ocr page 1
ocr page 2
ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5
ocr page 6

R. p. BERNARD,

Missionaris

Van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers.

ocr page 7
ocr page 8

1

Meei

ocr page 9

yhkS}

s gt; M

KATHOLIEK 67}

INLEIDING TOT EENEN CHR1STEL1JKEN LEVENSWANDEL.

Meerendeels getrokken uit de Schriften van den H. Alphonsus de Liguori.

UITGEGEVEN

door de Congregatie des AUerheiligsten Verlossers, of Redemptoristen.

Goedkeuring. Jio

VENLO,

WED. H. BONTAMPS.

«399.

ocr page 10

I M P R I M A T U R ,

Rur.-i;.mi nd^:5 8 Novembris 1898.

])r P. Mannkns, Librormu Censor,

ocr page 11

VOORREDE.

/ientiniic Lezer r/i Jeztrs Chvislus.

Daar wij maar al te dikwijls de droevige ondervinding gehad hebben, dat in die plaatsen, alwaar wij aan het geloovige volk Boetpreeken gedaan en Missiën gegeven hebben, na verloop van tijd zoo menige goede indruk wederom verzwakt, zoo menige heilzame waarheid vergeten en zoo menig goed voornemen opnieuw verbroken werd , zoo hebben wij goedgevonden ook in dit land een boek te verspreiden, hetwelk over zoo vele andere landen den zegen van God heeft doen nederdalen, omdat het bestendig lezen daarin den goeden indruk, dien het hart bij de Missie ontvangen heeft, levendig bewaart, de waarheden, aldaar verkondigd, dagelijks in het geheugen terugroept, en onophoudelijk den wil versterkt, om aan God volgens de toen gemaakte voornemens getrouw te blijven.

Dit boek bevat c/e noodzakelijkste en schoonste geiteden, te weten : het Morgen- en Avondgebed, de gebeden onder de heilige Mis, Biecht- en Com-munie-oefeningen, als ook de nuttigste en hart-roerendste godsvrucht-oefeningen, te weten : de bezoeken tot het allerheiligste Sacrament des Altaars en tot de Allerzaligste Maagd Maria. Ook vindt men in dit boek een volkomen onderricht over het heilig Sacrament van boetvaardigheid.

ocr page 12

4 VOORRED E.

doch bijzonder over de generale Biecht, en hoe men niet omstandigheid en duidelijk moet biechten. O gij, geliefde Christenen ! wier wil gedurende de Missie zoo goed was om in de deugd te volharden en in dezelve voortgang te maken, ja, die niets meer verlangdet, dan in alles den heiligen wil van God te volbrengen, om alzoo zijne geliefde en dierbare kinderen te worden, bedient u onophoudelijk van dit boek; het behelst niet alleen eene inleiding tot een zalig leven, eene christelijke orde van den dag, maar ook de schoonste en noodzakelijkste levensregelen, om uwe eigene zielen, als ook die, welke u toevertrouwd zijn, in zekerheid te brengen en dierbaar voor Gods oogen te maken. Bovendien behelst dit boek nog heilzame gedachten, welke u dagelijks of ook meermalen bij de meditatie kunnen dienen om u van de zoo gevaarlijke hervalling in de vorige zonden te bewaren; gij vindt ook in hetzelve een duidelijk onderricht over de wijze, om gemakkelijk met de grootste voordee-len te mediteeren. Lieve Christenen ! opdat gij niet zoudt vergeten en ook in staat zoudt zijn, aan anderen te leeren, wat een Christen, noodzakelijk weten moet om zalig te worden, zoo hebben wij er ook eenen V'einen Catechismus in vragen en antwoorden bijgevoegd ; welke alles behelst, wat u en de uwen tot de zaligheid noodzakelijk is te weten. Gebruikt alzoo zorgvuldig dit boek, lieve Christenen, voor u en ook voor anderen, die u misschien toevertrouwd zijn, opdat gij hen ook tegen het algemeen bederf zoudt bewaren! Vele, ja zeer vele zielen zijn reeds daardoor van den weg der verdoemenis afgewend

ocr page 13

VOORREDE.

S

en tot God in boetvaardigheid teruggekeerd. Velen, velen zijn daardoor op den weg des eeuwigen levens behouden, en meer nog, zij hebben door deszelfs gebruik een hoog punt van volmaaktheid bereikt. Evenzoo zal het met u gaan, christene ziel, indien gij van goeden wil zijt en met een rechtzinnig hart onophoudelijk dit boek leest.

Dat de liefde tot Jezus en Maria altijd in onze harten brande !

Klooster te WITTEM, April 1839.

ocr page 14

OVER HET GEBED.

ygt; Boe id moe ziel iot het gebed t en wees niet gelijk een mensch, dien God beproeft.quot; (Eccli 13.)

Onderricht.

Bidden is zijne ziel tot God verheffen.

Een der noodzakelijkste plichten van eenen christen is het gebed.

Tot een goed en aan God aangenaam gebed wordt vereischt:

1. Een zuiver hart of ten minste een oprecht verlangen, om een zuiver hart door de boetvaardigheid te bekomen.

gt;» De Heer is verre van de goddeloozen, maar het ge-» bed der rechtvaardigen (of van degenen die rechtvaar-» dig willen worden) verhoort Hij.quot; (Spreuk. 28.)

2. Een waar, levendig geloof. » Zonder geloof is het onmogelijk aan God te behagen.quot; (Hebr. 11.)

3. Een kinderlijk en vast betrouwen op God, dat Hij ons zal verhooren, indien het voor de zaligheid van onze ziel nuttig is. » Dat hij bidde, maar in geloot zonder te »twijfelen; want die twijfelt, is gelijk aan de golven gt;) der zee, die door den wind bewogen en rondgeslingerd » worden. Daarom moet zulke mensch niet denken dat » hij iets van den Heer bekomen zal.quot; (Jacob 1.)

4. Inwendige en uitwendige ootmoedigheid; » Hij (God) » heeft op het gebed der ootmoedigen nedergezien en Hij «heeft hun geroep niet veracht. (Ps. 101.)

5. Aandachtigheid des geestes, op datgene wat men vraagt. » Ik heb uit mijn hart geroepen ; verhoor mij, o » Heer.quot; (Ps. 16.)

6. Standvastigheid. » Men moet niet ophouden te bid-» den, al wordt men ook niet terstond verhoord. Het aan-» houdende gebed van eenen rechtvaardigen vermag » veel.quot; (Jacob. 5.)

sgt; De wijze zal zijn hart verheffen en 's morgens T) vroeg tot den Heer waken, die Hem geschapen tgt; heeft, eji hij zal voor het aanschijn des Aller-

hoogste?! vuriglijk bidden ; hij zal zijnen mond

openen, om te bidden, en hij zal bidden om de tgt; vergiffenis zijner zonden.quot; (Eccl. 30.)

ocr page 15

MORGENGEIJEDEX.

Onderricht.

Indien gij den dag heilig wilt doorbrengen, zoo moet gij hem heilig beginnen.

Zoodra gij ontwaakt en het tijd is om op te staan, zoo verhef uwe ziel terstond tot God, maak het teeken' des heiligen kruises, kleed u spoedig aan, kniel alsdan neder en begin te bidden.

1. Dank God, dat hij u opnieuw in het leven behouden en u in dezen nacht voor alle kwaad behoed heeft.

2. Bid Hem met een kinderlijk vertrouwen, dat Hij u dezen dig voor alle zonde en alle ander kwaad behoede.

3. Offer Hem alles op, wat gij gedurende dezen dag denken, spreken, doen en lijden zult; en vereenig dit met het lijden en sterven van Jezus Christus.

4. Maak een ernstig voornemen van dezen dag geene zonde te bedrijven. Maar neem u bijzonder vast voor, om u van die zonde te onthouden, tot welke gij het meeste genegen zijt.

Denk op alle gevaren en gelegenheden tot zonde, in welke gij misschien zoudt kunnen komen, en denk op middelen, om deze gevaren en gelegenheden te ontgaan; neem u vast voor, alle aanlokselen tot zonden standvastig te willen wederstaan, en bid daarvoor God om zijne genade.

Dit alles kunt gij inwendig in uw hart doen, maar wilt gij dit ook mondeling doen, zoo kunt gij de volgende gebeden doen.

MORGENGEBED.

/. Dankzegging.

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.

Mijn God ! ik aanbid U, ik bemin U uit geheel mijn hart.

Ik dank U voor alle weldaden, die Gij mij bewezen hebt en bijzonder, dat Gij mij dezen nacht zoo genadig bewaard hebt.

7

ocr page 16

MORGENGEBEDEN.

II. Gebed om de noodige genade.

O mijn Jezus, drang mij van daag op uwe handen. Allerheiligste Maagd Maria! laat mij eene schuilplaats onder uwen mantel vinden. En Gij, hemelsche Vader! help mij om de liefde van Jezus en Maria. Mijn Engelbewaarder! mijne heilige Patronen ! staat mij bij.

III. Goede meening.

Alles wat ik heden doen of lijden zal, offer ik U op : ik vereenig al mijne werken en geheel mijn lijden met het lijden van Jezus en Maria, en ik maak het voornemen, om alle aflaten waaraan ik deelachtig kan worden, te willen verdienen.

/ V. Voornemen.

Ik neem voor, de zonden te vluchten ; en ik bid ü, mij, om de liefde van Jezus, de genade van volharding te verleenen. Ik neem bijzonder voor, mij in allen tegenspoed aan uwen heiligen wil te onderwerpen en tot U te zeggen : Heer, uw wil geschiede.

Denk nu wat gij wilt voornemen. Overweeg hoe gij uwe bezigheden ter eere Gods en tot zaligheid uws naasten wilt verrichten. Herinner u het kwaad, dat gij vroeger bedreven hebt, de gevaren en gelegenheden tot zonde, en neem u krachtdadig voor, om dezen dag ieder gevaar en iedere gelegenheid tot zondigen zorgvuldig te vermijden.

Spreek tot God met een rechtzinnig hart.

Mijn God ! deze zonden wil ik bijzonder vermijden. Deze kwade gelegenheid wil ik zorgvuldig vluchten.

Beveel u hierop in de voorspraak van Maria, van alle Heiligen en van uwen Engelbewaarder aan.

8

ocr page 17

MORGENGEBEDEN. g

Allerheiligste Maria, Moeder Gods, en gij alle Gods lieve Heiligen! bidt God voor mij, dat ik Hem heden niet beleedige. O gij, heilige Engelbewaarder! gij zijt mij van God tot beschermer gegeven; bescherm mij, opdat ik dezen dag in geene vrijwillige zonden valle.

Zeg alsdan het Onze Vader, het Wees gegroet Maria, het Geloof en driemaal : Wees gegroet, o allerzuiverste Maagd Maria! met eene groote oplettendheid en godvruchtigheid, en verwek - de drie goddelijke deugden : geloof, hoop en liefde, welke gij ook voor het slapen gaan kunt verwekken.

Al'/e; van Geloof.

Mijn God! Gij zijt de onfeilbare waarheid : ik geloof alles wat de heilige Kerk mij beveelt te gelooven, omdat Gij het veropenbaard hebt. Ik geloof dat Gij mijn God zijt, de Schepper van hemel en aarde; dat Gij de rechtvaardigen in den hemel loont en de goddeloozen eeuwig in de hel straft. Ik geloof, dat Gij één in wezen en drievuldig in personen zijt : de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Ik geloof de menschwording en den dood van Jezus Christus; ik geloof eindelijk, al wat de heilige Kerk gelooft; ik dank U, dat Gij mij tot dit heilig geloof geroepen hebt, en ik verklaar, in dit heilig geloof te willen leven en sterven.

Akte van Hoop.

Mijn God! ik hoop met een vast betrouwen op de vervulling uwer beloften, dewijl Gij almach-tigj getrouw en barmhartig zijt; ik hoop door de verdiensten van Jezus, de vergiffenis mijner zonden, de volharding tot het einde en de eeuwige zaligheid.

ocr page 18

IO MANIER EN WIJZE OM DEN DAG

Akte van Liefde en Berouw.

O mijn God ! ik bemin U uit geheel mijn hart en boven al, omdat Gij de oneindige goedheid, en eene oneindige liefde waardig zijt; ik bemin ook mijnen naaste, uit liefde tot U; ik heb leedwezen uit geheel mijn hart over mijne zonden f omdat ik U, o oneindige Goedheid, daardoor be-leedigd heb : zij zijn mij meer leed dan alle ander kwaad. Met uwe genade, om welke ik U nu en voor altijd bid, neem ik vastelijk voor liever te sterven, dan U nog eens te beleedigen. Ik neem ook voor de heilige Sacramenten in mijn leven en op mijn sterfbed te ontvangen.

Paus Benedictus XIV heeft den n December 1754 aan diegenen, die deze drie goddelijke deugden verwekken, zoo dikwijls zij dit doen, eenen aflaat van 7 jaren en even zoo vele quadragenen (dat is : zevenmaal 40 dagen ) verleend. En die dezelve gedurende eene geheele maand dagelijks verwekt en in deze maand biecht en communiceert, verdient eenen vollen aflaat.

Aanmerking. Voor personen, aan wie h^t hunne bezigheden toelaten, is het zeer nuttig, zoo zij na het morgengebed ten minste een kwartier uurs aan de meditatie besteden. Zij kunnen zich daartoe van een meditatieboek bedienen, bijvoorbeeld, van het meditatie- en gebedenboek van den H. Alphonsus van Liguori, of een hoofdstuk uit het beroemde boek. De Navolging van Christus door Thomas a Kempis, en hetzelve lezende, op zich of hunne bijzondere omstandigheden toepassen.

MANIER EN WIJZE

om den dag heilig door te brengen.

1. Wandel in de tegenwoordigheid van God, en bedenk dat God, die overal tegenwoordig is, u overal ziet, en ook uwe verborgenste gedachten kent.

2. Begin al uwe werken met éene goede meening.

ocr page 19

HEILIG DOOR TE BRENGEN. I I

» Hetzij gij eet of drinkt, of iets anders doet, zoo doet alles ter eere Gods; quot; alzoo leert ons de heilige Apostel Paulus. (i. Cor. 10. 31.)

^ Daarom, indien gij moet arbeiden, zoo denk dat God rlit werk van u verlangt en zeg :

Heer! ik offer U de moeite op, die ik nu zal hebben.

Deze arbeid geschiede ter uwer liefde, ter uwer eere, miju God.

Geheiligd zij uw naam , door al wat ik doe, zelfs door mijn gaan en staan.

Valt u de arbeid te zwaar, of ontmoet gij iets dat u tegenstrijdt, zoo roep tot God;

O God ! kom mij te hulp.

Heer ! haast U om mij te helpen.

Neem ook uw dagelijksch kruis uit de handen van Jezus aan en zeg :

Heer! niet mijn, maar uw wil geschiede.

Indien gij den nariste iets goeds bewijst, zoo bedenk, dat God u bevolen heeft, uwen naaste te beminnen en hem goed te doen.

Geeft gij aalmoezen, zoo denk daarbij, dat Jezus datgene, wat men ook aan den minste van de zijnen doet, zoo aanziet, alsof men het aan Hem deed.

3. Indien u kwade gedachten of andere bekoringen tot zonde overvallen, zoo roep :

Liever wil ik sterven, o mijn God, dan U be-leedigen. Ga weg , satan , met alle bekoringen naar ziel en lichaam. Jezus en Maria 1 beschermt mij.

4. Verhef dikwijls op den dag uw hart tot God en herinner u het voornemen, dat gij 's morgens in uwe meditatie gemaakt hebt, en tracht het in alle gelegenheden die u voorkomen ten uitvoer te brengen.

5. Bid dagelijks, ter eere der zuiverheid van Maria, de allerheiligste Maagd, driemaal : Wees gegroet, Maria, enz. en zeg :

ocr page 20

12 MANIER EN WIJZE OM DEN DAG

ü Maagd Maria! mijne moeder en mijne hoop! ik stel mij onder uwe bescherming: ik wil daaronder leven en sterven; bewaar mij van de zonde.

6. Bereid u altijd tot het kruis; zie dikwijls door den dag uw kruisbeeld met liefde aan, en overdenk met ernst, dat gij niet in deze wereld gekomen zijt, om goede dagen te hebben, maar om te lijden, en niet om uwen, maar om den wil van God te doen.

Als de Engel des Heeren wordt geluid.

Bij het luiden der klok, 's morgens vroeg, 's middags en 's avonds, denk aan het groot geheim der menschwor-ding van den Zoon Gods, en zeg het volgende ,

1. De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van den heiligen Geest. Wees gegroet, enz.

2. Zie de dienstmaagd des Heeren , mij geschiede naar uw woord. Wees gegr. Maria, enz.

3. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. Wees gegr. Maria, enz.

v. Bid voor ons, o heilige Moeder Gods.

R. Opdat wij deelachtig worden aan de beloften van Christus.

Gebed.

Wij bidden U, o Heer! stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de glorie der verrijzenis : door Christus onzen Heer. Amen.

Indien men den Engel des Heeren, terwijl men luidt, alle dagen gedurende eene maand bidt, en in deze maand eens biecht en communiceert, zoo kan men een vollen aflaat verdienen. Benedictus XIII.

ocr page 21

HEILIG DOOR TE BRENGEN.

Gebed voor hel eten.

De oogen van allen vestigen zich op U, o Heer! Gij geeft hun spijs ten bekwamen tijde. Gij opent uwe hand en vervult al wat leeft met zegen. Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest; gelijk het was in het begin, nu, altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer! ontferm U onzer. Christus ! ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. Onze Vader, enz.

Heer ! zegen ons en deze uwe giften, die wij van uwe milddadigheid zullen ontvangen, door Christus onzen Heer.

Dat de Koning der eeuwige heerlijkheid ons aan zijne tafel in den hemel late deelnemen. Am.

Korter gebed voor het eten.

Mijn God! zegen mij, zegen deze spijs, opdat ik bij het eten geene zonden bedrijve, en opdat alles ter uwer eere zij.

Gebed na het eten.

Heer ! al uwe werken danken U, en uwe Heiligen zegenen U. Glorie zij den Vader, enz.

Wij danken U, almachtige God, voor al uwe giften. Gij die leeft en heerscht in eeuwigheid. Amen. Onze Vader, enz.

Heer! geef aan al onze weldoeners, om uwen heiligen naam, het eeuwig leven.

Dat ook de geloovige zielen rusten in vrede. Amen.

Korter gebed na het eten.

Ik dank U, o Heer! dat Gij mij, die uw vijand geweest ben, goed gedaan hebt.

'3

ocr page 22

A VOND-CODS VRUCHT.

AVOND-GODSVRUCHT.

Heerblijf hij ons , want hef ïaordi avotu/, de dag is reeds ïgevallen. (Luc. 24. 29.)

ONDKKRICHT.

Gelijk gij den dng heilig beginnen moet, zoo moet gij denzelven ook heilig eindigen. Hedenk dat sij wederom eenen dag dichter bij de eeuwigheid zijt. Wie weet, of God niet dezen nacht uwe ziel nog voor zijne vierschaai zal eischen. .

Het gezamenlijk gebed, als het in eene godvruchtige familie gedaan wordt, brengt eenen grooten zegen over het huis. ..

» Alwaar er twee of drie in mijnen naam vergaderd » zijn, (zegt Jezus Christus), daar ben ik in het midden » onder hen. quot;

Zoude eene liefdevolle belofte van onzen Heer ons met tct het gemeenzame gebed kunnen vereenigen ?

Uw avondgebed zal ten minste uit de volgende deel en

1. Gij zult God danken voor alle weldaden, die Hij u dezen dag bewezen heeft.

2. Gij zult den heiligen Geest bidden, dat Hij u verlichten wil, opdat gij u de zonde, die gij dezen dag bedreven hebt, zoudt kunnen herinneren, er een berouw over hebben en u beteren.

3. Gij zult uw geweten naarstig onderzoeken, en nadenken, hoe gij den tijd van 's morgens tot 's avonds doorgebracht hebt, waarin gij gemist hebt, hoe al uwe werken gesteld waren; maar gij moet bijzonder nadenken, hoe gij uw 's morgens gemaakt voornemen ten uit voer gebracht hebt.

4 Gij zult droefheid en leedwezen verwekken over uwe zonden en nalatigheid in het houden van uw gemaakt

voornemen. .

5. Gij zult opnieuw een vast voornemen maken van u te beteren, en God daarvoor om zijne genade bidden.

Gij zult dit alles zoo verrichten, alsof deze de laatste avond uws levens ware.

H

ocr page 23

AVOND-GODS VRUCHT.

AVONDGEBED.

I. Dankzegging.

In-den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.

O groote, almachtige God! ik val voor U op mijne knieën; en bedank U uit gelieel mijn hart voor al liet goed dat Gij mij gedurende dezen dag bewezen hebt : voor spijs en drank, voor de gezondheid, en voor alle krachten mijns lichaams en mijner ziel; vooral uwe heilige ingevingen en verlichtingen, voor uwe behoeding en bescherming , en voor alle andere genaden, die ik met genoeg kan inzien en begrijpen. Ik dank L daarvoor, o hemelsche Vader! door Jezus istus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.

II. Gebed om verlichting.

O alwetende God! Gij, die altijd op mijnen wandel acht geeft en al mijne voetstappen telt, voor wien geene gedachte verborgen is, verlicht mijn verstand, opdat ik stipt erkenne, wat kwaad Ik van daag gedaan of wat goed ik verzuimd heb beweeg mijnen wil, opdat ik er onrecht leedwezen over hebbe en mij betere.

UI. Onderzoek des gervetens.

gt;b lkI!quot;1Ü heden gedragen 'quot;J het opstaan des morgens. — 13,j het morgengebed ? — Hij de H. Mis? —

d'Jn , ' a.rbeld ■ — i!lJ het eten ? — In den omgang met den naaste met dezen of dien persoon ? — liij deze of

btkoringT ,d- dit SeVaar' ',ilt;: droefheid en

Heb ik niet gezondigd ?

V 'diLGE?,-VrTEN' quot;1« quot;iet bij onkuische, hoo

saardige. nijdige, wraakzuchtige, wantrouwige, klein-

'5

ocr page 24

16 AVOND-CODSVRUCHT.

moedige gedachten vrijwillig opgehouden, of dezelve ingewilligd ? — Hoe dikwijls ?

Met woorden. Heb ik geen onkuische taal gevoerd; verwenschingen, leugens, vloek- en scheldwoorden uitgesproken): is dit onvoorziens of met voordacht geschied ?

Met werkfn. Was ik niet lui, traag, ongeduldig bij mijnen arbeid ? — Hc.b ik niets oneerbaars gedaan ? Was ik niet uitgelaten in het gezelschap ? — Was ik niet jegens mijne ouders of oversten onbeleefd, knorrig of ongehoorzaam ? — Was ik niet jegens mijnen naaste onmeedoogend, trotsch, onvriendelijk, onbarmhartig, onrechtvaardig ? —; Heb ik mijns naastens eer niet gekrenkt. — Heb ik hem in niets schade veroorzaakt ?

Met verzuim. Heb ik niet verzuimd mijnen naaste te vermanen, te leeren, van de zonden af te houden ? Heb ik voor de zaligheid der zielen van mijne onderdanen en kinderen gezorgd : Heb ik geen goed werk verzuimd te doen ? — Heb ik misschien zelfs het bidden niet veronachtzaamd ?

Met vreemde zonden. Heb ik geen welbehagen gehad in de zonden des naasten ? Heb ik niemand gelegenheid tot zonde gegeven, bijzonder mijnen kinderen en dienstboden ? Heb ik de zonden van een ander belet, waar ik kon en moest ? , i

Eindelijk, onderzoek uzelven geheel in het bijzonder, hoe gij uw 's morgens gemaakt voornemen gehouden hebt, hoe dikwijls gij het verbroken, en hoe dikwijls gij u overwonnen hebt. Denk rijpelijk na, wat de oorzaak van uwen val geweest is, en zoek naar middelen, om u in het toekomende voor vallen te bewaren. Geloof mij, dat uwe geheele christelijke volmaaktheid van dit naarstig onderzoek uws gewetens afhangt.

IV. Leedwezen en berouw.

O, oneindig goede Vader! ik heb U heden wederom beleedigd; is dit de dankbaarheid, die ik U voor zoo vele en groote weldaden schuldig ben? Ach, ik beken mijne schuld, ik ben niet waardig uw kind genoemd te worden. Maar Gij, o hemelsche Vader! Gij zijt oneindig goed en barmhartig ■ daarom kom ik met vertrouwen tot U terug, en bid U ootmoediglijk en al wee-

ocr page 25

AVOND-GODSVRUCHT. 17

nende : vergeef mij al mijne zonden, die ik, zoowel vandaag als ook vroeger, mijn geheel leven door, gedaan heb. Zij berouwen mij en zijn mij van ganscher harte leed, en dit niet alleenquot;, omdat ik daardoor belooning verloren of straf verdiend heb; maar omdat ik U, o mijn God ! mijn hoogste on opperste goed, daardoor beleedigd hel). Och, konde ik liet toch weder goed maken, o had ik U toch nooit beleedigd.

V. Voornemen.

Ik neem vast voor, al mijne zonden openhartig en ten spoedigste te biechten, alle gelegenheid tot zonde te vluchten, al mijne plichten volkomen te vervullen, en liever te sterven dan U, mijnen allerliefsten God, nog ooit door eene zonde willens en wetens te beleedigen. Tot teeken van mijnen oprechten en goeden wil, zal ik terstond mijne bekeering beginnen ; bijzonder wil ik zorgvuldig dit kwaad..... in mij vernietigen. — Vergeef mij, barmhartige Vader, gelijk ik uit liefde tot U al mijne vijanden van ganscher harte vergeef. Verleen mij uwen machtigen bijstand, opdat ik godvruchtig leve, en tot den dood toe getrouw blijve.

Beveel it a/sc/an in de beseherming van Maria en van alle Gods lieve Heiligen.

Wij bidden U, o Heer, bezoek deze woning en verdrijf uit dezelve alle listen van den boo-zen vijand, laat uwe heilige Engelen daarin wonen, opdat zij ons in vrede bewaren. En uw zegen zij altijd over ons, door Jezus Christus, uwen Zoon. onzen Heer, die met U leeft en

2

ocr page 26

l8 AVONtJ-GODS VRUCHT.

heerscht, in de eenheid des heiligen Geestes,

God in alle eeuwigheid. Amen.

Allerheiligste Maagd ! gij, die na God onze grootste hoop zijt; heilige Engelbewaarder, heilige Patronen en alle lieve Heiligen! bidt voor ons den geheelen tijd van ons leven en in het uur des doods. Amen.

Gebed voor Je levenden en afgestorvenen.

Zegen, o lieer, al mijne bloedverwanten en weldoeners, mijne vrienden, vijanden en al mijne bekenden. Bescherm al mijne geestelijke en wereldlijke oversten. Sta alle armen, gevangenen, bedrukten, reizenden en kranken bij, bekeer de zondaars en ketters, verlicht de heidenen en ongeloovigen.

O God van barmhartigheid ! wees ook de arme zielen des vagevuurs genadig ; eindig hunne pijnen en breng ze in de eeuwige rust. Amen.

Zeg alsdan het Onze Vader, het Wees gegroet, Maria, en het Geloof met eene groote godvruchtigheid. Verwek de drie goddelijke deugden, zooals bij het morgengebed, bladz. 9, en om te eindigen ;

Mijn God ! ik dank U, dat Gij mij heden behoed hebt: ik bid U, mij ook dezen nacht te willen beschermen en mij van alle zonden te bewaren. Ik wil nu rusten om U te behagen ; en ik neem mij voor, U door iedere ademhaling te loven, te beminnen en te danken, zoo als de Heiligen in den hemel doen. Mijne Moeder Maria! zegen mij en neem mij onder uwe bescherming ; mijne heilige beschermpatronen ! bidt voor mij.

Ga met heilige gedachten of met korte heilige liefde-

ocr page 27

r.oDVRUciiTrr.F. oefeningen. 19

/nchtcn ie bed, en volhard daarin, tot dat gij inslaapt. Indien gij 's nachts wakker wordt, zco verhef terstond uwe gedachten tot God, en laat toch geene kwade gedachten uw hart intreden ; integendeel, roep terstond :

O Jezus ! o Maria ! neen, neen, liever sterven clan zDo te denken, te wenschen of te doen. In den naam des Vaders en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.

(ÖJtrbttvmijtijïc (Oefettittflcn.

Bij de heilige Mis.

»Van den opgang der zon tot haren onder-■» gang is mijn naafn groot onder de Heidenen. » Overal wordt aan mijnen naam offer geracht; en » een rein offer wordt geofferd, want mijn naam s is groot onder de Heidenen.quot; Alzoo spreekt de Heer der Heerscharen. (A/a/ach. I. i/.J

Onderricht,

Onder alle goederen en schatten, welke Jezus Christus aan zijne heilige Kerk nagelalen heeft, is het heilig Misoffer het grootste, het kostbaarste en heiligste goed. De heilige Mis is het offer van het lichaam en bloed van Jezus Christus, dat op onze altaren onder de gedaanten van brood en wijn den hemelschen Vader opgeofferd wordt : om het offer van Jezus Christus, hetwelk op het kruis op eene bloedige wijze geschiedde, hier op onze altaren op eene onbloedige, geheimvolle wijze ons voor te stellen en voort te zetten.

Jezus Christus heeft zich, stervende aan het kruis aan zijnen hemelschen Vader voor ons opgeofferd; Hij heeft door zijn vergoten bloed en smartvollen dood onze zonden afgewasschen en ons met zijnen hemelschen Vader verzoend. En om ons eene altijddurende gedachtenis van deze. zijne groote liefde na te laten, nam Hij in het laatste avondmaal, dat Hij met zijne leerlingen, den avond voor zijnen dood hield, het brood in zijne allerheiligste handen, dankte God, brak het, gaf het hun te eten, zeggende:

ocr page 28

GODVRUCHTIGK OEFENINGEN

« dit is mijn lichaam, dat voor u zal gegeven worden ; doet dit te mijner gedachtenis.quot; Desgelijks nam hij ook den kelk, en zeide : » dit is de kelk, het nieuwe testament in mijn bloed, dat voor u zal vergoten worden.quot; (Luc. 22 : 19 - 20.)

Door deze woorden : » doet dit te mijner gedachtenisquot; gaf Jezus Christus aan zijne Apostelen en aan hunne opvolgers, de Bisschoppen, en door deze aan de Priesters, de macht om het brood in zijn lichaam, en den wijn in zijn allerheiligste bloed te veranderen. De Priester zegent, gelijk Christus deed, brood en wijn : hij spreekt dezelfde woorden daarover uit, die Christus sprak; en dan wordt op het altaar, het brood en de wijn, gelijk bij het laatste avondmaal, in het lichaam en bloed van Jezus Christus veranderd. Even gelijk Jezus Christus zich aan het kruis zijnen hemelschen Vader voor onze zonden opofferde, zoo offert Hij zich hier op het altaar, door de handen des Priesters, aan denzelfden hemelschen Vader op. De offerande der Mis is alzoo volkomen gelijk aan het offer des kruisdoods van Jezus Christus; behalve dat op den berg van Calvarie deze offerande op eene zichtbare wijze geschiedde, en hier op onze altaren op eene onzichtbare; daar geschiedde dit offer op eene bloedige, hier op eene onbloedige wijze ; aan het kruis heeft zich Jezus Christus, zonder de tusschenkomst van eenen Priester opgeofferd, maar op onze altaren wordt Hij door de handen des Priesters opgeofferd.

Na de Consecratie, welke door dezelfde woorden des Priesters geschiedt, die Jezus Christus in het laatste avondmaal over het brood en den wijn uitgesproken heeft, is er geen brood en wijn op het altaar meer, maar de levende, waarachtige Jezus Christus, God en mensch te gelijk, doch onder de gedaanten van brood en wijn.

De Priester offert Jezus Christus aan den hemelschen Vader in den naam der heilige Katholieke Kerk op, en het gebed der Kerk , met de godvruchtige wenschen en gebeden der geloovisren, wordt met het allerheiligste offer vereenigd. Jezus Christus zelf is het, die op het altaar voor ons bidt en zich opoffert, en wij kunnen met zekerheid hopen, dat al wat wij door ons bidden alleen, van God niet zouden bekomen, wij dit in de heilige Mis, alwaar Jezus Christus zelf voor ons en met ons bidt, zullen verkrijgen.

Woon dan dagelijks, zoo gij kunt, deze allerheiligste offerande bij, van welke de H. Augustinus zegt: «wie

20

ocr page 29

lilj DE HEILIGE MIS. 21

godvruchtig de heilige Mis hoort, zal in geene doodzonde vallen, en vergiffenis van zijne dagelijksche zonden bekomen.

Stel u voor, alsof gij nevens uwen Zaligmaker stond, toen Hi| het laatste avondmaal met zijne leerlingen hield ; of wel, alsof gij op den berg van Calvarie onder het kruis stondt, op hetwelk zich de Zaligmaker voor de zonden der wereld aan zijnen hemelschen Vader opgeofferd heeft.

De beste en voordeeligste wijze om godvruchtig de heilige Mis te hooren, is, dat men zijne meening met die des Priesters vereenigt, en daarbij nog het volgende in acht neemt.

1. Den hemelschen Vader en Jezus Christus aanbidden.

2. Zich met dankbaarheid aan het lijden en tien dood van Jezus Christus herinneren, de grootheid zijner zonden daaruit erkennen en over dezelve een berouw verwekken, dewijl zij een zoo groot en schrikkelijk offer tot verzoening noodig hadden,

3. Den hemelschen Vader zijnen goddel ijken Zoon aanbieden, hem Denzei ven mede opofferen, en door zijne verdiensten om vergiffenis der zonden bidden.

4. God voor alle ontvangen weldaden bedanken, bijzonder voor de weldaad der verlossing.

5. Zijne eigene tijdelijke en geestelijke noodwendigheden en die zijner huisgenooten aan God voorstellen.

6. Zich de geloovige zielen des vagevuurs herinneren en voor dezelve bidden.

7. Het Lichaam des Heeren of wel met den Priester ontvangen, of ten minste geestelijkerwijze communiceeren.

Om aan de verdiensten der heilige Misofferande deel achtig te worden, moet men, op hetgeen de Priester doet, bijzonder op de drie hoofddeelen, de offerande, de consecratie en communie, acht geven, of wel eene overweging op het lijden van Christus doen ; of men kan zich van godvruchtige gebeden onder de. Mis bedienen. Men kan ook den Rozenkrans bidden of wel eene andere godvruchtige oefening doen, en daarbij op de bovengenoemde drie hoofddeelen acht geven, doch zonder zich le verontrusten en zonder na de heilige Mis daarover angstig te zijn of men het gedaan heeft of niet.

ocr page 30

Clt;1cbcïgt;eu ottïïcv ï»c IJbli»,

GrM vóór de //. Mis.

O oneindig groole en heilige God ! ik arme mensoli verschijn voor uw altaar, om de oneindige offerande der heilige Mis bij Ie wonen. Dit offer is alleen uwer oneindige Majesteit waardig, omdat liet uw eeniggeborene, eeuwige Zoon zelf is, die daar opgeofferd wordt. In vereeniging met die volmaaktste intentie, met welke zich uw allerliefste Zoon tot een slachtoffer voor ons overgeleverd heeft, offer ik U deze heilige Mis op, om uwen allerheiligsten naam te aanbidden en te verheerlijken; om U te danken voor al uwe aan mij tot nu toe be-wezene genaden ; om te voldoen voor al mijne bedrevene zonden ; om alle genaden te verkrijgen, die voor mij noodzakelijk zijn, bijzonder deze (hier kunt gij u eene bijzondere voorstellen, om welke gij God heden wilt bidden ) tot hulp en troost voor diegenen, voor welke ik bijzonder verplicht ben te bidden, voornamelijk voor deze levenden..... eu die overledenen..... (Men noemt ze.)

Bereid, o God, mijn hart, zuiver mijnen geest, wasch mijne zonden af, opdat ik bij deze heilige offerande waardig verschijne.

Confiteor.

Als de Priester aan den voet des altaars de heilige Mts begint, maak dan het tecken des heiligen krnises, denk een weinig over uwe zonden na, bid God dat H ij tl dezelve vergeve, en zeg :

ocr page 31

!)K 11 KIl-IGJi MIS.

Ik belijd voor God almachtig, voor de allerheiligste Maagd Maria, voor den heiligen Aartsengel Michaël, voor den IT. Joannes den Dooper, voor de heilige Apostelen Petrus en Paulus en voor alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb : met gedachten, woorden en werken 5 door mijne schuld, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld; daarom bid ik de allerheiligste Maagd Maria, den heiligen Aartsengel Michael, den II. Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus en alle •Heiligen, voor mij bij God onzen Heer te willen bidden.

De almachtige God zal zich onzer ontfermen. Hij zal onze zonden vergeven en ons tot het eeuwig leven leiden. Amen.

O almachtige en barmhartige Heer ! verleen ons de vergiffenis, de vrijspreking en de kwijtschelding onzer zonden. Amen.

Kyrie el cis on.

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

Gloria in excelsis.

Glorie zij aan God in het allerhoogste, en op de aarde vrede aan de menschen , die van goeden wil zijn. Wij loven U , wij zegenen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U, om uwe groote glorie, o Heer en God ! hemel-sche Koning! God Vader almachtig, o Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die wegneemt de zonden der wereld, ontvang ons gebed; die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer, want Gij zijt alleen heilig 5 Gij zijt alleen

ocr page 32

24 DE HEILIGE MIS.

de Heer, Gij zijt de allerhoogste, Jezus Christus, met den heiligen Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.

Na den Gloria wende zich de priester tot het volk en wenscht hun den zegen : Dominus vobiscum ! De Heer zij met ii! De dienaar antwoordt in den naam van het volk : et cum spiritu tuo; en met uwen geest. De priester zegt ; oremus, laat ons bidden. Daardoor geeft ons de H. Kerk te verstaan , dat wij onze intentie met die des priesters moeten vereenigen. Daarop volgt het gebed, hetwelk men de Collecte noemt, dat is, inzameling, omdat de Priester de wenschen en gebeden van allen die tegenwoordig zijn te zamen neemt, en dezelve als gezant in den naam van alle geloovigen aan God opdraagt. (Jij kunt daarbij het volgende gebed bidden.

Collecte.

Almachtige, eeuwige God! verhoor het gebed uws volks, en wend uw heilig aangezicht niet van ons af om onze zonden. Verhoor genadig het bidden van uwen dienaar, den Priester, die voor de zaligheid des volks bidt, en geef, dat wij datgene, wat wij met vertrouwen van U verlangen, van uwe barmhartigheid verkrijgen , door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Epistel.

Daarop volgt de Epistel, welks inhoud gewoonlijk is een deel uit de schriften der Profeten of der Apostelen. Gij kunt gedurende denzelven het volgende lezen :

O mijn God! ik aanbid uwen heiligen Geest, welke door de Profeten en Apostelen gesproken heeft en nu nog altijd door de heilige Kerk spreekt. Ik omhels met eerbied en ootmoed alle leeringen en onderwijzingen, die mij de heilige Kerk door hare Priesters geeft. Verleen mij, o God! dat ik al hare leeringen en onderwijzingen

ocr page 33

DK HEILIGE MIS. 25

volge, en volgens dezelve leve : door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Evangelie.

Goddelijke Zaligmaker! groot was uwe liefde want Gij zelf hebt op de aarde als leeraar willen komen, om ons den weg tot den hemel te too-nen. Ach , verleen mij de genade , dat ik die waarheden, welke Gij verkondigd hebt, met ootmoedigheid aanhoore. Verlicht mijn verstand, opdat ik ze mag kennen: vernieuw mijn hart, opdat ik ze beminne en getrouw navolge. Verleen mij uwen goddelijken bijstand, opdat ik mij nooit om uw Evangelie schame, integendeel hetzelve met woorden als met werken bekenne. Gij die leeft en heerscht, in alle eeuwigheid. Amen.

Credo.

Als de Priester den Credo zegt dan kunt gij de geloofsbelijdenis der Apostelen bidden.

Ik geloof in God den Vader, enz.

Offerande.

Bij het Offertorium i offerande) wordt het brood en de wijn, hetwelk in het allerheiligste lichaam en bloed van onzen Verlosser zal veranderd worden, door de handen des Priesters aan God opgedragen. Zeg dan het volgende :

Neem , o oneindig heilige Vader, almachtige en eeuwige God ! neem dit offer aan, dat U de Priester voor ons opdraagt. Ik geloof vastelijk en zonder den minsten twijfel , dat het in het waarachtig lichaam en bloed van Christus zal veranderd worden. Neem dit offer aan, o hemel-sche Vader! tot verheerlijking van uwen heiligen naam , tot verzoening van mijne zonden, tot

ocr page 34

IIKII.ICK MIS.

dankzegging voor al uwe aan mij verleende genaden, tot verkrijging van nieuwe weldaden en voornamelijk van de middelen die mij, om zalig te worden, noodzakelijk zijn, als ook voor alle geestelijke en wereldlijke oversten, voor vrienden eu vijanden, voor alle levende en overledene Christenen. Amen.

O ra te fratres.

De Priester wendt zich tot het volk en zegt : Orate fratres! bidt mijne broeders. Hij wenscht, dat diegenen, welke tegenwoordig zijn, met hem bidden, opdat dit offer aan God aangenaam zij. Zeg alzoo :

Dat de 1 leer deze offerande van uwe handen aanneme, tot lof en verheerlijking zijns naams , alsook tot voordeel van ons en van zijne heilige Kerk.

Prefatie.

De Prefatie is terzelfder tijd de ingang lot den Canon (of de stille Mis.) De priester zegt met luider stem : per omnia sa^cula sseculornm : daardoor drukt hij het verlangen uit, om God in eeuwigheid te kunnen loven. Hij roept al het volk toe : de Heer zij met u, en de dienaar antwoordt voor al het volk ; en met uwen geest! Daarna zegt de Priester sursuni corda : verheft uwe harten; en het volk antwoordt door den dienaar : wij hebben ze tot den Heer geheven. De Priester gaat voort en zegt : laat ons God onzen Heer danken. Men antwoordt : dit is rechtvaardig en billijk. — Dan zegt de Priester het volgende lof- en dankgebed :

Het is waarlijk rechtvaardig en billijk, plichtmatig en heilzaam, dat wij ons met Jezus Christus vereenigen , om U, heilige Meer! almachtige Vader! eeuwige God! onophoudelijk te danken, en te loven; het is door Hem dat alle heilige geesten uwe Majesteit loven; het is door Hem

26

ocr page 35

DK IIEII.IGE MIS. 27

dat alle krachlen der hemelen, bevangen door eene eerbiedige vrees, zich vereenigen om U te verheerlijken. Gedoog, lieer, dat wij onze zwakke lofzangen met die der hemelsche geesten vereenigen, en dat wij te zamen in verrukking van blijdschap en verwondering uitroepen : heilig, heilig, heilig is de lieer, de God Sabaoth : hemel en aarde zijr. niet zijne heerlijkheid vervuld. Dat de gelukzaligen Mem loven in den hemel. Gezegend is Hij, die tot ons komt op de aarde, God en Heer, gelijk degene die ITem afzendt Hosanna in den llooge!

Canon.

O goedertieren Vader! wij smeekeu en bidden U in den naam van Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, deze gift, dit geschenk, deze onbevlekte offerande gunstig aan te nemen en te zegenen : wij dragen ze U voornamelijk op voor uwe heilige Katholieke Kerk, opdat het U believe haar door de geheele wereld den vrede te geven, te beschermen, te vereenigen en te bestieren met al hare lidmaten, met uwen dienaar onzen Paus N., onzen Bisschop N., en in het algemeen, met allen die uw heilig geloof belijden.

Wees gedachtig, o Heer! uwe dienaren en dienaressen N. N. (bid hier een weinig voor die levende personen, welke gij heden in deze heilige Offerande aan God wilt aanbevelen.) Wees allen indachtig, die hier tegenwoordig zijn, wier geloof en godsvrucht U bekend zijn, voor welke wij U dit offer opdragen, of die U dit dankofler voor zichzelven en voor de hunnen opofferen : tot verlossing hunner zielen, tot versterking in

ocr page 36

DE HEILIGE MIS.

de hoop op hunne zaligheid en van hun welzijn, en om U, den levenden, waren en eeuwigen God, hunne wenschen voor te dragen. Wij eeren gemeenschappelijk het aandenken vooral der glorierijke en altijd onbevlekte Maagd Maria, Moeder van God en \ an onzen Heer Jezus Christus ; en ook van uwe heilige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Philippus, Bartholomeus, Mattheus, Simon en Thadeus, Linus, Cletus, Clemens, Syxtus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Da-mianus, en van al uwe Heiligen; door wier verdiensten en gebeden het U believe ons te ver-leenen, dat wij in alles van uwe bescherming en hulp voorzien zijn. Hoor Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Wij bidden U alzoo, o Heer! dat gij dit offer van ons, uwe dienaren, en van uwe geheele familie gunstig gelieft aan te nemen : dat Gij onze dagen in vrede bewaart, ons van de eeuwige verdoemenis behoedt, en ons onder het getal uwer uitverkorenen wilt stellen; door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Laat, o God! U dit offer in alles gezegend, geheiligd en aangenaam zijn, opdat het tot onze zaligheid veranderd worde in het Lichaam en Bloed van uwen geliefden Zoon, onzen Heer Jezus Christus.

Consecratie.

Stel u hier Jezus Christus levendig voor, hoe Hij bij het laatste avondmaal het brood genomen en gezegend heeft, zeggende ; » dit is mijn lichaam, dat voor u zal gegeven worden.quot; Kn hoe Hij over den wijn gesproken

28

ocr page 37

DE HKIUGE MIS. 2CJ

lieeft : » dit is de kelk mijns bloeds.quot; Geloof vastelijk, dat Jezus Christus, die voor u op het kruis gestorven is, in deze hostie en in den kelk, waarachtig en levend, als God en mensch tegenwoordig is, nadat de Priester daarover de heilige woorden der consecratie gesproken quot;heeft. Als de heilige Hostie omhoog geheven wordt, aanbid dan uwen Zaligmaker met een vast geloof en eene diepe ootmoedigheid, zeggende :

Bij het opheffen der heilige Hostie.

Ik geloof, o Jezus, dat Gij hier onder de gedaante van brood als God en mensch waarachtig tegenwoordig zijt 5 ik aanbid U als mijnen Heer en God met den allergrootsten eerbied. O Jezus, voor U leef ik; o Jezus, voor U sterf ik; o Jezus, de uwe ben ik, in leven en in dood.

Bij het ophe ffen van den Kelk.

Ik geloof, o Jezus, dat uw dierbaar bloed, hetwelk Gij eens als zoenoffer voor ons men-schen aan het kruis vergoten hebt, onder de gedaante van wijn, in dezen kelk, waarachtig tegenwoordig is. Ik aanbid U, o allerheiligst Bloed mijns Zaligmakers; wasch en reinig mij van alle zonden.

Vei'volg van den Canon.

Wij herinneren ons, o Heer, Christus uwen Zoon, zijn heilig lijden en verrijzenis van den dood, zijne glorierijke hemelvaart, en brengen voor den troon uwer hoogverhevene Majesteit, een heilig, rein en onbevlekt offer, het heilig brood des eeuwigen levens, en den kelk des al-tijddurenden heils.

Gewaardig U met een gunstig oog op dezelve neder te zien en ze met behagen aan te nemen.

ocr page 38

30 DE HEILIGE MIS.

gelijk (Jij met behagen aangenomen hebt de geschenken van uwen dienaar den rechtvaardigen Abel, de offerande van onzen aartsvader Abraham, en het heilig offer, de onbevlekte gift. welke U uw hoogepiiester Melchisedech opgedragen heeft.

Wij smeeken U vuriglijk, almachtige God, laat U deze offerande door de handen van uwe heilige Engelen, op uw hoogverheven altaar voor uwe goddelijke Majesteit brengen, opdat wij allen, die door deelneming aan het altaar, het allerheiligste Lichaam en het dierbaar ]iloed van uwen Zoon genieten, met uwen hemelschen zegen en genade vervuld worden; door denzelfden Christus, onzen lieer. Amen.

Gedenk, o Heer, uwe dienaren en dienaressen, die ons met het teeken des geloofs zijn voorgegaan en in vrede rusten. (Noem hier die overledenen, die gij bijzonder der goddelijke barmhartigheid wilt aanbevelen, opdat hunne smarten verzacht of zij uit de plaats van lijden in de woning der eeuwige zaligheid mogen overgebracht worden,) Wij bidden U, verleen dat deze en allen die in Christus rusten, de woning van verkwikking, licht en vrede mogen intreden : door denzelfden Christus, onzen lieer. Amen.

Verleen ook ons, zondaars, die op de grootheid uwer barmhartigheid hopen, dat wij eens deel mogen nemen aan het gezelschap van uwe heilige Apostelen en Martelaren : Joannes, Stepha-nus, Matthias, liarnabas, Ignatius, Alexander, Marcellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Cecilia, Anastasia en al uwe Heiligen. Laat ons in hun gezelschap komen: niet

ocr page 39

DE HEILIGE MIS. 31

om onze verdiensten, maar door uwe genade, door Christus, onzen Heer, door welken Gij, o God! alle goederen schept, heiligt, bezielt, zegent en ons uitdeelt. Door Hem, en met Hem, en in Hem, komt U, God, almachtige Vader, in de eenheid des heiligen Geestes. alle eer en glorie toe., van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Pater .Voster.

Zeg hier met den Priester het Onze Vader, enz. — En bid daarna het volgende gebed.

Wij bidden U, o lieer, verlos ons van alle verleclene, tegenwoordige en toekomstige kwalen, en door de voorspraak van de zalige, glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus, Andreas en van alle Heiligen ; verleen ons genadig den vrede in onze dagen, opdat wij, dooiden bijstand uwer barmhartigheid ondersteund, en altijd van alle zonden bevrijd en van alle verontrustingen verzekerd mogen blijven. Door denzelfden Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht, in de eenheid des heiligen Geestes, in alle eeuwigheid der eeuwigheden. Amen.

Ais de Priester de heilige Hostie breekt en een klein gedeelte in den kelk laat vallen, zeg dan ;

Deze vermenging en toeheiligipg van het heilig lichaam en bloed van onzen Heer Jezus Christus geve ons, die daaraan deel nemen, het eeuwige leven. Amen.

Agnus Der.

Klop hier driemaal op de borst en bid Jezus, dat onschuldige Lam Gods, om vergiffenis uwer zonden, en zeg ;

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

ocr page 40

32 I)F. HEILIGE MIS.

wereld, ontferm U onzer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den vrede.

Heer Jezus Christus, die aan uwe Apostelen, gezegd hebt : ik laat u den vrede, ik geef u mijnen vrede; zie niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en behoud haar volgens uwen wil in vrede en eenheid : die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, 'die volgens den wil des Vaders en door de medewerking van den heiligen Geest, door uwen dood het leven aan de wereld gegeven hebt; verlos mij door dit uw allerheiligste lichaam en bloed van al mijne zonden en van alle kwaad : geef dat ik altijd volgens uwe geboden leve, en laat niet toe dat ik mij nog ooit van U verwijdere ; die met denzelfden God den Vader en met den heiligen Geest leeft en heerscht. God in alle eeuwigheid. Amen.

Canon.

Indien gij onder de heilige Mis of na de heilige Mis communiceert, zoo kunt gij nog met den Priester het volgende bidden ;

Heer Jezus Christus! dat het ontvangen van uw heilig lichaam, hetwelk ik onwaardige durf nuttigen, mij niet tot mijne veroordeeling en verdoemenis zij, maar dat het mij, volgens uwe goedheid, tot ondersteuning naar ziel en lichaam en tot middel ter zaligheid diene. Gij die met den Vader, in de eenigheid des heiligen Geestes, leeft en heerscht. God in alle eeuwigheid. Amen.

ocr page 41

DU HEILIGE MIS, 33

Zoo zal ik dan dit hemelsch brood nuttigen en den naam des TTeeren aanroepen.

pendf •dan quot;let den Pr;es''er' dr'emaal op uwe borst klop-

Domine non sum dignus.

Heer! ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Indien gij niet communiceert, zoo kunt gij de geeste-Iijke Communie doen ; zie hierover het onderricht en de wijze om geestelijk te communiceeren.

Laatste collecte.

Almachtige, eeuwige God! ik dank U uit geheel mijn hart voor alle genaden en weldaden die Gij mij bewezen hebt; maar bijzonder, dat Gij ons uwen Zoon tot verzoeningsoffer, en zijn lichaam en bloed tot spijze onzer zielen gegeven hebt. Bewaar mij genadig, opdat ik nooit de allerheiligste offerande der Mis onwaardig bij-w one, en dat ik nooit deze allerheiligste spijze onwaardig ontvange ; door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Ite AIis sa est.

Bid hier om den zegen des Priesters.

Dat U, o allerheiligste Drievuldigheid, de volbrachte dienst des Priesters behage, en neem het offer, dat wij U opgedragen hebben, gunstig aan, opdat het ons en allen, voor welke het opgeofferd is, tot verzoening en zaligheid strekke : door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.

Zegen ons, o almachtige God : Vader, Zoon en heilige Geest. Amen.

3

ocr page 42

34 quot;ET AANHOOREN VAN HET

7.aaisic Evatigelic.

Jezus, eeuwig Woord des Vaders, die uit liefde tot ons mensch geworden zijt! ik aanbid L, ik vertrouw op V, ik bemin L. Gij zijt op de wereld gekomen, om ons den weg tot het eeuwig leven te toonen : leid mij, o waarachtig licht der wereld, opdat ik in de duisternissen dezes levens niet dwale, maar volgens uw licht heilig leve en zalig sterve.

Gebed tia de //. Mis*

Goede God, ik dank U, dat Gij mij aan deze allerheiligste offerande hebt laten deelnemen. Vergeef mij alle kwaad, .dat ik daarbij dooi traagheid of verstrooidheid gedaan heb : ik neem vast voor geene zonden meer te bedrijven, en in gedachten, woorden en werken zoo voorzichtig te zijn, dat ik de vruchten van deze heilige offerande niet verlieze. Zegen mij, almachtige, eeuwige God, in mijnen arbeid. O Jezus en Maria, mijne liefde in eeuwigheid. Amen.

OVER HET AANHOOREN

van het

GODDELIJKE WOORD OF HET SERMOEN.

Wie uit God is, die hoort Gods woord. (Joan. 8 ; 47.' Een gewichtig deel van den christeiijken Godsdienst is het aanhooren van liet sermoen of van het goddelijke woord. Dat niemand zich verbeelde, zoo wijs en geleerd te zijn, dat hij het gepredikte woord Gods kan missen. Het se'imoen is dat van God bestemde middel, door hetwelk Gcd tot onze harten spreken wil. Wie alzoo de rechtmatige van de katholieke Kerk gezonden predikanten niet hooren wil, die stopt zijne ooren voor de stem Gods,

ocr page 43

GODDELIJKE WOORD. 35

hij veracht Jezus Christus, die gezegd heeft : »wie u hoort, die hoort mij, wie 11 veracht, die veracht mij.quot; —

Maar gij zegt: ik kan toch het woord Gods zei fin de Schriftuur lezen, wat heb ik dan eene predikatie van nocde ? Hoe ! gij, met uw geschapen, bekrompen, ellendig verstand, durft zeggen, dat gij den zin van den eeuwigen God verstaat !.... O ongelukkige ! Gij maakt van uw eigen zin den zin van God.... De heilige Kerk alleen, welke door den heiligen Geest zei ven verlicht en bestierd wordt, zij alleen kent den waren zin der heilige Schriftuur, den zin van God, op eene onfeilbare wijze? Zij laat ons de leer van Jezus Christus door hare Bisschoppen en hunne medewerkers, de Priesters, verkondigen, en deze zijn het, die men hooren moet, indien men niet als een hoovaardige' geest aan de grootste dwalingen wil blootgesteld worden.

Maar gij zegt mij : ik heb te huis zelf goede uitleggingen van het evangelie en andere goede stichtende boeken, tleze dienen mij in plaats van het sermoen. Daarop antwoordt u de heilige Thomas van Villanova : zeg mij niet : ik ben geleerd, ik heb te huis de werken van Au-gustinus, Bernardus, enz.: de letter is dood, de stem is levend. De predikant is de levende stem Gods. Hij is de stem van dien, die in de woestijn roept. De letter doodt, de geest is het, die levend maakt, zegt Jezus Christus! En hoe is de wereld bekeerd geworden ? Door het verkondigde goddelijke woord van de heilige Apostelen. —

Aanhoor dan het sermoen met een godvruchtig en ootmoedig hart; beoordeel den Priester niet; zoek de schoone woorden niet; pas het sermoen niet op anderen, maar op uzelven toe ; overweeg het woord van den predikant gelijk eene stemme Gods, die in de ooren van uw hart galmt; opdat gij u zoudt bekeeren. Herhaal dan in uw hart voor en gedurende het sermoen dikwijls de woorden des heiligen Samuëls : «spreek, o Heer ! want uw dienaar hoort.quot; —

Gebed voor het Sermoen, Kom, heilige Geest! vervul de harten uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Gij, die de volkeren aller talen in de eenheid des geloofs verzameld hebt.

O God ! die de harten der geloovigen door de verlichting van den heiligen Geest onderwezen hebt : verleen ons de genade, dat wij

ocr page 44

26 OEFENINGEN

door dien/.elfdeu Geest de ware keuuis mogen verkrijgen, en over zijne vertroostingen ons steeds mogen verblijden : door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen lieer. Amen.

A'a het Sermoen.

O lieer Jezus Christus! ik bedank l, dat Gij heden liet zaad van uw goddelijk woord in mijne ziel gezaaid hebt. Gedoog niet, o lieer ! dat dit goede zaad door den boozen vijand uit mijn hart weggenomen worde, of door de drift tot onzuivere en aardsche begeerten vernietigd, of door de doornen der tijdelijke zorg verstikt worde, maar verleen integendeel, dat uw woord, door uwen zegen, in mij honderdvoudige vruchten voor het eeuwige leven voortbrenge. Amen.

OEFENINGEN VAN GODSVRUCHT VOOR DE H. BIECHT.

Stel u voor alsof deze'biecht de laatste van uw leven is. Bereid u daar juist zoo toe, gelijk een mensch, die zich op zijn sterfbed, zeer dicht bij den dood, en reeds aan den rand van het graf bevindt. Bid God om de genade, om uw geweten goed te onderzoeken en de noodzakelijke verlichting des verstands te bekomen, om u uwe zonden wel te herinneren. Bid tot dit einde :

O God en Vader des lichts; die alle men-schen verlicht, die in deze wereld komen, zend in mijn dor hart eene straal van het heilige licht van liefde en berouw, opdat ik in staat zij, mij de zonden die ik jegens U bedreven heb, juist te herinneren, er leedwezen over te hebben en ze te belijden.

Maar gij, o Moeder van mijnen God! die zoo liefdevol jegens de zondaren zijt, welke waarlijk

ocr page 45

VOOR DE H. BIECHT. 37

verlangen oprecht leedwezen over hunne zonden te hebben : sta mij bij met uwe alvermogende hulp en genade, mijne allerliefste hoop, Maria!

Mijn heilige Engelbewaarder ! help mij door uwen bijstand alle beleedigingen herinneren, aan welke ik mij jegens mijnen God schuldig gemaakt heb.

Alle Heiligen en uitverkoomen des hemels! bidt voor mij, opdat ik waardige vruchten van boetvaardigheid doe. Amen.

Nu kunt gij uw geweten onderzoeken. Voor personen, die een angstig geweten hebben en dikwijls de heilige Sacramenten ontvangen, moet dit onderzoek kort, onbevreesd en zonder twijfelachtigheid zijn. Het is genoeg voor zulke zielen dat zij eenen redelijken en aandachti-gen oogslag op die fouten en onvolmaaktheden werpen in welke zij gewoon zijn te vallen. Zij moeten meer bezorgd zijn, om het Sacrament van boetvaardigheid met eene volmaakte droefheid, liefde, berouw en godsvrucht te ontvangen, waarvan zij door onnuttige vrees en on-gegronden angst het meest wederhouden worden. Wie integendeel zelden te biechten gaat, die besteedt om zijn geweten te onderzoeken, zooveel tijds als men redelijkerwijze in zoo eene gewichtige zaak voor genoeg houden kan, om zich de soort en het getal der groote zonden zooveel als het zijn kan, te herinneren.

Na het gewetensonderzoek maak de volgende drie overwegingen, om in u een waar berouw over uwe zonden op te wekken.

I. OVERWEGING.

Oc'Cf dc grootheid der zo/titc.

Overweeg, dat alle zonden, hoe klein zij ook mogen zijn, God oneindig mishagen. —

Zij onteeren al de oneindige volmaaktheden Gods, die in zich zeiven oneindig volmaakt en vervolgens oneindig waardig is bemind te wor-

ocr page 46

38 OEFENINGEN

den. — Als gij zondigt, dan doet gij Hem ongelijk aan; die u op het teederste bemint. Is dit niet eene wreedheid, en eene zaak die tegen alle goede reden strijdt ?

Helaas! dit zullen wij niet begrijpen, voor dat wij in den hemel zijn. Neen, in dit leven kunnen wij niet genoeg begrijpen, welke boosheid de zonde is, en welke straf degene verdient, die ze bedrijft. —

Akte van Berouw.

