-ocr page 1-
-ocr page 2-

-

-ocr page 3-

-

.

-ocr page 4-

'IE ^1quot;'.ggpwwwn

-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

'rif Dl I

,4-, s

rE

DE H. JOZEF,

TOONBEELD YAÏÏ HET CHRISTELIJK LEVEX,

-gt;H®M«-

Godvruchtigo lezingen voor iederen dag der maand Maart.

DOOK EEN PEIESTER DER CONGREGATIE VAN O. L. V. MOEDER VAN BARMHARTIGHEID.

■P OfiL-, %

TILBURG,

Stoomdrukkerij van het R. K. Jonsreus-Weeshuis. 1 8 9 0.

~J Vs ^k_

tr®

-ocr page 8-

Ti quot; I *»

IMPEIMATUE.

M. F. de Beek , Sup.-Gen. et Dec. ad hoe delegatus.

Datam Tillnirgi, 4 Kovembris 1889.

-ocr page 9-

AAN DEN GODVRUCHTIGE^ LEZER.

De vrome wenscli der geloovigen, — de opwekking en aanmoediging van onzen H. Vader Leo XIII, — het verlangen om aan den H. Jozef te behagen en zijne bescherming te verdienen , — alsmede de zucht om door de verbreiding der godsvrucht tot den H. Jozef eenig geestelijk nut te stichten, dit alles spoorde ons aan, dit nederige werkje te schrijven en uit te geven.

De samenstelling van een geschrift over den fl. Jozef gaat met eigenaardige moeilijkheden gepaard. Vooreerst, de schaarsch-heid der Evangelische bijzonderheden, gevolgd door een betrekkelijk spaarzame behandeling dezer stof door de oudere Kerkvaders. De weinige woorden, die de HH. Evangelisten en Kerkvaders aangaande den H. Jozef neerschreven, blijken echter bij nader onderzoek goudmijnen te zijn, die aangaande de deugden en voorrechten van dien grooten Patriarch schatten van leering voor ons bevatten.

ï—--ÏÊf

-ocr page 10-

Ten andere, wil men een werkje schrijven, dat gerustelijk aan allerlei soort van personen , ook aan kinderen , in lianden kan worden gegeven, dan moet bij de behandeling van sommige punten de grootste behoedzaamheid worden in acht genomen. In hoeverre wij daarin geslaagd zijn, moge de vrome lezer beoordeelen; terwijl wij verder hopen en vertrouwen, dat de H. Jozef in den Hemel met welgevallen moge neerzien op een arbeid, alleen tot zijne eei ondernomen.

Verklaring van den Schrijver.

In niets de besluiten der H. Kerk willende vooruitloopen, onderwerpen wij, volgens de Kerkelijke voorsenriften, al onze meeningen en aangehaalde feiten aan het oordeel van den H. Stoel, en kennen wij aan dezelve geen ander gezag toe, dan dat der schrijvers die ze meedeelen.

—|r3gt;s|^lt;eS-—

il— o-EGtj

-ocr page 11-

DE H. JOZEF,

Tontwld vaii liet Clifislelijï Leven.

Geschiedkundig: Overzicht der vereeriug van den H. Jozef.

p, vereering van den H. Jozef is thans algemeen in de H. Kerk.

' ^Geen geloovige, die de HH. Namen van Jesus en Maria uitspreekt, of hij voegt daar onmiddellijk den gezegenden naam Jozef bij. Overal ziet men zijn beeld, overal hoort men zijn lof. Dit is niet altijd zoo geweest. Daar was een tijd, waarop men, zonder den H. Jozef juist te rergelcn , hem vereerde gelijk men de duizenden andere Heiligen vereert, die de

-ocr page 12-

--^

Kerk viert. Ju zelfs waren er vele Heiligen , die in de vereering van het volk en in den eeredienst der Kerk hooger stonden dan de H. Jozef, welke daarin slechts een zeer bescheiden plaats innam. Daar gebeurt niets door toeval alleen; vooral niet., waar het de vereering der Heiligen en den eeredienst der Kerk geldt; maar , zoo zegt, Pater Segneri, gelijk de H. Kerk wachtte met al de eigenschappen van den 11. Geest nauwkeurig in hare geloofsleer te omschrijven, tot dat het geloof aan de Godheid van Christus diep in het hart der geloovigen was ingeworteld, zoo achtte zij het noodzakelijk , de godsvrucht der Christenen niet op de vereering van den H. Jozef te richten, vóór dat de maagdelijkheid der Moeder Gods door de geheele wereld erkend en geëerd werd.quot; (1)

Maar in de 15de en 1 Gde eeuw klonk voor den H. Jozef het woord des Meesters: Amice, ascende mperius: vriend, ga honger op. (2). Lang genoeg zijt gij in uwe

1) Schets. Jozef, Zoon van David.

^ Luc. XIV , 10. —:-

-ocr page 13-

nederige verborgenheid geweest; laat nu uw licht schijnen voor de menschen, opdat zij uwen Vader verheerlijken, die in den Hemel is. En inderdaad, als een prachtige zon, die lang achter dichte wolken is verborgen geweest, eerst weifelend en bleek, maar daarna met vollen glans hare stralen over het aardrijk uitgiet, zoo treedt de H. Jozef te voorschijn en schijnt heerlijker, naarmate hij langer verborgen en vergeten is geweest. Zoo scheen de grootheid van zijn voorafbeelding, den aartsvader Jozef in Egypte, schooner glans te verspreiden, omdat hij langer in de duisternis des kerkers vergeten was.

Heiligen, zooals de H. Bernardinus van Senen en de 11. ïeresia, — Geleerden als Isidorus de Isolanis, Carthagena, Miechio-viensis en Suarez, — Pausen als Sixtus IV, Gregorius XIV, Urbanus VIII, — Koningen en Keizers als Leopold 1, deze allen deden door woord en schrift en daad hun best, om den H. Jozef te verhellen, als wilden zij hem de vergetelheid van vroeger eeuwen vergoeden. En nu, nu is de 11. Jozef na Maria de meest vereerde

-ocr page 14-

SfP2----------^

d| vnr If

Heilige; de H. Kerk viert zijnen feestdag met al den luister welken de vastentijd, waarin hij valt, toelaat, en gelijk Maria raag hij zeggen , dat alle geslachten hem zalig prijzen , omdat de Heer groote dingen aan Hem gedaan heeft. Grooter eer kon hem wel niet te beurt vallen dan die Pi us IX hera aandeed op verzoek van een groot getal Bisschoppen der Katholieke wereld, nl. door den 11. Jozef te verheffen tot Patroon der groote Katholieke familie, die de Kerk van Jesus Christus is. De opvolger van Pius IX, de thans roemrijk regeerende Paus Leo XII1, doet in godsvrucht tot den H. Jozef voor zijn voorganger niet onder. Weer heeft zijn machtig woord over de aarde weerklonken en opnieuw getoond, dat er in dat woord, het woord van Christus' plaatsbekleeder, een hoogere kracht schuilt. Den 15 Aug. 1889 wekte de Paus de gansche wereld op, om in deze hachelijke tijdsomstandigheden het oog gevestigd te houden op den H. Jozef. Z. H. gaat de redenen na, waarom de H Jozef zoo machtig en verheven is, als Voedstervader van Jesus Christus, als

-ocr page 15-

p r.Gl

Bruidegom der onbevlekte Maagd, als Hoold van het kleine huisje van Nazareth, hetwelk de eerstelingen bevatte der Kerk, die nu zoo onmetelijk uitgebreid is. Z. tl. vergelijkt den Jozef der Niewe Wet, met den Aartsvader van 't Oude verbond en drukt er vooral op, dat de godsvrucht tot den II. Jozel' nuttig is voor menschen van iederen stand en rang. « De huisvaders ii vinden in hem het schoonste toonbeeld i) van waakzaamheid en vaderlijke zorg ; i' de echtgenooten een volmaakt voorbeeld » van echtelijke trouw ; de maagdelijke ii zielen vinden in hem tegelijk een voor-ii beeld en beschermer der zuiverheid. De ii grooten en rijken kunnen van hem leeren, ii welke de ware goederen zijn en hoe ii men den tegenspoed moet lijden ; de ii armen en de werklieden hoe zij zich ii moeten schikken in hunne ontberingen » en in den harden arbeid, eigen aan hun «stand.... Wij zien den H. Jozef, die ii spruit van een koninklijken stam , zich 1' zonder ophouden met gelatenheid en i) vreugde wijden aan zijn nederigen ii arbeid. Dit voorbeeld beschouwende.

--^

-ocr page 16-

agëXs__rSï

» moeten ook de werklieden hunne harten » verheffen en zich met gevoelens van » rechtvaardigheid doordringen. Zij heb-« hen het recht, hunne armoede te ver-» zachten en een beter lot te verwerven » door wettige middelen; maar de rede gt;' en de rechtvaardigheid verbieden hun ii eene orde van zaken omver te werpen. » die door Gods Voorzienigheid is vastge-ii steld. Ja zelfs , gewelddadige middelen » en pogingen tot opstand, zullen in plaats » van de rampen te verzachten ze veeleer ii verzwaren. Dat dan de armen oordeel ii gebruiken en niet vertrouwen op de be-ii loften van mannen van wanorde, maar ii dat zij zich schikken naar het voorbeeld ii van den H. Jozef. Dat zij op zijne ii voorspraak hunne hoop stellen, alsook ii op de moederlijke liefde der Kerk , die ii dagelijks meer en meer belang stelt in ii hun lot.quot;

De 11. Nader besluit zijn schrijven met te gelasten, dat in de maand October bij het llozenhoedje een bijzonder, door hem zeiven aangegeven gebed zal gevoegd worden. Z. H. verleent aan dat gebed 7 ja-

c-Q:

-ocr page 17-

ren en 7 quadragenen. Dit gebed luidt als volgt:

Tot ü, heilige Jozef, nemen wij in onze kwelling onze toevlucht en, na den bijstand van uwe allerheiligste Bruid te hebben afgebeden, roepen wij ook uwe bescherming met vertrouwen in. Wij bidden U bij de liefde, die U met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en smeeken Lquot; deemoedig bij de vaderlijke teerhartigheid, waarmede gij het Kind Jesus omhelsd hebt, goedgunstig neer te zien op het erfdeel, dat. Jesus Christus door zijn bloed verworven heeft, en ons door uw vermogen en bijstand in al onze behoeften te ondersteunen.

Bescherm , o allerzorgvuldigste bewaarder der heilige familie, de uitverkoren kinderen van Jesus Christus; verwijder van ons, allerliefste Vader, iedere besmetting van dwaling en bederf; sta ons, allerkrachtdadigste behoeder, uit den hemel genadig bij in dezen strijd tegen de macht der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus uit het grootste levensge-

-ocr page 18-

IÜ=-xir

vaar gered hebt, verdedig nu eveneens de heilige Kerk Gods tegen de vijandige aanslagen en elk ander onheil; behoed ons allen door uwe voortdurende bescherming, opdat wij, naar uw voorbeeld en door uwe hulp, heilig mogen leven, zalig sterven , en het eeuwig geluk des hemels verwerven Amen.

Verder dringt Z. H. sterk aan op de viering der maand Maart ter eere van den glorierijken Heilige en daar waar die oefeningen niet kunnen plaats hebben, wil Z. II. dat men ten minste het feest van St. Jozef door een triduum doe voorafgaan. Daar waar dat feest niet gevierd wordt, als Zondag, verlangt toch Z. H., dat ieder voor zich dien dag op plechtige wijze viere door werken van godsvrucht

Het kan niet anders, of, door zulke woorden aangemoedigd, zal de godsvrucht tot den H. Jozef eene vlucht nemen, die de wereld zal ten goede komen. Geve God, dat weldra de vervolgde Kerk er de gezegends te vruchten van plukke !

-ocr page 19-

AFLATEN

VERLEEND AAN DB

VIERING DER MAAND MAART.

I. lederen dug dei' maand 300 dagen aan al degenen, die de maand Maart aan St. Jozef zullen toewijden en iederen dag een of ander gebedje of oefening van deugd doen ter eere van den (1. Jozef, op gelijke wijze als men de maand Mei aan de vereering van Maria toewijdt. (Pius 1\ 27 April 1865.)

II. Een vollen aflaat, op een dag naar verkiezing, als men waarlijk rouwmoedig biecht en communiceert en bidt tot intentie van Z. H. den Paus. (Pius IX 27 April I8G5.)

Deze aflaten zijn toepasselijk aan de geloovige zielen des vagevuurs. (18 Juli

1877.)

Jt

-ocr page 20-

Eerste Dag.

Jesus en Maria, onze voorbeelden in de vereering van den H. Jozef.

„ Hebt dit gevoelen in u , wat .. ook in Christus Jesus was.quot;

(Fhil. IT. 5.J

'e H. Vincentius ii i'aulo, wien de 'eeredienst van Jesus en Maria zoozeer ter harce ging, drong er steeds bij zijne Missionarissen sterk op aan, dat zij ouder de volkeren de godsvrucht tot den H. Jozef zouden verspreiden ; want hij hield zich overtuigd, dat men hierdoor aan Jesus en Maria een dienst bewees, die hun alleraangenaamst moest wezen ; daar alzoo hij allerwege zou worden geëerd, dien zij op aarde boven al het geschapene beminden en vereerden. —

-ocr page 21-

EEKSTE DAG. 15

In die gedachte van den H. Vincentius, vinden wij den grond en de beweegreden van onze godsvrucht tot den H. Jozef. —

Jesus Christus is er de eerste oorsprong van, — Hij gaf aan de H. Maagd het eerste voorbeeld van dien grooten eerbied, van die grenzelooze liefde, welke zij koesterde jegens den H. Jozef. Welnu, het is juist in de liefde en in den eerbied, en het daaruit voortspruitende vertrouwen dat de godsvrucht bestaat. En indien wij Jesus en Maria beminnen, hun willen behagen, moeten wij in hunne gevoelens deelen en ons de godsvrucht, die zij op aarde hadden , eigen maken.

En hoe volmaakt waren in hen die gevoelens van eerbied, liefde en vertrouwen 1 Hoe verheven Jesus Christus ook is als menschgeworden God, hoe verheven ook als de Koning der eeuwen en als eeuwige Hoogepriester, Hij betoonde evenwel in zijne H. Menschheid hoogachting voor den H. Jozef wegens het Goddelijk gezag waarmede deze bekleed was, — eerbied voor deszelfs deugd en heiligheid, daar alle deugd in God haar oorsprong vindt en

s

c-gl

-ocr page 22-

rll-----

16 EERSTE DAG. ^

eerbied waardig is. — En hoewel de Allerheiligste Maagd de Moeder des Heeren was, en de Koningin der Engelen, betoonde zij evenwel aan den H. Jozef den grootsten eerbied, achtte zij in hem hoog wat alleen achtenswaardig is: zijne waardigheid van Plaatsbekleeder Gods, zijne groote deugd en heiligheid.

In hun hart waren ten gevolge van die hoogachting gevoelens van oprechte, volmaakte liefde. Onbepaald in uitgestrektheid , in teederheid, in vurigheid, in werkdadige zelfopoffering, was de liefde van Jesus' U. Menschheid voor zijn Vader in den Hemel; — diezelfde liefde bracht Jesus oyer op den H. Jozef, die op aarde de plaats van den Hemelschen Vader bekleedde. Daarenboven, voor zooveel het Goddelijk Hart van Jesus eene onbegrijpelijke liefde heeft voor alles wat deugd en heiligheid is, zoo had Hij ook liefde voor den H. Jozef, die zoo deugdzaam en heilig van harte was.

De H. Maagd nam deel in deze gevoelens van haren Goddelijken Zoon. Met de liefde, waarmede zij God beminde,

■i :

-ocr page 23-

EERSTE DAG. 17

beminde zij dien Plaatsbekleedcr Gods, zoo uitstekend in heiligheid, — en dat wel te meer, omdat hij haar Bruidegom was, haar door den H. Geest geschonken.

De grond van Jesus' eerbied en liefde voor den H. Jozef, moet ook de reden van onzen eerbied en liefde zijn voor dien groeten Heilige. « Hebt dit gevoelen in » u, wat ook was in Christus Jesusquot; en in Maria.

Het vertrouwen is een gevolg der liefde en noodzakelijk daaraan verbonden ; Jesus, noch Maria hebben daaraan ontbroken. Jesus Christus, hoewel alles bezittende als Koning der wereld, gaf zich geheel over aan de zorgen van den H. Jozef, wel wetende , dat hij als een trouw zaakverzorger zijn heilig ambt zoude waarnemen. Evenzeer rekende de H. Maagd in volle vertrouwen op hem, overtuigd als zij was, dat niemand ter wereld beter dan hij met blijdschap en teedere liefde zoude voorzien in al wat er noodig was. — Eenzelfde vertrouwen moet ons bezielen. Wetende , dat God in den Hemel de uitge-strektste macht aan den H. Jozef geschon-

-ocr page 24-

1 18 EERSTE DAG.

ken heeft, moeten wij ons overtuigd houden , dat hij daarvan te onzen voordeele gebruik wil maken.

Thans zijn Jcsus en Maria in den Hemel , maar hunne gevoelens jegens den II. Jozef zijn niet veranderd, —■ uitgezonderd het vertrouwen, dat geen plaats kan vinden op hun verheven glorietronen. Maar wel vindt de liefde en de eerbied er eene plaats : eene liefde en een eerbied voor den H. Jozef des te grooter, naarmate hij een volmaakt evenbeeld is van Gods heiligheid , en Jesus en Maria dit kennen en waardeeren. — Doch wij moeten ook in de vereering van den H. Jozef vooruitgaan. Door de meerdere kennis van zijne groote voorrechten en deugden zullen wij den Heilige meer en meer hoogachten en beminnen , en een grooter vertrouwen verkrijgen ; die meerdere kennis wordt door lezing en overweging verworven. Ook de oefeningen van godsvrucht te zijner eer zijn een machtig middel tot vermeerdering , zooals voor een kind het spreken een middel is om te leeren spreken. Veelvuldig zijn die oefeningen van gods-

si

fc

oXJc/a ......'

-ocr page 25-

EERSTE DAG. 19

vrucht; bijv. de Woensdag van elke week te zijner eer gevierd, — de Litanie te zijner eer, — schietgebeden met Aflaten ver-rijkt, — de vereering van zijne zeven smarten en zeven vreugden , — het vieren zijner Feestdagen, van de maand Maart, — eenig werk. bijv. eene aalmoes, te zijner eer' — het plaatsen van zijne beeltenis in de huiskamer, —het godvruchtig bewaren van een prentje in een kerkboek, het ontsteken van licht voor zijne beeltenis, — eene aanroeping in bekoring, in kwelling, in tijdelijke noodwendigheden. —

Allervoordeeligst is de godsvrucht tot den H. Jozef ook hierom , dat wij door dezelve het welgevallen en de zegeningen van Jesus en Maria verdienen; iets wat ons veel tijdelijk en geestelijk voordeel zal aanbrengen.

Daarenboven zal de godsvrucht tot den H. Jozef ons hoe langer hoe meer met Jesus en Maria verbinden. Gelijk zij ons geleiden tot Hem , geleidt hij ons weder-keerig tot die twee allerbeminnelijkste Harten. De eer, die wij den H. Jozef bewijzen, is eene eerbiedbetuiging aan

-ocr page 26-

20 EERSTE DAG.

Jesus, aan Maria, — onze liefde voor hem is een liefdeblijk aan Jesus en Maria gegeven, — een gebed van vertrouwen tot den H. Patriarch is een smeekgebed tot Jesus en Maria, want wij weten dat ons verzoekschrift uit de handen van Jozef, door hem onderteekend, overgaat in de handen der goede Hemelkoningin, die hetzelve, onderteekend met den naam van « Moeder-Maagdquot; , overreikt aan haren Goddelijken Zoon, die het onderteekent met zijn Goddelijk Bloed, alzoo hetzelve als Menschgeworden God en Verlosser aan den Hemelschen Vader vertoont, en verhooring verwerft.

En Jesus, aan wien de Vader alles in handen geeft, legt de gevraagde gunsten neder in Maria's gezegende handen, en zij geeft die over aan den H. Jozef, wien het gegeven is als de algemeene Hofmeester en Grootaalmoezenier van beiden te handelen.

quot;Vquot; oorn e mens.

1° Ter eere vau den H. Jozef de maand Maart godvruchtig vieren.

-ocr page 27-

2

EERSTE DAG.

r

2° Bij het ontwaken den dag aan God , aan Maria en Jozef toewijden.

3° Zoo het mogelijk, is eene afbeelding van den H. Jozef ten minste eenigszins versieren.

4° Ter eere van den Heilige getrouw zijn in het vervullen der dagelijksche plichten , en dubbele zorg aanwenden in het vluchten der zonde.

5° Dagelijks eenig gebed verrichten te zijner eer tot verkrijging van een of andere bepaalde gunst.

VOORBEELD.

De H. Teresia verhaalt ons het volgende , om ons te doen zien , hoe aangenaam de godsvrucht tot St. Jozef aan de Allerh. Maagd Maria is.

Op Maria-Hemelvaartsdag was ik in de kerk van een Dominicanenklooster en dacht daar aan de talrijke zonden, die ik er vroeger gebiecht had. Eensklaps overviel mij eene verrukking. .. Gedurende deze geestvervoering werd ik bekleed met een schitterend wit kleed. Ik zag eerst niet. wie er mij mede omhing; maar weldra bemerkte ik rechts van mij de H. Maagd en links den H. Jozef. Zij deden mij verstaan, dat ik van mijne zonden gezuiverd was. De H. Maagd nam mij bij de hand en zegde mij, dat ik haar een groot genoegen deed met mijne godsvrucht tot den II. Jozef; dat mijn plan, om (te zijner eer) een klooster te stichten zou verwezenlijkt worden ; dat On/e Lieve Heer en ook de H. Jozef er zeer goed

-ocr page 28-

T

G

EERSTE DAG.

zouden gediend worden; ik behoefde niet te vreezen. dat de eerste vurigheid er ooit verslappen zou, omdat zij en de H. Jozef mij zouden beschermen. . ..

Nadat zij eeuige oogenblikken bij mij waren geweest en in mijn hart een ongekend geluk gestort hadden, zag ik hen wederom ten Hemel opstijgen, omringd van eene menigte Engelen. (Leven der H. Teresia. T. I.)

GEBED.

H. Jozef, Vader en Beschermer der Maagden aan wiens zorg Jesus de onschuld zelve en Maria de Maagd der Maagden werden toevertrouwd , ik bid en smeek TJ door Jesus en Maria , die zoo dierbaar zijn aan uw hart, verkrijg voor mij de genade . dat ik vrij van alle vlek, geheel zuiver van ziel en lichaam, Jesus en Maria diene in eene volmaakte kuischheid. Amen.

-ocr page 29-

Tweede Dag.

Waardigheid en heiligheid vau den H. Jozef als Hoofd van hel H. Huisgezin.

Jozef, man vau Maria , uit wie Je.sus geboren is. — Vervul uwe bediening. (Mt. I. 16. II. Tim. IV. 5.)

Ir bestaat , zegt de il. Leonardus ?ii Portu Mauritio (1), eene profetische afl)eelding, die wonderbaar de grootheid van onzen beminden Heilige voorstelt. Die voorafbeelding is de eerste Jozef, zoon van den Patriarch Jacob, die volgens den H. Bernardus(2) als het schaduwbeeld was, dat reeds in

1) S. Leon, a Portu ilauritio in Quadr. Serm. 8 n- 2.

2) S. Bern. Hom. 2 super Missus est.

-ocr page 30-

24 TWEEDE DAG.

d ie ver verwijderde eeuw de verhevens te voorrechten aanduidde, welke de Patriarch van de Nieuwe Wet bezat. Gij kent den wonderbaren droom, waarin de eerste Jozef zon, maan en sterren aan zijne voeten zag nederbuigen. Die droom was niet enkel het werk der verbeelding, maar een wonderbaar gezicht, dat God zelf in de ziel van Jozef vormde, om daardoor af te beelden , niet alleen de toekomstige verheffing van dien jongeling in Egypte, maar ook nog de toekomstige verheffing van onzen H. Patriarch in de Kerk. Ik laat het aan u over het wonderbaar geluk van den eersten Jozef te beschouwen, die niet alleen vader en moeder en broeders, maar ook geheel Egypte voor zijn troon zag neergebogen, — ik voor mij bedien mij van dat schaduwbeeld om de verheven waardigheid van den tweeden Jozef af te meten. Groote God ! Wie zal er ooit toe geraken om die te bevatten quot;7quot;

Het was een buitengewone verheffing, het Hoofd te zijn van die heilige Familie, welke het menschelijke en Goddelijke in

-ocr page 31-

r

TWEEDE DAG. 25 gj

zich vereenigde. Jesus, Maria, Jozef. «Het »is de H. Drievuldigheid van deze aarde,quot;

zegt de geleerde en godvruchtige Gerson; igt; o, hoezeer begeer ik woorden te hebben, » die in staat zijn om die wonderbare en » eerbiedwaardige, drievuldigheid van Jesus, » Maria en Jozef uit te leggen.quot;

Eene buitengewone verhefling was het, te zijn, zooals de H. Bernardus (Ibid.) spreekt, « de Bewaarder van het Levend i) Brood tot welzijn van geheel de wereld, » — de Verzorger en Bewaarder van zijne » Koningin, de Moeder des Heeren, — » de deelgenoot in de benielsche geheimen, » — de eenige medehelper in het groote i) raadsbesluit Godsquot; tot verlossing dei-wereld.

Aan die verhevene bestemming en waardigheid moesten ook groote genaden en verhevene heiligheid beantwoorden. Dat vorderde de eer van God, als ook de liefde van Jesus en Maria.

« Dit reeds, zegt de H. Leonardus a « Portu Mauritio (Ibid.), doet mij zonder » schroom besluiten, dat de ziel van den « H. Jozef, voor dat hij de Bruidegom van

-ocr page 32-

TWEEDE DAG.

r

36

Maria werd, de schoonste ziel is geweest, welke ooit op aarde is verschenen (altijd, in hetgeen ik hier zeg, de Allerheiligste Maagd Maria uitgezonderd). Ik spreek niet van die grootheid, waarop men in de wereld zoo trotsch is. Evenwel, die grootheid ontbrak hem niet. Als gij zijn roemrijke geslachtslijst doorloopt zult gij onder zijne voorouders tellen veertien koningen, en even zooveel profeten en leiders van Gods volk ; het is eene omlijsting van kronen en schepters tot glorie van dien doorluchtigen afstammeling, welke veel grooter is dan zijne voorvaders. Een adeldom is 't, zoo schitterend , dat, terwijl zij door zoovele profeten en patriarchen opklimt tot aan den Hemel, dat, zeg ik, Jozef in zekeren zin (indien het geoorloofd is alzoo te spreken) aan God den aardschen adeldom heeft geschonken in onzen Heer Jesus Christus.... Evenwel hechtte hij aan de grootheid van dien adeldom niet. De benaming van eenvoudig timmerman is hem even dierbaar als de titel van prins, en de koninklijke schepter heeft in zijne

• ~ |

-ocr page 33-

---------

!£r* tvvéeue dag. 37'quot;nr;

» oogen niet meer waarde dan de hamer « van den werkman. De grootheid , die » zijne waardigheid verheft, is die, welke » hij ontleent aan zoovele heldhaftige deug-» den, is die, welke hem den titel van * rechtvaardig bezorgde; deze is de schat, » die hem het meest behaagt.quot;

De grootheid, die hem den titel van rechtvaardig bezorgde, is: voorbestemd te zijn tot Hoofd van hel H. Huisgezin ; — wegens die bestemming werd hij door God gemaakt een rechtvaardige onder alle opzichten, volmaakt in alle deugden. Dit woord van lofprijzing over den H. Jozef door den H. Geest uitgesproken, wekte de bijzondere aandacht van den H. Joannes Chrysostomus. (1) «Houdt u op, mijne ge-» liefden , bij dit woord : rechtvaardig wil )gt; hier zeggen ; volmaakt in alle deugden. « Let er wel op, dat Jozef rechtvaardig » genoemd word om het volmaakt bezit « van alle deugden.quot;

« Zijn titel, rechtvaardig , is , zegt de » H. Leonardus ii Portu Mauritio, (2) niet

1) S. Joan. Chry. in Mt. 1, 19.

2) S, Leon, a P. M. ibid.

-ocr page 34-

slechts eene enkele deugd, niet slechts verscheidene deugden , niets slechts eene menigte deugden, maar alle deugden , alles in den hoogsten trap van volmaaktheid. — Wat kan er meer van een mensch gezegd worden ? Is het niet een verheven lofspraak, het toppunt van lof? En wie kan zich vergelijken bij zulk eene grootheid ? Laat Adam , nog in den staat zijner onschuld, zich ver-toonen omringd door al de dieren ne-dcrliggende aan zijne voeten, — dat Mozes verschijne met zijn staf de golven onderwerpende aan zijne heerschappij,— laat Abraham opkomen met zijn nageslacht , als een zon te midden der sterren , — dat een Jozuë kome, die als 't ware een bevel gaf aan de koningin der sterren, — laat Salomon verschijnen, omgeven door zijne grootheid, — en gij. Patriarchen, toont de Engelen, die u bijstonden, — gij, Apostelen, toont de Kerk, die u vereert als hare eerste grondzuilen , — wonderdoeners , toont, hoe de aarde onderworpen was aan uw woord , — o, al die voorrechten ver-

-ocr page 35-

39* |

*

tweede dag.

» heffen u niet genoeg om u met Jozef » gelijk te stellen, want al die voorrechten »en deugden zijn u bij male gegeven, « terwijl de H. Jozef alles heeft bezeten , i) en in een volmaakten graad. Bewijs dan » eerbied aan zulk eene verhevene ver-)gt; dienste en valt aan zijne voeten, gij » Profeten , Patriarchen , Apostelen , Mar-telaren, wonderdoeners, gij allen, groo-» ten des Hemels en der aarde zooals » eertijds ook met de zon en de maan ook » de sterren zich bogen voor den eersten » Jozef.quot;

quot;Voornemens.

Uit hoogachting voor den H. Jozef nimmer zonder eerbied zijn naam uitspreken, en hem dikwijls met godsvrucht aanroepen. —

VOORBEELD.

Monaco, bij Nyssa 27 Dec. 1867.

Hoogwaardige Heer !

Een Pater uit het Gezelschap van Jesus schrijft op den 28 Oct. uit Rome , als volgt:

Een inval der Garibaldisten hing dreigend boven ons hoofd ; zes onzer Religieuzen, brachten de kweekelingen van het klooster te Tivoli naar

-ocr page 36-

TWEEDE DAG.

Rome , elf bleven er in Tivoli achter, alwaar zij gedurende acht dagen de Garibaldisten om zich heen hadden. Zij deden de gelofte een plechtig triduum te zullen houden ter cere van den H. Jozef, zoo ze er zonder ongelukken afkwamen. De woeste bende bezette nu alle geestelijke huizen ; maar ons college en het adellijk Convict niet. Terwijl onze schoolvertrekken nog vol waren met geschikte bedden der Zouaven, die nog onlangs daar ingekwartierd waren, sliepen dc Garibaldisten rondom in de buurt op stroo. Zij kwamen ons geene schatting afeischen , ze zetten geen voet in ons huis, behalve een enkele van de roodhemden, die in dc kerk kwam en aan P. Rector een boek aanbood uit de bibliotheek van het Seminarie, dat zij geplunderd hadden. Alleen op den laatsten dag vorderden zij van ons vier flesschen wijn; we gaven ze; maar op het eerste bericht van de nederlaag bij Mentana, maakten zij zich weg , en lieten de flesschen vol achter.

's Zondags kwam P. M... . met 3 kweekelingen om de plechtige sluiting der driedaagsche oefening ter eere van den H. Jozef bij te wonen. Deze oefening geleek eene Missie ; op den laatsten dag waren er bijna duizend Communiën.

Algemeen was men in Rome verwonderd, dat we er zoo gelukkig afkwamen. Zijne Heiligheid gewaardigde zich bij gelegenheid van ons triduum een vollen aflaat te verleenen en zond ons tot eeuwig aandenken eene breve op perkament.

-ocr page 37-

TWEEDE DAG,

31

Opmerkelijk is het, dat het college van Tivoli nabij het stadsplein staat: en als men bedenkt dat het eerste werk van de Garibaldisten altijd en overal, in welke stad zij ook komen , is , de Jesuiten er uit te jagen, dau moet men erkennen dat de H. Jozef zijne handen beschermend hield uitgestrekt over hen die zich aan hem hadden aanbevolen.

Aanvaard enz.

Uw onderd. dienaar P. Paolini, S. J.

GEBED der ff. Kerk.

o God, geef, dat de verdiensten van den Heiligen Bruidegom uwer glorierijke Moeder ons te hulp komen, opdat de genaden , die wij onbekwaam zijn door ons zei ven te verkrijgen, ons door zijne voorspraak verleend worden. Die leeft en heerscHt in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 38-

Derde Dag.

Waardigheid en heiligheid van den H.

Jozef, als Bruidegom van Maria.

„ Ik heb eene nieuwe heilige „ stad gezien door God be-,, reid , als eene bruid voor „ haren man, en ik heb eeue „ krachtige stem gehoord : „ ziedaar de woonplaats van „ God met de meuschen.quot;

(Apoc. XXI. 2 , 3.)

isteren beschouwden wij de verhevene waardigheid en heiligheid van den H. Jozef, zooals men bij den eersten oogslag eene prachtige schilderij aanschouwt, waarin alles op eens het oog treft, en de verbeelding in bewondering geraakt. Na dien eersten oogslag wordt de aandacht geboeid door de onderdeden der schilderij, en gaat de geest over tot

-ocr page 39-

m

DERDE DAG.

de bewondering dei- bijzondere eigenschappen van het kunststuk. Zoo zullen ook wij doen, en vestigen nu vol eerbied onze aandacht op Jozefs waardigheid en heiligheid als Bruidegom van Maria. —

Welk eene voortreffelijke waardigheid, waarin hij het reine afbeeldsel en de Plaatsbekleeder was van den H. Geest ! Die waardigheid is eenig in de geschiedenis; want nimmer bestond er zulk eene innige en wonderbare vereeniging van liefde onder de menschen, eene vereeniging waarin de kuischheid op den troon zetelde, de grootheid onderdanig was, de wederzijdsche liefde heerschappij voerde, en schatten aanbracht van grooter waarde dan al het goud der wereld, —-eene vereeniging , waarin het wederzijdsche huwelijksgoed eene eeuwige kuischheid was, een echtelijke band van een maagdelijken Heilige met de allerheiligste der Maagden,— een echtverbond zoo wonderbaar, dat het een oneindig verheven schat in het bezit stelde van den H. Bruidegom , namelijk : Jesus Christus den Heer, die aan hem mocht toebehooren en aan de H. Maagd;

-ocr page 40-

TTcXo_________

34 DERDE DAG.

aan haar als Moeder, aan hem door een buitengewoon gunstbewijs van God, die dat hoogste Goed, Jesus Christus, in zijn bezit stelde.

De H. Leonardus a Portu Mauritio (1. e.) zegt, dat om wille van die wonderbare vereeniging de H. Jozef onder alle schepselen 't volmaaktst op Maria zijne H. Bruid moest gelijken in deugd en heiligheid. En de H. Bernardinus van Senen schrijft: (L. a P. 1. c.): «God vereenigde met de » ziel van zulk eene verhevene Maagd slechts )gt; dengene, die haar in deugd en in werken gt;gt; allergelijkvormigst was.quot; Eveneens zegt de H. Bernardus (L. a P. i. c.), dat God den H. Jozef gelijkvormig gemaakt heeft aan de H. Maagd, zijne Bruid.

De eer van God den Vader, de verhevenheid van den Zoon, en de liefde van den H. Geest, vorderde dat aan zulk eene Maagd , aan zulk eene Moeder, aan zulk eene Ivoninginne een Bruidegom werd verbonden , die haar waardig was en aan haar geleek.

Wanneer koningen en keizers aan hun teergeliefde dochter een bruidegom willen

m

It/s ^

-ocr page 41-

r

DERDE DAG.

geven, zoeken zij onder de velen een eenigen uit, die haar 'tmeest waardig is en het meest gelijkt; — er wordt gelet op gelijkheid van stand , van neigingen , van karakter en deugden.

Ten opzichte van de welbeminde Dochter des Hemels, was er God veel meer aan gelegen haars gelijke te zoeken. Onder de tienmaal duizenden van Israël zocht Hij een man volgens zijn hart en inzichten.

Hij vond dien in Jozef, van koninklijken bloede uit het geslacht van David ; maar Hij zou hem dusdanig niet gevonden hebben , indien Hij zelf hem niet dusdanig gemaakt had, gelijk Hij gedaan had met David, zijn voorganger. God zelf had gezorgd , dat Jozef, hoewel arm aan al het aardsche, een geestelijk huwelijksgoed kon aanbrengen, dat aan de waardigheid en heiligheid eener Hemelsche Moeder paste, namelijk de gelijkvormigheid aan zijne H. Bruid in heiligheid en deugd; eene gelijkvormigheid , zoo treffend , dat hij, volgens het zeggen van den H. Leonardus ü 1'ortu Mauritio (1. c.), daarin alle schepselen overtrof.

te-f ffer

-ocr page 42-

mt

DERDE DAG.

Aldus was het met de ziel van den H. Jozef gesteld op den dag, dat hij het geluk had uit de handen van God de Ilemelkoninginne tot Bruid te ontvangen.

Tot welk een verheven trap van deugd moest hij dus stijgen in de volgende dertig jaren, gedurende welke hij met de Allerheiligste Maagd mocht leven. De H. Bernardi-nus van Senen(ApudMiechov.)zegt; «Indien « wij door de samenleving met de Heiligen i) dikwijls zeer veel vooruitgaan in deugd, » wat moeten wij dan denken over den » voortgang , dien de li. Jozef in heilig-i) heid maakte, ten gevolge van zijn dage-»lijkschen, heiligen omgang met Mariaquot;, En welke gunsten zal zij hem niet hebben verworven , waardoor hij deelachtig werd aan hare goederen ! — Hieromtrent schrijft de H. Franciscus de Sales; «de genade k maakte hem deelachtig aan al de goederen » van zijne dierbare Bruid, — en dit was de n reden, waarom hij op zoo wonderbare » wijze vooruitging in volmaaktheid. Door » den voortdurenden omgang , dien hij had « met Onze Lieve Vrouwe was de glorie-i) rijke Jozef degene , die haar hel meest

-ocr page 43-

DE11DE DAG. 37

nabijkwam, haar, die al de deugden in zulk een hoogen graad bezat, dat geen ander schepsel die zou kunnen bereiken. Het ging hiermede, zooals het gaat met twee spiegels tegenover elkander geplaatst : de een, recht tegenover de zon gesteld , ontvangt derzelvcr stralen zeer volmaakt; — de tweede , gesteld met den rugkant naar de zon , en den voorkant recht tegenover den stralenden spiegel, ontvangt wel niet rechtstreeks , maar toch door terugkaatsing van den eersten spiegel, in zich de stralen dei-zon, en wel zoo schoon, dat er bijna geen verschil tusschen beide spiegels is. Gelijker wijze gebeurde het met de H. Maagd en den H. Jozef. Zij toch was als een allerzuiverste spiegel, blootgesteld aan de stralen van de Zon der Gerechtigheid: Jesus ; stralen, welke in hare ziel al diens deugden volmaaktelijk teruggaven. Uie volmaakte deugden nu weerkaatsten zoo volmaakt in den H. Jozef, dat het bijna scheen, dat hij even volmaakt was, of dat hij in even hoogen graad de » deugden bezat, waarin de Roemrijke

-ocr page 44-

__e-of

38 DERDE DAG.

» Miiugd, onze Meesteres, zich zelve oefende.quot; (Entret. IX.)

quot;Voornemen.

Ter cere van den H. Jozef standvastig zijn in onze godsvrucht tot de H. Maagd.

VOORBEELD.

De kroniek der Franciscanen verhaalt de volgende gebeurtenis:

Pater Hieronymus van Pistoja , een apostolisch Capncijner-missionaris en godvruchtig vereerder van den H. Jozef, begaf zich met een priester zijner orde naar Venetië , vanwaar hij zich op bevel des Pausen . naar Candia moest inschepen. Om de ondraaglijke hitte van den dag te ontgaan , wandelden zij des nachts voort, en dwaalden zoo van den weg af. Na eenigen tijd alzoo rondgedoold te hebben , knielden zij , door vermoeienis en honger uitgeput, neder en riepen Jesus, Maria en Jozef aan. Na hun gebed ontwaarden zij in de verte het licht eener lamp. Nu gingen zij daarop aan , en bereikten spoedig een klein huis, waarin een goedige man met vrouw en kind woonde. Zij meldden zich aan als verdwaalde reizigers , baden om een onderkomen en werden zeer gastvrij opgenomen , verzorgd en geherbergd. Toen ze 's morgens ontwaakten, lagen ze op eene weide , en van het kleine huis

m

-ocr page 45-

DERDE DAG.

waar /e overnacht hadden , was li-een spoor te zien. Ze twijfelden er niet aan, of ze hadden ziek bij de H. Familie zelve opgehouden en dankten God voor zulk eene uitstekende beschermiiiG;. In eene der homilieën over den H. Jozef gehouden, zegt Eckius : „ Wie ooit gevaarlijke reizen ondernemen of door onherbergzame oorden trekken moet, hij bevele zich aan den H. Jozef, en smeeke hem om bescherming en veiligheid.quot;

GEBED

(van Kardinaal d'Ailh/.J

Heer Jesus Christus, God van alle eeuwigheid met den Vader en den H. Geest , en in den tijd door eene onuitsprekelijke ootmoedigheid, mensch geworden in den schoot eener Maagd, Gij hebt gewild, dat de maagdelijke Jozef met de gelukzalige Maagd, uwe Moeder, vereenigd zou zijn; Gij hebt Hem met eere en deugden verrijkt en wonderlijk verheven : wij bidden U, geef ons door zijne voorbeelden , zijne verdiensten en gebeden , eene volmaakte zuiverheid naar ziel en lichaam , eene ware ootmoedigheid en eene vermeerdering van alle deugden, waarvan de ootmoedigheid de grondslag is, opdat wij door de glorierijke voorspraak van den H. Jozef met hem de eeuwige kroon mogen bekomen. Amen.

zJo 39

-ocr page 46-

Vierde Dag.

Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Voedstervader van Jesus.

„ Hij zal mij aanspreken : mijn Vader.quot; (Ps. 88. v. 27.)

ut'/,at in het wonderbaar en he-nielsch Vaderschap over Jesus, het Goddelijk Kind.

Overwegen wij eerst, dat Jesus Christus als Menschgeworden God, geen onderdanigheid behoefde te bewijzen, noch aan Jozef, noch aan Maria, omdat Hij wegens de Persoonlijke Vereeniging van het Woord met de Menschheid de Opperste Koning der wereld was, de Opperste Leeraar en

aat ons heden de verheven waardigheid bewonderen, die de 11. Jozef

-ocr page 47-

W---

VIERDE DAG. 41

Wetgever, de algemeene Rechter aller menschen. (1)

Nochtans, gelijk Hij waarlijk eene Moeder bezat volgens de menschelijke natuur, wilde Hij ook een dusdanigen verzorger hebben, die met al de natuurlijke neigingen en rechten eens Vaders, ook al de boven-aardsche hoedanigheden zoude bezitten, welke een vaderschap kunnen veredelen.

Jozef werd vader van Jesus genoemd onder de menschen, doch zij begrepen er den verheven zin niet van ; maar als Maria of het Kindje Jesus hem « Vaderquot; noemden , wisten zij wat zij zegden, en gaf dat woord : « Vaderquot;, hem de hoogste eer op aarde ; want in het oog der Engelen was het alsof dat woord « Vaderquot; het hoofd van den H. Patriarch met de stralen van een gloriekrans omgaf.

Het was een Hemelsch Vaderschap over Jesus, wijl het uit den Hemel kwam, geheel hemelsch en heilig naar 't Beeld van Hem, dien Jozef voorstelde op aarde, — hemelsch en heilig overeenkomstig de hei-

1) Ct'r. Suarez in D. Thom., item Sylvium iu D. Thom. in 3 Pm. C. XX. Art I.

fer

-ocr page 48-

m-

r42

VIERDE DAG.

van Hem, die zich als zoon aan Jozef wegschonk.

God wilde hier de vet der aanneming, bij alle volkeren in gebruik, en door Hem zeiven vastgesteld onder quot;t Israëlietische volk, in toepassing brengen. «Jozef,quot; zegt de H. Kerkvader Angustinns, « moet va-» der van Christus genoemd worden, niet n wegens de geboorte, maar omdat hij » Hem heeft aangenomen.quot; De Eeuwige Vader stelde zijn Eeniggeboren Mensch-geworden Zoon voor aan Jozef; wanneer de Engel tot Jozef sprak, (cfr. Mt. 1. 20 etc.) was het alsof de Hemelsche Vader zeide: « ziedaar uw Zoonquot;, en tot Jesus , « zie-« daar uw Vader.quot; Het was een plechtig oogenblik, zooals later op Calvarië toen Joannes aan Maria tot Zoon, en Maria aan Joannes tot Moeder gegeven werd. Met naar het woord van den Engel te luisteren, en volgens diens aanmaning te handelen , was het alsof Jozef zeide: « Mij geschiede » volgens uw woord, ik neem Hem aan « tot Zoonquot; ; — het was alsof Jesus sprak ; lt;i en Ik neem hem tot Vader.quot; Alzoo de uitverkiezing en aanstelling van den 11e-

lt; 1

-ocr page 49-

TjcXs____t/5j

VIERDE DAG. 43

raelschen \';idur, de keuze van Jesns, de onderwerping van Jozef aan het Goddelijk voorstel, dit alles te zamen verhief den H. Jozef tot de luisterrijke waardigheid van Vader over het Menschgeworden Woord.

Ook door de echtelijke banden, waardoor hij met zijne H. Bruid Maria ver-eenigd was, bracht Maria hem volgens den H. Franciscus de Sales (1) ten huwelijksgift aan : Jesus Christus , den Heer, waarvan zij de Onbevlekte Moeder is, en waarover hij , de Maagdelijke Bruidegom, de waardigheid van Vader mocht uitoefenen.

Overeenkomstig die waardigheid wordt Jozef dan ook dooi- den Eeuwigen Vader,

door Jesus en door Maria behandeld. Zijn er Goddelijke beschikkingen uit te voeren ten opzichte van het Goddelijk Kind, dan zendt de Hemelsche Vader zijne Engelen niet tot Maria, maar tot Jozef, die als Vertegenwoordiger van het oneindig gezag des Eeuwigen Vaders zal handelen. En gehoorzaam aan Gods Wil handelt Jozef

1) Cfr. Entretieus , 1. c.

j o)

-ocr page 50-

m.

44

VIERDE DAG.

C' ■ ramp;fasi

als Vader; hij is het, die een naam geeft aan het Goddelijk Kind, die hetzelve laat besnijden, het teeken ge-ïft tot het vertrek naar het oord der ballingschap, tot den terugkeer, die de plaats van inwoning uitkiest of verandert; hij is het die bevelen geeft, en alles regelt.

Eu Jesus zelf voegt zich in alles, met blijdschap en liefde, en bewijst aan Jozef al den eerbied, al de liefde, en de volmaaktste gehoorzaamheid, welke een kind aan zijn vader verschuldigd is. « En Hij vjas hun » onderdanigquot; dertig jaren lang. Ziedaar de geschiedenis van de wonderbare glorie, welke den 11.

borgen leven te beurt viel.

Bij

nardus van bewondering opgetogen, en spreekt: « wie was hier onderdanig, ii en aan wien '? God was onderdanig aan i) rnenschen ; God , voor wien de Engelen ii zich nederbuigen, wien de Prinsdommen i) en Machten gehoorzamen, was onder-i) danig aan Maria, en niet slechts aan ii Maria , maar ook aan Jozef.quot; Degene , wiens grootheid wordt verkondigd door

Jozef gedurende zijn ver-

de gedachte hieraan is de H. Ber-

-ocr page 51-

VIERDE DAG.

45

den II. Geest, als de Koning der Koningen , de Beheerscher der volkeren, als de sterke God, de Vader der toekomende eeuw, de Verwinnaar van hel en dood wil zijn eigen schepsel, over hetwelk Hij heerscht en dat Hij zal oordeelen, begroeten met den naam van Vader, hem eeren en dienen als een Vader. Dat is eene waardigheid, verheven boven alle waardigheden der aarde en des Hemels, alleen overtroffen door de waardigheid van Moeder Gods.

Nog is niet alles gezegd over de verhevene eer, aan die waardigheid verbonden ! Abraham steeg tot groote waardigheid, en is door alle volkeren in alle talen geprezen, omdat hij met Engelen sprak, hen in zijn huis onthaalde en het kind der belofte ontving. Maar Jozef ontving niet sleclus Engelen in zijn huis, maar den Opperheer der Engelen zelf, niet gedurende eenige uren, maar vele jaren lang. Abraham wordt zalig geprezen (Jois VIII. 56) door Jesus, omdat hem door openbaring de tijd van zijne komst op de wereld bekend gemaakt werd; maar Abraham zatr Jesus

amp;-

-ocr page 52-

46 VIERDE DAG.

niei met de oogen des lichaams, alleen met de oogen der ziel en voor korten I tijd slechts. Meer dan driewerf zalig de H. Jozef, die Hem lichamelijk zag, en ' Hem in zijne woning mocht opnemen en ; verzorgen. Groot is de waardigheid van den H. Joannes Baptista, die den Verlosser met den vinger mocht aanwijzen en zijn i weg bereiden, en daarin heeft hij zijns I gelijken niet, — maar onder een ander I opzicht en op verhevener wijze is de 11. Jozef bevoorrecht, die als een Vader het Goddelijk Kind op zijne armen mocht dragen en aan. zijn hart drukken, Het : spijzen en onderhouden moeht met het werk zijner handen.

David spreekt tot God (Ps. 144. 15, 16.) : i De oogen van allen hopen op U , Heer, n en Gij geeft hun voedsel ten bekwame [ i) tijde. Gij opent uwe hand en vervult i) ieder sehepsel met uwen zegendiezelfde God, mensch geworden, wilde zijne oogen op Jozef gevestigd houden, en van dezen ten bekwamen tijde het noodige voedsel ontvangen , dat hij, een schepsel, voor Jesus, zijn' God en Schep-

É

«^1

-ocr page 53-

m*-

47

YIEKDE DAG.

per, mocht verdienen en bereiden. Welk eene eer ! En die eer is des te grooter, omdat hij voor zijn God en Koning vermoeienis in den arbeid mocht onderstaan, kommer en kwellingen, ja , gevaren en lijden. Hij kon dus zeggen, gelijk latei-de H. Paulus (Rom. V. 3.) « Wij dragen roem op onze kwellingeneen groote glorie voorwaar, die ook den H. Petrus deed zeggen; (I Petri IV. 13. 14.): c Ueelne-» mende in het lijden van Christus , ver-ii heugt u ... want wat eer is, glorie en ii kracht Gods, rust op u.quot; Dit is vooral waar ten opzichte van den 11. Jozef, die als Vader voor Christus lijden onderstond, om alles voor Jesus te kunnen doen wat de liefde hem ingaf. Hem in alles te kunnen verzorgen, en Hem zeker en veilig te behoeden tegen de aanslagen van Herodes.

Als Vader de redder ie zijn van den Menschgeworden God, is een nieuwe, schitterende diamant, welke de gloriekroon van zijn wonderbaar vaderschap uitstekend verhoogt; en hierbij voegt zich nog een ander edelgesteente, even schitterend of nog meer; dat hij namelijk al de

_

-ocr page 54-

VIERDE DAG.

voorrechten van zijn Vaderschap zal aanwenden , om tot welzijn aller menschen den Verlosser op te voeden , te bewaren , en te verzorgen tot op den bestemden tijd, waarop deze zoude optreden voor 't oog der wereld , om te leeraren, te lijden en te sterven. « 0, hoe wonderbaar is uwe » grootheid!quot; roept de geleerde en godvruchtige Gerson uit. Uws gelijke is niet gevonden , noch in vroegere eeuwen, noch in den tegenwoordigen tijd ; en nooit zal iemand gevonden worden , die met zulk eene verheven waardigheid bekleed wordt.

quot;V ooriiemen.

Ons zei ven met betrouwen aan de vaderlijke zorgen van den H. Jozef aanbevelen.

VOORBEELD.

Sta op , ge hebt genoeg geleden.

Aan het tijdschrift: „ Vereerder v. d. H. Jozef,quot; ontleenen wij het volgende: Vóór ongeveer vijf jaren, werd Maria Borchi in den bloei harer jeugd, door eene zeldzame en pijnlijke ziekte bezocht, waardoor hare ouders , die zonder baat alle 'geneeskundige hulp lieten aanbrengen

48

-ocr page 55-

VIERDE DAG. 49

eene onuitsprekelijke droefheid werden gedompeld. Het kind leed aan eene verlamming der ingewanden. Daarbij voegden zich al spoedig verschillende andere ziekteverschijnselen , als afmatting , krampen en honderd andere kwellingen. Eindelijk greep de verlamming ook de andere lichaamsdeelen aan, en op 't laatst van Augustus was zij stom en doof; hare handen waren krampachtig dichtgewrongen, ja , ze lag daar neder op haar smartbed als eenlijk.

Haar vast en vroom geloof bleef haar echter bij en gaf haar den eeuigen troost in zulk een lijden. Terwijl zij zoo, doof en stom, alle onderhoud met hare geliefde huisgenooten moest missen, sloeg zij dikwijls de oogen op eene schilderij , die den H. Jozef en zijne H. Familie voorstelde en aan den wand van haar kamertje hing.

Op den H. Jozef stelde zij al hare hoop , tot hem bad zij met het hart, daar de lippen haren dienst weigerden; en eene inwendige stem zeide : gij zult verhoord worden.

En waar ook anders hadde zij hulp kunnen bekomen ?

De geneesheereu waren ten einde raad ; hare ouders deden niets dan weenen.

Zoo was het met haar gesteld in den nacht van den 14 Maart , toen ze om één uur, terwijl niemand in de kamer was , eene stem meende te hooren, die sprak : „ Welaan, sta op , ge hebt genoeg geleden !quot; — „ Of wel ik droom , dacht

4

-ocr page 56-

___

50 VIEKDE DAG.

ze, of iemand der familie heeft dit gezegd om mij moed in te sprekenquot; , en ze bleef bewege-loos. Op eens verloor ze geheel en al het bewustzijn omtrent alles wat rondom haar geschiedde. Maar toen ze een uur daarna de oogen opende als iemand die ontwaakt, bevond ze zich niet meer te bed , maar op eene canapé daarnaast, door kussens ondersteund , en o wonder 1 — ze bemerkte dat ze plotseling spraak en gehoor terugbekomen had, dat hare ledematen buigzaam waren , zonder eenig spoor van verlamming, wederom tot hunne vroegere diensten bekwaam, ze gevoelde zich volkomen genezen. Vol dankbaarheid wierp zij zich voor het beeld van den H. Jozef op de knieën en wachtte biddend den morgen af om zich gezond aan hare moeder en overige bloedverwanten te toonen. Onmogelijk de verbazing , de vreugdetranen , de warme omhelzingen van dat oogenblik te beschrijven.

Allen wedijverden om den H. Jozef te bedanken. Nog altijd geniet Maria eene volmaakte gezondheid en heeft meermalen zonder moeite den weg ter kerke afgelegd, om den Allerhoogste voor deze buitengewone gunst te danken.

GEBED der H. Kerk.

...

o God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid ü eewaardigd hebt den gelukzaligen

r ; Z

ÉcL

oxramp;'

f

-ocr page 57-

SP-:-—

VIERDE DAG 51

Jozef tot Bruidegom uwer heilige Moeder te verkiezen , maak , dat wij verdienen hem tot voorspreker te hebben in den Hemel , dien wij op aarde vereeren als onzen beschermer. quot;Wij smeeken er U om, o Heer, die God zijnde, leeft en heerscht in alle eeuwigheid, Amen.

-ocr page 58-

Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Voedstervader van Jesus.

(vervolg.)

Zij zullen de grootheid der glorie van uwe heiligheid verkondigen. (Ps. 144. 5.)

de groote waardigheid , wdke ^^de U. Jozef als Plaatsvervanger van quot;den Eeuwigen Vader bekleedde, moest hij ook door God begiftigd worden niet een schitterenden luister van deugd en heiligheid. Tot welk een hoogen graad die gestegen is, is voor ons, stervelingen, zonder openbaring niet met zekerheid te

-ocr page 59-

a5i?rQ

VIJFDE DAG.

53^ p (gt;

kennen; ook heeft daaromtrent de U. Kerk gei.-n uitspraak gedaan. Evenwel, terwijl wij ons moeten wachten voor vrome overdrijving , mogen wij toch de gevoelens aankleven van heilige en geleerde mannen, die , steunende op ware beginselen , aangaande de verhevenheid van Jozefs heiligheid ons hunne gedachten hebben medegedeeld.

u Als de vorsten dezer aarde, zegt de H. » Franciscus de Sales (1. c.) zulk eenezorg » aanwenden om tot gouverneur hunner « kinderen dengene uit te kiezen, welken » zij daartoe als den geschiktste kunnen » vinden, zou God dan, terwijl Hij maken « kon, dat de Bestierder van zijn Zoon in » alie soorten van volmaaktheden de meest « begaafde mensch zou zijn, — zou God » dan , terwijl Hij dit kon , het ook niet »gewild en gedaan hebben ? Hoe zou » zulks mogelijk zijn quot;? Het is dus boven «allen twijfel verheven, dat de H. Jozef » begunstigd is geworden met alle graties » en alle gaven, welke pasten aan de beft diening , welke de Eeuwige Vader hem • wilde geven.quot;

Jl

-ocr page 60-

VIJFDE DAG.

O

God , de Eeuwige Vader, had zeer veel zorg om den H. Joannes, den Voorlooper van zijn Eeniggeboren Zoon , te heiligen , zoozelfs dat Hij hem dertig jaren lang tot zijne zending voorbereidde door eenen gelachtig leven in de woestijn ; Joannes werd dan ook door het volk zelfs voor den Messias gehouden en Jesus zegde van hem; «(Mt. XI. 33.) onder de menschen is er » niemand opgestaan (jrooler dan hijquot; (als Profeet). — Hoeveel te meer zal dan de Hemelsche Vader te gelijk met den Zoon en den H. Geest gezorgd hebben, dat de uitverkorene, aangesteld om de Plaats-bekleeder te zijn van den Vader, de Verzorger, Geleider, de Voedstervader van den Zoon in de menschelijke natuur, en de Me-dehulp van den H. Geest, hoe zal de Hemelsche Vader gezorgd hebben, dat Jozef alle genaden bezat van heiligheid en alle volmaaktheid van deugd, welke met zijne buitengewoon verhevene en eenige waardigheid overeenkwamen , ja , dat hij zulke buitengewone gunsten en genaden bezat ter volmaakte beleving van zijne waardigheid, als de glorie van den \ ader

i

-ocr page 61-

^2___;_

VIJFDE DAG. 55 t-f

viin den Zoon en van den II. Geest liet vorderde. (1)

De H. Leonardus :i Portu Mauritio (I. c.)

