-ocr page 1-

Cd

u

Vak 57

II l

-ocr page 2-

z

O

cn

n nu

h—(

lt;

tn

H

l-rt I—1

-ocr page 3-

/3 S-93

/

Vak 57

, / ,

-ocr page 4-

Waar Afbeeldsel

VAN DEN

H. Alphonsus Maria de Liguori,

naar eene schilderij, tien jaren vóór den dood des Heiligen Kerkieeraars (1777) vervaardigd, thans vereerd in de kerk van de H. Maria in Mouterone, te Rcme.

KOM A XOT. DA.NBSI

-ocr page 5-

S] ' Va 3 égt; 9

JfJUUUDll U1J ULiUUU UU.J®

IN HET

ALLERHEILIGSTE SACRAMENT

KNT UIJ 1gt;E

OnlievleWe altijl Maagd en Moeder Gods Maria

DOOR DEN HEILIGEN

ALPHONSUS MARIA DE LIGUOR1,

Belijder, Bisschop. Kerkleeraar,

Stichter ran di Conyretjutie des Allerh. Verlossers.

Uit liet Italiaauscli vertaald

. DOOR

K. M. A. L. WULFINOH,

Priester derzelfde Congregatie.

Jl

ROME,

TE Jl DRUK KE RU van de H. Congregatie tot Voortplanting desGeloofs.

AMSTERDAM. F. H. J. BEKKER.

Singel 504.

189G.

ÜIJJES

-ocr page 6-

jiERBlEDIGE EN jilNDERLUKE

H P ]L © 1

aan dea Heiligen Stiehtep onser Congregatie

DEN

H. ALPHONSUS MARIA DE LIGUORI,

BIJ GELEGENHEID VAN

HET ZILVEREN FEEST

ZIJNER

Iverkleeraarswaardig-lieicl:

1871. — 23 Maart. — 189ö.

liet Tweede eeuwfeest zijner Gelioorte:

ICPG. — 21 September. — IS'.tO.

EN

Derile lialve-eeuwfeesi zijner BezceKen:

17-17). — Voorjaar. — 1895.

-ocr page 7-

Aureus Ö. Alphonsi M. liboilus, ii visüando Christo in Sacra Eucharistie, ct a salutanda Deipara Maria inscriptus, nulla indiget nova coinmendatione. Satis cx co laudatur, quod in oinnes fcre linguas versus est, et in singulis prope innutneras recenseteditiones. Gaudemus de nova hac, quae Romae prodiit, versione Holiandica, quam cuin aceuratissiinani te-stentur duo ex nostris SacerdotibusHollandieis a Nobis doputati, libentissirne, quantum ad Nos pertinet, probanius, et ut publici juiis fiat, pennittinuis.

Romae, apud S. Alplionsura, die 23 Aprilis 1896 M. Raus, C. SS. R.

Svp. Gen. et Reet. Maj.

VERTALING.

liet gouden boekje van den 11. Alphonsus Maria: Bezoeken bij' Jezus Christus in het

allerh. Sacrament en hij de---- Moeder Gods

Maria behoeft geen nieuwe aanbeveling meer. Daarin alleen ligt oen voldoende lofspraak, dat het in bijna alle talen is overgezet en in iedere taal als ontelbare uitgaven verwierf. Wij verheugen ons over deze nieuwe Hol-

-ocr page 8-

IV

landsclie vertaling, welke te Rome veiseliceii, en daal' zy naar de getuigenis van twee Hollandsche priesters onzer Congregatie, door ons daarmede belast, allernauwkeurigst bevonden is, willen Wij dio, voor zoover Ons betreft, zeer gaarne goedkeuren, en geven Wij verlof ze door den druk te verspreiden.

Imprimatur.

Fr. Raphael Pie rotte. O. P. S. P. A. Magister.

Imprimatur.

Franciscus Cassetta. Patr. Antioch. Vicesg.

-ocr page 9-

AANBEVELINGEN

VAN

HuDne Doorluslitige Hoogwaardigheden,

DEN

Aartsbisschop en de Bisschoppen

VAN

NEDERLAND.

Gaarne willen Wij de „Bezoekenquot; van den H. Alphonsus bijzonder aanbevelen, daar Wij overtuigd zijn, dat door dit Werkje de liefde der geloovigen tot Jesus in het H. Sacrament en zijne H. Moeder meer en meer zal bevorderd worden.

Utrecht, 9 Maart 1896.

f H. van de Wetering, Aartsbisschop van Utrecht.

Naar het voorbeeld van den Aartsbisschop van Utrecht, en niet rainder uit eigen overtuiging, bevelen Wij den

-ocr page 10-

vi aanbevelingen.

geloovigen het veelvuldig gebruik der , Bezoekenquot; van den H. Alphonsus gaarne aan. Mogen allen daardoor meer en meer ontstoken worden in liefde tot Jesus en Maria en ontbranden in ijver voor de voortdurende aanbidding van hd Allerheiligste, welke Wij, zooals in Ons Vasten-mandcmcnt gezegd is, dit jaar in Ons Bisdom willen invoeren.

Haarlem, 10 Maart 1896.

t C. J. Bottemanne, Bisschop van Haarlem.

De zoo alom bekende Bexoeken hij Jcsus Christus in het allerheiligste Sacrament en bij de Onbedekte altijd Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Alphonsus Maria de Liguori, behoeven Onzerzijds wel geene aanbeveling moer. Pausen, Bisschoppen, geleerden en heiligen hebben er den lof van verkondigd, ja, geheel de katholieke Kerk, daar het in alle talen met duizenden exemplaren verspreid is, stemt met die lofspraak in. Wel eigenaardig isdehulde, welke Pater Wulfingh den H. Stichter zijner Congregatie

-ocr page 11-

aanbevelingen.

brengt, door eene nieuwe vertaling naar den oorspronkelijken tekst, gedurende dit jubeljaar in het ücht te geven. Wij vereenigen Ons van harte met iederehuldeden H. Alphonsus gebracht, doch hopen, dat deze in 't bijzonder er krachtig toe moge bijdragen, om de schoone godsvrucht te bevorderen, welke do H. Schrijver zelf zoo standvastig beoefend, zoo dringend aanbevolen en door dit Boekje den geloovigen zoo gemakkelijk gemaakt heeft, \Vij bedoelen: hd dagchjl.sch bcxorl,- hij Jcsus in het allerh. Saerainent cn bij de allerh. Maagd Maria.

Breda, 10 Maart 1896.

f 1'. Leijten, Bisschop van Breda.

Het is Ons in waarheid een genoegen deze gelegenheid te hebben om het „gouden Boekjequot; des H. Alphonsus te kunnen aanbevelen.

Och, of alle geloovigen de vurige liefde tot Jesus Christus in zijn H. Sacrament en tot de Onbevlekte Maagd Maria, welke zoo luide spreekt uit

vii

-ocr page 12-

VJII AANliUVKLlSGHN.

iedere bladzijde der „Bezoekenquot;, meer en meer mochten beoefenen. Dat Josus in zijn Geheim van liefde bemind, bezocht, aanbeden worde! Moge daartoe deze nieuwe vertaling strekken ! Roermond, 12 Maart 1896.

j Fk. A. H. Boermans, Bisschop van Roermond.

De „Bezoekenquot; bij het Allerheiligste Sacrament van den H. Kerkleeraar Alphonsus Maria de Liguori, Ons dierbaar reeds van Onze jeugd af, worden gaarne en dringend door Ons aanbevolen.

's-Boscli, 11 Maart 1896.

Dc Bisschop van 's Bosch, t W. van de Vex.

-ocr page 13-

5^

an

öen Macbtcr tier H). Stcöe,

den Opvolger van MARIUS,

DEN HOOGEERWAARDEN IIEER

Mgr. BERMRDÜS HENRICUS KLÖUNE,

Eere-Kamerheer van Z. II. Vans Leo XHI, Pastoor van hel Uagijnhof te Amsterdam.

Monseigneur,

Kon ik wcl ccno rci'tciliiKj ran Alphon. sas1 „Bezoelceri' ondernemen in het jaar Onzes Heer en 1895, zonder te deuken aan U? In dat jaar werd het zevende kalee-eeuwfeest ran het 11. Sacrament van Mirakel te Amsterdam, met zooveel

-ocr page 14-

X —

büster, onder uwe leiding gevierd! Ik kende daarbij uwen ijver voor de aan-biddhuj van het H. Sacrament: neen, ik kon mij niet bedriegen in mijn voorgevoel toen ik, te Rome vertoevend, mijn „Voorwoordquot; tol deze nieuwe vertaling bereidde m op H. Sacramentsdag van 1895 onderteekende. Ik vormde reeds toen het plan deze Vertaling op te dragen aan den Opvolger van Marius, aan den „ Wachter der II. Stedequot; !

Gij hebt die opdracht welwillend aanvaard, Monseigneur, en ik mocht uit uwen mond vernemen, hoe gij dat Boekje reeds van uwe jeugd af hebt liefgehad, en nog sleed# voortgaat te beminnen. Ontvang voor die aanvaarding en die uiting mijn oprecht hartelyjken dank, en beveel mij, als ik U bidden, mag, aan Jesus in het II. Geheim zijner liefde.

De Vertaler.

-ocr page 15-

VOORWOORD VAN DEN VERTALER.

Geen heilige van 't Nieuw Verbond zegeviert nu bij God in den hemel, die niet gedurende zijn leven van liefde ontstoken was tot Jesus in het H. Sacrament, die niet dikwijls den „Gevan-„gene der liefdequot; in zijne tabernakelen bezocht, en zich niet op het innigst met hem vereenigd hield. Onder alle heiligen echter munt daarin, met den grooten Kerkleeraar Thomas van Aquine, een andere Kerkleeraar uit: de H. Alphonsus M a r ia de Lig uo r i. Van-hem getuigt de H. Kerk, dat hij, de onafgebroken beschouucr van het allerheiligste Sacrament, cr den eere-diensl op wonderbare wijxe van bevorderd heeft ').

Reeds van de eerste kinderjaren brandde in Alphonsus het vuur der god-

') Sacrae Eucharistiae contemplatw assidmis, ejus culturn mirificc propayavit. li rev. Rom. In Fcsto. J.oct. V.

-ocr page 16-

Xll VOOKWOOKD.

delijko liefde. Hij leerde van zijne god-vreezende moeder zijn verborgen God en Zaligmaker beminnen, diens bijzijn zoeken en er zijne vreugd in vindon van lang te mogen verwijlen bij Jesus in het H. Sacrament, die. er zijn vermaak in schept te xjn met de kinderen der menschen ').

Napels telde destijds meer dan 500 openbare kerken en kapellen. lederen dag van 't jaar was er, in eene of andere kerk, openbare aanbidding van het Allerboiligste of Veertig-uren-gebed. Welnu, waar Jesus ter aanbidding was uitgesteld, daar vond men ook Alphonsus, reeds als kind, later als knaap cn jongeling, nog verder als rechtsgeleerde, als advocaat, het nicest echter als godgewijde en priester. Met zulken heiligen eerbied, met zoo brandende liefde, was hij daar, bij zijne langdurige bezoeken, neergeknield, dat hij aller aandacht op zich en veler harten tot Jesus moest trekken. Men kon het hem aanzien: „in dat Sacra-

11 Dcliciac mme esse cum filiis hominum, Prov. 8. 31.

-ocr page 17-

VÖORWOORl). XlTt

„ment vond hij den schat zijns harten. T zij Ti Jesus, zijn alquot;! Daar putte hij do kracht, gelijk hijzelf in de Inleiding tot deze ,Bezoekenquot; getuigt, om vaarwel te zeggen aan de wereld, die hem van zoo vele zijden aanlokkelijk moest voorkomen, die hem alle voordeden en eenc roemrijke toekomst met kwistige handen aanbood.

Is het wonder, dat die liefde in het hart van dezen minnaar niet kon besloten blijven? Zij ontbrandde tot ijver; de vlam, die het hart verteerde, sloeg naar buiten en zocht ook andere harten te ontsteken.

Nauwelijks diaken gewijd, ontving hij van den Aartsbisschop van Napels, Kardinaal Pignatelli, de rechtsmacht om hot woord Gods te verkondigen. Slechts weinige dagen daarna stond hij op den kansol. En zijn eerste woord? Het kon wel niet anders: Hij spral; over het H. Sacrament! Mij hield die eerste predikatie, bij gelegenheid oener aanbidding, in de kerk van S. Giovanni dell a Porta. Zijn tekst was hot eerste vers van Isaïas' 645i0 hoofdstuk: Och, mocht

-ocr page 18-

VOORWÓOlit).

(jij ilc hcnielen doorbreken en nederdalen, ... de wateren r.ouden in vuur verdampen ') / Goheol dio smeekbede van den profeet past hij dan toe op liet H. Sacrament, op den Godmensch, die uit den hemel gedaald een vuur hwatn ontstellen o]gt; aarde, die daarom als Gevangene der liefde op onze altaren verwijlde, en (jeen ander verlangen had dan dat vuur in aller harten te xien branden! Inderdaad, zegt oen ooggetuige, geheel het gehoor smolt weg in tranen, . . . het vuur der goddelijke liefde deed de wateren verdam yen ')!

Priester geworden en missionaris, sprak hij zeer dikwijls over het allerheiligste Sacrament, voortdurend spoorde hij de geloovigen aan Jesus in dat heilig geheim te beminnen en daarom veelvuldige bezoeken te brengen bij dien Gevangene der liefde! Dat „Bezoek7 bleef dan ook, voor hem persoonlijk, de meest geliefde oefening van godsvrucht: hij bracht al den tijd.

') Utinam dirumpcrcs coelos cl dcscendc-r.is, . . . aquae ardcroit {gul.

-) Tannoja. Lib. I. Cap. X.

-ocr page 19-

Voorwoord.

dien liij beschikbaar had, bij zijn Jesus door.

In 1732 stichtte hij zijne Congregatie. Wat lijdon, wat tegenkantingen en droefheden hij daarbij moest onder-vindon, zal wel nooit een pen beschrijven ; maar, wat onbetwistbaar is, hij zocht, en vond in ieder leed, zijn troost

bij Jesus in het H. Sacrament.

* *

*

't Was Dinsdag, 21 Mei 1895. Vroeg in don morgen verlieten wij Pagani, waar do heilige overblijfselen van den Schrijver dor „Bezoekenquot; rusten. Wij reden naar Ciorani '). Het was oen heerlijke dag, on wij hadden roods vroeg in don voormiddag onze bestemming bereikt.

') Ciorani was weleer oen klein leengoed der Familie Sarnelli. De bezitter, ten tijde des If. Alphonsus, was Baron Angelo Sarnelli, vader van den eerbiedw. Dienaar (Jods Januari us Sarnelli, een van Alphonsus' eerste volgelingen, wiens proces van zaligspreking thans te Rome aanhangig is. Dezes broeder Andrea Sarnelli, een voorbeeldig priester, bevestigde nog later de stichting zijns vaders voor de Congregatie. Zij kwam tot stand den 12 Sept 1735.

-ocr page 20-

XV t VOÜRWOORt).

Cioranü... ü, wat zoete en dierbare herinneringen moest die plaats, die kerk, dat klooster in ons opwekken! Daiir h het stamhuis, het oudste onzer nog bestaande kloosters! Daar leefde en leed de H. Stichter in de moeilijkste dagen van zijn veel bewogen leven. Die kerk, dat klooster zijn door hemzelvcn ontworpen, onder zijn toezicht gebouwd ! Daar werd het eerste algemeen kapittel gehouden, dat hem tot algemeenen overste verkoos! Daar vestigde hij her. eerste novitiaat zijner Congregatie! Daar voerde hij voor 't eerst de geestelijke oefeningen in voor priesters en voor leekcn, die er samenstroomden, om onder zijne leiding hun leven te heiligen! Daar was het. dat Alphonsus' eigen vader, Don Joseph de Liguori, de geestelijke oefeningen volgde en zich diep bewogen kwam aanbieden, om als werk-broeder te leven en te sterven in de Congregatie van zijn dierbaren Alphonsus '). Alles was ons daar eer-

') Als kostbaar aandenken van Alphonsus' vader bewaart men nog, in het klooster te Ciorani, vier gesneden beeldjes. Ze stellen

-ocr page 21-

VOORWOORD.

bied waardig en heilig. Wij zagen en vereerden er de boete-cel, in welke onze serafijn van liefde zich tot den bloede kastijdde! Wij zagen en vereerden er ook de cel, welke hij bewoonde (thans een bidkapel) en in welke hij zijne „Bezoekenquot; schreef. Hier inderdaad, ja hier, is de oorsprong van het nooit volprezen Boekje!

Het dagelij ksch bezoek van het H. Sacrament en van de allerh. maagd Maria was van den beginne af een voorschrift voor Alphonsus' volgelingen. Hij gaf zelf daartoe een leiddraad aan de novicen. Hij schreef namelijk tot dat einde enkele bezoeken, welke zij bij afwisseling gebruikten. Ook priesters en leeken, die er zich afzonderden, maakten daarvan gebruik, en zoo geschiedde het, dat een leek, getroffen door den heiligen eenvoud en de wonderbare zalving, den heilige

don lijdenden Jesus voor: in den bof van Olijven, aan de geeselkolom, als Ecce Homo en aan het kruis. Overal droeg deze onverschrokken christen deze beeldjes met zich, ja, zelfs wanneer hij als kapitein der galeien dienst had, zag men ze op den lessenaar zy-ner kajuit geplaatst.

XVII

ii

-ocr page 22-

xviii voorwoord.

aanried, die bezoeken voor het algemeen nut in het licht te geven.

De H. Schrijver zelf verhaalt dat in een voorwoord der eerste uitgave. Dat voorwoord: „Aan den Lezerquot;, is door hemzelven veranderd, zooals blijkt uit deze vertaling, in welke wij den tekst gevolgd hebben, eener latere uitgave, door den H. Alphonsus zei-ven nagezien en verbeterd. Oorspronkelijk luidde het aldus:

„De Sriirijver aan des Lezer.quot;

Va/i de overwegingen en geroclens, ivelke men in dit boekje xal lexen, naren er cenige door wij terxameld, om de godsvrucht van de jongelieden onzer kleine Congregatie te bevorderen, bij het bexoeli, dat xij overeenkomstig onxc gebruiken, dagelijks brengen bij het allerh. Sacrament en de allerh. maagd Maria.

Een godvreexendc leek, die xijne af-xondering hield in ons klooster, hoorde er ook de voorlezing van. Hij vond er behagen in en wilde, dat ze op zijne kosten, ten algemeenen nutte, zouden gedrukt worden. Hij verplichtte mij

-ocr page 23-

VOORWOORD. XIX

tevens het getal te vermeerderen, opdat de godvruchtige personen er voor iederen dag der maand gebruik van konden maken. Aanvaard dan, geliefde Lexer, dit arm boe/,je, dat xeer eenvoudig is opgesteld, xooals gijxelf xidt bemerken. Ik bid u daarvan, xooveel u mogelijk is, nergens anders gebruik te maken, dan in tegenwoordigheid van Jeans in het allerh. Sacrament. Daar immers xult gij, meer dan op iedere andere plaats, doordrongen worden van de xoete vlammen dei- goddelijke liefde. Ik vraag ook ran u, dat gij dien persoon en mij, wij mogen dan reeds gestorren of nog levend xijn, bij het Allerh. Sacrament wilt aanbevelen: 't is toch uw nut, wat wij beoogd hebben.

Leef met Ood en tvord heilig!

Wie deze leek geweest is, kan niet met volkomen zekerheid gezegd worden, men vermoedt echter, met veel waarschijnlijkheid, dat het Don Joseph was, de eigen vader des heiligen '). In ieder geval, Alphonsus nam het voorstel aan, zette zich on-

*) Dilgskron. Lcben. B. II. Kap. 2.

-ocr page 24-

XX VOORWOORD.

middollijk aan het werk, om nog zooveel bezoeken te schrijven, dat zij voor eene geheele maand konden voldoen, en hield zich daarmede bezig van Maart tot Augustus 1744. Den 10 Augustus van dat jaar schreef hij aan den kanunnik Sparano, zijn Censor te Napels, met het verzoek de uitgave ervan zoo veel mogelijk te willen bespoedigen. Het was dus einde 1744, hoogstens begin 1745, dat let Boekje te Napels verscheen '). Het is mij niet mogen gelukken een enkel exemplaar te kunnen opsporen van de eerste Napelsche uitgave. De oudste, welke ik vond, is die van 1748 '}■ Dat intusschen reeds in 1745 de eerste uitgave verscheen is zeker, sedert de brieven des heiligen verzameld en uitgegeven zijn. Geheel den tijd, dat de heilige er aan arbeidde, is dan ook do gewone aanhef zijner brieven s): ,Geloofd zij J. C. in het „allerh. Sacramentquot;!

') Dilgskron. t. a. p.

•) In de bibliotheek van ons Generaal-huis, S. Alfonso, te Rome.

3) Lettere d. S. Alf. 15 Mrt. 10 Aug. 1744.

-ocr page 25-

VOORWOORD. xxr

Do geschiedschrijver Rohrbacher vergist zich derhalve, als hij, op het voetspoor van vele levensbeschrijvers des heiligen, zegt: „Het was in 1748, „te Iliceto, dat de H. Liguori zijn „eerste werkje in hot licht gaf: Bedoeken, enzquot;'). Eerst en vooral omdat de heilige schrijver in het jaar 1748 niet te Iliceto woonde; hij was daar metterwoon gevestigd van 28 Maart 1745 tot Paschen 1747, toen hij weer naar Ciorani terugkeerde om er tot November 1751 te verblijven. Ciorani is in ieder geval de plaats, waar hij do „Bezoekenquot; schreef. Was toch misschien de woonplaats des heiligen Iliceto, toen de eerste uitgave hot licht zag? Verscheen hot Boekje eerst na 28 Blaart 1745, zoodat men er van Augustus 1744 af, dus niet minder dan ruim zeven maanden aan arbeidde? 't Is wel mogelijk, maar niet waarschijniijk.

Wij bevonden ons derhalve daar, tc Ciorani, juist 150 jaren na do

') Hist. univ. de l'Eglise Cath. Livre 89, § 2. (In de uitgave van 1843—50: Tom. 27, blz. 63).

-ocr page 26-

XXII VOORWOORD.

eerste verschijning der „Bezoekenquot;: 1745-1895!

* ♦

*

Hoeft do beroemde en godvruchtige geschiedschrijver Rohrbacher zich vergist in zijne opgave van tijd en plaats voor de eerste uitgave van Alphonsus' „Bezoekenquot;, in zijn waardeering van dat kleine Boekje vergist hij zich niet. Ziehier do merkwaardige woorden, welke hij naar aanleiding der „Bezoekenquot; en van een ander werk des heiligen, „de Heerlijkheden van „Mariaquot;, over Alphonsus' werken schrijft '):

„In deze twee werken, zooals in „veel dergelijke meer, zegt de H. „Liguori bijna niets uit zichzelven, en „toch vloeit alles voort uit zijn hart. „'t Is omdat zijn hart eene levende fon-„tein is, in welke de zuiverste wateren „samenstroomen uit de H. Schrift en „de Overlevering, uit de heilzame onderrichtingen van aartsvaders en „profeten, van kerkleeraars en god-

') ï. a. p. blz. 75.

-ocr page 27-

VOOEWOOED.

XXIII

„vruchtige schrijvers. De Zaligmaker „zeide tot de Samaritaansche vrouw: „ IVïe gedronken xal hebben van het „water, dat ik hem geven %al, xal in „eeuwigheid niet dorsten; maar het „water, dat ik hem geven xal, zal in „hem eene bron worden van water, dat „springt tot in het eeuwige leven '). „Die bron vinden wij in den Bisschop „van St. Agatha: uit al zijn woorden „en werken en schriften springt het „water op ten eeuwigen leven!quot;

Toen Rohrbacher deze woorden schreef was hot Boekje reeds alom bekend als een onwaardeerbare schat, uit den hemel door een heilige aan de aarde geschonken! Hier neerschrijven hoe Pausen, Bisschoppen, tal van geleerde en godvruchtige schrijvers het als om strijd geprezen hebben, zou stof genoeg leveren voor een lijvig boekdeel; maar ik moet er aan verzaken, nu ik slechts een Voorwoord te schrijven heb. Om alles in 't kort

') Qui bibcrit cx aqua, quam ego dabo ei, non sit iet in actcrnum; scd aqni quam ego dabo ei, flct in eo fons aquae salientis in vitam aetcr-nam. Joan. 4, 13, 14.

-ocr page 28-

VOORWOORD.

saam te vatten, wat zoovelen gezegd hebben van de „Bezoekenquot;, ook door onzen genialen Broere ') ,aanbiddelijk schoonquot; genoemd, wil ik mij bepalen tot de volgende woorden uit do proces-akten voor den titel van Kerkleeraar, ter eere van den H. Al-phonsus, te Kome gevoerd quot;).

„Dwaas zou hij voorzeker zijn, die „beweren zou, dat Alphonsus de uit-„vinder is van bezoeken bij hethoog-„ heilig Sacrament. Die oefening van „godsvrucht behoeft immers geen an-„deren leermeester dan een levendig „geloof. Daarom is er ook geen hei-„lige, wien die godsvrucht vreemd „was, geen die ze niet beoefende, door „geheele dagen, soms nachten, door te „brengen vóór het allerh. Sacrament. „Maar eene zeker geheel bijzondere „verdienste van den H. Alphonsus is „hierin gelegen, dat hij die allcrtee-„ dorste godsvrucht onder bepaalden, „gemahkclijken, lichten en voor alleyeloo-„rigen beoefenharen vorm gebracht

') De Katholiek. D. 27, lilz. 14.

') Ukbis et Orbis. Conc. Tituli Doe'. n°. :!li3, 364.

xxiv

-ocr page 29-

VOORWOORD. XXY

„heeft: daartoe gaf hij voor iederen „dag der maand beschouwingen uit „de H. Schrift, aanhalingen der H. „Vaders, vurige gevoelens van liefde „en schietgebeden; daartoe voegde hij „er de geestelijke communie aan toe, „en eindelijk eene begroeting der „allerheiligste maagd Maria.

„Zeker, meer volmaakte en in het „gebed geoefende zielen hebben er „geen behoefte aan, als zij vóór het „allerheiligste Sacrament geknield lig-„gen, nog van elders stof te zooken „tot overweging of beschouwing, of „aanleiding om akten van deugden „op te wekken: doch zulks is slechts „aan zeer weinigen geschonken. Over 't „algemeen hebben de geloovigen, hoe-„zeer ook geoefend in deugd on gobed, „eenige hulpmiddelen noodig, om do „heilzaamste vruchten, welke in deze „godvruchtige oefening verborgen lig-„gen, overvloedig tc kunnen smaken, „vooral echter om daarin te volharden „en door geen verveling van de stand-„vastige beoefening te worden weer-„houden. Ja, zelfs volmaakte zielen „kunnen soms, in sfaat van dorheid

-ocr page 30-

xxvi voorwoord.

„en inwendige troosteloosheid, de hulp „van eenig boek niet ontberen. Zóó „getuigt de beroemde leermeesteresse „van die bovennatuurlijke kunst, welke „wij gebed noemen, de H. Teresia!

„Welnu, zulk een steun gaf de H. „Alphonsus aan allen in de ruimste „mate! Dat hij daardoor voorzag in „een ware behoefte, dat hij zekere „leemte heeft aangevuld, dat bewijzen „klaarblijkelijk èn de toejuichingen èn „de liver, met welke dat Alphonsiaan-„sche Boekje overal werd ontvangen. „Vandaar die overzettingen in alle „talen van de Latijnsche (Westersche), „ja ook in eenige van de Oostersche „kerk, en wel bepaald in de Arabische „en de Malabaarsche talen. Behalve ,dc Navolging van Christus „zullen maar zeer wc i nige b oe-„ken van dien aard bestaan, „die in zoo korten tijd, op zulke „wijze over geheel de Katho-„lieke wereld verbreid zijn ').

„'t Is dan ook niet bevreemdend, „dat tegenwoordig het Bexoelc hij hel

1 Wij onderschrijven.

-ocr page 31-

VOORWOORD.

„allerheiligste Sacrament onder de ge-„ivone godsvruchtoefeningen, aan alle ,geloovigen eigen, gcrel.end wordt. Ge-jlijk mon dus de godsvrucht van den ,11. Rozenkrans aan den H. Domi-„n i c u s, de beoefening van den Kruis-„iveg aan de zonen van den Seraphijn-,sclien F r a n e i s c u s, de geestelijke „afzondering aan den H. Ignatius' „verschuldigd is, zoo zijn wij ongetwij-, feld onzen A1 p h o n s u s verplicht do „Bezoeken aan het allerh. Sacrament, in „zoover hij die godsviueht tot een voor „alten toegankclijken en voor gemecn-„schappelijk gebruik geeigenden vorm „gebracht heeft. Daarom heeft de Paus, „onder wiens bestuur wij thans leven, „onlangs de schatkist der aflaten willen „openen voor alle geloovigen, die de „Bezoeken volgens de wijze, door den „H. Alphonsus voorgesteld, zouden „beoefenen1). Tot hier de Acta Doc to rat us, waar wij alleen dit nog willen bijvoegen: Het Handboek voor de nachtelijke aan-

') Bij eigenhandig Rescript van 7 Se|it. 1854 (opnieuw bevestigd 8 Aug. en 2:i .Sept. 1859) verleent Z, li. Paus Pins IX aan leder der

XXVII

-ocr page 32-

XXVIII VOORWOORD.

BIDDING, dat sedert het begin dezer eeuw in alle kerken van Rome gebruikt wordt, bevat vooral de .Bezoeken* van den

H. A1 ph onsus.

* *

*

Is bet te verwonderen, dat dit hemelschoon Boekje zoo wonderbaar snel over de katholieke wereld verspreid word? Ook hier zullen wij de woorden overnemen der boven genoemde Proces-akten.

