ocr page 1

EEN WOORD VAN OPWEKKING

TOT

lil :v lt; gt;IJIgt;iiim gt;lt;»

VAN HET

lydi'IIJK oh eeuwig geluk van den

WEGMAN.

Naar het Hoogduitsch vrij bewerkt door een Priester van de Orde der Minderbroeders Capucijnen.

TILBUEG, Boekdrukkerij van N. Lüijtek. 1894.

Vak 59

ocr page 2
ocr page 3

ymi ut rnm inmi

EE\ WOORD VAX OPWEIvklXG

TOT

ÏII:Alt; gt; lil gt;1 :IM xj

VAN HET

tydHijk (mi ecu win; ^luk van den

WEIDMAN.

Naar het Hoogduitsch vrij bewerkt

een Priester van de Orde der Minderbroeders-Capucijnen.

^ i.

quot;i(1ii'DE,.i).,ucDL'3 rquot;quot;'

tt3l.lOTHEEK DER * | RIJKSUMÏ'/ERSITEIT UTRECHT

COLL. THOMAA83E

TILBURG, Boekdrukkerij van X. Luijtex. 1894.

RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT IPI

1939 2210

ocr page 4

A PPROBATIO OK DIMS.

Librnm , cui titulns : „Vrede in don Arlioidquot;, a duobus Theologis Ordiuis nostri revisum , typis mandari posse, concedimus.

Tilburgi , 27 Junii 1893.

Fr. ALBERT US ,

Min. J'ror. I. i.

ocr page 5

VOORREDE.

Bij het vele en degelijke, dat reeds uit liefde tot hef tijdelijk en eeuwüj geluk run den werkman is geschreven, heeft ook de Eerwaarde I'ater Gratianus can Linden, priester ( vun de Orde der Minderhroeders-Capucijnen, in Duitschland een werkje in het licht gegeven, dat vooral in de tegenwoordige i jdHowstandigheden voor hem menige heilzame les, menige ernstige waarschuwing bevat.

Het valt geenzins te ontkennen, om verschillende redenen is het lot van den arbeider zwaar en moeielijk , er heerscht een geest van ontevredenheid; van daar een voortdurend morren m klagen, opwinding der hartstochten , een rusteloos zoeken naai' middelen om dien lastigen toestand te ve'randeren. De betrekkingen tusschen rijken en armen, tusschen werkgevers en arbeiders zijn maar al te dikwijls vol haat en wrok , en mien kan zich, dagelijks overtuigen , dat de lagere klassen een strijd op leven en dood tegen de hoog ei 'e hebben aangevangen. hi dien verwoeden strijd mengen zich woordvoerders, ontevredenen, volksopruiers om het smeulende vuur aan te blazen, het volk op te h itsen en tot zijn eigen ongeluk te voeren; alle middelen worden daartoe aangewend, drogredenen, valsche voorstellingen van den waren toestand der zaken, opzettelijke overdrijving der feiten, geen middel wordt onbe-próefd gelaten om de ontevredenheid onder het volk aan te kweeken en het beoogde doel te kunnen bereiken. Niet ten onrechte dan ook wijst de bovengenoemde schrijver in de voorrede van zijn werkje op het overdreven pochen met „het eelt, ■ dat de hand van den werkman bedektquot; ; men wil het volk doen gelooven dat het sieraad eener ^vereelte handquot;.

ocr page 6

zooals men het (jelieft te noemen, de waarde en voortreffelijkheid van den werkman hoven „den Icdic/i/anfjer met zijn fijne handen''' bewijst. Tegen de verkeerde gevolgtrekkingen, welke daaruit onvermijdelijk voortspriiiten, wil de schrijver dringend waarschuwen, en het groote gehod van den arbeid in een juist daglicht plaatsen.

Wij moeten allen werken , zoo zegt hij in zijn voorbericht, en slechts weinigen is het gegeven in onverdiende rust het leven te genieten, en deze weinigen hebben ook daardoor niet altijd een juist benijdenswaardig bestaan. Daarenboven is het volstrekt geen uitgemaakte zaak , dat die arbeid , welke zichtbare sporen op de handen achterlaat, altijd de zwaartste is en de meeste krachtsinspanning vereischt. Het beroep dier mannen , die niet arbeiden met de zware gereedschappen, van den handswerkman, de bezigheilen de}' geleerden, der geestelijken, der geneesheeren, der beambten enz. slopen waarlijk niet minder de lichaamskrachten dan dc arbeid aan de schaafbank, aan het aanbeeld of ergens in een fabriek. Dat woord „vereelte handen''1 klinkt echter zoo vleiend-in het oor van den werkman, dat het in elke vergadering der socialen wordt aangehaald en zeker bijval vindt; want in den kring der geest-verwanten wordt ook feitelijk aan dat woord de meening geknoopt dat alle mannen zonder dat eeltige sieraad vlediggang er S'1 zijn. Deze overschatting van den lichanielijken arbeid in vergelijking met dien van tien geest is bij de rolksopruiers een gewenschte stof voor hun ophitsingen. Kan er nu wel een (jrooier misbruik van een holklinkend woord gemaakt worden, dan door de zoogenaamde volksopruiers op een ongehoorde wijze gedaan wordt. Met welke dweepzucht moet toch de menigte der deelgenooten bezield zijn , om zulke tastbare leugen voor goede munt aan te nemen! Maar men moet ook verbaasd staan over de stoutheid iter opruiers , die zeker dikwijls zelf het eeltige sieraad missen , en hen, die zich met den arbeid van den geest bezig houden , als ledig-gangers darren voorstellen. I miners zonder de bemiddeling en ondernemingsgeest van deze laatsten zouden voor de mannen met de eeltige voorrechten talrijke gelegenheden, om hun, lichaamskrachten met goed gewin aan te /renden , gesloten blijven.

ocr page 7

Onder de verschillende oorzaken , welke de sociale quaestie in het leren hehhen geroepen, en den werkman zoo vaak verblinden en inisleideit, may ook (jerekend worden de weinige kennis van de beteekenis, van het doel, van de hoogere strekking , ran hef laatste einde des arheids. Hem onthreekf maar al te dikwijls de ware kennis ran de, hominatutirlijke bestemming der vereelte handen, d. i. der plaats, welke de arbeider in het groote werk der schepping inneemt en zal innemen volgens het plan en den wil ran den eeuwigen Schepper. Hij begrijpt niet altijd de verhevene taak , welke hij volgens de besehikking der goddelijke Voorzienigheid, die „alles met zachtheid bestuurtquot;^1) te vervullen heeft. Hoe meer echter in den mensch het heilig geloof begint te kwijnen, hoe meer hij zich van dit heinelsch licht verw jdert, des te duisterder wordt het in zijn ziel, des te minder ziet en erkent hij, wat hem tot heil strekt. Deze kennis den werkman mogelijk te maken en te bevorderen, — is het doel de)' nu volgende beschouwingen. Mogen zj een iveinig bijdragen om menig en werkman de waarde van den arbeid en zijn voortreffelijken stand te leeren schutten , om voor menigeen het kruis van zijn zwaren levensstaat een lichten last en een zacht juk te doen worden , opdat zij weder met meer moed en troost hun pliehten zouden verruilen , dan ware dit doel bereikt. Moge (lodes rijkste zegen o/i dezen geringen arbeid rusten. , de in dit werkje ontrouwde gedachten hesproeien, ojxlat zij honderdvoudige vruchten voortbrengen.

Daar nu de verminderde invloed van den godsdienst een der hoofdoorzaken is van den ongelukkigen toestand der werkende klasse , meende ik , dat het nuttig kon wezen deze beschouwingen ook onder het bereik onzer werklieden te brengen. Vooral in den tegenwoordigen tijd, waarop hij door de heerschende kwaal ran het zingenot medegesleept, het ware doel van zijn werkzaam en vermoeiend leven, zijn verheven bestemming als werkman maar al te dikwijls uit het oog verliest, zal hij daarin het middel kunnen vinden om arbeid en terredenheid niet eilander te vereenigen, en zelfs te midden der moeieljkheden en lasten , welke aan zijn stand verbonden

1

Sap. Vlll; 1.

ocr page 8

zijn, waarlijk r/elnlikir/ te leren. Tl- kwam echter tof het hesïinl de DuitscJie nitya-ce vrij Ie hewerken en te venneerderm, vooral met lt;lie plaatsen dei- wereldheroenide Enei/cliek van Z. //. Leo .\ 111 „Ore}- het lot der we)'kUeden,\ welke betrekkin;/ hehhen op het onderwerp, dat hehandeld wordt. Daarom heh ik ook een andere verdeeliny aan den inhoud (feyeven, en ir/l aldus het werkje onder een nieuwen titel, namelijk onder dien ran ,, Vride in den arbeidquot;, den ehristel jken werkman ((anhieden. Dal dan d/t hoekje werkelijk moye bijdrayen lot hevordenny van het lijdelijk en eeuwiy geluk van velen, is ook de vurige wenseh van

DEN BEWERKER.

Tilburg, feestdag van den H. Joscl' 1893.

ocr page 9

KERSTE HOOFDSTUK.

Het ware geluk.

Bij do aanbieding' van dit werkje, waarin ik alleen uw geluk voor tijd en eeuwigheid beoog, gcachte eu christelijke werkman, wensch ik u uit ganseher harte den vrede en zegen dos lleeren. Deze bladzijden zijn mot geen ander doel geschreven dan om u troost en sterkte te doen vinden in de waarheden en grondbeginselen van ons heilig geloof, om u aan te moedigen tot het geduldig dragen van hot zware kruis, dat God op uw schouders hoeft gelegd. Ik wil u voor oogon houden, hoe gij leven en de plichten van uwen staat vervullen moet, opdat allo moeiten eu zorgen, welke gij voortdurend op uw levenspad ontmoet, tot heil en zegen, tot bevordering van uw tijdelijk en eeuwig geluk mogen strekken.

Al noemt de wereld slechts hem alleen gelukkig, die geld en goed in overvloed bezit, en daardoor in staat is de lusten en wenschen van ziju har' te bevredigen, hij, die arm aan aardscho goederen, door handenarbeid, iu het zweet des aau-scliijus, dikwijls op een karige wijze in zijn eigen onderhoud en dat van zijn huisgezin moet voorzien, is vaak veel gelukkiger, wanneer hij tevreden leeft, omdat God alleen in staat is ons waren vrede en geluk te schenken. Er is op onze dagen , zegt met recht een geachte schrijver , geen dwaling meer algemeen en verderfelijker dan de verwarring van de begrippen „vermaak eu gelukquot;. En toch zijn deze twee zaken zeer van elkander onderscheiden, zij hebben weinig overeenkomst, zij staan dikwjjls juist lijnrecht tegenover elkander, liet vermaak is do voldoening der zinnen, liet geluk is de voldoening van het hart, het vermaak is stoffelijk en altijd min of meer ruw, het geluk is van een andere natuur, het zetelt in de ziel en verheft den mensch boven het stof.

Dewijl de mensch een lichaam en zinnen heeft, is hij vatbaar voor vermaak, maar zijn bestemming voert hem oneindig hooger op: hij heeft een redelijke, een geestelijke ziel, die het vermogen bezit de waarheid te kennen, te beminnen en het goede te willen, hij leeft slechts op de aarde om naar den hemel te gaan, waar het volmaakte geluk zijn deel moet zijn;

ocr page 10

wij smaken dan eerst het geluk op deze -wereld , vervolgens genieten wij in den hemel de volmaakte rust en volledige bevrediging van alle vermogens onzer ziel.

De voorname oorzaak van het klein getal gelukkigen op aarde bestaat hierin , dat er zoo weinigen zijn die het geluk zoeken waar liet te vinden is ; de meesteu meenen gelukkig te zijn als zij hun zinnen en de verlangens hunner ruwe driften bevredigen . zjj verwarren geluk en vermaak. Bij de jeugd is deze dwaling vooral zeer algemeen, en de christelijke jongelieden vinden niet alleen in de verhevene leer van hun godsdienst een middel tegen dit gevaar, maar daarenboven vermogende kracht om cr weerstand aan tc bieden.

De losbandige zoekt zjjn geluk in de voldoening van hartstochten, wier naam men niet mag uitspreken , maar daar hij cr slechts vermaak, geen geluk in vindt, gevoelt hij in zijn hart een ijdele, een onbekende behoefte, waaraan niet is voldaan , en die behoefte is niets anders dan hot geluk, dat afwezig is.

De eerzuchtige meent gelukkig te zijn door grootheid en het bezit van hooge ambten, hij werkt en zwoegt om daartoe te geraken. Meestal komt hij er niet toe , daar die hooge posten niet overvloedig zijn en niet gemakkelijk te verkrijgen, en als hij zooveel gelukkiger dan zijn mededingers, zijn dool bereikt heeft , vindt de arme in zijn grootheid slechts de ijdele wrok van den hoogmoed, vergezeld met veel verveling en bittere teleurstellingen. Daar is het geluk dan ook niet, omdat de wezenlijke behoeften der ziel niet bevredigd zijn.

Zoo is het ook met den gierigaard gesteld. Hoeveel mensehen worden langzamerhand gierig zonder het zelf te weten. De gierigheid bestaat trouwens niet alleen in het verzamelen van goud en zilver , zij bestaat vooral in hot te beminnen ; geld en goed wordt een hoogste streven, en dit is bij velen het geval. Niet weinigen zijn er die hun geluk in het bezitten stellen en die het hart mot de beurs verwarren ; doch xij mogen aardsche goederen verzamelen, het ledige van het hart wordt niet gevuld, het geluk bezitten zij niet.

Waarin hestaat dan het geluk ? En hoe zullen wij beantwoorden aan de bedoelingen van den goeden en grooteu God die ons alleen voor het geluk geschapen heeft 'i Door ons op aarde in alles met volle overgeving des harten aan den

ocr page 11

O

aanbiddelijken wil des Heeren te onderwerpen, door de plichten van onzen levensstaat met een zuivere meening uit liefde tot God, nauwkeurig te vervullen, en ons op aarde door een rein en christelijk leven voor te bereiden tot die gelukzalige eeuwigheid waar onze ziel on ons verrezen lichaam iu het volledig bezit van God, hun laatste einde, zijn zullen. Alleen de ware christenen kennen hier op aarde het geheim van het ware geluk , dat de menschen niet ontrooven kunnen ei: dat van geen wisselvalligheden des levens afhangt. God alleen, voor en in Wien de christenen leven, kan de behoefte van het hart vullen; Hij behoudt voor zicli alleen, als een onvervreemdbaar eigendom, het binnenste van onze harten, die Hij voor zijn eer geschapen heeft.

Het geluk dus kan in iederen stand bestaan, de arme kan zoowel gelukkig zijn als de rijke, do zieke zoowel als de gezonde. Het geluk bestaat in het hart en nergens anders, het hangt niet van den stand maar van den toestand af ; volbrengt den wil van God, bemint God ten allen tijde, en gij zult gelukkig zijn, in wolken staat gij ook moogt geplaatst wezen. Wij moeten ons leven op aarde beschouwen als een voorbereiding tot ons eigenlijk leven , het eeuwig leven. Wij zijn niet op aarde om te eten , to drinken , vermaak te genieten, ouzo zinnelijke lusten te bevredigen, wij zijn er om door de naleving van do wet dos Scheppers het eindelooze geluk des hemels te verdienen , waarvoor zijn goedheid ons bestemt en dat daarom alleen onze wenschen bevredigen kan. Alles wat ons dus nader bij dit doel brengt is goed en nuttig , wat ons in do eeuwigheid een grooter geluk zal bereiden , zal beter zijn; doch wat integendeel diit toekomstig leven schaadt, is gevaarlijk en slecht. wat er ons van berooven kan is zulks in hoogo mate. Slechts dit is wezenlijkheid en waarheid, het overige is bedrog, in dat alleen ware licht moet men alles beoordeelen. Hot is derhalve gemakkelijk te begrijpen, dat wat de wereldlingen een goed noemen, —vermaak, genot, overvloed van alles wat de zinnon en den hoogmoed streelt als hinderpaal voor het eeuwig leven een vermjjdeljjk kwaad of ten minste een gevaar is. Gebrek lijden, annoodo, vernedering, kortom wat men in de wereld ramp noemt, is daarentegen een weldaad, een wezenlijke weldaad, want dat alles voert ons tot God, het herinnert ons onze eeuwige verwachting en

ocr page 12

10

ontlieclit ons van alles wat onze zaligheid, ons waar geluk, in den weg staat. Daarom zcide de Zaligmaker met zooveel nadruk „Zdliij , (jij uniicn! iranl mrer is hi'l Rijl' Gods. „/uliij i/ij ^ ilie mi hoiKjai: iijdf ! iran/ lt;jiJ zitll verzadiyd „irordrn. Xdlii/ 1/ij, die int irccii/, iran/ i/ij zuil hirheii'. (*)

Ziedaar het ware geluk ! AVij vinden het slechts in de eeuwigheid, op aarde bestaat het geluk in den troost der hoop. Zal echter onze hoop niet ijdel zijn, dan moeten wij In dit leven den weg kiezen, die ten hemel voert; doen wij dit niet, dan zou onze hoop een hersenschim zijn of beter gezegd, wjj zouden de zekerheid hebben eeuwig ongelukkig' te zijn. God heeft eenieder onzer den weg aangewezen, welken wij moeten bewandelen, en zoo, wij op dien weg kruis en lijden, armoede en ontbering, vernederingen en miskenning mochten vinden, doen wij dan voordeel met onze rampen en smarten, en wij zullen ook zelfs op dien weg geluk vinden. Overal is vreugde even zoo goed als overal droefheid is, en de goddelijke \ oorzienigheid heeft met een bewonderenswaardige wijsheid de onbeschrijfelijke rechten zijner goedheid in gelijke mate tegenover de niet minder volstrekte rechten zijner rechtvaardigheid gesteld. Wij zijn allen kinderen Gods, die ons allen geluk en vreugde zendt, - wij zijn allen zondaars, daarom zendt IMj ons allen middelen- tot boete, smart en kwelling.

Alhoewel nu de Allerhoogste in zijn oneindige wijsheiden Melde alles ten beste schikt, is nochtans de ongelijke verdeeling van tijdelijke goederen voor niet weinigen een struikelblok tot zonde. Als verongelijkten en misdeelden zien de minverniogeiiden dikwerf tegen de rijkeren op, zij zijn ontevreden, en de verwensehingen van linn lot worden slechts afgebroken door eeu afgunstig morren over hot betere lot van hun evennaaste. Met afgunstige oogen ziet men op tot hen , die hooger staan ; hun beroep sclnjnt ons edeler, lichter of voordeeliger dan het onze, wjj zien hen voorrechten bezitten , welke wij moeten ontberen , en als er dan oogen-blikken komen , dat de moeilijkheden van onjsen staat zich meer dan gewoonlijk doen gevoelen , dan breken wij niet zelden in klachten los en wenschen het duizendwerf: Ach! dat ik in dien stand ware geplaatst , tot deze of gene be-

(*) buc. VI ; M — 21.

ocr page 13

11

trekking ware opgeleid. Ik ben arm en ongelukkig, — een ander verheugt zich in rijkdom en voorspoed , wat haat mé mijn deugdzaam leven, wat al mijn zwoegen en werken ? /00 wordt men droefgeestig en mort tegen de goddelijke Voorzienigheid, die ons uit louter liefde heeft'gegeven wat wjj bezitten en dus meer dan wij hebben kunnen verdienen. Dit is van onzen kant zeer verkeerd gehandeld , want, behalve dat wij altijd met het ons door God beschikte lot tevreden moeten zijn, zullen wij, wanneer wij onpartjjdig en met bedaardheid ooi-doelen, den toestand van anderen niet zoo benijdenswaardig vindon, als liet ons bij den eersten oogopslag toescheen. Wjj oordeelen gewoonlijk naar het uit-wendige , maar hoe hot in den luiiselijken kring, in de ziel en in hot hart van hen, die wij benijden, gesteld is, weet God alleen, die het verborgene doorschouwt, voor ons is dit een geheim. In waarheid, zegt oen godvruchtige schrijver, er is ireen mensch en seen stand zonder hun kruis en hunne

O O

moeiliikhedeii, en zoo het mogelijk ware al de kruisen van het menschdom op een plaats te verzamelen en ze onderling to verwisselen naar vrije keuze , wij zouden maar al te dikwijls mot hot onze torugkeeren 011 tevredenheid met ons lot leeren. Zijn er in do hoogere standen niet velen, die het geluk der tevredenheid gaarne voor een aanzienlijk deel hunner schatten zouden willen koopen ? Doch laat ons nog wat vorder gaan. Hebt gij nooit opgemerkt dat de meestou meenen in hun stand meer lasten en moeilijkheden te bobben dan ieder ander 'i Terwijl zjj zich in hun toestand zoo ongelukkig gevoelen en ontevreden zijn , vergeten zij dat er anderen gevonden worden veel deerniswaardiger dan zij. Dit heeft dikwijls plaats met den werkman, dio van don morgen tot den avond moet werken om voor zich on do zijnon hot sober dagelijksch brood te verdienen ; hij klaagt en mort in plaats van God te danken, dat Hij zich gewaardigd heeft hem de gelegenheid te schonken om , zij het dan ook door harden en zwaron arbeid, zjjn brood te winnen, terwijl zoo vele anderen tot don bedelstaf zijn veroordeeld, omdat zij die gelegenheid niot hebben. Dit gebeurt bij den arme ; hij acht zich ongelukkig en vergeet, dat er zijn even arm als hij , wier toestand nog verergerd wordt door pijnlijke ziekten, welke de lichaamskrachten uitmergelen en hen aan het ziek-

ocr page 14

bed kluisteren. Zoo gaat liet ook dikwijls met zieken: in smart en pijn tellen zij do uren van don dag en den nacht, te vergeefs wordt alles aangewend om hun lot te verzachten : zij klagen, alsof zjj hun lot togen dat van eenieder zouden willen verwisselen. Dat er echter lijders gevonden worden zonder verpleging, zonder genoegzame geneeskundige hulp, zonder ander vooruitzicht of redding dan welke de dood kan aanbrengen, daaraan denken zij niet. Neen , mochten er oogcnblikken komen, dat de toestand ons ondragelijk wordt en wij redenen tot klagen meenen te hebben, denken wij dan aan hen , wier lijden veel grooter is dan het onze ; als christenen moeten wij niet denken aan hen . die boven ons zijn, maar meer aan hen, die beneden ons staan, en wij zullen redenen vinden om God nog dankbaar te wezen.

Die neiging tot ontevredenheid, welke in het hart van den mensch aanwezig is, gewoonlijk gevolgd door een andere, om namelijk de genoegens des levens in ruime mate te go-nieten , zich volop aan het zingenot te kunnen overgeven, wat grootere uitgaven eisclit dan de arbeid kan opleveren, is voor een groot gedeelte de oorzaak van de ellenden en wanorden, welke nien thans op maatschappelijk gebied bespeurt. Naarmate deze onder het volk toenemen en diepere wortels schieten, zal ook de geest des geloofs verdwijnen om den weg te openen voor nog grootere ellenden en rampen, welke de schrikbarendste gevolgen in zicli besluiten. Te midden van zoovele vergeefscho pogingen, welke zjjii aangewend om dien dreigenden stroom een dam op te werper., heeft /. II. Leo XIII, in de verhevenheid van zijn Opper-herderljjk gezag, zijn waarschuwende stem tot de kranke maatschappij gericht, en toont den godsdient als het eerste en noodzakelijke middel aan voor de oplossing der wanverhoudingen. Hij wijst reeds in het begin zijner beroemde Encycliek „Over het lot der werkliedenquot;, op de gevaren dei-strijdvraag, welke zoovele gemoederen in beweging brengt, „wjjl een woelzieke partijquot;, zooals 11. zich uitdrukt, „maar „al te gemakkelijk er in slaagt de volksmeening op een dwaal-„spoor te brengen , teneinde den geest van oproer en verzet „onder, de ontevredene menigte ingang te doen vindenquot;. De godsdienst alleen is in staat afdoende, inwendige verbeteringen in de wanverhoudingen te brengen; derhalve moeten allen

ocr page 15

13

zich meer en meer overtuigen, dat men met eenparige krachten moet streven om de christelijke gezindheid en zeden te doen herleven , zonder welke alle maatregelen , hoe wijs en veelbelovend ook, niets vermogen voor her ware heil. Men moet zich innig overtuigen dat de verschillende standen der menschelijke samenleving door God zelf geordend zijn, en hooft de goddelijke Voorzienigheid ons in een minderen , in een lastigen stand geplaatst, dan moet men in den godsdienst liet middel zoeken om in dien staat tevreden te leven.

Geen andere middelen zullen redding kunnen geven, en wel het minst die middelen, welke worden aangeprezen dooi' „de „oproerkraaiers en predikers van valsche begrippen, die niet „kieskeurig zjjn in hun middelen, als hot er op aan komt do raaat-„schappij omver to werpen en het volk tot daden van geweld „over te halenquot;, want een gelijkheid van hoogere eu lagero standen, van armen 'en rijken, is in de burgerlijke samenleving eenvoudig niet mogelijk. Op dit punt trekt Z. H. Leo XIII met nadruk de aandacht, en toont duidelijk de onzinnighoid dezer meening aan : „De socialisten mogen dergelijke droombeelden „zoeken te verwezenlijken, men strijdt tevergeefs tegen do „orde der natuur. Altijd zullen in de menschelijke samen-„leving do grootste en meest ingrijpende ongelijkheden blijven „bestaan. Ongelijk zijn aanleg, vlijt, gezondheid en krachten, „en van dit alles is het onafscheidelijk gevolg : ongelijkheid „in levensvoorwaarden, in bezit. Die toestand evenwel is in „volkomen overeenstemming met do belangen, zoowol van „het individu, als van de maatschappij. Het maatschappelijk „leven toch vordert verscheidenheid van krachten en een zekere „menigvuldigheid van verrichtingen: tot die verschillende „verrichtingen nu worden do mensehen hoofdzakelijk door hun „onderlinge ongelijkheid in de maatschappelijke positie gedre-„ven. Wat den lichamelijken arbeid betreft, zelfs in den „staat dor onschuld zou do niensch niet werkeloos gebleven zjjn.

„De arbeid, naar welke hij alsdan, als naar het smaken „van oen genot, vrijwillig zou hebben verlangd, word hem „na den zondenval , als een noodzakelijke boetedoening „opgelegd, welker last hjj moet gevoelen. In int' werk zij „ih' iKirilr (/avlorkt ; incl (irhcidru zult tjij ran Iiikii- eten id „de dag en uws levens. (1) Insgelijks zullen al de andere

1

lieu, ill ; 17.

ocr page 16

14

,,ellenden op aarde nimmer eindigen, wijl de gevolgen der ,zonde als onafscheidelijke metgezellen den mensch tot zijn „dood toe moeten bijblijven. Lijden en verdragen is eenmaal .,liet deel van ons geslacht, en wat pogingen men ook moge „aanwenden tot verbetering van het levenslot, nimmer zal „men er in slagen do maatschappij te eenenmale van het „lijden te verlossen. Zij die voorgeven , dat zij hot daarheen „zouden kunnen leiden, zij die het arm volk een leven „zonder zorg, vol rust en genot voorspiegelen , maken zich „aan een bedrog schuldig, dat slechts grooter euvelen ten „gevolge hebben kan dan die, welke het deel zijn der tegenwoordige samenleving. Men dient, om juist te handelen, „rekening to houden met do dingen gelijk ze in waarheid „bestaan en een verbetering van den toestand, elders dan in „het najagen van dergelijke hersenschimmen, te zoeken.quot; Willen nu sommigen buiten liet geloof tot een bevredigende oplossing der wanverhoudingen geraken: dan zullen zij te vergeefs werken ; hot geloof alleen zal waarlijk redding geven, men zal in zijn toestand tevreden zijn , wanneer men zich vasthoudt aan de leerstellingen van den godsdienst, en deze uit geheel zijn hart in toepassing brengt, wanneer men luistert naar de raadgevingen der Katholieke Kerk, met haar eeuwige, onveranderlijke beginselen, met haar leer van liefde, die in alle menschen broeders ziet , kinderen van oen en denzclfden God en Vader.

Lk richt dan deze woorden van opwekking voornamelijk tot die werklieden, die een sterken steun vinden in den hechten grondslag van het christendom, die uog gelooven dat zij een onsterfelijke ziel bezitten, dat eenmaal de dag der vergelding komen zal; vooral spreek ik tot hen , die nog van goeden wil zijn, en wier harten nog toegankelijk zijn voor een welgemeend vriendenwoord. Voor hen, die zich niet hooger schatten dan de machine, welke hun ten dienste staat, of het lastdier, dat hen in den arbeid helpt, wil ik slechts aanhalen, wat men in de Levens van de Vaders der Woestijn lezen kan ;

„Op zekeren dag kwamen twee ongeloovigen in de cel van „een kluizenaar, en zijn boetgordel en andere werktuigen „ziende, vraagden zij hem waarom hij toch zulk een boet-„vaardig leven leidde. Om hiernamaals in den hemel geluk-

ocr page 17

15

„kig te zijn, was hot antwoonl. Goode Vader, hernamen zij „al lachende, wat zult gij u toch bedrogen vinden, als er na „den dood geen ander leven bestaat. Mijne heeren, „antwoordde do woestijnbewoner, gjj echter nog veel meer, „zoo het wol bestaat.quot;

Ook do arme werkman, dio niet aan de eeuwigheid gelooft, die niet voor het andere leven zorgt, zal ton zeerste bedrogen zijn, als hij zich eensklaps, bij zijn intrede in het huis dei-eeuwigheid, voor den al wetenden en rechtvaardigen God geplaatst vindt, die hem zal oordeelen, niet volgens die grondstellingen , waarmede hij hiér beneden zjjn geweten in slaap wiegde, niet volgens de holklinkende woorden en drogredenen , waardoor do apostelen van het ongeloof hom misleid hebben, maar volgens do onomstootoljjke grondbeginseten der rechtvaardigheid, welke God ons door zijn profeten en inzonderheid door zjjn Zoon Jesus Christus geopenbaard heeft.

Mgr. de Ségur haalt in zjjn werkje „Over do holquot;' de volgende gebeurtenis aan :

Vele jaren geleden was eon geestig en talentvol man, Rigolot genaamd, aalmoezenier der militaire school van Saint-Cyr. fiij gelegenheid van een geestelijke oefening voor de kweekelingen dier instelling, had hij zekeren avond op een overtuigende en doordringende wijze over de eeuwige straffen der hol gesproken. Xa afloop begaf hij zich met een kaars in de hand , naar zijn kamer, welke in denzelfden vleugel lag waar ook de officieren hun verblijf hadden. Op weg daarheen hoorde hij zijn naam noemen, en omziende bemerkte hij een officier op leeftijd , met reeds grijze knevels en een niet al te innemend uiterlijk , die hem gevolgd was en geroepen had. „Vergeef mij , Eerwaarde Heerquot;, sprak hij op een spottenden toon, „gij hebt oen mooie preek over „de hol gehouden, maar ge hebt vergeten to zeggen of men „in het helsche vuur geroosterd, gebraden of gekookt zal „wordenquot;. Daar de priester zeer goed wist met wion hij to doen had , zag hij hem scherp in do oogen, hield hem de brandende kaars onder do neus en gaf bedaard ten antwoord : „dat zult gij zelf wel ondervinden , heer kapitein !quot; Meteen ging hij zijn kamer binnen , sloot do deur dicht, medelijdend glimlachende over het onnoozel verwonderd gezicht van den armen officier.

ocr page 18

16

De priester dacht volstrekt niet meer aan dit geval , doch meende te bomerken , dat do kapitein hem van dit oogenblik af overal ontweek , als hij hem slechts in dc verte zag aankomen. Intusschen brak de Juli-omwenteling los , de militaire aalmoezeniersplaatsen worden overal opgeheven en den Abbé liigolot door den Aartsbisschop van Parijs een andere, niet minder eervolle betrekking aangewezen.

Ongeveer een twintigtal jaren later bevond zich die eerbiedwaardige priester in een salon , waar een groot gezelschap vereenigd was; een bejaard militair, met witte knevels, naderde hom, groette vriendelijk en vraagde of hij de eer had te spreken met Abbó liigolot, gewezen aalmoezenier der militaire school van Saint-Cyr. Op het bevestigend antwoord hernam de officier met zichtbare ontroering: ,,Veroorloof mij „dan, Eerwaarde Hoer , u do hand te drukken en mijn dank „te betuigen, daar ik u mijn redding verschuldigd benquot;. Aan mij? Hoe dat? sprak do verwonderde priester. Wel, herkent gij mij niet ? Herinnert gij u dan dien kapitein niet meer , die eertijds 1 eeraar aan de militaire school, op zekeren avond , na ecu predikatie over de hel , u een zeer dwaze vraag durfde stellen , welke gij beantwoord hebt met hem dc kaars onder de neus te houden , en te zeggen : dat zult gij zelf wel ondervinden, Heer Kapitein! — Die kapitein nu ben ik. Van toon af vervolgden mij die woorden overal; ik kon de gedachte niet meer van mij verwijderen , dat ik eens in de hol vallen en eeuwig branden zou; tien voile jaren heb ik er tegen gestreden, en eindelijk moest ik mij overgeven ; ik heb een goede biecht gesproken en ben een braaf christen geworden. Aan u heb ik mijn geluk te danken en ik ben ten zeerste verheugd de gelegenheid te hehben gevonden u dit te kunnen verklaren. —

Welnu , zulke woorden zou ik ook mogen spreken tot die werklieden, die reeds hier op aarde een hemel willen bezitten , in wolk verlangen zij zich altijd teleurgesteld zien, en die eenmaal tot hun grooten schrik zullen ondervinden, dat zjj in alles, en vooral in datgene , wat betrekking heeft op de eeuwigheid, bedrogen zijn geworden door de apostelen des ongeloofs , wien zij gehoor gegeven en hun vertrouwen geschonken hebben.

Doch ik richt mij hier, zooals reeds gezegd is, tot die werk-

ocr page 19

17

lieden, die nog troost en steun vinden in het heerlijk geloof' van onze Moeder de H. Kerk. Ook yan de groote schare van werklieden , bij welke tot nog toe christelijke gevoelens de overhand behielden , mag medewerking worden gevraagd om den stroom van boosheid en zonde te koeren. Oprecht christelijke werklieden moeten door hun godsdienstige gezindheid , door hun geduld en tevredenheid , meer nog dan door woorden , bewijzen, dat men in zijn staat gelukkig zijn kan. Het lot van den werkman moge onder voel opzichten niet benijdenswaardig zijn, toch bezit hij, ondanks zijn minder bevoorrechte maatschappelijke stelling, in zich-zelven het geheim om gelukkig te zijn, voor zoover het geluk op deze aarde bereikbaar is. Daartoe moet hij zjjn overtuiging sterken omtrent de noodzakelijkheid van den arbeid , zijn hooge verdienste en de zoete vruchten, die aan dien bitteren wortel ontspruiten ; hij moet zich in acht nemen togen die overdreven zucht, die neiging naar genot, welke in onzen tijd zulke groote verwoestingen aanricht. en deugd en godsdienstzin in veler harten uitdooft. Waardoor is het socialisme zoo groot en machtig geworden ? Door de genotzucht, die zich van alle klassen der maatschappij heeft meester gemaakt, en doordien men aan de arbeidende klassen het uitzicht op den hemel ontnomen heeft. Men droomt slechts van een aardsche zaligheid, die toch maar een klein getal jaren zal duren , terwijl men van de eeuwige zaligheid, waarvan men, als men gelooft, en van goeden wil is , de grootst mogelijke zekerheid heeft, niet gediend wil zijn. Op het geloof toch, op de vernietiging van het geloof hebben de socialisten het hoofdzakelijk gemunt; het geloof staat hun overal in den weg en zoolang iemand daaraan vasthoudt, zal hij nooit de leer van de sociaal-democraten omhelzen. Waar wordt nog het meeste geloof gevonden 'i Ongetwijfeld onder het landvolk ; vandaar dat de sociaal-democraten tot dusverre alleen de groote steden hebben veroverd, waar door de losheid van zeden , door de overdreven genotzucht, die van geen plichten of geboden wil weten, het geloof als een lastige ballast over boord werd geworpen. Men kan er zich dagelijks van overtuigen, dat de ontevredenheid onder alle klassen der maatschappij grooter , dat de klove tusschen bezittenden en niet-bezittenden van dag tot dag wijder wordt.

2

ocr page 20

IS

Do sociaal-democraat komt daavbij in liot spel , en belooft al de genoegens en de schatten , belooft don hemel op aarde ; de prijs hiervoor editor is geen mindere dan hot geloof. Men wil de oude wereld afbreken, om een nieuwe op te bouwen. Hoe die nieuwe zal zjjn ingericht, laat zich licht begrijpamp;n , als ten minste do idealen der socialisten ooit verwezenlijkt worden. Allerlei dwaasheden worden hot volk voorgespiegeld ; derhalve is hot plicht do arbeiders tegen verleiding te behoeden, hen aan te sporen zich vaster aan het geloof aan te sluiten, en in hot geloof hun kracht'te zoeken. Ton allen tijde is het vooral do geest des géloofs geweest, die zelfs in de ongunstigste omstandigheden van tijd en samenleving, als een zegenrijke macht, als de eigenlijke redder dor maatschappij is opgetreden; die macht derhalve vormt ook voor onzen tijd den hoeksteen onzer hoop. Waar het geloof aan God, aan de belooning in de eeuwigheid ontbreekt, daar wordt het begrip van menscheiijke verhoudingen zoo gemakkelijk verduisterd, daar zullen de uiterlijke middelen tot verbetering dor maatschappelijke toestanden geen stand houden, noch vruchtbaar zijn. Kerst dan, als bij de hoogere standen genotzucht en gelddorst wordon beteugeld door rechtvaardig-digheidszin en menschonliefde ; als tevredenheid , gewoonten van matigheid , van spaarzaamheid en huiselijkheid , als eerbiediging van recht on orde , gehoorzaamheid aan do overheid bij de lagere standen worden aangekweekt, eerst dan zullen maatschappelijke hervormingen, door den Staat en den burgerlijken wetgever in hot leven geroepen , vruchten dragen. De zedenleer van het christendom moet alle lagen der maatschappij doordringen, willen de geneesmiddelen, welke men haar aanbiedt, haar kwalen inderdaad wegnomen on niet verergeren; en do groote zedelijke macht nu. welke der maatschappij redding kan geven , is alleen te vindon in de. voorschriften en grondbeginselen van het heilig geloof.

ocr page 21

TWKEDK HOOFDSTUK.

De arbeid is een wel des levens.

lleoi't God door zijn almacht alles uit het niet voortgebracht , in zijn oneindige wijsheid heeft Hij voor alles vei'-sehillende wetten uitgevaardigd, voor eenieder de bijzondere plichten aangewezen, welke men nauwkeurig vervullen moet. Zoo rust op het menschdom een wet, waaraan allen, zonder eenig onderscheid , de rijken zoowel als de armen , aanzienlijken en geringen, koning en bedelaar, onderworpen zijn, en deze wet verplicht ons tot den arbeid. Niemand, van onzen stamvader Adam af tot de laatste zijner nakomelingen, die op deze aarde leven zal, kan deze wet ontduiken; en hij, die zich onder het voorwendsel, dat hij niet kan of behoeft te werken, aan dezen plicht ontti'ckt en geen arbeid verrichten wil, is of wel een slaaf van de hem beheerschende traagheid, of een ongeloovige , die datgene niet wil verrichten, wat God zelf hem als plicht oplegt en duidelijk genoeg van hem eischt. Nauwelijks was do mcnsch geschapen , of de Schepper wees hem zijn werkkring aan, om namelijk het paradijs „fe hchou-iven en tv heirarcti.quot; [1) Hij moest van den beginne af werkzaam zijn, en daarin zijn geluk en vreugde vinden. Ook moest Adam dien lusthof bewaren, want hij was een geschenk van Gods bijzondere goedheid, on mot zorg moest de mensch waken om het te behouden , daar hij immers het paradijs en daarmede zijn gelukstaat verliezen kon. Aldus, reeds voor dat de mensch door zijn zondenval tot de treurige noodzakelijkheid gebracht was, om in het zweet des aanschijns in zijn levensonderhoud te voorzien, rustte op hem do wet van den arbeid, daar hij, zooals er in liet Boek Job (3) geschreven staat, tot den arbeid is geboren, gelijk de vogel tot de vlucht. Niet zonder roden zegt dus de II. Joannes Clirysostomus : „(Jod „schiep den mcnsch 0111 te werken en gaf hem daartoe lede-

(1) Gen. II. lö. (2) V. 7.

ocr page 22

20

„maten ; hij, die niet werken wil, verzet zicli derhalve tegen „deze beschikking en verijdelt het doel van zijn bestaan.quot; Toen men eens in koning Alphons van Aragon laakte dat hij zich met handenarbeid bozig hield, gat' hij ten antwoord ; „Heeft dan de Schepper aan do koningen do handen gegeven „om ze op den schoot te laten rusten ?quot;■

Daarom schrijft ook de Wereldapostel in korte woorden : „/oo iemand niet wil werken, dat hij ook niet ete.quot; (1) — Hij moet echter eten , dit vordert zijn natuur, derhalve moet hij ook werken, dit is het gebod der natuur.

Een zekere kluizenaar den abt Silvanus, die op den berg Siiiaï woonde, een bezoek brengende, zeide tot de monnikken, welke met handenarbeid bezig waren : waarom werkt gjj toch zoo hard om een vergankelijk voedsel ? Heeft Maria dan niet het beste deel verkozen? De H. Silvanus, deze woorden hoorende, sprak hierop tot zijn leerling Zacharias : Geef dien broeder een boek om zich daarmede bezig te houden, en breng hem naar een cel waar hij niets te eten vindt. Toen liet nu drie uur in den namiddag was geworden, dacht de kluizenaar zeker door den abt tot den maaltijd te worden geroepen, doch dit gebeurde niet. Eindelijk door een nijpenden honger gekweld ging hij tot hem met dc vraag : Mijn Vader , hebben de broeders heden hun middagmaal reeds gebruikt ? Zeer zeker , antwoordde de grijsaard. Hoe komt hot dan, ging de kluizenaar voort, dat gij mij niet tot den gemeenschap-pelijken maaltijd hebt uitgenoodigd ? Wel, mijn broeder, sprak de Abt, dit is geschied , omdat gij , die een geheel geestelijke mensch zijt, die het beste deel hebt verkozen, en den ganschen dag met lezen doorbrengt, zulk vergankelijk voedsel niet noodig hebt, terwijl wij, die uit vleesch en beenderen bestaan , niet kunnen leven zonder te eten , wat ons dan ook noodzaakt om te werken. Nu herinnerde zich de kluizenaar zijii onvoorzichtige woorden en bad den Abt om vergiffenis, die tot hem zeide : ik verheug mij dat gij inziet, dat Maria niet aan de voeten van Jezus zoude gezeten zijn, als zij zich niet op Martha had kunnen verlaten , en dat ook aan Martha een deel van dien lof toekomt, welken men Maria geeft.

1

2. Thoss. , 111: 10.

ocr page 23

21

De H. Franciscus van Assisië gaf een leekebroeder, die wel af; maar niet werkte, den naam van ,Brooder Vliegquot;, waarschijnlijk , omdat ook de vliegen hun bestaan vinden in datgene , wat zij bij anderen wegnemen, en niet door nuttigen arbeid in hun levensonderhoud voorzien.

Eenieder dus moet werken: de een met do ploeg, do ander met de pen , de een mot den hamer , de ander met de els; sommigen met de schaaf, anderen met de naald, deze met behulp eener machine . gene op den leerstoel, — allen moeten werken, dit is hot gebod der natuur. Gelijk de Schepper ons de oogon heeft geschonken om te zien , do ooren om to hooren , de tong om te spreken , in één woord voor ieder lidmaat den werkkring heeft aangowezen, zoo hooft Hij de handen gegeven om te werken, de verstandelijke vermogens om met den geest te arbeiden.

Tengevolge van do ongehoorzaamheid onzer eerste ouders hooft do arbeid zonder twijfel een andere beteokenis verkregen. „Den ijl gij naar de atem uwer vrouw yehüxfenl en ^(jegéten hehf van den hoorn , iniarvan ik u ijehoden had niet ^fc eten, zij de narde lt;/evloekt om uw werk: in kommer „zul/ (/ij er van eten alle de dar/en uws levens. Doornen m „distels sal zij u voortbreni/ea, en (jij zult het kruid des „velds etm. In het zweet uws aunsvhjns zult i/ij uw brood „eten , totdat (jij wederkeert tat de aarde , waaruit (jij jr-„noinen zijlquot;. (1) Van dozen noodlottigon stond af is de arbeid een straf geworden , een boete , een zoenoffer , dat de stervelingen op het altaar des Allerhoogsteu plengen moeten. En daar allen in Adam hebben gezondigd, moeten ook allen de straf der zonde onderstaan; dewijl nu op allo nakomelingen de zonde als een erfenis overgaat, rust derhalve ook op allen de heilige plicht hun aandeel in het zoenoffer te brengen , en dit geschiedt door den arbeid.

Hoe zwaarder voor don H. Isidorus, een landbouwer in Spanje (f 1170), hot werk was, des te meer had hij het lief, want dan scheen het hem zooveel te geschikter om het vleesch te bedwingen en een volledig werk van boetvaardigheid te vervangen.

1

Gen. Ill: 17 — 19.

ocr page 24

22

Mot ons zweet zoowel als mot onze tranen znllon wij in staat zjjn do algemeono en onze bijzondere schuld to delgen en uit te wissclien, waarom do 11. Bornardtis de vermaning geeft: „'donk bij uw lastigen arbeid aan do oorzaak daar-„van , opdat gij in de straf, zoo gij mocht lijden, do schuld „erkent, waarom gij lijden moet, zoodat gij het verband „bosehouwondo . aan de etterende wonde zoudt donken, welke „onder den zwachtel verborgen isquot;.

Op onze dagen wil men don arbeid dien karaktertrek ont-ncnion. Men wil den arbeid niet langer moer bescliouwen als oen noodzakelijke boete voor de zondonschuld , maar veeleer ais oen middel om zicli der rust en traagheid des te spoediger te kunnen overgeven. Andoren daarentegen krommen hun schouders onder dien last ais slaven : „geef mjj „geld , en ik verkoop u mijn arbeidquot;, met andere woorden „betaal me, dan zal ik voor 11 werkenquot;, zoo spreekt men tot zijn meesters, tot do werkgevers: en zoo vindt men van don eonon kant afschuw, en van den anderen kant verachting voor den arbeid. De drijfveoren , waarom heide soorten van personen nog werken . zijn de winst on do neiging zijn hartstochten te kunnen bevredigen: dezulken werken niet om daardoor in hun ieveusonderhoud to kunnen voorzien , maar nog veel meer om de middelen te verkrijgen, welke noodig zijn om zich aan drankmisbruik cn zelfs der lieder-lijkste dronkenschap to kunnen overgeven, de tooneelvoor-stelliiigen en andere openbare verniakolijkhodon te kunnen bijwonen, zich boven zijn stand te kleoden, zijn laagWe driften te kunnen botvieren , en zich in oen walgelijk zingenot te wentelen. De arbeid is op dit oogenblik voor oen groot gedeelte van hot monschdom niet ceu middel om do zouden-schuld uit te wisschoi' , maar men beschouwt hom veeleer als oen bron, waaruit men de zoude als water put. Anderen zullen wel is waar toegeven dat men moot werken , maar zij kunnen niet begrijpen waarom er toch zoo veleu gevonden worden, die volstrekt niets uitvoeren en toch loven, zelfs in aanzien zijn, door de wereld worden geëerd en geacht, en moor dergelijke zaken. Gaarne wil ik bekennen, dat er gevonden worden . die den grooten plicht van den arbeid niet schijnen te kennen , een geheel werkeloos leven leiden,

ocr page 25

23

cn slechts de genoegens en zinnelijke vermaken der wereld iiiijiigen ; doch, zoo mag ik nu op mijn beurt vragen, worden er ook niet genoeg gevonden , die do andere geboden, welke do Eeuwige quot;Wetgever heeft uitgevaardigd, niet onderhouden ? Hoe dikwijls toch overtreedt men hot eerste, tweede, derde en de andere geboden des Heeren ? Kunt on durft gij dan daaruit het besluit trekken, dat ook gij deze geboden niet behoeft te onderhouden 'i Of hebben anderen nu liet recht zich te beklagen , dat slechts zij alleen veroordeeld zijn om de wetten en verordeningen dos Aller-hoogsten stipt na te komen V Voor deze zoowel als voor gene zal eenmaal een oordeel komen, on daar do eeuwige Rechter do overtreder zijnor geboden zal straffen, zoo zal Hij den onimtten knecht, die de talonten, bekwaamheden en krachten, hom door God tot den arbeid geschonken, niet heeft besteed, in do uiterste duisternis laten werpen, waar gewoon en go-knars iler tandon zijn zal. Aan een ander wederom zal hot verschil in den arbeid niet bevalleK ; hij mort en klaagt dat niet allen in gelij lt;e mate tot zwaren handenarbeid veroordeeld zijn. Met werk, dat met inspanning van lichaamskrachten verricht wordt, strekt hun tot last des levens, en daarom werpt bij afgunstige blikken op hem , wier handen niet met colt bedekt zijn. Doch laat ons eens op do verrichtingen der verschillende deeleu van bof menschelijk lichaam letten. Wat /.c'gon /ij ons;' Is nu het oog om zich alleen in het aangezicht van den mensch geplaatst ;j Neen, om geheel hot lichaam , en dus daartoe , dat hot tot dienst van alle doelen iles licbaams strekko , ook tot nut en dienst van de hand, die het werk v Tr'cht. liet oog ziet voor allen, hot oor hoort voor allen , tie mon l dient voor allen, de maag verwerkt liet voedsel voor allen, de longen halen den adem in voor allen . de voeten gaan voor allen en dragen alle zintuigen , alle ledematen van geheel den menscholijkon bouw.

Wat zon hot nu zijn als de voet zeide ; Het oog is een luiaard, ik moet mij mot loopen vermoeien, en het oog voert niets uit. Zou zulk een klacht gegrond zijn;' lletooggaat wel is waar niet, de voet moet het dragen, maar bet toont den voet den weg, het dient hem tot geleider, het behoedt hem voor de struikelsteenen of voor do diepte van den af-

ocr page 26

24

grond. Hoc treurig daarentegen is het met den blinde gesteld , die don dienst zijner oogeu moet ontberen ; juist omdat zijn oogen hot hun aangewezen werk niet verrichten, kan hij ook dat nut en voordcel niet uit zijn handen en voeten trokken, dat daarin anders voor don mensch ligt op-opgcsloten. Men ziet dus duidelijk, dat hot oog voor geheel hot lichaam niet alleen nuttig , maar ook noodzakelijk is.

Welke les ligt er in deze gelijkenis opgesloten Wij allen vormen als hot ware één lichaam , de gohoole menschelijko samenleving namelijk, dat uit zoo vele ledematen bestaat als er verschillende standen gevonden worden. Van dozen organisclien bouw is do koning liet hoofd , do priester het oog, in do kerk zien wij het hart, in den workman de hand, en zoo heeft olko stand zijn boteekonis. Nu roept do hand : gij allen zijt luiaards, ik alleen werk, ik alleen dan ook heb recht op alles. Is dit zoo 'i Rukt eens het oog uit, of slaat het hoofd af, d. i. neemt don priester weg uit do maatschappij , stort koningen cn vorston van hun troon , en het zal spoedig blijken, dat de andere ledematen ophouden met geregeld werken, in andere woorden, alles zal spoedig omver worden geworpen, do grootste wanorde zal ontstaan. Zoo strekken zij dan ook tot nut ? Zeer zokor, maar die tot nut dient, werkt. Do koning regeert, de priester onderwijst en geleidt op don waren weg , do oen is nuttig in deze zaak een ander noodzakelijk in gene, een ieder in zijn betrekking , waarin God hom geplaatst hoeft. Mot menschelijk lichaam kan niet uitsluitend uit oogeu , handen of voeten , zonder eenig ander lidmaat, bestaan, zoo is het ook in de menschelijko samenleving volstrekt onmogelijk dat allen zonder onderscheid , uitsluitend handenarbeid moeten verrichten.

Doch genoog , op een ieder, die in deze wereld leeft, rust do verplichting om te werken, onverschillig of dit werk mot den geest en het verstand, met armen en handen geschiedt, - of wol dat het dient om de bekwaamheden dos geestes te ontwikkolen en to volmaken, of wel om in zijn levensonderhoud te voorzien, of den hulpbchoevondeD evennaaste liefdediensten te bewijzen , — altijd is het een gebod , dat moet worden onderhouden , oen zoenoffer, dat wij der goddelijke gerechtigheid schuldig zijn.

ocr page 27

25

De zon voltooit onvermoeid haar loop, de maan verheldert met haar afwisselend licht de nachten, de lente vernieuwt telken jare het aanschijn der aarde en schenkt ons nieuwe vreugde ; de zomer en herfst storten den zegen des Heeren over tuin- en veldvruchten uit om tot rijpheid te geraken, en zelfs in den winter, onder de harde aardkorst, werkt de natuur rustig en kalm voort, en verzamelt nieuwe krachten om nieuwe weldaden te kunnen schonken, — er bestaat al-zoo in de natuur nooit volslagen rust. Streef nu, o mensch, deze voorbeelden van nooit onderbroken werkzaamheid als een kunstig en onfeilbaar maaksel na, dan hebt gij ook zelfs bij mislukten arbeid, bij verijdelde plannen en ontwerpen de geruststelling , dat gij het gebod des Heeren vervuld en aan de uitdelgiug dor zondenschuld naar vermogen gearbeid hebt.

ocr page 28

DKUm: HOOFDSTUK.

De verhevenheid van den arbeid.

De. verschillciulo staten ot' staudpn vim hot mcnscliplijk leven, kuniion lioofdzakclijk in twoe SGoi'ten gesplitst worden, waarvan dc eoi'sto van onze eigene keuzo. do andere van de wijze bescliikking dor Voorzioniglioid afhangt; (!od hooft hotinzjjn oneindige wijsheid zoo verordend , dat deze, uit koninklijken bloede gesproten, kroon en scepter als oen wettig erfdoe! ontvangt , en van kindsbeen af tot in .grijzen ouderdom in vorstelijke pracht schittert, terwijl gene in een arme luit hot levenslicht aanschouwt, en in do ontberingen en ellenden dor ar-nioede opgroeit. Kenigon kunnen edele vooronders aanwjjzen, die hun aanzien on vermogen ho'ibon nagelaten, anderen zijn in don burgerstand geboren en opgevoed, en kunnen niet dan niet harden arbeid hun stand bewaren : velen ontmoet men, die door don Schepper met de give dor wetenschap rijkeljjk zjjn bedeeld , maar grootor is hot getal dergenen , voor wie do wetenschap, in weerwil ook der grootste inspanning, een verborgen schat blijft, om da* do gaven dos goestes , vorstand en geheugen, bun slechts in zoor geringe mate zijn geschonken, of omdat tijd en gelegenheid om zich te bekwamen hun quot;'e-hool en al ontbroken. Op deze wijze hooft (iod do nienschen in verschillende rangen of standen geplaatst, en ieder hunner zijn plaats in do maatschappij aangewezen; of wij tot dozen of genen der bovengenoemde standen bohooren, ligt niet aan ons, want afkomst, plaats en rang van geboorte, do maat der versta,ndelijko vermogens zijn buiten het bereik onzer keuze. God hoeft dit alles wijselijk geregeld, en wij zijn gelukkig, wannéér wjj ons aan zjjn beschikkingen onderwerpen.

Kr zjjn evenwel nog andere betrokkiiigoii in het maat-' schappelijk loven, waarin zich de monsch volgons eigen keuzo kan plaatsen. Zoo b.v. omhelst iemand don linwelijksstaal , wijdt zich aan dit of dat kunstvak, beoefont dit of een ander ambacht, verricht dezen of dien arbeid om in zijn onderhoud te voorzien. 1.n behalve dat in onze schatting de een dezer betrekkingen verre boven do andore verheven is, kom! crook

ocr page 29

nog dikwerf con groote ongelijkheid tusschen lion, die zi^li op hetzelfde vak toeleggou, en wol zonder dat daarvan do schuld liij hen zolf te zookon is. Immers, de een slaagt gelukkig in al zijn ondornemingcn , don ander loopt alles tegen, ook bij don besten toolog, do een wordt rijk, do ander komt tot verval en armoede. Golijk ik reeds in hot begin van dit werkje gezegd heb, is juist dozo ongelijke verdeeling van tijdelijke goederen lo oorzaak van ontovrodonheid bij een groote menigte, die door doze ontevredenheid do lasten en mooielijkhodon van hnn leven aanmerkelijk verzwaren en vermeerderen.

Overal ontwaart nion op onze dagen een stroven om /jjn maatsehappolijkon toestand to verbeteren, om zich een minder lastige en in liet oog dor Avereld een meer eervolle betrokking in de maatschappij te bezorgen. liijna iedere familie in de gewone standen wil zijn kinderen in oon andore en betere heti'okking geplaatst zien. ün waarom? Om de eenvoudige roden dat men den werkmansstand, onverschillig welke deze wezen moge , als zwaar , lastig en vernederend beschouwt, omdat men zich maar al te dikwijls schaamt tot dien stand te behooron, hetgeen echter in ieder opzicht op dwalingen zelfbedrog rust. liet spreekwoord zegt: iedere levensstaat heeft zijn genoegens en lasten, wat ook werkelijk zoo is : doch de ■werkman beschouwt maar al te dikwijls in zijn stand slechts de lasten en moeieljjkhoden en in de zoogenaamde betere standen slechts de genoegens en de aangename zijde , waarin juist de groote dwaling gelegen is. /00 hij ook de lasten, zorgen en moeielijkheden, welke men in do huizon der rijken, in de paleizen vindt, kende, dan zou hij geheel anders 011 volkomen volgens de waarheid oordeelen. Heeft men in den gewonen regel niet moer last van pijn in hot hoofd dan van pijn in handen of voeten? /00 ondervindon de rijken ook moer het gewicht van het kruis, dat hen drukt, dan de armen , vanwaar het spreekwoord : „de arme heeft oen kruis „van hout, de koning echter oen van goudquot; ; wolk kruis is nu zwaarder? Nog moer: waar, zoo vraagt een Heilige, waar vindt men den boston kok? In dat huis waar do honger woont. Hoe dikwijls vindt de werkman moor smaak in zijn stuk brood en oen teug frisch water dan de koning in de

ocr page 30

28

heerlijkste gerechten eu in de fijnste wijnen, [s een harde plank dikwijls niet een zacht bed voor de vermoeide ledematen, terwijl de rijken op hun donzen leger gekweld worden door zorgen voor kapitaal en renten, welke op liet spel staan ?

De wereld beschouwt verder den arbeid als een schande. Doch christelijke werkman, het eelt, dat uw handen bedekt, is voor u een grooter sieraad dan de eeretéekens voor hem , die ze niet verdiend heeft. Bij wien dan staat de werkman in eer en aanzien ? Bij God. — God zelf eert den werkmansstaat daardoor, dat Hij zelf, de ongeschapene Wijsheid, heeft willen werken, en nog onafgebroken, zonder ophouden werkt, zooals Zijn eeniggeboren Zoon dit in duidelijke woorden verklaart, zeggende: „Mijn Vader irerld tot nu toe(1) want de almachtige God, na de wereld te hebben geschapen, onderhoudt en regeert haar ten allen tijde, waardoor hij werkt, en werkend zalig is. De almachtige Schepper werkte eerst zes dagen; Hij schiep het firmament dos hemels , ontstak do zon , maan en sterren ; Hij vormde het heelal, tooide do aarde met groene bladeren en bonte bloemen, stelde den ongometen wateren een perk, waar zij den trots huniier golven zouden buigen. Zelfs gewaardigde zich de eeuwige God uit het slijk dolaarde een lichaam te vormen, welk werk zijner handen Hjj den levensadem schonk, oen onsterfelijke ziel, kennis en verstand. Hij schiep den mensch, die alle andere schepselen der aarde als koning zou beheerschen en besturen. En toen Hij, na dit werk van zes dagen voltooid te hebben, nogmaals met een blik hot heelal overzag, mocht Hij zeggen : alles is goed, zeer goed , — „lt;;« Hij rustte op den zevenden dun van „al het werk, dat Hij gemaakt had.quot; (3)

Waarom toch worden al deze omstandigheden in de H. Schrift zoo nauwkeurig verhaald ? Omdat er duidelijk moest worden aangetoond, dat ook God gewerkt heeft. Het is dus geen schande te werken. God zelf heeft gearbeid, Hij was de eerste werkman. Vrjj mag de werkman zijn hart en oogen ten hemel verheffen, daar aanschouwt hij zijn goddelijk voorbeeld ; met volkomen recht mag hij zeggen : ik ben groot voor God, daar ik ben wat Hij is — een werkman. Ik ga zelfs nog verder; de werkman helpt God, den eeuwigen

(1) Joes. V : 17. (2) Gen. II: 2.

ocr page 31

29

Schepper, het werk yoltooieu. De kiem des levens ligt, wel is waar, in den schoot der aarde, maar zij moet onderhouden en verzorgd worden , zij moet als hot ware met het zweet des aanschijns worden besproeid, opdat zij ontluike en welig op-groeie , hiervoor zorgt do landman. Goud, zilver en erts zijn in den schoot der aarde verborgen ; door arbeid en zelfs zwarcn arbeid moeten deze uitgegraven en te voorschijn gebracht worden oin ze in heerlijke kunstgewrochten te herscheppen. Zoo staat de werkman God , den Schepper , bij ; Hij schiep de wereld, de werkman herschept ze, hervormt ze tot zijn dienst. God begon, de werkman voltooit. De almachtige hand dos Heeren en die van don werkman helpen elkander; ja, als de eeuwige Schepper nu nog iets in de wereld maken, of vruchten voortbrengen wil, dan doet Hij zulks in zekeren zin door do handen van den gedienstigen werkman, waarom deze eigenlijk niets anders is dan do uitvoerende hand van den goddelijken bouwmeester, — en dit is voorzeker geen geringe eer. Juist door don arbeid onderwerpt de mensch de grondstoffen der aarde aan zijn macht, daardoor wordt hij meester der wereld. Vuur, stoom, electriciteit, het bruischende water, — alles staat den mensch, die werkt, ten dienste, de arbeid maakt hem terecht tot heer en koning der schepping. Was nu de arbeid voor den zondeval een eerekroon, na dezen is hij wel straf en boete geworden, maar Jesus heeft hem geadeld. — Op zekere plaats in Italië vindt men een arm en nietig huisje met slechts een enkel venster ; uitwendig glinstert het van goud en zilver, doch treedt men het binnen dan ontwaart men de grootste armoede : alleen zwarte muren, een zitplaats en een weinig huisraad maken geheel den rijkdom uit. Wat is dit voor een arm huisje ? Het is het huisje van Nazareth, dat getuigenis geeft van het arm en arbeidzaam leven van Jesus , den menschgeworden Zoon van den Eeuwigen God. Arm , zooals Hij geboren was, had hij een eenvoudigen werkmanswinkel tot schouwtoonecl zijner grootheid gemaakt, wilde bij de verkondiging zijner leer voor de zoon van een handwerksman gehouden worden, en van de 33 jaren zijns levens er 30 in arbeid doorbrengen , terwijl Hij daardoor dezen des te hooger verheft naarmate die stand door de wereld meer geminacht wordt. Met zijn goddelijke handen omknelde hij

ocr page 32

30

lt;le geveedschappen van don werkman, l(gt;n'dc' zich met zjju goddelijk verstand op de uitoefening van het timmermansvak toe, en het zweet, dat in die stille werkplaats van Nazareth op zjjn voorhoofd p irelde, kon als zoovele andere bloeddruppels der verlossing beschouwd worden. Was Hij dan op de wereld gekomen alleen om te werken ^ Waarom heeft Gods almachtige Zoon niet een wonder verricht om in zijn eigen levensonderhoud en in de behoeften van Maria en Josef te voorzien 'i Hij wilde den arbeid eeren en verheffen. Hij wilde, oven als de werkman , zijn brood eten in het zweet des aan-schijus, dewijl Hij als zoenoffer voor den zondevloekgekomenwas. Voor dat Hij zich den zoendood overgaf, bood Hij ziju dagelijksch werk als zoenoffer aan, en heeft alzoo den arbeid geheiligd. Toen Jesus onder ons is nedergedaald om de menschelijke natuur aan te nemen, heeft Hij niet willen geboren worden in een paleis, waarin do hoogmoedige wereld haar pracht en luister ten toon spreidt. Tot moeder verkoos Hij een arme dochter van Israël, tot voedstervader niet oen machtige, die op een schitterenden troon zat, maar een armen handwerksman , die geheel zijn leven slechts zwaren arbeid had verricht; de nederige staat van Maria en Josef kwam nog meer uit dooide vergelijking met hetgeen hun voorouders geweest waren, die den troon bekleed en het volk Israels geregeerd hadden ; niet slechts in een arme familie wilde Hij geboren worden, maar in een familie welke door een dier zoo menigvuldig voorkomende slagen der fortuin van het toppunt der grootheid was vervallen , en tot een armoede gebracht, welke de herinnering aan haar vorigen luister nog meer vernederend deed zijn; ofschoon beiden uit koninklijken bloede waren gesproten , onderwierpen zij zich toch met liefde en bereidwilligheid aan de zoo lastige noodzakelijkheid van den arbeid. Hoe gelukkig toch waren zij door de aanwezigheid, het woord, het voorbeeld, de aanmoediging, door den troost en arbeid van het goddelijk kind Jesus! Ook zij hebben den bitteren kelk der vernedering, van moeitevolle inspanning, van gedwongen werkeloosheid gedronken ! Kan u een heerlijker voorbeeld worden aangetoond!' Ja, arme werkman, beschouw Jesus, Maria en Josef! Is de staat, waarin zij leefden, niet een treffend afbeeldsel uwer lasten en zorgen.

ocr page 33

31

maar ook van uw verlieveilheid ? Zoggen zij u niet, dat het zweet, hetwelk uw voorhoofd bedekt, voel eervoller is dan de kroon der koningen; dat het gereedschap uwer handen meer waarde heeft dan de degen van den veroveraa.v , dat liet gezang, waarmede gij u in den rusttijd opvi'ooljjkt ot lief werk doet vergezeld gaan, aan de lolliederen der engelen gelijk is, dat de rook, welke uit do schoorsteeneu der fabrieken opstijgt, voor den lieer een aangename geur is, dat het gedruisch der maehinen als een harmonie is , welke do Heiligen dos hemels verblijdt? De verhevenheid van don arbeid mag men opmaken, besluiten uit liet feit, dat Gods Zoon den arbeid en den werkman geëerd heeft. Werkman, deelgenoot en modewerker van God , u is het geoorloofd uw met eelt bedekte hand in die van Josus te leggen, aan zijn zijde lier door de wereld te schrijden, den koningen en grooten dezer aarde met oen edele vrijheid too to roepen : mijn God verkoos niet uw stand, maar den mijnen. Hij wilde aan mij, een werkman, gelijk zijn. Want die God nu uitgekozen heeft, „die heeft Hij ook roornit be.stenut om (jcljkvoi'tiiiy te- woi'cleu, „aan liet beeld zijns Zoouxquot;, (*) en dit is het troostvol getuigenis, dat de apostel der volkeren u voor oogen houdt. De armoede, welke op. aarde uw aandeel is, in vereeniging met Jesus verduurd , is altijd het zekerste teeken uwer uitverkiezing voor do hoorlijkhoid dos hemels. In deze leerschool wordt hot hart van den werkman bevredigd , dat nog zoo even met bittere tranen , met woeste haat vervuld was , want voor iedere zweetdroppel zal hij van den Allerhoogste een onvergankelijk edelgesteente iu ruil ontvangen ; en zoo hij huisvader is, zal ziju huisgezin gelijk zijn aan de Heilige Familie van Nazareth , het zoo schoone toevluchtsoord van elke deugd , van waren vrede en oprechte liefde. Zoo heeft de goddelijke Heiland don arbeid geheiligd , door zijn eigen voorbeeld geëerd en geadeld. Van dien tijd af is ook voor zijn Kerk, die slechts denkt zooals Hij, de arbeid eerbiedwaardig en heilig; van dien tijd af heeft zij haar kinderen altijd tot den arbeid aangespoord, heeft zij getracht vlijt on arbeidzaamheid onder hen aan te wakkeren en te behouden.

