst , dat de H. Congregatie dei-Riten hem voortaan in de Katholieke Kerk en in de H. Liturgie, eene vereering zou toewijzen , na de H. Moeder Gods, hooger dan die van alle bewoners des Hemels. Verder dat de H. Jozef 7,011 verklaard worden , na de H. Maagd als de voornaamste Patroon te zijn der H. Kerk. Rij ! dit Laatste verzoek sloten zich aan : honderd achttien Vaders van het Concilie in een bijzonder schrijven ; insgelijks drie en veertig Generaals van verschillende Orden. Tn gevolge hiervan verscheen den 8 December 1870 op last van Z. H. Pans Pius IX een decreet van de H. Congregatie dei-Riten, waarin de H. Jozef tot patroon der Katholieke Kerk werd verklaard; daarenboven werd zijn feest, dat op den l^'6quot; Maart is bepaald , verheven tot een feest van de eerste klas, doch zonder octcaf -'om wille van den heiligen vasten- • ^ tijd. Wat het andere verzoek aangaat, waardoor honderd drie en vijftig bisschoppen hadden gevraagd, om na de H. Maagd aan den H. Jozef eene hoogere eer dan aan alle andere Hemelbewoners toe te schrijven, daarover toonde Z. H.
Pius IX, wat zijn eigen persoonlijk gevoelen was in de volgende gelegenheid. Een Fransch schilder was door den H. Vader gelast, de Onbevlekte Ontvangenis op doek te brengen. Toen hij
315
-J*,-----^
316 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
aan den Paus de schets kwam voorleggen, zeide Pius na een aandachtig onderzoek : „ 't Is wel; maar ik zie den H. Jozef niet.quot; De kunstenaar antwoordde, dat hij hem midden in de wolken der glorie tusschen een groep , zou geplaatst hebben. „ Neen hernam de H. Vader , terwijl hij met den vinger naast Jesus Christus wees, „ daar, en daar alleen zult tjij hem plaatsen ; want in den Hemel staat hij daar en niet elders!quot;— .
GEBED,
Tot u, heilige Jozef, nemen wij in onze kwelling onze toevlucht, en, na den bijstand van uwe allerheiligste Bruid te hebben afgebeden, roepen wij ook uwe bescherming met vertrouwen in. Wij bidden u bij de liefde, die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en smeeken u deemoedig bij de vaderlijke teerhartigheid, waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt, goedgunstig neer te zien op het erfdeel, dat Jesus Christus door zijn bloed verworven heelt, • eu ons door uw vermogen en bijstand in al onze behoeften te ondersteunen.
Bescherm, o allerzorgvuldigste bewaarder der heilige familie, de uitverkoren kinderen van Jesus Christus; verwijder van ons, allerliefste Vader, iedere besmetting van dwaling of bederf; sta ons, allerkrachtdadigste behoeder, uit den Hemel genadig bij in dezen strijd tegen de macht der duisternis ; en gelijk gij weleer het Kind Jesus uit
NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.
het grootste levensgevaar gered hebt, verdedig nu eveneens de heilige Kerk Gods tegen de vijandige aanslagen en elk ander onheil; behoed ons allen door uwe voortdurende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en door uwe hulp , heilig mogen leven , zalig sterven en het eeuwig geluk des Hemels verwerven. Amen.
(200 dagen aflaat eens per dag. Leo XIII. 21 Sept 1880J
317
'X
Dertigste Dag.
De H. Jozef en tie H. Kerk. v
ii.
Vertrouwt op hem, gij gansche gemeente des volks. (Ps. 61. 9)
ens stelde onze goddelijke Zalig-'maker de vraag : « Wie is wel de getrouwe en voorzichtige huisverzorger , dien de Heer stelt over zijne familie ? (Luc. XII. 42.) 0, waren wij daar eens bij tegenwoordig geweest, met hoeveel geestdrift zouden wij daarop hebben kunnen antwoorden: Zulk een was de H. Jozef, uw Voedstervader, o lieer. En aanstonds zou de Heer zelf er bijgevoegd hebben; « Zalig Hij, wien de Heer aldus
r
DEllTiaSTE DAG.
» zal bevinden. Naar waarheid zeg Ik u , ii //y zal hem stellen over al wal Hij bezit.quot;
Is dit alles met den H. Jozef niet gebeurd ? Hij was de trouwe en voorzichtige verzorger van het kleine gezin van Nazareth ; daarom heeft de Heer Jesus hem gesteld over veel, ja over alles wat Hij - bezit: over de geheele H. Kerk.
Van het begin der Kerk af heeft de H. Jozef dat ambt waargenomen. Daarom noemt hem Pius IX den steun der ontluikende Kerk. « Meer en meer,quot; zoo sprak eens die groote Paus in eene Allocutie, « meer en meer ziet men dagelijks het » vertrouwen in de bescherming van den « H. Jozef aangroeien. Het is niet te ver-)gt; geefs, dat God met meer overvloed dan ^. « ooit den geest des gebeds over zijne i) Kerk uitstort: men bidt veel meer en
* men bidt beter. Die steunen der ont-» luikende Kerk, Maria en Jozef, hernemen » in de harten hunne plaats, welke zij
# nooit hadden moeten verliezen.quot;
Waar ontlook de H. Kerk? Hare goddelijke kiem moeten wij zoeken te Bethlehem in den stal. Die kiem ontwikkelde
31»
■•KK__X.__M
320 DERTrGSTE HAG.
zich te Nazareth, zij schoot wortel, en de H. Jozef nam de schoonc taak op zich ,
dien wortel te besproeien en te verzorgen. Nu is die wortel een boom geworden zoo groot, dat zijne takken de gansche aarde overdekken, en zoo sterk , dat alle stormen hem niet kunnen vellen.
De geschiedenis der Kerk heeft veel overeenkomst met het leven van Jesus. Beiden, de Bruid van Jesus en Jesus zelf, doorleefden in hunne jeugd dezelfde vernederingen en kwellingen, hadden dezelfde vreugde en droefheid, dezelfde vrienden en vijanden; maar ook dezelfde beschermers , nl. Maria en Jozef. Was Jesus bij zijne geboorte niet verlaten en vergeten Ook de H. Kerk was zulks. Werd Jesus niet spoedig na zijne geboorte door de grooten der aarde vervolgd en moest Hij niet in veiligheid gebracht worden? Ook de Kerk moest zich verbergen in de donkerste schuilhoeken der Catacomben. Maar te Bethlehem, te Nazareth of in Egypte liet de H. Jozef de zorg voor Jesus niet aan Maria alleen over; hij achtte zich gelukkig in die zorg te mogen deelen. In den loop
1
-IX
DÜRT1GSTE DAG.
der eeuwen had de H. Kerk nog meermalen hulp van boven noodig. Altijd was Maria daar om die hulp te brengen. Mogen wij nu denken, dat de H. Jozef die zorg aan Maria alleen overlaat ? Onmogelijk. l)e H. Jozef stelde belang in de ontluikende Kerk; hij verzorgde de opgroeiende Kerk; en nu de H. Kerk gekomen is tot vollen wasdom, nu verheugt hij zich over dien groei en bemint ei' dill. Kerk te meer om.
Vragen wij nu den II. Jozef, waarom hij zooveel belang stelt in de H. Kerk, dan zou hij ons kunnen antwoorden: «Om twee redenen ; omdat ik Jesus bemin en omdat ik u bemin.quot; Wie iemand bemint, bemint ook diens werk , diens belangen , diens eigendom, diens vrienden. Welnu, dat alles is de H. Kerk voor Jesus. Zij is zijn werk, waaraan Hij jaren op aarde gearbeid heeft en aan welks instandhouding Hij nog voortdurend werkt door ons zijne verdiensten toe te passen. Het is Jesus' belang, dat die Kerk bloeie en zich uitbreide; want daardoor en daardoor alleen kan zijn werk die vruchten
21
321 i
Pt
------
322 DEKTIQSTK DAG.
dragen, welke Hij er van verwacht. Zij is zijn eigendom , dat Hij met de meeste zorg bewaard wil hebben. Zij is zijne vriendin , neen , meer dan eene vriendin ; zij is Jesus' Bruid, voor welke Hij zijn bloed en zijn leven gegeven heeft. Wie zal ons zeggen, hoeveel smart en pijn ^ - hoeveel bloed en tranen het verkrijgen - ^ dier Bruid zonder vlek of rimpel aan Jesus gekost heeft! Dat weet de H. Jozef nog beter dan wij het ooit weten zullen. Maar kan dan ook de H. Jozef zonder liefde zijn voor die Kerk, die aan zijn Pleegkind , Jesus, zooveel gekost heeftquot;? Als reeds zoovele edele zielen op aarde blaakten van heilige geestdrift voor die goddelijke stichting en het zwaard van XI staal en het zwaard des woords machtig hanteerden, als zij die Bruid van Jesus zagen aangevallen en vervolgd, welke zullen dan niet St, Jozefs gevoelens zijn in den Hemel, waar hij Jesus bemint met veel edeler en heiliger liefde dan hier op aarde mogelijk is?
Ook ons bemint de H. Jozef. Wij zijn het uitverkoren geslacht van Jesus. Hij
OERïrGSTE II.1G.
3.33
weet, gelijk de wijze Jozef in Egypte, wat ons voordeelig is, hij kent de middelen om ons dat voordeel te doen geworden. Hij wist reeds op aarde en hij weet het nu nog beter in den Hemel, hoe zegenrijk de Kerk van Christus op aarde zou kunnen arbeiden, nis zij hare heilzame werking overal in alle rangen der maatschappij kon doen gevoelen. Hij weet, dat zi) voor millioenen zielen de Arke des Behouds, de deur des Hemels zijn zon , als die H. Bruid van Jesus zich maar vrijelijk kon bewegen. Wat al wonden van ziel en lichaam zou zij zalven, wat al ellenden genezen, wat al zielen binnenvoeren in de veilige haven der zaligheid ! Het is de geest Gods, de H. Geest, die 1 de Kerk bestiert ook in haren eeredienst. Wij mogen dus aannemen , dat het ook eene ingeving des H. Geestes was, toen de Paus van Rome, de groote Pius IX , den H. Jozef de zorg voor de Kerk plechtig aanbeval en hem ten aanhoore van heel de wereld uitriep tot Patroon d. i. Beschermer der H. Kerk. H. Jozef, hebt gij in den Hemel die woorden gehoord t
324 DEBTIGSÏE DAG.
Hebben zij ook geen vreugde gebracht in het hart uwer Bruid, Maria? O, doe het de H. Kerk dan gevoelen, dat gij haar en ons bemint; vooral nu zij meer dan ooit vervolgd wordt, maar nu ook het gebed van den Vader aller Christenen te gelijk met het gebed zijner kinderen krachtiger dan ooit tot u opklimt. H. Jozef, wees niet dool voor zulke smeekingen!
V' oornemen.
Opnieuw den H. Jo/ef smc^kcn, dat hij zich beschermer toone der Bruid van Jesus Christus.
VOORBEELD.
Boe de H. Jozef de gebeden van de kinderen eener kostschool verhoorde.
De leerlingen jener kostschool hadden de gewoonte gedurende de maand Maart eiken dag een hriefje, dat hunne verzoeken bevatte, neer te leggen aan de voeten van een- beeld van den
| H. Jozef..... Het was als een wedstrijd, wie
van hen met grooter vertrouwen aan hunnen beminnelijken Heilige de grootste gunsten zou vragen. De H. Jozef was niet olgevoelig voor de ongekunstelde bewijzen hunner godsvrucht. Het was een pleiziei, op het einde der maand de dankbare uitstorting van hnnnc harten te
_ X
325
DERTIGSTE ÜAG.
hooren. „ Ik, zei de een, ik heb mijne bekeering verkregen (hij had ze uoodig: hij is op den goeden weg gebleven); — ik, zei de andere , ik heb de genezing verkregen van een mijner bloedverwanten , die sedert jaren ziek was; — ik heb het geluk, geen twijfel meer te hebben over mijnen levensstaat; — ik kon mij vroeger ia zekere zaak niet overwinnen; nu jaag ik de bekoring weg zonder moeite en ik bedrijf die zonde niet meer; — uu leer ik mijn lessen met het grootste gemak ; -— die en die is weg : wij hadden ook een noveen gedaan tot den H. Jozef om te : vragen , dat hij zou bekeeren of anders zou worden weggezonden; liet was een gevaarlijke deug- ' niet; — .... ik heb vernomen , dat mijn vader aan een groot gevaar is ontsnapt; ik had ook goed voor hem tot don H. Jozef gebeden; — | ik heb nog meer verkregen dan de andereu; ! want deze maand heb ik den H. Jozef leeren kennen en beminnen, en vroeger vereerde ik hem bijna niet ; — ik was heel driftig ; ik had twist met iedereen : nu bemin ik allen en twist niet meer; — vroeger kon ik niet bidden; ik verveelde mij in de kapel, en nu is het bidden mij een genoegen; mijn briefje heeft goed voor mij gebeden; — ik , ik ... enz. Ja, waar te eindigen met al die uitdrukkingen van liefde en dankbaarheid van deze godvruchtige vereerders van den H. Jozef? Elkeen had de gunst ontvangen, die hij gevraagd had , of wel iets wat nog beter
w
_-—*,------•--
^2C igt;KRTIGSTE I»AO.
was. Waarlijk, de VoedsTervader van het Goddelijk Kind heeft de kinderen liet', en gaarne verhoort hij hunne gebeden, gelijk hij de verzoeken van het Kind Jesus aanhoorde.
fP. Huguet. Devotion a saint Joseph.J
GEBED.
j 0 H. Jozef, zie, hoe zeer de H. Kerk uwe hulp noodig heeft; maar zie ook , met welk een vertrouwen zij zich tot u wendt in haren nood. Verdedig haar tegen eiken vijaudigen aanval ; geef, dat die aanvallen zelfs dienen tot hare bequot; vestiging en uitbreiding; maar strek uw medelijden ook uit tot de ongelukkige vervolgers dier Kerk, opdat zij hunne dwaasheid inzien en ook in de H. Kerk hunne moeder erkennen. Amen.
