-ocr page 1-

5

t

,Dc fliccMcv is öiuiv fn roclit 11quot;

XI : 28) I

Stjfriucdiitficn en ®ekbeu

/

vóór cu na ^c

-ocr page 2-
-ocr page 3-

„DE MEESTER IS DAAR EN ROEPT Uquot;

(Joan. XI ; 28)

-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-

„Xeeint en eet dit is Mijn ÏAchaam. dat voor ii zal worden overgeleverd.quot;

„Drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed des Nieuwen Verbonds, dat voor n zal vergoten worden.quot;

„Doet dit te Mijner gedachtenis.quot;

(Matth. XXVI : 25-28. Luc. XXII : 19).

-ocr page 7-

-i

-ocr page 8-

J-

c

■A*

v

;n

3

^ gt;

-ocr page 9-

flo. ^//

« j i *

gt;.. I. t

* * * * * * *■ *■

¥ *

* *■ *

■*.

lUIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIMIUniUIBIIIIinillllllllllllllllllllUllllllllllllllllllllllllUllHltlUUIIUOUIIIMI^ |

.....................................................................................................................................................

„ÜE MEESTER IS DAAR EN ROEPT Uquot;

(Joax. XI : 28)

OVERWEGINGEN EN GEBEDEN

VI'HIR KN NA DE

H. C O M Ml TJISTI E

VRIJ BEWERKT NAAK HET LATIJN

A. J. M. HAFKENSCHEID

Kapelaan te Haakl^m

1899

►1« 4- i Tweede yermeeraerde öruk »

ini:ii.'iiiiitniiiiuiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiMiiitiiiiiiiiiiiiiiMmiitiufiiiiiiiiiniriiiHMiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiitii

?]•#quot; y y y y y y ^

-ocr page 10-

IMPRIMATUR.

Hart.emi, die 16 Nov. 1S9S.

B. DANKELMAN, Lihr. Censor.


-ocr page 11-

VOORREDE VAN DEN TWEEDEN DRUK.

Het gunstig onthaal van liGt Commtinie-boekje „de Meester is daar, en roept n,quot; heeft eene tweede uitgave mogelijk gemaakt. Deze verschilt echter in zooverre van de vorige, dat 'zij nu veel meer uitgebreid, en tot een practisch Communieboek is ingericht, met overwegingen en gebeden. De methode van Leroari, in vragen en antwoorden, is ook nu gevolgd, en zooveel mogelijk werd de taal der H. Schrift gebruikt.

Moge dit werkje iets er toe bijdragen, dat allen Gods liefde leeren overwegen, en meer en meer beseften : „hoe groot de overvloed is, o Heer, van Uwe goedheid, die Gij hebt weggeborgen voor die U vreezen.' (Ps. XXX ; 20).

A. J. M. HAFKENSCHEID, Haarlem, 1899. Kapelaan.

-ocr page 12-
-ocr page 13-

INHOUD.

Bladz.

Jesus, onze Koning........... 1

Jesus, onze Heer............ 9

Jesus, onze Leeraar...........16

Jesus, onze Vriend...........23

Jesus, onze Broeder...........30

Jesus, onze Vader...........37

Jesus, de Bruidegom der zielen.....44

Jesus, de heldere Zon..........50

Jesus, onze Reisspijze..........58

Jesus, onze Gastheer.......... . 66

Jesus, uw Gast.............74

Jesus, de Geliefde uws harten......82

Jesus, onze Weldoener.........89

Jesus, onze verborgen God.......96

Jesus, de hemelsche Drank.......104

Jesus, het hemelsch Brood........111

Jesus, de Hoogepriester der Nieuwe Wet . 118

Jesus, de lijdende Heiland........126

Jesus, onze Moeder...........134

Jesus, het Verlangen van ons hart .... 141

Jesus, een Vuuroven..........148

Jesus, onze Geneesheer '........155

-ocr page 14-

I K H OUD.

Bladz.

Jesus, eene kostbare Parel.......161

Jesus, de Boom des levens.......167

Jesus, onze Aanvoerder.........174

Jesus. de Bron des levens........181

Jesus, de IJveraar der zielen......188

Jesus, onze Verlosser..........195

Jesus, ons opperste Goed........201

Jesus, de goede Herder.........208

Jesus, ons Voorbeeld..........214

Algemeene Communie-oefening......220

Vóór de H. Communie.........220

Na de H. Communie..........227

Kerkelijke gebeden ter eere van het Allerheiligste Sacrament..........246

Gebeden onder de Heilige Mis......254

Litanie van den zoeten Naam Jesus . . . 276 Litanie van het Allerheiligste Sacrament

des Altaars.............280

Litanie van hot lijden van Jesus Christus . 284 Litanie ter eere van de H. Maagd Maria . 290 Litanie ter eere van het H. Hart van Jesus . 293 Morgengebed op den Communiedag. . . . 297 Avondgebed op den Communiedag .... 299

vm

-ocr page 15-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE KONING.

Overweging.

1. Wie komt ? Christus de onsterfelijke Koning der wereld, de onzichtbare, en eenige God, op wiens gewaad en op wiens heup stond geschreven: Koning der Koningen en Heer der Heeren. Jesus is uw Koning. Hij bezit alle deugden en eigenschappen van een koning in een oneindig volmaakten graad. Hij is de Koning van al het geschapene, dat het werk is Zijner handen; Hij de machtige Vorst, die hemel en aarde op Zijne handen draagt, komt thans tot u in vernedering, onder de gedaante van brood, en sluit de oogen voor uwe onvolmaaktheid en nietswaardigheid. Jesus de Koning, wiens Rijk geen einde zal hebben, kiest uw hart tot Zijn paleis, en tot Zijn troon.

1

-ocr page 16-

2

2. Tot ivien komt Hij? Tot Zijn armen onderdaan. Het Rijk der hemelen is gelijk aan een koning, die rekening wilde houden met zijne dienaren ; en toen hij begon af te rekenen, werd er een dienaar voor den koning gebracht, die hem tienduizend talenten schuldig was, en die niet had om te betalen. Die schuldenaar zijt gij, en Jesus is die Koning; wat tal van weldaden schonk Hij u, en slechts ondank en geringschatting was Zijn loon; hoevele talenten ontvingt gij niet van Hem en gij woekerdet daarmede niet! En ondanks dat alles, wil Jesus u thans op nieuw Zijne liefde toouen.

3. Waarom komt Hij? Niet om den armen knecht te verkoopen, en bezit te nemen van zijn have en goed: neen, om hem Zijn Vleesch en Bloed te geven, eene gave oneindig grooter dan de schuld, die hij te betalen had! En de Heer ontfermde Zich over dien dienstknecht en ontsloeg hem van zijne schuld. Hij overlaadt hem met genaden, ja Zichzelven, de Bron aller genaden, geeft Hij als voedsel aan Zijnen dienaar. O aanbiddelijk geheim ; verheven wonder; de dienstknecht eet zijn Heer!

-ocr page 17-

Opwekking.

Juich vrij, dochter Sion! Jubel, dochter Jerusalem! Zie uw Koning zal tot u komen; rechtvaardig is Hij, uw Zaligmaker.

Gebed.

O Jesus, Koning der volkeren en Verwachte van alle geslachten, zie hier voor LI neergeknield een armen zondaar, die zijne oogen niet tot U durft opslaan, als hij Uwe macht en grootheid beschouwt. Maar Uwe goedertierenheid, Heer, geeft hem moed en vertrouwen om tot Ü te naderen; Gij legt hier Uwe grootheid af, en Uwe majesteit verbergend, zijt Gij hier in ons midden als een dienaar; Gij bereidt mij hier een gastmaal en noodigt mij vriendelijk uit hierbij aan te zitten. En welk een gastmaal! O heilig Gastmaal, waar Christus wordt genuttigd, de gedachtenis van Zijn lijden gevierd, de ziel met genade vervuld, en ons het onderpand der toekomende glorie gegeven wordt! Geef mij, Heer, de genade om waardig Uw H. Lichaam en Bloed te ontvangen, en als een getrouw onderdaan U steeds te dienen. Hemelsche Vader, eeuwige God, die Uwen Zoon

-ocr page 18-

i

met glorie en heerlijkheid gekroond hebt, wijl Hij Zich aan het Kruis zoo diep voor mij vernederd heeft, verleen mij Uwen bijstand, om dienzelfden Jesus, die zich in dit H. Sacrament nog dieper dan aan het Kruis vernedert, naar waarde te loven en te prijzen. Zie, Heer, mijn hart is bereid ü te ontvangen; kom dan. Heer, kom spoedig. Vreedzame Koning, treed nadelen heersch, ja heersch in mijn hart en bezit het geheel.

Na de H. Comtnunie.

JESUS, ONZE KONING.

Overweging.

1. Beschouw met de oogen des geloofs Christus in uw hart als den machtigsten en liefderijksten Koning!

Val thans in den geest als sclmldenaar voor Hem neder, en bid en smeek:: heb geduld met mij en ik zal U alles betalen. Jesus uw Koning, rust in uw hart. Hoezeer verschilt Hij van de vorsten dezer wereld! Deze verbergen hunne natuurlijke zwakheid onder pracht

-ocr page 19-

en schitterenden glans, om zoo vrees en ontzag in te boezemen, maar Jesus verbergt Zijne majesteit en macht onder nederigheid en zwakheid, om u tot vertrouwen op te wekken. Terwijl de koningen der aarde gediend worden, dient Jesus u; moeten de onderdanen door hunne giften hun koning onderhouden, Jesus onderhoudt en voedt u; en terwijl de aardsche koningen de onderhouding hunner wetten bevelen, wil Jesus door u uit liefde en vrijen wil gediend worden. Welk eene vreugde heerschte er eens in Jerusalem bij den intocht des Heeren; hoe weergalmde de lucht van den jubelkreet: Hosanna den Zoon van David! Gezegend Hij, die komt in den Naam des Heeren, Hosanna in den Hooge! Begroet thans met dienzelfden vreugdekreet uwen Jesus, bij Zijne intrede in uw hart.

2. Bemin Jesus uit geheel uw hart, z'oodat het uw verlangen en uw vast voornemen zij, van niets te doen wat met Hem in strijd is, aan niets boven Hem de voorkeur te geven of met Hem gelijk te achten, en niets te beminnen wat niet op Hem betrekking heeft. Gelijk een koninkrijk het bezit uitmaakt van den ko-

-ocr page 20-

ö

niug, zoo behooren uw lichaam en ziel aan uwen Koning. Ja Heer, ik ben Uw eigendom, heerscli over mijn hart. Daarin zal voortaan geen andere koning op den troon zitten. De duivel mag daarover zijn schepter niet zwaaien; niet langer wil ik de slaaf zijn mijner hartstochten. Riepen de Joden eens uit: Wij hebben geen anderen koning, dan den Caesar, ik erken het thans luide, dat Gij, Heer Jesus, alleen mijn Koning zijt, aan wien ik wil toe-behooren voor tijd en eeuwigheid.

3. Bid Hem om den waren geest van heiligen geloofsijver, opdat gij als een getrouw onderdaan de eer van God tegen al /-fijne vijanden, zelfs met uw leven moogt verdedigen ! Als gij inderdaad uwen Jesus bemint, dan moet gij ook Zijne eer, Zijn heilig woord en voorbeeld liefhebben.

Neem u daarom thans voor u nooit voor het H. Evangelie te schamen en steeds, waar het behoort, uw geloof te belijden door woord en daad. Als een geringe dienaar zult gij steeds de eer van God verdedigen, en vooral leven uit het geloof, om zoo uwe wederliefde te too-nen aan den Koning van uw hart, die u heden zulk een treffend bewijs Zijner liefde geschonken heeft.

-ocr page 21-

Opwekking.

Gij zelf zijt mijn Koning en mijn God, die Jacob's heil beschikt. Door ü slingeren wij onze haters neder met den hoorn, en in Uwen Naam verachten wij, die zich verheffen tegen ons!

Gebed.

Hosanna den Zoon van David. Gezegend Hij, die komt in den Naam des Heeren. Koning van glorie en heerlijkheid, U aanbid ik in dit heilig oogenblik, nu mijn hart Uw troon is geworden. Groote God, welk eene verandering, welk eene opoffering! Gij, de Schepper van hemel en aarde, verbergt Uwen glans onder de gedaante van brood, en wordt het voedsel voor mij, armzalig mensch! Koning van macht en majesteit, verdedig mij en geef mij kracht tegen de vijanden mijner ziel. Koning van alle eeuwen, heersch en regeer over mijn hart gedurende mijn geheele leven. Aan U onderwerp ik mij met ziel en lichaam; niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Vanwaar zal mij hulp komen dan van U, die de sterke God zijt; uit mij zeiven kan ik den duivel, de wereld en het vleesch niet overwinnen,

-ocr page 22-

8

maar ik lean alles, als Gij machtige Koning mij ondersteunt met Uwe hulp. Vredelievende Vorst, geef' mij den vrede des harten. Dat daarin alle verkeerde driften en hartstochten door üwe tegenwoordigheid thans tot zwijgen mogen gebracht worden! Koning van zachtmoedigheid, geef dat ik zachtmoedig en ootmoedig van hart moge worden. Liefdevolle Koning, vermeerder mijne liefde voor U, en leer mij mijnen evenmensch oprecht beminnen, en gaarne de beleedigingen vergeven. Zalig degenen, die op U vertrouwen; aan Uwe onderdanen immers hebt Gij voor hun dienst geen tijdelijk, maar een eeuwig loon belooft; o Koning der Koningen, maak mij dan eens deelgenoot van Uw Rijk in den hemel.

-ocr page 23-

Vóór de H. Communie.

JESÜS, ONZE HEER.

OVEKWECING.

1. Wie komt? Christus, de Heer, die u een zacht juk, en een lichten last op de schouders legt, in Zijne geboden en raadgevingen, en die, voor een korten diensttijd, eene eeuwige heerlijkheid belooft ! Jesus is uw Heer ; want gij behoort aan Hem, en moet Hem gehoorzamen. Gij zijt Zijn eigendom; heden komt de Heer opnieuw tot u. Zijn eigendom, en geeft Hij u de macht, een kind Gods te worden. De Heer der Heeren verlaat Zijn koninklijk paleis, om heden af te dalen tot u, armen zondaar; en Hij noodigt u uit tot Zijn H. Gastmaal.

2. Tot wien komt Hij ? Tot Zijn weder-spannigen dienaar, die, van oudsher, het juk heeft verbroken van zijnen God, en

-ocr page 24-

10

alle liefdebanden heeft verscheurd, terwijl liij uitriep: ik wil U niet dienen! Hij komt tot den onnutten dienstknecht, die het hem toevertrouwde talent in de aarde begroef, die, ondankbaar en trouweloos, den dienst van Zijn goeden meester verliet, en andere meesters gehoorzaamde. Die meesters waren uwe driften en hartstochten, gij waart slaaf van den duivel, de wereld en het vleesch.

3. Waarom komt Hij? Om Zijne dienaren, uit Adam's kluisters bevrijd, aan Zijne liefde te verbinden, hen te verlossen van het juk hunner driften, en hen terug te voeren tot Zijnen dienst, die gelukkiger maakt, dan iedere andere dienstbaarheid! Hij komt om u. Zijn dienstknecht, te verheffen tot Zijn vriend en broeder, tot kind Gods en erfgenaam van Zijn Kijk. Hij komt niet om u te straffen, maar om u tot Zijn liefdedisch uit te noodigen, en daar de overmaat Zijner liefde te toonen. Hij komt om uwe liefde en dienst te vragen, en zegt vriendelijk tot u: mijn kind. geef mij uw hart. .lesus gaat zich in de H. Communie geheel aan u geven; zoudt gij dan weigeren u geheel aan Hem weg te schenken, en tot Zijn dienst terug te keeren?

-ocr page 25-

11

Opwekking.

Vanwaar geschiedt mij dit, dat tot mij komt, mijn Heer en de Zoon van mijnen God?

Gebed.

0 Jesus, Gij zijt mijn Heer en Meester, want ik behoor aan U, ik hen Uw eigendom en het werk Uwer handen. Als een getrouw dienaar moet ik U gehoorzamen. Zie, dierbare Zaligmaker, ik erken het op dit oogenblik, nu ik U in de H. Communie ga ontvangen, dat ik een onwaardig dienaar ben en maar al te dikwijls, tegen Uwe vermaning in, twee heeren heb willen dienen. Ik schaam mij over mijn gedrag en heb er waarachtig berouw over. Kom nu, lieve Jesus, en verneder U om het voedsel mijner ziel te worden; kom. Heer, tot Uwen dienaar, die U voortaan met meer ijver zal dienen. Ik wijd U mrjn hart toe als een heiligen tempel; woon Gij alleen daarin. Heer, en laat geen ander meer daaraan deel hebben; want Gij zijt mijn Koning, mijn Heer en mijn God.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak inkomt, maar zeg hot

-ocr page 26-

12

maar met een enkel woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Na de H. Communie.

JESÜS, ONZE HEER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart als uwen Heer; Gij zijt liet eigendom van God, want, uit Zijn hand voortgekomen, zijt gij verlost en vrijgekocht, niet door vergankelijk goud of zilver, maar door het kostbaar hloed van Zijnen Eenigen Zoon Jesus Christus, dien gij thans waarlijk ontvangen hebt, als een voedsel ten eeuwigen leven.

2. Bemin Jesus uit geheel uw hart, zoodat gij met den Apostel Paulus kunt zeggen: Niemand van ons, leeft voor zich zeiven, en niemand sterft voor zich zeiven ; want leven wij, wij leven voor den Heer; en sterven wij, wij sterven voor den Heer! Liefde vraagt wederliefde, opoffering en vereeniging. Jesus vermaant U in Zijne liefde te blijven, wijl

-ocr page 27-

13

Hij u het eerst heeft liefgehad ; Tlij leert u, dat de leerling niet meer is dan de meester, en wil dat gij hetzelfde gevoelen zult hebben, dat ook in Christus Jesus was. Zoudt gij aan zijn roepstem geen gehoor geven?

3. Bid Hem. om den geest van de vreeze des Heeren, opdat gij voortaan iedere, ook de kleinste zonde, vermijden, en uwen Heer alleen, met reine en edele liefde moogt dienen! De vreeze des Heeren is het beginsel der wijsheid; hoe dwaas zou het zijn als gü u nog opnieuw aan de zonde overgeven, en u aan den dienst van den duivel en van de wereld zou verbinden? Want de wereld vergaat, en al wat er zich op bevindt; maar die den wil des Heeren volbrengt, blijft in eeuwigheid. Moge de Heer eens tot u. Zijn dienaar, kunnen zeggen: Welaan goede en getrouwe knecht, omdat gij over weinig zijt getrouw geweest, zal Ik u over veel stellen; treed binnen in de vreugde uws Heeren.

Opwekking.

Die zijn Heer dient, zal verheerlijkt worden.

-ocr page 28-

14

Gebed.

Mijn Heer, mijn Koning en God, Jesus Christus, Gij wilt dan in mijn hart rusten, in dat onversierde en onreine huis! Ach hoe ellendig en arm ben ik voor U, nu ik in Uwe tegenwoordigheid niet sidder en beef van aandoening, en geen tranen schrei van dankbaarheid en liefde! Loof dan nu mijne ziel den Heer; spring op van vreugde mijn hart; belijd mijn tong den Heer, want Hij is goed, want in eeuwigheid is Zijne barmhartigheid. Komt alle geslachten looft den Heer, looft Hem alle volkeren. Want over ons heeft Hij Zijne barmhartigheid uitgestort, en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid. Looft den Heer, gij, Zijne dienaren, looft den naam des Heeren. De naam des Heeren zij gezegend, van nu af tot in eeuwigheid. Van den opgang der zon tot aan haren ondergang, is de de naam des Heeren lofwaardig. Verheven boven alle volkeren is de Heer, en boven de hemelen Zijne heerlijkheid. Wie is zooals de Heer onze God, die in den hooge woont en nederziet op het lage, in den hemel en op aarde. Den behoeftige richt hij op uit liet stof, en den arme verheft Hij uit het slijk, om hem te plaatsen naast

-ocr page 29-

15

de vorsten, naast de vorsten van Zijn volk.

Voor Uwe grootheid neergebogen, aanbid ik U thans; lieve Jesus dien ik in mijn binnenste draag. Mijn. Heer en mijn God! Zie, ik verbind mij op nieuw aan Uwen dienst; ik zal Uwe genade niet meer ontvlieden, Uw gezelschap niet meer vermijden, Uwen dienst niet meer verlaten; Ik weet het. Heer, ik

kan treen twee heeren dienen, en daarom

• 1 zal ik U, en U alleen dienen en toebe-

hooren; geen duivel, noch wereld, noch vleesch, zullen mij van U doen afvallen. Gij zijt mijn licht in twijfel, mijn beschermer in moeilijkheid, mijn toevlucht in gevaar, mijn hulp in den strijd, mijn vreugde in tegenspoed, mijn troost in kwelling en ziekte, mijn hoop en mijn belooning in den hemel. Versterk mij, Jesus, in Uwen dienst, in Uwe liefde, in de vreugde des Heeren! Heer red Uwe dienaren die op U hopen ! Gelijk de oogen der dienaren op de handen hunner meesters, zoo zijn onze oogen gericht op den Heer, onzen God, totdat Hij zich over ons ontferme. Geef mij de genade Heer, dat ik, als een getrouw dienaar, steeds de bevelen van U, mijn oppersten Heer en Meester, moge volbrengen.

-ocr page 30-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE LEE HAAK.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Heer, uw God, die u leert, wat nuttig is, en u leidt op den weg, welken gij bewandelen moet; die zelf' begonnen heeft te doen, en te leeren, en u genade geeft, om Zijne leer, door werken, in beoefening te brengen! Als de Heer met u is, wie zal er dan tegen u zijn? Naar uwen eenigen Leeraar moet gij heden uw smeekend oog richten, want in Hem, zyn de schatten van wijsheid en wetenschap verborgen ; en gij hebt het noodig, om onderwezen te worden ; want daar zijn zoovele valsche leeraren in de wereld, die u, door hun dwaalleer, van God willen afvallig maken.

2. Tot wien komt Hij? Tot een on-

-ocr page 31-

ontwikkelden leerling, die nooit, of zeer laat, komt om te luisteren naar Jesus' onderrichting, en die, lichtzinnig, de gegeven vermaningen, zoo spoedig den rug toekeert! De God van ondoorgrondelijke wijsheid komt thans tot u, om u te onderrichten. Zoudt gij dan uwe oogen sluiten voor het licht, en uwe ooren niet openen voor Jesus' stem? Spreek dan Heer, Uw dienaar luistert. Met nog meer ijver, dan waarmede de Schriftgeleerden in den Tempel en de leerlingen naar 's Heeren onderricht luisterden, moet gij thans Jesus aanhooren, nu Hij spreekt, tot uw hart.

3. Waarom komt Hij? Opdat uwe oogen, voor altijd, op uwen Leeraar zouden gericht zijn, en uwe ooren Zijne vermaning vernemen, wanneer Hij zegt: Dit is de weg; wandel daarop, en wijk niet af, noch ter rechter, noch ter linkerhand! Hij toch is de weg, de waarheid en het leven. Die Hem volgt, wandelt niet in de duisternis. En gij hebt voorheen den hreeden weg, die ten verderf voert, bewandeld. Bereid dan nu, zoo vermaant Jesus u, den weg des Heeren, maak Zijne paden recht! Verban thans alle zonden, en iedere gehechtheid aan het

-ocr page 32-

18

kwaad uit uw hart, en luister, als een ijverig leerling, naar de lessen van Jesus, uwen Leeraar, die thans iu uw hart wil komen rusten.

Ol'wekkinö.

Komt, en laat ons opgaan naar den berg des Heeren, en naar het huis van Jacob's God; Hij zal ons onderwijzen in Zijne wegen, en wij zullen wandelen op Zijne paden; want van Sion zal uitgaan de wet, en des Heeren woord van Jerusalem!

Geüei).

Dierbare Jesus, de weg, de waarheid en hot leven, kom en neem bezit van mijn hart. Leer mij goedheid, tucht en wijsheid, spreek tot mijn hart, als Gij straks daarin zijt binnengegaan. Heer, en Leeraar, ik zal Uwe vermaningen goed opvolgen, en aandachtig luisteren naar Uw woord. Uw woord toch, ontsteekt een zuiver liefdevuur in mijn hart, het is een woord van waarheid en getrouwheid, en voert mij ten eeuwigen leven. Eu zou ik dit woord niet gaarne vernemen? Maar al te dikwijls hsb ik voorheen geluisterd, naar de verleidende

-ocr page 33-

10

stem van den duivel, de wereld en liet vleesch; ik betreur het, uit den grond mijns harten, dat ik, gelijk Eva eens in het Paradijs, meer waarde hechtte aan het woord van den c.uivel, dan aan Uw onfeilbaai woord, o Heer. Ik verfoei opnieuw mijn slechten levenswandel, niets zal mij in het vervolg meer van Uwe liefde scheiden. Thans komt Gij wonen in mijn hart, en daar tot mij spreken als een Vriend tot Zijnen vriend, als een Vader tot Zijn kind. Kom dan, Jesus, opperste Leeraar, hoewel ik onwaardig hen U te ontvangen, kom, en geef mij een leerzaam hart, opdat ik Uwe lessen goed daarin beware, en er ook naar moge leven.

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE LEERAAR.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des ge-loofs, Christus in uw hart, als uwen Leeraar, die u den weg der volmaaktheid aanwijst, en u leert, wat gij te

-ocr page 34-

20

doen, en te laten hebt! Zet u in den geest, als eene andere Magdalena, aan Zijne voeten neder, luister naar Zijn woord, en leer dat ééne, wat slechts noodzakelijk is. Zie, nu is de Meester daar, en roept u. Zeg Hem dan: Meester, wat moet ik doen, om het eeuwig leven te bezitten? Meester, wat is het grootste gebod? leer thans Uwe wet kennen, want ik weet, dat Gij waarachtig zijt, en de wet Gods naar waarheid leert.

2. Bemin den Heer, uit geheel uw hart, zoo dat gij Hem steeds, door heilige gevoelens aanhangt, en altijd naar vrede, en reinheid des harten streeft, om de verheven hemelleer te kunnen begrijpen! God kennen, beminnen en dienen, is uw levensdoel; hoemeer gij Jesus bemint, des te meer zult gij ook Zijn heilige leer waardeeren, en beseffen, hoe goed de Heer is voor die Hem beminnen, en hoe groot de overvloed van Zijne goedheid, die Hij heeft weggeborgen voor die Hem vreezen. Bemin Jesus, en streef naar gelijkvormigheid met Hem; onderhoud Zijn gebod, en volg Zijn voorbeeld na; God zelf heeft het u geleerd: volmaakt zal ieder zijn, die is als Zijn meester.

3. Bid om den geest der wetenschap.

-ocr page 35-

21

opdat gij steeds, het valsche van het ware onderscheiden, en de geloofsleer getrouw moogt naleven! Het licht kan de duisternis niet vergezellen. Nu Jesus, de Bron van alle wijsheid, de stralende Zon der gerechtigheid, bezit heeft genomen van uw hart, zal Hij, op uw smeeken, al het duistere, allen twijfel en onkunde, daaruit verdrijven. Bid dan om licht voor uw verstand, dat door de zonde verduisterd is, om den weg Gods, Zijn gebod en voorbeeld meer en meer te mogen kennen, en nooit af te dwalen van het ware pad.

Opwekking.

Wijs mij Uwe wegen! Heer, en maak met Uwe paden mij bekend! Bestier mij in Uwe waarheid, en wijs mij terecht!

Geiied.

Dierbare Jesus, Bron van wijsheid, die mij hebt onderwezen vanaf mijn eerste jeugd, spreek nu, in dit heilig uur, tot mijn hart; zie ik ben bereid naar Uw woord te luisteren, en Uwe vermaningen ijverig op te volgen, door niet meer te zondigen voor Uw aanschijn. Gelukzalig de mensch, dien Gij. Heer, zult onder-

-ocr page 36-

22

wijzen! Dierbare Jesus, zooals weleer Magdalena, werp ik mij thans aan Uwe voeten neer; ach, hoe dikwerf heb ik Uw woord versmaad, en Uwe vermaningen en wijze lessen veracht! Mijn Leeraar zijt Gij, Heer, door Uw woord en voorbeeld; geef mij den waren geest van wetenschap, opdat ik altijd iedere dwaalleer van de ware onderscheiden, en de geopenbaarde waarheid moge beminnen en naleven. Getrouw zal ik voortaan. Heer, Uwe woorden opvolgen, want Uw woord is waarheid, Uwe vermaning geeft kracht en leven, troost in lijden, steun bij iedere onderneming, hulp in iederen nood; het toont mij den weg der vol-maaktheid, den weg die leidt ten hemel.

-ocr page 37-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE VRIEND.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de getrouwe Vriend, voor wiens liefde, niets te veel is; Hij, die, door ons verlaten en belee-digd, ons niet verlaat, maar door Zijn Bloed ons van vijanden. Zijne beste vrienden maakt; met een getrouwen vriend is niets te vergelijken, en goud en zilver wegen niet op, tegen de waarde zijner trouw. Jesus is uw ware vriend; want grooter liefde heeft niemand, dan die zijn leven geeft voor zijne vrienden; en dit heeft Jesus gedaan. Hij stierf voor u den smartelijken en smadelijksten kruisdood ; na een leven van armoede en vernedering, vergoot Hij, om u te verlossen, Zijn kostbaar Bioed, waarvan slechts een enkele druppel de wereld had kunnen

-ocr page 38-

24

redden. En waar is de vriend, die met Jesus kan vergeleken worden?

2. Tot wien komt Hij? Tot een trouw-loozen vriend, ja, tot een verrader, die zoo dikwijls Gods vriendschap heeft veracht, die de zonde boven Zijne genade, en den ijdelen omgang der menschen, boven Zijn vertrouwd gezelschap stelde ! Een lafhartige, een trouwelooze verrader wordt hij genoemd, die den dienst van zyn meester en koning ontloopt, en met diens vijanden samenspant. Aan dit wangedrag hebt gij u schuldig gemaakt door uwe zonden; en toch, Jesus straft u niet, maar als een vriend komt Hij tot u, en vraagt slechts uw hart, als een bewijs uwer wederliefde.

3. Waarom komt Hij? Om voor u, als getrouwe Vriend, eene sterke bescherming te zijn, opdat gij in Hem een schat zoudt vinden; en om zich nog inniger met u, door Zijne liefde te vereenigen! Want Jesus heeft het H. Sacrament des Altaars ingesteld, als eene gedachtenis van Zijn lijden en dood, en als een gedenkteeken van Zijne wonderdaden en liefde. In zijne bewonderenswaardige liefde, heeft Hij het middel uitgevonden, om altijd bij den mensch op aarde te blijven,

-ocr page 39-

25

en het voedsel voor zijne ziel te worden. Mijn Jesus, uw Vriend, verlaat u dus nooit, en kon u geen grootere weldaad schenken.

Opwekking.

Toon mij Uw gelaat. Heer, weer-klinke Uwe stem in mijne oor en; want Uwe stem is zoet. Uw gelaat is schoon!

Gebed.

Met schaamte en berouw verschijn ik thans in Uwe tegenwoordigheid, mijn God. Hoezeer verschil ik nog van U, mijn goddelijk Toonbeeld! Gij, lieve Jesus, waart Uwen Vader gehoorzaam tot in den dood des kruises, en ik heb zoo dikwijls Uwe geboden, en Uwe liefde miskend en veracht. Ach, Heer, geef tranen aan mijne oogen, om mijne ondankbaarheid te beweenen, en droefheid aan mijn hart, om mijn gedrag te betreuren, opdat Gij straks, als ik U in mijn hart ontvangen heb, niet tot mij behoeft te zeggen: Vriend, waartoe zijt gij gekomen? Ik ben vast besloten thans mijn leven te veranderen, liever wil ik alles verliezen dan Uwe vriendschap. En nu ga ik U, Bron van liefde, en vergevings-

-ocr page 40-

26

gezinde barmhartigheid, in mijn hart ontvangen. Met een vast vertrouwen op Uwe goedheid, waag ik het tot U te naderen, en het onuitsprekelijk verheven Sacrament te ontvangen, dat Gij, als eene gedachtenis Uwer liefde, aan Üwe vrienden hebt nagelaten. Aan uw heilig Gastmaal ga ik aanzitten, om mijne zwakke krachten te versterken tegen de aanvallen van mijnen vijand.

Kom dan Jesus, dierbare Vriend, en geef mij het onderpand Uwer liefde.

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE VRIEND, Overweging.

1. Beschouw, mét de oogen des ge-loofs, Christus in uw hart, als uwen eenig getrouwen Vriend, die u, den armen knecht, tot Zijn boezemvriend wil ver-h eft en! Thans hebt gij Hem gevonden, dien uwe ziel liefheeft. Gij zijt thans een vriend van den Koning; en Zijn diachge-noot kunt gij in waarheid genoemd worden, •lesus, de vriend der boetvaardige zondaren,

-ocr page 41-

27

is tot u gekomen; zalig hij, die een waarachtig vriend heeft gevonden. Een getrouwe vriend is eene machtige bescherming, en een geneesmiddel ten leven.

2. Bemin den Heer, uit al uwe krachten, zoodat gij, alle vermogens uwer ziel, en alle zintuigen en ledematen van uw lichaam, in vereeniging met Christus, aan God, den Heer, opoffert, en het besluit maakt, ze steeds, tot Zijn eer en dienst, te gebruiken. Ik noem u thans niet meer mijn dienaar, maar mijn vriend, zoo spreekt de Heer tot u. Zijn vriendschap moogt gij dan niet meer versmaden; neem u voor Jesus vurig te beminnen, en Hem in alles te gehoorzamen; want Hij zelf heeft het geleerd : gij zijt mijne vrienden, als gij zult doen, wat ik u beveel. Jesus' liefde dwingt u tot wederliefde.

3. Bid Hem om den geest van raad; opdat gij de juiste middelen tot heil van uw eigen ziel, en van de zielen dergenen, die aan uwe zorgen zijn toevertrouwd, steeds weet te vinden! Smeek Jesus, uwen besten vriend, dat gij ook eens aan Zijn hemelsch Gastmaal hierboven moogt aanzitten, en Hij u eens, na een goed doorgebracht leven, die troostende woorden mag toespreken: vriend, gahooger op.

-ocr page 42-

28

Opwekking.

Mijn geliefde behoort aan mij, en ik aan Hem; aan mijnen geliefde, behoor ik toe, en Zijne verlangens gaan mij ter harte.

Gebed.

Dierbare Jesus, verheven Vriend, Gij rust thans in mijn hart; neem het geheel in Uw bezit; duizende malen hebt Gij mij, ondanks mijne zonden en ondeugden, Uwe genade geschonken, maar heden ontving ik een weldaad, zoo oneindig groot en verheven, dat Uwe liefde niet verder kon gaan. Uw eigen Lichaam en Bloed heb ik ontvangen; en in U, mijn waren Vriend, heb ik thans een schat gevonden. Uwe liefde bezat niet meer om mij te geven. Ik ben deelgenoot aan Uwe goddelijke natuur geworden. Van nu af aan, wil ik mij dan ook als een getrouw vriend gedragen. Uwe vriendschap verkies ik boven alles; ik bemin U, meer dan do wereld, meer dan mijn lichaam, meer dan iemand ter wereld. Ik verban alle verkeerde vriendschap en eigenliefde, uit mijn hart. Geef mij den waren zielenijver. Heer, en de genade,

-ocr page 43-

29

om Uwe glorie en eer steeds te zoeken. Bewaar mij altijd in Uwe liefde. Heer, vermeerder mijne liefde. Geef, dat ik deze nooit door eene zonde verlieze, en mij eens ook eeuwig moge verheugen in Uwe vriendschap eu liefde.

-ocr page 44-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE BROEDER.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, onze Broeder, die ofschoon Hij de ware God en de Heer der menschen is. Zich niet schaamt ons Zijne broeders te noemen. Jesus is uw Broeder; want om u te verlossen, heeft Hij de gestalte van een dienstknecht aangenomen, en dezelfde natuur die gij bezit; door Zyne genade heeft Hij u verheven tot kind van Zijn Vader; ziet, welke liefde heeft ons de Vader geschonken, dat wij kinderen Gods niet slechts genoemd worden, maar het werkelijk ook zijn! Jesus is uw Broeder, want, met stervenden mond zeide Hij aan Joannes: Zoon, ziedaar Uwe moeder, en Joannes, welk eene verheffing voor u, vertegenwoordigde u.

-ocr page 45-

31

2. Tot ivien komt Hij? Tot Ziinen broeder, neen, tot een broedermoordenaar, die als een andere Kaïn, den rechtvaardigen Abel, op het veld dezer wereld aanviel, en Hem roekeloos vermoordde, door zijn zonde. God beminnen bovenal en uw evenmensch als u zeiven, dat is uw hoogste plicht; die zegt. God lief te hebben, en zijn broeder haat, is een leugenaar; die zijn broeder niet bemint, is niet uit God. Maar gij hebt Gods woord zoo dikwerf veracht, en dien heiligen plicht geschonden, en toch Jesus, uw Broeder, bemint u nog, en komt tot u.

3. Waarom komt Hij ? Om dien broedermoordenaar in het geestelijk leven te bewaren, en hem, op deze aarde, niet als een zwerver en een vluchteling, alleen te laten. Jesus komt in uw hart, om u te leeren, wat liefde en vergevingsgezindheid is; Hij komt om u te vermanen, dat gij u eerst niet uwen broeder verzoenen, en het ongelijk moet vergeven; en Hij zegt u dat, die den wil volbrengt van Zijnen hemelschen Vader, in waarheid Zijn broeder is.

Opwekking.

O wie geeft mij U tot mijnen Broeder!

-ocr page 46-

32

Gehed.

Dierbare Jesus, het gelukkig oogen-blik breekt woldra aan, dat ik aan Uwen heiligen liefdedisch mag aanzitten; ik kniel neder voor Uwe grootheid, die zóó tot mij afdaalt, en zich zóó vernedert, dat Gij mijn gelijke wilt worden, en ik Uw dischgenoot mag zijn. Ja Heer, Gij zijt in waarheid mijn Broeder, en gaat mij thans een nieuw bewijs Uwer broederlijke liefde geven.

Ach Heer, welken dank ben ik U dan niet verschuldigd voor mijne verheffing en uitverkiezing; met welk eene- vurige liefde, moet ik U dan niet beminnen ? Hoezeer moet ik mij mijne verheven waardigheid niet bewust zijn, en door geen enkele zonde U eenig verdriet berokkenen.

Hemelsche Vader, die mij tot Uwen zoon hebt aangenomen, nu Jesus, Uw Zoon, mijn Broeder is geworden, ontferm U over mij, in deze heilige oogenblik-ken; ik verfoei nog eens al mijne zonden, uit liefde tot U, en vergeef aan al mijne vijanden, die ik voortaan als mijne broeders zal beminnen. Ik wil mij gaarne beleediging en miskenning laten welgevalion, nu Gij mij het voorbeeld geeft

-ocr page 47-

33

van vernedering en liefde, en, Uwe goddelijke en menschelijke natuur verbergend, onder de gedaante van brood, het voedsel wilt worden voor mijne ziel. Kom dan Jesus, en omhels mij thans als Uwen Broeder; neem Uw intrek in mijn hart, en geef my de genade om, al de dagen mijns levens. Uw broederlijk gezelschap, Uwen broederlijken steun te genieten, en U nooit meer te verlaten.

Na de H. Cammunie.

JESUS, ONZE BROEDER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs. Christus in uw hart, als uwen ouderen Broeder, den Eerstgeborene onder vele broeders; beschouw u zeiven, als Zijn jongsten broeder, die arm aan verdiensten, den naam van broeder onwaardig zijt, omdat gij in uwen levenswandel zoozeer met Hem verschilt! Thans is Jesus tot u gekomen, en opnieuw uw gezel en Broeder geworden. Verlaat Zijn gezelschap dan niet meer, en neem n

2 ■

-ocr page 48-

34

voor, met Hem één van gevoelen te zijn, en uwen evenmensch te beminnen; die 74)11 broeder bemint, blijft in het licht; die zijn broeder haat, verkeert in duisternis.