(Jok de Kerk eert den arbeid en schat hem hoog : haar

(s) Kom. VIII : 29.

ocr page 34

32

stichter was een werkman , een goddelijke werkman ; werklieden zouden haar verspreiden en langs alle zijden vestigen : bij zijn openbaar optreden verkoos Jesus geen beroemde wijs-geeren of aanzienlijke personen tot zijn leerlingen en apostelen, maar hij ging naar het Meer van Genesareth, on daar heeft Hij uit de visscherspinken mannen genomen met eelt aan hun handen ; arme werklieden zouden ziju eerste Apostelen zijn; met hen wil Hij de wereld veroveren. Zulk een plan op te vatten en het dan met goed gevolg tot stand te brengen, was slechts een Godmensch mogelijk. Geheel de christelijke beschaving dus gaat uit van twaalf werklieden , die Jesus Christus, gekomen om den armen de blijde tijding des heils te brengen, om zich had geschaard ; Hij had hen in de verheven waarheden van het heilig geloof ingewijd, en daarna over de gansche wereld gezonden met de opdracht: „Gaat „dan en onderwijst alle volkeren . ..; hen leerende onderhouden „alles wat ik u (/eboden hebquot;. (1) Zij waren werklieden, arme werklieden , die, als zij niet predikten , met handenarbeid hun brood moesten verdienen, zoodat de apostel Paulus van zich zelf getuigen mocht: „ Wij hebben ons onder u niet „ongeregeld gedragen, noch can iemand brood om niet gegeten, „maar onder arbeid en zwoegen, nacht en dag werkende, ten „einde niemand uwer tot last te zijn'1''; (3) — ja , werklieden hebben het zaad des goddelijken Woords tot aan de uiterste grenzen der wereld uitgestrooid, zij hebben het met het zweet des aanschijns besproeid, vruchtbaar gemaakt met hun bloed, vergoten onder de gruwzaamste folteringen en hevigste smarten, welke zij voor het geloof onderstaan hebben. En met den werkman heeft het christendom ook den arbeid zelf geëerd en geadeld, dezen in eer en aanzien gebracht. Voor de komst van Jesus waren er slechts twee klassen van men-schen, slaven en vrije mannen; de slaven waren voor den arbeid bestemd, waarop slechts schande rustte, en dezen konden als dusdanig tot geen hooger ambt geraken. „Niets edelsquot;, zoo sprak Cicero, een der wijste en beste wijsgeeren van het heidensche Rome, „niets edels kan uit de werkplaatsen voortkomen , en alle handwerkslieden drijven een „verachtenswaardige zaak ... De werkman is tot niets anders

1

Matth.' XXVUl: 19. (2) 2 Thess. III: 7 — 8.

ocr page 35

:i3

„bostomd en geschikt, dan om liet juk te tovsclion, en is hij „liiertoe niet meei' in staat, dan is hij nog goed 0711 den „visschen in de vijvers tot voedsel te dienenquot;, - waarin hij dan ook werkelijk geworpen werd, als hij zijn work niet meer verrichten kon. Loonarbeid, handwerk , en in het algemeen elk gewin door handenarbeid gold hij de Grieken en Romeinen als oen vrije man onwaardig , men wees dien aan de slaven toe, welke men voor geen dengd bekwaam achtte en als niet menscheljjke wezens behandelde. Toen Christus echter in ons midden verscheen, veranderde die ongelukkige toestand ; waar het licht des Christendoms mot zijn heldere stralen doordrong, daar werd ook oen einde aan de slavernij gemaakt. De arme werkman is een dischgenoot van Gods Engelen geworden, hij mag met Joannes op de borst des Zaligmakers rusten, zijn lippen aan den kelk van het goddelijk Bloed zetten. De zoon van den werkman 7nag het altaar bestijgen om liet Lam zonder vlek, dat de zonden der wereld wegneemt, te slachtofferen ; hij mag den stoel dei-waarheid beklimmen om, vervuld van den H. Geest, in den naam des Hoeren der wereld heil en vrede te verkondigen; hij mag zelfs nederzitten op oen verheven troon en den scepter voeren van hem, tot wien de Hoer gezegd heeft: „Gij zijt „Petrus, «« op deze steenrots zul Ik mijn Kerk bouwen, en de „poorten der hei zullen huur niet ocerweldilt;jerf\ (*) aan zijn handen wordt het bestuur over de sleutels van het rijk dei-hemelen toevertrouwd. Om slechts oen onkel voorbeeld aan to halen, de H. Paus Stephanus, dio den H. Stoel van Petrus beklom, was voorheen oen eenvoudige herdersknaap.

Zoodanig zelfs eert Gods Kerk den werkman, dat zij hem van geon enkel barer verhevene waardigheden uitsluit, en men moet bekennen dat een zeer aanzienlijk getal priesters on herders der Kerk uit den werkmansstand zijn voortgesproten.

Nog meer : het Woord der eeuwige waarheid heeft juist in dit opzicht zijn heerlijkste zijde ten toon gesteld , — dat Christus namelijk gekomen is den armen de boodschap des heils te brengen, 011 dat zij hier vernederd zijn om hiernamaals verheven te worden. Do werkmansstand heeft dan ook den hemel bevolkt, waarvoor ik slechts eenigo voorbeelden wil

(*) Maltli. XXI; 18.

3

ocr page 36

34

aanstippen: De II. Porphyrins, Bisschop van Gaza (f 430) verkocht zijn goederen, welke hij te Thessaloniea bezat, voor 4500 goudstukken , welke geldsom hij onder de armen van Palestina en Egypte verdeelde zonder aan zijn eigene behoeften te denken , zoodat hij weldra genoodzaakt was van den arbeid zijner handen te leven , waarom hij dan ook het tentenmaken leerde. Zijn leerling Marcus, die met schrijfwerk meer verdiende dan voor zijn levensonderhoud noodig was , wilde zijn heer en meester bewegen deze winst mot hem te deelen, doch Porphyrins gaf hem do woorden van den 11. Paulus tot antwoord : vZoo iemand niet wil werken , dat hij „ook niet ete.quot; (*)

De H. Hilarius, Bisschop van Aries, had zekere vaste uren voor handenarbeid bepaald, waarbij hij zich ten doel stelde iets te verdienen om meer aalmoezen te kunnen geven.

De H. Eu tropins, Bisschop van Orange, (gestorven omstreeks het jaar 476), ontzag zich niet met eigen handen den akker te bewerken , en daardoor zoowel in zijn levensonderhoud te voorzien als om de armen te kunnen bijstaan.

De H. Elisabeth, koningin van Portugal (f 1336), hield zich met verschillende handwerken onledig; dan eens vervaardigde zij kerkgewaden, dan wederom kleedingstukken voor de armen , waarbij do hofdames haar behulpzaam moesten zijn. Ja, iu de middeleeuwen stelden de adellijke dames op niets meer prijs dan op den naam van ijverige en geschikte huisvrouwen; zij zaten vlijtig aan het spinrok , waren ijverig in de keuken, en hadden geen afschuw voor moeite en arbeid.

Beschouwen wij nu ook eens het leven der monniken , zoeken wij de lieilige kluizenaars in de woestijn op, gaan wij do kloosters rond, en overal zullen wij op de duidelijkste wijze bespeuren, dat ook bij hen de arbeid in hooge eer en aanzien staat. De II. Hieronymus geeft van hen dit treffend getuigenis : „Zij laten geen oogenblik zonder werken voorbijgaan , want zjj houden zicli niet alleen bezig met zulke zaken, welke men alleen bij het heldere daglicht verrichten kan , maar zij kiezen voor hun onvermoeid hart ook zulken arbeid uit, welken zelfs de dikste nachtelijkste duisternissen niet verhinderen kunnen, dewijl zjj overtuigd zijn in hun

(*) Thess. 111 ; 10.

ocr page 37

geestelijke vlucht een dos té hoogere zuiverlieid vau^bo-schouwing to verkrijgen, naarmate zij zii-h met grootoron ijver op hun werk hebben toegelegdquot;.

Doorkruist het Oosten, de bakermat van het kloosterleven, gaat in den geest naar Egypte, treedt de cellen der volgelingen van den H. Antonius binnen , bezoekt de uitgestrekte kloosters van den H. Pachpmius, en nergens zult gij een werkeloos leven aantreften. Daar vindt gij den grooten Antonius, die met ijver werkt, en zelfs door een engel aangaande de noodzakelijkheid des arbeids onderricht wordt; daar treft gij den aartsvader Pachomius in bestendige bozigheid aan , daar werkt eon Paulus om do gevaren der ledigheid te ontvluchten, een Arsonins in onophoudelijke strenge boetvaardigheid, een Macarins met yerbazonden ijver, men ziet er een Chesomon , die op hot veld dos arbeids sneeft. Er is geen eerlijk handwerk zoo nederig , geen bedrijf zoo vermoeiend, of het wordt er uitgeoefend, elke geschikte kracht wordt mot do moeste zorg benuttigd. Do een bebouwt den akker, zegt oen ooggetuige, oen ander bewerkt den tuin, oen dorde vindt do hem aangewezen taak in do bakkerij, oen vierde in de smederij ; onder die monniken bevonden zich geheele groepen van timmerlieden, leerlooiers, wevers, vollers, kleermakers, enz. Eonigen houden zich bozig mot het sierlijk overschrijven van boekon , wederom anderen vlochten groote of kleine manden, ginds verzamelt de natuurkundige kruiden en bereidt voor de zieken verschillondo geneesmiddelen ; hier hebben de geletterden en moer wetenschappelijk ontwikkelden oen schaar van kinderen of volwassenen om zich heen, om hen in do noodzakelijke of hoogere wetenschappen te onderwijzen. Ook in ons werelddeel bracht do kerk den arbeid in eere , van haar immers ging de beoefening van den landbouw uit en in do kloosters vond het handwerk zijn eerste toevluchtsoord. Al wat noodig Was voor kloeding, voor spijs en drank, voor woning en inrichting, alles werd door do kloosterlingen vervaardigd, en dus ook in het handwerk waren op deze wijze de monniken do leermeesters van het volk. Alle ordestichters dan ook hebben hun volgelingen den arbeid niet alleen aanbevolen, maar hem als oen plicht opgelegd. De 11. Benedictus zegt: „de

ocr page 38

36

ledigheid is de vijandin der ziel, 011 derhalve moeten de broeders zich op geregelde tijden met handenarbeid bezig houden, wederom op andere vastgestelde uren met de lezing der IL. Schriftenquot;. Onze Serafijnsche Vader, de H. Pranciscus van Assisië, hoeft zelfs in zijn regel een geheel hoofdstuk aan den arbeid gewijd, dat met deze eenvoudige maar toch verhevene woorden begint: „Die Broeders, wien de Heer de genade van te arbeiden heoft gegeven, arbeiden getrouw en godvruchtig, zoodat zij de ledigheid , de vijandin dei-ziel , uitsluiten.. Dat is een taal, welke het onde heidendom niet zou begrepen hebben; den arbeid als een kostbare gave en genade des hemels te beschouwen, die men met alle getrouwheid en naarstigheid zijns harten moet aanwenden , voorzeker , dat verraadt oen zeer grooten eerbied, en een innige , bezielende liefde voor den arbeid. Zulk een liefde zal men zich nu eigen maken , als men den arbeid in den geest van den H. Pranciscus beschouwt en tracht te verrichten. De Kerk zegt dat de wil van God ons boven alles lief en dierbaar zijn moet; het is nu do wil van God , dat wij zullen arbeiden en aldus boete doen voor onze zouden, want Hij heeft tot onzen stamvader en in hem tot ons allen gezegd : „/■» het zweet uws aemsehijm zult gij uw hrood eten, tot-„dat (jij wederkeert tut de aarde, waaruit gij yenomen zijtquot;. (1) De wereldapostel gaf aan de christenen van Thessalonica een vermaning tot een rustig en arbeidzaam leven, zeggende : „117; hidden u , broeders! ... dat gij u hevlijtigt om rustig „te zijn en om uw eigene zaken te doen , en met uw handen vfe werken, gelijk wij u geboden hebben: opdat gij ook wel-„voegelijk moogt wandelen jegens hen, die buiten zijn, en van „niemand iets te verlangenquot;. (2) De Kerk zegt ons verder, dat wij vurig verlangen en ijverig streven moeten aan onzen goddelijken Heiland , het voorbeeld der verhevensto deugden, gelijk te worden ; want die gelijkvormigheid met Hem is de grootste eer en het kostbaarste sieraad voor een christen, deze gelijkvormigheid met God geeft ons recht op den hemel en hoe meer wij Hem gelijk worden, des te grootere heerlijkheid hebben wij ook te verwachten. Jesus Christus heeft gearbeid, vlijtig en hard gearbeid, heeft menigen zweet-

(1) Gen. Ill; 19. (2) 1 Thess. IV; 10, 11.

ocr page 39

37

druppel Toov ons vergoten ; door onzen dagelijkschen arbeid worden wij Hem alzoo gelijk, en wij nemen , als wij ons werk in den waren en zuiveren geest verrichten, eveiieens deel in zijn onthouding en smartvolle versterving , wat ons met troost en hoop vervullen moet. Do Kerk loert ons e'ii-deljjk, dat ook de kleinste en geringste arbeid oen hooge waarde heeft en ons rijke verdiensten voor de eeuwigheid aanbrengt, als wij dien uit liefde tot God verrichten; God immers let meer op de innerlijke bedoeling en de liefde, waarmede men handelt, dan opliet uiterlijk werk. Daarom is de arbeid van een man, die den akker beploegt of in zijn werkplaats tobt en zwoegt , zoo hij zijn werk door een goede meening weet te heiligen, grooter voor God en ook verdienstelijker voor den homel , dan de bewonderenswaardigste werken van een grooten wijsgeer of de gevierde daden van een beroemd veldheer of staatsman, als deze bij hun handelingen God niet in het oog houden. Worden deze waarheden goed begrepen, dan zullen zjj groote tevredenheid en blijmoedigheid in bet hart van den werkman storten ; dan zullen zij bewerken, dat men den arbeid , welke toch tegen de zinnelijke en trage natuur van den mensch indruischt, als een genade des hemels beschouwt en dien van harte lief heeft. Fs het dan te verwonderen, dat in de verschillende kloosterorden, van de vroegste tijden af, de dagen verdeeld zijn in arbeid of studie en gebed, dat haar instollers den arbeid als een noodzakelijke verplichting hebben vastgesteld ^

En dat gebod is nog tot op den huidigen dag overal In eer en aanzien, want „waar tucht en onderhouding der kloosterregels bloeit, daar heerscht geen werkeloosheidquot;, liet gevoelen van den H. Basilius , ,,de mensch bestaat uit twee doelen , uit ziel eu lichaam, en op een tweevoudige wijze dan ook moet hij naar de deugd streven, waartoe zoowel lichamelijke arbeid als oefeningen van den geest in het werk gesteld worden; dat lichamelijk werk nu bestaat echter niet in lediggang, maar juist in den arbeid, dat gevoelen wordt nog heden ten dage door allo rechtschapen personen van iederen stand , in eu buiten de kloostermuren , gedeeld.

In navolging van het heidendom zal dc hedendaagsche

ocr page 40

wereld den werkman slechts zoo hoog schatten als zijn arbeidskrachten reiken, en verder met een zekere verachting op hem nederzien; docli do Kerk erkent in den armsten werkman de onsterfelijke, de naar Gods beeld geschapene ziel even goed als bij den machtigsten vorst en rijksten man der gansche aarde, de werkman is voor haar even goed een kind Gods als zjjn meester en werkgever. Zij leert, dat het onderscheid van standen in de menscheljjke samenleving, wel is waar, door God gewild en geregeld is, en daarom ook door do menschen moet erkend worden, maar dat de aanzienlijke stand, de hooge geboorte, de rijkdommen en de glans van het kruis den menseh geen echte waarde geven ; dat doet slechts de getrouwheid ten opzichte van God , de zorg voor de onsterfelijke ziel, de innerlijke goede gesteltenis en een deugdzaam leven : daarom staat een werkman, die christelijk leeft, veel hooger dan een aanzienlijke geldman, die een goddeloos loven leidt. Met volkomen recht zegt dan ook Leo XI11 in zijn beroemde Encycliek „Over het lot dei-werkliedenquot;, na eerst de verplichtingen , welke de kerk den arbeiders oplegt, te hebben opgesomd : „den bezitter en den „werkgever daartegen brengt zjj (de Kerk namelijk) onder „hot oog , dat de werklieden niet als slaven mogen beschouwd „en behandeld worden; dat zij veeleer dienen geëerbiedigd „te worden in hun persoonlijke waarde, die door hun waar-„digheid als christen wordt geadeld; dat handwerk of arbeid „geen schande is , maar dat het naar waarheid moet gelden .,als oen eer , door eigen krachtsinspanning zich datgene te „verwerven , wat men voor zijn levensonderhoud noodig „hooft; dat het onwaardig en schandelijk is, menschen onkel „tot eigen gewin te oxploiteoren en hen slechts zoo hoog te „schatten als hun arbeidskrachten reikenquot;. Z. U. gaat voort den werkgevers er op te wijzen dat zij de geestelijke en godsdienstige belangen hunner werklieden niet uit het oog moeten verliezen , hen niet aan zedelijke gevaren blootstellen, maar hen zoo moeten behandelen dat hun waardigheid als christen door niets onteerd wordt. Hij toont de zeer gewichtige leer aan , welke de Kerk predikt in betrekking tot het gebruik, dat men van aardschen rijkdom te maken heeft, om nog eens met nadruk op de verhevenheid van don arbeid

ocr page 41

;i9

te wijzen , zeggende : „Hun , die geen goederen der fortuin „bezitten, leert de Kerk, dat armoede voor hot oog der „Eeuwige Waarheid niet in hot minst schandelijk is , en dat „hij , die door handwerk in zijn onderhoud voorziet, daardoor „in geenen deele zich zelvon onteert, Christus do Hoer zelf' „hooft door daad on voorbeeld die waarheid bekrachtigd , „Hij, die voor het hoil dor menschen arm (/eirorden is „tenrijl Hij riji: iras (1), en die, hoewol Hij do Zoon van „God en zelf God was, toch voor den Zoon van, don tini-„merman word gehouden on hot grootste gedeelte zijns levens „met lichameljjkeu arbeid in de werkplaats doorbracht.

„deze uivf de fiiiinicriiKin , de zoon ran Maria. (2) Hjj, dio „dit goddelijk verhoven toonbeeld met ernst betracht, hij „zal gemakkelijker begrijpen, dat do ware adel en grootheid „van don mensch berusten in zjjn zedelijke eigenschappen, „d. w. z. in zijn deugd; dat de deugd echter oen goed is, „voor allen bereikbaar, voor don laagste zoowol als voor „den hoogst geplaatste, voor den rijke en den anno, en dat „niet anders dan de booefoning der deugd , het verworven „van ware vordionston, den mensch don Hemel kunnen „openenquot;. Deze waarheden zullen den overmoed der rijken bedwingen , do armen voor kleinmoedigheid bewaren en hen stommen tot een bescheiden tevredenheid met hnn lot. P^n overal, waar deze waarheid gehuldigd wordt, is do arbeid hoog in oor on aanzien, en oen ieder, dio vorstand gebruikt, is overtuigd dat de wereld aan den werkman zeer voel , ik zou zelfs mogen zoggen, alles verschuldigd is, dat hij inde handen dor goddelijke Voorzienigheid hot werktuig is tot onze instandhouding. Daarom oor en dank aan den getrouwen en ijvorigen werkman ; de arbeid maakt hem aan don god-dolijkon Heiland gelijkvormig ; de Apostelen on Heiligen van alle eeuwen zijn zijn lotgenooten, do Engelen des Hemels zjju do getuigen, dio zijn schreden tellen, zijn zweotdruppolen tot voor Gods troon brengen, waar zij als bewaard zullen worden om eenmaal als heldor glinsterende paarlon tusschen hot odol-gesteonto zijner onvergankelijke kroon to worden gevlochten.

(1) 2 Cor. Vlll: 'J. (2) Marc. VI; 3.

ocr page 42

VIEKDE HOOFDSTUK.

Het loon van den arbeid.

Ofschoon do H. ]lioronymus do verzekering geeft, dat do arbeid in ruime mate beloond wordt, zoo is noclitans hot arbeidsloon oen zaak , waarover men veel en zeer veel redetwist , welke do zoogenaamde sociale quaostio in hot leven heeft geroepen , en het brandpunt der hedendaagscho woelingen uitmaakt.

Op zekeren dag werd er aan een kloosterpoort hevig gebeld . waarop de Hrooder-portior naar den Overste snelde om hom te verzoeken , zich aanstonds met allen spoed naar een stervende te begeven. Do Pater ging zonder toeven naar het aangeduide, niet ver verwijderde huis; in een meer dan arme woning vond hij op een harde, doch holderroine legerstede een stervenden vader, omringd door zes weenendo kinderen in don leeftijd van ii tot 12 jaren, terwijl do vrouw, bleek en uitgemergeld door kommer en zorgen , den zieltogende in haar armen hield. Wij bevinden ons in het huisgezin van oen werkman; in zijn gezonde dagen kon de vlijtige en zorgzame vader nauwelijks genoeg verdienen om op oen voldoende wijze in het onderhoud zijnor vrouw on kinderen te voorzien ; nu echter was de man reeds ge-ruimen tijd op het ziekbed uitgestrekt, in de schoonste en beste jaren van zijn leven door longtering en verval van krachten aangetast. Men kan dus gemakkelijk begrijpen , dat ontbering en ellende, honger en zorg hier de dageljjk-sche gasten waren, die hun smartvolle sporen hadden achtergelaten op hot bleeke gelaat der bravo moeder, on op do onschuldige gezichtjes der lieve kleinen, iu wier wijdgeopende en heldere oogon men den honger duidelijk lezen kon. Alles in dit vertrekje getuigde van armoede en nood en toch konden deze zoo zelden vredelievende gasten den vrede van dit huisgezin niet storen, wiens loden hadden loeren bidden , en bij Hom, die ons zoo liefdevol en medelijdend uitnoodigt: „komt tut mij, allcu die vermoeid cn beladen zijr,

ocr page 43

41

„c« ik zal u- verkwikken (*) - altijd tevredenheid, troost en opbeuring gevonden. Doch mi zou er een oogenblik komen, dat hun vertrouwen in do goddelijke Voorzienigheid op een zware proef stelde. Do vader ligt op sterven, het kille doodzweet bedekt zijn voorhoofd , reeds bidt de priester de gebeden der Kerk „vertrek, christelijke ziel, uit deze „wereld in den naam van God, den almachtigen Vader, „die u heeft geschapen enz.quot; Zegenend strekt de stervende vader nog eenmaal zijn afgematte handen over de kinderen uit, nog eenmaal legt hij ze in die zijner teergoliofde echt-genoote, zooals zij ze eens voor het altaar tot eeuwigen band in zijn rechterhand gelegd had ; van de bleeke lippen rolt met moeite de laatste afscheidsgroet: „moeder , tot we-derziens in den hemel!quot; nog oen weemoedigen blik op de dierbare kinderen, nog eens smartvol het trouwe moederoog aangestaard en de mond verstomt, de oogen sluiten zich ; nog een pijnlijke zucht ontsnapt den boezem , nog een ademtocht en „vader is niet meerquot;, zoo roept vol droefheid de moeder. „Vader, vaderquot;, schreien de jammerende kinderen , doch do zoo beminde vader geeft geen antwoord meer; zij nemen zijn hand, bedekken ze met honderde kussen, maar slap blijft zij hangen! Slechts tranen en zuchten. Slechts oen jammeren en weeklagen , dat steenen zou bewogen hebben , vervullen dit niet ruime vertrek. De liefdevolle Pater wil een woord van troost spreken, maar wordt door de aandoening van het oogenblik zoodanig overmeesterd, dat de stem hom begeeft, hij kan slechts weenen met do diep bedroefde vrouw en kinderen. Vele jaren lang had de arme man in het zweet des aanschijns getobd en gezwoegd , zijn gezondheid en leven aan een zwaren on moeilijken arbeid opgeottbrd, en nu ligt hij daar op ziju doodsbed uitgestrekt, een man in het midden zijner jaren. Een talrijk huisgezin , dat tot nu toe reeds met ontberingen en ellende had te kampen , verwijlt bij den geliefden doode, hun eenigen steun, en schijnt niet te kunnen begrijpen, dat hij van hen is heengegaan. Wat zal er nu van de arme, ziekelijke weduwe, wat zal er van de hongerige weezen geworden ?

Is dat het loon van den arbeid ? Ongeloovige , treed

~ (*) Mattk XI; 28.

ocr page 44

42

dio sterfkamer binnen om getuigen te zijn van dat droevig, hartroerend tooneel , en antwoord dan of' er aan gene zijde van het graf geen belooning zijn zal, ja noodzakelijk wezen moet ? Het leven op aarde zou een verschrikkelijk raadsel zjjn , als de hoop op een beter leven de bitterheid van het aardsche niet een weinig verzachtte. Waarlijk, wie zou zoo wreed on onmenschelijk kunnen zijn om tot hen , die bitter weenende het sterfbed van hun zoo innig geliefden vader omringen, te zeggen ; Nooit zult gij uw vader terugzien, et-bestaat geen vaste iioop op een wederzien , er is geen ander loven aan gene zijde van liet graf. O, in het hart van eiken mensch heeft dat zalig gevoelen zulke diepe wortelen geschoten „nog een weinig tijds en wij zullen wederom mot elkander vercenigd zjjnquot;.

Van dit standpunt beschouwd, kunnen wij de woorden van den JL Hieronymus begrijpen: „de arbeid wordt ruimschoots „beloond , en daarom mag ons geen moeite te groot en geen „tijd te lang zijn , dewijl wij daardoor de eeuwige heerlijkheid verwervenquot;.

De arbeid wordt goed betaald , wol is waar niet met een aardsch loon, al zou liet nog zoo groot, nog zoo aanzienlijk ziju , dewijl hot in waarheid een belooning is van weinig waarde , welke zoo vergankelijk is als geld cn aardsche rijkdom. Wat baat het, heden voor een voltooid werk tonnen gouds te ontvangen, wanneer men misschien morgen reeds met ledige handen voor don rechterstoel van God verschijnen moet y Welk nut heeft hot, in den arbeid en bij de machine gezondheid en leven op te offeren , als dit door een ongelukkige eeuwigheid zal gevolgd worden ? Xcen , christelijke werkman, de wereld met al haar schatten en rijkdommen kan uw zwoegen en moeiten niet voldoende beloonen, uw zweetdruppelen hebben meer waarde dan de kostbaarste paarlen en diamanten , welke de kroon eens ko-iiings versieren, het goud der aarde kan tegen het eelt uwer handen niet opwegen ! Slechts één enkele kan uw arbeid ten volle beloonen, slechts God alleen, wiens engelen uw zweetdruppelen verzamelen , om ze in het hart van Jesus te bergen. De arbeid van hen, die naar Gods evenbeeld zijn geschapen, en door den geest des Heeren geleid worden,

ocr page 45

4'J

heeft een geheel andere waarde, een geheel andere bestem-ming , dan het werk der machinen, welke door water of stoom gedreven worden.

De arbeid van den vromen christen is een gebed. Do goddelijke Heiland heeft immers gezegd „men moet altijd hiddenquot;,(*) en de getronwste navolgers van Jesns hebben tot hoofdbeginsel van hun verdienstelijk leven de leus genomen „werken en biddenquot;. Hoe kan dit met elkander in overeenstemming gebracht worden ? Bidden immers is de vermogens zijner ziel met God bozig houden : als nu de vrome werkman zijn lichaamskrachten aan den dienst van God toewijdt, als hij uit liefde tot God zijn werk verricht, - is dit dan ook niet eon gebed ? Hot lastdier, voortgedreven door de i.weep van zijn meester, zal zich stompzinnig afmatten, en kont geen grooter geluk dan eon goedgevulde kribbe met haver en een warmen stal om te rusten. /00 is het echter niet met den monsch gesteld : zijn gestalte is rechtop ton hemel gericht , daarheen moet ook hot dool van zijn arbeid, daarheen geheel zijn streven gericht zijn. Derhalve strekt hot don werkman ook tot grooten troost te weten, en tot zichzelf te kunnen zeggen : „zoo ik nu dit werk uit liefde tot God, Wiens, wil het is, onderneem, en het verricht om Hem te dienen, dan mag ik verzekerd zijn dat mijn arbeid zelfs een gebed is; ik weet dat ik door elk mijnor handelingen God mijn liefde kan betuigen, en voor hot goddelijk Hart van Jesus oen voorwerp van innig welbehagen zijn zalquot;. Broeder Aegidius, die om zijn deugden door den 11. Franeiscus de Borgia zoo oprecht bemind werd , gaf eens een schoon bewijs deze waarheid goed begrepen te hebben : toon een zijner modebroeders zich beklaagde, dat hij altijd uitgezonden word om aalmoezen te verzamelen, en dus zoo weinig tijd voor het gebed vinden kou, gaf hij ton antwoord: „Wel, mijn broeder, men ziet dat gij nog niet geleerd hebt, waarin het gebod bestaat: gehoorzamen is ook biddenquot;.

De H. Vaders loeren uitdrukkelijk, dat de door de goede meening geheiligde arbeid even zoo verdienstelijk is als hot heiligste gebed : „Zij bidden altijd, die immer werkenquot;. Daarom zoido de H. Ignatius eens van een broeder, die hot

(s) Luc. XV111: 1.

ocr page 46

44

beroep van metselaar uitoefende , dat deze , zoo dikwijls hjj oen steen logde , of met het truweel do kalk nam , nieuwen luister aan zijn toekomstige kroon in den hemel voegde. En do it. Bernardus sprak tot een broeder , die met buitengewonen jjver werkte , dat hij zeker den hemel zou winnen , daar hij den zekersten weg had gekozen en hem zelfs zou bemachtigen, zonder de pijnen van het vagevuur te ondervinden. Aan Pater Petrus Sarga, Rector van het Jesuïetcn-college te Wilna, verscheen een Broeder uit Italië, Simon genaamd, nog kortelings overleden, wiens geheel lichaam glinsterde, maar bijzonder de handen, en deze verklaarde hem , dat dit vooral met zijn handen het geval was , dewijl deze veel hadden gewerkt. In de herinnering aan dit voorbeeld kan de geloovige werkman veel ti-oost vinden en hieruit leeren , dat hij zich over zijn ruw vereelte en door den arbeid ontsierde hand niet behoeft te schamen, maar er veeleer trotsch op mag zijn, want deze vormen voor hem de ladder naar den hemel. Toen men den beroemden Arsenius, die do opvoeding der twoo zonen van keizer Theodosius geleid had , in zijn stervensuur vraagde , wat hem in dit gewichtig uur het meeste vertrouwen gaf, antwoordde hij : „vooral drie zaken: dat ik zooveel mogelijk den omgang eu het gezelschap der menscheu vermeden , dat ik mij goed op do stilzwijgendheid toegelegd, en vooral dat ik met ijver gewerkt hebquot;. Ditzelfde gaf Jesus ook te kennen aan de H. Gertrudis , dewijl lljj tot haar zeide : „Op den dag der toekomstige verrijzenis zullen enkele leden een bijzonder verdiend loon ontvangen voor sommige werken en oefeningen, welke zij in mijn naam en uit liefde tot mij verricht hebbenquot;. Een kloosterbroeder werd met de werkzaamheden in de keuken belast, en een ander ziende met welke zorg en oplettendheid hij het kookgereedschap reinigde, vraagde hem, waarom hij zich zoo vermoeide om het vaatwerk en andore zaken te schuren en te poetsen, daar dit weldra toch weer vuil en bespat zou zijn; hij gaf hem ten antwoord: „ik heb riijn arbeid aan de Moeder Gods opgedragen , en dewijl ik voor haar werk , mag ik haar toch geen vuil werk aanbiedenquot;.

In dozen zin genomen, is de arbeid zonder twijfel een oefening van zuivere liefde tot God , die hiervoor als loon

ocr page 47

45

in dit leven een overgroote vermeerdering van deze deugd, en in het andere do heerlijkste vreugde geven zal.

De arbeid hooft nog oen grootore waarde hij is oen ofier , zooals do H. Cassianus zegt: „Het lichamelijk werk , met het berouw des harten vereonigd , is voor God het aangenaamste otterquot;. ~ De ware liefde stelt zich niet tevreden met woorden alleen, al waren het ook de beste en zoetste , zij wil otters brengen; dat wordt zelfs door de natuurlijke liefde getoond , welke haar teedere en hartelijke woorden mot kostbare geschenken doet gepaard gaan. In wiens hart nog een vonk van dankbare liefde gloeit, zal zich gedrongen gevoelen om God, Wien hij alles te danken heeft, die zulke groote otters voor hem gebracht heeft, om den Hemelschen Vader, die hem geschapen, alle krachten en vermogens naar lichaam en ziel geschonken , en zelfs zijn eenig geboren Zoon voor hem geslachtofferd heeft, om den goddelijken Zoon, die om zijnentwille den hemel verlaten en een hulpbehoevend kind heeft willen worden, die bloed en leven aan oen schandig kruishout gegeven heeft, om den H. Geest, die tot zijn heiliging is nedergedaald, die zijn hart tot tempel koos om daarin , met zijn ziel als een bruid vereonigd. God te loven en te prijzen , — zulk een hart, dat al deze weldaden erkent, zal gedwongen zijn dezen oneindig milddadigen God ook otters aan to bieden. quot;Waar is het kind, dat met een hart vol gevoelens van dankbaarheid niet verlangt, om zijn goede ouders die dankbare liefde door het een of ander geschenk te toonen ?

Maar welk otter, welk geschenk kan een arm schepsel den oneindig rijken God aanbieden ? Er bevindt zich ergens een arm huisgezin , waar vader en moeder ziek te bed liggen; oen rijke grondeigenaar hoort van de ellende, die in dat huisgezin heerscht, van den nood en honger dor kinderen ; door modelijden bewogen zendt hij eiken dag naar dat huisgezin alles wat zij noodig hebben , zorgt voor don geneesheer en de medicijnen, voor versterkend voedsel enz. Na zijn herstelling gaat de vader naar zijn weldoener, en betuigt met een diep geroerd gemoed zijn dankbaarheid voor al de ontvangen weldaden, en wenscht vurig hem ook door daden zijn dank te kunnen betuigen ; daarom biedt hij zich aan eenigen tijd voor hem en bij hem te werken , geheel tot

ocr page 48

46

zjjn dienst te zijn, en zoo betoont hij zijn weldoener zijn offervaardige , dankbare liefde. - Ook liet kind , dat nog niets heeft om te geven, plukt eenige bloemen om deze, tot oen sehoonen ruiker of krans saamgevlochten als bewijs van eerbied en dankbaarheid den ouders of meesters aan te bieden. In hot Oosten zal een vorst nooit een land , gewest of huis binnentreden, zonder dat hem geschenken worden aangeboden; zelfs de herder snelt heen om door een jong lam , of door boter en kaas , welke hij aanbiedt, zijn onderdanigheid te betuigen. Een vriend geeft gaarne uit dankbare liefde het offer van zijn eigen leven voor zijn vriend. Om dus dengenen , wien wij onzen eerbied , hoogachting en dankbaarheid betuigen willen, een offer te brengen, heeft in de natuur van den menseh diepe wortels geschoten.

Wat nu zal de arme werkman zijn beste vrienden en weldoeners als offer aanbieden 'i Een zeer kostbaar geschenk : het werk zijner handen is het brand- en dankoffer, dat hij God aanbiedt, om Hem bewijzen zijner liefde te geven. En kan er een Gode aangenamer werk zijn, dan wel de krachten en vermogens , wrel ke dezelfde goede God ons hoeft geschonken , tot dienst, tot eer van den Allerhoogste aan te wenden ? Als op de lentemorgens de bloemen hun kelken openen en hun welriekenden geur tot den troon van den Schepper doen opwaarts stijgen , en haar schoonheid tot verheerlijking van God ten toon spreiden, — gelijk de leeuwerik zijn vlerken uitslaat en zich kweelend en jubelend hemelwaarts verheft om Gode ter eer een loflied te zingen, gelijk de donder over de aarde rolt en bliksemschichten het luchtruim doorklieven om Gods macht en grootheid te verkondigen, - in het kort, gelijk geheel de natuur onophoudelijk den Eeuwige lof en dank geeft, zoo verheft ook de werkman, na den dag in welbesteden arbeid voleind te hebben, zijn oogen en hart hemelwaarts naar den troon vjin God, om zijn volbrachten arbeid, zjjn dagelijksch werk aan God toe te wjjden als tol zijner dankbare liefde. En zeker zal dan ook voor hem de hemel zich openen , en de Eeuwige Vader ziet met welbehagen op hom neer , zeggende ; „deze is wijn „welheuiinde zoon, in irim ik mijn irelhvliayen yestcld hebquot;. (*)

(*) Mat Ui. XVI1 : 5.

ocr page 49

47

En al is de arbeid ook de vrucht der ongehoorzaamheid onzer stamouders , zoo biedt hij den werkman een geschikte gelegenheid om aan liet groote zoenoffer doel te nemen, dat do tweede Adam der goddelijke gerechtigheid gebracht heeft. De arbeid veroenigt do bittere zweetdruppelen, welke hij den mensch doet storten, met het bloedig doodszweet, dat zijn goddelijk voorbeeld in den hof van Gethsemani bedekte. En zeker zal ook tot hem, als de arbeid zijn gemoed menige smartelijke klacht doet ontsnappen, een ongel nederdalen om hom te versterken, zoodat hij wederom vol moed kan uitroepen „ Vader, niet wijn wil, maar lt;h uwe „geschiede. (1) Aan hot kruis van zijn dikwijls zoo zwaar beroep gehecht, erkent hij met den goeden moordenaar datgene te lijden wat hij verdient, en offert zijii lasten on moeie-lijkheden op als oen boete, als zoenoffer voor zijn bedreven zonden, van hot misbruik dat hij van zjjn krachten en vermogens tot dienst van de hol gemaakt hoeft, en voldoet alzoo de schuld, welke hij op zich heeft geladen, boet do straf uit, welke hij voor zijn ongehoorzaamheid verdiend heeft.

Ja, christelijke werkman, luister naar hetgeen de Apostel zogt, die God uitgekozen heeft, „heeft hij ook vooruit „hestemd om gelijlevortniij te -worden aan het heeld zijm „zoonsquot;. (2) Het mensch geworden Woord des Vaders nu heeft de wereld door moeiten en lijden verlost, en als hij u doet doelen in zijn moeiten en lijdon . daar hij u tot zulk oen lastigen staat hooft beschikt, als hij u deel laton nemen in het zoenoffer, dat hij voor de zonden der wereld gebracht heeft, en dat niet kan ontbroken, zoolang de wereld niet ophoudt te zondigen , zoo is dit oeu zeker konteoken uwer uitverkiezing; het is eon bewijs, dat gij een lid van dat lichaam zijt, dat voor do ongerechtigheden der wereld is gekruisigd geworden. En naar mate gij aan hot zoeuoffer van Christus deelneemt, zult gij ook dool hebben in do heerlijkheid van don in den hemel heerschoiidon Verlosser; nu een lidmaat van het gekruisigd lichaam , wiens hoofd met doornen gekroond is, eenmaal oen lidmaat van den verheerlijkten Christus, die de kroon des konings van hemel en aarde draagt, — een kleine dienst : een overgroote belooning !

(1) Luc. XXU; 42. (2) Rom. Vlll : 29.

ocr page 50

48

Eindelijk zullen juist uw moeiten on arbeid bewerken, dat uw gebeden, welke gij den goeden God opdraagt, dos te zekei-der zullen verhoord worden. Zie, Jesus bad niet alleen voor de arme zondaars „ Vader ! venjeef hint! irunf zij weten „niet wat zij doen !quot; (1) maar hij offerde ook zijn lijden aan den hemelschen Vader op om des te zekerder verhoord te worden. Ook de Heiligen , als zij zich in gewichtige aangelegenheden tot God wendden, hebben zeer dikwijls hun gebeden kracht bijgezet door buitengewone werken van boetvaardigheid , door vasten, lijfkastijdingen en andere boetple-gingen. En is nu de arbeid niet zulk een werk van boetvaardigheid, eenigerraate een smeekoffer, dat Gods medelijden opwekt, 's Heeren barmhartigheid afsmeekt ? Ja, als de engelen des hemels de zweetdruppelen van den ijverigen werkman verzamelen om ze voor Gods troon neer te leggen : dan dauwen zij als parelen van hemelsche genaden weder op hem neder , en eenmaal zullen zij als een kostbaar edelgesteente aan zijn kroon schitteren. Daarom zegt een godvruchtige schrijver : „Het zweet van den arbeid is voor de handen een grooter sieraad , dan een met edelgesteente bezette ring voor den vinger ; terwijl liet ook meer winst zal afwerpen, omdat de arbeid oen onuitputbare bron is, waaruit men heil en zegen voor tijd en eeuwigheid schoppen kanquot;. En ook Jesus, Sirach's wijze zoon , getuigt : „Het leven can een arbeider, „die zich van het -modUje voorzien kan, is zoet, en een achat ris daarin te einden'''', (3) — een schat met welken de vrome werkman den hemel bemachtigt.

Volgens de eenparige leer der Heiligen is de arbeid daarenboven nog een der krachtigste middelen tot heiliging, daar hij voor vele bekoringen behoedt, en in vele anderen leert en helpt zegepralen. Waar liefde tot den arbeid heerscht, daar kan de liefde tot de ondeugd geen ingang vinden ; do geest wordt bewaard voor verkeerde gedachten en buitensporigheden , wordt minder bekoord en in een gelukkigen vrede bevestigd. De monnik Dorotheus verzamelde dagelijks steenon aan den oever der zee , en bouwde daarvan telken jare een toevluchtsoord voor zieken. Toen iemand hem nu vraagde, waarom hij zijn lichaam toch zoo verwondde, gaf hij ton ant-

(2) Eccli. XL : 18.

(1) Luc. XXIII : 34.

ocr page 51

49

woord: ,Omdat het mij anders zou doodenquot;. Ja, het paard, dat werkeloos in den stal staat, en intusschen goed voedsel krijgt, wordt dartel en wild , slaat met den moedigen berijder op hol, om hem wellicht met geweld in oen afgrond te slingeren. Zoo gaat het ook met hem, die zijn lichaam met zorg onderhoudt en verpleegt, en zich daarenboven nog dei-werkeloosheid overgeeft. Het vlcesch , dat altijd in strijd is met den geest, wordt meer en meer machtig en zal hem dan ook des te gemakkelijker en des te spoediger overwinnen, en hem in een peilloozen afgrond der hatelijkste en doemwaardigste zonden neerploften. Derhalve zegt de H. Geest dat hij, die zijn zoon vertroetelt en hem in zijn jeugd den teugel viert, geen acht geeft op zijn doen en laten, hem hardnekkig terug vinden en slechts ongehoorzaamheid van hem ontvangen zal. (1) De arbeid daarentegen verzwakt de zinnelijke neigingen , en brengt zo ten onder, omdat hij lastig is voor de menschelijke natuur en haar pijn veroorzaakt, hij ontneemt den lust haar neigingen iu te volgen. Van deze waarheid innig overtuigd geeft de H. Augustinus de volgende vermaning: „schenken wij ons lichaam geen ongeoorloofde krachten , opdat het geen strijd voere tegen don geestquot;. Hij , die werkt , wordt slechts door één duivel, die zich der ledigheid overgeeft, door ontelbare duivels bevochten. Brengt de mensch zijn dagen in het voor zoo velen gelukkig „niets doenquot; door, dan komt de vijand en zaait onkruid, (2) een onbewerkte akker is vol met distels en doornen : zoo staat ook een trage ziel aan alle verleidingen tot kwaad, aan alle bekoringen en schandelijke inblazingen van den duivel blootgesteld. Zij mag vergeleken worden met een ploegschaar, welke niet gebruikt en door den roest verteerd wordt, of aan een stilstaand water, aan een moeras, waarin slechts vuiligheid en ongedierte welig tiert. Daarom is de ledigheid een vijandin van het lichaam en der ziel, en werkelijk, zooals het spreekwoord zegt, een begin van allo ondeugden , terwijl door den arbeid allo bekoringen, welke satan inblaast, overwonnen worden.

Ook nog heeft de arbeid dezelfde waarde als de deugden, ja, is zelfs een deugd en leerrijke school, waarde meest verschillende christelijke deugden beoefend worden. Volgens het gevoelen van

(1) Cfr. Ecdi. XXX: 'J —li. (2) Cfr. Mattli. Xlll; -gt;5.

4

ocr page 52

50

den H. Augustinus is deugd de ware orde , en zonder orde kan er inderdaad geen deugd bestaan, en daar , waar orde heerscht, bloeien ook talrijke deugden. Treedt oen huisgezin binnen, en men kau zich aanstonds van deze waarheid overtuigen. In gelijken zin zegt ook de H. Ignatius: „Gaat in een kloostergemeente en als gij overal orde on regeltucht bespeurt, zegt dan gerust: Hier is Grod.quot; iSTu kau echter de orde alleen door moeite en arbeid hersteld en in stand ge-houdrn worden. Welke vrede , welke heilige kalmte , welk geluk heerscht daar, waar alles op zijn plaats en een ieder in zijn bediening , bjj hot hem aangewezen werk te vinden is! „De vrede is de rust der ordequot; zegt de H. Augustinus ; het is voldoende, dat de trage een op hem rustenden plicht vergeet of veronachtzaamt, eu do schoone,'zachte overeenstemming is verbroken.

Lit een ander oogpunt beschouwd, zieu wij nog duidelijker, welken invloed de arbeid op den bloei der deugden uitoefent, en tot onze verwondering zullen wij dan moeten bekennen, dat de christelijke arbeid een bestendige oefening van deugden is. De goddelijke Heiland heeft gezegd: „Zoo iemand na Mij nii'il komen, die veidoochene zich zeiven, en neme zijn kruis op ven vohje Mij na. (1) Geheel de beoefening der deugden is dus op de zelfverloochening gegrond, die trapsgewijze tot volmaaktheid, tot gelijkvormigheid met Jesus Christus leidt. \\ at echter is meer tot de beoefening der zelfverloochening geschikt dan juist die arbeid, welke met een goede meening verricht wordt! Wie dag op dag zijn handen aan denzelfden afmat-tenden arbeid slaat, hetzij op het veld of' in de werkplaatsen, moet zich zolven voortdurend overwinnen, die moet geheel zijn natuur verloochenen, welke in meerdere of mindere mate tot gemak , traagheid, vrijheid en ongebondenheid geneigd is ; de arbeid is dus terecht een ware en eigenlijke oefenschool voor deugden, hij is een aanhoudende boetvaardigheid. Toen Adam had gezondigd, sprak de Heer: vl)e aarde zij gevloekt „ow uic werk: in kommer zult (jij er .van eten al de dat/en

^nws levens..... In het zweet uws aansch jm zult (/ij uw

vhrood eten(3) met deze woorden wilde God het eerste menschenpaar niet alleen voor hun ongehoorzaamheid straften,

(1) Malth. XVI ; 24. (2) (ion. Ill; 17 — 19.

ocr page 53

51

maar hen ook eet; boete öpleggeu. Adam onderwierp zich met een vernederd en vermorzeld hart aan het vonnis van God , en bracht do 'JOO jaren zijns levens in boetvaardigheid door; en aldus is de arbeid voor een ieder een middel tot boetvaardigheid, zooals reeds hierboven aangetoond is. Verder is de arbeid nog bijzonder geschikt om zoowel den geest als het vleeseh te vernederen , en dit des te meer, naarmate het werk zelf geringer en onaanzienlijker is ; de. ootmoedigheid echter blijft niet alleen , doch zal ook door andere deugden gevolgd worden.

De H. Dorotheus verhaalt, dat een kloosterling aan een geleerden en ervaren man de vraag stelde , waarin de ootmoed bestaat, en daarop het volgende antwoord ontving : de oot-moedigheid is een wonderbare, goddelijke zaak, en het beste middel om ze te verwerven is een aanhoudende handenarbeid, met wijsheid en heiligheid verricht. Hij bedoelde den arbeid, niet verricht op de wijze van hen , die zich daarbij slechts door tijdelijk voordeel en aardsch gewin laten geleiden, maar die arbeid, welke met een zuivere meening, uit liefde tot God en met verlangen Hem te behagen en te dienen , verricht wordt; elke arbeid, die voortspruit uit hot streven om onze evennaasten te helpen , de Heiligen na te volgen , onze eigene zonden en die van anderen uit te booten, en eindelijk het heil dor zielen te bevorderen , in het kort, die arbeid, welke een volslagen dienst van liefde tot God en den evennaaste is. Do H. Augustinus geeft do verzekering, dat er geen krachtiger middel bestaat om den hoogmoed te genezen dan een aanhoudend werken, overeenkomstig het woord van den koninklijken profeet „hun hart werd vernederd in den arbeid.quot; {*) De ootmoedigheid echter is de grondslag van alle andere deugden , ja, de bron van alle heiligheid en volmaaktheid; derhalve is dan ook de beoefening van alle andere deugden bij den arbeid gemakkelijk, de beoefening der gehoorzaamheid , van het geduld , der zachtmoedigheid , van liefde tot God en den naaste. De H. Basilius bevestigt dit, als hij zegt: „de arbeid, goed verricht, is een aaneenschakeling van deugden, want zij bevat allo geboden des Heeren in zich , en vooral den ootmoed , welke de moeder

(*) Ps. CV1 ; 12.

ocr page 54

van clko deugd, en van eon menigte goederen vergezeld isquot;. „Gelijk wij zonder licht niet kunnen zien , zegt Philo , zoo kunnen wij ook zonder arbeid geen deugden beoefenen ; het licht is een noodzakelijk middel voor de oogen en het voorwerp , de arbeid is het middel tusschen den geest en de deugdquot;.

Van de deugd echter , welke de kostbaarste schat van den armen werkman is , en die hem meer siert dan de zuiverste parelen en diamanten den rijke , zegt de H. Bernardus; „Tc vergeefs verlangt hij de hemelsche glorie te verwerven , die niet eerst met deugden versierd is, want de deugd is de weg der glorie , door de deugd geraakt men tot de eeuwige eer en gloriequot;. En de H. Chrysostomus vraagt: Wat schijnt u in het leven zoet en aangenaam ? P]en uitgelezen tafel, gezondheid des lichaams, groote eer of overvloed en rijkdom ? O , dat alles is in vergelijking met de zoetheid, welke op de deugd volgt, slechts zuur en bitter , want niets zal in het uur des doods meer vreugde en troost verschaffen dan een deugdzaam leven , dat ons de hoop op de toekomstige goederen verzekertquot;. Niet het minst zal de arbeid van den christen de verdiensten voor de eeuwigheid vermeerderen : wel hecht de arbeid den mensch met duizend ketenen aan het aardsche , zijn stof en naaste dool verbindt den mensch met de grenzen dezer wereld, maar het christendom heeft deze banden verbroken , het heeft den arbeid met het andere loven in verbinding gesteld, en juist datgene, wat het meeste naar beneden trekt, zal tot een vlucht naar boven strekken. De hamer , de ploeg , de bijl zullen niet uitsluitend gereedschappen zijn om in zweet en moeite het dagelijksch brood te verdienen , maar ook om het brood van het eeuwig leven te verwerven. De christelijke arbeid, in naam en in den geest van Jesus verricht , deelt ook in zijn verdiensten , en Hij , die de haren des hoofds heeft geteld, telt ook de zweet-druppelen van don werkman ; Hij, die het weenen van Agar in de woestijn hoorde , hoort ook de zuchten van den werkman, om ze in het Boek des levens op te teekenen. Wie nu heeft recht en redenen om zich met ijdel zolfbohagen boven den werkman te verheffen. Hoe gering zullen op den dag der vergelding de verdiensten van sommigen zjjn , die zich ,

ocr page 55

53

zooveel als in hun Yermogen was, aan den last van don arbeid hebben onttrokken, tegenover den Gode getrouwen werkman, die zich dag op dag uit liefde tot God afslooft ? Moge hij in de wereld zonder achting blijven, niemand zijn arbeid schatten, moge hij hem een gering loon opleveren , moge hij onbeweend in het graf dalen , hier beneden vergeten worden, — daar boven is voor hem een plaats bereid in het huis des Vaders , daar wacht hem Let zegeloon van zijn trouwvol, opofferend leven, want de Eeuwige Godspraak zelfs getuigt zulks „rfe arheirler is zijn loon waardigquot;. (1) En dit loon zal zonder twijfel des te grooter zijn, naarmate de ijver van den vromen werkman dien van onzen goddelijken Meester gelijk is, die gedurende zijn sterfelijk leven niet een enkelen dag liet voorbijgaan zonder te werken, en met volkomen recht zeggen kon: „Arm hen ik en werkzaam van mijn jeuyd af'. (3) Zooals reeds gezegd is, was onze goddelijke Verlosser tot aan zijn dertigste jaar een eenvoudig werkman, een helper in de werkplaats van den H. Josef, alwaar liij in het zweet des aanschijns zijn dagelijksch brood verdiende. Het nut en den zegen van den arbeid erkennende, hebben de heilige kluizenaars en monniken, dU' de kloosters van Xitias en Thebaïs bevolkten , zicb voortdurend , tot in hun hoogen ouderdom, met verschillende werkzaamheden bezig gehouden, hebben grijsaards, ofschoon reeds lang gebukt onder den last der jaren , toch nog eiken dag met eigen handen den maaltijd bereid, zoowel voor zichzelven als voor degenen, die hen kwamen bezoeken : zij hebben het hun benoodigde water, zooals Cassianus verhaalt, ofschoon zij het gemakkelijk op een andere wijze tot aan do poort van het klooster hadden kunnen leiden, veel liever een llomeinsche mijl ver met groote inspanning aan de bron willen halen , het woord van den Apostel indachtig .,(«» ieder novhUim zal zijn eigen loon ontvangen naar zijn eigen arheidquot;. (3) Met zulke gevoelens was een kleermaker bezield , die door een zware ziekte overvallen werd ; toen hij zijn einde voelde naderen, verzocht hij om zijn naald, en ze in de hand houdende , riep hij vol vreugde uit: „O naald, ik heb u niet gebruikt dan uit liefde tot God, niet ecu

(1) Luc. X ; 7. (2) I's. LXXXVli ; 16. (3) 1 Cor. 111: 8.

ocr page 56

54

enkelen steek gedaan, dan alsof ik voor Christus zelf een kleed maakte, gij zult uu als sleutel dienen om voor mij den hemel te openen , u breng ik Christus den Heer, mijn Verlosserquot;, — met welke woorden hij zacht ontsliep.

Arbeid en zorgen zijn in waarheid de sleutel, welke ons dc deur des hemels openen zal. Als de strenge Romeinsehe Censor Cato iemand in de burgerij van Rome wilde opnemen, had hij de gewoonte om diens handen te betasten ; bespeurde hij dat ze teeder en zacht waren , dan wees hij hem als een vertroeteld mensch af, Toelde hij ze ruw en eeltig, dan droeg hij hem als een werlizamen op de lijsten voor. Zoo zullen ook de kinderen der menschen voor Gods rechterstoel staan en hun handen moeten fcoonen; wee, zoo zij tegen ons zullen getuigen, want een ieder zal volgens zijn werken beloond worden. -God beloofd zijn vergeldingen niet aan luiaards en lediggangers, maar aan werkzamen en volijverigen, het loon is den arbeid toegezegdquot;, schrijft do H. Ambrosius. En nu voorzeker begrijpen wij ook het woord van den H. Hieronyimis ,,de arbeid wordt goed betaald , waarom ons geen moeite te groot en geen tijd te lang moet schijnen, dewijl wij daardoor de glorievolle eeuwigheid zullen verwervenquot;. En zelis in het licht der rede beschouwd , is de arbeid een der grootste weldaden en zekerste vertroostingen van dit sterfeljjk leven. Het is een onbetwistbare waarheid, dat dc mensch , die niet werkt , door een doodelijke verveling overvallen wordt, zoodat het loven hem rechtuit tot last strekt. Als daarentegen oen ongelukkige, in droefheid verzonken mensch met jjver aan den arbeid gaat, dan zal hij troost vinden, ja, eigenlijk is hij reeds getroost. Niemand in do wereld is zoo beklagenswaardig- als een luie , trage mensch , die volstrekt niet zoekt te werken ; mismoedigheid en verdriet vervullen zijn gemoed, eu zijn nutteloos leven wordt voor hem een ware last. Ik bedoel hier, zooals men zelf wel zal begrijpen, zulk een ledigganger, die in het algemeen niets uitvoert, en wiens geest door werkeloosheid allengskens verstompt, gelijk de arm van een werkman tengevolge van lang aanhoudenden arbeid van lieverlede als verlamt, en het zekere gevolg daarvan is, dat onvermijdelijke verveling dc dagen van zulk een ledigganger verbittert, eu dat hij einde-

ocr page 57

55

lijk iu verwijfdheid en schande ten gronde gaat. „De iiieiisch „wordt (jehoren tot den arbeid1', zegt de H. Schrift, „en de „vogel tot de vluchtquot; ; (*) een vogel echter, die zich niet in het luchtruim verheft, maar op de aarde rondkruipt, verhongert en komt ellendig om, en de mensch, die niet werkt, wordt stompzinnig, door droefgeestigheid overvallen, voor wier invloed hij niet kan behoed worden door alle verstrooiingen en genoegens, waaraan hij zich overgeeft om haar kluisters van zich af te schudden. Van den anderen kant echter is liet ook zeker, dat de droefgeestige geheel getroost zal zijn, zoodra hij ernstig een werk ter hand neemt. En naarmate van zjjn arbeid verwijdert hij zich ook meer van den afgrond der vertwijfeling, en herkrijgt een opgeruimd leven. Daarom is de arbeid ook oen der krachtigste middelen ter vertroosting , dat men iemand iu de droefheid kan aanbevelen ; do liefde tot den arbeid is het kostbaarste erfgoed dat een vader zijn zoon kan achterlaten. Als de kunstenaar wederom naar zijn penseelen, de koopman naar zijn handels-boeken , de soldaat naar zijn wapenen, de handwerksman naar zijn gereedschappen grijpt, zal do droefheid vluchten, de smart verdwijnen , hetgeen ons door do dagelijksche ondervinding geleerd wordt. Of heeft ook de handwerksman, de daglooner, de fabrieksarbeider niet evenzeer een gevoelvol, voor leed en smart niet minder toegankelijk hart, dan zij , die tot de hoogere standen behooren ? En toch kunnen gene bij overkomende ongelukken, bij rampen en beproevingen, eerder moed vatten dan deze en waarom lt; )mdat gene door gedurig werken hun kommer verdrijven, terwijl deze den hunnen door mijmeren en nadenken meer en meer toegang geven. Zonder twijfel zal hot ongeluk ook den werkman menigmaal tranen doen storten, maar deze zijn niet bitter en zullen opdrogen, zoodra hij wederom in de drukte van den arbeid is. Derhalve raag Berthold Auerbach met volkomen recht schrijven : „men zegt, dat de ledigheid het begin is van alle ondeugden; het eerste, dat daaruit voortvloeit, is do verveling, men weet niet waarmede men zich zal bezig houden. Slechts werkzame meuschen zjjn uit hun aard vroolijk, vreedzaam en goedaardig, lediggangers echter worden

(*) Job V : 7.

ocr page 58

56

tot drank- en speelzucht verleid , zij worden verdrietig, korzelig-, listig en slecht, en daarom vindt men in vele voorname standen ondeugden van allerlei aardquot;.

