|
i; | ||
|
• | ||
|
[ 1 | ||
|
1 | ||
|
1 | ||
, I
I
I
Likeurstokerij
„DE WILDEMAN.quot;
Opgrerlolit 1735.
HANDEL IN
Binnen- en Buiteniandscil Gedistilleerd
EN
WIJlf EN.
Be eclte SINGER NiBliies
(fabrikaat der MEe-IMTnPPIJ te Ihw-Voii,)
zijn te Anstirdan uitsluitrad verkrijgbaar:
61 UmM 61
Meer dan 10 millioen io gebruik. Meer dan 800 diploma's der eerste klasse.
##
4quot;
S
s?
NAAIMACHINES
voorzien met de
nieuwste verbeteringen.
vm I umj Hit Uiteluitend Ml
H. BRÖCKMANN, AMSTERDAM
SPUISTRAAT 119/121123.
E. BRANDSMA.
AMSTERDAM.
In het bizonder wordt de aandacht gevestigd op
SOUCHON THEE
ÈL ƒ 1.30 pgt;or S Ons.
Aan den Bezoeker.
De belangstelling, welke bij voortduring aan de fraaie inrichtingen van mevrouw Tussaud te Londen en den heer Castan te Berlijn ten deel valt, heeft den ondernemingsgeest in een aantal andere buitenlandsche hoofdsteden genoopt galerijen van dergelijken aard aan te leggen.
De snelle uitbreiding van Amsterdam en de hoop op het toenemend vreemdelingenverkeer, wettigden het vertrouwen, dat ook hier ter stede een Panopticum, met kans van slagen gevestigd kon worden. Met het oog op den Nederlandschen degelijkheidszin moest dergelijke inrichting echter op breede schaal ondernomen worden. Vandaar dat de stichting van een eigen gebouw een eerste vereischte werd. Alleen daardoor werd het mogeiyk, bij de samenstelling der galerij, de voorschriften van den goeden smaak te bevredigen.
Gesteund door mannen als den Berlijnschen beeldhouwer Castan,. den kunstschilder Herman ten Kate en anderen, is thans eene verzameling bijeengebracht, die, naar het Bestuur vertrouwt, allen zal voldoen, en wanneer men wellicht personen of zaken zal missen, die, naar men zou meenen, hier niet mochten ontbreken. — welnu men vergete niet, dat nog steeds wordt voortgewerkt.
Nederland, rijk aan volksdrachten en gewoonten, met eene geschiedenis, zooals slechts weinig volken die bezitten, is alleen reeds een zeer ruim en leerzaam veld voor eene dusdanige verzameling.
Het bestuur stelt zich dan ook voor om, indien groepen als het Binnenhuis van Marken in den smaak vallen, ook andere plaatsen van ons land weêr te geven: verder personen en gebeurtenissen, aan onze geschiedenis ontleend, voor te stellen, en van onze koloniën en vreemde landen, die tafereelen te laten zien, welke ons een aanschouwelijk beeld daarvan kunnen doen vormen.
Op die wüze wordt een Panopticum nog iets meer dan louter een plaats van ontspanning.
i rs ii o i i).
|
Vorstelijke personen. 1-3. Het Koninklijk Gezin. 5. Prins Alex., overl. pr. v. Oranje, t'. Prins Willem, overleden prins van Oranje. 7. Willem II. 8 Koningin Sophie der Kederl. 9. Prins i''rederik. 10. Prins Hendrik. 11. Prins von Wied. 12. Prinses von Wied. 13. Victoria, Koningin van Engel. 14. Wilhelm I, Keizer v. Duitschl. 35. Frans Joseph I, Keizer v. Oost. 16. Alex. Ill, Czaar aller Kussen. 17. Leopold, Koning van België. 16. Alexander 11. 19. Keizer Frederik. ï9a. Wilhelm 11. 20. Prins van Wales. 21. Prins Friedrich Carl. v. Pruisen. 22. Ex-Keizorin Eugenie. 23. Prins Napoleon Bonaparte. 24. Frederik II, de groote. 25. Koningin Louise. 26. Paus Pius IX. 27. Paus Leo XHI. 28. James Abraham Garfield. 29. Maria Francois Sadi Carnot. ;-i0. Sultan Abdul Hamid II. ::i. Arabi-Pacha. Beroemde mannen. .'32. Gambetta. .S,. Vorst Bismarck. 34. Graaf von Moltke. 35. Generaal Loris Melikoff. 36. De Lesseps. 37. Thiers. 38. Disraëli. .■39. Eochefort. 40. Darwin. 41. Nordenskjöld. 42. Antonelli. 43. Henri Conscience. 44. Von Humboldt. 45. Lodewijk XVII. 46. Von Holtey. 47. Schiller. «8. Goethe. 49. Generaal van der Heijden. 50. Luitenant-Generaal v. Swieten. 51.' Luitenant-Generaal Verspijck. 52. Habib Abdoel Kachman. :8. Toekoe Panglima Maharadja ïebang Mohamed. 54. Johannes Hendricus Brand 55. Paul Krüger. 56. P. J Joubert. 57. Cetchwayo. re. Gladstone. 59. Eichard Wagner. 60. Victor Hugo. 61. Gordon Pacha. 62. Michiel Adr. de Kuiter. 63. Ds. Jan Nieuwenhuizen. 63a. Dr. F. C. Westerraan. 64. Judels. 65. Mevr. Kleiue-Gartman. 66. Hugo de Groot. 67. Sir Moses Montefiore. |
Klecderdracbteu. 69. Amsterdamsche dienstmeid. 70. Lijfgrenadier v. Z. M. de Koning. 71. Een Boerin uit Denemarken. 72. Binnenlmis op Marken. 73 en 74. Scheveuingtiche en Zand- voortsche Vissuhers: 75. De Hindelooper Kamer. 7G, 77 en 78. Do oude, de nieuwe aanspreker en de brie venbest. 19. Het'^fe- Nicolaasfeest. lt;ji roepen. 80. Asschepoester. 81. Theetuin buiten Parijs. 82. Versch geschilderd. 83. AU Baba en de veertig roovers. 84. Het huismoedertje. 85. Koodkapje. 8(5. Den Moriaan gewasschen. 87. La Dame aux Camelias. 88. Eerste Liefde. 89. Amor. 90. De kleine architect. 91. Pagode. 92. Rothschild. 93. De Sprookjes van Scheherazade 95. Tooneel uit Ekkehard. 96. Eerst een kus. 97. Het verongelukte drankje. 98. Daar is niets meer aan te doen. 99. Het kindeke Mozes in den Nyl. 100. De martelares. 101. Kaartspelen. 102. Izaiik en de twee boeren. 103. Amst. Straatmuzikanten. 104. Eieren Trui. 105. Klein Duimpje. 107. 2 Rookers. Cri'u welka Dier. 108. De geschiedenis der Misdaad. 109. Kwartjesvinders. 112. ïhurolf. 113. Heinrich Carl Schneider. 111. De cel der Bastille. li j. De kwaadsprekers. 110. Kluisterstraf. 117 Charlotte Corday. 118 Klaas Stortebeker. 119. Charles Guiteau. 120. Doctor Lamson. 121. Léon Peltzer. 122. quot;William Thomas King. 123. Henry Tourville. 124. Francesconi. 125. Elias en Pistulka. 126. Burke en Hare. 127. Adèle Spitzeder. 128. Franz Holzapfel. 130. Louise Kirst. 132. Gesche Margarethe Godfried. 134. Ludwig Lack. 135. Eduard Kullmann. 136. Vrouw van der Linden. Folterwcrktuigen. 137. De folterbank. 138. De ton. 139. De Kaadbraak. 140. Onthoofdingsblok met bijl. 141. Schandpaal. 142. Wurgpaal. 143. Het brandmerken. 144. Geeselpaal. |
Maskers van Moordenaars. 145. Gescho Margaretha Godfrie 146. James Bloomfield Rush. 147. Eobespièrre. 148. William Palmer. 149. Georg Mullius. 150. William Steward. 151. Fieschi. 152. Arthur Macky. 153. Burke en Hare. 154. William Hunt. 155. Charlotte quot;Winsor. 156. Catharina Wilson. 157. Conty de la Pommerais. 158. Marie Cotton. 159. Bosfield. 160. William Dowe. Maskers va ii beroemde mannen. 161. Schiller. 162. Goethe. 163. Lessing. 164. quot;Wieland. 165. Luther. 1(56. Beethoven. 167. Mendelssohn. 168. Thorwaldsen. 169. Ludwig Devrient. 170. Theodor Düring. 171. Prof. Dr. J. Fr. Dievenbacb. 172. Antonie Ganova. 173. Generaal van Eoon. 174. Beeldhouwer Ki:z. 175. Prof. Dr. Kugler. 176. Prof. Dr. Eggers. 177. Paus Pius IX. 178. Frederik 1. 179. Friedrich Wilhelm v. Prui^eE. 180. Frederik de Groote. 181. Wilhelm IV. 182. Koningin Louise. 183. Nicolaas Paulowitsch, Czaar v Rusland. 184. Napoleon I. 185. Hendrik IV. 186. Karei XII. 187. Napoleon III 18S. Karei August. 189. Karei Philip. 190. Jean Victor Mc reau. 191. Olivier Grom wall. 192. Von Humboldt. Borstbeelden van 193. Frederik de Groote. 194. Gravin Voss. 195. Napoleon Bonaparte. 196. Maria Louise van Pruisen. 197. Koningin Louise van PrulseE. 198. Prinses Charlotte. 199. Napoleon I. Handen ran 200. Fredrik de Groote. 201. Von Moltke. 204. Pruisisch grenadier. 2 5. Been van de:i reus Murphy. 206. Paus Pius IX. |
PANOPTICUM. - AMSTERDAM,
CATALOGUS.
No. 1 — 5i. liet Koninklijk Oczin. Er is geen stad i;i Nederland waar meer gehechtheid bestaat voor het Huis van Oranje dan wel te Amsterdam en toen liet Bestuur van het Ned. Panopticum met den arbeid aanving, was haar eerste gedachte het vorstelijk huis overeenkomstig zijne waardigheid, ■doch ook, in overeenstemming met de gevoelens van het geheele Nederlandsche volk, in het Panopticum te plaatsen. Daartoe vroeg het Zijner Majesteits goedkeurig.
Onze Vorst was zoo welwillend een en ander aan het beleid van hei bestuur over te laten. Toen werd besloten in overeenstemming en onder leiding van den bekenden en bekwamen schilder H. ten Kate, Z. M. particuliere huiskamer weêr te geven.
De tand des tijds heeft zich ook hier doen gevoelen, en sleepte onzen dierbai'en Vorst ten grave; van daar dat H. M. de Koningin-Regentes metH.M.Dochter Koningin Wilhelmina, zich thans alleen in het vertrek bevinden, starende naar het welgelijkende portret van onzen onpartijdigen Koning Willem Drie welke 23 November 1890 overleden is.
5fo. 5. Willom Alexander Karei Hendrik Frederik der Nederlanden, prins van Oranje, geb. 25 Augustus, 1851, te 's-Hage en aldaar den 21 Juni 1884 overleden.
De Kroonprins ontving zijn eerste opleiding, onder het rechtstreeksch toezicht zijner moeder en voltooide zijne studiën aan de Leidsche Hoogeschool.
Den Itin Juni 1874 werd de prins kolonel bij de drie wapens van het leger en den 18n Februari 1877 bevorderde Z. M. hem tot generaal-majoor bij den groeten staf. De prins bekleedde tevens bij de koninklijke marine den rang van schout-bij-nacht a la suite. Door den dood van zijn ouderen broeder werd hij den lln Juni 1879 kroonprins der Nederlanden.
No. 6. Willem Nieolaas Alexander Frederik Karei Hendrik, prins van Oranje, geb. 4 September 1840 te 's-Hage, gest. 11 Juni 1879 te Parijs.
De overleden Kroonprins paarde aan een hoogst gelukkigen aanleg en een ridderlijk karakter, een gunstig uiterlijk. Met groot succes volbracht hij, na de kostschool te Noordhey te hebben verlaten, aan Leiden's Hoogeschool zijn studiën. In het leger klom hij tot den rang van generaal op en tot weinige jaren voor zijn dood vervulde hij de betrekking van inspecteur van het wapen der cavalerie. Bij de legermobilisatie in 1870 Opperbevelhebber der troepen, toonde de Prins een uitstekend legeraanvoerder te zijn. Om zijn practische kennis was hij bij leger en vloot — hij was luitenant-admiraal a la suite — bemind; als mensch was hij niet minder, bij allen die hem kenden geacht. Hij overleed te Parijs den lln Juni 1879. Het stoffelijk omhulsel werd eenige dagen later onder geleide zijns broeders, van Parijs naar Den Haag overgebracht en den 26n Juni te Delft in den Koninklijken Grafkelder in de Nieuwe Kerk bijgezet.
5fo. T. Willem II (Frederik Cieorge Lcodewijk), koning dei-Nederlanden, groothertog van Luxemburg, geb. 6 December 1792, streed dapper in Engelschen en Spaanschen dienst en stond bij de hertog van Wellington in hoog aanzien. In 1815 stond hij als Kroonprins aan het hoofd der Nederlandsche troepen bij Waterloo en verzekerde de overwinning bij Quatre Bras, waar een paard onder hem werd weggeschoten en hij aan den schouder werd gekwetst. Hij was een uitstekend ruiter en groot kunstvriend. Hij trad
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
21 Februari 1816 met grootvorstin Anna Paulowna van E,usland (gest. 1 Maart 1865) in het huwelijk, en was Opperbevelhebber van het leger tijdens de Belgische onlusten. Na de abdicatie van Willem I betrad hij 7 October 1840 den troon. Hij overleed 17 Maart 1849.
No. 8. Koningin Sophia der Nederlanden. Den 3n Juni 1877, terwijl reeds de toebereidselen waren gemaakt om haar 59n verjaardag met bijzonderen luister te vieren, ontsliep na een langdurige ziekte koningin Sophia Frederique Mathilde, koningin der Nederlanden. Zij werd te Stuttgart den 17n Juni 1818 geboren uit het huwelijk van Koning Willem I van Wur-temburg met koningin Pauline Therese Louise. Koningin Sophia was een der beminnelijkste vorstinnen; zij schitterde door zeldzame gaven van hoofd en hart. In kunst, letteren en wetenschap stelde zij groot belang. Menigmaal vereenigde zij in haar paleis, Het huis ten Bosch, nabij Den Haag, uitgelezen gezelschappen van geleerden; de groote geschiedschrijyer John Lotrop Motley was dikwijls haar gast. Koningin Sophia muntte ook door waren godsdienstzin en liefdadigheid uit. Ter eere harer nagedachtenis werd dan ook een nationaal huldeblijk voor haar opgelicht, bestaande in een kinderziekenhuis te Scheveningen. Het huwelijk der Vorstin, den 18n Juni 1839 gesloten, was met vier zoons gezegend, waarvan er twee op zeer jeugdigen leeftijd overleden zijn ; haar oudste zoon volgde de Koningin na twee jaren in den dood. Den 20 Juni 1877 werd het stoffelijk overschot der Vorstin naar Delft in het Koninklijk graf overgebracht.
