Peesent-Exemplaah.
Het Voorstel
tot intrekking der Verordening, regelende het Gezondheids- en Politietoezicht op de
J^UBLIEKE y^OUWEN
en igt;e
j^UIZEN VAN pNTUCHT,
toegelicht door
D. J. R. JOBDENS,
Lid van den Raad der Gemeente Zivolle en. van de Ned.erl. Vereeniginy tecjen de Prostitutie.
,Le dernier degré de la perversité est de faire servir les lois a l'injustice.quot;
Voltaire.
,La débauche clandestine chose fa-cheuse.
La débauche patentee, le vice institution publique, chose monstrueuse.quot;
Emile de Laveleye.
Niet in den Handel.
Zwolle â W. J. Berends J.Jzn.
m~'k
iS'i ^ W ü ê' 1 ® ^ 1
tot intrekking der Verordening, regelende het Gezondheids-en Politietoezigt op de
j^UBLiEKE Vrouwen
UIZEN VAN UNTUCHT
TOEGELICnï DOOR
D. J. R. JORDENS,
Lid van den Raad der Gemeente Zwolie en van de Nederi. Vereenhjing tegen de Prostitutie.
âLe dernier degré de la perversité est de faire sarvir les lois a rinjustice.quot;
Voltaire.
âLa débauche clandestine chose fa-cheuse.
La dóbauclie patentee, Ie vice institution publique, chose monstrueuse.quot;
Emile de Lavelete.
Zwolle â W. J. Bekends J.Jzx.
âLes gouvemants â ou ceux qui aspirent a l'étre â nc voient véritablement pas oü ils vont et 011 ils nous conduisent, rnalheureii-sement pour nous tous ... Tout est confondu, le bien et le mal, le juste t 1'injuste. La même administration qui ouvre et surveille los écoles, ouvre et surveille les lupanars. Elle élève 1' enfant dans le respect de soi-mème, dans le respect de 1' humanité .... et elle procure a 1'adolescent, a 1' homrne fait, les occasions, les lieux et jusqu' aux instruments du vice le plus abject. Elle fait évacuer los logements insaiubres et elle institue des foyers de pestilence. Elle celèbre les mariages, et elle donne a des fenimes mariées 1' autorisation de se livrer a 1' adultère 1 Veritable .loscph Prudhomme, 1'administration , telle au moins que 1' entendent les partisans de la régle-men;ation, defend ou combat tour a tour ou en même temps et indifferemment tout ce qu' il y a de noble, de Sacré et de vital dans les intéréts sociaux.quot;
JULES PAGiJY.
âDc tijd is daar dat zwijgen zonde is.quot; Heldring.
Professor vak O terbkek be Meijer lieeffc in zijn pennestrijdmet den Heer Pibesoït, Directeur der Heldringgestichten , het onderwerp , waarover dit vlugschrift handelt, âscabreusquot; genoemd.
Voor zooveel hij daarmede bedoelt, dat het niet aantrekkelijk is, kan ik met hem instemmen.
Ik gevoel mij dan ook niet, om liet aangename van het onderwerp, maar u:'t pligtbesef genoopt, mijne gedachten over de reglementering der prostitutie te openbaren en maak do boven aangehaalde woorden van den waardigen Heldring tot de mijne.
Hoe zoude ik kunnen zwijgen, waar zelfs de vrouwen van Engeland, vrouwen van ontwikkeling en rang, aangevoerd en aangevuurd door Mevrouw Josephine Butler, niet hebben geschroomd zich in dezen strijd te mengen, en een magtigen invloed hebben uitgeoefend op de leden van het parlement ? En het zijn niet enkel de dochteren van Albion, die zich deze zaak hebben aangetrokken. Ook vrouwen uit Frankrijk, Zwitserland en Duitschland, om ons Vaderland niet te noemen, strijden den strijd mede.
In Zweden en Noorwegen heeft Mevrouw Andeusosquot;âMeijer-helm, op verzoek der koningin, eene reis gemaakt doorliet land, om de openbare meening te winnen. En in Spanje heeft de gravin de Précorbin niet geschroomd hare gevoelens op verschillende plaatsen in het openbaar uit te spreken. Te Barcelona is zij onder anderen in twee verschillende bijeenkomsten opgetreden, sprekende voor soldaten en zeelieden.
Ik sprak van de vrouwen, omdat het vraagstuk van zoo bijzonder teederen aard is. Trouwens dat vele mannen van naam zich niet minder ten strijde hebben aangegord, kan niemand, die belang stelt in den inhoud van dit geschrift, onbekend zijn. Wie weet niet wat Heldring en Pierson, tan den Bergu, Mounier, Hermanides en meer anderen op dit gebied in ons Vaderland hebben gewerkt tegen de prostitutie in het algemeen, tegen de gereglementeerde en getolereerde prostitutie in de eerste plaats.
Een goed voorbeeld doet goed volgen.
--
, ' â i ' '
VS ^ ....... V.; â â â â .;
.' 'j, '
-
tot intrekking der Verordening, regelende het Gezondheids-en Politietoezigt op de
j73UBL1EKE y ROUW EK
EN DE
j^UIZEN VAN PNTUCHT,
TOEGELICHT DOOE
D. J. li. J0RDEN8,
Lid van den Raad, der Gemeente ZwolLe en van de NederL. Vereeniying tegen de Prostitutie.
âLc dernier degré ile la perversité est de faire servir les lois a l injastice.quot;
Voltaire.
âLa débauclie clandestine chose fa-cheuse.
La dóbauche patentee, le vice institution publique, chose monstnieuse.quot;
Emile de Lavelete.
Ztvolle â W. J. Berends J.Jzn.
i
âLes gouvernants â ou ceux qui aspirent a l'étre â ne voient véritablement pas oü ils vont et oil ils nous conduisent, malheureu-sement pour nous tous ... Tout est confondu, le bien et le mal, le juste t l'injuste. La même administration qui ouvre et surveille les écoles, ouvre et surveille les lupanars. Elle élève 1' enfant dans le respect de soi-mème, dans le respect de 1' humanité .... et elle procure a 1'adolescent, a 1'homme fait, les occasions, les lieux et juequ' aux instruments du vice Ie plus abject. Elle fait évacuer les logements insalubres et elle institue des foyers de pestilence. Elle celèbre les mariages, et elle donne a des femmes mariées 1' autorisation de se livrer a 1' adultère 1 Véritable Joseph Prudhomme, 1'administration, telle au moins que l'entendent les partisans de la rcgle-mentation, defend ou combat tour a tour ou en méme (emps et indifféremment tout ce qu' il y a de noble, de Sacré et de vital dans les intéréts sociaux.quot;
JULES PAGNY.
âDc tijd is daar dat zwijgen zonde is.quot; Heldkixg,
Professor van O tebeeek de Meijer heeft in zijn pennestrijd met den Heer Piersok, Directeur der Heldringgestichten , het onderwerp , waarover dit vlugschrift handelt, âscabreusquot; genoemd.
Voor zooveel hij daarmede bedoelt, dat het niet aantrekkelijk is, kan ik met hem instemmen.
Ik gevoel mij dan ook niet, cm het aangename van het onderwerp, maar uit pligtbesef genoopt, mijne gedachten over de reglementering der prostitutie te openbaren en maak de boven aangehaalde woorden van den waardigen Heldring tot de mijne.