„Het is zeker overbodig,quot; zooiezen wij daar '), „zal ik met Kardinaal de

beide gebsden {Heer Jesus Christus, enz. hlz. 36 en O allerheiligste, enz. blz. 47), door den H. Alpbonsus voor de „Bezoekenquot; vervaardigd, een aflaat van 300 dagen, zoo dikwijls men die met vermorzeld bart zal bidden, het eerste vóór bet 11. Sacrament, bet tweede voor een beeld dor II. Maagd. Z. H. verleent bovendien een vollen aflaat, eens in de maand te verdienen, aan allen, die dagelijks een dier beide gebeden op voorscbreven wijze verriebt hebben, mits zij biechten, communiceeren en eenigen tijd bidden tot intentie van Z. IF. Deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen van het vagevuur. De Vertaler.

') Urbis et Orbis. Summ. add. IV. § 1, 111, 1.

-ocr page 33-

VOORWOORD. XXIX

„Villecourt ') zeggen, dit eorsto werk „van den heiligen schrijver, dat om-„trent 1745 verscheen, veel te prijzen. „Dit alleen wil ik verklaren, dat uit „al de regels van dit onvergelijkelijk „Boek als vlammen schieten, die de „harten ontsteken in liefde tot Jesus „in het heilig Sacrament en tot de „allerbeminnelijkste moeder Maria— „ Daarom werd dat werkje door bijna „alle natiën met ongelooflijken bijval „ontvangen. Nog bij het loven van „Alphonsus verschenen twintig uitga-„ven te Napels; doch zoodra het „buiten Italië bekend werd, zag men „vertalingen in het Hoogduitsch, het „Fransch, het Poolsch, het Spaansch, „het Latijn, enz. Nu echter, in onzen „tijd, zien wij de uitgaven van dezen „schat als ontelbaar vermenigvuldigd „worden in alle talen en in alle wc-„reldstreken, zoodat men mag zeggen, „dat er wel geen godvruchtig christen „is, die niet in 't bezit is van zijn „Bezoeken bij het II. Sacrament. Tot „hier de Kardinaal. Zien wij nu of „dit alles inderdaad zoo is.

') Yie de Saint Alph. Toni. IV, p. 493, 495.

-ocr page 34-

XXX VOORWOORD.

„In 't Italiaansch verscheen „reeds in 1761 do dertiende uitgave „te Napcis, on in 1784 de zestiende te „Bassano; ook to Home waren van ,1755 af ') meerdere uitgaven. — Na „den dood des H. Schrijvers werd dit „boekje met den dag meer en meer „gezocht; zoodat het menigwerf ver-scheen te Napels, te Venetië, te „ Bassano; vijfmaal te Home, zesmaal te „ Monxa, evenzoo veel maal te Turijn, „meerdere malen te Palermo, te An-„cona, te Modena en elders.

„In het Fransch verschenen, van „1785 tot 1866, dertien uitgaven te „Parijs; van 1777 negen uitgaven te „ Li/on; van 1772 ten minste drie te „Nancy. Bovendien werd het in 1789 „uitgegeven te Vienna in Bretagne; in „1819 te Toni; in 1827 te Avignon; „in 1835 en 1841 te Lillc {Rijssel); in „1831 en 1839 te Glcnnont; verder te „ Limoges, Mirecourt, Rouaan, Tours, „Chdtillon, Mans! Ziedaar alleen de

') Met eigen oogen zag ik te Rome eenc uitgave van nog vijf jaren vroeger: In Hoina 1750. Nella Stamperia di S. Michele per Ot-tavio Puccinelli.

-ocr page 35-

VOORWOORD. XXXI

„uitgaven, welke wij kennen cn die ,alleen in Frankrijk zijn verschenen. „ Wat zeggen van de uitgaven in „België? Dit boekje werd vele ma-„len in druk gegeven te Brussel, te „ Mechclen, te Voor nil;. Caster man „alleen bracht 37500 exemplaren in „den handel. ïe Luik werd reeds in „1787 eene oplage gedrukt van 2000 „exemplaren ').

„Ook in het H oo gd u i tsch werd „dit Boek herhaaldelijk uirgegeven, „met name te Maintx in 1757 en 1766;

') a) Dc eorstc vertaling in liet Franscli was die van Tater Bandrant, Jesuiet, schrijver van l'Amc élevee a Dien en vele andere godvruchtige werken (Jeancard. Yie du li. Liguori. Louvain 1829, p. 516).

b) De eerste Fransche vertalingen van dit werk zijn wij verplicht de eene aan Pater Bandrant, Jesuiet, de andere aan den Eerw. Heer Nonmttc, met wien de heilige reeds vroeger in briefwisseling geweest was, naar aanleiding van de werken dezes vertalers tegen Voltaire. (Hist, de S. Alph., précédée d'une lettre de Mgr. Dupanloup, évéque d'Orleans. Paris 1877, p. 626).

c) De Fransche vertaling van Petrus Dorè alleen werd niet minder dan 95 maal uitgegeven (Diet. univ. des Scienas Eccl. J. B. Glaire. a. Dorè). Zie Dilgskron. Leben. Band I, hlz. 273.

-ocr page 36-

XXX ir VOORWOORD.

„te Keulen in 1769; te Bamberg in „1788; te Wurxburg in 1792; to „Brixen in 1795; ja ook te Luik in „België. Doch in onze eeuw verschenen „van 1828 tot 1848 niet minder dan „120000 exemplaren te Weenen; 9000 „te Gulpen l); 65000 te Regensburg. „Niet genoeg; immers het werd uitge-„ geven verscheiden malen te Straatsburg; negen maal te Augsburg; twee „maal te Odlbujcn; tweemaal te Wurx-„burg; ook tweemaal te Munehen en „in 1850 te Duimen.

„In het Spaansch s) werd het „vele malen uitgegeven, vooral te Bar-,celona.

„In 't Hollandsch verscheen „een derde uitgave te 's Hertogenbosch „in 1863; omstreeks 1850 eene te , Utrecht, en in 1869 te Amsterdam.

„Bovendien in 't V 1 aa m s c h eerst „te Gent, daarna te Mechel en in 1845.

„Verder bestond bet in het En-„g e 1 s c h, in 1855 te Londen, zooals

') In Nccrlandsch Limburg, waar vele andere Hoogduitsche werken verschenen.

a) Voor de volgende talen zijn de aanhalingen karig, al te onvolledig.

-ocr page 37-

VOORWOORD. xxxin

„te Dublin in 1864, en te Baltimore „in America.

„Voeg daarbij, dat in het Bo „b e e m s c h 6000 exemplaren werden ,uitgegeven te Weenen, dat eindelijk „Eene P o o 1 s c h e vertaling ') en „Eene L a t ij n s c b e, in 't begin .dezer eeuw te Warschau bet licht „zagen, gelijk

„Eene Arabische in 1853 te „Home, en

„eene Malabaarsche in Azië.quot; Tot hier onze aanhaling uit de proces-akten. Zeker is het, dat uit deze opsomming meer dan genoegzaam blijkt, wat de Verdediger bewijzen wilde: de. wonderbare verspreiding der „Bezoekenquot; over de katho-ke wereld. Toch is zij, uit den aard der zaak zelve, slechts onvolledig, voor sommige landen zelfs, droevig onvolledig. 't Mag blijken uit enkele aan-teekeningen reeds aan den voet van den tekst gemaakt, 't Zal echter nog duidelijker worden uit hetgeen ik om-

') Vgl. Leven v. d. glz. Clemens Maria ITof-bauer, door Haringer. Boek II en IV.

-ocr page 38-

XXXIV VOORWOORD.

trent do Nederlandsche vertalingen met zekerheid kan mededeelen. Laat ik echter eerst een en ander zeggen

over de Napelsehc uitgaven.

* *

De oudste Napelschc uitgave, welke ik kon vinden, waarschijnlijk volmaakt gelijk aan de vijftiende, naar welke de eerste Fransche, en ook de eerste Nederlandsche bewerkt is, verscheen

In Napoli 1748.

Per Gianfrancosco Paci.

Wat in deze uitgave ons al aanstonds bevreemdt, is hot titelblad. De titel door den H. Alphonsus aanvankelijk aan zijn werkje gegeven, was iets moor orasohrevon. Niet om den nu aangenomen titel, reeds door Alphonsus zeiven in latere uitgaven gebezigd, thans door eeuwenoud gebruik geijkt, te verdringen; maar bij gelegenheid van hot derde gouden jubeltij der „Bezoekenquot; plaatsen wij de geheel getrouwe vertaling onmiddellijk na dit Voorwoord of onmiddellijk vóór het Werkje dos heiligen Alphonsus.

-ocr page 39-

VOORWOORD. XXXV

Wat ook merkwaardig mag heeten, is de titelprent der eerste Napelsche uitgaven. Naar men zegt, ia zij door Alphonsus zelven ontworpen. Zij stelt liet H. Sacrament voor in de monstrans, de gloriestralen, die van het Allerheiligste uitgaan, worden omvangen door wolken, waarin engelen aanbiddend zweven. Van het aanbiddelijk Geheim schieten pijlen uit naar de aarde, om de harten, die er verspreid liggen, te treffen en te ontstoken. Op de aarde ziet men op den achtergrond Jerusalem en op een berg drie kruisen. Wij hebben ook van die titelprent eene staalgravure te Kome doen vervaardigen en plaatsen die tegenover boven vermeld titelblad.

Verder treft ons in deze uitgave, wat Prof. Beelen zegt in eene aanmerking onder den tekst zijner Voorrede „In do Fransche vertaling „van dit werkje, ten minste in die, , welke mij onder de oogen gekomen is, „heeft men L i g u o r i's hegroetinyen ,van de 77. Maagd geheel weggelaten,—

') V ijfdr uitgave. Amsterdam 1SÖ2.

-ocr page 40-

XXXVI VOOKWOORD.

„waarom weten wij niet, — en daarvoor „iets anders in de plaats gesteld, dat „niet van dien heiligen schrijver is.quot; Wij veronderstellen, dat Mgr. Beelen, of wel eene der eerste uitgaven van Napels, of wel een andere uit Italië tot grondtekst genomen heeft, en alleen daarom die gebeden niet kent. De zaak is namelijk deze: de H. Alphon-sus zelf heeft, na de eerste of tweede uitgave te Napels, in de eerstvolgende uitgaven aldaar, zijne .Bezoeken bij „Mariaquot; vervangen door een-en-dertig gebeden. Twee-en-twintig dier gebeden nam hij over uit heilige Vaders, de negen andere stelde hij uit zijn eerste „Bezoekenquot; faam. Waarom hij dit deed, weten wij tot hiertoe niet met zekerheid, wij kunnen het echter veilig veronderstellen. Alphonsus' leer omtrent de noodzakelijkheid van Maria's bemiddeling, en bijgevolg omtrent de plaats, welke Jesus' Moeder in het groote werk der Verlossing inneemt, vond destijds, beter gezegd, vond in den tijd van het Jansenisme, nogal vinnige bestrijders, 't Is daarom volstrekt niet onaannemelijk, dat Alphon-

-ocr page 41-

VOORWOORD. XXXVII

sus, zooal wellicht niet c'oor zijne kerkelijke Censoren, dan toch, na de verschijning, door velen daaromtrent bestreden word. Dit nu deed hem besluiten die „Bezoekenquot; te vervangen door gebeden van heiligen, die volmaakt dcxclfdc, ja noy krachtiger uit-driikkimjcri te lezen gaven. Dat had evenwel alleen plaats in de uitgaven van Napels en bijgevolg in de Vertalingen, welke daarnaar gemaf.kt zijn. De Belgische Vertaler der Volledige Werken in het Fransch, heeft ze.dan ook in de Werken van Alphonsus

mede opgenomen ').

* *

*

De Nederlandsche vertalingen, van welke de proces-akten bijna niets vermelden, waren zeer talrijk, 't Zou inderdaad een moeilijke taak zijn die allen op te sporen en te vermelden. Daar zijn bijv. meerdere uitgaven te Gent, te Mcchelcn, te Maastricht, te Antwerpen, te Turnhout, te Leuven, f e 's Her-togenbosch, te Roermond, te Gutpen, tc

') Ocuvres ascétiques. Tome VI (Amourdes ;\incs UT).

-ocr page 42-

VOORWOORD.

Vcnlo, te Utrecht, tc Breda, enz. enz. Ik doe slechts een groep uit de velen. En nog sprak ik niet van de twaalf uitgaven van Beelen's vertaling, van welke vier tc Leuven verschenen (twee in dc Vlaamsche, twee in de Holland-sche spelling) en de andere acht te Amsterdam. Dc Firma F. J. H. Bek-kcr, die er het copierecht van bezit, bracht er sedert 1862 niet minder dan '22000 in den handel.

Van welk jaar dc oudste vertaling dagteekent, kan ik niet met zekerheid vermelden. Zij is echter ten minste van 1775, zooals aanstonds zal blijken, daar in dat jaar er eenc het licht zag „Tot Mechelen, Bij P. J. Hanicq, „Boek-drukker.quot; De bijzonderheden omtrent die uitgave, kan ik alleen afleiden uit een achtsten druk, die bij denzelfden uitgever verscheen mot den „Herderlykon brief van Sync Em. den „ Aerts-bisscho]) van Mechelen, nopende „de Geducrige Aenbiddinge.quot; Hettitel-blad dezer uitgave vertoont geen jaartal, doch de herderlijke brief is ge-teekend uit het: ,Acrts-Bisschoppelyk „Paloys, don 26 Augusti 1791.quot;

XSXVIU

-ocr page 43-

VOORWOORD. XXX[gt;:

Deze uitgave nu is, gelijk uit vele kleinigheden valt op te merken, geheel en al overeenkomstig mot de uitgaven van 1775 eu 1778, welker goedkeuringen cr nog in voorkomen. Zelfs het „ Berigt Op deze vertaelingequot; is onveranderd gebleven, zoodat het allen schijn hoeft, dut de uitgave van 1775 roeds do viordo was. Ziehier do beide goedkeuringen:

GOEDKEURINGE

Van xyne Hoogwecrdiyhcyd den Bisschop ran Arath, Suffnujacn van Strasbourg.

De voldooningo, die wy genoten hebben in liet lezen vau het god-vrugtig werksjèn, 't welk voor opschrift hooft: Bezoekingen acn 't Alderhcyligste Sacrament des Autaers, en acn d' Al-dcrhajligstc Macgd, voor alle de dagen des maends, doet ons oordeelen, dat hot zoor aengenaem en zeer voordoelig zal zyn aen de goloovige. De Twee voorvverpoD, die het behelst, zyn ten uyttersten dienstig om hun geloof te voeden; en de zalvinge, met de welke het geschreven is, is wel bequaem om

-ocr page 44-

VOORWOORD.

hunne vuerigheyd op-te-wekken, en hunne zielen te vervullen met eenen inwendigen troost. Wij oordcelen ge-volgentlyk, dat men deszelfs H. Oeffe-ninge, die het behelst, niet genoeg kan aenprijzen, en door den druk gemeen maeken.

Gegeven te Strasbourg in 't Bisschop-pelyk Paleys den 12 February 1775.

TOUSSAINT, Bisschop van Arath,

Suffrayaen van Strasbourg.

APPROBATIE

Van den geestelijken Boek-lccurder.

Gelezen hebbende met veel smack en voldocninge het godvrugtig werks-jen, 't welk voor opschrift heeft: Bezoekingen oen 't Alderheyligste Sacrament des Antaers, en aen d'Alderheyligste Maegd, voor alle de dagen des maends, oordcele, dat het zeer nuttiglyk en voordcelig van ieder gelezen zal worden, zoo om de tcerhertige devotie tot den verborgen God, schuylcnde in 't H. Sacrament, uyt liefde tot ons, te doen herleven, en om de schande

XL

-ocr page 45-

voorwoord.

en oneere, die hem van de oneerbiedige christen acngcdaen word,eenigzins te herstellen, als om het kindcrlyk betrouwen op-te-wekken tot do H. Maegd en Moeder Gods Maria.

Gegeven tot Brugge den 29 April 1778.

Vul. J. F. De Gryse, Libr, Cens. Vid. J. F. Diericx, Libr. Cens. Reg.

Ziedaar dus eene Nederlundsche vertaling, welke reeds ten minste twaalf jaar vóór den dood des heiligen Schrijvers het licht zag. 't Is mij onmogelijk hier nog niet eene aanhaling uit het „Bei'igt Op deze vertae-„lingequot; bij te voegen, omdat daarin een oordeel over den Schrijver en zijn Boekje, reeds tijdens zijn leven en op zoo verren afstand, wordt uitgesproken.

Het werlsje het welk men hier rer-taelt, komt van eenen Zeer Eene eer di-gen Prelaef, geheel It alien door, om xyne uytnemende wei-ken xoo ran Theologie als van godvrvgtigheyd, ten hoogsten vermaard. Den nnem van Do L i g u o r i is genoeg, hexonderlyk in het Ryk van Napels, om den lof te

xli

-ocr page 46-

VOORWOORD.

verkondigen van ecnm Bock. En in der daed, men vind in hem niet alleen eencn verlichten r/cest, een regtmaetig en kloek verstand, maer dat meer is, een herte vol van vuerige en tccrc devotie, dat het niet beoogt als God. Dit hlgkt aldermeest in dit klegn werksjen, het welk hy tot opschrift geeft : Bezoe-kinge tot hot alderheyligste Sacrament des Autaers, en tot d'alderheyligstc Maegd. Alle de woorden schgnen te. vlocgen ngt de volhegd van een herte teenemaal vol van de liefde Gods. 'T is tt'aer. men xal 'cr dien geniackten verbloemden stgl niet vinden, die ge-megnclgk de tod niet is van 't herte, en die dacrom misschien xoo wel nietxal bevallen aen sommige, die in al het gene xy lezen, vernuft, welsprekentheyd, overeenkomst, en een naim-keurig gevolg willen hebben; maer die niet anders xoeken als hun hert op-tc-wekken tot de liefde van Christ us-Jesus en xgne lieve Moeder, xtdlen' er xekerlgk overvloedige stoffc vinden, om hunne godvrugtige begeerte te voldoen.

Het 'schynt dat men dexen Auteur by niemand beter kan vergelijken als

XI.II

-ocr page 47-

VOORWOORD. XLIII

bi/ den vermoerden Houdo'i, Aerts-

diaken van Evrcux, wiens werken niet alleen (jehccl Europa door van een ieder zoo gcaejt xyn yeiceest, om de godvrugtige xalvinge met dcnelkc xy geschreven xijn; niet tegenstaande d'eenvoudigheid wet de welke zg opgesteld xyn.

Hctxelve is in Itahen met dquot; wei-ken van Mijnheer De Liguori; vien kan'' er van oordeelen, door de menigtuldige keeren ded xgne godvrugtige uerkskens xyn erdrukt geweest. Meer als ryftien erdrukkingen, die in het leven van den Auteur gedaan xgn '), vertoonen xou-neklaer wed groot-agtinge geheel de wereld heeft voor de werken van dexen Man.

Verschegde overstellingen, die in 'I duytsch gedaen xgn,en vantwee anelcrc die in het franseh, en nu voor de vierde mael in 't vleieinsch, die in xeer korten tyd verkogt xijn, lad eten nietnant toe te twyffelen van de groeitagtinge die

') De vertaling geschiedde derhalve na de vijftiende uitgave van Napels. Nog A-cre/i zonden er volgen vóór den dood des Schrijvers.

De Vertaler.

-ocr page 48-

xliv voorwoord.

men ten allen kanten, xoo in Duyts-land, Vrankryk, als in de Nederlanden, heeft van dit godvrugtig uerksje.

Is 't niet treffend den H. Schrijver, nog bij zijn leven, in een ver verwijderd iand, te hooien vergelijken bij een der beroemdste godvruchtige schrijvers van dien tijd ? Is 't niet nog treffender uit do proces-akten zei ven te vernemen, zooals wij reeds vermeldden, dat de „Bezoekenquot;, wat do wonderbaar snelle verbreiding aangaat, alleen mot de „Navolging van Christusquot; (onzen beroemden Thomas van Kempen) kunnen vergeleken worden ? En nu ? Do twaalfde uitgave van Beelen's vertaling is weer uitverkocht, oene dertiende zou moeten verschijnen, als zij niet door eene nieuwe vervangen werd. Dat geschiedt nu door deze uitgave bij gelegenheid van het zilveren feest der verklaring

des H. Schrijvers tot Kerkleeraar ! » *

*

Nog enkele regelen bij dit reeds lange Voorwoord.

-ocr page 49-

VOORWOORD. XLV

De groote Kerklceraar heeft door deze , Bezoekenquot; nog eene andere verdienste '), welke men niet uit het oog mag verliezen. Door Gods Voorzienigheid in de H. Kerk opgewekt, om het Jansenisme te bestrijden (dat ijskoude Jansenisme, die akelige dwaling, welke haar rampzalig bestaan, helaas, nog voortsleept in ons vaderland), heeft hij dien vijand reeds door dir, eerste werkje een geweldigen slag toegebracht. Een beroemd Franseh schrijver 2) zegt daaromtrent: „De kille „hand van het Jansenisme drukt „loodzwaar op de harten, om er „de bewegingen van te doen ophouden. „Het wordt den harten verboden „te kloppen, der liefde zich te „toonen. Slechts vrees, schrik alleen „en siddering zijn veroorloofd, 't Is „niet meer de barmhartigheid, die „op het altaar woont, maar een „verschrikkelijke God, gewapend met „de bliksems zijner wraak, altijd ge-„reed ons te treffen. Afgrijselijke lee-

') Vgl. Do Volks-missionaris. Jaarg. 6. Blz. 35«.

8) Leon Gauticr. La miséricorde et la joie.

-ocr page 50-

voorwoord.

„ringen, welke alleen door een H. „Aiphonsus konden geweerd worden! „Deze groote man trad onze kerken „binnen, baande zich in zijn machtigen „ijver een weg tot aan het altaar, en „besteeg er de trappen van! Datir „toonde hij met van liefde trillenden „vinger het heilig tabernakel, en riep „met krachtige stem het christen volk „deze woorden toe: Komt, komt allen !... „ Uu-c rrces en uwe verwijdering doen „de Liefde zoop jnlyl: lijden!... Komt, o Jiomt!... Ach, de Liefde is alléén!... „En ja, men is gekomen! De goddelijk „schoone boeken van onzen Heilige „hebben den zielen moed en vertrouwen „ingestort.. . . Ja, in waarheid, sedert „do verschijning van Aiphonsus zijn „onze harten grooter, omvattender, uit-„gebreider geworden! Gelijk hij de „barmhartigheid op aarde heeft doen „terugkomen, zoo heeft hij ook de liefde „op aarde doen wederkeeren.quot;

Eome, H. Sacramentsdag 1895.

])1c vkutal.kk.

-ocr page 51-

De H. Alphonsus Maria heeft dit prentje aldus doen vervaardigen, zooala Pater I. B. i)i Costaïïzo getuigt in het Inleidingsproces der Beatificatie van liet Bisdom St. Agatha (fol. 197), en er onderstaande beteekenis aan gegeven:

Gelijk de jagep zijn besten schicht bewaart voor den laatsten worp, om het wild te treffen, zoo bewaarde God, onder al zijne gaven, ook Jesus tot aan de volheid der tijden. Toen zond hij hem, als laatsten schicht, om de harten der menschen te verwonden I Hij heeft mij als uitverkopen schicht genomen en in zijn pijlkokep heeft hij mij bewaapd: Posuit me ut sagittam electam, in phapetpa sua absoondit me (Isaï. 49 : 2).

Jesus was dephalve die uitvepkopen schicht! Hij was bewaard voor den worp, onder welken, gelijk David voorspelde, geheels volkeren overwonnen zouden nedervallen: Sagittae tuae aoutae, populi sub te cadent (Ps. : e).

O hoeveel harten zie ik, door dien schicht vepwond, ontbranden voor de kribbe van Bethlehem I Hoevelen aan den voet van 't Kruis op Calvapië I Hoevelen voop het alleph. Sacpament onzer altaren I (Zesde Leeprede van de Noveen voop KerstmisJ,

-ocr page 52-
-ocr page 53-

GEDACHTEN

EN

GODVRUCHTIGE GEVOELENS

VOOR IIK

Bezoeken liB M Allerheiligste Sacrament

EN HIJ DE

Altijd Onïevlekte Allerheiligste laaio Maria.

VOOR IEDEREN DAG DER MAAND.

Nuttig voor iedereen, maar bijzonderlijk voor de kloosterlingen, die h et voorrecht hebben van hun in het Sacrament verborgen Jesus naar hartelust te kunnen bezoeken in hun eigen kerk.

SAMENOESTEM) KOOK

P. D. ALFONSO DE LIGUORI,

Rector Major van. de Congregatie des Aller It. V* rlossers,

reeds bestaande in de Hisdommeit van Salerno, van Nocera en van Ho vino.

TK NAPELS 1718. GIANFRANCESCO PACI.

Met goedkeuring der Overheid.

-ocr page 54-

Jesus et Maria, Amoves mei dnlcissimi, pro robis patiar, pro rob is onoriar; sim totus rester, sim nihil mens. S. Alph. Rodr.

Amor mens crucifixus est. S. Paschal.

O bone Jesu, trahc me vinculis Amoris tui!

Ja nu. o Heer, begrijp ik u, Gij wilt mijn I:art geheel; Die liefde is ook de ware niet, Die slechts u geeft een deel!

Geloofd en gedankt zij het allerh. Sacrament! Gezegend zij de heilige, onbevlekte en allerzuiverste Ontvangenis der heilige maagd Maria!

Geloofd zij Jesus en Maria!

-ocr page 55-

364

AAN MARIA

altijd maagd en onbevlekte

Moeder Gods.

0 mijne allerheiligste Koningin !

Nu ik dit mijn arm boekjen, waarin over de liefde van uwen Zoon gehandeld wordt, in het licht ga geven, weet ik het niemand beter op te dragen dan aan u, mijne-veel geliefde moeder! Gij trouwens bemint hem het meest onder alle schepselen.

Door de kleine hulde, welke ik u hierdoor breng, en waarbij mijn eenig doel is de zielen meer en meer te doen ontbranden in liefde tot Jesus Christus, geloof ik zeer aangenaam te zijn aan uw hart, dat zoo vurig: ver-

' O

1

Vak 57

-ocr page 56-

2 OPD-RACHT AAN MARIA.

langt hem door allen bemind te zien, gelijk hij het verdient.

Ik wijd het u dan toe, zooals het daar ligt, neem het aan en bescherm het! Draag er zorg voor, (niet dat ik er lof van inoogste bij de menschen, maar) dat zij, die het zullen lezen, voortaan met nog meer toewijding en genegenheid mogen beantwoorden aan de teedere en alles overtreffende liefde, welke onze beminnelijkste Zaligmaker ons in zijn lijden en door de instelling van het allerheiligste Sacrament heeft willen toonen.

Ik leg het derhalve aan uwe voeten neder. Ik bid n, neem het aan als uw eigendom: niet alleen de gave, maar ook den gever, die reeds sedert langen tijd al zijn vertrouwen op u

-ocr page 57-

OPDRACHT AAN MARIA. 3

gesteld heeft, en die hoopt, altijd zoo gelukkig te zijn, te mogen heeten van u,

o allerbeminnelijkste

Vrouwe,

de meestliefhebbende hoewel omvaardigste dienaar,

Alpuoxsus de Liguori,

van de Congregatie des allerh. Verlossers.

-ocr page 58-

Aan den Lexer.

Versmaad, mijn beminde Lezer, versmaad, bid ik u, dit kleine boekjen niet! Ik heb het zoo eenvoudig mogelijk saam-gesteld, omdat ik meende, dat het alzoo beter de godsvrucht zou bevorderen onder allerlei slag van menschen.

Ik smeek u bovendien mij bij het H. Sacrament te willen aanbevelen, hetzij ik nog leve of reeds gestorven zal zijn, zoo dikwijls gij er gebruik van zult maken om het H. Sacrament te bezoeken. Ik beloof in het H. Misoffer voor iedereen te zullen bidden, die

-ocr page 59-

AAN DEN LEZER. O

mij dezen liefdedienst zal bewijzen

') Het gebed van den Lezer kan den H. Kerkleeraar niet meer baton. Mag de vertaler, een zijner onwaardigste zonen, hier dezelfde bede met dezelfde belofte van zijn H. Stichter herhalen ?

-ocr page 60-

INLEIDING

TOT DE

Bezoeken bij het allerheiligste Sacrament.