No. 9. Willem Frederik Karei (Prins Frederik), prins der Nederlanden, geb. 28 Februari 1797 te Berlijn, overleden 8 Septembsr 1881 te 's-Hage. De overledene was zeer bemind en populair, bekleedde den rang van veldmaarschalk gn had als bevelhebber een belangrijk deel genomen aan den tiendaagschen veldtocht. Hij was grootmeester der Nederlandsche vrijmetselaren.
No. 10. Willem Frederik Hendrik (Prins Hendrik), prins der Nederlanden, geb. 13 Juni 1820 te Soestdijk. gest. 13 Januari 1879, luit. admiraal der vloot, stadhouder van Luxemburg, gehuwd 19 Mei 1852 met Amalia Maria Gloria Augusta, prinses van Saksen Weimar, geb. 20 Mei 1830, overdeden 1 Mei 1872, in tweeden echt vereenigd met Marie prinses van Pruisen. Zelden genoot een vorst in zoo ruime mate de liefde van zijn volk, als deze te vroeg ontslapen telg uit het Huis van Oranje. Zijn warme belangstelling in alles wat de vaderlandsche welvaart kon verhoogen, zijn heldere geest en toegankelijkheid voor ieder, zijn krachtdadige medewerking, waar het Nederlandsche ondernemingen gold, waren daartoe de aanleiding, Niemand verliet hem, zonder den betninnelijken indruk zijner persoonlijkheid mede te nemen en voor immer te bewaren.
No. 11. Willem Adolpli Maximiliaan Karei, prins vonWied, geb. 22 Aug. 1845, volgde 5 Maart 1864 onder voogdijschap zijner moeder zijn vader op. De prins is eere-lid van het Pruisische Hoogerhuis en kolonel in Pruisischen dienst. Hij trad 1871 in het huwelijk met Maria, prinses der Nederlanden, uit welk huwelijk drie kinderen zijn gesproten.
No. 13. Wilhelmina Frederika Anna Flisabeth Maria,
prinses von Wied. prinses der Nederlanden, dochter van wijlen prins Frederik. geb. 5 Juni 1848, gehuwd 18 Juli 1871 met prins von Wied.
No. 13. Victoria, koningin van Engeland, geb. 24 Mei 1819, volgde 20 Juni 1837 Willem IV op en werd 28 Juni 1838 gekroond. Zij trad 10 Februari 1840 met Albert, hertog van Saksen (gest. 14 December 1861) in het huwelijk, waaruit acht kinderen zijn gesproten.
No. 14. Wilhelm I, keizer van Duitschland, koning van Pruisen. In groot generaalstenue met het lint, de orde en de ster van den zwarten adelaar, de orde ,pour le mérite,quot; met de beeltenis van Frederik den Groote, en de orerige hem toegekenden orden. Na den dood van Frederik Wilhelm IV beklom
4
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
koning Wilhelm den troon van Prnisen, nadat hij ruim twee jaren als regent daarover het bewind had gevoerd. Friedrich Wilhelm Ludwig (zoo luidt zijn volle naam) werd den 22sten Maart ^797 te Berlijn geboren, als tweede zoon van Frederik Wilhelm III. Hij huwde 11 Juni 1829 niet prinses Augusta van Saken — Weimar (geb. 30 September 1811). Na den roemrijken veldtocht tegen Frankrijk (1870 — 71) werd koning Wilhelm in tegenwoordigheid van bijna alle Duitsche Vorsten in de Spiegelzaal te Versailes den 18r; Januari 1871 plechtig tot keizer van Duitschland uitgeroepen. Hij overleed 9 Maart 1888.
Jïo. 15. Frans Joseph I, keizer van Oostenrijk. In Oostemijksche generaals-nniform, met ster en lint der Maria-Theresia-orde, de Stephanus-orde en de orde van het Gulden Vlies. Geboren 1 Augustus 1830; oudste zoon van aartshertog Frans Karei (zoon van keizer Frans II) en prinses Sophia van Beieren. Hij kwam 2 December 1864 op den troon en is sedert 24 April 1354 gehuwd met Prinses Elisabeth, dochter van hertog Maximiliaan van Beieren,
ïïo. 16. Alexander III, C'zaar aller Russen, geb. 10 Maart (26 Februari) 1845, volgde zijn vader op 13/1 Maart 1881. Hij trad November 1871 in het huwelijk met Marie Dagmar, dochter van den koning van Denemarken, welk huwelijk met vijf kinderen is gezegend.
gt;o. 17. Le*pol(I. Koning van België, geb. 9 April 1835, volgde zijn vader op 10 December 1865. De Koning huwde 22 Augustus 1853 met Marie Henriëtte, aartshertogin van Oostenrijk. Uit dit huwelijk ontsproten drie dochters en een zoon die jong stierf. De oudste dochter ia Kroonprinses van Oostenrijk. Vermoedelijke troonopvolger is de zoon van 's Konings broeder, Hertog van Brabant.
No. 18. Alexander II Sfikola joTltseli, keizer van Rusland, geboren 29 April 1818, kwam na den dood zijn vaders, Nicolaas I, op den troon, 2 Maart 1855. Gehuwd met Maria Alexandrowna (vroeger Wilhelmine Aguste Sophie Marie, geboren 8 Augustus 1824) dochter van den groothertog Lodewijk II van Hessen. De Czaar werd 13 Maart 1881 door de nihilisten gedood. Dynamiet-bommen ontploften nabij zijn rijtuig, waarvan hij van de kazerne paleiswaarts keerde.
\'o. 19. Friederich Willielm, Keizer van Duitschland, koning van Pruisen, geboren 18 October 1831, gehuwd 25 Januari 1858 met Victoria, dochter van Victoria, koningin van Groot.Brittaniö en Ierland' Generaal-Veld-maarschalk in de uniform van het le garde-regiment te voet, met ster en orde van den Zwarten Adelaar, de orde ,..Pour le méritequot; met de beeltenis van Frederik den Groote, het grootkruis van het IJzeren Kruis, enz. enz. Den 9 Maart 1888 tot den Keizerstroon geroepen, betrad hij dien met het volle bewustzijn, niet lang die hooge waardigheid te zullen bekleeden. Hij was reeds ten doode opgeschreven. Zijne regeering, die slechts 99 dagen duurde, kenmerkte zich door een lijden, dat met eene heldhaftigheid werd getorst, welke hem de sympathie van geheel de wereld deed deelachtig worden. En toch, in die weinige dagen, vond hij gelegenheid zijn volk te doen zien, dat, ware hij in het leven gebleven, het Duitsche rijk een nieuw tijdperk zou zijn ingetreden. Hij richtte een proclamatie tot het Duitsche volk, welke men den gloor van eenen nieuwen dageraad noemde en waarin hij den weg aanwees, dien hij als Duitsch keizer wilde bewandelen. Helaas! De dood heeft hem dit ontzegd.
No. 19a. Wilhelm II, de tegenwoordige Keizer van Duitschland, werd geboren den 27 Januari 1859 en huwde den 27 Februari 1881 met Prinses Augusta Victoria van Sleeswijk-Holstein. Negen en negentig dagen naden dood van zijnen „onvergetelijken grootvader,quot; dien hij in alles tot voorbeeld schijnt te willen nemen, kwam hij aan de regeering. Sinds heeft hij wel is waar geene gelegenheid gehad belangrijke regeeringsdaden te doen; hij heeft vriendschapsbezoeken gebracht aan verschillende groote hoven van Europa en daarom noemde men hem wel eens „der Reisekaiser.quot; Men heeft het ernstige, vastberaden gezicht van den jongen vorst slechts te zien, om tot de gevolgtrekking te komen, dat, zoo hij in het leven blijft, van dezen jongen man mag verwacht worden, Duitschland onder zijn bestuur eenig en machtig zal blijven.
5
PANOPTICUM. —
6
AMSTERDAM.
No. SO. Albert Edward- prins van Wales, kroonprins van Groot-Brittanic en Ierland, geb. 9 November. 1841, gehuwd 10 Maart 1863 met prinses Alexandra van Denemarken, geb*. 1 December 1844, uit welk ImweLk vijf kinderen zijn gesproten.
No. 31. Prins Friedricb Carl van Prnisen, vader van Prinses Hendrik der Nederlanden, veld-overste, geb. 29 Juni 1828, gehuwd 29 November 1853 met Maria Anna, dochter van den hertog Leopold van Anholt. Uit dit huwelijk zijn 4 kinderen geboren, waarvan Prinses Hendrik de oudste is.
No. 22. Eugenie Marie de Oiiznian. gravin Theba, ex-keizerin van Frankrijk, gehuwd 29 Januari 1853 met Napoleon III keizer der Franschen.
No. 23. Prins Napoleon Engine I^ouis Jean Joseph Bonaparte, geb. te Parijs 16 Maart 1856, zoon van Napoleon III, later pretendent der Fransche kroon. Tijdens zijn ballingschap in Engeland genoot hij te Woolwich zijn opleiding, hij verliet de krijgsschool aldaar als artillerie-officier en vocht als zoodanig met de Engelschen in Zoeloeland, waar hij den In Juni 1879 op een verkenningstocht, juist toen hij van zijn krijgsmakkers was verwijderd, door de inboorlingen met speerstooten werd overvallen en gedood.
No. 24. Frederik II, «le Groote, koning van Pruisen, werd 2-i Januari 1712 te Berlijn geboren en kwam 31 Mei 1740 op den Pruisischen troon; 12 Juni 1733 werd met groote plechtigheid het huwelijk voltrokken van den kroonprins Friêdrich met prinses Elizabeth Christine van Brunswijk-Beieren. Frederik II de Groote, door het volk vol bewondering en, met gepaste eigenwaarde zelfs gaarne, de Eenige genoemd, was de grootste Staatsman, Regeeringspersoon en Veldheer van zijn tijd. Onder zijne regeering werd de Pruisische Staat 1300 vierk. mijlen vergroot en verdubbelde het getal inwoners, — van 2,485.000 tot 5,380,000. Den 17n Augustus 1786 overleed de groote Koning te Sanssouci bij Potsdam ; zijn lijk werd in de garnizoenskerk te Potsdam ter aarde besteld.
No. 23. Koningin I.onise i Louise Augusta Wilhelniiua Amalia) van Pruisen, gemalin van Frederik Wilhelm III, geboren 10 Maart 1776 te Hanover. Een bijzonder beminde, door het volk op de handen gedragen Koningin, wier nagedachtenis in Prnisen godsdienstig wordt vereerd. Zij stierf 18 Juli 1810. Een prachtig mansolenm is ter hare eere in Cbarlotten-burg opgericht.
No. 26. Paus Pius IX, opvolger van Gregorius XVI, geboren 13 Me: 1793 te Sinigaglia, uit graaf Johannes Maria de Mastai Feretsi. Nadat zijn verlangen om in den militairen stand te worden opgeleid, schipbieuk leed op zijn zwakken gezondheidstoestand, wijdde hij zich aan het geestelijk leven en studeerde sinds 1813 aan bet college te Volterre. Door Leo XII tot aartsbisschop van Spoleto (1827), door Gregorius XVI in December 1832 tot aaris-bisschop van Imula en in 1843 tot Kardinaal verheven, had hij aan den reep over zijn mild en welwillend karakter zijn verkiezing tot Paus den 16n Juli 1846 te danken, welke verkiezing geschiedde onder den indruk der volksver-bittering over het ruw, onkundig beheer van Gregorius XVI.
No. 2T. Paus Eeo XIII (Joachim Pecci), opvolger van den op 7 Februari 1878 overleden paus Pius IX, stamt uit een patrisische landeigenaars-familie en werd geboren 2 Maart 1810 te Carpineto bij Anaqule. Pecci voleindigde zijn studiën in het Collegium Eomanum en werd korten tijd daarna huisprelaat bij den toenmaligen paus Gregorius XVI. Op 37-jarigen leeftijd werd hij als onder-stadhouder naar Barevente aan de Napelsche grenzen gezonden, ten einde de daar tierende roofzucht te onderdrukken, 't geen hem dan ook gelukte. Als dank daarvoor werd hij benoemd tot stadhouder van Spoleto en Peru via. In 1843 tot aartsbisEchop van Damiate benoemd, ging hij als nuntius naar
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
Brussel, waar hij bij koning Leopold I in hoog aanzien stond. Zijn verblijf in Belgie's hoofdstad duurde niet lang, daar het klimaat voor zijn wankelende gezondheid niet gunstig was. In de constistorie van 19 Januari 1876 werd hij tot aartsbisschop van Peruvia en korten tijd daarna tot Kardinaal verheven. Den 20n Februari 1878 t«jt Paus gekozen, nan; hij den naam aan van Leo XIII.
Xo 38. Oariicld. Jsmics Abraliam, werd in December 18S0 tot President der Vereenigde Staten van Noord-Amerika verkozen. Door zijne rechtvaardigheid en edel karakter maakte hij een zeer goeden indruk. Den 2n Juli 1881 toen hij zich naar den trein begaf, die hem naar dezeebadplaats Long-Branoh, waar zijne gemalin vertoefde, zou vervoeren, loste Guiteau in het station twee pistoolschoten die hem zoodanig verwondde, dat hij na een Ifngdurig en smartelijk lijden den 19n September overleed.
\lt;». 2» Marie Francois 8:edi C'arnof, tegenwoordig President der Fransche Republiek, werd den 11 Augustus 1837 te Limoges geboren. Hij is de kleinzoon van den Napoleantischen generaal Lazare Carnot, le grand Carnot genaamd. Als ingenieur zijn loopbaan beginnende,.werd hij in 1871 in het departement der C6te d'Or tot afgevaardigde benoemd. Later was hij Minister van Openbare Werken. Als President der Fransche Republiek geniet hij aller achting. Het is hem gelukt die hooge betrokking in aller waardeering te doen stijgen en of men vóór of tegen de tegenwoordige Fransche Republiek zij, het kan niet ontkend worden dat Frankrijk in zijnen president Sadi Carnot op waardige wijze vertegenwoordigd wordt.
No. »0. Sultan Alxlnl Hamiil II. Nadat Murad V slechts drie maanden bezit had van den troon en ter nauwernood van zijn waardigheid bewust was, werd Abdul Hamid, jongste broeder van den gewezen Sultan, die 22 September 1842 geboren werd, tot den troon verheven.
