V
Vak 164
BIBLIOTHEEK DER RIJKSUJlvtl ?SITEIT
UTRiCHT
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
0890 6244
ooooooooc^rMOooocxocooocciooorxiooooooc^jo^-ooc-jooor:
/, fMr^r ^
YZf
BROEDERSCHAP
VAN DEN
H. KRUISWEG.
DOOR ZIJNE HEILIGHEID,
PAUS PIUS IX,
den 14quot; November 1847, goedgekeurd;
EN
door Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid,
Mgr. G. P. WILMER,
Bisschop van Haarlem,
Kerkwettelijk opgericht, den 3° Maart 1868,
in de ^PauochieKcph
VAN DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA
TE
Gedrukt in het St. Jacobs-Godshuis te Haarlem.
.....llM.gl[lllu,i|lllli,.nlhjir.jljl^.illllli,,illl.......li.........................lllli.i
A--tso.amp;c.-.-gt; n U^'RECH jnutiumsr ö.U..o:i-.fe-_k
IMPRIMATUR.
|
Harlemi , die 8 Januarii 1894. |
B. DANKELMAN, Lib. Censor. |
|):-3()()(xgt;oc()(X)()oca)cm)oo(X)X(TOooa»^^
geminde ïfieden!
Uw ijver, godsvrucht en liefde voor den lijdenden Jesus is groot; niemand kan het loochenen. Het verlangen om de maande-lijksche vergaderingen wekelijks te mogen houden, gaf daarvan een sprekend bewijs, en door het getrouw bijwonen der wekelijksche vergaderingen toont gij ook, dat uw verlangen oprecht en welgemeend was. Groot werd dan ook de behoefte aan een handboekje, dat door afwisseling van gebeden en gezangen belet, eentonig te worden. Ziet hier dan, beminde leden, een handboek, waarnaar gij zoo vurig verlangd hebt; ik ben er zeker van, dat het welkom in uw midden zal wezen.
VOORVOORD.
VI
Dat de liefde voor den lijdenden Jesus in uwe harten meer en meer ontvlamme, is mijn innigste wensch, mijne vurigste bede. Mag ik door het uitgeven van dit werkje, dat voor het grootste gedeelte slechts eene verzameling is, daartoe medewerken, dan zal ik mij gelukkig en ruimschoots beloond achten.
Bij de tweede Uitggye.
Dat de duizenden exemplaren der eerste uitgave zoo spoedig zijn uitverkocht, kunnen wij aan niets toeschrijven dan aan het toenemen van het ledental onzer Broederschap en aan de meer en meer toenemende godsvrucht tot den lijdenden Jesus.
Dit maakt het ons dan ten plicht een tweede uitgave den leden aan te bieden. Wij hebben getracht, door het aanbrengen van verbeteringen in vorm en inhoud, dit handboek nog meer geschikt te maken voor de leden der Broederschap.
Moge Gods zegen op ons werk rusten en de liefde tot den lijdenden .Tesus meer en meer de harten der leden ontvlammen, dan is onze vurigste wensch vervuld.
Rotterdam, 1893.
DE DIRECTEUH.
-»ooooooooooooooooooooc-
^OOOOOOOOOOOCOOOCJ»!
GEBODEN ZON- en FEESTDAGEN
VOOR HET
BISDOM VAN HAARLEM.
Januari 1: Besnijdenis des Heer en.
Januari 6: H. Driekoningen.
Maart 25 : Maria Boodschap.
Paaschdag: 'lste en 2de dag.
Hemelvaar tsdag.
Pinksteren lste en '2de dag.
H. Sacramentsdag.
Juni 29; HH. Petnis en Paulus.
Augustus 10: H. Laurentius (voor Rotterdam. Augustus 15; Maria's Hemelvaart.
November 1 ; Allerheiligen.
December 25; Kerstmis.
December 26: 2de Kerstdag.
Dagen, waarop men verplicht is Mis te hooren.
Februari 2: Maria Lichtmis.
September 8; Maria Geboorte.
November 7: H. Willibrordus.
December 8: Onbevlelite Ontvangenis van Maria.
o-S^GGQQQ^o ^ O-^©000©^tO o^-QQQGxg^o
ONDERRICHT
OVER DES
KRUISWKO.
Hot bezoeken van den Kruisweg in het Heilig Land, dien weg, welken onze Goddelijke Verlosser, Jesus Christus, beladen met Zijn Kruis, het teeken onzer Verlossing, heeft afgelegd, namelijk van het rechthuis van Pilatus te Jerusalem tot buiten die stad op den Calvarieberg, is te allen tijde eene der godvruchtigste oefeningen der Christenen geweest, en niet ongegrond; want op de geheele wereld is ei- geene plaats, welke den Christen indrukwekkender en heilzamer herinneringen verschaft, en waarvoor hij meer eerbied moet gevoelen, dan deze weg naar Golgotha; hij is dooi' Jesus zeiven gebaand, door Zijne afmattingen gekenmerkt en door Zijn dierbaar bloed geheiligd, üe heilige Maagd, Maria, heeft dezen weg eerst met Christus en naderhand dikwijls alleen, met de levendigste gevoelens van droefheid en liefde bewandeld; de Apostelen en veel andere heilige en godvruchtige personen hebben dit voorbeeld nagevolgd, en schroomden geene
ONDERUTGHT OVER
moeite noch gevaren, om in liet Heilige Land de plaatsen, dooi' de tegenwoordigheid en het dierbaar bloed van Jesus geheiligd, te gaan bezoeken. Om de geloovigen tot het verrichten van een zoo heilig werk aan te sporen, hebben de Pausen vele Aflaten verleend aan hen, die eene bedevaart naar het heilige Land doen, welke Aflaten aan de zielen der overleden geloovigen kunnen toegevoegd worden. Toen die plaatsen in de macht der ongeloovigen gevallen -waren, en niet dan met de grootste moeite, of zelfs in het geheel niet meer door de geloovigen konden bezocht worden, wat bovendien aan de meeste Christenen toch onmogelijk was, â en zij alzoo van de daarvoor door de Kerk verleende gunsten verstoken bleven, heeft de H. Stoel eene andere godvruchtige oefening ingesteld en haar bijzonder aanbevolen; deze oefening is de Kruisweg, waarover hier gehandeld wordt; zij is eene figuurlijke of zinnebeeldige kruisweg, of wel eene afbeelding, eene voorstelling van dien weg, welken onze Zaligmaker, met het kruis beladen, heeft afgelegd: zij bestaat in afbeeldingen der veertien statiën van den Kruisweg te .lerusalem, voor welke men deze oefening houdt.
De Pausen Benedictus XIII, Clemens XII en Bénedictus XIV hebben aan hen, die dezen heiligen Weg met een levendig geloof en ter gedachtenis aan de daardoor voorgesteld wordende Mysteriën, zouden bezoeken, dezelfde Aflaten verleend, welke men kan verdienen met het bezoeken van de statiën te Jerusalem, en wel voor zich zeiven of voor de overleden geloovigen. Om het verdienen dezer Aflaten gemakkelijker te maken, wordt er alleen vereischt, dat men in
X
DEN KRUISWEG. XI
staat van genade zij, zonder dat Biecht en Communie behoeven vooraf te gaan; doch het is noodig, dat men deze oefening houdt niet liet inzicht om de Aflaten te verdienen.
Opdat geene omstandigheid ons van deze heilige oefening zou afhouden, heeft Z. H. Paus Clemens XIV verleend , dat, ingeval men door ziekte, door op reis te zijn, of door andere dergelijke voorvallen verhinderd wordt om de statiën te bezoeken , men de Aflaten, aan deze oefening verleend, zal kunnen verdienen door eenige gebeden voor een Christusbeeld te storten. Hiertoe wordt ver-eischt: 1. Dat het kruis of kruisje tot dat einde gezegend zij door eenen daartoe gemachtigden priester en dat het Christusbeeld van koper of althans van geen breekbare stof' zij. (Al de kruisjes welke de leden van de Broederschap van den H. Kruisweg ontvangen bij de opdracht of aanneming der nieuwe leden zijn aldus gewijd). 2. Dat men dit kruis in eigendom hebbe; het mag niet uitgeleend worden, en niemand kan de daaraan verleende Aflaten verdienen, dan de persoon voor wiens gebruik het gezegend is. 3. Men moet het kruisbeeld in de hand houden. 4. Zonder merkelijke tusschenpoozing, godvruchtig en rouwmoedig, 20-maal het OnzeVader, Weesgegroet en Eere zij den Vader bidden, nl. een Onze Vader, Wees gegroet en Eere zij den Vader voor elk der 14 statiën, 5 ter eere van de 5 heilige Wonden en één tot intentie van Z. H. den Paus. (Clemens XIV, 26 Jan. 1763).
Zware zieken, die onbekwaam zijn tot het bidden van 20 Onze Vaders, enz., behoeven slechts een acte van berouw te bidden of het schietgebed : Te ergo quaesumus. âWij bidden U dan, kom Uwe
ONDKRRiCHT OVER
dienaren te hulp, die Gij door Uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht.quot; (Pius IX, 18 Dec. 1877).
De Religieuzen van den H. Seralijnschen Vader Franciscus, de EE. PP. Franciscanen, Minderbroeders genaamd, hebben van de Stedehouders van Jesus Christus het privilegie en de volmacht ontvangen om den Kruisweg in hunne Ordens-kerken en in alle andere kerken, huiskapellen enz., waar men deze gunst van hen verzoekt, op te richten.
De H. Leonardus a Portu Mauritio, een heilig en zeer vermaard Missionaris van de Orde der EE. Paters Franciscanen of Minderbroeders, in 1751 overleden, schrijver van den eersten kruisweg, in dit boekje vervat, heeft zich op zijne missiën bijzonder van de oefening van den H. Kruisweg bediend, om de geloovigen tot eerbied voor het lijden des Zaligmakers op te wekken, en beijverde zich om deze oefening te doen herleven of in te voeren op alle plaatsen, waar hij predikte. « O Eerwaardige Kerkvoogden», riep hij uit, «wilt gij de ondeugden, die onder uw volk heerschen, uit hun midden verbannen, richt dan den H. Knus-weg op, en gij zult weldra een goeden uitslag van uwen ijver zien. Eerw. Bisschoppen en Pastoors, en alle dienaren van Jesus Christus, gedoogt, dat ik mij aan uwe voeten werpe, dat ik U smeeke van niets na te laten om den H. Kruisweg op te richten. Ik smeek U door het dierbaar bloed van Jesus Christus, om den geloovigen eene schatkamer te openen, waarin zij zullen vinden: het begin hunner bekeering, overvloedige middelen van volharding, oneindige schatten om voor hunne schulden en die van de zielen in het vagevuur te voldoen, eindelijk eene onuitputbare bron
XII
XIII
3«DOOOC»OOOOC)OOOOOOOOOOOOOOOC3('
DEN KRUISWEG.
van genaden, verdiensten en hemelsche zegeningen. »
Daarom , beminde leden van de Broederschap van den H. Kruisweg, en allen, die dit leest, tracht zooveel mogelijk de wekelijksehe vergadering bij te wonen en iederen dag de statie, welke U wordt toebedeeld, met godsvrucht en vurigheid te bidden en met aandacht het lijden van onzen dierbaren Verlosser te overwegen. Die lijdensbetrachtingen zullen ons, door Gods genade, beter, geduldiger, liefderijker, zachtmoediger en toegevender maken. Immers, wie kan in zijn lijden nog klagen, die Jesus stilzwijgend ziet lijden? Wie zal Hem niet beminnen, als hij Hem uit liefde voor ons den wreeden kruisdood zoo liefderijk ziet omhelzen? Wie zal geen ongelijk verdragen en vergeven, die Jesus voor zijne vijanden en beulen hoort bidden? Laat ons dan op deze wijze onzen Heer, Jesus Christus, op Zijnen bloedigen Kruisweg vergezellen, niet alleen om teweenen, maar ook om te leeren; om sterkte en geduld te verwerven; om met rust; met heilige vroolijkheid des geestes de plichten van onzen staat te vervullen, en gewillig de lasten te dragen, die het der goddelijke Voorzienigheid behaagt, op onze schouders te leggen. Laat ons, vooral in droevige oogen-blikken, troost zoeken bij den lijdenden Jesus. liever dan bij de menschen eene dorre vertroosting te gaan bedelen. Dit moeten de vruchten zijn dezer overwegingen van Jesus' lijden en dood; dit moet het rijke loon zijn voor een weinig tijds te Zijner liefde besteed.
Doch, daar wij ter beoefening van den H. Kruisweg geene moeilijke noch gevaarlijke bedevaarten gelijk voorheen behoeven te doen, zoo laat ons
ONDERRICHT OVER
den Kruisweg met des te meer godsvrucht en nederigheid bidden. De geschiedenis verhaalt ons, dat de Perzen in 614 het Kruis, waaraan Jesus gestorven was, met zich gevoerd hadden, maar dat Keizer Heraclius, 14 jaren daarna, de Perzen overwonnen en het H. Kruis teruggebracht heeft. Het Kruis werd toen plechtig naar Jerusalem overgevoerd : in de stad komende, wilde de Keizer zelf, uit ware dankbaarheid en in navolging van Christus, het Kruis dragen, maar hij gevoelde zich eensklaps teruggehouden, zonder te kunnen voortgaan. De Patriarch Zacharias, die bij hem was. toonde hem aan, dat al de pracht, die hij ten toon spreidde, niet overeenkwam met den staat van vernedering, waarin Jesus was, toen Hij Zijn Kruis droeg. «Gij draagt», zoo zeide hij, « uwe keizerlijke sieraden, en Jesus was armoedig gekleed; uw hoofd prijkt met eene rijke kroon, en Jesus was gekroond met doornen; gij hebt schoenen aan de voeten, en Hij was blootsvoets.» Aanstonds legde de Keizer alle kostbaarheden af en ging verder den weg in eenen staat van armoede en ware godvruchtigheid. Dit zij voor ons eene les om den Kruisweg met ootmoedigheid, eerbied en godsvrucht te volgen.
Eindelijk, tracht ook met de vereering van het lijden des Zoons de smarten der Moeder te eeren. De H. Kerk gaat ons ook hierin voor, daar zij door feestvieringen den eerbied en het medelijden voor de droefheid van Maria opwekt. Nooit werd een hart door een wreeder zwaard van droefheid doorboord dan het heilige hart van Maria. Laten wij dan de smarten van Jesus en Maria overwegen met godsvrucht en dankbaarheid, en wij zullen ongetwijfeld het vuur der goddelijke liefde
XIV
den kruisweg.
in onze harten voelen ontvlammen, Jesus en Maria meer en meer beminnen en door Hen met onuitsprekelijk veel grooter liefde bemind worden.
Oprichting van de broederschap van den H. Kruisweg.
Meermalen werd door eenige vereerders van den Kruisweg de wenseh geuit, dat ereene broederschap mocht worden opgericht, waarvan de leden zich zouden verbinden dagelijks een gedeelte van Jesus' lijden en meer bepaaldelijk van wat Hij op Zijnen bloedigen Kruisweg geleden heeft, te overdenken. Aan dien wensch is voldaan. Zijne Heiligheid Paus Pius IX heeft de oprichting dezer Broederschap toegestaan en goedgekeurd den 14 November 1847, goedgunstig beschikkende op de bede van den Zeereerw. Pater, Henricus Opden-kamp., van de Minderbroeders-Orde, Pastoor in de kerk van de HH. Antonius en Ludovicus te 's Gravenhage; en den 3 Maart 1868 is deze Broederschap door Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Mgr. G. P. Wilmer, Bisschop van Haarlem, kerk wettelijk opgericht in de kerk van den H. Antonius van Padua te Rotterdam.
AFLATENquot;.
Volle Aflaat op het feest van Kruisvinding den 3 Mei, en van Kruisverheffing den 14 September, onder voorwaarde van Biecht, Communie en kerkbezoek.
Aflaat van 40 jaren en zooveel quadragenen op tien andere feestdagen des jaars, naar verkiezing.
Dezelfde Paus, PiusIX, heeft, bij Rescript van
xv
ONDERRICHT OVER
8 December 1867, deze Broederschap met de volgende gunsten verrijkt:
1. De volle Atlaat op het feest van Kruisverheffing en van Kruisvinding kan dooi' de leden öf op den feestdag, öf op den onmiddellijk daarop volgenden Zondag verdiend worden
2. Voor de leden, die de vereischten der Broederschap nakomen, volle Aflaat op éénen Zondag van elke maand, en op lederen Zondag dei- Veer-tigdaagsche Vasten, alsmede op Passie-en Palmzondag, mits zij gebiecht en gecommuniceerd hebben, en bij het bezoek eener openbare kerk tot intentie van Zijne Heiligheid bidden.
3. Maandelijks een Aflaat van 300 dagen voor het bijwonen van de eerste der bepaalde vergaderingen in iedere maand.
XVI
Eindelijk, dat al deze Aflaten toevoegelijk zijn aan de zielen in het vagevuur.
REGELS en STATUTEN.
Het doel dezer Broederschap is: om door gestadige overweging van Jesus' bitter lijden en door vereenigd gebed den kruisweg des levens met geduld en volkomen onderwerping aan Gods heiligen wil te bewandelen, den weg des Kruises, door het Goddelijk Bloed geheiligd, te vereeren, de gedachtenis van het heilig lijden voortdurend te verlevendigen en door gezamenlijke oefeningen
i) Bij decreet van 16 April 1894 heeft Z. H. Paus Leo XIII goedgunstig toegestaan dat de Aflaat van Kruisvinding en Kruisverheffing door de leden der Broederschap ook kan verdiend worden op Maandag onmiddellijk daarop volgende , onder de gewone voorwaarden, en toevoegelijk is aan de zielen in het vagevuur.
DEN KRUISWEG.
van godsvrucht aan het heil der Kerk en dei-zielen mede te werken.
Het middel nu ter bereiking van dit verheven doel is: dat de 14 Statiën van den Kruisweg vei--deeld worden onder even zoovele personen, die zich verbinden dagelijks eenige oogenblikken te besteden ter overweging van het lijden onzes Heeren, op die Statie voorgesteld, en ten minste één Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den Vader enz. bidden. Op deze wijze wordt eiken dag door veertien tot dit doel vereenigde personen den geheelen Kruisweg gebeden.
Hiertoe ontvangt men iedere maand eene andere statie, zoodat ook elk lid voor zich afzonderlijk den geheelen Kruisweg bidt.
Tot goede instandhouding dezer heilzame en veel omvattende inrichting zijn de volgende bepalingen vastgesteld:
Het Geestelijk Bestuur bestaat uit den Wel-eerw. Heer Pastoor met de Eerw. Geestelijken der kerk; de Pastoor is krachtens aanstelling van Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid, Monseigneur den Bisschop van Haarlem, President en Direc-teur der Broederschap. De Directeur kiest zich een Vice-President en Secretaris.
Behalve dit Hoofd-Bestuur vormt de Directeur nog een ander Hoofd-Bestuur met een zeker aantal Hoofd-Zelateurs en Hoofd-Zelatricen (is het mogelijk 12) van wie elk over een zeker getal Zela-tricen gesteld is; zij worden voor- en aangesteld in gezamenlijk overleg met het eerste Hoofd-Bestuur, waarvan de Directeur het Voorzitterschap waarneemt. De leden zijn verder afgedeeld bij veertientallen , aan wier hoofd eene Zelatrice geplaatst is.
Het Bestuur van de Hoofd-Zelateurs en Hoofd-
XVII
ONDERRICHT OVER
Zelatricen vergadert geregeld tweemaal in het jaar, in de maanden Februari en Augustus, terwijl desnoods bijzondere vergaderingen kunnen belegd worden.
Dit Bestuur staat den Directeur ter zijde in de regeling van de zaken dezer Broederschap.
De. leden van dit Bestuur doen de vergaderingen voor de Zelatricen aankondigen; ook moeten zij door hunne onderhoorige Zelatricen de alge-meene H. Communie's, de retraite, de opdracht of aanneming der nieuwe leden of andere buitengewone plechtigheden aan de leden bekend maken. Zij houden een waakzaam oog over de Zelatricen, of zij zich waardig als zoodanig gedragen : en mochten de Zelatricen aan hare verplichtingen te kort komen, dan zullen zij dit in de vergadering bekend maken, om in hare nalatigheid, hetzij door verbetering, hetzij door afstelling te kunnen voorzien. Zij onderzoeken of hunne onderhoorige Zelatricen stiptelijk de statiën maandelijks omruilen, en andere bijzondere plechtigheden bij tijds aan hunne leden bekend maken door het bezorgen der circulairen, die daarvoor worden uitgegeven, en of zij ijverig zijn voor den vooruitgang en bloei der Broederschap.
Voorschriften voor de Zelatricen.
Zelatricen worden zij genoemd, die, ter liefde van den gekruisten Jesus, zich aan het hoofd stellen van een veertiental personen, die onderling dagelijks, volgens het doel dezer Broederschap, de oefening van den H. Kruisweg verrichten.
Op hen rust de zorg:
xvni
DEN KRUISWEG.
1. Maandelijks, bij het begin der maand, trouw de veertien statiën onder het veertiental leden opnieuw te verdeelen, door aan elk lid de statie, volgende op die van de vorige maand, ter hand te stellen.
2. Zooveel mogelijk te onderzoeken of hare leden dagelijks stipt de hun gegeven statie bidden ; de hierin nalatigen hiertoe door zachte woorden aan te sporen, de onverbeterlijken als leden te schrappen en daarvoor anderen aan te werven, waarvan zij zoo spoedig mogelijk kennis zullen geven aan den Directeur.
3. Viermaal in het jaar moeten zij aan den Directeur verslag geven van hare leden; zoowel van de leden die niet meer in de Broederschap zijn, als van hen, die leden zijn geworden.
4. Het zal aan de Zelatricen niet geoorloofd zijn om zonder voorkennis van den Directeur leden over te nemen van andere Zelatricen, noch leden over te geven aan andere Zelatricen.
5. Wanneer zij maandelijks de statie bezorgen, zullen zij aan de leden beleefd een offertje vragen, entweemaal in 't jaar een bijzonder offertje, om al de onkosten van drukwerk, gas- en kaarslicht enz. en voornamelijk voor al de H. Missen, welke uit de Broederschap moeten gelezen worden, te bestrijden. Die offertjes zullen zij aan den Directeur ter hand stellen, zoo dikwijls hij daarvoor zitting houden zal. Door de leden van het Hoofd-Bestuur wordt dag en uur te voren aangekondigd.
6. quot;Voor elke opdracht of aanneming der nieuwe leden zullen zij haren bij zonderen ijver toonen om goede leden aan te werven door hun de geestelijke voordeelen der Broederschap bekend te ma-
XTX
ONDERRICHT OVER
ken, en het getal der nieuwe leden, die hunne opdracht doen, met hunne namen voluit, bijtijds aan den Directeur opgeven.
7. Indien een lid der Broederschap, met de laatste HH. Sacramenten voorzien of overleden is, zullen de Zelatricen zoo spoedig mogelijk den naam van dat lid op een briefje aan den Directeur bezorgen, met onderteekening van den naam der Zelatrice.
8. Zij vereenigen zich tweemaal per jaar in eene bijzondere Vergadering, namelijk op den laatsten Zondag van Januari en van Augustus.
9. De Zelatricen moeten hare lijsten met den naam, de woonplaats en het nummer van het huis der leden steeds nauwkeurig en netjes in orde hebben. Zij zijn verplicht die lijsten bij haar vertrek naar elders, of bij ziekte of bij het ne-derleggen van hare bediening als Zelatrice aan den Directeur spoedig te overhandigen, opdat bijtijds voor eene andere Zelatrice kan gezorgd worden. Ook zullen zij bij vertrek van een harer leden naar eene andere wijk of straat dezen trachten op te sporen en ijverig onderzoeken, waar zij wonen, om hun de statie te kunnen bezorgen. Nauwkeurig zullen zij de offertjes opteekenen in haar boekje om zich te kunnen verantwoorden bij de afrekening.
De Zelatricen zullen in de wekelijksche vergadering met de Hoofd-Zelateurs en Hoofd-Zelatricen voorop bij elkander gaan zitten op hare aangewezen plaats; zij zullen steeds haar insigne (kruisje) in de vergadering dragen. Eindelijk zullen de Zelatricen door haar goed voorbeeld en het getrouw bijwonen der vergadering de leden stichten.
Zij zullen deze voorschriften getrouw trachten
XX
DEN KRUISWEG.
te volbrengen en wel bedenken, welke belooning zij van God zullen ontvangen voor het liefdewerk, dat zij op zich genomen hebben.
OVER DE LEDEN.
Leden der Broederschap van den H. Kruisweg zijn zij, die, in een veertiental vereenigd, zich verbinden om dagelijks één der veertien statiën te bidden met het Onze Vader enz. volgens het doel hiervoor omschreven. Hunne hoofdverplichting is, dagelijks trouw dit gebed te verrichten, ofschoon men hiertoe geenszins op zonde verplicht is.
De leden vergaderen elke week 's Maandags 's avonds te 7 uren, (uitgenomen de Maandagen waarop een feestdag valt, die als Zondag moet gevierd worden), om door geestelijk onderricht over het heilig Lijden van onzen dierbaren Verlosser, en andere mysteriën van ons geloof. voedsel voor de ziel te ontvangen en den ijver voor de zoo schoone vereeniging in zich levendig te houden.
Tweemaal in het jaar zal de opdracht of aanneming der nieuwe leden plaats hebben, 1» Op den laatsten dag der geestelijke afzondering of retraite, welke omstreeks het begin van den Vastentijd zal gehouden worden en 2» 's Maandags na het feest van Kruisverheffing (14 Sept.): doch valt dit feest op Maandag, dan zal op dien dag de opdracht plaats hebben.
Degenen, die zich als leden hebben laten inschrijven moeten binnen het jaar, nadat zij zijn
XXI
ONDERRICHT OVER
ingeschreven, hunne plechtige opdracht doen, tenzij zij door wettige redenen verhinderd zijn.
Zij, die leden wenschen te worden, kunnen zich laten opschrijven bij eene Zelatrice of wel bij den Directeur.
De leden zullen de Zelatricen steeds beleefd ontvangen en. zoo zij aanmerkingen hebben, zullen zij deze vrij aan den Directeur bekend maken; zij zullen de Zelatricen beschouwen als degenen, die een groot liefdewerk voor de Broederschap verrichten en zullen daarom, zooveel in hun vermogen is, bijdragen en medehelpen om haar taak zoo gemakkelijk mogelijk te maken.
Wanneer zij van woning veranderen, zullen zij dit aan de Zelatrice bekend maken of aan den Directeur, ofwel aan den naasten gebuur zeggen, waar zij hunne woonplaats hebben. Dit is noodzakelijk, opdat de Zelatrice hun maandelijks de statie kan bezorgen.
De leden hebben het voorrecht om zich zeiven of anderen in de gebeden der leden aan te bevelen, waarvoor in de vergadering bijzondere gebeden gestort worden.
De leden zullen den naam en de woonplaats van hunne Zelatrice goed in het geheugen houden, om bij ziekte of sterfgeval van huisgenoo-ten, die leden zijn, dit aan de Zelatrice bekend te kunnen maken.
De leden zullen getrouw de wekelijksche vergadering bijwonen en alsdan hunne linten met kruisjes omhangen.
De leden vereenigen zich minstens driemaal in het jaar voor eene algemeene H. Communie ; 1. Op den laatsten dag der retraite, waarop 's avonds de plechtige opdracht plaats heeft. â
a
^xrMooooowDcoooooocxoooocxoooooooccxoooooooeoocooootoooa
XXII
ö 3
DKN KRUISWEG. XXIII
2. Op den daft waarop liet plechtig jaargetijde gehouden wordt voor de afgestorven leden der Broederschap. â 3. Op den Maandag na het leest van Kruis verheffing, wanneer des avonds wederom aanneming der nieuwe leden of opdracht plaats heeft.
Op het einde van November zal er een plechtig jamyetijde gehouden worden voor de afgestorven leden: alsdan /.uilen er3 gelezen H.Missen geschieden en een plechtig gezongen jaargetijde , waaronder de algemeene, 11. Communie gehouden wordt.
Voor elk lid der Broederschap van den 11. Kruisweg dat zijne opdracht gedaan heeft, of om wettige rédenen verhinderd was de opdracht te doen, doch langer dan ecu jaar als lid was ingeschreven, en de verplichtingen dezer Broederschap nauwgezet heeft vervuld. zal na overlijden eene 11. Mis gelezen worden. Deze H. Mis zal in de vergadering en in het kerk bericht afgekondigd worden.
Het overlijden van een lid moet door da Zela-triee self, bij wie dat lid was ingeschreven, aan den Directeur worden bekend gemaakt. Andere aangiften dan dooi1 de Zelatrice kunnen niet worden aangenomen.
Ter bestrijding der onvermijdelijke onkosten zal ieder lid naar zijn vermogen maandelijks een vrijwillig offer bijdragen en tweemaal in 't jaar een bijzonder offertje voor versiering en bijzondere uitgaven.
oin door gesfcidige overweqing van Jesas' hitler lijden, en door vereeniqd gebed, den kruisweg dezes levens mei geduld en volkomen onder-werping aan §ods heiligen wil le bewandelen, voeg mij mei de andere ingeschreven leden by deze vrome vereeniginj, om deel ie hebben aan de daaraan verbonden (Stfla ien en aan hei cjeesiehjhl goed, dai men in dit genootschap verricht.
cfh werd ingschreven den
Be Bestuurder der Broederschap,
De Vice- President.
«c^K^oooocoooooooooooooooooor-iooooooot â
OodYruchtige Gebeden en Oefeningen.
OEFENIMGcEN DES MORGENS.
HET ONTWAKEN EN OPSTAAN.
Sta vroegtijdig, vlijtig en zooveel mogelijk op een bepaald uur op. Richt uwe eerste gedachten, uwe eerste woorden tot God, maak het teeken van het H. Kruis en zeg:
-j- In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
Hier ben ik, Heer! Gij hebt mij geroepen, leer mij Uwen wil kennen en geef mij de genade om dien te volbrengen. Ik otter U dezen dag op en geef mij geheel aan U over, om niet meer voor de zonde , noch voor de wereld, noch voor mij zeiven, maar voor U alleen te leven, die mijn God zijt. Ondersteun mij hiertoe met Uwe genade.
-â¢x^ocxolt;oco-:-
c^ooococooocooocooc
HET KLEEDEN.
Begeef u onder niemands oogen , wie het ook zij, alvorens eerbaar gekleed te zijn; ja, neem u voor u zeiven in acht. Kleed u altijd zedig en nooit boven uwen staat. Verfoeide hoovaard ij en betracht de nederigheid. Onder het kleeden kunt gij zeggen :
Mijn God, bewaar, bid ik U, het kleed van onschuld en gerechtigheid, waarmede Gij mij in het H. Doopsel begiftigd hebt, en laat niet toe, dat ik ooit door eenige zonde den glans Uwer genade bezoedele of verlieze.
HET MORGENGEBED.
Verricht dan, zoodra gij gekleed zijt, uw morgengebed; stel dit nimmer uit dan bij de allerhoogste noodzakelijkheid; want door dit uit te stellen, loopt gij gevaar het te verzuimen en alzoo de eerste oogen-blikken van den dag aan God ontrouw te zijn, Wien gij alles verschuldigd zijt.
Kniel met eerbied neder voor een kruisbeeld en blijf steeds in eene ootmoedige, zedige houding, met gevouwen handen en nedergeslagen oogen, gedenkende, dat gij u in de tegenwoordigheid Gods bevindt. Bid met eerbied, vurige aandacht en godsvrucht, wijl gij tot God spreekt. Bid langzaam en geef acht op de woorden, die gij zegt, opdat gij den zin en de gevoelens begrijpt, die er in liggen opgesloten. Want welke vruchten zoudt gij met uw bidden in-oogsten, indien gij slechts uit gewoonte en met den mond baadt, en uw hart daarentegen van God verwijderd was? Gij zoudt daardoor Zijne gramschap in plaats van Zijne genade over u doen nederkomen.
GEBED.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
Groote God, Opperheer van hemel en aarde, wiens Majesteit het heelal vervult, ik geloof, dat Gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid U met den diepsten ootmoed en eerbied en verlang uit geheel rnijn hart, zooveel in mijn vermogen is, U de eer te bewijzen, die ik aan Uwe oneindige grootheid en goedheid verschuldigd ben. Ik dank U voor alle weldaden en genaden, die Gij mij gedurende mijn leven verleend hebt en bijzonder voor die genade, dat Gij mij in den afgeloopen nacht weder zoo liefderijk bewaard en dezen dag voor mij bereid hebt.
Ik behoor U toe, mijn God ! en draag mij op nieuw bij het begin van dezen dag aan U op. Al mijne gedachten, woorden en werken wijd ik U toe en wensch U daardoor te loven en Uwen naam te verheerlijken.
Aanbiddelijke Jesus! goddelijk voorbeeld van volmaaktheid, ik neem mij heden vast voor, U zooveel ik vermag na te volgen: ik wil gehoorzaam aan mijne ouders en oversten zijn, gelijk Gij, lieve Zaligmaker, aan Maria en Joseph onderdanig waart; jegens den arme wil ik medelijdend en milddadig, jegens mijne naasten en vooral jegens mijne minderen minzaam en voorkomend zijn; ik wensch ootmoedig. en zachtmoedig van harte te worden
' ^ lt;x3lt;^gt;colt;Kr\xrxgt;c»olt;lt;^lt;x3lt;K^xx^)0Oco-xrâ c0gt;ccgt;xgt;.-cx.quot;c\)0 clt;rxx^oooc«cgt;x^lt;gt;c?oooooocx:; â ;
:; _ 4 _
p en eenen reinen levenswandel te leiden, niet
) alleen voor het oog van de wereld, maar voor-
£ namelijk voor U, wien de verborgenste ge-
^ negenlieden van mijn hart bekend zijn; ik
! zal den omgang vermijden met degenen, die
gt; door hunne ongodsdienstigheid of ondeugd mij , van den goeden weg zouden kunnen aftrek-
gt; ken, en vooral wil ik mij beijveren niet meer v in de zonden te hervallen, die ik zoo dikwerf i bedreven heb {Bedenk hier de fouten, waaraan. D qij u hel meeste schuldig maakt)-, deze berouwen ⢠mij, en ik verlang oprecht mij daarvan te B beteren. Maar, goede Jesus ! ik hei) zoo menig-
â maal dit voornemen gemaakt, en, helaas! ook ! zoo dikwerf verbroken. Zal ik dan heden dit 1 wederom doen'? Ach, bewaar mij daarvoor, : liefderijke Zaligmaker! bevestig het goede,
â dat Gij in mij begonnen zijt, opdat ik met C Uwen bijstand steeds ijverig aan mijne zaligheid arbeide.
X
Zeg vervolgens met godvruchtige aandacht het C Onze Vader, â Wees gegroet, â Ik geloof in God, â de Akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw.
Gewaardig U, o Heer! Uwe zegeningen uit te storten over mijne ouders, broeders en zusters, over mijne bloedverwanten en vrien-£ den; ontferm U over alle Christenen en over al Uwe schepselen. Bescherm de weduwen ; en ouderlooze kinderen. Kom de bedrukten ; en lijdenden te hulp en schenk aan de zon-
^^jOooooK^yz^ox^yx^yoxDoox^ooyooovooox^x^x^yoxooooo^ioxDooooxoxox:.
Q A
: - 5 â ;
f) i
(iaren de genade ter bekeering. Verleen den- ; I genen , die zich in doodstrijd bevinden, een
o zalig sterfuur en den overledenen de eeuwige 0
H rust! 3 Neig Uwe ooren. Heer! tot de smeekingen
Uwer Kerk, opdat zij, van alle verdrukking i
verlost, alom eene volkomene vrijheid moge 5
genieten om U te dienen! Almachtige God! ; die het lot der volken in Uwe handen hebt, zie genadig op ons Vaderland neder, en ge-
waardig U ons voortdurende vrede en w-el- ;
vaart te laten genieten. Verlicht en versterk ^
onzen heiligen Vader, Paus... en alle geeste- J
lijke en wereldlijke overheden, opdat zij alles 'i
bevorderen, wat tot Uwe eer en onze zalig- )
heid strekken kan Amen. 3 | Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van
mijnen God, gij zijt ook mijne Moeder, en ik :
stel mij daarom onder uwe teedere zorg en 1
bescherming. Wees, o goedertierene Moedei-, â mijn bijstand in alle noodwendigheden, mijn troost in alle lijden, en dezen dag, al de
dagen mijns levens en bijzonder in het uur 5
van mijnen dood eene voorspraak bij Uwen ; Goddelijken Zoon, opdat ik in Zijne liefde
moge leven en sterven. J
Heilige Bewaarengel, mijn getrouwe en ; liefdadige leidsman, wees altijd aan mijne
zijde op de onstuimige zee dezer wereld, op- j
dat mijne ziel geene schipbreuk lijde. Heilige 3
y
N., wiens (wier) naam ik in het H. Doopsel heb ]
lt;gt;oooocgt;50ocgt;xc*gt;ooooooooolt;x^xDoooooooooooocgt;cgt;oo7ry
ontvangen, opdat ik uwe deugden zou navolgen; H. Aloysius, patroon der jeugd , en gij alle Heiligen des Hemels, bidt voor mij, dat ik God zoo trouw moge dienen en zoo vurig beminnen, gelijk gij gedaan hebt, opdat ik eenmaal met u Hem eeuwig moge verheerlijken. Amen. bM'k-.iöij
Zoodra gij uw morgengebed gebeden hebt, neem dan de noodige voorzorgen tegen uwe gebreken en bijzonder tegen die , waaraan gij het meeste onderhevig zijt. Zeg met het hart: Ik zal alles aanwenden om die fout niet meer te bedrijven. Vlucht toch alle gelegenheid tot zondigen , en wanneer gij door den vijand uwer zaligheid bekoord wordt, vraag God dan om Zijne hulp en de H. Maagd om hare bescherming, zeggende: Heer, behoed mij, opdat ik in ge ene zottde valle; H. Maria, bescherm mijl
AVONDGEBED.
Liefderijke, Hemelsche Vader! ik dank Uwe groote goedheid en barmhartigheid, dat Gij mij ook lieden, ondanks al mijne gebreken en zwakheden, met zulk een onuitsprekelijk geduld hebt verdragen. Ach! schaamte bedekt mijn aangezicht, wanneer ik mijn werk van heden beschouw : â ik dacht zoo zelden aan U; â met ondank vergold ik Uwe weldaden en heb wederom den tijd verloren doen gaan, welken Gij mij tot het verzamelen van eeuwige vruchten verleend hadt.
Onderzoek hier uw geweten.
Almachtige Vader, uit de diepte mijns harten roep ik tot U: ontferm U mijner en vergeef mij om Jesus, Uwen Zoon, mijnen Verlosser, die voor mijne zonden aan het kruis gestorven is en mij heeft vrijgekocht; vergeef mij om Hem de zonden, welke ik uit boosheid of uit menschelijke zwakheid beging. Ter vergoeding voor al mijne misstappen en ver-zuimenissen offer ik aan Uwe Goddelijke
V Majesteit Zijne vurige gebeden, Zijn nacht-
{ waken, Zijn vasten en al wat Hij voor mijne
ö zaligheid heeft gedaan. Laat deze opdracht,
f; die ik U met een berouwvol hart doe, mij
l tot. verzoening strekken.
| Daar Gij in Uwe wijze verordening en
i: goedertierenheid den nacht hebt bestemd om
;â ons door rust te verkwikken, zoo begeef ik
r mij ter i'uste, om morgen , met vernieuwde
â â krachten, Uwe Goddelijke Majesteit te kunnen
f dienen.
Ik offer U, o Heer! de liefelijke gezangen
i: Uwer heilige Engelen en van alle gelukzali-
lt; gen, die, terwi.jl wij rusten, U loven en danken -
f in de hoogte des Hemels. â Ook offer ik U § de aandacht aller godvruchtige zielen, die ge- 4
o durende dezen nacht Uwe Almacht door ge- f
â i beden en lofzangen loven. i
{ Verkwik, o Vader der barmhartigheden ! f
S de vermoeiden, bescherm de reizenden, troost 3
h de kranken, kom de noodlijdenden te hulp, ;
y weer alle listen en lagen van den boozen â
5 vijand en alle vreeswekkende droomen van
6 ons af, en behoed ons voor eenen haastigen i ij en onvoorzienen dood. â Ontferm U ook j t over de zielen onzer broeders en zusters, die ï
ons in het geloof en de liefde zijn voorgegaan * en nog in den smartelijken gloed van het 2
§ zuiveringsvuur moeten gereinigd worden van -
t de vlekken der zonden , vóór dat zij in het 2
5 Hemelrijk, waarin niets onreins kan binnen-
s
,O0OKgt;XO0O0Cgt;gt;O!gt;OöOöO0OöO()O0O(yO0CXgt;Cgt;XIXgt;O0O0O0OXZgt;gt;Cgt;0O0O0O0O0OXgt;gt;C«5Ogt;rv
^ )oooooooooxdoc«xzgt;ooxgt;xgt;gt;oxdooxdoo.xdlt;gt;ooogt;olt;gt;oooooöooox^oooooooogt;c,n
gaan, tot de aanschouwing Uwer Godheid )
kunnen geraken. Zend hun licht en troost. g
vergeef hun, om het dierbaar bloed, dat Uw 5
eeniggeboren Zoon voor hunne verlossing aan 5
het kruis gestort, heeft, en neem hen weldra 7 op in de glorie Uwer Heiligen.
HeerJesus! stort Uwen zegen over dit huis, ]\
en behoed mij en allen, die het bewonen, 5
voor zichtbare en onzichtbare vijanden. Onder lt;
Uwe bescherming wil ik waken en rusten, 5
leven en sterven. Geef, dat terwijl mijn ;
lichaam slaapt, mijn hart wake en U beminne, 3
opdat ik niet in den eeuwigen slaap valle, 5
maar morgen in Uwe liefde moge ontwaken. 3
Amen. ,
Moeder der barmhartigheid, heilige Maria! I
die het eeuwig Woord des Vaders in de diepe j
stilte van den nacht baardet, en toen eene 3
Moeder der zaligheid weidt voor allen, die j
Uwen heiligen naam aanroepen, zegen en !
bewaar mij dezen nacht. Ik beveel mijne ziel -
en mijn lichaam in uwe moederlijke bescher- ^
ming; behoed mij voor alle onreine en zondige ^
gedachten, opdat ik in eenen heiligen vrede 5 slape en ruste. Amen.
Heilige Engel, mijn bewaarder, houd steeds de oogen uwer liefde op mij gevestigd, opdat ik dezen nacht van alle ongelukken bevrijd blijve; verwerf mij, dat ik door geenen haastigen dood overvallen worde en dit leven niet
verlate dan na eene oprechte boetvaardigheid over mijne zonden gedaan te hebben.
Heilige N., mijn Patroon (mijne Patrones), bid voor mij en bescherm mij gedurende dezen nacht, geheel den tijd mijns levens en byzon-der in het uur van mijnen dood. Amen.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den Heiligen Geest, gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in alle eeuwigheid. Amen.
Onze Vader. â Wees gegroet. â Ik geloof in God den Vader, enz.
Verder kan men bidden den II. Rozenkrans, de Litanie tot Jesus om zalig te sterven en andere toepasselijke gebeden , volgens den tijd des jaars , en een ieder volgens zijnen staat.
GEBEDEN OMDK R IDK Pi. MIS.
VOORBEREIDEND GEBED.
Mijn God ! ik werp mij Ier aarde neder voor den ontzaglijken Troon Uwer oneindige Majesteit, naar het voorbeeld van Jesus, Uwen Zoon, mijnen Verlosser, toen Hij diezelfde Offerande zou beginnen , welke hier op het Altaar gaat vernieuwd worden. Ik aanbid U als mijnen Schepper en Opperheer, als den eeuwigen, levenden en waarachtigen God, voor Wien ik, nietig en schuldig schepsel,, niet waardig ben te verschijnen. Almachtige God! ik ben niet alleen stof en asch, en mijn leven schuldig aan U, die mij geschapen hebt, maar ik b^i ook een arme zondaar, die tegen U is opgestaan, die door U uit het paradijs is verjaagd, en die den dood, ja, den eeuwigen dood verdiend heeft. Met de diepste ootmoe-
i; digheid voor Uwen Genadet roon nedergeknield, â â smeek ik U, vol vertrouwen op Uwe barm-'t hartigheid, om vergeving en genade. Ik stoi't [! mijne gebeden voor Uw aanschijn, niet steunend f op mijne gerechtigheden, maar enkel vertrou-| wend op de oneindige waarde en verdiensten P van de Offerande, die hier opgedragen zal lt; worden. Ja, mijn God! ik voeg mij bij den r Priester, Uwen Dienaar; ik vereenig mij met l Uwe heilige Kerk ; en wij dragen U gezamen-f lijk op het Allerheiligste Vleesch en Bloed 8- van Jesus, Uwen Zoon; wij dragen het U op h met dezelfde meening, waarmede Hij zich H zeiven op den Calvarieberg heeft opgedragen; ö wij dragen het U op. orn U te eeren en te S aanbidden; om U te loven en tc danken voor § de ontelbare weldaden, die wij gedurig van g U ontvangen; om U onze nietigheid en schuld ^ te belijden, en met een berouwhebbend hart | de vergeving onzer zonden af te smeeken; ö om eindelijk van U, door Jesus Christus, onzen y Hoogepriester en onze Offerande, nieuwe S weldaden, genade, hulp en bescherming te verwerven. Ach! hoe nietig, hoe onwaardig ik ook wezen moge. Gij zult mij niet kunnen verstooten, o Heer! als ik voor Uw aanschijn nader met zulk eene onwaardeerbare Offerande, waarin Gij Uw welbehagen genomen hebt. Amen.
13
â ALS DE 11. MIS BEGINT, ZEG MET DEN PRIESTER EN DEN MISDIENAAR ALS VOLGT :
£
-j- In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
Priester. Ik zal tot Gods Altaar optreden, Dienaar. Tot God, die mijne jeugd verblijdt. P. Oordeel mij, o God, en onderscheid mijne zaak van een zondig volk. Verlos mij van den ; boozen en bedrieglijken mensch.
D. Want Gij, o God! zijt mijne sterkte. C Waarom hebt Gij mij verslooten ? En waarom ga ik zoo bedroefd , terwijl mijn vijand mij C verdrukt?
P. Zend mij Uw licht en Uwe waarheid; [ deze hebben mij geleid, en gebracht op Uwen 9 heiligen berg en in Uwe woonstede.
D. En ik zal tot Gods Altaar optreden, tot God, die mijne jeugd verblijdt.
P. Ik zal U op de citer loven, o God! mijn God! Waarom zijt gij bedroefd mijne ziel, ; en waarom verontrust gij mij'?
D. Hoop op God , want ik zal Hem nog loven; Hij is mijn heil en mijn God.
P. Eer zij den Vader, en den Zoon, en f den H. Geest.
D. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen. P. Ik zal tot Gods Altaar optreden, D. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Ik beschuldig mij voor U, o mijn God! .van al de zonden, aan welke ik plichtig ben; ik beschuldig mij daarvan in de tegenwoordigheid van de allerzuiverste Maagd Maria, in de tegenwoordigheid van alle Heiligen en van alle geloovigen; ik belijd, dat ik gezondigd heb met gedachten , woorden , werken en door verzuim van deugden, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de heilige Maria, altijd Maagd, alle Heiligen en alle geloovigen voor mij te willen bidden.
De almachtige God zij ons genadig, Hij vergeve ons onze zonden en geleide ons tot het eeuwige leven. Amen.
De almogende en barmhartige Heer ver-leene ons kwijtschelding, ontbinding en vergeving van al onze zonden. Amen.
P. O God! keer U tot ons, en doe ons herleven,
D. En Uw volk zal zich in U verblijden.
P. Toon ons, oHeer! Uwe barmhartigheid,
D. En verleen ons Uwe zalige hulp.
P. Heer, verhoor mijn gebed,
D. En mijn geroep kome tot U.
P. De Heer zij met u.
D. En met uwen Geest.
â 15 â
ALS DE PRIESTER HET ALTAAR OPTREEDT.
Wij smeeken U, o Heer! verwijder van ons onze boosheden, opdat wij waardig mogen worden, met een zuiver hart het Heilige der Heiligen te betreden, door Christus onzen Heer. Amen.
ALS DE PRIESTER ZICH IN HET MIDDEN DES ALTAARS NEDERBUIGT.
Wij bidden U, o Heer! door de verdiensten Uwer Heiligen, wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven. Amen.
INTROÃTUS.
Hooggeprezen zij de Allerheiligste Drievuldigheid en de onverdeelbare Eenheid; wij zullen Haar danken, omdat Zij ons Hare barmhartigheid getoond heeft. God! onze Heer! hoe wonderbaar is Uw Naam over de ge-heele aarde.
Eer zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. Gelijk het was in den beginne, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
KYRIÃ ELEISON.
Goddelijke Schepper onzer zielen! ontferm U over het werk Uwer handen. Barmhartige Vader! bewijs barmhartigheid aan Uwe kinderen.
lt;'plt;ooooooc»ooc»olt;ooclt;ocic»ooolt;xcxx3gt;oocooolt;)ocolt;lt;2lt;xz?ocxgt;ooooolt;gt;ooooooooolt;cj â 16 â
Heer Jesus Christus! Bewerker onzer zaligheid, die voor ons zijt geslachtofferd! maak t ons deelachtig aan de verdiensten van Uwen
dood en van Uw dierbaar Bloed.
C God, Heilige Geest! zuiver mijne ziel van alle vlekken, en reinig mijn lichaam van. alle i onzuiverheid, opdat het Uw tempel zij en- § £ blijven moge.
Q GLORIA IN EXCELSIS.
I ^ Eer zij God in het allerhoogste, en vrede : H op aarde aan de menschen, die van goeden i wille zijn! Wij loven U; wij prijzen U; wij ? q aanbidden U; wij verheerlijken U; wij be- ^ v danken U wegens Uwe groote heerlijkheid, 3 [; o God! onze Heer! Koning des Hemels! God, g almachtige Vader! Heer Jesus Christus! eenig- ? y geboren Zoon, Heer God! Lam Gods! Zoon S des Vaders! Die de zonden der wrereld weg-P neemt, ontferm U onzer! Die de zonden der ^ C wereld wegneemt, ontvang onze gebeden! \ gt; Die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer! Want Gij alleen zijt Heilig, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, : Jesus Christus! met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van God den Vader-. Amen.
DOMINUS VOB1SCUM.
Geest van vrede en liefde, rust pp ons; vereenig den Priester en ons allen in de gevoelens van eene volmaakte eendracht, om gezameniyk onzen God te bidden.
ic^00000cgt;lt;300000000000000000cx0000000000cx0clt;
â 17
COLLECTEN.
Verleen ons, o Heer! al wat de Priester in den naam der H. Kerk voor ons vraagt, en geef ons voornamelijk vermeerdering van Geloof, Hoop en Liefde. Vergeef ons onze zonden en geef ons de genade om al Uwe geboden heiliglijk te onderhouden. Geef, dat wij ons gaarne onderwerpen aan Uwe Goddelijke Voorzienigheid en Uwen H. Wil in alles aanbidden; en verleen ons al wat noo-dig en dienstig is tot onze tijdelijke welvaart' en het eeuwige leven. Dit bidden wij U, dooide verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, dien wij U in deze Heilige Offerande zullen opdragen.
EPISTEL.
Geef mij, o God! dat ik de lessen van Uwe Profeten en Apostelen altijd moge beschouwen als brieven van U, uit den Hemel gezonden, om ons Uwen heiligen wil kenbaar te maken. Laat nimmer toe, dat Uw heilig woord door de versteendheid mijns harten mij eene nieuwe gelegenheid worde van te zondigen, maar dat het door Uwe genade mijn verstand verlichte en mijn hart ontsteke, opdat ik ook gevoelen moge, wat de Leerlingen van Emmaus gevoelden, toen zij zeiden; ,,Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij tot ons sprak op den weg en ons de Schriftuur opende ?quot; Luc. XXIV: 32.
2
â 18 â
TUSSGHEN DEN EPISTEL EN HET EVANGELIE.
Gij reinigdet weleer, o God! de lippen van Uwen Profeet Isaias door eene brandende vuurkool. Reinig alzoo de lippen van Uwen Dienaar, om Uw H. Evangelie te verkondigen; maar Heer! reinig ook alzoo mijne ooren om het aan te hooren. Schenk aan mijnen geest de gave om het goed te verstaan, en verleen tevens aan mijn hart de kracht en den moed om het te betrachten.
EVANGELIE.
Hoe gelukkig ben ik, o God! dat ik boven zoo vele anderen in Uwen waren dienst geboren en opgevoed ben. Dank zij U daarvoor! eeuwige dank worde U voor dat onschatbaar gunstbewijs gebracht! Ach ! mochten toch alle menschen, bijzonder onze nog dwalende en ongeloovige broeders U leeren kennen en kinderlijk beminnen. Mochten door Uw heiligwoord alle onwetenden geleerd, alle twijtel-moedigen geraden, alle bedroefden getroost, alle zwakken gesterkt, alle gevallenen weder opgericht, en alle zondaars bekeerd worden. Dat dit geschiede, o God, bidden wij U, om Jesus Christus, Uwen Zoon, die weleer van zich getuigde: âdat Hij het licht der wereld, â de weg, â de waarheid en het leven isquot;. Amen.
CREDO.
i Ik geloof in éénen God, den almachtigen q Vader, Schepper van Hemel en aarde, van j alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in Q éénen Heer, Jesus Christus, Gods ééniggeboren j Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen ge-5 boren; God van God, licht van licht, waar-â â achlig God van waarachtig God, geboren, niet i gemaakt; van één wezen met den Vader, 'i door Wien alle dingen gemaakt zijn. Die om li ons menschen en om onze zaligheid is ne-â ' dergedaald uit den Hemel. En het Vleesch j heeft aangenomen door den Heiligen Geesl uit ^ de Maagd Maria, en is mensch geworden. Hij ! is ook voor ons gekruist onder Ponlius Pila-tus; Hij heelt geleden en is begraven. En I Hij is volgens de Schrift ten derden dage â ; verrezen. En Hij is opgeklommen ten Hemel, ö zit aan de rechterhand des Vaders. En Hij ? zal met heerlijkheid wederkomen, om te oor-5 deelen de levenden en de dooden; Zijn rijk zal geen einde hebben. En ik geloof in den 5 Heiligen Geest, den Heer en Levend maker, - die uit den Vader en den Zoon voortkomt; ö die met den Vader en den Zoon te zamen quot; aangebeden en verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft. Ik geloof in ééne heilige Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden en het eeuwige leven. Amen.
)000lt;)cx00000000c50000000000000000lt;'
â 20 â
OFFERANDE.
Almachtige God, goedertieren Vader, neem, bidden wij U, dit offer aan, dat wij Uwe oneindige Majesteit opdragen. Het is slechts nog brood, dat wij 0 offeren; maar dit brood zal weldra door de woorden der Consecratie veranderd worden in het voorwerp onzer aanbidding; het zal dat. zuivere en onbevlekte Offer worden, dat Gij tot verlossing onzer zielen gevorderd hebt. Wij dragen het U op als een Offer, dat (Jwer waardig is.
Neem ook den Kelk des heils aan en laat hem, smeeken wij U, voor onze en de zaligheid der geheele wereld met eenen aange-namen geur tot Uwe Goddelijke Majesteit opstijgen.
Hoe vurig verlang ik, o God! mij te vereenigen met Uwen Zoon Jesus Christus en mij zeiven geheel met Hem als een Zoenoffer aan U op te dragen. Ik offer U mijn lichaam, mijne ziel, en alles wat ik van Uwe goedheid ontvangen heb. Verander mij, o Heer! en vereenig mij met Hem, gelijk dit brood en deze wijn in Zijn Lichaam en in Zijn Bloed zal veranderd worden.
Aanbiddelijke Drievuldigheid, zegen en heilig deze Offerande, die ik U opdraag in ver-eeniging met den Priester, tot vereering Uwer oneindige Majesteit, tot dankzegging voor Uwe genaden en weldaden, tot voldoe-
*xolt;xoooooocgt;xi»ooooooooooooo(gt;ooo(gt;cxgt;oxooolt;gt;oooxoocxx^oooooooooooc»cf-
â fining voor mijne zonden, en om van Uwe goedheid verder al die hulp te verkrijgen, die ik tol mijne zaligheid noodig heb.
BU HET WASSGHEN DER VINGERS.
Wasch mijne ziel, o mijn God! en'reinig haar van alle ongerechtigheden , zuiver mij van alle besmettingen der zonden, verdelg in mij de minste onvolmaaktheden; dan zal ik met de Heiligen Uw Altaar omringen en U eeuwig loven in de woonzalen Uwer heerlijkheid.
ORATE FRATRES.
Verhoor, Heer, de gebeden Uwer geloovi-gen, die hier vereenigd zijn om U dit aanbiddelijk Offer op te dragen; neem het aan, bidden wij U, tot verheerlijking van Uwen heiligen Naam, tot ons bijzonder heil, en tot welzijn Uwer geheele H. Kerk.
SECRETA.
O God, doe mij waardig deze heilige en eerbiedwekkende Geheimen bijwonen. 0 God! hoe ontzaglijk is het werk dat Gij gaat verrichten. O God, volbreng en ontvang deze Offerande door Jesus Christus onzen Heer, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes. Amen.
PREFATIE EN SANCTUS.
Tot U, o God, verheffen wij onze harten, en wij aanbidden Uwe Goddelijke Majesteit; want het is waarlijk waardig en recht, billijk en zalig, dat wij à altijd en op alle plaatsen loven en danken, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus onzen Heer; door quot;Wien de Engelen Uwe Majesteit loven, door Wien de Heerschappijen U aanbidden, en de Machten U vreezen; door Wien de Hemelen en der Hemelen Krachten met de heilige Seraphijnen U met eenparige blijdschap vereeren en aanbidden. Gedoog, o Heer! dat wij onze kranke lofzangen voegen bij die der hemelsche Geesten, en dat wij te zamen in verrukking van vreugde en bewondering, met ootmoedigheid uitroepen: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, de God der Heerscharen; Hemel en aarde zijn vol van Uwe Heerlijkheid. Heil U in het allerhoogste! Gezegend zij Hij, die daar komt in den Naam des Heeren! Heil U in het allerhoogste.
CANON.
Almachtige, eeuwige God, wien alleen de hulde onzer aanbidding en offerande toekomt, wij naderen Uwen Troon in den Naam van Jesus Christus, Uwen Zoon en onzen Heer, om U deze zuivere Offerande, de eenige, waardoor Uw Naam verheerlijkt wordt, op te
23
dragen voor de verheffing Uwer Kerk, voor haar zichtbaar opperhoofd, den Paus van Rome, voor alle Bisschoppen en Priesters, voor onze Herders en Zielzorgers, en voor allen die het Geloof Uwer Kerk belijden; voor onze ouders en bloedverwanten, vrienden en weldoeners , inzonderheid voor N. N., alsmede voor hen, die ons beleedigd hebben. Vergeef ons onze zonden , en schenk ons kracht om de bekoringen te wederstaan en genade om de deugden te beoefenen. En opdat onze gebeden (J aangenaam mogen zijn, vereenigen wij ons met de allerheiligste Maagd Maria, de Moeder van onzen Heer Jesus Christus, met Uwe Apostelen , Martelaren en mét al Uwe Heiligen. Verleen ons door hunne voorspraak, wat wij door onze zonden onwaardig zijn te ontvangen. Hoor hunne gebeden, o barmhartige God! en zie met ontferming op ons neder.
O mijn God! hadde ik nu op dit oogenblik de vurige begeerten, met welke de H. Oud-vaders de komst van den Messias verlangden. Ach, hadde ik hun geloof en hunne liefde. Kom, Heer Jesus! kom aanbiddelijke Zaligmaker der wereld, kom en voltrek het Geheim Uwer liefde. Zie, het Lam Gods komt! Zie, daar is het aanbiddelijk Offer, door hetwelk alle zonden der wereld vergeven worden.
BIJ DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.
Aanbiddelijke Jesus! Vleeschquot; geworden Woord des Vaders ! Waarachtig God en Mensch! ik geloof, dal Gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid [1 met den diepsten eerbied; ik bemin U uit geheel mijn hart, en dewijl Gij U uit liefde tot mij offert, zoo offer ik mij zeiven geheel aan U.
BIJ DE OPHEFFING VAN DEN KELK.
Goddelijke Jesus! ik aanbid den prijs mijner verlossing en dien der geheele wereld in dezen Kelk. Ik aanbid dit dierbaar Bloed, dat Gij aan het Kruis voor mijne zaligheid vergoten hebt. Dat bij de aanschouwing van Uwe oneindige liefde mijne ziel levendig doordrongen zij van bewondering, dankbaarheid, vertrouwen en liefde.
VERVOLG VAN DEN CANON.
Nu is het geen brood of wijn meer, maar het aanbiddelijk Lichaam en Bloed van onzen Verlosser, Uwen Zoon Jesus Christus, dat wij U, o Vader aller genade! opdragen ter gedachtenis van Zijn lijden en sterven, van Zijne Opstanding en Hemelvaart, Ontvang, Heer! dit onbevlekte Offer uit onze handen, en vervul ons met Uwe genade.
Ach! hoe groot zou voortaan mijne boosheid
^ â 25 â
5 en ondankbaarheid zijn, indien ik, na gezien
i te hebben, wat ik nu zie, nog in eenige zonde
} toestemde. Neen, mijn goede God! ik zal
\ nooit vergeten, waaraan Gij mij door deze
3 Offerande herinnert, namelijk: aan de smar-
5, ten van Uw lijden, aan Uw doorwond Lichaam,
; aan Uw dierbaar Bloed, dat voor ons vergo-ten is, aan Uwe heerlijke- Opstanding en
5 Hemelvaart.
i Gedenk ook , barmhartige God , de zielen*
3 dergenen, die nog in de plaats van zuivering
j zijn, en die, hoewel zij à toebehooren, nog
5 door de smetten der zonden verhinderd wor-
? den om in Uwe vlekkelooze tegenwoordigheid
5 te worden toegelaten. Ik bid U inzonderheid
f voor de zielen mijner ouders, vrienden en
5 weldoeners, alsook voor die, welke geene s- bijzondere voorbidders op aarde hebben.
i PATER NOSTER.
Oneindige God! hoewel ik slechts stof en
§ asch ben, mag ik U, naar het voorschrift Uws
o Zoons, Vader noemen. Verleen mij de genade,
6 dat ik door eenen heiligen wandel een recht-o geaard kind zij. Uw heilige Naam worde overal 6 geheiligd, beheersch voortaan mijn hart door g Uwe genade, opdat ik eeuwig met U heer-§ schen moge in Uwe Heerlijkheid na hier op g aarde Uwen wil volbracht te hebben, gelijk à de Heiligen dien in den Hemel volbrengen. § Geef mij ook dagelijks het geestelijke en
â 26 â
lichamelijke voedsel, dal, ik behoef. Vergeef mij, Heer! gelijk ik, om Uwen wil, aan al mijne heleedigers hartelijk vergiffenis schenk. Verlaat mij niet in het uur van verzoeking en kwelling, maar geef, dat ik, door den hij-
stand Uwer genade, al de vijanden mijner 3 zaligheid overwinne. Arnen.
AGNUS DEI. 3
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- ï
quot;neemt, ontferm U onzer! g
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- §
neemt, ontferm U onzer! s
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- ^
neemt, geef ons vrede ! ö
Heer Jesus Christus, die aan Uwe Aposte- «
len hebt gezegd: âIk laat u den vrede, ik Q
geef u Mijnen vrede;quot; geef ons dien waren $
vrede, dien Gij alleen geven kunt: den vrede o
des gewetens, den vrede met U, en verlos \
ons van de zonde, die ons daarvan berooft; ö
geef ons den vrede en eene volmaakte een- i
dracht met al onze broeders; geef den vrede ft aan Uwe heilige Katholieke Kerk, en verlos
haar van alle scheuring, van alle verdrukking 5
en van alle onheil. ^
DOMINE, NON SUM DIGNUS 8
x EN COMMUNIE. 9
Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder 9
mijn dak komt, maar spreek slechts één §
woord, en mijne ziel zal gezond worden.
{Driemaal). [j
Ik ben niet waardig, Heer! maar door Uw 5
woord zijn alle dingen geschapen; ik ben 5
niet waardig, maar op Uwe stem worden de p
steenrotsen vermorzeld; op Uwe stem zwijgt i
weder en wind; op Uwe stem staan de dooden S
op, en worden de kranken genezen. Spreek â¢
dan, o Jesus! en mijn hart zal verbrijzeld 5
worden door leedwezen over mijne zonden;' 1.
spreek, en al mijne driften en begeerlijkheden ' 0
zullen bedaren; spreek, en al mijne boos- -g
heden zullen verdwijnen; spreek, en mijne o
ziel zal terstond leven, gezond zijn en waar- j dig, om met U vereenigd te worden.
Ach, ik vertrouw op Uwe liefde! kah ik U ?
dan niet wezenlijk ontvangen, gelijk de Pries- 5 ter, ik ontvang U echter in den geest, en
met mijne wenschen; ik smeek U, maak mij ji
deelachtig aan Uwe gunsten en genaden, en lt;;
maak mij -waardig om U ten spoedigste te 5
ontvangen. §
Kom spoedig, o mijn Jesus, kom tot mij, n
o mijne Liefde! mijne ziel brandt van ver- S
langen om zich met U te vereenigen. Kom, h
vereenig U zoo innig met mij, dat niets ons Ã
voortaan meer kan scheiden. g
Jesus! o eeuwige Waarheid! ik geloof in 5
[J; Jesus! oneindige Barmhartigheid ! ik hoop fj
op U; Jesus! o opperste Goed, ik bemin U y
van harte; Jesus! mijn Heer en mijn God, §
â 28 â
ö ik aanbid U; Jesus! mijn God en mijn al, ik verlang en verzucht naar U; Jesus! Jesus!
ö kom lot mij.
| NA DE COMMUNIE.
Wat zal ik U wedergeven, o Heer! voor
§ al wat Gij mij geschonken hebt. Ach, mijn
g Jesus! ik wil voortaan U alleen toebehooren;
Q mijne ziel, mijn lichaam, mijne zintuigen, al
g mijne werken zullen voortaan aan U behoo-
§ ren, om U alleen te dienen en te beminnen.
5 Gij hebt U zeiven opgeofferd voor mijne zalig-
§ heid, ik verlang ook mij te offeren tot Uwe
5 heerlijkheid. Ik ben Uw slachtoffer, beschik
Q over mij naar Uw welgevallen; gelukkig, in-
g dien Gij U gewaardigt de opoffering daarvan
ö aan te nemen. Verleen mij, o mijn God! een
g levendig geloof, eene brandende liefde, een
à geduld om alle beproevingen te doorstaan,
$ eene diepe ootmoedigheid, eene ware verach-
5 ting van de wereld, een heilig verlangen naar
5 den Hemel en de genade om in Uwe God-
Q delijke liefde te sterven, ik vraag U al deze
s genaden door de verdiensten van Uw smar-
5 telijk lijden, waarvan Gij de gedachtenis her-
§ nieuwd hebt.
ALS DE PRIESTER DEN ZEGEN GEEFT,
ö Stort over ons, o Heer! Uwen zegen door
QjOOOCX)00000lt;XDlt;gt;CXOlt;lt;gt;lt;Z»C»0(OCOlt;00lt;Clt;0lt;gt;0lt;gt;C500000000Clt;^«^lt;OOOOOOOOOOCXlt;n
I ~ 29 ~
§ de hand van Uwen dienaar, en dat de uit-\ werkingen er van eeuwig op ons berusten. ^ Ons zegene de almachtige God: de Vader,
^ en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.
LAATSTE EVANGELIE.
In den beginne was het Woord, en het \ Woord was bij God, en het Woord was God. g Dit was in den beginne bij God. Alle dingen 5 zijn er door gemaakt, en zonder dat is er 5 niets gemaakt, van wat er gemaakt is. Daarin ^ was het leven, en het leven was het licht Sj der menschen; en het licht schijnt in de ; duisternissen en de duisternissen hebben het S niet begrepen. Er was een mensch, van God ö gezonden, wiens naam was Joannes. Deze is è gekomen tot getuigenis, om getuigenis te geven £ van het licht, opdat allen door Hem gelooven y zouden. Hij was het licht niet, maar hij kwam ^ om getuigenis te geven van het licht. Dit was 5 het waarachtig licht, dat alle menschen ver-| licht, die in deze wereld komen. Hij was in ü de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigen, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar aan allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij de macht gegeven om kinderen Gods te worden, aan hen, die in Zijnen Naam gelooven; die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleezes,
OOCOCOOOCOOOCOOO'XDOOOOOOOCOOCOOOOOOOOCX
noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is Yleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijne heerlijkheid gezien, eene heer-
2 lijkheid als van den eeniggeboren Zoon des fj Vaders, vol genade en waarheid.
! God zij gedankt!
DANKGEBED NA DE II. MIS.
9 Ik dank U, o God! voor de genade, die Gij 5 mij bewezen hebt, dat ik bij deze heilige ') Offerande der Mis ben tegenwoordig gèweest, g en voor al de gunsten, die ik ontvangen heb.
9 O heilige Engelen, en Gij gelukzalige Geesten,
g dankt, zegt eeuwig dank voor mij. Hemelen
Q aarde, looft altijd Zijnen heiligen Naam voor
5 de weldaden, die Hij mij heeft betoond. En
3 U, mijn Goddelijke Zaligmaker! U smeek ik, y door de oneindige liefde, welke Gij mij zoo y even hebt getoond door U voor mij op het 3 Altaar op te offeren , verleen mij de genade § om dezen dag, die mij slechts gegeven is, om g mij heilig te maken, en die misschien de 2 laatste mijns levens zijn zal, heilig en voor P U te mogen besteden, opdat ik de vruchten 8 van deze H. Offerande, die ik nu heb bijge-'i woond, niet verlieze. Amen.
â 31 â
Gebeden na iedere gelezene H. M!is
GEKNIELD TE VERRICHTEN,
voorgeschreven door onzen H. Vader Leo xiii en door Z. H. met 300 dagen Aflaat verrijkt.
Driemaal het Wees gegroet, Maria! enz. Daarna eenmaal:
Weesgegroet, 0 Koningin, Moeder van barmhartigheid ,
Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet;
TotU roepen wij, ballingen, kinderen van Eva; Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in
dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, ach, sla op
ons Uwe zoo barmhartige oogen;
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de
gezegende Vrucht Uws lichaams; O goedertierene, 0 meèdoogende, o zoete
Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods!
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
0 God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbe-
â 32 â
â¢vlekte Maagd en Moeder Gods, Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, Uwe HH. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen â de gebeden, die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan en de andere booze geesten, die tot verderf dei-zielen over de wereld rondgaan, door de Goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
BIECHTOEFENINGEN.
VOORBEBEIDING.
GEBED
voon HET ONDERZOEK DES GEWETENS.
Heilige Geest, eeuwige oorsprong van licht! verdrijf de duisternissen, die mij de afschuwelijkheid en de boosheid der zonden verbergen; doe er mij eenen zoo grooten afschrik voor opvatten, o mijn God! dat ik niets zoo zeer vreeze, dan ze in het toekomende te bedrijven.
Onderzoek zorgvuldig uw geweten. Zie, of gij in uwe voorgaande biechten iets verzuimd hebt, of gij met de noodige bereiding tot de H. Tafel genaderd zijt of andere H. Sacramenten ontvangen hebt; overdenk de. tien geboden Gods , bij ieder wat blijvende staan, om te overwegen, wat gij daar tegen met gedachten, begeerten, woorden en werken bedreven hebt; zoo ook de vijf geboden der H. Kerk, de seven hoofd-
J.
xigt;)0lt;xdooooooooooooocx)oocxjoocxgt;ooooolt;gt;cgt;
â 34 â
zonden, de negen vreemde zonden, de plichten en verbintenissen van uwen staat, denkende, op welke plaatsen gij geweest zijt en met welke personen gij verkeerd hebt.
Verwek, na uw geweten onderzocht te hebben, in u eene ware droefheid over uwe bedreven zonden. Hiertoe moet gij gebruik maken van de beweegredenen, die gij weet dat den meesten indruk op uwen geest en op uw hart maken, als zijn: de boosheid der zonden, de oneindige smaad, welken zij God aandoen , de haat, welken God haar toedraagt, de schrikkelijke straffen, met welke God , die oneindig goed en oneindig rechtvaardig is, haar vervolgt op de aarde, in het vagevuur en in de eeuwige vlammen der hel.... Laat uwe oogen vallen op een kruisbeeld, aanschouw daar Jesus Christus, stervende om de zonden te boeten.... Overweeg de algemeene en bijzondere weldaden, die gij van God ontvangen hebt. Door deze beweegredenen zal uw hart doordrongen worden met liefde tot God en met een oprecht leedwezen van aan eenen zoo goeden Vader mishaagd te hebben.