Hoe zoude ik kunnen zwijgen, waar zelfs do vrouwen van Engeland, vrouwen van ontwikkeling en rang, aangevoerd en aangevuurd door Mevrouw Josephise Butler, niet hebben geschroomd zich in dezen strijd te mengen, en een magtigen invloed hebben uitgeoefend op de leden van het parlement ? En het zijn niet enkel de dochteren van Albion, die zich deze zaak hebben aangetrokken. Ook vrouwen uit Frankrijk, Zwitserland en Duitschland, om ons Vaderland niet te noemen, strijden den strijd mede.
In Zweden en Noorwegen heeft Mevrouw AndeksoïtâMeijer-iielm, op verzoek der koningin, eene reis gemaakt doorliet land, om de openbare meening te winnen. En in Spanje heeft de gravin de Pkécorbix niet geschroomd hare gevoelens op verschillende plaatsen in het openbaar uit te spreken. Te Barcelona is zij onder anderen in twee verschillende bijeenkomsten opgetreden, sprekende voor soldaten en zeelieden.
Ik sprak van de vrouwen, omdat het vraagstuk van zoo bijzonder teederen aard is. Trouwens dat vele mannen van naam zich niet minder ten strijde hebben aangegord, kan niemand, die belang stelt in den inhoud van dit geschrift, onbekend zijn. quot;Wie weet niet wat Heldeikg en Piersok, tatsquot; den Bergh, Mounier, Heemanides en meer anderen op dit gebied in ons Vaderland hebben gewerkt tegen de prostitutie in het algemeen, tegen de gereglementeerde en getolereerde prostitutie in de eerste plaats.
Een goed voorbeeld doet goed volgen.
4
Daarom is het, dat de Heer Klinkert en ik een voorstel hebben ingediend bij den gemeenteraad, tot afschaffing van de Verordening op de openbare prostitutie, welk voorstel hierachter zal worden afgedrukt. Op het voorstel volgt een betoog tót toelichting, het hoofddoel van dit geschriftje. Om verschillende redenen liet ik het drukken en wel: 1°. ïer bekorting van mogelijke beraadslagingen te dezer zake. 2°. Teneinde met meer juistheid, dan bij mondelinge bespreking, mijne meening te kunnen uiteenzetten. 3°. Omdat het niet onbelangrijk getal mijner medestanders, in den strijd tegen de prostitutie in de stad onzer inwoning, zoude kunnen kennis nemen van wat door mij over dit vraagstuk in het midden is gebragt, ten einde van hunne goedkeuring te kunnen doen blijken, of, zoo noodig, critiek te kunnen uitoefenen.
4°. Om onjuiste voorstellingen te voorkomen, voor zooveel men mij niet goed mogt hebben verstaan.
Men boude mij ten goede, dat ik nog even in herinnering breng, hoe de gezondheidspolitie op de publieke vrouwen, die vrucht van Franschen bodem, in ons Vaderland is^in 't leven geroepen.
Een Academisch proefschrift van den Heer W. van den Bergh, Doctor in de llegten en de Theologie, deelt daarover belangrijke bijzonderheden mede.
liet is toch opmerkelijk, dat gewoonlijk niei de stedelijke overheid de behoefte aan keuring der ligte vrouwen heeft gevoeld, maar dat zij van hoogerhaiid werd gedwongen en gedrongen reglementen óp de prostitutie in het leven te roepen.
Aan dien drang heeft de gemeente Tilburg manmoedig tegenstand geboden. De Baad van Tilburg heeft zoodanige verordening nooit willen invoeren.
Den 19quot; Maart 1845 schreef ook het bestuur der gemeente Zwolle nog aan den Gouverneur der provincie Overijssel :
âHet vaststellen van bepalingen ten aanzien der publieke huizen heeft herhaaldelijk een onderwerp onzer overwegingen uitgemaakt, en wij mogen niet ontveinzen, dat ons deze zaak van een zeer teederen aard en aan zeer groote bedenkingen onderhevig is voorgekomen, â want het daar te stellen reglement zal zich toch moeten kenmerken als eene poging tot verbetering der zedelijkheid . ... en eene dubbele behoedzaamheid is noodig bij het invoeren van verordeningen, die de zeden en begrippen zouden kunnen kwetsen en, naar de meening van velen, aan zedeloosheid en verleiding de hand zouden kunnen leenen, door de ontucht voor hare klippen te vrijwaren .... Wij hebben echter gemeend voor de zvrarig-heden, die het ontwerpen van een reglement op dit onderwerp opleverde, niet te moeten terugdeinzen, maar hebben na onderzoek der reglementen en tarieven voor andere plaatsen werkelijk een concept-verordening op dat stuk zamengesteld,
5
doch onzen arbeid herziende, komt ons deszelfs doelmatigheid uit een moreel opzigt zeer bedenkelijk voor.quot;
Op telkens herhaalden aandrang, van de hooge regeering echter, is onze gemeente, helaas! eindelijk bezoeken. Den 13⢠December 1861 werd hier de eerste verordening op de huizen van ontucht afgekondigd. Het valt zeer te betwijfelen of de openbare zedelijkheid er iets door heelt gewonnen.
Mijn medevoorsteller en ik zijn van gevoelen, dat dooide reglementering meer schade dan voordeel wordt te weeg gebragt, en dat de demoraliserende invloed van bordeelen, juist om het cachet, dat de overheid er aan geeft door ze op bepaalde voorwaarden toe te laten, meer nadeel sticht, dan de uiterst geringe voordeelen voor de openbare gezondheid ooit kunnen goedmaken. Daarom dus dienden wij het navolgende voorstel in.
6
TT-O OIESSTEL.
De ondergeteekenden, leden van den Raad der gemeente Zwolle, van oordeel, dat prostitutie, in welken vorm ook gepleegd wordende, met alle geoorloofde en wettelijke middelen behoort te worden voorkomen, bestreden en gestraft, stellen Uwe vergadering voor in te trekken de Verordening , regelende het gezondheids- en politietoezicht op de publieke vrouwen en de huizen van ontucht, in deze gemeente afgekondigd 5 Januarij 1882.
Zij worden tot dit. voorstel geleid uit overweging dat:
1°. In de Verordening regt en zedelijkheid aan mannen en vrouwen niet naar gelijken maatstaf worden toegemeten.
2°. Het geneeskundig onderzoek, onder het stelsel der gewettigde ontucht, is te beschouwen als eene grove schending van het persoonlijk regt, van wie ook mogt worden gedwongen zich aan keuring te onderwerpen.
3°. Door de invoering is gebleken, dat die keuring geen afdoende maatregel is voor de gezondheid.
4°. De aan de politie of ambtenaren, belast met het opsporen van misdrijven, verleende buitengewone magt betreffende de openbare eerbaarheid afkeuring verdient, omdat hunne bemoeijingen aanleiding kunnen geven tot schromelijke misbruiken.
5°. Huizen van ontucht riet noodzakelijk zijn en hun nut voor de openbare zedelijkheid onbewezen is.
6°. Het erkennen en toelaten van publieke vrouwen indruischt tegen het Staatsbelang.
7°. De gemeentelijke overheid, zonder het ie bedoelen, door handhaving der Verordening, bevorderlijk is aan maatschappelijk en zedelijk kwaad.