Abdul fiamid volgt steeds de Europeesche kleederdracht en heeft van die in het Oosten slechts de fez behouden, waarvan hij als een brave Turk geen afstand wil doen ; ook heeft hij slechts eene vrouw, met wie hij gelukkig gehuwd is en die hem twee kinderen schonk. Voor het overige houdt men hem voor een spaarzaam, matig en in zekeren zin verstandig potentaat.
No. 31. Arabi Pacha, generaal in Egyptischen dienst, zoon van een fellah, was het hoofd der partij, die Egypte, met erkenning der suzereiniteit van de Porte, wenschte onttrokken te zien aan de feitelijke regeering door Europeanen, en tegen den Khedive in opstand kwam, omdat deze zich liet beheerschen door Engelsche invloeden. Arabi'a partij beweerde dat de inkomsten van Egypte uitsluitend ten bate kwamen der Europeesche ambtenaren en fondsenhouders en dat de betaling der renten van leening op leening het volk tot armoede brengt, zoodat van de voordeelen des lands door het land zelf geene vruchten werden geplukt. Engeland ving den strijd aan t'jgen Arabi die het Egyptische leger, en ongeregelde Bedouinetroepen tot de zijnen telde, bombardeerde Alexandrië en bezette het Suez-kanaal met inachtneming der onzijdigheid. Belangrijke gevechten tusschen het Engelsche leger, dat 30.000 man telde, en Arabi's troepen, die op een gelijk getal worden geschat, werden geleverd. Frankrijk en Duitschland bepaalden zich tot de bescherming der bewoners, die tot hunne nationaliteit behoorden. Evenmin als Italië, namen zij deel aan den strijd, die volgens de verklaring der Engelsche staatslieden, alleen ten doel had het herstel van het gezag van den Khedive. Turkije bepaalde zich tot allerlei diplomatieke vertoogenen onderhandelingen, naar aanleiding eener conferentie van gezanten te Konstantinopel, die tot resultaat had, de verklaring dat Arabi rebel was en tot eene onderhandeling of er al dan niet troepen zouden worden afgezonden om met de Engelschen tegen de Egyptenaren op te treden. Bij Tel-el-Kebir werd Arabi verslagen en gevangen genomen; voor een krijgsraad gebracht werd hij door Engelsche tusschenkomst pseudo-ter dood veroordeeld, welk vonnis onmiddelijk veranderd werd in verbanning naar Ceylon.
7
8
\o. 33. Loon Gauibétta, Fransoh staatsman, geboren 2 April 1838 te Cahors, begon zijn loopbaan als advocaat en werd in 1869 door de uiterste radicale partij tot afgevaardigde gekozen. In 1870 maakte hij deel uit van het gouvernement der nationale verdediging, en gedurende den Fransch-Duitschen oorlog werden de Loire-legers door hem in het leven geroepen; thans tot lid der vertegenwoordiging gekozen, zwenkte hij langzamerhand tot do gematigde liberalen over en was gedurende een zittingjaar voorzitter dei-Kamer en in 1881 korten tijd minister. Hij overleed 31 Dec. 1882, vijf minuten vóór middernacht, te Ville d' Avray bij Parijs. Aan zijne begravenis op staatskosten uit het Palais Bourbon namen 800,000 menschen deel. Zijn stoffelijk overschot werd voorloopig op Pêre la Chaise te Nice in het familiegraf bijgezet.
-Vo. 33. Vorst Bismarck —Scliöiiliauseii. ex-kanselier van het Duitsche rijk en voorzitter van het Pruisisch Staatsministerie. Vorst Otto Eduard Leopold Bismarck—Schonhausen werd den In April 1825 op het landgoed Schonhausen in de Altmarkt uit oud-adelijke familie geboren. Na het verdrag van Gastein werd Bismarck tot den erfelijken titel van vorst verheven.
No. 34;. (■raai' von Moltke, Pruisisch Generaal-Veldmaarschalk en chef van den srooten generalen staf. Helimuth Carl Bernhardt von Moltke werd 26 October 1800 te Parchim in Mecklenburg-Schwerin als zoon van den Deenschen luitenant-generaal von Moltke geboren. In 1812 ging von Moltke naar Kopenhagen, om als cadet de militaire loopbaan te beginnen en tien jaren later trad hij als luitenant der infanterie in Pruisischen dienst. In 1848 tot afdeelingschef in den grooten generalen stat bevordert, was von Moltke van 1849 — 55 hoofd van den generalen staf van het 4e legercorps en sinds 1856 adjudant van prins Friedrich Wilhelm. In 1858 trad hij aan het hoofd van den generalen staf van het leger en in 1859 kreeg hij de rang van luitenant-generaal. Den 28en October 1870 ontving hij den grafelijken titel, 22 Maart 1871 het grootkruis van het IJzeren Kruis, en 16 Juni werd hij Generaal-Veldmaarschalk. Overleden den 24 April 1891.
gt;o. 35. Generaal Lores Melikoüquot;. hervormer van het Russisch beheer.
Xo. 36. Ferdiuanil de Lesseps geb. 19 November 1805, diplomaat, beroemd ontwerper van het kanaal van Suez en het Panama-kanaal.
Vo. 37. Louis Adolplie Thiers, geb. 15 April 1797 te Marseille, Fransch geschiedschrijver, staatsman, eerste president der derde Fransche republiek, beroemd door zijn geschiedkundige werken, zijns staatsmanbeleid en groote vaderlandsliefde. Hij overleed te Parijs 10 Sept'l877.
Xo. 38. Benjamin Disraëli, Lord Beaconsfield, Engelsch Staatsman en Schrijver.
Xo. 39. Victor Beury, graaf van Eoohefort-Lucay, zich noemende Kocheforl, geb. 30 Januari 1830 te Parijs, bekend door zijn anti-keizerlijke, revolutionnaire en socialistische geschriften. Hy begon zijn levensbaan als journalist, werd in 1869 volksvertegenwoordiger, in 1870 lid van het ministerie der_ nationale verdediging, en steunde later de commune. Naar Nieuw-Gale-donië verbannen, ontvluchtte hij van daar en vestigde zich na de amnestie als journalist te Parijs.
No. 40. Charles Robert Darwin, beroemd Engelsch natuuronderzoeker, geb. 12 December 1809, gest. 24 April 1882.
XTo. 41. IViels Adolf £rik Xordenskjöld, geb. 18 Nov. 1832 te Elseneur, beroemd Noordpoolvaarder, doorreisde in 1875 de Karische zee en bereikte de monden van de Jenissei. Hij drong dus door het ijs van Europa naar Azië. In 1876 deed hij een tweede expeditie in die streken in verband met wetenschappelijke en handelsbelangen.
PANOPTICUM — AMSTERDAM-
\o 43. Ci-iacouio Autonelli, Kardinaal-Staatssecretaris van paus Pius IX, geboren 2 April 1806 te Sonnino, een vlek aan de Napelsche grenzen. Zijn vader, een veehoeder en houthakker, stamt af van een oude familie der Romagna, die onder hare medeleden rechtsgeleerden, geschiedschrijvers, maar ook roovers telde. Na de uitroeing van zijn geboorteplaats, een berucht roovershol, door de pauselijke gendarmen, ging de jonge Antonelli naar Rome en ging daar op het Seminarium. Daar onderscheidde hij zich dermate, aat hij de aandacht trok van paxis Gregorius XVI, die hem, nadat hij de priesterwijding had ontvangen, onder zijn toezicht nam en hc-m tot de politieke loopbaan bestemde. Toen Pius IX den pauselijken zetel had beklommen, schaalde Antonelli, zich aan de zijde der liberalen en hervormers en verwierf daardoor de gunst van den nieuwen heerscher. Na den 12en Juni 1847 den kardinaalshoed te hebben verworven, trad hij in den eersten ministerraad, met welks samenstelling Pius IX zijn hervormingen begon. Van toen af was Antonelli de bestendige raadsman en eigelijke leider der Eoomsche staatkunde. Hij overleed 6 November 1876.
Xo. 43. Henri Cousoience, Vlaamsch schrijver, geboren den Sen December 1812, wiens vruchtbare pen een honderdtal werken schreef, welke de geheele wereld door bekend, hem tot een der meest beminde schrijvers dezer eeuw maakte. De hulde hem gebracht bij het verschijnen van zijn 100ste werk, gaf destijds het bewijs hoe hij door Vorst en volk als het ware op de handen werd gedrager..
\o. 44. Alexunder von Ifimilioldt. de grootste natuurvor-scher der moderne tijden, die een groot deel der vruchten van zijn studiën en onderzoekingen in verre landen in het beroemde werk Kosmos heeft byeenver-zameld, en zich daardoor een eeuwigdurende eerzuil heeft opgericht. Humboldt die te Berlijn 14 September 1769 werd geboren, stierf aldaar ö Mei 1859.
45. I,odewijk XVII, tweede zoon van Lodewijk XVI en Marie Antoinnette, geb. 27 Maart 1785. Hij heette aanvankelijk hertog van Nor-rnandié. Na zijns vaders dood proclameerde zijn, toen in Westfalen gevestigde oom, de graaf van Provence (later Lodewijk XVIII) hem als koning van Frankrijk en de Europeesche mogendheden erkenden hem als zoodanig.
In het begin der omwenteling in den Temple gevangen genomen, werd hij op uitdrukkelijk bevel der Conventie, onder voorwendsel dat de Fransche natie voor zijn opvoeding zou zorgen, aan zijn moeder ontrukt en een zuiver Jaco-bijn, den schoenmaker Simon en zijn vrouw ter verdere opleiding gegeven, die hem lichamelijk en geestelijk moeten hebben te gronde gericht. Hij stierf 8 Juni 1795; zijn lijk werd den lOn Juni in het gemeenschappelijke graf der Margaretha-pasterie geworpen en met ongebluschte kalk bedekt, zoodat Lodewijk XVIII in 1805 tevergeefs nasporingen naar het stoffelijk overschot van zijn neef in het werk stelde.
Xo. 46. Karl von Holtey, beroemd Duitsch tooneelschrijver. o. a. van de welbekende stukken Het Parelsnoer, Hans Jurge en Laurierboom en JBedelstaf, geboi-en 24 Januari 1797, te Breslau,
Mo. 47. Schiller, Duitschland's beroemde dichter, geboren 10 November 1759 te Marbach, gestorven 9 Mei 1805.
\o. 48. Goethe, de beroemde dichter en wijsgeer, geboren 28 Augustus 1749 te Frankfort, gestorven te Weimar 22 Maart 1832.
No. 49. Generaal Van der Heydeu. Ongetwijfeld is deze onverschrokken strijder een van de schoonste figuren op wier bezit de Neder-landsohe en Indische legers kunnen bogen. Welk oordeel de geschiedenis ook over den held van Salamangan moge vellen, zij zal hem zeker de kroon der verdienste den roem van Atjehte hebben onderworpen, niet betwisten. Van der Heyden is in den volsten zin a selfmade man. Den 12en Januari 1826 te Batavia geborenquot;, trad hij, reeds vroeg naar Nederland gekomen, als soldaat in dienst bij het algemeen depot der landmacht (2 Juli 1841). Zijn flink gedrag in de tweede en derde
9
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
expeditie tegen Bali (waarbij hij de Militaire Willemsorde ah onderofficier verwierf) deed liem op 26 Maart 1850 den rang van 2en luitenant behalen. Als kapitein nam hij in 1859—63 deel aan de expeditie naar de Z. O. afdee-ling van Borneo, waarvoor hij tot een hoogere klasse in de Willemsorde bevorderd werd, terwijl hem, na het Balikrnis, ook dat van Borneo met den gesp ten deel viel. Inmiddels reeds tot den rang van luitenant-kolonel geldom-rnen nam hij deel aan de 2e expeditie tegen Atjeh en onderscheidde zich zoozeer, dat hij niet alleen de orde van den Nederl. Leeuw verkreeg, maar tevens den rang van kolonel en de eer der benoeming tot 's Konings adjudant in buitengewonen dienst verwierf. In dien rang trok hij in 1876 andermaal tegen de Atjehneezen te velde en bij den dood van den bevelhebber op 13 Januari 1878 werd hij met het commando belast en tevens tot civiel bevelhebber genoemd. Tot 1881 bleef Van der Heyden op zijn post; hij was intussclien niet alleen (11 Januari 1880) tot luitenant generaal en op 30 October van dat jaar tot Gouvernements-Commissaris in Atjeh verheven, maar tevens tot commandeur der Mil. Willemsorde. Versierd met de Atjeh- en Samalangan-kruizen, trad de onverschrokken held, die in het heetst van het gevecht door een kogel getroffen, een oog verloor, den len Februari 1882 als luitenant-generaal in de burger maatschappij. Bij zijn komst in het vaderland werd hij met bijzonder huldebetoon ontvangen. De koning noodigde hem aan zijn disch en uitte zijnen dank aan den fleren krijger in bewooi'dingen, die in het geheele land weerklank vonden. Te Amsterdam werd een banket te zijner eere gehouden. Zonder aan zijn dappere voorgangers te kort te doen, heeft het Nederlandsche volk aan Karei van der Heyden den eerenaam geschonken van den „overwinnaar van Atjeh.quot;
No. SO. liUiteiiant-Ciiciicraal Van Swieteu. Den 2Sn
Mei 1807 werd Jan Van Swieten te Mentz geboren ; nog geen 14 jaren oud, trad hij reeds als volontair bij de 17e afdeeling infanterie in militairen dienst; tien maanden later werd hij cadet en den 26ii Augustus 1824. alzoo pas even 17 jaren, werd hij tot tweeden luitenant benoemd. Eerst elf jaren later volgde zijn eerste bevordering, doch toen werd hij terstond kapitein; de verdere rangen doorliep hij spoediger en in 1849 viel hem de eer van buitengewone bevordering tot kononel ten deel. In weinige jaren bereikte hij de hoogste rangen bij het Indisch leger en den 9c Juni 1858 werd hij luitenant-generaal en commandant des legers; vier jaren later (1 Juli 1862; werd hij gepensionneerd. Van Swietens loopbaan was verre van rustig. Op 20-jarigen leeftijd nam hij deel aan den Java-oorlog (1827—29) en nauwelijks 21 jaren oud sierde hem reeds de Militaire Willemsorde 4de klasse. In het Vaderland teruggekeerd, riep de opstand in België den kloeken krijgsman weer ten strijde en weldra prijkte naast de .lava-medaille ook het Metalen Kruis op zijn borst. Weinige jaren later zien wij den luitenant-kolonel (in 1845) naar Sumatra's Westkust vertrekken om daar het gezag van Nederland te handhaven. Een verhooging als ridder der Militaire Willemsorde viel hem voor zijn moedig, beleidvol en trouw gedrag na dien tocht ten deel en in 1849 werd hem ook het ridderlint van de orde van den Nederlandschen Leeuw geschonken, In 1859 trad Van Swieten als commandant der 2e Bonische expeditie op, nadat hij reeds door Zi M. tot HD. adjudant in buitengewonen dienst was benoemd. Zijn verdiensten in den Bonischen veldtocht, ook als commissaris voor de leiding der politieke aangelegenheden, verschaften hem het commandeurskruis der Militaire Willemsorde, terwijl het vanzelf spreekt dat hem in de eerste plaats het expe-ditiekruis met de gesp van Boni —van Bali voor de expeditie van 1848—49 was reeds in zijn bezit—ten deel viel. In 1862 uit de gelederen in den burgerstand getreden, vervulde van Swieten gedurende eenige jaren een rol in het Parlement; zijn zeldzame kennis van Indië en zijne militaire kundigheden werden daar op hoogen prijs gesteld. Maar Van Swieten was de man niet om, als er gevaar dreigde, zich tot het geven van adviezen te bepalen en toen dan ook in 1873 de Atjeh-oorlog een gevaarlijke hoogte had bereikt, besloot de bijna 70-jarige grijsaard nog eenmaal met het zwaard in de hand zijn Vaderland te gaan dienen. Den lln Juni 1873 werd hij in activiteit hersteld eu trad als civiel regeerings-commissaris en bevelhebber der tweede expeditie tegen Atjeh
lö
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
op. Den 28n Söptember 1874 — nadat hij de kraton van Atjeh overwonnen en aan de Nederlanders een belangrijk pied a terre in het te veroveren gebied verschaft had, werd hij opnieuw gepenaionneerd. Den 12n Mei 1874 schonk de Koning hem de zeldzame onderscheiding van het Grootkruis der Willemsorde, die thans naast het Atjeh-Kruis, zijne fiere borst siert, met nog menige andere, ook bnitenlandsche ridderorden.