2. Bemin den Heer, uit al uwe krachten, zoodat gij, bij al uwe werken, den raad en het voorbeeld van uwen eerstgeboren Broeder, getrouw nakomt! Jesus heeft u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen, zooals Hij gedaan heeft. En liefde tot den vijand leert de Heer u in Zijn geheele leven; Hij vergold het kwaad met goed, en bad op Zijn kruis voor Zijne beulen; Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen. En ondanks uwe beleedigingen, heeft Jesus zich zeiven thans aan u geschonken. Welk een verheven voorbeeld ter navolging!

O O

3. Bid God, dat gij Zijne vermaningen ter harte nemen, en uwen evenmensch oprecht moogt beminnen. Die God waarachtig bemint, heeft ook Zijn broeder lief. Smeek God om moed en kracht, opdat gij steeds elke beleediging moogt vergeven, en neem u voor met iedereen in vrede te leven, nu Jesus de God van barmhartigheid en vrede,

-ocr page 49-

35

üw Broeder, uw eigendom is geworden in de H. Communie.

Opwekking.

Dit slechts behoef ik: dat ik genade vinde, voor Uw aangezicht, Heer, mijn Broeder!

Gebed.

Dierbare Jesus, mijn Broeder, rust thans in mijn hart! Zoon Gods, hoe groot is Uwe liefde! Gij verblijdt ui ij thans met Uwe tegenwoordigheid, terwijl ik I zoo dikwerf beleedigde, ja zulke groote misslagen beging, dat zij alleen door Uw bloed konden worden uitgeboet. Heb ik dan thans vermetel gehandeld, nu ik tot Uwen liefdedisch genaderd ben?

Ach neen, Heer! Gij zelf noodigt mij uit: komt tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal U verkwikken! En, lieve Jesus, ik heb niemand, tot wien ik mij wenden kan, dan 1 , mijn Broeder, aan barmhartigheid zoo rijk. Ik verberg my thans in Uwe wonden, en smeek U mij te zuiveren van al mijne zonden, door datzelfde Bloed, waardoor Gij mij verlost, en waarmede Gij mij thans gedrenkt hebt.

-ocr page 50-

36

Ja Heer, ik en mijne broeders wij hebben tegen U gezondigd. Maar wil thans, o Jesus, onze misdaden niet meer gedenken, nu wij met een rouwmoedig hart op Uwe grenzenlooze liefde en goedheid vertrouwen. Goede Jesus, lieve Broeder, laat mij U thans omhelzen. Uwe wonden kussen. Uwe liefde overwegen! Om mij, zondaar, van den ondergang te redden, zijt Gij mensch geworden ; opdat ik de hemelsche zoetheid van het Paradijs zou smaken, hebt Gij de bitterste smarten geleden. Hoe misdadig en ondankbaar handelde ik, zoo ik in liefde tot U verflauwde! Lieve Jesus, drukt mijn zondig leven mij ter neder. Uwe goedheid heft mij op. Eerstgeborene onder vele broeders, leer mij Uw voorbeeld volgen, en geef, dat ik ü, die ik thans onder nederige broodsgedaante verborgen aanbid, eens van aanschijn tot aanschijn moge aanschouwen, en steeds genade vinden voor Uw aangezicht, Heer, mijn Broeder!

-ocr page 51-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE VADER.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Vader der toekomende eeuw, die ons, vrijwillig, door het woord der waarheid, heeft voortgebracht, opdat wij zouden zijn als eerstelingen van Zijne schepselen. De Vader der erbarmingen, en de God van alle vertroosting, die ons vertroost in al onze verdrukking, en ons Zijne kinderen noemt. Jesus is uw God en Vader; als een kind moogt gij tot Hem opzien; Hij toch schonk u het leven en geeft u thans een voedsel, ten eeuwigen leven; Hij toont zijn volmaakt voorbeeld, en leidt u op den rechten weg.

2. Tot ivien komt Hij? Tot den los-bandigen zoon, die naar een afgelegen

-ocr page 52-

38

land vertrok, daar zijn goed verkwistte, en een ongebonden leven leidde. Die verloren zoon zijt gij; gij verliet het huis uws Vaders, die liefde en zorg had, zelfs voor zijne armste dienstknechten; en gij hebt uw erfdeel in een vreemd land, waar men God niet eerde, verkwist; daar hebt gij geheuld met de vijanden van uwen \ ader. Maar uwe ellende en armoede openden u de oogen; niet een berouwvol hart zijt gij thans tot ii wen Vader teruggekeerd, en hebt tot Hem gezegd: Vader, ik heb gezondigd, tegen den hemel en tegen U, ik ben niet meer waardig Uw kind genoemd te worden; maak mij als een Uwer huurlingen!

3. Waarom komt Hij? Om den verloren zoon, die tot zijnen Vader terugkeert, te omhelzen en te kussen, hem te kleeden met het kleed Zijner genade en met de gaven des hemels. Hij laat hem aanzitten, aan het Gastmaal van Zijn heilig Lichaam en Bloed, en gaat hem plaatsen in het huis Zijner heerlijkheid, in het volle bezit der eeuwige erfenis! O liefde van Jesus, wat zijt gij groot! ondanks uw wangedrag, wordt er voor u thans een feestmaal aangericht, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen.

-ocr page 53-

39

en waar de spijze genuttigd wordt, die niet vergaat, maar die blijft ten eeuwigen leven.

Opwekking.

Hoe vele huurlingen in mijns Vaders huis, hebben brood in overvloed, en ik verga hier van honger! Ik zal opstaan, en tot mijn Vader gaan!

Gebed.

Gij heb niet ontvangen den geest der dienstbaarheid, andermaal in vreeze, maar gij hebt ontvangen den geest der aanneming tot kinderen Gods, waarin wij roepen: Abba, Vader. Dat is Uw woord, o Jesus; wij mogen U onzen Vader noemen. En niemand is zulk een Vader, als Gij zijt; Uwe handen hebben mij gemaakt en gevormd; door Uw Bloed hebt gij mij verlost, en met een hemel-sche spijze, met Uw eigen kostbaar Lichaam en Bloed, gaat Gij mij thans voeden. Welk een liefde! God van barmhartigheid, die niet den dood des zondaars wilt, maar zijne bekeering en zijn leven, kom in mijn hart, maar kom daar, met Uwe genade en barmhartigheid, opdat ik door deze Tarwe der Uit-

-ocr page 54-

40

verkorenen gesterkt, U steeds als een getrouwe zoon eerbiedigen, en als een liefhebbend kind, vreugde mag geven door een heilig en deugdzaam leven. Kom Jesus in mjin hart; üw kind wil U zoo gaarne ontvangen, en zal U in het vervolg liefde, eerbied en gehoorzaamheid bewijzen.

Na de H. Communie,

JESÜS, ONZE VADER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als den liefderijk-sten Vader, die, aan het kruis onder de hevigste smarten, u een nieuw leven schonk. Gij zijt de verloren zoon, die na lang ronddwalen, nu in nood en ellende tot Jesus terugkeert, en door Hem, met onbegrijpelijk groote vreugde ontvangen wordt! Zeg dan nu aan Jesus, dat gij Hem nooit meer verlaten, maar zult trachten Zijn volmaakt voorbeeld na te volgen, opdat Hij u eens op den oordeelsdag voor uwen ijver kan beloo-nen en u toevoegen: Kom gezegende

-ocr page 55-

41

mijns Vaders, en bezit het Rijk, dat, van af de grondslag der wereld, u bereid is; in het huis mijns Vaders zijn vele woningen. Daar zult ge dan uwen Jesus, niet meer verborgen, maar van aanschijn tot aanschijn aanschouwen.

2. Bemin Jesus uit al uwe krachten, zoodat gij, om Hem, leven en gezondheid, rijkdom en vreugde, eereplaatsen en voorrang moogt geringschatten, vergeleken bij Zijne alles overtreffende liefde; beloof uwen Jesus u niet aan de aarde te hechten; want onze wandel is in den hemel, en hier op aarde is alles slechts ijdelheid en ijdelheid der ijdelheden; daarom hef uw hart omhoog, en de vrede van God den Vader, en van Christus Jesus, des Vaders Zoon, zij met u, in waarheid en liefde.

3. Bid den Heer, om de gave dei-kinderlijke liefde; al wat gij den Vader in Mijnen naam zult vragen, zegt Jesus, Hij zal het u geven. Neem dan uwen plicht, ten opzichte van Uwen barmhar-tigen Vader, als een gehoorzaam kind, stipt in acht. Zoek eerst het Rijk Gods, en Zijne gerechtigheid, en al het andere zal u worden toegeworpen; want uw Hemelsche Vader weet, dat gij dit alles noodig hebt.

-ocr page 56-

42

Opwekking.

Vader, ik heb gezondigd, tegen den hemel en tegen U, ik ben niet meer waardig, Uw zoon genoemd te worden: maak mij, als een Uwer huurlingen!

Gebed.

Vader vol erbarming en liefde, zie, de verloren zoon draagt U thans in Zijn hart. Ja Vader, ik ben die slechte zoon, die zijn geld en goed verkwist heeft; ik ben die ongelukkige, die Uwe liefde verachtend, al Uwe weldaden met ondankbaarheid heb vergolden. Eu toch, liefdevolle Vader, ofschoon ik afzichtelijk ben door mijne zonden, toch bemint Gij mij nog als Uw kind. Zou ik U dan niet als mijn Vader beminnen, thans vooral, nu ik, door deze H, Communie, weer opnieuw. Uwe goedheid en barmhartigheid ondervond? Ja Heer, wat aan U welgevallig is, dat zal ik altijd doen. Voortaan zal ik geen verkwistende noch ondankbare zoon zijn, maar, met ijver Uwe lessen opvolgen, en met eene vurige liefde U beminnen en gehoorzamen.

Goede Vader, maak van mij een goeden zoon. Nederige Vader, leer Uw kind

-ocr page 57-

43

zachtmoedig en nederig van harte zijn. Geduldige' Vader, geef mij geduld en kracht om voor U te lijden. Heilige Vader, geef dat ik de deugd beminne en meer en meer naar heiligheid streve. Geef dat het nieuwe kleed der genade, dat ik heden van Uwe liefde ontving, niet weder door mijne zonden bezoedeld worde, en dat ik, in het vervolg, ü, mijne erkentelijkheid, voor al Uwe weldaden, moge bewijzen. Liefdevolle A ader, versterk mij in deze goede voornemens, met Uwe hulp en bijstand.

-ocr page 58-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE BRUIDEGOM DER ZIELEN.

Overweging.

1. We komt? Christus, de Bruidegom, die tot uwe ziel sprak: Ik zal u verloven aan Mij, voor eeuwig; eu Ik zal u verloven aan Mij, door gerechtigheid, door barmhartigheid en ontferming! Jesus uwe Bruidegom, verzucht thans tot uw arm ziel: Kom van den Libanon, mijne bruid, kom, gij zult gekroond worden; kom in mijn tuin, mijn beminde, met eer en glorie zal ik u omgeven, en u opnemen in den koninklijken stand; Jesus noodigt haar uit tot Zijn liefdedisch, en voegt haar toe: die Mijn Vleescli eet en Mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwig leven; hij blijft in Mij en Ik in hem.

2. Tot wien komt Hij? Tot Zijne

-ocr page 59-

45

bruid, die de trouw brak, die andere vrienden opzocht, en zich door vleiers liet misleiden. Hij komt tot Zijne bruid, die, door hoogmoed en zinnelijkheid gedreven, zich overgaf aan de schepselen! Hij komt tot uwe ziel, over wie Hij klagen kon: Jerusalem, Jerusalem, hoe dikwijls heb ik uwe kinderen willen verzamelen, gelijk eene hen hare kiekens onder hare vleugels verzamelt, en gij hebt niet gewild! Wat groote liefde bewijst de goede Jesus u, ondanks uwe ondankbaarheid!

3. Waarom komt Hij? Niet om aan Zijne bruid den scheidsbrief te geven; maar om zich, voor eeuwig, aan haar te verloven, en op haar voorhoofd een teeken te plaatsen, dat niemand meer hare liefde belage! Jesus, en Hij alleen, wil de koning zijn van uw hart, en, met onverdeelde liefde, wil Hij ook door u bemind worden. Bereid u thans voor tot de komst van Jesus uwen Bruidegom, evenals de wijze maagden.

Opwekking.

Komt, gij wijze maagden, en heft uwe lampen omhoog! Ziet, de Bruidegom komt; gaat uit. Hem tegemoet!

-ocr page 60-

46

Gebed.

Dierbare Jezus, mijn Bruidegom, verloof mij heden aan U ; mijn Minnaar, schoon boven alle kinderen der menschen, trek mij tot U door Uwe liefde. IJveraar der zielen, verslindend vuur, die Uwe Engelen tot winden maakt, en Uwe dienaren tot een brandend vuur, kom en ontsteek mijn hart, door het vuur Uwer liefde. Gij zijt immers vuur op aarde komen brengen, en wilt slechts dat dit ontbrande! Kom dan, mijn Bruidegom, en neem bezit van mijn hart! Ja, Gij versmacht van liefde, en mijn hart is koud en dor. Maar daarom kom ik thans smeekend tot U, opdat, door Uwe komst, mijn hart brandend van liefde moge worden. Kom, Heer Jesus. en zuiver mijn hart door het vuur Uwer liefde, zooals het zilver door het vuur beproefd en gelouterd wordt, opdat er in mij geen ongerechtigheid overblijve. LI, mijn Jesus bemin ik en als Gij, o God, mij zult bijstaan, zal niets meer in staat zijn den gloed mijner liefde tot U uit te dooven.

-ocr page 61-

47

Na de H. Communie.

JESUS, DE BRUIDEGOM DER ZIELEN.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen ties geloots, Christus in uw hart, als den Bruidegom uwe liefde over waar dig, die uw arme, verachtelijke ziel vurig bemint; uwe ziel is Zijne bruid, die, door zoo vele liefdebanden met Hem verbonden is, en door zoovele geschenken, tot wederliefde wordt opgewekt! Zijne wijsheid had geenhooger geschenk kunnen uitdenken; Zijne liefde en Almacht hebben in de H. Communie, waar gij Jesus zelf mocht ontvangen, haar toppunt bereikt. Zoudt gij dan nog ooit dankbaar zijn voor zoo verheven weldaden?

2. Bemin Jesus, met al uwe vrijheid, zoodat uw lichaam en uwe ziel, niet meer aan u toebehooren, maar aan uwen Bruidegom, die u ook Zijn Lichaam en Bloed gaf! Verzaak opnieuw, aan den drievoudigen vijand uwer ziel en beloof God, en Hem alleen, te dienen. God dienen is heerschen.

-ocr page 62-

48

3. Bid Hem om den geest der wijsheid, opdat gij alles wat in God verborgen is, Zijn wezen en eigenschappen, Zijn diepzinnige leer en Zijne geboden goed leert overwegen, om u zeiven, tot een nog grootere liefde jegens Hem op te wekken! Verzaak het gedrag der dwaze maagden, die sliepen bij de komst van den bruidegom, en neem u voor, al de dagen van uw leven, te denken aan het uur, waarin gij voor Gods rechterstoel zult staan, opdat de Heer bij zijn komst, u, Zijn dienaar, wakende zal vinden, en gij u eeuwig aan den Bruiloftsdisch van uwen Hemelschen Bruidegom moogt verheugen.

Opwekking.

Met blijdschap, verblijd ik mij in den Heer, en mijne ziel jubelt in mijnen God; want Hij heeft mij bekleed, met kleederen des heils, en met den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhangen, als eenen bruidegom, gesierd met eene kroon, en als een bruid, getooid met hare kleinoodiën!

Gehed.

Welk een feestdag, lieve Jesus, is het heden voor mijne ziel! Gij hebt ü thans

-ocr page 63-

49

voor eeuwig aan mij verloofd, ook ik wil mij thans aan U verloven. Plaats mij als een zegel op Uw hart; U, hemel-schen Bruidegom, bemin ik met alle vermogens mijner ziel; Gij zijt mijn God en mijn al; mij is thans het leven Christus, en sterven een gewin. Gij hebt gezegd, dat hij die ten einde toe zal volhard hebben, zal zalig zijn; daarom, lieve Jesus, bid ik U thans, dat Uw H. Lichaam mijne ziel beware ten eeuwigen leven. Gij hebt ook gezegd, Heer, die van dit Brood zal eten, zal leven in eeuwigheid; moge dan dit hemelsch Brood dat ik heden genuttigd heb, mij een onderpand zijn der hemelsche glorie, en ik eens den dood der rechtvaardigen sterven. Wie zal mij thans. Bruidegom mijner ziel, van Uwe liefde afscheiden? Moge ik U, mijn Bruidegom, meer en meer leeren hoogschatten, en Uwe bevelen en geboden kennen, om U ook des te meer te kunnen beminnen. Voor eeuwig hebt Gij U aan mij verloofd, ik wil dit heilig verbond dan nooit meer verbreken, maar wijd mij thans, met lichaam en ziel, aan U toe; voor U, dierbare Jesus, Minnaar der zielen, wil ik lijden en strijden, leven en sterven.

-ocr page 64-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE HELDERE ZON.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Zon der gerechtigheid, de lichtglans van de glorie des Vaders, het ware Licht, dat iederen inensch verlicht, die in -deze wereld komt! Dezelfde Jesus komt, die eens Zijne drie uitverkorene leerlingen naar den berg Thabor voerde, en daar voor hen van gedaante veranderde ; en Zijne kleederen waren wit als sneeuw.

In het H. Sacrament des altaars, is Jesus ook van gedaante veranderd; den luister van Zyn godheid en meuschheid. Zijn lichaam en bloed verbergt H;;j onder de gedaanten van brood en wijn. Hij is het licht van den dageraad, bij het opgaan der zon.

2. Tot wien komt Hij ? Tot den blinde.

-ocr page 65-

51

die wandelt in de duisternis, en woont in de landstreek van de schaduw des doods, die liet betreurt, dat hij het licht des hemels niet aanschouwt! Vrijwillig sloot gij uwe oogen voor het licht; gi] deedt de werken der duisternis, en hebt het licht des hemels niet willen aanschouwen. En tot dien dwazen zondaar, die de duisternis meer beminde dan het licht, wil Jesus thans komen.

3. Waarom komt Hij? Om over dien blinde, het licht van Zijn gelaat te doen schijnen, en door leer en voorbeeld hem te verlichten, als het licht eene duistere plaats, totdat de dag der eeuwigheid aanbreekt, en de morgenster der glorie in zijn hart opgaat! Jesus komt u genezen; Hij voert ook u op een hoogen berg, waar gij Zijn glans en schittering moogt aanschouwen; Hij het licht ter verlichting der heidenen, zal Zijne stralen naar uw hart afzenden, om uw verstand te verlichten, en uw hart te verwarmen ; Hij komt wonen in uw binnenste. En de duisternis zal wijken, en do donkere wolken van zonde en onwetendheid, zullen optrekken, en het zal in u een klare en vreugdevolle dag worden.

-ocr page 66-

52

Opwekking.

Sta op, word verlicht, Jerusalem! want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heeren, gaat over u op; want zie, duisternis bedekt de aarde, en donkerheid de volken; maar over u zal de Heer opgaan, en Zijne heerlijkheid zal in u verschijnen. En de volken zullen wandelen naar uw licht, en koningen naar den glans, die over u opgaat!

Gebed.

Welk eene vreugde is het heden voor mijne ziel, nu Gij, lieve Jesus, Zon der gerechtigheid, bij mij uw intrek wilt nemen, om alle duisternis uit mijn hart te verdrijven, en mij door Uwe genade en liefde te verlichten en te verwarmen. Ja, Heer, Gij zijt het ware licht dei-wereld, dat iederen mensch verlicht, die in deze wereld komt; Gij zijt de Lichtglans van de glorie des Vaders; gelijk het licht der zon, neen duizendmaal meer, deelt Gij licht en gloed, warmte en leven mede. En ik, arme, waag het thans tot U te naderen, ik die blinde, omgeven van zooveel duisternis van dwaling en onwetendheid, ik, die U zoo

-ocr page 67-

53

weinigquot; dankbaarheid tot nu toe bewezen heb voor bet licht des geloofs, dat ik onverdiend ontvangen heb; ja Heer, dooide wereldsche beslommeringen, door mijne zonden en ijdele vermaken, heb ik, tot heden, mijne oogen voor het ware licht gesloten gehouden, maar nu ben ik vast besloten, mij te beteren en een nieuw leven te beginnen. Voor üwe grootheid, Heer, buig ik mij dan nu terneder, en roep tot U, zooals eens de blinde van Jericho uitriep: Heer dat ik zien moge! Verdrijf, door Uwe tegenwoordigheid, alle duisternis uit mijn hart, en geef mij het hemelsche licht Uwer genade. Weg met de werken dei-duisternis! Ik verzaak en verfoei ze! In allen ootmoed, nader ik thans tot LT, o God; want zelfs in üwe Engelen, de sterren des hemels, ontwaart Gij nog vlekken; wie ben ik dan voor Uw aanschijn ? Kom dan, lieve Jesus, zuiver mijn hart, zuiver mij geheel en al, opdat ik U, waar Licht der wereld, op waardige wijze moge ontvangen, en zoo verdiene, gesterkt door dit Brood des levens, het onderpand ten eeuwigen leven, eens het eeuwig Licht in den hemel te aanschouwen.

-ocr page 68-

54

Na de H, Communie,

JESUS, DE HELDERE ZON.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als den glans van het eeuwig Licht, dat het verborgene der duisternis aan het licht zal brengen. Zeg thans, met Petrus, tot uwen lieven .lesus : Heer, het is ons goed, hier te zijn; laten wij hier drie tenten bouwen. Val neder voor Jesus, en aanbid Hem; tot u zegt Hij thans: Wil niet vreezen, nader tot mij, zonder schroom. Jesus rust thans in uw hart, en, met de oogen des geloofs, kunt gij Zijne glorie zien, de glorie als van den Eeniggeboren Zoon des Vaders.

2. Bemin Jesus, meer dan den appel uwer oogen. meer dan alles, wat uw oog kan bekoren, en neem u vast voor uwe oogen af te wenden, opdat zij niet meer naar ijdelheid zien! Wandel, nu Gods licht over u is opgegaan, in het licht van Zijn aanschijn; altijd zyt gij in Gods tegenwoordigheid; doe de werken des lichts, en doordring u van Je-

-ocr page 69-

55

sus' vermaning; die mij navolgt, zal het licht des levens bezitten.

3. Bid Hem om vermeerdering van uw geloof, opdat gij moogt zien, wat gij doen moet, en kracht bezitten, om het ten uitvoer te brengen! Bid voor de ongeloovigen en zondaars, terwijl gij God bedankt voor uwe uitverkiezing; leef volgens de grondstellingen van het ware geloof, want de rechtvaardigen zullen in den hemel, in het Rijk des Vaders, schitteren als de zon.

Opwekking.

Want Gij, Heer, ontsteekt mijn lamp; mijn God, verlicht mijne duisternis! O zoet licht; hoe aangenaam is het voor mijn oog, de zon te aanschouwen!

Gered.

Dierbare Jesus, wat zal ik thans zeggen, en hoe U mijne bewondering en mijne liefde betuigen? O onuitsprekelijk en ongenaakbaar Licht, zend nu een enkele straal van Uw licht in mijn hart, opdat ik U naar waarde moge aanbidden, en danken. Bewonder ik reeds de hemellichten, die Gij hebt geschapen,

-ocr page 70-

56

Heer, U bewonder ik meer, dan alles wat in hemel en op aarde is. 0 onwaardeerbaar geluk; ik het nietige schepsel bezit U, die meer gloed en warmte geeft dan de zon, in mijn hart! Schooner zijt Gy dan het licht der maan, en Gij zijt gekomen tot mij ellendig schepsel! Gij schittert meer dan de sterren, en Gij woont thans in mijn hart, in het hart van een armen blinden zondaar! O liefde zonder grens!

Ontvang dan, dierbare Zaligmaker, mijn oprechten dank voor Uwe vernedering, voor Uwe afdaling tot mij. Maak mij thans deelgenoot van U w licht. Ach, Gij kent nog beter dan ik, de duisternis die mij omgeeft! Mijn God, verlicht dan mijne duisternis, opdat ik moge zien, wat ik moet vermijden en doen. Zend uit Uw licht en Uwe waarheid; anders, o God; ga ik jammerlijk ten verderve. Niemand is er wijs, zonder Uw licht.

Waar Licht der wereld, open mijne oogen, opdat niets mij meer van ü kan afscheiden; laat mij de werken der duisternis voor altijd afleggen en verfoeien; want er bestaat immers geen gemeenschap tusschen het licht en de duister-

-ocr page 71-

57

nis! En waarom zon ik de leugen zoeken en de waarheid vermijden? Waarom zou ik de duisternis boven liet daglicht verkiezen ?

Die U volgt Heer, wandelt niet in de duisternissen, maar zal het licht des levens bezitten. Trek mij clan tot U, opdat ik ü altijd en overal navolge. Stort ook Uwe genaden en Uw licht uit, o Jesus, over hen die nog in de duisternis en in de schaduw des doods gezeten zijn; ontferm U over die onge-lukkigen, en versterk ook in mijn hart dat licht des geloofs, opdat ik volgens het geloof levende. Uwe geboden moge onderhouden, en. eens na dit leven, bet eeuwig licht aanschouwen.

-ocr page 72-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE REISSPIJZE.

Overweging.

1. IKïfi komt ^ Christus, de Spijze voor den pelgrim naar het zalige Sion, het Geneesmiddel ter onsterfelijkheid, het Onderpand der eeuwige glorie, niets minder in waarde, dan de beloofde hemel-sche glorie zelve!

Jesus komt; het waarachtige Manna, gelijk Hij zelf voorspeld heeft: Ik ben het Brood des levens, dat uit den hemel is neergedaald, voorwaar, voorwaar. Ik zeg u; niet Mozes heeft u brood uit den hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het waarachtige Brood uit den hemel. Het Brood, dat Ik geven zal is mijn Vleesch voor het leven der wereld. Niet gelijk uwe vaders het mama ge-

-ocr page 73-

59

geten hebben, en gestorven zijn: die dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid.

2. Tot wien komt Hij? Tot een vreemdeling, en een armen pelgrim die hier beneden geen blijvende stad bezit, maaide toekomende zoekt; tot u, die de gaven Clods niet wist te onderscheiden en zelfs het woord der Joden in de woestijn hebt durven herhalen: ik heb een afkeer van deze spijs. En toch, thans moet gij met den verloren zoon zeggen : hoevele huurlingen hebben in het huis mijns Vaders overvloed aan alles, en ik verga hier van honger!

3. Waarom komt hij? Opdat deze pelgrim, als een andere Elias, in de kracht van deze Spijs, voortwandele tot den berg Gods, op de dagen van heerlijk geluk, en in de nachten van zware beproevingen ! Jesus komt, om u te voeden met de spijs, niet die vergaat, maar die blijft ten eeuwigen leven. Hij gaat u het Brood des hemels geven, dat alle zoetheid in zich bevat. Het Brood dat Hij geven zal, is Zijn Vleesch voor het leven der wereld.

Opwekking.

Verhoor mijne bede, Heer, en mijn ge-

-ocr page 74-

60

smeek; leen het oor aan mijne tranen ! zwijg niet; want een vreemdeling ben ik bij U, en een uitlander, als al mijne vaderen!

Gebed.

Voor Uwe grootheid neergeknield, liefdevolle God, aanbid ik U; en hoewel ik de geringste ben van Uwe kinderen, en zelfs niet waardig Uw dienaar te zijn, nader ik thans, met een kinderlijk vertrouwen tot U, en verberg ik mij, in den schoot Uwer barmhartigheid. Gij, o God, gaat mij dan thans eene spyze geven op mijn levensweg; meer nog: Gij zelf zult mijne reisspijze worden. O wonder van liefde, van almacht en wijsheid ! Ik, arme pelgrim op deze aarde, zal gevoed worden met het Brood der Engelen; het zal mij sterken, om, evenals Elias, voort te wandelen tot aan den berg Horeb, totdat ik U in eeuwigheid, na deze aardsche loopbaan, in den hemel mag bezitten.

Hoezeer, lieve Jesus, heb ik Uwe hulp noodig op mijn levensweg! Ach, maar al te dikwerf vergat ik, dat deze aarde voor mij slechts een tijdelijk verblijf en de hemel mijn vaderland was! Als een

-ocr page 75-

61

onvoorzichtige reiziger koos ik steeds den breeden weg, terwijl ik afweek van het smalle doch juiste pad; en slechts naar zingenot en wereldsche genoegens strevend, verloor ik het doel mijner reis geheel uit het oog; ik dacht zelden aan den hemel en aan de belooning, die Gij mij hebt toegezegd, als ik behouden den eindpaal van mijnen levensweg zou bereikt hebben.

Zie, lieve Jesus, het berouwt mij, zoo tegen Uwen wil gehandeld te hebben. Ik verfoei mijne dwaasheid, waardoor ik mij hechtte aan de wereld en ü vergat! Ontferm U dan mijner. Heer, nu het nog de tijd der erbarming is. Ik zal mijn leven verbeteren; maar sterk Gij mij door Uwe genade, door Uw H. Lichaam en Bloed; moge het ook eens mijne laatste Reisspijze zijn, en mijne ziel bewaren ten eeuwigen leven.

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE REISSPIJZE.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs,

-ocr page 76-

Christus in uw hart, die u van levensmiddelen voorziet, op uwe reis naar het beloofde land, wijl Hij voor u Manna, om te eten, deed regenen, en u Brood des hemels gaf; zie, gij zijt die pelgrim in de woestijn, die dagelijks dat hemel-sche Manna kunt inzamelen, totdat gij voor eeuwig de vruchten van het beloofde land zult eten! Welk een heerlijk gastmaal heeft Jesus u thans bereid; gij zijt door God hooger dan Zijne Engelen uitverkoren. Laat God nooit meer behoeven te klagen, dat zijn kind, dat met Hem zoete spijzen genomen heeft, Hem verlaat, en ondankbaar wordt voor Zijne gunsten.

2. Bemin Jesus, meer dan alles wat uwe zinnen kan streelen, zoodat gij Hem alleen zoekt, en Zijn voorbeeld volgt, als den geur van welriekenden balsem, tot dat de Koning u binnenvoert in Zijn paleis! Nader, zoo dikwijls als ge kunt, tot de H. Tafel des Heeren. Zijn Vleesch is waarlijk spys, en Zijn Bloed is waarlijk drank. Volbreng steeds den wil van God, zooals het de dagelijksche spijs was van Jesus, den wil te doen van Dengene, die Hem gezonden had.

-ocr page 77-

6;}

3. Bid Hem, om de gave van een onwrikbaar vertrouwen, opdat gij, vol Wijde verwachting, kunt zeggen; in vrede, te gelijk, zal ik insluimeren en in rust zijn; op U, Heer. heb ik gehoopt, ik zal in eeuwigheid niet beschaamd worden. Smeek den lieven Jesus dikwijls uwe krachten te ondersteunen met deze hemel-sche Spijs, maar vraag hem ook, dat het H. Sacrament van Jesus' Vleesch en Bloed, uwe laatste spijze eens op uw sterfbed moge wezen, opdat ge, aldus gesterkt, de reis naar de eeuwigheid moogt ondernemen, en daar inzien, hoe Jesus hen bemint en beloont, die Hem beminnen.

Opwekking.

Ik ben verheugd, over hetgeen tot mij gezegd is: wij zullen ingaan in het Huis des Heeren! onze voeten staan in uwe voorhoven, Jerusalem!

Gebed.

De hemel is mijn vaderland; en tlians, nu ik U, lieve Jesus, bezit, geniet ik den voorsmaak des hemels. Welk eene grootheid heerscht er thans in het hart van Uw kind, welk eene heiligheid in

-ocr page 78-

64

het hart van een zondaar! Dank, eeuwigen dank, zij U dan thans gebracht, o God, voor Uwe oneindige liefde en vernedering; mocht ik die toch meer leeren hegrijpen! Geef mij, Heer, vleugels van geloof en van alle deugden, om mij op te heffen van de aarde, en steeds te zoeken wat hierboven is. Voere uw hand mij langs veilige wegen, opdat ik mijn voet niet stoote en niet moge vallen en bezwijken op mijnen levensweg. Ach Heer, duizend gevaren omringen mij. Gij kent ze beter dan ik; maar ik zal die gevaren niet zoeken, maar ze ontvluchten, en krachtig zal ik zijn tegenover mijne verleiders, nu Gij mij gevoed hebt met het Brood der sterken. Aard-sche dingen zal ik slechts gebruiken, in zoover zij bevorderlijk zijn voor mijn eeuwig geluk; ik wil mij zeiven afsterven, om slechts voor U te leven. Ach Heer, geef mij de ware nederigheid, geduld en zachtmoedigheid. Wees Gij mijn alles! mijn leidsman in twijfel, mijn meester in mijne onwetendheid, mijn kracht bij bekoringen, mijn geneesheer in ziekten, mijn troost bij tegenspoed, mijn heil en zaligheid. Versterk mijn vertrouwen en blijde verwachting op

-ocr page 79-

65

den hemel, geef mij kracht en blijf steeds bij mij met Uwe genade, opdat ik steeds voor den hemel leve en arbeide, en het toch eindelijk eens leere begrijpen, dat alles ij delheid is, behalve Ü te dienen, en dat het lijden van dezen tijd niets is, in vergelyking met de heerlijkheid, die eens in den hemel in ons zal geopenbaard worden.

3

-ocr page 80-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE GASTHEER.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Gastheer en het Gastmaal, waar de Tarwe der uitverkorenen genuttigd, en de Wijn, die maagden voortbrengt, gedronken wordt!

Zeker mensch, zoo sprak Jesus, in gelijkenis, tot de Pharizeen, richtte een groot avondmaal aan, en noodigde velen; en ter ure des avondmaals, zond Hij Zijnen dienstknecht, om aan de genoo-digden te zeggen, dat zij zouden komen, want dat alles gereed was. En Jesus noodigt ook u uit tot zijn avondmaal, zeggende: Kom en eet het brood, en drink den wijn, dien ik u bereid heb. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij gij het Vleesch van den Zoon des menschen

-ocr page 81-

67

eet en Zijn Bloed drinkt, zult gij het leven in u niet hebben.

2. Tot wien komt Hij ? Tot een mensch zonder bruiloftskleed, tot uwe ziel, die, bevlekt met vele zonden, zulk een verheven maaltijd onwaardig is!

Jesus komt tot u, armen zondaar; Hij kent uwe nietswaardigheid, maar toch noodigt Hij u uit met de woorden: Komt tot mij; die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken; treed nader, mijn kind, en gij zult rust vinden voor uw hart. Evenals de H. Joannes zult gij aan Jezus' borst mogen rusten.

3. Waarom komt Hij ? Opdat gij, door dezen maaltijd verzadigd, en afkeerig geworden van de ongezonde spijzen der wereld, alleen zoudt verlangen, naar het bruiloftsmaal des Lams, waarvan de H. Communie de voorsmaak is! Gelukzalig zij, die geroepen zijn tot den Bruilofts-disch van het Lam! Zie het Lam Gods, zie Dengene, die wegneemt de zonden dei-wereld; Heer ik ben niet waardig dat Gij onder myn dak inkomt, maar zeg het slechts met een enkel woord, en mijne ziel zal gezond worden.

-ocr page 82-

68

Opwekking.

Wie zal ons geven van Zijn Vleesch, opdat wij verzadigd worden ? Want Zijn Vleesch is waarlijk spijs, en Zijn Bloed is waarlijk drank!

(TEISEI).

Hoe groot, o Heer, is de overvloed Uwer zoetheid, die Gij in het allerheiligste Sacrament, Uwen kinderen te genieten geeft! Gij zijt inderdaad die goede Vader, die mij gaat voeden met dit he-melsch Brood, om aan Uw ondankbaar kind Uwe liefde te toonen. Indien iemand gering is, zoo roept Gij uit, hij kome tot Mij; hoe zoet, Heer, weerklinkt die stem in mijne ooren, maar wie zal het wagen, aan dezen hemelschen maaltijd aan te zitten?

Zijt Gij zelf, de Heer van oneindige majesteit, niet de Gastheer, die daar al den rijkdom Uwer wijsheid en macht, Uwer goedheid en vrijgevigheid, ten toon spreidt ? Is er een verhevener spijs denkbaar, dan Uw eigen kostbaar Lichaam en Bloed ? O wat keur van spijzen tóedt Gij mij aan in dit gastmaal! ik word deelgenoot van Uw Lichaam en Bloed,

-ocr page 83-

69

van Uwe godheid en menschheid, van Uwe verdiensten! De Engelen benijden mijn geluk; zij aanbidden U, doch ontvangen U niet in hun hart; en ik, onwaardige, word boven hen uitverkoren om aan Uwen liefdedisch aan te zitten, 't Is clan ook alleen vertrouwend op Uwe goedheid en Uwe vriendelijke uitnoodiging, dat ik waag tot ü te naderen. Hoe groot is Uwe liefde voor mij! Gij zijt uit den hemel neergedaald, opdat ik ten hemel zou opklimmen; Gij hebt U met de gedaante van den zondaar gekleed, opdat ik in het kleed der onschuld zou schitteren; Gij hebt mij vermaningen en voorbeelden gegeven, opdat ik de heiligheid zou beoefenen; om mij zalig te maken, zijt Gij aan het kruis tusschen moordenaars gestorven; en, opdat het mij aan geen geestelijk voedsel zou ontbreken, hebt Gij mij dit H. Sacrament nagelaten. Welaan dan, lieve Jesus, met een levendig geloof, met een kinderlijk vertrouwen en eene vurige liefde, geef ik thans gehoor aan Uwe roepstem, en ga ik aanzitten aan dezen H. Maaltijd, om U te omhelzen en voor altijd te behouden.

Versier mij thans met het ware brui-

-ocr page 84-

70

loftskleed, stort in mijn hart den geest van onschuld en nederigheid, en neem daaruit alles weg, wat U kan mishagen. Kom, Heer Jesus, kom mijne zwakheid te hulp!

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE GASTHEER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die, onder broodsgedaante verborgen, u die spijze geeft, die blijft tot in het eeuwig leven; overweeg, hoe die zoete hemelspijs u voedt en verzadigt! God opent Zijne hand, en vervult ieder schepsel met zegening. De behoeftigen zullen eten en verzadigd worden. Met Jesus bezit gij thans alle goed; meer dan de geheele wereld u geven kan. Houd Jezus bij u, en laat Hem niet meer heengaan. Gij zijt thans in de feestzaal van Uwen Koning en Gastheer, die met een vurig verlangen begeerd heeft, met u dit Paschen te eten.

2. Bemin Jesus, meer dan elk zinnelijk genot, zoodat gij u steeds onthoudt

-ocr page 85-

71

van onmatigheid, en meer en meer leert beseffen, hoe goedertieren de Heer is! Verzaak thans as.n de drievoudige begeerlijkheid, want deze houdt u af van Jesus' Avondmaal, en ontneemt u de vrucht en den smaak voor de H. Communie. De zinnelijke mensch toch begrijpt niet, hetgeen van den Geest Gods komt.

3. Bid Hem, om de gave eener vurige en heilige liefde, opdat gij, in God alleen uw welbehagen moogt vinden, en zonder God, u niets zoet, of aangenaam zij! Ons hart is ongerust, totdat het zijn rust vindt in God. Zoek de dingen die hier boven, en niet die hier op aarde zijn; wat baat het den mensch al wint hij de geheele wereld, wanneer hij schade lijdt aan zijne ziel! Zeg met den H. Pau-lus; mij is het leven Christus, en sterven een gewin.