ZWOLLE, 28 Februarij 1885.
ETOOG TOT TOELICHTING.
i
lu do Yerordeniug wordcu regt eu zedclijklteid uiet Uiiar ge-lijkcu maatstaf aau inaunen ou vronweu toe^emeteu.
Deze stelling is eigenlijk een axioma en behoeft dus geei; bewijs. Het kan nogtans zijn nut hebben oenige bepalingen uit het reglement voor Uwe aandacht terug te roepen. Met die bepalingen toch zijn velen verzoend geraakt door ze als voldongen feiten te beschouwen.
Eenmaal tot publieke vrouw gestempeld, is deze hard vrijheid kwijt. Zij wordt in een register ingeschreven (Art. 1 Eegle-ment) op eigen aangifte of ambtshalve op last van den Burgemeester (Art. 2.)
Art. 6 legt haar de verpligting op âhare geboorteakte en de stukken, haren staat betreftende, ten bureele van politie in bewaring te geven.quot;
De publieke vrouw ontvangt een boekje, waarin volgens Art. 30 de tijd wordt bepaald, wanneer zij zich aan geneeskundig onderzoek moet onderwerpen, dit moet evenwel âminstens éénmaal per weekquot; plaats hebben. Deze boekjes, waarin volgens art. 3G âdoor de genees- of heelkundigen dag en uur der visitatie en hunne bevinding omtrent hare gezondheid worden genoteerdquot;, moeten zij op aanvrage vertoonen âaan de houders der huizen van ontucht en aan de ruanspereone?!., die zij bij zich ontvangen.quot; (vergel. Art. 8.)
Art. 11 eindelijk verbiedt haar om bij openbare vermakelijkheden andere plaatsen in te nemen, dan die haar door de politie zijn aangewezen.
Het reglement bevat nog andere bepalingen, die ik niet zal overnemen om aan te toonen, dat de publieke vrouw bijna geene regten en vele verpligtingen heeft. Vleit zij zich soms (en de reglementen geven er aanleiding toe) met de gedachte, dat zij, zwakke, op hare wijze nuttig en noodzakelijk is door en tengevolge der zwakheden van het sterkere geslacht, dit verhindert niet, dat de volkstaal haar met een der meest verachte namen aanwijst. Zij heeft zich geprostitueerd of, vrij vertaald, prijs gegeven tot eene slavin, zelfs van den
8
man, wiens persoonlijkheid haar tegenstaat. Door deze daad verliest zij niet alleen hare eer, maar bovendien hare vrijheid.
En nu de mannen, de steeds wisselende mannen der publieke vrouwen, die zijn toch zeker ook aan reglementen onderworpen, die zouden strekken om te voorkomen, dat de openbare gezondheid in gevaar komt ?
Wel neen dat zijn nu eenmaal mannen.
Gehuwd of ongehuwd genieten zij de meest mogelijke vrijheid. Zoo ergens dan is het hier duidelijk en klaar, dat mannen de wet (in easu de reglementen) hebben gemaakt.
Op waardige, kalme wijze schrijft dan ook de afgetreden Minister van Justitie, de hooggeachte Moddeeman, in zijn antwoord op het verslag aangaande de begrooting over 1883, als hij genaderd is tot het onderwerp: âprostitutiequot;. De alge-meene indruk, door de lezing dier verordeningen verkregen , is deze: âdat daarin heerscht eene stuitende ongelijkheid tus-schen beide sexen, ten nadeele der vrouw. Het is alsof de man doel, de vrouw slechts middel ware. De aard van het onderwerp brengt dit min of meer mede. Maar juist dit doet twijfel rijzen, of het onderwerp voor reglementering wel geschikt is. Het zou overweging verdienen, of de voordeelen, die men welligt langs anderen weg door de reglementering verkrijgt
(.....), niet overtroffen worden door het kwaad, dat uit
de officiëele degradatie der vrouw voortspruit.quot;
II
Het geueeskuudig1 ouderzoek, oiider het stelsel dei* gewettigde ontnehr, is fe besclionwen als eene grove schending van het persoonlijk regt, vau wie ook mogt worden gedwongen zich aan keuring te onderwerpen.
In de eerste stelling heb ik reeds aangetoond, dat de prostituees, die de politie bereiken kan, gedwongen worden zich als zoodanig te doen inschrijven. Allen worden aan geneeskundig onderzoek onderworpen, om het even of zij in huizen van ontucht of daarbuiten wonen. Eveneens heb ik geheel naar waarheid beweerd, dat de mannen met geene keuring hoegenaamd te maken hebben. Dit heeft eene achtenswaardige Engelsche vrouw. Mevrouw Butlek, de volgende krachtige en regtmatige strijdkreet doen uitspreken;
âWij staan op ! Wij vrouwen staan op ! Het komt er niet op aan of wij rijk of arm zijn cl hoog of laag geplaatst. Eang of titels zijn onverschillig, zelfs maakt het geen verschil of
9
wij diep gevallen zijn of voor de zonde bewaard bleven- Wij zijn allen zusters, wij allen dragen den naam van vrouw en wij staan op tegen eene wet, die ons zoo diep in de oogen der mannen en onze eigene oogen vernedert. Als het kwaad geschieden moet, dan vragen wij ten minste voor beide sexen gelijke regten.quot;
Mevrouw Btjtlek heeft gelijk; wat is er voor eene vrouw meer vernederend te bedenken, dan gedwongen te zijn zich op gezette tijden aan geneeskundig onderzoek door een man te moeten onderwerpen.
In Engelsch Indië werd het sanitair toezigt ingevoerd en wat was het gevolg ?
Dat uit do stad Bombay honderden vrouwen in vertwijfeling wegvlugtten , om de keuring te ontgaan en later in de bos-schen omkwamen, of zich van het leven beroofden.
Niet te min zijn niet alleen de in bordeelen wonende prostituees, maar ook de daar inwonende dienstmeiden en gehuisveste vrouwen verpligt zich aan geneeskundig onderzoek te onderwerpen. {Vergel. Art. 27 liegl.)
In een deel van het Russische rijk bestaan reglementen, die geheel anders zijn dan de reglementen van Westelijk Europa. Het despotische Czarenrijk steekt in dit opzigt gunstig af bij de landen der vrijgevige ataatsregeling. Daar toch, met name in de provincie Finland, zijn zoowel de mannen als de vrouwen aan onderzoek onderworpen ; meer nog, alleen mannen worden er door mannen gekeurd, en de vrouwen worden steeds door vrouwen onderzocht.
In het voorbijgaan merk ik op, dat zelfs deze keuring niet afdoende is gebleken.