No. 51. liUiteiiant-Generaal Verspyck. Deze dappere strijder vooral bekend geworden door zijn uitmuntende rol, als tweede bevelhebber van de 2e Atjeh-expeditie in 1873—74 vervuld, behoort tot de voornaamste personen van 's Konings omgeving. Eeeds in 1869 adjudant van Z.M. in buitengewonen dienst, werd hij den 21n Augustus 1878 na zijn terugkeer mt Indië tot adjudant-generaal des Konings, 2n chef van Zr- Ms. militaire huis banoemd en weldra ook tot den adelstand verheven met het praedicaat van jonkheer. Gustanus Maria Verspyck was uit burgerouders geboren. Den 19n Februari 1822 zag hij te Gent het levenslicht; zijn vader, een geacht onderwijzer, besloot reeds spoedig hem. als soldaat op te leiden. Zoo trad hij, den 27n Juli 1838 als cadet bij de Kon. Mil. Academie op en in 1842 verkreeg hij den rang van luitenant der infanterie. Naar Indië vertrokken, maakte hij spoedig carrière, ook door zijn dapperheid in de jaren 1850—54 bij de expeditie naar Borneo's Westkust aan den dag gelegd en waarvoor hem het ridderkruis der Militaire Willemsorde te beurt viel. Nauwelijks tot majoor bevorderd werd hij, in 1859, bij den opstand aan de Z.-O. afdeeling van Borneo, tot waarnemend resident benoemd. Hij onderscheidde zich in de moeielijke jaren tot 1863 zoozeer, dat hij in 1862 tot luitenant-kolonel bevorderd en tot ridder 3e kl. der Militaire Willemsorde verheven werd. Na de Borneo-campagne vervolgde Versp5'ck zijn loopbaan als kolonel, chef van den generalen staf en (1 October 1869) als generaal-majoor. Nadat hem voor den arbeid in die rangen de orde van den Nederlandschen Leeuw was te beurt gevallen, schonk de koning hem, na zijn aftreden als bevelhebber in Atjeh en bij zijn pensioneering op 1 Juni 1874, met den titulairen rang van luitenant-generaal, het Commandeurskruis der Willemsorde. Jhr. Verspyck, die ook de expeditie-kruisen van de Westkust van Borneo, van de Z.-O. afdeeling van Borneo en van Atjeh, met de Atjeh-medaille draagt, — heeft na zijn optreden als adjudant des Konings herhaaldelijk de opdracht ontvangen om bnitenlandsche zendingen voor Z. M. te volbrengen. Tal van hooge onderscheidingen werden hem bij die gelegenheden door vreemde potentaten geschonken,
IVo. 58. Habib Abdocl Racbmaii (Eu Seid Abd-oel
liaclinian El Zalir), de Arabier, wiens krachtige persoonlijkheid, geestkracht en organiseerend talent den Atjeher in 1876—78 ten goede kwamen, nadat hij schipbreuk geleden had in zijne pogen om den sultan van Turkije tot-krachtdadige tnsschenkomst te bewegen, welke mislukking, zoo als bekend is, niet zoozeer aan des Sultans onwil dan wel aan de krachtige tnsschenkomst, vooral van onzen gezant te Parijs, was toe te schrijven.
Besloten zijne landslieden, liever geloofsgenooten, niet te verlaten, keerde hij naar Indië terug, wist den zoogenaamden Raad van achten te bewegen aanzienlijke geldsommen ter zijner beschikking te stellen en maakte zich gereed in persoon het verzet te Atjeh te gaan leiden
Onder het bestuur des Sultans voerde hij den titel van Rijksbestierder. Niettegenstaande men van zijne terugkomst bericht had en de blokkeerende vloot de uitgebreidste voorzorgsmaatregelen had genomen, om hem bij een poging tot landing te Atjeh, in handen te krijgen, gelukte het hem toch, aU visscher vermomd, ofschoon het schuitje dat hem aan wal bracht door een der op brandwacht liggende sloepen werd onderzocht, door te sluipen.
Zijne tegenwoordigheid kenmerkte zich niet dadelijk in grooten vijandelijken tegenstand, blijkbaar had hij de grootste moeite de verslagen en verstrooide hoofden en benden te verzamelen en met nieuwen geest te bezielen.
Dat hem dit echter gelukte en wel in een omvang zooals nog niet te voren door een der andere aanvoerders, dit bleek ons alras uit de stoute offensieve beweging die in het begin van 1878 tegen onze Wester-linie gericht werd.
11
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
Luit.-Gen. Van der Heyden was toen met de grootste trcepenmaoht ter Oostkust van Atjeh en had juist den vorst van Gedoeng tot onderwerping gedwongen — hierin bijgestaan door den controleur le klasse, waarnemend adsistent-resident 1. van Nunen — toen hij bericht van den aanval kreeg. Zooals bekend is was de luit.-generaal bezig wederom zijne strijdmacht in te schepen, om tegen het machtige staatje Passangan te agoercn, waarvan echter werd afgezien; hij kwam nog tijdig genoeg te Groot-Atjeh terug om hem zoo krachtig op het lijf te vallen dat hij in het gebergte terugtrekken moest.
Behalve isoleering onzer posten Boekit Seboeng en Kraeng Èaba, welke laatste hij in allen ernst belegerde, was hij nog niet verder doorgerukt dan tot de kloof van Beradoen, van welker omringende hoogten hij onze vesting te Pakkan Badak met geschutvuur zou kunnen bestoken,
De gebrekkige verpleging zijner benden en de oneenigheid der verzamelde hoofden was voor een krachtigen aanval midden door onze linie, veel te gevaarlijk, om door een zoo schrander man als Habib te worden ondernomen.
Dat het hem aan persoonlijken moed in ridderlijken zin niet ontbrak, getuigt de uitdaging tot de overgave van den door hem belegerden post Kraeng Raba. Met zijn aftocht was ook echter de op anderen punten vermeerderde weerstand des vijands niet gebroken en een krachtigpft'ensief, onzerzijds meer dan ooit noodzakelijk.
Toen hierop onzen algemeenen aanval op de XXII Moekim volgde — bleek het^ Habib alras dat al zijn moed en gezag niet voldoende waren om met eenige hoop op goed gevolg den strijd vol te houden, dien wij zoo plotseling in het hart van het land hadden overgebracht, want de door hem met zooveel moe;te bijeengehouden benden verliepen na de eerste nederlagen die wij hun bij Senelob, Montasiek, Lamkrak enz. deden ondergaan.
Toen generaal Van der Heyden, Habib als hoofdleider der vijandelijke macht gelegenheid, gaf, zich te onderwerpen, stelde Habib na lang dralen zijne voorwaarden, die wel gewijzigd, doch in overeenstemming werden gebracht met de waardigheid onzer regeering en die van den dapperen aanvoerder S. A. R. el Z. gedurende den bloedigen strijd op X.-Sumatra.
3fo. 53. Tockoe l*augliuia Maliaradja Tibang; Mo-
liaiued, het eenige voorbeeld in Xed.-Indie van volkomen onderwerping, gepaard aan belanglooze toewijding na bitteren tegenstand.
Te Madras geboren, kwam hij op jeugdigen leeftijd te Atjeh en wijdde zich geheel aan den Sultan, wiens vertrouwen en genegenheid hij won.
Onder het Sultanaat was Tibang medebestuurder van het rijk en bekleedde hij het ambt van shahbandar, wel eens vertolkt door het woord havenmeester. Tot deze werkkring behoorde alles wat betrekking had op den handel, de in-en uitvoerrechten enz.
Hij was den Siad Abdoel Rachman El Zihar zeer vijandig, welke haat zelfs eens, toen zij elkander bij den kraton ontmoetten, tot een tweegevecht zou hebben geleid, indien het volk het niet verhinderd had.
En 1872—73 was hij hoofd van het bekende gezantschap naar Riouw.
Xa zijne terugkomst op Atjeh trad hij meer op den achtergrond ; de overtuiging scheen al spoedig bij hem gevestigd dat verzet tegen de Nederlandsche wapenen voor zijn Sultan en de Atjehers niet was vol te houden. Zoo gaf hij zijn gebieder raad om zich te onderwerpen.
Zijn werkeloosheid wekte echter spoedig misnoegen bij den Atjeher.
Het onhoudbare van zijn toestand inziende, trok T., na den dood des Sultan's, naar het landgoed Gieghen.
Xa de gevechten te Segli 1878—1879 onderwierp hij zich, werd een trouw en ijverig dienaar onzer regeering, nam zelfs aan menigen krijgstocht deel en was ons zoowel door zijn goeden raad als door zijn onversaagdheid van groot nut.
Door zijne mededeelingen kwam men o. a. tot de ontdekking van het verraderlijk gedrag van Toekoe Moedoe Bart tegenover het Xederlandsch gezag.
Als onderhandelaar bewees hij ons groote diensten. De hem als blijk van tevredenheid geschonken gouden medaille werd door hem op hoogen prijs gesteld.
3io. 54. Johannes Hendriens Braud. eerste voorzitter van de volksvergadering in de Kaapkolonie, geboren 6 December 3.823 te Kaapstad. Te Leiden werd hij in 1845 tot doctor in de rechten bevorderd en
12
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
te Londen practiseerde hij als advocaat, evenals aan de Kaap de Goede Hoop. Bij South-Afrika College bekleedde hij van 1858 tot 1863 den leerstoel in de rechtsgeleerdheid, la 1863 tot president van den Oranje-Vrijstaat gekozen werd hij als zoodanig in 1868,1S73 en 1878 herkozen. Zijn bemiddelend optreden in den strijd tusschen Engeland en Transvaal, heeft van. beiden zijden alge-meene erkenning en waardeering gevonden.
Vo. 55, Paul Ki'iigei', in den eigenaardige spreektrant der Transvaler meer gemeenzaam „Oom Paulquot; genoemd, is een der grondleggers der Znidafrikaansche republiek. Persoonlijke moed en slimheid brachten hem tot zijne hooge betrekking. Zijn vader was een eenvoudige Kaapsche grenstoer, die de zegetochten van zijn zoon niet mocht beleven. Paul bezit, behalve de reeds genoemde eigenschappen, ook de gave der welsprekendheid, waardoor hij zijne manschappen menigmaal in het heetst van den strijd, moed wist in te ooezemen; eene gave welke den grootvader van twee-en-tachtig kleinkinderen thans in zijn ambt van lid van het Transvaalsche Driemanschap uitstekend te stade komt.
Xo. 50. P. J. Joubei't, de waardige medestander van „Oom Paul,quot;' de dappere opperbevelhebber der Transvaalsche, ongeregelde troepen, die het geoefende Engelsche leger zoo overtuigend bewezen heeft wat een zekere hand een goed oog en vurige vaderlandsliefde vermogen.
Joubert is, naar zijn naam te oordeelen, vermoedelijk een afstammeling der Eranschen, die over Nederland naar de Kaap uitweken, om zich later, over Natal, in de Transvaal neder te zetten. Onder president Burgers bracht hij bet tot vice-president en nam, tijdens het verblijf van eerstgenoemde in Europa, het roer van staat in handen. Later maakte hij met Krüger en Jorissen tweemaal deel uit van het gezantschap dat bij het Engelsche hof de belangen der republiek trachtte te bepleiten. Hij wordt geschetst als een zeer beleidvol en gematigd man.
o 57. Cetcliwayo, ex-koning der Zoeloes. Xa een hardnekkigen strijd in 1880 door de Engelschen onderworpen en gevangen genomen.
gt;o 58. William Kwart Ciladstoue, Engelsch Staatsman, geb. 29 December 1809 te Liverpool. Sedert 1834 heeft hij groote invloed gehad op den gang van zaken in (rroot-Brittannië. Hij staat ook bekend als uitmuntend letterkundige, vooral door zijne werken over Italië en Homerus. !n verschillende kabinetten had hij zitting, nl. van 1834—35, van 1841—55, van 1852—55 en na Palmerston's dood in 1859. Hij begon zijn politieke loopbaan als torij, maar ging langzamerhand tot de vooruitgangapartij over. Hij droeg veel bij tot de wetsverandering van de Eeformbill en aan Disraeli's val in 1868 was hij tot 1874 leider van het liberale kabinet, om in 1879 weder als premier op te treden. Sedert 1834 is hij voor verschillende districten lid van het Parlement.
Xo. 59. Ricliartl Wagucr, Duitsch Musicus, geboren te Leipzig, 22 Mei 1813 en overleden te Venetië, 13 Februari 1883.
Xo. 60. Victor Hugo. Eransch dichter, overleden 22 Mei 1885. slechfe aan weinige menschen is het gegeven, gelijk aan dezen grijzen bard, op den avond van hun leven, steeds de meest overtuigende bewijzen te ontvangen, dat zij hun roem niet hebben overleefd.