En een ander schrijver zegt: „er is slechts één specerij , die iets tot een edel, den mensch waardig genot maken kan, — dat is hot bewustzijn daarvoor gewerkt, en dat genoegen door moeite gekocht te hebbenquot;. — „Wie over dag droomt, stelt zich aan het gevaar bloot om slapelooze nachten te hebben, en des morgens met een verward hoofd en matte leden zijn legerstede te verlaten. De dag is ons gegeven om te waken, om onze oogen open te houden en zorg te dragen, dat geen uur nutteloos voorbijgaatquot;. „Het is een zegen van den zwaren lichaamsarbeid , dat hij de folterende gedachten aanstonds ten onder brengt, en ten allen tijde is het daaraan te danken, dat ze niet tot volle helderheid geraken, om de overwinning te behalen. Hoe vele duizenden gedachten liggen onderdrukt en verminkt in het brein, dat de vereelte hand bedekt, lioevele pijnigende gevoelens verdwijnen echter ook, als deze band zich uitstrektquot;, zegt op een andere plaats dezelfde Berthold Auerbach. En nogmaals: „de eenzaamheid hoeft een genezende troosteres, een vriendin , een speelgenoot hot is de arbeid. Die niet eenzaam geloefd heeft, weet niet wat de arbeid isquot;.

Op zekere plaats woonde een arm handwerksman, een linnenwever , die eiken dag , in den vroegen morgen reeds , in zijn werkplaats op het weefgetouw zat te arbeiden ; god-vreezend en vroolijk van gemoed , zong lijj onder zijn werk menig schoon, godsdienstig of ander lied, naar gelang hij gestemd was ; daarbij had hij een zoo heldere en krachtige stem , dat de buren geen haan noodig hadden om uit den slaap gewekt te worden.

Dit aanhoudend zingen beviel echter niet aan oen rijken koopman, die naast hem woonde, en daar deze voor middernacht dikwijls verhinderd werd te slapen door geldelijke zorgen, zoo werd hij in den vroegen morgen in zijn nachtrust gestoord door dat verwenschte gezang van zijn buurman. Hij dacht er daarom ernstig over na hieraan een einde te maken: verbieden kon hij hot hem niet, want het zingen behoort, evenals bidden en werken, tot het huiselijk recht, waarin

ocr page 59

57

niemand kan gestoord worden; hij moest dus een ander middel aanwenden, en ontbood nu den werkman, wien hij vraagde, hoe hoog hij zijn zang schatte ? Deze meende dat hij toch wol een dagloon waard zou zijn, daar hij hem zijn dage-lijksche taak zoo yerlichtte. Nu onderzocht de koopman wat de wever per dag won, doch zijn verdiensten waren niet groot ; hierop deed hij het voorstel hem een maand lang vooruit te betalen, niet voor den zang, maar op voorwaarde dat hij voortaan niet meer zingen zou , — en werkelijk telde hij het geld voor hem neer. De linnenwever dacht, gemakkelijker kan men al niets verdienen, nam het geld en beloofde in zijn werkplaats zoo stil te zijn als een muisje. Thuis gekomen , telde hij het nog eens na , rammelde vol vreugde mot de stukken, luisterde naar den klank, het was waarlijk goed geld, en zooveel had hij nog nooit bezeten. Alvorens zich ter ruste te begeven, beschouwde hij nog een oogenblik met welgevallen zijn schat, en legde hem 's nachts onder zjjn hoofdkussen, uit vrees dat een dief hem zou wegnemen ; te middernacht woelde deze vrees nog in zijn hoofd, hij overdacht wat hij met dat geld zou doen, en wat hij uit kapitaal en rente kon trekken ; als hij 's morgens opstond , waren zijn ledematen hem zoo zwaar als lood, zijn hoofd was in de war van de slapeloosheid en de zorgen, zijn hand zwaar en moei, en weigerde hem den dienst, het was zoo ver gekomen dat hij zelfs niet moer durfde zingen. Do tijd ging langzaam en traag voorbij , zoodat hij het einde van den dag nauwelijks kon afwachten. Intusschen had hij nagodacht en kwam tot een vlug besluit, en reeds om 8 uur stond onze linnenwever in den winkel van den koopman. Met verlof, Mijnheer, zoo begon hij, hier is uw geld terug, het is eeu booze geest, die mij belet rustig te slapen. En nog voordat de koopman liem kon antwoorden, stond de linnenwever al aan de deur en zong met zijn heldere, volle stem;

Een frisch en blij gemoed

Gaat boven geld en goed.

Trilirum , Tralarum!

Terwijl de geneesheeren niet zelden reizen en verandering van klimaat voorschrijven, om eeu neerslachtig gemoed op te beuren en van het voorwerp der zorg af te trekken, dat

ocr page 60

58

soms in een „vast denkbeeldquot; dreigt over te slaan, en menigmaal zelfs het loven in gevaar brengt, komt hot niet bij hen op om ook aan werkzame menschen dergelijken raad te geven , want een ernstige bezigheid is voldoende , en is zelfs geschikter dan alle andere verstrooiingen : een ernstig werk verdrijft alle lastige gedachten.

Do arbeid is voor verstandige menschen ook een middel om zijn gezondheid te sparen, en somtijds zelfs om de verloren terug te krijgen. Men ontmoet overal in de wereld jeugdige personen , die zichtbaar verkwijnen, omdat zij niet weten hoe den tijd te dooden ; daarentegen verheugen zich de werklieden en dienstboden van zulke personen in de bloei-endste gezondheid. Van waar komt dit? Deze werken, de anderen voeren niets uit, en verzwakken door de ledigheid hun lichamen en gaan een vroegtijdigen dood te gemoet. Derhalve zegt do H. Schrift: „De waarde eener sterke Jmisvrowr „overtreft irat uit de verste verte komt.. . . Zij staat op als „het mxj nacht is, verzorgt haar huis van spijs. . . . Zij (jordt „hare lendenen met kracht en sterkt hare armen.... Zij „strekt hare hand uit naar iets (jroots, e/i, hare viiK/eren „vatten de spil. . . . Zij (jeeft nauwkeurig acht op al wat „omgaat in haar huis, en het hrood der luiheid eet zij niet. „Hare zonen staan op en roemen haar ; haar man staat op en prijst haar.quot; (*) „Het lichaam, dat der traagheid en ledigheid wordt overgegeven, zegt de H. Joannes Chrysostomus, is ook meer aan ziekten blootgesteld en misvormd, dat echter door arbeid en bezigheden onderhouden en door vermoeienissen gehard wordt, is scliooner on gezonder.quot; Deze kostbare waarde van den arbeid voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van den mensch werd door do Heiligen erkend, die om deze reden zulk oen liefde voor den arbeid hadden. De H. Antonius , de Aartsvader der monniken, liad in zijn hart als een nooit bevredigd verlangen naar den arbeid en bestendige bezigheden, en wenschte niets vuriger dan van alle traagheid en ledigheid bevrijd te blijven. Daarom bad hij in de woestijn tot God ; fileer, mijn God, Gij, Beschermer van mijn ziel en lichaam, zie genadig op mij neer en schenk uw dienaar de noodige kracht, opdat ik, in deze wildernis

(*) Prov. XXXI : 10 — 28.

ocr page 61

59

verblijvende, mij voor uw aanschijn niet aan de ledigheid overgeef!quot; En hij hoorde tot zijn gerustelling deze woorden: „Wilt gij Gode welgevallig zijn, bid dan, en als gij niet kunt bidden, werk dan! Houd u altijd met het een of ander onledig, doe zooveel gij kunt en de hulp des Allerhoogsten zal u nooit ontbreken.quot;

Een vader wilde kort voor zijn dood zijn kinderen den zegen van den arbeid aantoonen, en zeide daarom dat hij al zijn geld en goed, voor hen vergaderd, in den wijnberg verborgen had. Xa den dood van den vader werkten de zonen den wijnberg om , ten einde het geld te vinden; zij vonden nu den schat wel niet naar welken zij zochten, maar door hun arbeid bracht de omgespitte grond hun een veel rijkeren oogst dan te voren op, en hun ijver in het zoeken naar dien schat werd ruimschoots door een rijken oogst beloond. O, mochten daarom al degenen, die door hun staat genoodzaakt zjjn te werken, de verhevenheid van hun stand erkennen, en zich beijveren daaruit nut en voordeel te trekken. O mochten zij toch beseffen, dat de goddelijke Voorzienigheid het hun zoo gemakkelijk hoeft gemaakt den hemel te verdienen, waarom de H. Franciscus van Assisië den arbeid een genade noemt; ja, zij is in waarheid oen genade, welke den werkman den weg naar de gelukzalige eeuwigheid baant. Het loven vau den vljjtigen werkman vloeit regelmatig, rustig en gelukkig voort, zoo menige hittere smart, welke aan het hart van den rijken lediggangor knaagt, is hom onbekend, en dat is de zegen van den arbeid voor lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid.

ocr page 62

VIJFDE HOOFDSTUK.

Hoedanigheden van den arbeid.

Zal nu de arbeid die vruchten opleveren, welke zoo even zijn aangetoond , dan is daartoe de zegen van God noodzakelijk, want, zooals de wereldapostel zegt: „Zoo is dun noch „hij, die plant, iets, noch hij, die hegiet, maar God, die den „wasdom yeeff . (1) Zal echter de arbeid Gode welgevallig zijn, en den zegen des Heeren op zich trekken, dan moet hij volgens het gevoelen van den H. Franciscus van Assisië twee eigenschappen bezitten. waarom hij zegt; dat zij, „wien de „Heer de genade van te arbeiden heeft gegeven, arbeiden „getrouw en godvruchtig.quot;

De arbeid is even als een talent, dat de mensch met trouw en nauwgezetheid moet besteden en benuttigen ; ook daarop is de Evangelische parabel van toepassing ; vJVa lam/en tijd „nu kwam de Heer van die dienstknechten en hield rekenim/ „met hen. En hij, die vijf talenten ontvangen had, trad toe „en bracht vijf andere talenten zeggende : Heer ! vijf talenten „hebt gij mij overgegeven: Zie, vijf andere heb ik daarbij „gewonnen,. Zijn Heer zeide tot hem ; Zeer wel, gij goede „en getrouwe dienstknecht, omdat gij over weinig getrouw zij! „geweest, zal ik u over veel stellen: ga in tot de vreugde uws „Heeren. Ook hij, die de twee talenten had ontvangen, trad „toe en zeide: twee talenten hebt ge mij overgegeven: zie, twee „andere heb ik gewonnen. Zijn Heer zeide tot hem : Zeer wel, „g j goede en getrouwe dienstknecht! omdat gij over iveinnj -zj' getrouw geweest, zal ik u over veel stellen: ga in tot de „vreugde aws J leer en /quot; (2) Doch de luie dienstknecht, die zjjn talent in den grond gegraven, en aldus met hetzelve niet gewerkt en geen winst gedaan had , werd op bevel van den Heer daarbuiten in de duisternis geworpen, „waargeween zal „zijn en geknars der tanden1'. (3) Niet zonder redenen geeft dus de Prins der Apostelen den raad „Zoo iemand dient, hij „diene als uit een krach!, die God verleent; ojxlal God in „alles verheerlijkt wordequot;. (4)

1

1 Cor. 111: 7. (2) Maltli. XXV; 19—23. (8) lliid. 24 — 30.

(4) 1 Petr. IV ; 11.

ocr page 63

61

Tot deze getrouwe vervulling der plichten van zijn levensstaat is op de eerste plaats noodig, dat men alles wat ons wordt opgelegd, gewillig verricht, zelfs al zou het met onze neiging en zin niet in overeenstemming zijn, en ons ook menige opoffering en moeilijkheid kosten. Niet onze wil, maar die van God moet geschieden ; het was voorzeker een zeer groot offer , dat de menschgeworden Zoon van den Eeuwigen Vader brengen moest, hetgeen duidelijk genoeg blijkt uit de vurige bede, welke hij, door smart overweldigd, naar den hemel richtte : „ Mijn Vader ! indien het mogelijk vis , laat dezen kelk mij voorbijf/aanquot;, doch den wil zijns Vaders kennende, dat hij den lijdenskelk zou ledigen, voegde hij er ook aanstonds bij; „nochtans niet gelijk Ik wil, maar „gelijk Gijquot;. (1)

Ja , God zelf legt ons den levensstaat op , den een dezen, een ander genen, en schenkt ook de daartoe noodige genade en sterkte ; een ieder derhalve moet tevreden zijn met dien stand, waartoe God hem bestemd heeft, hij moet de daaraan verbonden moeilijkheden gaarne op zijn schouders nemen, geleid door die heerlijke overtuiging , welke het geloof ons instort, dat, hoe zwaarder de plichten van onzen levensstaat zijn, hoe meer zij in strijd zjjn met onze neigingen, ook onze verdiensten des te grooter in Gods oogen zijn zullen. „Er is geen arbeid , hoe zwaar hij ook wezen mogequot;, sprak dikwijls de H. Pranciscus, „dien ik niet gaarne uit liefde tot mijn Heer Jesus Christus op mij zou willen nemenquot;. De II. Vincentius a Paulo zegt : „Zij, die uit al te groote vrees zich overlast te zullen aandoen of te lijden, voor moeiten en arbeid vluchten, dewijl zij deze als te zwaar beschouwen, volgen de behoedzaamheid des vleesches, zijn weinig bruikbare menschen en slaven der zinnelijkheidquot;. Een zeker iemand, die anderszins voortreffelijke hoedanigheid en zeer veel geschiktheid bezat, kon geen lust en genoegen in den arbeid vinden , en om zich hieraan te onttrekken, hield hij zich lam. Op zekeren dag nu hield hij een groote schaar in de hand, welke op zijn voet viel , het scherpe punt drong in het vleesch en maakte hem werkelijk en voor altijd lam. Zoo straft God niet zelden degenen, die zich niet gewillig onderwerpen aan

(1) Milttli. XXVI ; 39.

ocr page 64

62

den arbeid van dieu levensstaat, welke hun door God is aangewezen , of die niet kunnen dulden, dat anderen een gemakkelijk beroep hebben. De trouwe werkman echter vindt het billijk en rechtvaardig, dat de goede God hem dat op de schouders legt, wat hij dragen kan. Hij denkt, zooals de H. Basilius gezegd hoeft, „de hand logt den voet niet op wat zij zelf doen kan, en de voet spaart op zijn beurt do hand ; de hand zelf laat niet toe , om, als zij iets moet dragen, de ge-heele zwaarte of een groot gedeelte daarvan op oen onkelen vinger te laden , maar elk lid is onder de leiding der steeds wijze natuur op zulke wijze werkzaam, welke met zijn krachten in overeenstemming zijn ; het sterkere helpt het zwakkere , allen dragon hot hunne tot hot werk bij , en zoo komt het door eon gemeenschappelijke samenwerking van alle ledematen volkomen tot standquot;. Die zoo denkt, dat de alwijze God een ieder volgons zijn krachten en bekwaamheden oplegt, wat hem nuttig en heilzaam is, van diens lippen zal nooit een klacht rollen.

Tot getrouwheid in zijn beroep wordt dus ook vereischt , dat men zijn krachten en bekwaamheden zoo goed mogelijk aanwende, waarom de H. Geest vermaant: „Al wat uw hand vte doen vindt, doe dat met ijver; want er zal geen werk, geen „overleg, geen wijsheid, geen wetenseiiap meer zijn in de onderwereld, werwaartsgij ii henen spoedtquot;, (l) En de goddelijke Heiland leert ons : „een iegelijk, wien veel is gegeven, vun dien zul „veel worden gevorderd: en wien veel is betrouwd, vun dien „zal men te meerder eischenquot;. (2) Van deze waarheid doordrongen zegt ons ook de H. Basilius : „Hij, die ons geschikte krachten voor den arbeid gaf, zal in den dag des oordeels een vlijt eischen, welke daarmede in overeenstemming is geweest.quot; Die niet bewust is, dat men om Gods wil te volbrengen werkt, en daarom ook niet nauwgezet zijn krachten inspant, die veroorlooft zich , Waar hij zulks maar kan , duizenden diefstallen ten opzichte van zijn plicht. Zelfzucht , grillen , eigenzinnigheid , gemakzucht, eigenbelang , behaag-ziekte , ijdelheid , huichelarij zullen hem tot vele fouten, gebreken en nalatigheden brengen, en daardoor zijner ziel een niet geringe schade toebrengen. Met klem en nadruk zegt

(1) Eccl. IX ; 10. (2) Luc. XII ; 48.

ocr page 65

63

hieromtrent de H. Basilius : „een ieder moet op zijn arbeid bedacht zjjn, or zich met ijYer en vljjt op toeleggen , en hem als voor Gods oogon met onvermoeide naarstigheid en groote zorgvuldigheid onberispelijk verrichten , zoodat men steeds zeggen kan : „Zie, gelijk de ooyen der dienstknechten blikken „op hunner heeren hand, (jelijk de ooyen der dienstmaagd op vharer vrouwe hand, alzoo zijn onze oogen gevestigd op den „ Heere, onzen Godquot;, (*) waarom men niet van het eene werk tot het andere, van do eene werkplaats naar de andere loopen moet.quot; Zoo wilde deze heilige ordestichter alle gewetenloosheid voorkomen, alle wanorden en eigenzinnigheden verhinderen, en der onverantwoordelijke tijdverkwisting een dam opwerpen.

Deze nauwgezette getrouwheid in zijn staat bevat reeds een groote belooning in zich : een hart vol rust en vrede, het genoegelijke bewustzijn van getrouwe plichtsvervulling , een onverstoorbare opgeruimdheid der ziel, een zich nooit verloochenend geduld, ook bij den moeielijksten arbeid. Doch daarenboven moet men zich nog voor een gevaar in acht nemen, zal op den arbeid de zegen des Hoeren rusten. Hoe beter en zorgvuldiger, met hoeveel meer nut wij werken, des te meer is het hart geneigd zich in ijdel zelfbehagen te verheffen. Talenten, kennis, bekwaamheden, lof der men-sclien, het besef zijner bekwaamheden, misschien zelfs zijner onmisbaarheid , deze en zoovele andere omstandigheden brengen de nederigheid in gevaar , zonder welke de deugd geen de minste waarde in Gods oogen hebben zal. Doch een sterkere, Jesus, die zich zelf als voorbeeld van ootmoed en zachtmoedigheid stelt, moet ons huis bewaken en dien vijand overwinnen, opdat wij in navolging van Jesus ootmoedig arbeiden. In dezen spiegel zien wij onze gebreken en zwakheden, onze fouten en nalatigheden, onze luimen en onwilligheid, onze traagheid en zucht naar gemak, welke zich in onzen dagelijkschen arbeid mengen. En onze arbeid zal ons een erbarmelijk lapwerk toeschijnen, en wij hebben waarlijk geen redenen ons daarover te verheffen.

Bovendien hebben wij redenen genoeg ons te verootmoedigen , als wij onze verhouding tot den arbeid beschouwen.

(*) Ps. CXX1I: 2.

ocr page 66

62

den arbeid van dien levensstaat, welke hun door Crod is aangewezen , of die niet kunnen dulden, dat anderen een gemakkelijk beroep hebben. De trouwe werkman echter vindt het billijk en rechtvaardig, dat de goede God hem dat op de schouders legt, wat hij dragen kan. Hij denkt, zooals de H. Basilius gezegd heeft, „de hand legt den voet niet op wat zij zelf doen kan, en de voet spaart op zijn beurt de hand ; de hand zelf laat niet toe, om, als zij iets moet dragen, de ge-heele zwaarte of een groot gedeelte daarvan op een enkelen vinger te laden , maar elk lid is onder de leiding der steeds wijze natuur op zulke wjjze werkzaam, welke met zijn krachten in overeenstemming zijn ; hot sterkere helpt het zwakkere , allen dragen het hunne tot het werk bij , en zoo komt het door een gemeenschappelijke samenwerking van alle ledematen volkomen tot standquot;. Die zoo denkt, dat de alwijze God een ieder volgens zijn krachten en bekwaamheden oplegt, wat hem nuttig en heilzaam is, van diens lippen zal nooit een klacht rollen.

Tot getrouwheid in zijn beroep wordt dus ook vereischt , dat men zijn krachten en bekwaamheden zoo goed mogelijk aanwende, waarom de H. Geest vermaant: „Al wat uw hand „te doen vindt, doe dut met ijver; irant er zal geen werk, y een „ocerley, yeen wijsheid, yeen wetenschap meer zijn in de onderwe-„reld, werwaarts (jij u henen spoedt-\ {\) En de goddelijke Heiland leert ons : „een iegelijk, wien veel is yeyeven, can dien zul „veel worden yevorderd: en wien ceel is betrouwd, van dien „zal men te meerder eischenquot;. (2) Van deze waarheid doordrongen zegt ons ook de H. Basilius : „Hij, die ons geschikte krachten voor den arbeid gaf, zal in den dag des oordeels een vlijt eischen, welke daarmede in overeenstemming is geweest.quot; Die niet bewust is , dat men om Gods wil te volbrengen werkt, en daarom ook niet nauwgezet zijn krachten inspant, die veroorlooft zich , Waar hij zulks maar kan , duizenden diefstallen ten opzichte van zjjn plicht. Zelfzucht, grillen , eigenzinnigheid , gemakzucht, eigenbelang , behaag-ziekte, ijdelheid , huichelarij zullen hem tot vele fouten, gebreken en nalatigheden brengen, en daardoor zijner ziel een niet geringe schade toebrengen. Met klem en nadruk zegt

(1) Eccl. IX : 10. (2) Luc. Xil : 48.

ocr page 67

63

hieromtrent de H. Basilius : „een ieder moet op zijn arbeid bedacht zijn, or zich met ijver en vljjt op toeleggen . en hem als voor Gods oogen met onvermoeide naarstigheid en groote zorgvuldigheid onberispelijk verrichten, zoodat men steeds zeggen kan: „Zie, gelijk de oogen der dienstknechten blikken „op hunner heer en hand,, gelijk de'oogen der dienstmaagd op Jiarer vrouwe hand, ulzoo zijn onze oogen gevestigd op den „ Heere, onzen Godquot;, (*) waarom men niet van het eene werk tot het andere, van de eene werkplaats naar de andere loopen moet.quot; Zoo wilde deze heilige ordestichter alle gewetenloosheid voorkomen, alle wanorden en eigenzinnigheden verhinderen, onder onverantwoordelijke tijdverkwisting oen dam opwerpen.

Deze nauwgezette getrouwheid in zijn staat bevat reeds een groote bolooning in zich : een hart vol rust en vrede , het genoegelijke bewustzijn van getrouwe plichtsvervulling , oen onverstoorbare opgeruimdheid der ziel, een zich nooit verloochenend geduld, ook bjj den moeielijksten arbeid. Doch daarenboven moet men zich nog voor een gevaar in acht nemeu, zal op den arbeid de zegen des Hoeren ruston. Hoe beter en zorgvuldiger., met hoeveel meer nut wij werken, des te meer is het hart geneigd zich in ijdel zelfbehagen te verheffen. Talenten, keunis , bekwaamheden, lof der men-schon, hot besef zijner bekwaamheden, misschien zelfs zijner onmisbaarheid, deze en zoovele andere omstandigheden brengen de nederigheid in gevaar, zonder welke de deugd geen de minste waarde in Gods oogen hebben zal. Doch een sterkere, Jesus, die zich zelf als voorbeeld van ootmoed en zachtmoedigheid stelt, moet ons huis bewaken en dien vijand overwinnen, opdat wij in navolging van Jesus ootmoedig arbeiden. In dezen spiegel zien wij onze gebreken en zwakheden, onze fouten en nalatigheden, onze luimen en onwilligheid, onze traagheid en zucht naar gemak, welke zich in onzen dagelijkschen arbeid mengen. En onze arbeid zal ons een erbarmelijk lapwerk toeschijnen, en wij hebben waarlijk geen redenon ous daarover te verheffen.

Bovendien hebben wij redenen genoeg ons te verootmoedigen , als wij onze verhouding tot den arbeid beschouwen.

(*) Ps. CXX1I ; 2.

ocr page 68

64

Kunt gjj iets goeds verrichten , zonder daartoe de geschiktheid eu kracht van God ontvangen te hebben ? „ IVa/ hebt „gij, dat ge niet ontvangen hebt ? en zoo ge het ontvangen vheht, wat beroemt gij a dan, alsof ge het niet ontvangen „hebt?'''' (1) Alzoo is alles van God, een onverdiend geschenk des Allerhoogsten, - ook de kracht en bekwaamheid om te werken. Eigenlijk is het slechts de Heer, die in en met ons arbeidt, en daarom moeten wij ons, gelijk de Zaligmaker zegt, als booze en onnutte knechten beschouwen, ook dan, wanneer wij alles gedaan hebben wat wij doen konden. Zjjn onze moeiten en inspanningen van ijdele oogmerken vergezeld, zoeken wij bij den arbeid de eer en achting der menschen, den lof der overheden, de erkentelijkheid der wereld — ach, dan hebben wij, naar het woord van Christus, ons loon reeds ontvangen - „IJdel is de arbeid (d. i. ver-geefsch, vruchteloos), welke uit liefde tot de ijdelheid ondernomen wordt! zegt de H. Bernardus, „daaromquot; beminde broeders, „moeten wij werken met den geest van ootmoed, welke Jesus ons leert: wij moeten om getrouwheid en om een sterken moed bidden, opdat wij onze plichten nauwkeurig mogen vervullen, en op aarde werkende, den hemel kunnen verdienen.quot;

Wat echter den arbeid bijzonder verdienstelijk maakt en hem eerst de kroon opzet, is de gehoorzaamheid, welke den werkman leidt. Deze is het merk van al onze werken, is beter dan elk olfer , dewij 1 door haar het edelste wordt geslachtofferd , de vrije wil, die „eigen ikquot;, omdat men zich om Gods wil aan den wil der oversten onderwerpt. Wat voorheen de leerlingen zonder den goddelijken Meester verrichtten , bleef zonder vrucht: „ den gansehen nacht door „hebben wij gearbeid en niets gevangen; doch op uw woord „zal ik het net uitwerpen'''' (2) — en toen werd hun arbeid gezegend. Het is dus de gehoorzaamheid , welke zegen over den arbeid doet nederdalen - de gehoorzaamheid ten opzichte van hen , die God als onze oversten heeft aangesteld. Want deze hebben geen macht over ons, hebben het recht niet over onze krachten en bekwaamheden te beschikken, zoo hun dit niet door God gegeven ware. En dewijl wij hen

(1) 1 Cor. IV ; 17. (2) Luc. V: 5.

ocr page 69

65

als plaatsbekleeders van God beschouwen , gehoorzamen wij hun en volbrengen in heilige onderwerping dat werk, wat zij ons opleggen ; wij gehoorzamen hun om Gods wil. J)e arbeid is liet offer der gehoorzaamheid, datwjj dagelijks op de treden van Gods troon nederleggen.

Om dezelfde reden zul de werkman , die niet uitsluitend een aardsch, maar ook een homelsch loon wil verwerven, de noodige vlijt besteden. Toen do H. Ignatius op zekeren dag door zijn klooster ging, zag hij een broeder, die het hem opgelegde werk zeer slordig verrichtte. Ignatius vraagde hem: ,,Broeder, vojr wien werkt gij?quot; en ton antwoord ontvangende „voor den goeden Godquot;, hernam hij : „Hoe kunt gij dan toch voor God werken, daar gij bij het werk zoo nalatig zijtquot;. De arbeid moot oen liofdeoffer zijn , dat wij God opdragen, waarom wij daarbij al onze krachten, allo mogelijke vlijt moeten aanwenden. Hoe schoon zegt toch de H. Vincontius a Paulo : „Wij moeten God beminnen met het werk onzer handen en het zweet van ons aanschijnquot;. En de H. Ephrem schrijft : „De Engelen scheppen vreugde in onze vlijt en arbeid , even als van den anderen kant de helsche vijand zich verblijdt, wanneer hij bespeurt dat wij traag en nalatig zijnquot;.

Do trouwe werkman zal ook allo noodige zorg aanwendon om zijn meester geon schade te berokkenen, zich zelf niet hot minste onrechtvaardig voordeel te verschaffen, want wat zal het baton zich eiken dag met arbeid te vermoeien , als men daarbij zonden van onrechtvaardigheid op zich zal laden, en sidderen moet voor het oordeel van Hem, die gezegd heeft, dat niemand het rijk der hemelen zal ingaan voordat de laatste penning betaald is. En hoe zal men den laatsten penning aanzuiveren van het onrechtvaardig goed dat men verworven, of van de vrijwillige schade, welke men op de oen of andere wijze toegebracht heeft ? Daarenboven kan ook geen zegen rusten op zulk loon, dat men door onrechtvaardigheid heeft verworven, en in dit geval wordt het spreekwoord bewaarheid „zoo gewonnen zoo geronnenquot; ; of wel er gebeurt wat de 11. Geest zegt: Indien gij niet zovfjculdiy vasthoudt aan de vreeze des Heer en, zul uw huis spoedig ten gronde gaanquot;. (*)

(*) Eceli XXV11; 4.

ocr page 70

66

Tot. de getrouwheid , welke de IT. Franciscus bij den arbeid

verlangt, behoort ook, dat de werkman niet in dwaling ver- „k

keere noch omtrent zijn eigen belangen, noch omtrent zijn be

geesteljjk of lichamelijk welzijn. En in dat opzicht wordt ee

hem voor alles bevolen dat de ijver met gematigdheid geregeld ui'

worde, want zooais er in het Boek der Wijsheid geschreven h(

staat viii(nir (HJquot;, do Heer namelijk, ,//;'ƒ neroi'dent uilen af

„nuaj' maat en (jetal en i/e.iricjitquot;.(l | Zoo moet ook de arbeid goed al

geregeld zjjn , opdat zij de maat der krachten niet te boven v

ga, welke God den mensch gegeven heeft. Wat de maat te w

boven gaat kan niet zonder font gebeuren. zegt een oud spreekwoord. Waarljjk . ik mag niet de advocaat diergenen zijn, die bijna iederen arbeid als te groot en bovenmatig beschouwen , die uit weekheid en genotzucht, uit neiging naar gemak en traagheid steeds van overlading met werk spreken, overal een gebrekkig „te veelquot; zien , aanstonds gereed zijn met de jammerklacht dat de werkman geëxploiteerd wordt, en bij iedere gelegenheid van ontevredenheid , van morren en klagen overvloeien . dewijl toch eigenlijk hun afkeer van den arbeid de schuld hunner ontevredenheid is. „De liefde is nooit vermoeidquot;, wordt zulke personen door den H. Gregorius toegeroepen . ..want waar zij aanwezig is , worden groote zaken tot stand gebracht; zoo men echter afkeer voor den arbeid gevoelt, dan ontbreekt zijquot;. De II. Franciscus de Sales geeft met betrekking hierop den besten regel aan, als hij zegt: ,,Verricht uw bezigheden, zooals zij zich voordoen, in kalmte dos gemoeds en elk op haar beurt; zoo gij ze echter allen op denzelfden tijd en zonder orde wilt verrichten , dan zal u dat werk groote inspanning kosten. Even als de bloem, matig en op tijd besproeid , zal groeien, met water overgoten, echter stikken zal , zoo zullen de lichaamskrachten door matigen, goed geregelden arbeid toenemen, door overmatige inspanning echter verzwakt wordenquot;.

Doch in het bijzonder mag do arbeid het zielenheil niet schaden. „Murtlia! Martha! (jij zijl hezorejd en hekonnnerd vocer zeer ceel, doch eene zaak ia noodigquot;; (i) dat een noodzakelijke, de redding zijner ziel , mag men nooit i it het oog verliezen, want gelijk de onfeilbare waarheid zegt: „ UW

1,1) Sap. XI ; 21. (2) Luc. X : 41.

ocr page 71

67

„toch haaf het dun mensch , zoo hij i/eheel de wereld wint, „maar zijner ziele schade lijdtquot;. (1) De arbeid moot geen beletsel yoov de eeuwige zaligheid zijn, maar integendeel een middel tot bevordering van liet geluk onzer onsterfelijke ziel. Dit nu brengt ons geleidelijk tot een andere hoedanigheid , welke do H. Franciscus verlangt, men moet ook met aandacht werken. Wij zullen ook met aandacht werken, als wij onzen arbeid met het gebed beginnen , onder gebed voortzetten en met het gebed eindigen. Zoo wij biddende werken en werkende bidden, om al zoo letterlijk de zinspreuk in oefening- te brengen , „ora et labora bidt en werktquot;.

Dit is liet verlangen van God zelf, die door den mond van den Wijzen Man tot ons zegt: „Maal- uwe bezigheden „den Heer hekend, en mee hemoeiingen zullen den geirenschten uitslag hehhenquot;, (2) d. i. log uw werk voor God bloot om or zijn zegen over af te smeeken, en door den wereldapostel: „Al nat gij doet in woord of werk , doet het „alles in den naam des Herren Jeans Christusquot;. (3) Daarom geeft de 11. Gregorius do volgende vermaning: „Begin en eindig uw werk op dio wijze, dat gij het door een krachtig gebed , zoowel als uw hart en alles wat gjj doet, aan God opdraagtquot;. En hierin hoeft de goddelijke Heiland zelf ons het schoonste voorbeeld gegeven; als Jesus, in quot;Wien toch goddelijke kracht schuilde, voor ieder gewichtig werk zich mot zijn hemelschen Vader in hot gebed onderhield , als hij biddend oog en hart ten hemel hief, hoeveel te meer zullen wij, zwakke, krachtelooze menschen , dit doen, wij, die uit ons zelf uiets vorm ogen en tot alios den goddelijkon bijstand noodig hebben. Dit voorbeeld hebben de heiligen nagevolgd , om welke reden de arbeid niet slechts in hen den geest der godsvrucht niet uitdoofde, maar in hun harten de zuivere liefde meer on meer deed branden. De H. Pamphilius, een smid, die in de 5e eeuw in Egypte leefde , begon en eindigde altijd zijn arbeid met een gebed , ook onder hot werk zelf wist hij zjjn hart tot God te verheffen, en op deze wijze volbracht hij wat de apostel Paulus zoo dringend aanbeveelt, dat wij namelijk zonder ophouden

(1) Matth. XVI: quot;20. (21 Prov. XVI : ö. (3) Cnr. Ill ; 17,

ocr page 72

68

moeten bidden. (*quot;) De H. Bonaventura, Kardinaal en Bisschop van Albano (f 1374), een der beroemdste mannen uit do orde van don H. Franciscus, verloor onder zijn werk God, den oorsprong van alle goed, nooit uit liet oog ; alvorens iets te beginnen, aanriep hij den IL Oeest, smeekte den bijstand van diens licht af, en zijn ijver prikkelde hij door veelvuldige aanmoedigingen, waardoor al zijn handelingen als een nooit onderbroken gebed werden.

Door zulk een godvruchtigen oogslag op God, door dit „Sursum Corda ~ omhoog do harten,quot; worden wij er vooral aan herinnerd, dat wij werken om Gods wil te volbrengen. De H. Wil van God is do grondslag en de reden onzer bedrijvigheid, de eer van God en Christus, en het welzijn van onzen evennaaste is haar doel, Gods barmhartige bijstand is de drijfveer. Do dienaar Gods werkt wel is waar op de aarde, maar zijn hart is in den hemel, hij richt zijn blikken naar boven, van waar steeds ook hulp en krachten komen. „De menschen moeten erkennenquot;, zegt de 11. Bernard us, „hoe zeer die arbeid aan de hemelingen welgevallig is, welke met een hoogere bedoeling geschiedtquot;, d. i. die arbeid, welke op God gericht is. Derhalve moedigt de II. Basilius zijn broeders aan : „Terwijl wij onze hand aan bet gereedschap slaan, zullen wij nu eens met de tong (zoo dat mogelijk is en tot stichting dient), dan wederom mot het hart in psalmen en lofzangen en geestelijke liederen God loven, en zoo gedurende den arbeid met God vereenigd blijven, terwijl wij Hem onzen dank betuigen, dat llij onze handen kracht tot den arbeid en onzen geest bekwaamheid en konnis verleent, dat Hij de stof geschapen heeft, zoowel die, waaruit de gereedschappen zijn vervaardigd als ook degene, van welken wij ons bij den handenarbeid bedienen. Hem terzelfder tijd smeekende, den arbeid onzer handen zoo te regelen, dat wij Gode welgevallig mogen zijnquot;.

In overeenstemming met deze gevoelens zijn do oude monniken onder het zingen van psalmen ten arbeid getogen en hebben bij ieder werk gebeden gevoegd; daarom werd bij hen dikwijls een teeken gegeven hun hart tot God te vor-heffen ; waarom wij in do oude regels zoo menigmaal het voor-

('quot;) I Thoss. V: 17.

ocr page 73

69

schrift vinden, tusschon hot werk gebeden en overwegingen to plaatsen. Met hetzelfde dool lieten ook sommige ordestichters onder den gemoenschappolijken arbeid lezingen honden ; om dezelfde reden heeft het kerkelijk gebruik na do Primen (de eerste der zoogenaamde kleine kerkelijke uren) een bijzondoron zegen voor het werk, on verschillende geboden en treffende aanroepingen om don zogen dos Heeren , on; de hulp van Gods genade voorgeschreven. De voorbeelden onzer vaderen en do kerkelijke verordeningen nu moeten ons heilig zijn, en ons aansporen hot gebod met den arbeid te vereenigen, opdat wij aldus volgens de vermaning van den Apostel zonder ophouden bidden. Weten wij toch, dat de bouwlieden te vergeefs werken , als do Heer hot huis niet bouwt, dat de bewaker eener stad vruchteloos ziju plicht vervult ais do Hoer do stad niet bewaart, gelijk do koninklijke profeet zich uitdrukt, (1) ach, hoe ellendig zijn dan toch dogenen, dio werken zonder hun oogen op üod te vestigen, die zwoegen zonder met God voroonigd to zijn : „icanf die wijsheid en tucht oer-sualiquot;, zoo staat er goschrovon in het Boek dor Wijsheid , d. i. die bij den arbeid godsdienst en deugd uit het oog verliest, „■/« onyeiukki;/, en ij del i* hun hoop, m htm „urheid vnicideloos, en nutteloos hunne loerkenquot;; (3) hier mogen wij dus de vraag van don Prediker herhalen „ Wat „blijft den tnmiseh over ran ui zijn arbeid, dien hij verricht „ouder de awtquot;. (H) Als wij ons met onze mooning niet tot do Zon dor gerechtigheid verheffen , als wij altijd slechts in de kille streken dor bange en schadelijke zorgen voor oor en voordeel, voor genot en verstrooiingen fladderen, dan hebben wij van al onze moeite niets dan eeu jjdelon , verstikkendon rook ; wij zijn gelijk aan kinderen , die zich tot uitspanning om glinsterende zeepbellen vermoeien. Vergoofsch is alle arbeid zonder hooger dool, ja, meer dan vergoofsch, daar zulke nienschon, zooals de profeet Oseo zegt, (4) wind zaaien en storm oogsten voor den dag dos gerechts. Hoe arm, hoe ongelukkig /jjn daarom zulke werklieden, dio zich bij hun dagelijksche taak vau alle verdiensten beroovon, tiaar zij niet werken voor Hem, noch uit liefde tot Hom, die hen hoeft geschapen om Hem te kennen , to beminnen, te dienen

(1) Ps. CXXVi: 1—2. (2) Sap. 111: 11. (3) Eccl. 1: 3. (4) Us. Vlll:7.

ocr page 74

70

en daardoor den hemel te bekomen. Hebhen zij slechts voor oen aardsch gewin, slechts uit menscholijko inzichten gewerkt, dan hebben zij uit den mond der goddelijke gerechtigheid ook niets anders te wachten dan dit onverbiddelijk woord : „(/ij „heht uw loon reeds ontvangen!quot; Hoe arm, hoe ongelukkig zijn die werklieden , die in hun zwaar en lastig bedrijf in plaats van zogen slechts vloek vergaderen, dewijl zij daarbjj trouweloos hun jiliclit verzuimen of den arbeid ontheiligen door allerlei zondige gesprekken: zij hebben hier, in dit jammerdal des levens , niets geen goed , en in het andere leven staat hun een eeuwigheid vol smarten en ellenden te wachten.

Zouden ook do werkgevers niet verstandiger en voorzichtiger handelen, als zij slechts uaar zulke arbeiders wilden uitzien, die voor God werken on derhalve hun beroepsplichten nauwgezet vervullen r1 Zouden zij ook niet meer zorg dragen voor hun tijdelijk en eeuwig voordeel, als /ij daarover wilden waken, dat in hun werkplaatsen geen zondige gesprokken , vuile taal on onzedige scherts plaats vindon, dat in hun huizen en fabrieken onschuld on deugd geen gevaar loopen, geen zondon bodrovon worden on ongerechtigheden heerschon , welke slechts do vloek aftrekken over zulke broeinesten van allo kwaad? Vergeten wij toch nooit do woorden van den Apostel dor volkeren : „Xoo ia rhm, noch „hij, die plant, iet*, noch hij, die hef/iet iets, maar God, die den „wasdom i/eeftquot;; (*) vergeten wij toch nooit, dat wij hier op aarde gesteld zijn om God te dienen, en onze werken dus door den wierook des gobeds moeten geheiligd worden. Van een godvruchtige dienstmaagd, do II. Armella, kunnen wij de inogcljjkheid on do wijze loeren, om, mot Gods hulp, te midden van hot gewoel dor menschen, omringd door duizenden bezigheden en drukten , den Allerhoogste uit gansehor harte te beminnen, Hem uit geheel ons vermogen to dienon ; in haar leven kunnen wij zien hoe do arbeid niets anders dan oen oefening der zuiverste on heiligste liefde is, welke God beloont mot een grooton voortgang in deze deugd, dewijl Hij zich aan zulke trouwe ziolon schenkt on haar tot de hoogste heiligheid verheft. Mochten onze harten door het

1

1 Cor. ill: 7.

ocr page 75

)r voorbeeld dezer van liefde brandende Keilige ontstoken wor-

t, don! Mochten toch deze weinige trekken, welke wij uit

d haiir leven zullen aanhalen , ook in onze harten bewerken ,

ij dat wij uitroepen: „Heeft deze dit kunnen doen, waarom zou

? ik het niet vermogen !quot;

n In het jaar 1606 te Capdenac, in Frankrijk, uit een god-

ij vreczende landbouwersfamilie geboren, moest Armella in

ii ' liaar prille jeugd de schapen hoeden , wat haar des te meer beviel , omdat zij daarbjj gewoonlijk alleen was en zich der-halve aan haar groote neiging tot het gebed kon overgeven. (»|) ongeveer 30-jarigeu leeftijd zou zij zich op verlangen harer ouders in het huwelijk begeven hebben , alhoewel zij i hiertoe geen de uiinste neiging gevoelde, en dewijl haar het

] landleven niet beviel , verlangde zij naar de stad te trokken.

i1 Hier trad zij in verschillende diensten, totdat zij eindelijk

j de plaats vond, welke de goddelijke Voorzienigheid voor haar

bestenul had. Een Carmelietes deed haar het voorstel hij haar zuster in dienst te treden , en liet was ook deze plaats, waar de Heer haar inniger met zich zou verbinden, waar zij beproevingen ei tegenwerkingen vond , welke haar heilzamer waren dan de goede, liefderijke behandelingen der andere diensten. In dit huis uu word eiken avond een godvruchtige lezing gehouden , waarin zjj zooveel smaak vond, dat zij aan de dochter des huizes het verzoek deed haar nieernialen wat voor te lezen : deze verschatte haar gaarne dat genoegen, en las haar ouder anderen iets voor uit het lijden on sterven van den üoddolijken /aligmaker. De uitwerking, welke dquot;ze heilige geschiedenis op haar hart maakte, was wonderbaar, en van dit oogeublik af hield haar ziel zich slechts met den lijdenden Verlosser bezig: overal , op al haar wegen, bij al haar bezigheden zweefde haar het Ijjdensbeeld van haren zoeten Jesus steeds voor deu geest, zij brandde van verlangen haren goddehjken Heiland een otter van dankbaarheid en liefde te kunnen brengen. Met vreugde overwon zij van toen af alles door Hem , die haar krachtdadig versterkte, door .lesus Christus. „Het scheen mij toequot;, zeide zij , „dat al mijn lijden niets was in vergelijking mot datgene, wat ik naar het voorbeeld van den Verlosser wenschte te lijden; Jesus was mij altijd tegenwoor-

ocr page 76

72

dig, en daar Hij mij inwendig als een leeraar onderwees, en ik als zijn leerlinge slechts naar zijn stem luisterde, en er op bedacht was Hem te volgen, lette ik er nauwelijks op hoe men mij behandelde. In mij zelf gekeerd hield ik mij slechts aan mijn goddelijke liefde, wier aanwezigheid ik nooit uit het oog verloorquot;.

Ik verzocht de goede Armella eens, zoo spreekt do schrijfster harer levensgeschiedenis, mij omstandig te willen verhalen , door welke middelen en oefeningen zij het zoo ver gebracht had , welke beweegredenen zjj bij haar handelingen opwekte, met welke zaken haar gemoed zich geheel den dag onder den arbeid kon bezig houden ? Zij gaf ten antwoord : Mijn oog is door de genade des Heeren zoo vast op Hem gericht, dat ik geheel den dag aan niets anders denk, en als ik Hem soms voor een oogenblik uit do gedachte mocht verloren hebben , dan zoek ik zijn tegenwoordigheid wederom aanstonds op, en beijver mij Hem welgevallig te zijn.

Onder mijn werk spreek ik met Hem als met mijn ver-trouwsten vriend, ik bemin Hem eu verblijd mij met Hem. Ook onder die werkzaamheden, welke al mijn aandacht vorderen , is toch steeds mijn hart op Hem gericht en zoodra het werk geëindigd is, spoed ik mij weder geheel tot Hem. Ik bon als een teedere minnaar, die, waarmede hij zich ook moge bezig houden, zijn vriend slechts half verlaat; het zou mij onmogelijk zijn mij van hem te scheiden, onmogelijk om zonder zjjn aanwezigheid te loven.

Dan heeft Hij mij verklaard , dat ik, zoolang mijn blikken op Hem gevestigd zijn, niet kan zondigen, en mij niet onthouden kan Hem mijn liefde te schenken.

Ik kleed mij in zijn tegenwoordigheid en denk daarbij aan zijn liefde, welke mij do kleedingstukken verschaft. Ik ga dan aan mijn werk , zonder Hem echter te verlaten, gelijk ook Hij mij niet verlaat; Hij werkt met mij en ik met Hem , waarbij ik even zoo innig met Hem vereenigd , zoo vast verbonden ben als in het gebed.

O, hoezeer verzoet en verlicht dit overheerlijk gezelschap mijn lasten en moeiten ! Het verleent mij zooveel kracht en moed, dat ik alles gemakkelijk te boven kom eu gaarne al het huiswerk alleen wil verrichten, want slechts mijn lichaam

ocr page 77

73

s , werkt, liet hart eu geheel mijn wezen brandt van liefde in

311 zjjn vertrouwelijken omgang.

)]gt; Ik heb twee oogen en twee ooren, ecu rechter en een

lij linker; het linker oog en oor zijn voor de huishouding, het

k rechter oog en oor echter, benevens mijn hart, beijveren zich steeds Hem te aanschouwen en te beminnen, die mijner

t- zijn bezoek waardig oordeelt. Hij schijnt tot in het diepste van mijn hart te roepen : „Zie op mij , hoe ik handel , eu

i' doc even als ikquot;'.

ii Jiij het eten is Hij mij even zoo nabij als op welke plaats

j ook, en ik geloof dat iedere bete in zijn kostbaar Bloed

: gedoopt is, eu dat Hij zelf het mij toereikt om my te spij-

i zigen en in liefde te ontsteken, wat een onbcschrijfolijkc

i uitwerking op mijn hart maakt.

t Als ik 's morgeus met ecu vonkje cou groot vuur ontsteek,

zeg ik: Ach, mijn geliefde, als iedere ziel u ongestoord iu zich liet werkeu , hoe spoedig zou alles uit liefde tot u ontstoken zijn.

Als ik bet vleesch der godoodo dieren bereid, schijnt mijn Ko-miudc tot mij te zeggen : Ik liet mij ter dood brengen voor u, om als een spijs uwer ziel u te voeden en u te onderhouden.

Al# ik ecu armen hond zie , welke zjjn meester niet verlaat , hem steeds getrouw volgt, hem om eeu stuk brood op alle wijzen vleit, goede God, dan word ik met schaamte vervuld eu dit loert mij , even zoo getrouw mijn God aan te kleven , die mij door zoo vele weldaden aan zijn dienst verbonden heeft. Als ik op hot veld die zachte , vriendelijke lammetjes beschouw , welke zich laten scheren eu ter slachtbank leiden zonder te klagen , dan deuk ik aan mijn ^ er-losser , die zich evenzoo ter slachtbank eu tor dood liet voeren zonder ziju mond te openen, en mij daardoor leert Hem na te volgen eu, even als Hij, alle der natuur tegenstrijdige zaken met geduld te verdragen.

Zie ik de kuikentjes ouder de vleugels der klokhen vkich-teu, zoo komt mij aanstonds iu den geest, dat mijn Jesus zich hiermede heeft willen vergelijken om mijn vertrouwen op te wekken eu mij te leereu, dat ik mij ouder de vleugels zijner Goddelijke Voorzienigheid moet verbergen om alle gevaren te ontkomen.

ocr page 78

74

^io ik dat men hot land bebouwt on bezaait, dan is bet alsof ik mijn Heiland zie, die geheel zijn leven niet bitterheid liet vervuld worden , om aan onze zielen te arbeiden en het zaad zijner hemolsche en goddelijke liefde uit te strooien. De gedachte dat er zoo weinig grond gevonden wordt, welke goede vruchten oplevert, veroorzaken mij een groote smart.

lt;gt;p deze wijze vind ik op ieder oogenblik van den dag een beweegreden om mijn Goddeljjken Verlosser meer en meer te beminnen, en mij met llem, die mij reeds zoo nabjj is, die mij ongevraagd zooveel licht en kennis schenkt, nog inniger te vereenigen.

Dit is mijn levensloop, mijn gebed, en al mijn doen, sedert de liefde in injjii hart heerscht.

Nadat ik op Zon- en Feestdagen de godsdienstoefeningen heb bijgewoond, moet ik het overige van den dag bij mijn huiselijke bezigheden doorbrengen. Onder de verkondiging van Gods Woord echter ben ik zoo vol eerbied en zoo oplettend, alsof ik God zelf hoorde. Ik bid llem harteljjlc zijn heilig woord tot in de harten der aanhoorders te zegenen, en bij niemand zonder vrneht te doen blijven.

Wil men mij op deze dagen tot een jjdele uitspannin»-overhalen, dan verontschuldig ik mij; want ik geniet Hevelde vreugde, welke ik in den omgang niet den beminde mijns harten vind, en welke des te grooter en inniger is, hoe verder ik in de eenzaamheid en van het gedruisch der weield vorwjjderd ben. Als de menschen zich verwonderen, dat ik altijd alleen thuis kan bljjven , dan denk ik; O, zoo gij eens wist welk een heerlijk gezelschap ik geniet! Zoo breng ik al mijn dagen door, de werk- zoowel als de feestdagen , waarop ik dikwijls meer te doen heb dan op andere tijden. Alles is mij echter hetzelfde, arbeid of rust, gemakkelijk ol zwaar werk, want ik let niet op datgene wat ik te verrichten heb, maar op Hem, voor Wien ik alles doe, en Wiens liefde nnjn hart zoodanig vervult dat ik geen tjjd vind op mij zelf of op iets anders buiten nnj te denken of te letten.

Dit is de bekentenis van Armella zelf; zoo dacht, zoo handelde zij , gelijk zij getuigde. Haar laatste woorden

ocr page 79

gevon ons iets tc kennen van haar inwendigen toestand van het jaar 1(gt;5() af tot aan haar dood. Het jaar l(!50 was voor haar liet zog-onvolste, dewijl de Heer zich rijkelijk aan haar mededeelde; van dezen tijd af was zij geheel overgegeven aan den heiligen en aanbiddeljjken wil des 1 Loeren, als een kind in den schoot der Voorzienigheid rustende, dood voor zich zeiven en alles in de wereld , vol van God, haar Heiland, die i-ceds do ziel harer ziel , hot leven van haar leven was. Al die ervaringen, welke zij gedurende deze jaren in haar binnenste opdeed, zijn in haar levensgeschiedenis wijdloopig beschreven en kunnen in dit kort uittreksel niet worden opgenomen.

In het jaar I(!6() werd haar been door een paard stukgeslagen, waarvoor zij den Heer als voor ecu bijzondere genade dank bracht. Zij had daarbij hevige pijnen te lijden en kon in 15 maanden niet uitgaan. In een zetel gezeten, en wel is waar het meest in een hoek der keuken , bestuurde zij de huishouding en hield zich op een voor het huis nuttige en voordeelige wijze bezig, nooit was zij werkeloos. In deze plaats werd zij door personen van alle standen bezocht, en allen worden gestichc deels door haar zalvende woorden , deels door haar voorbeeldig geduld. Op de vraag of het haar niet zwaar viel dat zij in zulk een langen tijd do kerk niet kou bezoeken of tot de tafel des Heeren naderen, gat' zij ten antwoord : „Het is beter voor de liefde tc lijden dan de liefde te genieten; God kan zich overal en ten allen tijde aan oen hart geven, dat Hem alleen bemint, en dan heb ik den wil van God even lief als God zelfquot;.

liet behaagde den Heer haar nog zooveel krachten te vcr-lecuen , dat zjj weder kon gaan , eerst op krukken , daarna met een stokje, doch haar pijnen nam Hij niet weg, zij bleven aanhouden zoo lang zij loefde.

In het jaar 1671 werd zij door een hevige koorts overvallen, welke een maaiid lang zonder onderbreken aanhield. Men meende daarom dan ook dat zij zou sterven , doch zij alleen verzekerde dat haar werk uog niet voleindigd was, en zij uog veel zou tc lijden hebben, wat haar mot de meeste vreugde vervulde. Eindelijk , op deu 37sten October verscheen hot lang geweuschto oogenblik, waarop zij in den

ocr page 80

76

ouderdom van 69 jaren tot eon beter leven overging. Tiet laatste woord dat van liaar stervende lippen rolde was Jesus, voor wien zij leefde, leed en stierf, en dien zij reeds iu eeuwige liefde aanschouwt en geniet.

Wat nu Armella heeft kunnen doen,

dat ook niet vermogen ? Staat ook ons en genade van God ter beschikkii moeten wij ons gewoon maken , om namelijk gedurende den arbeid dikwijls onze blikken op God te vestigen en alles aan God op te dragen.

En na liet werk 'i Dan onderzoekt de godvreezende werkman of hij getrouw en. nauwgezet zjjn plicht vervuld, of hij door zijn arbeid God geëerd, zijn evennaaste tut nut gediend , zijn eigen heil bevorderd heeft, bidt God om vergiffenis voor de fouten , welke hij soms mocht bedreven hebben , voor de nalatigheid, aan welke hij zicli wellicht heeft plichtig

In liet kort, hij mot die gedachten zwaarsten arbeid zijn werk te vorzamelen.

gemaakt

en offert Hem zjjn arbeid op.

houdt zich vóór en onder en na het werk en gevoelens bozig, welke liem in den versterken en in staat zullen stellen , zich door heiligen en verdiensten voor de eeuwigheid te

waarom zouden wij niet dezelfde liefde Minstens één zaak

ocr page 81

/ÉSDE HOOFDSTUK.

De leer- en oefenschool van den christelijken werkman.

Do wereld is vol ellenden en wederwaardigheden, zij is in den volsten zin des woords oen tranendal. Geen leeftijd , geen stand is togen zorgen en rtioeilijkheden gevrijwaard , rijken en armen, aanzienlijken en goringen, koningen on onderdanen , allen hebben oen kruis te dragen : de vader in den schoot van hot huisgezin, do moeder te midden haror kindoren, do beambte onder den last zijner bezigheden, de krijgsman in de gevaren van den oorlog, de koopman bij do gestadige afwisseling van winst en verlies, de handwerksman bij zijn zwaren arbeid, de dienstboden in hun ondergeschikte betrokking , de landman op don akker, welken hij met zijn zweet en niet zelden met zijn tranen besproeit, de kluizenaar in de eenzaamheid zijner wildernis , de wereldling te midden van het gewoel des levens , ja zelfs de priester in zijn heiligdom , oen ieder zonder uitzondering heeft, zooals men gewoon is te zoggen , zjjn kruis ; en al komen er somtijds heldere en rustige dagen , men zal toch weldra weder duizenden andere zion aanbreken, welke somber, nevelachtig on treurig zijn. /00 heeft het de goddelijke Voorzienigheid voor ons aller geluk teu beste geschikt, lieeds bij zijn geboorte weent en klaagt de mensch, en hoe verder hij op zijn levenspad vordert, des te zwaarder wordt voor hem do last zijner ellenden. Do aarde is in waarheid voor hem slechts een tranendal , de mensch ontmoet jammer en zorgen; en zoo het anders zoude zijn, indien hij bestendig gelukkig ware , dan zou hij spoedig de zekere en duurzame goederen der eeuwigheid , welke zijn waar erfdeel moeten uitmaken, geheel uit het oog verliezen, en slechts naar de vergankelijke 011 onbestendige goederen der aarde streven, welke hij alleen bij wijze van leengoed bezitten zal.

Intusschen hoeft de mensch te midden van deze aardscho ellenden troost noodig ; een ziel zonder eenige troost, zonder eenige hulp , moet reeds na weinige schreden op zulk oen gcvaarvollen en lastigon weg gezet te hebben, bezwijken, zonder hoop zich ooit te kunnen opbeuren. Doch waar zal de mensch dezen troost vinden 'i Zal hij hem zoeken in het

ocr page 82

78

vleescli , dat even zwak en onmachtig is als hij zelf ? Zal bekli

hij hem van de valsche en bedriegelijke wereld verwachten , hier

welke eerder geschikt is iemand in hot ongeluk te storten open

dan hem van zijn val op te heffen 'i Zal hij hem van het tram

menseheljjk vernuft, van een zoogenaamdcn sterken geest, O,

van de socialistische verkondigers van een nieuw paradijs op met

aarde, van een hemel zonder God en zonder geloof mogen 1'

verwachten? IJdele, verpestende bronnen! Wee hem, die Bloc

daaraan zijn brandenden dorst losschcn wil! Slechts bij God sten

kan de bedrukte leniging vinden voor zijn smarten ; slechts en

de oorsprong van ons leven vermag ook de zwaarte van het in

lot te verzachten, tot hetwelk wij als straf voor onze zonden te '

veroordeeld zijn, en wel vóór alles een God der liefde, die en

voor ons geleden en om ons te redden den dood ondergaan wel

heelt. Aan den voet van zijn kruis, aan zijn door de lans vlo

doorstoken zijde zullen wij een toevluchtsoord en hulpbron t'us

vinden te midden onzer ellenden; Hij zelf opent die voor ;u^

ons om ons den toegang te verleenon, Hij zelf noodigt ons bei

uit: „ A diiiI fut mij, uilen die vermoeid cu heiaden zijt, en no(

vIk zal ii vei'kivikken'1'' (*) - door mijn genade, ik zal u die

aanmoedigen door mijn voorbeeld , na uw volbrachten strijd quot;Vquot;(

zal ik u eigenhandig kronen ; volgt mjj na op de moeilijke uw

wegen van druk en lijden, welke ik u met mijn bloed aan- sm

toon, en ik zal u leiden naar het zalig doel , dat ik van u

den beginne in mijn heerlijkheid voor u bereid heb. op

Ja, christelijke workman, gij, die zucht onder het zware ee

kruis, uit twee balken, arbeid en lijden, saamgesteld, ga de opwaarts naai' Golgotha en gij znlt troost vinden te midden

uwer ellenden. Te vergeefs zult gij dien op een andere ('( plaats zoeken, gij vindt slechts ijdolen , vruchteloozen en

zelfs kwellenden troost, welke in plaats van uw smarten eli

te lenigen , voor u een nieuwe bron van bitterheid worden -n'

zal. Slechts aan den voet van het kruis , aan het hart van „

eiw stervenden Verlosser kunt gij waren troost vinden, Hij g

zelf roept u daarboven. Daar zal Hij u alles zeggen om 1'

n voor iedere omstandigheid , onder welke gij zucht, troost k

en leniging te schenken. Daar kunt gij geheel uw hart voor v

Hem uitstorten, niemand zal u daarin hinderen. Golgotha ' wordt weinig bezocht, de moesten willen liever den Thabor (*) Matth. Xi: 28.

ocr page 83

79

Zal beklimmen, voor hot eerste toonen zij weinig lust. Gij zult

ten , liier met uw Verlosser ulleen ziju , gij kunt Hem uw hart

rten openen, bij Hem weenen en zuchten, en uw zuchten en

het tranen met de zijne, uw otter met ziju otter vereenigen.

est, O, hoe gelukkig toch degene, die daar bij hom leven,

i op met hem lijden, bij hem sterven kan I

igen llior zult gij de stom zijner wonden, de stem van zijn die Bloed vernemen. Ach, hoe roerend , hoe troostvol is die God stem , als hot hart slechts voorbereid is er naar te luisteren ehts en dien hemelschen dauw in zich op te nemen, welke als het in de ziel druppelt om vruchten van heil en leven voort den te brengen! Hier zult gij de volheid der genade vinden die en ze uit de bron zelf, uit die heilzame bron scheppen, aan welke de Heiland u aan zjjn hart opent, en waaruit stroomen ans vloeien, die in het eeuwig leven opwellen. Hier in het ron rustig toevluchtsoord dezer goddelijke eenzaamheid zult gij oor arbeider in Gods werkplaats, de kinderen dezer wereld met ons bedriegelijke vreugde , met hun aan naweeën zoo rjjke geen noegens vergeten, om u uitsluitend tc onderhouden met Hem, 1 u die het ten opzichte van uw lichamelijk en geestelijk welzijn, :ijd voor tijd en eeuwigheid, goed en oprecht met u meent! Gij zult jke uw trouweloosheid betreuren, de goddelijke barmhartigheid afin- smeeken en heilige voornemens maken , welke de H. Geest an u zal ingeven; kortom, uw lijdende Heiland, die u zijn hart opent, zal u troosten en u wellicht tc midden der ellenden ire een zoetheid laten proeven, welke de wereld niet kent, welke ga de genade voorbereidt en de godsdienst alleen u geven kan. en Welke is nu de leerrede, die dc goddelijke Heiland van n-e den predikstoel des kruises tot u, christelijke werkman, richt? en Wat de goddelijke Meester eertijds tot zijn leerlingen sprak, en dat zegt Hij ook tot u , dat roept hij tot een ieder onzer : en „cu ik beschik ii mijn rijk, (jelijk mijn leader het mij heeft m „heschikf1; (*) met deze woorden zijn wij rechtmatige erf-tij geuamen geworden van onzen Heer en Heiland Jesus Christus, m Er blijft nog slechts over het woordje „gelijkquot; nader te ver-ist klaren, daar er geschreven staat, „gelijkquot; mijn Vader mij het ar rijk des homels heeft beschikt, op dezelfde wijze vermaak ik ia het ook aan ü, ook op dezelfde wijze zult gij het verwerven, jr De verklaring van dit woordje „gelijkquot; luidt aldus:

(*) Luc. XXII; ii.

ocr page 84

80

Christus is door den kelk zijns lijdeus, en langs deu weg van het kruis het eerst het rijk der hemelen binnen getreden, en zoo heeft God hot ook voor ons in zijn eeuwig raadsbesluit vastgesteld. Al heeft nu de goddelijke Verlosser zonder twijfel voor ons overvloedige genaden verworven, zoo moeten toch ook wij iets tot onze verlossing bijdragen, namelijk ook voor ons is liet bepaald, ons door het lijden den hemel waardig te maken. Door dat wij ons kruis, dat dagelijks en dikwijls geheel het leven lang op onze schouders gelegd wordt, in navolging van Jesus met geduld en uit liefde tot God blijmoedig dragen, worden ook wij aan het lijden van Christus deelachtig en wij vullen door ons lijden eK boete aan, wat nog aan hot lijden van Christus ontbreekt, üit dit raadsbesluit des Allcrhoogsten, dat alle kruisjes voor het rijk der hemelen als zoo vele sleutels zullen zijn, welke God ons in de hand geeft, kan men opmaken, hoe gewichtig elk, ja zelfs het geringste lijden is dat de mensch onderstaat: en hoe verdienstvol iedere smaad, welke gij ondergaat, en elke ziekte, welke gij geduldig verdraagt, en iedere nood, armoede, plaag, ellende, kommer, angst, zorg en hoe die bittere golven ook mogen genoemd worden, welke eiken dag het scheepje van het menschelijk hart verontrusten en heen en weêr slingeren.