Opwekking.

Wie ben ik, Uw dienstknecht, dat Gij hebt nedergezien op mij, armzalig schepsel, en mij geplaatst heb onder Uwe dischgenooten ?

Gebed.

0 heilig Gastmaal, waar Christus wordt genuttigd; de gedachtenis van Zijn lijden

-ocr page 86-

72

gevierd, de ziel met genade vervuld, en ons het onderpand dér toekomende glorie gegeven wordt. Wie ben ik, Heer, dat Gij mij boven zoovelen hebt uitverkoren om mij aan dezen verheven disch te doen aanzitten, waar het Brood des levens genuttigd en den kelk des heils gedronken wordt; nooit zal ik Uwe liefde genoeg kunnen bewonderen, lieve Jesus; ondanks mijne zonden en onvolmaaktheden, plaatst Gij mij onder Uwe disch-genooten, die de tarwe der uitverkorenen nuttigen en den wijn die maagden voortbrengt mogen drinken; hoe zal ik dan aan Uwe liefde beantwoorden? Wat wilt Ge, Heer, dat ik doen zal? Ja ik hoor U thans vragen: mijn kind, geef mij uw hart. O liefde zonder maat! het volste recht hebt Gij op mijn hart. Zie Heer, ik schenk het U thans geheel en al, geef dat het meer en meer in liefde tot U moge ontgloeien; dat ik in U slechts behagen vinde en het wereldsche en zinnelijke moge gering schatten en verafschuwen. Mijn God en mijn al! Ja, Heer, laat ik steeds Uw gehoorzaam kind zijn. Gy hebt mij iet Uw kind aangenomen, nu ik door de H. Communie deelachtig ben geworden aan

-ocr page 87-

73

de goddelijke natuur; ik zal dan steeds aan miine hooge afkomst denken en mij als een kind van God gedragen; geen zonden meer, o Jesus! geen ijdele vermaken, geen wereldsche vrienden kunnen mij meer bevredigen, nu ik U bezit. Blijf dan bij mij, o Heer, met Uwe genade, en ondersteun mijne zwakheid. Mijn hart is ongerust totdat het eens in U zijn rust vinde. Geef dan, dierbare Zaligmaker, dat ik ü eens in den hemel eeuwig moge aanschouwen en bezitten in den vollen luister Uwer godheid; ja, Heer, laat my daarboven eens aanzitten aan het bruiloftsmaal van het Lam, en behooren tot het getal dergenen, die het goddelijk Lam volgen, overal waar het gaat.

-ocr page 88-

Vóór de H. Communie.

JESÜS, UW GAST.

Overweging.

1. 117« komt? Christus, de aange-miamste Gast, komt Lij u Zijn intrek nemen; Hij die den ondankbare spijs en drank geeft, en bovendien, nog bittere woorden hooren moet; Christus, die ook nu aan de deur van uw liart staat en aanklopt! Was Abraham reeds gelukkig, toen hij Engelen in zijn huis mocht ontvangen; hoe groot is uw geluk, nu gij den Heer der Engelen, den Koning van hemel en aarde, in uw hart moogt binnenleiden. Hij komt, onder nederige broodsgedaante, en zegt: Ik ben bet, wil niet vreezen.

2. Tot wien komt Hij? Tot uws ondankbare ziel, over wie Hij moest klagen: Ik was vreemdeling, en gij naamt Mij

-ocr page 89-

75

niet op, omdat gij in uw hart nog plaats overliet, voor aardsche en zinnelijke neigingen! Nu wordt uwe ziel, in waarheid, de tempel van den levenden God. Verban thans alles uit uw hart, wat uwen verheven Gast, bij Zijne intrede in uw huis, zou kunnen hinderen; heb berouw over uwe zonden, en versier uw hart met deugden.

3. Waarom komt Hij? Opdat gij Zijne stem vernemen, en Hem de dear van uw hart zoudt openen; en dan wil tot u komen, en met u maaltijd houden. Hij komt, niet om den zondaar te verderven, maar om hem te redden en zalig te maken; Hij komt, om op te zoeken wat verloren was, want Hij wil den dood des zondaars niet, maar zijne bekeering en zijn leven. Jesus komt bij u zijn intrek nemen om u den overvloed Zijner liefde te toonen, en u heb leven te schenken. Beken uwe onwaardigheid om Hem te ontvangen, en zeg met den hoofdman van het Evangelie: Heer ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak inkomt, maar zeg het maar met een enkel woord, en mijne ziel zal gezond worden.

-ocr page 90-

76

Opwekking.

Kom spoedig af, want heden moet Ik in uw huis verblijven! Treed binnen. Gezegende des Heeren! Waarom staat Gij buiten? Mijn huis is bereid!

Gebed.

Dierbare Zaligmaker, hoe waag ik het tot dit H. Gastmaal te naderen! hoe durft een zondaar U, als gast uit te noodigen in zijn zondig huis! Toen Oza met den dood gestraft was, wijl hij de ark des Heeren had aangeraakt, maakte de vrees zich van David meester, en wilde hij niet dat de ark tot hem gebracht werd.

Hoe zou ik, onwaardige. Uwe komst dan niet vreezen? God zelf zal tot mij komen. Hij, oneindig verhevener dan de ark des verbonds! Ja, lieve Jesus, angst en siddering bevangen mij, als ik het noodlottig einde van Judas overweeg, dien Gij ook tot Uwen disch had toegelaten. Ik erken dan thans mijne nietswaardigheid, en heb een oprecht berouw over mijn zondig gedrag. Een berouwvol en vernederd hart, o God, zult Gij niet versmaden. En waren mijne zonden en misslagen groot, oneindig grooter is

-ocr page 91-

77

Uwe liefde en barmhartigheid. Ontelbaar zijn Uwe weldaden, en thans wilt Gij, in overmaat van liefde, U zeiven aan mijn hart wegschenken.

Lieve Jesns, Gij hebt eens maaltijd gehouden in het huis van Lazarus, dien Gij uit de dooden ten leven hadt opgewekt, kom ook binnen in het huis van mijn hart; kom tot Uwen dienaar, dien Gij van den dood der zonde bevrijd hebt. Gij, het Leven van die U beminnen, neem bezit van mijn hart en verzadig mij met den overvloed van hemelsche vreugde, opdat ik de aarde vergete en U alleen beminne.

Arm en gering is het huis mijns harten, Heer, maar maak Gij het rijk en groot door Uwe tegenwoordigheid; het is bouwvallig en ellendig, maar herstel het, o Jesus, en maak het nieuw. Uwe goedertierenheid roep ik thans te hulp. Reinig mij, Heer, van alle smetten der zonde; versier mijn hart met geloof, vertrouwen en liefde, opdat het eene waardige woning zij voor U, grooten God, mijn Gast.

Zoo moge deze H. Communie mij sterken in den strijd en voeren tot de overwinning van duivel, wereld en vleesch.

-ocr page 92-

78

En het Lichaam van Jesus beware mijne ziel ten eeuwigen leven.

Na de H. Communie.

JESUS, UW GAST.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen fles geloofs, Christus in uw hart, als den edelsten Gast, die Zich thans met u onderhoudt; Zijne woorden zijn zoeter dan honig; gij zijt thans de gastheer, die vereerd wordt, met het bezoek van den verhe-vensten Gast! De jeugdige Tobias werd, op zijne reis, door een Engel begeleid, maar Jesus zelf vergezelt u, op uw levensweg, en houdt maaltijd met u. Hij eet en drinkt met een zondaar. Zeg tot uwen Jesus: Spreek Heer, uw dienaar luistert. Gij kunt nu alles van Hem vragen en verkrijgen.

2. Bemin den Heer meer dan iedere zoete melodie en alles wat uw gehoor streelt, en neem u voor, niet meer te luisteren naar hen, die u over ijdele dingen spreken, die strijdig zgn met Gods gebod I Spreek zelf over niets liever

-ocr page 93-

79

dan over Jesus en wat op Hem betrekking heeft; want weet het wel; van ieder ijdel woord, zult gij eens aan God rekenschap moeten geven; en die in woorden niet zondigt, is een volmaakt in an.

3. Bid Hem, om de gave van verstand, opdat gij niet meer de dwaalleer aanhangt, maar bewaar de waarheid in liefde. Vraag, thans vooral, Jesus' hulp en bijstand; want de wereld is boos, en gij zijt zwak; de duivel gaat rond, als een brieschende leeuw, zoekend wien hij zal verslinden. Begeef u niet op den weg der goddeloozen, die de wet Gods lasteren, en onreine taal spreken; luister niet naar hen, want wie het gevaar bemint, zal er in vergaan. Bid ook veel voor de zondaars, en de lasteraars van Jesus' lieiligen Naam.

Opwekking.

Niets bitters heeft Zijn omgang, niets vervelends Zijn gezelschap: slechts blijdschap en vreugde!

Gebed.

Wees welkom in mijn hart, lieve Jesus,

-ocr page 94-

80

goddelijke Gast! In alle nederigheid aanbid ik U, mijn God, en dank u voor de vernedering, die Gij hebt willen verduren, door af te dalen in mijn zondig, onwaardig hart. Eens, o Jesus, zijt Gij afgedaald in het huis van Zachaeus, en toen hebt Gij gezegd: heden is aan dit huis heil geschonken. Stort dan ook nu in mijn hart de volheid Uwer genaden en zegeningen. Eens ook werd de vrouw, die aan bloedvloeiing leed, genezen, toen zij slechts den zoom van Uw kleed aanraakte ; welke genezing ben ik dan thans niet te wachten, nu ik U geheel bezit in mijn hart, met ziel en lichaam, met godheid en menschheid! Laat mij U dan beminnen, even vurig als Lazarus; laat mij U dienen even ijverig als Martha. En gelijk Maria U eens een welrieken-den balsem aanbood, zoo bied ik U thans mijn hart aan, door berouw vermorzeld, in liefde tot U ontgloeid, en voortaan verlangend den goeden geur van alle deugden te verspreiden. Met hemelsche zegening werd eens het huis van Obede-dom vervuld, omdat daarin de ark, die het manna bevatte, bewaard werd; zegen mij dan ook, Heer door de kracht van het hemelsche Manna, dat ik genuttigd

-ocr page 95-

81

heb. Blijf bij mij, edele Gast mijner ziel; geef mij kracht tegen mijne vijanden, die mij van U willen aftrekken, schenk licht aan mijn verstand, om de waarheid te kennen, te bewaren en te beminnen. Blijf mijn vriend en gezel in dit leven, dan zal ik U ook eens zien en bezitten in het hemelsche Vaderland.

-ocr page 96-

Vóór de H. Communie.

JESÜS, DE GELIEFDE UVVS HARTEN.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Geliefde, boven duizenden uitverkoren, boven allen liefde waardig! Jesus, de schoonste onder de kinderen der menschen, komt, vernederd en Zijne schoonheid verbergend, tot u; Hij is uw Beminde, en heeft Zijne liefde bewezen door Zijne menschwordiug, door Zijn smartelijk lijden en dood en de instellhig van het Allerheiligst Sacrament, dat gij thans gaat ontvangen. Wat is er goed en wat is er schoon, dan de Tarwe der uitverkorenen en de Wijn die maagden voortbrengt!

2. Tot ivien komt Hij? Tot uwe ziel. Zijn geliefde, die Hij, in overmaat Zijner liefde. Zijne zuster en vriendin. Zijne

-ocr page 97-

83

onbevlekte duif noemt; niet omdat zij zoo rein is, maar, omdat Hij de reinheid van haar verlangt! Tot u zal Jesus komen, die over u misschien moet klagen : Waarom heeft mijn beminde zoovele misdaden bedreven in Mijn huis? Met de Bruid van het Hooglied zal ik opstaan en mijnen Geliefde de deur openen van mijn hart, en het voor alle vrienden sluiten.

3. Waarom komt Hij ? Om haar den vredekus te geven, in Zijn aanbiddelijk Gastmaal; haar te verbergen in Zijne Wonden en van niets dan van liefde te spreken! Ik bemin u, zoo zegt Hij, blijf in mijne liefde. Ja gij zult blijven in Mijne liefde, zooals ook ik de bevelen van Mijnen Vader onderhouden, en Mij in Zijne liefde bewaard heb. Mijne leerlingen zijt gij, wanneer gij liefde hebt voor elkander. De volheid der wet is de liefde. Die in geloof en liefde volhardt, zal zalig zijn. Bewaar u in Gods liefde, en de God van vrede en liefde zal met u zijn.

Opwekking.

Dochters van Jerusalem, ik bezweer het u, als gij mijn Geliefde vindt, zegt

-ocr page 98-

84

Hem dan: dat ik, van liefde naar Hem versmacht!

Gebed.

Het gelukkig oogenblik is aangebroken, waarop ik U, o Heer, in de H. Communie ga ontvangen. Kom mijn Geliefde en wacht niet langer. Gelijk het hert versmacht naar de waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar U, o God. Ik geloof, lieve Jesus, dat Gij hier waarlijk, wezenlijk en zelfstandig, tegenwoordig zijt in dit H. Sacrament; ik vertrouw op U, en verwacht van U alle goed; maar boven alles, ik bemin ü, mijn Geliefde; ik bemin U met alle vermogens van ziel en lichaam, uit geheel mijn hart. En zou ik U niet beminnen, die mij het eerst bemind hebt? Voor mij hebt Gij den schoot Uws Vaders verlaten en de gestalte van een dienstknecht aangenomen ; voor mij hebt Gij vernedering, armoede en lijden verduurd, en zijt Gij aan het Kruis gestorven; terwijl Gij, aan den vooravond van Uw lijden, mij dit H. Sacrament, als een laatste bewijs Uwer liefde, naliet. Met eene vurige begeerte hebt Gij verlangd, met mij dezen maaltijd te houden; komt lot Mij,

-ocr page 99-

85

zoo klinkt het uit Uwen mond, die belast en beladen zijt en ik zal u verkwikken. Zie, Jesus, ik geef thans, hoe onwaardig ik ook ben, gehoor aan Uwe vriendelijke uitnoodiging; Gij zelf hebt het gezegd; die mijn Vleesch eet en mijn Bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. O liefde van mijnen Jesus, wat zijt ge groot! De mijne gaat Gij worden. Heer, mijn Geliefde, de mijne voor altijd! Ik verlang niets anders, dan U en U alleen. Kom en woon in mijne ziel en bezit haar geheel en al, die Gij geschapen en verlost hebt. Ik bemin U, lieve Jesus, geef dat ik U meer en meer beminne.

Na de H. Communie.

JESUS, DE GELIEFDE UWS HARTEN.

Overweging.

1. Beschouw, metdeoogendesgeloofs, Christus in uw hart als den Minnaar, dien uwe ziel bemint. Hij wil u thans omhelzen, en kussen; en toch zijt gij Zijne liefde onwaardig, omdat gij het gezelschap van andere vrienden hebt op-

-ocr page 100-

86

gezocht! Gij hebt Gods waarschuwing veracht: Wie het gevaar bemint, zal er in vergaan; waakt en bidt, opdat gij niet valt in de bekoring. Zalig den mensch, die zich niet begeeft naar de vergadering der zondaren, en zijn voet niet zet op het pad der goddeloozen. En toch, is de God van liefde, dien gij verlaten hadt, tot u afgedaald en vraagt thans uw hart.

2. Bemin Jesus, meer dan alle onzinnige begeerlijkheid des vleesches, opdat gij uw vleesch kruisigt, met al zijne ondeugden en begeerlijkheden! De liefde Gods dringt u tot wederliefde. Wat zult gij den Heer wedergeven voor alles, wat Hij u geschonken heeft? Indien iemand na mij komen wil, zegt de Heer, dan verloochene hij zich zeiven, neme dagelijks zyn kruis op, en volge mij na.

Neem u dan voor, in de wereld levende, toch niet van de wereld te zijn, en verzaak aan den duivel en al zijr. bedrijf. Wie zaait in het vleesch, zal ook van het vleesch verderf oogsten.

3. Bid Hem, om de deugd der versterving, opdat gij, iedere neiging dei-begeerlijkheid beheerscht en onderdrukt, en in alles weet maat te houden! Want

-ocr page 101-

S7

gij zijt een tempel van God, en tie Geest Gods woont in u. Als iemand den tempel Gods onteert, dan zal ook God hem verderven ; want de tempel Gods is heilig, en die zijt gij. Gedenk uwe uitersten, en gij zult in eeuwigheid niet zondigen.

Opwekking.

Ik heb hem gevonden, dien mijne ziel lief heeft, ik houd Hem hij mij, en zal -Hem nooit meer laten heengaan!

Gebed.

Hoe gelukkig ben ik op dit oogenblik! Ik heb Hem gevonden, dien mijne ziel lief heeft; ik houd Hem bij mij en zal Hem nooit weer laten heengaan. Gaat één dag, in Uwe voorhoven doorgebracht, o Heer, boven duizend anderen, hoezeer overtreft dan deze heilige stond, nu ik ü in mijn hart draag, alle andere uren mijns levens. En toch lieve Jesus, ik was zoo dikwerf ondankbaar tegenover ü, en waardeerde Uwe liefde niet. Het eenige wat Gij van mij begeerdet, was mijn hart, en ik gaf het niet aan U, maar aan de schepselen; verloochening van mij zeiven en versterving hebt Gij mij bevolen, als ik den naam van TJw waren volgeling

-ocr page 102-

88

wilde verdienen; maar ach, Heer, ik zocht andere vrienden op dan ü, ik zocht voldoening en ijdele vreugde, en dacht aan geen zelf beheersching en versterving. Ik ben nu vast besloten mijn leven te veranderen. Gij, Heer, zijt mijn God en mijn al. Ik aanbid U en verlang niets dan U en U alleen. Mijn grootste vreugde zal het voortaan zijn, aan ü te denken, van TJ te hoor en en te spreken, met U om te gaan. In mijn denken, verlangen en willen, zij er voortaan gelijkenis tusschen U en mij, gelijk het aan vrienden betaamt. Uw gebod zal ik gehoorzamen en zelfs de kleinste zonden myden, terwijl ik mij beijveren zal. Uwe eer overal te bevorderen. Niets valt zwaar aan hem, die waarachtig bemint; de liefde is sterk als de dood. Herinner mij dikwerf Heer, aan Uwe vermaning: indien iemand Mij bemint, hij zal Mijne geboden onderhouden. Zoete Jesus, verleen mij de genade, dat ik U niet slechts met woorden beminne, maar het ook door daden toone, om zoo waardig te worden, U eens in den hemel eeuwig te beminnen.

-ocr page 103-

Vóór de H. Communie.

JESÜS, ONZE WELDOENER.

Overweging,

1. Wie komt ? Christus de Erfgenaam van Zijn machtigen Vader; Hij, die rijk was, maar uit liefde tot ons arm geworden is, opdat wij, door Zijne armoede, rijk zouden zijn! Jesus komt, de Schepper en Koning van hemel en aarde, die de vogelen des hemels voedt, en de leliën des velds kleedt in heerlijke pracht. Hij is ook voor u bezorgd; Jesus komt, de vrijgevige Zoon van God, die eens al weldoende rondtrok en allen genas; de God die niet ophield, u wel te doen, maar, in het H. Sacrament des Altaars vooral, een gedenkteeken. Zijner bewonderenswaardige liefde, heeft opgericht.

2. Tot icien komt Hij ? Tot den armen Lazarus, die, afzichtelijk aan de poort

-ocr page 104-

90

ligt, en zich wensclit te verzadigen, met de kruimels, die van de tafel des rijken vielen ! Hij komt tot u, die zoo arm aan deugden en verdiensten zijt, en voor de genoten weldaden Hem steeds ondankbaarheid bewees. Jesus komt tot u, die aan alles gebrek hebt, terwijl gij naakt en hongerig van dorst versmacht.

3. Waarom komt Hij? Om u, eene goed neergedrukte, eene geschudde en overloopende maat van genade te geven. Hij ontfermt zich over den arme en behoeftige; de armen zullen eten, en verzadigd worden. Jezus komt u klee-den met Zijne weldaden, en voeden met Zijn eigen Vleesch en Bloed. Hij komt den behoeftige opheffen uit het stof. O liefde en goedheid van Jesus, wat ZÜ^ gij groot en bewonderenswaardig!

Opwekking.

Zie, gelijk de oogen der dienaren, op de handen hunner meesters, en c'.e oogen der maagden, op de handen hunner gebiedster, zoo zijn onze oogen gericht op den Heer, onzen God, totdat Hij Zich over ons ontferme!

-ocr page 105-

91

Geüed.

Aan Uwe voeten neergeknield, genadige Heer Jesus, aanbid en loof ik Uwe barmhartigheid en goedertierenheid, mij altijd betoond. Ja, ontelbare bewijzen Uwer liefde heb ik in mijn leven ontvangen; omdat ik een zondaar was, hebt Gij, het Lam zonder vlek, U aan den wreeden kruisdood overgegeven en smaad en pijn verduurd, en, ondanks mijn onwaardigheid, hebt Gij mij iederen dag, overvloedig Uwe weldaden geschonken. En thans? 0 nu zal ik niets slechts Uwe genade, maar U zelf, van wien alle goed voortkomt, in mijn hart mogen ontvangen. Verder, o God, kon Uwe liefde niet gaan! Voor U en voor alle Heiligen en Engelen, erken ik thans, dat ik die weldaden niet verdiend heb ; veeleer was ik straf en kastijding waardig voor mijne zonden en ondankbaarheden ; Ja Vader, mijn God en mijn Weldoener, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U. Maar toch, alle hoop op redding en behoud, ontzeg ik mij niet. Gij immers zijt in de wereld gekomen, om zondaars te redden eu zalig te maken, om de armen rijk te maken en de be-

-ocr page 106-

92

hoeftigen op te richten uit het stof en hen met de vorsten te doen aanzitten. Met een kinderlijk vertrouwen dan, Heer, durf ik het thans wagen, tot U te naderen; ja zelfs op nieuwe weldaden te hopen. Met een hart vol geloof, hoop en liefde, ga ik U ontvangen. Geef mij. Heer, dat ik het op waardige wijze moge doen, en zuiver mij meer en meer ; de berouwhebbende zondaar vindt altijd genade bij U. Verleen mij de gunsten en genaden, die mij uoodig zijn, om mijn eeuwig geluk te bewerken, en zoo ü in eeuwigheid mijn dankbaarheid te toonen voor Uwe onuitsprekelijke weldaden.

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE WELDOENER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, waarin Hij de schatten Zijner liefde uitstort; gij zijt die arme, die thans aan Hem, uwen nood en uwe ellende kunt openbaren! De Heer is het, die arm maakt en rijk, die ver-

-ocr page 107-

93

nedert en verheft; Hij is de Vader der armen, en zal het geroep der armen niet versmaden. De oogen des Heeren zijn op den arme gericht, nu vooral, nu Jesus, zoo van nabij uwe ellende beziet. Met Zich zeiven, beeft Hij u thans alles geschonken.

2. Bemin den Heer, meer dan allen rijkdom, en alle pracht der wereld. Hecht uw hart niet aan den rijkdom; de schatten, die gij u verzamelt, kunnen u door dieven ontnomen, en door de roest verteerd worden; maar de liefde met God duurt voort in eeuwigheid; bij Hem zijn onvergankelijke schatten, en eeuwige goederen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Zweer uwen lieven Jesus eeuwige trouw en liefde.

3. Bid Hem, om de deugd der rechtvaardigheid, opdat gij, zonder eenige gierigheid, den keizer geeft, wat des keizers is, en aan God. wat God toekomt. De vreeze des Heeren geeft schatten, glorie en leven. Wat de mensch zaait, zal hij ook maaien; en met dezelfde maat waarmede gij meet, zal ook u worden toegemeten. Verzaak ieder onrecht, nu de God van gerechtigheid, uw deel is geworden in de H. Communie.

-ocr page 108-

94

Opwekking.

Komt, hoort toe, gij allen die den Heer vreest, en ik zal verhalen, hoe groote dingen Hij aan mijne ziel gedaan heeft! Tot Hem, riep ik met mijnen mond, en lofverheffing had ik onder mijne tong!

Gebed.

Wat zal ik U, dierbare Jesus, wedergeven, voor alles wat Gij mij geschonken heht. Eeuwigen dank aan Uwe barmhartigheid en liefde! Gij hebt. Heer, nedergezien op de geringheid van Uwen dienstknecht, en groote dingen heeft Hij die machtig is aan mij gedaan; ja. Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht voor die Hem vreezen; Hij heeft kracht gedaan door Zijnen arm en de geringen verheven. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en Israël Zijnen dienstknecht aangenomen. Hoe meer ik Uwe weldaden beschouw, o Heer, des te meer schaam ik mij, over mijne ondankbaarheid. Want ach, lieve Jesus, ik was tot nu toe maar weinig erkentelijk voor Uwe gaven; ja, ik misbruikte Uwe goedheid en Uwe harm-

-ocr page 109-

95

hartigheid, en bedreef, roekeloos en herhaaldelijk, de grootste misslagen. Voortaan echter, lieve Jesus, zal het anders worden, U en U alleen wil ik beminnen, U loven en prijzen bij voor-en tegenspoed, in vreugde en verdriet, in gezondheid en lijden; ja, juist dat lijden Heer, wil ik gaarne verduren, om mij zoo. Uw waardigen volgeling te too-nen; de wereld wil ik verachten, om U onverdeeld mijn hart te geven. Wat toch baat het mij, al prijst de wereld mij, als Gij, die mijne daden kent, mijne werken op den oordeelsdag zult afkeuren; wat baat het mij of de wereld mij al roemt, als ik voor U een onnutte dienstknecht ben! Gedenk dan. Heer, mijne misslagen en de zonden mijner jeugd niet; ontferm U over mij volgens de grootheid Uwer barmhartigheid, en geef, dat ik U, dien ik thans in mijn hart bezit als mijn eigendom, niet meer dwinge mij te verlaten. Gij alleen zijt in het vervolg de Koning van mijn hart en mijn deel voor altijd. Verleen mij, dooide kracht van Uw H. Lichaam en Bloed, mijne voornemens getrouw te blijven, om zoo ook eens, in eeuwigheid. Uwe barmhartigheid te loven en te danken.

-ocr page 110-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE VERBORGEN GOD.

Overweging.

1. Wïe komt? De waarlijk verborgen God, de God van Israël, die Zijne majesteit omsluierde, en Zijne gedaante veranderde, om bij u Zijn intrek te nemen, en in vertrouwelijke vriendscliap, met u te leven. Zijne grootheid verbergt God hier onder de kleine hostie; Zijne almacht, onder de nietigste gedaante, Zijne onmetelijkheid, onder een klein gedeelte van brood en wijn. Zijne eeuwigheid, onder een vluchtig oogenblik. Zijne wijsheid, onder eene schijnbare dwaasheid. Hij verbergt zich, want geen mensch kan God zien en leven. In het H. Sacrament des Altaars vernedert Jesus zich nog dieper dan bij Zijne menschwording en bij Zijn lijden en dood.

-ocr page 111-

97

2. Tot wien komt Hij ?Tot den mensch, dien Hij zoo gaarne verborgen ziet, daar Hij tot hem zegt: ga in uwe kamer, sluit de deur achter u, en verschuil u voor een kort oogenhlik, totdat de verbolgenheid voorbijga! Jesus komt tot u, hoogmoedigen zondaar, die zoo gaarne in het openbaar optreedt, en de gunst der menschen vraagt, die niet de glorie van God maar slechts uw eigen eer zoekt. Nu de nederige Jesus tot u komt, moet gij uw hoogmoed en ergenliefde verfoeien, want God wederstaat den hoo-vaardigen, maar geeft aan de nederigen Zijne genade.

3. Waarom komt Hij? Om, in de geheimenis van Zijn aanschijn, den mensch verborgen te houden, tegen verontrusting der menschen! om hem in de eenzaamheid te voeren, daar tot zyn hart te spreken, en zich aan hem te openbaren ! Jesus in het H. Sacrament voor u verborgen, zegt nu tot u: leer van Mij, dat ik zachtmoedig en ootmoedig ben van harte. Een gruwel, in de oogen van God en der menschen, is de hoogmoed. Jesus komt, om u de nederigheid te leeren, de hoofddeugd van uw geestelijk leven.

4

-ocr page 112-

98

Opwekking.

Indien ik genade gevonden heb voor Uw aangezicht, toon mij dan, Heer, Uw gelaat, opdat ik U kenne, en genade vinde voor Uwe oogen!

GEBEn.

Met den diepsten eerbied, lieve Jesus, waag ik het wederom tot U te komen, en Ü, waarlijk, wezenlijk en zelfstandig in het H. Sacrament tegenwoordig, te ontvangen in de H. Communie. Ja waarlijk, Gij zijt hier de verborgen God: al aanschouwen mijne oogen U niet, o Heer; het geloof leert mij, dat Gij hier waarachtig tegenwoordig zijt, verborgen onder de Sacramenteele gedaanten. Welk eene vernedering voor U, o Jesus; hoever gaat toch Uwe liefde voor mij! Waarlijk, zoo erken ik met den Profeet, Gij zijt een verborgen God. Gij waart dit, Heer, toen Gij, nederdalend in den schoot eener maagd, de men-schelijke natuur hebt willen aannemen, om de wereld te redden; verborgen God toondet Gij U; toen Gij in armoede en ellende, in Bethlehem geboren werd; toen Gij door de Uwen niet ontvan-

-ocr page 113-

99

gen en door Herodes belaagd werd. Een verborgen Gcd, Heer, ja dat waart Gij in dat stille afgetrokken leven van dertig jaren te Nazareth, waar Gij aan Maria en Joseph onderdanig hebt willen zijn. Maar hier, in het H. Sacrament des Altaars, gaat Uwe vernedering nog verder, hier verbergt Gij ons ook Uwe nienschheid, terwijl niets Uwe godheid verraadt. Hier dus vooral, zijt Gij de verborgen God. Hier altijddurende vernedering en voortdurend stilzwijgen I Hier zijt Gij, o God, mijn Gevangene, die slechts wacht, totdat ik U kome bezoeken. Welnu dan, Jesus, ik geloof aan Uwe wezenlijke tegenwoordigheid in dit H. Sacrament; ik geloof, dat Gij juist Uwe zichtbare tegenwoordigheid aan mijn oog onttrekt, om des te inniger met mij te kunnen omgaan, en U geheel met mij te vereenigen. Kom dan Jesus, verborgen God, in mijn hart, reinig en zuiver het, opdat het waardig worde U te bezitten. O God, vermeerder mijn geloof, versterk mijne hoop, ontvlam mijne liefde en ontferm U mijner.

-ocr page 114-

100

Na de H. Communie,

JESüS, ONZE VERBORGEN GOD.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die u het verborgen Mauua uitdeelt ; beschouw u zeiven, als een van 's Heeren lievelingen, die zich nu in Zijnen schoot, met heerlijkheid en glorie verbergt! Ja, verberg u thans in Jesus' hart; ook over uwe ziel moest Jesus eens klagen: Jerusalem, Jerusalem, hoe dikwijls heb ik uwe kinderen willen vergaderen, gelijk eene hen hare kiekens onder de vleugelen verbergt, en gij hebt niet gewild! Versmaad nu Jesus' liefde niet meer; welke diepe vernedering kost het Hem niet, om in de H. Communie uw voedsel te worden; dank uwen Heer voor Zijne verborgenheid en oneindige liefde.

2. Bemin uwen Jesus, meer dan alle waardigheden en eereplaatsen, opdat gij, in uw leven, geen hoogeren roem moogt kennen, dan, uit liefde tot Jesus, verborgen en onbekend te zijn I Bid met

-ocr page 115-

101

Gods vrienden: Mij is het leven Christus, en sterven een gewin. Ik verlang niets anders te kennen dan Jesus en dien gekruisigd, üwe liefde, Heer, is mij genoeg. Mijn God en mijn al. Jesus geheel toebehooren, en Hem beminnen uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel en uit al uw verstand, zij uw levensdoel.

3. Bid Hem, om de deugd van nederigheid en heilige sterkte, opdat gij niet altijd op het zichtbare acht slaat, maar ook op het onzichtbare. Leer het aard-sche als waardeloos verachten, en hinderpalen en moeilijkheden overwinnen; streef meer en meer naar het hemelsche en verhevene, want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig! Smeek Hem: Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijk aan het Uwe. Een berouwvol en vernederd hart zult Gij, Heer, niet versmaden. Gij schenkt den nederigen Uwe genade!

Opwekking.

Wie geeft mij vleugels als die eener duif? en vliegen zal ik, eu verademen. Zie, verre ga ik vluchtend henen, en ik blyf in de woestijn.

-ocr page 116-

102

Gebed.

Dierbare Jesus, wees gegroet; waarachtig Manna, verborgen God, rust in mijn hart. Gij hebt my. Heer, een he-melsch Brood gegeven, dat alle zoetheid in zich bevat. De Engelen benijden thans mijn geluk; en ik, o God, getroffen door Uwe goedheid en Ternedering, aanbid U, waarachtig onder deze gedaante van brood verborgen; mijn hart onderwerpt zich geheel aan U, want bij Uwe aanschouwing erkent het zijn niet. Op het kruis was alleen de godheid verborgen, hier zijn de godheid en de menschheid gelijk verborgen; beide erken en belijd ik; geef dat mijn geloof in U en mijne hoop op U, steeds aangroeien en mijne liefde tot U dagelijks toeneme. Ontvang dan, lieve Jesus, mijn oprechten dank voor de alles overtreffende genade, mij heden, door Uwe afdaling in mijn hart, geschonken ; zie Heer, ik ben geheel Uw eigendom, handel met mij naar Uw behagen ; mijn lichaam en mijne ziel draag ik U thans op, en beloof vast mij op de nederigheid te zullen toeleggen. Uwe verborgenheid en vernedering in dit H. Sacrament, zijn mij hiertoe een voor-

-ocr page 117-

103

beeld. Die U wil navolgen en Uw ware leerling wil zijn, hij moet zich zeiven verloochenen; die de eerste wil zijn, moet zelf dienaar zijn, want slechts de nederigen worden verheven, slechts den nederigen hebt Gij, Heer, Uwe genade beloofd. Dit zijn, o Jesus, Uw eigen woorden en vermaningen, en ik ben vast besloten van nu af aan, er naar te luisteren ; ik wil mij van de wereld onthechten, om slechts voor U te leven; Uwe liefde, Heer, is mij genoeg. O Jesus dien ik nu omsluierd aanschouw, verhoor de vurige begeerte van mijn hart en geef, dat ik U eens van aanschijn tot aanschijn aanschouwen moge, en zalig zijn in het eeuwige glorielicht.

-ocr page 118-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE HEMELSCHE DRANK.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Wijn, die maagden kweekt. Hij bereidt dien drank aan die bedroefd van harte zijn, opdat zij drinken, hun ellende vergeten, en hun smart niet meer gedenken! Sprak de Heer ook niet duidelijk, tot de Joden: Mijn Vleesch is waarlijk spijs, en Mijn Bloed is waarlijk drank? En heeft Hij, in het laatste Avondmaal, niet even duidelijk aan Zijne Apostelen gezegd: neemt en eet, dit is Mijn Lichaam dat voor u zal worden overgeleverd; en, hun den kelk toereikende, drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed des Nieuwen Verhonds, dat voor u zal vergoten worden ; doet dit te Mijner gedachtenis? Diezelfde woorden spreekt Jesus thans tot u.

-ocr page 119-

105

2. Tot ivien komt Hij ?Tot den mensch, dien Hij plaatste op het uitgestrekte veld Zijner Kerk, opdat hij honig uit de steenrots, en olie uit den hardsten steen zou proeven, en den zuiversten wijn drinken! Jesus zelf komt tot u, en vraagt: kunt gij dezen kelk drinken ? Is uw hart bereid? Herinner uw Jesus' woord: de mensch beproeve dan zich zeiven, en ete zóó van dit Brood, en drinke zóó van dezen Kelk! want die er onwaardig van eet en drinkt, eet en drinkt zich het oordeel; wijl hij het Lichaam des Heeren niet onderscheidt.

3. Waarom komt Bij? Om u Zijn liefdebeker aan te bieden, en u met Zijne liefdegaven te overstelpen! Jesus komt, om uwen dorst te lesschen, en u dronken te maken door den overvloed van Zijn huis.

Opwekking.

Komt allen, en eet Mijn Brood, en drinkt den Wijn, dien Ik u gemengd heb !

Gebed.

Met een gevoel van dankbaarheid en liefde, Jesus, ga ik U heden in de H. Communie ontvangen; den kelk des heils

-ocr page 120-

106

ga ik opnemen en den naam des Hee-ren aanroepen. Ja, dierbare Verlosser, heden vooral hoor ik U tot mij zeggen: kom tot mij, gij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken; heden her-haalt Gij, Heer, voor mij hetzelfde woord, dat Gij eens tot de Samaritaansche vrouw hebt willen spreken: O indien gij de gave Gods kendet en wist wie het is, die U vroeg: geef mij te drinken, gij zoudt voorzeker van Hem gevraagd hebben te drinken, en Hij zou U een levend water gegeven hebben. Want al het water dat gij uit dezen aardschen put zult drinken, verslaat den dorst niet; maar die van het water drinken zal, dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer hebben. Welaan, dierbare Jesus, met de Samaritaansche vrouw antwoord ik U heden: Heer, geef mij dat water, opdat ik geen dorst meer moge hebben! Tot dusver zocht ik meestal bevrediging in wat zinnelijk en verboden was, maar thans verzaak ik alle wereldsche gedachten en begeerten en verzucht slechts naar U, o God, naar den liefdebeker, dien Gij mij aanbiedt; thans ja, verlangt mijne ziel naar U, o God, gelijk het hert snakt naar de

-ocr page 121-

107

waterbronnen. Indien iemand dorst heeft, hij kome tot mij; zoo hebt Gij eens gesproken, Heer, en ik gaf er weinig acht op; U de.bron van levend water verlatend, heb ik kuilen gegraven, die geen water konden bevatten; ja Heer, ik gevoel thans de ledigheid en nietswaardigheid der zondige en zinnelijke genoegens en verlang, met een hart vol liefde naar U, naar den wijn die maagden voortbrengt er. wiens zoetheid al het andere overtreft. Kom dan Heer, kom spoedig en laat mij aan Uwen H. liefde-disch aanzitten, gekleed met het reine bruiloftskleed. Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden.

Na de H. Communie.

JESUS, DE HEMELSCHE DRANK.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die uwe ziel, in Zijn heilig Bloed, afwascht; gij zijt die gelukkige, aan wien Hij nu zijn liefdebeker

-ocr page 122-

108

reikt! Thans kunt gij uwen brandenden dorst lesschen, niet zooals eertijds de Joden met het water uit de steenrots, maar met het kostbaar Bloed van Jesus, dat ons reinigt van alle zonden.

2. Bemin Jesus, met eene zuivere en oprechte liefde, zooals de heilige Maagden Hem beminnen ; zoodat er in u geen begeerte tot zonde meer overblijve, en gij heilig en onbevlekt moogt zijn! Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien. Zalig zij, die hunne kleederen wasschen in het Bloed van het Lam; zij zullen het Lam eens volgen in den hemel, overal waar het gaat. Bemin Jesus, den Minnaar der zuiverheid, en volg Hem na.

3. Bid Hem om de reinheid des harten, opdat gij, met onbevangen blik, u boven het aardsche verheffen, en Gods schoonheid kunt beschouwen. Vraag den lieven Jesus de noodige kracht, om den goeden strijd te strijden, en de drievoudige begeerlijkheid te overwinnen. Waak en bid, opdat gij niet valt in de bekoring. De God der sterkte is thans bij u; als God met ons is, wie zal er dan tegen ons zijn?

-ocr page 123-

109

Opwekking.

Gij richt voor mijn aanschijn een maaltijd aan tegenover hen, die mij kwellen; Gij zalft met balsemolie mijn hoofd, en mijn zwijmelkelk, hoe voortreffelijk is hij!