T
Een en dertigste Dag.
De godsvrucht tot den H. Jozef, het redmiddel der maatschappij.
Ik heb u eeu voorbeeld gegeven. (Jois. XIII. 15.)
i'Oor oenigen tijd weerklonk de macli-tige stem van Leo XIII over de wereld, om allen Christenen toe te roepen; ziet op tot den H. Jozef als uw voorbeeld ! Wat mag den Stedehouder van Christus bewogen hebben, juist den 11. Jozef als een voorbeeld aan de wereld voor te stellen ? Niet de schitterende hoedanigheden, waardoor de H. Jozef straalde in het oog der menschen. De H. Jozef had er eenvoudig geene. Maar het leven van den H. Jozef biedt juist die voorbeelden aan, die onze tijd zoo dringend noodig
-
til
EEN EN DERTIGSTE D.AG.
328
heeft. De tegenwoordige maatschuppij is krank, zeer krank. Maar daar is door Gods vaderlijke zorg een geneesheer, die ril hare kwalen kent. Dat niet; alleen; (want wat zou het baten ?) maar die ook het geneesmiddel kent, dat tegenover elke kwaal moet gesteld worden. Die geneesheer, dat is de Paus van Rome, de plaats-bekleeder van Christus op aarde. Op de hoogte van zijn verheven troon overziet hij gansch de wereld, hij ziet de ellenden, hij hoort de klachten van alle streken dei-aarde. En aan welke kwalen ziet hij nu de menschheid lijdende? De zucht naar zingenot, ontevredenheid met zijn staat en stand, verzet tegen de gestelde machten , zij zijn het vooral, die zoo menige ramp brengen over de wereld. De H. Vader zocht naar het geneesmiddel, en hij vond het na veel gebed in het voorbeeld van den H. Jozef. « God heelt gewild ,quot; zegt de H. Leonardns ;ï Portu Mauritio, « dat i) elke staat en rang iets met den H. Jozef ii gemeen heeft.... De kloosterlingen van igt; alle orden moeten den H. Jozef eene groote «liefde toedrairen en hem als hunnen stich-
KEN EX DEUTIGSTK PAG. 329
» ter beschouwen , daar hij , volgens het gevoelen van zeer velen, de eerste ge-n weest is, die de 11. Geloften heeft afgelegd-igt; Priesters, aan uw hoofd staat de H. Jozef' » die het, eerst het erfdeel des Heeren heeft » bestuurd.. . . Maar ook gij, die geen «priesters zijt, gij kunt den H. Jozef tot ii uw stand rekenen ; het is waar, dat hij »in onthouding geleefd heeft, maar hij « was toch gehuwd en leefde buiten den ii tempel in zijn huis zoo , alsof dit huis » een tempel was geweest De grooten en i' aanzienlijken moeten den H. Jozef ceren, want hij sproot uit koninklijk Woed. Kn || gij , armen en behoeftigen , gij die leeft ii in don werkenden stand, hebt betrouwen ii op den H. Jozef, die leefde en stierf in ii het gezelschap van Hem , die het Leven ii is.quot; Omdat nu de H. Jozef als het ware behoort, tot alle standen, daarom is hij ook het voorbeeld van alle standen; hij was echtgenoot , vader, maagd, hoogadellijk van geboorte , werkman , arme ; hij had nu eens geluk, dan weer tegenspoed. Maar in welke van die staten wij hein ook beschouwen, overal betoont hij denzelfden.
330
---
JiEN EK UKBTIGSIE DAG.
afkeer van het aardsche zingenot, dezelfde tevredenheid met zijn stand, dezelfde onderdanigheid aan de gestelde machten.
Welk een hemelsbreed verschil is er dan tusschen zijn geest en den geest der wereld I Daar denkt men aan niets dan aan plei-zieren, alsof wij geen hoogere bestemming * - hadden, en deze aarde onze eeuwige verblijfplaats ware. Die zucht gaat van de hoogere standen op de lagere over. Daar ontstaat nu het verlangen om zich altijd meer middelen te verschaffen, ten einde vermaken te kunnen genieten. Die middelen ontbreken somtijds geheel of gedeeltelijk. Dan ontstaat ontevredenheid met zijn stand. Men heeft eenmaal den zoeten beker der vermaken geproefd; men heeft zich als ■Kj. eene behoefte daarvan gemaakt. Anderen kunnen dien beker nog met volle teugen drinken, omdat zij rijk zijn, terwijl de anneren er van verstoken moeten blijven ; nu komt de afgunst in het hart; zij zaait ontevredenheid en rooft te gelijk met de tevredenheid ook het geluk der huisgezinnen weg. Die ontevredenheid in de lagere klassen vormt zich langzamerhand tot verzet
K4, ^
-KEN EN DEETIGSTË DAG.
jegens de gestelde machten , en zoo is de maatschappij begonnen te gelijken op een vulkaan, die ieder oogenblik dreigt tot uitbarsting te komen. Arm menschdom I waarom holt ge zoo voort op den weg des verderfs Oeh, of gij luisterdet naar de stem des Opperpriesters, uwe oogen richttei naar het voorbeeld van den H. Jozef en dat voorbeeld trachttet na te volgen, al was het dan maar van verre 1
Hij leefde stil in zijn huisgezin en bekommerde zich niet om de wereld en hare vermaken ; niet alleen, omdat hij wist, hoe gevaarlijk de vermaken der wereld zijn voor de ziel; maar ook, omdat hij de wereld niet beschouwde als eene feestzaal, maar als een tranendal. Onze eigenlijke feestzaal is de Hemel. Wat zouden wij ons hier dan reeds overgeven aau vermaken, en het feest, dat eeuwig duren moet, vergeten ? De H. Jozef was tevreden met zijn stand en hij verlangde niet naar een hoogeren; wel wetend, dat het voor God eene groote verantwoording geeft, van hoo-gen stand en rijk te zijn. Hij wist, dat de deur des Hemels laag is en hij zich
881
41
KEN EN DERTIGSTE DAG.
dus diep moest buigen, om daar binnen te treden. Hij verzette zich nooit tegen de gestelde machten, maar eerbiedigde het gezag, overal waar het werd uitgeoefend, al kostte het hem zware reizen en groote moeilijkheden.
Niet zonder hooger inzicht beschikt God n- het juist in onzen tijd, dat de H. Jozef zoozeer door den Opperpriester op den kandelaar wordt geplaatst. Men heeft boeken vol geschreven, om een geneesmiddel te vinden voor de kwalen van onzen tijd. Waarom gaat men het geneesmiddel niet zoeken daar waar het te vinden is? h er dan geen zalf in Galand ? Of is er geen geneesheer? Waarom blijft dan de wonde van mijn volk steeds open? (Jerem. VIII. 22.) y, 0, mochten dan de woorden behartigd worden, die onze H. Vader nog onlangs sprak; «De huisvaders vinden in hem het schoonste beeld van waakzaamheid en vaderlijke zorg; de echtgenooten een volmaakt voorbeeld van echtelijke trouw; de maagden tegelijk een voorbeeld en een beschermer der zuiverheid; de grooten en rijken kunnen van hem leeren, welke de ware
33a
-r
EES EN DEETIGSÏB UAG. 338
goederen zijn en hoe men den tegenspoed moet dragen ; de armen en de werklieden, hoe zij zich moeten schikken in de ontberingen en den harden arbeid, eigen aan hun stand1).quot; Het kan niet anders, weldra zou de gedaante der aarde veranderd zijn.
quot;Voorn era en.
Zoo wij de wereld willen veranderen en bekec-ren, laat ons dan beginnen met de verandering en bekecring van ons zei ven.
VOORBEELD.
Eeti Spiritist wordt op de voorbede van den H. Jozef aan den dood en aan de hel onttrokken.
Emmanuel T., geboren bij Cognac (Dep. Cbareu-te), bad het ongeluk zijne ouders te verliezen 4* toen hij nauwelijks 21 jaar oud was. Meester over een vrij aanzienlek vermogen , kende zijne gonotzueht geen grenzen ; in Baden alleen had hij in korten tijd meer dan 100.000 fr. verloren. Als ijverig apostel van het Spiritisme, waren alle middelen hem goed om nieuwe aanhangers te winnen.
Een priester, die hem dikwijls zag, beklaagde hem hitter, dat hij zoo op den weg naar de hel
1) 15 Aug. 1889 Encycl. Quamquam pluries.
'SP
EEN EN DERTIGSTE DAG.
was afgedwaald; op zekeren dag gaf hij hem ook eene medaille van den H. Jozef met de woorden : „ Bewaar dezelve goed; zij zal n tot eene beschutting zijn , welke gij dringend noodig hebt.quot; — Zes weken later zou die medaille hem van den dood en van de hel bewaren.
Hij bevond zich in een logement te Montélimar, toen hij plotseling door eene hevige en buitengewone ziekte werd overvallen : krampen en benauwdheden , zooals hij nog nooit had ondervonden. Hij lag daar in doodangst: de hel opent haren muil om hem te verslinden ; hij hoort het brullen en het hoongelach der duivels.. .. Hij roept den bediende, die in een aangrenzende kamer sliep ; maar hij kan zich niet verstaanbaar maken. Hij gelooft, dat zijn laatste uur is geslagen , en hij verbrandt reeds zijne brieven, die hem in ongelegenheid zouden kunnen brengen. Dan spant hij zijne laatste krachten in en sleept zich met groote moeite naar de plaats, waar zijn jas hing, om uit een der zakken de medaille van den H. Jozef te nemen. Hij drukt ze aan zijn hart en zijne lippen ; hij bezweert den Heilige toch bij God voor hem om vergiffenis te bidden; hij belooft zich te bekeeren en nog op dezelfden dag te biechten, als God hem nog spaart in het leven, dat hij zoozeer had misbruikt.
o Wonder der goddelijke barmhartigheid! o Macht van den H. Jozef; hoe snel komt gij ons te hulp !--Nauwelijks had hij deze aanroeping
334
*
:-----
EEN EN DERTIGSTE DAG. 335
gedaan, of hij viel in een zachten en versterkenden slaap. Des morgens bij het ontwaken had hij de medaille van den H. Jozef nog op zijn hart gedrukt. — Zijne beloften kwam hij trouw na en hij legde eene rouwmoedige Biecht af, hetwelk hij sedert tien jaren niet meer gedaan had.
Later vestigde hij zich , van de wereld afge-zonderd, te Lyon en besteedde zijnen tijd en zijn . ■%- inkomen in werken van liefde voor armen en onwetenden.
(Propagateur 188G.)
GEBED.
o Groote H. Jozef, gij die door uwe deugd verdiend hebt het voorbeeld te worden van alle staten en standen, zie, hoe krank onze tegenwoordige maatschappij is. Machtige geneesheer onzer kwalen, doe ons de kracht uwer voorbede gevoelen. Laat het licht uwer voorbeelden schijnen voor de wereld, opdat zij in die voorbeelden ge-X nezing vinde en den Vader verheerlijke, die in den Hemel is. Amen.
Leziusj voor den Feestdag van St. Jozel.
19 Maarl').
Wie zal ecu geliouwen . mnn vinden ?
(Prov. XX. 0.)
■r
wetten der H. Kerk schrijven 'voor, dat het Allerheiligste Sacrament in den Tabernakel bewaard worde, gesloten in een gouden of zilveren ciborie, welke op hare beurt wederom moet overdekt zijn met een kostbaar zijden bekleedsel. — Dat is eene gelijkenis van hetgeen er plaats had in het huisje van Nazareth. Het Allerh. Sacrament is de-
1) Het is de wensch van Z. H. Leo XIII • dat men dezen feestdag ten minste doe voorar gaan door een ïridnum of driedaagsche oefening' en daar, waar deze dag geen geboden feestdag is. verlangt Z. H., dat men dien toch plechtig viere door oefeningen van bijzondere godsvrucht.
(15 Aug. 1889.)
W
FEBSTDAB VAN ST. .lOZÜF. 337
zelfde Jesus, die ook te Nazareth was; de ciborie , die het Allerheiligste bevat, verbeeldt de gezegende Moeder des Heeren ; het kostbaar zijden overkleedsel, dat èu ciborie èn H. Sacrament overdekt, verbeeldt den H. Jozef, die tijdens zijn leven ên Jesus èn Maria dekte met zijne bescherming. En o, met hoeveel getrouwheid heeft hij zich van dien plicht gekweten !