Zoo wij slechts liet groote gewicht van kruis en lijden erkennen, zullen wij met bereidwilligheid de school van Jesus' Hart binnentreden om van Hem te leeren met welke liefde wij het kruis moeten beminnen, 'reen men den god-delijken Zaligmaker, door Pilatus ter dood veroordeeld , hot zware kruis op de schouders wilde leggen, om dat werktuig tot zijn doodstraf naar Golgotha te slepen, strekte hij beide armen naar hetzelve uit, nam het met liefde aan en omhelsde het. Hij nam het gewillig op zijn schouders en droeg het tot op Calvarië, ofschoon hij door bloedverlies uitgeput en vol smarten was. Hij werd daarop uitgestrekt, ei' met nagels aan vastgeklonken, en heeft het heilig kruis niet meer verlaten. Dehoogepriesters en het volk riepen Hem wel is waar toe: „ De Christus, de koning Israels koine nu af ean het krui?, ropdat wij zien en yeloovenquot;. (*) — maar Christus hechtte minder waarde aan hun geloof en belofte, en wilde liever aan het kruis blijven om er den laatsten adem uit te blazen.

(*) Marc. XV : 32.

ocr page 85

81

Als wij dit met ernst beschouwen , zal ook ouzo ziel verlangen het kruis to dragen, zal ook in onze harten de liefde tot hot kruis ontvlammen. Het kruis was waarlijk eertijds de vreoselijkste doodstraf voor heidensche booswichten , ma;.T nadat de Godmenseh zelf aan hot kruis gehangen en voor onze zaligheid geloden heeft, sedert Hij het met het dierbaar Bloed van Zijn eeuwig minnend Hart heeft geheiligd, heeft ook het kruis een overgroote waarde verkregen en is geheel schoon, liefelijk en zoet geworden. Het kruis gelijkt aan den regenboog , die zonder eenigen glans aan een natte, duistere wolk wordt gevormd; doch op hot oogoiiblik waarop de purpere stralen der zon doorschijnen, weerkaatst de zwarte wolk de heerlijkste kleuren van den regenboog. Zoo zijn ook alle smarten en kruisen dikke , sombere wolken , welke zich aan don gezichteinder van ons loven samenpakken en ons in een donkoren nacht hullen ; doch, als de goddelijke Zon , Jcsus Christus, uit de hoogte van den Calvarieberg haar heldere stralen uitspreidt on het arme hart verlicht, dan verwerft de ziel zulk een welbehagen, zulkon smaak en zulke innige vreugde in do ellenden, dat zij gedwongen is met den H. Andreas uit te roepen : O gij , beminnelijk kruis, welk sieraad en schoonheid hebt gij door de ledematen van onzen goddelijken Heiland verkregen! Met u vereenigd wil ik leven en sterven , hot kruis zal ook mijn geliefkoosd rustbed zijn ! Toon het feest van Maria's Boodschap eens op den Goeden Vrijdag viel, stelde de H. Maria Magdalena de Pazzis in het gebed den Heer de volgende vraag: Zeg mij, allerliefste Jesus, waar verbleeft gij liever, in den maagdelijken schoot van Maria of wol aan het harde kruishout ? Een zonderlinge vraag voorzeker, wat niemand betwijfelen kan ! De maagdelijke schoot der Moedor Gods was een zoet en zacht rustbed , met rozen en leliën bestrooid — hot kruis was eeu lastige legerstede, een ruw en hard hout. In Maria's maagdelijken schoot verbleef Gods Zoon als een kostbare parel in een heerlijke schelp, de schoonste op aarde — aan het kruis echter hangt de Hoor vol wonden, zonder sieraad , zonder gedaante , met smaad en hoon verzadigd, met ellende en nood overladen , zoodat hij bijna geen mensch meer gelijk was. In het gouden huis

6

ocr page 86

82

der Onbevlekte Moedormaagd hoorde Jesus zonder oplionden den lof dos Hoeren als in een gohoiligden tempel ; „Magni-

„ticat anima moa Dominnm...... 11 ziel maakt groot

„don Jloerc, en verheugd heeft zich mijn geest in God, mijn ''/aligmaker! Omdat Hij nodorzag op de geringheid zijner „dienstmaagd 5 want zie, van nu af zullen alle geslachten „mij zalig prijzen : dewijl Hij groote dingen aan mij gedaan „heeft, llji die machtig is; en heilig is zijn naam! En „zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over de-„gonon die Hom vreozen. Hij heeft kracht gedaan door zjjn „arm: verstrooid heeft Hij die hoovaardig zijn in don waan „huns harten; machtigen heeft Hij van den troon gestort „en geringen verheven ; bongerigen heett Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden! Hij heott Israël, „zijn dienstknecht, aangenomen, indachtig zijnor barmhartigheid: gelijk Hij aan onze vaderen heeft toegezegd, aan „Abraham en aan zijn kroost in eeuwigheidquot;. (!) Doch aan het kruis hoorde Jesus niets dan godslasteringen, vloekon, verwenscbingen, hoon on spot en don schaterlach vau vele duizenden omstaandors. Maar niettegenstaande dit alles kroeg de H. Magdalena van Christus tot antwoord : ik was veel liever aan bot kruis. Ja, het heilig kruis was voor den minnenden Jesus do geliefkoosde plaats, welke Hij drie en dertig jaren lang gezocht had. ., //[j xpjvni/ op als een held, „die ter haan yaatquot;, (3) van het hoogste dos hemels daalde Hij in den zuiveren schoot dor moedermaagd en in den stal van Bethlehem neder , en werd eindelijk aan hot kruis' gehecht om voor geheel de wereld zijn Bloed te vergieten.

Dit verheven voorbeeld van den goddcljjken Zaligmaker beschouwende , bobben ton allen tijde de door God verlichte zielen oen vurig verlangen naar kruis en lijden gevoeld.

De H. Tberesia bemerkte in baar hart een heilige afgunst jegens degenen, die meer te lijdon hadden dan zij; zij verlangde dat geheel haar loven, even als een stuk doek, uit louter kruis en lijden zou geweven worden; haar spreekwoord was : „Heer , lijden of sterven !quot; Mot donzolfden heldenmoed tot hot lijden was ook de H. Maria Magdalena do l'azzis bezield : „Lijdon, o Heer, lijden 011 niet stervenquot;.

(1) Luc. 1: 46—55. (2)' I's. XVIil; G.

ocr page 87

83

Ook de H. Ignatius zegt: ,Alsquot;God u met kruisen en lijden bezoekt, dan geeft Hij te kennen groote zaken met u voor te hebben, u tot hoogere deugd en volmaaktheid te willeu geleiden ; want geen hout is zoozeer geschikt het vuur der goddelijke liefde te doen ontbranden als het hout des kruisesquot;.

De gelukzalige Angela Victorini hoeft don grondregel uitgesproken : „Een lood kruis weegt tegen een millioen gebedenboeken op, en een kwartier uurs met Jesus gekruisigd te zijn is moer waard dan honderd jaren lang de zoetste vreugde van het paradijs te genietenquot;.

En de H. Aloysius, deze engelachtige en zuivere ziel, die nauwelijks door de schaduw eener vrijwillige zonde ontsierd en tocli zoo diep in een zee van bitterheid en lijden gedompeld was, deze lieftallige Heilige , die niet minder door strenge boetvaardigheid dan door reinheid van leven heeft uitgemunt, verklaart, dat er geen zekerder kenteeken der eeuwige uitverkiezing bestaat, dan wel, wanneer men bij een overigens godvruchtig leven voel met wederwaardigheden en lijden te kampen heeft.

Welaan, arbeider Gods, met welke gevoelens zijt gij bezield? Hebt gij wellicht tot nu toe de eer en rijkdommen der ijdele wereld als het hoogste goed des levens beschouwd ? Hebt gij misschien uw onsterfelijke ziel zoo weinig geschat en derhalve het kruis en lijden ontvlucht? O, kom dan op den weg des kruises, en laat u verlichten door die vijf als goud schitterende wonden van onzen gekruisigden Verlosser, welke als vijf fonkelende sterren iu de donkere ruimte van uw hart glinsteren.

Men moet de lasten en moeilijkheden des levens met de oogen des geloofs beschouwen eu zich innig overtuigen, dat de korte tijd , welken men op deze aarde doorbrengt, slechts dienen moet om het geluk van zijn toekomstig leven te verzekeren. In plaats dus van het kruis eu lijden te ontvluchten, moet men het beschouwen als het groote middel om zijn hart meer cn meer aan de wereld te onthechten en voornamelijk te streven naar de onvergankelijke goederen dor gelukzalige eeuwigheid. Luister dan naar de zoo ernstige woorden welke /. H. Leo XIII tot de christenheid richt, en wil ze als richtsnoer van uw leven nemen. „Slechts danquot;, zoo spreekt hij , (1) ,,als wij het toekomend onsterfelijk leven

1

Encycliek „Uvcr hel Arbeiders-Vraagstukquot;.

ocr page 88

34

„tot maatstaf nomen, kunnon wij ovor het togenwoordige „leven onbevangen en lullijk oordeelon. Ware er geen ander „leven dan hot aardsche , dan zou daarmee hot begrip zelf „van zedolijkon plicht ten gronde gaan, en het bestaan hier „beneden zou worden tot een donker voor geen onkel verstand te ontsluieren raadsel. Getuigt reeds de natuurlijke „rede ons dit, tegelijk wordt het ons gewaarborgd door het „christelijk dogma, 't welk als grondslag van allen gods-„dienst de leer predikt, dat eerst bij ons heengaan uit dit „aardsche leven ons eigenlijk loven begint. Want God hoeft „ons niet geschapen voor de vergankelijke en broze goederen „van dezen tijd , maar voor do eeuwige goederen des Hemels, „en Hij heeft ons do aarde gegeven , niet als onze eigenlijke „woonplaats , maar alleen als een oord van ballingschap. Of „de mensch overvloed, dan wel of hij gebrek heeft aan rij k-„dom en andere dingen, die men goederen noemt, voor „zijn eeuwige zaligheid is daaraan niets gelegen, veel echter „is hun gelegen aan do wijze waarop hij van die goederen „gebruik maakt. Josus Christus heeft door zijn overvloedige „verlossing in geenen deele hot lijden weggenomen, dat „onzen levensweg tot een weg van smarten maakt, maar „Hij heeft ons dat lijden ten prikkel gegeven voor onze „deugd. Hij heeft er ons de gelegenheid mee geopend om „ons verdiensten to verzamelen, en niemand wordt de eeuwige „kroon deelachtig, zoo hij niet den smartolijken kruisweg „des Hoeren bewandelt. Wanneer wij met Hem lijden, zullen „wij met Hem hoerschen. (1) Dooi- zijn vrijwillig gedragen „lijden, door zijn smarten evenwel heeft de Heiland al „onze bezwaren en bekommernissen op wonderbare wijze „verlicht. Hij maakt ons het verduren van alle smart gemakkelijk , niet onkel door zijn voorbeeld , maar ook door „zijn genade en door het uitzicht op een eeuwig loon. „Immers, onze tegenwoordige voorbijgaande en lichte beproeving bewerkt ons een bovenmate groot gewicht van „glorie in de eeuwigheidquot;. (3)

Erken derhalve, christelijke werkman, dat uw ziel zoo kostbaar is , dat zij alle schatten en rijkdommen der wereld overtreft, dat een Godmonsch zijn heilig Bloed voor u vor-

(1) Timoth. II: 12. (2) 1 Cor. IV: 17

ocr page 89

85

goten hooft. Erken ook , dat die ziel , wolke gij hebt, nw oonigo is : zoo deze verloren gaat is alles verloren , zoo deze echter gewonnen wordt, hebt gij alles gewonnen. Door duizenden verschillonde gedachten wordt gij eiken dag overvallen , doch denk ook meermalen aan de woorden van den Zaligmaker, welke zooveel waarheid bevatten: „ Wat toch „haaf het den mensch, zoo hij yeheel de wereld wint, maar „zijner ziel schade lijdt.quot; (1) Ja, den weg des kruises bewandelende, welken do Heiland met zijn gezegende voetstappen voor n geopend heeft, «uilen de vreugde en genoegens dezer wereld , welke zoo ijdel , zoo nietig , zoo waardeloos zijn, u walgen. Beschouw mot den H. Paul us de wereld voor datgene wat zij werkelijk is, namelijk als modder en vuilnis. Eiken dag worden duizenden en duizenden door den onver-biddelijkon dood weggerukt, vele jeugdige personen kunnen sterven, alle bejaarde moeten sterven. Leef nu om Godswil niet op die wijze, alsof gij alleen van allen zoudt moeten overblijven, maar draag gaarne en gewillig hot kruis, dat de goede God op nw schouders heeft gelegd , dewijl het u tot heil zal strekken; draag het met de gevoelens van Jesus Christus, opdat hot ook eenmaal voor u hot toeken dor eeuwige zegepraal zij. Pront daarom do grondbeginselen van een godvruchtig schrijver diep in uw gemoed, om aldus hot kruis dos levens met nut en voordeel te loeren dragen.

1. Erken in elke wederwaardigheid, van don beginne af, dat gij zo verdiend , door uw zonden zelfs nog veel grootore verdiend hebt, als God ons volgens zijn strenge rechtvaardigheid en do grootheid onzer beleedigingen wilde oordeelon.

i. Neem aanstonds uw toevlucht tot hot gebod, en smoolc van God ootmoedig do genade af, om hot kruis in zijn geest en volgens zijn hart aan te nemen. Zog tot Hom : Gij ziet miju lijdon, o God, kom mij ter hulp, zonder uw bijstand moet ik bezwijken.

3. Neem het kruis aan in een geest van boetvaardigheid over uw zonden. Do eoiüge gedachte: ik hob de hel verdiend , een enkele doodzonde is voldoende mij daarin voor eeuwig neer te storten, en ik heb zooveel ten mijnen laste, — zal deze gedachte alleen ons niet tot allo lijden gereed maken, om daardoor de eeuwige straften te ontgaan 'i

1

Matth. XVI: 26.

ocr page 90

86

4. Vereenig alle moeilijkheden, welke ix mogen overkomen, mot het lijden van .Jesus Christus; deze vereeniging zal zo verzachten, heiligen, en ze zelfs gemakkelijk en troostvol doen worden. Het is immers waar : ik lijd, maar ik lijd voor mijn God, die met mij lijdt! Ik vereenig mijn zuchten met zijn zuchten , mijn tranen met zijn tranen : wat kan er bij zulk een levend geloof troostvoller zijn;-'

5. Bid niet uitsluitend om van uw lijden bevrijd te worden, maar slechts om den goddelijken wil in alles te kunnen volbrengen. Hij weet beter dan wij wat ons noodig is; zeg met Jesus Christus: „Ach Heer, laat dezen bitteren kelk des lijdens 7nij voorbijgaan!quot; doch voeg er ook bij „echter niet mijn, maar uw wil geschiede!quot;

(j. Onttrek u niet lafhartig aan den last des kruises welken God u oplegt. Wij zoeken dikwijls ons te troosten en den last van onze schouders te werpen; wij ontvluchten een kruis om een zwaarder te vinden ; draag dan dat kruis , hetwelk Christus u aanbiedt, het komt uit zijn handen en zal ons in zij-n goddelijk Hart binnenleiden.

7. Herinner u dikwijls wat de Heiligen voor den hemel geleden hebben; beschouw hen in den kerker, op de pijnbanken , op gloeiende roosters ! Beschouw de heilige bootvaardigen in hun wildernis, met een haren kleed bedekt, tranen stortende, en niet zelden zich ton bloede toe geeselende ! Wat is al uw lijden in vergelijking met het hunne ?

8. Stel u dikwijls voor den geest, dat slechts twee wegen naar den hemel leiden: de weg der onschuld of die der boetvaardigheid. Daar nu echter de een voor mij gesloten is, zoo staat voor mijn redding nog slechts de weg der boetvaardigheid open , en deze is de laatste plank, welke mij uit de schipbreuk naar de haven brengen kan , en mij door den Heer wordt aangeboden. Zal ik ze afwijzen, en mij voor eeuwig ongelukkig maken ?

!). Beschouw het kruis niet altjjd als een straf of als een ongeluk ; dikwijls is het een buitengewone genade van God, welke ons zal beproeven, louteren, aan de wereld en ons zelf onthechten en tot Hem voeren zal. Zijn dit nu straffen , of zijn het niet veel meer gunstbewijzen ?

10. Spreek niet dikwijls met anderen over uw lijden ; dit is niet zelden een al te natuurlijke bevrediging uwer ijdelheid,

ocr page 91

87

of hot gcoft te kennen dat men met Gods beschikkingen niot tevreden is. Intusschon is ocn voorzichtige Yerti-ouwclijkheid met ecu waren vriend , wieii men zijn hart wil. ontsluiten , niot te verwerpen, doch wij moeten ons lijden kenbaar maken vooral aan Hem, die gézogd hoeft: „Komt tot Mij, yij ullr)i, v(lie vermoeid au beladen ^ jt, en ik zal u vefkwilil'en.1 Overigens moet men zich niet altijd mot zijn bekommernissen bezig houden , en gedurig daarover denken , wat de kwaal slechts verergert, in plaats van zo te verzachten.

11. Herinner u dikwijls do heerlijkheid en liet geluk, dat ons lijden in den hemel verworven zal ; wij zullen eenmaal gedurende do ganscho eeuwigheid den Heor daarvoor prijzen, dat Hij ons een kruis hoeft overgezonden, zonder hetwelk wij wellicht onvormijdelijk zouden zijn verloren gegaan, en vele heiligen zouden zich zonder dozo boproovingon en kommer ouder do verworpelingen bevinden.

12. Bedenk eindelijk, dat ons lijden eens eindigen, onze lijdenskelk wellicht spoedig geledigd ziju zal. Xog eonige jaren van beproevingen, nog eonige dagen van strijd en dan, welk oen troost: in hot heldere licht van den goddelijkon /oon mot het kruis voor Gods aanschijn te kunnen verschijnen ! Overigens is het oen dwaling te meenen, dat men allo verdiensten zal verliezen, als men do last des lijdons gevoelt en smartelijk vindt. God veroordeelt het gevoel van hot lijden niet, dewijl dit een natuurlijke werking is; Hij eischt geen ongevoelig , maar een overgegeven hart; Hij versmaadt do tranen niet, doch zal ze veeleer heiligen, daar Hij zelf bij den dood van Lazarus weende , en zijn Vader bad deu kelk des lijdens te laten voorbijgaan.

Sterke zielen nemen het lijden niet slechts met volle over-geving, maar ook mot vreugde aan; doch zulke heldhaftige gevoelens vordert (Jod niet van allen, al mogen diegenen gelukkig genoemd worden, die zicli zulkon heldenmoed bewust zijn, en tot het hoogste toppunt dor deugd gebracht, temidden hunner smarten en wederwaardigheden jubolon en hun vreugde te kennen geven.

ocr page 92

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Het Hart, dat den werkman waarlijk bemint.

rocii do koninklijke Profeet David do heiligheid der wetteu overwoog, welke God do lloer zijn volk had gegeven, toen lijj do verhevenheid zijner geboden, de zuiverheid zijner leer en de zoetheid van zijn juk beschouwde, kon hij zich niet onthouden in oen heilige verrukking uit to roepen : „God-„deloozen deden mi] vertooyen, maar zij stroohten niet met „uwe wef (1) zjj wilden mij een andere wet en leering verkondigen , die met do uwe, o lieer, in strijd waren: docli „verre zijn zij af ran mre iref (3) hoe weinig zijn hun drogredenen met uw heilige voorschriften in overeenstemming !

Ach, terwijl deze schijnvrienden, zooals de Heilige man Job zo noemt, deze lastige vertroosters u verwachtingen inblazen, welke volgens him zoggen de bron uwer tranen zullen drogen, terwijl zij onder hot voorwendsel de wonden uws harten te genezen, uw geest door vele dwaze en valsche redeneeringen verwarren : daar vertoont zich dc goddelijke Heiland aan u o]) een geheel andere wijzo, daar spreekt Hij een geiioel andere taal tot uw harten.

Ware het mjj toch gegeven mijn pen in die brandende verrukkingen van den Apostel der liefde te doopen, om u in hot kort een beeld van dozen uwen besten vriend on weldoener te schetsen, om n de van liefde brandende woorden aan te wijzen, welke Hij tot zijn werklieden — want dit waren zjjno Apostelen , sprak : woorden van hot eeuwig leven, woorden eener eeuwige liefde.

Ja, deze Jesns heeft zich vertoond als dien oprechten vriend, dien wij in de droefheid der godvruchtige zusters van Lazarus zoo hartelijk zien deelnemen , over wiens smart wij de Joden verbaasd zien, die getuigen zijner tranen waren ; Hij is de liefdevolle Vader, die bij den terugkeer van den verloren zoon slechts aan diens groote schuld denkt, om de maat zijner ontfermende liefde volgens de grootheid van zijn

(1) Ps CXVlli: 85. (2) Ibid. : 150,

ocr page 93

89

ontrouw on misstap to regelen. Hij is uw goede Herder, die liet verdwaalde schaapje opzoekt, het op zijn eigen schouders noemt, om de moeite van diens terugkeer te vergemakkelijken , en zelfs zijn leven geeft om het doodvonnis af te wenden, dat het door zijn schuld verdiend had. Hij is die weldadige man, wion nn zijn dood liet getuigenis gegeven wordt dat zijn mildheid voor allen nuttig -was, want „Tij „(juuj al weldoende en allen genezende voort.quot; (1) Diezelfde is ook uw trooster, die allen tot zich roept, welke vermoeid en beladen zijn. Hij is uw meewaardige rechter, die de vrouw, in overspel bevonden, vergeving schenkt en de aanklagers beschaamde , tegen wien de haat en nijd zijner verbitterste vijanden geen andere beschuldiging konden inbrengen, dan dat hij vol goedheid voor de zondaars was.

Deze Godmcnsch was het, die op den vooravond van den dag , waarop een volk door Hem met weldaden overladen , met verbitterde woede zijn dood eisclito , tranen stortte over de rampen en ellenden, ■welke Hij om den Godsmooi'd over die stad zag nederdalen. Deze Godmcnsch, wiens almachtige stem de stormen tot bedaren brengt, en de dooden uit hun graven doet te voorschijn treden zal deze dan niet do macht bezitten uw kommer te lenigen , welke uw hart bezwaart ? Zijn liefdevel Hart, eenmaal voor alle ongelukkigen geopend, zal dat nu ontoegankelijk zijn voor uw tranen, voor uw zuchten ? Neen, uit hot Tabernakel klinkt de hemelscho stem van dezen hartelijken, teederen vriend; komt, roept Hij ons toe, komt tot Mij, uw lijden, uw ongeluk geeft u nieuw recht op mij'no warme liefde ! Komt tot Mij, wie gij ook zijt, bij Mij vindt gij troost, in Mij vindt gij rust, komt tot Mij allen, die vermoeid cn beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Uw vrienden vergeten u, ga dan tot Hem wiens liefdon niet vergeten zal, wiens liefde uiet beperkt zal zijn. Deze Vriend belooft u rust en troost te midden van al uw lijden en droefheden en zijn woord is onfeilbaar.

O, kon ik toch, zooals reeds gezegd is, met de adelaarspen van een Joannes de woorden van Jesus nederschrijven, welke Hij tot zijn diepbedroefde werklieden - namelijk tot zijn apostelen en leerlingen gesproken hoeft. Ik zou u het Hart

1

Act. Apost. X ; 38.

ocr page 94

90

van don Godmenseh, in do diepste smart verzonken, voor oogen st(dloii : ik zou u dezen Verlosser afmalenop liet oogenblik dat iijj, van zijn heilige Moeder afscheid nemende, bereid is do hevigste smarten te lijden, opdat wij van don dood bevrijd worden. Xog was zijn ziel vervuld van het gevoel oener smart, welke ook een minder gevoelig hart zou verscheurd liebben en een ander lood overstroomt reeds zijn ziel. Een zijner geliefde leerlingen heeft zooeven voor de eerste maal deel mogen nemen aan het H. Sacrament zijner liefde — doch do eerste II. Communie was een heiligschennis en spoedig verlaat hij op een tronwelooze wijze zijn meester; nog draagt hij het onderpand der teederste liefde van Jesus in zijn hart — en reeds gaat hij hoen om zijn Meester te verkoo-pon, om Hem over te leveren aan hen, die zijn dood gezworen hadden. Tevergeefs wondt Jesus allo middelen aan om hem van dit huiveringwekkend voornemen terug te houden. Xadat hij hem de leer des ootmoeds door zijn bewonderenswaardig voorbeeld heeft aangetoond, daar Hjj, ter aarde neergeknield, hom de voeten gewasschen had , geeft 11 ij hom te verstaan , met zijn duivelsch voornemen bekend te zjjn ; Hij maakt hem opmerkzaam op do verheven waardigheid van Apostel, waartoe Hij hem gekozen heeft en laat hem in zjjn goddelijk Hart de droefheid lozen , welke zijn voorgenomen misdaad hem veroorzaakt. De verrader echter wederstaat al deze zachtmoedigheid , hij verlaat zjjn lieer en gaat tot diens vijanden. Jesus weet en ziet dit alles en zelfs de beschouwing eener zoo verregaande ongetrouwheid vermag in zijn hart slechts gevoelens van medelijden voor dit monster op te wekken.

i)it was de toestand van Jesus' Hart in dien droevigen nacht; en te midden van het lijden dat Hem de herinnering aan de scheiding van zijn innig geliefde Moedor en de beschouwing der ondankbaarheid van een zijner Apostelen veroorzaakt, beijvert Jesus zich zijn leerlingen te troosten, terwijl Hij hen moet kenbaar maken, dat Hjj verplicht is van hen te scheiden, hen te verlaten om het offer te volbrengen. Reeds had Hij met hen het l'aaschfeest gevierd, reeds had Hij het laatste onderpand Zijner liefde. Zijn Goddelijk Vleesch en Bloed , geschonken nu had zijn van droefheid overstelpt Hart behoefte aan rust. Doch Iljj ziet

ocr page 95

91

zijn Apostelen treuren, Hij wil hen niet in dezen toestand liiten, en voordat Hij do zaal verlaat, haalt Hij oenige troostgronden aan, welke bovenal geschikt zijn de wonden hunner harten te genezen , hun smart te lenigen. Hij spreekt met hen van zijn heengaan , doch toont hun aan , dat deze schoiding niet minder noodzakelijk is voor zijn verheerlijking dan voordeelig voor hun geloof, fk ga heen, zoo sprak Hij en keer terug tot den Vader, die mij gezonden heeft, en gij zoudt moeten trachten de plaats te leeren kennen waar ik heen ga; doch gij geeft u der droefheid over. Gij zult van mijn aanwezigheid beroofd worden, maar nog een weinig tijds en wij zullen wederom vereenigd zijn , en de blijdschap van dit wederzien zal volkomen zijn, omdat men deze vreugde niet moer van u zal kunnen wegnemen.

En om dit nog duidelijker te maken , om nog beter door hen begrepen te worden, stelt Jesus hun het beeld eeuer moeder voor, en welk een zoet voorwerp voor een bedroefd hart is toch de teederheid eeuer moeder! vEen vrome, „wanneer zij haart, heeff droefheid, omdat hare ure gekomen „/.s; doch wanneer zij het kind heeft gebaard, gedenkt zij „haar benauwdheid niet meer, uit blijdschap dat er een „jnensch ter wereld geboren isquot; ; (*) een moeder is schadeloos gesteld voor de onderstane smarten, zoodra zij het geliefde kind aan het hart kan drukken, dat nu reeds een voorwerp der hartelijkste toegenegenheid geworden is.

Ook tot u, zijn geliefde werklieden, richt de Verlosser do-zelfde woorden , ook tot u roept hij ; gjj zijt nu met lijden en droefheid overladen, doch do ure zal komen, waarop deze een einde zullen nemen , uw hart zal eindelijk vervuld worden met blijdschap, met een vreugde, welke u niemand ontnemen kan. O , met welke teedere liefde vermaant iiij do zijnen zeggende : moge uw hart zich niet der onrust overgeven ; als ik van u heenga, geschiedt dit voor uw eigen voordeel; ik ga heen om u een plaats te bereiden in hot verblijf der gelukzaligheid, en het is voor mij een zoet genoegen dit met u te kunnen deelon. ik keer terug tot mijn Vader, doch daarom verlaat ik u niet; zoo ik tot hem terugkeer, doe ik dit slechts om u spoedig tot mij te roepen,

(4) Joes XVI : 21.

ocr page 96

92

on hot goschiodt ton einde u op to nomen in eon levon , verborgen in God, do bron dor eeuwige gelukzaligheid zelf. Zoo iemand uwer mij bemint, hij ondorhoudo mijn geboden, en ook mijn Vader zal hem liefhebbon, wij zullen tot hom komon , mijn Vader en ik, en wij zullen in hom verbljjvon. Do Goost van liefde zal komen , hij zelf zal u de onderhouding dezer geboden loeren , hij zelf zal uw leeraar zijn.

Josus vernieuwt zijn wensch, roods vroeger uitgedrukt, zich der droefheid niet over te geven ; Hij wil dat zij zich uiot door do vrees laten overheerschen, waarom llij zegt: Als bij mijn afwezigheid uw harten om mijnentwille mot droefheid vervuld worden, beurt u dan op door de gedachte aau de heerlijkheid , die mij bereid is , aan do tevredenheid, welke ik vind in do vervulling van don wil mijns Vaders , waardoor ik hem mjju liefde betoon. Treurt gij echter om u zelf, denkt dan aan do liefde, welke ons vereenigt, aan den bijstand, welken deze voreeniging u verzekert, en aan hot recht, dat zij u schenkt om alles van mijn Vader te verkrijgen. In mijn liefde tot u wil ik mij geen andor voorbeeld stellen dan do liefde mijns Vaders te mijnon opzichte. Gij kunt u door uw getrouwheid, mijn voortdurende toegenegenheid verzekeren, gelijk mijn gehoorzaamheid aan mijn Vader mij do voortzetting der zijne verzekert, lloo zoor toch is deze gedachte geschikt om uw harten met vreugde to vervullen, zooals hot mijne daarmede vervuld is. Ik hob u behandeld als mijn meest geliefde vrienden; ja, ik ben bereid mijn leven voor u te geven; ik heb geen enkele nijjuor gedachten voor u verborgen gehouden. Niet gij hebt nijj gekozen , maar mijn liefde hooft u uitverkozen om u een zoo innig aandeel in mijn hart te schonken, on opdat gij die vorhovene roeping zoudt vervullen, tot welke ik u bestemd heb. En toon hierop de Goddelijke Zaligmaker gewaagde van den haat, welken de wereld tegen Hom had , niet om zich daarover te beklagen , maar om hen voor te bereiden om met Hom die haat to doelen , welke ook hen om hun getrouwheid jegens don Moester treffen zou , om hen voor te bereiden tot do gruwzaamste folteringen , welke uit die haat zouden voortspruiten, maakten nieuwe angst en vrees zich van do leerlingen meester. Bij de droefheid Josus te ver-

ocr page 97

93

liezen , voegde zich de onrust zonder Hem , zonder zijn hulp te zullen bezwijken in de stormen, welke Hij hun voorspelde. Doch het Hart van Jesus wilde hen weder aanstonds henioe-digen: „Gij geeft u der droefheid over dewijl gij meent dat ik u verlaat; de smart schijnt uw lippen te sluiten , en gij vraagt mij niet naar do oorzaak mijner scheiding ; het geschiedt tot uw grooter goed , dat ik tot mijn Vader terugkeer , daar hij u zijn geest, den Trooster, zal zenden, wiens goddelijke leering u zal onderwijzen en u den vrede en de rust wedergeven. In mijn afwezigheid zijt gij der droefheid overgegeven en tranen zijn van nu af uw aandeel; doch van dezen geest vervuld zult gij de smarten leeren dragen. Hij is het, die in deze treurige oogenblikken tot uw hart zal spreken, die uw blikken op gindsche gelukzalige toekomst vestigt en u leert erkennen hoe kort de scheiding duren zal. Hij is hot, die u eindelijk terugroept en tot dat gelukkig-verblijf voert, waar uw tranen in blijdschap zullen veranderd worden , in een vreugde, welke alle wenschen uws harten bevredigen zal. In afwachting van dit gelukzalig oogenblik, waarop gij niets meer zult kunnen verlangen, blijft u het gebod, dat krachtig middel, waardoor gij alles, wat gij verlangt, van Mijn Vader vorkrijgen kunt. Alles, wat gij den Vader in Mijn naam zult vragen, zal u geworden. Het is niet noodig u te zeggen, dat ik bij Hem mijn smeekingen mot do uwe vereonigon zal, doch mijn Vader zal u verhoeren omdat Hij u liefheeft, en Hij hooft u lief, wijl gij mij bemint on in mij gelooft. Van zulke troostvolle woorden vlooide op het oogenblik van scheiden het liefdevolle Hart van Jesus over ; zoo sprak Hij in do ure dor liefde tot de werklieden , die Hij tot ziju apostelen had uitgekozen. En is diezelfde Jesus, die mot zulke hartelijke woorden de zijnen in de ure der droefheid troostte on aanmoedigde, nu niet in ons midden? Heeft Hij dan niot gezegd : „/ie , ik ben met u allo dagen tot aan do voleinding der wereldquot; ? Klopt zijn liefdevol Hart daar ook niet voor ons , en in het bijzonder voor hen , die vermoeid en beladen zijn ? O , christelijke werkman, uitverkoren leerling van Jesus , wijk niet van de voeten van dozen Groddelijkon Vertrooster ! Denk in stilte na over de verhevene leer, welke gij zoo even hebt vernomen , de leer van troost,

ocr page 98

94

welke uit dat Hart voortspruit, dat, gelijk het zelfs het bedroefdste van allen is, echter ook nog ten zeerste de smarten van anderen gevoelt. En ten tijde van droefheid zal die rust in uw hart wederkeeren , welke, zonder de weemoed , dat erfdeel van Jesus, daaruit te verbannen, toch de bitterheid zal verzoeten, en dan zult gjj met dankbaarheid de kinderlijke bekentenis der gelukkige leerlingen herhalen: Hoe brandend was ons hart, toen hij niet ons sprak, hoe luisterden wij naaide Goddelijke lessen , welke hij tot ous richtte !

Het is daarom een duivelsche bekoring en een helsche poging, welke in onzen treurigen tijd maar al te veel slaagt, den werkman verwijderd te houden van de bron des levens , hem zoo vast aan de machine te hechten, dat hij zelfs op Zon- en Feestdagen niet eens het Hart van Jesus kan opzoeken , om daar weder getroost, gesterkt te worden , om daar nieuwen moed te scheppen en zijn ijver op te wekken en te vernieuwen. Ontbreekt hem echter deze troost, deze opbeuring — dan zal hij ouder het zware kruis bezwijken, dan blijft hem slechts vertwijfeling over, als zijn smart en droefheid uitgestrekt is als de zee. Xeen , christelijke workman , niemand heeft liet recht u deze bron af te snijden , u van Jesus Hart te verwijderen. Niemand heeft het recht te verlangen , dat gij, na bereidwillig uw lichaamskrachten inden dienst uws meesters besteed te hebben, ook nog het heil uwer ziel, uw zaligheid ten offer zult brengen. Zie, Jesus verblijft in ons midden als onze Geneesheer, Verlosser, Zaligmaker , alleen uit liefde, uit medelijden eu ontferming, „Het is de liefdequot;, zegt de H. Bernardus , „die hem overwint, die hem onder de kinderen der menschen gevangen houdtquot;. En waarlijk, die liefde, welke God den Heer als het ware gedwongen heeft om van den prachtvollen hemel in een ellendigen stal neder te dalen en op Golgotha te sterven, kan geen grootere zegepraal behalen, want in het Allerheiligste Sacrament des Altaars ontneemt zij Hem alle teekenen zijner goddelijke Majesteit; zonder ophouden slachtoffert zij Hem op onze Altaren. Zij veroordeelt Hem op alle plaatsen en op ieder uur voor ons te leven eu te sterven. Men kan met volkomen recht zeggen , dat geheel het leven van Christus in dit aanbiddelijk geheim bestaat in te be-

ocr page 99

95

minnen. Juist omdat do Heer ons bemint, hoeft Hij zijn verblijf in ons midden willen nemen, daarom slachtoffert Hij zich op onze Altaren, daarom geeft Hij zich aan ons- als Voedsel der ziel. Welke verhevene en troostvolle gedachte ! Verschaft de tegenwoordigheid van een geliefden vriend ten tijdo van droefheid ons reeds een grooten troost, hoe gelukkig moeten wij ons dan achten Jezus, de bron van alle troost, in ons midden te hebben, zoodat wij elk oogenbJik ons met Hem kunnen onderhoudon. Hem ons lijden, onze angsten, onze bekoringen kunnen blootleggen. Hij vernieuwt zelfs hier op hot Altaar, al de wonderen van zijn sterfelijk leven, alle weldaden zijner liefde: de blinden krijgen het gezicht, de dooven het gehoor, do melaatschcn worden gezuiverd, de dooden staan op; een geheimvolle kracht gaat van Hem uit eu maakt allen gezond. Deze woorden van het Evangelie gelden ook van don in hot Tabernakel verborgen Heiland. En inderdaad , zielen , in welke hot homelscho licht was uitgedoofd , worden opnieuw door do lichtstraal der waarheid beschenon ; harten welke sedert langen tijd door oen geestelijke doofheid overvallen waren, hooren weder de zoete stem dor genade en volgen haar ; zondaars , bedekt met de molaatschheid der afschuwelijkste ondeugden, worden gereinigd , dooden staan op uit het graf hunner euveldaden , en beginnen oen nieuw Grode wolgovallig leven, en een rijke overvloed van genade en troost stort zich in al die zielen uit, welke hun toevlucht nemen tot don Vertrooster, die onder de eenvoudige gedaante van brood in het Allerheiligste Sacrament verborgen is.

is dit nu niet do bron , waaruit ook do werkman kracht en moed , troost en vreugde in zijn lastig beroep scheppen zal ? Is deze niet de vriend, die hot goed mot hem meent ?

Of kunt gij nog aan zijn liefde twijfelen?.....,Een yetroutve

„vi'ieudquot;, zegt Sirach's wijze Zoon „/.v een sterke hescUuttiny , ven die hem (jevonden heeft, vond een schat. Niets is met een „(/etrouwen vriend te vergelijken , en geen goud of zilver ver-„dient geicocjen te ivorden tegenover dm schat zijner getrouw-„heid. Een getrouwe vriend is artsenij voor het leven en de ^onsterfelijkheid, endie den Heere vreezen zullen dien vindeii\(*)

(s) Eccli. VI: 14—10.

ocr page 100

96

Voorwaar, het gebeurt zeer zelden, dat iemand in geheel zijn leven een enkelen aantreft, en dan is het nog moeilijk dien te behouden. Doch wij , uitverkoren kinderen, wij behoeven niet lang te zoeken , want hij zoekt ons op ; zie, zoo zegt hij , ik ben met u alle do dagen tot aan de voleinding dor wereld !

In een dor grootste fabrieksplaatsen van .Beieren vindt men in een arbeidersbuurt een eenvoudig, onaanzienlijk kerkje dei-Paters Capucijnen, den H. Sebastianus toegewijd. Rondom verheffen zich tallooze schoorsteenen hoog in de lucht en werpen dikke rookwolken ton hemel, als wilden zij de schitterende zon in een zwarten sluier hullen, dit helder oog van den Allerhoogste bedekken , opdat het de zonden niet zou aanschouwen , welke de aarde ontheiligen. Welke nietige , welke bescheiden plaats toch neemt het torentje dezer kerk in te midden der zich hoog in de lucht verheffende teekeus onzer nijvere eeuw , — en toch is dit onbeduidend torentje een welsprekend teeken , dat velen den weg tot hun eeuwig verblijf aantoont, liecds in liet vroegste van den morgenstond , als nog bijna allen in een zoeten slaap gedompeld liggen , ruischen de zilveren tonen van het kerkklokje over de bedompte stad, om den werkman tot een bezoek aan Jesus uit te noodigen alvorens met don zwaren arbeid een aanvang te nemen. En zie, de motalen tong van den goeden in het Tabernakel verborgen Jesus roept niet tevergeefs: van alle zijden naderen kinderen van God , om hun Vader den morgengroet te brengen, om de bescherming en zegen onzer moeder voor den nieuwen dag af te smeeken. Mannen, door den langen en zwaren arbeid gekromd, treden het heiligdom binnen; vrouwen en meisjes, bij wie de zorgen en moeiten des levens smartelijke trekken in het bleeke aangezicht hebben achtergelaten, komen in dit tot godsvrucht stemmend kerkje, — en weldra omgeeft het gemeenschappelijk en luid gebod der vrome fabrieksarbeiders als een geurige wierook het Heilig Altaar.

Een grijze, eerbiedwaardige Pater, die zijn zorgen aan het geestelijk welzijn dezer door de wereld zoo karig bedeelden besteedt, — en wien die goede kinderen in hun eenvoud niet anders dan hun „Vaderquot; noemen , — begeeft zich naar den

ocr page 101

97

biechtstoel om de rouwmoedige belijdenis van den een ot anderen te aauhooren en het troostvolle woord der vergeving tot hem te spreken, om sommigen in hun lijden op te beuren, anderen te wijzen op de gevaren, met welke zijn vijanden hem omringen, allen tot nauwkeurige vervulling hunner godsdienstplichten aan te sporen, om aldus aan de oplossing van het sociale vraagstuk mede te werken. Daarna draagt hij de H. Mis op, waaronder mannen met godvruchtig gevouwen handen, vrouwen ou meisjes met neergeslagen oogen aan de Tafel des Heeren plaats nemen om met aandacht den goeden Jesus in hun hart te ontvangen. Na de dankzegging verricht te hebben, begeven zij zich naar hun werkplaatsen, om daar den dienst hunner lichaamskrachten als een offer aan den goeden God op te dragen.

O , hoe vele zondaars hebben aan dat nietig kerkje den vrede Gods te danken, dien zij daar na zoovele afdwalingen terugvonden. Hoe velen - op het punt van onder den al te zwaren last van liet kruis dos levens te bezwijken, hebben daar weder moed en kracht gevonden, om martelaars van hun afmattend beroep te worden. Eu hoe vele jongelingen verkrijgen daar de genade, welke hen zal beschutten en staande houden in de veelvuldige gevaren van het dikwijls toch zoo treurige fabrieksleven ! En zij allen worden niet in de war gebracht door liet sociale vraagstuk, dat zoo vele gemoederen in beweging brengt: Zij zijn tevreden en gelukkig , in zooverre dit in hot tranendal des levens in het algemeen mogelijk is.

En de bron, waaruit zij hun vrede en tevredenheid putten, is hot Tabernakel, is het daarin verborgen goddelijk Hart van Jesus. Hot geloof leert ons immers , dat het Allerheiligste Sacrament des Altaars de bron is van hemelsche kracht en sterkte togen do slechte driften, welke de droevige oorzaken van zoo vele ellenden op aarde zijn. Het is het Brood der sterken, dat den christen hardt, om niet alleen alle kwellingen te boven te komen, maar ook om alle vijanden der zaligheid ten onder te kunnen brengen. Wat het stoffelijk voedsel in hot lichaam bewerkt, dat brengt deze hemelsche spjjze op een geestelijke wijze in de zielen voort, zoodat zij met waarheid genoemd mag worden : „een bivod dat 's memchen hart versterkt.quot; (*)

(*) Ps. C111: 15.

7

ocr page 102

98

Het allerheiligste Sacrament des Altaars vereenigt verder den mcnseh op het innigste met God : „die mijn vleesch erf ven mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik in hemquot;', (1) zogt de goddelijke Zaligmaker. Daarom is het na de H. Communie niet meer de mensch, die met den helschen vijand te kampen heeft, het is God zelf, die in ons en voor ons strijdt en kampt. Waar echter Jesus, de inhoud van allo heiligheid en volmaaktheid, verschijnt, daar moeten de booze geesten de vlucht nomen, daar moeten do hartstochten zwijgen. „Verblijft Christus in ons'quot;, zegt de 11. Cyrillus, „dan brengt hij de onstuimige wet onzer ledematen tot bedaringquot;. Daarom ook is de H. Kerk , wier gebeden altijd getuigenis geven van goddelijke ingeving, gewoon om hot plechtig oogenblik waarop Christus, de Hoer, op liet Altaar nederdaalt, dien heerlijken Hymuus aan te heften, welke voor hare kinderen als het ware een onderpand dor zegepraal is: „O Salutaris hostia......quot;

Dit hemelsch brood verleende ook den heiligen martelaars de kracht eerder don smartelijksten dood te onderstaan dan aan de bedreigingen en verleidelijke beloften hunner vervolgers toe te geven cn hun geloof te verloochenen. Op dezelfde wijze versterkt het ook tegen de kwellingen des levens en zelfs tegen de angsten van den dood. Wat behoeft hij te vreezen, die Jezus in zijn hart draagt en daarom door Hem, door zijn liefde oneindig sterk is, en om die reden zeggen kan: „Als Jesus voor mij, zelfs met en in mij is , wie of wat kan dan tegen mij zjjnquot;, — die mot den apostel kan getuigen: vermag alles in Hem, die

mij versterktquot;. (3) /ie, hoe do heiligen Gods te midden der gruwzaamste folteringen, in hot smartelijkste lijden, in den zwaarsten druk, zoo geheel overgegeven, zoo kalm en gelaten, ja vol van heilige vreugde zijn. Jesus is bij en in hen — en dit maakt hen als oneindig sterk.

Eiudelijk, de H. Communie is ook een bron van don zoetston vrede , der innigste vreugde voor do geloovige ziel. Het is Jesus, die zich mededeelt, en Hem bezitten, lij Jesus zijn, dit is 's hemels zaligheid; ja, het is op (ie 11. Communie, dat men do woorden van H. Geest mag toc-

(1) Joës. VI : 57. (2) Phil. IV: 13.

ocr page 103

90

passou : „ (lij verschaft cl hun ran den hemel een (jeyeed hrood, „zonder arbeid, een hrood, dat allerlei naru/enuimn en allerlei „lekkeren smaak hadquot;. (*)

Doze uitwerksels van liet Allerheiligste Sacrament des Altaars kan men in een enkele werkplaats bespeuren, waar vele arbeiders vereenigd zijn. Beschouwt hen, die Josus niet willen kennen, welk mismoedig, verdrietig gezicht toonen zij ! Hoort hen morren ou klagen, lioe ieder loon hun te laag , iedere arbeid, iedere moeite te zwaar is ! Ziet, hoe zij de hoofden bij elkander steken en woede en wraak spuwen, hoe zij samenspannen tegen allen en een ieder , die niet met hen zjjn , die niet dorsten naar geld en bloed , die niet hongeren naar have en good. En beschouwt de anderen. die gij des morgens aan do Heilige Tafel kunt zien, welke hemelsche vrede straalt uit hun oogen, welke tevredenheid vertoont zich op hun aangezicht, welke vreugde en opgeruimdheid welt van hun lippen : o dag der Heilige Communie en der zalige liefde! Wie vermag uit te spreken, met welke vreugde Jesus een zuivere ziel vervult, welke zoete tranen opwellen uit de oogen dergenen , die hun Jesus op een waardige wijze ontvangen hebben. Ja, met de in-nig'ste liefde roept zulk een ziel tot Jesus, en verlangt vurig tot Hem te mogen naderen om zich te dompelen inden rijkdom der genoegens, in den overvloed der allerzuiverste vreugde en blijdschap.

(-) Sap. XVI; '20.

ocr page 104

ACHTSTE HOOFDSTUK.

Wereldgeest en zingenot, onverzoenlijke vijanden van den werkman.

Om den naam van Christen te verdienen, is niet slechts do belijdenis des quot;'eloofs , maar ook de kennis en beoefening der christelijke deugden noodig. Daarvan hangt niet alleen de eeuwige zaligheid af, maar ook de welvaart en rust der menschelijke samenleving en der maatschappij. Onderzoekt men echter de levenswijze van hot groote getal , dan zal een ieder moeten toegeven, dat de zeden, zoowel in het maatschappelijk als in hot bijzonder leven , ver van do Evangelische voorschriften afwijken. Maar al te zeer schijnt het woord van den Apostel Joannes op dezen tijd toepasselijk : y,Alles trut in de iverelcl is, is hegeerlijkheid des vleesches, „heg eerlijkheid der oog en. m hoovaardigheid des levens. (*) Do meesten toch vergoten uit wiens handen zij gekomen, tot welk doel zij goroopon zijn , houden al Imu zorg en aandacht gevestigd op de nietige en voorbijgaande goederen, en worden in strijd met de natuur en mot omverwerping der redelijke orde , vrijwillige slaven van die driften waarover de mensch , volgens het voorschrift der rode zelf, moet hoerschen. Men volgt niet meer den waren geest der verhevene leer van Jesus Christus, maar laat zich te veel geleiden door den bedorven geest der wereld , tegen welke de Zaligmaker een schrikkelijk „Weequot; heeft uitgesproken.

De uitdrukking „wereldquot; hooft verschillondo botoekenissen : hier wordt de wereld verstaan als het toonoel der ijdelheid , als de school van het zingenot, als do plaats der vermaken, als het middelpunt der woekelijkheid , do zetol dor ledigheid, het rijk der zinnelijkheid ; deze is do wereld , voor welke de christen in hot Evangelie wordt gewaarschuwd, welke niet door God is geschapen , maar door do eigenliefde en hartstochten der menschen gevormd, on wier Heer en Koning niet Jesus Christus , maar wier vorst de duivel is.

Deze is die wereld , van welke do H. Joannes schrijft : „ ff ebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is. Zoo

{*) Joes II; 10.

ocr page 105

101

„iemand clc wereld lief heeft, de liefde des Vaders i.t niet in vheiii; want al wat in de wereld is, is heg eerlijkheid des „deesehes, heyeerlijklieid der uoyen, en hoovaardiylieid des „levens, welke niet uit den Vader is, maar uit de wereld isquot;. (1) Dczo is dio wereld , tegen welke de H. Geest door de aau-gehaakle woorden van dezen Apostel waarschuwt en door den mond van den leeraar der volkeren „ Wees niet yelijlc-curmiy aan deze wereldquot;. (3)

Deze is die wereld. welke de Heiligen zoozeer gevreesd, verafschuwd, gehaat hebben en daarom zijn zij heilig geworden, — van welke de Apostel Paulus zegt; „de wereld, „is mij f/elcruisiyd en ik der wereldquot;. (3) De H. Alexius ontvluchtte op den dag van zijn huwelijk het ouderlijk huis, waarin hij na eenige jaren terugkeerde en daar onder den dekmantel van een bedelaar tot aan zijn dood een verborgen leven leidde, allen, zijn bruid en bloedverwanten, geheel onbekend ; op die wijze gaf hij een even zeldzaam als heldhaftig voorbeeld van de verachting der wereld. De H. Pau-linus, later Bisschop van Nola (f 431), was vau hooge afkomst , had een verheven en doordringenden geest, en werd reeds op jeugdigen leeftijd tot de eerste waardigheden des rijks, ja zelfs iu het jaar 379 tot consul verheven. De ernstige beschouwingen , welke hij over de ijdelheid der wereld deed , behoedde hem voor de gevaren aan welke hij door zijn stand was blootgesteld. De van hooge ambten onafscheidbare bitterheden versterkten hem nog meer in de verachting, welke hij bereids voor de wereld had opgevat. Zijn gemalin Therasia, ook nog op jeugdigen leeftijd en door genoegens omgeven , prentte hem het eerst de noodzakelijkheid der verachting in voor al datgene , wat God niet is , en haar vermaningen brachten ook de gelukkigste uitwerksels te weeg. /ij deden met wederzijdsche goedvinding de belofte in gedurige onthouding te leven. Kort daarop veranderde l'aulinus ook van kleeding, om der wereld te toonen, dat hij met haar niets gemeens meer wilde hebben ; daarenboven verkocht de boilige man al zijn goederen eu deelde de opbrengst onder de armen uit. De kinderen der wereld maakten hem tot voorwerp van den bittersten blaam; zij

(1) Joes II : 15 — lü.

(3) Gal. VI; U.

(•2) lioiii. ill ; i.

ocr page 106

102

zagen in zijn liainlelwijzo niets ilau (Iwiiashold , daar zij geen begrip van liemclsche dingen hadden. Van allen verlaten, herinnerde hij zich nu meer dan ooit liet woord van den Apostel : y, Indien ik tiotj aan de menschen hehaayde, dan irare ik ^(jeen dienstknecht eau Christusquot;. (1) Hij herinnerde zich ook, dat de goddelijke Heiland diegenen buiten het getal zijner leerlingen sluit, die den moed niet hebben zich boven het menschel ijk opzicht te verheffen. Gesteund en aangemoedigd door zulke overdenkingen , verdroeg hij met vreugde de verwijtingen zijner bloedverwanten, die zijn ingetogen leven aan een droefgeestigen gemoedsaard, aan verborgen huichelarij of aan andere dergelijke, lage beweegredenen toeschreven, ilij echter riep daarbij dikwijls uit: „O gelukkige smaad, met Jesus don menschen te mishagen!quot; Een der beroemdste wijsgeeren, die aan het hof van den kalif Al-Mamne leefde, was gewoon te zeggen: „Die durft verklaren, dat hij de wereld en tegelijk zijn Schepper bemint, is een leugenaarquot;.

Het leven in de wereld is waarlijk geheel en al in strjjd met de liefde Gods, de eerste en voornaamste plicht van den christen. In de wereld kan men alles worden, behalve een goed christen. De christen heeft bijv. de heilige verplichting onvermoeid naar zijn heiliging te streven: „werkt, zoo lang het dag isquot;. Brengen do kinderen der wereld het wel zoo ver-' Hun ontbreekt daartoe zoo wol de lust, als de tijd en tie macht. De christen moet zich in de versterving en zelfverloochening oefenen, gelijk het een getrouwe leerling van Jesus betaamt; de kinderen der wereld echter verafschuwen de versterving, en geven zich liever over aan alle neigingen der bedorvene natuur. Het leven van een christen moet een bedrijvig en werkzaam leven zijn , doch de wereld wil het overal gemakkelijk en aangenaam hebben. De levensweg van den christen is het ruwe pad des kruises mot doornen bezaaid; de volgelingen der wereld echter rennen liever door hot loven langs den broeden weg der genoegens en vreugde, mot rozen versierd. Alzoo kan het christelijk leven niet met een wereldsch loven in overeenstemming zijn. Daarom vermaant do 11. Ambrosius : „Die zalig wil worden moet zich

1

Gal. 1: 10.

ocr page 107

103

boven do wereld verheffen, deze wereld vluchtcu en verla-tenquot;, en ile 11. Augustinus zegt: „Wilt gij niet oen vijand van God zijn, wees dan niet de vriend der wereldquot;!

Overigens eischt ook do wereld een zwaren en lastigen dienst, en wat geeft zij daarvoor? O, de sehrikkelijkste bolooning welke men bedenken kan. Ondank is het loon der wereld.

De eerwaarde Moeder Agnes van Jesns, uit de orde der Do-miuieanessen (f 1631) begon te weenen, toen zij hot lichaam van een pas ter dood gebrachten misdadiger zag, en riep uit: „Dit is nu do munt, waarmede der wereld hen uitbetaalt, die haar slaven zijn geweestquot;, en voegde er nog bij: „Zalig degenen, die u dienen, o mijn Godquot;. En zij nam haar toevlucht tot Maria, onder wier bescherming zij zich stolde, om door haar voorspraak voor de gevaren der wereld to mogen bewaard worden.

Ook do If. Augustinus, rijk aan ondervinding, beklaagde zich over dozo gevaren der wereld : ,,0 verleidelijke wereld! gij belooft alle goed en goofr den dood , belooft vreugde en geeft reden tot droefheid, belooft rust, en zie , hot is niets dan verwarring. Gij belooft een schoono bloem, welke echter aanstonds verwelkt; gij belooft te zullen blijven en wijkt terug. O verraderlijke wereld ! Gij doot grooto beloften, en hebt de schandige gewoonte ze niet te vervullenquot;.

Hot is nu deze wereld, welke „in don boozo ligtquot;, die vele en zeer vole christonon. uit allo standen dor samenleving , voor tijd on eeuwigheid ongelukkig maakt, vooral door haar hoogstgovaarlijko en vordorfolijko vermaken en genoegens, waardoor zij dnizondon misleidt. Do grooto en voorname kwaal van onzen tijd, welke door de wereld voortdurend wordt aangewakkerd , is do overdreven zucht naar woelde, gemak on zingenot; een kwaal, die, ondanks alle vermaningen on waarschuwingen , tot groot nadeel der zielen en tot ondergang van menig huisgezin, op een schrikbarende wijze toeneemt. De tegenwoordige tijdgeest hooft geen ander streven, beoogt geen ander doel, dan door hot aanwakkeren en bevordoron van allerlei wereldsche genoegens, feesten en vormakelijkhodon, don echt christolijken geest te verstikken, en alzoo, geleidelijk, maar zeker, geloof on godsdienstzin te verzwakken en uit te delgen. Do handlangers dor wereld

ocr page 108

104

weten zeer goed , dat de geest van Christus onbestaanbaar is met den geest der wereld en bijgevolg, naarmate do zucht naar weelde , gemak en zingenot stijgt en toeneemt, ook do echt christelijke geest zal dalen en afnemen. Van daar hun rusteloos ijveren voor alle wereldsche uitspanningen en vermakelijkheden , met het kennelijk doel, ook de vrome en getrouwe dienaren des Heeren te begoochelen en van lieverlede voor zich te winnen. En wat dezen hun boozen toeleg nog erger maakt, is, dat dit alles op sluwe wijze, onder den schoonen en bedriegelijken naam van veredeling, beschaving en vooruitgang pleegt te geschieden, waardoor menig argelooze, voor het overige welmeenend en goedgezind christen zich laat verlokken en medeslecpen.

De ondeugden, onder den naam van wereldsche lusten, aangeduid, die toomlooze zucht naar stoffelijke goederen en zinnelijke vermaken , welke overal in onzen tijd zoo zeer toeneemt, zijn de oorzaak en bron van een menigte rampen en ellenden, die zoo vele huisgezinnen treffen. Bij de zucht naar weelde en genot, zooals Z. II. Leo XIII in zijn brief van 35 December 1888 te recht aanmerkt, komt gewoonlijk de begeerte naar de middelen om die te verkrijgen. Van daar de onbeteugelde gelddorst, die zijn slachtoffers verblindt, en met brandenden drift naar de vervulling van zijn verlangen streeft, dikwijls zonder onderscheid te maken tusschen recht en onrecht, en zelfs met onbeschaamde verachting der armoede van anderen. Men ziet overal menschen, die allo zorg voor hun godsdienstplichten afwerpen en er op uit zijn om aardsche goederen te vergaderen, schatten op een te stapelen, om in kleederdracht en huisraad een bovenmatige pracht ten toon te spreiden , om alles wat de zinnen streelt alleen en uitsluitend na te- jagen; daaruit vlooien van zelfs voort bedrog , woeker , diefstal; alsmede onmatigheid , dronkenschap en ontucht met geheel hun nasleep van do rampzaligste ellenden ; en moet het ware christenhart niet mot droefheid overstelpt worden , als men ziet, dat die afschuwelijke misdaden ook onder de kinderen der Kerk worden aangetroffen en wortel schieten, liet is allerduidelijkst, dat de overdreven zucht naar wereldsche genoegens en boos zingenot in strijd is met den geest en de grondregels van het christendom , en de meest nadoelige gevolgen voor tijd

ocr page 109

105

en eeuwigheid na zich sloopt. Dit is hot schvikwokkond gevaar , dat den werkman bedreigt, to meer dewijl het haken naar zinnelijk genot oen eigenschap is dor door de zonde bedorven natuur, die zich overal doet gelden. Doch niet steeds heeft de zucht naar genot gelijke hoogte on uitbreiding ondervonden, haar eigenlijk vernielende ontwikkeling behoort tot onzen tijd. Wij leven in waarheid in een eeuw van zingenot, in een eeuw, waarin de bevrediging van do stoffelijke verlangens bijna algemeen, ton minste feitelijk, ais het laatste doel van quot;s menschen bestaan wordt beschouwd. Alles wordt uitgedacht, alles wordt aangewend tot voldoening van den zinnolijken mensch , en de geestelijke mensch wordt vergeten , men heeft alles over voor het lichaam, dat weldra overgaat tot bederf, en voor de onsterfelijke ziel is alles te veel. Do ongeloovigo richting des tijds vormt een wind, die don gloed der zucht naar genot tot een lichtelaaie vlam aanwakkert, en met even brutale als onzinnige bewering do vrooze Gods in de harten der menschen verdelgt. Als men oen blik slaat op do vermaken van onzen tijd, op de lokalen, waar de welvaart van duizendo on duizendo gezinnen verwoest wordt, op de eindelooze rei van feesten, op de lichtzinnigheid van het jongere geslacht, dat van het eeno vermaak naar hot andere ijlt, in strafbare verblinding alles vergeet, en in den maalstroom van het zingenot zijn lovensgehik verwoest , is men dan niet gerechtigd met verbazing , maar ook tevens met weemoed te vragen; Zijn dat christenen, die aan het Evangelie gelooven 011 aan een loven aan gene zijde van het graf? De zucht naar genot heeft in de laatste jaren o]) schrikbarende wijze toegenomen in uitgebreidheid, en onmetelijk is do zedelijke ellende, die daaruit voortspruit. Verleidelijker dan ooit klinkt in onze dagen van alle kanton hot lied der lichtzinnigheid, en al te velen, helaas ook onder de geloovigen , luisteren naar dat lied , en laten zich geleiden naar den weg der verslapping op zedelijk en naar dien van onverschilligheid op godsdienstig gebied. Er waren eertijds in Azië en Afrika landen en steden, wier bewoners stroomen bloeds voor don Heiland vergoten hebben; lauden, die aan de kerk legioenen martelaars hebben geschonken; doch aan de verleiding van weekei ijk levensgenot niet hebben wederstaan, en dientengevolge bij den eersten don besten storm

ocr page 110

106

voor altijd van do If. Kerk zijn afgcschourd. Znlk pon vor-Iciding' hodroigt ook liet togcmvoordig-c geslaclit tier goloovigo en clivistoljjko volkeren, on oisclit derhalve van allen, die liun eeuwig heil verzekeren willen, de grootste en scherpste waakzaamheid : men zij voorzichtig en gewapend , opdat ons liet lot niet frette dat aan de volkeren van Azië en Afrika is overkomen. „XieiiKiiu/quot;, zoo spreekt do goddelijke Zaligmaker , „iiiemund tirec herren dienen : want hij zul nf rlt;leii een haten en den ((mieren liefhehhen ; of den een ooor-yxfaan en den anderen veraehtenquot;. (1) „ Weet (/ij nietquot;, aldus schrijft dienaangaande de U. Jacobns in zijji algemeenen zendbrief: ^iceet (jj niet, dat de vriendschaj) met deze irei'eld „eijnndin van find is? Ahvie dan een vriend wil zijn ran „deze wereld, die stelt zich tot een vijand van Gfldquot;. (3) Luidt aldus Gods waarachtig en onfeilbaar Woord , dan zult gij gemakkelijk inzien wat men te denken heeft van zoovele christeneUj die wel is waar naar bet uiterlijk lum godsdienstplichten onderhouden, doch tevens de genoegens en vermaken eener lichtzinnige en bedorven wereld met hart en ziel najagen. Bedriegen wij ons niet: zij, „die ((an Christus toehifhoorenquot;, zoo spreekt de 11. I'aulus : .,hehhen hnn vleésch met zijn on-„(lei((/(len en Ixyeerlijkheden (/el,-i-((isi(/d. Indien /rij leren door „den (leest, laat ons dan ooi' inaulelen naai' den (jeesf; (8) „((■(inl zoo (jij naar den vleesehe leeftquot;, aldus zegt hij op een andere plaats , „zult (jij sterren ; in(((ir indien (jij door den „(/eest de iverken des vleesehes doodt, Z((lf (/ij levenquot;. (4) Mocht deze grootc en gewichtige waarheid, mocht die verhevene en treffende leer van den grooton Apostel door allen begrepen en naar oisch beoefend worden. Maar helaas ! „de zinnelijke „inensrJi begrijpt niet wat van den (/eest (rods isquot;; [5] bedwelmd door den tijdgeest, medegesleept en voortgestuwd door den stroom van oen naar zingenot bunkerende wereld, blijft hij doof en ongevoelig voor de apostolische waarschuwing, of tracht althans naar eigen begrip en goeddunken den dienst van God niet dien der wereld te vereenigen. Deze tijdgeest, deze groote en overdreven zucht naar wereldsche vermaken en jjdel zingenot is niet alleen te vreezon omdat hij kennelijk in strijd is met den geest en de grondregels van het christendom.