Gebed.

Vol vertrouwen aan Uwe voeten neergeknield, aanbid ik U, dierbaren Zaligmaker, terwijl ik eerbiedig Uwe H. wonden kus. Gezegend Uwe komst in mijn hart, gezegend üwe liefde, die zoover is gegaan, dat Gij, met dezen verheven kelk, mijne dorstige ziel hebt willen drenken. Wees duizendmaal gedankt en geprezen voor Uwe goedheid en vrijgevigheid. O in Uwen dorst heb ik, evenals weleer üwe beulen, U met gal en edik gelaafd; Gij hebt gedorst naar mijne ziel en haar geluk, en ik heb Üwe goedheid veracht, en U den rug toekeerend, mijn geluk elders gezocht. En nu reikt Gij mij Uwen liefdebeker en mocht ik het H. Sacrament des Altaars ontvangen, dat Gij hebt ingesteld met de woorden: dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed. Ja Heer, Uw Vleesch is waarlijk Spijs en Uw Bloed is waarlijk

-ocr page 124-

110

Drank; ik geloof in Uw woord, vermeerder mijn geloof. Uit liefde tot mij, hebt Gij op Uw kruis eens uitgeroepen; ik heb dorst; zoo groot was Uw verlangen naar mijn geluk; lieve Jesus, ik geef U dan thans mijn hart, uit wederliefde; geen zonden meer. 0 Jesus .'geef dat ik uit zuivere liefde tot U moge hongeren en dorsten naar de rechtvaardigheid, naar die deugden door U zeiven beoefend en mij voorgehouden. In het bijzonder. Heer, vraag ik U de deugd van zuiverheid, nu ik den wijn gedronken heb, die maagden voortbrengt. Ach Heer, ik ben zoo zwak, de vijand is zoo sterk en de wereld is zoo slecht. Maar Uwe genade is mij genoeg; als Gij mij Uwe hand toereikt, kan ik alles in U, die mij versterkt; geef mij, genadige Jesus, Uwe krachtige hulp, om alle gevaren en vijanden mijner ziel te overwinnen; moge ik zuiver van harte zijn, om U eens te kunnen zien in den hemel, en te mogen behooren tot het getal dei-uitverkoren maagden, die daarboven het onbevlekte Lam volgen, overal waar het gaat.

-ocr page 125-

m

Vóór de H, Communie.

JESÜS, HET HEMELSCH BROOD.

Overweging.

1. Wie komt? Christus het Brood Gods, diit van den hemel is nedergedaald, en leven geeft aan de wereld! Dezelfde Jesus, dien de Emmaüsgangers herkenden aan het breken des broods, komt tot u; hier doet Hij nog grooter wonder, dan bij de broodvermenigvuldiging in de woestijn, toen Hij vijfduizend mannen, met vijf brooden spijzigde; hier geeft Jesus zich zeiven, onder de gedaante van brood, als de kostbaarste spijs ten eeuwigen leven.

2. Tot wien komt Hij? Tot uwe ziel, van wien Jesus, evenals van de Kanaani-tische vrouw, in waarheid zeggen kan: Het is niet wel het brood der kinderen te nemen en het te werpen voor de honden!

-ocr page 126-

112

Ja, onwaardig is de mensch zulk een hooge gunst te ontvangen; en het is alleen Gods uitnoodiging en dringend bevel, die u tot Hem doen naderen; want Jesus spreekt niet van gewoon voedsel, maar zegt duidelijk: het Brood dat Ik geven zal, is mijn Vleesch; die dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid. Die alzoo dit Brood eet, wordt deelachtig aan het Lichaam des Heeren; die het niet ontvangt, zal het leven in zich niet hebben.

3. Waarom komt Hij? Om het Brood te zijn, dat uw hart zal versterken, en uwe ziel te voeden met deze Hemelspijze, opdat gy, in het vervolg, niet meer op den weg zult bezwijken. Wel moogt gij thans zeggen, wat eens de Joden uitriepen : Heer, geef ons altijd dit Brood; want zalig hij, die dit Brood zal eten in het Rijk van God. Jesus gaat thans uwen honger stillen; dank en aanbid Hem, en zet u, met een rein bruiloftskleed, neder aan Zijnen disch.

Opwekking.

En zij zeide; zoo is het Heer! want ook de hondjes eten van de kruimeltjes, die van de tafel hunner meesters vallen!

-ocr page 127-

113

Geded.

Liefderijke en vrijgevige God, ik verschijn thans voor Uw aanschijn, zooals die ontijdige vriend, van wien het Evangelie meldt, dat hij des nachts bij zijn vriend bleef aankloppen, om brood te bekomen. Zie Heer, ik ben arm en behoeftig; mijne krachten zijn uitgeput en als Gij mij ongespijsd laat henengaan, vrees ik op den weg te bezwijken. Goede Jesus, liefdevolk vriend, zie ik klop aan bij U, en bid en smeek ü om dat he-melsch Brood, dat mij zal verkwikken en opbeuren. Toon mij thans Uwe goedheid en barmhartigheid! Ik verdien wel geene verhooring, omdat ik U zoo dikwijls beleedigd heb, maar toch, ik vertrouw op Uwe grenzenlooze ontferming! Heer, geef mij het levend Brood, dat van den hemel is nedergedaald, voed mij met het Brood der Engelen en met den kelk van eeuwig geluk. Geef ons heden ons dagelijksch brood; Gy, die aan een ieder voedsel geeft op den gestelden tijd, versterk mij thans met deze hemelsche Spijze, opdat ik, in de kracht dier Spijze, voortwandele op mijnen levensweg. Gelukkig oogenblik; het Brood der Enge-

-ocr page 128-

Ill

len wordt het brood dor stervelingen! Wonder van Gods Almacht; de dienstknecht zal zijn Heer nuttigen! Goede Herder, waarachtig Brood, Jesus, ontferm U mijner! Wil ons hoeden en beschermen en laat ons allen ü eens aanschouwen in het land der levenden. Welaan dan, Heer, vertrouwend op Uwe goedheid, waag ik het aan dezen H. maaltijd te gaan aanzitten; immers Gij zelt' noodigt mij uit, ja dwingt er mij toe door Uw woord: voorwaar, voorwaar ik zeg u, indien gij het Vleesch van don Zoon des menschen niet eet en Zijn Bloed niet drinkt, zult Gij het leven in U niet heliben. Die Mijn Vleesch eet en Mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwig leven, want Mijn Vleesch is waarlijk Spijs en Mijn Bloed is waarlijk Drank.

Na de H Comnunie.

JESUS, HET HEMELSCH BROOD.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die u, den hongerige, Zijn hemelsch Brood breekt; gij

-ocr page 129-

115

zijfc die behoeftige, wiens honger thans door Jesus wordt gestild! Geen aardsche spijs bezit die kracht; hier, bij Jesus alleen, kan de mensch verzadigd worden, en rust vinden voor zijn hart. God zelf heeft het eens gezegd: die Mij eet, zal ook door Mij leven; alzoo kunt gij thans zeggen: niet ik leef, maar Christus leeft in mij. Hij heeft de hongerigen met goederen vervuld, en de rijken ledig weggezonden. Dank Jesus voor Zijne over-groote goedheid en ontferming.

2. Bemin den Heer, met eene standvastige liefde, zooals de H. Belijders Hem beminden. Haak toch niet meer naar verboden spyzen, die uw hart niet kunnen bevredigen; zoek, voor alles, het Rijk Gods en bewaar u in Jesus' liefde. Als ik de liefde niet heb, zegt de Apostel, ben ik nietsal sprak ik de taal van Engelen en menschen; als ik de liefde niet bezit, ben ik als een luidend metaal en een klinkende bel. Bewijs aan God uwe liefde, door ook uwen evenmensch te beminnen, en den arme en behoeftige naar uw vermogen te helpen.

3. Bid God, om de ware armoede des geestes, opdat gij, onthecht aan het aardsche, des te gemakkelijker loopt op

\

-ocr page 130-

116

den weg der volniaaktbeid, die ten hemel leidt! Onthoud de aalmoes niet aan de armen, want de aalmoes bevrijdt van alle zonden, en van den dood. Hecht u alleen aan Jesus, en onthecht u aan het zinnelijke en aardsche; toon uwe liefde aan anderen, zooals de Heer u ook heden Zijne liefde getoond heeft.

Opwekking.

En regenen deed Hij voor hen, Manna om te eten, en Brood des hemels, gaf Hij hun; brood van Engelen at een mensch! Voedsel zond Hij hun in overvloed. En zij aten en werden verzadigd bovenmate!

Geued.

Met geen vergankelijke spijze, maar met de Spijs die blijft ten eeuwigen leven, met Uw H. Lichaam en Bloed hebt Gij, dierbare Jesus, mijn hongerige ziel gevoed. Oneindig veel meer dan de Joden eens ontvingen in het hemelscb manna, heb ik thans in de H. Communie ontvangen. Mijn God en mijn al; Tarwe der Uitverkorenen ; levend Brood uit den hemel nedergedaald, U bezit ik thans in mijn hart.

-ocr page 131-

117

Ja thans is mijn honger gestild en ben ik verzadigd boven mate. Uwe liefde Heer, is mij genoeg. Geen twee heeren kan ik dienen, en daarom, lieve Jesus, ach onthecht mijn hart aan het aard-sclie, om U geheel toe te behooren en voor U alleen te leven. Luister thans, o Heer, naar mijne smeekingen. Vermeerder mijn geloof, mijne hoop en mijne liefde. Geef mij de gave des ge-beds, opdat ik steeds, in den geest met U vereenigd moge leven en nooit ophouden ü om verhooring te vragen. Laat niet toe, lieve Jesus, dat ik dit hemelsch Brood ooit onwaardig ontvange, maar geef dat ik, door U dikwerf op waardige wijze te nuttigen, mijne zwakke krachten moge versterken en ondersteunen. Eindelijk, Heer, als Uw onwaardige dienstknecht aan het eind van zijn aard-sche loopbaan is gekomen, Jesus, getrouwe vriend, verlaat hem dan niet, maar kom dan nog eens tot hem, opdat hij dan, gesterkt met de H. Teerspijze, getroost de wereld verlate, om met U in alle eeuwigheid vereenigd te leven.

-ocr page 132-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE HOOGEPRIESTER DER NIEUWE \¥ET.

OvEKWEGING.

1. Wie komt? Christus, de Hooge-priester, een die heilig is, onschuldig, onbevlekt, afgezonderd van de zondaars, en hooger dan de hemelen geworden; die, in de dagen Zijns vleesches, nadat Hij gebeden en smeekingen tot dien Hem uit den dood kou verlossen, met sterk geroep en tranen, had opgedragen, om Zijne eerbiedigheid verhoord is geworden! Het is dezelfde Jesus, die in alles aan Zijne broeders moest gelijk worden, om barmhartig te zijn, en een trouwe H oogepriester te worden voor God, ter verzoening der zonden van Zijn volk. Hij is Hoogepriester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedech.

-ocr page 133-

119

2. Tot trien komt Hij? Tot een dier menschen, van wie gezegd is: gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk Priesterdom, een heilig volk, een volk des eigendoms! God heeft zich vernederd, om u te verheffen; ja, om u, ontving Hij in het huis van den Joodschen Hoogepriester een kaakslag. Ook door uwe zonden, hebt gij Jesus, den waren Aaron, uw Hoogepriester, zwaar belee-digd; en toch, Jesus komt tot u.

3. Waarom koiiit Hij? Om uw lichaam, tot een tempel Gods, en uw hart, tot Zijn altaar te wijden; opdat gij een welgevallig offer aan den eeuwigen Vader zoudt kunnen aanbieden, een offer van een aangenamen geur! Offer dan, op het altaar uws harten, niet aan valsche goden, maar alleen aan Jesus; breng Hem den goeden geur uwer goede werken, den wierook uwer aanbidding.

Opwekking.

Zie, Ik zend Mijn Engel, en hij zal den weg bereiden, voor Mijn aangezicht. En terstond zal tot Zijn tempel komen, de Heerscher dien gij zoekt, en de Engel des Verbonds, dien gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de Heer der heerscharen!

-ocr page 134-

120

Gehei).

Met een kinderlijk vertrouwen kom ik heden tot U, dierbare Jesus, om Uw H. Lichaam en Bloed in mijn arm en zondig hart te ontvangen. Voor Uwe tallooze weldaden, verdient Gij de aanbidding en hulde aller schepselen. Ook ik onwaardige, die U zoo dikwerf be-leedigde, bied U mijn nederigen dank aan, en hoop genade te vinden in Uw oog. En dit vertrouwen rust op goeden grond; want Gij, lieve Jesus, zijt mijn Hoogepriester, mijn Voorspraak. Gij hebt, om den smaad en de oneer van het menschelijke geslacht te herstellen, U zeiven opgeofferd en tot Uwen hemel-schen Vader gezegd: Zie, Ik kom. En Gij zijt gekomen. Gij hebt de gestalte van een dienstknecht aangenomen, en op het kruis hebt Gij mijne zaak bepleit; U zeiven oifereud, hebt Gij, met sterk geroep en tranen, mijne smeekingen aan den Vader opgedragen; Gij mijn Middelaar, hebt mij, kind van gramschap, weer tot Uw eigen kind aangenomen. En nu? O nu hoor ik U weer tot mij zeggen; Zie ik kom; ik kom tot U, mijn kind, om geheel uw lichaam en ziel in

-ocr page 135-

121

bezit te nemen, om uw licliaam tot een tempel Gods en Uwe ziel tot mijn altaar te wijden, om nogmaals uw Voorspraak te zijn by den eeuwigen Vader. Zuiver dan mijn hart, o God, en vergeef mij al mijne zonden, door de voorbede en de verdiensten van mijn Verlosser en Hooge-priester. 0 Jesus, Zoon Gods, neem mijne zaak op U; de hemelsche Vader verhoort U altijd om Uwe eerbiedwaardigheid. Tot Ü ijl ik, mijn hoop en verwachting; aan Uw H. Gastmaal ga ik aanzitten, om mijne zwakke krachten te versterken en den goeden strijd te kunnen strijden. Wees ook thans, in dit heilig uur, mijn Voorspraak; geef mij de genade, U waardig, met een geloovig en minnend hart, te ontvangen; en dat deze H. Communie mijn lichaam en ziel behoede voor het eeuwig verderf. Kom Heer .lesus, kom spoedig!

Na de H. Communie.

JESUS, DE HOOGEPRIESTER DER NIEUWE WET.

Overweging.

1. Beschouw, met deoogen des geloofs.

-ocr page 136-

122

Christus in uw hart, als den grooten Hoogepriester, die de hemelen is doorgegaan, maar nu weder daaruit afdaalt, om zich met u te vereenigen; gij zijt zijn dienaar, dien Hij tot Zijnen dienst bestemd heeft! Jesus rust thans in uw hart; Hij, die, als de Hoogepriester dei-toekomstige goederen, door een hooger en volmaakter tabernakel, dat niet door menschenhanden gemaakt is, dat is niet van deze wereld, en niet met het bloed van bokken en stieren, maar met Zijn eigen bloed eenmaal het Heiligdom is binnengegaan, en eene eeuwige verlossing bewerkt heeft. Want, indien het bloed van bokken en stieren, en de uitgestrooide asch van een vaarskalf, de onreinen heiligt, zoodat zij lichamelijk rein worden, hoeveel te meer zal dan het Bloed van Christus, die, door den H. Geest, zich zeiven als een onbevlekt oifer aan God heeft opgedragen, ons geweten zuiveren van doode werken, om den levenden God te dienen!

2. Bemin Jesus, met eene groote nauwgezetheid, zooals de heilige Herders dei-Kerk Hem beminden, opdat gij, in den dienst van dien zoo grooten Hoogepriester, ook zelfs de kleinste nalatigheid

-ocr page 137-

123

vermijdt! Want hij, die zegt God lief te hebben, en Zijne geboden niet onderhoudt, is een leugenaar. Die God bemint, onderhoudt Zijne geboden.

3. Bid Hem, om de gave der barmhartigheid, opdat gij eeuwige barmhartigheid moogt verwerven van Hem die zelf in alles beproefd is geworden, en met onze zwakheden medelijden heeft gehad! Smeek uwen Hoogepriester, om den waren geest van offer, opdat gij, met onderwerping aan Gods H. wil, alles uit Zijne hand moogt aannemen, wat het Hem zal behagen u over te zenden; Jesus toch heeft voor u alles ten offer gebracht.

Opwekking.

Wij gedenken Uwe goedertierenheid, o God, in het midden van Uwen tempel. Naar Uwen naam, God, zoo is ook Uw roem tot aan des aardrijks einden. Vol gerechtigheid is Uwe rechterhand!

Gebed.

Mijn allerzoetste Jezus, wat zal ik thans zeggen! Almachtige God, voor mij eens opgeofferd aan het kruis, en nu U

-ocr page 138-

12-i

nog dieper in dit H. Sacrament van Uw Vleescli en Bloed vernederend, waar zal ik woorden vinden, om U mijn dank te betuigen? God van offer, geef mij den waren geest van offer; de dienstknecht is niet meer dan zijn meester; als wij uit Uwe hand. Heer, het goede aannemen, waarom zullen wij dan ook het kwade niet verduren? En ik, o Heer, heb vele beproevingen verdiend door mijne zonden; wanneer Gij mij dus beproeven wilt, zie ik ben bereid alles van U te aanvaarden. Heer, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Reeds zie ik de glorie, die Gij mij hebt toegezegd, want de weg des kruises is de weg ter eeuwige heerlijkheid. Al beproeft Gij mij. Heer, Gij doet het nooit zoo, dat de beproevingen mijne krachten te boven gaan. Gij sterkt mij met Uwe genade en vooral met Uw H. Lichaam en Bloed. Blijf dan bij mij, Jesus; blijf mijn troost en kracht, mijn Voorspreker bij Uwen hemelschen Vader. Als Gij, Heer, met mij zijt, wie zal er dan tegen mij zijn? Gij zijt de Bron van leven, de Bewerker van mijn eeuwig geluk. Thans dan breng ik U vrijwillig het offer van mijn hart. Weinig is het, Heer, wat ik U kan aan-

-ocr page 139-

125

bieden, maar liet is alles wat ik bezit. Ik wil mij zei ven afsterven, om alleen voor U te leven en Uw volgeling te zijn; Gü zelf hebt het gezegd: indien iemand na mij komen wil, dan verloo-chene hij zich zeiven, neme dagelijks zijn kruis op en volge mij na. Die vermaning wil ik opvolgen, en U zoo, door mijn heilig leven, mijn dank betuigen voor al Uwe weldaden, maar vooral voor die groote weldaad, die ik heden van Uwe goedheid ontvangen heb.

-ocr page 140-

Vóór de H. Communie.

.TESÜS, DE LIJDENDE HEILAND.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Man van Smarten, die weet wat lijden is; die onze smarten op zich heeft geladen; die gewond werd om onze zonden en onze ongerechtigheden, en verbrijzeld om onze misdaden; op Wien de tuchtiging was, tot onzen vrede, en door Wiens striemen wij werden genezen. Dat smartvol lijden en sterven des Heeren, wordt u in het H. Sacrament des Altaars, op onbloedige wijze, voor oogen gesteld. Zegt de Apostel' niet duidelijk: Zoo dikwerf gij dit Brood eten, en dezen Xelk drinken zult, zult gij den dood des Heeren verkondigen, totdat Hij kome?

2. Tot wien komt Hij? Tot u, die

-ocr page 141-

127

tot gemakzucht geneigd, en afkeerig van ieder offer, vijand zijt van het Kruis van Christus; tot u, die u wenscht te kronen met rozen, terwijl Jesus met doornen gekroond is! In het H. Sacrament Zijner liefde, ontvangt Jesus menigmaal dezelfde verachting, verloochening en bespotting als eertijds van Zijne vijanden : daar wordt Hij dikwerf opnieuw met een kus verraden en gekruisigd. Misschien hebt gij u ook aan die gruweldaden schuldig gemaakt, en nochtans, Jesus komt thans vol liefde tot u.

3. Waarom komt Hij ? Opdat het verre van u moge zijn te roemen, dan op het Kruis van Christus, door Wien de wereld u gekruisigd is, en gij der wereld gekruisigd zijt, en opdat gij de werken van den Heer Jesus, in uw lichaam zoudt dragen ! Jesus komt, om u aan de vruchten van Zijn lijden deelachtig te maken, en Zijne verdiensten op u toe te passen. Welk eene liefde en bezorgdheid van Jesus voor uw geluk!

Opwekking.

Totdat de dag opkomt, en de schaduwen nederdalen, wil ik den berg der myrrhe beklimmen en den heuvel van

-ocr page 142-

128

den wierook ! Steeds moet gij, door versterving en gebed, u oefenen in den strijd.

Gehed.

Almachtige, eeuwige Vader, ik bewonder Uwe goedheid, die Uwen éen-geboren Zoon het bevel gaf, om, als de goede Herder, Zijn leven voor Zijne schapen te geven. In vereeniging met de liefde en gehoorzaamheid, waarmede Uw Zoon dat besluit volvoerde en zich opofferde aan het kruis, draag ik U heden deze H. Communie op, terwijl ik U smeek om vergiffenis over al mijne zonden en om de genade van in het vervolg steeds dankbaar te zijn voor Uwe liefde.

Zie neder, o Vader, op Uw kind, dat Gij hebt vrijgekocht door het Bloed van Uwen Zoon. Verlicht mijn hart, opdat ik toch steeds beseffe, tegen welk een losprijs ik ben vrijgemaakt, en welk een overgroote liefde Gij voor mij hebt overgehad. Om mij van den ondergang te redden, hebt Gij Uwen Zoon naar deze wereld afgezonden, om er te lijden. Om mij ten leven op te wekken, hebt Gij Uwen Zoon den dood prijs gegeven. En

-ocr page 143-

129

dit alles is geschied, om mij tot Uwe liefde terug te voeren. O mocht dan het lijden en de dood van Uwen Zoon, mij altijd levendig voor den geest staan! Vermeerder o God, mijne liefde voor U, bij de beschouwing van Jesus' smarten en mijne zonden, die de oorzaak er van waren.

Thans, lieve Jesus, ga ik U ontvangen in de H. Communie; en de gedachtenis houden aan Uwen dood. Hoe onwaardig ik ook ben, ik nader tot ü, omdat Gij mij uitnoodigt; door eene vurige Communie, wensch ik U heden den smaad te vergoeden, die zoovelen U aandoen in het Sacrament, en U eerherstel brengen voor de beleedigingen en heiligschennissen, waardoor Uw lijden zoo dikwerf vernieuwd wordt. Ik verban thans uit mijn hart, alles wat ü kan mishagen, en bied U mijn hart aan, als het eenige wat ik U geven kan. Jesus, lijdende Heiland, ontferm U mijner, en geef dat deze H. Communie mijne glorie in den hemel moge vermeerderen.

-ocr page 144-

130

Na de H. Communie.

JESUS, DE LIJDENDE HEILAND.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als den lijdenden Heiland; gij zijt de ondankbare, die nog niet geleerd hebt u af te sterven van de wereld, hoewel u dagelijks, in het heilig Misoffer, den dood des Hee-ren verkondigd wordt! Hier, in Zijn H. Liefdegeheim, beoefent Jesus, om uwentwille, dezelfde deugden, die Hij eens in Zijn lijden beoefende : Hij gehoorzaamt aan Zijnen Vader, ja zelfs aan de menschen; Hij levert zich zeiven geheel over, en terwijl Hij met het grootste geduld de beleedigingen verdraagt, vergeeft Hij Zijnen vijanden, en bidt voor hen.

2. Bemin den Heer, met eene krachtdadige liefde, zooals de heilige Martelaars Hem beminden, zoodat gij in waarheid zeggen kunt: wie zal ons van Christus' liefde afscheiden? verdrukking of angst? honger of naaktheid? gevaar of vervolging? of het zwaard? Niemand heeft

-ocr page 145-

131

grooter liefde, dan die zijn leven geeft voor zijne vrienden; en Jesus toonde Zijne liefde, door voor allen te sterven. Moet de Heer ook tot u klagen; mijn volk wat heb Ik u gedaan, of waarin heb Ik u bedroefd? Wat heb Ik meer moeten doen ? Welnu, in het vervolg geen ondankbaarheid meer, nu gij met Jesus' Lichaam en Bloed gesterkt zijt.

3. Bid Hem, om eene heilzame droefheid, opdat, gelijk het lijden van Christus overvloedig uw deel is, ook de vertroosting door Christus, voor u overvloedig moge wezen ! Het lijden van dezen tijd, komt in geen vergelijking by de toekomstige heerlijkheid, die eens in ons zal geopenbaard worden. Strijd dan moedig den goeden strijd.

Opwekking.

Een myrrheplant is mijn Geliefde voor mij; Hij rust aan mijnen boezem. Moge het lijden van Jesus, uw Heiland, u steeds voor oogen staan, en Jesus' tegenwoordigheid u kracht geven tegen de aanvallen van den duivel.

Gebed.

Wie ben ik, Heer, dat Gij U verwaar-

-ocr page 146-

132

digt zoo dikwerf in mijn hart te komen rusten. Het was U niet genoeg, voor mij pijn en smaad te verduren en op liet Kruis te sterven, nog grooter bewijs Uwer liefde ontving ik thans, nu ik U in de H. Communie mocht ontvangen. Nu Gij, goede Herder, by mij zijt, vrees ik. Uw dwalend schaap, den ondergang niet meer, en gevoel ik mij sterk tegen alle vijanden mijner ziel, die als roofzuchtige wolven rondgaan, om mij ten verderf te voeren. Rlijf dan bij mij, lieve Jesus, en verlaat mij nimmer meer. Wat zal ik, armzalig mensch, U dan voor al Uwe weldaden terug geven? Wat hebt Gij meer, o God, voor mijn heil kunnen doen? Gewond van het hoofd tot de voeten, hebt Gij Uw leven voor mij' gegeven. Ja, Heer, ik ben Uw schuldenaar. Het is billijk dat ook ik mijn leven aan U afsta. U dan. Heer, wil ik beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijn verstand; Uwe voetstappen wil ik volgen: Gij zijt het volmaakte Toonbeeld aller deugden, ik neem mij voor ze naar vermogen te zullen navolgen, vooral dan wanneer het er op aankomt de kruisen des levens te dragen, en offers voor U

-ocr page 147-

133

te brengen. Ach Heer, deze aarde is een tranendal; troost en verblijd mij dikwijls door Uwe komst in mijn hart; het is de eenige ware vreugde, die ik hier smaken kan en mij aan de vreugde van het Paradijs herinnert. Maar vooral, dierbare Zaligmaker, blijf bij mij met Uwe genade, opdat ik, mijne vijanden overwinnend, van ü eens het eeuwig loon moge verkrijgen in den hemel, waar alle lijden zal ophouden en waar de gelukzaligen verzadigd worden door den overvloed van Uw huis.

-ocr page 148-

Vóór de H. Communie,

JESUS, ONZE MOEDER.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, die zicli eeue Moeder toont, wanneer Hij zegt: kan wel eene vrouw haar kind vergeten, dat zij zicli niet ontfermen zou, over den zoon van haren schoot? En al zon zij het vergeten : Ik zal u niet vergeten! Als eene moeder, liefkoost Jesus u. Hij trekt u tot zich, door inwendige verlichtingen, door opwekking en vermaning. Voedt Hij u niet met Zijn woord en Zyne genade, ja met Zijn eigen Vleesch en Bloed? Ook verwarmt en koestert Hij u, door u den geest van liefde, godsvrucht en ijver te verleenen, en beschermt u, in bekoringen en gevaren.

2. Tot wien komt Hij? Tot u, nog zoo klein en onbedreven in het geeste-

-ocr page 149-

135

lijke, aan wien koninklijke roem, macht en nieuw leven geschonken wordt, totdat Christus in u gevormd zij. Jesus komt tot uwe ziel, over wie Hij thans mis-schienklagen moet: Jerusalem, Jerusalem, hoe dikwerf heb ik uwe kinderen willen verzamelen, zooals een hen hare kiekens onder de vleugels verzamelt, en gij hebt niet gewild!

3. Waarom komt Hij ? Opdat gij, als een pasgeboren kind, begeerig zoudt zijn naar de geestelijke onvervalschte melk der ware leer van Christus, en door haar moogt opwassen tot zaligheid; opdat gij zoudt luisteren naar de onderrichting uws Vaders, en de lessen uwer Moeder niet zoudt vergeten. Die zijne Moeder eert, doet zooals iemand, die schatten vergadert.

Opwekking.

Alle, gij dorstigen, komt tot de wateren! en gij die geld hebt, snelt toe, koopt en eet! Komt, zonder geld en zonder eenige vergoeding, wijn en melk, den wijn van Jesus' genaden, en de melk Zijner leer.

Gebed.

Eenige Zoon van God, vrees en sid-

-ocr page 150-

136

dering grijpen mij aan, als ik, bij de menigvuldige listen en hinderlagen der vijanden mijner zaligheid, mijn eigen nietswaardigheid beschouw. Tot wien zal ik mij wenden, waar hulp zoeken? 0 Jesus, ik snel tot U; tot wien anders zal ik vluchten dan tot U, goede Jesus, die zoozeer de menschen bemint, dat gij Uzelven vergelijkt bij eene hen, die hare kiekens onder de vleugels verzamelt; ja met Uw eigen Vleesch en Bloed voedt Gij hen, en let niet op hun onwaardigheid, maar alleen op hun nood. Als eene teedere zorgzame moeder, hebt Gij mij lief; al verlaat en veracht het kind ook zijne moeder, zij behoudt hare liefde voor haar kind. O onbegrijpelijke en onmetelijke barmhartigheid Gods! Hoe groot, is mijne ongerechtigheid, ik schaam mij voor U te verschijnen, o God. En evenwel: grooter dan mijne ongerechtigheid, is Uwe barmhartigheid en liefde. Zou ik dan niet vertrouwen op Uwe eindelooze goedheid? Den be-rouwhebbenden zondaar immers, versmaadt Gij nooit! Met een oprecht berouw en een groot vertrouwen, werp ik mij thans in den afgrond Uwer barmhartigheid, lieve Jesus; Gij, mijn eenigste Hoop

-ocr page 151-

137

zult mij thans genadig zijn! Met datzelfde vertrouwen bezield, Heer Jesus, nader ik thans tot Uwen heiligen Liefde-disch, om het Brood des levens te ontvangen. Hoe heerlijk, o God, zijn Uwe woontenten, hoe heerlijk is de Spijze die Gij mij gaat schenken ! Hoe gelukkig ben ik thans ! ik benijd thans den Israëlieten het manna niet meer; een veel verhevener voedsel wordt mijn deel. Geef mij, genadige God, de genade, om deze Hemelspijze waardig te ontvangen, tot heil mijner onsterfelijke ziel.

Na de H. Communie.

1. Beschomv, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als uwe teedermin-nende Moeder, die u voedt, en aan haar borst laat rusten; en, dus spreekt de Profeet, gij zult zuigen de melk der volken, en aan de borst der koningen zult gij gezoogd worden; en gij zult weten, dat Ik, de Heer, uw Redder ben, en uw Verlosser, de Sterke van Jacob. Gij zijt als een pasgeboren kind, dat van Jesus, de melk der genade en der vertroosting ontvangt! De Heer behoedt de klei-

-ocr page 152-

138

lien, en toen gij in verdrukking waart, heeft Hij u verlost.

2. Bemin Jesus, met eene teedere liefde, zooals Zijne heilige Apostelen Hem beminden, en verwijder u, zelfs geen oogenblik van Hem. Waar uw schat is, daar is ook uw hart. En zoudt gij Jesus niet liefhebben, uit geheel uw hart? Hoor hoe Hij thans tot u zegt: laat de kinderen tot mij komen, en belet het hun niet, want hun behoort het Rijk Gods. Dank God, den Heer van hemel en aarde, dat Hij zich heden, op zoo bijzondere wijze, aan u, Zijn kind geopenbaard heeft.

3. Bid Hem, om een kinderlijken goeden wil, opdat gij van Hem moogt leeren, zachtmoedig en ootmoedig van harte te zijn; opdat gij u ook bekeert en wordt als kinderen, om het Rijk der hemelen te kunnen ingaan! Leg al het lichtzinnige en onbezonnene af. Tracht, in korten tijd volmaakt te worden ; want uw leven is slechts een ademtocht, en verdwijnt als eene wolk. Leef zóó, dat God u eens kan opnemen om uwe onschuld, en u voor eeuwig voor Zijn aanschijn bevestige.

-ocr page 153-

139

Opwekking.

Mijn vader eu mijne moeder hebben mij verlaten, maar de Heer nam mij op!

Gebed.

Wees geprezen en gezegend, liefderijke Jesus, voor Uwe oneindige liefde. Uit geheel mijn hart bemin en aanbid ik U, die mijne ziel thans opnieuw met dit Brood des hemels hebt gevoed. Niet slechts door woorden, maar door daden zal ik U voortaan mijne wederliefde toonen. Ik bemin U meer dan de wereld, ik kies U uit boven al het geschapene. Uwe wonderen van liefde overwegend, sta ik opgetogen van bewondering over Uwe eindelooze ontferming en breng U, dierbaren Verlosser, thans daarvoor mijn innigen dank. Ja eeuwigen dank zij U, o God, gebracht voor de ontelbare weldaden, waarmede Uwe goedheid mij verrijkt heeft. En zou ik U nog ondankbaar kunnen zijn door mijne zonden, nu Gij thans met Uzelven mij alles geschonken hebt? Jesus, liefdevolle en zachtaardige God, laat mij steeds onder Uwe bescherming leven en in den schoot Uwer liefde rusten. Verberg mij in Uw god-

-ocr page 154-

140

delijk Hart en verwarm mijn koud en ongevoelig hart. Laat Uwe liefde mij geheel en al doordringen, opdat ik gloeie van liefde tot U en den evenmensch. Zoete Jesus, bescherm Uw zwak en hulpbehoevend kind tegen de aanvallen zijner vijanden. Wees mijne bescherming en mijn toevlucht. Bewaar mij als den appel Uwer oogen en bescherm mij onder de schaduw Uwer vleugelen. Want vijanden omringen mij van alle kanten, om mij te wonden en te verderven. Maar ik zal het kwaad niet vreezen, want Gij zijt mijn toevlucht, mijn redder en hulp. Gij zult over mij waken met moederlijke zorg, zooals een hen over hare kiekens waakt. Heer Jesus, die de stad Jerusalem eens met ondergang bedreigd hebt, omdat zij Uwe liefde versmaadde, open mijne ooren voor Uwe vermaningen, opdat Uwe straf mij niet trelfe voor mijne ongevoeligheid.

Met meer dan moederlijke liefde, wilt Gij dat alle menschen zalig worden; geef mij dan, lieve Jesus, de genade, om met vrucht aan het werk mijner zaligheid te arbeiden en U eeuwig in den hemel te aanschouwen.

-ocr page 155-

Vóór de H. Communie.

JESUS, HET VERLANGEN VAN ONS HART.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Verwacli-ting der volkeren, naar Wien de hemelingen verlangend uitzagen; die ook, niet groot verlangen, verlangde met u dit Pascha te eten, om u te toonen, hoe innig Hij u bemint! Jesus k,omt tot u, de God van liefde en barmhartigheid, die, stervend aan het kruis, naar u zijne armen uitstrekte, als om u te omhelzen; en met stervenden mond nog uitriep: ik heb dorst, om u aan te duiden, dat Hij van dorst versmachtte, en brandde van verlangen naar u en uw geluk.

2. Tut wien komt Hij? Tot u, o trage ziel, zoo overgegeven aan ijdele verlangens, tot u, die nu eens wilt en dan

-ocr page 156-

142

weder niet, en die gelijk zijt geworden, aan een verlokte duif zonder verstand! Gij hadt hem moeten zoeken tot in den nacht; maar andere verlangens vervulden uw hart. Verban, nu Jesus zich aanstonds aan u gaat geven, ieder verkeerd verlangen uit uw hart, en zeg tot Hem : gelijk een hert versmacht naar de waterbronnen, zoo verlangt mijne ziel naar u, o öod.

3, Waarom komt Hij? Om, van uit den hemel, het vuur van heilige verlangens en begeerten in uw hart te storten, en u te onderrichten. Zoek dan Jesus en Hem alleen; zoek rust onder de schaduw van Hem, naar wien uw hart verlangt; het verlangen toch der zondaars zal vergaan, en God alleen, kan uwe verlangens volkomen bevredigen. Alles is ijdelheid, behalve God te beminnen, en Hem alleen te dienen.

Opwekking.

Mijne ziel verlangde naar U, des nachts; maar ook, met mijnen geest in mijn binnenste, zie ik van den morgen wakend, naar U uit!

Gebed.

Zoo ga ik ü, lieve Jesus, thans in de H. Communie ontvangen, die eens

-ocr page 157-

143

op wonderbare wijze, met vijf brooden de hongerende menigte gespijzigd hebt. Gij houdt niet op, barmhartige God, aan mij Uwe weldaden uit te deelen; aller )ogen. Heer, zijn op U gevestigd en Gij geeft hun voedsel op den geschikten tijd. Ónze Vader, die in den hemel zijt, zie tlnns neder op mij, armzalig schepsel, en op allen die U aanroepen; en geef ons heden ons dagelijksch brood. Heb nog eens medelijden met het volk; het zijn Uwe kinderen. Zij verwachten alles van U; als Gij Uwe hand opent, worden allen van Uwe goedheid vervuld. Beminnenswaardige Vader, die de hemelen opent en de aarde met vruchtbaren regen drenkt, die de dieren voedt, o laat het ons menschen, die naar Uw beeld geschapen en door het kostbaar Bloed van Uwen eenigen Zoon verlost zijn, aan niets ontbreken. Versterk ons thans met het Brood des levens; oneindig grooter weldaad ontvangen wij dan van Uwe Vaderhand, dan eens de Joden in de woestijn ontvingen. Verleen mij tevens de genade U, op waardige wijze in mijn hart op te nemen; dan zal ik, op mijn aardschen pelgrimstocht, niet op den weg bezweken van vermoeienis.

-ocr page 158-

144

Lieve Jesus, naar U versmacht en verlangt mijne ziel. Ik was afgedwaald van den rechten weg, maar thans keer ik tot U terug en zal ü nooit meer verlaten. 0 zend mij dan niet ongespijsd henen; Gij zijt de verkwikking mijner ziel, mijn eenig en hoogste goed; zonder Uw bezit en üwe genade, is mij het leven ondragelijk. Sterk mij thans met Let hemelsche Brood en de kiem der onsterfelijkheid wordt in mij neergelegd.

Na de H. Communie.

Overweging.

1. Beschouiv, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die uit verlangen naar u, aan de deur van Uw hart, de wacht houdt en aanklopt. Thans hebt gij eindelijk aan Jesus' roepstem gehoor gegeven, en Hem in uw hart binnengeleid. Wat is alles daarbinnen nu vol troost, nu Jesus bij u is ; wat was het leeg, toen Hij er niet was! Wat verlangt gij dan nog meer, dan uwen Jesus? Die Hem gevon-heeft, heeft een schat gevonden, een goed, dat alle goed overtreft. Die zonder Jesus leeft, is arm, maar die Hem bezit, is rijk.

-ocr page 159-

145

2. Bemin Jesus, met liet vurig verlangen der Patriarchen, zoodat gij. Hem overal en in alles zoekend, met de Bruid van het Hooglied kunt vragen : hebt gij Hem niet gezien, dien mijn ziel liefheeft ? Eeuwenlang hadden de H. Oudvaders verlangd naar de komst van den beloofden Messias; dauwt hemelen van boven, en wolken, regent ons den Rechtvaardige af, zoo baden zij. Hun gebed wérd verhoord, en God sprak tot hen: wees getroost mijn volk, spoedig zal uw heil verschijnen. Ik zal u verlossen, vrees niet! Dat troostvolle woord herhaalt Jesus thans voor u, dank Hem voor Zijne zorgzame liefde, en geef Hem uw hart.