Hot heilig geloof leert ons, en wij zijn verplicht te gelooven, dat Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament wezenlijk tegenwoordig is onder de gedaante van brood. Wij moeten bovendien wel overtuigd zijn, dat hij daar, op onze altaren, als op een troon van liefde en barmhartigheid gezeten is, om ons zijne genaden uit te declen en ons

-ocr page 61-

IXLICrilINCI

zijne liefde te doen kennen. Daarom blijft hij aldus dag en nacht in ons midden verborgen. Het is bekend, dat de H. Kerk den feestdag van het allerh. Sacrament met zoo plechtig octaaf en met zoo grooten luister van processiën en uitstelling van het hoogwaardig Sacrament, gelijk in dien tijd plaats vindt, vooral daarom wilde instellen, opdat de menschen door hunne hulde, hunne dankzegging en hunne godsvrucht zich dankbaar zouden toonen, en eerbied bewijzen aan die liefdevolle tegenwoordigheid en aan het verblijf van Jesus Christus in het Sacrament des altaars. O God, hoe groote beleedigingen en verachtingen moest en moet nog iederen dag die beminnelijke Verlosser in dit

-ocr page 62-

BBS

8 INLEIDING.

Sacrament verdragen, en dat van dezelfde menschen, ter wier liefde hij hier op aarde zijn woning op de altaren wilde vestigen! Eens beklaagde Jesus zich daarover bi] zijne beminde dienares, zuster Margaretha Ala-coque, zooals de schrijver van het werk over de „Devotie tot „het heilig Hart van Jesusquot; verhaalt. Op zekeren dag namelijk, dat zuster Margaretha voor het allerheiligste Sacrament lag neergeknield, vertoonde Jesus haar zijn Hart, op een troon van vlammen, met doornen gekroond en daarboven een kruis. Hij sprak haar toe in dezer voege: „Ziehier het Hart, zoo vol van „liefde tot de menschen, dat niets „ontzien heeft, zelfs niet zich te „slachtofferen, om hun zijn lielde

-ocr page 63-

INLEIDING. 9

„te tooneu. En ach, in plaats „van erkentelijkheid ontvang ik „slechts ondank van het grootste „gedeelte door de oneerbiedig-„heid, de lauwheid, de heilig-„schennis en den smaad, mij aangedaan in dit Sacrament van „liefde. Wat mij daarbij nog meer „droefheid veroorzaakt, is zeker „wel dit: Het zijn harten, die „mij zijn toegewijd ') !quot; Hierop noodigde Jesns haar uit te willen zorgen, dat de eerste Vrijdag na het octaaf van het allerheiligste Sacrament, tot een bijzonder feest ter eere van zijn aanbiddelijk Hart wicrd ingesteld. Zij, die hem van harte liefhebben, moesten zich bevlijtigen om op dien dag, door hun

') In hare Schriften. Deel I. § 1.

-ocr page 64-

10 INLEIDING,

eerbied en hunne liefde, den smaad, hem in dit Sacrament door de menschen aangedaan, te vergoeden. Daarbij beloofde hij overvloedige genaden aan allen, die hem dit eerherstel zonden brengen.

Nu begrijpen wij ook hoe de Heer eens, door den mond van zijn profeet, kon zeggen, dat hij cr xijn yenoegen in vond onder dc kinderen der menschen te wonen 1); immers, hoewel door hen verlaten en veracht, kan hij zich niet van hen verwijderen. Daaruit kunnen wij nog opmaken, hoezeer zij behagelijk zijn aan het Hart van Jesus, die hem dikwijls bezoeken, en die

') Dclicirp meif esse emu filiis horni-num. Prov. 8. 31.

-ocr page 65-

INLEIDING. 11

trachten liem gezelschap te houden in de kerken, waar hij in het allerheiligste Sacrament verwijlt. Hij schreef aan de H, Maria Magdalena van Pazzi voor hem dagelijks drie-en-dertig malen in het Allerheiligste te komen bezoeken. Die beminde bruid gehoorzaamde stiptelijk aan dat bevel, terwijl zij, gelijk in haar leven verhaald wordt, bij elk bezoek, zelfs lichamelijk, zoo dicht mogelijk bij het altaar trachtte te naderen.

Maar laten zij allen hier spreken, die godvruchtige zielen, die de zalige gewoonte hebben van zich met Jesns Christus in het allerheiligste Sacrament te onderhouden! Dat zij ons zeggen, wat genaden, wat verlichtingen, wat liefdevlammen zij daar ontvan-

-ocr page 66-

INLEIDING.

12

gen, wat hemel zij genieten in de tegenwoordigheid van God, die daar schuilt onder de gedaante van brood! Toen de dienaar Gods, pater Ludovicus La Nusa, een beroemd missionaris in Sicilië, nog als jongeling in de wereld leefde, was hij reeds zoo ontvlamd van liefde voor Jesus Christus, dat hij zich uit de tegenwoordigheid van zijn beminden Heer niet scheen te kunnen verwijderen: zóó groot waren de zielsgeneugten, welke hij daar smaakte! Toen hem zijn biechtvader krachtens de heilige gehoorzaamheid verboden had, zijn bezoek bij hot H. Sacrament voortaan nog langer dan een uur te rekken, kon men het hem bij het einde van dien tijd aanzien (zooals zijn levensbeschrijver

-ocr page 67-

INLEIDING.

13

verhaalt), wat groot geweld hij moest aanwenden, om zich van het hart van Jesus los te rukken ! Hij was dan als een kind, dat met geweld ontrukt wordt aan de moeder, die bezig was het te voeden. Moest hij dan de kerk verlaten, zoo verhaalt men, dan bleef hij nog eenige oogenblikken staan, hield de oogen op het altaar gevestigd, herhaalde verscheidene buigingen, als kon hij er niet toe komen afscheid te nemen van zijn beminden Jesus, wiens bijzijn hem zoo zoet was en zoo aangenaam. Zóó werd ook den H. Aloysius van Gonzaga eens dooide gehoorzaamheid opgelegd, gedurende een tijdlang niet meer te gaan bidden voor liet allerheiligste Sacrament. Als hij dan

-ocr page 68-

14 INLEIDING.

voorbij het tabernakel kwam, gevoelde hij zich door de zoete aantrekkingskracht van zijn Meester als getrokken om er te blijven, en moest zich met zeker geweld verwijderen, terwijl hij met teederheid van liefde uitriep : Recede a me, Domine, recede! „Laat mij gaan, o Heer, „laat mij gaan !quot; Daar ook vond de H. Franciscus Xaverius verkwikking te midden van zijn zoo zwaren apostolischen arbeid in de Indiën: na den dag te hebben doorgebracht met werken voor het heil der zielen, bracht hij den nacht door in gebeden, voor het allerheiligste Sacrament ! Dat was ook de gewoonte van den H. Franciscus Regis, die zelfs, als hij soms de kerk gesloten vond, zich getroostte,

T

-ocr page 69-

INLEIDJXG. 15

ook in regen en koude, een tijdlang voor de kerkdeur geknield te blijven, om zich aldus, ten minste uit de verte, met zijn vertrooster in het H. Sacrament te onderhouden. De H. Fran-ciscus van Assisië ging bij iedere voorkomende moeilijkheid aanstonds zijn hart uitstorten bij Jesus in het Allerheiligste!

Maar teeder was vooral de godsvrucht van den heiligen koning Wenceslaus tot het allerheiligste Sacrament. De liefde van dien heiligen vorst voor Jesus in dit aanbiddelijk geheim was zoo groot, dat hij niet slechts met eigen handen graan verzamelde en druiven, om er brood en wijn van te bereiden voor liet H. Offer der Mis; maar meer

T

è

-ocr page 70-

16 INLEIDING.

dan dat: hij ging des nachts, ook gedurende den winter, do kerken bezoeken, waar het Allerheiligste rustte! Bij zulke bezoeken werd deze schoone ziel zoo brandend van goddelijke liefde, dat de gloed er zich van mededeelde aan het lichaam, tot zoover zelfs, dat, waar hij ging, de scherpe koude van de sneeuw werd weggenomen. Wij weten uit de geschiedenis, dat wanneer een dienaar hem des nachts door de sneeuw vergezelde, en veel van de koude leed, de heilige medelijden met hem had, en hem beval dat hij achter hom komen en in zijne voetstappen treden zon. Van dat oogenblik af gevoelde de dienaar volstrekt geen koude meer.

-ocr page 71-

INLKimXd.

Gij zult in deze bezoeken nog andere voorbeelden lezen van het hoogst genot, dat godminnende zielen er in vonden zieh met Jesus in het allerheiligste Sacrament te onderhouden. Overigens alle heiligen, die er zijn, waren van die allerzoetste godsvrucht doordrongen; ook kunnen wij hier op aarde geen edeler geneugte, geen beminnelijker schat vinden dan Jesus in het heilig Sacrament. Zonder twijfel, na het ontvangen der H. Sacramenten, is onder alle oefeningen van godsvrucht de aanbidding van Jesus Christus in het heilig Sacrament de eerste, de aangenaamste aan God, en voor onze zielen de voordeeligste!

Daarom, godvruchtige ziel, laat het ook u niet verdrieten, daar-

17

-ocr page 72-

INLEIDING,

18

mede een begin te maken. Onthecht u aan de gezelschappen der mensehen, kom voortaan iederen dag, zij het ook slechts een half nur of een kwartier, in eene of andere kerk, waar Jesus Christus in het Allerheiligste rust, ii met hem onderhouden. Guslatc, et videte ijko-niarn suavis est Do minus 1):

Beproeft het, en gij zult ondervinden, welk groot voordeel gij uit die heilige oefening zult trekken.

Wees er wel van overtuigd, dat de tijd, met godsvrucht voor het allerheiligste Sacrament doorgebracht, de allernuttigste zal zijn van uw leven, en u den grootsten troost zal schenken zoowel op uw sterfbed als in

Ps. 83. 9.

-ocr page 73-

INLEIDING.

de eeuwigheid. Weet ook, dat gij wellicht meer zult verdienen door een kwartier uurs van gebed bij het H. Sacrament, dan door alle andere geestelijke oefeningen van den dag. Het is waar. God verhoort op alle plaatsen de gebeden van die hem aanroepen; Mant hij heeft het beloofd: Petite et accipie-tis l): Vraagt en gij x idt verkrijgen; maar de Leerling 2) zegt ons, dat Jesns zijne genaden in ruimer mate uitdeelt in zijn H. Sacrament. Zoo zeide ook de gelukzalige Henricus Suso, dat Jesus Christus in het H. Sacrament des altaars meer

*) Joann. 16. 24.

') Zoo noemde men gewoonlijk den geleerden Joannes Herolt, van de Orde der Predikheeren. de vertalee.

19

-ocr page 74-

20 INLEIDING.

dan ergens anders de gebeden der geloovigen verhoort. En waar maakten de godvruchtige zielen ooit schooner voornemens dan aan den voet van het H. Sacrament ? Wie weet, of gij zelf ook niet, bij een of ander bezoek, nog eens het stellig besluit zult vormen om u geheel en al aan God te geven? Ik voor mij gevoel de behoefte, ten minste uit dankbaarheid jegens mijn Jesus in het H. Sacrament, deze waarheid in dit boekjen te openbaren: „Ik heb „het aan de godsvrucht der „bezoeken bij het H. Sacrament, „hoe flauw en onvolmaakt ook „door mij beoefend, te danken, „dat ik buiten de wereld ben, „in welke ik, ongelukkig genoeg, „tot mijn zes-en-twintigste jaar

-ocr page 75-

INLEIDING.

21

„geleefd heb.quot; Gelukkig gij, die vroeger dan ik de wereld kunt verlaten, om u geheel te geven aan uwen Heer, die zichzelven geheel en al aan u geschonken heeft! Nog eens, gelukkig gij, niet alleen voor de eeuwigheid, maar ook zelfs voor dit leven! Geloof mij, alles is dwaasheid! Feesten, schouwspelen, bijeen-komstei), ziedaar de goederen der wereld; maar het zijn goederen vol van bitterheid en vol van doornen; geloof iemand, die het weet bij ondervinding en die dat nog steeds betreurt. Wees hiervan overtuigd: eene ziel, die met eenige ingetogenheid bidt voor hot H. Sacrament, ontvangt meer troost van Jesus Christus, dan de wereld met alle feesten en vermaken, haar

-ocr page 76-

22 INLEIDING.

kunnen geven. O wat zoet genot, met geloof en ietwat teedere godsvrucht, voor een altaar te knielen en zich gemeenzaam met Jesus Christus te onderhouden, die daar verwijlt enkel en alleen om die hem bidden te hooren en te verhoeren! Wat zoet genot, hem daar vergiffenis te vragen voor het misnoegen hem veroorzaakt! Hem onze behoeften te openbaren, zooals een vriend dat doet aan een vriend, aan wien hij al zijn vertrouwen geschonken heeft! Hem daar zijn genaden, zijn liefde, zijn hemel te vragen ! Maar boven alles wat hemelsch genot, zich daar bezig te houden met akten van liefde tot den Heer, die op dat altaar den eeuwigen Vader voor ons smeekt en zóó brandt

-ocr page 77-

INLEIDING.

van liefde tot ons, dat hij er genoegen in neemt daar te blijven, zoo verborgen, zoo miskend, ja zoo veracht door de ondankbaren! Doch waartoe meer woorden? Gastatect videte!

Proeft en (jij zult ondervinden ! *

En nu, wat de bezoeken bij de allerh. maagd Maria betreft.

23

Men kent de wijd beroemde en overal gevolgde meening van den H. Bernardus, dat „God „geene enkele genade uitdeelt, „tenzij dan door de handen van „Mariaquot;: Nihil nos Deus voluit habere, quod per mantis Ma rice non transiret v). Volgens de

') In vig. Nat. Dom. S. 3.

-ocr page 78-

24 INLEIDING.

getuigenis van Suarez is thans het algemeen gevoelen der Kerk, dat de tusschenkomst van Maria niet alleen nuttig maar noodzakelijk is om genaden te verkrijgen. Sentit Ecclesia Virginis intercessionem esse utileni et necessariam En wat daarvoor een groot bewijs mag heeten is liet feit, dat de H. Kerk op Maria de plaats uit de H. Schriftuur toepast, waar gezegd wordt: In me om nis spes vita; cl viiiulis. Transile ad ine omnes 2). „Komt allen tot mij: „want ik hen uwe hoop voor „iedere genade.quot; Daarom voegt zij er aan toe: Bealus homo, qui aitdil me, ei (jni vigil cd (tel fores

') De Inc. p. 2. q. 37. a. 4. cl. 23. -) Eccl. 24. 25.

-ocr page 79-

INLEIDING.

25

mens quotidie. „Zalig hij, die „zich beijvert, dagelijks aan de „deur te komen van mijne „machtige voorspraak; want Qui „me invenerit inveniet vitam, „ei hauriet salutem a Domino 1): „die mij vindt, zal het lev en vin-„den en de eeuwige zaligheidquot;. Terecht dus wil de H. Kerk, dat wij allen Maria als ons aller hoop zullen groeten en zeggen : „Wees gegroet, onze hoopquot;: Spes nostra, salve!

„Derhalve,quot; roept de H. Ber-nardus uit, (en hij durfde Maria „heel den grondslag zijner hoopquot; noemen: Tola ratio spei mece) „derhalve vragen wij genade, „maar vragen wij ze door Alal ia.quot; Queeramus gratiam et per Ma-

') Prov. 8. 34.

-ocr page 80-

INLEIDING.

26

riam quceramus '). Immers, zegt de H. Antoninus, „wie be-„proeven wil, zonder hare voor-„spraak genade te verkrijgen, „is als iemand, die wil vliegen „zonder vleugelsquot;: Qui pdit sine ipsa dace, sine alis teniat volare 2).

Men kan in het werk van Pater Auriëmna3) lezen, wat ontelbare genaden de Moeder Gods verleend heeft aan wie gewoon waren die heilzame godsvrucht te oefenen, om haar in eene of andere harer kerken of beelden te bezoeken! Genaden, welke zij bij dergelijke bezoeken bewees aan een zaligen Albertns den Groote, een abt Rupertus,

') De Aqiued. 2) P. 4. Tit. 15. c. 22. 3) Afl'etti Scamb. p. 2. c. 3.

-ocr page 81-

INLEIDING. 27

een pater Suarez, voor wie zij vooral de gaaf van verstand •verwierf, welke hen later, om hunne wetenschap, zoo beroemd maakte in Gods Kerk! Genaden, welke zij bewees aan frater Joannes Bercbmans, van de sociëteit van Jesns, die gewoon was iederen dag Maria in eene kapel van het Collegium Romanura te bezoeken, terwijl hij daarbij betuigde aan alle liefde der wereld te verzaken, om na God geen andere liefde dan tot de al-lerh. maagd te voeden. Hij had dan ook op een prentje zijner geliefde meesteres geschreven: Kumquam quiescam, donec obtinnero tenerum amo-rem er (ja matrem meant. „Ik „zal nooit rusten, tot zoolang ik

-ocr page 82-

28 IXLEIDLNG.

„cciic teedere liefde hebbe voor „mijne moeder.quot; Genaden, welke zij bewees aan den H. Bernar-dinus van Siëna, die nog jongeling zijnde, even gelijk Berch-mans, Maria dagelijks ging bezoeken in eene kapel bij de stadspoort. Hij zeide. dat die koningin zijn hart geroofd bad, en was gewoon haar voortaan „zijne bemindequot; te noemen, aan welke hij niet zon kunnen nalaten, zooals hij getuigde, ten minste iederen dag zijne opwachting te maken. Door hare voorspraak verkreeg hij dan ook de genade van de wereld te verlaten, en die groote heilige en apostel van Italië te worden, zooals hij later geweest is.

Wees gij er dus ook op bedacht iederen dag, met uw

-ocr page 83-

ixLF.rnixG. 29

bezoek van het H. Sacrament, ook in eene of andere kerk, of ten minste voor een beeld in nw huis, een bezoek bij Maria te brengen. Als gij dat met liefde en vertrouwen doet, dan moogt ge veel verwachten van deze dankbare hemelkoningin, die, gelijk Andreas van Kreta zegt, „gewoon is zelfs den ge-„ rings ten dienst met de grootste -gaven te beloonenquot;. Sold maxima pro minimin redelere 'j.

Maria, zoetste vrouwe,

Mijn hoop, mijn hoop zijt gij! Wie kan n ooit vergeten?

Erbarm u over mij!

') In Dorm. 15. V. S. 3.

-ocr page 84-

30 INLEIDING.

Over dk geestelijke

communie.

Aan het einde van ieder dezer bezoeken aan het H. Sacrament wordt de geestelijke commnnie aangeraden. Het zal dus goed zijn hier in 't kort te zeggen, waarin zij bestaat en wat groot e voordeelen daaraan verbonden zijn. Do geestelijke communie bestaat, volgens den H. Thomas 1), in „een vurig verlangen „om zich met Jesus in het H. „Sacrament te vereenigen en in „cene liefdevolle omhelzing, als „hadde men hem werkelijk ontvangen.quot;

Hoezeer die oefening der geestelijke communie aan God

') P. 5. Q. 80. a. 1.

-ocr page 85-

INI.EmiNG

31

behaagt, cu hoe groote genaden hij daaraan verbonden heeft, gaf de Heer zelf te kennen aan zijne dienares, zuster Paula Maresca, stichtster van het Sint-Catharina-klooster te Napels. Hij vertoonde haar, (zooals in haar leven verhaald wordt) twee kostbare vazen, eene zilveren en eene gouden, en voegde er aan toe, dat hij in de gouden vaas hare werkelijke en in de zilveren hare geestelijke communiën be-waarde. Tot de zalige Joanna ^van het Kruis zeide hij, dat zij bij iedere geestelijke communie eenzelfde genade ontving, alsof zij werkelijk tot de heilige communie genaderd was. Overigens is het genoeg te weten, dat de heilige kerkvergadering van

-ocr page 86-

32 INLEIDING.

Trcntc 1) met veel lof van de geestelijke communie spreekt en de beoefening daarvan den geloovigen aanprijst. Alle godvruchtige zielen hebben dan ook de gewoonte van dikwijls gees-telijkerwijze te communiceercn. De zalige Agatha van het Kruis deed het tweehonderd maal daags. Pater Petrus Faber, de eerste metgezel van den H. Ignatius, zeide, dat de geestelijke communie hoogst nuttig is, om de sacramenteele communie met vrucht te ontvangen.

Wie dus voortgang wil maken in de liefde tot Je sus Christus, zij er op bedacht dikwijls de geestelijke communie te doen, ten minste eenmaal bij ieder

') Sess. 13. cap. 8.

-ocr page 87-

IN'LEIUIXG

33

bezoek aan het H. Sacrament en bij elk Misoffer, dat hij bijwoont. Beter nog zou rt wezen, het bij die gelegenheden tot driemaal te herhalen, in het begin namelijk, in het midden en op het einde. Het geldt hier eene godvruchtige oefening, die veel meer voordeel aanbrengt, dan sommigen wel meenen, quot;en die toch zoo gemakkelijk is. Men doet de geestelijke communie, zeide bovengenoemde Joanna van het Kruis, zonder door iemand opgemerkt te worden, zonder te moeten vasten of verlof vragen van zijn biechtvader; men doet ze op welk uur van den dag men maar wil: met ééne akte van liefde is alles geschied!

-ocr page 88-

IXI.KIDING.

Wijze om de geestelijke communie te doen.

Mijn Jesus, ik geloof, dat gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin u bovenal, en wenseh u in mijn binnenste te ontvangen. Maar wijl ik dit thans niet werkelijk doen kan, smeek ik u ten minste geestelijker wijze in mijn hart te komen. Zie, ik omhels u, alsof gij reeds gekomen waart, en ik vereenig mij geheel en al met u. Laat niet toe, dat ik mij nog ooit van n seheide!

Of korter:

Ik geloof, o Jesus, dat gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt. Ik bemin u en ik verlang naar u! Kom in

34

-ocr page 89-

35

mijn hart! Ik omhels u, verlaat mij nooit meer!

Absorheat, quceso, Domine Jesu Chrlste, mentem meam ignita et mellijtun vis amoris tui, id amove amoris tui moriar, qui amove amoris mei clignatus cs movi. „Heer Jesus Christus, „geef, dat de vurige en zoete „kracht uwer liefde mijne ziel „zoo verteere, dat ik sterve ter „liefde van uwe liefde, zooals „gij ter liefde van mijne liefde „hebt willen sterven ^!quot;

„O liefde niet bemind, o liefde „niet gekend ^!quot;

„O mijn bruidegom, wanneer „zult gij mij tfit u trekken1)?quot;

1

) H. Petrus van Alcantara.

-ocr page 90-

INLEIDING.

(rij, Jesus, zijt mijn schat en mijne zoete

liefde !

Verwond, ontvlam mijn harte nu ; Het brande steeds geheel voor u!

Leve Jesus' liefde, die ons leven is en ons al, en leve Maria onze hoop! Amen.

Gebed van voorbereiding

TOT IEDER BEZOEK BIJ HET ALEE RHEILIG8TE SA CE A MENT.

Heer Jesus Christus, om de liefde, welke gij den menschen toedraagt, verblijft gij dag en nacht in dit Sacrament ter-wijl gij daar, geheel vervuld van goedheid en liefde, allen

-ocr page 91-

INLEIDING. 37

afwacht, uitnoodigt en ontvangt, die u komen bezoeken. Ik geloof, dat gij in het Sacrament des altaars tegenwoordig zijt, ik aanbid u uit den afgrond van mijn niet, en ik dank u voor- zoovele mij reeds bewezen genaden, en wel voornamelijk hiervoor, dat gij mij uzelven in dit heilig geheim geschonken, mij uwe allerheiligste moeder Maria tot voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt om u in deze kerk te bezoeken.

Ik groet in dit oogenblik uw zoo liefdevol hart, en ik heb de meening het te groeten om eene drievoudige reden: ten eerste om u dank te zeggen voor deze groote weldaad; ten tweede om u vergoeding te geven voor alle beleedigingen.

-ocr page 92-

38 INLEIDING.

welke gij in dit heilig geheim van al uwe vijanden te dulden hebt; ten derde maak ik de meening om u door dit bezoek te aanbidden op alle plaatsen der wereld, waar gij in uw H. Sacrament minder vereerd en meer verlaten zijt. Ik bemin u, mijn Jesus, uit geheel mijn hart. Het doet mij leed, dat ik uwe oneindige goedheid voorheen zoo dikwijls mishaagd heb. Met de hulp uwer genade neem ik mij voor, u voortaan nooit meer te belee-digen; en van dit oogenblik af wijd ik mij, hoe ellendig ik dan ook ben, geheel en al aan u toe; ik geef u en ik sta u af geheel mijn wil, mijne neigingen, mijne verlangens, en alles, wat mij toebehoort. Doe voortaan alles, wat u behaagt, met mij

-ocr page 93-

INLEIDING.

39

en met al het mijne! Ik smeek u alleen om uwe heilige liefde, om de volharding in het goede ten einde toe, en om eene volmaakte vervulling van uwen heiligen wil. Ik beveel u aan de zielen van het vagevuur, van hen voornamelijk, die de meeste godsvrucht hadden tot het allerheiligste Sacrament en tot de heilige maagd Maria. Ook de ongelukkige zondaars beveel ik u aan! Eindelijk, o mijn dierbare Verlosser, vereenig ik al de gevoelens van mijn hart met die van uw liefdevol hart, en zoo vereenigd offer ik ze op aan uwen hemelschen Vader, en bid hem in uwen naam, die uit liefde tot u aan te nemen en te verhooren.

-ocr page 94-

BEZOEK I.

Geheel van voorbereiding : Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Zie mij dan hier bij de bron van alle goed, bij Jesus in het allerheiligste Sacrament, die mij toeroept: Si quis sitit, venial ad me 1). Wie dorst heeft, home tot mij. O wat stroomen van genaden hebben de heiligen onophoudelijk geput uit deze bron van hot allerheiligste Sacrament, waar Jesus ons al de verdiensten van zijn lijden uitdeelt, gelijk de Profeet het voorspelde: Haurietis aquas in gaudio de fontihus Salvatoris 2). Gij zult

') Joann. 7, 57. a) Isaï. 12, 3.

-ocr page 95-

BEZOKK I.

water scheppen uit de fonteinen des Zaligmakers.

Gravin de Feria, die beroemde leerlinge van den gelukzaligen pater Joannes van Avila, trad in de orde der H. Clara, en bracht zóó vele en zóó langdurige bezoeken bij het H. Sacrament, dat zij door hare zusters „de bruid van het H. „Sacramentquot; genoemd werd. Men vroeg haar eens, wat zij toch wel uitrichtte in al die uren, voor het tabernakel doorgebracht? „Ik zou er wel eeuwig „kunnen blijven,quot; was haar antwoord. „Rust daar niet het god-„delijk Wezen, dat eens het „genot der gelukzaligen moet „uitmaken? Goede God! Wat „men in zijne tegenwoordigheid „doet? Maar wat doet men er

41

-ocr page 96-

BEZOEK I.

„niet? Men bemint, men prijst, „men dankt, men vraagt! Wat „doet de arme in tegenwoor-„digheid van den rijke? Wat „de zieke bij den genees-„heer ? Wat een dorstige bij „een heldere waterbron? Wat „een uitgehongerde aan een wel-„voorziene tafel?quot;

O mijn allcrberuinnelijkstc, allerzoetste, allerliefste Jesus! O mijn leven, mijne hoop, mijn schat! O eenige liefde mijner ziel, hoe duur kwam het u te staan, om met ons te verblijven in dit Sacrament! Gij hebt moeten sterven om daarna op onze altaren te kunnen wonen onder de gedaante van brood. Hoe vele versmadingen hebt gij vervolgens in dit Sacrament moeten lijden, om ons door uwe tegen-

42

-ocr page 97-

BEZOEK I.

woordigheid te sterken! De liefde, welke gij ons toedraagt, en uw verlangen om van ons bemind te worden, heeft alles overwonnen!

Kom dan, o Heer, kom en neem uw intrek in mijn hart; sluit er daarna voor altijd den ingang van, opdat geen enkel schepsel meer binnensluipo en een deel ontroove van mijne liefde, welke u alleen toekomt en welke ik u geheel wil schenken. O mijn dierbare Verlosser, heersch gij alleen over mij, bezit gij alleen mij geheel en al. Zou ik u soms niet volmaakt gehoorzamen, kastijd mij dan met strengheid, opdat ik voor het vervolg moge gewaarschuwd zijn, om uw heilig welbehagen in alles te volbrengen. Maak, dat

43

-ocr page 98-

44 BEZOEK J.

ik niets anders verlange, noch eenig ander genot zoeke, dan u welgevallig te zijn, u dikwijls op het altaar te bezoeken, mij daar met u te onderhouden en ii in de heilige communie te ontvangen. Wie er naar verlangt, zoeke andere goederen, ik bemin en verlang geen ander dan den schat uwer liefde! Daarom alleen wil ik bidden aan den voet van het altaar. Maak, dat ik mijzelven vergete, om alleen te denken aan uwe goedheid. Heilige Serafijnen, ik benijd u niet de heerlijkheid des hemels, maar de liefde, welke gij uwen en mijnen God toedraagt: leert gij mij, wat ik doen moet om hem te beminnen en hem welgevallig te zijn.

-ocr page 99-

BEZOEK F.

SCHIETGEBED.

Lieve Jesus, ik wil u alleen beminnen, ik wil u alleen behagen !

H;er doet men de geestelijke com-munie. Blz. 34. Daarna zal men een bezoek brengen bij de verheven moeder Maria voor een harer beelden.

AAN MARIA.

45

Een andere voor ons overgelukkige bron is onze moeder Maria, zoo rijk aan goederen en genaden, zegt de H. Bernar-dus, dat er geen mensch in de wereld gevonden wordt, die daaraan geen deel heeft: De plemtudine ejus accepimus om-nes1): „Van hare volheid ont-

') De laud. V. M. hom. 2.

-ocr page 100-

46 BEZOEK I.

„vingen wij allen.quot; De allerheiligste maagd Maria werd door God met genade vervuld, zooals de engel in zijn groet tot haar zeide ; Ave gratia plena! Wees gegroet, gij vol van genade! Doch niet voor zich alleen, maar ook voor ons, merkt de H. Petras Chrvsologus aan; „zij „ontving dien onuitputbare schat „van genaden om hare dienaars „daaraan deelachtig te makenquot; : Hanc graiiam. accepit Virgo, salutem saeculis redditura ').

SCHIETGEBED.

Causa nostrce Icetitice, ora pro nobis. „Oorzaak onzer blijd-„schap, bid voor ons.quot;

•) Serni. 143.

-ocr page 101-

BEZOEK I.

Geted tot de allerh. maagd Maria dat men iedereu dag aan het einde van het bezoek zal herhalen, om hare zoo machtige bescherming te verkrijgen.