(1) Wanneer Jesus Christus den H. Johannes den Dooper boven alle menschen verheft, wordt hierom de H. Jozef niet achtergesteld , gelijk de H. Thomas van Aquine (ad Ephes I. 8) den H. Joannes Baptista niet achterstelt , wanneer hij de Apostelen in waardigheid en heiligheid boven alle menschen verheft. De heiligheid van den H. Joannes op aarde en diens glorie in den Hemel stelt hij (1) boven de Apostelen. Want noch de H. Joannes Baptista, noch de H. Jozef worden hier gerekend onder het getal der menschen, waarmede eene vergelijking gemaakt wordt, omdat beiden tot eene hoogere orde behooren, de een als Voedstervader, de ander als Voorlooper des Heeren. Inzonderheid behoort de waardigheid van den H. Patriarch , eenig in hare soort, tot een geheel bijzondere orde , welke na de waardigheid van het Moederschap , boven alle andere verheven is wegens zijne innige betrekking met den Menschgeworden God, ook met den Vader en den H. Geest ,

wier plaatsbekleeder hij was voor Jesus en ook voor de Allerheiligste Maagd.

1

S. Thomas in verba : Cu jus non sum dignus. En Suarez IIT. Part II. Disp. VIII. II in D. Thom,

-ocr page 62-

56 VIJFDE HAG.

alzoo de zaak beschouwende, verheft den

H. Jozef boven alle Engelen en Heiligen, want, het is een onverwerpelijk grondbeginsel , dat, hoe minder een uitwerksel van zijne oorzaak verwijderd is, het des te meer ook deelachtig wordt aan haar hoedanigheden en krachten. Alzoo is de hitte des te heviger, hoe nader bij den vuurhaard, en het licht te helderder naarmate het minder verwijderd is van de zon. Als dat zoo is, hoe zoudt ge dan kunnen veronderstellen, dat Jozef, die én door aanverwantschap èn door zijne bediening zoo nabij de alge-meene bron was van alle heiligheid, dat hij in minder overvloed er van genoten heeft dan degenen die er meer van verwijderd waren.. . . Hierom kan ik zeggen, zonder vrees van aan eenigen Heilige ongelijk aan te doen , dat hij in overvloed is verrijkt geworden met al de voorrechten aan ieder der Heiligen in het bijzonder geschonken. Predikers van Godswoord, verkondigt overal de wonderbare deugden van dien grooten Heilige,

f zijne maagdelijke kuischheid, zijne bran-

ISK

-ocr page 63-

VTJFDE DAG.

» dende liefde, zijne verrukkingen en ver-» hevene beschouwingen, zijne diepe nede-» righeid, in een woord, hoe zijn lichaam » en ziel als geheel doordrongen was van » de genade en de genade in hem als een »tweede natuur was geworden. Verhef » dat onverwinbaar geduld in de kwellin-» gen , die allerbereidvaardigste gehooi--» zaamheid , — dat geloof, die standvas-» tigheid, die getrouwheid, zoo volmaakt. » Uwe woorden zullen altijd beneden de i) waarheid blijven, daar de H. Bernardus » ons verzekert, dat Jozef volstrekt de «eerste vvas in alle deugden en er de « volmaaktheid van bereikte.quot; (1)

Hieruit trekt de H. Leonardus, in wiens schriften de H. Kerk bij de zalig- en heiligverklaring niets afkeurenswaardigs heeft gevonden (1. c.) verder het besluit, dat de H. Jozef in den Hemel boven allen verheven is, en zijn troon aan de linkerzijde van Jesus, gelijk de troon van Maria aan Deszelfs rechterhand gesteld is.

1) Credo eum fuisse muudïssimum in Virgiui-tate, profundissimum in humilitate, ardentissimum in Dei amore , altissimum in contemplatione , ■quot;llicitissimum pro hominum salute.

-ocr page 64-

VIJFDE DAG.

quot;Vquot; oornemerL.

Ter cere van St. Jozefs heiligheid de deugd en godsvrucht in eere houden , en hem bidden om afschrik van het kwade en liefde voor het goede.

VOORBEELD.

Mijn broeder, zoo schrijft een priester uit België, had eeue goede christelijke opvoeding ontvangen; maar na zijn huwelijk ging hij te Brussel wonen, om daar zijne zaken nog voorspoediger te drijven. Hier kwam hij weldra in aanraking met verdorven menschen, die hem in hunne losbandigheden medesleepten. Om mijne priesterlijke waardigheid niet te krenken , durfde ik hem niet meer bezoeken, tot ik op zekeren dag bericht ontving van eene herschenschudding, mijn verdwaalden broeder overkomen. Ik was spoedig bij hem. Het oogen-blikkelijk levensgevaar was spoedig geweken, maar om de verzwakking zijner geestelijke vermogens en een tweede aanval der ziekte geraakte hij buiten kennis en ontving het H. Oliesel. Bekommerd om het heil zijner ziel, bleef ik den ganschen nacht bij hem. Wij ontvingen daar een brief van een anderen afwezigen broeder, die ook priester was : hij raadde ons aan , den zieke het Gewijd Koordje van St. Jozef aan te doen , eene noveen te beloven tot den Heilige en de bekomen gunst bekend te maken. Wij verplichtten ons daar aanstonds toe. 's Morgens om vijf uur, zeer in twijfel

-ocr page 65-

VIJFDE DAG.

_^E

59

p O

of mijn broeder mij verstaan zou, zeide ik hem: „-Gij draagt het Koordje van St. Jozef; beveel u in zijne bescherming aan, en vereenig u met de intentie, waarmede ik de H. Mis ga lezen ter cere van St. Jozef voor ü.quot; Stel u mijne verbazing voor.... hij ziet mij aan . erkent mij en geeft een teeken van toestemming met het hoofd. Na de H. Mis, erkent hij mij weder, noemt mijn naam , . . . ik wijs hem op het gevaar zijner ziel, stel hem de noodzakelijkheid voor van zich met God te verzoenen. En zie , er vloeien weer tranen uit zijn oogen ; hij dankt mij, vraagt of ik een priester wil roepen om zijne biecht te hooien. Geheel anders dan volgens de verklaring van den geneesheer, die verzekerd had, dat menschelijkerwijze^ verstand en geheugen niet meer terug konden keeren , verkreeg hij toch ziju volle bewustzijn en zoo helder werd zijn geheugen, dat hij zich alle voorvallen zijns levens van zijne kinderjaren af, duidelijk herinnerde. Een ge-ruimen tijd daarna, toen de biecht was geëindigd, kwam ik bij hem terug, om volgens zijn verlangen hem tot deH. Communie voor te bereiden. Onder een stroom van tranen ontvangt hij om half twaalf het Brood der Engelen. Maar na een uur van godvruchtige en vurige dankzegging, zie, toen keerde de waanzinnigheid terug. Dooc de voorspraak van St. Jozef was zijn eeuwig heil verzekerd. Wij begonnen de beloofde noveen , tot dankzegsins: en ook om \erdere gunsten te

|§fer

.

-ocr page 66-

VIJFDE DAG.

bekomeu. Er trad uu eene aanmerkelijke verbetering van zijn algemeenen toestand in en op den achtsten dag vond ik hem van 5 tot 6 uur op , in een stoel; nochtans bleef hij waanzinnig, en op den laatsten dag der noveen om 6 uur 's morgens riep God in zijne barmhartigheid dezen armen verloren zoon tot zich, die nu van zijne zonden gezuiverd was , maar misschien, bij een langer leven , door de talrijke gevaren en bekoringen opnieuw ten val ware gebracht.

Eeuwige dank aan den H. Jozef.

X.

Priester.

GEBED.

Groote Heilige Jozef, volmaakt voorbeeld aller Heiligen, ik verkies U heden voor geheel mijn leven , in de tegenwoordigheid van Jesus en van zijne glorierijke Moeder tot mijnen Vader en Patroon ; ik verkies U tot mijnen bestierder en bewaarder , voornamelijk in het uur van mijnen dood. Ik beloof U, mij altijd nauwer aan uwen dienst te verbinden en nooit iets te zeggen, te doen of toe te laten , wat IJ zou kunnen bedroeven of mishagen. Verkrijg mij daartoe de genaden van uwe goddelijken Pleegzoon , die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 67-

Zesde Dag.

De H. Jozef en liet Mysterie der Menschwordins.

, U is het gegeven de ver-„ boi'geuhedeu te keuueu „ van het rijk der Heme-len.quot; (Mt. XIII. 33.)

et geloof in den toekorastigen Verlosser , het verlangen naar zijne komst was in het Oude Verbond eene noodzakelijke voorwaarde ter zaligheid. En hoe meer iemand uitmuntte in heiligheid, des te vuriger waren ook zijne begeerten naar Hem, die de zaligheid dei-volkeren is. Hoe treffend zijn niet de heilige verzuchtingen, welke de H. Kerk ons in den Advent uit de Profeten voor-

-dÉ

-ocr page 68-

ZESDE DAG.

houdt; met welk eene vurige begeerte verzuchtte een David, een Isaias, een Daniël naar den Messias! Hoe meer God hen onderrichtte aangaande dit groot geheim , des te vuriger werden hunne verlangens naar den beloofden Verlosser.

Het is niet mogelijk te veronderstellen, dat de H. Jozef hierin bij hen kon achterstaan. Hij, de rechtvaardige boven allen, moest hen in heilige en vurige begeerten overtreffen. Dag op dag zal hij met een levendig geloof, met de vurigste liefde, met brandenden ijver voor de zaligheid der zielen gebeden hebben, dat de beloofde Zaligmaker toch maar spoedig mocht komen, opdat de boosheid van de aarde verdwijnen en de deugd heerschen zou.

Als hij het eens had mogen vermoeden, dat hij zelf de bevoorrechte was, die, na de Maagd bij uitnemendheid, het eerst den Messias, den Christus, zoude aanschouwen , zijn hart zoude onder den geweldigen aandrang van vurige begeerten bezweken zijn.

Bezield met dat geloof en die heilige begeerten, las hij menigwerf in de boeken

-ocr page 69-

ZESDE DAG. 63

der H. Profeten en aanhoorde hij de verklaringen der schriftgeleerden over hunne voorzeggingen ; menige verlichting zal hem de H. Geest alsdan aangaande den Messias hebben geschonken, die zijn hart met een zoeten troost vervulde. God zal immers aan den H. Jozef, rechtvaardig boven allen, niet geweigerd hebben, wat Hij aan de overige rechtvaardigen gewoon was te geven volgens de vastgestelde wet zijner liefde. Die wet van Gods liefderijke wedervergelding is, dat Hij nadert tot degenen die Hem naderen ; dat Hij zich laat vinden door degenen die Hem zoeken; dat Hij zich zeiven en zijne volmaaktheden openbaart aan die Hem beminnen. Vandaar het woord van God : « Nadert tol » Hem en gij zult verlicht worden.quot; (Ps. 33. v. 0.) « Bemint Hem en uwe harten zullen verlicht worden.quot; (Eccli. II, 10.) Hij, uitnemend in rechtvaardigheid, zal dan ook op uitnemende wijze door God verlicht zijn geworden aangaande den toe-komstigen Verlosser en deszelfs werkkring tot zaligheid der menschen; de schriften der Profeten hieromtrent waren voor hem

-ocr page 70-

ZESDE DAG.

64,

klaarder en duidelijker dan voor menig ander. Dit moeten wij te eer aannemen , daar zulks overeenkwam met de verhevene bestemming waartoe God hem voorbereidde.

Nooit echter vermoedde hij , dat God een verheven Geest des Hemels, een Aartsengel , zou afzenden , ter onderrichting in het groote mysterie der Liefde. — De H. Aartsengel Gabriël (1) sprak hem over de heiligheid zijner maagdelijke Bruid, over de komst van den Verlosser op aarde, het mysterie der menschwording, over de grootheid van Jesus als God, over het doel zijner menschwording, en de uitwerkselen daarvan tot zaligheid der zielen. Wan neer de Aartsengel sprak, zal de H. Geest het verstand van den H. Jozef op buiten-gemeene wijze hebben verlicht, zoodat deze met meer recht dan David kon spreken; « De verborgenheden van uwe wijsheid i) hebt Gij mij geopenbaard.quot; Ps. L, 8.)

rS

1) Wij mogeii godvruchtig aannemen, dat deze Aartsengel, die aan Maria de Boodschap der Menschwording overbracht, ook de getrouwe He-meibode was , die Jozef onderrichtte.

-ocr page 71-

'

65

ZESDË DAG.

p

Daartoe toch kwam de Engel, niet als tot een profeet, maar tot iemand, die eene buitengewone waardigheid moest aanvaarden, die dus geheel bekend moest zijn met het groote mysterie der Menschwor-ding. En hoe diep mocht hij er indringen!

Het gebeurde eens, dat op bevel van de H, Maagd de H. Joannes Evangelist aan den H. Gregorius van Nazianze eenige onderrichting gaf over het mysterie der Menschwording van Gods Zoon. De Heilige was namelijk door God bestemd om dat Mysterie tegen de ketters te verdedigen. Die korte onderrichting gaf hem daaromtrent zulk een verheven begrip en zulk eene wijsheid, dat hij naderhand bij uitnemendheid de Godgeleerde werd genoemd; hij verkreeg daardoor meer wetenschap dan lange jaren van aanhoudende studie hem hadden kunnen bezorgen. Met hoevele verlichtingen zal dan de H. Geest het verstand van den H. Jozef hebben bestraald , toen de Engel tot hem sprak! Welke schatten van wijsheid en wetenschap zal Hij hem hebben medegedeeld! De bestemming toch van den H. Jozef was

5

f fea

-ocr page 72-

quot;tl

p.r

66

ZESDE DAG.

grootsclier en verhevener dan die van Gregorius; Jozef was meer bevoorrecht dan de oude profeten of de heilige Joannes Evangelist, die toch als een adelaar zich mocht verheffen tot de verhevenste geheimen der Godheid.

Welk een diepen indruk zal die openbaring van Ciods geheimen gemaakt hebben op den geest en op het hart van den H. Jozef! Ziende op de oneindige grootheid van het Goddelijk Woord stond hij ontsteld en verbaasd over de allerdiepste vernedering, waartoe Het zich wilde verlagen met mensch te worden. De profeet Mabacuc (Hab. III. 2, 16.) onderricht over dat mysterie sprak : « Heer , ik heb uwe ii mededeeling gehoord en hen bevreesd ge-ii worden; mijn binnenste is geheel ontsteld, ii mijne lippen beefden en konden geen woord i) uitbrengenquot;. ... En later; « Ik zal jui-ii chen in God , mijnen Jesus.quot; Meer dan die heilige Profeet zal Jozef van heilige vreeze hebben gesidderd, en door verwondering geheel vervoerd geweest zijn. Hij zag zich in die openbaring van den Engel Gods als op een berg geplaatst,

fc-

-ocr page 73-

ïlEP

ZESDE DAG.

boven de wolken verheven, omstraald door het licht der Godheid, wier glanzende grootheid hij aanschouwde. Aan zijne voeten zag hij een afgrond, waarvan hij de diepte met zijn oog wilde peilen; de diepte der vernedering namelijk, hierin bestaande dat God wilde mensch worden. De kennis van die vernedering deed hem inzien de uitgestrektheid, hoogte en breedte (Eph. III. 18.) van Gods ontfermende liefde. Jesus, de Menschgeworden God , die te Nazareth in zijne onmiddellijke nabijheid was, deed hem inwendig hooren, begrijpen en smaken het woord, dat Hij later sprak tot Nicodemus (.lois III. lü.) «Aldus heeft » God de wereld bemind, dat Hij zijnen » Eenifjen Zoon heeft gegeven.quot; En met den profeet Habacuc zal hij juichend hebben herhaald: » Ik z-nl wij verheugen in » God, mijnen Jesmquot;.

0 , hoezeer verlangde hij naar dat Bethlehem , alwaar hij het Eeuwig Woord, Menschgeworden, met zijne oogen zoude mogen aanschouwen. Meer dan een hongerige verlangt naar een bete broods, meer dan een dorstige versmacht naar

—J

-ocr page 74-

m

eenigc lafenis , meer dan een blindgeworden mensch verlangt het licht der zon te aanschouwen , was hij begeerig naar het zalig oogenblik, waarop hij den langVerwachte zoude mogen aanschouwen.

Het is in een stal, dat hem dit geluk overkomt. Daar ziet hij den oneindig grooten God Menschgeworden in de gedaante van een Kind. Al was het dan in zulk eene plaats vau armoede en vernedering, — voor geen koninklijk paleis, voor geen schatten, voor geen koninkrijk zou hij zijn geluk hebben willen verruilen; want hij ziet zijnen Jesus. Dat zien is hem als een Hemel van zaligheden. De blikken van Jesus ontmoeten de zijne, en die oogslag van het Goddelijk Kind stort in zijne ziel stroomen van vreugde, van die heilige vreugde, waarmede het H. Hart van Jesus vervuld was. Die oogslag doet zijn gemoed van liefde branden voor Dengene die, Menschgeworden, zich gewaardigde bij hem te komen wonen. Die zoete, heldere blik, waarin goddelijke wijsheid doorstraalde, was hem als een nieuwe verlichting, volgens het woord van David: Door uw licht zien wij

ZESDE DAG.

-ocr page 75-

ZESDE DAG. 69

licht. (Ps. 35, 10.) De koninklijke Profeet zegt dit aangaande het, Licht des Hemels. Ongetwijfeld straalde uit de oogen van Jesus een bovennatuurlijk licht, waarin de H. Jozef in lichtenden glans de schoonheden van Gods aanbiddelijke volmaaktheden, de wonderen van Jesus' liefdein de Mensch-wording aanschouwde. De H. Joannes /.egde aangaande Jesus (Jois 1 , 9.): « Hij gt;gt; was hel licht verlichtende allen mensch i) komende in deze wereldquot; ; het Goddelijk Kind toonde zulks op bijzondere wijze ten opzichte van den H. Jozef, aan wien Het buitengewone verlichtingen schonk dag op dag, omdat de H. Patriarch zoo nauw aan Hem verbonden was, geheel voor Hem leefde en in zijn Licht wilde wandelen.

Het verblijf van den Menschgeworden God in Bethlehem was dan ook voor den H. Jozef een Hemel op aarde, voor zoo veler op aarde een paradijs kan wezen. Zijn leven althans was gelijk aan dat van de bewoners des Hemels: zijne bezigheid was aanbidden , lofzingen en dankzeggen, verheerlijken , beminnen, uit liefde voor den Menschgeworden God Hem getrouw dien-

-ocr page 76-

m-------

A 70 ZESDE DAG.

ende en zijn minste wenken en verlangens opvolgend.

Terwijl wij den H. Jozef bewonderen en met betrouwen tot hem opzien in afwachting , dat hij ons het licht der wijsheid bezorge, kunnen wij ons ook spiegelen in zijn voorbeeld. Wij moeten ons geluk zoeken in de kennis en in het bezit van Jesus. — WTij zijn wel reeds door God zeiven, door zijne H. Profeten, en door de H. Kerk bekend gemaakt met de wonderbare geheimen van de Menschwording ; maar wij kunnen toenemen in die kennis, en door middel van grootere kennis tot grootere liefde, tot inniger vereeniging met Jesus geraken , — meerdere en grootere gunsten van Hem verwerven , en een waar geluk op deze aarde vinden. — Wanneer wij hiertoe godvruchtige pogingen in het werk stellen, zal de H. Jozef, tot glorie van Jesus en tot ons welzijn, die machtig door zijne voorspraak ondersteunen, en ons meer wijsheid en liefde bezorgen dan alle boeken der aarde ons kunnen verschaften.

-ocr page 77-

ZESDE DAG.

quot;V oornemen.

Den H. Jozef bidden , dat onze geest meer en meer moge verlicht worden omtrent de grootheid en beminnelijkheden van Jesus. Den tijd van den Advent, en de feesten van den Kersttijd met groote godsvrucht vieren ter eere van het Menschgeworden Woord.

VOORBEELD.

71

Don Qniroza, een Spaansch krijgsoverste, had eene innige godsvrucht tot den H. Jozef. In de menigvuldige aanvallen, die de bewoners der Marianna-eilanden op hem deden , nam hij altijd zijne toevlucht tot den H. Aartsvader, wiens bescherming voor hem een ondringbaar schild was. Eens stond hij op een dier eilanden met een klein getal soldaten tegenover veel talrijker wilden : maar altijd behaalde hij de overwinning, zonder dat een enkele zijner manschappen gewond werd. Hiervan schreef de krijgsoverste alle eer toe aan den H. Jozef, die ook eenmaal duidelijk toonde , hoe zorgvuldig hij het leger beschermde : eene groote menigte van woedende eilanders vielen hem aan ; eene hagelbui van gif-tige pijlen stortte op het kleine leger neer: nu scheen alles verloren : nergens eenige hoop op behoud. Don Quiroza riep St. Jozef aan: en zie, daar verschijnt de Heilige in de lucht, ver-

L ïh

-ocr page 78-

ZESDE DAG.

y

brijzelt de moorddadige schichten , die verkreukt nedervallen voor de voeten der soldaten, tegen wie zij waren afgeschoten.

GEBED.

o Groote H. Jozef, die gedurende zoo langen tijd den heiligen omgang van Jesus en Maria hebt genoten en die door de aanhoudende oplettendheid van uwen geest om voordeel te trekken uit hunne voorbeelden eu woorden verdiend hebt , het voorbeeld te worden van het inwendige leven, verkrijg mij de genade van met zorg te waken over het hart , van met aandacht en leerzaamheid tc luisteren naar de stem des H. Geestes en van uw levendig geloof in de mysteriën van den Verlosser na te volgen , opdat ik door de kracht van zijne goddelijke genade mij heilige in de-bezigheden van het tegenwoordige leven en ge-rake tot het eeuwig geluk door een geheel inwendig leven , dat daartoe deze korste weg is. Amen.

-ocr page 79-

'

Zevende Dag.

l)e H. Jozef en het Mysterie «Ier Verlossing.

(VERVÜIX..)

Vau mij zij het verre, te roemen, dan in het. kruis onzes Heeren, Jesns Christus. (Gal. VI. 14.)

andoenlijk is de voorstelling, waardoor sommige schilders aan onze godsvrucht eene afbeelding aanbieden van het verborgen leven der drie heilige personen in het huisje van Nazareth. De H. Maagd wordt voorgesteld bezig zijnde met vrouwelijken handarbeid ter vervaardiging van kleedingsstoffen, — haar moeder-rust op Jesus. De H. Jozef staat aan

-ocr page 80-

ZEVLNDE DAG.

de schaafbank, ijverig werkzaam in ver-moeienden arbeid , maar zijn oogslag is op het oogenblik gekeerd naar het Goddelijk Kind. Dit Kind is bezig met iets wat de aandacht van Jozef boeit: Het maakt speelsgewijze uit twee stukken hout een kruis. Jesus speelt met hetgeen Hem dierbaar is; — welk een verheven, welk een Goddelijk spel, waarvan de H. Jozef, zoo al niet ten volle, dan toch in groote mate de betee-kenis en waarde kennen raag.

Om dezelfde beweegredenen, waarom wij met grond kunnen aannemen, dat hij zulke buitengewone verlichtingen ontving aangaande het geheim der Menschwording, deszelfs oorzaak en heilrijke gevolgen, kunnen wij ook met evenveel zekerheid veronderstellen , dat hij door hemelsche verlichtingen werd bekend gemaakt met het mysterie des Kruises en der Verlossing, te meer daar beide mysteriën onafscheidelijk aan elkander verbonden zijn.

Jesus zegt: « uit den overvloed des har-» ten spreekt de mond.quot; (Mt. XII. 34.) Meer dan op iemand anders moet dit woord op Jesus zelf worden toegepast. Zijn God-

i 4

-ocr page 81-

oöïflrO I ■•} CJ

ZEVENDE DAG.

delijk Hart was overvol van liefde voor kruis en lijden , —■ hoe kon Hij er dan over gezwegen hebben bij den H. Jozef, op wiens trouwe geheimhouding Hij rekenen kon, en dien Hij tot bewaarder zijner geheimen aangesteld luid. Van hem had Jesus ook niet te vreezen, wat Hij later bij zijne Apostelen ondervond, die wegens hunne aardschgezindheid het mysterie des K raises niet konden bevatten en hierom den Zaligmaker verhinderden ur dikwijls over te spreken. Ontdaan van die aardschgezindheid, was de geest van den H. Jozef vatbaar voor de onderrichtingen, die het Goddelijk Kind hem uitwendig of alleen inwendig gaf. De oogen van zijn geest waren niet verduisterd door hartstocht ol aardsche neigingen, en geheel onbevangen om het licht te aanschouwen, dat het Goddelijk Kind voor zijne oogen deed opgaan. In de Psalmen van David , in de profetieën van Isaias, van Daniël en Eze-chiël en andere profeten stond reeds de geschiedenis van het bitter lijden te lezen, de geschiedenis ook van de zalige uitwerkselen der Verlossing voor geheel de aarde.

-■sic 2

-ocr page 82-

gp2-

*51 7fi ZEVENDE DAG.

Omdat zij ziende blind wartn, volgens het woord van .lesus, Ijleef zulks verborgen voor de meesten in Israël, — het boek der Profeten was hun als een gesloten boek; niet alzoo voor den li. Jozef, omdat hij eene reine ziel en een onschuldig gemoed bezat, de duisternis der zonde haatte, het schoone der deugd beminde, het licht der waarheid zocht, ten einde in het licht te wandelen. (Cfr. Jois III. 20.) Was het zoo reeds met hem gesteld voordat het Goddelijk Kind zich aan zijne oogen vertoonde, hoeveel vatbaarder zal zijn geest en hart dan geweest zijn , wanneer het Goddelijk Kind hem dag op dag meer en meer hei-lisde. En hoe dikwijls zal .lesus hem de verklaring van die H. Schriften hebben ge-ireven, meer door eene inwendige mededee-ling van zijne hemelsche wijsheid dan door woorden. Welk een genoegen voor Jesus, welk een zalig genot voor Jozef! Jozef zal ondervonden hebben wat de discipelen van ! Emmaus ondervonden, toen Jesus hun vol-Igens de Profeten over zijn lijden sprak : . 1» «'«mi onze harten niet brandende in ons?quot; | (en Jesus was verheugd , dat Hij de

-ocr page 83-

ZEVENDE DAG.

stralen der waarheid kon doen schitteren in eene reine, nederige en eenvoudige ziel, en met het oog ten heme! zal Hij meermalen gesproken hebben: (Mt. XI. 25.) nik dank » U, Vader, Heer van Hemel en aarde , « dat Gij deze dingen voor de wijzen en » verstandigen verborgen hebt, en die nan » de kinderen hebt veropenbaard.quot;

Zoo genoeglijk het den li. Patriarch was, Jesus ever het mysterie des kruises te hooren spreken, even zalig was het hem er over na te denken; tegelijk echter vervulde innige smart zijne ziel uit medelijden met Jesus. Door zijne liefde tot .lesus werd hij als genoodzaakt, er aan te denken. En iedennaal dat hij er aan dacht, verheerlijkte hij met al de krachten zijner ziel de oneindige liefde des Vaders, die zijn Eeniggeboren Zoon aan zulke smarten wilde prijs geven, en de oneindige goedertierenheid des Zoons , die zich in zijne H. Menschheid aan al die kwellingen en aan den diep vernederend kruisdood wilde overleveren. Zijn hart vloeide over van dankbaarheid bij de gedachte dat de on-eindiïe verdiensten en voldoeningen van

-ocr page 84-

____

ZEVENDE DAG.

den Godmensch hem zei ven reeds van de eerste dagen zijns levens afhadden gereinigd van zonde, hem liefde voor deugd hadden ingeboezemd, en hem verrijkt hadden met zulke buitengewone gunsten. In den geest zag hij duizenden en millioenen door het geheim des kruises en der verlossing gered , en dit was den Heiligen Patriarch eene nieuwe stof tot dankzegging, eene nieuwe aanleiding tot vermeerdering van liefde jegens Hem, die de menschen zoozeer bemind had.

Zoo gingen de levensdagen van den H. Jozef voorbij ; maar na den dood mocht hij de glorievolle uitwerksels van het mysterie des kruises aanschouwen, tot overmaat van zalige vreugde. Dit geschiedde, toen de Goddelijke ziel van den gestorven Jesus in het voorgeborchte nederdaalde, de Zaligmaker van den dood verrees, en Hij die duizenden, millioenen zielen der rechtvaardigen medenam naar het rijk der Hemelen.

Daar in den Hemel ziet de H. Jozef den Goddelijken Middelaar voortdurend bezig met de vruchten van zijn heilig lijden toe

fc

-ocr page 85-

ZEVENDE DAG.

te passen op de menschen, die hier leven; hij ziet Hein de uitwerksels en de zegepraal van zijn kruis voltooien tot den laat-sten dag des oordeels toe; en hij zelf mag met Jesus in die zalige bezigheid deelen op eene wijze die aan zijne bestemming en aan zijne liefderijke begeerten beantwoordt. Daar klinkt het lied zijner liefde tegelijk met dat der H. Ouderlingen : « Waardig » is het Lam, dat gedood is, te ontvan-» gen eer en glorie en zegeningquot; (Apoc. V. 12.) Hij ijvert er voor, dat die eer en glorie en zegening ook inderdaad aan dat Goddelijke Lam gebracht worden ; het valt niet te betwijfelen, of Engelen staan hem ten dienste; zij snellen op zijne wenken naar de aarde, om aan de menschen de godsvrucht tot het heilig lijden in te boezemen, ten einde door de overweging van het heilig lijden de zonden te verafschuwen en de deugd te beoefenen. Intusschen stijgen zijne machtige beden omhoog om van Jesus overvloedige genaden te verkrijgen, opdat de pogingen dei-Engelen gelukken. Voortdurend is zijn smeekgebed, dat het heilig lijden van

-ocr page 86-

ZEVENDE DAG.

Jesus vruchtbaar werke in de zielen, en zij tot zaligheid geraken. De H. Panlus zeide; « Te allen tijde bidden wij voor i' ii, dat God u zijner roeping waardig » keure .... opdat verheerlijkt worde de « naam van Onzen Heer Jesus Christusquot; »(11 ïhess. I. 11. 12. Vgl. Col. 1.9 —18); — hoeveel te meer zal de H. Jozef dit doen in den Hemel, dewijl hij onbegrijpelijk veel meer den gekruisten en verheerlijkten Jesus bemint.

Vruchtbaar in genaden zal deze lezing ons zijn als wij het voorbeeld van den 11. Patriarch op ons gedrag willen toepassen. Het moet ons aangenaam zijn aan Jesus te denken, vooral aan datgene, waardoor Hij op zulk eene uitstekende wijze ons zijne liefde getoond heeft. Het geheim van zijn heilig lijden zij dus dikwijls voor onzen geest, vooral in den heiligen vastentijd, welke is toegewijd aan de vereering van zijne smarten en van zijne liefde; — bij de H. Communie, bij het H. Sacrificie der Mis moeten wij Hem bedanken voor zijne liefde in het lijden betoond ; — de heilige kruisweg worde met

80

-ocr page 87-

__________________________________________Séipö

ZEVENDE DAG. 81

veel godsvrucht verricht in liefde en dankbaarheid en medelijden, maar ook in droefheid over onze zonden ; — dat uit eerbied voor het mysterie des Kruises en der Verlossing het kruisteeken steeds behoorlijk en godvruchtig worde gemaakt, — en bieden wij onze gebeden steeds aan God aan door de verdiensten van Jesus' kruis en lijden. 0, geschiedde dit alles zoo, dan zouden de uitwerksels van Jesus' bitter lijden zich meer en meer in ons openbaren, ook door de voorspraak van den H. Jozef, die dan ons zag verrichten, wat hem zoo na aan 't hart lag.

'V oornemens.

Neem een der bovengeuoemde punten en vergelijk er uw gedrag raede.

VOORBEELD.

De echtgeuoote van eeu handwerksman kwam eens haar kommervol hart uitstorten bij een harer buurvrouwen. Haar man wilde van God niets meer weten : nooit wilde hij de H. Sacramenten ontvangen: dikwijls had zij hem daartoe aange-

' JS

-----—dsl

-ocr page 88-

ZEVENDE DAG.

82

spoord , maar alles tevergeefs. Nu raadde eene buurvrouw haar , de oefening der Zeven Zondagen ter eere van den H. Jozef eens te houden en gaf haar een boekje, handelende over deze godsvrucht. Met aangroeiend vertrouwen deed de arme vrouw de aangegeven oefeningen. Tn langen tijd had zij haren man niet meer tot vervulling zijner godsdienstplichten durven opwekken; maar in de laatste week der Zeven Zondagen nam zij , vertrouwend op St. Jozefs bijstand, het besluit, nog bene laatste poging te wagen. Zij houdt haar man eene beeltenis van den H. Jozef voor en zegt : „ O , mijn goede man , naamt gij uw toevlucht tot den H. Jozef, hij zou u de genade van bekeering tot God verkrijgen.quot; Tot hare groote verbazing en blijdschap, neemt hij, de weerspannige, haar de beeltenis uit de hand, kust dezelve, belooft te zullen biechten en doet het onder vele tranen. Als dankzegging na de H. Communie ging hij ter bedevaart naar eene kapel, drie uren van de stad gelegen.

Maar niet alleen werd hij voor een korten tijd goed ; hij bleef ook goed en getroostte zich vele otters om de Zon- en Feestdagen te heiligen. Alles wat de vereering van den H. Jozef aanbelangt, vervult hem met vreugde; en de beeltenis, die hij uit de hand zijner echtgenoote nam, zoudt ge hem niet gemakkelijk doen verliezen. „ Den H. Jozefquot;, zegt hij, „heb ik mijne bekeering te danken.quot;

fc

-ocr page 89-

ZEVENDE DAG.

GEBED.

o Groote H. .lozef, die in den Hemel door God zijt aangesteld, om de vruchten der Verlossing op ons toe te passen en er ons mede te verrijken, wij komen tot U gelijk de Egyptenaren weleer tot den eersten Jozef. Help ons , H. Jozef, verrijk ons met de genaden, waarover gij de beschikking hebt ontvangen, en blijde zullen wij op uw voorbeeld den Koning dienen, aan wien lof zij en glorie in eeuwigheid. Amen.

83

-ocr page 90-

Achtste Dag.

De H. Jozef en de zoete Naam Jesus.

Onophoudelijk zal ik uwen uaam prijzen en met dank

baarheid verheffen.

(Eccli. 51. 1. 15.)

anneer aan den 11. Jozef door Gods :Engel het geheim der Menschwor-

uing en der Verlossing geopenbaard werd, mocht hij op hetzelfde oogenlilik niet slechts de beteekenis van den Naam Jesus kennen, maar er ook de kracht en zoetheid van ondervinden.

De naam van Jesus is als brandende olie, die verlicht; als een zachte balsem die smarten lenigt; die naam geeft kracht, en brengt blijdschap. De 11. Jozef ondervond het tot loon van zijne zuiverheid,

-ocr page 91-

W2-

trouwe rechtvaardigheid en onkreukbare liefde jegens de H. Maagd, tot wedervergelding voor den eerlned , waarmede hij altijd de Maagd der maagden had bejegend, en voor den standvastigen heldenmoed, waarmede hij de bittere beproevingen had doorstaan, hem door (lods wijze Voorzienigheid overgezonden. — De tijd van smarten werd eensklaps in een tijd van blijdschap veranderd, wanneer de Engel over Jesus sprak en dien naam, tegelijk met zijne glorievolle beteekenis, aan Jozef bekend maakte.

De verheven Hemelgeest gaf uit naam van de drie Goddelijke Personen het bevel: « Gij zult zijnen Naam Jesus »noemen; want ilij zal zijn volk van i) hunne zonden verlossen.quot; Dat bevel was het slot van de wonderbare onderhandeling van den Aartsengel met den II. Patriarch, wonderbaar om de verhevenheid der geheimen , die werden behandeld, om de zending waarmede de Engel was belast, om den eervollen plicht, die den 11. Jozef werd opgelegd. Dat waren seheimen van Gods oneindige liefde , waarin de eeuwige

85

-ocr page 92-

___

ACHTSTE DAG.

Vador zijn eeniggeboren Zoon aan de wereld wilde schenken, —• het Eeuwig Woord , de Tweede Persoon, de Menschheid wilde aannemen, — waarin de 11. Geest met den Vader en den Zoon de 11. Menschheid wilde vormen. Geheimen werden hem ontsluierd over de grootheid van de Maagd der maagden, zijne H. Bruid , over haar hemelsch Moederschap, over hare engelachtige reinheid, haren maagddom en de schitterende heiligheid harer ziel. Waarlijk, de H. Naam Jesus bracht licht aan, en met het licht, de zoetheid eener he-melsche blijdschap; want het Licht, dat Jesus zelf is , is ook de eeuwige vreugde der uitverkorenen.

Dat was ook de zending van den Engel: door dc openbaarmaking van dien zoeten Naam licht in duisternis en troost in droefheid, loon naar verdienste aan te brengen ; maar ook tevens een plicht op te leggen.

Welk een eer was aan dien plicht verbonden, eene eer, die zelfs Aartsengelen van heilige vreeze zou hebben doen beven ! Jozef moet een naam geven aan den Mensch-geworden' God; hij, een schepsel, een naam

-ocr page 93-

ACHTSTE DAG. Si

schenken aan Hem, die de oponbarinji is van de Goddelijke Wijsheid, fiannhnrtigheid en Liefde; aan Hein, in wiens Menschheid op ontzagwekkende wijze de grootlieid van Gods Heiligheid en Rechtvaardigheid zich vertoont; een naam geven aan Hem, die de sleutels van dood en leven in handen heeft, en als Verlosser liet mensch-dom van jammeren en ellenden verlossen zal, en de poorten des levens zal openen voor millioenen rechtvaardigen; een naam geven aan den oneindig verheven Middelaar tusschen God en de menschen, aan den eeuwigen, Koninklijken Hooge-priester! Welk een eer! 0, hare grootheid kon hij in zijne nederigheid nauwelijks dragen zonder te bezwijken! Maar ook welk een zoetheid was aan dien plicht verbonden! Zijn hart was bijna niet in staat het zalig genot daarvan te verdragen.

Er zou nog eenigen tijd verloopen , eer hij dien heiligen en zoeten plicht kon vervullen ; intusschen week die heilige , die zoete Naam niet meer uit zijnen geest. Hij ondervond, wat de H. Beruardus een-

-ocr page 94-

uSR 1

ACHTSTE DAG.

maal zeggen zou van dien zoeten Naam , dat hij is als honing in den mond en jubel in het hart. Die Naam zoo heilig en zoo zoet lag voortdurend op Jozefs lippen ; want de lippen vloeien over van den overvloed des harten, dat altijd bezig was met de verhevenheid en de beminnelijkheden van dien geheimnisvolleu Naam te overdenken. Maar, hoezeer hij het ook begeerde, die Naam kwam hem niet over de lippen ; — gehoorzaam aan het Goddelijk hevel, dat den tijd had bepaald, waagde hij het nog niet dien heiligen en zoeten Naam uit te spreken en te openbaren.

Jesus wordt geboren; het Woord is Vleesch geworden. Nog is de tijd niet daar; nog acht dagen waehtens. Brandend van verlangen naar 't gelukkig oogenblik telde hij de dagen. Het plechtig uur van blijdschap, maar ook van smart is eindelijk geslagen. De if. Jozef wist het wel, maar hij had het zich niet kunnen verbeelden , hoe levendig hij de smart zou gevoelen, die het ontvangen en dragen van dien Naam aan het Goddelijk Kind zou

o Jtrj

-ocr page 95-

ACHTSTE DAG.

kosten. — FÜj de Besnijdenis vertoont het Goddelijk Kind zich als een slachtoffer van boetvaardigheid en eerherstel, vergietende zijn oneindig dierbaar Bloed tot redding der menschen ; Het stelt plechtig de eerste zichtbare daad van zijn Hoogepriesterschap tot verzoening met flod, tot verlossing van de zonden. De ziel van den H. Jozef werd levendig aangedaan door medelijden, de smart doorvlijmde zijn hart meteen zwaard van droefheid, geheel zijn lichaam beefde van aandoening en eerbiedige vreeze, terwijl de gedachte aan Jesus' liefde, zijne borst van wederliefde deed gloeien , en zijn geest van vreugde deed jubelen. Het was eene wonderbare vermenging van droefheid en blijdschap, beide uit de liefde ontspruitend.

Nu is het oogenblik daar, om ann het Goddelijk Kind den zooten Naam van Jesus te geven. Jozefs lippen beven; hij beseft de grootheid van het oogenblik , het verhevene van zijne zending. Zijne nederigheid schrikt er voor terug ; maar de liefde, onderworpen aan Gods wil, overwint; en zie: daar wordt voor 't eerst over 't God-

SU

c, l|

as

-ocr page 96-

delijk Kind den zoeten Naam Jesus uitgesproken ; met dien Naam begroet hij tegelijk met Maria voor 't eerst het Goddelijk Woord, en valt aanbiddend voor Hetzelve neder, ongetwijfeld tranen schreiend van liefde en onbeschrijfelijke vreugde. 0, hoe zoet waren die tranen ! Zij waren als de dauw van het Hemelsch Paradijs. Jesus gaf die zoete tranen menigmaal aan zijne Heiligen, zooals aan den H. Lodewijk, aan de 11. Elisabeth van Thuringen; hoe zou de H. Jozef die gave dan hebben gemist?

Hoe goed deed het aan zijn minnend hart, nu vrijelijk den Naam van Jesus te mogen uitspreken. Beter dan de Heiligen omtrent de grootheid en beminnelijkheden van dien Naam onderricht, smaakte hij, na Maria, het meest van allen de geestelijke zoetheden uit die onuitputtelijke bron, den zoeten Naam Jesus.

Duizenden malen in zijn leven mocht hij den Menschgeworden God als kind of jongeling met dien Naam aanspreken, of tot zich roepen , of begroeten , en over Jesus tot Maria spreken ; altijd deed hij het (dooide voortdurend werkende genade van Jesus)

quot;cdEio

-ocr page 97-

ACHTSTF. DAG.

rnut eene teederc godsvrucht, met eene vurige liefde, met eene heilige blijdschap.

Wie zal ons zeggen, welke zalige uitwerkselen het uitspreken van dien zoeten Naam voor Jozef had ? Zij bestonden in genaden , in grootere deugd, in verdiensten , in allerlei gunsten des Hemels. Die zoete Naam was hem een zalvende troost in kwelling, een buitengewone kracht voor zijne ziel, een wonderbare aansporing tot het goede, een rijkdom van vreugde, een oorzaak van onschatbare verdiensten voor den Hemel. Die zoete Naam van Jesus was zijn laatste woord tot Hem , in wiens armen hij stervend rustte, een voorsmaak des Hemels, waar die Naam de vreugde uitmaakt der Engelen, gelijk hij op aarde de kracht is der zwakken, en in de hel de schrik der duivelen.

quot;Voornemens.

Ter eere vau den H. Jozef eene groote godsvrucht hebben tot den H. Naam Jesus.

VOORBEELD.

m

In 1843 lag in 't college der Jesuïten te Sitten (Waadland), een der professoren , Jozef H.....,

t)

si

-ocr page 98-

olt;m-

vT Si

ACHTSTE DAG.

ernstig ziek. De jeugdige, deugdzame en talentvolle kloosterling was den dood nabij.

De Reetor van dat eollege was P. Th. Neltner, zoo bekend door zijn apostolischen arbeid in Zwitserland, Duitschland en Frankrijk. Toen deze den zieke de laatste H. Sacramenten toediende , was hij des te meer bedroefd, omdat nog kort geleden twee der zijnen door den dood waren weggerukt. Na de zielroerende ceremoniën van het H. Oliesel naderde hij den stervende, en op een toon van vadeilijk gezag legde hij hem dezen plicht op : hij moest, na in de eeuwige vreugde te zijn binnengegaan, de voorbede van zijn glorierijken Patroon, den H. Jozef, afsmeeken, opdat een bekwaam plaatsvervanger voor hem in de orde mocht treden. Wat gebeurt er? In den herfst van hetzelfde jaar traden er te Brieg twaalf novicen in de orde — en acht hunner heetten Jozef. Drie andere Jozefs volgden nog binnen een jaar. Tot dezen behoorde ook de later zoo beroemde P. .lozef Kleutgen. (Stimmen aus Maria-Laach.)

GEBED

i

| H. Jozef, die aan het Goddelijk Kind dien I zoeten Naam Jesus mocht geven, verkrijg ons de { genade, dien Naam altijd uit te spieken met den eerbied , dien hij verdient. Daar is geen andere Naam, waarin wij zalig kunnen worden; ver-' krijr ons, dat wij er ook de zaligheid in vinden.

SS -Hï

-ocr page 99-

te

ACHTSTE DAG.

915

volgens de liefdevolle inzichten van God. Leg hem op onze lippen in droefheid en smart, in strijd en bekoring, en doe er ons de kracht van ondervinden, maar ook tegelijk de zoetheid, welke er aan verbonden is en die gij op aarde het eerst hebt mofifen smaken.

-ocr page 100-

Leven van den H. Jozef in het H. Huisgezin.

I. ZI.IN LEVEN VOO It .1ESUS.

'Wat hij leeft, leeft hij voor God. (Rom. VI. 16.)

Let is eene kwaal van den tegen-i woordigen tijd , dat menig huisvader meer leeft voor zich zelf d;in voor zijn huisgezin. De familiegeest, zoo klaagt men algemeen , gaat meer en meer verloren. Buiten het huisgezin zoekt de vader zijne voldoening. Vindt hij ze daar? Neen, want God laat het geluk slechts daar vinden, waar Hij het gelegd heeft, niet elders. Als geneesmiddel tegen die kwaal wijst ons de H. Kerk op de 11.

-ocr page 101-

m

LEGENDE DAG.

Familie en op den H. Jozef in het bijzonder. Op dat voorbeeld hebben zich in vroegere eeuwen vele Heiligen gevormd. Waarom zon zulks in onzen tijd niet meer mogelijk zijn ? De mensehelijke middelen, om aan de wereld dien huiselijken geest terug te bezorgen, schieten te kort. Waarom zouden wij de bovennatuurlijke niet beproeven ?

Hoe leefde dan de 11. Jozef in den schoot zijner kleine familie ? In twee woorden kunnen wij geheel dat leven beschrijven i hij was alles voor Jesus en Maria; — Maria en Jesus waren alles voor hem. (1)

De II. Jozef leefde voor zijn God en Zaligmaker, Jesus Christus , niet voor zich zeiven. Waarom ? Omdat hij Jesus beminde met geheel zijne, ziel. Maar liefde zonder opoffering van hetgeen men is of wat men bezit, dat is geen ware liefde. Daarom was het leven van Jozef eene aan-

1) Dewijl het geen levensscliets is , die wij dej godvruchtigen lezer aanbieden, hopen wij, dat hij de herhaling van sommige feiten voor lief zal nemen. Zulk eene herhaling is dikwijls onvermijdelijk , ten einde de behandelde stof beter te doen uitkomen en toe te lichten.

É

-ocr page 102-

-saga

06 NEGENDE DAG.

ecnschakeling van zelfverloochening en van offers in den dienst van zijn beminden Jesus. Was zijn leven daarom onaangenaam of verdrietig ? Verre van daar. Integendeel voor de volmaakte liefde is het onaangenaam en verdrietig niets te mogen opofferen of lijden voor dengene, dien men bemint. De liefde maakt die offers gemakkelijk ; de bitterste kwellingen worden door hare kracht veranderd in zoete vertroostingen. Vraag het aan de eerste moeder de beste, of het haar zwaar valt voor haar teeder kind te moeten waken, zorgen en werken ; en zij zal u zeggen, dat zij bereid is honderdmaal meer te doen voor haar kroost. Dat doet de liefde.

Zien wij nu op den H. Jozef. Jesus was nog niet op aarde verschenen, en reeds vinden wij den H. Jozef bereid om ter wille van Jesus arbeid en vermoeienis te dragen. Het was in den winter. De wegen waren slecht. Jozef had te Nazareth zijne vrienden en begunstigers. Toch zien wij hem toebereidselen maken tot eene verre reis. Waarheen, o H. Jozef? Waarom neemt gij uw gereedschap en zadelt gij uw ezel?

ijamp;i

-ocr page 103-

NEGENDE DAG.

: ^ ::-

e.

(J7

Hij begaf zich naar Bethlehem, waar hij wist, dat de Messias geboren zou worden. Maar wat al vernedering en harde bejegening kostte hem die reis, niet alleen onderweg, maar vooral bij zijne aankomst in Bethlehem ; daar woonden zijne bloedverwanten, daar mocht hij eene hartelijke ontvangst verwachten, en wat vond hij er ? Afwijzing en beleediging. Bekommering vervulde toen zijne ziel, want waar zou hij een onderkomen vinden? Ware het echter noodig geweest, nog veelmeer zou zijne liefde hebben willen lijden voor zijn Heer en God , Jesus, die in den Kerstnacht op aarde kwam en als een pasgeboren Kind in de arme kribbe, die Jozef voor Hetzelve bereid had , werd neergelegd.

Weldra ontving hij het loon zijner liefde. Welk was dat loon, o 11. Jozef'? 0, hij mocht het eerst van alle stervelingen na Maria den Langverwachte der volkeren aanschouwen ; aanschouwen niet alleen , maar omhelzen en aan zijn hart drukken. Overstelpt van vreugde en geluk mocht hij toen wel zeggen, wat later de H. Grijsaard Simeon zou uitroepen: Nu laat

7

-ocr page 104-

m.

9S KEGENDE DAG.

» Gij, u lieer, uwen dienuar (juan in vrede; » want mijne oogen hebben uw Heil (jeüen.quot; (Luc. II. '20.)

Maar neen, o H. Jozef, het is voor u niet de tijd om heen te gaan van deze aarde. Gij hebt hier nog meer belooning te wachten van uw Goddelijk Pleegkind. Wij moeten immers veronderstellen, dat Jesus zijn Heiligen Voedstervader, die reeds zooveel voor Hem gedaan had, niet minder begunstigd zal hebben dan de Herders, die Hem geheel vreemd waren. Zij zagen eene menigte van Engelen , die de lucht van hemelsche gezangen deden weergalmen ; zij zagen een licht, waarmede geen aardsch licht in vergelijking kan komen, het omstraalde hen met een ongekenden glans. Zal Jozef minder dan zij gezien hebben van de glorie, die aan de wereld geopenbaard werd ? Als hij neerknielde bij de kribbe, zal hij de Engelen niet hebben aanschouwd, die jubelden van vreugde om den vrede , die toen hersteld werd tusschen God en de aarde ?

Een nieuwe belooning voor zijne opofferende liefde wachtte weldra den 11. Jozef.

-dÈ

-ocr page 105-

tXs ________________

N.GENDE DAG.

Kort na de geboorte van het Goddelijk Kind hoorde men voor het arme verblijf van Jozef het getrappel van paarden, vermengd met den voetstap van katneelen. Een stoet van vreemdelingen hield stil. Het waren de H. Drie Koningen, die van zeer verre gekomen waren, om als eerstelingen der Heidenen het Kind te aanbidden. Hunne wonderbare roeping dooi- middel eener schitterende ster, —• hunne getrouwheid aan de genade, — hunne beteekenis-volle geschenken, — de eer, welke die machtigen en wijzen der aarde aan Jesus bewezen, — de glorie, die daaruit in de verre toekomst voor zijn Pleegkind zou volgen, dat alles vervulde Jozefs hart met blijdschap , niet alleen op dat oogenblik , maar ook later, zoo dikwijls hij er aan dacht.

Gelijk het leven van Jesus en Maria een onbegrijpelijke vereeniging van blijdschap en smart zijn zou, zoo was ook St. Jozefs leven daarvan wonderbaar saam-geweven. Wat zal hij gevoeld hebben, toen hij de armoede en behoeften van zijn Goddelijk Kind zag in een verblijf als den

ê

-ocr page 106-

]00 NEGENDE DAG,

.stal van Bethlehem 1 Wie zal het ons zeggenquot;? Jozef deed al wat in zijn vermogen was, om Jesus te verzorgen. Maar waar zal hij de middelen daartoe vindenquot;? De schatten der Driekoningen boden hem misschien eene rijke bron aan; doch het Goddelijk Kind had andere inzichten. Niet door woorden, (want uit, liefde tot ons wilde Het sprakeloos zijn gelijk andere kinderen;,

maar door inwendige verlichtingen zegde Het aan Jozef, dat Het de schatten dei-aarde niet beminde , en , zoo openbaarde de II. Maagd aan de 11. Brigitta . weldra waren die schatten overgegaan in de handen der armen. Ziedaar nu zijne liefde voor Jesus en zijne liefde voor de armoede in een tweestrijd; maar de inspraken van Jesus overwonnen en Jozef bleef arm. Wij kunnen ons nochtans voorstellen , dat, al beminde Jozef de schatten der aarde niet, het hem toch in deze omstandigheid eenige moeite gekost heeft er zich van te ontdoen,

omdat hij zich daardoor beroofd zag van de middelen, om datgene voor Jesus te doen, wat zijne liefde hem ingaf.

Voor Jesus deed en leed hij alles, voor Sc l|quot;l,

-■•'LILk

-ocr page 107-

101'

NEGENDE DAG

Hein was zijn arbeid, voor Hem zijn kommer en zorg, voor Hem zijne ontberingen. Wij behoeven slechts Bethlehem, de bange vlucht naar Egypte, den tocht door de woestijn , het ballingsoord te noemen , en aanstonds komt ons voor den geest, wat Jozef voor Jesus over had. Maar ook al die plaatsen waren getuigen van het loon, dat Jesus aan .lozei' schonk door hem liefde voor liefde weder te geven.

Het was een schouwspel om de Engelen, zoo zij er vatbaar voor geweest waren, jaloersch te maken, als Jozef dat Kind op zijne armen droeg, Het met zijne liefkoo-zingen mocht overladen en aan zijn hart te ruste legde. Joannes, de beminde leerling des Heeren, mocht rusten op diens borst en daardoor verkreeg hij de gunst, om door te dringen in de geheimen dei-Godheid. Wat dan te zeggen van den II. Jozef'? Als Joannes bij uitstek de Apostel der liefde werd, hoe zal dan de ziel van Jozef ontstoken zijn geworden door een gloed van onbeschrijfelijke liefde, o Heerlijk gezicht! Jesus in de armen van Jozef! Jesus rust daar en die rust verschaft aan

4

-ocr page 108-

NEGENDE DAG.

den II. Jozef dr zoetste verkwikking nn zijn arbeid. De zoete adem van Jesus zweeft hem tegen en met denzelve stort zich een hemelsche vrede in het hart van den H. Voedstervader over ! o Heerlijk halssieraad, als dat Kind zijne armpjes sloeg om Jozefs hals en het daar aan hing als een kleinood van oneindige waarde!

Hieraan denkende sprak de H. Bona-ventura : « Wie zal ontkennen dat Jesus , hetzij als kind, hetzij als jongeling in ii het hart van den H. Jozef onbeschrijfe-ii lijke gevoelens stortte aangaande zijne ii Godheid en hem verzadigde met onuitspre-ii kelijke genoegens. Niet alleen door zijne ii genade, maar ook door geheel zijn uit-ii wendig wezen werkte het Goddelijk Kind ii op de ziel van Jozef; door zijn zoeten ii blik , door zijn kinderlijken glimiach , ii door zijne woorden, door zijne teedere ii liel'koozingen.quot; I'ie liefde van Jesus was voor Jozef als een kostbare troon waarop hij mocht zetelen, gelukkiger dan de rijkste koning der aarde: zij was hem een voortdurende feestmaaltijd, dii- hem verzadigde ; r, een geestelijke wijn vol zoetheid, waaraan

ftk

-ocr page 109-

---

NEGENDE DAG. 103 ' C-

hij zich laven mocht dertig jaren lang. Een onderhoud van zeer korten duur bracht het hart der leerlingen van Eimnaüs in verrukking. Maar Jozef mocht dat onderhoud genieten gedurende zoovele jaren! O, wat zal dat hart dan van liefde gebrand hebben, daar het dag op dag in dat fornuis van liefde, het Hart van Jesus, nieuwen gloed en nieuwe vurigheid ontving 1 Zoo vervulde Jesus reeds nu voor Jozef het woord, dat Hij later zou spreken; Hij zal het honderdvoudige ontvangen. (Mt. 19, ^0.)

Zoo zal ook Jesus handelen jegens allen, die Hij met de zorg voor anderen belast heeft. Hebt gij kinderen ter verzorging'? Jesus' onfeilbaar woord zegt u: wal gij aan den minste der mijnen doet, doet gij aan Mij. (Mt. XVIII. (i.) Weet gij u op te offeren in den dienst zijner liefde, beijvert gij u om Hem te doen beminnen,

leeft gij geheel voor Hem, dan zal in u vervuld worden, dat andere woord van Jesus : Voorwaar Ik zeg a: Hij zal zich aangorden en hen doen aanzitten : en heen en wedergaande hen dienen. . . . Zalig zijn die dienstknechten ! (Luc. XI1. 37. 38.)

-ocr page 110-

NEGENDE DAG. quot;Voornemen.

De waakzaamheid over de ons toevertrouwden verdubbelen ; of, zoo men ouder gelioorzaamheid staat, hierin eene bijzondere stiptheid aan den dag leggen.

VOORBEELD.

104-

Een rijk en machtig dienaar van den H. Jozef wilde eene bijzondere liefde tot zijn grooten patroon toonen : hij beloofde hem, alle jaren zijn feestdag met den grootsten luister te vieren ; hij was vader van drie kinderen. Den 19'len Maart daaropvolgende sterft een der kinderen in het midden der plechtigheid. Een jaar later op denzelfden dag sterft de tweede. Bedroefd en vree-zende voor zijn derden zoon, neemt hij zich voor, den feestdag van St. Jozef niet plechtig meer te vieren. Om zijne groote droefheid te verdrijven, gaat hij een pleizierreisje maken : eens op wandeling zag hij twee jongelingen aan de takken van een boom opgehangen. Toen verscheen hem een Engel, die zeide : gij ziet die twee ongeluk-kigen : waren uwe twee zonen blijven leven, hetzelfde lot zouden ook zij ondergaan hebben. Maar omdat gij een vereerder van den H. Jozef zijt, heeft hij van God verkregen , dat uwe kinderen vroegtijdig en onschuldig uit deze wereld scheidden. Vrees voor uw derde kind niet, hij zal bisschop worden en lang leven.quot; En het geschiedde gelijk de Engel voorzegd had.

oquot; J..-

-ocr page 111-

NEGENDE DAG.

fiEBED.

o H. Jozef, gij hebt Jesus gcdieud als eeu getrouwe dienaar, gij hebt u voor Hem opge-ofl'erd , ja, gij hebt geheel en al voor Hem geleefd , o, verkrijg ook ons de genade, dat wij geheel en al leven voor Jesus. Als die dienst ons moeilijkheden bezorgt, geef ons kracht, om ze te boven te komen , doe ons denken aan het loon , dat ons waeht in den Hemel, waar ook

Igij u thans verheugt over uwe zorg voor Jesus en waar al de zweetdroppelen, die gij gestort hebt, veranderd zijn in paarlen die schitteren in eeitwishcid. Amen.gij u thans verheugt over uwe zorg voor Jesus en waar al de zweetdroppelen, die gij gestort hebt, veranderd zijn in paarlen die schitteren in eeitwishcid. Amen.

