-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-
-ocr page 8-
-ocr page 9-

/U* /6$

DE KEVELAARSCHE DEVOTIE

TOT DE

H. MAAGD MARIA

VOOR DE PELGRIMS DER UTRECHTSCHE PROCESSIE GEVESTIGD TE UTRECHT 1740.

Voor rekening van de Broedermeesters, - - bij wie dit boekje verkrijgbaar is.

Liturgisch$ Voreonlg'ng Aartsbisdom UTREC JT -

MmsimzMMMM ïM±

-ocr page 10-
-ocr page 11-

GOD ZIET ALLES!

Dat deze gedachte u beziele, nu on ten alle tijde, opdat geene misdadige gedachte in nwen geest opkome, en gij, na God en zijne Allerheiligste Moeder Maria alhier waardig vereerd te hebben, eenmaal door hare voorspraak en bescherming waardig moogt geacht worden deel te hebben in hare heerlijkheid ia den hemel.

IMPRIMI POTEST.

J. G. H. C. ESSINK. Libr. Cens.

Maaessent, 22 Jalii 1890.

IMPRIMATDR.

J. Gr H. C. ESSINK, Lib. Cens.

Maarssen,

d. 22 Julii 1890; 7 Martii 1891.

-ocr page 12-
-ocr page 13-

GOD ZIET ALLES!

Dat deze gedachte u beziele, nu en ten alle tijde, opdat geene misdadige gedachte in uwen geest opkome, en gij, na God en zijne Allerheiligste Moeder Maria alhier waardig vereerd te hebben, eenmaal door hare voorspraak en bescherming waardig moogt geacht worden deel te hebben in hare heerlijkheid in den hemel.

IMPRIMI POTEST.

J. G. H. C. ESSINK. Libr. Cens.

Maaessjsn, 22 Julii 1890.

IMPRIUATDR.

J. G- H. C. ESSINK, Lib. Cens.

Maarssen,

cl. 22 Julii 1890; 7 Martii 1891.

-ocr page 14-

Gedrukt en gebonden te Utrecht bij W. ANTON ABELS,

-ocr page 15-

Consolatrix affiictorum,

ora pro nobis.

De Broederschap der Kevelaarsclie Processie gevestigd te Utrecht, heeft door Gods goedheid, dit jaar het voorrecht 150 jaar te bestaan. Het Bestuur heeft gemeend deze blijde gebeurtenis op de feestelijkste wijze te moeten vieren, en biedt ter gedachtenis van dit heuglijk feit aan de Leden der Broederschap eenige nieuwe gezangen aan.

De Katholieken van Nederland stellen de proces-siën naar Kevelaar ophoogen prijs. Uit alle oorden van ons vaderland trekt men in Augustus en September naar deze bevoorrechte plaats. Zonder overdrijving mag beweerd worden, dat Kevelaar jaarlijks door 58.000 Nederlanders bezocht wordt.

Reeds gedurende 150 jaren sluit de Utreehtsche processie zich ieder jaar bij die breede scharen

Tot aandBiiken van kt jubeljaar 1890;

-ocr page 16-

X

aan, welke hunne hulde aan de Moeder van God en de Moeder der menschen op deze bevoorrechte plaats komen brengen. Met welk een ijver en volharding, ten koste van hoeveel versterving en ontbering hebben onze Voorouders uit stad en land ieder jaar den pelgrimsstaf ter hand genomen, zijn de katholieken zonen en dochteren van het aloude Sticht jaar in jaar uit ter bedevaart getogen naar „de Troosteresse der Bedruktenquot; te Kevelaar! En wie zal ons zeggen, hoeveel heil en zegen, hoeveel troost en sterkte door Maria's voorbede, Gods barmhartige hand over hunne hoofden en gezinnen, over hunne familiebetrekkingen en vrienden, over stad en land heeft rondgestrooid! En terwijl wij allen, Leden der Utrechtsche processie naar O. L. Vrouwe van Kevelaar, in dit plechtige blijde jubeljaar vast besluiten hetschoone voorbeeld onzer Voorouders trouw te volgen, n.1. evenals zij, steeds vurig beminde kinderen van Maria te zijn ;—is het ons ook een dierbare plicht God en Zijne heilige Moeder Maria te danken voor al de weldaden, ons gedurende 150 jaar geschonken, en die dankbaarheid ook door zichtbare wijze te toonen. Ook hierin volgen wij het voorbeeld onzer Vaderen; immers de schooneGodslamp,die bij het Allerheiligste in de groote kapel te Kevelaar brandt, is een geschenk der Utrechtsche Processie, toen zij haar 100-jarig bestaan vierde.

Daarom heeft het Bestuur besloten, dat dit. jaar, nu wij het 150-jarig bestaan onzer Broederschap vieren, zoowel de kerkelijke plechtigheden in de Broederschapskerk te Utrecht als de Processie naar Kevelaar zoo luisterrijk mogelijk zullen zijn; dankbaar en blijde kunnen wij hier vermeiden,

-ocr page 17-

xr

dat onze beminde Aartsbisschop Mgr. P. M. Snickers op dit jubelfeest persoonlijk zijne hulde aan de „Troosteres der bedruktenquot; wil brengen en de pontificale Hoogdienst te Kevelaar zal opdragen; —en dat als een monument van ons geloof en onze liefde, van onze dankbaarheid jegens de gezegende Moeder des Heeren en de machtige Hulp der Christenen, ter gedachtenis van dit Jubeljaar, de tweede statie voor den schoonen en beroemden kruisweg te Kevelaar door ons zal geschonken worden.

Het dankbaar nageslacht, dat bij deze statie zal komen neerklielen, zal dus van ons kunnen getuigen, dat wij de erfenis onzer Vaderen trouw bewaard hebben; dat evenals zij, die vóór ons hunne schreden naar Kevelaar richtten, deden, zoo ook wij in leven en sterven ons onwrikbaar vertrouwen gesteld hebben op Maria, de Moeder des Heeren, die te Kevelaar voor hare liefhebbende kinderen haar genadetroon heeft gevestigd. En onze aangenaamste belooning zal zeker wezen, dat evenals wij door het voorbeeld onzer Voorouders werden opgewekt, aldus de na ons komende geslachten door ons voorbeeld worden aangespoord om steeds trouwe kinderen van Maria te blijven.

Een beknopt overzicht van het ontstaan der bedevaartplaats Kevelaar laten wij hierachter volgen.

-ocr page 18-

GESCHIEDENIS

van het ontstaan der

Bedevaartplaats Kevelaan.

Zooals bij de meeste van Gods wonderbare werken, koos de Voorzienigheid, toen Maria haar genadezetel te Kevelaar ging vestigen, twee oe-n-vondige lieden tot hare medehelpers nit. Hendrik Busehman en zijne huisvrouw Mechtildis.

Hendrik Busehman woonde te Geldern, waar hij een kleinen handel dreef. Voor zijne zaken reisde hij nogal veel in den omtrek. Zoo gebeurde het, dat hij in het jaar 1641, kort voor Kerstmis, van Wees naar huis terugkeerende, voorbij Kevelaar kwam.

Bij een zoogenaamd hagelkruis, waar hij gewoon was even to bidden, hoorde hij eene stem, die hem toeriep; „Hier zult gij een heilig huisje bouwenquot;. Hij zag rond, maar ontdekte niets. Ach: dagen later op de zelfde plaats gekomen, hoorde hij andermaal de stem.

Overtuigd dat er nu niet langer van zinsbedrog sprake kon zijn, besloot hij den opgelegden last te volbrengen. In overleg met zijne vrouw, zonderde hij nu dagelijks, twee of drie stuivers af, om zoodoende langzamerhand eene som van honderd gulden bijeen te krijgen; want zijne middelen lieten geene groote uitgaven toe. Eenigt: dagen

-ocr page 19-

XITI

later, nogmaals bij het hagelkruis gekomen, hoorde hij de stem voor de derde maal. Dit sterkte hem in zijn voornemen, om den bouw zoo spoedig mogelijk te doen geschieden. P^en paar maanden later, omstreeks drie weken na Paschen, zag Mechtildis des nachts eene verschijning. In een helder licht stond een kapelletje, en daarin eene afbeelding der reeds zoo vermaarde Lieve Vrouwe van Luxemburg. Zij herinnerde zich nu, dat twee dagen te voren een paar soldaten bij haar waren geweest, die twee dergelijke plaatjes, als zij er nu een had aanschouwd, hadden willen verkoopen. Deze prentjes waren eigenlijk bestemd voor een luitenant, die te Kempen gevangen zat, maar uit geldgebrek hadden de soldaten er zich van willen ontdoen. Mechtildis had ze echter niet gekocht, om dat zij den prijs te hoog vond.

Toen Buschman van zijn vrouw het nachtgezicht vernam, was hij eerst ongeloovig, doch toen de buren hem mededeelden, dat zij in de duisternis zijn huis helder verlicht hadden gezien, kwam hij tot andere gedachten. Hij begaf zich tot den pastoor van Kevelaar, Johannes Schink, en deelde deze zijn geheim mede. De pastoor verklaarde zich bereid hem te ondersteunen, en liet hout en steenen bijeenbrengen. De bouw nam nu een aanvang, en Zondag na Pinksteren was het kapelletje reeds gereed. Het was gebouwd volgens de beschrijving, die Mechtildis gaf van 't heilige huisje dat ze in den bewusten nacht had gezien.

Buschmans vrouw had inmiddels getracht de twee prentjes weder op te sporen. Zij vernam dat ze in het bezit waren van den luitenant, die nog te Kempen gevangen zat.

-ocr page 20-

XIV

Toen deze officier zijn vrijheid herkregen had, vervoegde de vrouw zich bij hem met het verzoek haar één van de prentjes af te staan. Echter eerst, nadat hij de reden van haar aandringen vernomen had, liet hij haar uitkiezen. Buschman liet nu te Geldern een tafeltje maken en het plaatje daarop vasthechten. Opdat het beter gezien zou kunnen worden. Op verzoek van de Carmelitessen bracht de man, die het tafeltje gemaakt had, dit met het prentje er op naar het klooster. De Zusters baden toen den geheelen nacht voor 't beeld. Daags daarna haalde echter Buschman zijn eigendom weer terug en bracht het naar zijne woning.

Om den grooten toeloop van het volk stelde hij het vervolgens gedurende drie dagen ten toon in de kerk der Capucijnen, tot op zijn verzoek de pastoor van Kevelaar het des avonds in stilte naar deze gemeente voerde. Den volgenden dag. Zondag 1 Juni 1042, werd het beeld in het kapelletje geplaatst. Later toen het volk al meer en meer toestroomde, verzocht de pastoor, wien deze beweging in de gemeente niet welgevallig was, het plaatje weer naar Geldern te brengen. Daar stond het nogmaals bij de Capucijnen, doch slechts drie weken, toen keerde het in het kapelletje terug.

Op dusdanige wijze nam de vereeniging van de Lieve Vrouwe van Kevelaar een aanvang. Het aantal bezoekers van het beeld nam gedurig toe en het gevolg was, dat het gehucht, om de vreemdelingen te kunnen herbergen, nieuwe woningen kreeg, terwijl de oude vergroot werden en zoo langzamerhand een dorp werd. Groote S3haren van bedevaartgangers uit Duitschland en de

-ocr page 21-

XV

Nederlanden trokken naar Kevelaar. De oude kapel, toegewijd aan den H. Antonius Abt. bleek spoedig te klein, zoodat men in 1G43 reeds den eersten steen legde voor een nieuwe kerk, die in 1645 gereed was. Het is de tegenwoordige groote kapel, in de volkstaal ook wel kaarsenkapel geheeten. In de eerste jaren hadden te Kevelaar verscheidene wonderbare genezingen plaats. De bedevaartplaats behoorde tot het bisdom Roermond. In 1647 vergaderde te Venlo eene Synode, die het verhaal van Hendrik Buschman en diens vrouw onderzochten en voor echt verklaarden. De Synode erkende acht genezingen, te Kevelaar geschied, voor wonderbaar. Vele geregelde procession begonnen naar Kevelaar te trekken. De bisschoppelijke overheid van Roermond had in den beginne tot bijstand van den pastoor, gedurende de zomermaanden twee hulppriesters te Kevelaar geplaatst. In 1646 werd echter het voorzien in de geestelijke behoeften der pelgrims opgedragen aan de Paters van het Oratorium van onzen Heer Jesus Christus, eene broederschap door den H. Philippus Nerius omstreeks 1550 te Rome gesticht Ten behoeve dezer geestelijken, zoowel als tot herberging der priesters, die de procession vergezellen, werd in 1646 het nog bestaande klooster gesticht. In 1654 werd om het heilige huisje van Buschman de kleine kapel opgebouwd, welke thans nog het belangrijkst van alle gebouwen is. Nauwelijks is de Pelgrim te Kevelaar, of hij richt zijne schreden naar dit kapelletje, waarin hei wonderdadige Maria-beeld wordt bewaard. Het ontstaan, de opkomst en de bloei der Mariavereeniging te Kevelaar is waarlijk wonderbaar.

-ocr page 22-

XVI

Trots de vele oorlogen der 17e en ISe eeuw, trots de vele staatkundige beroeringen—men denke slechts aan de Fransohe revolutie op 't laatst der vorige eeuw, welke haren verderfelijke adem ook over de naburige landen uitblies,— trots onzinnige Herwetten, welke in Duitschland de publieke

godsdienstoefeningen voorgoed zouden vernietigen,

bleven de bedevaarten naar Kevelaar bestaan. Ruw geweld moeht een tijd lang aan de openbare vereering afbreuk doen,—zoo spoedig de Katholieken weder de reohmatige godsdienstvrijheid hadden, trok men opnieuw met kruis en vanen

ter bedevaart naar de Lieve Vrouwe van Kevelaar*

Ons bestek gedoogt niet eene historische scherts te leveren van alles, wat Kevelaar sedert 1642 wedervaren is. Ken boekdeel zoude daarmee te vullen zijn. Gods zegen rust zichtbaar op de vereering der Allerheiligste Moeder-Maagd Maria te Kevelaar.

tic X xij Ht Ju

-ocr page 23-

BROEDERSCHAP

DER

JLLERIi, IIMCD ES IEDER CODS Mill,

ONDER DEN TITEL VAN;

O. L. V. VAN KEVELAAR.

Gevestigd in de R. K. kerk Biltsiraat te Utrecht.

Welke broederschap met Aflaten is begiftigd door Zijne Heiligheid Paus Benedictus XIV, den 24 Augustus 1740, die op nieuw zijn bevestigd en vermeerderd door Zijne Heiligheid Paus Gregorms XVI, den 14 Juni 1840.

1

-ocr page 24-

XVIII

Ten eerste. Alle Koomscli Katholieke geloovigen, die op den dag hunner inschrijving gebiecht en gecommuniceerd hebben, en bidden voor de eendracht der Christen vorsten en de bekeering der zondaren, zullen verdienen vollen Aflaat.

Ten tweede. Do Broeders en Zusters, die in gevaar van te sterven, gebiecht en gecommuniceerd hebben, of, dit niet kunnende, met een oprecht leedwezen over hunne zonden den Allerheiligste Naam Jezus aanroepen, zullen verdienen vollen Aflaat.

Ten derde. Wordt volle Aflaat verleend aan alle Broeders en Zusters op den feestdag der Tenhemelopneming van de H. Maagd Maria, zijnde de voornaamste feestdag van deze Broederschap, als zij gebiecht, het H. Sacrament dos Altaars ontvangen en in de Broederschapskerk gebeden hebben tot voormeld einde.

Ten vierde. Wordt verleend aan de Broeders enZusters op den eerstvolgendenZondag van ieder Quatertemper dos jaars, zoo zij gebiecht, gecommuniceerd en iu de broederschapskerk als voren gebeden hebben, zeven jaren Aflaat en zooveel Quadragenen.

Ten vijfde. Zoo dikwijls als de Broeders of Zusters in de broederschapskerk te zamen de H. Misse of andere kerkelijke diensten bijwonen, of te zamen vergaderen om eenig

-ocr page 25-

XIX

goed werk te doen, of de P rocessie bijwonen, verdienen zij voor iederen daad zestig dagen Aflaat.

Ten zesde. Zoo iemand der leden van deze Broederschap het H. Sacrament, wanneer het aan een zieke wordt gebracht, vergezelt, of bij de begrafenis van een Broeder of Zuster godvruchtig tegenwoordig is, of, hierin belet zijnde, met gebogen, knieën één Onze Vader en Wees Gegroet voor den zieke bidt, zal verdienen zestig dagen Aflaat.

Ten zevende. Broeders of Zusters eenige werken van barmhartigheid verrichtende, als: arme vreemdelingen herbergen of met aalmoezen bijstaan; zieken bezoeken en hen in hun lijden troosten; onwetenden Gods geboden en hetgene tor zaligheid noodig is, leeren; dolenden op den weg der zaligheid brengen; vrede maken met zijne eigene vijanden, of tusschen verwijderden de liefde en den vrede doen herleven; — verdienen voor iedere daad zestig dagen Aflaat.

Ten achtste. Wordt verleend aan de Broeders en Zusters, die vijfmaal het OnzeVader en Wees Gegroet bidden, voor de zielen dei-gestorvene Broeders of Zusters, of die eenig geestelijk of lichamelijk werk van barmhartigheid zullen gedaan hebben, zestig dagen Aflaat.

-ocr page 26-

XX

Eindelijk verleent Zijne Heiligheid, in eene tweede Bulle, ten zelfden tijde gegeven, tot troost der overledene Broeders en Zusters: dat de Broeders en Zusters die aan het altaar der brooderschapskerk, betrouwende op de almacht en do barmhartigheid Gods en op de voorspraak van de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, de H. Offerande der Mis, aan dat altaar geofferd en toegeëigend aan de zielen der afgestorvenen van deze Broederschap, (welke Missen bijzonder gedaan worden op Allerzielendag, ieder dag van dat octaaf en al de Maandagen des j aars), aandachtig bijwonen, de verdiensten er van kunnen toevoegen aan de zielen der overledene Broeders en Zusters, om hen aldus van de pijnen des vagevuurs te verlossen. Broeders of Zusters die verre af wonen en niet in de Brooderschapskerk kunnen komen, zullen hunne eigen kerken bezoeken en doen als boven gemeld is; doch dat zij zich beijveren, zooveel mogelijk op de voornaamste dagen de broederschapskerk te bezoeken.

Den 14 Juni 1840 heeft het Z. H. Grego-rius XVI, zaliger gedachtenis, behaagd bij

-ocr page 27-

XXI

gelegenheid van liet honderdjarige bestaan der Broederschap, de AÜaten, door Paus Benedictus XIV voornoemd verleend, te vernieuwen, te bevestigen en uit te breiden, om voor altijd te duren, toevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur op de navolgende wijze:

1. Volle Aflaat voor die op den dag der inschrijving in de Broederschap, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, zullen bidden tot de meening van H.

2. Volle Aflaat voor die op de Bede-vaartsreis -gebiecht en gecommuniceerd hebbende, godvruchtige geboden tot de meening van Z. H. zullen uitstorten.

3. Volle Aflaat voor de Broeders en Zusters, te winnen op de dagen, die de bede-vaartsreis niet mede kunnen maken, maar op oen dier dagen gebiecht en gecommuniceerd hebbende, in hunne eigene parochiekerk, op de voormelde wijze zullen bidden.— Hetzelfde, na het bovenstaande volbracht te hebben, op het feest van Maria-Tenhemel-opneming en op eiken dag van het Octaaf; op do feesten van O. L. V. Zuivering, 2 Februari; Boodschap, 25 Maart; Geboorte, 8 September; en (Onbevlekte) Ontvangenis 8 December.

4. Honderd dagen Aflaat aan de Broeders en Zusters op de Pelgrimsreis, telkens te

-ocr page 28-

XXII

verwerven, als zij de H. Mis of preek hooren, of eenig ander goed werk gezamenlijk verrichten.

5. Honderd dagen Aflaat als de Broeders of Zusters godvruchtig eene de H. Missen bijwonen, die van wege de Broederschap zoo voor de levenden als overledenen gedaan worden, in hunne parochiekerk.

Ieder, die deelachtig wil zijn aan voormelde Aflaten en aan de H. Offerande dor Misse, de offers der kaarsen en de veelvuldige godvruchtige werken, die in deze Broederschap, zoo voor levenden als overledenen, worden opgedragen, en hieronder vermeld staan, kunnen zich, om tot lid van deze Broederschap te worden ingeschreven, bij de Broedermeesters hunner gemeente aanmelden-

Ieder Lid betaaldin het jaar veertig cents, en zij die jaarlijks blijven contribueeren tot hunnen dood, genieten bij hun overlijden drie H. Missen, welke in hunne parochie dadelijk zullen worden opgedragen voor de rust hunner zielen.

Jaarlijks op den hoogen feestdag van de Tenhemelopneming der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, 15 Augustus, wordt in de broederschapskerk ten half elf ure, eene solemneele H. Mis opgedragen voor de Broeders, Zusters en Weldoeners der Broe-

-ocr page 29-

XXIII

clerschap. Doch zoo deze feestdag op Zaterdag komt, zullen die plechtigheden op den daaropvolgenden Zondag gehouden worden.

's Namiddags ten zes ure de Vespers en Predikatie, waarna do gewone gebeden en lofzangen, bij de Processie gebruikelijk, zullen volgen; hetwelk acht dagen zal duren, op de werkdagen ten zeven, en des Zondags ten zes ure. De lijst der overledenen zal des Zondags onder dit octaaf, vóór de Vespers, worden afgelezen.

Zondags onder dit octaaf, wordt de gezongen H. Mis voor de overledene Broeders, Zusters en Weldoeners opgedragen.

Op den Feestdag van Maria Geboorte, 8 September, 's morgens ten half elf uro, eeue plechtige Mis van voorbereiding, om den goddelijken zegen over de Bedevaart af te smeeken;

Na de terugkomst der Processie zal er op den eersten Dinsdag, 's morgens ten half tien ure, uit dankbaarheid, eene solemneele Hoogmis mot Predikatie geschieden, en gesloten worden met het ïe Deum 1 an damns en eenige lofzangen. Acht dagen daarna, op hetzelfde uur, eene plechtige zielmisse met Predikatie voor de overledenen van de Broederschap, gevolgd van nog eenige gebeden en lofzangen. Indien invallende Peestdagen of omstandigheden

-ocr page 30-

XXIV

zulks verhinderon, zal dit alsdan in tijds bekend gemaakt worden.

Verder wordt in de broederschapskerk iedere week eene H. Misse gelezen voor de overledenen van deze Broederschap, en worden op alle feestdagen van de H. Moeder Gods de Missen opgedragen voor de Broeders, Zusters en Weldoeners der Processie.

Alsmede worden er bovendien wekelijks nog twee H. Missen opgedragen voor de leden der Broederschap en voor do overledene Broeders en Zusters. In iedere gemeente waar Broedermeesters woonachtig zijn, wordt jaarlijks, na deu afloop der Beévaartsreize, eene Misse van Kcquiem voor de overledene Broeders en Zusters opgedragen, on tevens het waslicht geofferd aan alle kerken behoorende tot deze broederschap, ter eere van de Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, om door het geheele jaar op Zon- en Feestdagen te branden.

Nog wordt er in de broederschapskerk iedere week eene H. Misse gelezen des Zaterdags, voor de Broeders en Zusters van deze Broederschap; — en daarenboven wordt er jaarlijks nog een groot getal H. Missen voor de overledene Broeders, Zusters en Weldoeners opgedragen, naar gelang van do inkomsten der geldon.

In het begin der maand Augustus van elk

-ocr page 31-

XXV

jaar zullen de Broedenneesters in hunne gemeenten rondgaan, om de contribution en verdere liefdegiften in te zamelen, en de namen der overledenen op te nemen om die op de lijst te doen plaatsen; welke overledenen deelachtig zullen zijn aan alle gebeden, goede werken en H. Missen, die gedurende dat jaar gedaan worden. De Broedenneesters zullen do lijsten vóór de vergadering in September indienen.

BERICHT.

WEGENS DE BEDEVAART NAAK K EVE LAAR.

In de algemeene vergadering van den 1 Sept. 1891 is vastgesteld dat voortaan eene Bedevaart naar Kevelaar zal vertrekken op den eersten Zaterdag in Augustus en terugkeeren den daaropvolgende Maandag.

Den indrukwekkende Processie met het 11. Sacrament door en om Kevelaar, zal op Zondag na de plechtige Hoogmis plaats hebben.

-ocr page 32-

XXVI

Alle luister wordt ook door Kevelaar aan deze Processie bijgebracht.

De tweede groote Processie vertrekt op den eersten Dinsdag na den lOden September met twee treinen en wel een via Geldermalsen, den Bosch, Kevelaar en een via Arnhem, Nijmegen, Kevelaar.

De tijd van vertrek en terug gaan alsmede de Godsdienst oefeningen, die zoowel vooraf en na de Bedevaarten in de Broeder-schapskerk zullen plaats hebben en gedurende de reis, zullen in de Programma's aangegeven worden.

De Programma's zijn bij do Heeren Broe-dermeesters verkrijgbaar.

Met de tweede Processie trekt de Processie in Kevelaar, waarbij eene groote kaars tor eere van de Allerheiligste Maagd geofferd wordt; welke blijft branden zoolang de Processie te Kevelaar vertoeft, en verder, op al de feestdagen van de H. Moeder Gods, en op Allerheiligen- en Allerzielendag. De verdere godsdienstoefeningen gedurende do Bedevaart worden in de programma's aangegeven.

-ocr page 33-

ONDERRICHT VOOR PELGRIMS,

om hunne bedevaart met de meeste vrucht te doen.1)

LES UIT HET H. EVANQELIU NAAR LUCAS.

HOOFDST. II. VAN VS. 41 TOT 51.

Zijne ouders (van Jesus) gingen alle jaren naar Jeruzalem, op den plechtigen dag van Paschen.

En toen Hij twaalf jaren oud geworden was, en zij volgens de gewoonte van het feest naar Jerusalem opgegaan waren.

1

quot;Wijlen zijne Doorl. Hoogw. tie Bisschop van Haarlem, Mgr. Franc. Jac. van Vree, heeft dit onderricht onder den titel van Pelgrimsboekje^ uitgegeven, toen hij in 1838 kapelaan te Amersfoort was. Het is later door Z. D. H. herzien en vermeerderd, en zóó wordt het nu den vromen Pelgrims in ons vaderland aangeboden.

P. v. d. P., P»-.

-ocr page 34-

2

En toen zij, na den afloop der dagen, wederkeerden, bleef het kind Jesus te Jerusalem, en zijne ouders wisten hut niet.

Doch zij, meenende, dat Hij ondei het gezelschap was, trokken eone dagreize voort en zochten Hem onder de bloedver-wanton en bekenden.

En Hem niet vindende, koerden zij terug naar Jerusalem, om Hem te zoeken.

En liet geschiedde, dat zij Hem na drie dagen vonden zitten in den tempel te midden der leeraren, hen hoorende en vragende.

En allen, die hem hoorden, werden verbaasd over zijne wijsheid en over zijne antwoorden.

En zij, Hem ziende, stonden verwonderd; en zijne moeder zeide tot Hem; Zoon, waarom hebt Gij zoo met ons gedaan? Zie Uw vader en ik zochten U met smart.

En Hij zeide tot hen: waarom zocht gij Mij ? wist gij niet dat Ik met de zaken mijns Vaders bezig moet zijn?

En zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.

En Hij vertrok met hen, en kwam te Nazareth, en Hij was hun onderdanig. En zijne moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.

-ocr page 35-

1.

Het vertrek ter bedevaart

Toen, in liet jaar 12 der Christelijke tijdrekening, het den Joden ter viering voorgeschreven Paaschfeest naderde, was er te Nazareth, eene kleine stad van Galilea, een huisgezin, waarvan al deleden zich tot de reis naar Jerusalem, voorbereidden. Dit huisgezin, klein in getal maar groot in waarde der personen, bestond uit eenen man, uit eene Maagd, de bruid dos mans, en uit eenen twaalfjarigen jongeling, don Zoon der Maagd. Men weet, dat God den Joden bevolen had, dat de mannen onder hen jaarlijks met het Paaschfeest te Jerusalem in den tempel zouden verschijnen. Hoewel dit gebod de vrouwen en de kinderen niet betrof, verzuimde echter de Maagd van Nazareth nimmer de godvruchtige reis te doen, en nu althans nam zij haren Zoon, die twaalf jaren oud geworden was, naar Sion's tempel mede. Het is niet te verwonderen, dat deze godvruchtige Maagd, schoon geen zoodanige verplichting hebbende, deze reis deed. Te Jerusalem toch was de eenige tempel des waren Gods : daar alleen werden don Heer en Vader des heel als offeranden

-ocr page 36-

4

opgedragen; daar vierden de. Priesters en Levieten, met de luisterijkste plechtigheden, den dienst des Opperheers; daar zongen Israels kinderen de verrukkelijke liederen van Sion; daar werd ieders gemoed met godvruchtige aandoeningen vervuld, en de ziel, boven het stoffelijke verheven, en zich verdiepende in de beschouwing der heilsbeloften, smaakte in 'sTIeeren voorhoven meer genoegen op éénen dag, dan zij op duizend had kunnen smaken in de paleizen der Koningen 1): inderdaad, redenen genoeg voor een godvruchtig hart, om in bedevaart naar Jerusalem te reizen.

Het gebruik van bedevaarten te doen, is dus zeer oud; en, zoo men de reis der Joodsche mannen naar het heilig oord, al gene bedevaart wil noemen, omdat deze door God bevolen was, zal men toch aan de reis onzer Maagd dien naam niet kunnen weigeren; want zij ondernam die geheel uit eigene keuze.

Indien nu onder de nieuwe wet eenige plaatsen door God met bijzondere gunsten vereerd worden, bijv. met wonderdadige genezingen, dan kan men het den geloovigen niet ten kwade duiden, dat zij eene reis ondernemen om op die plaatsen, waar God,

1) Ps. 83.

-ocr page 37-

gelijk weleer, in den tempel te Jerusalem, zich boven andere plaatsen gunstig betoont, waar zooveel gebéden en zooveel verkregen wordt, waar de wonderen zicli van tijd tot tijd herhalen, den Almachtige te gaan verheerlijken, 'danken en smeekeu. Dan toch blijkt het dat God deze plaats bevoorrecht, gelijk Hij voorheen den tempel van Jerusalem bevoorrechte. Hem de redenen van zulk doen te vragen, past den sterveling niet; maar te gelooven, dat Hij er wijze redenen voor heeft en zijn doen te eerbiedigen, dat is plicht. Zooals dan die deugdzame Maagd naar Sion optrok, zoo mogen de Katholieken ook naar Kevelaar optrekken, alwaar, door de voorspraak der H. Maria, zoo menige gunst van den almachtigen God wonderdadig verkregen is.

Maar, zal iemand vragen, kan het voorbeeld dier Maagd iets afdoen ? Dit voorbeeld doet alles af; want die Maagd is de gezegende boven alle vrouwen 1), de H. Maria, de Moeder Gods. Niemand zal het, geloof ik, durven wagen, deze Maagd, die vol van genade was, te berispen, en in dit geval des te minder, daar zij tot gezel op hare reis had haren Zoon, die de Zoon Gods is. Wij mogen het zeggen: Grepen weleer Jesus en Maria den Pel-

1) Luc. J. 28.

-ocr page 38-

fi

grimsstaf, om een bevoorrecht oord te bezoeken, zoo mogen ook de dienaren van Jesus, do kinderen van Maria den staf opnemen, om te Kevelaar, waar God, op Maria's voorspraak, zijne gunsten vaak zoo mildelijk heeft uitgedeeld, hunne gebeden te gaan storten.

Geluk Pelgrims! gij, die bedevaarten onderneemt, hebt do Moeder Gods zelf tot voorgangster. Maar verlangt gij, die door haar voorbeeld tot hot ondernemen dei-bedevaart opgewekt wordt, ook niet van haar te leeren, hoe gij de reis moet doen? Ik geloof het. Laten wij haar dan volgen.

11.

Het oogmerk.

Eer wij ons met Maria op weg begeven, mogen wij wel vragen; wat was eigenlijk haar oogmerk met die reis? En dan vinden wij, dat het blijkbaar geen ander kan geweest zijn, dan rfe verheerlijking van God. Zij gingen naar eene heilige plaats, op eenen heiligen tijd, in een heilig gezelschap; want zij ging naa:-den tempel, in de dagen van Paschen, met Jesus, haren goddelijken Zoon, en Jasef, haren heiligen Bruidegom. Zij ging zich

-ocr page 39-

7

vereenigen met die dui/enden, die van alom naar Jerusalem stroomden, teneinde hunne offers den Heer T,or eere op te dragen, met die duizenden, die in de heilige stad het gezang des Heeren, de liederen Sion's, kwamen aanheffen; met die duizenden, die derwaarts getogen waren om Gods opperheerschappij te erkennen, om Hem dank te zeggen, om vergifienis af te smeeken, om nieuwe weldaden te vragen, met die duizenden, die in 'theilige Sion het paaschlam kwamen eten, de gedachtenis der verlossing uit Egypte, —voorafbeelding der verlossing uit de zonden—, die daar in Gods tempel kwamen verzuchten; Hemelen, dauwt van hoven! en dat de ivoïken regenen den llechtvaardige: de aarde opene zich en brenge den Zaligmaker voort; met al die duizenden ging zij zich vereenigen, terwijl zij den Eechtvaardige, den Zaligmaker met zich voerde.

Wat kan dus anders, o verhevene Maagd! wat kan anders mve bedoeling geweest zijn, dan de verheerlijking Gods? Neen, een ander oogmerk kon in uw Gode gewijd hart niet huisvesten. Gij gingt om te erkennen, dat de hemelsche eigenschappen, die u sierden, gaven des Heeren waren; gij gingt om uwen dank voor die

2

-ocr page 40-

8

gaven te betuigen, om de bevestiging en vermeerdering er van te smeekon; gij gingt om, hoewel zelfo, om uwen Zoon, vrij van zonde, uw offer voor de zonden, te brengen; want gij gingt uw hart aanbieden tegen den dag, op welken het zwaard der droefheid het doorsteken zoude; gij gingt, o droevige Moeder! om nogmaals te zeggen: zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woord. (Lc. 1,38). In het bezit van zoo groote gunsten, in het vooruitzicht van zoo groote droefheid, gingt gij nogmaals uw verheven lied zingen;

Mijne ziel verheft den Heer: Hem die mijn God is, wiens schepsel ik ben, Hem looft en prijst mijne ziel. En mijn geest juicht in God mijn heil:

Niet in aardschen roem, niet in tijdelijke goederen, niet in iets vergank el ij ksch, maar in God, die mijn heil, mijn redder, mijn zaligmaker is; in God alleen verheugt zich mijn geest-

Omdat Hij op de geringheid zijner dienstmaagd heeft gezien; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen. Ja, dit verheugt mij, dit doet mij van

-ocr page 41-

9

vreugde opspringen, dat mijn God op zijne geringe dienstmaagd heeft neergezien, dat Hij mij, een nederig schepsel, met zijne weldaden verrijkt heeft, mij zulke weldaden geschonken heeft, dat van nu af alle geslachten mij zalig noemen.

Omdat Hij, de machtige, groote dingen aan mij gedaan heeft, en heilig is zijn naam.

Wat ben ik van mij zeiven om te juichen? om zalig genoemd te worden?... Maar omdat hij de wondervolste gunsten over mij uitgestort heeft, daarom zal ik zalig genoemd worden; en daarom zal ik Hem prijzen: heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslacht dengenen die Hem vreezen.

Heilig is de naam mijns Gods, eeuwig zijne barmhartigheid ! zij duurt van geslachte tot geslacht. Straft Hij, Hij treft slechts het vermetel verzet; maar al wie Hem vreest, heeft barmhartigheid te wachten.

Hij heeft kracht geoefend door zijnen arm; Hij heeft de trotschen in de raadslagen huns harten verstrooid.

Zijn arm heeft Hij uitgestrekt,' en daar

-ocr page 42-

10

bleek zijne kracht; mij, eene geringe maagd, verhief hij wonderbaar; maar de trotschen, die in hun hart booze raadslagen smeedden, heeft Hij door hunne eigene listen verward, en hen, die zich op hunne wijsheid verlieten, verstrooid.

De machtigen heeft Hij van den troon gezet, en Hij heeft de nede-rigen verheven.

Hij heeft de hongerigen met goederen vervuld en de rijken ledig weggezonden.

Ziet daar de macht mijns Gods, dat Hij hen, die zich zeiven machtig wanen, uit de hoogte nederstort; dat Hij die rijken, die zich van alles voorzien wanen en een walg van Hemelsche hebben, van alles ontbloot; terwijl Hij de nederigen, de geringen op den troon plaatst, en de armen, degenen die honger lijden, met zijne gaven overlaadt.

Dit is het gezang der Maagd. Schittert daarin niet de grootste eenvoudigheid des harten? Eéne gedachte is er slechts in te zien, aan die ééne zijn al de overige ondergeschikt, of liever al de overige komen voort uit dit ééne; God, God alleen is in hare ziel, in haar hart, in haren mond;

-ocr page 43-

11

aan God alleen moet van alles de eer gegeven worden.

Pelgrims! leert hier, wat oogmerk u tot de bedevaart aansporen moet: namelijk de eer Gods. Gij moogt u niets anders voorstellen, dan te Kevelaar u voor God te gaan vernederen, vergiffenis van Hem af te smeeken. Hem voor zijne weldaden te danken, nieuwe weldaden voor u en de uwen (maar met onderwerping aan zijnen wil) te vragen: en dit alles onder de bescherming en voorspiaak van Maria.

Vele menschen zijn in hunne huiselijke betrekkingen overladen met bezigheden en zorgen; nauwelijks kunnen zij den tijd vinden om de noodzakelijkste godsdienstplichten te vervullen; altijd omringd en bezig gehouden door voorwerpen, die geest en hart voor godsdienstige indrukken minder vatbaar maken, schijnen zij zich nimmer met volhardenden ernst op het eenige noodzakelijke te kunnen toeleggen. Dat dezulken zich in het jaar eenige dagen afzonderen en eene bedevaart ondernemen, om, van alles wat hen anders verstrooit, ontslagen, zich vrijelijk met God en hunne eeuwige toekomst bezig te houden: dit is een prijsbaar, een heilig oogmerk, ieder hunner kan zeggen: Mijne ziel verheft den Heer.

Dat anderen, die tijd en gelegenheid

-ocr page 44-

12

genoeg hebben tol godsdienstoefeningen, maar bedenkende, hoe gemakkelijk hun dit alles valt, iets meer doen willen en daartoe eene bedevaart kiezen, die met onderscheidene ontberingen ei. vermoeienisseu vergezeld gaat: ook dit is een prijsbaar inzicht, ook in dezer mond past Maria's woord: Mijne ziel verheft den Heer.

Dat wederom anderen, zich herinnerende, hoe vele goede werken zij verzuimd, hoe vele zonden zij gepleegd hebben, in het verlangen om hunne verzuimen eenigszins in te halen, om voor hunne overtredingen te boeten, als pelgrims naar eene heilige plaats reizen: dit moet door een ieder voor eene goede bedoeling gehouden worden: want zij nemen hunne toevlucht tot 'sHeeren barmhartigheid, die is van geslachte tot geslacht dengenen, die Hem vreezen.

Dat iemand, die eene bijzondere gunst van den Heer verlangt, om die zekerder te verkrijgen, eene bedevaart doet, mits hij zich altijd aan den goddelijken wil onder-werpe;

Dat iemand, die zich in een verderfelijke!! omgang, in eene booze gewoonte, in eene naaste gelegenheid tot zonde gewikkeld ziet, den pelgrimsstaf opneemt, om door dit middel de gevaren te ontworstelen, dat kwaad uit te roeien.

-ocr page 45-

13

Dit alles moet geprezen, moet deugdzaam, moet heilig genoemd worden. Die zoo doen, verheffen den Heer.

Dat men, met deze of dergelijke goede oogmerken bezield, eene bedevaart kiest naar eene plaats, waar de H. Maria voornamelijk geëerd wordt, dit verdient goedkeuring. Aan haar toch heeft Hij, die machtig is, groote dingen gedaan. Zijn Naam is heilig, en zijne barmhartigheid van geslachte tot geslacht.

Maar:

Wanneer bij de opgenoemde of andere prijsbare oogmerken zich eenig onedel inzicht voegt: wanneer bijv. nieuwsgierigheid zoowel tot de reize aanspoort als godsvrucht: dan zoude ik de bedoeling niet meer zoo gaaf heilig, en het werk niet zo uder voorbehouding verdienstelijk noemen;

Wanneer men van de bedevaart eenen lusttocht maakt, dan zoude ik ze voor schadelijk houden;

En wanneer iemand, die in zijne eigene gemeente aan zijne plichten te kort schiet, die door zijnen gewonen biechtvader van het ontvangen der Heilige Sacramenten geweerd wordt, wanneer zulk een den uitwendigen schijn van pelgrim aanneemt, om van priesters, bij welke hij niet bekend is en aan welke hij zich niet bekend maakt.

-ocr page 46-

14

de Sacramenten te rooven, dan zoude ik zeggen, dat hij een zeer onheilig, een zeer verfoeielijk oogmerk heeft; ik plaats hem bij degenen, die God in hunne raadslagen verstrooit.

Neen, wie gelijk Maria reizen wil, wie volgens haar voorbeeld en onder hare bescherming eene bedevaart wil doen, die mag zich geene onverschillige, veel min slechte oogmerken voorstellen; verheerlijking van God, en bevordering van'spelgrims zaligheid, moet zijne eenige beweegreden zijn.

III.

De reis en het verblijf.

Wij weten nu, waarheen Maria reisde en waarom zij daar heen reisde. Nu zullen de Pelgrims zekerlijk ook verlangen te weten, hoe zij zich op dén tocht gedroeg, en wat zij ie Jeruzalem deed.

Hoe zij zich op den tocht gedroeg, kan men reeds daaruit genoeg opmaken, dat zij reisde in het gezelschap van Jesus! Wat toch kan onder het geleide van Jesus gevonden worden, dat niet zedig, ordelijk, ingetogen, heilig is? . . . . O Pelgrims! gij ook moet in het gezelschap van Jesus

-ocr page 47-

15

reizen, gij moet iedere schrede zoo zetten, iederen oogslag zoo wenden, ieder woord zoo spreken, alsof Jesus aan uwe zijde ging. En al ziet gij Hem niet, Hij is echter bij u; want Hij heeft gezegd: waar er ttoee of drie in mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden.

Wilt gij meer in bijzonderheden het gedrag van Maria op hare bedevaart kennen, zien wij dan hetgeen de groote Ambrosius van de handelwijze, die zij immer in acht nam, gezegd heeft: „Van haar nioogt gij regels voor uw gedrag nemen, daar de onderwijzingen der deugd, in haar als in een voorbeeld uitgedrukt, u coonen, wat gij verbeteren, wat gij vluchten, wat gij behouden moet. Zij was van harte nederig, ernstig in hare woorden .... Zij was spaarzaam in het spreken, ijverig om te leeren ... Zij was gewoon niemand te beleedigen, voor bejaarderen op te staan, hare gelijken niet te benijden, de grootspraak te vluchten ... Wanneer toonde zij walging van minderen? Wanneer lachte zij voor den zwakke? Wanneer vermeed zij den arme?... Niets terugstootends was in hare oogen, niets onbedachts in hare woorden, niets onzedigs in hare handelingen. Hare gebaren waren niet geweldig, haar gang was niet wild, haar geluid niet

-ocr page 48-

16

schaterend: maar do houding zelve des te

lichaams was hot beeld harer ziel, do uiter- ter

lijke voorstelling van hare deugdquot;. En VC1

ik mag hier bijvoegon uit het Hooglied zu

van Salomon; Langs den weg heeft M.ü,namp; f;0(

eenen geur verspreid als kaneel en wel- gt(

riekende balsem; zij gaf eenen aangenamen za

geur van zich, als nitgelesene mirre. Den 0p

ganschen weg over verspreidde haar voor- iie beeld op allen, die omtrent haar waren,

eenen godsdienstigen indruk, gelijk wel- m riekende specerijen oenen aangenamen geur doen ontwaren. ..