C) mijn God! oneindig beminnenswaardige God ! ik beken, dat mijne zonden grooter in getal zijn, dan de haren van mijn hoofd en de zandkorrels aan den oever der zee, en indien ik ook maar eene éénige bedreven had, zoo zoude ik evenwel met deze éénige alle uwe oneindige volmaaktheden beleedigd hebben.

Ach! waarom ben ik dan niet van berouw en afschuw doordrongen, wijl ik daar toch zoo veel reden voor heb. Ik ben een nietig schepsel, eenen aardworm, en heb een weinig ijdele eer, eenen vuilen wellust, eene ellendige eigenbaat, boven uwe allerhoogste Majesteit gesteld, die ik moest aanbidden, eeren en dienen.

Ach, mijn Heer en God! om de eeuwige liefde, waarmede Gij U zeiven bemint, vergeef mij mijne zonden. O onbegrijpelijke goedheid ! O oneindige schoonheid! hoe heb ik kunnen besluiten, U te haten, U te verachten?... Maar deze schrikkelijke en onredelijke haat doet mij leed, bedroeft mij. Neen, — ik wil U niet meer be-leedigen ; liever wil ik duizendmaal mijne goederen, eer, gezondheid, ja zelfs mijn leven ver-

ocr page 47

VOOR DE ir. BIECHT. 39

liezen, dan opnieuw eenen zoo goeden God, gelijk Gij zijt, te mishagen.

II. OVERWEGING.

Over de lueldaden van God, dien wij door onze zonden beleedigd hebben.

Overweeg, hoe God onze grootste weldoener is, die ons duizend weldaden in het algemeen, maar millioenen in het bijzonder bewezen heeft.

Hij heeft ons uit niets voortgebracht, ons naar zijn beeld en gelijkenis geschapen. — Zonder ons aanwezen noodig te hebben. — Hij heeft ons verlost door het bloed zijns Zoons. — Hij heeft ons tot het christendom geroepen, terwijl Hij millioenen anderen , menschen zoo als wij, in den nacht der ongeloovigheid gelaten heeft. — Hij heeft ons tot op dit oogenblik, zelfs in onze zonden en boosheden laten begaan. Hij heeft ons zoo vele en zulke gemakkelijke middelen gegeven om lot de zaligheid te komen : en wij — wij betalen Hem voor dit alles met ondankbaarheid ! —- Hij heeft alle schepselen voor ons geschapen, en wij — wij gebruiken dezelve, om Hem te beleedigen! —

Akte van Berouw,

O welk eene afgrijselijke ondankbaarheid ! Xeen, — daar wordt, daar kan geene grootere onder de zon gevonden worden ! Ja, mijn beminnelijke Zaligmaker ! op deze wijze heb ik U mijne erkentelijkheid bewezen, omdat Gij mij uit het niet getrokken hebt, in hetwelk ik zonder U op dit oogenblik nog zoude zijn. Ach! zoo —

ocr page 48

OEFENINGEN zoo heb ik tot nu toe uw kostbaar bloed geacht, hetwelk Gij met zooveel liefde en smarten voor mijn heil vergoten hebt.

O, ik ondankbare ! Wie geeft genoeg zuchten aan mijn hart en tranen aan mijne oogen, om den dood mijner ziel te beweenen, en wie geeft mij over het venaad van mijn God, waaraan ik mij schuldig gemaakt heb, een oprecht berouw ! — Ach, goede en barmhartige Heer! ontferm U mijner! ik heb een oprecht verlangen, en maak het vaste voornemen, U nooit meer te beleedigen.

Ach ! was het wel billijk en rechtvaardig, dat na geboren te zijn en' ontelbare weldaden van mijnen God ontvangen te hebben, ik Hem zoo dikwijls beleedigde, gelijk helaas, geschied is ? Moest ik daarom in den schoot mijner moeder door uwe onzichtbare, almachtige hand gevormd, met handen, voeten, ooren en een hart voorzien worden, om alle zintuigen te gebruiken als werktuigen tot mishandeling en ontheiliging uwer allerhoogste Majesteit ? — Ach, ongelukkige oogen, rampzalige handen, trouweloos hart! — Gij zijt door uwe buitensporigheden schuldig aan al de pijnen en den gruwelijken dood, welke de Zoon Gods aan het kruis geleden heeft. —

III. OVERWEGING.

Over de tegenwoordigheid Gods, voor wiens aanschij}i de mensch zondigt.

Overweeg, dat de allerheiligste Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de heilige Geest, de eenige en almachtige God, overal tegenwoordig is : dat

ocr page 49

VOOR DE H. BIECHT. 41

Hij alles ziet, alles kent, alles hoort, en de in-wendigste en verborgenste gedachten van ons hart met zijne volmaaktste kennis en wetenschap doordingt.

• Voor deze ontzaglijke Majesteit, voor welke de verheven Seraphijnen sidderen, hebben wij de onbeschaamdheid om te zondigen, en zulke dingen voor haar aanschijn te doen, te spreken, en te denken, die ons zeker met schande overdekken zouden, indien wij ze in de tegenwoordigheid van den ellendigsten en geringsten mensch dezer wereld moesten bedrijven. —

Overweeg verder, dat deze God onze allerhoogste Rechter is, die zeker en zonder den minsten twijfel in het uur onzes doods een streng oordeel over al onze gedachten, woorden en werken zal houden. —

AAte van Berouw.

Allerhoogste en rechtvaardigste Rechter der levenden en dooden ! Gij die alles ziet en met uwe alwetendheid tot in het diepste mijns harten doordringt; is het mogelijk, dat ik voor U durf verschijnen, na L zoo ontrouw geweest te zijn ? Maar wat zal ik doen ? Waarheen kan ik vluchten, waar mij voor U verbergen, daar voor uw alziende oog niets verborgen blijft ?

Ach ! was het geene onverdragelijke boosheid van mij, dat ik mij niet geschaamd heb voor uwe hoogste Majesteit, voor welke de Seraphijnen uit eerbied hun aangezicht met hunne vleugels bedekken, datgene te doen, wat ik in het aanschijn van den geringsten en verachtelijksten mensch niet zou durven bedrijven ?

ocr page 50

42 OEFENINGEN

O mijn God, barmhartigheid ! barmhartigheid mijn God en mijn al! ik vervloek van ganscher harte uit liefde tot U, die het hoogste en oneindige goed zijt. al mijne zonden.

Na het gedane ondeizoek des gewetens en behoorlijke voorbereiding, ga tot den heiligen rechterstoel der biecht, met eene houding, welke aan zulk een persoon betaamt, die zich aan de misdaad van beleediging jegens de allerhoogste Majesteit schuldig gemaakt heeft; met ootmoedigheid, eenvoudigheid des harten, inwendige rusten vast betrouwen, zonde: u te beangstigen of gij misschien iets zoudet vergeten hebben. Beschuldig uzelven aan den biechtvader, en let met een leerzaam hart op zijne vermaningen. Beschouw in hem alleen Jezus Christus, en gedraag u, zoolang gij tot hem spreekt, zoo, alsof gij tot Jezus Christus zeiven spraakt. Hebt gij u misschien van eene zonde te beschuldigen, in welke gij hervallen zijt, zoo maak een bijzonder voornemen, van niet meer daarin te vallen, met de oprechte belofte van ook die gelegenheid te vermijden, en de middelen, welke de Biechtvader u voorschrijft, of dezulke, welke hij als de beste voor uwe verbetering acht, zekerlijk aan te wenden.

KORTERE GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

VOOR DE HEILIGE BIECHT.

( Uil de Schriften van den //. Alphonsus de Ligtiori.)

O heilige God! die altijd bereid zijt, om de zondaars in genade te ontvangen en ze te sparen : zie barmhartig neder op mijne arme ziel, die na zoo menigvuldige zonden opnieuw tot U wederkeert, om door uw heilig Sacrament vei-giffenis te bekomen. Verleen mij hiertoe de noodzakelijke voorbereiding: verlicht mijn verstand, opdat ik al mijne zonden kenne; vermorsel mijn

ocr page 51

VOOR DE n. BIECHT. 43

hart, opdat ik er een waar berouw over gevoele, bestuur mijne tong, opdat ik ze alle oprecht biechte en daarvan vergiffenis bekome: laat niet toe, dat mijne eigenliefde mij verblinde.

Heilige Maria, moeder der genade en toevlucht der arme zondaars, bid nu voor mij , opdat ik deze heilige biecht wel moge doen, en door dezelve vergiffenis en genade moge bekomen, om mijn leven te beteren. —

va71 Berouw voor de heilige Biecht.

Gij ziet voor uwe voeten, o oneindig groote God! den verrader, die U zoo dikwijls beleedigd heeft, maar die U nu ootmoedig om vergiffenis bidt : „ een hart, dat zich voor U verootmoedigt, verwerpt Gij niet.'' (Ps. 50.) Ik dank Ü, dat Gij mij tot heden toe bewaard hebt, en dat Gij mij niet in de zonden hebt laten sterven. Om de verdiensten van Jezus Christus hoop ik, dat, daar Gij, o mijn God, mij tot nu toe ge-duldiglijk hebt laten begaan. Gij mij in deze biecht alle zonden vergeven zult, die ik ooit gedaan heb. Ik heb leedwezen over mijne zonden, o mijn God! het is mij van harte leed, dat ik ze bedreven heb, omdat ik daardoor de hel verdiend heb en den hemel verloren. Doch ik heb er daarom niet zoo zeer leedwezen over, omdat ik er de eeuwige straffen door verdiend heb ; neen, maar zij zijn mij bijzonder leed, omdat ik L, de oneindige goedheid , daardoor beleedigd heb. Ik bemin U, o mijn opperste goed ! en omdat ik U bemin , ben ik bedroefd over de beleedigingen, die ik U aangedaan heb. Ik heb U verlaten 5 ik heb U niet de eer , die U toe-

ocr page 52

44 KORTRRK OEFENINGEN VOOR DE BIECHT.

komt, bewezen 5 ik heb uwe genade, uwe vriendschap veracht5 ik heb U, o Heer! vrijwillig verloren. Vergeef mij om de liefde van Jezus, al mijne zonden ^ ik gevoel er berouw over uit geheel mijn hart5 ik verzaak ze. O mijn God! niet alleen de doodzonden, die ik bedreven heb, zijn mij leed, maar ook de dagelijksche zonden ; omdat ik ook door deze U beleedigd heb. Ik neem voor, om U in het toekomende niet meer vrijwillig te beleedigen. Ja , mijn God ! ik wil liever sterven dan nog zondigen.

Zoo wij eetie zonde biechten, in welke wij dikwijls vallen, moeten wij het vast voornemen maken , dezelve niet meer te bedrijven; wij moeten dan besluiten , de gelegenheid daartoe te mijden en onzen biechtvader bidden, dat hij ons een krachtig middel voorschrijve , om ons te beteren.

Gebed 7ia de heilige Biecht,

O mijn allerdierbaarste Jezus, hoe groote dankbaarheid ben ik U niet schuldig; ik hoop dat Gij mij, om de verdiensten van uw heilig bloed, mijne zonden vergeven hebt. Ik dank ü daarvoor uit geheel mijn hart; ik brand van verlangen, om uwe barmhartigheid in den hemel, de altijddurende eeuwigheid door, te loven. Tot nu toe, o mijn God ! heb ik Ü dikwijls verloren, maar in het vervolg wil ik U niet meer verliezen; ik wil veranderen van leven, Gij verdient al mijne liefde ; ik wil U waarachtig beminnen; ik wil niet meer van U verwijderd worden: ik heb U beloofd liever te sterven, dan U nog te beleedigen; ik vernieuw nu mijne belofte ; ik wil ze houden. — Ik beloof U de gelegenheid der zonden te vluchten, en het vol-

ocr page 53

ONDERRICHT OVER DE 11. COMMUNIE. 45 gende middel aan te wenden (hier noemt men dit middel) om niet meer te zondigen. Maar (Jij kent mijne zwakheid, o mijn God ! verleen mij de genade, om U getrouw te blijven tot den dood toe; help mij, telkens als ik bekoord word, opdat ik tot U mijne toevlucht neme. Help mij, o Maria, gij zijt de moeder der volharding, op 11 stel ik al mijne hoop. —

ONDERRICHT OVER DE H. COMMUNIE.

( Get rokken mt de Schriften va?i den heiligen Alphonsus de Liguori.)

Onder alle heilige Sacramenten is het Sacrament des Altaars het heiligste, het voortreffelijkste en voornaamste. De andere heilige Sacramenten bevatten de genaden en gaven van God, maar het heiligste Sacrament des Al taars bevat God zeiven. Daarom zegt de groote leeraar, Ihomas van Aquinen : »de andere Sacramenten zijn door Jezus Christus ingesteld , om de menschen of wel tot het ontvangen of uitdeelen van dit allerheiligste Sa-clament waardig te maken, welke de voltooiing van het geestelijk leven is, dewijl van dit Sacrament alle volmaaktheid onzer zielen komt; want de volmaaktheid der menschen bestaat in de vereeniging met God : en daar is geen krachtiger middel, om ons met God te vereenigen, dan de heilige Communie, door welke de ziel met Jezus Christus vereenigd wordt, gelijk Hij zelf getuigt, als Hij zegt : wie Mijn vleesch eet en Mijn bloed drinkt^ die blijft in Mij, en Ik in hem. quot; (Joan. 6. 57.)

De bijzonderste werking van het allerheiligste Sacrament is, dat het de menschen in het leven der genade behoudt. Daarom wordt het brood genoemd, want, gelijk het aardsche brood het leven des lichaams onderhoudt, zoo onderhoudt dit hemelsche brood het leven der ziel, welke de genade Gods is.

Het is volgens de uitspraak der kerkvergadering van 1 renthe het krachtigste behoedmiddel, hetwelk ons van de » dagelijksche zonden zuivert en van de doodzonden bewaart. quot; (Zitt. 18. 2.)

Vooral boezemt ons de heilige Communie de liefde tot

ocr page 54

4O ONDERRICHT OVER

God in. Jezus Christus heeft ons uitdrukkelijk betuigd, dat Hij om niets anders op de wereld gekomen is, dan om het vuur zijner goddelijke liefde in onze harten te ontsteken. » Ik ben gekomen, om het vuur op de aarde te brengen, en wat wil Ik anders dan dat het brande.quot; (Luc. i2. 49.)

Wat is er wel op de aarde, dat het vuur der goddelijke liefde in de menschelijke harten meer zou kunnen ont steken, dan dit allerheiligste Sacrament des Altaars, alwaar onze goddelijke Zaligmaker zich geheel aan ons schenkt: Derhalve leert ons ook de kerkvergadering van Trenthe, dat onze Zaligmaker in dit Sacrament «alle schatten zijner liefde over ons uitgestort heeft.quot; (Zitt. 13. 2.)

De menschen moeten alzoo niets vuriger en meer verlangen dan Jezus Christus, zoo dikwijls als het hun maar mogelijk is, in de heilige Communie te ontvangen.

Het is bekend, dat de eerste Christenen, gelijk de H. Lucas betuigt, dagelijks tot de tafel des Heeren naderden. »Zij volhardden dagelijks eenparig in den tempel, en braken het brood in hunne huizen.quot;' ( Act. 2. 46.)

Onder het brood verstaan alle heilige Vaders de heilige Communie.

Het is ook bekend, dat de heilige Kerk in de kerkvergadering van Trenthe den wensch uitgesproken heeft, dat de geloovigen, die de heilige Offerande der Mis bijwonen, telkens ; «niet alleen geestelijkerwijze, maar ook inderdaad communiceeren zouden.quot; (Zitt. 22. 6.)

Het is ook nog bekend, dat de grootste Heiligen zich van de menigvuldige heilige Communiën, als van het krachtigste middel, bedienden, om in de godvruchtigheid en deugd voortgang te maken. —

Wat moet men alzoo aan die Christenen zeggen, die aan den wensch van Jezus Christus en van de heilige Kerk niet beantwoorden en de heilige zielen niet willen navplgen : Ach, ik weet het, zij verontschuldigen zich met dit ijdel gezegde ; wij zijn niet waardig, om zoo dikwijls tot de tafel des Heeren te gaan. O mijn God ! indien men op de waardigheid wil acht geven, wie zou dan wel waarachtig waardig zijn om te communiceeren; Niemand dan Jezus Christus zou waardig zijn om te communiceeren , omdat God alleen waardig is, God te ontvangen. Maar ik zeg u, mijne lieve Christenen, hoe meer gij u van de heilige Communie verwijdert, des te onwaardiger zult gij worden ze te ontvangen ; want hoe minder gij tot de tafel des Heeren nadert, des te talrijker zullen uwe zonden zijn, omdat het hoofdmiddel, hetwelk

ocr page 55

DE II. COMMUNIE. 47

juist de heilige Communie is, u ontbreekt, om uwe gebreken af ie leggen en u te beteren.

Gij zult mij misschien zeggen ; Ik weet niet of ik in de genade Gods ben, daarom vertrouw ik mij niet tot de heilige Communie te gaan. Maar zeg mij, wat verlangt gij dai\ om te weten, of gij in de genade Gods zijt of niet; Verwacht gij misschien, dat een Engel uit den hemel kome en het u zegge : Moet het niet genoeg zijn dat uw biechtvader u toelaat tot de heilige Communie te gaan ? Weet, dat, als de biechtvader het u toelaat, gij 11 meer daarop verlaten kunt, dan indien alle engelen het u zeiden, omdat ons Jezus Christus niet de engelen, maar de priesters als plaatsbekleeders van God aangewezen heeft. —

Maar wat zullen de menschen zeggen, antwoordt gij, indien zij mij zoo dikwijls tot de heilige Communie zien gaan ; zij zullen het ofwel voor eene heiligschennis aanzien en kwaad van mij spreken, of mij zelfs bespotten en voor eenen dwaas houden. Ik antwoord u daarop : zoo dikwijls gij met toelating uws biechtvaders communiceeit en de goede meening hebt, om in de deugd grooten voortgang te doen, communiceer dan en laat de menschen zeggen wat zij willen ! De beroemde Joannes Avila zegt, dat diegenen het ambt des duivels bekleeden, welke anderen berispen omdat zij zoo dikwijls communiceereft, en gij wilt zoo dwaas zijn, om u aan hen te storen.

Hoor cok nog wat de H. Franciscus van Sales zegt : «Indien u de wereldsche kinderen vragen, waarom gij zoo dikwijls communiceert, zoo antwoord hun : twee soorten van menschen moeten dikwijls communiceeren, te weten; de volmaakten en de onvolmaakten ; de volmaakten opdat zij zich in de volmaaktheid behouden, en de onvolmaakten opdat zij tot de volmaaktheid geraken. De sterken opdat zij niet zwak worden, en de zwakken opdat zij sterk worden. De zieken opdat zij gezond worden, en de gezonden opdat zij niet ziek worden. En wat u aangaat, moet gij als-een onvolmaakte, zieke en zwakke dikwijls communiceeren.

O mijn Gcd ! wat helpen alle vcrschooniiigen en verontschuldigingen ? Zeg de waarheid, zeg ze rechtuit. — Daarom wilt gij niet dikwijls tot de tafel des Heeren naderen, omdat gij dan de ijdelheden en de zondige vermaken der wereld zoudt moeten verlaten ; daarom bemint gij niet deze spijs der engelen, omdat gij de schepselen nog met een ongeregelde neiging bemint: daarom betrouwt gij u niet, Jezus Christus zoo dikwijls te ontvangen, omdat gij de berisping vreest, die Jezus Chris-

ocr page 56

48 UNDKKUKIIT OVKR

tus uw Zaligmaker, u wegens uwen ongebonden en zondigen levenswandel zoude doen, indien gij Hem dikwijls in de heilige Communie zoudt ontvangen. Wees op uwe hoede, dat uwe zondige lafhartigheid u niet voor eeuwig in het verderf storte. Vrees niet, dat gij u op uw sterfbed die Communie zult moeten verwijten, welke gij met behoorlijke godsvrucht ontvangen hebt, maar vrees veeleer, dat het u dan...., ach, misschien te laat,.... berouwen zal, u van zoovele genaden beroofd te hebben, die gij door het veelvuldi^er ontvangen der H. Communie zoudt hebben kunnen bekomen. —

Communiceert dan dikwijls, o mijne geliefde Christenen ! ja zoo dikwijls als uw biechtvader het u toelaat. Veronachtzaamt vooral niet op de hooge feestdagen de H. Communie te ontvangen. —

Leeft zoodanig, dat gij dagelijks zoudt kunnen com-municeeren ; dit leert ons de H. Augustinus, dit wenscht de heilige katholieke Kerk.

Over de voorbereiding tot de H. Communie.

Als men tot de tafel des Heeren nadert, moet men

1. In staat der heiligmakende genade zijn. Wee hem, die het zoude durven wagen, met een door de zonden bezoedeld geweten tot de allerheiligste tafel des Heeren te naderen. Eene schromelijke heiligschennis, gelijk de verrader Judas, zou zulk een misdadige Christen doen: want van dezen ongelukkige staat geschreven, » nadat hij het brood (de heilige Communie) genomen had, ging de duivel in hem.quot;

Daarom vermaant ons de heilige Paulus met nadruk : » De mensch beproeve zlchzelven, eer hij van dit brood ete en van dezen kelk drinke ; want wie onwaardig eet en drinkt, die eet en drinkt zijn eigen vonnis, omdat hij het lichaam des Heeren niet onderscheidt. (1. Cor. 11. 28.)

Dit beteekent even zooveel, als : wie onwaardig communiceert, die doet de gruwelijkste mishandeling aan het lichaam en bloed van Jezus Christus en maakt zich aan de straf des bloeds van Christus schuldig, evenals de Joden, die Jezus Christus vermoord hebben.

2. Met moet met zijnen naaste in liefde en eendracht leven. Communie beteekent vereeniging, dewijl zij het zinnebeeld der volkomen eenheid en broederlijke liefde van alle geloovigen in Christus is.

Jezus Christus leert, dat wij ons offer niet op het al-

ocr page 57

DK H. COMMUNIE. 49

laar mogen brengen, indien wij ons herinneren, dat onze naaste iets tegen ons heeft; hoeveel te meer moeten wij ons wachten, om tot de tafel des Heeren te naderen, indien wijzelven vijandschap tegen den naaste in ons hart koesteren. Wij moeten ons alzoo vooraf met onzen vijand verzoenen.

3. 's Avonds voor de heilige Communie moet men zich reeds daartoe voorbereiden door een godvruchtig gebed ; door het lezen van een heilig boek, enz. en zich uit eerbied voor het allerheiligste Sacrament onthouden van luidruchtige en verstrooiende vermaken. —

4. Men moet het lichaam van Christus nuchter ontvangen, dat is, van middernacht af mag men niets gegeten, gedronken of geproefd hebben ; nochtans zijn de zieken, die dit allerheiligste Sacrament als reisspijs ontvangen, daarvan vrijgesproken.

5. Men moet aan de tafel des Heeren, zedig, eerbaar gekleed, en zonder allen ijdelen of verwijfden opschik verschijnen.

(fBobuvndjtloc ©cfcmngctt.

VOOR DE H. COMMUNIE.

Uit i/e Schriften van den II. Alphonsus de Liguori.

Voorbereiding tot de II. C'oinraiiuie.

Akte van Geloof.

Over weinige oogenbliUken, o mijn geliefde Verlosser, komt Gij in mijn hart ! O mijn verborgen God, dien de meeste menschen minachten, kom tot mij ! ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk tegenwoordig zijt; ik belijd mijn geloof uit geheel mijn hart, en ik aanbid U in dit Sacrament als mijn Heer en mijn God; gaarne wil ik mijn leven opofferen voor de belijdenis dezer waarheid. Gij komt om mij met genaden te vervullen, om U geheel met mij te vereenigen; hoe groot

4

ocr page 58

, OEFENINGEN VOOR

moei dan mijn vertrouwen op uwe liefdevolle

komst in mijn hart met zijn.

Akte van Hoop.

Ontsluit uw hart, mijn lieve ziel! Je™s ^ „ met alle goederen verrijken. Hij bemint zoo zeer ! Hoop dan groote genaden van uwen Zaligmaker te verkrijgen, die met teederhei

»t*. r-ttftaKrsss».quot;

mil quot;Xar Gij C op ileien (lilS geheel quot;fquot; ™l'

geeft, 'dat Gij die vlammen uwer g0^6^ Uefde in mijn hart zult ontsteken en dat G

std^:;»^;:ekomidè alleen dat wil, wat u behaagt. —

Akte van Liefde.

O mijn God mijn God ! Gij zijt alleen de

.£X| -iquot; quot;s

vo°r J

mllMi sterven, „o.Uelijle Z!liS~''«r' ,

dit allerheiligste Sacrament ingesteld dzoo

hetzelve geheel aan mij te schenken, om L zoo

quot;3 Too trisr'.!quot;quot;quot;';£ Sfc

o oneindige, o onbegnjpe ij'e ' , gii dit,

wil zich geheel aan mij geven! Gelooft gij cm, mijne ziel? Wat doet gij dan, wat zegt S1) 0P 5 O God, O liefderijke, o oneindige God Gij' alleen verdient de liefde van al uwe schep-

ocr page 59

DE I!. COMMUNIE. 51

selen. Ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemin L bovenal, ik bemin U meer dan mijzelven, meer dan mijn leven. Mocht ik eens zien. dat elkeen U beminde ; konde ik toch maken, dat alle harten U beminden, geyjk Gij het verdient! Ik bemin U, allerliefste God, en om U te beminnen, vereenig ik mijn dor hart met de harten der Serafijnen, met het hart van Maria; zoodat ik, o oneindige goedheid, dezelfde liefde U toedraag, als alle Heiligen, en waarmede uwe goddelijke Moeder ontvlamd is. Ik bemin L alleen, want Gij alleen verdient al onze liefde, en Gij verlangt, dat wij U beminnen. Maria, moeder der schoone liefde! help mij, opdat ik mijnen God beminne, Hij, die zoo vurig verlangt van mij bemind te worden.

Akle van Ootmoed.

Over weinige oogenblikken, mijne ziel, zult gij 11 met het heilige vleesch van Jezus Christus voeden; maar zijt gij ook waardig om Hem te ontvangen ? O mijn God ! wie ben ik en wie zijt Gij ? ik weet het, ik weet het maar al te wel, wie Gij zijt, die U aan mij geeft; maar Gij, O mijn God! Gij weet ook, wie ik ben, die U aanstonds ga ontvangen ! Hoe is het mogelijk dat Gij, de oneindige zuiverheid, verlangt om in mijn hart te wonen ; in dat hart, dat zoo dikwijls uwe vijanden ontvangen heeft, dat zoo dikwijls door de zonden is bevlekt geworden. Ik ken, o Heer ! uwe oneindige heerlijkheid, en mijne groote ellende, ik word schaamrood, ik schaam mij voor U te verschijnen, en ik moet mij uit eerbied van U verwijderen. Indien ik U,

ocr page 60

5^ OEFENINGEN VOOR

o mijn leven, verlaat, tot wien zal ik mij wenden ? waar zal ik hulp zoeken ? wat zal er van mij worden r Xeen, neen, ik wil mij niet meer van l verwijderen ; neen, ik wil altijd meer tot L naderen ; het verwekt. U niet alleen vreugde, dat ik U ontvange, maar Gij noodigt mij zelfs uit, om tot U te komen. Ik kom dan, allerliefste Jezus, beschaamd over mijne zonden en verootmoedigd, vol vertrouwen op uwe barmhartigheid en op uwe liefde tot mij, om U vandaag in mijn hart te ontvangen. —

Akte van Berouw.

Hoe smart het mij, o God mijner ziel, dat ik U tot hiertoe niet bemind heb, ja, dat ik in plaats van U te beminnen, zoo dikwerf, om mijne hartstochten te bevredigen, uwe oneindige goedheid beleedigd en bedroefd heb. Hoe smart het mij, mijn Jezus, dat ik .uwe genade en vriendschap, dat ik zelfs L, mijnen Heer en mijnen God, vrijwillig heb willen verliezen. Hel is mij leed uit den grond van mijn hart ; ik ben er ten uiterste bedroefd over; ik haat en verzaak alle^doodzonden en dagelijksche zonden, die'ik'bedreven heb; ik haat ze meer dan alle ander kwaad, omdat zij U, de oneindige goedheid beleedigdhebben. Ik hoop dat Gij mij reeds vergeven'Jiebt : ware dit echter niet, o zoo vergeef mij,reer ik U ontvang; wasch met uw dierbaar bloed deze mijne ziel af, in welke Gij aanstonds komt wonen.

Akte van Verlangen.

Zie, mijne ziel I het oogenblik is gekomen, op

ocr page 61

DE H. COMMUNIE. 53

hetwelk uw Jezus in u zijne woning wil nemen. Aanzie den Heer van hemel en aarde; aanzie uwen Zaligmaker en uwen God: Hij nadert, Hij is op het punt om in u te komen. — liereid u dan, om Hem met een hart vol liefde te ontvangen; verlang naar Hem, en bid Hem : kom, o Jezus! kom in dit hart, dat naar U dorst. Maar eer Gij U aan mij geeft, wil ik mij aan U schenken; zie, ik geef dit dorre hart over; neem het aan, en haast U om er bezit van te nemen.

Zie op mij neder, heiligste Maagd, mijne moeder Maria, op mij, die nu op het punt sta, om uwen goddelijken Zoon te ontvangen. Ik wenschte uw hart, uwe liefde te hebben. Geef mij uwen Jezus, gelijk gij Hem aan de herders eu aan de drie koningen gegeven hebt. Ik verlang Hem uit uwe zuivere handen te ontvangen. Zeg Hem, dat ik uw toegenegen dienaar ben, uw allerzoetste Jezus zal mij dan nog meer beminnen, en zich, nu tot mij komende, nog vaster met mij vereenigen.

Als de priester de heilige Hostie toont, zoo zeg met hem driemaal de volgende woorden :

Heer ! ik ben niet waardig dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord, en mijne ziel zal gezond worden. —

Sla dan de oogen eerbiedig neder, open den mond, hond de tong een weinig vooruit, ontvang daarop zonder eeni-ge beweging met den mond het allerheiligste Sacrament, en laat de heilige Hostie, zonder ze met de tanden aan te raken, alleen met behulp der tong doorgaan

ocr page 62

DANKZUOGINO NA

Over de dankzegging na de H. Communie.

Daar is geen gebed aangenamer aan God en voordee-liger voor de ziel, dan hetwelk men als dankzegging na de H. Communie doet. Christus, onze Zaligmaker, blijft in ons zoo lang, tot dat de gedaante verteerd is. Men kan zich voorstellen, alsof men uit den mond van Jezus Christus zeiven de woorden hoorde, die Hij tot zijne Leerlingen gesproken heeft: » maar Mij hebt gij niet altijd bij u. quot;

Men doet niet goed, indien men, zoo als sommigen, terstond na de H. Communie in een boek leze; het is veel voordeeliger, indien men, ten minste eenen korten tijd na de H. Communie, heilige gevoelens en liefdezuchten in zich verwekke, en eenige oogenblikken in eenzaam en vertrouwelijk gesprek met Jezus Christus doorbrenge, die zelf in ons hart als God en mensch tegenwoordig is. —

O welke schatten van genade kan eene godvruchtige ziel bekomen, indien zij na de H. Communie, ten minste een half uur, zich in den geest met den goeden Jezus onderhoude. —

Den overigen tijd van den dag moet eene godvruchtige ziel dikwijls denken aandien grooten gastheer, welken zij in de H. Communie ontvangen heeft. —

DANKZEGGING NA DE II. COMMUNIE.

AZ-'/e rati Geloof.

O oneindige goedheid ! o oneindige barmhartigheid ! o oneindige liefde! een God vereenigt zich met mij, een God wil geheel aan mij zijn. Wat zult gij dan nu doen, mijne ziel, gij die zoo nauw met Jezus Christus verbonden, die één met Jezus geworden zijt!

Wilt gij Hem niets zeggen ? wilt gij niet spreken met uwen God, die in u tegenwoordig is? Vernieuw dan uw geloof tot Hem 5 denk dat de Engelen hunnen God, die in u woont, aanbidden, en aanbid Hem ook 5 keer u inwendig tot uwen

54

ocr page 63

DE H. COMMUNIE. 55

Jezus, en verdrijf alle andere gedachten; vereenig alles wat gij van Hem verlangt, en offer dit aan uwen allerzoetsten Jezus op en zeg Hem :

Akte van Begroeting.

O mijn Jezus! mijne liefde, mijn oneindig goed, mijn al ! ik groet en dank U, dat Gij in mijn dor hart gekomen zijt.

Akte van Dankzegging.

Ik dank U, mijn Heer en God voor de groote genade, die Gij mij komt bewijzen ; ik dank U, dat Gij in mijn dor hart zijt komen wonen; ik wil dat mijne dankbaarheid met de groote genade, die Gij mij bewezen hebt, overeenkome; maar hoe zoude ik, nietig schepsel, U op eene waardige wijze kunnen danken ?

Akte van Opoffering.

ü allerdierbaarste Zaligmaker ! ik offer U heden op, al wat ik ben en bezit; ik offer U op mijne zinnen, mijne gedachten, mijne genegenheden, mijne wenschen, mijne begeerten, mijne vrijheid, met één woord, mijn lichaam en mijne ziel, alles stel ik in uwe handen. —

Kom, o verslindend vuur! o goddelijke liefde ! vernietig in mij al wat van mij is, en wat aan uwe allerzuiverste oogen mishaagt, opdat ik van nu af geheel aan U zij, en voortaan alleen leve om niet slechts uwe geboden en raadgevingen, maar ook al uwe verlangens en hetgeen U behaagt, te vervullen.

Akte van Verzoek.

Waarmede zijt gij nu bezig mijne ziel ! gij

ocr page 64

56 ONDERRICHT OVER

moogt geen oogenblik verliezeo, want de tijd is kostbaar, omdat gij nu gemakkelijk alle genaden, om welke gij bidt, kunt bekomen. — Ziet gij niet, hoe liefderijk de eeuwige Vader u nu aanschouwt, daar Hij nu in uw hart zijnen beminden Zoon, het voorwerp zijner teedere liefde, ziet ? Hoort gij niet, hoe Jezus zelf tot U roept: wat wilt gij dat ik u doe ? Zeg, geliefde ziel, wat begeert gij van mij ? Ik ben gekomen om u rijk en gelukkig te maken ; vraag met betrouwen, en gij zult alles bekomen wat gij verlangt.

Blijf hier een weinig stil staan en bid Jezus om eene bijzondere genade voor u, voor uwe bloedverwanten, vrienden, weldoeners. Vergeet ook de zondaars en de zielen in het vagevuur niet.

Eeuwige Vader! Jezus Christus zelf heeft ons gezegd : » voorwaar, voorwaar, ik zeg u, zoo gij den Vader iets in mijnen naam zult vragen. Hij zal het u geven.quot; (Joan. 16.) Verhoor mij dan uit liefde tot dezen uwen goddelijken Zoon, die nu in mijn hart woont, en geef mij wat ik U gevraagd heb.

Mijne zoete liefde, Jezus en Maria ! voor U wil ik lijden, voor U wil ik sterven, maak dat ik geheel aan U, en nooit meer aan mij zei ven zij.

Hoog geloofd en gezegend zij het allerheiligste Sacrament des Altaars, en gezegend zij de allerheiligste en onbevlekte ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria.

Onderricht over de geestelijke Communie.

De geestelijke Communie welke ongelukkig in onze ■ dagen zoo zeer door de Christenen vergeten wordt, is zulk een uitnemende schat van godsvrucht, dal zij volgens

ocr page 65

DE GEESTELIJKE COMMUNIE. 57

het gevoelen van vele Heiligen, indien men belet is werkelijk te communiceeren, en dezelve goed verricht wordt, zoo vele genaden in de ziel kan voortbrengen, als het wezenlijk ontvangen van het allerheiligste Sacrament des Altaars zelve.

Om de heilige Communie geestelijkervvijze te ontvangen, is' er niets anders noodig, dan dat men den vu-rigsten wensch in zich verwekke, van ze inderdaad, zoo het konde zijn, te ontvangen. —

De H. Thomas van Aquinen leert, dat de geestelijke Communie bestaat in ,, eene brandende begeerte om Jezus in het allerheiligste Sacrament te ontvangen, en in eene liefdevolle vereeniging met Hem , alsof men Hem inderdaad ontvangen had. quot;

De heilige Kerkvergadering van Trenthe verheft de geestelijke Communie met eene geheel bijzondere lofrede, en moedigt alle geloovigen daartoe aan, bijzonderlijk in de heilige Mis, zoo zij niet metterdaad communiceeren. —

Wie alzoo de groote genaden van God ontvangen wil, wie Jezus Christus, den liefdevollen Zaligmaker, gaarne wezenlijk zoude willen ontvangen, maar dikwijls niet kan, dat die ten minste de geestelijke Communie doe. Men kan ze zeer dikwijls, elk uur, ieder oogen-blik en op alle plaatsen doen. Men kan ze doen zonder van iemand bemerkt te worden, zonder nuchter te zijn, zonder verlof van den biechtvader daartoe noodig te hebben. —

Men moet ook nog opmerken , dat degene, die zich wetens in eene doodzonde bevindt, deze geestelijke oefening tevergeefs zou doen; ja het zoude zelfs eere groote onteering, eene soort van heiligschennis zijn, indien hij in zulken staat Jezus Christus geestelijk wilde ontvangen. Daarom is het zeer raadzaam, van telkens een volmaakt berouw over zijne zonden te verwekken, eer men geestelijkerwijze communiceert.

Een geheel bijzonder welbehagen zult gij Jezus Christus, onzen dierbaren Zaligmaker , veroorzaken, zoo gij Hem dikwijls met eene heilige godsvrucht en een zuiver hart op die plaatsen bezoekt, alwaar Hij in het allerheiligste Sacrament des Altaars, onder de gedaante van brood, tegenwoordig is.

Doe deze geestelijke Communie vooral als gij de heilige Mis hoort; bij het nuttigen van de heilige Hostie, zeg dan : dat het lichaam onzes Heeren Jezus Christus mijne ziel beware ten eeuwigen leven ; en van den kelk

ocr page 66

58 r.KZOEK TOT J IET

dat het bloed van onzen Heer Jezus Christus mijne ziel beware ten eeuwigen leven ; en blijf zoolang op uwe knieën zitten.

BEZOEK TOT HET AE1 ERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.

Ieder mensch is zoo gaarne bij eenen welbeminden vriend. Zal liet dan ook niet aangenaam voor ons zijn, dat wij in dit tranendal bij den allerbesten der vrienden verblijven, bij eenen vriend, die ons de grootste weldaden bewijzen kan en die ons zoo zeer bemint, dat hij gedurig bij ons wil blijven ? — In het allerheiligste Sacrament kunnen wij , zoo lang het ons belieft, ons met Jezus onderhouden : wij kunnen Hem ons hart openen. Hem al onze behoeften voorstellen, en Hem om zijne genade bidden : wij kunnen in dit Sacrament geheel vertrouwelijk met den Koning des hemels omgaan.

Jozef achtte zich zoo gelukkig , als God met zijne genade, gelijk de heilige Schriftuur getuigt, in zijnen kerker nederdaalde, om hem te troosten. „ Hij daalde tot hem in den kerker neder, en verliet hem niet in zijne boeien. ( Wijsh. ie.) Maar hoe veel gelukkiger zijn wij, die in deze ellendige wereld zonder ophouden onzen menschgeworden God bij ons hebben; Hij die ons door zijne wezenlijke tegenwoordigheid ons geheel leven door met zoo veel liefde en barmhartigheid bijstaat !

Welke troost is het niet voor eenen armen gevangene , indien een getrouwe vriend hem gezelschap houdt, hem troost, hem moed geeft, hem bijstaat en alle middelen bedenkt, om hem

ocr page 67

AM.KKII. SACRAMKNT. 59

uit zijne ellenden te trekken. Evenzoo troost ons onze allerbeste vriend, Jezus Christus, die ons in dit Sacrament moed geeft, zeggende : „ zie ik ben alle dagen bij u 5quot; zie ik ben alleen daarom vaü den hemel in uwe gevangenis nedergedaald, om u te helpen en u te bewaren. Neem mij dan op, zoo waar vereenig u met mij, blijf bij mij, en gij zult uwe ellende niet meer gevoelen : daarna zal ik u in mijn koninkrijk brengen, alwaar ik u volkomen gelukzalig zal maken.

O God, o onbegrijpelijke liefde! dewijl Gij ons zoo groote bewijzen van liefde geeft, en om hier nabij ons te zijn, op onze altaren blijft rusten, zoo neem ik voor, U dikwijls te bezoeken, om zoo veel als ik kan, uwe zoete tegenwoordigheid, die de zaligheid der Heiligen in den hemel uitmaakt, te genieten. O konde ik altijd hier blijven, om U te aanbidden, om akten van liefde tot U te verwekken ! Roep mij tot U, indien ik uit traagheid of om de vele tijdelijke bezigheden zou nalaten, U te komen bezoeken. Mijn allerzoetste Jezus ! ontvlam in mij den vuri-gen wensch, om dikwijls nabij U, die hier in dit Sacrament verborgen zijt, te zijn ! — O minnelijke Jezus, waarom heb ik U niet altijd bemind, waarom heb ik niet altijd getracht ü te behagen ?..... maar de gedachte, dat ik niet alleen in

den hemel, maar ook nog hier op de aarde den tijd heb, om U te beminnen, troost mij. Ja, mijn Jezus! ik kan U hier nog beminnen 5 ik heb ook vast besloten, op dit oogenblik te beginnen ; ik wil U waarlijk beminnen.... Ik bemin U, mijn hoogste goed, mijne liefde, mijn Jezus, mijn al! ik wil U uit al mijne krachten beminnen. —

ocr page 68

over de vereering der

Schietgebed. Mijn God ! help mij U beminnen. —

Wijze om geestelijk te communiceereii.

Mijn Jezus ! ik geloof dat Gij in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt:... ik bemin U boven al; ... ik wensch U in mijn hart te onl-vangen; maar daar ik ü niet wezenlijk ontvangen kan, zoo kom ten minste geestelijkerwijze in mijn hart... (houd u hier een oogenblik op, alsof gij Jezus wezenlijk ontvangen hadt en zeg :) ik omhels U, ik vereenig mij met U, alsof (Jij inderdaad in mijn hart gekomen waart: laat niet toe. dat ik mij nog ooit van U scheide. —

Over de vereering der allerheiligste Maagd en Moeder Gods.

1. Maria heeft ons Jezus Christus, onzen Zaligmaker gebaard, en zij is alzoo de waarachtige Mokder Gods. Denk, o Christen! ernstig over deze enkele woorden ra: Maria is de Moeder Gods!— Konde God haar nog een verhevener naam en eene grootere waardigheid geven : Met welke oogen zal dan wel Jezus eens diengene aanzien, die Zijne allerheiligste Moeder niet heeft willen eeren, daar Hij zelf haar zoo groote eer bewezen heeft.

Is er wel een schepsel, dat van God meer bemind wordt dan Maria : En gij wilt diegene niet beminnen, die van God zoo zeer bemind wordt ?

2. Maria is onze HOOP. De heilige katholieke Kerk groet haar : wees gegroet, onze hoop. Indien zij om iets bidt, zoo kan God het haar niet weigeren : omdat Hij haar Zoon is. Zij kan ons ook niets weigeren, zoo wij haar iets vragen, omdat zij onze Moeder is. Jezus gaf haar ons tot Moeder met de woorden: «Vrouw, ziedaar uwen Zoon.quot; Zij is de teederste, de ijverigste, de mee-doogenste en de liefdevolste onder alle moeders. Zijt gij een groot zondaar, o zoo wanhoop niet aan uwe zaligheid ; bid Maria, de toevlucht der zondaars, en gij

6o

ocr page 69

AT.LER1I. MAAGD MARIA. 6l

zult door de stormende golven van dit leven niet vergaan. Wilt gij in deugden toenemen, zoo bid Mario, de Koningin der Heiligen, en zij zal u ongetwijfeld daartoe de genade afbidden. Zijt gij bedroefd, zoo roep Maria aan, de troosteres der bedrukten, en gij zult zeker verheugd worden. .

Herinner u, o medelijdende Maagd, dat het nooit in de wereld gehoord is geworden, dat iemand, die tot u zijne toevlucht genomen heeft, van u is verlaten geweest. Zoo roept de H. Augustinus uit. —

3. De heilige Kerk van God zelve leert u de godsvrucht tot Maria : hoevele kerken en altaren heeft zij niet tot hare eer opgebouwd, hoevele feestdagen tot hare verheerlijking ingesteld, hoevele broederschappen en zelfs geestelijke orden onder haren naam ingesteld : Hoevele schatten van genaden en aflaten heeft zij niet aan de vereering van Maria toegevoegd ;

Heeft God niet ontelbare wonderen door hare voorspraak gedaan, gelijk het ons zoovele plaatsen van genade betuigen ? Hebben koningen en vorsten hunne schatten niet aan hare bescherming overgegeven ? Verheffen nu ook alle vereerders van Jezus Christus niet hunne stemmen tot vereering van Maria : En wie zoude ook den Zoon kunnen eeren, indien hij de Moeder verachtte ?

Vereenigt dan, geliefde Christenen, het bezoek der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, met het bezoek van het allerheiligste Sacrament. Gij kunt hetzelve voor een beeld der Moeder Gods, of wel in eene kerk of te huis doen. En weest verzekerd, dat Maria voor diengene de grootste genaden verwerft, die haar den kleinsten en onbeduidensten dienst bewijst. —

BEGROETING DER ALLERH. MAAGD MARIA.

Gebed van den H. Ephrem (in het jaar 300; getrokken uit zijne uitmuntende lofrede der goddelijke Moeder.

ü allerzaligste en onbevlekte Maagd, Moeder van mijnen God ! Koningin des lichts ! gij zijt zeer machtig en goed; verhevener dan alle Engelen en menschen 5 helderder dan de stralen der zon; eerwaardiger dan alle Seraphijnen; zonder vergelijking glorierijker dan alle koren

ocr page 70

62 OVER I)F. VERRERINC DER

des hemels. O heilige Vrouw ! hoop der Patriarchen, verlangen der P rofeten, sieraad dei-Apostelen en eer der Martelaren, vreugde der rechtvaardigen, kroon der Maagden, door u, o verhevene Koningin des hemels en der aarde, door u zijn quot;wij met de eeuwige rechtvaardigheid van uwen en onzen Schepper verzoend geworden. Goddelijke Moeder ! neem ons aan, en bewaar ons door uwe goedheid en door uwe bescherming.

Ontferm u over ons, arme zondaars, die met het slijk onzer misdaden, waarmede wij Jezus Christus, onzen God en Rechter beleedigd hebben, besmeurd zijn. Na God, onzen Zaligmaker, hebben wij geene andere hoop dan u, o heiligste Maagd ! Gij zijt onze allerveiligste haven in de stormen dezes levens : gij zijt onze verdedigings-en toevluchtsplaats, alwaar wij zonder gevaar kunnen rusten. Met de vurigste begeerten onzer harten en met de wangen overgoten van tranen, werpen wij ons voor uwe voeten neder, om u om bijstand te bidden, opdat wij, door de voorspraak van Jezus Christus, uwen Zoon, die de oorsprong onzes levens is, verkrijgen, dat Hij ons niet om onze zonden verstoote. — O Maria! oorzaak onzer blijdschap, bid voor ons. —

Gebed om aan de inachtige- beschenning en voorspraak der goddelijke Moeder deelachtig te loorden.

Allerheiligste, onbevlekte Maagd, mijne Moeder Maria ! tot u, de Moeder van mijnen Heer, de Koningin der wereld, de voorspreekster, de hoop en bescherming der zondaars, neem ik, de ellendigste van allen, heden mijne toevlucht. Ik

ocr page 71

ALLERH. MAAGD MARIA. 63

keer mij tot u, o groote Koningin ! c-n dank u voor zoovele aan mij bewezene weldaden, bijzonderlijk omdat gij mij bewaard hebt voor de straf der hel, die ik zoo dikwerf verdiend heb. Ik bemin u, allerliefwaardigste Koningin ! en uit liefde tot u beloof ik, u altijd te dienen en mijn best te doen, om u nog van anderen te doen beminnen. Ik stel al mijn betrouwen op u, en ik verwacht mijne zaligheid van uwe voorspraak. Neem mij tot uwen dienaar aan, en bewaar mij onder uwen beschermmantel, o Moeder van barmhartigheid ! en dewijl gij zoo machtig bij God zijt, bevrijd mij van alle bekoringen, of verwerf mij tenminste de kracht, om ze tot mijnen dood toe te overwinnen. Aan u vraag ik de ware liefde tot Jezus, van u hoop ik een gelukzaligen dood. O mijne Moeder! om de liefde die gij tot God hebt, bid ik u, sta mij bij tot hel laatste oogenblik mijns levens ; verlaat mij niet, totdat gij mij zalig in den hemel ziet, alwaar ik u zal danken en uwe barmhartigheid gedurende de gansche eeuwigheid zal verkondigen. Amen. Alzoo hoop ik, alzoo zij het.

Getijden van de onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd Maria.

DE METTEN.

Zing, o mijne tong, de vreugden Van een' onbevlekte Maagd ;

Zing den lofzang van hare deugden.

Zing, hoezeer zij God behaagt.

Moeder ! kom mij hier verblijden.

Sterk mij door uw' groote kracht,

ocr page 72

64 GETIJDEN VAX DE

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest : gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Alh'Iujii.

Van Septuagesima tot Paschen zegt men in plaats van Alleluja, Lof zij L', Heer, Koning der eeuwige glorie.

LOFZANG.

Wees gegroet, o Vrouw der wereld ! Hemelsch eed'le Koningin,

Maagd door zuiverheid bepereld.

Noordster onzer zoete min.

Wees gegroet, vol van genaden.

Vol van 't helder godd'lijk licht,

Kom op 's werelds duist're paden Lichten voor ons aangezicht.

Vóór 't begin van dag en jaren Mad u God reeds voorbeschikt Om zijn eeuwig kind te baren,

't Eeuwig Woord, zoo lang voorspeld;

Dat den hemel schiep en d'aarde,

Dal u noemde zijne Bruid,

Dat u voor de smet bewaarde.

Die uit Adams zonde spruit.

V. God heeft haar uitverkoren.

A. En heeft haar in zijne woning doen wonen.

V. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot u.

GEBED.

Heilige Maria, Koningin des Hemels, Moeder

ocr page 73

AI.I.ERIl. MAAC.U MARIA. 65

van onzen Heer Jezus Christus, en Vrouw der wereld, die niemand verlaat noch versmaadt; aanzie mij goedertierenlijk, o lieve Vrouw, met de bogen uwer genade , en verkrijg van uwen lieven Zoon vergiffenis mijner zonden, opdat ik, die nu uwe heilige en onbevlekte ontvangenis met een godvruchtig en vermorzeld hart vereer, hierna de eeuwige zaligheid tot loon mag verkrijgen , door gunst en gift van dien Zoon, dien gij, zuivere Maagd , ter wereld gebracht hebt : onzen Heer, die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in volmaakte Drievuldigheid, éen C?od, in alle eeuwen. Amen.

V. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot u.

V. Laat ons den Heer loven. A. Amen.

V. Dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. A. Amen.

DE PRIMEN.

Moeder! kom mij hier verblijden.

Sterk mij door uw groote kracht.

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, enz.

LOFZANG.

Wijze Maagd ! ik kom u groeten, Tempel Gods, daar Hij in woont. Hoeksteen daar we op steunen moeten, Tafel Gods in 't goud gekroond.

Uw almogende Behoeder Heeft van zonden u bewaard;

Heilig waart gij, eer uw' moeder

s

ocr page 74

OKTIJDEN VAN UK

U ter wereld had gebaard.

Moeder, die van d'Hemelliugen Wordt als koningin geacht:

Vrouw, wier luister dquot; Engelen zingen, quot; Ster daar Jacobs zaad op wacht.

Sterke maagd, die kloek en machtig. Dood en duivel beven doet.

Wees uw dienaars hier gedachtig,

Sterk hen in den tegenspoed.

v. Hij heeft haar geschapen door den heiligen Geest.

A. En Hij heeft haar verheven boven al zijne werken.

v. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot u.

Gf.bëd. Heilige Maria, enz. bladz. 64.

DE TERTIEN.

Moeder! kom mij hier verblijden. Sterk mij door uw groote kracht.

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, enz.

I.OFZANG.

Allerwijsste konings-troone,

Arke van het nieuw Verbond,

Schoone boog aan :s Hemels wone. Braambosch, dat het vuur niet schond

Maagd, verbeeld door Samsons honing; Gedeous vlies en Aarons staf.

En de poort die 's Hemels Koning Maar alleen den ingang gaf.

66

ocr page 75

ALLERH. MAAGD MARIA.

't GodcTlijk Kind, dat gij moest baren Kon niet lijden, dat de smet Zijne Moeder zou bezwaren,

Ons door Adam aangezet.

Noch, dat ooit uw zuiv're leden Aan een zondig, helsch venijn.

Of aan Satans listigheden.

Onderworpen zouden zijn.

In het allerhoogste heb ik mijne woonplaats En mijn troon is eene wolkkolom. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot u.

Ei). Heilige Maria, enz. bladz. 64.

DE SEXTEN.

Moeder ! kom mij hier verblijden. Sterk mij door uw groote kracht.

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, en/..

LOFZANG.

Moeder-maagd ! ik kom u groeten. Tempel der Drievuldigheid,

Op wie d'Eng'len roemen moeten, Woonplaats van de zuiverheid.

Hulp in allen druk en strijden. Wellust van een vroom gemoed.

Spiegel van geduldig lijden,

Maagd'lijk vleesch en zuiver bloed,

Gods gewijde boeken noemen U een' priesterlijken grond,

Niet een duivel kan zicli roemen.

6

ocr page 76

68 getijden van d£

Dat hij daar ooit ingang vond.

Stad des Heeren, vol van klaarheid, Oostersch' poort, waarlangs het licht Van Gods ongeschonden waarheid, 't Menschelijk geslacht verlicht.

v. Gelijk een lelie onder de doornen,

a. Zoo is mijne vriendin onder de dochters

van Adam.

v. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

a. En mijn geroep kome tot u.

Gebed. Heilige Maria, enz. bladz. 64.

DE NONEN.

Moeder! kom mij hier verblijden.

Sterk mij door uw groote kracht,

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, enz.

lofzang.

Stad van toevlucht, hoop der menschen, Davids toren, wees gegroet;

Kan ik sterker bolwerk wenschen Voor mijn bang en zwak gemoed.

Maagd, ontvangen in Gods liefde,. Die, gesterkt door 's Heeren hand,

't Hart des helschen draaks doorgriefde, In uw moeders ingewand.

Schoone Judith, waard te minnen.

Door Abisag afgebeeld,

Die zoo lieflijk hart en zinnen Van den waren David streelt.

Rachel baarde den behoeder

ocr page 77

ALT.ERH. MAAGD MARfA. 6g

Van Egypteland alleen:

Maar Maria wordt de Moeder Voor het heil van iedereen.

v. Geheel schoon zijt gij mijne Vriendin, A. Eu nooit is de vlek der erfzonde in u geweest.

v. Vrouw! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot u.

Gebed. H. Maria, enz. bladz. 64.

DE VESPERS.

Moeder! kom mij hier verblijden.

Sterk mij door uw groote kracht,

Wapen mij in al mijn 'strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, enz.

lofzang.

Zonnewijzer Ezechias,

Daar de zon terug op straalde,

Toen de Godmensch, de Messias In uw maagd'lijk lichaam daalde.

Christus stelt zich beneden d'Eng'len, Om 't gevallen menschdom meer Aan zijn Godheid vast te streng'len En te brengen tot zijne eer.

Zie, mijn ziel, hoe al de stralen Van die goddelijke zon,

Op Maria nederdalen.

Toen haar leven eerst begon.

Zie de lelie in de doornen.

Zie, hoe zij quot;t serpent verplet.

Zie die maan met zilv'ren hoornen,

Daar de zondaar hier op let.

ocr page 78

7° GETflDEN VAN PE

v. [n den hemel heb ik een licht gesteld, dat nooit zal vergaan.

A. En gelijk een nevel heb ik geheel het aardrijk overdekt.

V. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

_ A- En mijn geroep kome tot u.

Gebed. H. Maria, enz. bladz. 64.

DE COMPLETEN.

V. Moeder van barmhartigheden.

Wend toch 's Heeren gramschap af,

A. Opdat Hij, door uw' gebeden.

Zegen geev' in plaats van straf.

Moeder ! kom mij hier verblijden,

Sterk mij door uw groote kracht.

Wapen mij in al mijn strijden Tegen alle helsche macht.

Glorie zij den Vader, enz.

T.OFZANO.

Bloem der maagdelijke zeden.

Moeder daar geen smet in woont,

Koningin vol zoetigheden.

Met een sterrenkrans gekroond.

Verre boven d'Eng'lenzalen Praalt deez' Maagd in 's hemels land, In een kleed van gouden stralen.

Aan des Konings rechterhand.

Zoete Moeder van genade.

Zondaars hope, ster der zee,

O herstelster onzer schade,

In de stormen veil'ge ree.

Deur des hemels, troost der kranken. Och, of ik door u verwierf.

ocr page 79

alt.erh. maagd maria. 71

Eeuwig uwen Zoon te danken,

Die voor u en voor mij stierf.

v. Maria! uw naam is als eene uitgestorte olie.

A. Uwe dienaars hebben u bovenmate bemind.

V. Vrouw ! verhoor mijn gebed.

A. Efi mijn geroep kome tot u.

Gebed. H. Maria, enz. bladz. 64.

OPDRACHT.

Maagd, tot voor Gods troon verheven, Neem mijn zangen gunstig aan,

En verwerf mij, heel mijn leven Langs den weg der deugd te gaan.

En als mijne ziel moet scheiden Van dit leven, door den dood.

Wil haar veilig dan geleiden In de rust van Abrahams schoot.

Antii'ii. Deze is de roede, in welke noch vlek der erfzonde, noch schors van dagelijksche schuld geweest is.

V. In uwe ontvangenis, heilige Maagd, waart gij onbevlekt.

A. Bid voor ons den Vader, wiens Zoon gij gebaard hebt.

gebed.

God, die door de onbevlekte ontvangenis dei-heilige Maagd Maria eene waardige woonplaats voor uwen Zoon hebt bereid gemaakt 1 wij bidden U, dat gelijk Gij, door het vooruitzien van den dood van denzelfden uwen Zoon, haar van alle vlek bewaard hebt, ons ook wilt verleenen, dat wij door hare voorspraak zuiver en onbevlekt tot U mogen komen : door onzen Heer

ocr page 80

72 OVER HET OVERWEGEND

Jezus Christus uwen Zoon, die met U leeft en

heerscht, God in de eeuwigheid. Amen.

Over het overwegend Gebed of de Meditatie.

De overweging der eeuwige waarheden is een der krachtigste middelen, waardoor de ziel in het goede versterkt en van zonde bewaard wordt. O hoe vele verdoemden zouden zalig geworden zijn, zoo zij zich van dit gemakkelijke middel tot zaligheid bediend hadden! hoe vele zondaars zouden een godvruchtig leven beginnen, zoo zij wilden overwegen. » Gedenk uwe uitersten, (o mensch!) zegt de heilige Schrift en in eeuwigheid zult gij niet zondigen.quot; (Eccl. 7. 40.) De heilige Apostel Paulus vermaant ons ook : dat wij altijd in den geest moeten bidden. (Eph. 6. 18.)

Gaat u, mijne geliefde Christenen, de zaligheid uwer ziel inderdaad ter harte, wilt gij u voor het hervallen in de zonde waarlijk bewaren, wilt gij waarlijk christelijk en godvruchtig leven, zoo maak hel besluit ten minste dagelijks een half uur, of zoo uwe bezigheden u dit in het geheel niet toelaten, ten minste een kwartier uurs aan de overweging te besteden.

Door deze heilige oefening zult gij de geboden Gods beter leeren kennen, gij zult uwe fouten tegen dezelve als in oenen spiegel aanschouwen en erkennen , en bijzonder uwe voornaamste drift , die u op den weg der deugd het meest hindert, leeren onderdrukken, ja gij zult ook in de overweging de gevaren der zaligheid uwer ziel, en hiertegen de krachtigste middelen ontdekken, en van God licht en sterkte ontvangen , om zijne geboden beter te kunnen onderhouden.

Het ovenvegen is geene zoo moeielijke zaak, als men het zich gewoonlijk voorstelt. Kunt gij over uwe tijdelijke zaken overwegingen maken, zoo kunt gij ook over uwe eeuwige aangelegenheden wel eenige oogenblikken nadenken. Gij kunt op de volgende wijze mediteeren.

Aard en wijze om te mediteere7i.

1. Roep den heiligen Geest vurig om zijne verlichting

ocr page 81

GEBED OF MEDITATIE. 73

aan ; verwek dan een akte van geloof, dat God bij u tegenwoordig is, of beschouw Jezus Christus met een levend geloof, en zeg tol Hem in zijne allerheiligste tegenwoordigheid met een kinderlijk vertrouwen : « spreek, o Heer, want uw dienaar hoort. quot; Lees hierna langzaam en met opmerkzaamheid een punt der meditatie.

Om ü in Gods tegenwoordigheid te stellen kunt gij het volgende bidden :

Mijn God ! ik geloof dat Gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid U uit den afgrond mijner nietigheid.