Ofschoon vele geneeskundigen van oordeel zijn, dat ook de mannen tot op zekere hoogte aan medisch toezigt moeten worden onderworpen, zoude ik mij om verschillende redenen ook met deze verbetering der reglementen niet kunnen vereenigen. Maa? gesteld eens, men dwong ook de mannen door het Reglement, om geneeskundig te worden gekeurd- Wat dan zoude moeten gebeuren, kan eenigzins worden opgemaakt uit de conceptwetten tak Otbiibeek; de Meijeu en Fokker en Mïnno Hcizinga. In de conceptwet van beide eerstgenoemde Heeren leest men Art, 5 al. 2, âAan dit [geneeskundig] onderzoek kunnen worden onderworpen personen (mannen en vrouwen,) die verdacht worden te lijden aan syphilitische of venerische ziekten.quot; Art. 7, 2e lid: âPersonen, bedoeld onder Art. 5 al. 2, die bevonden worden te lijden aan die ziekten , moeten eveneens in het daartoe bestemde ziekenhuis worden afgezonderd.quot; enz. In Art. 8 zoude aan personen, die mee-nen ten onregte opgeroepen te zijn tot geneeskundig onderzoek of om in het ziekenhuis te worden afgezonderd, het regt wor-
10
den toegekend vaii hooger beroep op eene commissie, en naar Art. 13 âzullen de Burgemeester en de speciaal daartoe aangewezen rijksambtenaren het regt hebben de woningen der ingezetenen, huns ondanks, binnen te treilen.quot;
Ik laat nog eenige bepalingen volgen uit de conceptwet Huizinoa, Volgens deze kent Art, 2 aan den Burgemeester de bevoegdheid toe, om van âpersonen, wier leefwijze in verband met andere feiten regt geeft om te vermoeden, dat eenige der bovengemelde aandoeningen door hen worden over-gebragtquot;, eene verklaring omtrent den toestand hunner gezondheid te vorderen, laat Art. 5 hooger beroep toe van bovenbedoeld besluit des Burgemeesters op eene speciale commissie, en bepaalt Art. 6 dat: âzij, die lijdende zijn aan eene der in deze wet bedoelde aandoeningen,
a. geene woning mogen bezoeken waar het sub. 4 bedoelde
bedrijf [prostitutie] wordt uitgeoefend.
h. geen huwelijk mogen aangaan.quot;
Mij dunkt voor wie bepalingen als de voorafgaanden uit de reglementen en de conceptwetten kent, is commentaar overbodig. Het persoonlijk regt van het individu wordt er in niet geringe mate door bedreigd Deze bepalingen, in toepassing gebragt, kunnen zelfs onschuldigen voor hun leven schandvlekken. Een man, die wegens zijne groote bekwaamheden meer autoriteit heeft dan ik, Profr. de Lateleije, zegt: âde officiëele visitatie is eene ongehoorde formaliteit, de verkrachting der persoonlijke vrijheid, daar de politie die oplegt, zonder dat er misdaad is of vonnis; maar krachtens eene wetgeving, een vrij land onwaardig.quot;
III
Door de invoering (van sanitair toezigt) is gebleken, dat die keuring geen afdoende maatregel is voor de gezondheid.
Ik zal niet beweren, dat door sanitair toezigt niet somtijds ziekte is voorkomen , neen, ik beweer alleen â ook weder op gronden door geneeskundigen aangevoerd â dat ondanks de besto keuring infectie plaats heeft. Als Professor cnatvfleuht vak IJsselsteijn zijn gevoelen mededeelt (Bladz, 44 en v. v. Maandblad: âGetuigen en Eeddenquot; van Mei 1879) zegt hij: âOm het sanitair toezigt goed in te rigten, is echter niet gemakkelijk, misschien onmogelijk.
Ligte aandoeningen kunnen het gevolg zijn van zeer hevige ziekten. De gevreesde kwaal heeft ook latente perioden,
11
waarin aan de lijders schier niets is te bespeuren en deze toch binnen zekere grenzen de besmetting kan mededeelen.quot;
Verder geeft hij op wat wel zoude moeten geschieden, om de gewenschte zekerheid te verkrijgen, hoe men, dit beproevende , de bordeelen zou zien leêgloopen en hoe âin den geneesheer tal van eigenschappen worden verondersteld,quot; die zeldzaam vereenigd zijn te vinden.
Een eind verder wordt 's hoogleeraars advies aldus vervolgd. âMet het oog op zulke overwegingen zou het geneeskundig toezigt alleen dan moeten behouden worden, wanneer er geen ander middel bestond, om tot hetzelfde doel te geraken. Er is echter een ander meer afdoend middel, dat de publieke moraliteit niet in liet aangezigt s/aat, nl. ruime en vrijgevige medische behandeling, zoowel in als buiten hospitalen, van alle lijders aan venerische ziekten in de uitgebreidste betee-kenis van het woordquot; enz.
Er is nog meer, dat pleit tegen het afdoende van de keuring. Dit namelijk, dat zich gevallen kunnen voordoen en werkelijk ook hebben voorgedaan, waarbij besmetting van een man werd over-gebragt door een niet. besmet vrouwspersoon op een anderen man.
De geneeskundigen noemen dit overgebragte besmetting, in tegenstelling van gewone besmetting. Waar deze voorkomt, wordt de ziekte aangekweekt, omdat men het uitgangspunt (den foijer) niet heeft kunnen ontdekken, en de overbrenging maakt in dezelfde mate meer slagtoflers als er meer contact plaats heeft.
Verder zijn er ook Doctoren, die beweren, dat door sanitair toezigt wel de ligtere, de minder gevaarlijke aandoeningen verdwijnen; doch dat daardoor de meer gevaarlijke ziekten, de secundaire en tertiaire perioden, waarbij de ziekte geheel het gestel aaiidoet, menigvuldiger worden. Ik moet mij tot deze mededeelingen bepalen, om niet al te wijdloopig te worden.
Wie over deze zaak meer bijzonderheden wil lezen maak ik alleen opmerkzaam op eene hoogst belangrijke brochure van Dr. Heemanldes, getiteld; Eeglementering der prostitutie Hygiënisch geregtvaardigd ?
Dat overigens het sanitair toezigt niet afdoende is, daarvoor zal wel het beste bewijs zijn, dat zelfs de voorstanders van dat toezigt de Keglementen in hunnen tegenwoordigen vorm afkeuren. Uit deze oorzaak laat het zich alleen verklaren , dat telkens commission van geneeskundigen zijn benoemd, om het vraagstuk te overwegen. Het is voor de tegenstanders een verblijdend verschijnsel te kunnen constateren, hoe uiteenloopend de gevoelens in deze materie zijn. Mij is het aangenaam hierbij over te leggen twee brochures, waarin twee verschillende rapporten van geneeskundige commission voorkomen. De lezing dezer rapporten, van de daaruit getrokken conclusion en van de die rapporten betreflende beoordeelingen, beveel ik Uwer vergadering met bescheidenheid aan.
12
IV
De aan de politie of ambteuaren, belast met het opsporen van misdrijTeu, Terleeude buitengewone magt, betreffende de openbare eerbaarheid, Terdient afkeuring, omdat hnune bemoeiyingen aanleiding kunnen gCTen tot schromelijke misbruiken.
In de verste verte wil ik niets doen, om het ontzag voor de politie te verminderen, integendeel, ik geloof haar eene groote dienst te bewijzen met aan te toonen, dat zij voor de controle der bewoonsters van bordeelen te goed is, en alleen mag geroepen worden tot handhaving der openbare orde. Treedt zij in huizen op, waar geen eerbaar man den drempel zal overschrijden, als hij niet meent op de bewoonsters eenigen invloed ten goede te Jamnen uitoefenen, dan bevindt zij zich op een gevaarlijk terrein en verspeelt bij het publiek een deel van zijn vertrouwen.