En hoe gedroeg zij zich wel toen zij te i1( Jeruzalem was? Toen zij den tempel

bezocht? dien tompel in welken een grijs u

Profeet haar gezegd had: het zwaard van qi droefheid zal u door het harte gaan.'l).

O men kan het zich voorstellen, als men ^ Maria's godsvrucht een weinig kont. Daai,

in de heilige stad, vond zij hare rust; ^

daar was zij als een rozestruik te Jericho, e

als een schoone olijf op de velden, als een ],

plataan langs het ivater 2); daar zat zij . ^

in de schaduwen desgeenen naar wien zij ^

verlangd had3)! daar speelde zij voor c

hem in de heilige plaats, en het was haar \

vermaak in het midden van Gods dienaren ,

1) Luc. 11.

2) Eccli. XXIV. a) Hoogl. 11.

-ocr page 49-

17

te zijn 4V Eeods bij het ontdekken der tempeltiunen had zij uitgeroepen: Ik hen verheugd over hetgeen mij gezegd is: wij zullen in het huis des Heer en gaan o); en toen hare voeten in Jeruzalems voorhoven stonden, bad zij met vertrouwen: De Heer zal niet toelaten, dat de roede der zondaren op het lot der rechtvaardigen hlijve drukken 6).

Dit is het voorbeeld, dat de Pelgrims moeten navolgen.

En gij, die den jaarlijkschen tocht naar Kevelaar mede doet, ziet hoe gemakkelijk het u is, naar het voorbeeld van Maria te handelen, vooral van het oogenblik, waarop men zich tot den optocht vereeuigt, om in orde van processie voort te trekken.

Do banier der Christenen, het Kruis, wordt ontsluierd, en toont den verzamelden, wat weg zij te houden hebben; de vanen waarop de afbeeldingen der Moeder Gods en van de Beschermheiligen der verschillende gemeenten prijken, volgen de kruisbanier, en doen in de menigte het vooruitzicht ontstaan op het verwerven der gunsten die zij door Maria's voorspraak verlangen; op het voorbeeld der geleiders neemt men den rozekrans ter hand, en de

4) Spreuk. VUT. 5) Ph. 121. C) Ps. 124.

-ocr page 50-

18

talrijke verzameling verricht met luider stemme dat eenvoudige maar tevens verhevene gebed, namelijk; zij groet Maria, zij herhaalt hare groeten, en al die groeten zijn zoo vele rozen, die haar ter eere tot kransen gevlochten of langs den weg gestrooid worden; liederen, die de teederste godsvrucht en het kinderlijkste vertrouwen op de voorspraak van Maria ademen, worden door de talrijke schare gezongen en wisselen het gebed af; van tijd tot tijd trekt men eene kerk binnen, waar Hij die men aan 't kruis afgebeeld ziet, en dien men in zijne Moeder eeren wil, zelf gevonden wordt en terwijl men hem aanbidt, zegent Hij, in zijn Sacrament door de handen des Priesters opgeheven, de nederknielende pelgrims. Komt men in eene plaats, waar men voornemens is watlangerte bidden, dan stijgt een dienaar des Heeren den kansel op, en houdt eene tot vertrouwen en bekeering opwekkende leerrede: vervolgens begeeft hij zich, met eenige ambtgenooteu, in den biechtstoel, waar zij als uitdeelers van Gods geheimenissen, denboetvaardigen zondaar de ontbinding zijner overtredingen geven. In den morgenstond wordt het heilig Offer opgedragen en is het brood der Engelen bereid, om degenen die er naar hongeren te spijzen. Eindelijk nadert

-ocr page 51-

19

men liet heilig oord, waarheen de bedevaart zich richt. Nauwelijks heeft men de torenspitsen in 't verschiet ontdekt, of vreugde glinstert ophetgelaat derpelgrims. „Daar, zeggen zij dan, daar beidt ons onze teedere Moeder, die met al onze kwalen medelijden heeft, onze machtige Moeder, die voor ons bij haren goddelijken Zoon alles verkrijgen kanquot;. De plaats zelve binnen getrokken zijnde, kan men zijne godsvrucht vrijelijk voldoen. Voor het wonderbeeld van haar, op wier voorspraak de Hoer bier zoo menig wonder werkte, kan men zijne vurigste wenschen uitstorten, kan men den boezem ledigen van allo kwellingen, die hij besloten hield. Alles stemt nu het gemoed tot ijver. Ginds zijn het groepen van biddenden, die gemeenschappelijk hunne smeekingen opwaarts zenden en als met vereende krachten den hemel bestormen; hier zijn het zingenden, die Jesus en zijne Moeder in hunne liederen verheerlijken; daar ziet men afgezonderde personen, die in stille aandacht de heilige waarheden overwegen, of in zwijgende weemoed hunne zonden beschouwen en beweenen. Nu gaat men bidden in een kapel, dan gaat men Gods woord hooren in een ander bedehuis. Men trekt met brandende waskaarsen naar eene hoogte, op

-ocr page 52-

10

scliaterend: maar de houding zelve des 1 te liciiaams was het beeld harer ziel, de uiter- te

lijke voorstelling van hare deugdquot;. En vt

ik mag hier bijvoegen uit het Hooglied zl

van Salomon; Langs den tveg heeft Maria to

eenen geur verspreid als kaneel en wel- sj

riekendehalsem; zij gaf eenen aangenainen Zi

geur van zich, als uitgelezene mirre. Den 0

ganschen weg over verspreidde haar voor- fc

beeld op allen, die omtrent haar waren,

eenen godsdienstigen indruk, gelijk wel- lv

riekende specerijen eenen aangcnamen geur doen ontwaren. .. I

En hoe gedroeg zij zich wel toen zij te ],

Jeruzalem was? Toen zij den tempel j

bezocht? dien tempel in welken een grijs ^

Profeet haar gezegd had: het zwaard van (;

droefheid zal u door het harte gaan.'l).

O men kan het zich voorstellen, als men ,

Maria's godsvrucht een weinig kent. Daai, ,

in de heilige stad, vond zij hare rust; ,

daar was zij als een rozestruik te Jericho, (

als een schoone olijf op de velden, als een plataan langs het water 2); daar zat zij in de schaduwen desgeenen naar wien zij verlangd had 3)! daar speelde zij voor hem in de heilige plaats, en het was haar vermaak in het midden van Gods dienaren

1) Luc. 11.

2) Ecoli. XXIV. 3) Hoogl. JI.

-ocr page 53-

17

te zijni). Eeeds bij het ontdekken der tempeltinnen had zij uitgeroepen: Ik ben verheugd over hetgeen mij gezegd is: wij zullen in het huis des lieer en gaano); en toen hare voeten in Jenizalems voorhoven stonden, bad zij met vertrouwen: Ue Heer zal niet toelaten, dat de roede der zondaren op het lot der rechtvaardigen hlijve drukken 6).

Dit is het voorbeeld, dat de Pelgrims moeten navolgen.

Eu gij, die den jaarlijkschen tocht naar Kevelaar mede doet, ziet hoe gemakkelijk het u is, naar het voorbeeld van Maria te handelen, vooral van het oogeublik, waarop men zich tot den optocht vereenigt, om in orde van processie voort te trekken.

De banier der Christenen, het Kruis, wordt ontsluierd, en toont den verzamelden, wat weg zij te houden hebben; de vanen waarop de afbeeldingen der Moeder Gods en van de Beschermheiligen der verschillende gemeenten prijken, volgen de kruisbanier, en doen in de menigte het vooruitzicht ontstaan op het verwerven der gunsten die zij door Maria's voorspraak verlangen; op het voorbeeld der geleiders neemt men den rozekrans ter hand, en de

4) Spreuk. VIII. r.) Ps. 121. li) Ps. 124.

-ocr page 54-

18

talrijke verzameling verricht met luider stemme dat eenvoudige maar tevens verhevene gebed, namelijk; zij groet Maria, zij herhaalt hare groeten, en al die groeten zijn zoo vele rozen, die haar ter eere tot kransen gevlochten of langs den weg gestrooid worden; liederen, die de teederste godsvrucht en het kinderlijkste vertrouwen op de voorspraak van Maria ademen, worden door de talrijke schare gezongen en wisselen het gebed af; van tijd tot tijd trekt men eene kerk binnen, waar Hij die men aan 't kruis afgebeeld ziet, en dien men in zijne Moeder eeren wil, zelf gevonden wordt en terwijl men hem aanbidt, zegent Hij, in zijn Sacrament door de handen des Priesters opgeheven, de nederknielende pelgrims. Komt men in eeno plaats, waar men voornemens is wat langer te bidden, dan stijgt een dienaar des Heeren den kansel op, en houdt eene tot vertrouwen en bekeering opwekkende leerrede: vervolgens begeeft hij zich, met eenige ambtgenooten, in den biechtstoel, waar zij als uitdeelers van Gods geheimenissen, den boetvaardigen zondaar de ontbinding zijner overtredingen geven. In den morgenstond wordt het heilig Offer opgedragen en is het brood der Engelen bereid, om degenen die er naar hongeren te spijzen. Eindelijk naden

-ocr page 55-

19

men liet heilig oord, waarheen de bedevaart zich richt. Nauwelijks heeft men de torenspitsen in 't verschiet ontdekt, of vreugde glinstert op het gelaat der pelgrims. „Daar, zeggen zij dan, daar beidt ons onze teedere Moeder, die met al onze kwalen medelijden heeft, onze machtige Moeder, die voor ons bij haren goddelijken Zoon alles verkrijgen kanquot;. De plaats zelve binnen getrokken zijnde, kan men zijne godsvrucht vrijelijk voldoen. Voor het wonderbeeld van haar, op wier voorspraak de Heer hier zoo menig wonder werkte, kan men zijne vurigste wenschen uitstorten, kan men den boezem ledigen van alle kwellingen, die hij besloten hield. Alles stemt nu het gemoed tot ijver. Ginds zijn het groepen van biddenden, die gemeenschappelijk hunne smeekingen opwaarts zenden en als met vereende krachten den hemel bestormen; hier zijn het zingenden, die Jesus en zijne Moeder in hunne liederen verheerlijken; daar ziet men afgezonderde personen, die in stille aandacht de heilige waarheden overwegen, of in zwijgende weemoed hunne zonden beschouwen en beweenen. Nu gaat men bidden in een kapel, dan gaat men Gods woord hooren in een ander bedehuis. Men trekt met brandende waskaarsen naar eene hoogte, op

-ocr page 56-

welke, gelijk op den Calvarieberg, een kruis bo

geplaatst is, en van welke een Priester de;

tot de vergaderde menigte spreekt over fai het lijden des Heeren en dat zijner lieve | en

Moeder. Middelerwijl beijvert men zich, hï

om in de vierschaar der boetvaardigheid Hi

het geweten van de laatste smet te lij

reinigen, en oene algemeeno Communie der in

bedevaartgangers bevestigd in hen al de J(

goede voornemens die zij gemaakt hebben. re

Zoodanig is de loop der pel grim sreize. gi

O hoevele hulpmiddelen tot aandacht! Hoe di

vele opwekkingen tot godsvrucht! hoevele v(

aansporingen tot ijver! Gelukkig zij, die L1

naar het voorbeeld hunner H. Moeder, k

steeds in het gezelschap van Jesus reizen, ti

en tor heilige stede door Maria tot Jesus, Ij door Jesus tot den Vader gaan. Aan hen

doet God groote dingen, hen ontvangt en L koestert en kweekt die barmhartigheid die

blijft van geslachte tot geslacht. li

;

De terugreize. lt;

Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de geschiedenis der terugreis van Mana. Ook deze zal nog menige leering opleveren.

Nog vol van do heilige gedachten, die de tempel en de offers haar hadden inge-

-ocr page 57-

21

boezemd, verliet zij Jeruzalem. Maar toen des avonds de Pelgrims zich ieder bij zijne ; familie voegden, verscheen Jesus niet. Maria en haar Bruidegom Josef zochten Hem bij hunne verwanten en bekenden, maar konden Hem nergens vinden, wij zouden der ouderlijke zorg van Maria en Josef te kort doen, iudien wij de onwetendheid van hetgeen Jesus wedervaren was hun tot schuld rekenden. Beiden wisten dat Jesus een goddelijk kind was, beiden waren dus zeker, dat, wat Hij ook doen mochte, het altijd volgons de wetten der wijsheid zijn zoude. Uit hoogere inzichten nu had het goddelijk kind zich aan hun oog onttrokken, en hen, terwijl zij niet de minste vrees koesterden, laten wegreizen.

Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de les, die In deze gebeurtenis voor u gelegen is.

Maria, van de bedevaart huiswaarts keerende, verloor Jesus, doch zonder hare schuld; o Pelgrims! beijvert u om Hem niet te verliezen door uwe schuld. Eene doodzonde beroofd u van Hem; Pelgrims! vlucht, vlucht de doodzonde! Hoe treurig zoude het niet zijn, indien gij, na met het heiligste oogmerk, met de meeste godsvrucht uwe bedevaart gedaan te hebben, spoedig wederom van uwen verlosser verwijderd wierdt? Met welke oogen zoude

-ocr page 58-

22

die teedere Moeder, die zoovele gunsten voor u afbad, u dan aanzien? Welke smart, indien zij er nog vatbaar voor ware, zou uwe onstandvastigheid haar veroorzaken? En welke schade voor u zeiven!... Verloren waren dan die vruchten, welke gij met zooveel zweet en arbeid verzameld hebt; verloren de verdiensten, die gij verkregen hebt; verloren de genaden, waarmede gij verrijkt zijt. God beware iederen Pelgrim voor dit ongeluk! Doch zoo liet iemand overkomen mocht, dat hij niet wanhope.

Pelgrims! opent uwe ooren, verneemt de geschiedenis van Maria's terugreize.

_ Toen de H. Maria Jesns verloren had, ving zij aanstonds aan. Hem te zoeken.

Maria richtte hare schreden naar den tempel, en daar vond zij haren Jesus terug, gezeten onder de leeraren.

Pelgrims! zoo gij ooit Jesus verliest, begeeft U naar den tempel; daar is Hij nog in het midden zijner dienaren, welke Hij belast heeft u te helpen om Hem weder te vinden. Grijpt daar gelijk de schipbreukeling de plank, waarmede gij u redden kunt; zuivert uw geweten in het Sacrament van boetvaardigheid, en gij zult Jesus wedervinden; want Hij verbergt zijn aanschijn niet voor degenen, die Hem zoeken.

-ocr page 59-

23

Pelgrims! luistert nog.

Ook in een anderen zin dan die u nu verklaart is, kunt gij Jesus verliezen; of wel geheel zonder uwe schuld, wanneer Hij uit eigene beweging zich aan u onttrekt, gelijk Hij zich te Jerusalem aan het oog zijner Moeder onttrok; of min of meer met uwe schuld, wanneer gij aan de indrukken van het aardsche, aan de vorderingen der zinnelijkheid, aan het zelfbehagen der eigenliefde, weêr eenigen voet geeft in uw hart. Dan is er wel geen scheidsmuur opgetrokken tusschen u en Hem, gelijk dit door de doodzonde geschiedt; maar gij mist toch de liefelijke uitwerkselen zijner tegenwoordigheid; Hij antwoordt u niet, als gij in het gebed tot Hem spreekt, en de lust om tot Hem te spreken dooft in u uit; koude is in't hart, in het gemoed dorheid, verstrooiing en gedachteloosheid zijn in den geest. O hoe smartelijk is die toestand! Veel verschilt het wol, of uw Beminde uit eigen beweging zich verscholen houdt, ten einde hot verlangen in uwe liefde te prikkelen, dan of hij u voor kleine ongetrouwheden straffen wil; maar wie zal ooit durven zeggen: ik heb die verwijdering niet verdient? Ia ieder geval Pelgrims! moet gij, als Maria, den verlorene weder

3

-ocr page 60-

24

boeken. En hoe dan? door nederige erkenning uwe onwaardigheid, door vurig wenschen en smeeken, door geduldig verbeiden van het oogenblik, waarop Hij goed zal vindon u zijn zaligend aanschijn weêr te toonen. Wacht n wel van iets na te laten -waarvan gij weet dat het Hem behaagt; gaat naar den tempel en vraagt zijnen priesters, of zij u op zijn spoor kunnen helpen; wendt u tot zijne Moeder, opdat zij Hem voor u verbidde; bereidt uw hart in het vertrouwelijk vooruitzicht, dat Hij met al zijne liefelijkheid zal wederkomen; neemt deel aan den feestdisch van zijn Lichaam en Bloed; en toeft Hij dan nog, zoo bedenkt, dat ook Maria en Josef Hem lang al weenonde moesten zoeken, en dat zij daarenboven toen zij Hem tot hunne onuitsprekelijke vreugde gevonden hadden, niet eens met vleiende lieikozingen ontvangen werden. Maar ziet, na die verwijdering ging de Dierbare met h^n naar Nazareth, en bleef bij hen. Volhardt dan, Pelgrims! in uw zoeken, in uw smeeken, en weldra zal Hij zeggen: zie mij hier! quot;Dan zal uwe ziel den Heer verheffen, m uwe geest znl juichen in God uw heil. Dan zult gij zeggen: Ik héb Hem gevonden, den Beminde mijner ziel; ik heb Hem vastgegrepen, en ik zal hem niet meer loslaten.

-ocr page 61-

Besluit.

Zoo leerde u Maria bedevaart honden; en opdat gij daarin haar voorbeeld zondt volgen, o Pelgrims! zoo zij u nog dit herinnerd. Maria heivaarde al deze woorden in haar hart. Bewaart gij oollt; het nu gelezene in uw hart. dat is, onthoudt, overweegt, omhelst het, en dan moogt ge hopen, dat gij, onder hare voorspraak, het ook beoefenen zult.

En gij, die ooit op die wijze eene bedevaart gedaan hebt, verheugt u: want gij hebt eene zaak gedaan, die Gode welbe-hagelijk en u zelve voordeelig is; gij hebt het voorbeeld gevolgd uwer Moeder, die in bedevaart naar Jerusalem ging; gij hebt ook voorzeker door hare voorspraak gunsten verkregen, die u dierbaar zijn moeten. Hebt gij misschien niet juist datgene verkregen, wat gij wenschtet, zoo moogt ge u echter overtuigd houden, dat gij iets anders, 't geen u nog voor-deeliger is, verworven hebt; want gelijk God nooit te vergeefs gebeden wordt, zoo wordt ook Maria's voorspraak nooit te vergeefs ingeroepen.

Maar Pelgrims! nog een woord, en dat

-ocr page 62-

26

zich zelfs verder dan tot u uitstrekt. Gij moet Maria niet slechts op uwe bedevaart, maar altijd tot voorbeeld en tot hulp hebben. Ons leven hier op aarde is niet anders dan een pslgrimschap. Pelgrim beteekent vreemdeling, en de bedevaartganger wordt zoo genoemd, omdat hij in het oord, waar hij te bedevaart gaat, gewoonlijk een vreemdeling is. En wrij zijn hier op aarde ook vreemdelingen, die naar ons vaderland reizen. Helaas! wie gevoelt niet de ongemakken zijns vreem-delingschaps? Wie kan het zonder tranen ten einde brengen? En wie, 't geen de grootste van al de rampen is, wie ziet zich niet omringd van gevaren, in welke hij vreezen moet om te komen? gevaren, die zijne behoudene aankomst in het hemel-sche vaderland bedreigen; gevaren, die hij vaak niet ontwijken kan, omdat hij ze maar al te dikwijls in zijn eigen binnenste medevoert. Ach! ons hart ontvlamt zoo lichtelijk, en wee dengene, die de noodlottige vonken niet weet of niet zorgt af te leiden!... Ter gewenschte plaatse zullen wij echter aanlanden, als wij Maria steeds tot voorbeeld en tot helpster nemen, ,,Zij, zegt de H. Bernardus, zij wijke nooit van uwe lippen, nooit van uw hart, en om het genot van hare voorspraak te hebben.

-ocr page 63-

27

zoo verlaat nooit het voorbeeld van haren wandel. Haar volgende, verdwaalt gij niet,... haar voor oogen hebbend, mist gij niet,... hare gunst genietende, bereikt gij de plaats uwer bestemming.quot;

Christelijke Pelgrims, die dit leest! ik bid God door de voorspraak zijner lieve Moeder, dat Hij u' naar het vaderland geleide; en gij, als gij uwe godvruchtige gebeden tot de H. Moeder opzendt, gedenkt dan uwen armen medepelgrim, die deze regelen voor u geschreven heeft.1)

1

Men gelieve wijlen den Hoogw. schrijver, die in zijn leven liet gebed der vrome Pelgrims vroeg, nu bij zijn, helaas! te vroegtijdig verscheiden te gedenken.

-ocr page 64-
-ocr page 65-

GEBEDEN.

-ocr page 66-
-ocr page 67-

MORGENGEBED.

In de naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geeste.s. Amen.

v. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt.

k. En zij heeft ontvangen van denH. Geest.

IFees gegroet, enz.

v. Zie de dienstmaagd des Heeren. r. Mij geschiede naar uw woord.

Wees gegroet, enz.

v. En het Woord is Vleesch geworden. B. En het heeft onder ons gewoond.

Wees gegroet, enz.

v. Bidt voor ons H. Moeder Gods. e. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Stort, Heer, uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 68-

32

v. Zendt uwen Geest uit en zij zullen herboren worden.

e. En gij zult het aanschijn der aarde hernieuwen.

Laat ons bidden.

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting des H. Geestes hebt onderwezen, vergun ons in denzelfden Geest oprecht wijs te worden, en ons door zijne vertroosting gedurig te verblijden, door Jesus Christus onzen Heer. Amen.

Laten wij ons voor Gods majesteit allerdiepst verootmoedigen, en Hem de hulde onzer aanbidding lieden-

Allerheiligste en allerhoogwaardigste Drievuldigheid, één God in drie personen, wij gelooven en belijden, dat Gij hier waarachtig tegenwoordig zijt; wij aanbidden U met de allerdiepste gevoelens van ootmoedigheid, en geven U met al ons hart de eer, die men aan Uwe opperste majesteit verschuldigd is.

Laat ons God voor alle ontvange.ne weldaden bedanken, en icijden icij ons geheel aan zijn TL dienst toe.

Mijn God, wij bedanken ü zeer ootmoedig voor al de genaden, die gij ons tot heden

-ocr page 69-

33

toe, in uwe allergrootste barmhartigheid, verleend hebt, en wel bijzonderlijk, dat Gij ons alle middelen ter hand gesteld hebt, om U ijverig te kunnen dienen. Is het niet evenzoo wederom door eene uitwerking uwer goedheid, dat wij dezen dag aanschouwen ? Ook willen wij dien alleenlijk tot uw heiligen dienst besteden; wij dragen U al de gedachten, woorden en werken van dezen dag op; zegen ze, o Heer, opdat er geene moge wezen, die niet bezield zij door uwe liefde, en die niet strekke tot uwe meerdere eer.

Laat ons een vast voornemen maken, om de %onden te vluchten en de deugd te oefenen.

Aanbiddelijke Jesus, goddelijk voorbeeld der volmaaktheid, naar hetwelk wij moeten leven, wij gaan alles aanwenden oia ons gelijkvormig aan U te maken: ootmoedig, gehoorzaam, zuiver, geduldig, ijverig in het gebed en in het vervullen der plichten van onzen staat; verdraagzaam en liefderijk jegens elkander, en onderworpen aan Gods heiligen wil; en wij zullen ons bevlijtigen, niet meer in die zonden te hervallen, welke wij zoo dikwijls bedreven hebben, en die wij oprechtelijk begeeren te verbeteren.

-ocr page 70-

Laat ons God om den bijstand zijner (jenade smecken.

Mijn God, Gij kent onze zwakheid, wij vermogen niets zonder den bijstand uwer genade; weiger ons die toch niet, schenk ze, o mijn God, naar onze behoeften; geef ons krachten genoeg om te vluchten al het kwaad dat Gij ons verbiedt; te oefenen al het goed, dat gij van ons verwacht, en om geduldig te lijden alle tegenspoeden, die het ü zal believen ons over te zenden. Amen.

Onxe Vadev, Wees yegroet; Ik geloof in Ood. enz.

Hier maakt men een goed voornemen voor den dag, van die of die fout naarstig te vermijden,.... of die en die deugd bijzonder le beoefenen.

O Maria, onze Moeder, en naast God onze eenige hoop, wij werpen ons met het volkomenste betrouwen in den schoot uwer barmhartigheid. Zie, o minzame Maagd, met een meêdoogend oog op deze uwe pelgrimschaar, die zich aan uw dienst heeft toegewijd; beveel ons aan uwen aanbiddelijken Zoon, opdat er geen van ons verloren ga, maar dat wij allen door uwe voorspraak tot het geluk mogen komen van Hem met TJ, na dit aardsche

-ocr page 71-

35

pelgrimsleven, eeuwiglijk te beniirmen en te aanschouwen. Amen.

Engel des hemels, mijn liefdadige leidsman, verwerf mij zóó gehoorzaam te zijn aan uwe ingevingen, dat ik in niets afdwale van den weg der geboden van mijnen God.

Heilige Josef, groote vriend Gods, wees onze raadsman, onze hulp en voorspraak, opdat wij in gehoorzaamheid, eendracht, lietdeen oprechte godsvrucht ondere. kander verkeerende, door ü aan Jesus en Maria dagelijks meer en meer mogen behagen.

H. Willibrordus, Patroon van ons vaderland, bidt voor ons, dat wij in het ware geloof, hetwelk gij hier gepredikt hebt. mogen volharden, en de afgedwaalden er toe mogen wederkeeren.

Heilige Patronen en Patronessen onzer kerken, bidt voor ons, en bidt voor allen, die bijzonder in uwe bescherming aanbevolen zijn.

Groote Heiligen, wier namen wij de eer hebben te dragen, beschermt ons, bidt voor ons, opdat wij God, gelijk gij, mogen dienen op de aarde, en Hem met u eeuwig-lijk verheerlijken in den hemel. Amen. (Men leze hier de Lilanie van den Zoeten Naam J e s u s.)

-ocr page 72-

36

Laat ons uit geheel ons hart de oefeningen van Oeloof, Hoop en Liefde verwekken. Mijn Heer en mijn God, ik geloof vaste-lijk, dat Gij één God zijt in drie goddelijke Personen; dat de tweede Persoon voor ons menscli geworden en gestorven is, dat Gij de looner van liet goed en de straffer van het kwaad zijt. Dit en al wat Gij, o God, in de H. Schrift en door de overlevering geopenbaard hebt, en mij door de onfeilbare Heilige Kerk te gelooven voorstelt, neem ik vastelijk aan, omdat Gij de opperste waarheid zijt, die noch bedriegen kunt, noch bedrogen kunt worden. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.

Heer, vermeerder mijn geloof.

Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast betrouwen door de verdiensten van Jesus Christus het eeuwige leven, en de noodige middelen om er toe te komen; omdat Gij, die mijn liefste Vader zijt, oneindig goed en machtig, ons dit beloofd hebt, en Gij getrouw zijt in uwe beloften. In deze hoop wensch ik te leven en te sterven.

Heer, vermeerder mijne hoop.

Mijn Heer en mijn God, ik bemin TJ uit geheel mijn hart, en bovenal, omdat Gij oneindig volmaakt en de bron van

-ocr page 73-

alle goed zijt. Ik vergeef van harte aan allen die mij beleedigd hebben, en bemin mijne evennaasten gelijk mij zeiven uit liefde tot ü. In deze liefde 'vensch ik te loven en te sterven.

Heer, vermeerder mijne liefde.

Geloofd zij onzen Heer Jesus Christus.

Nu en in alle eeuwigheid. Amen. O Jesus, door uw wonden: Vergeeft ons onze zonden.

Heer, geeft aan de geloovige zielen de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verlichte haat. Amen.

REISGEBEDEN.

Antiph. Op den weg des vredes.

Lofzang van Zaeharias.

Gezegend zij de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zijn volk bezocht en er verlossing voor bewerkt;

En hij heeft eenen hoorn van heil ons opgericht in het huis van David, zijnen dienstknecht.

Gelijk Hij gesproken heeft door den mond zijner heilige aloude Profeten:

Redding van onze vijanden, en uit de hand van allen, die ons haten;

-ocr page 74-

38

Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen, en gedachtig- te wezen aan zijn heilig verbond;

Aan den eod, dien Hij zwoer aan Abraham, onzen vader, dat Hij ons zoude geven.

Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost, Hem zonder vreeze dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, al onze dagen.

En, Gij, Kind! een Profeet dos Aller-hoogsten zult Gij genoemd worden; want Gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijuc wegen te bereiden;

Om aan zijn volk kennis dos heils te geven ter vergiftenis hunner zonden.

Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, door welke Hij ons bezocht heeft, de Opgang uit den hoogo.

Om te verlichten degenen, die in duisternis gezeten zijn en in de schaduwe des doods; teneinde ónze voeten te richten op den weg des vredes.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest; gelijk hot was in den he-ginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Op den weg des vredes en des voor-spoeds geleide ons de almachtige en barmhartige Heer; de Engel Eaphaël vergezelle ons op den weg, opdat wij in gezondheid,

-ocr page 75-

39

vrede en vreugde ten onzent wederkeeren. Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onxc Vader, enz.

v. Maak uwe dienaars zalig;

a. Mijn God, die in U hopen.

v. Zend ons hulp uit uw heiligdom. a. En uit Sion bescherm ons.

v. Heer, wees ons een sterke toren. a. Tegen onze vijanden.

v. Laat de vijand niets tegen ons vermogen ;

A. En laat de zoon der boosheid ons geen nadeel toebrengen.

v. Gezegend zij de Heer ton allen tijde. a. De God onzes heils geve ons eene

voorspoedige reis.

v. Heer toon ons uwe wegen. a. Eu leer ons uwe paden kennen, v. Ach of onze wegen bestuurd wierden. a. Om te bewaren uwe gerechtigheid, v. De kromme wegen zullen recht worden, a. En de oneffen wegen zullen effen worden.

v. God heeft zijnen Engelen bevolen, a. Dat zij u bewaren zouden in al uwe wegen.

v. Heer, verhoor ons gebed.

a. En ons geroep kome tot u.

4

-ocr page 76-

40

Laat ons bidden.

God, die de kinderen Israels droogvoets door het midden der zee hebt doen gaan, en aan de drie Wijzen door eene ster den weg tot U hebt aangewezen: geef ons, smeeken wij u, eene voorspoedige reize, opdat wij onder het geleide van uwen H. Engel op do plaats, waarheen wij ons begeven, en eindelijk in de haven der eeuwige zaligheid gelukkig mogen aankomen.

God, die uwen dienaar Abraham uit het land des ongeloofs en der boosheid hebt teruggevoerd en hem op al de wegen zij ner vreemdelingschap ongedeerd bewaard hebt; wij bidden U, dat gij U gewaardigd, ons, uwe dienaren te behoeden. Wees voor ons. Heer, bij de reisvaardigheid eene bemoediging, op den weg eene vertroosting, in hitte eene beschaduwing, in regen en koude eene bedekking, in tegenspoed een steun, in glibberigheid een stf.f; opdat wij onder uw geleide voorspoedig aankomen op de plaats, waarheen wij ons begeven, en daarna behouden ten onzent wederkeeren.

Wij bidden XJ, Heer, verhoor onze smeekingen, en bestier den weg uwer dienaren in den voorspoed uws heils; opdat wij bij

-ocr page 77-

41

al de wisselingen van we;? en leven altoos door uwe hulp beschermd worden.

Geef ons. bidden wij, E.lmachtig'e God, dat uw gezin den weg des heils bewandele en de vermaningen van den voorlooper, den H. Johannes, volgende, rustig moge komen tot Dengenen wien hij verkondigd heeft, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

v. Laat ons in vrede voortgaan, A. In de naam des Heenn. Amen.

AVONDGEBED.

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovisren en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Amen.

Laat ons Ood voor al zijne weldaden hedanlten.

Hemelsche Vader, welken dank zullen wij u bewijzen voor al het goede, dat wij van U genoten hebben: Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed van uwen eenigen Zoon verlost, met zoovele

-ocr page 78-

38

Om barmhartigheid te doen aan onze vaderen, en gedachtig te wezen aan zijn heilig verbond;

Aan den eed, dien Hij zwoer aan Abraham, onzen vader, dat Hij ons zoude geven.

Dat wij, uit de hand onzer vijanden verlost. Hem zonder vreeze dienen.

In heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn, al onze dagen.

En, Gij, Kind! een Profeet dos Aller-hoogsten zult Gij genoemd worden; want Gij zult voor het aangezicht des Heeren voorafgaan, om zijne wegen te bereiden;

Om aan zijn volk kennis des heils te geven ter vergiffenis hunner zonden.

Door de grondelooze barmhartigheid van onzen God, door welke Hij ons bezocht heeft, de Opgang uit den hooge.

Om te verlichten degenen, die in duisternis gezeten zijn en in de schaduwe des doods; teneinde onze voeten te richten op den weg des vredes.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest; gelijk hot was in den beginne, en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Op den weg des vredes en des voor-spoeds geleide ons de almachtige en barmhartige Heer; de Engel Raphael vergezelle ons op den weg, opdat wij in gezondheid.

-ocr page 79-

39

vrede en vreugde ten onzent wederkeeren. Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onxe Vader, enz.

v. Maak uwe dienaars zalig;

a. Mijn God, die in U hopen.

v. Zend ons hulp uit uw heiligdom. a. En uit Sion bescherm ons.

v. Heer, wees ons een sterke toren. a. Tegen onze vijanden.

v. Laat de vijand niets tegen ons vermogen ;

a. En laat de zoon der boosheid ons geen nadoel toebrengen.

v. Gezegend zij de Heer ten allen tijde. A. De God onzes heils geve ons eene

voorspoedige reis.

v. Heer toon ons uwe wegen. a. En leer ons uwe paden kennen, v. Ach of onze wegen bestuurd wierden. a. Om te bewaren uwe gerechtigheid, v. He kromme wegen zullen recht worden, a. En de oneffen wegen zullen effen worden.

v. God heeft zijnen Engelen bevolen, A. Dat zij u bewaren zouden in al uwe wegen.

v. Heer, verhoor ons gebed.

A. En ons geroep kome tot U.

4

-ocr page 80-

40

Laat ons bidden.

God, die de kinderen Israels droogvoets door het midden der zee hebt doen gaan, en aan do drie Wijzen door eene ster den weg tot U hebt aangewezen: geef ons, smeeken wij n, eene voorspoedige reize, opdat wij onder het geleide van uwen H. Engel op do plaats, waarheen wij ons begeven, en eindelijk in de haven dei-eeuwige zaligheid gelukkig mogen aankomen.

God, die uwen dienaar Abraham uit het land des ongeloofs en der boosheid hebt teruggevoerd en hem op al de wegen zijner vreemdelingschap ongedeerd bewaard hebt; wij bidden U, dat gij IJ gewaardigd, ons, uwe dienaren te behoeden. Wees voor ons, Heer, bij de reisvaardigheid eene bemoediging, op den weg eene vertroosting, in hitte eene beschaduwing, in regen en koude eene bedekking, in tegenspoed een steun, in glibberigheid een staf; opdat wij onder uw geleide voorspoedig aankomen op de plaats, waarheen wij ons begeven, en daarna behouden ten onzent wederkeeren.

Wij bidden U, Heer, verhoor onze smeekingen, en bestier den weg uwer dienaren in den voorspoed uws heils; opdat wij bij

-ocr page 81-

41

al de wisselingen van weg en leven altoos door uwe hulp beschermd worden.

Geef ons, bidden wij. almachtige God, dat uw gezin don weg des heils bewandele en de vermaningen van den voorlooper, den H. Johannes, volgende, rustig moge komen tot Dengenen wien hij verkondigd heeft, onzen Heer Jesns Christus, uwen Zoon, die met U loeft on heerscht in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

v. Laat ons in vrede voortgaan, a. In de naam des Heeren. Amen.

AVONDGEBED.

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

Kom, H. Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Amen.

Laat ons Ood voor al xijne weldaden bedanken.

Hemelsche Vader, welken dank zullen wij u bewijzen voor al het goede, dat wij van U genoten hebben; Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed van uwen eenigen Zoon verlost, met zoovele

-ocr page 82-

42

onwaardeerbare genaden begunstisfd, en nog heden hebt Gij ons. Pelgrims, volgens ziel en lichaam, zoo milddadig gespijzigd. O Heer, geef dat wij aan zoovele weldaden met een dankbaar hart mogen boantwoor-den. U oprecht dienen en beminnen en nooit ophouden ü te loven. Amen.

Onxe Vader; Wees qegroet; ik geloof in Ood; de tien geboden Gods; de vijf geboden der II. Kerk, enz. Laat ons Ood om de kennis onzer zonden bidden.

Heilige Geest, oorsprong des lichts, doe ons nagaan, in de droefheid onzer harten, het kwaad dat wij heden gedaan, en het goed dat wij verzuimd hebben.

Laat ons ons geweten onderzoeken.

Laat ons ook nagaan, of wij getrouw zijn gebleven aan de goede voornemens, die wij dezen morgen gemaakt hebben...

Heb ik vandaag alle fouten xorgimldig vermeden?... die drift bestredenquot;!... die deugd bijzonder beoefend?... alles om en voor God, in vereeniging met Jesus en Maria, gedaan ?...

Plaatsen wij ons in die zielsgesteldheid waarin wij gaarne zouden bevonden worden, indien wij nog dezen nacht voor den rechterstoel van Ood moesten verschijnen...

Oefening van berouw.

Mijn Heer en mijn God, het is ons leed uit den grond van ons hart, dat wij

-ocr page 83-

43

tegen U gezondigd hebben, omdat Gij het hoogste goed en bovenal bemiEnelijk zijt en gij de zonden oneindig verfoeit. Wij bidden ü ootmoediglijk om ■vergiffenis, door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, en nemen ons vastelijk voor, met de hulp uwer genade, boetvaardigheid te doen, om U nooit meer te vergrammen. Amen.

Laat ons bidden voor de levende en overledene gelooviyen.

Stort, Heer, uwe zegening uit over onze ouders, weldoeners, vrienden en vijanden; bescherm al onze overheden, zoo geestelijke als wereldlijke. Help de armen, do gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden. Bekeer de zondaars en onze dwalende broeders, en verlicht de ongeloovigen.

God van goedheid en genade, heb ook medelijden met de zielen, die in hot vagevuur lijden, maak een einde aan hare pijnen en verleen aan allen de eeuwige rust. Amen.

Laten wij ons aan de II. Maagd en aan onze H.H. Engelen bevelen.

Wij stellen ons onder uwe bescherming, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden in onzen nood niet, maar verwerf ons van alle gevaren altijd bevrijd te zijn, o Maagd, vol heerlijkheid en zegen. Amen.

-ocr page 84-

44

Wij bidden U, o Heer, bezoek deze woning, en weer verre van liaar aile listen des vijands, dat uwe H.H. Engelen daarin wonen om ons in vrede te bewaren, en dat uw zegen altijd over ons blijve door Jesus Christus, onzen Heer, Amen. (Men leze hier de Litanie der H. Moeder Gods).

Bescherm ons, o Heer, terwijl wij waken, bewaar ons, terwijl wij slapen,opdat wij met Christus gewaakt hebbende, in vrede mogen rusten. Amen.

Geloofd zij onzen Heer Jesus Clristus. Nu en in alle eeuwigheid. Amen.

Jesus, Maria, Josef,

Ik geef U mijn lichaam en mijne ziel.

Jesus, Maria, Josef.

Sta mij bij in mijnen doodstrijd.

Jesus, Maria, Josef.

Laat mijne ziel met U in vrede rusten.Amen.

GEBEDEN BIJ DE H. MIS.

Voor de H. Mis.

God, hemelsche Vader, Gij, die mij naar uw beeld geschapen hebt; o God, de Zoon, Gij, die om mij te verlossen de menschelijke natuur hebt aangenomen, uw H. bloed voor mij vergoten en den bitteren dood

-ocr page 85-

45

sze ! geleden hebt; o God, H. Geest, Gij, die mij en : in den H. Doop geheiligd en tot het ware •in ; geloof geleid hebt; o Gij, allerheiligste en Drievuldigheid, geef mij uwe genade, dat

ior '■ ik dit H. Misoffer aandachtig bijwono en 'en het met den priester aan uwe goddelijke

s). majesteit ten offer brenge:

■n, 1- Tot roem en eer van uwen H. Naam,

iet om te belijden, dat Gij de eenige hoogste

eu God en Heer over ons menschen en alle

schepselen zijt, wien alléén dit offer toe-komt.

2. Tot gedachtenis, o Jesus, van uw bitter lijden en sterven, tot welk tinde Gij dit H. offer hebt ingesteld.

3. Tot dankzegging voor alle mij bewezen genaden en weldaden.

4. Tot voldoening voor al mijne zonden n. en misdaden.

5. Tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood.

6. Voor mijne geliefde ouders, bloedverwanten en vrienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en al mijne weldoeners, bepaaldelijk voor...

ar 7. Voor de zielen van alle in Christus

n, afgestorvenen, bepaaldelijk voor...

se Neem, o barmhartige God en Heer, dit

id ij offer genadig aan, laat dit mijn voornemen id U welgevallig zijn en verhoor mijn gebed,

-ocr page 86-

46

door onzen Heer Jesus Christus, uwen , Joa

Zoon, die met U leeft en heerscht in de P'-t

eenheid des H. Geestes, God van eeuwig- mij

heid tot eeuwigheid. Amen. ; mij

Bij de belij denis (confiteor). ,, J

der

O Jesus, hoe groot is uwe goedheid en {ch barmhartigheid jegens mij ! Het is U niet (dr genoeg geweest, voor mij mensch te worden, te lijden en te sterven; maar Gij hebt ook bij uw verscheiden uit deze wereld dit H. Offer ingesteld, waarin Gij ü zeiven aan uwen hemelschen Vader voor mij opdraagt. Hoe zal ik, o allorgoedertierenste vn Jesus, die liefde genoegzaam erkennen ' wi en zoeken te vergelden? Ach, in plaats aa van u te danken, houd ik niet op met ' da U dagelijks te vergrammen. Daarom hc beschuldig ik mij zeiven en spreek: Ik, | H arme zondaar, belijde voor God, den ; H Almachtige, voor de H. Maria altijd Maagd, D voor den H. Aartsengel Michaël, voor den | 01 H. Joannes den Dooper, voor de H. H. di Apostelen Petrus en Paulus, voor alle a; Heiligen en voor u, mijne Broeders, dat • o ik zeer gezondigd heb met gedachten, E woorden en werken, door mijne schuld, • P mijne schuld, mijne allergrootste schuld: - I daarom bid ik de H. Maria altijd Maagd, ^ den H. Aartsengel Michaël, den H.

-ocr page 87-

47

Joannes den Dooper, de H.H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, mijne Broeders, den Heer, onzen God, voor mij te willen bidden.

Bij het Kyrie eleison zegge men met den priester: Heer ontferm U onzer {driemaal). Christus, ontferm U onzer {driemaal). Heer,ontfenn U onzer {driemaal).

Bij het G-loria {wanneer het gebeden wordt.)