Verneder n voor God en bid:

O Heer! ik verdiende reeds voor mijne zonden in de hel te branden; het is mij leed U belee-digd te hebben; om uwe barmhartigheid , vergeef mij.

Bid God, dat Hij n verlichte.

O eeuwige Vader! om de liefde van Jezus en Maria, verlicht mij gedurende deze overwe-ging, opdat ik voordeel uit dezelve trekke.

Eindelijk kunt gij nog een Wees gegroet, en een Glorie zij den Vader ter eere van den H.Joseph, van uwen Engelbewaarder en uwe heilige Patronen bidden. Gij moet deze akten en gebeden met groote opmerkzaamheid verrichten , doch zonder u te lang er mede op te houden. —

2. Daarna blijf stil en ondervraag u met eenen heiligen ernst, of gij het gelezene inderdaad gelooft. Is uw geloof aan deze waarheid sterk, zoo dank God voor deze genade, en bid hem vurig om de genade der volharding. Is uw geloof aan deze waarheid zwak, zoo vernieuw hel terstond dikwijls, en bid meermalen van ganscher harte : „Heer, vermeerder mijn geloof.quot;

3. Na op deze wijze uw geloof aan do waarheid van het gelezene punt versterkt te hebben, ondervraag u dan :

ocr page 82

74 OVER IIET OVERWEGEND

Wat moet ik doen ?

Waarom moet ik het doen ?

Hoe moet ik het doen ?

Wanneer moet ik hel doen ?

Wat zal er uit volden, zoo ik het doe ï

Wat zal er uit volgen, zoo ik het niet doe ?

Of wel ondervraag u op de volgende wijze :

Wat leert mij deze waarheid ?

Welke zedeles kan ik daaruit voor mij zeiven trekken ?

Welke bijzondere deugd kan ik daaruit leeren ?

Waartoe kan mij deze waarheid opwekken :

Hoe komt mijn voorgaande leven met deze waarheid, overeen ?

Ondervraag u dan verder ;

Waarom ben ik zoo zwak in deze deugd ;

Welke bijzondere drift hindert mij nog het meest daarin ?

Welke is mijne voornaamste z mde, waarin ik het meest gewoon ben te vallen ;

Durft een Christen, die aan zulke geopenbaarde waarheid gelooft, deze zonde nog bedrijven ? 4. Indien het gelezene punt ter overweging ware : Jezus Christus is voor u, o zondaar, geboren; doe u dan de volgende vragen. .

Wat leert mij de dood van fezus Christus, dien Hij voor mij zondaar, geleden heeft; — Ken God sterft den smadelijksten dood, om ons zondaars te verlossen. O hoe schrikkelijk, hoe arschuwelijk moet dan de zonde met zijn. dewijl zij eenen God aan hel kruis nagelde :

Wat leert mij al/.oo de dood van Jezus Christus : den haal der zonde. Maar heb ik tol nog toe de zonde wel gehaat; Heb ik, ongelukkige, ze misschien zelfs niet bemind ? bijzonder die en die ( overweeg hier uwe hoofddrift of hoofdfout, welker uitroeiing het eenig oogmerk uwer betrachting moet zijn.)

Doei dit een Christen, die gelooft, dat zijn God voor hem aan het schandelijke hout des kruises den smarte-lijksten dood gestorven is? — O welke ondankbaarheid, welke onbeschaamdheid ! Een God sterft om mijne zonden : — de geheele naluur weent, en ik ellendige, ik kan nog voortzondigen, bijzonder door deze zonden... Jezus op nieuw kruisigen ? Nimmermeer, o mijn Jezus! enz.

5. Verwek dan terstond in uw hart een oprecht berouw en leedwezen over deze uwe tot nu toe voornaamste fouten, en imak in uw gemoed een vast besluit van u le beteren, en uwe hoofddrift zonder ophouden ie be-

ocr page 83

GE1JED OF MEDITATIE. 75

vechten : vernieuw dit uw goed voornemen dikwerf in uwe gedachte, en bedenk, hoe ook gij heden de gelegenheid zult hebben , om dit uw besluit in het werk te stellen, welke beletsels u hierin zullen voorkomen , en welke middelen gij wilt aanwenden, om uw voornemen niet zoo gemakkelijk te breken. Maak uw voornemen altijd op eene enkele bijzondere handeling, waarin gij u wilt overwinnen, of hoe gij in dit of dat bij/onder geval uwe hoofddrift bestrijden wilt, en vergenoeg u toch niet met een algemeen besluit; b. v. zoo uwe voornaamste fout de ongeduldigheid ware, zoudt gij weinig er mede geholpen zijn, zoo gij alleen in uwe gedachten zeidet : ik wil niet meer ongeduldig zijn : maar gij moet in uwe gedachten uw voornemen alzoo maken, en tot u zeiven zeggen : dezen of genen lastigen mensch, tegen wien ik het meest gewoon ben in ongeduld te vallen, wil ik met geduld verdragen en heden nog, zoo hij bij mij komt, wil ik zachtmoedig tot hem spreken, hem vriendelijk bejegenen, enz.

6. Versterk uw besluit door de overdenking, hoe nuttig, hoe voortreffelijk, hoe aangenaam, hoe noodwendig deze overwinning over u zeiven in dit eenig bijzonder geval is.

Zeer goed zult iiij ook doen, zoo gij tot bekrachtiging uws voornemens dikwijls korte liefdegevoelens, schietgebeden en liefdeverzuchtingen tot God verwekt, zoo gij Hem ook oprecht vurig om zijne genade bidt, en daarbij uw voornemen dikwijls vernieuwt. Gij zult eene goede overweging doen, zoo yij meer op verandering van uwen wil dan op zelfvoldoening en gevoeligheid , en op verrukkende verbeelding bedacht zijt.

7. Kunt gij het eerste punt der overweging niet wel op u toepassen, zoo neem het tweede punt.

8. Wees niet angstig, en vrees niet veel voor de verstrooidheden ; want nadat gij eenigen tijd de overweging zult geoefend hebben, dan zal het overwegen u licht en aangenaam voorkomen.

9. Eindig uwe overweging met een godvruchtig Onze Vader, en Wees gegroet, Maria! en met een gebed tot God, opdat uwe overweging u goede vruchten voort-brenge. Houd den geheelen dag de e Mie of de andere spreuk der overweging in de gedachte; herinner u onder uwe bezigheden van den dag dikwijls deze kleine spreuk, en te gelijker tijd uw gemaakt goed voornemen. Laat dit uw goed voornemen niet alleen in woorden bestaan, maar tracht het bij iedere gelegenheid ook inderdaad

ocr page 84

76 OVERWEGINGEN VOOR

uit te oefenen. Denk ernstig na, wat uw Zaligmaker zegt:

«niet iedereen, die zegt : Heer, Heer! zal het hemelrijk

intreden, maar alleen degene, die den wil mijns Vaders

doet.

10. Bemerk ook dit, dat gij niet alleen overweegt om innerlijke vertroosting; zoo deze u geheel ontbreekt, laat dan evenwel de overweging niet na. Draag het heilig kruis met Jezus, ook in heï gebed, en gij zult groote schreden op den weg der christelijke volmaaktheid doen.

11. Indien gij ook zoo ongelukkig waart van wederom in uwe hoofddrift te vallen, zoo verlies toch den moed niet; verwek terstond een berouw aan de voeten des Gekruisten over uw hervallen, en vernieuw nogmaals uw goed besluit, en bid God des te vuriger om zijnen bijstand.

Vertrouw standvastig op God, mistrouw u zeiven, en wees niet ontsteld, zoo gij niet aanstonds voorwaarts gaat; want iedere deugd kost strijd en moeite, en wordt slechts door een aanhoudend gebed en lange oefening verkregen.

De kortste wijze om te overwegen is in de volgende vier vragen bevat :

Men roept den heiligen Geest aan, men leest in een goed meditatieboek, en men vraagt /ich alsdan ernstig af:

1. Wat zegt mij hier het heilig Geloof?

2. Wat moet ik alzoo volgens dit heilig Geloof doen ?

3. Doch wat heb ik tot nu toe gedaan ?

4. En wat wil ik van nu af in het toekomende doen:

Dan roept men God door Maria om zijnen bijstand

aan, en men vernieuwt dikwijls het gemaakt voornemen voor het kruis van Jezus Christus.

OVERWEGINGEN OF MEDITATIËN

voor alle dagen der week.

(Vertaald uit de Schriften van den H. Alphonsus de Liguori.)

Overweging voor den Zondag.

Van het einde des menschen: de eeuwige zaligheid.

1. Overweeg, geliefde ziel, hoe God u het wezen gegeven heeftj daar Hij u naar zijn evenbeeld, zonder uwe verdiensten, geschapen en u

ocr page 85

Al,MC DAGEN DKK WKKK. 77

door hel heilig doopsel tot zijn kind aangenomen heeft. Hij heeft u meer bemind dan een vader, en u geschapen, opdat gij Hem zoudt beminnen en Hem in dit leven dienen; om Hem hierna in het Paradijs eeuwig te genieten. Gij zijt alzoo quot;niet geboren, en gij moet niet leven, om u hier op aarde te vermaken, om u rijkdom en aanzien te verschaffen , om maar te eten , te drinken en te slapen, gelijk de dieren, maar enkel, om uwen God te beminnen en eeuwig zalig te worden. En de geschapen dingen heeft de Heer u ten gebruike gegeven, opdat zij u helpen uw genot en eeuwig doel te bereiken. O, ik ongelukkige! Ik heb aan andere zaken ( b. v. aan dit of dat — onderzoek hier uwe bijzondere driften ) gedacht, maar niet aan mijn eeuwig einde.

Mijn Vader! om de liefde van Jezus, maak dat ik een nieuw, een geheel heilig en met uwen goddelijken wil gansch overeenkomstig leven beginne. ( Verwek hier een aandoenlijk berouw, en maak het vast besluit om bijzonder aan dit of dat slecht en ijdel oogmerk niet meer te denken, maar veelmeer aan het tegenovergestelde.)

II. Overweeg hoe gij, in het oogenbik des doods, groote knagingen des gewetens zult gevoelen, als gij niet bezorgd geweest zijt om God te dienen. Welke smart, als gij aan het einde uwer dagen zult zien, dat u in dit uur, van alle rijkdommen, eer, waardigheden en wellusten niets overblijft dan eene handvol stof! Gij zult verbaasd zijn, hoe gij voor ijdelheden en nietswaardige dingen de genade Gods en uwe on-

ocr page 86

7S OVKRWKCINGEN VOO?,

sterfelijke ziel verloren hebt, zonder dit kwaad nog te kunnen herstellen; er zal dan voor u geen tijd meer zijn, om den goeden weg in te slaan. ( Onderzoek uwe bijzondere driften.) —

O. wanhoop ! o, knaging ! gij zult alsdan zien, hoe veel de tijd waard is; — doch te laat; gij zult hem met uw bloed willen wederkoopen, doch, — o ongelukkige, gij zult het niet meer kunnen. O bittere dag voor dengene, die God niet bemind nog gediend heeft! ( Verwek een berouw, en maak een vast besluit.)

III. Overweeg, hoe zeer men zijne zaligheid, dit groote einde des menschen, verwaarloost. Men denkt er aan, om rijkdommen op een te hoopen; men denkt er aan, om te eten, te drinken, verkeeringen aan te gaan en grooten opschik te maken : — God te dienen, daaraan denkt men niet! Men is in het geheel niet bezorgd om zalig te worden, en het eeuwig doel houdt men voor eene kleinigheid. En alzoo loopt het grootste deel der Christenen, een goed leven er van nemende, zingende, dansende en spelende naar de /iel. O, zoo zij toch wisten, wat dit woord de hel zeggen wil! O, mensch ! welke moeite geeft gij u -— om verdoemd te worden ; en gij wilt niets doen, om zalig te worden.

Als de geheimschrijver eens konings op het sterfbed lag, zeide hij : ik ellendige heb zoo veel papier gebruikt, om brieven voor mijnen vorst te schrijven, en heb niet een enkel blad besteed, om mij mijne zonden te herinneren en eenen enkelen keer eene goede biecht te spreken!

Maar waartoe dienen alsdan die zuchten, dit klagen ? Zij dienen meestal alleen tot grootere

ocr page 87

ALLE DAGKN DKR WK EK. 79

wanhoop. O ! leer toch, door het voorbeeld van anderen wijzer worden, bekommerd over uwe eeuwige zaligheid te zijn, zoo gij uiet in wanhoop vallen wilt. -En weet, dat al wat gij zonder het welbehagen van God doet, zegt of denkt — verloren is. ( Onderzoek uwe bijzondere driften.)

Welaan, het is tijd dat gij van leven verandert. Hoe ! wilt gij het oogenblik van den dood afwachten, om uit uwe zinsverbijstering aan de poort der eeuwigheid, aan de rand des helschen afgronds te ontwaken ? Aldaar is geen tijd noch gelegenheid meer, om uwe dwaling te verbeteren. Mijn God ! verschoon mij * ik bemin U boven al. Het is mij meer leed dan alle kwaad, dat ik L beleedigd heb. Maria, mijne hoop ! bid Jezus voor mij. Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.

Overweging voor den Maandag.

Over de gewichtigheid van ons einde, de eeitivige zaligheid, te bereiken.

i. Overweeg, o mensch ! hoe veel er u aan gelegen is, dat gij uw gelukzalig einde bereikt.

Alles is er aan gelegen : en zoo gij dit bereikt, dan zijt gij gered, dan zult gij eeuwig zalig zijn, en zoowel naar het lichaam als naar de ziel, alle mogelijke goederen eeuwig genieten : doch zoo gij dit mist, dan zult gij ziel en lichaam, God en het paradijs verliezen ; gij zult eeuwig ellendig — gij zult voor altijd verdoemd zijn. Dit is alzoo de grootste zaak, de éénig gewichtige, de éénig noodzakelijke zaak : God dienen en voor zijne ziel zorgen. — Zeg dan niet

ocr page 88

So OVKKWKUINUKN vuox

meer, mijn Christen : nu wil ik naar mijne lusten leven, later zal ik mij tot God begeven; desniettegenstaande hoop ik zalig te worden. Deze valsche hoop, o hoe vele zielen heeft zij niet reeds in de hel gestort, welke zoo spraken, en die nu verdoemd zijn, — voor welke alreeds geene zaligheid meer is ! Welk mensch heeft wel ooit willen verdoemd worden ? Doch God vervloekt dengene, die zondigt in de hoop op zijne barmhartigheid. »Vervloekt is de mensch, die in de hoop zondigt.quot; Gij zegt : ik wil deze zonde nog bedrijven, daarna ze biechten. Wie weet, of gij daartoe nog tijd zult hebben ? Wie geeft u de verzekering, dat gij niet terstond na gezondigd te hebben zult sterven ? Ondertusschen verliest gij de genade Gods : eu wat zal er van li geworden, zoo gij ze niet weder verkrijgt? God is barmhartig jegens dengene die Hem vreest, maar niet jegens dengene die 1 lem veracht, j En zijne barmhartigheid is voor diegenen, die Hem vreezen.quot; (Luc. i.)

Zeg niet, het is hetzelfde, of ik twee zonden biechte of drie: neen, want God zal u misschien wel twee zonden vergeven, doch niet drie. God wacht lang maar niet altijd. » In de volle maat der zonden zal Hij straffen.quot; (TL Mach. 6.) Als de maat gevuld is, dan vergeeft God niet meer, maar straft den zondaar onverwacht met den dood en de eeuwige verwerping. O mijn broeder ! let toch wel op hetgene gij nu leest; houd eindelijk op, en verzoen u met God. — Vrees, dat dit misschien de laatste vermaning is, die God u toeschikt. Gij hebt Hem lang genoeg beleedigd. Hij heeft u lang genoeg verdragen.

ocr page 89

ALLE DAGEN DEK WEEK.

Vrees, flat na de eerste doodzonde, die gij nog bedrijven zult, Clod u niet meer zal vergeven. Zie, het komt hier op uwe ziel aan, het komt hier op de gansche eeuwigheid aan. Hoe velen heeft de groote gedachte aan de eeuwigheid reeds bewogen, om der wereld geheel te verzaken, en in kloosters, woestijnen of holen te leven. O, ik ellendige, die reeds zoovele zonden gedaan heb! (Onderzoek uwe voornaamste drift.) Het hart is bedroefd, de ziel bezwaard, de hel verdiend, God verloren ! — Ach, mijn God en Vader! verbind mij met U door uwe liefde. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

II. Overweeg, hoe deze éénige, gewichtige zaak meest veronachtzaamd wordt: aan alles denkt men, alleen niet om zalig te worden; voor alles heeft men tijd, behalve voor God. Zeg aan eenen wereldling, dat hij de Sacramenten dikwijls ontvange, dat hij een half uur daags de overweging of meditatie doe, en hij zal u antwoorden r ik heb kinderen, ik heb bloedverwanten, ik heb eene herberg, ik heb bezigheden. — O mijn God! en hebt gij dan geene ziel ? Zoo gij ook al uwe rijkdommen aanbiedtquot;, en uwe kinderen en bloedverwanten te hulp roept, zoo zullen zij u in het uur des doods evenwel niet kunnen helpen, zoo zullen zij u, indien gij verdoemd zijt, niet kunnen bevrijden. Vlei u dan niet met de hoop, God en de wereld, het paradijs en de zonde met elkander te kunnen vereenigen. De zaak uwer zaligheid is geene zaak, die gij gemakkelijk kunt afmaken : neen, gij moet u geweld aandoen, zoo gij de

6

8l

ocr page 90

82 OVERWEGINGEN VOOR

kroon der onsterfelijkheid wilt winnen. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Ach, hoe vele Christenen, die thans in de hel zijn, vleiden zich, dat zij in de toekomst God nog zouden dienen en zalig worden. Welk eene dwaasheid ! altijd te denken aan datgene, wat zoo spoedig een einde neemt, en zoo weinig te denken aan datgene wat nooit zal eindigen. O Christen .f denk aan uw waar vaderland; bedenk, dat gij weldra deze aarde zult verlaten en het huis der eeuwigheid ingaan. O hoe ellendig zult gij zijn, zoo gij verloren gaat! Zie dan toe, — ach, dan kunt gij niet meer geholpen worden. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

III. Overweeg, o Christen, en zeg : ik heb maar eéne ziel; zoo ik deze verlies, heb ik alles verloren. Ik heb maar éene onsterfelijke ziel, wat zal het mij dan baten, zoo ik de geheele wereld win, en schade lijd aan deze onsterflijke ziel ? — Zoo ik een beroemd man word, en mijne ziel verlies, wat helpt het mij ? — Zoo ik rijkdommen bijeen verzamel, zoo ik mijn huis vergroot, zoo ik mijne kinderen verrijk en mijne ziel verlies ; wal helpt het mij ? — Wat hebben die heerlijkheden, die verkceringen, die ijdelhe-den aan zoo velen geholpen, die in de wereld leefden, en die nu stof in een graf, — die een prooi der hel geworden zijn ? — Dewijl alzoo de ziel de mijne is, dewijl ik maar céne ziel heb, die, eenmaal verloren zijnde, voor altijd verloren is, zoo moet ik wel ernstig er aan denken, om zalig te worden. Er is belangrijk veel aan gelegen, dewijl het er op aankomt, eeuwig zalig of eeuwig ongelukkig te worden. O mijn

ocr page 91

ALLE DAGEN DER WEEK. 83

God ! geheel doordrongen van schaamte beken ik, dat ik tot nu toe als een blinde geleefd heb, en ver van U verwijderd geweest ben. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Ik heb er niet nan gedacht, mijne ziel te redden. Red mij, o mijn Vader! om de liefde van Jezus Christus. Ik ben bereid alles te verliezen, zoo ik U maar niet verlies, o mijn Clod! — Maria, mijne hoop! maak mij zalig door uwe voorspraak. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

Overweging voor den Dinsdag.

Over de doodzonde.

1. Overweeg, dat God u geschapen heeft, om Hem te beminnen: doch gij zijt met eene helsche ondankbaarheid tegen Hem opgestaan; gij hebt Hem als eenen vijand behandeld; gij hebt zijne genade en vriendschap veracht. Gij wist dat gij Hem door iedere zonde mishaagdet, en gij hebt ze niettemin bedreven. Wat doet Hij die zondigt ? Hij keert God den rug toe; hij verliest den eerdied voor Hem : hij heft de hand op, om Hem te slaan; hij bedroeft het hart van zijnen God : » en zij hebben zijnen heiligen Geest bedroefd.'1 (Isai. 63.) \Viequot;quot;zondigt, zegt als het ware tot God : verwijder U van mij, ik wil U niet gehoorzamen, ik wil U niet dienen, ik wil U niet meer als mijnen God erkennen. 1 )it vergenoegen, dit voordeel, deze bevrediging mijner wraak zal mijn God zijn. ^ Zoo spraakt gij in uw hart, als gij het schepsel boven uwen God steldet. De heilige Maria Magdalena de Passis kon niet begrijpen, hoe een Christen met

ocr page 92

84 OVERWEGINGEN VOOR

gezond verstand eene doodzonde kon doen. En gij, die dit leest, wat zegt gij daarop ? Hoe vele doodzonden hebt gij reeds gedaan ? (Onderzoek u) Mijn God ! vergeef mij, en heb medelijden met mij. Ik heb uwe oneindige goedheid belee-digd, ik haat de zonden, ik bemin U; het berouwt mij U beleedigd te hebben, oneindig beminnenswaardige God! (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

II. Overweeg, als gij zondigdet, dat God u zeide : „Mijn zoon! ik ben uw God , die u uit niet geschapen , die u met mijn dierbaar bloed vrijgekocht heb. Ik verbied u op straf mijner ongenade, deze zonde te bedrijven.quot; Doch gij antwoorddet uwen God , als gij zondigdet, en zeidet : „ Heer, ik wil U niet gehoorzamen , ik wil mij dit genoegen verschaffen, ik geef er niet om of het U mishage of niet, of ik daarom uwe genade verlieze of niet. quot; Gij hebt gezegd, ik wil U niet dienen.

Ach mijn God! meer dan eenmaal heb ik dit gedaan. (Onderzoek u.) Hoe hebt Gij mij zoo lang kunnen verdragen ? O ware ik toch gestorven, eer ik U beleedigd had! ik wil ü niet meer mishagen ! ik wil U beminnen, o oneindige goedheid ! Geef mij de genade der volharding ; geef mij uwe heilige liefde. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.)

lit. Overweeg, hoe de zonden , als zij een zeker getal bereiken, maken, dat God den zondaar verlaat. „De Heer wacht geduldig af, opdat hij, als de dag des oordeels gekomen is, in de volheid der zonden straffe.quot; (//. Mach. 6.) Zoo gij, mijn broeder, opnieuw bekoord wordt

ocr page 93

AI.I.F. DAGEN DER WEEK. 8$

om te zondigen , zoo zeg niet meer ; „ ik zal mijne zonden later biechten.quot; Hoe, indien God u te voren liet sterven; wat zou er voor de gansche eeuwigheid van u geworden : Ach, op «léze wijze zijn er reeds zoo velen te gronde gegaan! Ook zij hoopten vergiffenis, maar het uur des doods kwam, en zij werden verdoemd. — O beef, dat u ook dergelijk lot niet over-kome ! — Diegene verdient geeue barmhartigheid, die zich van de goedheid Gods wil bedienen om Hem te beleedigen. Ciod heeft u reeds zoo vele zonden vergeven. (Onderzoek u) Gij moet alzoo met recht vreezen , dat God u de naaste doodzonde die gij bedrijven zult, niet meer zal vergeven. Dank Hem, dat Hij u tot nu toe zoo genadiglijk afgewacht heeft, en maak het vast besluit, van liever te sterven dan nog opnieuw eene zonde te bedrijven.

Zeg dan altijd, van heden af : o mijn God, ik heb U al te dikwijls beleedigd ! ik wil den overigen tijd mijns levens niet meer besteden, om U opnieuw te beleedigen; neen, dat verdient Gij niet. Ik wil hem alleen aanwenden om U te beminnen, en de beleedigingen te beweenen, die ik U aangedaan heb. Zij zijn mij van harte leed. Mijn Jezus ! ik wil U beminnen; geef mij daartoe kracht. Maria, mijne moeder! geef mij kracht en help mij ! — Amen. — Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.

Overweging voor den Woensdag.

Orw dt'Jl dood.

i. Overweeg, dat dit leven eens moet eindi-

ocr page 94

86 OVERWEGINGEN VOOR

geu. Reeds is het vonnis uilgesproken! „ gij moet sterven.quot; De dood is zeker, maar gij weet niet, wanneer hij u zal aantreffen. Hoe weinig is er noodig om te sterven ? Een druppel die u op het hart valt, eene ader die in de borst openspringt , eene verstikking in het hoesten , eene sterke bloedbraking, een vergiftig diertje hetwelk u bijt, eene koorts, een steek, eene wonde, eene overstrooming, eene aardbeving, een bliksemstraal is genoeg , om u het leven te benemen. 1 )e dood zal u overvallen, als gij het minste daaraan denkt. Hoe velen zijn 's avonds gezond gaan slapen en den volgenden morgen dood gevonden ! Kan u dit ook niet overkomen r Zoo velen die schielijk gestorven zijn, dachten niet, dat zij op zulke wijze zouden sterven, doch zij zijn niettemin op die wijze gestorven, en zoo zij zich alsdan in staat van zonden bevonden, waar zullen zij dan nu zijn ? — En waar zullen zij dan gedurende de geheele eeuwigheid blijven r — Het zij nu gelijk men wil, maar dat is zeker, dat eens de tijd zal komen, wanneer voor u of wel een nacht zal beginnen, waarop geen dag meer volgt, of dat voor u een dag begint, die door geenen nacht meer afgebroken wordt. „ Ik zal komen gelijk een dief, onvoorziens en heimelijk, ■' zegt Jezus Christus. Uw goede Zaligmaker waarschuwt u bij tijds, omdat Hij uwe zaligheid wenscht. Doe wat God van u verlangt, trek nut uit de waarschuwing, bereid u om goed te sterven, eer de dood zelf komt! ,, Wees bereid !want alsdan is er geen tijd meer , om zich voor te bereiden : men moet reeds bereid zijn. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Het

ocr page 95

Al.l-K DACRN |)KU WKKK. 87

is zeker dat gij sterven zult. Het schouwspel dezer wereld moet voor u eindigen, en gij weet niet wanneer! Wie weet of gij binnen een jaar, binnen eene maand, wie weet of gij morgen nog levén zult ? Mijn Jezus! verlicht en vergeef mij. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.)

IT. Overweeg, hoe gij in het uur des doods Op uw bed uitgestrekt zult liggen; een priester staat bij u, om uwe ziel te verlichten; uwe bloedverwanten omringen u weenende; een kruisbeeld staat bij uw hoofd ; de kaars aan uwe voeten ; gij zijt reeds op het punt om de eeuwigheid in te treden. Gij lijdt vreeselijke hoofdpijnen, uwe oogen verduisteren, uwe tong is brandend, de adem is belet, uwe borst bezwaard, uw bloed verkond, uw vleesch afgeteerd, uw hart van smarten doorboord. Alles moet gij verlaten, arm en naakt zult gij in uw graf geworpen worden, om daarin te verrotten. Aldaar zullen de wormen en insecten uw vleesch doorknagen , en er zal niets meer van u overblijven dan verdorde beenderen en een weinig stof. Open een graf, en zie wat er van dien rijke , van dien gierigaard, van die ij dele vrouw geworden is !

Zoo eindigt uw leven! In het uur des doods zult gij u omringd zien van booze geesten, welke u al die zonden, die gij sedert uwe kindschheid gedaan hebt, zullen voor oogen stellen. Nu bedekt en verontschuldigt de duivel uwe zonden, om u tot zondigen te verleiden; hij zegt u : . deze ijdelheid, dit vergenoegen, deze vertrouwelijkheid, deze haat is geene groote zonde ; bij dezen omgang hebt gij geen slecht inzicht: doch

ocr page 96

88 OVERWEGINGEN VOOR

in uw doodsuur zal hij u al de grootheid uwer zonden laten zien. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Bij het licht der eeuwigheid, die gij zult intreden, zult gij erkennen, welk een kwaad het was, eenen oneindigen God beleedigd te hebben. Nu, daar het nog tijd is, daar gij het nog kunt, verhelp dat kwaad, dewijl daartoe later geen tijd meer zijn zal. ( Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.)

Hl. Overweeg, hoe de dood een oogenblik is, waarvan de geheele eeuwigheid afhangt. Daar ligt de mensch, dicht bij den dood, en dientengevolge dicht bij een der twee eeuwigheden; dicht bij een gelukkige of ongelukkige eeuwigheid : zie, zijn eeuwig lot hangt af van zijn laatsten ademtocht, waarna zijne ziel voor eeuwig zalig,

— of wel voor eeuwig — verdoemd zijn zal. O laatste einde ! o laatste ademhaling ! o laatste oogenblik , waarvan eene eeuwigheid afhangt !

— eene eeuwigheid van heerlijkheid , of eene eeuwigheid van pijnen; eene gelukzalige of eene rampzalige eeuwigheid; eene eeuwigheid vol vreugden, of eene eeuwigheid vol wanhoop; eene eeuwigheid van alle goed, of eene eeuwigheid van alle rampen ; eene eeuwigheid in den hemel, of eene eeuwigheid in de hel ! Dat is : zoo gij op het laatste oogenblik zalig wordt, zult gij niets meer te lijden hebben , en altijd tevreden en gelukkig zijn; doch zoo gij in de zonde sterft en verdoemd wordt, zult gij rampzalig en in wanhoop zijn, en dat zoo lang God

— God zal zijn. Bij den dood zult gij erkennen, wat het is : hemelrijk, hel, zonde, een be-leedigde God, verachting der goddelijke gebo-

ocr page 97

AI.l.E DAGEN DER WEEK. S9

deu, verzwegen zonden in den biechtstoel, een niet teruggegeven onrechtvaardig goed. O, ik ellendige, zal de stervende zeggen, ik moet dan nu in weinige oogenblikken voor God verschijnen, en wie weet, welk oordeel mij zal treffen ! Waar zal ik komen, in den hemel of in de hel ? znl ik mij met de engelen eeuwig verheugen, of zal ik met de verdoemden eeuwig branden? zal ik een kind Gods, of een slaaf des duivels zijn ? Ach, weldra zal ik het weten, en alwaar ik voor de eerste maal zal intreden, daar zal ik ook in eeuwigheid blijven. Ach , wat zaV er in weinige uren, in weinige oogenblikken van mij geworden zijn ? Wat zal er van mij worden, zoo ik deze ergernis niet weder herstel r zoo ik dit vreemd goed niet wedergeef? zoo ik mijne vijanden niet van harte vergeef ? zoo ik geene goede biecht spreek? (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Dan zult gij duizendmaal dien dag vervloeken, op welken gij gezondigd hebt, dat genoegen, die wraak verwenschen, die gij geoefend hebt, — doch te laat en zonder nut, dewijl gij dit uit enkele vrees voor de. straf, zonder liefde tot God doen zult. Ach, Heer! zie — nu op dit oogenblik bekeer ik mij tot U; ik wil deu dood niet afwachten , reeds van nu af wil ik Ü beminnen ! ik omhels U, en in uwe omhelzing wil ik sterven ! — Mijne moeder Maria! laat mij onder uwen beschermmantel sterven, help mij in mijnen dood. Amen. (Verwek een akte van berouw , en maak een vast voornemen.)

ocr page 98

OVKRWT.CINCKN VnOU

Overweging voor den Donderdag.

Over Ju't laatste Oordeel.

I. Overweeg, hoe de ziel, zoodra zij het lichaam verlaat, terstond voor den rechterstoel van God gebracht wordt, om aldaar geoordeeld te worden. Uw rechter is een almachtige, van li mishandelde en ten uiterste vergramde God : uwe aanklagers zijn de duivels, uwe vijanden. Gij wordt over uwe zonden geoordeeld. Het oordeel is onherroepelijk. De straf eene hel. — Aldaar hebt gij geene makkers, geene ouders, geene vrienden meer, — gij zult alleen zijn, gij, — en God. Alsdan zult gij de gansche afschuwelijkheid uwer zonden kennen, gij zult ze niet meer kunnen verontschuldigen, gelijk gij nu doet. Daar zullen onderzocht worden alle zonden, die gij met gedachten, woorden en werken gedaan hebt; alle zonden van behagen, van verzuim en van ergernis. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Alles most gewogen worden in die groote weegschaal der goddelijke rechtvaardigheid 5 en zoo gij in eenig punt plichtig gevonden wordt, zult gij eeuwig verloren gaan. — Mijn Jezus ! Gij, die mijn rechter zijn zult, vergeef mij, eer Gij mij oordeelt. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.)

II. Overweeg, hoe de goddelijke rechtvaardigheid alle volkeren in het dal van Josaphat zal oordeelen, als aan het einde der wereld de lichamen zullen opstaan, om tegelijk met de ziel de belooning of de straf volgens hunne werken te ontvangen. Overweeg, dat, zoo gij verdoemd

9°

ocr page 99

Kl/KEN I)AC. DKK WEEK. 9 I

zijtj gij dit uw lichaam wederom zult aannemen, hetwelk tot eeuwige gevangenis uwer ongelukkige ziel zal dienen. Dan zal de ziel het lichaam en het lichaam de ziel vervloeken 5 lichaam en ziel, die nu 'samenwerken om verbodene vruchten te zoeken, zullen zich na den dood moeten vereenigen, om elkander te pijnigen. Zoo gij integendeel zalig zijl, zoo zal uw lichaam geheel schoon, onlijdelijk en glorierijk opstaan, zoodat gij naar het lichaam, even als naar de ziel, het eeuwige leven waardig zult zijn. — ()p zulke wijze zal het leven gelijk een schouwspel eindigen. Alle heerlijkheden en vreugden, evenals de pracht dezer wereld eindigen, alles is voorbij ; er blijven maar twee eeuwigheden, — eene eeuwigheid van glorie en eene eeuwigheid van straffen; eene zalige en eene ongelukkige eeuwigheid; — eene eeuwigheid van vreugden en eene eeuwigheid van pijnen. In den hemel zijn de rechtvaardigen — in de hel de zondaars. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Rampzalig is dan degene, die de wereld bemint, die door de ellendige vreugden dezer wereld alles verloren heeft, alles : de ziel, het lichaam den hemel en God. ( Verwek eene akte van berouw, en maak een vast besluit.)

III. Overweeg het eeuwig vonnis. Jezus Christus als rechter zal zich tot de verworpelingen keeren en hun zeggen : » het is met u gedaan, ondankbaren ! het is gedaan ! Mijn uur is reeds gekomen, het uur der waarheid en der rechtvaardigheid, het uur des toorns en der wraak. Weg van mij, vervloekten ! gij hebt den vloek bemind, dat hij nu over u kome. Weest vervloekt, nu en gedurende de gansche eeuwigheid! Weg

ocr page 100

g2 OVERWEGINGEN VOOR

uit mijn aanschijn; gaat, van alle goederen beroofd, met alle pijnen beladen, m het eeuwige vuur. » Gaat weg va,i mj, gij vervloekt en, m het eeuwige v„„y • quot; ( Matth. 5-) ( Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Dan zal Jezus Chr.stus z,ch tot de uitverkorenen keeren en zeggen : »komt, mijne gezegende kinderen, komt het hemelrijk bezitten, hetwelk u bereid is; komt, met meer om het kruis achter Mij te dragen, — maar om tegelijk met Mij de kroon te dragen. - Komt om erfgenamen mijner rijkdommen, medegezellen mijner heerlijkheid te zijn ; komt, om «e,lu'eni de geheele eeuwigheid mijne barmhartigheid te prijzen ; komt uit de ballingschap in het vaderland; komt van de ellende tot de vreugde; komt van de tranen tot de vroolijkheid ; komt van de pijnen tot de eeuwige rust. komt gy gezegenden mijns leaders, m het rijk, 'i %ooy u bereid is. Mijn Jezus! ik hoop ook een dezer Tezegenden te zijn. Ik bemin l, bovenal. — ZegeVmijf mijne Moeder Maria. ( Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

Overweging voor den Vrijdag.

Over de hel.

\ Overweeg, hoe de hel eene ten hoogste rampzalige, met vuur gevulde gevangenis is alwaar de verdoemden eeuwig gepijnigd worden. In dit vuur zijn de verdoemden als verzonken . onder hen eene vuurzee, boven hen eene vuiu-zee, van alle zijden - vuur. Alle zinnen hebben hunne eigene bijzondere kwalen, en da g durende de geheele eeuwigheid. — \ an daal

ocr page 101

Al.LE DAGEN DER WEEK. 93

weeuen, kermen en wanhopen deze ongelukkigen, door alle kwalen gepijnigd, smachtende van dorst, door het vuur verteerd : — maar er is niemand, die ze het minste zal komen verkwikken, die ze Het geringste vertroosten zal. O hel ! hel ! eenigen willen aan u niet gelooven, totdat zij van u verslonden worden. —: Wat zegt gij dan, gij, die dit leest ? — ( Onderzoek uwe voornaamste zonden.) Zoo gij nu moest sterven, waar zoudt gij heen gaan ? — Gij kunt niet eene vonk vuurs op uwe hand verdragen, en gij meent in eene vuurzee te kunnen wonen, alwaar gij troosteloos en van allen verlaten, de gansche eeuwigheid zult doorbrengen. ( Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

II. Overweeg nu de kwalen, die de krachten der ziel in de hel zullen uitstaan. Het geheugen zal onophoudelijk door knaging des gewetens gemarteld worden: dit is die worm, die altijd den verdoemde zal knagen, als deze zich voorstelt, waarom hij vrijwillig heeft willen verdoemd worden : namelijk, om een of ander zondig vermaak. — O God ! hoe zullen hem dan die oogen-blikken van vermaak voorkomen , na honderd, duizend en millioenen jaren in de hel geweest te zijn ! Deze worm zal hem den tijd herinneren, dien God hem gegeven heeft om de zaligheid zijner ziel te bewerken; de gelegenheden, welke Hij hem verschaft had, om zalig te worden; de goede voorbeelden zijner vrienden; de gemaakte, doch niet uitgevoerde voornemens. ( Onderzoek uwe voornaamste fouten.) En dan zal hij zien, dat er geen middel meer is, om hem uit zijnen eeuwigen ondergang te helpen.

ocr page 102

OVERWEGINGEN VOOR (1 God ! o God! welke dubbele hel zal deze zijn. __ ])e wil zal altijd tegengesproken worden; nooit zal hij hebben, wat hij verlangt; hij zal altijd hebben datgene , wat hij niet hebben wil, namelijk alle mogelijke kwalen. — Het verstand zal begrijpen, welk oneindig goed het verloren heeft, namelijk den hemel en God. O God, mijn God ! vergeef mij om de liefde van Jezus Christus. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

UT. Zondaar, die nu onbekommerd zijt, of gij den hemel en God verliest of niet, gij zult uwe verblindheid kennen, als gij de zegepraal en de vreugd der gelukzaligen in den hemel zien zult, als gij zult verdreven worden uit dit gelukkige Vaderland, verstooten uit de tegenwoordigheid van God, uit het gezelschap van Maria, van de Engelen en de Heiligen Gods. I^an zult gij in zinneloosheid uitroepen : o hemel, o plaats van vreugde, o God, Gij oneindig goed. Gij zijt niet voor mij. Gij zult nooit meer voor mij zijn ! — Doe dan boetvaardigheid en verander terstond uw leven. (Onderzoek uwe voornaamste fouten.) Wacht niet, opdat er niet later ook voor u geen tijd meer zij. — Geef u aan God over.— üegin Hem waarlijk te beminnen. Bid Jezus, bid Maria, dat zij zich uwer mogen ontfermen. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

Overweging voor den Saterdag.

Over de eeuwigheid der straffen.

i. Overweeg, hoe de hel geen einde neemt; men lijdt aldaar alle pijnen , en dat gedurende

ocr page 103

ALLE DAGEN DER WEEK. 95

de geheele eeuwigheid. Er zullen honderd, ja duizend jaren in deze pijnen voorbijgaan, en de hel zal eerst beginnen. Er zullen honderden, duizenden, honderd millioenen en duizend mil-lioenen jaren en eeuwen voorbijgaan, en de hel zal eerst opnieuw beginnen. Zoo op dit uur een Engel eenen verdoemde de tijdiog bracht, dat God hem uit de hel verlossen wilde, — en wanneer? hoor! als er zoo vele millioenen jaren voorbij zullen zijn, als er druppels in het water, l)laderen aan de boomen, zandkorrels in de zee en op de aarde zijn; gij zult verschrikken : doch dit is nochtans waar, deze tijding zou den verdoe mdc eene grootere vreugde veroorzaken, dan gij hebben zoudt, zoo men u de tijding bracht, dat gij koning van een groot rijk geworden waart 5 want de verdoemde zoude zeggen : het is waar, dat vele, vele eeuwen zullen voorbijgaan, doch er zal toch eindelijk ééns een dag komen op welken mijne pijnen zullen eindigen. Waarlijk zullen al deze eeuwen voorbijloopen, — doch de hel zal altijd wederom opnieuw beginnen ; al deze eeuwen zullen zich zooveel maal vermenigvuldigen, als er zandkorrels, druppels, bladeren zijn , doch de hel zal altijd wederom opnieuw beginnen. Ieder verdoemde zou, zoo het mogelijk ware, gaarne met God dit verdrag sluiten : „Heer, vermeerder, zooveel als het U belieft, mijne pijnen 1 lieer, verleng ze zoo zeer als Gij wilt, ik ben daarmede tevreden : als zij maar eens eindigen, ik ben daarmede tevreden! Doch neen, dit einde zal nooit komen, — nooit! Poch misschien zal de arme verdoemde zichzelven bedriegen en vleien kunnen, met de gedachte : wie

ocr page 104

g6 OVERWEGINGEN VOOR

weet, of God niet eens met mij medelijden zal krijgen, en mij uit de hel verlossen: — neen, de verdoemde zal altijd het vonnis zijner eeuwige verdoemenis voor oogen hebben, en uitroepen : achnooit zullen al deze pijnen, die ik nu lijd, dit vuur, deze droefheid, dit gehuil der wanhoop, eindigen ; nooit, nooit, o nooit! Neen, zij zullen eeuwig, eeuwig duren ! O eeuwigheid , o hel! hoe is het mogelijk dat de menschen aan u gelooven en nog zondigen, (Onderzoek uwe voornaamste misslagen) en nog in de zonde blijven voortleven? (Verwek een akte van berouw, en maak een vast voornemen.)

II. Mijn broeder! merk op en bedenk, dat de hel ook u verwacht, zoo gij zondigt. Reeds brandt onder uwe voeten die schrikkelijke oven en ach ! op het oogenblik dat gij dit leest, ach 1 hoe vele zielen worden door hem verslonden. Bedenk, dat, zoo gij eens in de hel aanlandt, gij dezelve niet meer zult verlaten. En zoo gij misschien reeds de hel verdiend hebt, o, zoo dank God, dat Hij er u nog niet in geworpen heeft, en haast u, om dat kwaad zoo veel mogelijk te vergoeden; beween uwe zonden, en wend alle middelen aan, die u geboden zijn, om zalig te worden. Biecht dikwijls: lees dagelijks iets uit dit of een ander geestelijk boek ; bid dagelijks den Rozenkrans ter eere van Maria. om eene groote godsvrucht tot haar te bekomen : vast, zoo het u mogelijk is, iederen zaterdag ter eere van Maria; wedersta aan de bekoringen , en roep daarin dikwijls Jezus en Maria aan. Vlucht de gelegenheden der zonde; en zoo God u roept, om de wereld te verlaten,

ocr page 105

LEVENSREGELEN VOOR BIJZONDERE STANDEN. 97 o zoo doe het, doe het! Ach, al wat men doet om eene eeuwigheid van pijnen te vermijden, is weinig, is niets. „ Er is geene al te groote zekerheid, alwaar men wegens de eeuwigheid in gevaar staat.quot; Zoo spreekt de H. Bernardus.

Om zich voor de eeuwigheid te verzekeren, is er geene voorzorg genoegzaam. Zie, hoe vele kluizenaars zijn, om de hel te ontvluchten, in holen en woestijnen gegaan, om aldaar te leven. En wat doet gij ? wat doet gij, nadat gij zoo dikwijls de hel verdiend hebt ? wat doet gij ? (onderzoek uwe voornaamste fouten.) Zie toe dat gij niet verdoemd wordet. Geef u dan over aan God, en zeg Hem : Heer ! ik wil alles doen, wat Gij van mij verlangt. O Maria ! sta mij bij. (Verwek een akte van berouw, en maak een vast besluit.)

Plichten en Levensregelen voor eenige bijzondere standen.

1. De plichten der gehuwden.

Hoe inoefen christelijke echtgenoot en zich jegens elkander gedragen.

1. Dewijl ieder mensch van God geschapen is, om Hem te kennen. Hem te dienen, Hem te loven, en zalig te worden, zoo zijn ook de gehuwden in den huwelijken staat getreden, om gezamenlijk God te dienen, te loven en eeuwig zalig te worden. Zij moeten elkander door woorden en goede voorbeelden tot de liefde Gods, tot onderhouding zijner geboden, tot vrede, tot rechtvaardigheid en tot beoefening van alle deugden aanmoedigen.

7

ocr page 106

g8 LEVENSREGELEN VOOR

2. De echtgenoot moet zijne vrouw als zijne medehelpster en niet als zijne dienstmaagd beschouwen. Hij is wel liet hoofd der vrouw; maar gelijk het hoofd de overige lichaamsdeelen nooit beschadigt, zoo moet ook de man zijne vrouw geen ongelijk aandoen, veel minder haar slaan of op eenigerlei wijze mishandelen. „ De man en de vrouw zijn één lichaam, en niemand heeft ooit zijn eigen vleesch gehaat.'

Bovendien verbeeldt de man in den huwelijken staat Jezus Christus; doch Jezus Christus vergelijkt zich met een Lam. Daarom moet de man zijne echtgenoote zachtmoedig behandelen; hij moet haar beminnen zoo als Christus zijne bruid, de heilige Kerk, bemind heeft. Eu wij weten, dat Jezus Christus, voor zijne Kerk de grootste moeilijkheden, de bitterste smarten, ja zelfs den dood, den schandelijken dood des krui-ses onderstaan heeft.

3. Ten anderen ; de vrouw moet haren man in al wat goed is gehoorzaam zijn. » De vrouwen moeten aan hare mannen onderdanig zijn, zoo als aan den lieer; want de man is het hoofd der vrouw, gelijk Christus het hoofd dei Kerk is. En gelijk de Kerk Christus onderworpen is, zoo moeten ook de vrouwen haren mannen in alle zaken onderworpen zijn. ' (Efhes. 5. 22. 23.) Merkt dit wel op. christene vrouwen : in alles moet gij uwen mannen onderworpen zijn ; uitgenomen in de zonde.

Wien is het onbekend, dat de heilige Kerk vele kruisen en onheilen, ja de bloedigste en gruwelijkste vervolgingen voor haren goddelijken bruidegom, Jezus Christus, geleden heeft en he-

ocr page 107

EENIGE BIJZONDERE STANDEN. 99

den nog lijdt ? Evenzoo moet ook de vrouw alle wederwaardigheden dezes levens tot den dood toe voor haren man met christelijk geduld verdragen.

4'. De christen echtgenooten moeten elkander oprecht beminnen, goed van elkander denken en spreken. Zij moeten elkanders handelingen niet te nauwkeurig nasporen, maar dezelve altijd goed uitleggen, en nooit eenig kwaad vermoeden in hunne harten toelaten 5 doch vooral moeten zij alle overdragers en oorblazers als giftige slangen vluchten, en in hun huis geen toegang verleenen. Spot- en schimpwoorden mogen in den-huwelijken staat nooit gehoord worden; alles moet met eene christelijke beleefdheid en zachtmoedigheid verricht worden; want een grammoedig mensch, al deed hij ook wonderen, is Gode niet aangenaam.

De man zal eene boosaardige vrouw eerder door vriendelijke woorden dan door slaan en vloeken verbeteren. De vrouw zal den boosaar-digen man eerder met stilzwijgen en geduld, dan met tegenspreken en spijtige woorden overwinnen. Ziet men, dat men door eene berisping het kwaad erger zoude maken, dat men dan wachle, tot dat de andere partij weder tot bedaren gekomen is, en dan eerst geve men een liefdevolle en christelijke vermaning.

En dewijl van den vrede en de eendracht den zegen van God en het dierbaar erfdeel van Jezus Christus afhangen, zoo moet men, om den vrede te bewaren, elkander gaarne iets toegeven, elkanders gebreken en misslagen geduldig verdragen; met christelijke standvastigheid, tot aan

ocr page 108

too l.EVENSREGEI.EN VOOR

den dood, in de heilige huwelijkstrouw volharden, en ten tijde van bedruktheid denken : » God ziet het ongeregeld leven mijns mans (mijner vrouw) en blijft geduldig; ik ben toch niet meer dan God. — God duldt mij, zondaar, reeds zoo vele jaren op de wereld, ik wil dan ook alle gebreken mijns mans (mijner vrouw) geduldig verdragen ! Jezus Christus heeft de wereld dooide geduldigheid verlost, ik wil dan ook door geduldigheid zalig worden. quot;

5. Als Goci den echtgenooten geene kinderen geeft, of deze weder uit de wereld neemt, zoo moeten zij zich niet bovenmate bedroeven, maar zich standvastig aan den wil Gods onderwerpen. Wat God doet is wel gedaan, s Heer, uw wil geschiede!quot; Het is beter geene kinderen te hebben, dan zulke, die in plaats van den troost hunner ouders te zijn, slechts tot hunne groote droefheid opwassen.

6. Eindelijk, als Christenen moeten zij het huwelijk niet tot elkanders ergernis, en nog minder tot ergernis hunner kinderen misbruiken. » Het huwelijk zij bij hen eerbaar en het huwelijksbed onbevlekt. quot; {Ift'br. 13. 4) Zij moeten elkander in den huwelijksplicht gehoorzaam zijn. Doch zij mogen den huwelijken staat niet anders gebruiken, dan volgens de instelling van God. — Wee hun, indien zij dat heilig doel, waartoe het huwelijk voornamelijk ingesteld is, te weten, de voortplanting van het menschelijk geslacht, trachten te beletten ! In de H. Schrift noemt de heilige Geest eenen man, met name Onan, die dit deed, eenen booswicht, en Hij strafte Hem met eenen schielijkeu dood. De voor

ocr page 109

EENIGF. BIJZONDERE STANDEN. lOI God zoo plechtig beloofde trouw moeten zij jegens elkander tot aan den dood ongeschonden bewaren. En gelijk Christus maar eene eenige bruid, de H. Kerk, en de H. Kerk maar eenen éénigen bruidegom, namelijk Jezus Christus, heeft, zoo moet ook in den heiligen huwelijken staat eene christene echtgenoote maar alléén haren echtgenoot beminnen. Het is dan eene ware huwelijksschending, zoodra men het hart tot een ander persoon wendt, of haar met onzuivere lusten ( alhoewel slechts inwendig met gedachten) begeert. » Want God zal de ontuchtigen en echtbrekers oordeelen. (Hebr. 13. 4.)

II. Over de plichten der huisvaders en huismoeders, en alle meesters en meesteressen.

Hoe moei de huisvader het goede in kuis bevorderen ?

Een christen huisvader moet de jeugd uit den Catechismus of wel uit dit boek ondervragen. Hij moet al zijne onderdanen op Zon- en feestdagen vlijtig naar de heilige Mis en de christelijke leering zenden. Doch indien de eene of de andere, om het huis te bewaren, te huis moet blijven, zoo moet de huisvader dezen op eenen anderen keer naar de kerk en de christelijke onderrichting medenemen. Ten tijde der goddelijke diensten mag niemand iets verkoopen, opdat niemand van den dienst Gods of van het aanhooren van het woord Gods afgehouden worde. Indien de huisvader op deze wijze vooreerst het rijk Gods zoekt, dan zal zijn geheel

ocr page 110

102 LEVENSREGELEN VOOR

huishouden van God gezegend worden. (Matth. 6. SJ-) Dit moet ter harte genomen worden door alle herbergiers, vleeschhouwers, ambachtslieden, kooplieden en kramers; maar bijzonder door alle overheden, dewijl deze in den dag des oordeels in het bijzonder deswege aan den rechtvaardigen Rechter eene strenge rekenschap zullen moeten afleggen : zij moeten voor zeker houden, dat het gewin, ten tijde der goddelijke diensten, tot verderf der onsterfelijke zielen verzameld, maar ongeluk kan bijbrengen.

Het is ook een godsdienstig gebruik in een christelijk huisgezin, dat op Zon- en feestdagen, voor het middagmaal, den Epistel en het Evangelie door een der kinderen worde voorgelezen.

Een christelijk huisvader moet de zijnen ondervragen, wat zij in het sermoen of in de christelijke onderwijzing gehoord hebben. Hij herhaalt met hen, wat zij van hunne zielzorgers vernomen hebben.

In een oprecht christelijk huisgezin is men ook gewoon, op Zon- en feestdagen, des namiddags, een geestelijk, godvruchtig, katholiek boek te lezen, goede gezangen te zingen, en godvruchtige samenspraken te voeren. Zulk een leven trekt eenen overvloedigen zegen Gods tot zich, gelijk God* zelf beloofd heeft : »Op iedere plaats alwaar het geheugen van mijnen naam zijn zal, zal ik tot u komen en u zegenen.(Exod. 20. 24.) De christelijke huisvader leere ook zijnen kinderen, dienstboden of onderdanen de volgende korte christelijke oefeningen :

1. Zoodra men opstaat, maakt men het teeken des heiligen kruises, en men zegt dan : »Jezus,

ocr page 111

EENIGE BIJZONDERE STANDEN. 10;,

Maria, Jozef! ik schenk u mijn hart en mijne ziel/'

2. » Mijn God ! ik geloof dat Gij hier tegenwoordig zijt. Ik aanbid U en bemin U uit geheel mijn hart, ik dank U voor alle weldaden, die Gij mij béwezen hebt. Ik offer U op al de gedachten, woorden en werken van dezen dag.quot;

3. Ik neem voor alle heilige aflaten te verdienen, die ik heden kan verdienen, en ik offer ze tot meerdere eer van God.

4. Driemaal Wees gegroet, enz. ter eere van de zuiverheid der allerzaligste Maagd Maria, en daarna : » O Maagd Maria, mijne Moeder en mijne hoop! Ik stel mij onder uwe bescherming, ik wil aldaar leven en sterven. Bewaar mij van de zonde, en geef mij uwen heiligen zegen.quot; (Ditzelfde ook des avo?ids.)

5. Nadat men zich te bed gelegd heeft, zegt men, met kruiselings over elkander gelegde armen : 3gt;Ik moet sterven, en ik weet niet wanneer, en ik weet niet hoe, en ik weet niet waar.quot;

6. Als men elkander ontmoet, zegt men die bekende schoone groetenis : »geloofd zij Jezus Christus,quot; of ook : ageloofd zij Jezus en Maria.quot; Men antwoordt : » Amen.quot;

7. In een oogenblik van 'gramschap : » vervloekt zij de zonde;quot; of : »0 Heer Jezus Chrtistus, geef mij de geduldigheid ; — of : » mijne Moeder Maria, behoed mijne tong.quot;

8. ]gt;ij kwade gedachten of onzuivere aanvechtingen roep dadelijk : »Jezus en Maria!quot; (En als het zijn kan, zegen u met wijwater )

9. Voor iedere verrichting, of als de klok slaat : »0 Heer! alles geschiede voor U. Mijn Jezus! alles geschiede voor U.quot; — Voor het

ocr page 112

104 LEVENSREGELEN VOOR

eten : »o Heer ! zegen deze spijs, en mij, armen

zondaar.quot;

Na het eten : » Heer! ik dank U voor deze spijs, die Gij mij, uw ondankbaarste schepsel, gegeven hebt.quot; (Zie bladz. 7 de Morgen- en Avondgebeden.)

10. Voordat gij slapen gaat, onderzoek uw geweten, verwek een berouw over uwe zonden en bid God, dat Hij ze u vergeve. Bid ook gaarne voor de arme zielen des vagevuurs.

De christelijke huisvader moedige ook de zijnen tot eene gedurige aandacht des heiligen kruises aan. Is er in de plaats of in de kerk een heilige kruisweg, dat hij dan zijne huisgenooten tot deze schoone en aan heilige aflaten zoo rijke godsvrucht des heiligen kruiswegs aanmoedige. —

Zoo ook in de plaats of in de kerk geen heilige kruisweg ware, zoo is toch in iedere plaats, in iedere kerk, ja in ieder christelijk huis een heilig kruisbeeld ; zelfs op de straten en in de velden ziet men dikwijls een heilig crucifix. Dat hij dan de zijnen inboezeme, na iederen misslag, of in eenige bedruktheid, in welke ons kruis ons te zwaar wordt, terstond het heilig kruis te aanschouwen, om zich door den gekruisten Jezus weder te troosten en te versterken. Daarom zoude het eene even schoone als heilzame gewoonte zijn, indien de huisvader zelf hierin allen door een goed voorbeeld voorging, en dagelijks voor een heilig kruis dit gebed verrichtte : so, mijn uit liefde tot mij gekruiste Jezus ! ook ik wil ter liefde van ü mijn dagelijksch kruis gaarne dragen, dewijl dit de eenigste weg is, om tot U te komen.— O mijn gekruiste Jezus!

ocr page 113

EENIGE BIJZONDERE STANDEN. I05

ik wil dit of dat voornemen -voortaan beter uitvoeren. Hecht dit maar aan uw heilig kruis vast. — O mijn gekruiste Jezus ! uit liefde tot U, — geene zonden meer ! — ü mijn gekruiste Jezus ! om uwentwil wil ik gaarne lijden ! quot; — Eene zeer schoone en nuttige godsvrucht is het, ter eere der heilige vijf wonden van Jezus Christus, vijf Onze Vader, en vijf Wees gegroet, enz. met eene ware godsvrucht, voor een kruisbeeld te bidden.

Hoe moe/ een christelijk huisvader het kzvade uit zijn huis roeien ?

Een christelijk huisvader moet zelf zijne huis-genooten met een goed voorbeeld voorgaan. Indien gij zelf eene kwade gewoonte, b. v. die van vloeken hebt, hoe zult gij uwe huisgenooten kunnen verbeteren , als zij u aan dezelfde fout onderworpen zien, die gij in hen wilt verbeteren ? — Hebt gij dan zelf eene kwade gewoonte aangenomen, dan moet gij u zoo lang eene kleine boetvaardigheid, bij voorbeeld iets te bidden, opleggen, totdat gij u die kwade gewoonte weder afgeleerd hebt.

Gelukkig is de huisvader , die zijnen huisgenooten inboezemt, ten minste éénmaal in de maand te biechten en te communiceeren, bijzonder op alle hooge feestdagen, dewijl dit het krachtigste middel is, om alle gebreken en kwade zeden uit zijn huis te weren.

Hij zal toezien, dat allen hun morgengebed verrichten, en indien de arbeid zeer dringend is, liever een kort dan geen gebed. Doch het avondgebed moeten zij allen te zamen verrichten, en

ocr page 114

fo6 LEVENSREGELEN VOOR

daarbij hun geweten onderzoeken; namelijk, hoe zij den dag doorgebracht hebben. Niemand zal zonder een waar berouw en leedwezen over zijne zonden te bed gaan. — Het gebed vóór en na het eten geschiede gezamenlijk. — Het is een schoon christelijk gebruik, hetwelk den zegen Gods doet nederdalen, van ten minste alle Zaterdagen en de vooravonden van de feesten der heilige Moeder Gods, behalve de avondgebeden, nog de Litanie van onze Lieve Vrouw en den heiligen Rozenkrans te bidden en een godvruchtig lied te zingen.

Een christelijk huisvader moet zijne huisge-nooten dikwijls vaderlijk herinneren : hoe allen ééns moeten sterven; en niemand weet wanneer, — waar? — en in welken toestand ?quot;quot; Hij her-innere hen verder : „ hoe de tegenwoordige tijd maar alleen daartoe van God bestemd is, om onze eeuwige zaligheid te bewerken, — en hoe snel deze tijd voorbijgaat, en dat wij van ieder ijdel woord, (ik zwijg van ieder onkuisch ) ja van ieder slecht besteed oogenblik eene strenge rekening zullen moeten afleggen. Hij moet hun dikwijls deze eeuwige waarheid voor oogen stellen : „dat zelfs de kleinste zonde zóó afschuwelijk is, dat het beter ware duizendmaal te sterven, dan met eene éénige, ook maar dage-lijksche zonde, dén oneindigen God vrijwillig te beleedigen. En hoe men zijne zinnen, voornamelijk de oogen, de ooren en de long streng moet in toom houden, om niet in zonde te vallen, en ten anderen , hoe heerlijk degene zal gekroond worden , die terstond manhaftig aan alle booze ingevingen wederstaat.quot;

ocr page 115

EENIGE BIJZONDERE STANDEN. 107

Het nutteloos rondloopen en het praten voor het huis, bijzonder quot;savonds, zal hij zijnen huis-genooten niet toelaten. In een waar christelijk imis mag geen voor de goede zeden gevaarlijk spel noch dansen geoorloofd zijn. De dochter mag niet zonder hare moeder, of eene bejaarde persoon, op welke men vertrouwen kan, naar eenig feest gaan, en moet van ieder haar toegestaan vermaak bijtijds terugkomen. Zij mag in geen geval door eenen manspersoon bij nacht-tijd te huis gebracht worden. Voor de zeden gevaarlijke, dartele vermaken late hij zijne huis-genooten nooit bijwonen.