-ocr page 112-

rJS

Tiende Dag.

Leven van den H. Jozef In liet H. Huisgezin.

II. ZIJN' M'.VEN VOÜlt MARIA.

Het was één hart en ééne ziel. (Act. IV. 32.)

_ „n het Boek der Openbaringen van ||de H. Birgitta (welke openbaringen 'door de II. Kerk zijn onderzocht en goedgekeurd) lezen wij de volgende merkwaardige woorden van de Allerh. Maagd ; ii De H. Jozef diende mij als zijne meesteres, » en ik vernederde mij bij zijne minste ii handelingen. Ik was voortdurend in het i) gebed, ontving weinig bezoeken en legde » er slechts zeer zelden af. Ik had een »bepaalden tijd voor den handarbeid.

i fe

-ocr page 113-

TIENDE DAG. 10T j

Al wat wij meer hadden , dun wij voor i ons onderhoud behoefden, gaven wij aan j de armen en waren tevreden met hetgeen wij bezaten. Jozef diende mij zoo getrouw, dat men uit zijn mond nooit i een woord hoorde, 'twelk niet ernstig ' was. Nooit zeide hij iets, wat naar on- | tevredenheid of toorn zweemde. Hij was zeer geduldig in de armoede, zorgvuldig en ijverig in het werk. Hij was I buitengewoon zachtmoedig jegens hen, i die hem eenig verwijt deden. . . Hij was ! zoo volmaakt afgestorven aan het aard-sche, dat hij niets dan wat, heinelscli was verlangde. Hij had zulk een geloof aan de goddelijke beloften , dat hij onophoudelijk zegde : Geve God, dat ik leve, en zijn H. Wil volbracht moge zien. Zelden woonde hij bijeenkomsten van menschen bij. . . (lij bezit ook nu in den Hemel eene groote heerlijkheid.quot; | Ueze woorden der H. Maagd werpen op het leven van den H. Jozef een helder, liefelijk licht. Wij zien hem levend voor Maria, gelijk wij hem gezien hebben levend voor Jesus. Leerzaam toonbeeld voor het

-ocr page 114-

__________

lOS TIENDE DAG.

christelijk huisgezin! Dat leven was de toepassing der woorden die de wijze Thomas it Kempis later schrijven zou: (Lib. 1. 20). « De grootste Heiligen ver-n meden zooveel doenlijk het gezelschap » der menschen en wilden liever voor God gt;1 in het verborgene leven; zelfs een wijs-ii geer heeft gezegd : zoo dikwijls ik onder ii de menschen kwam, keerde ik minder i) mensch terug.quot;

Helaas , hoevelen ondervinden de waarheid van Thomas' wijze woorden! Hoe weinigen weten zich bij de menschen voor zonde te vrijwaren ! Zoo getuigt de H. Geest: « Waar veel gesproken wordt, daar » zal de zonde niet ontbreken. (Prov. X. 19.) De H. Jozef kende dit gevaar; hij kende het uit de H. Schriften en door de genaden en inspraken van Jesus, die hem inwendig onderwees. Maar wijzer dan velen, die het gevaar wel kennen , en toch zoeken , vermeed hij het. Zijn hart kon ook geen smaak vinden in den omgang met de menschen , veel minder in hunne vermaken, omdat hij geen aardsche, maar hemelsche aenoegens zocht.

dB

bxjsn cxikJ-ö

-ocr page 115-

TfENDE DAG. 100

Hij vond buiten zijn huisgezin Jesus niet. Maria was dan niet bij hem. En waar zij niet waren, daar gevoelde hij zich niet gelukkig. Ja zelfs al had hij buiten den kring zijner familie geen enkel gevaar voor zijne ziel te vreezen gehad, toch schatte hij het geluk van bij Maria te zijn hoo-ger, dan alles wat de wereld voor hem hadde kunnen doen. Op die wijze hield hij de zeden en gewoonten der 11. Patriarchen uit overoude tijden in eere; zoo sloot hij zich aan bij allen in Israël, die aanspraak konden maken op godsvrucht en deugd, en die van hunne voorouders de gewoonte ontvangen hadden , hun geluk te zoeken in hun huisgezin en niet daarbuiten. Hij bracht die vrome en heilzame gewoonte terug tot den wil Gods, uitgedrukt in het aardsche Paradijs, toen God aan de echtgenooten beval zoo voor elkander te leven , dat zij zelfs het dierbaarste wat zij op aarde hadden: een vader en eene moeder, moesten verlaten.

En hoe zou het ook mogelijk geweest zijn , dat de H. Jozef zich niet gelukkig gevoelde bij Maria ? Zij was de Bruid

-ocr page 116-

m

110

door God zich

maal, al was het maar blik , Maria te aanschouwen , Maria , de beminnelijkste der maagden, het sieraad der vrouwen, de eer van haar geslacht ? Wie zou voor zulk eene verschijning niet een zijner oogen willen missen ? Welnu , zulk eene verschijning had Jozef in zijn huis, aan zijne zijde en dat gedurende zoovele jaren. Wat kon de wereld hem geven

noegen dier in vergelijking kon komen? Gedurende de werkzaamheden der week was het hem niet mogelijk altijd en onafgebroken de tegenwoordigheid te genieten. Maar die Sabbath- en Feestdagen stelden hem voor die tijdelijke afwezigheid schadeloos.

TIENDE BAG.

Wie onzer zou

hem gegeven.

niet gelukkig gevoelen slechts één-

dat slechts eenigszins met het ge-tegenwoordigheid van Maria

« Hij was zeer gehoorzaam in mijnen «dienst,quot; zegde de H. Maagd aan de II. Birgitta. Beteekenisvolle woorden ! Want kwam het niet aan Jozef toe, bevelen te geven'? Was hij niet het hoofd van het 11. Huisgezin? Zonder twijfel. Maar de liefderijkste inschikkelijkheid was hem zoo

Isr*

-ocr page 117-

TI£NUE DAG.

eigen , dat Maria slechts hare minste verlangens behoefde te kennen te geven en aanstonds schikte zich de H. Jozef met eene gedweeheid en liefde, die voor gehoorzaamheid kon doorgaan. 0, hij wist wel, de H. Bruidegom, dat die Engelachtige Bruid geen andere verlangens hebben kon, dan die aan God behaagden, o Zalig huisgezin, waarin zulk eene overeenstemming heerscht, waar slechts één hart, ééne ziel, één verlangen , één wil gevonden wordt! Gezamenlijk leven voor God, gezamenlijk lijden, gezamenlijk de deugd beoefenen, elkander dienen en in liefde voorkomen, o Paradijs op aarde!

Zon het niet eene hoogst oneerbiedige veronderstelling zijn te vragen, of' er dan soms niet eenige kwade dagen kwamen in het huiselijk leven van Jozef? Kwade dagen, ja, hij heeft ze gekend en meer dan iemand weet of beseffen kan; maar niet in dien zin , dat ooit een wolkje den blauwen hemel des vredes verdonkerde. Wel beleefde Jozef treurige dagen, wel kwamen er ooit stormen over de nederige stulp van Nazareth of den armen stul van

lil

-ocr page 118-

233E5--1 110

1

B

TIENDE DAG.

Bethlehem, maar die storm kwam van huiten, terwijl binnen de reinste vrede heerschte. Do H. Maagd getuigde het aan

nooit zeide hij iets, dat i) naar ontevredenheid of toorn zweemde.quot; Treurige kwade dagen waren het, toen armoede, angst en lijden hem bezocht; ook Jozef zal ondervonden hebben, wat zoo menige werkman ondervindt; miskenning , onrechtvaardigheid, wanbetaling, onaangename of harde bejegening. En aan welk een onmetelijk lijden doen de namen Herodes en Egypte niet denken ! Aan Jozef toonde God, dat Hij kastijdt al wie Hij liefheeft. Maar juist die kwade dagen, die in menig huisgezin niets anders veroorzaken dan wrevel, bitterheid en verwijdering, waren voor Jozef eene gelegenheid om te toonen, wie hij was en dat zijne deugd en getrouwheid bestand waren tegen stormen. Met den H. Aartsvader Abraham kon hij altijd zeggen , en, al vermeldt de H. Schrift het niet, hij zal altijd herhaald hebben ; Dominus providebit, Dc Heer zal wel zorgen, de Heer zal er in voorzien. (Gen. XXII. 8.) En God voorzag in alles.

de 11. Birgitta

-ocr page 119-

TIENDE DAG,

Hij zond Engelen , diu troostten en bemoedigden; Hij plaatste in Jozefs onmiddellijke nabijheid de Koningin der Engelen, die met een blijmoedig gelaat alle wolken van droefheid verdreef, gelijk de heldere maan de nevelen voor zich uitdrijft; en als Jozefs blik den zoeten blik van Jesus ontmoette, dan veranderde alle smart in blijdschap, dan werden de doornen rozen en Jozef achtte zich gelukkig te mogen deelen in het lijden van Hem, die op narde gekomen was met het doel om de wereld door zijn lijden te verlossen.

Treurig onder alle dagen was voor Jozef de dag, waarop hij zeggen moest; mijn dierbaar Pleegkind is verloren; waarop hij vragen moest: waar is Het ? Hebt gij Het gezien? Zeg het ons: waar zullen wij Het vinden'? O droefheid voor Jozef, o smart voor Maria! Wat was in die uren Jozef voor Maria ? Een steun voor eene teedere wijngaardrank, die door den storm geslingerd werd. Hij beurde haar op; hij troostte haar en , ofschoon zelf bedroefd, vergat hij zijne eigene droefheid om zijne H. Bruid te versterken ; hij verbond zich

113

-ocr page 120-

TIENDE DAG.

inniger aan haar, naarmate zij teederder en zwakker was niet in deugd, maar in haar geslacht.

.Maar ook hoe beloonde hem Maria voor zooveel liefde, toewijding en opoffering ? ii Ik vraag het u,quot; zegt de H. Bonaventura, welke genaden zal Maria niet afgebeden ii hebben voor zulk een dierbaren, heiligen, ii zorgvuldigen Bruidegom , voor den be-» schermer harer zuiverheid, voor den ii pleegvader van haar Zoon , zij, die zelfs ii voor zondaars, die vijanden zijn van haar I- Kind , zoovele gunsten verwerft.... Ik ii ben er van overtuigd, dat de allerheiligste ii Maagd met de grootste mildheid al de i) schatten van haar hart in Jozefs ziel ii overstortte, en wel zoo overvloedig als ii zijne ziel in staat was ze te bevatten.quot;

Gelukkig het huisgezin, dat zich spiegelt aan het voorbeeld der II. Familie! Waar navolgers gevonden worden van Jesus, Maria en Jozef, daar woont de Geest Gods ; over dat huisgezin waken Maria en Jozel en op hetzelve kan het woord van Jcsus worden toegepast: « ZaHgheid is over dal huis ijditmen.quot; (Luc. XIX. 0.)

114

-ocr page 121-

TIENDE DAG.

quot;V oo rn em en.

Al de plichten van onzen staat met eene bijzondere zorg verrichten.

VOORBEELD.

De geleerde en godvruchtige Pater Surin verhaalt ons het volgende, waarin bewaarheid wordt, wat de H. Teresia verzekert, als zij zegt: „Do H. Jozef is een groote meester van het inwendige leven ; hij leert buitengewone dingen aan hen, wier beschermer hij is.quot; — „ Toen ik Rouaan „ verlietzoo schrijft dan Pater Surin, „ bevond ik mij in een rijtuig met een jongeling van omstreeks achttien jaren ; hij had een zeer een-„ voudig voorkomen en zijn gelaat was dat van „een ontwikkeld mensch ; hij was reeds veleja-ren knecht, had niets geleerd en kende zelfs lezen „ noch schrijven. Hoe groot was mijne verwon-„ dering, toen ik met hem sprekende zijne ver-„ lichtingen aanschouwde. Inderdaad , hij sprak „ met zooveel helderheid, zoo welsprekend en „ grondig over het inwendig leven, dat ik er opgetogen van was, daar ik nooit iets over deze „ stof gelezen of gehoord had . wat mij zoo vol-„ deed en hetwelk tevens zoo verheven was. Zijn „ leven was een aanhoudend gebed. Ik erkende, „ dat de grondslagen van zijn geestelijk leven „ eene groote eenvoudigheid, een diepe ootmoe-„ digheid en eene engelachtige reinheid waren*

115

-ocr page 122-

TIEXDF. UAG.

„ Hij voldeed aau mijue opmerkingen met eeue „ vaardigheid , die mijne verwondering oiiwekte.

„ Ik kwam op de gedachte van het te vragen M (j[' lijj een vereerder was van Sint Jozet.

„ Sedert zes jaren, antwoordde hij, heb ik mij, ,, naar den rand van Jesus zeiven , onder zijnt „ bijzondere bescherming gesteld.quot; En daarop quot;begon hij de schoonste lofrede te houden op „ de voorrechten van dien grooten Heilige , mij quot;tevens verzekerende, dat hij alles van den „ Verlosser zeiven vernomen had. Die meester „ der zielen was ook de zijne geweest in die quot; verheven kennis, welke de jongeling in zoo „ hoogc mate bezat.quot;

(Chainpeau. ïMiit Jo/.el XXA T.)

GEBED.

H. Jozef, ziet gij '.riet, hoe weinige navolgers uwe deugd in onze dagen vindt ? Ziet gij niet, dat men zoo dikwijls het geluk zoekt, waar God het niet heeft neergelegd? O Heiligste der huisvaders, leer toch aan allen . die met de zorg van een huisgezin belast zijn, hun geluk en hunne voldoening te zoeken in den schoot van dat gezin, waarvan zij de hoofden zijn , en een groote ramp zal van deze wereld zijn weggenomen. H. Jozef, om de liefde van Jesus en Maria , verhoor ons gebed ! •

116

-ocr page 123-

Elfde Dag.

(xodvruehtig1 Leven van lt;leii H. Jozef.

I. /.I.IN I.EVKN VAX Cl-: 1.00F.

Mijn rechtvaardige leeft uit geloof. (Hebr. X. 38.)

IS

aMfeijn rechtvaardige leeft uit geloof.quot;

'1'el Geest door den

quot; mond des Apostels niet eene heerlijke getuigenis van St. Jozefs geloof? Leg die woorden naast die andere van den H, Evangelist: Jozef nu, daar hij rechtvaardig was, iMt. I. 19.) en wat zien wij quot;? Daar wordt Jozef eerst rechtvanrdig genoemd en dan verklaart de H. Geest : Hij, dir rechtvaardig is, leeft uit geloof.

Hoe heerlijk vertoont zich aan ons oog dat geloof van den H. Jozef! Wat is ge-

-ocr page 124-

ET.ÏDK DAG.

118

looven'! Iets aannemen op gezag van God; ook al ziet men de wijze niet in , waarop iets waar kan zijn; aannemen, dat het waar is, omdat God het zegt, dat heet gelooven. Zoo geloofde de 11. Jozef aan het mysterie der Menschwording reeds voor dat het voltrokken was en aan al de geheimen, die er mede in verband stonden of er uit volgen zouden. Die geheimen waren aan Maria bekend gemaakt van wege den Allerhoogste: zij nam ze geloo-vig aan en mocht daarom van God zelf lot inoogsten om haar geloof. Hoor slechts hoe Elisabeth , die van den 11. Geest vervuld was, haar prijst: Zalig zijl gij, omdat gij geloofd hebt. (Luc. 1. 45.) Dienzelfden lof had ook Maria aan haren Bruidegom kunnen geven ; want niet alleen geloofde hij, maar groot was zijn geloof.

Daar werden hem niet enkel geheimen voorgesteld, die geen menschelijk verstand bevatten kon, maar zijn verstand moest denkelijk ook breken met opvattingen en denkbeelden, die het sinds jaren had gekoesterd. Wat toch was altijd door Schriftgeleerden

en

Pharizeeërs, die op den stoel van Mozes

-ocr page 125-

T

ELFDE DAG.

zaten , geleerd aan het volk omtrent den toekomenden Messias'? Die Messias, zoo leerden zij , zou komen zonder dat iemand wist, van waar Hij kwam (Joan. VII. 27.); Hij zou komen in de gestalte van een volwassen man (1), en in aardsche grootheid zou Hij •onder de menschen zijns gelijke niet hebben.

Doch zie, daar openbaart een Engel aan Jozef juist het tegendeel van wat hij altijd gehoord had. De Messias, die verwacht werd zou komen als een zwak en teeder kind , onderworpen aan al de behoeften der kinderjaren; dat Kind zou tot moeder hebben eene arme maagd, dc bruid van een handwerksman; en hij, Jozef, zou er de verzorger, beschermer en voedstervader van zijn. Moest zijn nederig hart niet schrikken bij zvilk eene gedachte'! En zal ook hem niet op de lippen gekomen •zijn, wat zijne Bruid sprak bij de boodschap des Engels ; Hoe zal dit geschieden ? (Luc. I. 34.) Hoe dieper nu de onjuiste voorstelling der Leeraars van Israël in zijn geest is doorgedrongen geweest, hoe meer hem ook de tegenspraak zal getroffen heb-1) Cfr. Makion. et ïolet. in .Toan. VIT. 27.

119

-ocr page 126-

ELFDL B.VG,

ben, die er bestond tusschen de woorden dier Schriftgeleerden en die des Engels. En dat die begrippen diep waren ingeworteld in den geest van het volk, waarvan .lozef een zoon was, dat zegt ons het H. Evangelie op menige bladzijde. Vraag het aan de Apostelen vóór de nederdaling des ü. Geestes. Zij zullen u zeggen , dat zij een .Messias verwachten, machtig als Koning, ten strijde trekkende tegen de vijanden van Gods volk , zijne legerscharen voerend van zegepraal tot zegepraal gelijk David, en na den strijd in vrede heerschend op zijn troon gelijk Salomon. Zij kunnen zich geen anderen Messias voorstellen, tot zelfs op den dag van 's Heeren Hemelvaart; want toen nog hooren wij sommige leerlingen vragen : Heer, zuil Gij nu het rijk van Israël herstellen? (Act. I. ü.) En tegen al die verwachtingen in komt nu de Engel aan Jozef een Messias aankondigen, die sprakeloos en machteloos zijn zal en zal moeten toenemen in jaren en wijsheid gelijk ieder sterveling, li. Jozef, wat zegt gij van z.ulk een Verlosser, wiens grootheid bestaan zal in zijne geringheid, wiens macht

-ocr page 127-

ELl'Dli DAG

zal gelegen zijn in zijne zwakheid'? O, de H. Jozef twijfelde niet; hij nam geloovig aan, wat hem van Godswege werd medegedeeld. Hij ziet niet in, hij begrijpt niet, hoe dit overeen te brengen met de verwachtingen des volks, met zijne eigene verwachtingen misschien, maar hij heeft niet noodig te begrijpen of in te zien; God heeft gesproken , de Onfeilbare , de Waarachtige, die niet bedriegen kan of bedrogen kan worden en aanstonds onderwerpt Jozef zijn verstand, hij twijfelt niet; hij gelooft. Waarlijk , ook hij verdiende de lofprijzing; Zalig zijl (jij, wan! vleesch en bloed hebben u dit niet veropenbaard, maar mijn Vader, die in den Hemel is. (Mt. XVI. 17.)

Abraham wordt in de 11. Schrift geprezen om zijn groot geloof. En hij verdiende het. Hij had van God de belofte van een ontelbaar nageslacht ontvangen en nu gelastte hem diezelfde God zijn eenigen zoon te slachtofferen. Abraham gehoorzaamde, sterk door zijn geloof, wel wetend, dat God er in voorzien zoude.

.Niet minder groot was het geloof van

121

-ocr page 128-

EI.FDE DAG.

Jozef. Hij wist, dat de Messias te Bethlehem zou geboren worden; hij wist het uit de II. Schrift. Jozef woonde nochtans te Nazareth. Hoe zal nu de Messias te Bethlehem kunnen geboren worden? Jozef wist het niet; maar hij geloofde en dacht; -de Heer zal zorgen. En kalm en ver-trouwvol wachtte hij de beschikkingen des Hemels af.

Veertig dagen na de geboorte van het Kind woonde de 11. Jozef de grootsche plechtigheid bij van de Opdracht in den Tempel. Was dat enkel bijwonen '! Neen, door zijn geloof nam de H. Jozef deel aan die opdracht. In vereeniging met zijne H. Bruid schonk hij daar zijn Goddelijk Pleegkind weg tot meerdere glorie Gods en tot welzijn der menschen. Was Maria's offer verheven, dat van Jozef was het insgelijks, omdat hij dat Kind beminde als een vader en al de rechten van een vader over Hetzelve mocht uitoefenen, 't Is waar, hij ontving dat Kind terug. Maar zijn geloof beschouwde Het nu voortaan niet meer als het zijne, maar als toebe-hoorend aan geheel het menschelijk ge-

122

-ocr page 129-

ELFDE DAG.

slacht, voor welks welzijn hij Het geofferd had. Hij ontving Het terug, ja, maar enkel om Het op te voeden voor het groote Olfer, waardoor Het ons verlossen zou op het kruis.

Wat was het een donkere nacht, toen een Engel aan Jozef gelastte onmiddellijk met het Kind en zijne moeder naar Egypte te vluchten I Maar als eene liefelijke ster verschijnt Jozefs geloof in die duisternis. Dat bevel des Engels kwam onverwachts, midden in den nacht. Ü onbegrijpelijk geheim voor Jozef! Moet nu dat Kind, dat onder lofzangen der Engelen op aarde kwam , dat door Koningen uit het verre Oosten werd aanbeden en dat legioenen van Engelen tot zijnen dienst heeft , moet dat Kind zich nu gaan verbergen in een vreemd en ver verwijderd land'! Kan Het zich zeiven niet reddenquot;? Het is toch de Beheerscher der wereld, de Koning der koningen, die het menschdom komt redden en zetelen moet op den troon van David, zijnen voorvader. Eu zie, nu moet Het vluchten in rt geheim . steelsgewijze , midden in den nacht. Wat is dnt dan

13:3

-ocr page 130-

ELFDE DAG.

voor een Koningschap , waarvan de eerste daad bestaat in eene vlucht,'? En als Hij dan toch heengaan wil uit Israël, waarom trekt Hij dan niet op met den luister, die past aan zijne waardigheid ? Waarom maakt Hij van zijn aftocht niet een zegetocht, om den dwingeland Herodes te beschamen, al zoude deze tien maal duizend krijgers tegen Hem afgezonden hebbenquot;? (1) Niets van dat alles kwam op in Jozefs geest. Eenvoudig in zijn geloof, redeneert hij niet; hij staat op , zadelt zijn lastdier,

neemt de moeder en het Kind en.....

de opkomende morgen zag het H. Drietal reeds diep, diep in de woestijn , opweg naar het vreemde , afgodische land , dat God hun had aangewezen. Weet gij, o H. Jozef, wat u daar zal overkomenquot;? Hoe zult ge er ontvangen worden quot;? Hoe zult ge er levenquot;? Jozef weet het niet; maar hij gelooft. God heeft gesproken. Dat is hem genoeg; meer vraagt hij niet.

« En hel is hem lot rechlvaardigheid aan-^ gerekendzegt de H. Paulas van het

1) Cfr. S. J, Chrys. in Mt. IT. 13.

-ocr page 131-

ELFDE DAG.

gelooi' van Abraham. (Hom. IV. iquot;!.) Zoo werd ook voor den II. Jozef het geloof eene rijke bron van verdiensten en deugden. Het geloof toch is de wortel van alle deugd. Wordt die wortel besproeid, zet hij zich uit, neemt hij toe in omvang en kracht, dan stijgen uit dien wortel de heerlijkste : stengels van deugd omhoog, die bloemen dragen, vruchten zetten en rijken oogst geven. God zelf besproeide Jozefs geloof en maakte het vruchtbaar door de tallooze beproevingen, waaraan hij het onderwierp ; maar iederen dag waren dan ■ook de vruchten, die er uit voortkwamen, heerlijker.

Dat geloof aan Gods beschikking verzwakte niet, al moest de H. Jozef in het oord zijner ballingschap jaren en jaren verblijven. Hij hoopte ieder jaar te kunnen terugkeeren naar het land, waar zijne wieg gestaan had en waar duizend dierbare herinneringen hem uitnoodigden. Lang was het uitstel. Maar daar was hem gezegd : Blijf daar, loldal ik hel u zeggen zal. Zeven jaren , zeggen sommige Leeraars, verliepen ; maar de laatste dag

125

-ocr page 132-

ELFDE DAG.

vim die zeven jaren vond Jozefs geloof nog even krachtig als de eersve.

Dat geloof deed den H. Jozef in alle omstandigheden zijne oogen richten naaide vreugde en de belooning des Hemels. Hij werkte niet voor deze aarde ; zijn doel lag hooger. Gelukkige H. Jozef! Hoe hadde hij anders de kwellingen dezes levens kunnen dragen ? Wie heeft er meer geleden dan hij en zijne H. Bruid ? o II. Jozef, was in die duisternis het licht van uw geloof niet helder geweest, hoe zoudt gij dan het einde van uwen weg door deze wereld gevonden hebben quot;? Doch meer dan zijn voorvader David, was hij een man mar Gods hart. (1 Reg. XHI. 14.) .Met grooter geloof en betrouwen dan de H. Paulus, kon hij nu ook spreken; (2 Tim. I. 12.) Ik weet, in ivien ik geloofd heb, en verzekerd ben ik, dat Hij machtig is, mijn toevertrouwd pand te bewaren voor den dag der wedervergelding bij de verrijzenis der dooden !

quot;Voornemen.

Ons geloot' verlevendigen bij alles, wat wij doen, b. v. door te vragen : Hoe beschouwt God deze

-ocr page 133-

ELFDE DAG.

zank ? Hoe verlangt Hij, dat ik ze doe ? Wat zal ze mij geven voor de eeuwigheid ?

VOOKBEELD.

Een jongeling uit Lyou, van aanzienlijken-huize , nam het grootmoedig besluit om in het Hooster te treden, ten einde aan de gevaren der wereld te outkomen. Jlaar door zijne onverstandige ouders verhinderd, verslapte hij zoozeer in het goede, dat hij zich aan de schandelijkste buitensporigheden overgaf. Om dit vrijer te kunnen , verliet hij het vaderlijk huis, zijn vaderland zelfs, en trad in den krijgsdienst. Zijne schuldige ouders, ten einde raad , kregen eindelijk de goede gedachte, dat verloren schaap aan den H. Jozef aan te bevelen. Na drie dagen achtereen dezen machtigen beschermer aangeroepen te hebben , zien zij den jongeling terugkee-ren : geheel bekeerd kwam hij nu opnieuw door een godvruchtig en onderdanig gedrag aan zijne ouders zooveel troost schenken, als hij hun vroeger door ergerlijke losbandigheid verdriet had aangedaan.

GEBED.

o H. Jozef, hoe heerlijk en krachtig is uw geloof en hoe zwak en flauw is het onze ! Wij gelooven zeer zeker, o H. Patriarch , alles wat God geopenbaard heeft en de H. Kerk ons voorhoudt te gelooven ; maar ons geloof is niet levendig;

137

-ocr page 134-

ELIDE DAG.

128

want dan zou geheel ons leven er de teekenen van dragen ; ons gebed zon vuriger zijn , onze inzichten zuiverder, onze liefde meer geregeld , ons geduld standvastiger , als wij wezenlijk doordrongen waren van ons H. Geloot, gelijk gij, o H. Jozef. Verkrijg ons dan de genade van ons in alles door dat geloof te laten leiden , opdat wij ook in den dag der wedervergelding het loon mogen ontvangen, dat beloofd is aan hen , die gelooven , volgens het woord van uw goddelijk Pleegkind; Zalig zij, die niet zien en toch gelooven.

-ocr page 135-

Twaalfde Dag.

GodTruclitig; Leven van den H. Jozef.

11. ZIJN LEVEN VAN GE BK II.

Bij mij is een gebed tot den God mijns levens. (Ps. 41 , 9.)

i en leven van geloof kan niet anders i^zijn dan een leven van godsvrucht. Het geloof' doet ons God kennen; het leert ons, wie Hij is en welke verplichtingen wij jegens Hem hebben. Wij erkennen , dat God oneindig boven ons, menschen, verheven is ; dat Hij onze aanbidding, lof- en dankzegging verdient; het leert ons , dat God altijd bij ons is , dat Hij alles beschikt en bestiert tot zelfs in de minste bijzonderheden; dat wij niets kunnen zonder Hem, dat wij Hem daarom

1

-ocr page 136-

TWAALFDE DAG.

altijd noodig hebben, en wij ons aau Hem moeten hechten gelijk de rank aan den wijnstok. Daaruit moest als van zelf volgen eene voortdurende verheffing des harten tot God, dien wij te allen tijde moeten loven en danken en om nieuwe genade smeeken. Zoo doende kunnen wij zeggen, dat wij met God omgaan, gelijk van de oude Patriarchen geschreven staat, die dooiden H. Paulus om hun //e/oo/'geprezen worden : zij wandelden met God. (Hebr. XI.) Zulk een leven nu is een leven van gebed. Och, of ons leven inderdaad zoo ware! Maar wat ontbreekt daar veel aan! H. Jozef, het verheugt ons nochtans, dat uw leven, 't welk wij bewondert' hebben als een leven van geloof, ook inderdaad was: een leven van gebed.

't Is waar, de geschiedenis geeft ons geene berichten aangaande het dagelijksche leven van den li. Jozef; daar hij echter door den H. Geest zelf als rechtvaardig geprezen wordt, moeten wij veronderstellen, dat Jozef ook zijne plichten jegens God met alle getrouwheid vervulde. Maar ook de voorschriften der wet en de vrome gebrni-

130

-ocr page 137-

TWAALFDE DAG.

131

ken der brave Israëlieten zal hij onderhouden hebben. En wat zeggen ons die voorschriften en vrome gebruiken ? In de morgenstonden denk ik aan U, o Heer, zegde David. (Ps. 62, 7.) Des avonds, des morgens en des middags . . . en Hij zal mijn geroep verhooren (Ps. 54, 18.); ja zelfs tot zevenmalen daags prijs ik den Heer. — Daniël had insgelijks zijne vastgestelde tijden voor het gebed. (Dan. VI. 11. 1-4.) —Ook nog ten tijde des Zaligmakers waren er drie tijden op den dag vastgesteld voor het gebed (Act. 11. 15; 111. 1; X. 0.); te negen, twaalf en drie uren; het morgenen avondoffer, dat iederen dag in den Tempel werd opgedragen, niet medege-rekend. Groot was de menigte volks, die toestroomde, om daarbij tegenwoordig te zijn en zoo den dag met God te beginnen en te eindigen (cfr. Exod. XXIX. 38.); zij, die verhinderd waren in den Tempel te zijn, baden te huis, gelijk Daniël, en keerden daarbij hun aangezicht naar den Tempel. Zoo deden de vrome Israëlieten. Zal Jozef bij hen achtergestaan hebben ? Integendeel, hij zal het licht van zijn voor-

-ocr page 138-

beeld hebtjen laten schijnen voor de inen-schen, opdat zij den Vader verheerlijken zouden, die in den Hemel is. Hoe vurig zal ook zijn morgengezang geweest zijn : « Komt, Iaat ons den Heer blijde zingen , God, omen Heiland, toejuichen I Laai o/i.s met lofgezang voor Hem verschijnen. (Ps. 04-. l.i Met David aanbad iiij dan Gods grootheid, « muü een groot God it de lieer , en een groot Koning hoven alle goden; want in zijne hand zijn alle grenzen der aarde ; — en in boetvaardigheid beweende hij de zonden van het volk : « laat ons weenen voor den Heer, die ons gemaakt heeft.quot; Meer dan de andere geloovigen verlicht, drong hij ook dieper door in de lieteekenis van dat morgenotfer, waarbij hij het welgevallig olïer zijns harten voegde.

Leerrijk voorbeeld voor ons! Neen , de tijd , dien men aan dat morgengebed , dat eerste offer zijns harten besteedt, is niet verloren, al schijnen vele christenen zulks te denken. De tijd , dien men aan God geeft bij het begin van den dag, doet Gods zijgen over het werk neerdalen ; zonder dien zegen helpen al onze pogingen

IL v-

-ocr page 139-

TWAALFDE DAG.

toch niet; want hel is de z-egen dis Ileeren, die. de mensehen rijk maakt (Prov. X. i'1.} en : als de Heer hel huis niet opbouwt, dan arbeiden de bouwlieden daarvan te vergeefs. \ eryeef 's is 't ulieden voor hel daglicht op te slaan. (Ps. 1:26, i , 2.) Mocht dan Jozefs ijver om het morgenoffer tiij te wonen, ook ons aansporen om altijd tegenwoordig te zijn bij het morgenoffer der Nieuwe Wet, het Hoogheilig Sacrificie der Mis.

Gelijk des morgens, zoo vergaderde ook het volk des avonds , om tegenwoordig te zijn hij het avondoffer in den Tempel en zoo een heilig begonnen dag, ook heilig te besluiten. Dan steeg de rook van het brandoffer en de geurige wierookwalm van het reukaltaar omhoog. Maar hooger stegen de gebeden der vromen. Hooger ook stegen de gebeden van den vroomste onder allen, die nm David bad; Mijn gebed z-ij als een reukoffer voor uw aangezicht ; de ophejfing mijner handen als een avondoffer (Ps. 140, 2.) Hij had een offer bij zich, veel waardiger dan alle offers dei-Wet , namelijk : Jesus, het Lam zonder

133

-ocr page 140-

TWAALFDE DAG.

vlek, Wiens leven reeds als Kind een voortdurende slachtofferande was van aanbidding , lof en dankzegging aan God. Dat wist Jozef, en terwijl al het volk bleef stilstaan bij de voorafbeelding, droeg hij in zijn gebed het waarachtig Offer. Jesus Christus, op tot dankzegging aan God voor de weldaden dooi- den dag genoten en tot voldoening voor de feilen, die menschelijke zwakheid zou hebben doen begaan.

Heeft de H, Jozef ooit ontbroken aan de vrome gewoonten der godvruchtigen in Israël, om op gezette tijden tot God te bidden ? Wij weten het niet. Dit alleen weten wij , dat zijn hart voortdurend met God vereenigd was; want staat er niet geschreven : Waar uw schat is, daar is uw hart? (Mt. VI, 21.) Waar was zijn schat ? Het was Jesus, zijn Pleegkind. Zijn schat was het hemelsche, niet het aardsche. Niet op hem waren toepasselijk de woorden des Heeren : « Dat volk eert » Mij met de liji/ien, maar hun hart is verre » van Mij.quot; (Mt. XV. 8.) Voortdurend was dat hart bij God. Dat was voor den H.

134

-ocr page 141-

TWAALFDE ÜAG.

Jozef niet moeilijk; hij behoefde slechts zijne oogen op te slaan, een woord te spreken, en God, in menschelijke gedaante, stond vóór hein ; geen aurdsche verstrooiingen konden zijn geest daarvan aftrekken ; te meer, daar ook de II. Jozef die vermaning des H. Geestes kende: Bereid vóór hel gebed uwe ziel. (Eccli. XVIII. 23.) Den ganschen dag was hij bezig met die bereiding. En als dan het oogenblik van gebed gekomen was, hoe vurig waren dan do vonken , die er sprongen uit zijn hart, dat doorgloeid was van de liefde Gods.

Zoo was zijn leven niet alleen een waarlijk vurig gelied; maar ook een onafgebroken gebed. Zijn hart verzuchtte tot God; zijne hand werkte voor Hem ; wat hem ook overkwam : vreugde of droefheid, kwelling of troost, altijd sprak hij er met zijnen God over in zijn voortdurend gebed. Daar vond hij troost en hulp ; kracht en genade; vreugde en zalig genoegen ; dat was voor hem die harp van David, waarmede hij alle wolken van droefheid verdreef. Onophoudelijk steeg zijn geest tot

135

-ocr page 142-

136 TWAALFDE DAG.

in de hoogste hoogten des Hemels. Was het dan wel wonder, dat hij , van die hoogten naar de aarde terugziende, niets dan verachting kon hebben voor alles wat aardsch was ? Jozef had andere genoegens gesmaakt dan die der wereld, en nu kon de aarde hem niets geven dan bitterheid. Hij mocht zeggen met David : Ik ben God indachtig geweest, en hen verblijd geworden (Ps. TC), 4.); maar met eene geheel andere blijdschap dan die dezer wereld, de vreugde namelijk, waarmede God zijne uitverkorenen verzadigt.

Die geest des gebeds stort zich ook dikwijls uit in geestelijke gezangen, die de jubelende taal der liefde zijn ; dat is een navolging van het gebed der Engelen, die eeuwiglijk zingen: Heilig, heilig, heilig! Het Joodsche volk had een rijken schat van die lofzangen in Davids heerlijke psalmen. Deze werden niet alleen gezongen in den tempel of in de synagoog, maar ook in de huisgezinnen , op de velden, bij den arbeid. De H. Hieronymus getuigt zelfs, dat in zijn, tijd (4de eeuw) de velden van Bethlehem nog altijd weerklonken van die

-ocr page 143-

TWAALFJIE DAG.

zangen. De landman achter den ploeg, tie maaier op het veld , zij zongen de psalmen Davids, gevolgd door blijde Alleluja's. 0, wat zal de 11. Jozef zich onder zijn arbeid aan die gezangen verkwikt hebben! Hij wist, wat hij zong ; hij wist, dat de Engelen des Hemels met hem zongen ter eere van den grooten God , die zich in de gedaante van een kind aan zijne zijde bevond !

Is het na dit alles wel te verwonderen, dut de H. Jozef door de li. Kerk tot Patroon is gegeven aan allen, die zich op het gebed toeleggen'? En onnoemelijk is het getal zielen, die op het voorbeeld der H. Teresia van hem en door hem, die kunst der kunsten: het gebed, geleerd hebben. Gaan ook wij bij hem ter school, en ook wij zullen hetzelfde ondervinden.

quot;V oornemen.

Met alle godsvrucht morgen- en avondgebed en de gebeden voor en na de maaltijden verrichten. Nu en dan door een schietgebed zijn hart tot God verhefl'en b. v. bij het slaan der klok, of bij het in- en uitgaan van kamer ol' huis.

137

-ocr page 144-

138 ÏWLAAFDE DAG.

VOORBEELD.

De Jl. Jozef, bestuurder in het inwendig gebed.

Ziehier voor de godvruchtige vereerders van den H. Jozef en vooral degenen, die het gebed willen beoefenen een paar troostende voorbeelden. Pater Barri verhaalt ze op de volgende wijze : „ Ik ken, zoo zegt hij, twee personen , die het inwendig gebed niet konden verrichten wegens de vele moeilijkheden, welke zij er in vonden. Om ze te boven te komen, namen beiden den H. Jozef tot hunnen bestuurder. Weldra ondervonden zij de uitwerking van zijnen bijstand ; de moeilijkheden , die als bergen hen tegenhielden , warden spoedig geringer; die velden van 't gebed, die voor hen waren als een zandige en onvruchtbare bodem, werden bedekt met bloemen en groen; en het inwendig gebed werd hun een der aangenaamste en zoetste oefeningen.

Eene andere religieuze, zoo voegt er dezelfde Pater bij , verlangde , zooals zij mij zelf verzekerde, bevrijd te zijn van de verstrooiingen, welke haar kwelden in het gebed. Om deze genade te bekomen, gevoelde zij zich gedrongen hare toevlucht te nemen tot den H. Jozef. Zij deed het met groote godsvrucht , en de uitslag van haar v erzoek was niet alleen, dat zij verkreeg eene groote gave van inwendig gebed, maar •ook, dat zij gedurende haren slaap bevrijd bleef

-ocr page 145-

TWAALFDE DAG.

van elke voorstelling , welke niet zuiver en heilig was.

CP. Fatrignani. Devotion a saint Joseph.J GEBED.

o Groote H. Jozef, gij die zoo wonderbaar hebt uitgeschenen in den geest des gebeds , o , verkrijg ons toch de genade onzen verstrooiden geest te verzamelen en meer aandachtig te maken. Gij werdt door niets ter wereld afgetrokken van uw gebed ; gij hadt Jesus altijd bij U, onder uwe oogen. Wij smeeken het ü, o H. Jozef, verkrijg ons ook dien geest des gebeds, leer ons bidden, of liever : leer ons de lessen , die Jesus ons dienaangaande gegeven heeft, begrijpen en uitvoeren, en met dien schat zullen alle deugden ons deel worden. Amen.

-ocr page 146-

Dertiende Dag.

GfOdvruchtig Leven van den H. Jozef.

111. ZI.I.N GEDRAG 01' SABBATH- EN FEESTDAGEN.

et was Gods wil, dat het volk van

Zij zulleu U eeu feestdag vieren. (Ps. 75, 11.)

raël de Sabbath- en Feestdagen zoude beschouwen als groote weldaden des Heeren. Hij verwijt aan Israël zijn ondankbaarheid, als het die dagen niet heiligde gelijk het behoorde en meer bedacht was op eigen rust en genoegen dan op den dienst des Heeren. c Als gij ophoudt, zegt de Heer bij Isaias, (Is. 58. 13. 1-i.) den SahhalU mei voelen le treden en uw eigen wil te dnrn op mijnen heiligen dag; als gij

-ocr page 147-

DERT1ENDK HAG.

den Sabhulh uw geneugte noemt en den heiligen en roemrijken dng des Heer en, ah gij hem verheerlijkt zonder uwe neigingen te ooigen of uwen eigen wil te doen; dan zult gij u verheugen in den Heer; Ik zal u verhe/fen op de hoogten der aarde en hel erfdeel van Jacob zal Ik n tot voedsel geren.quot; Du Sabbath moest dus zijn een dag van rust, en wel van rust in God door gebed en godsdienstoefeningen, eene rust van de aard-sche verstrooiingen en bekommernissen des levens. Zoo beschouwde ook de H. Jozef den Sabbath, en nooit, mogen wij zeggen, droeg de aarde een zoo trouwen vervuiler der goddelijke wet, die luidde: «wees gedachtig, dal gij den Sabbathdag heiligt.quot; (Exod. XX. 8.)

Die Sabbath had eene hoogere beteekenis. Het was namelijk een toeken van het verbond, dat God met zijn volk gesloten had (Exod. XXXI. 13. 17; Ezech. XX, 20.), en de Feestdagen waren daarbij geveegd, om God te danken voor de weldaad van dat verbond en alle andere weldaden, die daar het gevolg van waren. Over dat verbond en die weldaden moesten op Gods bevel

141

-ocr page 148-

DERTIENDE DAG.

de ouders hunne kinderen spreken; in de synagogen moesten die aan het volk worden uitgelegd. Daarom zou geen waar Israeliet verzuimd hebben tegenwoordig te zijn bij de voorlezing der heilige boeken, bij de lezing der Profeten en de verklaring hunner geheimzinnige woorden. Gebed en gezang wisselden de lezing af en al deze oefeningen te zamen onderhielden bij het volk, dat van den Tempel verwijderd was, de herinnering aan de groote weldaden, waarvan Israel het voorwerp geweest was en nog was. (1).

Met welk een ijver en godsvrucht zal de H. Jozef zich aangesloten hebben bij die vromen in Israel! rieter dan iemand kende hij Gods weldaden; maar die erkentelijkheid wilde hij niet alleen in zijn hart besloten houden ; hij wilde er ook openlijk lucht aan geven door luid gezang en gebed ; hij wilde door zijne tegenwoordigheid eerbied betuigen voor den inhoud der heilige boeken en het woord der priesters. Met

1) Cfr'. Act. XIII. 15; XV. 31; Luc. IV. 16; 3 Reg. IV. 23. — Meuoch. de Republ. Hebr. Lib. III. C. I. Q. 3.)

142

-ocr page 149-

DERTIENDE DAG.

David kon hij zeggen ; Des Heeren lof is altijd in mijn mond (Ps. 33, 2.); maar vooral in 't midden der vergadering zal ik U prijzen , o Heer. (Ps. 17 , 4.) Mijne lippen zullen een lofzang uitspreken; wanneer Gij mij uwe rechtvaardigmakingen leert, J. i. uwe wetten, voorschriften en vermaningen. Ik beminde uwe hevelen boven goud en edelgesteente. (Ps. 118.) — Zoo bracht iedere Sabbath en elke Feestdag hem grootere deugd en heiligheid, volgens het woord der wijsheid : De wijze, die hoort, zal nog wijzer worden .... en overvloed genieten. (Prov. I. 5. 33.)

Maar had de H. Jozef wel noodigopdie dagen ter synagoge te gaan, om de lezing der Wet en de onderrichting der priesters bij te wonen ? Had hij niet bij zich de Wijsheid des Vaders, de Vervulling dei-Wet? Was zijn huis niet heiliger dan de synagoog, wat zeg ik ? heiliger dan de Tempel van Jerusalem ? Ongetwijfeld; doch Jozef aanhoorde de onderrichtingen der leeraren als de woorden van Gods Plaats-bekleeders. Hij kwam zich drenken aan die bron , die God in Israel had doen ont-

143

-ocr page 150-

DERTIENDE DAG.

springen en voortdurend deïd vloeien, en ook hij ondervond wat eenmaal God gezegd had: Mijn woord zal niet ijdel (tot mij) lerugkeeren. (Is. 55. 10. 11.) Aangaande die bron van 't woord Gods had de Profeet getuigd (Ezech. 47. 12.); Van beide zijden zal er allerlei vruchtgeboomte opgroeien ; geen blad zal daarvan afvallen en de vruchten zullen niet ontbreken . . . omdal hare wateren komen uit het heiligdom.

Hoe heerlijk waren de vruchten, die het woord Gods in Jozef voortbrachten! Hoe heerlijk zouden zij ook in ons zijn , als wij de Zon- en Feestdagen doorbrachten zooals de H. Jozef. Wij zien dikwijls het doel dier dagen over het hoofd. Vandaar dat voor vele Christenen die dagen des Heeren ontaarden in dagen des duivels. Vermaak is niet het hoofddoel; maar rust in God en ter eere Gods. 0 Heilige Jozef, leer ons zoo die dagen heiligen !

Misschien meent men, dat het getal rustdagen in den tijd van den H. Jozef, geringer was dan heden ten dage. Verre vandaar. Gaan wij slechts de lijst der Joodsche feesten na. Door God waren in-

11

J 44

I! I 1 S' :

;i!

ï;;

i ll I

i

i

-ocr page 151-

PBBTIEKDE DAG.

145

Pink-

het feest der

gesteld de feestdagen van Paschen

steren , '1: Loofhuttenfeest,

bazuinen, de groote Verzoendag, het feest der collecten, en het feest van elke nieuwe maan. Nu lezen wij van den II. Grijsaard Tobias in de H. Schrift, dat hij de feestdagen met godsvrucht vierde, opging naar Jerusalem en alsdan zijne tienden ten offer bracht. Hetzelfde , zoo het Gode behaagd had, zouden de 11. Evangelisten hebben kunnen schrijven van Jozef; doch de II. Geest schepte er meer behagen in, dezen in een geheirnzinuig duister te hullen. Maar de H. Jozef heeft zeer stellig beoefend, wat zijn Pleegkind later zou leeren: Zoekt eei'sl hel rijk Gods en hH overige zal u toegeworpen ivorden. (Mat. VI. 33.) Bij hern geen klachten, gelijk bij zoovele lauwe Christenen , die in eiken Zon- en Feestdag eene vermindering van inkomsten zien. Nochtans, zoo iemand die vermindering moest vreezen, dan was het zeker wel de Israëliet geweest. Wat al dagen van een jaar gingen voor hem verloren , als men het een verlies noemen mug, wat men voor God, den Gever van allen zegen,

-ocr page 152-

DEKT1EKDE DAG.

doet! Met de twee octaafdagen van Pa-schen en het Loofhuttenfeest waren er vier en twintig feestdagen. Daarenboven, Paschen, Pinksteren en het Loofhutten-leest moesten in Jerusalem gevierd worden. Elk dezer feesten duurde gewoonlijk acht dagen, gedurende welke men te Jerusalem bleef. Van Nazareth naar Jerusalem duurde de bedevaartsreize vier, vijf, soms meer dagen; van Jerusalem naar Nazareth weer evenveel. Ziedaar dus nagenoeg zestig dagen voor het werk verloren, ongerekend nog de wukelijksche Sabbath. Tel daarbij de kosten voor reis en verblijf en voor de oilers van dieren, vruchten , koren, wijn en olie, en ge zult moeten zeggen : wat behoeven wij weinig te doen in vergelijking met den vromen Israëliet! En nu zwijgen wij nog van elk zevende en vijftigste jaar , waarin de akkers zelfs niet bebouwd mochten worden, maar een geheel jaar moesten braak liggen.

Al deze voorschriften onderhield de H. Jozef, want hij was rechtvaardig , zegt de 11. Geest, dat wil zeggen: hij onderhield alle voorschriften der wet Gods.

ÜO

-ocr page 153-

DEKTIEXDE DAG.

147

Gelijk Abel gaf hij van de vruchten zijns arbeids het beste aan God, vertrouwend op Hem, wiens zegen rijk maakt en die zorg drangt voor allen , die zijnen wil doen. Nooit beklaagde hij zich , tijd en verdiensten te hebben opgeofferd voor Hem, die zijn eenigen Zoon als een schat aan zijne zorgen had toevertrouwd. Zijne ziel juichte, als hij met de vrome Israëlieten mocht opgaan ter bedevaart, en luide weerklonk ook zijn lied : Ik gt;ras verheugd, dal tot mij gezegd werd: wij gaan op naar hel huis des lieer en. (Ps. 1^1, 1.) Ziet hem daar heen trekken met zijne stam-genooten, te voet, bij wijze van karavaan, de mannen van de vrouwen gescheiden; hoort, hoe hunne blijde lolliederen door velden en bosschen weerklinken ; Hoe liefe-iijk zijn uwe tabernakelen, o lieer der heerscharen ! Mijne ziel is hegeerig en versmacht van verlangen naar de voorhoven des Hceren. (Ps. 83, 2.) o Zalige vreugde, waarbij de genoegens der wereld niet halen kunnen ! Och , wanneer zal ook ons geslacht zijne vreugde weer gaan zoeken in die reine bronnen van het ojodsdienstige

-ocr page 154-

DERTIENDE DAG.

leven, en de troebele, giftige bronnen der wereldsche vermaken verlaten ! Wanneer, zul men, gelijk de H. Jozef, trachten door te dringen in de beteekenis der Kerkelijke Feesten, om hier reeds eenigszins dat eindeloos jubelen te leeren , 'twelk inden Hemel onze eeuwige bezigheid zijn zal!

quot;Voornemen.

De Zou- eu Feestdagen waarlijk trachten te heiligen door het eerbiedig bijwonen der godsdienstige oefeningen, het aanhooren van Gods woord, het lezen van goede boeken of het zingen van vrome liederen.

VOORBEELD.

De. II. Teresia en ha-e gezellinnen verlost uit een groot gevaar.

De eerbiedw. Bisschop van Tarragona, Diego de .Tépez, verhaalt, hoe de H. Jozef de H. Teresia eu verscheidenen harer gezellinnen uit een zeer groot gevaar heeft verlost. Ziehier het feit, zooals hij het beschreven heeft in het leven der H. Teresia. Zij was op reis om een nieuw klooster te gaan stichten en werd vergezeld door eenige van hare geestelijke dochters. De koetsier dwaalde af van den goeden weg, en het rijtuig was reeds

148

-ocr page 155-

DERTIENDE DAG.

149

op den rand van een afgrond , waarin de schichtige paarden op het punt waren het mede te sleepen. In zulk een dreigend gevaar zag de goede heilige Teresia geen andere uitkomst dan zich te wenden tot haren beminden Vader , haren machtigen beschermer, den H. Jozef. „Geliefde dochtersquot; , zeide ze tot hare verschrikte zusters, „in dit dringend gevaar blijft ons niets over dan onze toevlucht te nemen tol de tusschenkomst van onzen Vader, opdat hij ons ter hulp kome.quot;— Nauwelijks had zij opgehouden te spreken, of men boorde eene menschelijke stem, die scheen te komen uit den afgrond, waarin het rijtuig dreigde te worden neergestort; die stem zeide : „staat stil! staat stil! Gaat geen stap vooruit, anders zult gij vergaan in dezen afgrond.quot; — De paarden stonden onmiddellijk stil. Toen vroeg men in welke richting men moest rijden. De stem antwoordde, dat zij eencn anderen weg moesten nemen, die niet minder gevaarlijk scheen. Men nam hem , en weldra was men buiten gevaar. De koetsier en de andere geleiders wilden toen den persoon bedanken, die hen voor den dood had behoed door hun zulk een goeden raad te geven ; zij stegen uit om hem te zoeken ; maar het was tevergeefs , ofschoon zij alle plaatsen doorzochten en herhaaldelijk hadden geroepen. De H. Teresia zeide alsdan, dat zij maar zouden ophouden zich zooveel moeite te geven om hun bevrijder te vinden en te bed an-

-ocr page 156-

DERTIENDE DAG.

ken; want dat die bevrijder niemand anders kou zijn dan haar geliefde Vader, de H. Jozef.

GEBED.

H. Jozef, die ons voorbeeld zijt in het heiligen der dagen des Heeren , verkrijg ons de genade ze zoo door te brengen, als God het van !ons ver wacht. Geef, dat wij het doel niet uit het oog verliezen, waartoe wij ze ontvangen hebben. Leer ons alsdan bezig zijn met God en met de belangeu onzer ziel, opdat de duivel niet het minste deel hebbe van een dag, die geheel en al en op eene bijzondere wijze den Heere toebehoort en ook den Heere moet gegeven worden. Amen.

150

-ocr page 157-

Veertiende Dag.

Godvruchtig Leven van den H. Jozef.

IV. ZIJN HEMELSCH LEVEN OP AARDE,

at is een hemelsch leven op aarde? Dat zou een leven zijn, waarin wij

Onze omgang is in ileu Hemel. (Philip. III. 20.)

oen oneindig kostbaren schnt der heiligmakende genade , dat heilig , hoven-natuurlijk leven onzer ziel, ongeschonden bewaarden, zonder ooit den glans dier ïiel in het minste te verduisteren door de zonde. Dat zou zijn in een sterfelijk lichaam leven alsof men geen lichaam had. Dat leven bewaren te midden van kwellingen en beproevingen , niettegenstaande de duizenden pogingen van duivel, wereld en

-ocr page 158-

VEERTIENDE 1)Alt;;.

vleesch , zie , dat zou een hemelsch leven op aarde zijn Och , of alle menschen zoo leefden , of geleefd hadden ; de aarde zou geen tranendal geworden, maar een paradijs gebleven zijn !

Heeft de li. Jozef op aarde dit leven geleid ? Verschillende groote Godgeleerden geven ons daarop een antwoord, dat allen vereerders van den H. Jozef hoogst aangenaam zijn moet; want, zeggen zij, niet alleen tijdens zijne omwandeling op aarde bezat hij altijd dien schat der heiligmakende genade, zonder hem ooit te verliezen, maar zelfs werd hij daarmede begiftigd vóór zijne geboorte. Talrijk en zeer schoon zijn de redenen, die zij voor dit gevoelen aanhalen. (1) En reeds hierin was zijn leven gelijk aan dat der getrouwe Engelen in den Hemel, die altijd dien schat bewaren, bevestigd als zij zijn in Gods liefde.

Wat is de bezigheid der Engelen in den-Hemel'? Gods wil volbrengen met de snelheid van den wind; slechts opzien naar

1) Zie o. a. Suarez. Disp. VIII, sect. I, n. 8—U). — Gerson. Sem. de Nativ. B. M. V.— S. Alph. dff Lig* Serin, de S. Jos.

152

lij ji

11

1 I

Zm

-ocr page 159-

VEERTIENDE DAG.

den troon van God, om zijne bevelen te ontvangen. Zoo was ook St. Jozefs leven op aarde. Zijn oog was altijd gevestigd op God, die in menschengestalte hij hem was; en hij leefde slechts om de wen-schen en verlangens van God te ontvangen en uit te voeren. De H. Paulus sehreef later aan de Romeinen op ingeving des H. Geestes: Beproeft, welke de goede en welbehaaglijke en volmaakte wil Oud* is. (Rom. XII. 2.) Dat, en dat alleen zocht de H. Jozef, 't Was hem niet genoeg ook de geringste zonde te vermijden en slechts het noodzakelijke te doen om in de heilig-inakende genade en in de liefde fiods te blijven; maar hij zocht ook te weten, hoe hij altijd meer en meer aan God kon behagen; het goede was hem niet voldoende; hij wilde het volmaakte ; want hij kende het woord des Heeren: « Weent heilig, nmdnf Ik heilig hen. (Lev. XIX. 2.)

Niet altijd was het hem even germikke-lijk dien H. Wil Gods te kennen en te volbrengen. Wat deed hij dan ? Hij zocht raad bij God zelf. Hij smeekte Hem om licht, die de Bron van alle wijsheid en

153

-ocr page 160-

VEERTIUNDE DAG.

raad is, vast besloten om uit te voeren, wat hij voor Gods wil erkende , al moest het hem kommer , ellende , armoede , ja zijn leven kosten.

Dat is niet altijd onze handelwijze. Wij zijn dikwijls gelijk aan de Joden ten tijde van den Profeet Jereinias(Jer. 42. 1—20.); ook zij vroegen raad aan den Profeet, maar zij wilden raad , die overeenkwam met hunne inzichten; zij verwierpen den raad, dien de Profeet hun van Godswege gaf, om toen hun eigen wil te volgen. Maar in de moeilijke omstandigheden en in de pijnlijke besluiteloosheid, waarin de H. Jozef zich ooit bevond, vroeg hij raad aan God met zooveel vertrouwen en zooveel goeden wil, dat de Heer hem niet een Profeet, maar een Engel des Hemels zond, om hem Gods wil kenbaar te maken.

Wat maakt de Engelen in den Hemel zoo gelukkig en zalig ? 't Is het aanschouwen Gods. Ook de H. Jozef aanschouwde zijn God, wel niet gelijk de Engelen, welke die Zon des Hemels onbedekt aanschouwen, maar hij zag toch dat Licht verborgen achter de wolk der 11. Menschheid. Gelijk

154

-ocr page 161-

VEEETIEXDE DAG

ecne wolk, waarachter de zon zich verschuilt, eenigerniate deelt in de schoonheid en in den glans dier zon , zoo deelde ook de H. Menschheid des Heeren eenigermate in het licht der Godheid, De H. Jozef zag die schoonheid , en zij maakte voor hem een paradijs op aarde uit. Waar Jesus gezien wordt, daar is de Hemel. Zoowaren Bethlehem , Nazareth , Egypte voor hem geen plaatsen van lijden of treurigheid, maar met den H. Paulus kon hij zeggen : Ik vloei over van vreugde te midden van al mijne kwelling (2 Cor. VII. 4.); daar sleet hij een leven van aanbidding en liefde.