Gloria aan God in den Allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden wille. Wij loven ü; wij prijzen ü; wij aanbidden U; wij verheerlijken U; wij danken U om uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning, God Almachtige Vader. Heer Jesus Christus, Eengeboren Zoon. Heer God; Lam Gods, Zoon des Vaders. Dio wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de Hoili^e, Gij alleen de Hoer, Gij alleen de Allerhoogste; Jesus C... tus, met den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

-ocr page 88-

48

Bij de collecte, den epistel, ^

en het graduale. me^

Hoor, o hemelsclie Vader, naar het die gebed uwer H. Kerk, waarmee zij uwe quot; lev»

goddelijke majesteit in de Naam van onzen ten

Heer Jesus Christus ootmoedig toespreekt. hai

en uwe hulp en bijstand in allen nood ver

voor hare geliefde kinderen nederig inroept. eu

Wend uw vaderlijk aanschijn niet van ons dei

af, maar zie met genadigen blik op ons ^ neder, opdat wij van allen ramp bevrijd, U welbehagelijk leven, zalig sterven, en

uw rijk eu heerlijkheid verwerven mogen. Va

door Christus, onzen Heer. Amen. vai

Verwek hier uit geheel uiv hart de

oefeningen van Geloof, Hoop en Liefde Ee

{Zie bladz. 49.) all

Bij li et evangelie.

ac

Hart en ziel heffen zich, o Christus va

Jesus, in uw H. Evangelie, tot U op; o do

H. Geest, zend uw licht van omhoog, op- m

dat ik de blijde boodschap des hemelschen' gf

Vaders en zijn H woord doorU, o Jesus; ge

zijnen Eeniggoboren Zoon, verkondigd, dt

wel versta, en er de genade van erkennen H

moge. Ontsteek mijnen wil, o Gij eeuwig ti

vuur, opdat ik het nieuwe gebod der liefde bi met lust en begeerte ontvange en volbrenge. , d

-ocr page 89-

49

Voer ook miju hart tot de volmaaktheid der evangelische vermaningen, opdat ik met de kudde uwer uitverkoren schapen, die uwe herderlijke stem hoeren, in dit leven zoo vereenigcl worde, dat ik eenmaal, ten jongste dage, met hen aan uwe rechterhand .staande, de troostvolle woorden verneme; Komt, gezegenden mijns Vaders, en bezit het rijk, dat voor u bereid is van den beginne der wereld. Amen.

Bij de geloofsbelijdenis (credo).

Ik geloof in éënen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en van aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

En in éénen Heer Jesus Christus, Gods Eengeborou zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren, God van God, licht van licht, waarachtig God van waarachtig God; voortgebracht en niet gemaakt, van éene zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel. En is vleesch geworden door den Heiligen Geest, uit de Maagd Maria en is mensch (jeworden' Hij is ook gekruist voor ons, onder Pontius Pilatus, Hij heeft geleden en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens de schriften, verrezen; en Hij is opge-

-ocr page 90-

50

klommen ten hemel, zit aan do rechterhand des Vaders; en zal wederkomen in glorie om te oordeelen de levenden en de dooden; wiens rijk geen einde zal hebben.

Ik geloof in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt: die met den Vader en den Zoon tezamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft.

En ééne Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijde één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eeuw. Amen.

15ij de offerande (offertorium).

O God, hemelsche Vader, Gij die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Ver-bonds door Jesus Christus, uwen Eengeboren Zoon, hebt ingesteld, die zich daarin zelf door de handen uws priesters voor ons opdraagt; evenzeer breng ik mij zei ven hiermede ten offer aan uwe goddelijke majesteit. Neem deze onbloedige offerande genadig aan; ik wijde U daarbij mijn lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik ben en bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn met de bloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan kruishout

-ocr page 91-

51

and voor geheel het menschelijk geslacht U, orie o almachtige God, heeft opgedra^n. Mot len; Jesus en zijne eindelooze verdiensten begeer ik mij in al mijn doen en laten [eer eeuwig te verbinden; in Hem en in zijn en ' bitter lijden en sterven berust mijne hoop der ï en mijn vertrouwen; op Hem is mijn ede geloof gegrond en gevestigd; Hij is de ten bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid.

to- Ik breng U hiermede, o hemelsche Vader,

ter ook al mijn lijden en geluk, mijne ouders :ht en verwanten, mijne naasten en mijne en beminde vrienden op aarde, ootmoedig ten offer. Laat mij en al de mijnen U oen welgevallig offer zijn, en neem ons allen

Iop in uw rijk, waar wij ü en uwen Zoon, onzen Heer, tegelijk met den H. Geest, altijd en eeuwig zullen loven eu prijzen. Amen.op in uw rijk, waar wij ü en uwen Zoon, onzen Heer, tegelijk met den H. Geest, altijd en eeuwig zullen loven eu prijzen. Amen.

n

I Bii de praefatie.

ir

n Tot ü, o God verheffen wij onze harten

:e % en zeggen uw goddelijke majesteit dank.

In waarheid, het is waardig en recht-ij g vaardig, billijk en heilzaam, dat wij U t altijd en overal dankzeggen: heilige Heer,

;i almachtige Vader, eeuwige God, door

, Christus onzen Heer; door wien do engelen

t S uwe majesteit loven, de heerschappijen U

-ocr page 92-

52

aanbidden, de machten voor U beven, de hemelen en de krachten der hemelen, gelijk ook de gelukzalige serafijnen, U in eenparig gejuich verheerlijken. Vergun, bidden wij ü, dat ook onze lofzangen met deze worden toegelaten, terwijl wij smeeki'iid belijden en spreken: Heilig, heilig, heilig, is de Hoer, de God der legerscharen. Hemel en aarde zijn vol van uwe glorie. Hosanna in den hooge Gezegend Hij die komt in den naam des Hoeren. Hosanna in den hooge.

Bij het memento (de gedachtenis) der levenden.

Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten Naam bij deze heilige offerande tegenwoordig zijn. genadig neder; en opdat mijn gebed te krachtiger zij, zoo wil ik het vereenigen met de voorbede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, de Heilige Apostelen, Martelaars, Belijders, Maagden en van alle Heiligen. Laat, o hemelsche Vader, deze offerande, waarin uwe Eeneeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mijner ziel ten eeuwigen leven verstrekken. Ik bid TJ, o Heer, dat Gij uwen dienaa onzen Paus, onzen Bisschop, en alle

-ocr page 93-

53

i, de Bisschoppen, herders en zielzorgers ver-

elijk lichten en besturen wilt; opdat degenen,

tarig | die hun aanbevolen zijn, door hunne leer

Hen on hun voorbeeld met uwe uitverkorenen

deze ! mogen vereenigd worden.

eend ' Dat Gij de vorsten der aarde, de Christen

ilig, mogendheden en prinsen, die de eer van

ren. uwen goddelijken Naam tegen alle boos-

gt;rie. aardig vergrijp beschermen en bevorderen,

die in hunne macht gelieft te versterken, en

una in genade, vrede en eenheid, welke de

wereld niet geven kan, te bewaren.

• s Dat Gij mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners, en alle hier op aarde nog omwandelenden, voor

uij wie ik verschuldigd ben te bidden, tijdelijke

ien s en eeuwige welvaart wil verleenen. Geef

in- hun, o Heer, door uwe milde goedheid,

lat wat zij besreeren, wanneer het met uwe

vil eer niet strijdig en hun heilzaam is.

Ier Verder bid ik U, dat gij alle zondaren

ds tot ware boetvaardigheid brengen en allen,

's, die in zware bekoring zijn. met uwe krachtige

i- genade sterken en voor den val behoeden

ic wilt.

üi F Dat Gij alle in het geloof dwalenden,

t, inzonderheid in ons vaderland, dat Gij

i. Heidenen en Joden tot de kennis van het ware geloof wilt roepen en brengen. Ge-

^ I denk o hemelsche Vader, dat uw een-

-ocr page 94-

geboren Zoon Josus Christus ook voor deze allen don bitteren dood heeft geleden, en vooral om de zondaren in deze wereld gekomen is: leid ze allen tot de gemeenschap der geloovigon, opdat zij uwe vaderlijke genade en goedheid deelachtig worden,

en uw Naam te meer in eeuwigheid zij O geprezen. Door denzelfden onzen Heer onwr Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en bid i den H. Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Bij de opheffing van de H. Hostie.

Zijt gegroet, o Gij mijn Verlosser en Zaligmaker Jesus Christus, mijne hoop en toevlucht. Gij zijt het eeuwig Woord des Vaders, Gij mijn God en mijn al. O Jesus,

Gij die aan hot heilig kruishout U zeiven aan uwen hemelschen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan uw heilig lijden, aan uw waarachtig lichaam en 1)1 oed in dit H. Sakramont, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.

Bij de opheffing van de H. Kolk.

Zijt gegroet, o Gij waarachtig en levend bloed, dat uit de H. wonden mijns Hoeren Josus Christus gevloten en met zijn H. lichaam in dit H. Sakramont vereenigd zijt. O dierbare schat, o edele badstroom

-ocr page 95-

55

van het kostbaarste en zuiverste bloed,

wasch en reinig mij van al mijne zonden,

|genees en versterk mijne ziel ten eeuwige leven. Amen.

Gebed na de Consecratie.

O allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijde, vereere en aanbid ik U, hier tegenwoordig onder de gedaanten van brood en van wijn. Ik smeek ootmoedig, laat mij ten jongsten dage U onverhuld met een verheugd oog aanschouwen, bij het aantal uwer uitverkorenen medogeteld worden, en in de hoogste vreugde uwe liefelijke stem hooren: kom, gij gezegende! Ontferm U mijner, o Jesus, en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostelijk bloed voor mij niet te vergeefs vergoten wezen, maar laat liet mij, gelijk al uwen uitverkorenen tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken. Amen.

De gedachtenis der overledenen.

Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden, vooral de zielen van (onze biechtvaders, enz.). Laat do kracht en uitwerking dezer allerheiligste offerande en de voorbidding uwer H. Kerk hun te hulp komen;

r deze m, en rereld Tieen-ader-rden, id zij Heer U en van

-ocr page 96-

56

geef hun deel aan uwe eindelooze verdiensten, stort den milden zegen der genade van uw kostbaar bloed overvloedig op hen neder. Neem ze op uit de tijdelijke strafplaats in de eeuwige rust en zaligheid, opdat zij met alle Heiligen (en na mijn verscheiden ook ik met hen) in uw rijk U loven en prijzen mogen. Gij, die niet den Vader en den H. Geest leeft en regeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Bij het Pater Noster.

Hid hier het Onze Vader en zeg daarna:

Verlos ons, bidden wij ü, o Heer, van alle kwaad dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is; en verleen ons, door de voorbede van de zalige en roemwaardige altoos Maagd en Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen, opdat wij door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen tijde vrij mogen blijven van zonden en gerust zijn van alle kwellingen. Door denzelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U en den H. Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

De vrede des Heeren zij en blijve altijd met ons. Amen.'

-ocr page 97-

57

Bij het Agnus Dei. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons don vrede.

Voorbereiding tot de Geestelijke C o m m unie.

Zachtmoedigste en allerootmoedigste Jesus, daar Gij ons bij U roept met de woorden: Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt. Ik wil u verkwikken! zoo treed ik met een rouwmoedig hart, maar vol vertrouwen U nader, begeerig om zooveel mogelijk aan uw U. Lichaam en Bloed bij dit H. Offer en Sakrament deelachtig te worden, en deze engelenspijs geeste-lijkerwijze te kunnen genieten. Kom, o Jesus, kom binnen in mijn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. O Gij, Zoete vreugd mijns harten, o Gij leven mijner ziel, schenk mij de vergiffenis van al mijne zonden en gebreken; neem alles van mij weg, wat mij afkeerig van U maakt. O dierbare Jesus, leid mij tot U en regeer over mij, bereid U cene aangename woning in mijn binnenste, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik

-ocr page 98-

58

in U, die leeft en regeert met den Vader en den H. Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat ' onder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden. {Driemaal).

Denk hier, dat gij met den priester communiceert en zeg;

Het lichaam onzes Hoeren Jesus Christus • beware mijne ziel ten eeuwige leven. Amen.

Dankzegging na de Geestelijke Communie.

O Jesus, licht mijns harten, vreugde en blijdschap van mijne ziel, U zeg ik dank in eeuwigheid, U loof ik uit al mijn vermogen, dewijl, Gij mij, uw onwaardig schepsel, met uw H. Lichaam en Bloed geesteiijkerwijze hebt gespijzigd. O Gij, mijn Zaligmaker, mijn God en mijn al. neem door deze uwe onbegrensde liefde alles van mij weg wat U mishagen kan; vernieuw mijnen geest in mijn binnenste, en vervul mijne ziel met uwe genade; ontsteek mijnen wil met het vuur uwer liefde., en maak dien geheel en al gelijkvormig en ondergeschikt aan den uwe, opdat ik voortaan

-ocr page 99-

59

zeggen moge: ik leef, doch niet meer ik, maai- Christus leeft in mij.

Bij de laatste Collecte.

Hoe zal ik U, o beminde Jesus, voor de groote weldaad danken, dat Gij mij deelachtig hebt gemaakt aan dit allerheiligste Offer, waarbij ik de gedachtenis van uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb. O Jesus, alles wat in mij is, zal uwen H. Naam in eeuwigheid loven en prijzen. Ach, mocht ik steeds de kracht en werking van dit allerheiligste Sakra-ment ontwaren! Verleen mij genadiglijk, o Jesus, dat ik aan het einde mijns levens, met dit en do andere H. Sakramenten voorzien en gesterkt, in het. ware G-eloof, in de troostvolle Hoop en in de volmaakte Liefde deze wereld verlate, en U, mijnen Heer, te zamen met den Vader en den H. Geest, eeuwig loven, prijzen en dankzeggen moge. Amen.

Bij den Zegen (Benedictie).

Ons zegene de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.

Evangelie van den H. Joannes.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was

-ocr page 100-

60

God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn er door gemaakt; en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was liet leven, en liet leven was het licht der menschen; en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van hot licht te geven;opdat allen doorhem gelooven zouden.

Hij zelf was het licht niet; maar om getuigenis van liet licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk do mensch verlicht, die iu deze wereld komt. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigendom, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven, om kinderen Gods te worden; dengenen die in Zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede noch uit den wille des vleesches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne glorie gezien, eene glorie als des Eengeborenen van den Vader, vol cenade en waarheid.

-ocr page 101-

61

Na de H. Mis.

O homelsclie Vader, neem van mij aan dit ü verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bijwoning dezer H. Mis lieb toegebracht, en vergeef mij alle daarbij bedreven zonden, verstrooiing en nalatigheid. Ik beveel mij U aan, nu en ten allen tijde, terwijl ik mij in de liand uwer goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. Laat uw heilige wil steeds aan mij voltrokken worden, en moge ik eenmaal, na een zaligen dood, uw eeuwig rijk en eindelooze heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen door de verdiensten van uwen Eengeboren Zoon Jesus Christus, en door de voorspraak der zaligste maagd Maria, zijne allerliefste Moeder. Amen.

BIE C UT GEBEDEN.

Het is van hot grootste belang, zich goed voor te bereiden tot het heilig Sakrament der Biecht. Om eene goede biecht te spreken, moet men zich zooveel mogelijk eenigen tijd afzonderen, ten einde in den geost des geloofs ernstig na te denken wat men verrichten gaat.

-ocr page 102-

62

Na het onderzoek worde zooveel mogelijk het berouw opgewekt, door de gedachte aan Gods rechtvaardigheid, die de zonde streng moet straffen, en aan zijne barmhartigheid, die den oprecht-boetdoenden zondaar alle zonden wil vergeven, en men make een vast voornemen, de zonde niet meer te bedrijven. Dit gedeelte der Biecht is het noodzakelijkste, want zonder berouw worden de zonden niet vergeven.

Oefening van berouw.

O mijn Grod, ik beken, dat ik vele en groote zonden bedreven heb; maar al had ik slechts éene zonde bedreven, ik zou uwe oneindige volmaaktheid hebben be-leedigd! Ach! waarom ben ik niet diep bedroefd. Ik heb gezondigd tegen uwe oneindige goedheid, en heb een laag schepsel, een ijdel gewin, een oogenblik vermaak boven U den voorrang gegeven. O God der barmhartigheid, vergeef mij mijne zonden; zij zijn mij leed uit den grond van mijn hart; leed niet alleen omdat ik den hemel heb verloren en de hel verdiend, maar omdat ik U, die zoo goed, zoo beminnelijk zijt, heb beleedigd. O mijn God, heb medelijden met mij, uw arm kind. Verwerp mij niet van uw aanschijn, en zend mij niet van ü weg;

-ocr page 103-

63

ik haat, ik verfoei de zouden uit geheel mijn hart, en wil liever sterven dan ü ooit weder vergrammen.

Men leze hier Ps. 50 en 129 (den IVn en Vin der Zeven Boetpsalmen).

Gr e b e d van Dankzegging.

Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in mij is, zijn heiligen Naam.

Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet zijne weldaden nint.

Die al uwe schuld vergeeft, die al uwe krankheden geneest.

Die uw leven verlost van hot bederf, die u kroont met goedheid en barmhartigheid.

Barmhartig en genadig is de Heer, lankmoedig en groot is zijne goedertierenheid.

Hij doet ons niet volgens onze zonden, en Hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

Zoo ver het oosten verwijderd is van het Westen, zoo ver doet Hij de zonden van ons weg.

Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich de Heer over hen die Hem vreezen.

Looft den Heer, gij, zijne engelen, looft den Heer, gij, zijne dienaars, die wat Hem behaagt volvoert.

Looit den Heer, al zijne werken, op alle

-ocr page 104-

64

plaatsen zijner heerschappij; loof, mijne ziel, den Heer. Amen.

Gebed om de genade der volharding.

Welken dank ben ik U o mijn God niet verschuldigd. Niet alleen hebt Gij mij geschapen en verlost, maar nu wederom hebt Gij mij al mijne zonden vergeven, waardoor ik uwe goedheid zoo beleedigde. Ach, ik zal U niet meer vergrammen, maar ondersteun mijne zwakte, want de vijanden mijner zaligheid zullen mij opnieuw willen verleiden. Verleen mij, o God, de genade dor volharding. O A'ader der barmhartigheid, door de verdiensten van uwen god-delijken Zoon, verleen mij deze genade der genaden: dat ik niet meer van U gescheiden worde. Ik vraag U die gunst voor mij, en voor allen die het geluk hebben in uwe heilige liefde te leven. Het geloof verzekert mij, o God, dat ik, indien ik aanhoudend ü om deze gunst blijf vragen, het geluk zal hebben die te verkrijgen, omdat Gij beloofd hebt hen te verhoeren die U zullen aanroepen.

Ik bid U dan nog in don naam van Jesus, en om de voorspraak van Maria en Josef, geef mij do genade des gebeds. Geef mij, dat ik in alle gelegenheden van zondo mijne toevlucht tot ü neme.

-ocr page 105-

65

door de zoeto namen van Jesus, Maria, Josef, mot eerbied uit te spreken. Onder hunne bescherming hoop ik te leven en te sterven in uwe genade, en deelachtig te worden aan uwe heerlijkheid in alle eeuwen. Amen.

GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

De kardinaal Bona vraagt, waarom zooveel Christenen weinig voordeel doen met hun menigvuldig te Communie gaan, en voortdurend in dezelfde fouten hervallen; het licht niet aan de kracht dor spijze, antwoordt hij, maar aan de gesteldheid van dengene die ett. De weinig goede gesteldheid, de slechte voorbereiding doen ons de kracht der H. Communie missen.

Wenscht gij derhalve met veel vrucht hot H. Sakrament to ontvangen, onthecht u dan ten eerste aan al het aardsche, en ban uit uw hart al wat God niet is. Bereid u ten tweede reeds den dag te voren tot dat verheven werk, .en denk aan het groote geluk, dat u wacht.

Oefening van geloof.

Mijn Jesus, Gij zijt hier op het altaar tegenwoordig; mijne zinnen zien wel niets

-ocr page 106-

66

dan de gedaanten van brood en wijn, maar ik geloof niettemin dat Gij wezenlijk en waarachtig in het H. Sakramenttegenwoordig zijt. O Jesus, waarlijk God en waarlijk mensch; Jesus, Koning van heinel en aarde; Jesus, Zoon van den levenden God; Jesus, Zoon van de Maagd Maria; ik werp mij voor uwe voeten neder, en aanbid U uit den grond mijns harten. Gij zijt mijn Hoer en mijn God, en ik ben uw schepsel. Gij zijt mijn Verlosser, mijn Vader, mijn beste Vriend! en ik ben uw kind. Neem God, mijne hulde aan en vermeerder mijn geloof.

Oefening van vertrouwen.

Mijn Heer en mijn God, Gij zult mij komen bezoeken. Gij zult in mijn hart nederdalen. Ja, nog eenige oogenblikken, en Gij zult zoo waarachtig in mij zijn als Gij in den hemel zijt. Moet uw bezoek, o Jesus, mij vrees aanjagen? moet ik, als Gij nadert, moet ik bij uwe tegenwoordigheid beven?... Neen, neen, ik wil mij met betrouwen aan uwe liefde overgeven, ik wil mij in uwe armen werpen, gelijk een kind zich werpt in de armen zijner moeder. Goede Jesus, indien Gij in mijn hart komt, dan is het niet, om mij mijne vorige ondankbaarheid te verwijten, om mij te oor-

-ocr page 107-

67

deolen en te verdoemen; neen, Gij komt als een teedere vriend, om mij te troosten in mijn kommer, te helpen in mijne zwakheid, te. verrijken met uwe genade en om mij heilig te maken. Kom dan, o Jesus, kom; ik ben arm, ik ben krank, ik ben vol behoeften en ellenden, en toch zal ik op uwe barmhartigheid hopen; kom dan, o Jesus, en vermeerder mijn vertrouwen.

Oetening van liefde.

Goede Jesus, wanneer ik denk aan al de blijken uwer liefde, dan word ik rood van schaamte, omdat ik U zoo weinig bemin. Voor mij zijt Gij mensch geworden; voor mij zijt gij in een stal geboren! voor mij hebt Gij in armoede, in kommer en vermoeidheid, in ontberingen van allerlei aard geleefd; voor mij zijt Gij in droefheid en in doodelijken zieleangst in den hof van Olijven geweest; voor mij zijt Gij beschimpt, bespot, bespuwd, geslagen, ge-geeseld en met doornen gekroond; voor mij hebt Gij het zware kruis willen dragen, zijt Gij daaraan vastgenageld, en na drie smartelijke uren gestorven. Eindelijk, voor mij hebt Gij dit aanbiddelijk Sakrament ingesteld, om U geheel aan mij te schenken, om de steun, de troost, het voedsel mijner ziel te zijn, zoo dikwerf ik tot ü wil komen.

-ocr page 108-

68

G-oede Jesus, ik bemin U. Aanhoor de verzuchting mijns harten; ik bemin U meer dan mij zeiven; ik bemin U meer dan de geheele wereld; ja. ik bemin U, maar helaas, Gij weet dat ik U nog te weinig bemin; zuiver en ontsteek dan meer en meer mijne liefde.

Oefening van berouw.

Mijn God, mijn God, ik durf mijne oogen niet tot U opheffen, omdat ik tegen U gezondigd heb. Om do liefde van Jesus bid ik U, mijn God, vergeef mij al mijne doodzonden, dagelijksche zonden, al mijne ongeduldigheden, onoprechtheden, verstrooidheden; mijne onverstorvenheid en onmatigheid; al mijne verzuinienissen omtrent mijne plichten en uwe geboden.

Oneindige goedheid, het smart mij, dat ik U vergramd heb; ik haat ik verzaak de zonde uit geheel mijn hart; ik beloof, dat ik eer wil sterven dan met voorbedachtheid eene zonde te begaan. Ach, geef mij de genade U getrouw te blijven, en U uit geheel mijn hart te beminnen.

H. Maria, H. Josef, helpt mij, bidt voor mij, op het oogenblik dat ik Jesus in mijn hart zal ontvangen.

-ocr page 109-

69

Oefening van verlangen.

{Uit het XVII Hoofdstuk van het IV

boek der navolging van Christus.)

Met de meeste godsvrucht en vurige liefde, met al de genegenheid en den gloed mijns harten, wensch ik U, Heer, te ontvangen, zooals vele heilige en godvreezende personen bij de H. Communie naar U verlangd hebben, die U door de heiligheid van hun leven hoogst behagelijk en in de vurigste godsvrucht waren.

O Mijn Grod,eeuwige liefde, mijn eenig goed, nimmer eindigend geluk, ik begeer ü met het levendigste verlangen en met den diepsten eerbied te ontvangen, als ooit een Heilige gehad heeft of gevoelen konde.

En ofschoon ik onwaardig ben, al die gevoelens van godsvrucht te hebben, offer ik U daarmede geheel mijn hart. Niets wil ik mij voorbehouden, maar mij en al het mijne gewillig en gaarne opdragen.

Heer, mijn God, mijn Schepper; mijn Verlosser, met zulk een zoet gevoel, met zulk een eerbied, dankbaarheid, geloof, hoop en zuiverheid verlang ik U heden te ontvangen, zooals uwe lieve Moeder Maria ü ontvangen en verlangd heeft.

-ocr page 110-

70

Zie, arm en behoeftig sta ik voor ü, smee-kende om genade en uwe barmliartigbeid inroepende.

Ach, goede Jesus, toef niet langer; kom mijn Jesus, kom, o kom!

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

Uit den Lofzang der drie Jongelingen.

Laat ons het gezang der drie jongelingen zingen, dat zij zongen in den gloeiende oven, lovende den Heer.

Looft den Heer, al de werken E des Heeren;

Engelen des Heeren, looft den ^

Heer; g

Hemelen, looft den Heer; quot; lt;

Wateren, en al wat boven den g 3.

hemel is, looft den Heer; S,

Alle hcirkrachten des Heeren. 'S. boft den Heer;

Zon en maan, looft den Heer; • ~

Sterren des hemels, looft den Heer; g,

Eegen en dauw, looft den Heer; g-

Alle gij winden, looft den Heer; ^

-ocr page 111-

71

Vuur en hitte, looft den Heer;

Koude en hitte, looft den Heer;

Dauw en rijp, looft den Heer;

Vorst en koude, looft den Heer; Us en sneeuw, looft don Heer; Nachten en dagen, looft den Heer; Licht en duisternissen,looft den Heer; |-Bliksem en wolken, looft den Heer; (§. Aarde, looft den Heer; ®

Bergen en heuvels, looft den Heer; Alle gewassen des aardrijks, looft ® den Heer; s'

Waterbronnen, looft don Heer; S3 Zeeën en rivieren, looft den Heer; Zeedieren, en al wat in de wateren ~ zich beweegt, looft den Heer; o|

Alle vogelen des hemels, looft den ^ Heer; S-

Wilde en tamme dieren,looftden Heer; g-Kinderen der mensclien, looft den amp;

TX ^

Heer; g

O Israël, looft den Heer; a--

Priesters des Heeren, looft den Heer; Dienaars des Heeren, looft den Heer; p; Geesten, en zielen der rechtvaardigen, looft den Heer;

Heiligen en nederigen van harte, looft den Heer;

Ananias, Azarias, Misaël, looft den Heer;

6

-ocr page 112-

72

Laat ons loven den Vader en denZoon met den H. Geest.

Prijzen en verheffen wij hem tot in eeuwigheid.

Geloofd zijt Gij, Heer, in het uitspansel des hemels.

Geprezen en geloofd en hoog verheven in eeuwigheid. Amen.

Lofzang van Maria.

Mijne ziel maakt groot den Heer, en verheugt heeft zich mijn geest in God, mijn Zaligmaker.

Omdat hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd; want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen;

Omdat groote dingen aan mij heeft gedaan, Hij die machtig is, en heilig is zijn naam.

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslacht over degenen die Hem vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm; verstrooit heeft Hij de hoogmoedigen in de gedachte huns harten.

Machtigen heeft hij van den troon gestooten, geringen verheven.

Hongerigen heeft hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

Hij heeft Israël, zijnen dienstknecht, aangenomen, indachtig zijner barmhartigheid:

-ocr page 113-

73

Gelijk hij gesproken heeft tot onze. vaderen, aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

ïeedere verzuchtingen tot Jesus. Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij.

In Uwe heilige wonden verberg mij. En laat niet toe, dat ik van ü gescheiden worde.

{Dit verzucht men driemaal met eene vurige liefde.)

Voor den boozen vijand, bescherm mij. In het uur van mijnen dood, roep mij. Eu laat mij tot U komen;

Opdat ik U mot uwe Heiligen love, In de eeuwen der eeuwen. Amen.

Schietgebed.

Geloofd, aangebeden en gedankt zij, ten allen tijde, het allerheiligste Sakrament des Altaars. Amen.

-ocr page 114-

74

(Uit het IX Hoofdstuk van het IV Boek der Navolging van Christus).

Heer, al wat in den hemel en op aarde is, is het uwe.

Ik verlang mij zeiven als een vrijwillig offer aan U op te dragen, en voor altoos de Uwe te blij ven-

Heer, in de eenvoudigheid mijns harten, offer ik U heden mij zeiven op, om voor altijd U alleen te dienen,TJ te gehoorzamen en een offer te zijn van altoosdurende lof.

Neem mij aan met dit heilig offer van uw dierbaar Lichaam, hetwelk ik U heden opdraag' in het bijzijn der engelen, die onzichtbaar U omringen, opdat het mij en heel uw volk tot heil verstrekke.

Heer, ik leg op uw zoenaltaar neder alle zonden en overtredingen, die ik voor U en voor uwe heilige engelen heb begaan; van den dag af dat ik voor het eerst heb kunnen zondisren, tot op dit uur toe; opdat G-ij ze allen in het vuur uwer liefde moogt aansteken en verbranden, al de vlekken mijner zonden uitwisschen; mijn geweten van alle misdrijf zuiveren, er mij in uwe genade, die ik door mijne zonden verloor, moogt herstellen, door mij alles ten volle kwijt te schelden en mij tot den kus des vredes aan te nemen.

-ocr page 115-

75

Wat anders kan ik voor mijne zonden doen, dan ze nederig te belijden, te be-weenen en gestadig uwe ontferming in te roepen.

Ik bid U dan, verhoor mij genadig, waar ik hier voor U sta, o mijn G-od; al mijne zonden zijn mij ten hoogste leed, nooit wil ik ze weder bedrijven; ik beween ze en zal ze beweenen zoolang ik leef; ik ben bereid, boete te doen en voldoening te geven zooveel ik kan.

Vergeef mij, o G-od, vergeef mij mijne zonden; om uwen heiligen naam, red mijne ziel, die Gij mot uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht.

Zie ik beveel mij aan uwe barmhartigheid en geef mij over in uwe handen.

Handel met mij volgens uwe goedheid, en niet naar mijne zouden en ongerechtigheid.

Ook offer ik U op al het goede dat in mij is, hoewol het zeer weinig is en onvolmaakt, opdat Gij het moogt verbeteren en heiligen, het met welgevallen aannemen, U behagelijk maken, gedurig tot het meer volmaakte trekken, en mij, tragen en onnutten knecht, tot een gelukkig en lofwaardig einde brengen moogt.

Ik offer U ook op al de vrome wenschen der godvruchtige zielen; de belangen van

-ocr page 116-

76

mijne ouders, vrienden, broeders, zusters, van allen die mij dierbaar zijn; van degenen die mij of anderen uit liefde voor U hebben welgedaan, en die van mij gebeden verzocht hebben, hetzij zij nog in het leven of reeds overleden zijn, opdat zij allen ondervinden de hulp uwer genade, de kracht uwer vertroosting, behoeding voor gevaren, bevrijding van straf, opdat zij, aan alle kwaad ontrukt, U blijmoedig den grootsten dank toebrengen.

Ook draag ik U de gebeden en zoenoffers op, bijzonder voor hen die mij in eenig opzicht beleedigd, bedroefd, veracht, of mij eenig nadeel, of last hebben aangedaan.

M e m o r a r e.

Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria hoe het nooit is gehoord, dat iemand die tot u zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht of uwe voorspraak inriep, door u verlaten is. Bemoedigd door dit vertrouwen, vlucht ik, spoed ik tot u, o Maagd der maagden, Maria, Moeder van Jesus Christus, en sta ik, zondaar, zuchtend en bevend voor uw aangezicht. O Moeder van het eeuwig woord wil mijne bede niet versmaden, maar mij, ongelukkige, die ujt

-ocr page 117-

77

dit tranendal tot u roep, spoedig verliooren; sta mij bij, ik smeek liet u, in allen nood, nu en altijd en vooral in het uur van mijnen dood, o teedere, o beminnelijke, o liefdevolle Maagd Maria. Amen.

GEBEDEN OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VERDIENEN.

Voorbereidend Grebed.

Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sakrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige verdoemenis betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen moet voldoen, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus, de H. Maagd en de Heiligen. Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei op nieuw mijne zouden, en ik neem mij

-ocr page 118-

78

vast voor, met de hulp uwer genade daarin niet meer te vervallen.

Gebed tot G-od den Vader, voor de verheffing der H. Kerk.

Gedenk, o eeuwige Vader, uwe Kerk, welke Gij van den beginne hebt bezeten. Verheerlijk haar als de Bruid van Jesus Christus, uwen eenigen Zoon, die al Zijn Bloed voor haar heeft gestort. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren, en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar lijden en strijden steeds overwinne, en meer en moer haren god-delijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen, en met eene volmaakte liefde beminnen. Onze Vader; Wees gegroet ; Glorie zij den Vader, enz.

Gebed tot God den Vader, voor de uitroeiing der ketterijen.

O Jesus, waarachtig Licht, dat allen mensch verlicht die in deze wereld komt, ik smeek U, do duisternis en scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zicli haasten, om in den schoot der ware Kerk terug

-ocr page 119-

79

te keeren. O goede Herder, breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er slechts ééne kudde en één Herder zij. Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader, enz.

Gebed tot G-od den H, Greost, voor den vrede tusschen de Christen V orsten.

O Goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoo vele volken in de éénheid dos geloofs hebt vereenigd, stort de volheid Uwer genade uit over de vorsten en hunne dienaren. Vervul hunne harten met dien geest van liefde, welken Gij op deze aarde hebt gebracht. Geef, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren; dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk; maar integendeel al hunne krachten inspannen, om de volken, welke Gij hun hebt toebetrouwd, naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden. Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader, enz.

Gebed tot de H. ürieëenheid v oor de verbreiding van het geloof.

Heilige Drieeenheid, Vader, Zoon en H. Geest, gedenk, dat de zielen der

-ocr page 120-

80

ongeloovigen het werk uwer handen zijn, en Gij hen naar uw beeld hebt geschapen. Dat uw rechtmatige toorn bevredigd worde door de gebeden der heilige zielen en der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid; zend tot die barbaarsche volken echt Apostolische mannen, die al hunne pogingen aanwenden, om het geloof onder hen te verbreiden, en schenk hun eindelijk de genade van U te kennen, te aanbidden, te beminnen en te dienen. Onze Vader; Wees cjegroet; Glorie zij den Vader, enz.

Gebed voor onzen H. Vader den Paus.

O God, Herder en Bestuurder aller geloovigen, zie op Uwen dienaar N ... dien Gij tot Opperherder uwer Kork hebt gesteld, genadiglijk neder. Geef hem bidden wij U, dengenen over wie hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te zijn, dat hij, te zamen, met de hem toevei;-trouwde kudde, tot het eeuwige leven moge geraken. Door onzen Heer Jesus Christus. Amen. Onze Vader-, JVees gegroet; Glorie zij den Vader, enz.

Gebed met vollen aflaat.

Onze H. Vader Pius IX heeft den 31 Juli 1858 den aflaat bekrachtigd, reeds door

-ocr page 121-

81

de Pausen Clemens VIII en Benedictus XIV verleend, en later door Pius VII en Leo XII bevestigd.

Al wie namelijk met een rouwmoedig hart, na gebiecht en gecommuniceerd te hebbon, het onderstaande gebed godvruchtig voor eenig kruisbeeld leest, en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Zijne Heiligheid vromelijk bidt (waartoe men de gewone aflaatgebeden kan gebruiken), verdient een vollen aflaat, welke ook aan de zielen in het vagevuur kan toegevoegd worden.

G- eb e d.

Zie, o goede en allerzoetste Jesus! ik werp mij voor uw aangezicht op mijne knieën neder, en bid en smeek U met al den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken: terwijl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende wat reeds de profeet David van U, o goede Jesus! in den mond nam; Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord, en al mijne heenderen geleld. (Psalm XXI, 17, 18.)

-ocr page 122-

S2

EENICtE bijzondere gebeden.

Gebed om den Goddel ij ken Wil te mogen k e n n e n.

O God, die ons geleerd hebt, dat er rechtvaardigheid bestaat in het kennen en beminnen van uwen wil; vervul onze harten met de helderheid van uw goddelijk licht, opdat wij mogen kennen wat wij doen moeten en do krachten bezitten om overeenkomstig de rechtvaardigheid te handelen.

Gebed om de gave des Gebeds.

Almachtige God, ondersteun onze zwakheid, en daar wij van ons zeiven, en door ons zeiven niet in staat zijn om het goede te verrichten, zelfs niet van het te begeeren, smeeken wij U, verwek door uwen Heiligen Geest in onze harten de onuitsprekelijke verzuchtingen des gebeds, opdat wij van uwe goedheid verwerven den wil om het goede te doen, en de kracht om het te volbrengen.

Gebed om berouw en droefheid over de zonden.

Almachtige en oneindig goedertierene God die een stroom van levend water uit de steenrots hebt doen vlieten, om den dorst

-ocr page 123-

83

van uw volk te lessehen, doe ook uit onze versteende harten tranen van berouw vloeien, opdat wij onze zonden beweenen en van uwe barmhartigheid vergiffenis verwerven mogen.

Gebed om de genade tot het verrichten van goede werken.

Bestuur, als hot U behaagt. Heer, de genegenheden van ons hart door de werking uwer barmhartigheid en geef ons niet over aan onze eigene zinnelijkheid; maar geleid ons in de wegen uwer waarheid; opdat wij door het volbrengen uwer geboden, de giften ontvangen mogen, welke Gij belooft.

Gebed om de Genade der onthoudin g.

Gewaardig U, o God, uwe dienaren te verhooren, die hunne toevlucht tot uwe barmhartigheid nemen, en TI uit den grond huns harten hunne ootmoedige gebeden aanbieden: en verleen ons de onthouding, daar Gij ons leert, dat deze deugd een geschenk is, hetwelk wij niet bezitten kunnen zoo Gij het niet geeft.

Gebed tegen kwade gedachten.

O God, Gij weet, dat wij van ons zeiven niets vermogen; bewaar ons, bidden wij U,

-ocr page 124-

84

in- en uitwendig, opdat onze licliamen van alle kwalen mogen bevrijd, en onze zielen gereinigd zijn van alle gedachten, welke haar zouden kunnen bevlekken.

Gebed

voor vrienden en weldoeners.

O God, die, door de genade van den Heiligen Geest, de Christelijke liefde in de harten uwer geloovigen hebt uitgestort; verleen aan uwe dienaren, voor welke wij uwe goedheid afsmeeken, gezondheid des lichaams en der ziel; opdat zij U uit al hun vermogen beminnen, en alles verrichten wat U welgevallig is.

Gebed

voor beleedigers en vijanden.

Oneindig, Heilig Heer, almachtige Vader eeuwige God, verleen ons eene liefde, welke ons aanspoort, om uw voorbeeld navolgende, kwaad met goed te vergelden en ons niet over de straf maar over de bekeering onzer vijanden te verheugen.

Gebed

om de bekeering der zondaren.

God van barmhartigheid en goedheid, verhoor de gebeden en verzuchtingen, die wij voor ü uitstorten voor onze broeders

-ocr page 125-

85

die in gevaar zijn van verloren te gaan; opdat zij, hunne dwaasheid verlatende, van den dood verlost worden, en de overvloedigheid uwer genaden de menigte hunner zonden uitwissche. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE VOOR DEN ZONDAG.

Tot de H. Drievuldigheid. Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon Verlosser der wereld, God, heilige Geest,

Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, één God,

Onbegrijpelijke Majesteit, 0

Onveranderlijke Macht,

Oneindige Wijsheid, ^

■Grondelooze Goedheid, 3

Heer der heerschappijen, lt;=l

Eeuwige Wet, 2

Eeuwige Waarheid, g

God, Almachtige Koning, ^

Die alleen God, en één God zijt,

In wien wij leven, ons bewegen en zijn.

-ocr page 126-

86

Wiens majesteit de aarde vervult, Aan wien alleen men alle eer en glorie

scliuldig is,

Die ons troost in onze kwellingen, 2 Die alleen groote wonderen doet, gS Die zijt, die waart en die wezen zult, g Eechtvaardig en schrikkelijk in het ^ oordeel, 0

Heerlijk en wonderbaar in uwe werken, g Ongeboren Vader,

Eengeboren Zoon,

H. Geest van Beiden voortkomende, H. Drievuldigheid, één God.

AVees genadig, spaar ons Hoer,

Wees genadig, verhoor ons Heer, Van alle kwaad, verlos ons Heer, Van alle zouden,

Van alle ongeloovighcid. ^

Van het overtreden uwer geboden, £E Van het versmaden uwer gaven, f Van het verzuimen uwer heilige dienst, 0 Van den eeuwigen dood, S

Door uwe almacht, ^

Door uwe wijsheid, ®

Door uwe oneindige goedheid,

Door uwe groote barmhartigheid,

Door uw geduld en uwe lankmoedigheid.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons de genade wilt veiieeneu, om

-ocr page 127-

87

altijd en overal te belijden, dat Gij de ware God zijt, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U te eeren als één God in Drievuldigheid van Personen, en de H. Drievuldigheid in de éénheid der J; natuur te aanbidden, 2quot;.

Dat Gij ons de genade wilt verleenen S U uit geheel ons hart te beminnen. § Dat Gij het volk, hetwelk uwen heiligen ci naam toegeheiligd is, wilt bewaren en zalig maken. ^

Dat Gij aan de dwalenden genade wilt g verleenen, om tot den weg der recht- ~ vaardigheid terug te keeren, §

Dat Gij U gewaardigt aan de overledene quot;

geloovigen de eeuwige rust te geven, Dat Gij U gewaardigt ons te verhoeren, O H. Drievuldigheid, verlos ons. O H. Drievuldigheid, maak ons zalig. O H. Drievuldigheid, maak ons levend. Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Ome Vader; enz.

Laat ons loven den Vader, en den Zoon,

met den H. Geest.

Laat ons Hem loven en verheerlijken in alle eeuwen.

7

-ocr page 128-

88

Geloofd zijt Gij, Heer, in het uitspansel

des hemels.

En allo eer, glorie en lofwaardig in alle eeuwen.

Dat God ons zegene, ouze God, dat God

ons zegene.

Dat geheel de aarde Hem vreeze.

Heer, -verhoor mijn gebod,

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God, die uwe dienaars in de belijdenis van het ware geloof, de glorie der eeuwige Drievuldigheid deedt kennen, en in de macht der Majesteit de Eenheid aanbidden; wij bidden U, dat wij door de vastheid van hetzelfde geloof voor alle tegenspoeden mogen beveiligd worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

litanie voor db:n maandag.

Tot den Heiligen Geest.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

-ocr page 129-

89

God, hemelsdie Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, God, Heilige Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

H. Geest, die van den Vader en den

Zoon voortkomt.

Geest des Heeren, God van Israël, H. Geest, die de heerschappij over

het menschdom hebt,

H. Geest, die de geheele aarde vervult. Die allo krachten bezit.

Die alle goed werk en alles voorziet. Die de hemelen versiert,

Geest der waarheid, die alle waarheid 5;

leert, alle gaven uitdeelt, S

Geest van wijsheid en verstand,

Geest van raad, sterkte, wetenschap ^ en godvruchtigheid, g

Geest van de vreeze des Heeren en g

van voorzichtigheid.

H. Geest, door wiens ingeving de heilige mannen Gods gesproken hebben,

H. Geest, die de toekomende dingen

verkondigt,

H. Geest, gave en belofte des Vaders, H. Geest, Vertrooster die de wereld overtuigt,

H. Geest, door wien de duivelen uitgeworpen worden.

-ocr page 130-

90

H. Geest, uit wien wij herboren worden, H. Geest, door wien de liefde Gods in

onze harten uitgestort is,

Geest der aanneming tot kinderen Gods, Geest van genade en barmhartigheid, Geest, dio ons in onze krankheid te hulp komt, en aan onzen geest getuigd, dat wij kinderen Gods zijn, Goedgunstige Geest, die zoeter dan

honig zijt,

II. Geest, onderpand onzer erfenis, die

ons op den rechten weg leidt, Oppergeest, dielevend maakt en versterkt Geest van zaligheid, oordeel en blijdschap.