£P:
Het hart getroffen zijnde , verwek de volgende akten:
AKTE VAN GELOOF.
O alwetende en waarachtige God ! ik geloof vastelijk, dat Gij mijn Heer en God, mijn beginsel en laatste einde, mijn Schepper. mijn allermildste Weldoener, mijn opperste goed zijt. Ik geloof, dat U niets meer mishaagt en hatelijker is dan de zonde, welke Gij nochtans vergeeft aan hem, die ware boet-
vaardigheid doet. Dit en al wat Gij geopenbaard hebt, geloof ik vastelijk, omdat Gij zelf het gezegd hebt, die noch liegen , noch bedriegen, noch falen kunt, noch bedrogen kunt worden. In dit Geloof wil ik leven en sterven.
AKTE VAN HOOP.
O rechtvaardige God! ik beken voor U en voor geheel het hemelsohe hof, dat ik door mijne menigvuldige en zware zonden dikwijls verdiend heb in uwe rechtvaardige gramschap op het allergestrengste gestraft en van U voor eeuwig verstoeten te worden. Nochtans hoop ik door de kracht van het heilig Sacrament van boetvaardigheid de vergiffenis mijner zonden. Ik hoop door de verdiensten van mijnen Zaligmaker de eeuwige zaligheid, waartoe Gij mij geschapen hebt. Ik hoop op al wat mij, om die te bekomen, noodig of voordeelig is, omdat Gij, o almachtige, o barmhartige, o getrouwe God ! mij dit alles genadig beloofd hebt. Op U hoop ik, o Heer, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
AKTE VAN LIEFDE.
O aller eer- en liefdewaardige God! ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt. Ik bemin à uit geheel mijne ziel, dewijl Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, met zoo kostbaren
prijs gekocht en met ontelbare weldaden overladen hebt. Ik bemin en verlang U te beminnen uit al mijne krachten, en bovenal, omdat Gij bet opperste goed zijt, dat om zich zeiven waardig is bovenal bemind te worden. Ach, had ik U van het eerste oogenblik mijns levens tot nu toe alzoo bemind! Ach, konde ik U, ten minste nu, zoo vurig beminnen, als Gij waardig zijt van alle schepselen bemind te worden!
AKTE VAN BEROUW.
Mijn Heer, mijn God en mijn al, het is mij leed, het berouwt mij van harte, dat ik U, mijn opperste goed , ooit vergramd heb! Ach, ware ik liever gestorven, dan dat ik U beleedigd heb! Liever sterven voortaan, dan U nog eens vrijwillig te vergrammen. Geene zonden meer, o God! geene zonden meer. Verleen mij hiertoe Uwe genade.
Liefste Jesus! wees mij een Jesus, een Verlosser, een Zaligmaker. Laat Uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn. Handel met mij naar Uwe oneindige barmhartigheid , niet naar mijne zonden en misdaden ; geef mij een waar vermorzeld en boetvaardig hart, dat Gij niet verwerpt. Gij hebt Magdalena, die groote zondares, niet verstoeten, ach! verstoot ook mij niet! Gij hebt Petrus, die U verloochend had, met barmhartige oogen
weder aangezien, werp ook Uwe barmhartige oogen op mij! Gij hebt den rnet U gekruis-ten moordenaar in genade ontvangen, ontvang ook mij in Uwe genade. Maak mij zalig, laat mij niet verloren gaan.
Met Uwe genade, o Jesus! wil ik mijne zonden oprecht biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn, dewijl ik U van harte bemin, en meer en meer verlang te beminnen; mijne vaste hoop is, dat Gij ze mij dooide kracht van het H. Sacrament van boet-vaardigheid volkomen zult vergeven, en mij zult versterken, opdat ik U voortaan niet meer vergramme.
Kniel ootmoedig, gelijk het eenen berouwhebben-den zondaar betaamt, in den biechtstoel neder, en zeg, na den zegen van den Priester gevraagd te hebben:
Ik belijd mijne schuld voor den almachti-gen God, voorde H. Maria altijd Maagd, voor alle Heiligen, en voor U, Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld. Mijn laatste Biecht is geweest {noem hier hel getal dei-dagen, weken en maanden).
Biecht uwe zonden, en vergeet niet er het getal bij te voegen; indien gij het niet zeker weet, zeg dan het naaste; doe hetzelfde ten opzichte van den tijd , dat de zonde geduurd heeft. Druk de omstandigheden uit, die de zonden kunnen veranderen of
quot;lt;gt;olt;lt;gt;oolt;gt;ooooolt;lt;dooooooooooocx)ooooolt;gt;o(xdoooc»oooc)ooooooooooooooooolt;*
â 88 â
de boosheid er van merkelijk vermeerderen of verminderen. Indien gij twijfelt eene zonde bedreven te hebben, of zoo gij twijfelt, dat die, welke gij bedreven hebt, doodzonde zij , geeft dit alles uwen biechtvader te kennen, opdat hij er over oordeele.
Na uwe zonden beleden en eenvoudig geantwoord te hebben op de ondervragingen van den biechtvader, zeg:
Van deze en alle andere zonden, die ik nu niet indachtig ben, beken ik ootmoedig: mijne schuld. Ik bid God om vergiffenis door het dierbaar bloed van Jesus Christus, en vraag U, Vader, om een zalige Penitentie en heilige Absolutie, als ik het waardig ben.
Let hierna nauwkeurig op al wat u de biechtvader zegt, wetende, dat hij tot u in den naam Gods spreekt. Let bijzonder met aandacht op de middelen, welke hij u voorschrijft, om in het vervolg de zonden te vermijden , en welke goede werken hij u tot boet-pleging oplegt.
Onderwerp u ten eenemale aan de uitspraak , die de biechtvader doet ten opzichte van de Absolutie. Indien hij dezelve uitstelt, zucht inwendig, bekennende : dat gij niet waardig zijt ze te ontvangen, en ga zonder tegenspreken of klagen , zonder den Priester lastig te vallen, uit den biechtstoel met het voornemen van nieuwe pogingen te doen om de Absolutie te verdienen door verandering van leven en eene ware boetvaardigheid. Indien de Priester goedvindt u de Absolutie te geven , beschouw ze dan als eene gunst, welke gij niet waardig zijt; ontvang ze ootmoediglijk, het hoofd neêrgebogen; verwek terzelfder tijd eene akte van berouw.
â 39 â
DANKZEGGING NA DE BIECHT.
Loof, mijne ziel! den Heer, en al wat in mij is, love Zijnen heiligen Naam. LooC, mijne ziel 1 den Heer, die al uwe krankheden geneest, en vergeet toch al Zijne weldaden niet. Gij hebt medelijden gehad met mij, mijn God ! gelijk een vader medelijden heeft met zijn kind. Zoo ver de hemel verwijderd is van de aarde, zoo ver hebt Gij Uwe barmhartigheid over mij uitgestrekt. Gij hebt mijne banden verbrijzeld, en mij in de vrijheid der kinderen Gods hersteld. Gij hebt Uwe gramschap van mij afgekeerd, en mijne ongerechtigheden vergeven. Uw mededoogen is groot, o Heer, en Uwe barmhartigheden zijn zonder tal.
Zie, nu ben ik genezen, ik wil niet meer zondigen, ik heb mijn hart gewasschen in het. bloed van het Lam; ach, ik zal het niet meer bevlekken. Ik heb barmhartigheid bekomen, ik wil dan mijnen Verlosser niet meer door mijne zonden bedroeven.
Ik wil een nieuw leven beginnen, en van dag tot dag meer voortgang maken in de deugd. Mijn hart, o Heer, zal zich voortaan niet meer van U afkeeren; maar Gij, mijn God! versterk mij, want ik ben krank; reik mij Uwe hand toe, en verwijder U niet van
mij. Stort Uwe vrees in mijne ziel, opdat ik nooit afwyke van den weg Uwer geboden, en Gij door mij gezegend en geprezen wordet in eeuwigheid.
(Gevoeglijk kan men hier de Eere-boete bidden tot den gekruisten Tesus, blz.
GOMMlW -OSFEWINOEW-
ty)66t de JC. (Bommtitvie.
AKTE VAN GELOOF.
O groote, ondei- zoo nietige gedaante van Brood, waarachtig tegenwoordige God en Mensch, Christus .lesus! alhoewel Uwe oneindige liefde tot mij U voor mijne lichamelijke oogen verborgen heeft, nochtans erken en zie ik U geheel duidelijk en zonder eenigen twijfel met de oogen des geloofs. Ik houd voor zeker, en geloof vastelijk, dat Gij in het allerheiligste Sacrament waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt, dezelfde, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid; die uit liefde tot mij uit den Hemel gedaald en mensch geworden zijt; die om mijne zaligheid aan het kruis gestorven zijt, en die eens met groote heerlijkheid
â 42 â
zult komen om mij en de gansche wereld te oordeelen. Gij hebt dit gezegd en geopenbaard, die als oneindig wijze en waarachtige God, noch falen, noch liegen, noch bedriegen kunt, noch bedrogen kunt worden. Dit is mij genoeg. Mijn verstand geef ik gaarne gevangen ten dienste van het Geloof, waarvoor ik ook bereid ben te sterven. Versterk en bewaar mij in dit Geloof, Gij, die de stichter en voltrekker des Geloofs zijt. Voor Uwe voeten, o Jesus! werp ik mij neder, en aanbid U met den diepsten ootmoed en eerbied als mijn Heer en mijn God, mijn Verlosser en mijn Zaligmaker. Ik aanbid Uw heiligste Lichaam, Uwe heiligste Ziel, Uw heiligst Vleesch en Bloed, Uwe Godheid en Menschheid. O, dat alle menschen met mij in dit heiligste Sacrament U zoo erkenden, eerden, beminden en aanbaden op de aarde, gelijk de Heiligen U erkennen, eeren, beminnen en aanbidden in den Hemel!
AKTE VAN HOOP.
Beminnelijkste Jesus! eenig geluk, eenige troost mijner ziel I Gij hebt dengene, die U in het heilig Sacrament waardig ontvangt, het eeuwige leven beloofd, zeggende: Die dit Brood eet, zal eeuwig leven. U ontbreekt noch de macht, noch de goedheid om Uwe belofte te vervullen. Gij zijt getrouw in Uwe beloften.
;)OOOlt;Kgt;lt;gt;lt;gt;lt;gt;gt;OOOOOgt;cxxdoooooooooooo(XC«CXlt;^)OOOOCgt;J -ö- j
Hemel en aarde gullen vergaan, maar Uwe woorden zullen nooit vergaan. Hierom hoop ik door dit allerheiligste Sacrament het eeuwige leven, en al wat mij, om het te bekomen, noodig en voordeelig is; maar voornamelijk de vergiftenis mijner zonden en Uwe goddelijke genade tot het einde mijns levens. En waarom zou ik dit alles van ü niet hopen en verwachten met een vast betrouwen, daar Gij U zelf aan mij geven en schenken wilt in dit heilig Sacrament, ais de bron aller genaden, en als een onderpand der toekomende heerlijkheid? In hel beschouwen mijner zonden heb ik vele en groote redenen om voor mij te vreezen; maar in het overwegen Uwer goedheid en barmhartigheid vind ik er nog meerdere en grootere om op U te hopen en te betrouwen. Op U dan, o barmhartige en goedertierenste Jesus! hoop en betrouw ik, en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
AKTE VAN LIEFDE.
Ter mijner liefde, o Jesus! hebt Gij dit allerheiligste Sacrament ingesteld. Ter mijner liefde wilt Gij bij mij intreden, en U met mij vereenigen. O welk eene onbegrijpelijke, welk eene onschatbare liefde! Deze Uwe zoo onbegrijpelijke liefde overweldigt gansch mijn hart en doet het van liefde tot U
gt;Kgt;XZgt;X^XX3i0O0O0O0O0O0OQOXgt;gt;CXXC50C_50Cgt;gt;C0Cgt;gt;O'Xr»:
â 44 â
smelten. U bemin ik, o Jesus! dewijl Gij mij zoo wonderlijk en vurig bemint. U bemin ik, dewijl Gij om U zeiven waardig zijt bovenal bemind te worden; ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. O, dat ik U zoo vurig beminnen konde, gelijk U vóór dezen Uwe heilige en getrouwe dienaren bemind hebben op de aarde, en U nu beminnen in den hemel! O dat ik U beminnen konde op eene wijze, gelijk Gij om Uwe oneindige Majesteit verdient bemind te worden! Heer, Gij weet dat ik U vurig en uit al mijn vermogen verlang te beminnen. Hierom kom ik tot U, opdat ik door dit Sacrament van liefde tot U ontstoken worde en U bovenal, zonder einde, in het leven en in den dood, in den tijd en in de eeuwigheid beminnen moge.
Ter Uwer liefde, bemin ik ook mijnen naaste, en vergeef van harte aan allen en ieder in het bijzonder alles wat zij mij ooit misdaan hebben. Ik verwerp allen haat en afkeer. Ik wensch hun naar lichaam en ziel al wat ik mij zeiven wensch, en bid U, ontferm U over hen, gelijk ik bid, dat Gij U mijner in leven en dood zult ontfermen.
â¢N
AKTE VAN BEROUW.
Tot nog toe, mijn Jesus! heb ik U niet bemind, ik beken het met een verslagen hart.
â 45 â
(lt;r«ooooooolt;gt;ooooolt;lt;
Ik heb U met gedachten, woorden en werken zeer beleedigd en vergramd. Ach, ware ik veeleer gestorven! Ach, konde ik dien onge-lukkigen tijd terugroepen, in welken ik U, liefderijke Zaligmaker, niet bemind, maar vergramd heb! Alhoewel ik hoop, o mijn Jesus! dat Gij mij door het heilig Sacrament van boetvaardigheid mijne zonden vergeven hebt. verwek ik echter nog een berouw uit den grond mijns harten over mijne zonden, dewijl zij een gruwel zijn voor Uw heilig aanschijn, en er niets hatelijker is voor Uwe Majesteit. Ik herroep, verwerp en verzaak ze, zoo veel ik kan, omdat ik U als het opperste goed bemin en verlang altijd te beminnen. Nooit wil ik in het toekomende U door eenige zonden vrijwillig beleedigen. Hierom verlang ik U in het heilig Sacrament te ontvangen, opdat ik in dezen mijnen wil, in uwe genade, in den haat der zonden versterkt worde en U niet meer vergramme. Kom dan, o God mijns harten! en bezit mijn hart gansch en voor altijd, opdat het U nooit meer beleedige, maar U vurig en immer beminne. Kom, o Heer Jesus!
AKTE VAN OOTMOEDIGHEID.
quot;Wie ben ik, o Jesus! dat ik U durf roepen en in mijn hart noodigen'? quot;Wie ben ik en wie zijt Gij'? O, dat ik mij en U oprecht kende!
Gij zijt mijn God en mijn al, ik ben eene handvol stof en wal slijk der aarde, een niet; Gij zijt de almachtige Schepper, ik een ellendig schepsel; Gij zijt de Opperheer, ik een verachtelijk aardwormpje; Gij zijt de groote, de sterke en oneindige God, de Heilige der heiligen, ik een kranke, een behoeftige, een ondankbare rnensch, een boosaardige zondaar. Ik sidder en beef, o Jesus! wanneer ik Uwe grootheid en mijne onwaardigheid bedenk. Uwe Heiligen hebben gevreesd U te naderen; Joannes, Uw heilige voorlooper, heeft zich onwaardig geacht Uwe schoenriemen te ontbinden; Petrus, Uw Apostel, heeft zich niet waardig geacht bij U in een schip te zijn, zeggende: Ga van mij weg. Heer! want ik ben een zondaar. Hoe durf ik dan tot U te komen en U in mijn hart te ontvangen! Heer! ik zou zulks niet durven doen, indien Gij zelf mij daartoe niet noodigdet.
Ik beken voor hemel en aarde, dat ik niet waardig ben, dat Gij slechts Uwe oogen op mij slaat, veel minder, dat Gij onder mijn dak komt. Nochtans, op Uw bevel, op Uw minnelijk verzoek, nader ik vol vertrouwen. S Wel is waar, Gij zijt een God van eene ont- 3 zaglijke Majesteit, maar Gij zijt tegelijk een i Zaligmaker van eene onuitsprekelijk groote i barmhartigheid. Jk ben Uwe tegenwoordigheid i ten hoogste onwaardig, maar ik heb die toch l ook ten hoogste noodig. Uwe verhevenheid 5
gt;gt;0clt;r«0000000000cx)00000000000lt;)0000000000000000000000000000000)00rilt;
â 47 â
en mijne onwaardigheid schrikken mij af en wederhouden mij van U; maar Uwe barmhartigheid en mijne behoefte bewegen mij tot liefde en verlangen, en trekken mij met geweld tot U. Dit heilig Sacrament is geen Sacrament. van vrees, maar een Sacrament van liefde, daarom kom ik met liefde en betrouwen tot U, o Jesus! ik weet hoe zeer ik Uwe hulp noodig heb. Ik nader tot dit Sacrament van liefde als tot de bron van alle genaden, om daar aan den overvloed Uwer barmhartigheid te putten. Eertijds hebt Gij de zondaren ontvangen en met hen gegeten; zie, mijn Jesus! hier hebt Gij eenenzondaar, een armen, een ondankbaren, maar tegelijk een boetvaardigen zondaar. Ontvang mij en eet met mij; ja, geef mij U zeiven tot spijs, opdat 'l ik daardoor in het geestelijke leven versterkt 6 en bewaard worde.
S AKTE VAN BEGEERTE.
5 Jesus! mijn Verlosser! mijn troost! mijne
§ hoop! mijn toevlucht! mijn God en mijn al!
o ik verlang naar U. Als een ellendige zondaar
3 verlang ik naar mijnen Zaligmaker; als een zwakke mensch naar zijnen sterken God; als
§ een arme en behoeftige naar den Heer aller
3 goederen; als een hongerige naar het Brood
5 der Engelen; als een dorstige naar de bron
ij des levens. Kom, o Jesus! vervul mijn harts-
verlangen, ontsteek mijn hart door Uwe liefde! verblijd het door Uwe tegenwoordigheid, vervul het met Uwe genade. Naar U alleen verlangt rntjn hart; kom, Heer .Tesus, vereenig U met mij! kom spoedig, blijf met mij tot in eeuwigheid.
Nader lot de communiebank met de grootste zedigheid, de handen te zamen gevouwen, de oogen neêr-geslagen. Ontvang de H. Hostie met den communiedoek op de handen, het hoofd recht en stil houdende, de oogen nederwaarts, den mond behoorlijk geopend, de tong tot aan de onderste lip. Doe den mond zachtjes toe, wanneer de Priester de hand terugtrekt; laat de H. Hostie een weinig op de tong rusten, tot dat zij wat vochtig wordt, om ze gemakkelijk door te zwelgen; zeg ondertusschen met het hart: Het lichaam van onzen Heer yesus Christus beware mijne ziel tot het eeuwige leven.
Verlaat de communiebank met denzelfden eerbied. Wacht u van spuwen en van aanstonds uit de kerk te gaan; blijf ten minste een kwartier uurs in dank-zegging doorbrengen; stort gansch uw hart voor Jesus Christus uit, bewonder Zijne goedheid, aanbid Hem, dank Hem , klaag Hem uwen nood, verzoek Zijne genade, en offer u geheel aan Hem op.
êXLa 3e 11. (Bommwnie:
AKTE VAN AANBIDDING EN DANKZEGGING.
Ik heb U dan, o Jesus! waarlijk en wezenlijk bij en in mij, met Ziel en Lichaam, met Vleesch en Bloed, met Godheid en Mensch-
heid. U, mijnen Heer en God, mijnen Zaligmaker en Verlosser; U, mijn laatste einde, mijnen eenigen troost, mijne volkomene rust; mijnen God en mijn al heb ik bij en in mij; wéés duizend en duizendmaal gegroet, o liefste Jesus! o opperste en eenigste goed mijner ziel! wees gegroet , o zaligheid der wereld! o bronader van alle goed en barmhartigheid! o getrouwste Vriend mijner ziel! o mijn Heer en God!
Gansch verrukt in hef overwegen Uwer goedheid, werp ik mij in den afgrond mijner nietigheid neder, en aanbid U met ootmoed. Ik aanbid Uw heilig Vleesch en Bloed, dat Gij mij tot spijs hebt toegereikt. Ik aanbid Uw heilig Hoofd, dat om mijnent wil met doornen is gekroond geweest; Uwe heilige Oogen, die om mijnent wil zoo vele tranen hebben gestort; Uwe heilige Ooren, die zoo vele lasterwoorden hebben gehoord; Uwen heiligen Mond, die mij de eeuwige waarheid heeft geleerd; Uw heilig Aangezicht, dat door zoo vele harde slagen gansch misvormd is geweest; Uwe heilige Handen en Voeten, die met nagelen doorboord en aan het schandelijk kruis zijn gehecht geweest; Uwe heilige Armen, welke gij hebt uitgereikt om mij te ontvangen; Uwe heilige Zijde, welke Gij ter mijner liefde hebt laten openen; Uw heilig Hart, dat mij tot den dood toe heeft bemind. Ik aanbid Uw heiligst Lichaam, waarin Gij ontelbare
50
smarten en wonden ter mijner liefde hebt :]
geleden; uwe nemgstezaei, cue ter mijner :j liefde tot den dood toebedroefd is geweest. 5
jgt;ena(.ie is nei voor mij , uai uy , o neer en -
Koning van hemel en aarde, U gewaardigd p hebt tot mij te komen! Gij tot mij! Gij, on-
eindige Majesteit, tot mij, arm aardwormpje, ^
Gij volmaakste heiligheid, tot mij, ondank- ï
baren zondaar! van waar komt mij eene zoo i
groote, zoo onschatbare genade? Alleenlijk 1
van Uwe oneindige goedheid en barmhartig- i
beid. Welken lot' en dank, welke eer en 5
liefde ben ik U biervoor niet schuldig! o 1
â Tesus! indien ik duizend levens hadde, en U ^ 1
die ten beste gave, dan zou dit nog maar ;
iets verachtelijks en veel te gering voor eene |
zoo groote genade zijn. Wat ik vermag, wil ;
ik doen, o Jesus! ik dank, ik bemin, ik loof, 1
ik eer, ik prijs Uwe oneindige goedheid uit 3
al mijne krachten. Ik noodig al Uwe Heiligen,
ja al Uwe schepselen uit, om met mij en in 'i mijne plaats U te loven en te danken.
Loof den Heer, gij, hemel en aarde! looft i
Hem, gij, Engelen en Aartsengelen! looft j Hem, alle zalige Geesten en alle Heiligen in
den hemel! dankt Hem voor de mij bewezene 1
genade; eert en prijst Hem daarom in eeuwig- j
beid; Hij, die goed en machtig is, heeft mij lt;
grooteen onbegrijpelijke dingen gedaan; Hij S
heeft met mij vdgens Zijne oneindige barm- |
'gt;olt;x3ooooooooooocxgt;oocgt;xooooooooooooogt;ooooooc»o
quot;Oxcgt;xigt;gt;ox^gt;oooxgt;gt;cgt;xgt;kgt;gt;ooooooc5oooooooooooooo:;c
â 51 â
hartigheid gehandeld. O mochten al mijne ledematen in tongen en harten veranderd worden, om U, o Jesus! vurig te beminnen en zonder ophouden te danken! Zoo dikwijls ik adem haal, zoo veel duizendmaal verlang ik U voor de mij nu bewezen weldaad te danken; zoo veel duizendmaal verlang ik U met Uwe Cherubijnen en Serafijnen te eeren en te loven. Neem, o Jesus! deze begeerte van Uw schepsel aan, en verleen genadig, dat ik U met Uwe Heiligen beminnen, loven en danken moge in alle eeuwigheid.
OPDRACHT.
O Jesus! Gij hebt U in Uw allerheiligste Sacrament geheel aan mij ten beste gegeven. Wat zal ik U tot teeken mijner dankbaarheid en wederliefde schenken'.' al wat ik heb, is het Uwe. Verlangt Gij mijn hart? O welk eene geringe gift is dit niet4? En waarom hebt Gij mij slechts één hart gegeven ? O hadt Gij mij duizend harten geschonken, ik zoude U ze gaarne alle wedergeven; doch ik zou daardoor Uwe liefde nog niet genoegzaam vergelden. Maar dewijl Gij mij maar één hart gegeven hebt, zoo schenk en offer ik U dat met de grootste vreugde op. Met mijn hart draag ik U ook mijne ziel en mijn lichaam op ; mijne gedachten, mijne woorden en werken; al wat ik ben, al wat ik heb. Mijn hart zal
1 *
niemand beminnen dan U; mijne ziel en mijn lichaam zullen niemand dienen dan U; mijne gedachten, woorden en werken zullen ter Uwer eer geschikt worden. Niels wil ik denken, niets zeggen, niets doen, waardoor Gij ook in het minste kunt heleedigd worden.
Zie hier het offer, dat ik ten dank voor Uwe voeten leg; maar dewijl het nog veel te gering is in vergelijking Uwer lielde en goedertierenheid, zoo vereenig ik het met al wat Uwe Heiligen U ooit aangenaam en welbehagelijk hebben opgeofferd; met al het goed, dat in de gansche wereld nog gedaan wordt; ja met het allervolkomenste Offer, dat Gij zelf Uwen hemelschen Vader aan het kruishout opgedragen hebt. Laat dit mijn offer U aangenaam zijn, en toon mij verder Uwe barmhartigheid.
U, o hemelsche Vader! offer ik terzelfder tijd Uwen eeniggeboren en liefsten Zoon op, dien ik ontvangen heb. Ik offer Hem U op met al Zijne verdiensten en deugden, tot Uwen lof en eer, tot dankbetuiging voor al de mij bewezen weldaden, tot voldoening voor al mijne zonden, tot verkrijging van al de genaden, die Gij weet, dat mij noodig of nuttig zijn. Ik offer Hem U op voor mijne ouders en bloedverwanten, voor vrienden en vijanden, voor levenden en dooden, voor allen, voor wie ik voorgenomen heb of schuldig ben te bidden. Earmhartige Vader, zie op
30X3»0gt;000gt;000lt;gt;0000000000000
â 53 â
het ofl'er van Uwen Zoon, en ontferm U mijner volgens Uwe groote barmhartigheid.
GEBED OM HULP.
Gij hebt U gewaardigd, bij mij in te treden, o Jesus! niet alleen om mij Uwe liefde te bewijzen, maar ook om over mij den rijkdom Uwer goedheid uit te storten. Ik bid U ootmoedig, voltrek in mij datgene, waarom Gij tot mij gekomen zijt. Laat mij de kracht Uwer tegenwoordigheid gevoelen. Laat mij ondervinden, hoe aangenaam het is eenen zoo goeden God bij zich te hebben. Gij kunt, indien Gij wilt, mij in al mijnen nood helpen; want Gij zijt de machtige God. Aan Uwe barmhartigheid kan ik ook niet twijfelen; want indien Gij niet oneindig barmhartig waart, zoudt Gij tot mij niet gekomen zijn; waarom zou ik dan op U niet hopen? Waarom zou ik niet met een kinderlijk betrouwen tot U bidden?
U, o Jesus! is de staat mijner ziel beter bekend dan mij. Gij weet, waar ik Uwe hulp noodig heb , waar ik in het gevaar ben van U te vergrammen. Kom mij daar te hulp, o Jesus! bewijs mij Uwe barmhartigheid. Geef mij eene ware kennis en hoogachting Uwer Oppermajesteit, opdat ik opgewekt worde om U als mijnen Schepper en Heer getrouw te dienen; U als mijnen liefsten Vader, Verlosser en Weldoener, als mijn opperste goed vurig
te beminnen: U als mijnen rechtvaardigen Rechter heiliglijk te vreezen. Geef mij, bid ik U, eenen standvastigen en levendigen afschrik van alle zonden, bijzonderlijk van...., waarvan mij de gewoonte zoo zeer ingeworteld en zoo nadeelig voor mijne zaligheid is. Laat niet toe, dat mijne ziel, die Gij tot Uwe woning verkozen hebt, ooit door eenige zonde de woning van satan worde. Versterk mij dus tegen alle bekoringen, sta mij bij in alle gevaren, opdat ik U nooit vergramme.
Met één woord, geef mij, o goedertierenste Jesus, al wat tot mijne zaligheid noodig en voordeelig is; wend alles af, wat aan mijne ziel hinderlijk of nadeelig is. Laat eene ziel, die Gij zoo duur gekocht en nu met Uwe wezenlijke tegenwoordigheid geheiligd hebt, niet verloren gaan. Jesus Christus, verhoor mij! groot, zijn de genaden, die ik van U begeer, o Jesus! groot zijn mijne zonden, die mij al deze genaden onwaardig maken; maar veel te groot is Uwe liefde en Uwe barmhartigheid, dan dat ik zou kunnen twijfelen, door U verhoord te worden. Ontferm (J mijner, o Jesus ! verhoor mij!
VERNIEUWING VAN HET GOEDE VOORNEMEN.
Allerliefste Jesus! Gij hebt gezegd: die mijn Vleesch eet en mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Met de grootste vreugd mijns harten neem ik deze Uwe liefderijke belofte
^ aan, en bid U, ze in mij te vervullen. Door Uwe genade heb ik Uw heilig Vleesch 1 en dierbaar Bloed genoten; blijf bij mij en zorg dat ik ook in à blijve. Blijf bij mij door t Uwe genade, en laat mij nooit door de zonden i van U gescheiden worden.
Niets smart mij zoo zeer, dan dat er een tijd geweest is, waarin ik U vergramd j heb. Ach, konde ik dien met mijn bloed f terngkoopen! In het toekomende zal er zoo ; een ongelukkige tijd niet meer zijn. Indien £ Gij voorziet, o Jesus! dat er ooit een oogen-? blik in mijn leven zou zijn, waarop ik U f: zwaar zoude vergrammen, ik bid U, laat mij £ liever op dit oogenblik in Uwe genade ster-? ven, dan eenen zoo rampzaligen stond te be-t leven; want ik vrees den dood zoozeer niet, ? als de beleediging Uwer Majesteit. Mijn voornemen is, liever te sterven dan te zondigen. Dit voornemen, dat ik vóór en in de heilige Biecht gemaakt heb, vernieuw ik uit geheel gt; mijn hart. Ik wil U voortaan ijveriger dienen, / zorgvuldiger de zonden vermijden, mij zeiven £ vlijtiger in het goede oefenen. Bijzonderlijk j wil ik mijne verbetering toonen in dit punt.... i Dit is mijn onveranderlijk besluit, mijn vast voornemen. Dit leg ik voor den troon Uwer ï barmhartigheid neder. Gij, o Jesus! hebt mij j de kracht gegeven om het te maken, geef | mij ook de genade, om het te volbrengen.
Laat nu, o Heer! Uwen dienaar (Uwe dienares) in vrede gaan. Maar alvorens bid ik U zeer ootmoedig om vergifïenis voor alles, waarin ik bij het naderen tot Uw heilig Sacrament te kort gebleven ben. Verleen genadig § dat ik de volgende H. Communie met meer 5 I ijver, liefde en eerbied ontvangen moge. 3 Geef mij Uwen heiligen zegen , voor dat ik g heenga. Zegen mij, gelijk Gij Uwe lieve 'ö Leerlingen gezegend hebt, voor dat Gij van hen gescheiden en ten hemel opgeklommen 3 zijt. Zegen, 0 Jesus I mijne ziel en mijn * lichaam, mijn geheugen, verstand en wil; 0 mijne gedachten, woorden en werken. Zegen | den ganschen overigen tijd mijns levens, opdat § ik in Uwen heiligen dienst tot het einde toe standvastig volharde.
Zegen mij in mijn leven, opdat ik niets -zegge, niets denke, niets doe, dat U mishage. Zegen mij in mijn doodsuur, opdat ik, onderworpen aan Uwen wil, in Uwe genade en vriendschap sterve. Bewaar mij voor eenen haastigen, onvoorzienen, onzaligen dood. Laat mij niet sterven, voor dat ik waardig de heilige Sacramenten ontvangen heb, welke Gij tot mijnen en aller zondaren troost in UweH. Kerk hebt ingesteld. Bescherm mij in het uur des doods tegen al de bekoringen van den boozen geest; versterk mij in de smarten en angsten
9
GEBED om eenen Aflaat te verdienen.
O genadige God, hemelsehe Vader, die den Koning David wel zijne zonden hebt vergeven, maar hem niettemin daarvoor nog lijdelijke straffen hebt doen ondergaan, opdat Gij zoo wel aan Uwe rechtvaardigheid als aan Uwe barmhartigheid voldoen zoudet; Gij ziet mij thans met overgroote zonden beladen; want, alhoewel ik hoop, in het H. Sacrament der Biecht door Uwe genade de eeuwige pijnen der hel ontkomen te zijn, vrees ik echter, dat ik door mijn gering berouw of' andere gebreken U nog veelvuldige tijdelijke straffen schuldig ben, voor welke ik in dit of in het andere leven aan Uwe goddelijke rechtvaardigheid zal moeten voldoen.
Maar overweeg, bid ik U, o Heer, de ein-delooze verdiensten van Jesus Christus, Uwen Zoon, gedenk de verdiensten van alle Heiligen en Gelukzaligen en bijzonderlijk van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods, Maria, welke verdiensten bij U bewaard blijven tot vergeving onzer tijdelijke straffen, en die ons dooide mededeelingen onzer Moeder, de H. Kerk, worden toegevoegd. Verleen ons, oHeer! dat wij volkomen aan dezen onwaardeerbaren
schat Uwer Kerk deelachtig worden door een levend Geloof, eene vaste Hoop en eene brandende Liefde tot Jesus onzen Verlosser, die eene onuitputbare bron van barmhartigheid is. Daarom bid ik Uwe goddelijke Majesleit voor de verheffing en uitbreiding onzer Moeder de H. Kerk, opdat het U behage, haar altijd te beschermen en haar volgens Uwe belofte nimmer te verlaten. Dat deze Kerk, welke Gij enkel uil genade van alle eeuwen hebt verkoren, welke Gij door zoo vele krachtige middelen tot U getrokken en voor Uwe Bruid hebt aangenomen, altijd door Uwen Geest leve. Laat over haar de kracht Uwer genade schijnen, welke Gij, toen Gij haar aannaamt, haar tot een geschenk hebt gegeven; bestuur haar, bevredig haar in- en uitwendig, en laat ons, hare kinderen , in dat rijk aanlanden, waar alleen wezenlijk geluk en bestendigheid huisvesten.
Vernietig door Uwen krachtigen arm de ketterijen en scheuringen, welke het onver-deelbare kleed des Geloofs aanranden, maar spaar de bewerkers van die onheilen, beweeg hen tot betere gedachten te komen, en vereenig weder met Uwe Kerk allen, die van haar gescheiden zijn. Wees gedachtig, o Schepper, dat hunne zielen het werk Uwer handen zijn, naar Uw beeld en gelijkenis geschapen; stel U den bitteren dood voor oogen, dien Jesus, Uw eenige Zoon voor hunne zaligheid
^lt;OOC»OCOlt;gt;CXgt;CXgt;OOOOCX)CXlt;DCOCCXgt;CXlt;DOOlt;0000000lt;OClt;^Clt;CXXDlt;lt;rlt;OöOOOCOOOOO(lt;
â 61 â
ondergaan heeft; gedenk dat zij door hetzelfde dierbaar Bloed zijn vrijgekocht, gelijk wij;
trek hen uit de duisternis, en geleid hen tot §
het licht, opdat zij met ons aan de eeuwige 5 vreugde deelachtig worden.
Opperhoofd Uwer Kerk, Goddelijke Jesus, |]
zegen Uwen stedehouder, onzen H. Vader §
den Paus, gewaardig U, hem een lang leven â
te schenken; maak zijne regeering gelukkig q
op de aarde, en lever hem niet over aan het V
geweld zijner vijanden. Geleid hem genadig §
langs den weg der eeuwige zaligheid, opdat jj
hij door Uwe hulp begeere, wat U beha- §
gelijk is, en hetzelve met alle kracht volbrenge. 3
Vervul ook met Uwen H. Geest de Kardinalen, h
Patriarchen, Aartsbisschoppen, Bisschoppen, §
Prelaten en alle andere geestelijke personen, h
opdat hunne goede werken, hun arbeid en :
stichtelijk leven ons tot richtsnoer van ons h
leven strekken en tot het eeuwige leven ge- |
leiden. ij
Ik bid U ook, 0 Koning der koningen, dat ij
Gij aan alle wereldlijke opperhoofden in het y
Christendom, alle koningen en christelijke J
gezagvoerders de volle vereeniging, vrede en â¢
overeenstemming wilt schenken; vereenig hen §
zoo nauw , 0 God van liefde en eendracht, y
dat twist hen nimmer store; laat Uw volk in ^ rust bloeien, vooral in deze landen, en laat ons dien vrede genieten, welken Uwe goedheid en Uw bijzondere zegen ons alleen kunnen
ooooooolt;)Ooooooolt;lt;^xdoolt;gt;ococolt;ooolt;ooooooooolt;gt;oocxxooooooooooooooolt;c
gt;ooooolt;oooxgt;xooooolt;gt;cxooooooooooooooooolt;Kgt;NCxgt;cgt;gt;olt;gt;ooooooooooooooolt;ia
â - 62 - !
J schenken. Doe ook de plagen ophouden, o
? barmhartige Heer! welke wij door onze zonden lt;
ö meer dan dubbel verdienen; laat den onschul- 1
â dige niet om den schuldige lijden, noch straf j
0 den rechtvaardige om den onrechtvaardige , ')
f maar laat allen Uwe overgroote barmhartig- ^
t: heid ondervinden. 5
§
Verleen eindelijk, o Verlosser van het men- j S schelijk geslacht, aan allen, die in doodzonden
lt;â , zijn, de genade tot boetvaardigheid; aan hen, j
ö die in doodsgevaar zijn, den zaligen overgang 5
uit dit leven; aan al mijne bloedverwanten, «
S vrienden en vijanden, aan alle menschen en j
t ook aan mij Uwen bijzonderen bijstand om :
wèl te leven en de overgroote gave van vol-
i harding ; dit smeek ik U, o liefderijke Jesus, \
à die met God den Vader en den H. Geest j ^ leeft en regeert in alle eeuwigheid. Amen.
I |
g Als men den Aflaat aan de zielen in het 3
fi Vagevuur wil toevoegen, kan men tot
- dat einde het volgende gebed doen.
ö
Groot e God , onuitputbare bron van goed- ^ t heid en liefde! Gij voorziet in de tijdelijke en
eeuwige behoeften Tlwer schepselen. Zoo stelt' ^ Gij ons in staat om de zielen onzer broeders
en zusters, die ons reeds in den dood zijn â
voorgegaan, van de banden te ontslaan, die ;
b)OOC03CC»COC»0amp;0lt;000lt;0lt;)C»03C000000lt;gt;C000000000050X300000000amp;C»0()lt;j
â 63 â
hen tot nog toe Uw aanschijn doen derven. 0, welk geluk voor mij , als ik dooi- mijne Si gebeden, door mijne goede werken den overgang eener ziel tot U bespoedig; welke erkentelijkheid zal zij, in den Hemel zijnde, § aan mij betoonen ! Verhoor dan, o Zaligmaker j onzer zielen , mijn ootmoedig smeeken; ik 5 smeek U om de verlossing Uwer oprechte 'J vrienden, voornamelijk van N. en N., voor 5 wier verlossing ik dezen Aflaat, den onwaar- 3 deerbaren prijs van Uw goddelijk Bloed uit het binnenste mijns harten opoffer; en moch- l ten dezen dien Aflaat niet noodig hebben, 3 gewaardig U dan, hem aan die zielen i toe te voegen, voor welke geene bijzondere 3 gebeden gestort worden; beschik er over 5 gelijk het U behaagt. Verlos deze naar U 1 verlangende zielen toch spoedig uit de ver- J schrikkelijke pijnen; doe haar tot het bezit ,i Uwer heerlijkheid geraken, opdat zij U van § aanschijn tot aanschijn in alle eeuwigheid loven en danken Amen. ;
OPMERKIKG.
Om de Aflaten te verdienen , moet men in staat van genade zijn; men moet de voorgeschrevene gebeden godvruchtig lezen en de andere vereischte voorwaarden volbrengen; men moet de meening hebben
â 64 â
om de Aflaten te verdienen en zich ontdoen van alle gehechtheid aan de zonde.
Om eenen vollen Aflaat te verdienen , moet men 1° een waar en oprecht leedwezen hebben over zijne zonden, 2quot; eene goede Biecht doen , 3quot; godvruchtig communiceeren, 4° God vurig bidden volgens de meening der H. Kerk.
Degenen die gewoonlijk alle weken biechten en communiceeren, kunnen al de volle Aflaten (het Jubilé uitgezonderd) verdienen, welke gedurende de week voorkomen, zonder eiken keer te biechten , indien zij in staat van genade volharden.
Somtijds wordt de Biecht en de H. Communie niet vereischt om eenen vollen Aflaat te verdienen, zooals den vollen Aflaat, die verleend is aan het bezoeken der Statiën van den Kruisweg, en dien, welken de leden van de Broederschap der gedurige aanbidding eens in de maand kunnen verdienen door een uur het Allerheiligste te aanbidden; doch men moet in staat van genade zijn.
LITANIE
VAN DE
ALLERHEILIamp;STE DRIEVÃLDIamp;HEID.
DES ZONDAGS.
Heer, ontferm ü onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Heer, die een Geest zijt en in geest en
waarheid wilt aanbeden worden,
Heer, wiens Godheid noch goud, noch zilver, noch steen, of iets dergelijks is, Heer, aan Wien niemand gelijk is, en buiten
Wien er geen God is.
Koning der eeuwen, die alleen van natuur de onsterfelijkheid bezit,
Groote God, uit Wien alles voortkomt, en door Wien alles behouden wordt,
â 66 â
XZXOC gt;0gt;0)0gt;0gt;00cgt;gt;0)0gt;0gt;0
Heer, in Wien wij leven, ons bewegen en
ons aanzijn hebben;
Heer, die overal zijt, en wiens voorzienigheid alles bestuurt,
Heer, die zoo groot zijt, dat U geene gedachten kunnen begrijpen.
Heer, dien geheel het aardrijk, noch de
hemelen bevatten kunnen,
Heer, dien geen mensch gezien heeft,
noch zien kan,
Heer, wiens oordeelen ondoorgrondelijk,
en wiens wegen onnaspeurlijk zijn.
Heer, voor wiens Majesteit wij slechts stof g en asch zijn, 2;
Heer, die alles doet, wat U belieft, in den g hemel, op de aarde, in de zee en in de afgronden, ^
Heer, die de harten der menschen in Uwe g hand hebt en ze neigt, zoo Gij wilt, g Heer, die een verterend vuur zijt, wiens ~
gramschap niemand kan wederstaan,
Heer, die een ieder naar zijne werken vergeldt,
Heer, die alles in getal, gewicht en maat regelt,
Heer, die onze harten en onze nieren doorgrondt.
Heer, die alles bemint, wat er is, en niets
haat van al, wat Gij geschapen hebt,
Heer, die de zonden der menschen, orn hunne boetvaardigheid, kwijtscheldt,
Heer, die in Uwe woorden waarachtig en
in Uwe beloften getrouw zijt, §
Heer, die niet will, dat wij zullen vreezen, 5; dewijl Gij, onze God en Helper, met g ons zijt, ^
Allerheiligste God, van wiens heerlijkheid ^ geheel de aarde vervuld is, g
Heer, Wien alle eer en heerlijkheid toe- g komt, ü.
Heer, die zelf het loon Uwer dienaren zijt, Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle hoovaardij en opgeblazenheid des
geestes, verlos ons. Heer!
Van alle onmatigheid en onkuischheid. Van alle gramschap, nijd en kwaden wil
tegen onzen naaste,
Van traagheid, en van alle aardsche en
ongeregelde droefheid,
Van gierigheid, die de wortel van alle ^ kwaad is, g
Door Uwe onbepaalde almacht, o
Door Uwe oneindige wijsheid, ^
Door Uwe overvloedige goedheid, ^
Door Uwe ondoorgrondelijke alwetendheid quot; en voorzienigheid, quot;
Door den diepen afgrond van de oordeelen
uwer rechtvaardigheid,
Door Uwe volmaakte en onveranderlijke
gelukzaligheid,
In den dag des oordeels,
â 68 -
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons de genade wilt verleenen, oin U uit geheel onze ziel, uit geheel ons verstand en uit al onze krachten te beminnen,
Dat wij Uwen H, Naam nooit lichtvaardig gebruiken,
Dat wij de Zon- en Heiligendagen, die U g zijn toegewijd, in godsdienstige en cquot;quot; andere goede werken mogen overbren- ~ gen en heiligen, g-
Dat wij onzen ouders en allen overheden 3 eerbied en gehoorzaamheid om uwent- ei wil bewijzen, lt;
Dat wij nooit het leven of de eer van 2 onzen evenmensch krenken, §quot;
Dat onze zielen nimmer door onkuische werken, woorden, begeerten of gedach- o ten besmet worden, ^
Dat wij nooit iemand door onrechtvaardigheid beschadigen.
Dat wij onzen mond van valsche getuigenis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren. Dat Gij onze harten tot het onderhouden
Uwer geboden wilt neigen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
â 69 â
Allerheiligste Drievuldigheid, hoor ons! Allerheiligste Drievuldigheid, verhoor ons!
Onze Vader, enz.
Almachtige en eeuwige God, die Uwen dienaren door de belijdenis van het ware geloof de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid hebt doen kennen, en hun geleerd hebt, in de oppermachtige Majesteit één wezen te aanbidden , wij bidden U, dat wij door de standvastigheid van dat geloof van allen tegenspoed bevrijd mogen worden, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
GEBED
tot onderwerping aan Gods H. Wil.
Heer, almachtige God, oneindig goed en oneindig wijs, door de verdiensten der volmaakte onderwerping, waarmede Jesus Christus, onze Zaligmaker, den kelk Zijns lijdens aanvaardde, en Maria, Zijne goddelijke Moeder, alsook de H. Joseph, Uw getrouwe dienaar, altijd onderworpen zijn geweest aan Uwe bevelen; geef ons de genade van in alles, en tot het laatste oogenblik des levens. Uwen allerheiligsten, allerrechtvaardigsten en alleraan-biddelijksten Wil te volbrengen, gelijk hij in den Hemel volbracht wordt. Amen.
SOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO-^
©7^©. -{!b
GKE^BEXD
TOT DEN
Keiligen Oeest.
Bewerker der zaligheid onzer zielen, Geest van liefde en waarheid, ik aanbid U als den oorsprong van mijn eeuwig geluk; ik bedank ü als den oppersten uitdeeler der weldaden, die ik uit den hemel ontvang; ik aanroep U als de bron van bet licht en de sterkte, die ik noodig heb om het goed te kennen en uit te oefenen. Geest van licht en sterkte, verlicht dus mijn verstand, versterk mijnen wil, zuiver mijn hart, bestier daarvan de bewegingen , en maak mij vatbaar voor al Uwe ingevingen.
Vergeef mij, Geest van zachtmoedigheid en barmhartigheid , vergeef mij mijne gedurige ongetrouwheden, en de schandige verblind-beid, waarmede ik dikwerf aan de zoetste en de treffendste ingevingen Uwer genade wederstaan heb. Ik wil eindelijk ophouden wederspannig te zijn; ik wil voortaan Uwe ingevingen met zooveel leerzaamheid volgen, dat ik de vruchten moge smaken en de gelukzaligheid genieten, welke Uwe heilige gaven in de zielen voortbrengen. Amen.
y^'-Tr,
lOOOOOOOOOOCXOOOOOOOOOOOOOOOOOOCXOOOOOCC
LITANIE
HEILIGEN GEEST.
DES MAANDAGS.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons !
Christus, verhoor ons!
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld.
God, H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God ,
H. Geest, die van den Vader en den Zoon
voortkomt,
Geest der eeuwige Waarheid,
Geest van wijsheid en verstand,
Geest van raad en sterkte,
Geest van de vrees des Heeren,
Geest van heiligmaking.
B
a
O 3
Geest van kracht, liefde en matigheid, Geest, door wiens ingeving de Profeten gesproken hebben.
[0oco00000000000«300lt;0c0lt;0lt;00000000cxlt;^ci0c)0lt;«
^gt;ooolt;x3gt;ocxgt;ooooooooooooooooooooooooooo
â 72 -
p H. Geest, wiens zalving ons alle dingen g leert,
Q H. Geest, die de dolende zondaren bekeert, [i H. Geest, die Uwe ware geloovigen van
één hart en ééne ziel maakt, i H. Geest, die Uwen kinderen den waren à vrijdom verleenl,
g H. Geest, die de dubbelhartigen en geveins-ö den ontvlucht ,
5 H. Geest, die de ziel van het lichaam der o heilige Kerk zijt.
y H. Geest, die ons de duisterheden van de g H. Schrift door Uwe H. Kerk verklaart, £ H. Geest, die over de Apostelen zijl nedergedaald en in hunnen mond Uwe woor-§ den gelegd hebt,
ö H. Geest, die alléén ons Gods wet kunt
doen volbrengen,
o H. Geest, die zelf ook de Gever van het
6 bidden zijt,
g H. Geest, die zelf in en voor ons bidt door onuitsprekelijke verzuchtingen, H. Geest, die onze harten van droefheid verlost, en die met liefde, blijdschap en vrede vervult,
H. Geest, die het geduld, de goedertierenheid en de goedheid geeft,
H. Geest, die onze zielen met zachtmoedigheid en zedigheid versiert,
11. Geest, die ons de onthouding en kuisch-heid verleent,
H. Geest, die de liefde Gods in onze harten uitstort,
H. Geest, die in Uwe geloovigen als in Uwe
tempels woont,
H. Geest, die uit Uwe geloovigen stroomen van levende wateren doet voortvloeien, H. Geest, door Wien wij nu niet meer slaven, maar kinderen Gods en erfgenamen des Hemels zijn,
H. Geest, door Wien de slaafsche vreesachtigheid is weggenomen, en Gods kinderen met liefde en betrouwen roepen tot hunnen Vader,
H. Geest, die ons naar de voltrekking onzer aanneming en verlossing doet zuchten en verlangen,
H. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken , Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer! Van alle zonde, verlos ons, Heer! Van vermetelheid en wanhoop, Van ongeloovigheid en hardnekkigheid tegen de bekende waarheid,
Van alle bekoringen en lagen des duivels. Van afgekeerdheid, tweedracht, gramschap
en nijd tegen onzen naaste,
Van alle onreinheid van ziel en lichaam. Van onboetvaardigheid en verhardheid des gemoeds ,
Van allen geest, die aan U tegenstrijdig is,
Door Ãwe altijddurende voortkomst van
den Vader en den Zoon, ^
Door Uwe wonderbare werking, door welke Christus in het lichaam van de ° zuivere Maagd ontvangen is, o
Door Uwe nederdaling over Christus ten
tijde zijns Doopsels, UI
Door Uwe komst over de leerlingen van g Christus, ü
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat wij nooit de begeerten des vleezes
volbrengen.
Dat Gij den geest der rechtvaardigheid in
onze harten wilt vernieuwen,
Dat Gij van ons nooit weggaat, J.
Dat Gij ons wilt versterken, om vroom ^
het goede uit te werken,
Dat wij U nooit bedroeven,
Dat wij U nooit wederstaan, 3
Dat Gij onze harten zóó wilt vervullen, dat de vermaken der wereld in ons ^ geene plaats vinden, 2
Dat wij alle geesten niet gelooven, maar oquot; wijselijk onderscheiden of zij uit God zijn, ° Dat wij, door Uwe genade, in den geest o der zachtmoedigheid de zondaren onder-richten en vermanen,
Dat wij altijd arm van geest mogen zijn. Dat Gij ons de christelijke en heilige droefheid wilt leeren,
- 75 â
Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de
rechtvaardigheid wilt maken, J;.
Dat Gij ons de zachtmoedigheid en harm-hartigheid tot alle menschen wilt in- Z. storten, mquot;
Dat wij den vrede met onzen naaste zoo 3 onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden, c
Dat Gij ons zuiver van harte wilt maken,
opdat wij God mogen zien, g
Dal wij de vervolging, om de rechtvaar-
digheid, als een bijzonder geluk achten, g Dat Gij ons tot het einde toe in het goede ^
wilt bevestigen.
Lam Gods , dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer I
Onze Vader, enz.
O God! die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over Zijne vertroosting mogen verblijden. Door onzen Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon. Amen
*X^XX3gt;OCgt;XCXgt;0')OOOOCgt;X^gt;XIXX300Xgt;gt;OX300000Cgt;lt;gt;30XDOOOC^Olt;gt;Cgt;OOQOOOOOOOOOgt;
~ 76 â
ïiofzang ^Veni ^neatov,
OM DE GENADE DES HEILIGEN GEESTES AF TE SMEEKEN.
Kom Schepper, Heilige Geest, bezoek de harten Uwer geloovigen; vervul met Uwe genade de zielen, die Gij geschapen hebt.
Gij zijt onze Trooster, de gave van den éénigen God, de bron des levens, het vuur, de liefde en de geestelijke zalving.
Gij zijt zevenvoudig in Uwe gaven; Gij zijt de vinger van 's Vaders rechterhand; Gij zijt de belofte des Vaders, die onze tongen doet spreken.
Ontsteek Uw licht in onze zinnen, stort Uwe liefde in onze harten, en versterk ons zwak vleesch voortdurend met de kracht Uwer genade.
Verdrijf den vijand ver van ons en geef ons duurzamen vrede, opdat wij onder Uwe leiding schuwen al wat ons tot zonde kan brengen.
Laat ons door U den Vader en den Zoon kennen en altijd gelooven, dat Gij de Geest van beiden zijt.
Glorie zij God, den Vader, en den Zoon, die van den dood verrezen is, en den Vertrooster, den Heiligen Geest, in alle eeuwigheid. Amen.
^lt;lt;^KOooocx)Ooooooooooooocoooooooooooooooc)cr gt;olt; oooooooooooooooooooc:
r;o'^
LITANIE
VAN DEN
ZOETEN NAAM JESÃS.
OP DINSDAG.
(Een aflaat van 300 dagen verleend door Z. H. Paus Pius IX aan de geloovigen van het Aartsbisdom van Utrecht en van het Bisdom van Haarlem, die godvruchtig deze litanie zullen bidden.)
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jesus, hoor ons!
Jesus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld,
God, Heilige Geest,
Heilige Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God,
Jesus, glans des quot;Vaders,
Jesus, gloed van het eeuwige licht,
Jesus, Koning der glorie,
Jesus, zon der rechtvaardigheid,
Jesus, Zoon der H. Maagd Maria,
Beminnelijke Jesus,
o
(T)
5 cl
O 5
â 78 â
Wonderbare Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende eeuwen, Jesus, Verkondiger der groote ' raadsbesluiten.
Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus,
Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, Jesus, Minnaar der zuiverheid,
Jesus, onze Minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, toonbeeld der deugden,
Jesus, Zielenijveraar,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
Jesus, Vader der armen,
Jesus, schat der geloovigen,
Jesus, goede Herder,
Jesus, waarachtig licht,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en ons leven,
Jesus, blijdschap der Engelen,
Jesus, Koning der Oud vaders,
Jesus, Meester der Apostelen,
Jesus, Leeraar der Evangelisten,
Jesus, sterkte der Martelaren,
Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der Maagden,
XCXlt;gt;gt;00000000000000000lt;
â 79 â
Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm U onzer!
Wees genadig, spaar ons, Jesus!
Wees genadig, verhoor ons Jesus!
Van alle kwaad, verlos ons, Jesus!
Van alle zonden.
Van Uwe gramschap,
Van de lagen des duivels,
Van den geest der onkuischheid,
Van den eeuwigen dood.
Van de verwaarloozing Uwer inspraken, g
Door het geheim Uwer H. Menschwording, g-
Door Uwe geboorte, m
Door Uwe kindsheid, §
Door Uw goddelijk leven,
Door Uwen arbeid,
Door Uwen doodstrijd en lijden, ï
Door Uw kruis en Uwe verlatenheid, ^
Door Uwe droefheden.
Door Uwen dood en Uwe begrafenis,
Door Uwe verrijzenis,
Door Uwe hemelvaart.
Door Uwe vreugden.
Door Uwe glorie.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus 1 Jesus, hoor ons ! Jesus, verhoor ons!
â 80 â
LAAT ONS BIDDEN.
Heer, Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan: wij smeeken U, geef ons, op ons bidden, het vuur
Uwer goddelijke liefde, opdat wij U met ge- ^
heel ons hart, onzen mond en onze werken ö
beminnen, en nimmer ophouden U te loven. §
Maak, o Heer, dat wij altijd Uwen heiligen p Naam vreezen en te gelijk beminnen; nooit ^
immers houdt Gij op, hen te besturen, die H
Gij in Uwe liefde hebt gegrondvest. Door §
Christus onzen Heer. Amen. §
ytANROEPING VAN DEN ji. J^AAM jIESUS.
O, goede Jesus ! allerteerhartigste Jesus ! o,
allerzoetste Jesus! O, Jesus, Zoon van de H. lt;
Maagd Maria, vol barmhartigheid en goedheid ! gt;
Jesus, ontferm U mijner volgens Uwe groote *
barmhartigheid! O, allerzachtrnoedigste Jesus! C
ik smeek U, door dat dierbaar bloed, hetwelk §
Gij voor de zondaren hebt willen vergieten, §
dat Gij al mijne ongerechtigheden wilt uitwis- |
schen; werp eenen medelijdenden oogslag op 5
mij, ellendige en onwaardige, die U ootmoe- g
dig om vergiffenis van mijne zonden smeekt §
door Uwen heiligen naam Jesus aan te roepen, h
O, naam Jesus! allerzoetste naam! Naam §
Jesus! liefelijke naam! Naam Jesus! ver- |
*gt;00000000000''
troostende naam ! want wat wil Jesus zeggen dan Zaligmaker ? 0, Jesus! wees mij, uit hoofde van Uwen heiligen naam, een Jesus, en maak mij zalig; gedoog niet, dat ik verworpen worde, nadat gij Uw bloed voor mij vergoten hebt. 0, goede Jesus ! dat mijne ongerechtigheid, mij, die door Uwe almacht en goedheid geschapen werd, niet doe verloren gaan! 0, zoete Jesus! erken in mij, wat van U is, en verdrijf al wat vreemd is; ontferm U mijner, terwijl de tijd der vergiffenis nog daar is. opdat Gij mij niet veroordeelet, wanneer het tijd zal zijn mij te oordeelen. Welk nut zoudt Gij van mijn bloed hebben, zoo ik in het eeuwig verderf nederdaal! Heer de dooden zullen U niet loven, noch alle die in de hel nederdalen. O, allerbeminnelijkste Jesus, Jesus, Jesus! ontvang mij onder het getal Uwer uitverkorenen; o, Jesus! zaligheid dergenen, die inU gelooven; o, Jesus, troost van hen, die hunne toevlucht tot U nemen! o Jesus! Zoon van de Maagd Maria! stort in mij Uwe genade. Uwe wijsheid, de kuischheid en de ootmoedigheid, opdat ik U volmaakt moge beminnen, loven, dienen en mij in U roemen met allen die Uwen heiligen naam aanroepen. Amen.
LITANIE
VAN HET
ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
DES DONDERDAGS.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God,
Levend Brood, uit den Hemel nederdalende,
Verborgen God en Zaligmaker,
Tarwe der uitverkorenen,
Wijn, die maagden voortbrengt.
Voedzaam Brood, en vermaak der Koningen,
Altijddurende Oflerande,
Zuivere opdracht.
Lam zonder vlek.
Allerzuiverste Maaltijd,
Spijs der Engelen,
Verborgen Brood des Hemels,
Gedachtenis van Gods wonderen , Bovennatuurlijk Brood,
Woord, dat vleesch geworden zijt, en onder
ons Uwe woonplaats hebt.
Heilig Offer,
Kelk der zegening.
Geheim des Geloofs,
Verheven en hoogwaardig Sacrament, Allerheiligste Offerande,
Zoenoffer voor levenden en dooden, Hetnelsch Behoedmiddel tegen de zonde, Wonder van Gods wonderen. Allerheiligste Gedachtenis van het lijden
des Heeren,
Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk Gedenkteeken der goddelijke liefde.
Overvloeiende Bron van Gods milddadigheid,
Overheilig en wonderbaar Geheim, Krachtige Spijs der onsterfelijkheid, Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, Onbloedige Offerande,
Alleraangenaamste Maaltijd, waarbij de Engelen tegenwoordig zijn en dienen, ïeeken van genade,
Band van liefde.
Offeraar en Offerande,
Geestelijke zoetigheid, welke in haar eigen oorsprong gesmaakt wordt,
â 84 â
oooooocx
Verkwikking der heilige zielen, ontferm U onzer!
Teerspijs dergenen, die in den Heer sterven,
ontferm U onzer!
Onderpand der toekomende heerlijkheid, ontferm U onzer!
Wees genadig, spaar ons, Heer!
Wees genadig, verhoor ons. Heer!
Van het onwaardig nuttigen Uws Lichaams en
Bloeds, verlos ons, Heer!
Van de begeerlijkheid des vleezes,
Van de begeerlijkheid der oogen.
Van de hoovaardij des levens.
Van alle gelegenheid tot zondigen,
Door de groote begeerte, die Gij gehad hebt, om dit Paaschlam met Uwe Leerlingen te eten, ^ Door de diepe ootmoedigheid, waarmede g-Gij de voeten Uwer Leerlingen gewas- m schen hebt, § Door de onuitsprekelijk groote liefde, waar- ® mede Gij dit heilig Sacrament hebt in-gesteld, to Door Uw dierbaar Bloed, dat Gij ons op ~
het Altaar hebt nagelaten.
Door de vijf Wonden, welke Gij voor ons in Uw Allerheiligst Lichaam hebt ontvangen,
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij U gewaardigt, het Geloof, de eerbiedigheid en de begeerte tot dit won-
â 85 â
derbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren,
Dat Gij U gewaardigt, ons door eene ware 3. belijdenis onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke Spijze voor te ^ bereiden, g-
Dat Gij U gewaardigt, ons van alle ketterij, 3 ongeloovigbeid en verblindheid des har- cl ten te verlossen, ^
Dat Gij U gewaardigt, de kostelijke en £3 hemelsche vruchten van dit heilig Sa- sf crament overvloedig in ons uit te storten, Dat Gij U gewaardigt, ons in het uur des g doods met deze hemelsche Teerspijze tot » de reize naar de eeuwigheid te versterken, Zoon van God,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Heer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, enz.
i/. Heer, verhoor mijn gebed,
Hr. En laat mijn geroep tot U komen !
rjgt;oolt;olt;gt;ooo)ooolt;o-gt;olt;oooocgt;gt;ooolt;lt;
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis Uws Tijdens hebt nagelaten, â wij bidden U, geef, dat wij de heilige geheimen van Uw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vruchten van Uwe verlossing gedurig in ons mogen ontwaren. Die met den Vader en den Heiligen Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Qebed tot Jest($ in l\et /Ulepl\eiligste 3£iGp£UT\ent des /UtwS-
J Zachtmoedige Jesus! liefderijke Jesus, die, o
⢠door eene overmaat der wonderbaarste liefde, 8
5 in het heilige Sacrament des Altaars tusschen '(â
'i ons hebt willen verblijven, ik erken U daar §
'â voor mijnen oppersten Heer en mijnen God. rj
; Ik aanbid U daar met gevoelens der diepste ^
J ootmoedigheid, ik bedank U uit geheel mijn fi
3 hart voor de oneindige teederheid, welke Gij 9
? ons bewijst, niettegenstaande de slechte be- fi
t handelingen, welke Gij van ons ondergaan Ã
â moet. Doordrongen van droefheid op het. aan- g
sj schouwen der ondankbaarheden, kom ik, o, 2
:: Heer, eereboete doen aan Uwe goddelijke fi
A^;XXOlt;gt;Ogt;XIX)Olt;gt;Olt; gt;olt;xrxxigt;lt;gt;olt;gt;olt;xzgt;KZ»cgt;amp;cxxi^?colt;gt;ogt;oxix«olt;xDoocoooocgt;
t _ 87 â
t Majesteit, voor al de ontheiligingen, al de
P goddeloosheden, de heiligschendenjen, die er
0 bedreven zijn, en die er tegen Uw aanhidde-
f lijk Sacrament kunnen bedreven worden. O,
[ mijn God! konde ik U de droefheid toonen,
S; welke ik gevoel, van zelf zoo dikwerf vóór II
C met weinig eerbied verschenen te zijn, en
;⢠van tot ü genaderd te zijn met zoo weinige
p liefde en zoo weinige vurigheid!
Vergeef, o Heer, onze ongerechtigheden,
0 om slechts Uwe barmhartigheden indachtig
£ te wezen. Aanvaard het rechtzinnige verlan-
^ gen, dat ik heb, van U te eeren en van U in
6 Uw heilig Sacrament van liefde geëerd te
r- zien. Ja, ik verlang uit gansch mijn hart U
£ daar te beminnen, te zegenen, te loven, te
f) aanbidden, zoo veel Gij er bemind, gezegend,
£ geloofd en aangebeden wordt door de Enge-
£ len en de Heiligen; en ik smeek U, door dit
[ aanbiddelijk Lichaam en dit kostbaar Bloed,
T waarvóór ik nedergeknield ben, te maken,
^ dat ik voortaan U zoo eerbiedig aanbidde, en
g U zoo waardig ontvange, dat ik, na mijnen
D dood, U met al de gelukzaligen moge ver-heerlijken in de eeuwigheid. Amen.
C;
,K3(K^gt;cgt;xgt;xigt;)oooxgt;)oooooooigt;cgt;oooooooooo'
â 88 â
LOFZANG
IvIlSrOTJA.
Loof, tong, het heerlijk goed Van 't Vleesch, en 't dierbaar Bloed, Dat, in deez' disch besloten,
De Vorst, die 't leven geeft.
Die ed'le vrucht, eens heeft Tot 's werelds heil vergoten.
Die ons is opgedaagd Uit de Onbevlekte Maagd,
En in de wereld woonde.
Daar zaaide 't zaad van 't woord;
Door wond'ren nooit gehoord.
Zijn' levens uitgang kroonde.
In d' allerlaatsten nacht.
Als 't Pascha werd volbracht. Den Joden voorgeschreven.
Heeft Hij de Wet in all'
Voldaan, aan 't Broed'rental Zich tot een' spijs gegeven.
't Woord vleesch, vormt door hel woord Van 'tbrood Zijn Vleesch, en voort Van wijn Zijn Bloed; al zwichten Hier zinnen, brein en reên,
't Geloof volstaat alleen,
Om 't zuiverst hart te stichten.
Des buigen wij ons neêr, Dit Sacrament ter eer'!
Dat de oude teekens wijken
^JOOOOCXOOOOOOOO
Voor Christus'Kerk en Wet; 't Geloof sta onverzet,
Daar oog en tong bezwijken.
Geloofd zij op den troon De Vader en de Zoon,
Geëerd, geroemd , geprezen. Gelijke lof behoort Hem, die van beid' komt voort In 't eenig God'lijk Wezen.
|Lereboete aan het Allerheiligste ^Sacrament des ^ltaars.
0, mijn God! o mijn Zaligmaker. Jesus Christus! waarachtig God en waarachtig mensch, ik vereer U met de diepste ootmoedigheid, welke het geloof mij ingeeft, ik bemin U uit geheel mijn hart. Ik aanbid Uwen goddelijken Persoon verborgen in het heilige Sacrament des Altaars, tot herstelling van al de oneerbiedigheden, de ontheiligingen, de heiligschen-derijen, welke ik het ongeluk gehad heb zelf te bedrijven, gelijk ook van al degene, die door anderen bedreven zijn, of nog bedreven zouden worden. Ik offer U dus op, o, mijn God! mijne diepe aanbiddingen, welke diegene niet kunnen evenaren, die U toekomen; maar, indien ik U zoo veel niet aanbidden kan, als Gij dit verdient, wil ik ten
/plt;x^jooooolt;xc»cgt;joooooooocrxgt;olt;gt;cgt;)ooooooooooooc»cx)coooclt;gt;ooooooooooooolt;
I _ 90 _
^5
i minste dit zoo veel en zoo goed doen, als | liet in mijne macht is; en ik zou het met p de volmaaktheid willen doen, waartoe al de
redelijke schepselen bekwaam zijn. ; Ik heb dan het inzicht van U te aanbidden, vi voor nu en altijd, niet alleen voor al de ka-p tholieken, die U noch aanbidden noch beniin-ï non, maar ook voor de ketters, de schisma-Heken, de goddeloozen, voor de godslasteraars ^ en de booswichten, voor de Mahomedanen, £ Joden en heidenen, om aan te vullen den ^ dienst, welken zij U verplicht zijn, maar U t weigeren en om van U hunne bekeering te J bekomen. Wees, o, Jesus! wees, o, goddelijke Zaligmaker! gekend, aanbeden, bemind en gedankt, op eiken stond, in het allerheiligste en goddelijke Sacrament. Amen.
SCHIETGEBED.
Geloofd en gedankt zij op eiken stond het allerheiligste en allergoddelijkste Sacrament.
pefening van toewijding aan onzen ^eer ^TESUS pHRISTUS in het Allerheiligste ^Sacrament.
O, Jesus! Slachtoffer van liefde, die U zoo mild aan ons geeft in dit aanbiddelijk Geheim, ik wil mij ook geheel aan U geven. Ik offer U op en ik wijd U toe mijn lichaam en mijne
I ziel, mijne gedachten, mijne woorden en mijne
s werken. Ik wil nimmer leven, o, mijnJesus!
t dan om U te beminnen, U te aanbidden, U
? te verheerlijken.
Ik wil, dat al wat in mij is, U zonder uit-
ï sluiting toebehoore. Wel is waar, o, mijn Zalig-
l; maker, ik ben niet waardig genoeg; ik ben slechts eene nuttelooze dienaar (dienares);
t maar, indien ik U weinig geef, geef ik U ten
^ minste, wat ik U geven kan, en ik weet, dat
5 Gij de verlangens mijns harten zult inzien,
ï Hoe zeer verlang ik, o, mijn Jesus ! U waardige
v aanbiddingen te doen! Onbekwaam om dit
; ten uitvoer te brengen, offer ik U op, om
0 aan te vullen, wat door mijne onbekwaamheid
* te kort blijft, de eerbewijzingen, welke Gij
1 ontvangt van de Engelen, de Heiligen en de rechtvaardige zielen, die hier op aarde Uw
C genoegen uitmaken. O, goede Jesus! ik smeek
5 er TJ om, door de gebeden en de verdiensten
| van al de vurige vereerders van Uw Sacra-
? ment; maak, dat al mijn geluk besta in U,
j: als mijnen God, in Uw heilig Sacrament des
j; Altaars te aanbidden; in aan U te gehoor-
h zamen als aan mijnen Koning; in U als mijn
J Voorbeeld, na te volgen; in U, als mijnen
^ Vader, te beminnen en te eerbiedigen , in U,
^ als het opperste Goed mijner ziel, voor altijd
* aan te kleven. Amen.
5
pEBED TOT HET pODDELIJK J-ÃART VAN ^ESUS
^LLEI^H. ^ACRAMENT DES ^LTAARS.
Ziedaar, o, mijn beminnelijke Zaligmaker! welke de overmaat Uwer liefde voor mij geweest is. 0, Jesus! Gij hebt mij eene goddelijke tafel bereid, waar Gij gewild hebt, dat Uw Lichaam mijne spijs en Uw Bloed mijn drank werd, opdat Gij U gansch aan mij zoudt kunnen geven. Wie dan heeft U zulke overmaat van liefde kunnen inboezemen, tenzij de onmeetbare liefdadigheid van Uw goddelijk Hart? 0, aanbiddelijk Hart van Jesus ! gloeiende oven van heilige liefde, gewaardig U mijne ziel in Uwe heilige Wonde te aanvaarden. In die school van liefde is het, dat ik meer en meer mijnen God wil leeren beminnen, die mij zoo treffende bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.
pEBED VAN DEK H. pAJETANUS TER EERE VAN HET ^LLERH. pACRANIENT, VOORNAMELIJK TE BIDDEN ONDER DE H. JJLIS.