Zijn tachtigste verjaardag, gevierd op den 27 April 1884, was daarvoor wel het bewijs en hoe men over Victor Hugo moge denken, niemand zal den schrijver van Ernani, les Misérables, L'année terrible, enz., die groote gaven kunnen ontzeggen, die hem recht geven op een eereplaats onder de merkwaardigste mannen dezer eeuw.
Xo. 61. Gordou Pat-ha, Karei George Gordon, geboren 28 Januari 1833, wiens heldhaftige verdediging van Kartoem degeheele beschaafde wereld met bewondering vervulde, was een van die mannen, die staan of vallen voor de door hen aanvaarden taak. Een voorbeeld van moed,
13
14
als door hem gegeven, wekt tot navolging en een volk dat zulke zonen telt, behoeft voor zijn toekomst niet te vreezen. Van hem kan meer dan van eeni^ ander getuigd worden, dat hij voldaan heeft aan het woord van Nelson : „Engeland verwacht van ieder zijner zonen, dat hij zijn plicht zal doen.quot; De dag waarop Gordon voor Engeland's eer door verraders hand viel, blijft alhoewel een dei-treurigste, toch ook een der schoonste bladzijden in de geschiedenis van dat land.
Xo «2- Micliiel Adriaansisoon de Ruiter. De grootste zeeheld die Nederland ooit heelt gehad en aan wien ons Vaderland in niet geringe mate de eerepiaats te danken heeft door dat kleine land inp enomen. Al zijn de tijden voorbij toen ons Vaderland zich durfde meten met ieder ander land, zijne daden zijn zoo wereldkundig geworden, dat ieder vreemdeling-met bewondering vervult is over die bladzijde der Nederlandsche geschiedenis.
lt;»!ï- Igt;s. Jan Xieiiwciiliuizeu. Stichter der Maatschappij „Tot nut van 't algemeenquot;, geboren te Haarlem, den len September 1724 overleden te Monnikendam, den 24en Februari 1806.
IVo. OJÏa. Igt;r. Westerman, geb, te Amsterdam 8 December 1807, overleden 9 Mei 1890.
Wanneer in het Panopticum sprake kon zijn van verschillende klassen van personen, die zich meer of minder verdienstelijk hebben gemaakt, dan zou dit beeld zeer zeker in de eerste klasse gerangschikt worden.
Immers wat dien talentvollen en braven man niet alleen voor Amsterdam doch voor de geheele wereld gewrocht heeft, het bekende Natura Artis Magistra alhier, kan men niet anders tot stand brengen, of men moet er een gansch mensohenleven aan wijden en dat hij zulks deed, dat hij genot en ontwikkeling aan zoovelen bezorgde, dat zullen de duizenden en duizenden getuigen.
Braver burger telde Amsterdam ter nauwernood; wat was hij goed, en braaf, medelijdend en zoo echt in stilte weldoend, dat frissche genotvolle gelaat, die heldere en vriendelijke oogopslag, waar niets dan eerlijkheid uit blonk, een degelijk man voor het gezag en trouw gehecht aan het huis van Oranje, o, mocht men het schrijven, men zou hem een juweel noemen.
Het is een eer voor het Panopticum, dat het dat beeld in hare collectie maii tellen, een beeld alwaar steeds het Bestuur dezer inrichting met bijzonderen zorg voor zal waken en wanneer het met dit museum zal gaan, gelijk met alle aardsche zaken, d. w.' z. wanneer het op zal houden te bestaan, dan zal het aan de familie ter beschikking gegeven worden, om er naar goedvinden mede te handelen; het is te dierbaar als zou zulks aan het toeval overgelaten mosten worden.
No. «4. N. Jndels. De door geheel Nederland vermaarde komiek, thans sedert vele jaren rustig rentenierend. Mede-eigenaar van het Salon in de Amstelstraat, behoorde hij jaren achtereen tot de directeuren, en de grootste toeloop was daar wel toen Judels op zijn glanspunt stond. Zijn naam zal wel voor altijd aan het gebouw verLonden blijven.
No. 05. Mevr. Kleine-Gartnian. De beroemste tooneelkun-stenares die Nederland na Wattier heeft gehad. Een halve eeuw achtereen speelde zij in de meestmteenloopendegenres,schitterdevoornamelijkinhetburgerlijke,hoewel hare tragische scheppingen terecht ook hoog werden geprezen. Haar uitvaart was een der meest grootsche begrafenissen ooit door Amsterdam aanschouwd.
No. 66. Hugo de Oroot. Beroemd rechtsgeleerde en staatsman, geb. te Delft 10 April 1583, waar voor twee jaar zijn standbeeld is opgericht. Hij bekleedde zoowel binnen- als buitenlands een aantal belangrijke posten in de regeering en de diplomatie. Hij stierf in 1674. Onder den naam Grotius is hij door geheel de wereld vermaard.
No. 67. Sir itlozes Montefiore. De weldoener van het Jodendom; als philantroop, ook in algemeenen zin, een van de merkwaardigste mannen dezer eeuw. Op bijna 101-jarigen leeftijd stierf hij te Piamsgate bij Londen.
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
BTo. «9. De Amsterdaiusehe tlicugtmcid. 't Is Zaterdag, en al de vensters zijn bestoft en morsig. Naatje is zindelijk en wel met haar kornetje op. Lustig laat ze de waterstralen uit de blinkende kcperen spuit op de vensterruiten spelen. Straks komt de knaap die in een onverwacht cogenblik Naatje nat spuit.
No. 70. De lijlgreuadiei- van H. M. de Koiiiuc^iu.
No. 71. Eeu boerin uit Deuemarkeii.
gt;o 73. Biiliiienluil.s o|gt; M:si'kcu. Wanneer men Marken nog op een afstand z;et, schijnt het alleen te bestaan uit heuveltjes, bebouwd met huizen. Het overige gedeelte van het eiland ligt bijna met den waterspiegel gelijk en wordt eerst zichtbaar, wanneer men het eiland nadert.
De huizen zijn daarom op die heuveltjes gebouwd, omdat het meermalen gebeurt, dat des winters het geheele eiland, behalve die kleine hoogten door de zee wordt overstroomd, terwijl die huizen, waarvoor de heuveltjes geene plaats meer aanboden, op palen daartegen aan zijn gebouwd.
Dit eiland is nog een der meest belangwekkendste plaatsen in ons land. Hier toch is de beschaving onzer eeuw zoo goed als niet doorgedrongen. De huizen, de kleeding, zoden en gewoonten zijn bijna nog geheel dezelfde als voor honderd jaar.
Het is voor hen, die buiten een eiland als Marken wonen, een vreemde indruk een land te vinden, waar men geen telegraafpalen, geen spoor of stoomboot ziet.
Heeft men de gelegenheid de binnenhuizen der bewoners van Marken te kunnen zien, dan wordt men verrast, op een eiland, dat er zoo onherbergzaam uitziet, zooveel gezelligheid te vinden. Vol, geweldig vol is het er. De muur bedekt met borden, spiegels, tegels, lepelrekjes, platen aan de bijbelsche geschiedenis ontleend, als Adam en Eva of de de Verloren Zoon, meer, veel meer hangt er aan en maakt met de bedstee met haar pronkkussens, de oude klok, het open vuur, enz., zulk een gezellig geheel, dat ieder zich er toe voelt aangetrokken.
Zulk een kamer voor te stellen, meende het bestuur, zou als eersteling van onze volksgroepen, èn landgenoot èn vreemdeling belang inboezemen. Om dit zoo correct mogelijk te doen, werd de hulp van onzen schilder Herman ten Kate ingeroepen, onder wiens leiding en naar wiens teekening de kamer werd in elkander gezet.
De voorstelling zou men „de kwade tijdingquot; kunnen noemen.
Het gezin, door een storm die buiten woedt, te huis gehouden, wordt plotseling door het binnenkomen van den man die uit visschen was en meedeelt hoe de botter (de visehschuiy gestrand is, verschrikt. Groote ontsteltenis is op aller gelaat te lezen. De doove grootvader wordt door zijn kleinzoon op de hoogte gebracht van het ongeluk, dat hen heeft getroffen. Door de geopende deur ziet men het schip ontredderd op strand zitten. De visscher, die achter op het bankje zat is opgesprongen en houdt zich sprakeloos aan den stoel vast en luistert evenals de bij het vuur zittende naar het verslag van het gebeurde. De moeder hangt over de wieg heen waarin de jongste rustig ligt te slapen, terwijl haar dochtertje met open mond achter haar staande den binnengekomene aanstaart.
Het geheel is zoo getrouw mogelijk weergegeven, terwijl al de meubelen, kleéren, enz, op de plaats zelf zijn gekocht of gemaakt.
STo. 73 en 74. SclieTeningsclie en Zandvoortselie Visscliers. Onze visschers genieten heden ten dage dezelfde onderscheiding als de herders der oudheid, met het verschil echter dat, werden de laatsten bezongen, de eersten vooral in beeld gebracht worden door onze schilders. Wie onze visschers niet anders kent dan uit de talrijke doeken der penseelkunstenaars; verslijt hen dan ook voor ideale persoonlijkheden. Booze tongen weten daar natuurlijk wel wat op af te dingen. Dat behoeft echter heusch geen punt van geschil uit te maken, want de oplettendheid, den bewoners onzer schoone kasten bewezen, spruit niet voort uit bijzonderen waardeering van hun persoon maar uit het schilderachtige hunner kleeding.
15
— AMSTERDAM.
16
PANOPTICUM
Voor de bewoners der hofstad hebben de Scheveningsche vischvrouwen daarenboven nog de verdienste, dat zij hen van fijn zeebanket komen voorzien en hunne straten eens wat geestiger helpen stoffeeren. De vreemdeling die Zand-voort bezoekt, verzuimt nimmer een naaikistje, speldenkussentje of ander voorwerp met schelpen belegd, ter herinnering mede te nemen. En na de herschepping van Zandvoort tot een badplaats van den eersten rang, met fraaie terrassen, villa's, winkelstraat (passage^) enz., behoort een bezoek aan dat gedeelte onzer Noordzeekust met hare blonde duinen tot de aanlokkelijkste uitstapjes.
De Scheveningsche groep stelt een visschersgezin voor van zee komende.
In de Zandvoordsche is de vrouw de welgelijkende beeltenis van het in Amsterdam bekende Zandvoortsche „Dirkje.quot;
3ïo. 75. De IIKaïuci'. Nevens de Markergroep, meende het Bestuur van het Nederlandscli Panopticum, verdiende Hindeloopen. met zijn eigenaardige kleederdrachten, zijn geschilderde meubelen en betimmering, ook eene eereplaats in het museum in te nemen.
Onze schilder Bisschop, zoo geheel daarmede vertrouwd, zegde zijn hulp toe en zoo ontstond naar zijn schets, dit huiselijk tafreel.
Het is met recht een huiselijk tafereel
De kraamvrouw ligt nog te bed, maar ontvangt toch reeds bezoek; de vader laat het kind door de bezoekster bewonderen, terwijl eenige dames aan de koffietafel den inwendigen mensch versterken.
De kleerderen zijn geheel te Hindeloopen gemaakt, door en onder toezicht van esnige dames aldaar, die geheel belangenloos daarmede het Bestuur een groeten dienst hebben bewezen.
?fo. 7lt;gt;. 77 en 78. De oude- en «Ie nieuwe aanspreker en de brievenbesteller. Deze groepen geven ons twee echte Amsterdamsche juweeltjes te aanschouwen.
Aan de eene zijde de dienstbode, ontstellende over het doodbericht ciat .,de kraaiquot; afgeeft, aan de andere de .,booiquot; vroolijk en wel te moede nu de brievenbesteller haar een brief brengt van Klaas die op zee is.
Over beide nog een woordje.
Eerst over den aanspreker.
Bij alle volken en door alle eeuwen heen heeft de zorg voor het lijk allerlei zonderlinge gebruiken in 't leven geroepen. Nog heden ten dage heerscht de gewoonte by enkele volkstammen om behalve den overledene nog een leven, dat der weduwe namelijk, aan den dood en wel aan den vuurdood te offeren. Zoo eig is het gelukkig bij een Amsterdamsche lijkplechtigheid niet gesteld ; zij is alleen maar potsierlijk, dank zij vooral het hanstworstpakje van den aanspreker. Geen wonder dus dat hij een geliefkoosd mikpunt der straatjeugd is, die hem recht gemeenzaam „kraaiquot; noemt.
De nederlandsche aanspreker in 't algemeen is vermaard om het groote gemak, waarmee hij heelen ceelen achtereen „bekend maaktquot; Met het oog op hem vooral, hebben opvolgende geslachten de uitdrukking „den eene zijn dood is den andere zijn brood,quot; burgerrecht verleend. Voor eenige jaren kwam hierin verbetering, doordat de kleeding van den aanspreker toen gewijzigd en verbeterd werd.
In het algemeen komt men liever niet onder zijne behandeling, hoe knap de man ook te boek staat. Daarenboven, is hij niet een ongeluksvogel, die behalve voor enkele neefjes en nichtjes, die het verlies van een erfoompje betreuren, immer Jobstijdingen brengt? Doode of opgezette aansprekers, zou de Schoolmeester zeggen^ zijn nog de beste.
Dan over den brievensteller.
Beurtelings heil- en onheilbode, dagelijks in stilte gezegend on verwenscht, stapt de man vreedzaam en trouw door het leven. Hoe menig ouderhart klopt bij zijne verschijning, hoe menig jeugdig paartje, door het noodloot gescheiden, ziet verlangend naar hem uit! Wat al aandoeningen verwekt zijn komst!
Indien de man zich in wijsgeerige bespiegelingen daarover verdiept, zijne dagelijksche tochten zouden ware bedevaarten zijn, en — menig brief niet aan ziin adres komen. Gelukkig dus voor hem en voor ons, verheft hii zich
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
manmoedig bovea alle teedere aandoeningen en vindt er zijn eer in, zoo min mogelijk een brief „onbestelbaarquot; te verklaren.
De boete, op het niet-frankeeren gesteld, verlicht en bespoedigt zijn dagtaak aanmerkelijk, en zoodra een gleufje voor brieven in elke deur verplicht wordt gesteld, is de gouden eeuw voor hem aangebroken. Voorloopig getroost hij zich het lastige schellen en wachten met opgeruitnden zin, getuige menig snaaksch woordje, met de dienstbode gewisseld......