O allerheiligste, onbevlekte maagd en mijne moeder Maria, lot n, die de moeder zijt van mijn God, de koningin dei-wereld, de voorspreekster, de hoop, de toevlucht der zondaars, tot u neem ik, de ellendigste van allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Met den diepsten eerbied kniel ik voor u neder, o groote koningin, ik dank n voor al de genaden, welke gij mij tot hiertoe bewezen hebt, voornamelijk, dat gij mij bevrijd hebt van de hel, zoo dikwijls door mij verdiend. Ik bemin u, o allerbeminnelijkste vrouwe, en om de liefde, welke ik u toedraag, beloof ik voor altijd uw

47

-ocr page 102-

BEZOEK r.

48

dienaar te zullen zijn, en zoo veel in mij is te zullen zorgen, dat ook anderen u beminnen. Ik stel al mijne hoop op u, en geheel mijne zaligheid in uwe handen. Neem mij aan voor uwen dienaar en laat mij schuilen onder uwen mantel, o moeder van barmhartigheid. En dewijl gij zoo vermogend zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, of wel verkrijg mij de kraoht, om ze tot mijn dood toe te overwinnen. IJ vraag ik de ware liefde tot Jesus Christus ; door u hoop ik een goeden dood te sterven. O mijne moeder, ik bid u, om uwe liefde tot God, sta mij altijd bij, maar vooral in het laatste oogenblik van mijn leven. Verlaat mij niet, zoolang gij mij niet zalig ziet in

-ocr page 103-

Bezoëk i. 49

den hemel, om 11 te danken en uwe barmhartigheid te prijzen door de gansche eeuwigheid. Amen. Zoo hoop ik, zoo zij het!

-ocr page 104-

BEZOEK II.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Bladz. 36.

Brood is een voedsel, dat verteert, als men het nuttigt; maar dat ook lang onbedorven blijft, als men het bewaart. Juist daarom, zegt de godvruchtige pater Nieremberg, wilde Jesus met ons op aarde blijven onder de gedaante van brood. Zóó kon hij niet alleen spijs worden, door zich bij de heilige communie met de ziel zijner minnaars te vereenigen ; maar zóó kon hij ook, bewaard in den tabernakel, bij ons tegenwoordig blijven, en

-ocr page 105-

BEZOEK II. 51

ons daardoor herinneren aan do liefde, welke hij ons toedraagt. De H. Paulus zegt, dat Jesus zichxelven vernietigd Ircff, toen hij de ges tal ten is aannam van een dienstknecht: Seinetipsuni exinanivit for mam servi acci-piens 1); maar wat moeten wij zeggen, als wij hem zien schuilen onder de gedaante van brood: fonnarn panis accipientem ?

„Geen tong is in staat,quot; zegt de H. Petrus van Alcantara 2) „om uit te spreken, hoe groot „de liefde is, welke Jesus eene „ziel in staat van genade toedraagt. Toen der halve die aller-„ beminnelijkste bruidegom uit dit „aardsche leven wilde heengaan^

') Phil. 2. 7.

^ Del'oraison etdelaMdd.p. l.('h.4.

-ocr page 106-

52 BEZOEK II.

„en tocli niet wilde, dat zijne af-„wezigheid voor de zijnen eene „aanleiding zou kunnen worden „om hem te vergeten, liet hij „zijner bruid dit allerheiligste „Sacrament achter, waarin hij „altijd zou tegenwoordig zijn, tot „eene gedachtenis: hij wilde na-„melijk niet, dat tusschen hen „beiden een ander onderpand „van wederzijdsche liefde zou „blijven, dan hijzelf!quot;

O mijn Jesus, gij hebt dan in onze tabernakelen willen wonen, om te luisteren naar de smeekingen der ellendigen, die er u gehoor komen vragen ! Luister dan ook naar het gebed, dat de ondankbaarste zondaar, die op aarde leeft, tot u durft stieren: Vol berouw kom ik hier voor uwe voeten; ik gevoel nu, wat

-ocr page 107-

BEZOEK II.

53

groot kwaad ik bedreven heb met u te beleedigen. Eerst en vooral verlang ik, dat gij mij alles wilt vergeven, wat ik tegen u misdeed. Ach, mijn God, hadde ik u toch nooit beleedigd! En weet gij, wat ik ii dan nog smeek? Nu ik begrepen heb, hoe beminnelijk gij zijt, word ik geheel tot uwe liefde getrokken; ik gevoel een groot verlangen om u te beminnen en u in alles welgevallig te zijn; maar zonder uwen bijstand heb ik geen kracht om dat te doen. Toon dan, o groote God, toon aan geheel den hemel uwe oneindige macht en uwe grenzenlooze goedheid; maak, dat ik van een weerspannig zondaar, gelijk ik 'tot dusverre was, een vurig minnaar worde

-ocr page 108-

BEZOEK II.

van ii ! Gij kunt het doen, gij wilt het ook doen! Voorzie in alles, wat mij ontbreekt, opdat ik er toe kome u veel te beminnen, ten minste zooveel te beminnen, als ik ii vroeger belee-digd heb. Ik bemin u, mijn Jesus, ik bemin n boven alles. Ik bemin ii meer dan mijn leven, u, mijn God, mijne liefde, mijn al!

SC1IIETGEHKD.

Deus mens et omnia! Mijn God en mijn al!

Geestelijke communie. ISlz. 34.

AAN MARIA.

Adeamus rum fidneia ad ihromun graticc, ut miscri-

54

-ocr page 109-

BEZOEK li.

cordiarn ccnsequavtvr etgmtiam inveniamns in auxilio oppor-tuno '). Naderen wij met vertrouwen tot den troon der genade. De H. Antoninus 2) zegt, dat „Maria die troon is, van „welken God alle genaden uit-,deelt.quot; O allerbeminnelijkste koningin, als gij zoozeer verlangt de zondaars te redden, zie dan hier een grooten zondaar, die zijne toevlucht tot u neemt! Help mij krachtig en help mij spoedig!

SCHIETGEBED.

Unicum refuyium peccato-rujii, miserere luei'1): „Eenigc

') Hcbr. 4, 16.

-) P. 4. Tit. 15. c. 14.

s) S. Aug.

55

-ocr page 110-

56 BEZOEK ir.

„toevlucht der zondaars, heb „medelijden met mij!quot;

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 111-

BEZOEK III.

Geheel ran voorhereidiny: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Delicice mece esse cam flilts hominuru 1). Mijn lust is het te x ju met de kinderen der tnen-schen.

Ziehier onzen Jesus! Niet tevreden hier op aarde ter liefde van ons gestorven te zijn, wil hij nog daarenboven na zijn dood met ons blijven in het allerheiligste Sacrament. Zóó toont hij er r\ijn vermaak in te vinden met de hinderen der menschen te zijn. ,0 menschen,quot; roept de H. Teresia uit, „hoe kunt

') Prov. 8. 31.

-ocr page 112-

.r)8 BEZOEK III.

„gij een God beleedigen, die ver-„klaart, dal hij in u zijn genoegen „vindt?quot; Jesns vindt zijn vermaak bij ons, en wij, wij zouden ons vermaak niet vinden bij Jesus? Wij vooral, die de eer hebben in zijn paleis te wonen? Hoe vereerd achten zich de hovelingen, wien de koning een woonplaats vergunt in zijn paleis ! Ziehier het paleis van onzen koning: dit huis, waarin wij met Jesus Christus wonen! Vergeten wij toch niet hem daarvoor dankbaar te zijn en uit den omgang met Jesus Christus ons voordeel te trekken.

Zie mij dan liier, o mijn Heer en mijn God, zie mij hier geknield voor dit altaar, waar gij dag en nacht tegenwoordig blijft ter liefde van mij! Gij zijt do

-ocr page 113-

BEZOEK III.

59

bron van alle goed! Gij, de geneesheer van alle kwalen! Gij, de schat voor alle behoeftigen! Ziehier aan uwe voeten een zondaar, den armste, den krank-ste van allen, die n smeekt om ontferming, heb medelijden met mij ! Neen ik wil niet, dat mijne ellende mij den moed doe verliezen, nu ik ii in dit Sacrament uit den hemel op aarde zie neergedaald, alleen om mij wel te doen. Ik loof u, ik dank u, ik bemin u. Wilt gij mij ook ver-oorlooven u een aalmoes te vragen ? Ziehier, wat ik vraag, hoor mij toch aan; ik wil u voortaan niet meer beleedigcn; ik vraag u mij licht en genade te geven, om ii uit al mijne krachten te beminnen. Heer, ik bemin u uit geheel mijne ziel, uit geheel

-ocr page 114-

60 BEZOEK III.

mijn hart. Maak gij toch, dat ik het in waarheid zegge en het altijd moge herhalen in dit leven en door de gansche eeuwigheid ! Allerheiligste maagd Maria,mijne heilige Patronen, heilige engelen en gij alle heiligen des hemels, helpt mij mijnen allerbeminne-lijksten God beminnen!

SCHIETGEBED.

Bone Pastor, panis vere,

Jesu, nostri miserere;

Tu nos pasce, nos tuere,

Tu nos bona faa vidcre In terra viventium.

Goede Herder, waarachtig brood des levens, Jesus, ontferm u onzer; hoed ons, bescherm ons, en laat ons de eeuwige goederen aanschouwen in het land der levenden.

Geestelijke communie. Blz. 34,

-ocr page 115-

BEZOEK UI.

AAN MARIA.

Vincula illius alligutura valuta ris '). Hare keteneti zijn een heilzame band.

De godvruchtige Pelbartus zegt, dat de vereering van Maria een keten is van voorbeschikking. Bidden wij onze lieve vrouw, dat zij ons door die ketenen van liefde steeds inniger binde aan het vertrouwen op hare bescherming.

SCHIETGEBED.

O clemens, o pia, o dabeis Virgo Maria! „O goedertierene, o meedoogende, o zoete maagd Maria!quot;

GEBED TOT MARIA.

61

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') Eecli. 6. 31.

-ocr page 116-

BEZOEK IV.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Non hnltei amaritudinem con-rersalio illius, ner: tcednim eon-victiis illius '). Zijn gexehchap heeft geen bitterheid, en xijn omgang haart geen verveling.

Vrienden in de wereld vinden zooveel voldoening bij elkander, dat zij gelieele dagen in elkanders gezelschap verliezen. Hij, die Jesus Christus niet bemint, verveelt ziel» bij het allerheiligste Saerament. De heiligen daaren-

') Snp. 8. 16.

-ocr page 117-

BEZOEK IV. 63

tegen hebben vóór liet allerheiligste Sacrament een hemel op aarde gevonden. De H. ïeresia') zeide na haren dood uit den hemel tot een barer kloosterzusters : „Wij, die in den hemel „wonen, en gij, die nog op aarde „verblijft, wij moeten één zijn in „zuiverheid en liefde; wij, reeds „genietende, gij nog lijdende; „en wat wij in den hemel doen „ten opzichte van het goddelijk „Wezen, dat moet gij op aarde „doen ten aanzien van het allerheiligste Sacrament.quot; Ziedaar dan hoe dit heilig geheim ons paradijs uitmaakt op aarde!

O vlekkeloos Lam, voor ons op het kruis geslachtofferd, gedenk, dat ik een der zielen ben, _

') Rib. I. 5. c. 4.

-ocr page 118-

64 BEZOEK IV.

die gij door zooveel lijden en door uwen dood hebt vrijgekocht. Zorg, dat gij mij blijft toebe-hooren en ik u nooit verlieze; want daarom hebt gij n geheel aan mij geschonken, en doet dit nog voortdurend, als gij u ter liefde van mij nog dagelijks op onze altaren opoffert. O maak toch, dat ik n geheel en al toe-behoore. Ik geef mij thans geheel en al aan u over, opdat gij met mij handelt volgens uw welbehagen. Ik schenk u mijnen wil; boei dien met de zachte banden uwer liefde, opdat hij voor eeuwig aan uw allerheiligsten wil onderworpen blijve. Ik wil voortaan niet meer leven, om aan de begeerten van mijn hart te voldoen, maar alleen orn u genoegen te geven. Vernietig in

-ocr page 119-

BEZOEK IV.

mij alles, wat u niet behagelijk is ; geef mij de genade van aan niets anders meer te denken dan om u genoegen te geven; laat mij niets anders meer verlangen, dan wat met nw ver langen overeenkomt. Ik bemin u, o mijn dierbare Verlosser, nit geheel mijn hart; ik bemin ti, omdat gij verlangt door mij bemind te worden; ik bemin u, omdat gij het overwaardig zijt! Het doet mij leed n niet zoo te kunnen beminnen, gelijk gij verdient door mij bemind te worden. Mocht ik, o Heer, mijn leven kunnen geven ter liefde van u; neem ten minste dat verlangen aan en schenk mij uwe liefde. Zoo zij het!

-ocr page 120-

66 BEZOEK IV.

SCHIETGEBED.

O welbehagen van mijn God, ik offer mij geheel en al aan ii op!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Ego Mater pulchrce dilectio-nis *). Ik hen de moeder der schoone liefde, zegt Maria, dat is van die liefde, welke de schoonheid der zielen uitmaakt. De H. Maria Magdelena van Pazzi zag eens in den geest de allerheiligste maagd Maria, die bezig was een zoeten drank in te schenken: die drank was de goddelijke liefde. Maria alleen

'■) Eccli. 24. 24.

-ocr page 121-

BEZOEK IV. 67

is de uitdeelster van die gave, wij moeten er dus bij haar om vragen.

SCHIETGEBED.

Mijne moeder, mijne hoop, maak dat ik geheel en al toe-behoore aan Jesus!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 122-

BEZOEK V.

(lebed van. voorhereiding; Heer Jesns Christus, enz. Blz. 36.

Passer invenit sihi domum, et turtur nidum sibi, ubi ponat pullos stios; altaria tua, Ihmine virtutum, rex mens et Deus rncns '). De musch, zegt David, vindt een schuilplaats onder de daken en de tortelduif eennest,... maar gj,... mijn Koning en viipi God, gij hebt u hier op aarde een woonstede gebouwd en verblijf gekozen op onze altaren, om er voor allen toegankelijk te

') Ps. 83. 4.

-ocr page 123-

BEZOEK V. 69

zijn en er met ons te wonen. Het moet gezegd zijn, o Heer, uwe liefde voor de menschen gaat al te ver, gij weet niet meer wat te doen om u door hen te doen beminnen. Zorg dan gijzelf toch, o allerbeminnelijkste Jesus, dat wij ook van onzen kant door liefde tot u ontvlamd worden; het is niet betamelijk, dat wij slechts met koelheid een God beminnen, die ons met zooveel teederheid liefheeft. Trek ons tot ii door de zoete aantrekkingskracht uwer liefde; doe ons beseffen, hoezeer gij verdient door ons bemind te worden.

O oneindige majesteit en oneindige goedheid, hoezeer hebt gij de menschen lief! Gij hebt zooveel gedaan om van de menschen bemind te worden, en hoe

-ocr page 124-

70 BEZOEK V.

komt het dan, dat er onder de menschen zoo weinigen gevonden worden, die u beminnen? Wat mij aangaat, ik wil niet meer gelijk eertijds tot het ongelukkig getal dier ondankbaren behoo-ren; ik ben vast besloten u voortaan te beminnen uit geheel mijn hart, en niets anders meer te beminnen dan u. Dat verdient gij, gij beveelt het mij met zooveel nadruk, ik wil u daarin genoegen geven. Maak dan, o God mijner ziel, dat ik geheel en al aan uw verlangen beantwoorde. Ik smeek het u door de verdiensten van uw lijden en ik hoop het van u. Geef de goederen der aarde aan wie ze verlangen; ik voor mij verlang en zoek alleen den grooten schat uwer liefde. Ik bemin u.

-ocr page 125-

BEZOEK V. 71

mijn Jesus, ik bemin u, o oneindige goedheid! Gij xijt geheel mijn rijkdom, geheel mijn genoegen en geheel mijne liefde-!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, gij hebt u geheel aan mij gegeven, ik geef mij ook geheel aan u!

Geestflijke communie. Blz. 34.

AAN MAEIA.

O mijne Vrouwe, de H. Ber-nardns noemt u „eene harten-roofsterquot; : llnpfrix cordhnn 1). Hij zegt, dat gij de harten onweerstaanbaar trekt door uwe schoonheid en uwe goedheid.

') Med. in Salvo Rogiim.

-ocr page 126-

72 BEZOEK V.

Roof ook mijn hart, ik smeek liet u, roof mijnen wil; ik geef u dien geheel, draag hem aan God op in vereeniging met den uwe!

SCHIETGEBED.

Mater ainabilis, or a pro me ! Beminnelijke moeder, bid voor mij!

GEBED TOT MARIA. O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 127-

BEZOEK VI.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Ubi thesaurus tester est, ibi et cor vestrum erit '). Waar uw schat is, daar zal ook null art zijn.

Jesus Christus leert ons, dat, waar iemand meent zijn schat te hebben, daar ook het voorwerp is zijner liefde. De heiligen derhalve, die geen anderen schat hoogachten, geen anderen beminnen dan Jesus Christus, schenken geheel hun hart en

') Lhc. 12. 34.

-ocr page 128-

BEZOEK Vr.

geheel hunne liefde aan het allerheiligste Sacrament.

O mijn allerbeminnelijkste Jesus, hier onder de gedaante van brood verborgen, die uit liefde tot mij nacht en dag in dit tabernakel blijft opgesloten, trek, bid ik u, geheel mijn hart tot u, zoodat ik aan niets anders meer denke dan aan u, niets anders meer beminne, niets anders meer zoeke, niets anders meer hope dan u! Doe het om de verdiensten van uw lijden, door welke ik het u vraag, en ook vastelijk verhoop!

Mijn aanbiddelijke Zaligmaker en goddelijke minnaar, o hoe beminnelijk en hoe feeder zijn de uitvindingen uwer liefde, om u door de menschen te doen beminnen!

O eeuwig Woord, mensch ge-

74

-ocr page 129-

75

worden ter liefde van ons, gij waart niet tevreden met voor ons te sterven ; gij hebt ons nog daarenboven dit Sacrament willen schenken, waarin gijzelf wilt zijn onze levensgezel, ons voedsel en het onderpand van den hemel. Gij hebt onder ons willen verschijnen eerst als kind in een stal, dan als behoeftige in een winkel, dan als schuldige aan bet schandhout, eindelijk onder den schijn van brood op het altaar! Zeg mij, of gij nog meer kondet uitvinden om u te doen beminnen? O oneindige goedheid, wanneer zal ik toch eens beginnen te beantwoorden aan zoovele bewijzen uwer liefde? Heer, ik wil niet meer leven dan om u alleen te beminnen! Waartoe ook zou mij het leven

-ocr page 130-

BEZOEK VI.

76

dienen, als ik het niet geheel en al besteedde om u te beminnen, o mijn beminde Verlosser? Om aan u te behagen, die geheel uw leven voor mij hebt ten beste gegeven ? Wat zou ik toch beminnen tenzij u, die geheel schoonheid zijt, geheel lieftalligheid, geheel goedheid, geheel liefde, geheel beminnelijkheid ? Dat dan mijne ziel slechts leve om u te beminnen! Dat de gedachte alleen aan uwe liefde haar van liefde doe wegsmelten! Dat alleen het hooren noemen van kribbe, kruis. Sacrament, haar ontsteke in heilige begeerte om groote dingen te doen voor u, o mijn Jesus, die maar al te veel voor mij gedaan en geleden hebt!

-ocr page 131-

BEZOEK VI. 77

SCHIETGEBED.

O mijn God, dat ik toch iets voor u doen moge, eer ik sterve!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Quasi oliva speciosa in campis '). „Ik ben,quot; zegt Maria, „die heerlijke olijfboom, uit „welken altijd de olie vloeit „van barmhartigheid. Ik sta Je midden van het veld, opdat „allen mij zouden zien en allen „tot mij hunne toevlucht zouden „nemen.quot; Zeggen wij haar dan met den H. Augustinus : Memorare, piissima Maria, a scecido

') Eceli. 24. 19.

-ocr page 132-

ÜEZOEK VI.

non esse auditum, quemquam ad tua pnesidia confugientem esse derelictum: „O medelijdende „koningin, het is nooit gehoord, „dat iemand, die tot u zijne toe-„ vlucht nam, door u verlaten is „geworden!quot; Ook ik zal niet in dat uiterste ongeluk komen, dat ik tot u mijn toevlucht heem en door u verlaten word!

SCHIETGEBED.

O Maria, verkrijg mij de genade, van altijd mijne toevlucht tot u te nemen!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Bk. 47.

78

-ocr page 133-

BEZOEK YII.

Gebed vcm voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Eccc ego vobiscum sum omnibus diebus usque ad consum-mationem sceculi 1); Zie, ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der eeuwen.

De liefdevolle herder, die zijn leven gaf voor ons, zijne schaapjes, wilde door zijn dood niet van ons gescheiden worden. Zie, mijne schaapjes, zegt hij ons, ik blijf altijd met u; om u blijf ik op aarde in dit heilig

') Matth. 28. 20.

-ocr page 134-

BEZOEK VI F.

altaargeheim; hier kunt gij mij altijd vinden, zoo dikwijls gij wilt, steeds bereid om u te helpen en u door mijne tegenwoordigheid te troosten; neen, ik zal u niet verlaten tot aan het einde der wereld, zoolang gij op aarde zult blijven. „De bruidegom,quot; zegt de H. Petrus van Alcantara, „wilde gedurende „zoo lange afwezigheid zijner „bruid eenig gezelschap achter-„laten, opdat zij niet alleen zou „wezen; en daarom liet hij „haar dit Sacrament, waarin hij „zelf tegenwoordig is; beter „gezelschap kon hij haar niet „gevenquot; ').

O mijn alleredelmoedigste Heer, mijn allerbeminnelijkste

') Del'oraison etdelaméd.p. l.ch. 4.

-ocr page 135-

BEZOEK -VU. 81

Zaligmaker! Ik koro u heden op dit altaar bezoeken ; maar met hoeveel grooter liefde brengt gij mij een tegenbezoek, als gij tot mij komt in de heilige communie! Dan wilt gij niet alleen bij mij tegenwoordig zijn; maar dan wordt gij mijne spijs, dan ver-eenigt gij u geheel met mij, dan schenkt gij u geheel aan mij, zoodat ik dan in waarheid kan zeggen: mijn Jesus, nu zijt gij geheel de mijne! Maar schenkt gij u geheel en al aan mij, is het dan ook niet billijk, dat ik mij geheel en al aan u geve? Ik ben een aardworm en gij zijt God! O God van liefde ! O liefde mijner ziel! Wanneer zal ik toch inderdaad en werkelijk, en niet slechts door woorden, geheel de uwe zijn? Gij kunt

6

-ocr page 136-

BEZOEK VII.

82

dat bewerken. Vermeerder in mij liet vertrouw en door de verdiensten van uw bloed, opdat ik met zekerheid die genade van u verkrijge, dat ik voor mijn dood u moge toebehooren, geheel aan n . . en mijzelven in niets meer! Gij verhoort, o Heer, de gebeden van allen, verhoor ook heden de bede eener ziel, die u opreeht wil beminnen. Ja, ik wil u beminnen uit al mijne krachten ; ik wil u gehoorzamen in alles, wat gij verlangt, zonder eigenbelang, zonder troost, zonder belooning. Ik wil u dienen uit liefde, alleen om u te behagen, alleen om genoegen te geven aan uw Hart, dat mij met zoo vurige teederheid bemint ! Mijn loon zal zijn u te mogen beminnen. O welbeminde

-ocr page 137-

BEZOEK VII.

Zoon van den eeuwigen Vader, neem bezit van mijne vrijheid, van mijnen wil, van alles wat ik heb, neem geheel mijn wezen, en geef mij daarvoor uzelven! Ik bemin u, ik zoek u, ik verzucht naar u ! U wil ik, u wil ik, u wil ik 1

SCHIETGEBED.

Lieve Jesus, maak dat ik u geheel toebehoore!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Onze allerbeminnelijkste koningin, geheel de Kerk noemt en groet u: Spes nostra! Onze hoop! Gij derhalve, die aller hoop zijt, wees ook mijne hoop!

83

-ocr page 138-

84 BEZOEK VII.

To fa ratio spei rnece 1): Gij zijt „geheel de grondslag mijner „hoop,quot; riep de H. Bernardus u toe; en hij voegde er bij: In tc speret qui desperat 2): „Hij die alle hoop verloren „heeft, hope nog op uiquot;

Zoo wil ook ik u zeggen: mijne moeder Maria, op u, die hopeloozen redt, is geheel mijne hoop gevestigd.

SCHIETGEBED.

Maria, moeder van God, bid Jesus voor mij!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') De Aqiued. 2) Med. in Salve Keg.

-ocr page 139-

BEZOEK VIII.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Jesus zegt tot iedere ziel, die hem komt bezoeken in het H. Sacrament, de woorden, welke hij sprak tot de Bruid van het Hooglied: Surge, propera, ami ca rnea, formosa mea, et veni ') I Sta op, nader, mijne vriendin, mijne schoone, en kom! O ziel, die mij komt bezoeken, Surge, sta op, richt u op uit uwe ellende; ik ben liier, om u met mijne genaden te verrijken;...

') Cant. 2. 10.

-ocr page 140-

86 BEZOEK VIII.

nader, kom dichter bij mij, wees niet verschrikt voor mijne majesteit, die zich in dit Sacrament vernederd heeft, om uwe vrees weg te nemen en u vertrouwen in te boezemen; . . . mijne vriendin: gij zijt mij niet meer vijandig, gij zijt thans mijne geliefde, want gij bemint mij, en ik bemin u, ... . mijne schoone, want mijne genade gaf u schoonheid,... kont, omhels mij, en vraag mij wat gij wilt met het grootste vertrouwen!

De H. Teresia maakt de bemerking, dat Jesus, de groote koning der heerlijkheid, zich in dit Sacrament, onder de gedaante van brood heeft willen schenken en zijne majesteit verbergen, om ons moed in te boezemen, opdat wij met grooter vertrouwen tot

-ocr page 141-

BEZOUK VIII.

zijn goddelijk Hart zouden naderen. Naderen wij dan met groot vertrouwen en innige liefde tot Jesus; vereenigen wij ons met hem, en smeeken wij hem om zijne genaden.

O eeuwig Woord des Vaders, ter liefde van mij mensch geworden en schuilend onder de gedaante van brood in dit H. Sacrament, wat vreugde moet het niet voor mij zijn te weten, dat ik mij hier bij u bevind, bij u, die mijn God zijt, die eene oneindige majesteit zijt en eene oneindige goedheid, vol liefde voor mijne ziel!

O zielen, die God bemint, waar ge ook zijn moogt, in den hemel of op aarde, ik smeek u, bemint God ook voor mij ! Mijne moeder Maria, help mij hem

87

-ocr page 142-

88 BEZOEK VIII.

beminnen. En gij, allerliefste Jesus, maak u liet eenige voorwerp van geheel mijne liefde; maak u meester van geheel mijnen wil, bezit mij geheel en al! Ik wijd u toe geheel mijn verstand, om altijd aan uwe goedheid te denken. Ik wijd ii ook mijn lichaam toe, opdat het mij moge helpen, om uwen wil te doen. Ik wijd u mijne ziel toe, opdat zij geheel u toebehoore. O welbeminde van mijne ziel, ik wensehte wel, dat allo menschen de teeder-heid begrepen van de liefde, welke gij hun toedraagt, opdat allen enkel en alleen zouden leven, om u te eeien en u te behagen, zooals gij het verlangt en verdient! Ik althans, ik wil niet anders leven dan ontstoken

-ocr page 143-

BEZOEK Vlir.

van liefde tot uwe oneindige schoonheid. Van nu af wil ik voortaan alles doen, wat in mijn vermogen is, om u te behagen. Ik maak het vast besluit alles ten offer te brengen, wat het ook zijn moge, zoodra ik bemerk, dat het u zou mishagen, hoeveel moeite het mij ook koste, moest ik daarbij alles, ja ook mijn leven verliezen. O wat geluk zou het voor mij zijn alles te mogen verliezen, om u te winnen, u, mijn God, mijn schat, mijne liefde, mijn al!

SCHIETGEBED.

Jesus, mijne liefde, trek mij geheel tot u, en bezit mij geheel en al als uw eigendom.

Geestelijke communie. Blz. 34.

89

-ocr page 144-

BEZOEK VIII.

90

AAN MARIA.

Si quis est parvulus, ven lat ad me 1). Wie klein is, Lome tot mij. Maria roept alle kinderen, die een moeder behoeven, tot zich; zij is onder alle moeders de teederste! De godvruchtige pater Nieremberg zeide: „Do , liefde van alle moeders te za-„men is slechts een schaduw bij „de liefde, welke Maria ieder „onzer in het bijzonder toe-„draagt.quot; Mijne moeder Maria, moeder mijner ziel, die mij bemint, en na God meer dan iemand anders mijne zaligheid verlangt, o moeder: „toon, dat „gij mijne moeder zijtquot;: Monstra te esse matrem!

') Prov. 9. 4.

-ocr page 145-

BEZOEK VIII. 91

SCHIETGEBED.

Mijne moeder, maak, dat ik altijd aan u denke !

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 146-

BEZOEK IX.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

De H. Joannes zegt, dat hij den Heer x ag met een gouden gordel onder den boezem: Vidi prcecinctum ad mantillas zona aurea ').

Zóó vertoont zich Jesus aan ons in het allerheiligste Sacrament des altaars: hij is daar overvloeiend van voedsel, dat is, van genaden, welke hij ons in zijne barmhartigheid wil uitdeelen. Hij is daar als eene moeder, die

l) Apoc. 1. 12,

-ocr page 147-

BEZOEK IX. 93

overvloed van voedsel heeft, en kinderen zoekt, om zich van dien last te ontdoen, zooals hijzelf ons zegt: Ad vbera porta-bimini'). Als kinderen xal ik u aan het harte dragen.

Pater Alvarez zag Jesns in het allerheiligste Sacrament: hij stond daar de handen vol genaden, zoekende wien hij die zou mogen uitdeelen. De H. Gatha-rina van Siëna zegt, dat zij met evenveel gretigheid aan de heilige tafel ging aanzitten, als een kind zich werpt aan de borst zijner moeder.