Zie, Heer, uit Uw heiligdom en uit Uwe verhevene woning des hemels neder, en aanschouw deze allerheiligste Hostie, die onze Opperpriester, Uw welbeminde Zoon , onze
Heer Jesus , U voor de zonden Zijner broederen opdraagt; ach! wees ons genadig en wisch onze menigvuldige boosheden uit. Hoor hier de stem van het Bloed van Jesus, onzen Broeder, die van het kruis tot U roept! Verhoor ze, o. Heer; laat U verzoenen. Heer; aanschouw ons en doe barmhartigheid; vertoef niet, o, mijn God, ons om U zeiven ter hulp te snellen ; want men heeft Uwen naam over deze stad en over Uw volk aangeroepen ; handel met ons volgens Uwe barmhartigheid. Amen.
5 Heer, ontferm U onzer!
à Christus, ontferm U onzer!
§ Heei', ontferm U onzer!
^ Christus, hoor ons!
5 Christus, verhoor ons!
o God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! § God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U g onzer!
§ God, H. Geest, ontferm U onzer! y H. Drievuldigheid, één God,
ö .Tesus, om onze zonden in den hof der ij Olijven benauwd en bedroefd tot den g dood toe, ^
Jesus, door eenen Engel versterkt, opdat g wij in allen nood onze hulp van den hemel zouden leeren verwachten, â
Jesus, die Uwen verrader minzaam hebt g ontvangen, om ons de zachtmoedigheid te leeren, ~
Jesus, van Uwe discipelen verlaten, opdat
â 95
»olt;gt;ooooooooox»oooi
wij op God alleen zouden leeren betrouwen ,
Jesus, van de Joden gebonden, om ons van
de zonden te ontbinden,
Jesus, voor Annas en Caiphas valschelijk beschuldigd, opdat wij alle ongelijk zouden leeren verdragen,
Jesus, door Petrus verloochend, opdat wij onze krankheid zouden leeren kennen, en ons zeiven mistrouwen,
Jesus, door Herodes met een wit kleed bespot, omdat wij het kleed der onschuld verloren hadden,
Jesus, achter Barabbas gesteld, opdat wij ons nooit boven anderen zouden verheffen, Jesus, wreedelijk gegeeseld en met doornen gekroond, opdat wij het gemak en alle eerzucht zouden verfoeien,
Jesus, gelasterd, bespogen en geslagen, opdat wij onze zinnen zouden versterven, Jesus, aan het volk ten toon gesteld, opdat wij Uw voorbeeld zonden voor oogen hebben, en daarnaar leven,
Jesus, door Pilatus aan Uwe vijanden geleverd, om ons van onze vijanden te verlossen,
Jesus, met hef kruis beladen, om ons te leeren, ons kruis met geduld te dragen, Jesus, aan het kruis genageld , opdat wij het vleesch met zijne driften en begeerlijkheden zouden kruisigen,
000lt;gt;00000000c»000cc300lt;lt;-^
â 96 â
Jesus, tusschen twee moordenaren gekruisigd, om ons de vernederingen te leeren beminnen,
Jesus, die den goeden moordenaar in genade hebt ontvangen, opdat wij nooit zouden wanhopen,
Jesus, die aan het kruis hangende, voor Uwe vijanden hebt gebeden, om ons te leeren onze vijanden te beminnen,
Jesus, met gal en mirrhe gelaafd, opdat wij onze tong van alle zonden zouden bewaren, g
Jesus, die stervende Uwen geest in de ban- g; den Uws Vaders bevolen hebt, opdat 3 wij, stervende, onzen geestook in Uwe en Zijne handen zouden bevelen, ^
Jesus, die voor ons den bitteren dood ge- g storven zijt, om ons de boosheid onzer g zonden te doen kennen, H
Jesus, die door Uwen dood ons het leven gegeven hebt, opdat wij niet voor ons, maar voor U zouden leven,
Jesus, wiens zijde na Uwen dood geopend is, om daarin onze zonden en krankheden te verbergen,
Jesus, begraven en ten derden dage verrezen, opdat wij, gestorven en begraven aan de zonden, tot een deugdzaam leven zouden verrijzen.
Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad, verlos ons, Heer! Van alle zonde,
Door Uw bloedig zweet,
Door Uwe doornenkroon.
Door Uw kruis en lijden,
Door Uwe allerheiligste vijf Wonden,
Door Uwen dood en Uwe begrafenis.
Door Uwe heilige verrijzenis.
Door Uwe wonderbare hemelvaart,
In den dag des oordeels,
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat, Uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt.
Dat wij, door het overdenken van Uwe pijnen en smarten, alle ziekten, pijnen . en tegenspoeden geduldig mogen verdragen.
Dat wij in alle angst, droefheid en nood ons tot U keeren, en Uwe hulp afsmeeken, Dat wij alle schande, verachting en tegen- . spoed met, overgeving aan Gods wil mogen ontvangen.
Dat wij de valsche beschuldigingen en onrechtvaardige oordeelen, naar U w voorbeeld, mogen verdragen.
Dat Gij ons de vruchten van Uw kruis
wilt, mededeelen.
Dat wij door de kracht van Uw kruis den duivel, de wereld en het, vleesch mogen overwinnen.
5^ ^
7
Dat wij in Uw Bloed van alle zonden
mogen gereinigd worden,
Dat Gij ons wilt verleenen, ons kruis dagelijks op te nemen, en U gaarne na te volgen, J.
Dat wij eene genegenheid mogen krijgen _ om Uw heilig lijden met liefde en dank- £ baarheid dikwijls te overdenken, ê-
Dat wij, dagelijks overwegende, dat Gij 3 viit liefde voor ons gestorven zijt, door pi eene wederliefde ontstoken worden, om ^ niet voor ons zeiven, maar ten Uwen dienste te leven, o
Dat wij onzen troost in Uwe H. Wonden --mogen vinden, §
Dat Gij ons door Uw kruis en Uwen bit- ^ teren dood in het uur onzes doods wilt versterken,
Dat Gij ons door Uw kruis in Uwe heerlijkheid wilt brengen.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods , dat de zonden der wereld wegneemt, ontlerm U onzer!
Christus, hoor ons 1 Christus, verhoor ons!
Onze Vader, enz.
Almachtige, eeuwige God ! die onzen Zaligmaker het vleesch hebt. doen aannemen, en den dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld Zijner ootmoedigheid zou navolgen; geef genadig, dat wij naar de lessen Zijner lijdzaamheid leven, en deel mogen hebben aan Zijne verrijzenis, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Oebed tot dei) lijdender\ Jesus.
O, Lam zonder vlek, schuldeloos Slachtoffer, dat, door Uwen dood en Uw Bloed, de zonden der menschen weggenomen hebt, wisch mijne zonden uit, en gedoog niet, dat zoo veel lijden voor mij nutteloos worde. Jesus, verlaten van iedereen, bedrukt, diep bedroefd, in doodstrijd, overgegeven aan den dood, help mij, dat ik meteene gelatenheid, gelijk aan de Uwe, al het lijden aanvaarde, dat het U zal behagen mij over te zenden. Jesus, beschuldigd, gelastei d,inet de laagste beleedigingen gehoond, leer mij de oordeelen der menschen versmaden, en geduldig de schandelijkste lasteringen verdragen. Jesus, uit liefde voor mij door slagen verscheurd, met doornen doorstoken en met bloed overdekt, leer mij uit liefde voor U al de ongemakken en de pijnen van dit leven uitstaan. Jesus, aan de beulen overge-
â 100 â
leverd, en tot den schandelijken dood des krui-ses veroordeeld, geef mij de genade om de eer te vluchten en de diepste vernederingen lief te hebben. Jesus, met den zwaren last des kruises beladen, ik voeg mij bij U, ik vereenig mijn kruis met het Uwe; geef mij de genade om het te dragen met dezelfde sterkte en dezelfde zachtmoedigheid als Gij; Jesus, aan het kruis geheven, trek mij tot U. Gij sterft voor mij ; maak, dat. ik nimmer leve dan voor U, en dat ik voortaan met U gekruist, mij nimmer bezig houde dan met U te beminnen en U te behagen. Amen.
Oebed tot Jesus, Yepp8ider\, yepl£iter\, gegeeseld, met doopner\ ge^poond.
O mijn God! aan welke lange reeks van beleedigingen, versmaadheden en pijnen zie ik U overgeleverd! Judas verraadt U, Uwe leerlingen verlaten U, Uwe vijanden overladen U met boeien, sleuren U vóór de rechtbanken, vragen met getier Uwen dood; ik zie Uw aanbiddelijk hoofd verscheurd met wreede doornen, Uw eerbiedwaardig aangezicht overdekt met bloed en spuwsel, Uw goddelijk lichaam, dat in stukken getrokken wordt onder de slagen van eene wreede geeseling, Uw
â 101 â
allerheiligst Lichaam, dat maar eéne wond meer is, Uw Bloed, dat in het rechtshof vloeit; ik hoor Uwe vijanden, die U met vervloekingen overladen, en die tegen U afgrijselijke godslasteringen uitspuwen.
.0, mijn goddelijke Meester ! Gij, de eeuwige Koning van glorie, waarom wilt Gij alzoo door vernederingen en door schande verzadigd worden? Waarom wilt Gij zoo wreede tormenten verdragen, Gij. die de vreugd en de vermaken der gelukzaligen uitmaakt? Voor u is het, zegt Gij mij, voor u is het, ongelukkig en plichtig kind; omdat ik u bemind heb, daarom is het, dat ik u wil zalig maken en zooveel folteringen wil verduren. O, mijn God! en ik zou U niet beminnen en ik zou U nog ooit kunnen vergrammen! Ach! doe mij aan den voet Uws altaars sterven, liever dan te dulden, dat ik mij ooit aan zulke afschuwelijke ondankbaarheid plichtig make!
Ejere-boete as*!) den geKpqisten Jesus.
Aanbiddelijk Slachtoffer, allerbeminnelijkste Jesus, als een tweede Isaac, vastgehecht op het bloedige altaar, waar met de rechtvaardigheid Uws Vaders, tevens de boosheid der menschen en het wonder Uwer liefde voltrokken worden, â nedergeknield aan Uwe voe-
â 102 â
ten, â aanbid ik in ü de onschuld zelve, met mishandelingen overladen om mijne boosheden uit te boeten; de opperste Macht, tot zwakheid gebracht om mijne sterkte te wor-) den; de ongeschapene Wijsheid, voor uitzinnigheid genomen om mijn licht te wezen; de Heiligheid zelve, plichtig geoordeeld om mijne rechtvaardiging te verzekeren; eindelijk den Stichter des levens, de pijnen des doods onderstaande, om mij aan eenen eeuwigen dood te onttrekken. Ik aanbid, o, mijn Zaligmaker! dit met doornen gekroonde hoofd, die stervende oogen, dit aangezicht met versmaad-heden overdekt, dien mond met gal gelaafd, dit lichaam met wonden overladen, die uitgeputte aderen , die handen en voeten met nagelen doorboord, dat heilige Hart met eene lans doorstoken! eindelijk, den God der natuur, tusschen hemelen aarde verheven!... Bij het aanschouwen van zulk een tooneel, vraag ik mij zeiven: wie heeft zich aan zoo een groot schelmstuk plichtig gemaakt? en aanstonds hoor ik in mij inwendig de stem mijns gewetens, die mij van godsmoord beschuldigt..... O, mijn God! ik ben dus de
plichtige! Mijne zonden zijn het, die U den dood toegebracht hebben! Ik ben het, die U gekruist heb! Mijne zonden zijn het, die zoo diepe wond in Uw Hart gemaakt hebben! Liefderijke en milde Zaligmaker, Uw Bloed, dat Gij met zoo veel liefde voor mij ver-
golen hebt, smeekt om barmhartigheid voor mij. Ik werp mij aan de voeten van Uw kruis, en met een hart, verscheurd door leedwezen, in de tegenwoordigheid van hemel en aarde, beken ik, dat ik de oorzaak Uwer bitterheden en Uwer smarten ben. Ach, ja, door mijne beleedigingen, heb ik maar al te zeer verdiend, dat Gij mij zoudt verlaten en in Uwe eeuwige ongenade storten. Maar vermits Gij, door eene overmaat Uwer barmhartigheid, mij wedergeroepen en Uwen vaderlijken schoot geopend hebt, ondersteund dooi- Uwe genade, beloof ik U liefde, dankbaarheid en getrouwheid voor het overige mijns levens; van nu af wijd ik mij geheel toe aan Uwen dienst en aan Uwe heilige liefde; ik verzaak uit den grond mijns harten al de gelegenheden, die mij zouden kunnen doen hervallen in de zonden, en ik maak het vaste en rechtzinnige voornemen van mijne menigvuldige fouten uit te boeten, door het beoefenen der verhevene deugden, waarvan ik in U het volmaakste voorbeeld vind. Moge ik alzoo, goddelijke Verlosser, deel hebben aan de overvloedige verdiensten en vruchten Uws Tijdens en van Uwen dood, en eindelijk het gelukkige lot genieten, dat Gij voor de ware boetvaardigen bestemd hebt. Amen.
LITANIE
TOT DE
Allerheiligste Maagd Maria.
DES ZATERDAGS.
Driehonderd dagen Aflaat te verdienen door hen, die de Litanie van O. L. V., genaamd van Lorette^ godvruchtig en met een berouwvol hart zullen bidden. Door hen , die ze dagelijks aldus bidden, volle Aflaat op de vijf voornaamste Feestdagen van Maria, te weten: van de Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Boodschap, Lichtmis en Hemelvaart, onder voorwaarden, dat zij met een waar berouw biechten, communiceeren , eene openbare kerk bezoeken en aldaar godvruchtig bidden tot intentie van Z. II. â Pius VII, 30 September 1817.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons I Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm Uonzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer I
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
â 105 â
Heilige Drievuldigheid, één God, ontfe) onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der maagden.
Moeder van Christus,
Moeder der Goddelijke Genade, Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschonden Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allerwijste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk Vat,
Eerwaardig Vat,
Uitmuntend Vat van godvruchtigheid.
Geestelijke Roos,
Toren van David,
Ivoren Toren,
Gulden Huis.
â 406 -
Ark des verbonds,
Deur des hemels,
Morgenster,
1 ïehoudenis der kranken,
Toevlucht der zondaars,
Troosteres der bedrukten, Ef
Hulp der Christenen, amp;
Koningin der Engelen, o
Koningin der Aartsvaders, °
Koningin der Profeten, g
Koningin der Apostelen, ®
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin, onbevlekt ontvangen,
Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, Lam Gods , dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Wees gegroet, enz.
Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, heilige Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o, roemwaardige en
â 107 â
)Cxx3ooooooooocxoooooooooooocx'
gezegende Maagd! onze Vrouwe! onze Middelares! onze Voorspreekster! Verzoen ons met Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon, vertoon ons aan Uwen Zoon.
Bid voor ons, H. Moeder Gods!
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAA.T ONS niDDEN.
Wij bidden U, o Heer! stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus, Uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
ypeugde yem eei\ Kind van Maria, er\ lofzangen tot zijne tyioedep.
O Maria ! zuiver licht der hemelen, vreugd der Engelen en der Aartsengelen, zoet geluk der uitverkorenen. Uw naam is de glorie des hemels, gelijk hij de troost der aarde is; Uwe lofzangen zullen in de eeuwen der eeuwen gezongen worden. En Gij zijt mijne Moeder!
â 108 â
Zoude Uw kind dan niet gelukkig zijn over Uw geluk ? Heil, liefde en glorie aan Maria mijne Moeder, in het hoogste der hemelen!
Ik ben gelukkig over Uw geluk, o, schoone en zuivere Maria! gelukkig in dien oogslag van liefde, welke de aanbiddelijke Drievuldigheid op U vestigt, om U op eiken stond met eene eeuwigheid van geneugten te vervullen. Ik ben gelukkig over den onsterfelijken luister Uwer Onbevlekte Ontvangenis, luister, waarvan satan den glans niet kan uitstaan, en die de zuiverheid der Engelen schijnt ie vergrooten. Uw maagdom is eene statige lelie, die in den hemel zich verheft en die den glans der zon en der sterren zoude uitdooven. De zwakke zielen komen tot U, om door Uwe bescherming die edele deugd te bewaren. Heil, eer en glorie aan de Maagd der maagden !
Ik ben gelukkig, o, Maria, ik ben gelukkig o, mijne Moeder, over al de hernelsche deugden, welke Gij beoefend hebt, en die in U een deel der heiligheid van den grooten en eeuwigen God hebben doen uitschijnen. O, onvergelijkelijk en Godgevallig leven, o, geestelijke roos der liefde, o, roem van Davids buis, o, troon der goddelijke wijsheid; elk Uwer werken had meer verdiensten, dan de werken van al de menscben; elke geneigdheid Uws harten, elk gepeins Uwer ziel heeft eenen grooteren glans voor de oogen van God, dan de vereenigde koren der Engelen en
â 109
gt;lt;j)0cgt;)0000cx)00000lt;'
Aartsengelen. Heil, eer en glorie aan de onvergelijkelijke Koningin des hemels!
Wal zijt Gij schoon, wat zijt Gij gelukkig, o, Maria, o, mijne Moeder! in het hemelsche Sion; Gods Majesteit, die het heelal geschapen heeft, doordringt en omringt U. Het is veel, verheven te zijn boven de Cherubijnen en Seraphijnen, doch het is nog veel meer, bij God zeiven te wezen. Heil, liefde en glorie in het hoogste der hemelen, aan de Onbevlekte Maagd!
Ik ben gelukkig, o, Maria! o, mijne Moeder! over Uwe glorie in de hemelen, ik ben gelukkig over Uwe glorie op de aarde. Millioenen harten, die U zegenen, U beminnen, hebben geheel hunne hoop bij God in U gesteld. Van het zuiden tot het noorden, van het oosten tol het westen, overal wakkeren zwakke stemmen elkander op om Uwe geheel verrukkelijke goedheid te bezingen; hare godvruchtige zangen verheffen zich tot U, als een zoele geur, o, liefderijke Maria! en Uw vriendelijke blik daalt uil de hemelen neder als eene straal van het opperste geluk, als een heilige weerglans van het. eeuwige licht. Heil, liefde en glorie aan onze teedere Moeder!
Uwe zuiverste kinderen zijn hunne zuiverheid aan U verplicht; het is door Uwe handen, dat het Hart van eenen God, doorsloken op den Calvarie-berg, stroomen van genaden over hen uitstort. Liefde, liefde aan de Maagd, die de deur des hernels is!
- dio â
De zondaars komen met betrouwen tot U; hunne treurige en ontmoedigde stem roept met vertrouwen Uwen naam aan; en Gij, zoete hooji der zielen, die niet meer hopen, wanneer de rechtvaardige God vergramd is , Gij, altoos barmhartig. Gij spreekt voor de ongelukkige zondaars ten beste; Gods gramschap wordt barmhartigheid; de Engelen verheugen zich in den hemel, en op de aaide herhalen de ontstelde en ontroerde harten: Liefdeen erkentenis aan Maria, de toevlucht der zondaars!
De ongelukkige en lijdende mensch legt zijne tranen en zijne zuchten aan Uwe voeten neder; overal vindt men bedroefde harten, overal ontmoet men doodelijke verdrukkingen; maar Gij, die de troost der aarde zijt, de redding der kl anken, de onvergelijkelijke balsem. Gij aanhoort den kreet der benauwdheid, Gij heelt de wonden. Aldeoogen, overgoten met tranen, zijn naar U opgeheven en Gij droogt ze af door Uwe goedheid; liefde, erkentenis, liefde aan de medelijdende Moeder!
Konde ik voortgaan met Uwen lof te zingen, o, Maria, o, mijne Moeder! konde ik geheel mijn leven overbrengen in mij te verheugen over Uwe grootheden in den hemel, over de eerbewijzingen, die Gij ontvangt van de aarde, en over Uwe duizenden goedheden voor Uwe kinderen!
Ja, de wenschen van Adams kinderen stijgen op tot U, als een zoete geur: Leve Maria!
â Hl â
En uit den hemel daalt een regen van genaden neder; Leve Maria!
En van de aarde verheffen zich de lofzangen: Leve Maria!
Zoo heeft God Zijne Moeder willen eeron, en Zijne Moeder is ook mijne Moeder!... Wat zal ik voor haar doen!., o, mijn God, geef mij een hart, waardig, Maria te beminnen. Leve Maria!
TOSWIJOINO AAN MAW,
WELKE DE KINDEREN DEZER GOEDE MOEDER GEWOONLIJK OP HARE FEESTDAGEN HERNIEUWEN.
Verheven Koningin des hemels, Moeder Gods, zachtmoedige Maria! wat ben ik gelukkig, dat ik Uwe grootheden en Uwe oiiuit-sprekelijke goedheid heb leeren kennen; wat ben ik gelukkig, dat ik dien zang van liefde heb gehoord, welken Uwe kinderen op alle plaatsen herhalen: Hoe goed is Maria! Ja, o, Maria! Gij zijt duizendmaal goed; nooit hebt Gij iemand van hen, die hunne toevlucht tot U genomen hebben, verstoeten. Ik weet het. Koningin dei-maagden, ik ben niet waardig onder het getal Uwer dienaren gerekend te worden, en nochtans verlang ik een heiliger en zoeter titel: ik wil U voor Moeder hebben, â ik
lt;30c^)cxgt;c^cxx0ocx)00cgt;)00000(50)
â 112 â
wil Uw kind wezen. Ziedaar, wat mij hier voor ö
Uwe voeten brengt; o, Maria ! verstoot mij niet. $
Hebt Gij niet reeds op het woord van den ^
stervenden Jesus toegestemd mijne Moeder te ^
worden? Zoudt Gij dus de gilt, welke ik van n mij zei ven doe, kunnen weigeren? Ik geef ^
U wat U reeds toebehoort, wat Jesus Chris- 3
tus zelf U gegeven heeft. O neen , Gij zidt tj
mij niet verwerpen! Gij zult altijd mijne o
Moeder wezen; en al kon zelfs eene moeder ^
haar kind vergeten. Gij, o, Maria! Gij zult mij j
nooit vergeten. Leer mij den weg der zalig- «
beid, en gedoog niet, dat ik er ooit van afwijke, «
dat ik ooit valle; leid mij, o, teedere Maria! 'i
gelijk eene moeder haar zwak kind leidt; o
verlaat mij niet, bescherm mij, open mij Uw i
hart, daar vind ik een veilige schuilplaats, j
Welke zoete woning is het hart van Maria! ^
Daar is het, onvergelijkelijke Moeder, dat Gij 5
Uwe kinderen verzamelt! S
Gij hebt mij verhoord; ik zou geen oogen- ''
blik daaraan durven twijfelen. Allerheiligste ^
Moeder van mijnen God, Gij zijt mijne Moeder; ^
Maria is mijne Moeder! Ach! konde ik dit 3
aan de geheele wereld verkondigen: Maria 1
is mijne Moeder! maar eene Moeder van on- S
uitputbare teederheid, eene Moeder, Jesus g
waardig, die ze ons gegeven heeft; en ik, o, §
Maria, ik ben Uw kind! Doch welk kind zal a
ik wezen? Een oprecht kind, een kind, dat S
U uit geheel zijn hart lief heeft, dat U na §
/^Jxlt;300000c»00000000cx0000cxx^00000000000000c0000000(gt;cx)0000000lt;)0lt;c
â 113 â
God bovenal bemint, â een leerzaam kind, getrouw in U na te volgen, ijverig om U harten te winnen. O, mijne Moeder, ik stel Uwe liefde boven al de wellusten der aarde. O, mijne Moeder! ik heb liever mijnen titel van Maria's kind, dan al de eeretitels der wereld. Zoude ik ooit dien schoonen titel kunnen onteeren'? Neen, neen, nooit zal ik eene plaats binnentreden, waar mijne heilige Moeder mij niet zou kunnen voorgaan of leiden, en ik wil liever sterven, dan in het minste de zuiverheid te bezoedelen van een hart, dat aan de Maagd der maagden toebehoort. Gezegend moge Zij wezen, die mijn arm hart tot zich getrokken, en het met zooveel goedheid ontvangen heeft! Gezegend de banden, die mij aan Maria vasthechten! Zij maken mijn geluk uit, zij zullen mijne zaligheid uitmaken, niettegenstaande mijne zwakheid, want Gij zult mij helpen, o, mijne Moeder! Gij zult Uw kind niet laten verloren gaan! Ik wil U voor altijd toebehooren. O Maria! bescherm mij in den strijd, bewaar mijn hart ongeschonden , en ik zal U prijzen en loven in den tijd en in de eeuwigheid. Amen.
LITANIE
VAN
ALLE HEI LIGEH
(1 November.)
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heei', ontferm U onzei'!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, bid voor ons!
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Michaël, â
H. Gabriël, amp;
H. Raphael, lt;
Alle HH. Engelen en Aartsengelen, o
Alle HH. Koren der zalige Geesten, ^
H. Joannes de Dooper, 3
H. Josef, ~
Alle HH. Patriarchen en Profeten,
H. Petrus,
i) Die op de Kruisdagen gebeden wordt.
)0ü0lt;)00000(xixx00cxgt;0000cxgt;cgt;)0000000300cgt;x00000000cgt;j
â 115
H. Paulus,
H. Andreas,
H. Jacobus,
H. Joannes,
H. Thomas,
H. Jacobus,
H. Philippus,
H. Bartholomeus,
H. Mattheus.
H. Simon,
H. Thadeus,
H. Matthias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
H. Mai â¢cus.
Alle HH. Apostelen en Evangelisten, Alle HH. Leerlingen des Heeren, Alle HH. Onnoozele Kinderen, H. Stephanus,
H. Laurentius,
H. Vincentius,
HH. Fabianus en Sebastianus, HH. Joannes en Paulus,
HH. Cosmas en Damianus, HH. Gervasius en Protasius,
Alle HH. Martelaars,
H. Silvester,
H. Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Augustinus,
H. Hieronymus,
â X^OOOOOOOOOOOOOOOC^
lt;3 O O
O 3
â 116 â
H. Maitinus,
H. Nicolaus,
Alle HH. Bisschoppen en Belijders,
Alle HH. Leeraars ,
H. Antonius,
H. Benedictus,
H. Barnardus,
H. Dominicus,
H. Franciscus,
Alle HH. Priesters en Levieten,
Alle HH. Monniken en Kluizenaars,
H. Maria Magdalena,
H. Agatha,
H. Lucia,
H. Agnes,
H. Caecilia,
H. Catharina,
H. Anastasia,
Alle HH. Maagden en Weduwen,
Alle Gods lieve Heiligen,
Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor ons. Heer!
Van alle kwaad, verlos ons. Heer!
Van alle zonde,
Van Uwe gramschap.
Van eenen haastigen en onvoorzienen dood.
Van de listen des duivels,
Van gramschap, haat en allen kwaden wil,
Van den geest der onkuischheid,
Van bliksem en onweder.
Van den geesel der aardbeving.
lt;gt;ooolt;)0ocxxooooolt;gt;0'xcgt;xr)ocxxc)ooocxgt;cxgt;ooc5lt;)olt;
117 â
Van pest., hongersnood en oorlog,
Van den eeuwigen dood,
Door het geheim Uwer heilige Mensch-
wording,
Door Uwe komst,
Door Uwe geboorte,
Door Uw doopsel en heilig vasten,
Door Uw kruis en lijden,
Door Uwen dood en Uwe begrafenis.
Door Uwe heilige verrijzenis,
Door Uwe wonderbare hemelvaart.
Door de komst van den H. Geest, den
Vertrooster,
In den dag des oordeels,
quot;Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons Dat Gij ons wilt sparen,
Dat Gij ons onze misdaden kwijtscheldt, Dat Gij U gewaardigt ons tot eene ware
boetvaardigheid te geleiden.
Dat Gij IJ gewaardigt Uwe H. Kerk te besturen en te beschermen,
Dat Gij U gewaardigt den Roomschen Paus en alle geestelijken in den heiligen godsdienst te bewaren,
Dat Gij U gewaardigt de vijanden der H. Kerk te vernederen.
, Dat Gij U gewaardigt den christen-koningen en Vorsten vrede en ware eendracht te geven,
Dat Gij U gewaardigt allen christen-volken vrede en eendracht te verleenen,
O
lt;6
â 118 â
Dat Gij U gewaardigt ons in Uwen heiligen
dienst te versterken en te bewaren, Dat Gij onze gemoederen tot hemelsche â £_
begeerten wilt opwekken,
Dat Gij U gewaardigt al onze weldoeners
met de eeuwige goederen te vergelden, g-Dat Gij U gewaardigt onze zielen en die s onzer ouders, vrienden en weldoeners cü voor de eeuwige verdoemenis te be- ^ hoeden, 2
Dat Gij U gewaardigt de vruchten der aarde gquot; te geven en te bewaren, 2
Dat Gij U gewaardigt allen geloovigen over- o ledenen de eeuwige rust te geven, S Dat Gij U gewaardigt ons gebed te ver- ~
hooren.
Zoon Gods,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heerl Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, enz.
119 â
Psalm 69.
O God! kom mij te Imlp; haast U, Heer, om mij te helpen.
Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.
Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.
Dat zij terstond met schaamte terr.gkeeren, die mij, in mijne verdrukking, bespotten.
Dat zij allen, die U zoeken, zich in U verheugen en verblijden; en dat zij, die Uwe zaligheid beminnen, altijd zeggen: groot geacht zij de Heer.
Doch ik ben behoeftig en arm , o God! help mij!
Gij zijt mijn Helper en Verlosser; Heer! vertoef niet.
Glorie zij den Vader, en%.
v.
R.
r.
v. r.
Maak Uwe dienaars zalig,
Mijn God, die op U hopen.
v. Heer! wees ons een sterke toren. Tegen onzen vijand.
Laat de vijand niets tegen ons vermogen. En laat de zoon der boosheid zich niet verstouten ons te beschadigen.
v. Heer! handel niet met ons naar onze zonden,
r. Noch vergeld ons naar onze boosheden, v. Laat ons bidden voor onzen Paus N.
«OOOCOOOOOOOOOCOOCX)
R. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem zalig op de aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
v. Laat ons bidden voor onze weldoeners. â r. Heer! pewaardig U, allen, die ons goed doen, om Uwen naam, met het eeuwige leven te vergelden. Amen.
v. Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zijn.
r. Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht beschijne hen.
v. Dat zij in vrede rnsten.
r. Amen.
v. Voor onze broeders, die afwezig zijn. r. Mijn God! maak Uwe dienaars zalig, die op à hopen.
v. Zend hun hulp uit de heilige plaats, r. En bescherm hen uit Sion.
v. Heer, verhoor mijn gebed,
R. En mijn geroep kome tot U.
laat ons bidden.
O God! aan wien het eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat Uwe goedertieren barmhartigheid ons en al Uwe dienaren, die met de ketenen dei-zonden gebonden zijn, genadig ontbinde.
Wij bidden U, Heer, verhoor de gebeden der ootmoedigen, en spaar degenen, die hunne
â 121 â
zonden belijden, opdat wij te zamen vergiffenis en vrede van Uwe goedertierenheid verwerven.
Toon ons genadig, o, Heer ! Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden, en te gelijk van de straffen, die wij er door verdiend hebben.
O God 1 die door de zonde vergramd en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden van Uw volk, dat zich voor Uwe grootheid nederwerpt, en wend de geesels Uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen, van ons af.
Almachtige en eeuwige God! ontferm U over Uwen dienaar, onzen Paus N., en bestuur hem volgens Uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens, opdat hij door Uwe gunst begeere. wat U behaagt, en het met alle kracht volbrenge.
O God! van wien de heilige begeerten, de goede voornemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef Uwen dienaars dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen zijn lot het volbrengen Uwer geboden, en wij, van de vrees dei-vijanden ontslagen, door Uwe bescherming in rust mogen leven.
Ontvonk, o. Heer! onze nieren en harten door het vuur van den H. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam dienen en met een rein hart behagen.
O God, Schepper en Verlosser van allege-
loovigen! verleen aan de zielen van Uwe dienaren en dienaressen vergiffenis van alle zonden, opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verwerven.
Wij bidden ü, o. Heer! voorkom onze werken door den invloed Uwer genade, en voltrek die door Uwe medewerking, opdat al onze gebeden en werken altijd met U beginnen, en, alzoo begonnen, door U voltrokken worden.
Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden beerscht, en U over allen ontfermt, van wie Gij te voren weet, dat zij door het geloof en de werken de Uwen zullen zijn; wij bidden U ootmoedig, dat zij, voor wie wij ons voorgenomen hebben onze gebeden te storten , hetzij ze nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, op de voorspraak van al Uwe Heiligen, door Uwe genade, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen , door onzen Heer, enz.
v. Heer, verhoor mijn gebed,
R. En mijn geroep korae tot U. v. De almachtige en barmhartige Heer ver-boore ons. r. Amen.
v. Dat de geloovige zielen, door Gods barmhartigheid, in vrede rusten, r. Amen.
â 123 â
pEBED AAN ALLE ^EILIQEN , OJA EENS DEZELFDE BELOON:NG TE BEKOJrtEN , WELKE ZIJ GENIETEN.
Koningin van alle Heiligen, roemrijke Apostelen, onoverwinbare Martelaren, edelmoedige Belijders, zuivere Maagden, doorluchtige Eremieten, alle Heiligen des Heeren, ik verheug mij over de onuitsprekelijke glorie tot welke gij verheven zijt in het rijk van Jesus Christus, uw goddelijk Hoofd. Ik zegen den Allerhoogste voor de gaven en buitengewone gunsten, waarmede hij u overladen heeft, en over den uitstekenden rang, waartoe hij u verheven heeft. O, vrienden van God, gij die met volle teugen aan den stroom der onuitsprekelijke geneugten drinkt, en die dat eenige vaderland bewoont, die gelukkige stad, waar de rechte rijkdommen in overvloed zijn! machtige beschermers! laat uwe oogen steeds vallen op ons, die nog zuchten in dit balling-oord, en verkrijg ons de sterkte en de hulp, welke onze zwakheid noodig heeft, om uwe deugden te bereiken, uwe overwinningen te vereeuwigen en deel te nemen in uwe kronen.
OP HET FEEST VAN ALLE HEILIGEN.
j3EGEEF^TE NAAR DEN j^EMEL.
Wanneer zal ik komen en voor het aanschijn van God verschijnen ? Ps. XI, 2.
O, dag van glorie en zaligheid, wanneer zult gij voor mijne ziel aanbreken? Duizendwerf gelukkige dag, die mij in het bezit zal stellen van dien schat, waarnaar ik haak, wanneer zult gij voor mij verschijnen? Wanneer zal dal gezegend uur slaan, waarop Jesus, mijn Koning en Verlosser, mij zal binnenvoeren in die zalige woningen, waar Hij zijne uitverkorenen beloont?
O, hoop zoo dierbaar aan mijn hart, die gevestigd zijt op de liefde en de barmhartigheid van mijnen God, leef altijd in mijne ziel, opdat voortaan niets meer droefheid en verwarring daarin brenge!
Vlucht ver van mij, dwaze vreugde dezer wereld, broze en bedriegelijke vermaken, onvruchtbare rijkdommen, valsche en onbestendige liefdebanden; wat zijt gij voor mij? Mijn hart, zoo lang misleid door uwe ijdele beloften, zoo lang gevoed door uwe bittere teleurstellingen, heeft eindelijk die schoonheid gevonden, die het kan bekoren, het geluk, dat hef kan verzadigen, de zaligheid, die het kan voldoen; daarom verlangt het naar dat
xn»00cxgt;00000gt;0c0gt;00000©000e0ö0ö00000xzgt;00000000000000000000
S _ -125 â
Q hemelsch Vaderland, en streeft onophoudelijk S om het te bereiken; daarom snelt het met 5 een heilirren drift naar die gelukkige oorden, | waar reeds zoovele broeders wonen, die de Q glorie en de liefde van den Bruidegom hunner i zielen met blijdschap bezingen; daarom ont-: lokt. het gezicht hunner zaligheid aan mijn | hart denzelfden kreet, dien de langdurige bal-lingschap David deed slaken; Wanneer zal ik ^ voor het aanschijn van God verschijnen?
Ach! van uit dit ballingsoord, waarin ik S zucht, vereenig ik mij met u allen, o, vrienden ti van Jesus, edelsteenen Zijner kroon, vreugde ^ van Zijn Hart, om Hem te loven, te prijzen, te verheerlijken! Ware toch mijne zwakke 5 stem krachtig en sterk, om den lof te zingen 5 van den Koning der hemelen! Ware mijn ^ hart vurig genoeg om geheel van liefde voor ^ Hem te verteren! Maar in mijne armoede en | ellende richt ik mij tot u, gelukzalige geesten, § en smeek, u dringend de brandende begeer-S ten mijns harten tot den voet van Gods troon § te dragen. Wees mijne voorspraak, opdat ik 9 verdiene, eenmaal in uw gezelschap de bruid 5 te zijn van dien God van liefde. en dat ik mij hier in mijn ballingschap trooste met deze woorden van den gewijden zanger: Ik heb mij verheugd overliet woord, dat mij gezegd is: Wij zullen het huis des Heeren binnentreden! (Ps. CXX, 1.)
pEBEDEN EN JDEFENINGEN
TER VEREERING VAN
DEN LIJDENDEN JESUS EN ZIJNE HEILIGE WONDEN.
©ndepcichting.
De teedere godvruchtigheid tot de aanbiddelijke Wonden van Christus is een allerkrachtigst hulpmiddel tot de zaligheid. De Wonden van Jesus zijn de troost der bedrukten, de toevlucht der zondaren, de rust- en schuilplaats der godvruchtige zielen. Ik heb in ge ene zaken een krachtiger geneesmiddel gevonden. zegt de H. Augustinus, dan in de Wonden van Chris tus. Wij worden door deze bewaard in de bekoring versterkt in het lijden en bijzonderlijk getroost en ge holpen in het uur des doods. En wie zou niet wen schen getroost te worden in de uiterste benauwdheid ? Doch welken beteren troost kan men eenen stervende voor oogen stellen , dan den gekruisten Zaligmaker,
gt;ooooc»ooooooo.gt;olt;ooooooooocooooooooooooooooooooooooooooooc--.)olt;
en welke betere verzekeringen tegen den helschen vijand, dan Zijne heilige Wonden ? Maar zij, die zich in hun leven weinig geoefend hebben in deze zoete en troostrijke godvruchtigheid, zullen weinig indruk gevoelen bij het beschouwen van den gekruisten Christus in hun stervensuur.
beoefening.
Gewen u dan dagelijks uwe toevlucht te nemen tot deze aanbiddelijke Wonden. De vogelen hebben hunne nesten , waar zij in den nood henen vliegen , zegt de H. Franciscus van Sales, vliegt gij met uw hart naar het kruis, en neem uwe rustplaats in de open Wonden van uwen Zaligmaker. Kies dagelijks eene dezer Wonden tot het voorwerp uwer godsvrucht, neem er uwe toevlucht in de bekoringen en in alle andere gevaren, lees dikwijls met godsvrucht de gebeden tot de heilige vijf Wonden en vooral het gebed tot de H. Wonde, welke gij dien dag bijzonder vereert.
â 128 â
^ebed fof ^hmsfus,
om eene ijverige godvruchtigheid tot Zijne Heilige quot;Wonden te verkrijgen.
O, Jesus! dierbare Bruidegom dor heilige
zielen, ontsteek, bid ik U, mijn hart met het ®
vuur Uwer Goddelijke liefde en met de liefde ö
lot Uwe zaligmakende Wonden, opdat ik U ^
uit den grond mijns harten beminne. Bezoek C
mij met Uwe barmhartigheid, en vervul mijne §
ziel met Uwe genade, want geheel mijn ^
binnenste verlangt naar de bron Uwer zoetig- ||
heid. 0, vuur! welks hitte zoo aangenaam, ö
welks licht zoo doordringend, welks vlam zoo ^
krachtig is, neem geheel mijne ziel in, laat ö
mij gedurig Uwe H. Wonden indachtig zijn, *
opdat ik slechts hongere en dorste naar U :
alleen, die zoo veel voor mij geleden hebt; §
dat ik steeds tot U verzuchte, en vurig naar t! Uw Goddelijk aanschijn verlange.
2. Doorsteek, bid ik U, o, beminnelijke |5
Jesus! doorsteek het binnenste mijner ziel j.
met den aangenaam doordringenden schicht ö
Uwer liefde, opdat mijne ziel gekwetst worde, £
en kwijne van liefde tot U; en dat zij, die 8
H. Wonden beschouwende, welke Gij om s
haar ontvangen hebt, als was smelte; dat zij 5
geheel in U overga, en onafscheidelijk met §
U vereenigd blijve. ö
3. Ontbind mij, Heer! ontbind mij van al wat in de wereld is, om met U alleen, en met Uwe H. Wonden, mij bezig te houden. Dat het gedenken van Uw lijden en van Uwen dood geheel mijne ziel vervulle. Dat de brandende liefde, die Gij daarin getoond hebt, zuivere en vurige begeerten in mij ontsteke, opdat mijne ziel naar U verlange, gelijk een hert verlangt naar de waterbronnen.
4. Geef, Heer Jesus! dat ik, als ik Uwe heilige Wonden beschouw, Uwe liefde met wederliefde vergelde; dat ik U met geheel mijn hartbeminne; dat ik U beminne, gelijk Gij mij bemind hebt. O, eenige Zaligheid mijner ziel! ik bid nogmaals, geef, dat ik U uit al mijne macht beminne, U, zeg ik, die mij het eerst lief gehad hebt, en zelis, âopdat Uw dood en Uwe heilige Wonden mij het leven zouden wedergeven, â Uw leven voor mij ten beste hebt gegeven.
5. O Jesus! allerzoetste en allerbeminnelijkste Bruidegom onzer zielen, die aan het kruis vijf Wonden, als zoo vele merkteeke-nen en zegels Uwer liefde ontvangen hebt, schrijf ze op de tafel mijns harten, en druk de liefde tot Uwe heilige Wonden zoo diep en onuitwischbaar in mijne ziel, dat zij nimmer uit mijne gedachten zijn. Geef, dat ik steeds tot à verzuchte, en in Uwe liefde blake; ja, laat de zee Uwer goedertierenheid mij geheel verzwelgen, totdat ik Uwe en Uwer
â 130 â
H. Wonden heerlijkheid in den Hemel aanschouwen rnoge. Amen.
I
ö
§ Qebeder\ tot de vijf heilige Wonder\ des ^aligmsiKepg.
VOORBEREIDEND GEBED.
O, beminnelijke Jesus! die U gewaardigd amp; hebt voor mij een Bruidegom des bloeds te ó worden; zie, ik werp mij voor Uwe voeten ï neder, om U mijne liefde en schuldige dank-r baarheid te betoonen. Maar, wat zal ik U i wedergeven, o, mijn Jesus! U, die mij ten t einde toe bemind hebt'? Gij hebt mij in Uwe § handen en voeten , ja zelfs in Uw hart ge-t; schreven. Wie zal mij geven, dat ik U, gelijk i Gij mij, in mijn hart geschreven drage, en ik ^ Uwer, gelijk Gij mijner, altijd gedachtig blijve'? à O Jesus! met welk een overmaat van liefde c hebt Gij mij bemind: Gij hebt niet alleen y Uwe handen en voeten, maar ook Uw hart g voor mij laten openen, opdat het mijne met i' den onuitputbaren overvloed Uwer hemelsche gaven vervuld zoude worden; ontvang mijne smeekingen, die ik ter eere van Uwe vijf HH. Wonden uitstort, in de hoop, dat Gij mij ,
â 131 â
ellendige, den toegang tot deze dierbare bronnen des levens niet zult weigeren.
Sot 3« 3£. ^Conc^ ^'aâ¢n 2zn litvfje-^voet.
O heilige Wonde van den linkervoet mijns Zaligmakers ! vol eerbied omhels ik U in den geest. Dierbare Jesus! ik bid ü uit geheel mijn hart, trek dooi' de verdiensten dezer H. Wonde mijne voeten uit den strik, dien mijne vijanden mij gespannen hebben, en behoed mijne ziel voor den val. Dat de voet der hoovaardigheid geenen ingang bij mij vinde. dat ik geene groote dingen, die boven mijne macht zijn, onderneme, maar altijd in Uwe tegenwoordigheid, in de eenvoudigheid mijns harten wandele, opdat ik aldus door U in genade ontvangen worde.
Voor deze heilige Wonde leg ik al mijne kwellingen neder en vereenig die met Uw lijden en kruis; geef mij de genade, om al mijne tegenspoeden en ellenden uit liefde tot U te verdragen, en mij altijd naai- Uwen heiligen wil te voegen. Amen.
Ome Vader, Wees gegroet, enz.
Sot 3c If. slVondamp; -ocw damp;n zecïxlctvoct.
O, heilige Wonde van den rechtervoet mijns Zaligmakers ! vol eerbied omhels ik U in den
â ia'.:- â
geest Bestuur, o, mijn Jesus! bid ik U uit ganscher harte, bestuur door de verdiensten dezer H. Wonde mijnen gang op den weg Uwer geboden, opdat ik van de eene deugd moge voortgaan tot de andere, totdat ik U, mijnen God en Heer! in Sion aanschouwe.
Voor deze heilige Wonde breng ik al mijn geluk en al den voorspoed, welken Uwe Goddelijke Voorzienigheid mij genadiglijk geschonken heeft, opdat mijn gemoed daardoor niet te zeer verheven worde, noch U, mijn opperste Goed! tot gramschap verwekke.Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
Squot;ot 3c 3f. ^Xüonde, -uan 3e tinbc-L-fxand.
O, heilige Wonde van de linkerhand mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U in den geest. O. mijn Jesus! ik bid U uit ganscher harte, door de verdiensten dezer H. Wonde, heb medelijden met mijne zwakheid en onstandvastigheid , versterk mij in alle goede voornemens en bewijs mij deze liefde, dat ik moge zeggen: Zijne linkerhand is onder mijn hoofd en zijne rechter zal mij omhelzen. Cant. 2.
Al mijne zonden, die ik wetend of onwetend bedreven heb, leg ik voor deze heilige Wonde neder, gewaardig U die uil te wis-
- 133 â
schen, o, mijn Jesus! opdat zij in den dag des oordeels het vonnis der verdoemenis tegen mij niet eischen. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
Sot 3e %. ^IVondc van 2c teclvtcvPvcm3.
0, heilige Wonde van de rechterhand mijns Zaligmakers! vol eerbied omhels ik U inden geest. O, Heer Jesus! ik bid U uit ganscher harte, geef mij door de verdiensten dezer heilige Wonde kracht en sterkte tegen al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden, en stel mij in den jongsten dag aan Uwe rechterhand, opdat ik van U in vreugde moge hooren: Kojnl, gij gezegende mijns Vaders, en bezit het rijk, dat u van het begin der wereld bereid is. Matth. 25.
Voor deze heilige Wonde leg ik neder en offer ik U op, al mijne goede werken, en hid U ootmoediglijk, mijn Jesus! dat Gij die met Uwe allerheiligste werken wilt vereenigen, aan Uwen hemelschen Vader opofferen en mijne gebreken door Uwe volmaaktheid vergoeden. Amen.
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
â 134 â
Sot de %. QVonde- ugt;ait cc aijdc.
0, heilige Wonde van de zijde mijns Zaligmakers ! o, bron van liefde! o, onwaardeerbare schat! o, rustplaats mijner ziel! o liefste Jesus! zoude ik durven naderen tot dit geheiligd Altaar en Uw door liefde brandend hart kussen1? Goedertieren Jesus! beroof mij niet, bid ik U, door Uwe oneindige goedheid, beroof mij niet van dezen troost; verstoot mij niet van deze eenige schuilplaats mijner ziel. Welaan dan, mijne ziel! nader met betrouwen tot den troon van uwen geliefden Bruidegom; ontlast u daar van alle kwellingen waaronder gij gedrukt wordt; vervul hier uwe heilige begeerten, en rust daar in den gewenschten vrede. Het dunkt mij, o Jesus, dat Uwe liefde mij door deze minnelijke Wonde den toegang-tot Uw hart opent. Hier bid ik U , in den diepsten ootmoed, mij alles te vergeven, waarin ik ooit met hart, mond of werken tegen U gezondigd heb. Reinig en zuiver, o, Jesus ! mijn hart in dit bad van Uw dierbaar bloed; druk er de gedaante van Uw hart in, ontsteek het door het vuur Uwer liefde; opdat ik voortaan buiten U niets meer be-minne, of begeere.
Voor deze heilige Wonde leg ik al de begeerten van mijn hart neder, en bid U, mijn Jesus, dat mijn hart zoo vast aan het Uwe gehecht worde, dat zij nooit vaneen gescheiden wor-
â 135 -
den, opdat ik waarlijk met den Apostel kunne uitroepen: Wie zal ovs scheiden van da liefde, van Chrislm? vcrdniliking of benauwdheid, of hnnfjer, of naaldheid, of c/evaar. of vervolf/ing of hel zwaard!' II; ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch Engelen, noch Vnrslen(lommen, noch Krachten, noch tegenwoordiqe, noch toekomende dingen, noch sterf,te, noch hoogte, noch diepte, noch eenig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Jesus Christus, onzen Heer. (Rom. VII).
Onze Vader, Wees gegroet, enz.
Gebed van den H. Vader Franeiscus van Assisië.
Ik smeek U , Heer Jesus! dat het geweld van Uwe liefde, veel heviger dan het vuur, en zoeter dan honig, mijne ziel verslinde, opdat ik sterve door de liefde om Uwe liefde. O Gij! die U gewaardigd hebt te sterven uit liefde om mijne liefde,
O groote en glorierijke God, mijn Heer, Jesus Christus! ik bid U, verlicht de duisternissen van mijn verstand, geef mij een oprecht geloof, eene vaste hoop, en eene vol-
â 136 â
maakte liefde! Verleen mij, Heer! dat ik U zóó moge kennen, dat ik in alles Uwen heiligen wil volbrenge. Amen.
Gebed van den H. Bonaventura.
O, Jesus, die uit liefde voor mij, U zeiven niet gespaard hebt, druk Uw lijden in mijn hart, opdat ik overal, waar ik zal gaan, altijd Uwe Wonden voor oogen hebbe, en noch rust, noch troost vinde dan in het overdenken van Uwe pijnen. Amen.
LITANIE
TOT DE
VIJF HE11IGE f OM» OHZES HEEEED JESÃS CHEISTÃS.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
Heilige Wonden van onzen Verlosser, geneest ons!
Heilige Wonden, Geneesmiddel onzer zielen, geneest ons!
Heilige Wonden, Oorsprong der deugden, geneest ons!
Heilige Wonden, Troost der bedrukten, geneest ons!
â 138 â
Heilige Wonden, Toevlucht der verdoolde
zielen, geneest ons!
eT Troost der rechtvaardigen in het oordeel, -3 Schande der hoozen in het oordeel, o Beschermers der zondaren,
fS Plaatsen van toevlucht,
a Ankers van al onze hoop,
J? Wapenen der zielen,
,5 Panden der liefde,
^ Alle eer en aanbidding waardig,
Heilige Handen van onzen Verlosser, - Die de wereld geschapen hebt,
S Voor ons gebonden en uitgerekt,
S Voor ons doorstoken met nagelen, ^ Voor ons aan het Kruis gehecht, ^ oj Vervuld met verborgen schatten, g
In welke de namen der uitverkorenen S
geschreven staan,
Alle eer en aanbidding waardig, g
Heilige Voeten van onzen Verlosser, â Die de aarde tot voetbank hebt,
Minnelijk om ons den vrede te ver-a kondigen,
â¢g Waardig met tranen gewasschen te £ worden,
^ Waardig omhelsd en aangebeden te cc worden,
^ Die onder het lijden van vele smarten K den Calvarieberg beklommen hebt.
Voor ons doorboord met nagelen,
Voor ons aan het kruis gehecht,
Heilige Voeten, alle eer en aanbidding
waardig, geneest ons!
Heilige Zijde van onzen Verlosser,
Geopend door eene lans,
Water en bloed stortende, ^
£ Oorsprong der zaligheid, §
Ader der levens, 3,
^ Hoop der mistroostigen, o
.|p Toevlucht en woonplaats onzer ziel, » â¢quot;3 Rustplaats der Godminnenden,
E Sterkte der Martelaren,
Gloeiende oven der liefde,
Alle eer en aanbidding waardig. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt , door Uwe H. Wonden, spaar ons Heer !
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, door Uwe H. Wonden, verhoor ons Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, door Uwe H. Wonden, ontferm ü onzer!
v. Hij is gewond om onze boosheden. r. En gekwetst om onze misdaden.
GEBED.
O, Almachtige God! wij bidden U, vergun ons, dat de allerbitterste Wonden van Uwen allerliefsten Zoon, .1 esus Christus, onzen Heer, in onze harten mogen gedrukt worden, dat
â 140 â
zij ons verstand verlichten, en ons in Uwen dienst door liefde vurig maken, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
GEBED.
O, goede en allerzoetste Jesus! zie, in Uw aanschijn werp ik mij neder voor Uwe voeten , en bid en smeek U op de vurigste wijze, dat Gij in mijn hart levende gevoelens van Geloof, Hoop en Liefde wilt drukken, alsmede een waar leedwezen over mijne zonden, en een vast voornemen om mij te beteren; terwijl ik diepgetroffen en ontroerd. Uwe vijf H. Wonden beschouw en in den geest overweeg, voor oogen hebbende, wat reeds de profeet David van U, o Jesus! zeide: « zij hebben Mijne handen en Mijne voeten doorboord: zij hebben al Mijne beenderen geteld.»
LITANIE
VAN HET
LIJDEN, DEN DOODSSTRIJD EN DEN DOOD ONZES HEERE
JESUS CHRISTUS.
gewoonlijk genoemd:
LIT AIS IE VAN DEN GOEDEN DOOD.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm ü onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, g
God, Heilige Geest, ^
Heilige Drievuldigheid, één God, g
Jesus, Zoon van den levenden God,
_ Woord des Vaders, mensch geworden, ^ ë Die ten uiterste begeerd hebt te lijden, § ^ Die bevreesd en treurig hebt willen g wezen, â
â 442 â
Jesus, Wiens ziel bedroefd is geweest tot den dood,
Die in den doodsstrijd langer gebeden hebt,
Die biddende, bloed hebt gezweet,
Die in den bloedigen doodsstrijd dooiden Engel hebt willen versterkt worden,
Die , voor dertig penningen verkocht zijnde, aan Judas den kus hebt gegeven.
Die, van Uwe Discipelen verlaten, dooide handen der goddeloozen gebon- g den zyt, y
â Die, door de valsche getuigen beschul- g = digd, ter dood veroordeeld zijt, ^ Die met vuisten geslagen en bespogen ^ hebt willen worden, g
Die met een wil kleed versmaad en g met een purper bespot zijt, .1
Die achter Barabbas zijt gesteld. Die door geeselen verscheurd en met
doornen zijt gekroond,
Die tot den allerschandelijksten dood
zijt verwezen.
Die, met het kruis beladen, den berg
van Calvarië zijt opgeklommen,
Die als een lam ter dood zijt geleid, Man van smarten.
Die, naakt tusschen twee moordenaars zijt gekruist,
gt;xcx)00000x^lt;xrgt;x3gt;00000000j00000000cxgt;000()0000000000000000000()000000cgt;
â 143 â
Die drie uren in den doodsstrijd zijt § geweest,
^ Die met gal en azijn zijt gelaafd, g | Die aan het kruis voor Uwe vijanden ,4 hebt gebeden, ^
Die tot den dood des kruises zijt ge- g hoorzaam geweest, o
Die aan het kruis zijt gestorven, ~
Wees genadig, spaar ons, Jesus!
Wees genadig, verhoor ons, Jesus!
Van alle zonden, verlos ons, Jesus !
Van eenen haastigen en onvoorzienen dood,
Van de listen des vijands in den doodsstrijd, Van alle kwade gedachten en begeerten,
Van do gevaarlijke bekoring der wanhoop. Van den geest der hoovaardij en vermetelheid, % Van den eeuwigen dood, ââ Door Uwe onuitsprekelijke geduldigheid, ® Door Uwe onoverwinnelijke zachtmoedig- § beid, -iquot; Door Uwe allergrootste zedigheid, ^ Door Uwe wonderbare stilzwijgendheid, g Door Uwe uiterste armoede, fL Door Uwe allerdiepste ootmoedigheid,
Door Uwe allerstandvastigste gehoorzaamheid,
Door Uwe onbegrijpelijke liefde.
Door Uwen doodsstrijd en Uw lijden.
Door Uw kruis en Uwe verlatenheid.
â XOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOCOOOOOOOOOOOOJOOC^
â 146 â
g van onzen Goddelijken Verlosser, Jesus Christus, â Ã en bidden tot intentie van Z. H.
Z. H. Paus Pius VII heeft bij besluit van den 18 April 1809 verleend eenen Aflaat van drie honderd à dagen aan hen, die knielende, ter eere van het â¢j lijden en den doodsstrijd van Christus godvruchtig r, driemaal Onze Vader, en ter eere der droefheden Zijner Q H. Moeder onder het kruis, driemaal Wees gegroet k bidden voor de geloovigen, welke in den doodsstrijd
Izijn; en eenen vollen Aflaat eens in de maand, op eenen dag naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden, aan hen, die gedurende eene maand dagelijks deze godvruchtige oefening zullen doen. y O, Christen, kwijt u dan ijverig van dezen heiligen d plicht der liefde, opdat ook gij , wanneer gij in den bangen doodsstrijd zijn zult, liefderijke voorbidders y hebben moogt.zijn; en eenen vollen Aflaat eens in de maand, op eenen dag naar verkiezing, onder de gewone voorwaarden, aan hen, die gedurende eene maand dagelijks deze godvruchtige oefening zullen doen. y O, Christen, kwijt u dan ijverig van dezen heiligen d plicht der liefde, opdat ook gij , wanneer gij in den bangen doodsstrijd zijn zult, liefderijke voorbidders y hebben moogt.
Gebed als men driemaal Onze quot;Vader §
ö
Q
en Wees gegroet voor de stervenden gebeden heeft.
Almachtige, barmhartige God! ik bid U y ootmoedig, dat Gij deze gebeden genadig verhoor en wilt. Verleen aan alle geloovigen, die in den doodsstrijd zijn, eenen zaligen dood in Uwe liefde, ontferm U over alle geloovige overledenenen maak mij, zondaar, deelachtig aan de Aflaten, welke Uwe heilige Kerk voor dit werk der liefde heelt toegezegd; door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
(p;
â 147 â
GEBED ;
y
o
om eenen goeden dood te verkrijgen. ;
Allerbeminnelijkste Heer Jesus, glans van
fle heerlijkheid des Vaders, ware zon der ge- i
rechtigheid, die U gewaardigd hebt voor on- 1
waardige zondaars eenen zoo schandelijken |
en pijnlijken dood te ondergaan; Gij, die, om 1
de wereld te verlossen, op den Calvarieberg |
Uwen geest gevende, dien in de handen Uws j
Vaders hebt bevolen. Hem smeekende dien ;
te willen ontvangen i verleen mij de genade, â ]
dat ik altijd in mijn hart het gevoel en de 'i
liefde van den dood drage, die U zoo bitter i
is geweest. Geef, dat ik, om daarin met U lt;
te deelen, mij moge oefenen in de versterving j
van alle fouten en kwade driften; opdat ik i bij het naderen van het einde mijns levens, verdiene adem te scheppen onder de gunst 3 van Uwe oneindige barmhartigheden, en ge- ;
lukkig de blijdschap des Hemels moge bin- â¢
nen treden. Sta mij bij in het oogenblik van 5
mijn sterven, help mij in mijn zieltogen, kom 3
mijne begeerte te gemoet, en laat mij toch j niet sterven, alvorens ik met de genademid- 3
delen der H. Kerk versterkt ben; bescherm i
mij tegen mijne vijanden, verlos mij van mijne â
traagheid, troost mij in mijne verzuchtingen, g
lt;rlt;oclt;3clt;3oolt;lt;^lt;3lt;lt;3clt;zgt;lt;x3oclt;)0ocgt;oolt;lt;3cocolt;)cgt;3clt;gt;oooc»ooolt;gt;oocxgt;ooolt;gt;ococgt;cgt;gt;olt;11
â 148 â
verstei'k mij in mijne benauwdheden, ontvang mijne laatste ademhaling-, en laat in deze laatste en gewichtige uren mijne laatste woorden Uwe woorden zijn, en als mijne tong die niet meer zal kunnen uitbrengen, verhoor dan ten minste deze uitdrukking van mijn stervend hart: 0 Vader! in Uwe handen heveel ik mijnen geest: Gij hebt mij verlost, Heer God der waarheid. Amen.
Gebed tot den lijdenden en stervenden JESUS.
Z. H. Paus Pius VII heeft den 25 Augustus 1820 voor eeuwig verleend drie honderd dagen Aflaat aan alle geloovigen, die met een berouwhebbend hart zullen bidden het volgende Gebed met vijfmaal Onze Vader, Wees gegroet, en Glorie zij den Vader, enz. ter gedachtenis van het lijden en den dood van onzen Heer, Jesus Christus; en eenen vollen Aflaat aan hen, die dit gedurende eene maand onderhoudende op een der drie laatste dagen biechten en communiceeren £ en bidden volgens de meening der H. Kerk.
Heer Jesus Christus! die om de wereld te verlossen, hebt willen geboren en besneden worden, door de Joden verworpen, door Judas den verrader met eenen kus geleverd, als een onnoo-zel lam tot de slachtbank geleid, en aan Annas, Caïphas, Herodes en Pilatus met bespotting
â 149 -
voorgesteld, door valsche getuigen beschuldigd, door geesels verscheurd, en met smaadwoorden overladen, bespuwd, met. doornen gekroond , met eenen rietstok geslagen, van Uwe kleederen beroofd met nagelen aan het kruis gehecht, van den grond verheven tus-schen misdadigers gesteld, met gal en azijn gelaafd en met eene lans hebt doorsloken willen quot;worden; o, Heer, door deze allerverschrikkelijkste pijnen, welke ik zondaar overdenk, en door Uw heilig kruis en Uwen dood, verlos mij van den eeuwigen dood en ge-waardig U mij te brengen ter plaatse, waar Gij den met U gekruisigden, berouwhebbenden moordenaar gebracht hebt, dit bid ik U. die met den Vader en den H. Geest, leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bid hierna vijfmaal Onze Vader, â Wees gegroet en Glorie zij den Vader, enz.
GEBEDEN
TOT DEN
LIJDENDEN JESUS.
(^[jysondcp op (hoeden ij dag).
Deze dag zij u ter eeuwige gedachtenis, en gij zult dien vieren van geslacht tot geslacht.
Exodi, XI, 14.
I.
Gij allen, die de aarde bewoont, komt en ziet den spruit van Jesse tentoon gesteldop den berg, welken Hij beklommen heeft om den Heer te vermurwen en onze vergiffenis te verkrijgen. Daar heeft Hij de banden losgemaakt, die de volken geketend hielden, daar heeft Hij het weefsel verbroken , waarmede de vijand alle natiën omstrengeld had.
Christenen, verheffen wij op dezen gedenk-waardisen dag: onzer verlossing de oogen
naar Calvarië, waar het offer van het Nieuw Verbond voltrokken wordt; of liever volgen wij Maria, den leerling, dien Jesus beminde, en de heilige vrouwen, ten einde getuigen te zijn van liet otter van hot vlekkeloos Lam , dat onze zonden in Zijn bloed heeft afge-wasschen.
Doordrongen van de grootheid en de verhevenheid van dit hartverscheurend schouwspel, dat de voltrekking vormt van het werk, dat Jesus op aarde was komen verrichten, zullen wij met zorg de laatste tranen, de laatste gebeden , de laatste woorden van den Vader, den Broeder, den Vriend, den Bruidegom onzer ziel opvangen. Lezen wij dan mei een verteederd gemoed Zijn testament, in bloedige letteren op zijn verscheurd lichaam geschreven; elke wond is een woord, el ha druppet blued is ecu teeken, dat den stempel draagt van dien goddelijken ErflaterA) Knielen wij neder aan den voet van dat geheiligd hout, dat als sterfbed van onzen God voor ons een boom des levens geworden is.
Ja, beschouwen wij onzen Verlosser op dien troon van schande, waar alles in Hem liefde ademt en ons noodigt Hem te beminnen. 2) Heeds hebben de beulen onder elkander Zijne kleedereu verdeeld, 3) aldus de voorspelling vervullende. De Joden, die zich aan eenen godsmoord
i) Bossuet. 2) H. Augustinus. 3) Ps. XX, 19.
152
00cgt;xcx)cgt;gt;000000000lt;gt;0(gt;000000000000000
schuldig rnalcpn, beschimpen, lasteren Hem, zeggende: Hij heeft op den Heer gehoopt; dat deze nu Hem verlosse, als Hij Hem bemint. 1) Het zwaard doorwoelt het Hart van Maria; het zuchten en schreien der heilige vrouwen mengt zich met de bloedkreten van het opgehitste volk Reods verspreiden de schaduwen des doods zich op het gelaat van Jesus, en maken Hem gelijk aan den laatsten der menschen, 2) als plotseling Zijne stervende stern zich doet hooren om ons eene laatste vergiffenis, eenen laatsten zegen te geven.
11
Vader, vergeef hun; want zij weten niet, wat zij doen. 3)*
Ja, mijn Jesus, dit woord is Uwer waardig; het hart van eenen God slechts kon dit woord uitspreken. Uw Hart verloochent zich ook thans niet, en Gij bekroont, door deze edelmoedige vergiffenis, die verheven leer van liefde, die Gij van den Hemel zijt komen brengen en waarvan Gij ons zulke treffende voorbeelden geeft. Hoe, mijn Jesus, het eerste woord van Uwe stervende lippen is niet voor Maria, Uwe diepbedroefde Moeder, niet voor Uwen welbeminden leerling, niet voor de be-
i) Matth. XXVII, 53. 2) Isaias III, 3.
3) Luc. XXII, 34.
gt;gt;oooooooooöcxoöo»olt; ooc»oooooooooooocooooocxxooooooooooolt;gt;oocgt;xrgt;gt;
rouwvolle zondares, niet voor de vrienden, die U zoo innig bemind hebben. In dit plechtig oogenblik schijnt Gij hen allen te vergeten om slechts aan Uwe beulen te denken; Uw medelijdend Hart denkt het eerst thans aan hen, die U met bitterheid verzadigd en met smart overladen hebben, en aan hen, die in het vervolg dei- eeuwen U opnieuw zullen kruisigen door Uwe weldaden en Uwe genaden met voeten te treden.
O, wonder van liefde! Uwe eerste gedachte is eene gedachte van barmhartigheid, Uw eerste woord een woord van vrede en genade; en als vreesdet Gij, dat de wrekende bliksemstralen aan de handen Uws Eeuwigen Vaders zouden ontsnappen, haast Gij U het vuur ties hemels, gereed Uwe vijanden te verdelgen, door Uw gebed te bezweren.
âVaderquot;, zegt Gij, âvergeef hunquot;; verwerp het maaksel Uwer handen niet, en beschouw Uwen welbeminden Zoon, dien Gij als Verlosser van het menschelijk geslacht gesteld hebt. Bedenk, dat Jk niet heb opgehouden, U door Mijn waken, Mijn vasten. Mijn bidden met de menschen te verzoenen. Luister naar de stem van Mijn Bloed, dat Bloed van het Nieuwe Verbond, dat heter spreekt dan het bloed van Abel i) Zij weten niet, wat zij doen; zij weten niet, wie Gij zijt, wie Ik ben; zij
i) Hebr. XI, 24.
â 154
begrijpen de grootheid hunner misdaad en de vreeselijke gevolgen Uwer eeuwige vervloeking niet. 0 liefdevolle Middelaar, alles in U ademt barmhartigheid. Alles in U smeekt Uwen Vader om vergeving voor ons! Elk Uwer woorden is een vurige pijl, die hel hart Uws Vaders doorboort! Elk Uwer zuchten is een liefdekreet, die Hem verheerlijkt en genade vraagt. Ja, het is waar, Uwe liefde kent yeene palen, en al de wateren der zee hebben de vlam niet hunnen blusschen, die ten Hemel reikt en zich tol alle zondaars uitstrekt. '1)
O, goede, o, lankmoedige Zaligmaker, herhaal nogmaals die bede; laat het U niet vermoeien, voor ons te spreken en onze boosheden te vergeten. Door Uw aanbiddelijk Hoofd met doornen doorstoken, door Uw gewond Hart, door Uwe glorierijke Wonden, smeek ik U, houd niet op te bidden voor de goddeloozen, de misdadigers, de lasteraars van Uwen heiligen Naam. dieUw Lijden vernieuwen. Ja, mijn Jesus, herhaal nogmaals, herhaal dikwijls, wijl Gij nog zoo veel vijanden te redden hebt: Vader, vergeef hun, want zij weten niet, wat zij doen!
III.
Voorwaar, Ik zeg het u: Heden zult gij met Mij zijn in het Paradijs. 2)
i) Nouet. 2) Luc. XXII, 43.
O, gelukkige moordenaar, tot wien dit woord gericht wordt, dat te allen tijde het voor- g werp was van het grootste verlangen der S rechtvaardigen, waardoor hebt gij dit ver- ;â diend? Hoe is dit wonder geschied4? Wie 5 heeft die verandering bewerkt'.' O, het is de * liefde, het is de goddelijke barmhartigheid, n het is het Bloed van Jesus, dat, op don mis- (v dadiger spattende, in zijne ziel zulk een levendig en doordringend geloof drukte, dat dergelijk 5 in Israël niet werd gevonden. 4)
Reeds hadden de rechtvaardigen den naam
des Heeren beleden, Zijne almacht en wijs- J
lieid erkend. Abraham geloofde, maar God gt;
sprak tol Hem van uit het hoogste des Hemels; q
Mazes geloofde, maar God sprak tot hem uit het §
brandend en wonderbaar braambosch-, halos ge- § loofde, maar Hij zag God op eenen schitterenden
troon door hemehche geesten omringd. '2) De g herders, de wijzen geloofden ook, maar zij
hadden het welluidend gezang der engelen h
gehoord en de wonderbare ster gezien; de 9
Apostelen en de Discipelen geloofden, maar fi
zij hadden de wonderen van Jesus gezien en ?
zijne glorie op Thabor aanschouwd. Doch de 6 moordenaar zag slechts eenen mensch. van alles
beroofd, met smaad overdekt, eenen zieltogende, 5
die zelfs geene plaats had om Zijn hoofd te laten 3
1) H. Aug. 2) H. Aug.
gt;cgt;xDocgt;xgt;)ooogt;ox3oo'gt;oocgt;gt;cgt;gt;^)ooo(xgt;gt;oocgt;x^ooogt;cgt;Kgt;tc^
â 156 â 3
rusten, i) en hij geloofde in Hem en erkende §
Hem voor zijnen Heer en zijnen God. g
0, mijn Jesus, Judas heeft U verraden, ^
Petrus heeft U verloochend, Uwe wankelende §
Apostelen hebben U verlaten , en de mede- n gezel Uwer schande aanbidt Ã! Hij heeft den
Heilige der Heiligen erkend in den gekruisigden 5
van Calvarië, den levenden God in de schadu- S wen des doods. 2)
O, beminnelijke Verlosser, welk eene kracht g
is er in Uw Bloed, en hoe heilzaam is het in n
zijne uitwerkselen, wijl het van eenen mis- O
dadiger eenen paradijsbewoner, van eenen el- ;
lendigen slaaf der zonde eenen medegezel der ^
Heiligen maakt! O, goddelijke Zaligmaker, hoe S
spoedig reeds deelt Gij ons de genade mede ^
die ons den Hemel moet openen, welke Gij ons 3 zijt komen ontsluiten! Hoe haast Gij U, den
arme uit het slof te trekken, en hem met de ; vorsten van zijn volk le plaatsen. 3)
O Sleutel van Davids huis, die opent zonder g
dat men kan sluiten, die sluit zonder dal men â ;
kan openen; A) wees voor mij even edelmoe- li
dig, als Gij het waart voor den goeden moor- g
denaar! En daar Gij mij, gelijk hem, deel- H
genoot hebt gemaakt aan Uw lijden en aan J
het kruis genageld hebt, zoo geef mij, door ;;
i) Luc. IX, 58. 2) H. Bernardus. 3) Ps. CXI, 6, 7. 4) Isaias XXI, 22.
â 157 â
de goddelijke kracht van Uw dierbaar Bloed, het levendig geloof van dezen gelukkigen boeteling, opdat ik op mijne beurt ook eenmaal deze woorden moge hoeren: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn!
IV.
Vrouw, ziedaar Uwen Zoon! Zoon, ziedaar uwe Moeder! i)
Nadat Jesus ons Zijn Lichaam tot spijs, Zijn Bloed tot drank, Zijn leven als onderpand onzer zaligheid beschikt heeft, wil Hij ons nog Zijne Moedei' geven. Tot Zijnen laatsten snik wil Hij zorgen voor de Zijnen, hun eene toevlucht aanwijzen en eene hulp in al hunne noodwendigheden, terwijl Hij ook aan Zijne Moeder eenen anderen zoon wilgeven, om haar te troosten en te- ondersteunen gedurende haar verblijf op aarde.