Nadat de II. Jozef voor de eerste maal in den stal van Bethlehem den Menschge-worden (iod had aanschouwd, en ten volle gesmaakt had, hoe zoet de Heer is (Ps. 33, 99.), was het hem onmogelijk een oogenblik te leven zonder aan Jesus te denken. En ook daarin was zijn leven geheel hemelsch. Voor ons is dat in die mate bijna onmogelijk ; zoodat de groote H. Franciscus van Sales zegde, dat er voor ons maar twee middelen zijn om daartoe te komen , namelijk : sterven en

-ocr page 162-

VKEKTIKXDE DAG.

zalig worden. Maar toen de H. Jozef, dat Kind in de kril)be had zien neerliggen, werd zijne ziel met zulk een licht bestraald, en van zulk eene vreugde overmeesterd, dat die aanblik geen seconde meer uit zijnen geest kon wijken. Dagelijks werd die gedachte zelfs nog levendiger. Als dat goddelijk Kind hem met een zoeten glimlach begroette en minzaam zijne handjes uitstrekte naar den Bruidegom van zijne 11. Moeder, o , dan was hem dat als een voorsmaak van het Paradijs, l it de handen der beminde Moedermaagd mocht hij liet in zijn armen ontvangen, Het omhelzen en drukken aan zijn hart; hij mocht een eerbiedigen kus van liefde en aanbidding drukken op dat goddelijk Voorhoofd, op die handjes, op die voetjes ; hoe zou het mogelijk zijn geweest, zulke oogen-blikken te vergeten'? Zijn geest, zijne ziel moest wel bij Jesus zijn, waar Jozef ook was en wat hij ook verrichtte.

Riepen dan de bezigheden van den H. Jozef, hem niet dikwijls buitenshuis, naar zijn werkwinkel, of elders, b. v. om werk te /.oeken'? In zulke omstandigheden was

-ocr page 163-

VEERTIENDE DAG.

de H. Jozef slechts lichamelijk van Jesus gescheiden, maar zijn hart was bij Hem : aan Hem dacht hij, Hem aanbad hij. En zoodra de arbeid het toeliet, spoedde hij zich heen naar de plaats, waar zijn schat was, met meer vurigheid dan een gierigaard naar zijn geld , met meer snelheid dan het ijzer naar den magneet.

Is de 11. Jozef in zijn hemelsch leven voor ons navolgbaar ? Eenigermate. Betracht heigeen boren is, niet hetgeen op aarde is (Col. 111. 2.), zegt de II. Paixlus tot alle Christenen. Wat is boven , om in de taal des Apostels te spreken ? Gods glorie, Gods wil, de zaligheid onzer ziel. hare grootere heiligheid en volmaaktheid Wie daarvoor ijvert, is op den weg van het hemelsche leven op aarde. Het middel om op dien weg te komen is ; te leven in de tegenwoordigheid van Jesus. Lichamelijk bezitten wij Hem in het H. Sacrament des Altaars. De kerk , dat is ons Bethlehem, ons Nazareth, daar is voor ons de deur des Hemels; daar vinden wij rust en troost en wijsheid en wetenschap en vreugde en kracht bij Jesus, die daar

-ocr page 164-

VEERTIENDE DAG.

ons toeroept: Komt allen lui Mij. Maar ook buiten de kerk moet Jesus met ons zijn. Van ons moet kunnen gezegd worden, wat van zoo menigen Heilige geschreven staat: Christus was in zijn mond, Christus in zijn hart; wij moeten aan Hem denken liij den arbeid, tot Hem spreken in het gebed, tot Hem vluchten in de bekoring, en Hem nooit zelfs geen duimbreed van ons verwijderen door de zonde.

Och, of de H. Jozef ons die genade verkreeg! Wij zouden dan ondervinden hoe waar het woord des H. l'aulus' is: De godsvruthl is lot alles van nut, hebbende de bdofle van hel legenwoordiye leven en hel toekomende. Getrouw is het woord en alle aanneming waardig. (I Tim. IV. 8, 9.)

V oornenien.

Voor Jesus werken , aan Jesus denken onder den arbeid, en nu en dan zijn hart door een schietgebed verheffen tot Jesus.

VOORBEELD.

Wonderbart redding in uitersten nood.

In het jaar 1031 opende zich in den Vesuvius-berg een uitgestrekte vuurmond, waaruit een zoo groote menigte van vuur en asch kwam, dat

158

-ocr page 165-

Vt EK TIENDE DAG.

de brandende lava, als een overstroomende rivier, de omliggende gewesten overdekte , en vooral de plaats, welke genoemd wordt de Toren van Griekenland. In dat oord woonde een zekere vrouw, Camilla genaamd , die eene groote godsvrucht had tot den H. Jozef. Zij had bij zich een neefje van vijf jaren, die in het Doopsel den naam van Jozef ontvangen had. Om aan den vuurstroom te ontsnappen, nam zij het kind in hare armen en vluchtte. Maar op de hielen wordt ze gevolgd door de lava. In den angst niet goed wetende waar zij loopt, komt zij terecht op eene groote rots, die in de zee vooruitstak. Haar doortocht is afgesneden; zij ziet zich blootgesteld aan 't gevaar van te verbranden, als zij terugkeert of blijft staan, of wel van te verdrinken , als zij vooruitgaat. AYat gedaan ?.,.

In dit akelig oogenblik herinnert zich de arme vrouw haren machtigen beschermer. Zij zet het kind op de rots onder den uitroep : 11. Jozef, ik beveel TJ uwen kleinen Jozef ; aan V hem te redden. Zij zelf werpt zich in de zee, maar in plaats van in de golven te vallen, zooals zij meende, komt zij terecht op het kiezelzand, zonder eenig leed te gevoelen. . . . En het kind ? O, het kind had zij tot een prooi der vlammen gelaten ! Vol vertwijfeling en als geheel buiten zich zelve loopt ze rond. Maar zie, op eens hoort zij zich bij haren naam roepen; het was de kleine Jozef, die haar te gemoet kwam vol

159

-ocr page 166-

VEERTIENDE DAG.

leven cii vreugde. Camilla outvangt hem in hare armen en roept uit: o God , wie heeft u aan de gloeiende lava doen ontsnappen ? . ,. De H. Jozef, antwoordt het kind, de E. Jozef, aan wieu gij mij hebt aanbevolen. Hij heeft mij bij de hand genomen en hier heen geleid.quot; En de godvruchtige Camilla, weenend van geluk, werpt zich neer op de knieën om haren hemelschen Beschermer over deze dubbele redding te bedanken : haar neef had hij voor de vlammen , haar zelve voor de golven behoed. (Recupitus : opmerkingen over den Vesuvius.)

GEBED.

160

o H. Jozef, wij zijn opgetogen van bewondering als wij uw hemelsch leven op aarde beschouwen ; maar beschaming overdekt ons, als wij dan een blik slaan op ons zeiven. Wij leven voor het aardsche ; wij zijn daarin als begraven. O, richt ons op, veredel onze gevoelens; doe ons leven en werken voor Jesus en denken aan Jesus, opdat wij Hem eenmaal van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen in den Hemel. Amen.

--i--5'

-ocr page 167-

Vijftiende Dag.

Godvruchtig Leven van den H. Jozef.

V. ZIJN LEVEN VAN LIEFDE EN SMARTEN.

Oiidersteim mij , daar ik vau liefde kwijn.

(Hoogl. TI. 5.)

icfde en lijden, sluiten deze woor-'den elkander niet uit ? Zegt niet de ondervinding dat waar liefde is, geen arbeid , geen lijden is '? « 't Is » waar,quot; zegt de H. Franciscus van Sales, (1) « maar de goddelijke liefde is wonderbaar, » deze slaat wonden in het hart, wonden, » die pijn doen; maar hoe aangenaam is » deze smart! Al degenen, die deze smart » ondervinden, zouden ze niet willen ver-» ruilen voor al de zoetheden der wereld.quot;

1) Edit. Migue Tome III. pag. 65.

ifer

-ocr page 168-

VIJFTIENDE BAG.

Nil Maria, zegt de groote Godgeleerde Suarez, (1) zullen wij moeilijk een Heilige vinden, wiens hart zoozeer van liefde brandde als het hart van den H. Jozef. Die liefde nu, welke hij het Goddelijk Kind toedroeg, was voor den H. Jozef oorzaak van menige smart. Hoe is dat mogelijk ? Laat het ons eens nagaan.

Daar hebben wij vooreerst den huiselijken omgang met Jesus. Nederig als Hij was, wilde Hij zich als een kind doen behandelen. In de gewone omstandigheden deed Hij niets uitschijnen van die Goddelijke wijsheid, die in Hem woonde; Hij was een kind gedurende eenige jaren, Hij werd een jongeling, en eindelijk een volwassen man. En in al die toestanden des levens toonde Hij slechts eene wijsheid , die beantwoordde aan zijne jaren , volgens het woord van den H. Evangelist (Luc. VI 52.); (i Hij nam toe in jaren en in wijsheid.quot; ii Dientengevolge,quot; zegt de H. Franciscus van Sales, « onderwierp Hij zich in zijne n kindsheid aan al de wetten der kindsheid:quot; Als kind wilde Hij dus een zekeren leertijd

1) Comp. Suarez. Tr. de Incarn.

1C2

-ocr page 169-

VIJFTIENDE DAG.

103

doorleven, als ware Hij onbekend met- of onbekwaam in het handwerk van zijn II. Voedstervader. Hij wilde van hem hamer en zaag, beitel en scltaaf' leeren hanteeren en vroeg naar honderd kleine zaken, alsof Hij , de Alwetende , die niet kende. En de H. Jozef was dan wel genoodzaakt Hem, die Hemel en aarde bestierde, alles aan te wijzen, alles voor te doen, en voorschriften te geven , gelijk een meester in het vak gewoon is te doen bij zijn leerling. Dat was nederigheid, onbeschrijfelijke nederigheid , welke in het hart van den H. Jozef eene vurige liefde deed ontstaan voor Jesus, die zich ook uit liefde tot ons zoo diep vernederde. Maar verbeeld u nu, hoe pijnlijk de nederigheid van den H. Jozef werd aangedaan, als het Goddelijk Kind, de Schepper van Hemel en aarde, daar aandachtig stond te luisteren naar zijn eigen schepsel, vast besloten tot in de minste bijzonderheid alles te doen juist zooals het was aangewezen. De H. Jozef heeft een of andere aanwijzing vergeten , en zie, het Goddelijk Kind gaat inlichting vragen, op welke wijze dit of dat werk te

-ocr page 170-

VIJFTIENDE BAG.

verrichten. O H. Jozef, wat werdt gij dikwijls rood van schaamte, als gij zien moest, dat de groote God zich zoo diep voor u vernederde!

Even pijnlijk voor den H. Jozef was de gehoorzaamheid, welke Jesus hem betoonde. Er staat van Hem geschreven : En Hij was huu onderdanig. (Luc. II. 51.i Veelliever zou de II. Jozef zeil onderdanig geweest zijn aan Jesus, en nu moest hij gedoogen, dat de Menschgeworden God, oneindig boven hem verheven, aan hem de volmaaktste onderwerping betoonde. Hoe gaarne zou hij zich daaraan hebben onttrokken ! Maar zoetelijk dwong hem dan Jesus om bevelen te geven. Een mensch bevelen geven aan God ! 0 , onbegrijpelijke omkeer van bediening ! En dat zoo dikwijls ! Want, gelijk de H. Franciscus van Sales zegt: (1) « de Zaligmaker wilde zich » zeiven niet bestieren; Hij wilde alles uit n gehoorzaamheid verrichten, omdat Hij » gekomen was niel om gediend te worden, i) maar om te dienen. (Marc. X. 45.)

Hoe zwaar ook viel aan Jozef de eerbied,

1) Tom. III. pag. 998.

164

-ocr page 171-

VIJFTIENDE DAG.

dien zijn God en Schepper hem betoonde. Nauwelijks had hij een woord gesproken, eene aanduiding gegeven, of het Goddelijk Kind boog voor hem het hoofd ten teeken van eerbied en onderwerping, dat H. Hoofd, waarop de zegen dei- Godheid rustte. (Ps. 14, 8). En als dat Kind, die Jongeling, hem «Vaderquot; noemde en met een zoeten glimlach Jozef dankte voor de vaderlijke zorgen aan Hem bewezen, terwijl toch eigenlijk Jozef alles aan Jesus te danken had, dan kostte het den H. Voedstervader veel, zich al dien eerbied te getroosten ; het viel hem zwaar geëerd , gedankt, gediend te worden door zijn God.

Dat zal nog veel meer het geval geweest zijn in sommige omstandigheden van het huiselijke leven, waarin Jesus zich dieper dan anders vernederde. Zoo b. v. bij de voetwassching. Wij mogen gerust veronderstellen, dat het Goddelijk Kind dikwijls dit nederig dienstbetoon aan zijn H. Voedstervader bewezen heeft. Van uit de dagen van Abraham en vroeger was de dienst der voetwassching bij de Oostersche volken in gebruik. Abraham deed aan de drie

165

-ocr page 172-

166 VIJFTIENDE DAG.

Engelen de voeten wasschen; Jozef in Egypte aan zijne broeders, en Abigail zegde aan David, dat zij zich gelukkig zou achten zijne voeten te mogen wasschen. Dit was na de vermoeienissen in de brandende zonnehitte eene groote verkwikking. Maar Hij , die later aan zijne Apostelen, zélfs aan een Judas, de voeten wiesch, zal zich niet hebben kunnen onthouden dien nederigen liefdedienst aan zijnen Voedstervader te bewijzen. Verbeeld u dan , hoe menigmaal de God van Hemel en aarde lag neergeknield aan de voeten van Jozef, dio vermoeid van zijn arbeid terugkeerde ; zoo verrichtte Hij een werk, dat slechts werd overgelaten aan dienaars en slaven. De gedachte daaraan was later voor den vurigen Petrus onuitstaanbaar en hij riep uit; « lieer , wascht Gij mij de « voeten ?quot; Die uitroep van Petrus verwondert ons niet ; maar zou het ons dan kunnen verwonderen, dat ook de II. Jozef zijne tegenbedenkingen gemaakt zal hebben, denkende aan hetgeen Hij was, die hem dien allernederigsten dienst wilde bewijzen ? Maar wat zal Jesus daarop geantwoord

-ocr page 173-

VIJFTIENDE DAG.

hebben? Misschien wel, wat Hij eenmaal antwoordde aan den H. Joannes den Doo-per, toen deze uit nederigheid bezwaar maakte , om Hem het Doopsel toe te dienen : « Laat hel nu toe; want zoo betaamt ii hel ons alle gerechtigheid te vervullen.quot; (Mt. III. 15.)

Eene dagelijksche oorzaak van smart was voor den 11. Jozef de gedachte aan Jesus' toekomstig lijden. Hoe grooter Jozefs liefde was , hoe heviger ook zijne smart, als hij dacht aan dat lijden. Hij kende de 11. Schriften en dikwijls las en overwoog hij ze met Jesus en Maria. En met den I 'rofeet kon hij zeggen: Deze mijne droefheid is altijd voor mijne oogen. (Ps. 37, 18.) (1)

Maar hij behoefde niet eens te denken aan de toekomst; de tegenwoordige verborgenheid en vergetelheid van het Goddelijk Pleegkind , dat hij beminde , verschafte leeds genoeg aan zijne liefde.

In zijn ijver voor de glorie Gods en voor de zaligheid der zielen , zou hij zoo

1) Over dit zieleleecl in 't bijzonder, zie de 208te Lezing.

167

-ocr page 174-

VIJFTIENDE DAG.

168

gaarne de grootheid van Jesus en van zijne zending hebben willen verkondigen aan de wereld. Vuriger dan de Profeten verlangde hij de wonderen van Gods liefde te openbaren; maar hij moest ze besloten houden binnen zijn minnend hart en zija nederig huisje van Nazareth. Dat smartte den H. Jozef meer dan wij het kunnen begrijpen, omdat wij zoo weinig beseften, wat het is God en de zielen waarlijk te beminnen. Hij zag, hoe noodzakelijk voor de wereld het licht van Jesus' waarheid was; hoe overal de dikste duisternis van afgoderij en zedenbederf heerschte; onder zijn eigen volk zag hij de scheuring der Saduceeën, de losbandigheid der (lerodi-anen , de schijnheiligheid der Pharizeeën , verval der goede zeden, overtreding dei-goddelijke Wetten , overal ter wereld zonden en boosheid. De H. Jozef treurde er om , en , o, hoe gaarne zou hij aan de wereld den Verlosser hebben geopenbaard , die aan al die ellenden een einde kwam stellen. Het uur van den Verlosser was echter nog niet gekomen, en de H. Jozef stelde zich tevreden in stilte te treu-

-ocr page 175-

VIJFTIENDE DAG.

ren. Zal Jesus zelf hem in dat lijden, dat door zijne liefde veroorzaakt werd, niet vertroost hebben ? Wij mogen het veilig aannemen, dewijl Hij het later aan de gansche wereld en aan alle geslachten verkondigde : Zalig zijn zij, die weenen , want zij zullen vertroost worden. (Mt. V. 5.)

quot;V oornemen.

Treuren om de zonden der wereld en bidden voor de bekeering der zondaars.

VOORBEELD.

Oorsprong van de godsvrucht tot de Zeven Smarten en Zeven Vreugden van den 11. Jozef.

Twee paters van de orde van den H. Francis-cus, voeren langs de kusten van Vlaanderen, toen een vreesdijke storm zich verhief. waarin het schip werd stuk geslagen en 300 passagiers den dood vonden in de golven. J)e kloosterlingen behielden in deze verwarring zooveel tegenwoordigheid van geest, dat zij zich aan een plank konden vastklampen. Men stelle zich hunnen angst voor, als zij zich aan zulk een zwak reddingsmiddel moesten toevertrouwen; overigens waren zij niet in staat zich zeiven langen tijd aan die plank vast te houden , en zij gevoelden reeds , hoe hunne krachten hun ontgingen. In

160

-ocr page 176-

VIJFTIENDE DAG.

170

deze vertwijfeling wendden zij zich tot den H. Jozef, tot wien zij eene bijzondere godsvrucht hadden. Nadat hun vertrouwen ecnigen tijd was op de proef gesteld , verscheen de Heilige , dien zij hadden aangeroepen , in de gedaante van een liefderijken, eerbiedwaardigen, jongen man bij hen op de redplank. Hij groette hen, troostte hen en deelde aan hunne vermoeide ledematen nieuwe krachten mede. Toen begon hij te roeien en voerde hen als in eene boot naar het naastbij-zijnde strand. Toen zij uit het water gekomen waren , vielen zij neder, en hunne handen ten hemel heffende dankten zij God voor de onverhoopte redding. Vervolgens bewezen zij hunne erkentelijkheid aan hunnen liefderijken helper en wenschten zij te weten, wie hij was. „ Ik ben,quot; antwoordde hij , „ ik ben de H. Jozef, dien gij hebt aangeroepen.quot; Bij deze woorden werden de harten der goede paters Franciscanen van vreugde overstroomd. Hunne godsvrucht en vereering werden nog verder beloond; want de H. Jozef onderhield zich met hen over de vreugden en smarten, welke hij gedurende zijn leven hier op aarde ondervonden had , en hij openbaarde hun, dat hij met welgevallen zou neerzien op degenen, die dezelve godvruchtig zouden gedenken. Nadat hij zoo gesproken had, verdween hij'en liet zijne beschermelingen vervuld met groote blijdschap* Deze gebeurtenis was de aanleiding van de nu overal bekende en door aflaten verrijkte vereering

-ocr page 177-

VIJFTIENDE DAG.

der zeven vreugden en zeven smarten van den H. Jozef.

(Cazeaux. Mois de St. Joseph.) GEBED.

Heilige Jozef, die door God in mensche.nge-daante geëerd en gedankt zijt geworden en ook zelf op volmaakte wijze uwen Heer en God gediend, geëerd en gediend hebt, o , leer ons insgelijks God dienen, God eeren, God danken, gelijk het behoort. Leer ons Jesus beminnen gelijk gij ; doe ons treuren bij het zien van de zonden der wereld , die aan Jesus , Maria en u reeds tijdens uw leven zooveel droefheid veroorzaakt hebben. Behoed voortaan onze zielen voor de zonde; wij stellen die zielen in uwe handen ; wij geven ze u, verdedig ze dan ook als uw eigendom. Amen.

171

-ocr page 178-

Zestiende Dag.

GeYoelens van den H. Jozef bij het verlies van Jesus.

Zie op mij en ontferm u over mij; de kwellingen van mijn hart zijn vermenigvuldigd. (Ps. XXIV. 16. 17.)

ijden is des meuschen lot. Daar rwordt op de wereld niets meer gedaan dan geleden. De deugdzame levenswandel en de volijverige dienst van God verschoonea ons daar niet van. Ja zelfs, door eene wonderbare beschikking van ftods Voorzienigheid schijnen juist zij , die in de liefde Gods het verste gevorderd zijn , bestemd tot het grootste lijden. Vandaar de uitspraak des H. Geestes; God kastijdt, wien Hij liefheeft. (Hebr. XII, 6.)

-ocr page 179-

ZESTIEND!; DAG.

Hij kastijdde aldus zijn eenigen Zoon , die inensch geworden was, en legde op Hem, den Onschuldige, de straf van gansch de wereld. Maar Deze zegde zelf; Moest aldus de Christus niet lijden, en alzoo ingaan in zijne glorie? (Luc. XXIV, 26.) Zoo kastijdde Hij de heiligste onder alle schepselen : Maria, de Maagd der maagden, om haar naderhand te kronen als Koningin des Hemels. Zoo is het lijden een weg tot de glorie. Langs verschillende trappen geleidt het ons tot het hoogste des Hemels. Het bewerkt in ons krachtige deugd, het boet de zonden uit, geeft kwijtschelding van straf voor ons zeiven en voor anderen, zet aan onze gebeden kracht bij, geeft vertroosting en heilige blijdschap , verschaft ons invloed op het hart van God en maakt onze kroon in den Hemel iederen dag heerlijker. Is het lijden, zoo beschouwd, dan eigenlijk geene gunst, geene weldaad, waarnaar wij zouden moeten verlangen ? En is het dan wel zoozeer te verwonderen, dat een H. Teresia kon uitroepen : óf lijden óf sterven ?

Ook de H. Jozef was bestemd tot eene

173

-ocr page 180-

ZESTIKNDE DAG.

groote glorie in den Hemel; de Heer rekende hem onder zijne beste vrienden. Moest hij dan ook niet meer dan anderen lijden 1 o Wonderbare gevolgtrekking! o Raadsel, dat het geloof alleen kan oplossen ! Inderdaad, de H. Jozef heeft wel zijn deel gehad van de beproevingen, die bestemd zijn, om den mensch te louteren gelijk het goud in het vuur.

Overwegen wij daartoe voor heden enkel, wat Jozef leed , toen zijn H. Voedsterkind, twaalf jaren oud zijnde, verloren werd te Jerusalem. Jesus verwijderde zich van hem, zich eenig en alleen willende bezighouden met de zaken van zijn Hemelschen Vader.

Welk eene droefheid! Wie zal ze. ons beschrijven? Daar gaat geene radeloosheid boven die van oudevs, die een dierbaar kind verloren hebben, zonder het te kunnen terugvinden. De tranen gestort bij het sterven van een kind drogen op ; niet die welke gestort worden bij bet verliezen van een kind. De natuurlijke liefde, die zij het toedragen, doet die tranen voortdurend vloeien, en maakt, dat zij alle middelen, zelfs de wanhopigste , in het werk stellen om dat kind

174

-ocr page 181-

ZESTIENDE DAG.

terug te bekomen, gelijk wij het zien in het leven van den I!. Alexius. Verbeelden wij ons nu den toestand van den II. Jozef. Hij had waarlijk een vaderhart voor Jesus, die geen gewoon menschenkind was, maar een goddelijk Kind; diens tegenwoordigheid gaf licht en wijsheid en kracht en zalige genoegens.

Het gebeurt soms met de Heiligen , dat zij voor eenigen tijd de gevoelige tegenwoordigheid Gods moeten missen; God onttrekt zich aan hen , en in plaats van de zoetste vertroostingen, ondervinden zij dan niets dan koudheid cn dorheid en kwelling des geestes, somtijds zoo erg, dat de dood hun verkieslijker toeschijnt dan zulk een leven, üit was hot geval met den H. Joannes van 't Kruis, die in zulk een toestand een boek schreef, waarvan de titel reeds genoeg zegt; het heet; «De donkere Nacht,quot; als wilde hij zeggen: als Jesus ons verlaat, dan is het duister in ons hart als in den stikdonkeren nacht. Wat dan te zeggen van uwe droefheid, o H. Jozef ? Heter dan welke Heilige ook) wist gij, wat het is Jesus te bezitten ; gij

175

-ocr page 182-

ZESTIENDE BAG.

hadt Hem niet alleen in uw hart, maar gij hadt Hem zoolang zichtbaar aan uwe zijde. Daarbij kwam nog de pijnlijke onzekerheid, of hij wel ooit het zalig gezelschap van Jesus opnieuw zou mogen genieten.

Toen David zijn zoon Absolon had verloren door den dood, zou hij wel in Ab-solons plaats hebben willen sterven. Geheel het leger van Israël juichte om de behaalde overwinning, maar David scheurde zijne kleederen van droefheid en vervulde de lucht met zijne jammerklachten. Het was nochtans maar een Absolon, die gevallen was, een opstandeling, die zijnen vader kroon en leven benijdde. Maar Jozef had te treuren over het verlies van den eeuwig-gezegenden Zoon des Hemelschen Vaders, het Beminnelijkste onder de kinderen der menschen. Was hij dan maar alleen daarom gestegen op dien hoogen berg van zalig genot, dat hem het bijzijn van Jesus verschafte, op die alleraangenaamste hoogten der liefde, om nu af te dalen in dien onpeilbaren, duisteren afgrond van droefheid ? Het scheen zoo; want

176

-ocr page 183-

ZESTIENDE DAG.

zoo onbeschrijfelijk als zijne vreugde en zijn geluk eerst was, zoo onmetelijk was nu zijne droefheid, en met Maria, zijne Bruid, mocht hij zeggen: zie, of er eene smart is gelijk aan de onze; hebt gij Hem niet gezien, dien onze ziel bemint ?

Wel was het een druppel balsem in zijne smart, te mogen denken, dat hij aan dat verlies geheel onschuldig was. Neen, daar kon geen sprake zijn van schuld in eenc zaak, waarin hij de zuiverste der Maagden , de Onbevlekte , tot deelgenoote had zijner smart. Maar al verzachtte dat zoete bewustzijn eenigszins de droefheid , ze wegnemen kon het niet. Had de H. Jozef op dat oogenblik overvloed van goederen dezer aarde bezeten, was hij rijker geweest dan Salomon, machtiger dan David in den oorlog, hadde hij een keizerrijk te zijner beschikking gehad gelijk de Ctesar Augustus van Rome , och , het zou hem niets zijn geweest, als hij Jesus niet bezat.

Veronderstellen wij eens, dat een Engel hem van Godswege ware komen voorstellen om óf wel terstond bij Jesus gebracht te

12

177

-ocr page 184-

ZESTIENDE DAG.

worden , óf wel alle schatten en genoegens der wereld te ontvangen , geen oogenblik zou de H. Jozef geaarzeld hebben, om met den H. Paulus te zeggen: « Ik acht alles » als slijk, om Christus te yewinnenquot; (Philip. III. 8.); want wat baat het mij de geheele wereld te winnen , als ik Jesus niet bezit ?

Het lijden maakte den H. Jozef heiliger ; het was als de stormwind , die een klein vlammetje zou hebben uitgebluscht, maar een groot vuur feller en heviger doet branden. In het lijden kwam zijne heerlijke onderwerping aan Gods wil aan den dag; gelijk de liefelijke sterren , die wij dan eerst zien als de hemel donker wordt; ja, hoe donkerder hij wordt, hoe meer wij er zien. Met David kon hij spreken : «Zoude mijne ziel niet onderworpen zijn » aan God ? Want van Hem komt mijn heil.quot; (Ps. 61 , 2.)

Hij erkende, dat het alzoo door God beschikt was volgens de plannen zijner eeuwige Wijsheid en Liefde. Hij wist reeds bij vroeger opgedane ondervinding, wat de H. Paulus zegt: « voor degenen ,

178

-ocr page 185-

ZESTIENDE PAG.

179

» die God beminnen , vjerkt alles ten goede * medequot; (Rom. VIII, 28.); en kalm en ver-trouwvol bad hij tot God om deze beproeving zoo te dragen als God het verlangde; hij bad en smeekte vurig, dat die tijd van beproeving mocht verkort worden; maar zijn gebed was onderworpen gelijk dat. van zijn Pleegkind later in den hof van Olijven; Vader, indien het mogelijk is laat dan dien kelk van Mij heengaan; doch niet mijn wil, maar uw wil geschiede. (Mt. XXVI, 39.) Hadden wij eens die brandende verlangens kunnen hooren, die hij meedeelde aan Maria! Zij waren vuriger dan die der Profeten en Oudva-ders; dezen hadden slechts den Messias van verre gezien, Jozef van zoo nabij; hij had bezeten Dengene, dien vele koningen van het Oude Verbond verlangden te zien en niet zagen , te hooren en niet mochten hooren. En nu hij Dezen moest missen, nu kon er voor hem geen sprake zijn van rusten ; zijne liefde kende geen vermoeienis. En al had hij Hem moeten halen aan de grenzen der aarde, meent ge, dat de 11. Jozef er voor teruggedeinsd

-ocr page 186-

ZESTIENDE DAG.

zou zijn, landen te doorreizen en zeeën over te steken? Dan begrijpt gij niets van de liefde van Jozef, noch van de beminnelijkheid van Jesus! —

Voor ons , arme zondaars , zijn ■ deze drie treurige dagen niet zonder vrucht geweest. De 11. Jozef dacht toen aan ons, zoo mogen wij veilig veronderstellen. Toen besefte hij, wat wij misschien niet genoeg inzien , wat ramp het is : Jesus te verliezen. Och , of wij van Jozef leerden , ook Jesus te zoeken, als wij Hem verloren hebben door de zonde! Leeren wij Hem zoeken daar, waar ook Jozef Iletn terug vond *. aan de voeten der priesters in den Tempel. Als het verlies van Jesus' zichtbare tegenwoordigheid den H. Jozef reeds zoo bedroefde, terwijl hij Hem toch altijd nog door de genade in zijn hart bezat, hoe treurig moet het ons dan niet zijn, Hem ook uit ons hart verloren te hebben door de zonde! Hoe vreeselijk zal het dan zijn in de vlammen der hel, waar Jesus voor altijd verloren is en dus het oog nooit dat beminnelijk aanschijn des Heer en. zal mogen zien !

180

-ocr page 187-

ZBSTFENDE BAG.

Weenend over het verlies van Jesus, schreide hij tevens tranen van medelijden over het ongelukkig lot der zondaars, en verdiende hij ongetwijfeld het voorrecht, een bijzonder beschermer en voorspreker te worden voor al degenen , die uit hunnen zondenstaat willen opstaan, om terug te keeren tot Jesus, zonder wien geen vreugde of geluk mogelijk is noch op aarde, noch hiernamaals.

quot;Voornemen.

Bidden om de genade der volharding; en de ongelukkige zondaars den H. Jozef aanbevelen.

VOORBEELD.

Vreugde en dankbaarheid van een zondaar na zijne bekeering.

De Eerwaarde Pater Franciscus Klaholz , Redemptorist , die den 5en October 1871 als missionaris te Baltimore stierf, had reeds voor zijn intrede in het klooster eene groote godsvrucht tot den H. Jozef. Als pastoor wekte hij dikwijls zijne biecht- en parochiekinderen op tot de liefde jegens den Voedstel vader van Jesus; in hunne noodwendigheden placht hij hun te zeggen ; „ Ga tot Jozef.quot; — In zijn noviciaat en bij gelesen-

181

-ocr page 188-

ZESTIENDE DAG.

18:2

heid zijuer professie mocht hij deu bijzouderen hijstand van zijnen hemelschen Beschermer ondervinden. Uit dankbaarheid maakte hij het zich van toen af tot eene gewoonde in elke predikatie iets te zeggen over den H. Jozef. Hij verbleef den eersten tijd na zijne professie in het klooster te Wittem. Op zekeren Zondag keerde hij van den preekstoel naar de sacristie terug, toen een man hem aansprak en zeide; „ Pater, ik moet bij u biechten , maar terstond.quot; „ Laat mij eerstzoo hernam de pater, „ mijne misgewaden verwisselen.quot; Toen nu de Pater terugkwam , deelde de diepbewogen man hem mede , hoe het met hem stond. „ Ik was,quot; zoo verhaalde hij , „ reeds lang het leven moede en had reeds eene poging gedaan om mij zeiven te vermoorden , maar zij gelukte niet en bleef ook verborgen. Nu toch moest zij gelukken, en opdat mijne naastbestaanden er geen schande door zouden lijden, zocht ik deze plaats op, welke 14 uur van mijne woning verwijderd is ; ik was zoo verstolkt en in vertwijfeling , dat nu reeds mijn lichaam een lijk en mijne ziel in de hel zou zijn, als ik niet juist bij het begin dei-plechtigheid voorbij deze kerk was gekomen. Ik zag van alle kanten eene menigte menschen toestroomen , en zoo kwam plotseling in mij de nieuwsgierigheid op om even binnen te gaan en te zien, wat hier buitengewoons voorviel. Ik heb niet scheden. Weldra kwaamt gij op den

-ocr page 189-

ZESTIENDE DAG. 183

preekstoel ; op uwe preek heb ik geen acht geslagen en ik weet niet eens, waarover gij gepreekt hebt: maar op eens hoorde ik n eenige woorden zeggen over den H. Jozef; plotseling ontwaakte ik als uit een zwaren onrnstigen droom, en met onweerstaanbare macht kwam in mij de gedachte en het vaste vertrouwen op: „ De H. Jozef kan en zal ook u nog helpen.quot;

Daarop biechtte die man; na de biecht was hij gelukkig als een kind; hij kon de vreugde, die zijn hart overstroomde, niet inhouden, en zeide : „ o Pater, vertel alles aan allen, opdat nog vele ongelukkige menschcn ondervinden, hoe goed en machtig de H. Jozef is.quot;

„ Sedert dien tijd ,quot; zoo sloot de goede Pater Klaholz zijn treffend verhaal, „ komen herhaaldelijk velen hierheen en vragen naar mij , armen priester, om eene generale biecht te doen, en te voren zeggen ze tot mij: „ Ik kom 14 uren ver, en N. heeft mij overgehaald om hier rust en vrede te zoeken.quot;

(Dr. Joseph Avion Keller.) GEBED.

H. Jozef, die door God zoozeer bemind werd en daarom meer dan anderen hebt moeten lijden, zie neer op ons , uwe kinderen ; ook wij hebben ons deel aan dien bitteren kelk des lijdens ; wij moeten hem drinken; 't is Gods wil. Maar geef, dat wij ons gewillig onderwerpen aan a^

-ocr page 190-

ZESTIENDE DAG.

184

wat God over ons beschikt. Doe ons denken aan de glorie, die uit het lijden geboren wordt; sterk ons om met vasten tred den Calvarieberg te beklimmen, die voor ons eene ladder zijn moet om tot de glorie des Hemels te geraken. Laat nooit meer de ramp over ons komen, dat wij Jesus zouden verliezen door de zonde; en zoo wij Hem ooit verliezen, geef, dat wij Hem altijd aanstonds gaan zoeken en Hem wedervinden en behouden, totdat gij ons veilig ziet in den Hemel, waar wij Hem niet kunnen verliezen in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 191-

Zeventiende Dag.

St. Jozefs Nederigheid.

Den nederige van freest zal Hij opnemen.

(Prov. XXIX. 33.)

are godsvrucht is een vruchtbare akker, die allerlei deugden voort-' brengt. Wij hebben gezien , hoe de H. Jozef de godsvrucht opvatte, namelijk als een bereidvaardigen, standvastigen wil om zicli toe te wijden aan God en aan zijn heiligen dienst. Die wil komt tot de daad; hij toont zich in onderscheidene handelingen van deugd. Die verschillende handelingen vormen ten laatste eene gewoonte van wel te doen ; en die gewoonte, die gemakkelijkheid, door herhaalde handelingen verkregen, dat noemen wij eigen-

-ocr page 192-

ZEVENTIENDE DAG.

lijk ccno deugd. Zoo bezat ook de li. Jozef de deugd van nederigheid. Hij had ze zich weten eigen te maken door eene herhaalde oefening; zoodat, als men hem een wapenschild zou moeten geven en men daar eene spreuk onder zou willen plaatsen , men niets beter zou kunnen nemen dan een verborgen viooltje met deze woorden van Thomas a Kempis tot onderschrift; « Wees gaarne vergeten en voor niets geacht.quot; (1)

«Kostelijke zaken, vooral reukwerken, » worden niet veel aan de lucht blootge-nsteld,quot; zegt de II. Franciscus van Sales (Entret. XIX.); «want behalve dat hun geur )gt; zou vergaan, zouden de vliegen ze be-f derven en alle waarde doen verliezen. )' Zoo vreezen ook de rechtvaardige zielen gt;' den prijs van hunne goede werken te ii verliezen; daarom sluiten zij ze op in » eene vaas; echter niet in een gewone » vaas, maar, gelijk de li. Magdalena ii deed met hare kostbare zalf, in eene i) van albast. Deze vaas is de nederigheid, li waarin wij in navolging van den H. Jo~ 1) Ama nesciri ct pro uihilo reputari. L. I. c. II.

L

180

-ocr page 193-

ZEVENTIENDE DAG.

» zef al onze deugden en al wat de ach-ii ting der mensehen tot ons kan trekken, » moeten opsluiten, tevreden zijnde met

» aan God alleen te behagen..... Maar

» welke meer volmaakte nederigheid kan » er (na die van de H. Maagd) worden «uitgedacht, dan die van den 11. Jozef? )gt; Hij heeft een zeer groot deel aan dien » Goddelijken Schat, die bij hem is, » Jesus Christus , onzen Heer , en toch , » hij gedraagt zich zoo nederig, alsof hij » er geen deel aan heeft.quot;

Ja, wel mocht de H. Franciscus van Sales zeggen, dat de II. Jozef alles verborg , wat de achting der menschen op hem trekken kon. Hij verborg zijne waardigheid en voorrechten; hij deed zich voor als een gewoon handwerksman. Wie zou het hem hebben aangezegd, dat hij van koninklijken bloede was, dat hij een geslachtsboom kon aanwijzen van meer dan twintig koningen ? Wie zou, als hij dien handwerksman gezien had, gezegd hebben, dat deze bestemd was, om de verhevenste waardigheid op aarde te bekleeden, die van Voedstervader des Heeren ? Niets

1S7

-ocr page 194-

ZEVENTIENDE DAG.

deed hem als zoodanig kennen. « Hij overwon,quot; zegt de II. Franciscus van Sales (Ihid.) « twee der geweldigste vijan-igt; den van den mensch , nl. den duivel en » de wereld, door de beoefening eener » zeer volmaakte nederigheid.quot; De duivel is hoovaardig en spoort tot hoogmoed aan; want het eerste woord wat wij van hem lezen is: Hij wilde gelijk zijn aan God, en het tweede; Gij zult worden als goden. De wereld acht slechts datgene, wat met uiterlijk vertoon gepaard gaat. Tegenover deze stelde de H Jozef zijne verborgen nederigheid. Hij bleef daarin en verlangde geene verheffing.

Hij ontvluchtte zelfs de eer. Was het geene. groote eer te zijn uitverkozen tot Hruidegom der Moeder Gods? Het scheelde nochtans weinig, of de H. Jozef was die eer ontvlucht. God zelf moest tusscben heide komen. Bekend als de 11. Jozef was met de voorspellingen der Profeten, begon hij te vermoeden, dat zijne Bruid die gezegende Maagd was, die aan de wereld den Verlosser zou schenken. Die eer kwam hem te irroot voor, zc»t de 11. Franciscus

188

-ocr page 195-

ZEVENTIENDE DAG. 181)

van Sales (Ibid.), en hij besloot haar to verlaten. Hij achtte zich niet waardig langer te verblijven in de tegenwoordigheid van eene Moeder Gods. Het was hem alsof hij de stem des Heeren hoorde, die eenmaal van uil het brandend braambosch tot Mozes sprak: « Wil tot hier niet naderen; ontdoe » u van uw schoeisel, want de plaats waar gij «staat, is eene heilige aarde.quot; (Exod. III. 5.) Hij was gelijk aan David, die sprak: iHoe ■» zal ik de Ark des Heeren tol mij binnenin leiden ?quot; (1 Par. XHI. 3.) De H. Petrus zeide eenmaal op de zee tot Jesus : «Ga i) weg van mij, Heer, want ik ben een i) zondig mensch.quot; (Luc. V. 8.) Hoe ? Had Petrus niet moeten weggaan van Jesus ? Hij sprak aldus, zegt de H. Franciscus van Sales, omdat hij , op zee zijnde, niet anders spreken kon, wel wetende dat hij op het water niet kon wandelen om zich te verwijderen; ware hij op het land geweest , hij zou gezegd hebben : Heer, i k ga heen van U, want ik ben een zondig mensch. Zoo sprak inderdaad de H. Jozef. Hij wilde heengaan; maar God weerhield hem, door eenen Engel te zenden en hem te

-ocr page 196-

ZEVENTIENDE DAG.

onderrichten in het mysterie der Mensch-wording en in het deel, dat hij zou moeten nemen aan de vervulling der inzichten Gods. (1) Even nederig onderwierp hij zich nu ook weer aan die beslissing des Heeren en bleef li ij Maria, van wier aanschijn, zegt de H. Thomas, een ongewone glans straalde, gelijk van het aangezicht van Mozes , nadat hij met den Heere op Sinaï gesproken had. (2)

Elisabeth riep bij Maria's bezoek, bewonderend uit; van waar geschiedt mij dit, dat de Moeder mijns Heeren tot mij komt ? (Luc. I. 43.) Schoone woorden, haar door de nederigheid ingegeven! Maar wat zult gij dan wel gezegd hebben, o 11. Jozef, coen God u oplegde niet drie maanden, maar geheel uw leven, bij de Moeder des Heeren te blijven ? Was Maria's Magnificat toen ook uw lofzang niet? Hebt gij toen ook niet gezongen : Mijne ziel verheft den Heer en verheugd heeft zich mijn geest over God, mijnen Zaligmaker !

1) Ita Origenes, S. Basil. JIagn., S. Bern. , S. Thoui. Aq. et alii.

2) S. Thorn. Aq. apud Miechov. Disc. 117.

190

-ocr page 197-

ZEVENTIENDE DAG. l'Jl

Omdat hij neerzag op de iieringheid van zijn dienstknecht; want zie van nu af zullen alle geslachten der aarde mij zalig noemen, omdat Hij groote dingen aan mij gedaan heeft, de Machtige, en heilig is zijn Naam ?

De acliting der menschen zocht de H. Jozef niet, de verheffing van Godswege maakte hem uiet hoogmoedig. Het is eene licht verschoonbare eigenschap van ouders, zich te beroemen op hunne kinderen; de deugd en de bekwaamheid van het kind is de glorie der ouders. Zelf willen zij wel voor onwetend doorgaan, als hun kind maar geëerd wordt. Dut is eene natuurlijke neiging van ieder vader- of moederhart. Heeft ook de H. Jozef, die al de natuurlijke en bovennatuurlijke gevoelens eens vaders bezat, deze neiging gevoeld , toen hij bij zich en onder zich mocht hebben de Wijsheid des Vaders, den almachtigen Schepper van het heelal ? Zeker wenschte hij vurig, dat zijn Pleegkind gekend en geëerd zou worden, en onophoudelijk steeg van zijne lippen die verheven bede , die Jesus ook aan ons leerde: geheiligd zij uw naam, toekome uw rijk. Maar het was bij

-ocr page 198-

ZKVENTIKNDE DAG.

den H. Jozef geen licht verklaarbare ijdel-heid, die hem dat verlangen ingaf; maar zuivere ijver voor de eer Gods. Daarom zweeg hij dan ook nederig over de grootheden en roemrijke eigenschappen van zijn Kind, aan God overlatende, dat Licht onder de korenmaat van Nazareths huisje, uit te nemen, om het op den kandelaar te plaatsen, waar Het de wereld verlichten kon. Het verwonde re ons daarom niet, dat hij in Nazareth niet anders bekend was, dan als een gewoon handwerksman, en nog tijdens het openbaar leven des Heeren niet anders genoemd werd. (Mt. XHI. 55; Mr. VI. 3.)

Men heeft den H. Jozef wel eens vergeleken bij den stok van eene wijngaardrank, en waarlijk niet ten onrechte. Zie, de wijngaardrank schiet welig uit den grond; doch zij heeft een steun noodig ; nu groeit de rank weliger en weliger op en bedekt den ganschen stok met hare bladeren, zoodat deze als 't ware verdwijnt. En als de zwakke wijngaardrank een heerlijken druiventros draagt, dan ondersteunt de wijnstok beide, maar blijft verborgen.

193

-ocr page 199-

193

ZEVENTIENDE DAG.

Zoo was de H. Jozef'. Hij werd, toen Maria nog eene bloeiende maagd was, als een steun bij haar geplaatst. Zij werd meer en meer door God verheven; maar hoe meer zij verheven werd, hoe meer Jozef zich verborg. Eens zelfs wilde hij zich geheel terugtrekken; maar God , die voorzag, dat alsdan het plan der Mensch-wording gedeeltelijk onuitgevoerd zou blijven , belette het hem. Toen gaf de wijngaardrank , Maria, het aanzijn aan de heerlijkste druif, waarvan de Proleten spreken: Jesus. Jozef nu ondersteunde beiden, maar bleef verborgen, totdat Jesus en Maria zijn steun niet meer noodig hadden en hij werd weggenomen van deze aarde.

Maar de nederigheid gaat de verheiBng vooraf, zegt de H. Geest. (Prov. XV, 33). Dat ondervond de eerste Jozef, die van slaaf het hoofd werd van Putifar's huis , en van gevangene de onderkoning van Egypte. Dat zou ook de tweede Jozef, de Patriarch van het Nieuwe Verbond, ondervinden. Hij is door God getrokken uit de duisternis, waarin hij zich zoo nederig hulde; hij is verheven, zooals de gehoele H. Kerk

.tte.

-ocr page 200-

ZEVENTIENDE DAG.

tot aan de uiterste grenzen der aarde zingt, tot vorst over de geheele bezitting Gods. (1) Dat heeft hij te danken aan zijne nederigheid, volgens het woord des Heeren: Die zich vernedert, zal verheven worden. (Mt. XXIII, 12). H. Jozef, geef, dat wij nooit de waarheid van dat andere woord ondervinden; Die zich verheft, zal vernederd morden.

quot;Voornemen.

Gods glorie, niet onze eigen eer zoeken in alles wat wij doen.

VOORBEELD.

Gelukkige uitkomst van een driedaagsche oefening ter eere van den II. Jozef,

De dames van Nazareth danken hare stichting te Montmirail aan den Eerw. Pater Rover, van de Sociëteit van Jesns.

Het doel harer instelling is: aan jeugdige meisjes eene eenvoudige maar degelijke opvoeding te bezorgen. Na 1830 ging de Algemeene Overste, Madame Hulot, te Lyon visitatie houden in een klooster van hare orde , dat gevestigd was in een gehuurd huis. Zij kwam er aan op het oogen-

1) Constituit eum principem omnis possessionis

sua?. Off. Patroc. S. Jos.

m

-ocr page 201-

ZEVENTIENDE DAG.

blik , dat de eigenaar, een man , waarmee niet te handelen viel, den eisch stelde van na drie dagen, de 500 fr. te betalen, welke hem voor de huur verschuldigd waren. De religieuzen hadden nog maar tien leerlingen, waarvan er zes kosteloos werden opgevoed ; verder hadden zij geene inkomsten om zulk eene schuld te voldoen. Madame Hulot begaf zich naar Pater Royer, die alsdan te Lyon verbleef. Bij hem gekomen, zeide ze : „ Ik „ ben hier onbekend ; bedelen kan ik niet; ik kom „ bij u hulp zoeken.quot; — „ Mijn overste heeft mij „ verboden mij met uwe tijdelijke aangelegenhedeu „ in te laten, antwoordde Pater Royer: maar laat „ ons een driedaagsche oefening doen ter eere van „ Maria en Jozef; want de tijd laat ons het doen „ van een novene niet toe ; ik zal tot die intentie „deze drie dagen de H. Mis opdragen; gij zult ze „ bijwonen en te communie gaan.quot;

Den eersten dag, na de H. Mis, kwam eene dame, welke hij kende , maar in ongeveer twintig jaar niet gezien had , hem bezoeken , en zeide hem : „ Pater, ik meen, dat gij nog altijd zooals vroe-„ ger goede werken te doen hebt, welke geldelijke „ hulp behoeven : ziehier 250 fr.quot; — Pater Royer laat Madama Hulot ontbieden en stelt haar die som ter hand. Op het einde van het triduum kwam eene godvruchtige dame bij de Algemeene Overste en zeide : „ Ik weet, dat de huizen in „ het begin moeten worden aangemoedigd en „ ondersteund ; gelief van mij 250 fr. aan to ue-

195

-ocr page 202-

§5^—

100 7.EVEHTIENDK DAG,

„men; 'tis alles, wat ik heb, maar ik geef het „ gaarne voor dit goede werk.'

Zon Maria voor de eerste, de H. Jozet voor de tweede 250 fr. gezorgd heblien ? Hoe het ook zij , groot was de vreugde van Madame Hulot en den goeden Pater Jezuïet. Beideu lieten niet na èn aan de H. Maagd en aan den H. Jozef hunne dankbaarheid te betuigen.

(Nouveau mois de mars en e.\em|gt;les dedie a la jeunesse ehrétienne.)

GEBED.

H. Jozef, die de verborgenheid bemindet en u zeiven zoo diep vernederdet; daardoor hebt gij u «en onsterfelijke eer in den Hemel verzekerd ; maar ook het voorrecht, om die deugd van ootmoed mede te deelen aan alle zielen , die er behoefte aan hebben, o Heilige Voedstervader des Heereu, zie dan, hoezeer wij die deugd noodig hebben. Verkrijg ze ons docr uwe voorbede en gun niet aan een ander de eer om van ons, hoovaardigen, ootmoedige leerlingen des Heereu gemaakt te hebben. Amen.

-ocr page 203-

Achttiende Dag.

St. Jozefs werkzaam leven.

Eu in de werk eu zijner hun de u is onvergankelijke rijkdom.

(Sap.'VIll', 18.)

den priesterlijken stand is er ter wereld geen gelukkiger staat dan de werkmansstand, dat wil zeggen, die stand , waarin men zonder weelde of armoede te kennen, zicli door de werken zijner handen het levensonderhoud kan bezorgen. Die staat is door de dichters bezongen en door den H. Geest geprezen ; Geef mij noch armoede noch rijkdom , verleen mij alleen , wat noodig is lol mijn onderhoud , opdat ik 7i iel, uit overvloed verleid worde om U te verloochenen en zegge: wie is de Heer'.' of wel door nooddruft gepraamd.

-ocr page 204-

ACHTTIENDE DAG.

een diefstal bega en den naam Gods misbrui ke (Spr. XXX, 8, 9.) Den H. Jozef nu verheffen tot den priesterlijken stand wilde God in zijne wijsheid niet. Wat zou hem het priesterschap der Oude Wet ook gebaat hehben ? Het had uitgediend. Een nieuw Priesterschap ging worden ingesteld met 0. H. Jesus Christus aan het hoofd als Hoogepriester van het Nieuwe Verbond. Maar God plaatste den 11. Jozef in den stillen, vreedzamen werkmansstand ; dienzelfden stand koos Hij ook voor zijn cenigen Zoon op aarde. De 11. Geest heeft het uitdrukkelijk doen opteekenen in de HH. Evangeliën.

Daardoor heeft God op dien stand een licht geworpen , waarin men hem tot dan toe niet had beschouwd. Het heidendom verachtte dien stand ; een werkman was niet geteld en meest allen behoorden tot den slavenstand , die diep veracht werd. Vandaar nog de benaming, die wij nu nog, zelfs aan de nuttigste werkzaamheden geven: slafelijke werken. Bij het volk Gods was die verachting niet zoo groot, ten minste in vroegere tijden; maar ge-

198

-ocr page 205-

ACHTTIENDE DAG.

durende het leven des Heeren meenden toch de Phariseërs niets verachtelijkers van Jesus te kunnen zeggen, dan: Is Deze niet de Zoon van een werkmanVan waar dan die wijsheid en die kracht? (Mt. XIII. ■quot;)quot;).) 't Waren vooral de Saduceên , die, geheel en al in het aardsche verzonken , in den werkman niets anders zagen dan een ongelukkige , een onwetende, niet waardig om met de andere standen op gelijken voet. behandeld te worden.

Maar dc verachting der aardsehgezinde Joden is de glorie geworden van den werkman, en de bittere woorden : « h IIij » niet de Zoon ran een werkman en zelf » een werkman ?quot; verheffen den werkenden stand meer, dan rijkdommen en glorie; want nu kan de werkman met fierheid tot de geheele wereld spreken : « Jesus igt; Christus , de Schepper des Hemels , en ii Jozef, zijn Voedstervader, waren van mijn ii stand. Zij leefden van den arbeid hun-ii ner handen.quot; 0, wat is daardoor de arbeid verheven en veredeld 1 In onzen tijd keeren de heidensche begrippen aangaande den arbeid weder in de wereld

-ocr page 206-

ACHTTIENDE DAG.

terug; maar nu wijst, de Vader aller Christenen , de Paus van Rorae, van op zijn hoogen troon naar den werkwinkel van Nazareth. Tot grooten en kleinen zegt hij: ziet daarheen , gij, grooten , om den werkman niet te verachten; gij, kleinen, om u niet te beklagen over een staat, waarin gij Jesus Christus tot ambtgenoot hebt. (1)

De H. Jozef was niet alleen werkman ; hij was een heilig werkman ; hij heiligde zijn werk. Waardoor ? Door dat hij het verrichtte met heilige doeleinden en op vol-maakte wijze.

2U0

H. Jozef, welk waren uwe doeleinden, uwe inzichten bij den arbeid ? Zeg het ons, opdat ook wij onzen arbeid leeren heiligen! — Werkte hij alleen om het geld, om rijker te worden, om de genoegens en pleizieren der wereld te kunnen genieten Alleen die vraag stellen , is reeds .bijna een beleediging voor den H. Jozef, 't Is waar, daar zijn er duizenden in de wereld , die bij hun werk

1) Zie bl?.. IX. en X.

-ocr page 207-

AC1ITTIENDK DAG.

geen ander doel kennen ; niet zoo de H. Jozef.

Hij werkte uit heilig plichtbesef. Omdat God het geboden had, omdat ledigheid den mensch onteert en het oorkussen des duivels i.s, daarom werkte de H. Jozef; en de vermaning, die later de H. Paulus zou neerschrijven : Die niet werkl, moet ook niet eten (2 Thess. 111. 10.) had de H. Jozef niet noodig. Daarom werkte hij met vlijt, of men hem zag of niet zag; niet om zich te verrijken , maar omdat hij wist, dat zulks de welbehaaglijke wil des Heeren was.

Daarbij kwam de zory voor zijn huisgezin ; hij was het hoofd der H. Familie; hij moest in haar onderhoud voorzien. Hij beminde Jesus en Maria met gansch zijne ziel en nu was het Hem eene vreugde, een genot, voor hen te mogen werken en zich te vermoeien in hun dienst; in zijn arbeid dacht hij aan Hen; zich zeiven vergat hij.

Hij werkte in den geest van boetvaardigheid. De H. Jozef wist, dat God door een onherroepelijk vonnis den mensch tot den arbeid veroordeeld heeft, toen het in liet

20]

-ocr page 208-

ACHTTIENDE DAG.

aardsche Paradijs weerklonk : In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten (Gen. III, 19.) Vóór dien tijd was de arbeid niet eene straf, maar een genoegen. Nu bad wel, gelijk wij veilig mogen aannemen, de H. Jozef zelf nooit gezondigd en behoefde bij dus voor eigen scbuld niet te boeten; maar bij was tocb ook een afstammeling van Adam ; ook op hem rustte dus het vonnis. En neen, de H. Jozef wilde zich aan •die algemeene wet niet onttrekken; te meer daar bij aldus gelegenheid vond om te boeten voor de zonden van anderen, die er misschien niet aan dachten hunne schuld bij God te betalen. Hierin volgde hij het voorbeeld van den goddelijken Boetvaardige, Jesus Christus, die ofschoon de heiligheid zelve, toch vermoeienis en arbeid droeg, om onze schulden te boeten.

Wat deed dus de H. Jozef met zijn arbeid ? Hij vervulde zijn plicht, hij diende Jesus en Maria, werkte in den geest van boetvaardigheid en voldeed voor de schulden van anderen, o Heilige arbeid , waaraan ook een viervoudige verdienste beantwoordde ! Och , hadde ook

202

-ocr page 209-

ACHTTIENDE DAG.

onze arbeid altijd dezelfde beweegredenen en dezelfde verdiensten !

Maar die arbeid was ook tiog heilig, om de heilige wijze, waarop hij dooi' Jozef verlicht werd. Twee werklieden doen hetzelfde werk op denzelfden tijd. Hoe komt het, dat de een een heilig werk verricht, terwijl du ander een onverschillig , misschien een zondig en altijd een onverdienstelijk werk doet'? Dat komt, behalve door hunne beweegredenen, ook nog, omdat de wijze verschilt, waarop zij het doen. De een is eerlijk, de ander oneerlijk ; de een is vol belangstelling voor zijn arbeid , de ander geheel zonder; de een doet het als voor zich zelf, de ander voor evenveel; de een is ijverig , de ander een oogendienaar, een tijdroover; de een is geduldig, als het tegengaat, de ander ongeduldig en driftig. Hoe deed het de H. Jozef'? Wij weten het door het enkele woord, dat de H. Geest van hem deed neerschrijven ; hij was rechtvaardig. Daar is alles in opgesloten. Hij was trouw en eerlijk , gedienstig en belangstellend , vlijtig en onvermoeid, geduldig en gelaten, al

3(13

-ocr page 210-

ACHTTIENDE DAG.

waren de moeilijkheden en onaangenaamheden soms groot. In hem werd bewaarheid het woord van den H. Geest: Wat den rechtvaardige ook overkomt, hel zal hem niet he-droeven. (Prov. XII. 21.) Hij was ook nederig en bescheiden; want hij kende ook dat andere woord des H. Geestes: Wil u zelren niet verheffen in hel maken ran uw werk (Eccli. X 29.); hij had niet gearbeid voor de eer, maar voor God en voor zijn heilig huisgezin. Hij zag niet ontevreden op naar de hoogere standen , die wel een gemakkelijker leven konden leiden, maar toch geen beter lot hadden in Gods oog. Als hij maar het noodige had voor zijn nederig huisgezin, dan was hij tevreden en verlangde niets meer.