(1) Matth. VI:24. (2) Jac. IV: 4. (3) Gal. V;i4 —25. (4) Eom. VIII: 3. (5) Cor. II ; 14.

ocr page 111

107

en daarom reolt;ls diep fn betreuren, de zaak is nog van meer ernstigen en bodcnkcl jjken aard, als men die In haar gevolgen beschouwt, te meer omdat het hart des menschen van nature naar vreugde en genot haakt. En juist in betrekking hiermede leven wij in een eeuw , waarop de feestvreugde geen einde wil nemen , het eene feest liet andere volgt, en alles gemakkelijk gemaakt wordt om den werkman de gelegenheid te geven die genoegens te kunnen bijwonen.

Die onzalige t jdgeest, die zucht naar genoegens en uitspanningen , de hoofdkwaal van onze eeuw , is de voorname oorzaak der rampen en ellenden , welke men op onze dagen in den werkenden stand aanschouwt; zij ontrooft den werkman zijn kostbaarste bezittingen, zijn tevredenheid, zijn rust, zijn huiselijk geluk , zijn godsdienstzin. i[en doet hem ge-looven, dat ook hij de genoegens der groote wereld moet genieten , dat ook hij daarop evenveel recht heeft als zij, die tot een hoogeren stand behooren ; en om hot verlangen naar dat genot bij hem op te wekken, doet men hem een weinig proeven van het bekoorlijke dat daarin ligt opgesloten. Men biedt hom allerlei gemakkelijke gelegeiiheden aan om hem daartoe in staat te stellen, welke juist daarom hoogst verderfelijk zijn ; men doet hem volksvermaken, tooneelvoorstel-lingen, muziekuitvoeringen en meer dergelijke zaken bijwonen ; door goedkoope uitstapjes , door zoogenaamde pleiziertreinen doet men hem hot schoone, het bekoorlijke, de uitspanningslokalen van andere plaatsen zien , en heeft nu de werkman eenmaal zijn zinnen op dat alles gesteld, hoe zal hij dan aan de middelen geraken om zich die genoegens te kunnen verschaften ? Zijn maatschappelijke positie veroorlooft hem niet dit alles volop, naar hartelust te genieten, do rust en tevredenheid des harten zullen verdwijnen om plaats te maken voor verbittering en gemor, voor afkeer van den arbeid, waarvan de lasten en moeilijkheden hem nu ondragelijk schijnen. Op die wijze misleid zal hij zijn neiging tot genot zoeken te bevredigen door het involgen zijner laagste driften , en zich aan ondeugden overgeven, welke de natuurlijke maar treurige en rampzalige gavolgen van dat alles zijn, hij zoekt zijn genot in de dronkenschap, en dikwijls nog in do ontucht, welke ondeugden de schromelijkste onheilen voor huisgezin en maatschappij na zich sleepen. Nadat de werkman in de week

ocr page 112

108

hoeft gezwoegd , wil hij oollt; op zijn beurt genieten , en dan als een toomloos dier voortgozweept, zoekt hij maar al te dikwijls zijn genoegen, do bevrediging zijner zinnon in onge-bondenlieid en overdaad , in de dronkenschap , in de ontucht met al haar afschuwelijkheid. En als men dan zijn eigen geluk en dat van zijn huisgezin hooft verwoest, als men dc middelen niot bezit om zijn lusten bot te vieren, en allo genoegens na te jagen, dan begint men te morren en to klagen, dan hoort men spreken van ontbering, armoede, ontoereikende verdiensten, uitzuiging van liet werkvolk, slechte tijden, waarin noodzakelijk een verandering moot komen, en dergelijke zaken moer. In waarheid, al die feestelijkheden en uitspanningen, welke men bijwoont en najaagt, verzwolgen hot zuur verdiende geld, en zijn de oorzaak van armoede , nood en ellende. Mot recht loost men in oen pas uitgegeven werk : „Een gang door een stad op een Zondagnamiddag, een blik op de toiletten van de vrouwen en dochters dor arbeiders on oen bezoek aan de herbergen en uitspanningslokalen zijn voldoende om te erkennen, dat er van een uhjemeencn nood geen sprake kan zijn; dat veeleer de arbeider, zoolang hij gezond is, met zijn loon goed kan toekomen. Zijn het ook verder niot dikwijls hot goniis van spaarzaamheid , hot liederlijke leven, voornamelijk do dronkenschap, die , trots hot goede , voldoende loon , ellende on nood in do arboidersfamilie brengen r1

Zoo de werkman niet naar de verleiding geluisterd, en den geest dor wereld ingevolgd had, zou hij gelukkig en tevreden kunnen zijn in den stillen schoot van hot huisgezin, waar voor hem een geluk is weggelegd, dat hij nooit op andere plaatsen vinden zal, en ver verheven is boven alles wat do wereld hem geven kan. Hij moet het genoegen en de ontspanning , waaraan hij ontegonzoggolijk behoefte hooft, zoeken in don schoot van hot huisgezin, hij moet hot familieleven liefhebben. Doch do tijdgeest tracht ook deze liefde in zjjn hart te verstikken, stelt hem geluk on oprecht go-noogen voor in de uithuizigheid , welke met recht een hoogst bedenkelijke en aanstekelijke ziekte mag genoemd worden. Huiselijkheid is uit do meeste gezinnen verdwenen ; on niot alleen dat do ouders te voel uitgaan, maar ook de kinderen worden al vroeg naar allerlei uitspanningen meegenomen,

ocr page 113

109

waar zjj zaken zien on hooren, dio do nieuwsgierigheid opwekkon on van do kinderen kleine menschon maken , met lusten en begeerlijkheden, welke liet kinderlijke in het kleine hart verstikken. Die geest is in het jongere geslacht het ergste, en derhalve moet dor jeugd een andere geest worden ingeprent. Zij hoort van den oenen kant niets anders meer dan van uitspanningen en van den anderen kant voortduron-den verbitterden en verbitterendon strijd om liet loon dikwijls veroorzaakt, dewijl do verdiensten niet meer toereikend zijn , om do huishouding in stand te kunnen houden, aan wier hoofd daarenboven menigmaal nog een vrouw staat, die van huishoudelijke zaken geen kennis heeft. Ik wil hier stilzwijgend voorbijgaan , welke gevolgen hieruit op stoffelijk gebied voortspruiten . maar hoe treurig is het gesteld in die huisgezinnen, waar dergelijke geest heerscht, welke de huiselijke samenleving geheel ondermijnt. Pelkons hoort men klachten over kwijning en achteruitgang van vele familiën , - over twist en tweedracht in menig huisgezin, over verwildering en ongebondenheid der jeugd, — over misnoegen en verdriet van zeer vele ouders wegens het wangedrag hunner kinderen , over honderd andere treurige voorvallen en gebeurtenissen, te lang om hier op te noemen. Men zal niemand aantreffen, eenigzins bekend met den treuri-gen toestand onzer zeden, die niet weet hoe gering de plichten des huisgezins door den tijdgeest geschat worden.

Met huisgezin is tegenwoordig slechts een schaduw, iets doodsch , dat do menschen , om zoo te zeggen , niet meer bij het gemoed, bij den geest of het hart grijpt, en dat hen niet geheel en al bezit, geljjk het eertijds deed. De gevoelens , welke door het huisgezin opgewekt worden, die men natuurlijke gevoelens noemt en voor altijd in het hart geprent waant, verzwakken met den dag. Weinigen worden er gevonden, die begrijpen en gevoelen wat het vaderschap is, die de plichten trachten te beoefenen , welke het oplegt , en de verantwoordelijkheid op zich nemen, die het medebrengt. Hoe vele vaders toch verlaten het huis zoo dikwijls ze kunnen , om hun vermaken en uitspanningen elders te gaan zoeken. Zij haken met ongeduld naar het einde van den arbeid, voorko-men het dikwijls om hun verderfelijke,'gewoonte in te volgen, en in kroegen en herbergen den opbrengst van hun arbeid ,

ocr page 114

108

heeft gezwoegd, wil liij ook op zijn beurt genieten, on dan als oen toomloos dier voortgezweept, zoekt hij maar al te dikwijls zjjn genoegen, de bcTrediging zijner zinnon in onge-bondenkeid eu overdaad , in do dronkenschap , in de ontucht met al haar afschuwelijkheid. En als men dan zjjn eigen geluk eu dat van zijn huisgezin hoeft verwoest, als men do middelen niet bezit om zijn lusten bot te vieren, en alle genoegens ua te jagen, dan begint men te morren en te klagen, dan hoort men spreken van ontbering, armoede, ontoereikende verdiensten, uitzuiging van het werkvolk, slechto tijden, waarin noodzakelijk een verandering moet komen, en dergelijke zaken meer. In waarheid, al die feestelijkheden en uitspanningen, welke men bijwoont en najaagt, verzwelgen het zuur verdiende geld , en zijn do oorzaak van armoede , nood en ellende. Met recht leest men in oen pas uitgegeven werk : „Een gang door eon stad op een Zondagnamiddag, een blik op do toiletten van de vrouwen en dochters der arbeiders en een bezoek aan do herbergen on uitspanningslokalen zijn voldoende om te erkennen, dat er van oen alyemeenen nood geen sprake kan zijn; dat veeleer do arbeider, zoolang hij gezond is, met ziju loon goed kan toekomen. Zijn het ook vorder niet dikwijls het gemis van spaarzaamheid , hot liederlijke loven, voornamelijk de dronkenschap, die, trots hot goede, voldoende loon, ellondo en nood in de arboidersfamilie brengen ï

Zoo do werkman niet naar de verleiding geluisterd, en den geest der wereld ingevolgd had, zou hij gelukkig en tevreden kunnen zijn in don stillen schoot van het huisgezin, waar voor hom oen geluk is weggelegd, dat hij nooit op audero plaatsen vindeit zal , eu ver verheven is boven alles wat de wereld hem geven kan. Hij moet hot genoegen en de ontspanning , waaraan hjj outegonzcggeljjk behoefte heeft, zookon in den schoot van het luiisgezin, hij moot het familieleven liefhebben. Doch do tijdgeest tracht ook deze liefde in zjjn hart to verstikken , stolt hom geluk en oprecht genoegen voor in de uithuizigheid , welke met recht een hoogst bedenkelijke en aanstekelijke ziekte mag genoemd worden. Huiselijkheid is uit de moeste gezinnen verdwenen : eu niet alleen dat de ouders te veel uitgaan , maar ook do kinderen worden al vroeg naar allerlei uitspanningen meegenomen,

ocr page 115

109

waar zij zakon zien on hooron, die de nieuwsgierigheid

opwekken en van do kinderen kleine monschcn maken , mot lusten en bogoerlijkhedon, welke het kinderlijke in hot kleine hart verstikken. Die geest is in hot jongere geslacht het ergste, en derhalve moet der jeugd een andere geest worden ingeprent. Zij hoort van den oenen kant niets anders meer dan van uitspanningen en van den anderen kant voortduren-den verbitterden en verbitteronden strijd om het loon dikwijls veroorzaakt, dewijl de verdiensten niet meer toereikend zijn , om de huishouding in stand te kunnen houden, aan wier hoofd daarenboven menigmaal nog oen vrouw staat, die van huishoudelijke zaken goon kennis hoeft. Ik wil hier stilzwijgend voorbijgaan, welke gevolgen hieruit op stoffelijk gebied voortspruiten , maar hoe treurig is het gestold in die huisgeziunon, waar dergelijke geest hoorsoht, welke do huiselijke samenleving geheel ondermijnt, rolkeus hoort men klachten ovoi' kwijning en achteruitgang van velo familiën , over twist en tweedracht in menig huisgezin, over verwildering en ongebondenheid der jeugd, -- over mis-nooo'en en verdriet van zeer velo ouders wegens het wangedrag hunner kinderen, over honderd andore treurige voorvallen en gebeurtenissen, te lang om hier op te noemen. Men zal niemand aantreffen, eenigzins bekend met den trouri-gen toestand onzer zoden , die niet weet hoe gering de plichten des hnisgezins door don tjjdgeost geschat worden.

Het huisgezin is tegenwoordig slechts een schaduw, iets doodsch, dat de menschen, om zoo te zoggen, niet moer bij het gemoed, bij don geest of het hart grijpt, en dat hen niet geheel en al bezit, gelijk het eertijds deed. De gevoelens, welke door het buisgezin opgewekt worden, die men natuurlijke gevoelens noemt en voor altijd in hot hart geprent waant, verzwakken met den dag. Weinigen worden er gevonden, die begrijpen en gevoelen wat het vaderschap is, die de plichten trachten te beoefenen , welke het oplegt , en do verantwoordelijkheid op zich nemen, die het medebrengt. Hoe vele vaders toch verlaten het huis zoo dikwijls zo kunnen , om hun vermaken en uitspanningen elders te gaan zoeken. Zij haken met ongeduld naar het einde van don arbeid, voorkomen het dikwijls om hun verderfelijke gewoonte in to volgen, en in kroegen en herborgen den opbrengst van hun arbeid ,

ocr page 116

110

welke liet gansche huigezin zou moeten ondevhoudeu , voor liet grootste gedeelte voor zicli alleen te verteeren. In zulk liuisgezin zal geen geluk en vrede heerschen , daar is men getuigen van twist en tweedracht, van scheldwoorden en verwij tingen , daar aanschouwt men kommer en gebrek, terwijl de vader in lichtzinnige verkwistingen, onder luid getiei', in overdaad en dronkenschap, en dikwijls zelfs in de schandelijkste ongebondenheden, wil vergeten, hoe diep ellendig en rampzalig hij zijn vrouw en kinderen gemaakt heeft. Wat zal er nu van zulk een huisgezin worden Zal de moeder de afwezigheid of onverschilligheid van den vader in de opvoeding der kinderen kunnen aanvullen ? Neen , daartoe is zij niet in staat, zjj zal de opkomende driften harer zonen en dochters niet genoeg van verre overzien, noch tegenstreven, noch verhinderen kumien, zjj kan de bezwaren der opvoeding niet alleen op haar zwakke schouders dragen. En wat zal er van de deerniswaardige jeugd geworden, als men haar natuurlijken afkeer van alle tucht, haar vergetelheid van iedere plicht, haar oneerbiedigheid voor ieder gezag nagaat? Het voorbeeld van den vader heeft den noodlottigsten invloed op de kinderen, slechts een enkele begeerte bezielt de jeugdige harten , en dat is het verlangen naar volslagen onafhankelijkheid ; zjj haken naar het oogenblik, waarop zij zich geheel aan het ouderlijk gezag kunnen onttrekken, waarop zij den schoot van het huisgezin kunnen ontvluchten, om op hun beurt ook de vermaken te genieten , welke de tijdgeest hun aanbiedt. Slechts een enkel aanloksel verleidt hen , te weten het vermaak ; terwijl zelfs do gedachte aan plicht hun onbekend is. Komt het tijdstip om een levensstaat te kiezen, eu in zeer vele gevallen nog aaiimcrkelijk vroeger, dan stellen de driften, welke den wispelturigen geest beginnen te be-heerscheu, en tevens de onervarenheid de jeugd aan de grootste gevaren bloot; men zoekt gewoonlijk zijn genot en vermaak in een onbezonnen , vroegtijdige verkeering, zonder eenig vooruitzicht op een huwelijk, in een vertrouwelijken omgang met personen van het andere geslacht, die al te vaak de vervulling der godsdienstplichten reeds overboord hebben geworpen , men neemt zijn toevlucht tot huizen eu plaatsen, tot uitspanningslokalen en vermakelijkheden, welke voor een ieder de pest zijn , maar inzonderheid voor de jeugd ware

ocr page 117

Ill

mooi'illioleu uitmakou. En als d.iu een moeder, die nog voorzichtig, nog ongerust is voor de toekomst, wil beproeven om haar kind een weinig in toom te houden , zal lier haar aanstonds onder hot oog brengen dat het reeds tijd is aan een lastig toezicht een einde te maken : dat het oud genoeg is om zijn eigen meester te zijn : dat hot de moeder niet meer noodig heeft, en bijgevolg haar vermaningen en waarschuwingen ook niet. Voor hen, die niet door het geloof leven, bestaan er geen verplichtingen ; derhalve zal de moeder gedwongen zijn de oogen te sluiten, uit vrees van dien geest van onafhankelijkheid nog meer op te ruien, welke dan het kind nog aan grooter gevaren zou blootstellen. Maar het zal haar niet helpen haa:1 teederhoid en zorgen te vermenigvuldigen , en er zich op toe te leggen om het leven van haar kind zoo aangenaam mogelijk te maken, want zijn wispelturige geest zal de bovenhand behouden. Don dag, waarop het kind voor zich zelf zal kunnen zorgen, zal het met geen grooter gevoel en verdriet uit do ouderlijke woning gain , als do jongen dor vogelen hun nest verlaten. Ziedaar den toestand des huisgozins, op onze dagen: hot vaderlijk gevoel is niets meer dan oen schaduw, en het kinderlijk bestaat niet meer; er blijft niets, over dan do natuurlijke liefde der moeders, die de weinige godvruchtigheid, wolko nog in sommige huisgezinnen aangetroffen wordt, bewaard hebben. Doch daarin zjjn geen voldoende banden te vinden, hecht genoeg om een maatschappij te vormen. Kr zijn wel is waar vaders, moeders en kindoren, maar or bestaat geen huisgezin meer ; het gevoel, dat vroeger al die wezens in een eeiiigo gedachte, in een eenige liefde, in oen eenig verlangen vereenigde, dat gevoel bestaat niet meer; zelfs het donkbeeld dos luiisgezins is verdwenen ; do woderzijdsche plichten, wrelke men in het hnis-gezin heeft te vervullen om er geluk en vrede te smaken , worden of wel over hot hoofd gezien , of zijn onbekend , do vervulling van die plichten schijnt in onze dagen van zingenot aan velen slechts als een dwaasheid toe. En dit alles is het werk van den rampzaligen tijdgeest, dit zjjn de vreesdijko verwoestingen der uithuizigheid.

Als men nu verder mot aandacht nagaat, hoe het op het punt van godsdienstzin en echt christelijke gevoelens met do wereld en haar dienaren gesteld is, dan bespeurt men bij

ocr page 118

112

den eersten aanblik hvee soorten van menschen : eenige, die met God en godsdienst gelieel en al gebroken hebben , en derhalve naar hartelust te werk gaan, —- andere, die naar eigen begrip en goeddunken den dienst van God met dien der wereld trachten te vereenigen, die der wereld en hare genoegens met hart en ziel zijn toegedaan. Bij de eerste soort kan natuurlijk van vreeze Gods en echten godsdienstzin geen sprake wezen: liet zijn menschen „door hun eiyen „oordeel veroordeeld, (1) zooals do H. Paulus getuigt; — wat de andere betreft , ook bij deze is ware en echte godsdienstigheid ver te zoeken : zij hebben, wel is waar, een schijn van godsvrucht, maar haar kracht, haar innerlijk wezen miskennen zij geheel en al. Ware en echte godsdienstigheid , algeheele en bereidwillige toewijding aan den dienst dos Heeren is met den dienst der wereld onbestaanbaar.

Vernietiging of althans verlamming van den waren godsdienstzin is dus het gevolg dier overprikkelde zucht naar genot, en zal den mensch onvermijdelijk brengen tot verwaarloozing en ontduiking der goddelijke en kerkelijke voorschriften , waaraan zekere last of ongemak verbonden is. Geldt het genoegens en vermaken, pracht en weelde, uitspanningen en zingenot, men heeft alles veil om die lusten te bevredigen; geen kosten en uitgaven, hoe groot ook, worden ontzien; have en goed, gemak en nachtrust, niet zelden de gezondheid zelf, worden daarvoor ten offer gebracht; maar is er sprake van vasten en onthouding, van waken en bidden, van het bijwonen dor kerkeljjke diensten op Zonen Feestdagen , kortom van godsdienstplichten, wier getrouwe uitvoering eenige moeite of last veroorzaakt, dan tracht men onder allerlei nietige voorwendsels zich te verschoonen en te verontschuldigen; de een wendt zijn zwakke gezondheid voor, een ander zijn bezigheden, een dorde geeft voor dat zorg en kommer voor zijn tijdelijke zaken niet toelaten zich veel met God en godsdienst op te houden. Hoe gemakkelijk Iaat men zich door de zinnelijkheid medesloepen om geboden vasten- en onthoudingsdagen te overtreden, in zoover zelfs dat zulke overtreding schier een gewoonte wordt, terwijl men zich door dwaze en geen steek houdende redenen wil

1

Tit. UI ; 11.

ocr page 119

113

Yerontschuldigen. Het verzuim zijner godsdienstplichten op Zon- en Feestdagen is als een natuurlijk gevolg zijner neiging tot genoegens en vermaken, cn zoo zijn deze geen dagen des Heeren meer, waarop men bijzonder zorg aan zijn eeuwige belangen besteedt, maar dagen, die men tot lediggang, tot losbandigheid, tot beleediging van God misbruikt. De „Zondagsrustquot;, zegt Z. H. Leo XIII, beoogt iets anders dan het genot van trage ledigheid. Xog veel minder is zij ingesteld om de losbandigheid te bevorderen of om gelegenheid te geven tot lichtzinnigheid en uitgelatenheid , of wel tot onnoodige uitgaven, waartoe zij door velen misbruikt wordt. Zij is een door den godsdienst gewijde rust van den arbeid. Deze door den godsdienst gewijde rustdag ontheft den mensch van de zorgen van het dagelijkscb leven, van den last van zijn gewonen arbeid, ten einde de hoogere gedachten des Hemels hij hem levendig te maken. De kerk noodigt hem uit, het gevoel van kindschap Gods bij zich op te wekken en in hot bewustzijn van de meest eervolle zijner verplichtingen aan de godsdienstviering deel te nemen. „ Wees „indachtig dat (jij den Sahhathdafj heilig maaktquot;, (1) sprak God in het Oude Verbond, toen Hij als streng gebod den rustdag voorschreef, terwijl reeds do quot;rust een godsdienstig, heilig karakter bezat van het oogenblik af waarop zij door den Schepper werd ingevoerd , die in de geheimnisvolle rust na de schepping des menschon zelf daarvan het voorbeeld gaf. Hij rustte den zevenden da;/ ran al het werk, dat vllij geschapen hadquot;. (3) Dit is het verheven doel dei-Zondagen , dat door hem, die de wereldsche genoegens eu vermaken najaagt, geheel uit hot oog wordt verloren. Men heeft geen tijd of lust om op die dagen de H. Mis bij te wonen , terwijl men tijd in overvloed heeft om zich in het zingenot te wentelen en zijn hart aan do schromelijkste uitspattingen over te geven, zich in lichtzinnige vermaken en zondige werken te verlustigen, zoodat men hier in waarheid met den H. Bernardinus van Seuen zeggen mag : „beweenlijko dwaasheid veler menschon ! Zij arbeiden de geheele week voor het onderhoud van hun sterfelijk lichaam, en des Zondags arbeiden zij aan den eeuwigen ondergang hunner zielquot;. Zoo

quot;(1) Exod. XX; 8. (2) Gen. 11 :

8

ocr page 120

114

maakt men van den Zondag eon zonden-dag , van den dag des llecren een dag des duivels , van den dag des heils een dag des verderfs.

Het verzuim der H. Mis wordt zoo gemakkelijk gevolgd door de verwaarloozing van zjjn Paaschplicht , en heeft de werkman eenmaal zijn schreden op dit glibberige pad der ongodsdienstigheid gezet, dan rent hij voort, om maar al te dikwijls in een afgrond van zedelijke rampen eu ellendon neer te ploffen. Men weet niet meer zich nit dien afgrond op te heften, men wordt onverschillig, ongodsdienstig, zelfs volslagen ongeloovig , men wordt getroffen door de verblindheid des geestes , en de versteendheid des harten ; men erkent en aanbidt geen anderen God dan het zingenot. Volgens den geest der wereld zal dan het hoogste gelnk vim den mensch gelegen zijn in liet bezit van do goederen dos levens en in het najagen van streelende genietingen. En daar er niemand bestaat, dio niet door do natuur zelf aangeleid en gedrongen wordt om het geluk te zoeken , volgt daaruit dat een ieder mot geweld aan anderen zal ontnemen wat hij vermag, om zichzelven, door den buit op anderen behaald, een gelukkig leven te verzekeren. Geen macht zal over genoegzame breidels beschikken om do opgewekte driften te beteugelen. Want als oen noodzakelijk gevolg zal de kracht der wetten verlammen en elk gezag bezwijken, wanneer do diepe en onveranderlijke grond van alle gezag, namelijk Gods gebod en verbod, ontkent wordt. Daaruit ontstaat noodzakelijk oen volkomen verwarring in de burgerlijke maatschappij : immers door onverzadelijke begeerte worden allen genoopt tot den strijd , waarin do een worstelt voor do verdediging van hetgeen hij verkreeg, de andere voor de bemachtiging van hetgeen hij verlangt. (1) En langs die helling daalt onze eeuw voor het grootste gedeelte , hetgeen elk rechtschapen christen met bezorgdheid moet vervullen.

1

Eucyd. yau 25 Dec. 1878.

ocr page 121

NEGENDE MOOFDSTU K.

Twee andere gevaarlijke vijanden van den werkman.

Van do heerschende verderfelijke strekking, lijnrecht in strijd met de verlieven en troostvolle leer dos Zaligmakers , wordt ruimschoots gebruik gemaakt door den vorst dezer wereld, door satan, die, volgens het getuigenis van den Prins der Apostelen, ^rondgaat als een hrieschende leeuw, „zoekende wien hij zal kunnen verslinden'quot;. (1) De goddelijke Verlosser, waarschuwde zijn leerlingen met uitdrukkelijke woorden voor hem , zeggende : „Zie, satan heeft n Heden „lgt;ei/eerd, als tarwe te ziftenquot;, (2) d. i. tot afval te verleiden. Ook de II. Ambrosius getuigt: ,,De oude booze vijand brandt van verlangen en tracht door ontelbare schadelijke listen het menschdom ongelukkig te maken, dewijl hij tweedracht zaait, de toorn ontsteekt, den hartstocht opwekt, tot het verkeerde aanzet, het bedrog aanprijst en do valstrikken der dwaling door uitgezochte listen vermeerdert; en terwijl luj zich in de zwakhei 1 van hen, die vallen, verheugt, gevoelt hij nog een grooteren nijd over do deugd dergenen die standvastig zijnquot;. De onzalige gedachte, het noodlottig plan „Gode gelijk te zijnquot;, heeft hij nog niet opgegeven, hij is de hoovaardigheid iu persoon : hij wil heerschen over een groot rijk, hij wil koning en vorst zijn. Derhalve maakt hij jacht op onsterfelijke zielen, om zijn rijk te vergrooten en meer en meer te kunnen uitbreiden. Tot dit rijk der duisternis behooren vóór alles de zondaars onder de meuschen, want „die de zonde doet is uit den duiveV-, (3) staat onder de macht van satan , „want door ivien iemand overwonnen is, „diens slaaf is hij yewordenquot;. (4)

En zij, die hem toebehooren , volgen hem na : zij benijden gelijk hij de nog zuivere en onbedorven zielen, die in de beproeving der dengd hun geluk vinden, en leggen hun zoolang valstrikken, totdat zij hun deugd en geluk ontroofd hebben, liet is hun derhalve niet voldoende hun eigen ziel gedood te hebben, zjj ziju even als do duivel met een helsch

(3) 1 Jocs. 111 : 8.

(1) I Petr. V: 8. (2) Luc. XXII; 31. (4) Petr. 11: l'J.

ocr page 122

116

verlangen bezield ook de nog onschuldige zielen den doodsteek toe te brengen , en zijn nog wreeder en bloeddorstiger dan de afschuwelijke afgodspriesters, die hnn valsche goden gedurig menschonoIters , maar inzonderheid kinderen eu zuivere jongelingen en maagdon brachten. Neem u in achi , christelijke -workman, voor zulke schandelijke handlangers dos duivels, onverschillig ouder welken naam zjj zioli voordoen of tot welken stand zij behooren , die n door drogredenen, door spotternijen trachten te verleiden, en zich slechts ten dool stellen om het rijk van satan uit te breiden. De 11. Geest leert ons, en de treurige ondervinding bekrachtigt heden meer dan ooit deze waarheid, dat het vergeten van God en godsdienst oen vruchtbare bron is van openbare rampen. Het is algemeen bekend, welke listen en bedrie-gelijke leeringen, welke pogingen de vijanden van God en het christendom aanwenden , om de zinnen der volkeren te verwarren en te veranderen , de zeden te bederven, zoo het mogelijk ware den godsdienst overal uit te roeien, de banden der samenleving to verbreken en de maatschappij ten gronde toe te verwoesten. Daaruit spruiten die beweenlijke duisternissen voort, die het verstand van zoovelen verblinden, van daar die onverzoenbare haat tegen deugd en eerbaarheid, - — van daar die schiindclijke ondeugden, welke zich in het. openbaar vertoonen , — van daar die verwoede strijd tegen de orde der christelijke samenleving. Dat is de bron waaruit die toomelooze vrijheid van onze dagen voortkomt, — dat is de oorzaak dier volstrekte onafhankelijkheid , welke noch wet, noch macht, noch gezag kan verdragen, de oorzaak van die aanhoudende bespotting en versmading der heiligste zaken , der eerbiedwaardigste wetten , dor beste instell ingen, en vooral van hst beklagenswaardig verderf der argelooze jeugd ; — van daar dat aantal slechte geschriften en werken, van boeken en dagbladen , van romans en feuilletons, welke als een pest de aarde overdekken, en slechts het doodeljjk vergif van zedebederf, onverschilligheid en ongeloof trashten in te prenten.

liet egoïsme heeft eeu sterke grens tusschen rijken en armen getrokken ; do duivel heeft er gebruik van weten te maken, en blaast de vlam der zelfzucht ook in het hart van deu werkman aan. Men heeft het betere leven na den

ocr page 123

117

dood Toor hem weggeredeneerd, en daar hij geen troost meer vindt in den godsdienst, weerhoudt hem niets meer , maar hot eigenbelang spoort hem aan om den rijke, zooveel iiij kan, te belagen. Voor zichzelf alleen leven, zinnelijke genoegens najagen, zich niet om anderen bekreunen, ziedaar wat in onzen tijd aan rijken , maar ook aan onbemid-delden, moet worden verweten. De werkman wil ook genieten ; vrees voor do eeuwige straften schrikt hem niet meer af, hij ziet in den rijke slechts een vijand. Wie onzer hoort het volk, het ongelukkige, misleide en bedorven volk niet morren? Recht voor allen, heeren en meesters, recht voor allen, klinkt de akelige stem van den verwilderden werkman, die daarenboven geschriften verspreidt, waarin opruiende en oproerige taal onverholen wordt uitgesproken. Het involgen van den geest der wereld is de hoofdbron der rampen op zedelijk en godsdienstig gebied, welke naar aller bekentenis met den dag toenemen : vernietiging van don geest des huisgezins, uithuizigheid, onafhankelijkheid en zucht naar vrijheid , weerspannigheid en verwildering der jeugd , het verdwijnen der christelijke zeden, de verslapping in menige christelijke deugd. Onder hen, die men gewoon is de mindere standen te noemen , maar die in werkelijkheid niets anders zijn dan de naar Gods wijze Voorzienigheid met minder tijdelijke goederen bedeelden, onder hen ontstaat een geest van ontevredenheid , die zich in naijverig en morrend geklaag openbaart. Die geest wordt door de handlangers des duivels aangewakkerd, en zoo gaat do werkman, dooi' hen misleid , den weg op , die hem tot jammer en ellende brengt. Ik wil u een woord, door den beroemden Bisschop Von Ivetteler tot de arbeiders gesproken , op het hart drukken: Neemt u in het bijzonder in acht voor allen , die met den godsdienst don spot drijven, u daarin misleiden en van de vervulling uwer godsdienstplichten willen aftrekken. Deze zijn juist uw grootste vijanden, dewijl iedere verbetering van uw toestand van zedelijkheid cu godsdienst afhangt. \V io u dus helpen wil en daarbij uw godsdienst aanrandt, van zulk iemand kunt gij eenvoudig veronderstellen, dat hjj mot hot arbeidersvraagstuk volstrekt niet op de hoogte of wel een bedrieger is. Kr ziju onder ons personen , die den schijn aannemen, alsof zij hun spotternijen met den gods-

ocr page 124

118

dienst in brood en geld kunnen veranderen om daarmede het volk te heipon, hetgeen zij voorzeker niet vermogen. Daarentegen alles verandert bij hen, in al hun denken, woorden en werken, in lastering tegen ons Katholieken. Hun streven naar vrijheid en vooruitgang, hun vaderlandsliefde, hun beschaving , hun genegenheid tot hot volk, hun zorgen voorde welvaart des volks, alles wordt dezen menschen smaad, alles wordt lastering tegen den godsdienst, tegen ons Katholieken. Weest op uw hoede voor deze personen : zij zijn geen geleiders van onzen arbeidersstand , zij zijn verleiders , zij zijn bedriegers. Of is dit geen waarheid ? Ziet, van den eenen kant wenden zij zich tot hen, die hun godsdienst, hot geloof hunner vaderen , niet over boord willen werpen , die nog zooveel kalm overleg , nog oen zoo helder oordeel behouden hebben om in te zien, dat zonder God of godsdienst oen maatschappij op aarde geen duurzaam bestaan hebben kan, -- en verzekeren hen, dat de godsdienst in den socialistische]! staat, dien zij oprichten en wiens presidenten zij waarschijnlijk worden zullen, oen persoonlijke zaak is; van don anderen kant echter verkondigen zij zonder schaamte : „Christendom on socialisme staan tegenover elkander als vuur en waterquot;; (1.) — „do sociaal-democraten moeten worden uitgenoodigd elk kerkgenootschap te verlatenquot; ; (2) „als hot socialisme do overhand bekomt, dan is hot gelijktijdig gedaan met het liberalisme en het ultramontanismequot; ; (3) -- „zoodra iemand do socialistische denkwijze nader komt, verdwijnt hot blinde geloof van zelf, en hij zal der wetenschap zijn hulde brengen. Het is voor ons menschen beter, ons bij de vrijdenkerij aan te sluitenquot;; (4) „wij willen noch God noch meesterquot; ; (5) - „de nieuwe godsdienst voor de menigte is hot socialismequot;. (G) En wat is het socialisme? Het socialisme predikt de verachting van hot gezag , hot zegt de go-hoorzaamheid op aan alle hoogere machten, die hot rechitot gebieden van God ontleenen , en aan welke om God ieiioro mensch moet onderdanig zijn. Het verzot zich togen alle Goddelijke en menschelijke wetten, en vérkondigt de volmaakte

(1) Volksst., Mainz 1S74. (2) Vergadering te Munchen, 13 Aug. 1889. (3) liebpl in den Rijksdag 1872. (4) Köln. Arli. Zlg., 17 Maart 1889. (ö) J)ie relig. Frage, 18Ö9. ((!) Liebknecht, 25 Jan. 1890.

ocr page 125

119

gelijkheid van alle menschen in rechten en plichten. — Het verzwakt of onteert den huwelijksband, waardoor God man en vrouw vereenigt in een vereeniging , die alleen door zijn almacht kan worden gebroken. - Het verheft de begeerlijkheid der tijdelijke goederen tot een alles overheerscheade wet, die het eigendomsrecht vernietigt, en geeft, onder den schijn van voor allen zorg te dragen, aan de misdadige willekeur van enkelen alles over, wat door rechtmatige erfenis, door ingespannen arbeid van lichaam en geest ol door wijze spaarzaamheid is verworven. In het kort: hot socialisme is de loochening van het Evangelie, dat ons leert: „Zoekt cZun eerst het Rijk Gods en zijne yerechtiyheid , en dit alles sul ii toegegeven wordenquot;, (1) — het belooft den hemel op aarde aan het einde van een weg vol misdaad en ongcrcclitigheid.

Xiet weinigen hebben zich dooi' dien heerschenden go est laten bedriegen, en door de valsche profeten laten mecle-sleepen , doch zijn zij nu meer tevreden, zijn zij gelukkiger geworden , nu zij het heilig geloof niet meer als richtsuoer van hun leven aannemen'-' Vroeger was alles licht rondom hen, zij wisten, wat zij gelooven en wat zij doen moesten: daar het hun uit het Evangelie bekend was, dat het rijk van den christen niet van deze wereld is, hield de gegronde hoop van den godsdienst in den hemel eenmaal voor I inn deugd en lijden te zullen worden beloond, hen staande te midden der rampen en kwellingen van dit leven. Door de valsche grondstellingen der hedendaagsche wereld mode gesleept , zijn zij meer en meer ontevreden geworden i-net hun toestand , zjj verlangen eiken dag moer te genieten, zij willen hun geluk uitsluitend in dit leven vinden; doch die dwaze grondstellingen kunnen wel is waar bij de eexste voordracht den mensch verrassen , zij bevredigen zelfs voor een korten tijd : maar het ingesluimerd geweten ontwaakt later mot des te meer ongerustheid, er ontstaat verwarring, twijfel , onrust en de vreeselijkste angst. Bedrogen en -verleide menschen, hoe beklagenswaardig is uw lot! In uw gewaande verlichting drijft gij den spot met menigen goeden christen, die het zoete juk des geloofs nog niet heeft aige-schud, en gij beschouwt hem als een zwak en bedrogen

1

Matth. VI; 33.

ocr page 126

120

menseh : gij echter zijt misleid en bedrogen, gij vleit n de waarheid te hebben gevonden, en gij omhelst de dwaling, en daarom hebben de rust en do tevredenheid u verlaten, en gij zijt aan de treurigste onzekerheid ten prooi. Eertijds waart gij tevreden , ja , mot uw lot en staat zelfs gelukkig ; maar gij hebt uw ooren geopend voor do taal der verleiding, booze driften hebben uw hart bestormd en veroverd, gij wordt door uw hartstochten heen en weer geslingerd, gij zoekt rust en tevredenheid , doch te vergeefs , deze zijn van u geweken, en de noodlottigsto vruchten der verleiding zijn daarvoor in de plaats getreden. Misschien kent de lezer wel personen, of komt hij in huisgezinnen, waarin het socialisme heerseht. Ik vraag u, toon mij slechts een enkelen, die van het tijdstip af, dat hij zich onder de vanen der onte-vredenen geschaard heeft, ecu beter, een deugdzamer man , een getrouwer burger , ecu meer toeder echtgenoot en vader, een ijveriger dienaar en vriend van Clod geworden is; dit is een onmogelijkheid. Door aan onze ziel waarheid en deugd te ontrooven , ontneemt men haar do inwendige rust, en sluit voor haar de bron van allen troost. De ware christen is met weinig tevreden, wijl hij de ware voldoening in de toekomst verwacht; maar ontevreden met zijn lot, wil men altijd meer ou meer genieten , men wordt door haat en nijd verteerd, door een menigte vergiftigde geschriften worden de onverschilligheid en allerlei misdaden verspreid ; bij een groot gedeelte dier mannen is de godsdienst en de rechtschapenheid en bij do vrouwen do eerbare schaamte , en met deze olke deugd verloren gegaan.

Do geloofsartikelen dor socialisten beginnen : „Ik geloof in Ferdinand Lasalle, den Messias der 19e eeuw, en in Domela Nieuwenhuis, zijn profeetquot;. In den gomeenschappelijken staat, naar welken zij streven, willen zij geen leerstukken des goloofs, geen christendom, geen God, geen eeuwigheid. Hun hemel is hier op aarde oen schoone hemel voorwaar ! lïotrekkelijk het eigendomsrecht verklaren zij ; het privaat eigendom moet worden afgeschaft, de staat alleen moet bezitten, alles moet gemeenschappelijk good van den nieuwen staat worden. Het huis, dat gij van uw vader hebt geërfd, moet gij aan den staat overgeven; don akker, weikon gij mot uw spaarpenningen gekocht en betaald hebt, kunt gij niet

ocr page 127

121

meer in eigendom hebben, - - hij behoort den staat. Op het bedrijf, dat gij beoefent, en reeds uw voorouders gedaan hebben , kunt gij geen recht meer hebben , daarover kan de staat alleen naar welgevallen beschikken. Verder zal do opbrengst van uw akker of van uw beroep , na aftrek van het arbeidsloon, niet meer u alleen toebehooren, de werkman is deelgenoot in uw zaak en deelt met u geheel de winst. Eigenlijk is er in dezen staat geen arbeidsloon meer — de geheele opbrengst van den arbeid behoort aan den gemeen-schappelijken staat. Bestaat er geen eigendom meer, dan bestaat er ook geen verdrag of' overeenkomst, dan bestaat er bijgevolg ook geen huwelijk meer, - dan is alles gemeenschappelijk.

Men zegt en verkondigt luide: hot socialisme is een partij , die het lot van den werkman wil verbeteren ; — doch wat getuigt nu reeds do dagelijksche ondervinding ?

Zij zet den werkman met kracht aan tot den strijd. Doch is dat do welvaart van den arbeider bevorderen, als men hem dagen en woken lang terug houdt een stuk brood te verdienen, en daardoor hom en zijn huisgezin in de diepste ellende stort 'i Deze partij ploegt verder gewold tegen hen, die zich niet hij haar aansluiten. Is dat de nieuwe vrijheid ? Do vrijheid om tc arbeiden is een heilig goed van den werkman. Bevordert men nu het geluk van den werkman, als men hom deze vrijheid ontneemt ?

Zij is onverdraagzaam zelfs tegenover haar eigene leden , en in hun handelingen, in hun schrijven, ja, in hun denken zelfs verlangt zij een onvoorwaardelijke onderwerping. Bevordert men nu het welzijn van den werkman, als men hem tot ellendige slaven van een andere moening maakt ? Do leerstellingen dos goloofs moeten ophouden, daarvoor moeten de meeningen en inzichten dezer sociale geleiders of veeleer verleiders als onbetwistbare waarheden gelden, waaraan men zich onvoorwaardelijk heeft te onderwerpon.

Het socialisme is gevaarlijk voor den godsdienst, is gevaarlijk voor den Staat, is vol gevaren voor de samenleving, voor het huisgezin, voor den eigendom ; het beoogt juist rechtstreeks do omverwerping van al het bestaande, de revolutie, _en staat in deze beteekenis volslagen tot dienst van hem, die zich ook eenmaal tegen den Allerhoogste

ocr page 128

122

Terzot heeft, en derhalve in het yerderf gestort is , Tan den duivel namelijk. Men moot bekennen, dat in don jongston tijd in alle staatsomwentelingen bij voorkeur de werklieden betrokken waren. Als een omwenteling op touw moest worden gezet, dan lieten zich de arbeiders als handlangers gebruiken ; ja , ik zog „zij lieten zich gebruikenquot;, daar zij in den regel niet de bewerkers , maar slechts de werktuigen van anderen waren, die hooger wilden stijgen, waarom anderen eerst moesten omvergeworpen worden. En deze genoten de voor-aeelen, verrijkten zich, enz. - en de arme werklieden moesten zich maar laten doodschieten.

Boschouwen wij de talrijke onnventelingon , die reeds meer dan oen eeuw geheel Europa doortrekken en het volk uitmergelen , waren hot niet bij voorkeur de werklieden, dio daarin betrokken waren? Te Weenon en Berlijn, te Karlsruhe en Kassei, te Parijs en Londen waren het de werklieden, die met de wapenen in de hand tegen hun rechtmatige vorston zich verzot hebben om werkelijke of vermeende rechten te ver-krjjgon. Lu bijna in elk tiiinult en oproer zjjn do arbeiders voor het grootste gedeelte betrokken. /00 ziet men dat in do werklieden een goost van verzot is gekomen , welke niet zoo gemakkelijk te onderdrukken is. Uit vreedzame arbeiders, die vroeger werkelijk do kern eenor rustige, vredoliovondo burgerij uitmaakten, waardoor bij voorkeur zelfs de staten rust 011 vrede genoten hebben , zijn handlangers dor omwenteling voortgesproten, die altijd strijdvaardig zijn, en wol gereed tot den strijd tegen het eigen vaderland , gereed om broederbloed to vergieten, bereid tot don opstand, tegen staat en kerk, ja tegen God zelf, om te toonen dat zij in dienst staan van hem , die Gode gelijk wilde zijn , in dienst van geheime genootschappen en der vrijmotselanj , wiens mollenwork naar de omverwerping van den bostaanden toestand streeft.

Doch, Gode zij dank , niet alle arbeiders staan in dezen treurigen dienst van don vorst der duisternis, maar velen-, zoor velen zijn nog het staatsprogramma van don wercldverlosser Jesus Christus, den vriend der armen, toegedaan: God is onze Vader, de rijke onze broeder, het loven eou korte reis , do hemel ons Vaderland! Doch geen reis zonder moeite, geen zegepraal zonder strijd, geen kroon zonder verdiensten!

ocr page 129

123

Hierboven reeds „heb ik gewezen op de Terderfelijke gevolgen , welke uit de neiging tot zingenot voortspruiten, en welke men in geheel haar naaktheid, in haar ruwste vormen en gedaanten vooral in de lagere standen der samenleving ontmoet. Deze ondeugden zijn de groote kwaal van onze dagen , zij zijn de kanker , welke de maatschappij verteert, welke duizenden en duizenden voor tijd en eeuwigheid ongelukkig maakt. Daarom wil ik nog met een enkel woord gewagen van den wellust, en den werkman waarschuwen tegen die zonde, welke volgens het getuigenis van don Apostel Panlus zelfs onder de Christenen niet zou mogen genoemd worden : te meer, omdat de vorst der duisternis hierdoor maar al te gemakkelijk in 's menschen hart kan binnendringen, en do monsch zelf zich beneden hot redelooze dier verlaagt.

Even als de soldaat grootolijks zal handelen in strijd met den eed, op hét vaandel afgelegd, zoo hij, in plaats van dapper tegen den vijand te strijden, zich aan rust en goeden sier overgeeft, zoo ook en nog erger vergrijpt zich de christen tegen zijn doopbeloften , als hij, in stede van naar hot voorbeeld van zjjn goddelijken Zaligmaker de voorstellingen van don verleider beslist af te wijzen, zich der zinnelijkheid overgeven, en zich aldus als hot ware in de armen van den duivel werpen zal. Do natuurkundige LMinius verhaalt iets merkwaardigs van eon kleinen zeevisch, Remóra genaamd. „Dit nietig vischjequot;, zegt hij, „heeft zulk een kracht, dat het niet alleen kleine , maar zelfs do grootste en mot de kostbaarste goederen beladen schopon, welke bij een gunstigen wind naar haar doel zeilen, in volle vaart ophoudt, en zo zelfs kan doen zinken, daar het 't schip doorboort en aldus zinken doetquot;'. Is dit vischje niet in waarheid een beeld van de begeerlijkheid des vleesches ? „Want ovenals dit vischje,quot; zegt de II. Gre-gorius van JS'azianze, „ofschoon het klein en onaanzienlijk is, do schepen in hun vaart stuiten on zelfs in don grond kan boron , zoo kan ook do vlooschelijke lust, hoe klein en onbeduidend deze moge schijnen, niet slechts gewone menschen, maar ook de allergrootste, d. i., do volmaaktste en godsdieu-stigste, die met kostbare goederen, namelijk met deugden en goede werken beladen, bij den gunstigen wind der goddelijke genade naar de kust van het hemolscho vaderland zeilen, in hun gelukkige vaart stuiten, en ten gronde richten, ja zelfs

ocr page 130

124

in den afgrond der eeuwige verwerping doen zinken, als men hem niet in zijn ontstaan reeds onderdrukt. Ja, do zcoviscli Remora heeft niet zooveel schepen in de diepte der zee go-boord, als de begeerlijkheid des vleesches onsterfelijke zielen ten gronde gericht heeft.quot;

En al sleept dit gevaarlijk kwaad nu niet altijd juist het eeuwig verderf ua zich, zoo is toch het verdriet, de geheime en menigmaal openbare beschaming, bittere wrok en haat, een ongelukkig, lastig, treurig leven, ja zelfs vertwijfeling, een natuurlijk gevolg der zegepralende booze lust eu begeerlijkheid. O, hoeveel onheil richt de onzuiverheid reeds in de vroegste jeugd aan ! Hoe menige schoone bloem, in den vollen luister van haar heerlijkste lentepracht, doorknaagt zij als ecu leger van gulzige kevers! Hoe menig jeugdig, hoopvol leven wordt door dit onverzadelijk monster verteerd, zoodat hot langzamerhand wegkwijnt, geheel eu al bezwijkt, eu de jonge mensch vroegtijdig grafwaarts gedragen wordt! Als zoovele huisgezinnen tot de diepste ellende verzinken , als tweedracht en ontevredenheid zich aan den huiselijken haard ontmoeten, eu duizenden vloeken en verwenschingen aan allo kanten dor armzalige woning weerklinken, vanwaar al deze ellenden Yan de begeerlijkheid des vleesches. Beschouwt nu, hoe op onzo dagen huweljjken, van welke toch het heil en do vrede voor tijd en eeuwigheid afhangen , worden voorbereid en aangegaan; welke grondslag zeer dikwjjls gelegd wordt, waarop men hot levensgeluk wil opbouwen !

Zoodra dit vuur der begeerlijkheid in de jeugdige harten begint te ontvlammen, zoekt men daarvoor steeds nieuw voedsel , in plaats van het met de genademiddelen van den heiligen Godsdienst uit te dooven. Dit voedsel vindt men in vele fabrieksplaatsen en andere steden op de dansvergade-ringen, waarheen de jeugd met geweld getrokken wordt. Alen hoort niet gaarne, dat priesters ou zielzorgers hun stem verheffen tegen het dansen ; men geeft hun te verstaan , dat zij alles veel te streng opnemen en aan do jeugd volstrekt geen genoegen gunnen. Daarom vind ik het raadzaam getuigenissen uit do eerste eeuwen aan te halen, opdat men zieu zou wat er toen reeds over het dansen gedacht werd. Ik wil hier geen beroep doen op de heidensche Grieken en Romeineu, die het dansen rechtstreeks voor een eerloos

ocr page 131

125

yermaak verklaarden en het or voor hielden, dat niemand kondo dansen, tenzij hij aan dronkenschap ot krankzinnigheid leed ; wij zijn christenen , en daarom zal ik slechts uit christelijke schrijvers van gezag plaatsen aanhalen. „De danszaalquot;, zegt Tertullianus , „is oen tempel dor wellust en „een pool van onzuiverheidquot;. —- „Do dans is de dood der „onschuld en het graf dor zedigheidquot;, zegt de H. Ambrosius. En do JL Joannes Chrysostomus noemt den dans „een pest „voor allo deugdenquot;. — hooit don christen zulke zaken

„geleerdquot;, vraagt de II. Ephrem ; „zeker niet do H. Petrus, „doch de holscho draak.... Waar muziek, dans en handengeklap aanwezig, is : daar is verblindheid dor mannen , de „ondergang dor vrouwen, do droefheid dor engelen, de „vreugde dor duivelenquot;. Do 11. Basilius schrijft: „Do dansers „verdrijven de vreoze Gods uit hun harten , en de eeuwige „straffen en den verschrikkeljjkon dag des oordeels niet „indachtig , verzuimen zij zich door ernstige boetvaardigheid „tot den dag der gramschap voor te bereiden. Het juk van „Christus van hun schouders werpende, vertoonon zij zich „aan alle menschen zonder schaamte, zien vrijpostig rond, „geven zich aan de grootste luidruchtigheid over en stollen „zich bij den dans als onzinnigen en razendon aan. Op deze „wijze ontstoken zjj het onreine vuur der jeugd en maken „de dansplaatsen tot moordholenquot;. De 11. Carolus Borromaous Bisschop van .Milaan, noemt don dans oen cirkel, wiens middelpunt de duivel is, en do 11. Franciscus de Sales vergelijkt in zijn „Philotheaquot; het dansen met vergiftigde paddestoelen , van welke ook de beste niet deugen. Laat u niet misleiden door het voorwendsel dat het slechts een onschuldig vermaak is. Dat de zinnelijkheid in het spel is, bewijst het onloochenbare feit, dat men , tot den dans met porsonei) van hetzelfde geslacht uitgenoodigd, daarin geen genoegen zou vinden. De dans wordt niet zoozeer als dusdanig bemind, maar veeleer als gelegenheid om met personen van het andere geslacht in aanraking to komen, en derhalve meestal uit zinnelijke beweegredenen. Doch dit geheel daargelaten , bij don dans vereenigt zich alles en werkt samen om de zinnen te prikkelen, en het bloed in altijd hoogere gisting te brengen, het vorstand en kalm overleg te verdooven, daarentegen de verbeeldingskracht met onzuivere voorstellen

ocr page 132

126

to verzadigen cu lie vleescholjjko begeerlijkheden te ontbranden. Daartoe dienen de veelvuldig voorkomende , bijzondere danswijzen , welke door de eigenaardige vormen en bewegingen der dansende paren do begoerlijkhedon der zondige natuur op bijzondere wijzo ontvlammen; verder nog een menigte andere omstandigheden, doch vooral dat de dansvergaderingon tot diep in den nacht voortduren, on dat hierin de lievig opgewekte zinnoljjkheid dor jeugdige personen, welke tot nu toe bij het licht der danszalen nog een slagboom had , nu de gowenschto gelegenheid vindt bjj hot huiswaarts keeren vrijen loop te laten.

Om te midden van deze groote gevaren, in welke men zich vrijwillig begeeft, „«v'r het gevaar bemint, zal er vin verc/aanquot;, zegt de II. Geest (1), - zuiver te blijven, moet men in waarheid een ongel zijn. En zou men nu eens al degenen, die den dans beminnen, uitdagen tot een oprechte bekentenis, dan zulleu zo allen moeten toegeven, dat zij in de dansvergaderingon voor do onschuld don dood gehaald hobbon, of dat zij ton minste aanmerkelijk schade hebben geledon. Wie verschijnen gewoonlijk op plaatsen, waar gedanst wordt y Jongelieden van beider geslacht, allen vol levenslust on velen onder hen zonder godsvrucht on zedigheid. Wat dooji zij Y Zij gaan voor, onder en na den dans mot het andore geslacht zeer vrij, ja, op do minst ingetogene wijze om , zij maken bewogingen en gebaren, waarbij alle schaamte uit liet oog wordt verloren, zij veroorloven zich onoorbare houdingen , voeren lichtzinnige gesprekken, zingen onkuische liederen; zjj drinken niet zelden tot onmatigheid toe, en hooron een hartstochtelijke geheel voor do zinnelijkheid berekende muziek. Zal dit alles aan de onschuld geen nadeel toebrengen? Zulleu jeugdige personen, die zelfs bij een geheel afgezonderd leven niet weinig voor liet bewaren dor zuiverheid te strijden hebben, zonder bekoring blijven? Zal dit niet in hun hart den oenen steunpilaar dor godsvrucht na den andoren omverstooton, en de geest der onzuiverheid daarin vasten voet krijgen ? Doch toegegeven, dat bij't dansen zelfde onschuld geen schipbreuk lijdt, dat wel zeldzaam het geval zal zijn, dan is het toch zeker, dat tengevolge van

1

Eccli. Ill: 27.

ocr page 133

127

het dansen do zwaarste zondou begaan worden. Er zijn zoo vole vriendschapsbetrekkingen, welke jaren lang duren , en met de schandelijkste misstappen verbonden zijn. Waarin vinden zij haar oorsprong ? Meestal in don dans. Daar komen de jongelieden met elkander in kennis , daar worden zondige betrekkingen aangeknoopt, die een lange reeks van zonden na zich sleepen en zoowel in den huiselijken kring als in een gemeente veel onheil stichten. Ondervraagt die gehuwde personen , die zich nu het leven verbitteren en zoo ongelukkig zijn , waar zij elkander hebben leeren kennen eu beminnen , dan zullen velen bekennen , „in de danshuizenquot;. Want daar worden in den regel die vloekwaardige en noodlottige verkeeringen aangeknoopt. In verband hiermede wil ik slechts aanhalen wat de H. Alphonsus de Liguorio daarvan zegt: „De ondervinding loert, dat er slechts weinigen zijn, die verkeering hebben, en daarin vrij blijven van zware zonden. En al zullen zij ook in het begin niet zondigen , zoo vallen zij toch zeer gemakkelijk door verloop van tijd. In het begin spreekt men elkander uit neiging ; daarna echter ontstaat uit die neiging een hartstocht, en heeft die hartstocht eenmaal wortel geschoten , dan verblindt zij aanstonds het verstand en bewerkt dat men in duizende zonden van onzuivere gedachten, begeerten en woorden valt en eindelijk zelfs tot onkuischo werken komtquot;.

Ja, aan deze omstandigheid, dat men op de vergaderplaatsen des duivels elkander leert kennen, dat men door ontelbare en afschuwelijke zonden en dan door heiligschennissen zich quot;voorbereidt tot den huwelijken staat, tot het ontvangen van een zoo gewichtig heilig Sacrament, aan deze omstandigheid is het zeer dikwijls toe te schrijven, dat huwelijken ongelukkig zijn; en welk geslacht kan en zal uit zulke huwelijken opgroeien, bjj welke de duivel de bruidsleider was, en de begeerlijkheid des vleesches den band tot een ongelukkige verbintenis gelegd heeft? O, zeker zal menigeen, die in hot huwelijksleven slechts bitteren alsem in plaats van zoeten honig gevonden heeft, wenschen weder vrij, en ongehuwd te zijn. Eu inderdaad, het kost veel minder moeite en otter een zuiver leven te leiden dan voor een groot huisgezin te zorgen. Mochten velen dit bedenken, mocht deze overtuiging de werkmans-

ocr page 134

128

kringen binnendringen, dan was een goed gedeelte van hot sociale yraagstuk opgelost.

Luister nog , geliefde werkman, naar de vaderlijke vermaningen , welke de Bisschop Von Ketteler bij zekere gelegenheid tot een vereeniging van werklieden richtte :

„Neemt u in acht voor slechte, onzuivere gedachten en houdt ii daarmede niet vrijwillig op. De onzuivere gedachte is een begin van bederf in ons. Gij hebt daartoe meer aanleiding, dewijl gij juist in de gevaarlijkste jaren, waarin alle hartstochten ontwaken , geheel den dag met elkander in do naaste aanraking zijt. Dat inwendig bederf dor ziel neemt altijd toe , do driften worden altijd sterker on gij vervalt ton laatste in geheime en niet geheime zouden, welke uwe gozondhoid en zedelijkheid storen, en u van don eonon afgrond in don andoren tot in den laatsteu diepen afgrond worpen. Bat do dood zoo ontzettend in vele arbeidersklassen woedt, hoeft verschillohdo oorzaken. Een dor voornaamste echter is de onzedelijkheid.

Woest derhalve op uw hoede voor slechte gesprokken, dubbelzinnige liederen, schaamtolooze boeken en plaatwerken. 2\Teemt u, geliefde jeugdige werklieden en arbeidsters, om dezelfde reden in aciit voor de vroegtijdige vorkeeringon. Gij hebt wellicht ooit geloofd , dat do godsdienst u op dit gebied zulke hoogo oisclion stolt, en het toch met al die zaken, welke tot onzedigheid leiden, zoo erg niet gestold is als u van don predikstoel dikwijls gezegd wordt. Boch do godsdienst vordert slechts wat u tot hot grootste heil strekt. Gij allen verlangt kuischo bruiden, kuische vrouwen, want gij wenscht bravo moeders voor uw kinderen. Zulke vrouwen zijn engelen voor hot huisgezin. Heil den man, die zulko vrouw , heil hot werkmanskind , dat zulke moedor heeft. Hoe kunt gij echter zulke vrouwen voor uw huisgezinnen bekomen als men hot met de vroegtijdige vorkeeringon zoo licht opneemt. Zij verwoesten juist alles in de jonge dochter, wat haar later tot een flinke werkmansvrouw maken kan. Stelt u slechts het onderscheid voor tusschon eon meisje, dat spoedig na het verlaten der school zich aan dubbelzinnige gesprekken on lichtzinnige scherts gewoon maakt en geheel haar hart mot onzuivere gedachten en voorstellingen vervuld hooft, dat dan van onbeschaamdheid tot onbeschaamdheid voortgegaan, allerlei verkeeringen

ocr page 135

12!)

aangeknoopt, in liederlijke gezelschappen, in herbergen , langs do straten, in danshuizen rondgefladderd heeft. Bij dit leven heeft het tevens de achting verloren, hot leerde ook niet sparen, het heeft opgemaakt wat het verdiende. Overkomt haar dan nog eindelijk een ongeluk, dan is het op 30-, 31-jarigen leeftijd reeds in een toestand, waarin het, om zich nog uit de ellende te redden , met den eersten den besten in het huwelijk treedt. Verbeeldt u daarentegen een ander meisje, dat zich tot haar 3-tste jaar deugdzaam en zuiver gedragen heeft, dat onder al de werklieden bekend staat als vlijtig , zedig en onberispelijk , dat zich door haar spaarzaamheid ten iniaste een kleinen uitzet vergaard heeft, hoe geheel anders ziet het daar uit! Het heeft een vrijen keus tot een echtverbintenis. De besten zullen zeker naar haar hand dingen , en zij brengt alles mede wat de arbeidersstand bij een vrouw verlangen kan. Wilt gij dus zedige bruiden , eerbare vrouwen, vlucht dan de vroegtijdige verkeeringen , welke slechts bedorven en onnutte meisjes in de arbeidershuisgezinnen brengen. Eindeljjk , geliefde werklieden, neemt u ook in acht voor onmatigheid, voor de neiging tot drank; weest op uw iioede voor die huizen, in welke de werkman om zijn loon wordt binnen gebracht, liet veelvuldig bezoek der herbergen , de gewoonte om slechts in herbergen genoegen en vergoeding voor de moeiten van den arbeid te zoeken, is volgens de overtuiging van allen, die zich met de verbetering van den toestand der arbeiders bezig houden , een dor grootste gevaren.

Ja, woest op uw hoede voor al de aangehaalde vijanden van uw waar welzijn, vergeet bjj al uw moeiten en werken uw onsterfelijke ziel niet, want de goddelijke Zaligmaker zegt immers zoo uitdrukkelijk: „Kquot;' ioch haat het den „mensch, indien hij yansch de wereld winne, maar zijner vsiele verlies lijdtquot;. (1)

9

1

Matth. XVI ; 20.

ocr page 136

TIENDE HOOFDSTUK.

De moeder van den werkman.

.Vis eon kind meent in gevaar te komen , of hulp noodig lieet't, dan Tluclit liet tot zijn moeder , knelt zich aan haar boezem, en is overtuigd dat het door niets zal gedeerd worden onder de trouwe bescherming van die minnende moeder, of wel verhoopt van die goede moeder alles wat het noodig heeft. Ook gij , christelijke werkman , hebt zulk een moeder niet alleen die moeder , welke Jesus ons aan het kruis heeft geschonken, die nu in het hoogste dos hemels troont, en over ons zegeningen en genaden afsmeekt, maar ook op aarde hebt gij een moeder , die voor uw geluk en welzijn ten zeerste bezorgd is. Gaf Jesus, alvorens tot zijn Vader terug te keeren, ons een zichtbaren plaatsbekleeder , namelijk L'etrus en zijn opvolgers , zoo hebben wij ook voor Maria een zichtbare plaatsbekleedster op aarde en wel deH. Kerk, die ons in de ruimste mate genaden uitdeelt. En als Petrus en zijn opvolgers de zichtbare hand zijn , door welke Jesus Christus ons tot onze eeuwige bestemming geleidt, zoo is de heilige Kerk die zichtbare hand , met welke onze hemel-sche moeder ons beschermt en zegent. Derhalve mag ik u , door haar geliefden werkman , wel den ernstigen raad geven om in de gevaren van onzen tijd uw toevlucht te nemen tot deze getrouwe moeder, de li. Kerk, en u met alle kracht aan haar te hechten , onder haar beschermende vleugels zijt gij zeker beveiligd tegen de strikken uwer onverzoenlijke vijanden, die u langs allo kanten omringen, en u voor hun eigenbelang, voor hun duivelsche omwentelingsplannen zoeken te winnen.