Hoe zoet was dat woord voor Joannes! dat woord, dat hem van de eene zijde de liefde en bescherming van Maria verzekerde, en van de andere zijde hem de zorg toevertrouwde, de heilige Moeder van Jesus te beschermen! Hoe troostend is het voor alle menschen; want in den persoon van Joannes nam die goddelijke Maagd ons allen voor hare kinde-
l) Joan. XIX, 26, 27.
â 158 â
aan. In dit plechtig oogenblik opende | zich haar hai-t en omsloot het geheele rnensch-H dom met die vurige liefde, welke zij haren t Goddelijken Zoon toedroeg.
fi Maar welke smart kostte haar dit moeder-§ schap! Hoe bitter was voor Maria die ruiling, y welke den vreemdeling geeft voor haar dier-f baar Kind, den leerling voor den Meester, » den mensch voor eenen God! Indien wij, wier i harten van steen zijn, hieraan niet zonder eeue 5 diepe smart hunnen denhen, welke smart moet 9 Maria dan wel gevoeld hebben ? 1) h O, Moeder der smarten, hoe koel schijnt i dat laatste woord, dat Jesus U toespreekt! ? Hij weet, dat de slagen, welke op Hem ge-5 vallen zijn , U getroffen hebben. Hij ziet U t nedergebogen onder Zijne smart, door Zijne x' wonden verscheurd. Hij hoort Uwe znchten, Hij telt Uwe ti'anen, en nochtans schijnt Hij 5 U met gestrengheid te behandelen en Hij vreest zelfs niet U te vragen, Zijne beulen tot Uwe kinderen aan te nemen.
Ach, zoo Hij thans voor U geen enkel woord van troost of liefde over heeft., zoo komt dit, orndat Hij weet, dat Gij lot het einde loe het offer zult brengen, dat Gij zoo edelmoedig omhelsd hebt, omdat H'ij Uwe volkomen onderwerping kent aan den wil van God, omdat
i) H. Bernardus.
txoooooooooooöoooocx'
^gt;000lt;cgt;)0000cxgt;cxgt;000gt;0lt;00000clt;gt;gt;00cx)000lt;)0xgt;gt;00000000cx)00000000000','c^
- 159 - J
Hij weet, dat Gij, gelijk Abraham, bereid zoudt 3
zijn, zelve Uw eenig Kind den doodsteek te j
geven om God te gehoorzamen en het mensch- 1
dom te redden. ]
Ja, even als Eva; door te eten van de vrucht ^
t' des booms van de kennis van goed en kwaad, 4
u ons in het verderf heeft gestoi t, zoo hebt 5 § Gij, o, goddelijke Moeder, met Uwen Zoon ons
L; vrijgekocht, dooi' U te beladen met de smar- j
1 ten van den boom des kruises en U mot de ^ g bitterheid daarvan te verzadigen.
Wat hebt Gij niet geleden om ons het leven
o der genade te verkrijgen, o, Maria! Ach, ver- J
s geet toch degenen niet, die Gij met smart 'i
q onder den voet des kruizes gebaard hebt. j
5 Daar hebt Gij de namen uwer getrouwe dienaars :
^ niet alleen in Uwe handen, maar in Uw Hart ^ p geschreven, in dat Hart door een zwaard van
^ smart en liefde doorstoken! Gedenk toch, j
« lieve Moedei', die laatste wilsbeschikking van J f: Uwen Zoon; want de laatste verlangens van
§ renen, welbeminden Zoon zijn te dierbaar aan 5
H het hart eener Moeder, om ooit vergeten te |
2 worden. 1) i
O, mijne dierbare Moeder, laat dan toe, g
y dat ik mij met volkomen vertrouwen in Uwe i
armen kome werpen; want ook voor mij heeft j
Jesus dat woord gesproken; ook ik behoor 2
tot Zijne laatste wilsbeschikking; en van uit den Hemel zegt Hij U nog, gelijk eertijds van Calvarie: Ziedaar Uwen Zoon! even als Hij mij van zijn kruis schijnt toe te roepen; Ziedaar uwe Moeder!
V.
Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij vertalen?
Zijt Gij het, mijn Jesus, Gij de Sterke, de Almachtige God, die dezen harfverscheuren-den kreet slaakt? Zijt Gij het, de trooster der bedroefden, de toevlucht der lijdende zielen, die deze wreede verlatenheid verduurt'?
Hoe, na te vergeefs op aarde iemand gezocht te hebben, die medelijden had met Uwe smart, heft Gij het oog op tot den Hemel; Gij roept Uwen Vader aan, om daar hulp te zoeken; dan, helaas! ook Hij schijnt U niet te hooi en, niet te herkennen! In Uwen zielsangst klaagt Gij vol liefde Hem Uwen nood in woorden, die eene rots zouden kunnen vermurwen, en nochtans zendt Hij U niet de minste hulp! Uwe tranen, Uwe klachten schijnen onmachtig om Zijn hart te treffen! âO Mijn God, Mijn Vader, zegt Gij, werp
I) Matth. XXVI, 46.
[0lt;gt;cx)00000000000c0lt;00000c00000lt;000lt;'00000lt;
â 1G1 â
Uwe oogen op Mij! Zie den staat, waartoe Ik gebracht ben; Ik ben omringd door godde-loozen, die den mond slechts openen om mij te beschimpen. Zij hebben Mijne handen en voeten doorboord, en in Mijne droefheid heb Ik niemand gevonden, die medelijden met Mij p had; want Mijne vrienden zelfs bedroeven Mij, y de eenen door hunne afwezigheid, de anderen l door hunne tegenwoordigheid. O, waarom hebt Gij Mij verlaten1?quot;
O, mijn Jesus, zoo Uw Vader U verlaten S heeft, is dit omdat Hij U bedekt ziet met den ? mantel onzer boosheid, omdat Hij U beschouwt 'i als het Slachtoffer, dat alleen in staat is Zijne 5 rechtvaardigheid te bevredigen en ons met Hem ? te verzoenen. Ja, de zonden van Uw volk zijn g oorzaak dat de zaligheid zoo ver van U af is 1).
Maar, o, goddelijke Zaligmaker, als God U n overlaat aan de gestrengheid Zijner raadsbe-p sluiten, zonder daaraan iels te veranderen, ^ zoo wil Hij ook Uwe eer wreken en in het ü aanschijn (Ier aarde verkondigen, dat Gij de |j Christus, de Zoon van den levenden God zijt 2). p Vrij mogen de menschen koud en onverschillig ? blijven bij de afschuwelijke misdaad, die hier Q bedreven wordt, de geheele natuur zal Uwen ij dood beweenen; de zon bedekt zich met eenen 5 sluier, de rotsen scheuren en de aarde beeft
1
Ps. XX, i. 2) Joan. VI, 70.
^3(0lt;0«ix0e0c000lt;0(0c0(0t0lt;cx0(0lt;0lt;cxcx000lt;cx00cc000c000c0000c^gt;clt;
11
;gt;0«gt;0gt;0gt;0)C^)C»C»0)C»0gt;0)0gt;0)0gt;0)C»C»0)0gt;0gt;0gt;0gt;0gt;0)C»0gt;C»0)0)C»
- 162 â
op den dag, waarop de wereld haren God ten dood veroordeelt.
Alles wordt duisternis, mijn Jesus, op het oogenblik, waarop Gij, goddelijke Zon van rechtvaardigheid, Licht der wereld, gaat ophouden te schijnen; alles is droefheid op dit uur, waarop Gij, het schoonste onder de kinderen der menschen, Uwe schoonheid verloren hebt. Alles is angst en vrees, en Uwe vervolgers zeiven, door deze algemeene verwarring der natuur verschrikt, durven U niet langer beschimpen In deze akelige stilte hoort men slechts Uw snikken en Uwe zuchten; en Uwe tranen, welke zich vermengen met het bloed, dat van Uw goddelijk aangezicht druipt, bepleiten onophoudelijk de zaak onzer zaligheid bij Hem, die Meester is van leven en dood.
O, kostbare zuchten, o, vruchtbare tranen, welke schatten van troost hebt Gij voor ons verkregen ! O, zalige verlatenheid , welk een steun, welk eene kracht zijt Gij voor onze zwakheid geworden! O, mijn Jesus, Uwe verlatenheid bedroeft en troost mij tevens ; want zij doet mij hopen, dat de goddelijke barmhartigheid mij niet voor altijd zal verlaten, daar Gij die gestrengheid, die ik verdiend had, hebt willen lijden. Doch, indien het God mocht behagen , mij van het licht en de zoetheid zijner liefde te berooven, zal ik, door de herinnering aan Uwen smartelijken
â 163 â
zielsangst, in Uw heldhaftig geduld, in Uwe bewonderenswaardige gelatenheid nieuwen moed putten ; ik zal vast blijven hopen en vertrouwen, dan zelfs als mijn hart, in eene zee van droefheid gedompeld , dezen smartkreet niet zal kunnen wederhouden : Mijn God , mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ?
VI.
Ik heb dorst! i)
Wat is die dorst, die U kwelt, o, mijn Jesus, die Uw hart verteert en Uwen goddelijken mond verdroogt? Ach, de vreeselijke vermoeienis, de wreede smarten hebben dit vuur, dat U uitput, ontstoken; nochtans is het niet alleen natuurlijke dorst, die U dit lijden veroorzaakt ; de dorst, waarover Gij U thans beklaagt, is vooral die, welke U op aarde heeft doen nederdalen, U in arbeid en ontbering heeft doen leven en op het kruis deed sterven. Het is de dorst, die U deed zeggen in Uw vurig verlangen om Uwen Vader te verheerlijken ; Ik hen gekomen om vuur op aarde te brengen; en wat wil Ik anders, dan dat het ontstoken worde ? 2). Het is die dorst, welke in Uw verlangen naar onze zaligheid U dezen zucht ontrukte ; Ik moet een doopsel ontvangen;
i) Joan. XIX, 28. 2) Lucas XII, 49.
â 164 â
m hoezeer word Ik geprattgd, tot dat het volbracht zij /1). Het is die dorst, die U in Uwe onuitsprekelijke liefde deze woorden deedt spreken: Æ/.⢠heb met eene groote begeerte verlangd, dit Paaschlam met U te eten 2).
O beminnelijke Zaligmaker, slechts eenige uren geleden badt Gij, dat deze kelk zicli van U mocht verwijderen, en thans, nu Gij deszelfs bitterheid geproefd hebt, hebt Gij nog dorst! Ach , dit komt omdat het vuur, dat U verteert en U meer smart veroorzaakt dan de pijnen, die Gij in Uw lichaam lijdt, nooit zal gebluscht worden; want het is het uitwerksel van de grootheid Uwer liefde, welke zich niet laat verzadigen.
âJa, Ik heb dorstquot;, zegt Gij tot ons, dorst naar uw geluk, dorst naar uwe zaligheid, dorst naar uwe liefde. Ik wilde in eenen stal geboren worden, in armoede leven; Ik hel) Mij vermoeid in u Ie zoeken, te roepen, te onderrichten, doch Mijn hart is niet voldaan! Niet tevreden u te verlossen van dien eeuwigen dorst, dien gij verdiendet te lijden in de hel, wilde Ik al uwe begeerten voldoen, in al uwe noodwendigheden voorzien en uwe ziel overladen met de goederen, die Ik voor U verkregen heb.
âAch, kom Mijnen dorst lesschen ; geef Mij
l) Lucas XII, 50. Lucas XXII, 15.
X00cgt;gt;000gt;0)000lt;gt;cgt;(gt;00000000000lt;gt;--^
â 165 â 2
de tranen van uw berouwvol hart in ruiling gt;
tegen het bloed, dat Ik voor U gestort heb; de '!
tranen van uw vermorzeld hart als schade- t
loosstelling voor de onverschilligheid Mijner lt;
vrienden en de beschimpingen Mijner vijan- *
den; de tranen van uw beminnend hart uit i
dankbaarheid voor mijne gunsten en weldaden. â
Wees niet wreed en ondankbaai', gelijk de ;
Joden, die, Mijne weldaden vergetende, de J
oogen voor het licht sluitende, de zaligheid i
hebben verstooten, Mij die kleine verzachting, g
dien druppel water weigerden, dien Ik hun lt;
vroeg, en Mij verzadigden met edik en myrrhe. S
Vervul Mijn verlangen en kom uwen dorst ï
lesschen aan die fonteinen van leven, die Ik t
u geopend heb, aan die zuiverende wateren, ^ die springen tot in den hemel.quot;
O, goddelijke Bron, ja, ik wil tot U komen ; $
ik zal aan Uwe begeerte voldoen; ik wil U J
troosten door aan Uwe vurige liefde te beant- lt;
woorden. Ik bied U dan die droge, dorre ;â
aarde van mijn hart met eene levendige be- s
geerle de kracht dier weldadige wateren te ;
ondervinden, en, dooi' de verdiensten van S
den dorst, dien Gij geleden hebt, door dien ?
bitteren drank, die à werd aangeboden, en lt;
die Uwe ingewanden van barmhartigheid ge- ;
pijnigd heeit, welke de geeselriemen en na- lt;
gelen niet hadden kunnen bereiken, smeek ?
ik U, mijn hart te ontvlammen met eene zoo J
vurige liefde, dat het steeds met den profeet r
;gt;ooc»oooocgt;xc«cxgt;ooocoooooooooc
â 166 â
moge herhalen : Gelijk een hert naar de waterbronnen, zoo dorst mijne ziel naar U, o, God 1).
VII.
Het is volbracht! 2).
De Heer had door Zijnen profeet verklaard, dat Hij het bloed der halveren, schapen en bohken niet wilde, dat de offers der oude wet Zijnen toorn niet konden bedaren 3). Een heilig zoenoffer moest Hem worden opgedragen, dat Hem meer vereerde door Zijne vernedering, dan de mensch Hem door Zijnen opstand he-leedigd had.
De Zoon Gods had Zich tot middelaar gesteld, had Zich tot bedienaar dier bloedige verzoening aangeboden. Hij bracht Zich zeiven tot slachtoffer aan de gestrengheid dei-goddelijke gerechtigheid; en nu dit groote Offer is opgedragen, nu de oude voorafbeeldingen vervuld zijn, nu de ware godsdienst gevestigd en Gods glorie gewroken is, nu Jesus niet meer geven kon, noch aan God, noch aan de menschen; nu buigt Hij het hoofd en zegt: ,,Het is volbracht /quot; âVaderquot;, zegt Hij, lt;c alles is volbracht, het werk, waarvoor Ik op aarde ben gekomen, is voleindigd. Ik heb Uwen Naam doen kennen aan Mijne broeders; Ik heb
l) Ps. XII, I. 2) Joan. XIX, 30. 3) Isaiae I, 11.
£Plt; «C^OOOOOOC^C^X^OOtOC^OtC^C^OOCOCOCOOOtC^CCJXC^CX'CX'CXOCiOtO^C-XiOt'CX lt;
â 167 â
Uwe lofzangen verkondigd te midden der volken 1). Ik laat hun Mijne voorbeelden, Mijne leer, Mijne Sacramenten en alle middelen, welke de rampen kunnen lenigen, hun dooide zonden toegebracht. Keer U dan niet van hen af, nu Ik tot U wederkeer om U een offer aan te bieden, dat Uwer waardig is.
«Zie, de namen der kinderen Israel's zijn in bloedige letteren op Mijne borst geschreven; en opdat Gij hun voor eeuwig genadig moogt zijn, zal Ik altijd om Mijn hoofd den rooden diadeem dragen, waarmede Ik voor hen gekroond ben. Beschouw dan op den berg dat Slachtoffer, dat Gij U gekozen hebt; beschouw het. bloed, waarmede Ik geteekend ben, die doodwond, die Mij is toegebracht.
«Ik smeek U, o, mijn God, moge dat kruis, waaraan Ik genageld ben , voortaan de rechterstoel Uwer rechtvaardigheid en Uwer barmhartigheid wezen; en dat Mijn offer voor altijd diegenen in volmaaktheid bevestige, die Ik ben komen heiligen.
âEn voor u, Mijne welbeminden, is ook alles volbracht: Mijn hart staat open, Mijne liefde gaat in het heelal de kracht van Mijn offer verspreiden. Ik ben al uwe werken komen heiligen door u al Mijne verdiensten en schatten tot erfdeel te geven; en, nu Ik in de strijdende Kerk eenen vaslen grondslag der ze-
i
;olt;ooolt;lt;3lt;xdooclt;dlt;lt;xoocxooooooooooooooooolt;gt;c
gt;00cxx00000gt;0gt;0xz»00000000000000c»000gt;000*^gt;)000')00cxgt;000gt;00000'}0
- 168 â
gevierende Kerk heb opgericht, zal niemand dien meer kunnen doen wankelen.quot;
0, goddelijke goedheid, o, edelmoedigheid eenen God waardig, hoe ondankbaar zouden wij zijn, zoo wij ons niet geheel opofferden in den dienst van Hem, die Zich voor ons geslachtofferd heeft! Geef, Heer, dat ik volkomen beantwoorde aan zooveel liefde, en dat mijn leven een voortdurend zoen- en dankoffer zij; gelijk het Uwe slechts eene voortdurende zelfopoflering, eene voortdurende uitstraling van weldaden geweest is. Geef, vooral, dat ik in mijn laatste uur, een blik werpende op de dagen, welke ik op aarde heb doorgebracht, ook met vertrouwen moge zeggen : clt; Mijne levenstaak is voltooid, alles is volbracht !quot;
VIII.
Vader, in LJwe handen beveel Ih Mijnen Geest 1).
Luistert, o. Christenen, naar dien laatsten kreet, die aan den mond des Verlossers ontsnapt! Neen, het is de doodskreet eens stervenden niet, het is de zegekreet van den God-mensch, die aan den dood toelaat, de schoonste, de heerlijkste vereeniging, die ooit bestond, te verbreken. Op dit oogenblik, waarop Zijne krachten Hem verlaten, waarop de doodskleur
i) Lucas XXIII, 46.
169 â
zich op Zijn gelaat verspreidt, waarop de koude des doods zich aan Zijn lichaam mededeelt, waarop Zijn goddelijk oog breekt en alle leven in Hem vernietigd schijnt, slaakt Hij dien buitengewonen kreet, welke evenzeer Zijne kracht en Zijne almacht, als Zijne onderwerping aan den wil Zijns Vaders getuigt.
Ik wil, o, mijn Jesus, eerbiedig dit laatste woord, zoo vol liefde en troost, overwegen. Neen, het is niet meer tot eenen vertoornden God, tot eenen gestrengen God, dat Gij dat woord zegt; maar tot eenen Vader vol teeder-heid, die reeds de armen naar U uitstrekt en U, Zijnen welbeminden Zoon, Zijnen Zoon, die gehoorzaam was tot den dood, met glorie gaat kronen. Hem geeft Gij, o, mijn goddelijke Meester, niet Uw zoo misvormd lichaam, dat kostbaar onderpand , dat Gij Uwe Moeder wilt toevertrouwen; niet Uwe eer, want Gij hebt de schande en de beschimpingen gezocht; niet Uwe rijkdommen, want Gij hebt slechts Uw kruis, dat Gij aan den mensch als onderpand van zaligheid gaat achterlaten; neen, Gij geeft Hem Uwe ziel, verrijkt met den overvloed der hemelsche gaven. Uwe ziel, waarin de volheid der macht en der oneindige wijsheid wonen; Gij legt die ziel in Zijne vaderhand om ons te leeren, dat wij niets zoo kostbaar hebben als onze ziel, en dat de hand van God alleen waardig is die ziel te bezitlen.
â 170 â
IX.
En hel hoofd gebogen hebbende, gaf Hij den geest. 1) Zoo sterft onze Zaligmaker, en op het oogenblik, waarop dit Offer van liefde vrijwillig sterft, verkondigt alles Zijne onschuld en Zijne grootheid: de aarde beeft, desteen-rotsen barsten, de graven openen zich, de sluier des tempels scheurt., om ons te toonen, dat de geheimen, sedert het begin der wereld verborgen, thans duidelijk worden, en de glorie van het menschgeworden Woord zich openlijk vertoont 2).
En zij, die getuigen zijn van dit schouwspel, gaan heen, kloppen op hunne borst en zeggen ; Waarlijk, deze was de Zoon Gods. 3)
Jesus is gestorven! 0, bedroefde Moeder, Gij hebt geenen Zoon meer! 0, beminde leerling, gij hebt geenen Meester meer! O, Magdalena voor n is op aarde niets beminnelijks meer! 0, Apostelen, o, Engelen, o, zichtbare en onzichtbare schepselen, gij hebt geen Hoofd meer! 4)
Jesus is gestorven! Maar de dood is overwonnen en de poorten des eeuwigen levens zijn ons geopend; Hij is gestorven, maar Hij heeft eene wilsbeschikking achtergelaten, die ons erfgenamen maakt, van al Zijne goederen. Hij is gestorven, maar uit Zijn doorboord
l) Joan. XIX, 30. 2) H. Hieronymus. 3) Matth. XXVII, 54, 4) Nouet.
loooooooooecgt;lt;5«cxlt;3oooolt;gt;cxxDocx)Oooooooooooooooooooooooooooooocxgt;ooolt;'
^ â 171 â
Hart zijn, met het water en l)loecI, tevens de
r H. Sacramenten der Kerk gevloeid; Hijisge-
J ö storven, opdat zij, die teven, niet meer voor
p zich zeiven zouden leven, maar voor Dengene,
l die voor hen gestorven is. 1)
Beschouwen wij het ontzielde lichaam van
f onzen Zaligmaker! beschouwen Wij die ge-
i broken oogen, waaruit zoo dikwijls barmhar-
£ tigheid sprak jegens de zondaren, die ween-
^ den over Lazarus, over Jeruzalem, over zoo
| vele ondankbaren, die Hem vluchtten of' ver-
P loochenden. Beschouwen wij die loodkleurige
g lippen, die zich slechts openden om Zijnen
f Vader te verheerlijken, de onwetenden te
^ onderwijzen, de ongelukkigen te troosten,
6 den schuldigen te vergeven; beschouwen wij
S Zijne handen, door de nagelen verscheurd,
§ die niet ophielden weldaden te verspreiden,
y zich slechts uitstrekten om te helpen en te
p zegenen; beschouwen wij Zijne doorboorde
ö voeten, die zich onophoudelijk vermoeiden
Y met het verloren schaap te gaan opzoeken en
g overal het kostbare zaad van zaligheid te gaan
£ uitstrooien. Ja, ach ja, beweenen wij onzen God, onzen Verlosser, onzen oprecht toege-
P negen Vriend; maar verheugen wij ons ook,
o want het uur onzer zegepraal, onzer recht-
§ vaardiging is aangebroken!
i) II Cor. V, 15.
cocoepotooc^ioooooecjooooc,
â 172 â
Verlaat dan, o mijn Jesus, mijn Heiland i
deze aarde; ga rusten na zooveel arbeid en \
vermoeienis; treed Uw koninkrijk weder bin- 5
nen; geef den goeden moordenaar, wat Gij ^
hem beloofd hebt als eerste vrucht van Uw 5
lijden; ga en verlos de rechtvaardigen, die ^
reeds zoo lang in het voorgeborcht der helle il
naar U verlangen, voer ze met U in zege- 9
praal ten Hemel. Maar vergeet toch ook ons, n
Uwe kinderen hier op aarde, niet; vervul Uwe |
beloften, en kom hen bezoeken door den 3
Geest van vertroosting die hen zal vervullen ^
met de goederen, die Gij hun verkregen hebt. 1
En wanneer Gij gezeten zult zijn aan de rech- lt;
terhand Uws Vaders, in de heerlijkheid Zijner n
glorie, zoo herhaal deze treilende bede: Mijn s
Vader, ik verlang, dat, waar ik ben, ook zij 3
die Gij mij gegeven held. met mij zijn, opdat 9 zij één mogen zijn, gelijk wij één zijn. 1)
--H
1) Joan. XVII, 22, 24. 4
8
§
gt;)0()Ooooooc»ooooooooooooooooooolt;gt;ooooooolt;)ooolt;)oooooooooooooooooocgt;x^)
Op den Feestdag dep yepi\effing ygn tiet }i.
Toen het heilige kruis, dat langen tijd inde macht der ongeloovigen gebleven was, eindelijk terug gevonden werd, ontvingen de christenen dezen kostbaren schat met vervoeringen van vreugd, en een feest werd ingesteld om de gedachtenis van dit voorval eeuwig te bewaren. Dit feest moet ons aansporen om onze eerbewijzingen aan het kruis van Jesus te be-toonen en om onzen beminnelijken Zaligmaker te vergoeden voor den smaad, welken niet alleen de ongeloovigen , maar zoo vele christenen, â die slechts voor de wereld leven, en zich daardoor vijanden van Jesus en Zijn kruis toonen, â Zijn kruis en Zijn lijden aandoen.
GEBED TOT HET H. KRUIS.
O, Kruis, onze eenige hoop, oorsprong van onze glorie en van ons ware geluk, met de christenwereld, die u met tranen in de oogen beschouwt en u vereert, met de Engelen en de Heiligen, die hunne oogen op n gevestigd hebben en hunne hulde bij die vereeringen der aarde voegen, met al de geslachten die na ons komen zullen, werpen wij ons aan uwe voeten neder, om u de offerande van onzen diepen eerbied op te dragen. Aanvaard de gevoelens van geloof, hoop en liefde, welke uwe tegenwoordigheid in de harten van al de geloovigen, die u aanschouwen, doet ont-
»gt;OOOOOOCgt;X^)0')000gt;0)0gt;000gt;gt;OXDOCgt;JOOCgt;gt;0')0lt;)Cgt;gt;0lt;X300)OOOOCgt;gt;
â 174 â
slaan, met de vervoerincfen van ijver en verkleefdheid, waarmede zij bezield zijn ! Ziedaar, o, kruis van mijnen Jesus, den wierook, dien wij ii opdragen als den zuiversten en den waardigsten op uwe altaren te branden. Hoe zeer verheugen en troosten ons uwe overwinningen ! Alles wordt hier op de aarde veranderd en omverre geworpen, gij alleen blijft onveranderlijk. Koninkrijken worden vernietigd, gij zegepraalt; koningsstaffen worden verbrijzeld, gij blijft bestaan; tronen vallen, gij blijft recht staan; de geslachten gaan voorbij, men plaatst u op de grafsteden; de godde-loozen en hunne versmadingen verdwijnen als stof, dat door den wind wordt weggevoerd, en gij, ondersteund door de hand Gods, gij blijft standvastig en onwrikbaar in het midden der onweders en stormen, welke de driften rond u doen ontstaan. O, meesterstuk dei-macht. der wijsheid en der goedheid van God, ontvang de plechtige belofte, welke wij aan uwe voeten doen, van nimmer te leven dan voor u, van u te beminnen tot den laatsten stond des levens, opdat wij verdienen u geheel schitterend van glorie te zien in den hemel.
GEBED VAN BETROITWEN EN VERKLEEFDHEID AAN HET KRUIS.
Heilig kruis van Jesus, hoe welsprekend is uwe stem! met welke kracht predikt gij
mij de liefde van God ! hoe gelukkig ben ik, u te bezitten ! hoe uitzinnig zijn zij, die u miskennen! heden ontvang ik u uit de handen mijns Zaligmakers, eens zal ik u Hem aanbieden; aan dat teeken zal Hij mij voor Zijnen dienaar (Zijne dienares) erkennen: heden leert gij mij de ijdele vermaken dei-wereld versmaden, eens zult gij mij den hemel openen; gij verzacht mijne pijnen en gij maakt mijnen troost uit in dit leven, gij zult mijne sterkte wezen in het uur van mijnen dood. Waarom wordt gij overal niet geëerd en geëerbiedigd? Kan men christen zijn en u niet beminnen ! Ik bemin u kostbaar kruis, ik eerbiedig u, ik ontvang u uit de handen van den stervenden Jesus. Dit is het eenige wapen, dat Hij mij overlaat, maar met u, zegeteeken van mijnen oppersten Rechter, zal ik de overwinning behalen.
O Jesus, ik zal U dit kruis aanbieden, dat Gij mij als waarborg der zaligheid geeft: dit zal Uwe gramschap ontwapenen; in zijnen naam is het, dat ik voor de zondaars genade verzoek. Laat niet toe, dat Uw lijden nutteloos voor hen zij, tref hunne harten, verlicht hunnen geest; dit vraag ik U in den naam van het kruis, waaraan Gij Uw bloed vergoten hebt. Vergiffenis, Heer! Uw bloed roept om harm-hariigheid, vergiffenis voor U w volk ! Wees niet altijd vergramd tegen ons.
LITANIE
TOT HET
ALLERHEILIGST HART VAN JESUS.
â¢I
c
r Heer, ontferm U onzer!
: Christus, ontferm U onzer!
| Heer, ontferm U onzer!
* Christus, hoor ons!
^ Christus, verhoor ons!
C God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer
q God, Zoon, Verlosser der wereld,
). God, Heilige Geest,
j Heilige Drievuldigheid, één God, o
J. Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen p
h âVader, _ g
w 'g Zoon van de Maagd en Moeder Maria, s
5 $ Eigene en waardige woonplaats van c
. ^ den H. Geest, c
h 0 Schatkamer der H. Drievuldigheid, g
v Glorie en vreugd der Engelen, ®
5 S Oneindig in Majesteit,
l Voorwerp van alle liefde,
* Allerootmoedigst Hart van Jesus,
^ TOT HET
â 177 ~
Allezuiverst Hart van Jesus, Allerbeminnelijkst Hart. van Jesus,
Hart van Jesus, vol van zegen en genade, Wellust van hemel en aarde,
Licht der gansche wereld, Onverwinnelijke sterkte tegen onze vijanden.
Bron van alle rechtvaardigheid,
Oorsprong van goedheid en barmhartigheid.
Vol medelijden en teederheid,
Woonstede aller deugden,
â Allen lof en alle eer waardig, §
p Waaraan alle aanbidding toekomt, g;
Oneindige afgrond van alle hemelsche g c gaven,
« Fontein der wateren, die ten eeuwigen c:' ^ leven springen, g
a Verzoening onzer zonden, S
Troost aller bedrukte harten, ü
Hoop dergenen, die in U sterven. Ons leven en onze verrijzenis,
Toevlucht van alle zondaren.
Voor ons met bitterheid vervuld,
Voor ons met smaadheden overladen. Om onze boosheden doorwond.
Voor onze zaligheid aan het kruis gestorven,
Met eene lans doorstoken,
Levende, heilige en Gode behagelijke offerande,
12
Hart van Jesus, altaar, waarop alle Heiligen
geofferd worden, ontferm U onzer! Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus!
Hart van Jesus, hoor ons!
Hart van Jesus, verhoor ons!
Onze Vader, â â⢠Wees gegroet, enz. V. Jesus, zachtmoedig en nederig van Harte, K-. Geef ons een hart naar Uw Hart.
GEBED.
Heer Jesus, die de onschatbare rijkdommen van Uw Hart voor Uwe Kerk geopend hebt, schenk ons de genade, om aan de liefde van dit Allerheiligste Hart te beantwoorden, en door eene waardige vereering de beleedigin-gen te herstellen, welke het door ondankbare menschen worden aangedaan. Dit bidden wij U, die met God den Vader in de eenheid van den H. Geest, God zijt in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
§eigt;ed, ?at de- It. êevhudis Sagc-Cijfjc â¢{as.
Wees gegroet, o heilig. Hart van Jesus! levende en levendmakende bron des eeuwi-i levens! oneindige schat der Godheid!
blakende oven der goddelijke liefde! Gij zijt mijne rust- en schuilplaats. O, minnelijke Zaligmaker! ontsteek mijn hart met die vurige liefde, waarvan liet Uwe brandt; stort in mijn hart die groote genaden, waarvan het Uwe de bron is; laat mijn hart met het Uwe zoo vereenigd zijn, dat Uw wil de mijne, en de mijne aan den Uwen eeuwig gelijkvormig zij, dewijl ik verlang dat Uw heilige wil voortaan de regel van al mijne begeerten en van al mijne werken zij.
GEBED.
Almachtige, barmhartige God! wij bidden U, dat Gij het liefderijke Hart van Uwen Zoon, in wien Gij een oneindig welbehagen hebt, wilt aanzien, en vergeef ons, om wille van dit, U allerliefste Hart, onze menigvuldige misdaden; wiscli om de overvloedige voldoening van dit zegenrijke Hart de welverdiende straf onzer boosheden uit; geef dat onze koude harten met de vlammen van dit brandende Hart ontstoken, U, o opperste God! allerinnigst beminnen, door denzeltden Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leelt en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT HET ALLERHEILIGSTE HART VAN JESUS VOOR LEVENDEN EN DOODEN.
O, Allerheiligst Hart van Jesus ! ik aanbid U uit al de krachten mijner ziel; ik wijd ze
â 180 â
U toe voor altijd, met al mijne gedachten , woorden en -werken; ach, konde ik U, o, goddelijk Hart! zoo veel aanbidding, liefde en heerlijkheid geven, als Gij aan Uwen he-melschen Vader geeft! Vergeef mij mijne zonden, sta mij bij in de bekoringen, bescherm mij in alle omstandigheden mijns levens en wees mijne toevlucht in het uur des doods. Ik vraag dezelfde genaden voor mijne bloedverwanten en vrienden, voor alle zondaren, voor alle bedrukte harten, voor de stervenden en voor alle menschen, die op de aarde zijn, opdat de prijs van Uw dierbaar bloed voor hen niet verloren zij. Ontferm U ook over de zielen in het vagevuur, maak haar deelachtig aan Uwe overvloedige ontfermingen en doe haar, om liet medelijden en de liefde van Uw H. Hart, spoedig tot de aanschouwing Uwer goddelijke Majesteit geraken, om U eeuwig te loven en te danken. Eindelijk, o. Heer ! smeek ik U vurig, mij ook eenmaal in Uwe heerlijkheid op te nemen. Amen.
TOEWIJDING AAN HET H. HART VAN JESUS.
Aanbiddelijk Hart van mijnen Jesus, zetel aller deugden, bron aller genaden, wat hebt Gij in mij kunnen ontdekken, dat bekwaam is U te bewegen om mij zoo zeer te beminnen,â daar mijn hart, met duizenden zonden
â 181 â
bezoedeld, voor U niets dan onverschilligheid had. De schitterende bewijzen der teederheid Uwer liefde voor mij, dan zelfs, wanneer ik U niet beminde, doen mij hopen, dat Gij de bewijzen, waardoor ik U mijne liefde wil too-nen, niet verstooten zult. Gewaardig U dan, o, mijn aanbiddelijke Zaligmaker! het verlangen te aanvaarden, dat ik heb van mij geheel aan de eer en de glorie van Uw heilig Hart toe te wijden; gewaardig U de opdracht, welke ik doe van al wat ik ben, aan te nemen; ik wijd U toe mijnen persoon, mijne werken, mijne pijnen en mijn lijden; ik wil voortaan een slachtoffer wezen, geheel verkleefd aan Uwe glorie, nu ontvlamd, en eens, indien het ü behaagt, gansch verslonden door de heilige vlammen Uwer liefde. Ik offer U op, o, mijn Heer en mijn God! mijn hart en al de gevoelens, waarvoor het vatbaar is. Zie daar Heer, ik behoor gansch aan Uw H. Hart, geheel aan U toe. O, mijn God! hoe groot zijn Uwe barmhartigheden jegens mij! God van goedheid! wie ben ik, dat Gij de opoffering mijns harten gelieft te aanvaarden. Dit hart zal voortaan geheel voor U zijn, en de schepselen zullen er geen deel meer aan hebben.
Liefderijke Jesus, steeds mijn Vader, mijn Vriend, mijn Meester en mijn al; ik wil niet meer leven dan voor U. Ontvang, minne-lijke Zaligmaker der menschen, de opdracht, welke het ondankbaarste aller schepselen aan
-V-lt;lt;lxooooooooooo«3ocxolt;oclt;dlt;»olt;gt;ooooolt;x^oocooooooooolt;olt;ocooooooooolt;)olt;
182
Uw heilig Hart doet, om de beleediging te herstellen, die het niet opgehouden heeft Uw Hart aan te doen met zoo slecht aan Uwe liefde te beantwoorden. Ik geef U weinig, maar ik geef U ten minste al wat ik bezit, al wat ik U geven kan en al wat ik weet, dat Gij verlangt; ja ik wijd U mijn hart toe, ik geef U dit om het nooit meer terug te eischen.
EEREBOETE AAN HET H. HA UT VAN JESÃS.
O, aanbiddelijk Hart van mijnen Zaligmaker en mijnen God! doordrongen van droefheid bij het aanschouwen der beleedigingen, die Gij in Uw heilig Sacrament des Altaars ontvangen hebt en nog dagelijks-ontvangt, werp ik mij voor Uwe voeten neder om U daarvoor eene eereboete te doen. Konde ik door mijne eerbetuigingen, door mijnen eerbied, Uwe miskende eer herstellen' Ach, konde ik dit ten koste mijns levens! Gedenk dan Uwer barmhartigheden, o, Jesus, en verleen de vergiffenis, welke ik U vraag voor zoo vele goddeloozen, voor zoo vele ketters, voor zoo vele laffe christenen en voornamelijk voor mij zeiven, die U zoo dikwijls beleedigd heb. Vergeet mijne ondankbaarheid, en wees indachtig, dat Uw goddelijk Hart, het gewicht mijner zonden dragende, er tot den dood toe
â 183 â
tlt;^00000lt;0000000000000lt;0lt;
over bedroefd geweest is. Gedoog niet, dat Uw lijden en Uw bloed voor mij vruchteloos zijn; vernietig mijn zondig hart en geef het mij een, gelijkvormig aan het Uwe, een vermorzelden ootmoedig hart, een hart, dat zuiver is, vol afschrik voor de zonde, een hart, dat slechts een slachtoffer meer zij, toegewijd aan Uwe eer en ontvlamd door het goddelijke vuur Uwer liefde. Van mijnen kant. beloof ik U, o, mijn zachtmoedige Jesus, dat ik voortaan, voor zoo veel het in mijne macht is, door mijne zedigheid in de kerken, door mijn vurigen ijver in U te bezoeken in het heilig Sacrament des Altaars, door mijne begeerte in U te ontvangen in de heilige Communie, zal trachten te herstellen al de oneerbiedigheden, de ontheiligingen, de heiligschennissen, welke ik in de bitterheid mijner ziel beween. Amen.
BEZOEK AAN HET H. HART VAN JESUS.
Hart van Jesus, dat nacht en dag tusschen ons verblijft, roepende, wachtende en allen ontvangende, die U komen bezoeken, ik aanbid U en erken vóór U mijne ellende en mijne nietigheid. Ik bedank U voor al de waldaden, die Gij mij verleend hebt, voornamelijk omdat Gij mij verlost hebt uit de slavernij des duivels, omdat Gij in mij den schoonen
â 184 â
titel van kind Gods, welken ik door de zonde verloren had, hebt doen herleven, omdat Gij mij Maria tot Voorspreekster gegeven hebt, omdat Gij mij ingegeven hebt orn tot U te gaan; ik bedank U, zoo veel het in mijne macht, is dat Gij voor mij open blijft; ik wil de beleedigingen herstellen, welke ik U ongelukkiglijk toegebracht heb door mijne lauwheid en mijne onverschilligheid in Uwen dienst; ik zou verlangen U te kunnen eeren, zoo als Gij het verdient op al de plaatsen der aarde, waar Gij het minst geëerd en het meest verlaten zijt.
U1TBOEZEMING TOT HET H. HART VAN JESUS.
Hoe liefelijk zijn Uwe tabernakelen. Hart van Jesus! Mijne ziel kwijnt en wordt verleerd door het verlangen van eeuwig met U te wonen. Mijn hart en mijnvleesch zijn vóór Uw aanschijn van vreugde opgesprongen; mij dunkt, dat Gij mij uitnoodigt orn bij U te komen rusten. Ach! ik gevoel er de noodzakelijkheid van; ik gevoel mij benauwd, kwijnende, dorstig naar de wateren der genade, gelijk het vermoeide hert hijgend, dorstig is naar het water der fonteinen. Waar zal ik, o. Hart van mijnen Jesus, de voor mijne ziel zoo noodige rust vinden, tenzij aan den voet Uwer altaren! Gelukkig, ja duizendmaal ge-
gt;000000000000000000000000000000000000000)0000000000c»00c500lt;.
â 185 â
lukkig zij, die in Uwen tempel wonen! Daar vinden zij de aangenaamste schuilplaats, Gij vervuil aldaar hunne zielen met eene goddelijke zalving.... Ik gevoel in mijn hart een vurig verlangen ontstaan U te beminnen, en de heilige verrukkingen te gevoelen van dat levendige geloof, waarmede Uwe Heiligen, bij het naderen tot Uw heiligdom, bevangen werden. Ik geloof, o, Jesus! dat Gij waarlijk hier tegenwoordig zijt; maar wie ;; zou de wonderen kunnen uitdrukken, welke 3 Gij hier uitwerkt ? Het is hier het kort begrip 5 van al Uwe geheimenissen, het is het won-?; derwerk Uwer liefde tot ons, dat U op dit ri altaar verborgen heeft. O, oneindige liefde! kom P dan mijn hart ontsteken, verander mijne S zwakheid in sterkte, en mijne kwijning in 8 eenen standvastigen en edelmoedigen ijver.
- Dat ik mij onophoudelijk slachtoffere om U 5 Ie behagen, om U mijne erkentenis en liefde 5 te bewijzen! Hoe vele dankzeggingen ben ik 5 U niet verschuldigd, goddelijk Hart van Jesus! 5 Elk mijner dagen is door nieuwe welda-p den gekenmerkt. Al wat ik heb, al wat ik
ben, is het werk Uwer teederheid voor mij. 5 Gij verrijkt mij door Uwe schatten, niettegen-5 staande het misbruik, dat ik er dagelijks van 2 maak; hoe ondankbaarder ik ben, des te
- barmhartiger schijnt Gij te wezen; o, onbe-§ grijpelijke goedheid! ik zal niet ophouden 0 Uwen lof te zingen en Uwe weldaden te prij-
,)0000000000000000000000c500000000000000c00000)000(
zen. O, Hart van Jesus ! lioe weinig wordt Gij erkend, hoe weinig wordt Gij bemind! Liefde, die altoos blaakt en nooit verteerd wordt, ik wijd U toe het overige mijns levens; ik wil het besteden, om Uwe gunsten te erkennen, door eene onschendbare getrouwheid in Uwen dienst. Ik verzaak al wat U kan mishagen; ik heilig U mijn hart toe, ik offer U er de tee-derste geneigdheden van op; wees mijne vreugd, mijne sterkte en al mijn genoegen. Doe mijn hart ontvlammen door bet heilige vuur Uwer liefde; ik wil U liefde voor liefde, leven voor leven wedergeven, en U beminnende sterven.
EERHERSTEL AAN HET H. HART VAN JESUS.
Hart van Jesus, aanbiddelijk heiligdom dei-liefde van eenen God voor de menschen, zullen wij ooit de overmaat onzer ondankbaarheid jegens U genoegzaam kunnen beweenen'? O God, Gij hadt ons van eeuwigheid bemind, Gij badl ons naar Uwe gelijkenis geschapen, Gij hadt ons slechts het beslaan gegeven om over ons de weldaden, waarvan Gij de bron zijt, uit te storten, en om U geheel te voldoen met ons eeuwig geluk te bewerken. Toen de mensch met te zondigen Uwe liefde miskend had, hebt Gij, milddadiger en barmhartiger dan ooit, U gewaar-digd U zeiven, om zoo te zeggen, te vernie-
â 187 â
tigen ten einde ons te redden; Gij hebt de gedaante van eenen slaaf aangenomen, Gij zijt op de aarde gekomen als de beminnelijkste tusschen de kinderen der menschen. Gij hebt een Hart genomen gelijk aan het onze, om onze harten te dwingen U te beminnen. Goddelijk Hart, blakend door de levendigste vlammen der liefde. Gij hebt in U zeiven onze ellenden en onze smarten verzameld. Hart, oneindig heilig, allerzuiverste bron van rechtvaardigheid en onschuld; Gij hebt de boosheden der wereld gedragen. Gij zijt voor onze zonden doorstoken en met Uw aanbiddelijk Bloed hebt Gij op de aarde de zegeningen uitgestort die de zielen troosten, en de genaden, die haar zuiveren. Niets heeft de vurigheid Uwer liefde kunnen vertragen, noch het lijden, noch de arbeid, noch de smarten of de schande Uws kruises, noch de afgrijselijke ondankbaarheid, waarmede de menschen Uwe weldaden vergolden hebben; Gij hebt de overmaat gesteld aan zoo vele wonderen met U zeiven aan de kinderen der menschen tot voedsel te geven: en wij, Heer, wij hebben tegenover zooveel liefde onze ondankbaarheden gesteld. Wij hebben U miskend, wij hebben U vergeten en wij vullen steeds door nieuwe beleedigingen de maat onzer ongerechtigheden aan. Zoo vele menschen willen U niet meer beminnen! Helaas! zij willen U niet meer erkennen! De christenen, dronken
â 188 â
van de liefde der valsche vermaken, der vergankelijke goederen dezer wereld, denken slechts aan Uwe liefde om Uw Hart te bedroeven door hunne onverschilligheid of om het te beleedigen door hunne ongeregeldheden. O, mijn God, vindt Gij nog getrouwe harten op aarde? Zijn er onder dezen wel, die U kennen, wel eenigen, gelukkig genoeg omU liefde voor liefde te geven1? Wat. ons betreft, aan wie Gij in Uwe barmhartigheid U gewaar-digd hebt te denken, indien wij U nog zoo veel niet beminnen, als Gij het verdient, ten minste. Gij weet het, wij verlangen IJ te beminnen. Gelief van Uwen verheven troon eenen oogslag te werpen op dit klein getal getrouwe zielen, welke de droefheid, de dankbaarheid en de liefde hier aan Uwe voeten doen neder-knielen. Ach! konden wij, door de geheele opoffering van ons zeiven, U de eer wedergeven, welke de wereld en de hel U trachten te ontrooven: ja, wij zouden door onze tranen willen uitwisschen al de misdrijven, die Uw goddelijk Hart bedroeven! gelukkig zouden wij zijn, indien wij ze in ons bloed konden afwasschen! Maar, o, mijn God, wie zou Uwe beleedigde eer kunnen herstellen ? Wie anders zou dit kunnen dan Gij zelf? Tot Uw aanbiddelijk Hart is het dus, dat wij onze toevlucht nemen ten voordeele van hen, die U miskennen.
O, barmhartig Hart, vergeef aan verblinde
â 189 â
en ondankbare menschen; of indien Uwe eer zulks vereischt, neem wraak, zoo als het U betaamt: werp op ons, lieer, de vurige schichten Uwer liefde... Dat wij, overmeesterd door die oneindige liefde, allen en voor altijd de leerlingen en de verkondigers van Uw Hart worden, en dat wij, na de deugd, welke het ons aanbeveelt, beoefend te hebben, eens mogen deel nemen in het geluk, dat gij ons beloofd hebt. Amen.
BEMIND ZIJ OVERAL HET H. HART VAN JESUS.
(100 dagen aflaat.)
;c5
Draag steeds liet Kruis vol moed,
Schej) in dien last behagen: Volg als een trouwe knecht
Met lust mvs Heilands spoor: Hij ging u aan het Kruis
In 't sterven moedig'voor, Geprangd door liefde, die
Hij u heelt toegedragen.
(CEjijze om den JKituisweg te houden.
In de Kerk gekomen om den Kruisweg te houden, knielt men voor het Altaar neder en tracht men zich
â 191 â
Q voor te bereiden door eene A/cte van Berouw te ver-
§ wekken. Vervolgens gaat men de onderscheidene Sta-
s tiën in volgorde bezoeken , en zich voor elk tafereel
Q van den Lijdensweg op de knieën werpende, zegt
X men met gevoel: Wij aanbidden U, Christus, enz.
s Nu blijft men een weinig tijds het geheim van Jesus
5 lijden overwegen , dat door die Statie wordt voorge-
§ steld, en na een kort gebed tot den lijdenden Verlosser
^ bidt men : Onze Vader, Wees gegroet en Glorie zij den
n Vader, enz. Op deze wijze gaat men voort tot aan
y de laatste Statie, en zich dan weder tot het Altaar
y begevende, bedankt men God voor de ontvangene
5 weldaden.
y Als de Kruisweg in Processie gehouden wordt, is
H het om de menigte des volks niet noodig, dat ieder,
H de 14 Statiën bezoekt; men kan dan op zijne plaats
§ blijven, mits men slechts knielende zich vereenigt met
§ de gebeden van den Priester, en opstaat, wanneer de
^ Processie van de eene Statie tot de andere gaat.
y De Aflaten, welke mea door deze oefening verdie-
H nen kan, zijn, zooals men in het Onderricht over
0 den Kruisweg biz. VII vooraan in dit boekje kan
§ zien, dezelfde, welke zij verdienen, die de Statiën van
^ den Kruisweg te Jerusalem in persoon bezoeken. Vele
K van deze zijn volle Aflaten, welke men voor zich zel-
S ven of voor de zielen in het Vagevuur kan verdienen.
4 Hier dient echter wel bemerkt te worden, dat men den-
n ken moet aan welke zielen men die Aflaten wil toevoegen.
)00000000000000000000000lt;X3gt;OC300eOOOOOOCX)OOCXK
â 192 â
YOORBEREIDEND GEBED,
EN
AKTE YAK BEROUW.
Met den diepsten eerbied werp ik mij voor U ter aarde, Yerlosser van den zondigen mensch! en innig getroffen over het lijden, dat U mijne verlossing gekost heeft, wil ik mij in deze oogenblikken met dat wonder van liefde bezighouden, door U in den geest op Uwen bloedigen Kruisweg te vergezellen. Maar hoe zal ik dit op eene waardige wijze kunnen verrichten! ik, die U zoo dikwerf beleedigde. Uw lijden niet zelden vernieuwde? Ja, mijn Jesus! ik beken het, ik ben een zondaar, een onwaardige, maar Gij kunt mij rechtvaardig en Uwer liefde waardig maken. Ontferm U dan over mij, verwerp mij niet van Uw aanschijn en vergeef den boetvaar-digen zondaar, die U als het hoogste goed boven alles bemint, en juist daarom berouw heeft over zijne zonden. Niet meer, mijn God ! niet meer zal ik zondigen, maar U steeds zoo beminnen, dat ik eenmaal onder hen gerangschikt worde, voor wie Uw Bloed niet vruchteloos vergoten werd.
Tot voldoening voor mijne misdrijven offer
- 493 â
ik U deze oefening' op. Stort, gedurende dezen bloedigen tocht, in mij den goeden geest, en geef dat ik, door Uw lijden bewogen, tot Uwe navolging aangespoord worde ; maak mij deelgenoot aan de verleende Aflaten, opdat zij mij behulpzaam zijn , om in dit leven Uwe erbarming en hierna Uwe heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn te genieten. Amen.
Is te STATIE.
JESUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD.
Wij aanbidden U, Christus ! en loven IJ,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, met welke gevoelens Jesus dit vonnis ontvangt; zie, hoe gewillig Hij zich daaraan uit liefde tot U onderwerpt. Ach, dat gij u toch eens schaamdet! gij, die zoo dikwerf het vonnis des eeuwigen doods verdiendet, gij gewaardigt u nauwelijks eene geringe versterving aan te nemen, tot welke hij, die Gods plaats bekleedt, u soms veroordeelt. Welaan dan, wend u vol schaamte tot Jesus , uwen Bruidegom, en zeg Hem met een hart vol liefde :
GEBED.
Dierbare Jesus ! Uwe onschuld en de liefde, waarmede Gij U, zonder eenige tegenspraak, aan het onrechtvaardigste vonnis onderwerpt.
â 104 â
doen mij blozen; het is mij leed, dat ik mij, bij het ontvangen van eene geringe beleedi-ging, bij het hooren van een smadelijk woord, tot hiertoe zoo verontwaardigd toonde; ja, dit smart mij, en ik maak een vast voornemen om voortaan met Uwe heilige hulp elke versmading, hoe onrechtvaardig, hoe smartelijk die ook zijn moge, gaarne te verduren.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
Ilde STATIE.
JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE SCHOUDEREN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, beschouw uwen Jesus! zie met welk eene teederheid Hij het Kruis omhelst, met welk eene kalmte en gelatenheid Hij den moedwil der woeste bende verdraagt. Ach ! bloos over die on verduldigheid , waaraan gij u bij bet verschijnen van het geringste kruisje van tegenspoed zoo vaardig overgeeft. Kom, vergezel uwen met het Kruis beladen Jesus, en zeg Hem ;
â 195 â
GEBED.
Met reden schaam ik mij, lieve Jesus! wanneer ik U het Kruis, het door mijne ondankbaarheid, door my ne zonden vervaardigd Kruis, zoo liefderijk zie omhelzen, terwijl ik aarzel die lichte, die aangename kruisjes op te nemen, welke Uwe oneindige liefde mij vormde en door zoo vele genadehulp draaglijk maakte. Vergeef het mij, bid ik U, vermits ik een vast besluit maak niet alleen ze voortaan gaarne te omhelzen, maar daarenboven met Uwe geliefde heilige Theresia U onophoudelijk te smeeken : of lijden of sterven, het kruis of de dood.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
lilde STATIE.
JESUS VALT DE EERSTE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Mijne ziel, ziel gij de beleedigingen niet, welke uw gevallen Jesus te verduren heeft'? En echter zwijgt Hij, en echter verdraagt Hij alles uit liefde tot u; en hoe ongeduldig zijt
â 196 â
y'y niet, wanneer eene lichte ziekte u aantast, â wanneer een gering ongeval u treft, hoe bitter beklaagt gij u dan niet 1 Ach, werp u met tranen van berouw voor Jesus voeten neder, en bid hein :
GEBED.
Beminnelijke Jesus ! met leedwezen werp ik mij voor U ter aarde, omdat ik U zoo dikwerf door mijn ongeduld beleedigde. Ach! schenk mij de genade om te kunnen opstaan, den weg des Kruises met liefde en vreugde te vervolgen, en alle rampspoeden gaarne te verduren.
Onze. Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
IVde STATIE.
JESUS ONTMOET ZIJNE H. MOEDER.
Wij aanbidden U, Christus ! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach! welk eene hevige smart doorboorde het hart van Maria, en wie kan de folteringen opnoemen, waarmede Jesus' lijden bij deze ontmoeting verzwaard werd? quot;Ween, mijne ziel, ween bij dit hartverscheurend schouw-
â 197 â
spel en troost de bedroefde Moeder en den lijdenden Zoon op deze wijze:
GEBED.
Liefderijke Moeder! ik ben het, die Uwen geliefden Zoon, Uwen Jesus, aan die barbaai-sche handen van ruwe krijgsknechten overleverde. Toen ik zondigde, juist toen vormde ik het zwaard van droefheid, dat Uw moederhart doorboorde. Ach! ik heb er beiouw over en smeek U beiden om erbarming en vergeving ; erbarming, heilige Maria! mijn Jesus! erbarming met eenen zondaar, die het besluit maakt om niet meer te zondigen, en tot dat einde dikwijls de smarten van Jesus en Maria te overwegen.
Onze Vader, â Wws (iff/roet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
Vde STATIE.
JESUS WORUT DOOIi SIMON VAN CYRENE IN HET KRUIS DRAG EN GEHOLPEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat. Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Denk eens na, mijne ziel! welke beleedi-ging de Cyreneêr Jesus aandeed, door Hem in bet kruisdragen zijne hulp te weigeren.
â 198 â
Maar beleedigt gij Hem niet meer, als gij liet kruis, dat Jesus u overzendt, gedwongen en niet met liefde torst, als gij het nasleept en zelfs durft ontvluchten ? Ach ! verfoei uwe dwaling, en bid uwen liefhebbenden Jesus:
GEBED.
Liefdevolle Jesus! ik belijd liet, ik was die Cyreneër; ik, die slechts gedwongen het kruis der wederwaardigheden gedragen, en altijd getracht heb het te ontvluchten. Ach! ik erken mijne misdaad, ik smeek om vergeving en genade voor de toekomst! Zend mij vrij die kruisen, welke U zoo dierbaar zijn; met Uwe hulp zal ik ze volgaarne omhelzen.
Onze, Vader. â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
Vide STATIE.
VERONICA DROOGT JESUS' AANGEZICHT AF MET EENEN ZWEETDOEK.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Is het mogelijk, myne ziel. dat gij niet van liefde en teederheid wegsmelt, bij de over-
0(500000000000000000000000000000lt;x00000000c»000000000000000000000lt;
i â 199 ---
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
weging van de belooning, welke de goede Jesus aan de vrome Veronica uitreikte, voor hare aan Hem betoonde daad van medelijden'? Hij stelde haar in hel, bezit van Zijne, in den zweetdoek ingedrukte, aanbiddelijke gelaats-^ trekken. Zou Hij niet op dezelfde wijze ook ^ met u handelen, door Zijn heilig Wezen in i P uw hart te drukken, zoo gij dikwerf uw me-delijden jegens Hem opwektet'? Ach ! geef f: dan van dit gemis aan u zeiven alleen de i schuld, en zeg Hem :
? GEDED.
J; Gefolterde Godmensch ! zoo Gij niet in mijn
t hart gedrukt zijt, is de schuld niet aan U;
j neen aan mij zeiven, aan mijne ongevoelig-
t beid moet ik het wijten. Immers, gevoel ik
|j wel ooit medelijden jegens U, â overweeg ik
^ wel ooit Uwe smarten ? Ach ! ik verfoei mijne
h handelwijze en wil voortaan Uw bitter lijden
8 dikwijls overwegen, opdat Gij met onuitwisch-
r- bare letteren in mijn hart moogt gegrift
| worden.
i
â 200 â
1 n
Vilde STATIE.
JESUS VALT DE TWEEDE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ach ! mijne ziel, hoe ongevoelig zijt gij ! Ziet gij niet, dat het uwe trotschheid is, die Jesus ook nu op den grond doet nedervallen, daar gij uwen Heiland met voeten treedt, om u zeiven te verheffen ? Ach 1 verfoei toch eens dien hoogmoed, en beloof uwen vriend beterschap.
gevallen
C.EI5ED.
Ja, mijn Jesus! ik beween mijne trotschheid , waardoor ik steeds boven anderen den voorrang begeerde, en dewijl ik hierdoor oorzaak van Uwen val was, besluit ik, mij ook voor mijne minderen te vernederen, altijd met nederigheid en onderwerping te spreken en allen hoogmoed uit mijn hart te verbannen. Help mij bierin door Uwe vermogende genade.
Onze Vader, â Wws yegroet, â
Glorii; zij den Vader, enz,
Ontferm U onzer. Heer ! ontferm U onzer. O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
lt;^»oooooooöooooooooooooooooo*r
VlIIste STATIE.
JESUS TROOST DE WEENENDE VROUWEN.
quot;Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Zie, mijne ziel, hoe de voor Jesus geplengde tranen met de door Hem gegevene vertroostingen gepaard gaan. Nauwelijks weenen Jerusalem''s vrouwen, of Jesus vertroost haar. Overweeg eens, dat, zoo gij tot hiertoe van Hem nog geenen troost ontvangen hebt, het een sprekend bewijs is, dat gij nog geene tranen van medelijden over uwen lijdenden Zaligmaker gestort hebt.
GEBED.
Beminnelijke Verlosser! al te wel gevoel ik mijne verplichting, om over mijne ondankbaarheid en zondige werken te schreien; maar des te meer beween ik ze, omdat zij oorzaak van Uw lijden waren. Zoo dan de tranen der bedroefde vrouwen U welgevallig waren, o, versmaad dan ook de mijne niet; opdat ik zoo wel nu als in het uur van mijnen dood door U getroost worde.
Ome Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer 1 ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
olt;gt;-gt;oo»clt;lt;rxgt;ooofrOoolt;x3oooooooooolt;lt;Doooooooo()Ooc-
â 202 â
IXde STATIE.
JESUS VALT DE DERDE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus ! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw uwen hier de derde maal op den grond gevallen Jesus. Uwe zonden deden Hem bezwijken; Hij kon den last uwer ondankbaarheid niet langer torsen. Maak dan toch eenmaal het besluit om niet meer ondankbaar le zijn en uwen Verlosser op te beuren. Zeg Hem met geheel uw hart:
GEBED.
Goede Jesus ! het is maar al te waar: Uw herhaald vallen werd door mij veroorzaakt, doordien ik aan Uwe genade zoo slecht beantwoordde ; maar zie, ik heb er berouw over en neem mij voor, om in het vervolg geene genade onbeantwoord te laten. Dit echter kan ik niet zonder Uwen bijstand. Help mij dan, om uit dien afgrond van ondankbaarheid op te staan en nooit meer uit Uwe genade te geraken.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoe Jesus' maagdelijke zedigheid hier beleedigd, hoe Zijn smaak hier verbitterd werd. Ach, uwe onbeschaamdheid, uwe zinnelijke kleeding, uwe ijdelheid beroofden u van uwe onschuld, rukten Jesus de kleederen van het lichaam; uwe onmatigheid verbitterde den smaak van uwen Heer. Welaan dan, spreek Hem rouwmoedig aan, zeggende:
GEBED.
Lijdende Jesus! ja, ik beween mijn ijdel pogen, om in de wereld eene vertooning te maken; ik verwensch mijne onwaardige begeerten , ik verfoei alle gehechtheid aan de wereld; geef, dat ik mij nooit meer van het kleed der onschuld beroove, dat ik mij nooit meer aan overdaad plichtig make, en door de eenvoudigheid mijner kleeding de zedigheid mijns harten levendig uitdrukke.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
â 204 â
H
Xlde STATIE. :
JESUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD. jj
s
^ T '4
Wij aanbidden U, Christus! en loven U, *
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld S
verlost hebt. 5
Eindelijk, mijne ziel, eindelijk wordt uw â
vermoeide, afgematte Jesus aan het vloekhout, h
geklonken! Ween hierbij de herinnering, dat j
uwe zoo gekoesterde hartstochten die scherpe â¢
nagelen waren, waarmede Zijne handen en J
voeten doorboord werden, dat uw bedorven j wil de hamer was, welks slagen Golgotha
weergalmen deden. Ach ! smeek Hem hier- H
voor vergeving door te zesgen; 1
3
GERED. 0
Mijn gekruiste Jesus! duld, dat ik vol droef- ^
heid en leedwezen mijne zonden en ondank- 4
baarheid in Uwe doorboorde handen legge ; ?
niet om U opnieuw te kruisigen, maar opdat â¢-
mijne trouweloosheid, met U gekruisigd zijnde, ;
van weedom sterve, om in eene eeuwige â
trouw te veianderen. '
'4
Onze Vader, â Wcy» gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz. j
Ontferm U onzei-. Heer! ontferm IJ onzer, j
O, God, wees ons, zondaars, genadig'. Amen. j
Xllde STATIE.
JESUS BIDT VOOR ZIJNE KRUISIGF.RS.
Wij aanbidden U, Christus ! en loven U.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Beschouw, mijne ziel, beschouw nogmaals uwen aan het Kruis gehechten Jesus. Zie, hoe treilend Hij den eeuwigen Vader bidt voor u, die Hem zoo schandelijk hoondet; en gij aarzelt nog, vergeving te schenken aan hen, die ii soms verongelijkten, die u beleedigden; en toch zijt gij het, die den Zoon van God niet slechts beleedigd, maar zelfs gekruisigd hebt. Welaan, verhef dan vol berouw over zoo vele zonden uwe stem tot Jesus, en zeg Hem;
GEBED.
Beminnelijke Zaligmaker! Uwe stem, waarmede Gij den Vader voor mij om vergeving baadt, roept mij onophoudelijk toe, dat ik niet alleen mijnen naasten alle verongelijking vergeven, maar ook U voor mijne beleedigers om vergeving sineeken moet. Gehoorzaam aan die stem, verfoei ik dan ook mijne tot hiertoe gevolgde hardvochtigheid en maak het voornemen, om aan hen, die mij verongelijking aandoen, weldaden te bewijzen, opdat ik ook eenmaal van U hooien moge: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
0lt;0(lt;^0lt;x3lt;*00000lt;00000lt;gt;0c0lt;0pcx0000cxi0lt;x3000cx)0lt;
â 206 â
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig-, Amen.
XlIIde STATIE.
JESUS WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Gij waart het, mijne ziel, die den gestorven Jesus in Maria's schoot legdet, zoo dikwerf gij Hem in het H. Sacrament met weinig godsvrucht, mogelijk wel op eene heiligschen-dende wijze, in uw hart ontvangen hebt en Hem zoo doende in uw binnenste deedt sterven. Ach! vraag Jesus hiervoor vergeving, bid Maria om hare voorspraak.
GEBED.
Ja, mijn God, het is waar, ik was ongevoelig genoeg om zulk een droevig schouwspel te vertoonen; dewijl ik zoo dikwerf tot Uwe heilige Tafel naderde, zoo niet met een, door zonde bezoedeld, geweten, dan toch met weinig godsvrucht en met een, aan hetaardsche gehecht, hart. Ach! dit berouwt mij en spoort mij tevens aan, om voortaan het Brood der
Engelen zoodanig te ontvangen, dat het voor mij een onderpand worde der toekomstige heerlijkheid.
Otizn Vader, â Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
XlVde STATIE.
JESUS WORDT IN HET GRAF GELEGD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Overweeg, mijne ziel, hoedanig het graf was, waarin uw ontzielde Verlosser gelegd werd. Het was een nieuw graf, en met kostbaar reukwerk gebalsemd werd Hij er in nedergelegd. Dan, helaas! uw hart is voor uwen Jesus geen nieuw graf meer, daar gij er eerst eene plaats in hebt bereid voor de zonde. quot;Welaan, tracht het dan nu ten minste te vernieuwen, en bid Hern, dat Hij in U een geheel ander hart scheppe.
GEBED.
Liefde mijner ziel! ik belijd het, mijn hart was tot hiertoe een door zoo vele zonden en onvolmaaktheden bezoedeld graf; maar vol schaamte
â 208 â
en berouw bid ik U : Schep in mij een nieuw en zuiver hart, en geef, dat ik het met den balsem van de gedachtenis aan Uw lijden zalve, en met het reukwerk der deugden verfraaie. Dan zult Gij altijd in mijn hart rusten als in een graf, dat heerlijk, U welgevallig is. Amen.
Onze Vader, ââ Wees gegroet, â
Glorie zij den Vader, enz.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
O, God, wees ons, zondaars, genadig. Amen.
SLUIT-GEBED.
Hartelijk dank zij U, o, Heer! voor al Uwe weldaden, en inzonderheid voor die, welke Gij mij nu weder bewezen hebt, door mij op dezen Kruisweg te ondersteunen. Ik mocht mij dan gedurende dezen tijd eens van het aardsche losscheuren, mij in de geheimen van Uw lijden verdiepen en daaruit heilrijke lessen inzamelen. O, dat deze oefening dan ook werkelijk strekke tot verbetering van mijnen wandel, tot zaligheid mijner ziel. Geef, goede Jesus! dat zij ook aan die afgestorvene ge-loovigen voordeelig zij, voor wie ik ze heb opgedragen; en mochten dezen die Aflaten niet noodig gehad hebben, gewaardig U dan, ze aan aan die zielen toe te voegen, waarvoor geene bijzondere gebeden gestort wor-
â 209 â
den, en die aan mijne hulp de meeste behoefte hebben: beschik er over, gelijk het U behaagt.
Eindelijk, verleen mij, dat ik Uw heilig lijden bestendig in mijne gedachten hebbe, mijnen wandel daarnaar regele en tot den laatsten adem mijns levens in de deugd volharde. Amen.
Zesmaal On-c Vader, â Wees (/cqroet, â en Crlorie zij den Vader, enz.
LOFZANG
stabax
Naast het Kruis, met weenende oogen, Stond do Moeder, diej) bewogen,
Als haar Zoon daar stervend hing; En haar door het zuchtend harte. Overstelpt van wee en smarte,
't Scherpe zwaard van droefheid ging.
O, hoe droevig is 't te aanschouwen De gezegende aller vrouwen.
Moeder van Gods eenig Kind!
Die vol droefheid, 't hart benepen. Bevend Hem zag aangegrepen.
Dien haar hart zoo schuldloos vindt.
Wie der mensehen zou niet weenen. Die deez' Moederborst hoort stenen
In dit grievend zielsverdriet? Is 't wel mooglijk zonder snikken. Zulk een' Moedor aan te blikken? Leed Zij ook met Jesus niet?
Voor de zonden van de Zijnen Zag Zij .lesus in de pijnen. Onder felle geeselstraf;
Zag haar lieven Zoon hier lijden, Gansch verlaten, stervend strijden, Totdat Hem de geest begaf.
Geef, o, Moeder! bron van liefde, Dat ik voel, wat leed U griefde, Dat ik weenend met U klaag: Dat mij 't hart ontbrand' van binnen, Door mijn Christus te. beminnen, Opdat ik aan Hem behaag.
Heil'ge Moeder, druk de wonden Des Gekruisten voor mijn zonden.
Druk ze mij diep in liet hart;
Moge ik recht bet lot beseften. Dut Uw Zoon voor ons moest treft'en, Moge ik deelen in Zijn smart.
Laat de droefheid oin Uw lijden, Om de smarten van U beiden.
Mij verzeilen, waar ik ga.
Laat ik op den Kruisdood staren En diens indruk wel bewaren,
Waar ik ook mijne oogen sla.
Maagd der maagden, hoog verheven, Wil mij thans niet tegenstreven.
Laat mij met U droevig zijn.
Laat mij Christus' Kruisdood dragen. Overwegen al Zijn slagen.
Al Zijn lijden en Zijn pijn.
212
Laat mij voelen Zijne Wonden,
In Zijn Kruisdood zijn verslonden,
Om de liefde van Uw Zoon.
Gansch ontvlamd, in liefde ontstoken. Worde ik door U voorgesproken Voor des strengen Rechters troon.
Dat het Kruis mijn schild mag wezen, Christus' dood mij niets doe vreezen.
Maar van Zijn genadetroon.
Als de tijd komt van te sterven.
Mijne ziel alsdan mag erven
's Homels vreugd tot eeuwig loon.
AMEN.
II.
OEFENING VAN DEN H. KRUISfEI},
Om, door de verdiensten van het lijden en den bitteren dood van Jesus, genade bij God te verwerven voor de zielen in het vagevuur, hare pijnen te verlichten en haar te verlossen.
VOORBEREIDIN GS-GEBED.
1. O, barmhartige God ! zie goedgunstig op de zielen in het vagevuur neder en heb medelijden met haar. O, God, Vader, wees haar genadig! zij zijn toch Uwe kinderen; Jesus heeft ze door Zijn Bloed vrijgekocht, en de H. Geest heeft ze tot Zijne tempels verkozen... Genadige God! wees haar barmhartig en verlos haar uit die bittere vlammen... Dierbare Jesus! gedenk, dat Gij zoo overvloedig voor haar voldaan hebt; ja, dat Gij vóórhaar gestorven zijt, opdat zij eeuwig zouden leven; verlos haar spoedig, opdat zij met de Engelen, Gods lof in eeuwigheid mogen zingen, zeggende: heilig, heilig, heilig, Heer, God der heerkrachten!
2. Ach, of ik iets te barer verlichting doen konde!... Tot dat einde zal ik deze oefening van den H. Kruisweg verrichten, l) smeekende,lieve
Jesus, de allaten te willen toevoegen aan de zielen van...
O, Maria! ontferm U over de lijdende zielen... Gij zijt hare Moeder... en zij zijn Uwe kinderen... Bid ook voor mij, om met eerbied deze oef'eninf;' te verrichten.
late STATIE.
JESUS WORDT TER DÃOD VEROORDEELD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O, Jesus! wie had ooit kunnen denken, dat Gij zoo vernederd en zoo schandelijk veroordeeld zoudet worden?... Uwe eenige misdaad was Uwe liefde; want Gij wildet uit liefde sterven, om ons het leven te geven. O, Jesus, ik smeek U door deze liefde, medelijden te hebben met de zielen in het vagevuur... Zij zijn om hare zonden rechtvaardig tot het vuur veroordeeld; maar gedenk, dat Gij voor haar voldaan hebt, en tot den dood des kruises zijt veroordeeld, opdat zij eeuwig zouden leven... Lieve Jesus! ik smeek U, mij ook barmhartig te zijn, en mij van alle, ook van de kleinste zonden, zuiver te bewaren, tot welker boeting de zielen in het vagevuur zoo groote pijnen lijden.