Dl- H. Geest zegt, dat een i/elrouw man verdient veel geprezen te worden. (Prov. XXVIII. 20.) Tot eer en lof dan van den getrouwen H. Jozef'zal heden op zijn feestdag diens getrouwheid ons bezighouden en stichten.
Als wij , menschen , eene kostbare zaak hebben, die wij zelf niet bewaren kunnen, dan zien wij om naar iemand, dien wij gerustelijk kunnen belasten met de zorg daarvoor. Niet de eerste de beste is ons welkom ; maar wij onderzoeken eerst wel, of die persoon alle eigenschappen van een getrouw bewaarder heeft. En welke zijn die eigenschappen ?
Vooreerst, die persoon moet mijn schat
__^
338 FEESTDAG VAN ST JOZEF.
weten te verdedigen , ;ils anderen komen om hem te rooven ; len t weede, zoo die zaak verzorging noodig heeft, zal die persoon bereid moeten zijn, die zorg waar te nemen. Dan wenschen wij nog te weten, of hij er zich zeiven misschien niet mede zal verrijken. ot minstens daarmede zal ^ pronken en ze doen doorgaan voor de zijne. En eindelijk is het eene vraag, die alles beslist: zal hij ook bereid bevonden worden mijn schat terug te geven, nis ik hem terugvraag? Al die vragen schrijft de menschel ij ke voorzichtigheid ons voor. Als een dezer voorwaarden ontbreekt. schenken wij ons vertrouwen niet.
Nu weten wij , dat (iod de opperste Wijsheid is. Die zoo wijze en voorzichtige . God had op aarde een schat van onein-dige waarde, nl. zijn eeniggeboren Zoon Jesns Christus en diens maagdelijke Moeder Maria. Deze wilde Hij toevertrouwen aan de zorgen van een mensch. Zoo nu iemand een getrouw bewaarder kon vinden, dan zeker wel de almachtige, alwetende God, die den man zijns harten kon nemen uit duizenden en honderdduizenden.
Zh______^_______HX
FEESTDAG VAN Sï. JOZEF. 33« |
En op wien is zijne keuze gevallen'? Wij weten het : op den H. Jozef. Werden dan in hem de. eigenschappen gevonden . die wij gewoon zijn in een getrouwen bewaarder te vorderen quot;? H. Jozef, sta toe, dat wij het nagaan ; de uitslag kan niet anders dan u tot eere zijn !
Eens toog in alle haast een kleine stoet de woestijn in, den weg op naar Egypte; nl. een lastdier, dragende ecne jonge vrouw en een klein kindje, begeleid door een eerbiedwaardig man , die steunde op een stok. Wie zijt sij , eerbiedwaardige man? Het is de H. Jozef. Waarheen, o H. Jozef, zoo midden in den nacht? Naar Egypte. Waartoe die haast ? Waarom naar zulk een ver, afgodisch land? 0 , de schatten , die aan Jozef waren toevertrouwd, liepen gevaar ! Herodes zocht het Kind te dooden ? En nu schrikte eene verre nachtelijke reis hem niet af, om ze in veiligheid te stellen. Veronderstel eens, dat hij in de woestijn door de soldaten was ingehaald. Neen, hunne zwaarden zouden Jesus niet bereikt hebben, dan nadat ze eerst geverfd waren geweest
FEESTDAG VAN ST. JOZ1SF.
met het. bloed van Jozef, die den hem toevertrouwden schat verdedigd zou heli-hen , al had het hem duizend levens gekost.
Verzorgde hij ook den schat, hem toevertrouwd ? Gnd had zeker op wonderbare wijzen in het onderhoud van Jesus en Maria kunnen voorzien. Hij wilde het niet ; maar liet die zorg aan Jozef over. De H. Paulas zegt van zich zeiven , dat hij zich volgaarne voor zijne bekeerlingen, die de kinderen waren zijner prediking, alle offers zou willen oplejrgen, ja vervloeking eti ballingschap voor hen zon willen dragen. (2 Cor. XII.) Wat dan te zeggen van den H. Jozef? Onze godvruchtige verbeelding kan zich dien H Man niet anders voorstellen dan omringd van zijne gereedschappen, bedekt met stof, de zweetdroppelen op het voorhoofd, werkend en zwoegend voor Jesus en Maria.
340
y.
Eigende de H. Jozef zich iets toe van die schatten, die in zijne handen gesteld waren? Trok hij er voor zich den lof. de eer, de achting der menschen uit ? Niets van dat alles. Nooit heeft de H.
gt;r
w
x
KKESTDAG VAK 9T. JOZEF. 341
Jozef er zich op verheven. Hij was en bleef in het oog der wereld eenvoudig werkman. Bedenkt, wat het zeggen wil, zulke schatten in zijn huis te hebben, en niets daarvan te zeggen 1 Maar de H. Jozef wist, dat, al is het eervol de werken Gods te openbaren, het toch ook goed is het geheim des konings te bewaren, (Tob. XII. 17.) Hij wilde van die schatten niets dan de stichting, die zij hein gaven, en de moeite, den arbeid, die zij hem bezorgden.
Wat te zeggen van zijne getrouwheid , ] toen het er op aankwam, die schatten terug te geven ? Neen , hij maakte geen | bezwaar, al waren zij hem nog zoo dierbaar geworden door een dertigjarigen omgang. God wenkte, en Jozefs antwoord i was ; « Zie , Heer, ik kom. Gij hebt gegeven , Gij wilt weer nemen ; uw heilige Naam zij geprezen.quot; Hij daalde neder in het graf, gelijk de zon na een schoonen zomerdag des avonds vreedzaam en zacht wegzinkt in het westen.
Wie ter wereld zal een getrouwen man
vinden-? vraagt de H. Geest. Wij hebben
%
---^-----
342 FEESTDAG VAN ST. JOZEF.
hem gevonden in u, o H. Jozef! Maar sta dan ook toe, dat wij ons heden tm-ijveren , dat andere woord te vervullen ; Een getrouw man zal veel geprezen worden. (Prov. XX. 0.) God zelf heeft u daarom geprezen, toen Hij u den Hemel binnenleidde en zegde ; Welaan, (joede en getrouwe diensl-
f knecht,..... treed binnen in de vreugde
uws Heer en. (Matth. XXV. 21.)
Wij hebben ook een schat ter bewaring ontvangen. Het is het beeld van God in onze ziel. Zijn wij bereid dien schat te verdedigen tegen duivel, wereld en vleesch ? Dragen wij zorg dat beeld in al zijne schoonheid en luister te bewaren ? Zullen wij ook dien schat ongeschonden aan God teruggeven , als Hij hem onverwachts ;J terug vroeg? H. Jozef, deel ons uwe getrouwheid mede , opdat wij ook mogen deelen in het loon , dat gij voor uwe getrouwheid ontvangen hebt!
quot;Voornemen.
Onze eigene ziel en de zielen, die ons toevertrouwd zijn , stellen in St. Jozets handen , opdat hij ze ons helpe bewaren.
-A-
FEESTDAG VAN ST. .T07,EP. 343
VOORBEELD.
De door Z. H. Paus Leo XIU zaligverklaav-de .1. H. de La Salie , stichter van de Broeders der Christelijke Scholen in Frankrijk, was ecu groot vereerder van den H. Jozef. Hij had van het begin af zijne stichting gesteld onder de bescherming van dien grooten Heilige. Dikwijls maande hij zijne kloosterbroeders aan, zicli te onderschei-den door godsvrucht jegens den H. Jozef. Wat hem bijzonder trof in het wonderbare leven van den H. Bruidegom der Moeder Gods , was zijne volle overgeving aan de leiding der Goddelijke Voorzienigheid , zijne onderwerping aan de moeilijkste bevelen , zijne vaardige gehoorzaamheid aan de stem des Heeren , zijn verborgen leven , zijne engelachtige zuiverheid, en eindelijk zijn eerbied en liefde voor Jesus en Maria , — deus-den , welke hij zich beijverde om in navolging van zijn Hemelschen Beschermer te oefenen. Hij is er goed in geslaagd , en tot zijuen lof mag men zeggen, dat hij een levend afbeeldsel was van den H. Jozef.
De feestdag van den H. Jozef was eu is uotr een der voornaamste in zijne kloosters. Op dien dag , hoe ziek hij ook was , stond de Zalige De La Salie op, om ter eere van den Beschermer van zich en de zijnen , de H. Mis op te dragen. In 't laatste jaar van zijn leven , bij het naderen van den feestdag van den H. Jozef, meende hij.
-l*
4-
____________-___________4-
344 FEESTDAG VAN ST. JOZEF.
dat hij verplicht zou wezen, dien te moeten doorbrengen op zijn bed van smarten. Maar zijn Hemelsche Beschermer bezorgde aan hem en zijne leerlingen een on verwachten troost. Op den avond voor het feest, om 10 uren , gevoelde de Zalige zijn lijden verminderen en zijne krachten terugkeeren. Omdat hij meeude te droomen ,
sprak hij tot niemand over die verbetering in zijnen toestand; maar des morgens zag hij dui- 1^ delijk in, dat het geen droom was. Hij vroeg zijne kleederen, deed ze aan en begaf zich naaide kapel. De broeders konden hunne oogen niet gelooven. Hij las de H. Mis met zijne gewone godsvrucht en volbracht alle ceremoniën met de edelste gemakkelijkheid ; men zou gemeend hebben , dat hij in de beste dagen van zijn leven was teruggekeerd. Na de H. Mis kwamen zijne broeders tot hem , om zijne raadgevingen te ontvangen , en hij antwoordde op al hunne vragen ,
alsof hij volmaakt gezond ware geweest en al» een man in de kracht van zijn leven. Maar na-dat hij zijne godsvrucht en die zijner broeders had voldaan, keerde zijn vorige toestand terug en zijne krachten begaven hem. Toen erkenden de broeders , dat de gezondheid hem maar was teruggeschonken om de H. Mis ter eere van den H.
Jozef te lezen en aan zijne godsvrucht jegens dien Heilige de laatste voldoening te geven. Inderdaad, weinige dagen daarna stierf hij zacht in den Heer, terwijl hij zijne handen samen-
5^ ^
#-^----
FEESTDAG VAN ST. JOZBF. 34Ö
vouwde en naar den Hemel opzag met een blik vol liefde en vertrouwen.
(Vie du B. J. B. de La Salie.)
Alwie in onschuld leven en zijnen levensloop met vreugde eindigen wil, roepe den bijstand van Jozef in.
Hij, die de Bruidegom was der allerheiligste Maagd, hij, die beschouwd werd als de vader van Jesus , hij , de rechtvaardige, de getrouwe , de zuivere Jozef, verkrijgt door zijn srobed , wat hij vraagt.
Alwie in onschuld leven enz.
Hij aanbidt het goddelijk Kind , dat daar ligt op stroo , hij vertroost Het in de ballingschap ; daarna verliest hij Het, maar zoekt Het met droef-beid en vindt Het weder.
Alwie enz.
De Opperste Maker der wereld voedt zich van zijnen arbeid, de Zoon van den hemelschen Vader gehoorzaamt hem met onderwerping.
Alwie enz.
Hij ziet Jesus en diens Moeder bij zich ; hij rust in hunne armen , hij juicht en sterft ; zijn dood was een zoete slaap.
Alwie enz.
Glorie zij den Vader , enz.
Alwie enz.
r;-
feestdag van st. jozef.
Ant. Ziedaar den getrouwen en voorzichtigen dienaar , dien de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.
i' Bid voor ons , H. Jozef,
346
IV Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
laat ons bidden.
O God , die in uwe wonderbare voorzienigheid U gewaardigd hebt, den H. Jozef tot Bruidegom uwer allerheiligste Moeder te verkiezen, geef, bidden wij U , dat wij , die hem als beschermer eeren op aarde , hem ook tot voorspreker mogen hebben in den Hemel. Gij die leeft en beerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Een jaar aflaat eiken keer , dat men dien lofzang rouwmoedig en godvruchtig bidt, om de machtige bescherming van den H. Jozef in leven en dood te verwerven. (6 Sept. 1804.) i
W
GEBEDEI ONDER BE H. MIS.
Vóór rle li.
Mijn God , zie mij hier in nwe tegen woordigheid, om met den Priester het aanbiddelijk ofier van mijn liefderijken Verlosser, uwen goddelijken Zoon Jesus Christus , aan U op te dragen. Door die H. offerande wensc.li ik U de eer, den lof en de dankzegging te betuigen , welke ik T' verschuldigd ben, en voor mij en voor alle geloovigen de vergeving der zonden, de kwijtschelding der straffen en den overvloed van alle genaden te verwerven. Gewaardig U dus, o Heer, mijn verstand te verlichten en mijn hart te zuiveren, opdat ik met aandacht en godsvrucht dit verheven ofier moge bijwonen. Geef mij daartoe uwen zegen , o almachtige God , Vader, Zoon en H. Geest. Amen.
Bij het. quot;beeiin dev JVtie, ali« cle JPries-ter tncit aan den voet des altaars.