O welbeminde eengeboren Zoon van den eeuwigen Vader, ik begrijp, dat er geen voorwerp is zoo waardig bemind te

quot;) Is. 66. 12.

-ocr page 148-

94 BEZOEK IX.

worden als gij! Ik verlang u zoo te beminnen, als gij verdient bemind te worden, of ten minste zooveel als eene ziel maar wenschen kan u te beminnen. Ik zie wel in, dat ik, die een verrader en zoo weerspannig aan uwe liefde geweest ben, dat ik niet meer verdien u te beminnen, niet meer verdien zoo dicht tot u te naderen, zooals ik nu in deze kerk doe; maar ik weet, dat gij mijne liefde vraagt, ik hoor, dat gij mij toeroept : Fili mi praebe cor tuum mihi1). Diliges Dominum. Deum tuum ex toto corde tuo 2). Mijn zoon, schenk mij uu; hart! Gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hart. Ilc

') Prov. 23, 26. 2) Matth. 22. 37.

-ocr page 149-

BEZOEK IX. 95

begrijp, dat gij mij daarom tot dusverre in het leven behouden, en niet naar de iiel verwezen hebt, opdat ik mij bekeeren zou en u onverdeeld beminnen. Wijl gij dan nog door mij bemind wilt worden, zie mij dan hier, o mijn God ! Ik geef mij aan u over, ik schenk mij aan u. Ik bemin u, o mijn God, die geheel goedheid, geheel liefde zijt: u kies ik voor den eenigen koning en heer van mijn arm hart. Gij wilt liet nog aannemen, en ik wil het u geven ; 't is koud en afschuwelijk; maar als gij het aanneemt, zult gij het ook veranderen. O verander mij, verander mij ! Ik kan niet langer leven, zooals ik tot hiertoe gedaan heb, zoo ondankbaar en zoo koud voor uwe oneindige goedheid, die mij zoo-

-ocr page 150-

96 fiEZOEK IX.

veel liefde toedraagt en eene oneindige liefde waardig is! Maak, dat ik van dit oogenblik af beginne al de liefde aan te vullen, welke ik in het verleden verzuimd heb u toe te dragen!

SCHIETGEBED.

Mijn God, mijn God, ik wil u beminnen, ik wil u beminnen, ik wil ii beminnen!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Maria, Jesus' moeder, is geheel gelijkvormig met haren Zoon: zij is moeder van barmhartigheid en daarom verblijdt zij zich zoo vaak zij ellendigen kan helpen en troosten. En zóó groot is het

-ocr page 151-

BEZOEK IX. 97

verlangen dier moeder om wel te doen aan allen, dat Bernar-dinus de Bustis niet aarzelt te zeggen: Plas desideral ipsa fa-cere tibi honum et largiri yra-tiatn, (p.iam tu accipcre concu-piscas ^: „Zij verlangt meer u „ wel te doen en genade te ver-„leenen, dan gij verlangt die te „ontvangen.quot;

SCHIETGEBED.

Spes nostra, salve! Weesgegroet, onxe hoop !

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') Mar. p. 2. S. 5.

7

-ocr page 152-

BEZOEK X.

Gebed vanvoorhereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

„O gij dwazen der wereld,quot; roept de H. Augustinus uit, „waar gaat gij toch heen om „voldoening voor uw hart te „kunnen vinden ? Komt tot Jesus, „want hij alleen is in staat, u „de voldoening te geven, waar gij „naar haaktquot; : Quo itis ? Bonum (jvod amatis, ab Ulo est1). Mijne ziel, wees gij toch niet zoo dwaas, zoek God alleen: Quaere unum bonum, in quo sunt omnia

■) Conf. I. 4. c. 12.

-ocr page 153-

BEZOEK X. 99

bona^). „Zoek dat éénegoed, dat „alle andere goederen in zich „bevat.quot; En wilt gij hem aanstonds vinden, zie hier is hij dicht bij u! Zeg hem, wat gij verlangt: want om uwe gebeden te verhoeren en u te troosten, woont hij hier in dit tabernakel. , Het is niet iedereen geoorloofd,' zegt de H. ïeresia, 1) „met den „koning te spreken ; het hoogste, „wat men verhopen kan, is dat „door een tusschenpersoon te „mogen doen.quot; Maar om met u te spreken, o koning van glorie, is geen derde persoon noodig; altijd zijt gij in het H. Sacrament des altaars bereid aan iedereen gehoor te verleenen.

1

) Vie. Ct. 37.

-ocr page 154-

100 BEZOEK X.

Ieder, die maar wil, kan u daar altijd vinden en met u spreken van hart tot hart. Voorts, als het iemand al toegestaan wordt met een koning in persoon te mogen spreken, wat moet liij dan niet wachten ? Slechts weinige malen in het jaar verleenen vorsten der wereld gehoor, ter-wijl gij in dit Sacrament nacht en dag gehoor geeft aan allen, zoo vaak zij het slechts willen.

O Sacrament van liefde, hetzij gij spijs wordt in de heilige communie, hetzij gij rust op onze altaren, gij weet door de beminnelijke bekoorlijkheden uwer liefde zooveel harten tot u te trekken, dat zij van wederliefde tot ii ontvlamd worden; dat zij, opgetogen door zooveel goedheid, als van een heilig vuur verteerd.

-ocr page 155-

BEZOEK X. 101

altijd, altijd aan u denken ! Trek dan zoo ook mijn ellendig hart tot u, het verlangt n te beminnen en als gekluisterd aan uwe liefde te leven. Zie, van dit oogenblik af stel ik al mijn belangen, al mijn uitzichten, al mijn genegenheden, mijn ziel, mijn lichaam, alles in één woord, in de handen uwer goedheid. Neem mij nu aan, o Heer en beschik over mij volgens uw welbehagen. Nooit wil ik mij meer beklagen, o mijne liefde, over uwe heilige beschikkingen; ik weet, dat alles, wat gij doet, voortkomt uit uw hart, vol van liefde tot mij, en dat alles bijgevolg tot mijn bestwil geschiedt. Het zal mij genoeg zijn, dat gij het wilt, opdat ook ik het wille voor tijd en eeuwigheid. Doe in mij en met mij

-ocr page 156-

BEZOEK X.

alles wat u behaagt; ik vereenig mij geheel met uwen wil, die geheel heiligheid is, geheel goedheid, geheel volmaaktheid, geheel beminnelijkheid! O heilige wil van mijn God, wat zijt gij mij dierbaar! Ik wil altijd leven, ik wil eenmaal sterven, met u ver-eenigd en aan u gebonden! Uw welbehagen is mijn welbehagen, ik wil, dat uw verlangens ook mijn verlangens zijn.

Mijn God, mijn God, help mij, maak dat ik van dit oogen-blik af alleen voor u leve, alleen leve om te willen wat gij wilt, alleen leve om uwen beminne-lijken wil te beminnen. Sterven wil ik uit liefde tot u, ook gij zijt gestorveh ter liefde van mij en het voedsel geworden mijner ziel. Ik vloek de dagen, in

102

-ocr page 157-

BEZOEK X.

welke ik u zoo snood beleedigde, om mijnen boozen wil te volgen. Ik bemin u, o wil van God, gelijk ik God zeiven bemin, want gij zijt één en hetzelfde met God. Ik bemin u dan uit geheel mijn hart, en ik offer mij geheel en al aan u op 1

SCHIETGEBED.

O H. Wil van God, gij zijt mijne liefde!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Onze groote Koningin zegt; Bij mij %yn schatten, om hen: die mij beminnen, rijk te maken, Mecum sant divitiac. .. tii

103

-ocr page 158-

BEZOEK X.

diletri dilige.ntes me '). Willen wij dus rijk zijn in genaden, laten wij dan Maria beminnen. De godvruchtige Idioot noemt haar; Thesauraria gratiarum: „Schat-„bewaarster der genaden.quot; Zalig hij, die met liefde en vertrouwen zijne toevlucht neemt tot Maria! Mijne moeder, mijne hoop, gij kunt mij zalig maken; ik verwacht van u, dat gij het doen zult.

SCiriEÏGEJ?ED.

Mater amabïlis, ora ivo me. „Beminnelijke moeder, bid „ voor mij !quot;

GEBED TOT MARIA.

104

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') Prov. 8. 18. 21.

-ocr page 159-

BEZOEK XT.

Gebed van voorbereiding; Heer Jesus Christus. Blz. 36.

„Zijn we er toch voor be-„zorgd,quot; zegt de H. ïeresia'), „dat wij ons nooit verwijderen „van Jesus, onzen beminnelijken „herder, noch hem uit het oog „verliezen; want de schaapjes, „die zich dicht bij den herder „houden, worden altijd meer „door hem geliefkoosd en meer „onthaald, hij geeft hun altijd „een brokje mode van hetgeen „hij zelf eet. Gebeurt het soms, „dat de herder slaapt, dan ver-

') Mdd. sur 1c Pnfcr.

-ocr page 160-

«BW»

106 BEZOEK XI.

„wijdert het schaapje zich niet, „maar blijft bij den herder, tot hij „ontwaakt, of door het schaapje „zelf uit den slaap wordt gewekt; „en dan onthaalt en streelt de „herder het opnieuw.quot; O mijn Verlosser, in het H. Sacrament verborgen, zie mij hier bij u: ik vraag geen andere liefkoozing van u dan den ijver en de volharding in uwe liefde.

Dank u, o heilig geloof ! Gij leert mij en verzekert mij, dat in dit goddelijk geheim des altaars, in dit Brood des hemels, geen brood is, maar dat daar wezenlijk tegenwoordig is Jesus Christus, mijn Heer en mijn God, en dat hij daar is ter liefde van mij! O mijn God en mijn al, ik geloof vastelijk, dat gij in het allerh. Sacrament

-ocr page 161-

BEZOEK XI.

107

wezenlijk tegenwoordig zijt; en ofschoon ik u niet met mijn lichamelijke oogen aanschouw, erken ik u door het licht des geloofs in de geconsacreerde hostie als koning van hemel en aarde, en als Verlosser dei-wereld. O mijn allerzoetste Jesus, gelijk gij mijne hoop, mijne zaligheid, mijne sterkte en mijn troost zijt, zoo wil ik ook, dat gij al mijne liefde zult wezen, en het eenig voorwerp van al mijne gedachten, van al mijne verlangens, van al mijne neigingen. Ik verheug mij meer over de hoogste gelukzaligheid, welke gij geniet en in alle eeuwigheid genieten zult, dan over alle goed, dat mij in den tijd of in de eeuwigheid zou kunnen te beurt vallen. Mijn

-ocr page 162-

BEZOEK XI.

108

grootste genoegen bestaat daarin, dat gij, mijn beminnelijke V erlosser, volmaakt gelukkig zijt, en dat uw geluk oneindig is. Heersch, o mijn God, heersch over geheel mijne ziel, ik geef ze u geheel en al, neem er voor altijd bezit van ! Mijn wil, mijne zinnen, al mijne vermogens moeten dienaars zijn van uwe liefde, en geen ander doel hebben in deze wereld dan om u te behagen en uwe eer te bevorderen. Zoo was uw leven op aarde, o eerste minnares en moeder van mijn Jesus! O allerheiligste Maria, sta gij mij bij en verkrijg mij, dat ik van nn af voortaan- leven moge, zooals gij altijd geleefd hebt, gelukkig namelijk van geheel aan God te behooren!

-ocr page 163-

BEZOEK XI.

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik wil geheel de uwe zijn, wees gij geheel de mijne!

CTeestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

109

Beahis vir, qui vigilat ad for as mcas quotidie, ct ohservat ad posten ostii mei 1). Gelukkig de man, die day aan. dag waakt aan mijne poorten, en de wacht houdt aan de posten mijner deur. Gelukkig hij, die, gelijk armen staan aan de deur der rijken, zoo ook de wacht houdt aan de deur van Maria's barmhartigheid, om aalmoezen van

') Prov. 8. 34.

-ocr page 164-

110 BEZOEK xr.

genade te vragen. En veel gelukkiger hij, die er zich op toelegt om Maria's deugden beter na te volgen, vooral hare zuiverheid en hare nederigheid.

SCHIETGEBED.

Maria, mijne hoop, kom gij mij te hulp.

GEBED ÏOT MAEIA. O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 165-

BEZOEK XII.

Gebed van voorhereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Deus charitas est; qui incmet in charitate in Deo manet, et Deus in eo '). God is liefde; wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem. Wie Jesus bemint, blijft bij Jesus en Jesus bij hem. Si quis diligit me,. .. et Pater meits diliget eum; et ad eum veniemus, et mansionem apud eum faciemus. 2) Zoo iemand mij bemint, xal ook

') I Jo. 4. 16. •) Jo. 14. 23.

-ocr page 166-

112 BIÏZOKK XII.

mijn Vader hem hem innen, en icij xullcn tot hem lomen en onze ivoning hij hem honden. Toen de H. Philippus Neri op zijn sterfbed lag en het H. Sacrament, dat hij als teerspijze ging ontvangen, zijne kamer zag binnenkomen, riep hij uit: „Ziedaar mijne liefde! Ziedaar „mijne liefde!quot; Laat ieder onzer dit zeggen, als hij bij Jesus komt in het H. Sacrament: „ziedaar mijne liefde!quot; Ziedaar het voorwerp van geheel mijne genegenheid voor geheel mijn leven, en voor geheel de eeuwigheid !

O mijn Heer en mijn God, gij hebt in het heilig evangelie gezegd, dat hij, die u bemint, ook door u zal bemind worden en dat gij zoudt komen, om uw

-ocr page 167-

BEZOEK XXI. 113

verblijf bij hem te nemen, en u niet meer van hem te scheiden. Welnu, ik bemin u meer dan eenig goed, bemin mij dan ook; het geluk immers van door u bemind te zijn schat ik hooger dan het bezit van alle koninkrijken der wereld! Kom dan en vestig uwe woonplaats op zulke wijze in de arme hut van mijne ziel, dat gij u niet meer van mij verwijdert of, om beter te zeggen, dat ik u nooit meer uoodzake mijne ziel te verlaten. Gij gaat niet weg, als gij niet verdreven wordt. Ik kan u echter opnieuw verdrijven, gelijk ik het eertijds gedaan heb. Ach, laat toch niet toe, dat de wereld nog eens getuige zij van dien nieuwen gruwel, van die afschuwelijke ondank-

8

-ocr page 168-

112 BEZOKK XIJ.

mijn Vader hem hen linnen, en ivij zullen tot hem komen en onze wonimj bij hem houden. Toen de H. Philippus Neri op zijn sterfbed lag en liet H. Sacrament, dat hij als teerspijze ging ontvangen, zijne kamer zag binnenkomen, riep hij uit: „Ziedaar mijne liefde! Ziedaar „mijne liefde!quot; Laat ieder onzer dit zeggen, als hij bij Jesus komt in het H. Sacrament: „ziedaar mijne liefde!quot; Ziedaar het voorwerp van geheel mijne genegenheid voor geheel mijn leven, en voor geheel de eeuwigheid !

O mijn Heer en mijn God, gij hebt in het heilig evangelie gezegd, dat hij, die u bemint, ook door u zal bemind worden en dat gij zoudt komen, om uw

-ocr page 169-

BEZOEK XII. 113

verblijf bij hem te nemen, en u niet meer van hem te scheiden. Welnu, ik bemin u meer dan eenig goed, bemin mij dan ook; het geluk immers van door u bemind te zijn schat ik hooger dan het bezit van alle koninkrijken der wereld! Kom dan en vestig uwe woonplaats op zulke wijze in de ai-me hut van mijne ziel, dat gij u niet meer van mij verwijdert of, om beter te zeggen, dat ik u nooit meer noodzake mijne ziel te verlaten. Gij gaat niet weg, als gij niet verdreven wordt. Ik kan u echter opnieuw verdrijven, gelijk ik het eertijds gedaan heb. Ach, laat toch niet toe, dat de wereld nog eens getuige zij van dien nieuwen gruwel, van die afschuwelijke ondank-

8

-ocr page 170-

114 BEZOEK xn.

baarheid, dat ik, zoo bij uitstek door n begunstigd, na zoo vele genaden, u weer uit mijn hart zou verbannen. Nochtans, het zou kunnen gebeuren! Daarom, o mijn God, verlang ik te sterven, als dat met uwen heiligen wil overeenkomstig is. Ik zou dan met u vereenigd uit dit loven scheiden, en in het andere eeuwig met u vereenigd mogen leven. Ja, mijn Jesus, dat hoop ik! Ik omhels u, ik druk u aan mijn arm hart; maak toch, dat ik u altijd beminne en altijd door u bemind worde.

: Ja, altijd, mijn beminnelijke Verlosser, altijd zal ik u beminnen, en gij zult ook mij beminnen. Ik hoop, dat wij elkander altijd zullen beminnen, o God mijner ziele.

altijd

i

-ocr page 171-

BEZOEK Sir.

altijd en door de gansche eeuwigheid. Zoo zij het!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik wil u altijd beminnen, en altijd door u bemind worden!

_

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

115

Qui operantur in me, non peccabunt1). „Wie er zich op toelegt,quot; zegt Maria, „om mij te „vereeren, zal de volharding verkrijgen.quot; Qui elucidant me, vitam oeternam habehunt2): „en „zij, die mij ook door anderen „doen kennen en beminnen, znl-

') Eccli 24. 30. '-) Ibid. 81.

-ocr page 172-

116 BEZOEK xir.

„len uitverkorenen zijn.quot; Neem u dan voor ten allen tijde, zooveel gij kunt, in het openbaar of in het bijzonder, over de grootheid van Maria en over de devotie tot die allerheiligste maagd te spreken.

SCHIETGEBED.

Dig nare me laudare te, Virgo sacrata. O allerheiligste maagd, laat mij uwen lof verkonden!

GEBED TOT MA UIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 173-

BEZOEK XIII.

Gebed van voorbereidiny: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Erunt ocidi mei et cor me-um ibi cunctis diebus 1): Mijne oogen en mijn hart zullen daar 1 vezen te allen tijde. Zie, Jesus heeft ons deze sclioone belofte verwezenlijkt in het allerheiligste Sacrament des altaars, waar hij nacht en dag onder ons zijn verblijf houdt. Het was genoeg geweest, o mijn God, zoo gij alleen bij dag in dit tabernakel wildet wonen, als er namelijk menschen zijn, om uwe tegen-

') III Eeg. 9. 3.

-ocr page 174-

118 BEZOEK XIII.

woordigheid te aanbidden en u gezelschap te houden; maar waarom daar nog den ganschen nacht tegenwoordig gebleven, als de kerken gesloten worden, als iedereen huiswaarts keert en u alleen laat? Doch ik heb u reeds begrepen: de liefde maakte u tot onzen gevangene, de vurige liefde, die gij ons toedraagt, heeft u dermate aan ons gebonden, dat gij ons zoo min bij nacht als bij dag kunt verlaten. O allerbeminnelijkste Zaligmaker, alleen deze trek uwer tee-dere liefde moest alle menschen bewegen om voortdurend bij uw heilig tabernakel te verblijven! Alleen door geweld moesten zij verwijderd kunnen worden! Ook dan nog zouden zij bij het heengaan, aan de voeten van liet

-ocr page 175-

BEZOEK XIII.

altaar, geheel hun hart en geheel hunne liefde moeten achterlaten! Hunne liefde voor een mensch^ geworden God, die alleen en opgesloten wil blijven in een tabernakel, geheel oog om onze behoeften te zien en erin te voorzien, en ook geheel hart om ons te blijven beminnen in afwachting van den volgenden morgen, dat hij weer bezocht kan worden door zijne beminden.

Ja, mijn Jesus, ik wil u genoegen geven; ik wijd u geheel mijne ziel en alle neigingen van mijn hart toe! O oneindige majesteit Gods, gij hebt uzelven in dit goddelijk Sacrament willen schenken niet alleen om bij ons tegenwoordig en in onze nabijheid te wezen, maar ook en voornamelijk om uzelven als

119

-ocr page 176-

BEZOEK XIII.

120

voedsel te geven aan de zielen, die u liefhebben. Maar, Heer, wie zal het durven bestaan om tot ii te naderen en zich met uw heilig vleesch te voeden? Doch ook omgekeerd, wie zal van u verwijderd kunnen leven? Want gij hebt u in dit heilig Sacrament onder de gedaante van brood willen verbergen, om in te gaan in onze harten en er bezit van te nemen. Gij brandt van verlangen om door ons ontvangen te worden, en vindt er genoegen in u met ons te vereenigen. Kom dan, mijn Jesus, kom, ik verlang n in mijn binnenste te ontvangen, opdat gij inoogt wezen do God van mijn hart en van mijnen wil. Dat al wat in mij is, o mijn beminnelijke Verlosser, voor uwe liefde wijke:

-ocr page 177-

BEZOEK XI11.

voldoeningen, genoegens, eigen wil, ik laat u alles over. O liefde, o God van liefde, heersch en zegepraal geheel over mij; vernietig in mij en slachtoffer alles, wat slechts mij en niet u toebehoort. Laat niet toe, o mijne liefde, dat mijne ziel, die na u ontvangen te hebben in de heilige communie, van de majesteit Gods vervuld is, zich nog ooit weer aan de schepselen hechte. Ik bemin u, mijn God, ik bemin u! U alleen, wil ik altijd beminnen!

SCHIETGEBED.

Tralie vie vinculis amoris tui.

121

„Trek my door de banden , uwer liefde !quot;

Geestelijke communie. Blz. 34.

-ocr page 178-

122 BKZOEK XIII.

AAN MAKIA.

De H. Bernardus vermaant ons: „Zoeken wij de genade, en „zoeken wij ze door Mariaquot;: Quaeramus gratiam et per Maria) u quaeramus Zij is, zegt de H. Petrus Damianus, „de schat „der goddelijke genadenquot;: Thesaurus divinarumgratiarum. Zij kan ons rijk maken, en zij wil ons rijk maken. Daarom noodigt zij ons uit, en roept ons toe: Wie klein is, home tot mij: Si quis est parvulus, reniat ad me 2).

O allerbeminnelijkste vrouwe! O allerverhevenste vrouwe! o allervoorkomendste vrouwe! Zie neer op oen armen zondaar,

') De Aquacd. 2) Prov. 9. 4.

-ocr page 179-

BEZOEK XIII.

die zich aan u aanbeveelt, en al zijn vertrouwen stelt op u!

SCHIETGEBED.

Snh tmnn prcesidium con-fufjimus, scmcta Dei genitrix! „Onder uwe bescherming nemen ,wij onze toevlucht, o heilige „moeder Gods!quot;

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

123

-ocr page 180-

BEZOEK XIV.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Allerbeminnelijkste Jesus, uit dit tabernakel, waarin gij woont, hoor ik u zeggen : Haec requies mea in saeculum saeculi, Mc hubitabo ([uoniam elegi earn Hier is mijne rustplaats voor altijd: hier wil ik iconen, deze plaats heb ik uitverkoren. Hebt gij, o Jesus, in het H. Sacrament op onze altaren uwe woning onder ons gekozen, doet de liefde welke gij ons toedraagt, u in die

quot;) Ps. 131. 14.

-ocr page 181-

liEZOEK XIV.

woning eene aangename rustplaats vinden, dan is het ook billijk, dat onze harten daar altijd met u wonen door de liefde, en er alle genoegen en voldoening vinden. Gelukkig de zielen, wier aangenaamste rust het is, bij Jesus in het allerheiligste Sacrament te verwijlen! Hoe gelukkig ook voor mij, o mijn God, als ik van dit oogenblik af geen grooter genot kende dan altijd in uwe tegenwoordigheid te blijven, of ten minste altijd aan u te denken, die in het heilig altaargeheim altijd denkt aan mij en aan mijn geluk!

Mijn God, ik heb zooveel jaren laten voorbij gaan zonder n te beminnen ! Ongelukkige jaren, ik vloek u; maar u zegen ik, o oneindig geduld van mijnen

i

125

I , _

-ocr page 182-

BEZOEK xrv.

126

God, die mij, zoo ondankbaar voor uwe liefde, zooveel jaren verdragen hebt. Maar toch, hoe ondankbaar ook, gij wacht mij af. En waarom, o mijn God, waarom? Opdat ik toch eindelijk door uwe erbarmingen en door uwe liefde overwonnen, mij geheel aan u zou schenken. Heer, ik wil niet langer weerstand bieden, ik wil niet langer u ondankbaar zijn ! Zeker, 't is billijk, dat ik ten minste voor den tijd, die mij nog te leven geschonken wordt, hij moge kort of lang zijn. u geheel toebehoore. Mijn Jesus, ik hoop van u de noo-dige hulp om geheel de uwe te kunnen wezen. Gij hebt mij reeds zooveel gunsten bewezen toen ik u ontvluchtte en uwe liefde verachtte, hoeveel meer

-ocr page 183-

BEZOEK XIV. 127

mag ik nn hopen van uwe goedheid, nu ik u zoek en verlang n te beminnen! Schenk mij dan de genade van u te beminnen, n, mijn God, die eene oneindige liefde waardig zijt. Ik bemin u uit geheel mijn hart, ik bemin u boven alles, ik bemin u meer dan mijzelven, meer dan mijn leven! Het doet mij leed n ooit beleedigd te hebben, o oneindige goedheid ! Vergeef het mij, en schenk mij, met de vergiffenis, ook tevens de genade van ii veel te beminnen in dit leven lot aan mijnen dood, en in het ander gedurende geheel de eeuwigheid! O almachtige God, toon nu uwe macht door aan de wereld dit wonder te openbaren, dat eene ziel, eens zoo ondankbaar als lt;lc mijne.

-ocr page 184-

128 BEZOËK XIV.

een der meest u minnenden is geworden! Doe het, o mijn Jesus, door uwe verdiensten. Ik verlang het, ik wil het voor geheel mijn leven ; gij, die mij het verlangen hebt ingegeven, geef mij ook daartoe uwe genade.

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik dank u, dat gij mij tot hiertoe gewacht hebt!

Geestelijke communie. BIz. 34.

AAN MARIA.

Nullus est: „Daar is niemandquot; zoo spreekt de H. Germanus tot Maria : Nullus est qui salvus fiat nisi per te: „daar is nie-„mand, die zalig wordt, tenzij „door uquot;; nullus qui liber ai ur a nullis, nisi per te: „niemand,

-ocr page 185-

BEZOEK XIV.

„(lie bevrijd wordt van rampen, , tenzij door uquot; ; nemo cuidomun concedatur, nisi per te: „ nie-„mand, wien eenige gunst verleend wordt, tenzij dan door u.quot; Als gij derhalve, mijne koningin en mijne hoop, als gij mij niet bijstaat, dan ben ik verloren en dan kan ik niet in den hemel komen om u te danken. Maar, o koninginne, ik hoor alle heiligen zeggen: niemand, die tot u zijne toevlucht neemt, wordt door u verlaten. Hij alleen gaat verloren, die nalaat uwen bijstand in te roepen. Welnu, ik ellendige, ik neem mijne toevlucht tot u, en op ii stel ik al mijn vertrouwen !

SCHIETGEBED.

Haec tota mea fiducia, haec 9

129

-ocr page 186-

130 BEZOEK XIV.

tola ratio spei mere „Maria „is geheel mijn vertrouwen, zij „is geheel de grondslag mijner „hope!quot;

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') S. Bern. De Aqmvd.

-ocr page 187-

BEZOEK XV.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

IgneDi veni mittcre in ter-ram ; et quid volo, nisi ut ac-cendatur ') ? Ik 1-wam ecu vuur op aarde brencjcn, en tv at verlang ik anders dan dat hefjyran-de ? De eerbiedwaardige dienaar Gods, Pater Franciscus Olvm-pius, ïheatijner-monnik, zeide, dat niets op aarde hot vuur der goddelijke liefde meer ontvlamt in de harten der menschen dan het allerheiligste Sacrament des

') Luc. 12. 49.

-ocr page 188-

BEZOEK XV.

132

altaars. Het was ook daarom, dat de Heer zich in dit heilig geheim aan Catharina van Siëna vertoonde, als een fornuis van liefde, waaruit stroomen dier goddelijke vlammen voortkwamen, die zich over geheel de aarde verspreidden. De heilige was daarom verbaasd, hoe het mogelijk was, dat nog eenig menscli kon leven zonder van liefde verteerd te worden bij zooveel liefde van een God voor de menschen. Mijn Jesus, doe mij branden van liefde tot u! Geef, dat ik aan niets anders denke dan aan u ! Pat ik niets verlange, niets begeere, niets zoeke dan u! O hoe gelukkig zou ik zijn, als dat heilig vuur uwer liefde zich geheel van mij meester maakte, en met het opkorten mijner da-

-ocr page 189-

BEZOEK XV.

gen ook gelukkiglijk alle aard-sche neigingen in mij verteerde !

O goddelijk Woord, o mijn Jesus, ik zie u op het altaar ter liefde van mij geheel geslachtofferd, en als geheel vernietigd en verteerd! Is het dan niet billijk, dat ik mijzelven geheel aan u toewijde, gelijk gij u als slachtoffer van liefde voor mij hebt opgedragen? Welaan, mijn God en mijn opperste Heer, ik offer ii heden geheel mijne ziel, al wat ik ben, mijn ganschen wil, geheel mijn leven. Ik vereenig dit mijn offer, o eeuwige Vader, met het offer van oneindige waarde, dat Jesns uw Zoon en mijn Zaligmaker, li eens hier op aarde aan het kruis gebracht heeft, en nog dagelijks zoovele malen op onbloedige

133

-ocr page 190-

134 BEZOKK XV.

wijze op onze altaren blijft brengen. Neem dan mijn offer aan, om de verdiensten van Jesus, verleen mij de genade u datzelfde offer te brengen, alle dagen mijns levens, en te sterven in het offer van geheel mijzelven aan uwe eer! Ik verianor vuris;

O O

naar de genade, welke gij aan zooveel martelaren geschonken hebt, namelijk te mogen sterven ter liefde van u; doch als ik zoo groote genade niet waardig ben, geef mij dan, o Heer, geef mij ten minste, dat ik u met geheel mijn wil het offer brenge van geheel mijn leven, door met liefde den dood te omhelzen, welken gij voor mij zult bestemd hebben. Heer, die genade wil ik van u: ik wil sterven met het voornemen van u te eeren

-ocr page 191-

BEZOEK XV. 135

en u te behagen. Van dit oogen-blik af wijd ik u geheel mijn leven toe! Ook mijn dood offer ik ii op, hoe of waar ik ook sterven moge!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik wil sterven om u te behagen.