Aan Gods zegen is in den arbeid alles gelegen ; wij kunnen ons vermoeien , wij kunnen zaaien en ons zweet storten ; als de Heer geen wasdom geeft, tevergeefs hebben wij gearbeid ; wij kunnen anderen arbeid verrichten , maar als de Heer ons niet helpt, zijn moeiten en kosten verloren. Uien zegen te verkrijgen, daar komt het dus op aan. Vóór den arbeid moet

-ocr page 211-

-ACHTTIENDE DAG.

lt;iiu worden afgesmeekt door een vurig gebed. Zal de 11. Jozef dat ooit hebben achtergelaten ? Kunnen wij hem ons zeiven anders voorstellen , dan vóór zijn arbeid een oogenblik stilstaand, zijne oogen ten hemel heffend , neen , zijne oogen op Jesus aan zijne zijde vestigend, en zijn arbeid opdragend aan zijn God en Heer, die dien arbei'd met hem wilde deelen ?

Als alle christenen zich schikten naar dat voorbeeld van den II. Jozef, dat voorbeeld overwogen en navolgden, wat zouden er dan veel minder ontevredenen zijn op de wereld ! Het werk hunner handen zou dan niet eene straf zijn, die zij slechts met weerzin dragen, maar eene rijke bron van genoegen , geluk en verdiensten voor den tijd en voor de eeuwigheid.

quot;Voorn em en.

Den arbeid trachten te heiligen door hem te verrichten met dezelfde inzichten en op dezelfde wijze als de H. Jozef.

VOORBEELD.

Kinderlijke liefde beloond door den H. Jozef,

De Eerwaarde Heer Moulin, directeur van het klein Seminarie van Digne , schreef onder dagtee-

2U5

-ocr page 212-

ACHTTIENDE DAG.

kening van den 25 October 1865 aan den schrijver van den „ Propagate arquot; :

Zeereerwaarde Pater,

„ Eiken dag brengt mij een nieuw bewijs van de macht en goedheid van den H. Jozef; tijdelijke weldaden zoowel als geestelijke , alles komt uit zijn liefderijke hand met eene mildheid , die verrukt en mijn hart vervoert.quot; (Vervolgens verhaalt hij twee feiten , waarvan wij het eene hier mededeelen.)

Êenigen tijd geleden bevond zich iemand in een benarden toestand; zijn huisgezin had een zwaar verlies geleden , dat hetzelve in ellende bracht. In zijnen nood doet de ongelukkige vader een beroep op de toegenegenheid van een zijner zonen, die buiten het ouderlijk huis leefde; maar de zoon , hoe rijk ook in kinderlijke liefde , was overigens arm ; hij bezat niets , in het geheel niets. Wat zal hij doen ? Zijne teedere godsvrucht tot den H. Jozef bracht hem aan den voet van diens altaar ; daar werpt hij zich neer op de knieën, en uit zijn bewogen hart steeg deze vurige bede op : „H- Jozef, ik zou wel mijn „ vader willen ondersteunen , maar gij ziet mijne „onmacht.... wat ik niet kan, dat kunt gij.

H. Jozef, kom mij toch te hulp ; H. Jozef, „ help mij , en ik zal nooit ophouden uwe goed-„ heid te prijzen.quot;

Zijne smeekbede was ten Hemel opgestegen;

206

-ocr page 213-

ACHTTIENDE DAG.

de glorierijke Bruidegom van Maria had ze gehoord en verhooring er van verkregen. Een uur later kwam een onbekende bij hem en stelde hem eene som ter hand , die aan het huisgezin zijns vaders alles teruggat', wat het ongeluk het had ontnomen.

GEBED.

H. Jozef, die de kunst verstoudt om uw eenvoudig handwerk te heiligen , en zoo, terwijl gij werktet bij uwe scbaafbank, tegelijkertijd werktet aan uw glorietroon in den Hemel, o, verkrijg ons, die ook tot den arbeid , hetzij des geestes of des lichaams, veroordeeld zijn, dien arbeid te heiligen; geef, dat wij hem verrichten uit plichtbesef, om God, voor Jesus, uit boetvaardigheid voor onze zonden en die van anderen , opdat wij eenmaal mogen deelen in de glorie, die gij u zeiven door uw arbeid verworven hebt in den Hemel, waar gij u nu meer verheugt over uw hamer en beitel, dan wanneer gij koning geweest waart op aarde. Amen.

207

-ocr page 214-

Negentiende Dag.

St. Jozefs verduldigheid in tearenspoed en armoede. (1)

Omdat gij aangenaam waart aan God, daarom moest gij beproeving ondergaan. (Tob. XTT. 13.)

Aartsengel Raphael zegde aan den Man Tobias, die met lilindheid was geslagen geweest: « Tobias , » omdat gij aangenaam waart aan God, i) daarom moest gij beproeving ondergaan daarom werdt gij met blindheid geslagen en zijt gij tot armoede vervallen. Maar, H. Engel, had Tobias kunnen zeggen,

1) Eene afzonderlijke lezing voor dezen dag , den feestdag van St. Jozef, vindt men na den een eu dertigsten dag. Desverkiezende kan men deze hier inlassehen.

-ocr page 215-

NEGENTIENDE UAG.

vergist gij u niet'? Is mij dit alles niet overkomen, omdat ik den Heere mishaag? De Engel zou geantwoord hebben : neen, God wilde u beproeven en gelegenheid geven tot grooter verdiensten , omdat gij Hem aangenaam zijt.

Wee dan aan den H. Jozef, als de behaaglijkheid bij God de maat moet aangeven dei' beproevingen! Want wie was er ooit den llcere behaaglijker'? Wat zal hij dan veel te lijden hebben ! Inderdaad, de goede God legde op zijn schouder een kruis, waaronder menig ander bezweken zou zijn, nl. tegenspoed en armoede; maar ook van hem kon gezegd worden, wat geschreven staat van Tobias: Die beproeving liet God loe, opdat aan het nageslacht een voorbeeld van zijn geduld zou gegeven n•orden. (Tob. II. IS.)

De H. Jozef was niet altijd zoo arm, dat hij genoodzaakt was onderstand te gaan vragen; dit zou niet overeengekomen zijn met de wijze plannen der Voorzienigheid betrekkelijk het Goddelijk Kind, zegt de groote godgeleerde Suarez. (1). Maar

1) De Paupcrtate Chri.

209

-ocr page 216-

NEGENTIENDE DAB.

diezelfde Voorzienigheid schikte toch de omstandigheden zoo, dat de H. Jozef meermalen het niipende der armoede moest ondervinden, en zijn geduld op de hardste proef werd gesteld.

De 11. Jozef was een prins van koninklijken bloede, uit het edelste stamhuis van .luda ; meer dan twintig koningen telde hij onder zijne voorouders , en de eerste van die vorsten was de luisterrijke koning David. Was dan de 11. Jozef geen werkman, gelijk wij het altijd gehoord hebben ? Ook dat was hij ; maar daarin juist ligt. de reden zijner diepe vernedering; want, ofschoon een prins van hoogen adel, was hij vervallen tot den nederigsten stand. Hoe zwaar een kruis dat is, vervallen te zijn van zijn stand, nu te zijn in een staat, waarvan men moet zeggen ; ik ben er niet in geboren, nu met minachting behandeld te worden door anderen, die vroeger gelijken of minderen waren, dat weten alleen zij, die het ondervonden hebben. God gaf dat zware kruis aan den H. Jozef; maar Hij deed het, zegt Onze H. Vader Leo XIII, om aan de

210

-ocr page 217-

NEGENTIEKDE DAG.

grooten dezer aarde te leeren, hoe zij den tegenspoed moeten dragen. (1)

De H. Jozef kwam tot den huwelijken staat; de gezegendste der vrouwen werd zijne hruid , zijne echtgenoote. Dat was een Paradijs op aarde, wat de onderlinge overeenstemming betreft; maar was het zonder tegenspoed ? Laat ons zien. De 11. Jozef was een werkman , die, zooals wij van een Heilige niet anders verwachten mogen, ijverig was en geen vermoeienis vreesde; toch was en bleef hij arm. Moeten wij daaruit niet besluiten, dat hij hetzelfde ondervond, wat zoo menig werkman doet zuchten, namelijk, dat het hem nu en dan al eens aan werk ontbrak, of, zoo hij al werk had, dat hij wegens geringe verdienste en slechte betaling menige teleurstelling heeft geproefd ? Dat was een tegenspoed, die zijn geduld op een harde proef moest stellen. Doch, zegt wederom onze H. Vader Leo XIII, (lod liet het toe, om ook de werkende klasse te troosten en haar een voorbeeld van geduld te geven.

1) Encycl. 15 Aug. 1889.

211

-ocr page 218-

NEGKXTIENDE DAG.

312

Doch zie, daar verscheen op eens het bevel van keizer Augustus , 't welk den 11. Jozef noodzaakte in het barre jaargetijde eene reis van vele dagen te ondernemen. Laat ons zwijgen van de ongemakken dier reis ; want de 11. Jozef reisde als een arme ; dit zegt genoeg. Maar wat al gedachten moeten zijn geest doorkruist hebben , alvorens hij de reis aanvaardde! Zie, hij dreel' zijne zaak , zijn handwerk te Nazareth (want zoo, zegt de groote Bossuet tot eene groote koningin , zoo moeten wij over den Voedstervader van Jesus spreken), hij had daar zijne klanten en begunstigers, zijn gereedschap en zijne woning. Zijn gereedschap medenemen, dat ging nog; maar zijne vrienden, zijne begunstigers, zijn woningWat zou van dat alles geworden tijdens zijne afwezigheid , die , wie weet, hoe lang zou duren'? Maar de II. Jozef hield zich vast aan den wil Gods. Hij werd wel geleid langs een steil en doornig pad ; maar langs dat pad was een leuning, waarop hij steunde en waardoor hij zich recht hield ; de wil Gods. Hij luisterde naar het woord des II. Geestes: (Eccli.

-ocr page 219-

NERKNTttNUE Igt;AG.

II. 3.) Verdraag wat God u le Herdragen toezend: blijf mei God vereenigd en ween

lijdzaam.....Mies wat u overkomt, neem

hel op; ween lijdzaam in uwe smarte, en oefen geduld in uwe vernedering. Want goud en zilver worden in het vuur beproefd, maar menschen, die Gode welgevallig zijn , in den smeltoven der vernedering. Daarom kliifigde de H. Jozct' niet over den keizer, die zulk een lievel guf; ook niet over de ondergeschikte ambtenaren, die het kei-zerlijk bevel met alle gestrengheid handhaafden ; nog veel minder over de kwellingen die er het gevolg van waren. Hij beschouwde geheel deze zaak als het werk der Goddelijke Voorzienigheid, die toelaat, dal al wie godvruchtig wil leven in Christus Jesus, vervolging ondervindt. (2 Tim. 111. 12.) En Jozef begaf zich op weg.

Volgens den raad van den H. Geest (Eccli. II. 5.) bereidde hij zijne ziel tot nieuwe beproevingen. Hij kwam te Bethlehem , vermoeid van de reis.. . . Daar was voor hen geen plaats in de herberg, zegt de H. Evangelist met één woord ; maar wat laat dat woord veel denken !

213

-ocr page 220-

NEGENTIENDE DAG.

Afwijzing, harde behandeling, beleediging om zijue armoede, verwerping door zijne eigene familie , die te Bethlehem woonde , in zijne eigene vaderstad, waar zijngroote voorvader David tot Koning over Israël was gezalfd ! Mijn God, wat bittere kelk ! Nadert thans, gij allen, die in miskenning , vernedering en armoede leeft, en erkent hier, dat uw lijden nog niets is in vergelijking met dat van den H. Jozef! Dat was zijne rust na zooveel vermoeienis ! Maar de H. Jozef bewaarde zijn hart in vrede, hoezeer dat hart ook ineenkromp van smart bij de gedachte aan zijne II. Bruid en aan den Zoon Gods , die in dien nacht op aarde zou verschijnen.

De volheid der tijden was daar. Jesus kwam ter wereld als een klein kind ! Het bracht in zijne handjes schatten mede voor den 11. Jozef. En die schatten waren; armoede , oneer , vernedering , gebrek.

Dat gevoelde de II. Jozef in dat oogen-blik meer dan ooit. Wat had hij om aan dat Goddelijk Kind te geven ? Wat om Het te verwannen ? Wat om de spleten te stoppen van den stal, waarin Het neer-

ft

-ocr page 221-

sj[l -

SEGENTIENDB DAG. 315

Dl 'O

lag'? Maar dut alles was nog maar ceu voorspel. Nooit luid de 11. Jozef kunnen denken, dat hij eenmaal liet Land van Beloften, zijn vaderland zou moeten verlaten ; dat hij beroofd zou worden van den troost om op te gaan naar het heilig Jerusalem , dat hij het hittere brood der ballingschap zou moeten eten. Onverwachts, midden in den nacht werd er hein het bevel toe gegeven. Welk eene ramp! Welk een tegenspoed! Waarlijk, daar werd een meer dan verheven geduld gevorderd , om daarbij gelaten te blijven en niet uit te barsten in klachten tegen den dwingeland Herodes, of tegen den droeviger! samenloop van omstandigheden. Maar zijn geduld bleef standvastig. Hij boog gelijk het riet voor den storm, maar brak niet. Hij hoopte op God, wetend, dat na lijden verblijden komt, gelijk na den regen de zonneschijn, al blijft deze soms lang uit en al schijnen de zwarte wolken nooit den hemel te zullen verlaten, tl i j liet zijn God begaan, die hem snoeide gelijk de wijngaardenier zijn wijngaard en hem sloeg, gelijk de dorscher het graan.

-ocr page 222-

NEGENTIENDE DAG.

210

o Verheven geduld! 11. Jozef, och, deel er ons iets van mede; gij hadt overvloed en wij hebben gebrek ! Want, o, wat is er weinig noodig, om ons het geduld te doen verliezen. Kruisjes treffen ook ons, maar zij zijn licht in vergelijking met die van den H. Jozef. Geven wij ons maar over aan de beminnelijke zorgen der Voorzienigheid. Al die kwellingen kunnen middelen zijn, om ons te doen vorderen in de deugd, gelijk de storm zelfs kan dienen, om een schip met de grootste snelheid tot zijne bestemming te brengen. Zorgen wij maar, in het lijden Jesus bij ons te hebben, gelijk de 11. Jozef. En al zijn wij dan arm en vergeten en vernederd en veracht, dan zijn wij nog rijk; want met den H. Paulus kunnen wij zeggen: wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten , dal de verdrukking lijdzaamheid werkt en de lijdzaamheid bepivefd-heid; en de beproefdheid hoop; en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods is uitgestort in onze harten door den //. Geest,, die ons gegeven is. (Hom. V. 3 seq.)

-ocr page 223-

NEGENTIENDE DAG.

quot;Voornemen.

Wat ons ook ovcrkome, geduldig trachten te zijn, denkend aan het voorbeeld van den H. Jozef.

VOORBEELD.

Gelukkige loting voor de militie.

Den 14 Maart 1865 was de dag , waarop de loting voor de militie zou plaats hebben voor de

gemeente X...... in Frankrijk. Des morgens

vóór hun vertrek ging een godvruchtige persoon de lotelingen ieder in het bijzonder bezoeken, en terwijl zij hun eene medaille van den H. Jozef ter hand stelde , zeide zij alles , wat haar ijver haar ingaf. — Zij vertrokken, vol van vertrouwen op den H. Jozef, wier medaille zij eerbiedig droegen, en allen kwamen terug, elk met een der hoogste nummers van het kanton. Wat nog bijzonder mag worden opgemerkt, is, dat toen zij hun lot moesten trekken , er maar 14 nummers in de bus waren, en van die 14 waren er 6 goede en 8 slechte ; daarbij , de gemeente X.... heeft het laatst getrokken. Welnu , de 11. Jozef heeft aan onze vijf lotelingen vijf goede nummers, gegeven.

Dit voorval verwekte de algemeene bewondering. De gedelegeerde der prefectuur zeide tot den burgemeester: „ Waarlijk, dat is verwonderlijk , maar ook aangenaam voor u en uwe

217

-ocr page 224-

NEGENTIENDE DAG.

gemeenteen onder een giimlach voegde hij er bij : „ Uwe lotelingen zullen zeker wel goed gebeden hebben.quot; — Evenmin als de burgemeester kende hij de geschiedenis der medailles, welke de jongelingen hadden verborgen gehouden. Dezen, laat ons het hopen, zullen zich wel dankbaar hebben getoond voor zulk eene buitengewone bescherming.

(Nouveau mois de mars en exemples dédié u. la Jcunesse chrctienne.)

GEBED.

o H. Jozel', die zoo wonderbaar hebt uitgeschenen in het geduld te midden der grootste kwellingen van tegenspoed en armoede, gij hebt daardoor niet alleen verdiend, ons voorbeeld te worden, maar ook het voorrecht van ons in onze kwellingen te kunnen helpen en ondersteunen. H. Jozef, gij weet wat lijden is ; gij hebt er zelf de bitterheid van geproefd; kom ons dan ter hulp, als het lijden ons nadert; geef dat het voor ons een middel worde om in de deugd vooruit te gaan. Doe ons dan opzien tot God. Help ons in die droevige oogenblikken om Jesus bij ons te bewaren ; want waar Hij is, dn ar is alle lijden licht. Amen.

-ocr page 225-

Twintigste Dag.

St. .lozel's a-oost viin bootvani'digheid.

Ik hel) mijn aanschijn gewend tot don Heev mijnen God. om tot Hem te bidden, al vastende in zak en aseh. (Daniël IX. 'i.)

m

7crstoiid na den zondeval van Adam |,noodigde God de inenscben uit tot boetvaardigheid. In het Oude Testament herhaalde Hij die uitnoodiging menigwerf, nu eens onder bedreiging van straf, dan weder onder toezegging van belooning. Maar of Hij dreigde met straf, of belooningen beloofde, altijd ging Hij te werk uit liefde, daar het Hem eenig en alleen er om te doen is, den zondigen mensch te kunnen sparen. Hij zal hem

-ocr page 226-

'nVINTIGSTt DAG.

echter niet spnren, zonder dat er ten minste eenig eerherstel aan zijne tjeleedigde Majesteit gegeven worde. Dat verbiedt zijne wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid. Dat eerherstel wordt Hem gegeven door de boetvaardigheid.

Al wie dan ook in het Oude Testament met den geest Gods bezield was, legde zich toe op boetvaardigheid en trachtte door boetewerken aan (jod voldoening te geven voor eigen zonden en die van anderen. Zoo lezen wij, dat de rechtvaardige Henoch boete predikte door woord en voorbeeld; dat de godvruchtige Noê gedurende de honderd jaren, dat hij arbeidde aan de ark , de mensclien aanspoorde tot boete , die hij zelf wel niet zal hebben achtergelaten ; dat de H. Patriarchen hunne omzwerving, hun pelgrimschap in boetvaardigheid doorbrachten; en dat de 11. Profeten, gehuld in haren kleederen en dierenhuiden, door vasten en gebed voldeden voor de zonden van het volk.

Zal ook de H. Jozef zich niet hebben aangesloten bij die eerbiedwaardige rij van heilige mannen ? Was ook hij niet bezield

-ocr page 227-

TWINTIGSTE DAG.

met den geest Gods ? 't Is waar, hij had niet te voldoen voor eigene zonden; want het godvruchtig gevoelen der Leeraars houdt voor zeker, dat hij er nooit eene bedreef; maar hij deed boete voor die algenieene schuld, die op het menschelijk geslacht drukte door den zondeval van Adam; hij voldeed voor de schuld van duizenden anderen, die, zich om Gods beloften of bedreigingen niet bekreunend , aan geen boetvaardigheid dachten.

In de wet van Mozes was er slechts sprake van één vastendag nl. den grooten Verzoendag. In verloop van tijden waren daar door het wettig gezag in Israël vier andere bijgekomen, en al wie in Israël aanspraak maakte op godsvrucht, zooals de Esseniërs, de Na-zareërs , de Rechabieten , onderhielden er nog verscheidene andere. De 11. Jozef onderhield de vastendagen door de wet van Mozes en door het wettig gezag voorgeschreven ; maar daar hij de rechtvaardige was bij uitnemendheid en niemand in godsvrucht met hem gelijk gesteld kan worden , zal hij het niet gelaten hebben bij hetgeen de wet als verplichtend voorschreef; maar

321

-ocr page 228-

TWINTIGSTE DAG.

gelijk iille Heiligen in Israël, zal ook hij in moeilijke omstandigheden zijne toevlucht genomen hebben tot dat middel, dat zooveel vermag op het hart van God en zoo krachtig is tegen de aanvallen des duivels. Mozes vastte veertig dagen, alvorens de wet Gods te ontvangen. Wat zal Jozef dan niet gedaan hebben, alvorens den Wetgever zelf te ontvangen in zijn huis ? En toen hij Dezen ontvangen had, zal Deze ook hein niet gezegd hebben, wat Hij later aan zijne Apostelen zegde over de waarde van een boetvaardig vasten ?

Verbeelden wij ons het vasten der Joden niet, zooals het thans door de verzachting der H. Kerk geworden is. Op den grooten Verzoendag was alle spijs van den eenen avond tot den anderen verboden. (Levit, XXflI. 27. 29 ; XXV. 0.) Op de andere dagen gebruikte men tegen den avond eenen maaltijd en buiten de vastendagen des morgens tegen tien of elf uren een zeer geringe hoeveelheid voedsel. (1)

Gevoelde de H. Jozef niet het bezwa-

1) Jahn. Archeologia Bibl. \gt; 145. Edit. Migne. curs. compl. Script. S. toni. II.

-ocr page 229-

TWIXTKSSTE DAG.

rende nan zulke vastendagen verbonden ? Ongetwijfeld, want ook hij was een mcn-schenkind; maar hij was verheugd door zijne boetvaardigheid eerherstel te kunnen geven aan God en barmhartigheid te verkrijgen voor d(! wereld. In dien geest ook nam hij al de ontberingen en vermoeienissen aan , die door zijn armoedig leven werden veroorzaakt.

Die geest van boetvaardigheid werd nog volmaakter, toen Jozef het overgroote geluk had, Jesus als Verlosser der wereld in zijn huis te bezitten en dagelijks dat wonderbaar voorbeeld van boetvaardigheid te beschouwen. Zijne roepins was echter niet die van een H. Joannes den Dooper, die door eene buitengewone, bijna niet na te volgen boetvaardigheid het toonbeeld werd der kluizenaars in de woestijn. Maar St. Jozefs roeping was, door een gewoon leven aan te toonen, hoe men in alle standen den geest van boetvaardigheid kan beoefenen. Daarom zijn wij ook des te minder te verontschuldigen, zoo wij hem niet navolgen in dien geest.

De II. Jozef wist, dat Jesus zich gesteld

223

-ocr page 230-

TWINTIGSTE DAG.

234

had tot een slachtoffer der boetvaardigheid ; dat llij tot eerherstel aan God en tot redding der zondaars, zich had overgegeven aan al de ellenden van het men-schelijk leven en aan een sraartelijk.cn dood, die weldra volgen zou, als het uur, dat Jesus het zijne noemde, zou gekomen zijn. Welk een indruk moet op den H. Jozef de gedachte gemaakt hebben ; Ziedaar hel Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ... Jesus, het slachto/fer van boetvaardigheid! Daar moest hij meer bijzonder aan denken op dien dag van algemeene boetvaardigheid in Israël, den grooten Verzoendag. Op dien dag werd er volgens de Wet Gods eene plechtigheid voltrokken , die den H. Jozef noodzakelijk moest herinneren , aan het groote Offer , dat zijn Pleegkind eenmaal brengen zou tot boeting onzer zonden. Wat gebeurde er op dien dag ? Dan werd er een bok beladen met de zonden van gansch het volk. De Hoogepriester legde plechtig de handen op den kop van dit offerdier. Dan deed hij het voeren buiten Jerusalem; daar word het de woestijn ingejaagd,

-ocr page 231-

TWINTIGSTE DAG.

waar het weldra zijn dood vond door dt; tanden der wilde dieren, li. Jozef, waaraan dacht gij , als gij die plechtigheid zaagt ? 0 , dan dacht Jozef er aan, hoe ook eenmaal du zonden van gansch een volk, neen, van gansch de wereld op het hoofd van Jesns zouden worden gelegd. Dan zou ook Hij buiten Jerusalem worden gevoerd, ten prooi aan beulen en soldaten, die , wreeder dim wilde dieren, dut onschuldige Lam zouden verscheuren en niet zouden rusten, vóórdat zij al zijn bloed vergoten hadden tot den laatsten druppel toe.

Als de 11. Jozef dit overwoog, geholpen door de verlichtingen des H. Geestes en de onderrichtingen van Jesus, dan moest wel zijn hart met innig medelijden jegens den Godmensch, en met een grooten afschrik van de zonde worden vervuld, en een heilige, blakende ijver om aan God voldoening te geven bezielde hem. Met vreugde sloot hij zich dan aan bij de boetvaardigheid van Jesus, en hij achtte zich gelukkig te mogen deelen in de droefheid , de tranen, het leed van Jesus en

15

-ocr page 232-

TWINTIGSTE BAG.

in het groote Offer , dat die H. Verlosser reeds begon te brengen op het. eerste oogenblik van zijn bestaan en voleindigen zou op het Kruis. Ziedaar dan, zal hij gedacht hebben, dat onschuldige Lam, dat beminnelijkste onder al de kinderen der menschen ; Het. werkt, liet. lijdt, Het weent, liet wil zijn bloed storten om de. zonden der wereld weg te nemen; dat Lam is mijn Voedsterkind; zal ik Het dan niet helpen , zooveel mijne zwakke krachten toelaten, om dien oneindig zvvaren last te verlichten en zooveel doenlijk weg te nemen ?

Dat besluit kan en moet ook het onze zijn; ja zelfs veel meer het onze, dan van den H. Jozef. Wij hebben bij dien zon-denlast ook onze persoonlijke zonden gevoegd. Hij was onschuldig ; maar wij zijn schuldig. Hij sloot zich aan bij de boetvaardigheid van Jesus; hij kastijdde zijn lichaam door de voorgeschreven en vrijwillige boetplegingen; en wij, die bij God eene zoo groote rekening te voldoen hebben , wij zouden slechts in genoegens willen leven , en alle ongemak vluchten ?

230

-ocr page 233-

TWINTIGSTE DAG. 227

Zullen wij onze hartstochten en zinnelijke neigingen maar involgen en ons beklagen over de moeilijkheden des levens en de kwellingen dei' menschen '? De gelegenheid tot boetvaardigheid ontbreekt ons niet, zelfs niet te midden der wereld ; wij hebben slechts onze plichten te doen , de geboden Gods en der Kerk te onderhouden en wij vinden ruimschoots die gelegenheid. De voorbeelden ontbreken ons evenmin; want bij het voorbeeld van Jesus, die zegde: Neemt mijn kruis d/j , is zich het voorbeeld komen voegen van den H. Jozel'. () II. Jozef, help ons dan leven in den geest van boetvaardigheid ; doe ons ondervinden wat gij ondervonden hebt en wat de H. Kerk zingt van het vasten : « Het onderdrukt de ondeugden; verheft den geest, en deelt ons deugd mede en belooning.quot; (1)

V oornemen.

In den geest van boetvaardigheid al het ouaan-gename aannemen, van welken kant het ook kome.

1) Praef. in Quadrag.

-ocr page 234-

TWINTIGSTE DAG.

De geboden der H. Kerk betrekkelijk vasten en onthouding nauwkeurig nakomen.

VOORBEELD.

Godsvrucht van den If. Vincenlius u Vanlo tot dan H. Jozef.

De H. Vincentius a Paulo kan worden aangehaald als een ware vereerder van den il. Jozet. Gaarne stelde hij hem aan zijne priesters voor als een volmaakt voorbeeld van het priesterschap.

Hij verkoos tot patroon van zijne Seminariën dezen glorierijken Aartsvader, die, na het geluk te hebben genoten van zelf den Zoon Gods op te voeden , van Hem eene bijzondere gratie ontvangen heelt om degenen te besehermen , die iu afzondering zich tot de heilige bedieningen voorbereiden.

In een zijner brieven aan den overste van zijn klooster te Genua, wensehte de H. Vincentius hem geluk , dat hij r.ijue toevlucht had genomen tot den zuiveren Bruidegom der Moeder Gods , om zich werklieden tc verschalt'en, die, vervuld met een heiligen ijver, in staat zouden zijn om den akker des Heeren te bebouwen en vruchten te doen dragen, ofschoon die alstoen bedekt was met distels en doornen.

Hij beval zijnen missionarissen aan, zich in hunne missiën te stellen onder de bescherming van den H. Jozef; hij wilde ook, dat zij al hunne

228

-ocr page 235-

TWINTIGSTE DAG.

keniiis en middelen zouden gebruiken om de volken , voor welke zij het woord Gods verkondigden, een zeer groot vertrouwen in te boezemen in den getrouwen bewaarder der Onbevlekte Moeder van Jesus; hij voegde er ook bij, dat zij zich wel moesten overtuigd houden, dat men niets kon doen, wat aangenamer was aan de Allerheiligste Maagd dan de vereering te bevorderen van dien grooten Heilige, aan welken God haar door zulke nauwe en zuivere banden verbonden had.

GEBED.

H. Jozef, toonbeeld van verheven boetvaardigheid , wij hebben u in uwe onschuld niet nagevolgd ; maar verkrijg ons ten minste de genade om u na te volgen in uwe boetvaardigheid. Wij hebben veel straften verdiend , zeker tijdelijke; misschien eeuwige ; help ons door uwe verdiensten en gebeden, ze hier op aarde uit te boeten, opdnt wij niet komen onder de gerechtigheid Gods , in wiens handen het vreeselijk is te vallen.

229

-ocr page 236-

Een en twintigste Dag.

I)e H. Jozef, Voorbeeld en Patroon der Zuiverheid.

Gij zijt de glorie van Jerusalem , onulat gij lt;le kuischheid bemind hebt. (Judith. XV. 10, 11.)

heid van den li

Franciscus van Sales , spre-over de maagdelijke /.uiver-Jozef , zegt, dat hij daarin alle Heiligen moest overtretten, zelfs de Cherubijnen en Serafijnen. (1) Wat moet dat dan eene heerlijke reinheid geweest zijn, waarin hij blonk! 0, wij zouden de taal der Engelen raceten hebben, om daar waardiglijk over te spreken I Verbeeld u aan de eene zijde al het goud

1' Ent ret . XIX.

-ocr page 237-

231

en ui dc edelgesteenten der aaide. Wat zou dat glinsteren en fonkelen ! Schooner nochtans is St. Jozefs kuischheid. Dc sneeuw is wit, de lelie is blank. Blanker is St. Jozefs zuiverheid.

Het zou niet moeilijk zijn eene lange rij van H. Kerkvaders aan te halen , die allen om strijd de zuiverheid en maagdelijkheid van den U. Jozef hemelhoog prijzen. (1) De 11. Kardinaal-Aart|iisscliop Petrus Damianus aarzelt zelfs niet te zeggen , dat het de leer der Kerk is , dat de H. Jozef altijd in maagdelijke zuiverheid : geleefd heeft. (2) «Hij was maagd,quot; zegt een groot godgeleerde, Isidorus de Isola-uis , (3) « maagd naar ziel en lichaam , p volgens zijn staat en volgens zijne belofte. quot;Hij is de eerste , die de Koningin der » Maagden heeft nagevolgd.quot; Een ander uitstekend godgeleerde , Suarez , beweert, dat in het punt van zedigheid en reinheid

Ij S. Bern. Sen. , S. Hierou., S. Aujr., S. Aoselm., Alcuin., S. Thom. Aq 3. P. Q. XXVIII, art. 4.

2) S. Petr. Dam. Epist. 11. c. 4.

3) Summa, R. Jos. Part. IV. cap. IV.

-ocr page 238-

EEN EN TWrNTIGSTE DAG.

nooit eene dagelijksche zonde het leven v;in den H. Jozef ontsierde. (1)

Doch waartoe al die getuigenissen'? Stelt de II. Kerk zelf den 11. Jozef niet voor als het voorbeeld en den patroon der zuiverheid, doordien zij hem laat afbeelden met eene blanke lelie in de hand, als wilde zij zeggen , dat de reinheid de onderscheidende deugd van den H. Jozef was ? Doch onze godsvrucht verlangt de redenen te weten , waarom de 11. Jozef schitteren moest in dat blank gewaad der maagden. Dan antwoorden ons de H. Vaders, dat zulks was om de buitengewone liefde, die elk der drie Goddelijke Personen der H. Kuischheid toedraagt.

Zoo wilde de Hemeische Vader , die de Eeuwige Reinheid is, geen ander Plaatsvervanger op aarde, dan iemand , die in reinheid een afbeeldsel van Hem zijn kon. Niemand anders wilde Hij deelachtig maken aan zijne vaderliefde, en aan niemand anders het reinste wat Hemel en aarde bevatten , toevertrouwen.

De tweede Persoon der H. Drievuldig-

1) In D. Thooi. 1. c.

332

-ocr page 239-

EEN EN TWrNTrOSTE DAG.

heid wilde slechts tot Voorlooper hebben den kuischen Joannes den Dooper, om zijne komst op aarde aan te kondigen; Hij wilde slechts eene Moeder hebben, die uitgedoscht was in het heerlijke kleed der onbevlekte reinheid. Zoo wilde Hij ook in zijne kindsheid en in zijne jongelingsjaren geen anderen verzorger, dan die de lelie der maagdelijkheid in zijne hand droeg. Tijdens zijn verborgen leven ten minste wilde Hij weiden tusschen de leliën , d. i. wonen , opgroeien , omgaan , zich bewegen in de nabijheid der blanke leliën : Maria en Jozef.

De H. Geest, wiens zuivere liefde de onschuld in de zielen voortbrengt en bewaart , en in het wonder der Mensch-wording het wonder der zui verheid wrochtte, wilde geen anderen getuige zijner wonderen dan eene reine maagdelijke ziel.

Kon het anders'? Waar de belangen der drie Goddelijke Personen zoo wondervol overeenkwamen, waar hunne eer als 't ware vorderde, den H. Jozef eene buitengewone deugd te geven, daar moest immers wel eene zuiverheid worden voort-

233

-ocr page 240-

KEN EK TWINTIGSTE DAG.

gebniclifc, die boven alle beschrijving is.

Was ook de H. Jozef niet bestemd om de Bruidegom te zijn van de reinste der Maagden, Maria? Was liiet zijn ambt, met haar te leven , voor haar te zorgen'? Moest dan de Bruidegom do Bruid niet waardig zijn ? De menschen zelfs vorderen in zulke personen overeenkomst van deugd , van geaardheid , van fortuin ; zal de Eeuwige Wijsheid daar niet op gelet hebben'? En , o , wat schittert dan de reinheid van den 11. Jozef, als wij ze beschouwen in het licht, dat Maria's reinheid daarop werpt. Die reinheid is zoo groot, dat de 11. Kerk geen woorden vinden kan om ze te prijzen en eenvoudig Maria toezingt: o Heilige en onbevlekte Maagdom , met welken lof ik u verheffen zal, weet ik niet. (i) En van die maagdelijkheid zegt de H. Augustinus, dat zij een gemeenschappelijk eigendom was tusschen Jozef en Maria.

Wat moet hij dan in zijne jeugd, in

1) Saucta et immaculata Virgiuitas, quibus te laudibus efferam , nescio. Oil', R. M. V. per annum.

|L J

33 i

-ocr page 241-

KEN EX TWINTIGSTE DAG.

zijne jongelingsjare neen liefelijk schouwspel geweest zijn voor God en voor de Engelen! Uat heeft verschillende li. Leeraars doen zeggen, dat het juist zijne zuiverheid geweest is, die hem de eer verdiende, uitgekozen te zijn geworden tot Bruidegom van de Allerheiligste der Maagden. (1) Met meei- recht dan David kon hij toen zeggen: Om mijne onschuld hehl Gij mij vpgenomen , o God. (Ps. 40, •'(). )

Zulk een loon had zelfs de eerste Jozef in Egypte voor zijne zuiverheid niet mogen ontvangen. Wel was hij verheven tot onderkoning van het land; wel maakte Pharao hem vader van het volk , dat slechts door zijne wijsheid het leven behield ; wel werd hern door zijn stervenden vader gezegd ; «de igt; God uws vaders zal uw Helper zijn en de ii Almachtige zal u zegenen met de zege-» ningen des Hemels van boven, totdat Hij « kome, die de Verlangde is der eeuwige ii Heuvelen (Gen. 49.); maar de tweede Jozef werd aangesteld tot Hoofd van het heiligst gezin op aarde; God zelf gelastte

1) S'. Hier. de Nativ. U. M. V.: S. Gevm. Cpl.; S. Greg. Na/.

-ocr page 242-

EEN KX TWINTrGSTE DAO.

hein te zorgen voor Maria en Jesus, die slechts leefden door zijn arbeid ; hij werd aangesteld, om het Brood des Levens, dat eenmaal de gansche wereld moest spijzen, te i)ewaren. Er staat geschreven ; « die de zuiverheid des harten bemint, zal den Koning lot vriend hebben.quot; (Prov. XXH. 11.) Zoo had de II. Jozef den eeuwigen Koning tot. vriend , ja meer dan tot vriend, hij had Hem als zijn Pleegkind aan zijne zijde. Onbedorvenheid brengt den mensch zeer dicht bij God, zegt de II. Geest (Sap. VI. 20.); en zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien , zoo sprak latei- Jesus zelf. Beide ondervond de H. Jozef; want zijne reinheid maakte hem waardig om dertig jaren lang te leven in den vertrou-welijksten omgang met zijn God ; dertig jaren lang mocht hij zijne oogen verzndigen aan het heerlijke schouwspel : God in menschelijke gedannte.

Hoe zal in die dertig jaren de glans zijner zuiverheid zijn toegenomen door den aredurigen omgang met de twee volmaaktste toonbeelden van reinheid : Jesus en Maria ! Men verhaalt van de Allerhei-

23«

-ocr page 243-

EEX £N TWINTIGSTE DAG.

ligsto Maagd Maria, dat een enkele blik harer oogen voldoende was, om zelfs bij de bedorvenste menschen achting en liefde voor de kuischheid te doen ontstaan. Wat zal dan haar dagelijksche omgang niet uitgewerkt hebben op den II. Jozef, wiens reine ziel zoo ontvankelijk was voor de lichtstralen , die van Maria uitgingen ! Wat invloed zal het dragen en omhelzen ran Jesus niet op hem uitgeoefend hebben 1 Zeer schoon zegt dienaangaande de H. Frunciscus van Sales; « De zon aan den » hemel heeft maar weinige dagen noodig, igt;oin de lelie te doen schitteren door hare » blankheid. Wie zal dan begrijpen tot «welk een bewonderenswaardigen trap j) van volmaaktheid Jozefs kuischheid zich ii verhief, daar hij gedurende zoovele ja-» ren, dag en nacht beschenen werd door ii de stralen der Zon van gerechtigheid » (Jesus) en door die geheimzinnige Mor-» genster (Maria), die aan Jesus al haar » glans ontleent.quot;

Omdat nu de II. Jozef zoozeer in deze deugd heeft uitgemunt, is hij het Voor-beeld der kuischheid voor alle standen

237

-ocr page 244-

238 EEN EN TWINTIGSTE DAG.

geworden. Maar daardoor ook werd hij een bijzondere Patroon der zuiverheid. Een patroon toch is een beschermer. Stellen wij dan die kostbare parel onder zijne hoede. Als hij ze verdedigt, dan zal ze ons niet worden ontroofd ; ja, zoo zij verloren is, hij kan ze terugbezorgen. Duizenden hebben het ondervonden. Zouden wij hetzelfde niet kunnen ondervinden ? Of is St. Jozefs macht verkort'? Of zijne liefde tot de zuiverheid verminderd ? Noch het een , noch het ander!

quot;Vquot; oornem en.

lu elke bekoring tegen de H. Deugd tot den

H. Jozef onze toevlucht nemen.

VOORBEELD.

De II. Jozef beschermer in de bekoringen tegen de zuiverheid.

De zielen, welke een ijverigen beschermer en «retronwen bewaarder wenschen te hebben voor den kostbaren schat der zuiverheid , moeten niet ophouden den H. Jozef aan te roepen. Die Heilige toont de levendigste zorgvuldigheid om die deugd in zijne vereerders te bewaren. Zie-

-ocr page 245-

EEN EN TWINTIGSTE DAG. 239

hier een voorbeeld, getrokken uit de kronijken der beroemde orde der Carmelieten. Op zekeren nacht werd een godvruchtig persoon aangevallen door de hevigste bekoringen van den onzuiveren geest, waarvan de H, Kerk smeekt, dat de Heer hare kinderen moge bevrijden. De strijd bleef den heelen nacht aanhouden ; eindelijk bij het aanbreken van den morgen slaagde hij er in, zijn vijand op de vlucht te drijven. Op denzelfden dag was hij op reis naar eene naburige stad, toen een man van eeu eerbiedwaardig uiterlijk zich bij hem voegde en tot hem zeide; „ quot;Waarom hebt gij „ den afgeloopen nacht u den H. Jozel' niet aau-„ bevolen en hem tot uwe hulp geroepen te „ midden der bekoringen en aanvallen , waaraan „ gij hebt blootgestaan De godvruchtige

persoon , ontstelde er over , dat zijne inwendige gesteldheid zoo ontdekt was en hij zocht naar eeu antwoord. Maar op hetzelfde oogenblik verdween degene, die hem had aangesproken en liet hem zoo in de vaste overtuiging, dat het niemand anders was geweest dan de H. Jozef zelf. Hij begreep daardoor, dat die Heilige verlangt, dat wij ons vertrouwen stellen op zijne machtige voorspraak, vooral in die voorvallen, waarin deze hem bijzonder welgevallige deugd eenig gevaar loopt.

(P. Patrignani. Devotion a S. Joseph.) GEBED.

Gedenk, o H. Jozef, allerzuiverste Bruidegom

-ocr page 246-

EEN EN TWINTIGSTE DAG.

der Maagd Maria, mijn zoete Bescheriner, dat het uooit gehoord is, dat iemand uwe bescherming ingeroepen en van u hulp gevraagd heeft, zonder troost te vinden. Door dit vertrouwen bemoedigd, verschijn ik voor uwe oogen en beveel mij met allen aandrang bij u aan. O, versmaad mijne bede niet, Voedstervader des Verlossers, maar neem ze in barmhartigheid aan. Amen.

(300 dagen Afl. eens per dag. Pi us IX. 26 Juni 1863.)

340

-ocr page 247-

Twee en twintigste Dag.

De H. Jozef, Voorbeeld en Patroon der jeugd.

De wijsheid heb ik bemind en gezocht van mijne jeugd af. (Sap. VIII. 8.)

staten en standen. Nu is er geen staat die meer voorbeelden en meer bescherming noodig heeft dan de jeugd. Mag ook zij in den H. Jozef een voorbeeld en eeti beschermer begroeten ? 0 , zeer zeker!

Wij zouden het ongetwijfeld moeten betreuren, dat de gewijde Boeken over de jeugd van den H. Jozef zulk een diep stilzwijgen bewaren , zoo wij niet wisten,

e H. Jozef wordt genoemd het voorbeeld en de patroon van alle

-ocr page 248-

TWEE EN TWINTIGSTE BAS.

i

242

dat het de H. Geest was, die de hand der HH. Schrijvers bestierde en hun in de pen deed houden , wat Hij minder geschikt achtte, om voor het nageslacht bewaard te blijven. Ook daarin zij de Voorzienigheid geprezen. Maar als wij bedenken , wat de H. Augustinus zegt, (1) dat nl. de H. Jozef, na van de erfzonde gereinigd te zijn, geheel zijn leven lang zijne eerste onschuld bewaarde ; dat andere heilige schrijvers verzekeren, dat hij zoodanig in de deugd en in de genade bevestigd was, dat hij nooit eene zonde deed hoe gering dan ook, dan komen wij toch tot gevolgtrekkingen, die ons den H. Jozef doen kennen als een volmaakt voorbeeld voor de jeugd ; dan zien wij een talrijken stoet van deugden rondom zijn hoofd eene kroon vormen zoo liefelijk en schoon, dat het ons minder verwonderen zal, juist hem later te zien uitgekozen tot Bruidegom van Maria en Voedstervader van Jesus. Laat vrij uwe verbeelding spelen en beschouw den H. Jozef te midden van dien stoet van deugden

1) S. Aug. De natura et gratia.

-ocr page 249-

TWEE EN TWINTIGSTE DAG. 243

Welke deugden versieren vooral een kind ? Is het niet die stipte gehoorzaamheid , die zich nooit iets tweemaal laat zeggen, maar op het eerste woord uitvoert, wat geboden wordt ? Is dat niet die beminnelijke zuiverheid, die aan de jeugd zooveel overeenkomst geeft met de Engelen ? Is dat niet die liefde voor het gelied , die reeds het kind zijne handjes doet vouwen en het aanspoort om vertrouwelijk te spreken met God, zijnen Vader ? Is het niet die toegevende zachtmoedigheid , die nog geen wraakzucht kent? Is dat niet die beminnelijke eenvoud , die geen veinzerij verstaat of geen bedrog vermoedt, het hart op de tong doet dragen en het reine oog maakt tot een spiegel der reine ziel ? Zoo mogen wij ons vrijelijk den H. Jozef voorstellen in zijne jeugd. Gods genade toch blijft in eene schuldelooze ziel niet werkeloos , want, wie zuiver is van harte, verdient God te zien 0 zalige kinderjaren , die aldus worden doorgebracht!

Als wij nu daarbij bedenken, tot wat verheven bediening de H. Jozef was voor-

-ocr page 250-

TWINTIGSTE DAG.

244

TWEE

bestemd, en welk een heilig leven later op zijne jeugd is gevolgd , wat verschijnt dan St. Jozefs jeugd in een liefelijk licht!

Van voor eeuwen had God het plan der Menschwording vastgesteld. Dat plan stond Hem voor oogen niet alleen als een geheel, maar ook in al zijne onderdeelen; gelijk wanneer een bekwaam bouwmeester , alvorens een gebouw op te richten, dat gebouw met al zijne onderdeelen voor zijn geest heeft. In dat goddelijk plan nu was er sprake van den Eenigen Zoon Gods, den Heilige der heiligen, die de wereld verlossen zou door zelf mensch te worden. Daar was sprake van eene Moeder van dien Verlosser. En God haastte zich om die Moeder niet alleen te vrijwaren voor elke persoonlijke zonde , maar ze zelfs te behoeden voor de erfzonde; zoo werd zij reeds aangekondigd bij het begin dei-wereld. Doch er ontbrak nog iets aan dat plan. Namelijk een persoon, die beiden : èn Jesus èn Maria, met zijne bescherming zou dekken. Waar dien persoon te vinden ? De Goddelijke Alwetendheid vond hem in Jozef. Ook hij dus moest door

era quot; c-oll

-ocr page 251-

ff gRXa

l'WEE EN TWINTIGSTE DAG. 245

God tot zijne zending worden voorbereid. Hij moest worden geschikt gemaakt, om te passen in dat heerlijke plan Gods, waar niets dan zuivere bouwstoffen konden worden gebruikt. Moet dus de H. Jozef niet reeds van in zijne prilste jeugd gevrijwaard zijn geweest voor elke, ook de minste zonde ? Zou het passend zijn geweest, dat hij, die van zoo nabij moest medewerken in het groote werk der Verlossing , zelf ooit zou hebben gewerkt, om de vruchten der Verlossing te lieletten ? H. Jozef, de groote gedachte, die wij hebben van (lods heiligheid en de liefde, die wij ii toedragen beletten ons , het te gelooven !

Ken beroemd Bisschop (1) vergelijkt den H. Jozef zelf bij een kerkgebouw. Zie, zegt hij , wat zien wij in onze kerken ? Daar bezitten wij het H. Sacrament des Altaars. Waar wordt dat bewaard ? In het H. Tabernakel. Maar èn het H. Sacrament èn het H. Tabernakel worden op hunne beurt beiden overdekt door den

1) Mgr. Ch. Gay, éfêqne d'Anthedon, Confer, nnx Mères Chrét. tom. TT. S. Joseph.

-ocr page 252-

216

TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

p-pj» S-t g

tempel. Het II. Saerament is Jesus ; het. II. Tabernakel verbeeldt Maria; de tempel den II. Jozef. Hij dekte beiden èn Maria èn Jesus met zijne bescherming.

Doch als wij een heerlijken tempel zien wiens ranke torenspitsen zich hemelhoog verheffen, dan maken wij aanstonds het besluit, dat de fondamenten van zulk een gebouw wel goed moeten gelegd zijn. Welnu, wij zien den H. Jozef zich verheffen als een tempel, waardig om den Zoon Gods en de Maagd der maagden te dekken en te beschutten. Moeten wij dan ook niet zeggen: hoe hecht en sterk moeten niet de fondamenten zijn van zulk een gebouw ? Het fondament nu van het leven, dat is de tijd der jeugd. Dat is de grondslag, waarop geheel het volgend leven rust. De Heer heeft van St. Jozefs leven een tempel gemaakt, schooner dan die van Salomon. Zal Hij nu aan de grondslagen van dat leven minder zorg hebben besteed dan Salomon, van wien wij lezen, dat hij zelfs edelsteenen liet leggen in de fondamenten van zijn tempel? Onschuld, reinheid , godsvrucht , eenvoud , gehoorzaam-

^1

CuXj -

-ocr page 253-

TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

-_^EL9

2PI

m-

heid en zachtheid , dat waren de edelgesteenten , die God neerlegde in de grondslagen van St. Jozefs leven en die hein gemaakt hebben tot een voorbeeld der kinderjaren, welke voor indrukken, zoo goede als kwade, zoo ontvankelijk zijn.

De H. Jozef is ook een 1'ulroon der jeugd, d. i. een beschermer. De Heiligen , die in den Hemel als bijzondere Patronen in zekere omstandigheden worden aangeroepen, hebben dat gewoonlijk te danken aan een of ander feit in hun leven, waarin zij zich bijzonder machtig of medelijdend betoonden. Zoo is de H. Rochus de bijzondere patroon tegen pest en andere besmettelijke ziekten, omdat hij in zijn leven velen door die ziekten aangetastten verpleegde. De H. Aloysius is de bijzondere Patroon der zuiverheid , omdat hij ze op aarde zoozeer beminde. Zoo is de H. Jozef de bijzondere beschermer der jeugd, omdat hij zooveel gedaan heeft voor de jeugd van het Kind bij uitnemendheid, Jesus. Neem het Kind, werd hem gezegd door den Engel. En de H. Jozef nam Het en beschermde Het tegen het zwaard van Herodes, tegen honger en

-ocr page 254-

pjppo

s5m!

r

2éS TWEE EN TWINTIGSTE DAG.

dorst, armoede en koude. Toen hein dat in Judea niet langer mogelijk was, vluchtte hij er zelfs mede naar een ver, afgodisch land.

In ieder onschuldig kinderhart nu, daar ziet de H Jozef Jesus ; daar rust het Goddelijk Kind als in een kribbetje van Bethlehem ; maar de zonde komt al zeer spoedig als een wreede Herodes, om dat Kind en die ziel te dooden. Duivel, wereld en vleesch bespieden de onschuld, en spannen strikken rondom zulk een kinderhart. Wie kunnen wij nu heter plaatsen als waker bij de onschuld der kleinen , dan u, o H. Jozef, die met zooveel liefde en met zoo goed gevolg den kleinen Jesus beschermd en verdedigd hebt?

Naarmate godsvrucht en deugd toenemen in eene kinderziel, naar die mate neemt ook St. Jozefs bezorgdheid toe. Hij verheugt zich op aarde eene ziel te zien, die het liefelijke beeld van zijn beminden Jesus volmaaktelijk teruggeeft en dat beeld ongeschonden tracht te bewaren in reinheid en godsvrucht. Zoo was het .voor den H. Jozef eene vreugde Jesus te zien toenemen

öJafri

-ocr page 255-

TOo_______' ^ 1

TWEE EX TWINTIGSTE DAG. 349

in jaren en in wijsheid en in behaaglijkheid bij God en bij de menschen.

Dat- de jeugd dus den H. Jozef beschouwe als een teederen Vader. Aan hem ver-trouwe zij den schat harer onschuld en vrage om zijn bijstand in bekoringen en moeilijkheden. En dat niet alleen in de prille jeugd ; maar ook als de tijd komt voor de keuze van een levensstaat. Dat zij in dien tijd van gevaren en moeilijkheden den H. Jozef vereere en aanroepe , om den wil Gods te kennen en eene keuze te doen, die gelukkig maakt voor tijd en eeuwigheid.

Dat ook de ouders hunne kinderen aan-hem toewijden, en zich verzekerd houden, dat als zij hun eene teedere godsvrucht nalaten tot den H. Jozef, zij hun meer nalaten dan tonnen gouds. Dat zij er de proef van nemen, en zij zullen er zich in de eeuwigheid nog over verheugen.

quot;Voornemen.

Den H. Jozef aanroepen in alle bekoringen tegen de II. Deugd , hem bidden om een zaligen staat.

-ocr page 256-

250

VOORBEELD.

Hue de 11. Jozef geholpen heeft om de slechte gewoonte van onzuiverheid te overwinnen.

In het jaar 1866 schreef een eerbiedwaardig Missionaris, die in de brandende luchtstreken van Afrika zijn leven had toegewijd aan de opvoeding der jeugd, aan den Zeereerw. Pater Huguet: „ In het ongelukkig land, dat ik bewoon, „ is de ondeugd als onafscheidelijk aan de kinder-„ jaren verbonden. Al zuchtende moet ik u „ verklaren, dat van de dertig kinderen tusschen „de twaalf en vijftien jaar, slechts één enkel „ het geluk heeft van zuiver te zijn. Al de „ overigen hebben van den zevenjarigen leeftijd af „ al de trappen van het kwaad doorloopen. Er „was waarlijk een wonder uoodig, om die jeugdige „ slachtoffers aan den duivel te ontrukken.

„ Ziehier het middel, dat de Hemel mij heeft „ ingegeven. Ik heb die kinderen de heilzame „ gewoonte doen aannemen van 's avonds hun „ geweten te onderzoeken, en daarna een gebed „ te doen tot den H. Jozef. De kracht van dit „ kort gebed tot den engelachtigen Bruidegom van „ de Koningin der Maagden is zoo wonderdadig, „ dat van de negen en twintig kinderen, er vijf „ en twintig, die het gebed trouw gebeden hebben, „ niet meer in hunne noodlottige gewoonte van „ zonde zijn gevallen, en dat sedert zestien „ maanden. — Mij dunkt, dat deze bewonderens-

-ocr page 257-

TWEE EN ÏWINTLGSTE DAG. 251

„ waardige uitkomst ten duidelijkste aantoont, „ hoe groot de macht en de liefde is van den „ H. Jozef om degenen te helpen, die hem in „ hunne bekoringen tegen de zuiverheid aanroepen.quot;

GEBED.

H. Jozef, die door uwe vroegtijdige deugd verdiend hebt, het voorbeeld te worden der jeugd en door uwe waakzame zorg voor Jesus, ook waardig zijt bevonden haar Patroon te zijn, wij stellen de gansehe Katholieke jeugd, die hoop der H. Kerk, onder uwe bescherming. Waak, o H. Jozef, over hare onschuld; verwijder van haar de gevaren, waarmede de duivel haar bedreigt en doe haar de strikken vermijden, waarmede wereld en vleesch haar omringen. Neem het kind, en vlucht er mede in het H. Hart van uwen Jesus, die u thans in den Hemel nog dankbaar is voor de morgen, die gij voor Hem gehad hebt op aarde. Amen.

-ocr page 258-

Drie en twintigste Dag.

De H. Jozef in liet sterfuur.

1. ZI.1NE DROEFHEID.

Zejrt aau den rechtvaardige ^ dat het wel met hem staat; want hij zal de vrucht van zïjne werken genieten.

(Is. [II. 10.)

een sterfbed was ooit zaliger dan «ïitilSk van den H. Jozef. Daarom wordt hij door gansch de Kerk vereerd als de Patroon van een zaligen dood. Wat maakte dat sterfbed zoo zaligDe tegenwoordigheid van Jesus en Maria; de kalmte en de gelatenheid, die de H. Jozef in dat oogenblik betoonde.

Al was dat sterven zoo kalm en vreedzaam , al rustte Jozefs hoofd zoo zacht op

-ocr page 259-

DRIE EN TWINTIGSTE DAG. 253

Maria's arm en al lag zijne hand zoo warm in die van Jesus, verbeelden wij ons echter niet, dat dat sterven zonder droefheid was. Aan het kruis leed Jesus vreeselijk; maai' door een onbegrijpelijk geheim verheugde zich zijne ziel tegelijkertijd, denkend aan de volbrachte Verlossing. Maria leed onder het kruis en toch verheugde zij zich, omdat dat lijden haar Moeder maakte van alle inenschen. Zoo bedroefde en verheugde zich de H. Jozef tegelijkertijd, en dat wel nooit zoo hevig als op zijn sterfbed. Wat leed dan de H. Jozef? Niet de ongemakken der lichamelijke ziekte, zegt de H. Franciscus van Sales; want zijne ziekte was enkel de overmaat zijner liefde. Maar toch die liefde werd eenigerniate de bron van zijn lijden.

Ligt er een brave huisvader op sterven, hebt gij dan nooit gezien, hoe tranen in zijn oog opwellen , als hij denkt aan het lot van echtgenoote en kinderen, die hij achterlaat? De H. Jozef was niet bekommerd over het tijdelijke van Jesus en Maria; daar was zijn geloof te groot voor;

-ocr page 260-

354 UBIE EN TWINTIGSTE DAG.

maar het lot dat. Beiden wachtte, als de dagen van Jesus' lijden zouden aanbreken, dat stond hem in dat uur levendig voor den geest. Hij kende de H. Schriften en de voorspellingen der Profeten , hij was onderwezen door Jesus zelf; hij wist dus wat binnen weinige jaren zou gebeuren.

Als nu zijne oogen vielen op Jesus die aan zijne zijde stond, wat moest dan de H. Jozef denken ? Dan dacht hij aan gevangenschap , aan boeien en beulen, aan geeselkolom en kruis. Moet dan, zoo denkt hij, dat beminnelijk gelaat ontsierd en besmeurd, dat H. Hoofd met doornen gekroond worden ? Moet dan dat gansche Lichaam door de geeselslagen verscheurd en zijne gezegende handen doorboord worden ? Moet Hij, de beminnelijkste van de kinderen der menschen, als een voorwerp van smaad en als een misdadiger worden opgeheven aan het vloekhout des kruises '? — Kon het anders ? Die gedachte bedroefde den H. Jozef.

Hij zag aan zijne andere zijde de Allerh. Maagd, zijne Bruid. Hij herinnerde zich nog levendig de voorspelling van Simeon :

-ocr page 261-

DEIE EN TWINTIGSTE DAG. 355

Een zwaard zal uwe ziel doorboren. (Luc. II. 35.) Dat zwaard was in aantocht, en, ofschoon nog op een afstand , wondde de gedachte er aan reeds St. Jozefs hart door medelijden.