. ar cie schilderij van Jan
iter . -quot;r? ■; . i ^c. groep
dage a ül '.r .te;i in
■.en e^i or shilder-
quot; nor he -itteli'k
Xo. SO. Asscliepoetster. (Naar het vermaarde schilderstuk van Paul Meijerheim.) Grimm verhaalt: Het meisje ging door de achterdeur naar den tuin en riep: „Och lieve duifjes, torteltjes, alle vogeltjes uit de lucht komt en helpt mij verlezen,
„De goede in 't kopje — Het uitschot in 't kropje.quot;
Toen kwamen een paar witte duifjes door het keukenvenster en toen de tor-teltjes, en later vlogen en tjilpten al de vogeltjes uit de lucht naar binnen en y.ettfi zich on A ssnhenoetster neèr.
IVo. SI. Het panrdcnspcl. Te betreuren is het zeker dat de kermis is afgeschaft; al die ziekelijke zorg voor het menschdom, werkt een zaak in de hand waar het volk niet beter van wordt; wij bedoelen de politiek. Waar is de vrolijkheid van vroeger; het heeft plaats gemaakt voor wat?? daarom is de herinnering aan vroeger dagen misschien aan velen welkom.
tiet tegenwoordige Rembrandtpleiii, de vroegere Hotermarkt, daar waren de verschillende kermisvermakelijkheden, en daaronder nam het paardenspel een eerste plaats in. Het was voor de kinderen een goedkoop genot, als de eigenaar aankondigde dat hij de paarden zou naar buiten laten komen, opdat het publiek een denkbeeld van de paarden en artisten kon krjjgen^ en als de groote meelachten als paljas zijn streken verkocht. Men maakt zich pnwil-lekeurig boos, als men ziet dat hot volk door overdreven gevoeligheid van de zoogenaamde publieke opinie, al dergelijke grappen onthouden wordt. Welke vermaken heeft men hier te Amsterdam daartegenover gesteld?
Xo. 82. Verscll gescllilderd. Een wandelaar is op een bank gaan zitten die pas geschilderd is ; bij het opstaan bemerkt hij dat verf vlekken geeft.
3io. 83. Ali-Iiaba ©n de veertig roovers. Een van de verhalen die Scheherazade haren koninklijken gemaal vertelde. De roovers werden dooide handigheid van Ali-Baba's slavin Morvana allen gedood. Om zeker te zijn, het huis te kunnen plunderen, hadden de boosdoeners zich in ledige olievaten verborgen. Morvana had 't gemerkt en de roovers werden door haar met kokende olie begoten, hetgeen niet pleizierig is. Zoo eindigde de bende en werd Morvana wereldberoemd.
Xo. 84. Het liuismoedertje. (Naar de schilderij van E. L. Meijer.)
Xo. 85. Roodkapje. Is wel eenige toelichting noodig bij dit tafereel uit het bekende sprookje ?
Xo. 86. Den Moriaau gewasHclien.
Vergeefs. — 't is zwart gelijk ge ziet:
Lief kind, uw handjejzou 't bezuren,
Geloof 't, den Moriaan te schuren,
Is reuzenwerk en loont u niet.
17
PANOPTIC OM - AMSTERDAM.
Ge lacht, alsof ge d'arbeid tart
Misschien zult ge u in volgend leven Meewarig eens de moeite geven.
Bij 't even somber mensch'lijk hart.
Vat dan ook moedig d'arbeid aan,
Althans, bij 't liefdevol beginnen;
Het schoonste loon is 't overwinnen:
Een menschenziel van 't zwart ontdaan.
(Naar Fröhlich.)
Ao. H7. Ilt;:1 daiue smx Cauiélias. De hoofdpersoon uit het stuk van Alexander Dumas, en naar gezegd wordt, door hem uit hot leven getee-kend. Het stuk is getrokken uit de roman waaruit ook La Traviata van V erdi stamt. Sedert een paar jaar is La dame aux Camélias vereenzelvigd, met de beroemde tooneelspeelster Sarah Bernhardt, die in deze rol de geheele wereld door, groote triomfen verwierf. De ongelukkige en beklagingswaardige Camélien-dame is hier voorgesteld, sluimerende, juist terruggekeerd van een bal. Zij droomt van de sohoone overwinningen die zij als Koningin van het feest behaalde.
No. 8S. Eerste liefde. Nauw' ontwaakt, grijpt de lieve kleine naar hare pop, haar eerste liefde die ze warm aan 't hartje drukt en voor alle schatten ter wereld niet zou willen missen.
No 89. Amor.
No. 90. De kleine Areliitcct. Met vaste hand stapelt de kleine bouwmeester zijne steentjes op elkander en met een innig welbehagen beschouwt hij zijn arbeid. Wordt 't stapeltje wellicht wat te hoog, welnu dan valt het met geraas ineen, en de kleine architect jubelt om op nieuw naar iets „hoogersquot; te gaan streven.
No. 91. Pagode. Pagoden zijn afgodsbeelden die nog ten huidigen dage in Benaris, Siam, Pegu en andere Indische rijken worden aangebeden. Men heeft naar hen de kleine chineesche schoorsteenflguren met beweegbaar hoofd gemaakt, Pagoden genoemd. Brachvogel brengt in Narziss zulk een pagode ten tooneele en heeft er een van de fraaiste gedeelten van zijn stuk mee bewerkt.
No. 92. Mayer Ansel in Rothschild, stichter van het aanzienlijke bankiershuis. In 1743 te Frankfort a/M geboren, was hij reeds op zijn elfde jaar ouderloos. Na zijn opleiding aan de godstdienstige school te Purth te hebben genoten, oefende hij zich in zijn vaderstad in handelzaken en kwam op een bankierskantoor te Hanover. Hij huwde weldra te Frankfort a/M. en begon op zeer bescheiden voet een eigen zaak. Vakkennis, onvermoeide ;jyer- en degelijkheid van karakter deden hem meer en meer het vertrouwen winnen; zijn krediet en vermogen namen toe, totdat eindelijk zijn handelsbetrekkingen met den toenmaligen landgraaf van Hessen—Kassei, sinds 1803 keurvorst Wilhelm I, zijn gelukzon deden rijzen Toen in 1806 Keur-Hessen, door de Franschen werd bezet, moest de Keurvorst vluchten en liet hij zijn geheele vermogen in handen van Rothschild, hetwelk hij met levensgevaar uit de handen der Franschen redde.
No. 93. De sprookjes van Soheheraxade. In Indie leefde eens. een koning die voor zijn echtvriendin nu juist niet de aangenaamste was. Want mevrouw kon zeker zijn, dat ze zeer kort na het voltrekken van den echt zou worden onthoofd ; geen wonder dat deze Koning zeer vele malen huwde, meer wonder dat hij nog altijd een vrouw kon krijgen. Eindelijk huwde hij de dochter van zijn groot-vizier, de schoone en aanminnige Scheherazade die trots de waarschuwingen van haren vader 't met den Koning toch ook wel wilde wagen. En inderdaad, Scheherazade werd een gelukkige Koningin, Haai doodvonnis was geteekend, maar zij wist den Koning boeiende sprookjes te verhalen, zoo ingekleed dat haar gemaal de voltrekking van liet vonnis van dag tot dag uitstelde, om het vervolg en slot te kunnen genieten. Zoo vond de indisohe Koningin het feuilleton parlé uit, dat Lapommeraye later te Parijs in practijk bracht. Duizend-en-een nachten had Scheherazade verhaalt, toen dacht de Koning er niet meer aan, haar te doen ombrengen.
IS
PANOPTICUM — AMSTERDAM. 19
No. 95. Tooneel uit Ekkehard. (Naar de schilderij van Ed. Grützner)* De keldermeester van het klooster Rudemann, spreekt tot de opper-keukenmeid Kerhildis: „Als ik u aanschouw, Kerhildis, dan voel ik mij dubbel gelukkig in het harte, want gij gedijt als de kloosterwijn in dezen herfst en uwe wangen zijn blozend als de granaatappels die verlangen geplukt te worden. Loof met mij het algoede van het seizoen, o, getrouwste aller keukenmeiden !quot; en de keldermeester sloeg zijn arm om het midden der zwartbruine oppei--keukenmeid, die zich niet al te zeer verzette — wat deert een kus in der; herfst? — want zij wist dat Rudemann een man van goede zeden was en in alles matig, zooals 't een keldermeester betaamt.
gt;o lt;Hi. Eerst eon kus. (Naar de schilderij van Meijer.) Vol schalk-schen overmoed verlangt de knaap, in het trotsche bewustzijn van zijn overmacht, den tol der liefde, dien zijn kleine vriendin hem vermoedelijk wel za! betaler, voordat de kruik van de bron valt.
\o. 97. Het verongelukte «Irankje. (Naar de schilderij van A. Lüben.) Dat is me een mooie geschiedenis. Uit het dorp den langen weg afgelegd naar de stad, toen terug, onder weg even gerust, en nu breekt de flesch met de medicijnen waarvoor hij de verre reis heeft gemaakt en zijn zondagsche jas aangetrokken. Onaangenaam verrast, haalt hij de flesch uitzijn jaszak, en zijn kleedingstuk is er niet beter op geworden.
]*o 98. Igt;iiar is niets meer aan le «loen (Naar de schilderij van Antonia Rotta „Niente da farequot;.) Bedremmeld en bedroefd staat de kleine voor den schoenmaker, die na een korte beschouwing, de hem ter reparatie gegeven schoenen afkeurt met het onheilspellende gezegde: daar is niets meer aan te doen.quot;
flfo. 99 Het kindeke Mozes in den Jfijl. (Tweede Boek Mozes, hoofdstuk II, vers 3—4.) (Naar Delaroche.) „Doch als zij hem niet langer verbergen konde, zoo nam zij voor hem een kistje van biezen en be-lijmde het met lijm en pek; en zij lelde het knechtkeu daarin en lelde het in de biezen aan den oever der rivier.quot;
„En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten wat hem gedaan zoude worden.quot;
NO lOO. De Martelares. (Naar Delaroche). Met gebonden handen, ter wille van haar geloof vervolgd en in de rivier geworpen, dragen de golfjes de vrome ongelukkige, 't Is nacht. Een bovennatuurlijke glans bestraalt het gelaat der martelaresse.
No. lOl. Kaartspelen. Een soldaat en een burger spelen kaart om het gelag. Een meisje, met een kan in de hand, volgt den loop van het spel.
No. 108. Izaök en de twee hoeren. Plastische voorstelling naar een verhaal van Justus van Maurik Jr., waarin de besteller Izaak van den Dam twee boeren tot gids verstrekt in het Panopticum.
No. 103. Anisterdanisflie straatinuziekauten. Bij het
publiek bekend onder de naam van Japaneezen.
No. 104. Eieren Trui. Een oude bekende van hen die in vroeger jaren Café Roetemeijer bezochten.
No. K?15 - -iet de geschied
Zeve»- ^ quot;nnje een 'vas, had de
a i • 'eren aanwezig was,
s . , net bosci _ ven verdwalen dan
v inen.
Duimpje dit gesprek afluistert. Hij
k, y v-ooH lt;lt; en daarvan de kruimels
te 'af.n val) r den ..cg, waarlangs hunne ouders de zeven jongens het
.20
Xo. IO?. Twee rookers. Welk genot smaakt een dezer heeren? Puur Havana, De ander is niet recht op zijn gemak, maar het genot van den een is zoo groot, dat hij die nog niet rookt, er toe zal komen.
O li U \V I-: I j I V .V gt;1 !•: I {.
No. I08. Oe geschiedenis «Ier ui is da ad.
Een ieder ligt de moord op de deurwaarder Goufi'é te Parijs nog versch ia het geheugen. Wreeder moord voor geld en hartstocht werd al niet bedreven. Immers met behulp van Gabriëlle Bompard die tot 2 jaren en haar minnaar Eyraud, die ter dood veroordeeld werd, werd Gouffé in een kamer gelokt, en onder den schijn van liefkoozen, een koord om den hals geworpen en geworgd: daarna werd het lijk in stukken gesneden in een koffer gepakt en logen^ij er mede op reis. Op een buitenweg even voorbij Lyon, werd op een rijtoer de koffer een dijk afgesmeten en daar later gevonden.
De guillotine is een trouw afbeelsel van die waarmede de moorde naar onthoofd werd.
No. lOO. Kwartjesvinders. „Past op uwe zakken! mag men elkander wel toeroepen, als men in de nabijheid dezer heeren komt. Ongeïukkio' dragen zij niet op de borst een bord, waarop te lezen staat, dat zij „kwartjes vindersquot; zijn en, behalve misschien door hunne goudieventronie, onderscheiden zij zich in niets van hunne medemenschen. Ja toch, door iets: nl. door het toeval, dat zij alléén maar telkens ondervinden, dat zij op straat een'geldstukje vinden, en nog toevalliger altijd in de nabijheid van iemand, die er niet al te slim uitziet. Dan bieden zij dezen aan het geldstukje ergens in eene kroeg te gaan verdrinken. Wordt dat voorstel aangenomen, dan is de vogel in den val want, het gaat hoe het gaat, hij wordt altijd duchtig geplukt.
No. 118. Tliurolf, een schrijnwerker, geboren 17 Juni 1852 te Barbel beschuldigd van moord op den postbeambte Kellmer 18 Juni 1877.
No. 113. lleiuricli Oarl Schneider, de beruchte moordenaar van Schuneman, den sigarenfabrikant te Berlijn. Hij werd 28 Juli 1855 te Neukrix district Schlochau geboren, en daar in 1871 wegens herhaalden eenvoudigen diefstal tot drie maanden, in 1873 te Berlijn wegens eenvoudigen diefstal tot een week gevangenisstraf veroordeeld. In 1871 gaf ziin vader hem bij den slotenmaker Riechers te Berlijn in de leer. Het was op den tweeden Kerstdag van 1873. toen Schneider de gruweldaad op Schuneman pleegde. Hij over-
PANOPTICUM - AMSTERDAM.
viel hem in zijn winkel, sloeg hem met een zwaren hamer op het hoofd ea toen de ongelukkige nederviel, bracht hij hem met een mes een aantal steken in den hals toe. Aangeklaagd van moord met voorbedachte rade bekende hij en werd in December 1874 tot levenslange tuchthuisstraf veroordeeld.
Xo 114. De cel der Bastille. Graai' de Lorge, beschuldigd van. een minister te hebben beleedigd, werd op een lellre de cachet in de bastills gezet. Hier geraakte hij geheel in vergetelheid. Toen in 1789 de Bastille door het volk bestormd en graaf de Lorge bevrijd werd, bleek dat de ongelukkige 40 jaren achtereen in zijn gevangenis had doorgebracht. Na zijne bevrijding leefde hij nog slechts 14 dagen, voordurend met het treurig verlangen bezield om naar zijn eenzame cel te worden teruggebracht.