Geheel anders zoude het zijn, indien de politie geroepen ware overal de eerbaarheid te handhaven, gelijk op den openbaren weg, zoo ook in de publieke huizen. Maar ziet, wat zij elders moet voorkomen en vervolgen, moet zij in de bordeelen toelaten. Daar wordt de wet krachteloos gemaakt.
Hechten de ambtenaren der politie en de politiebedienden aan het zevende gebod uit heilige overtuiging, in de huizen van ontucht zijn zij geroepen die overtuiging geweld aan te doen. Zij zijn krachtens Art. 334 Wetb. v. Str. geroepen overal te waken tegen ongebondenheid en verleiding van jon-gelieden, in de bordeelen moeten ze voor deze overtredingen der wet hunne oogen sluiten Nu zijn er ontegenzeggelijk vele commissarissen, inspecteurs en beambten van politie, die in dit opzigt met de beste bedoelingen zijn bezield, maar er zijn er ook, die door deze tweeslachtige regtsbedeeling zedelijk zijn ondergegaan. De magt van omkooping en verleiding werd hen te sterk. In het Handelsblad van 2 Julij 1879 (Maandblad 1879 bladz. 78) kan men lezen met welke schromelijke willekeur de Parijsche police des moeurs te werk gaat.
Een voorstander der Beglementoring, de heer Ch. Gose-winkel uit Rotterdam, heeft in het Maandblad van Julij 1880 bladz. 77 een artikel geplaatst over de willekeur der Rotterdamsche politie. Hij weet te verhalen van een Duitsch meisje, dat naar Rotterdam was gelokt met belofte in eene goede betrekking geplaatst te worden. Men bragt haar in een zoogenaamd koffijhuis. Onder bedreiging van gevangenis, omdat zij zonder geld was, werd zij als publieke vrouw ingeschreven. Spoedig krijgt zij berouw over haren misslag. Men
13
helpt haar, om hefc huis en bedrijf te verlaten en verschaft haar een bescheiden werkkring. Zij begeeft zich naar de politie , brengt hare kaart terug en wenscht de uit Duitschland medegebragte papieren te ontvangen. Maar ziet, de Inspecteur bezorgt die papieren niet, waardoor zij, in Duitschland terugkomende, geene betrekking kan krijgen. Zij gaat naar Holland terug en wel naar Rotterdam. De politie noodigt haar uit bij den Hoofdcommissaris te komen, misleidt haar en brengt haar in het Ziekenhuis om door den Doctor te worden gekeurd. Dit is geschied ondanks alle tegenkanting harerzijds. Zij werd op nieuw ingeschreven, doch door tusschen-komst van achtenswaardige personen op last van den Minister van Justitie als prostituee geschrapt.
Hoe somtijds de politie met de Bordeelhouders heult, kan hieruit blijken, dat het Hoofd der politie te Brussel destijds optrad als leverancier van wijnen in de Bordeelen, of uit die treurige geschiedenis van de 19 jarige dochter van den tuinman 's G-ravendijk te 's G-ravenhage, die voorkomt in de kolommen van het Nieuws v/d Dag dd. 12 Januari 1884.
Daar blijkt zonneklaar hoe de zoogenaamde police de sureté eigenlijk de oorzaak is geweest, dat dit ongelukkige kind zedelijk is bedorven en in een hospitaal gestorven.
En nu zal iemand misschien zeggen, ja maar Brussel ia zoo ver en Rotterdam is zoo groot. Welnu, ook Zwolle moet in dit opzigt zijne chronique scandaleuse hebben. Of heeft men mij verkeerd ingelicht toen mij is medegedeeld, dat de politieagent E. met achteïlating van vrouw en kinderen, zich uit de voeten heeft gemaakt met eene ligte vrouw uit het Bordeel alhier?
Zijn de tegenstanders van de Reglementen het er allen over eens, dat de aan de politie, bij die reglementen verleend wordende magt, in strijd is met alle regtsbeginselen; ook zelfs Dr. Huizinga, een voorstander van sanitair toezigt, zegt in zijn Eapport van 12 Januarij 1882: âdat de discreditionaire magt, zij het dan ook onder zekere waarborgen, aan het hoofd der politie op te dragen, door hem (âden ondergeteek.endequot; staat er) gevaarlijk wordt geacht en niet passende in het kader onzer Nederlandsche w'etgeving.quot;
V
Huizen vau ontucht ziju niet uoodzukelijk, kuu uut voor (ie openbare zedelijkheid is onbewezen.
Op twee gronden wordt het bestaan van bordeelen verdedigd, lo Omdat de voldoening der geslachtsdrift noodzakelijk
14
zoude zijn voor iederen persoon op mannelijken leeftijd, 2quot; Omdat de openbare zedelijkheid door hun bestaan minder gevaar loopt.
De eerste bewering wordt meer bijzonder volgehouden door eenige geneeskundigen.
De Hoogleeraar van Overbeek de Meijee deinst niet terug voor eene gevolgtrekking, die velen met mij ergerlijk en onbeschaamd zullen achten. In het Nederlandsch Weekblad voor geneeskundigen van 4 October 1S5G wordt hetzelfde beweerd, zij het ook in meer gematigden vorm. Zoo ver mij bekend is, is deze bewering nooit door bewijzen gestaafd. Peiten en statistieken zijn niet aangevoerd, om de gegrondheid dezer opvatting in het licht te stellen Zij blijft dus een persoonlijk gevoelen, dat al aanstonds door het persoonlijk gevoelen van andere medici weersproken wordt. Naauwelijks heeft het Nederlandsch Weekblad voor Geneeskundigen deze stelling verkondigd, of de Hoofdredacteur der Geneeskundige Courant, Dr. N. B. Doxkehsloot, komt in verzet. In een goed geschreven Artikel, voorkomende in de Nummers van 2 en 9 November 1856, betwist hij do bewering in kwestie. Hij maakt er zich zelfs vrolijk over en hij vraagt zeer ter snede âwelke straf der natuur zich dan toch de zeelieden op den hals halen, als ze honderd dagen aan boord zijn, of zij die in cellulaire gevangenissen zijn opgesloten, als ze daar jaren verblijven. Verder hoe het dan mogelijk is, dat ongehuwde dames gezond blijven en hij voegt er bij, dat hij âaan de geestelijke coeliba-tairs, waarvan er toch duizenden zijn, nog niet heeft kunnen bespeuren, dat de straf der onthouding erg zwaar op hen drukt.quot;
Een ander geneeskundige, Dr. A. O. H. Telleden te Groningen, verkondigt gelijke denkbeelden. In de Geneeskundige Courant van 13 Julij 1S79 heeft hij een artikel geplaatst, getiteld; âOnthouding.quot; Het zoude te veel ruimte vorderen, om het in hoofdzaak over te nemen. Het is overgenomen in het Maandblad van September 1879 en daar te vinden bladz. 78â80.
Professor Kosexstein hield den 14 Februarij 1879 eene rede over de Sexueele Moraal in Doctrina te Leiden. In deze rede heeft hij als Medicus verklaard, nadat hij nog 's morgens te voren met een zijner collega's de zaak had besproken, âdat de meening, dat de geslachtsdrift moet worden bevredigd een lengen is. Noch hem noch zijnen collega's zijn een enkel voorbeeld bekend, dat de onthouding schadelijk is.quot;
quot;Wien het oordeel dezer heeren nog niet genoegzaam is, hij leze wat een specialiteit als professor Chanfleudt tan Ussel-stein aan de redactie van het Maanblad veroorloofd heeft openbaar te maken in zijn reeds vroeger aangehaald advies; men kan het daar gedrukt vinden op bladz. 44 van No 8 van 1 Mei 1879. Ik stipuleer alleen deze woorden: âIeder kan zich
15
onthouden..... Men kan dit niet luide yenoeg verkondigen.quot;
Als ik mij aan deze woorden houd, dan zal men moeten erkennen, onredelijk is de stelling niet, huiden van ontucht zijn niet noodzakelijk voor de gezondheid.