3. Bid Hem. om de genade van te hongeren en te dorsten naar de gerechtigheid ; streef steeds naar hoogere volmaaktheid, om zoo waardig te worden, eens in den hemel, al uwe verlangens vervuld te zien! Onderwerp u steeds aan Gods H. wil, en laat deze al uwe verlangens beheerschen; verlang niets, wat met Gods wil in strijd is; gedraag u in alles, als Zijn dankbaren dienaar, want Hem alleen behoort gij toe.

-ocr page 160-

146

Opwekking.

Voor ü uit zich mijn hart : Uw aangezicht, Heer. zal ik zoeken! Ook op hot pad Uwer oordeelen, Heer, hebben wij op U gewacht; naar Uwen naam, en Uw aandenken, was het verlangen onzer ziel!

Gebed.

O Jesus, levend Brood van den hemel neergedaald, welk eene kostbare Spijze hebt Gij mij thans geschonken!

Bron des eeuwigen levens, Gij hebt thans mijn hongerige en dorstige ziel verkwikt: nu kan ik zonder vrees mijn levensweg vervolgen. 0 mij gelukkige, die thans aan Uwen liefdedisch mocht aanzitten! Goede Jesus, ik buig mij voor U diep ter aarde neder en aanbid Uwe goedheid en oneindige barmhartigheid. Toen Gij eens, o Heer, in Samaria waart, zat Gij neder bij Jacob's bron, vermoeid van Uwe reis; en, goede Herder, wel hadt Gij reden om vermoeid te zijn, omdat Gij de schapen, die verloren waren, opzocht. Wij waren van het rechte pad afgedwaald en hadden ons op den weg der ongerechtigheid begeven. Om ons en om ons geluk, hebt Gij toen de

-ocr page 161-

147

vermoeienissen der reis, zorg en hitte, honger en dorst verduurd; vandaar Uw verzoek aan de Samaritaansche vrouw: geef mij te drinken; immers Gij hadt dorst en versmachtte van verlangen naar het geluk der menschen. Mijn Jesus, ontsteek in mij dienzelfden dorst naar mijn eeuwig geluk en de zaligheid aller menschen.

Geef thans aan mij, evenals aan de Samaritaansche vrouw, dat levend water, o Bron des levens. Vervul mijn hart met Uwe waarheid en wijsheid, met Uwe goedheid en liefde. Hoe ongelukkig was ik eens, toen ik U, de Bron van het levend water, verliet; maar nu ik U bezit, is mijn geluk niet te begrijpen. Laat ik op U dan altijd mijn hoop blijven stellen en U alleen beminnen; laat mijn hart slechts verlangen naar Uwe liefde. Eens in den hemel, hoop ik, zal mijn verlangen vervuld worden, wanneer ik U mag aanschouwen van aanschijn tot aanschijn; deze gedachte is de troost mijns levens. Mijn Jesus, levend Brood en Bron des eeuwigen levens, versterk mij dikwerf op deze aarde en geef dat ik ü eens eeuwig moge bezitten.

-ocr page 162-

Vóór de H. Communie.

JESUS, EEN VUUROVEN.

Overweging.

1. TF/e komt? Christus een verterend Vuur, die Zijne Engelen tot winden maakt, en Zijne dienaren tot een brandend vuur. Hij, die kwam, om vuur op de aarde te brengen, en niets anders wil, dan dat het ontstoken worde! Gelijk het goud door het vuur van alle smetten wordt gezuiverd, zoo wordt thans uwe ziel geheel rein en zuiver door de vermeerdering der genaden, die het H. Sacrament des Altaars u schenkt. Maar ook het vuur geeft licht,; en zoo verlicht Jesus u op bijzondere wijze, in de H. Communie; Hij spreekt tot uw hart, en ioont u den weg ten leven. En wordt de warmte en gloed van het vuur u niet duidelijk

-ocr page 163-

149

beteekend, door Jesus' alles verwarmende liefde ?

2. Tot ivien komt Hij? Tot uwe ziel die, noch koud nocli heet, door hare lauwheid Hem een walg geworden is. En toch, uwe ziel had brandend en gloeiend moeten zijn van liefde tot Jesus, die u zooveel genade schonk. Met de leerlingen op den weg van Emmaus, hadt gij het moeten getuigen: was ons hart niet brandend in ons, toen Hij op den weg met ons sprak? Herken, thans tenminste, Jesus en Zijne liefde aan het breken des broods, evenals zij Hem eens daaraan erkenden.

3. Waarom komt Hij? Om uwe ziel geheel en al in bezit te nemen, en haar te doen ontbranden, door het vuur Zijner liefde. Jesus wil uwe ziel thans gevoelig, en ontvankelijk maken voor de genade des hemels om haar, schitterend in den glans van goede werken, de kracht te verleenen, ook het hart van anderen, in liefde te ontsteken! Want vuur kwam God op aarde brengen, en wat wil Hij anders, dan dat het zal ontbranden ? Hij zal u doopen in den H. Geest en in het vuur Zijner liefde. Laat uw hart thans in een heilig liefdevuur tot

-ocr page 164-

150

Jesus ontstoken worden, want die Jesus niet bemint, zij gevloekt en hij zal eens in een eeuwig vuur van pijn en smart moeten branden.

Opwekking.

God komt. zichtbaar, en Hij zwijgt niet; een vuur ontbrandt voor Zijn aangezicht, en rondom is felle storm.

Geheu.

Hemelsche Vader, die den H. Geest in de gedaante van vurige tongen over de Apostelen hebt afgezonden, opdat hun verstand verlicht en hun hart in liefde tot U zou ontstoken worden, ik aanbid en verheerlijk U, terwijl ik Uwe oneindige Majesteit mijn oprechten dank breng voor de weldaad toen aan de Apostelen, maar tevens ook daardoor aan alle schepselen geschonken. Almachtige God, die mij heden toelaat in het Heilige der Heiligen, ik smeek U, zend over mij de genadegaven van den H Geest af, en vernieuw den rechten geest ook in mijn binnenste.

Zoon Gods, Verlosser der wereld, die eens op het Pinksterfeest de Apostelen in andere mannen hebt veranderd, ik

-ocr page 165-

151

bewonder en aanbid thans Uwe goedheid voor mij.

Geef, lieve Jesus, dat de H. Communie ook mij tot een geheel ander mensch moge maken en ik door U gesterkt voor goed afscheid neme van de zonde, om een nieuw leven te beginnen en mij in Uwe vriendschap te bewaren.

En Gij, heilige Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt en het hart der Apostelen in het vuur dei-liefde ontstoken hebt; laat ook mijn hart nu vooral gloeien van liefde voor U, opdat ik het H. Sacrament van Jesus' liefde op waardige wijze moge ontvangen en voor mij uit deze H. Communie vele genaden mogen voortvloeien.

O Jesus, ik bemin U, vermeerder mijne liefde.

Na de H. Communie.

JESUS, EEN VUUROVEN.

OvEIiWEGING.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als een Vuuroven, die naar naar alle kanten liefdevonken

-ocr page 166-

152

uitschiet; gij zrjt gelijk aan slecht en roestig metaal, dat in dien oven gezuiverd moet worden; verberg u dan, in die oneindig groote en gloeiende vuurzee! Jesus geeft u thans de vermeerdering der heiligmakende genade en Zijner liefde; gij wordt nu geheel rein en zuiver voor God: verwarm u thans in dezen vuurgloed, en verban uit uw hart alle koude en flauwe onverschilligheid.

2. Bemin Jesus, met eene brandende liefde, zooals Cherubijnen en Seraphijnen Hem beminnen, zoodat gij geheel en al in liefde tot Hem ontgloeit, en ook anderen in liefde tot Hem ontsteekt. Liefde toch vraagt wederliefde. Bemin Jesus, en zing thans Zijnen lof, zooals eens de drie jongelingen in'den vuuroven van Babylon; want weet het wel: al geeft gij uw lichaam over om te branden, als gij de liefde niet bezit, baat het u niets.

3. Bid Hem, om den waren vrede, opdat gij, in Hem rust en vrede vindend, eens gerekend moogt worden, onder die ware vreedzamen, die kinderen Gods zullen genoemd worden! Smeek Hem om eene vurige liefde tot God en den evenmensch, en een brandenden ijver voor de eer van God.

-ocr page 167-

153

Opwekking.

Kan wel iemand vuur in zijnen schoot verbergen, zonder dat zijne kleederen verbranden ?

Gebed.

Met een onuitsprekelijk groote vreugde hebt Gij mijn hart vervuld, o God. Mijn geest juicht thans in God, mijn Verlosser. Nu ik den besten Vertrooster als mijn eigendom bezit en ik Jesus1 liefde mocht smaken, wijke van mij alle mistroostigheid en zorg. En ik, ach Heer, heb niets om Uwe liefde te vergelden, dan een armzalig hart. Wil toch, lieve Jesus, mijn hart aanvaarden, hoe gering dit geschenk ook zij. Jesus, Zoon van God, laat mijn hart in liefde tot U ontgloeien, opdat ik ijvere voor Uwe eer en glorie, en ook anderen door mijn gedrag moge stichten.

Verleen mij. Heer, den geest van wijsheid, waardoor ik de waarheden van het geloof meer en meer leer begrijpen; den geest van verstand, om den juisten weg ter zaligheid te kennen; den geest van raad, om steeds mijne handelingen aan de deugd te toetsen; den geest van

-ocr page 168-

154

sterkte, om mijne vijanden goed te bestrijden en te overwinnen; den geest van wetenschap, om een matig gebruik van het aardsche te maken en mijn hemelsche belangen niet uit het oog te verliezen ; den geest van godsvrucht, om met ijver en liefde mijnen God te dienen ; den geest van vreeze des Heeren, om met zorg de plichten van mijn staat te vervullen en zóó getrouw Uwe wet na te leven, dat ik waardig worde, U eens in het hemelsch Vaderland eeuwig te aanschouwen. Niets zal mij ooit meer scheiden van de liefde van onzen Heer, Jesus Christus!

-ocr page 169-

! ^'i^V •^♦quot;'v

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE GENEESHEER.

Overweging.

1. TFi'e komt? Christus, do machtige Geneesheer, die in waarheid ons lijden droeg en onze smarten op Zich nam; Wien wij hielden voor een melaatsche, en een door God geslagene en vernederde ; opdat wij door Zijne striemen zouden genezen worden! Wat heeft Uwe genezing aan Jesus veel zorg en inspanning, veel pijn en smart gekost! Zijne liefde voor u was waar en oprecht, want uit medelijden werd Hij bewogen; Hij liet het niet bij woorden, maar toonde u Zijne liefde door daden, en niemand zonderde Hij van Zijne liefde uit.

2. Tot wien komt Hij? Tot den mensch, die op weg van Jerusalem naar Jericho, in handen van roovers viel, die hem

-ocr page 170-

156

uitschudden, en na hem gewond te hebben, heengingen en hem halfdood lieten liggen! Herkent gij thans niet u zeiven in dien ongelukkige? Ja, zoo rampzalig was eens het menschelijk geslacht dooide zonde van Adam; zoo ellendig wordt gij opnieuw, wanneer gij, door uwe zonden, u tot slaaf maakt van d'en duivel.

3. Waarom komt Hij ? Om u te bezoeken, en als de barmhartige Samaritaan uwe wonden te verbinden; daarop te gieten de olie Zijner mildheid en barmhartigheid en den wijn van Zrjn eigen Bloed; om voor u zorg te dragen, totdat gij genezen zijt! Want die gezond zijn hebben geen geneesheer noodig, maar wel de zieken. Een getrouwe vriend is een geneesmiddel voor het leven en voor de onsterfelijkheid.

Opwekking.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak inkomt; doch, zeg het maar met een enkel woord, en mijne ziel zal gezond worden!

Gebed.

Dierbare Jesus, Gij hebt door Uw H. Bloed al onze kwalen genezen' Zie ik

-ocr page 171-

157

kom tot U als een zieke, om wien te genezen, Gij uit den hemel zijt nedergedaald. Hoe versmacht en verzucht thans mijne ziel naar U, oppersten en almachtigen Geneesheer! Genees mijne ziel, zij heeft gezondigd voor Uw aanschijn. Zie Heer, dien Gij liefhebt, is ziek. Daal af, eer ik sterf; de gezonden hebben geen geneesheer noodig, maar wel de zieken. Kom dan en zeg tot mijne ziel: uw heil ben Ik. Liefderijke en barmhartige Samaritaan, ik ben die ongelukkige die, van Jerusalem naar het aardsche Jericho afgedaald, daar de slaaf mijner hartstochten ben geworden. Stort in mijne wonden den wijn van het berouw en de olie der barmhartigheid. Waarachtig Licht, dat iederen mensch verlicht, ontferm U mijner; geef Heer dat ik zieu moge! Jesus, mijn behoud, ik nader tot U als een raelaatsche; maar zoo Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. Vermeerder mijn geloof, o God, opdat Gij ook thans tot mij zeggen kunt; uw geloof heeft u gezond gemaakt.

-ocr page 172-

158

Na de H. Communie.

JESÜS, ONZE GENEESHEER.

Overweging.

1. Beschouw, niet de oogen des ge-loofs, Christus in uw hart als den besten Geneesheer, uit Wiens handen en voeten rijke stroomen van Zijn heilig Bloed vloeien, tot reiniging en genezing uwer ziel; gij zijt die arme, die reeds zoovele jaren lang ziek nederligt bij den vijver Bethsaida te Jerusalem! De opperste Geneesheer heeft u thans gevoed met Zijn eigen Vleesch en Bloed en in dit Sacrament van Jesus' liefde, vindt gij het geneesmiddel tegen alle kwalen uwer ziel; en die zijn menigvuldig.

2. Verlang, uit liefde voor .Jesus, moedig te lijden; onthecht u aan het aardsche, en versmaad, als een verstandige zieke, wat u vroeger aangenaam was; vraag niet naar wat u als zieke ongeoorloofd is; wil ook niet voortdurend recht op staan uit hoogmoed, maar, ziek als gij zijt, blijf rustig liggen uit nederigheid en gehoorzaamheid. Volg in alles de voorschriften en wenken van

-ocr page 173-

159

Jesus, den besten Geneesheer, op. Wees ervan verzekerd; gij zult daarbij baat vinden.

3. Bid Hem om de deugd der gehoorzaamheid, opdat gij het voorbeeld moogt navolgen van Jesus, die zich, tot uw geluk, vernederd heeft, daar Hij gehoorzaam was tot den dood, en wel tot den dood des Kruises! Onderwerp u steeds aan Gods beschikkingen; de hoogste volmaaktheid toch bestaat in de onderwerping van uwen wil aan dien van God; want gij geeft dan geheel uzelven aan God.

Opwekking.

Heer! zie, dien Gij lief hebt, is ziek! o zeg tot mijne ziel: uw heil ben Ik.

Gebed.

Mijn Jesus, liefdevolle Geneesheer, Gij zijt thans zelf tot mij gekomen, om al mijne kwalen te genezen. Gij rust in mijn hart; zeg dan thans tot mijne ziel, wat Gij eertijds bij Uwe komst in Za-chaeus' huis gesproken hebt: heden is aan dit huis heil geschonken. Gij hebt alles welgedaan. Heer ; stommen hebt Ge doen spreken en dooven doen hoo-

-ocr page 174-

160

ren; genees ook mijne kwalen en ik zal U verheerlijken. Verdwijne uit mijn binnenste de koorts van den hoogmoed, van gramschap en traagheid! Blusch uit in mijn hart het onreine vuur der onzuiverheid; versterk mij, God, in Uwe liefde en geef, dat ik, na genezen te zijn, niet meer zondige, opdat mij niet iets ergers overkome. Op Uwe wijsheid, almacht en barmhartigheid, stel ik al mijn vertrouwen; Gij, mijn Jesus, kent al mijne kwalen. Genees ze; alle geneesmiddelen die Gij mij voorschrijft, zal ik aanwenden en vooral zal ik die gelegenheden en gevaren vermijden, die mij in mijne vorige ziekte zouden kunnen doen vervallen. Reik mij Uwe behulpzame hand toe, opdat ik niet meer zondige, maar Uwe heilzame lessen nakomende en Uwe geboden volbrengende, mij waardig moge maken met U eens in den hemel het leven der onsterfelijkheid te bezitten.

-ocr page 175-

Vóór de H. Communie.

JESUS, EENE KOSTBARE PAREL.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, die Parel zóó kostbaar, dat, al gaf iemand daarvoor ook al wat hij bezat, men het toch voor niets zou achten; want met haar vergeleken, is alle goud een weinig zand, en het zilver als slijk! Het Rijk der hemelen is gelijk aan een koopman, die goede paarlen zoekt; en als hij er eene kostbare gevonden heeft, gaat hij heen, verkoopt alles wat hy bezit, en koopt haar.

Is Jesus nog niet oneindig meer waard, dan de kostbaarste parel ? by Hem toch zijn rijkdommen, en kostbare schatten; Hem behoort de aarde en hare volheid. Met Zich zeiven, gaat Jesus u thans alles schenken.

2. Tot wien komt Hij ? Tot een onver-

6

-ocr page 176-

162

standigen koopman, die, voor een hand vol gerst, en voor een stukje brood, dien zeldzaam schoonen edelsteen verkoopt! Waart gij niet niet zoo onverstandig, toen gij de slavernij des duivels, boven de vrijheid der kinderen Gods hebt verkozen? Bewaar u dan in het vervolg in Jesus' liefde, zij is meer waard dan al het aardsche.

3. Waarom komt Hij? Opdat de mensch, als hij deze kostbare Parel gevonden heeft, zou heengaan, alles verkoopen wat hij had, om haar te koopen. Zoo aanstonds gaat gij in de H. Communie uwen God, uw grootsten schat, ontvangen; houd Hem bij u, en laat Hem nooit meer van u weggaan; want als gij zondigt, dwingt gij Jesus heen te gaan.

Opwekking.

O plaats my als een zegel op üw hart, opdat ik U beminne, en als een zegel op Uwen arm, opdat ikdedeugdbeoefene!

Gebed.

God van liefde en genade, nog slechts weinige oogenblikken en ik zal U in mijn hart bezitten als mijn eigendom. Gij, Heer, zijt mijn eenigste schat, naar

-ocr page 177-

163

U verlang ik meer, dan naar het bezit van eer of van aardsclie schatten. Wel ben ik onwaardig om U te ontvangen, dierbare Zaligmaker, maar ik vertrouw op Uwe barmhartigheid en geef gehoor aan Uwe uitnoodiging. Door Uw bezit dan, Heer, zal ik overgelukkig zijn, en tevens het onderpand der toekomstige glorie ontvangen, want Gij hebt het zelf gezegd: die mijn Vleesch eet en mijn Bloed drinkt, heeft het eeuwig leven. Ja de voorsmaak des hemels zal ik genieten. Ontferm U dan thans over mij volgens Uwe groote barmhartigheid. Heer, en niet volgens de menigte mijner zonden; want Uwe genadegaven ben ik onwaardig. Eengeboren Zoon van God, onze Voorspraak bü den Vader, die om Uwe eerbiedwaardigheid altijd verhooring vindt. Lam Gods, ach neem weg de zonden der wereld, en erbarm U over mij. Verlevendig, o God, thans mijn geloof, versterk mijn vertrouwen, vermeerder mijne liefde, versier my met het bruiloftskleed, opdat ik U op waardige wijze ontvange, en deze H. Communie moge strekken niet tot mijne veroordeeling, maar als een voorsmaak en onderpand van mijn eeuwig geluk in den hemel.

-ocr page 178-

164

Jesus, David's Zoon, ontferm u mijner; Kom, Heer Jesus, kom spoedig.

Na de H. Communie.

JESUS, EENE KOSTBARE PAREL.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als het Heilige, den honden, dat is den onwaardigen gegeven ; gij zijt dat onverstandige schepsel, dat tot dusverre den prijs dier kostbare Parel, niet genoeg wist te waardeeren! Hoe straalt en fonkelt die kostbare Parel thans; welk een helder licht werpt zij nu in uwen geest, welk een gloed in uw hart! Besef dan thans Jesus' liefde en goedheid voor u, erken uw eigen grootheid en uitverkiezing, nu gij de drager van Christus zijt.

3. Wil, uit liefde voor Jesus, streven naar eene volmaakte liefde tot God, en Hem smeeken om Zijn licht, ten einde Hem meer en meer te kennen, en in niets rust te vinden dan in Grod! Wend uwe oogen af van de ijdelheid; begeer

-ocr page 179-

165

het klatergoud dezer wereld niet, maar berust in God, en stel u niet Zijn bezit tevreden; Hij toch is uw God en uw al.

3. Bid Hem, om de gave des gebeds, opdat gij uwen God altijd moogt zoeken, en steeds zóó vraagt, dat gij zult verkrijgen ; zóó zoekt, dat gij zult vinden; zóó klopt, dat u zal worden opengedaan! God ziet neder op het gebed van den nederige; en zijn gebed dringt door de wolken heen.

Opwekking.

Verblijdt u met mij, want ik heb de drachme, die ik verloren had, teruggevonden !

Gebed.

Heer Jesus Christus, ik aanbid U in allen ootmoed, en buig mij voor U diep ter aarde neder; Gij zyt Koning, en Uw Rijk is niet van deze wereld. Gij zijt de verheven Heer, de schrikwekkende Koning die de aarde beheersclit. Door U ook heerschen de koningen, en spreken de wetgevers recht. Ik aanbid U, o God, en breng U mijn dank voor de onverdiende weldaad mij thans geschonken. Hebben de Joden ü eens voor Pilatus als een

-ocr page 180-

164

Jesus, David's Zoon, ontferm u mijner; Kom, Heer Jesus, kom spoedig.

Na de H. Communie.

JESUS, EENE KOSTBARE PAREL.

Overweging.

1. BescJiouic, met de oogeu des geloofs, Christus in uw liart, als het Heilige, den honden, dat is den onwaardigen gegeven; gij zyt dat onverstandige schepsel, dat tot dusverre den prijs dier kostbare Parel, niet genoeg wist te waardeeren! Hoe straalt en fonkelt die kostbare Parel thans; welk een helder licht werpt zij nu in uwen geest, welk een gloed in uw hart! Besef dan thans Jesus' liefde en goedheid voor u, erken uw eigen grootheid en uitverkiezing, nu gij de drager van Christus zijt.

3. Wil, uit liefde voor Jesus, streven naar eene volmaakte liefde tot God, en Hem smeeken om Zijn licht, ten einde Hem meer en meer te kennen, en in niets rust te vinden dan in God! Wend uwe oogen af van de ijdelheid; begeer

-ocr page 181-

165

het klatergoud dezer wereld niet, maar berust in God, en stel u met Zijn bezit tevreden; Hij toch is uw God en uw al.

3. Bid Hem. om de gave des gebeds, opdat gij uwen God altijd moogt zoeken, en steeds zóó vraagt, dat gij zult verkrijgen ; zóó zoekt, dat gy zult vinden; zóó klopt, dat u zal worden opengedaan ! God ziet neder op het gebed van don nederige; en zijn gebed dringt door de wolken heen.

Opwekking.

Verblijdt u met mij, want ik heb de drachme, die ik verloren had, teruggevonden !

Gebed.

Heer Jesus Christus, ik aanbid U in allen ootmoed, en buig mij voor U diep ter aarde neder; Gij zijt Koning, en Uw Rijk is niet van deze wereld. Gij zijt de verheven Heer, de schrikwekkende Koning die de aarde beheerscht. Door U ook heerschen de koningen, en spreken de wetgevers recht. Ik aanbid U, o God, en breng U mijn dank voor de onverdiende weldaad mij thans geschonken. Hebben de Joden U eens voor Pilatus als een

-ocr page 182-

166

boosdoener uitgekreten,, ik verklaar thans voor hemel en aarde dat Gij mijn God en weldoener zijt. Uwe gaven en weldaden ben ik onwaardig, en niettemin tel ik ze bij duizenden. Met U bezit ik meer, dan de wereld mij geven kan.

O Jesus, mijn dierbaarste schat, Gij hebt het gezegd dat Uw Rijk niet van deze wereld is, daarom mag ook ik niet van deze wereld zijn. Om Uw bezit geef ik de geheele wereld weg. Delg, o God, uit mijn hart iedere verkeerde wereldsche liefde, en laat mij de zonde haten en verfoeien. Laat mij het aardsche gebruiken, slechts als middel om eeuwig gelukkig te zijn; niets anders, Heer, verlang ik, dan dat Uw Rijk my toekome; ja daarboven zal ik U eens .eeuwig, hoop ik, bezitten, daar zal mijn schat mij niet meer kunnen ontroofd worden. Leer mij dan strijden en lijden o God, opdat ik den palm der overwinning behale, en eens loon naar werken moge ontvangen in den hemel.

-ocr page 183-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE BOOM DES LEVENS.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Boom des levens, die twaalf vruchten draagt, gevende elke maand Zijne vrucht; en de bladeren des Booms waren tot genezing der volkeren. Zóó had ook eens de profeet Ezechiël in heerlijke woorden voorspeld : langs den oever van den stroom, aan beide kanten, zullen allerlei vruchtbare boomen groeien; geen blad zal daarvan afvallen, en nooit zal het hun aan vruchten ontbreken; alle maanden zullen zij nieuwe vruchten geven, want hun water vloeit uit het heiligdom, hun vrucht zal tot spijs dienen en hunne bladeren tot geneesmiddel.

Ziet gij wel, hoe het H. Sacrament des Altaars u wordt voorgesteld, onder

-ocr page 184-

168

liet beeld van den Boom des levens?

2. Tot wien komt Hij ? Tot den wijnberg van den dwazen man, vol met de distelen der zonde en begroeid met de doornen der zinnelijke lusten ; tot dien wijnberg, waarvan Jesus verwachtte, dat hij goede druiven zou voortbrengen en die wilde druiven voortbracht. Zuiver dan thans uw hart, van al wat zondig en onvolmaakt is; ontvang Jesus op waardige wijze; smeek Hem om Zijne genade, en uw hart zal een vruchtbare bodem worden, en gij zult vruchten van heiligheid voortbrengen.

3. Waarom komt Hij? Opdat de mensch, op dien Levensboom ingeënt, vruchten des H. Geestes zoude voortbrengen, namelijk: liefde, blijdschap, vrede, verduldigheid, goedertierenheid, goedheid, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, trouw, zedigheid, kuischheid en reinheid! Aan uwe vruchten toch zal God u kennen; en Hij komt thans om u overvloedig Zijne hulp en genade te geven: want niet hij die plant is iets, noch hij die besproeit is iets, maar die den wasdom geeft. God.

-ocr page 185-

169

Opwekking.

Mijn Geliefde komt in Zijnen tuin en eet er de vrucht van Zijne appolbooraen! In onze huizen zijn allerlei vruchten, nieuwe en oude, die ik bewaarde voor U, mijn Geliefde!

Gebed.

O Jesus, Hoogepriester der Nieuwe Wet, wederom zal ik, onwaardige, het geluk hebben, U in de H. Communie te ontvangen; ik dank U uit den grond mijns harten voor al Uwe weldaden en bijzonder voor deze groote genade. Uwe straffen heb ik verdiend; als een onvruchtbare boom had mij de ondergang moeten treffen ; maar ondanks mijn wangedrag, hebt Gij mij gespaard en nog den tijd gelaten om waardige vruchten ter boetvaardigheid voort te brengen. Door Uwe zorgen, hemelsche Hovenier, zal ik in deugd en heiligheid opgroeien; Gij toch besproeit mij met den dauw der hemelsche genade en plaatst mij op den vruchtbaren akker Uwer Kerk; en niets slechts ontvang ik zoo aanstonds het levenssap der genade, maar U, den Gever Zeiven aller genaden, Uw kost-

-ocr page 186-

170

baar Vleesch en Bloed, dat mij voor bederf bewaren zal en doen opgroeien ten eeuwigen leven. Daarom dan ruk ik thans uit mijn hart het onkruid van zonde en ongerechtigheid, en neem mij voor goede vruchten van goede werken te zullen voortbrengen, opdat ik van U eens geene vervloeking maar zegening zal te wachten hebben. De hartstochten en de kwade begeerlijkheden zal ik onderdrukken en snoeien wat gesnoeid moet worden, zoo hoop ik waardig te worden eens als een kostbare plant in het hemelsch Paradijs te worden overgeplaatst.

Na de H. Communie.

JESÜS, DE BOOM DES LEVENS.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des ge-loofs, Christus in uw hart, als denschoon-sten en weelderigsten Wijnstok; gij zijt de rank die het sap Zijner genade ontvangt, opdat gij bladeren van heilige woorden, bloesems van goede voornemens en vruchten van heilige werken

-ocr page 187-

171

zoudt voortbrengen. Hoor hoe Jesus thans tot u zegt: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. Iedere rank die geen Truchten draagt, zal Hij wegnemen; en iedere rank, die vruchten brengt, zal Hij zuiveren, opdat zij nog meer vruchten voortbrenge. Blijft in mij, en Ik in u; gelijk de rank, uit zich zelve geen vruchten geven kan, als zij niet aan den wijnstok verbonden blijft, zoo kunt ook gij dit niet, als gij niet in mij blijft. Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, brengt vele vruchten voort; want zonder Mij kunt gij niets doen.

2. Verlang, uit liefde tot Jesus, aanhoudend te arbeiden, zoodat gij ieder middel, tot uwe veredeling, gaarne aangrijpt; opdat de Heer, ook in dit jaar, niet te vergeefs vruchten bij u zoeke, en u eindelijk zou moeten omhouwen, en in het vuur werpen! Want zoo spreekt de Heer, als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buiten geworpen als eene wijnrank, en hij verdort; men verzamelt haar, en werpt haar in het vuur, waar ze brandt. Maar als gij in Mij blijft, en Mijne woorden in u blijven, zoo moogt gij vragen, wat gij wilt, en het zal u gegeven worden.

-ocr page 188-

J 72

3. Bid Hem, om de gave eener groote behoedzaamheid, opdat gij uwe ziel steeds in uwe handen raoogt dragen en niet ophoudt, haar te zuiveren van alle smetten der zonde, en haar te versieren met deugden! Want daarin wordt de Vader verheerlijkt, dat gij zeer vele vruchten voortbrengt, en Zijne leerlingen wordt.

Opwekking.

In de schaduw van Hem, dien ik begeerde, heb ik rust gezocht, en Zijne Vrucht is zoet voor mijne lippen!

Gebed.

Dierbare Jesus, mijn Heer en mijn God, die hemel en aarde op üwe hand draagt, ik bezit ü thans in mijn hart. Nooit kunnen de schepselen U genoeg loven en danken, en Gij stelt U met mijne eerbewijzen tevreden. Op het innigst is mijne ziel nu met U verbonden, die met een enkel woord den or vruchtbaren vijgeboom hebt doen verdorren. Zou ik dan, stof en asch, ik ellendige zondaar niet huiveren in Uwe'tegenvfoordigheid, en U niet vurig danken dat Gij mij tot op lieden gespaard hebt ? Ik aanbid U dan, mijn Verlosser en Heer, ik prijs

-ocr page 189-

173

en dank Uwe lankmoedigheid en Uw geduld te mijnen opzichte, en verfoei thans de jaren die geen vruchten voor den hemel hebben voortgebracht. De onvruchtbare boom wordt omgehakt en in het vuur geworpen; ach Heer, ik had verdiend in de hel te moeten branden, maar thans neem ik mij voor een ander leven te beginnen, en vruchten ter zaligheid voort te brengen. Bewaar mij, Heer, voor Uwe straffen, en maak van mijn hart, thans met het levenssap der genade en met Uw H. Bloed besproeid, een vruchtbaren akker. Barmhartige Jesus, overstroom mij met den overvloed Uwer genade, om mijne goede voornemens getrouw te blijven, mijne dagen niet in traagheid en ledigheid door te brengen, maar, beladen met een rijken oogst, U eens op den oordeelsdag te gemoet te snellen; dan hoop ik, lieve Jesus, dat Gij zelf mijn overgroot loon zult wezen.

-ocr page 190-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONZE AANVOERDER.

OVEKWEGING.

1. Wie komt? Christus, de Vorst en Leeraar der volkeren, de Heer der heerscharen die niet gekomen is, om den vrede te brengen, maar het zwaard ; die den duivel bevocht, en hem al zijn wapentuig, waarop hij vertrouwde, ontnam, en zijn buit verdeelde! Jesus sterkt u en gaat u voor in het goede door Zijn voorbeeld, want het moeilijkste werk heeft Hij verricht, en de grootste smarten geleden; Hij geeft u hulpmiddelen in deu strijd; vooral is liet H. Sacrament des Altaars voor u een bron van licht, kracht en vertroosting; Jesus spoort u aan tot den strijd en belooft u een eeuwige kroon, voor eene kortstondige inspanning.

-ocr page 191-

175

2. Tot wien komt Hij ? Tot u, den strijder die Jesus' vaan ontvluchtte en tot den vijand overliep, op ontrouwe wijze; tot u, die naar beide kanten hinkt, zwerend bij den Heer, en bij de valsche goden! En toch, gij kunt God niet dienen en den Mammon ; niemand kan twee meesters dienen. Kan het licht wel de duisternis vergezellen ?

3. Waarom komt Hij? Om uwe lendenen met waarheid te omgorden, u het harnas der gerechtigheid aan te doen, en uwe voeten te schoeien tot de bereidwilligheid van het Evangelie des vredes; om u het schild des geloofs te schenken, waarmede gij de brandende pijlen van den booze kunt afweren; Jesus gaat u den helm der zaligheid geven, en het zwaard des Geestes, dat is Gods woord! Als God u in de H. Communie geschonken wordt, en Hij met u is, wie zal er dan tegen u zijn? Werk dan als een goed stryder van Christus Jesus, en strijd den goeden strijd; in Jesus uwen Aanvoerder hebt gij zulk een heerlijk voorbeeld ter navolging!

Opwekking.

De Heer beslecht den stryd. Heer, is

-ocr page 192-

176

de naam van Hem, die Zijn legerkamp opslaat in het midden van Zijn volk, om het te verlossen uit de handen zijner vijanden!

Gebed.

Machtige Schepper van hemel en aarde, aan Wiens kracht geen schepsel kan weerstaan, in mijne zwakheid buig ik mij voor U ter aarde, en aanbid U in dit heilig uur. Een God van genade en barmhartigheid zijt Gij, Heer; want, ondanks mijne zonden en ongerechtigheden, hebt Gij mij gespaard en noodigt mij thans tot Uwen liefdedisch. Kom dan, Jesus, in mijn hart, om mij te sterken tegen de aanvallen mijner vijanden. Sterke God, bevrijd mij van het gezelschap der boozen, en geef mij Uwe genade om mijne goede voornemens getrouw te blijven. Want uit mij zeiven. Heer, ben ik onstandvastig en zwak. Heer Jesus Christus, menschgeworden God, U zal ik zoo aanstonds in mijn hart mogen bezitten. Schrikwekkend en heilig uur! met vertrouwen. Heer, nader ik tot U, want Gij, sterke God, zijt ook de God van barmhartigheid. Ik zal Uw H. Lichaam en Bloed ontvangen, om in de

-ocr page 193-

177

kracht dier Spijze voort te gaan tot op den berg Gods, want een lange weg wacht mij nog, een moeilijk en doornig pad, eene lastige en vermoeiende reis.

Daarom, dierbare Jesus, kom thans in mij wonen, kom mijne zwakheid te hulp, en geef mij de genade dit Brood der Engelen waardig te ontvangen, opdat ik daarmede gesterkt, op den weg mijn voet aan geen steen moge stooten, en ongehinderd het einddoel mijner reis bereiken, waar ik in eeuwigheid U zal bezitten.

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE AANVOERDER.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als den dappersten Aanvoerder, die uwe handen oefent tot den strijd, en uwe vingers tot het gevecht, gij zijt die geringe strijder die, eens zoo lafhartig, nu vast besloten zijt, uwen God alleen te dienen! Het leven toch van den mensch op aarde is een strijd, en in dien strijd moeten geen aardsche,

-ocr page 194-

178

maar geestelijke wapenen u helpen; hoe zwak gij ook zijt, gij kunt alles in God, die u versterkt. Verwon David Goliath niet ?

2. Verlang, uit liefde tot God, onvermoeid in den strijd pal te staan, zoodat gij, als een goed krijgsknecht van Christus Jesus, honger en dorst, vermoeienis, koude en alle andere moeilijkheden, met vreugde en blijmoedigheid moogt verdragen, in den krijgsdienst des Heeren! Strijd als de Machabeën, van wie geschreven staat: zij vochten met de hand, maar baden met het hart; zij waren bereid liever te sterven, dan de voorvaderlijke wetten te overtreden.

3. Bid God, om een volkomen overwinning, en verloochening van uzelven, opdat gü, niet als in het onzekere loopt; niet strijdt, alsof gij in de lucht slaat; maar uw lichaam kastijdt en het dienstbaar maakt! Weet gij niet, dat zij die in de renbaan loopen, wel allen loopen, maar dat slechts één den prijs behaalt? En ieder, die zich oefent tot den strijd, onthoudt zich van alles, en dib om eene vergankelijke kroon te ontvangen, maar wij om eene onvergankelijke.

-ocr page 195-

179

Opwekking.

Zoo waar de Heer leeft, en zoo waar mijn Meester en Koning leeft, waar ook mijn Heer en Koning zal zijn, zij het in leven of in dood, daar zal ook ik, Zijn dienaar, zijn!

Gebed.

Komt thans allen, en luistert: ik zal u allen, die God vreest, verhalen wat Hij aan mijne ziel gedaan heeft. Mijn God en Heer is mijn spijs en drank geworden, een allerzoetste spijs, een heilzame drank. Zegent dan den Heer alle Zijne werken. Daar is geen heilige zooals de Heer, geen sterke zooals onze God. Rust, o God van sterkte, in myn hart; ik aanbid U. machtige Beheer-scher der wereld. Wie is er. Heer, aan U gelijk? Dank zy U gebracht voor Uwe hulp en hijstand Uwen dienaren geschonken. Ontferm U mijner. Heer, omdat ik zwak ben, en sterke vijanden mijne ziel zoeken. Gy zijt veel sterker dan zij. Gy zijt de sterke God, machtig in den ' strijd ; ja Heer, sterk mij in het gevecht, in de bekoring, in het gevaar; want ik ben zwak en licht

-ocr page 196-

180

als een blad, buigzaam als liet riet. Verlaat mij niet Heer, God van kracht, en wees mijne hulp op den dag der beproeving. Sta mij bij in den geestelijken strijd, opdat ik breke met al mijne zondige gewoonten, en de aanvallen mijner vijanden moge afslaan; de duivel toch gaat rond als een brieschende leeuw, zoekend wien hij zal verslinden, maar Gij Heer, wees mij een toren van kracht tegenover mijnen vijand; op U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld, in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

O God, die gezegd hebt dat Gij niet zoudt toelaten dat ik boven mijne krachten beproefd werd, en dat Uwe genade mij genoeg zou zijn, help en sterk mij in den strijd, opdat ik overwinne, en het eeuwig loon moge verdienen, waarvan Gij in dit H. Sacrament het onderpand hebt neergelegd.

-ocr page 197-

Vóór de H. Communio.

JESUS, DE BRON DES LEVENS.

Overweging.

1. JFie kouif? Christus, de Bron des levens; de Bron, geopend voor liet huis van David, en voor de inwoners van Jerusalem, tot afwassching van den zondaar, opdat, wie dorst heeft, kome; en die wil, het Water des levens om niet neme! Ieder die van dit Water drinkt, zal geen dorst meer hebben in eeuwigheid ; zooals de Heer eens bij Jacob's bron wachtte op de Samaritaansche vrouw, en haar vroeg: geef mij te drinken, zoo wacht Hij u thans op aan Zijn liefdedisch, en zegt: Kom tot mij, en Ik zal u verkwikken, mijn kind, geef mij uw hart.