Beschouw, mijne ziel, uwen Jesus in den hof van Gethsemani, waar Hij zijn bitter lijden begint. Zie, Hij zondert zich af op eene eenzame plaats en, met zijn
'•M
yj;___X,____^
348 GEBEDEN ONUEK
aanschijn ter aarde neergeworpen , bidt Hij zijnen hemelschen Vader, Hem in dien pijnlijken strijd bij te staan. Terwijl in dat droevige uur al de smarten van zijnen nabijzijnden dood zich voor zijn geest ver-toonen, wordt zijne ziel ten uiterste bedroefd , geraakt Hij in doodstrijd en wordt met een bloedig zweet overdekt. v| O Jesns, de oorzaak van uwe droefheid r zijn mijne zonden. Ach, wat groot kwaad heb ik gedaan met te zondigen tegen IJ , mijn Heer en mijn God! Ik erken mijne misslagen , ik heb die voor mijne oogen , om ze te verfoeien, te beweenen en IT daarvoor voldoening aan te bieden. Ik belijd ze voor U en voor geheel het he-melsche Hof. Wees mij genadig, o barmhartige God, vergeef mij, zuiver mij, maak mij zalig. Laat de droefheid en het Bloed ran uwen goddelijken Zoon voor mij ten beste spreken.
-AJs de IPriester opgaat naar Viet altaar.
O mijne ziel , uw Jesus wordt door den kus van den snooden Judas verraden. Zie, daar omringen Hem ruwe soldaten en beladen Hem onmensohelijk met boeien en ketenen. Jesns lijdt dit alles en zwijgt.
Hij wordt onder duizenden versmadingen en mishandelingen naar Jerusalem gesleurd. Bedenk eens, tot welken prijs Jesus voldaan heeft voor uwe hoovaardigheid
DE H. MIS
en ongehoorzaamheid ; hoe dnnr Hij voor n de genade heeft verworven , om ootmoedig en onderdanig te zijn. Hebt gij er uw voordeel mede gedaan ?
Wanneer de ^Priester -voor het altaar heen en weder gaat, om den ^Epistel en het Evangelie te le^en.
Jeans gaat Jerusalem binnen. Beschouw Hem, mijne ziel, bij dien intocht: nu niet toegejuicht, noch als Koning erkend gelijk kort te voren , maar als een boosdoener aangezien en behandeld, en met bespotting en verguizing overladen. O hoe veranderlijk zijn toch de oordeelen der menschen ! Hoe spoedig bespotten zij dikwijls degenen, die zij eerst geprezen ot'gevleid hebben! En zoudt gij , mijne ziel , dan op de menschen uw vertrouwen stellen ! Neen , dat zij verre van n: behartig uwen plicht, zoek God te behagen , en stoor u verder niet aan de oordeelen der menschen.
Vestig opnieuw uwe blikken op uwen Jesus , en zie , hoe Hij geboeid met koorden, van de eene rechtbank naar de andere wordt gesleurd en daar beschuldigd , mishandeld en veroordeeld wordt.
Wat schoone lessen van stilzwijgendheid , van geduld, van vergevingsgezindheid en versterving geeft u hier Jesus Begrijpt gij die , mijne ziel P Maar wanneer zult gij toch eens, zooal niet door
341»
--^------
350 GKBEDEN ONDtK
vrijwillige boeteHoeningen , dan toch door geduldige aanvaarding vat de lasten des levens , uwe zondige neigingen bedwingen en beheerschen ! Zal bet dan met u altijd moeten blijven, gelijk het tot nu toe geweest is; eiken dag steeds nieuwe fouten en zonden — en nimmer boetvaardigheid of voldoening?
O eeuwige Vader , zie , ik ben bereid ,
alle moeilijkheden aan te nemen , die Gij mij overzendt, om voor mijne tallooze overtredingen te voldoen; ik smeek ü alleen , o mijn God, verlaat mij niet, en eer-wijder U niet can mij. Ps. XXXVII. 22.
quot;Van het OfTertoriam tot het Sanctue.
Beschouw uwen Jesus, terwijl Hij aan de kolom gebonden , wreedelijk wordt ge-geeseld, en daarna met doornen gekroond. Wie kan Hem in dien toestand aanzien , zonder door het innigst medelijden bewogen te worden ? |v
Engelen des Hemels, komt en ziet den Koning der heerlijkheid, geheel overdekt met bloedige wonden. Is het u niet toegestaan , Hem uit zooveel smarten te bevrijden , komt ten minste mij bijstaan, om tranen van mededoogen te storten. . ..
O hemelsche Vader, ontvang dit onbevlekte offer, dat Jesus XJ aanbiedt, tot dankzegging voor alle genaden en gunsten, waarmede G-ij mij hebt overladen , en tot boetirig van zoovele zonden , die ik tegen
rJ-
DK H. MIS, 351
TJ bedreven heb. O Heer, heb medelijden niet mij , verleen mij al wat mij noodig is, maar vooral de genade der volharding.
]k beken het, o Vader, ik ben niet waardig verhoord te worden , nadat ik door zoovele zonden uwen Zoon, mijnen Verlosser, heb gegeeseld en met doornen gekroond. Maar zie, hemelsche Vader, y op nwen lieven Zoon en op zijne verdien- y - sten. die ik TI aanbied. Zijn bloed, zijne ' geopende wonden spreken voor mij ten beste en vragen barmhartigheid en vergeving.
quot;Van het Sanctus tot de Cousecr-atie.
O mijne ziel, hoe wordt gij niet tot me.lelijden met nwen Jesus hpwogen H Ziet gij niet, met welke teederc liefde Hij het kruis omhelst. dat kruis , waarnaar Hij , tot uwe zaligheid , zoolang verzucht heeft! O hoe zwaar hebt gij het Hem door uwe zonden gemaakt! Bewonder zijne liefde en bedank Hem. Leer ook van Jesus, het kruisje, dat Hij u overzendt, met liefde omhelzen. Laat u niet afschrikken , noch door de moeite daaraan verbonden , noch door de oordeelen der menschen, noch door eenig ander bezwaar. Immers indien gij met Jesus lijdt, zult gij ook met Jesus heersehen.
Volg nu met uwe gedachten uwen Jesus, terwijl Hij naar den Calvarieberg geleid wordt. Wat droevig schouwspel! Welke smartelijke tocht! Uw liefdevolle Zalig-
X.
?
GEBEDEN ONDER
maker wordt ter dood geleid, gelijk een lam ter slachtbank. Aanschouw Hem, Hij is geheel door wonden verscheurd; Hij draagt de doornen kroon op zijn hoofd, en het zware kruis op zijne gekneusde schouders ; Hij gaat, geheel onder den last gebogen , met wankelende voetstappen vooruit, laat een bloedig spoor van zijnen tocht achter, i en schijnt bij elke schrede den geest te zullen geven. En zult gij , mijne ziel, 4 Hem niet te hulp komen, Hem niet troosten ? Welnu, voeg u in den geest bij uwen Verlosser, om Hem te ondersteunen en zijn bedrukt Hart eenige voldoening te geven.
O mijn Jesus, mijn lijdende Zaligmaker, thans zie ik in, welk groot kwaad ik door de zonde bedreven heb. Ik verfoei al mijne overtredingen en betreur die in de bitterheid mijns harten. O hadde ik U toch nooit bedroefd! Wat al versmadingen, wat al mishandelingen en martelingen hebt Gij, o mijn Jenus, voor mij geleden! Ik ben beschaamd, dat ik in het verledene om eene nietige voldoening, om een schandelijk vermaak , uwe genade en liefde ver-stooten of geminacht heb. Ach ! voor die zonden zijt Gij, mijn Jesus, aan het kruis genageld en hebt Gij uw dierbaar Bloed vergoten.
Nu ben ik er oprecht bedroefd over, en maak het vaste besluit, U niet meer te mishagen en U in alles voldoening te geven.
5$ 5^
352
425 5J;---^__.]*
DE H. MIS. 353
quot;Van lt;Ie Conseoratle tot het Pater noster.
Zie mijne ziel, nu wordt uw goddelijke Verlosser aan het kruis in de hoogte geheven ! Ach , hoe hangt daar uw Jesus aan dat schandhout, te midden der wreedste smarten! Overweeg aandachtig zijne pijnen. Nu eens tracht hij steun te vinden op de wonden zijner handen , dan op die zijner voeten ; maar waar Hij ook steun zoekt, daar groeien zijne pijnen aan. Zijn doorwond hoofd keert Hij nu naar de eene, dan naar de andere zijde, doch zonder verlichting: laat Hij het voorover hangen op zijne borst, dan rijten de wonden zijner handen verder open ; laat Hij het neerzijgen op zijne schouders, dan worden deze door de scherpe doornen gewond; wil Hij het doen leunen tegen het kruis, dan dringen de doornen dieper in het hoofd. Ach, mijn Jesus! welke smartelijke, welke bittere dood, dien Gij voor mij hebt willen sterven! Hoe edelmoedig is mijn Verlosser geweest voor mij, en hoe lafhartig en ongevoelig ben ik voor Hem, daar ik het minste voor Hem niet weet te lijden , mij terstond beklaag en ontevreden ben !
O mijn gekruisigde Jesus ! ik aanbid ü op het kruis, op dien troon van vernedering en smarten; vol berouw, met een verootmoedigd en vermorzeld hart, kniel ik voor U neder, om die heilige voeten
----iL,----
354 GBBEDEJi ONPEH
en handen te omhelzen , die Gij uit liefde voor mij hebt laten doornagelen. Ja, mijn Jeaus, ik omhels ü op het kruis, waarop Gij, als slachtoflèr van liefde, U zelven voor mij aan de goddelijke rechtvaardigheid hebt opgedragen. O, nooit volprezene gehoorzaamheid van Jesns, welke de vergiffenis onzer zonden en alle genaden voor ons verdiend hebt! Ach. wat zon er van mij geworden zijn , als Gij , mijn Jesns , uw leven niet voor mij hadt geslachtofferd ! Ik bedank U , mijne Liefde , mijn Al! en ik smeek ü door de verdiensten dier volmaakte gehoorzaamheid, verleen mij de genade, om uit liefde voor U ook gaarne en nauwgezet te gehoorzamen aan allen , die uwe plaats voor mij bekleeden, en ook altijd van harte te vergeven aan allen die mij beleedigd hebben. Ik verlang vurig , U niet meer te mishagen, maar integendeel TJ uit geheel mijn hart en altijd te beminnen.
quot;Van het IPater noster tot het Domine non sum dignus.
1-
Eindelijk breekt het oogenblik aan , dat Jesus sterft.... Beschouw, mijne ziel, hoe die goede Verlosser zieltogende is aan het kruis; zie in den geest die gebrokene oogen , dat verbleekte gelaat, dat nauwelijks nog kloppende Hart, dat bezwijkend eu ineenzijgend lichaam , die schoone ziel, welke op het punt is zijn lichaam te ver-
xl-
-A
DK II. MTS.
laten. EeedB verduistert de zon , beeft de aarde , splijten de rotsen. Ü wat schrikwekkende teekenen zijn dit! Zij kondigen aan, dat de Heer, de Schepper der natuur gaat sterven.... O mijne ziel , plaats u aan den voet van dat kruis, waaropJesus gestorven is : bedenk het en prent het diep in uw gemoed, dat Jesus gestorven is uit liefde voor u , als waart gij alleen te verlossen. Vraag al wat gij wilt aan uwen gestorven Zaligmaker , en vertrouw vast , dat gij het verwerven zult. Aanschouw Hem nog eens aandachtig op dat kruis . waar alles in Hem liefde verdient en tot wederliefde opwekt; dat hoofd , gebogen om n den vredekus te geven ; die armen , uitgestrekt om u te omhelzen ; dat Hart, geopend om u te ontvangen en n eene schuilplaats aan te bieden. O Zaligmaker der wereld , o mijn minnelijke Jesus , ik geef mij geheel in uwe handen over, eu draag mij aan ü op. Ontvang mij , mijn Jesus, in uw minnend Hart, en heb, medelijden met mij , die zoo traag ben in ü bewijzen mijner liefde te geven. Genees Gij de wonden mijner ziel, ontsteek Gij mij door uwe liefde, opdat ik al mijne overige levensdagen alleen bestede in [T te dienen en IT steeds volmaakter te be-
Van het Domine non sum dignus tot na de Communie.
O mijn Jesus, mijn God, eenig en op-
355
356
GEBJSUEN OJJDEIl
perst goed mijner ziel, mocht ik even gelukkig zijn als zoovele andere zielen, die vervuld met een levendig geloof, en gezuiverd van de vlekken der zonden, menigmaal vol godsvrucht tot U naderen en zich aan uwe heilige Tafel voeden met uw goddelijk Vleesch en Bloed !.... Welk voorrecht , welke troost ware het voor mij, als ik op dit oogenblik met de vurige liefde van zoovele Heiligen, mij met U kon vereenigen , U in dit Sacrament van liefde mocht bezitten en mij voor altijd aan Ü • kon opdragen!.... Ach, ik smeek U door uwe oneindige verdiensten, zuiver mij van al mijne zonden, die ik oprecht verfoei en maak mij uwer waardig. Ik weet wel, o Heer, ik ben niet waardig, dat Gij in mijn hart komt; maar spreek slechts één woord, o zoetste Jesns, en mijne ziel zal geheiligd worden. In TJ hoop ik , naar U verzucht ik , ü bemin ik uit geheel mijn hart. O Jesus , Gij zijt mijne toevlucht, mijn vertrouwen , mijne liefde, de zoetste spijs mijner ziel.