Dringen wij nog dieper door in de om-i standigheden, die dat heilig sterven vergezelden. Scheiden van dierbaren valt altijd hard; scheiden voor langen tijd, scheiden door den dood is nog zwaarder. Ieder ander stervende, die braaf geleefd heeft, kan zich troosten met de gedachte: «ik vind iets beters terug; vol vertrou-» wen ga ik naar mijnen God, naar den » Hemel!quot; Dien troost had de H. Jozef niet. Waarheen ging hij ? Naar het voorgeborgte; want de Hemel was nog gesloten ; God vertoonde zich nog niet van aanschijn tot aanschijn aan zijne uitverkorenen. De H. Jozef kon niet spreken : Ik weel, dal mijn Verlosser leeft . .. mijne oogen zullen Hem zien. (Job. XIX. 25.) Zijn Verlosser leefde ja ; zijne oogen zagen Hem nog aan zijne zijde; maar weldra zouden zij Hem niet meer zien; weldra zal hij zijn gezelschap niet meer genieten^

-ocr page 262-

—---------------1----j

256 DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

zijne zoete stem niet meer hooren , zijne zegening niet meer ontvangen. « Wat kan « de heele wereld geven zonder Jesus ? « Zonder Jesus zijn is eene pijnlijke kwel-«ling, met Jesus zijn een zoet paradijs. .. « Wie Jesus vindt, vindt een goeden ii schat, ja het onovertreffelijkste goed, i) En wie Jesus verliest, verliest al te veel i) en meer dan de gansche wereld. Aller-i) armst is hij , die zonder Jesus leeft, en «allerrijkst, die goed staat met Jesus.quot; Zoo spreekt de vrome Thomas ii Kempis (Imit. II. VUL) over het bezit van Jesus. Dat bezit ging Jozef verliezen. En voor

hoelang ?.......

't Is voor ouders op deze wereld een onuitsprekelijke troost, een hunner kinderen aan het altaar te mogen zien of hem op den stoel der waarheid het woord Gods te hooren verkondigen, terwijl de geloovigen rondom aandachtig luisteren naar dat woord. Wat zou het dan voor den H. Jozef een onbeschrijfelijke vreugde geweest zijn, zijn H. Pleegkind te zien optreden als Leeraar en Wonderdoener in Israël! Wat zou zijn hart gejuicht

-ocr page 263-

DEIE EN TWINTIGSTE DAG.

hebben, als hij die ontelbare scharen volks gezien had, die den Heere overal onafscheidelijk volgden, en als hij dan die goede lieden in hunne bewondering had mogen hooren zeggen: Zulke woorden hebben wij nooit gehoord, zulke wonderen nooit gezien ; waarlijk , daar is een groot Profeet onder ons opgestaan. — De H. Jozef stond op het punt om die vreugde te genieten, toen zij hem ontsnapte; die vreugdebeker bereikte bijna zijne lippen , toen hij hem ontviel. Want God riep hem, en aanstonds kwam de 11. Jozef, bereid zelfs tot de zwaarste scheiding.

Hij moest ook scheiden van zijne Bruid, Maria. 0, wat zal het voor ons eene vreugde zijn op ons sterfbed, te mogen denken: Weldra, weldra zal ik Maria mogen zien, die ik op aarde zoozeer bemind heb! Maar de 11. Jozef ging sterven , en hij zou haar niet vinden daar, waar hij heenging. Zij maakte hem het huisje van Nazareth tot een paradijs. Zal de scheiding van haar hem niet menigen traan gekost hebben ? Wij mogen het gerust veronderstellen.

237

-ocr page 264-

BUTE EN TWINTIGSTE DAG.

25S

H ; En' I

Hoe gedroeg zich de H. Jozef bij al die zware offers? Met David zal hij gezegd hebben; « Wal zal ik den Heere wederge-» ven voor alles, wat Hij mij geschonken «heeft?quot; (Ps. 115. 5.) Tot antwoord bood de Zaligmaker hem den kelk des lijdcns aan. Jesus zal later zeggen : « Zou » Ik den kelk niet aannemen , dien de Ile-» melsche Vader Mij te drinken geeft?quot; (Joan. XVIII. 11.) Zoo sprak ook Jozef met de woorden van David : « Ik zal den » kelk des heils aannemen en den Naam des » Ileeren aanroepen.quot; (Ps. 115.) Voorzeker, wat Jesus den H. Jozef thans aanbood, was wel een kelk des heils, een bron van zegeningen; (wat zou de beminnende Jesus anders aan zijn Voedstervader hebben kunnen geven ?) maar het was cn bleef niettemin een kelk van smarten. De H. Jozef behoefde niet te verlangen, gelijk de H. Paulus, ontbonden te worden, om met Christus te zijn. (Philip. 1. 23.) Sterven was hem geen gewin, en wien zou het verwonderen , zoo hij gezegd hadde : niet sterven , maar leven, om met Christus en Maria te zijn? Maar de H. Jozef dronk

-ocr page 265-

nfTTiXs

p---—

DKIE EN TWINTIGSTE DAG. 251)

den kelk, dien God hem aanbood, en in volmaakte onderwerping was zijn woord : niet mijn, maar uw wil geschiede, o lieer, — mijn Jesus, in uwe handen beveel ik mijnen geest. Hij stierf, en Jesus en Maria sloten de oogen van dezen volmaakten rechtvaardige.....

Wie huivert niet eenigszins, als hij denkt aan die laatste ure, die ook voor ons, wie weet hoe spoedig, slaan zal! 0, mocht ook ons heengaan dan zoo kalm en gelaten zijn als dat van den H. Jozef. Doch laat ons vertrouwen ! De H. Jozef heeft door zijne getrouwheid en onderwerping de genade verdiend, ons laatste uur te verzachten en ons te kunnen binnenleiden in het gezelschap van Jesus en Maria, met wie wij onafscheidelijk hopen vereenigd te zijn in den Hemel.

quot;Voornemen.

■Met vurigheid den H. Jozef bidden om een zaligen dood.

VOORBEELD.

Hoe een beschermeling van den Jl. Jozef in zijne verlatenheid de Sacramenten der stervenden ontving.

lu de aflevering van Nov. 1879 van den Duitschen

fe

-ocr page 266-

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

Sendbote vau den H. Jozef, komt het volgende bericht voor, dat eens te meer aantoont, hoe de H. Jozef de patroon der stervenden is. De pastoor der Onze-Lieve-Vrouwekerk te Munster werd eens des nachts tot een zieko geroepen. Het huis , waarin de zieke woonde , werd hem nauwkeurig aangeduid. Terstond ijlt de pastoor naar het aangewezen huis, maar vindt daar alles in den diepsten slaap. Hij klopt en blijlt kloppen ; eindelijk maakt men voor hem open , en op zijn vraag, waar toch de zieke was, die zijne hulp noodig had, ontvangt hij ten antwoord, dat daar niemand ziek is; er moest dus wel eene vergissing hebben plaats gehad. Het hootd schuddend ging de pastoor weg. Maar, nauwelijks is hij te huis gekomen , of hij wordt wederom geroepen door denzelfden man naar hetzelfde huis. — „ Daar kom ik reeds vandaanquot;, zeide de pastoor* „ daar is geen zieke.quot; — „ En toch is het zoo, antwoordde de onbekende , „ in de bovenste verdieping onder het dak van het huis is een oude man aan het sterven/'

De pastoor gaat dan weder op weg naar het hem aangewezen huis. Daar aangekomen vroeg hij aan die hem de deur opende, of er niet onder het dak een oude man woonde. „Ja,quot; antwoordde deze, „ maar ik weet niet, dat hij ziek is; ten minste nog kort geleden was hij goed gezond.quot; De pastoor laat zich nu naar den oudeu man brengen en vindt hem werkelijk ziek , zeer zwaar ziek, het sterven nabij. Deze nu had

260

-ocr page 267-

DRIE EN TWINTIGSTE DAG.

steeds tot den II. Jozef gebeden , dut hij hern zou bijstaan in den laatst en. strijd, en , zooals men ziet. niet te vergeefs. Hij ontving; de HH. Sacramenten der stervenden en stierf nog in denzelfden nacht. — Maar wie was de man , die den pastoor tweemaal had geroepen ? —

GEBED.

o Heilige Jozef, wiens sterven zoo zalig was, omdat gij u volmaaktelijk overgaaft aan den goddelijken wil, o, verkrijg ook ons de genade van een zaligen dood. Leer ons, ons zeiven daarop voor te bereiden door nu reeds met gelatenheid alles te aanvaarden , wat het Gode behaagt ons toe te zenden, opdat wij gereed mogen staan, als God ons het groote offer van ons leven vraagt. Verkrijg ons al de genaden , die daartoe noodig zijn. Amen.

261

-ocr page 268-

Vier en twintigste Dag.

De H. Jozef op zijn sterfbed.

II. /IJNE VREUGDE.

Dat miju uiteinde aan het zijne gelijk zij.

(Num. XXin. lO.'i

c ^rv^-as de smart, die de H. Jozef op sterfbed moest ondervinden groot, niet minder waren de zalige vreugden , die in dat uur zijne ziel overstroomden. Met David mocht hi] zeggen: Volgens de meiiifjie van mijne smarten in mijn hart, hebben uwe vertroostingen mijne ziel verblijd. (Ps. 03. 19.) o Zalig sterven ! o Vreugde, die hem alle lijden deed vergeten en die hem nu reeds deed ondervinden , wat St. Paulus later zeide : « Geen oog heeft het gezien, geen

-ocr page 269-

VIEK EX TWINTCGSTE DAG.

A oor heeft het gehoord, liet is niet «opgekomen in 's raenschen hurt, wat God » heelt, bereid voor die Hem liefhehhen.quot; (1 Cor. II. 9.) Jesus troostte hem ; Maria was hem behulpzaam. Zegt dut weinige niet reeds genoeg?

Als in latere eeuwen sommigen van Maria's dienaars gingen sterven, dan verseheen hun die zoete Moeder, troostte hen, ja somtijds diende zij hen met eigen hand spijs of drank toe , die hen dan met eene hemelsche zoetheid vervulde en alle vrees voor den dood wegnam uit hunne ziel. (1) Wat zal zij dan niet gedaan hebben voor haren Bruidegom, haar trouwsten dienaar gedurende zoovele jaren ! Niemand ter wereld was ooit zoo nauw met haar verbonden ; hij had haar maagdom beschermd, haar eenmaal zelfs voor steeniging behoed, haar altijd verzorgd met de grootste toewijding en opoffering. Nu zag Maria dien trouwen vriend en bruidegom heengaan. Zij zag, dat zij nog slechts enkele oogen-blikken zijn bijzijn zou kunnen genieten

1) Zie o. a. Voorrechten en Deugden vim Maria, pair. 174.

2 (»3

-ocr page 270-

VIEK EX TWIKTLGSTE DAG.

en hare liefderijke zorgen aan hem zou mogen besteden. Wat zul zij zich beijverd hebben, die oogenblikken te benuttigen om hem alles te geven wat zij geven kon ! Om dat te begrijpen, zouden wij de zuivere, innige liefde moeten kennen, welke die twee zielen aan elkander verbond. Met hoeveel liefde zal zij hem opnieuw een geschenk hebben aangeboden , dat vroeger den H. Jozef zoo bovenmate gelukkig gemaakt had, nl. haar heilig en onbevlekt Hart, dat meer waarde had dan alle goud en zilver en dat zij hem geschonken had op den dag barer echtverbintenis '? Nooit had zij het teruggenomen; maar nu schonk zij het opnieuw en met nog grooter toegenegenheid. De H. Jozef mocht teen op zijne beurt zeggen met de woorden van het Hooglied (II. 14; IV. 11.) i Gij hebt » mijn hart gewond door een uwer oogslagen ; ji zoet is uwe stem, uwe lippen zijn als druist pende honigraat; — ondersteun mij, daar »ik van liefde kwijn.quot;

En wat deed Jesus ? Hij laat zijnen H. Voedstervader rusten in zijne armen en aan zijn Goddelijk Hart. Kon er zoeter

-ocr page 271-

VIEK EN TWItmOSTE DAG.

365

rustplaats zijn, dan aan die liron van alle liefde , vreugde en genaden '? Liefelijk schouwspel! Zie , Jesus wischt met teedere zorg het doodzweet weg van Jozefs voorhoofd , Hij bewijst hem alle diensten , welke zijne liefde Hein ingeeft en de omstandigheden vorderen, o Zalige dienaar , voor wien de Heer der heerscharen zich aangordt, om hem te dienen! Het gebeurde eens , zoo lezen wij in het leven van de H. Anna Garcias, dat de Zaligmaker haar verscheen, terwijl zij bezig was de zieken te dienen. Hij belastte zich met de zorg voor eene der zieken en zette haar spijs voor. De zieke, die Jesus niet zag, werd vervuld van vreugde en vroeg na eenige oogenblikken aan Anna: « Wat » hebt gij mij toch gebracht ? Nooit heb » ik iets zoo smakelijks en aangenaams »gegeten!quot; Zij voegde er bij, dat zij ook in hare ziel een troost had ondervonden als nooit te voren. Zie, Jesus diende deze zieke slechts enkele oogenblikken; wat zal dan do il. Jozef niet ondervonden hebben, die Hem dag en nacht aan zijne zijde had !

-ocr page 272-

\ I£K KN TWINTIGSTE DAG.

266

Langzaam naderde de dood. Maar kalmte lag uitgespreid op het gelaat des Heiligen. Wat zou hij ook vreezen iti dit uur? Dat hij vreeze, die in zijn leven veel heeft gezondigd, of die eene groote waardigheid bekleedde, maar ze niet behoorlijk waarnam ; dat angst hem bekruipe , die de genade Gods niet heeft weten te gebruiken of die onzeker is aangaande hot lot, dat hem wacht in de toekomst; wien zal dat alles verwonderenquot;? Maar bestonden die redenen van vrees voor den H. Jozef? Had hij gezondigd in zijn leven ? Als er ooit een leven was zonder zonde, dan was het'tzijne.— Had hij zijne groote waardigheid van Voedstervader des Heeren niet naar behooren bekleed ? De H. Kerk prijst hem om zijne getrouwheid. ■— Had hij de genade Gods verwaarloosd ? Nooit was voor hem eene inspraak des H. Gees-tes vruchteloos. — Was zijne toekomst onzeker ? Onmogelijk; veeleer zal hij in de verte die heerlijkheid hebben mogen aanschouwen die hem na de Hemelvaart van Jesus zou ten deel vallen. Had hij niet bij zich den Hechter over levenden

-ocr page 273-

en dooden'? Zul deze hein niet gezegd hebben ; Vrees niet, o Jozef, want voor u is bet woord: Kom, gezegende mijns Vaders ? Had hij niet bij zich den Eeuwigen Hoo-gepriester , Jesus Christus , die zegenend zijne priesterlijke handen over hem uitstrekte ? Wij achten ons gelukkig in het laatste oogenblik den Pauselijken zegen te ontvangen met vollen aflaat. Maar Jozef had Hem liij zich, van wien de Paus maar een nederige dienaar is. Voor Jozef dus geen vagevuur, geen smart of pijn in de toekomst; maar eene roemvolle zending , een kort verblijf in het voorgeborgtc, met glorie en onverstoorbare vreugde in het verschiet!

«Beschouwt,quot; zegt de II. Leonardus a Portu Mauritio, « den gelukzaligen Patri-» arch in de armen van Jesus en Maria, ii omringd van tallooze Engelen , Aartsen-« gelen en Serafijnen, die zich in eerbiedige » houding voorbereiden tot het ontvangen » zijner heilige ziel. o God , wie zal ons » zeggen, met welke gevoelens Jozef in i' dit laatste oogenblik vaarwel zegt aan » Jesus en Maria ! Welke dankzeggingen,

-ocr page 274-

268

» welke liefdeljetuigingen , welke gel,'eden » en sineekingeu vloeien over zijne lippen !

Zijn oogslag spreekt, zijn hart spreekt, i) alleen zijne tong zwijgt nu en dan ; maar »zelfs zijn zwijgen is welsprekend. Nu » eens vestigt hij zijn blik op Maria, en »Maria ziet op hare beurt naar hem, » en met welk eene liefde ! Dan weer slaat » hij zijn oog op Jesus, en Jesus antwoordt » hem , o, met welk een teederen oogslag! ii Hij neemt de hand van Jesus vast, «drukt die aan zijn hart, bedekt die met » kussen, besproeit die met tranen , en i) zegt Hem van tijd tot tijd; Mijn Zoon , » mijn welbeminde Zoon, ik beveel ü mijne » ziel. o Jozef, indien gij de hand niet ii loslaat van Hem die het Leven is, dan ii kunt gij niet sterven ! O , hoe zoet is ii het te sterven als men de hand van ii Jesus vasthoudt! . . . . Eindelijk zal de ii ziel van 't lichaam scheiden. Zij neemt ii hare vlucht. Maar neen, zij keert terug ii op het zien van Jesus en Maria.... o ii Jozef, gij kunt niet sterven, als gij uwe ii oogen niet afwendt van Hem , die het ii Leven is! o Jesus , Jozef kan niet he-

-ocr page 275-

VIEE EN TWINTIGSTE DAG.

linen gaan als Gij zijne hand niet loslaat! ii H. Maagd, Jozef vertrekt niet, als gij ii hem niet laat gaan! En Jesus heft » zegenend zijne hand op , Hij omhelst een ii laatste maal zijn welbeminden Voedster-ii vader en Jozef sterft in de omhelzing ii van Jesus!quot; Zijne ziel wordt onder het. ge juich der Engelen gevoerd naar de plaats, waar zij de Hemelvaart des Heeren zal moeten afwachten, naar hetvoorgeborgte, waar zij aan de heilige Oudvaders gaat aankondigen, dat. de tijd vnn hunne Verlossing nabij is.

0, wie zou niet verzuchten, als hij dezen dood beschouwt: « Mocht toch mijn ii einde aan hel zijne gelijk zijn!quot; Maar juist door dat zachte, kalme, gelaten sterven in de armen van Jesus en Maria is de H. Jozef de Patroon geworden van alle stervenden, o H. Jozef, doe het ons ondervinden als ons uur van sterven gekomen is!

quot;Voornemen.

Dagelijks den H. Jozef ons stervensmu- aanbevelen.

-ocr page 276-

270 A'IER EK TWINTIGSTE DAG.

VOORBEELD.

De grenadier, getrouw aan den H. Jozef.

Eeu grenadier, die ten tijde van Napoleon J diende in het 29ste regiment van 't leger van den prins van Italië, had een niet zeer geregeld leven geleid , vooral sedert hij was ingelijfd onder de Fransche vaandels. Zijn christelijke plichten had hij verwaarloosd ; van de gebeden, welke hij in zijne jeugd had geleerd, kende hij nog alleen het Wees gegroet en dit gebed tot den H. Jozef: H. Jozef, die de vader en beschermer ziji geweest ran het heiligste huisgezin dat er ooit bestond , wees , smeeken wij u , de vader en de beschermer van het onze en verkrijg voor ons een zaligen dood. Dit waren de eenige oefeningen van godsdienst, welke hij nog verrichtte; maar hij liet ook nooit na , eiken dag die gebeden te doen ; hij had zelfs zulk een vertrouwen in den H. Jozef, dat hij altijd zijnen naam in den mond had en hij hem aanriep in allen tegenspoed en moeilijkheden. Zijne kameraden, die hem zoo dikwijls den naam van dien Heilige hadden hooren herhalen , noemden hem om zijne hooge gestalte, den grooten II. Jozef.

Bij den slag van Lay bach, in 1809 , kreeg hij een kogel in het been. Zijn eerste kreet was terstond : „ o H. Jozef, H. Jozef.quot; Te midden van al zijne pijnen hoorde men hem geen andere woorden uiten. Hij werd door de ambulance opgenomen en naar een huis gebracht, totdat men

-ocr page 277-

VlEll EX TWINTIGSTE DAG. 271

hem eenc plaats kon geven bij de andere gekwetsten in het hospitaal. Xaast de kamer, waar hij lag, was een Fransch priester gehuisd , die daar zijne verzuchtingen vernam en die woorden : „o H. Jozef, H. Jozef.quot; Hij dacht, dat die soldaat godsdienst bezat en ongetwijfeld zeer verblijd zon wezen de hulp zijner bediening te kunnen ontvangen. Hij haast zich om hem te gaan opzoeken ; hij vindt hem bezield met christelijke gevoelens en geheel bereid om te biechten. Hij hoort zijne biecht, verzoent hem met zijnen God , en verlaat hem in vrede , kalmte en rust. Weinigen tijd daarna werd hij naar het hospitaal gebracht, waar hij een zeer stichtenden dood stierf onder de aanroeping van den H. Jozef. (Huguet. Devotion a S. Joseph.) GEBED.

o H. Jozef, Patroon der stervenden, wij huiveren bij de gedachte aan den dood en aan het oordeel, dat daarop volgen zal. Gij hebt niets van die vreeze ondervonden, o heilige Vader, omdat uw leven zonder schuld en uw sterven zoo heilig was; maar wij, wat zullen wij antwoorden aan den Rechter, als Hij ons rekening vraagt over ons rentmeesterschap ? Eéne gedachte troost ons. Die Rechter is uw Pleegkind; Hij heeft u op aarde Vader genoemd en eert u nog als zoodanig in den Hemel, o H. Jozef, gebruik dan uw machtigen invloed op Hem , om voor ons te verkrijgen een zaligen dood en een genadig oordeel. Amen.

-ocr page 278-

i

Vijf en twintigste Dag.

De H. Jozef in het voorgeborgte.

Het geschiedde nu, dat hij (Lazarus) stierf en door de Engelen gedragen werd in Abrahams schoot.

(Luc. XVL 32.)

ingt zich niet als van zelf aan onzen geest de vraag op : wat was het voorgeborgte, waarheen wij weten, dat de II. Jozef werd overgeplaatst ? Want alles wat den H. Jozef betreft, boezemt zijnen vereerders belang in : Nazareth, Bethlehem, Egypte, omdat zij hem tijdens zijn leven herbergden ; het voorgeborgte , omdat het zoo lang de verblijfplaats was zijner heilige ziel. Wat was dan het voorgeborgte? Dat was eene plaats, zeggen de godgeleerden (1)

1) Vide inter alios. Natal. Alex. De Symb. Art. VI. Migne Curs. Compl. Theol. torn. VT. p. 240.

-ocr page 279-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

zij eerst ge

waar de zielen der Heiligen, op welke geen vlek meer kleefde en die geen straf moeite boeten hadden, vóór de komst van Christus werden opgenomen. Daar leden zij geen pijn ; eene 1)1 ij de hoop op de Verlossing bemoedigde hen, en zij genoten eene vreedzame rust. Hunne eigenlijke,

volledige zaligheid zouden

nieten als de weg der Heiligen zou zijn geopend dooi' Jesus Christus, den Verlosser. (Hebr. IX. 8.) 'tWas eene plaats van rust en troost, waar niets ontbrak aan het geluk der bewoners, dan het aanschouwen Gods. Daarom noemt de lieer Jesus het; Abrahams school, en zegde Abraham zelf van Lazarus tot den rijken vrek; Nu wordt hij hier vertroost, gij echter wordt gepijnigd. (Luc. XVI. 25.) Daar bevonden zich do zielen der Heiligen van het Oude Verbond. Gaat gij hunne rijen langs, dan vindt gij daar onzen eersten vader Adam , met de moeder der levenden , Eva. Daar ziet gij den rechtvaardigen Abel, die viel onder de hand zijns eigen broeders; Noë, die de arke bouwde en aan den zondvloed ontkwam ; Abraham, den man van geloof,

Gi''-

-ocr page 280-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

Mozes, David , Isaïas en duizenden , misschien inillioenen anderen, lladt gij hun gevraagd: Heilige mannen en vrouwen, wat ontbreekt aan uw geluk ? dan zouden zij ii uit eenen mond geantwoord hebben; Och, ol' God toch zond Dengene, dien Hij beloofd heeft, het Lam, dat de wereld zal beheerschen en wiens bloed de sleutel van den Hemel zijn zal! En Adam en Abel hadden daarbij kunnen voegen; « lleeds meer dan drie duizend jaren wachten wij. o Heer, zend toch. Dien Gij zenden zult!quot;

Naar die plaats vertrok de ziel des H, Jozefs, toen zij het lichaam verliet. Van den armen Lazarus lezen wij, dat Engelen zijne ziel voerden in den schoot van Abraham. Zal dan ook de ziel des H. Jozefs niet zijn uitgeleid door een stoet van Engelen , daar hij de Voedstervader was van den Heer der Engelen ? Te meer, daar hij met zoo blijde tijdingen mocht heengaan naar die plaatsen, waar men zoo verlangend uitzag naar de ster, die op moest gaan uit Jacob ? Zie, ik zend mijn Afgezant, die den weg voor mijn Aanschijn zal bereiden (Mal. HL 3.), stond er geschre-

374

-ocr page 281-

Tur EK TWINTIGSTE DAG.

ven van den H. Joannes den Dooper. Die woorden mochten de Engelen vrijelijk toepassen op den H. Jozef. Ja, hij was de Afgezant van God, die aan de H. Oud-vaders eene tijding mocht brengen , die hunne zielen zou doen juichen van vreugde. Wat was het op aarde niet een jubelen en juichen , toen daar uit den mond eens Engels de tijding weerklonk ; Zie, ik verkondig u eene groote vreugde, welke voor gansch het volk zijn zal: heden is u een Zaligmaker geboren , welke is Christus , de Heer, in Davids stad. (Luc. II. 11.) Van dien Zaligmaker bracht Jozef tijdingen in het voorgeborgte, en o, ware het ons eens gegeven geweest, getuige te zijn van de vreugde , die daarop ontstond !

Als in een stad een hooggeroemde vorst verwacht wordt, dan is alles inspanning; en als dan de vooruitgezonden renboden naderen, en luide verkondigen; hij komt! hij komt 1 dan ontstaat een geestdrift, die door de komst des vorsten alleen te overtreffen is. Zoo is het op aarde; vooral als die vorst een bevrijder of redder is, die zegen en geluk komt aanbrengen. Wie

-ocr page 282-

VIJF EX TWINTIGSTE DAG.

371)

zal ons dan de vreugd der Oudvaders beschrijven, toen de ziel van den H. Jozef binnentrad in die heilige verblijven! Verheug u, o Adam, juich, gij moeder Eva ; zingt blijde liederen, gij Mozes en David ; jubelt gij , Proleten. Zingt vrij : Ik zal mij verheugen in den lieer, en juichen in God, mijnen Jems. (Hab. III. 18.) Want wat verkondigt u de li. .lozei Van welke vreugde is hij de vooruitgezonden bode, van welk heil de Apostel ?— Spoedig zal de Deheerscher komen, dien gij zoekt, den Grondlegger van het verbond, waaruaur gij verlangt. Ziju naam is de Sterke; de Wonderbare, de Vader der toekomende eeuw, de Vorst van vrede. Ziel, uw Verlosser zal komen 1 Schatten en belooning draagt Hij met Zich; van alle eeuwen heeft men het niet gehoord, en geen oog heeft het gezien , wat Hij heeft weggelegd, voor die Hem verwachten. Hij zal komen en niet lang meer vertoeven! (1) o Vreugde voor die H. Zielen! Meer nog kon de H. Jozef zeggen. Op aarde moest hij zwij-

1) Malach. Ill; Isaias IX. 6; LX1I. 10. 11.

-ocr page 283-

VIJF EN TWnïTTGSTE DAG.

gen over de grootheden van zijn Pleegkind ; daar toch was hij schatbewaarder der geheimen Gods; maar nu zijn er geen beletselen meer. Nu mag hij aan alle gestorven geslachten verkondigen al wat hij wist van de grootheid van Jesus, en Maria's verhevenheid. iNu kon hij zeggen :

Ik zelf was zijn Voedstervader. De Heer zag neer op mijne geringheid; Hij verhiel' den geringe, en groote dingen deed aan mij de Machtige, en heilig is zijn naam. Mijne armen hebben Hein gedragen ; mijne handen voor Hem gewerkt, mijne voeten zich voor Hem vermoeid. Dertig jaren lang hel) ik Hem geleid en dertig jaren lang heeft Hij mij bemind en mij al geheimen der aanstaande Verlossing medegedeeld. Die Maagd, die zijne Moeder was, was mijne Bruid. En weldra zullen zij beiden de laatste hand leggen aan dat groot verlossingswerk: Jesus door te lijden en te sterven, Maria door met Hem mode te lijden en haar teergeliefden Zoon op te offeren aan het kruis!quot;

In blijde verwachting vlogen nu de jaren en maanden voorbij , tot eindelijk op

377

-ocr page 284-

VI.71' EX TWINTIGSTE DAG.

tJVS

Calvarië weerklonk ; IIcl is volbracht. Met heerlijkheid omstraald daalde do ziel van Jesus Christus neer in 't voorgeborgte. Welk eene zaligheid voor den 11. Jozef! Hij zag zijn Jesus terug, nu omgeven met den luister zijner Godheid, 't Is waar, Diens lichaam rustte nog koud en levenloos in 't H. Graf; maar ook dat zou weldra deelen in die heerlijkheid 1 Waartoe kwam de Heer in 't voorgeborgte ? Om aan de Heiligen, en meer bijzonder aan zijn H. Voedstervader, hunne verlossing aan te kondigen, niet in 't verschiet, maar nabij; zij hadden /.ich gereed te houden , om bij de glorierijke Hemelvaart des Heeren deel uit te maken van den stoet, die Hem in triomf vergezellen zou bij de intrede des Hemels. Doch reeds nu, zegt de groote godgeleerde Suarez, (1) ontvingen zij tot loon datgene, waarnaar zij zooveel jaren verlangd hadden en wat nog aan hun geluk ontbrak nl. de zaligende aanschouwing Gods. 0, wat werd toen eensklaps dat voorgeborgte veran-

1) De üesc. Chri ad Tulquot;.

-ocr page 285-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

derd in een Paradijs van geneugten, waarbij de vreugden van liet aardsche Paradijs, maar droefheid zouden schijnen ! Wat zal dan de H. Jozef, daar een heerlijk loon ontvangen hebben, hij, die in verdiensten en heiligheid zoo verre boven de anderen verheven was! Nu was het voor Jesus de tijd , om uit te voeren, Wat Hij zelf op aarde gesproken had : De arbeider is zijn loon waardig (Luc. 7.); kom , gij goede en getrouwe dienstknecht, Ik zal u stellen over veel. (Mt. XXV. 23.) Wal rechtvaardig is, dal zalIkugeven. (Mt. XX. 4.)

Omdat, ook de H. Jozef eenigen tijd verstoken is geweest van het aanschouwen Gods, daarom wordt hij beschouwd als een bijzondere voorspreker voor de zielen des vagevuurs , die ook zuchten; wanneer zal ik komen en verschijnen voor hel aanschijn des Heeren? (Ps. 41. 3.) Och, H. Jozef, zoo gij eenige macht hebt over die zielen, gebruik ze dan om haar te helpen en haar te brengen voor dat aanschijn Gods, waarnaar zij zoo smachtend verlangen ; wij zullen u behulpzaam zijn door onze zwakke gebeden en geringe verdiensten.

279

-ocr page 286-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG,

quot;Voornemen.

De geloovige zielen op eene bijzondere wijzeden H. Jozef aanbevelen.

VOORBEELD.

De II. Jozef redt een kind van den vuurdood.

In lijden 5 in gevaren, in beproevingen, in ziekte , in familiezorgen, — in tijdelijke en geestelijke aangelegenheden , beeft do H. Jozef te allen tijde en op alle plaatsen, waar en wanneer ook eene moeder met vertrouwen tot dien Heilige hare bede opzond , goedgunstig geholpen. Wel bewonderenswaardig is bet , hoe hij eens in Tirol een kind van den vuurdood heeft bevrijd. Dit gesehiedde op de volgende wijze :

In een huis was brand uitgebroken ; geheel het huis stond reeds in de vlammen — en in den schrik had de moeder haar kind vergeten-Reddeloos scheen het verloren ; niemand durfde eene poging tot redding van het kind wagen. Toen wierp zich de moeder op de knieën , hielquot; de handen ten Hemel en bad met weenende oogen : „ H. Jozef, aan u beveel ik mijnen Jozef; red mijn kind.quot;

En inderdaad, de kleine kamer, waar het kind in de wieg sliep, werd alleen van de vlammen verschoond, en met eene onuitsprekelijke-vreugde sloot de gelukkige moeder weldra het wonderbaar geredde kind aan haar hart.

fSendht. d. Hl. Jos. Juli. 1878J..

280

-ocr page 287-

VIJF EN TWINTIGSTE DAG.

281

GEBED.

o H. Jozef, die door uwe blijde boodschap vreugde gebracht hebt in het voorgebergte der Oudvaders ; daar is nog eene andere plaats , die gij door een blijde boodschap kunt verheugen. Het is het vagevuur, o H. Jozef, daal neder in den kerker dier arme zielen; verzacht hare pijnen; gij weet, wat het is, verstoken te zijn van Gods aanschouwen. Zeg haar : „ Komt, gij hebt genoeg geleden ; de tijd der eeuwige vreugde is daar 1quot; Betoon haar deze gunst, o H. Jozef. Zij en wij, wij zullen er u eeuwig dankbaar voor zijn. Amen.

fe-

-ocr page 288-

Zes en twintigste Dag.

])e H. Jozef in den Hemel.

Die de bewaarder is vau zijneu heer, komt tot eer. (Prov. XXVII, 18.)

eren wij eens een oogenblik r den beminnelijken H. Fran-ciscus van Sales: «Wij moeten ii het voor zeker houden, dat de voorbede tgt; van den H. Jozef in den Hemel eene » groote kracht heeft bij God, die hem « zoozeer begunstigde, dat Hij hem daar » met ziel en lichaam heeft opgenomen. Dat » is des te meer waarschijnlijk, omdat wij » op deze aarde van hem geene enkele » reliquie (althans van zijn H. Lichaam) » bezitten. Hoe zouden wij daar ook aan » luinnen twijfelen '? Zou God die gunst

-ocr page 289-

'/■ES EN TWIMTtGSTE DAG. 383

ii geweigerd hebben aan den II. Jozef, aan « wien Hij al den tijd zijns levens zoo «gehoorzaam geweest is? Ongetwijfeld gt;1 werd onze Heer reeds in het voorge-»borgte aldus door den 11. Jozef toege-ii sproken ; Mijn Heer, gedenk, bid ik U. «dat, toen Gij van uit den Hemel op ii aarde kwaamt, ik U in mijn huis en in ii mijne familie heb opgenomen ; toon Gij ii geboren waart, heb ik U ontvangen in » mijne armen. Nu Gij naar den Hemel ii gaat, geleid mij met Ü. ... Ontvang » mij thans in uwe familie; neem mij in ii uwe armen. . . . heb zorg voor mij en ii spijzig mij in het onsterfelijk leven; want ii dat alles deed ik aan U op aarde.

ii En daar het eene waarheid is, dat , ii uit kracht van het Allerh. Sacrament „ igt; hetwelk wij nuttigen, onze lichamen i) zullen verrijzen in den dag des oordeels, i) hoe zouden wij er dan aan kunnen ii twijfelen , dat Onze Heer, Jozef met » ziel en lichaam verheven zou hebben bij n zijne Hemelvaart, daar toch de 11. Jozef ii zoo dikwijls de eer en de gunst gehad ii heeft Hem op zijne gezegende armen te

-ocr page 290-

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

» dragen. De H. Jozef is dan in den 11e-» mei met ziel en lichaam; dit is buiten i) allen twijfel. 0, hoe gelukkig zullen ii wij zijn , indien wij kunnen verdienen » deel to liehhen in zijne heilige voorbede ; » want niets zal hem geweigerd worden, « noch door Onze Lieve Vrouw, noch door )gt; haren glorierijken Zoon.quot; (1)

Toen de 11. Bernardinus van Senen eens te Padua predikte, riep hij met al de kracht zijner stem ; « Ja , de H. Jozef is verheerlijkt in den Hemel, met ziel en ii lichaam !quot; En zie, terstond verscheen boven zijn hoofd een gouden kruis tot getuigenis van de waarheid zijner woorden. (2)

De H. Leonardus a Portu Mauritio past op den II. Jozef de woorden der H. Schrift toe : Al hare huisgenooten zijn gekleed in dubbele kleederen. (Prov. 31 , 21.) De H. Jozef was huisgenoot, ja meer dan huisgenoot van Jesus en Maria; nu , zoo zegt de H. Leonardus, is ook, gelijk Jesus' en Maria's ziel en lichaam , St. Jozefs ziel en

1) Eutret. XIX. sub. lin.

2) Just. Miech. Disc. 120.

2S4

-ocr page 291-

ZKS EN TWINTIGSTE DAG. 2S5

lichaam bekleed met het kleed der glorie, terwijl alle andere Heiligen zich nog slechts mogen verheugen in het enkele kleed hunner ziel.

Deze getuigenissen der Hll. Leeraars lichten ons een tipje op van den sluier, waardoor St. Jozefs glorie voor ons sterfelijk oog verborgen is. Maar zij zeggen ons bij lange na niet alles. Üe 11. Jozef ontving de glorie tot loon voor ziel en lichaam. Maar welk gewicht van glorie? Wij weten het niet en zullen het op aarde nooit weten, of het moest ons door God geopenbaard worden. Maar als wij een oogenblik nadenken over St. Jozefs waardigheid en getrouwheid, o, wat gaat dan de zon van St. Jozefs glorie heerlijk voor ons op; zij verblindt ons, hoe meer wij er op staren.

« Wie mij dient, zegde de Heer, zal » door mijnen Vader f/eëerd worden.quot; (Jois XII. 26.) Wie heeft ooit meer en beter den Heer gediend dan Jozef? Het is voor de Heiligen des Hemels volstrekt geen oneer te zeggen : hoe volmaakt zij ook den Heer dienden hun gansche leven lang, de

-ocr page 292-

ZES EN TWINTIGSTE DAG,

des konings. Zoo, zegt de H. Leonardus a Portu Mauritio, zoo werd ook de II. Jozef verheven boven Cherubijnen en Serafijnen , boven Engelen en Aartsengelen !

Daar is nog iets anders, wat ons eenig denkbeeld geeft van St. Jozefs glorie in den Hemel, 't Is de glorie zijner H. Bruid, Maria. Waar de bruid is, daar moet de bruidegom zijn. Maria's plaats is in het hoogste des Hemels boven Engelen en Aartsengelen; welk besluit blijft ons dan over dan dat, wat zoo aangenaam is aan ons hart, nl., dat de H. Jozef zetelt in de onmiddellijke nabijheid van haar, met wie hij hier op aarde 30 jaren lang maar één hart en ééne ziel uitmaakte ? Hij deelde in hare deugd en heiligheid op aarde; H ij deelde hare smart, hare vreugde, hare vernedering en hare verdiensten ; en zou hij hare glorie niet dee-len ? Onmogelijk , zegt de II. Leonardus a Portu Mauritio. (1)

Maar zegt niet de vrome Thomas a

1) Men herinnere zich hier wat vroeger gezegd is over hetgeen de H. Thomas zegt over de glorie der Apostelen. Zie blz. 55.

288

-ocr page 293-

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

Kempis, dat wij over de verdiensten en de glorie der Heiligen niet moeten twisten ? (i) 't Is waar, maar hij zegt ook , dat God aan de Heiligen zijne glorie geeft naar gelang van zijne genade. Maar dan geefi Hij ook aan den H. Jozel' het meeste glorie; want aan hem heeft Hij het meeste genade gegeven. Of mocht Hij Jesus Christus, die altijd vloeiende bron van genaden , niet de zijne noemen ? Welke Heilige mocht dat doen in die mate als de H. Jozef? H. Jozef, wij groeten u dan met den H. Leonardus: Sieraad der Heiligen , bid voor ons!

Vquot; oornemen.

Le guust van den H. Jozef trachten te bekomen, door zijne eer op aarde zooveel in onze macht is te bevorderen.

VOORBEELD.

De schaamte in de Biecht, overwonnen door de voorspraak van den II. Jozef.

Ten tijde dat de Eerw. Pater Barri zijn boekje wilde schrijven over de godsvrucht tot den H.

1) Lib. Ill, C. 58,

289

10

-ocr page 294-

ZES EN TWINTIGSTE DAG.

CK^_

2Ü0

Jozef, ontving hij van zeker iemand een brief, waarin zij verhaalde wat haar zelf was overkomen door de machtige hulp van dien Heilige. Die persoon had eene groote zonde bedreven tegen eene gelofte, welke zij aan God gedaan had; maar zij kon die heillooze schaamte niet overwinnen, welke haar den mond sloot. Zij bleef eenigen tijd in Gods ongenade voortleven. Vervolgd door de knaging van haar geweten, zag die ongelukkige wel in, dat zij nooit zou ophouden door inwendige droefheid gekweld te worden, zoolang zij dien doorn , die er de oorzaak van was , niet uit haar hart had uitgerukt; en dat hij er ook nooit zou uitgaan, of zij moest hare wonde bekend maken aan den geneesheer, die haar kon redden. Zij besloot den H. Jozef te hulp te roepen om van hem te verkrijgen, dat zij hare ellendige vreesachtigheid zou kunnen overwinnen. Met dit inzicht bad zij negen dagen lang een lofzang en een gebed tot dien machtigen Heilige. Toen de noveen geëindigd was, gevoelde zij zulk een moed, dat zij over al de hinderpalen heenstapte. Zij wierp zich voor de voeten van een biechtvader en bekende hem al hare zonden met de grootste oprechtheid. Van dien tijd af nam zij den H. Jozef tot haren leidsman en bewaarder van haar hart, en voortdurend droeg zij zijne beeltenis bij zich, zelfs des nachts , opdat die haar een schild zou zijn tegen de slechte droomen. Daarenboven heeft zij verzekerd , dat de H. Jozef sedert niet heeft

■Ji

-ocr page 295-

ZES EN TWINTIGSTE PAG.

ip-

opgehouden , haar met geheel bijzondere gunsteu te overladen.

(P. Patrignani. Devotion a S. Joseph.)

GEBED.

o Groote H. Jozef, wat zijt gij hoog verheven en hoe verheugen wij er ons over! Maar vergeet in uwe verhelting uwe arme kinderen op aarde niet. Wij zuchten nog in den kerker dezer wereld, waar wij grootelij ks gevaar loopen van om te komen. Maar als gij voor ons zorgt, dan zullen wij de vrijheid der kinderen Gods bekomen en behouden. Zorg dan voor ons, o H. Patriarch , opdat ons oog toch eenmaal den luister moge aanschouwen, waarin gij in den Hemel straalt. Am.

-ocr page 296-

Zeven en twintigste Dag.

St. Jozefs macht in den Hemel.

i.

Hij is eeu beschermer van allen, die op Hem hopeu. (Ps. XVTT. 31.)

aii zijne Balie betreffende het Be-|schennfeest van den H. Jozef, quot;'quot;(10 Sept. 1847), zegde Pius IX: ilt; Nu de II. Jozef in den Hemel met zoo ii groote glorie gekroond is, heeft hij eene ii nieuwe en wel eene geheel andere bedic-ii ning dan op aarde ontvangen, van nl. i) door zijne overvloedige verdiensten en ii de kracht van zijn gebed onze mensche-» lijke ellenden te genezen , en door zijne

-ocr page 297-

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG

x allerkrachtigste voorspraak te verwerven, i) wat de mensch in zijne zwakheid niet kan ii bekomen, 't Is daarom, dat hij aller vego » wordt aangeroepen als een goedertieren » middelaar l)ij God en een hulpvaardige )gt; beschermer.quot;

Behartigenswaardige woorden van den Vader aller Christenen ! Ja , onze ellende en onze zwakheid zijn groot! Het weinige goede, dat in ons is, is van God. Van Hem moeten wij alles ontvangen. Van Hem moet komen het dagelijksch brood ; van Hem de voorspoed in het tijdelijke ; van Hem de zuiverheid; van Hem de geest des gebeds, de vergiffenis der zonden, de volharding en vooruitgang in de deugd; van Hem een zalige dood en een genadig oordeel. Daar moeten wij God om vragen. Maar God is zoo groot, en wij zijn zoo gering! En wat erger is: God is zoo heilig en wij zijn zoo zondig. Hoe zullen wij dus verkrijgen wat wij noodig hebben in onze ellenden ? 0 , wat klinkt bij die sombere gedachte de stem van den Opperpriester bemoedigend over de wereld: Ziet op Jozef; hij zal door zijne aller-

ij___' _'_______d

xUcva c :U

-ocr page 298-

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

Sffis-

304

I

I

krachtigste voorspraak verkrijgen, wat de inensch in zijne zwakheid niet kan bekomen. Gelukkig, dat wij zulk een voorspreker hebben , en wel een voorspreker, die bij God twee dingen kan doen gelden, die niemand in die mate bezit als hij, nl. eenc groote heiligheid en eene bediening, die hij jaren lang voor den Zoon Gods heeft uitgeoefend. God bemint zeker alle heilige en rechtvaardige zielen , omdat Hij in hen zijn beeld ongeschonden ziet, en van hen zegt Hij door den mond van den H. Petrus: « De oogen des Heer en rusten op de rechtvaardigen (1 Pet. III. 10.); en bij Isaïas ; En Ik zal hen verhooren, vóór dat zij tot Mij roepen ; terwijl zij nog spreken , zal Ik luisteren. (Is. Gó. 24; cfr. Ps. 31. 5.) Dat is nog veel meer waar van den H. Jozef. Hem tooit een kroon van deugden, die de kronen der andere Heiligen verre overtreft. Mogen de andere Heiligen ('enigermate beschikken over de schatten van Gods genade; de tl. Jozef mag dat doen in de ruimste mate. Doet God den wil van die Hem vreezen, (Ps. 144. 19.) dan zal Hij dat zeker doen voor den H. Jozef, die, zooals de H. Al-

-ocr page 299-

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

yM

P

395

plionsus de Liguori zegt, iille Heiligen in -verdiensten en glorie overtreft.

Maar hoezeer mout niet ons vertrouwen op den 11. Jozef toenemen, als wij eens denken aan de bediening, die hij op aarde bekleed heeft en nu nog bekleedt in den Hemel!

Wat was de H. Jozef'? Hij was Gastheer Gods. Daar was eens een koningszoon , die het land zijns vaders verlaten moest en als balling ging rondzwerven in een vreemd land. Hij droeg de kleederen van een slaaf, om niet herkend te worden. 't Werd nacht, en honger en koude deden zich gevoelen. Toen vond hij liefderijke huisvesting bij een armen werkman ; deze deelde met hein zijn brood en werkte dag en nacht voor hem. Eens kwam er gevaar voor den koningszoon; men dreigde hem te dooden. Wat deed de arme man ? Hij wekt in alle haast zijn beschermeling, vlucht naar een ver land, brengt hem zoo in veiligheid en keert niet naar zijn land terug, vóór dat zijn beschermeling weer veilig is. Doch betere tijden braken aan. De koningszoon

I.

•Ji

-ocr page 300-

296

werd in eere hersteld en zelf een machtig, koning. Nu riep hij zijn vroegeren beschermer en gastheer, die in vergetelheid leefde, tot zich aan het hof, bedankte hem voor zijne liefde , overlaadde hem met eer en stelde hem voor aan al zijne hovelingen , zeggende : « Ziedaar den man, « die mij in mijne ballingschap getroost » en beschermd heeft; hij heeft mij het » leven gered en duizend diensten bewezen, » die ik nooit genoeg zal kunnen vergel-» den.quot; En als nu voortaan de burgers iets van den koning wilden verkrijgen , dan wendden zij zich altijd eerst tot dien gunsteling des konings ; want als hij iets vroeg, dan werd het nooit geweigerd. Was het wonder, dat hij het overdruk kreeg met aanvragen ? Maar altijd goed en liefderijk, zoo was hij iedereen ten dienste en een schat voor gansch het rijk. — Hebt gij den H. Jozef en zijn Beschermeling erkend ? Maar ook St. Jozefs rechten en macht ? De Zoon Gods kwam naar de aarde, gelijk wordend aan een slaaf. Wie huisvestte Hem ? Wie werkte en zwoegde voor Hem *? Wie deelde met

-ocr page 301-

ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

f

397 n

Hem zijn brood ? Wie redde Hem liet leven'? Zijt gij dut niet, o H. Jozef?.... Maar de tijden veranderden. Jesus is gezeten op zijn glorietroon. Nu is zijn eerste werk , den H. Jozef te roepen uit zijne vergetelheid , hem met eer te overladen en hem aan geheel de strijdende, lijdende en zegepralende kerk voor te stellen als den man, die hem het leven gered en dertig jaren lang de grootste diensten bewezen heeft. Is het nu wonder, dat de geloovigen , die van God iets willen verkrijgen, zich wenden tot den II. Jozef, zeker zijnde verhoord te zullen worden, als hij maar een woordje voor hen spreekt ? De deur van dien goeden voorspreker staat altijd voor ons open. Ga die deur niet voorbij; anders loopt uw verzoek gevaar om onverhoord te blijven. Vrees niet, het hem te druk te maken; hoe meer hij zijne bediening mag uitoefenen, hoe aangenamer het hem is !

St. Jozef was meer dan Gastheer Gods ; hij was ook Vader van Jesus; hij heeft op aarde bevelen mogen geven aan God , en, zegt da H. Teresia, dat schijnt hij in

-ocr page 302-

r ?jfo___cy3|

29S ZKVEN EN TWINTIGSTE DAG.

den Hemel nog te mogen doen. Daarin is geen enkele Heilige hem gelijk , Maria altijd uitgezonderd. H. Antonius, gij hebt 0. Ij. Heer op aarde wel veel bemind, gij hebt zelfs eenigen tijd het Kindje Jesus op uw arm mogen dragen; maar gij hebt Hem geen bevelen mogen geven. 11. Joannes, gij rusttet wel op zijne borst, maar waart toch maar een leerling. De H. Petrus heeft wel macht ontvangen om te binden en te ontbinden, en wat hij bindt of ontbindt , wordt in den Hemel bekrachtigd: maar bevelen heeft hij nooit mogen geven ; ja zelfs, toen hij het eenmaal waagde aan zijnen Meester te zeggen: Dit zij verre van li, toen ontving hij van den Heer een strenge berisping. — In den Hemel moeten alle Heiligen tot Jesus opzien als tot hunnen Meester ; Jozef alleen kan zeggen ; mijn Zoon. Andere Heiligen kunnen zeggen : Heer, ik heb U bemind en voor U gewerkt en geleden als Apostel, als Martelaar , Belijder of Maagd; — er is er echter maar één, die zeggen kan: Ik hel) voor Li gewerkt als Voedstervader en U

dertig jaren gehuisvest. Het verwondere

-ocr page 303-

ZEVEN EN twintigste dag.

399

ons daarom niet een groot schrijver te hooren zeggen : St. Jozefs geiteden worden opgenomen als bevelen. (1)

Welk een vertrouwen mogen wij dan niet stellen in den H. Jozef! Bij leven en sterven zij dan na Jesus en Maria de II. Jozef onze toevlucht: « Verheugt uquot; , zegt de H. Leonard us a Portu Mauritio, godvruchtige dienaars van den H. Jozef, want het Paradijs is dicht bij u. De ladder, die er heen voert, heeft maar drie treden : Jesus, Maria en Jozef. Als onze smeekschriften ten Hemel opstijgen, dan komen zij eerst in de handen van Jozef, Jozef biedt ze Maria aan, en Maria geeft ze aan Jesus. Het antwoord, langs dezelfde treden nederdalend, komt uit Jesus' handen in die van Maria, en Maria stelt het Jozef ter hand. Jesus doet alles voor Maria, omdat Hij haar Zoon is, en Maria verkrijgt alles in hoedanigheid van Moeder; Jozef vermag alles in zijne hoedanigheid van Rechtvaardige, van Bruidegom en van Voedstervader.quot;

1) Non impetrat, secl iiuperat. Gers.

-ocr page 304-

3OCt ZEVEN EN TWINTIGSTE DAG.

quot;Voornemen.

lu alle moeilijkheden des levens, zoo tijdelijke als geestelijke , zich vertrouw vol tot St. Jozef wenden om hulp.

VOORBEELD.

Genezing eener doodelijke pleuris.

Zuster Joanna der Engelen , priorin der Ursu-linen van Loudun, was door eene doodelijke pleuris aangetast en de dokters hadden geene hoop meer om haar te behouden. Zij kreeg nochtans de gezondheid terug en wel door een blijkbaar wonder. Dit voorval werd in al zijne omstandigheden onderzocht, en de processtukken er van , dooiden bisschop goedgekeurd, in't jaar 1637 gedrukt.

Ziehier in het kort, hoe de genezen priorin zelf in een brief hare redding beschrijft: „ Ik begon reeds de stuiptrekkingen des doods te ondervinden, was van het gebruik mijner zintuigen beroofd, maar bleef geheel bij kennis. In dien toestand kreeg ik een visioen : er verscheen voor mij een groote en witte wolk : aan de eene zijde zat mijn Engelbewaarder in de gedaante van een zedig jongeling, in de eene hand had hij eene brandende kaars : aan de andere zijde was mijn glorierijke vader , de H. Jozef; zijn gelaat schitterde als de zon en hij vertoonde eene meer dan inenschelijke waardigheid : overigens had hij het. uitzicht van iemand tusschen de veertig en vijftig-

-ocr page 305-

ZE VEX EN TWINTIGSTE DAG. 301

jaar..... Hij richtte zich tot mij en met zijne

rechterhand zalfde hij mijne zijde met olie of een zeker vocht, dat ik nog terugvond na de verschijning : op hetzelfde oogenblik was ik genezen en maakte het bekend aan die tegenwoordig waren.quot; — Zij stond op van haar bed, waarop zij reeds 14 dagen bad gelogen, met een aanhoudende koorts, ziek tot den dood, met vreeselijke pijnen in de zijde , nadat zij door negen aderlatingen zoozeer was verzwakt, dat zij zich zelve niet meer kon bewegen. Allen stonden verbaasd bij zulk eene plotselinge genezing ; maar niemand meer dan een Calvinistisch geneesheer; toen hij namelijk het vertrek was binnengekomen, het bed ledig zag en allen rondom neergeknield, kwam zij, die hij stervend waande, in haar kloostergewaad met een blij gelaat hem te gemoet. Toen hij haar zoo gezond en welvarend beschouwde , aarzelde hij eerst vol verwondering, en eindelijk bekennend, dat bij God niets onmogelijk is, verwijderde hij zich geheel ontsteld. Op dit wonder zijn nog andere gevolgd : Het doekje, dat men gebruikt had om de geheimzinnige olie af te drogen, bleef een aangena-men geur behouden , en nog verscheidene wonderbare genezingen zijn daardoor geschied.

(Bolland. 19 Maart $ XL) GEBED.

o Machtige H. Jozef, wij naderen tot voor den troon , waarop uwe heiligheid en uwe waar-

-ocr page 306-

_amp;X577P

m

302 zeven en twintigste dag.

iligheid u verheven hebben, en bidden u , dat gij te onzen voordeele de macht gebruiken wilt, die u in den Hemel gegeven is. Gij zijt ook onze Vader, zorg dan voor uwe kinderen; wij zuchten in allerlei ellenden van ziel en lichaam; maar als gij ons helpt dan zulleu wij blijde den Koning dienen. Amen.

-ocr page 307-

Acht en twintigste Dag.

St. Jozefs macht in den Hemel.

li.

Mijne liefde is met u allen. (1 Cor. XVI. 24.)

la de Allerheiligste Maagd Maria is fer in den Hemel geen Heilige, wiens macht zoo uitgestrekt is als die van den H. Jozef. Zijne macht is algemeen. In welken zin ? Zij strekt zich uit tot alle zaken en allerlei personen. Reeds de groote H. Kerkvader Bernardus zegt (en zijne woorden zijn naderhand door de H. Teresia en door den H. Leonardus a Portu Mauritio herhaald): «Aan sommige Heiligen » heeft God de gunst verleend van tot he-

-ocr page 308-

304 ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

» schermers te dienen in deze of gene zaak; ii maar het vermogen van den H. Jozef » strekt zich uit tot alle zaken.quot;

Inderdaad, gaan wij de rijen der Heiligen na , dan vinden wij b. v. de H. Lucia en den 11. Blasius toegerust met eene bijzondere macht ora keelziekten te genezen. De studeerende jeugd en de mannen dei-wetenschap wenden zich tot den H. Thomas van Aquinen; de ooglijders roepen de 11. Odilia aan. En wie heeft niet de hulp ondervonden van den H. Antonius, als men iets verloren had ? Welke huismoeder kent niet de macht van den 11. Cornelius tegen de stuipen der kinderen ? Wie riep te vergeefs den 11. Aloysius aan in bekoringen tegen de zuiverheid? Zoo zijn er honderden andere Heiligen. Maar zij schijnen slechts voor ééne zaak te staan; zij zijn onze voorsprekers maar in een of anderen bijzonderen toestand. Niet zoo, zeggen de Heiligen en godvruchtige schrijvers , is het met den H. Jozef gelegen. Waar anderen slechts zalf hebben voor ééne wond, daar heeft hij het geneesmiddel voor elke kwaal van ziel en lichaam.

-ocr page 309-

ACHT EN TWINTIGSTE DAG. 305

Hij kan helpen in het verdienen van het

^ dagelijksch brood; hij kan aan de zwakken een krachtige zuiverheid liezorgen ; hij kan ons helpen om den geest des gebeds te verkrijgen; hij is de ouders behulpzaam bij de opvoeding der kinderen, die hun door God zijn toevertrouwd; hij verkrijgt ons de gunst, gelukkige reizen te doen niet alleen door de wereld, inaar ook de groote reis naar de eeuwigheid; ja, noem eens iets, waar St. Jozefs macht zou te kort schieten.

En niemand ter wereld behoeft te denken, dat hij van St. Jozefs hulp zou zijn uitgesloten. De 11. Jozef toch heeft aan alle menschen , voor wie Jesus gestorven is, eene groote weldaad gedaan , toen hij op aarde leefde. Voor allen heeft hij Jesus verzorgd, bewaard, gevoed, gered, opdat Hij eenmaal voor allen zou kunnen optreden als Leeraar, Hooaepriester, Wetgever, Verlosser en Middelaar. Hij was op aarde ons aller zaakwaarnemer en daardoor heeft hij verdiend het in den Hemel nog te zijn.

: Gelukkige zaken , die zich bevinden in de

O '

handen van zulk een zaakwaarnemer!

L

O—------

-ocr page 310-

-6V C -----f -:

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

306

Hebben wij op aarde een proces, dan nemen wij ook een advokaat of zaakwaarnemer. Maar welken advokaat nemen wij bij voorkeur ? Zulk een, die berekend is voor zijne taak en reeds vele processen tot een goed einde heeft gebracht. Is de H. Jozef zulk een advokaat ? 0, hij is berekend voor alle zaken, hoe talrijk en ingewikkeld die ook zijn ! Dat niet alleen ; maar als hij, bij den oppersten Rechter eene zaak begint te bepleiten, dan is zij reeds gewonnen want de Hechter is zijn Zoon ; en als hij dan spreekt van Bethlehem, met al de armoede en kwelling daar geleden; als hij de ellenden , de honger en dorst der woestijn en het bittere brood der ballingschap in het geheugen des Rechters terugroept ; als hij wijst op al de druppelen zweet voor Hem gestort, als hij zijne handen vertoont, die vereelden in zijn dienst en dan zijne pleitrede besluit met de woorden : « Dat alles , o Jesus , was voor U zal de Rechter tegen zulke beweeggronden bestand zijn ? Onmogelijk, want wij mogen niet veronderstellen, dat het liefdevolle, beminnelijke Hart van Jesus

-ocr page 311-

ACHT EK TWINTIGSTE DAG. 3Ü7

een steeuen hart is, waar geen dankbaarheid of wederliefde woont.