Geest van geloof, vrede en vurigheid. Geest van ootmoedigheid, liefde en

kuischheid,

Geest van goedertierenheid, goedheid

en lankmoedigheid,

Geest van zachtmoedigheid, waarheid,

eenheid en vertroosting.

Geest van vermorzeling des harten, van belofte, vernieuwing en heiligmaking,

Geest van leven, verduldigheid, onthouding en zedigheid.

Geest van alle genade.

Wees genadig, spaar ons, H. Geest. Wees genadig, verhoor ons, H. Geest.

-ocr page 131-

91

Van den geest der dwaling, verlos ons,

H. Geest.

Van den geest der onkuischheid, Va» den geest der godslastering, Van alle verhardheid in het kwaad en

van wanhoop,

Van alle vermetelheid en tegenspraak

van de bekende waarheid.

Van alle boosaardigheid en kwade gewoonte,

Van het benijden der broederlijke liefde, lt; Van onboetvaardigheid in ons uiterste, % Door uwe eeuwige voortkomst van den § Vader en den Zoon, quot;0

Door uwe onzichtbare zalving, g

Door de volheid der genade, waarmede ~ Gij de H. Maagd Maria begunstigd hebt, • Door die overvloeiende heiligheid, waar- p mede Gij de Moeder des Heeren in § de ontvangenis des Woords over- r*-stort hebt.

Door uwe heilige verschijning bij het

Doopsel van Christus,

Door uwe heilrijke komst over de

Apostelen,

Door de onuilsprekelijkegoedheid, waarmede Gij de H. Kerk bestuurt, de Opperhoofden vereenigt, de Martelaars versterkt, de Leeraars verlicht en de geestelijke Orden instelt,

-ocr page 132-

92

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij naar den geest mogen wandelen en de begeerte des vleesclies niet volbrengen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij U nooit bedroeven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij alle Kerkelijke Orden in den heiligen godsdienst en den waren geest wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij aan alle Christenen één hart en ééne ziel wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij ons de volharding, de vervulling aller deugden wilt verleenen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij U gewaardigt ons te verhoeren, wij bidden U, verhoor ons.

Geest Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, stort uwen Geest over ons uit.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, zend ons den beloofden Geest des Vaders.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, geel ons den goeden Geest.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

-ocr page 133-

93

Onze Vader; enz.

Sclifip in mij, o God, een zuiver hart, En vernieuw den rechten geest in mijn

binnenste.

Verwerp mij niet van Uw aanschijn. En neem Uwen H. Geest van mij niet weg. Geef mij weder de vreugde van uw heil; En versterk mij met een kloeken geest. De genade van den Heiligen Qeest, Verlichte onze zinnen en harten.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot ü.

Laat ons bidden.

O God, die de harten der geloovigeu door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons over zijne vertroosting altijd mogen verblijden, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

LITANIE VOOR DEN DINSDAG,

van den zoeten naam Jesus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons, ontferm U onzer.

Christus, verhoor ons, ontferm U onzer.

-ocr page 134-

94

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer, God Zoon, Verlosser der wereld.

God, H. Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, Zoon van den levenden God,

Jesus, glans des Vaders,

Jesus, klaarheid van het eeuwige licht, Jesus, Koning der glorie,

Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Allerbeminnelijkste Jesus,

Wondervolle Jesus,

Allermachtigste Jesus, g

Allergeduldigste Jesus, g,

Allergehoorzaamste Jesus, |

Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van

harte, ^

Jesus, minnaar der kuischheid, |

Jesus, onze liefde, g

Jesus, God des vredes,

Jesus, bron des levens,

Jesus, voorbeeld aller deugden,

Jesus, ijveraar der zielen,

Jesus, onze toevlucht,

Jesus, vader der armen,

Jesus, hoop der geloovigen,

Jesus, goede herder,

Jesus, waar licht der wereld,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven.

-ocr page 135-

95

Jesus, blijdschap der Eugeleu,

Jesus, koning der Patriarchen,

Jesus, ingever der Profeten,

Jesus, meester der Apostelen, 2

Jesus, leeraar der Evangelisten, £gt;

Jesus, sterkte der Martelaren, 3

Jesus, licht der Belijders, ö

Jesus, zuiverheid der Maagden,

Jesus, kroon van alle Heiligen, g

Wees ons genadig, spaar ons Jesus,

Wees ons genadig, verhoor ons Jesus, Van alle zonden, verlos ons Jesus, Van Uwe gramschap, verlos ons Jesus, Van de listendes duivels, verlos ons Jesus, Van don onreinen geest, verlos ons Jesus, Van het verzuim uwer goddelijke inspraken. Van den eeuwigen dood.

Door het geheim uwer H. Mensch-

wording,

Door uwe geboorte.

Door uwe kindsheid, ®

Door uw goddelijk loven, cT

Door uwen arbeid, 0

Door uwe benauwdheden en uw lijden, g Door uw kruis en uwe verlatenheid, ^ Door uwe smarten, m

Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe Verrijzenis,

Door uwe Hemelvaart,

Door uwe vreugde.

-ocr page 136-

96

Door uwe heerlijkheid, verlos ons Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer, Jesus.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

Gebed.

Heere Jesus, die gezegd hebt: vraagt eu gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal opengedaan worden; wij bidden U, stort do genegenheid van uwe goddelijke liefde in onze gemoederen, opdat wij U, uit geheel ons hart, met woorden en werken beminnen en nooit ophouden U te loven; die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE VOOR DEN WOENSDAG.

Ter eere van de H.H. Engelen. Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

-ocr page 137-

9r

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God, 11. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm üonzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

H. Michael, die altijd de beschermer

van Gods volk geweest zijt, H. Michael, die Lucifer en zijnen weder-spannigen aanhang uit den hemel verdreven hebt,

H. Michaël, die den betichter onzer o-broeders in den afgrond der helle ^ geworpen hebt, ~

H. Gabriël, die aan Daniël een goddelijk 2.

gezicht vertoond hebt, 2

H. Gabriël, die aan Zacharias de ge- ® boorte en bediening van zijnen zoon Joannes voorzegd hebt,

H. Gabriël, die van God tot Maria in Nazareth, om de Menschwording des Woords aan te kondigen, gezonden zijt, H. Eafaël, die den jongen Tobias op zijne

reize zoo getrouwelijk geleid hebt, H. Rafaël, die van Sara den duivel verdreven hebt,

-ocr page 138-

98

H. Eafaël, die aan den ouden Tobias

liet gezicht hebt wedergegeven, H. Engelen,

Die aan Gods hoogon en verhevenen

troon staat,

Die God gedurig: Heilig! Heilig! Heilig! toezingt,

Dio de duisternissen verdrijvende, ons

verstand verlicht,

Dio de goddelijke dingen aan de

menschen bekend maakt,

Die van God tot bewaarders der

menschen gesteld zijt,

Die altijd ziet het aanschijn des Vaders,

die in de hemelen is,

Die u verheugd over een zondaar, die

boetvaardigheid doet,

Die het volk van Sodoma met blindheid geslagen hebt.

Die Loth uit Sodoma uit het midden

der goddeloozen geleid hebt. Die langs de ladder van Jacob op- en

afgeklommen zijt.

Die op den berg Sinaï aan Mozes Gods

wet beschikt hebt.

Die aan de herders de geboorte van

Christus verkondigd hebt, Die Christus in de woestijn gediend hebt, Die Lazarus in den schoot van Abraham gedragen hebt.

-ocr page 139-

99

Die in witte kleederen aan liet graf van Christus gezeten hebt, bid voor ons.

Die aan de apostelen verschenen zijt,

toen Christus ten hemel opklom, Die Christus, als Hij zal komen om te oordeelen met den standaard des kruises zult voorgaan.

Die op het einde der eeuwen de uitverkorenen zult bijeenvergaderen. Die de boozen van de rechtvaardigen

zult scheiden.

Die aan God de gebeden van die Hem

bidden opdraagt, -r

Die de stervenden bijstaat, SJ

Die door Gods kracht wonderen werkt, lt; Die afgezonden wordt ten dienste der- ° genen, die de erfenis der zaligheid 0 zullen bekomen, f,

Die tot beschermers van keizer-, koninkrijken en landen gesteld zijt,

Die de legers der vijanden menigmaal

verstrooid hebt,

Die Gods dienaars menigmaal uit de kerkers en andere gevaren verlost hebt, Die de martelaars in hunne folteringen

menigmaal vertroost hebt.

Alle heilige Orden der zalige Geesten, Van alle gevaren, verlos ons. Heer, door uwe heilige Engelen,

-ocr page 140-

100

Van alle ketterijen en scheuringen, verlos ons, Heer, door uwe heilige Engelen,

Van pest, oorlog en hongersnood, verlos ons. Heer, door uwe heilige Engelen,

Van een haastigen en onvoorzienen dood, verlos ons, Heer, door uwe heilige Engelen,

Wij zondaars, wij bidden ü, verhoor ons.

Door uwe heilige Engelen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij ons wilt sparen, wij bidden U verhoor ons.

Dat Gij ons wilt genadig zijn, wij bidden U, verhoor ons.

Dat G-ij ons onze zonden wilt vergeven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij uwe heilige Kerk wilt besturen en bewaren, wij bidden U, verhoor ons,

Dat Gij aan de Christen koningenen vorsten vrede en eendracht wilt verleenen, wij bidden ü, verhoor ons.

Dat Gij de vruchten der aarde wilt geven en bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij aan alle overledene geloovigen do eeuwige rust wilt geven, wij bidden ü, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer.

-ocr page 141-

101

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Laat ons bidden.

O God, die door ecne onuitsprekelijke voorzienigheid uwe heilige Engelen tot onze bewaring gewaardigt te zenden, verleen ons op ons smeeken, dat wij door hunne hulp altijd beschermd worden, en hun gezelschap eeewiglijk mogen genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE VOOR DEN DONDERDAG.

Tot Jesus in het Allerheiligste S a k r a m o n t.

Hoer, ontferm TJ onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

-ocr page 142-

102

God, H. Geest, ontferm U onzer.

Heiligi* Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, dat uit den hemel gedaald zijt.

Eeuwig Woord Gods, menscli geworden

en onder ons wonende,

Verborgen God, schuilende onder zienlijke gedaanten.

Wonderbaar geheim van ons geloof.

Zeer hoogwaardig en levendmakend

Sakrament,

Voortreffelijk gedenkteeken der godde- 2 lijke liefde, S;

Geestelijke spijs onzer ziel, g

Krachtig voedsel, door hetwelk wij in

deugden opgroeien,

Allerkrachtigst hulpmiddel, waardoor 2 onze verlorene krachten en genaden S hernieuwd worden,

Sterk schild tegen alle bekoringen. Geestelijk hulpmiddel voor alle zonden

en krankheden,

Onuitspreekbare schat van genaden, H. Sakrament, door hetwelk de Geest van Jesus ons medegedeeld wordt. Lam zonder vlek.

Goede Herder, die uw leven voor uwe

schapen gegeven hebt,

Goedhartige Vader, die uwe kinderen spijst met uw heiligLichaamen Bloed;

-ocr page 143-

103

Opperpriester, die U zeiven dagelijkscli in de offerande der Mis opdraagt aan uwen hemelscheii Vader, ontferm ü onzer.

Goddelijke offerande, door welker opdracht wij dagelijksch belijden, dat wij U in alles willen onderdanig zijn, § Waardige offerande, waardoor wij God ^ voor al zijne weldaden bedanken, 3 Welbehaagelijke offerande, waardoor wij Gods genade verzoeken en over- 0' vloediglijk verkrijgen, g

Offerande van verzoening voor levenden S.

en dooden.

Allerheiligste gedachtenis van het lijden

des Hoeren,

Teerspijs en versterking dergenen die

in den Heer sterven.

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van de begeerlijkheid der oogen, verlos lt; ons. Heer. ^

Van de begeerlijkheid des vleesches, s Van de hoovaardij des levens, g

Van het onwaardig nuttigen van uw quot; Lichaam en Bloed, ^

Van alle ketterij, dwaling en onge- £2

loovigheid des harten,

Van alle oneerbiedigheid en misbruik van dit heilig Sakrament,

8

-ocr page 144-

104

Van alle krankheden en zonden, die de vruchten van dit heilig Sakrament verminderen en beletten, verlos ons S Heer. g-

Door de onschatbare liefde, waarmede w Gij dit heilig Sakrament hebt ingesteld, § Door de onuitsprekelijke liefde en goed- w heid, waarmede Gij ons tot het nut- S? tigen van uw heilig Lichaam en r? Bloed opwekt,

Door uw dierbaar Bloed, dat Gij ons

op het altaar hebt nagelaten, Wij zondaars, wij bidden U verhoor ons. Dat het U believe, het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonder- ^ baar Sakrament in ons te vermeer-deren eu te bewaren, cr

Dat het U believe, ons, door eene wars g; belijdenis onzer zonden, tot het dik- § wijls nuttigen dezer geestelijke spijs ^ te bereiden.

Dat het U believe, ons mildelijk dool- ^ achtig te maken aan al de geestelijke gquot; vruchten van dit heilig Sakrament, ° Dat wij door het nuttigen van uw heilig- 9 Lichaam en Bloed mogen blijven in ? U en Gij in ons,

Dat wij U mogen navolgen in ootmoedigheid, zachtmoedigheid en in alle andere deugden,

-ocr page 145-

105

Dat wij, alle boosheid en wereldsche geiiegenheden verlatende, altijd in matigheid, rechtvaardigheid en godsvrucht mogen leven, wij bidden U verhoor ons. Dat het U believe, ons in het uur des doods met deze hemelsche spijs te . versterken en te beschermen, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

O God, die ons onder dit wonderbaar Sakrament do gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten; wij bidden ü, geef dat wij do heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vrucht van uwe verlossing gedurig in ons mogen gevoelen, die met den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft en heerscht. God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 146-

106

LITANIE VOOR DEN VRIJDAG.

Op liet L ij den van onzen Heer Jesns Christus.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, die, nadat Gij den lofzang gezegd hebt, uitgegaan zijt naar den Olijfberg om te bidden,

Jesus, dio door de levendige voorstelling g van uw lijden benauwd, bedroefd en zeer beangst werdt, 3

Jesus, die tot het lijden bereidwaardig ^ ü aan den wil van uwen hemelschen 0 Vader onderworpen hebt, g

Jesus, die in uw gebed ter aarde ge-

vallen zijt,

Jesus, die in uwen doodstrijd water en bloed zweetende, door eenen Engel versterkt zijt,

Jesus, die aan den verrader Judas den kus niet geweigerd hebt.

-ocr page 147-

107

Jesus, die U zeiven vrijwillig in de handen der zondaars overgeleverd hebt, ontferm U onzer.

Jesus, die van uwe leerlingen verlaten werdt,

Jesus, die wreedelijk gebonden, tot

Annas en Caïphas gebracht zijt, Jesus, die van eenen dienaar een kaakslag ontvangen hebt,

Jesus, die door valsche getuigen beschuldigd zijt,

Jesus, die, getuigenis der waarheid gevende, als een godslasteraar ter dood verwezen zijt,

Jesus, die Petrus, toen hij ü verloochend had, wederom genadiglijk aangezien en bekeerd hebt,

Jesus, wiens aangezicht bespuwd en

met vuisten geslagen is,

Jesus, die gebonden voor Pilatus gebracht zijt,

Jesus, die tot koning Herodes gezonden en van hem en zijn volk bespot zijt, Jesus, die achter Barabbas gesteld zijt, Jesus, die wreedelijk gegeeseld zijt, Jesus, die met doornen gekroond zijt, Jesus, die uit spot met een purperen

mantel omhangen zijt,

Jesus, wien een riet tot schepter in de hand gegeven werd,

-ocr page 148-

108

Jesus, die met een groot geroep tot den kruisdood veroordeeld werdt, ontferm ü onzer.

Jesus, die van Pilatus, schoon liij uwe onschuld erkende, aan de Joden overgeleverd zijt, om gekruist te worden, Jesus, die, met uw kruis beladen, naaiden berg Calvarië gegaan zijt, Jesus, die door Simon van Cyrene in het dragen van uw kruis geholpen zijt, Jesus, die de vrouwen, als zij over U weenden, geboodt, dat zij over zich zei ven en hare kinderen zouden weenen, Jesus, wien men wijn, met gal gemengd,

heeft te drinken gegeven,

Jesus, die tasschen twee moordenaars

aan het kruis gehangen hebt,

Jesus, wiens kleedereu de soldaten

gedeeld hebben,

Jesus, die aan het kruis hangende, voor hen, die U lasterden en kruisten, uwen Vader gebeden hebt,

Jesus, die den boetvaardige!! zondaar in genade ontvangen en hem het Paradijs beloofd hebt,

Jesus, die uwe Moeder aan den heiligen

Joannes bevolen hebt,

Jesus, die aan liet kruis geroepen hebt: Mijn God! mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten?

-ocr page 149-

109

Jesus, die aan het kruis dorst hebbende, met edik gelaafd zijt, ontferm U onzer. Jesus, die al wat van U geschreven

was volbracht hebt,

Jesus, die stervende uwen geest in de

handen uws Vaders bevolen hebt, Jesus, die, uw hoofd buigende en met luider stemme roepende, den geest gegeven hebt,

Jesus, door wiens dood de honderdman en velen van het volk bekeerd zijn, Jesus, wiens zijde met eene lans doorstoken is,

Jesus, uit wiens zijde water en bloed

gevloeid is,

Jesus, die van het kruis afgenomen, in een zuiver kleed gewonden en in een nieuw graf gelegd zijt.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons Jesus. Van alle zonden,

Van een haastigen dood,

Door uwen doodstrijden uw bloedig zweet. Door uwe geledene kaakslagen en

geeseling,

Door uwe doornen kroon.

Door uw kruis en lijden,

Door uwen dorst, uwe tranen en uwe naaktheid,

-ocr page 150-

110

Door uwe allerlieiligste Vijf Wonden,

verlos ons Jesus.

Door uwen dood en uwe begrafenis,

verlos ons Jesus.

Wij, zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons de vruchten van uw lijden

wilt mededeelen.

Dat wij eene groote genegenheid mogen hebben, om uw lijden en uwen dood dikwijls met dankbaarheid te over- ^ denken, ^

Dat wij de dwaasheid van het kruis S hooger achten dan allo wetenschap £ der wereld, =

Dat wij, quot;eens gereinigd zijnde van de 51 doodelijke werken, U, o Zoon Gods, niet wederom kruisigen, en U dus ^ opnieuw ten spot en schande stellen, g Dat wij ons betrouwen altijd stellen ~ op uw lijden en kruis, waardoor wi; § de zaligheid, hot leven en de ver- ^ lossing bekomen hebben,

Dat wij aan de liefde, die ü voor ons toen wij zondaars waren, heeft doen sterven, met dankbaarheid mogen beantwoorden.

Dat wij het voorbeeld van uw lijden, dat Gij ons hebt nagelaten, altijd zóó voor oogen hebben, dat wij uwe voetstappen drukken.

-ocr page 151-

Ill

Dat wij dagelijks ons kruis opnemen

en ü navolgen,

Dat wij, naar uw voorbeeld, als wij gescholden worden, niet wederschelden, als wij lijden, niet dreigen, maar onze zaak overgeven aan U, die rechtvaardig oordeelt,

Dat de wereld aan ons gekruist zij,

en wij aan de wereld.

Dat wij het vleesch met zijne driften ^

en begeerlijkheden kruisigen,

Dat het verre van ons zij, in iets anders gquot;. te roemen, dan in het kruis van onzen è Heer Jesus Christus, §

Dat wij in al onze benauwdheden en cl in allen nood ons tot U keeren, en lt;■ in uwe heilige Wonden onzen troost ^ mogen vinden, g

Dat wij in uw Bloed van alle zonden ~ mogen gereinigd worden, i

Dat uw heilig lijden ons leere, hoe ■quot; zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij een zoo bitteren dood gestorven zijt.

Dat wij door de kracht van uw kruis den duivel, de wereld en het vleesch overwinnen,

Dat als uw lijden in ons overvloedig is, dan ook uwe vertroostingen in ons, door ü, overvloedig mogen zijn,

-ocr page 152-

112

Dat wij, dagelijks gedenkende, dat Gijjvoor ons gestorven zijt, in wederliefde ontstoken worden, om niet voor ons zeiven maar voor uwe dienst te leven, wij bidden ü, verhoor ons.

Dat Gij ons in hot uur van onzen dood, door uwen kruisdood wilt vertroosten, wij bidden U verhoor ons.

Dat gij ons door uw kruis in uwe glorie wilt brengen, wij bidden ü, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de.' zonden der

wereld, ontferm U onzer, Jesus.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm TJ onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze Vader-, enz.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en den dood des kruises doen lijden, opdat de meusch het voorbeeld

-ocr page 153-

113

van zijne ootmoedigheid zou navolgen; geef genadiglijk, dat wij leven naar de lessen zijner leidzaamheid, en deel verkrijgen in zijne Verrijzenis, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE VAN HET HEILIG HART VAN JESUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemel sche Vader, ontferm U onzer. G-od Zoon, Verlosser der wereld, God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God.

Hart van Jesus, den Zoon des eeuwigen 0 Vaders, S-

Hart van Jesus, in den schoot der 2 Moedermaagd door den Heiligen Geest ° gevormd,

Hart van Jesus, met het Woord Gods 2 wezenlijk vereenigd, g

Hart van Jesus, de oneindige Majesteit, ^ Hart van Jesus, heilige Tempel Gods, Hart van Jesus, Woontent des Aller-hoogsten,

-ocr page 154-

114

Hart van Jesus, Huis Gods en poort

des hemels, ontferm U onzer.

Hart van Jesns, oven brandend van liefde,

Hart van Jesus, schatkamer dor rechtvaardigheid en der liefde,

Hart van Jesus, vol goedheid en liefde, Hart van Jesus, diejjte aller deugden. Hart van Jesus, alle lofprijzing over-waardig,

Hart van Jesus, koning en middelpunt aller harten,

Hart van Jesus, waarin alle schatten zijn der wijsheid en der wetenschap, Hart van Jesus, waarin alle volheid

der Grodheid woont,

Hart van Jesus, waarin de Vader Zijn

welbehagen heeft gevonden,

Hart van Jesus, van welks volheid wij

allen hebben ontvangen,

Hart van Jesus, verlangen der eeuwige heuvelen.

Hart van Jesus, geduldig en rijk aan

barmhartigheid,

Hart van Jesus, mild jegens allen, die

ü aanroepen.

Hart van Jesus, bron des levens en

der heiligheid,

Hart van Jesus, verzoening voor onze zouden,

-ocr page 155-

115

Hart van Jesus, van smaadheden verzadigd, ontferm ü onzer.

Hart van Jesus, vermorzeld wegens

onze misdaden.

Hart van Jesus, tot den dood gehoorzaam geworden,

Hart van Jesus, met de lans doorstoken, 2 Hart van Jesus, bron aller vertroos-

tmg, g

Hart van Jesus, ons leven en onze ver-rijzenis.

Hart van Jesus, onze vrede en onze § verzoening, [3

Hart van Jesus, slachtoffer der zonden. Hart van Jesus, heil van wie op U hopen.

Hart van Jesus, hoop van wie in U sterven.

Hart van Jesus, zielsgeneugte aller Heiligen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, Spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, Verhoor ons. Heer,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld. Ontferm U onzer.

v. O Jesus, zachtmoedig en nederig van harte,

b. Maak ons hart volgens uw Hart.

-ocr page 156-

116

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, zie op het Hart van uwen zeer beminden Zoon en op de lofprijzingen en voldoeningen, die het U brengt in den naam der zondaren; en verleen dezen, nu zij uwe barmhartigheid afsmeeken, de vergiffenis. Gij, die verzoend zijt in den naam van denzelfden Jesus Christus. Uwen Zoon, die met IJ leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes. God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

{300 dagen aflaat.)

Akte van Toewijding aan het Allerh. Hart van Jesus.

Allerzoetste Jesus, Verlosser van hot menschelijk geslacht, zie neder op ons, die voor uw altaar in diepen ootmoed liggen neergeknield. De uwen zijn wij, de uwuii willen wij zijn; maar om des te vaster aan U verbonden te kunnen zijn, daarom wijdt ieder onzer zich heden vrijwillig aan iw Allerheiligst Hart toe. — ü hebben wel is waar vele menschen nooit gekend; II hebben velen, door verachting uwer geboden, verstooten. Ontferm U over beiden, o liefdevolle Jesus, en trek allen tot n Hi ilig Hart. Wees de Koning, o Heer, en niet enkel van de getrouwen, die nimmer van

-ocr page 157-

117

ü zijn afgeweken, maar ook van de verloren zonen, die U verlaten hebben; maak hen zóö, dat zij spoedig tot het vaderhuis terugkeeren, om niet van ellende en honger te vergaan. Wees de Koning van hen, die of door dwaalgeloof bedrogen, of door oneenigheid afgescheiden blijven, en roep hen tot do haven der waarheid en tot de eenheid des geloofs terug, opdat het spoedig worde één schaapstal en één herder. Wees de Koning eindelijk van al degenen, die in het oude heidensche bijgeloof ver-keeren, en weiger niet hen van do duisternis op te eischen voor het licht en het Koninkrijk Gods. Verleen, o Heer, aan uwe Kerk de veilige en ongeschonden vrijheid; verleen aan alle volkeren de rust der orde; maak, dat van beide aardpolen één stem weerklinke: Lof zij aan het Goddelijk Hart, door hetwelk ons het heil verworven is: aan Hem zij de heerlijkheid en de eer in eeuwigheid. Amen.

-ocr page 158-

118

LITANIE VOOR DEN ZATERDAG.

Ter eere der Allerheiligste Maagd Maria.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade,

Allerreinste Moeder, ^

Allerzuiverste Moeder, §

Ongeschondene Moeder,

Onbevlekte Moeder, §

Beminnelijke Moeder,

Wonderbare Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

-ocr page 159-

119

Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons.

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

Getrouwe Maagd,

Onze Lieve Vrouwe van goeden raad, Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat.

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht, gr

Geheimzinnige roos, ^

Toren van David, g

Ivoren toren, °

Gulden huis, 2

Ark des verbonds, p

Deur des hemels,

Morgenster,

Behoud der kranken,

Toevlucht der zondaars.

Troosteres der bedrukten.

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Aartsvaderen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaars,

Koningin dor Belijders,

9

-ocr page 160-

120

Koningin der Maagden, bid voor ons. Squot;. Koningin van alle Heiligen, ^

Koningin, zonder vlek ontvangen, o Koningin van-den allerh. rozenkrans, p Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze Vader-, enz.

Laat ons bidden.

Heer Jesus, die stervende al uwe leerlingen, in den persoon des H. Joannes, als zonen aan uwe beminnelijke Moeder hebt aanbevolen, wij bidden Ü, geef ons een kinderlijk hart, om haar, geheel ons leven lang, oprechtelijk te eeren, te beminnen en te dienen opdat wij door hare voorspraak eens tot het geluk mogen komen van U met haar eeuwiglijk te aanschouwen. Amen.

Laat ons bidden.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorie-

-ocr page 161-

121

rijke en gezegende Maagd, onze vrouw, onze Middelares, onze voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons H. Moeder Gods,

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Stort, Heer, uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden on kruis tot de glorie der Verrijzenis mogen komen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE DER ZEVEN DROEFHEDEN VAN MARIA.

Hoer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm II onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer.

-ocr page 162-

122

Diep bedroefde Moeder, bid voor ons. Die te Bethlehem in de herberg

geene plaats hebt gevonden,

Die in eenen stal uw verblijf hebt

moeten nemen,

Die uwen eerstgeboren Zoon in eene

kribbe hebt neergelegd.

Die de besnijdenis uws Zoons in uw

moederhart hebt gevoeld, Die gehoord hebt, dat uw Zoon tot een teeken gesteld was, hetwelk velen zouden tegenspreken.

Die van den grijzen Simeon vernomen hebt, dat uw hart met een zwaard zou doorgriefd worden,

Die met uwen Zoon behoeftig naar

Egypte zijt gevlucht,

Die den moord der Onnoozelen kinderen

hebt beweend,

Die uwen verloren Zoon drie dagen gezocht, en in den Tempel weergevonden hebt,

Die treurdet over don haat en nijd dei-

Joden tegen uwen Zoon,

Die, na het laatste Avondmaal, van uwen Zoon een droevig afscheid hebt genomen,

Die uwen Zoon door Judas verraden, en door de Joden gevangen genomen zaagt,

-ocr page 163-

123

Die vernomen hebt, dat uw Zoon als een misdadiger aan den Hoogepriester overgeleverd was, bid voor ons. Die gehoord hebt, dat uw Zoon valsche-

lijk was aangeklaagd.

Die uwen Zoon door de Joden hebt

hooren ter dood eischen,

Die het gezegend aangezicht uws Zoons met vreeselijke vuistslagen hebt zien schenden.

Die uwen Zoon door Joden en krijgsknechten wreedelijk zaagt mishandelen, Die Barabbas boven uwen Zoon zaagt kiezen,

Die uwen Zoon gegeeseld en met doornen

gekroond hebt aanschouwd,

Die het onrechtvaardigst vonnis tegen uwen Zoon hebt hooren uitspreken. Die uwen met het kruis beladen Zoon

te gemoet zijt gegaan.

Die de gezegende handen en voeten van uwen lieven Zoon met folterende nagelen hebt zien doorboren,

Die de laatste woorden uws Zoons van

't kruis hebt opgevangen.

Die uwen Zoon in den doodstrijd zijt

bijgebleven.

Die het lichaam van uwen Zoon in uwen moederlijken schoot ontvangen hebt. Die van het graf uws Zoons, diep

-ocr page 164-

124

bedroefd, naar huis zijt wedergekeerd, O spiegel aller bedroefden,

O bijstand der kranken,

O steun der kleinmoedigen, O toevlucht der zondaren,

O Koningin der martelaren.

Door het bitter lijden en den dood van uwen Zoon, bevrijd ons, Koningin der Martelaren.

Door de folteringen van uw hart. Door uwe overgroote droefenis en ziele-smart.

Door uw mateloos zielelijden,

Door uw zuchten en geween.

Door uwe moederlijke meewarigheid.

Door uwe vermogende bescherming.

Van overmatige droefheid.

Van kleinmoedigheid.

Van alle gelegenheid en gevaar van te

zondigen.

Van de listen des duivels. Van versteendheid des harten, Van onboetvaardigheid.

Van een onvoorzienen dood.

Van de eeuwige verdoemenis, Wij, zondaren, wij bidden u verhoor ons. Dat gij ons in het ware geloof, in eene vaste hoop en in eene brandende liefde, door uwe voorbede, wilt bewaren, wij bidden u, verhoor ons.

-ocr page 165-

125

Dat gij ons bij uwen Zoon eene volmaakte droefenis en een oprecht berouw over onze zonden wilt verwerven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij ons, die u aanroepen, steeds troost en hulp wilt verleenen, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij ons in het uur des doods wilt

bijstaan, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij ons een gelukkig levenseinde wilt verwerven, wij bidden U, verhoor ons. Moeder Gods, wij bidden u, verhoor ons. Lam Gods; dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

weield, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm u onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. In alle bekommernis, angst en nood. Kom gij ons te hulp, allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria.

Gebed.

Verleen ons genadig, o Heer Jesus Christus, dat de H. Maagd en Moeder

-ocr page 166-

126

G-ods Maria, bij uwe goddelijke Majesteit in het uur onzes doods eene vriendelijke voorspreekster mogen wezen; zij, wier allerheiligste ziel in het uur uws lijdens met het zwaard der droefheid is doorgriefd; doorü Jesus Christus, Verlosser der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en regeert, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

---

LITANIE VAN DEN H. JOSEF.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, g-

H. Maagd der Maagden, amp;

H. Josef, g

Bruidegom van Maria, S.

Voedstervader van Jesus, o

Man naar Gods hart, £

Getrouwe en wijze dienaar.

-ocr page 167-

127

Bewaarder der zuiverheid van Maria,

bid voor ons.

Medehulp van Maria,

Die om Maria met bijzondere genade

begunstigd zijt,

O gij zoo zuiver in maagdelijkheid, Gij zoo diep in ootmoedigheid,

Gij zoo vurig in liefde.

Gij zoo hoog in beschouwing. Die door den Heiligen Geest zeiven

rechtvaardig zijt verklaard.

Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest. Die door den Engel in het geheim der

Menschwording onderwezen zijt, Die met Maria, uwe bruid, welke bevrucht was, naar Bethlehem gereisd zijt. Die, in de herberg geene plaats vindende, in een stal zijt gaan vernachten.

Die waardig geacht zijt, bij Christus te wezen, toen Hij bij zijne geboorte in eene krib gelegd werd,

Die, toen Christus besneden werd, zijnen

naam Jesus genoemd hebt.

Die met Maria het Kind Jesus in den

tempel hebt opgedragen.

Die, op het woord van den Engel, met Jesus en Maria naar Egypte gevlucht zijt,

-ocr page 168-

128

Die na Herodes dood, met het Kind en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,

Die, toen het Kind Jesus te Jerusalem gebleven was. Het vol droefheid met Maria zijne Moeder, gezocht hebt, Die Hem, zittende in het midden der leeraren, na drie dagen met blijdschap gevonden hebt.

Aan wien de Heer der heeren op aarde

is onderdanig geweest.

Wiens lof in het Evangelie vermeld wordt. Man van Maria, uit welke Jesus geboren is.

Patroon der H. Kerk,

Onze voorspreker, hoor ons, H. Josef. Onze beschermer, verhoor ons, H. Josef, In onzen nood, help ons, 11. Josef, In al onze benauwdheden,

In het uur van onzen dood.

Door uw allerheiligste trouw,

Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, Door al uw arbeid en zwoegen.

Door al uwe deugden.

Door al uwe verdiensten,

Wij, die u als beschermer aanroepen,

wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij Jesus wilt bidden, om vergiffenis onzer zonden te verkrijgen, wij bidden u, verhoor ons.

-ocr page 169-

129

Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij voor alle maagden en onge-huwden de gaaf van zuiverheid gelieft te verwerven, ^

Dat gij voor de gehuwden eene onbe- t=: vlekte getrouwheid en heilige een- 2quot;. dracht wilt verkrijgen, ê

Dat gij voor alle vergaderingen eene » volmaakte liefde en overeenstemming p wilt verwerven, lt;

Dat gij de vaders der huisgezinnen in het Christelijk opvoeden hunner g kinderen wilt behulpzaam zijn,

Dat gij alle vergaderingen, die u bij- g zonderlijk zijn toegedaan, wilt be- ' gunstigen,

Dat gij allen die op uwe hulp betrouwen,

altijd en overal, wilt beschermen. Dat gij alle geloovigen en de gansche H. Kerk door uwe voorbede wilt helpen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, spaar ons Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Jesus Christus, hoor ons.

-ocr page 170-

130

Jesus Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader; enz.

Bid voor ons, H. Josef.

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden. Wij bidden U, Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, wat wij door ons zelve niet kunnen verkrijgen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

BIJZONDERE GEBEDEN TOT DEN H. JOSEF.

Vóór de verkiezing van een staat.

O glorierijke en Heilige Josef, Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder Gods, voedstervader van den Heer der heerlijkheid, ik bid U ootmoediglijk, dat

-ocr page 171-

131

gij door uwe voorspraak de verlichting mijus verstands wilt verwerven, opdat ik eenen staat moge kiezen, waarin ik mijne roeping opvolge. mijnen God en Zaligmaker verheerlijke, mijnen even-mensch stichteen mijne zaligheid bevordere. Verwerf mij de genade van dit aardsche leven zoo heilig door te brengen, dat ik verdienen moge, in uw gezelschap God eeuwiglijk te verheerlijken. Amen.

Gebed na het verkiezen van den ongehuwden staat.

Maagdelijke echtgenoot der maagdelijke Moeder van het Lam Gods, met ootmoedig vertrouwen op den bijstand van Hem die gezegd heeft; „mijne genade is u tot alles genoegquot;, heb ik mij voorgenomen, de roeping, die ik tot den maagdelijken staat gevoelde, op te volgen; ondersteun mij bestendig door uwe gebeden, gij, die de bijzondere voorspraak der maagden zijt. Verwerf mij de genade, dien heiligen staat zuiver en heilig te beleven; opdat ik aan mijne gelofte (of aan mijn voornemen) tot aan mijnen dood toe getrouw blijve, en, na dit aardsche leven in onbesmette zuiverheid te hebben doorgebracht, in de eeuwige heerlijkheid het Lam moge volgen, waar Het ook ga. Amen.

-ocr page 172-

!-

132

Gebed eens huisvaders aan den H. Josef.

Heilig Hoofd van het allerheiligste Huisgezin, ik bid u ootmoedig, dat gij mij door uwe voorspraak de uoodige wijsheid en voorzichtigheid wilt verwerven om mijn huisgezin Christelijk te besturen, door arbeidzaamheid, godsvrucht en getrouwheid in al mijne plichten, een voorbeeld te wezen voor allen die aan mijn bestuur zijn toevertrouwd; opdat ik God, in al de betrekkingen, waarin zijne voorzienigheid mij op aarde geplaatst heeft, getrouwelijk dienen en in het gelukzalig leven eeuwig in uw gezelschap verheerlijken moge. Amen.

LITANIE VAN DEN H. ANTONIUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm II onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.

-ocr page 173-

133

H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden, H. Antonius van Padua,

Sieraad der Minderbroeders,

Lelie van kuischheid.

Parel der armoede.

Toonbeeld van gehoorzaamheid. Spiegel van onthouding,

Geurig vat van zuiverheid, Schitterende ster van heiligheid, Sieraad van zeden,

Luister van het Paradijs,

Arke van het testament.

Vertolker der goddelijke Boeken, Leeraar der waarheid.

Verkondiger der genade,

Uitroeier van ondeugden.

Planter van deugden,

Geesel der ketters,

Schrik der ongeloovigen,

Trooster der bedroefden, Doorgronder der gewetens, Martelaar van begeerte,

Vrees der duivelen,

Siddering der hel.

Bestendige Wonderdoener, Hergever van verloren zaken.

Wees genadig, Spaar ons. Heer. Wees genadig. Verhoor ons, Heer.

-ocr page 174-

134

Van alle kwaad, Verlos ons, Heer. Van alle zonde,

Van de hinderlagen des duivels. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood, ^

Door de verdiensten van den H. Anto- S, nius, °

Door zijne brandende liefde, 0

Door zijn geest van profetie, g

Door zijne vurige prediking, quot;

Door zijne begeerte om als martelaar m te sterven, ~

Door zijne allervolmaakste onderhouding der geloften van gehoorzaamheid, armoede en kuischheid.

Op den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Dat G-ij U gewaardigt ons tot eene J;

ware boetvaardigheid te geleiden, ^ Dat G-ij ü gewaardigt het vuur der S: goddelijke liefde in ons te ontsteken, g Dat Gij ons wilt verleenen de voor- ^ spraak en bescherming van den H. quot; Antonius te mogen genieten, S

Dat Gij ons door de verdiensten van g* den H. Antonius waarachtig berouw S, over onze zonden en den geest van o heilige overweging wilt schenken, S Dat Gij ons op de voorspraak van den H. Antonius de genade wilt verleenen

-ocr page 175-

135

om den duivel, de wereld en het vleesch te verzaken, wij bidden u, verhoor ons. Dat Gij ü gewaardigt dengenen, die zich aan de voorbede van den H. Antonius aanbevelen, in allen nood bij te staan, wij bidden u, verhoor ons.

Dat Gij ü gewaardigt ons te verhooren. Zoon Gods, wij bidden u verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, Spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader; enz.

v. Bid voor ons, H. Antonius; e. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden. Zachtmoedigste God, die uwen H. Belijder Antonius voortdurend met den glans der wonderen omstraalt, verleen ons genadiglijk, dat wij door zijne bemiddeling mogen erlangen, hetgeen wij door zijne verdiensten met vertrouwen vragen. Die

10

-ocr page 176-

136

leeft en heersclit in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed tot den H. Antonius.

O H. Antonius, reine en allerliefelijkste Lelie der maagdelijke zuiverheid, kostbare Parel der armoede, Spiegel van onthouding. Toonbeeld van reinheid, schitterende Ster van heiligheid, Sieraad van het Paradijs, Zuil der H. Kerk, Verkondiger der genade. Uitroeier van ondeugden. Zaaier van deugden, Troost der bedroefden, allervurigste Vlam der liefde tot God en den evenmensch, blinkende Ster van Spanje, nieuw Licht van Italië, schitterend Hemellicht van Padua, ijverzuchtige Navolger van uwen serafijnschen Vader' Pranciscus, Minnaar van vrede en eendracht, Versmader der wereldsche ij delheid. Licht van het heilig, katholiek Geloof, roemrijke Martelaar van begeerte. Verwinnaar der ketters, grootte Wonderdoener, allerveiligste Toevlucht voor allen, die tot ü vluchten; Gij, o H. Antonius, Gij hebt den Zoon van God, den Allerheiligste, met uwe heilige armen mogen omsluiten. Gij hebt door uwe allervurigste prediking in de harten der zondaren de vlam der goddelijke liefde ontstoken. Daarom smeek ik U dringend, ik arme zondaar, dat Gij mij in uwe bescherming wilt nemen en voor mij wilt verwerven een waar

-ocr page 177-

137

berouw over mijne zonden, eene nederige kennis van mij zei ven, de gave der tranen, vrome aandacht in mijne gebeden, onthouding van alle kwaad en de oefening dei-heilige overweging. Ontsteek mijn koud en ongevoelig hart zóó van het vuur der goddelijke liefde, dat ik den duivel, de wereld en het vleesch met moed en volharding bestrijde. Amen.

„Eesponsoriequot;

ter eere van den H. Antonius. Zoekt gij wonderen? Dood, dwaling, rampspoed, duivel, molaatschheid nemen de vlucht, zieken staan gezond op.

De zee gehoorzaamt, boeien breken, jong en oud vragen en ontvangen het gebruik hunner ledematen en verloren zaken terug.

Gevaren verdwijnen, ellende houdt op: verhaalt het, gij, die het ondervindt, spreekt, inwoners van Padua.

De zee gehoorzaamt, boeien enz.

Eere zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

De zee gehoorzaamt, boeien ('\\7..{herhaleH) v. Bid voor ons, H. Antonius; r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden. God, moge de vrome gedachtenis aan uwen H. Belijder Antonius uwe Kerk

-ocr page 178-

138

verheugen, opdat zij door geestelijke hulp ten allen tijde worde beschermd en ver-diene de eeuwige vreugde te genieten. Door Christus onzen Heer. Amen.

{Telken male 100 dagen aflaat.)

LITANIE VAN DE H. MOEDER ANNA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer,

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm ü onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moedor Gods, ^

H. Maagd der Maagden, pi

H. Anna, lt;

Moeder der H. Moeder Gods, o

Grootmoeder dos Zaligmakers, ^

Wortel van Jesse, g

Vruchtbare boom.

Vruchtdragende roede,

-ocr page 179-

139

Van koninklijke afkomst, bid voor ons. Vreugd der Engelen,

Dochter des Aartsvaders,

Eoem der Profeten,

Glorie van alle Heiligen,

Vruchtbare wolk.

Lichtende wolk,

Heldere wolk,

Vat vol genade.

Spiegel van gehoorzaamheid,

Spiegel van geduld.

Spiegel vau barmhartigheid.

Spiegel van godsvrucht, g;

Bolwerk der Kerk, ^

Toevlucht der zondaren, §

Hulp der Christenen,

Bevrijding der gevangenen, g

Vertroosting der gehuwden.

Moeder der weduwen.

Leidsvrouw der maagden,

Veilige haven der reizigers.