Wij hebben reeds beschouwd, hoe Christus den arbeid geadeld en wederom tot aanzien gebracht heeft, zoodat hij sedert dien niet meer als een vernedering voor den mensch , maar veeleer beschouwd moet worden als een middel om verdiensten voor de eeuwigheid te verwerven , en zijn evennaaste tot nut en zegen te dienen. De H. Kerk, die den geest van Christus als erfdeel bekwam, heeft door alle eeuwen

ocr page 137

131

heen geleerd, dat de arbeid don mensob. in eer en aanzien verheft, do ledigheid daarentegen Toor hem oen schande is, — welke leer roods overa! geldt, zelfs bij degenen, die do grondbeginselen van het christendom niet meer willen erkennen. En waar ook in de heidonsche landen , welke tot nu toe die moening zijn toegedaan, dat de arbeid den mensch ontsiert en verlaagt, dat hij slechts door slaven moet verricht worden, — do kerk het kenteoken dor verlossing , het heilig kruis , kan planten , daar wordt weldra de werkman beschouwd als een mensch van gelijke afkomst, die het recht bezit een eervolle plaats naast zijn medeburgers in to nemen ; daar wordt van een groote menigte slaven en lijfeigenen de vloek en verachting weggenomen, welke tot dan toe op hou kleefden , dewijl zij zich met handenarbeid moesten bezig honden. Reeds uit hoogen eerbied voor Jesns, Maria en Josef, die van het werk hunner handen leefden, was de werkmansstand van den beginne af voor de Kerk uiterst eerbiedwaardig ; zij heeft hem niet alleen met de andere standen op cezelfde lijn gesteld, maar hem ook tot eon der eerste en gewichtigste levensstaten verheven. quot;VVij hebben hierboven reeds gezien hoe de arbeid werd beschermd , hoe geestelijken, kloosterlingen on zelfs Bisschoppon in eigen persoon werkplaatsen opgericht en daarin de meest verscheidene ambachten onderwezen hebben. - Eu nu nog kunnen wij uit de berichten der Missionuarissen, die tot de onbeschaafde volkeren worden gezonden om voor hen het licht des Evangelies te doen schijnen, zien, dat zij de heidenen, naast het onderwijs in het christelijk geloof, ook leeren werken, wel wetende, dat met het christendom dat onbestendig, omzwervend leven niet kan overeenstemmen , en de mensch zich tegelijk aan een regelmatigen arbeid moet gewennen. Christendom en beschaving , gelijk zjj door handenarbeid worden verspreid, zijn daarenboven zoo innig met elkander ver-eenigd, dat men zeggen kan: zonder christendom is er in het algemeen van eigenlijke beschaving geheel geen spraak.

De Kerk heeft ten allen tijde den arbeidersstand in bescherming genomen. Waren de verschillende vereen igingen of gilden eigenlijk niet godsdienstige genoot- of broederschappen , welke door de Kerk met bepaalde rechten beg if-

ocr page 138

132

tigd waren ? Zij hadden een bijzonderen kerkelijken patroon, namen op een schitterende wijze deel aan alio kerkelijke plechtigheden, vooral aan do heerlijke processies, en toonden door hun kerkelijk gezegende banieren en godsdienstige zinnebeelden hot innig verband , in hetwelk zij met do Kerk stonden. En dat zij voor de menschelijke samenleving een grooter zegen waren dan de nu bloeiende vrijhandel, kan nauwelijks in twijfel getrokken worden. En toen heerschte er nog welvaart en zelfs rijkdom in dezen stand, zoodat men in waarheid zeggen kon, „het handwerk heeft een gouden bodemquot;. In de verschillende oneenighodon , welke de werklieden in vroegere eeuwen mot den adel hadden, stond de kerk bijna altijd aan do zijde van den werkenden stand. Ja, do arbeid hoeft onder de bescherming der Kerk altijd en overal goedo tijden gehad , die wellicht nooit zullen weder-kooren. Ook nu nog, al heeft de Kerk veel van don nitwondigen invloed verloren , welke zij vroeger op hot sociale leven uitoefende , heeft zij zich toch de bijzondere bescherming van het handwerk en don arbeid niet laten ontnemen. Dit getuigt do stichting van meesters-, gezellen- en leerlingen-vereenigingen, zooals deze nu in alle groote steden van Dnitschland , en ook in verschillende van ons land , bestaan, welke zeker tot ontwikkeling van het ambacht niet weinig bijdragen, en het meeste geschikt zijn om do kloof tusschen meesters on gezellen te vullen, on den arbeid weder het godsdienstig karakter terug to geven , waarvan hij in onze verlichte eeuw is beroofd geworden.

Zoo dus een stand op aarde redenen heeft dor Katholieke Kerk getrouw te blijven , dan is het de arbeiders- en werkmansstand. En dit was in vroegeren tijd ook werkelijk het geval: de Kerk vond onder de werklieden haar getrouwste kinderen, en de kern van een katholieke gemeente wordt altijd gevormd door een Hinken arbeiders- en werkmansstand. Uit dozen stand zijn ook do moeste Bisschoppen en-priesters gesproten, en zelfs een der grootste en beroemdste Bisschoppen , die na den H. Bonifacius op den Lnsschoppelijkon stoel van Mainz zat, de H. Willig is, was de zoon van een werkman , van een wagenmaker namelijk; en zooals de legende verhaalt, komt het stadswapen van Mainz - twee raderen

ocr page 139

133

op een rood veld — van den H. Willigis, die overal in zijn vertrekken twee raderen liet aanbrengen, om zijn afkomst steeds indachtig te zijn en niet hoovaardig te worden. Daar in onzen treurigen tijd zoo menige arbeider en werkman geen God en geen Zondag meer kennen , en bij iedere gelegenheid don mond vol hebben van spot en hoon mei de heilige Kerk , haar bedienaars en gebruiken , zoo kan deze, hun moeder, met volkomen recht weeklagend de woorden van den profeet Isaias herhalen: „hoort hemelen, luister „aarde, want de Heer heeft gesproken. Ik heb kinderen „opgevoed en verheven: zij echter hehhen mij verachtquot;. (*) Ja, do Kerk kan luin voor oogen honden dat zij door haar genade en liefde verheven en groot geworden zijn, en thans tegon de Kerk , die hen als het ware baarde, aldus togen hun eigene moeder, opstaan, en haar een slag in het aangezicht toebrengen. Daarom is er voor den socialen toestand der werklieden geen hoop op verbetering, zoolang deze voortgaan buiten do Kerk en zonder deze teedere moeder redding te zoeken, en in hun bijeenkomsten en vergaderingen tegen de Kerk de onrechtvaardigste beschuldigingen en aanklachten te slingeren, en zelfs rondweg verklaren van haar niets te willen weten , en volstrekt geen hulp van haar te verwachten.

In waarheid. met millioenen kan do Kerk den socialen nood niet lenigen en daarmede is ook niet te helpen. Het eenige middel, dat redding kan geven ^ wordt door de Kerk met moederlijke zorg aangewend. Of zijn do Paus en Bisschoppen niet met den grootsten jjver bezield om der heden-daagsche maatschappij heil en redding te verkondigen en hot redmiddel aan te prijzen? Dit getuigt do overheerlijke Herderlijke Brief, welken do in de maand Augustus 1889 te F ui da vergadordo Duitsche Bisschoppen tot hot katholieke volk gericht hebben in aansluiting bij het door den II. Vader tot den Aartsbisschop van Keulen gezonden schrijven. Daarin wordt het gewichtige vraagstuk, dat in den tegenwoordigen tijd de gemoederen bezig houdt, van hot hoogste gezichtspunt af behandeld als eenvoudige vraag, tot wier oplossing allen , die van goeden wil zijn, worden uitgenoodigd ; Kerk en Staat, armen en rijken, werkgevers en arbeiders, geestelijken en leeken.

(*) Isai 1: 2.

ocr page 140

134

Dit herderlijk schrijven beschouwt het sociale vraagstuk op de eerste plaats als een punt van staathuishoudkunde en van algemeen recht, aan welks oplossing staatswetgeving, politiek, staatsbeheer en wetenschap deelnemen. Doch de natuurlijke krachten zijn niet toereikend , ook de kerk moet mot hare bovennatuurlijke middelen medewerken. Hot wijst daarom op de genezende kracht, welke de leer van Christus ten-allen tijde tegenover de slavernij gesteld heeft, en toont, dat de geest des geloofs dezelfde genezende kracht heeft ten opzichte van de sociale kwalen , tegen welke noodzakelijker wijze de daarmede overeenstemmende middelen moeten worden aangewend. De middelen echter, door welke de verschrikkelijke kloof zal gevuld worden , die de verschillende standen van elkander scheidt, mogen en kunnen slechts zulke zijn, welke met het christendom overeenstemmen, en geenszins mogen zij op bedrog en geweld rusten. De eerbied voor de wereldlijke overheid en de bestaande rechts- en eigendomsverhouding is een gewetensplicht; maar ook de waarde van den mensch en de menschenrechten der onderhoorigen en evennaasten moeten geëerbiedigd worden.

De hoofdbronnen der maatschappelijke kwaal zijn de woelingen van liet ongeloof en der omwenteling, welke niets anders beoogen dan algemeene verzaking van het christendom en der christelijke staatsregeling. Als middel tot verbetering beveelt de H. Vader bet volgende aan :

„De zorg voor echte godsdienstigheid en dor daarop gegrondveste zedelijkheid en deugd is het wezenlijke en beslissende , is de wortel van al hot andere. Dit is natuurlijker wijze vooral do taak der geestelijken , in het bijzonder die der zielzorgers. Derhalve richten wjj uit geheel de volheid van ons hart op do eerste plaats het woord tot u , geliefde Broeders, getrouwe medewerkers in den wijngaard des 1 leeren !

Gij hebt in de dagen der verdrukking de standvastigheid en de offervaardigheid van uw geloof schitterend getoond; do tijd is gekomen om de macht van Christus' liefde nog meer te openbaren , van die liefde, welke den goddelijken Heiland aanzette arm te worden om allen te verrijken.

De beteugeling van het alles bedreigend ongeloof zoonvol als van het toenemende en alles vergiftigend zedeboderf door

ocr page 141

135

versterking en verlevendiging des geloofs, door uitbreiding van zuivere, echt christelijke zeden in allo standen en klassen des volks , de godsdienstige opvoeding der jeugd is op een geheel uitstekende wijze door deu lieer zijnen dienaars toevertrouwd. Doch hoe gering is ons getal, hoe ontoereikend zijn onze krachten tegenover de op zoo vele plaatsen kolossaal aangroeiende verplichtingen en behoeften; hoe talrijk zijnde hinderpalen, hoe sterk de machten, welke onze werkzaamheden ontmoeten. En nochtans mogen wij niet moedeloos zijn. Een ware apostolische zielenijver zal onze krachten verdubbelen en ons het zwaarste licht maken. Wij zullen steeds voor oogen houden dat deze apostolische zielenijver niets anders is dan de liefde van Jesus Christus, die heilige liefde, van welke de Apostel Paulus schrijft: „De liefde is geduldiy , is „goedertieren; de Hef de is niet naijverig , zij praalt niet, zij „is niet opgehlazen , zij is niet eerzuchtig , zij zoekt het lm re „niet, zij verbittert zich nietquot;. (*) Dat is de gedaante, onder welke de liefde van Christus in onze werken moet uitschijnen, en als deze liefde in ons heerscht. dan zullen wij zeker ook in onzen tijd en in de daaraan verbonden gevaren de taak vervullen, welke de Voorzienigheid ons heeft opgelegd. Deze liefde zal ons den waren jjver inprenten, en ons terzelfder tijd voor de misstappen van een valschen ijver behoeden. Deze liefde zal ons in staat stellen alles voor allen te worden, om allen voor Christus te winnen.

Door deze liefde aangespoord, Eerw. medebroeders, zult gij alles aanwenden om den geloovigen, maar bijzonder den werklieden liet bijwonen der godsdienstoefeningen op Zon-en Feestdagen zoo aantrekkelijk mogelijk te maken, ze door den inhoud eu den gloed uwer predikatiën te boeien , en hen omtrent het hnn noodzakelijke en heilzame te onderwijzen, hun harten met vertrouwen op God , met liefde tot den Allerhoogste en alle goed te vervullen, hen door de schoonheid en plechtigheden van den godsdienst te verheffen en te verblijden : in het bijzonder echter hen tot het waardig eu dikwijls ontvangen der 11. Sacramenten, en het getrouw bijwonen der volksmissiën op te wekken en hun daartoe alle mogelijke gelegenheid te verschaflen. In het kort, vervult ten opzichte

(*) 1 Cor. Xlll : 4 , 5.

ocr page 142

13fi

van allen, maar voornamelijk ten opzichte van hen, die onder den last van den arbeid en den nood gedrukt gaan , in de kerk zoowol als in de bijzondere zielenzorg alle plichten en beoefent alle de deugden van een goeden herder naar het Hart en voorbeeld van Jesxis Christus, den waren goeden herder , die ons geleerd heeft de ons toevertrouwde schapen op alle wogen en ouder alle bezwaren na te gaan.

Mochten echter ook alle ware christenen , in het bijzonder de overheden en hoofden der huisgezinnen , de leeraars der jeugd, de aanzienlijken der gemeente zich herinneren, dat ook zij van God geroepen zjjn om aan bet werk van Jesus ( hristus deel te nemou ; mochten zjj daarin hun zielzorgers krachtig ondersteunen en nimmer vergeten dat zjj daardoor het welzijn der huisgozinnon, der gemeente on der geheele maatschappij krachtdadig bevorderen en den II. Wil van God volbrengen.''

Het tweede middel, dat do II. Vader aanwijst, is vredelievendheid en eendracht. Als dan omtrent het een of ander punt onder de verscliillonde standen verschil van meening bestaat, zoo mag deze toch nooit tot overtreding der wetten, tot schending der rechtvaardigheid en liefde leiden; veel meer moet men zich beijveren om iedere oneenigheid door het vaderlijk gezag en de liefdevolle bemiddeling dor zielenher-dors uit den weg te ruimen.

Inderdaad, in de laatste jaren hebben wij zoo dikwijls ondervonden, welke zware schade er voor de arbeiders en werkgevers uit de geschillen voortspruiten, dio den regelmatigen loop der nijverheid en van den arbeid belemmeren. Hot gemeenschappelijk belang der beide partijen is op de innigste wijze met elkander verbonden en kan juist daarom door we-derzijdsche tegemoetkoming bevorderd worden. De poging-tot zulke oplossing zal eerst dan een goed gevolg hebben , als men van beide zijdon door een welwillende en offervaardige meening geleid wordt.

De vermaning van den H. Vader tot eendracht en vredelievendheid is des te degelijker, omdat do tegenstrijdige partijbelangen, de opgewondenheid en de bezwaren van den tegenwoordigen tijd zoo gemakkelijk spanning on twist veroorzaken. Luister derhalve naar het woord van den Apostel;

ocr page 143

„Houdt, zooveel het van io afhangt, met alle menschen vrerle , „indien het mogelijk is.quot; (*) VredelieTendheid en oei; tot verzoening gestemd gemoed zijn tot oen heilzame oplossing van het sociale vraagstuk onvermijdelijk noodzakelijk. -Moet men van den eenen kant den werklieden alle liefde en voorkomendheid , en in hun billijke aanspraken alle deelneming betoonen , van den anderen kant echter moet men hen ook behoeden en beschermen tegen alle verkeerde pogingen, welke hen van het hoogste goed des christelijken geloofs berooven en hen onfeilbaar in het verderf storten zullen. De middelen dan ook , welke op onze dagen sommigen aanprijzen als geschikt om het lot van den werkman te verbeteren, worden door Z. 11. in de Encycliek van den 17 Mei 1891 ten zeerste afgekeurd. „Niemand,quot; zoo zegt hij, ,,zal het streven naar „verbetering van eigen lot, zonder dat anderen daardoor op „onrechtvaardige wijze afbreuk wordt gedaan, afkeurens-„waardig achten. Maar zich de bezittingen van anderen too-„eigenen, onder het droevige voorwendsel, dat do maatschap-„pelijke gelijkheid moet worden ingevoerd, is een inbreuk, „zoowel op het rechtvaardigheidsbeginsel, als op het algemeen „belang. Zonder twijfel geeft verreweg het grootste gedeelte „der werklieden er de voorkeur aan, door eerlijken arbeid, „zonder in de rechten te treden van anderen, een betere „stelling te verwerven. Doch talrijk zijn ook de oproerkraaiers en predikers van valsche begrippen, die niet kieskeurig zijn in hun middelen , als het er op aankomt, de „maatschappij omver te werpen eu het volk tot daden van

„geweld over te halen.......................

„Niet zelden gaan de arbeiders over tot een gemeenschappelijke „werkstaking, ten einde dwang uit te oefenen ten opzichte van „hun werkgevers, als hun de gestelde eischen te zwaar, het getal „werkuren te hoog, het loon te gering schijnt. Dit optreden, „hetwelk in ouzo dagen steeds menigvuldiger wordt en voort-„durend grooteren omvang verkrijgt, noodzaakt de burgerlijke „overheid tot maatregelen van tegenweer ; immers, dergelijke „stakingen strekken niet slechts den arbeidgevers zoowel als „den arbeiders zei ven tot schade, maar zij benadeelen evenzeer „op gevoelige wijze handel en nijverheid en in het algemeen

(*) Tlom. XII ; 18-

ocr page 144

138

„het openbaar belang. Bovendien geven zij, gelijk bekend „is, aanleiding tot ge\ve 1 dadiglieden en onlusten en verstoren „zij den vrede in den Staat. Op do boste wijze wordt hiertegen opgetreden door maatregelen en wetten, welke het „kwaad trachten te voorkomen en het optreden ervan trachten „te beletten door het wegnemen der oorzaken, die gewoonlijk „de strijd tusschen arbeidgevers en arbeiders in hot leven „roepenquot;. Uit deze aangehaalde woorden van Z. H. Leo XIII blijkt dus opnieuw hoe innig de kerk verlangt, dat er eendracht en vrede onder de verschillende klassen der samen-leSing heersche.

Op de derde plaats vermaant de H. Vader in zijn hierboven vermelden Brief aan den Aartsbisschop van Keulen , als een krachtig middel om den socialen nood en de gevaren van den tegenwoordigen tijd te overwinnen, hen allen, die met zwaren arbeid of drukkende zorgen belast zijn , tot gelatene tevredenheid, hen echter, die met aardsche goederen gezegend zijn tot rechtvaardige en barmhartige liefde. Bij gene een geest van geduld en tevredenheid, hij deze de geest eener weldadige liefde, is vóór alles de vrucht van het ware cliristendom. Beiden echter moeten hand aan hand vereenigd zijn: tevergeefs verwachten wij van heu, die vermoeid en beladen zijn, christelijk geduld, als het ons aan een offervaardige liefde zal ontbreken. Mochten om die reden toch altijd meer rijken en welliebbenden het schoone voorbeeld dier werkgevers navolgen , die door weldadige instellingen van allerlei aard voor hot stoffelijk en zedelijk belang hunner werklieden zorg dragen! De zegen , welke hun menschliévende handelwijze onder hun arbeiders verspreidt , zal hun de dankbare tevredenheid der laatsten verzekeren , terwijl zij den zegen van God over zich zelf, hun huisgezinnen en ondernemingen aftrekken. Het gewichtige punt der christelijke liefdadigheid, welke zooveel onheil in de maatschappij kan voorkomen, wordt wederom in de reeds aangehaalde Encycliek van den 17 Mei llt;S!)l door Z. 11. in uitdrukkelijke woorden behandeld. „Een voortreffelijke er. „zeer gewichtige leerquot;, zoo leest men, „predikt voorts de kerk „in betrekking tot het gebruik, dat men van aardschen rijk-„dom te maken heeft: een leer , die door heidenschc wijs-„geeren slechts in onbestemde trekken vermoed, door haar in

ocr page 145

139

„'t Yolle licht gesteld en, wat meer is, in leyendo practische „beoefening gebracht wordt. Zij betreft den plicht der weldadigheid, het geven van aalmoezen. Die leer is gegrond , „zooals wij reeds gezien hebben op de onderscheiding die te „maken valt tnsschen rechtmatig bezit en rechtmatig gebruik „van bezit. Het privaat bezit nerust, gelijk wij aantoonden, „op de natuurlijke orde. Het gebruik daarvan, natuurlijk „binnen de grenzen van het recht, is niet alleen geoorloofd , „maar het is ook , bij het maatschappelijk bestaan van den „mensch, een noodzakelijkheid, liet is geoorloofd , — aldus „de H. Thomas , — dat de mensch eigendom bezit, en het is „tegelijk noodig voor het monschelijk leven. (1) Vraagt men „nu, op welke wijze het gebruik van dat bezit moet geregeld „zijn , dan antwoordt ons de kerk met dienzelfden Leeraar: „He mensch moot de uiterlijke dingen niet als een eigendom „beschouwen en behandelen, maar als gemeen good, in zoo-„verre namelijk als hij zich gemakkelijk er toe leent die „dingen aan de noodlijdenden af te staan. Daarom zegt de

„Apostel : „Bovcel aan de rijken van deze wereld.....dat

„zij gaarne geven en mededoelen. (3) Ongetwijfeld is niemand „verplicht aan zijn eigen noodwendigheid of aan die van zijn „gezin te kort te doen , ten einde daardoor den naaste te „helpen. Niet eens bestaat do verplichting , ton wille van „het geven van aalmoezen, afstand te doen van hetgeen een „behoorlijk ophouden van den staat,, die ons toekomt, aan „uitgaven vordert; immers, het geldt den II. Leeraar als „rechtsregel : niemand is verplicht op een wijze, die niet met „zijn staat overeenkomt, te leven, (ü) Maar waar eenmaal „voorzien is in het onderhoud en in een met 's menschen „staat overeenkomend optreden, daar geldt voor den bezitter „wel degelijk de plicht om van zijn overvloed . de noodljj-„denden te ondersteunen. Wat (jij overvloei!ig hezit, yecf „dat aan de armen. (A) Die verplichting'evenwel vindt „de uiterste nood daarbuiten gelaten - - haar grondslag niet „in eenig- recht, maar in do christelijke liefde, en daarom „kan ook niet langs gerechtelijken weg haar vervulling wor-„den gevorderd, /ij vindt intusschen wel degelijk haar sanctie „in een uitspraak , die krachtiger is dan alle bepaling door

(1) 2. 2. ij. 5(3 a 2, (2) 2. 2. q. 55 a 2. (3) 2. 2. q. 32 a 6. (4) luc. XI: 41.

ocr page 146

140

„aardsehe Wetgevers en rechters vastgesteld , in het woord „namelijk van den eeuwigen Rechter, die op velerlei wijze „de milddadigheid heeft aanbevolen: Het is u zaliger te „(/even dan te ontvangen, (1) en die op den laatsten dag het „geven of weigeren van oen aalmoes aan zijn armen , beschouwen zal als een gave of weigering , hem zelvon ton „deel gevallen : Wat lt;jiJ aan een van deze Mijn geringste „broeders gedaan heht, gij hebt het aan Mij gedaan. (2) — „Uit het bovenstaande valt derhalve kortelijk te besluiten : „Wie rijkelijk door God met goederen bedeeld werd , hetzij „stoifeljjke en uitwendige of geestelijke goederen , hij heeft „dien overvloed ontvangen, om hem voorzeker tot zijn eigen „waar welzijn, maar ook tot voordeel zijner medemenschen te „gebruiken ; hij heeft als een uitdoeier der gaven van Gods „Voorzienigheid te handelen. Indien iemand talent is toebe-„deeld, hij zorge wel, niet te zwijgen : heeft iemand rijkdom „ontvangen, hij wake, om niet af te laten van de gaven der „barmhartigheid ; viel iemand ervaring ten deel in het „besturen van anderen , hij poge hot aanwenden daarvan te „doen strekken tot nut van zijn naaste.quot; (3)

Mochten diegenen, wien God door het bezit van goederen en kapitaal een toongevenden invloed op de nijverheids- en arbeidersverhoudingen geschonken heeft, hun stand nooit tot nadeel der armen en zwakken misbruiken. Mochten zij steeds hun heiligsten plicht en hoogste belang daarin erkennen, dat zij het geluk en den welstand diergenen bevorderen, die door harden, lichamelijken arbeid hun ondernemingen winstgevend en vruchtbaar maken.

En die liefde en barmhartigheid, welke de kerk predikt en haar kinderen als plicht oplegt, heeft zjj ook ton allen tijde beoefend, en daarvan de treffendste voorbeelden gegeven. Want alhoewel de zending der Jl. Kerk op de eerste plaats een geestelijke is, en zij er zich op beroemt don hongerigen het brood des levens, d. i. de HH. Sacramenten en de andere genademiddelen te geven, was zij toch ook ten allen tijde voor hot lichamelijk en tijdelijk welzijn barer kinderen ton zeerste bezorgd. Gelijk Christus, gedurende zijn verblijf op aarde,

(1) Act. XX: 35. (2) Matth. XXV: 40.

(3) S. Greg. JXagn. in Evaiig. Hom. IX , n. 7.

ocr page 147

141

er niet alleen op bedacht was door zijn loering en goddelijke genade do zielen te redden , maar ook talrijke lichamelijke weldaden bewees, daar Hij de zieken genas , de hongerigen spijzigde, zich het lot dor armen en verlatenou aantrok , zoo moet de H. Kerk hom hierin gelijkTormig zijn, en zich naar vermogen beijveren om do noodlijdenden te helpen. En werkelijk, als wij do geschiedenis dor Kerk van haar stichting af tot op den togonwoordigen tijd doorloopen, dan zien wij dat er onder de vole monschelijke ellenden en moeilijkheden, beproevingen enkwellingen, geen enkele gevonden wordt, waarvoor de Kerk van Christus geen zorg heeft godragen. Zij hooft hierin gehandeld juist als een liefhebbende moeder en allen hulpbohoevenden haar bereidvaardige zorgvuldigheid betoond; zij stichtte armen- en invalidenhuizen, welke oen toevlachts-oord zijn voor degenen, die in een hoogon ouderdom niet moer in staat zijn door handenarbeid in hun levonsonderhoud te voorzien , of voor personen , die door lichamelijke of verstandelijke gebreken voor don arbeid ongeschikt zijn, en niemand hebben, dio zich hun lot aantrekt. De Ivork heelt zorg godragen voor de zwakke, hulpelooze kindoren, die men bij de hoidenscho volkoren te vondeling legt of tot do schandelijkste zaken misbruikt. Het woord van den godde-lijkon Zaligmaker indachtig „laut de Meinen tot Mij komen (1) heeft zij wees- ou vondolingshuizen opgericht, in welke de kinderen niet alleen onderwezen on gevormd , maar ook go-voed4, gekleed eu verpleegd worden. Duizenden mannen en vrouwen , die als kinderen in zulke huizon worden opgono-mon , hebben aan do kerk niet alleen hun geestelijk maar ook hun lichamelijk leven te danken , ou zonden zonder haar hulp naar lichaam en ziel ellendig ten gronde gegaan zijn. Tot de godonkteekenen der barmhartige liefde in de Kerk bohooren ook do menigvuldige inrichtingen voor de verpleging der zieken of zoogenaamde gasthuizen. Datgene indachtig , wat Christus , als de barmhartige Samaritaan voor don gewonde gedaan hoeft, hoe hij hem verpleegde, zijn wonden zuiverde eu verbond , voor zijn volkomeno genezing zorg droog , zich zijn verhoven woord herinnerende „ik was ziek en gij heht mij hezochtquot;, (3) heeft de Kerk voor zieken-

(1) Marc. X: 14. (2) Matth. XXV; 36.

ocr page 148

142

verplogiugen , mot verplogers en verpleegsters gezorgd , die slechts uit liefde tot God hun zware en dikwijls ondankbare taak vervullen, wien zelfs de vijanden der Kerk de erkentelijkheid niet onthouden kuiuien en die men algemeen „do Engelen aan hot ziekbedquot; noemt. Zelfs voor de gevangenen is de Kerk een weldoenster geworden , en ook hen, die voor hun misdrijven moeten boeten, hoeft zij niet vergoten, zij geeft zicli moeite om hun lot zooveel mogelijk te verzachten. Haar liefde dringt aldus door tot in de gevangenissen en begeleidt de ongelukkigen tot op hot schavot. Evenzoo heeft zij zich ook als oen lichamelijke weldoenster aan het volk vertoond door haar bloeiende missiën onder de onbeschaafde volkeren dor heidensche wereld, om de slavenketenen van duizenden te verbreken en hun een waardig bestaan te verschaffen.

Zoo is de H. Kerk altijd on overal voor allen alles geworden , en wordt van den goddoljjken Heiland gezegd „Hij ging al weldoende voortquot;, (1) zoo is ook de geschiedenis van het achttienhonderdjarig bestaan onzer Kerk met weldaden eu zegen van allerlei aard vervuld , welke zij der lijdende menschhoid ook naar hot lichaam bewezen heeft: zij heeft de armen ondersteund , do weezen opgevoed , de zieken verpleegd , de gevangenen bezocht en verlost en do heidenen voor liet christendom en de beschaving gewonnen. Dit getuigen die menigte van armen-, wees-, ziekenhuizen en overige instellingen van liefdadigheid, welke allen al zijn ze dan ook op den hnidigen dag aanhaar bestuur ontnomen — door de Kerk in het leven zijn geroepen ; ja, de geschiedenis van alle eeuwen getuigt hot, dat zij niet alleen op geestelijke, maar ook op stoffelijke wijze de grootste weldoenster der menschhoid is. Waarlijk zij verdient niet zoo veracht, versmaad, onder de voeten getreden te worden ; integendeel mag zij op hoogachting aanspraak maken om de weldaden den werklieden, don armen en den ongelukkigen der mensche-lijke samenleving bewezen.

1

Act. X : 38.

ocr page 149

ELFDE HOOFDSTUK.

De Katholieke Vereenigingen.

Eeu niet minder duidelijk bewijs van de zorgvolle liefde der Kerk voor haar kinderen, die dikwijls aan de grootste gevaren bloot staan, vindt men in de instelling der godsdienstige en andere katholieke vereenigingen. Ten allen tijde was zij gewoon in meer gevaarlijke tijden iets in het leven te roepen, dat den zwakken mensch tegen de hom dreigende gevaren zon wapenen. Werden er ooit meer dan gewone pogingen aangewend om de haar toevertrouwde kudde naar geest of hart te bederven, dan riep zij gewoonlijk iets in het leven , dat de kracht bezat aan die pogingen het hoofd te bieden. Zoo ontstonden de verschillende godsdienstige genootschappen en andere katholieke vereenigingen van welken aard dan ook, die een zegen zijn voor haar leden, een zegen voor de huisgezinnen, een zegen voor de samenleving. Daarom aarzelt de H. Vader niet als een bovenal krachtig middel tot leniging en genezing der sociale kwalen van onzen tijd, de oprichting en verspreiding van christelijke vereenigingen aan te bevelen.

Hoe gewichtig liet vereenigingsleven voor het christelijk geloof en do christelijke zeden is, wordt duidelijk door de geschiedenis aangetoond. Heeds in do eerste eeuwen, het tijdperk van do oudste vervolging der christenen, was het godsdienstig en kerkelijk leven onder den vorm van genootschappen werkzaam. Hoe zegenrijk in hot christelijk Ger-mauisch tijdperk hot godsdienstig eu eigenaardig leven van het volk, onderling in vereenigingen en genootschappon innig verbonden, bloeide, is algemeen bekend. Ook het christelijk vereenigingsleven heeft op onze dagen in den geest van het volk en in den geest van het christendom diepe wortels geschoten ; en dit te bevorderen en tegen voorkomende gevaren te behoeden is daarom een heilige plicht, in het bijzonder voor de zielzorgers, die op zeer vele plaatsen dit hulpmiddel niet ontberen kunnen. Niet onverdiend is daarom de lof, welke onder dit opzicht de H. Vader onze ijvervolle geestelijkheid en het volk kan toezwaaien, waardoor ook wij moeten

ocr page 150

144

worden aangespoord de reeds bestaande en beproefde vereenigingen in stand te houden, zoo noodig opnieuw te bezielen en ze naar zulke plaatsen uit te breiden, waar zjj nog niet bestaan, maar toch noodzakelijk zijn. Dit moet onze eerste taak wezen.

M aar ook nieuwe vereenigingen, vooral op plaatsen, waar een talrijke en door do stroomingen dos tijds op godsdienstig en zedelijk gebied aan gevaren blootgestelde werkmans-be-volkiug is, zijn noodzakelijk, en op niet weinige plaatsen reeds opgericht of in wording. Daarbij mag niet over het hoofd worden gezien, dat do behoeften , de verhoudingen en het karakter des volks op verschillende plaatsen niet dezelfde zijn, waarom een zekere vrijheid in haar oprichting en werking-noodzakelijk is.

Met nadruk wijst Z. H. Leo Xill op dusdanige vereenigingen en spoort ons aan deze op te richten als een bolwerk tegen het duivelsch streven van onzen tijd , dat geen ander doel beoogt, dan het ongeloof, do ontkenning van God. „Ein-„delijk kunnen eu moeten ook de meesters en arbeiders tot „een vredelievende oplossing van hot vraagstuk medewerken „door maatregelen en hulpmiddelen, die den nood zooveel „mogelijk opheffen en do eeno klasse tot de andere doen „naderen. Hiertoebehooren de vereenigingen tot wederzijdsche „ondersteuning , bijzondere instellingen van hulpbetoon voor „den arbeider en zijn familie bij plotseling ongeval, bij ziekte „en sterven ; instellingen tot bescherming van het recht van „kinderen, jeugdige personen en ook volwassenen. Onder dit „opzicht echter nemen do arbeiders-vereenigingen de eerste „plaats in ; onder haar doeleinden vallen eenigermate al de „bovengenoemde instellingen. Vroeger hebben de vereeni-„gingen van handwerkslieden eu arbeiders hingen tijd een „vruchtbare werkzaamheid ontwikkeld, zij brachten niet slechts „aan haar leden aanzienlijke voordeelen , maar droegen ook „veel bij tot ontwikkeling van handwerk en industrie , gelijk „de geschiedenis getuigt. In een tijd als de onze , met zijn „veranderde gebruiken, kunnen natuurlijk de oude gildon niet „in hun vorigen toestand weder in het leven worden geroepen ; „de nieuwe gebruiken , de vooruitgang van wetenschap en „beschaving, de verhoogde levensbehoeften, alles stelt andere

ocr page 151

145

„eischen. Maar liet is noodzakelijk , do gilue-Ycreeiiigingon , „onder behoud van den ouden geest die haar bezielde , mot ,de tegenwoordige behoeften iu overeènstomming te brengen. „Verblijdend is het, dat in onzen tijd telkens meer dergelijke „Tereenigingen in het leven treden, hetzjj dan dat zij uitsluitend uit arbeiders of wel uit arbeiders eii meesters bestaan ; „en het is wensehelijk, dat zij in tal en kracht toenemen.quot; (1)

liet ovorgroote nut der arbeiders-vereenigingeri in de tegenwoordige tijdsomstandigheden blijkt hieruit reeds, dat do m onsehen, dewijl hun eigen krachten ontoereikend zijn, van zelf reeds worden aangezet om zich met anderen tot onderlinge hulp en ondersteuning te verbinden. Met volkomen recht zegt dus de Prediker : ,, Ui t is heler dat twee te zamen „zijn, dan dat iemand alleen is, want hunne vereenlyiny is Juni vvooi'deelilt;/ : valt de eene, de andere helpt hem op ; tree den „eenzame! want als hij valt, heeft hij niemand om hem op te „helpen11 ; (3) en het Boek der Spreuken zegt niet minder juist: „Ken broeder, dit door zijn broeder r/eholpen wordt, is als „een sterke stadquot;. (3) - liet valt nu geenszins to ontkennen, dat in onzen tijd de meest verschillende en uiteenloopende genootschappen en vereenigingen onder do arbeiders veel meer dan vroeger ontstaan. Als wij het doel on streven van velen dezer nader beschouwen, dan zien wij duidelijk dat zij aan eenzelfde geheime leiding gehoorzamen en ingericht zijn op een wjze, die met het welzijn van Kerk en Staat niet overeenkomt; dat zij hot er op toeleggen' een zeker arbeidsmonopolio in de hand te krijgen, en de werklieden, die als mannen van karakter hun toetreding weigeren, in ongelegenheid en ellende te brengen. Hierdoor worden de christelijk gezinde werklieden voor een tweevoudige keus gesteld : of wel zjj moeten lid worden van bonden, welke hun godsdienst in gevaar brengen , of wel zij moeten zelf eigene vereenigingen stichten, om met gemeenschappelijke krachten tegen het verderfelijk systeem van onderdrukking den strijd aan te binden, welk laatste door ieder weldenkende in de hoogste mate als passend en wensehelijk beschouwd wordt. Verschillende katholieke mannen houden zich onledig met de studie der sociale vraagstukken , zoeken en beproeven

(1) Eucycl. 17 Mei 1891. (2) Eccl. IV: quot;J —10. (3) Frov. XV111 ; If)

10

ocr page 152

146

de middelen, waardoor de lagere standen allengs in een beteren toestand kunnen gebracht worden. Zij trekken zich de heerschende ongelegenheid en den stoffelijkeu nood zoowel van huisgezinnen als van bjjzondere personen aan, en trachten in de wederzijdsche verhouding tusschen werkgever en arbeider billijkheid en gerechtigheid te doen hoerschen. /ij beijveren zicli bij beide partjjen het gevoel van plicht en gehoorzaamheid aan de voorschriften van het li. Evangelie te versterken; want het zijn immers deze goddelijke voorschriften, die den machtigen invloed bezitten om paal ou perk te stellen aan de genotzucht en onmatigheid, en een goede verstandhouding tusschen de verschillende ongeljjke standen der maatschappij te handhaven. Voortreffelijke mannen kwamen samen, om te beraadslagen over do belangen der werklieden on de voorkomende moeielijke vraagstukken op huishoudelijk gebied een schrede nader tot hun oplossing te brengen. Elders heerseht het prijzenswaardig streven om ambachtslieden en arbeiders in vereenigingen onderling te verbinden, hen met raad en daad te steunen , ten einde hun een bestendigen en behoorlijken arbeid te verzekeren. De bisschoppen bevorderen deze gansche beweging en steunen haar door hun gezag. Namens de bisschoppen nemen uitmuntende leden der wereldlijke en ordes-geestelijkheid deel aan de leiding der vereenigingen, wat haar godsdienstige zijde betreft. Het ontbreekt ook niet aan bemiddelde katholieken die zich grootmoedig tot begunstigers en deelgenooten van den arbeidsstand maken , en voor de vestiging en uitbreiding der vereenigingen aanzienlijke geldmiddelen verschaffen ; zij verzekeren daardoor den arbeider, die deelgenoot wordt, een geregeld en toereikend onderhoud, ja zelfs stellen zij hom in staat oen klein kapitaal voor den ouden dag af te zonderen , waardoor hij van zorg wordt ontheven. Het behoeft niet gezegd hoeveel reeds tot heden door deze veelvuldige en ijverige bemoeiing is tot stand gebracht. En de vruchten beschouwende, welke dusdanige vereenigingen reeds hobben opgeleverd, mag men ook de beste verwachtingen voor de toekomst koesteren, als de tegenwoordige met omzichtigheid en wijsheid ingericht worden.

Wat de inrichting der bedoelde vereenigingen aangaat, het is onmogelijk deze te bepalen op een wijze , die voor allen geschikt en geldig is ; daarvoor hangen zij , zooals de

ocr page 153

147

II. Vader juist aanmerkt, to veel af van het volkskarakter, van tic ervaringen , van de uitbreiding des handels , van den aard en bloei der verschillende ambachten, eindelijk van veel andere omstandigheden , die in aanmerking moeten genomen worden. Doch vóór alles moot men hij de oprichting en leiding dezer vereenigingen hierop letten , dat men haar doeleinden in het oog houdt en haar grondslagen en werkzaamheid overeenkomstig dat doel dienstbaar maakt, en dat doel is de verheffing en bevordering van den lichamelijken en geestelijken toestand der arbeiders. Derhalve moet de godsdienst der vereoniging tot grondslag van haar regelen strekken ; de godsdienstige gezindheid barer leden moet het voornaamste doel zijn, en daarom moet haar geheelc inrichting van het christelijk geloof zijn doortrokken. Anders zou de vereoniging weldra haar oorspronkelijk kenmerk verliezen , zij zou op gelijke lijn komen te staan met zoodanige bonden , die den godsdienst buiten hun kring sluiten. Maar wat baat het den arbeider , al heeft hij voor zijn tijdelijke welvaart nog zooveel voordcel uit do vereeniging getrokken, wanneer hij uit gebrek aan geestelijk voedsel in gevaar raakt? „ Wut haat het den niunscJi , als hij de yaiische wereld wint, „maar schade lijdt ((an zijn zielquot;. (*)

De vereenigingen dus moeten vooral oprecht christelijk zijn ; zeker kunnen en zullen zij niet overal , gelijk de oude, ook onder burgcrljjk en sociaal'opzicht, niet hoog genoeg te waardceren broederschappen en vereenigingen, uitsluitend en bij voorkeur aan dc verzorging van het godsdienstig leven en bijzondere kerkelijke oefeningen gewijd zijn. Alleen moeten zij allen den godsdienst, den geest van een oprecht en levend christendom tot grondslag en de christelijke zedenwet tot regel hebben. Waar dit ontbreekt, zal iedere vereeniging niet alleen geen vruchten voortbrengen en tot verval geraken, maar ook gemakkelijk ontaarden en do kwaal verergeren. Daarom is het beter mot een klein getal waarlijk godsdienstige leden te beginnen, en langzamerhand aan te groeien, dan in eens een hooge vlucht te nemen, en door in meerdere of mindere mate aan don wereldgeest toe te geven, de kiem des verderfs in de vereeniging te leggen. Derhalve moet

(-) JEatth. XVI ; 'JÜ.

ocr page 154

148

men in allo omstandigheden hiernaar streven , dat de loden van elke vereeniging hun godsdienstplichten vervullen, en het plechtig vieren van hot oen of ander kerkelijk feest, alsmede het verrichten van een bepaald voreonigingsgobed is zeer aanbevelenswaardig.

Christus. do Hoer, heeft een onderscheidend kenteeken tusschon hoidon on christen in de volgende woorden aangewezen : „ Dit alles zoeken ile heidenen. Zoekt eerst hef liijk ^(lods m zijne yerecht-igheid en dit alles zal u toegeworpen „wordenquot;. (1) Daar nu deze vereonigingen het Kijk Gods tot haar laatste doel nemen, moeten zij er op bedacht zijn, het godsdienstig onderricht der arbeiders te bevorderen. Derhalve zullen er degelijke en zaakrijke voordrachten gehouden worden , welke do onwetendheid in punten des geloofs , do toenemende onbekendheid met de plichten jegens God euden naaste zullen bestrijden. Men zorge voor grondige verklaringen omtrent de dwalingen des tijds en de drogredenen van do vijanden des geloofs, voor aanwijzing en waarschuwing betreffende de aanlokselen der verleiding. Men handele over het geluk van een waar christelijk leven , over de noodzakelijke deugden aan hun levensstaat eigen, over den geest en het voorbeeld van den goddelijken Heiland. Men wekke bij de leden der vereeniging achting op voor vroomheid en godsvrucht ; inzonderheid zette men hen aan tot een waardige viering van Zon- en Feestdagen , tot het ontvangen der H. Sacramenten ; men ieere den arbeider de Kerk Gods als al-gemeene Moeder eeren en liefhebben, haar geboden opvolgen en zijn levensgedrag naar haar voorschriften inrichten. De van tijd tot tijd gehouden voorbereidingen tot het waardig ontvangen der 11. Sacramenten zullen het krachtigste middel tot vernieuwing des goestes on opwekking van den ijver zijn. Eu wanneer zulke zorgen worden aangewend , dan mag men verzekerd zijn dat de kracht van het christendom en ce godsdienstige geest van 'net volk do kwaal van den tegenwoordigen tijd zullen overwinnen.

Daarenboven moeten do oprechte vereenigingen ook de-goljjk en practisch zjjn, zoo zij aan het bepaalde doel beantwoorden en den leden ware, met hun stand overeenkomstige

1

Matth. VI : 32, 33.

ocr page 155

l-W

voordeden voor het leven willen opleveren. Juist daardoor hehben do gezellen- on leerlingsvereenigingen met eenvoudige middelen zulke groote zaken tot stand gebracht, en eou onverstoorbare levenskracht verworven. Datzelfde geldt niet minder van vele arbeidersvercenigiiigen voor mannen en vrouwen, welke in lateron tijd opgericht zijn. iïeeds do omstandigheid dat zij voor de lodon, vooral voor de jeugd , een toevluchtsoord is, waar zij behoed zijn tegen de gevaren, welke uit het langs de straat slenteren en het vroegtijdig bezoeken van herbergen en mindere plaatsen voortspruiten , dat zij een plaats is , waar hun uitspanning en onderhoud in overeenstemming met hun jaren worden aangeboden, is een groote weldaad. Meer nog dan door zulke voordeelen zullen do loden aangetrokken en gebonden worden, als zij zich door ondervinding overtuigen, dat zij in de voreoniging werkelijk iets nuttigs kunnen leeron , en hun de weg voor hun levensgeluk bereid wordt. Daartoe zal ook de gewoonte van offervaardigheid niet weinig bijdragon, want waarvoor men zelf een offer brengt, dat waardeert men, dat blijft mon getrouw.

Ieder onbevooroordeelde weet, welk groot gevaar de hedon-daagsche door ti lloozo feesten opgezweepte zucht naar vermaken oplevert; de vereenigingen nu moeten deze kwaal niet bevorderen , doch veeleer moeten zij zich ten doel stollen om deze op een doelmatige wijze tegen te gaan en te genezen. Dan nog stemmen allen hierin ovoroon, dat hot christelijk vereenigingsleven slechts dan vruchten kan opleveren , als do zielzorgers hot opreclito liefde toedragen. Doch dat do geestelijken alleen den last dragen is zoo min mogelijk als wonsoholijk. Do zorg on behartiging der zaken, welke betrekking hebben op de verooniging , moet hoofdzakelijk do taak zijn van nitgozochte, beproefde voorstanders der vereeniging, die uit do leeken genomen worden. Ook alle leden dor vereeniging, voornamelijk die uit den onderwijzersstand, zullon hen met raad en daad ter zijde staan. Do geestelijke zal zoo mogelijk moer de trouwe en bereidvaardige vriend en raadgever, dan de onmiddellijko verzorger der aangelegenheden van do vereeniging zjjn. De ware herderlijke liefde, die oen dienaar van (lods Zoon moot vervullen, zal hem ook hier geleiden, hem don rechten weg aantoonen en den noodigen invloed schenken.

ocr page 156

150

Hier volgen eenigo wenken, door Z. PI. Leo XIII gegeven, omtrent den geest, welke in de vereenigingen heerschen moet. „Heeft eenmaal do vereeniging op deze wijze don gods-„dienst als grondslag genomen, dan is daardoor vanzelf de „richting aangegeven voor het vaststellen van de wederzijdsche „verhouding tusschen do leden der vereeniging. Overeen-„komstig hot doel moeten de werkzaamheden derwijze worden „verdeeld , dat geen al te groote afstand tusschen de personen „de samenwerking verstoort. Ook streve men er naar, alle „klachten omtrent verongelijking der leden vooraf te voor-„komen door een klare en bevattelijke bepaling van den kring „der werkzaamheden. Do gemeenschappelijke kas moet eerlijk „worden beheerd. De ondersteuning, die aan ieder in 't bij-„zonder toekomt, bepale men overeenkomstig de ware be-„ boetten. Als hoofddoel gelde steeds de overeenstemming „tusschen arbeiders en meesters : met betrekking tot rechten „en plichten. Om de wederzijdsche bezwaren tusschen beide „partijen uit den weg te ruimen , behooren besturen uit onbesproken en ervaren mannen te worden gevormd, met het „recht van beslissende uitspraak ; zeer wenscbeljjk zou het „zijn, dat dit scheidsgerecht zoowel uit arbeiders als uit „meesters bestond, en dat krachtens de statuten de leden der „arbeiders-vereenigingen gehouden waren zich tot hen te „wenden. Verder stelle men zich tot hoofdtaak te zorgen „(-lat het den leden niet aan werk outbroke, 011 dat uit een ge-„ meen schappelijke kas bij gebrek aan werk, bij ziekte, bij hoogeu „leeftijd, Ijjj noodlottige voorvallen den arbeider ondersteunins' „ ge worde .

Nogmaals goett /. II. de hoop te kennen, dat de vereenigingen, met dusdanigen geest bezield, de heerlijkste vruchten zullen opleveren, en daardoor de vooroordeelen verdwijnen, welke sommigen tegen haar mochten hebben opgevat. ,. Voor „zooverre met deze beschouwingen rekening wordt gehouden, „zal ongetwijfeld veel tot wegneming der grieven, ten minste „der drukkendste, worden bijgedragen, en zuilen ongetwjfeld „de katholieke arbeidersvereenigingen als een krachtige „hel boom tot bevordering van de algemeene welvaart kunnen „strekken, liet verleden veroorlooft. ous in menig opzicht „ook op ons gebied eeu blik te worpen in de toekomst. „Soms mot bewonderenswaardige eenvormigheid herhalen

ocr page 157

151

„zich bij elke wisseling van tijden en volken dezelfde ver-„scliijnsclen, omdat 's werelds loop afliangt van do Goddelijke „Voorzieniglieid, die naar haar eeuwig raadsbesluit alles „naar liet hoogste doel richt en liet daaraan dienstbaar maakt. „Bekend is , dat in de eerste eeiiwon aan liet ('bristeudom „werd verweten, dat zijn aanhangers meestal slechts arme „lieden waren , die van handenarbeid leetden. Kn toch deze „armen, deze verachte lieden, wonnen allengs de gunst der „rijken en machtigen. Zij leverden der wereld hot schouwspel van arbeidzaamheid , van vredelievendheid , van recht-„schapenheid eu broederlijke lieide. I egenover dit welsprekend „getuigenis van hun levenswandel weken do vooroordeelen , „verstomden de hatelijke klachten, en het heidensch ongeloof „moest zich voor het uitstralend licht dor christelijke waarheid allengs terugtrekken. Thans is de arbeidsijuaestie „liet onderwerp van een grooten strijd. Do Staat heett er „belang bij, dat deze strijd op vredelievende en wettige wijze „worde opgelost, liet vraagstuk zul echter door de arbeiders, „die van christol jken zin zijn , een gewenschte oplossing „erlangen, wanneer zij in goed geregelde vereenigingen en „onder een verstandige leiding denzelfden weg inslaan, dien „de christenen in de eerste eeuwen tegenover de overmachtige „heidensche wereld tot hun eigen heil en dat der maatschappij „bewandeld hebben. unt, hoe sterk ook de macht van „vooroordeel en hartstocht zij , toch zal overal, waar niet een bedorven wil het gevoel voor recht en waarheid heeft vernietigd, de volksgunst zich wenden tot mannen, die ijver, „matiging en tucht op hun vanen geschreven hebben.; men zal in de bres springen voor arbeiders , die billijkheid en „recht stellen boven het gewin en ernstige plichtsvervulling „boven alle bedenkingen.quot; -

Ten slotte wijst /. 11. op een laatste vrucht, welke de christelijke vereenigingen kunnen afwerpen, namelijk: de terugkeer tot het goede van die werklieden, die naar de drogredenen der hedendaugsche verleiders en oproermakers geluisterd hebben , en inzien dat zij den verkeerden weg zijn opgegaan, „liet vestigen van deze arbeidersvereenigingeu zou ook ten goede komen aan en den terugkeer tot betere „gevoelens vergemakkelijken van zoodanige arbeiders, die gc-„loof en zedelijkheid verloren hebben. Zij gevoelen veelal

ocr page 158

152

„zeiven in hun binnenste hoe mcedoogonloos zij door geld-

nzuchtige meesters behandeld worden, on dat zij slechts ge-„waardcerd worden naar het gewin, dat zij aanbrengen. „Itot is hun niet onbekend, dat in de vereenigingen, waarbij „zij zich hebben aangesloten, in plaats van wederzijdsche „achting en liefde, slechts tweedracht hoerscht, die steeds „de onafscheidelijke gezoliin is van een armoede zonder ge-„weten en zonder geloof. Mochten velen dezer ongelukkigen „''ie naar lichaamskracht gebroken en naar den geest ont-„moedigd zijn , aan zulk een vernederende dienstbaarheid „zich ontworstelen! Maar dat wagen zij niet, wijl hetzij de „schaamte of wol do vrees voor armoede hen terughoudt. „-Van al deze nu kunnen de katholieke arbeiders-vcreenigingen „grooten bijstand bieden, als zij namelijk de wankelenden, „na wegruiming der hindernissen in him midden opnemen ,,cn hun, die rouwmoedig terugkeeren, ondersteuning en „broederlijke deelneming aanbiedenquot;.

Luistert dan naar de vermaningen en wenken van don oppersten leeraar der Kerk, veronachtzaamt de groote taak van onzen tijd niet, maar besteedt aan haar uw werkende en in geduld volhardende liefde, opdat allen door den in-nigsten band mogen vereenigd zjjn. Gij, die door God met aardsche goederen zijt gezegend, in wier dienst wellicht honderden of duizenden uwer medemenschen staan, weest God steeds dankbaar voor den bevoorrechten stand , welken srij in de maatschappij inneemt, en weest tevens steeds de plichten der christelijke rechtvaardigheid, der christelijke liefde eu barmhartigheid indachtig, welke uw staat u oplegt. .Miskent de teekenen des tijds niet, en onttrekt u niet aan do eerste en dringende eischen, welke de tegenwoordige tijd u op sociaal gebied stelt.

Gij echter, arbeiders en werklieden, deelgenooten van dien staat, welken Christus, Cuuls Zoon, zich op een bij-zondore wijze heeft uitgekozen en geheiligd, hebt uw stand liet en vervult met getrouwheid de plichten daaraan verbonden. Laat u niet medeslepen door sclijjubeloften, welke nooit kunnen vervuld worden; laat u niet bedriegen door valsche leeraars en volgt de inspraken der hartstochten niet op : stelt veeleer uw vertrouwen op hen die werkelijk uw oprecht welzijn beoogen, bewijst uw overheden, geestelijke

ocr page 159

153

on wereldlijke, achting en eerbied. Komt gewillig alle vor-ordeningen te gomoot, welke tot uw bescherming on welzijn genuaakt worden. In het bijzonder echter, verliest nooit uit hot oog dat uw welvaart en die uwer huisgezinnen steeds verzorgd en beschermd moet worden door arbeid en spaarzaamheid, door matigheid en reinheid van zeden, alsmede door de beteugeling van do rampzalige zucht naar genoegens en vermaken, welke do jeugd bederft, de huisgezinnen verwart en een bestendige welvaart verhindert. Herinnert u steeds, dat wij liier benoden onzen hemel en gelukzaligheid niet kunnen vindon, maar dat wij voor de eeuwigheid bestemd zijn, en hot loon voor al onze moeiten en strijd in het andere leven is weggelegd. Behartigen wij dikwijls de vermaning van den goddelijken Meester: „Zoekt dan eerst het Rijk Gods en zijne (/ererJitif/heid en dit alles zal u toegegeven wonleiiquot;. (1) De godsdienst alleen is in staat afdoende inwendige verbeteringen te brengen in de bestaande wanverhoudingen, en zijn heilzamen invloed en werking zult gij in de christelijke vereonigingon beter loeren kennen en meer en meer ordervinden.

liet aanwending van allo mogelijke middelen kan het sociale vraagstuk niet opgelost on de werklieden niet geholpen worden . als men zich niet opnieuw innig bij de heilige Kerk aansluit, als men niet tot de grondbeginselen van den godsdienst terugkeert. Doze overtuiging is door de hoogste autoriteiten in Kerk en Staat uitgedrukt; zoo heeft onder anderen de Oostenrijksche minister van landbouw, graaf Julius Falkenhain in een redevoering verklaard: „men zou niet moeten dulden, dat hetgeen betrekking heeft op den godsdienst, door het slijk gesleurd, bespot en gehoond, dat een ander loven aan gene zijde des grafs als iets belachelijks beschouwd, en dat hot geloof aan God in het algemeen bespot wordt. Zoo men er aan houdt, dat do eerbied voor alle de tien geboden Gods oprecht bewaard blijft, dan moeten ook de eerste vier geboden, welke het gezag en do achting voor goddelijke en menscholijke wetten bevestigen, als waarborg voor het zevende ingeroepen kunnen worden ; dan moot ook de Staat do macht liebben do overtreding or van te

1

Matth. VI; 33

ocr page 160

154

verhinderen; want als eenmaal de eerbied voor liet ffozaf? uit liet hart is verdreven , wat met liet vordwjjnon dos loois noodzakoljjk het geval moot zijn , dan zal de Staat mot den besten wil zeer moeilijk in de gelegenheid zijn , bij don eersten noodkreet, als het zevende gebod overtreden wordt, hulp te bieden, wat toch zeker zijn heilige plicht isquot;. Daarom is de eenige oplossing ....... liet sociale vraagstuk in do

lieilige Katholieke Kerk to vinden. Door haai' goddelijke leer alleen vermag zij de mindere klassen voor God en ware menschenplicht te winnen, oir de tegenovergestelde ondeugden ten onder te brengen, /ij alleen kan den werkman het ware begrip van den arbeid geven en lioin met zijn lot verzoenen , zij bezit niet alleen in haar genadonschat de middelen om de monschen voor tijd en eeuwigheid waarljjk gelukkig te maken, maar zjj is ook door den II, (ieest verlicht om deze middelen op geschikte wijze te kunnen aanwenden. „Immersquot;, zooals Z. II. verklaart, „deKerkliepiui.lt „er zich niet alleen toe , enkel den weg tot genezing aan te „wijzen, zij past met eigen hand de geneesmiddelen toe. Haar „gansche werking richt zich naar het doel: de menschheid „naar de eischen van haar leer en van haar geest te herscheppen en op te voeden. Door episcopaat en priesterschap „leidt zij den heiligen stroom van haar onderrichting , zoo „ver het haar mogelijk is, dat is zoo ver haar invloed reikt „door alle kringen dos volks heen. /ij tracht door te dringen „tot het binnenste des monschen en zijn wil te richten zóó, „dat al zijn handelingen (iods voorschriften tot punt van „uitgang nemen. Op het gebied juist van dien iiiwendigen „arbeid, en dus op een gebied, waar eigenlijk alles op aan-„komt, ontvouwt de Kerk een zegenrijke en haar uitsluitend „eigene macht. Want de middelen, die haar den toegang „banen tot de harten, heeft zjj van Jesus Christus tot dat „heilig doel verkregen; :n die middelen berust een goddelijke kracht. Die middelen alleen dringen door tot hei: „diepste wezen der menscheljjke ziel, en die macht alleen „brengt den mensch tot gehoorzaamheid aan zijn plicht, tot „beteugeling van zijn eigen hartstocht, tot volmaakte liefde „jegens (iod en den naaste, tot overwinuing van de vele „hindernissen, waarmede de weg der deugd bezaaid is. „Ten bewijze voor de waarheid van het hier aangevoerde

ocr page 161

155

„is een blik iu hot verleden van gowioht. Wij herinneren „slechts aan oen onbetwistbaar feit, wanneer wij zeggen ; de invloed en de arbeid der Kerk hebben de burgerlijke „samenleving van haar grondslagen af'vernieuwd ; de hoogere „maatschappelijke krachten, die haar eigen zijn, hebben hot „meuschdom op den weg gebracht van den waren vooruitgang , ja, zij hebben het van liet verderf tot een hernieuwd „leven opgewekt; zij hebben liet door de christelijke opvoe-„ding der volken een ontwikkeling gegeven, die alle vroegere „vormen van beschaving ver overtreft, en zoo lang de wereld „staat, door geen anderen overtroffen worden zal. Die ze-„geningen vinden iu don Allorheiligsten Persoon van Jesus „Christus haar bronader en haar einddoel tevens; gelijk de „wereld aan don öodmensch alles dankt, zoo koert ook alle „good tot Hom, als einddoel aller dingen, weder. Toon „oeumaal liet licht dos Evangelies was opgegaan en hot „groote geheim van fiods menschwording en van do verlos-„siug dos menschdoms was verkondigd, drong hot leven „van Josus Christus alle rangen vau don aardkroits door; „hot bezielde alle volkoren en allo klassen en vestigde in „hen mot het chrisnelijk geloof ook do christelijke zeden. „Noodzakelijkerwijze blijkt hieruit, dat wanneer men naar „een geneesmiddel omziet voor de lijdende maatschappij , „alleen het horstel van hot openbaar en bijzonder leven naar „den geest van het christendom dat middel wezen kan. — „Immers, liet is een door niemand bestreden waarheid: elke „maatschappij, dio zioh innerlijk wil vorniouwen, moet terug-„koeren tot haren oorsprong. De volmaaktheid van elke gemeenschap toch bestaat slechts daarin, dat men streeft naar, „en doelt op hetgeen van den beginne af als doel werd ge-„steld : door het streven naar dat doel moet het onontbeerlijko „loven terugkooren in het lichaam der maatschappij. AfwiJ-„ken van dat doel staat gelijk mot verval; terugkeer betee-„kent hetzelfde als genezing. Dit geldt van hot lichaam van „den Staat, en evonzoo geldt het van de verreweg talrijkste „klasse van bui-gors , van do klasse der werklieden.