Heeft hij reeds vele processen gewonnen ? 0 , konden wij ze eens oproepen, allen , die eene gunst door den H. Jozef bekomen hebben, wat zouden wij heerlijke getuigenissen vernemen! Wij zouden niet verder behoeven te gaan dan de plaats onzer inwoning, en de een zou ons zeggen; ik hel) door hem de zuiverheid bekomen; een ander een zaligen staat, een derde zegen in tijdelijke zaken. Och , dat alles zou slechts eene voortdurende bevestiging zijn van het woord des H. Bernardus: de H. Jozef is de voorspreker in alle nooden, geen enkele uitgezonderd.

En is die voorspreker altijd toegankelijk ? Waarom niet? Hij is geen advokaat, die zijne bediening slechts met weerzin waarneemt, of wien het om het voordeel te doen is. Wij mogen van den H. Jozef gerust veronderstellen, dat hij in den Hemel eenigermate dezelfde gevoelens heeft als al wie eene lied lening uitoefent op aarde. Een geneesheer heeft gaarne vele patiënten , een leeraar vele leerlingen, een

-ocr page 312-

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

priester vele toehoorders, een ;idvok;iat vele processen. Zoo wil ook de H. Jozef in den Hemel het druk hebben met zijne bediening van zaakwaarnemer onzer belangen. Hij ziet daarbij niet op rijkdom of armoede; wie het meest zijne hulp noodig heeft, die ontvangt ze, en de eenige voorliefde die hij heeft, is voor de ongelukkigsten.

Zullen wij dan niet dikwijls den H. Jozef dat genoegen willen doen van voor ons op te mogen treden bij God. «Allen quot;, zegt de H. Alphonsus de Liguori, (I) n kunnen met een vast vertrouwen tot igt; den H. Jozef hunne toevlucht nemen; en ii hoewel hij meer genegenheid toont aan igt; de rechtvaardigen, zijn echter de zon-daars niet uitgesloten; niet door den ii H. Jozef, die toch ook voor de zaligheid « der zondaars Jesus heeft opgevoed; — ii niet door Jesus, die ook ten gunste der ii zondaars den H. Jozef verhooren wil, » omdat deze Hein uit de handen van i) Herodes en dei1 handlangers van Satan i) bevrijd heeft.

1) Serm. de B. «Tos.

308

-ocr page 313-

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

Die algemeenheid van St. Jozefs macht schijnt ons ook de H. Kerk op het hart te willen drukken. Zij vergelijkt ze met de uitgestrekte macht, welke de eerste Jozef bezat in Putii'ars huis; want, zegt zij in hare getijden ter eere van den II. Jozef: ic Hij heeft hem gesteld als vorst

» over al zijne bezittingen..... De Heer

» heeft mij gemaakt tot lieer over geheel » zijn huisquot;.... De bezitting nu des Hee-ren dat is zijne H. Kerk , dat is de lijdende , strijdende en zegepralende vergadering van alle geloovigen. En over die allen is de H. Jozef aangesteld tot vorst, tot helper en beschermer. Voor Jesus en Maria kan hij niet meer zorgen ; zij heli-ben in den Hemel zijne hulp niet meer noodig ; maar hij kan en wil het nog doen met de grootste liefde voor ons, die de ledematen , de afbeeldsels zijn van Jesus, van welke Deze zelf zegde ; Wat gij een dezer yedaan hebt, dal hebt gij Mij gedaan. (Mt. XXV. 40.)

.-iksas

309 p

Hoe treffend zegt dan ook de M. Tere-sia : ii Ik weet bij ondervinding r dat de » H. Jozef ons in alles ter hulp komt.

lt;^03

, !

fer

-ocr page 314-

310 ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

» Andere personen, wien ik aangeraden heli »zich aan hem te bevelen, hebben het

» evenals ik ondervonden...... Die on-

i) dervinding deed mij verlangen, om alle ii menschen te kunnen overhalen tot een

» groote devotie jegens den H. Jozef.....

n Hen, die mij niet gelooven, bid ik in ii den naam van God, het te beproeven , ii en, door eigen ondervinding geleerd , ii zullen zij tot de overtuiging komen, hoe » voordeelig het is tot dien grooten Patri-ii arch zijne toevlucht te nemen.quot; Waarom zouden wij deze proef niet nemen ? Wij kunnen daarbij niets verliezen; integendeel veel winnen. Wat kunnen wij daarbij winnen quot;? « Vooral drie zakenquot; , zegt de H. Alphonsus de Liguori: « de ii liefde tot Jesus, de vergilfenis onzer ii zonden , de volharding ten einde toe in ii het goede.quot; H. Jozef, verkrijg ze ons!

quot;V oornemen.

Ons naar ziel en lichaam stellen in St. Jozefs handen.

VOORBEELD.

Genezing van het graveel.

Elisabeth Sillevorts, eene zuster uit het kloos-

oUe/-

-ocr page 315-

ACHT EN TWINTIGSTE DAG.

311

ter van .... werd, twee en veertig jaren oud zijnde, drie maanden lang gekweld door de smarten van het graveel. Verschillende dokters werden geraadpleegd , maar geen hunner kon haar van die kwaal verlossen of hare pijnen verzachten, en allen oordeelden, dat zij er van moest sterven. Zoo dan van alle menschel ij ke hulp beroofd, nam zij hare toevlucht tot haren hemelschen geneesheer, den H. Jozef, dien zij te voren reeds met groote godsvrucht had bemind en vereerd. Om zijne hulp en bescherming over zich af te trekken, besloot zij dag en nacht een koordje te dragen, dat onder zijne aanroeping was gewijd ; daarbij voegde zij , met verlof harer overste godvruchtige oefeningen, offers, verstervingen en beloften, en verzocht ook anderen zich met haar te vereenigen. Zij was zoo vol vertrouwen , ook na meerdere gebeden, novenen en beloften, dat zij tot hare overste zeide : „Houd u verzekerd, dat met de hulp van den li. Jozef ik zelf levend aan u den steen zal overhandigen.quot; Eindelijk na lang aanhouden van haar vertrouwvolle smeekingen, op den 10 Juni van 't jaar 1649 werd zij verlost van een steen , die de groote had van een zeer groot hoenderei. Zij bracht dien , zooals zij zoo dikwijls beloofd had, aan hare overste ; en geheel het convent dankte met haar den hemelschen beschermer, den grooten H. Jozef. Van toen af ■ aan was alle pijn geweken , zij bleef zoo gezond .als ieder ander, en overleefde hare redding nog

-ocr page 316-

\tk5

312

7 jaren. Een protestautsche geueesheer, toen hij dien steen had gezien en gehoord had hoe de zuster er van bevrijd was zonder snijding, zonder schade of smart, bekende openlijk dat, ofschoon hij ten opzichte van den godsdienst van een ander i gevoelen was, hij hier overreed was om te geloo-ven, dat deze genezing alle natuurlijke macht tc boven ging.

(Acta Sanctorum. Bolland. 19 Maart § 10.)

GEBED.

o Machtige H. Jozef, zie ons aan uwe voeten! j Welke geestelijke en lichamelijke ellenden zijn ; niet ons deel 1 Maar wij zijn gelukkig in u ; een voorspreker te bezitten, die medelijden heeft met al onze kwalen ; en dat niet alleen ; (want medelijdende personen vinden wij ook op aarde); maar wij hebben in u een voorspreker, een helper, een verzorger , die al onze wonden genezen kan. H. Jozef met vertrouwen wenden wij ons dan tot u; toon aan ons uwe macht; hoe meer ellenden gij in ons te genezen vindt, hoe roemrijker uwe taak is. H. Jozef, onze zaligheid i is in uwe handen! Help ons en genees ons. Am,

f----i'

-ocr page 317-

])e H. Jozef eii de H. Kerk.

i.

Bewaar het toeveiti'ouwde pand. (1 Tim. VI. 30.)

jr bestaat ecu geheimzinnige band ^tusschen den 11. Jozef en de 11. Kerk, een band door God zelf gelegd, toen Hij den 11. Jozef aanstelde tot heer en bestierder over zijn huis en al zijne bezittingen en tot bewaarder van zijne kostbaarste schatten. Dat huis Gods, die bezitting des Heeren was zeker op de eerste plaats het II. Huisgezin van Nazareth, waar het kostbaarste van Hemel en aarde aan Jozefs zorgen was toevertrouwd ; Jesus en Maria.

Dat H. Huisgezin des Heeren bestaat nog.

-ocr page 318-

314 NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.

Wel is de H. Maagd Maria glorierijk ten Hemel opgenomen, wel is Jesus glorierijk tot zijnen Vader teruggekeerd, wel is de II. Jozef sinds meer dan 1800 jaren deu dood der rechtvaardigen gestorven ; maar die II. familie van Nazareth is opgevolgd door de II. Familie der Katholieke Kerk. De kleine Familie van Nazareth was het vooraflieeldsel van die groote Familie der II. Kerk , welke door Jesus is gesticht.

Welk deel nu heeft de H. Jozef gehad aan die stichting ? Daar moge de volgende gelijkenis, door den II. Vincentius Ferre-rius (I) gebruikt, het antwoord opgeven. Te Constantinopel had men door de bijdragen der geloovigen eene kerk gebouwd. Op den dag der plechtige inwijding, zag men eensklaps in gouden letters op den voorgevel deze woorden schitteren : « Sophia heeft mij gebouwd.quot; Verbaasd over zulk een wonder, zocht men overal die Sophia. Eindelijk vroeg men aan eene arme vrouw, die Sophia heette, wat zij dan toch wel ten geschenke had gegeven tot opbouw van dien tempel. Zij antwoordde : « Daar ik

1) S. Vine. Ferr. Serai. V. in Dom. Sept.

-ocr page 319-

NEGEN EN TWINTIGSTE quot;JAG.

niets anders had, heb ik aan de vermoeide en hongerige ossen, die hout en steenen aanbrachten , een handvol hooi gegeven . opdat zij beter in staat zouden zijn, hunne wagens te trekken.quot; Om dien geringen dienst, werd haar door God de stichting dier kerk aangerekend, als haar werk.

Passen wij dit eens toe op den fl. Jozef en op de H. Kerk, die niet beslaat uit stoffelijke steenen, maar uit onsterfelijke zielen. Die Kerk overdekt als een heerlijk gebouw de gansche aarde. Uit hare voorportalen vloeien zeven stroomen, waaraan de wereld zich komt laven, de II. Sacramenten. Wie heeft die Kerk zoo heerlijk, zoo krachtig, zoo onvergankelijk gegrondvest? Dat heeft Jesus Christus gedaan. Waar heeft Hij de fondamenten gelegd van dien reuzenbouw, die alleen veel meer onze bewondering verdient dan de zeven wonderen dei- wereld te zamen ? Dat heeft Hij gedaan in het huisje van Nazareth ; daar heeft Hij in eenzaamheid en gebed den grondslag gelegd, waarop later de Apostelen en hunne opvolgers hebben voortgebouwd. Wie voedde Hem op tot dat groote

315

-ocr page 320-

a/Si

Wie was Hem daarin behulpzaamquot;? Hem, wie waakte over Hem , opdat Hij ongestoord zijn grootsche plannen zou kunnen uitvoeren'? Dat was de H. Jozef. Als dus de arme Sophia door God beschouwd werd als stichteres van Constantinopels tempel, wat dan te zeggen van den H. Jozef? Hoe hebben wij hem dan te beschouwen, hem, die dertig jaren lang den Stichter der Kerk behulpzaam was in het fondeeren van dien reuzenbouw, niet als Apostel, niet als Martelaar, (want dat was zijne roeping niet), maar als Verzorger van Jesus Christus quot;? Met voor Hem te zorgen , zorgde de 11. Jozef voor ons , (.lie de levende , onsterfelijke , uitgezochte steenen zijn, waaruit de H. Kerk bestaat. Voor ons heeft hij het Hoofd der Kerk, haar Koning, haar Wetgever, haar Hooge-priester opgevoed. Daar mag de H. Kerk hem wel dankbaar voor zijn, en inderdaad zij is er hem dankbaar voor, door den H. Jozef te vereeren als haren Patroon en machtigen Beschermer.

De schatten van het huis des Heeren, do H. Kerk, dat zijn hare HH. Sacramenten,,

316 werk

NKCiEN EN TWINTIGSTE DAG.

Wie verzorgde

21

-ocr page 321-

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG. 31

waardoor ons dc genaden, ter zaligheid noodig, toevloeien. Die schatten waren als in haren Oorsprong besloten in onzen Heer Jesus Christus, den Insteller der 1111. Sacramenten. Door wie zijn ons die HH. Sacramenten geworden ? Wie heeft voor ons die bronnen bewaard ? Wie heeft verhinderd, dat die bronnen reeds bij haar ontstaan door Herodes gestopt werden ? Wij mogen zeggen : de H. Jozef. Deze ontving Jesus in zijn huis. En dat niet in zijn eigen naam of tot zijn eigen voordeel alleen; maar uit naam van alle geslachten , des Ouden Verbonds, dat met den H. Jozef besloten werd ; uit naam ook van geheel liet Nieuwe Verbond, zegt de H. Bernardinus, van al de toekomende geslachten voor welke Jesus Christus, Verlosser en Zaligmaker zijn zou. De H. Jozef was dus als het ware de brug tusschen het Oude en Nieuwe Verbond. Hij behoorde tot het Oude, als de laatste dei' Patriarchen ; maar ook tot het Nieuwe, omdat hij Jesus verzorgde , die de Wetgever , de Leeraar, de Middelaar en Verlosser der Nieuwe Wet zijn zou. Daarom noemt hem de H. Bernardus «Gods aller-

JlST'*

-ocr page 322-

negen en twintigste dag.

getrouwsten medehelper.quot; (1) De II. Jozef was Gods medehelper, niet alleen diens werktuig; want een werktuig weet niet, waarvoor het gebruikt wordt; maar deH. Jozef wist, wat hij deed, toen hij , onder den sluier van een maagdelijk echtverbond, de intrede van Jesus in deze wereld mogelijk maakte. De Engel had immers den H. Jozef geopenbaard, wie Jesus was en welk Diens zending op aarde zijn zou. «Daaromquot; zegt de 11. Bernardinus van Senen ; «geloof ik, dat Jozef allerzorgvul-» digst geweest is voor de zaligheid der » wereld, in navolging van zijne allerhei-ii ligste Bruid , Maria.quot;

De H. Jozef moet dus de ü. Kerk reeds bemind hebben voor zij bestond. Hebben de Apostelen en Martelaren haar niet bemind, toen zij nog klein en onaanzienlijk was ? Zij hebben er hun leven voor gegeven. Meer dan zij heeft de H. Jozef er voor gedaan. Hoe zal hij dan nu die Kerk niet beminnen, nu zij zich ontwikkeld heeft tot een heerlijken bouw, langs

1) Coadjutorem fidissimum. Hom. IT. Super : llissus est n0 17.

318

-ocr page 323-

IP----

NEGEN EJS TWINTIGSTE DAG. 319

welks wijde deuren duizenden, millioenen zielen de eeuwige zaligheid gevonden hebben en nog dagelijks vinden.

Dit alles bedenkende, kan het ons niet verwonderen dat de Pausen van Home in den nood der Kerk zich om hulp wenden tot den H. Jozef; dat zell's Pius IX, z. g. in het jaar 1870 geheel de H. Kerk plechtig aan hem toewijdde en hem uitriep tot Patroon en Beschermer dier H. Kerk, « opdat zij in deze beklagenswaardige tij-ii den, door de verdiensten en de voor-« spraak van den H. Jozef de goddelijke i) Barmhartigheden zoude verwerven en igt; de kwellingen van haar mogen weggeno-» men worden. (Pius IX. Encycl. 8 Dec. 1870.)

quot;Voornemen.

Den H, Jozef de H. Kerk , welke toch ook eeuigermate zijn werk is, aanbevelen.

VOORBEELD.

Godsvrucht van Fins IX en van de Vaders van

het Vaticaansch Concilie tot den II. Jozef.

Tijdens het Vaticaansch. Concilie, dat in 1869 te Rome begon, hadden honderd drie en

-ocr page 324-

NEGEN EN TWINTIGSTE DAG.

320

vijftig bisschoppen gezaDienlijk aan die heilige vergadering een smeekschrift aangeboden, waarin zij cene dubbele gunst verzochten ter eere van den II. Jozef. Vooreerst, dat de H. Congregatie der Uiten hem voortaan in de Katholieke Kerk en in de H. Liturgie, eene vereering zou toewijzen, ua de H. Moeder Gods, hooger dan die van alle bewoners des Hemels. Verder dat de H. Jozef zou verklaard worden , na de H. Maagd als de voornaamste Patroon te zijn der H. Kerk. Bij dit laatste verzoek sloten zich aan honderd achttien Vaders van het Concilie in een bij zon dei-schrijven ; insgelijks drie en veertig Generaals van verschillende Orden. In gevolge hiervan verscheen den 8 December 1870 op last van Z. H. Paus Pius IX een decreet van de H. Congregatie dei-Riten, waarin de H. Jozef tot Patroon der Katholieke Kerk werd verklaard; daarenboven werd zijn feest, dat op den 19(len Maart is bepaald, verheven tot een feest van de eerste klas, doch zonder octaaf ter wille van den heiligen vastentijd. Wat het andere verzoek aangaat, waardoor honderd drie en vijftig bisschoppen hadden gevraagd, om na de H. Maagd aan den H. Jozef eene hoogere eer dan aan alle andere Hemelbewoners toe te schrijven, daarover toonde Z. H. Pius IX, wat zijn eigen persoonlijk gevoelen was in de volgende gelegenheid. Een t'ransch schilder was door den H. Vader gelast, de Onbevlekte Ontvangenis op doek te brengen. Toen hij

- ■

-ocr page 325-

GBBEÜEK O NI) KR DE H. U1S.

aanschijn ter aarde neergeworpen, bidt Hij zijnen hemelschen Vader, Hem in dien pijnlijken strijd bij te staan. Terwijl in dat droevige uur al de smarten van zijnen nabijzijnden dood zich voor zijn geest vei'-toonen, wordt zijne ziel ten uiterste bedroefd, geraakt Hij in doodstrijd en wordt met een bloedig zweet overdekt.

O Jesus, de oorzaak van uwe droefheid zijn mijne zonden. Ach, wat groot kwaad heb ik gedaan niet te zondigen tegen U , mijn Heer en mijn God! Ik erken mijne misslagen, ik heb die voor mijne oogen , om ze te verfoeien, te beweenen en TJ daarvoor voldoening aan te bieden. Ik belijd ze voor ü en voor geheel het he-melsche Hof. quot;Wees mij genadig, o barmhartige God, vergeef mij, znivermij, maak mij zalig. Laat de droefheid en het Bloed van uwen goddelijken Zoon voor mij ten beste spreken.

A-ls de Ipriester opgaat: naai' het altaar.

O mijne ziel, uw Jesus wordt door den kus van den snooden Judas verraden. Zie, daar omringen Hem ruwe soldaten en beladen Hem onmenschelijk met boeien en ketenen. Jesus lijdt dit alles en zwijgt.

Hij wordt onder duizend versmadingeu en mishandelingen naar Jerusalem gesleurd. Bedenk eens, tot welken prijs Jesus voldaan heeft voor uwe hoovaardigheid

353

-ocr page 326-

GE1ÏEÜEN ONDER

en ongehoorzaamheid; hoe duur Hij voor u de genade heeft verworven, om ootmoedig en onderdanig te zijn. Hebt gij er uw voordeel mede gedaan ?

quot;Wanneer de IPriest-er voor het altaar lieen en weder gaat om den Epistel en het Evangelie te lezen.quot;

Jesus gaat Jerusalem binnen. Beschouw Hem, mijne ziel, bij dien intocht; nu niet toegejuicht, noch als Koning erkend gelijk kort te voren, maar als een boosdoener aangezien en behandeld, en met bespotting en verguizing overladen. O hoe veranderlijk zijn toch de oordeelen der menschen ! Hoe spoedig bespotten zij dikwijls degenen, die zij eerst geprezen of gevleid hebben! En zoudt gij , mijne ziel, dan op de menschen uw vertrouwen stellen 1 Neen, dat zij verre van u ; behartig uwen plicht, zoek God te behagen, en stoor u verder niet aan de oordeelen der menschen.

Vestig opnieuw uwe blikken op uwen Jesus, en zie, hoe Hij geboeid met koorden, van de eene rechtbank naar de andere ■wordt gesleurd en daar beschuldigd , mishandeld en veroordeeld wordt.

Wat schoone lessen van stilzwijgendheid , van geduld , van vergevingsgezindheid en versterving geeft u hier Jesus! Begrijpt gij die , mijne ziel F Maar wanneer zult gij toch eens, zooal niet door

354

-ocr page 327-

amp;2_

DE It, MIS

vrijwillige boetedoeningen, dan tooli door geduldige aanvaarding van de lasten des levens, nwe zondige neigingen bedwingen en beheerscben ! Zal bet dan met u altijd moeten blijven, gelijk het tot nu toe geweest is : eiken dag steeds nienwe fouten en zonden -— en nimmer boetvaardigheid of voldoening ?

O eeuwige Vader, zie, ik ben bereid, alle moeilijkheden aan te nemen , die Gij mij overzendt, om voor mijne tallooze overtredingen te voldoen ; ik smeek ü alleen , o mijn God, verlaat mij niet, en verwijder U niet van mij. Ps. XXXVII. 22.

quot;Van het Offertorium tot liet Sanctum,

Beschouw uwen Jesus, terwijl Hij aan de kolom gebonden, wreedelijk wordt ge-geeseld, en daarna met doornen gekroond. Wie kan Hem in dien toestand aanzien, zonder door het innigst medelijden bewogen te worden?

Engelen des Hemels , komt en ziet den Koning der heerlijkheid , geheel overdekt met bloedige wonden. Is het u niet toegestaan , Hem uit zooveel smarten te bevrijden , komt ten minste mij bijstaan, om tranen van mededoogen te storten.. ..

O hemelsche Vader, ontvang dit onbevlekte offer, dat Jesus U aanbiedt, tot dankzegging voor alle genaden en gunsten, waarmede Gij mij hebt overladen , en tot boeting van zoovele zouden , die ik tegen

-ocr page 328-

GEBEDEN ONDEK

U bedreven heb. O Heer, Leb medelijden met mij , verleen mij al wat mij noodig is , maar vooral de genade der volharding.

Ik beken het, o Vader, ik ben niet waardig verhoord te worden, nadat ik door zoovele zonden uwen Zoon, mijnen Verlosser , heb gegeeseld en met doornen gekroond. Maar zie, hemelsohe Vader, op uwen lieven Zoon en op zijne verdiensten , die ik U aanbied. Zijn bloed, zijne geopende wonden spreken voor mij ten beste en vragen barmhartigheid en vergeving.

■Van het Sanctis tot de Consecratie.

O mijne ziel, hoe wordt gij niet tot medelijden met uwen Jesus bewogen ? Ziet gij niet, met welke teedere liefde Hij het kruis omhelst, dat kruis, waarnaar Hij , tot uwe zaligheid, zoolang verzucht heeft! O hoe zwaar hebt gij het Hem door uwe zonden gemaakt! Bewonder zijne liefde en bedank Hem. Leer ook van Jesus, het kruisje, dat Hij u overzendt, met liefde omheizen. Laat u niet afschrikken , noch door de moeite daaraan verbonden , noch door de oordeelen der menschen, noch door eenig ander bezwaar. Immers indien gij met Jesus lijdt, zult gij ook met Jesus heerschen.

Volg nu met uwe gedachten uwen Jesus, terwijl Hij naar den Calvarieberg geleid wordt. Wat droevig schouwspel! Welke smartelijke tocht! Uw liefdevolle Zalig-

356

-ocr page 329-

DE fl. MIS.

maker wordt ter dood geleid , gelijk een lam ter slachtbank. Aanschouw Hem, Hij is geheel door wonden verscheurd ; Hij draagt de doornen kroon op zijn hoofd , en het zware kruis op zijne gekneusde schouders : Hij gaat, geheel onder den last gebogen, met wankelende voetstappen vooruit, laat een bloedig spoor van zijnen tocht achter, en schijnt bij elke schrede den geest te zullen geven. En zult gij , mijne ziel, Hem niet te hulp komen, Hem niet troosten? Welnu, voeg u in den geest bij uwen Verlosser, om Hem te ondersteunen en zijn bedrukt Hart eenige voldoening te geven.

O mijn Jesus, mijn lijdende Zaligmaker, thans zie ik in , welk groot kwaad ik door de zonde bedreven heb. Ik verfoei al mijne overtredingen en betreur die in de bitterheid mijns harten. O hadde ik TJ toch nooit bedroefd' Wat al versmadingen, wat al mishandelingen en martelingen hebt Gij , o mijn Jesus , voor mij geleden! Ik ben beschaamd, dat ik in het verledene om eene nietige voldoening , om een schandelijk vermaak, uwe genade en liefde verstoeten of geminacht heb. Ach ! voor die zonden zijt Gij, mijn Jesus . aan het kruis genageld en hebt Gij uw dierbaar Bloed vergoten.

Nu ben ik er oprecht bedroefd over. en maak het vaste besluit, U niet meer te mishagen en U in alles voldoening te geven.

357

-ocr page 330-

GEBEODN ONDEK

mi.

Vau cle Consecratie tot het Pater noster.

Zie mijne ziel, nu wordt uw goddelijke Verlosser aau het kruis in de hoogte gelieven! Acli, hoe hangt daar uw Jesus aan dat schandhout, te midden der wreedste smarten! Overweeg aandachtig zijne pijnen. Ku eens tracht hij steun te vinden op de wonden zijner handen , dan op die zijner ' voeten ; maar waar Hij ook steun zoekt . . daar groeien zijne pijnen aan. Zijn doorwond hoofd keert Hij nu naar de eene , dan naar de andere zijde, doch zonder verlichting: laat Hij het voorover hangen op zijne borst, dan rijten de wonden zijner handen verder open ; iaat Hij het • neerzijgen op zijne schouders , dan worden ' deze door de scherpe doornen gewond: wil Hij het doen leunen tegen het kruis , dan dringen de doornen dieper in het hoofd. Ach, mijn Jesus ! welke smartelijke, welke bittere dood , dien Gij voor mij hebt willen sterven! Hoe edelmoedig is mijn Verlosser geweest voor mij, en hoe lafhartig en ongevoelig ben ik voor Hem, daar ik het minste voor Hem niet weet te lijden, mij terstond beklaag en ontevreden ben !

O mijn gekruisigde Jesus! ik aanbid U op het kruis, op dien troon van vernedering en smarten: vol berouw, met een verootmoedigd en vermorzeld hart, kniel ik voor U neder, om die heilige voeten

-ocr page 331-

DE It. MIS.

eu handen te omhelzen , die Gij uit liefde voor mij hebt laten doornagelen. Ja, mijn Jesns, ik omhels IJ op het kruis, waaroj) Gij , als slachtofl'er van liefde , ü zeiven voor mij aan de goddelijke lichtvaardigheid hebt opgedragen. O, nooit volprezen*' gehoorzaamheid van Jesns, welke de vergiffenis onzer zonden en alle genaden voor ons verdiend hebt ! Ach , wat zou er van mij geworden zijn , als Gij , mijn Jesns , uw leven niet voor mij hadt gcslaehtollerd ' Ik bedank U, mijne Liefde, mijn Al! en ik smeek U door de verdiensten dier volmaakte gehoorzaamheid, verleen mij de genade, om uit liefde voor U ook gaarne en nauwgezet te gehoorzamen aan allen , die uwe plaats voor mij bekleeden, en ook altijd van harte te vergeven aan allen die mij beleedigd hebben. Ik verlang vurig , U niet meer te mishagen, maar integendeel U uit geheel mijn hart te beminnen en altijd te beminnen.

quot;Van het IPater noster tot. het Domine non sum dig rins.

Eindelijk breekt het oogenblik aan, dat Jesus sterft.... Beschouw, mijne ziel, hoe die goede Verlosser zieltogende is aan het kruis: zie in den geest die gebrokene oogen , dat verbleekte gelaat, dat nauwelijks nog kloppende Hart, dat bezwijkend •en ineenzijgend lichaam , die schoone ziel, welke op het pnnt is zijn lichaam te ver-

35'J

-ocr page 332-

GEBEDEN ON DE II

laten. Jieeds verduistert de zon , beeft de aarde , splijten de rotsen. O wat schrikwekkende teekenen zijn dit! Zij kondigen aan , dat de Heer , de Schepper der natuur gaat sterven.... O mijne ziel, plaats u aan den voet van dat kruis, waaropJesus gestorven is; bedenk het en prent het diep in uw gemoed , dat Jesus gestorven is uic liefde voor u, als waart gij alleen te verlossen. Vraag al wat gij wilt aan uwen gestorven Zaligmaker, en vertrouw vast, dat gij het verwerven zult. Aanschouw Hem nog eens aandachtig op dat kruis t waar alles in Hem liefde verdient en tot wederliefde opwekt; dat hoofd , gebogen om u den vredekus te geven: die armen , uitgestrekt om u te omhelzen; dat Hart, geopend om n te ontvangen en u eene schuilplaats aan te bieden. O Zaligmaker der wereld, o mijn minnelijke Jesus, ik geef mij geheel in uwe handen over, en draag mij aan U op. Ontvang mij , mijn Jesus, in uw minnend Hart, en heb medelijden met mij , die zoo traag ben in U bewijzen mijner liefde te geven. Genees Gij de wonden mijner ziel, ontsteek Gij mij door uwe liefde, opdat ik al mijne overige levensdagen alleen bestede in ü te dienen en U steeds volmaakter te beminnen.

Van liet Domine non sum dignus tot na de Communie.

O mijn Jesus, mijn God , eenig en op-

360

-ocr page 333-

DE It. MIS.

perst goed mijner ziel , mocht ik even gelukkig zijn ais zoovele andere zielen , die vervuld met een levendig geloof, en gezuiverd van de vlekken der zonden, menigmaal vol godsvrucht tot U naderen en zien aan uwe heilige Tafel voeden met uw goddelijk Vleesch en Bloed!... Welk voorrecht, welke troost ware het voor mij, als ik op dit oogenblik met de vurige liefde van zoovele Heiligen, mij met U kon vereenigen , TJ in dit Sacrament van liefde mocht bezitten en mij voor altijd aan U kon opdragen!... Ach , ik smeek U door uwe oneindige verdiensten, zuiver mij van al mijne zonden, die ik oprecht verfoei en maak mij uwer waardig. Ik weet wel, o Heer, ik ben niet waardig, dat Gij in mijn hart komt; maar spreek slechts een woord, o zoetste Jesus, en mijne ziel zal geheiligd worden. In U hoop ik, naar U verzucht ik, U bemin ik uit geheel mijn hart. O Jesus, Gij zijt mijne toevlucht, mijn vertrouwen , mijne liefde, de zoetste spijs mijner ziel.

jSTa de Communie.

O Jesus, dat uw allerheiligst Lichaam mij heilige, dat uw dierbaar Bloed mij versterke, dat de verdiensten van uw H. Lijden mij verrijken en tot het eeuwige leven geleiden.

Mijn beminde Zaligmaker, Gij zijt nu op eene geestelijke wijze tot mij gekomen.

361

-ocr page 334-

^'1-

362 GEBEDEN ONDElt

OI

Wat zal ik U wedergeven voor zooveel weldaden , die Gij mij hebt bewezen ? Ik zal U beminnen, o Heer, die mijne sterkte * zijt, en nwe heilige geboden onderhonden. Ik zal U beminnen, mijn Jeans, de vreugde, de kracht, de zaligheid mijner ziel, en mij nimmer van ü verwijderen. Ik aanbid U met de Engelen en Serafijnen , ik loof en dank ü, ik wijd mij aan U toe en draag mij aan U op met al mijne zwakheden , bijzonder met deze, welke mij het meest eigen is.... Sterk mij daartegen door u we liefde... . Geef mij deel aan uwe verdiensten , aan uwe deugden, vooral aan deze, waaraan ik de grootste behoefte

heb.....Neem van mij weg den bedorven

wereldgeest en de ongeregelde genegenheid voor al het aardsche. Verlevendig in mij het geloof en de hoop der eeuwige goederen. Ontsteek in mij voor altijd uwe liefde. Dat toch mijn hart zich onbevlekt beware in het onderhouden uwer geboden , in de vervulling mijner plichten; dat ik noch van daag, noch ooit meer toestemme in de zonde, maar standvastig met uwen heiligen wil vereenigd, steeds leve, om ü te behagen en U genoegen te geven , o allerzoetste Jesus! Zoo zij het. In U wil ik leven en sterven. Moge ik van nu af aan leven in de deelneming aan uwe EL Geheimen , in de ombelzingen uwer vurigste liefde, in het genot van uwen rijksten zegen , dien ik IT afsmeek.

-•QJ

-ocr page 335-

jSTa den Zegen des l^riesters.

Hemelsche Vader, aanvaard dit aller-lieiligst ofl'er, lot betuiging mijner onbeperkte dienstbaarheid en mijner volledige onderwerping aan uwen aanbiddelijken wil, tot dankzegging voor uwe tallooze gunsten en weldaden, en tot voldoening voor mijne zonden en die der gansche wereld. Moge deze hoogheilige offerande ook voordeelig zijn aan alle geloovigen en aan de zielen des vagevmirs. O Heer, verleen mij steeds overvloedige genaden in al mijne noodwendigheden en laat mij nooit aan mij zelveu over. Ik betuig in tegenwoordigheid van Hemel en aarde, dat ik bereid ben, liever te sterven dan U te beleedigen. Maar sta Gij , o Heer, mij altijd bij, opdat ik alzoo veilig voortga langs den weg, die mij eens moge voeren tot U, mijn God, in de zalige eeuwigheid. Amen.

-ocr page 336-

VERSCHILLENDE GEBEDEN

TOT DEN

IHC. JOZEIF-

——

X-itanie ter eere van. den H- «Jozef.

Heer, ontferm U onzer.

ChrietuB, ontferm U onzer.

Heer, ontferm TJ onzer.

Christna, hoor ons.

Christns , verhoor ons.

God , hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievnldigheid , één God, ontferm TJ onzer.

Jï. Maria , bid voor ons.

H. Moeder Gods, bid voor ons.

H. Maagd der maagden , bid voor ons. H. Jozef, bid voor ons.

Beschermer van Jesns, bid voor ons.

-ocr page 337-

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

Bruidegom van Maria, bid voor ons.

Man naar Gods Hart,

Getrouwe en wijze dienaar ,

Bewaarder der zuiverheid van Maria ,

Medehulp van Maria,

Leidsman en troost van Maria ,

Die om Maria met bijzondere genaden

begunstigd zijt.

Allerreinste in zuiverheid , Allernederigste in ootmoedigheid , Allervurigste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing, Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard,

Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest, Die door een Engel in het geheim der

Menschwording onderricht zijt, Die met Maria, uwe Bruid, naar Bethlehem zijt gereisd ,

Die, toen gij in de herberg geene plaats vondt, in eenen stal hebt vernacht, Die waardig zijt geweest bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib werd gelegd ,

Die met Maria het Kind Jesus in den

tempel hebt opgeofferd ,

Die op het woord van den Engel met Jesus en Maria naar Egypte zijt gevlucht ,

Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd ,

Die het Kind Jesus, dat te Jerusalem

-ocr page 338-

VEESCHrLlEKDE GEBEDEN.

was gebleven, met Maria vol droefheid gezocht hebt, bid voor ons.

Die Hem na drie dagen met blijdschap

gevonden hebt, zittende in het mid- St den der leeraren ,

Aan wien de Heer der Heeren op aarde o

onderdanig geweest is , 2

Bruidegom van Maria, uit welke Jesus c

geboren is, OE quot;Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,

Onze voorspreker , hoor ons, H. Jozef. Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef.

In al onzen nood, help ons, H. Jozef. ^

In al onze benauwdheden, £.

In het uur van onzen dood , ^

Door uwe allerzuiverste trouw , b

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, -

Door al uwen arbeid en al uw zweet, W

Door al uwe deugden , ^

Door al uwe verdiensten , n

Door uw eeuwig geluk, r» Wij , die u als Beschermer aanroepen, wij

bidden u, verhoor ons.

Dat gij Jesus willet bidden om ver-

gifl'enis onzer zonden, ^

Dat gij ons aan Jesus en Maria gelievet E

aan te bevelen, re4

Dat gij voor alle maagden en onge- ^

huwden de gaaf der zuiverheid willet -

verwerven, m

Dat gij voor de gehuwden eene onbe- pquot;

vlekte getrouwheid en heilige een- o

dracht willet verkrijgen , S

366

-ocr page 339-

73^2______

VElïSCHILLENDE GEBEDEN. 307

Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming willet verwerven , wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij de vaders der huisgezinnen in ^ het christelijk opvoeden hunner kin-deren willet behulpzaam wezen, cquot;. Dat gij alle oversten in de bestiering g-van degenen, die hun zijn toebe- g trouwd , willet behulpzaam zijn ,

Dat gij alle vergaderingen , die u bij- -zonderlijk zijn toegedaan , willet be- lt; gunstigen, 2

Dat gij allen, die op uwe hulp be- Squot; trouwen, altijd en overal willet be- ° schermen, o

Dat gij alle geloovige zielen door uwe £

voorbede willet helpen ,

Beschermer van Jesns,

Bruidegom van Maria ,

Heilige Jozef,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons , Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer , ontferm U onzer.

; Christus, ontferm TT onzer.

Heer, ontferm IJ onzer.

Onze Vader, enz.

-ocr page 340-

VEKSCiilLLENUE GEitLDKN.

f. Bid voor ons, H. Jozef,

ly. Opdat wij der beloften van Christus

waardig worden.

LAAT ONS B1DDKN.

O heilige Jozef, die in de omhelzing van Jesas en Maria, uwe allerliefste Brnid, uit deze wereld gescheiden zijt, wij bidden u , dat gij ons willet te hulp komen met Jesus en Maria, als de dood ons leven zal eindigen; opdat wij in de omhelzing van Jesus, Maria en Jozef, onzen geest vol van betrouwen mogen geven. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Gebed.

Wij bidden ü. Heer! dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerseht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed

om den H. Jozef tot Patroon te vei'kiezen en zich zeiven onder zijne bescherming te stellen.

H. Jozef! ik verkies u heden, voor geheel mijn leven, tot mijn bijzonderen meester,

308

-ocr page 341-

EEN EN DERTIGSTE DAG.

dus diep moest buigen, om daar binnen te treden. Hij verzette zich nooit tegen de gestelde machten, maar eerbiedigde het gezag, overal waar het werd uitgeoefend, al kostte het hem zware reizen cn groote moeilijkheden.

Niet zonder hooger inzicht beschikt God het juist in onzen tijd, dat de II. Jozef zoozeer door den Opperpriester op den kandelaar wordt geplaatst. Men heeft boeken vol geschreven , om een geneesmiddel te vinden voor de kwalen van onzen tijd. Waarom gaat men het geneesmiddel niet zoeken daar waar het te vinden is '7 Is er dan ijeen zalf in Galaüd ? Of is er geen geneesheer ? Waarom blijft dan de wonde van mijn volk steeds open ? (Jerem. VIII. 22.)

quot;-lt;3^ro 337

0, mochten dan de woorden behartigd worden , die onze H. Vader nog onlangs sprak : « De huisvaders vinden in hem het schoonste beeld van waakzaamheid en vaderlijke zorg ; de echtgenoolen een volmaakt voorbeeld van echtelijke trouw ; de maagden tegelijk een voorbeeld en een beschermer der zuiverheid ; de groeten en rijken kunnen van hem leeren, welke de ware

1

amp;

-ocr page 342-

EEN EN DERTreSTE DAG.

m

338

goederen zijn en hoe men den tegenspoed moet dragen; de armen en de werklieden, hoe zij zich moeten schikken naar de ontberingen en den harden arbeid, eigen aan hun stand.quot; (1) Het ksn niet anders, weldra zou de gedaante der aarde veranderd zijn.

quot;V oornemen.

Zoo wij de wereld willen veranderen, en bekee-reu , laat ons dan beginnen met de verandering en bekeering van ons zeiven.

VOORBEELD.

Een Spiritist wordt op de voorbede van den II. Jozef aan den dood en aan de hel onttrokken.

Emmanuel T. , geboren bij Cognac (Dep. Charen-te), had het ongeluk zijne ouders te verliezen toen hij nauwelijks 21 jaar oud was. Meester over een vrij aanzienlijk vermogen , kende zijne genotzucht geen grenzen ; in Baden alleen had hij in korten tijd meer dan 100,000 fr. verloren. Als ijverig apostel van het Spiritisme, waren alle middelen hem goed om nieuwe aanhangers te winnen.

Een priester, die hem dikwijls zag, beklaagde hem bitter, dat hij zoo op den weg naar de heL

1) 15 Aug. 1889 Encycl. quamquam pluries.

lt;^1

-ocr page 343-

EEN EN DERTIGSTE DAG.

was afgedwaald; op zekeren dag galquot; hij hem ook eene medaille vaü den H. Jozef met de woorden : „ Bewaar dezelve goed ; zij zal u tot eene beschutting zijn , welke gij dringend noodig hebt.quot; — Zes weken later zou die medaille hem van den dood en van de hel bewaren.

Hij bevond zich in een logement te Montélimar, toen hij plotseling door eene hevige en buitengewone ziekte werd overvallen : krampen en benauwdheden , zooals hij nog nooit had ondervonden. Hij lag daar in doodsangst ; de hel opent haren muil om hem te verslinden ; hij hoort het brullen en het hoongelach der duivels. . . . Hij roept den bediende , die in een aangrenzende kamer sliep ; maar hij kan zich niet verstaanbaar maken. Hij gelooft, dat zijn laatste uur is geslagen , en hij verbrandt reeds zijne brieven , die hem in ongelegenheid zouden kunnen brengen. Dan spant hij zijne laatste krachten in en sleept zich met groote moeite naar de plaats, waar zijn jas hing, om uit een der zakken de medaille van den H. Jozef te nemen. Hij drukt ze aan zijn hart en zijne lippen ; hij bezweert den Heilige toch bij God voor hem om vergiffenis te bidden ; hij belooft zich te bekeeren en nog op denzelfden dag te biechten als God hem nog spaart in het leven, dat hij zoozeer had misbruikt.

o Wonder der goddelijke barmhartigheid 1 o Macht van den H. Jozef; hoe snel komt gij ons te hulp ! — Nauwelijks had hij deze aanroeping

ïf

-ocr page 344-

340 %

EEN EN DERTIGSTE DAG.

gedaan, of hij viel in een zachten en versterkenden slaap. Des morgens bij het ontwaken had hij de medaille van den H. Jozef nog op zijn hart gedrukt. — Zijne beloften kwam hij trouw na en hij legde een rouwmoedige Biecht af, hetwelk hij sedert tien jaren niet meer gedaan had.

Later vestigde hij zich van de wereld afgezonderd te Lyon en besteedde zijnen tijd en zijn inkomen in werken van liefde voor armen en onwetenden.

(Propagateur 1886.)

GEBED.

o Groote H. Jozef, gij die door uwe deugd verdiend hebt het voorbeeld te worden van alle staten en standen, zie hoe krank onze tegenwoordige maatschappij is. Machtige geneesheer onzer kwalen, doe ons de kracht uwer voorbede gevoelen. Laat het licht uwer voorbeelden schijnen voor de wereld, opdat zij in die voorbeelden genezing vinde en den Vader verheerlijke , die in den Hemel is. Amen.

-ocr page 345-

Lezing voor den Feestdag van St. Jozef.

19 Maarl. (1)

Wie zal een getrouwen man vinden?

(Prov. XX. 6.)

t wetten der H. Kerk schrijven or, dat het Allerheiligste Sacrament in den Tabernakel bewaard worde, gesloten in een gouden of zilveren ciborie, welke op hare beurt wederom moet overdekt zijn met een kostbaar zijden bekleedsel. — Dat is eene gelijkenis van hetgeen er plaats had in het huisje van Nazareth. Het Allerh. Sacrament is de- wetten der H. Kerk schrijven or, dat het Allerheiligste Sacrament in den Tabernakel bewaard worde, gesloten in een gouden of zilveren ciborie, welke op hare beurt wederom moet overdekt zijn met een kostbaar zijden bekleedsel. — Dat is eene gelijkenis van hetgeen er plaats had in het huisje van Nazareth. Het Allerh. Sacrament is de-

1) Het is de wensch van Z. H. Leo XIII, dat men dezen feestdag ten minste doe voorafgaan door een Triduum of driedaagsche oefening, en daar, waar deze dag geen geboden feestdag is, verlangt Z. H., dat men dien toch plechtig viere door oefeniiiiren van Viijzondere godsvrucht.

(15 Aug. 1889.)

-ocr page 346-

m

342 FEESTDAG VAN ST. JOZEF.

zelfde Jesus, die ook te Nazareth was; de ciborie, die het Allerheiligste bevat, verbeeldt de gezegende Moeder des Heeren; het kostbaar zijden overkleedsel, dat èn ciborie èn H. Sacrament overdekt, verbeeldt den 11. Jozef, die tijdens zijn leven èn Jesns èn Maria dekte met zijne bescherming. En o , met hoeveel getrouwheid heeft hij zich van dien plicht gekweten !

De II. Geest zegt, dat een getrouw mnn verdien! veel geprezen te worden. (Prov. XXVIII. 20.) Tot eer en lof dan van den getrouwen H. Jozef zal heden op zijn feestdag diens getrouwheid ons bezighouden en stichten.

Als wij, menschen, eene kostbare zaak hebben, die wij zelf niet bewaren kunnen, dan zien wij om naar iemand, dien wij ge rustel ijk kunnen belasten met de zorg daarvoor. Niet de eerste de beste is ons welkom ; maar wij onderzoeken eerst wel, of die persoon alle eigenschappen van een getrouw bewaarder heeft. En welke zijn die eigenschappen'?

Vooreerst, die persoon moet mijn schat

Gi____]

-ocr page 347-

FEESTDAG VAN ST. JOZEF.

T

3 to

weten te verdedigen, als anderen komen ■om hem te rooven ; ten tweede, zoo die zaak verzorging noodig heeft, zal die peiv soon bereid moeten zijn, die zorg waar te nemen. Dan wenschen wij nog te weten, of hij er zich zeiven misschien niet mede zal verrijken, of minstens daarmede zal pronken en ze doen doorgaan voor de zijne. En eindelijk is het eene vraag, die alles lieslist; zal hij ook bereid bevonden worden mijn schat terug te geven, als ik hem terugvraag'? Al die vragen schrijft de menschelijke voorzichtigheid ons voor. Als een dezer voorwaarden ontbreekt, schenken wij ons vertrouwen niet.

Nu weten wij, dat God de opperste Wijsheid is. Die zoo wijze en voorzichtige God had op aarde een schat van oneindige waarde, nl. zijn eeniggeboren Zoon Jesus Christus en diens maagdelijke Moeder Maria. Deze wilde Hij toevertrouwen aan de zorgen van een mensch. Zoo nu iemand een getrouw bewaarder kon vinden , dan zeker wel de almachtige, alwetende God, die den man zijns harten kon

-ocr page 348-

sp----

34-i FKESTDAG VAN ST. JOZEF.

nemen uit duizenden en honderdduizenden; En op wien is nu zijne keuze gevallen ?' Wij weten het: op den H. Jozef. Werden dan in hem de eigenschappen gevonden , die wij gewoon zijn in een getrouwen bewaarder te vorderen'? H. Jozef, sta toe, dat wij het nagaan; de uitslag kan niet anders dan u tot eere zijn !

Eens toog in alle haast een kleine stoet de woestijn in, den weg op naar Egypte : nl. een lastdier, dragende eene jonge vrouw en een klein kindje, begeleid door een eerbiedwaardig man, die steunde op een stok. Wie zijt gij , eerbiedwaardige man ? liet is de II. Jozef. Waarheen, o H. Jozef, zoo midden in den nacht?' Naar Egypte. Waartoe die haast ? Waarom naar zulk een ver, afgodisch land?' 0 , de schatten, die aan Jozef waren toevertrouwd, liepen gevaar ! Herodes zocht het Kind te dooden 1 En nu schrikte eene verre nachtelijke reis hem niet af,, om ze in veiligheid te stellen. Veronder-stel eens, dat hij in de woestijn door de soldaten was ingehaald. Neen, hunne zwaarden zouden Jesus niet bereikt hebben,.

-ocr page 349-

FEESTDAG VAN Sï. .JOZEF.

dan nadat ze eerst geverfd waren geweest

met het bloed toevertrouwden ben, al had gekost.

Verzorgde hij ook den schat, hem toevertrouwd ? God had zeker op wonderbare wijzen in het onderhoud van Jesus en Maria kunnen voorzien. Hij wilde het niet; maar liet die zorg aan Jozef over. De H. Paulus zegt van zich zeiven, dat hij zich volgaarne voor zijne bekeerlingen, die de kinderen waren zijner prediking, alle offers zou willen opleggen, ja vervloeking en ballingschap voor hen zou willen dragen. (2 Cor. XII.) Wat dan te zeggen van den H. Jozef? Onze godvruchtige verbeelding kan zich dien II. Man niet anders voorstellen dan omringd van zijne gereedschappen, bedekt met stof, de zweetdroppelen op het voorhoofd, werkend en zwoegend voor Jesus en Maria.

Eigende de II. Jozef zich iets toe van die schatten, die in zijne handen gesteld warenquot; quot;

de eer

345

vaii Jozef, die den hem schat verdedigd zou heb-het hem duizend levens

'? Trok hij er voor zich den lof, de achting der menschen uit ?

-ocr page 350-

«5

FEESTDAG VAN Sï. JOZEF,

Niets van dut alles. Nooit heeft de H. Jozef er zich op verheven. Hij was en bleef in het oog der wereld eenvoudig werkman. Bedenkt, wat het zeggen wil, zulke schatten in zijn huis te hebben, en niets daarvan te zeggen 1 Maar de H. Jozef wist, dat, al is het eervol de werken Gods te openbaren, het toch ook goed is het geheim des konings te bewaren. (Tob. XII. 17.) Hij wilde van die schatten niets dan de stichting, die zij hem gaven, en de moeiten, den arbeid, die zij hem bezorgden.

Wat te zeggen van zijne getrouwheid , toen het er op aankwam, die schatten terug te geven ? Neen , hij maakte geen bezwaar, al waren zij hem nog zoo dierbaar geworden door een dertigjarigen omgang. God wenkte, en Jozefs antwoord was : « Zie , Heer , ik kom. Gij hebt gegeven , Gij wilt weer nemen; uw heilige Naam zij geprezen.quot; Hij daalde neder in het graf, gelijk de zon na een schoonen zomerdag des avonds vreedzaam en zacht wegzinkt in het westen.

Wie ter wereld zal een getrouwen man

® A34G

-ocr page 351-

FEESTDAG VAN ST. .I07.EF.

vinden'! vraagt de H. Geest. Wij hebben hem gevonden in u, o H. Jozef! Maar sta dan ook toe, dat wij ons heden beijveren , dat andere woord te verrullen : Een getrouw man zal veel geprezen worden. (Prov. XX. 6.) God zelf heeft u daarom geprezen, toen Hij u den Hemel binnenleidde en zegde : Welaan, goede en getrouwe dienstknecht ,..... treed binnen in de vreugde

uws Heeren. (Matth. XXV. 21.)

Wij hebben ook een schat ter bewaring ontvangen. Het is het beeld van God in onze ziel. Zijn wij bereid dien schat te verdedigen tegen duivel, wereld en vleesch ? Dragen wij zorg dat beeld in al zijne schoonheid en luister te bewaren ? Zullen wij ook dien schat ongeschonden aan God teruggeven, als Hij hem onverwachts terug vroeg? H. Jozef, deel ons uwe getrouwheid mede, opdat wij ook mogen deelen in het loon, dat gij voor uwe getrouwheid ontvangen hebt 1

quot;Voornemen.

f

Onze eigene ziel en de zielen , die ons toever-tronwd zijn , stellen in St. Jozefs handen, opdat hij ze ons helpe bewaien.

iicya'

-ocr page 352-

FEESTDAG VAN ST. JOZEF.

VOORBEELD.

De door Z. H. Paus Leo XI11 zaligverklaai-de J. B. de La Salie, stichter van de Broeders der Christelijke Scholen in Frankrijk, was een groot vereerder van den H. Jozef. Hij had van het begin al' zijne stichting gesteld onder de bescherming van dien grooten Heilige. Dikwijls maande hij zijne kloosterbroeders aan, zich te onderscheiden door godsvrucht jegens den H. Jozef. Wat hem bijzonder trof in het wonderbare leven van den H. Bruidegom der Moeder Gods , was zijne volle overgeving aan de leiding der Goddelijke Voorzienigheid , zijne onderwerping aan de moeilijkste bevelen, zijne vaardige, gehoorzaamheid aan de stem des Heeren , zijn verborgen leven , zijne engelachtige zuiverheid, en eindelijk zijn eerbied en liefde voor Jesus ea Maria , — deugden , welke hij zich beijverde om in navolging van zijn Hemelschen Beschermer te beoefenen. Hij is er goed in geslaagd, en tot zijnen lof mag men zeggen , dat hij een levend afbeeldsel was van den H. Jozef.

De feestdag van den H. Jozef was en is nog een der voornaamste in zijne kloosters. Op dien dag , hoe ziek hij ook was, stond de Zalige De La Salie op, om ter eere van den Beschermer van zich en de zijnen, de H. Mis op te dragen. In 't laatste jaar van zijn leven , bij het naderen van den feestdag van den H. Jozef, meende hij..

3-i8

-ocr page 353-

FEESTDAG VAN ST. JOZEF.

340

.

•dat hij verplicht zou wezen, dien te moeten doorbrengen op zrjn bed van smarten. Maar zijn Hemelsche Beschermer bezorgde aan hem en zijne leerlingen een onverwachten troost. Op den avond voor het feest, om 10 uren, gevoelde de Zalige zijn lijden verminderen en zijne krachten tcrugteeren. Omdat hij meende te droomen, sprak hij tot niemand over die verbetering in zijnen toestand ; maar des morgens zag hij duidelijk in, dat het geen droom was. Hij vroeg zijne kleederen , deed ze aan en begaf zich naaide kapel. De broeders konden hunne oogen niet gelooven. Hij las de H. Mis met zijne gewone godsvrucht en volbracht alle ceremoniën met de edelste gemakkelijkheid ; men zou gemeend hebben , dat hij in de beste dagen van zijn leven was teruggekeerd. Na de H. Mis kwamen zijne broeders tot hem om zijne raadgevingen te ontvangen , en hij antwoordde op al hunne vragen , alsof hij volmaakt gezond was geweest en als een man in de kracht van zijn leven. Maar nadat hij zijne godsvrucht en die zijner broeders had voldaan, keerde zijn vorige toestand terug en zijne krachten begaven hem. Toen erkenden de broeders , dat de gezondheid hem maar was teruggeschonken om de H. Mis ter cere van den H. Jozef te lezen en aan zijne godsvrucht jegens dien Heilige de laatste voldoening te geven. Inderdaad , weinige dagen daarna stierf hij zacht in den Heer, terwijl hij zijne handen samen-

t| quot;röiio

-ocr page 354-

FEESTDAG VAN ST. JOZEF.

vouwde eu naar den Hemel opzag met een blik vol liefde en vertrouwen.

(Vie du B. J. B. de La Salie.)

Al wie in onschuld leven en zijnen levensloop met vreugde wil eindigen , roepe den bijstand van Jozef in.

Hij , die de Bruidegom was der allerheiligste Maagd , hij , die beschouwd werd als de vader van Jesus , hij , de rechtvaardige , de getrouwe , de zuivere Jozef, verkrijgt door zijn gebed , wat hij vraagt.

Al wie in onschuld leven enz.

Hij aanbidt het goddelijk Kind , dat daar ligt op stroo , hij vertroost Het in de ballingschap ; daarna verliest hij Het, maar zoekt Het met droefheid eu vindt Het weder.

Al wie enz.

De Opperste Maker der wereld voedt zich van zijnen arbeid, de Zoon van den hemelschen Vader gehoorzaamt hem met onderwerping.

Al wie enz.

Hij ziet Jesus en diens Moeder bij zich ; hij rust in hunne armen , hij juicht eu sterft; zijn dood was een zoete slaap.

Al wie enz.

Glorie zij den Vader, enz.

Al wie enz.

a-quot;'

die ges

1

Ch

(

TJ

UWi bid eerlt; het mei Go(

i

z an ma eu

-ocr page 355-

__tfjftr

ferstdag van st. jozef. 351

Ant. Ziedaar deu getrouwen en voorzichtigen dienaar, dien de Heer over zijn gezin heeft aangesteld.

Bid voor ons , H. Jozef,

B) Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

laat ons bidden.

O God, die in uwe wonderbare voorzienigheid U gewaardigd hebt den H. Jozef tot Bruidegom uwer allerheiligste Moeder te verkiezen, geef, bidden wij U, dat wij, die hem als beschermer eeren op aarde, hem ook tot voorspreker mogen hebben in den Hemel. Gij die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Een jaar aflaat eiken keer, dat men dien lofzang rouwmoedig en godvruchtig bidt, om de machtige bescherming van den H. Jozef in leven en dood te verwerven. (6 Sept. 1804.)

1

-ocr page 356-

GEBEDEN ONDER DE H. MIS.

Vóór de H. Mis.

Mijn God, zie mij kier in uwe tegenwoordigheid, om met den Priester het aanbiddelijk offer van mijn liefderijken Verlosser, uwen goddelijken Zoon Jesus Christus, aan U op te dragen. Door die H. offerande wense.h ik U de eer, den lof en de dankzegging te betuigen , welke ik ü verschuldigd ben, en voor mij en voor alle geloovigen de vergeving der zouden, de kwijtschelding der straffen en den overvloed van alle genaden te verwerven. Gewaardig U dus, o Heer, mijn verstand te verlichten en mijn hart te zuiveren, opdat ik met aandacht en godsvrucht dit verheven offer moge bijwonen. Geef mij daartoe uwen zegen , o almachtige God, Vader, Zoon en H. Geest. Amen.

quot;Rij het begin der Mis, als de ï'ries-ter bidt aan den voet des altaars.

Beschouw, mijne ziel, uwen Jesus in den hof van Gethsemani, waar Hij zijn bitter lijden begint. Zie, Hij zondert zich af op eene eenzame plaats en, met zijn

cxji.l

bJJsy*

-ocr page 357-

353

aanschijn ter aarde neergeworpen, bidt Hij zijnen hemelschen Vader, Hem in dien pijnlijken strijd bij te staan. Terwijl in dat droevige uur al de smarten van zijnen nabijzijnden dood zich voor zijn geest ver-toonen, wordt zijne ziel ten uiterste bedroefd, geraakt Hij in doodstrijd en wordt met een bloedig zweet overdekt.