Weg der vreemdelingen,

Genezing der zieken.

Gezondheid der kwijnenden.

Licht der blinden,

Tong der stommen.

Oor der dooven.

Vertroosting der bedrukten,

H. Anna, hulp van allen, die u aanroepen wees onze voorspraak.

Cf_

J

-ocr page 180-

140

v. De Heer heeft de H. Anna bemind. A. En hij heeft hare schoonheid liefgehad.

Gebed.

Almachtige en eeuwige God, die de H. Anna verkoren hebt om de moeder te wezen van haar, die uwen éénigen Zoon gebaard heeft; vergun ons, dat wij, door een waren eerbied hare gedachtenis ver-eerende, door hare verdiensten en voorspraak, tot de glorie des eeuwigen levens mogen toegelaten worden. Door Jesus Christus, onzen Heer.

Gebed eeuer huismoeder tot de H. Anna.

H. moeder der Moeder onzes Heeren, gij, die de leidsvrouw waart van de jeugd der allerheiligste Maagd, die, door uw voorbeeld en door uwe lessen, haar de vol-maakste ootmoedigheid en andere deugden beminnelijk gemaakt en ingeprent hebt: o, verwerf mij door uwe voorspraak de genade, van ook eene wijze en godvruchtige leidsvrouw mijner kinderen te wezen; opdat ik hen alle Christelijke deugden en vooral de ootmoedigheid moge leeren beminnen en beoefenen. Verwerf mij, door uwe gebeden, de verhooring mijner gebrekkige smeekingen voor de vorming mijner

-ocr page 181-

141

kinderen, opdat zij, in dit leven, uwen en onzen God en Zaligmaker getrouwelijk dienen en Hem in uw gezelschap eeuwig aanschouwen, beminnen en verheerlijken mogen. Amen.

Gebed eener weduwe tot de H. A n n a.

H. Moeder der weduwen, ik bid u ootmoedig, dat gij mij door uwe gebeden in mijnen weduwestaat wilt ondersteunen; verwerf mij de noodige genade, om dien staat heilig te beleven, om mijne begeerten | van de aarde en het aardsche af te trekken; opdat ik waarlijk weduwe zijn moge. Wees mijne voorspraak bij Hem, die de beschermer der weduwen is, en wiens voorzienigheid de zorg des besten echtgenoots oneindig ver te boven gaat. Op deze voorzienigheid wil ik mijn vertrouwen stellen in alles wat mijne tijdelijke nooddruft betreft; onbekommerd voor de toekomst wil ik alle Christelijke deugden beoefenen, en mij uw heilig voorbeeld ten regel stellen. O bid voor mij, opdat ik, bij dit besluit ten einde toe volhardende, na dit kortstondig en kommervol leven, met u en alle Heiligen, de eeuwige vreugde genieten moge. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 182-

142

DE ZEVEN BOETPSALMEN.

Tot heilzaam gebruik vóór en na de biecht.

I. Boetpsalm.

Ps. VI. Ootmoedig gebed van een zondaar die Gods oordeel vreest.

Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Ontferm U mijner. Heer, want mijne gebeenten zijn ontsteld.

En mijne ziel is zeer ontroerd, maar Gij Heer, tot hoe lang?

Keer U tot mij, o Heer, en red mijne ziel; maak mij zalig om uwe barmhartigheid.

Want in den dood is er niemand die TJ gedachtig is, en wie zal in de hel U loven?

Ik ben vermoeid van al mijn zuchten; ik zal alle nachten mijn bed wasschen (door mijn geween), met mijne tranen zal ik mijne legerstede besproeien.

Mijn oog is van de verbolgenheid ontroerd; ik ben verouderd onder al mijne vijanden.

Wijkt weg van mij, gij allen die boosheid pleegt, want de Heer heeft de stem van mijn weenen verhoord.

-ocr page 183-

143

Ja, de Heer heeft mijne smeeking verhoord, de Heer heeft mijn gebed aangenomen.

Dat al mijne vijanden beschaamd en zeer ontsteld worden; dat zij zich zeer haastig bekeeren, en beschaamd worden.

Glorie zij deu Vader, en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

II. Boetpsalm.

Ps. XXXI. Zalig lot des boetvaardigen, rampzaligheid' van den verstokten zondaar.

Zalig zij, wier misdaden vergeven en wier zonden bedekt zijn.

Zalig de man, wien de Heer de zonde niet heeft toegerekend, en in wiens geest geen bedrog is.

Omdat ik zweeg, zijn mijne gebeenten verouderd, terwijl ik den gauschen dag luide riep.

Want dag en nacht is uwe hand op mij verzwaard; in mijne ellende heb ik mij tot U gekeerd, terwijl ik met doornen doorstoken werd.

Mijn misdrijf heb ik U bekend gemaakt, en mijne ongerechtigheid niet verborgen.

-ocr page 184-

144

Ik sprak; Ik zal tegen mij aan den Heer mijne ongerechtigheid belijden, en Gij hebt de boosheid mijner zonde vergeven.

Daarvoor zullen alle Heilige tot U bidden, ten bekwamen tijde.

Voorwaar, bij den zondvloed van velen wateren, zullen zij tot hem niet genaken.

Gij zijt mijne toevlucht in de verdrukking, die mij omgeeft; Gij, mijne blijdschap, verlos mij van degenen die mij omringen.

Ik zal u verstand geven, en onderrichten op dien weg, dien gij bewandelen zult; Ik zal mijne oogen op u gevestigd houden.

Wilt niet worden als een paard of muilezel, die geen verstand hebben.

Bedwing met breidel en toom do kinnebakken van hen, die tot U niet naderen.

Vele zijn de geesels des zondaars, maar hem die op den Heer hoopt, zal barmhartigheid omgeven.

Verblijdt u in den Heer en juicht, rechtvaardigen, en roemt gij allen die oprecht van harte zijt.

Glorie zij den Vader, enz.

-ocr page 185-

145

III. Boetpsalm.

Ps. XXXVII. Lijden des zondaars en rouwmoedige onderwerping.

Heer, straf mij niet in uwe verbolgenheid en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Want uwe schichten steken reeds in mij, en Gij hebt uwe hand zwaar over mij uitgestrekt.

Er is niets gezonds aan mijn vleesch uit hoofde van uwe gramschap, er is geen vrede in mijn gebeente, uit hoofde van mijne zonden.

Want ik ben tot over mijn hoofd in misdaden verzonken, en als een zware last houden zij mij ter neder gedrukt.

Mijne wonden zijn vol bederf en ongeneesbaar geworden, uit hoofde van mijne dwaasheid.

Ik ben ellendig geworden en diep ter aarde gekromd, den ganschen dag ging ik in droefheid heen.

Want verachting is mijn doel geworden, en in mijn vleesch is niets gezonds.

Ik ben verdrukt en bovenmate vernederd, en luide schrei ik van het gezucht mijns harten.

Heer, al mijn verlangen is voor uw oog, en mijn zuchten is voor ü niet verborgen.

-ocr page 186-

146

Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij verlaten, en zelfs het licht mijner oogen, het is mij niet meer.

Mijne vrienden en naastbestaanden zijn vijandig mij genaderd, en stonden tegen mij.

En die nabij mij waren, stonden van verre, en geweld deden zij, die mijne ziel zochten.

En die kwaad tegen mij smeedden, spraken ijdelheden, en bedrog beraamden zij den ganschen dag. Doch ik als een doove hoorde niet, en ik was als een stomme die zijn mond niet opent.

En ik ben geworden als een mensch, die niet hoort, en die geene wederspraak in zijne mond heeft.

Want op U, Heer, heb ik gehoopt; Gij, Heer, mijn God, zult mij verhooren.

Want ik sprak: Laat mijne vijanden zich eens niet al te zeer over mij verheugen; zoo dikwert toch mijne voeten wankelden, spraken zij trotschelijk over mij.

Want ik ben tot de geeselen bereid, en mijne smart is altijd voor mijn oog.

Want ik zal mijne ongerechtigheid verkondigen, en denken aan mijne zonden.

Maar mijne vijanden leven, en zijn machtig boven mij; en vermenigvuldigd zijn zij die mij onrechtvaardig haten.

-ocr page 187-

147

Die kwaad voor goed vergelden, lasterden mij, wijl ik het goede vo'jgde.

Verlaat mij niet, Heer, mijn God, en wijk G-ij niet van mij.

Denk op mijne hulp, Heer, God mijns heils.

Glorie zij den Vader, enz.

IV. Boetpsalm.

Ps. L. Ootmoedige bede des hoetvaardigen

zondaars om vergeving en geestelijke wedergeboorte.

Ontferm U mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid;

En naar de menigte uwer ontfermingen delg mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonden.

Want ik ken mijne ongerechtigheid, en mijne zonde is gestadig voor mij.

Tegen u alleen heb ik gezondigd, en kwaad voor uwe oogen gedaan; opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uwe woorden, en bij het oordeelen verwint.

Want zie, in ongerechtigheden ben ik geboren, en in zonde heeft mijne moeder mij ontvangen.

-ocr page 188-

148

Want zie, Gij hebt de waarheid bemind, en mij de onzekere en verborgen geheimen uwer wijsheid geopenbaard.

Gij zult mij besproeien met hyzop, en ik zal gezuiverd worden; Gij zult mij wasschen, en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult aan mijn gehoor vreugde en blijdschap geven, en mijne vernederde gebeenten zullen juichen.

Wend uw aangezicht af van mijne zonden, en delg al mijne ongerechtigheden uit.

Schep in mij een zuiver hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste den oprechten geest.

Verwerp mij niet van uw aangezicht, en neem uwen heiligen geest van mij niet weg.

Geef mij de vreugde uws heils weder, en versterk mij met den verwinnenden geest.

Ik zal de ongerechtigen uwe wegen leeren en de goddeloozen zullen tot ü bekeerd worden.

Bevrijd mij van de bloedschuld, o God, God mijns heils, en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid verheffen.

Gij zult, Heer, mijne lippen openen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

-ocr page 189-

149

Want hadt Gij een offer gewild, ik zou het U gegeven hebben; in brandoffers zult gij geon behagen vinden.

Een verbroken geest is een offer voor God; een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Doe, Heer, naar uwen goeden wil, aan Sion wél, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult Gij het offer der rechtvaardigheid aannemen, offeranden en brandoffers; dan zullen zij kalveren op uw altaar leggen.

Glorie zij den Vader, enz.

V Boetpsalm.

Ps. Cl. Bede om afwending der straffen voor de zonden.

Heer, verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Keer uw aangezicht van mij niet af op wat dag ik verdrukt worde, neig uw oor tot mij.

Op wat dag ik U zal aanroepen, verhoor mij haastelijk.

Want mijne dagen zijn als een rook verdwenen, en mijne gebeenten als een verdroogd hout verdord.

Ik ben verslagen als hooi, en mijn hart is verdord, wijl ik vergeten heb mijn brood te eten.

-ocr page 190-

150

Van het geluid mijner zuchten, is mijn gebeente aan mijn vleesch gekleefd.

Ik ben gelijk geworden aan den pelikaan der woestijn; ik ben geworden als een nachtuil in het huis.

Ik heb gewaakt, en ben geworden als eene eenzame musch op het dak.

Den ganschen dag beschimpten mij mijne vijanden, en die mij prezen, zwoeren tegen mij.

Omdat ik asch als brood at, en mijnen drank met tranen mengde.

Uit hoofde van uwe gramschap en verontwaardiging, wijl Gij mij opgeheven en nedergeworpen hebt.

Mijne dagen zijn als eene schaduwe heengewoken, en ik, als hooi ben ik verdord.

Maar G-ij, Heer, blijft in eeuwigheid, en uwe gedachtenis van geslachte tot geslacht.

Gij zult ü verheffen en U over Sion ontfermen; want de tijd is daar, om U er over te ontfermen, die tijd is gekomen.

Want Uwe dienaars hebben welbehagen in zijne steenen, en zijnen grond zullen zij zicli aantrekken.

En dan zullen de volken uwen Naam vreezen, Heer, en alle koningen der aarde uwe glorie.

Want de Heer heeft Sion opgebouwd,

-ocr page 191-

151

en Hij zal in zijne glorie gezien worden.

Hij heeft op het gebed der ge ringen neder-gezien, en hunne smeeking niet versmaad.

Men schrijve dit voor het volgende geslacht, en het volk dat geschapen zal worden, zal den Heer loven.

Want Hij heeft van zijn heiligen troon nedergezien, de Heer zag van den hemel op de aarde neder.

Om de zuchten der gevangenen tehooren, om de kinderen der verslagenen te verlossen.

Omdat zij den Naam des Heeren in Sion verkondigen, en zijnen lof in Jerusalem.

Als de volken te zamen komen, en de koningen om den Heer te dienen.

Hij heeft Hem op den weg zijner sterkte geantwoord: Verkondig mij het luttele mijner dagen.

Neem mij toch niet weg in het midden mijner dagen; uwe jaren zijn van geslachte tot geslacht.

In den beginne hebt Gij, Heer de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken uwer handen.

Zij zullen vergaan, maar Gij blijft altoos; zij allen zullea als een kleed verouderen.

Gij zult ze veranderen als een dekge-waad en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt altoos dezelfde, en uwe jaren zullen niet bezwijken.

11

-ocr page 192-

152

De kinderen uwer dienaren zullen woonplaatsen hebben, en hun zaad zal zich uitstrekken tot in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, euz.

VI. Boetpsalm.

Ps. CXXIX. Bede om vergifenis der zonden.

Dit de diepte heb ik tot U geroepen Heer!—Heer, verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Zoo gij de ongerechtigheid wilt gadeslaan, Heer!— Heer, wie zal dan bestaan?

Want bij D is verzoening, en om Dwe wet. Heer, heb ik D verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord verbeid, mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen, uit al zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz.

VII. Boetpsalm.

Ps. CXLII. Ernstig verlangen om van

het pad der zonden terug te keeren.

Heer, verhoor mijn gebed, verneem mijne smeeking om uwe waarheid; verhoor mij in uwe rechtvaardigheid.

-ocr page 193-

153

En treed niet in het gericht met uwen dienaar; want geen levend mensch zal voor uw aanschijn gerechtvaardigd bevonden worden.

Want de vijand heeft mijne ziel vervolgd hij heeft mijn leven ter aarde toe vernederd.

Hij heeft mij in het duister gesteld, gelijk de dooden der aarde; mijn geest is over mij beangst, en mijn hart is ontroerd in mij.

Ik ben de oude dagen indachtig geweest, ik heb al uwe werken overdacht; ik overdacht wat uwe handen deden.

Ik heb mijne handen naar U uitgestrekt; mijne ziel is voor U als eene aarde zonder water.

Verhoor mij toch haastelijk. Heer, mijn geest is bezweken.

Keer uw aangezicht van mij niet af; opdat ik niet worde gelijk degenen, die in het graf dalen.

Laat mij vroeg uwe barmhartigheid vernemen, want op U heb ik gehoopt.

Maak mij den weg bekend, waarop ik wandelen moet, want tot ü heb ik mijne ziel verheven.

Eed mij van mijne vijanden, Heer, tot TI heb ik mijne toevlucht genomen; leer mij uwen wil doen, want Gij zijt mijn God.

-ocr page 194-

152

De kinderen uwer dienaren zullen woonplaatsen hebben, en hun zaad zal zich uitstrekken tot in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, enz.

VI. Boetpsalm. Ps. CXXIX. Bede om vergiffenis der zonden.

Uit de diepte heb ik tot U geroepen Heer!—Heer, verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Zoo gij de ongerechtigheid wilt gadeslaan, Heer!— Heer, wie zal dan bestaan ?

Want bij U is verzoening, en om Uwe wet. Heer, heb ik U verbeid.

Mijne ziel heeft op zijn woord verbeid, mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen, uit al zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz.

VIL Boetpsalm. Ps. CXLII. Ernstig verlangen om van

het pad der zonden terug te keeren.

Heer, verhoor mijn gebed, verneem mijne smeeking om uwe waarheid; verhoer mij in uwe rechtvaardigheid.

-ocr page 195-

153

En treed niet in het gericht met uwen dienaar; want geen levend mensch zal voor uw aanschijn gerechtvaardigd bevonden worden.

Want de vijand heeft mijne ziel vervolgd hij heeft mijn leven ter aarde toe vernederd.

Hij heeft mij in het duister gesteld, gelijk de dooden dor aarde; mijn geest is over mij beangst, en mijn hart is ontroerd in mij.

Ik ben de oude dagen indachtig geweest, ik heb al uwe werken overdacht; ik overdacht wat uwe handen deden.

Ik heb mijne handen naar U uitgestrekt ; mijne ziel is voor ü als eene aarde zonder water.

Verhoor mij toch haastelijk. Heer, mijn geest is bezweken.

Keer uw aangezicht van mij niet af; opdat ik niet worde gelijk degenen, die in het graf dalen.

Laat mij vroeg uwe barmhartigheid vernemen, want op ü heb ik gehoopt.

Maak mij den weg bekend, waarop ik wandelen moet, want tot ü heb ik mijne ziel verheven.

Eed mij van mijne vijanden. Heer, tot U heb ik mijne toevlucht genomen; leer mij uwen wil doen, want Gij zijt mijn God.

-ocr page 196-

154

Uw goede Geest zal mij op den rechten weg geleiden; om uwen Naam, Heer, zult Gij mij levend maken in uwe gerechtigheid.

Gij zult mijne ziel uit de verdrukking leiden, en in uwe barmhartigheid mijne vijanden verstrooien.

Gij zult ze allen ten ondergang voeren, die mijne ziel kwellen, want ik ben uw dienaar.

Glorie zij den Vader, enz.

LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hetnelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm € onzer. H. Maria, bid voor ons. %

H. Moeder Gods, ^

H. Maagd der Maagden, o

H. Michael, °

H. Gabriel, g

H. Eaphaël, quot;

-ocr page 197-

155

Alle H.H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.

Alle H.H. Koren der Zalige Geesten, gi'bidt voor ons.

H. Joannes de Dooper, bid voor ons.

H. Josef, bid voor ons.

Alle H.H. Aartsvaderen en Profeten, bidt

voor ons.

H. Petrus, bid voor ons.

H- Paulus,

H. Andreas,

H. Janobus,

H. Joannes,

H. Thomas, o-

H. Jacobus, E.'

H. Philippus, lt;

H. Bartholomaeus, °

H. Matthaeus, o

H. Simon,

P

H. Thaddaens,

H. Mathias,

H. Barnabas,

H. Lucas,

H. Marcus,

Alle H.H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons.

Alle H.H. Leerlingen des Heeren, bidt vooi ons.

Alle H.H.Onuoozele Kinderen, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons.

-ocr page 198-

156

H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. H.H. Pabianus en Sebastianus, bidt voor ons. H,H. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H.H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H.H. Gervasius en Protasius, bidt voor ons. Alle H.H. Martelaars, bidt voor ons. H. Silvester, bid voor ons.

H. Gregorius, %

H. Ambrosius, ^

H. Augustinus, o

H. Hieronymus, -■

H. Martinus, §

H. Nicolaas, quot;

Alle H.H. Bisschoppen en Belijders, bidt

voor ons.

Alle H.H. Leeraars, bidt voor ons. H. Antonius, bid voor ons. gquot;-

7 Qj

H. Benedictus,

H. Bernardus, §

H. Dominicus, o

H. Franciscus,

Alle H.H. Priesters en Levieten, bidt voor ons.

Alle H.H. Monniken en Kluizenaars, bidt

voor ons.

H. Maria Magdalena, bid voor ons. H. Agatha, bid voor ons.

H. Lucia, bid voor ons.

H. Agnes, bid voor ons.

-ocr page 199-

157

H. Caecilia, bid voor ons.

H. Catharina, bid voor ons. H. Anastasia, bid voor ons.

Alle H.H. Maagden en Weduwen, bidt voor ons.

Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons Heer.

Wees genadig, verhoor ons Heer.

Van alle kwaad, verlos ons Heer.

Van alle zonde,

Van uwe gramschap,

Van een haastigen en onvoorzienen dood.

Van de lagen des duivels.

Van gramschap, haat en allen kwaden wil.

Van den geest der onkuischheid, lt;

Van bliksem en onweder, ^

Van den geesel der aardbeving, §

Van pest, hongersnood en oorlog, o

Van den eeuwigen dood, »

Door het geheim uwer menschwording, ^

Door uwe komst, g

Door uwe geboorte.

Door uw doopsel en heilig vasten,

Door uw kruis en lijden,

Door uw dood en begrafenis.

Door uwe heilige verrijzenis,

Door uwe wondervolle hemelvaart,

Door de komst van den H. Geest den

Vertrooster,

In den dag des oordeels.

-ocr page 200-

158

Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons wilt sparen.

Dat G-ij onze misdaden wilt kwijtschelden,

Dat Gij U gewaardigt, ons tot eene

ware boetvaardigheid te geleiden. Dat Gij ü gewaardigt, uwe H. Kerk

te besturen en te bewaren.

Dat Gij U gewaardigt, het Apostolisch oppergezag en alle kerkelijke Orden in den H. Godsdienst te bewaren, g Dat Gij U gewaardigt, de vijanden der ^ H. Kerk te vernederen, St

Dat Gij ü gewaardigt, den Christen koningen en vorsten vrede en ware 3 eendracht te verleenen, 51

Dat Gij U gewaardigt aan geheel het ^ Christenvolk vrede en eenheid te g. schenken, §

Dat Gij U gewaardigt, ons in uwe ^ heilige dienst te versterken en te § bewaren, quot;

Dat Gij onze gemoederen tot Hemelsche

begeerten wilt opwekken.

Dat Gij U gewaardigt, al onze weldoeners met de eeuwige goederen te vergelden.

Dat Gij U gewaardigt onze zielen en de zielen van onze broeders, nabestaanden en weldoeners voor de

-ocr page 201-

159

eeuwige verdoemenis te behoeden,

Dat Gij U gewaardigt, do vruchten dei-aarde te geven en te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij U gewaardigt, aan alle geloovige overledenen de eeuwige rust te geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij U gewaardigt, ons gebed te verhooren, wij bidden U, verhoor ous.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt ö.e zonden dei-wereld, verhoor ons, heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader-, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Psalm 69.

O God, kom mij te hulp; Heer, haast

U, om mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden,

die mijne ziel zoeken.

-ocr page 202-

160

Dat zij terug wijken en zich schamen, die mij kwaad willen.

Dat zij met schaamte terugwijken, die (spottend) tot mij zeggen: goed zoo! goed zoo!

Laat allen, die U zoeken, zich in U verheugen en verblijden; en dat zij, die uw heil beminnen, altijd zeggen: Hooggeprezen zij den Heer!

Doch ik ben behoeftig en arm, o God, help mij.

Gij zijt mijn helper en mijn Verlosser: Heer, toef niet.

Glorie zij den Vader, enz,

Gelijk het was, enz.

Maak uwe dienaars zalig.

Mijn God, die in U hopen.

Wees ons. Heer, een sterke toren,

Tegen onzen vijand.

Laat de vijand niets tegen ons vermogen.

En dat de zoon der ongerechtigheid zich niet verstoute, ons te schaden.

Heer, handel niet met ons naar onze zonden;

En vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

Laat ons bidden voor onzen Paus N...

De Heer beware hem, en spare hem in het leven, make hem gelukzalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

-ocr page 203-

161

Laat ons bidden voor orze weldoeners.

G-ewaardig ü, Heer, allen die ons weldoen, om uwen Naam, met het eeuwige leven te vergelden. Amen.

Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zijn.

Heer, geef liun de eeuwige rust, en het eeuwig licht verlichte hen.

Dat zij ruste in vrede. Amen.

Voor onze broeders, die afwezig zijn.

Mijn God, maak zalig uwe dienaars, die op ü hopen.

Zend hun hulp uit uw heiligdom.

En bescherm hen uit Siou.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Gebeden.

O God, wien het eigen is, U altijd te ontfermen en te sparen; ontvang onze smeeking, opdat de ontferming uwer goedertierenheid ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.

Verhoor, bidden wij U, Heer de gebeden der ootmoedig smeekenden, en spaar de zonden van hen die ü schuld belijden; opdat Gij ons goedgunstig kwijtschelding en tevens vrede verleent.

Toon ons genadiglijk, Heer, uwe onuit-

-ocr page 204-

162

sprekelijke barmhartigheid, dat Gij quot;quot;ons te gelijk én van alle zonden bevrijdt, én aan de straffen, die wij er voor verdienen, ontrukt.

O God, die door de zonde beleedigd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt; zie genadig neder op de gebeden van het U smeekende volk; en wend de geesels uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen, van ons af.

Almachtige en eeuwige God, ontferm U over uwen dienaar, onze Paus N... en bestuur hem volgens uwe goedertierenheid op den weg van het eeuwig heil; opdat hij door uwe hulp begeere wat ü behaagt en het met alle kracht volbrenge.

O God, van wien de heilige begeerten, de goede besluiten en de rechtvaardige werken voortkomen; geef aan uwe dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan; opdat onze harten aan uwe geboden mogen onderworpen zijn, en de tijden, zonder vrees voor vijanden, onder uwe bescherming rustig mogen wezen.

Ontsteek, Heer, onze nieren en ons hart door het vuur van den H. Geest, opdat wij U met een zuiver lichaam mogen dienen, en met een rein hart behagen.

God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer

-ocr page 205-

163

dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden; opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altoos verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingeu mogen verwerven.

Wij bidden U, Heer, voorkom onze werken met den invloed uwer genade, en voltrek ze door uwe medewerking, opdat al ons gebed en werk altijd van U beginne, en, begonnen, door U voltrokken worde.

Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen, welke Gij te vorsn weet, dat zij door geloof en werk de uwen zullen zijn; wij smeeken U ootmoedig, dat degenen voor wie wij ons voorgenomen hebben, onze gebeden te storten, hetzij hen nog de tegenwoordige eeuw in het vleesch weerhoudt, of de toekomende hen reeds van het lichaam ontdaan, heeft opgenomen, op de voorspraak van al uwe Heiligen, door uwe genadige barmhartigheid, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de éénheid des Heiligen Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen.

Amen.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

-ocr page 206-

164

De almachtige en barmhartige Heer verhoore ons. Amen.

En dat de zielen der geloovigen, door Gods barmhartigheid, in vrede rusten. Amen.

LITANIE VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm ü over de

overledene geloovigen.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U over de overledene geloovigen. God, Heilige Geest, ontferm U over de

overledene geloovigen.

H. Maria, bid voor hen.

H. Moeder Gods, bid voor hen.

H. Maagd der Maagden, bid voor hen. Alle H.H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor hen. S*.

Alle H.H. Koren der zalige Geesten, ^ H. Josef, bid voor hen, g

Alle H.H. Aartsvaders en Profeten, S. Alle H.H. Apostelen en Evangelisten, er Alle H.H. Leerlingen des Heeren, S

-ocr page 207-

165

Alle H.H. Onnoozele Kinderen,

Alle H.H. Martelaren,

H. Martinus, bid voor hen.

Alle H.H. Bisschoppen eu Belijders, Alle H.H. Leeraren der Kerk,

Alle H.H. Priesters en Levieten,

Alle H.H. Monniken en Kluizenaars, Alle H.H. Maagden en Weduwen,

Alle Gods Heiligen,

Wees genadig, vergeef ben, Heer. Wees genadig, verhoor ons, Heer. Door uwe oneindige barmhartigheid. Door uw allersmartelijkst lijden.

Door uwe Heilige Wonden,

Door uwe luisterrijke opstanding,

Door uwe heerlijke hemelvaart. Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Die aan de zondares vergiffenis verleend en den goeden moordenaar verhoord hebt.

Die uit genade zalig maakt.

Die de sleutels hebt van dood en hel, Dat gij de zielen van de leden onzer Broederschap, die in de pijnen des vagevuurs zuchten, wilt genadig zijn. Dat gij onze overledene ouders, vrienden en weldoeners uit hunne vreese-lijke pijnen wilt verlossen,

Dat gij alle overledene geloovigen van hunne straffen wilt vrijspreken.

2 amp;

-ocr page 208-

166

Dat gij ü over hen, die geene bijzondere voorbidders op deze wereld hebben, wilt ontfermen, wij bidden ü, verhoor ons. Dat gij hun verlangen wilt vervullen, wij

bidden U, verhoor ons.

Dat gij hen tot het getal der uitverkoren wilt aannemen, wij bidden U, verhoor ons. Koning der ontzaggelijke Majesteit, wij

bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, geef hen rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, geef hen rust-Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-

wereld, geef hen de eeuwige rust. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Onze Vader, enz.

En leid ons niet in bekoring.

Maar verlos ons van den kwade.

Amen.

Van de poorten der hel.

Verlos, Heer, hunne zielen.

Heer verhoor mijn gebed,

En mijn geroep kome tot U.

-ocr page 209-

167

Laat ons bidden.

O God, voor wiens aanschijn hetmensche-lijke leven, hoe roemwaardig ook, niet onschuldig bevonden wordt, wanneer Gij het met terzijdestelling uwer goedheid, beoordeelt, wil toch de ongerechtigheden van uwe dienaren en dienaressen, welke wij U aanbevelen, niet gadeslaan; maar verleen aan hunne zielen, gelijk wij met betrouwen van uwe barra hartigheid smeeken, kwijtschelding van alle straffen.

Ootmoedig, Heer, storten wij onze gebeden voor de zielen van uwe dienaren en dienaressen, en smeeken ü, dat Gij hen alle smet, die zij door het mensche-lijk verkeer hebben beloopen, genadiglijk kwijtscheldt en hen in het verblijf uwer juichende verlosten opneemt. Door Christus, onzen Heer. Amen.

DACx van gramschap.

Dag van gramschap, dag des Heeren, Die heel de aarde in asch zal keeren, Naar Sibyl en David leeren.

Wat een schrik zal elk ontwaren, Als de Kechter neêr zal varen, 't Al ten streng verhoor vergaren.

12

-ocr page 210-

168

Een bazuinschal, vreemd van tone, Dreunt er door der dooden wonen,

Draagt hen allen voor zijn troone.

Dood, natuur verslaan en beven.

Als liet schepsel zal herleven.

Om Hem rekenschap te geven,

't Schuldboek wordt er aangedragen. Dat van alles zal gewagen,

Waarom 't vonnis wordt geslagen.

Is de Eechter dan gezeten.

Wat er schuilt wordt klaar geweten,

Niets blijft strafloos of vergeten,

Wat zal ik, rampzaalge, spreken?

Wien mij dan ten voorspraak smceken, Als rechtvaardigen verbleeken?

Gij die, schrik'bre Gloriekoning!

Zaligt uit genabetooning,

Heilbron! geef me uw zaalge woning.

Goede Jesus! wil gedenken.

Dat Ge om mij U zelv' kwaamt schenken.

Wil mij dan ter hel niet wenken.

Moê zat Gij van me op te sporen, 't Kruis ook hebt Ge om mij verkeren: Zóóveel werk zij niet verloren.

Rechter der gerechte wrake!

Ach dat ik uw gunstwoord smake. Eer dè dag der reekning nake.

-ocr page 211-

169

'k Zucht als een der schuldenaren, 't Schaamrood op 't gelaat gevaren, Wil toch. God! een' smeekling sparen.

Die Maria hebt ontheven,

En een' moordenaar deedt leven.

Mij ook hebt Gij hoop gegeven.

Ze is onwaard wat bede ik slake,

Maar Gij Goede! uwe liefde make.

Dat ik niet in 't helvuur blake.

Wil mij bij de schapen leiden.

En mij van de bokken scheiden,

Aan uw rechter plaats bereiden.

Bij quot;t verdoemen der verloornen,

't Vuur ten prooi van 't eeuwig toornen. Roep mij met uwe uitverkoornen,

i 'k Smeek U, diep ter aard gebogen, 't Hart verbrijzeld voor uwe oogen, I Heb toch met mijn eind meedogen.

O die dag van jammerklagen.

Die den mensch voor 't oordeel dagen, Uit het stof zal op doen rijzen,

God! wil hem gena bewijzen.

Goede Jesus ! hoor mijn beê:

Geef hun. Heer! uw eew'gen vreê. Amen

-ocr page 212-

170

GEBEDEN VOOR VERSCHILLENDE OVERLEDENEN.

G-fibed

voor oen vader of eene Moeder.

O God, die bevolen hebt, onzen vader en onze moeder te eeren, ontferm U door uwe barmhartigheid over de ziel mijns vaders (of mijner moeder, of over de zielen mijner ouders) vergeef zijne (hare ol hunne) zonden, en geef, dat ik hem (haar of hen) eenmaal in het verblijf der eeuwige glorie aanschouwen moge. Door onzen Heer J. C. uwen Zoon.

Gebed voor weldoeners.

O God, die den zondaren vergiffenis scheukt en behagen schept in de zaligheid der menschen; Wij smeeken uwe barmhartigheid, door do voorspraak van de gelukzalige Maria, altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, dat Gij onze broeders, bloedverwanten en weldoeners, welke uit deze wereld gescheiden zijn, tot de eeuwige gelukzaligheid wilt toelaten. Doer J. C. onzen Heer.

Gebed voor bijzondere personen.

Verhoor Heer, de gebeden, door welke wij uwe barmhartigheid ootmoedig smeeken,

-ocr page 213-

171

dat Gij de ziel vau uwen dienaar N.. die G-ij uit deze wereld geroepen hebt, in het verblijf van vrede en licht wilt plaatsen en haar in de glorie uwer Heiligen doen deelen. Door J.C. onzen Heer.

Heer, die oneindig goed zijt, wij smeeken ü, ontferm U over de ziel uwer dienaresse N.. en geef haar deel aan de eeuwige zaligheid, nadat Gij haar van de bedorvenheid dezes sterfelijken levens verlost hebt; dit bidden wij door J. C. onzen Heer.

Gebed voor de zielen, die geene bijzondere voorbidders op aarde hebben.

Groote God, wiens naam Ontfermer is, erbarm U over de zielen dergenen, welke geene bijzondere voorbidders op aarde hebben. O God van genade, vergeef hare zonden, en verlos Haar, die zooveel aan uwen lieven Zoon gekost hebben; verlos baar uit de plaats der zuivering en van alle lijden, om haar toe te laten in het oord der zalige rust, en doe haar in het gezelschap uwer uitverkorenen de eeuwige vreugde genieten. Door J. C. onzen Heer.

-ocr page 214-

172

GEBED VOOR DE AFGESTORVENE LEDEN VAN DE BROEDERSCHAP.

Barmhartige Vader van al uwe kinderen, die in den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn, ik bid ü voor mijne broeders en zusters, die in het geloof aan uwe vaderlijke liefde ontslapen zijn, en nog niet de volle vruchten huns geloof genieten. Ik weet, o God, dat al uwe daden wijsheid zijn; maar Gij zult toch ook mijne bede niet versmaden: ik mag bidden voor hen, die deze aarde verlaten hebben; Gij zijt nog hun Vader, zij zijn nog uwe kinderen; vrijgekocht door het bloed van uwen Zoon, bezielt hen het verlangen om zalig te worden. Ach, Vader, ik smeek U bij uwen naam van Vader, uwe ontferming zij grenzeloos; laat hunne reiniging kortstondig zijn, vervul het verlangen hunner zielen: dit bidden wij U om de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon.

ZEVEN GEBEDEN.

voor de overledene geloovigen,door het lijden en den dood van Christus.

I. O Jesus, ons leven en onze verrijzenis, die, toen Gij uit deze wereld gescheiden

-ocr page 215-

173

zijt, ons uw lichaam en bloed tot spijs en drank liebt nagelaten: ik bid U oot-moediglijk; door deze uwe oneindige liefde, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder over N.N., geleid hen naaide bronnen des levens, en geef, dat zij weldra met U aanzitten in uw rijk.

Onze Vader, enz.

II. O Jesus, onze bescherming en onze zaligheid, die voor ons in den hof zulk een bitteren angst hebt uitgestaan, dat uw zweet geworden is als druppelen bloeds, die op aarde vloeiden:ik bidüootmoediglijk, door dit uw dierbaar bloed, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder over N.N. verlos hen uit al hunne benauwdheden en wisch alle tranen van hunne oogen af.

Onze Vader, enz.

III. O Jesus, onze Verlosser en Zaligmaker, die om onze zonden gevangen zijt genomen: ik bid ü ootmoediglijk door deze harde ketenen en banden, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over N.N. slaak alle boeien van hunne zonden, met welke de menschelijke zwakheid hen in dit leven gebonden heeft; opdat zij in blijdschap U het offer van dankzegging mogen opdragen.

Onze vader, enz.

-ocr page 216-

174

IV. 0 Jesus, blijdschap onzer harten, die uw aanbiddelijk aanschijn, dat de Engelen verlangen te aanschouwen, hebt laten bedekken, bespuwen en mishandelen: ik bid U ootmoediglijk door dit uw onbegrijpelijk geduld, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over N.N. ontvang hen in de aanschouwing van uw glansrijk licht en vervul hen met blijdschap voor uw aanschijn.

Onze Vader, enz.

V. O Jesus, de kroon onzer heerlijkheid, die om onze zonden en onzen hoogmoed met geeselen geslagen en met doornen wreedaardiglijk en smadelijk gekroond zijt; ik bid U ootmoediglijk, door deze uwe uiterste vernedering, ontferm U over alle overledene geloovigen en bijzonder overN.N. verleen genadiglijk, dat zij weldra de kroon der eeuwige heerlijkheid verkrijgen; want Gij zijt het, die ons bekroont in barmhartigheid en ontferming.

Onze Vader, enz.

VI. O Jesus, onze Voorspreker en onze Rechter, die U door een onrechtvaardig vonnis tot den bittersten dood hebt laten veroordeelen, om ons van het vonnis der eeuwige verdoemenis te ontheffen; ik bid ü ootmoediglijk door de diepte uwer barm-

-ocr page 217-

175

hartigheid, ontferm U over alle overledenen geloovigen en bijzonder over N.N. laat hen weldra dit woord van vertroosting hooren; „Uwe zonden zijn U vergeven!quot;

Onze Vader, enz.

VIL O Jesus, ons eenig 011 opperste Goed, die al onze zonden in uw lichaam gedragen hebt aan het kruis: ik bid U ootinoediglijk door deze uwe onwaardeerbare weldaad, ontferm U over allo overledene geloovigen en bijzonder over N.N. ontsluit hen weldra den toegang ter eeuwige heerlijkheid, en laat hen in blijdschap hooren: „Komt gezegende mijns Vaders! bezit het rijk, dat u bereid is van den beginne der wereldquot;.

Onze Vader, enz.

Aanroeping der heiligen voor de overledenen.

O gij, Heiligen, Engelen, gij allen, uitverkorenen Gods, komt de zielen der overledene geloovigen te hulp ; komt haar te hulp, gij vooral, en laat haar uwen aan-biddelijken Zoon aanschouwen, gij, o goe-dertierene en genadige Maagd Maria. Amen.

Gebed op of bij een kerkhof.

O God, licht der geloovige zielen, hoor goedgunstig onze smeekingen, .en geeft

-ocr page 218-

176

aan uwe dienaren en dienaressen, wier lichamen alhier, of waar ook ter aarde, in Christus rusten, de plaats der verkwikking, de zaligheid der rust en de klaarheid van het licht. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED TOT MARIA ONZE

MOEDER OM HAREN BIJSTAND IN HET LEVEN.

Beminnelijke Moedor van mijnen Zaligmaker, heilige Maagd, die ook mijne Moeder zijt, ik verheug mij over dit woord, hetwelk tot mij gezegd is. O Maria, mijne teedere Moeder, na Jesus het voorwerp mijner vurigste liefde! alle geslachten zullen u zalig noemen, want Hij heeft groote dingen gedaan aan u, die machtig en wiens naam heilig is en wiens barmhartigheid zich uitstrekt van geslachte tot geslachte bij allen die Hem vreezen. Koningin dor Patriarchen en der Profeten, dor Apostelen on der Martelaars, der Belijders en dor Maagden, der Engelen en der Aartsengelen! gewaardig U ook mij te besturen. Laat uwe zachte blikken op uw kind, den zwervenden Zoon van

-ocr page 219-

177

Eva, die uit do diepte van liet tranendal tot u roept, nederdalen. Bescherm mij tegen den vijand, welke gij overwonnen hebt. Gij zijt mijne hoop, mijn troost, mijne hulp te midden der gevaren, welke mij omgeven. Sterre der Zee! leid mij door de onstuimige wereldzee in de haven van het eeuwig vaderland. Amen.

GEBED TOT MARIA, OM HAREN BIJSTAND IN HET UUR DES DOODS.

O Maria, Moeder der reinste liefde, verwerf mij do gaaf van liefde, opdat ik in liefde tot uwen goddolijken Zoon ontstoken, en tegen den kwaden geest versterkt worde, vooral in de ure des doods. Wie zal mij van de banden des vleesches losmaken, opdat ik aan u moge gelijk zijn? Wie zal mij van den last der sterfelijkheid bevrijden? Wie zal mij vleugelen geven, opdat ik, gelijk de duif, naar mijne Moeder vliege en mij bij haar nederzette ? O mijne Moeder! ik bemin u moer dan mijzelven, ik bemin u naast God meer dan alle dingen, en wil u ook eeuwig beminnen. Maar helaas! ik ben nog ver

-ocr page 220-

178

van u, ver van uwen Zoon verwijderd, op deze aarde aan vele gevaren blootgesteld, ben ik aan vele smarten ten prooi gegeven. Bescherm mij, troost mij, en als het uur van sterven komen zal, wil mij dan toch dien overgang licht maken; versterk mijn geloof; bevestig mijne hoop; leg mij woorden van liefde in mijn stervenden mond; en leg uwe hand op mijn hart, hetwelk tot het laatste oogenblik voor u, mijne Moeder! en voor mijnen Jesus kloppen zal. Sta mij bij door uwe voorbede, opdat mijn einde rustig, mijn overgang zalig zij. Amen.

GEBED

TOT MARIA IN ALLEN NOOD.

O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ik (N.N.) de onwaardigste der zondaren, neem mijne toevlucht tot u en bid u met een kinderlijk vertrouwen, dat gij, o medelijdende Moeder! mij ellendige, moogt verhoeren in mijne benauwdheden. Ach, wees voor mij eene krachtige voorspraak bij de allerheiligste quot;Drievuldigheid, Dochter van God den Vader, Moeder van God den Zoon, Bruid van God den H. Geest! Zie van Uwen troon, o verhevene

-ocr page 221-

179

Maagd! neder, niet, op mijne zonden, maar op mijne verlatenheid, niet op mijne verdiende straffen, maar op mijne behoeften, niet op mijne onwaardigheid, maar op mijn berouw. Ondersteun mij, opdat ik niet valle; troost mij, opdat ik niet wanhope: behoud mij, opdat ik niet verloren ga. Ach! tot wie zal ik vluchten in mijne benauwdheid dan tot u, gelijk een kind tot de moeder, wanneer de Vader vergramd is? Ja ik vlucht tot u, die de oorzaak onzer blijdschap, de behoudenis der kranken, de toevlucht der zondaren, de troosteresse der bedrukten, de hoop der kleinmoedigen en de bijstand der Christenen zijt.

O allerheiligste Maagd! gij kunt mij helpen, en ik vertrouw, dat gij mij helpen zult. Gij kunt mij helpen, want naast God zijt gij de machtigste van allen; één zucht voor den zondaar, uit uw moederlijk hart opgaande, vermag meer dan de gebeden van velen.