2. Tot wien komt Hij? Tot een dei-dwazen, die de Bron van het levend water

-ocr page 198-

182

verlieten, en zich holle kuilen groeven, die geen water konden bevatten! Zie dan thans het dwaze uwer handeling in, en beloof uwen Jesus steeds in Zijne nabijheid te blijven. Verlang naar Zijne komst, gelijk het hert naar de waterbronnen; Hij toch is de Bron van alle goed.

3. Waarom komt Hij ? Opdat de mensch van dit Water drinken, en in eeuwigheid niet dorsten zou, en opdat het Water dat God hem geven zal, in hem een bron zou worden van water, dat springt tot in het eeuwig leven! In de H. Communie wordt u de kiem der onsterfelijkheid geschonken. Jesus gaat zoo aanstonds uwen dorst lesschen; versmacht gij, vermoeide reiziger op het doornig levenspad, niet van dorst?

Opwekking.

Mijne ziel dorst naar den almachtigen, en levenden God. Wanneer zal ik komen, en verschijnen voor het aangezicht van God ?

Gebed.

Wie dorst heeft, kome tot Mij; komt tot Mij die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken, dat was Uw woord, Heer, en zooals Gij eens bij Jacob's

-ocr page 199-

183

bron de Samaritaan sche vrouw hebt opgewacht, zoo wacht gy thans met liefdevol geduld op mij. Ja ik zal mijn dorst gaan lesschen aan de fontein van het levend water, om in eeuwigheid niet meer te dorsten. Tot dusverre versmachtte ik van dorst, want ik streefde niet naar Jesus' genaden, nuch naar eigen volmaaktheid; ik had een afkeer om te werken en mij op te offeren voor de eer van God; ook het zielenheil van anderen ging mij niet ter harte. Dit zal voortaan anders worden, want door Uwe tegenwoordigheid. Heer, zult Gij van mij een ander mensch maken en een nieuw leven in mijn hart storten. Dierbare Jesus, Gij zyt de weg dien ik moet volgen, door woord en voorbeeld zijt Gij mij voorgegaan; ik was afgedwaald van den waren weg, en daarom hebt Gij een doornig en moeilyk pad betreden, opdat ik Uwe voetstappen zou volgen. Gy Heer, zijt ook de Waarheid, want Uw woord is onfeilbaar, vrij van alle dwaling en bedrog. Eu eindelijk Gij Heer, zijt het Leven, de Bron van het leven zelf. Bevrijd mij dan van den eeuwigen dood. Spreek steeds door Uwe genade tot mijn hart, opdat ik nooit meer mijn dorst

-ocr page 200-

184

aan aardsche bronnen trachte te lesschen, en in liet zinnelijke voldoening zoeke, maar slechts naar Uwe genade en Uw bezit moge streven, om daarna in eeuwigheid gelukkig te worden.

Na de H. Communie.

JESUS, DE BRON DES LEVENS.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als de Bron van het levend water ; zie, stroomen van Zijn goddelijken Geest, zendt Hij af naar uwe dorstige en dorre ziel ; evenals de Saraa-ritaansche vrouw, moet gij nu tot Hem bidden: Heer, geef mij dat Water, opdat ik geen dorst meer hebbe! Thans bezit gij Jesus, de Bron van rijkdom en goedheid. Benut dit oogenblik om uit die levende Bron te putten, wat voor u noodig en heilzaam is.

2. Verlang, uit liefde tot Jesus, naar een onverzadelijken zieledom, opdat gij, uit liefde tot de deugd, naar boogere dingen, als van dorst versmacht, en in het wereldsche geen vreugde meer vindt!

-ocr page 201-

185

Zorg er voor, dat gij zelf geen uitgedroogde bron wordt; draag zorg voor uw eigen zielenheil, en dat van anderen; want Jesus oolc versmacht naar uw geluk. Riep Hij daarom op Zijn Kruis niet hoorbaar voor allen uit: Ik heb dorst?

3. Bid den Heer, om de deugd der nederigheid, vijl de Heer Zijne bronnen slechts in de dalen laat ontspringen, opdat de wateren tusschen de bergen zouden stroomen. Den nederigen geeft Hij genade, maar Hij wederstaat den hoovaardigen! De machtigen werpt Hij af van hun troon, en Hij verheft de nederigen. De nederigen van geest zal Hij behouden.

Opwekking.

Gij zult met blijdschap water scheppen, uit de bronnen des Zaligmakers!

Gebed.

Mijne ziel juicht en jubelt thans in Jesus' zoete tegenwoordigheid; welk een troost en vreugde werd mij heden geschonken ! ü, Heer, de weg, de waarheid en het leven, bezit ik thans als mijn eigendom. Als ik dezen Weg volg, kan ik

-ocr page 202-

186

niet afdwalen; en bedriegen zal ik mij evenmin, nu ik de Waarheid zelve mag omhelzen; zelfs den eeuwigen dood vrees ik niet meer, nu ik de Bron des levens zelve bezit. O, mij gelukkige die thans Uwe weldaden ontvangen heb. Zalig hy, die Jesus steeds tot aanvoerder heeft! Gij zijt de ware Weg, dien ik volgen moet, als ik tot den Vader verlang te komen. Gij zijt de eeuwige Waarheid, waaraan ik te gelooven heb, als ik niet wensch bedrogen te worden. Gij zijt het Leven, dat ik na dit ellendig leven hoop te verkrijgen. O Jesus, laat mij U volgen op den weg der gerechtigheid. Eeuwige Waarheid spreek tot mij, en verberg Uwe woorden in mijn hart, opdat ik niet meer zondige. Waarachtig en onsterfelijk Leven, leef steeds in mij door Uwe genade, en geleid mij op den weg der waarheid; Heer Jesus, leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte worden, want als ik niet nederig ben, kan ik Uwe genade niet verwerven, en ook geen andere deugden beoefenen, daar de nederigheid de grondslag van alles is ; geef Heer, dat ik in Uwen dienst en volgens Uw voorbeeld, mij een schat van verdiensten

-ocr page 203-

187

moge verzamelen; dan hoop ik eens het eeuwig gelukzalig leven in te gaan, na mijn aardsche pelgrimsreis, en ü, Bron des levens, te bezitten en in eeuwigheid geen dorst meer te hebben.

-ocr page 204-

Vóór de H. Communie.

JESUS, DE IJVERAAR DER ZIELEN-

Overweging.

1. Hrie komt? Christus, die haakt naar uwe ziel, gelijk de jager naar het wild; Zijne pijlen missen nooit hun doel, het zijn scherpe pijlen van een machtige, niet verzengende kolen. Jesus gaat bezit nemen van uw hart, niettegenstaande uwe zwakheden en onvolmaaktheden; want Hij bemint u, gij zijt naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen, en door Zijn kostbaar Bloed verlost. Verlangt gij thans ook vurig naar Jesus'komst?

2. Tot wien komt Hij? Tot uwe ziel, gelijk aan eene van die hinden, die leven in het woud; zij dwaalde rond tusschen de hekken, en de doornen der wereld, om de genade van God te ontvlieden. De liefde Gods dwingt u tot wederliefde!

-ocr page 205-

189

en toch moet de Heer zich misschien over uwe lauwheid beklagen, en u toevoegen: waar is uw ijver, en uwe liefde? Beantwoord dan nu eindeliik aan Gods genade, en schenk Hem geheel uw hart!

3. Waarom komt Hij ? Opdat uwe ziel, door den pijl van Jesus' liefde getroffen, zich eindelijk onder Zijne bescherming plaatse, en opdat zij verwond, ook andere zielen verwonden, en getroffen door den Jager, ook andere zielen treffen zou. Die Jesus waarlijk bemint, tracht Hem vele vrienden te bezorgen; bid dan nu bij uwe H. Communie voor de bekeering der zondaars en ongeloovigen, opdat zij allen mogen kennen, wat hun tot heil verstrekt, en terugkeeren tot den Herder en Opziener hunner zielen.

Opwekking.

God de Heer is mijne sterkte, en Hij zal mijne voeten maken, als die dei-hinden. En op de hoogten zal de Overwinnaar mij voeren, terwijl ik Hem lofzing.

Gebed.

Oneindig goede Jesus, thans zal ik U weder mogen ontvangen; 't is de liefde

-ocr page 206-

190

voor mijne ziel die u aanspoort tot deze vereeniging; ja altijd liebtGij mij onwaar-digen zondaar Uwe liefde bewezen. Uit liefde voor mij, zijt Gij uit den hemel neergedaald, en hebt Gij de menschelijke natuur aangenomen. Uit liefde voor mij, hebt Gij den schoot eener maagd niet geschroomd, en was het U niet te vernederend, als een hulpbehoevend kind in een stal geboren te worden, en in een kribbe te liggen. Uit liefde voor mij, zijt Gij het land doorgetrokken overal heilzame lessen gevend, zoodat het Uwe spijze was voor het geluk der menschen te zorgen. Uit liefde voor mij, werd Gij, de schoonste onder de kinderen der menschen, de man van smarten, misvormd en als een door God geslagene, en Uw lijden nam slechts een einde bij Uwen smartelijken kruisdood. En nu, ach wie kan Uwe liefde begrijpen, nu hebt Gij voor mij het H. Sacrament van Uw Lichaam en Bloed ingesteld, om zoo steeds by mij te kunnen blijven, en het voedsel te worden voor mijne ziel. En ondanks Uwe liefde voor mij, ging mijn zieleheil mij niet ter harte, en was ik op het punt mijne ziel voor eeuwig te verderven. Wie dan zal aan mijne oogen

-ocr page 207-

191

een bron van tranen geven, om mijne zonden te beweenen? o Jesus, wasch ze thans af in Uw H. Bloed; zuiver mij meer en meer van mijne zonden, opdat gij thans in mij geen smet meer ontdekken moogt. Versier mij met geloof, hoop en liefde, opdat ik met vrucht aan Uw gastmaal deelneme. O Jesus, ik versmacht van liefde en verlangen naar U.

Na de H. Communie.

JESUS, DE IJVERAAR DER ZIELEN.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als uwen machtigen Beschermer; Hij spande Zijn boog, en nam u, als doel voor Zijn pijl; in uw hart schoot Hij den pijl Zijner liefde! Niet slechts heeft God Zijnen Engelen omtrent u bevolen, opdat gij uwen voet aan geen steen zoudt stooten ; Hij zelf neemt u thans onder Zijne bescherming, en bewaart u als den appel zijner oogen. Dank Jesus voor dit onuitsprekelijke voorrecht, en spreek nu met Hem als met uwen besten vriend.

-ocr page 208-

192

2. Verlang, uit liefde tot Jesus, snel te loopen op het pad der deugd; wil uwen Vriend nimmer ontloopen, maar Hem steeds volgen met rassche schreden, of gij soms iets grijpen mocht, zooals gij zelf gegrepen zijt door Christus Jesus. Ontzie geene moeite om in de volmaaktheid vooruit te gaan; denk aan den ijver van zoovele heiligen, die u in het goede voorgingen, denk er tevens aan, hoe de duivel zich rusteloos beijvert, om uwe ziel te verderven.

3. Bid den Heer, om een brandenden zielenijver, opdat gij als een geducht jager voor den Heer, Hem iets moogt aanbrengen van de jacht; opdat Hij u zegene, en gij kunt zeggen met den wijzen man : ik heb mij beijverd, om het goede te doen; ik zal niet beschaamd worden. Die velen onderricht hebben op de wegen der gerechtigheid, zullen schitteren als sterren in alle eeuwigheid.

Opwekking.

Want Uwe pijlen zijn in mij ingedreven, en verzwaard hebt Gij op mij, Uwe hand.

-ocr page 209-

193

Gebed.

Ik leef, maar neen, niet ik, doch Christus leeft in mij. 0 mijne ziel bezwijkt gij niet van vreugde, nu Jesus U omhelst en U voedt met deze hemel-sche Spijze? Wat heb ik dan gedaan Heer, dat Gij mij zulke bewijzen Uwer liefde hebt geschonken? Ik heb U vervolgd, en Gij liefkoost mij. Ik heb Uw H. gelaat verontreinigd, en Gij geeft mij den vredekus. Ik heb U gewond door geeselslagen, doornen, en allerlei folteringen, en Gij wondt mij door Uw onuitsprekelijke liefde. Ik heb Uw hart met droefheid vervuld, en Gij vervult het mijne met vreugde. Geen wonder dan, dat ik voortaan alleen van U en Uwe liefde spreke, lieve Jesus, dat ik slechts aan U wil denken, slechts voor U wil leven.

Laat mijn liart in liefde tot U ontgloeien, Heer; geef mij den waren zieleijver; offers en moeilijkheden zal ik gaarne uit Uwe hand aanvaarden, om zoo verdiensten voor den hemel te verzamelen; de wereld zal ik slechts in zooverre beminnen, als zij mij het middel aangeeft om mijne zaligheid te bewerken;

7

-ocr page 210-

194

Gij, o Jesus, zijt mij genoeg. Ook neem ik mij voor door woord en goed voorbeeld anderen in het goede voor te gaan, bijzonder degenen die onder mijne zorgen gesteld zijn; niemand zal ik ooit door mijn wangedrag ergernis geven, maar, zooveel in mijn vermogen is, wil ik allen stichten en winnen voor den hemel; zoo hoop ik ook mijn eigen geluk voor eeuwig te verzekeren.

Sterk en help mij, lieve Jesus, met Uwe genade, en verlaat mij nooit meer. Jesus, IJveraar der zielen, ontferm U mijner.

-ocr page 211-

Vóór de H. Communie.

JESÜS, ONZE VERLOSSER.

Overweging.

1. Wie komt ? Christus, de Zaligmaker, die niet met vergankelijk goud of zilver, maar met Zijn dierbaar Bloed, als van een vlekkeloos en onbesmet lam, ons heeft vrijgekocht! Zie, thans nadert wederom Uwe verlossing; want gij verwacht Uwen Verlosser Jesus Christus; Hij, de Heer, is uw hulp en Zaligmaker, en wij allen ontvangen verlossing door Zijn Bloed. Uw rechtvaardige Koning en Zaligmaker, zal tot u komen.

2. Tot wien komt Hij? Tot uw arme, aan de wereld verkochte ziel, die als de gevangen dochter van Sion, nederzit bij de vloeden van Babyion en weent. God kent uwe ellende. Hij hoort uwsmeeken; niet als weezen wil Hij ons hier achter-

-ocr page 212-

196

laten; ten einde toe heeft Hij u liefgehad; en in Zijne liefde vond Hij het middel uit om altijd bij u te blijven. Hij zal u verlossen uit de handen uwer vijanden; vertrouw op Zijne hulp, Hij is de Verlosser, in den tijd der verdrukking.

3. Waarom komt Hij? Om uwe zonden te vergeven, en al uw krankheden te heelen; om u leven van den ondergang te redden, en u te kronen, met erbarming en barmhartigheden! Bereid dien God van liefde cu goedheid eene waardige woning in uw hart; vraag Hem alles wat gij wilt, want bij Hem is overvloedige verlossing.

Opwekking.

Om Siou's wil, zal ik niet zwijgen, en om Jerusalem, zal ik niet rusten, totdat als een lichtglans opga haar Gerechte, en haar Verlosser als een fakkel ontstoken worde!

Gebed.

Lieve Jesus, mijn Verlosser, Gij hebt mij bemind en U zeiven voor mij overgeleverd ; Gij hebt mij in Uw H. Bloed gewasschen, om mij van alle ongerechtigheid te reinigen. Onbevlekt Lam!

-ocr page 213-

197

door LTw kostbaar Bloed hebt Gij mi] niet slechts verlost, maar Gij noodigt mij uit, om heden den H. Kelk van Uw Bloed te drinken, opdat ik nog meer van mijne zonden gezuiverd en witter worde dan sneeuw. Wonderbaar geheim van liefde! Deze vreugdebeker geeft ni ij een voorsmaak van de vreugde des hemels. Mijn Jesus, daar is niemand die mij verlossen kan dan Gij; ontferm ü dan over mij; bij U is barmhartigheid en overvloedige verlossing; beproef en onderzoek mijn hart, en ziet Gij daarin nog ongerechtigheid, wasch mij dan in Uw Bloed, opdat ik, door Uw H. Bloed te drinken, mij niet hot oordeel drinke. Lieve Jesus, ik zal thans het heilige dei-heiligen ingaan, ik zal den kelk des heils opnemen, Uw Naam aanroepen en behouden zijn!

Na de H. Communie.

JESUS, ONZE VERLOSSER.

Overweging.

1. Beschouir, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, als uwen Verlosser,

-ocr page 214-

198

die het juk van uwen last, de roede van uwen schouder, den staf van uwen dwingeland, den duivel, verbroken heeft; gij zijt de gevangene, dien Jesus door Zijne genade van de dienstbaarheid der vergankelijkheid vrijgemaakt heeft, tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods! Ja thans weet gij dat uw Verlosser leeft, want God heeft u bezocht, en redding aan Zijn volk geschonken; de genade van God; uwen Zaligmaker, is verschenen. Begeef u niet wederom door uwe zonden in de gevangenschap van den duivel: wat pijn en smart, welke diepe vernedering heeft uwe verlossing niet aan uwen Jesus gekost!

2. Verlang, uit liefde tot Jesus, u dapper en moedig te gedragen, opdat gij, aangespoord door God, die Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen heeft overgeleverd, met hoogere verlangens vervuld moogt worden, en moeielijke dingen voor Hem durft te ondernemen! Hebben zij Jesus vervolgd, z'j zullen ook u vervolgen. Schrik voor geen offers terug, waar het de eer van Jesus geldt; want die Hem navolgt, wandelt niet in de duisternis, maar zal het licht des levens hebben.

-ocr page 215-

199

3. Hem, om de deugd der broederlijke liefde, opdat gij uw leven voor uwe broeders moogt geven, zooals God Zijn leven voor u gegeven heeft! Die zegt God lief te hebben, maar zijn broeder haat, is een leugenaar, en de waarheid is niet in hem. Gij zult den Heer, Uwen God beminnen uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel, uit al uw verstand, en uit al uwe krachten; dit is het eerste gebod; maar het andere, hieraan gelijk, is: gij zult uwen naaste beminnen, als u zeiven. Een grooter gebod dan dit, bestaat er niet.

Opwekking.

Zie, God is mijn Zaligmaker; ik zal vrijmoedig handelen, en niet vreezen; want mijne sterkte en mijn lof is de Heer, en Hij is mij tot heil geworden.

Gebed.

U, mijn Verlosser, heb ik dan thans in mijn hart ontvangen. Loof mijne ziel den Heer, en wil Zijne weldaden nooit vergeten. Gij hebt mij verlost, en U over mij ontfermd; Gij hebt de keten van mijn hals verbroken. Mijn Jesus, ik ben Uw onderdaan, en dank Ü voor Uwe

-ocr page 216-

200

hulp en bevrijding uit des Satans macht. Geef dat ik mij niet opnieuw in de slavernij des duivels begeve door mijne zonden en overtredingen van Uwe wet. Bewaar mij als Uw eigendom. De Uwe ben ik voor eeuwig. In Uwe handen beveel ik mijnen geest. Uwe liefde voor mij, o Verlosser, is zonder grens; geef dat ik, in navolging van U, ook U meer en meer moge beminnen, en aan al mijne evenmenschen, ook zelfs aan mijne vijanden een minnend hart moge toedragen. O Heer, vermeerder mijne liefde, en geef, dat ik in eeuwigheid niet meer van Uwe liefde gescheiden worde.

-ocr page 217-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONS OPPERSTE GOED.

Overweging.

1. Wie komt? Cliristus, de Bron van alle goed. Hij noodigt u uit tot Zijn discli met de woorden: hoor naar Mij, en eet van liet goede, en laat uwe ziel zich met deze spijze voeden, en verzadigd worden. Inderdaad, niemand is goed, dan God alleen; Hij opent Zijne hand, en vervult ieder schepsel met zegening; maar als Hij Zijn gelaat afwendt, worden allen verstrooid. Zijne barmhartigheid is grooter, dan de ellende aller menschen. Opnieuw gaat gij thans een sprekend bewijs Zijner oneindige goedheid ontvangen, Hij wordt uw eigendom in de H. Communie.

2. Totwien komt Hij? Tot een rampzalig schepsel, omringd van tallooze ram-

-ocr page 218-

202

pen, dat hot kwaad goed heet, en het goed kwaad, dat duisternis tot licht maakt, en licht tot duisternis. Begrijp thans eindelijk dat alles ijdelheid is behalve God te beminnen, en Hem alleen te dienen; besef thans hoe boosaardig de mensch handelt, die Zijnen God, de Bron van oneindige goedheid verlaat. Nu gij tot Hem zijt teruggekeerd, en Jesus zich aan U gaat geven, zult gij het ondervinden, hoe goed de God van Israël is, voor hen die rechtzinnig zijn van harte.

3. Waarom komt Hij? Om u te leeren wat goed is, en wat de Heer van u vraagt; om uwe verlangens met goederen te vervullen, en u aan te stellen over geheel Zijne bezitting! Gij zijt voor God geschapen, en uw hart is ongerust, totdat het zijn rust vindt in God.

Opwekking.

Wat heb ik in den hemel, en wat wensch ik op aarde, buiten U! myn God! De God mijns harten, en mijn deel is God, in eeuwigheid!

Gebed.

Opdat ik, dierbare Zaligraaker, niet

-ocr page 219-

203

op den weg zal bezwijken, heb ik weder voedsel noodig; Gij gaat mij een heilige Reisspijze geven, en maakt daardoor voor mij het aardsche tranendal tot een hemelsch paradijs. Maar zal ik met zoovele zonden bezwaard, het wagen tot II, Heer, te naderen? Ja, ik sidder en beef, wanneer ik mijne vroegere zondige levensjaren overweeg; maar tevens vertrouw ik op Uwe ontfermende liefde en barmhartigheid; Gij, o God, zult vrede en rust aan mijn bedroefd en ellendig hart gaan schenken. Kom dan Jesus, en spreek tot mij dat woord van vergeving en vrede; zwijg niet; want ik ben een aankomeling en een vreemdeling, zooals al mijne vaderen. Wij hebben hier geen blijvende woonstede. Ik ben een burger, niet van deze wereld, maar van de hemelsche stad Jerusalem. Tsreem dan weg van mij, o Heer, alle schuld, en verhoor mij armen balling, opdat ik voortaan in U alleen genoege vinde.

Voorheen stelde ik slechts mijne zinnen op deze wereld, en beroofde mij aldus van de zoetste vertroostingen; ik leefde verstrooid en volbracht de plichten van mijn staat niet naar behooren, zonder de goede meening U, o God, te behagen ;

-ocr page 220-

204

ik had geen verdienste van mijn werk, en bedreef zonde op zonde; boe ongelukkig Heer, was ik zonder TJ! Mijn God en mijn al! Thans ga ik U ontvangen; kom rusten in mijn hart en geel dat ik U nooit meer door de zonde moge verliezen.

Na de H. Cammunie.

JESUS, ONS OPPERSTE GOED.

Overweging.

1. Beschouw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, uit Wiens volheid, wij allen hebben ontvangen: alle goede gave en iedere volmaakte gift is van boven, nederdalend van den Vader der lichten, bij Wien geene verandering is, noch overschaduwing van terugkeer! Al het Mijne is het uwe, dat woord kan Jesus thans in waarheid tot u zeggen. Bewonder Zijne goedheid; de God uws harten bezit alle volmaaktheden in oneindigen graad, zonder eenige onvolmaaktheid, Hij is de Bron, de oorsprong en het voorbeeld van alle volmaaktheden in de schepselen. Tevens bezit Hij alle

-ocr page 221-

205

deugden, op eene volmaakte en onveranderlijke wijze, aan Hem moet gij uwe heiligheid ontleenen; dank uwen goeden Jesus, vooral nu in dit heilig oogenhlik.

2. Verlang, vol liefde tot Jesus, u onafscheidelijk aan Hem te verhinden, zoodat ge, in uw geest en hart, altijd God bewaart, en dat, noch dood, noch lev?n, noch iets ter wereld u zal kunnen scheiden, van de liefde Gods, welke is in Christus Jesus onzen Heer! Ondankbaarheid toch is een der grootste ondeugden, en liefde vraagt wederliefde.

3. Bid Hem, om de voortdurende gedachte aan Gods tegenwoordigheid; opdat gij voor Hem wandelt, en volmaakt zijt, en het uwe vreugde zij, met den Zoon van God om te gaan. zooals Hy er Zijn vermaak in schept, van om te gaan met de kinderen der menschen! Leef hier steeds in Jesus' liefde, dan zult gij ook in de eeuwigheid niet van Hem worden gescheiden.

Opwekking.

In U alleen, o God, bezit ik alles te gelijk; Gij zijt het licht mijner oogen, en de staf van mijnen ouderdom; de troost van mijn leven!

-ocr page 222-

206

Gebed.

Welk eene vreugde en troost vervult thans mijn hart! Jesus, de God van hemel en aarde, de Bron van alle goed is mijn eigendom! Ik bezit thans meer dan de wereld mij geven kan. Gij hebt zelf gezegd, o Heer, dat het hart vm die U zoeken met vreugde zal vervuld zijn, hoeveel meer vreugde dan zal hun geschonken worden, die U reeds gevonden hebben. Thans geniet ik den voorsmaak des hemels; welk eene zaligheid ben ik in het eigenlijke Vaderland niet te wachten, als ik hier als pelgrim in het tranendal zooveel genot en vrede ontvang! Lieve Jesus, stort in mijn hart een vurig verlangen naar den hemel; doordring mij van de waarheid van Uw woord, dat slechts ééne zaak noodzakelijk is, en dat het mij niets zal baten de geheele wereld te winnen, terwijl ik schade lijd aan mijne onsterfelijke ziel. Gij Heer, en Gij alleen, zijt mijn erfdeel. Gij zult eens mijn overgroot loon zijn; Gij zijt de belover en de belofte, de vergelder en het loon zelf; Gij zijt mijn God en mijn al. Mijn hart is ongerust, totdat het in U, o God, zijn rust

-ocr page 223-

207

zal vinden. Om U dan eeuwig te bezitten in den hemel, zal niets mij te veel zyn; geef mij, goede Zaligmaker, Uwe genade om mijne voornemens goed ten uitvoer te brengen, en steeds zoo te even dat ik Uwe liefde beware, en waar-cig worde U eens van aanschijn tot amschijn te aanschouwen.

-ocr page 224-

Vóór de H. Comnrnnie.

JESÜS, DE GOEDE HERDER.

Overweging.

1. Wie komt? Christus, de Herder en Opziener onzer zielen, de goede Herder die Zijne schapen kent, cn Zijn leven geeft voor Zijne schapen; Christus komt u thans opzoeken, zocals een herder zijne kudde bezoekt! ia, Jesus is in waarheid de goede Herder, want Hij voedt u met Zijn leer en voorbeeld, met Zijne genade, ja zelfs niit zijn eigen Vleesch en Bloed. En verdedigt Hij u niet door Zijne tegenwoordigheid en bescherming, door Zijn gebed en offer? Licht, kracht en leven ontvangt gij van Hem. En welk een teedere zorg legt Hij aan den dag, als gij zijt afgedwaald van het ware pad! Hij betreurt uwe zonden, en zoekt en roept u, ja neemt

-ocr page 225-

209

u weder goedertieren in Zijne armen op.

2. Tut wien komt Hij? Tot u, die, als een overstandig schaapje ronddwaalt in de woestijn dezer wereld, waar gij zoo gemakkelijk de prooi wordt van roovers, of van wilde dieren ! Waart gij wel altijd aan het lam gelijk, in onschuld, in zachtmoedigheid en geduld, en in gehoorzaamheid? Word dan nu een getrouw schaap van Jesus' kudde.

3. Waarom komt hij? Om het verloren schaap op te zoeken, en het, als Hij het gevonden heeft, vol vreugde op Zijne schouders te nemen, de Engelen en Heiligen te zamen te roepen, en hun te zeggen: verblijdt u met Mij, want Ik heb mijn verloren schaap teruggevonden ! Luister thans naar de stem van uwen Herder, nu Hij u komt bezoeken, en volg Hem gewillig na.

Opwekking.

Als een schaap, dat verloren was, dwaal ik rond; o Heer, zoek Uwen dienaar, want Uwe geboden heb ik niet vergeten.

Gebed.

Lieve Jesus, goede Herder, die Uwe schapen kent en voor hen Uw leven hebt

-ocr page 226-

210

gegeven, die hen ook vol erbarming in Uwen schoot verbergt, zoek Uwen dienaar, in dit heilig uur. Als een schaap, dat verloren was, heb ik rondgedwaald, ik zag reeds den wolf komen, om mij te rooven en te verslinden. Welaan dan, Beschermer van mijn leven, haast U en kom tot mij; geleid mij langs veilige wegen, en niets zal mij ontbreken. Red mij, uwen geringen dienaar, uit de macht mijner vijanden; bewaar mij. Heer, als den appel van Uw oog. Jesus, mijn Beschermer, Gij zijt mijn toevlucht op deze woeste en onvruchtbare aarde. Ach besteed al Uw zorg aan mij; ik zal trachten den smallen maar goeden weg te volgen; wees Gij mijn Aanvoerder; als Gij met mij zijt, mijn licht en mijn heil, wien zal ik nog vreezen ? Geleid mij, o Jesus, door dit leven naar de heerlijke weiden van het eeuwige leven.

Na de H. Communie.

JESUS, DE GOEDE HERDER.

Overweging 1. Beschoww. met de oogen des geloofs,

-ocr page 227-

211

Christus in uw hart, als den liefderijksten Herder, die u voedt met Zgn eigen Vleesch en Bloed; gij zijt het schaap Zijner kudde, dat nu de stem Zijner genade verneemt, en tot Hem snelt. En waar is de herder, die zooveel voor Zijne schapen over heeft? Verzucht tot Jesus : goede Herder, waarachtig Brood, wil u over mij ontfermen, mij weiden en beschermen, en laat mij eens in het land der levenden, Uwe heerlijkheid aanschouwen.

2. Verlang, uit liefde tot Jesus, naar den geest van offer; evenals eertijds het lam geslacht, geofferd en aan den Heer werd opgedragen, zoo behoort ook gij dagelijks, maar nu vooral, u aan God op te offeren, en u met lichaam en ziel aan Hem toe te wijden.

3. Bid den Heer, om de deugd dei-godsdienstigheid, opdat gij God den Heer, aan Wien gij toebehoort, aanbiddingen eerbied moogt schenken. Verlaat den goeden Herder nimmer meer. Wie in de hulp des Allerhoogsten woont, zal onder de bescherming van den God des hemels verblijven; Hij zal, zoo spreekt God, tot Mij roepen, en Ik zal hem ver-hooren; met hem ben Ik in de kwelling; Ik zal hem er aan ontrukken, en ver-

-ocr page 228-

212

heerlijken; met lengte van dagen zal Ik hem vervullen, en hem mijn heil toonen.

Opwekking.

De Heer leidt mij, en niets zal mij ontbreken; in een weideveld, daar heeft Hij mij geplaatst. Aan een ververschend water voedt Hij mij op. Mijne ziel doet Hy opleven. Hij geleidt mij, langs paden van gerechtiglieid, ter wille van Zijnen naam. Want al zou ik ook wandelen, te midden der schaduw des doods, ik zou geen onheilen vreezen, want Gij zijt met mij. Uwe roede en Uw herderstaf, die beuren mij op!

Gebed.

Liefdevolle Jesus, voorheen behoorde ik onder het getal der dwalende schapen, maar thans ben ik teruggekeerd tot U, Herder en Bestuurder der zielen. Gij goede Herder, zijt mij gaan opzoeken. Gij hebt mij op Uwe schouders genomen en naar den schaapstal teruggebracht; meer nog, Gij hebt mij gepla.atst op eene welige weide, mij aan Uwen H. liefde-disch doen aanzitten, waar Gii mij gevoed hebt met Uw eigen Lichaam en Bloed. En waar is de herder die op U gelijkt,

-ocr page 229-

213

goede Herder bij uitnemendheid ? Gij hebt Uw leven gegeven voor Uwe schapen, maar nog oneindig veel meer hebt Gij gedaan door de instelling van dit H. Sacrament, dat ik thans het geluk had te ontvangen. Verder, lieve Jesus, vergun mij dat ik het U zeg, kon Uwe liefde voor den mensch niet gaan. O mocht ik dan altijd in mijn leven Uwe liefde voor mij gedenken, mocht ik het lam gelijk zijn in onschuld, zachtmoedigheid, geduld en gehoorzaamheid. Ja Heer voor U wil ik lijden en strijden; Uw H. wil is mij genoeg. Aan U wil ik geheel toebehooren, voor U wil ik leven en sterven; weg met de wereld en hare vermaken, weg met alle verleiding tot zonde; wijk Gij, goede Herder, niet van mijne zijde, en geleid mij, langs veilige wegen, naar den schoonen hemel. Zalig zij die in uw huis wonen o Heer! in de eeuwen der eeuwen zullen zij U prijzen. Zij zullen verzadigd worden dooiden overvloed van Uw huis, en Gij zult hun dorst lesschen aan de beek van weelde en geluk.

-ocr page 230-

Vóór de H. Communie.

JESUS, ONS VOORBEELD.

Overweging.

1. Wie komt ? Christus, het Voorbeeld aller heiligheid en deugd, dat eens op Golgotha aan de wereld getoond werd, en nog dagelijks in de H. Mis op onbloedige wijze, u getoond wordt; Christus, het Voorbeeld, waaraan wij allen gelijkvormig moeten worden! Jesus, de weg, de waarheid en het leven komt tot u. Hij is de weg, door Zijn voorbeeld; de waarheid door Zijne leer. Zijne beloften en bedreigingen ; het leven, door Zijne genade en heerlijkheid. Spiegel u thans vooral aan Zijn voorbeeld.

2. Tot wkn komt Hij? Tot u. Zijn evenbeeld en gelijkenis, waarin het goud verduisterd en de schoonste kleur veranderd is, want de mensch heeft

-ocr page 231-

215

het niet ingezien, toen hij in eere was, hij gelijkt op lastdieren zonder verstand, en wordt aan hen gelijk. Ondanks Uwe onwaardigheid, noodigt Jesus u uit; nader dan tot Hem met een oprecht gevoel uwer eigen geringheid, maar ook met een vast vertrouwen.

3. Waarom komt Hij? Opdat de mensch, met ongedekten aangezichte, de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel zou aanschouwen. Jesus toch heeft u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen, wat hij gedaan heeft.

Opwekking.

Mijn Heer trekke voor Zijnen dienaar uit, en ik zal langzaam Zijne voetstappen volgen, totdat ik kome bij mijnen Heer!

Geued.

Geloofd, aangebeden en gedankt zij Jesus Christus in Zijn H. Sacrament; nog slechts weinige oogenblikken, en ik ben de gelukkigste mensch der wereld; Jesus, mijn God, ga ik ontvangen, Hem zeiven, het volmaakte Toonbeeld van deugd en heiligheid. Ik neem mij dan voor om U, lieve Jesus, in het vervolg

-ocr page 232-

216

na te volgen, en al wat mij van Uwe navolging kan afhouden te verfoeien en te verachten; ik verzaak de zonden, de zondige gewoonten, de booze neigingen van mijn hart. De noodzakelijke middelen om den boozen mensch in mij te bestrijden, en den nieuwen mensch aan te doen, en U, o God, na te volgen, wil ik gaarne aanwenden. Prent, lieve Jesus, Uw beeld en gelijkenis diep in mijn hart, opdat ik U steeds voor oogen hebbe; niets toch is zoo eervol en verheven dan U na te volgen, want niemand is zoo verheven als Gij; daarbij is het gemakkelijk en aangenaam, want Gij, lieve Jesus gaat mij voor, en eischt minder dan de wereld; Gij belooft uw hulp en troost en geeft mij voedsel in overvloed op mijn levensweg; Die Jesus navolgt ontvangt daarenboven een hemelsch loon; de Christen toch moet een andere Christus zijn, dus een navolger van Christus; Jesus is de eenige weg; bewandel ik dien weg niet dan bereik ik mijn einddoel niet; dierbare Verlosser, maak mijn hart aan het Uwe gelijk; leer mij Uwe voetstappen te drukken, om zoo langs den weg van lijden en strijden te geraken tot de vreugde en heerlijkheid des hemels.

-ocr page 233-

217

Na de H. Communie.

JESUS, ONS VOORBEELD.

Overweging.

1. Beacho uw, met de oogen des geloofs, Christus in uw hart, die u Zijn beeld toont, opdat gij de gelijkenis van den hemelschen Jesus zoudt dragen, zooals gÜ eens de gelijkenis van den aardschen Adam gedragen hebt. Gij waart tot op heden, nog een onervaren schilder, die nauwelijks de eerste lijnen hebt kunnen nateekenen, wijl gij tot nu toe het beeld van den aardschen mensch in uw hart hebt willen dragen! Wees volmaakt zooals Uwe hemelsche Vader volmaakt is. Leef zóó, dat gij eens op uw sterfbed tot God kunt zeggen: gedenk Heer, hoe ik voor U gewandeld heb, in waarheid, en in volmaaktheid van hart.

2. Verlang, aan Jesus volkomen gelijkvormig te worden, zoodat gij u tooit met Gods volmaaktheden, in zoover dit den mensch mogelijk is, en gij die deugden tracht na te volgen, die Jesus vooral in dit heilig Sacrament beoefent: liefde, nederigheid en gehoorzaamheid.

-ocr page 234-

218

3. Bid Hem, om eene volkomen ver-eeniging met Zijnen Wil, opdat de goede God over u roemen kun: Ik heb eenen man naar Mijn hart gevonden, die in alles Mijnen wil zal doen! Die in alles zich onderwerpt aan den H. Wil Gods, geeft zich zeiven geheel aan God; en dit is de hoogste volmaaktheid.

Opwekking.

Met Christus ben ik gekruisigd; en niet ik leef, maar Christus leeft in mij.

Gebed.

Hartelijken dank, o Heer, voor de onuitsprekelijk groote weldaad mij heden geschonken. Gij hebt mijn arme en bedroefde ziel bezocht, en mij rijkdom en troost geschonken. Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet Zijne weldaden niet. Wat zal ik den Heer thans wedergeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft? Gij, Heer, vraagt slechts mijn hart, en mijne wederliefde. Welnu dan, lieve Jesus, neem mijn hart aan, nu Gij het verlangt, maar ontvang tevens ook mijne voornemens; ik wil voortaan niet aan de wereld, maar, aan U gelijkvormig worden ; aan de verleidende woor-

-ocr page 235-

219

den der zondige wereld zal ik geen gehoor geven, maar slechts luisteren naar U, die mij wenkt en tot mij zegt: Kom en volg mij; de zonde en al wat mij tot zonde voert verzaak ik thans opnieuw. Mijn leven zal dagelijks ééne oefening zijn van deugd en heiligheid; die ü, o Jesus, navolgt, wandelt niet in de duisternis, maar zal het licht des levens ontvangen. Dierbare Jesus, maak mij waardig om TJ ook eens naar den hemel te volgen; bewaar mij in geloof, hoop en liefde, opdat ik aan Uwe geboden getrouw, en in alles onderworpen aan Uwen H. Wil, aan het doel van mijn leven beantwoorden en aan Uwe wijze beschikkingen gehoorzame, en eens in vrede moge rusten.

-ocr page 236-

ALGEMEENE COMMUNIE-OEFENING.

Vóór de H. Communie.

Oefening van geloof.

God van hemel en aarde, Verlosser der niensclien, Gij komt tot mij, eu ik zal liet geluk hebben ü te ontvangen. Wie zou aan dit wonder kunnen geloo-ven, zoo Gij het niet zelf gezegd had? Ja Heer, ik geloof dat Gij het zijt, dien ik in dit H. Sacrament ga ontvangen; U, die geboren in eene kribbe, voor mij zijt gestorven op het kruis, en, die ver-heerlijkt in den hemel, toch niet ophoudt U onder deze aanbiddelijke gedaante op aarde te verbergen.