Plt;)OOOOOOCXX3(gt;OOOOOOCgt;gt;OOOOOClt;gt;OCOOOOOCOOOOOOCXÃOOOOOOOOOOOOOOOOOOOlt;
â 215 â
O, Maria! bid voor haar, opdat zij van hare zonden ontslagen worden. Amen.
On-c Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar; Dat zij rusten in vrede. Amen.
Ilde STATIE.
|
JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE SCHOUDEREN.
i
Wij aanbidden U, Christus! en loven U, j Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld J verlost hebt.
; O, Jesus! met wat liefde hebt Gij Uw Kruis : omhelsd1?... Met wat blijdschap hebt Gij het ; op Uwe schouders genomen, om onze zonden ; en schulden te boeten?... O, Jesus! gedenk nu eens den zielen in het vagevuur: zie eens, ;; hoe zwaar haar kruis, hoe groot haar lijden si is!... Zij zuchten in hel vuur, dat onverdra-^ gelijker is dan alles, wat men in dit leven kan lijden... O, dierbare Jesus, zult Gij dan met haar geen medelijden hebben'?... Gedenk, bid ik U, dat Gij Uw Kruis met zoo veel liefde voor haar gedragen hebt... Ik bid U
â 216 â
ook, lieve Jesus ! U over mij te ontfermen, opdat ik mijn kruis geduldig moge dragen zonder U in het minste te vergrammen.
O, Maria! bid voor haar, opdat God haar kruis verlichte. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
lilde STATIE.
JESUS VALT DE EERSTE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven ü.
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Dierbare Jesus! hoe gaat Gij zoo neèrge-bukt en kruipende onder Uw Kruis?... Hoe bezwijkt Gij hier zoo machteloos onder de grootheid Uwer smarten?... Is het niet om ons te verlichten, en ons uit ons lijden te redden?... Ach, lieve Jesus! ik smeek U, door deze Uwe goedheid, de zielen in het vagevuur gedachtig te zijn : zij lijden zulke groote smarten, en wenschen zoo vurig Gods aanschijn te mogen aanschouwen; zij worden
â 217 â
met zulke drift tot U. haar opperste goed, gedreven; wees haar dan genadig; het zijn Uwe vrienden; en nu valt Gij onder Uw Kruis, om haar uit de vlammen op te nemen, en naar den hemel te verheffen. O, Jesus, wees mij ook genadig; richt mij uit de zonden op en laat niet toe, dat ik daarin hervalle.
O Maria, Moeder der bedrukten, bid voor de zielen in het vagevuur. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust,
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
IVde STATIE.
JESUS ONTMOET ZIJNE BEDRUKTE MOEDER.
Wij aanbidden U, Christus! en loven IJ,
Omdat. Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O, Maria, wat snijdend zwaard doorboorde Uw hart, toen Gij Jesus, mismaakt, bebloed, onkenbaar en kruipende onder Zijn Kruis, ontmoettet!... Hoe dikwijls hadt Gij Zijn minnelijk aanschijn met liefderijke blijdschap aangezien, maar nu was het vol stof, vuiligheid en bloed. Ach, wat droevige oogslag!... Maar
â 218 â
hoe bitter is liet voor de zielen in het vagevuur, dit aanschijn eenigen tijd te moeten derven?... Hoe verzuchten zij: O, God! wanneer zal ik bij U komen en voor U verschijnen ? O, Maria! door de droefheid, welke Gij in het ontmoeten van Jesus gevoeldet, hid ik U, U over die zielen te erbarmen. Lieve Jesus, werp Gij ook een genadigen blik op die zielen, gelijk Gij hier Uwe Moeder met medelijden aanzaagt... Maar, lieve Jesus! en Gij, Moeder, Maria! vergeet mij ook niet; mijne ziel is zoo vol vlekken en zoo besmeurd door mijne zonden en dagelijksche gebreken; zuiver mij er van, want ik verloei ze uit geheel mijn hart. Amen.
Onze Yatler, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar; Dat zij rusten in vrede. Amen.
Vde STATIE.
SIMON DRAAGT GEDWONGEN HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U, Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Tot wat ellende zie ik U hier gebracht, lieve Jesus! Gij kunt dan Uw Kruis niet meer
â 219 â
dragen en moet geholpen worden '? Ach, wal smart!.... Om onzent wil hebt Gij U zoo ver laten brengen, lieve Jesus! O welke liefde!... ? Erbarm U dan over de zielen in het vagevuur:
zij lijden zooveel, maar kunnen zich niet helpen, omdat voor haar de tijd van te J k\innen verdienen voorbij is... O, hoe ver-^ langen zij!.. Wees haar dan genadig lieve J Jesus!... Gaarne zou ik haar uit het vagevuur ^ verlossen: daarom, lieve Jesus! offer ik U 2 tbans al mijn doen en lijden tot lafenis harer ï zielen op... Sta mij ook bij, lieve Jesus! om ; ^ hier voor mijne schulden te voldoen; want * naderhand is er geen tijd meer.
O, Maria! de zielen Uwer kinderen lijden H in het vagevuur; help haar, om te zamen ^ met U, God te verheerlijken. Amen.
?â Onze Vader, â Wees gegroet, â
J Heer, geef haar de eeuwige rust, t' En het eeuwige licht verlichte haar;
K
Dat zij rusten in vrede. Amen.
? Vide STATIE.
^ VERONICA ZUIVERT HET AANSCHIJN VAN JESUS.
s
fi Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
§ Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld
j verlost hebt.
g
!gt;
â 220 â
Uw minnelijk, maar mismaakt en bebloed aanschijn, dierbare Jesus, baarde medelijden in bet hart van Veronica; hoe aangenaam was U dit, lieve Jesus, en met welke minzaamheid hebt Gij het afbeeldsel van Uw aanschijn in haren doek gedrukt! O, Jesus, laat Uw Hart ook tot deernis bewogen worden, door het zien der pijnen, welke de zielen in het vagevuur lijden; wasch haar in Uw dierbaar bloed, opdat zij U in eeuwigheid loven en danken... Zuiver ook mijne ziel, lieve Jesus, en versterk mij, om ze niet meer te besmeuren, maar met alle deugden te versieren, om nimmer in die plaats van pijnen te komen.
O, Maria! bid voor haar, opdat zij gezuiverd worden en sta ons bij, om ook de minste zonde te vluchten. Amen.
Onze. Vader, â Wees (jegroel, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
Vilde STATIE.
JESUS VALT DE TWEEDE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Dierbare Jesus, hoe meer ik Uw lijden overdenk, des te grooter komt het mij voor. Helaas, ik zie U reeds voor de tweede maal onder Uw Kruis bezwijken, zonder door iemand geholpen te worden! Mij, ellendige! wat zal er van mij geworden, als ik met den last mijner zonden eens voor Uwe rechtbank zal verschijnen? De zielen van vele mijner kennissen en vrienden zijn er reeds verschenen; maar velen hunner liggen om eenige zonden en schulden misschien te branden; zij moeten voor alle. ook voor de geringste harer fouten tot den laatsten penning toe boeten... O, Heer, Jesus, wees haar door Uw lijden genadig... Geef, dat wij ook de geringste zonden vermijden, en onze gemaakte schulden door boetvaardigheid af koopen.
O, Maria! neem ons als kinderen bij de hand om niet te struikelen; en verlos de zielen der geloovigen uit den vuurpoel. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En hel eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
.ooooooo(xooooooooooolt;gt;c^
Heer, Jesus, doe mij, gelijk deze vrouwen, j
over U weenen Ach, hoe groot is Uw lijden ! lt;
maar ook, hoe groot is mijne boosheid, wijl ó
Gij om mijnent wil moet lijden. O, Jesus, ver- 4
geef mij mijne ondankbaarheden... Ik smeek 5
tJ daarenboven om genade voor de ge- 'i
loovige zielen... Ach, heb medelijden met j
haar... Zij roepen onze hulp in. zeggende: ^
Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, gij, ten J
minste mijne vrienden, want tie hand den Hee- 'i
ren heeft mij geraaid... O, Jesus! wij bidden ^
U dan, kom Uwe dienaren te hulp, die Gij ; door Uw dierbaar Bloed verlost hebt.
O, Maria, wij zuchten al weenende tot U; 1
wees ons en de geloovige zielen genadig. Amen. j
Onze Vader, â Wees gegroet, â 3
Heer, geef haar de eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte haar; Dat zij rusten in vrede. Amen.
â 223 â
IXde STATIE.
.1ESUS VALT UE 1) KI IDE MAAL ONDER HET KRUIS. ij
Wij aanl)idden U, Christus! en loven U, S
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld 5 verlost hebt. ^
Zie, daar ligt Jesus onmachtig ter aarde; zie, hoe de beulen Hem slaan en met voeten trappen!... O, Jesus, ik heb deernis met U,.. 0, God, hemelsche Vader! waarom laat Gij het toe? waarom zendt Gij Hem geene hulp? 0, ziel, hel is ter boeting uwer zonden, welke Jesus op zich genomen had; mijne rechtvaardigheid eischt voldoening, en daarom is er voor Hem geene genade, tot dat Hij door Zijnen dood de schuld zal betaald hebben. O, God, ik schrik voor Uwe rechtvaardigheid, die zonder genade voldoening eischt... Hoe bitter zuchten de geloovige zielen onder de slagen dier strenge rechtvaardigheid, en hoe zuchten zij om genade!... Hoe lang valt haar elk oogen-blik!... O, God, heb ten aanzien van Jesus lijden met haar deernis!... O, God!... daar Gij naderhand zonder barmhartigheid kastijdt, wil ik liever nu voor mijne zonden voldoen. Dat ik hier met Jesus onder het kruis bezwijke, doch spaar mij in de eeuwigheid.
O, Maria, oü'er Uwe overvloedige voldoeningen voor de geloovige zielen aan God op. Amen.
QDÃCXOCOCOOOOOOOOOOCX'
;ooooooooooooooolt;ooooooooofto^
â 224. â
Onze Vader, â Ww.s gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust, En het eeuwige licht verlichte haar; Dat zij rusten in vrede. Amen.
Xde STATIE.
JESUS WORDT ONTKLEED EN MET GAL GELAAFD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O Jesus, met wat wreedheid rukken zij Uwe kleederen uit!... Helaas! zij rukken met de kleederen ook het vel van Uw Lichaam af, en zoo, lieve Jesus, worden Uwe pijnen vernieuwd en Uwe wonden verdubbeld!... Daarbij proeft Gij de bitterheid van de gal... Ach, wat pijnlijke toestand!... Dierbare Jesus! gedenk aan dat lijden, en ontferm U over de zielen in het vagevuur; want zij lijden zooveel... De hemelsche wellusten zijn haar nog ontzegd, en zij worden met de bittere gal van een vlammend vuur gelaafd. O, Jesus! heb medelijden met haar, en bewaar mij van alle zonden, om ook niet in die plaats van folteringen te komen. Onthecht mijn hart van de wereld, en versterk mij om den kelk des lijdens te drinken.
x^ooooocgt;gt;oooooooocjxxi»oocgt;)ooooooo;»
â '225 â
O, Maria! bid voor ons en voor de {feloo-vige zielen, opdat, zij God spoedig aanschouwen en Hem in eeuwigheid loven. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen
xide STATIE.
JESUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij dooi' Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O, Jesus, in watellendigen staal zie ik l) hier aan het kruis genageld worden? Helaas! Uwe handen, Uwe voelen en alle lidmaten zijn er zoo sterk op gespannen, dat Gij U zeiven niet kondet bewegen en al Uwe beende-ren konden geteld worden. Dierbare Jesus I
hoe heht Gij ons zoo kunnen bemifinen?.....
Ik smeek U door deze Uwe liefde, toch de zielen in het vagevuur genadig te willen zijn... Zie eens, hoe zij daar als gekruisigd zijn, zonder zich te kunnen bewegen of helpen!... Ach! haar lijden is zoo groot! want «de «minste pijn van het vagevuur overtreft de «grootste pijn, welke men in dit leven zou
15
â 226 â
«kunnen lijden.» (St. Thomas.) Heer, Jesus! wees haar genadig, en offer de verdiensten van Uw kruis te harer verlossing aan Uwen hemelschen Vader op... Geef ook, lieve Jesus, dat wij onze driften kruisigen, om naderhand niet gestraft te worden.
O, Maria! offer Uwe smarten voor ons en voor de geloovige zielen aan God op. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust,
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
Xllde STATIE.
JESUS STERFT AAN HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O, mijne ziel, sla uwe oogen hemelwaarts... Jesus, na alles volbracht te hebben, beveelt zich aan God, en sterft voor uwe zaligheid. O, zalige dood!... Jesus gaal van het lijden tot de glorie!... Ach, of ik ook eens zoo gelukkig ware! Ach, of ik hier alles voldoen, en uit liefde Gods sterven konde!... De zielen in het vagevuur konden reeds bij God zijn; maar om eenige fouten en onvolmaaktheden moe-
gt;00cx000(x000000000«000000cx)000
â 227 â
ten zij nog branden. O, mijne ziel, vermijd nu alle, ook de kleinste zonden, en wees ijverig in uwe plichten... Mijn Jesus, wees ons en de zielen in het vagevuur genadig; gedenk, dat Gij voor ons en voor haar gestorven zijt.
O, Maria! vergeet niet, dat Gij onder het kruis onze Moeder geworden zijt. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust,
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
XlIIde STATIE.
JESUS WORDT VAN HET KRUIS GENOMEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Ziedaar, Maria, lieve Moeder! ontvang Uwen Zoon, Jesus, voor de laatste maal in Uwen schoot. Neem de doornen met eerbied uit Zijn hoofd... Overzie geheel Zijn lichaam, en besproei het met Uwe tranen: mij dunkt, dat Uw hart thans door zeven zwaarden van droefheden doorstoken wordt en van liefde kwijnt. 0, Maria! doe mij in Uwe droefheden en liefde deelen, en ontvang mijne ziel in Uwen schoot, als zij van de wereld scheidt...
â 228 â
Maar vergeet de geloovige zielen ook niet... Aanzie haar lijden... Laat Uwe tranen, bij het kruis vergoten, op haar vloeien, opdat de vlammen gebluscht en zij voor Gods troon gebracht worden, om Hem eeuwig te aanschouwen. Amen.
Onze Vader, â Wcps geyroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht verlichte haar;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
XlVde STATIE.
JESUS WORDT IN EEN NIEUW GRAF BEGRAVEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
O, mijne ziel, voeg u bij deze lijkstatie. Jesus, uw God en uw al, wordt begraven... Gij zult spoedig dienzelfden weg heengevoerd worden... De geloovige zielen, velen uwer kennissen, hebben reeds dit lot ondergaan, hunne lichamen zijn door de wormen verteerd, maaide zielen boeten misschien hare schulden nog in het. vagevuur... Hoe vurig verlangen zij God te bezitten .. Lieve Jesus ! ik maak nu een vast voornemen, voortaan ijverig in mijne plichten te zijn, om na mijnen dood niet gepijnigd te worden. Ik zal nu mijne zonden boeten, en
â 229 â
uit liefde tot U gaarne alles lijden. Ik smeek U, dierbare Jesus! tot de geloovige zielen néér te dalen, en hare boeien los te maken, opdat zij met U ten hemel opvliegen.
0, Maria! denk aan de tranen, die Gij bij Jesus' graf gestort hebt, en heb medelijden met de zielen in het vagevuur. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Heer, geef haar de eeuwige rust.
En het eeuwige licht vellichte haai1;
Dat zij rusten in vrede. Amen.
SLTJITGEBED.
1. O, God, ik bedank U voor de genade, die Gij mij nu op den Kruisweg verleend hebt; ontvang deze oefening tot verlichting van de zielen in het vagevuur, en maak haar (de zielen van.....) aan de aflaten deelachtig.
2. 0, God, heb medelijden met de geloovige zielen, die zoo vurig wenschen U te bezitten, en zoo hartelijk tot ons verzuchten, opdat wij haar troosten zouden. 0, barmhartige God, wees haar genadig! hoe bitter is het voor haar, U niet te mogen aanschouwen!... De liefde trekt haar tot U, maar Uwe rechtvaardigheid houdt ze terug. U niet bezitten is de grootste aller straffen; het is de hardste en benauwdste aller doodsstrijden... Heb dan me-
â 23P â
delijden met haar; zij immers zijn Uwe vrienden, Uwe bruiden. Uwe kinderen, voor wie Gij reeds eene plaats in den hemel bereid hebt... En dan, wat vernederingen, armoede en pijnen heeft Jesus voor haar niet geleden? Ach! wees haar om Zijnent wil barmhartig. Gedenk daarbij, o, God! dat zij tempels van den H. Geest zijn, waarin Hij woonde; en dat zij in Zijne liefde uit de wereld zijn gescheiden. Vergeef dan, bid ik U, door de verdiensten van Jesus Christus, al hare schulden; dit zal tot Uwe glorie strekken; want in den hemel zijnde, zullen zij eeuwig met de Engelen Uwen lof zingen, zeggende: heilig, heilig, heilig...
O, God! vergeel mij ook niet; gedenk, dat ik aan zoo vele gevaren van zonden blootgesteld ben; versterk mij, om U toch niet te vergrammen; want de zonden mishagen U zoo zeer en noodzaken U ons te straffen... O, God! doe mij dan de zonden zorgvuldig vermijden en geef, dat ik alles uit een zuiver inzicht doe, alleen om U te behagen.
O, Maria! open voor ons en voor de zielen in het vagevuur de ingewanden Uwer barmhartigheid, en bid voor ons. Amen.
Zesmaal Onze Vader, â Wees gegroet, â en Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. H. den Paus.
â 231 â
ÃU.
OEFENING VAN DEN H. RRUISWEamp;,
5
v! om, door liet beschouwen van de liefde van Jesus, eene vurige liefde in ons te ontsteken.
INLEIDING.
De liefde is allernoodzakelijkst. De Apostel zegt: (l. Cor. XIII.) Indien ik de talen van menschen en Engelen spreek, maar de liefde niet heb, hen ik als een klinkend metaal,.. Indien ik alle geloof zal gehad hebben â al mijne bezittingen tot spijze der armen uitgedeeld en mijn lichaam gegeven zal hebben om te branden; maar de liefde niet zal gehad hebben^ baat het mij niets,.. De liefde is dus allernoodzakelijkst... Maar eene schijnliefde, bestaande in gevoelens, is niet voldoende; het moet eene ware liefde zijn, waardoor wij vrienden van God worden, en die ons vlijtig maakt, om alles te doen en te lijden, wat God van ons begeert. Daarom voegt er de Apostel bij: de liefde is verduldige zij is goedhartig ^ de liefde is niet af gunstig; zij doet geen kwaad; zij is niet opgeblazen; zij is niet eerzuchtig; zij zoekt zich zelve niet; zij wordt niet verbitterd; zij denkt geen kwaad; zij verheugt zich niet over de boosheid, maar zij is mede verblijd over de waarheid. Zij lijdt alles, zij hoopt alles, en zij verdraagt alles.
Ziedaar, hoedanig onze liefde moet zijn! God gave, dat ons hart van eene dusdanige liefde brandde!... Om
â 232 â
haar in ons te ontsteken, is er wel niets krachtiger, dan het overdenken van Jesus' liefde en heilig lijden. De liefde van Christus dwingt mij, zegt de Apostel... Inderdaad, Zijne liefde dwingt ons tot wederliefde. Wie zou eenen God niet beminnen, die voor ons gestorven is.
Laat ons tot dat einde met aandacht en godsvrucht, de volgende oefening van den Kruisweg verrichten, waarin wij de liefde van fes its Christus, voor ons f lijdende en stervende, zullen overwegen.
VOORBEREIDING S-G EBED.
Groote God! hoe is het mogelijk, dat er menschen gevonden worden, die U niet beminnen! Wat liebt Gij niet gedaan, om hun Uwe liefde to toonen en dooi' hen bemind te
worden! Als ik Uw lijden, Uw bloed, Uw i
kruis en Uwen schandelijken dood nanzie, 5
hoe zou ik dan nog aan Uwe liefde kunnen ^
twijfelen? Maar, helaas, hoe Hauw en onstand- ^
vastig is mijne liefde! Wee mij, omdat ik 'i
zoo vele jaren, zonder U te beminnen, in f
zonden heb doorgebracht! Ach, hoe spijt mij j
dit, lieve Jesus! ik zal U ten minste het ove- ^
rige van mijn leven beminnen... O, lijden van ^
Jesus! o, versmaadheden van Jesus! o, bloed a van Jesus! o, wonden van Jesus! o, dood van
Jesus! o, liefde van Jesus! komt en door- ^ dringt mijn hart geheel van wederliefde. Ik
i
bemin U, mijn Jesus! ik bemin U, mijn opperste goed! ik bemin U, mijn God en mijn al! Ja, ik bemin U uit geheel mijn hart en wil U altijd beminnen. Ach! laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Maak, dat ik geheel aan U zij; maak, dat ik altijd aan IJ denke, altijd van U spreke, altijd voor U arbeide en alles om U en uit liefde tot U lijde.
O, Maria I bid voor mij, opdat mijn hart in liefde ontvlam me; vergezel mij op den Kruisweg, en maak mij aan de gevoelens deelachtig, welke U bezielden, toon Gij Jesus met het Kruis zaagt beladen. Amen.
Iste STATIE.
JESUS WORDT ÃEa DOOI) VEROORDEELD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u ie zien, dat Jesus zich in uwe plaats laat veroordeelen, om nil liefde tot u te sterven.
Dierbare Jesus I hoe groot is Uwe liefde ? Ik was onbekwaam, voor mijne zonden aan God te voldoen; daarom hebt Gij door eene ongehoorde liefde mijne schuld op U genomen, en nu onderwerpt Gij U zei ven aan het on-
â '234 â
rechtvaardigste doodvonnis, om voor mij te voldoen. O. welk eene liefde!... En toch heb ik U niet bemind... Helaas! ik ben U ongehoorzaam en wederspannig geworden... Ach, hoe spijt mij dit!... Ach, of ik U eens oprecht beminnen konde ?... Ontvang mijn hart, lieve Jesus! en verjaag er alle liefde uit, die niet voor U is. â Zie, lieve Jesns ! ik wil U voortaan alleen beminnen; ik wil uit. liefde voor U lijden, en wensch in en uit liefde voor U te sterven.
O, Maria! bid voor mij, om Jesus oprecht te beminnen. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Ilde STATIE.
JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE SCHOUDEREN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, met welke liefde Jesus het kruis omhelst en draagt.
Ach, of ik eens gezien hadde, lieve Jesus! met welke liefde Gij het kruis omhelsdet en op Uwe schouders naamt, zeker zou mij dit
â 235 â
tranen uit, de oogen geperst hebben ! Ach, of ik uit liefde tot U, mijn kruis ook zoo omhelsde! Ach, of ik met den Apostel Andreas in waarheid konde zeggen: âO, rnin-,,zaam kruis! door de ledematen des Heeren âverheerlijkt, zoo lang begeerd, zoo vurig âbemind, zonder ophouden gezocht, en eindelijk aan mijn verlangend hart gegeven; âontvang mij en geef mij aan mijnen Meester âweder,... die mij door U verlost heeft.quot;
O, Maria, bid voor mij, om uit liefde tot Jesus, mijn kruis te dragen, en de moeielijk-heden, die aan mijnen staat verbonden zijn. met geduld te lijden. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
lilde STATIE.
JESUS VALT DE EERSTE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U, Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u le zien, dat Jesus machteloos bezwijkt, en denk, dat de liefde Hem overwonnen en de macht ontnomen heeft.
O, Jesus, hoe groot is Uwe liefde! zij overwint U, zij doet U bezwijken, en doet U alles uit liefde tot mij lijden... Uwe krachten begeven U, lieve Jesus, maar Uwe liefde blijft dezelfde; Gij wenscht nog meer voor mij te lijden... O, liefde, o, oneindige liefde! wanneer zal mijn hart ook eens van liefde branden, om alles uit liefde voor U, dierbare Jesus, te lijden?... Hoe heb ik ijdele vermaken en wereldsche lichtzinnigheden zoo lang kunnen beminnen?... Hoe spijt mij dit!... Nu wensch ik U alleen â geheel en altijd te beminnen. Ilt, zal uit liefde tot U mijn kruis dragen, al zou het nog zoo zwaar zijn, of al zou ik er onder bezwijken.
O, Maria, bid voor mij, om Jesus alleen te beminnen; dan ben ik rijk genoeg, al heb ik niets anders. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
IVde STATIE.
JESUS ONTMOET ZIJNE LIEVE MOEDER.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U, Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
â 237 â
Verbeeld u te zien, met wat liefde Maria haren misvormden Zoon omhelst... en met wat deernis Jesus haar aanziet.
O, Maria! hoe waart Gij op het zien van Jesus gesteld'? Mij dunkt, ik zie U van liefde branden om Hem fe omhelzen, maar van droefheid bezwijken en halfdood van benauwdheid (St. Bern. Medit. 77.)... O, Jesus, wat medelijden hadt Gij met Uwe bedrukte Moe-dei', en met wat liefde hebt Gij haar aangezien.
O, mijne ziel! zie daar twee harten, uit liefde tot u, vol droefheid en lijden, maar toch volkomen met Gods wil tevreden. O, mijn Jesus, o, Maria, wat lijdt Gij veel uit liefde tot mij! waardoor heb ik dat verdiend'? Helaas, hoe klein is mijne liefde! ik kan het minste niet lijden: eene kleine moeite, eene kleine vernedering, een stootend of hard woord doet mij onverduldig worden. Ach, ik vraag er U vergiffenis over; doe mijn hart van liefde branden, en alles met geduld lijden. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Vde STATIE.
SIMON DRAAGT GEDWONGEN HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
gt;0000000000000000000)
â 238 â 3
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld ^
verlost hebt. ii
Verbeeld u te zien, dat Jesus, onder het k kruis kruipende, onmachtig wordt het nog verder te dragen en geholpen moet worden.
Ziedaar, waartoe Jesus gebracht is!... Hij ^
is onbekwaam het kruis te dragen, en nie- 8
mand wil Hem helpen!... O, Jesus, hoe groot §
is Uwe liefde jegens mij! Deze heeft U Uwe §
krachten ontnomen. â Deze heeft U den 3
kruisdood, den schandelijksten van allen, doen \
verkiezen. Het kruis was toen zoo veracht, ^
dat niemand U helpen wilde, en Simon er toe ^
gedwongen moest worden. O, Jesus! maak, 3
dat de liefde mijn hart overmeestere, om met §
U het kruis te dragen... Zie, mijn hart is be- |
reid. â Ik zal mijn kruis en mijne dagelijk- S
sche moeielijkheden opnemen, en U met liefde ^
volgen... Ik zal de beleedigingen, bitterheden :j
en verongelijkingen, die anderen mij aandoen, J
gaarne uit liefde tot U lijden. ,
O, Maria, bid voor mij, opdat Jesus mij Zijne H
genade en liefde schenke; want dan ben ik p
rijk genoeg en vraag U niets anders. Amen. j
Onze Vader, â Wees gegroet, â 5
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer! 5 O, God, wees ons, zondaars, genadig. é
â 239 â
Vide STATIE.
VERONICA ZUIVERT HET AANSCHIJN VAN JESUS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
quot;Veronica ontvlamt in liefde op het zien van Jesus, zij dringt door het volk, droogt Zijn aanschijn af, en krijgt ter belooning er het afbeeldsel van.
Hoe aangenaam was het U, lieve Jesus, op den kruisweg door Veronica getroost te worden. Wat medelijden had zij voor U! Met wat liefde drong zij door het volk, om Uw aanschijn af te drogen!... Helaas! wat schande voor mij, zoo weinig liefde voor U te hebben? Gij, lieve Jesus, zijt ecu Man van smarten, en dat uit liefde tot mij, en toch blijf ik koud en ongevoelig!... Ach! ontsteek mij in liefde, en maak, dat ik U van ganscher harte be-minne. Prent het afbeeldsel van Uw lijden in mijn hart, opdat ik mij daarin gedurig spiegele, om in liefde tot U te ontvlammen en geheel voor U te leven.
O, Maria, bid voor mij, om evenals Veronica, mijne liefde door werken te toonen, door in arme en ellendige menschen den lijdenden Jesus te troosten. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
â 240 â
Ontferm U onzer, Beer, ontferm U onzer! O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Vilde STATIE.
.1ESUS VALT DE TWEEDE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat Jesus de tweede maal valt, en denk; wat doet Hij veel om den ondanhbaren zondaar te zoeken!
O, Jesus, hoe groot is Uwe liefde jegens mij! Helaas, ik heb gezondigd; maai-Gij betaalt mijne schuld... Ik heb als ven verloren schaap gedwaald; maar Gij zoekt mij in pijn en vermoeidheid... Ik heb, even als de verlorene zoon, Uwe weldaden misbruikt, en mijne ziel tot armoede gebracht; maar Gij arbeidt om haar te verrijken... Minnelijke Jesus! oquot;ntsteek mij in liefde, om U, in weerwil der pijnen en vermoeidheden, te zoeken, te omhelzen en te beminnen... Ja, lieve Jesus! ik wil U beminnen, wat het dan ook moge kosten... Al zou ik onder de kruisen moeten bezwijken, ik zal U toch beminnen. Uwe liefde is mij genoeg.
O, Maria, bid voor mij om in het lijden,
â 241 â
uit liefde tot Jesus, standvastig te blijven. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer !
O, God, wees ons, zondaars genadig.
VlIIste STATIE.
JESUS VERMAANT DE WEENENDE VROUWEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u de grootheid van Jesus' liefde te zien, die meer medelijden met ons, dan met zich zeiven heeft; daarom zegt Hij aan de vrouwen; weent niet over mij, maar weent over u zeiven.
O, Jesus, Uwe liefde heeft toch geen einde! Gij scheent Uw lijden, hoe groot het ook was, te vergeten, om medelijden met ons te hebben... De droevige slaat onzer ziel lag aan Uw Hart, lieve Jesus! Deze griefde U, en deed U al Uwe versmaadheden vergeten, zeggende: weent niet over Mij, maar weent over u zeiven... Wanneer zal ik U dan eens oprecht beminnen lieve Jesus, en uit liefde tot U weenenWanneer zal ik, uit liefde tot U, alle, ook de kleinste zonden vluchten; want
1G
plt;)000lt;)00000000000000000000000000000000000000000000000000cgt;gt;0lt;)0)0(
â 242 â
! het kan toch geene liefde genoemd worden. | als men U nog in de kleinste zaak vrijwillig i vergramt.
O, Maria, bid voor mij, om uit liefde tot i Jesus de eigenliefde, het zelfbehagen en den â ijdelen roem stipt te vermijden. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet. â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer! ; O, God, wees ons, zondaars, genadig.
IXde STATIE.
i JESUS VALT DE DERDE MAAL ONDER HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat Jesus tnsschen al Zijn lijden u blijft beminnen; want het was eene onverzadelijke en zuivere liefde.
i Ach, lieve Jesus! hoe ligt. Gij daar reeds de derde maal onder Uw kruis?... Hoe wordt Gij, even als een aardworm, met de voeten vertrapt1?... O, Jesus, hoe ver gaat Uwe liefde!... Houd maar op met lijden, ik ben reeds ten volle van Uwe liefde overtuigd... 0, ziel! al zijt Gij van Mijne liefde overtuigd. Ik ben echter over haar nog niet voldaan : Ik zal nog den berg opklimmen, om daar voor u te ster-
â 243 â
ven... O, Jesus! wanneer zal ik U eens beminnen, en uit liefde tot U alles lijden? Wanneer zal ik met U den berg opklimmen, om met U en uit liefde tot U te lijden en te sterven? Zie, lieve Jesus! mijn hart is nu bereid.
0, Maria, bid voor mij, om mijne liefde tot Jesus le toonen, met alles uit liefde voor Hem te lijden. Amen.
Onze Vader â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Xde STATIE.
JESUS WORDT ONTKLEED EN MET GAL GELAAFD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat ruwe soldaten met geweld de kleederen van Jesus uitrukken, en dat zij het vel van Zijn heilig lichaam afscheuren.
O, Jesus, wat pijn was dit voor ü! Zoo worden dan al Uwe wonden vernieuwd en Uwe pijnen verdubbeld!.,. Zoo begint dan Uw bloed op nieuw te stroomen !... O, bloed I o, heilig bloed! hoe overvloedig wordt gij vergoten, om de zielen van ondankbare men-
OOO'OOOCOOOOOOOOOOOOCSOOOOOOCOOOOOOOOOOOOOOOOOOC^c
â 244 â
schen te wassclien !... Waarlijk, lieve Jesus! Gij hebt mij bemind en mij van mijne zonden in Uw dierbaar bloed gewasschen. (Apoc. 1. 5.) Maar wat smart voor mij, U al wee-nende te hooren zeggen: wat nut is er in Mijn bloed!' (Ps. 29. 10.) Gij, lieve Jesus, vergiet uit liefde tot mij. Uw dierbaar bloed; maar ik vertrap het met voeten; ik onteer het door mijne zonden. Ach, of ik mijne trouweloosheden eens konde herstellen! O, Jesus! ik wensch U voortaan alleen te beminnen, en uit liefde tot U mijn hart van de wereldsche goederen en rijkdommen te onthechten; wijl Gij uit liefde tot mij, met de grootste pijn, Uwe kleederen hebt laten uitrukken.
O, Maria, bid voor mij, om mijn hart nooit meer aan de wereld, maar aan God te hechten. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Xlde STATIE.
JESUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
lt;)000)0lt; )C»0)0)C»C»0gt;000
â 245 â
Verbeeld u te zien, dat Jesus gewillig, ja met blijdschap, handen en voeten uitsteekt om ze te laten doornagelen.
Minnelijke Jesus! hoe steekt Gij zoo gewillig Uwe handen en voeten uit? Denkt Gij dan niet aan de schromelijke pijnen, die Gij in het doornagelen zult moeten lijden? Ja, ziel. Ik denk er zeker aan, maar Ik doe het om u te verlossen... Maar, lieve Jesus! kondet Gij ons niet verlossen, zonder te lijden?... Ja, ziel, dit kon Ik; maar Ik heb zoo veel willen lijden, om u te toonen, hoe groot, hoe oneindig groot Mijne liefde was. Helaas, lieve Jesus! waar is mijne liefde? Gij lijdt om mij in liefde te ontsteken, en toch blijf ik koud!... Ach, of ik U beminnen en met den Apostel zeggen konde: Ik ben met Christus gekruisigd. (Gal. II. 19.) Ja, lieve Jesus! ik zal mi mijn vleesch met zijne begeerlijkheden, uit liefde tot U gaan kruisigen.
O, Maria! bid voor mij, om mijn vleesch, uit liefde tot Jesus te kruisigen. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
Xllde STATIE.
JESUS STERFT AAN HET KRUIS.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
â 246 â
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat Jesus, de God van hemel en aarde, uit liefde voor u sterft, om u het leven te geven.
O, Jesus! Sterft Gij voor Uw schepsel'? sterft Gij voor mij? Sterft Gij, hoewel onschuldig, voor Uwen vijand, eenen zondaar, gelijk ik ben? Sterft Gij vrijwillig, om mij het leven te geven? O, liefde, o, oneindige liefde! o, Jesus I Uwe liefde dwingt mij tot wederliefde. De gedachte, dat Gij voor mij gestorven zijt, overweldigt mijn hart, en dwingt mij, U te beminnen. Ja, lieve Jesus, ik zal U beminnen; ik zal aan Uw hart leven en sterven, en niets ter wereld zal mij daarvan kunnen scheiden... Doe mij, lieve Jesus, in eeuwigheid zingen: âLeve Jesus, dien ik bemin! Leve Jesus, die âmijne liefde is! Ik bemin U, lieve Jesus, die âleeft in de eeuwigheid der eeuwigheden.quot;
O, Maria, bid voor mij, om evenals Gij, uit liefde tot Jesus te leven, en door liefde tot Jesus te sterven. Amen.
Onze Vader, â Wees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
O, God, wees ons, zondaars, genadig.
â 247 â
XlIIde STATIE.
JESUS quot;WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien. dat Maria het doode en ijskoude lichaam van Jesus met liefde in hare armen ontvangt en van droefheid bijna bezwijkt... 0, Maria, welk zwaard van droefheid doorboorde toen Uw moederlijk hart, op het gezicht van al Zijne wonden, Zijn bloed, Zijn kruis, Zijne doornenkroon en de gaten in Zijne handen, voeten en zijde!... Maar hoe ontvlamde Uw hart in liefde, bij de gedachte, dat Jesus dit alles uit liefde voor ons geleden had!... Ja, lieve Jesus! Gij hebt uil liefde voor mij geleden; geheel Uw lichaam ademt liefde... elke doorn, elke wond, elke druppel bloeds zegt mij; zie eens, hoezeer Hij u bemind heeft! O, Jesus, ach, of ik U wederliefde konde geven! Zie, minnelijke Jesus! nu ga ik geheel voor U leven. Ik wil niet meer leven, voor de wereld, noch voor de verinaken, noch voor eer en achting, noch voor mijne zinnen, maar alleen voor U, dierbare Jesus!
O, Maria, bid voor mij, om geheel voor Jesus te leven. Amen.
Ome Vader. â WVes gegroet â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer! O, God, wees ons, zondaars, genadig'.
XlVde STATIE.
JESUS WOBDT IN EEN NIEUW' GRAF BEGRAVEN.
Wij aanbidden U, Christus! en loven U,
Omdat Gij door Uw H. Kruis de wereld verlost hebt.
Verbeeld u te zien, dat Jesus begraven wordt, om in alles aan ons celijk te zijn.
O, Jesus! Uwe overgroote liefde heeft U in alles aan ons gelijk gemaakt... Zij deed U gelijk wij geboren worden, gelijk wij leven, gelijk wij sterven, gelijk wij begraven worden... O, Jesus! doe mij de grootheid Uwer liefde wel beseffen, om in liefde tot U te branden.. Trek mijn hart van de wereld af, en doe mij bij U in het graf nederdalen; vooral geef mij, dat ik voor U in mijn hart een nieuw graf bereid make, opdat Gij daar, door de H. Communie, zoudet komen rusten... Ja, Jesus! Uwe liefde was zoo groot, dat Gij ook na Uwen dood bij mij wildet blijven, om de spijs mijner ziel te worden... Kom tot mij, lieve Jesus! ontvang mijn hart, maak daar een mouw graf voor U bereid, en vooral ontsteek het in liefde.
â 249 â
O, Maria, bid voor mij, om nimmer van Jesus gescheiden te worden. Amen.
Onze Vader, â VFees gegroet, â
Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer!
0. God, wees ons, zondaars, genadig.
SLUITGEBED.
1. Ik dank U, minnelijke Jesus, voor de liefde, die Gij gedurende deze oefening van den Kruisweg in mijn hart ontstoken hebt: ik bid U, dit liefdevuur meer en meer in mij te ontsteken, opdat ik niets buiten U beminne.
2. Goddelijke Zaligmaker, Uwe liefde is waarlijk groot! zij praamt mijn hart, en dwingt mij tot wederliefde. Niemand, lieve Jesus! kan begrijpen, hoe vurig Uwe liefde was. Zij was groot genoeg om duizendmaal voor ons te sterven, indien het noodig geweest ware... Zij was groot genoeg, om voor elk mensch in het bijzonder te sterven, als God U dit bevolen bad. Ja, al hadt. Gij tot den jongsten dag des oordeels toe aan het kruis moeten blijven, was Uwe liefde nog groot genoeg, om ook daarmede tevreden te zijn. Zoo, lieve Je^ sus, was Uwe liefde grooter dan Uw lijden; zij was grooter dan het uitwendig scheen. Lieve Jesus, Uw bloed en Uwe wonden zijn
â 250 â
teekens van eeno allergrootste liefde, en echter vertoonen zij daarvan al de grootheid niet; ja, het zijn slechts flauwe teekens van de brandende liefde, welke Uw hart inwendig verteerde. O, hoe vele Christenen zijn door deze liefde in wederliefde ontstoken! Hoe velen, die vlammend naar den marteldood waren! Hieruit ontstond die blijdschap in het lijden; die dorst naar folteringen en naar alles, wat de wereld vreest; hieruit, ontstond dat verlangen, om de teekens van Uw kruis en lijden te dragen, waarin zij al hunnen roem stelden.
O, goddelijke Jesus! ontsteek rnij ook in wederliefde. Ach, of ik mijn bloed voor U aan een kruis vergieten konde!... O, kruis! O, zalig kruis! ik omhels U uit geheel mijn hart! O, heilig kruis ontvang mij tusschen Uwe armen, en geef mij aan Jesus, die aan u is gestorven! O, al te wreede nagelen, verlaat de onschuldige handen van Jesus, om mijn hart met droefheid en liefde te doorsteken I... O, Jesus! de kracht Uwer liefde heeft zoo vele harten in liefde ontstoken, onsteek ook het mijne in liefde... O, liefde, zoo oud en zoo nieuw, te laat heb ik U gekend!.. Ontsteek nu mijn hart en doe het in liefde voor Jesus branden, om niets te willen, dan wat God wil, alles te doen, wat God wil, gelijk Hij het wil en omdat Hij het wil; eindelijk om alles te lijden, wat God wil... O, God! geef mij die ware liefde, waar de Apostel
van spreekt, als hij zegt: de liefde is verduldig; zij is goedhartig; zij is niet afgunstig; zij doet geen kwaad; zij is niet opgeblazen; zij is niet eerzuchtig; zij zoekt zich zelve niet; zij wordt niet verbitterd; zij denkt geen kwaad; zij verheugt zich niet over de boosheid; maar is mede verblijd over de waarheid; zij lijdt alles; zij gelooft alles; zij hoopt alles; zij verdraagt alles. O, Jesus! weiger mij deze liefde niet.
O, Maria, die mij in zoo vele smarten onder het kruis gebaard hebt, vergeet mij niet; toon, dat Gij mijne Moeder zijt, en bid voor mij, om evenals Gij, mijnen Jesus uit geheel mijn hart te beminnen, en als uit liefde tot Hem te sterven. Amen.
Zesmaal Onze Vader, â Wees gegroet, â en Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. H. den Paus.
Ifoiw onï-c- tiende.
S(ebedea lol ^esus
IN HET
ALLEEHEIIIGSTE SACEAMENT DES ALTAARS.
©ndeKFichfing.
Om onzentwille is Jesus Christus tegenwoordig in het Allerheiligste Sacrament des Altaars; Hij rust op onze Altaren om ons te troosten in ons lijden , ons te helpen in onze verschillende noodwendigheden, om onze gebeden te verhooren en onze ziel te voeden met Zijn heilig Vleesch en dierbaar Bloed.
Laat ons dikwijls door godvruchtige en waardige Communiën ons met Jesus Christus vereenigen, om aan de liefde, welke Hij ons in het heilig Sacrament bewijst, te beantwoorden. Laat ons dagelijks lesus in het H. Sacrament bezoeken, onze eerbewijzingen aan
S â â 253 â
g Hem opdragen en onze schuldige dienstbaarheid be-
S toonen. Laat ons tot Hem naderen, nu eens gelijk de
S Apostelen en de Leerlingen om hem te hooien, dan
g gelijk Magdalena om onze zonden te beweenen of
ö om Zijne wondervolle volmaaktheden te beschouwen,
y Laat ons voor Hem verschijnen gelijk de kranken van
§ het Evangelie, ten einde van onze geestelijke kwalen
ö genezen te worden , of als de armen om Hem onze
5 noodwendigheden te vertoonen, en in twijfelingen of
g kwellingen het licht en de vertroostingen, die wij
Q noodig hebben, van Hem te verzoeken. Maar laat ons
à altijd in Zijne tegenwoordigheid verschijnen met die
g zedigheid, dien eerbied en die ingetogenheid, met
Q die vrees, liefde en dankbaarheid en dat betrouwen ,
à welke ons Zijne wezenlijke tegenwoordigheid in het
s aanbiddelijk Sacrament moet inboezemen.
0 Laat alle vromen en godvruchtigen, die zich dikwijls
§ met het heilig Sacrament onderhouden, spreken; dat
: zij zeiven getuigen, welke voortreffelijke en troostrijke
5 genaden en verlichtingen, welke vermeerdering in de
8 liefde Gods, welke hemelsche zoetigheden hun aldaar
g in de tegenwoordigheid van God ten deel vallen.
3 De H. Vader Franciscus van Assisie was gewoon,
à zoo dikwerf hem eenige wederwaardigheid trof, zich
g onverwijld naar het Allerheiligste te begeven, en hij
Q putte aldaar uit de bron der genade altoos nieuwe
fi krachten.
g De H. Alphonsus de Liguorio brak dikwijls zijne
ö bezigheden en zijne nachtrust af, om zich voor Jesus
0 in het Allerheiligste neder te werpen; hij stelde alles
g in het werk, om overal. waar hij slechts in de ge-
g legenheid was , bet gebruik van de dagelijksche be-
ö zoeken tot het H. Sacrament in te voeren; te dien
g einde heeft hij een werkje geschreven, getiteld: Be-
Q zoeken bij Jesus Christus in het Allerheiligste Sacra-
ment des Altaars, dat men den geloovigen niet genoeg kan aanbevelen. Z. H. Pius VI had dit altijd â bij zich liggen, en was gewoon dagelijks die Kerk te Rome te bezoeken, waar het Allerheiligste Sacrament ter openbare aanbidding uitgesteld was.
'(geloofd en gedankt zij 'Jesas in het ^LUerheiligstc^ 'Sacrament des Siltaars.
Qebeden tot Jesus
IN HET
ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.
(Onder het Lof, Processie en Veertig-uren-gebed.)
I.
y\KTE VAN pELOOF EN y^ANBIDDlNG.
0, liefderijke Jesus! ik geloof dat Gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt onder de gedaante van Brood, met Lichaam en Ziel, met Vleesch en Bloed, met Godheid en menschheid. Ik geloof dit, omdat Gij het gezegd hebt, en omdat ik Uw heilig woord aanbid; alhoewel mijne lichamelijke oogen U niet zien, en mijn verstand deze waarheid niet bevatten kan, erken en zie ik U nochtans geheel duidelijk met de oogen des Geloofs. Daarom werp ik mij met de diepste ootmoedigheid voor U ter aarde neder, en aanbid U met alle mogelijke eerbiedigheid. Gij zijt mijn Heer en mijn God,
â 256 â
Gij zyt Degene, Dien de Herders in de krib aanbeden hebben, en Dien ontelbare Engelen in den Hemel aanbidden; de Herders hebben U onder de gedaante van een kind aanbeden, en de Engelen aanbidden U, zittende op den troon der heerlijkheid aan de i-echterhand Uws Hemelschen Vaders: met beiden aanbid ik U hier als den waren, onder de gedaante van Brood verborgen, God. O, dat alle menschen U met mij erkenden! O, dat zij allen U met een levend geloof en eenen heiligen eerbied in dit Allerheiligste Sacrament aanbaden! Ik, o, Jesus! verlang dit nu en altijd te doen. Ik verlang nu en altijd eene byzondere godvruchtigheid tot dit Allerheiligste Geheim te hebben. Nooit wil ik dan met alle mogelijke eerbiedigheid er voor verschijnen: nooit wil ik het anders dan met de noodige voorbereiding ontvangen. Geef mij hiertoe, o, Jesus, Uwe genade.
Liefderijke Jesus, die ons in het Allerheiligste Sacrament een gedenkteeken Uwer Almacht en Uwer onuitsprekelijk groote Liefde hebt nagelaten, en ook hebt bevolen, dat wij bij het ontvangen van dit Heilig Sacrament de gedachtenis Uwer Liefde moeten vieren, â ontferm IJ mijner, opdat ik Uwe oneindige Almacht, Wijsheid en Liefde die zich in dit Heilig Sacrament bijzonder openbaren, altoos met dankbare wederliefde vereere, en Uwe groote ^weldaden nooit vergete I Amen.
gt;0000000000000000c500gt;
II.
O, Jeaus, mijn Heer en mijn God! wees mij, zondaar, genadig, laat Uw vaderoog op mij vallen en ontferm U mijner. Mijne menigvuldige overtredingen doen mij van schaamte blozen, mijn hart klopt van aandoening over mijne vermetelheid; ik ben niet waardig voor Uw aanschijn te verschijnen, mijne gepleegde euveldaden doen mijne ziel beven â en nochtans , schoon mijne zonden wraak eischen, gevoel ik eene onverklaarbare zucht, U , o, allerliefste Jesus ! onder de gedaante van Brood te aanbidden, in geest en in waarheid te aanbidden. â Hebt Gij den melaatsche niet afgewezen, die tot U bad: Heer! indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen, â hebt Gij zelfs zijne bede verhoord, ja, zoo teeder als innemend geantwoord: Ik wil, word gereinigd, â dan zult Gij ook mij, rouwmoedigen zondaar, niet ver-stooten, daar ik voor den troon Uwer barmhartigheid van Uwe almachtige liefde hoop te verwerven, wat den melaatsche aanmoedigde, zijne genezing bij U, den Geneesheer van alle kwalen, te zoeken; ik bedoel de genade welke hem opwekte Uwe Goddelijke hulp af te smee-ken, ja, welke hem in Uw heilig oog deed behagen vinden. Ik moet het zeker Uwe genadekracht danken, dat ik deze kerk kom bezoeken (ter gelegenheid van het gebed van veertig uren), om Uw verrukkend liefdewonder
â 258 â
in het hoogwaardig heilig Altaargeheim te aanbidden; maar, liefderijke Jeus 1 ook gaarne zoude ik van Uwe goedheid erlangen, wat mij, machteloozen zondaar, ontbreekt, namelijk Uwe vriendschap waardig te worden, en mij in Uwe gunst te bevestigen. Want dewijl ik bij ervaring overtuigd ben, dat Gij oneindig liefderijk zijt, vestig ik op U mijn geheele vertrouwen. ââ O, dierbare Jesus! gedurende Uw gansche leven hier op aarde was Uw geliefkoosd werk te helpen, te vertroosten, te verlossen, te vergeven en te zegenen. De gewijde bladeren verzekeren, dat het U behaagde weldoende het land door te trekken: bad U een blinde om het gezicht, Gij deedt hem zien, â bad U een doove om het gehoor. Gij deedt hem hooren. â bad U een kranke om de gezondheid , Gij deedt hem gezond worden; zelfs allerlei ongemakken genas Uw Goddelijk woord, en hoe dikwerf gebeurde het, dat Gij tranen van lijdenden afdroogdet, eer men U om ontferming smeekte? â Zelfs Uwe leer vertoont U zoo minnelijk, zoo innemend, zoo bemoedigend, zoo oplettend, zoo bereid tot hulp in allerlei noodwendigheden, dat ik, bij de overweging daarvan, niet te veel van Uwe almachtige liefde kan verwachten. Verklaart toch de H. Paulus ons in het VIIIe Hoofdstuk tot de Romeinen; Het is Christus Jesus die gestorven, verrezen en aan de rechterhand Gods gezeten is, die ook voor om bidt, â dan zal ik
â 259 â
immers mijn leedwezen, mijne verlegenheid, mijn hartzeer, mijne droefheid en ellende, rampen en wederwaardigheden aan U, mijnen al-machtigen Helper, mogen openbaren, dewijl Gij in dien vreugdevollen hemel leeft, om te helpen die Uwe hulp en bijstand in hunne noodwendigheden verlangen. Ja, dierbare Jesus! te veel medelijden bezielde U op deze aarde, om iemand, die welmeenend Uwe gunst verzocht, van de hand te wijzen. Gij hebt zelfs, o, lieve Jesus! Uwe leerlingen wel bestraft, als het hun mishaagde, dat ongelukkigen U wat sterk nariepen. Was U geen ellendige tot last. dan denk ook ik niet te vergeefs U in Uw hoogwaardig Altaargeheim te aanbidden, â te aanbidden met een rouwmoedig hart, indien Gij mij het volbrengen gelieft te schenken, gelijk Gij mij het willen hebt gegeven. En, lieve Jesus! zou ik aan deze Uwe genegenheid durven twijfelen'? Neen, dierbare Zaligmaker! Gij zijt nog onze beste Vader in des hemels heerlijkheid en hier iu Uw H. Altaargeheim. Gij kunt helpen, waar geen geschapen wezen helpen kan. Gij kunt verkwikken, waar geen geschapen wezen verkwikken kan. Gij kunt troosten, waar geen geschapen wezen vertroosten kan.. Voor Uwe macht is niets te groot, voor Uwe liefde niets te zwaar, derhalve vertrouw ik, dat ik vrijmoedig op Uwe erbarming rekenen mag. En mocht ik iets van Uwe goed. heid vragen, dat het heil mijner ziel niet be.
gt;000000000000000000000000000
â '260 â
vordert, â o, dan, lieve Jesus! verwaardig U mij niet le verhoeren, maar gelief m'yne zwakheid te versterken, om mij volkomen aan Uwe Goddelijke beschikking te onderwerpen in de overweging van de onbegrensde liefde, welke Uwe almacht bij de instelling van Uw H. Altaargeheim zoo luisterrijk heeft gelieven te verheerlijken. Ik beken niet. te weten, wat mij ten opzichte van mijne tijdelijke omstandigheden nuttig en goed is, welke maat van aardsche goederen, van gezondheid, van vermogen, van vreugde of lijden mij dienstig kan zijn; â maar, dierbare Verlosser! omdat Gij de nauwkeurigste kennis draagt, zoowel van het verledene als van het toekomende, zoo gelief mij te schenken wat tot zaligheid mijner ziel kan verstrekken. Verkiest Gij mij in tijdelijke goederen te zegenen, zoo bewaar mij voor hoogmoed, en doe mij door weldoen aan be-hoeftigen en armen eeuwigdurende schatten verzamelen, die noch de roest noch de mot verteren kunnen. â Behaagt het U, dat ik in deze wereld behoeftig leve, schenk mij dan, o, dierbare Jesus! een vergenoegd hart, om bij de drukkendste rampen Uwe Vaderlijke goedheid te erkennen, om veilig mijnen weg tot eene gelukzalige eeuwigheid voort te zetten en eenmaal te erlangen, wat nooit oog heeft gezien, noch oor gehoord, noch ooit in het hart van iemand is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen, die Hem dienen
en liefhebben tot hel einde huns levens. Amen.
III.
Goddelijke Verlosser en Zaligmaker, liefderijke Jesus, die ons in het Allerheiligste Sacrament des Altaars Uw aanbiddelijk Lichaam en Uw dierbaar Bloed hebt nagelaten, ik aanbid U daar met diepen eerbied; ik dank U ootmoedig voor alle genaden, die Gij daar aan ons bewijst, en dewijl Gij daar de oorsprong zijt van alle zegeningen, smeek ik U die heden uit te storten over mij en over allen, die hier tegenwoordig zijn.
En, opdat niets den stroom Uwer zegeningen tegenhoude, smeek ik U ook, o. God! uit mijn hart te verwijderen alles, wat U mishaagt; vergeef mij mijne zonden, ik verfoei ze oprecht uitliefde totU; zuiver mijn hart, heilig mijne ziel; zegen mij, mijn God, met dien zegen, welken Gij aan Uwe leerlingen gaaft, toen Gij hen verliet om ten Hemel op te varen. Zegen mij met eenen zegen, die mij verandert, heiligt en volmaakt met U vereenigt; die mij met Uwen Geest vervult en mij reeds van nu af een verzekerd pand zij van den zegen, dien Gij bereid hebt voor hen, die U, beminnen. Ik vraag U dien zegen in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.
â 262 â
IV.
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer, de God der Heerscharen. Hamel en aarde zijn vol van Uwe Heerlijkheid. Heil U in den Allerhoogste! Gezegend zij Hij, die daar komt in den naam des Heer en! Heil V in den Allerhoogste!
Heilig, Heilig, Heilig zingen onophoudelijk de Cherubijnen en Seraphijnen, die voor Uwen Goddelijken Troon geschaard staan; gedoog, o, aanbiddelijke Jesus, dat ik mijne zwakke stem vereenige met deze gelukzalige Geesten en met alle Heiligen des hemels; vol van verwondering, vreugde en dankbaarheid, roep ik met den diepsten eerbied uit: Gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren! Gezegend zijt Gij, o, mijn minnelijke Zaligmaker, in dit aanbiddelijk Sacrament. Gezegend zijt Gij, o, liefderijke Jesus, die van Uwen Troon gedaald zijt, en onder de eenvoudige gedaante van Brood ons zoo nabij zijt in dit wondervol Sacrament Uwer liefde; aanbidding en dankzegging zij U in eeuwigheid. Gezegend zij Hij die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den Allerhoogste!
V.
Gaat uil en beziet, gij dochters van Sion, den koning Salomon met de kroon, waarmede hem zijne moeder gekroond heeft op den dag zijner bruiloft. (Hoogl. III, 2.)
0lt;0lt;0lt;lt;2lt;00000lt;OCOOOlt;000lt;OOCXlt;^0lt;lt;ZXlt;500lt;lt;3POCOlt;lt;3lt;C3lt;0('000lt;0lt;quot;000lt;0lt;
â 263 â
O, kinderen der genade, God minnende zielen! verlaat de duisternissen der aarde en beschouwt Jesus, uwen Koning, met eene kroon van doornen op het hoofd: het is eene kroon van smaad en smart, waarmede Hein de Joodsche Synagoog, welke tot Zijne Moeder bestemd was, gekroond heeft op den dag Zijner bruiloft, dat is op den dag van Zijnen dood, wanneer Hij aan het Kruis uwe zielen verlost heeft. Gaat nn op nieuw uit en ziet, hoe Hij vol van liefde en goedheid is, en u verwacht om Zich met u in het Heilig Sacrament Zijner liefde te vereenigen.
Liefderijke Jesus! heeft het U dan zooveel gekost, om U met ons in het Allerheiligste Sacrament zoo minzaam te vereenigen ? Moest Gij dan eerst eenen zoo smartelijken, eenen zoo smadelijken dood ondergaan? Hoe zou ik ongevoelig kunnen blijven bij zoo vele liefdeblijken'? Ach! kom, komen neem ook mijne ziel tot Uwe vereeniging aan, en zoo ik hiertoe al te onwaardig ben, doe het dan tenminste door de kostbare uitwerkingen Uwer goedheid. Het is waar, ik ben reeds lang door mijne zonden Uw vijand geweest, maar nu zult Gij mijne ziel nogmaals door Uwe liefde met U vereenigen. Kom dan, o, Jesus! kom, o, Goddelijke Bruidegom mijner ziel! ik zal U nimmer weder verraden, ik zal voortaan geene ontrouw meer jegens U begaan. Ik wil als eene waarlijk minnende, kuische bruid aan
â 264 â
niemand dan aan U denken. Ik wil U beminnen met een zuiver hart, zonder eigenbaat, zonder voorbehoud. Ik verlang geheel en alleen aan U te behooren, o, mijn Jesus! geheel Uw eigendom te zijn.
VI.
O, mijn Heer en Zaligmaker, God en mensch te zamen , ik geloof, wat ik niet zie en geef mijne rede en zinnen gaarne gevangen ten dienste van het Geloof, steunende op Uw Goddelijk woord. Ik geloof, dat het hoogwaardig Heilig Sacrament, waarvoor ik thans neder-kniel, U gansch en geheel bevat, en dat Gij daar wezenlijk tegenwoordig zijt. Vermeerder mijn geloof, o. Heer! opdat ik U eeren moge, gelijk het aan Uwe grootheid betaamt; opdat ik à aanbidde in geest en in waarheid. Gij wordt alleen gediend en aangebeden dooide liefde. Ik bemin U; geef mij, dat ik, overdenkende Uwe oneindige liefde, die Gij ons in het Heilig Sacrament bewijst, meer en meer door Uwe liefde ontstoken worde en mijn behagen neme in met U te zijn, gelijk Gij Uw behagen neemt, met de kinderen der menschen te zijn.
VII.
Hoe liefelijk zijn Uwe Tabernakelen! Hoe vermakelijk is het in Uw Huis te zijn! Hoe
â 265 â
aangenaam is het, voor Uw heilig Altaar te verschijnen, almachtige Heer, mijn Koning en mijn God! Is het mogelijk, dat een God Zijn verblijf wil nemen onder de menschen'? Aldus spraken Uwe Profeten van het Heiligdom der Oude Wet, dat slechts eene afbeelding was, van wat wij hier bezitten. Zij kwamen tot Uwen Tabernakel vol eerbied en betrouwen; zij stortten aldaar hun hart voor U uit; zij spraken tot U met eene heilige gemeenzaamheid; zij gaven U aldaar hunne dringende noodwendigheden te kennen; zij droegen U hunne begeerten en gebeden op; en Gij, genadige en barmhartige Heer! Gij verhoordet hen en vervuldet hun hart met troost en blijdschap. Wat al genade mag ik dan niet van Uwe milddadige hand verwachten, daar ik hier mijn hart voor het waarachtige Heiligdom en den levenden Tabelnakel uitstort, dat niet door menschenhanden is opgericht, maar van God zelf zijn aanwezen ontvangen heeft. Voor U dan, o Jesus! die alle afbeeldingen van den ouden Tabernakel vervult, zucht ik over mijn klein geloof; verlos mij van mijne ongeloovigheid, en geef mij dien heiligen schroom, die uit ootmoedigheid voortkomt, en die met liefde, vrede en blijdschap vermengd is. Doe mij met Uwen heiligen Voorlooper over de ootmoedigheid, waarmede Gij tot mij komt, verwonderd staan, dewijl ik niet waardig ben Uwe schoenrie-
â 266 â
men te ontbinden. Doe mij met de Kana-neesche vrouw, onder eene volle erkentenis van mijne onwaardigheid, voor Uwe voeten nedergeworpen blijven, totdat Gij mijn gebed gelieft te verhoeren en mijne ziel , die onophoudelijk tegen den helschen vijand te strijden heeft, door Uwe genade ondersteund, hem kloekmoedig wedersfa en zegevierend overwinne, opdat ik U hiernamaals eeuwig aanschouwen en aanbidden moge, zingende met Uwe Engelen en heilige Ouderlingen den .nieuwen lofzang, zeggende: âOmdat Gij gedood zijt geweest, en ons door Uw bloed voor God uit alle geslachten en volhen hebt gekocht, en omdat Gij ons voor God Koningen en Priesters gemaakt hebt, hiervoor zij aan Hem, die op den Troon gezeten is, en aan het Lam, dankzegging en eer, heerlijkheid en macht in eeuwigheidquot; Apoc. V, 10, 13.
SLUITGEBED.
Heer, Jesus Christus, insteller van dit Allerheiligste Sacrament! wij offeren U deze onze gebeden met schuldigen eerbied en ootmoedigheid op tot meerder eer en verheerlijking van dit Hoogwaardigsle Sacrament, en verlangen daardoor allen smaad en alle ongelijk, welke U daarin aangedaan worden, te vergoeden; alsook U duizendmaal grooter
oocxlt;3(olt;ooooolt;ooooooolt;ooolt;olt;oocxoclt;dccxolt;olt;ooolt;lt;gt;ooooooooooooolt;
â 267 â
eer te liewijzen, dan U daarin ooit oneer van Joden, ketters en booze Christenen toegebracht is. Ach! dat U onze getrouwheid en begeerte behagen! verleen ons de genade, dat wij in godsvrucht hoe langer hoe meer toenemen, en in ons laatste uur dit Hoogwaardigste Sacrament waardiglijk ontvangen. Amen.
GEBEDEN
TOT DE
Gebed om door Hare voorspraak eenen zaligen dood te bekomen.
Heilige Maagd, ik weet, dat ik eens moet sterven, en misschien zeer spoedig; heb ik ooit Uwen hijstand noodig gehad, dan zal ik dien voornamelijk noodig hebben op dat tijdstip, wanneer de vijanden mijner zaligheid hunne pogingen zullen verdubbelen, om mij te doen verloren gaan. Geheel mijn leven hebt Gij mij met Uwe bescherming vereerd, Gij hebt mij altoos Uwe liefde betoond, Gij zijt mijne Moeder geweest, en na God mijn al; Gij zult mij dan ook niet verlaten in mijn laatste uur, wanneer ik Uwen bijstand het
meest noodig zal hebben. Ik bid U met die godsvrucht, welke mijn hart bekwaam is uit te spreken: kom mij dan te hulp, bescherm mij tegen de aanvallen des duivels , ondersteun mij in de beproeving en in den strijd des doods; verwerf mij geduld in de smarten mijner laatste ziekte, de genade om de HH. Sacramenten der stervenden in eene heilige gesteltenis te ontvangen; eindelijk het geluk om in de genade Gods mijnen laatsten snik te geven en den gelukkigen dood der heiligen te sterven. Wel is waar, ik verdien deze genade niet na een zoo strafwaardig leven, maar ik hoop die van Uwe goedertie-renheid en van Uwe machtige voorspraak bij God te verwerven. Het is met deze gevoelens, dat ik van nu af het gebed aan U opdraag, dat de H. Kerk zoo dikwijls in den naam van alle geloovigen tot U richt: Heilige Maria! hid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen. Toon dan voornamelijk dat Gij onze Moeder zijt: gewaardig U voor Uwe lijdende en stervende kinderen te spreken; ontvang Gij zelve mijne ziel in Uwe armen, om die over te geven in de handen van haren Schepper. Amen.
gt;0gt;000gt;0)000gt;0gt;0gt;0gt;0gt;0gt;0gt;0gt;0)0)0gt;0)0gt;Cgt;gt;0gt;0gt;0)0gt;C»0)0)C»Cgt;)0)0gt;0
(^üebed üan jïDeniig ^Dagen.
Gebed, dat men gedurende dertig dagen kan bidden ter eere van het lijden van onzen Heer Jesus Christus en van de Heilige Maagd Maria, Zijne Moeder, om voor zich zeiven of voor anderen te bekomen de genaden en de geestelijke of tijdelijke vertroostingen, welke men noodig heeft.
Heilige Maria, Maagd der maagden, Moeder der genade. Moeder van barmhartigheid en de vaste hoop der bedrukten! door het zwaard van weedom, dal Uwe ziel doorstak, toen Uw eenige Zoon Jesus Christus, onze Zaligmaker, den dood des kruises onderging; door de kinderlijke liefde, die Hem medelijden deed hebben met Uwe moederlijke smarten; door de zorg welke Hij toonde om, al stervende, U aan te bevelen aan Zijnen welbeminden leerling, erfgenaam van Zijne gevoelens jegens U; gewaardig U gevoelig te zijn en hulp toe te brengen aan de pijnen, smarten, krankheden, ellenden en de treurige omstandigheden, welke ik ondervind. O, veilige schuilplaats der ongelukkigen, o, zoete troost der bedrukte zielen, o. liefdadise verlosseres van
hen, die in gevaar of lijden zijn, aanzie de tranen, welke de rampen , die ik om mijne zonden te lijden heb, mij afpersen. In de onrust en verlegenheid waarin ik gedompeld ben, tot wie zal ik mijne toevlucht nemen, tenzij (ot U, machtige Beschermster, Moeder van den Zaligmaker der wereld, den Hersteller der rampen, die het menschdom kwellen'? Ach! heilige Maagd, aanhoor met die teederheid, welke U eigen is, het ootmoedig en aanhoudend gebed, dat ik U toezend.
Ik smeek Uwe hulp af door de overgroote barmhartigheid van Jesus, Uwen aanbiddelij-ken Zoon; door de nauwe vereeniging, welke Hij met de menschelijke natuur aangegaan heelt, toen Hij, bekleed met onze sterfelijkheid , Zich gewaardigde in Uwen zuiveren school te rusten en uit U geboren te worden, om onder ons te wonen; door de vrees, het verdriet, de droefheid, door den wreeden doodsangst, welken die Goddelijke Zaligmaker in den hof der Olijven geleden heeft, toen Hij, Zijnen Vader smeekende Hem van de bitterheden Zijns lijdens te verlossen, zich nochtans met eene volkomene overgeving aan Diens heiligen wil onderwierp; door de kloekmoedige getrouwheid, waarmede Gij Hem tot den dood gevolgd zijt; door de onuitsprekelijke smarten, welke U de smaad, de pijnigingen, en al wat Hij van de woede Zijner vijanden te lijden had, veroorzaakt hebben; door de banden,
â 272 â
waarmede men Hem gebonden heeft; door Zijne geduldigheid en Zijn stilzwijgen in het midden der mishandelingen; door Zijne wreede geeseling, en door de ontelbare wonden, waarmede Zijn lichaam overdekt werd; door de doornenkroon, die Zijn hoofd doorboorde; dooide gal en den azijn, waarmede Hij gelaafd werd; door het kruis, waarmede men Hem beladen heeft; door de nagelen, waarmede men Hem er aan gehecht heeft; door de beschimpingen en pijnigingen, die Hij er aan geleden heeft; door de lans, die Zijne zijde geopend heeft; door het bloed en water, die er uitgevloeid zijn, en die voor ons eene bron van genaden geworden zijn; door de barmhartigheid, welke Jesus bewezen heeft aan den berouwhebbenden moordenaar; door deze Goddelijke woorden, welke Hij, in het midden van Zijne smarten, tot Zijnen Hemel-schen Vader sprak: Vader! vergeef hel hun, want zij welen niet wal zij doen; en door deze, die Zijne offerande eindigden: Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten F... Alles is volbracht... Mijn Vader, in Uwe handen beveel Ih Mijnen geest; door de wonderen, voorgevallen bij den dood van den God-mensch, wanneer het voorhangsel des tempels scheurde, de aarde beefde, de zon verduisterde, de steenrotsen barstten en de dooden verrezen; dooide nederdaling van Jesus in het voorgeborchtequot; der hel, en door de vreugd, welke de recht-
!0000000tlt;gt;)cx0lt;lt;gt;lt;^lt;0lt;00000lt;000lt;lt;gt;lt;3xlt;gt;lt;gt;lt;30cx00000lt;'000lt;000lt;000lt;)0lt;quot;
â 273 â
vaardigen, die Hem verbeidden, verrukte; door de heerlijkheid van Zijne zegepralende Verrijzenis; door de verschijningen, waarmede Hij U, heilige Maagd, alsook de Apostelen, de leerlingen en de heilige Vrouwen vereerd heeft; door Zijne glorierijke Hemelvaart, toen Hij in hunne tegenwoordigheid zich ten hemel verhief; door de gaven van den H. Geest den vertrooster, welke Hij over U en hen op den Pinksterdag deed nederdalen, en welke Hij naderhand over de geheele aarde verspreid heeft; door Zijne tweede komst in deze wereld en het verschrikkelijke oordeel, dat Hij over de levenden en dooden zal uitspreken; eindelijk, heilige Maagd, door de smarten, welke Gij gestadig met Uwen Goddelijker! Zoon gedeeld hebt en door de vreugde en onuitsprekelijke genoegens, waarmede Hij Uwe ziel vervuld heeft op den dag Uwer Hemelvaart, en eeuwig zal blijven vervullen; â smeek ik U, o, teederhartigste der Moeders! toon, dat Gij waarlijk ook mijne Moeder zijt, heb medelijden met mijne ellenden en verhoor mijn ootmoedig gebed, dat uit het levendigste betrouwen voortkomt!
Noem hier de hulp en de genade, welke gij verlangt te bekomen.
O, Maagd, vol van goedheid 1 overtuigd van het vermogen, dat Gij bij Uwen almachtigen Zoon hebt, die U niets weigert, durf ik door.
X300000C
â 274 â
Uwe zoo krachtige voorspraak de hulp en de vertroosting venvachten, welke ik vraag volgens het welbehagen van mijnen God, die beloofd heeft den wil fe doen van hen, die Hem vreezen, en de verlangens hunner harten te verhooren. Werp op mij eenen teederen oogslag, o, mijne Moeder! aanzie mijnen nood, en kom mijne krankheid te hulp.
Gewaardig U bovenal van Uwen Zoon, mijnen Zaligmaker, voor mij te bekomen een levendig geloof, eene vaste hoop, eene brandende liefde, een oprecht berouw over al mijne misslagen, eene bron van heilige tranen, eene ootmoedige en rechtzinnige belijdenis mijner zonden, eene genoegzame voldoening, eene nauwkeurige waakzaamheid over mij zeiven, eenen volstrekten afkeer van al, wat aardsch is, eene ware liefde tot God en de naasten! Gewaardig U mij de genade te verwerven om Jesus in Zijn leven, in Zijn lijden en in Zijnen dood na te volgen, en in alles mijnen wil te schikken naar den wil van God, te wandelenquot; in Zijne tegenwoordigheid, te denken, te verkeeren en te handelen volgens Zijnen geest, te volharden in Zijnen dienst, in Zijne liefde, in de beoefening der goede werken ; eindelijk door eenen heiligen en voor Zijne oogen kostbaren dood te verdienen het eeuwige leven, waar ik het geluk zal hebben mijnen God te aanschouwen, te loven en te bezitten, mij bij U, o, heilige Maagd! te be-
»000000000000000000000
^gt;OOOOCXgt;00000000000)C50000lt;Kgt;XDOOOOOCgt;Kgt;)OXrX)OX.