„Do zorg dor Kerk bepaalt zich intusschen niet zóózeer „tot de vorrichtingen ton bate van het geestelijk leven , dat „zij daardoor do aangelegenheden van hot aardsche bestaan „over het hoofd zou zien. Veel moor moet betuigd, dat

ocr page 162

156

„do Kerk, inzonderheid ten opzichte van den werkmansstand, „krachtig er naar streeft, aan den bestaanden nood ook onder „stoffelijk opzicht te gemoet te komen. Reeds door haar „aansporing tot zedelijkheid en deugd bevordert zij tevens „het stoffelijk welzijn ; immers, een geregeld christelijk leven „brengt er steeds belangrijk toe bjj, om ook tijdeljjke welvaart „te doen heerschen ; zulk ecu leven tocli doet God , die de „Bron eu Gever van allen voorspoed is, met welbehagen op quot;de menschen nederzien en verwijdert daarbij twee vijanden, „die al te dikwijls, te midden van den overvloed, oorzaak „stellen tot bittere ellende; de gierigheid namelijk en de „genotzucht. Zulk een christelijk leven weet ook aan een „bescheiden lot de eigenaardige waarde te verzekeren van „de tevredenheid; het vindt in de spaarzaamheid een vergoeding voor hetgeen aan de fortuin ontbreekt en bewaart „tegen lichtzinnigheid en misdaad, waardoor ook de meest „bloeiende welstand vaak zoo snel ten gronde wordt gericht.quot;

De Kerk dus, als tolk en bewaarster van den godsdienst, kan allereerst door de waarheden, die zij verkondigt, en door de wetten die zij geeft, veel bijbrengen om de rijken en de armen onderling te verzoenen en nader tot elkaar te brengen ; haar leer en geboden leiden, zoowel de eersten als de laatsten, tot het betrachten van hun wederzijdsche plichten en inzonderheid tot het opvolgen der voorschriften van rechtvaardigheid. Zij zal bij de oplossing van deze zware taak een radicale genezing bewerken, dewijl zjj daarvoor zorg draagt dat een degelijk onderwijs reeds den kinderen in de school ten deel valt, dat de opgroeiende jeugd voortdurend onder de bescherming der Kerk staat, door haar bewaakt en verpleegd wordt; dat de werkman, door het waardig vieren van den Zondag zedelijk verheven en veredeld wordt, en dat de huisgezinnen meer en meer in de innigste vereeniging met do Kerk en haar genademiddelen bljjven, daar zij zich beijvert al haar kinderen weder hetere grondheginselen iu te prenten; daar zij de voornamen en hooggeplaatsten, in het hijzonder do werkgevers, hun plichten tegenover ile onderhoorigen duidelijk maakt, eu hun voorhoudt hen niet alleen liefderijk te behandelen, hun nauwkeurig een rechtvaardig en billijk loon uit te koeren, maar hou .ook door de krachtdadige hulp der christelijke naastenliefde te ondersteunen.

ocr page 163

157

„De Kerk roept den werkgevers verder toe : Geeft acht „op het geestelijk heil, op de godsdienstige belangen van „uw werklieden; gij zijt verplicht hun den tijd te laten „voor hun godsdienstoefeningen; gij moogt hun hij hun arbeid „in uwen dienst niet blootstellen aan verleiding en zedelijke „gevaren ; gij moogt den zin voor huiselijkheid en spaarzaam-„heid bij hen niet laten verstikken ; liet is onrecht, als gij „hen met meer arbeid belast dan hun krachten toelaten, of „verrichtingen van hen vordert, tegen welke hun leeftijd of „hun kunne zich verzet. Vóór alles evenwel vermaant de „Kerk de werkgevers om hot behartigen der leer: ieder het „zijne , steeds als een eersten plicht te beschouwen ; zij herinnert hen, dat liet zoowel met liet goddelijk als met het „menscheljjk recht in strijd is, noodlijdenden te verdrukken, „don werkman tot hun eigen voordeel te exploiteeren; zij „richt tot hen de woorden van den apostel Jacobus : TZie „ het loon der arbeiders...., dat door u is achtergehóuden, „srhreemot, en. hun geschrei is tot de ooren van den lieer „der Legerscharen gekomenquot;. (*) Do waarheden , welke do Kerk voorhoudt, moeten bij de rijken eiken overmoed bedwingen, de armen voor kleinmoedigheid bewaren. Zij moe-ton aan de bezitters van aardsohe goederen loeren, dat zjj jegens de armen een plicht hebben te vervullen van liefde , en tevens zullen zij do laatsten stemmen tot een bescheiden tevredenheid met hun lot. Aldus wordt de klove tusschen do verschillende standen lichtelijk vernauwd en de verzoeningsgezinde verstandhouding onderling door overeenstemming van stroven mogelijk gemaakt. Komt echter de zedeloor geheel tot haar recht, dan zal men het niet bij verzoeningsgezindheid alleen latjn blijven ; een waarlijk broederlijke liefde zal de bestanddeelen der samenleving verbinden. Zij zullen dan immers leven in het bewustzijn , dat een gemeenschappelijke Vader in den Hemel alle menschen heeft geschapen en allen voor hetzelde doel heeft bestemd, voor de eeuwige beloouing van den rechtvaardigen God-zelf, die alleen de menschen en de Engelen met volkomen zaligheid gelukkig maken kan. Zij begrijpen dan wat het zeggen wil , dat Jesus Christus allo menschen gelijkelijk door zijn lijden heeft verlost, allen tot dezelfde waardigheid van kinderen Gods heeft verheven ;

(*) Jac. V : 4.

ocr page 164

158

dat een waarlijk geestelijke broederband bestaat tusselieu hen onderling en hen verbindt met Christus den lieer „den eer.if-„f/ehorene onder vele broedersquot;. (1) Zij gevoelen wat het zeggen wil, dat de goederen der natuur en de gaven der genade gemeenschappelijk toebehooren aan het groote men-sehelijk huisgezin, en dat alleen zij, die zich zeiven onwaardig maken, van de erfenis des hemels worden uitgesloten. „Indien „gij dan zonen zijt, dan zijt (jij 00/,■ erfgenamen, erfgenamen „van God en mede-erfgenamen ran Christusquot;. (3) Indien deze waarheden door allen volkomen werden erkend , dan zou alle tweedracht weldra verdwijnen.

Dat de krachten vau alle woldenkonden vereenigd worden, om gezamenlijk te handelen in don geest der heilige Kerk. Vereenigingen en congregatiën zijn op onze dagen nuttig en noodzakelijk, want door hot vereenigingsleven zullen ware deugd en godsdienstzin bloeien. De Katholieke Kerk wordt voortdurend bestreden dooi' het liberalisme, het socialisme en het atheïsme, die in openbare en geheime genootschappen hun kracht zoeken. Wat moeten wij daartegen anders doen dan vereenigingen tegenover vereenigingen stellen? Wij moeten vereenigingen , genootschappen , congregatiën , of hoe men ze noemen wil , oprichten en daarvan lid worden. A\rie een oprecht geloovig en ijverig Katholiek wil heeten, mag zich heden ten dage niet aan deze vereenigingen eu bonden onttrekken. Men moet zich aansluiten, hetzij bij een ge-zellen-veroeniging , hetzij hij een arbeiders-vereeniging, hetzjj hjj een li. K. Volksbond, hetzij bij een St. Vincentius-ver-eeniging , bij de Aartsbroederschap der 11. Familie, bij een congregatie van jongelingen, of bij welke andere vereeniging ook, als zij maar een godsdienstigeu grondslag, en een liefdadig of menschenlievend doel heeft. Niemand onttrekke zich aan dergelijke vereenigingen onder hot .voorwendsel „ik heb geen tijdquot; ; tijd vindt men altijd , als men niet traag is 011 goeden wil heeft. Hand aan hand vereenigd moeten wij in den geest der Kerk strijden, door vereenigde krachten een dam opwerpen tegen den stroom van ongeloof, ontevredenheid en wandaden, en wie nu de Kerk in haar streven helpt, die werkt tot zegen van de menschheid.

(1) Kom. VIII; 29.

(2) lium. VllI ; 17.

ocr page 165

TWAALFDE HOOFDSTUK.

De grondbeginselen onzer Moeder.

Onrce Moeder, de heilige Kerk, heeft niet alleen den kostbaren schat der leer van Jesus Christus ten allen tijdo getrouw bewaard , maar ook steeds, duidelijker voorgesteld , daar do H. Geest, dien Christus gezonden heeft, haar meer en meer „alle waarheid leerdequot;. En deze leer, deze ware levenswijsheid tracht zij haren kinderen in te prenten , opdat zij daarin voor tijd cn eeuwigheid hun geluk en vrede zouden vinden. Een godvruchtig schrijver heeft deze grondbeginselen, welke zoo juist tot richtsnoer van het christelijk leven dienen , in korte woorden saamgevat; druk dezelve diep in uw geest, christelijke werkman, tracht ze in de verschillende omstandigheden van uw leven getrouw in oefening te brengen, en dan zullen zij u, zonder twijfel, heil en vrede verschaffen.

I.

Wie van Jesus Christus de liefde tot het kruis niet geleerd hoeft, heeft in de school van dezen goddelijken Meester niets geleerd.

Een christendom wenschen zonder Calvarieberg , een Calvarieberg zonder kruis, een kruis zonder doornen, is een miskenning of verloochening van zijn godsdienst.

Door vernedering en lijden heeft Jesus Christus ons tot ledematen van zijn lichaam gemaakt, cn wij deinzen terug voor datgene , wat ons tot een zoo glorievollen stand verheft.

De hoofdzaak voor den Christen is liet kruis, in welks schoot hij is geboren , en in welks armen hij zal sterven.

Een ware christen heeft zijn oogen slechts voor de beschouwing der hemelsche goederen, zijn hart slechts voor de gaven der genade, eu zijn verlangen alleen naar de eeuwigheid.

Een vleesch, dat door het Water des Doopsels geheiligd, eu irt het Bloed van het Lam gezuiverd is , moet altijd bereid ziju om zich tot brandoffer op te dragen.

Mijn ziel is te edel om ze tot slavin des lichaams te verlagen.

ocr page 166

160

Josus Christus verhief zijn troon op do puinhoopon dor wereld. Do bloemen dor vreugde moeten verwolken, voor dat men do vruchten dor genade oogst.

11.

ie in de wereld anders leeft dan als een vreemdeling , heeft niets van don christen dan den naam.

Het eenigo wat ons op deze wereld zou moeten verontrusten, is do zorg, hoe wij haar op een heilige wijze kunnen verlaten.

De mensch is een reiziger, die des avonds in oen herberg zijn introk noemt, en des morgens weder heen gaat.

De zekerste weg tot een deugdzaam lovon is do herinnering aan dat schrikwekkend oogenblik, waarop do tijd ophoudt on de eeuwigheid begint.

liet is mooielijk en zwaar heilig te loven, doch hot is ook troostvol en zoet heilig te sterven.

Een lang leven is een langdurig gevaar verloren to zullen gaan.

Het is goed de poorten des doods te naderen , men heeft alsdan de eeuwigheid dichter voor oogen.

Men ziet do nietigheid van alles het beste in, als men reeds op het punt is alles te verliezen.

Wij vergeten ons hemolsch vaderland en denkon or niet aan, dat wij op den weg moeten blijven die daarheen leidt.

In smart en ziekte leert men sterven.

Wij moeten ons op iedere wijze tot het laatste otter voorbereiden ; doch als eenmaal dat oogenblik gekomen is, dan bestaat do beste voorbereiding in de onderwerping aan den wil van God.

Er is wellicht even zooveel en nog meer verdiensten daarin gelogen, dat wij ieder oogenblik van ons leven aan God op-offereu dan het door den marteldood in een enkel oogenblik te verliezen.

Als wij zorg dragen eiken dag in ons leven te sterven , dan zullen wij op den laatston dag aan weinig meer te sterven hebben.

Waarom schuwen wij gedurende de korte tijdruimte van ons leven don arbeid, daar wij toch een gansche eeuwigheid hebben om te rusten.

ocr page 167

161

III.

Wij weenen over ons lijden , dooli ten onrechte ; sparen wij veeleer onze tranen voor onze zonden, die de eenige zaak zijn , welke wij beliooren te beweenen.

Laat ons met geduld Ijjdeu, weldra zal do tijd van ons lijden ten einde zijn en de eeuwigheid onzer heerlijkheid haar aanvang nemen.

Laat ons lijden, zooals men in het vagevuur lijdt, zonder den kelk der leniging terug te stooten , en zonder ons lijden te vergrooten , doordat wij willen onderzoeken waaruit het wel moge voortspraiten.

Hoe meer gewold wij ons aandoen, des te moor en des te spoediger zullen wij den vrede hebben, het eenig goed, dat God zijnon uitverkorenen in dit leven toegezegd heeft.

De vrede dos harten is de vrucht van den strijd tegen do hartstochten.

Wij zijn dikwijls meer bedroefd over ons lijden dan wel over onze zonden.

Een grootc Heilige zeido eens tot een lijdende ziel : „Het zou mij leed doen , zoo gij den geringsten druppel van den kelk , welken God u toereikt, zoudt verliezenquot;. Laten wij dit ook tot ons zelf zeggen.

Het paradijs, de hel en het vagevuur nemen eenigzins hun begin reeds op deze aarde.

IV.

Als men in een zonde is gevallen, keert men slechts met geweld en dwang tot God terug, die ons als het ware vreemd is geworden : berouw heelt do wonde.

Het hart ontvangt Gods gaven in des te grooteren overvloed , naarmate hot ledigor is aan de goederen dezer wereld.

Men moet niet uitstellen goede voornemens ten uitvoer te brengen. De Israëlieten, te Babylon in gevangenschap , beloofden God ijverig te dienen, als zjj te Jerusalem zouden teruggekeerd zijn , doch slechts hot kleinste getal hunner beleefde die terugkeer.

Wij moeten ons bij kleine fouten volstrekt niet te gemakkelijk troosten, noch bij grootc geheel vertwijfelen; het eerste zoude vermetelheid, het andere kleinmoedigheid zijn. Laat ons waken en God aanroepen; laten wij, wanneer wij gevallen zijn , opstaan on verder gaan. I 1

ocr page 168

1G2

God vordert niet dat wij volmaakt zijn, maai- dat wij naar de volmaaktheid streven; hot is voldoende dat Hij ons bij zijn komst met do oprichting van dit gebouw slechts bezig vindt.

Als men zich bedroeft en van verdriet vergaat , dan vergeet men dat men een God tot Vader heeft.

Uit do armen der boetvaardigheid gaat men over in die der barmhartigheid. Men moot geduld hebben en van de mensehen aannemen wat zij geven , gelijk wij van de boomen de vruchten aannemen, welke zij dragen.

Verlangt niei veel te zien en te hooren ; wat de zinnen het meeste streelt, bereidt voor het hart de minste vreugde.

Oefent u in de ingetogenheid des geestes , en houdt u aan Hem, met wien gij een gehoele eeuwigheid moot doorbrengen.

V.

Niets is zoo algemeen als goede regels voor het leven, en niets is zoo zeldzaam als een goed geregeld leven.

Men zal nooit zijn eigen werk goed verrichten, als men dat van anderen laakt.

Men mag het genoegen niet ten koste van den plicht koo-peu , maar men moet van zijn plicht een genoegen maken.

Hoe verblind , hoe ongelukkig zijn toch diegenen, die hun vermogen hooger schatten dan hun geweten.

Onze vijanden berokkenen ons minder schade dan onze zonden.

Wie zal het in het oogenblik van beradenheid dulden, dat men die voornemens op hom toepast, welke zijn drift en toorn ingeven?

Het gaat met de openbare onrust gelijk mot de onstuimigheden der natuur ; ik kan niet beletten dat hot regent en hagelt, doch ik kan mij tegen het slechte weder beschutten. Kan ik ook de woeligheid niet beletten, zoo kan ik mij tocli van dezelve verwijderd houden.

Ons hart is gelijk aan do zee , die zeer dikwijls onstuimig wordt ; laat ons, evenals de Apostelen, Jesus Christus bidden den storm te bedaren en de rust te herstellen.

Er is een groot onderscheid tusschen pijnen en kwellingen: de pijnen alleen zijn het vagevuur, de kwellingen echter zijn een soort van hel.

Men moet geregelde verzoekingen laten voorbijgaan, gelijk men een aanval van koorts laat voorbijgaan.

ocr page 169

163

Wij willen altijd weten waarheen wij gaan zonder op God te vertrouwen , die ons geleidt.

VI.

Onze eigenliefde brengt met bereidwilligheid alles ten otter, uitgenomen zich zelf.

In het oen oor spreekt de liefde tot God , in liet ander de liefde tot ons zelf.

Onze eigenliefde leeft altijd voort, en al meenen wij ook haar reeds dikwijls den doodsteek te hebben toegebracht, zij rijst altijd uit haar assche op.

De liefde tot ons zeiven heeft slechts oogen voor datgene, w.it ons verheft en voor datgene, wat anderen vernedert; geheel anders is het gesteld met de liefde tot God.

Een waarheid , welke een ander ons zegt, zal ons Teel meer bedroeven dan honderd, die wij ons zelven zeggen.

Wie voor God wil leven, moet zich zelf onophoudelijk afsterven.

Zoo dikwijls wij tot ons-zei ven terugkeeren, verwijderen wij ons van God.

Tevergeefs blaast een gunstige wind in de zeilen van het schip, als het wordt tegengehouden door de ankers , welke in do zee verborgen zijn; de eigenliefde, welke in het hart verborgen ligt, wederstreeft de indrukken der genade.

De voortreffelijkste genaden veranderen in een gevaarlijk vergift, als wij ze tot voorwerp van onze laaldunkendhoid maken.

Zullen wij God uit gansohor harte beminnen, dan moeten wij op aarde doen, wat wij eenmaal in den hemel hopen te doen.

De ware liefde Gods is niet altijd dezulke, welke wij gevoelen en die ons in geestdrift brengt, maar die , welke ons verootmoedigt en van het aardsche losscheurt.

De liefde tot God leidt tot op den Calvarieberg ; gelukkig de ziel , welke haar volgt en zich laat offeren.

De besnijdenis des harten maakt ons tot kinderen van Abraham ; de liefde Gods is een zeker mes; onze eigene hand snijdt slechts aan de oppervlakte ; do eigenliefde verhindert de snede.

VII.

Men is geen christen, zegt de H. Hieronymus, als men in zulke gemoedsgesteltenis durft leven , in welke men niet durft sterven.

ocr page 170

164

Hoe treurig is toch de toestand van een zondaar ! De dood waakt slechts op een wenk en luj is in de hel. Een stervende zondaar, ach , in oen kwartieruurs tijd wellicht dood , welk een toestand , welk een dood , en toch stelt men zich aan liet gevaar bloot!

Hoe vreeselijk is liet gezicht van een zondaar die in de zonde is gestorven ! In de kerk bewierookt men zijn lichaam, en zijn ziel is in de hel.

Wij moeten niet aan de levenden raad vragen over ons zielenheil, maar aan de stervenden en de dooden.

Uit den mond van eon verworpeling loert men do waarde van den tijd kennen.

VIII.

Wie niets van den godsdient wil weten , dien is er Arecl aan gelegen dat or geen bestaat.

Zoo de godsdienst den stempel der eeuwigheid niet in zijn geheimen droeg, dan zonde hij niet van goddelijken oorsprong zijn.

De misdadiger verblijdt zich over de vernietiging, hij vreest dat men hem zijn onsterfelijkheid zal bewijzen.

Slechts do godsdienst kan ons in onze ellende troosten, en de vrijgeest doet alle moeite om hem te bestrijden.

Verschoon de goddeloozen niet, want wat verliest gij door hun achting te verliezen ?

De sterkte van den geest, waarmede do goddeloozen pronken, is zeer dikwijls een teokon van de zwakheid hunner harten.

Het geloof is ons een waar erfdeel : wij moeten trachten het zorgvuldiger te bewaren dan de vrijheid, de gezondheid, dan het leven, dan alle schatten der wereld.

Deze grondbeginselen nu, aan de verhevene leer van Jesus Christus ontleend, worden ons door onze .Moeder de Heilige Kerk steeds voor oogen gehouden, opdat wij daarin de kracht zouden vinden , om den voor ons bestemden zwaren last op de schouders te nemen, nist met de vertwijfeling der wanhoop, maar met de gelatene overgeving der boetvaardigheid. Door deze stellingen zal onze .Moeder ons verstand verlichten , eu ons omtrent onze eeuwige belangen een wetenschap verleenen en verklaringen schenken , welke wij buiten haar tevergeefs zullen zoeken. De godsdienst alleen is in staat om don werkman gelukkig te maken , daar hij troost en vertrouwen in zijn hart stort. Als wij de wereld alleen met menschelijke

ocr page 171

ICS

oogen beschouwen, dan ■vinden wij daarin do grootste wanordelijkheden en overvloedige stof tot onrust, moedeloosheid en zelfs tot vertwijfeling. Wat nu kan het hart in de wanordelijkheden en kwellingen dezes levens mot gerustheid, troost en vertrouwen vervullen? Alleen do godsdienst, want hij leert ons, dat God met mach!:, wijsheid en goedheid de wereld bestuurt, hij verzekert ons, dat het hier beneden de plaats nog niet is, waar Cïods rechtvaardigheid zich altijd duidelijk, zichtbaar vertoont; maar dat aan gene zijde \an het graf, een ieder, zoowel de aanzienljjkc als de geringe, zoowel do rijke als do arme, zoowel de werkgever als de arbeider, naar recht en gerechtigheid zal geoordeeld worden. De godsdienst troost ons in de dagen des lijdens, want hij leert ons, dat God ons alleen uit liefde kastijdt, en dat de korte, vluchtige smarten dezer wereld niet te vergelijken zijn met do heerljjkheid, die ons in don hemel wacht. De godsdienst spoort ons aan tot vertrouwen op God en verkondigt luide, dat daar, waar do nood hot hoogste stijgt, ook Gods hulp het naaste bij is, - dat zij, die op den Heer vertrouwen, nooit worden beschaamd ; ja, al moesten wij ook in de stormen van dit leven den dood vinden , toch moeten wij niet vreezen; or bestaat immers buiten dit kort, kommervol leven op aarde nog een tweede, beter leven, waar voor don trouwen dienaar Gods een zaligheid is bereid, die geen oog gezien, geen oor gehoord , geen menschenhart gesmaakt hoeft. Zoo zal de godsdienst ons in allo omstandigheden des levens met troost en vortrouwen vervullen,allen twijfoldoen verdwijnen, alle bitterheden verzoeten, ous steeds heen wijzen naar God , bij wien alleen ware rust to vinden is. Waardeert dus de grondbeginselen onzer Moedor de 11. Kerk, tracht zo in uw leven als richtsnoer te volgen, want zij zijn ook do eenige bron van troost in het sterven.

Als de dood vroeg of laat, mot snelle of trage schreden, op deze of die wijze komt, wat zal ons dan opbeuren , wat zal ons bevreesd hart mot troost kunnen vervullend De goederen dezer wereld misschien '1 Ach neen, wij moeten zo immers allen verlaten. Zij kunnen ous in hot land dor eeuwigheid geen troost verschatten, geen hulp aanbrengen, üf do vreugden en genoegens, welke wij vroeger genoten hebben O neen ! deze zijn als een droom voorbijgegaan, en hebben ons niets achtergelaten dan een herinnering vol wee-

ocr page 172

166

dom en bitterheid. Of de vrienden , in wier gezelschap wij dikwijls verwijlden en menig uur in vreugde en scherts misschien in zonden hebben doorgebracht? Ook zij niet, want ze zullen ons sterfbed ontvluchten of ons slechts een ijdele , wereldsche troost brengen , welke onze smarten niet verzacht, onze treurigheid niet verdrijft, maar ons hart nog altijd zwaarder drukt. Op hot sterfbed is er geen ware troost dan alleen die van den godsdienst, dan zullen wederom die grondbeginselen, welke wij in ons leven hebben gevolgd, troost en zelfs verlangen naar do eeuwigheid verleenen.

O grondbeginselen van mijn .Moeder de II. Kerk, welk een dierbaar goed zijt gij voor mij! O, wereldlingen, neemt alles wat de wereld kan geven , haakt naar eereambten en waardigheden, schatten en genoegens ik benijd ze 11 niet; laat mjj slechts mijn Moeder met haar verheven leer, en dan ben ik gelukkig in leven en sterven. Want de godsdienst van Jesus geeft mij reeds in dit jammerdal rust ontevredenheid, en maakt mijn leven gelukkig; iuj verlicht mijn geest in de gewichtigste waarheden mijner zaligheid, hij vervult mij in alle omstandigheden des levens met een heilig vertrouwen op God, hjj troost mij in lijden, en verzacht mij het bittere stervensuur, ja, hij vereenigt mij met God en verschaft mij de vreugde des hemels. En hoe, christelijke werkman, zoudt gij uw Moeder en haar grondbeginselen niet hoogschatten, niet beminnen, niet met geheel uw hart omhelzen? Hoe, gij zoudt de bespotters van den godsdienst, hun, die het geloof verachten en hun zorgvuldige Moeder met smaad en oneer bejegenen, gehoor schenken, en instemmen met hun spot, hun verderfelijke wegen betreden ? Hoe, gij zoudt u laten verleiden, en een goed wegwerpen, dat u tijdelijk en eeuwig gelukkig maakt? Neen, dat zal niet geschieden. Beschouw ten allen tijde de verheven leer van Jesus, u door uw .Moeder voorgehouden, als het kostbaarste kleinood 'les hemels, en bewaar ze r.iet Gods hulp rein en onbevlekt tot uwen laatsten ademtocht. Volg deze grondstellingen als het eenig richtsnoer van uw leven, dan zult gij in waarheid gelukkigen tevreden zijn, in zuiverheid des harten den Heer vreezen, want rdie den Heer vreest, dien zal het welgaan, „en in de dagen zijner voleinding zal hij gezegend worden.quot; (1)

1

Eccli. 1 ; 19.

ocr page 173

DEKT IENDE I lOOKDSTUK.

Het schoonste sieraad in de hand van den werkman.

Toon do goddolijke Heiland voor onze zaligheid up Golgotha ging sterven, sloeg Hij zijn oogcn vol teedere liefde op zijn moeder, ilie aan den voet van het kruis stond. Daarna wierp Hij zijn blikken op zijn getrouwen leerling Joannes en sprak mot luider stem: „Ziedaar nw moederquot;,— en tot haar : „Ziedaar nw zoon !quot; De grootste Kerkleeraars verzekeren ons eenparig, dat de beminde leerling Joannes aan den voet van hot kruis geheel de H. Kerk vertegenwoordigde, en dat aldus op dat plechtig oogenblik Maria, ons allen tot moeder gegeven werd , en wij derhalve haar kinderen zijn. Zij nam ons in dat smartelijk oogenblik tot kinderen aan ; de goddelijke Zaligmaker wilde ons niet als weezen achterlaten , en gaf ons dus zijn moeder en wel een moeder, die, oven als wij, in dit droevig tranendal werd geboren en de gezellin van ons lijdon was; in hot kort een moeder, aan wie wij al ons lijden kunnen klagen, onze ol-lenden ,* zelfs de innigste smarten van ons hart, kunnen too-vertromven. Zij is do moeder van allen , doch meer in het bijzonder is zij do moeder van alle ongelukkigen , van allo treurenden, de moeder der armen en veriatenen. Uit het hoogste dos hemels, waar zij troont, oen blik van modelijden op u werpende , roept ook zij tot u ; komt, ja, komt gij allen, die bedrukt en treurig zijt, komt en smeekt: „Tot U „roepen wij ellendige kinderen van Eva, tot U smoekonwij, „zuchtende en weenende in dit dal van tranen.... Sla op ons „nw zoo barmhartige oogcnquot;.

I Iet krachtigste gebed nu tot deze onze moeder is de rozenkrans. O, mijn lieve broeders, zoo sprak weleer de H. Lu-dovicus Bertrandus , met den arbeid en den rozenkrans der allerheiligste Maagd hebt gij alles wat u noodig is om in den hemel te komen. Welk troostvol woord voor u, christelijke werkman! De rozenkrans moet de heilige band zijn, welke n met Maria vereenigt, hij moot hot middel zijn, waardoor gij uw moedor liefde en oor bewijst. En de H. Alphonsus de Liguorio zegt dat voor hen, die de Moeder Gods

ocr page 174

168

waarlijk beminnen en eeren , do hemel zoo gewis en zeker is , alsof zij hem nu reeds in bezit hadden. Do Bisschop Eberhard van Trier hoeft over de verspreiding en liet algemeen gebruik van hot rozenkransgebed liet volgende geschreven :

„Te midden van oou rijk, zeer levendig en veel bewogen, uiterst afwisselend leven in wereld en Kerk , liet God door den stichter van do Orde der i'redikheeren eeu gebed invoeren, zoo eenvoudig, dat een kind het gemakkelijk bidden en daarop zijn kinderlijke aandacht vestigen kan. en tocli wederom zoo diepzinnig in zijn geheimen, dat de grootste Godgeleerde met de verlievenste beschouwingen de woorden kan begeleiden. De buitengewone achting , welke dit gebed in den veelbewogen tijd van zijn ontstaan verwierf, daarna in een kalm tijdstip verloor, en welke altijd herleeft, als het godsdienstig loven wederom krachtig wordt, is liet beste bewijs dat het aan een ware, algemoene en diep gevoelde behoefte beantwoordt, liet was een aangenaam schouwspel te zien, boe dit gebed over geheel de christenheid verspreid werd. De I!. Thomas van Aquino, Albertus de Groote , de beroemdste mannen der wetenschap , legden van tijd tot tijd geschrift en pen neder om in dit golied, als in een rozentuin, zich o]) ecu heilige wijze te ontspaiinon. Kn op gelijke wijze vouwde de landman, vermoeid door den zwaren arbeid, zijn vereelte handen tot hetzelfde gebed. De koningin op den troon zoowel als de pas bekeerde ludiaansche vrouw in haar hut van twijgen , waren iu dit gebed als in een krans van rozen vereenigd. Do rozentuin van Maria bloeide en geurde door geheel de christenheid , welke destijds een schoone en liefelijke gemeenschap dor Heiligen was.quot;

De godsvrucht van den Rozenkrans heeft juist in den laatsten tijd een zeer hooge vlucht genomen - een gelukkig voorteeken voor de toekomst en een onderpand voor de uitbreiding van het godsdienstig leven. Bij de eoretitels, welke der Allerheiligste Maagd Maria in de zoo oude , eerbiedwaardige Litanie van Loretto worden toegekend, heeft Z. H. Leo XIII iu onzen tijd dien van Koningin van den Allerheiligsten Rozenkransquot; gevoegd. En met recht, want de rozenkrans is zeer dikwijls het machtig middel, waarmede Maria een menigte onsterfelijke zielen voor bet rijk van God wint. „Hoe veel goedquot;, zegt de H. Alphonsus de Liguorio, „heeft

ocr page 175

169

de wereld aan dezo heerlijke, godvruchtige oefening te danken : hoevelen zijn hierdoor van hun zonden bevrijd, hoeveel, die reeds in den hemel zijn, hebben hieraan een zaligen dood te danken.quot;

Een der beroemdste predikanten van de laatste eeuw werd op een nacht bij een jongen edelman, die door een beroerte getroffen was, geroepen om diens biecht te hooren. Hij snelt er heen, doch vindt liem zonder bewustzijn. Bij hot aanbreken van den dag las Iijj voor liem een votieve Mis van de Allerheiligste .Maagd , waarna men hem kwam waarschuwen dat de zieke tot bewustzijn gekomen was. 1.1 lings begeeft bij zich tot hem , en vindt den jongeling doordrongen van een levendig berouw over zijn menigvuldige, afschuwelijke zonden , voor wier uitboeting hij met vreugde zijn leven geven wil. Hij biecht en ontvangt de II. Sacramenten der stervenden met de meeste godsvrucht; de biechtvader, geheel verrast, wist niet, wien oen zoo groot wonder van barmhartigheid ten opzichte van een menscli , wiens buitensporigheden algemeen bekend waren, toe te schrijven, en ondervraagt den zieke, die met een door snikken onderbroken stem antwoordt: Ach, mijn Vader, ik kan deze genade slechts aan de barmhartigheid van God en de voorspraak van Maria toescbrijvcn, zonder twijfel heeft zij uw gebeden en die mijner moeder verhoord. Toen deze op haar sterfbed lag, ontbood zjj mij bij haar, en na mij haar onrust over de gevaren, welke ik in de wereld zou aantreffen, medegedeeld Ie hebben , voegde zij er nog deze woorden bij : Ik laat u echter onder de hoede van de Allerheiligste Maagd : Beloof mij slechts dit eenige, mijn geliefde zoon, waarom ik u als om een pand uwer liefde tot mij smeek, en dat u weinig moeite zal kosten, dat gij nameljjk dagelijks den rozenkrans bidt. Ik heb hot haar beloofd, en heb dien met aandacht gebeden, ofschoon ik moet bekennen , dat dit sedert ongeveer tien jaren de eenige godsdienstige oefening is, welke ik verricht heb. Do biechtvader stond hem tot aan het laatste bjj, en had den troost hom in de beste gesteltenissen te zien sterven. Zulke voorbeelden der wonderbare kracht van den rozenkrans hooren zeer velen gaarne aanhalen.

Ook uit lichamelijkcn nood zijn velen door de kracht van den rozenkrans, om de voorspraak van Maria, door God wonderbaar gered geworden. Zoo verhaalt men onder vele andere voorbeelden, dat men bij een aardbeving een vrouw

ocr page 176

170

van onder de puinen van een huis, dat boven haar was ingestort, gered heeft. Een priester namelijk liet de steenen wegruimen, onder welke men deze vrouw vond met twee kinderen in haar armen, allen ongedeerd en goed gezond. Toen men nu die vrouw vraagde , aan welke hulp zij haar wonderbare redding toeschreef, gaf zij ten antwoord, dat zij nooit had nagelaten dagelijks den rozenkrans te bidden en oen zekere kapel, aan do Moeder Gods toegewijd, te bezoeken.

Slechts andersgezinden en ongeloovige Katholieken, die den Rozenkrans niet begrijpen. or nooit over nagedacht hebben , welke diepzinnige boteekonis doze godvruchtige oefening heeft, kunnen zich hierover ergeren en vallen. Daar tegenover vinden wij den Rozenkrans in de handen van don rijke zoowel als van don anno, van den vorst zoowol als in die van den bedelaar. Do Pausen baden hem met vertrouwen en gaven Rozenkransen ton geschenke aan hen, wien zij oen bijzondere hoogachting en liefde toedroegen. Do Bisschoppen der Kerk rokenden hot zich overal tot een eer om niet alleen don Rozenkrans te bidden, maar om hem ook onder de geestelijkheid en geloovigen hunner Bisdommen met ijver te verspreiden. De door God verlichte mannen kennen weldon overvloed der genaden, welke dit verheven gebed mededeelt. De 11. Franciscus do Sales prijst en bevoelt in verschillende zijner geschriften dozo godsvrucht aan. Hij zelf' bad dagelijks don II. iiozonkrans zoo aandachtig, dat hij daarmede dikwijls een langen tijd doorbracht on de verheven geheimen overwoog ; hij prodikte veelvuldig over do groote voordeelen van hot rozenkransgebod , en zotto de geestelijken aan, hot christelijke volk daarover te onderwijzen als oen rijke bron van vele genaden.

Zelfs de machtigste vorsten van Europa gingen in do godsvrucht tot den rozenkrans hun volk als schitterende voorbeelden voor. Keizer Karei V beschouwde den II. Rozenkrans als het zekerste middel om de bescherming des Allor-hoogsten te verwerven ; nooit zou hij , zelfs door do gewichtigste bezigheden het eenmaal begonnen gebod onderbroken hebben, bij was gewoon alsdan bedaard ten antwoord te gevei' „als ik mijn Rozenkrans geëindigd heb, zal ik mij met die zaak bezig houdenquot;. Keizer Fredorik ill had don Paus verzocht om de Broederschap van den H. Rozenkrans te

ocr page 177

171

Keulen te hevstellen, en toekende toen met eigen hand in liet register der Broederschap zijn naam , dien zijner gemalin Eleonora en Tan zijn zoon Maximiliaan. De koningen van Frankrijk, Henricus 11, Franciscus II en Karei X waren leden van de Broederschap des Allerheiligsten Rozenkrans. Koning Alphons van Portugal was gewoon tot zjjn ministers te zeggen : „laat ons de Allerheiligste Maagd aanroepen , dat haar lïozenkrans de linlp zij l)ij hot bestuur van mijn rijk!quot; Casiminis 11 , koning van l'olen, schreef aau den HoogEerwaarden l'ator Generaal der Dominicanen te Rome : „ik verzoek u mij eenige verkondigers van den Rozenkrans te zenden ; deze zullen de geschikste hervormers van mijn volk zijn !quot; Nog vele andere voorbeelden dei-vorsten van Kngeland , Beieren , Saksen , Xapels , Sardinië , Savove , enz. kunnen worden aangehaald ; men kan nog de namen van beroemde mannen opsommen, die in lijvige werken hun veel omvattende wetenschap hebben achtergelaten, en zich toch niet schaamden bjj hun geleerden arbeid den Rozenkrans in de hand te nemen, om de wetenschap te kunnen putten uit de zuiverste en waarachtigste bron, uit het gebed.

Toen men eens iu een kring van beroemde geleerden tot een hunner, die zeer gaarne den Rozenkrans bad, zeide : „Maar , hoe kunt gij , een zoo geleerd man , toch zooveel met den Rozenkrans ophebben . daar u toch hoogere zaken betamen?quot; gaf hij zeer treffend ten antwoord; „Zoo noodzakelijk als spijs en drank voor den mensch zijn , even noodzakelijk is voor hem ook het gebed. De oefening van don Rozenkrans is brood , drank en voedsel voor de ziel, een kleed der genade , een kort begrip van het Evangelie, de grondslag der christelijke leer, een sieraad van den priester, een vreugde der Heiligen, do lofzang der Kngelen , een aanbidding en lofprijzing der Allerheiligste Drievuldigheidquot;. Door dit heerlijk getuigenis werden de overigen voor deze godsvrucht ingenomen. Een der grootste toonkunstenaars, de godvruchtige Josef Haydn , kon slechts' dan een werk tot stand brengen als hij bad ; en toen men overal zijn meesterschap bewonderde , sprak hij : „Als ik met mijn Rozenkrans in de kamer op en neer ga , dan komen mij deze gedachten en tonen als toegevlogen, en ik vind nauwelijks den tijd ze spoedig genoeg op het papier te brengen.quot;

ocr page 178

172

Ja, licl; rozenkransgebed is werkelijk de levensader van den christen ; het is een thermometer , aan welke men' de meerdere of mindere christelijke geloofswarmte, den katholieken liefdegloed van een huisgezin kan afmeten. Gelukkig liet huisgezin, waar de rozenkrans nog getrouw en met godsvrucht gebeden wordt. Daar zullen de leden in armoede en ellende getroost, in zware ziekten en andere onheilen bemoedigd, van tijdehjken en zedelijken ondergang gered, daarvoor met Gods zegen begiftigd worden. Dit gulden gebed is een dagelijksch offer, dat den hemel verzoent en doorzijn lieftalligheid de engelen in het huis doet nederdalen, de duivelen daarentegen er uit verdrijft. Gelukkig de werkman, die zich niet alleen over don rozenkrans niet schaamt, maar hem ook als het schoonste sieraad in zijn vereelte hand beschouwt. De rozenkrans zal hem staande houden in den strijd en moeite, in het lijden en in de stormen van het dagelijksch leven; dit gebed zal voor hem een bron zjjn, waaruit hij altijd nieuwen moed en troost put in alle omstandigheden en zorgen des levens ; de rozenkrans zal een band zijn , die hem onafscheidbaar mot Maria en Jesus vereenigt, ja, een ladder langs welke hij ten hemel klimt. En derhalve is juist deze godvruchtige oefening voor onzen tijd geheel bijzonder noodzakelijk. Om welke reden dan?

De rozenkrans bevat niet alleen een mondgebed, maar ook een beschouwing , en wel oen overweging der eerste en ver-hevensto waarheden van het heilig geloof, een overweging der ernstigste en indrukwekkendste geheimen van den godsdienst. En wat heeft onze ongeloovige en geheel in het aardscho verzonken tijd meer noodig dan deze beschouwing ? De Rozenkrans toont den bidder, dat het heil, de redding der onsterfelijke ziel het gewichtigste, ja, het eenig noodzakelijke is, daar zelfs Gods Zoon om die roden mensch is geworden ; dat de zonde de grootste aller kwalen is, dewijl Christus aan het kruis moest sterven om ze te vernietigen ; hij leert dat de mensch niet voor rijkdom, niet voor de eer ongenoegens van dit leven is geschapen, maar om door onthechting en zelfverloochening, langs den weg van het kruis, zijn \ erlosser naar den hemel te volgen ; hij wijst er op , dat de kerk door Gods geest bestuurd wordt en een stichting van heil is , welke is geroepen om de menschen tot hun tijdelijk

ocr page 179

173

en eeuwig heil en welzijn te voeren. De Rozenkrans biedt alzoo in deze overwegingen den korten inhoud van geheel den heiligen godsdienst, en het duidelijk begrip daarvan en het uit deze kennis voortspruitend geregeld leven vormt en ware christenen , getrouwe burgers en goede werklieden. Tot dit doel werd deze manier van bidden door Maria der Heilige Kerk aangeboden in een tijd, welke voor Kerk en Staat gevaarlijk was.

En hij is juist voor den werkman werkelijk nuttig en heilzaam , ja noodzakelijk, daar hij vooral die deugden leert, welke den arbeider staande houden in de beproevingen des levens, in welke hij zijn vrede vindt. De blijde geheimen stellen ons namelijk drie deugden tor navolging voor , welke de grondslag der christelijke rechtvaardigheid zijn, — en een werkman, die zich in zijn gedachten, woorden en handelingen door de grondbeginselen der christelijke rechtvaardigheid laat geleiden, zal zich niet aan ontevredenheid overgeven, zal een ieder geven en laten on toewenschen , wat hem toekomt en behoort, hij leeft uit het geloof. L)e Rozenkrans leert ons, in de vernietiging van zich-zelven tot do gedaante van een dienstknecht, welke het Eeuwig Woord heeft ondergaan, dat de Maagd Maria van den II. üeest ontvangen en in haar schoot tot Elisabeth gedragen heeft, de zoo schoone deugd van ootmoedigheid. En de waarlijk ootmoedige zoekt niet de verheffing, maar de vernedering , werpt geen afgunstige blikken op den voorrang en oer dor hoogere standen , maar is tevreden in zijn armen staat, dewijl hij weet juist daarin aan zijn Jesus gelijk te zijn.

Dan nog leert hij de armoede van geest; hij toont, dat do armoede het aandeel van Gods Zoon en Zijn hooggezegende Moeder was; daarom voert hjj den godvruchtigen bidder in den geest naar de kribbe van den Goddelijken Heiland, treedt met hem het arme huisje van Nazareth binnen. En de werkman, die als eeu H. Praneiscus de hooge waarde der armoede leert kennen, die de heilige armoede bemint als do kostbare parel, van welke het Evangelie spreekt, waarmede hjj zich het rijk der hemelen koopen kan, hoeft volstrekt geen aanleg voor de sociaal-democraten.

De Rozenkrans prijst op een geheel bijzondere wijze de heilige zuiverheid, in welke de Allerheiligste Maagd zoo

ocr page 180

174

Uetelijk straalt, on waardoor zij het welbehagen des hemels en der aarde verworven heeft. Zoo de hoogachting dezer engelachtige deugd niet grootendeels in de wereld ware verloren gegaan, dan zou men niet zoovele afschuwelijke zonden en dierlijke ondeugden, maar ook terzelfder tijd niet zooveel ellenden in de wereld aantreffen. En indien menige werkman, van zijn prille jeugd af, do liefde voor die heilige deugd in zijn hart bewaard en het niet op de armzalige genoegens van een zinnelijk leven gesteld had, zou hij nu een gelukkiger en vreugdevoller bestaan, en niet zooveel met de armoede te kampen hebben; want zeer gemakkelijk is een loon, dat voor een geheel huisgezin te gpriiiR' is, voldoende om alleen een vroolijk leven te leiden. Wie echter de offers niet brengen wil, welke tot het bewaren der heilige zuiverheid noodzakelijk zijn, die heeft eigeljjk geen reebt zich te beklagen, wanneer het onderhond van een geheel huisgezin hem kommer en zorgen baart.

Uit de overweging der droevige geheimen van den Rozenkrans kunnen wij weder drie deugden leeren, welke het door ootmoed , armoede en zuiverheid gegrondveste gebouw der christelijke rechtvaardigheid zullen optrekken en voltooien; deugden , welke de volharding tot hot einde kronen. Vooral wordt den bidder degene voorgesteld , die „gÈhoorzaam was „fot den dood, en wel tot den dood des knüsesquot;. (1) Wie nu deel wil hebben in do verdiensten van den Gehoorzame, die de wereld verlost heeft, moot als Jesus gehoorzaam zijn, Gods geboden betrachten, in welke de Heer ons zijn wil heeft te kennen gegeven, moet God den Meer in zijn levensstaat getrouw dienen. Hoe troostvol is voorden werkman de heilige gehoorzaamheid , welke hem zegt dat hij niet een aardschen meester maar den goeden God dient, die alles oneindig beloont. En die in zijn beroep God dient, zal nooit een oproermaker en omwentelingsgezinde worden. Zonder geduld kunnen wij in de gehoorzaamheid niet volharden : hot geduld echter kunnen wij van den lijdenden Jesus , die als een lam „zijn „mond niet heeft t/eopend'\ (3) het boste leeren, als wij beschouwen hoe hij bloed gezweet heeft, hoe lljj is gegeoseld, mot doornen gekroond , door liet ruwe soldatenrot is bespot geworden. En de werkman, in wiens hart do lijdensbloem

(1) Phil. 11 ; 8. (2) Isaïas LUI; 7.

ocr page 181

175

van liet geduld bloeit, is in staat om in alle beproevingen van liet beroep de vrede te bewaren , en zijn mond zal zich niet openen om vloeken en verwenschingen uit te braken, om zich aan morren en klagen over te geven ; neen, dan zal luj eerder hemelwaarts blikken, aan het Goddelijk Hart van Jesus denken, en bereidwillig het offer der moeilijkheden brengen.

Gehoorzaamheid en geduld echter berusten op die zelfverloochening , welke do goddelijke Meester van de zijnen verlangt : „Indien iemand mijn volyeliny wil wezen, hij rerloochene „zich zeivenquot;. (1) De Rozenkrans nu, zegt ons, dat weeke-lijke leden niet passen bij Jesus, met doornen gekroond, van zijn kleederen ontbloot, door den hevigsten dorst gekweld. En zeker, in de beschouwing van Hem , die den troon des hemels heeft verlaten om hier beneden „de man der smartenquot; (2) te worden, in de school der zelfverloochening , welke hij als zijn beroep moet beschouwen, zal do workman gaarne iedere gelegenheid benuttigen, om zich het getuigenis van goeden leerling des Zaligmakers waardig te maken.

Eindelijk zullen nog drie vruchten van deugden uit de overweging der glorierijke geheimen van den Rozenkrans voortspruiten, welke ons het hemelsch doel tooneu, waarheen de navolging van Jesus op den weg des kruises leidt.

Als eerste vruch verkrijgt men opgeruimdheid en moed om den goddelijken Heiland na te volgen. „Indien wij nochtans „mede lijden, opdat wij ook mede verheerlijkt wordenquot;, (3) zegt de wereldapostel; en wederom „daarom ook heeft God „hem verheven, en hem een naam tjeschonkcn, die hoven (dien „naam iaquot;. (4) Werkman, kunt gij den moed laten zinken , als gij uw oogen opslaat en den hemel geopend ziet: „Zie , „ik zie de hemelen (jeopend, en den Zoon des menschen, staande „aan de rechterzijde Godsquot; ! (5) als gij die zoete stem van den belooner aller goede gaven verneemt: „Ik zelf zal uw „ovenjroot loon zijnquot;! als gij die kroon ziet, met welke uw Jesus u tegemoet komt ?

Ja, in de overweging van dat alles ontwaakt dat innig verlangen naar den hemel, dat God in het hart van iederen mensch geplaatst heeft, en dan gevoelt men, dat wij hier in den vreemde zijn , als verbannen kinderen van Eva, en dat

(1) Matth. XVI; 24. (2) Isaïas LUI: :■!. (3) Hom. V; 17.

(4) Phil. 11: 9. (5) Act. Vil: 55.

ocr page 182

176

daar, daar alleen ons waar vaderland is. En dan leert men niet scherpen blik en vasten arm om dit doel worstelen, dewijl „het Rijk der hemelen geweld lijdt , en zij alleen , die „geweld gehruiken het zullen hemuchtigenquot;, (l) zooals liet Evan-gelio zegt. En dan werkt de mensch gaarne, daar hij weet, dat ook do arbeid een middel is om het rijk der hemelen te verwerven. Daarenboven niets is zoo zeer geschikt om het vuur der heilige liefde in de harten te ontsteken als de godsvrucht van den Rozenkrans; daar worden ons in breede trekken de weldaden voor oogen gesteld, welke Gods liefde ons bewezen heeft. Zal het dan mogelijk zijn , dat door de overweging hiervan ook in onze harten do dankbare liefde niet ontvlamt, die liefde tot Jesus vooral, dio als Lam Grods de zonden der wereld heeft weggenomen , ons door zijn leer en Sacramenten heiligt, in zijn Kerk in het aanbiddelijk Geheim des Altaars met ons verblijft en zelfs eenmaal onze belooning en zaligheid wezen zal. De liefde echter is sterk als do dood; zij komt alle zwarigheden des levens te boven, zij maakt alios gemakkelijk , wat onze stand zwaar en moeielijk in zich bevat. Een werkman met een hart vol liefde tot God, jubelt en zingt bij zijn moeiten en lijden.

Voorwaar, het Rozenkransgebed is eon godsvrucht even rijk aan deugden als aan geheimen, als wij slechts nakomen wat wij overwegen.

Do Rozenkrans echter toont den werkman ook in de schitterendste kleuren het fanulioleven, de vreugde en het lijdon van het familieleven : bij aandachtige overweging leert men dat oen zuiver en godsdienstig leven in do jeugd do schoonste voorbereiding is tot het huwelijk, dat waarlijk gelukkige huwelijken slechts iu den hemel gesloten worden; hij wijst ons op de deugden van de Maagd der Maagden, op haar vlekkelooze zuiverheid, haar liefde tot do ingetogenheid , haar godsvrucht in den tempel des Hoeren, haar bereidwillige gehoorzaamheid aan den heiligen wil van God ; van den anderen kant echter ook de trouwe zorg van God voor die zielen , welke zich geheel aan hem overlaten. God zendt een Engel om Maria voor te bereiden tot de verhevene waardigheid , waartoe Hij haar verkozen had ; een maagdelijken Bruidegom, den 11. Josef, geeft lljj do opdracht om

(1) Matth. XI ; 12.

ocr page 183

177

do trouwe beschermer en vriend dezer Bruid van den H. Geest, de zorgvolle voedster- en pleegvader dezer moeder en van haar Goddelijk kind te zijn. Welke edele zielen vereenigt de Goddel jjke Voorzienigheid tot een heiligen bond, en mot welke hemelsche vrucht begunstigd Hij ze! Ja, zoo handelt God , waar onschuld en godsvrucht, ootmoed en heilige liefde hot sieraad en de rijkdom der jeugd zijn.

Van Maria en Josef kunnen alsdan godvreezoude ouders loeren, wien zij vooral hun kind zullen toewijden, voor wien zij het opvoeden, op welke wegen zij het geleiden zullen — op don weg naar den tempel, en met welke zorg zij hot zullen zoeken. Gelukkig de ouders, die hun kind slechts in den tempel kunnen vinden !

In de droevige Geheimen zion de ouders op welken weg zij de hunnen moeten voorgaan ; daar kan de vader des huisgozins loeren, hoe hij den zijnen zal voorgaan in het dragen van het kruis, hoe hij hou allen doorzijn voorbeeld de deugden van het kruis loeren zal. De moeder ziet in do Moeder der Smarten het voorbeeld van geduld, van standvastigheid , van volharding; ja, van haar kan zij loeren zwijgen , geduld oefenen en bidden; met haar kan zij oprecht innig vereenigd worden, tot haar uit geheel haar hart smeo-ken om door het lijden niet tor uoer gedrukt te worden.

In de glorierijke Geheimen wordt dan het blijde wederzien van allo loden des huisgezins daarboven in den hemel gevierd. O welke vreugde dan, als na een zogopralond doorworstelden strijd de hemel zich opent on vader en moeder elkander in liefde begroeten, ouders en kinderen elkander wederzien .om gedurende do gehoole eeuwigheid met elkander Gods schoonheid en heerlijkheid te genieten. Tot dit doel nu geleidt de Rozenkrans do getrouwe leerlingen, die hem als hot schoonste sieraad in hun handen beschouwen.

Als wij nu deze vruchten van het Kozenkransgebod aandachtig nagaan, is het dan te verwonderen, dat de algemeene Vader der goloovigon met zooveel nadruk zegt: „Wij sporen allen aan don Rozenkrans met ijver te biddenquot; 'i Luisteren wij dan naar die stem van onzen Vader, en wij zullen in dat verheven gebed een rijke bron van zegeningen vindon , waaruit ons genaden voor tijd en eeuwigheid zullen toevloeien.

12

ocr page 184

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

De H. Josef, patroon van den christeiijken werkman.

Te recht vereert do Katholieke Kerk met wijdschen eere-dienst en iiinig-e teederheid den glorievollen Patriarch , den li. ,)osof, door den Almogenden God, boven alle Heiligen hier op aarde uitverkoren tot allerzuiversten en waarachtigeu bruidegom der onbevlekte Maagd Maria en voedstervader van zjjn eeniggeboren Zoon. Zoo sprak de onvergetelijke Pius IX, toen hij in zijn Breve van den 7 Juli 1871 den geloovigon aankondigde, den II. Josef tot Patroon der Katholieke Kerk verklaard te hebben , en aldus bij diens gloriekrans nieuwen luister voegde. De Roomsche Pausen zijn nimmer in gebreke gebleven, telkens wanneer een gunstige gelegenheid zich voordeed, den H. Josef immer nieuwe en grootore botuigin-gon van openbare hulde toe te kennen j onl in de harten dor geloovigen de godsvrucht en don eerbied tot den H. Patriarch steeds te verhoogen en ijveriger op te wekken en hen aan te sporen zijn voorspraak bij God met hot grootste vertrouwen in te roepen. Ook /. H. Loo XIII, in zijn schrijven van 1,5 Augustus 1889, geeft de roden aan, waarom allen, van welken stand of staat ook , zich aan don bijstand en de bescherming van don H. Josef aanbevolen en toevertrouwen, en hij wijst het voorbeeld van Jesus' Voedstervader aan als het geneesmiddel voor de ellenden dor hedondaagscho maatschappij. De II. Josef behoort als het ware tot alle standen, en daarom is hij ook het voorbeeld van alle standen ; hij was echtgenoot, vader, maagd , hoogadelijk van geboorte;, werkman , arme ; hij had nu eens geluk , dan weder tegenspoed ; doch in welke van dio staten wij hem ook beschouwen, overal toont hij denzelfden afkeer van het aardsche zingenot, do-zelfde tevredenheid met zijn stand, dezelfde onderwerping aan den aanbiddolijkon wil des Hoeren. Do huisvaders vinden in hem het schoonste toonbeeld van waakzaamheid en vaderlijke zorg ; de echtgonooten een volmaakt voorbeeld van echteljjko trouw, de maagdelijke zielen vinden in hem tegelijk een voorbeeld en beschermer der zuiverheid ; do grooton en rijken kunnen van hem loeren , welke de ware goederen zijn

ocr page 185

179

en hoe men den tegenspoed moot onderstaan ; de armen en werklieden zien in hem op do duidelijkste wijze hoe zij zich moeten schikken in hun ontberingen en in den hardenarbeid, eigen aan hun stand. „Doch ook de mindere burgersquot;, zoo spreekt Z. H. , „de werklieden en allen die minder door de fortuin begunstigd zijn, moeten van hun bopaaid recht gebruik maken om tot Josef hun toevlucht te nemen en van Lom overnemen wat hun tor navolging dienstig is.

Josef toch , ofschoon van koninklijken bloodo, gehuwd mot de machtigste en heiligste van allo vrouwen, gehouden voor don Vader van don Zoon van Ood , brengt al werkende zijn leven door en voorziet door handenarbeid en vlijt in hot onderhoud der zijnen. Goed beschouwd derhalve is de stand der geringen niet verachtelijk ; hij is niet alleen vrij van schande, maar kan zelfs bijgestaan door deugd, eiken arbeid der werklieden tot hoog aanzien opvoeren. Josef niet'het zijne en wel weinige tevreden , hooft de kwellingen, aan die sobere huishouding noodwendig verbonden, gelaten en uitstekend verdragen, en zulks in navolging van zijn Zoon, die, de gedaante van een dienstknecht aangenomen hebbende, ofschoon hij de heer van alles was, de hoogste ontbering en behoefte op zich genomen heeft. ISij do gedachte hieraan moeten de bohoeftigen on allen, die door de verdiensten der handen hun leveu onderhouden, zich opbeuren en tevreden zijn. Zeker is het hun toegestaan en liet is geenszins in strijd met de rechtvaardigheid zich uit die noodwendigheid te redden , en een betoren toestand na te streven , maar noch de rede noch de rechtvaardigheid veroorloven, de door do goddelijke Voorzienigheid gestolde orde omver te worpen. Daarenboven is het oen dwaze raad tot geweld over te slaan en op die wijze door opstand on beroering iots op touw te zetten ; dat maakt veeltijds de kwalen zelf, welke men zoekt te lenigen, veel erger. Dat dan de behoeftigen , als zij het goed begrijpen, geen vertrouwen stellen in de beloften der verleiders , maar in de voorbeelden on do bescherming van den heiligen Josef, als-mode in do moederlijke liefde der Kerk, welke toch met den dag grootere zorg draagt voor hun belangenquot;.

De Kerk dus stolt den II. J ozef, den nedorigen , armen en kuischen handwerksman togen de dwaze zucht naar eer en aanzien, naar aardsche schatten en zinnelijke genoegens,

ocr page 186

180

bij haar hooft de overtuiging diepe wortolon geschoten , dat waar do II. Josof vereerd wordt, de nederigheid, tevredenheid en reinheid heerlijk bloeien zullen. Nederigheid kenmerkt zjjn leven, alles spreekt bij hem van eenvoud, van verborgenheid. Van zijn aardseh loven is ons weinig of niets bekend, en toch geeft de H. Geest hom den hoogsten lof, hij noemt hem den rechtvaardige , den man van Maria, van do reine, onbevlekte moedermaagd, den voedstervader, den trouwen bewaker van het goddelijk kind Jesus. Heilige vrede, onverstoorbare kalmte woont in zijn hart; al is armoede zijn aandeel op dozo wereld , al moet hij iederen morgen zijn nederig werktuig ter hand nemen om in zijn behoeften en die dor hem zoo dierbaren te voorzien , al druppelt het zweet hem van het aangezicht, Jozef is tevreden en aanbidt in stilte den heiligen wil van God. Geen beproeving , geen smaad der menschen is in staat hem zijn heilige tevredenheid te ontnemen, bij Jesus en Maria vindt hij zijn troost en een hemelsch genot.

Do maagdelijke en rechtvaardige Josof was niet vrij van aardschen kommer , ook hij moest „rfoor vele verdrukkiHgen heen het Rijk Gods inc/aariquot;. (*) Dit geeft ons de H. Kerk te kennen, als zij iu den lofzang op het feest van den H. Josef, na zijn verheven daden in korte woorden afgeschilderd te hebben, als het ware alles in deze woorden samenvat „miscens gaudia tietibus ,.... alzoo vreugde en smart voreeni-gendequot;.

De zorg voor zijn maagdelijke bruid, op buitengewone wijze gezegend , de vermoeiende reis naar Bethlehem, liet vruchteloos zoeken naar ecu herberg in een koudeu winternacht, het verblijf van het goddelijk kind en diens heilige Moeder in een ellendigen stal , de overhaaste vlucht naar Egypte, alwaar zij geruimen tijd moesten doorbrengen, gepaard met al de onaangenaamheden van een vreenul en nog daarenboven heidensch land, de vrees voor Herodes, liet verlies van het goddelijk kind op de reis naar Jerusalem , de lange jaren van armoede en ontbering, van zwaren arbeid en inspanning in het huisje van Nazareth : dit alles en nog vele andere zaken waren lijden en smarten , bekommeringen en bezwaren , welke het hart van den H. Josef met des te

(*) Hand. der Apost. XIV : 21.

ocr page 187

181

meer droefheid moesten vervullon , naarmate liij zich het goddelijk kind en diens heilige Moeder met do Yolste over-geving toegewijd had.

Waar vond hij nu troost in zulke droefheid? In het vertrouwen op Gods vaderlijke goedheid, die ons zijn liotde nooit beter betuigt dkn in kruis en lijden: waar do nood het hoogste is, daar is do hulp van God nabij; en verder in het bewustzijn der vervulling zijner plichten, waardoor zijn hart te midden van alle smarten den vrede en de rush bewaarde. Dit versterkte hem in alle kommer en hiel]) hem allo bezwaren te boven komen ; het verdreef alle vrees en schrik, het diende hem als de schoonste voorbereiding tot de eeuwige rust; het geleidde hem gedurende zijn aardschol pelgrimstocht, liet versierde zijn stervenssponde met bovennatuurlijken lichtglans ; het verkorte in het voorgebovgte de lange jaren van hoopvolle verwachting , hot glinstert nu als een kostbaar juweel in zijn onvergankelijke zegekroon. Js nu daarin do 11. Josef niet een heerlijk voorbeeld voor den christelijken werkman ? De beste vereering der Heiligen echter bestaat in de navolging huunor deugden.

Op den feestdag van den H. Josef leest men in de kerken de geschiedenis van dien Josef, die de „Behouder der wereldquot; genoemd wordt, daar hij hot land voor de vreeselijke plaag van een hongersnood behoed heeft. Doch de Josef van het Nieuwe Verbond heeft nog veel meer aanspraak op dezen titel, daar God hem uitgekozen heeft om den Verlosser der wereld , dieu een wreede Horodes ter dood wilde brengen, het leven te redden. „Gaat tot Josefquot;, zoo sprak l'harao tot do Egyptenaren , en ook ik mag do christelijke arbeiders uit ganscher harte toeroepen „gaat tot Josefquot;. Niet alleen om van hem te leeren , met welke tevredenheid en vreugde men de plichten van den ons door God opgelegden levensstaat moet vervullen, met wolk innig vertrouwen op God men alle lijden en beproevingen des levens moet aanvaarden , maar ook om door zjju voorspraak de goederen en genaden te verkrijgen, welke wij voor ons tijdelijk en eeuwig geluk en welzijn noodig hebben.

De groote heilige Aartsvader Josef is in waarheid het voorbeeld van den werkenden stand. Aan welke wisselvalligheden toch , beproevingen van den kant van God en

ocr page 188

182

van do mcnschou is dikwijls dc workman blootgesteld ! Welke zielssterkte, wat een gednld, onderwerping aan Gods wil en moed is hem vaak noodig om staande te blijven in den dienst van God en op den weg dor deugd, om door hot verdriet of' den druk dor tijdelijke behoeften, hot eenige noodzakelijke, het geestelijk belang der ziel on der eeuwige zaligheid niet te verwaarloozen ! Do H. Franciseus de Sales stolt ons zeer schoon het treffend voorbeeld dor deugden voor, welke Josof beoefende in de menigvnldigo on harde beproevingen, waaraan dc Goddelijke Voorzienigheid hem onderwierp. „Met recht wordt do H. Josef vergeleken bij don palmboom , zoo zegt hij, want hij was altijd zeer moedig , standvastig en volhardend. Er is een groot verschil tusschen standvastigheid on volharding, mood en kracht. Standvastig noemen wij don man , die pal staat on bereid is don aanval zijner vijanden af te wachten , die in don strijd zich niet ontziet, noch den moed verliest; de volharding heeft vooral betrokking op oen zeker inwendig verdriet, dat ons overvalt bij don langen duur onzer moeilijkheden en dat de machtigste vijand is, dien men hebben kan. De volharding doet nu don monsch dien vijand verachten, zoodat hij hem door een voortdurende kalmte en onderwerping aan Gods wil overwint. Kracht maakt, dat do monsch aan den aanval zijner vijanden weerstand biedt; maar do dapperheid of moed is oen deugd , die maakt, dat men niet slechts bereid is, om to strijden en weerstand te bieden, als zulks gevorderd wordt, maar dat men den vijand, zelfs dan als hij ons rustig laat, aantast. De H. Josef nu bezat al deze deugden en beoefende die op wonderbare wijze.quot; Zijne standvastigheid schittert, toen hij den gezegenden toestand zijner Bruid bespeurde on niet wist, hoe dat zijn kon. AVolke benauwdheid , welk verdriet, wat ziolesmart leed hij toen! on toch, hij klaagt niet, hij is er tegenover Maria niet hard of minder vriendelijk om , maar toont zich immer even zacht en eerbiedig jegens haar als te voren.

Moed en kracht in den .11. Josef bewijst de overwinning, welke hij behaalde op do twee grootste vijanden van don monsch, den duivel en do wereld, en dat door do nauwgezette beoefening eener uitstekende nederigheid, gelijk wij in go-heel zijn leven opmerken. Sterk en moedig is hij, die evenals de H. Jozef volhardt in de nederigheid, want hij overwint

ocr page 189

183

eu duivel en wereld, die vol eerzucht, ijdellieid en hoogmoed is.