O Jesus, de oorzaak van uwe droefheid zijn mijne zonden. Ach, wat groot kwaad heb ik gedaan met te zondigen tegen U , mijn Heer en mijn God ! Ik erken mijne misslagen , ik heb die voor mijne oogen , om ze te verfoeien, te beweenen en U daarvoor voldoening aan te bieden. Ik belijd ze voor U en voor geheel het he-melsche Hof. Wees mij genadig, o barmhartige God, vergeef mij, zuiver mij, maak mij zalig. Laat de droefheid en het Bloed van uwen goddelijken Zoon voor mij ten beste spreken.

.A,ls de X'rif'ster opgaat naar het altaar,

O mijne ziel, uw Jesus wordt door den kus van den snooden Judas verraden. Zie, daar omringen Hem ruwe soldaten en beladen Hem onmenschelijk met boeien en ketenen. Jesus lijdt dit alles en zwijgt.

Hij wordt onder duizend versmadingen en mishandelingen naar Jerusalem gesleurd. Bedenk eens, tot welken prijs Jesus voldaan heeft voor uwe hoovaardigheid

-ocr page 358-

GEBEDEX ONDER

en ougehoorzaamheid; hoe duur Hij voor ti de genade heeft vervrorven, om ootmoedig en onderdanig te zijn. Hebt gij er mv voordeel mede gedaan ?

quot;Wanneer de IPriester voor het altaar heen en weder gaat oni. den Epistel en het Evangelie te lezen.

Jesus gaat Jerusalem binnen. Besckonw Hem, mijne ziel, bij dien intoclit; nu niet toegejuicht, noch als Koning erkend gelijk kort te voren, maar als een boosdoener aangezien en behandeld, en met bespotting en verguizing overladen. O hoe veranderlijk zijn toch de oordeelen der menschen ! Hoe spoedig bespotten zij dikwijls degenen, die zij eerst geprezen of gevleid hebben ! En zondt gij , mijne ziel, dan op de menschen uw vertrouwen stellen ! Neen, dat zij verre van u : behartig uwen plicht, zoek God te behagen, en stoor u verder niet aan de oordeelen der menschen.

Vestig opnieuw uwe blikken op uwen Jesus, en zie, hoe Hij geboeid met koorden, van de eene rechtbank naar de andere wordt gesleurd en daar beschuldigd , mishandeld en veroordeeld wordt.

Wat schoone lessen van stilzwijgendheid , van geduld, van vergevingsgezindheid en versterving geeft u hier Jesus ! Begrijpt gij die, mijne ziel F Maar wanneer zult gij toch eens, zooal niet door

35-1

-ocr page 359-

DE H. MIS.

vrijwillige boetedoeningen , dan toch door geduldige aanvaarding van de lasten des levens, uwe zondige neigingen bedwingen en beheerschen! Zal het dan met u altijd moeten blijven, gelijk het tot nu toe geweest is: eiken dag steeds nieuwe fouten en zonden -— en nimmer boetvaardigheid of voldoening F

O eeuwige Vader, zie, ik ben bereid, alle moeilijkheden aan te nemen , die Gij mij overzendt, om voor mijne tallooze overtredingen te voldoen; ik smeek U alleen , o mijn God, verlaat mij niet, en verwijder U niet van mij. Ps. XXXVII. 22.

V111 het Oiï'ertorimn tot bet Sanctns.

Beschouw uwen Jesns, terwijl Hij aan de kolom gebonden, wreedelijk wordt ge-ueeseld, en daarna met doornen gekroond. Wie kan Hem in dien toestand aanzien , zonder door het innigst medelijden bewogen te worden ?

Engelen des Hemels , komt en ziet den Koning der heerlijkheid , geheel overdekt met bloedige wonden. Is het u niet toegestaan , Hem uit zooveel smarten te bevrijden , komt ten minste mij bijstaan, om tranen van mededoogen te storten.. . .

O hemelsche Vader, ontvang dit onbevlekte ofler, dat Jesns ü aanbiedt, tot dankzegging voor alle genaden en gunsten, waarmede Gij mij hebt overladen, en tot boeting van zoovele zonden . die ik tegen

355

-ocr page 360-

350 GEBEDEN CTNDEK

U bedreven heb. O Heer, heb medelijden met mij, verleen mij al wat mij noodig. is , maar vooral de genade der volharding.

Ik beken het, o Vader, ik ben niet waardig verhoord te worden, nadat ik door zoovele zonden uwen Zoon, mijnen Verlosser, heb gegeeseld en met doornen gekroond. Maar zie, hemelsche Vader, op uwen lieven Zoon en op zijne verdiensten , die ik U aanbied. Zijn bloed, zijne geopende wonden spreken voor mij ten beste en vragen barmhartigheid en vergeving.

quot;Van het Sanctus tot de Conseci-atie.

O mijne ziel, hoe wordt gij niet tot medelijden met uwen Jesus bewogen ? Ziet gij niet, met welke teedere liefde Hij het krnis omhelst, dat kruis, waarnaar Hij, tot uwe zaligheid, zoolang verzucht heeft! O hoe zwaar hebt gij het Hem door uwe zonden gemaakt I Bewonder zijne liefde en bedank Hem. Leer ook van Jesus, het kruisje , dat Hij u overzendt, met liefde omhelzen. Laat u niet afschrikken , noch door de moeite daaraan verbonden , noch door de oordeelen der menschen , noch door eenig ander bezwaar. Immers indien gij met Jesus lijdt, zult gij ook met Jesus heerschen.

Volg nu met uwe gedachten uwen Jesus, terwijl Hij naar den Calvarieberg geleid wordt. Wat droevig schouwspel! Welke smartelijke tocht! Uw liefdevolle Zalig-

-ocr page 361-

DE If. MIS.

maker wordt ter dood geleid, gelijk een lam ter slaclitbank. Aanschouw Hem, Hij is geheel door wonden verscheurd ; Hij draagt de doornen kroon op zijn hoofd , en het zware kruis op zijne gekneusde schouders ; Hij gaat, geheel onder den last gebogen . met wankelende voetstappen vooruit, laat een bloedig spoor van zijnen tocht achter, en schijnt bij elke schrede den geest te zullen geven. En zult gij , mijne ziel, Hem niet te hulp komen, Hem niet troosten? Welnu, voeg u in den geest bij uwen Verlosser, om Hem te ondersteunen en zijn bedrukt Hart eenige voldoening te geven.

O mijn Jesus, mijn lijdende Zaligmaker, thans zie ik in , welk groot kwaad ik door de zonde bedreven heb. Ik verfoei al mijne overtredingen en betreur die in de bitterheid mijns harten. O hadde ik IJ toch nooit bedroefd! Wat al versmadingen, wat al mishandelingen en martelingen hebt Gij , o mijn Jesus, voor mij geleden! Ik ben beschaamd, dat ik in het verledene om eene nietige voldoening, om een schandelijk vermaak , uwe genade en liefde verstoeten of geminacht heb. Ach ! voor die zonden zijt Gij, mijn Jesus, aan het kruis genageld en hebt Gij uw dierbaar Bloed vergoten.

Nu ben ik er oprecht bedroefd over, en maak het vaste besluit, U niet meer te mishagen en IJ in alles voldoening te geven.

t-is

-ocr page 362-

|Ri

GKUEODN OXUElt

\ ^tii (le Consecratie loc liet Pater noster.

Zie mijne ziel, nu wordt uw goddelijke Verlosser aan liet kruis in de hoogte gelieven ! Ach, hoe hangt daar uw Jesus aan dat schandhout, te midden der wreedste smarten! Overweeg aandachtig zijne pijnen. Nu eens tracht hij steun te vinden op de wonden zijner handen , dan op die zijner voeten ; maar waar Hij ook steun zoekt, daar groeien zijne pijnen aan. Zijn doorwond hoofd keert Hij nu naar de eene , dan naar de andere zijde, doch zonder verlichting: laat Hij het voorover hangen op zijne borst, dan rijten de wonden zijner handen verder open; laat Hij het neerzijgen op zijne schouders , dan worden deze door de scherpe doornen gewond : wil Hij het doen leunen tegen het kruis, dan dringen de doornen dieper in het hoofd. Ach, mijn Jesus ! welke smartelijke, welke bittere dood, dien Gij voor mij hebt willen sterven! Hoe edelmoedig is mijn Verlosser geweest voor mij , en hoe lafhartig en ongevoelig ben ik voor Hem, daar ik het minste voor Hem niet weet te lijden , mij terstond beklaag en ontevreden ben !

O mijn gekruisigde Jesus ! ik aanbid U op het kruis, op dien troon van vernedering en smarten; vol berouw, met een verootmoedigd en vermorzeld hart, kniel ik voor U neder, om die heilige voete-

vo Je

Gr]

VO

he g

gi oi in ir II ik

m glt;

ei di al m U

u

al

J cl k

-ocr page 363-

DE H. MIS. ODV

en handen te omhelzen , die Gij uit liefde voor mij hebt laten doornagelen. Ja, mijn Jesns, ik omhels ü op liet kruis, waarop Gij, als slachtoffer van liefde, U zeiven voor mij aan de goddelijke rechtvaardigheid hebt opgedragen. O, nooit volprezene gehoorzaamheid van Jesns , welke de vergiffenis onzer zonden en alle genaden voor ons verdiend hebt! Ach, wat zou er van mij geworden zijn , als Gij , mijn Jesus , uw leven niet voor mij hadt geslachtofferd ! Ik bedank U, mijne Liefde, mijn Al! en ik smeek U door de verdiensten dier volmaakte gehoorzaamheid, verleen mij de genade, om uit liefde voor tl ook gaarne en nauwgezet te gehoorzamen aan allen, die uwe plaats voor mij bekleeden, en ook altijd van harte te vergeven aan allen die mij beleedigd hebben. Ik verlang vurig . U niet meer te mishagen, maar integendeel U uit geheel mijn hart te beminnen en altijd te beminnen.

quot;Van liet 3?ater noster tot liet Domine non sum dignxis.

Eindelijk breekt het oogenblik aan , dat Jesus sterft.... Beschouw, mijne ziel, hoe die goede Verlosser zieltogende; is aan het kruis; zie in den geest die gebrokene oogen, dat verbleekte gelaat, dat nauwelijks nog kloppende Hart, dat bezwijkend en ineenzijgend lichaam, die schoone ziel, welke op het punt is zijn lichaam te ver-

ife-----J

-ocr page 364-

_____________

360 GEBEDEN ONDER

laten. Heeds verduistert de zon , beeft de aarde , splijten de rotsen. O wat schrikwekkende teekenen zijn dit! Zij kondigen aan , dat de Heer , de Schepper der natnnr gaat sterven.... O mijne ziel, plaats u aan den voet van dat kruis, waaropJesus gestorven is; bedenk het en prent het diep in uw gemoed , dat Jesus gestorven is uit liefde voor u, als waart gij alleen te verlossen. Vraag al wat gij wilt aan uwen gestorven Zaligmaker, en vertrouw vast, dat gij het verwerven zult. Aanschouw Hem nog eens aandachtig op dat kruis, waar alles in Hem liefde verdient en tot wederliefde opwekt; dat hoofd , gebogen om u den vredekus te geven ; die armen, uitgestrekt om u te omhelzen; dat Hart, geopend om u te ontvangen en u eene schuilplaats aan te bieden. O Zaligmaker der wereld, o mijn minnelijke Jesus, ik geef mij geheel in uwe handen over, en draag mij aan XT op. Ontvang mij , mijn Jesus, in uw minnend Hart, en heb medelijden met mij, die zoo traag ben in U bewijzen mijner liefde te geven. Genees Gij de wonden mijner ziel, ontsteek Gij mij door uwe liefde, opdat ik al mijne overige levensdagen alleen bestede in U te dienen en ü steeds volmaakter te beminnen.

quot;Van het Domine non sum dignus tot na de Communie.

O mijn Jesus, mijn God, eenig en op-

-ocr page 365-

BE II. Mrs.

perst goed mijner ziel , mocht ik even gelukkig zijn ais zoovele andere zielen , die vervuld met een levendig geloof, en gezuiverd van de vlekken der zonden, menigmaal vol godsvrucht tot ü naderen en zich aan uwe heilige Tafel voeden met uw goddelijk Vleesch en Bloed!... Welk voorrecht, welke troost ware het voor mij, als ik op dit oogenblik met de vurige liefde van zoovele Heiligen, mij met U kon vereenigen , U in dit Sacrament van liefde mocht bezitten en mij voor altijd aan U kon opdragen !... Ach , ik smeek U door uwe oneindige verdiensten, zuiver mij van al mijne zonden, die ik oprecht verfoei en maak mij uwer waardig. Ik weet wel, o Heer, ik ben niet waardig, dat Gij in mijn hart komt; maar spreek slechts een woord, o zoetste Jesus, en mijne ziel zal geheiligd worden. In U hoop ik, naar U verzucht ik , U bemin ik uit geheel mijn hart. O Jesus, Gij zijt mijne toevlucht, mijn vertrouwen , mijne liefde, de zoetste spijs mijner ziel.

Na- de Communie.

O Jesus, dat uw allerheiligst Lichaam mij heilige, dat uw dierbaar Bloed mij versterke, dat de verdiensten van uw H. Lijden mij verrijken en tot het eeuwige leven geleiden.

Mijn beminde Zaligmaker, Gij zijt nu op eene geestelijke wijze tot mij gekomen.

-ocr page 366-

362 GEItEUli.N ÜNDEIÏ

Wat zal ik U wedergeven voor zooveel weldaden, die Gij mij hebt bewezen P Ik zal U beminnen, o Heer, die mijne sterkte zijt, en uwe heilige geboden onderhonden. Ik zal U beminnen, mijn Jesus, de vreugde, de kracht, de zaligheid mijner ziel, en mij nimmer van U verwijderen. Ik aanbid ü met de Engelen en Serafijnen , ik loof en dank ü, ik wijd mij aan ü toe en draag mij aan U op met al mijne zwakheden , bijzonder met deze, welke mij het meest eigen is.. . . Sterk mij daartegen door uwe liefde... . Geef mij deel aan uwe verdiensten , aan uwe deugden, vooral aan deze, waaraan ik de grootste behoefte

heb.....Neem van mij weg den bedorven

wereldgeest en de ongeregelde genegenheid voor al het aardsohe. Verlevendig in mij het geloof en de hoop der eeuwige goederen. Ontsteek in mij voor altijd uwe liefde. Dat toch mijn hart zich onbevlekt beware in het onderhouden uwer geboden , in de vervulling mijner plichten; dat ik noch van daag, noch ocit meer toestemme in de zonde, maar standvastig met uwen heiligen wil vereenigd, steeds leve, om U te behagen en U genoegen te geven , o allerzoetste Jesus! Zoo zij het. In U wil ik leven en sterven. Moge ik van nu af aan leven in de deelneming aan uwe H. Geheimen, in de omhelzingen uwer vurigste liefde, in liet genot van uwen rijksten zegen, dien ik U afsmeek.

-ocr page 367-

1»E H. .MIS.

INquot;a den Zegen des DPriesters.

Hemelsche Vader, aanvaard dit allerheiligst oflbr, tot betuiging mijner onbeperkte dienstbaarheid en mijner volledige onderwerping aan uwen aanbiddelijken wil, tot dankzegging voor uwe tallooze gunsten en weldaden, en tot voldoening voor mijne zonden en die der gansehe wereld. Moge deze hoogheilige offerande ook voordeehg zijn aan alle geloovigen en aan de zielen des vagevuurs. O Heer, verleen mij steeds overvloedige genaden in al mijne noodwendigheden en laat mij nooit aan mij zeiven over. Ik betuig in tegenwoordigheid van Hemel en aarde, dat ik bereid ben, liever te sterven dan U te beleedigen. Maar sta Gij , o Heer, mij altijd bij, opdat ik alzoo veilig voortga langs den weg, die mij eens moge voeren tot Ü, mijn God, in de zalige eeuwigheid. Amen.

-ocr page 368-

VERSCHILLENDE GEBEDEN

TOT DEN

ü. JOZEF.

-X»—

Litanie ter eere van den TT. Jozef.

Heer, oiuferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus , verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God H. Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, bid voor ons.

H. Maagd der maagden , bid voor ons.

H. Jozef, bid voor ons.

Beschermer van Jesus , bid voor ons.

-ocr page 369-

VEIISCIIII.I.ENDB GEMEDEN.

Bruidegom van Maria , bid voor ons.

Man naar Gods Hart,

Getrouwe en -wijze dienaar ,

Bewaarder der zuiverheid van Maria ,

Medehulp van Maria ,

Leidsman en troost van Maria ,

Die om Maria met bijzondere genaden

begunstigd zijt,

Allerreinste in zuiverheid , Allernederigste in ootmoedigheid, Allervurigste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing, Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard,

Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest, Die door een Engel in het geheim der

Menschwording onderricht zijt, Die met Maria, uwe Bruid, naar Bethlehem zijt gereisd ,

Die, toen gij in de herberg geene plaats vondt, in eenen stal hebt vernacht, Die waardig zijt geweest bij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib werd gelegd ,

Die met Maria het Kind Jesus in den

tempel hebt opgeofferd ,

Die op het woord van den Engel met Jesus en Maria naar Egypte zijt gevlucht ,

Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israel zijt wedergekeerd ,

-ocr page 370-

VERSCHILLENDE GEliEDEN.

■n as gebleven , met Maria vol droefheid gezocht hebt, bid voor ons.

Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in het mid- 3quot;. den der leeraren , ^

Aan wien de Heer der Heeren op aarde o onderdanig geweest is , ^

Bruidegom van Maria, uit welke Jesus o geboren is, g

Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt,

Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef. Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef. In al onzen nood, help ons, H. Jozef. ^ In al onze benauwdheden , lt;l

In het uur van onzen dood,

Hoor uwe allerzuiverste trouw, §

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, Hoor al uwen arbeid en al uw zweet, W

O

CS

agt;

Door al uwe deugden , Door al uwe verdiensten , Door uw eeuwig geluk,

Wij , die u als Beschermer aanroepen, wij

bidden u, verhoor ons.

Dat gij Jesns willet bidden om ver-

gifi'enis onzer zonden , ^ Dat gij ons aan Jesns en Maria gelievet

aan te bevelen, ^

Dat gij voor alle maagden en onge- 0

huwden de gaaf der zuiverheid willet -

verwerven, m

Dat gij voor de gehuwden eene onbe- er1

vlekte getrouwheid en heilige een- o dracht willet verkrijgen ,

-ocr page 371-

YEKSCIIII,LENDE GEBF.DEX-

Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming willet verwerven , wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij de vaders der huisgezinnen in ^ het christelijk opvoeden hunner kin- •='■ deren willet behulpzaam wezen,

Dat gij alle oversten in de bestiering g-van degenen, die hun zijn toebe- 2 trouwd , willet behulpzaam zijn ,

Dat gij alle vergaderingen, die u bij- . zonderlijk zijn toegedaan , willet be- lt; gunstigen, ^

Dat gij allen, die op uwe hulp be- o trouwen, altijd en overal willet be- ° schermen, g

Dat gij alle geloovige zielen door uwe =0

voorbede willet helpen ,

Beschermer van Jesns,

Bruidegom van -Maria ,

Heilige Jozef,

Lam Gods, ' dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons , Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons , Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm TJ onzer.

Christus , hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer , ontferm U onzer.

Christus , ontferm IT onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

307

-ocr page 372-

VERSCHILLENDE GEUEDEN.

f. Bid voor ons, H. Jozef,

iv. Opdat wij der beloften van Christus vraardig worden.

I

LAAT OSS BIDDEN.

O lieilige Jozef, die in de omhelzing van Jesus en Maria, nvre allerliefste Bruid, uit deze wereld gescheiden zijt, wij bidden ti, dat gij ons willet te Imlp komen met Jesus en Maria, als de dood ons leven zal eindigen; opdat wij in de omhelzing van Jesus, Maria en Jozef, onzen geest vol van betrouwen mogen geven. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Gebed,

Wij bidden U , Heer! dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die teeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed

om deti H. Jozef tot Patroon te verkiezen en zich zeiven onder zijne bescherming te stellen.

H. Jozef! ik verkies n heden, voor geheel mijn leven , tot mijn bijzonderen meester.

-ocr page 373-

VERSCHILLENDE GEBEDEN. 369

leidsman en bestnnrder van mijne ziel en mijn lichaam ; van mijne gedachten, woorden en werken ; van mijne begeerten en neigingen ; in lijden en vreugde; in leven eu dood ; en ik neem vastelijk voor, n nooit te verlaten, maar u-wen H. Naam te verheffen , en uwe eer te bevorderen, zooveel mij mogelijk zal wezen. Ik bid n vurig , dat gij mij willet ontvangen als uwen eeuwigen dienaar. Help mij in al mijne werken en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.

Oeferjing tex' eere van. de zeven smarl en en vreugden van den H. .Jozef.

1. O zeer zuivere Bruidegom der allerheiligste Maagd Maria, roemvolle H. Jozet', zoo groot de smart en de benauwdheid uws harten waren, toen gij ontsteld nadacht of gij uwe onbevlekte Bruid moest verlaten , zoo groot was ook uwe vreugde, toen de Engel u het verheven geheim der menschwording openbaarde.

Wij bidden u , om deze smart en deze vreugd, ons nu en in onze laatste smarten te troosten , door de vreugde van een goed leven en van een zalig afsterven, gelijk aan het uwe in de armen van Jesus en Maria.

Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

-ocr page 374-

VJEKSCHILLENDE GEBEDEN.

2. O gelukzalige Patriarch, roemvolle H. Jozef, die tot de Tvaardigheid van Voedstervader des menschgeworden Woords verkozen zijt geworden; de smart welke gij gevoeldet, toen gij liet kind Jesns zoo arm zaagt geboren worden, veranderde welhaast in eene liemelsche blijdschap, toen gij het gezang der Engelen hoordet, en de wonderen, die in dezen schitterenden nacht geschiedden.

Wij bidden tl, om deze smart en deze vreugd, verkrijg voor ons de genade , dat wij , na den loop dezes levens , het heilig gezang der Engelen hooren en de heerlijkheid des Hemels genieten mogen.

Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

3. ü roemvolle H. Jozef, gehoorzaamste onderhouder der goddelijke wet, het dierbaar bloed, dat het goddelijk Kind in de besnijdenis vergoot, doorboorde uw hart; maar de Ivaam Jesus, dien Hij toen ontving , hergaf u het leven en vervulde ii met blijdschap.

Wij bidden u , om deze smart en deze vreugd , verkrijg ons de genade van behoed te worden voor alle ondeugd, en vol blijdschap te sterven , met den allerheiligsten Naam Jesus in het hart en op de lippen.

Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

4. O getrouwste Heilige, die deel hebt genomen in de geheimen onzer verlossing,

---—CE

370

-ocr page 375-

VERSCmtl.ENDE GEBEDEN. 371

roemvolle H. Jozef, als de voorzegging van Simeon , die u aankondigde wat Jeans en Maria zouden moeten lijden, u eene hevige smart veroorzaakte , vervulde zij u ook met blijdschap, dewijl zij u voorspelde, dat het heil en de glorievolle verrijzenis eener tallooze menigte zielen uit dat lijden zouden volgen.

Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, verkrijg voor ons , dat ook wij onder het getal dergenen mogen zijn , die door de verdiensten van Jesus Christus en door de voorspraak van Maria zijne Moeder glorierijk zullen verrijzen.

Onze Vader. Wees gegroet. Here zij den Vader.

5. O waakzaamste Bewaarder, innige en vertrouwelijke Vriend van denmensch-geworden Zoon Gods , roemvolle H. Jozef! hoeveel hebt gij moeten lijden, om den Zoon des Allerhoogsten te dienen en Ilem het noodzakelijk onderhoud te kunnen bezorgen , bijzonder gedurende uwe vlucht naar Egypte ; maar hoe groot was ook uw geluk, den Zoon van God altijd bij u te hebben , en de afgodsbeelden der Egypte-naren te zien nedervallen !

Wij bidden u . om deze smart en deze vreugd , verkrijg ons de genade . dat wij den helschen vijand van ons afweren , bijzonder door de gevaarlijke gelegenheden te vluchten , dat wij de afgoden , te weten de aardsche neigingen, in onze harten

-ocr page 376-

---

372 VERSCHILLENDE GEBEUEN.

vernietigen, en dat wij, aan den dienst van Jesus en Maria geheel toegewijd, alleen voor lien - leven en in de vrengde litmner liefde sterven mogen.

Ouze Fader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

6. O Engel der aarde, roemvolle H. Jozef! gij zaagt met verwdiidering, lioe de Koning des Hemels aan uwe minste bevelen gehoorzaamde. Het is waar, de troost, dien gij gevoeldet, toen gij Jesus uit Egypte wederbracht, werd gestoord door de vrees voor Arckelaüs ; maar gerustgesteld door den Engel, liadt gij het geluk te Nazereth in het gezelschap van Jesus en Maria te blijven.

Wij bidden u, om deze smart en deze vreugd, verkrijg ons de genade van alle schadelijke vrees uit onzen geest te verwijderen , opdat wij den vrede van geweten genieten, gerust met Jesus en Maria vereenigd leven en in hun heilig gezelschap sterven mogen.

Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

7. O roemwaardige H. Jozef, volmaakt voorbeeld van heiligheid , welke smart gevoeldet gij niet, toen gij gedurende drie dagen, overstelpt van de hevigste droefheid, het H. Kind Jesus zocht, dat gij ondanks uwe groote waakzaamheid hadt verloren! Maar ook hoe groot was niet

-di

-ocr page 377-

VEBSCHILLENDE GEBEDEN.

uwe vreugde , toen gij Het in deu tempel in het midden der Leeraren wedervondt!

Om deze smart en deze vreugde smeeken wij u met het hart op de lippen, niet toe te laten , dat wij Jesus door eenige doodzonde verliezen ; doch als dat schrikkelijk ongeluk ons overkwam, maak dan, dat wij, ontroostbaar in onze droefheid. Hem zoeken, totdat wij het geluk hebben Hem weder te vinden , vooral in het uur van onzen dood, opdat wij Hem in den Hemel bezitten en daar met u zijne goddelijke barmhartigheden eeuwig bezingen mogen.

Onze Vader. Wees gegroet. Eere zij den Vader.

Bid voor ons , H. Jozef,

PT-' !

Opdat wij waardig mogen worden der beloften van Christus.

Laat ons quot;bidden

O God, wiens onbegrijpelijke voorzienigheid den H. Jozef tot bruidegom van uwe allerheiligste Moeder heeft verkozen , wij bidden U, maak dat wij hem, dien wij als onzen beschermer op de aarde eeren, in den Hemel tot voorspreker mogen hebben. Gij, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Die deze gebeden godvruchtig bidt , verdient ééns daags 100, en 's Woensdags 300 dagen aflaat; die ze dagelijks bidt, een vollen aflaat eens in de maand, alsmede den 19 Maart en den derden Zondag na Paschen , op de gewone voorwaarden.

(9 Dec. 1819.)

-ocr page 378-

374 VERSCHILLENDE GEBEDEN.

Bij eene vero-uniiing vau deu 1 Februari 1847, heeft Z. H. Pins IX daarenboven ten eeuwigen dage, aan alle geloovigen, die gedurende zeven achtereenvolgende Zondagen (welke men zich in den loop van het jaar kan uitkiezen) godvruchtig zullen bidden de gebeden der zeven smarten en zeven vreugden van denH. Jozef y een vollen ajlaat verleend op eiken dier zeven Zondagen ; mits zij iederen keer biechten, communiceeren en, in eene kerk of openbare bidplaats, ter intentie van Z. H. den Paus, eenigen tijd godvruchtig bidden. Deze aflaten kunnen aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. Zij kunnen ook verdiend worden door de geloovigen, die deze gebeden tot den H. Jozef niet kunnen lezen, mits zij alle andere voorgeschrevene oefeningen onderhouden en 7 Onze Vader, 7 Wees gegroet en 7 Eere zij den Vader, enz. bidden.

G-e'bed. tot den H. Jozef , iPatvoon der gansche quot;Kerk.

O zeer machtige Patriarch, H. Jozef, Patroon der gansche Kerk, die u zonder ophouden aanroept in hare angsten en kwellingen, sla van op den hoogen troon van uwe glorie een blik van medelijden op de Katholieke wereld. Laat uw vaderlijk hart bewogen worden op het gezicht van de geheimzinnige Bruid en van den Plaats-bekleeder van Jesus Christus, die door droefheid gekweld en door machtige vijan-

oii ................—

-ocr page 379-

■vSYrTP 375 qi

deu vervolgd worden. Ik smeek u om de bittere benauwdheden , die gij bebt uitgestaan op aarde, droog in uwe goedertierenheid de tranen van den vereerden Opperpriester ; verdedig hem, bevrijd hem en spreek voor hem ten beste bij den oppersten Gever van vrede en liefde, opdat alle tegenspoed verdwijne, alle dwaling verstrooid worde en de geheele Kerk in volmaakte vrijheid den goeden God kunne dienen. Amen.

(100 Dagen aflaat eens per (lui:. Leo XUI. 4 Maart 1882.)

roeping.

Maak, o H. Jozef, dat ons leven schuldeloos verloope en altijd veilig gedekt worde door uwe bescherming.

(100 Dagen aflaat eens per dag. Leo .\'III. 18 Maart 1882.)

Gebeden voor de stervenden.

Eeuwige Vader, door de liefde, die Gij hebt voor den H. Jozef, welken Gij onder allen hebt uitgekozen om uw plaatsvervanger te zijn op aarde, heb medelijden met ons en met de arme stervenden.

1 Onze Vader , Ween gegroet. Glorie zij den Vader , enz.

Eeuwige Zoon des Vaders, door de liefde, die Gij hebt voor deu H. Jozef, uw ge.

-ocr page 380-

370

V

lt;v 6

VERSCHILLENDE GEBEDEN.

trouwen bewaarder op aarde , heb medelijden niet ons en met de arme stervenden.

1 Onze Vader, Wees gegroet, Glorie enz.

Eeuwige Geest van God, door de liefde, die Gij hebt voor den H. Jozef, die met zooveel zorg Maria bewaard heeft, uwe welbeminde Bruid, heb medelijden met ons en met de arme stervenden.

1 Onze Vader, Wees gegroet. Glorie enz.

(300 Daseu aflaat eens per dag. Leo XIII. 17 Mei 1884.)

Gebed tot den H. Jozef, Bruidegom van Srax'ia en Patroon der H. Kquot; crk.

o Eoemrijke H. Jozef, door God uitgekozen , om de Voedstervader te zijn van Jesus, de kuische Bruidegom der Allerh. Maagd, zelf altijd maagd en hoofd der H. Familie, verkozen daarenboven door den Plaatsbekleeder van Christus om de hemelsche Patroon en Beschermer te zijn van de Kerk door Jesus gesticht, — met het grootste vertrouwen roep ik in dit oogenblik uwen machtigen bijstand in voor geheel de strijdende Kerk. Bescherm op bijzondere wijze, met waarlijk vaderlijke liefde, den Opperpriester en al de Bisschoppen en Priesters met den stoel van Petrus vereenigd. Wees in de bekommeringen en kwellingen des levens de verdediger van al degenen, dis aan de zaligheid der zielen arbeiden, en maak dat alle vol-

-ocr page 381-

_ to

VERSCUILLEXDE GEUEDEX. 877

keren der aarde zich bereidwillig onderwerpen aan de Kerk, die alleen ze allen kan redden. Gewaardig u ook, o welbeminde H. Jozef, de toewijding te aanvaarden, die ik n doe van mij zeiven. Ik geef mij gebeel aan tt, u verzoekende altijd mijn vader, beschermer en geleider te willen zijn op den weg des levens. Verkrijg mij een groote zuiverheid van hart en eene vurige liefde voor het inwendige leven. Maak, dat naar nw voorbeeld al mijne handelingen gericht worden tot de grootere glorie van God, in vereeniging met het H. Hart van Jesus, met het onbevlekte Hart van Maria en met u. Eindelijk bid voor mij , opdat ik moge deelen in den vrede en de vreugde , die gij hebt ondervonden bij uwen heiligen dood. Amen.

(300 Dagen aflaat eens per daï. Leo XIIF. 18 Juli 1885.)

r

-ocr page 382-

NOVEEN

TER KERK

VAN DEN ïï. JOZEF.

l'ius IX verleende aan het houden eener noveen ter eere van den H. Jozef, op welken tijd van het jaar dan ook : 1°. Een aflaat van 300 dagen, lederen dag. 2°. Een vollen aflaat opeen der dasren van de noveen of der acht daaropvolgende, zoo men rouwmoedig biecht, godvruchtig communiceert en bidt tot intentie van Z. H.

Voorbereidoud gebed.

Glorierijke Patriarch der Nieuwe Wet» getrouwe Bruidegom van Maria en Voedstervader van den Menschgeworden God , ik weet het, dat alles , wat ik ter uwer eer zal doen, ook zal strekken tot eer en glorie van Jesns en Maria. Daarom heb ik besloten negen dagen te wijden aan uwe bijzondere vereering. o Glorierijke Heilige, verwarm mijne lauwheid en breng mijne

-ocr page 383-

NOVEEX.

arme ziel in zulk eene gesteltenis, dat ik met vurigheid deze heilige oefeningen moge ondernemen. Ik smeek u door den tijd , gedurende welken Maria , uwe onbevlekte Bruid , den Zoon Gods, uit liefde tot mij Mensoh geworden, in haren maagdelijkeu schoot gedragen heeft, verkrijg voor mij de genade van voortaan met ijver en getrouwheid te arbeiden aan het werk mijner zaligheid. Verkrijg voor mij in het bijzonder die gunsten, welke ik in deze Noveen kom vragen......

En, o EI. Jozef, opdat mijne eerbewij-zingen u des te aangenamer zouden zijn , offer ik ze aan u op door de handen uwer welbeminde Bruid en door die van uwe getrouwe dienares , de H. Teresia.

Gebed tot de 11. Teresia,

om door hare tusachenkomst de bescherming

van den 11. Jozef af te smeeken.

o H. Teresia, wonderbare Maagd en Moeder van den Carmel, ik wensohte wel den H. Jozef waardiglijk te vereeren, zooals gij het met zulk een grooten ijver gedaan hebt. Daarom wees mij een voorspreekster bij den glorierijken Bruidegom van Maria , opdat hij mij aanneme onder het getal zijner godvruchtige vereerders. Verkrijg voor mij de genade van voortdurend onder zijne bescherming aan mijne

-ocr page 384-

heiligmaking te werken en het geluk van eenmaal zalig te sterven onder de aanroeping der HH. Namen vanJesus, Maria en Jozef. Amen.

Vraag ook voor mij, dat ik de gunsten venverve, welke ik in deze Noveen kom afsmeeken.....

Eerste dag.

o Groote H. Jozef, de Hemelsche Vader heeft n in zijne plaats gesteld tot Vader van zijn Menschgeworden Zoon. Ik verheug mij over die groote waardigheid, waartoe gij onder alle menschen verheven zijt; maar ik verheug mij vooral, omdat God uw hart vervuld heeft met vaderlijke liefde voor zijnen Zoon, opdat gij Hem met eene grootere en zuiverder liefde zoudt beminnen dan een vader zijn eigen kind. Help mij dan , o mijn glorierijke Beschermer , door die onuitsprekelijke liefde voor het Goddelijk Eind , opdat ik ook naar uw voorbeeld Jesus hartelijk beminne en die liefde steeds toone door al mijn doen en laten, in leven en dood.

Oefeningen voor dezen dag. — 1. Herhaal vandaag eenige malen dit schietgebed: Zoet Hart van Jesus, maak, dat ik TJ steeds meer en meer beminne.

i300 dageu afl. Pius IX. 26 Nov. 1876.)

2. Doe eene of andere kleine versterving om aan Jesus uwe liefde te toonen.

-ocr page 385-

Tweede dag.

O gelukkige Heilige Jozef, die door de Allerheiligste iJrievuldiglieid zijt uitverkozen tot Bruidegom van de Onbevlekte Moeder van Jesus, gij zijt waardig dat alle Engelen en mensuhen u loven en prijzen om die onvergelijkelijke Tvaardiglieid. 1 k smeek u uit den grond mijns harten, dat gij voor mij willet verkrijgen, dat ik Maria bemin-ne en door haar steeds bemind worde. Verkrijg voor mij die teedere en grondige vereering van de Allerheiligste Maagd, welke een onderpand ia der eeuwige zaligheid ; want een waar dienaar van Maria kan niet verloren gaan. Zeg haar dan, dat zij , door de liefde, waarmede zij u bemint, mij opneme onder het getal van hare kinderen en zij mij altijd bescherme ; in leven en dood. Amen.

Oefeningen voor dezen day : 1. Zeg nn en dan dit schietgebed: .Jesus, Maria, Jozef, ik geef u mijn hart, mijne ziel en mijn leven. (100 dagen afl. Pius VII 28 April 1807) 2. Ter eere van de zuiverheid van Maria en Jozef, wees zedig in al uwe oogslagen.

Derde dag.

Hoe groot was uw geloof, o H. Jozef, toen de Engel des Heeren u het geheim der Mensehwording van Gods Zoon verkondigde, toen hij u beval met het Goddelijk Kind en zijne H. Moeder te vlueh-

-ocr page 386-

ten voor de vervolging van Herodes . toen hij u terngriep naar het land van Israël. Verkrijg voor mij deze schoone deugd des geloofs, die den grondslag en de wortel is van alle andere deugden; verkrijg voor mij dat levendig en werkdadig geloof, dat getrouw blijft in alle beproevingen. Maak door uw gebed en voorbeeld, dat ik op deze wereld leve in en door het geloof, om eenmaal de belooning er van te bekomen in den Hemel. Amen.

Oefeningen voor dezen dag: 1. Verwek eene akte van geloof. — 2. Hoe een geestelijk werk van barmhartigheid.

Vierde dag.

o H. Jozef, als ik een weinig had van die onwankelbare hoop , welke u op God deed vertrouwen zelfs in de hachelijkste omstandigheden , zou ik dan wel zoo spoedig in den minsten tegenspoed den moed verliezen ? Zou ik dan zoo dikwijls de eeuwige goederen des Hemels vergeten, om mij te hechten aan de vergankelijke goederen dezer aarde ? Eiken dag noem ik God mijnen Vader, en toch, hoe zwak is mijn vertrouwen ! Mijn beminnelijke beschermer , bekom voor mij die vaste hoop, welke door niets wordt aan het wankelen gebracht; die overwinnende hoop, welke alle tegen-heden en bekoringen te boven komt; die hoop eindelijk , welke ons ondersteunt in alle voorvallen des levens, onze troost zal

-ocr page 387-

NOVEEN.

zijn in liet nur des doods en ons de poorten der eeuwige Zaligheid zal openen.

Oefeningen voor dezen dag: 1. Verwek eene akte van koop. — 2. Doe een lichamelijk werk van barmhartigheid.

Vijfde dag.

o Seraphijn van liefde, glorierijke H. Jozef, hoe brandde uw hart van liefde voor God en zijnen menschgeworden Zoon ! Jaren lang mocht gij Hem dagelijks zien, die zelf getnigde: Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon heeft gegeven. (Jois 1IJ. 16.) Zoo vertrouwelijk, als een vader met zijn kind mocht gij omgaan met Hem , van wien ik met den Apostel zeggen mag : ,, Hij heeft mij bemind en zich zeiven voor mij overgeleverd.quot; (Gal. II. 20.) En ik, H. Jozef, dagelijks mag ik opzien naar het kruis, dagelijks mag ik Jesus in zijn H. Sacrament bezoeken, zoo dikwijls hart aan Hart mij met Hem vereenigen in de H. Communie; en toch , ik blijf zoo kond in zijne liefde, zoo weinig ijverig om God te toonen, dat ik Hem waarlijk bemin. — Jesus kan niets aan u weigeren ; vraag dan voor mij bovenal die edelmoedige liefde , welke alles vermijdt, wat God mishaagt, en datgene doet , wat God behaaglijk is

Oefeningen voor dezen dag: 1. quot;Verwek nu

:i83

-ocr page 388-

384 NOVEEN.

en dan eene korte akte van liefde. — 2. Denk vandaag eens na over deze woorden van Jesns ; „Zoo liefheeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon heeft gegeven. (Jois. Til, 16.)

Zesde dag'.

Trouwe navolger van Jesns en Maria, die n zoo diep vernederd hebt in de oogen der mensuhen, als gij groot waart voor God, leer mij waarlijk ootmoedig van harte te wezen. Mijne eigenliefde verblindt mij : zij verbergt mij mijne fouten en gebreken ; en verre van te zuchten over mijne onwaardigheid en ellende, ga ik groot op het weinige goed, dat ik doe. o Beminnelijke Heilige, verkrijg voor mij de genade van mij zeiven te kennen en te verachten; verwerf voor mij , dat ik alle menschelijk opzicht met voeten trede, en dat ik zoeke alleen aan God te behagen in al mijn doen en laten, o Jesus, Maria en Jozef, ik wil voortaan mijn eenigen roem stellen in mij te vernederen volgens uw voorbeeld. Amen.

Oefeningen voor dezen dag. 1. Dikwijls herhalen: Mijn Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het uwe. (Afl. 300 dagen eens per dag. Pius IX. 25 Jan. 1868.) —■ 2. Als gij het gedrag van anderen zonder reden wilt be-oordeelen, denk dan op uwe eigene gebreken.

w--

,2

«SL,______,

-ocr page 389-

r

NOVEEN.

Zevende (lag.

Glorierijke H. Jozef, van wie de H. Geest zelf Jen lof verkondigt door n te prijzen als een rechtvaardig man , d. i. begiftigd met alle deugden; ik ben vol van bewondering, als ik al de schatten besclionw van genaden en heiligheid, waarmede uwe ziel is verrijkt. Wat ben ik verwijderd van uwe ootmoedigheid, uwe zachtmoedigheid, uwe liefde, uwe zuiverheid, uwe onthechting aan al het aardsche en zoovele andere deugden, o Laat niet toe, dat ik nog langer een slaaf zij mijner kwade neigingen. Met uwe hulp en die uwer gezegende Bruid, wil ik mij ijverig op de beoefening der deugd toeleggen. Ik wil vooral waken met eene bijzondere zorg op de bewaring der zuiverheid, die sohoone deugd, welke u zoo dierbaar was ; ik wil ook arm zijn van geest, om de goederen des Hemels te verdienen; naar uw voorbeeld zal ik mij gewoon maken mij in alles aan Gods Wil te onderwerpen, o H. Maagd en Moeder Gods, en gij, rechtvaardige Jozef, verkrijgt voor mij, dat ik uwe deugden navolge, om eens aan te landen in de eeuwige zaligheid.

Oefeningen vour dezen dag: 1. U overwinnen in datgene, wat u bijzondere moeite kost. — 2. Als u iets moeilijks overkomt, denk dan : het is mijn Vader in den Hemel, die het tot mijn welzijn overzendt, en zeg ; „ Vader , i:w wil geschiede.quot;

25

-ocr page 390-

NOVKEN.

Achtste dag1.

o H. Jozef, gij zijt waarlijk de Patroon van het inwendig leven. Het was Jesns, het waren de volmaaktheden en de grootheid van God, die uw hart geheel bezighielden. De uitwendige werken konden u niet van de tegenwoordigheid Gods aftrekken, en uwe liefde gaf een onschatbare waarde aan de minste uwer handelingen, o Wonderbaar voorbeeld van ingetogenheid en ijver, gij hebt eene bijzondere macht ontvangen om de zielen tot God te leiden door de oefening van 't gebed. Bedwing dan mijn verstrooiden geest, verwijder uit mijn hart alle lauwheid en vervul het met ware liefde en ijver ; verkrijg voor mij den inwendigen geest, den geest van overweging en van gebed, en eene zuivere meening in al mijn doen en laten. Ik verwacht alles van uwe goedheid, en ik geef mij geheel over aan uwe leiding. Amen.

Oefeningen voor dezen dag: 1. Denk dikwijls aan Gods alomtegenwoordigheid. — 2. Hoep den H. Jozef eenige malen aan als Patroon van het inwendige leven.

Negende dag'.

o H. Jozef, het is vooral in het uur van den dood, dat ik uwe bescherming noodig heb; ik vraag op dezen dag uwe hulp voor dat vreeselijk oogenblik , waarvan ik niet weet, of ik u dan zal kunnen aanroepen.

386

-ocr page 391-

NOVEEN.

Helaas, na zulk een weinig (jhristelijk leven, dat ik geleid heb, mag ik wel vreezen voor Gods rechtvaardigheid ! Groote Heilige , die het voorbeeld en de trooster zijt der stervenden, maak, ik smeek het n, dat ik den dood der rechtvaardigen sterve ; maar, opdat ik zulk eene groote genade zou mogen verwachten , verkrijg voor mij, dat ik leve gelijk gij naar het voorbeeld van Jesus en Maria. Ik wil van nu af sterven aan al mijne kwade neigingen, aan alle aardsdie verlangens; ik wil boetvaardigheid doen voor het verledene, en voortaan God beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten. Jeaus, Maria, Jozef, het is in de hoop op uwe hulp en onder uwe bescherming, dat ik deze besluiten genomen heb ; Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij nu en in het uur van mijnen dood.

Oefetiingen voor dezen dag: 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed : Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd. (100 dagen aflaat, Pius VII, 28 April 1807.)

387

2. Eene oefening doen van boetvaardigheid of versterving om te voldoen voor de straffen zijner zonden.

-------f——j.

-ocr page 392-

TRIDUÜM

TER EERE VANquot; DEN H. JOZEF.

Eerste das:.

Hij was hun onderdauisr.

(Luc. II. 51.)

1. Welk eeiie eer was liet voor den H. Jozef, dat hij verheven werd tot Voedstervader van Jeans Christus! — 2. Hij had macht over zijn goddelijken Verlosser, als een vader over zijn kind; Jesns gedroeg zich voor hem als zijn zoon, en had gewillig zijne vrijheid aan hem onderworpen. —• 3. Gedurende dertig jaren werd hij door Jesus gediend, gelijk een werkman gediend wordt door zijn leerling, die deelt in zijn arbeid en vermoeienissen.

Gebed. —• Gedenk , o goedertierene en barmhartige H. Jozef, dat Hij , die hier op aarde uw zoon wilde genoemd worden, mij heeft vrijgekocht door zijn kostbaar bloed. Ik smeek u dan, o mijn hemelsche Beschermer, door het vaderlijke hart, dat

-ocr page 393-

TKIDUUM.

God u gegeven heeft voor zijnen Zoon, en door het hart van een kind, dat Jesns voor n gehad heeft, mijne zaligheid onder uwe bijzondere bescherming te nemen. Wees mij een Vader, een geleider en mijn voorbeeld in het geestelijk leven en op den weg der volmaaktheid, opdat ik, na n hier op aarde te hebben nagevolgd, hiernamaals kome tot het geluk der Zaligen in den Hemel. Amen.

Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed : Jesus, Maria, Jozef, ik geef u mijn hart, mijne ziel en mijn leven. (100 dagen aflaat, Pius VII, 28 April 1807.)

2. Verwek een akte van berouw en van liefde tot God.

Tweede dag-.

Zij was verloofd aau eeuen itiau. met name Jozef.

(Luc. I. 27.)

1. De H. Jozef was de waardige Bruidegom van Maria, door de H. Drievuldigheid voorbeschikt om bij de Moedermaagd de plaats waar te nemen van den H. Geest, haren onzichtbaren Bruidegom. — 2. Hij was maagd, en zijn maagdom was een volmaakt afbeeldsel van dien van Maria; want hij had zijne zuiverheid door eene belofte aan God toegewijd. — 3. Hij werd gediend door de Koningin des Hemels als haar Heer,

389

-ocr page 394-

TRI Dl; TM.

geëerd als liaar Beschermer, bemind als haar Bruidegom.

Gebed, o Gelukzalige H. Jozef, die door de H. Drievuldigheid zijt uitverkoren tot Bruidegom van de Allerheiligste Moeder van God, gij zijt waardig, dat alle Engelen en alle menschen n eeren, u loven en prijzen om die groote waardigheid, waartoe gij verheven zijt. Als Bruidegom van Maria, hebt gij een geheel bijzondere macht op haar en haren goddelijken Zoon ; beveel mij dan aan Jesus en Maria; maak, dat ik hun behaaglijk zij, door de zuiverheid van mijnen staat ongeschonden te bewaren ; maak, dat ik hunne bescherming over mij aftrekke door edelmoedige liefde tot God en oprechte liefde jegens den naaste ; maak, dat ik Jesus, Maria enu, mijn machtigen Beschermer, getrouw diene in dit leven om mij eens in uwe glorie te verheugen in alle eeuwigheid. Amen.

390

Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed ; Jesus, Maria, Jozef, sta mij bij in mijnen doodstrijd. (100 dagen afl., Pius VII, 28 April 1807). — 2. Doe een werk van lichamelijke of geestelijke barmhartigheid.

Derde dag.

-ocr page 395-

TKIDUI.M.

391

buitengewone deugden hem hadden verkregen , door de goede vervulling van de bediening, welke God hem had toevertrouwd, door de hoop op de beloomng, waarop hij het recht had te rekenen. — 2. Zijn dood werd vereerd door de tegenwoordigheid der Engelen en van Jesua en Maria, die hem bijstonden tot zijn laatsten ademtocht. — 3. Zijn dood was zacht en vol vrede, door den gloed van zijne liefde jegens God , door de onuitsprekelijke vertroostingen , welke hij ondervond, dooide woorden en de hulp van Jesus en van Maria. —

Gebed. Groote H. Jozef, die de patroon zijt van een zaligen dood, eene groote vrees bevangt mij , als ik met de oogen des geloofs het oogenblik beschouw, waarin voor mij de tijd zal eindigen en de eeuwigheid beginnen zal. Ik ken de plaats, den tijd , de wijze niet van mijnen dood. Ik weet alleen, dat ik sterven zal en dat het oogenblik van mijnen dood mijn lot voor de eeuwigheid zal beslissen. Als ik sterf in staat van doodzonde, dan ben ik zonder redmiddel verloren : sterf ik in staat van Gods genade, dan is mijn geluk voor altijd verzekerd, o Machtige Beschermer der stervenden , ik beveel u dringend aan het einde van. mijn leven, waar en wanneer God het moge vragen: getroost zal ik sterven , als ik sterf onder uwe hoede en onder die van Jesus en Maria. Daarom :

s

Ï03

-ocr page 396-

TRIUUOI.

Jesns, Maria, Jozef staat mij bij in mijnen doodstrijd; — Jesns, Maria, Jozef laat mij in utt heilig gezelschap vreedzaam sterven. ■—

Oefeningen voor dezen dag. 1. Herhaal eenige malen dit schietgebed: Jesns, Maria, Jozef, laat mij in uw heilig gezelschap in vrede sterven. (100 dagen afl., Pins VII, 28 April 1807.) — 2. Doe eenige versterving met het inzicht om een zaligen dood te verkrijgen.

-ocr page 397-

GEBEDEN ONDER HET LOF.

Geloofd en gedankt zij elk oogenblik liet allerheiligste en aliergoddelijkste Sacrament.

O Heer, zie genadig van uw heilig altaar op mij , ellendigen zondaar, neder. Met een bedroefd hart, maar met groot vertrouwen bid ik ü, vergeef mij mijne zonden ; zij zijn mij van harte leed, ik haat en verfoei ze nit liefde tot U en wil ze nooit meer bedrijven. Maak mij, naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte, gehoorzaam , knisoh, getrouw aan mijne plichten, geduldig in lijden en in alles onderworpen aan uwen heiligen wil. Geef mij de volharding in uwe liefde tot het einde mijns levens toe.

Betrouwende op uwe goedheid , o mijn Zaligmaker, bid ik U ook voor allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Zegen onzen Heiligen Vader den Paus , de bisschoppen en priesters; vervul hen meteen vurigen ijver voor uwe eer en voor de zaligheid der zielen. Ik bid II in het bij-

-ocr page 398-

GEllKDEN

zonder voor mijneu zielbestnurder en voor lien, die mij in den godsdienst onderwijzen of onderwezen hebben. Gelief hen daarvoor te beloonen, en hunnen arbeid te zegenen , opdat zij ons en vele anderen tot de eeuwige zaligheid mogen brengen.

]k beveel IT, o Heer! mijne ouders, aan wie ik zooveel verschuldigd ben. Geef hun al wat zij naar ziel en lichaam noodig hebben naar dit en het eeuwige leven. Dit vraag ik U ook voor mijne broeders, zusters en andere bloedverwanten.

Ik bid U ook voor mijne vijanden, indien ik er heb; voor allen die mij ooit beleedigd hebben , en voor hen aan wie ik ergernis heb gegeven; ik bid U voor allen die voor mij bidden.

Ach , Heer! mochten toch alle zondaren zich tot IJ bekeeren! Geef hun daartoe uwe genade ; ontferm tl over hen.

En om niemand in mijn gebed te vergeten , beveel ik U ook alle zieken, die U in het H. Sacrament niet kunnen bezoeken. Geef hun sterkte, om hunne smarten uit liefde tot U geduldig te lijden en daardoor den Hemel te verdienen. Ik bid U voornamelijk voor hen, die in gevaar zijn van sterven. Sta hen bij in dat gewichtig oogenblik, opdat zij in uwe liefde nit deze wereld scheiden.

Eindelijk beveel ik U de zielen der overledenen , die nog in het vagevuur zijn, vooral de ziel van .... Vervul haar vurig

-ocr page 399-

ONDER HET I.Oir'.

verlangen van zich met U te gaan vereenigen in den Hemel.

Al deze genaden voor mij zeiven en voor anderen lioop ik van uwe goedheid te bekomen. Amen.

.A.ve !Regina ('oeio rum.

Gegroet, o Hemelkoningin ,

Gegroet , der Engelen Vorstin :

Heil U . o Spruit, o Zaalge Schoot ^ Waaruit der wereld 't Licht ontsproot.

Wees, glorierijke Maagd, verblijd. Die onder alle 't schoonste zijt;

Gegroet, o Gij , zoo vol van eer, En bid voor ons bij God den Heer.

f. Gedoog, dat ik tl love, H. Maagd, h. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

LAAT OSS BI ODEN.

Barmhartige God, wil onze zwakheid ondersteunen , opdat wij, die de gedachtenis der H. Moeder Gods vieren , door den bijstand van hare voorspraak uit onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus , onzen Heer. Amen.

Lofzanff ai Gebed lot den H. Jozef, (zie 19 Maart, 2' gedeelte . bladz. 330.)

-ocr page 400-

GEBEDEN ONDER HET LOF.

Tantntn Ergo.

Knielen wij voor 't glorierijke Sacrament vol eerbied neer.

De oude Godsvereering wijke

Voor den dienst der nieuwe Leer.

En hoe 't zintuig ook bezwijke , Ons geloof groei' meer en meer.

Aan den Vader , hooggeprezen , Aan zijn Eengeboren Zoon

Macht en zeegning uitgelezen,

Glorie , heil en eerbetoon !

Voor den Geest, van 't zelfde Wezen, Bijze een loflied even schoon ! Amen.

-ocr page 401-

INHOUD,

Br.ADZ.

Aan den godoruchtigen lezer.....Ill

Geschiedkundig Overzicht der vereering mn

den H. Jozef..........v

Aflaten verleend aan de viering der

Maand Maart.........xm

Eerste Dag. — Jesus en Maria, onze voorbeelden in de vereering van den R.

Jozef. ...........U

Tweede Dag. — Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef, als Hoofd van

het //. Huisgezin........23

Derde Dag. — Waardigheid en heiligheid van den H. Jozef, als Bruidegom

van Maria..........32

Vierde Dag. —- Waardigheid en heiligheid can den H. Jozef, als Voedstervader van Jesus.........40

-ocr page 402-

m

INHOUD,

BLADZ.

A' ijfde Dag. — W,aardigheid en heiligheid van den H. Jozef als Voedstervader van Jesus. (Vervolg).....52

Zesde Dag. — De H. Jozef en het Mysterie der Mensehtoording......61

Zevende Dag. — De H. Jozef en het

Mysterie der Verlossing. (Vervolg). . 73 Achtste Dag. — De TI. Jozef en de zoete

Naam Jesus..........84

Negende Dag. — Leven van den li. Jozef in het II. Huisgezin. I. Zijn leven

voor Jesus...........94

Tiende Dag. •— Leven van den II. Jozef in het II. Huisgezin. II. Zijn leven

voor Maria..........106

Elfde Dag. — Godvruchtig Leven van den

H. Jozef. I. Zijn leven van geloof. . 117 Twaalfde Dag. Godvruchtig Leven van den II. Jozef. II. Zijn leven van

gebed.............129

Dertiende Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. ill. Zijn gedrag op

Sabbath- en Feestdagen..... . 140

Veertiende Dag. — Godvruchtig Leven van den H. Jozef. IV. Zijn Hemelsch

leven op aarde.........15]

Vijftiende Dag. — Godvruchtig Leven can den H. Jozef. V. Zijn leven van

-ocr page 403-

INHOUD. 399

BLADZ.

liefde en smarten........161

Zestiende Dag. — Gevoelens van den H.

Jozef bij het verlies van Jesus. . . . 172 Zeventiende Dag. — St. Jozefs nederigheid.............1S5

Achttiende Dag. — St. Jozefs werkzaam

leven............197

^Negentiende Dag. — SI. Jozefs verduldigheid in tegenspoed en armoede. . . 208 Twintigste Dag. — St. Jozefs geest van boetvaardigheid.........219

Een en twintigste Dag. — De II. Jozef, Voorbeeld en Patroon der zuiverheid. 230 Twee en twintigste Dag. — De H. Jozef, Voorbeeld en Patroon der jeugd. 241 Drie en twintigste Dag. — De II. Jozef in het sterfuur. I. Zijne droefheid. 252 Vier en twintigste Dag. — De II. Jozef op zijn sterf bed. II. Zijne vreugde. 262 Vijf en twintigste Dag. — De H. Jozef in het voorgeborgte. . . . • . 272 Zes en twintigste Dag. — De H. Join den Hemel. . quot;......282

Zeven en twintigste Dag. — St. Jozefs

macht in den Hemel. I......292

Acht en twintigste Dag. ■—• St. Jozefs

macht in den Hemel. II......303

Kegen en twintigste Dag. — De H. Jo-

-ocr page 404-

400 INHOUD.

BLADZ.

znf en de H. Kerk. I......313

Dertigste Dag. — De H. Jozef en de

H. Kerk. II.........323

Een en dertigste Dag. — Be godsvrucht tot den H. Jozef, het redmiddel der

Maatschappij..........332

Lezing voor den Feestdag van St, Jozef

(19 Maart.).........341

Gebeden onder de II. Mis......352

Verschillende Gebeden tot den H. Jozef. 364 Noveen ter eere van den H. Jozef. . .378 Triduum ter eere van den H. Jozef. . . 388 Gebeden onder het Lof.......393

li-----1

o-Uf/J cxöjl

-ocr page 405-
-ocr page 406-
-ocr page 407-
-ocr page 408-