De huisvader verbanne uit zijn Imis alle ket-lersche en bijgeloovige boekeu, romans, minnebrieven, onzedelijke prenten en beelden. Hij moet zijne huisgenooten tegen alle bijgeloof behoeden, en geene bijgeloovige middelen dulden. Hij mag in zijn huis bij zijn weten geen zonden toelaten, zoo als : lediggang, vloeken, zweeren, kwaadspreken, onkuische gesprekken, enz. I lij moet op alles letten, of ten minste iemand hebben, op wien hij kan vertrouwen; hij moet jegens allen in zijn huis vriendelijk en liefderijk zijn, maar niet zwijgen, wanneer zij zich aan vreemde zonden zouden plichtig maken; alleen zulk een huisvader zal in liet strenge oordeel voor God verantwoord kunnen zijn. Hij mag geene vijandschap onder de zijnen dulden; hij moet integendeel zeer bezorgd zijn , dat zij elkander liefde toedragen.

Als christelijke ouders hunnen zoon of hunne dochter laten trouwen , moeten zij meer op de christelijke deugd of op het geloof der bruid

ocr page 116

108 LEVENSREGELEN VOOR

of des bruidegoms zien, dan op hunne rijkdommen. — Nooit zullen zij toelaten , dat de verloofden vóór het huwelijk te zamen wonen, of zelfs zonder de tegenwoordigheid der ouders bijeenkomen. — De moeders of de voedsters mogen nooit de kleine kinderen bij zich in het bed nemen, opdat zij door zulke onvoorzichtigheid niet de oorzaak huns doods worden.

Hoe moet de christelijke huisvader zich jegens de dietistboden gedragen ?

Hij mag hun het nachtloopen geenszins toelaten , hij mag ook niet toelaten , dat zij met personen van verschillend geslacht alleen te zamen wonen of bijeenkomen. Hij moet 'savonds het huis goed sluiten , en de sleutels bij zich nemen. — Hij moet de dienstboden, die aan andere knechten en meiden of kinderen des huizes eene aanleiding tot zonden kunnen worden, uit het huis verwijderen. De huisvader of de huismoeder moet menigmaal bij nacht nazien , of alle dienstboden, de volwassen zoon, de volwassene dochter, de werkknecht, kortom of al hunne onderhoorigen te huis zijn. Dat zij liierin liever wat te streng dan te nalatig zijn; en in het algemeen bij nacht geen rondzwerven dulden, omdat elke toegevendheid hierin een zwaard is, hetgeen onsterfelijke zielen vermoordt. O, hoe vele kinderen zullen hunne ouders, en hoe vele dienstboden hunne meesters en meesteressen eeuwig in de hel vervloeken, omdat zij jegens hen in dit punt te nalatig geweest zijn.

De christelijke huisvader behandele al zijne onderdanen met gelijke liefde, en gedrage zich

ocr page 117

EKNIGE BIJZONDERE STANDEN. IO9

jegens allen als vader, niet als tiran. Hij mag ze niet zóó overmatig streng aan den arbeid houden, dat hij hun zelfs niet toelaat, om 's morgens en 's avonds te bidden, noch op de Zon- en feestdagen het woord Gods te hooren. In hunne ziekte moet hij als een vader voor hen zorgen. Geef hun altijd op den tijd, op welken het betaamt, hun loon 5 geef hun genoegzame spijs en al wat hun noodzakelijk is 5 wees hierin eerder te mild dan te gierig, en zoo zult gij altijd getrouwe dienstboden hebben.

Eindelijk, een christelijk huisvader moet ook trachten, dat zijne huisgenooten de heilige aflaten hoog achten, ze aan de arme zielen des vage-vuurs gaarne toevoegen, dat zij in de katholieke Priesters Jezus Christus eeren, en bereidwillig van hunne zielsbestierders heilzame vermaningen ontvangen ; dat zij eindelijk de heilige katholieke, de alleen ware en zaligmakende Kerk als hunne dierbaarste moec1-»: beminnen, en liever sterven dan hunne heilige Moeder, die onze Heer Jezus Christus ons stervende heeft nagelaten, ontrouw worden.

Hoe moet zich de christelijke h uisvader jegens zijne gehuren gedragen ?

Hij menge zich niet zonder noodzakelijkheid in eenige vreemde zaak, welke hem niet aangaat. Hij toone zijnen noodlijdenden naaste een medelijdend hart, en hij doe voor hem al hetgeen hij voor zich en de zijnen wenscht. Hij trachte altijd den vrede te behouden, en geve altijd toe, zoolang dit maar mogelijk is ; hij verzoene zich gaarne met zijne tegenpartij, late liever iets va-

ocr page 118

IIO LEVENSREGELEN VOOR

ren, en vermijde, zooveel als liet mogelijk is,

alle kwade bijeenkomsten.

Hoe moet ccii christelijk huisvader zich jegens zich zeiven gedragen ?

Beteugel al uwe ongeregelde neigingen en begeerten. Volg niet hardnekkig uw eigen hoofd, noch uwe eigen meening. Neem raad in twijfelachtige en gewichtige zaken met een ervaren en godvruchtig man. — Bemin noch het spel noch den drank ; vermijd zooveel als het mogelijk is de herberg, anders brengt gij uwe huishouding nadeel toe en in wanorde. Wees in uw doen en laten manhaftig en standvastig; laat u van uwen arbeid , dien gij loffelijk begonnen hebt, door geene moeielijkheid afschrikken. — Bemin het gebed, werk, bid en lijd gaarne om de liefde Gods, voor uwe en uwer huisgenooten zaligheid, en de zegen des hemels zal met u zijn.

11 oe moet zich eene christelijke h u is moeder jegens hare hinderen gedragen •

i. Als eene christelijke huismoeder moet gij voor het tijdelijke zoowel als voor het eeuwige welzijn uwer kleine kinderen bezorgd zijn. Gij moet ernstig bezorgd zijn, dat de vrucht, die gij in uwen schoot draagt, tot den heiligen doop kome. Als gij zwanger zijt, hef dan geenen zwaren last op, beweeg u niet bovenmate, eet en drink niets wat u kan schaden, onthoud u van alle hevige gemoedsbewegingen, als : gramschap, droefheid, enz., en denk, dat het op het behoud van een schepsel aankomt, dat tot de eeuwige zaligheid door God geschapen is. Neem

ocr page 119

EENIGE r.ITZONDERE STANDEN. I I I de kleine kinderen nooit met u te bed, als gij slapen wilt. Hoevele moeders hebben het haar leven lang beweend, dat zij haar klein kind bij zich in bed genomen hebben, en daardoor aan zijn dood schuldig zijn geworden. Laat nooit de kinderen, die wat grooter geworden zijn, bij u te bed liggen, dewijl zulks voor deze jaren geenszins betaamt. Laat ook de kleine kinderen van beiderlei geslacht, zoodra zij over de vier of vijf jaren oud zijn, nooit samen slapen, daardoor zult gij voorkomen, dat uwe kinderen ongeregeldheden met elkander bedrijven. Zie ook dikwijls heimelijk na, wat de kinderen in de kamers, stallen en andere heimelijke plaatsen doen. om door deze zorgvuldigheid menige boosheid te beletten.

2. Zoodra gij een kind ter wereld gebracht hebt, bedank God daarvoor, en offer dit aan God op, en beloof Hem, dat gij het christelijk tot zijnen dienst wilt opvoeden. Legt gij hef kind in de wieg of neemt gij het er uit, zoo zegen het met het teeken des heiligen kruises en besproei het met wijwater. Zoodra het kindje begint te spreken, begin het dan ook te leeren bidden. Leer het quot;t teeken des heiligen kruises maken, het Onze Vader en de Groetenis des Engels bidden. Leer het : »dat er maar één God in drie personen is 5 dat de Zoon Gods voor ons mensch geworden is, en ons door zijnen dood verlost heeft. Dat God een rechtvaardige rechter is, die het goede loont en liet kwade straft.quot; Zorg, als eene christelijke, godvruchtige moeder, dat uwe kinderen bij het opstaan en het slapen gaan, alsook voor en na

ocr page 120

112 l-KVKNSREGELEN VOOR

het eten bidden. Geleid ze jong naar de kerk, en veroorloof hun aldaar geen onbetamelijk gedrag. Zeg hun dikwijls hetgeen de heilige koningin lilanca tot haren kleiner, zoon Lodewijk zeide : jmijn kind, ik zou u liever zien sterven, dan dat gij God met ééne zonde beleedigdet.quot;

3. Zijn uwe kinderen kwaadaardig, ongehoorzaam, koppig, o, vloek en schimp toch niet tegen hen, opdat zij niet van u het vloeken en tieren leeren. Integendeel ; vermaan ze met ernst, en beteren zij zich niet, straf ze dan met de roede, doch niet als gij in gramschap zijt, maalais gij wederom bedaard van gemoed zijt. s Al wie de roede spaart, die bemint zijn kind niet.quot; dit leert ons God in de H. Schrift. Bijaldien gij uwe kinderen in de vreeze Gods en in eene goede tucht opvoedt, dan zullen zij tot uwen troost, tot eer van God en tot vreugde der heilige Engelen opwassen.

4. In de opvoeding uwer volwassene kinderen moet gij uwen man helpen en te goeder trouw bijstaan.

Veroorloof uwe dochters geen kennis met personen vaYi het andere geslacht, geen uitgaan bij avond of nachttijd, geen wandelingen op eenzame wegen : laat ze nooit alleen met manspersonen, en tracht haar alle gelegenheden tot het kwade te beletten en te voorkomen. Voed uwe dochters niet tot de ijdelheid op, en als gij ze ook netjes en volgens haren stand kleedt, duld dan toch nooit eene trotsche en ergernisgevende kleeding, waardoor gij de oorzaak van de verleiding uwer kinderen en van den ondergang van vele andere zielen zoudt kunnen

ocr page 121

EKNIGK BIJZÓNDERE STANDEN. IIJ

worden. Gij moogt uwe dochter niet toelaten, dat zij met eenen manspersoon , buiten uw weten, eene huwelijksbelofte aangaat. Doch heeft uwe dochter eenen bruidegom , dien zij tegen uwen quot;wil en weten trouwen wil , zoo laat niet toe dat uwe dochter met haren bruidegom geheel alleen bijeenkome.

Hetgeen gij ten opzichte uwer dochters te doen hebt, moet gij ook van uwe dienstmeiden verstaan. Gij moet over haar een zeer waakzaam oog houden, en niets toelaten , wat hare zielen schadelijk kan zijn.

In het algemeen, geliefde huisvaders en huismoeders, ouders en overheden , merkt dit wel op : Zoo vele zielen als aan uw opzicht toevertrouwd zijn, voor zoo vele zielen moet gij waken en zorgen, en eens rekenschap bij God afleggen : dit leert ons immers de heilige Apostel Paulus in zijnen brief aan de Hebreeuwen. (13. 17.) Bedenkt, dat uwe zielen afgekocht zijn door het dierbaar bloed van Jezus Christus. Kan er wel eene grootere verantwoordelijkheid zijn dan deze : te moeten verantwoorden het misbruik van het dierbaar bloed van Jezus Christus ?

III. Van de plichten der Kinderen jegens de Ouders.

,, Eert uwen vader en uwe moeder, opdat gij lang moget leven en het u wel ga op de aarde.quot; alzoo spreekt God. (Exod. 20. 2.)

1. Gij zijt als kind aan uwe ouders t/t' kinderlijke vrees schuldig. Geen staat, geen ambt, dat gij bekleedt, kan u van dezen plicht ontheffen. Geef aan uwe ouders altijd goede

quot; 8

ocr page 122

114 LEVENSREGELEN VOOR

en beleefde woorden, ook als zij u onrechtvaardig behandelen; spreek ze nooit met grove, trotsche, morrende woorden aan, geef hun nooit spotnamen, veracht ze oiiet; schaam u niet over hunne onwetendheid, over hunne armoede, over hunnen geringen stand. Heeft zich de Zoon Gods over zijne arme moeder en over zijnen armen voedstervader geschaamd? Waarom zoudt gij u dan over uwe arme ouders schamen of ze zelfs verachten ?

2. Gij zijt aan uwe ouders de stiptsie gehoorzaamheid schuldig, in alle dingen, die geene zonde noch tegen den wil Gods zijn. Gehoorzaam hun bijzonder als zij u bevelen, wat voor uwe zaligheid voordeelig is, en u verbieden, wat uwe ziel schadelijk zoude zijn.

Gij weet immers wel, mijn lieve zoon! mijne lieve dochter! welke verantwoordelijkheid bij God zulke ouders op zich laden, die hunne kinderen niet tot het goede aanzetten, waarom zoudt gij het dan uwen lieven ouders kwalijk nemen, als zij zich van hunnen plicht kwijten, dien hun geweten hun oplegt, en u tot het goede aansporen ? Zoudt gij dan willen, dat uwe ouders om uwentwil hunne zielen voor eeuwig ongelukkig maakten, en in de hel moesten branden ?

3. Gij zijt aan uwe ouders de teederste liefde schuldig. Naast God zijn uwe ouders uwe grootste weldoeners. Hoe vele moeiten, krankheden, smarten, heeft uwe moeder om uwentwil niet uitgestaan, vooral, eer zij u ter wereld bracht: hoe vele jaren heeft zij u op de armen gedragen, met hare borsten gevoed, u met moederlijke liefde opgepast en voor u gezorgd, en geduren-

ocr page 123

EENIGE 1UJZ0NDERE STANDEN. 115

fie hue vele nachten heeft zij niet over u gewaakt? Hoe vele moeiten en zorgen hebt gij uwen vader niet gekost, om u te spijzen, te kleeden en op te voeden? Zie! God zelf roept 11 in de heiligequot; Schrift toe : „eert uwen vader van ganscher harte, en vergeet de zuchten uwer moeder niet. Bedenkt dat gij zonder hen niet zoudt geboren zijn, en vergeld hun, wat ze voor u gedaan hebben.quot;quot; (Eccl. 7. 20.)

Mijn lieve zoon! mijne lieve dochter ! bedenkt dat gij den vloek van God op u en uwe kinderen laadt, als gij uwen vader, uwe moeder niet met liefde behandelt, misschien hen zelfs slaat of verstoot, en met hen in hunnen nood geen medelijden hebt. Denkt aan de voorbeelden der heiligen, stelt u eenen godvreezenden Tobias, eenen Jozef van Egypte en andere Heiligen als voorbeelden der kinderlijke liefde voor oogen: en overweegt wel, dat God deze godvreezende kinderen voor hunne kinderlijke liefde op de aarde rijkelijk gezegend en in den hemel voor eeuwig gelukkig gemaakt heeft.

4. Buiten weten en goedkeuren uwer ouders, treedt toch nooit in eenen staat, en vooral niet in het huwelijk, tenzij zeer gewichtige redenen u mochten bewegen, om anders te handelen. Helpt uwe ouders zooveel gij kunt in hunne huishouding, reikt hun uwe armen toe, vermindert hunne zorgen, verlaat ze niet in hunnen ouderdom 5 en als zij zwak en ellendig worden, onttrekt hun niet, wat gij hun uit bijzondere verplichting schuldig zijt, ja geeft hun dan, zooveel als gij kunt, alles rijkelijker weder, opdat God u zegene.

ocr page 124

T.EVENSRKC. EI.EN V( )0R

Staat uwe ouders in hunne ziekten bij , bewaakt ze met alle mogelijke liefde , roept den geneesheer te hulp, verzuimt toch niet ze in tijds met de heilige Sacramenten te doen voorzien.

Xa hunnen dood, laat ze volgens uwen stand eerlijk begraven, en zorgt dat hunne arme zielen door het gebed, door de heilige Mis en aalmoezen geholpen worden. Volbrengt nauwkeurig hunnen kaatsten wil, bidt voor hen, bezoekt somtijds hun graf, om aldaar voor hen te bidden, en bevlijtigt u , om door een godvree-zend leven goede ouders zelfs in het graf te eeren.

IV. Van de verplichting der dienstboden en van alle onderdanen.

i. „Gij knechten en dienaars! zijt aan uwe heeren gehoorzaam met schrik en vrees, in eenvoudigheid des harten, gelijk aan Jezus Christus: met goeden wil, gelijk aan den Heer : dewijl gij weet, dat een ieder volgens het goed , dat hij doet, ook van den lieer zal wederkrijgen. (Ephes. 6. 5.) Aldus mijn christelijke knecht, christelijke meid of onderdaan ! zoo gij aan uw meester, aan uwe vrouw, of aan uwe overheid ook oogenschijnlijke fouten zoudt zien, zoo doet nochtans alles wat zij u bevelen, doch volgt hunne zondige werken niet na. „ Gij knechten, zijt uwen heeren met alle vrees onderdanig, niet alleen den goeden en zachtmoedigen; maar ook den boozen.quot; (Petr. 2. 18.) Zouden zij u nochtans iets, wat zonde is, bevelen, of u tot kwaad aanzetten, zoo gehoorzaamt hun niet maar weder-

ocr page 125

KRNIGR BIJZONDERE STANDEN. 1 1 /

staat alle kwaad; want de gunst des menschen duurt van heden tot morgen , maar de genade Gods duurt in . eeuwigheid. „Vreest diegenen niet , die het lichaam kunnen dooden 5 maar vreest eer dengene, die ziel en lichaam in den eeuwigen ondergang kan werpen. (I\[all/i. ie. 28.) Verlaat liever, zoodra mogelijk, zulk een gevaarlijken dienst, en denkt : wat haat het mij, zoo ik de geheele wereld win, maar mijne onsterfelijke ziel verlies !

2. Vergeet niet, dat de menschen als kinderen van Adam en Kva, tot den arbeid geboren zijn. Laat u dan gaarne tot allen arbeid gebruiken. Wie vlijtig arbeidt heeft niet veel tijd om te zondigen, en is vol van den hemelschen zegen, mits hij gedurende den arbeid dikwijls bij zich zei ven denke of zegge : » dezen arbeid wil ik uit liefde tot God doen ! Wie alzoo arbeidt met eene goede meening, die bidt altijd. Het zou een schoon en loffelijk gebruik zijn, uwen arbeid door godvruchtige liederen te verzachten; maar zingt nooit onkuische liederen !

Achterklap en onnutte woorden moogt gij niet spreken, geen valsche getuigenis mag ooit uit uwen mond komen. — Om Godswil, staat nooit iemand, bijzonder geen kind des huizes of eenen anderen dienstbode tot onkuischheid, diefstal of eenige andere zonde bij, door ze te helpen, te raden of hunne slechte daden te verhelen, anders zult gij als een ware zielenmoordenaar van den levenden God geoordeeld worden. — Onthoudt u zeiven ook van de zonden, en vermijdt daarom zorgvuldig alle kwade gelegenheden of gevaarlijke bijeenkomsten. —

ocr page 126

IlS I.EVr.NSREGELF.N VOOR

Vermijdt alle dronkenschap, anders zult gij uw

tijdelijk en eeuwig verderf inloopen.

Heiligt alle Zon- en feestdagen, en overweegt dikwijls met nadruk bij u zeiven : wat haat hel eenen armen dienstbode, leerjongen of dienaar, dat hij zuur genoeg wekelijks eenig geld wint, zoo hij op Zon- en feestdagen, door ongebon-dene en ontuchtige gesprekken, door spel en dronkenschap, door dansen en moedwil, of door andere zonden , de dierbare vriendschap van Jezus Christus, den hemel en den zoo noodigen zegen (lods verliest?

V. Van het gedrag der ongehuwde personen van beiderlei geslacht.

» Dit is de wil van God : uwe heiligmaking, dat gij u van alle ontucht onthoudet, en dat een ieder van u zijn vat in heilighid en eer weet te bezitten, en niet in ongetoomde lusten, gelijk de Heidenen, die God niet kennen.quot; ( Thessal. 4. v. 3. 4. 5.)

I. Niets onteert zoo zeer den ongehuwden staat als de zonde van onkuischheld. Volgens de grondstellingen der wereldlingen wordt deze zonde of wel voor geene zoude, of wel voor iets onbeduidends, of zelfs voor eene zwakheid der natuur gehouden. Anders leert ons nochtans het heilig geloof, de heilige godsdienst van Jezus Christus. Deze leert ons, dat deze beestachtige zonde God als onzen hoogslen Heer onteert, yczus Christus als onzen Verlosser en ons Hoofd schendt, en dat zij den heiligen Geest als onzen Heiligmaker ontheiligt. De onkuische onteert God, zijnen oppersten lieer: want hij maakt

ocr page 127

KENIGE BIJZONDERE STANDEN. II9

uit het voorwerp zijner drift eenen afgod, dien hij bijna aanbidt; de ontuchtige offert aan zijne schandelijke drift zijne ru?t op, zijne gezondheid, zijne eer, zijn 'vermogen, de genade Gods en het leven zijner ziel. God is niet meer de Heer zijns harten 5 maar een schepsel is het, aan hetwelk hij al zijne gedachten en begeerten opdraagt. — Is dit geen groote gruwel, geene afschuwelijke ondankbaarheid jegens God ?

De onkuische onteert Jezus Christus, die ons Hoofd en onze Verlosser is. »Weet gij niet, dat uw lichaam een lidmaat van Christus is ; zal ik dan de lidmaten van Christus nemen, en er lidmaten eenei ontuchtige van maken?quot; Alzoo schrijft de Apostel der volkeren. (/. Cor. 6. 15.) Zijn wij niet door den doop kinderen Gods, broeders van Jezus Christus, medeërfgenamen van het rijk zijns hemelschen Vaders en lidmaten van zijn lichaam geworden ? Hoe afschuwelijk handelt aldus de onkuische met de lidmaten van Jezus Christus !

De zonde van onkuischheid onteert eindelijk den heiligen Geest. » Weet gij niet,quot; zegt de Apostel, » dat uwe lichamen tempels van den heiligen Geest zijn, die in u is?quot; (I. Cor, 6. ig.)

Doch een Christen, die eene zonde tegen de kuischheid bedrijft, verdrijft den heiligen Geest uit zijn hart, en maakt voor den onzuiveren geest plaats.

2. Doch wilt gij, o jeugd ! de grootheid dezer zonde nog duidelijker zien, zoo overweeg de kastijdingen, met welke God de zonde der onkuischheid straft.

Open de boeken der heilige Schrift, en gij

ocr page 128

I 20 LEVENSREGEI.EN VOOR

zult vinden, hoe C!otl eene algemeene overstrooming over de aarde gezonden heeft, en hoe alle inenschen, met uitzondering van het huisgezin van N'oe. door het water zijn verslonden geworden, en gij zult vinden, dat de onkuischheid die afschuwelijke zonde was, aan welke zich de menschen plichtig gemaakt hadden, en om welke God hen zoo zwaar gestraft heeft.

Verder zult gij vinden, hoe eenigen tijd na dit schrikkelijke voorval, door een vuur- en zwavelregen, alle huizen en inwoners der steden Sodoma en Gomorra en nog drie andere verbrand en in asch herschapen werden. Welke gruweldaden hebben dan de inwoners van Sodoma en Gomorra wel gedaan, dat zij de goddelijke wraak op eene zoo schrikkelijke wijze over zich gehaald hebben ? De zonde van on. kuischheid.

Veertig duizend Israëlieten werden op Gods bevel in de woestijn omgebracht, omdat zij met de dochters der Madianieten gezondigd hadden. (IV. Boek Moz. 5.)

lier en Onan zijn om hunne ontuchtigheid met den dood gestraft. (7. Boek Mos. jS.)

De zeven mannen van Sara werden tot straf dezer zonde door den duivel geworgd. ( Tolt. J.)

Kan men alzoo eene zonde, die met zoo groote strengheid door eenen oneindig heiligen en rechtvaardigen Rechter gestraft werd, nog als eene kleinigheid of als eene vergeeflijke zwakheid aanzien ?

Doch al deze staffen, hoe schrikkelijk zij ook schijnen mogen, kunnen toch niet vergeleken worden met die, welke God den ontuchtige in

ocr page 129

EEN IO F. F. II ZO ND ERE STANDEN'. 121

het andere leven bereid heeft. Daarom stelde ook de heilige Kerk in vroegere tijden op de zonde der ontucht eene zevenjarige boetvaardigheid, en eene vijftienjarige op eene echtschending.

3. Doch deze zonde is daarom ook zeer gevaarlijk. omdat alles wat tegen de zuiverheid geschiedt, indien het met voordacht plaats'heeft, terstond eene doodzonde is.

Als gij b. v. eene kleine leugen spreekt, of een weinig in gramschap zijt, zoo is dat geene doodzonde; doch, zoodra gij tegen de zuiverheid vrijwillig misdoet, ware dit ook maar door eene enkele gedachte, zoo is dit reeds eene zware zonde. Het omhelzen, schertsen, aanraken, tus-schen personen van verschillend geslacht, is dikwijls eene doodzonde.

4. Bedenk dan, lieve jeugd! hoevele zonden tegen de zuiverheid door gedachten en begeerten kunnen gedaan worden, als ongehuwde personen van verschillend geslacht in een vertrek, in eene kamer of op eene afgezonderde plaats zich ophouden.

Wat geschiedt er niet in den nacht na het verlaten van danspartijen en herbergen ? — Wat geschiedt niet des zomers in de weide, op het veld en in eenzame bosschenr — Doch God ziet en beoordeelt. —

Zelfs als gij alleen zijt, zoo denk dat God u ziet, en dat uw lichaam een tempel Gods is, dien gij moet heilig houden.

5. Eindelijk, lieve jeugd, doe toch nooit lichtzinnig, zonder de toestemming uwer ouders eene huwelijksbelofte. Hoe verfoeielijk voor God en voor de menschen is zulke belofte niet ! Welke

ocr page 130

122 l.KVENSREGUl.EN VOOR

zijn de droevige gevolgen ? Men komt onder het voorwendsel van een aanstaand huwelijk dikwijls hijeen; men wordt vertrouwelijk, vrij, onbeschaamd, en eindelijk veroorlooft men zich alles Ie doen.

Jongeling, jougedochter! wilt gij den huwelijken staat intreden, zoo treed dien als Christenen in.

1. Bid God, dat Hij u in de keuze van uwen toekomenden echtgenoot of van uwe toekomende echigenoote wil verlichten.

2. Zie niet zoo zeer op het vermogen als op het gedrag.

3. Vraag aan uwe ouders en aan andere ervaren personen om raad.

4. Zelfs na de gedane huwelijksbelofte, 200 lang gij niet getrouwd zijt, vlucht elke kwade gelegenheid, en onthoud u van elke onzuivere gedachte.

5. Spreek voor uw huwelijk eene goede biecht, en zoo gij kunt, doe eene generale biecht, opdat gij den huwelijken slaat geheel heilig moogt intreden.

Tracht voornamelijk, o geliefde christen jeugd! uw hart en uw lichaam zuiver te behouden. » Zalig zijn zij, die zuiver van harte zijn, want zij zullen God zien,quot; alzoo spreekt Jezus Christus.

Ifoc moeten zich de chi isteljke jongedochters voorttameljk gedragen ?

De onschuld is uw grootsche schat, hier op aarde, o jongedochter! Gij moet liever willen sterven, dan dien kostbaren schat verliezen. Om

ocr page 131

EENIGE BIJZONDERE STANDEN. I 23 dien te bewaren, vermijd alle gevaar, waarin gij dit uw hoogste goed zoudt kunnen verliezen. Strijd als eene heldin in elk gevaar, dat gij niet ontwijken kunt, voor het behoud uwer kuisch-heid. Wend alle mogelijke middelen aan, om uwe kuischheid altijd ongeschonden te bewaren. Ik wil 11 de gevaren uwer onschuld toonen.

De gevaarlijkste vijanden der heilige kuischheid, die gij bijzonder vermijden moet, zijn :

I. » De ijdelheid of de ongeregelde begeerte om de wereld te behagen. quot;

Dat uwe eerste poging zij. God te behagen. Zoo gij God behaagt, dan behaagt gij den hemel en alle goede menschen. Zoek als eene edele maagd in de oogen van God en niet voor de menschen schoon te zijn.

II. » De ijdelheid in de kleeding.quot;

1. „Het sieraad van het vrouwelijk geslacht, schrijft de II. Apostel Petrus, (3. 3.) bestaat niet in gekrulde haarlokken, gouden kleinoden, of prachtige kleeding, maar in den inwendigen wensch des harten; in eenen zachtmoedigen en stillen geest, die voor de oogen van God rijk is.quot;

De godsdienstige jongedochter zoekt niet door de kleur of sierlijkheid van haar gewaad de oogen tot zich te trekken; zij zoekt niet door ijdele sieraden, nieuwe mode of onbehoorlijke kleeding zich achting en aanzien te verwerven : s de bevalligheid is bedriegelijk en de schoonheid ijdel, maar de vrouw, die den Heer vreest, zal geprezen wordenquot; : alzoo leert ons de heilige Geest. (Spreuken 31 , 30.)

2. Geliefde jongedochters! zijt gij u hierin te buiten gegaan, zoo laat u vermanen en betert

ocr page 132

124 l.F.VF.N'SREOEI.EN VOOR

u. Hoort welk een schoon gevolg zelfs in het heidendom de zedigheid in de kleeding der vrouwen had :

Te Cortono, eene stad in Italië, was in het jaar 529 voor Christus' geboorte, het zedebederf zoo toegenomen, dat de onvermijdelijke ondergang der stad zeer nabij was. Pythagoras, een wijsgeer van dien lijd, stelde den inwoners hel dreigend gevaar zoo levendig voor oogen, dat zij besloten zich te beteren. De vrouwen deden hiertoe den eersten stap. /ij legden gezamenlijk op éénen dag hare juweelen en de met goud doorwerkte kleederen af, liepen naar den tempel en beloofden plechtig, zich zediger te kleeden, en haar waar sieraad in de kuischheid en deugd te zoeken. Dan keerden zuinigheid en liefde lot orde in de huisgezinnen terug, en deze legden den grondslag tot eene betere opvoeding der jeugd, en de stad was gered. Ziet, wat de deugd der vrouwen vermag, en hoe gewichtig voor de goede zeden de zedigheid der kleeding van de vrouwen is.

3. De onvoorzichtigheid in oogslagen, in houding en in woorden.

Houd u, o jongedochter! aan liet voorbeeld dat de heilige Ambrosius u in de allerheiligste Maagd Maria voorstelt : » Zij had niets onvriendelijks in de oogen, niets lichtzinnigs in de woorden, niets uitgelatens in hare handelingen.''

Uw oog zij zedig. Niet te vergeefs bad David : „Heer! wend mijne oogen af, opdat zij geene ijdelheid zien.quot; (S's. uS, 37.) De heilige jongeling Aloysius was verscheidene jaren dicht bij de koningin van Spanje , en kende haar gelaat

ocr page 133

EENIGK niJZONDERE STANDEN. I25

niet. Spreek weinig, maar van eerbare dingen : Veel spreken.quot; zegt Salomon. „ geschiedt niet zonder zonde.

4. 55 De slechte gezelschappen. quot;quot;

5, Slechte gezelschappen bederven goede zeden, en die met pek omgaat, wordt daarmede besmet.quot; (S/'rach. 13. 1.)

Dansen , bals , schouwspelen zijn voor jonge-dochters gevaarlijk en verderflijk : in ontuchtige dansen sterft de onschuld; in het wederkeeren wordt ze begraven. De eerste stap tot eene dans-plaats is voor de meesten de eerste stap tot de verleiding. Ga, o jongedochter, des avonds nooit alleen uit, vermijd die gezelschappen, bijeenkomsten en gesprekken, in welke uwe eerbaarheid zich moet schamen, alwaar onzedig gehandeld wordt.

5. „ De lichtvaardige omgang met het ander geslacht.

Zeer snel wordt een vonk in het hart geworpen, de vonk wordt vlam, en de vlam brandt en verteert. Vertrouw niet op eene blinde neiging voor eenen persoon , want zij is blind en maakt blind.

De vlucht alleen kan u redden. Blijf zonder noodzakelijkheid niet alleen met eenen manspersoon. Vertrouw u niet; want : wie het gevaar bemint, vergaat er in.quot; (Sirach. 3, 27.)

Neem geene geschenken aan van eenen manspersoon. Verkoop den schat uwer onschuld niet voor een weinig goud . eenen zijden doek, eenen fraaien ring, of iets dergelijks. Gedenk, dat God rijker is en u iets schooners in den hemel zal geven. In den nood en het gevaar, als uwe

ocr page 134

126 LEVENSREGELEN ENZ.

deugd beproefd wordt, verdedig u zoo dapper, als gij maar kunt, roep en schreeuw om hulp. Laat u liever ombrengen, dan in de booze begeerte des verleiders toetestemmen. En zoo luj dreigde u het leven te benemen, vrees niet, en zeg hem stoutmoedig in het gezicht, dat gij om zijnentwil niet eeuwig wilt verdoemd worden.

Zijt gij in uws vaders huis voor eenen daar inwonenden manspersoon niet zeker, zoo zeg het aan uwe ouders, opdat zulke personen uit het huis verwijderd worden.

Zijt gij in dienst, en legt iemand uwe onschuld lagen, zoo klaag er over aan uwen heer, en houdt het niet op, zoo vertrek uit den dienst. Tiet is beter, dat gij van iedereen bepraat wordt, armoede en vervolging lijdt, dan als eene strafbare zondares in de handen van den levenden God te vallen.

Sluit des nachts uw kamertje, geef geene verleidende stem aan het venster gehoor; zeg alsdan in uw hart : ., ü Jezus! blijf bij mij; voor U wil ik leven en sterven!11 Hebt gij in uwe slaapkamer een ander vrouwspersoon , die met personen van het ander geslacht eene ongeoorloofde kennis heeft, zoo vermaan haar, en indien dit niet helpt, zeg het uwen meester, opdat gij zelve door haar niet verleid wordt. Denk aan liet toekomende en aan het later berouw, dat op een onkuisch leven zal volgen. Op eene dartele jeugd volgt een droevige ouderdom. Draag zorg dat gij, als eene maagd, den maagdenkrans waardig, op uwen huwelijksdag voor het altaar van Jezus Christus kunt verschijnen, of indien

ocr page 135

HET H. SACRAM. VAN BOETVAARDIGHEID. 127 gij ongehuwd wilt blijven, dat gij den maagde-lijken schat met u in het graf neemt, en de maagdenkroon voor eeuwig in den hemel moogt genieten.

Het H. Sacrament van Boetvaardigheid of de Biecht.

„ Als wij onze zonden belijden, zoo is Hij (God) getrouw en rechtvaardig, Hij vergeeft ons onze zonden en reinigt ons van alle ongerechtigheid.quot; ( 1 Joan. I, g.j

God, die rijk in barmhartigheid is, en de zwakheid der menschelijke natuur kent. is altijd bereid den zondaar, die zich oprecht wil bekee-ren, wederom in zijne genade aan te nemen. Dus, omdat God zoo oneindig barmhartig is, heeft Hij het heilig Sacrament van boetvaardigheid ingesteld, om het leven der genade weder te geven aan diegenen, die het na den doop verloren hebben. Dit Sacrament is voor de, na den doop wederom in doodzonde gevallen men-schen, het eenigste redmiddel tegen den eeuwigen dood. Bij ieder Sacrament wordt vereischt: 1. Het uiterlijk zichtbaar teeken , 2. de onzichtbare genade, 3. de priester, en 4. de instelling van Jezus Christus.

1. Het uiterlijk of zichtbaar teeken der onzichtbare genade bij het heilig Sacrament van boetvaardigheid, zijn de woorden der absolutie, die de Priester over het biechtkind uitspreekt : „Ik ontsla u van uwe zonden, in den naam des Vaders, en des Zoons en des heiligen Geestes ; quot;

ocr page 136

HET II. SACRAMENT

dan, de uiterlijke teekenen der inwendige droefheid van den boetvaardige over zijne zonden.

2. De onzichtbare bijzondere genade van dit Sacrament is de kwijtschelding der zonden.

3. De Priesters alleen zijn de bedienaars van dit heilig Sacrament; doch zij moeten van den Bisschop daartoe eene eigenlijke bestemming of de geestelijke jurisdictie ontvangen.

4. Jezus Christus gaf aan de Apostelen de macht, de zonden te vergeven, en vervolgens ook aan hunne opvolgers de Bisschoppen , en hunne medehelpers de priesters, met de volgende woorden : „ Ontvangt den heiligen Geest : wiens zonden gij vergeeft, dien zullen ze vergeven zijn, en wien gij ze behoudt, dien zullen ze behouden zijn.'1 (yoan. 20, 22.)

Met deze woorden heeft Jezus verklaard, dat Hij den Apostelen en hunnen oprechten navolgers in het apostelambt de macht door den heiligen Geest mededeelt, eene rechterlijke uitspraak over de zonden der menschen te doen.

Dengene, wiens zonden zij zullen kwijtschelden, dien zal ook van Hem kwijtgescholden worden ! maar dengene, voor wien zij de kwijtschelding zullen inhouden , zullen zijne zonden ook behouden zijn.

Het vergeven en het voorbehouden der zonden hangt toch niet van den wil des Priesters af: maar de Priester moet den toestand des zondaars kennen, als hij over hem wil oordeelen \ en wie zou ook een rechterlijk vonnis kunnen uitspreken , als hij zelfs niet weet, wat de zondaar misdaan heeft r

De zondaar is dan uit kracht dezer woorden

128

ocr page 137

VAN BOETVAARDIGHEID. 129

van Jezus Christus, verplicht, zijne zonden aan den PKester te belijden, dat is : te biechten, en zich van dezen volgens zijne priesterlijke volmacht te laten oordeelen. De biecht is alzoo een der gewichtigste en wezenlijkste deelen van het heilig Sacrament van boetvaardigheid.

De uitwerkselen van het heilig Sacrament.

De uitwerkselen en voordeelen van dit heilig Sacrament zijn zekerlijk ontelbaar. Wij kunnen met den Roomschen Catechismus zeggen, dat wij alle godsvrucht, heiligheid en vreeze Gods, die door de barmhartigheid Gods in het Christendom zijn, aan het heilig Sacrament van boetvaardigheid te danken hebben.

Het bewerkt voornamelijk :

1. } De vergiffenis der zonden.quot; — Als de boetvaardige zijne misslagen oprecht en rouwmoedig gebiecht heeft en de Priester over hem de hand uitstrekt en zegt ; » ik ontsla u van uwe zonden;quot; dan zijn op hetzelfde oogenblik bij God al de misdaden des zondaars voor de gansche eeuwigheid vergeven. O welk een troost op het sterfbed e\i in den jongsten dag voor eenen zondaar, die zijne misdaden wel gebiecht heeft.

2. Het geeft den zondaar de » heiligmakende genade, de vriendschap Gods en het recht op het hemelrijk weder.quot; — Hoe smartelijk is het den menscli niet, als hij de gunst van een groot man verliest, als hij gebrek heeft aan aardsche goederen, als hij in vijandschap is met eenen machtige. Doch veel meer zal hem het verlies van God en des hemels smarten.

9

ocr page 138

130 HET H. SACRAMENT

3. Dit Sacrament bewerkt de kwijtschelding der eeuwige straffen — » Aan degenen, die in Christus zijn (die door de genade Gods herboren zijn) is niets verdoemelijks meer,quot; leert de H. Paulus.

4. Het doet » de verdiensten der vorige goede werken, die men in staat van genade verricht heeft, wederom herleven.quot; O welk een schat van genade is de herkrijging van alle vorige goede werken! Welke moeite wendt men niet aan, om verloren tijdelijke goederen weder te krijgen! wat zou ons dan te zwaar kunnen vallen, om de goederen van het eeuwig leven weder te bekomen !

5. liet geeft ons » goddelijke sterkte en kracht, om ons voor de hervalling in de zonde te behoeden en in de deugd te doen volharden.quot; — O hoevele zondaars hebben niet in dit Sacrament de zekerste bescherming tegen hunne driften, en en het beste geneesmiddel voor hunne geestelijke wonden gevonden!

6. Het geeft » aan de menschen de verloren, stille gerustheid der ziel en de rust des gewetens weder.quot;quot; De heilige Geest bevestigt het, dat de goddeloozen geenen vrede hebben, en dat hun leven vol van moeilijkheden en smarten is. Hoe velen hebben het aan zichzelve ondervonden, dat zij, voor hunne biecht als in eene hel vol angst en verwarring levende, na de ontvangen absolutie eenen zoo grooten troost gevoelden, dat zij geloofden in het Paradijs te zijn.

7. Het is ook van » onuitsprekelijk nut voor de geheele maatschappij,quot; om daarin rust, vrede eu rechtvaardigheid te behouden. — Hoe vele zonden van onrechtvaardigheid en onkuischheid,

ocr page 139

VAN BOETVAARDIGHEID. j 3 1

hoe vele vijandschappen worden aldaar niet vernietigd ! — Als in eene eeuw groote wandaden het menschdom teisteren, is dit gewoonlijk een gevolg daarvan, dat de heilige biecht veracht of slecht verricht wordt. — Over welke leden dei-gemeente hebben ijverige zielsbestierders het meest wegens misdaden te klagen ? Is het gewoonlijk niet over diegenen, die zeer zelden of geheel niet te biechten gaan ? De s-rhijnchris-tenen, die nauwelijks éénmaal in het jaar en dan nog met een ijskoud hart te biechten gaan, zijn gewoonlijk ook groote zondaars en goddeloo-zen — Dominicus Soto, biechtvader van Keizer Karei V, wiens getuigenis men niet kan in twijfel trekken, verhaalt, dat de stad Nurenberg, nadat zij tot de partij der onkatholieken overgegaan was, een gezantschap tot den keizer zond, door hetwelk hare inwoners hem baden, om uit kracht van een keizerlijk bevel, de oorbiecht bij hen weder in te voeren, dewijl, zooals zij zeiden, de ondervinding duidelijk bewees, dat sedert den tijd op welken de biecht bij hen was afgeschaft, zulke ongehoorde misdaden begaan werden, dat men nooit zulke gruweldaden gezien had.

Om dit heilig Sacrament behoorlijk te ontwin-gen, wordt het volgende vereischt:

1. Het onderzoek des gewetens.

2. Het berouw en een vast besluit.

3. De biecht.

4. De absolutie des Priesters.

5. De voldoening.

/. Oz'fr het onderzoek des geioclens.

De grootste hinderpaal tot eene ware bekee-

ocr page 140

132 HET II. SACRAMENT

ring is, dal men zichzelven niet keut. Men zoekt zichzelven te bedriegen denkende : dit of dat is geene zonde. Vele christenen leven in eene strafbare onwetendheid der geboden Gods en der plichten van hunnen staat, leven • als in eene dronkenschap in lage lusten en begeerlijkheden, in eene walgelijke lauwheid en zorgeloosheid voor al wat geestelijk en goddelijk is, dusdanig, dat zij alle kennis van God en zichzelve verliezen : en zijn zij nog geene moordenaars of dieven, hebben zij misschien nog eenige natuurlijke (den heidenen ook eigen ) deugden , en eigenen zij zich ook de schoonste namen toe van rechtschapen en eerlijke lieden, zoo zijn zij toch van niets meer verwijderd, dan van Gode aangenaam en goede Christenen te zijn. Zulke, als zij moeten biechten, weten zich aan geene zonden plichtig. Misschien zijn zij onschuldig en geene zondige menschenr Ach, neen! — het ontbreekt hun maar aan eene ware zelfkennis, dewijl zij het oprecht onderzoek huns gewetens geheel verwaarloozen. En welke zijn dan gewoonlijk die Christenen, die in hun eigen oogen zoo rechtschapen zijn r Meestendeels die, welke altijd maar eenmaal in het jaar biechten, of misschien sedert vele jaren niet gebiecht hebben, en in volkomen vergetelheid hunner plichten leven, ja zelfs nog anderen verleiden met dergelijke woorden ; » Ei, dit of dat is geene zonde ; quot; — of : j ik wil dit gemakkelijk op mij nemen; quot; — of: j dat doe ik alle dagen ;quot; — deze allen, als de biechtvader hen onderzoekt, en zij redelijk willen zijn, zijn een modderpoel vau zouden! De zelfkennis is eene gave Gods,

ocr page 141

VAN ROETVAARDIGHEID. 133

om welke de H. Augustinus aldus bad : » Heer! geef dat ik U en mij kenne.1' Wilt gij dan, geliefde Christenen ! u zelve oprecht kennen, zoo bidt den heiligen Geest om verlichting en bijstand.

Hoeveel tijd moet men aan het onderzoek des gewetens besteden ?

1. Men moet zooveel tijd en groote zorg daaraan besteden, als men bij eene zeer gewichtige zaak gewoon is. Wat zou een mensch doen, die een proces voerde, waardoor zijn gansche vermogen ten gronde ging ? Hoe zorgvuldig zou hij niet alles opzoeken, wat hem konde helpen! Doch hebt gij, o mensch! door den val in eene doodzonde het recht op den hemel niet verloren en de hel verdiend ? Uwe tegenwoordige biecht en het onderzoek des gewetens, dat haar moet voorafgaan, beslist misschien voor den hemel of voor de hel; want misschien is zij de laatste van uw leven.

2. De tijd, dien gij tot het onderzoek des gewetens moet besteden kan niet nauwkeurig bepaald worden. Wie een teeder of angstig geweten heeft, mag zich licht gerust stellen, als hij zich de zware zonden wel kan herinneren ^ doch de dagelijksche zonden, indien hij er ook eenige vergeet, is hij evenwel niet gehouden te biechten.

3. Doch een mensch, die in de zonden leeft, en nauwelijks eenmaal in het jaar te biechten gaat, die bijna bij iedere gelegenheid de geboden Gods overtreedt, — die kan zich niet met eenen vluchtigen blik op zijn geweten vergenoegen. Zulk een moet eenige dagen vóór de biecht

ocr page 142

134 het h. sacrament

zicli met deze gewichtige zaak bezighouden f hij moet gedurende dezen tijd afgezonderd blijven, en in zijn geheugen terugroepen en ernstig bedenken, de plaatsen op welke hij zich bevond, — de personen met welke hij omgang had, — het bedrijf, dat hij uitoefende, enz.5 anders zou er maar een verwarde menigte van zonden, zonder onderscheid van getal, aard en omstandigheden, te voorschijn komen.

4. Doch velen gaan hierin maar lichtvaardig te werk ; daardoor komt het, dat zij zich over zoo weinig zonden in den biechtstoel weten te beschuldigen. Hoe vele zaakwaarnemers en ambachtslieden zouden, indien zij eens recht in hun geweten gingen, zich aan menige zondige leugen, aan menig bedrog en woekerij, aan ongeoorloofde en onrechtvaardige contracten plich-tig vinden ? Maar indien zij alzoo hun geweten doorgrondden, dan zou dit vreemd onrechtvaardig goed moeten wedergegeven, dan zou hun vermogen verminderd worden, — daarom willen zij de zonden van hun hart niet beschouwen. Die schaamteloozen, verwijfden en wulpschen willen hunne schandelijkheden niet onderzoeken, omdat zij niet van leven willen veranderen : en zij geven zich alle moeite, om zich te kunnen, overtuigen, dat hetgene wat zij doen, geene zonde is.

Wilt gij, mijne geliefde Christenen ! dit heilig Sacrament niet misbruiken, maar dit wel tot uwe eigene zaligheid doen strekken, handelt dan in het onderzoek van uw geweten, alsof Jezus Christus u reeds op den dag van het algemeene oordeel moest vonnissen. Stel u uwen

ocr page 143

VAN BOETVAARDIGHEID. J35

Zaligmaker door het geloof levendig voor oogen en beoordeel u zeiven, opdat gij niet eens latei-geoordeeld wordet. »Wie zich zeiven oordeelt, zal niet geoordeeld worden.quot;

II. Van het berouw en het besluit.

»Het berouw is eene inwendige droefheid, dat men God beleedigd heeft, met het vast besluit, om Hem nooit meer te beleedigen.quot; Doch deze droefheid bestaat niet in een smar-telijk gevoel, maar in eenen bovennatuurlijken afkeer van de zonde.

Het berouw is eene zóó wezenlijke voorwaarde tot de boetvaardigheid, dat de Priester nooit eenen zondaar kan vrijspreken, die niet het minste teeken van een waar berouw zou geven. De absolutie welke een zondaar zonder berouw zou ontvangen, zoude krachteloos en heiligschendend zijn. Een biechtvader zou schrikkelijk te-gen het heilig Sacrament van boetvaardigheid zondigen, indien hij zich niet billijkerwijze van het berouw des zondaars verzekerde. Daarom beklagen zicli diegenen met onrecht, aan welke een voorzichtige en godvreezende biechtvader de absolutie derhalve weigert, omdat hij in het geheel geen berouw in hen bemerkt.

De li. Gregorius zegt ; j wie zich niet van harte bekeert, het baat hem niet, al biecht hij ook zijne zonden.quot; Ontelbaar vele Christenen doen kwade biechten, omdat zij geen waar berouw over hunne zonden hebben. Het is de onwetendheid en het gebrek aan berouw, die het ambt des Priesters, wiens plicht niet alleen in l»et absolveeren bestaat, zoo ongeloofelijk

ocr page 144

136 HET H. SACRAMENT

moeielijk maken. O God ! welke onrust en angst doorstaat een biechtvader niet, bij zoo vele zondaars, die met een onverschillig en koud hart, zooals hun gelaat vertoont, in den heiligen rechterstoel verschijr.en, hunne zonden evenals eene onbeduidende zaak geheel licht vertellen, en door hun gansch gedrag te kennen geven, dat zij in het geheel geen berouw over hunne zonden gevoelen.

Gelijk de droefheid over de zonde, als eene beleediging van God, wezenlijk tot het berouw behoort, zoo wordt ook een vast besluit, om God niet meer ie beleedigen wezenlijk daartoe ver-eischt. God vordert van den mensch een nieuw hart en eenen nieuwen geest : Hij eischt, dat de goddelooze zijne booze wegen, en de onge-rechtige zijne verderfelijke gedachten verlate.*' Immers God kan onmogelijk den zondaar vergeven, als deze nog den wil heeft Hem te beleedigen. Het besluit, om God niet meer te beleedigen, moet onwankelbaar en van een oprecht gemoed zijn, en niet alleen in eene enkele belofte of in eene plotselinge opwelling des harten ontstaan.

Kan men wel het besluit van zulk eenen mensch oprecht noemen, die tot God zegt: dat het hem uit den grond zijns harten leed is. Hem beleedigd te hebben, doch terstond na de bekomen absolutie wederom in zijne oude zonden terugvalt; de booze gelegenheden opzoekt; de personen, die hem tot zonden vervoerden niet vermijdt; de veroorzaakte schade niet wil vergoeden noch zijnen vijanden vergeven; die, onwetend in de waarheden van den godsdienst,

ocr page 145

VAN BOETVAARDIGHEID. 137

zich toch daarin uiet laat onderwijzen : eindelijk, die zonder de minste verandering zijn vorig zondig leven wederom voortleidt?

Wat moet gij dan doen, mijne Christenen, om een waar berouw over uwe zonden te verwekken, met een vast besluit van die voortaan niet meer te bedrijven?

1. Overweegt de afschuwelijkheid der doodzonden. Bedenkt, dat gij voor den alwetenden God, die u in het verborgene ziet, gezondigd hebt; dat gij door uwe zonden den toorn en het vonnis van den levenden God over u getrokken hebt, en dat God in zijne rechtvaardige wraak vervaarlijk en schrikkelijk is; dat Hij de heilige engelen, die maar eens tegen Hem opstonden, voor eeuwig in de hel verworpen heeft; dat, helaas! misschien vele verdoemden nu reeds in hunne eeuwige pijnen kermen, die geene zoo groote, noch zoo vele zonden, als gij, bedreven hebben; dat het gevaar uwer eeuwige verwerping helaas! misschien niet verre meer, van u is, en alleen de oneindige lankmoedigheid van dan allerbarmhartigsten God nog uwe bekeering afwacht.

2. Overweegt, dat de doodzonde eene schending der oneindige Majesteit van God en eene * verachting zijner oneindige volmaaktheden is; dat zij Jezus Christus, uwen God en allerminne-lijksten Zaligmaker, gekruist, en uwe onsterfelijke ziel gedood hebben.

3. Overweegt, hoe teeder, hoe vaderlijk uw God u bemint! Uit liefde heeft Hij u geschapen, en met welke liefde heeft Hij u niet aan het kruis verlost! met hoevele weldaden, zoo naar

ocr page 146

138 het h. sacrament

ziel als naar lichaam, heeft zijne liefde en goedheid 11 niet overladen ! welke zaligheid heeft Hij u niet eindelijk voor de eeuwigheid beloofd en bereid! O welke ondankbaarheid is het dan, Hem te beleedigen en zijne geboden te overtreden ! Hoort de teedere klachten van God bij den profeet Micheas : (Mich. 6.) » Mijn volk ! wat heb ik dan misdaan ? waarin heb Ik u bedroefd ? antwoord mij, is het. omdat Ik u uit Egypte geleid en uit de slavernij verlost heb ? quot; enz.

4. Ziet naar uwen liefdevollen Zaligmaker aan het kruis; overweegt zijne onuitsprekelijke pijnen, zijn koninklijk hoofd met doornen gekroond, enz. en vraagt u zeiven : wie is dan degene, dien ik in eenen zoo droevigen toestand aanschouw ? Wat is dan de oorzaak van zijnen afgrijselijken dood ? Voor wie leed Hij, de Allerheiligste, die onuitsprekelijke pijnen? Ach, vervloekte zonde! hoe kon ik zoo gruwelijk met mijnen geliefden Verlosser handelen ! Wie zal aan mijne oogen eenen tranenvloed geven om ze te beweenen ! Ach, ik heb mijnen Verlosser wederom gekruist: want de Apostel zegt : » Zij kruisigen en bespotten den Zoon Gods opnieuw door hunne zonden.quot; C Hebr. 6. 6.) Vraagt u daarna : wie

* is degene, dien ik beleedigde en waarom heb ik Hem beleedigd ?

5. Bidt om een waar berouw , bidt om een waar en vast besluit, u te beteren; want het ware berouw is eene der grootste gaven Gods, welke de mensch zichzelven niet geven kan.

Aanmerking, i. Gij moet weten, mijne Christenen, dat het berouw over uwe zonden

ocr page 147

VAN BOETVAARDIGHEID. 139

altijd de absolutie moet voorafgaan, en dat gij terstond, na uzelve onderzocht te hebben , een berouw over uwe zonden moet verwekken, met de meening, het heilig Sacrament van boetvaardigheid te ontvangen. Want indien gij geen berouw, of dit eerst na de absolutie zoudt verwekken , dan zou het heilig Sacrament vruchteloos zijn.

2. Vermijdt nochtans al te groote bevreesdheid; alsof uwe zonden bij God niet vergeven waren, omdat gij geen waar berouw gevoelt. Gelijk een goede boom aan zijne vruchten gekend wordt, zoo wordt ook aan de vruchten uwer beterschap uw waar berouw erkend. Dit zij u dan tot troost gezegd , dat gij met betrouwen kunt hopen, dat uw berouw oprecht zij, als gij uw vorig boos leven inderdaad veranderd en verbeterd hebt.

///• Van de Biecht.

De Biecht, als het derde wezenlijk deel van het heilig Sacrament van boetvaardigheid, „is eene beschuldiging over alle bedreven zonden aan eenen hiervoor aangestelden Priester, om door dezen ontslagen te worden. quot;

Om u het biechten gemakkelijker te maken , kunt gij het volgende doen :

1. Stel u in den persoon des biechtvaders Jezus Christus levendig voor.

2. Verkies u eenen Priester tot vasten biechtvader, die eene groote zachtmoedigheid, grooten ijver en eene ware liefde tot de zondaars heeft. Doch gij moet niet gelooven , dat gij daarom

ocr page 148

T40 HET H. SACRAMENT

ook niet somwijlen bij eenen anderen biechtvader kunt biechten.

3. Denk niet, dat de heilige biecht eene ge-wetenspijnbank is, zooals de ongeloovigen, ketters en spotters ze lasteren, maar als eene ootmoedige aanklacht van een kind, dat de liefderijke barmhartigheid zijns vaders kent, bij ieder woord nieuwen troost schept, en verzekerd is, dat de vader niet toornig worden, maar het vergeven zal.

4. Laat nooit eenen langen tijd zonder te biechten voorbijgaan 5 dan zult gij het gemakkelijker vinden en meer nut daaruit trekken.

5. Om u het onderzoek des gewetens te verlichten, onderzoek dagelijks voor het slapen gaan, wat gij gedurende den dag misdaan hebt.

6. Indien gij het ongeluk hebt gehad, in eene zware zonde te vallen , zoo stel u niet gerust vóór gij die gebiecht hebt.

Om u te behoeden voor de valsche schaamte, eene zonde te verzwijgen of te verkleinen, zoo bedenk wel :

1. Dat gij door de verzwijging eener zonde u aan een nieuwe zonde schuldig maakt.

2. Zoo gij den biechtvader iets verbergt, gij kunt dit God niet verbergen.

3. Door zulke verzwijging zult gij de onrust van uw geweten vergrooten 5 en die verzwegen zonde moet gij evenwel vroeg of laat biechten, indien gij daarin niet wilt sterven, of eeuwig verloren gaan.

4. De zonde verdient eene ware beschaming, en diensvolgens duidt het een ware onboetvaardigheid aan, zich aan deze beschaming niet te willen onderwerpen.

ocr page 149

VAN BOKTVAARDIGHEI1). 141

5. Zulke verzwijging stelt u in gevaar, om voor alle schepselen in den dag des oordeels beschaamd te worden, en voor eeuwig in de helsche vlammen te branden. Ach , indien seu verdoemde uit de hel konde komen en tot eenen Priester gaan, zoude hij zich wel schamen te biechten ?

6. Zeg mij, moet gij den lichamelijken geneesheer niet de geheimste wonden uws lichaams toonen, als gij genezen wilt worden 5 hoe veel te meer zijt gij dau verplicht, den geestelijkeu geneesheer de krankheden uwer ziel te ontdekken, indien gij den eeuwigen dood niet sterven wilt.

7. Weet, dat de biechtvader u des te meer zal beminnen, hoe meer hij de genade der be-keerlng en de oprechtheid uws harten opmerkt; dat hij de menschelijke zwakheid en ellende maar al te wel kent, en diensvolgens ook medelijden met u zal hebben, eu dat hij onder de grootste tijdelijke en eeuwige straffen tot eene altijddurende en allerstrengste stilzwijgendheid verbonden is.

nrigt;l moet men hiechlen.

I. „Alle doodzonden.quot; Als gij eene doodzonde in de heilige Biecht vrijwillig verzwijgt, bekomt gij geen vergifTenis van uwe andere gebiechte zonden; gij maakt u daarenboven nog plichtig aan eene heiligschennis. Indien gij u over vele jaren te biechten hebt, zoo beangstig u niet, als gij u niet al uwe zouden kunt herinneren. Een oprechte wil en naarstig onderzoek

ocr page 150

142 HET H. SACRAMENT

zijn voldoende; wat uwe krachten niet vermogen, dit vult het heilig Sacrament van boetvaardigheid zelf aan.

De dagelijksche of geringe zonden is men wel niet gehouden te biechten, doch het is raadzaam en zeer nuttig, wijl men niet altijd met zekerheid kan onderscheiden, wat eene doodzonde of dagelijksche zonde is.

Indien gij twijfelt of gij eene doodzonde gedaan , dan of gij die reeds gebiecht hebt, zoo verklaar dezen twijfel met de zonde aan den Priester.

2. „De omstandigheden, welke den aard dei-doodzonde veranderen , of de zonde merkbaar vegrooten.b. v. Wie met een gehuwde persoon eene zonde van onkuischheid bedrijft, maakt zich ook nog plichtig aan overspel. Het is eene zeer verzwarende omstandigheid, b. v. als iemand in een groot gezelschap lastertaal spreekt, dan of dit maar voor weinige personen geschiedt: of als iemand eene groote som gelds steelt, dan of hij maar weinig wegneemt; of als hij eene kleine som maar eens of tweemaal, dan of hij eene kleine som zeer dikwijs neemt.

3. »Het getal der doodzondenquot;quot; moet men aanduiden, gelijk men dit weet: weet men het getal niet zeker, dan zegt men : zooveel maal min of meer.

Doet men eene biecht over vele jaren, en kan men zich niet nauwkeurig herinneren, hoe dikwijls men gezondigd heeft, dan moet men ten minste den tijd aanduiden, hoe lang de gewoonte geduurd heeft, hoe dikwijls ongeveer men dagelijks, in eene week of maand in die zonde

ocr page 151

VAN BOETVAARDIOMEin. 143

gevallen is, en of die gewoonte op een zekeren tijd afgebroken is geworden.

AaNjMerkinc. Laat alle vreemde vertelsels en omstandigheden, die niet tot de biecht behooren, achter: noem nooit de medeplichtige personeiij en is dit tot verklaring des toestands der zonde noodig, zoo duid hun staat of uwe betrekking met hen alleen met algemeene namen aan, opdat de biechtvader, in zooverre dit mogelijk is, de betrokken personen in het geheel niet kenne, b.v. j ik heb eene zonde van onkuischheid bedreven met eene mij nabestaande persoon in den eersten of tweeden graad; of met eene persoon die zich door eene belofte aan God toegeheiligd heeft; quot; dit is genoeg, al het overige is overbodig.