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Sta mij toe, o mijne zoetste vrouwe, dat ik u nog eens met uwen dienaar, den H. Bernardus, noeme: Tota ratio speimece1): „geheel de grondslag mijner „hoop,quot; en met den H. Joannes van Damascus er aan toevoege:

') De Aquaed.

-ocr page 192-

BEZOEK XV.

Totarn span ineam in te collo-cavi'): „al mijne hoop is op u „gevestigd.quot; Door u verwacht ik de vergiffenis mijner zonden; door u de volharding tot den dood; door u ook hoop ik van het vagevuur bevrijd te worden. Zij, die zalig worden, verkrijgen allen door u hunne zaligheid! Gij derhalve, o, Maria, gij moet mij zalig maken! Quem vis, sal, i: us er it 2): „gij maakt zalig, „wien gij wilt!quot; Wil dus, dat ik zalig worde, en ik word zalig! Gij redt allen, die u aanroepen. Ik roep u dan aan, en zeg u:

SCHIETGEBED.

O Salt/s te invocantium, salva

') Cannina.

) Cant, post Psalt.

136

-ocr page 193-

BEZOEK XV. 137

me! O redster van die u aanroepen, red mij!

GEBED TOT MARIA. O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 194-

BEZOEK XVI.

Gebed van voorhereiding: Heer Jcsus Christus, enz. Biz. 3G.

Och, of de menschen altijd hun toevlucht namen tot het allerheiligste Sacrament des altaars, om er geneesmiddelen te zoeken tegen hunne kwalen, dan zouden zij niet zoo ongelukkig wezen, als zij thans zijn. Jere-mias weeklaagde : Numquid re-sina (of volgens de Chaldeeuw-sche overzetting: numquidbal-scunuvt) non est in Galaad, aut medicus non est ibi 1) ? Is geen

i

') Jer. 8. 22.

-ocr page 195-

BKZOEK XVI. 139

balsem in Galaad, of is daar geen geneesheer? Galaad, eene bergstreek in Arabië, en gelijk Beda aanteekent, zeer rijk aan welriekende zalven, is een afbeeldsel van Jesus Christus, die in het altaargeheim alle geneesmiddelen voor onze kwalen gereed houdt. Waarom klaagt gij dan (zoo schijnt de Verlosser ons te zeggen), o kinderen van Adam, waarom klaagt gij over uwe kwalen, daar gij voor iedere kwaal in dit H. Sacrament don geneesheer hebt en het geneesmiddel tevens ? Ventte ad me om-nes, ... et ego reficiam vos '): komt allen tot mij, .. . en ik xal n verkwikken. Mijn Jesus, met de zuster van Lazarus kom ik u zeg-

') Math. 11. 28.

-ocr page 196-

] 40 BEZOEK XVI.

gen: Ecce, quem canas, infirnia-fur '); zie, dien gij lief hebt, is krank. Ik, Heer, ik ben die ellendige, dien gij lief hebt; mijne ziel is gewond door de zonden, welke ik bedreef. O mijn goddelijke geneesheer: ik kom tot u om gezond te worden. Als gij wilt dan kunt gij mij genezen. Scma animam meam, quia peccavi tibi 2): genees mijne ziel, want ik heb tegen u gezondigd.

Trek mij tot n, mijn allerzoetste Jesus, door de beminnelijke banden uwer liefde. Met u vereenigd zijn, is mij grooter genoegen, dan heer en meester te zijn van geheel de aarde! U beminnen is al wat ik in de wereld verlang. Ik kan u maar

') Joan. 11. 3. 2) Ps. 40. 5.

-ocr page 197-

BEZOEK XVI. 141

weinig aanbieden, maar kon ik alle koninkrijken der aarde verkrijgen, dan zou ik die enkel en alleen willen, om er aan te kunnen verzaken ter liefde van u ! Nu doe ik ter liefde van u afstand van alles, waar ik afstand van kan doen, van al mijne verwanten, van alle gemakken des levens, van alles wat mij behagen kan, zelfs van geestelijke vertroostingen! U schenk ik mijne vrijheid en mijnen wil, u breng ik al mijne neigingen ten offer! U bemin ik, oneindige goedheid, u bemin ik meer dan mijzelven, en ik hoop u te beminnen in alle eeuwigheid!

-ocr page 198-

BEZOEK XVI.

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik schenk mij aan u, neem mij toch aan!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

142

Gij hebt, o mijne koninginne, tot de H. Brigitta gezegd: QuantumcumqKe homo peccet, si ex vera immdatione ad mc reversus fucrit, statim parata .sum recipere revertentem; nee attendo quantum peccaverit, sed cum qua li voluniate venit: nam non dedignor ejus plagas ungerc et sanare, quia vocor (et vere sum) Mater misericordiae ') ; „Hoe zwaar ook iemand ge-

') Rev. I. 2. c. 23.; 1. 6. c. 117.

-ocr page 199-

BEZOEK XVI.

143

„zondigd licbbe, als hij met „ waar berouw tot mij terugkeert, „dan ben ik bereid hem weer „op te nemen. Dan let ik niet „meer op de menigte zijner „zonden, maar op den goeden „wil, met welken hij komt. „Gaarne wil ik zelve zijne won-„den zalven en genezen; want „ik word genoemd (en ik ben „ook inderdaad) de moeder van „barmhartigheid.quot; Daar gij mij dus genezen kunt en het ook verlangt, zie mij dan hier. Ik neem mijne toevlucht tot n, geneeskundige des hemels, genees de vele wonden mijner ziel. Door een enkel woord, tot uwen Zoon gesproken, zal ik genezen zijn.

-ocr page 200-

BEZOEK XVI.

SCHIETGEBED.

O Maria, heb metlelijden met mij!

O allerheiligste enz. Blz. 47.

141

-ocr page 201-

BEZOEK XVII.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Voor minnende zielen is geen grooter genoegen dan het bijzijn van hen, die zij liefhebben. Als wij dus veel liefde hebben voor Jesus Christus, welaan dan, wij zijn hier in zijne tegenwoordigheid. Jesus in het H. Sacrament ziet ons, hoort ons; hebben wij hem niets te zeggen ? Zoeken wij onzen troost in zyn gezelschap, verblijden wij ons over zijne heerlijkheid, en over de liefje, welke zooveel minnende zielen het H. Sacrament toedragen;

10

-ocr page 202-

BEZOEK XVII.

146

wenschen wij vurig, dat allen hem mogen liefhebben en hem hunne harten geheel en ol toewijden. Wij ten minste, schenken wij hem geheel ons hart, hij alleen zij het eenige voorwerp onzer liefde, hij alleen al ons verlangen ! Pater Salesius, van de sociëteit van Jesus, werd reeds in zijne ziel getroost als hij over het allerheiligste Sacrament sprak; hij kon het nooit ■dikwijls genoeg bezoeken; werd hij geroepen, keerde hij naar zijne kamer terug, of moest hij door het huis gaan, altijd maakte hij van zulke gelegenheid gebruik om een bezoek te brengen bij zijn beminden Meester. Zóo bemerkte men, dat er nauwlijks een uur van den dag voorbijging, waarin hij niet

-ocr page 203-

BEZOEK XVII.

147

een oogenblik bij het heilig Sacrament verwijlde. Hij verdiende dan ook door de handen der ketters gedood te worden, terwijl hij de waarheid van liet H. Sacrament verdedigde. O mocht ik ook zoo gelukkig zijn! Mocht ik sterven voor zoo schoone zaak: sterven, om de waarheid te verdedigen van het Sacrament, waardoor gij, o allerbeminnelijkste Jesns, ons al de teederheid hebt doen kennen van de liefde, welke gij ons toedraagt. Doch gij, o mijn Meester, die zoo vele wonderwerken doet in dit H. Sacrament, doe ook nog dit andere wonder: trek mij geheel tot n! Doe het, want gij verlangt, dat ik ii geheel toebehoore, en gij verdient het zeker maar al te

-ocr page 204-

148 liEZOEK xvn.

zeer! Geef mij de genade u uit geheel mijn hart te beminnen. Geef de goederen dezer wereld aan wie gij wilt, ik verzaak aan alles. Uwe liefde! Ik verzucht naar niets anders, ik wil niets anders. Ik zoek niets anders en wil naar niets anders trachten. Ik bemin u, mijn Jesus, maak, dat ik u altijd beminne, u be-minne en niets anders!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, wanneer zal ik u in waarheid beminnen?

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

O mijn allerzoetste koningin.

-ocr page 205-

BEZOEK XVII. 149

hoe bevalt mij de schoone naam, met welken uwe dienaren u begroeten : Maler amabilis. „Be-„minnelijke moeder!quot; Ja, inderdaad, mijne vrouwe, gij zijt allerbeminnelijkst! Uwe schoonheid deed zelfs uwen koning behagen in u vinden: Concupivit rex specieni tuam. „Uw naam „alleen, o zoete, o goedertierene, ,,o nooit volprezen Maria, uw „naam alleen,quot; zegt de H. Bona ventura, „is zoo beminne-„lijk voor hen, die u liefhebben, „dat zij, alleen bij het noemen „of hooren noemen daarvan, „zich opgewekt voelen en ver-„langen, u nog meer te bedlinnenquot;. O dulcis, o pia, o mullum laudahilis Maria! Ta nee noininari pot es, quin aecendas, nee coy Har i, quin

-ocr page 206-

150 BEZOEK XVII.

recrees affectns cliligentium te 1).

Het is dus billijk, mijne lieve moeder Maria, dat ik u be-minne. Maar u slechts beminnen is mij niet genoeg. Ik wil uw vurigste minnaar zijn, die u eerst hier op aarde en daarna in den hemel, na God het meest bemin.

Is dit verlangen te stout, weet dan, dat gij zelve daarvan de oorzaak zijt, èn door uwe beminnelijkheid, amp;n door de bijzondere liefde, welke gij mij betoond hebt. Waart gij minder beminswaardig, ik zou ook niet zoo zeer verlangen u te beminnen. Aanvaard dan, o koninginne, dit mijn verlangen, en ten teeken, dat gij het aan-

1

Spec. B. V. c. 9.

-ocr page 207-

BEZOEK XVII. 151

genomen hebt, verkrijg mij van God die liefde, welke ik u vraag; want de liefde tot u is hem zoo welgevallig.

SCHIETGEBED.

Mijne allerbeminnelijkste moeder, ik bemin u veel!

GEBED TOT MAKIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

' quot; I

. .

-ocr page 208-

BEZOEK XVII.

recrees affcctns diligentium te 1).

Het is dus billijk, mijne lieve moeder Maria, dat ik u be-minne. Maar u slechts beminnen is mij niet genoeg. Ik wil uw vurigste minnaar zijn, die u eerst bier op aarde en daarna in den hemel, na God het meest bemin.

150

Is dit verlangen te stout, weet dan, dat gij zelve daarvan do oorzaak zijt, èn door uwe beminnelijkheid, èn door . de bijzondere liefde, welke gij mij betoond hebt. Waart gij minder beminswaardig, ik zou ook niet zoo zeer verlangen u te beminnen. Aanvaard dan, o koninginne, dit mijn verlangen, en ten teeken, dat gij het aan-

1

Spec. B. V. c. 9.

-ocr page 209-

BEZOEK XVII. 151

genomen hebt, \ eikrijg mij van Goc] die liefde, welke ik u vraag; want de liefde tot u is hem zoo welgevallig.

SCHIETGEBED.

Mijne allerbeminnelijkste moeder, ik bemin u veel!

GEBED TOT MA UIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 210-

BEZOEK XVIII.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Eens zal Jesus in het dal van Josafat als rechter zetelen op een troon van majesteit; maar hier, in het H. Sacrament, zetelt hij op een troon van liefde. Als een koning, alleen om zijn liefde te toonen voor een armen herder, zich in diens dorp met dei-woon kwam vestigen, zou het dan in dien herder geen groote ondankbaarheid verraden, als hij zijnen vorst niet dikwijls ging bezoeken ? Ook als hij weet, dat de vorst altijd zeer verlangt hem te zien, dat hij, juist om hem dikwijls te kunnen zien, daar

-ocr page 211-

BEZOEK XVIir.

r; zijne woonplaats gekozen heeft?

Ja, mijn Jesus, ik begrijp het, ter liefde van mij hebt gij uwe woning in het H., Sacrament dos altaars willen nemen. Ware het mij gegeven nacht en dag in uwe tegenwoordigheid te blijven. „Als de engelen, o mijn „God, opgetogen van verwon-„dering over de liefde, welke „gij ons toedraagt, u onophou-„delijk omringen, hoeveel meer „ben ik dan niet verplicht tot u „te komen? Om mijnentwil rust „gij op dit altaar! Ten minste „moet ik u liet genoegen geven, „dat ik hier voor u verschijne „om uwe liefde en goedheid „jegens mij te prijzen !quot; In con-■speetu angelorwn psallam tibi, adoraho ad templnm sanctum tuain, et confitehor nomini tno

153

-ocr page 212-

154 BEZOEK xvur.

super misericordia tua et veri-tale tua ').

O mijn God, hier in het H. Sacrament tegenwoordig, o brood der engelen, o goddelijke spijze, ik bemin u! Maar ik ben niet voldaan over mijne liefde en ook gij zijt daarover niet tevreden. Ik bemin n, maar ik bemin u veel te weinig! Zorg gij, o mijn Jesus, dat ik beter kenne, wat oneindige schoonheid en goedheid ik bemin! Maak, dat mijn hart alle aard-sche neigingen verbannc om geheel en al toegankelijk te zijn voor uwe goddelijke liefde! Om mij geheel van liefde tot u te vervullen, en u geheel met mij te vereenigen, daalt gij iederen

■) Ps. 137. 1.

-ocr page 213-

BEZOEK XVIII.

dag uit den hemel op onze altaren neder. Is het dan niet billijk, dat ik aan niets anders denke dan om u te beminnen, u te aanbidden, en aan u te behagen? Ik bemin u uit al de krachten mijner ziel en met al de teederheid mijns harten. AVilt gij mij die liefde vergelden, o geef mij dan nog meer liefde, meer ijver om u altijd meer te beminnen, en altijd vuriger te verlangen om u te behagen.

SCHIETGEBED.

Jesus, mijne liefde, geef mij liefde!

Geestelijke communie. BIz. 34.

AAN MARIA.

Gelijk armen, bij ziekte, om hun ellende van allen verlaten.

155

-ocr page 214-

156 BEZOEK XVIII.

toch nog huisvesting vinden in openbare gasthuizen, zoo gaat liet ook met de ellendigste zondaars ; hoewel van allen verstoo-ten, worden zij toch niet ver-stooten door de barmhartigheid van Maria. „Giod immers heeft „haar daarom in de wereld gesteld, „opdat zij de toevlucht zou zijn, „en het openbaar gasthuis voor „de zondaars.quot; Zoo spreekt de H. Basilius: Aperuit Deus pec-catoribus publicum valeiudina-riuni. De H. Ephrem noemt haar dan ook: Diversorium pec-catorum 1).• „eene wijkplaats „voor de zondaars.quot; Bijgevolg, o mijne koningin, als ik mijne toevlucht tot u neem, kunt gij mij niet verstoeten om mijne

') De laud. Dei Gen,

-ocr page 215-

BEZOEK XVIir. 157

zonden; integendeel, hoe ellendiger ik ben; zoo veel meer reden is er om door n in bescherming genomen te worden. God heeft u geschapen, om de toevlucht te zijn der meest ellen-digen. Ik kom dan tot u, o Maria, om te schuilen onder uwen mantel! Gij zijt, de toevlucht der zondaars, wees dan ook mijne toevlucht, de hoop mijner zaligheid! Als gij mij verstoot, tot wien zal ik dan mijne toevlucht nemen?

SCHIETGEBED.

O Maria, mijne toevlucht, maak dat ik zalig worde!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 216-

BEZOEK XIX.

Gebed van voorbereiding/Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Iedereen is gaarne in gezelschap van een vriend, die hem dierbaar is: en zou ons, in dit dal van tranen, het gezelschap van den beste der vrienden niet aangenaam zijn? Van hem, die ons alle goed kan doen, die ons vurig bemint en daarom ook altijd bij ons blijft? Zie, daar in het H. Sacrament, daar kunnen wij met Jesus spreken, zoo lang wij willen ; daar kunnen wij ons hart voor hem openen, hem onze -behoeften openbaren, hem zijne genade vragen ; daar

-ocr page 217-

BEZOEK XIX.

159

kunnen wij, in één woord, met het grootste vertrouwen en zonder de minste verlegenheid ons met den koning des hemels onderhouden.

Zeer gelukkig voorzeker was Joseph, toen God met zijn genade tot hem afdaalde in den kerker om hem te troosten, zooals de H. Schrift verzekert: Descendd cum Ulo in foveam, et in vinculis non dereliquit eum Doch veel gelukkiger zijn wij, die op deze aarde, zoo vol van ellenden, onzen menseh-geworden God altijd bij ons hebben, terwijl hij ons, door zijne wezenlijke tegenwoordigheid, met zooveel liefde en medelijden bijstaat al de dagen van ons leven !

l) Sap. 10. 13.

-ocr page 218-

160 BEZOEK XIX.

Is het geen troost voor een armen gevangene, een teederen vriend te hebben, die zich met hem onderhoudt, hem troost, hem hoop geeft, hulp verleent, en er slechts op zint hem uit zijn ellende te redden? Doch zie dan onzen goeden vriend Jesns Christus, die ons in het H. Sacrament moed inspreekt en zegt: Ecce ego vobiscum sum omnibus diebus '); ■x.ie ik ben met u alle dagen. Als wilde hij zeggen: zie mij hier, geheel voor u; ik ben uit den hemel neergedaald in uwen kerker, om u te troosten, te helpen en te verlossen. Heet mij dan welkom, houdt het altijd met mij, bindt u aan mij vast, en gij zult uwe ellende niet

') Matth. 28. 20.

-ocr page 219-

BEZOEK XIX. 161

meer gevoelen, en later zult gij met mij gaan in mijn koninkrijk, waar ik u volmaakt gelukkig zal maken.

O God, o onbegrijpelijke liefde, wijl gij u gewaardigd hebt zoo barmhartig voor ons te zijn, om uit den hemel op onze altaren neer te dalen, wil ik mij ook voornemen u daar dikwijls te komen bezoeken. Ik wil zooveel mogelijk genieten van uwe allerzoetste tegenwoordigheid, die het geluk is der heiligen in den hemel. Oeh, ware het mij gegeven altijd in uwe tegenwoordigheid te kunnen blijven om u te aanbidden en akten van liefde te verwekken! Wek gij mijne ziel op, ik bid het n, wanneer ik uit lauwheid of om wereldsche bell

-ocr page 220-

BEZOEK XIX.

slouuneringen zou nalaten u te bezoeken. Ontsteek in mij een vurig verlangen om altijd bij u te zijn in dit Sacrament. Ach, mijn liefdevolle Jesus, hadde ik u toch altijd bemind ! Hadde ik altijd getracht u te behagen! 't Is mij een troost, dat mij nog tijd blijft om het te doen, niet slechts in het andere, maar ook nog in dit leven. Ik wil het doen, ik wil u oprecht beminnen, u, mijn opperste goed, mijne liefde, mijn schat, mijn al! Ik wil u beminnen uit al mijne krachten!

SCHIETGEBED.

162

O mijn God, help mij, opdat ik u beminne!

Geestelijke enmmunie. BI;!. 84.

-ocr page 221-

BEZ0I3K XIX.

163

AAN MA EI A.

De goclvnichtigc Bernardus de Bustis zegt; 0 peccator, 110» diffidas, sed secure ad istam Dominam recur ras; invenies earn manibus plenarn n/isei i-cordia et largiiaie1). „Zondaar, „wie gij zijn moogt, wanhoop „niet, maar neem uwe toevlucht „tot die vrouwe mot de zekerheid „van geholpen te worden, gij zult „haar vinden de handen vol van „barmhartigheid en genade.quot; „Wees overtuigdquot; voegt hij erbij, „dat die allergoedertierenste ko-„ningin meer verlangt u wel te „doen, dan gij verlangt door „haar begunstigd te worden.quot; Plus enim ipsa desidcrat fa cere

') Mar. p. 2. Sorni. 5.

-ocr page 222-

164 BEZOEK XIX.

tibi bonum, quam tu accipere comujnscas. Altijd, o mijne ko-ninginne, altijd wil ik God danken, dat hij mij u heeft leeren kennen. O hoe ongelukkig zou ik wezen, als ik u niet kende, of u vergat! Dan zou het slecht staan met mijne zaligheid! Maar ik loof u; mijne moeder, ik bemin u, en ik heb in u zoo groot vertrouwen, dat ik geheel mijne ziel in uwe handen stel!

SCHIETG EDED.

O Maria, zalig hij, die u kent en in u zijn vertrouwen stelt!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 223-

BEZOEK XX.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

In die illa er it fons patens domui David et hahitantibus in Jerusalem, in ablutionem pecca-toris1); te dien dage, zegt Zacha-rias, xal er voor het huis van David en voor de imconers van Jeruxalem eene bron geopend ivexen tot afwassching des zondaars. Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament is die bron, door den profeet voorspeld, die bron voor allen toe-

') Zach. 13. 1.

-ocr page 224-

BEZOEK XX.

166

gankelijk, en in welke wij, zoo vaak wij het willen, onze zielen kunnen reinigen van alle smetten der zonden, welke iederen dag ons aankleven. Welk heerlijker middel kan iemand ooit vinden, als hij eene fout begaat, dan terstond zijne toevlucht te nemen tot het allerheiligste Sacrament! Zeker, o mijn Jesus, ik neem mij vastelijk voor dat altijd te zullen doen; want ik hen overtuigd, dat de wateren van deze uwe bron mij niet alleen zullen reinigen, maar mij nog licht en kracht zullen geven om niet weer te vallen, om de tegenspoeden met blijdschap te dragen, en om tevens ontvlamd te worden in liefde tot u! Daarom, ik weet het, wacht gij, dat ik u bezoeke; want

-ocr page 225-

BEZOEK XX. 16V

met zoo groote genaden beloont gij de bezoeken van hen, die u beminnen. Reinig nij dan, mijn Jesus, van alle misslagen, welke ik dezen dag begaan heb; zij zijn mij leed, omdat ik er u door mishaagd heb; verleen mij kracht om er niet meer in te hervallen, door mij een groot verlangen te geven naar eene groote liefde tot u. O, ware het mij vergund altijd bij u te blijven, zooals uwe trouwe dienstmaagd Maria Diaz, eene tijdge-noote der H. Teresia. Zij had verlof van den bisschop van Avila, om in eene afgezonderde plaats der kerk te wonen, waar zij als voortdurend bij Jesus in het H. Sacrament verwijlde. Zij noemde hem haren gebuur, en verliet hare plaats niet dan om te

-ocr page 226-

BEZOEK XX.

biechten en te eommuniceeren. De eerbiedwaardige broeder Franciscus van het kind Jesus, ongeschoeid Camieliet, kon het niet van zich verkrijgen een kerk voorbij te gaan, waar het H. Sacrament rustte, zonder een oogenblik daar binnen te treden. „Immers,quot; zeide hij, „het voegt „niet, dat een vriend het huis „van zijn vriend voorbij gaat, „zonder hem ten minste te groenten en een enkel woord met „hem te wisselen.quot; Maar Franciscus was met geep enkel woord tevreden ; hij bleef altijd bij zijn dierbaren meester, zoolang liet hem geoorloofd was.

O mijn eenig en oneindig Goed, ik begrijp, dat gij dit H. Sacrament hebt ingesteld en op dit altaar hebt willen rusten.

108

-ocr page 227-

BEZOEK XX. 169

om door mij bemind te worden, cn dat gij mij daarom een hart gegeven hebt in staat om u veel te beminnen. Maar ondankbare, die ik ben, waarom bemin ik u dan niet? Of waarom bemin ik ii zoo weinig? O neen, het is niet billijk slechts weinig liefde te koesteren voor eene goedheid, zoo beminnelijk als gij zijt! Althans uwe liefde jegens mij verdiende eene andere liefde van mijne zijde. Gij zijt een onein-God, ik ben een ellendige aardworm! Het zou weinig betee-kenen, als ik mij voor u opofferde cn stierf voor u, die voor mij gestorven zijt, voor mi j iu het Sacrament verblijft, en die ii nog dagelijks ter liefde van mij slachtoffert op het altaar. Ja, gij verdient veel bemind

-ocr page 228-

BEZOEK XX.

te worden, en ik wil u veel beminnen. Help mij, mijn Jesus, help mij u beminnen! Help mij te doen, wat u zoo behaagt en gij zoozeer van mij verlangt.

SCHIETGEBED.

Dilectus mens mihi et ego illi.

Mijne beminde is aan mij, en ik ben aan hem !

Goostclijkc communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

O mijne allerzoetste, allermild-ste en allerbeminnelijkste koningin, wat groot vertrouwen boezemt de H. Bernardus mij in, als ik mijne toevlucht neem tot u! Hij zegt, „dat gij nietonder-„ zoekt naar de verdiensten van „hen, die uwen bijstand inroepen.

170

-ocr page 229-

BEZOEK XX. 171

„maar dat gij bereid zijt hulp te „verleenen aan allen, die u vra-„ genquot;: Maria non discutit merit a, sed omnibus se exorabilem prae-bct. Als ik u dus vraag, luistert gij met liefde naar mijne bede. Hoor dan, waarom ik u nu bid. Ik ben een arme zondaar, die duizendmaal de hel verdien. Ik wil echtet van leven veranderen, ik wil mijn God beminnen, dien ik zoozeer beleedigd heb. Ik wijd mij aan u toe als uw dienaar en geef mij geheel aan u, hoe ellendig ik ook ben. Eed hem dan, zoo wil ik u toeroepen, red hem, die niet meer zichzelven maar u toebehoort! O mijne koninginne, hebt gij mij begrepen ? Ja, ik hoop, dat gij mij verstaan hebt en verhoord tevens!

-ocr page 230-

172 BEZOEK XX.

SCHIETGEBED..

O Maria, tuus sum ego sal-vum me fac I).

O Maria, ik behoor u toe; maak mij dan zalig!

GEBED AAN MARIA. O allerheiligste, enz. Blz. 47.

') Ps. 118. 94.

-ocr page 231-

BEZOEK XXI.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

übiciunqae fuerit corpus, illic congregahiintur et aquilae '). Overal, waar een lichaam is, daar zullen ook de arenden vergaderen. Door dit lichaam, waarom zich de arenden verzamelen, verstaan de heiligen gewoonlijk het lichaam van Jesus Christus, en door de arenden verstaan zij de zielen, die zich, onthecht aan de wereld, boven het aardsche verheffen en hunne vlucht nemen

') Matth. 24. 28.

-ocr page 232-

174 BEZOEK XXI.

ten hemel! Derwaarts immers richten zij altijd hunne gedacli-ten en hunne verlangens, daar hebben zij hun voortdurend verblijf gevestigd. Die arenden nu vinden op aarde hun hemel daar, waar Jesus rust in het H. Sacrament ! Zij schijnen zich nooit te kunnen verzadigen, altijd verlangen zij in zijne tegenwoordigheid te blijven. „Als de aren-„den,quot; zegt de H. Hieronymus1), „reeds op den reuk van eenig „dood lichaam, van verre komen „aanvliegen om daar op te azen; „hoeveel meer moeten wij ons „niet verplicht achten tot Jesus „in het H. Sacrament te snellen, „als tot het heerlijkste voedsel „voor onze harten?quot; De heiligen

') In Matth. 1. c.

-ocr page 233-

BEZOEK XXI.

175

zochten dan ook altijd, in dit dal van tranen, als dorstende herten naar die hemelsche fontein. Pater Balthazar Alvarez, van de sociëteit van Jesus, was gewoon, onder welke bezigheden dan ook, dikwijls zijn oogen te slaan naaide plaats, waar hij '.vist, dat het H. Sacrament was; hij ging het zeer dikwijls bezoeken, ja, nu en dan bracht hij daar geheele nachten door. Hij stortte tranen als hij zag, hoe men zich i n de paleizen van do grooten dei-aarde schier verdrong, om het hof te maken bij een mensch, van wien men een ellendig tijdelijk goed verhoopte, terwijl de kerken verlaten stonden; de kerken, waar de hoogste koning dei-wereld onder ons wil wonen, waar hij, rijk aan onschatbare

-ocr page 234-

BEZOEK XXI.

en eeuwige goederen, op een troon van liefde zetelt. Overgroot noemde hij dan ook het geluk der kloosterlingen, die zonder uit hun huis te gaan, bij dag en bij nacht, zoo dikwijls zij willen, hunnen grooten koning kunnen bezoeken, wat de menschen in de wereld niet kunnen doen.