N n de Communie.
O Jesus, dat uw allerheiligst Lichaam mij heilige, dat uw dierbaar Bloed mij versterke, dat de verdiensten van uw H. Lijden mij verrijken en tot het eeuwige leven geleiden.
Mijn beminde Zaligmaker, Gij zijt nu
op eene geestelijke wijze tot mij gekomen.
--------^---
y
______________
UE H. MIS. 357
Wat zal ik U wedergeven voor zooveel weldaden , die Gij mij hebt bewezen P Ik zal U beminnen, o Heer, die mijne sterkte zijt, en uwe heilige geboden onderhouden. Ik zal U beminnen, mijn Jesus, de vreugde, de kracht, de zaligheid mijner ziel, en mij nimmer van U verwijderen Ik aanbid Tl met de Engelen en Serafijnen, ik loof en dank IT, ik wijd mij aan U toe en draag mij aan U op met al mijne zwakheden , bijzonder met deze, welke mij het
meest eigen is..... Sterk mij daartegen
door nwe liefde---- Geef mij deel aan uwe
verdiensten, aan uwe deugden, vooral aan deze, waaraan ik de grootste behoefte
heb..... Neem van mij weg den bedorven
wereldgeest en de ongeregelde genegenheid voor al het aardsehe. Verlevendig in mij het geloof en de hoop der eeuwige goederen. Ontsteek in mij voor altijd nwe liefde. Dat toch mijn hart zich onbevlekt beware in het onderhouden uwer geboden , in de vervulling mijner plichten; dat ik noch vandaag , noch ooit meer toestemme in de zonde, maar standvastig met uwen heiligen wil vereenigd, steeds leve, om U te behagen en ü genoegen te geven , o allerzoetste Jesus! Zoo zij het. In ü wil ik leven en sterven. Moge ik van nu af aan leven in de deelneming aan uwe H. Geheimen . in de omhelzingen uwer vurigste liefde, in het genot van uwen rijksten zegen . dien ik U afsmeek.
A
GEBEDEK ONDEK
Na den Zegen des priesters.
Heuielache Vader, aanvaard dit allerheiligst offer, tot betuiging mijner onbeperkte dienstbaarheid en mijner volledige onderwerping aan nwen aanbiddelijken wil, tot dankzegging voor uwe tallooze gunsten en weldaden, en tot voldoening voor mijne zonden en die der gansche wereld. Moge deze hoogheilige offerande ook voordeelig zijn aan alle geloovigen en aan de zielen des vagevnurs. O Heer, verleen mij steeds overvloedige genaden in al mijne noodwendigheden en laat mij nooit aan mij zeiven over. Ik betuig in tegenwoordigheid van Hemel en aarde, dat ik bereid ben, liever te sterven dan TJ te beleedigen. Maar sta Gij , o Heer, mij altijd bij, opdat ik alzoo veilig voortga langs den weg, die mij eens moge voeren tot U, mijn God, in de zalige eeuwigheid. Amen.
Gebeden na de stille If ■ M ïr, voorgeschreven door 5S. H. 3?aus T.eo XIII.
Driemaal het „Wees Gegroetquot; enz.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ; ons leven . onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot TJ roepen wij , ballingen , kinderen van Eva.
Tot U smeeken wij , zuchtend en wee-
nend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.
358
3öy
En toon ons, na deze ballingBchap, Jesus,
de gezegende vrucht uws lichaams. O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd . Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods, R=. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God , onze toevlucht en onze kracht, X . zie genadig neder op het tot TJ roepende volk, en door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Jozef, haren Brudegom, van uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, verhoor barmhartig en goedgunstig de gebeden , welke wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid on de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen,
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd , wees onze bescherming y tegen de boosheid en de lagen des dnivels Wij smeeken nederig, r/ai God hem ge-biede: en gij, aanvoerder van het hemelsche heir, drijf den Satan en de andere booze geesten , die ten verderve der zielen in de wereld rondzwerven, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
Z. H. verleent goedgunstig 300 dagen aflaat aan allen die deze gebeden , ais boven , geknield doen.
Oebed tot den U. Jozef, zie bladz. 316.
Br-)e-
ge il. in
10
iar
:n la i-n D
r a
9 8
9
f
'fa
asfc—
VERSCHILLENDE GEBEDEN
TOT DEN
lErï. JOZBF-
I ^ quot;
Xiitanie ter eere var» den H. Jozef.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm TJ onzer. ! Uil
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid , één God , ontferm TJ onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons. H. Maagd der maagden, bid voor ons. H. Jozef, bid voor ons.
Beschermer van Jesus, bid voor ons.
Br Mi Ge Bt M Llt; D
A A A A I
1
--^---
VtKSCHILLENDl'. QEBEDEK.
Bruidegom van Maria, bid voor odlb. Man naar Gods Hart,
Getrouwe en wijze dienaar,
Bewaarder der zuiverheid van Maria , Medehulp van Maria ,
Leidsman en troost van Maria,
Die om Maria met bijzondere genaden
begunstigd zijt,
Allerreinste in zuiverheid,
Allernederigste in ootmoedigheid , Allervurigste in liefde ,
Allerverhevenste in beschouwing , Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard,
Die in de goddelijke verborni'n heden
boven anderen verlicht zijt geweest, ^ Die door een Engel in het geheim der o Menschwording onderricht zijt, °
Die met Maria, uwe Bruid, naar Beth- 0 lehem zijt gereisd , £
Die, toen gij in de herberg geene plaats vondt, in eenen stal hebt vernacht, Die waardig zijt geweest bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib werd gelegd ,
Die met Maria het Kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd ,
Die op het woord van den Engel met Jesus en Maria naar Egypte zijt gevlucht ,
Die na den dood van flerodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,
Die het Kind Jesus , dat te JeruBalem
361
362 VERSCmLLENDE GEBEDEN.
was gebleven , met Maria vol droefheid gezocht hebt, bid voor ons.
Die Hem na drie dagen met blijdschap
gevonden hebt, zittende in het mid- g-
Aan wien de Heer der Heeren op aarde o
Brnidegom van Maria, uit welke Jesus o
geboren is, ?■ Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,
Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef. Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef. In al onzen nood , help ons , H. Jozef. In al onze benauwdheden,
In het uur van onzen dood ,
Door uwe nllerzuiverste trouw , 3
Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, -
Door al uwen arbeid en al uw zweet, ®
^ Wij , die u als Beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij Jesus willet bidden om ver- Jj.
Dat gij ons aan Jesus en Maria gelievet g-
aan te bevelen , g Dat gij voor alle maagden en onge- ^ huwden de gaaf der zuiverheid willet
Dat gij voor de gehuwden eene onbe- pquot;
vlekte getrouwheid en heilige een- o
---^--
VEKSCHILLENDK GEBEDEN. 363
Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming willet verwerven, wii bidden u , verhoor ons.
Dat gij de vaders der huisgezinnen in het christelijk opvoeden hunner kin- ^ deren willet behulpzaam wezen , «a: Dat gij alle oversten in de bestiering van degenen, die hun zijn toebe- g; trouwd, willet behulpzaam zijn , ®
Dat gij alle vergaderingen, die u bijzonderlijk zijn toegedaan, willet be- . gunstigen, lt;
Dat gij allen, die op uwe hulp be- 3 trouwen , altijd en overal willet be- o schermen, °
Dat gij alle geloovige zielen door nwe o voorbede willet helpen , «
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Jozef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons , Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons , Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm TI onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader , enz.
--
-^V
V:
364
VEBSCHILLEKOE GEBEDEK.
y. Bid voor ons, H. Jozef,
llr. Opdat wij der beloften van Christns waardig worden.
LAAT OBS BIDDEN.
O heilige Jozef, die in de omhelzing van Jesns en Maria, nwe allerliefste Brnid, nit deze wereld gescheiden zijt, wij bid-5^, den n , dat gij ons willet te hnlp komen met Jesus en Maria, als de dood ons leven zal eindigen; opdat wij in de omhelzing van Jesns en Maria onzen geest vol van betronwen mogen geven.
Gebed.
(der H. Kerk.)
Wij bidden U, Heer! dat wij door de verdiensten van den Brnidegom nwer allerheiligste Moeder geholpen worden , opdat Y, _ ons door zijne voorspraak gegeven worde , hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eenwen der eeuwen. Amen.
Gelied
om deu H. Jozef tot Patroon te verkiezen en zich zeiven onder zijne bescherming te stellen.
H. Jozef! ik verkies u heden, voor geheel mijn leven , tot mijn bijzonderen meester ,
PC
verschillende gebeden. 365 1
|
leidsman en bestuurder van mijne ziel en mijn lichaam; van mijne gedachten, woorden en werken; vau mijne begeerten en neigingen; in lijden en vrengde ; in leven en dood ; en ik neem vastelijk voor, u nooit te verlaten, maar uwen H. Naam te ver-hefién, en uwe eer te bevorderen , zooveel mij mogelijk zal wezen. Ik bid u vurig, dat gij mij willet ontvangen als uwen eeuwigen dienaar. Help mij in al mijne werken en verlaat mij niet in het uur des
doods. Amen.
----
Oefening ter eere van de zeven smarten en vreugden van den ET. Jozef.
1. O zeer zuivere Bruidegom der allerheiligste Maagd Maria, roemvolle H. Jozef, zoo groot de smart en de benauwdheid uwb harten waren, toen gij ontsteld nadacht , of gij uwe onbevlekte Bruid moest - verlaten, zoo groot was ook uwe vreugde, , toen de Engel u het verheven geheim der menschwording openbaarde.
Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, ons nu en in onze laatste smarten te troosten , door de vreugde van een goed leven en van een zalig afsterven, gelijk aan het uwe in de armen van Jesus en Maria.
Onze Vader. Wee» gegroet, fiere zij den Vader.
ir
-^---
VtKSCHILLLXDE GEBEDEN.
2. O gelukzalige Patriarch, roemvolle H. Jozef, die tot de waardigheid vau Voedstervader des menschgeworden Woords verkozen zijt geworden; de smart welke gij gevoeldet, toen gij het kind Jesns zoo arm zaagt geboren worden, veranderde welhaast in eene hemelsehe blijdschap , toen gij het gezang der Engelen hoordet, en de wonderen, die in dozen schitterenden nacht geschiedden.
Wij bidden u, om deze smart en deze vrengd , verkrijg voor ona de genade, dat wij , na den loop dezes levens, het heilig gezang der Engelen hooreu en de heerlijkheid des Hemels genieten mogen.
Onze Vader. Wees qegroet. Eere zij den Vader.
3. O roemvolle H. Jozef, gehoorzaamste onderhouder der goddelijke wet, het dierbaar bloed, dat het goddelijk Kind in de besnijdenis vergoot, doorboorde uw hart; maar de Naam Jesus, dien Hij toen ont- v ving, hergaf u het leven en vervulde u met blijdschap.
Wij bidden u , om deze smart en deze vreugd, verkrijg ons de genade van behoed te worden voor alle ondeugd, en vol blijdschap te sterven , met den allerheiligsten Naam Jesus in het hart en op de lippen.
Onze Vader. Wees gegroet. Here zij den Vader.
4... O gelrouwste Heilige, die deel hebt genomen in de geheimen onzer verlossing,
X4 -iS?
_
36«
--^---■
VEKSCHn.I.ENDE OEBEDKN. 367
roemvolle H. Jozef, als de voorzegging van Simeon, die u aankondigde, watjesus en Maria zonden moeten lijden, n eene hevige smart veroorzaakte , vervulde zij u ook met blijdschap, dewijl zij n voorspelde, dat bet heil en de glorievolle verrijzenis eener tallooze menigte zielen uit dat lijden zonden volgen.
Wij bidden n, om deze smart en deze vreugd , verkrijg voor ons, dat ook wij • onder het getal dergenen mogen zijn . die door de verdiensten van Jesns Christus en door de voorspraak van Maria zijne Moeder glorierijk zullen verrijzen.
Onze Vader. Wees gegroet. Here zij den Vader.
5. O waakzaamste Bewaarder, innige en vertrouwelijke Vriend van den mensch-geworden Zoon Gods, roemvolle H, Jozef! hoeveel hebt gij moeten lijden, om den Zoon des Allerhoogsten te dienen en Hem het noodzakelijk onderhond te kunnen bezorgen , bijzonder gedurende uwe vluchtquot; naar Egypte: maar hoe groot was ook uw geluk , den Zoon van God altijd bij u te hebben , en de afgodsbeelden der Egypte-naren te zien nedervallen!
Wij bidden u , om deze smart en deze vreugd , verkrijg ons de genade , dat wij den helschen vijand van ons afweren , bijzonder door de gevaarlijke gelegenheden te vluchten, dat wij de afgoden, te weten de aardsehe neigingen, in onze harten
^--
368 VEBSCHILLEKDE GEBEDEK.
vernietigen, en dat wij , aan den dienst van Jesns en Maria geheel toegewijd, alleen voor hen leven en in de vreugde hunner liefde sterven mogen.
Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.
6. O Engel der aarde, roemvolle H. Jozef! gij zaagt met verwondering, hoe de Koning des Hemels aan uwe minste ^ bevelen gehoorzaamde. Het is waar, de troost, dien gij gevoeldet, toen gij Jesus uit Egypte wederbracht, werd gestoord door de vrees voor Archelaüs ; maar gerustgesteld door den Engel, hadt gij het geluk, te Nazareth in het gezelschap van Jesus en Maria te blijven.
Wij bidden u , om deze smart en deze vreugd , verkrijg ons de genade van alle schadelijke vrees uit onzen geest te verwijderen , opdat wij den vrede van geweten genieten , gerust met Jesus en Maria 4 vereenigd leven en in hun heilig gezel- lt;, V- gchap sterven mogen.
Onze Vader. Wees gegroet. Here zij den Vader.
7. O roemwaardige H. Jozef, volmaakt voorbeeld van heiligheid, welke smart gevoeldet gij niet, toen gij gedurende drie dagen, overstelpt van de hevigste droefheid, het H. Kind Jesus zocht, dat gij ondanks uwe groote waakzaamheid hadt verloren! Maar ook hoe groot was niet
^ V ^
4%; ______^___.]*
VEKSCHILLEXDE GEltEDKN. 369
uwe vreugde, toen gij Het in den tempel in het midden der Leeraren wedervondt!
Om deze smart en deze vreugde smeeken wij u met het hart op de lippen, niet toe te laten , dat wij Jesus door eenige doodzonde verliezen : doch als dat schrikkelijk ongeluk ons overkwam, maak dan, dat wij , ontroostbaar in onze droefheid, Hem zoeken, totdat wij het geluk hebben Hem weder te vinden , vooral in het nur van onzen dood, opdat wij Hem in den Hemel bezitten en daar met n zijne goddelijke barmhartigheden eeuwig bezingen mogen.
Ome Vader. Wees gegroet, fiere zij dep F!'.idcr.
Bid voor ons, H. Jozef,
Opdat wij waardig mogen worden der beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, wiens onbegrijpelijke voorzienigheid den H. Jozef tot bruidegom van uwe allerheiligste Moeder heeft verkozen , wij bidden U , maak dat wij hem, dien wij als onzen beschermer op de aarde eeren , in den Hemel tot voorspreker mogen hebben. Gij , die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Die deze gebeden godvruchtig bidt, verdient ééns daags 100, en 's quot;Woensdags 300 dagen aflaat; die ze dagelijks bidt, een vollen aflaat eens in de maand, alsmede den 19 Maart en den derden Zondag na Paschen, op de srewone voorwaarden. (9 Dcc. 1819.)
-K.--
VERSCHILLENDE GEBEDEN.
Bij eene vergunnins van den 1 Februari 1847, heeft Z. H. Pius IX daarenboven ten eeuwigen dage, aan alle geloovigen , die gedurende zeven achtereenvolgende Zondagen (welke men zich in den loop van het jaar kan uitkiezen) godvruchtig zullen bidden de gebeden der zeoen smarten en zeoen vreugden van den 11. Jozef, een vollen ajlaat verleend op eiken dier zeven Zondagen ; mits zij iedereu keer biechten, communiceeren en, in eene kerk of openbare bidplaats, ter intentie van Z. y H. den Paus, eenigen tijd godvruchtig bidden. Deze aflaten kunnen aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. Zij kunnen ook verdiend worden door de geloovigen, die deze gebeden tot den H. Jozef niet kunnen lezen, mits zij alle andere voorgeschreven oefeningen onderhouden en 7 Onze Fader, 7 Ifees gegroet en 7 Eere zij den Vader , enz. bidden.
Gebed tot den H. Jozef, IPatroon. der gansche Ker]».
Ü zeer machtige Patriarch, H. Jozef, Patroon der gansche Kerk , die u zonder ophouden aanroept in hare angsten en kwellingen , sla van op den hoogen troon van uwe glorie een blik van medelijden op de Katholieke wereld. Laat uw vaderlijk liart bewogen worden op het gezicht van de geheimzinnige Bruid en van den Plaats-bekleeder van Jesus Christus, die door droefheid gekweld en door machtige vijan-
370
„JÜ__-
VERSCHILLENDE GEBKDEN. 371
den vervolgd worden. Ik smeek u om de bittere benauwdheden , die gij hebt uitgestaan op aarde, droog in uwe goedertierenheid de tranen van den vereerden Opperpriester; verdedig hem, bevrijd hem en spreek voor hem ten beste bij den. oppersten Gever van vrede en liefde, opdat alle tegenspoed verdwijne, alle dwaling verstrooid worde en de geheele Kerk in - volmaakte vrijheid den goeden God kunne -dienen. Amen.
(100 Dairi'ii aliaat uens per dan. Leo XIII. 4- Maart 1883.)
-A.an roeping.
Maak, o H. Jozef, dat ons leven schuldeloos verloope en altijd veilig gedekt worde door uwe bescherming.
(100 Dagen aflaat eens per dag. Leo XIII. 18 Maart 1882.)
Gebeden voor de stervenden.
Eeuwige Vader , door de liefde, die Gij hebt voor den H. Jozef, welken Gij onder allen hebt uitgekozen om uw plaatsvervanger te zijn op aarde, heb medelijden met ons en met de arme stervenden.
1 Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader , enz.
Eeuwige Zoon des Vaders, door de liefde,
die Gij hebt voor den H. Jozef, uw ge-
------^---
873 VKKSCHILLENUE GEJJEDES
trouwen bewaarder op aarde, heb modelijden met ons en mot de arme stervenden. 1 Onze Vader, Wees gegroet, Glorie enz. Eeuwige Geest van God, door de liefde, die Gij hebt voor den H. Jozef, die met zooveel zorg Maria bewaard heeft, uwe welbeminde Bruid, heb medelijden met ons en met de arme stervenden.
1 Onze Vader , Wees gegroet, Glorie enz.
f300 Daaen aflaat eens per ilaiï. Leo Xdl. 17'Mei 18-4.'
Geljed tot dexj 11. .Toxei', Bruidegon\ v:in Maria en 3?fiti-oon der TT. TCerb.
o Eoemrijke H. Jozef, door God uitgekozen, om de Voedstervader te zijn van Jesns , de kuische Bruidegom der Allerh. Maagd, zelf altijd maagd en hoofd der H. Familie, verkozen daarenboven door den Plaatsbekleeder van Christus om de v| hemelsche Patroon en Beschermer te zijn van de Kerk, door Jesus gesticht, — met het grootste vertrouwen roep ik in dit oogenblik uwen machtigen bijstand in voor geheel de strijdende Kerk. Bescherm op bijzondere wijze, met waarlijk vaderlijke liefde, den Opperpriester en al de Bisschoppen en Priesters met den Stoel van Petrus vereenigd. Wees in de bekommeringen en kwellingen des levens de verdediger van al degenen, die aan de zaligheid
der zielen arbeiden, en maak dat alle voj-
------^------
--------
VtltSl iin i.KMIl (iKISKUKK.
' keren der :iarde zich bereidwillig onder-werpen aan de Kerk, die alleen ze alien kan redden. Gewaardig u ook , o welbeminde H. Jozef, de toewijding te aanvaarden. die ik u doe van mij zeiven. Ik geef mij geheel aan u, u verzoekende altijd mijn vader, beschermer en geleider te willen zijn op den weg des levens. Verkrijg mij eene groote zuiverheid van hart en eene vurige liefde voor het inwendige leven. Maak, dat naar uw voorbeeld al mijne handelingen gericht worden tot de grootere glorie van God, in vereeniging met het H. Hart van Jesus , met het onbevlekte Hart van Maria en met u. Eindelijk bid voor mij . opdat ik moge deelen in den vrede en de vreugde , die gij hebt ondervonden bij uwen heiligen dood. Amen.
t,3t'0 Dagen ailant i-.ens per ibgt;2. Leo XIII. IS .luli 1885.)
G t ■ 1H M i
Gedenk, o li. Jozef, allerzuiverste Bruidegom der Maagd Maria , mijn zoete Beschermer , dat hot nooit gehoord is , dat iemand uwe bescherming ingeroepen en van U hulp gevraagd heeft, zonder troost te vinden. Door dit vertrouwen bemoedigd , verschijn ik voor uwe oogen en beveel mij met allen aandrang bij U aan. Ach ' versmaad mijne bede niet, Voedster-
%
--------
VEK3CEILLENDE GEiSEUEX.
vader des Verlossers, maar neem ze in barmhartigheid aan. Amen.
7,. H. Paus Pius IX , bij Breve vau den 26'quot; Juni ]863, vergunde aan alle geloovigen, die dit gebed ten minste met rouwmoedig hart en godvruchtig bidden :
Een aflaat tan 300 dagen eens per dag
Gebetl van lt;lc H. Terosia,
Almachtige en barmhartige God, die aan de H. Maagd Maria, uwe allerheiligste Moeder, den gelukzaligen Jozef, Zoon van David en rechtvaardig bij uitnemendheid, tot Bruidegom gegeven hebt, en hem hebt uitgekozen om uw Voedstervader te zijn , verleen aan uwe Kerk door de gebeden en verdiensten van dien grooten Heilige, vrede en kalmte; en doe ons de genade, eenmaal in den Hemel het geluk te genieten van hem altijd te zien. Gij die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
1
jVXeinorare van den II. Bornartli- : aus van IBenen.
Gewaardig ü , o H. Jozef, onzer indachtig te zijn en verleen ons de hulp uwer bescherming bij Dengeue , die U eenmaal nader noemde.
Bezorg ons ook de gunst van de H. Maagd , uwe Bruid , Moeder van Hem , die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.
371
--------------
VEKSCnn.I.ENDE GEDEDEN. 375
Grelied tot den H. Jozef otxi een zaligen staat.
Glorierijke H. Jozef, ik bied mij voorU aan als een reiziger, die eene groote reis gaat ondernemen en die een leidsman noodig heeft, om den weg naar 't he-melsch vaderland te kannen volgen. Ik stel mij geheel en al onder nwe leiding. quot; . Ik verlang eenig en alleen Gods wil te . kennen en te volgen in alles en ik laat geheel aan Hem over, wat Hij met mij wil doen, waarheen of op welke wijze Hij mij ook geleide. Gij, o H. Jozef, die nooit een haarbreed zijt afgeweken van den wil Gods , breng mij en houd mij in den weg, dien God heeft afgebakend om mij ter zaligheid te voeren. Gij zijt bijzonder door den H. Geest verlicht in hetgeen gij doen moest; verlicht ook mij, opdat ik met vreugde de wogen des Heeren bewandele zonder mij op te houden, zonder om te zien, zonder een voetbreed a1*te wijken, totdat ik het doel, de eeuwige zaligheid. bereikt hebbe en IT in den Hemel kunne danken voor de mij verleende hulp op aarde. Amen.
NOVEEN
TEE EEEE
¥ AH DKN H, JOamp;amp;F.
Pius ]X verleende aau het houden eener noveen ter eere van deu H. Jozef, op welken tijd van het jaar dan ook : 1° Een aflaat van 300 dagen, iederen dag. 2° Een vollen aflaat op een der dagen van de noveen of der acht daaropvolgende, zoo men rouwmoedig biecht, godvruchtig communiceert en hidt tot intentie vau Z. H. (5 Jan. 1849.)
C
■P
Voorbereidend gebed.
*
Glorierijke Patriarch der Nieuwe Wet, getrouwe Bruidegom van Maria en Voedstervader van den Mensc-hgeworden God, ik weet het, dat alles, wat ik te uwer eer zal doen , ook zal strekken tot eer en glorie van Jesus en Maria. Daarom heb ik besloten negen dagen te wijden aan uwe bijzondere vereering o Glorierijke Heilige, verwarm mijne lauwheid en breng mijne
arme ziel in zulk eeue gesteltenis, dat ik met vurigheid deze heilige oefeningen moge ondernemen. Ik smeek u door den tijd, gedurende welken Maria , uwe onbevlekte Bruid , den Zoon Gods, uit liefde tot mij Mensch geworden , in haren maagdelijken schoot gedragen heeft, verkrijg voor mij de genade van voortaan met ijver en ge-j trouwheid te arbeiden aan het werk mijner 1- zaligheid. Verkrijg voor mij in het bijzonder die gunsten, welke ik in deze
Noveen kom vragen......
En , o H. Jozef, opdat mijne eerbewij-zingen u des te aangenamer zouden zijn , offer ik ze aan u op door de handen uwer welbeminde Bruid en door die van uwe getrouwe dienares, de H. Teresia.
Getoed tot de H. Teresia.
om door hare tmschenkonnt de bescherming nan den II. Jozef af ie smeeken
o H. Teresia, wonderbare .M aagd en Moeder van den Carmel, ik wensehte wel den H. Jozef waardiglijk te vereeren, zooals gij het met zulk een grooten ijver gedaan hebt. Daarom wees mij een voorspreekster bij den glorierijken Bruidegom van Maria, opdat hij mij aanneme onder het getal zijner godvruchtige vereerders. Verkrijg voor mij de genade van voortdurend onder zijne bescherming aan mijne
vu
37S
NOVEEN.
heiligmaking te werken en het geluk van eenmaal zalig te sterven onder de aanroeping der HH. Namen van Jesus, Maria en Jozef. Amen.