Zijn zij dan in het belang der openbare zedelijkheid? Dit zoude het geval kunnen zijn, indien door de bordeel en de prostitutie daar binnen beperkt bleef, of indien, door hun bestaan, althans de clandestine prostitutie verminderde.
Nooit en nergens is dit echter gebleken.
Voor het tegendeel valt veel aan te voeren.
Zoo geven ons twee plaatsen, waar men aanneemt, dat de beste reglementen op de bordeelen bestaan, namelijk Bordeaux en Brussel, ondanks dit alles, zulke ergerlijke feiten te aanschouwen, dat men mij wel zal willen ontslaan van ze in dit betoog neder te schrijven. Wie er niet van gelezen heeifc, kan ze opgeteekend vinden in het Maandblad van 1 October 1881 eu 1 Januarij 1882; de schandalen te Bordeaux ook in de Fransche bladen: âGironde,quot; âVictoirequot; en âIa Vois du Peuple.quot;
Dr. AemA-ïtd Despeés komt in zijn werk: âla Prostitution en Francequot;, tot de vo.gende conclusie: âPlus il y a de prostitution róglementóe dans un pays, plus la prostitution de toute nature se développe.quot; Ter zake van bet misdrijf van verkrachting getuigt hij pag. 43: âLes médecins pensent que le viol est . . . plus souvent la suite de la satiété que de la privation de l' exercice naturel des fonctions génésiques.quot; In het werk van Després komt eene hoogst belangrijke graphische tabel voor, die door Doctor Hekmahides in zijn reeds aangehaald werk over de Prostitutie is opgenomen. Die tabel stelt in het helderst licht:, dat in den regel met de gereglementeerde prostitutie de clandestine vermeerdert en vermindert. Fabelachtig en bedroevend zijn dan ook de cijfers van het getal clandestine-prostituees in de groote steden, vergeleken met het betrekkelijk kleine aantal dergenen, die aan reglementen worden onderworpen. Dit is eene der redenen, waarom de Gemeenteraad van Parijs besloten heeft het stelsel der keuring af te schaften, en waarom men in Amsterdam nog steeds bleef weigeren om sanitair toezigt in te voeren. Een tweede bewijs voor de afschaffing van sanitair toezigt levert Dr. Hekmaïti-des in eene statistiek der onechte geboorten, opgemaakt over de 39 grootste steden van ons Vaderland. Daaruit blijkt, dat in de Gemeenten met keuring voorkomen gemiddeld 7iy|00 pc. onechte geboorten en in de Gemeenten zonder keuring e-y.oo p0,
In de Gemeenten met sanitair toezicht komt het grootste getal onechte geboorten voor te Leiden, namelijk 10.8 ten honderd en het kleinste getal te Alkmaar 3.4 ten honderd. In de gemeenten zonder reglement het grootste getal 8 7 ten honderd te Utrecht en het kleinste 1.2 p.c. te Tilburg.
14
zoude zijn voor iederen persoon op mannelijken leeftijd, 2° Omdat de openbare zedelijkheid door hun bestaan minder gevaar loopt.
De eerste bewering wordt meer bijzonder volgehouden door eenige geneeskundigen.
De Hoogleeraar van Overbeek de Mbijee deinst niet terug voor eene gevolgtrekking, die velen met mij ergerlijk en onbeschaamd zullen achten. In liet Nederlandsch Weekblad voor geneeskundigen van 4 October 1856 wordt hetzelfde beweerd, zij het ook in meer gematigden vorm. Zoo ver mij bekend is, is deze bewering nooit door bewijzen gestaafd. Feiten en statistieken zijn niet aangevoerd, om de gegrondheid dezer opvatting in het licht te stellen Zij blijft dus een persoonlijk gevoelen, dat al aanstonds door het persoonlijk gevoelen van andere medici weersproken wordt. Naauwelijks heeft het Nederlandsch quot;Weekblad voor Geneeskundigen deze stelling verkondigd, of de Hoofdredacteur der Geneeskundige Courant, Dr. N. B. Donkeesloot, komt in verzet. In een goed geschreven Artikel, voorkomende in de Nummers van 2 en 9 November 1856, betwist hij de bewering in kwestie. Hij maakt er zich zelfs vrolijk over en hij vraagt zeer ter snede âwelke straf der natuur zich dan toch de zeelieden op den hals halen, als ze honderd dagen aan boord zijn, of zij die in cellulaire gevangenissen zijn opgesloten, als ze daar jaren verblijven. Verder hoe het dan mogelijk is, dat ongehuwde dames gezond blijven en bij voegt er bij, dat hij âaan de geestelijke coeliba-tairs, waarvan er toch duizenden zijn, nog niet heeft kunnen bespeuren, dat de straf der onthouding erg zwaar op hen drukt.quot;
Een ander geneeskundige. Dr. A. O. H. Tellegen te Groningen, verkondigt gelijke denkbeelden. In de Geneeskundige Courant van 13 Julij 1879 heeft hij een artikel geplaatst, getiteld: âOnthouding.quot; Het zoudo te veel ruimte vorderen, om het in hoofdzaak over te nemen. Het is overgenomen in het Maandblad van September 1879 en daar te vinden bladz. 78â80.
Professor EosEïrsTEm hield den 14 Februarij 1879 eene rede over de Sexueele Moraal in Doctrina te Leiden. In deze rede heeft hij als Medicus verklaard, nadat hij nog 's morgens te voren met een zijner collega's de zaak had besproken, âdat de meening, dat de geslachtsdrift moet worden bevredigd een leugen is. Noch hem noch zijnen collega's zijn een enkel voorbeeld bekend, dat de onthouding schadelijk is.quot;
Wien het oordeel dezer heeren nog niet genoegzaam is, hij leze wat een specialiteit als professor Chakfleuet tan IJssel-btejx aan de redactie van het Maanblad veroorloofd heeft openbaar te maken in zijn reeds vroeger aangehaald advies; men kan het daar gedrukt vinden op bladz. 44 van No 8 van 1 Mei 1879, Ik stipuleer alleen deze woorden: âIeder kan zich
15
onthouden..... Men kan dit niet luide genoeg verkondigen.quot;
Als ik mij aan deze woorden houd, dan zal men moeten erkennen, onredelijk is de stelling niet, huizen van ontucht zijn niet noodzakelijk voor de gezondheid.
Zijn zij dan in het belang der openbare zedelijkheid? Dit zoude het geval kunnen zijn, indien door de bordeelen de prostitutie daar binnen beperkt bleef, of indien, door hun bestaan, althans de clandestine prostitutie verminderde.
Nooit en nergens is dit echter gebleken.
Voor het tegendeel valt veel aan te voeren.