Ik betrouw, dat gij helpen zult, omdat gij vol zijt van liefde jegens de menschen en vooral tot de zondaren. Gij hebt zoo velen uit den afgrond hunner boosheden teruggevoerd, van den rand des verderfs wedergeleid, en aan het geweld des hel-schen vijands ontrukt, opdat zij tot ver-

-ocr page 222-

180

betering, tot zaligheid hunner ziel en tot de eeuwige vreugde des hemels zouden geraken. Door uwe voorspraak vermoogt gij alles bij uwen goddelijken Zoon, waarom zoudt gij mij ongelukkige ook niet helpen? Ik ben immers van denzelfden God geschapen; door hetzelfde dierbaar bloed vrijgekocht; met dezelfde woorden aan uwe moederlijke teederheid aanbevolen; gij zijt zoowel mijne Moeder als gij hunne Moeder waart? Uwe liefde is niet verflauwd, uw ijver is niet verminderd. Gij let niet op het aanzien der personen; waarom zoudt gij mij ellendige ook niet bijstaan door uwe voorbede? Ik beken, dat mijne zonden groot en veel zijn, en dat ik er lang roekeloos in voortleefde; maar ik weet ook, dat het bij u nooit te laat is; dat gij altijd gereed zijt naar ons te luisteren; dat gij uwe armen steeds naar ons uitstrekt, om ons te ontvangen.

In het volste vertrouwen op u bid ik u ootmoediglijk om troost, hulp, bijstand, bescherming en verlossing, bijzonder in deze mijne ellende.... Ach, allergenadigste Moeder! wend uw aanschijn niet af van mijne smeekingen, maar verhoor mijne gebeden ook zonder verdiensten. Laat mij niet opstaan zonder verhoord, noch van U weggaan zonder getroost te zijn. Dat uw

-ocr page 223-

181

moederlijk hart daartoe bewogen wierd door de blijdschap, die gij hebt mogen ondervinden in de boodschap des Engels, het bezoek van uwe Nicht, de opdracht en wedervinding van Jesus in den Tempel. Heb toch medelijden met mijne droefheid, om de onuitsprekelijke droefheid, welke uw hart doorgriefde, toe.n gij onder het kruis stondt, waaraan uw Zoon stierf, en gij met Hem zijn bitterlijden verduurdet. Verheug mijn bedrukt hart, door mijne gebeden te verhooren om de verhevene vertroosting, die gij hebt mogen ondervinden in do glorierijke verrijzenis en wondervolle hemelvaart uws Zoons, in het troostrijk afdalen des H. Geestes, in uwe opvoering en luisterijke kroning in den hemel.

Ik bid en smeek u, o Maria! om alles wat uw teeder hart zoude kunnen bewegen, dat gij mij toch helpt door uwe voorbede bijzonderlijk om de liefde van Jesus tot u en de uwe tot Hem. Gelief mij te troosten door van uwen lieven Zoon voor mij te verkrijgen, dat ik in dezen nood van Hem geholpen worde. O Maria, ik zal niet ophouden mot bidden, totdat mijn gebed verhoord en mijn wensch vervuld is. O allermededoogendste Moeder ! verhoor mij en wil niet langer vertoeven, ik beken,

-ocr page 224-

182

dat ik niet verdiend heb van u verhoord te worden, wijl ik tot nu toe zoo traag in uw dienst geweest ben, maar van nu af maak ik een onveranderlijk voornemen, om mij met allen ijver aan uwe dienst te wijden. Ik offer u op mijnen goeden wil en mijne oprechte meening; ontvang die in liefde en verwerf mij de genade, dat ik in staat moge zijn, mijn voornemen te volgen en mijne belofte getrouw te vervullen; opdat ik door uwe voorbede bevrijd van benauwdheid, van den last waaronder ik gebukt ga, mij met nieuwen ijver aan de vervulling van mijne plichten zóó toewijde, dat ik eenmaal het geluk hebbe, van mij in uw gezelschap eeuwig-lijk in het bezit van mijnen Schepper te verheugen. Amen.

VERZUCHTINGEN TOT MARIA OM HARE ZEVEN VREUGDEN.

O Maria, om de vreugde, waarmede uw hart vervuld werd, toen de Engel des Heeren u boodschapte, dat gij door de allerheiligste Drievuldigheid waart verkoren, om de Moeder te zijn van den

eeuwenlang verwachten verlosser der wereld.

-ocr page 225-

183

om die vreugde bidden wij u, dat gij door uwe voorbede voor ons wilt verwerven, dat wij dikwijls godvruchtiglijk aan deze liengelijke verkiezing denken en ter bevordering van ons heil beselfen aiogen, hoeveel belang de God van ontferming en liefde in ons waar geluk, de verlossing onzer zielen stelde, en hoe hoog wij daarom onze onsterfelijke ziel behooren te schattten.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de zoete vertroosting, waarmede uw hart vervuld werd, toen gij zonder smarten uwen Zoon baardet; wij bidden u, verwerf voor ons door uwe voorspraak, dat wij steeds wel beseffen, hoe groot eenen schat van genade wij aan de geboorte van uwen goddelijken Zoon te danken hebben, en hoezeer wij verplicht zijn, daarvan een waardig gebruik te maken.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de vreugde, die gij smaaktet, toen de Oostersche Wijzen aan uwen Zoon wierook, goud en mirre offerden en daardoor den jonggeborene op hunne wijze huldigden; wij bidden u, verkrijg voor ons door uwe gebeden, dat wij, naar het voorbeeld der Oostersche aanbidders, Jesus, uwen Zoon, in ootmoedigheid des harten

13

-ocr page 226-

184

aanbidden en aan Hem ons verstand, ons geheugen en onzen wil ten offer brengen; opdat wij in geloof, hoop en liefde niet verzwakken maar altoos toenemen mogen.

JFees gegroet, enz.

O Maria, om de overgroote blijdschap die gij mocht ondervinden, toen gij uwen twaalfjarigen Zoon wedervondt in den tempel in het midden der leeraren; wij bidden u, verzoek voor ons de genade, dat, als wij het ongeluk hebben van door de boosheid onzer misdaden, de liefde van Jesus, uwen Zoon, te verliezen, wij ons dan haasten. Hem te zoeken en in oprechte boetvaardigheid weder te vinden.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de onbegrijpelijke vreugde, waarmede gij vervuld werdt, toen uw beminde Zoon, van den doo^l verrezen, zich levend aan u vertoonde; wij bidden u, dat gij door uwe voorbede voor ons de genade moogt erlangen, dat wij steeds geleid worden door den oprechten wensch van uwen Zoon te mogen zien, en verdienen, eenmaal gelukkig tot dat einde weder opgewekt te worden op den jongsten der dagen.

-ocr page 227-

185

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de overgroote vreugde, waarvan uw hart vol was, toen gij Jesus uwen Zoon, door eigene kracht zaagt ten hemel klimmen; wij bidden u, dat gij ons de genade moogt venverven van zóó te leven, dat wij eenmaal waardig mogen bevonden worden, bezit te gaan nemen van die plaats, welke Hij voor ons bereid heeft; en daar te genieten wat noch oog gezien, noch oor gehoort heeft, noch in het hart van den mensch ooit is opgekomen,— hetgene God bereid heeft voor die Hem dienen.

Wees gegroet, enz.

O Maria, om de vreugde, waarmede gij vervuld werdt, toen de H. Geest in de gedaante van vurige tongen over de leerlingen uws zoons afdaalde; wij bidden u, verkrijg voor ons de genade, dat ook wij met de gaven van den Vertrooster mogen worden uitgerust en bestraald door zijn licht, opdat wij den weg, ons door Jesus getoont, met vasten tred bewandelen.

Wees gegroet, enz.

-ocr page 228-

186

GEBED VOOR DE LEVENDE LEDEN VAN DE BROEDERSCHAP.

O allergoedertiereudste Moeder, die met welgevallen nederziet op onze ootmoedige pogingen: gewaardig u, de hulde te ontvangen, welke wij, in den geest van liefde vereenigd, aan den voet van uwen troon brengen. Neem onze Broederschap in uwe weldadige bescherming, en laat onze broeders en zusters den invloed van uwe bescherming ondervinden. Laat ons door u toegang hebben tot den Zoon, o Gezegende! die genade gevonden hebt, en de Moeder van het leven en van de zaligheid zijt; opdat Hij ons door u ontvange, die door u aan ons gegeven is. üwe volmaaktheid verschoone bij Hem do schuld van ons bederf; en uwe ootmoedigheid, aan God zoo aangenaam, verwerve vergiffenis voor onze ijdelheid en hoovaardigheid. Dat toch uwe overgroote liefde bedekke de menigte onzer zonden; en dat uwe verhevene vruchtbaarheid ons aanbrenge de vruchtbaarheid van verdiensten.

O onze Meesteresse, onze Middolaresse, onze Voorsprekeresse! beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon,

-ocr page 229-

187

vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gezegende Maagd, door de genade die gij hebt gevonden, door het voorrecht dat u is gegeven, door de barmhartigheid die gij hebt genoten, dat Josus, uw Zoon, onze Heer, ons door uwe tusschenspraak, aan zijne zaligheid en glorie deelachtig make, gelijk Hij door u onze krankheid en ellende heeft aangenomen. Amen.

Gebed tot Maria als onze Moeder.

O Maria, Moeder Gods en onze Moeder, hoe is het mogelijk, dat ik, die eene zoo heilige Moeder heb, zoo bedorven blijf! dat ik, die eene Moeder heb, altijd brandende van liefde tot God, slechts het schepsel bemin! dat ik, die eene Moeder heb, zoo rijk in deugden, daaraan zoo arm ben; Mijne beminnelijke Moeder! het is waar, dat ik niet verdien uw kind te wezen; mijn slecht gedrag heeft mij deze gunst geheel onwaardig gemaakt; ik vraag u slechts, mij goedgunstig als uwen geringsten dienaar aan te nemen. Verbied mij echter niet, u mijne Moeder te noemen; die naam vertroost, verteederd mij, en herinnerd mij de verplichting die ik heb, van u te beminnen; die naam moedigt mij aan om mijn vertrouwen op u te stellen. Wanneer

-ocr page 230-

188

ik het meest terugschrik op het zien van mijne zonden en de goddelijke gerechtigheid, dan voel ik mij versterkt, als ik denk, dat gij mijne Moeder zijt. Ach, laat ik dan tot u zeggen: o mijne Moeder! zóó noem ik u, zoo zal ik u altijd noemen. Na uwen goddelijken Zoon, zult gij altijd mijne hoop, mijne toevlucht, mijne liefde zijn in dit dal van tranen. En stervende hoop ik u toe te roepen: Mijne goede Moeder! kom mij te hulp; heb medelijden met mij. Amen.

-ocr page 231-

J)(X.

•xj-O

GEZANGEN.

L/isgt;

3

-ocr page 232-

i lib

te:

-ocr page 233-

191

No. 1. G-EZAHGEISr

TER VEREEEINGr VAN DE H. MAAGD.

AANROEPING VAN DEN H. GEEST. Bij de Processie eu andere gelegenheden.

1. Heil'-ge Geest, kom laat Uw

—-ti—#-»---i—v,;

zijt: Kom, o Ge - ver al - lei-

ga- ven! Kom de droe - ve har-ten laven. Dat Uw heillicht hen ver-blijd'.

-ocr page 234-

192

Zoete Gastvriend onzer zielen! Levensbalsem voor wie vielen,

Kust bij 't zwoegen van den dag: Kom, o Laafbron! 't lieete woelen Der ontgloeide drift verkoelen,

Troost in allo weegeklag!

Zalig Licht! o doe uw stralen In het diepst des harten dalen.

Van 't geloof in U vervuld;

Komt uw kracht ons niet doordringen, Mets dan in ons stervelingen.

Niets is zonder schade of schuld.

Wil in ons 't onreine wisschen,

Wil 't verdorde in ons verfrisschen,

Heelen wat er wond ontving; Wil wat stug is in ons breken, 't Koude weör in gloed ontsteken. Richten wat het spoor ontging.

Geef wie trouw in U gelooven 't Zevengavental van boven.

Dat hen sterke in alle deugd;

Geof hun haar vergelding te erven, Geef, o geef een zalig sterven.

Geef hun de eeuw'ge hemelvreugd.

-ocr page 235-

193

No. 2.

BIJ HET AANVAARDEN VAN DE PELGrRIMSREIZE.

fte

it=:

5-4-

1. Heir-ge Moe-der! Utrecht's broeder-Ji ___

i

le - den 1) Ko - men za - men

±=4s=|=j:

-iz-h:

=*—

met ge - zang en be-den, ü ter

-F

j—0 00--

-t

5—j:

/—0 -

eer naar Ke - ve- laar ge - tre - den.

Hemel-ster-re! leid' nu on-ze schreden.

1

Voor de andere processiën in 't algemeen aldus:

Heil'ge Maagd! de u trouwe broederledeu Komen enz.

-ocr page 236-

194

he - den al - toos wijz', Hoe door 'tle-ven, Heen te stre-ven, Naar het

He raelsch Pa - ra - dijs.

Heden gaan we, o Moeder zonder vlekken! Weer ter plaatse, die uw liefde wekken. Gunst bij gunst op ons mocht nedertrekken, Menig uur gebed en lofzang rekken, f Pelgrims! dat Maria enz.

Wil nog eens, gelijk reeds zóóveel jaren, Utrecht's u getrouwe pelgrim scharen Op hun tocht voor lijfs- en zielsgevaren, Moeder! wil u kinderen bewaren, f Pelgrims! dat Maria enz.

Laat de zon ons 't bloote voorhoofd schroeien. Of de regen van de leden vloeien, 't Lange pad ons onder 't gaan vermoeien: 't Zal ons hart in hooger liefde ontgloeien, f Pelgrims! dat Maria enz.

-ocr page 237-

195

Luider klinke ons loflied onder 'tprijzen; Luider steeds moet onze smsekbeê rijzen; Wil, o wil aan jongeling en grijzen, Moedermaagd! uw zoete gunst bewijzen, -j- Pelgrims! dat Maria ens.

Wil, Maria! wil op maagd en vrouwen. Die haar hoop met kinderlijk vertrouwen Op uw nooit-verstooten voorspraak bouwen. Met een oog vol liefde nederschonwen. f Pelgrims! dat Maria enz.

Uw gebed vindt bij uw Zoon behagen: 't Zal ons troost in 's levens droeve dagen, 't Zal ons kracht bij welverdiende slagen, 't Zal ons al wat zalig is Hem vragen. 7 Pelgrims! dat Maria enz.

't Dorstig hert spoed sneller bij 't genaken Van de laafbron: wij ook, Moeder! blaken Van verlangen naar uw tempeldaken. Waar uw kind'ren zóóveel zoetheid smaken. Pelgrims! dat Maria enz.

Als wij ddar dan, voor uw beeld gebogen. Of vereend om uw kapel getogen,

Of bij 't kruis u, Moeder! bidden mogen, Sla op ons een blik van mededoogen. -j- Pelgrims! dat Maria enz.

-ocr page 238-

196

Wil voor ons de deugden die we derven, Wil geua voor alle schuld verwerven; Vraag, dat we eens in Jesus' liefde sterven. En met u zijn hemelglorie erven, j Pelgrims! dat Maria enz.

No. 3.

BIJ DE MIS VAN DANKBAARHEID.

Melodie als No. 2.

Heil'go Maagd! de Eijnsche en Vechtsche

zoomen (*) Zien verheugd hun pelgrims weêrgekomen. Die uit dank, niet langer in te toornen, Heden om Gods altaar zamen stroomen. -j- Gij waart onze Sterre,

Op de heil'ge pelgrimsbaan; Met behagen,

Al die dagen.

Zaagt ge ons uit den hemel aan.

(♦) Voor de andere Processiün in 't algemeen aldus:

Heil'ge Maagd! de vaderlijke dreven Zien haar Pelgrims, blij haar weergegeven. Heden naar Gods heilig altaar streven, Dat hun dank er tot u op rooog zweven.

-ocr page 239-

197

Heil'ge Maagd en Moedor hoor dan heden Hoor de vuurge dank- en smeekgebeden. Aan ons brandend pelgrimshart ontgleden, Zegen ons, uw trouwe broederleden! f Gij waart onze Sterre, enz.

Koningin der zaalgo hemelhoven!

Waar uw gloriezangen nooit verdooven. Duld, dat we u, met de Eng'len Gods

[daarboven Schoon dan ook in zwakke klanken loven, f Gij waart onze Sterre, mz.

ïeed're Maagd en Moeder onzes Heeren! Die we als toevlucht voor ons zondaars eeren. Gij.gij bleeftGods strafzwaard van ons weren, Gij ook deedt tot Hem ons wederkeeren. •f Gij waart onze Sterre, enz.

Goede Moedor! moge uw liefde ons geven, Dat we nu van alle schuld ontheven, Slechts voor 't één wat noodig is, hier leven, Dag aan dagnaarhooger godsvrucht streven, f Gij waart onze Sterre, enz.

lieino Maagd! wij weten't van't verleden: Zwak zijn wij en wankel onze schreden; Toon ons 't pad, waarop wij veilig treden. Trouwe Moeder! sterk ons door uw beden, f Gij waart onze Sterre, enz.

-ocr page 240-

196

Wil voor ons de deugden die we derven, Wil gena voor alle schuld verwerven; Vraag, dat we eens in Jesus' liefde sterven, En met u zijn hemelglorie erven, f Pelgrims! dat Maria enz.

No. 3.

BIJ DE MIS VAN DANKBAARHEID.

Melodie als No. 2.

Heil'ge Maagd! de Eijnsche enVechtsche

zoouien (1) Zien verheugd hun pelgrims weêrgekomen. Die uit dank, niet langer in te toornen. Heden om Gods altaar zamen stroomen. f Gij waart onze Sterre,

Op de heil'ge pelgrimsbaan; Met behagen,

Al die dagen.

Zaagt ge ons uit den hemel aan.

1

Voor de andere Procession in 't algemeen aldus:

Heil'ge Maagd! de vaderlijke dreven Zien haar Pelgrims, blij haar weergegeven, Heden naar Gods heilig altaar streven. Dat hun dank er tot u op moog zweven.

-ocr page 241-

197

Heil'ge Maagd en Moeder hoor dan hoden Hoor do vuurde dank- en smeekgebeden, Aan ons brandend pelgrimshart ontgleden, Zegen ons, uw trouwe broederleden! X Gij waart onze Sterre. enz.

Koningin der zaalge hemelhoven!

Waar uw gloriezangen nooit verdooven, Duld, dat we u, met de Eng'len Gods

[daarboven Schoon dan ook in zwakke klanken loven, f Gij waart onze Sterre, enz.

ïeed're Maagd en Moeder onzes Heeren! Die we als toevlucht voor ons zondaars eeren. Gij.gij bleeftGods strafzwaard van ons weren. Gij ook deedt tot Hem ons wederkeeren. f Gij waart onze Sterre, enz.

Goede Moeder! moge uw liefde ons geven, Dat we nu van alle schuld ontheven. Slechts voor 't één wat noodig is, hier leven. Dag aan dagnaarhooger godsvrucht streven, f Gij waart onze Sterre, enz.

Keine Maagd! wij weten quot;t van't verleden: Zwak zijn wij en wankel onze schreden; Toon ons 'tpad, waarop wij veilig treden. Trouwe Moeder! sterk ons door uw beden. -{- Gij waart onze Sterre, enz.

-ocr page 242-

198

Moedermaagd en Hemelkoningmne!

't Zij mijn dank, dat ik vurig nu beginne. Wat er zondig in mij is vorwinne, U getrouw en altoos méér beminne. •|- Gij waart onze Sterre, em.

No. 4.

LIED TER EERE VAN HET HEILIG SACRAMENT.

? f 0JT

-(y (' * -J—J—J ■

1. La-ten wij ons

1-1—t

ne - der-bui-gen

—i—h—rquot;

J^

Voor dit Hoog Ge

—fi—b—:--Tquot;!--:-;—r

j , Tl -j—»•—r—■

- hei - me - nis, I N

zfat J- '' « ib; » -i

Laat en mond en

ftt r ~~:r- 1 -7

lart ge -tui-gen:

:-d ^ ^r;

Dat Gods ei - gei

t—fi i b „ , T

i Zoon hier is. 1 Tquot;: quot;1—

' 'i • '

---------—i---^-------

Want Hij sprak, het kan niet fa-len:

-ocr page 243-

199

,'tls mijn Li-chaam,'tismijn Bloed,quot;

|^feE^ggl=p=p^

En zijn Kerk, hoe kan zij dwa-len,

Daar Gods ei - gen Geest haar hoedt?

Hij dan rust hier voor onze oogen

In dit Heilig Sacrament,

Die in liefde en alvermogen

Mate noch beperking kent;

Hij, wien de Engelen aanbidden

Op zijn hoogcn hemeltroon. Hij kwam neder in ons midden, 's Vaders ongeschapen Zoon!

Die een Maagd heeft uitverkoren

En voor alle smet bewaard;

Die als kind uit haar geboren;

Met ons wonen kwam op aard'. Met ons werken, met ons weenen, 't Leven geven door zijn dood; Die door graf en voorborcht henen, 's Hemels glorie ons ontsloot.

14

-ocr page 244-

200

Hij, wiens offer wij belijden In 't omsluierd Sacrament,

Hij is hier, als in 't verblijden Van des hemels glorietent;

Hij moet hier als dair geprezen. Hij, door wien wat ademt leeft!

Die verwinnend eens verrezen,

Hier de onsterflijkheid ons geeft.

Hij is hier, die opgevaren Aan des Vaders zij' regeert;

Die zich ons zal openbaren,

Als Hij op de wolken keert;

Die ten troost in 't sterflijk leven, Zelf zich hier ten onderpand

Van do glorie wilde geven.

Die ons wacht in 't vaderland.

Hij, ja! is de Heer der heeren, Die hier alles tot zich trekt;

Die door liefde wil regeeren En door liefde, liefde wekt.

Dat dan 't ongeloof eens z wij ge Bij dat godlijk liefdeblijk;

Dat de liefdebede steige;

„Laat toekomen, Heer! uw rijk!quot;

Glorie dan zij Hém gegeven, Eindelooze lof en dank,

Die op d'avond van zijn leven Ons zich gaf tot spijs en drank;

-ocr page 245-

201

Goede Jesus! zie, we knielen Diep bewogen voor IJ neêr;

Wees do Koning onzer zielen,

Liefde toch vraagt liefde weer!

Al ons leven, lijden, strijden Zij ten dank TI toegebracht!

Alle zegen en verblijden,

Wat door U op aarde ons wacht.

Wil dan, Jesus ! wil ons geven, Dat geen zonde ons van U scheid'.

En wij U na 't sterflijk leven Zien in uwe heerlijkheid.

No. 5.

MARIA, TOEVLUCHT DER ZONDAREN,

op do pelgrimsreis.

Melodie als No. 4.

Groote Koningin der heemlen! Hooggezeten op uw troon.

Waar ontelbare Eng'len weemlen Voor het aanschijn van uw Zoon;

Laat ons 't eergestoelte naken.

Waar U 't eeuwig loflied rijst.

Laat ons hart de zoetheid smaken, Dat het ook uw liefde prijst.

-ocr page 246-

202

Wie heeft immer u gebeden,

En is troostloos heengegaan?

Wie vereerde u hier beneden En gij hoordet hem niet aan?

Vromen! wilt het luide tuigen, Van uw wieg door haar bewaakt;

Wilt uw dank'bie knieën buigen. Zondaars ! door haar vrijgemaakt.

Zij. ja! heeft voor u gesproken,

Zij, zij heeft uw ziel gered;

Ligt uw slavenjuk verbroken,

Zondaar het is door haar gebed.

Nimmer, neen! heeft ze afgewezen Wie bij haar zijn toevlucht zocht;

Hoeveel beden tot haar rezen,

't Blonk te meer wat zij vermocht.

Gij, die uw ontelb're zonden Klimmen deedt met dag en uur,

Eeuwig waart gij reeds verslonden Door het wrekend hellevuur;

Maar uw Moeder bleef nog spreken. Keerde uw naderende straf;

Wil dan om haar voorspraak smceken. En gena daalt op u af.

Werp u, zondaar! in haro armen; Zij, uw toevlucht bij den Heer,

Zij, een Moeder vol erbarmen.

Ziet goedgunstig op u neêr.

-ocr page 247-

203

Kunt gij nog haar hulp versmaden,

Die zij tolkena u weêr biedt ? Zondaar, zondaar! laat u raden. En verstoot haar liefde niet.

Wil haar droeve klachten hooren, Hoe zij minlijk tot u spreekt: „Kind! zult gij mij 't hart doorboren,

Dat voor lang van weedom breekt ? 't Zwaard ging door de ziel mij henen.

Toen ik onder het kruishout stond. En mijn stervend Kind zag weenen, Gansch van hoofd tot voet doorwond.

Was die troost mij bijgebleven;

Dat zijn dood het heil verwierf, Gij wilt mij dien troost niet geven. Zoo Hij vruchteloos voor n stierf; Hoor dan, zondaar! hoor mijn smeeken:

O keer weder tot uw Heer!

'k zal als Moeder voor u spreken. Hij dan wordt uw Vader weêr.quot;—

Zóó, vol teeder mededoogen.

Zóó, met uwe ziel begaan.

Zóó, met liefdestralende oogen,

Spreekt u uwe Moedor aan.

Zal de taal uw hart niet winnen. Dat ge uw zondig loven haat? Dat ge uw' Jesus gaat beminnen. En Hom nimmermeer verlaat?..

-ocr page 248-

204

Moeder! ja, 'kwil de uwe wezen,

'k Heb gezegd en keer nu weêr; Doet mijn zondental mij vreezen. Gij beveelt mij aan den Heer. Zie, hier ben ik, diep misdadig. Maar vermorzeld van berouw: Ach! maak mij uw' Zoon genadig. Hem nu zweer ik eeuwig trouw.

No. 6.

LOFLIED AAN MARIA.

(Op Maria-Boodschaji en andere Maria-feesten.)

Melodie als No. 4.

Jub'lend wil ik u bezingen^

Moedermaagd! die op den troon In het hoogst der hemelkringen Zijt gezeten naast uw Zoon; De Eng'len, om u opgevaren.

Blijven met verrukt gemoed In het diep geheimnis staren Van U beider liefdegloed.

't Vloekwoord, op ons uitgesproken,

Klevend aan den schoot der vrouw. Werd voor u alleen verbroken,

In wie God eens wonen zou;

Vóór die heilzon op ging varen,

Schoot, voor 's werelds wachtend oog, Vlekloos uit den nacht der jaren Uwe Morgenster omhoog.

-ocr page 249-

205

's Heeren Engel werd gezonden,

Die, van vruciitbaar licht omhuld, U de boodschap kwam verkonden. Die 't erbarmingsplan vervult; Ja, de hemel huwde aan de aarde:

Hij, dien gij in BethTems stal Zonder pijn of smarte baarde,

Was de Schepper van 't heelal!

Dan wat zang komt hier te stade.

Meldt Maria's liefdevuur:

Hoogste liefde der genade,

Hoogste liefde der natuur!....

Neen, geen tong heeft dit vermogen,

Christ'nen! zoo gij 't wilt verstaan Wendt dan naar het kruis uwe oogen En ziet daar die Moeder aan!...

Daar is 'tdat ze in liefdesmarte 't Offer van haar Jesus deelt. En Hij aan haar moederharte;

Ons' als kind'ren aanbeveelt; Moeder dan, door God gegeven!

Bid voor ons, bid uwen Zoon, Dat Hij eens in 't eeuwig leven Ons zijn heerlijkheid vertoon'.

-ocr page 250-

206

No. 7.

DE ONBEVLEKTE ONTVANGENIS VAN MARIA.

Melodie als No. 4.

Laat mij nog een lofzang wekken, Schoonste! wie de hemel mint;

Blanke Lelie zonder vlekken,

Eoze, die geen weerga vindt!

Held're ster aan 's hemels kimmen, Smettelooze morgengloor!

Laat mijn zangtoon tot u klimmen. Bloem van Juda's maagdenkoor!

U mocht nooit het vonnis treffen, Dat er kleeft aan't aardsch geslacht:

God wilde u den vloek ontheffen. Die ons doemt in satans macht.

Hij, die vóór alle eeuw regeerde,

Heer van leven is en dood.

Hij was 't, die zijn Moeder eerde,

Toen zij werd in Anna's schoot.

Haar zou de eeuw'ge Geest omzweven. En zijn Bruid mocht niet bevlekt,

In wie Hij den God van 't leven Eens het aardsche leven wekt.

Goddelijk, Drieëenig Wezen!

Vader, Zoon en Heil'ge Geest!

Eeuwig zij de gunst geprezen.

Die Gij aan dit kind beweest.

-ocr page 251-

207

Satan sloeg in nieuwe woede,

Toen hij 't vreemd geheimnis zag, Eu zijn nederlaag vermoedde

Uit Maria's wordingsdag.

Was hij nimmer nog geweken,

Greep hij 't kiemend leven aan: Hier, hier is zijn macht bezweken. Hier hem de eerste buit ontgaan.

God van eindeloos ontfermen!

Zie ons aan met vaderoog; Wil voor Satan ons beschermen, Die ons vaak aan ü onttoog; En gij, Moeder vol genade!

Die do heislang hebt verplet. Vraag, dat ons geen zonde schade, Maagd! ontvangen vrij van smet.

No. 8.

LIED TE KEVELAAR.

vóór het offeren der kaars.

-T-

ij • ■ 3 1. Wees wel- kom broeder

r-fi-i----!--1-------ir-------

-le-tlen! In 't

—quot;1----1

xr—;-------

vriend' - lijk Ke - ve

9

laar; Fltort

-ocr page 252-

208

Lof - zang en ge - be - den, Ge-

F#i—j—--1--=1=:1

lijk zoo me - nig jaar. O

Moe - der zon - der smet! O

hei - lig Eng' - len koor ! Dring'

^|!!gË=^5g=gEpE^g

Uw en ons ge - bed Ver-

eend tot Je - zus door.

Hoe zoet is 't, hier te midden

Van broed'ren zonder tal, Hem openlijk te aanbidden, Die Heer is van 't heelal! f

-ocr page 253-

209

Hoe zoet is 't, zonder schromen Voor smaad of spotternij,

Lofzingend saam te komen In lange pelgrimsrij ! f

Hetzij we in dichte scharen Bij loflied en gebeên;

Of zwijgend zaamvergaren; Ons aller doel is één. f

Gods Moeder zalig spreken. Tot glorie van haar Zoon;

Haar vragen, dat ze ons smeeken Hem aanbiede op zijn troon, -j-

Wordt straks door maagdenhanden Ons offer aangebracht,

't Zal haar ter eere branden. Bij dagen en bij nacht, -f

O dat het haar behage,

Het offer onzer min;

Wij roepen telken dage

Haar hooge voorspraak in. -j-

Laat luid uw loflied schallen, Der Moedermaagd ter eer:

Het rijst ten welgevallen Van Jesus, onzen Heer. f

-ocr page 254-

208

:rdi

S2

Lof - zang en ge - be - den, Ge-

lijk zoo me - nig jaar. O

th

3;

t-

y

Énn

i

* «■

=1=

iEEpz^

Moe - der zon - der smet!

===£B=1

d--=Ï—

• ;

=±=01

hei - lig Eng' - len koor! Dring'

-43 ü

fc-

=t:=

Uw en ons ge - bed Ver-

ï

eend tot Je - zus door.

Hoe zoet is 't, bier te midden

Van broed'ren zender tal, Hem openlijk te aanbidden, Die Heer is Tan 't heelal! f

-ocr page 255-

209

Hoe zoet is 't, zonder schromen Voor smaad of spotternij,

Lofzingend saam te komen In lange pelgrimsrij! f

Hetzij we in diclite scharen Bij loflied en gebeên;

Of zwijgend zaamvergaren: Ons aller doel is één. f

Gods Moeder zalig spreken. Tot glorie van haar Zoon;

Haar vragen, dat ze ons smeeken Hera aanbiede op zijn troon, -j-

Wordt straks door maagdenhanden Ons offer aangebracht,

't Zal haar ter eere branden, Bij dagen en bij nacht, j

0 dat het haar behage.

Het offer onzer min;

Wij roepen telken dage

Haar hooge voorspraak in. f

Laat luid uw loflied schallen, Der Moedermaagd ter eer:

Het rijst ton welgevallen Van Jesus, onzen Heer. j

-ocr page 256-

210

Laat ons godvruchtig trekken

Eondom haar bedehuis; En later d'optocht rekken Tot aan het Roode Kruis, f

Weest welkom, broederleden!

In 't vriendelijk Kevelaar; Stort lofzang en gebeden,

Gelijk zoo menig jaar.7

No. 9.

AFSCHEIDSLIED TE KEVELAAR.

Melodie als No. 8.

Vaarwel, vaarwel wij scheiden.

Vaarwel, 0 Kevelaar!

Kon zij hier langer beiden,

Noch bleef de pelgdmschaar. f Maar, Moeder Gods! blijf gij, De u trouwe pelgrims bij.

Doch schoon wij huiswaarts streven.

Wij laten 't harte daar:

Zoo zoet is 't ons te leven In 't vriendlijk Kevelaar.

f Maar, Moeder Gods! enz.

-ocr page 257-

211

O moclit hij, wie vermeten ■ Durft spotten met ons lied,

O mochte liij eens weten, Wat daar de ziel geniet. 7

Wij zullen 't luid verkonden. In 't vaderland gekeerd,

Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd. ■

Door onze vaderdreven Weérklinke 't pelgrimslied;

En neen, zoolang wij leven, Zwijge onze lofzang niet!

Moge aller hart ontgloeien, Maria! in uw min,

De godsvrucht tot u bloeien In 't Christen huisgezin! 7

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden, O dierbaar Kevelaar!

Moog God ons hier weêr leiden, Te beevaart, 't ander jaar! En Moeder Cïods! blijf gij Blijf uwe pelgrims bij.

-ocr page 258-

212 No. 10.

LIED VAN 0. L. V. VAN KEVELAAR.

m

■ -H -1 = »—

(rv-' • :

F ÏH —* ? M

1. Zie,

-W---1---1-

Moe • der I ü - trecht's

t=t

Broe-der - tal ü na - der treên met

=t

blij ge-schal; O Moe-der van barm-

- •—R

har-tig-heid! Wij bid-den ü, dat

1=3=

-0-öquot;

g'ons ge - leidt.

Wij brengen danlc, en lof en eer, U, Moeder van den Opperheer! O hoor uw trouwe pelgrimschaar In 't u geliefde Kevelaar.

-ocr page 259-

213

Gij, onze hoop en toeverlaat!

Uw bêe behoedt voor alle kwaad; Ach, bid bij uwen lieven Zoon,

Dat Hij ons zijn ge na betoon'.

O Moeder Gods en altoos Maagd! Gij hebt van eeuwig Hem behaagd: Verborgen Eoos! der maagden Bloem! Gij s'werelds vreugd en s'hemels roem!

Gij zijt de tent waar God in rust.

Mijn zoete hoop en zielelust;

In u, die aller toevlucht zijt,

Is ook uw pelgrimschaar verblijd.

O Koningin van s'hemelsch hof!

Gods Eng'len zingen daar uw lof; En wij te dezer Heil'ge steê.

Wij zingen met hun Koren mee.

Laat Cherubijn en Serafijn De tolken onzer liefde zijn: Wij, zondaars, vallen voor u neer, O Moeder van den Opperheer!...

Maar toch gij hoort ons pelgrimslied. Eu smaadt ons lofgestamel niet; Vertoon ons aan uw lieven Zoon; Gij zijt zoo dicht bij zijnen troon.

-ocr page 260-

214

No 11

BEDE AAN JESUS: H. MOEDER.

Langzaam.

hESEE

X

1. 0 Ma - ri - a! Ma - ged

X

-F

schoo - ne, Bid voor ons bij

i

ü - wen Zo - ne, O Ma-

m

i

•gt; *

bid voor ons, O Ma-

ri - a! bid voor ons.

0 Maria! Maged ivine,

Moeder Gods en lieilfouteine! O Maria! bid voor ons. bis.

O Maria! hooggeprezen.

Door uw Zoon zijn wij genezen, 0 Maria! bid voor ons. bis.

-ocr page 261-

215

O Maria! rein van zonden,

Vraag genezing onzer wonden, O Maria! bid voor ons. bis.

O Maria! hoog verheven,

Gij gaaft ons den God van 't leven O Maria! bid voor ons. his.

O Maria! Koninginne!

Vraag ons Jesus' zoete minnen, O Maria! bid voor ons. his.

No. 12.

STABAT MATER.

Melodie als No. 11.

Naast het kruis met schreiende oogen, Stond de Moeder, diep bewogen.

Daar de Zoon te sterven hing.

En haar door het zuchtend harte, Overstelpt van weê en smarte, 't Zevenvoudig slagzwaard ging.

O hoe droef, hoe vol van rouwe,

Was die zegenrijkste vrouwe Om Gods Eéngeboren Zoon.

Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij. En wat folteringen leed zij

Bij 't aanschouwen van dien hoon!

15

-ocr page 262-

216

Wie die hier niet schreien zoude, Die het grievend leed aanschouwde, Dat Maria's ziel verscheurt?

Wie kan, zonder meê te weenen, Christus' Moeder hooren steenen, Daar zij met haar Zoon hier treurt?

Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesus zoo in pijnen En in wreede geeselstraf;

Zag haar lieven Zoon zoo lijden.

Heel alleen den doodkamp strijden. Tot Hij zijnen geest hergaf.

Geef, o Moeder! bron van liefde. Dat ik voele wat u griefde.

Dat ik met u medeklaag;

Dat mij 't hart ongloei' van binnen In mijn' God en Heer te minnen, Dat ik Hem alleen behaag.

Heil'ge Moeder! wil mij hooren! Met de wonden mij doorboren,

Die hij aan het kruishout leed;

Ach, dat ik de pijn gevoelde Die uw lieven Zoon doorwoelde.

Toen Hij stervend voor mij streed.

-ocr page 263-

217

Mocht ik klagen al mijn dagen, En zijn plagen waarlijk dragen Tot mijn jongste stervenssmart,

Met n onder 't kruis te weenen, Met uwe rouwe mij vereenen, Dat verlangt mijn weenend hart.

Maagd der maagden! nooit volprezen, Wil nu niet mij tegen wezen.

Laat mij treuren aan uw zij.

Laat mij al de wreede plagen En den dood van Christus dragen. Laat mij sterven zooals Hij.

Laat mij, in zijn kruis verslonden. Laat zijn wonden mij doorwonden Om de liefde van uw Zoon.

Dan, in wederliefde ontstoken.

Worde ik door u voorgesproken. Moeder! voor zijn rechter troon.

Maak, dat mij het kruis beware. Dat dan Christus' dood mij spare. Dat Hij mij gena bewijz';

En als 't lichaam eens zal sterven. Doe mij dan de glorie erven Van het hemelsch Paradijs.

-ocr page 264-

218

Gebed.

Wij bidden U, Heer Jesus Christus, dat de allerzaligste Maagd Maria, uwe Moeder, voor ons nu en in het uur van onzen dood bij uwe goedertierenheid tusschenbeide komen; zij wier allerheiligste ziel met het zwaard van droefheid doorstoken is, door U, Jesus Christus, Zaligmaker der wereld, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

No. 13.

SMEEKZANG TOT DE MOEDER DER ZEVEN SMARTEN

onder het optrekken naar het roode kruis.

Melodie als No. 11,

Zie, gezegendste aller vrouwen!

Utrecht's Pelgrims vol vertrouwen, Weêr eenstemmig tot u gaan;

Smeekend naar uw beêhuis trekken.

Smeekend tot u de armen strekken. Hoor, ach hoor uw kind'ren aan!

-ocr page 265-

219

Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't mgederharte Bij het woord van Simeon;

Hoe doorgriefde u 't vreeselijk lijden, Dat uw Jesus door moest strijden, Eer hij dood en hel verwon-

Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte. Toen gij Bethl'em om den dood

Van zijn wichtjes hoorde kannen,

En gij met uw Kindje iu de armen. Bevend naar Egypte vloodt.

Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte Bij 't verliezen van uw Kind,

Dat ge eerst na drie lange dagen.

Na veel vragen en veel klagen In den tempel wedervindt.

Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte, Toen ge uw' zoon ter dood zaagt gaan,

En Hem onder 't kruishout hijgend.

Afgemarteld, nederzijgend, 't Smartelijk oog op u zaagt slaan.

-ocr page 266-

220

Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't moederharte, Toen gij met uw' zoon gewond,

Met Hem al zijn pijnen lijdend.

En den wreeden doodkamp strijdend, Onder 't bloedig kruishout stondt,

Hoor, ach hoor ons om de smarte, Die u sneed door 't Moederharte, Toen, als alles was volbracht.

Gij uw zoon, van 't kruis genomen, In uwe armen neêr zaagt komen, Toen aan al uw kind'ren dacht.

Hoor, ach hoor ons om de smarte. Die u sneed door 't moederharte, Toen ge uw' Zoon, in 't graf geleid.

Aan uwe oogen heel onttogen,

Diep bewogen neergebogen. Eenzaam, Moeder! hebt beschreid.

Moeder dan der zeven smarten!

Trouwe troost der droeve harten! Sta, o sta uw kinderen bij.

Dat we dragen al de c.agen

's Levens plagen zonder klagen. Leer ons lijden zooals gij.

-ocr page 267-

221

Maar, o Moe.der! mag het wezen, Dat zij van het ziekbed rezen Voor wie wij te beevaart gaan;

Dat we ons innigst zielsverlangen

Op deez' pelgrimstocht ontvangen Hoor dan, hoor uw kind'ren aan.

Ach dat ik genezing vonde

Van de wonde mijner zonde, Die ik pleegde keer op keer;

Voer, o Moeder van erbarmen !

Voer mij in de broederarmen Van uw lieven Jesus weêr.

Ach! dat mij uw beó verwerve.

Dat ik leve, dat ik sterve In de liefde van uw' Zoon;

Dat ik, zegenrijkste Vrouwe!

Eens uw heerlijkheid aanschouwe Waar gij zetelt naast zijn troon.

-ocr page 268-

222 Wo. 14.

UITNOODIGING TOT DEN LOF VAN MARIA.

-#■

1. Komt, spoed ui komt Ma-ri - a prij-zen: Zij is zoo

-S5-

groot; Met snaar en stem Haar

kV-1--N ^

_i-1-----

eer be - wij-zen, Tot aan den dood. Broe-ders, zus-ters, zwijgt nu

ri?-r ---

—^—s--rn

A ' »• jgt;

-(ft) CS Y- ' -

m

1- F

rvj/ f J niet, Zwijgt Ma

- ri -

--1---

a's groot-heid

Pm

-/r^---1--h—

—1--M—|-#—

--u-

—1---—l--h~

J 1

niet, Maar ver -

heft

Haar in uw

-ocr page 269-

223

i

êIÜ

groet, wees gegroet. Ma - ri - a.

Lokt uit uw speeltuig zoete klanken! Zij is zoo goed;

En laat uw stem liaar zingend danken. Met blij gc-moed.

f Broeders, Zusters! zwijgt nu niet Zwijgt Maria's grootheid niet,

Maar, ens. als boven.

Vlecht, maagden! om Maria te eeren Een Leliekrans.

Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans,

f Broeders, enz.

O jong'ling! wijd uw schoonste jaren Aan deze Maagd!

Zij redt uw onschuld uit gevaren,

Zoo gij het vraagt.

f Broeders, enz.

Wanneer de dagtoorts met haar stralen In 't Oosten glimt.

Zij hoore, hoe tot haar driemalen Het Ave klimt, f

ei

lied, Wees ge - groet, wees ge

r»- '

-l

ï

-ocr page 270-

224

En spreidt do zon in 't heete Zuiden Daar glans en gloed.

Dan moet de bede klok wéér luiden Ten Engelgroet, f

Maar zingt het licht naar de avondlanden, En daalt de nacht,

Heft dan tot haar uw hart en handen: Groot is haar macht, -j-

Wij op deze aarde vreemdelingen,

G-aan bevend voort;

Zij leidt ons, die haar liefde zingen. Naar 't vaderoord. f

No. 15,

LIEFDEZUCHTEN TOT DE H. MAAGD.

Sq

t=i=t

=t

hart en ziel en zin - nen, Zijn

-ocr page 271-

225

F#l---gt;=-gt;=1

M . 1

SM 5 Ö- H

vol van lief - de - gloed. Gij zijt het, die ik min, Ma-

ri - a Ko - nin - gin ! Gil' zijt het die ik min! Ma-

ri - a Ko - nin - gin!