Vraag ook voor mij , dat ik de gunsten verwerve, welke ik in deze Noveen kom afsmeeken.....
4
X Eerste dag.
o Groote H. Jozef, de Hemelsche Vader heeft u in zijne plaats gesteld tot Vader van zijn Menscligeworden Zoon. Ik verheug mij over die groote waardigheid, waartoe gij onder alle menschen verheven zijt; maar ik verheug mij vooral, omdat God nw hart vervuld heeft met vaderlijke liefde voor zijnen Zoon, opdat gij Hem met eene grootere en zuiverder liefde zoudt beminnen dan een vader zijn eigen kind, Help mij dan, o mijn glorierijke Beschermer , door die onuitsprekelijke liefde voor het Goddelijk Kind, opdat ik ook naar uw voorbeeld Jesus hartelijk beminne en die liefde steeds toone door al mijn doen en laten , in leven en dood.
Oefeninyen voor dezen day. — 1. Herhaal vandaag eenige malen dit schietgebed; Zoet Hart van Jesus, maak, dat ik U steeds meer en meer beminne.
(300 dagco ail. Pins IX. 26 Nov. 1876.) 2. Doe eene of andere kleine versterving om aan Jesus uwe liefde te toonen.
H
37amp;
Tweede dag.
O gelukkige Heilige Jozef, die door de Allerheiligste Drievuldigheid zijt uitverkozen tot Bruidegom van de Onbevlekte Moeder van Jesns, gij zijt waardig, dat alle Engelen en menachen u loven en prijzen om die onvergelijkelijke waardigheid. Ik smeek u uit den grond mijns harten, dat gij voor mij willet verkrijgen, dat ik Maria bemin-ne en door haar steeds bemind worde. Verkrijg voor mij die teedere en grondige vereering van de Allerheiligste Maagd . welke een onderpand is der eeuwige zaligheid ; want een waar dienaar van Maria kan niet verloren gaan. Zeg haar dan, dat zij, door de liefde. waarmede zij u bemint, mij opneme onder het getal van hare kinderen en zij mij altijd bescherme in leven en dood. Amen.
Oefeningen voor dezen day : 1. Zeg nu en dan dit schietgebed: Jestis , Maria, Jozef, ik geef n mijn hart, mijne ziel en mijn le-- v ven. (100 dagen afl. Pins VII28 April 1807.) ' 2. Ter eere van de zuiverheid van Maria en Jozef, wees zedig in ai uwe oogslagen.
Derde dag.
Hoe groot was uw geloof, o H Jozef, toen de Engel des Heeren u het geheim der Menschwording van Gods Zoon ver kondigde , toen hij u beval met het God
delijk Kind en zijne H. Moeder te vlueh
- ^
________
3^0 NiivKi;:
4
ten voor de vervolging van Herode? , toen hij u terugriep naar het land van Israël Verkrijg voor mij deze schoone deugd des geloofs , die de grondslag en de wortel is van alle andere deugden; verkrijg voor mij dat levendig en werkdadig geloof, dat getrouw blijft in alle beproevingen. Maak door uw gebed en voorbeeld, dat ik op deze wereld leve in en door het geloof, om eenmaal de belooning er van te bekomen in den Hemel. Amen.
Oefeningen voor dezen dag : 1. Verwek eene akte van geloof. — 2. Doe een geestelijk werk van barmhartigheid.
Vierde dag'.
o H. Jozef, als ik een weinig had van die onwankelbare hoop, welke u op God deed vertrouwen zelfs in de hachelijkste omstandigheden, zou ik dan wel zoo spoedig in den minsten tegenspoed den moed verliezen ? Zon ik dan zoo dikwijls de eeuwige fquot; goederen des Hemels vergeten . om mij te hechten aan de vergankelijke goederen dezer aarde ? Eiken dag noem ik God mijnen Vader, en toch, hoe zwak is mijn vertrouwen ! Mijn beminnelijke beschermer, bekom voor mij die vaste hoop, welke door niets wordt aan het wankelen gebracht; die overwinnende hoop, welke alle tegen-heden en bekoringen te boven komt; die hoop eindelijk , welke ons ondersteunt ia alle voorvallen des levens, onze troost zal
SF
____gt;lt;
NOVKEX.
zijn in het uur des doods en ons de poorten der een wipte zaligheid zal openen.
Oefenimien ooor dezen day: 1. Verwek eene akte van hoop. — 2. Doe een lichamelijk werk van barmhartigheid.
Vijfde «lag.
o Seraphijn van liefde, glorierijke H, Jozef, hoe brandde nw hart van liefde voor God en zijnen niensehgeworden Zoon! Jaren lang mocht gij Hem dagelijks zien, die zelf getuigde: /00 lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon heeft gegeven. (Jois III. 16.) Zoo vertrouwelijk, als een vader met zijn kind, mocht gij omgaan met Hem, van wien ik met den Apostel zeggen mag: „ Hij heeft mij bemind cu zich zeleen voor mij overgeleverd.quot; (Gal. II. 20.) En ik, H. Jozef, dagelijks mag ik opzien naar het kruis, dagelijks mag ik Jesus in zijn H. Sacrament bezoeken, zoo dikwijls hart aan Hart mij met Hem vereenigen in de H. Communie; en toch , ik blijf zoo koud in zijne liefde, zoo weinig ijverig om God te toonen, dat ik Hem waarlijk bemin. — Jesus kan niets aan u weigeren ; vraag dan voor mij bovenal die edelmoedige liefde, welke alles vermijdt, wat God mishaagt, en datgene doet, wat God behaaglijk is.
Oefeningen voor dezen dag; I. Verwek
381
-*-----
383 NOVEEN.
nu en dan eene korte akte van liefde. -— 2. Denk vandaag eens na over deze woorden van Jesus: ,, Zoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnet,. eenigen Zoon heeft gegeven. (Jois. Ill, 16.)
/esde dag-.
Trouwe navolger van Jesus en Maria, die u zoo diep vernederd hebt in de oogen der menschen, als gij groot waart voor God, leer mij waarlijk ootmoedig van harte wezen. Mijne eigenliefde verblindt mij ; zij verbergt mij mijne fouten en gebreken ; en verre Yan ' te zuchten over mijne onwaardigheid en ellende, ga ik groot op het weinige goed , dat ik doe. o Beminnelijke Heilige, verkrijg voor mij de genade van mij zeiven te kennen en te verachten; verwerf voor mij, dat ik alle menschelijk opzicht met voeter. trede, en dat ik zoeke y alleen aan God te behagen in al mijn doen en ^ laten, o Jesus, Maria en Jozef, ik wil ' voortaan mijn eenigen roem stellen in mij te vernederen volgens uw voorbeeld. Amen.
Oefeningen voor dezen dag: 1. Dikwijls herhalen : Mijn Jesus , zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (Afl. 300 dagen eens per dag. Pius IX. 25 Jan. 1868.) — 2. Als gij het gedrag van anderen zonder reden wilt be-oordeelen, denk dan op uwe eigene gebreken.
38,5
Zevende (las'.
Glorierijke H. Jozef, vau wien de H. Geest zelf den lof verkondigt door u te prijzen als een reohtcaardig man, d. i. be-giftigd met alle deugden ; ik ben vol van bewondering, als ik al de schatten beschouw van genaden en heiligheid, waarmede uwe ziel is verrijkt. Wat ben ik verwijderd van uwe ootmoedigheid, uwe zachtmoedig- % beid, uwe liefde, uwe zuiverheid, uwe onthechting aan al het aardsche en zoovele andere deugden ! O, laat niet toe, dat ik nog langer een slaaf zij mijner kwade neigingen. Met uwe hulp en die nwer gezegende Bruid, wil ik mij ijverig op de beoefening der deugd toeleggen. Ik wil vooral waken met eene bijzondere zorg op de bewaring der zuiverheid , die schoon e deugd, welke u zoo dierbaar was; ik wil ook arm zijn van geest, om de goederen des Hemels te verdienen ; naar uw voorbeeld zal ik mij Y gewoon maken mij in alles aan Gods Wil te onderwerpen, o H. Maagd en Moeder Gods, en gij , rechtvaardige Jozef, verkrijgt voor mij, dat ik uwe deugden na-volge, om eens aan te landen in de eeuwige zaligheid.
Oefeningen voor dezen dag: 1. U overwinnen in datgene, wat u bijzondere moeite kost. — 2. Als u iets moeilijks overkomt,
denk dan : het is mijn Vader in den Hemel, die het tot mijn welzijn overzendt, en zeg: „ Vader , uic wil quot;
T
rii
'jH'.
3s
Achtste (lag'.
o H. Jozef, gij zijt waarlijk de Patroon van het inwendig leven. Het was Jesns , het waren de volmaaktheden en de grootheid van God, die nw hart geheel bezighielden. De uitwendige werken konden u niet van de tegenwoordigheid Gods aftrekken , en nwo liefde gaf een onschatbare waarde aan de minste uwer handelingen, o Wonderbaar voorbeeld van ingetogenheid en ijver, gij hebt eene bijzondere macht ontvangen om do zielen tot God te leiden door de oefening van 't gebed. Bedwing dan mijn verstrooiden geest, verwijder uit mijn hart alle lauwheid en vervul het met ware liefde en ijver; verkrijg voor mij den inwendigen geest, den geest van overweging en van gebed, en eene znivere meening in al mijn doen en laten. Ik verwacht alles van uwe goedheid, en ik geef mij geheel over aan uwe leiding. Amen.
Oefeningen voor dezen dag : 1. Denk dikwijls aan Gods alomtegenwoordigheid. — 2. Eoep den H. Jozef eenige malen aan als Patroon van het inwendige leven.
Negende dag.
vL
o H. Jozef, het is vooral in het uur van den dood, dat ik uwe bescherming noodig heb ; ik vraag op dezen dag uwe hulp voor dat vreeselijk oogenblik, waarvan ik niet weet, of ik u dan zal kunnen aanroepen.
w
385
Helaas, na zulk een weinig christelijk leven, dat ik geleid heb, mag ik wel vreezen voor Gods rechtvaardigheid ! Groote Heilige , die het voorbeeld en de trooster zijt der stervenden , maak, ik smeek het n, dat ik den dood der rechtvaardigen sterve; maar, opdat ik znlk eene groote genade zou mogen verwachten , verkrijg voor mij, dat ik leve gelijk gij naar het voorbeeld van Josus en Maria. Ik wil van nu af sterven aan al mijne kwade neigingen, aan alle aardsühe verlangens; ik wil boetvaardigheid doen voor het verledene, en voortaan God beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Jesus, Maria , Jozef', het is in de hoop op uwe hulp en onder uwe bescherming, dat ik deze besluiten genomen heb; Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij nu en in het uur van mijnen dood.
Oefeningen noor dezen dag: 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed: Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd. (100 dagen aflaat, Pius VU, 28 April 1807.) 2. Eene oefening doen van boetvaardigheid of versterving, om te voldoen voor de straffen zijner zonden.
----—oaCffigpc
TRIDUÜM TER EERE VAN DEI H. JOZEF.
Eerste dag'.
Hij was huu oiiderdani'j.
(Luc. II. 51.)
1. Welk eone eer was het voor den H. Jozef, dat liij verheven werd tot Voedstervader van Jesus Christus ' — 2. Hij had macht over zijn goddelijken Verlosser , als een vader over zijn kind ; Jesns gedroeg zich voor hem als zijn zoon, en had gewillig zijne vrijheid aan hem onderworpen. — , 3. Gedurende dertig jaren werd hij door Jesus gediend, gelijk een werkman gediend wordt door zijn leerling , die deelt in zijn arbeid en vermoeienissen.
Gebed. — Gedenk, o goedertierene en barmhartige H. Jozef', dat Hij , die hier op aarde uw zoon wilde genoemd worden, mij heeft vrijgekocht door zijn kostbaar Bloed. Ik smeek a dan, o mijn hemelsche Beschermer, door het vaderlijk hart, dat
•te
287
_^s_
TRiaUU.M.
God Ti gegeven heeft voor zijnen Zoon, en door de kinderlijke liefde, die Jeans voor n gehad heeft, mijne zaligheid onder uwe bijzondere bescherming te nemen. Weeg mij een vader, een geleider en mijn voorbeeld in het geestelijk leven en op den weg der volmaaktheid , opdat ik, na n hier op aarde te hebben nagevolgd, hiernamaals kome tot het geluk der Zaligen in den quot; Hemel. Amen.
Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed : Jesus, Maria, Jozef, ik geef u mijn hart, mijne ziel en mijn leven. (100 dagen aflaat, Pius VII, | 28 April 1807.) — 'i. Verwek eene akte j van berouw en van liefde tot God.
Tweede dag:.
Zij wjis verloofd aan eeuen man , met name Joiet'.
(Luc. 1 37.)
iX
1. De H. Jozef was de waardige Bruidegom van Maria, door de H. Drievuldigheid voorbeschikt om bij de Moedermaagd de plaats waar te nemen van den H. Geest, haren onzichtbaren Bruidegom. -— 2. Hij was maagd, en zijn maagdom was een volmaakt afbeeldsel van dien van Maria : want hij had zijne zuiverheid door eene belofte aan God toegewijd. — 3. Hij werd gediend door de Koningin des Hemels als haar Heer,
388
geëerd als haar Beschermer, bemind als haar Bruidegom.