Ik geloof in Uwe tegenwoordigheid, mijn God, en ik ben er even zeker van, als wanneer ik U met eigen oogen aanschouwde. Ik geloof, omdat Gij het hebt

-ocr page 237-

221

gezegd, en Tjw heilig woord onfeilbaar is. Ik geloof, tegen de getuigenis mijner zintuigen in; en verzaak aan mijne zintuigen. Ik geloof, en al moest ik ook den dood sterven voor de belijdenis dezer waarheid, door Uwe genade geholpen, mijn God, zou ik dezen liever ondergaan, dan mijn geloof en mijn godsdienst te verloochenen.

Gij zijt waarachtig een verborgen God. Ik geloof, Heer, kom mijne zwakheid in het geloof te hulp.

Oefening van ootmoed.

Wie ben ik, God van glorie en majesteit, dat Gij U verwaardigt Uw oog op mij te slaan? Van waar komt mij dat benijdenswaardig geluk, dat mijn Heer en Mijn God tot mij komt? Hoe, ik arme zondaar, ik zou het wagen tot den driewerf heiligen God te naderen, om het Brood der Engelen te nuttigen? Ach, Heer, ik verdien het niet, en zal het nimmer waardig zijn!

Koning des hemels. Schepper en Bestuurder der wereld, alleenheerschend Vorst, ik vernietig mij in het stof voor Uw aanschijn, en zou wenschen mij zoo diep voor Uwe glorie te vernederen, als

-ocr page 238-

222

Gij U in het allerheiligste Sacrament, uit liefde voor mij vernedert. In den diepsten ootmoed erken ik Uwe opperste majesteit, en mijn eindelooze nietigheid. De beschouwing van dezen afstand vervult mij met eene diepe schaamte. Wat zal ik U zeggen, mijn God ? Ach Heer, ik ben de genade, welke Gij mij heden bewijst, niet waardig.

Oefening van berouw.

Gij komt tot mij, allergoedertieren-ste en barmhartige God! Helaas, door mijne zonden hadt Gij U veeleer van mij moeten verwijderen! Zie, ik verzaak ze in Uwe tegenwoordigheid, mijn God, ik verfoei ze voor altijd. Beschaamd over het leed dat zij U berokkend hebben, innig geroerd door Uwe eindelooze goedheid, oprecht besloten ze niet meer te plegen, verfoei ik van ganscher harte al mijne zonden, en smeek U nederig om vergiffenis. Vergeef ze mij, o Vader; en daar Gij mij nog zoo bemint, dat Gij mij veroorlooft heden totU te naderen, durf ik op Uwe vergeving hopen. Vergeving, o Jesus, vergeving! Zooals ik vertrouw, ben ik reeds door het Sacrament der boetvaardigheid gezuiverd, maar

-ocr page 239-

223

wasch mij, Heer, wasch mij meer en meer, zuiver mij van de minste zondesmetten, schep in mij een rein hart, en vernieuw in mijn binnenste den geest van onschuld, die mij in staat stellen zal, IJ op eene waardige wijze te ontvangen.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God, en hernieuw den rechten geest in mijn binnenste.

Oefening van hoop.

Gij komt tot Mij, goddelijke Zaligmaker der zielen! Wat kan ik nu van Uwe goedheid verwachten, nu Gij U, geheel aan mij geeft?

Ik nader tot U, mijn God, vol vertrouwen op Uwe oneindige macht en oneindige goedheid. Gij kent al mijne behoeften, en kunt ze wegnemen. Gij noodigt mij uit tot U te komen, en belooft mij te hulp te komen met Uwe genade. Welnu, mijn God, hier ben ik, steunende op Uw woord. Ik ben hier met al mijne zwakheden, mijne ellende en verblindheid. Ik hoop, dat Gij mij zult verlichten, ondersteunen en verbeteren.

-ocr page 240-

224

Ik hoop dit, zonder vreeze van teleurgesteld te worden. Want zijt Gij niet, mijn God, de Meester van mijn hart? En zal, mijn hart U ooit meer volkomen toebehooren, dan wanneer Gij er eenmaal Uw intrek in zult genomen hebben?

Op U Heer heb ik gehoopt, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

Oefening van liefde.

O Jesus, mijn God en mijn al. Gij hebt niet meer kunnen doen om mijne liefde te winnen, dan Gij voor mij gedaan hebt. Voor mij zijt Gij, na een leven van smaad en vernedering, aan het kruis gestorven, en hebt Gij het Allerheiligste Sacrament ingesteld, als het middel om altijd bij mij te blijven, en U met mij te vereenigen. O onbegrijpelijke liefde! het schepsel zal zijnen Schepper in het hart gaan ontvangen! Hoezeer verdient Gij dar. mijne liefde, o Heer! Mochten alien toch Uwe liefde kennen, en met wederliefde vergelden! Heilige Engelen en Seraphijnen brandend van liefde, Maria, Moeder der reine liefde, komt mij door uwe gebeden te hulp, opdat ik mijnen God beminne, die

-ocr page 241-

225

zoo vurig naar mijne liefde verlangt, en alle aanspraak heeft op mijn hart.

Oefening van verlangen.

Hoe is het mogelijk, mijn God, dat Gij tot mij komt, en nog wel brandend van verlangen om U met mij te vereenigen ? Kom, W elbeminde mijner ziel; Lam Gods, aanbiddelijk Lichaam en Bloed van mijnen Zaligmaker, kom mijne ziel versterken! Kom, dat ik U aanschouwe. God van mijn hart, mijne vreugde, mijne liefde, mijn God en mijn al!

Wie zal mij vleugelen geven, om mijne vlucht naar U te richten? Mijne ziel smachtend van verlangen naar U, verkwijnt zonder U, en haar vurigste streven geldt U, mijn God, mijne zoetheid, en mijne vertroosting.

Kom dan, allerzoetste Jesus, spreek slechts één woord en ik zal gezuiverd zijn, hoe onwaardig ik overigens ook ben om U te ontvangen. Mijn hart is gereed. Naar U verzucht mijne ziel, mijn God!

De confiteor of schuldbelijdenis.

Ik belijd voor God almachtig, de H. Maria altijd Maagd, den H. Michaël

-ocr page 242-

226

Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb, met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld; door mijne allergrootste schuld; daarom smeek ik de H. Maria altijd Maagd, den H. Michaël Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en alle Heiligen, den Heer onzen Uod voor mij te willen bidden.

De almogende God ontferme zich over ons, en na onze zonden vergeven te hebben, voere Hij ons tot het eeuwig leven.

Vryspraak, kwijtschelding en vergiffenis, verleene ons de almachtige en barmhartige Heer. Amen.

Daarna driemaal:

Heer, ik ben niet waardig dat Gij komt onder mgn dak, maar zeg het maar met een enkel woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Op het oogmblik der 11. Communie.

Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus, beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

-ocr page 243-

Na de H. Communie.

Lieve Jesus, Bron des levens, U bezit ik thans in mijn hart! Ik geloof, dat Gij zijt de Koning van hemel en aarde, het geluk der Heiligen; ik geloof dat ik U onder de nederige gedaante van brood in mijn binnenste besloten houd. Jesus, vermeerder nu mijn geloof; geef mij de genade dit geluk altijd te waar-deeren, en er U mijn dank voor te betuigen; wees welkom Heer, in mijn hart, en geef dat ik U nooit door eenige zonde daaruit verbanne!

Dierbare Jesus, Gij hebt dit H. Sacrament ingesteld, als eene gedachtenis van Uw kostbaar lijden en dood; ik dank U uit geheel mijn hart, voor alle smart en verguizing voor mij ondergaan, toen Gij door den last mijner zonden bedroefd zijt geworden tot den dood, en Gij, van Uwe leerlingen verlaten, vanUwevijan-

-ocr page 244-

228

den bespotting moest verdragen; ik dank U voor Uwe verlatenheid aan het kruis! voor het kostbaar bloed voor mij vergoten; en voor Uwen dood, die mij het leven bracht.

Laat de vrucht van deze overvloedige verlossing voor mij niet verloren gaan; maar maak my, door deze H. Communie, opnieuw deelachtig aan de vruchten van Uwen dood, en geef mij de genade, om alle bekoringen en aanvallen van den vijand te overwinnen.

Oefening van aanbidding.

Aanbiddelijke Majesteit van mijnen God, voor Wien de verhevenste machten van hemel en aarde onwaardig zijn te verschijnen, alleen het diepste stilzwijgen, voegt hier in Uwe tegenwoordigheid.

Ik aanbid U, driewerf heiligen God, en breng U de huldebewijzen, verschuldigd aan Uwe opperste Majesteit; voor U buigen zich alle knieën, voor U is alle macht zwakheid, alle voorspoed ellende.

Aan U alleen, grooten God, Koning der eeuwen, zij alle eer er. glorie. Heil en zegening aan Hem, die komt in den naam des Heeren. Gezegend zij de eeuwige

-ocr page 245-

229

Zoon des Allerhoogsten, die Zich heden verwaardigt, zich op zoo teedere wijze met mij te vereenigen, en bezit van mijn hart te nemen. Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Gij alleen zijt de Heer, de Allerhoogste, o Jesus Christus.

Oefening van liefde.

Zoo heb ik dan eindelijk het onwaardeerbaar geluk U te bezitten. God van liefde! Welke goedheid! Hoe zal ik daaraan beantwoorden? Ach, waarom bezit ik slechts één hart, om u te beminnen? Ontvlam dat hart, mijn God, en ontsteek het in liefde tot U! Mijn Welbeminde is geheel aan mij; Jesus, de lieve Jesus, geeft zich aan mij. Engelen des hemels, Moeder van mijnen God, Heiligen des hemels en der aarde, leent mij uwe harten, geeft mij uwe liefde, om den allerzoetsten Jesus te beminnen. Ontvang de gelofte mijner eeuwige getrouwheid, maar bevestig zelf, o mijn God, de heilige voornemens van een hart, dat op dit oogenblik geheel en al aan TT toebehoort. Mijn Welbeminde behoort aan mij, en ik aan Hem. Gij weet Heer, dat ik U bemin.

-ocr page 246-

230

Oefening van dankzegging.

Hoe kan ik TJ ooit genoeg danken m^n God, voor de weldaad mij heden bewezen? Niet tevreden voor mij den smadelijken dood des kruises te zijn gestorven, verwaardigt Ge TJ nog, mij persoonlijk met Uw bezoek te vereeren, en TJ aan mij te schenken. Mijne ziel, verheerlijk dan den Heer Uwen God. erken Zijne goedheid, prijs Zijne macht, verkondig in eeuwigheid Zijne barmhartigheid. Met een vermorzeld hart dank ik U; mijn allerzoetsten Verlosser, voor de groote genade, die Gij mij bewezen hebt. Ik was een overtreder, een ontrouwe, maar ik wil geen ondankbare zijn. Ik wil mij in alle eeuwigheid herinneren, dat Gij U heden aan mij geschonken hebt, en door mijn volgend leven bewijzen, dat ik de groote verplichtingen, die ik jegens U heb, besef, door mij voortaan geheel aan U toe te wijden. Wat zal ik den Heer wedergeven voor de weldaden, die Hij mij geschonken heeft?

Gij zijt dan in mijn hart, onuitputtelijke Bron van alle goed, mei den geheelen rijkdom Uwer genade, en koestert geen

-ocr page 247-

231

vuriger begeerte dan mij met Uwe weldaden te overladen. AJgoede God, stort ze overvloedig over mij uit. Gij kent èn mijne ellende, èn Uwe macht. Ontruk aan mijn hart al wat U mishaagt, plaats er in wat Gij er in verlangt te vinden, zuiver mijn lichaam, heilig mijne ziel, verleen mij de verdiensten van Uw leven en Uwen dood. Vereenig U met mij, kuische Bruidegom der zielen, vereenig U met mij, opdat ik voor U en door U leve.

Voltrek in mij Heer; wat Gij begonnen hebt, verleen mij de genade die ik behoef. Verleen dezelfde gunsten aan allen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en die voor mij bidden. Zoudt Gij mij wel iets kunnen weigeren, lieve Jesus, na de onschatbare weldaad mij door Uw bezoek van heden geschonken? Ik zal mij niet van U scheiden, vooraleer Gij mij gezegend hebt. Handel met Uwen dienaar naar Uwe barmhartigheid.

Opoffering.

Gij overlaadt mij met Uwe gaven, God van ontferming, en door U aldus aan mij te schenken, wilt Gij dat ik mij ook geheel aan U geve. Dit is ook

-ocr page 248-

232

mijn vurigste begeerte, ja, ik wil dat voortaan al mijne gedachten, woorden en werken U onverdeeld toebehooren, en U volkomen onderworpen zullen zijn.

Ik wil dat alles wat ik bezit, gezondheid, krachten, geest, talent, rijkdom, invloed, kortom alles, eenig en alleen aan Uwe glorie worden gewijd.

Onderwerp aan Uw gezag, mijn God, alle vermogens mijner ziel, heersch volkomen over mijn wil. In het vervolg zal er niets in mij zijn, dat U niet geheel en al onderworpen is.

Heer, ik beveel in Uwe handen mijnen geest.

Goed voornemen.

Geduldigste en edelmoedigste aller vrienden, wat zou mij voortaan nog van U kunnen scheiden ? Van ganscher harte verzaak ik aan alles, wat mij tot dusverre van U verwijderd hield, en neem mij vast voor, door Uwe genade geholpen, nimmer meer in mijne vorige zonden te hervallen.

Voortaan mijn God, geene gedachten, begeerten, woorden of werken meer, in strijd met de reinheid of de naastenliefde, geen ongeduld, gemor, leugen, twist of

-ocr page 249-

233

kwaadsprekendheid meer. Geen overtreding mijner plichten, geen lauwheid in Uwen dienst, geen gehechtheid aan eigen meening, geen fijngevoeligheid over de verachting der menschen, geen hartstochtelijk jagen naar de achting en lofprijzing der wereld. Liever sterven, o mijn God, dan U ooit doodelijk te vergrammen.

Gij zijt in mijn hart, lieve Jesus, het is in Uwe tegenwoordigheid dat ik deze voornemens maak, opdat Gij ze moogt bekrachtigen. Vermeerder en versterk dus, o God van liefde, deze vurige begeerte mijner ziel, om U alleen toe te behooren, en voor U alleen te leven. Ik heb het gezworen en ben besloten de wetten Uwer gerechtigheid te volgen.

Voltrek in ons, o Heer, wat Gij in ons begonnen hebt!

TE DEUM.

U, God, loven wij; IJ, Heer, belijden wy. U, eeuwigen Vader: vereert de gansche aarde.

U roepen alle Engelen : U de hemelen en alle machten.

-ocr page 250-

234

U de Cherubijnen en Serafijnen: met eenparige stemmen onophoudelijk toe: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God der legerscharen.

Vol zijn de hemelen en de aarde: van de majesteit Uwer glorie.

U looft het glorierijke koor der Apostelen,

U, de lofwaardige schaar der Profeten, U, het schitterend heer der Martelaren. U, belijdt over de gansche aarde de heilige Kerk,

Den Vader van onmetelijke majesteit^ Uwen aanbiddelijken, waarachtigen en eenigen Zoon,

Ook den Heiligen Geest, den Trooster. Gij zijt de Koning der glorie, Christus! Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon. Gij hebt, toen Gij, om den mensch te verlossen, de menschheid zoudt aannemen: den schoot eener Maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na het overwinnen van den prikkel des doods: den geloovigen het Rijk der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods: in de glorie des Vaders.

Wij gelooven dat Gij als Rechter zult komen.

U dan bidden wij, kom Uwe dienaren

-ocr page 251-

235

te hulp; die Gij door Uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht.

Geef, dat zij in de eeuwige glorie met Uwe Heiligen gesteld worden.

Heer, maak Uw volk zalig: en zegen Uw erfdeel.

En heersch over hen; en verhef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij U.

En wij loven Uwen naam in eeuwigheid : en in eeuwigheid der eeuwigheden.

Gewaardig U Heer, ons heden zonder zonde te bewaren.

Ontferm U onzer, Heer : ontferm U onzer.

Laat, Heer, Uwe barmhartigheid over ons komen: gelijk wij op IJ gehoopt hebben.

Op U, Heer, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

v. Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer vaderen.

e. En lofwaardig, en glorierijk in eeuwigheid,

v. Zegenen wij den Vader, en den Zoon,

met den Heiligen Geest.

e. Laat ons Hem loven, en hoog verheffen in eeuwigheid.

-ocr page 252-

236

v. Gezegend zijt Gij, Heer, God, in liet

uitspansel des hemels. r. En lofwaardig, en glorierijk, en hoogverheven in eeuwigheid.

v. Zegen, mijne ziel, den Heer. r. En wil al Zijne vergeldingen niet vergeten.

v. Heer, verhoor mijn gebed. e. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons hidden.

O God, Wiens ontfermingen talloos zijn, en Wiens goedheid een oneindige schat is, wij danken Uwe goedertieren-ste Majesteit voor de geschonken gaven, en bidden Uwe mildheid voortdurend, dat Gij, die aan Uwe smeekelingen het verlangde toestaat, hen niet wilt verlaten, en hen voor de toekomstige belooning geschikt maakt. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 253-

Zie, o goede en allerzoetste Jesus! Ik werp mij voor Uw aangezicht op mijne knieën neder, en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levende gevoelens van geloof, hoop, en liefde, een waar berouw over mijne zonden, en een vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken; terwijl ik met groote aandoening en smart TJwe HH. vijf Wonden bij mij zei ven overdenk, en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David, van TJ, o goede Jesus, in Uwen mond legde: Zij hebben mijne handen en Mijne voeten doorboord, zij hebben al Mijne beenderen geteld. (Ps. xxi, 17—18).

(Al wie na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bovenstaand gebed, voor eenig beeld van den Gekruiste godvruchtig leest, en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Z. H. den Paus bidt, verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd. — Door Paus Pius IX bekrachtigd 31 Juli 1858). —

-ocr page 254-

232

mijn vurigste begeerte, ja, ik wil dat voortaan al mijne gedachten, woorden en werken TJ onverdeeld toebehooren, en U volkomen onderworpen zullen zijn.

Ik wil dat alles wat ik bezit, gezondheid, krachten, geest, talent, rijkdom, invloed, kortom alles, eenig en alleen aan Uwe glorie worden gewyd.

Onderwerp aan Uw gezag, mijn God, alle vermogens mijner ziel, heersch volkomen over mijn wil. In het vervolg zal er niets in mij zijn, dat U niet geheel en al onderworpen is.

Heer, ik beveel in Uwe handen mijnen geest.

Goed voornemen.

Geduldigste en edelmoedigste aller vrienden, wat zou mij voortaan nog van U kunnen scheiden ? Van ganscher harte verzaak ik aan alles, wat mij tot dusverre van U verwijderd hield, en neem mij vast voor, door Uwe genade geholpen, nimmer meer in mijne vorige zonden te hervallen.

Voortaan mijn God, geene gedachten, begeerten, woorden of werken meer, in strijd met de reinheid of de naastenliefde, geen ongeduld, gemor, leugen, twist of

-ocr page 255-

233

kwaadsprekendheid meer. Geen overtreding mijner plichten, geen lauwheid in Uwen dienst, geen gehechtheid aan eigen meening, geen fijngevoeligheid over de verachting der menschen, geen hartstochtelijk jagen naar de achting en lofprijzing der wereld. Liever sterven, o mijn God, dan U ooit doodelijk te vergrammen.

Gij zijt in mijn hart, lieve Jesus, het is in Uwe tegenwoordigheid dat ik deze voornemens maak, opdat Gij ze moogt bekrachtigen. Vermeerder en versterk dus, o God van liefde, deze vurige begeerte mijner ziel, om U alleen toe te behooren, en voor U alleen te leven. Ik heb het gezworen en ben besloten de wetten Uwer gerechtigheid te volgen.

Voltrek in ons, o Heer, wat Gij in ons begonnen hebt!

TE DEUM.

U, God, loven wij ; IJ, Heer, belijden wij. U, eeuwigen Vader: vereert de gansche aarde.

U roepen alle Engelen : U de hemelen en alle machten.

-ocr page 256-

234

U de Cherubijnen en Serafijnen; met eenparige stemmen onophoudelijk toe: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, God der legerscharen.

Vol zijn de hemelen en de aarde: van de majesteit Uwer glorie.

U looft het glorierijke koor der Apostelen,

U, de lofwaardige schaar der Profeten, U, het schitterend heer der Martelaren. U, belijdt over de gansche aarde de heilige Kerk,

Den Vader van onmetelijke majesteit, Uwen aanbiddelijke!!, waarachtigen en eenigen Zoon,

Ook den Heiligen Geest, den Trooster. Gij zijt de Koning der glorie, Christus ! Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon. Gij hebt, toen Gij, om den mensch te verlossen, de menschheid zoudt aannemen: den schoot eener Maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na het overwinnen van den prikkel des doods: den geloovigen het Rijk der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods: in de glorie des Vaders.

Wij gelooven dat Gij als Rechter zult komen.

U dan bidden wïj, kom Uwe dienaren

-ocr page 257-

235

te hulp: die Gij door Uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht.

Geef, dat zij in de eeuwige glorie met Uwe Heiligen gesteld worden.

Heer, maak Uw volk zalig: en zegen Uw erfdeel.

En heersch over hen: en verhef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij U.

En wij loven Uwen naam in eeuwigheid : en in eeuwigheid der eeuwigheden.

Gewaardig U Heer, ons heden zonder zonde te bewaren.

Ontferm U onzer, Heer: ontferm U onzer.

Laat, Heer, Uwe barmhartigheid over ons komen: gelijk wij op U gehoopt hebben.

Op U, Heer, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

v. Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer vaderen.

k. En lofwaardig, en glorierijk in eeuwigheid,

v. Zegenen wij den Vader, en den Zoon,

met den Heiligen Geest.

k. Laat ons Hem loven, en hoog vei--heffen in eeuwigheid.

-ocr page 258-

236

v. Gezegend zijt Gij, Heer, God, in het

uitspansel des hemels. r. En lofwaardig, en glorierijk, en hoog-

rerheven in eeuwigheid.

v. Zegen, mijne ziel, den Heer. r. En wil al Zijne vergeldingen niet vergeten.

v. Heer, verhoor mijn gebed. r. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons hidden.

0 God, Wiens ontfermingen talloos zijn, en Wiens goedheid een oneindige schat is, wij danken Uwe goedertieren-ste Majesteit voor de geschonken gaven, en bidden Uwe mildheid voortdurend, dat Gij, die aan Uwe smeekelingen het verlangde toestaat, hen niet wilt verlaten, en hen voor de toekomstige belooning geschikt maakt. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 259-

GEBED MET VOLLEN AFLAAT.

Zie, o goede en allerzoetste Jesus! Ik werp mij voor Uw aangezicht op mijne knieën neder, en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levende gevoelens van geloof, hoop, en liefde, een waar berouw over mijne zonden, en een vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken; terwijl ik met groote aandoening en smart Uwe HH. vijf Wonden bij mij zei ven overdenk, en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David, van U, o goede Jesus, in Uwen mond legde: Zij hebben mijne handen en Mijne voeten doorboord, zij hebben al Mijne beenderen geteld, (Ps. xxi, 17—18).

(Al wie na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bovenstaand gebed, voor eenig beeld van den Gekruiste godvruchtig leest, en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Z. H. den Paus bidt, verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd. — Door Paus Pius IX bekrachtigd 31 Juli 1858). —

-ocr page 260-

238

Verzuchtins tot jesüs.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. In Uwe heilige Wonden, verberg mij. Tegen den boozen vijand, bescherm mij. In het uur van mijnen dood, roep mij. En laat mij tot U komen,

Opdat ik met Uwe heiligen U love, In de eeuwen der eeuwen. Amen.

(Telkenmale 300 dagen aflaat, verleend door Paus Pius IX 9 Januari 1854).

Ieder oogenblik zij het allerheiligst en allergoddelijkste Sacrament geloofd en gedankt.

(100 dagen aflaat eenmaal per dag; verleend door Paus Pius VI).

Akte van eerherstel.

Uit liefde voor mij, o Jesus, zijt Gij dag en nacht in dit H. Sacrament tegenwoordig, en wordt Gij zoo dikwerf het voedsel voor mijne ziel. Wat is er dus billijker, dan dat Gij door alle menschen gedankt, bemind en geprezen wordt. En toch, het is meestal ondank en gering-

-ocr page 261-

239

schatting wat Gij in hun hart ontdekt. En deze versmading hebt Gij voorzien, o Heer, en toch niet geaarzeld dit H. Liefdegeheim in te stellen. Ik vraag U dan heden duizendmaal vergeving, voor alle belcedigingen die Uw H. Hart ooit werden aangedaan ; o, kon ik alle heiligschennissen herstellen ! Mocht ik meester zyn van alle harten der menschen om ze U op te offeren!

Wat mij. Heer, vooral grieft, is mijn eigen ondankbaarheid; mijn eigen tekortkoming aan Uwe liefde. Hoe durf ik nog voor U verschijnen? Maar toch, o Jesus, een rouwmoedig hart versmaadt Gij nooit! Gij zijt niet gekomen om den zondaar te veroordeelen, maar om hem zalig te maken. Vol vertrouwen werp ik mij dan aan Uwe voeten neder, en verzaak nog eens aan de wereld en het vleesch; ik verfoei mijn zondig leven, en maak thans het vaste besluit mijn geheele leven U voortaan toe te wijden, voor u te lijden en te strijden, om mij waardig te maken, U eens in den hemel te aanschouwen. Amen.

-ocr page 262-

238

Verzuchting tot jesos.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zyde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. In Uwe heilige Wonden, verberg mij. Tegen den boozen vijand, bescherm mij. In het uur van mijnen dood, roep mij. En laat mij tot TJ komen,

Opdat ik met Uwe heiligen U love, In de eeuwen der eeuwen. Amen.

(Telkenmale 300 dagen aflaat, verleend door Paus Pius IX 9 Januari 1854).

Ieder oogenblik zij het allerheiligst en allergoddelijkste Sacrament geloofd en gedankt.

(100 dagen aflaat eenmaal per dag; verleend door Paus Pius VI).

Akte van eerherstel.

Uit liefde voor mij, o Jesus, zijt Gij dag en nacht in dit H. Sacrament tegenwoordig, en wordt Gij zoo dikwerf het voedsel voor mijne ziel. Wat is er dus billijker, dan dat Gij door alle menschen gedankt, bemind en geprezen wordt. En toch, het is meestal ondank en gering-

-ocr page 263-

239

schatting wat Gij in hun hart ontdekt. En deze versmading hebt Gij voorzien, o Heer, en toch niet geaarzeld dit H. Liefdegpheim in te stellen. Ik vraag IJ dan heden duizendmaal vergeving, voor alle helccdigingen die Uw H. Hart ooit werden aangedaan ; o, kon ik alle heiligschennissen herstellen ! Mocht ik meester zijn van alle harten der menschen om ze U op te offeren!

Wat mij. Heer, vooral grieft, is mijn eigen ondankbaarheid ; mijn eigen tekortkoming aan Uwe liefde. Hoe durf ik nog voor U verschijnen? Maar toch, o Jesus, een rouwmoedig hart versmaadt Gij nooit! Gij zijt niet gekomen om den zondaar te veroordeelen, maar om hem zalig te maken. Vol vertrouwen werp ik mij dan aan Uwe voeten neder, en verzaak nog eens aan de wereld en het vleesch; ik verfoei mijn zondig leven, en maak thans het vaste besluit mijn geheele leven U voortaan toe te wijden, voor u te lijden en te strijden, om mij waardig te maken, U eens in den hemel te aanschouwen. Amen.

-ocr page 264-

Vernieuwing van de Doopbeloften.

Aan Uwe voeten neergeknield, o aanbiddelijke Verlosser, wil ik heden den gelukkigen stond gedenken, waarop Mij het H. Doopsel werd toegediend. Bij het ontvangen van dat H. Sacrament heb ik mij verbonden, om het geloof in éénen God in drie Personen te belijden ; om den duivel te verzaken; om mij aan Uwe heilige wet te onderwerpen; om de heilige, katholieke, apostolische Roomsche Kerk als mijne moeder te eeren, en ijverig de middelen van zaligheid aan te wenden, welke zij alleen bezit. En Gij, mijn God, Gij hebt mij onder het getal Uwer kinderen, en der erfgenamen van Uw Rijk aangenomen.

Verheven oogenblik! Onschatbare gebeurtenis! De oneindig volmaakte, driewerf heilige God, sloot toen een verbond met mij, ellendig, zondig schepsel. En

-ocr page 265-

241

Gij, dierbare Zaligmaker, waart daarvan de Middelaar; met Uw eigen kostbaar bloed werd het bezegeld, en tot eeuwig bewijs ontving mijne ziel een onuitwisch-baar teeken, dat in de uitverkorenen met onsterfelijken luister zal schitteren. In het H. Doopsel is mij een nieuw leven ingestort: ik werd Christen, kind Gods, broedei van mijn Verlosser, tempel van den H. Geest, lidmaat der Kerk, erfgenaam Gods en mede-erfgenaam van Jesus Christus.

Groote God, welken dank zal ik U brengen? Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is. Zijn heiligen naam; loof, mijne ziel, den Heer, en wil Zijne Weldaden niet vergeten. Hemelsche Geesten, vereenigc u met mij, om Hem de verschuldigde dankbaarheid te betuigen. Ach ware ik altijd erkentelijk geweest, ten minste niet ondankbaar! Met droefheid en schaamte zie ik thans terug op mijne vroegere levensjaren, waarin ik mij aan zooveel ongetrouwheden schuldig maakte. Ja, mijn God, menigwerf heb ik de belofte van mijn H- Doopsel geschonden; ik erken het, en ik vraag U daarvoor ootmoedig vergeving. Gevoed met het Brood der sterken, neem ik op

-ocr page 266-

242

dit oogenblik het besluit, om voortaan meer getrouwheid te betoonen, en tegen den vijand mijner zaligheid dapperder den goeden strijd des geloofs te voeren. Het is in Uwe tegenwoordigheid, o God, die in het allerheiligste Sacrament des Altaars rust, in de tegenwoordigheid Uwer heilige Moeder, de Onbevlekte Maagd Maria, van mijnen Engelbewaarder, van mijne HH. Patronen en van geheel het hemelsch Hof, dat ik de heilige verbintenissen bevestig, bekrachtig en vernieuw, die weleer in mijnen naam door Peter en Meter aan den voet des altaars zijn aangegaan. Ik verzaak opnieuw den duivel: Heer, Gij alleen zijt mijn Koning, en U alleen zal ik dienen. Ik verzaak de ijdelheden des duivels. weg met de ijdeiheden, de valsche vermaken, de schijngoederen en grondbeginselen der wereld! Uwe genade. Heer, Uwe liefde is mi] genoeg. Ik verzaak de werken des duivels, dat is, alle zonden: ik wil liever sterven. Heer, dan nog eens vrijwillig een enkele zonde te bedrijven. Uwe heilige wet zal voortaan de eenige regel van mgn gedrag zijn; met de hulp Uwer genade, zal ik die nakomen, zonder het oordeel der

-ocr page 267-

243

menschen v.e vreezen; ik zal mij nimmer, noch over U, noch over mijne moeder Uwe H. Kerk schamen; ik zal er mijnen roem in st,ellen, U te dienen en de Kerk te gehoorzamen. Zegen deze heilige voornemens, opdat ik ze tot mynen dood getrouw blyve. Amen.

-ocr page 268-

Toewijding aan de Allerheiligste Maagd Maria.

Allerheiligste Maagd, moeder van mijnen God en ook mijne moeder, koningin van hemel en aarde, ik kom u heden de hulde van eerbied, liefde en erkentelijkheid aanbieden. Vele, ontelbare gunsten heb ik, sedert mijn heilig Doopsel, door uwe vermogende en barmhartige voorspraak, van den goeden God verkregen. Met moederlijke bezorgdheid hebt gij mij steeds bewaakt en beschermd. Lieve moeder, wat ben ik thans gelukkig, nu ik het dierbaar Bloed van uwen aanbid-delijken Zoon heb mogen ontvangen! En hoeveel hebt gij daartoe bijgedragen! Wat zal ik u voor zoo vele weldaden wedergeven? Gedoog, dat ik mij zeiven daarvoor aan u toewijde. Ik verkies u

-ocr page 269-

245

tot mijne moeder, en mijne beschermster. Ik stel mijne ziel met al hare krachten, mijn lichaam met al zijne zintuigen onder uwe bescherming. Verwerf voor mij, dat ik mijne ziel en mijn lichaam in zuiverheid beware, opdat zij steeds het waardig verblijf mogen blijven van Jesus, dien ik vandaag heb ontvangen. Bescherm mij in alle voorvallen des levens, zoo in voor- als in tegenspoed, en maak, dat ik getrouw blijve aan de beloften van mijn heilig Doopsel. Zegen mij, o heilige Maagd, zegen mij al de dagen mijns levens, en bid voor mij vooral in het uur van mijnen dood. Amen.

-ocr page 270-

Kerkelijke gebeden ter eere van het Allerheiligste Sacrament.

Voor U neêrgebogen, aanbid ik U. o God, waarachtig onder deze gedaanten verborgen! Mijn hart onderwerpt zich geheel aan U. want bij Uwe aanschouwing erkent het zijn niet.

Het gezicht, het gevoel en de smaak schieten hier te kort, het gehoor alleen, dat het woord des geloofs verstaat, bedriegt zich niet. Ik geloof alles wat de Zoon Gods gezegd heeft, niets is waarachtiger dan dit woord der waarheid.

Op het kruis was alleen de godheid verborgen, hier zijn de godheid enmensch-heid gelijk verborgen. Beide erkennende en belijdende, vraag ik U, o Heer, wat de boetvaardige moordenaar U vroeg.

Ik beschouw de wonden niet, zooals Thomas ze beschouwd heeft .; maar toch erken ik U voor mijnen Goc : geef dat

-ocr page 271-

247

mijn geloof in U en mijne hoop op U steeds aangroeie, en mijne liefde tot U dagelijks toeneme.

O gedachtenis van den dood des Heeren, levend en leven gevend Brood, verleen mijne ziel de genade door U te leven, en in Uw zoet genot zich te verblijden.

Pelikaan vol teederheid. Heer Jesus, zuiver mij, onreine, door Uw Bloed, waarvan een enkele druppel voldoende is, om al de zonden der wereld uit te wisschen.

Jesus, wien ik nu omsluierd aanschouw, verhoor de vurige begeerte van mijn hart, en maak, dat ik, U eens ontsluierd aanschouwende, zalig zij in 't eeuwig glorie-licht.

Wees gegroet waarachtig Lichaam, geboren uit de H. Maagd Maria;

Gij, die waarachtig geleden hebt, en voor den mensch op het kruis geslachtofferd zijt; aan Wiens diep doorboorde zijde Uw waarachtig Bloed ontvloot.

Wees onze kracht en troost in het uur van den dood.

0 zoete en goede Zoon van Maria, wees ons barmhartig.

-ocr page 272-

248

O heilrijk Slachtoffer, dat ons den hemel opent: de vijand levert ons een hevigen strijd; versterk ons tegen zijne aanvallen, verleen ons Uwe hulp.

Eeuwige glorie, aan den Eénen God iu drie personen; dat Hij ons het eeuwige leven gelieve te geven in het hemelsch vaderland. Amen.

Laat ons met diepen eerbied een Sacrament aanbidden, dat onze hulde zoo waardig is: dat de oude eeredienst voor den nieuwe wijke, en dat het geloof, aan de zwakheid onzer zintuigen tegemoet kome.

Eer, lof, heil, glorie, dankzegging aan den Vader en den eenigen Zoon, gelijke glorie aan den H. Geest, die uit beiden voortkomt. Gij hebt hun, Heer, brood uit den hemel gegeven, dat alle zoetheid in zich bevat! O God, dio ons in een bewonderenswaardig Sacrament, de gedachtenis aan Uw H. lijden hebt nagelaten, verleen ons, dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó mogen vereeren, dat wij de vrucht dei-Verlossing in ons mogen ge roeien.

Zing, o mijne tong, het geheim van

-ocr page 273-

249

Jesus' verheerlijkt Lichaam en van het kostbaar Bloed, dat deze Koning der natiën, uit eenen zuiveren schoot gesproten, voor het heil der menschen gestort heeft.

Aan de aarde gegeven, uit eene zeer zuivere Maagd geboren, heeft Hij na met de menschen geleefd en het zaad van Zijn woord uitgestrooid te hebben. Zijn loopbaan door een onuitsprekelijk wonder geëind:gd.

In den nacht van het laatste avondmaal, met Zijne discipelen aan tafel gezeten, en na alles wat door de Paasch-wet voorgeschreven was, te hebben volbracht, gaf Bij Zich met eigen handen aan hen tot voedsel.

Het Vleeschge worden Woord verandert door zijn woord, een wezenlijk brood in Zijn eigen Vleesch en den wijn in Zijn Bloed; en zoo de zintuigen zich niet tot zulk een wonder kunnen verheffen, is het geloof voldoende om een gewillig hart te bevestigen.

Laat ons met diepen eerbied een sacrament aanbidden onzer huldebewijzingen zoo waardig; dat de oude eeredienst voor den nieuwe wijke, en het geloof, de zwakheid onzer zintuigen tehulpkome.

-ocr page 274-

250

Eer, lof, heil, dank aan den Vaderen den eenigen Zoon, gelijke glorie aan den H. Geest die uit den Vader en den Zoon voortkomt. Amen.

O heilig Gastmaal, waar Christus genuttigd wordt; de gedachtenis van Zijn lijden vernieuwd, de ziel met genade vervuld, en ons het onderpand der toekomende glorie gegeven wordt!

Loof, Sion! den Zaligmaker, loof den Leidsman en den Herder, in gezangen en lofliederen.

Verkondig Zijne glorie zooveel gij kunt, want Hij is verheven boven allen lof en gij zult Hem nooit genoegzaam kunnen loven. Het bijzondere voorwerp onzer lofzangen is heden het levend Brood, dat het leven geeft.

Het Brood, dat in het heilig avondmaal aan de twaalf apostelen gegeven werd.

Dat onze lofliederen weêrklinken; laten onze lofliederen en onze vreugdevervoeringen zoet en luisterijk zijn.

Want op plechtige wijze vieren wij den dag waarop dit goddelijk feestmaal werd ingesteld.

-ocr page 275-

251

Aan deze tafel van den nieuwen Koning, maakt het nieuwe Pasclien der nieuwe wet een einde aan het oude Paschen.

De nieuwe eeredienst schaft den oude af, de schaduw verdwijnt voor de waarheid, en het licht verdrijft de duisternis.

Wat Jesus Christus tijdens het avondmaal heeft gedaan, heeft Hij bevolen te Zijner gedachtenis te doen.

Door Zijn heilig voorbeeld onderricht, heiligen wij het brood en den wijn ten offer, tot heil van onze zielen.

Het is een leerstuk aan de christenen onderwezen, dat het brood Vleesch wordt en de wijn Bloed wordt.

Wat gij niet begrijpt, wat gij niet ziet, wordt door een levendig geloof bevestigd, zonder op de orde der natuur te letten.

Onder verschillende gedaanten, teekenen zonder werkelijkheid, zijn de kostbaarste gaven verborgen.

Zijn Vleesch is een voedsel, en Zijn Bloed is eene drank: en toch is Jesus Christus geheel en al onder iedere gedaante.

Men ontvangt Hem zonder Hem te verdeelen, zonder Hem te breken, zonder

-ocr page 276-

252

Hem te verbrijzelen; men ontvangt Hem geheel en al.

Een enkele ontvangt Hem, duizenden ontvangen Hem; een alleen ontvangt evenveel als duizend: allen voeden zich er mede zonder Hem te verteren.

De goeden en de boozen ontvangen Hem, maar hoe verschillend is hun lot! Deze vinden er hun leven, gene den dood.