]Vo. 18 5. De Kwaadspreeksters. Een tot het midden der vorige eeuw in Duitschland toegepaste straf voor kijfzieke vrouwen. Zij werden openlijk in de „Zankgeigequot; te pronk gesteld, en moesten er zoolang in blijven tot zij zich met elkander hadden verzoend, waarmede somwijlen -3 tot 4 dagen verliepen.
ÜSJo. 116. Kluisterstrttf. Een straf, die sedert 1350 bekend en tot het begin van deze eeuw, ja zelfs in kleine Engelsche steden heden ten dage nog wordt toegepast. Dieven, valschaards, lasteraars en weerspannige dienstboden werden aan den schandpaal gebonden en op het marktplein aan den spot der bewoners vaak verscheidene dagen achtereen prijsgegeven,
No. H7, C'liarlotte Corday iu de kerker, Charlotte Cor--day werd in 1769 te St. Satarin in Normandië geboren. Haar beminde, een officier te Gaen, waar zij ook later woonachtig was. werd door het schrikbewind vermoord. Haar afschuw van het revolutionnaire bloedbewind werd daardoor grooter en zij vatte het heldhaftige voornemen op, den voornaamsten Jacobijn, Jean Paul Marat te dooden. In 1793 reisde zij naar de hoofdstad tweemalen verzocht zij tevergeefs bij den demagoog gehoor, ten derde male toegelaten onder voorwendsel Marat mededeelingen te doen over de toestanden in het oproerige Caen, vond zij den volksmenner in een badkuip, waar zij hem een dolk in het hart stiet. Op 17 Juli 1793 werd Charlotte Corday te Parijs onthoofd.
Xo. 118. Klaas Störtebeker, (bijgenaamd Becherstürzer wegens zijn buitensporig drinken) vroeger een friesch edelman, die in zijn jeugd een belangrijk vermogen had verbrasd, werd, na uit Hamburg verbannen te zijn. een der meest gevreesde zeeroovers, die verscheiden malen Hamburg bedreigde. In het jaar 1402 zond Hamburg een vloot uit, met de „Bonte Koequot;, een forsch gebouwd schip, voorop, om den beruchten zeeroover te overmeesteren. Er ontstond een vreeselijk gevecht tusschen de beiden vloten ; aan beide zijden werd met leeuwenmoed gestreden, tot, na eenige uren, de Hamburgsche vloot overwon, Störtebeker werd met zijn 70 rooversgezellen gevangen genomen en naar Hamburg gevoerd. Na een kort proces werd hij met de overigen en wel hij de laatsten van allen, ter dood gebracht.
No. 119. Charles Ouiteaii. moordenaar van den president der Vereenigde staten, Garfield. Hij schoot op den President, om staatkundige redenen in 't stationsgebouw te Washington den 2en Juli 1881. De President overleed den 19 September te Longbranch. De moordenaar werd na een zeer langdurig rechtsgeding ter dood veroordeeld en 30 Juni 1882 te Washington gehangen.
No. ISO. Doctor liBinsoil, vergiftigde zijn schoonbroeder te Londen om een erfenis machtig te worden. Hij werd 1 Mei 1882 te Londen opgehangen. Deze zaak maakte nogal eenig gerucht, doordien Lamson het ameri-kaansch burgerrecht had, en sommigen te New-York poogden de uitvoering van het vonnis, zelfs door diplomatieke tusschenkomst te verhinderen.
21
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
181. téon Peltzer, de moordenaar van den advocaat Bernays te Antwerpen, vóór zijne aanhouding berucht als Henry Vaughan, welken naam hij had aangenomen om de nasporingen der justitie te ontgaan, en waalonder hij zelfs der justitie uit Basel mededeeling deed waar het lijk van den vermoorde te vinden was. De moord geschiedde om beweegredenen, het publiek bekend, in een huis in de rue de la Loi te Brussel, door middel van een of meer pistoolschoten. Eerst veertien dagen na de misdaad werd het lijk daar, na ontvangst van den brief van Henry Vaughan, gevonden.
No. 133. Williiiui Tiaoiusis King. De stichter van het vreese-lijk onheil te Bremerhaven, 11 December 1875. Het model van het instrument (het helsche werktuig,) waarmede de dynamiet-ontploffing plaats had, is aanwezig.
Xo. 133. Henry Tourville, de vrouwenmoordenaar, die den Ion Juli 1876 in het Stilfser Joch zijn vrouw van een rots in den afgrond stortte, ten einde meester te worden van haar vermogen.
No. 184. lleinrioli von Francesconi, moordenaar van den postbode Guga te Weenen. Geboren in 1851 te Turijn als zoon van een hoofdofficier. Den 13n December 1876 te Weenen opgehangen.
Sfo. 125- Elias en l'isïulUgt;3. beruchte bandieten, die lal van jaren aan de Boheemsch-Silezische grenzen gruwelijk huishielden.
Elias had een gansche bende vereenigd, die onder zijn bevelen de vreeselijk-ste gruwelen stichtte, geheele dorpen brandschatte en huis en hof vernielde.
Beiden werden gevangen genomen en ter dood veroordeeld, een straf die in levenslange tuchthuisstraf veranderd werd en zoodanig in de staatsgevangenis te Eatebor door hen werd ondergaan. Pistulka stierf 28 December 1876 aan verval van krachten.
3ÏO. ISO. Itiirlie en llsire. Deze booswichten hadden zich verbonnen voor de ontleedkamer van de universiteit te Edinburg lijken te bezorgen. Om da,artoe te geraken stalen ze lijken van de kerkhoven, maar toen dit te gevaarlijk werd, lokten ze arme lieden die ze door middel van verstikking ombrachtten. Tien maanden dreven zij dit ellendige handwerk en een aantal personen stierven als hunne slachtoffers. Eindelijk ontstond er twist. Burke werd door Hare verraden. Hij werd veroordeeld en 17 Januari 1828 te Edinburg opgehangen. Hare bleef toen straffeloos omdat hij zijn kameraad had aangege° ven, maar werd eenige jaren later wegens moord eveneens opgehangen.
IVo. 137. Adèlc Spitxeder, wier inhechtenisneming door gansch Duitschland zoo groot opzien baarde. De door haar gestichte Dachauerbank was een zwendel, die door de vrouwelijke bankier met buitengewone omzichtigheid en sluwheid een tijdlang werd volgehouden. Zoo zeker echter Adèle zich van haar zaak achtte, zoo zeker hief Nemesis de hand tegen haar op, om haar in het verderf te storten gelijk zij het te voren zooveel duizenden had gedaan. Overal werd haai- vonnis mei spanning tegemoet gezien.
Adèle Spitzeder werd te Munchen, waar zij in 1832 geboren werd, tot drie jaren tuchthuisstraf veroordeeld.
3fo. 138. Frans Holzapfel, werd 18 Juni 1855 te Worbis bij Nordhausen in de leer gegeven. Reeds vroeg echter was hij een deugniet, daar hij destijds reeds een aantal diefstallen pleegde.
Ten laatste kwam hij te Charlottenburg in een betrekking en hier was het waar hij door hebzucht gedreven, in den nacht van 2 April 1873 twee zijner slaapkameraden door een revolverschot doodde en een derde verscheidene wonden toebracht.
Deswege terechtgesteld, werd hij 14 Januari 1874 door de gezworenen ter dood veroordeeld, later gewijzigd in levenslange tuchthuisstraf, welke hij thans te Jauer ondergaat.
99
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
No. ISO. Iconise liirst, de beruchte zwendelaarster te Potsdam, dochter van den gepensionneerden postmeester Eiszmann. Zij werd den 3ea December 1839 te Muncheberg geboren, bracht haar jeugd later te Frankfort a/O Berlijn, Kustein en Potsdam door, in welke laatstgenoemde plaats zij 2G Mei 1374 ten tweeden male in het huwelijk trad met den kleermaker Kirst.
Louise Kirst kreeg ten laatste een betrekking te Potsdam aan het paleis der Kroonprinses en werd daar met het opnemen der wasch van het dienstpersoneel belast. Deze betrekking nam zij tevens onder allerlei valsche voorspiegelingen waar om haar zwendel en bedrog op de uitgebreidste en spits-vondigste wijze bot te vieren. Zij werd in Juni 1875 door het eedsgerecht te Potsdam veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf en voor 5 jaar eerloos verklaard.
No. 133. Gesclic Margaretlie Godfried, den 6 Maart 17S5 te Bremen geboren, was de dochter van den dameskleermaker Timm. Van het eerlijk en rechtschapen karakter der ouders was bij de kleine Gesche geen spoor, immers reeds als kind pleegde zij een aantal oplichterijen en diefstallen. Daar zij echter van nature zeer begaafd was en de kunst van veinzen buitengewoon verstond, wist zij zich tot afgod harer ouders te maken. Haar hoofdtrek was eergierigheid en grenzelooze zelfzucht. Toen zij op haar liste jaar gevangen genomen werd had zij 15 vergiftigingen met doodelijken afloop, even zooveel pogingen van vergiftiging ten haren laste, behalve herhaalde echtbreuk meineed, inbraak, diefstal en oplichterij.
In de gevangenis beschouwde ze het als het grootste gunstbewijs als men haar toestond haar zijden japon te dragen in plaats van het gewone schandkleed. Zij viel in April 1832 onder het zwaard van den scherprechter. Op het museum te Bremen wordt het hoofd van Grodfried in spiritus, haar skelet in een kast bewaard.
No. 134. Lilldivig_ l.aok geboren te Bockshagen in 1850, vermoordde 30 November 1877 zijn tante om zich van haar vermogen meester te maken. Hij bracht haar met een steen, het eenige wapen dat hij bij zich had, en een toevallig bij zijn tante gevonden werkschaartje, 22 vreesdij ke wonden toe. De moordenaar werd 2 dagen na het feit te Schewdt a'Q) waar hij denzelfden dag zou huwen, gevangen genomen en boet thans nog zijn misdaad.
No. 135. £fliiai'd l£ulliiiaiin werd in 1853 te Neustadt—Magdeburg geboren. Hij leerde later te Maagdenburg het kuipersvak, ging toen in den vreemde en liet, waar hij was, de bewijzen van zijn wreede natuur achter. Den 13 Mei 1874, pleegde hij gelijk men weet, te Kissingen den moordaanslag-op Bismarck.
No. 13®. Vrouw ran der Linden. De afschuwelijke Leidsche giftmengster werd veroordeeld tot levenslange keikerstraf (bij ons gelijk staande aan doodstraf) op grond van drie vergiftingen aan verschillende personen.
No. 137. De folterbank. Deze bank, diende om de menschen, die niet tot bekentenis waren te brengen, daartoe te dwingen, en is gebruikt van het jaar 1226 tot 1719. Liggende op den rug werden de personen, die gefolterd moesten worden, daarop vastgebonden. De bloote voeten werden door de band heengewrongen en aan iederen teen een steen van 50 pond zwaar bevestigd. Daardoor werden zij uitgerekt, tusscben twee boompjes, die op de bank aanwezig zijn gewrongen en op deze wijze getracht hen tot bekentenis te brengen. In 1672 op den 20sten Augustus, 's morgens om half twaalf onderging Cornells de Witt deze pijniging.
No, 13S. De Ton. De ton of schandton, afkomstig uit Delft, heeft den vorm van een hoepel, is 226 jaar oud en diende om meisjes en vrouwen, die onzedelijk leefden, te bestraften.
Was het bekend, dat een meisje zich daaraan had overgegeven, dan was zij verplicht deze op de schouders te dragen.
Kon zij het niet volhouden, dan dienden de twee beugels, die buiten aan de ton zijn aangebracht, om twee personen de gelegenheid te geven, haar behulpzaam te zijn.
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
De ton op de schouders dragende, stak het hoofd er uit en had het publiek het recht, het vuil van de straat op te nemen en haar naar het hoofd te werpen, waarbij echter bepaald was, dat het ten strengste verboden was stee-nen te gebruiken.
No. 139. De Kaadbraata. De Raadbraak, van Duitschen oorsprong in 1407 in ons land ingevoerd, is een kruisblok waarop de personen, die tot de doodstraf veroordeeld waren, op den rug met uitgestrekte armen enbeenen werden neergelegd en met koorden daaraan bevestigd.
Met bijliggende koevoet werd daarop het lichaam in 8 stukken geslagen. De laatste slag heette de genadeslag en werd op het hart toegebracht. In de eerste tijden van haar bestaan werd de straf op de openbare pleinen of straat voltrokken. Zij is het laatst gebruikt in het jaar 1805, toen nog vijf personen, de zoogenaamde zwarte bende, die een gezin op den Delftschen weg vermoorden, deze straf ondergingen.
3io. I tO. Onthooftliiigsblok niet bijl. Dit werktuig, reeds vierhonderd jaren bestaande, is slechts gedurende negentig jaren gebruikt, o.a. in den tijd der Spanjaarden onder bevel van den hertog van Alva.
Het is een blok op vier pooten, in het blok zijn twaalf gaten voor de koorden, waarmede het lichaam aan het blok werd bevestigd. Ook het hoofd werd opdat de slag niet gezien zou worden, geblinddoekt daaraan vastgemaakt.
Verder ziet men aan het blok vier uithoeken, die destijds gediend hebben om hen die een valsche handteekening hadden gemaakt, de rechterhand af te kappen.
De bijl is van groot formaat met twee scherpe hoeken.
Blok en bijl zijn het laatst gebruikt in het jaar 1579 in de stad Woerden en te 's-Gravenshage in het jaar 1603.
3fo. 141. Scbandpaal. Deze paal is uitgevonden in 1632 en diende voor dieven, voor hen die anderen beroofd hadden of voor hen, die verlichting van straf kregen.
In voet- of lijfbeugel, die zich ook aan dezen paal bevinden, geplaatst, werd hun een vierkant houten bord met een riem om den hals gehangen, waarop de misdaad vermeld stond, die zij gedaan hadden.
Deze paal werd geplaatst op het plein waar het gerecht zitting hield.
Na een half uur aldus gestaan te hebben werden zij naar de gevangenis teruggevoerd, om de crimineele of correctioneele gevangenisstraf van minstens 10 jaar te ondergaan.
In het jaar 1855 werd deze straf het laatst toegepast.
3fo. 143. IVnrgpaal. Deze straf werd voltrokken aan vrouwen die ter dood werden veroordeeld.
Aan den paal bevindt zich een lijf beugel met pen en onderaan een vosthaak.
Tien duim boven het hoofd is een katrol, waardoor het koord gaat, waaraan een ijzeren ring met slot bevestigd is. Dezen ring kregen zij om den hals Vervolgens werd het koord achter aan de paal vast gemaakt aan een rad en zoo opgedraaid, dat de ring om den hals toeging en de vrouw wurgde. Voor de laatste maal is deze straf voltrokken te 's-Gravenhage in 1848.