O liefdevolle meester, hoewel gij mij kent, zoo afschuwelijk en zoo ondankbaar voor uwe liefde, houdt gij toch niet op, mij met zooveel goedheid tot u te roepen, ik wil dan ook geen moed verliezen om wille mijner ellende. Neen, ik kom en nader tot u; aan u is het een geheel ander mensch van mij te maken ; verban uit mijn hart iedere liefde, die niet voor u is, elk

176

-ocr page 235-

BEZOEK XXI.

verlangen, dat u mishaagt, iedere gedachte, die niet tot u leidt. Mijn •Testis, mijne liefde, mijn schat, mijn al! U alleen wil ik voldoen, u alleen wil ik behagen. Gij alleen zijt al mijne liefde waardig, ik wil u alleen uit geheel mijn hart beminnen. Maak mij los. Heer, van alles, hecht mij aan u alleen, maar hecht mij zoo vast, dat ik mij niet meer van u kunne losrukken, noch in dit, noch in het andere leven.

SCHIETGEBED.

Jesu mi dulcissimc, ne per-mi Has me separari a te ! AHei-liefste Jesus, laat niet toe, dat ik ooit van u gescheiden worde!

Geestelijke communie. Blz. 34.

12

177

-ocr page 236-

BEZOEK XXI.

178

AAN MARIA.

Dionysius deKarthuizer noemt de allerh. maagd: Advocata om-nium ini,quorum ad earn confu-gientium'): „voorspreekster van „alle zondaars, die tot haar hunne „toevlucht nemen.quot; O verheven moeder Gods, is het uw ambt de zaak te verdedigen der grootste booswichten, die tot u hunne toevlucht nemen, zie mij heden hier aan uwe voeten. Ik vlied tot u, en zeg u met den H. Thomas van Villanova: Eja ergo, Advocata nostra, officium iuum imple 2): „welaan dan, onze „voorspreekster, oefen nu uwe „bediening uit, neem de ver-

') De Laud. V. M. 1. 2. a. 23. 8) In Nat. B. V. Conc. 3.

-ocr page 237-

BEZOEK XXI. 179

„dediging mijner zaak op u!quot;

Het is waar, ik heb mijnen Heer en God al te zwaar be-leedigd, nadat hij mij met zoo veel genaden en weldaden overladen had; doch, helaas, het kwaad is geschied, gij kunt mij nog redden; het is voldoende tot uwen God te zeggen, dat gij mij onder uwe bescherming neemt, en ik zal vergiffenis bekomen en zalig worden.

SCHIETGEBED.

Mijne dierbare moeder, gij moet mij zalig maken!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 238-

BEZOEK XXII.

Gebed rem voorhereicKiuj: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Do bruid \'uii liet Hooglied zocht haren bruidegom, en, als zij hem niet vond, ging zij al vragende rond: Num, quem dili-(jii anima niea, vidistis ') ? Hebt (jij hem, dien mijne ziele lief-beeft, niet gezien? Toen was Jesus niet op aarde; maar als nu eene ziel, die Jesus bemint, haren geliefde zoekt, dan vindt zij hem altijd in het allerheiligste Sacrament. De gelukzalige Pater

quot;) Cant. 3. 3.

-ocr page 239-

Avila was gewoon te zeggen, dat lüj onder alle heiligdommen zich geen aantrekkelijker kon voorstellen of verlangen, dan eene kerk, waar Jesus rust in het H. Sacrament. O oneindige liefde van mijn God, oneindige liefde waardig! Hoe kwaamt gij er toch toe, o mijn Jesus, om u zoo diep te vernederen, dat gij u wildet verbergen onder broodsgedaante, alleen om onder de menschen te wonen en u met hunne harten te vereenigen ? O menschgewordcn Woord, gij hebt u zoo diep willen vernederen ten gevolge uwer overgroote liefde! Hoe is het mogelijk, dut ik u niet bemin uit al mijne krachten, ik, die weet hoeveel gij gedaan hebt, om mijne liefde te winnen? Ja, ik bemin u veel.

-ocr page 240-

BEZOEK XXII.

182

en daarom zoek ik uw welbehagen boven al mijne belangen en boven al mijne neigingen. Ik wil er mijn genoegen in vinden, om u te behagen, mijn Jesus, mijn God, mijne liefde, mijn al! Ontsteek in mij een vurig verlangen, om voortdurend te verschijnen in uwe tegenwoordigheid bij het H. Sacrament, zoowel om u te ontvangen als om u daar gezelschap te houden. Ik zou een ondankbare zijn als ik niet tot u naderde, bij zoo zoete en zoo .vriendelijke uitnoodiging. Ach, Heer, maak mijn hart toch los van alle aardsche aange-kleefdheid. Gij wilt, o, mijn Schepper, het eenig voorwerp zijn van al mijne verlangens, van geheel mijne liefde. Ik bemin u, o allerbeminnelijkste goedheid van

-ocr page 241-

BEZOEK XXII. 183

mijn God. Ik vraag u niets anders dan u! Ik vraag niet, wat mij behaagt, maar wat u behaagt, dat wil ik, en dat alleen is mij genoeg. Neem, o mijn Jesus, dit goed verlangen aan van een zondaar, die u wil beminnen. Help mij met uwe genade en maak dat ik, ellendige slaaf der hel, van dit oogenblik af een gelukkige slaaf moge zijn van uwe liefde!

SCHIETGEBED.

Ik bemin u bovenal, mijn Jesus, mijn eenig Goed!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Allerzoetste koningin en mijne moeder Maria, ik moet het bekennen, ik ben slechts een laag oproerling tegen uwen grooten

-ocr page 242-

184 BEZOEK XXII.

Zoon; maar vol berouw kom ik uw medelijden inroepen, opdat gij mij vergiffenis zoudt verwerven. Zeg niet, dat gij het niet kunt; de H. Bernardus noemt u ; Ministro, propitiatio-nis '); , middelares van verzoe-„ning.quot; Het ig bovendien ook uwe zaak, hen, die in nood zijn, te helpen, gelijk de H. Ephrem u toeroept: Opitula-trix periclitantium 2): „hulpe ,der noodlijdenden.quot; O mijne koninginne, wie verkeert in groo-ter gevaar dan ik? Ik heb ooit mijnen God verloren, ik zal dan, dat is zeker, veroordeeld geweest zijn tot de hel; maar heeft God mij reeds vergeven? Dat

') In Sign. magn. ') Do Laud. Dei Gen.

-ocr page 243-

BEZOEK XXII.

weet ik niet; doch zoo ja, dan kan ik hem weer opnieuw verliezen. Gij kunt echter alles voor mij verkrijgen, en ik verhoop door u alle goed: de vergiffenis, de volharding, den hemel! Ik hoop eenmaal tot het getal van die gelukzaligen te behooren, die, door uwe voorspraak zalig geworden, het meest uwe barmhartigheid zullen roemen!

SCHIETGEBED.

Misericordias Mariae in aeter-num cnntabo, in aeternum can-tnbo, Amen, amen, „Eeuwig, „eeuwig wil ik Maria's barmhar-„tigheid prijzen. Amen, amen!quot;

GEBED ÏOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

185

-ocr page 244-

BEZOEK XXIII.

Gebed van voorbereiding: Heer Jcsus Christus, enz. Blz. 36.

Hoe vele christenen getroosten zich tal van vermoeienissen en stellen zich daarbij bloot aan groote gevaren, om naar het heilig land te reizen en de plaatsen te bezoeken, waar onze beminnelijke Zaligmaker geboren werd, geleden heeft en gestorven is! Voor ons is het onnoodig, zoo lange reis te maken en ons aan zooveel gevaren bloot te stellen. Jesus is zelf bij ons, en woont in onze kerken, slechts weinige stappen van onze huizen verwijderd. Als pelgrims,

-ocr page 245-

BEZOEK XXIII.

187

zegt de H. Paulinus, het voor een groot geluk houden een weinig stof, van de kribbe of %'an het graf van Jesus, mede te brengen uit het H. Land; met welke geestdrift moeten wij dan het H. Sacrament, waar diezelfde Jesus in persoon tegenwoordig is, niet bezoeken? En dat bezoek kost ons geen moeite en gaat niet met gevaren gepaard! Een kloosterling wien God eene groote liefde tot het H. Sacrament had ingeboezemd, schreef onder meer het volgende in een brief: „Ik heb bemerkt,quot; zeide hij, „dat alle goed mij gekomen „is door het H. Sacrament! Ik „heb mij dan ook geheel en al „aan Jesus in dat H. Geheim „overgegeven en toegewijd. Ik „zie een ontelbare menigte van

-ocr page 246-

BEZOEK XXIir.

188

„genaden, welke niet gegeven „worden, omdat men zijne toe-„ vlucht niet neemt tot dit .goddelijk Sacrament. Ik zie „liet groot verlangen onzes „Heeren om in dit Sacrament „zijne genaden uit te deelen. O „heilig geheim! O heilige offer-„hande! Waar in de wereld „toont God ons meer zijne al-„macht dan in dit Offer? Alles, „wat God ooit voor ons deed, „'t is alles in dit H. Offer ver-„vat! Benijden wij de geluk-„zaligen niet; want wij bezitten „op aarde denzelfden goddelijken „meester, door een nog grooter „wonder zijner liefde ! Zorg toch, „dat allen met wie gij omgaat, „zich wijden aan het H. Sacra-„ment. Ik spreek zoo, omdat „dit heilig geheim mij als ver-

-ocr page 247-

BEZOEK XXIII,

, voert. Ik kan niet ophouden „te spreken over het allerheiligste Sacrament, dat zoo „verdient bemind te worden. Ik „weet niet, wat ik doen moet „voor Jesus in het H. Sacra-„ment!quot; Zoo eindigt de brief.

O Serafijnen, gij, die door zoeten liefdebrand ontstoken, daar zweeft rondom uwen en mijnen Heer, 't is toch niet ter liefde van u, maar ter liefde van mij, dat die koning dei-hemelen zich in dit Sacrament heeft willen verbergen. Ik ben het dan ook, o heilige engelen, die branden moet van liefde, gij derhalve ontsteekt mijn hart door uwen gloed, opdat ik, met u vereenigd, van liefde moge branden. O mijn Jesus, doe mij toch de grootheid der liefde

189

-ocr page 248-

1ÏEZOEK XXIII.

kennen, welke gij den mensch toedraagt! Moge dan bij het zien uwer zoo groote liefde, het verlangen van u te beminnen en u te behagen steeds meer en meer in mij groeien. Ja, ik bemin u, allerbeminnelijkste Jesus, ik wil u altijd beminnen, en u beminnen alleen om u te behagen!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, ik geloof in u, ik hoop op u, ik bemin u, en ik wijd mij aan u toe!

Geestelijke communie. Biz, 34.

AAN MARIA.

De H. Bonaventura noemt u, o allerbeminnelijkste maagd; Ma-

190

-ocr page 249-

BEZOEK XXIII. 191

ter orphcüLornm ').• „Moeder der „weezen,' en de H. Ephrem: Susceptio orphanorum 2): „toe-„vlucht der weezen.quot; Welnu, wie zijn die ongelukkige weezen? Wie anders dan de arme zondaars, die God, hun vader, verloren hebben ? Ik neem dan tot u mijne toevlucht, o allerheiligste maagd Maria, ik heb mijnen vader verloren ; maar gij zijt mijne moeder, en door u zal ik hem terugvinden. In mijn zoo droe-vigen toestand roep ik uwe hulp in, sta mij dan bij. Zal ik ongetroost blijven? Neen, zegt mij Innocentius III; Quis invocavit cam, et non est exauditus ab

') Psalt. min. B. V. a) Dc laud. Dei Gen.

-ocr page 250-

BEZOEK XXIir.

ipsa ')? , Wie heeft ooit uwe „voorspraak ingeroepen, zonder „dat gij acht op hem gegeven „en hem geholpen hebt'?quot; Wie ging ooit verloren, die zijne toevlucht nam tot u ? Alleen hij gaat verloren, die niet tot u zijn toevlucht neemt. Welaan dan, mijne koninginne, als gij wilt, dat ik zalig worde, maak dat ik altijd voortga u aan te roepen, en op u mijn vertrouwen te stellen.

SCHIETGEBED.

Allerheiligste maagd, geef dat ik op u vertrouwe!

GEBED ÏOT MARIA.

O allerheiligste, enz. J51z. 47.

') De Ass. B. V. s. 2.

192

-ocr page 251-

BEZOEK XXIV.

Geheel van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Vere tu cs Deus ahscondi-tus '). Waarlijlx, (jij ;,ijt een verborgen God. Ju geen ander werk der goddelijke liefde komt de waarheid dier woorden zoo zeer uit, als in dit aanbiddelijk geheim van het allerli. Sacrament, waarin God zich geheel en al verbergt. Als het eeuwig Woord de menschelijke natuur aannam, verborg het zijne Godheid en verscheen als inensch

') Isaï. 45. 15.

13

-ocr page 252-

BEZOEK XXIV.

194

op aarde; maar om met ons to blijven in dit Sacrament, „verbergt Jesus ook nog zijne „menschlieid en vertoont slechts,quot; gelijk de H. Bernardus zegt, „den schijn van brood om de tee-„dcrheid zijner liefde tot ons te „toonenquot;: Latei divinitas, latei humanitas; sohi patent viscera char i tuf is. O mijn dierbare Verlosser, als ik de buitensporige liefde beschouw, welke gij den menschcn toedraagt, dan geraak ik als buiten mijzelven, en ik weet niet, o Heer, ik weet niet meer wat te zeggen! Door die liefde tot de menschcn, zijt gij er in dit Sacrament toe gekomen, uwe majesteit te bedekken, uwen roem, uwe glorie te vernederen, er toe gekomen uw goddelijk leven, als ware het, weg te

-ocr page 253-

BEZOEK XXIV.

cijferen en te vernietigen. Ter-wijl gij daar op onze altaren rust, schijnt gij geen andere bediening te verrichten, dan de mcnschon lief te hebben en hun te openbaren, hoezeer gij hen bemint. En waar is de dankbaarheid, met welke zij uwe liefde beloonen, o grootc Zoon van God?

O Jesus, vergun mij, dat ik het zegge, gij hebt maar al te grootc liefde voor de menschen; want ik zie u, hun welzijn stellen boven uwe eigen eer! Wist gij dan niet, aan welke versmadingen gij u zoudt blootstellen door deze uitvinding uwer liefde? Ik zie het, en lang vóór mij hebt gij het gezien, dat het grootste gedeelte der menschen u daar niet aanbidt.

195

-ocr page 254-

BEZOEK XXIV.

en ii niet wil erkennen in dat H. Sacrament voor wie gij zijt. Ik weet, dat diezelfde menschen zoo menigmaal er toe kwamen de heilige hostiën met voeten te treden, op den grond, in het water cn in het vuur te werpen. Ook zie ik, dat het grootste gedeelte van hen, die in u ge-looven, o God, in plaats van dien smaad door hunne eerbe-wijzingen te vergoeden, in uwe kerken komen, om u door hunne oneerbiedigheden nog meer te mishagen, of u daar alleen laten op de altaren, dikwijls zelfs zonder godslamp of eenig noodzakelijk sieraad.

Acli, mijn allerbeminnelijkste Zaligmaker, konde ik niet mijne tranen, ja zelfs met mijn bloed, die ongelukkige plaatsen afwas-

196

-ocr page 255-

BEZOEK XXIV.

197

schen, waar uwe liefde en uw Hart in dit Sacrament zoozeer gehoond werden. Maar vermag ik dat niet, ik verlang ten minste, o mijn meester, en ik neem mij voor u dikwijls te bezoeken, om u te aanbidden, zooals ik u thans aanbid, tot vergoeding van den smaad, die u in dit goddelijk geheim door de menschen wordt aangedaan. Ontvang, o eeuwige Vader, de geringe hulde, welke u heden, ter vergoeding voor de beleedigingen, uwen Zoon in dit H. Sacrament aangedaan, gebracht wordt door den ellendigste der menschen, zooals ik ben! Ontvang ze in ver-eeniging met de oneindige eer-bewijzing, welke Jesus Christus u bracht op het kruis en nog iederen dag blijft geven in het

-ocr page 256-

BEZOEK XXIV.

allerh. Sacrament. O ware het mij mogelijk, mijn verborgen Jesus, te bewerken, dat alle menschen vervuld waren van liefde tot liet allerheiligste Sacrament!

SCHIETGEBED.

Lieve Jesus, doe u kennen, doe u beminnen!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

O mijne machtige vrouwe, wat is, bij de vrees voor mijne eeuwige zaligheid, mijn vertrouwen op ii toch groot, als ik mijne toevlucht tot u neem en dan van den eenen kant denk, hoe gij, mijne moeder, zoo rijk zijt aan genaden, dat de H. Joannes van Damascus u noemt: Pelagus

198

-ocr page 257-

IÏEZOEK XXIV.

gratiarum *): „eenc zeo van genadenquot;; de H. Bonaventura: Congregalio gratiannn1): „ver-„zamelplaats van genadenquot; ; de H. Ephrem: Fons gratiae ei iolius consolatiom's a): „de bron „van genade en van allen troostquot;; de H. Bernardinus: Flcnitudo totius honl 2): „de volheid van „alle goedquot;. Als ik van den anderen kant overweeg, hoe gij zoo genegen zijt om wel te doen, „dat „gij uquot;, gelijk de H. Bonaventura zegt, „beleedigd acht door hen, „die ii geen genaden vragen.quot; Ju te Doniiiui, peccanf, qui te non rogant. O rijkste, o wijste en goedertierenste koningin, gij

1lt;J9

1

-) Spec. B. V. C. 7.

2

*) Do Aquacd.

-ocr page 258-

BEZOEK XXIV.

kent, ik weet het, veel beter dan ik zelf tic behoeften mijner ziel, en gij bemint mij moer clan ik u beminnen kan; weet gij dus, welke gunst ik u lieden vraag? Verwerf mij die genade, welke gij weet, dat voor mijne ziel de voonloeligste is; vraag die gunst alleen, en ik ben tevreden!

SCHIETCiEBED.

Mijn God, verleen mij de genade, welke Maria voor mij vraagt!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

'200

-ocr page 259-

BEZOEK XXV.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Do PI. Paulus prijst de gehoorzaamheid van Jesus Christus, door te zeggen, dat hij gehoorzaam icas aan zijn eeuwigen Vader tot den dood- toe: Fact us obediens nsijue ad niortem 1). In liet heilig Sacrament evenwel ging Jesus nog verder; daar immers wilde hij niet alleen gehoorzamen aan den eeuwigen Vader, maar ook aan den mensch, en dat niet alleen tot

') Phil. 2. 8.

-ocr page 260-

BEZOEK XXV.

202

den dood toe, maar tot aan het einde der wereld, zoodat men zou kunnen zeggen; Factns ent ohediens usijiie ad consummatio-ncnL saeculi. Hij, de koning des hemels, daalt uit den hemel neer, gehoorzaam aan een menseh, en blijft verder op de altaren rusten, als ware het alleen om aan de menschen te gehoorzamen: Jujo autem non con Ira-dico 1): Ik spreek niet tegen. Hij blijft daar zonder zichzelven te bewegen, laat zich neerzetten, waar men hem wil plaatsen, nu eens teraanbiddinguitgesteld, dan weer opgesloten in het tabernakel; hij laat zich dragen, waarheen men hem dragen wil: in de huizen, langs de straten;

■j Isaï. 50. 5.

-ocr page 261-

BEZOEK XXV. 203

hij laat zich in de heilige communie uitreiken, aan wien men hem geven wil, aan den rechtvaardige en aan den zondaar. Toen hij op aarde omwandelde, zegt de H. Lucas, was hij gehoorzaam aan Maria en Joseph; maar m dit Sacrament gehoorzaamt hij aan zooveel schepselen, als er priesters op aarde gevonden worden: Ju/o autem non contra-dico. Ik spreek niet legen. O liefdevol Hart van mijnen Jesus, waaruit alle Sacramenten, en vooral dit Sacrament van liefde zijn voortgesproten, duld dat ik u heden toespreke! O, ik zou ii zoo gaarne zooveel eer en glorie brengen, als gijzelt' in onze kerken uwen eeuwigen Vader in dit Sacrament bewijst. Ik weet dat gij mij op dit altaar dezelfde

k

-ocr page 262-

BEZOEK XXV.

liefde toedraagt, met welke gij mij bemindet, toen gij uw goddelijk leven in eene zee van smarten aan het kruis hebt opgeofferd. Verlicht, o goddelijk Hart, verlicht hen, die u niet kennen, opdat zij u kennen mogen. Verlos door uwe verdiensten of ten minste, geef eenige verlichting van smart aan de zielen in het vagevuur, die reeds voor eeuwig uwe bruiden zijn. Ik aanbid u, ik dank u, ik bemin u, in vereeniging met alle zielen, die u thans beminnen in den hemel en op aarde!

O allerzuiverst Hart, reinig mijn hart van alle verkleefdheid aan de schepselen en vervul het met uwe heilige liefde. O allerzoetste Hart van mijn Jesus, neem bezit van mijn hart en

204

-ocr page 263-

BEZOEK XXV. 205

wel zoo, tlat ik van dit oogen-blik af ii geheel toebehoore, en altijd kunne zeggen: Quis nos separabit a charitate Dei, quae est in Christp Jcsu Domino nostro1)? Wie xal mij scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jes/is, omen Heer PO allerheiligst Hart, grif in mijn hart al de bittere smarten, welke gij zooveel jaren op aarde verdragen hebt ter liefde van mij, opdat ik door die overweging er naar hake ook iets voor n te lijden, of ten minste alle wederwaardigheden van dit leven ter liefde van u met geduld verdrage. O allernederigst Hart van Jesus, maak mij deelgenoot van uwe nederigheid! O aller-i _

') Rora. 8. 35. 39

-ocr page 264-

206 BEZOEK XXV.

zachtmoedigst Hart, doe mij dee-len in uwe zachtmoedigheid! Neem uit mijn hart weg al wat u mishaagt! Keer liet geheel tot u, opdat het niets wille, niets verlange dan alleen wat gij wilt! In één woord, maak, dat ik leve alleen om u te gehoorzamen, alleen om u te beminnen, alleen om u te behagen. Ik weet, dat ik ii maar al te veel verschuldigd ben, dat ik maar al te groote verplichtingen aan u heb, 't is weinig als ik mijzelven geheel en al voor u opoffer en vernietig!

SCHIETGEBED.

O Hart van Jesus, gij alleen zijt de Heer mijns harten!

Geestelijke communie. Blz. 34.

-ocr page 265-

JiEZOEK XXV.

207

AAN MARIA.

De H. Bcrnardns zegt, dat Maria die hemelsche arke is, in welke wij, mits wij er bijtijds onze toevlucht in nemen, zeker van de schipbreuk der eeuwige verdoemenis zullen bevrijd blijven: Area in qua naitfragium eradimris1). De ark, in welke weleer Noë ontkwam aan den algemeenen ondergang der wereld, was cene voorafbeelding van Maria. Doch Hesychius zegt, dat Maria cene ruimer, eene sterker, cene toegankelijker ark is dan die van Noë ; Area Noë largior2}. Jn deze werden slechts weinige menschen en dieren be-

') S. do B. M. Dcip. a) Do S. M. Dcip. hom. 2.

-ocr page 266-

'208 BEZOEK XXV.

houden, doch onze redster ontvangt allen, die een schuilplaats zoeken onder haren mantel en brengt ze allen in veiligheid. O hoe ongelukkig zouden wij zijn als wij Maria niet hadden ! Hoeve-len, o mijne koningin, hoevelen gaan verloren! En waarom ? Omdat zij hunne toevlucht niet nemen tot u! Wie zou ooit verloren gaan, als hij tot u vluchtte ?

SCHIETGEBED.

Allerheiligste maagd Maria,

O O '

maak dat wij allen altijd onze toevlucht nemen tot u!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 267-

BEZOEK XXVI.

Geheel vein vooi hcreiiliiuj: Fleer Jesns Christus, enz. Blz. 36.

Exsulta et laiida, hahitatio Sion; (pila meiynus in medio tui, Sanctvs Israel'). Juich en prijs, o Sions icoon-, van! (/root is in um midden de Keiliye Israels. O God, wat moesten wij men-schen ons gTootelijks verheugen, iioe groot moest ons vertrouwen zijn en onze liefde, bij do gedachte, dat in ons midden, in ons vaderland, in onze kerken, nabij onze huizen, in het aller-

') Isaï. 12. 6.

-ocr page 268-

210 BEZOEK XXVI.

heiligste Sacrament des altaars, woont en leeft de Heilige der heiligen, de ware God 1 Hij, die door zijne tegenwoordigheid het geluk uitmaakt der heiligen in den hemel! Hij, die de liefde zelve is! „Wantquot;, zegt de H. Bernardus, „hij heeft „niet zoozeer de liefde, dan dat „hijzelf de liefde is.quot; Amorem non iam habet, quam ipse est ')• Dit Sacrament is niet alleen een Sacrament van liefde, maar de liefde zelve, God zelf, die, om de onmetelijke liefde, welke hij zijn schepselen toedraagt, zich noemt, en ook waarlijk liefde is: Deus chariias est 2). Maar, o mijn verborgen Jesus, ik hoor u klagen, dat gij tot ons welzijn op

') In Cant. 1. 59. 2) I Joan. 4. 8.

-ocr page 269-

BEZOEK XXVI. 211

T

aarde gekomen zijt om niet ons ie iconen, en tv ij n toch niet ontvangen hebben: Hospes ercun, et non collegistis me ')! Ja, gij hebt recht, o Heer, gij hebt recht aldus te klagen. Ook ik ben een dier ondankbaren, die u alleen gelaten heb, zonder u te komen bezoeken. Straf mij gelijk gij wilt, maar niet, zooals ik verdiend heb, door mij van uwe tegenwoordigheid te berooven. Neen, doe het niet, want ik wil mijne verregaande nalatigheid en mijne onverschilligheid jegens u verbeteren. Ik wil van dit oogenblik af niet alleen u voortaan dikwijls bezoeken, maar mij zoo lang ik kan, met u onderhouden. O goedertieren Za-

^jL

') Matth. 25. 43.

-ocr page 270-

BEZOEK XXVI.

212

ligmaker, maak dat ik u getrouw blij ve! Geef, dat ik door mijn voorbeeld ook anderen moge opwekken, om u gezelschap te houden in het allerheiligste Sacrament. Ik hoor de stem van den eeuwigen Vader: / Lie est filius mens dilectus, in quo mihi bene com-placuV). Dcxe is mijn tcelhemin-de Zoon, ik ivien ik mijn beha-f/en r/cuoiiten heb. Een God vindt dan in u al zijn welbehagen, en ik, ellendige aardworm, ik zou er mijn genoegen niet in vinden, mij in dit dal van tranen met u te onderhouden? O verslindend vuur, verteer in mij alle aardsche verkleefdheid, want zij alleen kan mij ontrouw doen worden en mij van u verwijde-

') Multli. 3. 17.

-ocr page 271-

hezoek xxvi. 213

ren. Oj leunt het, als (jij wilt-. Domme, si vis, potes memun-f/are1). Gij hebt reeds zooveel voor mij gedaan, doe ook nog dit: verdrijf uit mijn hart alle genegenheid, alle liefde, die niet tot u voert. Zie, ik geef mij geheel aan n over ; geheel het leven, wat m;j overblijft, wijd ik toe aan de liefde tot het allerheiligste Sacrament. Gij, mijn verborgen Jesus, wees gij mijne sterkte, mijne liefde bij mijn leven, en in het uur van mijnen dood, waarin gij als teerspijze tot mij zult komen, om mij in te leiden in het rijk uwer glorie! Amen, amen. Zoo hoop ik, zoo zij het!

') Mattli. 8. 2.

-ocr page 272-

214 BEZOEK XXVI.

SCHIETGEBED.

Wanneer, o mijn Jesus, zal ik u van aanschijn tot aanschijn mogen aanschouwen ?

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

Bij ii, o allerheiligste moeder, vinden wij hulp voor al onze kwalen. Bij u verkwikking in onze afgematheid; want de H. Germanus noemt u: Potentia dehUitaiis nostruc ^ : „de kracht „in onze zwakheidquot;. In u vinden wij de poort om aan de slavernij der zonde te ontvluchten; want de H. Bonaventura noemt u: Porta libertatis2): „de poort

') Ene. Deiparae. -) Psalt. min. B. V.

-ocr page 273-

BEZOEK XXVI.

„der vrijheidquot;. Bij u vinden wij onzen zekeren vrede; want dezelfde heilige noemt n: Qnies tuia homrnum1): „veilige rnst „der mensehenquot;. Bij u vinden wij troost in de ellenden des levens, zooals de H. Lanrentins Justi-nianns n begroot: Solatium pe-regrinationis nostrae 2): „troost „bij onzen pelgrimstochtquot;. Bij u, in één woord, vinden wij Gods genade, ja God zeiven; immers do H. Bonaventnra noemt u: Thromis yratiac Dei: „troon „van Gods genadequot; en de H. Proclus; Pons per qnem Deus ad homines descendit 3); „de „brug, over welke God, door de

215

1

') Ibid.

2

s) S. in Nat. V. M.

3

) Or. 1 in Dei Gon. M.

-ocr page 274-

210 BEZOEK XXVI.

„zonden van ons verwijderd, „weer tot ons komt om door „zijne genade in ons te wonenquot;.

SCHIETGEBED.

O Maria, gij zijt mijne sterkte, mijne bevrijding, mijn troost, en mijne zaligheid!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 275-

BEZOEK XXVIT.

Gebed van roorhe)'cidhig: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

In de getijden van het H. Sacrament zingt de Kerk: Non est alia )iatio tam grandis, quae habeat Dcos appropinquailies sibi, sicut Deus noster adest nobis1): „Daar is geen ander jVolk zoo groot, dat zoo gemeen-„zaïne goden heeft, als onze God „gemeenzaam is met ons.quot; Als de heidenen hoorden spreken van de liefde-daden van onzen God, riepen zij uit: O wat goede God

') Kesp. VII. — Dcut. 4. 7.