Hij is de dood voor de boozen, en het leven voor de goeden: ziet hoe hetzelfde voedsel, verschillende uitwerksels heeft!

Wanneer de hostie gebroken is, dat uw geloof dan niet wankele, maar herinnert u dat Jesus Christus even geheel in een gedeelte der hostie, als in de geheele hostie tegenwoordig is.

De zelfstandigheid is geenszins verdeeld, de gedaante alleen is gebroken, zonder dat iets, van wat voorgesteld is, vermindert, noch in zijnen staat noch in zijne grootheid.

Ziehier het brood der Engelen, tot voedsel der menschen geworden; het is waarlijk het brood der kinderen, dat den honden niet moet voorgeworpen worden!

Reeds bij voorbaat was Hij voorgesteld onder de zinnebeelden van de oude Wet, onder de slachtoffering van Isaac,

-ocr page 277-

253

onder liet offer van het paasclilam, en onder het manna onzen vaderen gegeven.

Goede Herder, Waarachtig Brood, Jesus, ontferm U onzer; wil ons weiden en beschermen, doe ons de ware goederen genieten in het land der levenden.

Gij, Wiens wetenschap en macht geene grenzen heeft; en die ons voedt met Uw eigen Vleesch, verleen ons dat wij, na gedurende ons sterfelijk leven aan Uwe H. Tafel te Lebben aangezeten, eenmaal aan het erfdeel en het gezelschap der bewoners der H. Stad mogen deelnemen. Amen.

-ocr page 278-

GEBEDEN ONDER DE HEILIGE MIS.

Voorbereidend gebed.

Ik geloof, o mijn God, dat de H. Mis het onbloedig offer is der Nieuwe Wet. Geef mij. Heer, de genade, daarbij heden tegenwoordig te zijn, met die aandacht en eerbied, die deze verheven offerande van mij vordert!

Ik vereenig mij met den priester en met de geheele H. Kerk, om U deze offerande aan te bieden, met dezelfde bedoeling waarmede Jesus Zelf die heeft opgedragen.

Laat niet toe, Heer, dat ik in deze bruiloftszaal kome zonder bruiloftskleed; zuiver mijne ziel; ik verfoei mijne zonden en vraag er U vergiffenis voor. Ik onthecht mij een oogenblik geheel aan het aardsche Om mij in de beschouwing van dit verheven Misoffer te gaan verdiepen.

-ocr page 279-

255

B.',J DEN CONFITEOR

Ik belijd voor God almachtig, de H. Maria altijd Maagd, den H. Michaël Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb, met gedachten, woorden, en werken, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld; daarom smeek ik de H. Maria altijd Maagd, den H. Michaël Aartsengel, den H. Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en alle Heiligen, den Heer onzen God voor mij te willen bidden.

De almogende God ontferme zich over ons, en na onze zonden vergeven te hebben, voere Hij ons ten eeuwigen leven. Amen.

Ontslag, kwijtschelding en vergiffenis, verleene ons de almachtige en barmhartige Heer. Amen.

Heer, keer U tot ons, en Gij zult ons levend maken, en Uw volk zal zich in U verblijden.

Toon ons. Heer, Uwe barmhartigheid en geef ons Uwe zaligheid.

Heer! verhoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot ü komen.

-ocr page 280-

256

Gebed.

Neem weg van ons, bidden wij U Heer, al onze ongerechtigheden, opdat wij met een zuiver hart mogen ingaan tot het Heilige der Heiligen, door Jesus Christus onzen Heer, Amen.

Bij den introïtus.

Mijn God, zuiver door Uwe genade mijn hart en mijne lippen, om mij waardig te maken; U met den priester te loven en te danken, en de barmhartigheid te verwerven, die hij voor mij, en voor levenden en dooden van U afsmeekt.

Bij het kyrie eleison.

Heer, die onze zielen hebt geschapen, heb medelyden met het werk Uwer handen; Vader van barmhartigheid, wees Uwe kinderen genadig.

Eeuwig Woord des Vaders, voor ons mensch geworden, en aan het kruis gestorven, maak ons aan de verdiensten van Uwen dood en van Uw dierbaar Bloed deelachtig. Minzame Zaligmaker, zoetste Jesus, heb medelijden met onze ellenden, en vergeef ons onze zonden.

-ocr page 281-

257

Gloria in excelsis.

Eere zij aan God in den hooge en op de aarde, vrede aan de menschen van goeden wil. Wij loven U, wij verheffen ü, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om Uwe groote glorie. God, hemelsche Koning, God, almachtige Vader! Heer, eengeboren Zoon, Jesus Christus. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonde der wereld wegneemt, ontferm U onzer; die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan; die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer, want Gij zijt alleen heilig, Gij alleen Heer, Gij alleen de allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.

Bij de oratie.

Verleen ons. Heer, door de voorspraak van de allerheiligste Maagd en van alle Heiligen de genade, die de priester voor ons vraagt. Ik vereenig mij met hem; en offer U hetzelfde gebed op voor al degenen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en ik verzoek U, o Heer, voor ons allen den bijstand, die Gij

9

-ocr page 282-

258

weet dat ons noodig is, om het eeuwig leven te bekomen, in den naam van Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Bij het epistel.

Heer Jesus, de H. Schrift leert ons, dat wij de zonde als het grootste kwaad zullen ontvluchten, en ons zelfs van allen schijn van kwaad moeten onthouden; dat wij elkanders gebreken verdragen en beleedigingen geduldig zullen verduren, geen kwaad met kwaad vergeldend. Druk dan, dierbare Jesus, die waarheden diep in ons hart, en maak door Uwe genade, dat wij door ons gedrag er naar leven!

Bij het evangelie.

God, Gij hebt ons in Uw H. Evangelie geleerd, dat zij die slechts roepen Heer, Heer, dat is: dat zij die bidden, maar niet volgens Uwe wet leven, het Rijk der hemelen niet zullen binnengaan; eveneens vermaant Gij ons, zachtmoedig en ootmoedig van harte te zijn, onze vijanden te beminnen, ons zelve te verloochenen, onze booze neigingen te bestrijden, alle dagen ons kruis te dragen en U na te volgen; geef ons dan. Heer,

-ocr page 283-

259

de genade deze waarheden te beminnen, en ze ook steeds in beoefening te brengen.

Het ceedo.

Ik geloof in éénen God, den Vader almachtig. Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen; en in éénen Heer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en uit den Vader geboren vóór alle eeuwen; God van God, licht van licht, waarachtige God van den waarachtigen God, geboren en niet gemaakt, van één wezen met den Vader, door Wien alle dingen gemaakt zijn; die om ons menschen en om ons heil neergedaald is van den hemel, en het vleesch heeft aangenomen, door den H. Geest, uit de Maagd Maria, en is Mensch geworden; Hij is ook voor ons gekruist; Hij heeft geleden en is begraven onder Pontius Pilatus; ook is Hij ten derden dage verrezen, volgens de Schriftuur; Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en zal wederkomen met heerlijkheid, om de levenden en dooden te oordeelen; Zijn Rijk zal geen einde hebben. Ik geloof ook in den H. Geest, den Heer, die levend maakt; die uit den Vader en

-ocr page 284-

260

den Zoon voortkomt, die met den Vader en den Zoon samen aangebeden en verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft; ook geloof ik in de eéne, heilige, katholieke, apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergiffenis der zonden, en ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eeuwen. Amen.

Bij het offektorium.

Oneindige Vader, almachtige en eeuwige God, hoewel ik onwaardig ben, in Uwe tegenwoordigheid te verschijnen, durf ik U door de handen des priesters, deze offerande opdragen, met de meening die Jesus Christus, mijn Zaligmaker, gehad heeft toen Hij deze offerande instelde, en die Hij nog heeft wanneer Hij zich door de handen des priesters opdraagt.

Ik draag ze aan U op, tot erkenning L1 wer opperheerschappij over mij en over alle schepselen, tot dankzegging voor al de weldaden die Gij mij verleend hebt, tot verzoening voor mijne zonden, en tot verwerving van nieuwe gunsten.

Ik draag quot;0 ook, mijn God, dit heilig en eerbiedwaardig offer op, om voor mij, voor mijne verwanten,^ mijne wel-

-ocr page 285-

261

doeners en vrienden, van Uwe oneindige goedheid de noodige genaden te bekomen, die aan ons zondaars niet kunnen gegeven worden, dan door de verdiensten van Hem, die, de rechtvaardigheid zelve, het slachtoffer van verzoening voor ons allen geworden is. Gy, Heer, kent al de ellenden waaraan wij naar ziel en lichaam zijn onderworpen, wij weten niet aan welke gebreken wij onderhevig zijn, welke deugden wij het meest behoeven; ach' gelief in dit alles goedgunstig te voorzien, en verleen ons, dooide verdiensten van Jesus, die zich door de handen des priesters aan U gaat opdragen, den krachtigsten bijstand Uwer genade, om ons gedrag steeds te verbeteren en naar het voorschrift van Uwe heilige wet te regelen.

Ontferm U ook. Heer, over alle onge-loovigen, dwalenden en zondaars; verleen ook Uwen zegen aan allen, die mij vervolgen, en vergeef hun wat zij mij lieb-ben aangedaan.

Bij het ohate fuatres.

O Heer, verhoor de gebeden van alle geloovigen, die vereenigd zijn om U dit verheven offer aan te bieden, voor de

-ocr page 286-

262

glorie van Uwen naam, voor het welzijn, en de belangen der H. Kerk. Geef ons de genade, om met vrucht bij deze verheven handeling van onzen godsdienst tegenwoordig te zijn; heilig den priester die U dit verheven geheim opdraagt ; zuiver zijne handen en zijn hart, opdat hij in staat zij, Uwe genaden over ons af te smeeken.

Bij de praefatie.

Nu nadert het gelukkig oogenblik waarop de Koning der Engelen en der rnenschen zal komen. Vervul mij Heer, niet Uwen geest, opdat mijn hart van de aarde onthecht, aan niets dan aan U denke. Welke verplichting heb ik niet, om U, Schepper van hemel en aarde, oneindig grooten God, almachti-gen en eeuwigen Vader, altijd en op alle plaatsen te loven en te verheerlijken ?

Niets is redelijker; niets is heilzamer; het is door Jesus, onzen Heer, dat de hemelen en de hemelsche krachten, vol van eerbiedige vrees, zich vereenigen, om U, o God, te loven. Gedoog, Heer, dat wij onze zwakke lofzangen bij die der hemelsche geesten voegen, en dat wij te zamen met blijdschap zeggen;

-ocr page 287-

263

Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen: hemel en aarde zijn vol van Uwe glorie. Hosanna in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge!

Bij den canon.

Wij bidden U ootmoedig, goedertieren Vader, in den naam van Jesus Christus, onzen Heer, ons barmhartig te zijn, en de offerande, die wij U opdragen, aan te nemen en te zegenen; wil. Heer, de heilige katholieke Kerk, met al hare ledematen, den Paus van Rome, onze geestelijke oversten en alle herders der zielen bewaren, en beschermen.

Wij bevelen U, Heer, in het bijzonder, allen, voor wie wij uit rechtvaardigheid, dankbaarheid of liefde verplicht zijn te bidden, alsmede allen, die by deze aanbiddelijke offerande tegenwoordig zijn: en opdat ons gebed U aangenaam zij, vereenigen wij ons met de roemrijke Maria, altijd Maagd, Moeder van Jesus Christus, onzen Heer, met al Uwe Apostelen, gelukzalige Martelaars en alle heiligen, die met ons een en dezelfde Kerk uitmaken. Waarom heb ik nu.

-ocr page 288-

264

mijn God, die vurige begeerte niet, waarmede de H. Oudvaders naar de komst van den Messias verlangden?

Ach, waarom heb ik hun geloof en hunne liefde niet? Kom, Heer Jesus, kom, allerliefste Zaligmaker der wereld, kom. Zie, daar komt het Lam Gods, hetwelk voor de zonden der wereld voldaan heeft.

Bu de consecratie.

Mensch geworden Woord des Vaders. Goddelijke Jesus, waarachtig God, en waarachtig Mensch, ik geloof dat Gij hier waarlijk tegenwoordig zijt: ik aanbid U met ootmoedigheid, en bemin U uit geheel mijn hart, wijl Gij nu uit liefde tot mij komt, zoo offer ik mij zeiven geheel en al aan U op.

Ik aanbid dit dierbaar Bloed, dat Gij voor de verlossing van het menschdom vergoten hebt, en ik hoop, mijn God, dat het voor mij niet vruchteloos zal vergoten zijn. Ik offer U mij zeiven op, liefderijke Jesus, uit dankbaarheid voor die oneindige liefde, diie Gij gehad hebt, door Uw Bloed voor mij te vergieten.

Vervolg van dsn canon.

Het groot zou voortaan mijne boos-

-ocr page 289-

265

heid en ondankbaarheid wezen, indien ik U nog ooit zou vergrammen. Neen, mijn God nimmer zal ik vergeten, wat Gij mij in dit aanbiddelijk geheim van Uw heilig Lichaam en Bloed geschonken hebt.

Het is hier, eeuwige Majesteit, dat wij door Uwe genade, U, die zuivere heilige onbevlekte offerande opdragen, door U zelf ingesteld, en de offers van het oude Verbond, die slechts afbeeldsels waren, ver overtreffend: hier is oneindig meer dan de offeranden van Abel, Abraham, Melchisedech: hier is de eenige offerande Uw altaar waardig, onze Heer, Jesus Christus, Uw goddelijke Zoon, het eenig voorwerp van Uw eeuwig welbehagen.

Dat allen die hier deze heilige offerande bijwonen, aan de vruchten er van deelachtig worden.

Deel ze ook uit, o mijn God, aan de geloovige afgestorvenen die in vrede rusten, en vooral aan hen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Verleen, Heer, door deze offerande, aan hen allen volle verlossing van hunne pijnen en smarten.

Verwaardig U ook, oneindig goedertieren Vader, ons eens dezelfde genade

-ocr page 290-

266

te verleenen, en maak, dat wij met Uwe HH. Apostelen, Martelaren, en alle Heiligen, in de glorie des hemels U eeuwig mogen beminnen en verheerlijken.

Bu den pater noster.

Door heilzame bevelen aangemoedigd, en door goddelijke voorschriften onderwezen. durven wij vrijmoedig zeggen: Onze Vader, die in de hemelen zijt; Geheiligd zij Uw Naam. Laat toekomen Uw Rijk. Uw wil geschiede op aarde, als in den hemel. Geef ons heden ons dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Bu het agnüs dei.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons den vrede.

Heer Jesus Christus, die tot Uwe Apostelen gezegd hett: ik laat u den vrede, ik geef u den vrede; zie niet op

-ocr page 291-

267

mijne zonden, maar op het geloof, en de getrouwheid van Uwe heilige, katholieke Kerk, en verwaardig U haar altijd in vrede te bewaren, en in eenheid te onderhouden; die met den Vader leeft en heerscht, in de eenheid van den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Bij het ,doming non sum dignüs.quot;

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak inkomt, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

{Driemaal).

Bij de communie.

Hoe zoet ware het mij, liefderijke Zaligmaker, tot het getal dier gelukkige Christenen te behooren, aan wie een zuiver geweten en eene teedere godvruchtigheid toelaten, thans tot Uwe heilige Tafel te naderen: welk geluk ware het voor mij, indien ik U in mijn hart mocht bezitten, en U daar mijne liefde kon betuigen.

Gewaardig U, Heer, hetgeen mij ontbreekt goedgunstig aan te vullen: vergeef mij al mijne zonden; ik verzaak die uit geheel mijn hart, omdat zij U mishagen, aanvaard de oprechte begeerte die ik

-ocr page 292-

268

heb, om mij met U te vereenigen: reinig mij door Uwe genade, en maak mij bereid om U waardig te ontvangen.

Terwijl ik dien gelukkigen dag mijner Communie verwacht, bid ik U, Heer, mij aan de vruchten van de Communie des priesters deelachtig te willen maken. Vermeerder mijn geloof, door de kracht van dit heilig Sacrament, versterk mijne hoop, zuiver mijne liefde, opdat ik niets anders dan U begeere, en voortaan slechts voor U leve.

Bij de laatste collecte.

Mijn God, Gij slachtoffert U voor mijne zaligheid, ik wil mij ook voor Uwe glorie slachtofferen, ik ben Uw eigendom, en aanvaard gewillig de kruisen welke Gij mij zult gelieven over te te zenden; ik omhels ze, en vereenig ze met Uw kruis.

Mocht ik mij nu door dit H. offer geheel gezuiverd, kunnen verwijderen! Ik zal met zorgvuldigheid alle zonden vermijden, vooral die zonde, waartoe mijne genegenheid mij met meer geweld aandrijft. Ik zal aan Uwe wet getrouw blijven, en maak het vaste voornemen van liever alles te verliezen en

-ocr page 293-

269

alles te lijden, dan Uwe geboden te overtreden.

Bij de benedictie.

Zegen, mijn God, deze heilige voornemens ; stort, door de hand van Uwen dienaar, over ons Uwen heiligen zegen uit; in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

Het h. evangelie van den h. joannes.

In hot begia was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door Hem gemaakt, en zonder Hem, is er niets gemaakt, van hetgeen er gemaakt is. In Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen; en liet licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er werd een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door hem gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar hij was om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtige licht, dat allen mensch verlicht, die in deze wereld komt.

-ocr page 294-

270

Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom, doch de Zijnen namen Hem niet aan. Maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden; dengenen, die in Zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En {dit zeggende knielt men) het Woord is Vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijne glorie gezien, eene glorie als van den éenig-geboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid.

Gebed na de h. mis.

Ik bedank U, Heer! voor de gunst, welke Gij mij verleend hebt, boven zoovele anderen die het geluk niet gehad hebben de H. Mis 'bij te wonen. Ik vraag U vergiffenis voor de gebreken, waaraan ik mij door lauwheid des harten en verstrooidheden heb schuldig gemaakt. Dat dit offer, mijn God, mij zuivere, en tegen het toekomende kwaad vêrsterke.

Ik keer nu met vertrouwen naar mijne

-ocr page 295-

271

bezigheden terug. Ik zal gedurende den dag, de gunsten gedenken, die Gij mij verleend hebt, en zorgen dat er niets geschiede, wat mij de vrucht van de heilige Mis, kan doen verliezen. Amen.

-ocr page 296-

Na de H. Mis.

Driemaal het: Wees gegrokt.

SALVE REGINA.

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid.

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;

Tot u smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, ach, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende Vrucht uws lichaams.

0 goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.

Bid voor ons H. Moeder Gods.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

-ocr page 297-

273

Laat ons bidden.

O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig, door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, Uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en verheffing onzer moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.

H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels; God gebiede hem; smeeken wij obtmoedig; en gij, vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.

-ocr page 298-

Gebed tot den H. Joseph.

Voor de maand Maart en Ootober.

Tot u, heilige Joseph, vluchten wij in onze beproeving, en na de hulp uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af. Wij bidden u ootmoedig bij die liefde, die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods vereenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het kind Jesus hebt omhelsd, dat gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus Zich verworven heeft door Zijn Bloed, en dat gij ons in den nood met uwe sterkte en bijstand te hulp komt.

O, zorgvolle bewaarder van het goddelijk gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus; o, liefdevolle vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden

-ocr page 299-

275

ons besmetten; o, onze machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed, en beschut ieder onzer met uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld en ondersteund door uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven eu het eeuwig geluk in den hemel verkrijgen. Amen.

-ocr page 300-

—■—Ml——

L. 1 T A K I E

VAN DEN

ZOETEN NAAM JESUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld. God, H. Geest, o

H. Drievuldigheid, één God, ^

Jesus, Zoon van den levenden God, § Jesus, glans des Vaders, ö

Jesus, luister van het eeuwige licht, d

O

Jesus, koning der glorie, Jesus, zon der gerechtigheid.

Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Beminnelijke Jesus,

-ocr page 301-

277

Wonderbare Jesus, ontferm U onzer. Jesus, sterke God,

Jesus, vader van het toekomstige leven, Jesus, verkondiger van Gods raadsbesluiten.

Almachtige Jesus,

Allerverduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,

Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,

Jesus, beminnaar der zuiverheid,

Jesus, onze minnaar, §

Jesus, God des vredes, ^

Jesus, bron des levens, §

Jesus, voorbeeld van alle deugden, ^ Jesus, ijveraar voor de zielen, ^

Jesus, onze God, »

Jesus, onze toevlucht, ^

Jesus, vader der armen,

Jesus, schat der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesus, waarachtig licht,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus, vreugd der Engelen,

Jesus, koning der Aartsvaders,

Jesus, meester der Apostelen,

Jesus, leeraar der Evangelisten,

-ocr page 302-

278

Jesus, sterkte der Martelaren, ontferm U onzer.

Jesus, licht der Belijders, ontferm U onzer. Jesus, zuiverheid der Maagden, ontferm TJ onzer.

Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm

ü onzer.

Wees genadig, spaar ons, Jesus!

Wees genadig, verhoor ons, Jesus! Van alle kwaad, verlos ons, Jesus! Van alle zonden.

Van Üwe gramschap,

Van de listen en lagen des duivels, Van den geest der onkuischheid. Van den eeuwigen dood.

Van het verwaarloozen Uwer ingevingen, ^ Door het geheim Uwer heilige mensch- §-wording, 03 Door üwe geboorte, § Door Uwe kindsheid,

Door Uw allergoddelijkst leven, ^ Door Uwen arbeid, c

Door Uwen doodsstrijd en Uw lijden, quot; Door Uw kruis en Uwe verlatenheid. Door Uwe smarten.

Door Uwen dood en Uwe begrafenis. Door Uwe verrijzenis,

Door Uwe hemelvaart,

-ocr page 303-

279

Door Uwe vreugden, verlos ons, Jesus. Door Uwe glorie, verlos ons, Jesus. Lam Gods, óat wegneemt de. zonden

der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt, de zonden

der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer.

Jesus, lioor ons.

Jesus, verhoor ons.

Gebed.

O God, die Uwen eenigen Zoon hebt aangesteld tot Verlosser van het men-scholjik geslacht, en Hem Jesus hebt laten noemen; verleen goedgunstig, dat wij ons eens eeuwig in Zijne aanschouwing mogen verheugen. Wiens heiligen Naam wij op aarde vereeren. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 304-

L, I T A N I E

VAN HET

Allerheiligste Sacrament des Altaars.

Heer ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld.

God, heilige Geest, o

Heilige Drievuldigheid, één God, S-

Brood der Engelen, ?

Levend Brood, ^

Spijs der ziel,

Voedsel des geestes, o

Verzading der armen, g

Waarachtig paaschlam, ^

Onbloedige offerande,

-ocr page 305-

281

Onbevlekte offerande, ontferm ü onzer.

Zaligmakend slachtoffer,

Overheilig slachtoffer,

Geheim des vredes.

Gedachtenis des lijdens van Jesus

Christus,

Verzoening der geheele wereld. Voorwerp onzer zaligheid,

Onderpand der toekomende glorie. Bevestiging der eeuwige liefde. Onbegrijpelijke verborgenheid,

Schat der weldaden Gods, 2

Overvloedigheid der goddelijke genade, S; Bron van geestelijke vreugde, g

Gedachtenis van de wonderbare wer- quot; ken Gods, ^

Geneesmiddel der ellendige menschen, § Hemelsch hulpmiddel tegen de zonden, o Hulp der stervenden, •*

Hoop en troost der strijdende zielen. Sterke bijstand in den nood.

Verborgen schat,

Allergrootst wonder.

Allerheiligst Sacrament,

Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen dienen.

Zuiver Lichaam van Christus, Waarachtig God en Mensch,

Wees genadig, hoor ons. Heer.

-ocr page 306-

282

Van het onwaardig nuttigen Uws Lichaams en Bloeds, verlos ons, Heer.

Van de begeerlijkheid des vleesches. Van de begeerliikheid der oogen. Van de hoovaardij des levens.

Van den geest der onzuiverheid, ® Van de gevaren der zonden, o

Van den eeuwigen dood, 0

Door de onmetelijke liefde, waarmede g Gij dit heilige Sacrament hebt inge-steld, ... ®

Door Uw allerheiligst Lichaam, dat T1

Gij ons tot Spijze geeft.

Door Uw dierbaar Bloed, dat Gij ons

tot drank schenkt,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij het geloof en den eerbied tot ^ het heilig Sacrament in ons wilt ver- ti'-meerderen,

Dat gij ons van alle ketterij en ver- £ blindheid des harten wilt verlossen ^ en bewaren, -

Dat Gij onze begeerten tot hemelsche | dingen wilt verheffen, g'

Dat Gij ons aan alle geestelijke vruch- o ten van dit heilig Sacrament rijkelijk o wilt deelachtig maken. »

-ocr page 307-

283

Dat Gij ons in het doodsuur met deze hemelsche Spijze wilt versterken, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij aan de zielen van onze broeders, vrienden en weldoeners, en van alle geloovigen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Gebed.

O God, die ons in dit wondervol Sacrament, de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, geef, bidden wij U, dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zóó mogen vereeren, dat wij de vrucht Uwer Verlossing voortdurend in ons ondervinden. Die leeft en heerscht, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 308-

Iv I T A N I H

VAN HET

LIJDEN VAN JBSUS CHRISTUS.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

Hemelsche Vader, waarachtige God, ontferm U onzer.

Zoon Gods, Verlosser der wereld, o Heilige Geest, waarachtige God, ^ Heilige Drievuldigheid, één God, S Jesus, mensch geworden tot onze ver- ^ lossing, cl

Jesus, die altijd gedurende Uw leven o gewenscht hebt voor ons te sterven, g Jesus, die door Judas verkocht en ver- ^ raden zijt.

-ocr page 309-

285

Jesus, die in den hof der Olijven voor ons ter aarde nedergevallen zijt, ontferm U onzer.

Jesus, die in Uwe benauwdheid bloed

gezweet hebt,

Jesus, die door Uwe vijanden gebonden en gevangen zijt,

Jesus, die door Uwe leerlingen verlaten zijt,

Jesus, die voor den rechterstoel van Annas en Caiphas gebracht zijt, Jesus, die een kaakslag op Uwe gezegende wang hebt ontvangen, g Jesus, die door valsche getuigen be-

schuldigd zijt, g

Jesus, die in het aangezicht met vuisten

geslagen, en bespuwd zijt geworden, cquot;' Jesus, die door Petrus driemaal verloo- § chend zijt, S

Jesus, die, als een boosdoener gebon- '

den, naar Pilatus geleid zijt,

Jesus, die naast Barabbas gesteld en

ten dood gevraagd zijt Jesus, die naar Herodes gebracht, en van hem, als een dwaze, teruggezonden zijt,

Jesus, die voor onze zonden onmen-schelijk gegeeseld, en geslagen zijt, Jesus, die met doornen gekroond zijt,

-ocr page 310-

286

Jesus, die uit spot met purper gekleed

zijt, ontferm U onzer.

Jesus, die met een riet op Uwe doornenkroon geslagen zijt,

Jesus, die voor het volk gebracht, en

ten dood gevraagd zijt,

Jesus, die veroordeeld zijt, om den

dood des kruises te sterven,

Jesus die met Uw kruis beladen, naar

Calvarië gebracht zijt,

Jesus, die op den Calvarieberg van

Uwe kleederen beroofd zijt,

Jesus, die aan het kruis gehecht en § opgeheven zijt, S5

Jesus, geheel doorwond voor onze g boosheden. ^

Jesus, die Uwen Vader voor Uwe vijanden gebeden hebt, g Jesus, die met vloeken gelasterd en ®

bespot zijt,

Jesus, die den goeden moordenaar Uw

Rijk beloofd hebt,

Jesus, die Joannes aan Uwe moeder

tot zoon gegeven hebt,

Jesus, die over Uwe verlatenheid geklaagd hebt,

Jesus, die met gal en edik gelaafd zyt,

Jesus, die gezegd hebt, dat de voor-

-ocr page 311-

287

zeggingen over Uw lijden volbracht zijn, ontferm U onzer.

Jesus die Uwen geest in de handen g üws Vaders aanbevolen hebt, S;

CD

Jesus, die uit gehoorzaamheid, met g

nedergebogen hoofd, gestorven zijt, Jesus, Wiens gezegende zijde met eene

lans doorstoken is, §

Jesus, die van het kruis genomen in S

een nieuw graf begraven zijt.

Wees genadig, spaar ons. Heer!

Wees genadig, verhoor ons, Heer! Van alle kwaad en zonden, verlos ons, Heer.

Van het eeuwig verderf,

Door de pijnen Uws lichaams en de Z-

droefheid Uwer ziel,

Door Uwen dorst. Uwe tranen en Uwe g naaktheid, iquot;

Door Uw dierbaar Bloed, Uw kruis

en bitteren dood, ®

Op den dag des oordeels,

W ij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Opdat Gij onze zonden om onze oprechte boetvaardigheid wilt vergeven, wij bidden U, verhoor ons.

Opdat Gij Uwe Kerk wilt beschermen en uitbreiden, wij bidden U, verhoor ons.

-ocr page 312-

288

OjDdat Gij ons de navolging Uwer ootmoedigheid en liefde wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons,

Opdat Gij ons van alle kwade gedach- ^ ten, bekoringen des duivels en ~ eenen ongelukkigen dood wilt be- ^ vrijden, g-

Opdat wij ons aan de wereld en ons p zelve afsterven, Ch

Opdat wij waarachtige beminnaars ^ Uws kruises mogen worden, 2'

Opdat wij in het goede volharden, en o de hemelsche kroon mogen ver- ^ dienen, 2

Opdat Gij U verwaardigt ons te ver- Sf hooren.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons, lieer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Heer! verhoor mijn gebed.

u. En laat mijn geroep tot U komen.

Gebed.

O God, die de banier van het levend-

-ocr page 313-

289

makend kruis, door het kostbaar Bloed van Uwen ééngeboren Zoon hebt willen heiligen, geef bidden wij ü, dat zij, die hunne vreugde stellen^ in de verheerlijking van het H. kruis, zich ook overal in Uwe bescherming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

10

-ocr page 314-

LITANIE

ter eere van de H. Maagd Maria.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm IT onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

Heilige Maagd, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

. P-t

Heilige Maagd der maagden,

Moeder van Christus, g

Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder, §

Allerzuiverste Moeder, quot;

-ocr page 315-

291

Ongeschondene Moeder, bid voor

Onbevlekte Moeder,

Beminnelijke Moeder,

Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerbiedwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid.

Zetel der wijsheid,

Oorzaak onzer blijdschap.

Geestelijk vat.

Eerbiedwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht.

Geheimzinnige roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Huis van goud,

Ark des Verbonds,

Deur des hemels.

Morgenster,

Behoudenis der kranken. Toevlucht der zondaren.

Troost der bedrukten.

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

10

-ocr page 316-

292

Koningin der Patriarchen, bid voor ons. Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen, cr

Koningin der Martelaren, ^

Koningin der Belijders, ^

Koningin der Maagden, 2

Koningin van alle Heiligen, o

Koningin zonder erfsmet ontvangen, £ Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Bid voor ons, H. Moeder Gods. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus!

Gebed.

Stort, Heer, Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus Uwen Zoon hebben leeren kennen, door Zijn lyden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden: door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 317-

LITANIK

ter eere van het H. Hart van Jesus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm C onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld.

God heilige Geest,

H. Drievuldigheid, één God, §

Hart van Jesus, Zoon van den eeuwi-

gen Vader, • 2

Hart van Jesus, Zoon der Maagd Maria, . Hart van Jesus, eigen en waardige

woonplaats van den H. Geest, § Hart van Jesus, schatkamer van de S

allerheiligste Drievuldigheid,

Hart van Jesus, glorie en vreugd dei-Engelen,

-ocr page 318-

Ix I T A K I K

ter eere van de H. Maagd Maria.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

Heilige Maagd, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden.

Moeder van Christus, g

Moeder der goddelijke genade, ^

Allerreinste Moeder, §

Allerzuiverste Moeder,

-ocr page 319-

291

Ongeschondene Moeder, bid voor

Onbevlekte Moeder,

Beminneliike Moeder,

Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerbiedwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid,

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat.

Eerbiedwaardig vat,

Uitmuntend vat van godsvrucht,

Geheimzinnige roos,

Toren van David,

Ivoren toren,

Huis van goud,

Ark des Verbonds,

Deur des hemels.

Morgenster,

Behoudenis der ki-anken. Toevlucht der zondaren,

Troost der bedrukten.

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

-ocr page 320-

292

Koningin der Patriarchen, bid voor ons. Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen, cr

Koningin der Martelaren, ^

Koningin der Belijders, 5

Koningin der Maagden, °

Koningin van alle Heiligen, o

Koningin zonder erfsmet ontvangen, S Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Bid voor ons, H. Moeder Gods. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus!

Gebed.

Stort, Heer, Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus Uwen Zoon hebben leeren kennen, door Zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden: door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 321-

LITANIE

ter eere van het H. Hart van Jesus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld.

God heilige Geest,

H. Drievuldigheid, één God, g

Hart van Jesus, Zoon van den eeuwi-

gen Vader, • g

Hart van Jesus, Zoon der Maagd Maria, . Hart van Jesus, eigen en waardige

woonplaats van den H. Geest, § Hart van Jesus, schatkamer van de S

allerheiligste Drievuldigheid,

Hart van Jesus, glorie en vreugd dei-Engelen,

-ocr page 322-

294

Hart van Jesus, oneindig in majesteit,

ontferm U onzer.

Hart van Jesus, voorwerp aller liefde. Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerzuiverst Hart van Jesus,

Hart van Jesus, vol van zegen en genade,

Wellust van hemel en aarde,

Licht van geheel de wereld. Onoverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden,

Bron van alle rechtvaardigheid, 2 Oorsprong van alle goedheid en S;

barmhartigheid, Z

Vol medelijden en teederheid, S Woonstede aller deugden,

^ Allen lof en eer waardig, £

§ Wien alle aanbidding toekomt, S Oneindige afgrond van alle hemel- •' 3 sche gaven,

® Zaligheid dergenen, die op U hopen, Fontein der springende wateren ten

eeuwigen leven.

Verzoening onzer zonden.

Troost van alle bedrukte harten. Hoop dergenen, die in U sterven. Ons leven en onze verrijzenis. Toevlucht aller zondaren. Met bitterheid voor ons vervuld.

-ocr page 323-

295

Hart van Jesus, met versmaadheden voor ^ ons overladen, ontferm U onzer. 9 § Om onze boosheden doorwond, ïk Ju Om onze zaligheid aan het kruis g s gestorven,

fX Met eene lans doorstoken, ^

Levende en heilige offerande, 2 Altaar, waarop alle Heiligen ge- g offerd worden.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons, Jesus, Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer.

Hart van Jesus, brandend van liefde tot ons, Ontvlam ons hart van liefde tot U!

Laat ons hidden.

Wij bidden ü, Heer, dat de H. Geest ons ontvlamme door dat vuur, hetwelk onze Heer Jesus Christus uit het binnenste Zijns Harten over de aarde heeft afgezonden, en dat Hij krachtig ontstoken wenscht te zien. Die met U leeft en heerscht in de eenheid van denzelfden H. Geest, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 324-

296

0 Jesus, onze beminnelijke Verlosser, nederig aan Uwe voeten neergeknield, aanbidden wij U met den diepsten eerbied onzer ziel; en om U een oprecht blijk te geven van de smart, die wij gevoelen over onze ongevoeligheid voor alle versmadingen en smarten, die Uw liefdevol Hart voor onze zaligheid heeft verduurd in Uw smartelijk lijden en dood, vereenigen wij ons, met het hart van allen, die U beminnen, om U uit geheel onze ziel dank te brengen.

Geef, bidden wij U, almachtige God, dat wij, die in het allerheiligste Hart van Uwen geliefden Zoon onzen roem stellen, en de voornaamste weldaden Zijner liefde jegens ons herdenken, ons eens eeuwig in Uwe liefde mogen verblijden. Door Christus onzen Heer. Amen.

-ocr page 325-

Morgengebed, op den Communiedag.

Geloofd zij Jesus Christus, in alle eeuwigheid; geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligst en allerhoog-waardigst Sacrament! Met deze lofprijzing begroet ik U, o God, hij het aanbreken van dezen dag, den dag van vreugde en genot voor mijne ziel. Immers, ik zal zoo aanstonds aan Uwen liefde-disch mogen aanzitten, lieve Jesus, en evenals de Apostelen in het laatste Avondmaal, Uw waarachtig Lichaam en Bloed mogen ontvangen. Kom dan Jesus, Bruidegom mijner ziel, kom spoedig, en wil niet wachten! Kom U aan mijne ziel verloven; kom o Jesus, en wees mij geen Rechter maar een zaligmaker! Gij hebt het Zelf gezegd, dat Gij met een vurig verlangen er naar verlangd hebt, met uwe leerlingen dezen maaltijd te houden; zie ik ben Uw leerling, Uw kind,

-ocr page 326-

298

al is het dan ook, dat ik mij dikwerf een ondankbaar kind toonde; kom dan Jesus heden Uw verlangen bevredigen, en rusten in mijn hart! 0 dag van zalige vreugde! mijn Beminde zal aan mij, en ik aan Hem behooren; met Hem zal ik meer bezitten dan de geheele wereld mij geven kan! 0 Jesus, wat zijt Gij onuitsprekelijk goed voor mij, dat ik dezen feestdag heb mogen beleven I Aan U oiFer ik in den vroegen morgenstond al mijne gedachten, woorden, begeerten en werken op van dezen dag; geef dat zij allen U mogen behagen, en dat ik niets moge volbrengen, wat niet met eene goede meening en U ter eer geschieden zal. God van waarheid, ik geloof in U, God van getrouwheid, ik hoop op U, God van liefde, die mij vooral heden Uwe liefde gaat bewijzen, ik bemin U; ik verfoei nog eens al mijne zonden, en verban alles uit mijn hart, wat maar eenigszins aan Uwe zegenrijke komst kan in den weg staan; aan U, o Jesus, draag ik mij geheel en al op; voor U wil ik leven en sterven.

-ocr page 327-

Avondgebed op den Communiedag.

De dag van vreugde, lieve Jesus, nadert zijn einde; de dag van genade en geluk, waarop ik U in mijn hart heb mogen ontvangen, is bijna verstreken, en de nacht breekt aan. Maar al gaat deze dag voorbij, o Jesus, mijn dank zal nimmer voorbijgaan; nooit zal ik vergeten, welk geluk mijne ziel heden van Uwe eindelooze goedheid ontving; nooit zal ik ophouden U, o God, daarvoor oprechten dank te betuigen 1

En toch. moet ik mij op het einde van dezen feestdag niet diep in het stof nederbuigen, en op mijn borst kloppend tot U, o Vader, verzuchten: o God, wees mij zondaar genadig ?

Ja, lieve Jesus, ondanks al Uwe weldaden, heb ik toch op dezen dag U nog zoo dikwerf beleedigd; vergeving voor al mijne tekortkomingen vraag ik U

-ocr page 328-

300

thans ootmoedig! ik zal gedachtig aan Uwe weldaden, U voortaan met grooteren ijver dienen, en wil mij in het vervolg geen ondankbare meer toonen. Help mij, lieve Jesus, met Uwe genade! In Uwe handen beveel ik mijnen geest; zooals ik mij thans ter ruste begeef, zal ook eens mijn lichaam rusten in het graf;-geef dat ik eens moge verrijzen tot een leven van eeuwige vreugde en heerlijkheid.

En gij Maria, Moeder van mijnen lieven Jesus, neem mij onder uwe machtige bescherming; mijn H. Engelbewaarder, aan u ook beveel ik mij in dezen nacht bijzonder aan, bid God voor mij.

Jesus, Maria, Joseph, ik geef ü mijn hart en mijne ziel; Jesus, Maria, Joseph, staat mij bij in mijnen doodsstrijd; Jesus, Maria Joseph, laat mijne ziel in vrede rusten.

Zegene en bescherme ons de almachtige en barmhartige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

-ocr page 329-
-ocr page 330-