Gij zijt mijn bruid, mijn Moeder,

Mijn troost, mijn toeverlaat; Uw Zoon is mijn Behoeder.

Op wien mijn hope staat.

f Gij zijt het, enz.

Och ! had ik zóóveel monden

Als sterren 't firmament,

Ik ging uw lof verkonden Alom en zonder end! f

-ocr page 272-

226

Och! had ik zóóveel zielen Als water, lucht en land Van 's Heeren scheps'len krielen, Ik schonk ze u t' eener hand. -f

Helaas ! o bitter klagen !

Dat ik rampzalig mensch, U zóó niet kan behagen Als ik het vurig wensch.

Ik zal mij alle dagen,

En dat ter uwer eer! Godvruchtiger gedragen. En dienen onzen Heer. j

Nquot;o. 16.

PELGRIMSLIED.

ter eere van de allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria, gedurende de bedevaart.

-d ^ i ' -Nq

1. Wijg

-r

roeten U,

02

V

w t

saiv'reS

-•-•H

laagd! Door

--quot;M

4

—0—gt;

N --d

wie ons ' t heil -licht is gedaagd;Wij

-ocr page 273-

227

groe - ten U op U -wen troon, 0

t^=P=^=P=:T=i==^—I--

—'—gt;quot;±1

Moe - der van Gods een'- gen Zoon!

0 reine Maagd! o ed'le bloem! Vol liemelgeur, der maagden roem! Als kristallijn, zoo schitt'rend rein, O smettelooze heilfontein!

O zetel, waar de Wijsiheid straalt,

Waar 't eeuwig Woord is neêrgedaald. Die door zijn Geest de waarheid leert, En in zijn Kerk steeds triomfeert.

Geen wereld-of geen hellemacht.

Of wat er opstond uit den nacht.

Heeft ooit de waarheid haar ontroofd. Want Jesus blijft haar god'lijk Hoofd.

Gij zijt die Onbevlekte Maagd,

Wier moederbeê aan God behaagt. Die alverwinnend in den strijd,

Der Kerk een trouwe toevlucht zijt.

Gij, oorzaak onzer zielevreugd.

Wier komst heel de aarde heeft verheugd Ontvang uit kinderlijk gemoed, O Moeder! onzen liefdegroet.

-ocr page 274-

228

Beveel ons aan uw god'lijk Kind, Dat ons ten eind' toe heeft bemind, Dat in den smartelijksten dood Voor ons zijn laatste bloed vergoot.

O Davids Toren van ivoor!

Wijd schitt'rend in den zonnegloor, Door goddelijke hand gesticht,

Waar alle wapenmacht voor zwicht.

Gij, Arke van het nieuw Verbond! Op u is mijne hoop gegrond; De serafijnen daalden neer Om 't gulden Huis van d'Opperheer.

O Hemelpoorte! rijk en schoon,

Door u kwam de ongeschapen Zoon, Hij 't eeuwig Woord, Hij werd uw Kind Zoo teeder heeft Hij ons bemind!

O Morgensterre! lieflijk-zacht,

Na zulk een eeuwenlangen nacht: Gij kondigt 't blijde heillicht aan, Dat voor het aardrijk op zal gaan.

Gij, Toevlucht der verloren ziel. Die jammerlijk van God verviel, O Troosteres in allen nood!

Gij red ons uit den eew'gen dood.

-ocr page 275-

229

O Hulp van 't Christelijk gezin, Gij aller Heil'gen Koningin!

Ach toon in onzen jongsten strijd, Dat gij ons aller Moeder zijt!

Hoor, Moeder! op hun pelgrimsbaan, Hoor de uw gegeven kind'ren aan; Uw Zoon heeft hunne schuld geboet, Wees, goede Moeder! wees gegroet.

Gegroet, Gods dochter op uw troon! Gij, Moeder van Gods eeuw'gen Zoon! Gij, Bruid van God dan Heil'gen Geest! Die vóór en na zijt Maagd geweest!

No. 17.

AVE MARIS STELLA.

Bij alle Feestgelegenheden. Melodie als No. 1G.

Gegroet gij, Sterre van het meer! Verheven Moeder van den Heer, En altoos Maagd; gij hemelpoort. Die ons 't verbeide heil beschoort.

Wat Gabriel u heeft verkond.

Neem 't Ave van zijn Englenmond: Keer Eva's naam ten zegegroet. Dat ge ons in vrede vest en hoedt.

-ocr page 276-

230

Wil zondaars van hun boei ontslaan, Breng voor de blinden 't heillicht aan, Verdrijf ons kwaad met alle straf, Smeek al het goede voor ons af.

O toon ons, dat gij Moeder zijt. Dat Hij, die zich uwen Zoon belijdt, Door u eens tot ons heil gebaart.

Door u ook ons gebed aanvaard'.

Der Maagden zonderlinge bloem. Zachtmoedige! der zachten roem. Ik bid, dat ge onze schuldboei slaakt. Zachtmoedig ons en zuiver maakt.

Verleen een reine levensbaan,

Beveilig 't pad waarop we gaan,

Opdat wij, Jesus ziend' verheugd Te zaam steeds juichen in zijn vreugd.

Zij God den Vader lof en eer. Met Christus d'allerhoogsten Heer; Zij de eigen roem den Geest bereid. Den Drie ééne eer in eeuwigheid.

Antiph. Zie, Maria was onze hoop, tot wie wij vluchten om hulp, opdat zij ons zoude bevrijden, en zij is ons te hulp gekomen.

v. Gedoog, dat ik u love, o Heilige Maagd. A. Geeft mij kracht tege:i uwe vijanden.

-ocr page 277-

231

L aat ons bidden.

Almachtige en barmhartige God, die wonderbaar in de allerzaligste Maagd Maria eene altoosdurende hulp tot verdediging van het Christenvolk gevestigd hebt; geef genadiglijk, dat wij, onder zulk eene bescherming strijdende in ons leven, de overwinning op den boozen vijand behalen mogen in den dood. Door onzen Heer J.C., uwen Znon, die m^t ü leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwjn. Amen.

No. 18.

JUBELLIED AAN MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN,

=1=«= 0-1-0=

M . , I

---«s—#-J----


1. Lie - ve Moe-der van den Heer!

Laat ons om Uw ze - tel drin-gen,

i=P=

i

Laat Uw kin-d'ren ü ter eer 10

-ocr page 278-

232

tl

't Ziel-ver-

t'

4-1- 1 ruk-kenc

-i

1

--£

eest-lied

dn gen.

— 't Moet we

er-klin-k

*

en a

luid en

-V 1 -

blij:

—1-gt; —

^

„Moe der,

re l i

on - be-

vlekt zijt

---

Gij!quot;

t r-

rp-- r

-

't Moet we*

-11 i— jr -klin -k

f 'P •

en

•-1--—

luid en

blij:

kj-i—k B Moe-der,

on - be-

' :

vlekt zijt

£-3 k'

1_ ; Gij!'

't Heeft reeds 't wijde wereldrond En herscheppend overklonken,

't Woord, door Pius' mond verkond; En uw kind'ren vreugdedronken

Jub'len op uw feestgetij: \ ^ Moeder onbevlekt zijt gij! ƒ

Neen, dat loflied zwijgt niet meer: Tot aan s'werelds verste palen,

-ocr page 279-

233

Zullen met het hemelsch heer Al uw kind'rm 't luid herhalen

't Woord van 't zalig jubeltij; \ . Moeder, onbevlekt zijt gij! / IS'

En we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;

Wie, wie dankt niet met ons meê Voor al 't heil, door u ontvangen In het zalig jubeltij,

Moedor, onbevlekt zijt gij! j quot;^'s

Zonnezuiv're Moedermaagd!

Om do glorie u gegeven,

Hoor ook wat ons hart u vraagt; Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub'len aan uw zij'; \ Moeder, onbevlekt zijt gij! j 'IS'

No. 19.

AFSCHEIDSLIED.

Bij het ontbinden der Processie. Melodie als No. 18.

Wees nog eens, o kruis! gegroet, Zielverkwikkend liefdeteeken!

Dat, besproeid met god'lijk bloed, Nog voor ons gena blijft smeeken. Troostend zijt ge ons voorgegaan,

Wees gegroet, o zegevaan!

-ocr page 280-

234

Weest aan 't eind van onze tocht, Weest gegroet,' geliefde vanen!

'k Heb zoo vaak het beeld gezocht, Dat er wegdook in uw banen:

't Vriendlijk beeld, dat ons .behaagt, Van de lieve Moedermaagd.

Wees van Utrecht's pelgrim schaar, Eer zij uittreedt uit haar rangen.

Voor uw plechtig feestaltaar.

Wees nog met vereende zangen,

Die de liefde stijgen doet,

Wees, o Moedermaagd! gegroet.

O die zoete bedevaart!

O die zangen en dat smeeken!

Dat ons ophief boven de aard', 't Smart ons dat we 't onderbreken.

Hier reeds de optocht zich ontbindt En ik straks de wereld vind.

Ziet ge, Pelgrims! 't Kruis niet meer. Dat u wenkte vóór uw rijen:

Onder 't Kruis toch van den Heer Blijven we al ons leven strijen:

U te beevaart, u te huis Volgen wij, o dierbaar knis!

-ocr page 281-

235

Zien we, o teed're Moedermaagd! In uw gouden feestbanieren,

Nu het uur der scheiding daagt, Niet uw naam of beeld meer zwieren: U wijdt Utrecht's huisgezin,

U een eeuw'ge kindermin.

Wordt niet bij den schittergloor Van ontel'bre vlammentongen,

Niet met duizendstemmig koor. Moeder Gods! u lof gezongen:

Afstand scheidt de harten niet, Die gij voor u branden ziet,

Toeven s'werelds zorgen weêr, Drei^e weêr 't gewold der zonden:

Gij, o Moeder van den Heer!

Is do beevaart ook ontbonden.

Waar de pelgrimschare zij,

Gij toch blijft uw kind'ren bij.

Broeders! neen, 't onga ons niet: Pelgrims zijn we heel ons leven: Hij, die 's hemels rust u biedt. Heeft als vreemd'ling hier verbleven:

Goddelijke Pelgrim! Gij Blijft ons, aardsche Pelgrims, bij!

-ocr page 282-

236

No. 20.

LOFZANG TER EERE VAN HET H. EN ONBEVLEKT HART VAN MARIA.

Melodie als No. 18 I

Laat uu de aarde op blijden toon 't Duizendstemmig feestlied zingen,

Reeds weerklinkt om 's Heeren troon t Lofgezang der hemelingen,

't Euisch' der Moeder Yan den Heer En haar heilig Hart ter eer!

Spiegel, gij! van Godes macht, Die voor de erfsmet u beveiligd,

En u onder 't aardsch geslacht Zich ten woontent heeft geheiligd. Heiligdom van Gods gena,

Tempel zonder wederga!

Vlekloos Hart! wie zal uw lof.

Wie uw zaligheid bezingen!

De Eng'len van het hemelsch hof Spreken in hun hooge krirgen Neen zij spreken nimmer uit.

Wat dit heilig Hart omsluit.

-ocr page 283-

237

Voor het machtig zonnelicht Wjjkt de stille sterrenluister,

Maar de zon haalt 't aangezicht En haar stralen weg in 't duister Voor de glorie van de Maagd,

Die aan 't hart van God behaagt,

Eeiner dan ooit sneeuwvlok viel, Waardig hier haar God te aanschouwen,

Was de nederige ziel Der gezegendste aller vrouwen;

Op die schoonheid zag de Hi;er Van zijn hooge zetel neêr.

II.

Toen nu 't Woord in uwen schoot, Moedermaagd! was neêrgeko'men.

En, bereid ten offerdood, Knechtsgestalt had aangenomen,

O wat hebt ge een liefdegloed In uw Moederhart gevoed.

Hoe was toen uw Hart verheugd, En in liefdevuur verslonden.

Want gij droogt der heem'len vreugd Maar, o Moeder! eens ook wonden Al de schichten van de smart Uw beminnend Moederhart.

-ocr page 284-

238

U doorgriefde wond bij wond Door geheel uw lijdend leven;

Maar toen ge onder 't kruishout stondt, En uw' Zoon den geest zaagt geven, En een speer zijn zij' doorstak, Ach! wie meldt, hoe 't Hart u brak.

Uit dat lichaam, zoo verscheurd,

Vloeit een bloedstroom voor haar neder;

Wie, wie is er die niet treurt Met een Moederhart zoo teeder;

Maatloos als de onmeetb're zee. Is Maria's boezemwee.

Ach! droog hare tranen af,

Eijs, o Koning van het leven!

Rijs weêr uit het duister graf:

Eu van glorielicht omgeven,

ïrooste uw aangezicht de smart Van 't gebroken Moederhart.

111.

Wees, Maria! wees getroost.

Lang zal 't lijdensuur niet wezen.

Eer de derde morgen bloost.

Ziet ge uw' Zoon, uit 't graf gerezen, Vrij van smart en vrij van smaad, In 't onsterflijk lichtgewaad.

-ocr page 285-

239

Daar, daar ziet zij reeds haar God; Haar beminden Zoon genaken,

En een nameloos genot Voelt zij nu haar hart doorblaken,

Tot Hij, in triuml' gekeerd.

Aan des Vaders zij' regeert.

Eustloos zucht haar minnend Hart, Nu ze op aard' noch moet verwijlen;

O! zij wil van liefdesmart Opwaarts naar heur Jesus ijlen.

Die in 's Vaders heerlijkheid Eeeds haar zetel toebereid.

Als het maagd'lijk Was voor 't vuur. Voelde zij haar Hart verteeren.

En versmacht naar 't zalig uur, Dat de stem haar roep' des Heeren;

Torn kwam Jesus haar te moet.

En zij stierf van liefdegloed.

Heilig Harte! vrij van smet.

Troost voor wie op u vertrouwen,

Hoor ons kinderlijk gebed, O gezegendste aller vrouwen!

Vraag nu, vraag van 't godlijk Lam, Dat zijn liefde ons hart ontvlamm'.

-ocr page 286-

240 Tfo. 21.

SMEEKLIED VOOR DE OVERLEDENEN.

itj;

i

V

1. üit de die - pe boe - te-

• » ' *

kol-ken Dringt de weeklacht naar de

n]-

wol - ken Al der doo-den,

die dit uur, Lij - den in het

§

lout'-rend vuur: Heer ! ont -ferm U

S—ih-

—!---1—0* 0 -

Lg? # 1

i

0 '

: • 0 ■ iij:

hun-ner; En Gij Moe-der der ge

-ocr page 287-

241

na-de, Sla hun smart-lijk zuoh-ten

ga - de, Ach, wil hun ten

^jii:=;^g=g=pp toe-vlucht zijn In hun on - uit-

spreekbre pijn: Bid voor hen, Ma -ri - a!

Zij, ach! die zoo droevig klagen,

't Zijn onze ouders, kiud'ren, magen, 't is een ziel, die ons het wijt.

Dat zij zooveel smarten lijdt!... j Heer! ontferm U hunner.

En gij. Moeder der genade! enz.

God, o God! wil toch bevrijden Die door mijne schuld zoo lijden. Ach! dat deze pelgrimstocht Aller straf volboeten mocht!

f Heer! ontferm U hunner.

En gij, Moeder der genade! enz.

-ocr page 288-

242

Wil, genadig God! vergeven Wat wij tegen U misdreven,

Eindig, eindig hunne straf,

Wiscli hun laatste smetten af: f Heer! ontferm U hunner. Eu gij. Moeder der genade! enz.

Laat hen, die toch U beminden.

Laat hen nu ontferming vinden: Om het lijden van uw Zoon.

Geef hun 't langverbeide loon: f Heer! ontferm ü hunner. En gij. Moeder der genade! enz.

G-eef hun, die in kerkernachten Naar uw vaderblik versmachten,

Geef hun in uw aangezicht De eeuw'ge rust en 't eeuwig licht f Heer! ontferm U hunner. En gij, Moeder der genade! enz.

Nog eens, voor U neergebogen, Smeeken we U: Hebt mededoogen! Voer hen uit den langen nacht In de glorie die hen wacht; -j- Heer! ontferm U hunner. En gij. Moeder der genade! enz.

-ocr page 289-

243

No. 22.

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN ROZENKRANS. I.

Ue vijf blijde geheimen.

i

:v

fes

e

1. Gods Va - der - oog sloeg

zntd

d'aar - de ga, Een En- gel daalt met

1=

spoed: „Wees,quot; sprak hij, „O Gij

, ü__

vol ge - na' Ma - ri - a wees

:|

3=*-

:pi ri - a

Ko - nin-

groetquot;, Ma

^=0

üi

gin - ne! O Gij vol moe-der

-ocr page 290-

244

min - ne, Sta ons bij in |TI]—^=^q=r#—,--pizlzq^

:E?EE™3:ö-=É=':eËii

al - len nood, In den dood, Ma -ri - a!

Nauw heeft ze uit Gods gezant gehoord.

Wat 'sHeeren wil behaagt!

Of zij stemt in—en 't eeuwig Woord Nam 't Vleesch aan uit de Maagd, j Maria Koninginne! enz.

En zij, die s' werelds Schepper droeg,

Is tot haar Nicht gegaan, Om dienend waar de nood het vroeg. Aan hare zij te staan (-j- Maria.)

Zij trekt naar Davids kleine stad—

Daar baart zij 'tgodlijk Kind, Dat met haar 't hemelsch heir aanbad. En zij in doeken windt, f

Zij bood het God ten offer weer

In Salems tempelstee;

,, Laat nu,—sprak Simeon,— o Heer! Uw dienaar gaan ir vreê.quot; f

-ocr page 291-

245

Wat blijdschap voolde uw moederhart,

Maria! nu ge uw Kind,

Zoo lang gezocht met zooveel smart, In 's Heeren tempel vindt, f

II.

De vijf droevige geheimen.

Wie is er, Moeder! die het meldt,

Hoe u het harte brak,

Toen 't zwaard, van Simeon voorspeld, U zevenwerf doorstak, (-f Maria.)

Gij zaagt don Heer, Gethsemaué!

Bedroefd tot in den dood:

Hoe 't bloed, dat de angst hem storten deè Op de aarde nedervloot. -J-

Mijn Jesus! ach, wat foltering!

'k Zie diepe wond bij woud. De striemen van de geeseling.

Die gij voor mij doorstondt. f

Nu mengt de moedwil pijn en hoon

Wreedaardig ondereen;

Ruw vlecht de beul een doornen kroon Om 's Heeren hoofd nog heen! f

Mijn Jesus sleept, bedekt met bloed,

Zijn kruis naar Golgotha;

Wie onzer draagt niet welgemoed Voortaan zijn kruis Hem na. f

-ocr page 292-

246

Hij sterft, aan 't smartelijk kruis gehecht, Zijn Moeder ziet het aan!. .•

Ach, toen is 't zwaard, zoolang voorzegd, Diep door haar ziel gegaan!... f

III.

De vijf glorierijke geheimen.

Juich, Moeder! uw Zoon regeert In opperheerschappij:

Uw droefheid is in vreugd verkeerd. Gij heerscht nu aan zijn Maria.)

De Heer, de Heer is opgestaan En leeft nu voor altijd!

O dood! gij jaagt geen vrees meer aan; üw prikkel gingt ge kwijt, f

Daar klimt Hij door de sterrenbaan— Een Eng'lenpaar daalt neêr.

En kondigt d'elf Apost'len aan: „Zóó keert Hij eenmaal weêr.quot;' f

Hij zendt hun d'afgebeden Geest. Die licht en krachten geeft;

De Apost'len tuigen 't onbevreesd. Dat Jesus weder leeft. 7

Toen gij, o Maagd! van liefde stierft, Schonk Hij u 't rijksgebied.

Dat ge in uw mart'laarschap verwierft, En thans met Hem geniet, f

-ocr page 293-

247

Daar wordt gij door uw oigen Zoon

Gekroond tot Koningin,

Eu schittert naast zijn glorietroon,

Voor uwe Moedermin, f

No. 23.

DE VIJFTIEN GEHEIMEN VAN DEN ROZENKRANS.

I.

De vijf blijde geheimen. 1. Wij groe-tenü, o rei-ne Maagd! O

Ko -nin-g

in, o

Ko-

nin-gin! Gij,

S---

quot; Lj —S--'--K-

u

--1-

die Uw Sc

iep-per hebt be-haagd,0

—i—

-P-

—1----

- P—

r-

—S-J--

Ko - nin-gin, Ma - ri - a!

17

-ocr page 294-

248

Ge ontvingt in u des Vaders Zoon,

O Koningin, o Koningin!

Hij daalde in u van 's hemels troon, O Koningin Maria!

Gij gingt een langen weg te voet,

O Koningin, o Koningin!

En hebt uw blijde Nicht begroet, O Koningin Maria!

Gij hebt den Eedder dezer aard',

O Koningin, o Koningin!

Te Bethl'ein in een stal gebaard, O Koningin Maria!

Ootmoedig naar Gods huis gegaan,

O Koningin, o Koningin!

Boodt gij uw' Zoon ten offer aan, O Koningin Maria!

Drie dagen trokt gij zoekend rond,

O Koningin, o Koningin!

Eer gij uw Jesus wedervondt, O Koningin Maria!

II.

De vijl droevige geheimen.

O droeve Moeder, vol van smart!

O Koningin, o Koningin!

Wat diepe wonden droeg uw hart, O Koningin Maria!

-ocr page 295-

249

O Mooclor! welk een zielewoo! O Koningin, o Koningin!

Bij 't bloedzweet in Gethsemané, O Koningin Maria!

O Moeder, welk een foltering! O Koningin, o Koningin!

Bij Jesus' wreede geeseling, O Koningin Maria!

O Moeder, welk een pijn en hoon! O Koningin, o Koningin!

Uw Jesus draagt een doornenkroon, O Koningin Maria!

O Moederhart, opnieuw doorboord! O Koningin, o Koningin!

Uw Jesus sleept zijn kruishout voort, O Koningin Maria!

O Moeder, welk een marteling! O Koningin, o Koningin!

Toen Hij aan 't kruis te sterven hing, O Koningin Maria!

III.

De vijf glorierijke geheimen.

Verheug u, na die lange smart, O Koningin, o Koningin!

Verrukt de vreugd uw moederhart! O Koningin Maria!

-ocr page 296-

250

Verrezen is des levens Heer,

O Koningin, o Koningin!

Maria ziet haar Jesus wéér, O Koningin Maria!

Uw Zoon ging in zijn heerlijkheid,

O Koningin, o Koningin!

Waar Hij een plaats ons toebereidt, O Koningin Maria!

Toen is zijn Geest op aard' gedaald,

O Koningin, o Koningin!

Uie met zijn licht Gods Kerk bestraalt, O Koningin Maria!

Uw zoon zendt u een Bngelrij,

O Koningin, o Koningin!

En juichend voert ze u aan zijn zij', O Koningin Maria!

Uw Zoon geeft u de gloriekroon,

O Koningin, o Koningin!

Nu heerscht gij op uw hemeltroon, O Koningin Maria!

Clebed.

O gij, uw glorie ingegaan,

O Koningin, o Koningin!

Hoor 't smeeken uwer kind'ren aan, O Koningin Maria!

-ocr page 297-

251

Bid voor de Kerk, voor Jesus' bruid,

O Koningin, o Koningin!

Straal' zijne glorie in haar uit, O Koningin Maria!

Bid voor 't beminde Hoofd der Kerk,

O Koningin, o Koningin!

Dat Jesus hom verlichte en sterk', O Koningin Maria!

Bid, dat uw Zoon de herderschaar,

O Koningin, o Koningin!

In zijn getrouwe dienst bewaar', O Koningin Maria!

Bid, dat liun kudde tot hun vreugd,

O Koningin, o Koningin!

Moog bloeien, groeien in de deugd, O Koningin Maria!

Bid, dat geen Christen Vorst of Staat,

O Koningin, o Koningin!

Aan 't heil van Kerk of zielen schaad', O Koningin Maria!

Weer, Moeder! alle zonden en straf,

O Koningin, o Koningin!

Weer alle geesels van ons af, O Koningin Maria!

-ocr page 298-

252

Bid, bid voor ons in allen nood, O Koningin, o Koningin! En blijf ons bij tot in den dood, O Koningin Maria!

No. 24.

MARIA-TENHEMEL-OPNEMING

quot;E

' •• 0

Van een kroon-ge-sternt' om - ge-ven,

.ft__

| PT

Dat Haar om het voor-hoofd gloeit ?

1—

. rrn—^

Eu-g'iendar-te - len en «prei-en

-ocr page 299-

253

u

-?~0~

it=z=t=±^tr:

E - dens bloe- men voor Haar voet,

3|=^—

E^sè^E;

Waar Zij on - der 't blij ge - lei - en

:!=

Naarheur Wel-be - min - de spoedt.

'tls de Maagd, van God verkoren. Door der vad'ren stem voorzeid. Die uit Davids stam geboren.

Eeuwen zuchtend was verbeid; Zij, na zooveel bange jaren,

Zij moest in een herderstal 't Wichtje door een wonder baren. Dat de God was van 't heelal.

Blij dan zij haar lof gezongen;

Van geslachte tot geslacht Worde door ontelb're tongen

's Werelds dank haar toegebracht. Zij, zij is het, die aan de aarde

Heil en vrede wedergaf;

Want het Wichtje, dat zij baarde, Sloeg ons satans kluisters af.

Ê

-ocr page 300-

254

O dat we immer met vertrouwen,

In liet leven, in den dood,

Opwaarts naar Maria schouwen,

Die haar kind'ren nooit verstoot; Waar Gods Eng'len neergebogen

Staan om d'eew'gen glorietroon. Deelt zij Jesus' rijksvermogen, En beveelt ze ons aan haar Zoon.

Luide moet ons lied dan rijzen

Om de glorie die haar kroont.

Luide Jesus' liefde prijzen,

Die oneindig haar beloont Heden dan met de Eng'lenkringen Juichen wij, vervoerd van min; Maar, nog aardsche bannelingen. Koepen we ook haar voorspraak in.

No. 25,

MARIA-ÏENHEMEL-OPNEMING.

-P ff/v ■ 1--1-:-----

—K—K—N—J1

1. Laat ons

alij God

=1

-J J J '

slie-ve Moe-der

. ja

-fa—d---J_.

h • |- H

ee - ron: Zij zal he - den

-ocr page 301-

255

d' oogen tot ons keeren; wat w'ootmoedig

«7,, . , 1____________

in 't ge-bed begee-ren Met ons vragen

i=h—

voor den troon des Hee - ren.

werf ons bij Uw Zoon, Als wij

r\ *

»-« gt;---S---P-

---i—

p - «- H

—#-#—

ster - ven, dat wij

—1-1-

er - ven

--V « , -K ~K - 1M i -1 -----1 -

i-J_--* j 0--g--CD -

^t Eeu-wig - du - rend he - mei - loon.

-ocr page 302-

256

Ze is dees dag ten hemel opgenomen; Al de zaalgen doen hun zangen stroomen Haar ter eer; hoe zou een kind nu schroomen, Heden voor haar moedertroon te komen, f Moeder, hoogverheven! enz.

Moeder nóg, gelijk zij was op aarde, Heerscht zij naast den Zoon, die zij ons

[baarde;

Smaakt zij 't loon, dat zij zich hier vergaarde, Die zijn woorden in haar hart bewaarde, f Moeder, hoogverheven! enz.

Hij, die haar tot Moeder heeft verkoren. Die haar Zoon is, uit haar schoot geboren, Die haar nu zijn glorie heeft beschoren: Hij, Hij zal haar moederbeê verhoeren, f Moeder, hoogverheven! enz.

Welk een macht en liefde hier verbonden! Die om strijd uit duizend duizend monden Al de heemlen en deze aard' verkouden: Wie, wie bad en heeft geen hulp gevonden ? f Moeder, hoogverheven! enz.

Wij dan, Utrecht's oude broederleden. Komen op uw feestgetij van heden, Moeder! vol vertrouwen toegetreden Met een krans van kinderlijke beden, f Moeder, hoogverheven! enz.

-ocr page 303-

257

Wees geloofd, o Moeder! nooit volprezen, Gij dees dag ten glorietroon gerezen; Moeder Gods, van eeuwig uitgelezen! Ja, gij zult ook onze moeder wezen. ■[- Moeder, hoogverheven! enz.

No. 26

MARIA-ÏEN HEMELOPNEMING.

e/ r

1. Ma - ri - a, Moe - der

—1«-|——f f]

van Gods Zoon, AI - le - lu - ja, al-

le-Iu-ja! Ging he-den op naar

\fyfèt i' jijpfeymi

's hemels troon. Al- le, Al - le - lu - ja!

-ocr page 304-

258

God zond zijne Eng'len tot haar af,

Alleluja, alleluja!

Om liaar te wokken uit het graf.

Alle-, alleluja!

Zij voeren met hun Koningin,

Alleluja, alleluja!

Verrukt den open hemel in.

Alle-, alleluja!

Daar komt met heel een Eng'lenstoet.

Alleluja, alleluja!

I)e Zoon zijn Moeder in 't gemoet. Alle-, Alleluja!

Wat onuitspreeklijk heilgenot!

Alleluja, alleluja!

Zij ziet Hem, haren Zoon en God! Alle-, Alleluja!

Elkaar zien Zoon en Moeder aan;

Alleluja, alleluja!

En zwijgend bleven de Eng'len staan!.. Alle-, alleluja!

Nu treedt zij in eeu zonnegloor,

Alleluja, Alleluja!

Aan Jesus' hand de heemlen door. Alle-, alleluja!

-ocr page 305-

259

Een maagdelijke Sterrenkrans

Alleluja, alleluja!

Staat om haar hoofd in stillen glans, Alle-, Alleluja!

Zij, vol genade als vol deugd,

Alleluja, alleluja!

Geniet de volheid aller vreugd!

Alle-, alleluja!

Zij zetelt op den oeretroon.

Alleluja, alleluja!

Naast Jesus, haren God en Zoon. Alle-, alleluja!

Zoo is zij 's hemels koningin,

Alleluja, alleluja!

Maar moeder ook van 't aardsch gezin Alle-, alleluja!

Zoo klimm' tot haar ons smeekend lied.

Alleluja, alleluja!

Vergeet ons, arme Pelgrims, niet. Alle-, alleluja!

Wij zingen God'; Alleluja!

Alleluja, alleluja!

In Maria! alleluja!

Alle-, alleluja!

-ocr page 306-

260 No. 27.

MARIA-TENHEMEL-OPNEMING.

F^tfi^=¥=^ —^-^=^5--a—^

:yfl=4=^4==^^g^^===::p=q

1. Ma - ri - a Moe - der van Gods Zoon, A - ve Ma-ri - a, Ging he-den op naar

X/-----^=quot; 0 9 9---

's he - mels troon, A - ve Ma-

illiiiiipppp ri - a, God zond zijn Eng'len

tot Haar af, Om Haar te wek-ken

-ocr page 307-

261

ÊfM i m .i.;I

uit het graf, A - ve, A - ve,

A - ve Ma - ri - a.

Zij voeren met hun Koningin,

Ave Maria,

Verrukt den open hemel in.

Ave Maria,

Daar komt met heel een Eng'lenstoet, De Zoon zijn Moeder in 't gemoet. Ave, ave, ave Maria.

Wat onuitspreeklijk heilgenot!

Ave Maria,

Zij ziet Hem haren Zoon en God!

Ave Maria,

Elkaar zien Zoon en Moeder aan; En zwijgend bleven de Eng'leu staan!... Ave, ave, ave Maria.

Nu treedt zij in een zonnegloor,

Ave Maria,

Aan Jesus' hand de heemlen door. Ave Maria,

-ocr page 308-

262

Een maagclolijke Sterrenkrans Staat om haar lioofd in stillen glans, Ave, ave, ave Maria

Zij, vol genade als vol deugd,

Ave Maria,

Geniet de volheid aller vreugd!

Ave Maria,

Zij zetelt op den eeretroon.

Naast Jesus, haren God en Zoon. Ave, ave, ave Maria.

Zoo is zij 's hemels koningin.

Ave Maria,

Maar Moeder ook van 't aardsch gezin.

Ave Maria,

Zoo klimm' tot haar ons smeekend lied. Vergeet ons, arme Pelgrims, niet. Avo, ave, ave Maria.

Wij zingen God': Alleluja!

Ave Maria,

In Maria! alleluja!

Ave Maria,

Wij zingen God': Alleluja!

In Maria! alleluja!

Ave, ave, ave Maria.

-ocr page 309-

263 No. 28.

HULDE EN BEDE AAN MARTA.

1. Komt! hef - fen wij een lof-lied aan, Luid klimm'het op van d'aard, Tot voor den troon waar

d'Eng'lenstaan,'tZij met hunlied ge

iiUk—i—gt; -i-

--*-1-

=t=^—r—1

paard. Wij zin - gen op den

--:-1-h—

— —--tuon van 't stof. En

-#.-0--«—J

knie-len voor ü

ueer, Wij staam-len dank-baar

18

-ocr page 310-

264

t—i—i

u - wen lof,

p—»—=-r

J |-

3 Moe - der van den

——i—r—i

-KW 1= * ^ \y--

Heer! Wij

-7 WH—i—\—p--

-1-1-

staam-len dank-baar

-r^ rquot;JT3Tn

u-wen lof, 0 Moeder van den Heer!

Dat onze lof u niet misliaag'.

0 Hemelkoningin!

Al is de toon van 't stof te laag,

Hij dring' ten hemel in. Wat sterv'ling, die zoovéél vermocht,

Wat haalt er bij uw eer:

Nooit is uw hulp vergeefs gezocht O Moeder van den Heer! (bis.)

Uw ootmoed was zoo gadeloos.

Zoo minlijk in Gods oog,

Dat u zijn Zoon tot Moeder koos

Eu neêrkwam van omhoog; O Morgenster der zaligheid!

Hij daalde op aarde néér. De Redder, eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Hear! (bis.)

-ocr page 311-

265

In woede sloeg de ontroerde hel Om 't heil van ons geslacht;

Toen u de Aartsengel Gabriël De homelboodschfcp bracht. Hoe Satan dreig' bij eiken tred,

Wij vreezen hem niet meer: Uw Zoon heeft hem den kop verplet, O Moeder van den Heer! {bis.)

Hoe lieflijk klonk der Eng'len toon

Voor de eerste maal op aard'.

Toen gij, o zuiv're Maagd! Gods Zoon

In Bethl'em hebt gebaard; Het hemelkoor juichte in ons lot

En daalde om 't kribje neêr: Het zag—een menschgeworden God! U—Moeder van den Heer! (bis.)

Wij roepen nog met heel de Kerk

Door de eeuwen hoen u aan;

Heeft Jesus 't eerste wonderwerk

Niot op uw beê gedaan?

Ach, zie beschermend van omhoog

Hier op uw kind'ren neêr, Aanschouw ons met meêdoogend oog, O Moeder van den Heer! (bis.)

Toen Jesus aan het kruishout hing.

Ons 't eeuwig heil verwierf,

Gaf Hij u aan zijn lieveling,

Eer Hij voor allen stierf;

-ocr page 312-

266

Gij werd Zijn Moeder, Hij uw kind.

Wij deelden in die eer:

En ons hebt gij als Hem bemind, O Moeder van den Heer ! (bis.)

Uw Moeder is zij, Pelgrimsschaar!

Die u getrouw bemint;

Zeg. zeg in alle zielgevaar:

Ach Moeder ! hoor uw kind ! Zie, lieve Moeder, vol gena!

Zie op uw Pelgrims neêr:

Uw liefde heeft geen wederga, O Moeder van den Heer! {bis.)

Ach, Moeder van barmhartigheid!

Onttrek uw hulp ons niet;

Als ons de wereld lokt en vleit

En gij ons wank'len ziot;

Of Satan ons zijn strikken zet

Door wellust, goud of eer:

Ach, dat uw voorspraak ons dan redd', O Moeder van den Heer! (bis.)

Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,

Of ramp bij ramp ons slaat; Als wat we ook pogen wreed mislukt,

Ons alle hoop vergaat;

Als ons deze aard' geen troost meer biedt.

Ziet gij dan op ons neêr.

En weiger ons uw hulp toch niet, O Moeder van den Heer! (bis.)

-ocr page 313-

267

i. Als 't alboslissend starfuur slaat,

En 's levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die opengaat

En aan de ziel verschijnt: Ach, dat ik dan mijn brekend oog,

Mijn Moeder! tot u keer', Uw zoete blik ontmoete omhoog, O Moeder van den Heer! (bis.)

Bescherm uw pelgrims op hun baan

En waak aan onze zij;

Hoor Moeder! hoor uw kind'ren aan

En blijf ons altoos bij.

Wat lot ons in dit leven beid',

ü zingen wij ter eer;

U zingen we eens in eeuwigheid, O Moedor van den Heer! {his-)

No. 29.

VAANDELLIED.

ff a tempo.

ümé

5

1. Schoonste vaan der konings-va - nen,

2. Ziet haar als vor-stin-ne stra -len

3. Hei - lig vaan-del on -zer ee - re,

4. Ja, wij hou-denen wij beu-ren

-ocr page 314-

268

hPf \,.Mf f # -

--

rt-

1 KT) l*--4--L—f--*—,

■J

1. Gol-vend in uw lich-ten gloed,

2. In het bi au- we weid-sche kleed,

3. Wees ons vaan-del t'al - Ier tijd,

4. El - ken vij - and U te moet,

1. Wap-per met uw bree-de ba-nen,

2. Brengend in de jam-mer-da - len

3. Dat uw le - ger tri - om -fee - re

4. Mocht uw luis-ter zich ook kleuren

1. Hoog symbool van deugd en moed!

2. Hulp in nood en troost in leed;

3. In der we-reld har-den strijd!

4. Met het pur-per van ons bloed!

1. In uw mid-den troont de moe-der,

2. Hulp bij't dreigen der ge-va-ren

3. Want wij le-ven en wij sne-ven

4. Wap-perdan Ma - ri - a'sstanderd.

I

-ocr page 315-

269

1. Die zoo tee-dei ons be-mint,

2. Voor het li-chaara en de ziel;

3. Aan uw voe ten heil'-ge vaan,

4. Geestdrift brengend, moed en kracht,

|_-]=K=q

1. Die bij Christus, on - zen broeder,

2. Troost bij't moede - loo - ze sta-ren,

3. Bij U ster-ven is her-le-ven,

4. Tot haar glo -rie, on - ver- an- derd,

1. Smee-kend al - tijd o-ver-wint.

2. Als er leed in 't har-te viel.

3. Is ter eeuw'ge brui-loft gaan!

4. Eens om-hoog ons te-gen-lacht!

1. Die bij Christus, on - zen broeder,

2. Troost bij 't moede - loo - ze sta-ren,

3. Bij U ster-ven is her-le-ven,

4. Tot haar glo -rie, on - ver -an-derd,

-ocr page 316-

270

ti

1. Smee - kend al

2. Ais er leed

3. Is ter eeuw'

4. Eens om - hoog

i

tijd in - ge ons

kz

^1

1. o - ver - wint.

2. 't har - te viel.

3. brui - loft gaan!

4. te - gen - lacht!

Ho. 30.

AFSCHEIDSGROET TE KEVELAAR.

Rustig maar niet slepend.

üë

Moe - der goed en schoon, Al

=^q

it

voe - len we on - ze har - ten Ge-

-ocr page 317-

271

boeid aan U wen troon, We /r\

$

-X

fc=|:

*—J—quot;if *--it

moe-ten huiswaarts kee - ren, Al

r,

:ïz

—±

zul - len wij mis - schien Hier

lt;7\

in Uw heil - ge ste - de U

ïï

r-

ÜÜ

nim - mer we - der - zien Hier

/Tn

•»

=P=±

in Uw heil - ge ste - de ü

nim - mer we - der - zien.

-ocr page 318-

272

We baden hier zoo innig Uit 't diepst van ons gemoed Met onbeperkt vertrouwen, Met onweerstaanbren gloed:

Want wat den mond ontvloeide Had Gij in 't hart gelegd,

En wat de lippen spraken\ , •

Hadt Gij hun voorgezegd, ƒ 18

JSTu knielen wij voor 't laatste Bij quot;t needrig wonderbeeld,

Waar Ge Uwe macht doet schijnen. En onze zwakte heelt; Met schreiende oogen zingen Wij onzen afscheidsgroet,

O Moeder, lieve Moeder, ^ i ■ . Voor ons zoo teer, zoo goed! / ,ls

Maar neen 't is niet voor 't laatste. Dat Ge ons hier bij U ziet, quot;We zullen wederkomen.

Met dank en bedelied,

We zullen wederkomen.

Zoolang het God behaagt,

Om hier U te vereeren, \ , O schoone Moedermaagd! ) )lb'

En mocht de dood ons treffen Voor dat de pelgrimsschaar Opnieuw ter beevaart uittrekt Naar :t heilig Kevelaar,

-ocr page 319-

273

Dan storvon wij, vertrouwend, Dat uwe moederbeö Ons veilig binnenvoere \ ^ In s'liemels heilige steê./

Zoo geven wij ons zelve Getroost in uwe hand.

In leven en in sterven Zijn wij aan ü verpand:

Want wat er ook gebeure,

O Hoog verheven Vrouw,

We blijven hier en elders \ . •

U tot den dood getrouw. I

En nu, o lieve Moeder,

Nog ééne vuur'ge beê:

Geef ons uw moederzegen Op den terugweg mee;

Dan scheiden wij tevreden.

Wijl uwe hand ons leidt Naar'taardsch tehuis en eenmai ü Ibis Naar t huis der eeuwigheid. /

-ocr page 320-

274

No. 31.

AVE MARIA.

Melodie: De Angelus.

Wij brengen, als de Engel,

U, Moeder zoo zoet. Met teedere liefde Den dierbaren groot: Ave, ave, ave, Maria, {his.)

Zoodra in het oosten

Het morgenlicht daagt.

Looft 't kleppen der Ang'lus U Moeder en Maagd; Ave, ave, ave, Maria, {his.) •

Weer klinkt op don middag

Die bede zoo zoet.

Zendt de aarde aan Maria Den minnelijken groet: Ave, ave, ave, Maria, {his.)

En daalt wéér de scheem'ring

Van 't avonduur neêr.

Door 't duister nog ruischt het Gods Moeder ter eer: Ave, Ave, ave, Maria, {bis.)

-ocr page 321-

Door dalen en wouden Langs bergen en vliet

Klinkt de eer van Maria In 't homolüche lied: Ave, ave, ave, Maria, (bis.)

De talen der volken,

Verheffen liaar naam;

Zij smelten in 't ave Maria te zaam;

Ave, ave, ave, Maria, (bis.)

Aanvaard dan de hulde, O Moeder zoo goed.

De hulde uwer kind'ren; Aanhoor onzen groet: Ave, ave, ave, Maria, (bis.)

Zoo blijft, o Maria,

In vreugd en in smart,

In leven en sterven De kreet van ons hart: Ave, ave, ave, Maria, (bis.)

Die groet zij de laatste Door 't hart nog geuit.

Wanneer in het sterven. De mond zich reeds sluit Ave, ave, ave. Maria, (bis.)

-ocr page 322-

276

Maar dan door Maria

Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig

Geschaard om haar troon Ave, ave, ave, Maria, (iw.)

No 32.

HULDE AAN MARIA.

Melodie. Wonderschoon prachtige.

Wonderschoon, prachtige. Wondergroot, machtige!

Lieflijk volzalige hemelsche Vrouw

Wie 'k mij als teeder kind. Liefdevol toe verbindt,

.la, mij met -ziel en met lichaam vertrouw. Goed, bloed en leven Wil ik u geven;

Alles, ja al wat ik ben van af nu Geef ik met vreugde Maria aan U.