Zoo geven ons twee plaatsen, waar men aanneemt, dat do beste reglementen op de bordeelen bestaan, namelijk Bordeaux en Brussel, ondanks dit alles, zulke ergerlijke feiten te aanschouwen, dat men mij wel zal willen ontslaan van ze in dit betoog neder te schrijven. Wie er niet van gelezen heeft, kan ze opgeteekend vinden in het Maandblad van 1 October 18S1 en 1 Januarij 1882; de schandalen te Bordciiux ook in de Fransche bladen: âGrironde,quot; âVictoirequot; en âla Voix du Peuple.quot;
Dr. Aema-nd Desphés komt in zijn werk: âla Prostitutioneu Prancequot;, tot de volgende conclusie: âPlus il y a de prostitution réglementée dans un pays, plus la prostitution de toute nature se développe.quot; Ter zake van het misdrijf van verkrachting getuigt hij pag. 43: âLes mcdecins pensent que le viol est . . . plus souvent Ia suite de la satiété que de la privation de 1' exercice naturel des fonctions géncsiques.quot; In het werk van Desprcs komt eene hoogst belangrijke graphische tabel voor, die door Doctor Heritasides in zijn reeds aangehaald werk over de Prostitutie is opgenomen. Die tabel stelt in het helderst licht, dat in den regel met de gereglementeerde prostitutie de clandestine vermeerdert en vermindert. Fabelachtig en bedroevend zijn dan ook de cijfers van het getal clandestine prostituees in de groote steden, vergeleken met het betrekkelijk kleine aantal dergenen, die aan reglementen worden onderworpen. Dit is eene der redenen, waarom de Gemeenteraad van Parijs besloten heeft het stelsel der keuring af te schaften, en waarom m en in Amsterdam nog steeds bleef weigeren om sanitair toezigt in te voeren, Een tweede bewijs voor de afschaffing van sanitair toezigt levert Dr. Hebmaki-dks in eene statistiek der onechte geboorten, opgemaakt over de 39 grootste steden van ons Vaderland. Daaruit blijkt, dat in de Gemeenten met keuring voorkomen gemiddeld pc. onechte geboorten en in de Gemeenten zonder keuring e'y.oo pc-
In de Gemeenten met sanitair toezicht komt het grootste getal onechte geboorten voor te Leiden, namelijk 10.8 ten honderd en het kleinste getal te Alkmaar 3.4 ten honderd. In de gemeenten zonder reglement het grootste getal 8 7 ten honderd te Utrecht en het kleinste 1.2 p.c. te Tilburg.
IC
Ook deze cijfers spreken eer voor de afschaffing dan voor bet behoud van het reglement.
Voor de afschaffing der reglementen en het verbod cm huizen van ontucht te houden, pleit nog de stad Colmar, met eene bevolking van 2/000 zielen en eene militaire bezetting van 1200 man. De Heer Sciiixmbeegek, Burgemeester dezer stad, heeft allengs, docli in zeer korten tijd, doen sluiten de bordeelen, zeven in getal. Sedert dien tijd is niet alleen de openbare zedelijkheid merkbaar verbeterd; maar is ook het aantal zieken veel verminderd; van 1878â1881 telde men er per mille 58 venerische en 10 syphilitische zieken, in 1882â 1883 15 venerischen en 1.6 syphilitici. (Vergelijk Congres International la Have page 65.)
Dr. Doxkehsloot zegt in zijn voormeld artikel uit de Geneeskundige Courant:
âMen voere ons niet tegen, dat prostitutie een noodzakelijk
kwaad is ......; want als men deze stelling aanneemt,
dan moet men tot de ongerijmde gevolgtrekking komen, dat men ook aan dieven een bepaald kwartier aanwijst, waar ze vrij kunnen stelen, aan den pyromaan, waar hij vrij kan brandstichten; aan de zuipers on spelers, waar ze hunne hartstog-ten zonder stoornis mogen botvieren.quot;
VI.
Het erkeuneu en toelaten van publieke vrouwen drnisclit In tegen liet staatsbelang.
Immers het ondermijnt het familieleven.
Aan een gezond familieleven is op 't naauwst verbonden een gezond staatsleven, en een gezond staatsleven is staatsbelang. Een staatsbelang toch is dit, dat de huwelijken gelukkig en met gezonde kindoren gezegend zijn. Nu wordt ongetwijfeld liet huisselijk geluk door de reglementering in gevaar gebragt, want een feit is het, dat de bordeelen misschien meer, althans niet minder door getrouwde dan door ongetrouwde mannen worden bezocht. Te regt wordt eene overspelige vrouw beschouwd als schuldig te staan aan de grootste misdaad. Waarom zal dan den man door beschermde inrigtingen zijdelings worden veroorloofd wat d^r vrouw nimmer wordt vergeven, n.1. schending van huwelijkstrouw? En toch er is zooveel huwelijksgeluk bedorven door onkuischen levenswandel en losbandigheid van gehuwde mannen. Hoe vele vrouwen zijn weggekwijnd in bitter zielelijden, toen zij de zekerheid kregen, dat zij hare hand hadden gelegd in die van een verrader, en haar hart hadden geschonken aan eenen trouweloozer
17
Bij de treurige verhoudiiia;eii, die daardoor ontstaan, tuaachen echtgenooten, komt nog de schadelijke invloed, welke dien-tengevolire wordt uitgeoefend op de zedelijke vorming derkinderen. Voor eene degelijke karaktervorming van deze kan liet niet onverschillig zijn, of de ouders elkander verstaan en lief hebben, of dat zij elkander uit nooddwang verdragen.
Bovendien worden er ook nog kinderen in onecht geboren. Wie betreurt het niet dat zij dikwijls voor de schuid hunner ouders moeten boeten? Reeds vóór hunne geboone zijn zij onterfd van vaderszijde. Buiten hunne schuld rust een smet op hunnen naam, missen zij de vaderlijke leiding en hebben zij geen regt op de bezittingen, die, na den dood des vaders, naar den natuurlijken regel, op hen zouden moeten overgaan.
Nu zegge men niet, dat reglementering en geneeskundig onderzoek juist strekken, om onschuldige vrouwen en kinderen te beschermen. Ik meen reeds te hebben aangetoond, dat sanitair toezigt van zeer problematisch nut is. In alle geval zijn er voorbeelden in menigte, om te bewijzen, dat het niet radicaal en onfeilbaar werkt. Zedelijk laat het zich bovendien niet verdedigen, dat vele vrouwen worden vernederd, ja, zoo diep mogelijk vernederd, en aan onbegrensde willekeur overgelaten met het doel, om andere vrouwen en haar kroost te beschermen. Het laatste zal ook slechts ten deele gelukken; want mogen de kinderen van overspelige vaders of van hen, die vroeger een losbandig leven hebben geleid, al geene overgeërfde ziekten mede ter wereld brengen, zoo is het nogtans vrij zeker, dat ligchaamszwakte en gemis aan geestkracht menigvuldig voorkomen bij het kroost, geboren uit ouders, d e zich aan een ontuchtig leven hebben schuldig gemaakt.
De staat, die de huwelijken sluit, moet er zijnerzijds naar streven, goede huwelijken te bevorderen, daardoor heeft hij gelukkige burgers, die door hunne opgewektheid, werkzaamheid en wilskracht de maatschappij bezielen en die een krachtig kroost tot de gelijke nazaten opvoeden.
|
De gemeentelijke overheid is, tegen hare 1^061^, door luuid-liaving der Verordening medepligtig aan maatscliappelijk en zedelijk kwaad.