Letten wij op de volharding , die den inwendigen vijand bekampt, nl. dat ons bekruipend verdriet bij hot voortduren van vernederende, nioeielijke en drukkende omstandigheden , van do slagen der fortuin, als ik dit woord mag bezigen, of van allerlei onheilen, die ons overkomen. O, hoezeer werd die Heilige beproefd van den kant van God en zeifs van don kant der menschen op zijn vlucht naar Egypte ! Do onzekerheid, waarin hij voortdurend verkeerde, moest zijn ziel ongetwijfeld bitter kwellen en pijnigen; toch blijft hij altijd gelaten, altijd zachtmoedig, kalm en volhardend in zijn onderwerping aan Gods welbehagen , waardoor hij zich in alles liet besturen ; want, daar hij rechtvaardig was , was ook zijn wil altijd onderworpen en gelijkvormig aan dien van God. Rechtvaardig zijn is immers niets anders dan volmaakt een te zijn met Gods wil, eu zich altijd naar dieu wil in alle voorvallen , in tegenspoed zoowel als in voorspoed, tc schikken. Dat do H. Jozef in elke gelegenheid zich volkomen aan den Goddelijken wil onderwierp, is ontwijfelbaar, dit getuigt geheel zijn 'even; bij all es wat hem overkwam onderwierp hij zich ootmoedig aan den wil van Gód, in zijn voortdurende armoede en vernedering, zonder zich ooit tc laten overwinnen of mismoedig te worden door het inwendig verdriet, dat hem zeker dikwijls bestormde. Immer bleef hij standvastig in zijn onderwerping , die , even als al zijne andere deugden, voortdurend toenam en volmaakter werd.

Zoo spreekt de H. Franciscus van Sales over do deugden, welke do H. Josef beoefende, en de menigvuldige en zware beproevingen, waaraan dc goddelijke Voorzienigheid hom onderwierp. Met volkomen recht wordt hij voorgesteld als het voorbeeld dor werklieden in de beproevingen des levens. Want wie werd meer .beproefd dan Josef, de zoo vrome en heilige werkman van Nazareth? Wie verdroeg met meer gelatenheid, geduld en onderwerping aan Godswil die voortdurende kwellingen, vernederingen en wederwaardigheden, welke hij afwisselend had te lijden tot aan den laatsten dag zjjns levens ? Wie bleef onder dat alles meer standvastig en onwankelbaar staande in dc beoefening der deugd en in de liefde tot God? Zoo de kennis en vereering van den H. Josef meer toenam onder den werkenden stand, dan zou

ocr page 190

184

daar ook meer godsdienstigheid , onderwerping cn tevredenheid zijn zelfs in de harde beproevingen, waarmede niet zelden die stand te kampen heeft. In plaats van door afgunst, ongeduld en morren tegen do beschikking der goddelijke Voorzienigheid te zondigen, zou men de geestelijke krachten verkrijgen om de beproevingen des levens naar behooren te onderstaan , en de kroon van het eeuwig leven te verdienen, want er staat immers geschreven : ^ZiiI'ki de vman, die de verzoeking verdraagt! want daar hij een bedroefde is geworden, zal hij de kroon des levens ontvangen, „die (rod beloofd heeft aan die hem liefhebbenquot; (*), de kroon, die in het eeuwig zalig leven bestaat is door God beloofd aan hen, die Hem boven alles liefhebben, en, ofschoon verdrukt eu vervolgd , den Heer getrouw blijven.

Doch de H. Josef zal ook do voorspreker van den christe-Ijjken werkman zijn. Wat zal de menschgeworden God kunnen weigeren aan hem , dien hij als zijn Vader eeren, en op aarde gehoorzaamheid bewijzen wilde? Met welke vurige godsvrucht, met welk vast vertrouwen hebben daarom ook de vereerders van den H. .Josef tot hem hun toevlucht genomen en om zijn voorbede verzocht! Voornamelijk dc I [. Theresia, die hem tot hoofdpatroon harer orde koos. „fk nam , zoo schrijft zij in het 16e hoofdstuk van haar leven, „tot voorspreker en beschermer den H. Josef, en beval mij hem zeer dringend aan. Zijn bijstand bleek op de schitterendste wijze. Ik herinner mij niet ooit iets door zijn voorspraak aan God gevraagd te hebben, dat mij niet is geworden. Ik heb nog geen vereerder van den H. Josef aangetroffen , die niet merkelijk voortgang in de deugd gemaakt heelt. Zijn voorspraak bjj God bezit een wonderbare kracht vooral degenen, die hem met vertrouwen aanroepen.quot;

Als bewijs van deze zijn werkdadige voorspraak, vooral om de gave van zuiverheid des harten, wil ik onder vele andere slechts het volgende feit aanhalen. Een adelijke jongeling , te Lyon in Frankrijk , was in zijn jeugd zoozeer van dc liefde Gods doordrongen, dat hij het besluit nam zich geheel aan de beoefening der deugden over te geven en in een heilige orde te treden. Zijn ouders , die voor hun geliefden zoon hooge wereldsche eerambten bestemd hadden, wildon (*) Jac. 1: 12.

ocr page 191

185

zijn verzoek volstrekt niet inwilligen. Door deze tegenwerking vertoornd, verliet de jongeling weldra het pad der onschuld en der liefde Gods, liet de onzuivere, zondige liefde in zijn hart ontbranden , en gaf zich des te meer den werken dor duisternis over, naarmate hij te voren onschuldig geleefd had ; ja , om zich te vrijer aan een zondig en losbandig leven te kunnen overgeven , koos hij den krijgsmansstand en liet zich onder de soldaten opnemen. De toestand van hun zoou g ug deu ouders zeer ter harte , en zij beproefden alles om hem tot inkeer te brengen. Alles was te vergeefs! In hun droefheid namen de ouders eindelijk hun toevlucht tot den H. Josef, en besloten ter zijner eer een novene te doen. Op deu derden dag der novene komt de verloren zoon onverwachts vrijwillig terug, werpt zich voor de voeten der ouders, smeekt onder een tranenvloed om vergeving zijner boosheid en beloofde volslagen verbetering. Do ouders, vol vreugde , dankten den H. Josef, en vervolgden met hun zoon de begonnen oefening , dewijl hij zijn hart zoo wonderbaar veranderd had , zooals hij zelf bekende, dat op eens, zonder te weten waarom en hoe - de zondige liefde in zijn hart uitgedoofd was, ja, hem zelfs met walging en afschuw had vervuld. Van dit oogenblik af volhardde de jongeling in groote ingetogenheid van zeden , in strenge boetvaardigheid en heilige zuiverheid tot aan zijn zalig einde. Christelijke werkman, deze patroon der vereerders van 't H. Hart van Jesus, deze machtige voorspreker is uw beschermheilige.

Gaat dan tot .Josef, gij armen, en leert van hom tevreden te zijn in den staat, waarin God u geplaatst heeft. Armoede is geen ondeugd, gelijk rijkdom niet onder do deugden mag geplaatst worden. De arme, die zich onderwerpt aan de beschikking Gods, de arme, die bidt, is gelukkig en do lieveling van Jesus Christus; niet de arme, die mort, vloekt en zich verzet. Loert van den II. Josef dat gij ondanks uw armoede waarlijk rijk kunt zijn aan hemelsche schatten.

Gaat tot Josef, gij allen, die strijden moet om de zuiverheid uws harten to bewaren. Bij hem vindt gij de wapenen voor den strijd. Hij leert u nederig zijn en vol vertrouwen op de goddelijke goedheid bidden om genade on sterkte, en overwinnen zult gij den helschen geest, die u kwelt met zijn bekoringen.

ocr page 192

VIJFTI EN DE HOOF DSÏ U K.

De getrouwste vrienden van den werkman.

Wie onzer kent niet dit beteekenisvollc woord „vriendquot; ? Wien klopt liet hart niet van vreugde , als hij van een innig geliefden vriend hoort? Reeds de H. Schritt zegt. „

trouwe vriend is een sterke heschntting, en die hem yevondm heeft rond een schat. Niets is met een getrouwen vriend te \craelijken, en „een youd of zilver verdient uewogen te „-orden „tegenover den schat zijner getrouicherd. Een getrouwe vi tend

„is artsenij voor het leven1'. (*)

Ook de H. Vaders vloeien over van de heerlijkste 'otspra-ken op de vriendschap. Zoo zegt de H. Ambrosius : „Tiet is een «rooto troost voor uw leven hier beneden , zoo gij een vriend hebt, wien gij nw hart kunt openen , uw ge eimeu mededeelen, uw innigste aangelegenheden durft blootlegge , en in hom een oprechten man vindt, die zich over uw geluk verheugt, deelneming in uw ongeluk betuigt, en u cn yc der vervolging mot troost opbeurt.quot; He H. Augustinus spreekt korf cn b.u.lig .e.„ vrie.ul i. .Ie helft .1« leve»' ; en dc H. Gregorius getuigt „een getrouwe vriend is do beste schutsmuurquot;; ja de vriendschap is als een geneesmiddel, want zij verkwikt en versterkt en heelt, een vriend is als hot bloed in het lichaam, dat ons leven

onderhoudt. T r

Zulke edele vriendschap heeft eens den H. Gregorius van Nazianze met den H. Basilius den Groote veroemgd en de heilige band, welke die twee jongelingen aan elkander hechtte, werd altijd inniger en vaster, cn nog alt^d wijst men , als men een edele en heilige vriendschap wil aanduiden, op d maakt voorbeeld eener even hartelijke als heilige vriendschap,

die doet denken aan dat woord van den quot;eill^en '

de vriendschap is een ziel, die twee lichamen heeft . Deze twee edele vrienden waren niet van elkander te scheiden „ooit zag men hen ijdele vermaken bijwonen en zy kenden in de stad slechts twee straten: die naar de keik en d e

(*) Bccli VI; 14 — 16-

ocr page 193

187

welke naar do openbare scholen leidde. Mot hot gold, dat zjj van hun ouders ontvingen, voorzagen zij slechts in hun noodzakelijke behoeften, wat er van overbleef, deelden zij onder do armen uit. Wederkeerig spoorde do oen den anderen aan tot het verrichten van goede werken , on in heiligen wedijver logden zij or zich op toe om hot van elkander in vasten, gebeden, en verschillende andere oefeningen van godsvrucht te winnen.

Waarlijk , zulke edele vrienden worden zelden gevonden ; OJi er wordt in dit treurig aardsche loven wellicht van goon enkel woord oen zoo schandelijk misbruik gemaakt als van dat edele woord ..vriendquot;. ^Met den mond bedrier/t dc „huichelaar zijn vriendquot; (1), veen spottende, vriend is ais een „sprinf/hengst , die hinnikt onder allen die er op zittenquot; (3), zegt de H. Geest. Reeds do profeet Jeromias gewaagt van donzelven : „Ken ieder hoede zich voor zijn naaste, en steile „(/een betrouwen in elk zijner broeders, want iedere broeder „zal listen gebruiken en elke vriend yaat met bedrog omquot;. (3)

Een beroep op de vriendschap des evennaasten is dikwijls volstrekt niets anders dan de hatelijkste eigenbaat; men begroet hem als vriend zoolang hij ons tot voordeel strekt eu men op de een ot' andore wijze iets van hom halen kan. Vindt het eigenbelang geen voedsel meer, dan werpt men hem weg als oen ouden handschoen, die uitgediend heeft.

Op zulke vriendschap , welke slechts eigenbaat beoogt, zijn de woorden van Sirach's wijzen zoon toepasselijk; „ Wie

„met de oogen knikt, smeedt kwaad..... Voor uw oog en

„voert hij vleiende taal, en staat verwonderd over uw woorden; „maar daarna verandert hij zijn mond, en maakt uw woorden „aanstootelijk. Vele dingen vond ik hatelijk , maar niets zoo „zeer als zulk een mensch; ook de Heer verfoeit heinquot; (4).

Hoe minder waarlijk rechtschapen monschen men vindt, des te moer worden ook de oprechte vriendschapsbetrekkingen onder de monschen minder; eu hoe meer de godsvrucht verdwijnt, en do zonde en ondeugd haar zegepraal op aarde vieren, des te moeilijker zal hot zijn oen waren vriend te vindon ; want zooals de H. Ambrosius zegt „Wie een vijand

(1) Prov. XI ; 9, (2) Eccli XXXIll; (i. (3) Jerem. IX; 4.

(4) Eccli XXVI1 ; 25 — 27,

ocr page 194

188

van God is kan goen vriend der menschen zijnquot;. Thomas a Kempis gooit ons in zijn guldon boekje „de Navolging van Christusquot; aan, waar'en hoe wij ware vrienden vinden kunnen . „Dat hij uw vriend zij , die u om God bemint en Gods wegen betracht. Waarlijk, hij is uw vriend, die liet hoil uwer ziel lief heeft, niet degene , die u uiterlijk vleit eu bijval betoont. Jlij zij uw geliefde vriend, die om uw misstappen treurt en bidt, die zich om uw voortgang verheugt en u in liefde terechtwijst.quot;

Waar nu , christelijke werkman , kunt g'ij zulke vrienden vindon ? Op aarde zijn zij zeldzaam, en gelukkig is hij,

die er een vindt! Doch verhef uwe oogen ten hemel, _

daar wenken u zoovele vrienden als cr Heiligen zijn. Ja, de Heiligen des hemels zijn in ware en trouwe liefde om uw geluk en welzijn voor tijd en eeuwigheid bezorgd. En deze vrienden van God , met eeuwige heerlijkheid gekroond, ziju ook üw vrienden, en de liefde tot God is de heilige band, die hart aan hart vereenigt. O, welke edele, verhevene vrienden !

Als reeds de dikwijls zoo baatzuchtige en ondankbare wereld diegenen, wien zij een bijzondere verdienste toeschrijft, op hare wijze zilveren of gouden bokalen aanbiedt, hun prachtvolle gedenkteekenen opricht en do groote daden harer veldheeren of veroveraars bezingt: hoe veel meer dan verdienen Gods Heiligen alle eer, zij, die in deugd en vroomheid, den hoogsten trap beklommen en zich daarop tot hun zalig uiteinde gehandhaafd hebben. En niets heeft in den aard der menschen zulke diepe wortelen geschoten als dat men degenen, die op een bijzondere wijze uitgeschitterd of zich beroemd gemaakt hebben, ook dan nog met eerbied en hoogachting bejegent , als zij zich niet meer in ons midden op deze wereld bevinden. Ieder volk heeft dit grondbeginsel gehuldigd, daar elk land zijn helden, zijn wijzen, zijn groote mannen hoeft; hot viert hun aandenken op de meest verschillende manieren, men bezingt hun daden in gedichten, men zoekt hun namen te vereeuwigen, daar men landstreken , gewesten, pleinen en straten naar hen noemt. Zal men dan in den godsdienst alleen anders handelen ? Moet men ook hier niet degenen, die schitterende

ocr page 195

189

helden in de deugd waren, zijn vereering waardig achten ? Als hij toeval een geringe man zich tot hooge waardigheden hoeft opgewerkt, dan spreekt alles van hom, bewondert zijn grootcn geest en buigt met ontzag voor'hom neder. En de uitverkorenen des hemels , die uit deze aardsche'ellenden tot deu troon des hemels zijn opgestegen , zouden dan niet op onze innigste vereering aanspraak mogen maken ?

Ja, wij moeten met bewondering vervuld worden , als wij eon blik des gelocfs werpen op die langdurige ei; standvastige hoop der Oudvaders, op liet levend geloof en het geduld der Profeten, op den vurigen ijver dor Apostelen, het streng en boetvaardig leven der Belijders, op de voor geen offers terugdeinzende ingetogenheid dor maagden. Om slechts van eenige uitstekende daden te gewagen, beschouwen wij den heldenmoed der Apostelen: Petrus, Andreas en Philippus werden gekruisigd , Mattheus en Thomas met pijlen doorboord, Simon en Thadeus in stukken gehakt, Paulus werd onthoofd , Bartholomeus werd levend het vel afgetrokken , — waarom moesten zij zulke vreeselijke smarten verduren , zulk een gruwzamen dood sterven ? Tot getuigenis der leer, welke zij verkondigden; niet alleen om zelf heilig te zijn , maar ook anderen tot do heiligheid te brengen.

Wat moet ik dan zeggen van u , gij dapper en schitterend leger der martelaars r Do steenen van een Stephanus, de pijlen van een Sebastianus, de rooster van oen Laurentius waren slechts gewone werktuigen voor den marteldood. Welke middelen om te pijnigen, welke folteringen dacht tocli de wreedheid uit! — Eenigen der martelaren werden door de wreedaards met de haren of do voeten opgehangen, mot zweepen , die van looden kogels of scherpe punten voorzien waren , zoolang gegeesehl totdat het vleesch van hun lichaam gescheurd was. Anderen werden op de pijnbanken met geweld de ledematen uitgerekt, mot ijzeren kammen opengescheurd, onder zware molensteenon gelegd, hun, als in de wijnpers , het bloed uitgeperst en do beenderen verpletterd, totdat zij een vormelooze klomp waren en niets meer van hun vorige gedaante hadden. Velen werden geheel met pek, hars en zwavel bedekt, in brand gestoken om als fakkels bij de afgodsfeesten te dienon, en men vermeerderde hun

ocr page 196

190

pijnen nog daardoor dat men hun gesmolten lood te drinken gaf. Wederom anderen wierp men bij de strengste winterkoude in bevroren vjjvers, en toonde hun daarnaast aangename , warme baden om hen aldus tot afval te brengen. Sommigen werden met slangen en honden in huiden genaaid, opdat zij zouden sterven eerder door de vergiftigde tanden verscheurd dan wel door den bruischenden vloed verzwolgen. Anderen scheurde men de borst open en rukte het hart en de rillende ingewanden er uit, of bond hen met handen en voeten aan paarden , die in tegenovergestelde richting werden uiteengedreven om hen met geweld te vierendeelen. Eenigen plaatste men op gloeiende zetels of deed hen over heete platen gaan ; anderen wierp men in ketels vol kokende olie of ziedende hars, of in de vlammen van een brandenden oven. En dit alles verdroegen die dappere strijders van Christus niet alleen met geduld en standvastigheid, maar ook met vreugde en gejubel, om geen andere reden dan om zich die heiligheid te verzekeren waaraan de zaligheid des hemels is toegezegd. Ook de heilige Kerkleeraars brachten geen minder zware offers om hetzelfde doel. Zij waren het licht der wereld en het zout der aarde , en gelijk de kaars verteert om te verlichten, zoo hebben zij zich uitgeput, gelijk men in waarheid zeggen kan , om de duisternis der wereld te doen verdwijnen en het geloof zuiver en ongeschonden te bewaren. Al die bewonderenswaardige geschriften van een H. Basilius , van een H. Joannes Chrysostomus , van een H. Ambrosius, Augustinus , Hieronymus , Thomas van Aquine , Bonaventura en zoo vele anderen — al deze geschriften , vervuld met goddelijke en hemelsche wijsheid , wat zijn deze anders dan de teekenen hunner wonderbare heiligheid zoo rijk aan schitterende deugden.

En de vrome kluizenaars waren als hemelplanten , die de akelige woestijnen van Thebaïs en Palestina verlevendigden. Hier bevonden zich eerbiedwaardige grijsaards van negentig jaren en nog hoogeren leeftijd, die door vasten en onthouding hun leven verlengden om hier beneden God gedurende langen tijd te kunnen verheerlijken, loven en prijzen.

Welke offers brachten verder die maagdelijke met mannenmoed toegeruste zielen ? Hoe streng waren zij toch voor zich zelf? Welke minachting hadden zij voor den glans, de

ocr page 197

191

vreugde on genoegens des levens, voor den rijkdom, de pracht en het geluk der wereld ? Hoe wisten zij weerstand te bieden aan de bekoorlijke bewijzen van toegenegenheid , aan den list en de sluwheid dergenen , die haar het hof maakten ? Met welke edelmoedigheid wezen zij alle echtverbintenissen van de hand, hoe luisterrijk deze ook wezen mochten, alleen om haar maagdelijke zuiverheid te bewaren en den hemelschen Bruidegom op te dragen, wien zij zich hadden toegewijd ? Wat zal ik zeggen vau die gestrengheid, waarmede zij haar vleesch kastijdden 'i Wie huivert niet bij de boetvaardige levenswijze eener Heilige Clara, dit afbeeldsel van Jesus' gekruisigd leven ? Mot welke onweerstaanbare begeerte verlangden de Heiligen naar het lijden De H. Lidwina was geheel haar leven ziek , doch dit maakte haar vreugde uit, zij verdroeg alle mogelijke smarten met zulke rust en gelatenheid, dat zij iu geduld een Job scheen te overtreffen. „Of lijden of stervenquot; was het dagelijksch gebed der H. Theresia, en de H. Magdalena de Pazzis ging bijna nog verder, daar zij bad „lijden en niet sterven.quot;

Men vindt andere heiligen , die haast nog grootere zaken verricht hebben, want zij bewaarden de maagdelijkheid in den huwelijken staat; dit is een strijd, welke niet alleen een dag, maar geheel het leven door duurde. De H. Fulcheria, dochter van Keizer Arcadius , na den dood van haar broeder Theodosius erfgenaam van den troon, trad met Marcianus in het huwelijk op voorwaarde dat zij de gelofte van zuiverheid kou onderhouden, hetgeen ook werkelijk geschiedde. Ditzelfde is ook van de H. Keizerin Cunegundis en van den H. Keizer Henricus, van de H. Editha en van den H. Koning Eduardus bekend. Beide vorstenparen waren door den huwelijksband vereenigd , doch bewaarden ook geheel hun leven den maagdom.

En nu vraag ik: Zouden wij niet met verbazing en verwondering moeten opzien tot deze heldhaftige zonen der H. Kerk, die met blijden moed voor het geloof zulke groote en smartvolle offers gebracht hebben ? Zullen wij niet met inniger eerbied eu liefde vervuld worden voor de helden in de beoefening der deugden, die als heldere sterren schitteren aan het gewelf des hemels , die zoo vriendelijk nederblikken

ocr page 198

192

in het duistere van ons leven ? Ja, in een wereld door ongeloof en goddeloosheid , door weelde en zedenbederf, door zelfzucht en bandeloosheid op den rand van een vreeseljjken afgrond gebracht, kan alleen de Kerk , de Bruid van Jesus Christus, redding brengen. Haar leeringen, haar gebeden en vooral ook het voorbeeld van zulke offervaardige, krachtige, heldhaftige personen van beider geslacht als de Kerk ter openbare vereering, ter navolging en ter beschaming voorstelt, moeten de kranke maatschappij van een dreigenden ondergang bevrijden. Hoe troostvol is dan voor ons die waarheid, welke de Kerk verkondigt, dat wij namelijk tot deze heiligen des hemels in de innigste betrekking staan, met hen één enkel groot huisgezin vormen, als ledematen van een en hetzelfde lichaam, dat Christus de Heer is, die daar in de heilige Kerk op een geheimzinnige wijze voortleeft. Isa het goddelijk Wezen is er niets schooners dan deze troostvolle gemeenschap der Heiligen, een afbeeldsel der goddelijke eenheid. Gelijk wij één zijn met den Vader , die ons zijn kinderen noemt , één met den Zoon in onze hoedanigheid van broeders des Eerstgeborenen van den Eeuwigen Vader, één met den H. Geest, die zich aan ons mededeelt om ons te heiligen : zoo zijn wij door en in God ook één met alle Heiligen, met alle Martelaars, Belijders, Maagden, één met alle groote helden van het christendom, met Paulus, Franciscus, Antonius, Ignatius, enz. O heilige en schitterende eenheid! Ja , deze eenheid en gemeenschap met de Heiligen des hemels is de ware adel van den christen, daar zijn familie zich uitstrekt tot den hemel, waar zij op onvergankelijke tronen heerscht, tot aan de grenzen der aarde , overal waar de moederkerk kinderen heeft — en waar heeft zij die niet ? O , hoe verheven is de christen, die, als hij den hemel binnentreedt, zich aldaar niet onder vreemden bevindt, maar in zijn familie, onder broeders , en onder welke broeders , onder Petrus, Faulus, Andreas, Joannes, onder Chrysostomus, Augustinus, Franciscus, Antonius en zoovele anderen.

Deze nu, christelijke werkman, zijn uw ware, oprechte en beste vrienden, ja, niet alleen vrienden — deze zijn uw broeders! En deze broeders zijn ook uw trots, uw roem, uw adel, uw onderscheiding. Gij behoort tot de familie

ocr page 199

193

van Goil! O heilige familie van den Allerhoogste ! Weldra, spoedig zal ik geheel 011 al met u vorconigd zijn, zal ik mij verzadigen aan uw schoonheid, aan uw heerlijkheid ! O hemelsch Jerusalem, ik sta reeds aan uw poort, mijn voeten zijn bereid, geheel mijn lichaam helt naar u over, om uw heerlijke gemeenschap te kunnen binnentreden! Werkman en dienaar dos Hoeren! Deze gemeenschap der Heiligen is ook uw rijkdom! Gij zijt niet meer arm, neen. gij bezit een kostbaren schat, namelijk do verdiensten van Jezus Christus en van allo Heiligen onverdeelbare familiegoederen , daar de liefde „het mijn en het dijnquot; niet kent , welke een ieder zoodanig toebehooren , dat hij tot God kan zeggen: Heer, om mijn armoede en behoefte te dekken, om mijn gebed te steunen, bied ik U aan de pijnen der Martelaren , de werkzaamheden der Apostelen en apostolische mannen, de gestrengheden der boetvaardigen en kluizenaars, de verdiensten aller Heiligen! Kn deze schat is zoo overvloedig, dat de heilige Kerk mij dezen rijkdom onophoudelijk in haar atiaten mededeelt.

Deze Heiligen des hemels zijn ook uw machtigste beschermers en voorbidders. Want een gedeelte hunner zaligheid bestaat hierin, dat zij belang in ons stellen en voor ons bidden. Hiertoe worden zij aangezet door de liefde , welke hen reeds op aarde hooft aangespoord zonder ophouden en onvermoeid te werken aan hot heil en welzijn der mensch-lieid ; zoodat de Apostel zelf liet bokonuon moest „ireint de „liefde eau Christus drinjt onsquot;. (*) En nu eerst, nadat zij geheel doordrongen zijn van de liefde tot God, ja, louter liefde, niots dan liefde zijn zal deze nu hen niet meer dringen bun geliefde vrienden, hun broeders op aarde, bijzonder degenen, die liet meeste hulp noodig hebben, bij te staan ?

Doch zullen deze HGiligcu Gods ons helpen, dan moeten wij ook mot ootmoed tot hen bidden en verzuchten, dewijl God slechts den ootmoedige zjjn hulp en genade beloofd heeft. Do verlichte Epbrem nu zelfs een Heilige — riep dikwijls de heiligen om hun voorspraak aan. Zijn gebed bestond gewoonlijk in de woorden : „O gjj , edele lievelingen Gods,

(*) 2 Cor. V: 14.

13

ocr page 200

194

ontsluit toch voor mij uw hart vol goedheid en liefde en bidt voor mij ! Valt neder tooi- den milddadigsten minnaar der menschen, voor Gods eeniggcboroii Zoon, opdat hij met mij volgens zijn barmhartigheid handele, mij bevrijde van de menigte mijner misdaden, en mij plaatse in de omgeving uwer verblijfplaats ! Mocht ik toch waardig worden in uw nabjjheid te staanquot; !

Nadat de H. Hicronymus zijn godvruchtige leerlinge lJanla door den dood verloren had, bad hij, in do overtuiging dat zij reeds een heilige in den hemel was, dikwerf tot haar met de woorden : „o Heilige Paula, sta uw ouden leermeester door uw voorspraak bij, want met Christus vereenigd, zult gij van Hem alles bekomen !quot;

De heilige Joannes Berchmans vereerde onder de overige heiligen voornamelijk den H. Josef, en hij legt de bekentenis af hem in een aangelegenheid nooit te hebben aangeroepen zonder door hem verhoord te zijn.

Van deze kunnen wij ook leeren hoe wij do heiligen aanroepen , en wat wij hen vooral vragen moeten, opdat wij des te zekerder zullen verhoord worden. Onze gebeden moeten voornamelijk het heil der onsterfelijke ziel tot voorwerp hebben, want de heiligen willen vóór alles, dat wij onze ziel redden en zoo tot hen in den schoonen hemel geraken.

Om tijdelijke zaken en zegeningen kunnen wij hen slechts smeeken, in zooverre deze tot ons heil strekken, of ten minste dit niet hinderlijk zijn ; want hier geldt het woord des Heeren : „ Wat toch haat het den rnensch , indien hij de v(j(i)ische wereld tvinne, maar zijner ziel verlies lijdtquot; (1). Daar wij kinderen der heiligen, en zelfs hun broeders zijn, tot dezelfde familie behooren, zoo moet ook ons gedrag hunner waardig zijn. In de familiën van ouden adel hebben de ouders de gewoonte dikwijls tot hun opgroeiende kinderen te zeggen: „Vergeet niet, mijn kind, welk bloed in uw aderen vloeit; hot is het bloed van hoogberoemde voorzaten, van groote helden ! Toon u hunner waardig en treed in hun voetstappenquot;. Wat het woord wil, zal ook het voorbeeld bewerken; derhalve de beeldtenissen der voorzaten in alle gangen en kamers als welsprekende getuigen van een beroemd

1

Matth. XVI; 2G.

ocr page 201

195

Terleden. Diezelfde taal voeren ook do heiligen uit het hoogste des hemels: „Leden onzer familie, ledematen van ons lichaam , weest onzer waardig ! Loeft zooals wij geleefd hcbhen ! quot;Wat wij vermogen hebben, kunt gij ook!quot; Derhalve zeggen ook de heilige leeraars, dat de beste vereering der heiligen bestaat in de navolging hunner deugden. Hiertoe wekt ons do H. Franciscus de Sales met de volgende woorden op : „Beschouwt dikwijls de voorbeelden der Heiligen! O , wat hebben zij tcch gedaan ter wille van de liefde Gods , opdat zij zijn vrome kinderen mochten wezen ! quot;Wat moeten wij ook doen , als wij ons de voorbeelden der Heiligen voor oogen stellen ! Zij waren ook menschen als wij : zij dienden denzelfden God, wien ook wij moeten dienen; zij hadden denzelfdeu weg der deugden voor zich , dien ook wij voor ons hebben. quot;Waarom zouden wij dan ook datgene niet doen, eenieder in zijn stand en beroep , wat zij gedaan hebben ? Beschouwt en doorloopt de verschillende standen , welke hot hemelsch Jerusalem bevolken, en gij zult zien, dat allen te gader in den hemel zijn gekomen door den waren ootmoedquot;.

Zie, christelijke werkman, deze ziju nu uw ware vrienden, wien gij een vol vertrouwen schenken kunt, bij wie gij geen teleurstelling te vreezen hebt. Sluit u vast bij deze aan, en dan zal zeker in u het spreekwoord worden bewaarheid : „Zeg mij, met wien gij omgaat, en ik zal u zeggen wie gij zijt!quot; Vertoef gaarne in het gezelschap der Heiligen, dan zult gij ook oen heilige worden en de hemel zal voor u geopend staan.

ocr page 202

ZESTIENDE HOOFDSTUK.

Tevredenheid geeft bestendig gaiuk.

ïn dit woord van opwokking tot bevordering van uw tijdelijk en eeuwig gelulc, christelijke workman, hel) ik n willen aaut'oonen, dat uw voor de wereld nederige staat geen beletsel is om waarlijk gelukkig te zjjn ; integendeel, zoo gij de plaats ii in de maatschappij door de goddelijke Voorzienigheid aangewezen , naar behooren en uit liefde tot God vervult, dan zijt gij groot in de oogen des Allerhoogston, en do getrouwe vervulling uwer plichten zal u tevredenheid en geluk schenken. De ruw vereelte hand van den werkman is immers het werktuig, waarvan do Almachtige Schepper zich bedient om het heelal te voltooien, het werktuig, dat door de eeuwige Wijsheid gebruikt wordt tot behoud der wereld, om het menschdom te voeden , om nijverheid en kunst trapsgewijze te ontwikkelen. De godsdienstige werkman zet het zoenoffer van Jesns Christus op Golgotha voort, dewijl hij het zwreet, dat de arbeid hem afperst, der goddelijke rechtvaardigheid opoffert voor de ongehoorzaamheid van liet menscholjjk geslacht aan den wil van God , voor het misbruik der men-sehelijke krachten en bekwaamheden ten dienste der zonden eu der hel. En als do H. Geest, de God der liefde, zijn hemelsch vuur over de menschheid uitstort om alle harten te ontsteken, dan zullen de vereelte handen der werklieden Hem de moeiten van den dagelijkschen arbeid als brand.offer opdragen uit dankbaarheid voor do ontvangen genaden en weldaden. Ja, zij zijn het, die do sluizen des hemels openen, opdat Gods rijkste zegen nederdale in do woestijn dezes levens en wederom alles, het aardrijk en de harten der menschen voor hot eeuwig leven vruchtbaar make ; zij zijn het, die voor hem den sleutel van het verloren paradijs smeden , dit voor hem openen, zoodat hij eenmaal zal kunnen zeggen „door mijn handen heb ik den hemel gewonnen !quot;

Wel mag dikwijls het kruis van zjju moeilijken levensstaat zwaar op zijn schouders drukken - - in do leerschool van het Goddelijk Hart van Jesus en van het liefdev-olle Hart van Maria echter leert hij, hoe hjj zjjn werkzaamheden moet verrichten, opdat zij tot eer van God, tot heil zijner ziel on tot zegen van de menschheid strekkon ; deze zijn ook terzelfder

ocr page 203

107

lijd do bronnen , waiirnit; hij aUijd nieuwen moed en kracht zal putten, om to'; het einde ie kunnen vol harden. En slaat hij zijn oogen opwaarts, dan aunschouwt hij duizenden en duizenden Heiligen des hemels, die zich nu reeds over dat leven verheugen , dat de Heer dengene heeft toegezegd , die zijn talenten getrouw gebruikt: nZeer wel, (jijyoede rn i/etroiuvc dkiialknecht ! omdat lt;ij ocer ii-ciii;/ i/etrouir zijt 'geweest, zal ik n ocer veel slcdlmi /quot; (1) en zulk oen loon is toch wel de geringe moeite on den arbeid waard , welk het leven oplegt.

En al omringen hem ook duizenden vijanden , die hem benijden om den vrede Gods, om het welgevallen des Heeren, om de rijke bölooning des Allerhoogsten, en hem tot trouweloosheid en plichtverzuim willen verleiden, die hem het hoofd in do war brengen niet goddelooze leerstellingen en zijn hart met ontevredenheid, mismoedigheid, haat en woede zullen vervullen, - - de godsdienstige arbeider sluit zich vaster aan bij zijn Moeder de II. Kerk , die hem door haar goddelijke leering den rechten weg toont, die hem wederom haar heilige grondbeginselen op l et hart drukt - - en hij ademt weder vrij en gaat getroost tot zijn arbeid terug.

Geef nooit gehoor aan de drogredenen der hedendaagsche volksopruiers , die u oen nooit te bereiken geluk voorspiegelen , en slechts ontevredenheid iu uw hart zaaien. Al is uw lot hard en uw staat moeielijk, troost en bemoedig u met de gedachte , dat gij door uw armoede meer gelijkvormig zijt aan het goddelijk toonbeeld Jesus Christus, die „terwijl „Hij rijk was, om itirentwille is arm geworden''' (3), en wel zóó arm, dat ilij naar waarheid van zich kon getuigen: De rossen hehhen holen, en de vogelen des hemels nesten; maai' de Zoon des mensehen heelt u/et waar lij het hoofd kan nederlef/genquot; (•'!). Indien gij , tengevolge der ontevredenheid , welke iu uw hart is opgewekt, in uw armoede klaagt en mort tegen de beschikking der Goddelijke Voorzienigheid , nijd en wrevel in uw hart koestert tegen de rijken, dan stolt gij u aan liet gevaar bloot ongelukkig te worden voor do gansche eouwighcid , na ook reeds hier in den tijd een ongelukkig leven te hebben geleid. Immers, ons geluk hier op aarde bestaat niet in het bezit van aardsche goederen, maar in de tevredenheid des harten en een rein geweten, zooals de 11. Paul us ons zoo treffend getuigt: quot;(1) Hattli. XXV : -i'ó. (2) 2 Cor. VUi ; 9. (3) Matth. VIII; 20.

ocr page 204

198

„Ken groot gewin is de godsvrucht met tevredenheid. Want „niets hehhen ivij in deze wereld ingebracht; ongetwijfeld „kunnen wij ook niets daaruit wegdragen. Als wij nu voedsel „hehhen en Meeding om ons te dekken , laat ons daarmede te „creden zijn. Want die rijk willen worden, vallen in bekoring „en in een, strik des duivels, en in vele onnutte en schadelijke „begeerlijkheden, die de menschen in ondergang en verderf „dompelen. Want een wortel van alle kwaad is de geldzucht, „waarop sommigen belast zijnde , van het geloof zijn afgedwaald, en zich in vele smarten gewikkeld hebben'''' (*). Is eenmaal liet hart van den mensch voor de hebzuclit geopend, wordt liet beheersclit door het verlangen naar tijdelijk goed, dan verdwijnt ook allo geluk en tevredenheid om plaats te maken voor begeerten , welke nooit zullen bevredigd worden, en altijd naar meer voedsel en voldoening haken.

Ik kan niet nalaten hier een voorbeeld aan te halen , dat de bekende Fransehe sohnjver Mgr. de Segur in zijn werk „Gemeenzame Onderrichtingen en Avondlczingenquot; verhaalt, om de waarheid van hot zoo even gezegde te bevestigen.

Een kalif van Bagdad werd onder oen jachtpartij van zijn paard geworpen en zou zeker bij dat ongeval den dood hebben gevonden , indien oen herder er niet in geslaagd was, met eigen levensgevaar , het woeste paard togen te houden. Gekneusd en gewond werd de kalif naar zijn paleis gevoerd, en verlangde kort daarop zijn redder te zien ; men, zocht den armen herder op, bracht hem naar het paleis en bij den zieken vorst in de kamer.

„Gij hebt mij het leven gered , mijn zoonquot;, zeide deze, „ik wil u mijn dankbaarheid toonon, en zweer u dus bij mijn baard, dat ik u alles zal geven, wat gij vraagt. Gij ziet, mijn edelmoedigheid is even groot als de macht waarover ik te beschikken hebquot;.

„Heerquot;, sprak de herder, „ik behoef niet lang te denken wat ik vragen zal. Er ontbreekt mij maar een zaak om gelukkig te zijn, namelijk een eigen hutje met een tuintje om er stilletjes met mijn vrouw en kinderen te leven.

„Gij eischt niet veelquot; hernam de kalif glimlachende, riep zijn vizier, en deed aanstonds den herder een huisje met een stukje land geven, in de nabijheid van Bagdad gelegen.

Do man vertrok van vreugde opspringende, vertelt zijn 1 Tim. VI: 6 — 10.

ocr page 205

199

blijdschap aan oen ieder die hem ontmoet, en nog dcnzelfdcn avond betrekt hij zijn nieuwe woning. Niet ver van hem woonde iemand met wien hij kciiuis maakte, die een kleine kudde bezat, welke hem een aardig inkomentje bezorgde. Ik heb vergeten aan den kalif ook eenig vee te vragen , begon nu onze herder te denken ; mijn buurman heeft het beter dan ik. Wat doe ik mot een weide zonder kosien on schapen?

Den volgenden morgen begeeft zich de goede man naar het paleis en vraagt om den kalif te spreken, bij wien hij dadelijk toegelaten werd.

„Wol vriend,quot; zeide hem de vorst minzaam, „zijt gij nu gelukkig en is het huis naar uw zin ?quot;

„Zeer goed , Heerquot;, antwoordde de herder, „en ik ben zeer gelukkig ; maar toch behoort er nog iets bij, namelijk een kudde zooals mijn buurman heeft. Als ik niet wat beestjes heb , zal ik het nooit goed kunnen stellen ; ik bid uw Hoogheid er mjj een stuk of twaalf te geven.quot;

„Ja, jaquot;, sprak de kalif, „bij land behoort ook veequot;. De herder kreeg wat hij verzocht, mocht zelfs kiezen uit do kudde van den kalif, zocht er een anderhalf dozijn beste beesten uit en vertrok met den wensch van den kalif: „Wees nu gelukkigquot; !

Nu ben ik veel rijker dan mijn buurman, sprak de herder zachtjes, klapt in de handen en waande zich op dat oogen-blik de gelukkigste der menschen.

Kort daarop vond hij evenwel zijn weide te klein voor zooveel schoone beesten. Op een kwartier afstands lag een geheel nieuw opgebouwde, schoone en vroolijke boerderij , welke nu voortdurend onzen herder voor den geest zweefde. Hij werd droefgeestig en sprak op zekeren avond tot zijn vrouw : „Als wij eens een hoeve hadde zooals die daar ginder, dan eerst zouden wij gelukkig zijn. Ik ga naar Bagdad, wil beproeven om den kalif te spreken en zal hem vragen ons die hoove te geven; het is toch maar een geringe zaak voor hemquot;.

Zoo gezegd, zoo gedaan. Den volgenden dag stelde hij den kalif de zaak voor , deze gaf hem, na een kleine berisping , de boerderij, en raadde zijn beschermeling aan zijn wenschen naar meer te matigen. „Nuquot;, sprak Ben-Adab (zoo heette do herder) „nu blijft mij niets meer te wenschen over, niets heb ik thans meer noodigquot;.

En toch kwam hij drie maanden later weder bij zijn weldoener, wel is waar een weinig verlegen , maar toch met een

ocr page 206

200

bepaald verzoek van nog moor. Hij had oon rijken hoor van de nabuurschap leeren kennen ; diens gemakkelijk on weelderig leven, de pracht zijnor kleedoren, zijn schoon huis en gedienstige knechten , dat alles had zulk oen diopon indruk gemaakt op hot hart van don herder, dat hij bij zich zeiven zoido : nooit zal ik gelukkig zijn, als ik zoo niet ben ; en de boer, die op de belofte van den machtigen kalif afging, kwam or toe hot thans te wagen om ook zulk een groot heer te worden.

Do kalif maakte een tegenwerping, doch hij herinnerde zich zijn eed en voldeed aan het verzoek. Daar is nu onze Ben-Adab in eens een groot hoor, bezitter van oen landgoed, dat vijftien mijlen omtrek hoeft, eigenaar van een der heerlijkste kasteolen bij Bagdad , meestor over duizenden slaven ; hij heeft slechts een woord te spreken, maar oven zijn verlangen te kennen te geven en alles gebeurt volgons zijn begeerte. Maar hij heeft geen bezigheden, lozen en schrijven kan hij niet; hij verveelt zich......

Op mijn woord, zoido hij echter na eonigon tijd, zoo kan ik het niet uithouden, fk moet bezigheden hebben, dan kan ik met mijn gold meer vertooning maken , ik kan invloed uitoefenen , invloed o]) don gang dor maatschappelijke zaken, op de staatszaken , ik word oen staatsman.

Toen dit denkbeeld oonige malen door zijn hoofd was go-gaan , na, gelijk men begrijpt, ongerijmde plannen gevormd, en zijn geschiktheid voor verschillende hooge staatsbetrekkingen nagegaan te hebben, gaat hij op zekeren dag naaiden kalif en zegt, dat indien de vorst hem gelukkig wil maken en zijn woord gestand blijven , hij hom tot zijn eersten minister , tot grootvizier moot benoemen.

Do vorst begint boos te worden en zou l!en-Adab wol voor zijn trotsche vermetelheid hebben willen straffen. Maar hij houdt Siich in, denkt oven na: Wie weet of or onder dien bolster geen groot man zit? In 't kort, hij stemt het verzoek toe, en laat den man terstond don vizierstulband opzetten.

De grootvizier begint zijn ambtsbezigheden, waarvan hij niemendal verstaat. Hij wordt overladen met zaken, met verzoeken, met klachten, enz. Hij weet er geen weg moê; wat hij weigeren moet, staat hij toe; wat hij moot toestaan, weigert hij. De kalif verwerpt de aan hem voorgeslagen plannen. Do grootvizier beklaagt zich, hij is vol zorg en onrust, nooit is hij zoo ongelukkig geweest.

ocr page 207

201

„Wat oen leven! Wat een leven!quot; riep hij eens's avonds naar bed gaande ; „hoe is hot mogelijk , dat een vizier een maand het leven houdt ? Ik ben inderdaad niet anders dan een slaaf van den kalif; hij werkt mij in alles tegen wat ik doen wil. Nu zie ik , zoo lang als men zelf geen heer en moester is , kan men geen vrede hebben en niet gelukkig zijn.... Als de kalif mij zijn plaats wilde inruimen , dan zou

het gaan.....quot; Dag en nacht peinsde hij er over. Meer en meer

komt hij tot de overtuiging dat er zonder een onbepaalde heerschappij voor hem geen geluk is. 's Morgens , toen de kalif nog niet eens op was , komt de grootvizier voor hom en verzocht dringend om de plaats zijns meesters.

Do kalif meent te droomen, hij wrijft zich de oogon uit en gaat overeind zitten. „Wat vraagt gij mij ?quot; zegt hij nu tegen Ben-Adab. „Heerquot;, sprak deze, „gij moest mij in uw plaats stellen, dan zou iedereen er bij winnen, het land, ik on gij zelfquot;.

Do vorst heeft het nu goed verstaan; hij staat op , slaat zijn mantel om en geeft even een toeken. Daar komen eensklaps vier zwarte slaven toesnellen ; „keer u omquot;, zegt hij tot don vizier. Ben-Adab doet het, eu krijgt op hetzelfde oogenblik geen klein schopje ; de negers pakken den ontstelden vizier aan en hot voorbeeld van hun moester volgende, houden zij daarmede aan tot de vizier de buitendeur bereikt had. Daar kleedon zij hem uit, en laten hom in hot hemd staan , ten spot van die er voorbij kwamen.

Ben-Adab keerde verlogen en beschaamd tot zijn herders-bedrijf terug en stierf in armoede.

Weet gij nu, waar die Ben-Adab te vinden is ? — Dicht bij u. — Misschien in mijn huis? zegt gij. — Nog dichter. In mijn kamer ? — Noch dichter : in uw kleederen zit hij. Ja, iu uw klooderen. Want die geschiedenis is de uwe, het is de geschiedenis van ons allen.

Wij streven allen naar hot geluk en meenen het altijd te vindon in den stand, die een sport hoogor is dan de onze. Als wij van dien stand genoeg hebben, kijken wij weder naar een trede hooger on zoo zoeken wij altijd zonder ooit te vinden.

Als wij een klein knechtje zijn , willen wij om gelukkiij ic wezen , oen grooto knecht worden ; als wij een groote knecht zijn, willen wij vm ijelnhkitj te wezen, baas worden; van baas, heer , grondeigenaar en misschien nog hooger.

En zoo zijn wij door onze eigene schuld ongelukkig. Wij

ocr page 208

202

moonon dat het geluk in den stand zit, en het bestaat in dc gesteltenis, waarin men is in zijn stand , welke deze ook zij. Allen zijn wij tot het geluk geroepen, of wij rijk of arm, heer of knecht, groot of klein zijn ; God heeft in zijn goedheid het zoo gemaakt, dat iedereen gelukkig wezen kan.

Die alleen is gelukkig , die stil en geduldig de moeielijk-heden van hot menschelijk leven draagt, die in Gods liefde dien vrede des harten put, welke alle ander gevoel te boven gaat; die weet, dat het leven dezer wereld niet zoo lang duren zal, en dat op het lijden, dat christelijk verdragen is, een wondervol verblijden volgen zal, wat door niets zal kunnen gestoord worden ; in een woord , die alleen is gelukkig, die een goed christen is; mochten wij dat allen zijn, en Iaat ons voordeel doen , met de kleine geschiedenis van den 1'alif, den herder en het geluk. —

Gij dan, die behoeftig en arm zijt, onderwerpt u met geduld aan God en prent diep in uw hart die troostende vermaning , door den vromen Tobias aan zijn zoon gegeven : „Vrees niet, mijn zoon! wij leiden ivel een arm leven, maar „icj znllen gi'oote schutten bezitten, indien wij God vreezen, „ons van alle zonden onthouden en doen wat goed isquot;. (1) God ook heeft zijn gelukkigen, zijn rijken, zijn grooten, zijn bevoorrechten, welke wij niet moeten zoeken onder hen, die door de wereld om hun rijkdom gelukkig genoemd en geëerd worden; doch wij zullen de bevoorrechten Gods aantreffen in de hut der armen, in de werkplaats van den handwerksman, onder de nederigen en geringen, die vertreden worden door den hoogmoed en door do bittere minachting. van de gelukkigen dezer aarde: deze zijn de uitverkorenen, de bevoorrechten van God , wanneer zij tevreden zijn in hun staat en deszelfs lasten met geduld verdragen. De ware christelijke geest, zooals Z. ü. II. de Bisschop van 's Bosch z. g. in zijn herderlijk schrijven van 24 Januari 1883 zegt, vordert en schrijft gebiedend voor , dat een christen , volgons de vermaning van zijn Heer en Meester, eerst en vooral liet Rijk Gods en diens gerechtigheid moet zoeken (3) en do goederen dezer wereld als bijzaken , als dingen van ondergeschikt belang moet beschouwen : als man van geloof moet hij niet beducht zijn voor de toekomst, maar veeleer, naar het woord van den quot;Prins der Apostelen „zijne hekoinmer-(1) Tob. ÏV ; 23. (2) Matth. VI: 38.

ocr page 209

203

nissen op God werpen , want Hij draagt zory voor oiisquot; ; (1) als man vau hoop moot liij zijn geluk niet zoeken in de goederen dezer wereld, doch gedenken „dat wij hier geen blijvende stad hebben, maar de ioekomende zoekenquot; ; {%) als man vun liefde moet hij zijn hart niet hechten aan het geld en goed dezer aarde, maar volgens de leer van Christus, „schatten vergaderen in den hemel, waar noch roest noch „mot ze bederft, en waar geen dieven ze uitgraven noch stelen: „want waar uw schat is daar is ook uw harfV, (3) daar behoort ook uw hart met zijn begeerten en verlangens te wezen.

De al te groote gehechtheid aan aardsche goederen en liet geheim verlangen deze te bezitten, alsmede de ongeregelde neiging tot wellust en zingenot zullen onvermijdelijk waren godsdienstzin in 's menschen hart uitdooven, om den weg te openen voor onverschilligheid, voor ongodsdienstigheid en zelfs volslagen ongeloof. Het edelste geschenk des hemels is de waarheid, daar deze de wegen des levens aantoont, ons op dezelve staande houdt en over al onze handelingen haar weldadigen gloed verspreidt; die hemelsche waarheid is voor ons een licht door Jesus op aarde ontstoken, dat allen twijfel, alle onzekerheid, allo vrees voor dwaling doet verdwijnen. Doch juist dat hemelsch licht der waarheid, ons in het H. Geloof geschonken, wordt in veler harten door de dwaze grondbeginselen eener diep bedorven wereld verduisterd, welke wel is waar voor korten tjjd zullen bevredigen , doch eens verwarring, twijfel, onrust en ontevredenheid zullen achterlaten. Door ons waarheid en deugd te ontrooven, ontnemen zij ons de inwendige rust der ziel , en sluiten voor ons de bron van allo troost. De ware christen is met weinig tevreden, wijl hij de ware voldoening in de toekomst verwacht, en ook in treurige oogenblikken, in don godsdienst zijn steun vindende, kan hij met den apostel zeggen: „ik beu vol vau troost, ik vloei over van blijdschap bij al onze verdrukking1. (4) Doch heeft men eenmaal aan den mensch den godsdienst ontnomen door onder zijn oogen en ten zijnen nadeele de meest onschendbare voorschriften van dien godsdienst te verachten , waar moet hij dan zijn gedragslijn zoeken, waar moet hij dan loeren do vernederingen en bitterheden van zijn staat mot geduld te dragen ? Zoolang God on de godsdienst

1

(■i) 2 Cor. VII: i.

ocr page 210

204

^ich tusschcn don monsch cu do aardscho goederen, weoldo eu zingenot plaatsen, kan do strijd vermeden worden; maar neemt men God en godsdienst weg uit de wereld en de maatschappij, dan zal men een afgrond bespeuren, welke door niets ter wereld kan gedempt worden. En do mensoli, die God niet tot steunpaal eu tot opperste einde van zijn verwachtingen kiest, hooit geen ander drijfveer dan eigen belang, hoogmoed, weelde en zingenot, liefde tot de welvaart; en beproeft nu cons de menschen met die zwakke banden te binden, eu eeu maatschappij op dergelijke grondslagen te vestigen.

l)e godsdienst alleen dus, christelijke werkman, zal u waarlijk gelukkig en tevreden maken , daarin alleen zult gij mood eu sterkte vinden te midden van do wederwaardigheden des levens, hot woord van den H. Apostel Paulus indachtig: Vivant ik houde het daarvoor, dat het lijden van den tegen-„woordigen lijd. van geene icaarde is hij de toekomende heer-„IjliJioid , welke in ons zul geopenhaard ivordenquot;. (*) Zeker is het hoogst aangenaam en gemakkelijk, zich geheel en al aan de goddelijke Voorzienigheid over te geven, wanneer van alle kanten geluk en voorspoed ons toostroomen ; doch wanneer wij bezocht en beproefd worden door de kwellingen des levens, wanneer kruis en lijden uw aandeel zijn zullen, wanneer gij moeielijkheden zult ondervinden om de plichten van uw levensstaat nauwgezet te vervullen , wanneer gij hot begin der ontevredenheid in uw hart bespeurt, verplaats u dan in den geest naar de arme werkplaats van Nazareth , naar het meest beproefde werkmanshuisgezin, dat ooit op aarde bestaan heef!:, om daar uw blikken te vestigen op de heerlijkste en navolgenswaardigste voorbeelden en gij zult volle tevredenheid mot uw lot terugvindon, en do heerlijkste deugden ter navolging aantroffen. Ja , het heilig huisgezin van Nazareth moot in al do omstandigheden van uw loven uw voorbeeld zijn, daar zult gij hot geneesmiddel vinden tegen do heerschondo kwaal van den togenwoordigen tijd , welke zoo velen voor tijd on eeuwigheid ongelukkig maakt. In den brief van den SO'quot;1 November 1890 beveelt /. II. Paus Leo Xlil do devotie tot do IL Familie aan allo christelijke huisgezinnen dringend aan. „AVjj hebben het vertrouwen, zegt de H. Vader, dat allo goloovigen, die begrijpen dat zjj in den eerodionst, wolken zij der li. Familie'brengen, het (*) Rom. VIII; 18.

ocr page 211

205

geheim vereereu ran het Tcrborgen leTen, hetwelk Christus

in gezelschap van de H. Maagd, zijn Moeder, cn van den II. Josef hoeft geleid, daarin zullen vinden krachtige hulpmiddelen tot vermeerdering van ijver in het geloof en tot navolging der deugden, welke geschitterd hebben iu don goddel ijken Meester en in de Moeder Gods en haar heiligen echtgenoot. Deze deugden, zooals wij meermalen hebben vermaand, welke de belooning van het eeuwig leven bezorgen, bevorderen ook tegelijkertijd den voorspoed van de huiselijke maatschappij , zoowel als van de burgerlijke samenleving , die in onzen tijd aan zoovele kwalen lijden, omda1 het algemeen welzijn van den staat, waarvan het huisgezin de grondslag is, noodzakelijk voorkomt uit het bestaan van heilig ingerichte huisgezinnen.... Wij storten vurige gebeden tot God , opdat de ware geest van deze devotie zich uitbreide en aangekweekt worde onder de geloovigen, en Wij twijfelen niet of de Bisschoppen en alle priesters dei-Kerk zullen eenparig tot dit doel samenwerkenquot;.

Op last van Z. H. is do door Hem opgestelde formule ton ge-bruike van do geloovigen, waarin zij hun eigen gezin toewijden aan do H. Familie, verspreid ; daarbij is ook het gebed gevoegd, hetwelk de geloovigen dagelijks zulleu bidden ter eere van do H. Familie , welke beiden tot gemak van don lezer hier op het einde geplaatst zijn. Gij zult gemakkelijk het groote gewicht van het pauselijk woord begrijpen, en volgaarne aan het verlangen van Z. H. beantwoorden; dan zullen u ook door dc waro vereering van do H. Familie, gunsten en weldaden in dit loven geworden , vooral de genade om waarlijk christelijk te leven, en in uw huisgezinnon vrede, liofde, geduld in de beproevingen en zuiverheid der zeden te doen bloeien, zooals Z. H. zich uitdrukt. En heeft dan eindelijk de christelijke werkman ziju taak hierbeneden voleind, zoodat hij iu waarheid met den goddelijken Meester mag zeggen: „ffet is volbrachtquot; ! (*) dan zullen zich voor hem de hemelen openen, cn op den drempel der eeuwigheid komt hom de vergelder aller goede gaven tegemoet, die hem toeroept: „Ik zelf wil uu uw overgroot loon zijnquot;'.

1

Joes IX: 30.

Imprimatur.

M. F. DE BEER, Snp.-Gen.

T [i.p.uugi, 11 Jan. 1894. ad lioc ilolegatus.

ocr page 212

lt; gt; it yi u j. t t: i j

ten dienste van christelijke huisgezinnen, die zich aan de Heilige Familie toewijden.

O Jezus, ouzo beminnenswaardigste Verlosser, die uit den hemel gezonden' om de wereld door leer en voorbeeld te ver-licliten , het grootste gedeelte van uw sterfelijk loven, onderdanig aan Maria en Josef, in het nederige huis van Nazareth hebt willen doorbrengen, en die Familie geheiligd hebt, welke aan allo christelijke huisgezinnen tot voorbeeld zou verstrekken, neem dit ons huisgezin, hetwelk van nu af zich geheel aan U opdraagt , genadig aan. Bescherm en bewaar hetzelve en bevestig daarin, tegelijk met den vrede en do eendracht der christelijke liefde, de heilige vreeze jegens U ; opdat hetzelve aan hot goddelijk toonbeeld uwer Familie gelijkvormig worde, en allen, waaruit het bestaat, tot een toe , de eeuwige zaligheid mogen verwerven.

O teerminnende Moeder van Jesus Christus en onze Moeder, Maria, verkrijg in uwe mededoogen en goedertierenheid, dat Jesus deze onze toewijding welwillend aanvaarde en zijne weldaden eu zegeningen aan ons verleene.

O Josef, allerheiligste bewaarder van Jesus en Maria, ondersteun ons door uwe geboden in alle behoeflen naar ziel en lichaam ; opdat wij met U en met de gelukzalige Maagd Maria den goddeljjken Verlosser Jesus Christus eeuwigen lof en dank mogen brengen.

ocr page 213

Alle leden van de Vereeniging der TT. Familie van heiderlei geslacht hunnen verdienen een aflant ran 300 dagen, zon dikwijls zij met een rouwmoedig hart het volgende gehed bidden, in welke taal ook, voor eene beeltenis van de Jl. Familie.

{Pans LEO XIII).

Dagelijksch gebed voor de beeltenis der H. Familie.

O liefderijksto Jesus, dio door uwe onuitsprekelijke deugden en huiselijke voorbeelden de door U uitverkoren Familie op aarde geheiligd hebt, zie goedgunstig neer op dit ons huisgezin, hetwelk, aan uwe voeten neergeknield, over zicli uwe erbarming afsmeekt. Gedenk dat dit uw huisgezin is . omdat hot zich op eene bijzondere wijze aan U heeft toegewijd en opgedragen. Bewaar hetzelve in uwe goedheid, verlos liet uit alle gevaren , ondersteun het in alle noodwendigheden, verleen aan hetzelve de kracht om steeds in de navolging van uwe heilige Familie te volharden; opdat liet, gedurende zijn sterfelijk leven in uwe dienst en liefde getrouw blijvend, eenmaal iu den hemel ü voor eeuwig mogen loven.

O Maria, allerzoetste Moeder, wij smeeken mede uwen bijstand af, zeker als wij zijn, dat uw goddelijke Eenigge-boren (Zoon) uwe.gebeden zal verhooren.

Ook gij, allorroemwaardigste patriarch heilige Josef, sta ons bij door uwe machtige voorspraak en leg onze.wenschen, ' tor verdere aanbeveling aan Jesus Christus in de handen van Maria nederig neer.

Een aflaat van 200 dagen, eenmaal daags te verdienen voor het volgend schietgebed.

{Paus LEO XTII).

Jesus, Maria, Josof, verlicht ons, komt ons te hulp, maakt ons zalig. Amen.

Imprimatur.

M. F. DE BEER, Sup.-Gen. Tilburgi, 11 Jan. 1894. ad hoc delegatus.

ocr page 214

i gt; 11 lt;gt; rr igt;.

bladz.

Voorrede..................................3

Hoofdstuk.

le Hot ware geluk..........................7

3e Do arbeid is een wet des levens..............1!)

3e Do Terhovenheid van den arbeid..............2G

4e Het loon van den arbeid.........40

5c Hoedaniglieden van den arbeid.......GO

Ce De leer- en oefenschool van den christeljjken

werkman..............77

7c Het Hart, dat den werkman waarlijk bemint . . 88 8o Wereldgeest en zingenot, onverzoenlijke vijanden

van den werkman...........100

9c Twee andere gevaarlijke vijanden van don werkman. 115

10e He Moeder van den werkman........130

11e Do katholieke vereenigingen........143

12e De grondbeginselen onzer Moeder......159

13c Hot schoonste sieraad, in de hand van den werkman. 107 14c De H. Josef, patroon van den christclijkcn

werkman..............178

15e De getrouwste vrienden van den werkman. . . 18G

IGe Tevredenheid geeft bestendig geluk......19G

Formulier ten dienste van christelijke huisgezinnen,

die zich aan do Heilige Familie toewijden .... 20G

Dagelijksch gebed voor do beeltenis der H. Familie. . 207

-£amp;S$o3-.-

ocr page 215
ocr page 216

Boekdrukkerij van LUIJTEN , Tilburg.

Van de pers gekomen:

Derde Seculiere Orde van den 11. Frtinciscus van Assisië, volgens de nieuwste bepalingen van Z. H. Pans Leo XIII. Uit het Italiaanscli vertaald naar de offlcieele nitgave van do Propaganda te Rome. Zesde druk.

Pr. 25 Cts. In linnen band 40 Cts., fr. p. p. 5 Cts. meer.

Lofliederen ter eere van' de HH. Prariciscus van Assisië, Lndovicns, Elisabeth en Antonius , te zingen in de vergaderingen der Derde Orde. Derde druk.

Prijs 5 Cis. franco per post 0 Cts.

Melodiën op de Lofliederen 1(5 pag. Muziek.

Prijs 71/3 Cts., franco per post 8I/0 Cts.

Gedachtenis der kleeding en professie in de. Derde Orde van den H. Pranciscns van Assisië.

Prijs per plaat 121/2 Cts., 100 exemplaren ƒ 10.—

Drie Schreden voorwaarts op den wég der ware cn volmaakte liefde tot God, door den Eerw. Pater Pergmayh , S. J. Met een' bijvoegsel; Twee Samen-n spraken met Jesus Christus in het fl. Sacrameirt en in de H. Communie. Tweede druk.

Prijs 60 Cts., franco per post 70 Cts.

Overwegingen over de Zeven Gaven van den 11. Geest, dooi- den Eerw. Pater Jos. Pehgmayh , S. J.

Prijs 20 Cts. , in linnen band H5 Cts., franco per post ö Cts meer.

Lied voor de Eerste H. Communie. 2-stemniige mnziek van N. ChA-Trkr. 1'r. 1 Ot., 100Ex. 80 Cts., franco p. p.

iJe dag der eerste 11. Communié. 2-stemmige muziek van N. Chaïrer. Pr. 1 Ct., 100 ex. 80 Cts. franco p. p.

'Feestklanken ter gelegenheid van het H. Vormsel. Liedje oji de wijze : De dag der eerste II. Communie.

Prijs i Ct., 50 ex. 80 Cts., 100 ex. 50 Cts.

Leasen' ja* het Goddelijk Hart aau ocne 'ziel die naar volmaaktheid streeft. Tweede druk.

Prijs 5 Cts., franco per post 6 Cts.

Leven van den 11. Laurentius van Brindisi, van de Orde der Minderbroeders Capacijnen. Prijs 60 Cts. In zwart linnen band 80 Cts., franco p. post 10 Cts. meer.

Vrede in.den Arbeid, door een Pater der Minderbroeders Capucijnen. Prijs 10 cts., franco p. post 50 ets.