/ 'an de wijze om te biechten.

1. Als gij aan den biechtstoel komt, zoo dring u niet vóór de anderen in. Vóór uwe beurt gekomen is, moet gij u niet met rondkijken en praten verstrooien, maar met een vermorzeld hart en met betrouwen van God de vergiffenis uwer zonden afsmeeken. Als gij wat lang moet wachten, kunt gij in uw gebedenboek iets, de heilige Biecht betreffende lezen, of den Rozenkrans bidden, of iets anders geestelijks overwegen.

2. Plaats u niet zoo nabij den biechtstoel, dat gij de biechten van die u voorgaan, kunt hooren. Indien gij bijgeval eene zonde hoordet, zoo zijt gij onder zonde tot stilzwijgendheid verplicht. — Wie uit nieuwsgierigheid luistert, maakt zicli eveneens aan zonde plichtig.

ocr page 152

144 het h. sacrament

3. Als gij op het pimt zijt voor den biechtvader neder te knielen, zoo verwek nogmaals een waar berouw en leedwezen over uwe zonden, en stel u in den persoon des biechtvaders Jezus Christus levendig voor. Bewaar, gedurende de biecht, de zedigheid, zoo in woorden als in uwe manieren, spreek niet te luid, opdat u de omstanders niet hooren, maar ook niet zoo zachtjes, dat u de biechtvader niet verstaan kan; doch verstaat gij hem zelf niet goed, zuo laat hem niet te vergeefs tot u spreken, maar geef hem aanstonds te kennen, dat gij hem niet verstaat.

4. In het begin der biecht maak het teeken des heiligen kruises, en spreek tot den biechtvader : »Ik bid u, eerwaarde Vader, om den heiligen zegen, opdat ik mijne zonden oprecht en volkomen moge biechten; quot; dan bid de voorbiecht » Ik arm, zondig mensch, belijd en beken aan den almogenden God, aan Maria, zijne maagdelijke Moeder, aan alle lieve Heiligen, en aan u, eerwaarde, in plaals van God, dat ik sedert mijne laatste biecht, welke ik sedert (duid hier den tijd aan, wanneer gij u den laatsten keer gebiecht hebt, b.v. sedert eene maand, of sedert een vierde jaar, enz.) gedaan heb, dikwijls en veel gezondigd heb, doch ik beschuldig mij in het bijzonder, dat ik : enz.quot; Biecht nu uwe zonden.

5. Hebt gij in uwe laatste of in eene der voorgaande biechten eene doodzonde verzwegen, zoo moet gij ook zeggen en verklaren of dit willens en wetens, of uit schaamte geschied is. Hebt gij met voordacht in vorige biechten zon-

ocr page 153

VAN BOETVAARDIGHEID. 145

den verzwegen, dan moet gij al deze vorige biechten herhalen, en ook zeggen hoe vele biechten en communiën gij sedert die biecht, in welke gij eene zonde verzwegen hebt, gedaan hebt.

6. Hebt gij in uw laatste biecht geene absolutie bekomen, zoo moet gij dit insgelijks zeggen, en de oorzaak aanduiden, waarom zij u is geweigerd geworden.

7. Desgelijks, zoo gij de opgelegde penitentie niet volbracht, het onrechtvaardig goed of de gekwetste eer niet hersteld hebt, en zoo gij de verzoening met uwe vijanden en de vlucht der zondige gelegenheden niet nagelaten hebt.

8. Biecht ootmoedig, rouwmoedig, kort en oprecht, zonder vermomming der zonden, en zonder valsche verschooningen.

9. Indien de biechtvader de absolutie tot op eenen anderen tijd moet uitstellen, onderwerp u met ootmoed aan zijn oordeel; denk billijk en bescheiden, dat hij wel volgens zijn geweten en zijnen priesterlijken plicht zal handelen, en ga niet tot eenen anderen biechtvader, om van dezen lichter de absolutie te bekomen.

10. Hebt gij reeds eene goede generale biecht gesproken, en u door de genade Gods sedert dien tijd van zware zonden onthouden, of hebt gij het godvruchtig gebruik van dikwijls te biechten, en hebt gij sedert uw laatste biecht geene doodzonden meer bedreven, haal dan in de tegenwoordige biecht eene van de voorgaande zonden in het algemeen aan, over welke gij nu nog leedwezen hebt, als b. v. zeg : ik beschuldig mij ook van alle zonden, die ik mijn voorgaand leven tegen de kuischheid bedreven heb, van

10

ocr page 154

I 46 HET H. SACRAMENT

gramschap of van al de ongerechtigheden van

mijn leven, enz.

11. Sluit de biecht met de volgende woorden : en alle andere mij bekende en onbekende zonden, welke ik zelf bedreven heb, of waarvan ik oorzaak was, dat zij door anderen bedreven werden, zijn mij van harte leed, omdat ik God, het opperste en liefwaardigste goed, en mijnen rechtvaardigen rechter daardoor beleedigd heb ; ik neem vastelijk voor, nooit meer te zondigen en alle gelegenheden tot zondigen te ontvluchten. Ik bid u, eerwaarde, om de priesterlijke absolutie en om eene heilzame penitentie.

12. Spreek niet zonder noodzaak met anderen over uwe biecht, al ware het zelfs niets anders dan eene goede les, die u de biechtvader gegeven heeft; want datgene, wat de biechtvader voor u gezegd heeft, kan door anderen licht misverstaan en misbruikt worden.

/ V. Van de absolutie.

De absolutie is eene uitspraak, welke de Priester in de plaats van God doet, om den zondaar te ontslaan van alle zonden, welke hij gebiecht heeft. Hij doet dit gelijk Jezus doen zoude, ware Hij nog op aarde. Want de Priester is van Jezus, den Zoon Gods, met dezelfde macht om de zonden te vergeven, gezonden, gelijk Jezus zelf van zijnen hemelschen Vader gezonden was.

Doch de Priesters zijn geene onbeperkte hee-ren, die de absolutie in het heilig Sacrament van boetvaardigheid .kunnen geven aan wien zij willen, maar zij moeten daarin de geboden Gods en der heilige Kerk volgen. Als de Priester

ocr page 155

VAN BOETVAARDIG HEID. I47

eenen zondaar absolveert, die zich niet oprecht wil beteren, die niet in de gesteldheid is, in welke een ware boetvaardige moet zijn, dan bevestigt-God zulke absolutie niet.

Waarom dringen alzoo eenige Christenen bij den Priester er op aan, dat hij hun de absolutie verleene ? Waarom plagen zij hem om ze tot hunne eigene schade te ontvangen ? Of waarom gedragen zij zich jegens hem met trotschheid, en zoeken hem daarom overal te lasteren als hij hun de absolutie weigert ? Zulke lastertongen stellen nog bovendien hunne eigene schande openbaar ten toon. Moet dan de Priester om hunnentwil de voorgeschreven wetten van God en der heilige Kerk overtreden r Moet hij dan zich zeiven tevens met den biechteling voor eeuwig verdoemen ? Wat kan immers zulke absolutie baten, die voor Gods oogen heiligschendend is ? Zulke menschen verschaffen zich eenen ijdelen en valschen vrede, die schrikkelij-ker is dan alle onrust.

Wie is de sacronienteelc absolutie onwaardig ?

I. Zij, die in de gewoonte eener doodzonde leven, b.v. van dronkenschap, van onkuischheid, van vloekeu, van overtreding der vastendagen, of van het ontheiligen van den Zondag, enz. — De absolutie is de prijs des bloeds van Jezus Christus ; de heilige Communie is de allerheiligste en allerhoogste zaak van onzen godsdienst. Zal dan een mensch, die reeds sedert vele jaren in eene kwade gewoonte leeft 5 welke reeds dikwijls vermaand is geworden ; zal dan zulke

ocr page 156

148 HET H. SACRAMENT

mensch zich op eenmaal oprecht willen bekeeren: of moet de Priester hem terstond geloof verlee-nen, terwijl hij maar enkel met woorden belooft zich te beteren, of maar uit gewoonte zijn Pa-schen houdt, om alzoo zijn geweten een weinig gerust te stellen? Waarlijk, buitengewone teekenen van berouw moeten hier aan den zondaar te zien zijn, voordat de Priester eene uitzondering durft maken.

2. Diegenen, welke de naaste gelegenheid der zonden niet vermijden willen, zooals b. v. zulken, die met personen van het ander geslacht eenen gevaarlijken en zondigen omgang hebben, of wel met hen te zamen wonen 5 of welke aan anderen zulke zondige gelegenheden veroorloven, die zij toch konden en moesten beletten: of diegenen, welke met verachting van herhaalde vermaningen, slechte, verderfelijke boeken en nieuwsbladen lezen of aan anderen uit winzucht of valsche vriendschap verschaffen ; verder diegenen, welke niet willen ophouden zulke bijeenkomsten te bezoeken of toe te staan, alwaar tegen den godsdienst en de goede zeden gesproken wordt; ook al die vrouwspersonen, welke niettegenstaande alle aanmerkingen, door hunne onbehoorlijke trotsche kleeding voor anderen eene gelegenheid tot zonde zijn ; alle herbergiers, die ten tijde van de godsdienstoefening en met verzuim daarvan, of wel na den gezetten tijd, tot in den nacht bijeenkomsten veroorloven, enz.

3. Zulken, die de schade, welke zij den naaste aan zijn lichaam of aan zijne ziel, aan zijne goederen of aan zijnen goeden naam toegebracht hebben, niet willen herstellen, even als diege-

ocr page 157

VAN BOETVAARDIGHEID. 149

iien, welke hunne schulden, als zij kunnen, niet willen betalen.

4. Diegenen, welke zich met hunne vijanden niet verzoenen; en diegenen, die personen, tegen welke zij iets in liet hart hebben, noch groeten, noch zien willen.

5. Zulken, die eene dier doodzonden bedreven hebben, welker absolutie zich de Bisschop alleen voorbehouden heeft.

6. Eindelijk diegenen , welke in het heilig geloof, maar bijzonder \i\ de artikelen die tot de zaligheid noodzakelijk zijn, niet genoegzaam onderricht zijn.

/'. J 'a?i t/c' voldoening of werken vati boe ti 'aardigheid.

Voldoen is : „ de beleediging, welke men God door de zonden , of het onrecht dat men den naaste aangedaan heeft, wederom vergoeden.quot;

Men is streng verplicht den beleedigden God te voldoen 5 en alhoewel de schuld der zonde en de eeuwige straffen door de absolutie kwijtgescholden zijn, zoo heeft men evenwel nog eene tijdelijke voldoening, of wel in dit, of wel in het andere leven te betalen.

De oude penitentiën der Kerk van God, waren streng, doch gansch rechtvaardig, dewijl de Kerk als eene teedere moeder, zeker niet meer oplegde, dan God vereischte. Die verplicht was tot de kerkelijke boete, moest in het openbaar het boetkleed dragen , ten minste drie dagen in de week op water en brood vasten, en werd niet tot de heilige Communie toegelaten. Wie

ocr page 158

150 HET H. SACRAMENT

b. v. eeDen valschen eed gezworen had, moest veertig dagen op water en brood vasten. Wie op eenen Zon- of feestdag slafelijken arbeid gedaan liadj moest drie dagen op water en brood penitentie doen. Wie gedurende de godsdienstoefening praatte, moest tien dagen op water en brood vasten. Een vrouwspersoon, die om hare zonden te verbergen, haar kind omgebracht had, moest tien jaren op water en brood hare zonden boeten. Een jonkman, die met eene maagd gezondigd had, werd een jaar: doch voor de echt-schending werden drie , en soms vijftien jaren vastens opgelegd. Wie zijne ouders uitgescholden had, moest veertien dagen, doch wie hen geslagen had, zeven jaren op water en brood vasten.

Doch de ijver en het geloof der Christenen verslappende, zoo heeft de heilige Kerk, die goede en teedere moeder, zich naar hunne zwakheid gevoegd, om ze niet grootendeels aan het schrikkelijkste verderf bloot te stellen; en de penitentiën, die nu opgelegd worden, zijn zeer gering. De heilige Kerk beveelt evenwel aan de zondaren, zich vrijwillig goede werken als penitentiën op te leggen, en de heilige aflaten te verdienen.

Ja, toch moeten de biechtvaders, zooals de heilige Kerkvergadering van Trenthe zegt: „volgens de kracht van den boetvaardige heilzame en toepassende penitentiën opleggen, anders zouden zij zich, met de zondaars al te zacht te behandelen, of eene kleine penitentie voor groote zonden op te leggen, aan vreemde zonden schuldig maken.quot;

Indien u dit, niettegenstaande de lichte peni-

ocr page 159

VAN HOF.1VAARDIGHEID. 151

tentie die uw biechtvader u oplegt, te groot schijnt, zoo weet, dat God rechtvaardig is, dat gij zonder twijfel grootere pijnen in liet andere leven moést lijden, en dat gij met eene andere lichtere penitentie weldra in uwe oude zonden zoudt terugvallen.

De werken van voldoening zijn : het gebed, vasten en aalmoezen : welke werken alles in zich besluiten, wat met de bedorven natuur des menschen tegenstrijdig is. Men kan God ook voldoen in het lijden, hetwelk Hij ons toeschikt; als men in den geest van boetvaardigheid geduldig verdraagt, b. v. ziekten, armoede, ongelukken, vervolgingen, enz.

De biechteling is verbonden, om de penitentie, die de biechtvader hem oplegt, aan te nemen. Doch, ware deze hem inderdaad te zwaar om zijne zwakke gezondheid, of om zijne armoede, of wel om gebrek aan tijd of om eenige andere reden; zoo moet hij den biechtvader deze voorstellen en hem bidden, dat hij de penitentie ver-andere. Heeft een biechteling geene absolutie bekomen, dat hij toch getrouw de opgelegde penitentie volbrenge, dewijl hij anderszins zou toonen, dat hij geen ernstig verlangen heeft om zich te beteren.

Zoo de biechteling de absolutie bekomen, en de opgelegde penitentie aangenomen heeft en dan uit nalatigheid de gansche penitentie of een merkelijk deel daarvan achterlaat, dan doet hij eene nieuwe zonde; daar is maar eene wettige reden, b. v. eene plotselinge ziekte, die hem daarvan ontslaan kan; de penitentie is immers eene volmaking des Sacraments, diensvolgens

ocr page 160

152 het h. sacrament

eene der gewichtigste en noodwendigste verrichtingen van eenen waren boetvaardige.

Men moet de penitentie op den bepaalden tijd en aandachtig volbrengen.

Hoe dikwijls moet uien biechten ?

Het goddelijk gebod verplicht te biechten :

1. Als men eene doodzonde bedreven heeft, en wel zoo gauw mogelijk. Immers de voorzichtigheid zelve beveelt, dat men zich terstond redde uit eene zoo gevaarlijke gesteldheid als die waarin de zonde ons brengt. Welke misdaad is het niet, als een Christen, die zich in staat van verdoemenis bevindt, langen tijd onbekommerd daarin blijft r Daarbij bedrijven zul-ken opnieuw eene zware zonde, welke maanden en jaren laten voorbijgaan, zonder hunne doodzonden te biechten.

2. Als men zich in doodsgevaar bevindt. De heilige Kerk beveelt ook aan de geneesheeren, de zieken , welke gevaarlijk ziek zijn, vooral te vermanen om hunne biecht te spreken. Ouders, oversten, vrienden, ziekenoppassers, hebben ook eene schrikkelijke verantwoordelijkheid bij God, als zij te laat voor de biecht der zieken zorgen, of door hunne schuld de zieken zonder biecht laten sterven.

3. De Kerk verplicht de geloovigen onder zware zonde, ten minste éénmaal 'sjaars te biechten.

Doch het is zeer nuttig en raadzaam dikwijls te biechten, dewijl dit de zuiverheid des harten zeer bevordert, de zwakheid onzer bedorven na-

ocr page 161

VAN BOETVAARDIGHEID. I 53

tuur te hulp komt, ons ootmoediger maakt, en de vrees en den afschuw der zonde in ons vermeerdert.

Biecht dikwijls, om meer te kunnen commu-niceeren. Met is immers de wensch der heilige Kerk, die door den heiligen Geest bestuurd wordt, dat de geloovigen bij de heilige Mis niet alleen geestelijker wij ze, maar ook door een wezenlijke nuttiging aan dit heilig Sacrament deelnemen, gelijk uit de kerkvergadering van Tren-the (32 Zilt. 8 Cap.') te zien is. Dit herinnert ons de Roomsche Catechismus, welke dezen wensch der kerkvergadering verklaart, en aan alle zielzorgers oplegt, dat zij hunne geloovigen tot de menigvuldige, ja zelfs ook tot de dage-lijksche communie vermanen moeten 5 gelijk het lichaam tot zijn onderhoud dagelijks spijs noo-dig heeft, zoo heeft ook de ziel tot haar onderhoud geestelijk voedsel noodig.

Is het ook niet altijd mogelijk dagelijks te communiceeren, zoo is het toch zeker mogelijk dik wij Ier te communiceeren, dan de meeste Christenen doen.

Van de algemeene of generale Biecht.

1. I Iet is voor menig Christen tot eene ware, oprechte bekeering , of tot grondslag van een godvruchtig christelijk leven , noodzakelijk, en voor anderen zeer nuttig, eene algemeene biecht te doen.

De generale biecht is eene algemeene biecht, in welke de zondaar oprecht en rouwmoedig zich van al zijne zonden beschuldigt, welke hij

ocr page 162

1 54 VAN DK Al.GKMKKNE

van af zijne jeugd bedreven heeft, of wel van af zijne eerste doodzonde, of van af dien tijd, waarop hij het eerste slecht gebiecht heeft, of op eene redelijke wijze twijfelt, of hij wel gebiecht heeft.

De II. Franciscus van Sales, die groote Heilige en beminnenswaardige leeraar van het geestelijke leven, zegt, dat voor de meeste menschen, om hunne zaligheid in zekerheid te stellen, eene algemeene biecht noodig is. „Zijquot; (namelijk de algemeene biecht), zegt hij, „verschaft ons eene volkomen kennis van ons zelve, zij vervult ons met eene heilzame schaamte bij het aanschouwen van al onze zonden, zij bevrijdt den geest van alle onrust; bekomt voor het geweten eenen waren vrede; zij wekt ons op tot goede voornemens; zij toont ons bewonderenswaardig de barmhartigheid Gods die ons met zoo groote lankmoedigheid afgewacht heeft : zij stelt onzen biechtvader in staat, om ons toepasselijke vermaningen te geven; zij opent ons hart, dat wij voortaan met meer betrouwen biechten. quot;

2. De grootste voordeelen eener generale biecht toonen zich voornamelijk in het uur des doods. Wie wenscht niet, op het punt staande van voor Gods rechterstoel te verschijnen , in dat schrikkelijk oogenblik; dat voor de geheele eeuwigheid gaat beslissen, — eene algemeene biecht oprecht en rouwmoedig afgelegd te hebben ? Welke troost voor eenen stervende , zoo hij, eer hij van zijne ziekte overvallen werd, zijn geweten in orde gesteld heeft! Of zou toch iemand wel de zaligheid zijner ziel, zorgeloos en vermetel, op het uiterste punt mogen laten

ocr page 163

OF GENERALE BIECHT. 155

aankomen, en dan eerst zijne oogen over zijn geheel voorgaand ieven willen openen, als hij z,e reeds yoor eeuwig moet sluiten ? Onze Zaligmaker zegt ; waakt en zijt bereid; want de Heer des knechts komt op eenen dag , wanneer gij dit niet verwacht, en op een uur , hetwelk gij niet weet. (Matth. 24. 5°')

Een voortreffelijk man kwam eens tot eenen Missionaris, en bad hem zijne generale biecht te hooren. De priester vroeg hem, waarom hij die wilde doen. Ach, eerwaarde heer, antwoordde de edelman : moet ik dan niet sterven ? hoe zal ik toch na een in zonden doorgebracht leven gerust kunnen sterven, zoo ik nu niet reeds eene generale biecht doe r Ik zie in, dat, indien ik tot het oogenblik mijns doods wachtte, ik alsdan dezen mijnen plicht niet behoorlijk kan vervullen, Mijne huisvrouw, mijne kinderen, de vrees voor het laatste oogenblik, de pijnen zullen mij de vereischte tegenwoordigheid van geest niet laten, en ik zal die stille rust, die tot eene zoo gewichtige verrichting noodig is, niet meer vinden. Het zou dan eene groote domheid zijn, het laatste oogenblik mijns levens hiertoe af te wachten.

Deze godvreezende edelman gaf waarschhijn-lijk acht op de woorden, welke onze Zaligmaker in het Evangelie spreekt : gelukkig de dienaar, welke de Heer bij zijne aankomst wakende en bereid zal vinden. (LuC. 12. S7-J

Veracht dan niet, geliefde Christenen, voor zoo verre het voor u noodig is, den raad, om tot eene algemeene biecht te besluiten. Heden avond nog, als gij u ter ruste begeeft, overweeg

ocr page 164

156 VAN DE ALGEMEENE

alsof deze uwe laatste biecht ware, en zeg tot u zeiven : wat zal ik wensclien gedaan te hebben, wanneer ik op het doodsbed zal liggen ?

Indien u dan in de gedachte komt, dat het n nuttig zoude zijn eenc algemeene biecht le doen, o, zoo stel ze toch niet langer uit. Laat u niet door den boozen vijand bedriegen, die u door die ijdele inblazing : xy heb! geenen tijd, of hel zon tc moeiéljk zijn, wederom zal zoeken gerust te stellen. Duizend hindernissen, duizend verrichtingen zal hij u voor oogen stellen : heden staat u dit in den weg, morgen dat, en dit blijft zoo voortgaan, totdat de mensch noch tijd noch gelegenheid, en ten laatste ook de genade niet meer vindt, om te doen, hetgeen zijne eeuwige zaligheid betreft. Wees dan wel 011 uwe hoede tegen dezen leugenachtigen geest. Wees verzekerd, dat liet nog niemand berouwd heeft, eene algemeene biecht gedaan te hebben : en dat velen, zonder dit middel, in hunne zonden gestorven en eeuwig vorloren gegaan zijn.

IVien is de generale biecht noodzakelijk ?

1. Zij is voor al diegenen noodzakelijk, wier voorgaande biechten slecht waren. Als de biechtvader het biechtkind ondervraagt, of het zich ten aanzien der voorgaande biechten niets herinnert, wat hem vrees of angst veroorzaakt, zoo geeft het meestendeels spoedig ten antwoord : ik heb telkens alles gebiecht. Doch ondervraagt de schrandere en zorgvuldige biechtvader hem over eene bijzondere zonde, voornamelijk over de zonde van onkuischheid, welke de meeste

ocr page 165

OF GENERALE lilECHT. 157

zielen in de biecht stom maakt zoo zal hij vinden, voor hoe vele zielen eene algemeene biecht noodzakelijk is, en hoe velen hun geheele leven door heiligschendende biechten gedaan hebben. — Wie alzoo uit schaamte, boosheid of uit lichtzinnigheid eene doodzonde verzwegen, of eene wezenlijke omstandigheid vrijwillig niet verklaard heeft, of wie uit groote lichtzinnigheid of strafbare onwetendheid de doodzonde niet gebiecht heeft, dewijl hij ze zich niet zoo hoog aanrekende, voor dien is eene generale biecht van af den tijd, wanneer hij de zonden heeft begonnen te verzwijgen, onder zware zonden en onder straf der eeuwige verdoemenis noodig.

2. Diengenen, die altijd lichtzinnig, zonder genoegzaam gewetensonderzoek gebiecht, en zich dus aan groot gevaar blootgesteld hebben, door achterlating van zware zonden, eene geheel onvolstandige biecht af te leggen.

3. Diengenen, die inderdaad gebiecht en de absolutie ontvangen hebben, doch in de bijzondere geheimen des geloofs onwetend zijn, of diengenen, die door hunne eigene schuld, de apostolische geloofsbelijdenis, de geboden Gods en die der heilige Kerk, het wezenlijke dei-heilige Sacramenten, die zij ontvangen hebben, en de noodige plichten van hunnen staat niet kennen.

4. Diengenen, welke alleen uit gewoonte of uit dwang, zonder waar berouw over hunne zonden, of zonder vast bestuit, ze niet meer te bedrijven, gebiecht hebben. Verder diengenen, die uit een boos inzicht eenen biechtvader gezocht hebben, die niet wel hoorde, of die zonder hen

ocr page 166

158 VAN DE ALGEMEENE

verder te beproeven en te ondervragen, zonder hen ernstige vermaningen te geven, hun altijd, zelfs als zij in eene zondige gewoonte of gelegenheid bleven, de absolutie gaf.

5. Diengenen, die in de naaste gelegenheid der zonde, of in hunne booze gewoonten welke zij konden en moesten verlaten, bleven* voortleven.

6. Diengenen, die onrechtvaardig goed of eer en goeden naam verplicht waren te herstellen, en in de heilige biecht niet het vast voornemen hadden, de aangedane schade te vergoeden, of dit maar altijd beloofden , doch door eigen schuld nooit deden.

7. Diengenen, die in vijandschap met hunnen naaste geleefd hebben, zonder zich met hem verzoend te hebben, of zich ernstig te willen verzoenen.

Deze waren allen de absolutie onwaardig: en zoo zij ze ontvangen hebben, is zij toch bij God van geener waarde geweest, en diensvolgens is voor deze allen de algemeene biecht noodig.

IVien :s de algemeene biecht zeer nuttig ?

1. Voor velen is zij het begin van een heilig leven ; de ondervinding leert, dat velen, na eene generale biecht, niet meer in hunne oude bijzondere zware zonden terugvielen. Derhalve vermaant de II. Ignatius van Loyola dringend alle diegenen er toe, die zich volkomen tot God willen bekeeren.

2. Voor diegenen, die aan eene verandering van staat denken , of die een gewichtig ambt

ocr page 167

of generale biecht. i 59

overnemen of eene gevaarlijke reis doen willen.

3. Bij een aanstaand doodsgevaar is zij de bestequot; voorbereiding voor eene gelukzalige eeuwigheid, en het zekerste middel tot de gerustheid des gewetens. Vele Heiligen , zooals b. v. de H. Elezarius, de H. Margaretha, deden voor hun laatste oogenblik met de grootste vermorzeling des harten eene generale biecht.

Aanmerking. Voor angstige zielen, welke reeds hare zonden gebiecht hebben , die evenwel uit ongegronde twijfeling des gewetens de generale biecht willen vernieuwen , zoude zij kunnen nadeelig worden 5 zij moeten liever dikwijls oefeningen van berouw verwekken, en hunnen biechtvader blindelings volgen.

Hoe kan men op eene gemakkelijke wijze de generale biecht doen ?

Er zijn menschen, die reeds op het enkel woord van generale biecht met schrik overvallen worden: en de oorzaak hiervan is, dat zij zich zwarigheden voorstellen, die daarbij in liet geheel niet zijn. „Hoe kan ik mij toch , zeggen zij, alle zonden mijns levens herinneren?quot; Al-zoo door den boozen vijand bedrogen, laten zij zich van dit heilzaam werk afhouden. Verschrikt u toch niet, geliefde Christenen, voor de generale biecht, want weldra zult gij, deze met den bijstand des biechtvaders verrichtende, al deze moeielijkheden zien verdwijnen.

1. Zorgt er voor, en bidt God dat gij eenen goeden en verstandigen biechtvader moget vin-

ocr page 168

l6o . VAN DK Al.GEMEENE

tlen, die u ondersteunt en u als met de hand

leidt, en u door vragen alles zal verlichten.

2. Weet, dat gij [Ot eene algemeene biecht niet noodig hebt, u over lichte zonden te onderzoeken.

3. Onderzoekt dan uw geweten maar over de zware zonden of doodzonden. Denkt bijzonder na, tegen welke geboden gij het meest hebt gezondigd.

4. Hebt gij eene zonde gedurende langen tijd bedreven, dat is , eene gewoonte daarvan gehad, en kunt gij niet meer het naaste getal van zulke zonden uwer gewoonte verklaren, zoo roept in uwe gedachten terug, op welken ouderdom gij ongeveer die gewoonte aangenomen hebt, hoe dikwijls gij gewoonlijk op den dag, in de week of in de maand, enz., dezelfde zonden gedaan hebt. Gij moet u ook herinneren of deze gewoonte voortduurde, alsook of en hoelang zij onderbroken werd. En bekent het alzoo aan uwen biechtvader, gelijk gij het voor het zekerste houdt. b. v. Ik heb mij van mijn twintigste tot mijn veertigste jaar aan de onmatigheid in den drank overgegeven, alle maanden ongeveer driemaal. — Of: ik heb tegen de kuisch-heid met een ongehuwde persoon , gedurende vijf jaren, ongeveer iedere week tweemaal gezondigd. Gedurende dien tijd heb ik eene reis gedaan, deze zonden gedurende zes maanden niet bedreven. Ook heb ik gedurende dien tijd zeker dagelijks twee of driemaal aan onkuische begeerten toegegeven. Of : b. v. ik heb van af mijne jeugd, ongeveer van mijn twaalfde jaar, tot nu toe in mijn dertigste jaar, vloeken uit-

ocr page 169

OF GENERALE BIECHT. l6l

uitgesproken, dikwijls vijfmaal, doch altijd zeker tweemaal daags, enz.

5. Datgene, wat gij zeker weet, moet gij als zeker biechten, doch hetgene gij maar twijfelachtig weet, moet gij ook maar als twijfelachtig opgeven.

6. Men begint de beschuldiging het best met de zonde, die het meest beangstigt; b. v. met de zonde tegen de kuischheid, van diefstal, als gij u hieraan schuldig gemaakt hebt, enz.

7. Zij gij reeds eens of meermalen van staat veranderd; b. v. vroeger waart gij in den on-gehuwden, dan in den gehuwden staat, later in den staat van weduwnaar, (weduwe,) zoo onderzoekt u vooreerst, hoe dikwerf gij in den eenen, en dan hoe dikwerf gij in den anderen staat tegen hetzelfde gebod gezondigd hebt.

8. liet is zeer moeielijk, u over alle geboden eerst van eenen staat te beschuldigen, en dan bij den tweeden staat wederom opnieuw te beginnen. Beter is het zoo gij één gebod neemt, en alzoo over dit ééne gebod uw leven volgens uwe verschillende staten en voorvallen, nagaat, vervolgens een ander gebod, enz.

9. Het is niet noodig, dat gij uwe biecht op papier brengt; dit is zelfs niet raadzaam wegens het gevaar, dat iemand dit in handen krijgen en lezen konde.

10. Onthoudt u van alle onnoodige vertelsels, en geeft alle noodige omstandigheden der zonden met eerbare en bescheidene woorden te kennen.

11. Ondervraagt uw biechtvader u over uwe zonden, dan hebt gij niets te doen, dan zijne

11

ocr page 170

102 p.iechtspiegel

vragen behoorlijk te beantwoorden, en datgene er bij te voegen, waarover hij u misschien niet ondervraagd heeft, of wat u nog op liet geweten ligl-

12. Ten laatste moet gij weten, dat God niets meer van u vereischt, dan wat gij kunt volbrengen, en dat gij op eene gemakkelijke wijze eene algemeene biecht zult spreken, zoo gij u op de volgende voorgeschreven manier onderzoekt, en u eenen bekwamen biechtvader kiest.

Biechtspiegel of gewetensonderzoek over de tien geboden Gods.

Eerste gebod. » Ik ben de Heer mo God ; gij zult geene vreemde goden voor mijne oogen hebben, gij zult u geen gesneden beeld Diaken, om dat te aanbidden. quot;

Men moet, om God waardig te aanbidden, in Hem geloovcn, op Hem /tope?/, lïem van gan-scher harte beminnen, en Hem den hoogsten eerbied bewijzen.

i. Aangaande het geloof, ondervraagt u :

Heb ik altijd alles geloofd wat God geopenbaard heeft, en wat de heilige katholieke Kerk, te gelooven, voorstelt ?

Heb ik de geheimen des geloofs niet nieuwsgierig onderzocht, niet willen begrijpen ?

Heb ik mij willens en wetens, vrijwillig tegen het eene of andere artikel des geloofs in twijfel gehouden, of anderen in zulken twijfel gebracht?

Heb ik misschien tegen de bekende christelijke waarheid gestreden ?

Heb ik mij, om mijn geloof of mijne gods-

ocr page 171

OF GEWETENSONDERZOEK. 163

vrucht te oefenen, uit menschelijk opzicht, niet geschaaiïid, en daarom eene schuldige godsdienstplicht nagelaten, als b.v. des Zondags de heilige Mis te hooren, op vastendagen geen vleesch te eten r Heb ik niet bij verscheidene gelegenheden nagelaten het geloof tegen de spotters, ketters en ongeloovigen te verdedigen, waar ik dit toch zoo licht had kunnen verdedigen, en alwaar het mijn plicht was dit te doen ?

Heb ik niet als een ketter en onverschillig gedacht en gesproken, alsof het een en dezelfde zaak ware, van dit of van een ander geloof te zijn, in dit of in dat geloof te blijven ?

Heb ik mijne medechristenen om hunne godsvrucht niet bespot of veracht ?

Heb ik niet de afschaffing van eenig geloofsartikel, als b. v. de oorbiecht, enz., of eene verandering der instelling van de Kerk, als b.v. de vasten-geboden, enz., uit minachting ge-wenscht, dezen wensch in mij gevoed of zelfs uitgesproken ?

Ben ik niet zelfs de schuld mijner onwetendheid in de hoofdgeheimen van mijnen godsdienst, door verzuim en minachting der christelijke onderrichtingen ?

Heb ik, zonder verlof, geene kettersche boeken gelezen, bij mij gehouden of verkocht, anderen geschonken of te lezen gegeven, waarin spotternijen^ verderfelijke en met het katholieke geloof strijdige leeringen bevat waren ?

Heb ik niet, ook soms met gevaar voor mijn geloof de kettersche kerken bezocht, of hunne sermoenen aangehoord ?

Heb ik niet, met gevaar van mijn eigen ge-

ocr page 172

164 BIECHTSPIEGEL

loof, met ketters, ongeloovigen, bespotters van den godsdienst, ongebondenen, bijzonder met zulken, die hardnekkig hunne eigen ingebeelde verschijnselen en verlichtingen gelooven, zonder noodzakelijkheid, maar vrijwillig, naderen omgang gehad, of heb ik zelfs hunne bijeenkomsten bijgewoond ?

Heb ik geen verdachte boekjes met valsche aandacht, (devotie,) valsche aflaten, en zoogenaamde wondergebeden, welke de katholieke Kerk niet goedgekeurd heeft, in bezit, en volhard ik niet hardnekkig in het gebruik daarvan ?

Heb ik de noodwendige menigvuldige verwekking der drie goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde niet willens en wetens achtergelaten, bijzonder in gevaarlijke bekoringen tot zonde en in doodsgevaar ?

2. Aangaande de christelijke hoop, ondervraagt u :

Heb ik in tegenspoed niet aan den bijstand of de voorzienigheid Gods getwijfeld, en gedacht of gezegd : God kan of wil mij niet helpen ?

Heb ik in droefheid niet tegen God gemord, of Hem van onrechtvaardigheid beschuldigd, dat Hij mij veel lijden toeschikte, en gedacht of gezegd : God weet niets van mij ?

Heb ik niet op de genade Gods, tot bekeering mijns levens, of tot vergiffenis mijner zonden, mistrouwd, of zelfs reeds daaraan gewanhoopt?

Of integendeel ; heb ik mij met vermetelheid niet te zeer op de barmhartigheid Gods verlaten, daarop misschien maar voortgezondigd, de boetvaardigheid en verbetering mijns levens steeds op latere tijden verschoven, juist daarom, dewijl God goed is ?

ocr page 173

OF GEWETENSONDERZOEK. 165

Heb ik niet misschien, soms met de gedachte dat ik later mijne zonden maar behoefde te biechten, opzettelijk en vrijer gezondigd, denkende b.v. het is om het even, als ik biecht, of ik vijf- of tienmaal gezondigd heb ; dat gaat in eens door ?

2. Aangaande de liefde Gods, ondervraagt u :

Ben ik wel dikwijls de dankbaarheid jegens God voor zijne tijdelijke en geestelijke weldaden indachtig geweest ?

Heb ik, ten minste des morgens vroeg, altijd eene goede meening gemaakt, om alles ter eere Gods te doen en te lijden ?

Heb ik tegen God geenen openbaren haat en kwaden wil in het hart gedragen, of soms boosheid en toom tegen Hem uiterlijk door werken getoond ?

Heb ik misschien in de boetvaardigheid lang opzettelijk volhard ?

4. Over den plicht der Godsvereerittg, ondervraagt u :

Heb ik het gebed niet dikwijls vrijwillig verzuimd, of nalatig verricht ?

Heb ik geene heiligschennis begaan, b.v. door onwaardige biechten, onwaardige Communiën; of door het ontvangen van een Sacrament in doodzonde, of door diefstal van kerkelijke zaken ?

Heb ik mij in de kerk niet lichtzinnig gedragen door rondkijken, lachen, praten of onzedigheid, door onbetamelijke optooiing, blikken en reden ?

Heb ik niet de beelden, reliquiën, de gebruiken der Kerk, de sermoenen en andere onderrichtingen veracht en uitgelachen ?

ocr page 174

166 biechtspiegel

Heb ik niet de priesters of andere God gewijde personen of heilige plaatsen, op welke wijze het ook zij, onteerd ?

Ben ik niet bijgeloo/ig geweest, dat is, zekere middelen, als : spreuken, teekenen, enz. tot eenig doel gebruikt, waartoe zij van God niet bestemd, en van de heilige Kerk niet goedgekeurd zijn, b. v. tot afkeering van eenig ongeluk of van eenige ziekte ?

Heb ik niet op eene bijgeloovige wijze toekomende of verborgen dingen willen ontdekken, die men door natuurlijke middelen niet kan ontdekken : b. v. door liet omwerpen der kaarten, gestolen of verloren goed of andere dingen te willen wedervinden ?

Heb ik mij niet laten waarzeggen of droomen uitleggen, of dit zelf wel gedaan ?

Gebruikte ik geen bijgeloovige middelen, misschien somtijds zekere bijgeloovige gebeden, om hel toekomde te onderzoelven, ziekten te genezen, ongelukken van mij af te wenden, of om rijk te worden ?

Tweede geisod : Gij zult den naam van den Heer uwen God niet ijdel gebruiken.

Men overtreedt dit gebod door de godslastering^ door het misbruik des eeds en door het breken der beloften.

i. Ondervraagt u over Ag godslastering:

Heb ik niet in gramschap tegen God, tegen zijne volmaaktheden, zijne voorzienigheid, rechtvaardigheid en goedheid, lastertaal gesproken ?

Heb ik niet dikwijls de namen van heilige

ocr page 175

OF GEWETENSONDERZOEK. 167

voorwerpen, b. v. het Sacramentj het kruisbeeld, het kruis, den Hemel en dergelijke , tot vloekwoorden en verwenschingen misbruikt 5 of is mij zulks niet tot gewoonte geworden ?

Heb ik den naam Jezus of der Heiligen niet oneerbiedig gebruikt, b. v. in gramschap of in vermaken ?

Heb ik niet somtijds het heilig kruis of andere heilige zaken op eene bijzondere wijze ont-eerd ?

Heb ik de woorden der heilige Schrift niet tot onbetamelijke scherts misbruikt ?

2. Over den eed.

Heb ik niet onnoodig eenen eed afgelegd, of tot onbeduidende zaken God of mijne ziel en dergelijke tot getuigen genomen, of heb ik de gewoonte van dikwijls te zweren ?

Heb ik geenen valschen eed afgelegd, b. v. tegen de bekende waarheid, of in twijfel ?

Heb ik niet tegen de gerechtigheid gezworen, b. v. iets kwaads te doen, of iets goeds na te laten, iemand eenig ongelijk aan te doen , of mij te wreken of eenen slechten omgang te houden, of aan vreemde zonden deel te nemen ?

Waren mijne eeden misschien niet met verwenschingen tegen mij zeiven of tegen mijnen naaste vergezeld ?

Hebben mijne valsche eeden voor mijnen naaste geen nadeelige gevolgen gehad ?

Heb ik mijnen eed, welken ik om mijn ambt gezworen heb, niet door ontrouw en overtreding verbroken ?

Heb ik ooit eene huwelijksbelofte gedaan, en ze uit lichtzinnigheid zonder eene voor God ge-

ocr page 176

biechtspiegel

gronde reden, uit eigene schuld niet gehouden?

Heb ik niet anderen tot onnuttige of valsche en onrechtvaardige eeden verleid ?

3. Over de beloften:

Heb ik niet lichtzinnig eene belofte gedaan ?

Heb ik mijne beloften niet verbroken, of uit eigen gezag veranderd, of hare uitvoering zonder goede redenen lang verschoven ?

Derde gebod : Gedenkt, dat gij den Sabbath-dag heiligt.

Den God toegewijden dag ontheiligt men door zwaren, verboden arbeid ; men heiligt hem door de heilige Mis, en door andere godvruchtige oefeningen.

1. Onderzoekt u aangaande de ontheiligingen :

Heb ik op Zon- en feestdagen, zonder noodzakelijkheid of wettige toestemming, zwaren arbeid verricht of anderen daartoe aangespoord, en dit misschien zelfs met verzuim der openbare goddelijke diensten en met ergernis van anderen ?

Heb ik de Zon- en feestdagen niet door nacht-loopen, verderfelijke dansen, lang voortdurende spelen, onmatig drinken of zondigen ontheiligd ?

2. Onderzoekt u aangaande de heiliging :

Heb ik uit eigen schuld niet nagelaten de

heilige Mis te hooren , of mij vrijwillig in gevaar gesteld van er geene te hooren, b.v. door te spelen of naar de herbergen te gaan ?

Ben ik uit eigen schuld niet te laat in de heilige Mis gekomen; of ben ik gedurende de heilige Mis niet vrijwillig verstrooid geweest?

i68

ocr page 177

of gewetensonderzoek. 169

Heb ik niet uil nalatigheid of minachting de sermoenen of christelijke onderrichtingen verzuimd, bijzonder indien ik in den godsdienst weinig onderricht was ?

Vierde gebod : Gij zult vader en moeder eeren.

Dit gebod behelst al de plichten jegens de ouders en overheden.

1. Onderzoekt u over de plichten jegens de

ouders.

Heb ik de gehoorzaamheid, die ik mijnen ouders schuldig ben, niet overtreden, en in welke zaken ? b. v. door verboden omgang, slechte gezelschappen, nachtloopen, lezen in schadelijke boeken, enz. ?

Heb ik hen niet met stuursche woorden aangesproken en vertoornd ?

Heb ik hen nooit vervloekt of verwenscht ?

Heb ik mij hunner niet geschaamd of hen veracht ?

Heb ik nooit kwaad van hen gesproken of hen gelasterd ?

Heb ik hen in hunnen nood en armoede hulpeloos gelaten ?

Heb ik de hand niet tegen hen opgeheven, of hen zelfs geslagen ?

Heb ik aan mijne ouders, onder voorwendsel dat zij boos zijn, en dat ik hen in booze zaken niet verplicht ben te volgen, de schuldige achting niet geweigerd, of hen geheel veracht ?

Heb ik hun een ongeluk of wel den dood toegewenscht ?

Heb ik hen nooit boosaardig bedroefd ?

ocr page 178

170 biechtspiegel

Heb ik buiten hun weten geene huwelijksbelofte gedaan ?

Heb ik hunnen laatsten wil getrouw voltrokken ? Heb ik ook voor hen gebeden ?

9. Over de plichten jegens de overheden :

Heb ik mijne oversten, geestelijke en wereldlijke leermeesters^ geëerd en hun gehoorzaamd ?

Heb ik nooit mijne plichten jegens den koning en de overheden verzuimd ?

Heb ik niet aan eenige geheime of verboden vergadering deelgenomen ?

Heb ik hunne wetten en inrichtingen niet afgekeurd ?

Stelde ik mij niet tegen hunne bevelen in ?

Heb ik geen kwaad van hen gesproken, hen veracht of beleedigd ?

Heb ik anderen niet tot ongehoorzaamheid en morren tegen hen verleid ?

Vijfde gebod : Gij zult niet doodslaan.

De zonden tegen dit gebod worden door wer-/ce/ij door woorden of in het hart bedreven.

1. Onderzoekt uwe werken.

Heb ik niemand met voordacht zelf of door anderen gedood ?

Heb ik niemands of mijn leven verkort of de gezondheid beschadigd met vechten, slaan, verwonden, of door nadeelige spijzen en dranken, door aanhitsen tot groote gramschap, verbitteringen, langdurige kwellingen, enz. ?

Heb ik niets gedaan om de zwangerschap te verhinderen, of om de vrucht des lichaams te beschadigen ?

ocr page 179

OF GEWETENSONDERZOEK. I 7 I

Heb ik mijzelven het leven niet willen benemen of verkorten ?

Heb ik nooit eenen moordenaar of roover in zijne misdaden geholpen ?

Heb ik door onmatig eten of drinken, of door onkuischheid mijn leven niet verkort ?

Heb ik mijzelven of anderen niet te zwaren arbeid opgelegd, en mijne gezondheid of die mijns naasten daardoor beschadigd ?

2. Onderzoekt uw hart:

Heb ik mij of anderen niet den tijdelijken of eeuwigen dood, of eenig ander groot ongeluk toegewenscht ?

Heb ik geene vijandschap tegen mijnen naaste gehad, en hoe lang ?

Heb ik geweigerd iemand te groeten ?

Heb ik niemand van wien ik eenen afkeer had, vermeden ? Heb ik niet gewenscht iemand, tegen wien ik vergramd was, niet meer te zien?

Heb ik niet eenen grooten toom tegen mijnen naaste gehad ? Heb ik niet gezocht, hem te be-nadeelen of mij op hem te wreken ?

Heb ik mij niet over het ongeluk mijns naasten verheugd, of over zijn welzijn bedroefd ?

Ben ik niet voornemens geweest, iemand eenig onrecht aan te doen, hem te mishandelen of te dooden, zoo ik daartoe de gelegenheid gevonden had ?

Wilde ik mijnen vijanden oprecht vergeven hen beminnen, hun goed doen ?

Heb ik getracht mij met mijne vijanden te verzoenen ?

Heb ik niet eenen grooten haat tegen mijnen rechter, of mijne tegenpartij, of mijnen aankla-

ocr page 180

i72 biechtspiegel

ger in het hart gedragen, of gemeend recht daartoe te hebben ?

3. Onderzoekt uwe woorden ;

Heb ik niemand gescholden, vervloekt of bespot ?

Heb ik niemand met grove scheldwoorden gedreigd ?

Heb ik niemand tot wraak en beleediging aangehitst ?

Bij het vijfde gebod, onderzoekt u ook wegens de ergernissen en het deelnemen aan vreemde zonden ;

Heb ik niet door mijne woorden of werken anderen, bijzonder onschuldigen, ergernis gegeven, of hen tot zonden verleid ? en hoe vele personen ?

Ben ik niet schuldig aan vreemde zonden, door de zonde aan te raden, ze te bevelen, daarin toe te stemmen, daartoe op te hitsen, die te prijzen, die te verzwijgen, die niet te bestraffen, daaraan deel te nemen of die te verdedigen, en bij hoeveel personen ?

Zesde en negende gebod : Gij zult geen overspel doen. — Gij zult uws naasten huisvrouw niet begeeren.

Weet, dat tegen dit gebod iedere vrijwillige gedachte, en iedere vrijwillige begeerte reeds eene doodzonde is ; en dat gij niet alleen verplicht zijt te biechten, wat gij werkelijk gedaan hebt, maar ook wat gij inderdaad hebt willen doen, als gij de gelegenheid daartoe gehad hadt ?

Onderzoekt u als vogt:

Heb ik mij niet met behagen in onzuivere

ocr page 181

OF GEWETENSONDERZOEK. I 73

gedachten vrijwillig opgehouden, of daarin inderdaad toegestemd, even als in onzuivere begeerten en gevoelens ?

Heb ik mij niet mijne vroegere zonden tegen dit gebod, of onzuivere droomen met welbehagen vrijwillig voorgesteld ?

Heb ik mij niet vrijwillig in het naaste gevaar begeven, om tot ongeoorloofde begeerten bekoord te worden, als b. v. door onbetamelijke dansen, schouwspelen, het aanschouwen van onzedige beelden en schilderijen of door onmatigheid in het eten en drinken 5 door het lezen van romans en tooneelstukken ; door nachtloo-pen, bezoeken van zekere gezelschappen, door dikwijls alleen te spreken met personen van het andere geslacht ?

Heb ik geene onkuische gesprekken gevoerd, daarmede gelachen, ze met behagen van anderen gehoord, of wel aan mijne onderdanen toegelaten ; en in wiens tegenwoordigheid ?

Heb ik geene onkuische liederen gezongen, uitgeschreven, anderen geleerd, of met welbehagen aangehoord, en in wiens tegenwoordigheid 5 heb ik misschien niet op mijne onkuische handelingen geroemd ?

Heb ik niet met onzuivere inzichten brieven geschreven, ontvangen of aan anderen gegeven ?

Heb ik geen wulpsche boeken gelezen, te lezen gegeven, toegelaten of wel aangeraden, als b. v. de meeste romans en zoo vele tooneelstukken zijn ?

Heb ik niet door losbandige manieren of handelingen, door onbetamelijke optöoiing tot onkuischheid aangelokt, of opzettelijk willen

ocr page 182

174 BIECHTSPIEGEL

aanlokken; is dit misschien zelfs niet in de

kerk geschied ?

Heb ik niet met onbezonnen oogen mijzelven of andere personen, beelden, schilderijen, dieren of andere voorwerpen, oneerbaar beschouwd, welke mij tot onzuivere begeerten konden aanlokken ?

Gaf of veroorloofde ik geene liefkozingen met onzuivere gevoelens ?

Nam ik hierdoor met mijzelven of met anderen geene ongeoorloofde vrijheden r Heb ik niet anderen tot dit kwaad verleid ?

Hob ik geene ongeoorloofde kennis en sedert hoe lang ?

Ben ik 's nachts niet bij personen van het andere geslacht geweest. — Heb ik aldaar niets tegen de kuischheid gedaan. — Waren de personen, met welke ik mij iets oneerbaars veroorloofde, nog onschuldig, en heb ik hen niet daartoe verleid, b. v. door liefkozen of geschenken, of heb ik hen misschien zelfs niet met geweld daartoe gedwongen ? — Waren het ongehuwden of gehuwden ? — Of bloedverwanten ?

Waren het misschien wel geene God toegewijde of door gelofte tot kuischheid verbonden personen ?

Is de zonde van onkuischheid niet op eene heilige plaats geschied ?

Was de zonde niet met bijzondere omstandigheden vergezeld, welke hare afschuwelijkheid nog vermeerderen en het kwaad vergrooten ? — Deed ik niets, wat ik mij bijzonder schamen moet te zeggen ? Waren soms onredelijke dieren niet het voorwerp van mijne drift ?

ocr page 183

of gewetensonderzoek. 175

Welke kwade gevolgen hebben deze zonden gehad ? ■

Heb ik de schade, die daardoor ontstaan is, ook vergoed ?

In het algemeen , al wat gij met ieder uwer vijf zinnen, met n ze/ven, of met andere pt') spil en van hetzelfde of het andere geslacht tegen de kuischheid misdaan hebt, wat gij zelf gedaan of ook maar toegelaten hebt, dit alles moet gij biechten.

Zevende en tiende gebod ; Gij zult niet stelen. — Gij zult mvs naasten huis, land, knecht, dienstmeid, zijn os of ezel, of iets wat hem toebehoort, niet begieren.

I. Onderzoekt u, of gij niets op onrechtvaardige 'wijze genomen hebt.

Heb ik niemands goed, graan, huismeubelen, kleederen, enz., genomen; heimelijk of met geweld ?

Heb ik niets, dat God toegeheiligd is, of iets van eene heilige plaats genomen; hetgeen eene heiligschennis is ?

Heb ik niet door kleine , dikwerf herhaalde dieverijen een merkwaardige som gestolen ?

1 leb ik geen onreebtvaardigen interest op mijn geld genomen en woeker daarmede gedreven ?

Heb ik in het koopen en verkoopen niet bedrogen ?

Heb ik niet in gewicht, of maat bedrogen, onder voorwendsel dat anderen bet ook zoo doen ?

Heb ik niet, onder voorwendsel van mij schadeloos te stellen, iets vervreemd ?

Heb ik nooit iets geleend of gekocht, wel

ocr page 184

176 BIECHTSPIEGEL

wetende dat ik nooit in staat zou zijn, dit terug

te geven of te betalen ?

2. Onderzoekt u, of gij niets op onrechtvaardige wijze behouden hebt ?

Heb ik gevonden geld of gevonden zaken den eigenaar teruggegeven ?

Heb ik mij de behoorlijke moeite gedaan om hem te vinden ?

Heb ik ontvreemde zaken of geld den eigenaar wedergegeven ?

Heb ik geld of zaken van personen aangenomen en bewaard, welke er de ware eigenaars niet van waren, b. v. van kinderen, dienstboden ?

Heb ik geleende zaken of geld op bepaalden tijd wedergegeven ?

Heb ik geene gestolen zaken gekocht, of aangenomen, of bij mij bewaard ?

Heb ik niet zonder nood aalmoezen begeerd ?

Heb ik iemand die in grooten nood was, niet nagelaten te helpen ?

Heb ik naar mijn vermogen aalmoezen gegeven ?

Heb ik niemand zonder recht zijn verdiend loon teruggehouden ?

Ben ik niet door slempen, weelderig te leven, of door andere vrijwillige fouten, oorzaak geworden dat ik mijne schulden niet meer kon betalen ?

Heb ik niet de rechtvaardige belastingen of andere rechtvaardige schulden voor mij behouden of niet betaald, of het verschuldigde in slechter maat of van slechter soort afgeleverd ?

3. Onderzoekt u, of gij niemand eenige schade veroorzaakt hebt :

ocr page 185

OF GEWETENSONDERZOEK. I 77

Heb ik hetgeen mij toevertrouwd was, niet slecht verzorgd ?

Heb ik mij niet voor een slecht verrichte zaak goed laten betalen — of voor mijnen dienst en arbeid geld aangenomen en hem slecht en ongetrouw verricht ?

Heb ik geene korenvelden en weiden door het vee of anderszins bedorven ?

Heb ik geene jonge, schoone boomen of heesters in een vreemd woud, hof of veld bedorven of gestolen ?

Heb ik niet willens en wetens eene slechte zaak voor eene goede verkocht ?

Heb ik ook den kooper de verborgen feil der zaak bekend gemaakt ?

Heb ik geen valsch geld of valsche wisselbrieven uitgegeven ?

Heb ik nooit een onrechtvaardig proces begonnen, voort- en doorgezet, of daartoe iemand aangeraden ?

Heb ik nooit de rechters beloond, om eenig (bijzonder onrechtvaardig) proces te winnen r

Heb ik de schade, welke de andere partij daardoor geleden heeft, hersteld ?

Heb ik nooit eenen arme of iemand, die in groote verlegenheid was, in het koopen of ver-koopen onderdrukt, onder welke voorwaarde dit ook geschiedde ?

Heb ik niet ten voordeele der onwettige kinderen het rechtvaardig aandeel der wettigen verkleind ?

Heb ik mijn huisgezin door het spel, door onbehoorlijke onkosten van kleederen en inrichtingen, of door al te goed onderhoud benadeeld :

ocr page 186

1^8 BIECHTSPIEGEL

Heb ik niet in mijne ambtsbetrekkingen, door keuze der muntspeciën of van andere openbare gelden iemand onrecht aangedaan ?

Heb ik bij de verdeeling van gemeenschappelijke erfgoederen, met zijne zusters, bloedverwanten, enz., overeengestemd ?

Heb ik bij mijn weten geen onrechtvaardig goed geërfd; en heb ik den eigenaar vergoed ?

Heb ik een rechtvaardig testament niet onderdrukt of gevolgd ?

Heb ik niemand door strafbare onwetendheid mijner plichten of door veronachtzaming daarvan benadeeld ?

Heb ik den naaste tot zijne schade gewaarschuwd of hem er voor behoed, als ik dit toch konde en moest doen ?

Heb ik niemand onbillijkerwijze zijn ambt of zijnen dienst doen verliezen ?

Of heb ik eenen onwaardige of onbekwame tot schade van anderen aan een ambt of eenen dienst geholpen ?

4. Onderzoekt u of gij geen deel aan eene onrechtvaardigheid van anderen genomen hebt ?

Heb ik niets onrechtvaardigs bevolen, geraden of goedgekeurd ?

Heb ik niet eene onrechtvaardigheid helpen bedrijven ?

Heb ik het onrecht, dat een ander aangedaan was, hem ook ontdekt of onderzocht, en hem een getrouw bericht daarvan gegeven, wanneer ik dit verplicht was te doen ?

5. Onderzoekt u, of gij in gedachten of begeerten tegen dit gebod niet gezondigd hebt.

ocr page 187

of gewetensonderzoek. i 79

Hel) ik niet gewenscht van iemand iels te kunnen stelen ?

Heb ik nooit iemand willen bedriegen, of hem niet willen betalen ?

Heb ik nooit iemand willen bepraten, dat hij mij zijn goed, tot nadeel zijner wettige erfgenamen, zoude vermaken ?

Heb ik niet vele kleine dieverijen begaan, met inzicht van veel te nemen ?

Opmerkingen.

1. Vergeet niet, te goeder trouw na te denken, of gij het gepleegde onrecht weder vergoed hebt.

Deze zonde wordt niet vergeven als men het onrechtvaardig goed niet wil wedergeven.

Hebt gij dit niet meer, zoo herstel de schade op eene andere wijze.

Hebt gij niet genoeg om alles te herstellen, zoo herstel toch zooveel gij kunt.

Kunt gij dit in het geheel niet, zoo moet gij toch altijd den ernstigen wil hebben om dit te doen, zoodra gij hiertoe in staat zult zijn,

2. Men kan zich op duizend verschillende wijzen aan onrechtvaardigheid schuldig maken, die men hier allen niet kan vermelden. Daarom volgt deze schoone zedeles :

s Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook aan anderen niet. quot;

Hebt gij dezen regel overtreden, zoo weet, dat gij tegen de rechtvaardigheid gezondigd hebt.

Achtste gebod. Gij zult tegen niven naaste geene valsehe getuigenis geven.

1. Onderzoekt u over de valsehe getuigenis :

ocr page 188

l8o BIECHTSPIEGEL

Heb ik niet voor geestelijke of wereldlijke overheid eene valsche getuigenis gegeven ?

I fel) ik geene valsche getuigenis bijgebracht ?

Heb ik geene valsche bewijsstukken overgelegd, of brieven en schriften vervalscht?

Heb ik geen ware bewijsstukken tot schade van een ander verborgen ?

Heb ik niet geweigerd openbaar getuigenis der waarheid te geven, als ik hiertoe verplicht was ?

2. Onderzoekt u over de leugens ;

Heb ik niet gelogen, zeggende, dat ik in nood was, en daarvoor geld verzameld ?

Heb ik de slechte gewoonte niet van onder het schertsen te liegen ?

Of heb ik misschien zelfs in de biecht niet gelogen ?

Heb ik door leugens niemand benadeeld of willen benadeelen ?

Heb ik geene lasteringen tegen andere personen gesproken of verdedigd, bijzonder tegen geestelijke of wereldlijke gemeenten of oversten ?

Heb ik niemands eer openbaar geschonden, en van hoeveel personen ?

Heb ik niet gezondigd door schijnheiligheid en geveinsdheid ?

Heb ik niemand uit valschheid gevleid?

Heb ik mij niet aan oorblazerij schuldig gemaakt — b. v. heimelijk, zonder het minste recht gezegd, wat een mensch tegen eenen anderen gezegd of gedaan heeft, — en daardoor misschien groote tweedracht veroorzaakt ?

Heb ik de geheimen, die mij toevertrouwd waren, niet ontdekt, of zonder recht brieven

ocr page 189

OF GEWETENSONDERZOEK. l8l

ontvangeDj geopend, gelezen ; of heb ik somtijds geene getuigenissen of brieven vervalscht r

3. Onderzoekt u over het eerrooven :

Heb ik geene smaadschriften gemaakt, bijzonder tegen wereldlijke of geestelijke gemeenten of overheden ?

Heb ik geene eerroovende liedjes gezongen ?

Hel) ik geene smaadbrieven geschreven?

Heb ik anderen door de openbaring hunner fouten en misslagen in hunne eer niet gekwetst?

Heb ik niet de fouten of zonden des naasten bekend gemaakt, indien zij ook waar waren; en voor hoeveel personen geschiedde dit ?

Waren het groote of maar onbeduidende fouten, waren zij aan anderen reeds bekend of nog onbekend?

Welke nadeelige gevolgen hadden deze eer-rooverijen. Heb ik deze gevolgen vooruit gezien ?

Heb ik niemands eer beschimpt ?

Heli ik dengene, dien ik beschimpt had, reeds om vergiffenis gebeden ?

Heb ik des naasten gekwetste eer getracht te herstellen ?

Heb ik op eene beschimpende wijze, uit verachting, nijd of lichtzinnigheid met anderen geschertst of gespot, of hun anderszins schandelijke en hatelijke namen gegeven ?

Heb ik niet zonder recht vreemde en geheime schriften onderzocht ?