â 275 â
vinden en met de Engelen en de Heiligen, met mijne zalige bloedverwanten en vrienden deel te hebben in de bemelsche belooningen. Amen.
Tot 0. Ilt;. ypotrw yarn yil Smarten.
O, Moeder Gods en mijne Moeder, hoe diep is de afgrond der smarten, waarin ik U staande onder het kruis gedompeld zie 1 Schuldelooze en zuivere Maagd, Gij zucht gelijk de klagende duif; Gij weent in de eenzaamheid; want niemand blijft bij U staan om de smarten te aanschouwen, die U tusschen het leven en den dood houden; niemand zucht er over, niemand heeft met U medelijden!
Nochtans om wie staat Gij zoo groote pijnen uit, om wie wordt Uw onbevlekt Hart met zoo wreed zwaard doorstoken, om wie is Uwe gezegende ziel met eene onvergelijkelijke droefheid overladen?
Om ons ongelukkigen, die Gij zonder ophouden tracht gelukkig te maken!
Om ons, kinderen der gramschap , die Gij met zachtmoedigheid aan den voet van het kruis trekt, waar de God van vergiffenis ons in Zijn bloed een hernieuwend bad bereid
â 276 â
heeft, waar Jesus ons voor Zijne broederen heeft aangenomen, waar de Zoon des Aller-hoogsten ons afwacht, om ons met sterkte te omgeven, om ons de deur Zijns rijks te openen, en Zijne liefde te schenken!
O, Maria, tref mijn hart, opdat het medelijden hehbe met de smarten, waarvan Gij het slachtoffer zijt, alleen ter oorzake Uwer onuitsprekelijke goedheid voor mij! Doe mij met U weenen en, bij het zien mijner tranen, in den naam Uwer weeën, door de verdiensten van Uwen Goddelijken Zoon, verkrijg mij barmhartigheid. Amen.
GEBED,
GEMAAKT UIT DE GEVOELENS VAN DEN H. BERNARDUS.
Gedenk, o, genadigste Maagd, Maria! dat men nooit gehoord heeft, dat iemand tot U vluchtende, Uwen bijstand verzoekende of Uwe voorspraak vragende, verlaten is geweest. Aangemoedigd door dit betrouwen, o. Maagd der maagden! neem ik mijne toevlucht tot U, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor Uwe voeten neder.
O, Moeder des Woords! versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze genadig aan en gewaardig U ze te verhooren.
GEBED.
H. Maria, Moeder onzes Heeren, Jesus Christus, en Koningin van Hemel en aarde, zie met een genadig oog op mij neder.
Toevlucht der zondaren, troost der bedrukten, verkrijg mij door Uwe voorbede bij Uwen Goddelijken Zoon de vergeving mijner zonden en redding in al mijnen nood, opdat ik in den geest met alle mogelijke liefde den lof en de verdiensten van Uw heilig en onbevlekt Hart overwegende, na dit leven met de kroon der eeuwige gelukzaligheid versierd worde.
Dit smeeken wij U door de verdiensten van Jesus Christus, Uwen Goddelijken Zoon, die met God den Vader en den H. Geest leeft en legeert gedurende alle eeuwigheid. Amen.
mo.n'BwmüMT idket M.
^ebed.
Groote Heilige, die de wijze en getrouwe dienaar zijt, aan wien God de zorg Zijns huis-gezins toebefrouwd heeft; Gij, dien Hij tof behoeder en beschermer van het leven des Verlossers, tot vertrooster en steun Zijner heilige Moeder, die het geluk hebt gehad van met Jesus en Maria te leven; kuische Bruidegom der Moeder Gods, voorbeeld en beschermer der reine, ootmoedige, verduldige, ingetogen zielen: wees getroffen door het vertrouwen, dat wij in u stellen, en ontvang goedhartig de bewijzen onzer godsvrucht.
Wij danken God voor de buitengewone
â 279 â
lt;I)OOüOlt;OOOCOOOOOOOOOOOOOOOOO(
gunsten, waarmede het Hem behaagd heeft U te overladen, en smeeken Hem, door Uwe voorspraak, dat Hij ons navolgers van Uwe deugden make. Bid dus voor ons, groote Heilige, en door die groote liefde, welke Gij Jesus en Maria hebt toegedragen, en welke Jesus en Maria voor U gehad hebben, verwerf ons het onvergelijkelijke geluk, in de liefde van Jesus en Maria te leven en te sterven. Amen.
MEMORARE
TOT DEN H. JOZEF.
Gedenk, o H. Jozef, allerzuiverste Bruidegom der Maagd Maria, mijn zoete Beschermer, dat het nooit gehoord is , dat iemand Uwe bescherming ingeroepen en van U hulp gevraagd heeft, zonder troost te vinden. Door dit vertrouwen bemoedigd, verschijn ik voor Uwe oogen en beveel mij met allen aandrang bij U aan. Ach! versmaad mijne bede niet. Voedstervader des Verlossers, maar neem ze in barmhartigheid aan. Amen.
(300 dagen aflaat, eens per dag. â Z. H. Paus PiüS IX , bij Breve van 26 Juni 1863).
LITANIE
TER EERE
VAN DEH HEILIGEN JOZEF.
(19 Maart).
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü
onzer!
H. Maria, bid voor ons!
H. Moeder Gods, £!
H. Maagd der maagden,
H. Jozef, o
Beschermer van Jesus, -»
Bruidegom van Maria, g
Man naar Cods hart,
Getrouwe en wijze dienaar,
â 281 â
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
Die, om Maria, met bijzondere genaden begunstigd zijt,
Allerreinste in zuiverheid,
Allernederigste in ootmoedigheid, Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing. Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig
zijt verklaard,
Die in de goddelijke verborgenheden boven
anderen verlicht zijt.
Die door den Engel in het geheim der
menschwording onderwezen zijt, Die met Maria, Uwe Bruid, naar Bethlehem
zijt gereisd.
Die, in de herberg geene plaats vindende,
in eenen stal zijt gaan vernachten. Die waardig geacht zijt bij Christus te wezen, toen 11 ij geboren en in eene krib gelegd werd,
Die met Maria het kind Jesus in den tempel hebt opgeofferd.
Die op het woord van den Engel met Jesus en Zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt,
Die na den dood van Herodes niet Jesus en Zijne Moeder naar het land van Israel zijt wedergekeerd,
Die het kindJesus, te Jeruzalem gebleven
â 282
XOOOC 0000000000000(quot;
zijnde, met Maria Zijne Moeder vol droefheid gezocht hebt,
Die het na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in het midden der leeraars,
Aan wien de Heer der heeren op aarde
onderdanig was,
Bruidegom van Maria, uit wie Jesus geboren is.
Wiens lof in bet Evangelie vermeld wordt, Onze voorspreker, hoor ons, H. Jozef!
Onze beschermer, verhoor ons, H. Jozef!
In al onzen nood, help ons, H. Jozef!
In al onze benauwdheden,
In het uur van onzen dood.
Door Uwe allerzuiverste trouw.
Door Uwe vaderlijke zorg en teederheid, . Door al Uwen arbeid en zweef, cquot;1
Door al Uwe deugden, lt;?
Door al Uwe verdiensten, â
Door Uw eeuwig geluk,
Wij, die U als beschermer aanroepen, wij bidden U, verhoor ons!
Dat Gij Jesus om vergiffenis onzer zonden wilt
bidden, wij bidden U, verhoor ons!
Dat Gij ons aan Jesus en Maria gelieft aan
te bevelen, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij voor alle maagden en ongehuwden de gave van zuiverheid wilt verwerven, wij bidden U, verhoor ons!
Dat Gij voor de gehuwden eene onbevlekte
â
£. âºO-
O
a
â 283 â
trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen,
Dat Gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt ^ verwerven,
Dat Gij de huisvaders in het christelijk op- ^ voeden hunner kinderen wilt behulp- g-zaam zijn, p
Dat Gij alle oversten in het bestuur der .p hun toevertrouwden wilt behulpzaam zijn, ^ Dat Gij alle vergaderingen, die U bijzonder
toegedaan zijn, wilt begunstigen, 5
Dat Gij allen, die op Uwe hulp betrouwen,
altijd en overal wilt beschermen, g
Dat Gij alle geloovige zielen door Uwe voor-
bede wilt helpen.
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Jozef,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Heer!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Ome Vader, enz.
284 â
GEBED.
Wij bidden U, Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, wat wij door ons zeiven niet kunnen bekomen; die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Qebed tot den heiligen Jozef,
om in al onze noodwendigheden Zijne bescherming af te smeeken.
O, glorierijke, heilige Jozef, die door de Heilige Drievuldigheid tot Voedstervader van het Kindje Jesus verkozen zijt, aanzie met een medelijdend oog onze armoede en onze ellende; wij smeeken Uwen bijstand af; verkrijg ons een vermorzeld hart, de vergiffenis van onze zonden, een vast betrouwen in Gods oneindige barmhartigheid, eenen levendigen afschrik van het oordeel en eene bestendige oefening der deugden, eigen aan de plichten van onzen staat. O, gelukzalige Jozef! Verkrijg ons de genade, met onzen naaste in vrede te leven, en zoo veel tijdelijk welzijn te genieten als het ons voor-deelig is om tot de eeuwige zaligheid te ge-
t00000lt;000(xz)00cgt;0(lt;l»0(lt;gt;)000lt;lt;3000cxlt;gt;)cx00c»cx)0lt;000000c5üc»00000lt;'
â 285 â
raken. O, allerbeminnelijkste heilige Jozef! Wees onze leidsman op alle onze wegen: bewaar ons van alle listen en hinderlagen onzer vijanden en van alle gevaren des lichaams en der ziel; verlaat ons nooit, o, allerglorie-r'ykste H. Jozef, maar help ons, voornamelijk in den gevaarlijken doortocht van dit leven tot het andere; maak, dat wij, gedurende dit leven en in het uur van den dood, gansch onze hoop stellen op de verdiensten van het bitter lijden van Jesus Christus, op de bescherming Uwer onbevlekte Bruid en op Uwe machtige voorspraak. Verkrijg ons de genade, dat onze laatste woorden mogen zijn: Jesus, Maria, Jozef; dat do laatste zucht onzes harten eene verzuchting van liefde weze tot onzen beminnelijken Zaligmaker, Dien wij uit al onze krachten beminnen en Dien wij hopen te aanschouwen in de eeuwigheid. Amen.
Gebed tot den heiligen Jozef,
Beschermer der Christelijke huisgezinnen.
Groote H. Jozef, door God verkoren om het hoofd te zijn van hel heiligste en ver-hevenste huisgezin, dat er ooit geweest is, gewaardig U op ons neder te zien en ons vandaag onder Uwe bijzondere bescherming
te nemen. Heilige Patriarch, voorbeeld van het levendigste geloof en van de volmaakste deugden. verkrijg voor al de leden van ons huisgezin de genade, aan de ergernis en de verleiding der wereld te wederstaan, om onveranderlijk den Heer aan te kleven. Maak, dat wij, altijd vereenigd door de banden der teederstè liefde, en elkander beurtelings opwekkende tot het goede, onder Uwe bescherming de zoetheid smaken van den vrede, welken Jesus aan Zijne ware leerlingen beloofd heeft. Maar voornamelijk, wanneer ons laatste uur zal gekomen zijn, doe ons dan genade vinden voor den oppersten Rechter, opdat wij, in den hemel aan den voet van Uwen troon vereenigd, eeuwig de glorie Gods en de Uwe mogen loven. Amen.
Qebed tot den Jozef,
om verlicht te worden in de keuze van eenen levensstaat.
Groote Heilige, die zoo gehoorzaam geweest zijt aan de ingeving van den Heiligen Geest, verkrijg mij de genade van te kennen, tot welken staat de goddelijke Voorzienigheid mij bestemt. Gedoog niet, dat ik mij bedriege in deze gewichtige keuze, waarvan mijn geluk in deze wereld en wellicht mijn eeuwige zaligheid afhangt; maar geef, dat ik, verlicht
â 287 â
omtrent den wil Gods en getrouw in dien te volgen, den weg insla, welken God aangewezen heeft, en die mij moet leiden naar de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Oebed tot den }i. Jozef,
om gelukkig te zijn in eene tijdelijke onderneming.
Groote heilige Jozef, die alvermogend zijt op de harten van Jesus en Maria, Gij, dien niemand ooit te vergeefs aangeroepen heeft, ik werp mij aan Uwe voeten neder, en ik vraag U met een vast en levendig betrouwen {drnl; hier de genade uit, welke (jij verlangt). Doch, indien het voorwerp mijner verlangens mocht tegenstrijdig wezen aan de eer van God en aan de zaligheid mijner ziel, verkrijg mij dan de genade, dat ik mij met liefde over-geve aan den wil van Hem, die voor ons een vaderlijk hart heeft en die, in de verdrukking, welke Hij mij overzendt, gelijk in de tijdelijke gunsten, welke Hij mij verleent, niets anders wil dan mijn beste welzijn en mijn eeuwig geluk. Amen.
Oebed tot den heiligen Jozef,
om eene geestelijke genade te bekomen.
Groote heilige Jozef, die de bestuurder, de vriend en de beschermer zijt der zielen,
â 288 â
die naar de volmaaktheid streven, Gij, die van Jesus en Maria leerdet de helsche macht te overwinnen en de deugden te beoefenen, verkrijg mij (druk hier de genade uit, welke gij verlangt). Beminnelijke Heilige, mijn vader, mijn leidsman en mijn voorbeeld, zoudt Gij mijne vraag kunnen verwerpen, â Gij, die zoo veel ijver hebt voor de glorie van Jesus Christus, en voor mijne eeuwige zaligheid'? Neen, Gij zult die niet verwerpen, ik heb dit zoete betrouwen; Uwe goedheid zal aanvullen, wat aan mijne vurigheid ontbreekt, en Gij zult mij verhoeren volgens de uitgestrektheid Uwer liefde voor mij en Uwer rnacht bij Hem, die zich gewaardigd heeft U Zijnen vader te noemen. Amen.
Hill.....Illlh...Illll...illllh...Illll.....ill....................................................................Illlli.
'«|j|IH..|,jâ........................................|j|......|j|.....I|j|l»»l|j|.....l|j||lquot;M|jlllquot;il|jlllquot;iilj|lli
DE ZEVEN WOENSDAGEN
TER EERE
VAN DEN HEILIGEN JOZEF.
KORTE OVERWEGINGEN op de Zeven Woensdagen
fep eepe oon den ^ozeff.
OyerweM op den eersten Woensdag.
De verloving van Maria aan Jozef.
Maria, de Moeder van Jesus, was verloofd aan Jozef. Matth. I, 18.
Overwegen wij, hoe groot de heiligheid van den H. Jozef moet geweest zijn, daar God hem onder alle schepselen heeft uitverkoren om de Bruidegom, de Man van Maria te wezen. Welk een voorrecht zoo nauw vereenigd te zijn met de allerheiligste en onbevlekte Maagd, die de Moeder des Heeren worden zou! Welk
19
gt;000000c»0000c»000«zgt;)0000000000000000cgt;000000000000000cxgt;00c»0lt;»c3»*
â 290 â S
eene -waardigheid ! Hij was de geleidende Engel C van Maria, die door hare engelachtige zuiver- ? heid zoo rein en onbevlekt was, dat het C eeuwig Woord des Vaders in haar Zijn wel- lt; behagen genomen had. Jozef, de lelie van C zuiverheid, was onafscheidelijk verbonden met '' Maria, de geheimzinnige roos van onschuld.
Bedenken wij echter den angst, dien de H. Jozef doorstond , toen hij, aan wien het Geheim der Menschwording nog niet voldoende geopenbaard was, meende zijne Bruid te moeten verlaten. Wat was zijn hart met droefheid en bekommernis vervuld! Maar ook met welk een geduld en onderwerping aan Gods beschikking doorstond hij deze beproeving! Daarom kwam een Engel des Heeren hem in zijnen twijfel de raadsbesluiten van God mededeelen.
GEBED.
O, heilige Jozef, verheven Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder Gods, Maria, uwen troon vol eerbied naderende, noem ik u duizendmaal gelukkig, u die de verhevenste der schepselen tot uwe Bruid hebt ontvangen en de bewaarder geweest zijt van hare ongeschonden reinheid. Uwe deugden waren overeenkomstig met uwe verheven waardigheid, want gij waart rechtvaardig bij uitnemendheid. Neem mij aan onder het getal uwer
getrouwe vereerders, wees mijn Vader en Beschermer; onder uwe hoede hoop ik uwe schitterende deugden na te volgen. Vooral verkrijg voor mij, bid ik u, de bijzondere genade om uwe liefde tot de zuiverheid na te volgen, opdat ik verdiene door die engelachtige deugd, welbehagelijk te zijn in de oogen van Jesus en Maria. Amen.
Hierna bidt men de Litanie ter eere van den H. Jozef, (bladz. 280.)
Overwepi od Hen tweeden Woensdag.
De reis naar Bethlehem, waar Jesus geboren werd.
En Jozef ging van Galilea uit de stad Nazareth, naar Judea in de stad van David, welke Bethlehem genoemd wordt. Luc. II, 4.
Overwegen wij, hoe zoet de samenspraken geweest zijn, welke Maria en Jozef met elkander hadden, toen zij de barmhartigheid Gods overwogen, die Zynen eenigen Zoon in de wereld giug zenden, om het menschelijk geslacht te verlossen. Dikwijls onderhielden zij elkander over de liefde van den Zoon Gods, die
â '292 â
in dit tranendal wilde komen, om door Zijne verdiensten voor de zonden der menschen te voldoen.
Doch hoe groot was de smart van den H. Jozef, toen hij zich met Maria, in den nacht, waarin Jesus zou geboren worden, overal in Bethlehem zag afwijzen, zoodat hij genoodzaakt was in eenen armen stal eene schuilplaats te zoeken. Hoeveel moest de H. Jozef niet lijden, toen hij aan zijne H. Bruid, Maria, de Moeder des Heeren, slechts eene open spelonk tot verblijf kon aanbieden!
Maar ook hoe groot was de vreugde, die de H. Jozef gevoelde, toen hij voor het eerst met Maria den Verlosser der wereld als een pasgeboren Kind aanschouwen mocht. Hoe groot zal zijne liefde en aandoening geweest zijn, toen hij zich voor de kribbe mocht neder-werpen en in dat Kind zijnen God en Heer aanbidden! Hoe zal hij zich zei ven en zijn leven aan den dienst van dat goddelijk Kind hebben toegewijd!
Werpt u ook in den geest voor het Kindje Jesus neder, en vraagt Het als uwen God altijd te mogen beminnen en dienen.
GEBED.
O, H. Aartsvader, Jozef, om de smarten, die gij gevoeldet, toen gij het goddelijk Kind weenend in de armoedige kribbe zaagt liggen,
â 293 â
bid ik u, verkrijg voor mij eene ware droefheid over mijne zonden, waardoor ik oorzaak geweest ben van de tranen, die Jesus gestort heeft. Maar ook om de vertroosting, die gij gevoeldet, toen gij voor de eerste maal het Menschgeworden Woord aanschouwdet en uw hart voeldet branden van liefde tot Jesus, vraag voor mij de genade, om aan de vruchten Zijner Menschwording deelachtig te mogen worden, Hem uit dankbaarheid vurig te beminnen, en met u Zijne vernedering en armoede gaarne na te volgen. Amen.
OverwepE op üen üerdeii Woensdag.
De reis naar Egypte.
Zie, de Engel des Heeren verscheen aan Jozef in den slaap en zeide hem; Sta op, neem het Kind en Zijne Moeder en vlucht naar Egypte.
Matth. II, 13.
Overwegen wij, hoe vaardig de gehoorzaamheid was van den H. Jozef. Aanstonds was hij bereid het bevel van den Engel ten uitvoer te brengen, zonder bezwaar te maken omtrent den tijd, noch aangaande de wijze van zulk eene reis, noch ten opzichte der plaats, waar hij zich vestigen zou. Op het-
zelfde oogenblik deelde hij aan Maria de woorden des Engels mede en begaf zich op reis met zijne H. Bruid.
Bedenken wij evenwel hoe vele vermoeienissen en ontberingen de H. Jozef en Maria ondervonden op deze langdurige reis naar Egypte. Over bergen en door woeste wildernissen vervolgden zij hunnen weg, het goddelijk Kind beurtelings in hunne armen dragend; een schamele hut of het open veld was hun verblijfplaats gedurende den nacht; een bete broods was het eenige, waarmede zij zich voeden konden.
Overwegen wij ook nog, wat de H. Jozef gedurende het zevenjarige verblijf in Egypte te verduren had. Hij leefde daar te midden der heidenen, in een vreemd land, zonder vrienden of bloedverwanten, die hem konden bijslaan. Om Maria en het Kind Jesus van het noodige onderhoud te kunnen voorzien, was Hij, gelijk de H. Bernardus zegt, genoodzaakt dag en nacht te arbeiden.
Vertrouwt altijd op Gods Voorzienigheid, al meent gij ook door iedereen verlaten te zijn.
GEBED.
O, mijn groote Voorspreker, H. Jozef, dooide verdiensten der vaardige onderwerping, welke gij altijd toondet aan den Wil Gods, verkrijg voor mij van Uwen Jesus de genade,
â 295 â
orn al ZijnG gjebodGn vol mii iikl te vei vullen, ook dan, wanneer mijne zwakke natuur er het moeielijke van gevoelt. Bid voor mij, dat ik op de reis naar de eeuwigheid, altijd in het gezelschap van Jesus en Maria moge verblijven; want zoo Zij mij vergezellen, zullen mijne talrijke vijanden niets tegen mij vermogen; alle moeiten van dit leven en zelfs de smarten des doods zullen mij dan zoet en aangenaam zijn. Amen.
OverfGPi ob den Tierden WoensdasL
Het verlies van Jesus in den Tempel.
Het Kind Jesus bleef in Jeruzalem, en Zijne Ouders wisten het niet. Luc. II, 43.
Overwegen wij de groote droefheid van Jozef en Maria, toen zij Jesus na het bezoeken van Jeruzalem's tempel, verloren hadden. Jozef was gedurende drie dagen van het zoet genot beroofd, dat hem de omgang en tegenwoordigheid van Jesus gaf. Wijl hij de oorzaak van dit verlies niet kende, vreesde de H. Man, misschien door zijne schuld onwaardig te zijn, voortaan in het gezelschap van Jesus te mogen leven. Wat moet die vrees voor hem pijnlijk geweest zijn!
â 296 â
Overwegen wij, met welk eene zorg Jozef en Maria gedurende drie dagen onvermoeid door de straten van Jeruzalem gingen en al weenende hunnen lieven Jesus zonder ophouden zochten. Jozef vreesde voor altijd den schat verloren Ie hebben , die hem ter bewaring was toevertrouwd. Geen rust gunde hij zich, zoolang hij niet op nieuw in het bezit was van het goddelijk Kind.
Hoe groot was echter ook de blijdschap, die de H. Jozef gevoelde, toen hij Jesus had teruggevonden. Uit den mond van het goddelijk Kind mocht hij hooren, dat niet zijne schuld, maar de ijver van Jesus voor de eer Zijns hemelschen Vaders de oorzaak was, waarom Hij zich van hem verwijderd had. quot;Welk een geluk voor Jozef, dat hij het goddelijk Kind in het midden der leeraren mocht wederzien!
Dat ouders, die hunne kinderen den weg der deugd zien verlaten, zich tot den H. Jozef wenden; Hij zal hen tot God terug voeren.
GEBED.
Gij weent, H. Jozef! omdat gij Uwen Jesus verloren hebt, maar toch hadt gij Zijne liefde niet verloren; Hij bleef U altijd beminnen. Laat mij weenen, die uit liefde voor de schepselen en om mijne driften te kunnen opvol-
â 297 â
gen, zoo dikwijls mijnen God, met verachting Zijner gaven, verlaten heb. Om de verdiensten der smarten, die gij hebt uitgestaan, toen gij Jesus verloren hadt, verkrijg voor mij tranen van boetvaardigheid om mijn verlies te herstellen en zonder ophouden de belee-digingen te beweenen, die ik mijnen Zaligmaker heb aangedaan. Ach mocht ik nimmer mijnen God meer verliezen! Bid ook voor allen, die op dit oogenblik hunnen God door de zonde nog verloren hebben, opdat ook zij Hem mogen wedervinden. Amen.
Overweging op tien ypen foensdag.
Hel heilig Huisgezin te Nazareth.
Jesus ging met hen terug en kwam in Nazareth, en was hun onderdanig. Luc. II, 51.
Beschouwen wij het verborgen leven, dat Jozef te Nazareth in het gezelschap van Jesus en Maria leidde. Dit heilig Huisgezin was met niets anders bezig, dan met wat de eer Gods bevorderen kon. Daar waren geene andere gedachten of begeerten dan om den hemel-schen Vader te behagen. Hoe dikwijls zal daar gesproken zijn over de oneindige liefde, â waarmede God den mensch bemint. Welke
â 298 â
»cxo(ooooocooooooo(0lt;lt;:
overeenstemming en onderlinge liefde zal in het Huisje van Nazareth geheerscht hebben.
En welke groote zorg, had de H. Jozef, om in het onderhoud van het H. Huisgezin te voorzien. Met liefde verrichtte hij zijn nederig handwerk. Hoe gelukkig was hij, voor den Zaligmaker der wereld en de Moeder des Heeren te mogen arbeiden! Getrouw volbracht hij de plichten , waarvan hij zich als Voedstervader van Jesus te kwijten had.
Maar ook welk een eer was het voor den H. Jozef, gehoorzaamd te worden door den Zoon van God. Jesus was onderdanig aan Jozef, dien H'y. als Zijnen Voedstervader beminde en wiens Zoon Hij wilde genoemd worden. Met welk eene liefde, vaardigheid en volmaaktheid zal Jesus den minsten wensch van den H. Jozef vervuld hebben!
Zoo heeft de Zaligmaker de kinderen willen leeren , hoe zij hunne ouders moeten gehoorzamen en eerbiedigen.
GEBED.
H. Jozef, gij, die te Nazareth zooveel genoegen gesmaakt hebt in den vertrouwelijken omgang met Jesus, hoe zal uw hart van liefde ontstoken zijn bij die zoete samenspraken met Jesus en Maria. Geef, dat alle godvree-zende zielen van u, die de Leermeester zijt van het inwendig gebed, de wetenschap leeren,
â 299 â
om op deze aarde een hemelsch leven te leiden, een leven van beschouwing en stilzwijgen, van liefde en vereeniging met God. Ik verheug mij ook, H. Jozef, over uwe verheven waardigheid van Hem te mogen bevelen , Wien hemel en aarde onderdanig zijn. Vraag uwen goddelijken Jesus, die, om mijne ongehoorzaamheden uit te wisschen, zich aan u heeft onderworpen, dat Hij mij de genade schenke voortaan uit liefde tot God mij in alles aan de gehoorzaamheid te onderwerpen. Amen.
OyerweiiiiE op den zesden foensflag.
De dood van den H. Jozef.
De dood van den Rechtvaardige is kostbaar voor het aanschijn des Heeren. Ps. CXV, 15.
Overwegen wij, hoe de H. Jozef, na Jesus en Maria in hef huis van Nazareth, getrouw gediend te hebben, het laatste oogenblik zijns levens zag naderen. Jesus en Maria waren bij zijn sterven tegenwoordig. Wie zal de inwendige vertroostingen, het vertrouwen op een gelukzalige eeuwigheid kunnen uitdrukken, waarmede de ziel van den H. Jozef vervuld werd, bij het hooren van de woorden des
â 300 â
levens, die Jesus en Maria in zijn laatste uur hem toespraken? Elke klopping van zijn hart was als een liefdezucht tot den God, dien hij zoozeer beminde.
Hoe gelukkig en zacht was dan ook de dood van den H. Jozef. Hij werd in den doodsstrijd ondersteund door Jesus en Maria; rustend aan het goddelijk Hart van Jesus, die hem nog met een kinderlijke teederheid zegende, beval hij stervend zijnen geest den Godmensch aan. Kalm, vreedzaam, vol vertrouwen verliet zijne heilige ziel deze aarde. In de liefde tot God had hij geleefd, uit liefde tot hem was hij gestorven. Waarlijk, de dood van den Rechtvaardige bij uitnemendheid moet wel kostbaar geweest zijn voor het aanschijn des Heeren.
Met hoeveel vertrouwen kunt gij uw stervensuur aan den H. Jozef aanbevelen, aan hem, die in de armen van Jesus en Maria zulk eenen zaligen dood gestorven is. In dien verschrikkelijken stond, waarvan uwe gansche eeuwigheid afhangt, zal de H. Jozef, die het Goddelijk Kind beschermd heeft tegen de aanslagen Zijner vijanden, u voor de overmacht des duivels beveiligen. Hij, die de Voedstervader was van Jesus, zal in dat uur Hem smeeken, dat Hij u genadig en barmhartig wezen moge.
Kiest dan van heden af den H. Jozef als uwen Patroon voor een zalig stervensuur.
â 301 â
GEBED.
Met recht, o, H. Jozef! is U zulk eenen zaligen dood verleend, nadat gij uw leven zoo heilig hadt doorgebracht; maar ik heb reden voor mijn stervensuur bevreesd te zijn, aangezien ik in mijn leven God door zoovele zonden beleedigd heb. Daar echter uw dood zoo heilig was in de oogen van God en gij de beschermer zijt van hen, die in doodsangst verkeeren, roep ik nu reeds uwen bijstand in, voor mijn laatste oogenbhk, dat over mijne eeuwigheid moet beslissen. Ik smeek u uit geheel mijne ziel, kom mij te hulp bij mijn verscheiden, versterk mij in mijnen doodsstrijd, opdat ik, gestorven in de liefde tot Jesus, door u aan mijnen oppersten Rechter mag worden voorgesteld. Eeuwig zal ik u dan in den hemel voor uwe bescherming bedanken en God voor Zijne barmhartigheid loven en prijzen. Amen.
Oïerwegiui 05 ften zeyenfleii Woensdag,
De verheerlijking van den H. Jozef.
Welaan dan, goede en getrouwe dienaar, omdat gij over weinig getrouw geweest zijt, treed binnen in de vreugde uws Heeren.
Matth. XXV, 21.
Overwegen wij, welke heerlijkheid den H.
oooooooooooooooooooo
â 302 â
Jozef nu omstraalt, in den hemel; hij, die door den H. Geest een rechtvaardig man genoemd werd en zulk een schat van deugden bezat, moet door God wel rijkelijk beloond zijn. Wat zal Jesus in den hemel bereid hebben voor den H. Jozef, die Hem uit de handen van Hei odes verloste. Hem van kleederen en voedsel voorzag. Hem zoo menigmaal op zijne armen droeg en met zoo teedere zorgvuldigheid opvoedde!
Hoe groot is dan wel het vermogen, dat de H. Jozef nu in den hemel bezit. In de eeuwige woontenten wordt hij nu verheerlijkt als het waardig Hoofd der H. Familie. Hij, die op aarde zoo nauw vereenigd was met Jesus en Maria, Hij, die de trouwe deelgenoot was van Hun werken en Hun lijden, is ook naast Jesus en Maria ten troon verheven om met Hen de schatten des Hemels aan zijne dienaren uittedeelen. quot;Welk eene macht en majesteit! Welke hulp mogen wij dan niet van zijne voorspraak verhopen'?
Verheugen wij ons ook over de nieuwe glorie, waarmede de H. Jozef schittert, nu hij tot Patroon der Katholieke Kerk verheven is. Jesus' plaatshekleeder op aarde heeft de ge-heele Christenheid gesteld onder de bescherming van hem, die door God was uitgekozen om het Hoofd te zijn van het H. Huisgezin te Nazareth. De Zoon Gods, die om Zijne Kerk te stichten op de wereld gekomen was, koos
â 303 â
denH. Jozef tot Zijnen Bewaarder en Voedstervader; zal Hij door het gebed van dienzelfden Heilige niet bewogen worden Zijne Kerk te beveiligen tegen de menigvuldige listige aanslagen barer vijanden'?
Roept dikwijls den H. Jozef aan voor het welzijn der H. Kerk: beveelt hem den Paus, de Bisschoppen, de Priesters en alle geloo-vigen aan.
GEBED.
H. Jozef, dicht bij uwen geliefden Jesus, die u hier op aarde eerbiedigde en gehoorzaamde, troont gij nu hoog verheven in den hemel in Gods heerlijkheid. Ik bid u, om de glorie, die u omstraalt, verkrijg mij de genade, hier op deze wereld de zonde te vermijden en voortdurend innig met God in de liefde vereenigd te blijven. Ik weet, uwe tusschen-komst bij God is zoo vermogend; heb dan medelijden met mij, een zwak en onstandvastig schepsel; bescherm mij door Gods genade legen de veelvuldige bekoringen, die mij omringen, verwijder van mij alle ongelukken zoo naar ziei als naar lichaam; wees mijn leidsman in dit. leven en voer mij over naar het hemelsch Jeruzalem. Heilige Bruidegom van Maria, Voedstervader van Jesus, wees ook de Vader en Beschermer der H.Kerk; verdedig met Maria haar tegen alle zichtbare en on-
â 304 â
zichtbare vijanden. Bid uwen Jesus. dat Zijne Kerk en haar zichtbaar Opperhoofd mogen zegevieren over de dwalingen onzer eeuw; bid, dat hare gewijde dienaren met roem den strijd tegen de wereld en hare beginselen voortzetten; bid, dat het geloof der Christenen verlevendigd, hunne hoop bevestigd, hunne liefde vermeerderd worde; bid, dat allen mogen erkennen den éénen waren God en diens eenigen Zoon, Jesus Christus. Amen.
LITANIE
VOOR DE
AFGESTORVENE GELOOVIGEN.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jesus, hoor ons!
Jesus, verhoor ons!
God, Vader in den hemel, ontferm U over
de afgestorvene geloovigen!
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U
over de afgestorvene geloovigen! God, Heilige Geest, ontferm U over de afgestorvene geloovigen!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U
over de afgestorvene geloovigen!
Heilige Maria, bid voor hen!
Heilige Moeder Gods, bid voor hen!
Heilige Maagd der maagden, bid voor hen! Moeder der barmhartigheid, bid voor hen! Goedertierene Maagd, bid voor hen!
Mijn heilige Engel-bewaarder, en gij heilige Engelen, die door God aan de afgestorvene
jc^x^oooooc^xcjooooooooooooooocjoooooogooooooo-)
â 306 â
geloovigen tot bewaarders op aarde zijt gegeven, bidt voor hen!
Alle koren der Engelen, bidt voor hen! Heilige Jozef, bid voor hen!
Heilige Joannes de Dooper, bid voor hen! Alle heilige Aartsvaders en Profeten, bidt voor hen!
Heilige Petrus en Paulus, bidt voor hen!
Heilige Stephanus, bid voor hen!
Heilige Laurentius, bid voor hen!
Alle heilige Bloedgetuigen, bidt voor hen!
Heilige Gregorius, bid voor hen!
Heilige Augustinus, bid voor hen!
Heilige Henricus, bid voor hen!
Alle heilige Leeraren der Kerk, bidt voor hen!
Alle heilige Bisschoppen en Belijders, bidt
voor hen!
Heilige Anna, bid voor hen!
Heilige Maria Magdalena, bid voor hen! Heilige Clara, bid voor hen!
Heilige Helena, bid voor hen!
Heilige Wilhelmina, bid voor hen!
Alle heilige Maagden en Weduwen, bidt
voor hen!
Alle Heiligen Gods, bidt voor hen!
Wees genadig, vergeef hun, Heer!
Wees genadig, verhoor ons. Heer!
Door Uwe oneindige barmhartigheid, verhoor ons. Heer!
Door Uw allersmartelijkst lijden, verhoor ons, Heer!
Door Uwe heilige wonden, verhoor ons, Heer! Door Uwen schandelijken dood, verhoor ons. Heer!
Door Uwe luisterrijke opstanding, verhoor ons. Heer!
Door Uwe heerlijke hemelvaart, verhoor ons. Heer!
Wij arme zondaars, wij smeeken U ootmoedig, ach, verhoor ons!
Dat het U hehage, de zielen van hen, die in den Heer ontslapen zijn, van alles te reinigen, wat nog onrein mocht wezen en hen voor het hemelsche leven nog ongeschikt mocht doen zijn,
Dat het U hehage, de tijd hunner reini-
ging kortstondig te doen wezen,
Dat het U hehage, hun dringend ver-
langen naar U te vervullen, Squot;
Dat het U hehage, het eeuwige licht voor 3 hen te doen opgaan, en hen in vrede te doen rusten,
Dat het U behage, hen spoedig in het hezit van het vaderlijk erfdeel te stel- oquot; len, dat hun in den hemel bewaard ° wordt, g
Dat het U behage, hen tot de aanschou-wing van Uw liefelijk aanschijn toe te laten.
Dat het U behage, hen te laven en te verkwikken uit de stroomen van Uwe onvergankelijke goedertierenheid,
â 308 -
Dat het U behage, hen met de onuitputtelijke goederen van Uw huis te verzadigen,
Dat het U behage, al hunne verlangens
te vervullen,
Dat het ü behage, U te ontfermen over de zielen van hen, die in deze wereld geene bijzondere voorbidders heb- g_ ben en aan wie niemand gedachtig is, *7' Dat het U behage, U over hen te ontfer- | men, met wie wij in dit leven door de ^ banden van bloedverwantschap, liefde, sT vriendschap of dankbaarheid nauw ver- 13 bonden waren, .P
Dat het U behage, hen toch alles genadig te vergeven, wat zij uit menschelijke £ zwakheid, ja, misschien uit al te groote ïT liefde voor ons verzuimd, misdreven en ° gezondigd hebben, g
Dat het U behage, aan de afgestorvene fi, geloovigen de heilige Misofferanden en waardige Communiën, welke voor hen aan Uwe Goddelijke Majesteit worden opgedragen, voordeelig te doen zijn, Dat het. U behage, al de afgestorvene geloovigen de vruchten van het lijden en sterven Uws eeniggeboren Zoons te doen genieten.
Dat het U behage, hen allen zalig te maken, en door Uwe heilige Engelen, uit den staat der zuivering naar het land der levenden,
- 309 â
Uw hemelsch Sion, le doen overbrengen, â wij smeeken U ootmoedig, ach, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef hun rust!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef hun rust!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef hun de eeuwige rust!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring;
Maar verlos ons van den kwade.
Amen.
Heer, verhoor ons gebed!
En ons geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
O, God, Schepper en Verlosser van alle ge-loovigen! verleen aan de zielen van Uwe dienaren en dienaressen vergeving van al hunne zonden, opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij altijd verlangd hebben, door onze ootmoedige smeekingen mogen verwerven. Amen.
â 310 â
GEBED VOOR AFGESTORVENE GELOOVIGEN.
Dat wij elkander liefhebben en voor elkander bidden, is, o. God, Uw wil, dien Gij ons door Uwen lieven Zoon, onzen Heer en Zaligmaker, geopenbaard bebt. Uit liefde zenden wij onze gebeden hemelwaarts voor de geloo-vigen, die in U ontslapen zijn: vol vertrouwen bidden wij voor hen om de eeuwige rust. Dat o, Jesus! Uw kostbaar aan het kruis vergoten bloed vergeving hunner zonden voor hen verwerve. Delg al hunne zwakheden, al hunne schulden uit. quot;Wees Uwe kinderen, die in berouw zijn afgestorven, genadig. Verschoon , vergeef al hunne zonden; Gij toch zijt een God van langmoedigheid en van ontferming. Voer hen, na doorgestane beproeving, in de woningen des vredes, der ruste en des eeuwigen lichts. Voer hen, o. God! in de eeuwige vreugde, zoo zij zich nog in den staat der zuivering mochten bevinden: â mijne geliefde ouders, mijne broeders en zusters, mijne vrienden en allen, voor wie liefde en dankbaarheid mij verplichten te bidden. Ik beveel ze U bijzondei- aan. Vast is het troostelijk geloof in mijne ziel gevestigd: âMet âwijsheid en goedheid voert Gij al Uwe kindeken tol hunne eeuwige bestemming â want Gij , zijl hun Vader!quot; O, gij afgestorvene geloo-vigen! eens zie ik u weder! Wellicht zal ook ik
â 311 â
spoedig het tijdelijke met het eeuwige verwisselen; want gelijk eene bloem bloeit en verwelkt, zoo vergaat mijn leven. â Uwe lichamen vergaan, uwe ziel is eeuwig onsterfelijk, en gij hebt als heilige reisspijs, het onderpand van ons eeuwig leven, het Vleesch en Bloed van Jesus Christus, in het allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, dat Brood des levens, bij welks waardig genot de dood in eeuwigheid niemand kan schaden.
Mochten mijne in ootmoed tot den Vader in den Hemel opgezonden gebeden u te stade komen. Ik draag voor u het offer des nieuwen Verbonds op, ik offer ook voor u op alle werken van barmhartigheid, waartoe God mij sterkte en genade zal verleenen! â Verhoor mijn gebed, o. God! voor de arme zielen, vooral voor de ziel van N. N. Laat mij haar daarboven bij U wedervinden en mij met haar hereenigd, eeuwig verheugen. Wanneer zult gij aanbreken, heerlijke dag 1 dat ik, met mijne afgestorvene broeders hereenigd, voor den troon van God zal verschijnen en, door de genade van Jesus Christus gerechtvaardigd, in den glans van het eeuwige licht, in alle eeuwigheid, aan het Lam lof, eer en roem zal toebrengen. Amen.
LITANIE tot Jesus om z^lig te stepven.
Heer, Jesus, God van goedheid en Vader van barmhartigheid, ik verschijn voor U met een vernederd, vermorzeld en ontsteld hart; ik beveel U mijn laatste uur en al^ wat mij daarna wacht.
Als mijne onbeweegbare voeten mij zullen verwittigen, dat mijn wandel in deze wereld gaat eindigen, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.
Als mijne bevende en verslijfde handen Uw kruisbeeld niet meer zullen kunnen vasthouden, maar het tegen mijnen wil op het bed mijns lijdens zullen moeten laten vallen, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Als mijne verduisterde en gebroken oogen, om den schrik des naderenden doods, zich stervende tot U zullen wenden, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
Als mijne bevende, koude lippen voor de laatste maal Uwen aanbiddelijken naam zullen noemen, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner!
â 313 â
Als mijne wangen, verbleekt en loodkleurig, in hen, die mijn sterfbed omringen, medelijden en afschrik zullen verwekken , en mijne haren, van doodzweet doortrokken, zich op mijn hoofd oprichtende , mijn aanstaande einde zullen aankondigen.
Als mijne ooi-en voor altijd voor de taal der menschen zich gaan sluiten, en zich zullen openen om naar Uwe stem te luisteren, die het onherroepelijke vonnis zal uitspreken, waardoor mijn lot voor eeuwig zal vastgesteld worden. Als mijne verbeelding, door schrikkelijke en verbazende verschijnsels ontsteld, in doodelijke droefheid gedompeld zal wezen en mijn geest, op het aanschouwen mijner zonden ontrust, en door de vrees voor Uwe rechtvaardigheid bevangen, met den engel der duisternissen zal strijden, die mij het troostelijk betrouwen op Uwe barmhartigheid zal trachten te benemen om mij in den schoot der wanhoop neder te storten.
Als mijn zwak hart door de smart dei-ziekte benauwd, door de vrees voor den dood bevangen en door den strijd tegen de vijanden mijner zaligheid van krachten uitgeput zal wezen,
Als de laatste tranen, de kenleekenen mijner ontbinding, mij uit de oogen
â 314 â
zullen vloeien, neem ze dan voor eene boetofferande aan, opdat ik als een slachtoffer der boetvaardigheid moge sterven; en in dit angstige oogenblik, gquot; Als mijne bloedverwanten en vrienden 3 rondom mij zullen staan, en een teeder 5-medelijden met mijnen ellendigen staat 3. hebbende, U voor mij zullen aanroepen, cf5' Als ik het gebruik mijner zinnen zal ver- ^ loren hebben, de gansche wereld voor $ mij zal verdwenen zijn, en ik in de S benauwdheid van den laatsten strijd en '0 pijnen des doods zal zuchten, a
Als de laatste zuchten des harten mijne i? ziel zullen dwingen van mijn lichaam te § scheiden, aanvaard die dan als ver- ^ zuchtingen van een heilig, ongeduldig verlangen om tot U te komen,
Als mijne ziel, reeds op mijne lippen 3 zwevende, van deze wereld voor altijd af- J?. scheid zal nemen en mijn lichaam koud g' en levenloos zal achterlaten, ontvang 2. dan liet einde van mijn aardsche leven als een teeken van vereering en erkentenis Uwer Oppermajesteit,
Ten laatste, wanneer mijne ziel voor U zal verschijnen, en voor de eerste maal den onsterfelijken luister Uwer Majesteit zal aanschouwen, verwerp haar dan niet van Uw aanschijn, maar gewaardig U mij in den minnelijken schoot Uwer barmhartig-
â 315 â
ooooooolt;olt;olt;oooooocx«
heid te ontvangen, opdiit ik eeuwig Uwen lof moge zingen, barmhartige Jesns , ontferm U dan mijner!
GEBED.
O, God! die ons ter dood veroordeelende, het oogenblik en het uur des doods verborgen houdt, geef, dat ik, al de dagen mijns levens in rechtvaardigheid en heiligheid overbrengende, verdienen moge, in Uwe heilige liefde deze wereld te verlaten. Dit vragen wij U door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, die leeft en heerscht met U in de eenheid van den heiligen Geest. Amen.
Qebed tot den BeWeiaiPengel.
O, H. Engel, welken God door een uitwerksel Zijner goedheid jegens mij met de zorg van mijn geleide belast heeft, gij, die van het eerste oogenblik mijns levens mij nooit verlaten hebt, die dag en nacht aan mijne zijde zijt om mij bij te staan, om mij van het kwaad af te houden en tot het goed op te wekken, ik dank u zeer ootmoedig en smeek u, o, minnelijke beschermer, mij uwe liefdadige zorg te willen blijven betoonen. Wees mijne hulp in mijne noodwendigheden, mijn
- 316 â
troost in mijne droefheid, mijn steun in mijne wederwaardigheden; bescherm mij tegen de vijanden mijner zaligheid, verwijder mij van de gelegenheid tot zonde, verwerf mij genade, om naar uwe inspraken te luisteren, en om ze getrouw te volgen; maar bovenal bescherm mij in het uur van mijnen dood, en verlaat mij niet, voordat gij mij in het verblijf der eeuwige rust zult gebracht hebben. Amen.
Oebed yem een Kind Yoop zijne cmdep$.
Heer, die toelaat, dat ik U mijnen Vader noeme en die U gewaardigt het met de daad te zijn, wees hunner indachtig, die, jegens mij, eenen zoo teederen naam met U dragen. Aanhoor de wenschen, welke de gehoorzaamheid aan Uwe bevelen mij voorschrijven, en die bezield worden door een gevoel van liefde, dat Gij zelf in mijn hart geprent hebt. Bewaar de personen, die mij zoo lief zijn, van wie ik na U het leven ontvangen heb, en aan wie ik , na U, al het goede, hetwelk ik op de aarde geniet, verplicht ben. Stort over hen alle soorten van geestelijke en tijdelijke zegeningen uit, maar voornamelijk bewaar hen
â 317 â
voor het grootste aller ongelukken, de zonde: opdat over ons nooit die schrikkelijke be^ stratïlngen nederkomen, welke de zonde van één persoon somtijds over geheele familiën doet nederdalen. O, mijn God! doe mij in hunne waakzaamheid, in hunne zorgen, eenen raad , een hulpmiddel. eenen steun vinden voor het overige mijns levens, gelijk ik hoop hun door mijne volmaakte onderwerping al den troost te verschaffen, dien zij met recht van mij mogen verwachten. Voornamelijk bestier hunne teederheid, en heilig de ontwerpen, die zij over mij opvatten, opdat mijne tijdelijke belangen nooit mijn eeuwig welzijn in gevaar brengen. Bekroon eindelijk Uwe gaven door de grootste aller genaden, en dat een zelfde geluk voor eeuwig in den hemel hen vereenige, die door zoo vele banden hier op deze aarde zoo innig verbonden zijn. Amen.
GEBED OM AAN GOD DE BEKEERINQ TE VRAGEN VAN IEMAND DIE MEN LIEF HEEFT.
O, God, die ons beveelt elkander te beminnen, ik kniel voor U neder en ik smeek Uwe barmhartigheid af voor eenen ongelukkige, met wien ik door de teederste banden der toegenegenheid vereenigd ben. Door de hartstochten op den weg der dwaling weggevoerd,
â 318 â
zal hij verloren gaan, Heer, indien Uwe stem hem niet terugroept, indien Uw hart door zijn ongelukkig lot niet bewogen wordt. Zult Gij geen medelijden hebben met Uw schepsel'? Zult Gij dat schepsel in den afgrond laten vallen, waarvoor Gij gebeden, geleden en Uw bloed gestort hebt'? Van het geloof beroofd, voorzeker door zijne schuld, heeft het opgehouden U te kennen: toon U opnieuw aan de oogen zijns verstands; verlicht hen, die in de duisternissen en in de schaduwe des doods zitten, richt hunne voetstappen naar den weg des vredes. Jesus, werp een genadigen blik op die ziel, welke ik zoo zeer bemin, en gelief mijne wenschen te verhoeren. ZoudtGij zonder medelijden eene zoo diepe ellende kunnen aanschouwen? Deze ongeluk kige, voor wien Uwe liefde den weg des hemels geopend had, zie, gaat nu langs dorre en donkere wegen naar de hel, waarvan Gij hem afgekocht hadt; en misschien staat hij reeds op den boord. Dat Uwe hand hem vóór den laalsten en on-herroepelijken stap tegenhoude. In den naam van Uw kruis, in den naam van Uwen dood, genade, genade, Heer, verstoot mijn ootmoedig gebed niet. O! wie zal mij woorden geven, machtig genoeg om U te bewegen? Helaas! ik heb niets dan mijne tranen en mijne ontroostbare droefheid. Wal zal ik dan doen? Ik zal voor Uwe voeten nedergeknield blijven, in stilzwijgendheid weenen, en Gij zult U
^ gt;00000000000000000000000000000gt;c
â 319 â
laten bewegen; want ook Gij hebt geweend over de menschen. Neen, nooit zal ik ophouden in U mijne hoop te stellen. Een schaap heelt den stal verlaten, het doolt in de wildernis, de Goede Herder zal het gaan opzoeken. Hij zal het op Zijne schouderen wederbrengen, en Zijne vreugd zal groot wezen, omdat Hij Zijn schaap, dat verloren was, wedergevon-den heeft. Amen.
Gebed yoop den BieG^ty^dep.
O, mijn God, die U gewaardigd hebt mij eenen steun te geven in mijn zwakheid, eenen trooster in mijne droefheden, eenen vriend te midden der gevaren, die mijne ziel omringen, in den man Uwer rechterhand, aan wien ik toevertrouwd heb, wat mij op de aarde het kostbaarste is, gedoog, dat ik hier met al de vurigheid mijns harten voor hem den overvloed Uwer zegeningen van U af-smeeke. Gewaardig U, o, Heer, hem het he-melsche licht mede te deelen, opdat hij mij altoos geleide op den weg, dien Gij mij aangewezen hebt. Ontsteek zijn hart door Uwe heilige liefde, opdat hij door zijne woorden het ijs van het mijne kan doen smelten. Straf mij niet, o, mijn God! met toe te laten, dat hij zich over den staat mijns gewetens bedriege.
â 320 â
Dat ik verlange door hem gekend te wezen, gelijk hij door U gekend is. Dat hij te mijnen opzichte den ijver van Elias bezitte, de sterkte van Joannes den Dooper, de teederheid van den Goeden Herder, en de voorzichtigheid van den Samaritaan uit het Evangelie: maak eindelijk, o, almachtige God, o, oneindig teedere Vader, dat ik hem in alles, als aan Uwen vertegenwoordiger op aarde, onderdanig zij, en dat ik, na zijne vreugd geweest te zijn hier op deze aarde, zijne kroon moge worden in den hemel. Amen.
UITBREIDING
VAN HET
CtlBID BIS Hlllll.
Door Z. H. PIUS VII.
ONZE VADER, DIE IN DE HEMELEN ZIJT.
Groote God en Heer, voor wiens oneindige Majesteit alle schepselen moeten beven! welk eene genade is het voor m'y , armen zondaar, U Vader te mogen noemen, ik, die niet waardig ben Uw geringste dienaar te zijn! Gij zijt waarlijk een Vader; Gij zijt een almachtige Vader, die mij in alles kunt helpen; Gij zijt een Vader, wien niets verborgen is, Gij kunt mij dus in alles helpen; Gij zijt de liefderijkste Vader, die mij in alles helpen wilt.
Maar Gij zijt niet alleen mi;» Vader in het
21
bijzondei-. Gij zijt ook onze Vader; Gij zijt een algemeene Vader, een Vader van zoo vele kinderen; als er menschen op aarde zijn, want er is geen enkele onder hen, hoe gering en verachtelijk hij weze, wien Gij niet toelaat tot U uit te roepen:
onze vader!
Maar waar zijt Gij, liefderijkste Vader! waar zijt Gij te vinden? O! Gij zijt overal tegenwoordig; Gij vervult alles door Uwe onmeetbare grootheid; het is in U, dat ik leef, dat ik mij beweeg en dat ik ben, even als al het geschapene. Nochtans wilt Gij, dat ik zegge: die in de hemelen zijt, opdat ik van de aarde, die eene plaats van ellenden is, mijn hart tot den hemel, mijn vaderland, verhetïe.
geheiligd zij uw naam.
Ziedaar het verheven einde, waartoe Gij, almachtige Vader! mij geschapen hebt; dan, helaas, hoe weinig heb ik er mij mede bezig gehouden, hoe weinig pogingen heb ik gedaan, om er toe te komen! Niet Uwen, maar wel mijnen naam heb ik getracht te verheffen: niet Uwe, maar mijne eer heb ik in mijne ondernemingen beoogd. Ach! in plaats van
â 323 -
al mijne krachten tot Uwe meerdere verheerlijking te gebruiken, heb ik niets dan ij dele eer in de wereld gezocht. Maar nu, aanbiddelijke Vader! zal ik niet meer werken dan om in alle gelegenheden Uwe glorie uit te breiden; het eerste doel, en de voornaamste van al mijne bezigheden zal zijn, dat hierdoor geheiligd zij Uw Naam. O, dat ik ten koste mijns levens konde bewerken, dat Gij van alle volkeren gekend, geëerd en bemind werd! Ondersteun, bid ik U, de ijverige geestelijken, die Uwe heilige wet aan de on-geloovige volkeren verkondigen, opdat door hunnen arbeid Uw Naam meer en meer geheiligd zij.
ONS TOEKOME UW RIJK.
Door deze woorden ben ik overtuigd van mijne bestemming tot een eeuwig rijk. Dit rijk, o, weldadige Vader! hebt Gij beloofd, mij tot erfdeel en vergelding te geven, indien ik U getrouw dien. Ach! wat kunt Gij van mij billijker en gemakkelijker eischen en wat kunt Gij meer beloven? En nochtans, wat zoo billijk en gemakkelijk is, heb ik veronachtzaamd; zelfs, dwaze, die ik ben! heb ik meer gedaan om dit eeuwige rijk te verliezen dan om het te winnen; maar in het vervolg zal ik zoo verblind niet meer wezen. Uw rijk is alles waard; door Uwe genade wil ik het be-
â 324 â
komen In allen tegenspoed, ongevallen en ellenden, zal ik mij door deze woorden tot verduldigheid aanmoedigen: ons loekome Uw rijk. Maar alvorens die gelukkige dag kome, die mij in het rijk Uwer glorie zal brengen, maak, o barmhartige Vader! van mijn hart een rijk Uwer genade, en heersch daar als Koning. Doe mijne zondige neigingen onder U buigen; heersch over de zintuigen mijns lichaarns, over de krachten mijner ziel; maak mij eenen zoo trouwen en onvermoeiden dienaar, dat ik niets anders zoeke dan door mijne werken en mijn voorbeeld anderen met mij in het rijk Uwer genade, en eens in het rijk Uwer glorie te geleiden.
UW WIL GESCHIEDE OP DE AARDE ALS IN DEN HEMEL.
Duizend en duizendmaal, o, mijn God! heb ik deze woorden uilgesproken, maar ik heb mij weinig bevlijtigd ze te volbrengen. Ik wist wel, dat Uw wil, die altijd heilig en rechtvaardig is, de leidsman mijns levens moest wezen, en dat de ware deugd en het geluk op zijne gansche volbrenging gegrond zijn; nochtans heb ik Uwen wil, die waar is en niet bedriegt, niet gevolgd, maar liever den mijnen nagekomen, die blind, onstandvastig en tot alle kwaad geneigd is; zelfs Uw aller-
â 325 â
heiligste wil, Uwe allerwijste schikkingen. Uwe allerrechtvaardigste wetten hebben menigmaal moeten wijken voor eene ijdele vrees cUr menschen, voor een wereldsch vooroordeel of voor eene ongeregelde drift.
Maar nu, allergeduldigste Vader, verzaak ik mijnen bedorven wil, en breng hem als weder-spannig en trouweloos voor den troon Uwer goddelijke Majesteit, U ootmoedig biddende hem zoodanig door Uwe genade te onderwerpen , dat hij voortaan niet meer tegen U, noch tegen Uwe bevelen opsta. Uw heilige wil zal in het toekomende mijn eenige levensregel zijn; ik onderwerp mij in alles aan Uwe bevelen en aan Uwe zeer wijze beschikkingen, en zal naar niets anders trachten, dan dat Uw wil ten allen tijde zoo volmaakt in en door mij volbracht worde, als hij in den hemel wordt volvoerd.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELLIKSCH BROOD.
Alvoorziende Vader, die mij tot nu toe met. zoo veel goedheid onderhouden en gevoed hebt, ik vertoon mij heden nog eens voor U en bid U met een kinderlijk vertrouwen: Geef ons heden ons dagelijksch brood. Ik vraag U geen overvloed, maar verzoek U ootmoedig, wat mij volgens mijnen stand tot onderhoud noodig is. Maar geef mij, dewijl de mensch
â 326 â
niet alleen leeft van hst stoffelijk brood, ook het brood dei- zielen, dat uit Uwen mond komt; geef mij het geestelijk voedsel van Uw woord; zend mij Herders en ijverige Priesters, die met eenen waren geest van godsdienst en eene heilige zalving de ware leer der Katholieke Kerk en de eeuwige waarheden verkondigen. Vergun mij ook hel Brood, waarvan Uw goddelijke Zoon spreekt, als Hij zegt: hel Brood, dal Ik u zal geven, is Mijn Yleesch. Verleen mij de genade om dat hemelsch Brood waardig in de heilige Communie te ontvangen, zoowel nu, gedurende dit. leven, als op mijn doodsbed; maak dat ik het steeds met een levend geloof, eene vaste hoop, eene vurige liefde, een brandend verlangen, eene diepe ootmoedigheid en met een zuiver hart ontvange.
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN, GELIJK quot;WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN.
Rechtvaardige God, met droefheid belijd ik, dat ik de ondankbaarste der menschen ben, en bij U de allergrootste schulden, door het groote getal mijner zonden, heb gemaakt. Ik verdien noch kwijtschelding, noch genade; nochtans, dewijl Uwe goedheid en barmhartigheid grenzeloos zijn, en Gij zelf de zondaren tot boetvaardigheid uitnoodigt, roep ik tot U
â 327 â
met een rouwmoedig hart: vergeef ons onze schulden. Herinner U, dat Uw liefste Zoon zich met al onze zonden heeft beladen; dat Hij den schuldbrief daarvan aan Zijn kruis gehecht en met Zijn bloed uitgewischt heeft. Met dit dierbaarste bloed vermeng ik mijne tranen tot voldoening mijner zonden, ik zal die voortaan ernstig mijden, en ze meer dan alle ander kwaad haten.
Maar, o. Vader van barmhartigheid! opdat Gij mij zoo veel te eer, volgens Uwe beloften zoudt vergeven, zie, uit liefde tot U en naar het voorbeeld van mijnen Zaligmaker, vergeef ik uit ganscher harte aan allen, die mij ooit eenig ongelijk aangedaan hebben.
EN LEID ONS NIET IN BEKORING.
Ik vraag U niet, mijn God! dat Gij mij geene bekoringen laat overkomen; maar, omdat ik zwak ben, en mijne vijanden listig en sterk zijn, bid ik U vurig om van mij die bekoringen te willen afwenden, onder welke Gij voorziet, dat ik zoude bezwijken. Versterk mij onophoudelijk door Uwen krachtigen bijstand in alle bekoringen, gelegenheden en gevaren, die Gij soms zoudt willen toelaten, opdat zij mij nimmer een strik van zonden, noch eene oorzaak van verwerping zijn; maar maak, dat zij mij veeleer tot beproeving mijner getrouwheid, tot oefening der ware deugd ,
â 328 â
tot aangroeiing mijner verdiensten en voornamelijk tot vermeerdering Uwer glorie strekken.
Verlaat mij niet op het einde mijns levens, wanneer ik mijnen laatsten snik zal geven. En om den pijnlijken doodsstrijd, dien Jesus Christus, Uw heminde Zoon, ter mijner liefde geleden heeft, help mij mijne vijanden overwinnen; want indien Gij mij bijstaat, heb ik niets te vreezen, de zegepraal is behaald en de hemel is de mijne.
MAAR VERLOS ONS VAN DEN KWADE.
Ik heken, groote God! dat ik om mijne zonden, alle rampen verdien; maar dewijl Gij zelf wilt, dat ik tot U roepe, verlos mis van den Inracle, zoo verhoor, bid ikü, mijne ootmoedige bede en bewaar mij, bewaar hen, die mij toebehooren, de plaats waar ik woon, mijn vaderland en geheel het Christendom van alle tijdelijk ongeluk, wat het ook zijn moge. Indien Gij nochtans, als een vergramde Vader, besloten hebt mij en ook anderen te kastijden, kus ik met eerbied de hand, die mij slaat, en onderwerp mij aan Uwe straf. Ik bid U door Uwen heiligen Naam, U te gewaardigen, van ons alle geestelijke rampen, de zonden, de ergernissen, de verleiding, de scheuring en de valsche leer af te keeren. Ach , straf niet mijne zonden, noch die van anderen,
â 329 â
met ons nieuwe misdaden te laten bedrijven. Eindelijk verlos mij en alle menschen, welke Gij toch voor den hemel hebt geschapen en die Uw goddelijke Zoon door den schandvollen dood des kruises heeft vrijgekocht, van het eeuwige kwaad en van de eeuwigdurende verwerping.
AMEN.
Dat alles, o, mijn God en Vader! waarom ik U door deze zeven vragen gebeden heb, ter Uwer eer en glorie, tot mijne zaligheid en die van mijnen evennaaste, geschiede uit kracht der verdiensten van Uwen beminden Zoon , van wien ik dit gebed geleerd heb! Amen.
lt;IX)OOOOOOOCOOOOOOOOOOOOOOCX
GEBEDEN
TOT DE
H KI Xv I O K
VAN DE
MINDERBROEDERS-ORDE.
ANTIPHOON.
(Pos Sancti Bei, etc.)
Gods vrienden, die door heiligheid Uw naam alom hebt uitgebreid, In 's harten eenvoud hebt geleefd, Franciscus kloek hebt nagestreefd,
Biedt uwe beden d'Almacht aan. Om heü'gen vlijt ons toe te staan, Dat wij hierna in glans en eer Gelukzalig zijn in hooger sfeer.
v. Bidt voor ons, alle Heiligen van de Minderbroeders-orde!
r. Opdat wij de vreugde in het hemelrijk mogen genieten.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige, eeuwige God, die Uwe Kerk
door de verscheidene verdiensten der Heiligen altijd verlicht, beschermt, en bewaart, geef ons genadig, dat wij, door de voorspraak van den H. Franciscus en zijne heilige navolgers, hier van alle zonden gezuiverd, en hiernamaals de hemelsche heerlijkheid deelachtig mogen worden, door Christus, onzen Heer Amen.
Aanroepg Tan den H. Franciscus.
Heilige Franciscus, beminnelijke Vader, ik bid U door de H. Wonden, die gij van Jesus Christus in Uw lichaam ontvangen hebt, verkrijg voor mij, dat ik de vijf zintuigen van mijn lichaam bestede volgens den wil en het verlangen van mijnen Schepper; verkrijg voor mij een levend geloof, een vaste hoop, eene vurige liefde, een oprecht leedwezen mijner zonden, de zuiverheid van geest en lichaam; vraag voor mij dat ik volharde in het goede, opdat ik verdiene na dit kortstondig leven, daar te worden toegelaten waar gij u thans verheugt over de ontvangene belooning uwer werken; opdat ik verdiene mij daar met U te verheugen, waar alle droefheid verdwijnt, waar alle smart ophoudt en slechts eeuwige vreugde heerscht. Amen
TTTTTTT
LITANIE
VAN DEN
H. Vader Franciscns yan Assisië.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, die Franciscns tot Uwen dienaar hebt uitverkoren, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld, die Franciscns met de leekenen Uwer heilige vijf quot;Wonden bezegeld hebt, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, die Franciscns met vele liefelijkheden gezalfd hebt, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, die Francis-cus in Uwe heerlijkheid ontvangen hebt, ontferm U onzer!
H. Maria, bijzondere blijdschap en troost van Franciscus, bid voor ons!
H. Moeder Gods, gestadige toevlucht van Franciscus, bid voor ons!
gt;0lt;00000000000lt;000000000000000000000l0lt;
â 333 â
H. Maagrd der maagden, voorspraak der
geheele orde van Franciscus, Serafijnsche Vader Franciscus, Allerminzaamste Franciscus, Allergoedertierenste Franciscus, H. Franciscus, Vader der armen, Banierdrager van Christus,
Ridder van den gekruisten Jesus,
Oven der liefde,
Arke der heiligheid,
Versmader der wereld.
Spiegel van boetvaardigheid, Overwinnaar der boosheden,
Navolger van Christus,
Voorbeeld der ootmoedigen, g Leidsman der dwalenden,
Steun der H. Kerk,
c Meester der gehoorzaamheid, £1 Liefhebber des vredes.
Licht uws vaderlands,
M Heraut van den Allerhoogsten Konins, Martelaar van begeerte,
Beminnaar der zuiverheid,
Prediker der schepselen Gods, Bestormer der booze begeerten, Dienaar der melaatschen,
Verwekker der dooden.
Bijstand van hen, die uwe voorspraak
verzoeken,
Die van uwe jeugd af zoo milddadig jegens de armen waart, dat gij u
)0x^-gt;c»0)0gt;0)0gt;0)00cgt;x3gt;)cgt;)cgt;»0)000)0)0lt;)0)0)000igt;0«000lt;)0lt;x0'gt;000
â 334 â
ontkleeddet en u met hunne armoedige kleederen bedektet.
Die ii van alles ontbloot hebt om met meer betrouwen te kunnen zeggen ; Onze Vader, die in den hemel zijt,
Die u zeiven het onwaardigste van alle
schepselen noemdet,
Die van Jesus zelf hebt mogen hooren: ga, Franciscus, en herstel mijn huis dat vervalt,
Die uwe H Orde gevestigd hebt op de gehoorzaamheid, ootmoedigheid en âº_ heilige armoede, 5J
Die, om de hevige bekoringen te blus- lt;â schen, u in de felste koude in de o sneeuw wenteldet, 0
Die u zelve achttet den leerling van g Jesus niet te zijn, tenzij gij uw vleesch â kruistet,
Die van het lijden van Jesus niet kon-det spreken zonder te zuchten en te weenen.
Die de teekenen der vijf Wonden van Jesus in uw lichaam ontvangen en zelfs bloed gestort hebt.
Die het geluk gehad hebt, het kindje Jesus uit de handen van Maria in uwe armen te ontvangen van den middernacht tot den dageraad.
Die door de Engelen gediend, en door
â 335 â
coquot; hunne gezangen in verrukking ge- 5t | bracht werdt, ^
â¢3 Die uwen geest gevende uitriept: Heer! o § leid mijne ziel uit de gevangenis om -â (CJ Uwen imam te belijden, g
££ Ware Serafijn, brandende van liefde
tot Jesus,
Bid voor ons, H. Vader, Franciscus!
Opdat wij den beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
O , God, die Uwe H. Kerk door de verdiensten van den H. Franciscus met nieuwe kinderen zeer vruchtbaar vermeerderd en uitgebreid hebt, geef, dat wij door zijne navolging de aardsche dingen versmaden en ons in de mededeeling der hemelsche gaven altoos verblijden mogen.
O, Heer, Jesus Christus, die, toen de wereld in de liefde verflauwde, de teekenen Uws lijdens in het lichaam van den H. Vader Franciscus hebt willen vernieuwen, om onze harten te ontvonken, vergun ons genadig, om zijne verdiensten en gebeden, dat ook wij waardige vruchten van boetvaardigheid mogen voortbrengen.
O, God, Heilige Geest, door wiens leiding en besturing de lotgevallen onzes levens geregeld worden, help Uwe dienaars, opdat wij, die met blijdschap de gedachtenis houden van
â 336 â
den verheerlijkten Vader Franciscus, door zijne gebeden en verdiensten de glorie Uwer goddelijke Majesteit eeuwig genieten mogen, door Jesus Christus, onzen Heer, die met U en den Vader, waarachtig God, leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
tot dt-n Jt. S'z.cmc-ioc-wo -ucm (Sloolotc,
om de versmading van de wereld en de liefde van Jesus te vragen.
Gelukzalige heilige Franciscus, bij uitstek de arme van God, maai-ook rijk in verdiensten voor de oogen van Jesus, help ons in onze harten die ondeugden beteugelen, welke de oorzaak zijn van het verlies van zoo vele zielen, en met meer vurigheid dien goeden Meester beminnen, wiens liefde ons tot eene zoo verheven waardigheid, n. 1. van kinderen Gods, gebracht heeft. Doe ons waarlijk arm van geest worden, onthecht ons van de vergankelijke goederen dezer wereld om nimmer te denken dan aan de goederen des hemels, en Jesus Christus alléén aan te kleven, wiens kruis en heilige wonden de eenige sterkte, de eenige glorie van eenen waren christen zijn. Dat wij, naar uw voorbeeld, de armoede beminnen, niet alleen, omdat zij een krachtig geneesmiddel
â 337 â
is tegen de ongeregelde geneigdheden en dat zij de voedster der ootmoedigheid en de grondsteen der volmaaktheid is, maar omdat zij ons gelijkvormiger maakt aan ons goddelijk Voorbeeld, Jesus, die arm geleefd heeft, en die op eene bijzondere wijze de armen van geest zegent. Amen.
amp;elietl op [len Fee* yaii Maria ter Engelen,
OF
PORTI UNCULA.
Heilige Franciscus, waarlijk in de liefde Gods brandende Serafijn, wiens voorspraak bij God, toen g'y nog op aarde leefdet, reeds zooveel vermocht, dat Hij de weldaad, die g'y van Hem voor het menschdom afsmeektet, niet weigerde, maar op uw verzoek, dat door de voorbede der allerheiligste Maagd Maria ondersteund werd, den vollen Aflaat verleende, wij wenden ons heden tot u, en bidden: wil van onzen Heer, Jesus Christus, verwerven, dat wij de zonden verzaken, met rouwmoedige harten tot Hem wederkeeren, en voortaan getrouw het pad der deugd bewandelen; en dat wij met de vereischte gesteltenis deze kerk bezoekende, dan ook tot
22
â 338 â
onze zaligheid den door U afgesmeekten Aflaat mogen verdienen.
Heer, Jesus Christus! op het voorbeeld van Uwen Heiligen dienaar Franciscus, srneeken wij U ootmoedig, dat Gij allen, die hunne zonden met een oprecht hart gebiecht hebben, volkomen vergeving daarvan wilt schenken, en dat zij Uw heilig Vleesch ontvangen hebbende en deze kerk bezoekende, deelachtig mogen worden aan den door U verleenden Allaat, opdat zij hierdoor ook vergeving der nog schuldige straffen van Uwe goedertierenheid mogen verwerven.
H. Maria, Moeder Gods, wees ook onze voorspraak bij Jesus, Uwen Zoon en ondersteun ons gebed, gelijk Gij dat van den H. Franciscus bij Uwen Goddelijken Zoon ondersteund hebt, en verwerf voor ons, dat wij op eene waardige wijze tot zaligheid onzer ziel van de verleende gunsten gebruik mogen maken. Amen.