5fo. 143. Het brandmerken. Het brandmerken geschiedde met de ijzeren staaf, hierbij liggende, voorzien van het wapen der stad, waar de straf werd voltrokken.
Op het rooster werd de staaf gloeiend gemaakt en wanneer zij te heet was, afgekoeld in de waterbak.
3fo. 144. De CUeeselpaal. De geeselpaal is een strafwerktuig dat reeds voor vele eeuwen uitgevonden werd, om booswichten en kwaaddoeners te kastijden.
De beugel, midden aan den paal bevestigd, werd hun om het lijf geslagen en met een pen vastgemaakt, vervolgens werd hun een koord aan de handen gebonden. Dit koord werd dan door het vierkante gat, dat zich boven in den paal bevindt, gehaald, en bevestigt aan een kram die zich aan een radblok bevond.
24
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
Door het rad te draaien werd het koord en dus de armen gestrekt naar boven getrokkken, waardoor de slagen pijnlijker werden.
Hunne voeten werden in een voetbeugel geplaatst, die zich ook aan den paal bevindt.
Aldus vastgemaakt werd hun bovenlichaam ontkleed, en geslagen met rietjes van doornen voorzien, zoolang tot de doorns er af gingen en tuseohen vel en vleesoh doordrongen.
Na de voltrekking dezer straf werden zij gebrandmerkt.
Het laatst is dit werktuig in Holland gebruikt in het jaar 1S44.
MASKERS V.VTV MOORDENAARS.
No. 145. Gesclie Margaretha Oodfried. (Zie no. 132.)
JVo. 146. James Bloomliclil KiihIi In de kronieken van misdadigers komt wel geen grooter onverlaat voor dan deze man. Reeds in zijn prilste jeugd werd hij als brandstichter aangeklaagd en was hij een misdadiger bij het ontvluchten uit de gevangenis behulpzaam. Later vermoorde hij zijn vrouw, zijn moeder, zijn schoonvader en zekeren mr. Jermin en diens zoen, terwijl hij vrouw en dienstbode van den voorlaatste levensgevaarlijk verwondde.
Ifo. 147. Robespierre (Francois Jos Max Isidore).
Hij werd op 6 Mei 1758 te Atrecht geboren. Onder zijn bloedbewind werden Lodewijk XVI en diens gemalin Marie Antoinette geguillotineerd. In 45 dagen tijds liet deze dictator 1285 menschen ter dood brengen. Bij zijn inhechtenisneming poogde hij zich door een pistoolschot te dooden, maar trof daarbij slechts zijn kakebeen. Den 28n Juli 1794 betrad hij het schavot en was de laatste van zijn 21 deelgenooten, wier hoofd onder de valbijl viel.
Sio. 148. William Palmer. Koelbloediger moordenaar dan Palmer is in de geschiedenis niet bekend. Hij wist zich als geneesheer door tusschen-komst van een aanvallig, voorkomend meisje tot onderscheidene voorname Londensche familiën den toegang te verschaffen en gaf langs dien weg zijn patiënten nu en dan belangrijke hoeveelheden van het gevaarlijkste vergif in, welks werking hij koelbloedig, zonder zweem van menschelijk gevoel gadesloeg. Zijn vrouw en schoonmoeder kocht hij in een levensverzekering-maatschappij en bracht ze daarna door vergif om het leven. Hij werd den 14 Juni 1856 te Londen opgehangen.
No. 149. Oeorg Mullius, |de moordenaar van Mrs Emeley, te Newgate 13 November 1860 ter dood gebracht.
No lóO. William Slieward werd op zijn eigen aanklacht van zijn vrouw te hebben vermoord, den 20 April 1869 te Norwich ter dood gebracht.
No. 151. Fiesclii. Deze misdadiger deed met behulp eener helsche machine een aanslag op het leven van Louis Phillippe, waarbij 40 personen het leven verloren. Hij werd 6 Februari 1836 geguillotineerd.
No. 15S, Arthnr ,Maekay werd als moordenaar te Maidstone opgehangen.
No 153. Burke en Hare. (Zie No. 126.)
No. 154. William Hunt vergiftigde zijn vrouw en twee kinderen. Uit gewetenswroeging bracht hij zich korten tijd daarna in zijn eigen woning te Cemberwel eveneens door vergift om het leven.
25
■
26 PANOPTICUM — AMSTERDAM
No. 155. Charlotte Windsor, bekend onder den naam vau „baby farmer,quot; werd tot levenslange tuchthuisstraf veroordeeld wegens het dooden der kleine Jane Harries.
Mo. 156. Catharine Wilson vergiftigde Mrs. Soames in Bedford-Square. Zij werd den 20n October 1862 voor de gevangenis Mewgate ter dood gebracht.
Sfo. 157. De Conty de la Poiuuierais. giftmenger, werd te Parijs geguillotineerd.
No. 158. Marie Cotton, ter dood gebracht den 25en Maart 1873. Het aantal barer misdaden is tot heden niet met zekerheid bekend. Het kind dat zij den eenen dag op haar schoot wiegde, was den volgenden dag haar slachtoffer en wel voor de geringste beuzeling, die men haar beloofde.
No. 159 Bosfleld vermoordde in een aanval van jaloezie zijn vrouw en zijn drie kinderen. Hij werd te Londen ter dood gebracht.
No. ICO. William Igt;owe. geboren te Leeds, op 28-jarigen ouderdom den 9n Augustus 1856 ter dood gebracht. Hij vergiftigde zijn vrouw door strychnine in haar geneesmiddelen te mengen.
MASKERS VAN BERO£MDK MANNEN.
Ko. 161. Schiller. (Zie No. 47.)
No. 163. Goethe. (Zie No. 48.)
No. 163. Lessing. De niet minder vermaarde dichter en schrijver, hervormer der Duitsche letterkunde, geb. 22 Januari 1729, gestorven 15 Februari 1781.
No. 164, Wieiand, een van Duitschland's bekende dichters.
No 165. liiither, de hervormer, de grootste man der vijftiende eeuw,
No. 166. Beethoven, beroemd componist.
No. 167'. Mendelsohn, beroemd componist.
No. 16S. Thorwaldsen, Deensch beeldhouwer.
No. 169. liUdwig Devrient, vermaard tooneelspeler.
No. ITO. Theodore During, vermaard tooneelspeler.
No. 171. Prof. Dr. Joh. Fred. Dielienhach, beroemd chirurg, geboren te Koningsberg 1 Februari 1794, gestorven 11 November 1847,
No. 173. Antonio CailOVil beroemd beeldhouwer van den nieuwen tijd, geboren te Paasagno 1 November 1757, gestorven te Venetië 13 October 1822.
No. 173. Oeneraal Tan Boon.
No, 174, Beeldhouwer Kitz.
No. 1?5, Prof. Dr. Kugler,
No. 176. Prof. Dr. Eggers.
No. 177. Paus Pius IX. Dit masker is zeer merkwaardig, daar't het eerste is^ tot dusver van eenigen Paus genomen. (Zie No. 26.)
No. 178 Koning Fredrik I van Pruisen, geb. 11 Juli 1647 te Koningsberg.
I
i
27
]Vo. 17». Koning Frederik Wilhelm van Pruisen (Zie
No. 14.)
3fo. ISO. Frederik de Oroote, onmiddelijk na zijn dood te Sans-Souci afgenomen.
No. 181. Frederik Wilhelm IV, koning van Bruisen, geb. 15 October 1795, gestorven 2 Januari 1861 te Sans-Souci.
No. 183. Koningin tonise (Zie No. 25.)
No. 183. Nicotaas Paulowitsch, czaar van Rusland, geb. 6 Juli 1796, gest. 2 Maart 1855, te Peterburg.
No. 184, Napoleon I, keizer der Franscheu, 15 Augustus 17ti9 te Ajaooio op Corsica geboren. Na de officiersrangen te hebben doorloopen generaal, overwinnaar in Duitschland, Eg}'pte, Spanje, Italië, eerste consul, keizer. Geslagen in Rusland en bij Leipzig, vervolgd tot in Parijs, in 1814 gevangen genomen en naar Elba in ballingschap gezonden. Van daar teruggekeerd, weerstond hij gedurende honderd dagen de geallieerden, maar_ bij Waterloo totaal geslagen, werd hij naar St. Helena verbannen, waar hij 5 Mei 1821 den geest gaf. Negentien jaar later werd zijn lijk in het hotel der Invaliden te Parijs bijgezet.
No. 185. Hendrik IV, koning van Frankrijk, bijgenaamd de Groote en de Goede, geb, te Pau 4 December 1553, vermoord door Ravaillac, door een messteek in zijn rijtuig 14 Mei 1610. Deze wandaad werd aan de Jezuïten toegeschreven. Hij gold als de beste koning van Frankrijk; bekend is zijn gezegde, dat in zijn land elk een hoen in den pot behoorde te hebben. Als mensch, als held, als heerscher, was hij een van de grootste mannen die de geschiedenis leert kennen.
No. 186, Karei XII, koning van Zweden, geb. te Stockholm, 27 Juni 1682, bij Friederichshall gesneuveld 30 November 1718. Een der beroemdste mannen van zijn tijd. Voltaire beschreef zijn leven.
No, 187. Napoleon III, keizer van Frankrijk, zoon van koning Lodewijk van Holland (broeder van Napoleon 1) en van Hortense, dochter van Josephine Beauharnais (de eerste gemalin van Napoleon I) geb. 1808 te Parijs. Na onder het koningschap wegens revolutionnaire woelingen te Ham gevangen te zijn gehouden, ontkwam hij en slaagde er op het laatst in zich te doen verkiezen tot president der Fransche Republiek, waarop 2 December 1852 de beruchte staatsgreep volgde, die hem tot Keizer maakte. Hij bleef die waardigheid bekleeden tot 4 September 1870, toen na de nederlaag der Franschen te Sédan, Frankrijk een republiek werd. Hij stierf een jaar later te Chislehnrst in Engeland.
No. 188, Karei August, vorst van Hardenberg, een van de verdienstelijkste pruisische staatsambtenaren, die onder koning Frederik Wilhelm III het leger hervormde, hst schoolwezen op betere leest schoeide, de lijfeigenschap ophief, de gelijkstelling der stande bewerkte en Pruisen voor den vrijheid-strijd bezielde. Hij werd 11 Mei 1750 te Essenroda geboren en stierf November 1822 te Genua.
No. 189. Karei Philip, vorst van Schwarzenberg, hertog van Brumau, generaal-veldmaarschalk van Oostenrijk tijdens de regeering van Napoleon I. Hij voerde te Parijs de onderhandelingen omtrent het huwelijk van den Keizer met Maria Louise.
No. 190. Jean Victor Moreau, vermaard generaal der eerste fransche republiek, eerst wapenbroeder van Napoleon I, later zijn tegenstander en daarom wegens hoogverraad vervolgd. Hij werd ter dood veroordeeld in 1805, maar het vonnis werd niet ten uitvoer gelegd. Moreau ging naar Amerika maar keerde in 1813 terug, om onder de rnssische vlag tegen Napoleon te strijden. Bij den slag van Leipzig werden hem beide beenen afgeschoten. Hij stierf aan de gevolgen.
PANOPTICUM — AMSTERDAM.
No. 191. Olivier Cromwell, Protector, zooals hij zich noemde, der Vereenigde republieken Engeland, Ierland en Schotland geb. 25 April 1599, gest. 5 September 1658.
No. 193. Ton Humboldt. (Zie No 44.)
BORSTBEELOEIV.
No. 193. Frederik den Groote.
No. 194. Gravin Voss, hofdame van Fred, de Groote.
No. 195. Napoleon Bonaparte, door Canova.
No. 196. Marie Lionise, aartshertogin van Oostenrijk, tweede gemalin van Napoleon I.
No. 197. Koningin Louise van Prnisen, als Prinses. No. 198. Prinses Cliarlotte, zuster van koningin Louise. No. 199. Napoleon I, als luitenant der artillerie.
van:
No 809. Frederik den Groote.
No 391. Von Moltke.
No. 804. Hand en vuist van een pruisisclien grenadier ouder Frederik de Groote,
No. SOS Een der beenderen van den reus Murphy.
No. 396 Hand van Fans Pius IX.
28
HOÜÏÏÏIW SPORT MONADE.
Copy van het Resultaat van het Onderzoek.
AMSTERDAM, Juli 1893,
Het onderzoek van HOUWELING's SPORT-LIMONADE,
dat maandelijks herhaald zal worden, heeft mij geleerd, dat deze aangenaam smakende, verfrisschende drank uit zeer zuivere bestanddeelen bereid en geheel vrij is van voor de gezondheid schadelijke stoffen.
w. g. VAUT MThCSEBOSCH.
iBwalfaterfalmt Systeei Eelis
HANDBOOG STRAAT No. 11/13,
Telcjilioon No. 2150.
Koop ééns by
TH. A. PETIT,
U treclxtsclxestraat 56,
AMSTERDAM,
het merk KOSMOS KNAKMODEL a 2 Cts.; het merk OLD SHOP,
de geurige Halve Stuivers Sigaar;
of de bekende LA DOROTHEA No. 2 en
a Drie Cents per stuit,
en ge blyft ze rooken.
f
v^s,S^. ^ p ^
is ct. rans. 15 c±.
Café Restaurant
P. J. HULSMAN,
M, EHlBteiislraal 14 iisti
Opnieuw gerestaureerd. Electriseh verlicht. Goed geventileerd.
40 Ct. Plat du jour 40 Ct. 70 Ct. Diners 70 Ct.
ƒ8. 12 DINERSKAARTEN /8.
Goldschmeding's
biedt altijd:
Me sorteering.
Lage prijzen.
Billijke conditiën.
Vraag de Catalogus.
Warmoesstraat 141,
AMSTERDAM.
THE MUTUAL,
Life Insurance Company of New-York.
RICHARD A. Mc. CURDY. President. Ol^OEÏMOHT 1S43.
WAARBORGFONDS OP 1° JANUARI 1893
I Ruim 4SS Millioen Wiep.
ÖYoot^te ei] Selkq^rijk^te I^eyeri^Yei^ekeri^g def Wereld.
GEHEEL EN ZUIYEE ONDERLING.
Sluit Yerzekeringeii op het Leven, Gemengde Verzekeringen, Kinder- en Uitzetverzekering tot voordeelige Premiën.
Hare Distributie-Polissen geven betere resultaten dan die van eenige andere Maatschappij.
Alvorens U te verzekeren vraagt Tarieven, Prospectus en Inlichtingen bij de
'Directie voor ^Nederland, HERRENGRACHT 525, b/d Vyzelstraat,
! en de bekende Agenten.