Dit is onze laatste bewijsgrond.
Voor wie mogt willen beweren, dat de wetgever â in dit geval dus de gemeenteraad â tegen zedelijk kwaad niet behoeft te waken, zij opgemerkt, dat zedelijk en maatschappelijk kwaad veelal hand aan hand gaan.
Onzedelijkheid is gewoonlijk een kwaad, dat zich aan de
|
18
maatschappelijke orde, de rust en het geluk der burgers op deze of gene wijze wreekt.
De dronkaard b.v. belemmert of verwoest zijne geestelijke en ligchameJijke werkkracht en benadeelt zijn gezin. Hij doet zedelijk kwaad, dat zich ook in de Maatschappij doet gevoelen. De dief vergrijpt zich aan zijns naasten eigendom; wordt hij door gevangenisstraf onschadelijk gemaakt, dan is zijn levensonderhoud ten laste van den staat. De brandstichter vernietigt een deel van het nationaal vermogen, mogelijk veroorzaakt hij, dat werken van artistieke waarde verloren gaan; hij kan zelfs de schuld zijn van het verlies van menschen-levens. De dief en de brandstichter doen dus zedelijk kwaad, waarvan de gevolgen voor een groot deel schade doen aan medeburgers, die een deel der maatschappij vormen. En zij, die zich aan prostitutie overgeven, bezoedelen niet alleen hun geweten, (dit is hunne zaak) maar stellen gezondheid, echtelijk geluk en levenskracht in de waagschaal, waardoor een deel der ellende terugwerkt op de maatschappij.
Do overheid, die bordeelen toelaat en ligte vrouwen dwingt zich aan keuring te onderwerpen, doet een maatschappelijk kwaad; want zij verlaagt die vrouwen tot slavinnen en verleidsters tegelijk. Slavinnen zijn ze, omdat zij geene meesteressen zijn over haar eigen ligchaam, waardoor ze van kwaad tot erger vervallen. Verleidsters, omdat ze, verpligt iederen man te dienen, en voorzien van eene gezondheidspas (haar boekje,) het plegen van ontucht gemakkelijk on aantrekkelijk maken, ja er toe uitlokken, wijl haar loon hooger wordt naarmate ze meer worden begeerd.
De overheid, die de politie gebruikt, om de bordeelen tevens te bewaken en te beschermen, doet maatschappelijk kwaad; want zij brengt do handhavers der openbare orde in verzoeking, om oneerbaar of oneerlijk te worden. Plet eerste door de verleiding, waaraan zij blootstaan door met slechte vrouwen in aanraking te komen. Het tweede wegens het gevaar voor omkooping, die door lieden van het slag der bordeelhouders alligt wordt beproefd.
Moktesqtjiku beweert, dat do wetten op tweeërleiwijze kwaad kunnen doen: 1c als ze niet worden gehoorzaamd door het volk; 2« als het er zedelijk door wordt bedorven. â En de Heer G-oeaian Bobgesius heeft den 1911 Eebruarij 1883 te Leiden de stelling verdedigd; âZedelijkheid moet ten grondslag liggen aan de wetten, die men uitvaardigt.quot;
. De reglementering bederft het zedelijk oordeelquot; zegt Dr. H. C. Hagen in zijn belangrijk referaat ter zake der prosti-tutiekwestie, voorkomende in Bijblad No. 5 der Hervorming van 16 Junij 1883. Hij teekent met schrille kleuren, hoe de academische jongelingschap zonder schroom âzijn avonturen en ervaringen, op het gebied der prostitutie, bespreekt met afschuwelijk cynisme.quot;
19
Hoe de spes patriae over nieuwe geprostitueerde!! spreekt âalsof het nieuw geimporteerde sigarenquot; zijlij en hoe zij zich niet ontziet over de âondanks alle loeziyt opgedane ziekten te spreken alsof het de eenvoudigste zaak ter wereld ware.quot;
Zulk eene verlaging van zedelijk peil is mijns inziens een maatschappelijk kwaad. Immers de bordeellooper van gisteren zal morgen zijne strikken spannen, om er de dochteren van de volksklasse en der kleine burgerij in te lokken. Men heeft de achting voor zich zelf, het eigen zedelijk bewustzijn verloren en stort menig argeloos meisje in het ongeluk door hare eer te bezoedelen. Ik zeg het den Heer Hagen na:
âHet is de reglementering, die hun het zondigen gemakkelijk heeft gemaakt en hen daardoor zedelijk en [maatschappelijk] heeft bedorven.quot;
Hier ben ik aan het einde van mijn betoog, Mijne Heeren. Ik had het onderwerp breeder kunnen bespreken; doch heb getracht beknopt te zijn. Kaar ik hoop niet zoo beknopt, dat de duidelijkheid er onder heeft geleden. Voorzeker zal deze en de kracht der argumenten nog winnen, als men de moeite mogt willen nemen de aangehaalde werken na te slaan.
Ik reken op Uwe toegevendheid, als stijl en vorm van dit geschrift TJ niet bevallen. Op Uwen ernst, waar Grij zult trachten het voorstel onbevangen te beoordeelen. G-ij zult, ofschoon Ge op andere punten in denkwijze met de voorstellers verschilt, het toch niet onoverdacht afwijzen.
Trekt het onderwerp U niet aan, wat ik mij kan verklaren, het is toch te zeer ingrijpend in de belangen, ook van de bevolking onzer gemeente, om er de oogen voor te-sluiten en dit vraagstuk niet naauwgezet te overwegen.
Hoe ook overtuigd van het goede regt, waarop ons voorstel is gegrond, wij maken ons van de aanneming geene illusie. Eene neiging tot zeker conservatisme op het gebied der pros-titutie-regeling doet zich in den lande kennen. Waar reglementen bestaan, worden ze niet afgeschaft en waar zij niet bestaan, worden ze niet ingevoerd. Toch dient men te kiezen tussehen deze twee stelsels; reglementering â maar dan eeiie betere reglementering â is noodzakelijk of reglementering is schadelijk.
In Noord-Amerika bestaan geene reglementen op de prostitutie; men heeft er de noodzakelijkheid niet van kunnen inzien. In Engeland, waar ze bestonden, zijn ze afgeschaft; daar acht men ze schadelijk. Het overige Europa is nog onder den indruk
20
eener besmetting van denkbeelden, die van het Fransche keizerrijk is uitgegaan en die langzamerhand in kracht afneemt. Colmar en Parijs zijn er bewijzen voor. De toekomst is ongetwijfeld aan de tegenstanders van elke regeling der Prostitutie, in den geest der tegenwoordige. De meeste jonge medici willen hunne achtbare betrekking niet meer dienstbaar maken aan de onkiescbe verpligtingen, die hun het zoogenaamd sanitair toezigt oplegt. Wat de Gemeenteraad van Zwolle wil, het zal uit eu bij de behandeling van ons voorstel moeten blijken. Wij zijn er echter zeker van door de bespreking van dat voorstel, ook al mogt het worden verworpen, eenig licht to Lebben verspreid over eeue duistere zaak, juist uit haren aard zoo duister, omdat zij tevens is zaak der duisternis.
Zwolle, February 1885.