Gebed od den Feestdag yan k iMmffii der Mlige vtjf Wonden,
(17 September.)
Heilige Franciscus! het smartelijk lijden, dat onze Heer, Jesus Christus, om onze zalig-
â 339 â
heid verduurd heeft., was met onuitwischbare letteren in uw hart gegrift; het overdenken van deze groote weldaad wekte U immer tot dankbaarheid op en ontstak uw ootmoedig hart meer en meer in de liefde tot uwen lijdenden Zaligmaker, van Wien gij waardig werdt geacht de teekenen Zijns heiligen Tijdens in uw door de versterving gekastijd lichaam te ontvangen. Bid voor ons, H. Vader Franciscus! dat. wij ook altijd onzen godde-lijken Verlosser met eene vurige liefde mogen beminnen en dienen, en ook altijd met eene ware godsvrucht tot Zijn heilig lijden mogen vervuld zijn, opdat de gedachtenis van dit zaligmakend lijden ook in onze harten met onuitwischbare letteren gedrukt worde, en wij als waardige leerlingen van eenen zoo H. Meester, ons immer beroemen op het kruis van onzen Heer, Jesus Christus, door Wien de wereld aan ons gekruist is en wij aan de wereld gekruist zijn. Amen.
Coelorum candor.
De Hemel spreidt een held'ren glans. Een nieuwe star blinkt aan den trans: Franciscus glanst door heiligheid! Een Seraf, hem verschenen, spreidt Een licht, dat stralend op hem gloort. En in hem 's Heilands Wonden boort
â 340 â
In handen, zijde en voet',
Terwijl hij boete doet
En 't kruis, den schrik van Satans lagen,
In hart en wond en werk wil dragen.
v. Heer! Gij hebt Uwen dienaar Franciscus geteekend,
r. Met de teekenen onzer verlossing.
LAAT ONS BIDDEN.
O, Heer, Jesus Christus, die toen de wereld in de liefde verflauwde, enz. Zie black. 335.
G-ICI3IDID
01' DEN
can den J^panciscus.
(4 October.)
Groote Heilige! door het verzaken van al de aardsche goederen toondet gij waarlijk, dat uw schat in den Hemel was; ja, die God, het voorwerp uwer eenige liefde, alles voor uw hart geworden zijnde, bezat het zonder eenige verdeeldheid; opmerkzaam en onvermoeid om Hem hiervan aanhoudend bewijzen te geven,
â 341 â
was uw geheele leven slechts eene langdurige marteling, door de veelvuldige smarten, die gij omhelsdet, die gij zelfs met ijver zocht; maar, uw groot hart weldra te klein vindende
om aan de liefde, die het ontvlamde, te vol- -
doen, prediktet gij aan de menschen, dat het ^ aangenaam, gelukkig en wenschelijk is den
aanbiddelijken Jesus te beminnen, voor Hem i
te leven, te lijden en te sterven. Woorden §
vol zalving, kracht en liefelijkheid, zij brachten a
uwe broeders tot den beminden schaapstal 8
der Kerk terug, zij vormden hen tot de vol- p
maakste Christenen. c
O, heilige Franciscus, verwerf voor ons f
dezelfde genaden, die gij aan hen bekend P
maaktet, opdat ook wij, geloovigen, eenmaal ^
God genieten mogen, die al uwe liefde en ?
gelukzaligheid is. Amen. 9
Almachtige, eeuwige God! die het mensche-lijk geslacht door de geboorte Uws Zoons verblijd en door Zijnen dood verlost hebt; en die, toen het was afgeweken van den weg der waarheid , U gewaardigd hebt, hetzelve door den H. Franciscus, Uwen belijder, weder te roepen lot het licht der gerechtigheid: geef dat wij, die in onze boosheden hervallen, door Uwe barmhartigheid vergiffenis verwerven, door onzen Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de een-
{0000000000cx)00000000000(}000lt;»c»0lt;000000000lt;
â 342 â
heid des H. Geestes, één God, in alle eeuwen der eeuwen Amen.
Wij bidden U, Heer Jesus Christus, verleen ons door de godvruchtige en ootmoedige voorspraak van onzen H. Vader Franciscus , in wiens lichaam Gij U gewaardigd hebt de teekenen van Uw lijden te vernieuwen, dat wij gedurig de weldaden van Uw lijden in ons mogen gevoelen; die met den Vader en den H. Geest, één God, leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
O, God! die U gewaardigd hebt, de reine ziel van onzen H. Vader Franciscus, Uwen belijder, te voegen bij de Serafijnsche Geesten , geef ons, Uwe dienaren, dal wij door zijne verdiensten en voorspraak tot het eeuwige Rijk der Hemelen met Uwe hulp mogen geraken; door onzen Heer, Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, één God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
IDKVC/riE
TOT DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA.
De menigvuldige wonderen, die God door Zijnen dienaar den H. Antonius uitwerkt, bewijzen, hoeveel de voorspraak van dien vertrooster der bedrukten bij God vermag. Allen dan ook, die naar behooren met een vast vertrouwen hunne toevlucht tot hem nemen, zullen door eigene ondervinding genoegzaam van de waarheid hiervan overtuigd worden: hetzij dat ze zijnen bijstand inroepen bij geestelijke of lichamelijke krankheden of in andere droevige voorvallen des levens, hetzij dat ze zijne hulp verzoeken om terug te krijgen, wat verloren of ontnomen is, enz., tenminste indien deze beden aan den verzoeker nuttig en zalig zijn, en met Gods aanbiddelijken wil overeenstemmen. Men houde bij het verzoeken, van hetgeen men verlangt, altijd deze vereischten voor oogen , namelijk: een vast betrouwen op God en eene volkomen overgeving van zich zeiven aan de beschikkingen Zijner Voorzienigheid.
G-KBKEKISr
TOT DEN
H. ANTONIUS VAN PADUA.
LITANIE
VAN DEN
H. AKTONIUS YAM PADUA.
Heer, ontferm U onzer!
Jesus Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm ü onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
â 345 â
Heilige Maria, Moeder en Beschermster van
den H. Antonius, bid voor ons!
Heilige Franciscus, Vader en Onderwijzer
van den H. Antonius,
Heilige Antonius van Padua,
Zalige vrucht van Spanje,
Nieuw licht van Ilcilië,
Beschermer en roem van Padua,
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den H. Vader Franciscus, Lelie van zuiverheid,
Kostelijke parel der armoede.
Blinkende ster van gehoorzaamheid, gt oT Spiegel van boetvaardigheid, ^
â¢| Boos van geduldigheid, o
o Vlam van liefde, ^
^ Vat van heiligheid, o
Pilaar der H. Kerk,
W Verkondiger der genade,
Uitroeier der zonden,
Vertreder der wereld,
Verheffer van Gods eer,
Ootmoedige verberger der wijsheid, Leeraar der waarheid.
Blinkende ster der Serafijnsche Orde,
Arke des Verbonds,
Verdediger des geloofs aan het Hoogwaardig Sacrament,
Brandende naar den marteldood,
Geesel der ketters.
Schrik der ongeloovigen.
Roede der dwingelanden, bid voor ons! IJveraar voor Gods Huis,
IJveraar voor het. heil der zielen, Wonderbare mirakeldoener.
Patroon in verlorene zaken.
Toevlucht der armen,
m Gezondheid der zieken, ö-
| Vertrooster der bedrukten, £
o Hof der deugden, g
^ Kenner der harten, °
Voorzegger van toekomende dingen, 0 K Verwekker der dooden, S
Schroom der duivelen,
Navolger der Patriarchen en Profeten, Afbeeldsel der Apostelen,
Uitstekende onder de Leeraars,
Roem der Heiligen,
Minnelijke Vader en Beschermer,
Wees genadig, spaar ons. Heer!
Wees genadig, verhoor ons, Heer!
Van alle kwaad, verlos ons. Heer!
Van alle zonden.
Van de listen des duivels, ^
Van pest, oorlog en hongersnood, g-
Van den eeuwigen dood, quot;
Door de verdiensten van den H. Antonius, § Door zijne brandende liefde, :ï'
Door zijnen ijver voor de bekeering der ^ zondaars. g
Door zijne vurige begeerte naar den mar- .1 teldood.
â 347 â
Door zijne volharding in het volbrengen ^ zijner beloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, *
Door zijnen onvermoeiden arbeid, 3
Door de menigte en de verscheidenheid
zijner verrichte wonderen, agt;
In den dag des oordeels, 52.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij ons tot een waarachtig berouw
onzer zonden wilt brengen,
Dat Gij het vuur der goddelijke liefde in
onze harten wilt ontsteken, ^
Dat Gij ons deelachtig wilt maken aan de voorspraak en aan de verdiensten van SH den H. Antonius, è
Dat Gij ons Vaderland in de vereering van S den H. Antonius wilt doen volharden, (-i Dat Gij allen, die de voorspraak van den ~ H. Antonius verzoeken, gezondheid naar lt;| ziel en lichaam wilt verleenen, g-
Dat wij door de verdiensten van den H. An- o tonius in alle deugden mogen toenemen, 0 Dat Gij allen, die den H. Antonius eeren g en aanroepen, met Uwe zegeningen ge- â lieft te begunstigen.
Dat Gij U gewaardigt ons te verhooren, Jesus Christus, Zoon van den levenden God, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. verhoor ons. Heer!
â 348 -
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader, enz.
Bid voor ons, H. Antonius!
Opdat wij den beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O, God! verleen ons, dat de voorbede van-den H. Antonius, Uwen belijder. Uwe Kerk verblijde; opdat zij met geestelijken bijstand altijd beschermd worde, en verdiene te genieten de eeuwige vreugde door Christus onzen Heer. Amen.
GEBED.
O, Heer, Jesus Christus, die op den Goeden Vrijdag op het Altaar van Uw allerheiligst kruis hebt willen verheven worden, en drie uren daarna Uwen Geest in de handen van Uwen Hemelschen Vader hebt gegeven, wij bidden U, door de verdiensten en voorspraak van den H. Antonius, wiens ziel mede op eenen Vrijdag afscheid van deze wereld genomen heeft, dat wij de vruchten en zalige
â 349 â
lt;000000000000000)0
gevolgen van Uw heilig lijden altoos in ons mogen gevoelen; Gij, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GERED TOT DEN HEER JESUS,
om door de voorspraak en de verdiensten van den H. Antonius troost en bijstand in de noodwendigheden van ziel en lichaam te verkrijgen.
Mijn Heer en Zaligmaker, Jesus Christus, Koning van het heelal, luister der Heiligen, ik betuig U mijne ootmoedige dankbaarheid, dat Gij den H. Antonius van Padua bijzonder verkoren hebt, om hem in den Hemel in eene zoo verhevene heerlijkheid te plaatsenen dat Gij hem op deze wereld zoo beroemd gemaakt hebt door de voortreffelijke en menigvuldige wonderen, die hij uitwerkt ten behoeve van hen, die hem met eenen god-vruchtigen ijver en met een vast betrouwen aanroepen; ik smeek U, o mijn God, barmhartige Heer! mij de genade te verleenen, dat ik de krachtige uitwerking zijner voorspraak in al mijne geestelijke en lichamelijke noodwendigheden moge gevoelen, opdat ik de zonden verlate, den weg der deugd, die hij mij aangewezen heeft, bewandele, en de goede
â 350 â
)00000000cgt;)0000cx)0igt;0lt;«
werken, die hij verricht heeft, navolge, ten einde met hem de hemelsche belooningen daarvoor te erlangen. Amen.
GEBED TOT DEN H. ANTONIUS,
wanneer men zich In eenige droefheid of verlegenheid bevindt.
Heilige Antonius, liefderijke beschermer van hen, die tot u hunne toevlucht nemen, zie, ik kom met een kinderlijk vertrouwen mij aan uwe mededoogenheid aanbevelen; aanschouw, bid ik u, het smartelijk verdriet, dat mijn hart drukt en verzoen mij door uwe machtige voorspraak met God, dien ik door mijne misdaden vergramd heb. Verlos mij van de droevige zwarigheid, waarin ik mij ihans bevind, opdat ik mijnen God met eene heilige gerustheid des geestes dienen moge. Indien het echter voor mijne zaligheid dienstiger is, dat. ik lijde, zoo ben ik er mede tevreden, maar verwerf mij dan toch een standvastig geduld en eene volmaakte onderwerping om geduldig te lijden ter liefde van Hem, die, onschuldig zijnde, zich gewaardigd heeft voor de schuldigen te lijden. Ik bid u ootmoedig, mij in mijne tegenspoeden en verlegenheden nooit te verlaten en met inwendige vertroostingen allen bij te staan, die zich in den beklagenswaardigen staat bevinden.
â 351 â
waarin ik mij bevind, opdat het aan de Goddelijke Majesteit behage ons door uwe verdiensten in Zijnen heiligen dienst te versterken, ons in onze bittere angstvalligheden te troosten, en eindelijk ons de genade te ver-leenen om zoo te leven, dat wij het eeuwige leven verdienen, ten einde daar God te loven, te zegenen en te beminnen in uw gezelschap, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DEN H. ANTONIUS,
om door zijne voorspraak eenen zaligen dood te erlangen.
Heilige Antonius, groote vriend Gods, machtige behoeder van hen, die zich onder uwe bescherming stellen, ik smeek u ootmoedig om het vurige verlangen, dat gij gehad hebt om voor Jesus Christus te sterven , gewaardig li voor mij de genade te verwerven, dut ik niet door eenen haastigen dood overvallen worde, waarmede allen, die nog te midden van de ellenden dezer wereld leven, bedreigd worden. Wees mijn beschermer al de dagen mijns levens en kom mij te hulp , opdat ik toch niet in de zonde valle; geef dat ik van God de kennis erlange, die mij op mijne schreden geleidt en die mij onderricht, hoe ik waardig al de plichten eens Christens kan vervullen. Kom mij te hulp, groote Heilige,
lt;00000000000 gt;ooooc»c»ooooooooolt;
JOOOOOOOOOOOOOOOOOKDCOOOOOOOOOO'
pORSPRONG DEZER pODSV'RUCHT.
De negen Dinsdagen ter eere van den H. Antonius zijn eene voortreffelijke oefening van godsvrucht, welke over heel de katholieke wereld verspreid is en door ontelbare personen met onbeschrijfelijk veel nut wordt verricht, wegens de vele mirakelen en weldaden, welke krachtens de verdiensten van den H. Antonius en door diens voorspraak zijn bewerkt. Te dien einde worden negen achtereenvolgende Dinsdagen (in noodzakelijke gevallen kunnen zij ook onderbroken worden) uitgekozen, waarop men tot de HH. Sacramenten nadert, of het beeld van den H. Antonius eerbiedig bezoekt en aandachtig eenige gebeden verricht om, door de voorspraak van den Heilige, de gevraagde gunst te verwerven. De insteller dezer godsvrucht is de H. Antonius zelf, gelijk uit het volgende blijkt:
In het jaar 1617 verzocht eene edele dame te Bologna den H. Antonius om eene buitengewone gunst, waarna de Heilige zich op zekeren dag aan haar ver-
â 354 â
toonde en zeide : âBezoek gedurende negen Dinsdagen in de kerk van den H. Franciscus mijn beeld, en gij zult verhoord worden.quot; Nauwkeurig volgde zij den raad des Heiligen , welke door een ongehoord wonder werd bekroond. Dit ontzettend mirakel verspreidde zich weldra door geheel Italië, en wekte in de harten der geloovigen een zoo groot vertrouwen op tot den H. Antonius, dat men in alle geestelijke en lichamelijke noodwendigheden tot de oefening der negen Dinsdagen zijne toevlucht nam, wat immer de gelukkigste uitkomst opleverde. Om de gewenschte genade des te zekerder te erlangen, begon men, behalve het bezoeken zijns altaars en het bijwonen der H. Mis, ook nog andere oefeningen van godsvrucht in te voeren.
GEBED,
waardoor men den H. Antonius tot zijnen beschermer kiest.
H. Antonius, roemwaardige dienaar en vriend van God ! Ik N. N., groet u. dienaar van onzen Heer Jesus Christus, dien gij in de gedaante van een aanvallig kindje in uwe armen gedragen hebt; ik wensch u van harte geluk met die eeuwige heerlijkheid, welke God u voor altijd verleend heeft; ik dank God uit het binnenste mijns harten voor alle genaden en voorrechten, waardoor Hij u boven anderen heeft uitverkoren. Heden kies ik u opnieuw tot mijn beschermer, voorspreker en vertrou-welijken vader, en neem mij vast voor, u nooit te verlaten, u altijd te vereeren, en niets
â 355 â
te doen, wat in strijd is met uwe eer. Ik smeek u derhalve, mij voor immer als uw beschermeling aan te nemen; sta mij bij in al mijn doen en laten, en verlaat mij niet in het uur des doods. Amen.
BIJ HET BEGIN DER NEGEN DINSDAGEN.
^ebed.
O, lofwaardige beschermer, H. Antonius! tot meerdere eer van God almachtig en Zijne Moeder, de allerheiligste Maagd, Maria, welke Hem negen maanden onder haar maagdelijk hart heeft gedragen, alsook ter vereering van de negen koren der Engelen, begin ik, de geringste uwer beschermelingen, heden de negen Dinsdagen, met het vaste voornemen, deze ook trouw te voleinden. â Gij zelf zijt de insteller dezer oefening, dewijl gij, eene voorname vrouw, in hare groote droefheid, aan-raaddet, gedurende negen Dinsdagen uw altaar en beeld te gaan bezoeken.
â 356 â
Met deze uwe eigen meening vereenig ik de mijne, vereer en prijs u, en in u Dengene, die, wonderbaar in Zijne Heiligen, u versierd heeft met den luister van voordurende wonderwerken.
Neem mij, uwen dienaar (uwe dienaresse) en deze mijne oefening genadig aan.
O, trouwe vriend van God ! wees mijn middelaar bij God door uwe allesvermogende voorspraak. ââ Verkrijg mij, bid ik u , vergiffenis van al mijne zonden, en opdat ik voortaan de zonden mijde en God getrouwer diene, ook de genade, die mij in het goede moet versterken en bevestigen. Vraag ook voor mij om lichamelijke gezondheid, zoo die ten minste in 't belang mijner ziel is; bescherm mij tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden, gevaren en rampen, sta mij vooral bij in dezen mijnen nood en verlegenheid, welke u bekend is, en waarom ik tot uwe verheerlijking deze negendaagsche oefening verricht.
{Geef' hier uwe aangelegenheid te kennen.) Gij, vader, en heilige beschermer, weet het best, wat mij het voordeeligst is. Laat mij toch, voor zoovei- het tot mijn heil strekt dat ik verhoord worde, de kracht uwer voorspraak ondervinden.
O, milddadige Jesus! verhoor den H. An-tonius, die voor mij bidt, opdat mijn gebed door de kracht zijner verdiensten, verhoord
â 357 â
worde, dewijl ik U als den wonderbaren God erken en aanbid , die leeft en heerschl in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED
VOOR DEN EERSTEN DINSDAG.
Antonius verlaat op \b-jarigm leeftijd de wereld en begeeft zich in het klooster.
Almachtige God, die Uwen getrouwen dienaar, Antonius, in den bloei zijner jeugd dooide stralen Uwer genade hebt verlicht, en hem geleerd hebt, den gevaarlijken afgrond dei-zinnelijke lusten te vermijden, U, ondoorgrondelijke bron van barmhartigheid, smeek ik door de verdiensten van den H. Antonius, schenk mij de genade, dat mijne ziel het ijdel genot en de vergankelijkheid van alle aardsche goederen en vermaken volkomen besefl'e, het rechtmatig gebruik daarvan bij het licht des geloofs, volgens uwen wil en welbehagen, aanwende, en U als hgt eenig ware goed met een levendig geloof en heilige liefde voortdurend moge zoeken en behouden. Besproei, o, barmhartige God, mijne zondige ziel met de levende wateren der bron, door welke de H. Antonius alle aardsch en zinnelijk genot
â 358 â
heeft veracht. Geef, o, mijn God, dat zij, verrukt van hemelsche blijdschap, U alleen zoeke, naar U verlange, U vinde en in U eeuwig rusten moge. Gij echter, roemrijke vader, H. Antonius! helder schitterend voorbeeld aller deugden, veilige toevlucht van alle bedrukte harten, geef gehoor aan mijn ootmoedig gebed, en verwerf mij van den oneindigen God de genade, welke ik zoo vurig verlang. Dit smeek ik u door de verdiensten van uwe onschuldige kindsheid. Amen.
Hierna bidt men vijfmaal Onze Vader, Wees gegroet-, daarna de Litanie blz. 344.
GEBED
VOOR DEN TWEEDEN DINSDAG.
Antonius bereidt, zich door de strengheid zijns levens voor lot den marteldood.
O, eeuwige God! Schepper aller dingen, mijn waarlijk hoogste en eenig goed! Ach, konde ik, ellendig schepsel, U naar waarde dank betuigen voor alle genaden en weldaden, mij naar ziel en lichaam bewezen, voornamelijk voor het kostbare Bloed, dat Uw Eenig-geboren Zoon in Zijn bitter lijden vergoten heeft, om mijne zonden af te wasschen en te voldoen voor Uwe strenge gerechtigheid. Daar ik echter mijne onmacht erken, neem ik
â 359 â
«CXCXO gt;0lt;)00000000c»
mijne toevlucht tot Uwen trouwen dienaar, den H. Antonius en kies hem tot mijnen patroon en voorspreker bij Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, dewijl hij, door zijn innig verlangen naar den marteldood en ook door de zucht, om zijn bloed voor U te vergieten, ü bijzonder welgevallig was. Daarom smeek ik U, ootmoedig, o, oneindige God, altijd getrouw in Uwe beloften, door de vurige liefde, welke de H. Antonius U toedroeg, door zijne brandende begeerte naar het martelaarschap en door den strengen levenswandel, waardoor hij tot verheerlijking van Uwen heiligen naam, zijn onschuldig lichaam kastijdde, ontsteek mijn hart door Uwe goddelijke liefde, opdat de booze begeerlijkheid in mij uitgedoofd worde en het vuur der heilige begeerten in mij steeds ontvlam me.
U, glorievolle vader, H. Antonius! martelaar van begeerte, onschuldige boeteling, smeek ik van harte, open ook voor mij uw hart, en verkrijg mij van mijnen Heer en God den bijstand Zijner genade, opdat ik, door mijne gebeden gedurende deze negen Dinsdagen, in mijne noodwendigheden verhoord worde. Dit bid ik u door uw zoo vurig verlangen naar de martelaarskroon en de gestrengheid van uw heilig leven. Amen.
360 â
GEBED
VOOR DEN DERDEN DINSDAG.
Anlonius begeeft zich met toestemming zijner oversten in de eenzaamheid, om zich alleen met God bezig te houden.
O, glorievolle Antonius, ijverige navolger der Serafijnen! om de zinnelijke lusten van dit aardsche leven te overwinnen, koost gij de eenzaamheid tot Paradijs uwer ziel; van de rnenschen verwijderd, wildel gij slechts met God en Zijne heilige Engelen omgaan ! O, liefderijke patroon, afgezonderd van de schepselen, vereenigdet gij u met uwen Schepper, als hemelburger hier op aarde. â Zie, tot u neem ik mijne toevlucht-, verkrijg mij door uwe machtige voorspraak bij God de genade, dat mijne ziel, te midden der aardsche beslommeringen van dit ellendig leven, de ware eenzaamheid vinde, vrij van alle wereldsche en zinnelijke aanlokselen, bovenal aandachtig blijve gedurende het gebed en alleen streve naar de eeuwige goederen. Geef toch, dat mijne ziel al hare gedachten en zinnen moge stellen op God, Hem hare bezigheden op-drage, standvastig op Hem betrouwe, en na den dood met u eeuwig den Drieêenigen God moge genieten. Roemvolle vader. H. Antonius! schitterende zon hier op aarde, en helder
licht voor hen, die wandelen in dit dal van tranen, ik kom tot u met de ootmoedige bede, wil toch de zuchten van mijn bedrukt hart genadig aanhooren, en mijne smeekingen bij Jesus, dooi' uwe machtige voorspraak steunen. â Hierom smeek ik u , door uw in God verborgen en voorbeeldig leven. Amen.
GEBED
VOOR DEN VIERDEN DINSDAG.
Antonius verbergt uit diepen ootmoed de hooge wijsheid, hem door God verleend.
Almachtige, eeuwige God, ik loof en zegen U in Uwen trouwen dienaar, Antonius. De H. Geest heeft zijne zuivere ziel met de gave eener buitengewone wijsheid en wetenschap vervuld, en hem genadig ingegeven, het hem toevertrouwde talent zorgvuldig zoo lang te verbergen, tot het U zeiven behaagde, het onder de korenmaat der diepste nederigheid verborgen licht op den kandelaar te plaatsen en het der wereld mede te deelen.
Ik vereer in Antonius de door Uwen geest ingestorte wijsheid, zoo innig verbonden met oprechte nederigheid; ik loof en prijs U uit het binnenste mijns harten en dank U, dat
â 362 â
Gij in hem deze twee prijzenswaardige en zeldzame hoedanigheden van wijsheid en ootmoed zoo volmaakt hebt vereenigd. Daarom bid ikU, o. God, die eeuwig getrouw zijt in Uwe beloften, schenk mij de wijsheid Uwer Heiligen, opdat ik in waren ootmoed, mijne nietigheid erkenne, mij zeiven minachte, het kwade van het goede onderscheide, en U alleen als mijn waar en hoogste goed hier en hiernamaals eeuwig beminnen moge.
U, roemvolle vader, H. Antonius, vat van wijsheid en wonderbare spiegel van ootmoedigheid, smeek ik met kinderlijk vertrouwen, verkrijg mij de genade, welke ik gedurende deze oefeningen van u verlang. Zoo vele duizenden hebt gij reeds verhoord, o , verhoor ook mijn ootmoedig gebed. Dit bid ik u, ter wille der u door God verleende wijsheid en diepe nederigheid. Amen.
GEBED
VOOR DEN VIJFDEN DINSDAG.
Antonius, door God verlicht, ontdekt cle hinderlagen des duivels en maakt hem beschaamd.
O, eeuwige Wijsheid, die wonderbaar hen verlicht, die met een oprecht hart naar U verlangen; die het licht Uwer genade in
de reine ziel van Antonius hebt uitgestort, waardoor hij alle listen en lagen der hel ontdekt en onschadelijk heeft gemaakt, verleen mij, door de verdiensten van Uwen dienaar, de genade, dat ook mijne, door ijdelheid en kwade neigingen verblinde oogen, door het hemelsch licht bestraald, de bekoringen en strikken van satan ontdekken, en dat mijn hart alle hoo-vaardij der wereld en des vleesches, door de macht van Uwen allerheiligsten naam, kloekmoedig moge overwinnen. Ik bid ü, o liefderijke God, door de verdiensten van den H. Antonius, geef toch, dat ik door de ingevingen des duivels en de lusten mijner zinnen niet van den weg der deugd worde afgeleid. Bevestig mij steeds, o, Heer, in Uwe heilige vrees; laat haar doordringen in het binnenste mijns harten, opdat ik Uwer barmhartigheid waardig worde, en U eens met den H. Antonius in eeuwigheid moge loven en prijzen.
U, roemvolle vader, H. Antonius, luisterrijke overwinnaar der hel, bid ik, zie op mij, uw onwaardige dienaar neder, help mij in mijne bekommeringen en verkrijg voor mij de gewenschte genade. Daarom smeek ik u, door de heerlijke zegepraal, welke gij op de vijanden uwer ziel behaald hebt. Amen.
i
GEBED
VOOR DEN ZESDEN DINSDAG.
Antonius, steeds volhardend in het gebed, verkrijgt de wonderbare macht, om alles van God te verwerven.
O, oneindig barmhartige God, gij hebt aan het gebed van Uwen dienaar, Antonius, tijdens zijn leven zulk eene macht verleend, dat het voor Uw allerheiligste aanschijn nimmer zonder uitwerking is gebleven. Zoo dikwijls Antonius U aanriep, hebt gij hem genadig verhoord. Ik bid U, o, goedertieren God, door alle genaden, waarmede Gij Uwen dienaar vervuld hebt, alsook door de vurige godsvrucht, waarvan hij steeds tijdens het gebed doordrongen was, schenk mij in het gebed levend geloof, kinderlijk vertrouwen en volkomen aandacht, opdat ik verdiene in mijne aangelegenheden door U verhoord te worden. Let niet op mijne lauwheid en verstrooid-beden, maar op de vurigheid, waarmede Antonius tot U bad en waar door hij altijd gehoor bij U vond.
U, roemvolle vader, H. Antonius, bid ik met kinderlijk vertrouwen, verkrijg mij waren ijver in het gebed en bijzonder die genade, waarom ik u reeds in het begin dezer oefening gebeden heb; o, laat mij niet onverhoord
â 365 â
heengaan van uw heeH. Hierom smeek ik u, door dat heilige vuur van innige vereeniging met God, waarmede uw gebed tot den troon des Almachtigen opsteeg. Amen.
GEBED
VOOR DEN ZEVENDEN DINSDAG.
Antonius verkondigt het woord Gods mei onver-moeiden zielenijver, en bekeert ontelbare zondaren en ketters.
O, almachtige en sterke God, Uwe stem is van oneindige kracht en sterkte; zij verbrijzelt rotsen, velt cederboomen , ontsteekt de harten in vuur, en doet woestijnen sidderen. Deze kracht en sterkte hebt gij Uwen dienaar Antonius medegedeeld, opdat hij door de verkondiging van Uw heilig woord, de hooge ceders in hunne hoovaardij vernederen, het vuur der kwade begeerlijkheid uitdooven, en de trage harten in heiligen ijver zou ontsteken. U alleen zij roem en eer. Schenk mij echter, o God, van barmhartigheid, door de voorspraak van den H. Antonius, de vergeving mijner zonden en eene volmaakte bekeering.
Dit smeek ik U door zijnen brandenden zie-
â 366 â
lenijver, waarmede hij zooveel duizende zondaars en ketters tot U bekeerd heeft; geef, o, mijn God, dat ook mijn hart de boosheid der zonden erkenne, de bedrevene door oprecht berouw en boetvaardigheid uitwissche en voortaan niet meer zondige.
U, roemvolle vader, H. Antonius, die zoovele zondaars en ketters tot God hebt teruggevoerd, bid ik ootmoedig, schenk mij slechts eene enkele vonk van het heilige vuur, dat voor het heil der zielen in u brandde, opdat ook mijne ziel van ganscher harte zich tot God moge bekeeren. Om deze en de reeds voornoemde genade bid ik u door uwen gloeienden zielenijver en de kracht, door God aan uwe woorden verleend, om de zondaars te bekeeren. Amen.
GEBED
VOOR DEN ACHTSTEN DINSDAG.
Antonius gaat vertrouwelijk om met het goddelijk Kindje en wordt met genaden en hemelsche zoelheden vervuld.
O, Jesus! luister des hemels, vreugde der engelen, zalige troost der menschen, hoop aller schepselen, hoogste goed en eenig voor-
â 367 â
«JOOOOOOOOOOOOOOOOOOC.
werp, dat de harten kan bevredigen; in An-tonius hebt Gij gevonden, wat Gij verlangdet. Zijne voorbeeldige deugden deden U van den hemel naar de aarde afdalen, en maakten hem waardig U in de gedaante van een aanvallig kindje op zijne kuische armen te mogen dragen.
O, onbegrijpelijke genade, o, onuitsprekelijke waardigheid! Ik bid U door deze liefde, waardoor het Uw vermaak is, met de kinderen der menschen te zijn, dat mijne ziel, van al het aardsche ontdaan, zich in U alleen moge verheugen. Wees Gij mijn troost, mijne hulp en eenige toevlucht in leven en dood, en mijne vreugde, gedurende de gansche eeuwigheid.
U echter, o, roemvolle vader, H. Antonius, vlekkelooze spiegel der zuiverheid, onschuldige en eenvoudige duif, vreugde van het Kindje, Jesus, bid ik, door de zoetheid, waarmede uwe ziel overladen werd, loen gij het goddelijke Kindje, Jesus van uit den hoogen hemel in uwe armen zaagt nederdalen, en door die verrukkelijke oogenblikken, toen Het u met Zijne teedere handjes omhelsde en liefkoosde, wees mijner indachtig bij den lieven Jesus, dien gij thans in alle eeuwigheid van aanschijn tot aanschijn aanschouwt; beveel ook Hem mijne zondige ziel en mijn lichaam aan. Verkrijg mij de genade , waarom ik zoo vurig bid. Amen.
â 368 â
GEBED
VOOR DEN NEGENDEN DINSDAG.
Antonius sterft eenen zaligen dood en bewerkt tallnoze wonderen.
Almachtige God, trouwe belooner van het goede! Gij hebt U gewaardigd, Uwen trouwen dienaar, Antonius, nadat hij onvermoeid in Uwen wijngaard gearbeid, een groot aantal ketters tot Uwe H. Kerk teruggebracht en duizenden zondaars tot boetvaardigheid en bekeering gebracht had , door eenen zaligen dood tot de eeuwige belooning te roepen. Gij hebt Uwen ootmoedigen dienaar, o, mijn God, bij zijne intrede in den heinel verblijd met Uwe heilige tegenwoordigheid, en zijne gezegende ziel onder Uwe bescherming gesteld, haar verheven tot de rij Uwer heiligen en zijn lichaam ter vereering gesteld voor de gan-sche wereld! Door dezen zaligen dood van den H. Antonius, bid ik U, o, mijn God, verleen mij in Uwe onuitsprekelijke barmhartigheid de genade, om tot het einde toe standvastig in het goede te blijven volharden. Zend mij alsdan Uwen dienaar, Antonius, te gernoet, opdat hij met mij strijde tegen de bekoringen, in den doodangst mij trooste, mijne ziel ond^j' zijne hoede neme
^OOOOOOOK^WOOOOOOOOOOOOOCOOOOOOO^^OOQOOOOOOOPC
â 369 â
en haar rein en onbevlekt aan Uw heilig-aanschijn moge vertoonen.
U, o, roemvolle vader, H. Antonius, bid ik, verkrijg mij van God door uwen verdienstelijken dood, de verhooring mijner tijdelijke aangelegenheden en de genade, om eens in uwe tegenwoordigheid gelukkig te mogen afsterven. Amen.
GEBED
als men nog niet verhoord Is geworden.
Als ik in mijnen rampspoed den Heer aanriep , heeft Hij mij, ter wille mijner ongerechtigheden , nog niet verhoord. O, Heer, Jesus Christus, hoe lang zal ik nog tot U roepen, en zult Gij mij niet verhooren? Hoe lang zal ik zuchten, en zult Gij mij niet helpen'.' Ook u, H. Antonius, heb ik aangeroepen om uwe voorspraak; doch om het rechtvaardig oordeel Gods, heb ik de genade, waarom ik zoo dringend bij u aanhield, niet kunnen verkrijgen
O, goedertieren Jesus, het is mij leed, U het opperste goed, dat ik boven alles wensch te beminnen, ooit beleedigd te hebben. O,
24
- 370 â
Jesus, vergeef mij al mijne zonden en geef mij de genade, het kwade te vermijden en standvastig in het goede te volharden : ik neem mij nu vast voor, U nimmer meer te belee-digen. O, liefderijke Jesus, sterk dit mijn voornemen, daar mijne zwakheid U volkomen bekend is.
O, H. Anfonius, vereenig uwe voorspraak met mijn gebed, want dan hoop ik met zekerheid door God verhoord te worden, als ik, van al mijne zonden gezuiverd, toegang vind bij Jesus, mijnen liefdevollen Vader. O, allerzoetste Jesus, ontferm U mijner en verhoor mij in mijne noodwendigheden door de verdiensten van den H. Antonius. Amen.
.^Donkbefuiging
VOOR ONTVANGEN GUNSTBEWIJZEN.
Toen ik in mijnen rampspoed tot den Heer verzuchtte, heeft Hij mij verhoord, en gij hebt, o, trooster der quot;bedrukten, H. Antonius, bij den Vader der barmhartigheid voor mij gebeden. â Nu ondervind ik, dat niemand God te vergeefs aanroept, als Antonius voor hem bidt. O, H. Antonius, hoe liefdevol hebt gij mij getroost, daar ik door uwe hulp, nu
â 371 â
verkregen heb, waarom ik bad. Van gan-scher harte bedank ik u, zoowel voor deze genade, als voor alle mij bewezen weldaden. Uit dankbaarheid geef ik mij geheel aan U; neem mij voor altijd onder uwe bescherming en leer mij steeds in alles den heiligen wil van God volbrengen. O, allermilddadigste Jesus, kroon Uwer Heiligen! wie hen vereert, vereert ook U. Ik verheerlijk U in Uwen belijder Antonius, door wiens voorspraak Gij mij verhoord en de ontvangen weldaad bewezen hebt. Behalve deze genade, o, liefdevolle Jesus, smeek ik U dringend, om de genade der volharding in üwen dienst tot aan mijnen dood, opdat ik waardig worde van U, o, Jesus, de troostvolle woorden te vernemen; Welaan, gij, goede en getrouwe knecht, treed binnen in de vreugde uws Heeren. Amen.
Oebed op der\ Feegtdgg y8ir\ dei\ }i. Mtonkus.
('3 Jquot;niO
Heilige Antonius, uwe onschuld was zuiver gelijk de sneeuwwitte lelie; terwijl door deugds-betrachting uw eenige streven naar God was, waart gij gelijk aan eene zich hoog verheffende
â 372 â
bloem, die boven het haar omringende gras het hoofd in de hoogle richt. De wet des Heeren te betrachten en te volbrengen was uwe geliefkoosde bezigheid; uwe ziel was zoozeer met het woord des Heeren vervuld, dat uwe leerredenen bij duizenden toehoorders eene heilige vreeze en den ernstigsten ijver om boete Ie plegen teweegbrachten en een vurig verlangen naar den Hemel opwekten. Uwe gedachten en genegenheden waren op Jesus Christus, het heil der wereld, gericht. Jesus Christus was in uw leven en sterven uw gewin. O, mochten ook wij zuiver blijven van de vlekken der zonden, mochten ook wij in den omgang met Jesus Christus de grootste vreugde en de genoegens onzer ziel vinden! Bid voor ons, H. Antonius, dat wij deze genade van den Heer, onzen God, erlangen. Amen.
LITANIE
VAN DEN
HEILIGEN ROCHUS,
TER AFWERING VAN DE PEST EN ANDERE DERGELIJKE KWALEN EN ZIEKTEN.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God, Heilige Geest, ontferm U onzer!
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Heilige Moeder Gods, bid voor ons!
Heilige Maagd der maagden, bid voor ons!
Heilige Rochus, bid voor ons!
Getrouwe dienaar des Heeren, bid voor ons!
â 374 â
Vaandrager van Christus, bid voor ons! Beminnaar en beschermer van het H. Kruis
bid voor ons!
Bestrijder der booze geesten,
Bijzondere minnaar van de Onbevlekte
Maagd, Maria,
Navolger van de Heiligen,
Versmader der wereldsche ijdelheid.
Spiegel van boetvaardigheid,
Spiegel van lijdzaamheid,
Spiegel van godvruchtigheid, £quot;
Toevlucht van bedroefde menschen, ^
Vertrooster der bedrukte harten, o
R.ust, en geneesmiddel der zieken, °
Sterkte der zwakken, g
Hoop der kwijnende zieken, 2L
Patroon der verlaten menschen.
Zeer machtige verdrijver van alle kwalen ,
Steun van hen, die hunne toevlucht tot
u nemen,
Schoon licht van uw vaderland,
Vreugd der Christenen,
Voorspraak en bewaarder der geloovigen. Blijdschap van alle volkeren.
Door uwe vurige liefde tot God , help ons,
heilige Bochus!
Door uwe uitnemende godvruchtigheid tot de
heilige Engelen, help ons, H. Rochus!
Door uwe onuitsprekelijke genegenheid tot alle Heiligen, help ons, H. Rochus!
â 375 â
Door uwe kloekmoedige verfoeiing der aard-
sche zaken, help ons, H. Rochus!
Door uwe gedurige bedevaarten,
Door uwe verschillende kastijdingen en
boetvaardigheden,
Door uw moeielyk waken, [L
Door uw gedurig vasten.
Door uwen onverwinnelijken arbeid, § Door uwe diepe ootmoedigheid, aan de zie- ⢠ken betoond, K
Door uwe krachtige genezing met het ' teeken des heiligen Kruises, o
Door uwe groote geduld, toen gij met §-de pest geslagen waart, S
Door uwe harde en langdurige gevangenis, Door al uwe heerlijke deugden.
Door uwe menigvuldige verdiensten. Wij, ellendige zondaren, bidden ü, verhoor ons!
Wij, uwe ootmoedige dienaren, bidden U, verhoor ons!
Dat gij u gewaardigt den Heer altijd om kwijtschelding onzer zonden en verlossing van het kwaad te bidden, wij bidden U, verhoor ons!
Dat gij u gewaardigt met een gunstig oog neer te zien op allen, die u met eene bijzondere liefde beminnen, en hen tegen besmettelijke en haastige ziekten en tegen eenen onvoorzienen dood te beschermen, wij bidden U, verhoor ons!
â 376 â S
Dat gij u gewaardigt Gods gramschap , pest, 5
honger en oorlogen door uwe krachtige ge- g
beden van ons af te weren, wij bidden U, 3 |
verhoor ons! S
Dat gij het vee, onze landen en de vruchten der ö
aarde van de hand des slaanden Engels wilt |
bevrijden, wij bidden U, verhoor ons! ö
Dat gij den Christelijken koningen en vorsten \
vrede en waarachtige eendrachtigheid wilt 3
verwerven, wij bidden U, verhoor ons! S
Dat gij allen geloovigen zielen de eeuwige rust c
wilt verwerven, wij bidden U, verhoor ons! S
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- g
neemt, spaar ons, Heer! 5
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- n l
neemt, verhoor ons. Heer! S
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg- 3 1;
neemt, ontferm U onzer! S j]
GEBED.
O, Heer, die U gewaardigd hebt, Uwen gelukzaligen dienaar, den heiligen Bochus, toe te zeggen, dat zij, die hem met vertrouwen zullen aanroepen, noch door de pest, noch door eenige besmetting zullen worden aangetast, en zelf deze belofte door den dienst van Uwen Engel bevestigd hebt, wij srneeken U ootmoedig, daar wij hem in onzen nood thans aanroepen , dat het U behagen moge, door
zijne verdiensten en voorspraak ons tegen de cholera en alle doodelijke besmetling te willen behoeden, in den naam van .Tesus Christus, Uwen Zoon en onzen Heer, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED
BIJ DE OPDRACHT OF AANNEMING DER NIEUWE LEDEN.
O, dierbare Jesus, zie Uwe kinderen hier aan Uwe voeten neergeknield met een hart vol dankbaarheid en liefde. Wij beloven U ons steeds als waardige leden der Broederschap van den H. Kruisweg te gedragen, en Uw heilig lijden dikwijls en met eene dankbare wederliefde te overdenken. Ja, lieve Jesus, heden komen wij ons geheel aan U toewijden; wij willen voortaan geheel voor U gaan leven. Van harte vragen wij U vergiffenis voor al onze zonden, de oorzaak van al Uwe pijnen en smarten. Nooit, neen, nooit meer zullen wij U beleedigen. Ons hart, lieve Jesus, zal voorlaan niemand meer beminnen dan U.
â 378 â
Geef ons dan ook de genade om in Uwe liefde te leven, in Uwe liefde te sterven. O, kribbe van Jesus, o, kruis van Jesus, o, tabernakel van Jesus, o. Hart van Jesus, wees onze troost in de droefheid, onze sterkte in de bekoring, onze zegepraal in den strijd. Nogmaals, lieve Jesus, offeren wij ons geheel aan U op; voor U willen wij leven, voor U willen wij lijden, voor U willen wij sterven.
Aanvaard, o, goddelijke Heiland deze oprechte voornemens! Gewaardig U ze te zegenen en geef, dat wij, na U als ware leden der Broederschap van den H. Kruisweg op aarde bemind, gediend en nagevolgd te hebben , het geluk mogen smaken U in den hemel eeuwig de hulde van dank en liefde aan te bieden. Amen.
HYMKUS.
Vexilla Regis prodeunt, Fulget crueis mysterium, Qua vita mortem pertulit, Et morte vitam protulit.
Quae vulnerata lanceae Mucrone diro, criminum Ut nos lavaret sordibus, Manavit unda, et sanguine.
Impleta sunt, quae eoneinit David lideli carmine,
Dicendo nationibus:
Regnavit a ligno Deus.
Arbor decora, et fulgida, Ornata Regis purpura,
Electa digno stipite Tam sancta membra tangere.
Beata, cujus brachiis Pretium pependit saeeuli, Statera facta corporis, Tulitque praedam tartari.
O Crux, ave spes unica. In hac triumphi gloria,
â 380 â
Piis adauge gratiam,
Reisque dele crimina.
Te, fons salutis, Trinitas,
Collaudet omnis spiritus:
Quibus crucis victoriam Largiris, adde praemium. Amen.
v. Hoe signum crucis erit in coelo. r. Gum Dorninus ad judicandum venerit.
(3 Mei.) oremus.
Deus, qui in praeclara salutiferae Crucis inventione, passionis tuae rairacula suscitasti; concede; utvitalis ligni pretio. aeternae vitae suffragia consequamur. Qui vivis et. regnas.
(14 Sept.) oremus.
Deus, qui nos hodierna die Exaltationis sanctae Crucis annua solemnitate laetificas: praesta, quaesumus; ut, cujus mysferium in terra cognovimus, ejus redemptionis praemia in coelo mereamur. Per eumdem Dominurn.
â 381 â
TER EERE VAN HET H. SACRAMENT.
|
Tantum ergo Sacramen-tum Veneremur cernui: Et antiquum documen-tum Novo cedat ritui : Praïstet fides supplemen-tum Sensuum defectui. Genitori Genitoque, Laus et jubilatio, Salus, honor, virtus quo-que, Sit et benedictio : Procedenti at) utroque Compar sit laudatio. Amen. |
Knielen wij neder, aanbidden wij dit verheven Sacrament; dat de oude wet verdwijne voor de nieuwe; dat het geloof de zwakheid onzer zinnen ondersteune. Lof en gejuich, heil, eer, macht en zegening zij aan den Vader en aan den Zoon : dezelfde lof zij aan den heiligen Geest, die van den Vader en den Zoon voortkomt. Amen. |
v. Panem de coelo praestitisti eis. b. Omne delectamenlum in se habentem.
OREMUS.
Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuae. memoriam reliquisti: tribue, quaesurnus; ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra Mysteria venerari, ut redemptionis tuae fructum in nobis jugiter sentiamus. Qui vivis.
â 382 â
Tot de fi. lyïeieigd, jVteriEi.
Na de lofzang: Alma Bedemptoris etc.
Veps ; Angelus Domini nuntiavit Mariae. Resp. : Et concepit de Spiritu Sancto.
oremus.
Gratiam tuam etc.
Van Kerstmis lot Lichtmis.
v. Post partum virgo inviolata permansisli. r. Dei Genitrix intercede pro nobis.
oremus.
Deus qui salutis etc.
Na de lofzang: Ave, Itegina etc.
v. Dignare me laudare te, virgo sacrata. r. Da mihi virtutem contra hostes tuos.
oremus.
Concede, misericors Deus etc.
Na de lofzang: Itegina coeli etc.
v. Gaude et laetare, Virgo Maria, Alleluia. r. Quia surrexit Dominus vere, Alleluia.
â 383 â
oremus.
Deus qui per resurrectionem etc.
Na de lofzang: Salve Itegina etc.
Ora pro nobis Sancta Dei Genitrix. r. Ut digni efficiamur promissionibusChristi.
oremus.
Omnipotens etc.
N.B. Na de andere gezangen ter eere van Maria, altijd het vers : Ora fro nobis etc.
Tot dei\ fi- Jozef.
Na de lofzang; te Joseph celebrent etc.
Ora pro nobis Sancte Joseph.
r. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
oremus.
Sanctissimae Genitricis tuae sponsi, quae-sumus Domine meritis, adjuvemur; ut quod possibilitas nostra non obtinet, ejus nobis in-tercessione donetur.
Qui vivis etc.
â 384 â
Pro Defunctis.
^o o p de ocenledenen.
Ps. Miserere mei Deus; etc. Ps. De pro-fundis; Pater Nosier; v. Et ne nos inducas in tentationem; r. Sed libera nos a male ;
v. A porta inferi.
r. Erue Domine animas eorum. v. Requiescant in pace.
r. Amen.
v. Domine exaudi orationem meam. r. Et clamor meus ad te veniat. v. Dominus vobiscum.
r. Et cum spiritu tuo.
oremus.
Fideliurn Deus omnium conditor et redemp-tor, animabus famulorum famularumque tua-rum remissionem cunctorum tribue peccato-rum, ut indulgentiam quam semperobtaverunt, piis supplicationibus consequantur; qui vivis et regnas etc.
\. Requiem aeternam dona eis, Domine. r Et lux perpetua luceat eis. v. Requiescant in pace.
r. Amen.
5
^ LITANIE LAURETAN^!.
t B. M. Y.
Kyrie eleïson.
Christe eleïson.
Kyrie eleïson.
Christe audi nos.
Christe exaudi nos.
Pater de coelis Deus, miserere nobis.
Fili Redemptor mundi Deus, miserere nobis,
Spiritus Sanete Deus, miserere nobis.
Sancta Trinitas unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, era pro nobis.
Sancta Dei Genitrix,
Sancta Virgo virginum.
Mater Christi,
Mater divinse gratioc,
Maler purissima, quot;2
Mater castissima, s
Mater inviolata, 2.
Mater intemerata, m'
Mater amabilis,
Mater admirabilis,
25
â 386 â
Mater Creatoris, ora pro nobis.
Mater Salvatoris,
Virgo prudentissima,
Virgo veneranda,
Virgo pracdicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens,
Virgo fidelis,
Speculum justitue,
Sedes sapientiaj,
Causa nostrtc Isetitia;,
Vas spirituale,
Vas honorabile, 0
Vas insigne devofionis, 5
Rosa niystica, -s
Turris Davidica, ó
Tunis eburnea, 5
Domus a urea, Hquot;
Foederis area, ^
Janua cceli,
Stella matutina,
Salus infirmorum,
Refugium peccatorum,
Consolatrix afflictorum,
Auxilium Christianorum,
Regina Angelorum,
Regina Patriarcharum,
Regina Prophetarum,
Regina Apostolorum,
Regina Mart.yrum,
Regina Confessorum,
â 387 â
Regina Virginum, ora pro nobis.
Regina Sanctorum omnium, ora pro nobis.
Regina sine labe concepta, ora pro nobis.
Regina Sacratissimi Rosarii, ora pro nobis,
Agnus Dei, qui tollis pcccata mundi, paree nobis Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi nos Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis.
Christe audi nos.
Christe exaudi nos.
O SANCTISSIMA.
i.
O sanetissima, O piissima,
Dulcis Virgo Maria! Mater amata, Intemerata, Ora, ora pro nobis.
2.
Tu solatium, Et refugium,
iOOOOOOOOOOOOOOOOO
â 388 â
Virgo, Mater, Maria! Quidquid optamus, Per te speramus, Ora, ora pro nobis.
3.
Ecce debiles, Perquam flebiles; Salva nos, o Maria! Tolle languores,
Sana dolores, Ora, ora pro nobis.
4.
Virgo, respice. Mater, adspice,
Audi nos, o Maria! Tu medicinam,
Portas divinam, Ora, ora pro nobis.
5.
Tua gaudia. Et suspiria,
.Invent nos, o Maria! In te speramus, Ad te clamarnus, Ora, ora pro nobis.
â 389 â
SALVE, REGINA COEL1TUM.
Salve, Regina coelitum, o Maria!
Sors unica terrigenum, o Maria!
Jubilate Cherubim,
Exultate Seraphim,
Consonate perpetim:
Salve, salve, salve, Regina!
Mater misericordiae, O Maria!
Dulcis parens clementiae, O Maria!
Jubilate, etc.
Tu vitae lux. Ions gratiae, O Maria!
Causa nostrae laetitiae, O Maria!
Jubilate, etc.
Spes nostra salve Domina, O Maria! Extingue nostra crimina, O Maria!
Jubilate, etc.
Ad te clamatnus, exsules, O Maria!
Te nos rogamus, supplices, O Maria! Jubilate, etc.
Audi nos Evae filios, O Maria!
In te sperantes miseros, O Maria!
Jubilate, etc.
Eja ergo nos respice, O Maria!
Servos tuos ne despice, O Maria!
Jubilate, etc.
â 390 â
Converte tuos oculos, O Maria! Ad nos in hoe exilio, O Maria! Jubilate etc.
Ostende tuum Filiuni, 0 Maria! Nobis post hoe exilium, O Maria! Jubilate, etc.
Redde cordis laetitiam, O Maria! Per peccatorura veniam, O Maria Jubilate, etc.
:^Mquot;l|j||lquot;lt;l|j||l'quot;l|jlll'M||j||li'lt;llj|||l..||i|||..|||j1l.....|j||.....|j||l»l||j||Mgt;.||j||llt;..||j||ll.l||j||tgt;l^;
jt);coocccccccccccccxccc^^ j
:^/h.illlil..iilllii..iilllii..lilllil...illlii..lilllii..iilllii..iilll............ ...................ililiniiilihiii^:
GODVRÃGHTIGE GEZANGEN.
i.
AANROEPING VAN DEN H. GEEST.
Heil'ge Geest! kom, laat Uw stralen Uit den hemel op ons dalen,
Die der armen Vader zijt: fbis.J Kom, o, Gever aller gaven!
Kom de droeve harten laven;
Dat Uw heillicht hen verblijd'! [his.J
Zoete Gastvriend onzer zielen, Levensbalsein, voor wie vielen,
Rust bij 't zwoegen van den dag, [bis.] Kom, o, laafbron! 't heete woelen Der ontgloeide drift verkoelen!
Troost in alle weegeklag! (bis.)
Zalig licht! o, doe Uw stralen In bet diepst des harten dalen,
Van 't geloof in U vervuld; (bis.)
Komt Uw kracht ons niet doordringen, Niets dan in ons, stervelingen.
Niets is zonder schade ot' schuld, (bis].
DooocxxrÃ
Wil in ons 't onreine wisschen,
Wil 't verdorde in ons verfrisschen,
Heelen, wat er wond ontving; [his.J Wil, wat stug is in ons breken,
't Koude weer in gloed ontsteken,
Richten, wat het spoor ontging. [bia.J
Geef, wie trouw in U gelooven,
't Zeven siavental van boven,
Dat hen sterke in alle deugd; fbis.J Geef hun. Uw vergelding te erven,
Geef, o, geef een zalig sterven.
Geef hun de eeu'wge hemelvreugd. (bis.J
2.
DAT JESUS LEEV'!
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet des harten;
Dat Jesus leev'! de leeraar aller deugd.
Naam , dien ik nooit van mijn lippen laat vloeien. Zonder de liefde in mijn hart te doen gloeien. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet der dapp'ren,
Die 't trouwe volk tot zijne vanen roept: Gij, Jesus, zijt al mijn schat al mijn leven; 'k Volg U, waarheen ge U ook moget begeven. Dat Jesus leeV! (bis.)
â 393 â
Dat. Jesus leev'!
Dit is de kreet der hope Vooi- 't schuldig hart, dat zijne misdaad voelt. Hij zet den boetling meer moed bij en sterkte, Hij kroont het goed, dat Zijn hulp in hem werkte. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg. Jesus, Uw Naam, aan Uw dienaars zoo teeder, Ploft in den afgrond de duivelen neder. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Dit is de kreet der liefde.
God, die voor't oogslechts brood op't altaar zijt! 'k Weet, 't is alleen om mijn liefde te winnen! 'k Wil van nu af U met warmte beminnen. Dat Jesus leev'! (bis.)
Dat Jesus leev'!
Zijn lieve Moeder leve!
Ze is Moeder ook van 't uitverkoren volk. Zoo ik haar min als een kind zijne Moeder, Dan min ik Jesus, Haar' Zoon, mijnen Broeder. Dat Jesus leev'! (bui.)
Dat Jesus leev'!
Triomf! dat zegepralend Die naam verwinn', wat kwaad en boosheid is. Wijl 'k doordien Naam eens den hemel moet erven, Zoo wil ik ook voor hem leven en sterven. Dat Jesus leev'! (his.)
â 394 â
3.
AAW JESUS EER!
Aan Jesus eer!
Zoo stijge ons dankbaar smeeken, Aan Jesus eer! door aarde en hemelheer! 0, zoete Naam, dien ik nimmer kan spreken, Of 'k voel te feller in liefde me ontsteken. Aan Jesus eer! (bis.)
Aan Jesus eer!
Is 't lied der christenscharen ;
Aan Jesus eer! Hem onzen God en Heer. Die, al wie trouw om Hem. henen vergaren. Trouw in den strijd door Zijn Naam zal bewaren. Aan Jesus eer! (bis.)
Aan Jesus eer!
Zoo mag de zondaar zuchten.
En tot zijn Heer ga hij rouwmoedig weer; Geen boetling, neen! heeft Zijn wrake te duchten: Hij heeft alleen in Zijne armen te vluchten. Aan Jesus eer! (bilt;t.)
Aan Jesus eer!
Is 't lied van 't zielsvertrouwen ; Aan Jesus eer! zoo roepen we immer wéér; Hoe langer toch wij Zijn wonden beschouwen, Hoe meer ons ook onze zonden berouwen. Aan Jesus eer! (bis.)
â 395 â
Aan Jesus eer!
Is 't lied der hemelzalen,
En de Englen vallen diep aanbiddend neer; Dat moet heel de aard met haar tongen en talen, Dat, al wat is, door allo eeuwen herhalen: Aan Jesus eer! (bis.)
Aan Jesus eer!
Xog eens het aangeheven!
Aan Jesus eer! en immer, immer meer! Aan Hem alleen zij van nu af ons leven. Aan Hem geheel ons ten offer gegeven. . Aan Jesus eer! (bis.)
Aan Jesus eer!
Zoo blijve ons danklied stroomen. Aan Jesus eer! voor eeuwig onze Heer.
Hij, ja, Hij zelf is in ons nu gekomen,
Hij zelf heeft ons tot de Zijnen genomen. Aan Jesus eer! (bis.)
4.
NA DE OPDRACHT.
O, Jesus! wij zijn Uwe kind'ren, Op het kruis naamt Gij ons aan;
Zijn wij bij U, niets kan ons hind'ren. Onze harten zijn voldaan!
0, Jesus,
Allen zijn wij Uwe kind'ren,
O, Jesus,
Lach ons als vader aan.
â 396 â
O, kruis, o, heilig liefdeteeken!
Voor ons zijt Gij een troost in piju en smart;
Wij komen U om sterkte smeeken,
Stort balsem van vertroosting in ons hart.
O, Jesus! wij zijn Uwe kind'ren, enz.
O, kruis, U prijzen alle tongen,
Geverfd door Jesus' heilig, dierbaar bloed;
Gij hebt de macht der hel bedwongen: Gij zijt de rijkste bron van alle goed.
O, Jesus! wij zijn Uwe kind'ren, enz.
Niets, heilig kruis! niets zal ons beiden, In pijn en smart, in droefheid en in nood,
In weelde of voorspoed kunnen scheiden. Getrouw steeds blijven we U tot in den dood.
O, Jesus, wij zijn Uwe kind'ren, enz.
Wij, Kruiswegleden, zullen denken, 'tGeen Gij, o, lieve Jesus, voor ons deedt;
Wil ons dan ook Uw liefde schenken, Aan ons, voor wie Gij zooveel smarten leedt.
O, Jesus! wij zijn Uwe kind'ren, enz.
5.
GEDENKLIED AAN 'S HEEREN LIJDEN.
Gansch des Heeren aardsche leven Was een kruis en marteling:
't Voegt Zijn knecht, Hem na te streven Op den kruisweg, dien Hij ging.
'k Zal dan al mijn levensdagen
Denken aan 't geen Jesus deed.
Denken aan de wreede slagen,
Die mijn lieve Jesus leed. (bis.)
Wat al lijden U doorgriefde,
Is 't voor mij niet uitgestaan?
O, hoe groot was Uwe liefde.
Die ten kruisdood U deed gaan.
'k Zal Uw kruis gedachtig blijven,
Nagels, rietstaf, kroon en speer;
In mijn hart Uw wonden schrijven, Liefdeteekens van den Heer. (bis.)
'k Zal aan spons en edik denken.
Laafdrank van mijn Bruidegom!
Wat zal ik Hem wederschenken ?....
Vraagt Uw smart geen smart weerom?
a Zie Mij aan en tel de wonden,
«Die Ik voor Mijn dienstknecht draag: « Roet in tranen uwe zonden;
«Zou 't te veel zijn, wat Ik vraag? (Ins.)
« Wil dan 's werelds vreugde derven, «Neem den rampspoed willig aan: «Wil met Mij aan 't kruishout sterven «Om Mijn leven in te gaan.»
â 398 â
O mijn hoop van 't eeuwig leven!
's Vaders glorieluister Gij;
Hoe Ge U meer hebt weggegeven,
Des te dierb'rer zijt Ge ook mij. (bis.)
Sehame 't lid zich 't aardsch verblijden,
Als men 't Hoofd in doornen klonk, 's Levens Vorst den kelk van 't lijden.
Voor de Zijnen ledig dronk.
Lof en glorie gansch ons leven
Zij Maria's Zoon gebracht,
Voor Zijn volk aan 't kruis geheven , 't Paaschlam, voor hun schuld geslacht! (bis.)
6.
LOrZAHG
SALVE MUNDI SALUTARE.
Om U, 's werelds Heil, te groeten,
Stort ik, Jesus, voor Uw voeten.
Schreiend onder 't zondenjuk; (bis.) Kome 't licht van Uw genade Mijner arme ziel te stade,
In haar kommer, smart en druk! (bis.)
Heiige voeten, wreed geklonken. Ik omhels U, weggezonken
Aan het kruishout van den Heer; (bis.)
â 399 â
Ach, wie voelt er, bij 't aanschouwen Van die foltring, 't hart niet rouwen, En zinkt niet in 't stof ter neer? (bis.)
Jesus, o, doe aan Uw voeten Mij de rust en vrede ontmoeten,
Waar geen wereld ooit mee. streelt: (bis.) En zij door deez' gruwbre wonden Mij vergeving van mijn zonden Hier en eeuwig meêgedeeld. (bis.)
Zijt gegroet, o, heiige handen,
Die geslaakt hebt de ijz'ren banden,
Waar ons Satan meé omving; {bis.)
Zijt gegroet, o, liefdrijke armen, Toegestoken uit erbarmen.
Als de Godmensch stervend hing. (bis.)
Ja, mijn ziel brandt van verlangen.
Om de kruisbanier te omvangen,
Met den hoogsten liefdegloed; (bis.) Ja, des Heeren handewonden Houden eeuwig mij verbonden,
Bloeden me eeuwig in 't gemoed, (bis.)
In die handen rust ik veilig,
In die wonden blijft men heilig
En gestemd tot hemelvreugd; (bis.) Laten mij die handen dekken,
O, Heer, Jesus, en mij strekken Tot een steun op 't pad der deugd, (bis.)
Wees gegroet, o, zijdewonde.
Bloedend voor des menschdoms zonde,
â 400 â
Overkostbre levensvloed! (bis.)
Moog' Uw kracht mij sterkte schenken, En mijn dorre ziele drenken, Zijdewonde, wees gegroet! (bis.)
Stort mij troost en vreugd in 't harte, Laafnis voor de bittre smarte.
Die deez' aard te lijden geeft; (bin.) Doe mij hier vooraf reeds smaken, Wat mijn heil eens zal volmaken,
Waar de Christen eindloos leeft, (bis.)
Derwaarts streef ik, heiige wonde. Bloedend ook voor mijne zonde,
Heiige wonde in 's Heeren zij'; (bis.) Met de handen, met de voeten, Kom ik mede U nedrig groeten:
Heilig vijftal, zuiver mij! (bis.)
LOFZANG
VEXILLA REGIS PRODEUNT.
Ontrol des Konings zegevaan,
De kruisbanier, het levensteeken,
Dat hel en dood te niet deed gaan.
En licht in 't duister door deed breken, (bis.)
â 401 â
De wonde in des Verlossers zij,
Die bloed met water heeft doen vloeien.. Was balsemdrupp'lend ook voor mij,
Om de erfsmet uit de ziel te roeien, (bis.)
Nu, David, is uw woord vervuld,
Tot troost der volken, die het zagen: God heeft, in 't aardsche kleed gehuld, Op 't hout Zijn rijkstroon neergeslagen, (bis.)
O, kruisboom, schittrend schoon van gloor, Met Koningspurper opgeluisterd,
Hoe blinkt uw smaadheid heerlijk door, Hoe hebt ge alle aardsche praal verduisterd '.(Iris.)
Op u heeft 's Heeren last gedrukt.
Om onze borst van last te ontheffen;
Aan u is 't zegeloof geplukt.
En stierf de schuld, die ons moest treffen, (bis.)
o, kruisboom, teeken van gena.
Kom, bij 't herinn'ren van Gods lijden.
Ons met Geloof en Hoop te sta.
Opdat we in 't hart de Liefde u wijden, (bis.)
Schenk, Bron van heil. Drievuldigheid, Dat ons, die lof en eere U geven, Het kruis de zege op aard bereid'.
En we in zijn schaduw eeuwig leven, (bis.)
â 402 â
LXOOOOOOOOOOOOl
8.
HULDE AAN HET KRUIS.
Jesus stierf voor ons: welk een Vriend!
Hij is onze liefde dus waardig!
Meer dan Zich heeft Hij ons bemind,
Daarom stierf Hij zoo bereidvaardig.
Christ'nen zingt luid hier in Gods huis : / ^ Leve Jesus, leve Zijn kruis! | 's'
Aan dit goddelijk kruis zij eer!
Sedert Jesus 't Zich heeft verkozen,
Is het kruis niet meer als weleer,
Iets, dat ons doet huiv'ren en blozen. Christ'nen, enz.
Aan dit goddelijk kruis zij eer!
Boom, wiens vrucht, vol zoetheid en sterkte,
't Kwaad verhielp, dat 't menschdom weleer. De eerste vader Adam bewerkte.
Christ'nen, enz.
Aan dit goddelijk kruis zij eer!
Vruchtbre bron van alle genaden.
Waarin 't bloed van God. onzen Heer, Afwiesch 's werelds zonden en kwaden. Christ'nen, enz.
Aan dit goddelijk kruis zij eer!
Leerstoel tot beschaming der wijzen,
Waar ik Hem zijn god'lijke leer Zonder spreken hoor onderwijzen.
Christ'nen, enz.
â 403 â
Aan dit goddelijk kruis zij eer!
'k Wil de eer aan 't hout zelf niet tooneu,
Maar 'k aanbid mijn Heiland en Heer, Dien ik op dat kruishout zie tronen. Christ'nen, enz.
9.
HET KRUISBEELD.
Ach! ziet gij ginds dat kruisbeeld wel, Dat vleesch, geteisterd wreed en fel.
Gewond van hoofd tot teenen; (bis.) Voor u, mijn kind! leed Hij die smart; Een traan in 't oog, een zucht in 't hart. Uw ziel moet met Hem weenen. (bis.)
Want voor Zijn liefde niet genoeg.
Dat Hij op aard' als mensch verdroeg
Een hoogst armoedig leven; (bii.)
Dat Hij door drie en dertig jaar,
In stillen kring, in 't openbaar, Rampzaalgen troost kwam geven ; (bis.)
Want voor Zijn liefde niet genoeg. Die brandend Hem door de ad'ren joeg,
In altoos hooger gloeien; (bis.)
Dat Hij bereid voor vloek en straf. Aan helschen nijd Zich overgaf,
Zich kluistren liet en boeien ; (bui.)
Dat Hij, gesleept langs straat en gracht Onschuldig voor 't gerecht gebracht,
â 404 â
Zijn rug vol geesclstriemen, (bis.) Zoo willig bood Zijn heilig hoofd,
Door smaad van 't vorig schoon beroofd, Met doornen liet doorpriemen; (hit.)
Maar tot den dood toe, zonder troost, Moest Hij voor 't schuldig Adamskroost
De zaligheid verwerven; (bis.)
Want nooit zegt liefde; 't is genoeg! Ziedaar, waarom Hij dringend vroeg; Gekruist den dood te sterven, (bis.)
Maar liefde nu vraagt liefde weer; Schonk Hij u altoos meer en meer.
Niet altijd tranen plengen, (bis.)
Maar geest en hart en ziel, mijn kind! Al wat gij maar te geven vindt.
Moet gij ten offer brengen, (bis.)
40.
JESTJ DULCIS MEMORIA.
Aan Jesus denken is reeds zoet,
't Geeft ware blijdschap aan 't gemoed; Maar Jesus' zoete bijzijn gaat Vóór honing en al wat bestaat, (bis.)
Niets zoeters brengt een zangtoon voort. Niets streelenders wordt ooit gehoord, Aanminnigers wordt niet gedacht Dan Jesus, door God voortgebracht, (bis.)
â 405 â
0, Jesus! hoop voor al, wie boet, Wat zijt Gij voor den sraeek'ling goed. Voor wie U zoekt, hoe teêrgezind.
Maar wat voor hem wel, die U vindt! {b
Geen tong, neen, spreekt het immer uit. Geen letter, die het ooit beduidt;
Wie 't smaakte, dit geheimenis, Hij weet, wat Jesus minnen is. (bis.)
Wees, Jesus, onze zielevreugd.
Die 't loon eens wezen ztilt der deugd;
Zij onze roem in U alleen,
Door al der eeuwen eeuwen heen. (bis.)
H.
AAN HET ALLERHEILIGSTE.
(Zie bijvoegsel No, i.)
U, Jesus! eer, om ons zoo diep verborgen,
In 't Sacrament van Uw onpeilb're min; Hierwaakt Ge altijd van d' avond tot den mor; En trekt om ons Uw gloriestralen in.
Mijn God en Koning!
Mijn Opperheer!
U, in Uw woning,
U, Jesus, dank en eer!
U dank en eer van alle tong en talen , Van wat op aarde en in den hemel leeft;
â 406 â
Ten boete blijv' heel 't wereldkoor herhalen: Aan Jesus eer! die ons Zich zelf hier geeft. Mijn God en Koning! enz.
II dank en eer! Maar ach, die zwakke klanken,
Zij kunnen U, die in ons midden troont.
Voor zulk een gunst,zoo eind'loos groot,niet danken! Veel minder nog, als Ge in ons binnenst woont. Mijn God en Koning! enz.
O, geven wij voor liefde liefde weder:
Zij trekke ons hier naar Jesus' tempelkoor. Daar werpen we ons ten dankbaar offer neder. Dat onverdeeld en eeuwig Hem behoor'.
Mijn God en Koning!
Dan vieren wij In 's hemels woning Uw eind'loos lofgetij.
12.
LOFLIED AAN JESTJS CHRISTUS.
Als 't eerste duister breekt, Ontwaakt mijn hart en spreekt: Geloofd, geloofd zij Jesus Christus! Bij al, wat ik begin,
Roep ik met hart en zin:
Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
En wat mijn werk ook zij,
Ik zeg er vroolijk bij :
Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
â 407 â
Zingt, menschenkind'ren, luid, Zingt jubelend het uit:
Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
Heel 't aardrijk in het rond Weerklinke te eiken stond: freloofd, geloofd zij Jesus Christus! Als 't licht ten einde spoedt. Zij dit de laatste groet:
Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
In nood en bittre smart Roep ik met mond en hart: Geloofd, geloofd zij Jesus Christus ! Zingt hemel aarde en zee.
Zingt, al wat ademt, meê: Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
Als treurigheid mij plaagt. Dan roep ik onversaagd:
Geloofd, geloofd zij Jesus Christus! Bij 's levens zielsverdriet Vind ik mijn troost in 't lied: Geloofd, geloofd zij Jesns Christus!
Ja, nog mijn ziele spreekt. Als reeds mij 't harte breekt: Geloofd, geloofd zij Jesus Christus! Weerklinke wijd en luid Voor Hem, eeuw in, eeuw uit; Geloofd, geloofd zij Jesus Christus!
â 408 â
13.
AAN HET H. KRUIS.
Wijze: Creator al me siderum.
Ontlerm U over ons, o, Heer! Zie gunstig op ons smeeken neer. Zie, Jesus, ons bij 't kruishout staan, Hoor nu ons kruiswegleden aan.
God, Vader! in des hemels woon. Wij knielen neder voor Uw troon. God, Zoon! die met Uw kostbaar bloed Voor 's werelds schulden hebt geboet.
God, Heil'ge Geest! die trooster zijt, En met Uw gaven ons verblijdt. Drieëenige, eeuwige Opperheer! U geven aarde en hemel eer.