Gebed, o Gelukzalige H. Jozef, die dooide H. Drievuldigheid zijt uitverkoren tot Bruidegom van de Allerheiligste Moeder van God, gij zijt waardig, dat alle Engelen en alle mensrhen u eeren, u loven en prijzen om die groote waardigheid, waartoe op verheven zijt. Als Bruidegom van Maria, X. hebt gij een geheel bijzondere macht bij haar en haren goddelijken Zoon ; beveel mij dan aan Jesus en Maria; maak, dat ik hun behaaglijk zij, door de zuiverheid van mijnen staat ongeschonden te bewaren; maak, dat ik hunne bescherming over mij aftrekke door edelmoedige liefde tot God en oprechte liefde jegens den naaste; maak, dat ik Jesus, Maria en u, mijn machtige Beschermer . getrouw diene in dit leven om mij eens in uwe glorie te verheugen in alle eeuwigheid. Amen.
Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal jri eenige malen dit schietgebed: Jesus, Maria, r Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd. -(100 dagen ail., Pius VII, 28 April 1807.) 2. Doe een werk van lichamelijke of geestelijke barmhartigheid.
Derde (lag.
Kostbaar iu het oog des Heereu is de dood zijner Heiligen. (Ps. CXV. 15.)
1. De dood van den H. Jozef was
V^C
4
389
kostbaar door de verdiensten, welke zijno buitengewone deugden hem hadden verkregen., door de goede vervulling van de bediening, welke God hem had toevertrouwd , door de hoop op de belooning, waarop hij het recht had te rekenen. — 2. Zijn dood werd vereerd door de tegenwoordigheid der Engelen en van Jesus en Maria, die hem bijstonden tot zijn laatsten •' ademtocht. — 3. Zijn dood was zacht en p vol vrede, door den gloed van zijne liefde jegens God , door de onuitsprekelijke vertroostingen , welke hij ondervond, door de woorden en de hulp van Jesus en van Maria.
Gebed. Groote H. Jozef, die de patroon zijt van een zaligen dood, eene groote vrees bevangt mij, als ik met de oogen des geloofs het oogenblik beschouw, waarin voor mij de tijd zal eindigen en de eeuwigheid beginnen zal. Jk ken de plaats, den tijd, de wijze niet van mijnen dood. Ik y weet alleen, dat ik sterven zal en dat het h oogenblik van mijnen dood mijn lot voor de eeuwigheid zal beslissen. Als ik sterf in staat van doodzonde, dan ben ik zonder redmiddel verloren ; sterf ik in staat van Gods genade, dan is mijn geluk voor altijd verzekerd, o Machtige Beschermer der stervenden, ik beveel n dringend het einde van mijn leven aan, waar en wanneer God het moge vragen: getroost zal ik eterven , als ik sterf onder uwe hoede en onder die van Jesus en Maria. Daarom :
-4r
'■y*
TEIDUUM.
Jesue, Maria, Jozef, staat mij bjquot; in mijnen doodstrijd; — Jesue, Maria, Jozef, laat mij in nw heilig gezelschap in vrede sterven. —
Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed: Jesns , Maria, Jozef, laat mij in uw heilig gezelschap in vrede sterven. ()00 dagen afl., . Pius VII, 28 April 1807.) — 2. Doe i eenige versterving met het inzicht om een jquot; zaligen dood te verkrijgen.
390
GEBEDEN ONDER HET LOF.
Ghebed. tot Jesus.
Geloofd en gedankt zij elk oogenblik het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.
O Heer, zie genadig van uw heilig altaar op mij , ellendigen zondaar, neder. Met een bedroefd hart, maar met een groot vertrouwen bid ik U, vergeef mij mijne zonden ; zij zijn mij van harte leed, ik haat en verfoei ze uit liefde tot U en wil ze nooit meer bedrijven. Maak mij, naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte , gehoorzaam, kuigeh, getrouw aan mijne ■, plichten , geduldig in lijden en in alles onderworpen aan uwen heiligen wil. Geef mij de volharuing in uwe liefde tot het einde mijns levens toe.
Betrouwende op uwe goedheid, o mijn Zaligmaker, bid ik u ook voor allen, voor ïfie ik verplicht ben te bidden. Zegen ♦nzen Heiligen Vader den Paus, de bis-fchoppen en priesters; vervul hen met een vurigen ijver voor uwe eer en voor de ziligheid der zielen. Ik bid U in het bij-
xt7
392 GEBEDEN
zonder voor mijnen ssielsbestnurder en voor hen, die mij in den godsdienst onderwijzer of onderwezen hebben. Gelief hen daarvoor te beloonen, en hunnen arbeid te zegenen, opdat zij ons en vele anderen tot de eenwige zaligheid mogen brengen.
Ik beveel ü, o Heer, mijne ouders, aan wie ik zooveel verschuldigd ben. Geef hun al wat zij naar ziel en lichaam noodig hebben voor dit en het eeuwige leven. , Dit vraag ik U ook voor mijne broeders, zusters en andere bloedverwanten.
Ik bid U ook voor mijne vijanden, indien ik er heb; voor allen die mij ooit beleedigd hebben, en voor hen aan wie ik ergernis heb gegeven: ik bid ü voor allen, die voor mij bidden.
Ach , Heer ! mochten toch alle zondaren zich tot TJ bekeeren! Geef hun daartoe uwe genade -, ontferm U over hen.
En om niemand in mijn gebed te ver- ! jjeten, beveel ik U ook alle zieken, die U in het H Sacrament niet kunnen be- ,-zoeken. Geef hun sterkte, om hunne smarten uit liefde tot ü geduldig te lijden en daardoor den Hemel te verdienen. Ik bid U voornamelijk voor hen, die in gevaar zijn van sterven. Sta hen bij in dat gewichtig oogenblik, opdat zij in uwe liefde uit deze wereld scheiden.
Eindelijk beveel ik U de zielen der overledenen, die nog in het vagevuur zijn. vooral de ziel van .... Vervul haar vurif
w-
OK üEli HET LOP. 393
verlangen van zich met U te gaan vereenigen in den Hemel.
Al deze genaden voor mij zeiven en voor anderen hoop ik van uwe goedheid te bekomen. Amen.
A vo Regina Ooeloi-uni.
Gegroet, o Hemelkoningin ,
Gegroet, der Engelen Vorstin;
Heil U, o Spruit, o Zaalge Schoot, Waaruit der wereld 't Licht ontsproot.
Wees, glorierijke Maagd , verblijd , Die onder alle 't schoonste zijl;
Gegroet, o Gij , zoo vol van eer,
En bid voor ons bij God den Heer.
gt;}■. Gedoog , dat ik u love, H. Maagd, R:. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden, pc
LAAT ONS BIDDEN»
Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen , opdat 'wij , die de gedachtenis der H. Moeder Gods vieren, door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus , onzen Heer. Amen.
394 GEBEDEN
■Responsorium : Quicunique.
Wie zonder letsel, kalm en stil Zijn levensloop voleinden wil,
Om dan vol vreugd tot God te gaan, I Die roepa om hulp St. Jozef aan.
I
v Hij , die als man der reinste Maagd : V Den naam van Jesus' Vader draagt,
Hij zoo gerecht, zoo kuisuh, zoo trouw, Verkrijgt al wat hij vragen zou. Wie zonder letsel enz.
In 't Kribje aanbad hii 'tGodd'lijli
(Woord;
Hij troostte 't in zijn ballingsoord; En toen hij 't Kind verloren had Zocht hij 't bedroefd en vond zijn schat. Wie zonder letsel enz.
'% Den Wereldschepper groot en wijs P' Bezorgt zijn arbeid daaglijks spijs ; Des eeuwgen Vaders eeuwge Zoon Bewijst hem hulde en dienstbetoon. Wie zonder letsel eaz.
Bij 't sterven stond hem Jesus bij ; Maria week niet van zijn zij; Verblijd in hen gaf hij den Heer Zacht sluim'rend zijne ziele weer. • Wie zonder letsel enz.
OX DEN HET LOF.
( .............
Glorie zij d«n Vader enz Wie zonder letsel enz.
Aatiphoon; Deze is de getrouwe en wijze Dienaar, dien de Heer gesteld heeft over zijn huisgezin.
gt;T. Bid voor ons, H. Jozef.
R. Opdat wij waardig worden de belof-''j ten van Christus.
395
LAAT ONS BIDDEN.
o God , die door eene onuitsprekelijke Voorzienigheid ü gewaardigd hebt, den H. Jozef uit te kiezen tot Bruidegom uwer allerheiligste Moeder, geef, smeeken wij U , dat wij, die hem vereeren als onzen beschermer op aarde, ook verdienen mogen, hem tot voorspreker te hebben in den Hemel. Die leeft en heerscht enz. (Een jaar aflaat, telkens : zie blz. 346.
gt;■
Tantum Ergo.
Knielen wij voor 't glorierijke Sacrament vol eerbied neer. De oude Godsvereering wijke
Voor den dienst der nieuwe Leer. En hoe 't zintuig ook bezwijke, Ons geloof groei' meer en meer.
GEBEDEN. ONDEE HET LOF.
Aan den Vader , Hooggeprezen ,
Aan zijn Eengeboren Zoon Macht en zeegning uitgelezen ,
Glorie, heil en eerbetoon !
Voor den Geest, van 't zelfde Wezen, Rij ze een loflied even schoon ! Amen.
396
J*
___^__J2Ê
♦ ♦ v -i ♦ ; ; -J- 'i' '-£ *£ *£ '-i-* '-^ '-S-' *£ '-j-' '-i-' '-j-'
i li T i T M I i i li i i11 I i
ÏHHOÜD,
f
BLADZ.
Aa?i den godoruchiigen lezer.....III
Geschiedkundig Overzicht der oereering
Aflaien verleend aan de viering der Maand
Maart............vttt
Eerste Dasr. — Je*us en Maria , onze
voorbeelden in de vereering van St. Jozef. 14 \ Tweede Dag. — Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Hoofd van
het H. Huisgezin........23
Derde Dag. — Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef, als Bruidegom
Vierde Dag, — Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef ah Voedstervader van Jesus........43
398 ikhouu.
BLADZ.
Vijfde Dag. — Waardigheid en heiligheid can den H. Jozef als Voedster-cader van Jesus. (Vervolg.) ... 53 Zesde Dag. — De H. Jozef en het mysterie der Menschteording...... 63
Zevende Dag. — üe H. Jozef, woordvoerder van het zwijgend Menschge-
Achtste Dag. — Üe U. Jozef en de Zoete
Negende Dag. — Leven can den H. Jozef in het H. Huisgezin. I. Zijn leven
Tiende Dag. — Leven van den H. Jozef in het H. Huisgezin. II. Zijn leven
Elfde Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozej'. I. Zijn leven van
geloof. . ... .......112
Twaalfde Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. II. Zijn teven van
Dertiende Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. III. Zijn gedrag
op Sabbath- en Feestdagen.....135
Veertiende Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. IV. Zijn Hemelsch leaen op aarde.........146
w
BLADZ.
Vijftiende Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. V. Zijn leven r.an
liefde en marten........156
Zefftiende Dag. — Gevoelens van den
H. Jozef hij het verlies van Jesus. . 167 Zeventiende Dag. — St. Jozefs nederigheid............180
Achttiende Dag. — St. Jozefs werkzaam
leven............192
Negentiende Dag. — St. Jozefs verduldigheid in tegenspoed en armoede. . . 203 Twintigste Dag. — St. Jozefs geest van
boetvaardigheid.........214
Een en twintigste Dag. — De FT. Jozef , Foorbeeld en Patroon der 'Zui-
225
Twee en twintigste Dag. — Zgt;« H. Jozef, Voorbeeld en Patroon der jeugd. 236 Drie en twintigste Dag. — De 11. Jozef in het sterfuur. I. Zijne droefheid. 247 ! Vier en twintigste Dag. — De B. Jozef op zijn sterfbed. II. Zijne vreugde. 257 Vijf en twintigste Dag. — De H. Jozef in het voorgeborgte......267
Zes en twintigste Dag — St. Jozefs
glorie in den Hemel.......277
Zeven en twintigste Dag. — St. Jozefs macht in den Hemel. I......281
1-
INHOUn.
BLADZ.
Acht en twintigste Dag. — St. Jozefs
macht in den Hemel. IT. .... 298 Negen en twintigste Dag. — Be H. Jozef en de H. Kerk. I......308
Dertigste Dag. — Be H. Jozef en de
H. Kerk. II.........318
Ben en dertigste Dag. — Be godsvrucht tot den H. Jozef, het redmiddel der
Maatschappij.........327
Lezing voor den Feestdag van St. Jozef
(19 Maart).........336
Gebeden onder de H. Mis......347
Verschillende gebeden tot den H. Jozef, 360 Noveen ter eere van den H. Jozef. . . 374 Triduum ter eere van den IJ. Jozef. , 386 Gebeden onder het Lof.......391
■100
■H
yi
r
*