4. Onderzoekt u over het vermetel oordeclen, en den valse hen argwaan of fovaad vermoeden:

Heb ik geen ongegronde verdenking tegen iemand opgevat ?

ocr page 190

lS2 IUECHTSPIEGEI,

Heb ik mijn kwaad vermoeden niet noode-loos aan anderen verklaard ?

Heb ik mijnen naaste niet door zulk kwaad vermoeden bedroefd, ol hem op eenige wijze benadeeld ?

Heb ik over niemand kwalijk geoordeeld, zijn doen en laten vermetel als kwaad uitgelegd, bijzonder aangaande geestelijke of wereldlijke gemeenten en oversten ?

lleb ik niet met vermaak onbillijke en voor den naaste schendbare reden aangehoord ?

Heb ik tot zulke reden geen aanleiding gegeven, of er nog iets bijgevoegd ?

Heb ik de gebreken mijns naasten niet zonder noodzakelijkheid onderzocht en ze gaarne ontdekt?

Heb ik zulke reden, die de eer des naasten kwetsen, belet, als ik dit konde ?

I leb ik de schade, die door mijn valsch oordeel of kwaad vermoeden ontstaan was, vergoed ?

DE GEIiODEN DER HEILIGE KERK.

1. Gij zult lt;lc geboden heiligdagen vieren.

2. Gij zult de heilige Mis op Zon- en feestdagen met behoorlijke godsvrucht hooren.

De aard en wijze om zich over deze twee geboden te onderzoeken, vindt men bij het derde gebod van God.

3. Gij zult de geboden vastendagen onderhouden, als : de quatertemperdagen, de veertigdaag-sche Vasten; ook zult gij op Vrijdagen en Zaterdagen 11 van vleeschspijzen onthouden.

ocr page 191

ok gewetensonderzoek. i s3

Verklaring. Door vasten verstaat de Kerk, volgens het hedendaags gebruik, de onthouding van alle verboden spijzen, en maar eens daags zijnen nooddruft nemen doch 's avonds is eene kleine maaltijd of collatie geoorloofd. De gewone Vrijdagen en (indien er geen bisschoppelijke dispensatie plaats heeft) ook de Zaterdagen, verbinden slechts tot 07it/i0tidirig van vleeschspijzen, doch niet tot vasten. —

Jonge personen beneden de 21 jaren, en die door ouderdom verzwakt zijn, zoo ook zwangere vrouwen, zuigmoeders, zieken en die zwaren arbeid doen, zijn daarvan uitgezonderd • maar zij zijn tot de onthouding van vleesch verplicht, als zij daarvan niet wettig ontslagen zijn. Doch zoo de oorzaken der dispensatie maar gewaand en valsch zijn, zoo geldt zulk een ontslag niet. De ontslagenen mogen naar de bul van Bene-dictus XIV, 's avonds geen vleesch eten, uitgenomen in geval van ziekte, en nimmer vleesch en visch te zamen.

Onderzoekt u dan, of gij dit gebod nauwkeurig hebt gevolgd of niet; of gij misschien uwe onderdanen tot overtreding van de vasten verleid, ja aangehouden hebt 5 of gij de ingerichte vastendagen bespot of voor anderen afgekeurd hebt, enz.

Verder weet, dat iedere beduidende overtreding van dit gebod, zonder genoegzame reden, eene zware zonde is.

ocr page 192

BIECHTSPIEGEL

4. Gij zult /en minste eenviaal 's jaars aan den Priester biechten.

Onderzoekt u :

Heb ik ieder jaar ten minste éénmaal gebiecht r

Heb ik niet op eene heiligscliendende wijze gebiecht r

(Wie eene zware zonde opzettelijk slecht biecht, of uit eene strafbare nalatigheid verzwijgt, of geen berouw heeft, of niet geabsolveerd wordt, — die voldoet aan dit gebod niet.)

jquot;. En omtrent Pa se hen nuttigen het Lichaam der He eren.

Heb ik gedurende den Paaschtijd, die door den bisschop bepaald was, de heilige Communie ontvangen ?

Hel) ik ze niet op eene heiligscliendende wijze ontvangen, en daardoor aan het vierde gebod der heilige Kerk niet voldaan ?

Zoo iemand gedurende den Paaschtijd niet konde communiceeren, is hij verplicht dit daarna te doen. De zieken moeten gedurende dien tijd thuis communiceeren.

(Elke overtreding van dit- gebod, zonder gewichtige redenen, is eene zware zonde.)

OVER DE ZEVEN HOOFDZONDEN.

1. Aangaande de hoovaardigheid onderzoekt u:

Ben ik op mijne lichaamsgestalte, mijn verstand of mijnen opschik niet trotsch geweest ?

Was ik niet trotsch op mijne ingebeelde schoonheid, rijkdommen, ambt, kleederen, enz.?

184

ocr page 193

OF GEWETENSONDERZOEK. IS5

Heb ik mij niet voor beter, godvrnchtiger, ileugcïzamer clan anderen gehouden ?

Heb ik misschien niet enkel den lof en de eer bij de menschen gezocht ?

Heb ik iu mijnen ingebeelden voorrang zelfs anderen niet veracht ?

Heb ik mij over anderen om hunnen nederi-gen stand niet geschaamd ?

Was ik tegen verdiende opmerkingen en billijke vermaningen niet wederspannig en ongeduldig ?

Of heb ik tegen heilzame vermaningen misschien geen versteend hart gehad ?

2. Over de gierigheid onderzoekt n :

Jiemin ik niet met drift de rijkdommen?

Heb ik over hun verlies geene onmatige

droefheid gehad ?

Heb ik mij van geene leugen, of zelfs van geenen onrechtvaardigen eed bediend r heb ik de Zon- en beiligdagen niet ontheiligd, de goddelijke diensten veronachtzaamd, om iets te winnen, of om iets niet te verliezen ?

Was ik niet ongevoelig jegens de armen ?

Heb ik niet nagelaten hen naar mijn vermogen te ondersteunen ?

Of integendeel, was ik niet verkwistend ?

Heb ik niet op eene onnutige wijze in opschik, slempen, door al te groote zwier of door het spel veel geld verkwist ?

Heb ik mij of mijn huisgezin daardoor geene groote schade veroorzaakt ?

Heb ik geene hasard-, lot- of geluksspelen te driftig bemind ?

3. Over de zonde vnn onknischheicl is reeds bij het zesde gebod een onderzoek gedaan.

ocr page 194

mKCflTSIMKGKL

4. Over den nijd, onderzoekt u :

Hel) ik niemand eenen heimelijken nijd toegedragen, omdat alles hem beter gelukt, omdat hij rijker is, meer verstand en geschiktheid bezit, of misschien wel, omdat hij deugdzamer is dan ik ?

Heb ik mij soms niet verheugd, als iemand eenig ongeluk of eenige schade overkwam ?

Heb ik mijnen naaste de goddelijke genade niet misgund en hem daarom benijd ?

Ben ik niet bedroefd geweest als een ander tot geluk of tot eer gekomen is ?

Heb ik soms niemand uit nijd eenig ongeluk gewenscht ?

Heb ik niemand uit nijd schade berokkend of hem vernederd ?

5. Over de gulzigheid, onderzoekt u :

Heb ik niet te kostelijke en te lekkere spijzen gezocht ?

lgt;en ik in het eten en drinken niet onmatig geweest ?

Heb ik niet, gedurende de goddelijke diensten, of bij nachttijd onnoodig de herbergen bezocht ?

Heb ik aldaar geen geld, tot nadeel mijns gezins, verkwist ?

Heb ik door mijne onmatigheid in het drinken geene ergernis gegeven ?

Heb ik nooit andereu tot onmatig drinken verleid ?

Heb ik mij door dronkenschap soms niet in gevaar gesteld om nog andere zware zonden te begaan 5 of in dronkenschap gezondigd, — en hoe ?

6. Over de gramschap, onderzoekt u :

Heb ik in mijne gramschap soms tegen God

ocr page 195

OF GEWETENSONDERZOEK. 187

of tegen mijnen naaste geen scheldwoorden uitgebraakt ?

Welk kwaad heb ik in mijne gramschap mijnen naaste gewenscht ?

Heb ik hem misschien in mijnen toorn niet mishandeld ?

I (eb ik niemand in mijnen toorn gelasterd ?

Heb ik mij in mijne gramschap op niemand willen wreken ?

Ileb ik geen afgunst tegen mijnen naaste in liet hart gedragen en hoe lang ?

Heb ik door mijne gramschap geene groote ergernis gegeven ?

Heb ik uit toorn niet geweigerd mij met mijnen naaste te verzoenen ?

7. Over de traagheid, onderzoekt u :

Ileb ik niet uit nalatigheid het gebed, het lezen van geestelijke boekeu, het woord Clods, de heilige Mis, de Biecht en de Communie achtergelaten ?

Heb ik den arbeid, dien ik verplicht was te doen, niet nalatig gedaan of veronachtzaamd ?

Heb ik niet te veel tijds aan het spel verkwist ?

Heb ik mij niet aan lediggang overgegeven?

Heb ik door traagheid mijn huisgezin niet benadeeld ?

OVER DE PLICHTEN VAN UWEN STAAT.

1. Zijt gij een overste, zoo ondervraag u :

Heb ik ook voor de tijdelijke behoeften mijner onderdanen gezorgd ?

ocr page 196

I SS P.TECHTSriEGEL

Heb ik lien soms uit boosheid of nalatigheid niet benadeeld r

Heb ik voor de zaligheid hunner ziel gezorgd r

Heb ik ook over hunne zeden en hun gedrag gewaakt ?

Heb ik onder hen de gelegenheid tot ongeregeldheden, ongebondenheid en verleidingen ook zoeken te beletten ?

Heb ik ook hunne fouten gestraft en hunne deugden beloond ?

Was ik in de oefeningen mijns ambts ook rechtvaardig, — was ik niet te hard ?

I Feb ik mij de armen en onschuldigen ook aangetrokken ?

Heb ik soms de armen, weduwen en weezen niet onderdrukt ?

Heb ik de boozen misschien niet verdedigd ?

2. Zijt gij een oiidcrdacm, zoo ondervraag u :

Jgt;en ik mijnen oversten gehoorzaam geweest ?

Heb ik mij tot geen slechten dienst laten gebruiken ?

Heb ik aan mijne overheid de verschuldigde eer bewezen ?

Heb ik niet tegen hen gemord, hen valsch beoordeeld, vernederd en zelfs anderen tegen hen opgehitst ?

Heb ik hun de schuldige renten of andere rechtvaardige schulden betaald ?

4. Zijt gij vader of moeder, zoo ondervraag 11:

1 leb ik voor het leven en de gezondheid mijner kinderen de noodwendige zorg gedragen ?

Heb ik hen niet reeds vóór hunne geboorte aan het gevaar van eenig ongeluk blootgesteld ?

Heb ik hen niet, vóór zij een jaar of nadat

ocr page 197

OK GEWETENSONDERZOEK. 1S9

zij reeds hun zesde jaar bereikt hadden bij mij op het bed genomen; met gevaar van ze te versmachten of hun ergernis te geven ?

Heb ik mijne volwassen kinderen niet onvoorzichtig in een bed te zamen laten liggen, — en misschien soms wel bloot, zonder eenig deksel ?

Hel) ik voor hun onderhoud, voedsel, kleeding, opvoeding en toekomenden staat zorg gedragen ? —

Heb ik hen een handwerk, kunst of wetenschap laten leeren, waarmede zij later den ko.st kunnen verdienen ?

Heli ik den eenen aan den anderen niet onrechtvaardig voorgesteld ?

Heb ik hen niet tot een staat gedwongen, lot welken zij zich niet geroepen voelden ?

Heb ik hen hunne roeping niet onrechtvaardig belet ?

1 leb ik ook voor hunne ziel door eene christelijke opvoeding gezorgd ?

1 leb ik niet verzuimd hun het heilig Doopsel . en de overige heilige Sacramenten op behoorlijken tijd te laten ontvangen ?

Heb ik hen nauwkeurig naar de school tn de kerk gezonden ?

Heb ik hen ook tot de godsvrucht en tot liet veelvuldig gebruik der heilige-Sacramenten aangespoord, en ben ik hun hierin met een goed voorbeeld voox-gegaan ?

Heb ik hen ook gestraft als zij het verdiend hadden ?

Heb ik hun door scheldwoorden , achterklap of door onbetamelijke woorden geene ergernis gegeven ?

ocr page 198

19° BIECHTSPIEGEL

Heb ik lien nooit den ganschen dag, zonder het minste opzicht laten rondloopen ?

Heb ik hun geene slechte gezelschappen, verderfelijke spelen, nachtloopen en verdachte ken nissen toegelaten ?

Heb ik hen niet in feilen toorn gruwelijk geslagen ?

Ben ik bedacht geweest hun eenig vermogen te verwerven ?

4. De plichten der kinderen jegens hunne ouders zijn reeds in het vierde gebod behandeld.

5* Zijt gij een huisheer, of eene huisvrouw, zoo onderzoek u :

Ben ik bezorgd geweest om godvruchtige dienstboden te hebben ?

Heb ik voor de zaligheid hunner zielen gezorgd ?

Heb ik hen opgewekt om dagelijks te bidden; tot het bijwonen der geboden goddelijke diensten, tot het aanhooren van het woord Gods, het dikwijls naderen tot de heilige Sacramenten ? Heb ik hun nooit iets kwaads bevolen te doen, of ten minste toegelaten ?

Heb ik hen niet met arbeid overladen ?

Heb ik hun op Zon- of heiligdagen geen slafelijken arbeid opgelegd ?

Heb ik hen niet te trotsch en te hard behandeld ?

Heb ik hun geene gevaarlijke bijeenkomsten, nachtloopen, verdachte kennissen en uitspanningen toegestaan; of hen niet bewaakt ; of misschien mijn huis des nachts niet gesloten ?

Heb ik hun ook alijd het noodige voedsel verschaft ?

ocr page 199

OF GEWETENSONDERZOEK. I9I

Heb ik lien in hunne ziekte met liefde behandeld ?

Heb ik hun niet zonder rechtvaardige oorzaak vóór den bepaalden tijd hunnen dienst opgezegd ?

Heb ik hen niettegenstaande hunnen onbeta-melijken wandel toch in dienst gehouden ?

Heb ik hun (zoo ook de daglooners) het verdiende loon, geheel en naar hunne behoefte ook terstond betaald ?

Heb ik soms in mijn huis geene slechte lieden en samenkomsten toegelaten ?

6. Zijt gij een dienstbode, zoo onderzoek u :

Heb ik mijnen bazen en meesters het verschuldigde ontzag betoond ?

Heb ik nooit kwaad van hen gesproken ?

Heb ik aan anderen hunne feilen niet geopenbaard ?

Heb ik soms op eene kwaadaardige wijze in huis geene tweedracht veroorzaakt ?

Heb ik getrouw en vlijtig voor hen gearbeid ?

Heb ik mij door hen tot geen zondigen dienst laten gebruiken, wetende, dat men God eerder moet gehoorzamen dan den menschen ?

Is hun door mijne schuld geene schade toegebracht ?

Heb ik van hen iets genomen of weggegeven, onder voorwendsel, van mij voor mijn te gering loon schadeloos te stellen ?

Heb ik bij het inkoopen niet dikwijls iets achtergehouden ?

Heb ik nooit mijne mededienstboden uit het huis doen jagen ?

ocr page 200

UIKCHTSl'IEGEL

Heb ik nooit de diefstallen of liet slecht gedrag mijner mededienstboden verzwegen ?

Of heb ik zelf niet medegedaan of er deel aan genomen ?

7. Zijt gij getrouwd ondervraag u dan :

Ben ik niet met inzichten, die eenen Christen

onwaardig zijn, in den huwelijken staat getreden ?

Heb ik mijn hart en mijne liefde niet tot anderen gewend ?

Heb ik soms den echt niet gebroken ?

Heb ik niet door verdachte gezelschappen oorzaak tot jaloerschheid gegeven ?

Gaf ik mijnen kinderen of naastbestaanden geene ergernis ? Was ik niet oneenig met mijne echtgenoote ? Verliet of wilde ik zonder rechtvaardige reden mijne echtgenoote niet verlaten ?

Heb ik den heiligen huwelijken staat niet misbruikt ?

Heb ik de heilige eerbaarheid in het huwelijk niet gekwetst ?

Heb ik mijnen kinderen hierin geene ergernis gegeven, of gedroeg ik mij niet zoodanig, dat er lichtelijk ergenis voor mijne kinderen uit had kunnen onstaan?

8. Zijt gij een echtgenoot} zoo ondervraag u bijzonder :

Heb ik mijne echtgenoote niet ruw en hard behandeld ?

Heb ik haar ook bijzonder in acht genomen, als zij met eene vrucht gezegend was ?

Heb ik haar niet verleid om God te beleedigen ?

Heb ik haar geene onnuttige en kwellende opwerpingen gedaan?

192

ocr page 201

OF GEWETENSONDERZOEK. I 93

Heb ik de goederen, die zij in het huis gebracht heeft, niet verkwist ?

Heb ik misschien op haren eigendom, zonder hare toestemming, geene schulden gemaakt ?

9. Zijt gij eene huisvrouw, zoo denk bijzonder na :

Heb ik niet buiten weten van mijn man het geld onnuttig verkwist, of van mijn goed aan vrienden, bloedverwanten, of aan kinderen van een eerste huwelijk, zonder genoegzame reden, uitgegeven ?

Was ik jegens mijnen echtgenoot ook toegevend, en in alle rechtvaardige voorstellen ook gehoorzaam ?

Heb ik hem niet verleid, om God te beleedigen ?

10. Zijt gij een koopman, onderzoek u dan:

Heb ik niemand in maat en gewicht bedro-

gen ?

Heb ik de waren niet boven den gewonen prijs verkocht ?

Heb ik geene valsche voor echte waren tot nadeel des naasten verkocht ?

Heb ik daarbij de zaligheid mijner ziel niet verwaarloosd ?

11. Zijt gij een handwerker, zoo onderzoek u :

Heb ik niet zonder buitengewone reden, enkel maar uit eigenbaat en winzucht, op Zon- en heiligdagen gewerkt ?

Heb ik nooit iets vreemds van den arbeid achtergehouden ?

Heb ik niet door booze listen anderen hunne klanten ontnomen ?

Heb ik het gemaakte verdrag van den arbeid door bedrog en arglistigheid niet gebroken ?

13

ocr page 202

194 BIECHÏSPIEOEI, OF OEWETENSONDERZOF.K.

Meb ik mij niet te duur laten betalen ?

Heb ik niets vervaardigd , waarvan ik wist. dat men een kwaad gebruik zou maken ?

12. Hebt gij eene herberg of eene uitspanning, zoo ondervraag u :

Heb ik de dranken niet vervalscht ?

Heb ik de gasten niet boven hunne schuld laten betalen ?

Heb ik geene dronkaards zoo lang ingeschonken, totdat zij dronken waren ?

Heb ik zulken lieden niet ingeschonken, van welke ik wist, dat zij door hunne verteringen hun huisgezin te gronde hielpen ?

Heb ik geene lotspelen toegestaan?

Heb ik niet jonge lieden, die nog onder de tucht hunner ouders staan, het drinken en spelen toegestaan 5

Heb ik in mijn huis geene oneerbare personen opgehouden ?

Was mijn huis geene plaats van schandelijke verleiding ?

Heb ik bij godslasteringen, vloeken, schimpen, onkuische reden stilgezwegen of die zelfs geduld r

Heb ik geene onkuische scherts, liederen, gevaarlijke muziek en dansen geduld of zelfs in mijn huis gehaald ?

13. Zijt gij een landhoinocr, zoo ondervraag u :

Heb ik de landerijen mijner huurlieden niet

beschadigd ?

Heb ik niet over de overheid, de huurlieden, over de belastingen, over het weder, enz, gevloekt ?

Heb ik het vee niet aan kinderen toevertrouwd, die niet in staat waren dit te hoeden ?

ocr page 203

OVER TIF.T ZALIGMAKEND GEI.OOF. 195

Heli ik niet gedurende den oogsttijd toegelaten, dat jongelieden van beiderlei geslacht, zonder eenig toezicht, op dezelfde plaats sliepen ? -^ gt;-

Over het alleen zaligmakende Geloof en over de alleen zaligmakende Kerk.

1.

Er is maar één ware godsdienst.

1. Zoolang de wereld bestaan heeft, ziju er overal godsdienst, uiterlijke eeredienst, priesters, offeranden en aan God toegewijde plaatsen geweest. ]5ij alle volken over de geheele aai'de heeft men, sedert het begin der wereld , altijd eenen diepen eerbied voor de Godheid bemerkt: altijd heeft men degenen, die van godsdienst en offer niets weten willen, als waarlijk verachtings-waardige menschen aangezien , en ze daarom goddelooze menschen , dat is menschen zonder God genoemd.

2. Maar wat gebeurde ? Toen de menschen zich allengs meer en meer aan de zonden en voornamelijk aan de onkuischheid overgaven, liet God hen, uit rechtvaardige straf, over aan hunne hoovaardij en gedachten, gelijk de Apostel Pau-lus zegt : „Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden. Zij verwisselden de heerlijkheid van den onverderfelijken God met de afbeelding van eenen verderfelijken mensch , en zelfs met die van vliegende, viervoetige en kruipende dieren.quot; Zij verzonnen godsdiensten, vol-

ocr page 204

196 OVER HET AI.I.EI'.N

gens de begeerte van hun bedorven hart, godsdiensten, die uit eene menigte dwaasheden, bij-geloovigheid en dwalingen bestonden. Daardoor en daardoor alleen kwam het, dat zoo vele men-schen in dwaling gebracht werden; namelijk, uit de zonden der menschen en uit hunne god-delooze hoovaardij ontstonden de menigvuldige valsche godsdiensten in de wereld.

3. Nu, wie zegt, dat alle godsdiensten voor Gods oogen even goed zijn, en dat men in eiken godsdienst kan zalig worden, die weet noch wat God noch wat godsdienst is. Er is maar één ware God, bijgevolg is er ook maar één ware godsdienst. Twee menschen die elkander in ééne en dezelfde zaak tegenspreken, kunnen toch niet beiden gelijk hebben; alzoo kunnen ook twee tegenstrijdige godsdiensten niet beide gelijk waar zijn. De menigvuldige godsdiensten , die in de wereld zijn, strijden onderling tegen elkander in de gewichtigste punten: alzoo kan van die allen maar ééne de ware zijn.

4. God is altijd en op alle plaatsen, altijd en voor alle menschen, dezelfde onveranderlijke God , die altijd dezelfde waarheid spreekt, en niet liegen of bedrigen kan. God kan dus ook op alle plaatsen en te allen tijde slechts dat zeggen, wat waar is, en moet te allen tijde en op alle plaatsen alle leugentaal en alle dwalingen verwerpen en verfoeien, liet kan alzoo onmogelijk beide waar zijn , dat b. v. Mahomed de grootste profeet Gods is, gelijk de mahomedaan-sche godsdienst leert, en tegelijk een werktuig des duivels, gelijk de Christelijke godsdienst staande houdt. Tiet kan onmogelijk beide waar

ocr page 205

ZALIGMAKENDE GELOOF, 197

zijn. dat de Paus de stedehouder van Jezus Christus is, gelijk de katholieke godsdienst leert, en dat dezelfde Paus tevens de antichrist is, zooals in een anderen godsdienst voorgegeven wordt. En de God der waarheid kan toch ook niet willen, dat een mensch dit, en een ander juist het tegenovergestelde geloove en voor waar houde.

5. God is het allerheiligste en het allenvijsste Wezen, diensvolgens kan Hij de zonden en de dwaasheden der menschen niet goedkeuren. Indien God alzoo de godsdiensten goedkeurde, zou Hij moeten willen, dat ik onder de afgodendienaars als een afgodendienaar, onder de Turken als een Turk, onder de Joden als een Jood, en onder de Christenen als een Christen leve. Zulks van den allerheiligsten God te denken, is gruwelijker dan aan geenen God te gelooven, dewijl het de gruwelijkste ontheiliging van den allerheiligsten en allerwijssten God is.

II.

De eenige ware. godsdienst is de Christelijke godsdienst.

I. God is overal en altijd dezelfde God, en Hij vordert overal en van alle menschen dezelfde vereering. God kan niet vereerd worden dan door eenen godsdienst, die geheel waar, geheel heilig, en alzoo God geheel waardig is. Deze ééne, ware en heilige godsdienst moet ons van Hem zeiven gegeven zijn, want niemand kent de eeuwige Godheid dan God alleen, en diegene, aan wien God hem wil veropenbaren, w ant God woont in een ontoegankelijk licht. U aarom is ook niemand dan God alleen de weg.

ocr page 206

I9S OVER HET ALLEEN

de waarheid en het leven, en daarom ook openbaarde zich God aan de menschen, vooral in de volheid der tijden door zijn eeuwig Woord, dat van den beginne bij God en God zelf was. En het Woord is vleesch geivorden, en heeft onder ons gexooond. Zijn allerheiligste naam is Jezus Christus, de Zoon van den levenden God.

2. Nooit heeft een mensch God gezien. Het was de eeniggeboren Zoon die in den schoot des Vaders is, die Hem, (den hemelschen Vader) aan ons heeft kenbaar gemaakt. Die van boven komt is boven allen, maar die van de aarde komt is aardsch en spreekt als een aardsche ; doch die van den hemel afkomt is over allen. Daarom zeide Jezus Christus tot de scharen der Joden ; » Ik neem geene getuigenis van een mensch, maar ik zeg dit alleen, opdat gij zoudt zalig worden.... De werken zelve, die ik doe, geven getuigenis van mij, dat de Vader mij

gezonden heeft.....Maar gij hebt zijne stem nooit

gehoord, noch zijne gedaante gezien...... Die

mijne leer opvolgt, die zal ontwaren, dat zij uit God is.quot; (Evang. Joan.)

3. En de wereld heeft gekend, dat de leer van Jezus Christus uit God is, dat is te zeggen, dat Jezus Christus zelf de eeuwige Zoon des Vaders, en zijn godsdienst de eenig ware, heilige, de alleen zaligmakende is. Toen op den Pinksterdag de heilige Geest in de gedaante van vurige tongen op het klein getal zijner trouwe Apostelen nederdaalde, alsdan traden eensklaps twaalf eenvoudige en ongeleerde vis-schers moedig voor het vergaderde Joodsche volk op en predikten, dat Jezus Christus, de

ocr page 207

ZALIGMAKENDE GELOOF. I99

gekruiste, de bespotte, de als een moordenaar ter dood .gebrachte Jezus Christus, de Zoon was van den levenden God, dat Hij van den dood verrezen, nu in den hemel heerschte en dat in zijnen naam alleen vergiffenis der zonden te hopen was : dat wie geloofd zou hebben en zich doopen liet, zalig, maar wie niet geloofd zou hebben, verdoemd zou zijn en dat alle menschen, zoowel koningen als bedelaars, eens voor zijnen rechterstoel zouden moeten verschijnen. En ziet, wat gebeurde ? — De weelderige en machtige heidensche wereld wijkt geheel voor deze twaalf visschers ; alles valt neder en aanbid den Gekruiste, en het kruis van Jezus Christus prijkt verheerlijkt over de geheele wereld. Inderdaad, nauwelijks begint het hoofd der Apostélen zijne eerste prediking, of duizenden liggen reeds aan zijne voeten, en roepen : wat moeten wij doen, om het eeuwige leven te bekomen ? De klank van deze Apostolische bazuin vervult den aardbol, — de synagogen, de raadsvergaderingen, de scholen, de schriftgeleerden, de opperpriesters en de machtige beheerschers der wereld, alles vereenigt zich, om hel werk van deze twaalf visschers te vernietigen. — Petrus verschijnt te Rome, de beschaafdste stad en beheerscheres der wereld ; hij predikt voor Nero, den hoog-moedigen dwingeland ; deze verbiedt op doodstraf, Petrus, dien vreemdeling, aan te hooren ; maar te vergeefs woeden koningen en volkeren tegen Jezus, den Gezalfde des levenden Gods. Jezus wordt zelfs in het hof van Nero aangebeden ! Men werpt de Apostelen in boeien en banden, men veroordeelt hen tot de pijnlijkste

ocr page 208

200 OVER HET ALLEEN

straffen en tot de vreeselijkste martelingen, men dompelt hen in ziedenden olie, men verscheurt hen, men doorsteekt hen met spiesen, zij worden levend gevild, en — zij gaan voor Jezus met vreugde in den gruwelijksten dood, het eenigste doel van hunne wenschen en van hun vurig verlangen. — Maar ziet, juist dit bloed wordt een zaad, dat over de geheele aarde duizenden Christenen voortteelt! Ondanks de woede der dwingelanden gedurende driehonderd jaren, zag men de geleerdste menschen, en uit de voornaamste geslachten gesproten, zich blijmoedig voor Jezus Christus, den gekruiste, verklaren, en met opoffering van hun bloed moedig bekennen, dat de leer der twaalf visschers waar en goddelijk is. Eindelijk zag men keizers en koningen, raadsheeren en heidensche opperpriesters voorname vrouwspersonen, koninkrijken en keizerrijken, Jezus Christus den gekruiste aanbidden, en de ondoorgrondelijke geheimen van zijnen godsdienst gelooven, van eenen godsdienst, die eenen gekruisten God predikt, en het vleesch met al zijne wellusten beveelt te kruisigen, van eenen godsdienst, die met een eeuwig schrikkelijk vuur bedreigt; van eenen godsdienst, die zich den eenig waren, heiligen, den alleen zaligmakenden godsdienst noemt; van eenen godsdienst, die ons beveelt, onze vijanden te beminnen en die de onderwerping van ons verstand vordert. En niettegenstaande dit alles buigt zich de hoovaardige geest en gelooft! Ziet, dat kan slechts het werk van den almogenden God, dat kan slechts de godsdienst van den Godmensch Jezus Christus, dat kan slechts het werk van den heiligen Geest,

ocr page 209

ZALIGMAKENDE GELOOF. 201

dat kan slechts het werk van den drieëenigen God, dat kan slechts de ééne, ware, heilige, eenig zaligmakende godsdienst zijn.

4. Maar hoe verblind zijn alzoo die hoovaardige geesten van onzen tijd, die durven twijfelen aan eenen godsdienst, welken God door zoo vele voorzeggingen en wonderwerken bevestigd heeft, welken zoo vele roemrijke menschen met hun bloed bezegeld, zoo vele diepdenkende vernuften bewezen, zoo vele vorsten en aanzienlijke personen aanvaard, zoo vele volken en helden met hun leven verdedigd hebben !

Waarlijk, de waarheid van den christelijken godsdienst is zoo klaar, dat men genoodzaakt is, met den koninklijken profeet David uit te roepen ; s Uwe getuigenissen, ( o God ! ) zijn bovenmate geloofwaardig,quot; Echter, ofschoon het licht des geloofs nog helderder schijnt dan de zon, blijft het geloof altijd duister voor diegenen, die het goddelijke naar hunne lage hartstochten en naar hun dierlijk gevoelen beoordee-len. Daarom zegt de heilige Schrift: sDe dierlijke mensch vat de dingen niet, die van den Geest Gods zijn; want zij schijnen hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan.quot;' (I. Ccr. 11. 14.)

III.

De ééne ware grond des geloof s is, dat het geloof van God komt, die de eeuwige waarheid is. I. Nimmer bevat de mensch, die van de aarde is, door eigene krachten van zijn verstand, wat hemelsch is. Daarom noemt de heilige Apostel Paulus het geloof eene gave Gods. omdat het noch door eenige wetenschap, noch door een

ocr page 210

202 OVER HET ALLEEN

boek, noch door lang en diep navorschen verkregen wordt. Het geloof is een licht, dewijl het ons met een onbedviegelijke klaarheid de waarheden toont, welke God ons veropenbaard heeft. Het is een bovennatuurlijk licht, dewijl men niet door natuurlijke kracht, noch door eigene studie, noch door lezen, noch door spreken met andere menschen, hoe schrander zij ook zijn mogen, noch door redeneeren tot het geloof geraken kan : dewijl het geloof waarheden bevat, die alle menschelijk verstand zoo verre overtreffen als de hemel boven de aarde verheven is, en dewijl wij in 't geheel geene andere reden hebben, om te gelooven, dan alleen, dat de eeuwige waarheid. God zelf, ze veropenbaard heeft, hetzij wij ze verstaan of niet.

2. Zulke menschen dan, die slechts dat in den godsdienst gelooven, wat zij meenen te zien of te verstaan, zulke menschen, die slechts een gedrukt boek of een mensch enkel op zijn woord gelooven, zulke menschen hebben geen waar, Gode behagelijk, zaligmakend geloof, dewijl zij niet gelooven om de eenig ware reden, die alleen maakt, dat ons geloof een waar, goddelijk geloof is, namelijk daarom, omdat de eeuwige waarheid, de alleen onfeilbare God zelf het gezegd heeft. Maar hoe ben ik verzekerd, dat God tot mij spreekt r

IV.

Het ware geloof is datgene, hetwelk de heilige Petrus niet de Apostelen geleerd hebben.

i. Ik ben verzekerd, dat God tot mij spreekt, wanneer ik naar hen hoor, naar wie te hooren

ocr page 211

ZALIGMAKENDE GELOOF. 203 mij God bevolen heeft. Nu heeft God in het begin der tijden door de Aartsvaders, door Mozes en door de Profeten gesproken 5 maar toen de volheid der tijden gekomen was, heeft Hij met ons gesproken door zijnen eeniggeboren Zoon zeiven, dien Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alles, en door wien Hij de wereld geschapen heeft. Deze was het, van wien Hij uit eene wolk de getuigenis gaf : » Dit is mijn welbeminde Zoon, hoort Hem.quot; Maar eer dat onze Heer Jezus Christus daarheen terugkeerde, van waar Hij gekomen was, om bezit te nemen van de heerlijkheid, die Hij reeds bij den Vader had eer de wereld was, zeide Hij tot zijne twaalf beminde Leerlingen : » Ik zal u niet als weezen achterlaten..... Ik zal met u blijven tot

liet einde der wereld..... Ik zal u den Trooster,

den heiligen Geest zenden, die zal u alles leeren... Gaat, leert alle volken, en doopt hen in den naam des Vaders.... Leert hen alles onderhouden wat Ik u bevolen heb.... Ik blijf met u tot aan het einde der wereld.... Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden : maar wie niet gelooft zal verdoemd worden.... Ontvangt den heiligen Geest, wiens zonden gij vergeven zult, dien worden ze vergeven, en wiens zonden gij behoudt, dien zijn ze gehouden.... Wie u hoort, hoort Mij : wie u versmaadt, versmaadt Mij.... Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zoo zend Ik u.quot;* En tot Petrus, eenen der twaalf, zeide Hij : » Gij zijt Petrus (dat is steenrots) en op deze steenrots zal Ik mijne Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen tegen haar niets vermogen: en Ik zal u de sleutels van het rijk der hemelen

ocr page 212

204 OVER HET ALLEEN

geven ; en al wat gij op de aarde binden zult, zal ook in den hemel gebonden zijn; en wat gij op de aarde zult ontbinden, zal ook ontbonden zijn in den hemel.... hoedt mijne lammeren, hoedt mijne schapen.quot; En tot allen sprak Hij wederom : » Daaraan zal men kennen, dat gij mijne leerlingen zijt, indien gij elkander bemint, gelijk Ik u bemind heb.quot; Maar tot zijnen he-melschen Vader bad Hij : »Heilig hen in waarheid. Uw woord is de waarheid. Gelijk Gij mij in de wereld gezonden hebt, zoo heb Ik ook hen in de wereld gezonden.... Doch ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij gelooven zullen, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, o Vader, in Mij, en Ik in U, dat zij ook in Ons mogen één zijn, opdat de wereld geloove, dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de klaarheid gegeven, welke Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk Wij ook één zijn.quot; (Matth. 10 : 40, 16, 18. Joan. 14 : /6 — 26 ; /7 .• // — 26. Marc. 16: ij, ib.)

2. Hoe verblind en boosaardig zou diegene niet moeten zijn, die in 'deze duidelijke en gewichtige woorden van Jezus Christus niet zoude erkennen, dat onze Heer Jezus Christus, nog eer Hij ons verliet, zijne goddelijke macht aan zijne twaalf getrouwe Apostelen overgegeven heeft; dat Hij aan den heiligen Petrus, op eene uitnemende en geheel bijzondere wijze, de goddelijke macht overgegeven en hem in zijne plaats tot opperherder van alle zijne schapen gesteld heeft; dat Hij verder wilde en hel zelfs van zijnen hemelschen Vader heeft afgebeden, dat

ocr page 213

ZAUfiMAKKNDK (ÏKl.OOK. 205

dezelfde twaalf Apostelen eendrachtig in de waarheid en- in de liefde onder elkander volharden zouden; en dat zelfs diegenen, welke door hen in Hem gelooven, met Hem in eene onverbreekbare eenheid zouden blijven, en alzoo een waarachtig maar geestelijk werk Gods op aarde vormen zouden, hetwelk duren moet tot het einde der wereld, onder het bestuur van den heiligen Geest 5 een rijk hetwelk Hij beloofd heeft ook zelfs te blijven tot aan het einde der wereld, en hetwelk zelfs de poorten der hel niet zouden in staat zijn te overweldigen ! Dit geestelijk rijk van Jezus Christus wordt in de heilige Schrift de Kerk Gods genoemd, waarvan Jezus Christus zelf zegt : ,, Maar die de Kerk niet hooi'/, houdt hem a/s eenen heiden en eenen tollenaar^ ; dit is juist die Kerk, waarvan de Apostel dei-volken zegt, dat zij de pilaar en de grondvesting der waarheid is.

V.

He/ ware geloof is da/, hehvelk door den Paus van Ronie me/ de ha/holieke Bisschoppen geleerd wordt.

1. Maar zal het rijk van Jezus Christus, dat Hij door zijn bloed gevestigd heeft, tot aan het einde der dagen zegevierend tegen al de machten der hel bestaan, zoo moet het nu in de I9de eeuw juist hetzelfde rijk zijn, dat Hij vóór 18 eeuwen heeft opgericht. Vervolgens moeten er ook nu nog in de I9cle eeuw luare opvolgers der Apostelen van Jezus Christus en een ware opvolger van den II. Petrus zijn , en dat rijk moet ook nu in de eenheid der waarheid en der

ocr page 214

2o6 over het alt.een

liefde evenzoo onveranderd schoon en onfeilbaar bestaan, gelijk het bestond, toen onze Heer Jezus Christus het op de aarde heeft opgericht.

Maar onder al de geestelijke rijken of Kerken op de aarde is er geene, die zich beroemen kan, ware opvolgers van Jezus Christus, en tevens eenen waren opvolger van den heiligen Petrus te hebben, dan de Roomsch Katholieke en Apostolische Kerk alleen. — Want waar leefde, waar leerde, waar stortte Petrus, deze steenrots, zijn bloed... dan te Rome ? Waar rust de heilige as-sche van dezen vorst der Apostelen van Jezus Christus dan te Rome ? Waar is alzoo de ware opvolger van Petrus , deze steenrots, aan wien de sleutels des hemels zijn gegeven geworden ? Nergens anders dan te Rome.

2. De geschiedenis bewijst het duidelijk, dat de gansche vereenigde rechtgeloovige Christenheid nooit iemand anders dan den Bisschop van Rome voor den waren opvolger van den heiligen Petrus gehouden heeft. Reeds in het leven van den heiligen Joannes den Evangelist, besliste de heilige Clemens, de derde opvolger van den H. Petrus op den apostolischen stoel te Rome. liet geschil der Corinthers. terwijl de II. Joannes te Ephese was: zoodat de Corinthers hun geschil veel korter door dezen Apostel, die de kerken van Azië regeerde , hadden kunnen beslissen, indien zij Clemens te Rome niet als den waren opvolger van den heiligen Petrus en vervolgens als het opperhoofd der gansche Christelijke Kerk erkend hadden.

Van de onmiddellijke Leerlingen der Apostelen van Jezus Christus heeft men duidelijke en

ocr page 215

ZALIGMAKENDE GELOOF. 207

echte schriftelijke berichten, dat zij, in gewich-tig6 aangelegenheden der Kerk, altijd de laatste beslissing van den H. Petrus verlangden. Vandaar dat een H. Polycarpus. leerling van den 11. Joannes, uit Azië naar Rome reisde, om het geschil wegens het Paaschfeest. Vandaar dat een H. Ireneiis in gewichtige aangelegenheden der Kerk uit Gallic*, dat een H. Cyprianus, een H. Athanasius, 11. Chrysostomus , enz. naar Rome reisden. En wat zegt een II. Augustinus van Rome ? Hij zegt: „ IIcl antiooord is van Rome gekomen, hei geschil is geëindigd.quot; Zelfs de oudste en eerste algemeene kerkvergaderingen hebben van Rome hare bevestiging gevraagd: en de derde algemeene kerkvergadering noemt Celes-tinus I. den toenmaligen Bisschop van Rome, den vader der algemeene kerkvergaderingen. Ja, alle algemeene kerkvergaderingen, alle heilige Vaders uit de gansche rechtgeloovige Christenheid zijn het eens, dat de ware opvolger van den heiligen Petrus zijnen apostolischen zetel te Rome heeft, en dat deze tijdelijke opvolger van den heiligen Petrus en Bisschop van Rome juist dezelfde macht bezit om de Kerk Gods te regeeren , welke de heilige Petrus zelf gehad heeft.

3. Nu deze ware opvolgers van den heiligen Petrus volgen elkander met eene onafgebroken opvolging, sedert den dood van den H. Petrus tot aan den tegenwoordig levenden Paus Leo XIII.

Nimmer is de ware opvolging onderbroken geworden, nooit is de heilige Stoel van Petrus ook te midden van de hevigste stormen der tijden en van de geweldigste omwentelingen aller

ocr page 216

2o8 over het alleen

tijden, ondergegaan. Ja zelfs, hoe meer de geest der wereld met al zijne macht en sluwheid, hoe meer de geest van twist en ketterijen zich tegen dezen heiligen Stoel verhief en hem trachtte omver te storten, des te glansrijker en zegepralen-der verscheen hij in alle eeuwen, opdat iedereen zonneklaar zou zien , dat de Heer Jezus Christus zijne ware Kerk op Petrus gebouwd heeft, onwrikbaar tot aan het einde der wereld, gelijk Hij zelf beloofde , toen Hij zeide : „ Gij zijt Petrus, op u zal ik mijne Kerk bouwen; en de poorten der hel zullen tegen haar niets vermogen.quot;

4. Op dezelfde wijze als de Bisschoppen van Rome (of de Pausen) ware opvolgers zijn van den heiligen Petrus, zoo zijn ook de overige katholieke Bisschoppen ware opvolgers van de overige Apostelen van Jezus Christus. Want wij lezen zelfs in de heilige Schrift, dat reeds ten tijde der Apostelen andere vrome mannen tot hetzelfde apostelambt door hen gekozen en gewijd zijn geworden. Zoo wijdden zij den heiligen Paulus en Barnabas tot het apostelambt : gelijk in de werken der Apostelen geschreven staat, door vasten en bidden en door hun de handen op te leggen. De heilige Paulus wijdde insgelijks de H.H. Thimotheus en Titus tot het apostelambt door oplegging der handen, en tot de oudsten van Ephese zegt hij : „ Let wel op u zelve en op de geheele kudde, over welke de heilige Geest u tot Bisschoppen gesteld heeft, om Gods Kerk, die Hij door zijn Bloed verkregen heeft, te besturen.,,

ocr page 217

ZALIGMAKENDE GELOOF. 209

Vervolgens , gelijk de Apostelen hunne ware opvolgers aanstelden en wijdden zoo deden dezen op hunne beurt en wijdden en stelden wederom andere ware opvolgers aan, die men Bisschoppen of herders noemde; en op deze wijze worden de ware opvolgers der Apostelen tot op onze dagen in de Bisschoppen voortdurend behouden.

5. Zoo ziet dus ieder oprecht oog, waar in de negentiende eeuw het ware geestelijk rijk van Jezus Christus op aarde te vinden is , dat rijk, hetwelk onze Heer en Meester zelve gesticht heeft. Het is namelijk daar, waar zich sedert negentien eeuwen de ware opvolgers van den H. Petrus en de ware opvolgers der heilige Apostelen in eene onafgebroken opvolging bevinden, en waar men deze ware opvolgers der heilige Apostelen met den waren opvolger van den heiligen Petrus in dcnzelfdeii geest van waarheid en liefde sedert negentien eeuwen altijd vereenigd ziet, in welken geest van waarheid en liefde de heilige Apostelen van Jezus Chistus met den heiligen Petrus, door den bijstand van den heiligen Geest, altijd in een heilig genootschap vereenigd waren. Maar wie ziet niet aanstonds, dat op den geheelen aardbodem sedert negentien eeuwen, dat is, sedert de stichting van het geestelijk rijk van Jezus Christus op de aarde, dat het de roomsch katholieke Kerk alleen is, die in den Paus of Bisschop van Rome den waren opvolger van den heiligen Petrus, en in hare overige Bisschoppen de ware opvolgers der andere Apostelen bezit: welke katholieke Bisschoppen met den Paus van Rome nog altijd sedert

14

ocr page 218

2 to OVER HET ALLEEN

negentien eeuwen door den zelfden band van waarheid en liefde vereenlgd zijn, die de heilige Apostelen met den H. Petrus zeiven verbond. Ja deze band der heilige vereeniging, die de Bisschoppen met den Paus verbindt, is het schoonste, zekerste en blinkendste teeken van het ware geestelijke rijk van Jezus Christus, dat is, van zijn eenige en ware Kerk en van zijne altijddurende ware Apostelen, tot aan het einde der wereld. Daarom zeide Jezus tot al zijne Apostelen : » Daaraan zal men kennen, dat gij mijne leerlingen zijt, indien gij elkander bemint.quot; En tot Petrus sprak Ilij bijzonder: » Maar ik heb voor u gebeden, opdat uw geloof niet bezwijke ; gij de versterking uwer broederen.quot; En tot zijnen Hemelschen Vader bad Hij, gelijk wij reeds vroeger gemeld hebben. » Opdat zij allen één zijn, gelijk Wij één zijn.quot;quot;

6. Het is alzoo zonneklaar, dat zelfs een Bisschop, die niet met den Paus en de overige Bisschoppen in de waarheid en de liefde vereenigd is, met recht of als een wangeloovige, of als een scheurmaker aangezien wordt. En inderdaad zag men in de heilige Kerk Gods sedert negentien eeuwen altijd alleen zulke Bisschoppen als ware opvolgers der heilige Apostelen aan, die met den waren opvolger van den heiligen Petrus, dat is, den Paus, in het geloof en in de liefde waarlijk vereenigd waren. De andere noemde men of wangeloovigen (ketters) of scheurmakers ( schismatikers.)

Alle katholieke Bisschoppen, met den room-schen Paus vereenigd, maken alzoo slechts door deze heilige vereeniging een heilig genootschap

ocr page 219

ZALIGMAKENDE GELOOF. 2 1 I

uit, dat men het apostclijk leerambt of de kerende Kerk noemt en waarvan onzen Heer Jezus Christus zegt: » Wie de Kerk niet hoort, houdt hém als eenen heiden en als eenen tollenaar. Ik zal met u zijn tot* aan het einde der wereld. Wie u hoort, hoort mij, wie u versmaadt, versmaadt mij.quot; Het is deze leerende Kerk, van welke de H. Paulus schrijft, dat zij de pilaar en de grondvesting der waarheid is, en dat zij gebouwd is op het grondwerk der Apostelen en der Profeten, waarvan Jezus Christus zelf de hoeksteen is. Deze Kerk is alzoo de alléén ware, die men hooren moet, die in hare uitspraken onfeilbaar is, en die ons alzoo niet bedriegen kan, dewijl de poorten der hel haar niet zullen overweldigen, en dewijl Jezus Christus met haar blijft tot aan het einde der wereld. Die mensch is alzoo slechts een ware Christen en hoort de onfeilbare waarheid Gods, hoort de ware leer van Jezus Christus, hoort Jezus Christus zeiven ook gedurig door Petrus en zijne ware Apostelen spreken, die den Paus van Rome en de met hem veree-nigde katholieke Bisschoppen, dat is, de leerende Kerk van Jezus Christus hoort. Wie anders denkt, wie anders leert, is een wangeloovige, een ketter, dewijl hij het eenig ware door Jezus Christus zei ven ingestelde apostolische leerambt versmaadt.

VI.

Hoe hoort nu zelfs de eenvoudigste katholieke

Christen deze verhevene} apostolische, levende

Kerk !

De eenvoudigste katholieke Christen hoort

ocr page 220

212 OVER HET ALLEEN

of de Bisschoppen zelve of een katholiek Priester als den gezant van zijnen Bisschop het Evangelie van Jezus Christus verkondigen. Hoort de katholieke Christen zijnen Bisschop, zoo hoort hij hem als zulk eenen, van wien hij weet, dat hij in het geloof en in de liefde met het opperhoofd der kerk, den roomschen Paus, en door dezen met de overige katholieke Bisschoppen vereenigd is ; hij hoort alzoo werkelijk in zijnen Bisschop geen menschelijk woord, maar de ware, onfeilbare, leerende kerk van Jezus Christus, dat is, Jezus Christus zeiven. Wanneer de katholieke Christen eenvoudig een katholiek Priester het Evangelie van Jezus Christus hoort verkondigen, dan hoort hij hem als een waren gezant of als een waren plaatsvervanger van zijnen Bisschop, die alzoo met zijnen Bisschop in de leer en in de liefde vereenigd is, en alzoo ziet hij met recht in hem den persoon van zijnen Bisschop. Indien een katholiek Priester dwaalde in zijn geloof en zijne dwalingen predikte, zoo is de katholieke Christen verzekerd, dat de Bisschop over zijne kudde waken en ze van alle wolven zal weten te bevrijden. Maar zoude zelfs een enkel katholiek Bisschop dwalen, zoo weet iedere katholieke Christen, dat de Pans van Rome, als ware opvolger van den heiligen Petrus, met al de andere katholieke Bisschoppen altijd waakt, opdat geene dwaalleer in Gods Kerk wortel schiete. En alzoo zal het apostolische leerambt of zulken Bisschop terecht wijzen óf hem voor zijne kudde geheel onschadelijk maken.

Zoo is het dus klaar bewezen, dat zelfs de eenvoudigste katholieke Christen geene bedrie-

ocr page 221

ZALIGMAKENDE GELOOF. 2 13

gelijke menschenleer. maar alleen het onbedrie-gelijke woord Gods gelooft, hetwelk door het ware, altijd levende apostolische leerambt in alle plaatsen, in alle deelen der wereld, te allen tijde sedert negentien eeuwen in alle talen en aan nlle volken verkondigd wordt, waar maar ergens een katholiek Bisschop of een katholiek Priester is.

VII.

IVicti geloof t de ivarc katholieke Christen niel ■

1. Nooit gelooft alzoo ook zelfs de eenvoudigste katholieke Christen eene zoogenaamde onzichtbare Kerk, welke niet dan in de verbeelding van eenige geestdrijvende hoofden bestaat, die zich Gods uitverkoornen en door den heiligen Geest verlicht noemen, maar inderdaad niets anders dan hunne verbeelding en hunne hardnekkige hoofden volgen.

2. Nooit gelooft ook de eenvoudige katholieke Christen een boek, al ware het ook het alleruit-muntendste, dewijl hij weet, dat het alleen een bedriegelijk menschenwoord is. En wanneer de katholieke Christen aan den bijbel geloof geeft, dan gelooft hij slechts daarom, omdat dit boek een heilig, een goddelijk, door den heiligen Geest geschreven boek is, dewijl hem de ééne, levende, sedert negentien eeuwen onbedriegelijke, apostolische, heilige katholieke Kerk zegt, dat dit boek werkelijk de bijbel is. De katholieke Christen ontvangt alzoo den Bijbel alleen uit de handen van zijnen katholieken Bisschop of van zijnen katholieken Priester, van welke hij weet.

ocr page 222

2 14 OVER IIET ALLEEN

dat zij in het geloof eu in de liefde met den Paus van Rome en met de andere katholieke Bisschoppen vereenigd zijn. Ilij leest den liijbel alleen met toelating van hen, die hem onderzocht hebben, eu voor deu éénen, waren, onfeil-baren katholieken Bijbel erkennen ; een anderen liijbel vertrouwt hij in het geheel niet, al hadde hij nok eenen katholieken titel, en al ware hij ook nog zoo schoon geschreven, dewijl hij zeer goed weet, dat niet al wat schoon is, daarom ook waar is, omdat het gedrukt is, of omdat velen het zoo meenen. Ja juist daarom, omdat ook zelfs de eenvoudigste katholieke Christen zeer goed weet, dat de eenig ware, onvervalschte liijbel, het eenige waar geschreven woord Gods is, daarom heeft de ware katholieke Christen zoo veel eerbied voor den heiligen liijbel, dat hij zich niet veretout, dat, wat hij in den heiligen Bijbel leest, zelf te verklaren, uit te leggen, en zich dan te verbeelden het wel te verstaan; want hij weet zeer goed, dewijl hetgene in den heiligen Bijbel staat, geene leer van menschen, maar het woord van den levenden God zeiven is, dat ook juist daarom geen meusch het recht heeft, om den heiligen Bijbel op eigen gezag en naar zijn gevoelen te verklaren en uit te leggen, daar Jezus Christus slechts aan de katholieke Kerk en hare Bisschoppen en hunne ware gezanten, de katholieke Priesters, gezegd heeft ? » Gaat en lecrl alle volken.quot;

3. De ware katholieke Christen steunt daarom ook nooit in geloofszaken op zijn eigen verstand en oordeel, al ware hij nog zoo schrander; hij steunt niet op zijne eigene grondstellingen

ocr page 223

/ALlGMAKENDË GELOOtquot;. 2 1^

en meeningen, waren zij ook nog zoo schoon 5 hij betrouwt nimmer eenen leeraar, die niet van de ééne en ware Kerk Gods gezonden is, ja hij hoort hem in het geheel niet aan; hij laat zich nooit van zulke menschen verleiden, die, omdat zij beter (voornamelijk in de herbergen) redekavelen en anderen overschreeuwen kunnen; door hnnne schijngronden en door hunne ver-r blindende wetenschap zich bij anderen een zeker aanzien geven, en het heilig geloof belachelijk maken. De ware katholieke Christen geheel overtuigd en verzekerd, dat hij alleen het eenig ware geloof van den levenden God heeft, vliedt het gezelschap der goddeloozen, en veracht hunne wijsheid, die voor God dwaasheid is.

4. De ware katholieke Christen gelooft alzoo nooit ij dele menschen woorden, nooit valsche leeringen, nooit zijn eigen verstand, nooit een enkel boek, nooit eenen zoogenaamden inwen-digen geest; maar hij gelooft alleen den heiligen Geest, die do orde leer en de Kerk van Jezus Christus, dat is door den Paus en de Bisschoppen tot hem spreekt, en hem alzoo op geenerlei wijze bedriegen kan. Dit alleen is de ware grondreden van het christelijk geloof, en het is alzoo de katholieke Christen alleen, die ene ivare onwankelbare grondreden van zijn heilig geloof opgeven kan * vervolgens is er ook geen geloof, dat wijzer en verstandiger is, dan het geloof van een katholiek Christen. En wie ooit een ander grondwerk legt, die bouwt niet op de ware Apostelen, niet op den waren hoeksteen, Jezus Christus; hij heeft een valsch geloof, eene valsche leer, welke Jezus Christus

ocr page 224

216 OVER HET ALLEEN

niet geleerd, welke de Apostelen van Jezus Christus niet gepredikt hebben: hij is een wan-geloovige, een blinde, die in de schaduw des doods zit, uitgesloten uit het rijk van Jezus Christus ; want de waarheid alleen maakt zalig : maar de dwaling voert tot het verderf.

VIII.

Het halholiek geloof is hef alleen zaligmakende geloof.

Jezus Christus is alleen de weg, de waarheid en het leven; en Petrus predikt van Hem, dat Hij het alleen is, in wien wij heil vinden kunnen. En Jezus Christus zelf dreigt hen, die zijne Apostelen niet gelooven, met de eeuwige verdoemenis, nog eer Hij ten Hemel klom tot zijne Apostelen zeggende : s Gaat in de geheele wereld, en predikt het Evangelie aan alle schepselen. Wie gelooft, en gedoopt zal worden, zal zalig worden; maar die niet gelooft, zal verdoemd worden.quot; Wie alzoo de ware Apostelen niet gelooft, die gelooft Jezus Christus niet — hij maakt vervolgens Jezus Christus tot een leugenaar ; hij verdeelt Jezus Christus, dewijl hij niet de geheele leer van Jezus Christus, dewijl hij niet de Apostelen van Jezus Christus en hunne ■ware opvolgers, dewijl hij niet de ééne ware Kerk van Jezus Christus gelooft. Hij is derhalve een ware vijand van Jezus Christus, volgens de eigene uitspraak van den heiligen Evangelist Joannes, een ware antichrist, die geen deel heeft aan het eeuwige leven, maar die reeds geoordeeld is, dewijl hij niet waarlijk gelooft aan

ocr page 225

ZALIGMAKENDE GET-OOF. 2 I 7

Jezus Christus, den Zoon van den levenden God. die hem door zijne ware gezanten verkondigd wordt. Gelijk nu het heilig katholiek geloof het eenig ware is, zoo is het ook het alleenzaligmakende geloof. Daarom zegt de groote heilige Cyprin-nus : » Zij ( de wangeloovigen en afgevallenen ) mogen altijd in vuur en vlam voor hunnen godsdienst branden: zij mogen den wilden dieren voorgeworpen; zij kunnen gedood, maar niet gekroond worden. De heilige Kerk is het lichaam van Christus : wie van het lichaam afgescheiden is, heeft geen leven meer. Die kan God niet tot Vader hebben, die de Kerk (zijne bruid ) niet tot Moeder heeft.quot; (0'/* mii/afe.) IX.

JVedcrlegging van eenige dwalingen in onzen tijd.

Hij die alles, wat wij tot hiertoe gezegd hebben, met een oprecht hart en zonder drift rijpelijk overweegt, die moet klaar en duidelijk inzien, hoe valsch, goddeloos en hoogst verderfelijk de dwalingen en grondstellingen van onzen tijd zijn, die reeds zelfs onder de beschaafdste lieden verspreid zijn.

Hoe valsch en goddeloos is het niet, wanneer men zich verstout te zeggen ; „Indien ik slechts naar mijn geweten handel, dan is het onverschillig of ik een Christen of een Turk ben.quot; Hoe valsch en goddeloos is het niet, wanneer men zegt : „ Ik kan in alle godsdiensten een rechtschapen mensch zijn en in alle godsdiensten zalig worden. Men moet vervolgens iedereen gelooven laten, wat hij wil.quot; Hoe valsch en goddeloos

ocr page 226

2lS OVER MKT AU.lSEN

is het niet, wanneer men durft zeggen; „iedereen moet blijven in het geloof, waarin hij geboren is: — wie van godsdienst verandert, dien houd ik voor eenen verachtelijken mensch.quot;

O goddeloosheid en blindheid van onzen tijd, die door Satan , den vader der leugentaal geleid, zulke leugens en godslasteringen durft uitspreken ! Is dat niet de Apostelen van Jezus Christus, en alzoo Jezus Christus zeiven tot een leugenaar maken , wanneer men zegt dat alle godsdiensten even goed zijn en zalig maken, terwijl de Apostelen van Jezus Christus, van Hem zeiven het bevel ontvingen, om aan alle volken het ééne Christelijke geloof te verkondigen, en terwijl deze heilige Apostelen zich verspreidden in alle deelen der wereld, om alle volken, joden en heidenen, in één heilig geloof, namelijk in het geloof aan Jezus Christus den gekruiste te vereenigen ? Waarom zouden dan de heilige Apostelen, waarom zouden dan de millioenen Martelaren hun kostbaar bloed vergoten hebben, indien het volstrekt hetzelfde en eene gansch onverschillige zaak ware, welk geloof men heeft ? Alzoo zouden de Apostelen verkeerd gedaan hebben, daar zij zelve van Joden Christenen geworden zijn, en verkeerder nog zouden zij gedaan hebben, met aan de andere Joden en Heidenen te prediken , dat zij van geloof zouden veranderen, en hun geloof met het geloof aan den Gekruisten verwisselen, — daar zij zelve de gemeenschap der ketters vluchtten en bevalen te vluchten, — en daar zij zelfs de Joden en de Heidenen met het eeuwige vuur bedreigden, indien zij het geloof, waarin zij geboren waren, niet

ocr page 227

ZAUGMAKENDK CKI.OOK. 2tg

wilden verlaten en het geloof van den Gekruiste aannemen.

De Apostelen van Jezus Christus waren alzoo geheel doordrongen van deze waarheid, dat slechts één geloof het alleen zaligmakende is.

Daaruit volgt evenwel in het geheel niet, dat, wie zonder zijne schuld in eenen valschen godsdienst is geboren, daarom alleen zal verloren gaan. Want zoo waar als Jezus Christus het ware licht is, dat in de wereld kwam, om alle menschen te verlichten , zoo geeft Hij ook aan alle menschen, die tot het gebruik hunner rede komen, het noodige licht, om den éénen waren, alleen zaligmakenden godsdienst te vinden. Wie verloren gaat, die gaat dus door eigen schuld verloren.

X.

Aanmoediging tot vo/harding in het katholiek geloof.