O, heilig Kruis! door ons gegroet, Gepurperd met het kostbaarst bloed. Wij groeten u, o, ed'le stam! Gij, altaar van het god'lijk Lam.
O, levensboom, wiens vrucht ons voedt En voor den eeuw'gen dood behoedt. O, zegeteeken van den Held ,
Die dood en heimacht heeft geveld.
Die ons ook ter verwinning wenkt, O, heilbanier! die vrede schenkt;
olt;olt;olt;
â 409 â
lt;5, sterfbed van des menschen Zoon! Een offer- en een glorietroon.
O, zoete troost in 's levens smart! Verkwikking voor 't gebroken hart. O, trouwe leerstoel aller deugd, En milde bron van zielevreugd.
O. gids op onze pelgrimsbaan!
Gij wijst den weg ten Hemel aan. Gij, wolk bij dag, gij, licht bij nacht, Die onzen pelgrimstocht verzacht.
O, al verwervend zoenaltaar!
Gij, hoop en heil der Christenschaar! Ik sla mijn blikken naar omhoog: Gij staat in glorie voor mijn oog.
Gij zijt der zaal'gen zielsgeneugt. Gij, aller Eng'len eeuw'ge vreugd. Gij 't reddingsteeken na den val. Voorspeld door 't oud Profetental.
O, schepter van den Middelaar! O, heilstaf der Apostelschaar! Der Martelaren kracht en kroon. Hun luister en onsterflijk loon.
O, vreugde van het Paradijs!
Gij, der Belijd'ren roem en prijs.
Die 't Maagdenkoor in 't blanke kleed Haar Bruidegom steeds volgen deedt.
â 410 â
O, rijksbanier van 'shemels heer, En aller Heil'gen lof en eer! U zweren wij voor immer trouw En roepen, ach! vol zielsberouw:
O, god'lijk Lam! dat voor ons stieri'. Ons 't leven aan het kruis verwierf, Wanneer mijn stervensuur zal slaan, Laat dan mijn ziel in vrede gaan.
U.
AAN HET ALLERH. HART VAN JESITS.
Komt laten wij ons nederbuigen,
En werpen we ons in 't stof ter neer, üm onze liefde te betuigen
Aan 't Hart van Jesus, onzen Hoer. 0, Hart van onuitspreekbre waarde,
0, levensbron, o, hoogste schat.
Dat voor den balling hier op aarde Den overvloed van troost bevat!
O, Hart van Jesus vol van liefde,
Dat eens aan 't kruis ons harte won, Toen U het schriklijkst leed doorgriefde,
Dat ooit een sterv'ling lijden kon. 0, Hart, dat door een lans geopend.
Nog altijd voor ons openstaat,
En steeds voor allen, op U hopend. Een steun zijt en een toeverlaat.
(oooocxooc»cxoocxcxcgt;x3oc»c»c»ooooolt;oocx)0{iooolt;iolt;c3(gt;ooooooolt;'Ooolt;lt;
â 411 â
O, Hart, zoo minzaam en zoo teeder,
Zoo ned'rig en oneindig groot,
C), zie met mededoogen neder
Op ons, zoo arm en zoo ontbloot. Wil toch ons hart naar 't Uwe vormen, 'tVolmaakste toonbeeld van de deugd, Om eens met U na 's levens stormen Vereend te zijn in hooger vreugd!
15.
BIJ HET BEELD
VAN HET
H. HART VAN JESUS.
O, hoe liefderijk en teeder
Ziet dat beeld van 't Heilig Hart Van mijn Jesus op mij neder!
In dien blik wat liefde en smart! Zacht schijnt wel die mond te klagen:
Ach, Mijn liefde wordt miskend! Wederliefde wil Hij vragen:
Oog en hart naar Mij gewend! (bis.)
Ziet, hoe gloriestralen glanzen
üm dat Hart in gouden gloed; Wreede doornen het omkranzen,
Rood gekleurd in 't god'lijk bloed; Ziet dat reddend kruishout, boven Op het vlammend Hart geplant, In de vlam , door niets te dooven, Van Zijn feilen liefdebrand, (bis.)
XDOOOOOOOOOOCIOOOOOOOOOCOOOWDOOOOeOOOOOOCXj
â 412 â
Uit die breede wond ter zijde Druipt de laatste droppel bloed;
O. dat aller hart zich wijde Aan Uw Hart, o, Jesus zoet!
Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken; Zie mijn Hart, dat zoo bemint.
En toch, hoe Ik moge smeeken.
Veel te weinig liefde wint. (bis.)
Godd'lijk Hart, vol liefde en smarte. Ik begrijp, wat Gij begeert:
Ik zal ijv'ren, dat Uw Harte Wordt gekend, bemind, geëerd.
Harten ga ik voor U winnen,
IJv'ren voor Uw liefde en eer;
Mochten allen U beminnen, U vereeren meer en meer. [bis.)
16.
LOFZANG
TOT HET
H. HABT VAN JESUS.
Voor 't Hart van Jesus zinge Mijn Hart op blijden toon. Dat mijn lofstem dringe Tot in de hemelwoon! O, Hart van Jesus zoet! Zij liefdevol gegroet. Gegroet van op deez' aarde. Gegroet in eeuwigheid.
oooaooooocoooooooooooooooooooooeoooooooooooooooeooooooo-jofc
â 413 â
O, Hart! voor mij gebroken Op 't kruis in diepe smart,
Met een lans doorstoken
Voor 't zondig menschenhart!
O Hart enz.
O, Hart! mijn hart mnest gloeiili Van zuiver liefdevuur!
Wil 't aan 't Uwe boeien Tot in het stervensuur!
O Hart enz.
Wil 't mijn naar 't Uwe vormen, O, toonbeeld aller deugd!
Om na 's levens stormen,
Met U te zijn in vreugd!
O Hart enz.
17.
VOOR DE H. COMMUNIE.
Jesus, menschgeworden God,
Die niet in Uw woord kunt falen, Gij rust hier in 't Sacrament; \bis.)
Kan 't mijn geest niet achterhalen, God der waarheid, 'k tuig het nu;
Jesus, ik geloof in U. (bis.)
God van almacht, liefde en trouw,
'k Ben beschaamd om al mijn zonden; Maar Gij, Heer, hebt ze uitgewischt, (bis.)
â 414 â
In liet bloed van zooveel wonden. Vol betrouwen kom ik nu,
Goede Jesus, 'k hoop op U. (bis.)
God van liefde en opperst goed,
Gij wilt spijzen ons en drenken In 't geheim dei- hoogste min ; {hut.)
Heel U zeiven aan ons schenken.
Liefste .lesus, kom, kom nu.
Ach! mijn ziel verzucht naar U. (Ins.)
'k Ben niet waardig, groote God,
Dat Gij ingaat in mijn harte;
Spreek, Heer! spreek een enkel woord, (bis.)
En, doorwond van llefdesmarte,
Schrei Ik: Jesus! kom toch nu.
Kom, o kom, ik smacht naar U! (bis.)
'k Zal dan aan den heil'gen disch U, mijn Jesus, gaan ontvangen:
U, mijn God, mijn groote God, (bis.)
Aan mijn zalig harte prangen.
Goede Jesus! kom toch nu,
Kom, o kom, ik snel tot U! (bis.)
48.
NA DE H. COMMUNIE.
Nu heeft mijn lieve Jesus dan
Zich mij tot spijs gegeven, Die mijn verkwikte ziel bewaar'
ikc
â 415 â
In 't eindeloozo leven.
Ach! goede God! U smeeken wij: *
Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij.
Zoo is dan waarlijk 's Vaders Zoon Tot mijne ziel gekomen
En heeft Zijn zetel in mijn hart, Mijn zondig hart, genomen.
Ach God, ach God, U smeeken wij
Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij.
O, dat ik al de stemmen had, Die opgaan van deze aarde,
En 't nimmer zwijgend hemelkoor Zich aan mijn lotlied paarde!
U, God! U, God! aanbidden wij!
Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij.
'k Aanbid, ik loof, ik dank U, God Ach, zie, mijn tranen beven;
Wat zal ik, goede Jesus, U Voor zooveel liefde geven?
U, God! U, God! U danken wij!
Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij.
Ik wil, mijn Jesus, wat ik ben. Mijn hart, mijn vreugd en lijden,
Mijn leven en mijn stervensuur Ten offerand U wijden.
U. God! U, God! beminnen wij!
Blijf ons nu eeuwig, eeuwig bij.
Maar zwak is onze ziel, o. Heer! Ach, sterk haar in het strijden!
â 416 â
Almachtig God', wij smeeken U,
Vwtroost ons in ons lijden! Nog eens, nog eens dan smeeken wi Blijf ons toch eeuwig, eeuwig bij.
(Zie bijvoegsel No. i.)
19.
KERSTLIED.
Herders! hoe! ontwaakt Gij niet? Wat is op dit uur geschied?
Eene stem van hemelingen Klonk door de ongemeten kringen: Gloria!
Gloria!
O, wat wonder mag deez' nacht Op den aardbol zijn volbracht! Want een schitterende glans Straalde van den hemeltrans.
Ach! ik hoorde een Eng'lenstem; Zij riep ons naar Bethlehem: Van een maagd, door God verkoren Is daar 't heilig Kind geboren. Gloria!
Gloria!
O, de Schepper van 't heelal Ligt daar in een armen stal; Laat ons spoeden naar dat Kind, ïoonen dat ons hart Het mint.
â 417 â
Wat geschenken neem ik meó! Denk toch aan geen offervee; Liefde moet ge in 't harte dragen! Dat kan 't god'iijk Kind behagen. Gloria!
Gloria!
Ach, welk offer is te groot Voor dat Kind, dat God ons bood Komt, laat ons te zamen gaan, Biddend voor Zijn wiegje staan.
Welkom, Kindje! wees gegroet. Dat Ge Uw liefde ons blijken doet Welkom, dierbaar Kind, in 't leven Mogen we onze liefde U geven ? God'iijk Kind,
Dat ons rniof,
Voor ons vloeit Uw eerste traan. Neem dan onze liefde aan!
Voor Uw krib, o, Opperheer! Leggen we onze harten neêr.
Lieve Moeder van dit Wicht, Dat in 't arme kribje ligt,
Boven allen uitgelezen.
Moest Gij .lesus' Moeder wezen: Zuiv're Maagd, Moeder-Maagd!
Als, door liefdevuur verrukt. Gij Uw Kind aan 't harte drukt. Bied Het dan de harten aan, Die voor U en Jesus slaan!
â 418 -
20.
MARIA, ONBEVLEKT ONT V AN GEN.
Laat ons, Moeder van den Heer!
Laat ons om Uw zetel dringen.
Laat Uw kind'ren U ter eer 't Zielverrukkend feestlied zingen ;
't Moet weerklinken luid en blij : ) , . Moeder, Onbevlekt zijt Gij! \ ''s'
't Heeft reeds 't wijde wereldrond , En herscheppend, overklonken,
't Woord, door Pius' mond verkond: En Uw kind'ren, vreugdedronken,
Jub'len op Uw feestgetij: ( ; â . Moeder, Onbevlekt zijt Gij! (
Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan 's werelds verste palen
Zullen met het hemelsch heer Al Uw kind'ren luid herhalen
't Woord van 't zalig Jubeltij: I ,. Moeder, Onbevlekt zijt Gij! | tó'
En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons mee Voor al 't heil, door U ontvangen,
In het zalig Jubeltij ? f , â
Moeder, Onbevlekt zijt Gij! J
Zonnezuiv're Moedermaagd! Om de glorie U gegeven,
â 419 â
Hoor ook, wat ons hart U vraagt; Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub'len aan Uw zij: I â , Moeder, Onbevlekt zijt Gij! | 's'
21.
MARIA LEVE!
Maria leev'! Wat glans en luister meng'len
Zich in dit Hart, van alle vlekken vrij!
Maria leev'! de koningin der Eng'len,
De moedermaagd aan 't hoofd der maagdenrij Maria leve Met God, haar Kind !
Leve Maria,
Die ons als Moeder mint!
Maria leev'! Komt, laat ons voor haar knielen Ze is dochter Gods, Gods moeder, Godes bruid; Maria leev'! ze is 't heilverbond der zielen: Door hare hand stort God Zijn gunsten uit. Maria leve, enz.
Maria leev'! Zou ik haar ooit verlaten?
'k Was liever dood en lag in 't duister graf'! Want, zonder haar, wat zou mij 't leven baten ? Neen, God, breek eer den draad mijns levens af Maria leve. enz.
Maria leev'! Luat me in haar liefde leven!
Met haar vereend, vrees ik noch dood noch pi De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven Zal liefdezucht voor IJ, Maria, zijn.
Maria leve, enz.
OO.
AVONDGROET TOT MARIA.
Maria's beeld, te midden
Van vroolijk schitt'rend licht. Noodt ons te komen bidden
Bij 't altaar, haar gesticht. Komt, laat ons tot haar ijlen. Een kleine poos daar wijlen. Maria, Maria, Moeder, zegen ons!
Wij vallen aan Uw voeten.
Neem ons genadig aan; Ontvang nog onze groeten.
Voordat wij huiswaarts gaan. Dan gaan wij blij te moede. Vertrouwend op Uw hoede.
Maria, (lm.) enz.
Ontvang ook onze harten,
Voor 't goede, dat Ge ons doet; In blijdschap en in smarten.
In voor en tegenspoed.
Steeds willen we U vereeren. En Uwen roem vermeeren.
Maria, (his.) enz.
â 421 â
ü stort met moederhanden
Uw zegen op ons neer. Verbreek des zondaars banden En breng tot God hem weer. Dan ziet ge ons morgen weder, o, Moeder, goed en teeder! Maria, (bis.) enz.
'23.
OPDRACHT
AAN HET
H. HART VAN MARIA.
O, Maagd, o, schoonheid, nooit volprezen, 0, Moeder van 't oneindig Wezen,
Wat luister schittert van Uw troon! De Seraf, aan zich zelf onttogen.
Juicht, voor Uw grootheid neergebogen; O, Koningin, wat zijt Gij schoon! (bis.J
Al mist, Maria, 't aardsche duister
liet schouwspel van Uw grootschen luister.
Ons koestert toch Uw liefdegloed.
Ja, de Engel roeme Uw heerlijkheden, Wij juichen, jub'len hier beneden :
O, Moedermaagd, wat zijt Gij goed! (Inx.)
â 422 â
Dank, dank voor zoo veel liefdedaden,
Voor zoo veel duizenden genaden.
Gevloeid door Uwe liefdehand!
Ontvang voor al die zegeningen,
Maria, van Uw lievelingen Hun hart tot eeuwig onderpand, (his.j
0, Moeder, altoos even teeder,
0, zie met welbehagen neder
Op 't offer van Uw dierbaar kroost!
Schrijf in Uw hart ons aller namen,
Neem onze harten daarin samen, Dan, Moeder lief, zijn wij getroost! [his]
Dan mogen vrij de winden tieren.
De bliksems door het luchtruim gieren.
En monsters jagen door de zee;
Vergeefsch hun razen, hunne woede, Wij zeilen onder Uwe hoede
Beveiligd naar de hemelreê. (his.j
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blijder stemmen,
Geschaard om Uwen zegentroon ,
Uw naam tot lof en God ter eere:
Maria, Moeder van den Heere,
Wat zijt Gij goed! wat zijt Gij schoon ! (bis.)
â 423 â
24.
MARIA TROOST ONS.
Allen. Moeder des Heeren, 'k Wil ü vereeren, O, troost voor 't hart In smart.
Beste der moed'ren, Schenk me alle goed'ren. Wat zijt Gij goed ( , En zoet! (
Gij schenkt troost aan 't bedroefd geweten,
Gij komt tot ons in angst en nood, Gij slaakt des zondaars ijz'ren keten
En redt hem dus van d' eeuw'gen dood. Moeder des Heeren, enz.
Uw zoete hand droogt onze tranen.
Uw naam, zoo zacht, geneest ons wee; Ja zelfs Uw ijv'rige onderdanen Doen blij op 't kerkhof hunne beê. Moeder des Heeren, enz.
Uw teed're ziel kan 't geenszins lijden,
Dat iemand hier ellendig zij;
Gij komt met ons in 't sterfuur strijden. En voert tot God ons naast Uw zij. Moeder des Heeren, enz.
â 424 â
U wijd ik dus, wat ine ooit moog' kwellen,
U draag ik al mijn kruisen op;
'k Weet, dat mij niets dan kan ontstellen. Wijl 'k zoo de bron van weemoed stop. Moeder des Heeren. enz.
25.
LOFPRIJZING AAN MARIA.
Wonder van gloriepraclit!
Wonder van moedermaeht! Liefd'rijke aanminnige, hemelsche Vrouw! Wie ik ten eeuw'gen tijd Uit heel mijn hart mij wijd: Wie ik en lichaam en ziel toevertrouw; Goed, bloed en leven Wil ik U geven;
Al wat ik heb en ben, geel' ik U nu. 'k Geef het vol vreugde, Maria! aan U.
Schuld'loos geborene, Eenig-verkorene,
Gij, tot Gods Dochter en Moeder en Bruid! In heel de maagdenrij,
Blonk niet de reinste, als Gij:
Zelf koos de Heer U ten tempel zich uit! U, vlekkelooze Lelie en Roze,
Pronk dezer aarde en der hemelen kroon! Hemel en aard' biên IJ hulde op Uw troon.
gt;ooooooooooöoc»o««
â 425 â
Gij trouw-geblevene, En hoog-verhevene.
Gij, onze Leid-ster, Gij licht op ons neer ; Glories omwemelen Hoog in de hemelen U, als het naast bij den troon van Uw Heer; Gij, door Uw zoetheid Toonbeeld van goedheid,
« Moeder der liefde en genade» is Uw lof: Zóó groet U de aarde en het henielsche hoi'.
Gij, Uw God barende,
Voedend, bewarende.
Moeder in vreugden en smarten zoo rijk, Was er ooit schuldige,
U, zoo geduldige.
Schuld'looze Moeder! in lijden gelijk? Gij, uitgelezen,
Zalig geprezen Moeder en Maagd! geheel zuiver van smet, Gij zijt de Moeder, die zondaren redt.
Altijd zachtmoedige Minlijke en goedige.
Moeder van God! van genade vervuld: Wil, ach ! ons, zondigen,
Wil ons verkondigen,
Namens Uw Zoon, de vergeving der schuld; Wil bij 't verscheiden,
Wil ons geleiden:
Pleit liij des Rechters zoo vreeslijken troon. Pleit voor ons, Moeder! bij Jesus, Uw Zoon.
â 426 â
26.
TER EERE VAMquot; MARIA.
Eene stem.
O, beeld van 't reinste leven,
Maria, Jozefs Bruid!
Zoo wij ons hart U geven,
Gij deelt Uw gunsten uit.
Allen.
Ach, dat ik U beminne, in blijdschap en in smart; Druk diep, mijn Koninginne! Uw beelt'nis in mijn
[hart.
O, Jozefs Bruid, mijn Moeder!
Mijn trouwe toeverlaat!
Werd niet Uw Zoon mijn Broeder,
Die nooit Uw beé versmaadt? Ach, dat ik U beminne, enz.
Ach, was ik rein van zonden,
O, vlekkelooze Maagd! Ik zou Uw lof verkonden,
Gelijk het U behaagt. Ach, dat ik U beminne, enz.
'k Zou met Uw trouwe scharen
En 't juichend hemelheer Mijn dankbaar loflied paren.
En jub'len U ter eer. Ach, dat ik U beminne, enz.
â 427 â
Helaas! hoe moet ik klagen, Dat ik, onwaardig menseh, U zóó niet kan behagen.
Als ik het vurig wensch. Ach, dat ik U beminne, m:.
Maar 'k wil mij alle dagen,
O, Moeder! U ter eer, Godvruchtiger gedragen.
En dienen mijnen Heer. Ach, dat ik U beminne, enz.
27.
TOEWIJDING AAN MARIA.
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Reeds onder 't kruis, waaraan de lust Uws harten. Uw Jesus 't grievendst leed doorstond,
Sprak Hij met bleek bestorven mond : «Ziedaar Uw kind, o. Vrouw van smarte!» Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan Ui ik ben aan U!
Reeds in den schoot van mijne lieve moeder, Maria, werd ik U gewijd;
Reeds toen bevaalt Gij voor altijd Mij zelf, Uw kind, aan d' Albehoeder:
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan U! Ik ben aan U!
Reeds van dien stond, toen mijne kinderlippen
CK^gOIXZWOOC^jOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
â 428 â
Zich 't eerst ontsloten voor de spraak,
Maria! was 't mijn zoetst vermaak.
Uw naam mijn mond te doen ontglippen.
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ach, in dat uur, toen'k aan't banket der Eng'len Voor de eerste maal mij heb gevoed,
Wat was 't mij toen, Maria! zoet.
Uw naam met Jesus' Naam te meng'len!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
En sinds dien dag, hoe menig duizend malen Mocht ik die opdracht van mijn hart, O, Moedermaagd! in vreugde en smart.
Voor Uwe beeltenis herhalen!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ach, Moeder! neen, doe mij mijn schuld niet boeten, Verstoot, verstoot Uw kind toch niet,
Dat U een hart vol rouwe biedt En weenend neerknielt aan Uw voeten.
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik ben aan U! ik ben aan U!
Ik geef U thans mijn hart en ziel en zinnen. Wat mij ook op deze aarde beid'.
Niets, dat mij van Uw liefde scheidt.
Neen, eeuwig wil ik U beminnen:
Ik ben aan U! ik ben aan U!
(Zie verder bijvoegsel.)
Heil'ge Jozef! trouwe hoeder
Van uw god'lijk Voedsterkind,
Die uw Jesus heel uw leven
Onuitspreeklijk lieht bemind: (Iris.) Heil'ge Jozef! vraag, dat wij j Hem beminnen zooals gij. \
Heil'ge Jozef! die uw Jesus In uw stulpje bij u hadt.
Vaak van d' arbeid tot Hem opziend.
Stil en innig Hem aanbadt: (Jtis.) Heil'ge Jozef ! vraag, dat wij / ^
Jesus dienen zooals gij. | quot;'s'
Heil'ge Jozef! door Gods Zone
In uw ned'rig werk verlicht,
Daar Maria 't oog vol liefde Op haar Kind en Bruigom richt; (bis.) Vraag, dat in hun aanschijn wij I ^^ Ons verblijden, zooals gij. (
Heil'ge Jozef! die in de armen
Van uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor uw getrouwe liefde
't Loon der eeuwigheid verwierft: (bis.) Heil'ge Jozef! vraag, dat wij / ^ 5
Zalig sterven, zooals gij. |
(Zie bijvoegsel.)
igt;oooooocooooococx)oooigt;oooooooüoooooocoooooo)c
â 430 â
29.
H. JOZEF, VOEDSTERVADER.
Leev' Jozef, voedstervader Van Jesus, onzen Heer, Wij treden biddend nader En knielen voor u neêr. Gij draagt op vaderarmen Het Godlijk Jesus-kind. Wil onzer u erbarmen, / . . O, dierbre zielevrind. ( ''s'
Richt, Jozef! onze dagen
En schik ons verder lot Naar Jesus' welbehagen
En Godes heilgebod.
Wil door uw zorg ons geven,
O, zeekre toeverlaat.
Dat we onzen roep beleven J , En heilgen onzen staat. (
Wij smeeken u te gader.
Patroon van Nederland,
Blijf, Jozef! ons tot vader.
Bewaak 't u dierbaar pand.
Blijf ons steeds een behoeder En toevlucht in den nood, Met Jesus en Zijn Moeder, / , â Van nu tot in den dood. \ 's'
431 â
30.
TER EERE VAN DEN H. FRANCISCUS.
DECUS MORUM.
(Wijze; Creator alme siderum.)
Franciseus, aller deugden glans,
Der Mind'ren hoofd, geniet zijn loon:
In U, de wijnstok, leel't hij thans.
Verlosser, Christus, Godes Zoon.
Verheugt u, broeders! Vader troont Als lid van 's hemels burg'renrij;
't Geween houde op, uw vreugd getoond. De hemel stemm' zijn melodij.
Dat hij van de aard ten hemel ging.
Bewijzen wond'ren veel en schoon;
En dus hij leeft, want hij ontving
Van Christus de eeuw'ge lauwerkroon.
Voor al, wat hij hier had beloofd.
Geniet hij nu de zaligheid,
Waar Gij met eer en glans zijn hoofd Bekroont, o. God van heerlijkheid.
Schaart u bij hem, betreedt zijn spoor. Gij, die Egypteland ontwijkt,
Hij wijst U, waai', met nieuwen gloor. Des Konings zegestandaard prijkt.
Des Konings teeken siert dien gids Zoo waardig hand en zijde en voet;
- 432
De nacht verdwijnt, door feller flits Wordt 't licht der morgenster begroet.
Als trouwe gids, als sterrelicht.
Geleidt, verlicht hij ons, en toont Het dwaalspoor, waarop onschuld zwicht. En 't land waar de eeuw'ge vreugde woont.
Geleid uw kudde tot Gods stad.
Verdelg hun vijand, sluw en gram.
Geleid ons langs het smalle pad ïon maaltijd van het godlijk Lam.
(Zie hijvoegsel: Lied No. 8 en 9.)
31.
TEE, EERE VAN DEN H. ANTONIUS.
EN GRATULEMUR.
Komt, zingen wij met blijden lof
Den Godmensch, die als Koning troont, In wiens verheven gloriehof Antonins nu juichend woont.
Zijns Vaders spoor verlaat hij niet, Maar streeft in al Franciscus na, Zooals een beek haar bron ontvliedt. En spreidt liet water der gena.
â 433 â
Hij stroomt in 't wijde en breede voort, En wie, als dood, van dorst versmacht,
Herstelt hij, door het zaalgend woord En 's hemels dauw, in 's levens kracht.
Als zoon is hem een steun, zeer hecht.
Zijn vader, die de wonden draagt,
Die zich vertoont aan 't kruis gehecht, Wanneer zijn zoon van 't kruis gewaagt.
In 't strijdperk onder zulk een held Verwon hij zich, werd niet gedeerd ;
Wordt nu, door geenen strijd gekweld, Als strijder met zijn hoofd vereerd.
Dat wij, die nog in 't oorlogsland Steeds ijv'ren om der vad'ren kroon.
Getrouw aan onzen naam en stand.
Met eer verwinnen smaad en hoon.
Dat dit de Vader ons verleen',
Des Vaders Zoon, de Heil'ge Geest,
Do trooster, die met beiden één.
Ook ons ten Schepper is geweest.
32.
H. ANTOHTUS ALS PATROON.
Antonius Van Padua!
Zoo heilig en zoo goed,
â 434 â
Wij loven God,
Die door uw hand Zoo vele vvond'ren doet.
Antonius enz.
Geen geur en kleur Van bloemen is Zoo aangenaam en fijn, Als voor een ziel,
Die God bemint, Uw schoone deugden zijn.
Antonius enz.
De liefde Gods En Godes eer Bewogen uwe tong, Waardoor berouw En zaal'ge vrees In alle harten drong.
Antonius enz.
Gij waart een schild En zijt het nog Voor de onschuld in gevaar; Al wie u bidt.
Wordt uwe hulp In eiken nood gewaar.
Antonius enz.
Antonius, enz. Gij, menschenvriend. En vriend van God den Heei Bescherm dan elk Die tot U smeekt. Zie gunstig op ons neer. Antonius, enz.
â 435 â
Al komen wij Ook telkens weer Voor vijand of voor vriend Of voor ons zelv',
Toon, dat men u Niet vruchtloos eert en dient. Antonius enz.
Zie de andere liederen in het Bijvoegsel; No. 10, 11, 12 en 13.
33.
JUBELLIED
TER EERE DER
HH. MARTELAARS VAN GORKUM.
Tot u, o, Gorkums Heldental! Weerklinke luid mijn lofgeschal;
Tot u, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankb'ren jubel overvloeit.
Gedenk ik, hoe ge op onzen grond Uwe onverwelkb're kronen wont,
Dan juich ik bij uw heldenmoed;
Ook ik ben van uw Neêrlandsch bloed! Ik juich als ge in den dood niet buigt.
Maar trouw voor 't Hoofd der Kerk getuigt, Dat Pius, die u heilig roemt.
Ook ons zijn dierb're kind'ren noemt.
Tot u, o, Gorkums Heldental! enz.
Ik juich, als gij, zoo onversaagd,
Maria Moeder prijst en Maagd
â 436 â
En onze en 'shemels Koningin; Verrukt stemt heel mijn ziel het in! Maar sterft gij voor 't Geheimenis, Waar Jesus zelf ons voedsel is, Dan naamloos is mijn ziel verblijd. Dat ik het ook met u belijd.
Tot u, o, Gorkums Heldental! enz.
Dat ik met u één God, één Heer, Eén Geest, één lichaam, doop en leer In de ééne Moederkerk belij. En onverdiend haar kind ook zij!
Drie eeuwen vloden sedert heen. En ons en uw geloof is één.
O, voer' het, bij één hoop, één min, Ook ons, uw Kerk, der glorie in! Tot u, o, Gorkums Heldental! enz.
34.
VOOR DE OVERLEDENEN.
Heil'ge Vader! Uwe kinderen
Zuchten thans in 't vagevuur; Wil hun smarten toch vermind'ren,
Schenk vergeving in dit uur. Ach! ontferm U, wees genadig;
Redding, Heer! maar niet te laat; Zij verzuchten ook gestadig:
Ach! verzacht deez' lijdensstaat.
â 437 â
Goede Vader, wij verlangen En wij smeeken onvermoeid,
Om deez' ééne gunst te ontvangen: Breek de kluister, die hen boeit.
Wij, wij willen hen bevrijden; Om het bloed van Uwen Zoon,
Om Zijn dood en bitter lijden. Vader, voer hen naar Uw troon.
't Zijn Uw dienaars,'t zijn Uwkind'ren, Die Gij, goede God! kastijdt;
Wat toch kan hun smart vermind'ren? Onze harten zijn bereid!
Zie op Jesus nogmaals neder;
O, die Naam is U zoo zoet;
't Klinkt ook voor Uw hart zoo teeder: Jesus' wonden, Jesus' bloed.
0, Maria! onze zangen,
Onze beden, hoor die aan.
Gij vervult steeds ons verlangen. Doe, wat Ge altijd hebt gedaan.
't Zijn Uw kind'ren, die U smeeken Voor Uw kind'ren, heiige Maagd!
Wil hun boeien toch verbreken. Schenk hun, wat ons hart U vraagt.
Gij, Maria! zijt vermogend Bij Uw Jesus, onzen Heer!
Jesus! zie ook raededoogend Op die arme zielen néér.
Heiige Vader! schenk haar vrede, Schenk haar Jesus, schenk haar LI.
Dit zij onze laatste bede,
Ach, verhoor, verhoor ons nu.
â 438 â
35.
TE DETJM.
Groote God! U loven wij, Onbepaald is Uw vermogen;
Voor Uwe opperheerschappij Buigt zich 't aardrijk opgetogen; Gij bestondt vóór allen tijd, / , â Blijvende eeuwig, wat Gij zijt. (
Alles heft een loflied aan: Cherubijnen, Serafij nen,
Buizende Engelen, die staan Rond Uw troon, om U te dienen, Alles roept U, nimmer moe, gt; , â¢. Heilig, heilig, heilig! toe. ( quot;s'
Al wat op Uw vruchtbaar woord, Groote God der legerscharen.
Uit het niet kwam dankend voort, Alle scheps'len, die ooit waren: Hemel, aarde en oceaan, / , â Alles heft een danklied aan. \
Op verrukkelijken toon Zingt het heer der uitverkoren. Neergebogen voor Uw troon. Martelaars, Apostelkoren,
Alles juicht in lofgeschal: I , â Opperkoning van 't heelal. | 1 '
Grondkracht, waarop 't aardrijk draait, Boor wiens hand ontelbre zonnen
â 439 â
Zijn door 't maatloos ruim gezaaid, â Hoort Ge Uw lof, o, Onbegonnen,
Een'ge Vader van 't bestaan, ( , ⢠Door der Christ'nen citer slaan! ( quot;squot;
Lof 't Drievuldig in persoon,
't Eenig onbesefbaar Wezen,
Lof U, 's Vaders een'gen Zoon, Oj) denzelfden toon geprezen;
Lof U, Geest: die 't al vervult,
Waart en zijt en wezen zult.
Gij, des Vaders eeuwig Woord,
En te Bethlehem geboren.
Gij, dien eene Maagd bracht voort. Door U zelv' daartoe verkoren.
Gij vergoot Uw dierbaar bloed / En verwierft ons 't hoogste goed. j
Aan des Vaders rechterhand Zijt Ge in heerlijkheid gezeten,
In ontzaggelijken stand Zult Gij, Rechter, ons geweten.
Na het laatst trompetgeschal, ) ,. Openbaren aan 't heelal. i ls'
Sta dan Uwe dienaars bij,
Die. voor U en met U strijden,
Die Gij met Uw bloed kocht vrij, Toen U Golgotha zag lijden;
Stel ons na dit tranendal I . ⢠Onder 't juichend Eng'lental. ( 'squot;
â 440 â
Zie Uw volk genadig aan,
Help het, zegen, Heer! Uw erve;
Leid ons op de rechte baan. Dat geen vijand ons verderve;
Open ons de gloriezaal, ) , â Wij zijn Uwe zegepraal. { 'A'
Alle dagen zullen wij Uwe wondre goedheid prijzen. Aan Uwe opperheerschappij Eindeloozen dank bewijzen.
Help in d' allerlaatsteu strijd, l , ⢠WieUwheil'gen Naam belijdt. ^ ' 6'
Zoete Jesus, onze Heer,
Stort meedoogend Uwen zegen Op de christenvolkren neêr. Zie, ons hart klopt onverlegen; Op U, Jesus, hopen wij. I , â Dat die hoop nooit ijdel zij! \ ''
geloofd zy ^esus ^hnisfus.
BIJYOKO SKX^.
1.
NA DE H. COMMUNIE.
Wijze: U, Jesus] eer, om otis zoo diep verborgen.
Hij is in mij! De God, wiens gloriestralen
Het hemelsch hof met eeuwig licht vervult. Hij is in mij! De Grootheid, niet te malen . Kwam in mijn hart in schijn van brood gehuld! Mijn God en Koning,
Gij koost U, Heer,
Mijn hart tot woning;
U, Jesus! dank en eer!
Hij is in mij! De machtige, wiens willen Het starrenheir in zijne stelling drong: Hem, voor wiens glans de Serafijnen trillen, Hem ving vandaag mijn sidderende tong.
Mijn God en Koning, enz.
O, God! o. God! Laat vrij de tranen stroomen
Van 't hart, verrukt door hemelsche geneugt. Kein Eng'lenkoor, Uw Koning is gekomen, En schonk mijn hart een weinig van uw vreugd. Mijn God en Koning, enz.
O, Jesus, dank! Uw komst zal mij versterken, Mij inniger verbinden aan Uw hart,
Zij zal in mij den heldenmoed bewerken, Die elk geweld van Uwen vijand tart.
Mijn God en Koning, enz.
Moog' Uwe komst mijn koude ziele leere Met vuriger, met edelmoed'ger min.
Uw lijdensweg en smarten te vereeren! Gij steldet toch hierom dit teeken in!
Mijn God en Koning, enz.
O, Sacrament! Hoogwaardig, heilig teeken Van Jesus'liefde! O, blijde herinnering
Van Zijne smart, Zijn lijden! hoor mijn smeeken Vervul mijn hart met Uwe zegening.
Mijn God en Koning, enz.
Laat niets ter aard' mij van Uw hart meer scheiden O, laat de kracht van 't heilig Sacrament
Mijn ziel, vol vreugd, naar't rijk der glorie leiden Waar ze U zal minnen, Jesus! zonder end.
Mijn God en Koning,
Geleid Uw kind
Naar Uwe woning,
Waar 't eeuwig U bemint.
2.
AVE MARIA.
Wij brengen, als de Engel, U, Moeder! zoo zoet,
â 443 â
Met teedere liefde
Den dierbaren groet:
Ave, ave, ave Maria! (bis.)
Zoodra in het Oosten
Het morgenlicht daagt,
Looft 't kleppen der Ang'lus
II, Moeder en Maagd : Ave, ave, ave Maria! (bis.)
Weêr klinkt op den middag
Die bede zoo zoet,
Zendt de aarde aan Maria
Den minlijken groet: Ave, ave, ave Maria! (bis.)
En daalt weêr de seheem'ring
Van 't avonduur neer.
Door 't duister nog ruischt het,
Gods Moeder ter eer; Ave, ave, ave Maria! (bis.)
Door dalen en wouden.
Langs bergen en vliet.
Klinkt de eer van Maria
In 't hemelsche lied:
Ave, ave, ave Maria ! (bis.)
De talen der volken
Verheffen haar naam; Zij smelten in 't ave
Maria te zaam:
Ave, ave, ave Maria ! (bis.)
â 444 â
Aanvaard dan de hulde O, Moeder, zoo goed, De hulde Uwer kind'ren. Aanhoor onzen groet: Ave, ave, ave Maria! (bis.)
Zoo blijft, o, Maria,
In vreugd en in smart, In leven en sterven De kreet van ons hart: Ave, ave, ave Maria ! (bis.)
Die groet zij de laatste.
Door 't hart nog geuit, Wanneer in het sterven
De mond zich reeds sluit: Ave, ave, ave Maria! {bis.)
Maar dan door Maria
Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig,
Geschaard om haar troon: Ave, ave, ave Maria! (bis.)
3.
SMEEKLIED TOT MARIA.
O, Gij die troont,
Waar Jesus woont, Zie gunstig oji ons neder!
â 445 â
Ons zondig hart Verkwijnt van smart;
Toon U ons, Moeder, teeder. (bis.)
Verhoor de beén,
Stil het geween Van die Uw zegen vragen; Ten allen tijd Zal 't hart, verblijd, U dankend hulde dragen, (bis.)
Weer van ons af Der zonden straf Van 't onboetvaardig sterven. Keen, neen, het kind ,
Door U bemind,
Zal nooit genade derven. (Iris.)
Klimm' kindertoon Tot voor den troon.
Waarop Gij zijt verheven; Dan volgen wij.
Uw kind'ren, blij In Sions zaal'ge dreven, {his.)
Schenk ons nu deugd,
Hierna de vreugd Van met de heiuellingen. Vereend van geest. Op 't eeuwig feest Maria's naam te zingen, {his.)
oooooooooooooooooooocx
4.
DE KINDEREN VAN MARIA.
Wij allen zijn Maria's kind'ren!
Onder 't kruis nam Zij ons aan;
Zijn wij bij haar, niets kan ons hind'ren,
Onze harten zijn voldaan!
Maria,
Allen zijn wij Uwe kind'ren,
Maria,
Lach ons als Moeder aan.
We aanschouwen U. met de armen open. De hand omstraald met 'tnoodig gratie-licht;
Wat mag Uw kind van U niet hopen? God heeft Uw troon naast Zijnen troon gesticht. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
Een sterrenkrans blinkt om Uw schedel, Uw glans verdooit den felsten zonnegloed. Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel, â De helsche draak ligt plassend in zijn bloed. Wij allen zijn Maria's kind'ren ! enz.
Komt schrik ons teeder hart bespringen, Op 't zien van satans list en boos geweld...,
Wie kan ons uit Uw armen wringen? Uw liefde. Uw macht is tegen hem gesteld. Wij allen zijn Maria's kind'ren ! enz.
De wereld toont haar broze goed'ren. Roemt't schijngeluk, dat hare minnaars streelt.
â 447 â
Terwijl Gij, Moeder aller moed'ren, Het ware goed aan Uwe kind'ren deelt. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
Weg, ver van hier, gij schandvermaken, Die lach en dans met zucht en tranen paart
Men kan uw doodend gift niet naken. Waar Jesus liefde ons ware vreugde gaart. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
Trek steeds tot U ons hart en zinnen, O, Koningin van 't zalig hemelhof.
Dat wij, naast Jesus, U beminnen En eeuwig meer verheffen Uwen lof. Wij allen zijn Maria's kind'ren! enz.
5.
AAN MARIA.
Moeder des Heeren,
Moeder en Maagd!
Nooit heeft U iemand Vruchtloos gevraagd. Ik kom, o, Maria!
Tot U, als een kind.
Dat U als zijn Moeder
Recht hartlijk bemint, (bhs.)
Moeder des Heeren,
Moeder van God!
Ook mijne Moeder,
Zie op mijn lof.
â 448 â
Gij zijt mijn vertrouwen In voorspoed en nood, Tot U zal ik roepen In leven en dood. (his.)
Moeder des Heeren,
Moeder van mij,
Sta mij als Moeder
Moederlijk bij.
O, Moeder van Jesus!
Ik schenk U mijn hart, Ik schenk U mijn liefde In blijdschap en smart.(6is.)
Moeder des Heeren,
Hemelvorstin I Machtige Moeder,
Moeder, vol min! Wij smeeken U nedrig.
Van alles ontbloot.
Verstoot onze beden
Niet, in onzen nood. (bis.)
6.
TOT DE MOEDER VAN SMARTEN.
Wijze: Lieve Moeder van deu ITerr.
I.
Toen nu 't Woord in Uwen schoot, Moedermaagd! was neergekomen, Kn bereid ten offerdood,
Knechtsgestalt' had aangenomen; O, wat hebt Ge een liefdegloed I ^ In Uw Moederhart gevoed. |
Hoe was toen Uw Hart verheugd
En in liefdevuur verslonden;
Want Gij droegt der heem'len vreugd!
Maar, o, Moeder, eens ook wondden Al de schichten van de smart I , . Uw beminnend Moederhart. \
U doorgriefde wond bij wond
Door geheel Uw lijdend leven;
Maar toen Ge onder 't kruishout stondt;
En Uw' Zoon den geest zaagt geven. En een speer Zijn zij' doorstak, | ^ Ach! wie meldt, hoe 't hart U brak. \
Uit dat lichaam, zoo verscheurd.
Vloeit een bloedstroom voor Haar neder: Wie, wie is er, die niet treurt
Met een Moederhart zoo teeder? Maatloos, als de onmeetb're zee.
Is Maria's boezemwee.
bis.
bis.
Ach! droog Hare tranen af;
Rijs, o. Koning van het leven! Rijs weêr uit het duister graf;
En, van glorielicht omgeven, Trooste Uw aangezicht de smart Van 't gebroken Moederhart.
toioooooooooooooocxooooooooooooopigpoooooooooooec
29
â 450 â
II.
Wees, Maria, wees getroost!
Lang zal 't lijdensuur niet wezen; Eer de derde morgen bloost,
Ziet Ge Uw' Zoon, uit 't graf gerezen Vrij van smart en vrij van smaad, I . . In 't onsterflijk lichtgewaad. (
Daar. daar ziet Zij reeds Haar God,
Haar beminden Zoon genaken,
En een naamloos groot genot
Voelt Zij nu Haar hart doorblaken. Tot Hij, in triumf gekeerd, gt; . . Aan des Vaders zij' regeert. |
Rustloos zucht Haar minnend hart.
Nu Ze op aard nog moet verwijlen; O, Zij wil van liefdesmart
Opwaarts naai' Haar Jesns ijlen, Die in 's Vaders heerlijkheid I , . Reeds Haar zetel toebereidt. \ quot;
Als het maagd'lijk was, door 't vuur.
Voelde Zij Haar hart verteren; Zij versmacht naar 't zalig uur.
Dat de stem Haar roept des Heeren: Toen kwam Jesus Haar te moet, t . . En Zij stierf van liefdegloed. {
V
Heilig harte vrij van smet.
Troost, voor wie op U vertrouwen. Hoor ons kinderlijk gebed:
â 451 â
O, gezegendste aller vrouwen! Vraag nu, vraag van 't god'lijk Lam, Dat Zijn liefde ons hart ontvlamm'.
7.
MAMA'S NAAM.
O. laat ons hem bezingen Met mond en hart te zaam, In onze blijde kringen,
Maria's zoeten naam.
Geloofd, gebenedijd Zal zijn, ten allen tijd, De zoete naam, Maria, | ^ . Die zoo ons hart verblijdt. |
Die naam, zoo zoet in de ooren Als 't murmlen van de bron. Eerst Jesus liet hem hooren. Van toen Hij spreken kon. Geloofd, enz,
Die naam is zeer vermogend. Die naam geeft sterkte en moed. Die naam is mededoogend En honingvloeiend zoet.
Geloofd, enz.
Die naam geeft ruste weder Aan 't waar berouwend hart.
â 452 â
En stort vertroosting neder Op wee en zielesmart.
Geloofd, enz.
Die naam klinkt in den hoogen: En de Englen zijn verblijd : Hij straalt in satans oogen, En satan kruipt van spijt. Geloofd, enz.
8.
AAN DE MOEDER VAMquot; SMARTEN.
Naast het kruis, met weenende oogen.
Stond de Moeder diep bewogen,
Als de Zoon te sterven hing.
En door ziel en zuchtend harte,
Gansch verscheurd van wee en smarte, 't Snijdend zwaard van droefheid ging.
Ach, hoe droef, hoe vol van rouwe
Is die zegenrijkste Vrouwe Die men onder 't kruishout vindt!
Ach, hoe treurt Zij, ach, hoe schreit Zij En wat folteringen iijdt Zij,
Bij het lijden van Haar Kind!
Wie toch, die niet weenen zoude,
Zoo hij 't bitter leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt!
sfaöOOOOOOOOOOOOOOOOC»OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOC*OOOOOOOOOOOOOOOOCy
Wie kan 't Moederhart zien lijden En haar wee geen tranen wijden, Als Zij met Haar Jesus treurt?
Onze schuld en onze zonden,
Sloegen Jesus al die wonden,
Waar Haar weenend oog op staart!
Zij ziet, hoe de geeselstriemen En de nagels 't vleesch doorpriemen. Tot Zijn ziel ter helle vaart!
Moeder! liefde doet U kwijnen,
Laat mij deelen in Uw pijnen. Dat ik mede met U ween';
Laat mijn hart van liefde branden, Bind mij vast met hechte banden Hier aan Jesus Hart alleen.
Moeder! hoor, ach, mijn gebeden!
Jesus heeft voor mij geleden;
Druk Zijn wonden in mijn hart.
Hij geeft mij Zijn bloed en leven. Mocht ik Hem het mijne geven. Met Hem lijden pijn en smart.
Maak, dat mij het kruis beware,
Geef, dat Christus' dood mij spare. En Hij mij gena bewijz';
En als 't lichaam komt te sterven, Doe mij dan de glorie erven Van het hemelsch paradijs.
â 454 â
9.
TOT DENquot; H. JOZEF.
Heil'ge Jozef, vol betrouwen Brengen we U ons need'rig lied;
Want van aangenomen kind'ren Smaadt Gij 't dringend smeeken niet.
Waker van den kleinen Jesns,
Hoed ook ons in teed're jeugd;
Dan gewis voor God en mensehen Groeien we op in eer en deugd.
Mogen we altoos Jesus volgen Van de wieg tot aan het graf,
Die van ootmoed en van liefde Ons het schoonste voorbeeld gaf.
Waker, enz.
Ach, bescherm ons heel het leven, Sta ons bij in ramp en smart,
Toon ons altijd beste Leidsman, Toon ons steeds Uw vaderhart!
Waker, enz.
10.
DE H. JOZEF, PATROONquot; DER KERK.
Voedstervader van den Heer,
Zie van uit Uw hemeltrone,
Op den rouw der Kerke neer!
olt;ooo{)ooolt;oeoooüO()0lt;olt;ooooc»olt;olt;oeoéooo(iOoolt;olt;)Ooolt; gt;
â 455 â
Ach! zij draagt een doornenkrone!
Wijk niet van der droeve zij, /; .
Jozef! haar Patroon zijt Gij! i ,''s-
Ja, de Bruid van 'sHeeren Zoon, Die Hij door Zijn Bloed verwekte,
Wordt verguisd in wreeden hoon Van des satans booze sekte.
Sta, sta in den nood haar bij, I , .
Jozef! haar Patroon zijt Gij! \
Hoor ons zuchten oin haar smart! Door haar lijden fel bewogen
Heffen wij èn oog èn hart Tot U Hoeder in den Hooge!
Maak haar van de boeien vrij. ) . .
Jozef! haar Patroon zijt Gij! \
Schenk haar herders troost en kracht Zijn wij door Uw hand gezegend1
Toon den onverlaat Uw macht, Die Gods Bruid met smaad bejegent.
Slaak den band dei- slavernij, ), â
Jozef! haar Patroon zijt Gij! ( quot;'s'
Neen, wij vragen niet den dood Van die haar zoo snood belagen.
Maar, dat eens het morgenrood Van het waar geloof hun dage.
En zij mede jub'len blij:
Jozef! haar Patroon waart Gij! \ ns'
â 456 _
11.
TOT DEN H. PRANCISCUS.
Hemelseh beeld der schoonste liefde,
Ware Seraf, u doorkliefde 't Heilig zwaard der liefdesmart (bis.)
Liefde was uw eenig streven,
Liefde mocht in u ons geven
't Evenbeeld van 't God'lijk Hart. (bis.)
quot;Voor het kruisbeeld neergezonken,
Had uw hart de liefdevonken Uit het God'lijk Hart gegaard, (bis.)
Snellend toen naar dorre streken, Gingt gij 't liefdevuur ontsteken In het koude hart der aard. (bis.)
Eikenkruinen, korenhalmen,
Luist'rend naar uw liefde-psalmen. Bogen bij het hemelseh lied; (bis.)
Vogels, visschen stemden mede,
Voor den zondaar was die bede;
Hij toch minde Jesus niet. (bis.)
Liefdezon in 's werelds duister,
Schitt'rend was uw glans en luister In het needrig boetekleed; (bis.)
Door uw gloed werd 't dorre teeder. Duizend zondaars knielden neder.
Stilden Jesus' liefdekreet, (bis.)
Vader, leer ons 't Harte minnen,
Koude harten voor Hem winnen,
IrtOfcö
3000000000000« quot;C^
â 457 â
Gloeiend door uw liefdevuur; (bis.)
Komt met ons uit Jesus' oogen Smarten vesen, tranen drogen, Bij Hem waken in dit uur. (bis.)
i2.
SMEEKLIED TOT DEN H. PBANCISCUS.
O, Franciscus, o, Vader der armen,
O, Franciscus, bid voor ons! O, Franciscus, o, wil u erbarmen,
Heil'ge Vader, zegen ons!
Sla uwe blikken, zoo lieflijk, zoo teeder, Op uwe kind'ren uit 't hemelrijk neder, O, Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, zegen ons!
O, Franciscus, in deugden verheven,
O, Franciscus, bid voor ons! O, Franciscus, o, let op ons streven,
Heil'ge Vader, zie op ons!
Help ons èn ons èn de wereld verachten; Doe ons de lielile van Jesus betrachten. O, Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, zie op ons!
O, Franciscus, verkrijg ons genade,
O, Franciscus, bid voor ons! O, Franciscus, bewaar ons voor schade,
29*
â 458 â
Heil'ge Vader, v/ees met ous!
Machtige vriend van den hemelschen Vader, Wees onze helper, beschermer en rader. O, Franciscus, bid voor ons!
Heil'ge Vader, wees met ons!
-13.
G-BOET TOT DEN H. ANTONIUS.
Wees gegroet Franciscus' zoon
Wees gegroet, o, dierbre Heil'ge,
Onze voorspraak bij Gods troon ;
Dat uw hand ons steeds beveil'ge Langs het doornig levenspad, I..
Naar de schoone hemelstad. \
Wees gegroet, o, eedle bloem Uit de Serafijnsche gaarde;
Eer der Orde, 'sVaders roem.
Uit de zandwoestijn der aarde.
Door der Englen reine hand, ). . Naar den hemelhof verplant. | â¢
Priester naar het hart van God,
Zie vol heilig medelijden Ãj) zooveler treurig lot;
Wil hen uit den druk bevrijden.
Zend uw bijstand van omhoog, ) . Wisch de tranen uit hun oog. \
Breng ons eens, Antonius,
Uit het land van eeuw'ge glorie.
â 459 â
Jesus' zoete vredekus
En de palmtak der victorie:
Wenk ons vriendlijk met uw hand#. . Naar het liemelsch Vaderland. j
14.
BEDE TOT DEN H. ANTONIUS OM STANDVASTIGHEID.
Heil'ge minnaar vai\ den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kind'reu, u ter eer,
Voor uw beeld een loflied zingen: O, wij smeeken luid en blij: (, â , Bid Antonius, voor mij. \
Gods genade maakte u groot.
Groot voor hemel en voor aarde;
Gij, die nimmer weerstand boodt, Toont ons hare hooge waarde.
O, wij enz.
Bid, dat wij ook die gena Nimmer, nimmer wederstreven;
Dan verandert ook weldra Onze wandel in dit leven.
0, wij enz.
Van de wieg tot aan het graf Zotten wij maar enk'le schreden;
â 460 â
Smeek voor ons-de gratie af, Dat wij 't pad der deugd betreden. O, wij enz.
Ziet gij soms voor ons gevaar Tusschen 's werelds kronkelwegen, Toon dan uw bescherming daar, En houd onze voeten tegen.
O, wij enz.
Naar den hemel leidt het pad. Dat ons God heeft voorgeschreven,
Dat uw voet getrouw betrad; Daarop wand'len is ons sti'even. O, wij enz.
15.
BEDE TOT DEN H. ANTONIUS VAN PAD TJA.
O, min'lijke Vader,
Thans gunsten gedeeld Aan ons, hier te gader
Geknield voor Uw beeld. Ave, ave, Antonius, ave. (his.)
Het Kind is almachtig. Dat Kind op uw arm,
Dat uw beé, zoo krachtig.
Zich onzer erbarm.
Ave, enz.
â 461 â
Gij kent onze harten Nog beter dan wij;
Toon Hem onze smarten; Verzachten kan Hij.
Ave, enz.
Die vader, vol zorgen Voor ega en kroost,
Zoekt hier in 't verborgen Bij u zijnen troost.
Ave, enz.
Die moeder zoo teeder, Bukt onder een kruis:
Zij bidt en keert weder Met vreugde naar huis.
Ave, enz.
De jeugd, die de branding Der wereldzee ducht,
Komt tegen de stranding Tot U hier gevlucht.
Ave, enz.
O, mogen ze als rozen, U, Vader, ter eer.
Van onschuld steeds blozen Voor ons en den Heer.
Ave, enz.
Helpt allen te gader. Uw kind'ren het meest:
â 462 â
Door gunst van den Vader,
Den Zoon en den Geest. Ave, enz.
16
LOFLIED OP DENquot; H. ANTONIUS VAN PADUA.
Wijze: Lied van het H. Hart.
Antonius, uw deugd -werd nooit verzwegen, Geen wereldsch held werd meer dan gij genoemd, Door heiJigheid hebt gij een naam verkregen, In Christus' Kerk alom bekend, beroemd.
Refrein.
Groote Wonderdoener Van Padua,
Verheven Minderbroeder Verwerf ons gena! |
Voor iedereen waart Gij gestaag te nad'ren; Getroost, gesterkt was elk, die henenging;
Men zag om U en jong en oud vergad'ren; Wie telt het goed, dat elk van U ontving?
Refrein.
^aooootic
Groote Wonderdoener enz.
rjooooooooeoooooooooooo»
lOOOOOOOOOOCXOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOC
â 463 â
Ge aanhoort de beé van hem, die u wil eeren, En draagt die op aan Jesus, die u mint,
Uw vriend kan steeds, wat hij ook moog ontberen, quot;Verzekerd zijn, dat hij verhooring vindt.
Refrein.
Groote Wonderdoener enz.
Verkrijg voor ons, dat wij gehoor steeds geven Aan Gods gena, en voortgaan in de deugd,
Met u vereend eens in den hemel leven En daar in God genieten eeuw'ge vreugd.
Refrein.
Groote Wonderdoener enz.
17-
KERSTLIED.
O! Herders, wat ligt gij ter neder In 't duister bij donkeren nacht, En houdt nu zoo zorgvol en teeder Bij schaapjes en kudde de wacht.
Doch hoort gij die stemmen niet klinken.
Die stemmen, zoo zacht en zoo zoet. En ziet gij die schimmen niet blinken? 't Zijn d' Eng'len, zij brengen hun groet.
Toen zij nu naar Bethlehem togen,
Klonk 't lied hun zoo helder in 't oor: âGeeft glorie aan God in den hoogen,quot;
â 464 â
Is 't lied van het Engelenkoor.
âEn vree zij op aard aan de raenschen, Die trouw willen dienen den Heer;quot;
Zoo klonken de lofzang en wenschen En streelden hun ooren zoo teêr.
Zij kwamen ter plaatse en zij zagen Een need'rige Krib in een stal,
Maria en Jozef, zij lagen Geknield voor den God van 't heelal.
Ze aanschouwen in doekjes gewonden Een Kindje, zoet, minnend en teer.
Zij hebben hun Heiland gevonden En stieren hun beê tot den Heer.
Och, Kindje, och. Kindje, dat heden In 't need'rige stalletje kwaamt.
Ach! laat ons Uw paden betreden, Want Gij hebt de wereld beschaamd.
Gij komt om de wereld te winnen. Den machtigsten vijand te slaan !
De kracht Uwer liefde van binnen Kon wereld noch hel wederstaan.
18.
KERSTLIED.
O, heldre nacht, die ver de schoonste dagen In hoogen roem en luister overstraalt; O, schoone nacht, waarin èn rein behagen), . En zoete vreugd in onze harten daalt. \
â 465 â
Een Moedermaagd, uit Juda's stam verkoren. Vereert ons met een Goddelijken Schat:
Gods eeuwig Woord, uit Haar als menseh i
[geboren, bis. Verschijnt voor ons in Davids oude stad. )
O, Israël met uwe nageslachten.
Staak uw gezucht; o, Jacob's telg, schep moed; De Heiland, dien uw vadren lang verwachtten. /, ^ Is opgestaan uit Jesses edel bloed. |
Maar, neen, de Held tot Koning ons geschonken, Is niet gegund aan Jacob's zaad alleen;
Zoover als ooit de zon en sterren blonken, 1, â¢, Wordt haast Zijn Rijk aan ieder volk gemeen. ( w'
O, Vredevorst, o. Koning aller vorsten! Dat satans rijk voor Uw vermogen zwicht! O, Heiland, laat ons hart niet langer dorsten / ^ Naar 't zoet genot van Uw genadelicht, j
O, Ja, Gods Zoon, doe de oude boosheid wijken Voor Godsdienst en voor ware zaligheid; Dus staat Uw Rijk tot heil van alle rijken ) ^ En groeit en bloeit en praalt in eeuwigheid. |
19
KERSTLIED.
Langs Bethlehems velden daar ruischen de englen-
[koren,
Een Seraf daalt straks bij de herders neer,
â 466 â
De Heiland der wereld, Jesus is geboren,
Gaat allen Hem aanbidden, (ter)
Uw God en Heer.
Hij ligt in een Kribje, in windselen gebonden, En schreit als een kindeke zwak en teêr;
O zoek Hem, uw Heiland, u door God gezonden. Gaat allen Hem aanbidden, {ter)
Uw God en Heer.
Hoe ijlen de Herders naar Jesus' scham'le woning. En knielen vol liefde bij 't Kribje neer!
0, snellen ook wij naar Jesus onzen Koning, En gaan wij Hem aanbidden, (ter) Den Opperheer.
Ach, schenk aan dit Kindje, zoo minnelijk en teeder. Uw liefde voor al Zijne liefde weer;
O, knielt met de herders bij de Kribbe neder. Komt, laten wij aanbidden (ter) Den Opperheer.
20.
KERSTLIED.
Drie Wijzen togen samen Naar 't land van Juda heen. Een wond're sterre richtte Bij dag en nacht hun schreén; T^e ster bleef boven 't stalke staan,
â 467 â
De Wijzen zijn daarin gegaan. Welkom, Wijzen in den stal, ). . Bij den Koning van 't heelal. \
Zij zagen daar een Kribbe En in de Kribbe een Wicht;
Dat is de God des hemels,
Zoo zeide 't hemelsch licht.
Hij, God en Schepper van 't heelal, Is hier geboren in den stal.
Teeder Wichtje, groote God, . 's Menschen hoogste zielsgenot. | *
Toen legden zij met eerbied Hun rijke gaven neer:
Aanbaden in het Kindje Hun Koning en hun Heer; Zij knielden samen in het stof, En brachten Jesus dank en lof.
Dank en lof aan 't Kindje teer, f. . Aller menschen Opperheer! j
Komt, laat ons met de Wijzen Naar 't God'lijk Kindje gaan. En bieden wij vol liefde. Een dankbaar hart Hem aan.
Wees duizendmaal van ons gegroet, O, Kindje lief, o, Jesus zoet!
Wees gegroet in Bethlems stal ⢠I , Heer en Konintr van 't heelal! i
IMHOUD.
Bladz,
Aan de leden van den Kruisweg..............V
Bij de tweede uitgave..........................VII
Geboden Zon- en Feestdagen voor het Bisdom van Haarlem..............VIII
Bagen, waarop men verplicht is Mis te hooren. VIII
Onderricht over den Kruisweg................IX
Oprichtting...................XV
Aflaten......................XV
Eegels en Statuten...............XVI
Voorschriften voor de Zelatricen.......xvm
Over de Leden.................XXI
Inschrijving in de Broederschap van den H. Kruisweg.................XXIV
GOBVRUCHTIGE GEBEBEN EN OEFENINGEN.
Oefeningen des Morgens..........................1
Avondgebed. ...................................7
Gebeden onder de H. Mis......................11
Biecht-oefeningen..................................33
Communie-oefeningen............................41
Gebed met Vollen Aflaat........................58
470 INHOUD. ' S
Blz. g
Gebed om eenen Aflaat te verdienen............50 U
Litanie van de Allerheiligste Drievuldigheid . 65 S
Gebed tot onderwerping aan Gods IT. Wil. . G!) ?
Gebed tot den H. Geest........................70 £
Litanie van den H. Geest........................71 £
Lofzang Veni Creator............................76 g
Litanie van den Zoeten Naam Jesns............77 C
Aanroeping van den H. Naam Jesns............80 s
Litanie van het Allerheiligste Sacrament ... 82 J
Gebed tot Jesus in het Allerheiligste Sacrament 80 C
Lofzang Pange Lingua............................88 «
Eereboete aan het Allerheiligste Sacrament . . lt;Si( fj.
Oefening van toewijding aan Jesus in het Aller- C
heiligste Sacrament............................00 S
Gebed tot het Goddelijk Hart..................02 g
Gebed van den H. Cajctanus....................02 C
Litanie van het Lijden onzes Heeren, Jesus S
Christus........................................94 g
Gebed tot den lijdenden Jesus..................00 C
Gebed tot Jesus, verraden, verlaten, gegeeseld, 8
met doornen gekroond........................100 g
Eere boete aan den gekruisten Jesus............101 g
Litanie tot de Allerheiligste Maagd, Maria . . 104 S
Vreugde van een kind van Maria..............107 g
Toewijding aan Maria............................Ill C
Litanie van alle Heiligen........................114 S
Gebed tot alle Heiligen..........................123 g
Op het feest van alle Heiligen..................124 y
Gebeden en Oefeningen ter vereering van den 8
Lijdenden Jesus en Zijne Heilige Wonden. 12G N
Gebed tot Christus, om eene ijverige godvrueh- §
tigheid tot Zijne HeiligeWonden teverkrijgen. 128 8
Gebeden tot de vijf Heilige Wonden des Za- g
ligmakers........................................130 g
COOO^KDOOOCXOOOtOtOOOCOOCXOOOOC^COC^OOOCOOOOOfOeOCOOOOOtKrjCOOCy
INHOUD. 471 Biz.
Gebed vau den II. Vader Franciseus van Assisië. 135
Gebed van den H. Bonaventura................13G
Litanie tot de vijf Heilige Wonden onzes Heeren,
Je3U3 Christus..................................137
Litanie van het Lijden, den doodsstrijd en den
dood onzes Heeren, Jesus Christus..........141
Gebed, als men driemaal OnzeVader en Wees
gegroet voor de stervenden gebeden heeft. . 14(5
Gebed om eenen goeden dood te verkrijgen. . 147
Gebed tot den lijdenden en stervenden Jesus. 148
Gebeden tot den lijdenden Jesus..............150
Op den feestdag der verheffing van het H. Kruis. 173 Gebed van betrouwen en verkleefdheid aan het
kruis............................................174
Litanie tot het Allerheiligste Hart van Jesus. 176
Gebed, dat de H. Gertrudis dagelijks las. . . 178 Gebed tot het Allerheiligste Hart van Jesus
voor levenden en dooden......................179
Toewijding aan het H. Hart van Jesus .... 180
Kerel oete aan het H. Hart van Jesns..........182
Bezoek aan het H. Hart van Jesus............183
Litboezeming tot het H. Hart van Jesus . . . 184
Eerherstel aan het H. Hart van Jesus..........186
Godvruchtige en beknopte leiding op den Kruisweg van Jeruzalem naar Calvarië............190
Wijze om den H. Kruisweg te houden .... 190
Voorbereidend gebed en akte van berouw. . . 192
Lofzang, Stabat Mater............................210
JIae Oefening van den H. Kruisweg............213
V oor bereiding^-gebed..............................213
IIIiIb Oefening van den H. Kruisweg..........231
Inleiding..........................................231
Voorbereidings-gebed..............................232
03OOOOOC»OOOOOOC»OOOOOOOOOOO(XCIOOlt;IOOCgt;X3OOOOOOOCgt;gt;Cgt;)C3OOOOOOOOOOOCIOC»C^
I 472 inhoud. 5
! Biz. I
5 Gebeden tot Jesus in het Allerheiligste Sacra- 0
i ment des Altaars..............................252 i
i Gebeden tot Jesus in het Allerheiligste Sacra- S
i ment (onder Lof, Processie enz.) ...........255 C
\ Gebeden tot de H. Meaed, Maria..............268 S
j Gebed om door Hare voorspraak eenen zaligen g
dood te bekomen................................2ti8 Q
i Gebed van dertig dagen..........................270 8
| ïot O. L. Vrouw van VII Smarten............275 g
) Gebed, gemaakt uit de gevoelens van den Q
| H. Bernardus....................................276 8
5 Godsvrucht tot den H. Jozef....................278 fi
j Gebed..............................................278 Q
5 Memorare tot den H. Jozef......................279 8
i Litanie ter eere van den H. Jozef..............280 g
j Gebed tot den H. Jozef, om in al onze nood- Q
J wendigheden zijne bescherming af te smeeken. 284 2
j Gebed tot den H. Jozef, Beschermer der Chris- S
j telijke huisgezinnen............................285 Q
3 Gebed tot den H. Jozef, om verlicht te worden 8
* in de keuze van eenen levensstaat............286 S
j Gebed tot den H. Jozef, om gelukkig te zijn y
5 in eene tijdelijke onderneming................287 S
' Gebed tot den H. Jozef, om eene geestelijke S
) genade te bekomen............................287 ö
3 De zeven Woensdagen ter eere van den H. Jozef. 289 8
lt; Litanie voor de afgestorvene Geloovigen.... 305 g
ij Gebed voor afgestorvene Geloovigen............310 g
5 Litanie tot Jesus om zalig te sterven..........312 8
* Gebed tot den H. Bewaarengel..................315 8
; Gebed van een kind voor zijne ouders..........316 Q
\ Gebed om aan God de bekeering te vragen van 8
gt; iemand, die men liefheeft....................317 g
5 Gebed voor den Biechtvader....................319 J
INHOUD.
Biz.
Uitbreiding van het Gebed des Heereu .... 321 Gebeden tot de Heiligen van de Minderbroeders-Orde ........................................330
Aanroeping van den H. Franeiseus..............o31
Litanie van den H. Vader Franeiseus van Assisië. 332 Gebed tot den H. Franeiseus van Assisië, om de versmading van de wereld en de liefde
tot Jesus te vragen............................336
Gebed op den feestdag van Maria ter Engelen,
of Portiuneula..................................337
Gebed op den feestdag van de indrukking der
heilige vijf Wonden............................338
Gebed op den feestdag van den H. Franeiseus. 340
Devotie tot den H. Antoniua van Padua . . . 343
Gebeden tot den H. Antonius van Padua. . . 344
Litanie van den H. Antonius van Padua . . . 344 Gebed tot den lieer, Jesus, om door de voorspraak en de verdiensten van den H. Antonius troost en bijstand in de noodwendigheden
van ziel en lichaam te verkrijgen............349
Gebed tot den H. Antonius, wanneer men zich
in eenige droefheid of verlegenheid bevindt . . 350 Gebed tot den H. Antonius, om door zijne
voorspraak eenen zaligen dood te erlangen . 351 De negen Dinsdagen ter eere van den H. Antonius van Padua..............................353
Oorsprong dezer godsvrucht......................353
Gebed, waardoor men den H. Antonius tot
zijnen beschermer kiest........................354
Bij het begin der negen Dinsdagen............355
Gebed als men uog niet verhoord is geworden. 369
Dankbetuiging voor ontvangen gunstbewijzen . 370
Gebed op den feestdag van den H. Antonius. 371
473
Litanie van den Heiligen Kochus................373
OOOOOOOOOOOOOOOOOCOOCXOOOOOOOOOöC
INHOUD.
Blz.
Gebed bij de opdracht of aanuemine der nieuwe leden...................... 377
ORATIOKES ET HYMNI. â GEBEDEN j
EN GEZAKGEN. |
Hyinuua iVexilla Eegis prodeunt)....... 379 «
ïer eere van het H. Sacrament........ 381 fj
ïot de H. Maagd, Maria............ 882 3
Tot den H. Jozef................ 383 S
Pro Defunctis. â Voor de ovevledenen .... 38-1
Litanise Lauretanse B. M. V.......... 385 Q
O Sanctissima................... 387 'i
Salve, Regina Coelitum............. 389 H
8
' p
GODVRtTGHTIGE GEZANGEN.
o
1. Aanroeping van den H. Geest....... 391 ^
2. Dat Jesus leev'................ 392 ^
3. Aan Jesus eer................ 394 8
4. Na de Opdracht............... 395 3
5. Gedenklied aan 's Heeren lijden...... 39G ^
6. Lofzang, Salve mundi salutare....... 398 ^
7. Lofzang, Vexilla Eegis prodenut...... 400 \
8. Hulde aan het Kruis............ 402
9. Het Kruisbeeld. ............... 403 ^
10. Jesu dulcis memoria............. 404 0
11. Aan het Allerheiligste............ 405 §
12. Loflied aan Jesus Christus........ . 406 ;
13. Aan het H. Kruis.............. 408 D
14. Aan het Allerheiligste Hart van Jesus . . 410 ï 15? Bij het beeld van het H. Hart van Jesus. 411 §
3
AU
INHOUD.
Bk. 5
16. Lofzang tot liet H. Hart van Jcsus. . . . 412 5
17. Voor de H. Communie......................413 ^
18. Na de H. Communie...............414 5
15). Kerstlied......................................410
20. Maria, onbevlekt ontvangen................418 8
21. Maria leve....................................419 g
22. Avondgroet tot Maria................420 ^
23. Opdracht aan het H. Hart van Maria . . 421 ^
24. Maria troost ons..............................423 g
25. Lofprijzing aan Maria........................424 3
26. Ter eere van Maria..........................426 s
27. Toewijding aan Maria.............427 §
28. Smeekgebed aan den H. Jozef..............42!) t
29. H. Jozef, Voedstervader....................430 ^
30. Ter eere van den H. Franciscus............431 g
31. Ter eere van den H. Antonius............432 §
32. H. Antonius als Patroon....................433 i
33. Jubellied ter eere der HH. Martelaars van g
Gorknm......................................435 S
34. Voor de overledenen..........................436 9
35. Te Deum......................................438 ^
BIJVOEG SKL. H
1. Ka de H. Communie........................441 0
2. Ave Maria ................................442 2
3. Smeeklied tot Maria............ . 444 3
4. De kinderen van Maria......................446 g
5. Aan Maria....................................447 |
6. Tot de Moeder van Smarten................448 ^
7. Maria's Naam................................451 g
8. Aan de Moeder van Smarten..............452 Q
9. Tot den H. Jozef............................454 g
10. De H. Jozef, Patroon der Kerk............454 g
475
(
bocSoooooogooooooooc
476 INHOUD.
Biz.
11. Tot den H. Franciscus......................456
12. Smeeklied tot den H. Franciscus..........457
13. Groet tot den H. Antonius..................458
14. Bede om standvastigheid....................459
15. Bede tot den H. Antonius van Padua . . 460
16. Loflied op deu H. Antonius van Padua. . 462
17. Kerstlied........................463
18. Kerstlied.............................464
19. Kerstlied......................................465
20. Kerstlied......................................466