Sterren omglanzen U,

Zonnen omkranzen U,

Troostende ster in de nachtelijke vaart. Voor de betreurende 't Menschdom besmeurende,

-ocr page 323-

277

Zondesmet heeft U Gods almacht bewaard, Zalige Moeder,

Jesus onz' Broeder Heiland en Kedder van Adams geslacht, Hebt gij uit Sions op aarde gebracht.

Hemelsche Koningin 's Eeuwige Voedsterin, Wonderbaar Moeder en Maagd tegelijk! Sterkte der strijdenden,

Zalving der lijdenden,

Levende bron in vertroostingen rijk! U, o getrouwe,.

Machtigen Vrouwe,

Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moedor och voer ons op zekeren baan!

Gij zijt en heil en troost.

Voor 't U steeds minnend kroost. Vorstin des hemels en Moeder van God! Spiegel der zuiverheid Bijstand der Christenheid, Ark des verbouds en geleidster tot God! Werp op mij neder.

Moeder zoo teeder;

Moeder! Ja werp toch uwe oogen op mij Leer mij in ootmoet zoo wand'len als Gij!

-ocr page 324-

278

In lijden geoefende,

Kent gij bedroevende Kampen en pijnen en innige smart Niemand verlaat gij ooit, Kind'ren verstoot gij nooit: Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in 't lijden Sterk ons in 't scheiden.

Bid ook voor ons uwen God'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor Zijn' eeuwigen troon.

No. 33.

Lied gezongen bij gelegenheid

bij do inwijding van ons

MARIABEELD KEVELAAR 190 2.

Melodie heleend.

Utrecht prijst vol vreugde de zuiverste

Maagd,

Wij prijzen ze in vroolijke zangen; Haar schoonheid heeft eeuwig den

Schepper behaagd Zij werd zonder zonde ontvangen. O reinste der maagden, U prijze ons lied. Versmaad, ach versmaad onze zangen

toch niet.

-ocr page 325-

279

Van 't hoogste des hemels zag God op

U neer,

Zijn oog sloeg IJ liefderijk gade.

Eeeds vóór uw' geboorie werdt gij door

den Heer Vervuld met de grootste genade; Gij bleeft steeds van iedere zonde bevrijd, En eeuwig uw' Heer en uw' Schepper

gewijd.

Wij brengen vol blijdschap o Moeder

en Maagd, Dit beeld U uit liefde en eere Het heeft immers, Gods Zone altijd

behaagd.

Dat wij ü zoo liefderijk vereeren; Dus Moeder, o Moeder versmaad ons

toch niet,

't Gebed bij het beeltenis dat alles voorziet.

Gelijk onder doornen de lelie bekoort.

Zoo zijt gij het sieraad der vrouwen; Ach, mocht ik, o Moeder van 't eeuwige

Woord

Toch al uwe schoonheid aanschouwen! O zuiverste moeder, wat zijt gij toch

schoon!

Gij deelt in de schoonheid van Jesus,

uw Zoon.

19

-ocr page 326-

28ö

Nu leeft gij daar boven in eeuwige vreugd', Waar de Eng'len U juichend omringen; De hemel wordt thans door uw' schoonheid verheugd Die Cherubs en Serafs bezingen. O Luister des hemels! gij glinstert

van licht, God zelf heeft uw troon naast den

Zijnen gesticht.

O Maagdelijke Moeder, o vlek'looze Maagd

Tot boven de sterren verheven.

Bekom ons die deugd welke 't meest

ü behaagt. En leid ons tot 't eeuwige leven.

Daar zingen wij eeuwig rondom uwen

troon:

O reinste der maagden, wat zijt gij

toch schoon!

No. 34.

BEDE AAN DEN H. JOSEF.

Melodie bekend..

O Josef! Voedstervader

Van Jesus, onzen Heer, Wij treden biddend nader, En knielen voor u neêr;

-ocr page 327-

281

Want in uw vaderarmen

Draagt gij het godlijk Kind 't Zal onzer zich erbarmen, Wijl 't uw gebed bemint.

Wil, Josef! voor ons vragen,

Dat wij in 's levens lot Ons naar zijn wil gedragen,

Getrouw aan zijn gebod. Wil door uw beê verwerven,

O trouwe toeverlaat!

Dat wij den hemel erven, Als eens ons sterfuur slaat.

Wij smeeken u te gader.

Patroon van Jesus' Kerk! Blijf, Josef! ons ten vader.

Ten steun bij al ons werk; Vraag ons, met Jesus' Moeder

Zijn hulp in allen nood. En blijf ons trouw ten hoeder Van nu tot in den dood.

-ocr page 328-

282

No. 36.

LOFLIED AAN DE H. MOEDER ANNA.

Nadat Paus Pius IX op den 8 December 1854, Maria's Onbevlekte Ontvangenis ten leerstuk heeft verklaard.

Wijze: IVees gegroet op kindertoon.

Moeder Anna! luid en blij Moet ook u mijn loflied rijzen;

Moeder van Gods Moeder, gij, 'k Moet uw nieuwe glorie prijzen; Straalt er op de dochter eer, 't Schittert op de moeder weêr.

Ver reeds als de lichtstraal schiet, Vloeit van duizend dankb're tongen

't Nauw-verkondigd zegelied: 't Wordt door de Eng'len meegezongen 't Godlijk stil geheimenis.

Dat in u voltrokken is.

Wonder zonder wederga!

Vlekloos hebt gij haar ontvangen.

Door uws Heeren heilgena,

't Kind dat ge aan uw hart mocht prangen Anna! ja alleen uw kind Is aldus door God bemind!

-ocr page 329-

283

En ik zou niet luid en blij U in uwe dochter prijzen!

Moet niet aller eeuwen rij 't Loflied voor u op doen rijzen! Wie is als uw vlekloos kind. Wie ooit herft als zij bemind !

Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder,

Keert, o Anna! uw gebed Tot luiar Zoon ooit vruchtloos weder? Bloeder van Gods Moeder gij. Bid dan Anna! bid voor mij.

U klinkt zoo blij het lied, Dat

No. 36.

1740 JUBELLIED. 1890

Op het h on de r d vij ftigj arig Bestaan der Utrechtsche Processie

-ocr page 330-

284

thans in ju-b'lend' ac-coor-den, Aan

quot;irrPT .

0 •—rlt;

—1--0—

, $=

] rj i j-*-\

-* r-

—•—•— -

on-ze borst ont-schiet! 't Zijn honderd vijftig jaren, Sinds Utrecht's pelgrims-

ril 'J' | |

. iq

cJv-^ ;

L- . r

schaar Voor'teerst U kwam be-

groe - ten, Ma - ri - a Ke - ve-

jUp—

laar! Voor'teerst ü kwam be

$ M*

ff

groe-t

en, Ma

-ri - a Ke - ve-

laar!

-ocr page 331-

285

De wonderdadige gunsten,

Die hier Uwe goedheid gaf, Ontgloeiden 't hart onzer vaadren

Ten heilgen pelgrimsstaf.

Geen weg was te^onbegaanbaar.

Geen kommer woog te zwaar, . Om U te gaan vereeren, \ ,.

Maria Kevelaar! ƒ ns'

Gij, Troosteres der Bedrukten!

Toch lenigt steeds elke smart. En stort genezenden balsem In 't diepst gewonde hart. Wat maakt 't dan, of ellende Op reis hun wedervaar'.

Wanneer ze^Uw troost maar smaken \ . Maria Kevelaar! / ns

Die troost is steed.s hun gegeven.

En hulpe naar lijf en ziel!

Geen wonde of pijn ooit in 't harte.

Waarop geen heeldrop viel!

Nooit trof hen eenig lijden,

Nooit dreigde hen gevaar.

Of Gij boodt hulp en redding 1 . Maria Kevelaar! / IS'

Wat ongeneeslijke kwalen

Genazen op Uwe beê!

En wat gefolterde harten Ontvingen zaalgen vreê!

-ocr page 332-

286

Bij stroomen viel Uw zegen

Op hooi de pelgrimsschaar Van Utrecht's Katholieken, gt; ,.

Maria Kevelaar! ƒ 'S-

Dank, ïroosteves der Bedrukten!

Heb dank van ons juublend hart Voor al wat door Uwe voorspraak

Aan troost ons ooit gewerd;

Voor alle hulp en zegen, In honderdvijftig jaar Aan Utrecht mild geschonken, \ T. Maria Kevelaar! i ls'

M. H. Rademakee.

No. 37.

TOEWIJDING AAN DE ALLERH. MAAGD MARIA.

Melodie als No. 36.

Aan U, o Moeder, verheven.

Aan U zij het jub'lend lied; Gij schenkt don kostbaarsten zogen, Dien aarde of hemel biedt!

Gij hebt ons hier veroeuigd Om uw genadetroon,

Eu brengt ons aller bede \ ^ Tot Jesus uwou Zoon. / 51S'

-ocr page 333-

287

De vreugdezangen weerklinken, üw zegen brengt blijdschap aan üw zegen brengt ons den hemel, Op deze pelgrimsbaau.

G-ij zijt een moeder, teeder In blijdschap en in smart. Een moeder, zooals geene \ ^ Voor 't minnend kinderhart. /

O Moeder, blijf met uw zegen Uw dierbare kind'ren bij,

Voer hen ter eeuwige vreugde. Ten zalig feestgetij;

Daar danken onze zangen U, Moeder, zoo bemind.

Daar kroont uw moederliefde \ . . Het trouw Mariakind. / 118

No. 38.

TROUW AAN MARIA

:,J- * . -1 j 'k Zweer plech -tig op deez' ( Ge - trouw be - wa - ren

l) Deze melodie is met toestemming van den AVelKerw. Heer Fr. Eppink overgenomen nit zijn „Vijf grezangon voor Kinderen op den dag der eerste H. Commnniequot;. Wed. J. R. van Rossum, Utrecht.

-ocr page 334-

288

heil' - gen grond, Dat ik in zal 't ver-bond, Ma - ri - a!

is

zi=i

smar har

te, te.

vreugd en met uw

Gij zijt mijn Moe - der, teêr be-

i

m

mind.

Bij wie ik steeds een

rTl

-0-

:• f

hul - pe vind, VVaar-meê 'k de

Ü^isiss

i-

we - reld tar - te.

Gij hebt den kop van 't helsch serpent

Met sterken voet vertreden. Verslagen heel des satans bent.

Geen neerlaag ooit geleden.

-ocr page 335-

289

Met reuzenkracht en heldenmoed Hebt Ge~elken v;jand, hoe verwoed, Verwinnend steeds bestreden.

Altoos, zoodra de Christenheid

In nood of druk verkeerde,

Waart Gij tot hulp en troost bereid,

Maria, Hoogvereerde!

Gij waart het, die èn Halve Maan En dwinglandij èn ketterwaan Zoo diep in 't stof verneérde!

En niemand wordt geprangd door leed,

Geprikkeld ooit tot zonde.

Of Gij staat tot zijn hulp gereed

En balsemt zacht de wonde.

Al wie op U zijn hope bouwt, Onwrikbaar steeds op U betrouwt. Neen, hij gaat nooit te gronde!

Daarom in leven en in dood, In voorspoed en in lijden.

Blijf ik 't verbond, dat 'k met u sloot.

Getrouw ten allen tijden.

Gij zijt mijn Moeder, 'k blijf Uw zoon! Gij helpt mij voor mijn hemelkroon Steeds onbezweken strijden!

M. H. Rademakkr.

-ocr page 336-

290

No. 39.

AAN DE H. MAAGD.

5*

ü

-F-»—-groe ten \vy, O — Ma-ri - a. feest-ge - tij, Al - - le - lu - ja.

$

2_^ l O Moe-der van Gods Zoon;

( Wij jui-chenvoor Uw troon.

1—4. Wees gegroet,o Koningin, Sal-ve,

sal - ve, sal - ve Re - gi - na.

!) De melodie en gedeeltelijk ook de tekst zijn met toestemming van den WelEerw. Heer Fr. Éppink overgenomen uit zijn „Vijf gezangen voor Kinderen op den dag der eerste H. Communiequot; Wed. J. R. van Rossum, Utrecht.

-ocr page 337-

291

TJ, die ook onze Moeder zijt, O Maria! Zij steeds vol liefde ons hart gewijd, Alleluja!

O Moeder van Gods Zoon, enz.

O zegen mild 't gereinigd hart, O Maria! Niet meer in satans strik verward, Alleluja! O Moeder van Gods Zoon, enz.

Bewaar in ons een reine deugd, O Maria! Beloond hierna met hemelvreugd. Alleluja! O Moeder van Gods Zoon, enz.

No. 40.

WIJ GROETEN U, O KONINGIN. ')

Melodie als No. 39.

Wij groeten U, o Koningin, o Maria! U Moeder, vol van teedre min. Alleluja! Groet haar, o Cherubijn!

Prijs haar, o Serafijn!

Prijst met ons Uw Koningin, Salve, salve, salve Eegina!

U Moeder van barmhartigheid, o Maria! Die altoos voor den zondaar pleit. Alleluja! Groet haar, o Cherubijn, enz.

1) Met toestemming: van den WelEerw. Heer Fr. Eppink overgenomen uit zijn „Looft den Heerquot; Utrecht, Dekker en Van de Vegt.

-ocr page 338-

292

Zie vol ontferming op ons neêr, o Maria! En bid voor ons bij God den Heer, Alleluja! Groet haar, o Cherubijn, enz.

Bezwijken wij soms in den strijd, o Maria! Ons hart blijft immer U gewijd, Alleluja! Groet haar, o Cherubijn, enz.

Blijf onze voorspraak bij uw Zoon, o Maria! En voer ons naar Zijn glorietroon, Alleluja! Groet haar, o Cherubijn, enz.

Zoo bid ik immer, zoete Vrouw, o Maria! Totdat ik eens uw Zoon aanschouw. Alleluja! Groet haar, o Cherubijn, enz.

Mo. 41.

MARIA TE MINNEN

j ( Ma-ri - a te minnen, Wat za- lig ge-( Zij is on-ze Moeder, De Moeder van

!) Met toestemming: van den quot;VVelEerw. Heer Fr. Eppink overgenomen uitzijn „Looft den Heerquot; Utrecht, Dekker en Van de Vegt.

-ocr page 339-

293

qHj' I Ma-ri-a^ mijn Moe-der, U

wijd ik mijn hart, Aan U mij -ne F#r|=l—^-q=ï==J=:1rq=z=pq

lief ■ de, In vreugd en in smart.

Gij helpt Uwe kinderen In droefheid en strijd,

Met machtige bede,

0 Moeder, altijd!

Maria, mijn Moeder, enz.

Het schijnschoon der wereld Verblindt ons gezicht.

Doch steeds wijst uw liefde Op 't hemelsche licht.

Maria, mijn Moeder, enz.

Het zoete der aarde Verlokt onzen geest,

Gij geeft ons de zoetheid Van 't hemelsche feest.

Maria, mijn Moeder, enz.

-ocr page 340-

294

No. 42.

MARIA'S NAAM ZOO ZOEÏ. ^

t

'i-

m-zd-

1. Ma - ri - a's naam zoo zoet, Staat

diep in ons ge-moed. Blijft daar geschre-

I

ven ; Is ons ten al - len tijd, Een

ÖE

wa - pen in den strijd Op

li

dood en le - ven.

0 teed're Moedermaagd,

Hoor, wat ous hart u \ raagt,

Verhoor ous smeeken:

Wil voor ons op Uw troon üij God, Uw lieven Zoon, Goedgunstig spreken.

i) Met toestemming van den WelEerw. Heer Fi\ Eppink overgenomen uit zijn „Looft den fleerquot;, Utrecht: Dekker en Van de Vegt.

-ocr page 341-

295

Als satan ons bokoort,

En tot hot kwade spoovt,

Toon dan erbarmen.

Versterk ons door Uw kracht, En steun ons door Uw macht, Wil U ontfermen!

quot;Blijft trouw aan onze zij, Sta met Uw liefde ons bij In 't uur van scheiden. Wil Moeder, aan Uw hand Naar 't hemelsch vaderland Uw kinderen leiden.

■No. 43.

MARIA KONINGIN.

Melodie als No. 42.

Maria Koningin,

'k Wijd u met hart en zin

Mijn gansche leven. O, Moeder, téer en zoet,

Aan U hoort mijn gemoed, En al mijn streven.

Door Uwe reine deugd,

Waart gij Uws scheppers vreugd.

Geheel Uw leven.

O leer ons vroom en blij, U, Moeder, van nabij Steeds na te streven.

20

-ocr page 342-

296

Gij ziet zoo liefderijk, Zoo zoet, zoo moederlijk

Op mij ter neder.

Doch ook mijn dankbaar hart, Zoowel in vreugd als smart, Klopt voor U teeder.

Wo. 44.

SMEEKZANG VOOR DE KERK.

1. Ro - zen-krans

^ c= _J ! 1 N

Ko - nin - gin,

.T j lil

^

In vroeg're tij - den Stondt Gij zoo

dik-wijls De Kerk

~ 9 cd j *

bij in 'tstrij-den.

Schonkt Gij reeds me - nig - maal.

!) Uit: A. J. A, Hens „Mariatuintjequot; Zwolle Thomas a Kempis-Drukkerij.

-ocr page 343-

297

-J 1 J—pf-

-f*—' w )

■-=-|-

-fw-—r—£-

Aan Haar de

P^=l-1-

z

e - ge-praal,

Help Haar gt; •

-W—

nu ook bij 't strij - den.

Rozenkrans Koningin!

Wil als te voren Nu de gebeden der Kerk weer verhooren. Overal bidt Zij thans IJv'rig don Rozenkrans;

Wil Haar nu ook verhooren.

Rozenkrans Koningin!

Hoor onze bede:

Schenk aan de Kerk nu de vrijheid, den vrede; Bloeie zij overal.

Groeie ze in ledental;

Schenk Haar vrijheid en vrede.

-ocr page 344-

298

No. 45.

'LOFLIED OP DEN ROZENKRANS

$

E3EE3

1. ü Ro-zen-krans be - min ik Reeds

m

I

i

van mijn vroeg-sta jeugd, Ik

4=t=

zal U nooit ver - la - ten, In

_i--r-H—s—i---1--

£

droef-heid of in vreugd; Tot het

£

oo - gen-blik Van mijn laatsten snik, Bij

dag, bij nacht blijft

n M -

Gij,

0

E=f=f ^

l=-H

--■quot;J--1--1—

Eo - zen-krans mij bij.

gt;) Uit: A. J. A. Hens, „Twintig g'ezangen voor de Meimaandquot; Zwolle, Thomas a Kempis-Drukkerij.

-ocr page 345-

299

O Eozenkrans, ik eer ü,

Verheven hemalsch pand, Dat we aan Maria danken, Aan hare Moederhand;

Moeder van den Heer,

U zij dank en eer.

Voor 't groote liefdeblijk. Aan hemelgunsten rijk.

O Kozenkrans hoe lieflijk,

Hoe wonderschoon zijt Gij, Hoe geurig zijn Uw rozen. Wat deugden melden zij; O, hoe wonderzoet Klinkt Uw wees gegroet; Hoe dikwijls ook gehoord Steeds klinkt het zoet dat woord.

O Krans met Uw geheimen Der liefde van mijn God,

U wil ik vaak beschouwen, Verzonken in genot;

Leer mij onzen Heer Minnen meer en meer. En prent diep in mijn hart Uw glorie, vreugde en smart.

Eens, als ik lig te sterven.

Zal ik met klamme hand, U met Uw Kruisje omvatten, O heerlijk Hemelpand;

-ocr page 346-

300

Ook zult Gij mijn lijk,

Dierbaar liefdeblijk,

Dat mij mijn Moeder gaf. Nog volgen in het graf.

Maria eéne bede,

O weiger mij die niet:

Gij gaaft me een krans op aarde, Die nimmer mij verliet;

Schenk mij nog een krans, Schitt'rend en vol glans; Schenk mij dat liefdeblijk Eens in het Hemelrijk.

No. 46.

ONZE PLICHTEN JEGENS MARIA!)

hat-k-S-—i-

-H-

—I—

——t—

V/kyA —1-.

=£3

1. Moe - der

ü ver

- ee - ren

wij, ü zoo hoog door God ver-

1) Uit: A. J. A. Hens, „Twintig gezangen voor de Meimaandquot; Zwolle, Thomas a Kempis-drnkkerij.

-ocr page 347-

301

—1-gt;

---^----1—T-1-

he - ven,

F^L | J | [-

= r--1

0. wat

Q=i=:

ijn Uw'

quot;Ü' —' kin - d'ren

Hh---|-

_J i:id • :

blij Om de

** J

glo - rie

—i--1—

1 ^ i t'i

U ge - ge - ven;

U, o

- —#—

Mo

jibn

e-der va

r-J 1

3

n Gods Zoon,

-t-1—

Lo■ven lt;----

ë

- » lt; ^ - --

wij op kin - der-toon.

Aarde- en Hemelkoningin,

Alles kunt Gij ons verwerven, Uwe voorspraak roepen we iu.

En bij leven en bij sterven, Bij gevaar, in allen nood,

Vluchten wij aan Uwen schoot.

Moeder die ons teêr bemint,

Om uw matelooze liefde,

Om hot off'ren van Uw Kind,

Om het zwaard dat U doorkliefde,

-ocr page 348-

302

Toen ge ons baardet in veel smart' U bemint ons kinderhart.

Moeder wij beloven nu,

U te dienen heel ons leven,

Steeds te doen al wat aan U,

Jesus' Moeder vreugd kan geven; O Gij zegt ons, doet slechts al Wat mijn Jesus zeggen zal.

Op U richten wij den blik

Om Uw deugden na te streven, Om tot onzen laatsten snik

Als Uw kind'ren steeds te leven; Om voor eeuwig, bij uw Zoon, Ook te deelen in uw loon.

No. 47.

MARIA ONZE HULP IN DEN

STRIJD. 1)

j j j|j

1. O Ko-nin-gin vol heer-lijk-heid, Ma-

1) Uit: A. J. A. Hens.Twintig gr-zangen voor de Meimaundquot;' Zwolle, Thomas a Kempis-drukkerij.

-ocr page 349-

303

ri - - - a! Tot hulp der Chris - te-

3=1=

rt

3=

nen be-reid, Ma - ri - - a!

=3^

dr

Be

:^1:

Zie ik ben Cw on - der-daan,

Ster - ke Maagd, voer Gij ons aan: O

fc==£ szidirrör

help ons strij - den Op al - le

-jquot;

-t

tij - den, In al - len nood, Tot

aan den dood, Ma - ri

-ocr page 350-

304

O Maagd en aller maagden Kroon, Maria! Uw God en Schepper werd Uw Zoon, Maria! Bid Uw Kind op Uwen arm Dat liet onzer zich erbarm;

O help ons strijden, enz.

O lief, o heilig Moederhart, Maria! Gij leedt voor ons zoo bitt're smart, Maria! Laat die matelooze pijn Niet voor ons verloren zijn;

O help ons strijden, enz.

O Morgenster na duist'reu nacht, Maria! Verlicht ons met uw held're pracht, Maria! Als wij zinken in den vloed,

Ster der Zee geeft nieuwen moed?

O help ons strijden, enz.

Opeliereine Hemelpoort, Maria!

Ontsluit voor ons het Hemeloord, Maria! Geef barmhartig ons gehoor.

Laat ons tot Uw Jesus door;

O help ons strijden, enz.

-ocr page 351-

305

No. 48.

DE BETEEKENIS VAN MARIA'S NAAM

FTP—\—zH'

-t- \ ,

—1---

1. Op - per

eIH

io - nin- gin,

:=1= ^ —o—s-

-d-sa-

He - mei-

sche Vor-stin, Luidt Uw Naam, o Ma-

1 V

J _ J 1 1 ■

^ :

. —'

—y—

—#—

J #

ri - - a! Heersch nu in dit

V — i

i i

0 J 1

1

rT) i i ^ m

1 1

1

v y | —9

--- j0

—1

1

O - ver ons, o Ma - ri - a.

Aan den Hemeltrans,

Schittert Gij vol glans,

Ster der Zee, o Maria!

Op der wereld baren.

Bij de zielsgevaren,

Voer ons veilig, Maria.

1) Uit: A. J. A. Hens „Twintig; gezangen voor de Meimaandquot; Zwolle, Thomas a Kempis-drukkerij.

-ocr page 352-

306

Zee vol bitterheid, Hoe hebt Gij geschreid,

Onder 't Kruis, o Maria Moeder vol van smarten, O met kinderharten Minnen wij ü, Maria.

Naam door God bereid, Naam vol heerlijkheid.

Zoete Naam, o Maria! Mogen wij eens zingen In de Hemelkringen,

Uwen Naam, o Maria!

No. 49.

O WELDADIGE.

Melodie als No. 48

O Weldadige, Hooggenadige,

Zoete Moeder Maria! Zie op ons neder, O Moeder teeder. Bid voor ons, o Maria!

O Gij goedige, Gij kloekmoedige.

Help ous. Moeder Maria Troost ons in lijden, Sterk ons in strrden. Bid voor ons, o Maria!

-ocr page 353-

807

O lofwaardige, Gij hulpvaardige, Lieve Moeder Maria! Leid onze schreden Naar 't eeuwig Eden, Bid voor ons, o Maria!

No. öO

WAARDIGHEID VAN DEN H. JOSEPH 1)

1=1=

4=

AF

1. Heil'-ge Jo-seph, weesge-pre-zen

i

Op een blij - den ju - bel - toon,

Eer zij ü door ons be - we - zen,

4=^

1

Uit A. J. A. Hens „Acht gezangen ter eere van de H. Josephquot; Zwolle, Thomas a Kempis-drukkerij.

-ocr page 354-

308

—0-----9-

f t m

F=F—^

Bi

--1-

'ui de-gom van '

3 Hee-ren Moe-der P » -

r r i r- f—f—^

ij i- _ j En hun bei-der trou - we Hoe - der,

--fi---1--1-1---1----

vw J 0

m die hoo - g(

--—-^--

- ' 1 waar - dig - heid

r-F-^

::f--

Zij U lof en eer be - reid.

Wat een eer werd u beschoren.

Hoofd van 't Heilig' Huisgezin, Daartoe heeft U God verkoren,

Daar bestaat Uw grootheid in; Ja, de Moeder Onzes Hoeren Wilde, Joseph, ü vereeren. En het Goddelijke Kind Heeft U kinderlijk bemind.

Wat een glorievol genieten,

Wat een niet te meten loon. Zalig mocht Uw loven vlieten. Naast Maria eu Haar Zoon.

-ocr page 355-

309

Om Uw deugden zoo verheven, Werd die glorie U gegeven,

Heeft Maria ü bemind. Noemde Jesus zich Uw Kind.

En nu troont Gij hoog verheven

aast Maria, bij Haar Zoon, Smeek dat na een deugdzaam leven

Wij ook doelen in Uw loon; Dat wij in de Hemelkringen Ook Uw loliied eenmaal zingen, Eu daar zien de heerlijkheid, Door Uw Jesus U bereid.

No. 51,

MARIA'S GLORIE IN DEN HEMEL

Met de star - ren tot een krans,

1) Uit: A. J. A. Hens, „Twintig gezangen voor do Meimaand''. Zwolle Thomas aKempis-drukkerij.

-ocr page 356-

310

i

In het hoogst des He-mels, ze-telt

t

p-

Aan de zij - de van haar Zoon,

Je - sus' vlek-ke - loo - ze Moe-der

3-

Op Haar Ko - nin - gin - ne - troon.

O wat luisterrijke stralen,

Welk een God'lijk glorielicht, Schitt'ren op Maria neder, Uit het God'lijk aangezicht

i

-ocr page 357-

311

Van den Zoon die Haar als Moeder, Van den Vader die Zijn Kind, Van den Heil'gen Geest den Bruigom Die Haar als Zijn Bruid bemind.

Alle Heiligen en Eng'len

Zingen juichend Haar ter eer, Alle glorie Haar bewezen,

Straalt op ;t God'lijk Wezen weer: Zij bezingen 's Vaders Dochter, En de Moeder van den Zoon, En de Bruid des Heil'gen Geestes, Glorie van de Hemelwoon.

Wij ook mengen onze zangen In het juub'lend Hemelkoor,

Onze zwakke jubeltoonen

Dringen tot Maria door ; Hoe verheven Zij daar zetelt,

Hoeveel Glorie God Haar biedt, Eeuwig blijft Zij Onze Moeder, Zij vergeet haar kind'ren niet.

21

-ocr page 358-

312

No. 52.

DE KINDEREN VAN MARIA.

Wij allen zijn Maria's kinderen,

Onder 't kruis nam Zij ons aan; Zijn wij bij Haar, niets kan ons hindren, Én onz' harten zijn voldaan; Maria!

Allen zijn we uw kindren;

Maria

Lacht ons als moeder aan.

We aanschouwen U, met de armen open. De hand omstraald met 'tnoodig gratie-licht;

Wat mag Uw kind van U niet hopen? God heeft Uw troon naast Zijnen troon

gesticht.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Een sterrenkrans blinkt om Uw schedel, Uw glans verdooft den felsten zonnegloed. Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel; Dehelsche draak ligt plassend in zijn bloed. Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Komt schrik ons ter-der lart bespringen. Op 't zien van satans list en boos geweld.. .

Wie kan ons uit Uw armen wringen? Uw liefde. Uw macht is tusschenons gesteld. Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

-ocr page 359-

313

De wereld toont haar broze goedren, Eoemt 't schijngeluk, dat hare minnaars

streelt,

Terwijl Gij, Moeder aller moedren. Het ware goed aan Uwe kindren deelt.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Weg, ver van hier, gij schandvermaken, Die lach en dans met zucht en tranen paart!

Men kan uw doodend gift niet naken, Waar Jesus' liefde oes ware vreugde gaart.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Trek steeds tot U ons hart en zinnen, O Koningin van 't zalig Hemelhof,

Dat wij, naast Jesus, U beminnen. En eeuwig meer verheffen Uwen lof.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

No. 53.

HYMNUS ,,PANGrE LINGUAquot;.

Pange, lingua, gloriósi Górporis mystérium, Sanguinisque pretiósi

Quem in mundi prêtium Fructus ventris generósi Eex effüdit gentium.

-ocr page 360-

312

No. 52.

DE KINDEREN VAN MARIA.

Wij allen zijn Maria's kinderen,

Onder 'tkruis nam Zij ons aan; Zijn wij bij Haar, niets kan ons hindren, En onz' harten zijn voldaan;

Maria!

Allen zijn we uw kindren;

Maria

Lacht ons als moeder aan.

We aanschouwen U, met de armen open. De hand omstraald met 'tnoodig gratie-licht;

Wat mag üw kind van U niet hopen? God heeft Uw troon naast Zijnen troon

gesticht.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Een sterrenkrans blinkt om üw schedel. Uw glans verdooft den felsten zonnegloed. Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel; Dehelsche draakligt plassend in zijn bloed. Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Komt schrik ons teeder iiart bespringen. Op 't zien van satans list en boos geweld...

Wie kan ons uit Uw armen wringen? Uw liefde. Uw macht is tusschenonsgesteld. Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

-ocr page 361-

313

De wereld toont haar broze goedren, Eoemt 't schijngeluk, dat hare minnaars

streelt,

Terwijl Gij, Moeder aller moedren, Het ware goed aan Uwe kindren deelt.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Weg, ver van hier, gij schandvermaken. Die lach en dans met zucht en tranen paart!

Men kan uw doodend gift niet naken, Waar Jesus' liefde ons ware vreugde gaart.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

Trek steeds tot U ons hart en zinnen, O Koningin van 't zalig Hemelhof,

Dat wij, naast Jesus, U beminnen, En eeuwig meer verheffen Uwen lof.

Wij allen zijn Maria's kindren, enz.

No. 53.

HYMNUS ,PANGE LINGUAquot;.

Pange, lingua, gloriósi Górporis mystérium, Sanguinisque pretiósi

Quem in mundi prétium Fructus ventris generósi Ebx effüdit gentium.

-ocr page 362-

314

Nobis datus, nobis natus

Ex intacta Virgine, Et in nmndo cnnversatus

Sparso vcrlii scmiue, Sui moras incolatus Miro clausit órdine.

In supremae nocte coenae

Eecümbcns cum fratribus, Obs^rvata lege plene Cibis in legalibus,

Cibum turbae duodénae Se dat suis manibus.

Verbum oaro, panem verum

Verbo carnem éfficit:

Fitque sanguis Christi merum '

Et si sensus déficit, Ad firtnandum cor sincérum Sola fides sufficit.

Tantum ergo Sacraméntum

Venerémur cérnui, Et antiquum documéntum

Novo cedat ritui:

Praestet fldcs supp émentum, Sénsuum deféctui.

-ocr page 363-

315

Genitóri, Genitópue Laus et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque

Sit et benedictio;

Procendénti ab utróque Compar sit laudatio. Amen.

v. Panem de coelo praestitlsti eis. e. Omne delectainentum in se habéntem.

No, 54,

CANTICUM B. M. V.

1. Magnificat* anima mea Dominum.

2. Et exultavit spiritus meus* in Deo salutari meo.

3. Quia respéxit humilitatem ancillae suae;* ecce enim ex lioc beatam me dicent omnes generationes.

4. Quia fecit mihi magna quipotens est:* et sanctum nomen ejus.

5. Et misericórdia ejus a progénie in progenies* timentibus eum.

6. Fecit poténtiam in brë,clüo suo* dispér-sit superbos mente cordis sui.

7. Depósuit poténtes de sede,* et exal-tavit hümiles.

-ocr page 364-

316

8. Suscépit Israël püerum suum, * recor-datus misericordiae suae.

9. Esuriéntes implevit bonis:* et divites dimiset inanes.

10. Sicut locütus est ad patres nostros,* Abraham, et semini ejus in saecula.

11. Glória Patri, et Filio,* et Spiritui sancto.

12. Sicut erat in principio, et nunc, et semper,* et in saecula saeculorum. Amen.

No. 55.

SALVE REGINA.

Melodie hekend.

Wees, Hemelkoningin, gegroet;

Salve, Regina!

Zing en roem Haar, Cherubijn! Salve, salve, salve, Regina!

Wij vallen smeekend U te voet;

Salve, Regina!

Loof en prijs Haar, Seraphijn!

Salve, salve, salve, Regina!

O Moeder, vol barmhartigheid.

Salve, Regina!

Voor 't zondig hart, dat tot U schreit. Salve, salve, salve, Regina!

-ocr page 365-

317

Gij zijt de lust voor 't Troom gemoed, Salve, Regina!

De hoop, het leven, wonderzoet.

Salve, salve, salve, Eegina!

Wij roepen tot U, dag aan dag — Salve, Eegina!

Aanhoor der zielen weegeklag.

Salve, salve, salve, Eegina!

Verhoor 't gebannen Eva's kroost. Salve, Eegina!

Dat tot U smeekt om hulp en troost.

Salve, salve, salve, Eegina!

Die onze voorspraak zijt omhoog Salve, Eegina!

Ach, sla op ons meewarig 't oog.

Salve, salve, salve, Eegina!

Sluit zich ons oog voor 't aardsche licht. Salve, Eegina!

Toon ons dan Jesus' aangezicht.

Salve, salve, salve, Eegina!

Dit smeeken wij, uw kindren al. Salve, Eegina!

Die zuchten in dit tranendal.

Salve, salve, salve, Eegina!

-ocr page 366-

LITANIAE LAURETANAE.

Kyrie, eUison.

Christe, eleisou.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pater de coelis. Deus, miserere nobis. Pili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei Genitrix,

Sancta Virgo Virginum,

Mater Christi,

Mater divinae gratiae.

Mater purissima, o

Mater castissima, 50

Mater inviolata, ^

Mater intemerata,

Mater amabilib, S

Mater admirabilis, S'

Mater Creatoris,

Mater Salvatoris.

Virgo prudentissima,

Virgo veneranda,

Virgo praedicanda,

-ocr page 367-

319

Virgo potens, ora pro nobis. Virgo clemens,

Virgo fldulis,

Speculum justitiae,

Sedes sapientiae,

Causa nostrae laetitiae, Vas spirituale, Vas honorabile,

Vas insigne devotionis,

Eosa mystica,

Turris Davidica,

Turris eburnea,

Domus aurea,

Foednris area,

Jaiiaa coeli,

Stella matutina,

Salus inflrmorum,

Kcfugium peccatornm, Consolatrix affiictorum, Auxilium Christianorum, Eegina Angelorum,

Regina Patriarcharum, Segina Prophetarum,

Rogina Apostolorum,

Eegina Martyrum,

Eegiaa Confessorum,

Eegina Virginum,

Eegina Sanctorum omnium, Eegina sacratissimi Eosarii, Eegina sine labe concepta,

-ocr page 368-

320

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, parce

nobis, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,

esaudi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,

miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Ave Maria.

Sub tuum praesidium confugimus, sancta Dei Genitrix, nostras deprecationes ne despicias in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et bentdicta, Domina nostra, Advocata nostra, Mediatrix nostra, tuo Pilio nos reconcilia, tuo Filio nos commenda, tuo Filio nos repraesenta.

v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix. E. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.

Oremus.

Gratiam tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde, ut qui angelo nuntiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passionein ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.

-ocr page 369-

INHOUD.

Bladz.

Bericht wegens de Broederschap

van O. L. V. van Kevelaar . . XVII Bericht wegens de Bedevaart naar

Kevelaar.........XXV

Onderricht voor Pelgrims . . . 1

Het vertrek ter bedevaart........3

Het oogmerk.............6

De reis en het verblijf.........14

De terugreize.............20

Besluit................25

GEBEDEN.

Morgengebed........31

Eeisgebeden.........37

Avondgebed.........41

Gebeden bij de H. Mis.....44

Biechtgebeden........61

Gebeden vóór de H. Communie . . 65

Gebeden na de H. Communie ... 70

Gebeden tot de H. Maagd, (Memorare.) 76 Gebeden om den vollen aflaat te ver

dienen ..........77

Gebed met vollen aflaat.....80

Eenige bijzondere gebeden .... 82

Om den goddelijken wil te mogen kennen. 82

Om de gave des gebeds........82

Om berouw en droefheid over de zonden . 82 Om genade tot het verrichten van goede

werken..............83

Om de genade der onthouding......83

Tegen de kwade gedachten.......83

Voor vrienden en weldoeners......84

Voor beleedigers en vijanden......84

Om de bekeering der zondaren.....84

-ocr page 370-

Litanie voor den Zondag. Tot de H.

Drievuldigheid.......85

Litanie voor den Maandag. Tot den

H. Geest.........88

Litanie voor den Dinsdag. Van den

Zoeten Naam Jesus.....93

Litanie voor den Woensdag. Ter

eere van de H.H. Engelen. . . 96 Litanie voor den Donderdag. Tot Jesus

in liet allerheiligste Sakrament 101 Litanie voor den Vrijdag. Op het

lijden van onzen Heer J. C. . . 106 Litanie van het H. Hart van Jesus 113 Litanie voor den Zaterdag. Ter eere

der Allerheiligste Maagd Maria 118 Litanie dor Zeven Droefheden van

Maria..........121

Litanie van den H. Joset. . . . 126 Bijzondere gebeden tot den H. Josef 130

Vóór de verkiezing van 3en staat . . . 130 Na het verkiezen van den ongehnwden

staat ..............

Gebed eens huisvaders aan den H. Josef. 132

Litanie van den H. Antonius . . 132

Litanie van de H. Moeier Anna . 138 Gebed eener huismoeder tot de H.

Anna..........140

Gebed eener weduwe too de H. Anna 141

De Zeven Boetpsalmen .... 142

Litanie van alle Heiligen .... 154

Litanie voor de Geloovige Zielen . 164

-ocr page 371-

Dag van gramschap . ' . . . . 167 Gebeden voor verschillende Overledenen .........170

Voor een vader of eene moeder.....170

Voor weldoeners...........170

Voor bijzondere personen.......170

Voor de zielen die geene bijzondere voorbidders op aarde hebben.......171

Gebed voor de afgestorven leden van

de Broederschap......172

Zeven gebeden voor de Overledene geloovigen docr het lijden en den

dood van Christus..... 172

Aanroeping der Heiligen voor de

Overledenen.......175

Gebed op of bij een kerkhof. . . 175 Gebed tot Maria, onze Moeder, om

haren bijstand in het leven . . 176 Gebed tot Maria, om haren bijstand

in het uur des doods .... 177 Gebed tot Maria in allen nood . . 178 Verzuchtingen tot Maria om hare

Zeven Vreugden......182

Gebed voor de levende leden van

de Broederschap......186

Gebed tot Maria als onze Moedor . 187

GEZANGEN.

No.

1. Aanroeping van den H. Geest.—

bij de Processie en andere gelegenheden .......191

-ocr page 372-

2. Bij het aanvaarden van de pel-grimsreize....... 193

3. Bij de Mis van dankbaarheid 196

4. Lied ter eere van het H.Sakrament 198

5. Maria, Toevlucht der zondaren.—

Op de Pelgrimsreis .... 201

6. Loflied aan Maria. — Op Maria-Boodschap en andere Maria-feesten........204

7. De Onbevlekte Ontvangenis van Maria.........206

8. Lied te Kevelaar. Vóórhet offeren

der kaars........207

9. Afscheidslied te Kevelaar . . 210

10. Lied van O. L. Vrouw van Kevelaar........212

11. Bede aan Jesus' H. Moeder . 214

12. Stabat Mater......215

13. Smeekzang tot de Moeder der Zeven Smarten.— Onder het optrekken naar het Koode Kruis 218

14. üitnoodiging tot den lof van Maria.........222

15. Liefdezuchten tot de H. Maagd 224

16. Pelgrimslied ter eere van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria—Gedurende de Bedevaart.........226

17. Ave maris Stella—- Bij alle feestgelegenheden.....229

-ocr page 373-

18. Jubellied aan Maria Onbevlekt

ontvangen........231

19. Afscheidslied.—Bij het ontbinden der Processie.....233

20. Lofzang ter eere van het H.

en Onbevlekt Hart van Maria 236

I..........236

I I..........237

III . ... ......238

21. Smeeklied voor de Overledenen 240

22. De vijftien geheimen van den Bozenkrans.......243

1. De vijf blijde Geheimen.....243

II. De vijf droevige Geheimen . . . 245 III. De vijf glorierijke Geheimen. . . 246

23. De vijftien Geheimen van den Eozenkrans.......247

I. De vijf blijde Geheimen.....247

II. De vijf droevige Geheimen. . . . 248

III. De vijf glorierijke Geheimen. . . 249

Gebed..............250

24. Maria-Tenhemelopneming . . 252

25. Maria-Tenhemelopneming . . 254

26. Maria-Tenhemelopneming . . 257

27. Maria-Tenhemelopneming . . 260

28. Hulde en bede aan Maria . . 263

29. Vaandellied.......267

30. Afscheidsgroet te Kevelaar . . 270

31. Ave Maria.......274

82. Hulde aan Maria.....276

-ocr page 374-

33. Lied gezongen bij gelegenheid der inwijding van ons Mariabeeld,

Kevel aar 1902 ............278

34. Bede aan den H. Josef . . . 280

35. Loflied aan de H. Moeder Anna 282

36. Jubellied, op liet honderdvijftig-jarig bestaan der Utrechtsche Processie naar Kevelaar . . . 283

37. Toewijding aan de Allerheiligste Maagd Maria......286

38. Trouw aan Maria.....287

39. Aan de H. Maagd.....290

40. Wij groeten U, o Koningin. . 291

41. Maria te minnen.....292

42. Maria's naam zoo zoet . . . 294

43. Maria Koningin......295

44. Smeekzang voor de Kerk . . 296

45. Loflied op den Rozenkrans . . 298

46. Onze plichten jegens Maria. . 300

47. Maria onze hulp in den strijd. 302

48. De beteekenis van Maria's naam. 305

49. O, Weldadige......306

50. Waardigheid van den H. Josef 307

51. Maria's glorie in den hemel. . 309

52. De Kinderen van Maria. . . 312

53. Hymnus „Pange Linguaquot; . . 313

54. Canticum B.M.V......315

55. Salve Eegina.......310

318

Litaniae Lauretanae

-ocr page 375-
-ocr page 376-
-ocr page 377-