-ocr page 276-

218 BEZOEK XXVII.

is die God der Christenen! En inderdaad, hoewel de heidenen zich hun goden uitdachten en voorstelden, zooals zij ze wilden, lees him geschiedenis, en ge znlt zien, dat zij, onder zooveel fabels en goden als zij hebben uitgevonden, er nooit toe kwamen zich een God voor te stollen, zoo liefderijk voor de menschen als onze ware God ! Om zijne liefde voor hen, die hem aanbidden te bewijzen en hen met genaden te verrijken, wrochtte hij zulk een wonder van liefde, dat hij onze voortdurende gezel wilde worden, dag en nacht op onze altaren onder den schijn van brood verborgen, als konde hij het niet van zich verkrijgen, ook maar een oogen-blik van ons gesehe.'den te zijn.

-ocr page 277-

BEZOEK XXVII. 219

Memoriam fecit mirabilium suorum '): hij stelde een gedachtenis zijner wonderen in. Ja, mijn allerliefste Jesus, gij hebt liet grootste uwer worulercn willen verrichten om uw vurig verlangen te bevredigen van altijd bij en onder ons te zijn. Maar hoe komt het dan, dat de menschen uwe tegenwoordigheid ontvluchten? Hoe kunnen zij dan zoo langen tijd van u verwijderd leven, zonder u ooit of ten minste maar zelden te bezoeken ? Hoe kan een kwartier uurs, in uwe tegenwoordigheid doorgebracht, hun eene eeuw toeschijnen om de verveling, welke zij daar vinden ? O geduld van mijn Jesus, wat zijt gij groot!

■) P?. 110 . 4.

-ocr page 278-

BEZOEK XXVIf.

Ja, Heer, ik begrijp het; uw geduld is groot, omdat uw liefde voor de mensehen zoo groot is; en ziedaar juist, wat u noopt zoo voortdurend onder zooveel i ondankbaren te blijven!

O mijn God, die oneindig zijtin uwe volmaaktheden en daarom ook oneindig in uwe liefde, o laat niet toe, dat ik in de toekomst nog tot het getal dier ondankbaren behoore, gelijk ik er in het verleden toe behoord heb. Schenk mij eene liefde, die aan uwe verdiensten en aan mijne verplichting evenredig is. Daar was een tijd, dat ook ik verveling vond in uwe tegenwoordigheid, omdat ik u niet of althans niet genoeg beminde. Maar als ik er door de hulp uwer genade toe komen mag u

O o

220

-ocr page 279-

BEZOEK XXVII. 221

veel te beminnen, neen, clan zal het mij niet meer vervelen, mij dag en nacht met u te onderhouden in het alierh. Sacrament. O eeuwige Vader, ik oft'er u uwen goddclijken Zoon op: neem dat offer van mij aan en verleen mij door zijne verdiensten een zóó vurige en teedere liefde tot het allerheiligste Sacrament, dat ik altijd in den geest naar eene kerk gekeerd, waar Jesus in het Allerheiligste rust, daar ook mijne gedachten gevestigd houde, en verzuchte naar het oogeublik, dat ik weer in zijne tegenwoordigheid mag verschijnen, om mij met hem te onderhouden.

SCHIETGEBED.

O God, scheuk mij ter liefde

-ocr page 280-

BEZOEK xxvir.

van Jesus, eene groote liefde tot het allerheiligste Sacrament.

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

222

Maria is die toren van David, van welken de H. Geest in het Hooglied zegt: Acdificcda est cam propugnaculis; mille dijpei pendent ex ea, omnis cir-mntura fortium '): „Een toren „die gebouwd is met duizend „versterkingen, in 't bezit van „duizend verweermiddelen en „wapens, ten dienste van allen, „die er hunne toevlucht nemen.quot; Gij zijt dus, o allerheiligste maagd

') Cant. 4. 4.

-ocr page 281-

BEZOEK XXVII.

223,

Maria, zooals de heilige martelaar Ignatius u noemt: Propug-naculurn munutissiniiDu. in hello versaniibus: ;.de sterkste verdediging van hen, die op het ,slagveld strijdenquot;. O hoe voortdurend zijn de aanvallen mijner vijanden, om mij te berooven van Gods genaden en van uwe bescherming, o lieve vrouwe! Doch gij zijt mijne kracht. Gij acht het niet beneden u te strijden voor wie op n vertrouwen, want de H. Ephrem noemt u: Propugnatrix con fide rit nun m te: „voorvechtster „van allen, die in u hopenquot;'. Verdedig mij derhalve en strijd voor mij, die zooveel vertrouwen heb, zooveel hoop op u!

-ocr page 282-

BEZOEK XXVII.

SCHIETGEBED.

Maria! Maria! Uw naam is mijne verdediging!

GEBED TOT MARIA. O allerheiligste, enz. Blz. -17.

.224

-ocr page 283-

BEZOEK XXVIII.

Gebed van voorhercidhifi: lieer Jesns Christus, enz. lilz. 3().

Kunnen wij vreezen, vraagt de H. Paulns, dat . God ons ooit eenig goed zou weigeren, nadat hij ons zijn eigen Zoon geschonken heeft? Quomndo non eticua eiiDi Ulo omnia nobis do-navit ') ? Heeft hij ons met hem met cdles f/egeren ? Herinneren wij ons, dat de eeuwige Vader al wat hij heeft aan ,Testis Christus lieeft gegeven : Omnia dedit ei Pater in mnnns 2). Danken

') Rom. 8. 32.

2) .Foan. 13. 2. 15

-ocr page 284-

BEZOEK XXVIII.

226

wij dan onophoudelijk de goedheid, de barmhartigheid, de mildheid van onzen liefdevollen God, „die ons rijk heeft willen ma-„ken aan alle goed en aan alle „genade, door ons Jesus Chris-„tus te schenken in liet aller-,,heiligste Sacrament des altaars!quot; In omnibus diviles facti estis in Ulo, ita ut nihil vobis des it in iilla gratia ').

O Zaligmaker der wereld, o mensch geworden Woord, ik mag dan denken, dat gij mij toebehoort, en geheel toebehoort, als ik ii slechts wil. Maar kan ik evenzeer zeggen, dat ik, wien gij wilt, ook geheel de uwe ben? Kom mij toch tc hulp, o Heer, opdat ik de wereld geen getuige

') 1 Cor. 1. 5.

-ocr page 285-

JUCZOKK XXVIII.

227

laai worden van die ergernis en die ondankbaarheid, dat ik zon weigeren geheel aan n te behoo-ren, terwijl gij geheel aan mij verlangt te wezen! O neen, dat moge nooit geschieden! En is het vroeger wel gebeurd, dat het nooit meer gebenre in de toekomst. Ik wijd mij in dit oogenblik geheel en al aan u toe; aan u wijd ik voor tijd en eeuwigheid mijn loven, mijn wil, mijne gedachten, mijn handelingen en mijn lijden. Zie mij hier geheel voor u: als slachtoffer aan u gebracht, scheur ik mij los van alle schepselen, en bied ik u mijzelven als offer aan. Laat mij verteerd worden door het vuur uwer goddelijke liefde! Neen, neen, geen schepsel mag nog deelen in de liefde van mijn hart! De bewijzen,

-ocr page 286-

BEZOEK xxviri.

welke gij mij van uwe liefde gegeven hebt, toen ik u niet beminde, geven mij hoop, dat gij mij thans zeker onder de uwen zult opnemen, nu ik u bemin, en mij geheel uit liefde aan u opoffer.

Eeuwige Vader, ik offer u heden op alle deugden, alle handelingen, en alle gevoelens van het Hart van uwen geliefden Jesus. Neem die aan voor mij, en om zijne verdiensten, die mij behooren, wij! hijzelf zo mij geschonken heeft, bid ik u, mij die genaden te schenken, welke Jesus u voor mij vraagt. Door die verdiensten dank ik n voor zoo menige mij bewezen barmhartigheden. Met die verdiensten breng ik u voldoening voor de schuld r.iijner zonden.

228

-ocr page 287-

BEZOEK xxvnr.

229

Door die verdiensten hoop ik van ii alle genaden, de vergiffenis, de volharding, den hemel, en bovenal de hoogste gave van uwe zuivere liefde. Ik zie wel in, dat ik zelf voor dat alles een hinderpaal ben, doch kom ook daaraan te gemoet, ik smeek er u om in naauiavaii Jesus Christus Si (juid tiominc Als gij den vragen, in nnjncn xnl hel n geven. Gij knnt^Ptis mijne bede niet afslaan. Heer, ik wil niets anders dan u beminnen, mijzelven geheel aan u geven, en voortaan niet meer ondankbaar zijn jegens u, gelijk

') loan. 16. 23.

-ocr page 288-

230 BEZOEK XXVIII.

ik tot hiertoe geweest ben. Wend uw oog tot mij en verhoor mij! Deze dag zij de dag, waarop ik mij geheel tot u keere! Nooit, nooit, wil ik nog opbonden u te beminnen. Ik bemin n, mijn God ! Ik bemin u, oneindige goedheid ! Ik bemin u, mijne liefde, mijn hemel, mijn geluk, mijn leven, mijn al!

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus! Mijn al! Gij wilt aan mij, ik wil aan u be-hooren!

Geestelijke coiumiinie. Blz. 34.

AAN MARIA.

O hoe gevoel ik mij opgebeurd te midden mijner ellenden, hoe getroost in mijne weder-

-ocr page 289-

BEZOEK XXVIII. 231

waardigheden, wat kracht bezielt mij in de bekoringen, als ik aan u denk en uwe hulp inroep, o mijne allerzoetste en allerheiligste moeder Maria!.Ta, gij hadt wel reeht, o heiligen, dat gij mijne koningin genoemd hebt: Partus vexatorxn/'): „een haven „voor bestormdenquot; (zooals de H. Ephrem), Rcsianralio calamita-fiiu/ nostranim: „het herstel „voor onze rampen, quot;en: Solatiinn miserorum 2); „den troost der „ellendigenquot; (zooals de H. Bo-naventura), Bequies gemitunm nostrorum s): ,,het einde onzer „zuehtenquot; (met den H. Germa-nus)! O Maria, wees gij mijn

') Gr. ad Doip. a) Cant, post 1'salt. 3) Ene. Deiparae.

-ocr page 290-

BEZOEK XXVI11.

troost! Jk ben beladen met zonden en van vijanden omringd, daarbij zonder deugd en koud in de liefde tot God, troost mij dan, troost mij! Maak, om mij te troosten, dat ik een nieuw leven beginne, een leven, dat waarlijk behaagt aan uwen Zoon en aan u!

SC 11 ietgebed.

Maak mi j een ander mensch, o lieve moeder Maria, maak mij een ander mensch, gij kunt het!

GEBED TOT MA 1{IA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

282

-ocr page 291-

BEZOEK XXIX.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Sto ad oatiinn et pulso '): Ik sla aan de deur en klop. () allerbeininnalijlvste herder, de liefde tot uwe scli:iaj)jes was niet voldaan, nadat gij eens als slachtoffer op liet altaar des kruises voor hen waart gestorven! (Jij hebt ii nog daarenboven willen verbergen in het allerheiligste Sacrament, op de altaren onzer kerken, om alzoo, meer en altijd iu onze nabijheid, beter aan de deur onzer harten te kunnen kloppen en u den

quot;) Apoc. 3. 20.

-ocr page 292-

BEZOEK XXIX.

234

toegang daartoe te verschaffen. Och, wist ik tocli smaak te vinden in uwe nabijheid, zooals de lioilige bruid van het Hooglied, die zeide: Sub nmhra il-lius, quem desidernverangt;, scdi'): .//,■ vind mijne rust onder dc scUcidiU f' van hem, dien ik liefheb. O, als ik ii beminde, als ik u waarlijk liefhad, o mijn allerbeminnelijkst Sacrament, dan zeker zou ook ik wel verlangen nacht en dag te blijven aan den voet van liet tabernakel! Daar bij uwe goddelijke majesteit, verscholen onder dc nederige gedaante van brood, zon ik die henielsclie geneugten en die tevredenheid smaken, welke do zielen, die u vurig beminnen,

') Cant. 2. 3.

-ocr page 293-

BEZOEK XXIX.

235

daar vinden! Och, B trek mij toch „door de geuren van «we schoon-„heid en van die onuitsprekelijke „liefde, welke gij ons in dit „allerheiligste Sacrament bewe-„zen hebtquot; : Tralie me: post te curremus in odorem unguento-rum tuoruDi '). Ja, mijn Zaligmaker, trek mij, en ik zeg zeker vaarwel aan de schepselen en aan alle vermaken der aarde, om tot ii te vlieden in het H. Sacrament! Sic ut noreUaeolivciruni in circuit a mensae tuae 2) : „O „hoe rijke vruchten van heilige „deugden dragen zij voor God, „a/s \oovete jonge planten, de „gelukkige zielen, die gewoon „zijn met liefde rondom het taher-, na kei te verwijlenquot;. Ik voor mij.

') Cant. 1. '-) Ps. 127. 3.

-ocr page 294-

236 bezoek xxrx.

o mijn Jesus, ik hen beschaamd om voor ii te verschijnen, zoo arm beu ik, zoo naakt aan deugden. Gij hebt bevolen, dat wie tot het altaar komt om n eer te brengen, daar ,,niet verschijnen zal zonder zijne offer-„gave.quot; Nou apparehit in con-spectu meo vacuus '). Wat moet ik dan doen ? U voortaan niet meer komen bezoeken? Maar neen, dat zou n mishagen. Ik zal dan maar komen, zooals ik hen, arm ..., gij echter, voorzie gij mij van de gaven, welke gij van mij verlangt. Ik weet, dat gij daarom in dit Sacrament verblijft : niet alleen om hen, die u beminnen, te beloonen ; maar ook om luin, die arm zijn, uwe

■) Exod. 23. 15.

-ocr page 295-

BEZOEK XXIX. 237

gunsten tc bewijzen. Begin dan van dit oogenblik af. Ik aanbid ii, o koning van mijn hart en ware minnaar der menschen, o herder, die uwe schapen maar al tc zeer bemint. Ik nader heden tot den troon uwer liefde, en daar ik niets anders heb, om u te kunnen offeren, bied ik u mijn ellendig hart aan, opdat het voortaan geheel aan uwe liefde en uw welbehagen moge gewijd zijn. Met dat hart kan ik u beminnen; met dat hart wil ik u beminnen, zooveel in mijn vermogen is. Trek het dan tot u, en bind het geheel en al aan uwen wil, zoodat ik van dit oogenblik af voortaan kunne zeggen, wat uw beminde leerling zeide, dat hij „gebonden „was door de ketenen uwer

-ocr page 296-

BEZOKK XX IN.

liefdequot;: Efjo Paulus vindas Chnsü '). Vereenig mij, o Heer, o-eheel met n, en cloe mij alles, ook mijzelven, vergeten! O moge ik er eens toe komen mij gelukkig van alles, wat in de wereld is, ook van mijzelven, te ontdoen, om u alleen te vinden en u eeuwig te beminnen. Ik bemin u, o Heer, hier in het H. Sacrament tegenwoordig, ik bind mij aan u, ik vereenig mij met u! Laat mij u vinden, laat mij u beminnen, en scheid u nooit meer van mij af.

SCHIETGEBED.

Mijn Jesus, gij alleen zijt mij genoeg!

Ciecstelijko communie. Blz. 34.

') Eph. 3. 1.

238

-ocr page 297-

IÏKZOKK NX IX.

239

AAN MARIA.

Du H. Bei nardus noemt Maria: Via regia Scdvatoris '): „den „veiligen weg om tot den Zalig-, maker en de zaligheid te komen.' Als dat waar is, o koninginne, en gij, zooals dezelfde heilige zegt: „de draagstoel zijt, die onze „zielen tot God brengtquot;: Vehi-cidum atdmaniin nostrarum, o mijne meesteresse, wacht dan niet, tot ikzelf kome, maar draag gij mij op uwe armen tot God! Ja, draag mij, draag mij, en als ik weerstand bied, doe het mot geweld. Dwing, zooveel gij kunt, mijne ziel door de zoete aantrekkingskracht uwer liefde, dwing mijn weerspannigen wil,

') De Adv. Dom. s. 2.

-ocr page 298-

240 BEZOKK XXIX.

oin vaarwel te zeggen aan de schepselen, en niets anders meer te zoeken dan alleen God en diens heiligen wil. Toon in den hemel hoe vermogend gij zijt. Voeg bij zoovele wonderen, welke gij reeds gewrocht hebt, ook nog dit wonder uwer barmhartigheid, dat gij eenc ziel geheel tot God trekt, die geheel van God verwijderd leefde.

SCHIETGEBED.

O Maria, gij kunt mij heilig maken, ik hoop het van n!

(!EI5ED TOT MAl.TA.

O allerheiligste, enz. Rlz. 47.

-ocr page 299-

BEZOEK XXX.

Gebed van voorbereiding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Cur faciem tuam abscondis ') ? Waarom verbergt gij uw aanschijn? Job was bevreesd toen hij zag, dat God zijn aanschijn verborg; ons echter mag het geen vrees verwekken, maar veeleer vertrouwen en liefde, als wij bemerken, dat Jesus Christus zijne majesteit verbergt in het allerheiligste Sacrament. Daarom juist, om ons vertrouwen in te boezemen en „ons zijne liefde

') Job 13, 24,

16

-ocr page 300-

BEZOEK XXX.

„beter te openbaren, wilde hij,quot; zegt Novarinus, „op onze altaren „blijven, verborgen onder de „gedaante van brood.quot; T)um Deus in hoc Sacramento faciem suam ahscondit amorem sunm detegit. Wie ook zou het ooit durven bestaan met vertrouwen te naderen, zijn hart open te leggen en zijne verlangens te uiten, indien de koning des hemels zich op onze altaren vertoonde met al den luister zijner majesteit?

O mijn Jesus, wat heerlijke uitvinding uwer liefde is dit H. Sacrament! Gij wilt u daar verbergen onder de nederige gedaante van brood, om u te doen beminnen en om hier op aarde, voor wie maar verlangt u te spreken, altijd toegankelijk te zijn.

242

-ocr page 301-

BEZOEK XXX. 243

De Profeet had wel recht de menschen te vermanen, dat zij niet mochten zwijgen, maai' dat zij over geheel de wereld luid moesten verkonden, ter openbaring voor allen: „tot hoe-„ ver de uitvindingen der liefde „gaan, welke onze goede God „ons toedraag'.!quot; Notas facite ia pop id is adin vent io nes ejus ')• allerliefderijkst Hart van mijnen Jesus, overwaardig allo harten van alle schepselen te bezitten, o Hart geheel vervuld en altijd vervuld van de zuiverste liefde, o verslindend vuur, verteer alles in mij en schenk mij een nieuw leven van liefde en genade! Vereenig mij zoo innig mot u, dat ik nooit meer van u kunne

') Isaï. 12. 4.

16*

-ocr page 302-

BEZOEK XXX.

244

scheiden! O Hart, op het kruis geopend om een toevluchtsoord te zijn voor de zielen, neem ook mij op! O Hart, zoo bedroefd op het kruishout door de zonden der wereld, verleen mij een oprecht berouw over mijne zonden! Ik weet, dat gij in dit goddelijk Sacrament dezelfde liefde voor mij koestert, welke gij mij stervend op Calvarië hebt toegedragen, bijgevolg, dat het uw vurig verlangen is mij geheel met ii te vercenigcn! Zou ik dan nog langer kunnen weerstand bieden? Mij niet geheel aan uwe liefde en uw verlangen overgeven? Welaan dan, mijn geliefde Jesus, ik bid u om uwe verdiensten, wond mij, bind mij, keten mij, maak mij geheel één met uw Hurt! Ik maak nu.

-ocr page 303-

BEZOEK XXX. 245

met de hulp uwer genade, het vaste voornemen u zooveel mogelijk in alles te behagen, ik zal onder de voeten treden alle menschelijk opzicht, alle lusten, allen tegenzin, al mijne vermaken, gemakkon, die mij een hinderpaal kunnen zijn om u in alles geheel welgevallig te wezen. Geef, Heer, dat ik er getrouw aan blijve, zoodat voortaan, van dit oogenblik af, al mijne werken, mijne gevoelens en mijne neigingen, in alles met uw welbehagen overeenstemmen. O liefde van mijn God, verban uit mijn hart iedere andere liefde! o Maria, mijne hoop, gij vermoogt alles bij God, verkrijg mij de genade van tot mijn dood toe een trouw dienaar te zijn van Jesus' zuivere liefde. Amen, amen. Zoo

-ocr page 304-

246 BEZOEK XXX.

hoop ik, zoo zij het, voor tijd en eeuwigheid!

SCHIETGEBED.

Quis me se parabit a cJinvitate Christi1)? Wie zal mij scheiden van Jesus' liefde?

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MA1UA.

De H. Bernardus zegt, „dat „Maria's liefde tot ons noch

quot;grooter, noch vermogender kan „wezen dan zij inderdaad is; , zoodat zij altijd vervuld is èn van „liefde, om medelijden met ons „te hebben, amp;n van macht, om ons quot;bij te staan.quot; Potentissima et piissivia charitas Dei matris, et

') Kom. 8. 35.

-ocr page 305-

KEZOEK XXX.

247

affectn compatiendi, etsnhvenien-di abundat effectu: nei[iie locuples in utroqiie Gij zijt dan, o mijne allerzuiverste koningin, rijk aan macht en rijk aan liefde, gij kunt en wilt allen zalig maken. Daarom zal ik u nu en altijd met den godvruchtigcn RIosius hidden : O Domina, mc pugnanton protege, me vacillantein confir-ma 2): O allerh. maagd, sta mij altijd bij in den zwaren strijd, dien ik tegen de hel moet voeren; en mocht gij zien, dat ik ging bezwijken, o mijne vrouwe, reik mij dan spoedig de hand, en ondersteun mij met grooter kracht. O God, wat bekoringen zal ik nog moeten overwinnen

') In Assumpt. s. 4. s) Par. an. p. 2. c. 4.

-ocr page 306-

248 BEZOEK XXX.

vóór mijnen dood! O Maria, mijne hoop, mijne toevlucht, mijne kracht, laat niet toe, dat ik nog ooit Gods genade ver-lieze; ik neem mij voor in alle bekoringen, altijd en onmiddellijk, mijne toevlucht tot u te nemen, door u toe te roepen:

SCHIETGEBED.

Help mij, Maria! Maria, help mij !

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 307-

BEZOEK XXXr.

Gebed van roorberelding: Heer Jesus Christus, enz. Blz. 36.

Wat treffend tafereel moet liet geweest zijn, onzen goedertieren Verlosser te zien, toen hij op zekeren dag, vermoeid van do reize, met zachtmoedig en liefdevol gelaat aan eene bron gezeten was, in afwachting der Samaritaansche vrouw, ten einde haar te hekeeren en zalig te maken: Jesus ergo,... sedebat sic super fonteni '). Zóó schijnt hij thans iederen dag juist

') Joan. 4. 6.

-ocr page 308-

BEZOEK XXXI.

250

hetzelfde te doen en met dezelfde goedheid, wanneer hij, uit den hemel op onze altaren neergedaald, de zielen als bij zoovele bronnen van genaden afwacht en nit-noodigt, hem ten minste eenige oogenblikken gezelschap te houden, ten einde hij ze aldus kunne trekken tot zijne volmaakte liefde. Het schijnt,quot; als ging van ieder altaar, waar Jesus in het Allerheiligste rust, eene stem uit, die allen toeroept; o menschen, waarom vlucht gij toch mijne tegenwoordigheid ? Waarom komt gij niet, waarom nadert gij niet tot mij, die u zoo teeder bemin, en alleen om uw welzijn onder deze nederige gedaante verblijf ? W at vreest gij toch ? „Ik ben nu niet „op aarde gekomen om te oor-„deelen, neen, ik heb mij in

-ocr page 309-

BEZOEK XXXI.

251

„dit Sacrament willen verbergen „uit louter liefde om allen wel „te doen, en allen die tot mij „komen, zalig te maken Xon veni, ut judicein mundum, sed nt salrificcm muncluni Begrijpen wij het wel, gelijk Jesus Christus in den hemel is semper riven* ad iiiterpellaiuhnn pro nobis 2); altijd levend om onxe zaak te behartigen, zóó is hij ook in het allerh. Sacrament des altaars om voortdurend, nacht en dag het liefdevol ambt van pleitbezorger voor ons te vervullen, waartoe hij ziehzelven den hemelschen Vader ten offer brengt om van hem barmhartigheid en ontelbare genaden voor ons te ver-

') Joan. 12. 47. 3) Hebr. 7. 25.

-ocr page 310-

252 BEZOEK XXXI.

krijgen. Daarom zeide tie godvruchtige Thomas van Kempen, dat wij zonder vrees voor straffen Jesus in het Allerheiligste moeten bezoeken, en zonder de minste verlegenheid met hem spreken, gelijk een vriend gewoon is met zijn vriend te doen : Sicut solet dilcdus ad dilecturn loqui, et amicus cum arnico convey sari ').

Wijl gij het mij dus veroorlooft, o mijn verborgen Koning en Heer, laat dan toe, dat ik mijn hart vol vertrouwen voor u opene en u zegge: o mijn Jesus, o vurige minnaar der zielen, ik weet welk ongelijk de menschen u aandoen. Gij bemint hen en gij wordt niet door hen bemind; gij doet

') Tm it. dir. 1. 4 c. 13. 1.

-ocr page 311-

BEZOEK XXXI.

253

hun wel, en zij verachten u; gij wilt tot hen spreken, en zij weigeren naar u te luisteren ; gij biedt hun uwe genaden aan, en zij willen die niet. En ach, lieve Jesus, is het niet waar, ook ik heb mij een tijdlang met die ondankbaren vereenigd om u aldus te mishagen ? O God, het is maar al te waar! Maar ik wil mijn leven beteren, ik wil de dagen, die mij resten, besteden om liet leed te vergoeden, dat ik u heb aangedaan, door alles te doen, wat in mijn vermogen is, om u te behagen en u genoegen te geven. Zeg Heer, wat gij van mij verlangt, ik wil alles doen zonder uitzondering. Doe het mij kennen door de heilige gehoorzaamheid, en ik hoop het te doen. Mijn God, ik

-ocr page 312-

BEZOEK XXXI.

254

beloof het u vast, ik wil niets achterlaten van wat ik voortaan als u het meest welgevallig zal kennen, al moest ik ook alles er om verliezen, ouders, vrienden, achting, gezondheid, ja zelfs mijn leven! NN at zou het ook zijn alles te verliezen, mits men n behage? Gelukkig verlies, als alles verloren en ten offer gebracht wordt om uw Hart te behagen, o God mijner ziel! Ik bemin u, o hoogste Goed, boven alle goed beminnelijk! Ik vereenig, in deze mijne liefde tot u, mijn arm hart met al de Serafijnen, die van liefde tot u branden, ik vereenig het met het Hart van Maria met het Hart van Jesus! Ik bemin u uit al mijne krachten, en u alleen wil ik beminnen, en altijd wil ik u alleen beminnen!

-ocr page 313-

BEZOEK XXXI. '255

SCHIETGEBED.

Mijn God! Mijn God! Ik behoor aan u en gij behoort aan mij!

Geestelijke communie. Blz. 34.

AAN MARIA.

De gelukzalige Amadeus zegt, dat „onze allerheiligste koningin „Maria voortdurend voor Gods „aanschijn staat, om onze pleitbezorgster te zijn, en hare ge-„ beden, die zoo machtig zijn „bij God, voor ons te stortenquot;: Aclstat heaiissitua Virgo wit ui coiiditoris, prece poten-tissima semper interpcllcuis pro nobis. „Want,quot; voegt hij er bij, „die goedertieren vrouwe „ziet onze ellende en de ge-

-ocr page 314-

BEZOEK XXXI.

256

„varen, waarin wij verkeeren, „en in haar moederliefde heeft „zij medelijden met ons, en komt „ons te hulpquot;: Vklet enim nostra cliscrimina, nosirique de mens ac dn leis elomina maierno affectu niiseretiir O mijne voorspreekster en allerteederste moeder, gij kent dan in dit uur den ellendigen staat van mijne ziel; gij ziet, wat gevaren mij omringen, en gij draagt uwe gebeden voor mij op. O bid, bid, en houd niet op met bidden, tot ik u in den hemel daarvoor mag komen danken. Tn post ünigenitum tuinn eert a fieleUnin set hes 1): „gij,quot; zegt de godvruchtige Blo-sius, ,gijzijt. o allerzoetste Maria,

1

) Par. an. p. 2. c. 4.

-ocr page 315-

BEZOEK XXXi. 257

na Jesus, de zekere zaligheid van uwe getrouwe dienaars. Deze genade smeek ik thans van ii af: maak mij zoo gelukkig, dat ik uw getrouwe dienaar zij tot aan mijn dood, opdat ik u bij mijn sterven kome danken in den hemel! Daar kan ik zeker nooit meer van uwe heilige voeten gescheiden worden, zoolang God zal God zijn!

SCHIETGEBED.

O mijne moeder Maria, maak dat ik u altijd blijve toebe-hooren!

GEBED TOT MARIA.

O allerheiligste, enz. Blz. 47.

-ocr page 316-

einde,

Mijn Goed en mijn God, Gij gaaft U aan mij !

Neem 't offer mijns harten, En blijf mij steeds bij!

258

Quid cnim mihi esl in coclo, ct a tc quid volui super ter-ram ?.. . Deus cordis mei, ct pars mcu Deus in aeternum {Ps. 72, 25, 26). Wat is mij in den Itemel, en wat ivil ik buiten u op aarde?... Gij xijt de God mijns harten, en mijn deel x jt (jij, o God, in eeiaviyheid!

einde.

-ocr page 317-
-ocr page 318-

r

Bij F. II. J. BEKKER is ook v

krijgbaar:

LUXE TJITGcAYE

VAN

Bezoeken bij Jesus Ghristi

IN HET

Jillerljeiligste Sncrnmcnt

EN BIJ DE

Onbevlekte altijd Maagd en Hoeder Gods Ha Prijs: gebonden fl.10

v !:

i !