Welbeminden in Jezus ! laat u alzoo niet bedriegen door al die schoon-, wijs- en zoetklinkende slangenreden van onzen ongeloovigen tijd. Beproeft, zoo roep ik u met den heiligen Apostel Joannes toe, beproeft de geesten, of zij uit God zijn. Want er zijn vele valsche Profeten in de wereld uitgegaan. Daarom houdt vast aan de ééne, zichtbare, heilige, apostolische, roomsch katholieke Kerk, van welke gij nu weet, dat zij de eenig ware, de eenig zaligmakende is, welke u nooit in dwaling leiden kan , dewijl het de heilige Geest is, die haar regeert en met Jezus Christus bij haar blijft tot aan het einde der

ocr page 228

2 20 KI.EINF, CATECHISMUS

wereld. „Ziet,quot; zoo spreekt Jezus Christus in het boek der Openbaring : ,, //oud/ wat gij hebt, opdat I/ niemand uwe kroon ontroove. quot; Ja, Heer Jezus Christus ! ik blijf een getrouw kind van uwe ééne, heilige oibevlekte Bruid, de heilige roomsch katholieke Kerk. Amen.

KLEINE CATECHISMUS

in vragen en antwoorden, hehehende de voornaamste Christelijke waarheden.

Vcrmaniiitten mm Omlors on Hnisvntlors.

/.oodra de kinderen leeren spreken, zullen de ouders of degenen, die hunne plaats bekleeden,. hun de heilige namen van Jezus en Maria eerbiedig leeren uitspreken en hun onzen algoeden TIemelschen Vader, zijnen eenigen Zoon, en den heiligen Geest, alsook de goddelijke Moeder Maria leeren kennen. Daarna leert men htm het teeken des heiligen kruises maken en men bidt hun dagelijks het Onze Vader — Wees gegroet en de twaalf artikelen des Geloofs aandachtig voor.

Vragen en antwoorden over de noodzakelijkste artikelen des Geloofs.

I.

Van het katholiek Geloof.

Vraag. Wat is het geloof van eenen katholieken Christen mensch?

Antwoord. Het geloof van eenen katholieken

ocr page 229

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 221

Christen mensch is een bovennatuurlijk licht, eene gave Gods, eene deugd van God ingestort, waardoor de Christen mensch alles vastelijk, zonder -te twijfelen voor waar houdt, wat God veropenbaard heeft, en wat God hem door de heilige Kerk voorstelt om te gelooven, hetzij dit in den Bijbel geschreven staat of niet.

V. Wie is een katholiek Christen ?

A. Diegene is een katholiek Christen, die het heilig Sacrament des Doopsel ontvangen heeft, de leering van onzen Heer Jezus Christus zóó belijdt en gelooft, gelijk ze hem van de katholieke Kerk, (die onfeilbaar is) wordt voorgesteld.

V. Waarom gelooft de katholieke Christen alles zoo vast en zonder twijfel, wat God door zijne Kerk veropenbaard heeft ?

A. De katholieke Christen gelooft alleen daarom alles zoo vast en zonder twijfel, wat God door zijne Kerk veropenbaard heeft, omdat God de eeuwige wijsheid en waarheid zelve is, die niet bedriegen kan, noch bedrogen kan worden.

V. Waarin bestaat het voornaamste wat een Christen mensch moet gelooven ?

A. Het voornaamste wat een Christen mensch gelooven moet, is besloten in de apostolische geloofsbelijdenis die de voornaamste stukken bevat welke men gelooven moet.

V. Uit hoeveel Artikelen bestaat de apostolische Geloofbelijdenis, en hoe luiden ze ?

A. De apostolische Geloofbelijdenis beslaat uit twaalf Artikelen, luidende als volgt:

I. Ik geloof in God den Vader, almachtige Schepper van hemel en aarde.

ocr page 230

222 KLEINE CATECHISMUS

2. En in Jezus Christus, zijnen eenigen /,oou onzen lieer.

3. Die ontvangen is van den heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria.

4. Die geleden heeft onder Pontius l'ilatus, is gekruist, gestorven en begraven,

5. Die nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van den dood.

6. Die opgeklommen is ten Hemel, en zit aan de rechterhand Gods, zijns Vaders almachtig.

7. En van daar za\ Hij komen oordeelen de levenden en de dooden.

S. Ik geloof in den heiligen Geest.

9. Eene heilige algemeene katholieke Kerk, de gemeenschap der Heiligen.

10. De vergiffenis der zonden.

11. De verrijzenis des vleesches.

12. En het eeuwige leven. Amen.

I 'an het eerste Artikel des Geloof s.

V. Hoe luidt bet eerste Artikel des Geloofs?

A. Ik geloof in God den Vader, almachtige Schepper van hemel en aarde.

V. Is er maar éen God ?

A. Er is maar éen God.

V. Wat is God?

A. God is van zichzelveu het allervolmaaktste wezen, of het door zichzelven eenig ware en opperste goed, hetwelk van zichzelven alle goede eigenschappen in den boogsten graad bezit.

V. Welke hoofdeigenschappen van God moeten wij voornamelijk opmerken ?

ocr page 231

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 223

A. Wij moeten voornamelijk de volgende eigenschappen opmerken :

1. God is eeuwig. — want Hij was altijd, en' zal eeuwig zijn.

2. God is onveranderlijk, want Hij was, is, en blijft altijd dezelfde.

3. God is een zuivere geest, die het volmaaktste verstand, den zuiversten wil, maar geen lichaam heeft.

4. God is het opperste goed — en al het goed wat zijne schepselen bezitten, komt van Hem.

5 God is alwetend, omdat Hij alles weet, Hij weet ook het verborgenste.

6. God is de opperste wijsheid ; — want Hij heeft alles volgens zijn allervolmaaktste verstand zeer goed ingericht.

7. God is almachtig: — want Hij heeft hemel en aarde geschapen, dat is, uit niet voortgebracht; Hem is niets onmogelijk.

8. God is overal tegenwoordig 5 — Hij is in den hemel en op de aarde.

9. God is hoogst waarachtig en getrouw, — Hij kan dus niets, wat onwaar is, zeggen of beloven.

10. God is oneindig heilig; Hij bemint al wat goed, en haat al wat kwaad is.

11 God is oneindig rechtvaardig, — Hij loont het goede voor eeuwig, en straft ook het kwade voor eeuwig.

12. God is oneindig barmhartig, — want Hij vergeeft ons onze zonden.

V. Is God maar één in persoon ?

A. God is drievuldig in Persoon, maar éen in wezen.

ocr page 232

224 KLEINE CATECHISMUS

V. Moe worden de drie goddelijke Personen genoemd ?

A. Zij worden genoemd: I. de Vader, 2. de Zoon, 3. de heilige Geest. De Vader is van zichzelven, de Zoon is van eeuwigheid van den Vader voortgebracht, — de heilige Geest komt van eeuwigheid voort van den Vader en den Zoon. Aan den Vader wordt de Schepping, aan den Zoon onze Verlossing, aan den H. Geest onze Heiligmaking bijzonder toegeschreven; deze drie goddelijke Personen hebben alle eigenschappen van God met elkander gemeen, dat is, zij hebben cene en dezelfde goddelijke natuur; éen en hetzelfde goddelijk wezen.

V. Hoe noemt men de drie goddelijke Personen te zamen ?

A. De drie goddelijke Personen te zamen noemt men de allerheiligste Drievuldigheid, of Drieëenigheid, of den Drieëenigen God.

V. Hoe belijdt men de allerheiligste Drievuldigheid of een drieëenigen God ?

A. Men belijdt de allerheiligste Drievuldigheid door het teeken des heiligen kruises, als men met de rechterhand het voorhoofd, den mond en de borst teekent, zeggende : » In den naam des Vaders f; en des Zoons f gt; en des heiligen Geestes t- Amen.

Van de Schepping.

V. Wie heeft alles geschapen r

A. God heeft alles, hemel en aarde, en alles wat er bestaat, geschapen, dat is, uit niet voortgebracht.

ocr page 233

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 22$

V. Welke zijn de voornaamste schepselen van God ?

A. De Engelen en de menschen.

V. Wat zijn de Engelen ?

A. De Engelen zijn zuivere geesten, die verstand en wil, maar geen lichaam hebben.

V. Waaruit bestaat de mensch ?

A. De mensch bestaat uit een lichaam, en eene onsterfelijke ziel, die naar het evenbeeld van God geschapen is.

V. Waarom heeft God de menschen geschapen ?

A. God heeft de menschen geschapen, opdat zij Hem zouden eeren, beminnen, aanbidden, dienen en gehoorzamen, en eeuwig zalig zouden worden.

V. Zijn de menschen God altijd gehoorzaam gebleven ?

A. De eerste menschen, Adam en Eva, zijn reeds ongehoorzaam geweest aan God en hebben in het Paradijs de vrucht van eenen boom gegeten, welke God hun verboden had, en hebben daardoor gezondigd.

V. Heeft die zonde maar alleen de eerste menschen benadeeld ?

A. De eerste zonde heeft niet alleen de eerste menschen benadeeld, maar zij heeft ons ook benadeeld; zij is ook op ons, die van hen afstammen, overgegaan.

V. Zijn de menschen ook gelijk de hoovaar-dige Engelen voor eeuwig van God verworpen geworden ?

A. De menschen zijn niet, gelijk de hoovaar-dige Engelen voor eeuwig van God verworpen geworden, maar Hij heeft hun eenen Verlosser gegeven en deze is Jezus Christus.

15

ocr page 234

KLEINE CATECHISMUS.

I'ci/i hel /-wefde Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het tweede Artikel des Geloofs r

A. Het tweede Artikel des Geloofs luidt : gt;Kn in Jezus Christus, zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heer.quot;'

V. Wie is Jezus Christus ?

A. Jezus Christus is de eeniggeboren Zoon van God den Vader, van eeuwigheid van Hem voortgebracht cn in den tijd mensch geworden. Hij is de tweede goddelijke Persoon: Hij is waarlijk God en waarlijk mensch.

V. Waarom heet Hij Jezus, en waarom Christus r

A. Hij heet Jezus, omdat Hij onze Zaligmaker is, en Hij heel Christus, omdat Hij de gezalfde Gods is.

V. Waarom wordt Hij onze Heer genoemd r

A. Hij wordt onze Heer genoemd, omdat Hij ons door zijn bloed uit de slavernij des duivels vrijgekocht heeft.

I 'an he! derde Artihcl des Geloofs.

V. Hoe luidt het derde Artikel des Geloofs ?

A. Het derde Artikel des Geloofs luidt : » Die ontvangen is van den heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria quot;

V. Welke goddelijke Persoon is van den hemel nedergedaald ?

A. De tweede goddelijke Persoon is van den hemel afgekomen, om de menschen van hunne zonden te verlossen : en deze Persoon is Jezus Christus, onze Heer.

226

ocr page 235

TN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 227

V. Op welke wonderbare wijze is dit geschied ?

A. Jezus C hristus is door de werking van -den heiligen Geest raensch geworden en uit Maria, eene onbevlekte Maagd, in liethtehem geboren : en daarom ook wordt Maria met recht de Moeder Gods genoemd.

Ven het vierde Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het vierde Artikel desGeloofs?

A. Het vierde Artikel des Geloofs luidt : J Die geleden heeft onder J'ontius I'ilatus, is gekruist, gestorven en begraven.quot;

V. Waarom heeft Jezus Christus geleden ?

A. Jezus Christus heeft den smadelijksten dood des kruises geleden, om ons van onze zonden te verlossen.

V. Konde Jezus Christus lijden ?

A. Jezus Christus konde lijden, omdat Hii ook mensch was.

\ . Konde Hij ons ook van de zonden en van den eeuwigen dood verlossen ?

A. Hij konde ons van de zonden en van den eeuwigen dood verlossen, omdat Hij tevens God was.

Van het vijfde Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het vijfde Artikel des Geloofs ?

A. Het vijfde Artikel des Geloofs luidt ; » Is nedergedaald ter helle; den derden dag verrezen van den dood.quot;

V. Wie daalde neder ter helle ?

A. De ziel van Christus, vereeuigd niet de

ocr page 236

228 KLEINE CATECHISMUS

Godheid, daalde neder in het voorgeborchte der helle, alwaar de Oudvaders, en alle vrome zielen waren, die naar verlossing verlangden, terwijl zijn allerheiligste lichaam, met de Godheid ver-eenigd, in het graf rustte.

V. Wanneer en door wiens macht stond Jezus Christus van den dood op ?

A. Op den derden dag vereenigde zich de ziel wederom met het lichaam, en Jesus Christus stond door zijne eigene macht uit het graf op.

FrtK het zesde Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het zesde Artikel des Geloofs?

A. Het luidt : j Die opgeklommen is ten hemel en zit aan de rechterhand Gods zijns Vaders almachtig.quot;

V. Wanneer is Christus ten hemel gevaren ?

A. Den veertigsten dag na zijne verrijzenis, is Christus op den Olijfberg, in de tegenwoordigheid zijner leerlingen, ten hemel gevaren.

V. Wat wil dat zeggen : Christus zit aan de rechterhand Gods zijns Vaders almachtig ?

A. Dat is te zeggen : Christus is in de glorie zijns Vaders, verheven boven alle schepselen, in het bezit der opperste macht en heerlijkheid.

Vati het zevende Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het zevende Artikel des Geloofs?

A, Het zevende Artikel des Geloofs luidt : »En die van daar zal wederkomen, om de levenden en dooden te oordeelen.quot;

V. Zal Jezus Christus eens wederkomen ?

ocr page 237

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 229

A. Hij zal eens op den jongsten dag, als God en mensch, zichtbaar voor alle menschen, van den hemel afkomen om alle menschen te óordeelen.

V. Hoe zal Jezus de menschen oordeelen?

A. Hij zal de goeden in den hemel eeuwig beloonen, en de kwaden in de hel eeuwig staffen.

Van het achtste Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het achtste Artikel des Geloofs r

A. Het achtste Artikel luidt : »Ik geloof in den heiligen Geest.quot;

V. Wat is de heilige Geest ?

A. De heilige Geest is de derde goddelijke Persoon ; Hij komt van den Vader en den Zoon te zamen van eeuwigheid voort 5 Hij is waarlijk God, en moet van ons aangebeden worden.

V. Waar heiligt ons de heilige Geest ?

A. Hij heiligt ons voornamelijk in de zeven heilige Sacramenten en door zijne zeven gaven.

V. Welke zijn de zeven gaven van den heiligen Geest ?

A. De zeven gaven van den heligen Geest zijn de volgende :

1. De gaaf van wijsheid; 2. van verstand; 3. van raad; 4. van sterkte ; 5. van wetenschap : 6. van godsvrucht; 7. van de vreeze Gods.

Van het negende Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het negende Artikel des Geloofs r

A. Het negende Artikel des Geloofs luidt : gt;Eene heilige, algemeene, katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen.

ocr page 238

230 KLEINE CATECHISMUS

V. Wat is de ééne, heilige, algemeene, katholieke Kerk ?

A. De ééne, heilige, algemeene, katholieke Kerk is die zichtbare vergadering van alle recht-geloovige Christenen, onder één zichtbaar opperhoofd, den Paus van Rome, die dezelfde leering belijden, dezelfde heilige Sacramenten gebruiken en door ware Bisschoppen bestierd worden.

V. Wien heeft Jezus Christus tot waarachtig opperhoofd zijner Kerk aangesteld ?

A. Jezus Christus heeft den H. Petrus tot waarachtig opperhoofd zijner .Kerk aangesteld ; en omdat de H. Petrus te Rome geleefd heeft en gestorven is, zoo is de Bisschop van Rome of de 1 'mus de ware opvolger van den II. Petrus, en alzoo de ware plaatsbekleeder van Jezus Christus op aarde.

V. Welke mensch is dan in de ware Kerk van God ?

A. Alleen diegene is in de ware Kerk Gods, die zich aan de bestiering van het ware opperhoofd onderwerpt en alles gelooft wat hem de leeraars der Kerk, te weten de Paus of de Bisschoppen met den Paus vereenigd. als de leering van God voorstellen.

V. Wie is een ketter ?

A. Hij is een ketter, die de ware Kerk niet hooren wil; of gelijk de heilige Vaders zeggen : die de Kerk niet tot Moeder heeft, kan God niet tot Vader hebben.

V. Welke gemeenschap hebben de rechtge-loovige Christenen op aarde onder elkander ?

A. Zij hebben met elkander eene gemeenschap, gelijk de ledematen van het lichaam;

ocr page 239

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 23 I ieder rechtgeloovige is deelachtig aan de geestelijke goederen der overige rechtgeloovigen.

V. Hebben wij ook eene gemeenschap met de Heiligen in den hemel ?

A. Ja, wij hebben ook eene gemeenschap met de Heiligen in den hemel; want de Heiligen des hemels bidden voor ons bij God , terwijl wij hen eeren op aarde en hunne voorspraak verzoeken.

V. Hebben wij ook met de arme zielen in het vagevuur eene gemeenschap ?

A. Ja . want de zielen des vagevuurs worden door onze gebeden en goede werken geholpen en verlost; en zij bidden dan uit dankbaarheid en liefde voor ons bij God.

i'ci/i hel tiende Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het tiende Artikel des Geloofs ?

A. Het tiende Artikel des Geloofs luidt : „ De vergiffenis der zonden. quot;

V. Aan wien heeft Jezus Christus de macht verleend, om de zonden te vergeven ?

A. Jezus Christus heeft aan zijne Apostelen de macht verleend, om de zonden te vergeven.

V. Welke zijn de opvolgers der Apostelen

A. De opvolgers der Apostelen zijn de Bisschoppen en hunne medehelpers, de Priesters : deze alleen hebben de macht om de zonden te vergeven.

Van het elfde Artikel des Geloofs.

V. Hoe luidt het elfde Artikel des Geloofs ?

ocr page 240

232 KLEINE CATECHISMUS

A. Het elfde Artikel des Geloofs luidt ; „ De verrijzenis des vleesches.quot;

V. Wanneer zullen alle menschen van den dood verrijzen ?

A. Op den jongsten dag zullen alle menschen met hunne lichamen uit de graven opstaan en de zielen zullen zich wederom met die lichamen, waarvan zij door den dood gescheiden waren, vereenigen.

V. Waarom zullen de menschen met hunne lichamen verrijzen ?

A. De menschen zullen met hunne lichamen verrijzen, om daarna voor eeuwig geloond of eeuwig gestraft te worden.

Van het twaalfde Artikel des Geloofs,

V. Hoe luidt het twaalfde Artikel des Geloofs ?

A. Het twaalfde Artikel des Geloofs luidt: „En het eeuwig leven. Amen.quot;

V. Hoe veelvoudig is het eeuwig leven ?

A. Het is tweeërlei; een eeuwig gelukkig, en een eeuwig ongelukkig leven. Het eeuwig gelukkige leven, dat eigenlijk maar het eeuwig leven mag genoemd worden, bestaat, benevens de vreugde des hemels, voornamelijk in het gelukzalig aanschouwen van God. Het eeuwig ongelukkige leven bestaat in de pijnen der hel, die de duivelen en de goddeloozen voor hunne zonden moeten lijden, hetwelk eigenlijk geen eeuwig leven, maar wel een eeuwige dood is.

V. Wat beteekent hier het woord „ Amen ! quot;

A. Het woord Amen beteekent hier, dal wij

ocr page 241

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 233

vast en zonder te twijfelen alles gelooven, wat in de twaalf Artikelen des Geloofs wordt voorgesteld.

II.

Van de christelijke Hoop.

V. Is het katholiek geloof alleen genoeg om zalig te worden ?

A. Het is niet genoeg om zalig te worden, dat men maar alleen gelooft wat God geopenbaard heeft: maar er is daarenboven nog noodzakelijk cem christelijke hoop.

V. Wat is de christelijke hoop ?

A. De christelijke hoop is eene van God ingestorte bovennatuurlijke deugd, door welke de Christen met een vast vertrouwen van God verwacht het eeuwig leven, en de middelen die er noodig zijn om het te bekomen, omdat God' zelve, die almachtig, hoogst waarachtig en oneindig getrouw is, hem zulks beloofd heeft.

V. Waardoor wordt de christelijke hoop geoefend ?

A. De christelijke hoop wordt bijzonder door het gebed geoefend.

V. In welk gebed is alles besloten, wat wij van God kunnen of mogen begeeren ?

A. Alles waarom wij mogen bidden, is in het „ Onze Vaderquot; besloten, hetwelk Jezus Christus zelve ons geleerd heeft; en daarom ook het gebed des Heeren genoemd wordt.

V. Hoe luidt het gebed des Heeren ?

A. Het luidt als volgt : — „ Onze Vader, die in de hemelen zijt, enz. quot;

ocr page 242

234 KLEINE CATECHISMUS

V. Waaruit bestaat het onze Vader ?

A. Het bestaat uit eene voorrede en zeven vragen.

V. Waarom zeggen wij in de voorrede : „ Onze Vader? quot;

A. Wij zeggen in de voorrede Onze Vader, dewijl God onze Vader is , en wij door Jezus Christus kinderen Gods geworden zijn. — Dit vermaant ons ook nog, dat wij met een kinderlijk betrouwen tot God moeten gaan , dien wij ,, Vader quot; noemen mogen.

V. Waarom zeggen wij : »Die in de hemelen zijt ? quot;

A. Wij zeggen dit, ofschoon God overal tegenwoordig is, Hij bijzonder in den hemel woont, alwaar Hij zichzelven aan de Heiligen te genieten geeft.

V. Wat behelst de eerste vraag r

A. De eerste vraag behelst het verlangen, dat de kennis, eer, vreeze en liefde Gods altijd vermeerderd worden. Goede kinderen wenschen boven alles, dat hun Vader geëerd en geprezen worde 5 en alzoo moeten wij dit met meer reden van onzen hemelschen Vader wenschen.

V. Wat verzoeken wij door de tweede vraag ?

A. Wij verzoeken : 1. Dat de heilige Kerk, die het rijk Gods op aarde is, uitgebreid en bevestigd worde. 2. Dat het rijk der genade, het' welk de deugdzame menschen en de ware dienaars van God zijn, grooter worde. 3. Dat God in ons de deugden gelieve te vermeerderen en ons in den hemel op te nemen.

V. Wat verzoeken wij door de derde vraag?

A. Door de derde vraag verzoeken wij de ge-

ocr page 243

IN' VRAGEN EN ANTWOORDEN. 235

nade van God, opdat wij zijnen heiligen wil op aarde zoo volbrengen mogen, gelijk liem de Heiligen in den hemel volbrengen, en dat wij God glooit meer door eenige zonde vergrammen.

V. Wat verzoeken wij door de vierde vraag?

A. Door de vierde vraag verzoeken wij van God alles wat tot onderhoud van lichaam en ziel noodig is, als spijs en kleederen, het woord Gods en de heilige Sacramenten, maar bijzonder het heilig Sacrament des altaars.

V. Wat verzoeken wij door de vijfde vraag?

A. Wij verzoeken door deze vraag de vergiffenis onzer zonden en belooven, dat wij ook willen vergeven aan degenen, die ons misdaan hebben.

V. Wat verzoeken wij door de zesde vraag ?

A. Door deze vraag verzoeken wij, dat wij door den goddelijken bijstand versterkt worden, opdat wij niet door de bekoringen des duivels, der wereld en des vleesches, in zonde toestemmen.

V. Wat verzoeken wij door de zevende vraag ?

A. Wij bidden God, dat Hij ons van alle kwaad naar de ziel, bijzonder van de zonden, en ook van alle ongelukken des lichaams gelieve te bevrijden, wanneer deze onze zaligheid niet voordeelig zijn.

V. Wat beteekent hier het woord Amen ?

A. Amen beteekent— dat het geschiede.

V. Wat bidt de heilige Kerk nog na het gebed des Heeren?

A. De heilige Kerk bidt nog de Groeten is des Engels ter eere der allerheiligste Maagd Maria.

ocr page 244

236 KLEINE CATECHISMUS

V. Hoe luidt de Groetenis des Engels:

A. Zij luidt als volgt:—s Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u ; gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uw? lichaams Jezus. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur onzes doods. Amen.

V. Uit hoeveel deelen bestaat de Groetenis des Engels ?

A. De Groetenis des Engels bestaat uit drie deelen. De eerste woorden : »Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle vrouwen,quot; — zijn de groetenis van den Aartsengel Gabriel. Dan volgt de groetenis van de H. Elisabeth.— De H. Elisabeth herhaalde de laatste woorden van den Aartsengel Gabriël: » Gezegend zijt gij boven alle vrouwen; quot; en voegde daar nog bij : jEn gezegend is de vrucht uws lichaams/' — De woorden, heilige Maria, Moeder Gods, enz, tot het einde, heeft de Kerk er bijgevoegd.

V. Wie heeft ons dan het Wees gegroet geleerd ?

A. Het wees gegroet is een zeer heilzaam gebed, hetwelk door den heiligen Geest ingegeven en van de heilige Kerk ons voorgesteld is.

V. Wat herinnert ons de Groetenis des Engels ?

A. De Groetenis des Engels stelt ons voor ; I. De menschwording van den Zoon Gods; 2. Wij verzoeken door deze de voorspraak van de machtigste Maagd Maria; en 3. Wij erkennen door deze ook eene waarheid des Geloofs : dat Maria de Moeder Gods is.

ocr page 245

IN VRAGEN EN ANTWOi HUiEN. 2 j7

V. Wanneer moet men, volgens den wensch der heilige Kerk, de groetenis des Engels bidden?

A. Pe heilige Kerk wenscht, dat men 's morgens, 's middags en 's avonds, wanneer de bede-klok geluid wordt, de groetenis des Engels bidde.

(11.

Van de Liefde en de tien geboden Gods.

V. Is het voor een Christen mensch genoeg, christelijk te gelooven en te hopen ?

A. Neen, — hij moet ook nog christelijk beminnen.

V. Wat is de christelijke liefde ?

A. De christelijke liefde is eene van God ingestorte deugd, door welke wij God, die het eenig ware en hoogste goed is, om Hem zeiven en onzen evennaaste om God beminnen.

V. Hoeveel geboden van liefde heeft ons Jezus Christus gegeven ?

A. Onze Heer Jezus Christus heeft ons twee geboden van liefde gegeven, te weten :

1. Gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hart, uit geheel uwe ziel, uit geheel uw gemoed, uit al uwe krachten.

En het tweede is aan dit gelijk :

2. Gij zult uwen evennaaste beminnen gelijk u zelve.

In deze twee geboden bestaat de geheele wet en de Profeten.

V. Wie bemint dus God ?

A. Diegene, die deze twee geboden der liefde onderhoudt, want Christus zegt : s Die miine

ocr page 246

238 KI,KINK CATECHISMUS

gehodeu ontvangt en ze onderhoudt, die is het,

die mij bemint.quot; {Jonu. 14. V. 21.)

V. Waarin zijn die twee geboden voornamelijk besloten ?

A. Die twee geboden der liefde zijn voorna-melijk in de tien geboden Gods begrepen.

V. Welke zijn de tien geboden Clods ?

A. De tien geboden Gods zijn de volgende :

1. Bovenal bemint eenen God.

2. IJdelijk zweert noch spot.

3. Viert de heilige dagen al te gader.

4. Eert vader en moeder, opdat gij lang moogt leven op aarde.

5. Slaat niemand dood.

6. Doet geen overspel noch onkuischheid snood.

7. Wacht u van stelen en onrechtvaardig leven.

8. Gij zult geene valsche getuigenis geven.

9. Begeert niemands beddegenoot.

10. Noch onrechtvaardig iemands goed, hetzij klein of groot. Amen.

V. Wat houden de drie eerste geboden in ?

A. De drie eerste gehodeu bevatten onze plichten jegens God.

V. Wat houden de zeven overige geboden in ?

A. De zeven overige geboden bevatten onze plichten jegens onzen evennaaste.

V. Wat gebiedt het eerste gebod ?

A. Het eerste gebod gebiedt aan éenen God te gelooven, op Hem te hopen, Hem te beminnen en te aanbidden.

V. Wat verbiedt het eerste gebod ?

A. Het verbiedt het ongeloof, het bijgeloof.

ocr page 247

tN VRAC.KN KN ANTWOORDEN. 239 alle afgoderij, ketterij, tooverij, waarzeggerij, deu haat tegen God en alle met de heiligheid Gods strijdige godsdienstigheid.

V. Is het geoorloofd de Engelen en Heiligen te eeren ?

A. liet is geoorloofd, omdat wij hun geene goddelijke eer bewijzen, maar alleen (omdat zij Gods vrienden zijn) hunne voorspraak bij God verzoeken.

V. Is het geoorloofd de beelden der Heiligen te eeren ?

A. Dit is geoorloofd, omdat deze eer eigenlijk niet aan het beeld, maar wel den Heilige aangedaan wordt, die door het beeld wordt voorgesteld.

V. Is het geoorloofd de overblijfselen (reli-i|uiën) der Heiligen te eeren?

A. Deze vereering der reliquiën of overblijfselen van de lichamen der Heiligen is ook geoorloofd, omdat deze vereering tot God geslierd wordt, die in zijne Heiligen verheerlijkt wordt.

V. Wat gebiedt het tweede gebod ?

A. Het gebiedt den naam Gods eerbiedig te gebruiken, — Hem kloekmoedig te belijden, aan te roepen en zijne eer te bevorderen.

V. Wat verbiedt het ?

A. Het verbiedt het vloeken en de godslastering, den valschen eed en alle misbruik van den naam Gods.

V. Wat gebiedt het derde gebod ?

A. Het derde gebod gebiedt, op Zon- en feestdagen de godsdienstoefeningen bij te wonen, eu godvruchtige werken te verrichten.

V. Wat verbiedt het ?

ocr page 248

240 KLEINE CATECHISMUS

A. Het verbiedt allen zwaren arbeid zonder nood of wettige toelating, welke de rust en aandacht van de aan God toegeheiligde dagen zou kunnen storen.

V. Wat gebiedt het vierde gebod ?

A. Het gebiedt, dat wij aan degenen, van welke wij naast God het leven ontvangen hebben, eerbied, gehoorzaamheid en hulp bewijzen. — Het gebiedt ons ook alle, zoo geestelijke als wereldlijke overheden, te eeren en te gehoorzamen.

V. Wat wordt in het vierde gebod verboden ?

A. Daarin wordt verboden : ongehoorzaamheid, haat, verachting, vloek- en spotwoorden tegen ouders of overheden.

V. Wat wordt ons in het vijfde gebod bevolen ?

A. Er wordt ons bevolen ; de liefde tot onzen evennaaste, tot onze vijanden, de vrede, eendracht en het goede voorbeeld.

V. Wat verbiedt het ?

A. Het verbiedt alle uiterlijk geweld, doodslag en kwetsing van het lichaam des evennaasten. Daarom wordt verder haat, gramschap, vijandschap en alle beleediging des naasten verboden.

V. Wat beveelt het zesde gebod ?

A. Het beveelt de zuiverheid des harten in gedachten, woorden en werken, en het vluchten van alle gevaarlijke gelegenheden.

V. Wat verbiedt het ?

A. Het verbiedt alle onkuische werken, bewegingen, woorden, vrijwillige onkuische gedachten en begeerten, en alles, wat tot onkuisch-heid verleidt.

ocr page 249

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 241

V. Wat wordt in het zevende gebod bevolen ?

A. Er wordt bevolen, aan een ieder te geven en te Jaten wat hem toekomt en alle veroorzaakte schade te vergoeden.

V. Wat wordt verboden ?

A. Er wordt verboden rooven, diefstal, bedrog, het achterhouden van eens anders goed, woeker, en alle schade, den evenmensch in zijne vermogens of rechten aangedaan.

V. Wat gebiedt het achtste gebod r

A. Het gebiedt de oprechtheid in al onze woorden en werken, de verdediging van den goeden naam zijns naasten, en de vergoeding der schade, die men een ander in zijne eer gedaan heeft.

V. Wat wordt er door verboden r

A. Er wordt verboden de valsche getuigenis, de valsche aanklacht, de valsche eed, de leugentaal, de achterklap, het kwaad vermoeden, de lastering en het oorblazen.

V. Wat wordt in het negende en tiende gebod bevolen ?

A. Er wordt bevolen de zuiverheid des harten, de beteugeling van alle kwade lusten.

V. Wat wordt er door verboden ?

A. Er wordt verboden alle vrijwillige begeerten tot de huisvrouw of goederen des naasten.

V. Wat leeren ons de twee laatste geboden-nog verder ?

A. Deze twee geboden leeren ons, dat wij onze begeerten ook beteugelen moeten en dat God, die het diepste van onze harten doorgrondt, ons over de verborgenste vrijwillige begeerten oordee]en zal,

16

ocr page 250

242 KLEINE CATECHISMUS

V. Zijn er voor ons. Christenen, geene andere geboden dan de tien geboden Gods ?

A. Er zijn, behalve de tien geboden Gods nog de geboden der heilige Kerk.

V. Waarom is een Christen verplicht de geboden der heilige Kerk te onderhouden ?

A. Hij is verplicht deze te onderhouden, omdat de heilige Kerk van God de macht ontvangen heeft om wetten te geven; en omdat zij onze Moeder is,' aan /vvelke wij^als^hare kinderen, de stiptste gehoorzaamheid schuldig zijn.

V. Hoe vele geboden der heilige Kerk telt men gewoonlijk ?

A. Men telt gewoonlijk vijf geboden der heilige Kerk.

Zij luiden als volgt :

1. De geboden Heiligdagen zult gij vieren.

2. En dan ook Mis hooren met goede manieren.

3. Geene geboden vastendagen zult gij breken.

4. Gij zult uwen Triester ten minste ééns 's jaars

uwe biecht spreken.

5. En nuttigen omtrent Paschen het Lichaam

des Heeren.

Van de genade.

V. Wat heeft God beloofd aan degenen die zijne geboden onderhouden ?

A. God heeft.T'dengenen [die . zijne geboden onderhouden, het eeuwig leven beloofd. — »Wilt gij hel leven ingaan,quot; (zegt Hij in de heilige Schriftuur) szoo onderhoudt de geboden.quot;quot; ( Matth. /9 .• iy .)

V. Kan de mensch zonder de genade Gods de geboden onderhouden r

ocr page 251

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 243

A. De mensch kan zonder de genade Gods de geboden niet onderhouden. sZonder Mij kunt gij niets doen,quot; zegt Jezus. (Joan, /j : j.J 5 Ons vermogen is uit God.quot; f II. Cor. 6 ; s.)

V. Wat moet alzoo de Christen gelooven. dat tot de zaligheid noodzakelijk is ?

A. Een katholieke Christen moet gelooven, dat de genade Gods tot de zaligheid noodzakelijk is en dat geen mensch zonder de genade Gods, iets, verdienstig voor het eeuwig leven, doen kan.

V. Maar wat is dan de genade Gods ?

A. De genade Gods is eene inwendige, bovennatuurlijke gaaf, welke God aan de menschen, zonder hunne verdiensten, verleent, om goed te doen, zalig en heilig te worden.

V. Welke zijn dan de bijzondere bronnen, waardoor ons, Christenen, de genade Gods toevloeit ? '

A. De bijzondere bronnen, waardoor ons, Christenen, de genade Gods toevloeit, zijn de zeven heilige Sacramenten.

IV.

Van de heilige Sacramenten.

V. Wat is een Sacrament ?

A. Een Sacrament is een zichtbaar en werkdadig teeken der onzichtbare genade, door Jezus Christus zeiven tot onze heiligmaking ingesteld. Wij zien daarbij iets uitwendigs, en het onzichtbare, het geestelijke, ontvangen wij. Wij zien b. v. het water in het doopsel, maar de genade

ocr page 252

244 KLEINE CATECHISM t'S

( namelijk de vergiffenis der erfzonde ) zien wij

niet.

V. Hoeveel heilige Sacramenten zijn er, en hoe worden zij genoemd ?

A. Er zijn zeven heilige Sacramenten en zij worden genoemd : i. Het Doopsel. 2. Het Vormsel. 3. Het heilig Sacrament des Altaars. 4. De Biecht. 5. Het heilig Oliesel. 6. Het Priesterschap. 7. Het Huwelijk.

V. Waarom moet men de heilige Sacramenten hoogachten ?

A. Men moet de heilige Sacramenten hoogachten, omdat zij door Christus zeiven ingesteld zijn en zij de fonteinen zijn, waardoor ons de heiligmakende genade toevloeit.

Van het heilig Sacrament des Doopsels.

V. Wat is het Doopsel ?

A. Het heilig Doopsel is het eerste en tot de zaligheid noodzakelijkste Sacrament, (zonder hetwelk niemand kan zalig worden) waarin de mensch, door het water en het woord Gods, van de erfzonde en van alle andere zonden, indien hij er voor het doopsel bedreven heeft, gezuiverd, en in Jezus Christus, als een nieuw schepsel tot het eeuwig leven herboren, tot het kindschap Gods aangenomen wordt.

V. Wie mag doopen.

A. In geval van nood mag ieder mensch doopen.

V. Hoe doopt men ?

A. Men begiet het hoofd van den persoon, die gedoopt moet worden, met natuurlijk water

ocr page 253

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 245

eu men spreekt daarbij op hetzelfde oogeublik de woorden : » Ik doop 11 in den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen. ■

1(7?/ hel heilig' Sacrament des Vormsels.

V. Wat is het heilig Vormsel ?

A. Het Vormsel is een Sacrament, waarin de mensch, die gedoopt is, door het heilig Chrisma (waarmede zijn voorhoofd gezalfd wordt) en door het woord Gods (hetwelk de Bisschop over hem uitspreekt, wanneer hij hem de handen oplegt) van den heiligen Geest in de genade gesterkt wordt, om zijn geloof standvastig te belijden en naar hetzelve te leven.

Van hef heilig Sacrament des Alfaais.

V. Wat is het heilig Sacrament des Altaars ?

A. Het heilig Sacrament des Altaars is het allerheiligste Sacrament; het is het waarachtig lichaam en bloed onzes Heeren Jezus Christus, onder de gedaanten van brood en wijn.

V. Wat is bij dit Sacrament bijzonder op te merken ?

A. I»ij dit Sacrament is bijzonder op te merken :

1. Dat, wanneer de Priester de heilige woorden, die van Jezus Christus ingesteld zijn, over het brood en den wijn uitgesproken heeft, het brood geen brood meer is, maar het ware lichaam van Jezus Christus \ en de wijn geen wijn meer is, maar het ware bloed van Jezus Christus.

ocr page 254

246 KI.KINE CATECHISMUS

2. Men moet dit Sacrament aanbidden, omdat fezus Christus als God en mensch, levend, gelijk iu den hemel, aldaar tegenwoordig is.

3. Men is verplicht dit Sacrament te ontvangen, omdat Jezus Christus het als eene spijs ingesteld heeft, om ons te voeden tot het eeu-wig leven. De heilige Kerk wenscht, dat hare kinderen het dikwijls ontvangen , omdat het hunne zielen op eene geestelijke wijze versterkt en tot het eeuwig leven voedt.

4. „Die dit Sacrament in staat van doodzonde ontvangt, eet zijne verdoemenis, en maakt zich plichtig aan het lichaam en bloed van Jezus Christus.quot; ( I. Car. 11.)

5. Men moet tot het ontvangen van dit hoogwaardig Sacrament nuchter zijn.

V. Waarom wordt dit Sacrament genoemd het heilig Sacrament des Altaars ?

A. Het wordt het heilig Sacrament des Altaars genoemd, omdat op het Altaar, onder de heilige Mis, de Consecratie geschiedt, waardoor Jezus Christus onder de gedaanten van brood en wijn tegenwoordig komt.

ft,'/.' de heilige Mis.

V. Wat is de heilige Mis ?

A. De heilige Mis is de onbloedige offerande der nieuwe wet, de altijddurende gedachtenis van de bloedige offerande, welke Jezus Christus aan het kruis opgeofferd heeft.

V, Aan wien wordt deze heilige offerande opgedragen ?

A. Aan den almachtigen Vader wordt het

ocr page 255

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 247 lichaam en bloed van zijnen Zoon op liet altaar opgedragen.

V. Hog geschiedt dan deze offerande ?

A. Zij geschiedt op eene onbloedige, onzichtbare, maar waarachtige wijze.

V. Onder welke gedaante en hoe is Jeziis Christus op het altaar na de Consecratie tegenwoordig ?

A. Het lichaam van Christus is onder de gedaante van brood, en het bloed onder de gedaante van wijn tegenwoordig 5 nochtans is Jezus Christus onder iedere gedaante geheel en onverdeeld en onder elk. ook der kleinste gedeelten, tegenwoordig.

V. Waarom is de offerande der heilige Mis ingesteld ?

A. Zij is ingesteld tot gedachtenis van het lijden van Jezus Christus : de offerande , welke Jezus op den berg van Calvarie op eene bloedige wijze voltrokken heeft, wordt vernieuwd , zoo dikwijls er Mis gelezen wordt : nochtans op eene onbloedige wijze.

Van het heilig Sacrament der Biecht.

V. Wat is het heilig Sacrament der Biecht ?

A. Een Sacrament, in hetwelk de daartoe gemachtigde Priester, in Gods plaats, aan den zondaar de na het doopsel bedreven zonden vergeeft, wanneer hij ze rouwmoedig en openhartig biecht, en den vasten wil heeft om zich te beteren en ware boetvaardigheid te doen.

V. Wat wordt er tot eene ware boetvaardigheid vereischt ?

ocr page 256

J4B RI.EtNE CATECHISMUS

A. Er wordt vereischt : i. Het onderzoek des gewetens. 2. Het berouw of leedwezen. 3. Het vast voornemen. 4. De biecht. 5. De voldoening.

V. Hoe moet het onderzoek des gewetens geschieden ?

A. Het moet geschieden over alle gedachten, begeerten, woorden en werken, over het getal en de 'wezenlijke omstandigheden der zware zonden.

V. Hoe moet het heroinv of leedwezen zijn?

A. Het moet bovennatuurlijk zijn, dat wil zeggen, uit eene bovennatuurlijke beweegreden voortkomen; zoodanige zijn: omdat men de hel verdiend en den hemel verloren heeft of eigenlijk, omdat men God. het hoogste goed, belee-digd heeft.

V. Bestaat het berouw of leedwezen in een smartelijk gevoel r

A. Het berouw of leedwezen bestaat niet noodzakelijk in een smartelijk gevoel, maar het bestaat noodzakelijk in eenen bovennatuurlijken afschrik van de zonde, dien men daaraan kent, dat men uit liefde of vrees voor God wenschte niet gezondigd te hebben en in de toekomst niet meer wil zondigen.

V. Hoe verwekt men eene akte van berouw ?

A. Men verwekt die met de volgende woorden : » mijne zonden zijn mij van gauscher harte leed, omdat ik daardoor God, mijn opperste goed en eeuwigen rechter beleedigd heb.''

V Hoe moet het voornemen zijn ?

A. Het moet zoodanig zijn, dat men zich oprecht beteren en ook alle naaste gelegenheden der zonden vluchten wil.

V. Moe moet de biecht zelve zijn ?

ocr page 257

tN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 249

A. De biecht moet eene openhartige belijdenis van alle zonden zijn, met eerbare woorden uitgedrukt.

V. Wanneer is de biecht eene heiligschen-nende ?

A. Als de zondaar uit vreeS of schaamte in de biecht eene zware zonde verzwijgt; zulke biecht is van geener waarde en hij doet eene nieuwe groote zonde of heiligschennis, omdat hij het heilig Sacrament der biecht onteert.

V. Hoe dikwijls moet men biechten ?

A. Men moet dikwijls biechten, omdat men dikwijls zondigt, en ook, omdat het dikwijls biechten de menschen voor de gevaren der zonden bewaart en de zuiverheid des gewetens bevordert.

Wat is de voldoening r

A. De voldoening is eene tijdelijke straf voor de zonden. Zij geschiedt door bidden, vasten, aalmoezen geven of andere werken van boetvaardigheid.

V. Wat zijn aflaten ?

A. Kwijtschelding der tijdelijke straffen van vergeven zonden, voor welke wij in dit leven of na onzen dood zouden moeten lijden.

V. .Wat wordt er vereischt cm eenen aflaat te verdienen ?

A. Om eenen aflaat te verdienen moet men : 1. In staat van genade zijn. 2. De voorgeschre-vene voorwaarden volbrengen.

Van het heilig Oliesel.

V. Wat is het heilig Oliesel ?

A. liet heilig Oliesel is een Sacrament, in

ocr page 258

250 KLEINE CATECHISMUS

hetwelk, door de zalving met de heilige Olie en door het voorgeschreven gebed des Priesters, de zieke de genade Gods tot welvaart der ziel, en ook dikwijls tot die des lichaams ontvangt.

V. Waarom mag een zieke dit niet verzuimen ?

A. Een zieke mag dit niet verzuimen, om de menigvuldige genaden, die hij daardoor ontvangt.

V. Welke zijn de uitwerkselen van het heilig Oliesel ?

A. Zij zijn : 1. De vermeerdering der heilig-makende genade. 2. De vergiffenis der dage-lijksche zonden, en ook van alle zware zonden, die de zondaar niet heeft kunnen of vergeten heeft te biechten. 3. De bevrijding van de gevolgen der zonden. 4. Sterkte tegen de bekoringen. 5. Hulp tegen den angst des doods. 6. Ook dikwijls de lichamelijke gezondheid.

Van het Priesterschap.

V. Wat is het Sacrament des Priesterschaps ?

A. Het is een Sacrament waarin diegenen, die Priester gewijd worden, de macht en genade ontvangen, om hun ambt naar behooren te bedienen 5 waarin hun de macht wordt medegedeeld over het waarachtig lichaam van Jezus Christus, en over het geestelijk lichaam, hetwelk de geloovige Christenen zijn.

V. Welke macht ontvangen de Priesters door het heilig Sacrament des Priesterschaps ?

A. De Priesters ontvangen de macht: j. Om het brood en den wijn in het waarachtig lichaam en bloed van onzen Heer Jezus

Christus te veranderen.

2. Om den geloovigen hunne zonden te vergeven.

ocr page 259

tN VRAGEN EN ANTWOORDEN. ajl Van het heilig Sacrament des Huwelijks.

V. Wat is het heilig Sacrament des Huwelijks?

A. lietquot; Sacrament des Huwelijks is eene onverbreekbare verbintenis, door welke twee vrije christelijke personen, man en vrouw, verbonden worden, opdat God hun door het Sacrament de genade geve, om, tot den dood toe, in hunnen staat godvruchtig te volharden en hunne kinderen christelijk op te voeden.

V. Wat moeten diegenen doen, die voornemens zijn den huwelijken staat te aanvaarden ?

A. Zij moeten na de kerkelijke roepen ontvangen te hebben, in tegenwoordigheid van twee getuigen, voor hunnen pastoor, elkander eeuwige trouw beloven, en van hem den huwelijkszegen ontvangen.

V. Welke zijn de plichten der getrouwden jegens elkander ?

A. De plichten der getrouwden jegens elkander zijn :

1. Dat zij vreedzaam en christelijk met elkander leven.

2. Dat de man zijne vrouw, als zijn eigen lichaam, beminne, voede en bescherme; maar de vrouw moet haren man in geoorloofde zaken onderdanig zijn.

3. Dat zij elkander in tegenspoed niet verlaten, maar tot den dood toe met elkander vereenigd blijven.

4. Dat zij hunne kinderen christelijk opvoeden, en voor hun eeuwig en tijdelijk welzijn zorgen.

V. Welke is de vrucht der genaden, welke

ocr page 260

252 KLEINE CATECHISMUS

eeneu katholieken Christen door de heilige Sacramenten toevloeien ?

A. De vrucht dier genaden is : de christelijke rechtvaardigheid.

V.

Van de christelijke Rechtvaardigheid.

V. Is liet genoeg om zalig te worden, dat wij alles weten en gelooven, wat wij tot nu toe geleerd hebben ?

A. Neen, het is niet genoeg: wij moeten ook nog de christelijke rechtvaardigheid beoefenen, want, zegt de H. Joannes : » Die de rechtvaardigheid doet is rechtvaardig, maar die de zonde doet, is uit den duivel.quot;

V. Waarin bestaat de christelijke rechtvaardigheid ?

A. De christelijke rechtvaardigheid bestaat hierin : dat men het kwade schuwe en het goede doe.

Va» het hvade.

V. Wat is het kwade ?

A. Het kwade is de zonde.

V. Wat is de zonde ?

A. De zonde is eene vrijwillige overtreding der goddelijke geboden.

V. Hoe velerlei is de zonde ?

A. Zij is tweeërlei : 1. de erfzonde en 2. de dadelijke zonde.

V. Wat is de erfzonde ?

A. De erfzonde is die zonde, welke Adam

ocr page 261

INT VRAGEN EN ANTWOORDEN. 253

in het Paradijs bedreven heeft, en wij in hem bedreven en van hem geërfd hebben.

V. Waardoor wordt de erfzonde vergeven ?

A. De erfzonde wordt door het doopsel vergéven.

V. Wat is dadelijke zonde ?

A. De dadelijke zonde is eene vrijwillige overtreding der goddelijke geboden, wanneer degene, die ze bedrijft, tot het gebruik van zijn verstand gekomen is; zij wordt bedreven door gedachten, woorden, werken en verzuim van hetgeen men verplicht is te doen.

V. Wat is doodzonde r

A. De doodzonde is eene zware overtreding der goddelijke geboden : door haar wordt de mensch beroofd van de heiligmakende genade, hij wordt een vijand van God en den eeuwigen dood schuldig. Zij is het grootste kwaad, omdat zij ons berooft van God, die het opperste goed is, en omdat zij de eeuwige verdoemenis na zich sleept.

V. Wat is eeue dagelijksche zonde ?

A. Eene dagelijksche zonde is eene kleine overtreding van Gods geboden.

V. Hoe worden de zonden verdeeld ?

A. Zij worden verdeeld in : de zeven hoofdzonden, de zes zonden tegen den heiligen Geest, de vier wraakroepende zonden, en de negen vreemde zonden.

V. Welke zijn de zeven hoofdzonden r

A. De zeven hoofdzonden, van welke alle andere voortkomen, zijn : 1. Hoovaardigheid. 2. Gierigheid. 3. Onkuischheid. 4. Nijd. 5. Gulzigheid. 6. Gramschap. 7. Traagheid.

ocr page 262

254 KLEINE CATECHISMUS

V. Welke zijn de zonden tegen den heiligen Geest ?

A. I. üp Gods genade wanhopen. 2. Vermetel op Gods barmhartigheid vertrouwen. 3. De bekende christelijke waarheid bestrijden. 4 Zijnen evennaaste de goddelijke genade misgunnen en hem daarom benijden. 5. Tegen de heilzame vermaningen een versteend hart hebben. 6. De onboetvaardigheid opzettelijk volhouden.

V. Welke zijn de vier wraakroepende zonden ?

A. Vrijwillige doodslag. 2. Onkuischheid tegen de. natuur. 3. De verdrukking der armen, weduwen en weezen. 4. Achterhouden van het loon der werklieden.

V. Welke zijn de negen vreemde zonden ?

A. 1. Anderen tot zonden raden. 2. Gebieden te zondigen. 3. In de zonden van anderen toestemmen. 4. Anderen tot zonden aanlokken. 5. De zonden van anderen prijzen. 6. Over de zonden stilzwijgen. 7. De zonden niet straffen. 8. Aan de zonden deelnemen. 9. De zonden verdedigen.

Van hel goede.

V. Wat is het goede r

A. Het goede is alles, wat met de goddelijke wetten overeenkomt; en met de goddelijke wetten komen de christelijke deugden en goede werken overeen.

I. Van de christelijke Deugden.

V. Wat is dan een christelijke deugd?

A. Eene christelijke deugd is eene gaaf, welke God met de heiligmakende genade in eene ziel

ocr page 263

TN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 255 stort, om den wil van den mensch tot zulke werken genegen te makenj die met de geboden van Jezus Christus overeenkomstig, en het eeuwige leven waard zijn.

.V. Moe velerlei zijn de christelijke deugden? A. Tweeërlei : de goddelijke en de zedelijke deugden.

V. Welke zijn de goddelijke deugden A. De goddelijke deugden zijn die, welke God tot onmiddellijke beweegreden hebben, namelijk : X. het Geloof, 2. de Hoop en 3. de Liefde.

V. Is de Christen verplicht de goddelijke deugden te oefenen, en wanneer ?

A. Hij is op doodzonde verplicht de goddelijke deugden te oefenen, en wel :

1. Wanneer hij tot het gebruik der rede gekomen is.

2. Dikwijls in zijn leven.

3. Wanneer hij sterk tegen deze deugden bekoord wordt.

4. In gevaar zijns levens en op zijn sterfbed. V. Hoe kan men kort en goed deze drie

goddelijke deugden verwekken ?

A. Men kan deze drie goddelijke deugden op de volgende korte wijze verwekken :

1. jMijn God ! ik geloof alles wat Gij ons geopenbaard hebt en door uwe katholieke Kerk ons voorstelt, omdat Gij, de eeuwige waarheid, het geopenbaard hebt.quot;

2. sMijn God ! ik hoop van U te bekomen de eeuwige zaligheid, omdat Gij mij die beloofd hebt, die in uwe beloften hoogst waarachtig en getrouw zijt.quot;

ocr page 264

256 KI.EINK CATECHISMUS

3. »Mijn God! ik bemin U uit geheel mijn hart, boven alles en ik heb leedwezen uit liefde tot U over al mijne zonden, omdat Gij het opperste en alleen beminnenswaardige goed zijt.quot;

Men verwekt ook de goddelijke Liefde, wanneer men al zijne gedachten, woorden en werken aan den goeden God opoffert met deze korte schoone spreuk : om de liefde Gods.

V. Welke zijn de zedelijke deugden eens Christens 5

A. De zedelijke deugden eens Christens zijn die, welke God tot middelbare beweegreden hebben en door welke de zeden der Christenen zoo ingericht worden, dat zij God aangenaam zijn.

V. Welke zijn onder de zedelijke deugden de vier hoofddeugden ?

A. De vier hoofddeugden zijn : I. De voorzichtigheid. 2. De matigheid. 3. De rechtvaardigheid. 4. De sterkte of standvastigheid.

V. Hoe worden de zeven deugden genoemd, die met de zeven hoofdzonden tegenstrijdig zijn ?

A. Deze zijn : 1. De ootmoed. 2. De milddadigheid. 3. De kuischheid. 4. De liefde. 5- r)e matigheid. 6. Het geduld. 7. De ijver.

V. Welke zijn de plichten, die Jezus Christus bijzonder bevolen heeft, en die ook tot de christelijke rechtvaardigheid behooren ?

A. Deze zijn de volgende :

1. Vooreerst het rijk Gods en zijne rechtvaardigheid zoeken.

2. Zich zeiven verloochenen.

3. Zijn kruis opnemen.

ocr page 265

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 257

4. Christus navolgen.

5. Ootmoedig en zachtmoedig zijn.

9. Zijne vijanden beminnen, weldoen die ons haten, bidden voor degenen, die ons beleedigen en vervolgen.

V. Welke zijn de acht deugden die Jezus Christus op den berg geleerd heeft r

A. De acht deugden, welke Jezus Christus op den berg geleerd heeft, voor welke Hij de menschen de eeuwige zaligheid beloofd heeft, en die daarom ook de acht zaligheden genoemd worden, zijn de volgende ;

1. Zalig zijn zij, die arm van geest zijn, want het rijk der hemelen behoort hun toe.

2. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten.

3. Zalig zijn de droevigen, want zij zullen vertroost worden.

4. Zalig zijn zij, die honger en dorst hebben naar de rechtvaardigheid, want zij zullen verzadigd worden.

5. Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven.

6. Zalig zijn zij, die zuiver van harte zijn, want zij zullen God zien.

7. Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

8. Zalig zijn zij, die vervolging lijden om de rechtvaardigheid, dewijl het rijk der hemelen hun toebehoort.

II. Van de Goede Werken.

V. Zijn de goede werken noodzakelijk om zalig te worden ?

17

ocr page 266

258 KI.F.INE fATF.CIIISMl'S

A. De goede werken zijn noodzakelijk om zalig te worden, want het geloof zonder de werken is een dood geloof.

V. Kan de mensch uit zijne eigene kracht werken doen, die goed en voor het eeuwig leven verdienstelijk zijn r

A. Zulke werken, die tot de zaligheid noodzakelijk en bij God verdienstelijk zijn, kan de mensch maar door den bijstand Gods doen.

V. Hoe moeten deze werken geschieden ?

A. Zij moeten I. in staat van genade, 2. vrijwillig, en 3. zij moeten niet slechts om eene natuurlijke, maar om eene bovennatuurlijke beweegreden, bijzonder om God, gedaan worden.

V. Welke zijn de voornaamste goede werken ?

A. De voornaamste goede werken zijn : bidden, vasten en almoezen geven.

V. Wat verstaat men door aalmoezen geven ?

A. Door aalmoezen verstaat men alle, zoowel lichamelijke als geestelijke werken van barmhartigheid.

V. Welke zijn de lichamelijke werken van barmhartigheid ?

A. De lichamelijke werken van barmhartigheid zijn : 1. De hongerigen spijzen. 2. De dorstigen laven. 3. De vreemden herbergen. 4. De naakten kleeden. 5. De zieken bezoeken. 6. De gevangenen verlossen. 7. De dooden begraven.

V. Welke zijn de geestelijke werken van barmhartigheid r

A. 13e geestelijke werken van barmhartigheid zijn : I. De zondaars straffen. 2. De onwetenden leeren. 3. De twijfelachtigen goeden raad geven. 4. De bedroefden troosten. 5' onrecht ge-

ocr page 267

IN VRAGEN EN ANTWOORDEN. 259 fUildig vergeven. 6. Diegenen, die ons beleedi-gen geduldig verdragen. 7. Voor de levenden en dooden bidden.

V. Welke goede werken heeft onze Heer Jezus Christus als eene geheel bijzondere volmaaktheid geraden ?

A. De drie evangelische Raden, namelijk :

1. De vrijwillige armoede.

2. De eeuwige zuiverheid.

3. De volkomen gehoorzaamheid aan eenen gees

telijken overste.

V. Welke gedachte is in staat, om den mensch zulk eene heilige vreeze Gods in te boezemen, dat hij de christelijke rechtvaardigheid niet verzuimt ?

A. De ernstige herinnering aan de vier uitersten. ., Gedenk, o mensch ! in al uwe werken uwe uitersten, en in eeuwigheid zult gij niet zondigen. quot;

BIJVOEGSEL.

Van de vier Uitersten.

V. Welke zijn de vier uitersten ?

A. De vier uitersten zijn : de dood, het oordeel, de hel en de hemelsche glorie.

V. Wat is de dood ?

A. De dood is de scheiding der ziel van het lichaam en is eene straf der zonde. Hadden de eerste menschen in het paradijs niet gezondigd, dan waren wij ook onsterfelijk volgens het lichaam gebleven.

V. Wat volgt op den dooil ?

A. Aanstonds na den dood zal Jezus Christus

ocr page 268

200 KLEINE CATECHISMUS

de ziel van een ieder in het bijzonder oordeelen, maar op het einde der wereld zal Hij alle men-schen te zamen met ziel en lichaam oordeelen.

V. Wat volgt op het oordeel ?

A. Na het bijzonder oordeel komt de ziel of wel in het vagevuur , of in de hel , of in den hemel.

V. Wat is het vagevuur ?

A. Het vagevuur is eeue plaats, waar de zielen tijdelijke straffen lijden voor hare zonden, welke zij in de wereld niet voldaan hebben.

V. Van welke Christenen zijn de zielen in het vagevuur ?

A. De zielen van die Christenen, die in de genade Gods gestorven zijn, maar nog met onvolmaaktheden of dagelijksche zonden bevlekt zijn, of die in hun leven nog niet genoeg boetvaardigheid over hunne zonden gedaan hebben en daarom de pijnen lijden , die de rechtvaardigheid Gods voor hen bestemd heeft.

V. Hoe kan men de zielen des vagevuurs te hulp komen ?

A. Men kan haar te hulp komen : i. Door het gebed. 2. Door de heilige offerande der Mis. 3. Door andere goede werken.

V. Wat is de hel ?

A. De hel is die ongelukkige plaats, waar de verdoemden eeuwig gepijnigd worden ! — Degenen die in doodzonde sterven, komen in de hel.

V. Wat is de hemel ?

A. De hemel is de gelukzalige verblijfplaats der Heiligen, alwaar de getrouwe dienaars van God, Hem eeuwig genieten en bezitten. Diegenen komen in den hemel, die in staat van genade sterven.

ocr page 269

GEESTELIJKE LES.

GEESTELIJKE LES

IN VERHALEN EX OVERWEGINGEN.

De eeuwige Waarheden.

De kerkelijke geschiedenis verhaalt ons. dat een groot aantal van heilige boetvaardigen, doordrongen van de nietigheid aller aardsche goederen , en van de verhevenheid der eeuwige waarheden vervuld, zich in de eenzaamheid begaf, om zich aldaar ongestoord aan de overweging der heilige waarheden over te geven. Van elkander gescheiden, in holen als in graven verborgen, hielden zij zich alleen met deze gedachten bezig : de dood is zeker, doch geen mensch weet, wanneer, waar en hoe hij sterven zal; ieder oogenblik kan het laatste van ons leven zijn; — hetzelfde oogenblik, waarop de mensch sterft, zal hij van God geoordeeld worden , en eene nauwkeurige rekenschap over zijne gedachten, woorden en werken, die hij alleen van hier medeneemt, moeten geven: — na dit leven, dat zoo snel voorbij gaat, begint de eeuwigheid, die geen einde heeft, en die of wel gelukzalig, of wel ongelukzalig zijn zal. — Zij overwogen, dat wij slechts daarom op de wereld zijn, om onze zaligheid te bewerken en dat, zoo wij dit doel missen, het in eeuwigheid niet meer vergoed kan worden ; — dat eene éénige doodzonde in staat is, om ons voor eeuwig rampzalig te maken en dat de zonde het eenige ware kwaad, het eenige ongelijk is , dat wij te vreezen hebben.

261

ocr page 270

202 GEESTELIJKE LES.

Doordrongen van deze ernstige gedachten, waakten zij geheele nachten, zij vastten, droegen haren kleederen ; alle werktuigen der boevaardigheid moesten hun dienen 5 om het lichaam aan de slavernij van den geest te onderwerpen. Zij voedden zich steeds met wortelen en kruiden, of ten hoogste rnet brood, dat zij met hunne tranen bevocht'gden. Bleek en mager gelijk levende geraamten, leidden zij een leven, dat meer een langzame dood scheen en waren zij, na twintig, dertig , veertig jaren alzoo geleefd te hebben, eindelijk aan het einde hunner loopbaan gekomen, dan nog vroeg de een den ander, vervuld van eene heilige vreugd , met eene sidderende stem : ,, Meent gij, ach ! meent gij wel, dat God mijne ziel barmhartig zal zijn en mij mijne zonden zal vergeven hebben r Meent gij wel, dat ik bij mijnen dood eenigen troost zal ontvangen 5 dat de eeuwige Rechter de strengheid zijns oordeels jegens mij zal verzachten ? Mag ik toch wel hopen de schrikkelijkheden eener rampzalige eeuwigheid te ontgaan; en deel te hebben in de gelukzaligheid der uitverkorenen ? ^

Welke gevoelens, welk voorbeeld, doch ook, welke veroordeeling misschien voor ons ! Overwegen wij dit wel.

Zijn wij ook niet tot zulke buitengewone dingen, waartoe men eenen bijzonderen aandrang der genade behoeft, geroepen, zoo zijn wij toch allen zonder uitzondering tot den geest van boetvaardigheid geroepen, zonder welke er geene zaligheid te hopen is; want „ zoo gij geene boetvaardigheid doetquot; zegt de eeuwige wijsheid,

ocr page 271

GEESTELIJKE LES. 263

„ zult gij allen te gronde gaan.quot; Wij zijn geroepen, om overal het rijk Gods te zoeken, ons hart niet aan de wereld te hechten, ons lichaam te kastijden, het aan de heerschappij van den geest te onderwerpen en onze zaligheid met vrees en siddering te zoeken. Maar waarom doen wij dan niets van dit alles ? En die heilige boet-vaardigen, die wij nu eeren, deden dingen, die men in het geheel niet van ons vereischt, schoon zij nochtans geen ander Evangelie volgden dan wij, geenen anderen godsdienst uitoefenden dan wij, geenen anderen God dienden, geene andere eeuwigheid verwachtten of vreesden dan wij. Welke is dan de oorzaak van zulk een zeldzaam onderscheid ? De Heiligen hadden een levend geloof, hetgeen ons ontbreekt, en daarom behartigden zij de zaligheid hunner ziel , en wij verwaarloozen ze. Zij overwogen zonder ophouden de grootheid Gods, de afschuwelijkheid der zonde, de onzekerheid van den dood, de vree-selijke verborgenheid van Gods oordeelen , het naderende oogenblik van de voor eeuwig gelukzalige of rampzalige toekomst; en wij, wij vreezen soms, ons met zoo groote voorwerpen bezig te houden 5 met één woord, — zij leefden als Heiligen, en wij leven als wereldlingen.

Overwegen wij dit, terwijl het nog tijd is. Wat hebben wij te verwachten, zoo wij dit niet behartigen? — Welken troost zal het ons eens bijbrengen, dit overwogen te hebben ! Behartigen wij dit; laten wij liever ons daarmede bezighouden, opdat wij niet, zoo wij veronachtzamen het te overwegen , in eeuwigheid moeten wanhopen ; maar opdat wij integendeel in de eeuwigheid

ocr page 272

264 GEESTELIJKE LES.

de vruchten van zoo heilzame overwegingen

mogen inzamelen.

De Zaligheid.

Een man, die zijnen geheelen leeftijd in den dienst van eenen voortreffelijken heer had doorgebracht, viel in eene doodelijke ziekte. Zijn heer, die hem zeer beminde, bezocht hem, en vond den zieke in het grootste gevaar bijna aan zijn laatste ademhaling en op het punt om den geest te geven. Diep aangedaan op dezen aanblik, sprak de heer tot hem : „ Konde ik toch iets voor u doen! vraag met vertrouwen van mij, al wat gij maar wilt, en vrees voor geen weigering. •— „ Mijn heer en gebiederquot; antwoordde de zieke, „ In dezen mijnen toestand weet ik maar ééne zaak , waarvoor ik u bid; verleng mijn leven maar één kwartier uurs !quot; — O, dit, hernam de heer, „ dit is niet in mijne macht! Vraag iets anders, hetgeen ik u kan verleenen.quot;' „Zie eensquot; sprak de stervende, „vijftig jaren lang heb ik u, mijnen heer, gediend, en nu kunt gij mij het leven niet één kwartier uurs verlengen. Ach ! had ik toch mijnen God even zoo gediend! Hij zou mij nu niet alleen een kwartier uurs, maar eene gelukzalige eeuwigheid schenken !quot; — Daarna gaf hij zijnen geest.

Gelukkig hij , indien hij de vermaning, die hij anderen gaf over de nietigheid der aardsche dingen en over de noodwendigheid, van aan de zaligheid hunner onsterfelijke zielen te arbeiden, 7,elf waargenomen hadde.

ocr page 273

GEESTELIJKE LES. 265

Zulleii wij niet eens hetzelfde lot hebben? — Wij vermoeien ons en worden oud in den dienst der wereld, ja wij offeren ons voor haar op, en als ons uur dan slaat; — wat zal dan de wereld voor ons doen , en wat zal ons van datgene , wat wij om harentwil gedaan hebben , overblijven, zoo wij den dienst van God en de zaligheid onzer ziel verwaarloozen ? Overwegen wij dit, en zeggen wij oprecht en met een vaster voornemen dan voorheen : ik wil zalig worden : en den overigen tijd mijns levens daaraan besteden; tot nu toe heb ik dit maar al te veel verwaarloosd ! ik moet het als een groot geluk aanzien, dat God mij nog den tijd en de genade schenkt om er ernstig over te denken.

De Zonde.

Arkadius, de kettersche keizer van Constanti-nopel, was woedend tegen den H. Joannes Chry-sostomus. Eens zeide hij vol gramschap tot eenige zijner hovelingen : » O, kon ik mij toch op dezen Bisschop wreken ! quot; De hovelingen waren aanstonds bereid, om hem raad te geven ; de eerste sprak : jgt; Zend hem in ballingschap, opdat hij nimmermeer voor uwe oogen verschijne; quot; — een ander sprak : » Neem hem zijne goederen af; quot; — een ander : » Werp hem geboeid in de gevangenis ; quot; — De vierde vroeg den keizer, of hij dan niet meester was? » Laat hem dooden,quot; sprak hij, »en ontdoe u van hem door den dood! quot; Een eindelijk, die meer verstand dan de overigen had, zeide hun : Gij bedriegt u, dit zijn geene middelen om op hem wraak te

ocr page 274

266 GEESTELIJKE I.ES.

nemen. Waarheen zult gij hem verbannen ? De gelieele wereld is zijn vaderland. Ontneemt gij hem zijne goederen, zoo ontneemt gij die niet aan hem, maar aan den arme : werpt gij hem in den kerker, hij zal zijne ketenen kussen en zich gelukkig achten: veroordeelt gij hem ter dood, zoo opent gij hem den hemel. Neen, mijn vorst, wilt gij u op hem wreken, zoo dwing hem eene zonde te doen. (k ken dien man : niets in de wereld vreest hij, dan de zonde.quot;

Overwegen wij dit wel en vergeten wij het nooit, dat wij met de zonde nimmer den hemel, ons ware vaderland, kunnen intreden. Als zondaar kunnen wij God, den oorsprong van ons wezen, nooit aanschouwen. Door de zonde, ja, door eene éénige doodzonde, waarvoor niet geboet is, worden wij eeuwig aan de helsche pijnen en aan eene eeuwige wanhoop overgegeven. ()verwegen wij dit, en zoo het noodzakelijk is, vergeten wij al het overige, om maar aan dit te denken, s Vlucht de zonde als eene vergiftige slang.quot;quot; ( Eed. 21.) s Vader ! ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen U. ' (Luc. ij.) sik erken mijne zonde, en zij is altijd tegen mij. (Ps. jo.) sWend uw aangezicht, o mijn God ! van mijne zonde af, en reinig mijne ziel van al hare misdaden.quot;quot; (Ps. jo.)

De Dood.

• Eene jonge juffrouw met veel verstand en begaafd met al de bevalligheden, die haar geslacht kunnen versieren, bevond zich veel eerder dan zij dit vermoed had, aan het einde harer

ocr page 275

GEESTELIIKF, LES. 267

loopbaan. In het begin harer ziekte verborg men haar liet gevaar, waarin zij zich bevond, gelijk het helaas ! maar al te dikwijls gebeurt : doch als de kwaal toenam, werd men gedwongen haar dit onder het oog te brengen en haar te herinneren, dat zij haar geweten in orde moest stellen. Dit bericht veroorzaakte haar in het begin veel schrik en ontsteltenis; doch weldra overwon op haar het gevoel des geloofs, dooide genade Gods versterkt, zij offerde God grootmoedig haar leven en vroeg zelve de laatste heilige Sacramenten. Xa zich voorbereid te hebben om deze te ontvangen, liet zij eenige harer vriendinnen bidden, haar te komen bezoeken. Deze verschenen juist als zij de laatste heilige Sacramenten moest ontvangen; zij sprak haar met eene stervende stem op eenen hartroerenden toon aan : » Mijne vriendinnen ! ik heb u verzocht hier te komen, om u de nietigheid der menschelijke dingen te toonen. Gij ziet mijnen toestand en zijt daardoor getroffen, trekt nut daaruit en erkent de beuzelachtigheden dezer wereld. Ach, mijne geliefden! kondet gij toch de zaken zoo klaar zien, als ik ze nu aanschouw! alle ijdelheden en alle bedrog van dit leven zouden voor uwe oogen verdwijnen, en gij zoudt erkennen, dat niets eenige waarde heeft, dan God te dienen. — Mijn uur is nu gekomen, ook het uwe zal komen ; wacht toch niet, met er u toe voor te bereiden. Voor den laatsten keer in dit leven zie ik u, voor den laatsten keer spreek ik u en verzoek ik u voor mij te bidden; en zoo ik, gelijk ik door de verdiensten van Jezus Christus verwacht, barmhartigheid bekom, dan

ocr page 276

268 GEESTELIJKE I.ES.

zal ik u ook bij God niet vergeten,quot; Daarop dan ontving zij de heilige Sacramenten der stervenden, en weinig tijds daarna gaf zij den geest. Deze hare laatste woorden prentten zich diep in de gemoederen diergenen, die haar gehoord hadden, en brachten vruchten van zaligheid voort.

Mogen zij ook in ons heilzame overwegingen voortbrengen!

De Eeuwigheid.

Een oud, beroemd schilder werd eens door eenen anderen schilder bezocht, die hem onder anderen de volgende vraag voorstelde : hoe komt het, dat gij, die een zoo groot kunstenaar zijt, zoo wienig schilderijen vervaardigt, daar ik, die toch zoo verre in de kunst achter u blijf, in korten tijd zoo vele vervaardigd heb ? — j Dat zal ik u zeggen,'' antwoordde hij, s gij schildert voor den tijd, en ik voor de eeuwigheid.quot;

Eene schoone leer ! — Wij allen hebben een beeld uit te schilderen; want als Christenen moeten wij, als wij tot de uitverkorenen willen behooren, het beeld van Jezus Christus en de gelijkenis met Hem, die het voorbeeld en het model aller uitverkorenen is, in ons afbeelden. Dagelijks kunnen wij daaraan arbeiden ; een gebed tot God opgeofferd, eene aalmoes om den wil Gods gegeven, eene versterving door den geest van boetvaardigheid geheiligd, dit alles zijn even zoo vele penseeltrekken, even zoo vele gelijkenissen met het goddelijke voorbeeld, dat

ocr page 277

r.KKSTKUJKK I.KS. 269

ous gegeven is. Doch herinneren wij ons altijd, dat deze schilderijen voor de eeuwigheid moeten gereed gemaakt worden.

Overtuigd van deze groote waarheid, leven en handelen wij voortaan als zulke menschen, die geheel van de gedachten der eeuwigheid vervuld, door het geloof der eeuwigheid versterkt, die door de hoop op de eeuwigheid aangemoedigd, met één woord, als menschen, die tot de eeuwigheid bestemd zijn. — O, mogen wij toch voor eeuwig gelukzalig zijn !

Overweeg dit wel, en zeg zonder ophouden tot u zeiven : » Er is eene eeuwigheid ! — ik ben bestemd tot de eeuwigheid ! — misschien ben ik aan de poorten der eeuwigheid ! ~ welk zal mijn lot in de eeuwigheid zijn ! De tijd is mij daartoe gegeven, om dit te overwegen 5 hieraan wil ik den tijd, die mij nog overig is; besteden.quot;

Het uitstellen der bekeering.

,, Stel uwe bekeering van den eenen dag tot den anderen niet uit.quot; (Eccl. 5.) Ten allen tijde ziet men zondaars, die in zonde leven, in de zonde volharden en daarbij nog zeggen, dat zij zich toch eens zullen bekeeren, want zij mee-nen dat hun de tijd daartoe niet zal ontbreken. Doch dit is een bedrog, eene dwaasheid, die reeds eene ontelbare menigte zielen in het verderf gestort heeft en nog zal storten. — Bedrieg u niet, o zondaar ! Stel uwe bekeering niet uit, anders zijt gij in gevaar van u niet te bekeeren en als een verworpeling te sterven. Gij vindt ten minste in de grondstellins? des Lreloofs niets.

ocr page 278

270 GEESTELIJKE LES.

dat u in uwe boosaardige hoop kan versterken; integendeel, alles roept u toe, dat gij in het uiterste gevaar zijt. Ja alles in het geloof moet eenen zondaar, die zijne bekeering uitstelt, met schrik en angst vervullen. Schrikkelijk zijn de uitspraken, de bedreigingen, de vergelijkingen, de afbeeldsels, de gelijkenissen, de voorbeelden. •— Alles in het geloof is als alarmslagen voor hem : alles roept hem in den naam Gods toe : » Stel toch niet uit! — stel toch niet uit! quot; Aanhoor dit woord eu overweeg het wel.

Schrikkelijk zijn de uitspraken : niets is schrik-kelijker dan de uitdrukkingen der heilige Schrift hierover ; s Zoekt den Heer, als Hij nog kan gevonden worden.quot; (/sa/ 55*) » Wandelt ter-wijl gij nog licht hebt, opdat de duisternis u niet verrasse. Die in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heen gaat.quot;quot; (Joan. 12.) s Weest bereid, want de Zoon des menschen zal komen, als gij dit niet vermoeden zult. quot; (f.KC. 12.) » Heden, als gij zijne stem hoort, verhardt uwe harten niet.'quot; (/!r. 94.)

Schrikkelijk zijn de bedreigingen ; » Gij zult mij zoeken en niet vinden. quot; (yonn. 7.) 1 Gij hebt niet naar mij geluisterd, als ik u geroepen heb, — zoo zal ik u ook in uwen ondergang bespotten, als hetgeen gij vreest, u overkomt, als het ongeluk u onverwachts overvalt, de ondergang gelijk een onweder op u nederstort, pijn en angst u bevangen. Dan zullen zij mij aanroepen, doch ik zal hen niet verhooren.quot; (Spy. 1.) sin uwe zonden zult gij sterven.quot; {Joan. 8.)

Schrikkelijk zijn de vergelijkingen : » De dag

ocr page 279

O REST KT. IJ K K LES. 27 I

des Heeren zal komen gelijk een dief in den nacht! want als zij zullen zeggen : er is vrede, er is stilte, — dan zal hem onvoorziens de ondergang overvallen/' ( Thes. 5.) » Gelijk men de visschen met den hengel en de vogels met de netten vangt, zoo zullen ook de menschen op kwaden tijd gevangen worden, als die plotseling hen zal overvallen.'1 (Ecclcsiast. 9.)

Schrikkelijk zijn de denkbeelden ; maar één oogenblik flikkert het weerlicht, en dan is het voorbij en verdwenen : — dit is het afbeeldsel des levens : heden zijt gij op deze wereld, morgen in de eeuwigheid. Ook : » gelijk het weerlicht uit het oosten opgaat en tot in het westen flikkert, alzoo zal ook de aankomst van den Zoon des menschen zijn.quot; (Jl/att/i. 24.) » Reeds is de bijl aan den wortel des booms geplaatst, en al die geene goede vruchten voortbrengt, zal uitgehakt en in het vuur geworpen worden.quot; (/,«lt;-. 3.)

Schrikkelijk zijn de gelijkenissen : de dwaze maagden slapen in, terwijl zij den Bruidegom verwachten : in het midden van den nacht komt Hij: zij gaan Hem te gemoet, — doch worden afgeweerd : //■ h'n it niet! — De knecht dien de aankomst van zijnen Heer verrast, wordt vastgegrepen en gebonden en in de uiterste duisternis geworpen. — » Werp den onwaardi-gen knecht in de uiterste duisternis, aldaar zal gehuil en knarsing der tanden zijn.*' (J/alth. 25.)

Schrikkelijk zijn de voorbeelden ! Esau verkocht zijn eerstgeboorte-recht. Hij wil dit wederom hebben, doch het is telaat, de zegen is voor altijd verloren. — De stervende Antiochus

ocr page 280

r.^ OEESTELljlvE LES.

1)idt, kermt en zucht : — de ongelukkige ! zijn liart was niet oprecht, zegt de heilige Schrift van hem; hij wil vergiffenis, doch bekomt ze niet : » Die schalk bad den Heer, van wien Hij toch geene barmhartigheid meer konde bekomen.quot; ( 2. Nach, 9.)

O verblinde zondaar! zeg mij eens, wat verkondigen al deze donderwoorden aan diegenen, die hunne bekeering tot aan het einde uitstellen ; wat kunnen zij verwachten volgens deze uitspraken, die ongelukkigen, die zich gedurende hun leven voor de stem van God doof getoond hebben, die de goddelijke genade hardnekkig wederstaan, die de stem, die hen tot boetvaardigheid aanspoort, verstikken, die den heiligen Geest in hun hart bedroeven, die het aanbid-denswaardige bloed der Verlossing onteeren; die zich tegen alle knagingen des gewetens verhard hebben. Wat kunnen zij verwachten, dan dat .ij, hunne bekeering altijd verschuivende, — geene boetvaardigheid doen of dat hunne boetvaardigheid niet oprecht zal zijn en dat zij onboetvaardig zullen sterven, en de eeuwige verdoemenis hun ten deel zal vallen.

Wee hem ! die dit niet in zijn geheugen prent. — Men zal misschien zeggen: » Maar hebben de arbeiders, die op het laatste uur eerst in den wijnberg zijn gekomen om te arbeiden, ook het geheele loon niet ontvangen ?quot; Dit is waar, doch deze arbeiders stonden gereed om te werken, zij zochten, zij verlangden arbeid ; integendeel, de zondaars, die de boetvaardigheid altijd uitstellen, waar zijn zij te vinden ? bij het spel, bij de samenkomsten, midden

ocr page 281

GEESTELIJKE I.ES. 273

in de zonden, en — hebben zij aldaar eenig verlangen naar hunne bekeering ?

Of men zai zeggen : » De goede moordenaar heeft zich eerst bij zijnen dood bekeerd, wij kunnen altijd zoo hopen.'' » Dit is wel meer een .wonder dan een voorbeeld,quot; zegt de heilige Augustinus ; en durft gij, o zondaar! zulk een wonder der genade, zulk een wonder van bekeering verwachten ? — Verdient gij het ? — Ja, de goede moordenaar heeft zich bij zijnen dood bekeerd, doch dit is het éénige voorbeeld van dien aard, dal in de heilige Schrift te vinden is. En waar heeft hij zich bekeerd ? Aan de zijde van den stervenden Jezus, met zijn heiligste bloed besproeid ! I )och keer, o zondaar! keer uwe oogen naar den anderen kant; zie en — sidder, hoe de booze moordenaar sterft; hoe sterft hij ? in wanhoop — in het aanschijn van Jezus Christus. Zie, eu in plaats van eene bedriegelijke rust te slapen, sta op, en blijf in vrees uwen geheelen levenstijd door.

Het is waar : de zondaar, die zijne bekeering uitstelt, brengt zich in gevaar van zich niet te bekeeren: en daar hij zich met de gedachte van eene toekomende ingebeelde bekeering vleit, stort hij zich in den afgrond der eeuwige straffen. — Overweeg dit ; zeg aan u zeiven , hetgeen de heilige Geest u toeroept : „ Stel niè/ quot;it ■' quot; ■— begin heden, — morgen is het misschien te laat! —

De Dood des Zondaars.

1 'aar zien wij nu den zondaar, zooals wij

18

ocr page 282

274 CiEESTRLIJKE LES.

hem even afgebeeld hebben; die altijd in de zonde voortgeleefd, die zijne bekeering van den eenen dag tot den anderen uitgesteld, die zich heeft gevleid, dat hij zich op zijn doodsbed zou bekeeren, — daar zien wij hem nu, door eene gevaarlijke ziekte op zijn bed uitgestrekt. De eerste dagen stelt men zich gerust. Men zegt : het zal niets zijn, het zal niets beteekenen. On-dertusschen neemt de kwaal toe, en wordt ernstig. Wat geschiedt er. De geneesheeren worden bijeengeroepen, alle soorten van geneesmiddelen worden aangewend, om het lichaam te hulp te komen. — En wat geschiedt voor de ziel. Daarvoor is nog tijd, dat is nog zoo dringend niet. Men moet den zieke niet verschrikken; wij zullen wachten tot morgen: zoude de ziekte toenemen, zoo zal men er wel aan denken. — De ziekte neemt inderdaad toe, en eindelijk verklaren de geneesheeren ze voor doodelijk- — Nu ziet in het huis de een den ander aan : de droefheid is op aller gezicht te lezen : men spreekt zachtjes onder elkander, niemand wil zich aan den kranken toonen; allen zijn verslagen, niemand weet, hoe men hem dit onder het oog zal brengen. O heillooze liefde ! o ongelukkige omzichtigheid !

Eindelijk nadert de zieke zijn einde; doods-flauwten overvallen hem : daar ligt hij buiten kennis, spraak- en gevoelloos. —,, Eenen biechtvader, eenen biechtvader,'* schreeuwt men nu in de grootste ontsteltenis, eenen biechtvader ! Aanstonds wordt iemand gezonden ; doch, — o heiligste voorzienigheid, o vreeselijke rechtvaardigheid Gods! geen priester is te vinden ! Men

ocr page 283

GEESTKL1.IKR LES. 275

zendl opnieuw, men wacht; intusschen sterft de zieke. ,,/// uwe zonden zult gij sfei-ven!quot;

Doch misschien vindt men aanstonds eenen Priester: hij komt spoedig mede . doch op liet oogenblik dat hij intreedt, geeft de zieke zijnen geest, en men roept den Priester toe : hij is gestorven. — „In de zonde!''1

Doch misschien vindt hij den zieke nog in liet leven; maar welk leven is dit! is het voor de zaligheid zijner ziel niet bijna eveneens, als ware hij reeds gestorven. Zijn zwak hoofd is diep neergebogen , zijne oogen staan verdraaid en verstijfd in het hoofd : zijn aangezicht is doodsbleek geverfd: zijne ledematen zijn verstijfd, met moeite en luid ademende, strijdt hij in zijne zwakheid met de vreeselijke angsten des doods. De priester spreekt hem aan, — geen teeken van berouw volgt. Hoe zou hij zich nu ook nog kunnen bekeeren , in dezen staat. — ,, /// de zonde ? quot;

I )och staan wij den zieke toe, wat men maar immer wil. Onderstellen wij , dat hij bijtijds is herinnerd geworden, dat de biechtvader bijtijds gekomen is, dat de zieke nog helder van geest en niet zieltogend is, is hij met dit alles in zekerheid ? Stellen wij ons in den geest aan zijn sterfbed; laat ons getuigen zijn van een schouwspel, dat uiterlijk en inderdaad zielroerend en stichtend schijnt, maar dat waarlijk een der schrik-kelijkste en ontzettendste is; — laten wij namelijk zien, in welke innerlijke gesteldheid diegenen op hun sterfbed gewoonlijk zijn, die hunne bekeering tot alsdan uitgesteld hebben. Schrikkelijk zijn de oordeelen Gods ! gewoonlijk zie

ocr page 284

276 GEESTELIJKE LES.

ik daar onboetvaardige zondaars! de eene is wel verschillend van den anderen, doch waarlijk zijn zij allen onboetvaardig. Slaven der zonden waren zij in hun leven ! .Slachtoffers der goddelijke wraak zijn zij nu aan hunnen dood. „ In de zoude ! quot;

O onboetvaardige zondaar, die aan alle aanmaningen met onverschilligheid, met eene doo-delijke ongevoeligheid beantwoordt! Niets treft, niets roert hem meer. Maar al te duidelijk ziet men aan dezen doodelijken afkeer voor alle goddelijke dingen, dat God hem nu ook verlaten en zich verwijderd heeft van den kranke. — ,, hi de zonde ! quot;

O onboetvaardige zondaar, die nu op uw sterfbed, God als eenen vreeselijken en eenen on-verbiddelijken wreker aanschouwende, u in den afgrond van mistrouwen en in wanhoop stort, die op het aanschouwen uwer misdaden en zonden nu gelooft, dat er voor u geene barmhartigheid meer is : die den Heer maar in donder en weerlicht ziet en u zeiven veroordeelt, en door uwe onzalige wanhoop u zeiven uw eeuwig oordeel in de ziel drukt, — in uwe ziel. — ,, In de zonde ! quot;

O onboetvaardige zondaar, die u in eenen anderen afgrond stort, die u aan een vermetel vertrouwen overgeeft, die u inbeeldt, dat God, die u geschapen heeft; ja, die de zuivere liefde in zijn schepsel niet voor eeuwig kan verwerpen, dat zijne barmhartigheid oneindig is, ja dat Hij alle zonden van zelf zal vergeven. Uw vertrouwen schijnt u wel schoon, doch het is eene duivelsche vermetelheid , die u aan uwen ver-

ocr page 285

GEESTELIJKE LES. 277

worpen zin overlevert en het teeken der verwerping in uwe ziel drukt, — in uwe ziel. — ,, hi de zoude quot;

(gt; onboetvaardige zondaar, die zelf het geloof in uw hart uitdooft en in uwe misdaden zelfs tot de ongeloovigheid en goddeloosheid gekomen zijt; die niet hooren wilt van bekeering , van Godsdienst, van Sacramenten, — voor dit alles sluit gij oogen en ooren, gij sterft alzoo tot schrik en ontsteltenis van allen, die u omringen, en eindigt de gruwelen van een goddeloos en ergerlijk leven, met den onzaligsten en heilloos-sten dood! — ,,/// de zonde!quot;

Het is voorbij. Voor den laatsten keer ademt de stervende, hij is niet meer. Reeds weergalmt het weemoedig en treurig gelui der klokken.

— Wat verkondigen zij ? Een lid minder in een huisgezin, — een mensch minder in de wereld, in de hel een verworpeling meer. — „ In de zonde ! quot;

Welk een dood ! — kan men hieraan denken zonder sidderen ?

Dat is gewoonlijk de dood, ik zeg niet van alle, doch der meeste zondaars, die de boetvaardigheid tot op hun sterfbed uitstellen. Dit is de staat van hun hart, dat zij verteerd hebben 5 of veel meer, dit zijn de slagen der schrikbare hand Gods, die hen treffen. Als zondaar heeft hij geleefd, als verdoemde is hij gestorven ! dan volgt eene eeuwigheid van wanhoop.

— In 7twe zonden zult gij sterven!quot;

De Oordeelen Gods.

Balthasar, de goddelooze JJalthasar, zat dronken aan eene overdadige tafel, omringd van zijne

ocr page 286

278 GEESTELIJKE LES.

hovelingen. Geheel overgeven aan de wellusten en de gulzigheid, lasterde hij den Heer, misbruikte de barmhartigheid Gods, ja ging zelfs zoo ver, dat hij de gewijde vaten des tempels onteerde. — Hij aanschouwde dien dag als eenen dag van vreugde en vermaak. — Ongelukkige, liet is de dag uwer veroordeeling! — Onverwachts zag men eene verschrikkelijke hand, die deze woorden op den muur schreef: » ]\[ane, Thchel, Pharcsquot; » Ik heb geteld, ik heb gewogen, ik heb gedeeld ! ik heb uwe dagen geteld, zij zijn ten einde; ik heb uwe handelingen gewogen, zij verdoemen u; ik heb uw rijk gedeeld en lever dit uwen vijanden over.quot; — Dit was de uitspraak en het oordeel, dat over hem geveld was. Denzelfden nacht werd het nog voltrokken: hij stierf als een verworpeling, die als een booswicht geleefd had.

Laat ons de ondoorgrondelijke oordeelen Gods vreezen en er dag en nacht aan denken ; zijn wij altijd bereid: sidderen wij voor Gods machtigen arm en vergeten wij nooit, dat, even gelijk God een God van barmhartigheid is, Hij ook een God van rechtvaardigheid is.

De II. Hieronymus is een der grootste boet-vaardigen in de Kerk Gods geweest. Eenen afkeer hebbende van het drukke, groote Rome, trok hij naar Palestina, en begroef zich, om zoo te zeggen, in de eenzaamheid. Onbeschrijfelijk was de strengheid zijner levenswijze, zijner boetvaardigheid : onbeschrijfelijk waren de pijnigingen, de kastijdingen en de heilige gestrengheid, die hij tegen zichzelven uitoefende. Met eenen steen sloeg hij zich op de borst, gedurig was

■SS

ocr page 287

UKKamp;TEl.IJRK LES. 279

zijn lichaam met bloed overdekt. Bij dit alles overwoog hij zonder ophouden, sidderende en bevende, de strengheid van Gods oordeelen. Getroffen door deze ondoorgrondelijke gedachten, riep hij al bevende : » Ieder oogenblik dunkt mij, dat- ik den schrikkelijken toon, die vreese-lijke trompet hoor, die ons allen eens tot het oordeel zal roepen. Dag en nacht weergalmt zij aan mijne ooren, en mijne beangstigde ziel kan geene rust vinden, als zij aan de ontzaglijke majesteit Gods denkt, die haar eens zal oordeelen.'1 Zoo bracht hij zijn leven in vrees en afwachting van het oordeel Gods door. Gelukkig is hij, die dat oordeel door eene zoo langdurige en strenge boetvaardigheid voorkomen is !

Leeren wij liet oordeel Gods overwegen dewijl wij er eens voor zullen verschijnen. — Leeren wij het vreezen, dewijl het over ons eeuwig lot zal beslissen. — Leeren wij er ons toe voorbereiden, dewijl ons eeuwig geluk of ongeluk daarvan afhangt. Beoordeelen wij ons zelve streng, opdat God ons naar zijne barmhartigheid moge oordeelen. Verheffen wij ons boven het ijdel oordeel der menschen, als dit ons van Gods geboden wil afhouden. Eindelijk, bidden wij God, dat Hij ons genadig zij op den schrikkelijken dag der wraak.

De Tijd der Genade.

Zeer merkwaardig is deze plaats in het Evangelie : als Jezus de stad Jeruzalem zag, weende Hij over haar. » Ongelukkige stad,1quot; sprak Hij : » hadt gij toch mijn inzicht vol barmhartigheid en goedheid jegens u willen erkennen, welke genaden zouden u niet ten deel geworden zijn!

ocr page 288

28o geestelijke les.

Uwe vijanden zouden u gevreesd, uwe inwoners zouden de zoetheid van den vrede gesmaakt hebben , in glans en roem zoudt gij bestaan hebben.quot;' — » Ondankbare en plichtige stad! hoe dikwijls heb ik uwe kinderen willen verzamelen, gelijk de hen bare kiekens onder hare vleugelen verzamelt, en gij hebt mijnen teederen roep niet gevolgd, en gij hebt niet gewild. Zie, tot straf van deze uwe ongetrouwheid zullen groote ongelukken over u komen 5 uwe vijanden zullen u omsingelen, zij zullen uwe velden verwoesten, uwe wallen omverhalen, uwe inwoners dooden. en niet een steen van u zal op den anderen blijven 5 en daarom zullen alle deze ellenden u overkomen, omdat gij den tijd mijner bezoeking, omdat gij den tijd mijner barmhartigheid jegens u niet gekend hebt.quot; — Al deze voor-zeggingen werden vervuld; de ondergang, de verwoesting, het ongeluk van het trouweloos Jeruzalem vervullen nog heden de wereld met ontzetting!

Hoe vele zielen zijn een treurig afbeeldsel dier plichtige stad ! Hoe velen trekken door hunnen hardnekkigen wederstand tegen de genade, eene ellende over zich neder, die des te grooter is. dewijl zij eeuwig duurt. — Overweeg dit: de genade dringt u, wees haar toch getrouw ! — Niets is zoo schrikkelijk, als het misbruik der genade.

Het Lijden.

Men verhaalt, dat als de heilige Petrus gedurende den tijd der vervolging zich uit Rome verwijderde, hij onzen Heer Jezus Christus ontmoette, die het zware kruis op zijne schouders

ocr page 289

GEESTELIJKE LES. 281

droeg 5 als nu Petrus den lieer vroeg, waar Hij in dezen droevigen staat heenging, antwoordde hem onze lieer : » Ik ga naar Rome om mij aldaar. opnieuw voor u te laten kruisigen, dewijl gij voor mij niet wilt lijden.1' — Terstond keerde de heilige Petrus, beschaamd over zijne zwakheid, en van een levendig berouw doordrongen, naar Rome terug, alwaar hij het geluk had van voor den naam zijns god-delijken Meesters den marteldood te sterven.

Wij hebben den 11. Petrus in zijne zwakheid nagevolgd 5 wanneer zullen wij hem eens in zijne grootmoedigheid navolgen! Ach! hoe dikwijls had onze Meer Jezus Christus tot ons kunnen zeggen : » Ik ga heen, mij wederom voor u ter dood leveren, dewijl gij weigert mijn kruis te dragen ! quot;quot; Wij willen niets lijden; bij den kleinsten tegenspoed klagen en morren wij. Dat enkel woord : » lijden,quot; ja. de enkele gedachte er aan, doet ons sidderen. Is dat Christen, is dat leerling van eenen aan hel kruis stervenden God zijn ? — Lijdende Zaligmaker! leer ons lijden, help ons lijden; heilig ons door ons lijden, vereenigd met het Uwe, en daardoor verdienstelijk geworden ! Overwegen wij dit en in plaats van ons over ons lijden te beklagen, loven wij God, die ons dit middel geeft om voor onze zonden te boeten.

Eene ziel, welke niet kan lijden, kan ook niet beminnen. De ware liefde doet zich alleen door het lijden kennen. Jezus Christus heeft het kruis geplant, om den weg des hemels te toonen; Hij houdt het de ziel voor, om haar daartoe te geleiden.

ocr page 290

282 r.KRSTELljKK LKS.

Vele Heiligen zouden zonder het lijden verworpen geweest zijn, en vele zondaars zijn door liet lijden groote Heiligen geworden. Beter is het te weenen dan te zondigen. Ween nu met de boetvaardigen, om u eens met de uitverkorenen te kunnen verheugen.

De liefde des Naasten en der Vijanden.

De broeder van den H. Joannes Gualbertus was vermoord geworden. De moordenaar ontmoette eens geheel ontwapend Joannes Gualbertus, die wel gewapend was, en wel op eene plaats, alwaar hij hem niet meer konde ontvluchten. — De moordenaar nu, ziende dat hij verloren was, viel op de knieën en de armen kruiswijze op zijne borst leggende, bad hij zijnen vijand, in den naam van den aan het kruis gestorven Jezus Christus, dat hij hem toch het leven geliefde te schenken. Gualbertus, door deze woorden getroffen, vergaf en omhelsde hem. — Dan ging hij in eene naburige kerk en bad vóór een kruisbeeld. Van dat oogenblik legde hij zijne krijgs-kleederen af, verzaakte de wereld en begaf zich in een klooster. Vervolgens werd hij de stichter van de orde van Vallombreuse.

Welk een voorbeeld en welke gevoelens! Overweeg dit, en zie of uwe gevoelens ook zoo christelijk zijn. Vergeeft gij uwe vijanden oprecht en van harte ? Bemint gij uwen naaste gelijk u zei ven ? Aanschouwt gij Jezus Christus in hem? Overweeg dit, en beoordeel dit voor God.

Christenen! kinderen van eenen Vader, beminnen wij dan ook elkander ! beminnen wij in

ocr page 291

r.EESTRUJKK LES. 28J

God en voor God ! — Beminnen wij oprecht, krachtdadig en getrouw : beminnen wij elkander op deze wereld, opdat wij in de andere voor eeuwig vereenigd zijn mogen !

. De Plichten der Ouders jegens hunne Kinderen.

1 gt;e 1 [opgepriester Heli had twee zonen, die door hun boosaardig leven, hunne ongerechtigheden en goddeloosheden zijn heilig priesterschap onteerden, en een voorwerp van klachten en ergernis voor geheel Israël waren.

Menige klacht kwam bij den vader aan ; doch eene al te groote zwakheid en eene schuldvolle toegevendheid benamen hem den moed en de sterkte, om hen te beteugelen. Eindelijk zond de vergramde God den Profeet Samuël tot hem, en liet hem door dezen aankondigen, dat een zoo vreeselijk ongeluk over hem zou komen, dat ieder, die het hooren zoude, met eene siddering zoude bevangen worden. En zoo geschiedde het. — Het oogenblik der goddelijke straf verscheen. Er ontstond een oorlog tusschen de Israëlieten en de Philistijnen, en er werd een slag geleverd, waarin twintig duizend Israëlieten dood op het slagveld bleven : de ark des verbonds viel in de handen der vijanden, en de twee zonen des Hoogepriesters, Ophni en Phineës, werden badende in hun bloed onder de dcoden gevonden. Sidderende bracht men den vader deze tijding, die, toen hij ze vernam, achterover viel, den hals brak. en op hetzelfde oogenblik stierf. — Zoo ging op éenen dag dit ongelukkig huisgezin, tot straf der schuldvolle toegevendheid des

ocr page 292

284 GEESTRI-IJKF. I.F.S.

vaders en der misdadige levenswijze der zonen,

geheel te gronde.

Vaders en moeders! overweegt dit en leert het uwen kinderen overwegen.

Gedurende eene hevige vervolging, die zich in Japan tegen de christelijke leering verheven had, verwachtten christelijke echtgenooten dagelijks den marteldood, ±n door een vurig gebed bereidden zij zich daartoe voor. Zij hadden eenen zoon, die nog klein was, en om wien zij zeer bekommerd waren. Terwijl zij eens, bijeen zittende. daarover spraken, zeide de een tot den ander ; »Wij hopen wel met de genade Gods, den marteldood voor onzen heiligen godsdienst te lijden ; maar wat zal er van dit arme kind worden 5 zal het de kracht hebben om de pijnen te wederstaan, of zou het door de smarten niet overwonnen worden en zijn geloof verloochenen.quot; — Gedurende dit gesprek scheen het kind te spelen en op hunne reden geen acht te geven ; het maakte in het vuur, waarbij zij zaten, een ijzer gloeiend, en als dit door en door rood was, trok liet dit er uit en legde het met eene heldhaftige stoutmoedigheid op zijne hand. De verschrikte ouders vroegen hem wat het deed, en waarom het dit deed. — jWat ik doe ? quot; antwoordde het kind onbeschroomd, »ik wil u laten zien, dat ik ook den moed heb om liever den marteldood te sterven, dan mijn geloof afvallig te worden.quot; De ouders stonden verstomd, zij omhelsden het kind teeder, barstten in tranen uit en dankten God, die hun dat kind geschonken had. — Alle drie hadden daarna het geluk, met den martelkroon gesierd te worden. —

ocr page 293

GEESTEUJKK LES. 285

Gelukkig moet men die belooning achten, die deze ouders voor de zorgvuldigheid, waarmede zij dit hun beminnenswaardig kind opgevoed hadden, bekomen hebben ! Gelukkig moet men de vruchten achten, welke dit kind uit het waar-riemen zijner goede opvoeding getrokken heeft!

De gevoelens van godsvrucht zijn bij nieuw-bekeerde volkeren somwijlen zoo levendig en vurig, als zij bij de eerste Christenen geweest zijn. In een afgelegen, cnlangs ontdekt land bevond zich een aanzienlijk christelijk huisgezin. Vader en moeder leefden als Heiligen: zij hielden zich alleen met de zorg voor hunne zaligheid en met de plichten van hunnen staat bezig. Dagelijks verzamelden zij hun gansch huisgezin en hielden eene geestelijke voorlezing. Als een hunner kinderen, een jongentje van vijf of zes jaren, van het lijden van onzen Heer Jezus Christus had hooren lezen, werd hij daardoor zóó getroffen, dat hij uit verlangen van Jezus na te volgen, en uit liefde tot Jezus iets te lijden, alle dagen blootsvoets zoo lang op distels ging, totdat zijne voeten bloedden. Ook maakte hij zelfs eene kroon van scherpe doornen, op welke hij 's nachts zijn hoofd, ter eere van de doornenkroon van Jezus Christus, legde. Als zijne ouders dit vernamen, verboden zij hun kind dit verder te doen, doch zij erkenden hierdoor wel, dat God bijzondere inzichten met dit kind had : en inderdaad, volwassen zijnde, trad het in den geestelijken staat, werd Friester, wijdde zich aan den arbeid der missiën in verafgelegen landen toe, bracht met de genade Gods groote dingen ten uitvoer en eindigde eindelijk zijne loopbaan in deze heilige verrichtingen.

ocr page 294

286 GRKSTEl.I.IKE I.KS.

In onze tijden hebben de ouders zeker meer daarop te letten, dat zij hunne kinderen van het kwade afhouden , dan dat zij den ijver tot de godsvrucht moeten intoomen, en in het algemeen geschiedt het maar zelden , dat de genade Gods reeds in de vroegste jeugd zulke wonderbare uitwerkselen doet. Doch eene bijzondere genegenheid tot het gebed , liefde tot de onzichtbare goddelijke dingen en eene onverklaarbare neiging om Jezus na te volgen, worden toch ook nu dikwijls in teedere kinderen gevonden. Maar helaas, deze schoone beginselen der heiligheid worden dikwijls tegengewerkt door slechte grondregels, kwade voorbeelden, of door eene koude zinlooze verbeelding , dat alles te veel en verkeerd is , wat niet dagelijks voorkomt en wat niet naar de gewone leest geschoeid is. I )aaroni, geliefde ouders ! hebt gij een kind, dat eene buitengewone neiging tot de godsvrucht doet blijken, zoo dankt God daarover, en opdat gij van den eenen kant niet doet, wat deze beginselen zou kunnen schaden, en van den anderen kant ook niet duldt, wat onder den schijn van goed, gevaarlijk zou kunnen worden, zoo spreekt over uw kind met godvruchtige en geleerde Priesters , die de wegen Gods grondig kennen.

De Plichten der Kinderen jegens hunne Ouders.

Een der boosaardigste en ongelukkigste vaders die er misschien ooit geweest zijn, had een zoon, die even boos was als hij. Slaven van allerlei

ocr page 295

CJEESTELIjKE T.ES. 287

ongerechtigheden, stortten zij elkander steeds dieper in den afgrond. — De zoon was ongehoorzaam, onbuigzaam, lasterend, driftig, grammoedig tot razernij toe. Zij waren gedurig in twist en krakeel en in onophoudelijk geschil. — De een vervloekte den ander. — Eens wilde de vader den zoon berispen , en verweet hem zijn slecht gedrag; dan pakte de ongelukkige zoon den vader, die reeds zeer oud was , woedend aan, wierp hem ter aarde en sleepte hem met de haren de trappen af, om hem liet huis uit te werpen. Als hij alzoo met hem op eene zekere plaats gekomen was, verhief de vader zijne stem en schreeuwde : „Blijf staan, ongelukkige ! verder heb ik ook mijnen vader niet gesleept, toen ik van uwen ouderdom was !quot; — Dan erkende de schuldvolle vader de goddelijke rechtvaardigheid, welke toeliet dat zijn zoon hem even zoo behandelde, gelijk hij eens met zijnen vader gehandeld had.

Hoe schrikkelijk zijt gij, o goddelijke oordee-len ! maar ook hoe strafbaar zijt gij. ontaarde kinderen ! — Eert uwe ouders, hoe boos zij ook mogen zijn. — Ik weet wel dat zulke gruwelen maar bij lieden zonder alle gevoel en van den laagsten stand gevonden worden: doch al komen de misdaden der kinderen van hoogeren stand niet zoo zeer aan 1 licht, zoo zijn toch hunne feilen , alhoewel minder bekend voor de men-schen, voor de oogen van God even gruwelijk. — Kinderen overweegt dit ! God verwacht u en •zal u oordeelen.

ocr page 296

C.EESTEUJKE I.ES.

De oordeelen Gods

Welke gewichtige les gaf ons eens eene vrouw in Alexandrië. Zij verscheen op zekeren dag op de plaats dier groote stad, houdende in de eene hand eene flesch met water en in de andere eene brandende fakkel; en als men vroeg, wat zij daarmede doen wilde, gaf zij tot antwoord : Met deze fakkel wenschte ik den hemel te kunnen verbranden, en met dit water het vuur dei-hel te blusschen, opdat men voortaan God niet meer uit hoop op vergelding of uit vrees voor straf beminne, maar alleen om Hem zeiven en om zijne aanhiddenswaardige volmaaktheden.quot;

Welke schoone gevoelens, eene groote ziel waardig, die erkent wat God is, en hoe zeer Hij om zich zeiven al onze liefde verdient!

Men verhaalt van de Japanneezen, dat, als hun het Evangelie verkondigd werd en als men hun over de schoonheid, grootheid en oneindige liefde van God onderrichte, als men hun voornamelijk van de groote geheimen van onzen godsdienst, en van al wat God voor de menschen gedaan heeft, sprak: als men hun God voorstelde, hoe Hij uit liefde tot ons en om onze zaligheid heeft willen mensch worden en sterven, zij in eene zoete verrukking uitriepen : s O hoe groot is Hij! hoe goed, hoe liefwaardig is de God der Christenen! Als zij verder hoorden, dat er ook een gebod bestaat, hetwelk beveelt God te beminnen, hetwelk dengene die Hem niet bemint* met straffen bedreigt, dan verstomden zij van verbazing. „ Hoe! quot; zeiden zij : „Waarom dat: heb-

288

ocr page 297

GEESTELIJKE LES. 289

ben dan redelijke menschen een bevel noodig, om God te beminnen ? Hem, die ons zoo zeer bemind heeft? Is dan het grootste geluk niet Hem te beminnen, en het grootste ongeluk Hem niet te beminnen ? Hoe, liggen dan de Christenen niet gedurig aan den voet der altaren van hunnen Gód, doordrongen van zijne goedheid, ontvlamd van liefde tot Hem quot; — En als zij dan hoorden dat er Christenen waren, die niet alleen God niet beminnen, maar integendeel Hem be-leedigen. Hem lasteren, dan, — dan riepen zij gansch verslagen uit: „ O onrechtvaardig volk! o ondankbare harten! is het mogelijk dat Christenen aan zulk eene gruweldaad plichtig zijn ? en op welken vervloekten bodem wonen dan die ongevoelige en onredelijke menschen ? quot;

Christenen ! maar al te zeer verdienen wij deze rechtvaardige verwijtingen, en dit volk zal eens tot getuige tegen ons geroepen worden; het zal ons aanklagen en ons voor God veroordeelen !

Overwegen wij dit. — De leering der liefde Gods is de eerste, is de wezenlijkste aller leeringen. De liefde is de vervulling aller geboden. Overwegen wij dit wel en doen wij in deze wereld , voor zooveel als het mogelijk is, wat de Heiligen in den hemel doen, en wat wij ook, gelijk wij hopen, gedurende de gansche eeuwigheid doen zullen : beminnen wij God uit geheel ons hart.

Misschien hebben wij tot nu toe God nog niet op eene wijze , die Hem waardig is , bemind. — O bedroevende gedachten ! wijden wij dan toch ten minste het overige van ons leven aan de heilige Liefde toe.

19

ocr page 298

GEF.3TEI.IJKE I.ES,

De Hemel.

Als de koning Assuerus, Mardocheus voor den gewichtigen dienst, welken hij den staat bewezen had, wilde beloonen, liet hij hem mei koninklijk gewaad bekleeden, hem de kroon op het hoofd zetten. Zoo versierd, en met al de heerlijkheid en pracht der koninklijke waardigheid omringd, beval hij hem eenen zegewagen te beklimmen; een der voornaamste hofheeren moest hem dan in triomf door de gansche keizerlijke stad voeren: en een schildknaap ging vooruit, die met luide stem aan het bijeenge-stroomde volk verkondigde : ,, Alzoo wordt geëerd die den koning eeren wil ! quot; —

Indien op dit oogenblik God onze oogen opende en ons Zijne uitverkorenen in al den glans en heerlijkheid, die hen in den hemel omringt, toonde; als wij al de vreugden en wellusten mochten kennen, met welke de Heiligen in hel hemelsche vaderland overgoten zijn, dan zouden wij door dit gezicht verrukt worden. En wat zouden zij ons zeggen, die uitverkorenen des Heeren ? „Ziet en verwondert u, gij stervelingen.quot; zouden zij ons toeroepen, „ alzoo eert God, alzoo beloont God de Heiligen in zijne glorie.quot; O eerzuchtigen ? wat zijn al die kleine eereambten der wereld, .in vergelijking met de eer en heerlijkheid, die zij nu genieten! Gierigaard ! wat zijn al uwe vergankelijke goederen en rijkdommen in vergelijking met de onmeetbare en onvergankelijke schatten, die voor de uitverkorenen in den hemel bereid zijn ? Gij,

ago

ocr page 299

GEESTELIJKE LES. 29 I

zitmelijken en wellustelingen ! wat zijn al die schandelijke vreugden, die gij een oogenblik geniet, vergeleken bij die reine eu onuitsprekelijke wellusten, welke de uitverkorenen gedurende de gansche eeuwigheid zullen bezitten ?

— Ach ! welk eenen afkeer zoude zulke kennis niet bijbrengen van al die valsche en bedriege-lijke goederen dezer wereld ! — Welk verlangen zoude zij in ons ontsteken naar de altijddurende en onvergankelijke goederen der glorierijke onsterfelijkheid !

Wat wij met de oogen des lichaams niet kunnen aanschouwen, toont ons het geloof, of ten minste het laat ons dit hopen. — Maken wij ons dan door een heilig leven een onsterfelijk leven waardig. De hemel verwacht ons : hechten wij ons niet aan de aarde; wij hebben hier geene blijvende woonplaats. — De hemel is ons ware vaderland.

Overwegen wij dit, en dat onze eenige poging zij, den hemel te verdienen. Gelukkig hij, die zijn geheel leven daarnaar gestreefd zal hebben!

— Waar gaan wij heen, als wij sterven ? — Welk zal ons lot zijn ? — De hemel of de hel ?

— ïSchoone hemel, ik zal u nooit zien,quot; zeide de stichter eener ketterij, als hij op sterven lag.

— Welk een dood ! — jMijn zoon ! betracht den hemel,quot; zeide eene moeder tot haren zoon, die den marteldood onderging. De Kerk roept het ons allen toe : s 15etracht den hemel, maakt u waardig, om dien eens in te gaan, en ziet wel toe, dat uw wandel u daarheen geleide,quot;

ocr page 300

GEESTKUTKK l.ES.

De Navolging van Jezus.

Eene weduwe, die weinig vermogen, doch des te meer godvruchtigheid en ijver voor de opvoeding harer kinderen had, had eene dochter van tien jaren, Dorothea genaamd. Dit kind was levendig en tot de verstrooidheid geneigd ; daarom vreesde de moeder, dat het onder de andere kinderen zoude bedorven worden; eu dewijl haar niet zooveel tijd overbleef als noodig was, om aan de opvoeding van het meisje te besteden, zoo besteedde zij het, niettegenstaande hare armoede, bij eene godvruchtige schoolmeesteres in den kost, om door deze in godvruchtigheid geleid en opgevoed te worden.

De kleine Dorothea bleef twee jaren bij hare leermeesteres en maakte gedurende dien tijd wonderbaren voortgang in de godvruchtigheid. Zij prentte al de lessen harer goede meesteres wel in haar hart; doch vooral bleef deze er diep ingeprent : dat men zich in al zijne handelingen onzen lieer Jezus Christus tot voorbeeld moet nemen.

Als nu Dorothea weder tot hare moeder terugkeerde, was zij het voorbeeld en de troost van het gansche huisgezin. Geduldig, zachtmoedig, gehoorzaam 5 zij beklaagde zich nooit over iets, zij sprak weinig en altijd op behoorlijken tijd : altijd was zij tevreden, bij haren arbeid ; in alle tegenspoeden bleef zij in dezelfde gemoedsgesteldheid ; kuisch, was zij eene vijandin van alle ijdelheden ; jegens iedereen gedroeg zij zich eerbiedig, sprak van niemand kwaad, betoonde

292

ocr page 301

GEESTELIJKE LES. 293

zich jegens allen gedienstig, en ten allen tijde was zij met God vereenigd.

Dit haar gedrag won haar in korten tijd de hoogachting der gansche gemeente 5 doch ook de nijd bleef niet achter en verwekte haar vijandinnen. Benige harer gezellinnen, door den nijd vervoerd, begonnen haar te bepraten en maakten haar voor eene bedriegster en schijnheilige uit. Dorothea verdroeg dit alles stilzwijgend om de liefde van Jezus Christus en hield niet op, allen, die van haar kwaad spraken, op het vriendelijkst te behandelen. Eindelijk zagen de lieden de onschuld van Dorothea, en de lastertaal harer vijandinnen kaatste op hen zelve tot hare groo-tere schande terug.

De pastoor der plaats, die met verwondering in dit meisje de werking der genade zag, als ook de goede vruchten, welke zij voortbracht, bij al degenen, die met haar omgang hadden, sprak eens tot haar : » Zeg mij vertrouwelijk, Dorothea, hoe brengt gij den dag door, en hoe gedraagt gij u in den omgang met uwe gezellinnen ? quot; — En Dorothea antwoordde : » Eerwaarde, mij dunkt dat ik zeer weinnig doe in vergelijking met hetgene ik doen moest. Nooit heb ik eenen raad vergeten, die mij eens, toen ik nog slechts elf jaar oud was, mijne leermeesteres gegeven heeft. Zij zeide mij dikwijls, dat ik in al mijne handelingen en in al mijn lijden Jezus Christus tot voorbeeld moest nemen. Dit tracht ik nu te doen, en ik gedraag mij op de volgende wijze : quot;

» Als ik ontwaak en opsta, zoo stel ik mij het kind Jezus voor, hoe het zich bij zijn ont-

ocr page 302

294 GEESTELIJKE LES.

waken aan zijnen hemelschen Vader opofferde. Als ik bid, dan stel ik mij den biddenden Jezus voor, boe Hij zijnen hemelschen Vader bad, en vereenig mij in mijn hart met zijne goddelijke aandacht. Als ik arbeid, dan gedenk ik, hoe Jezus Christus voor de zaligheid mijner ziel zoo veel zweet gelaten, zoo veel moeite en arbeid op zich genomen heeft, en verre van te klagen, vereenig ik met liefde en onderwerping mijnen arbeid met den zijnen. Als men mij iets moeie-lijks en lastigs beveelt, dan gedenk ik terstond, hoe Jezus Christus, uit liefde tot mij, den dood aan het kruis geleden heeft, en dan neem ik al wat men mij beveelt, hoe lastig het ook zij, gèwillig aan.quot;

s Spreekt men kwaad van mij of zegt men mij harde en beleedigende woorden, zoo antwoord ik niets, lijd het zwijgende, en herinner mij, hoe Jezus Christus stilzwijgend en zonder zich te beklagen, alle valsche aanklachten, alle lasteringen, pijnen en den gruwelijksten smaad geleden heeft; ik gedenk, dat Jezus onschuldig was, dat ik integendeel eene zondares ben en veel meer kwaad verdien dan men mij kan aandoen.quot;

ï Als ik eet, dan stel ik mij Jezus Christus voor, met welke ingetogenheid en matigheid Hij, om voor zijnen hemelschen Vader te kunnen arbeiden, zijn voedsel nam. Eet ik iets wat kwalijk smaakt, zoo gedenk ik al de gal, die Jezus Christus aan het kruis geproefd heeft, en ik offer Hem mijne zinnelijkheid op. Hongerig zijnde, of niets hebbende om mijnen honger te stillen, dan word ik daarom niet mismoedig en

ocr page 303

GEESTELIJKE LES. 295

ik denk alsdan, dat Jezus Christus veertig dagen en veertig nachten gevast, en uit liefde tot mij, en om de onmatigheid der menschen te boeten, den grootsten honger geleden heeft/'

» Als ik in een gesprek of in eenig gezelschap ben, zoo stel ik mij voor, hoe zachtmoedig, vriendelijk en heilig Jezus Christus met zijne Apostelen omging. Hoor ik slechte gesprekken, of bemerk ik iets, wat zonde is, dan bid ik terstond God om vergiffenis en stel mij voor hoe smartelijk het heiligste hart van Jezus doorwond werd, als Hij zag, dat men zijnen hemelschen Vader beleedigde. Denk ik aan de ontelbare zonden, die er in de wereld bedreven worden en hoezeer God op aarde beleedigd wordt, zoo zucht ik treurende daarover en vereenig mij met den weemoed, dien Jezus Christus gevoelde, als Hij met tranen in de oogen tot zijnen hemelschen Vader sprak : »Heiligste Vader, de wereld kent U niet! quot;

» Als ik tot de heilige biecht ga, zoo stel ik mij Jezus Christus voor; hoe bedroefd Hij was; hoe Hij in den hof van Olijven en aan het kruis geweend heeft. De heilige Mis hoorende, vereenig ik mijnen geest en mijn hart met de heiligste inzichten van Jezus, met welke Hij zich op het altaar tot eer van zijnen hemelschen Vader, tot uitboeting der zonden en voor de zaligheid aller menschen opoffert. Den lof van God hoorende zingen, zoo verheug ik mij in den Heer, en stel mij dat glorierijke lied, den heiligen lofzang voor, welke Jezus Christus met zijne Apostelen na de instelling van het allerheiligste Sacrament gezongen heeft.quot;

ocr page 304

296 GEESTELIJKE LES.

igt; Begeef ik mij ter ruste, zoo stel ik mij Jezus Christus voor, die zich maar alleen rust toestond, om nieuwe krachten tot eer van zijnen hemel-schen Vader te verzamelen ; of ik stel mij voor, hoe verschillend mijn bed van het kruis is, waarop Hij zich als een lam uitstrekte, en God zijnen geest en zijn leven opofferde : dan slaap ik in, en zeg in mijn hart die woorden van mijnen gekruisigden Jezus : »Vader! in uwe handen beveel ik mijnen geest en mijne ziel.quot;

De pastoor was verwonderd, zoo groote verlichtingen in een zoo jong en arm dorpsmeisje te vinden, en zeide tot haar : » O, Dorothea ! hoe gelukkig zijt gij 5 wat grooten troost geniet gij in uwen staat! quot; — » Het is waar,quot; hernam Dorothea, ik geniet grooten troost in den dienst van God, doch ik kan het u ook niet verbergen, dat ik ook lijden en strijden te doorstaan heb. Ik moet mij groot geweld aandoen, om de spotternijen te verdragen van degenen, die mij uitlachen, en mijne bovenmate levendige hartstochten te kunnen overwinnen. God bewijst mij zeker groote genaden, doch Hij laat ook toe, dat mij menigvuldige en lastige bekoringen overvallen; somwijlen ben ik als verzonken in de bitterheid mijner ziel, somwijlen in eenen staat van dorheid en ongenoegen, die mij nochtans tot heil verstrekt.quot;

»En wat doet gij dan,quot; vroeg de Pastoor, som dat verdriet en die bekoringen te overwinnen ?quot; — En Dorothea antwoordde oprecht : » Als ik treurig of misnoegd ben, dan stel ik mij mijnen verslagen, treurigen en tot den dood toe bedroefden Zaligmaker op den Olijfberg voor, of

ocr page 305

GEESTELIJKE LES. 297

ik stel mij Hem aan het kruis voor, verlaten en zonder troost, en ik vereenig mij met Hem en spreek in mijn hart de woorden, die Hij zelf zoo dikwijls in den hof van Olijven uitgesproken heeft: »Mijn Vader! uw wil geschiede.quot;

» In mijne bekoring doe ik het volgende : Gevoel ik eene neiging, om naar zekere gezelschappen te gaan of naar de nachtelijke bijeenkomsten ; tot dansen of andere gevaarlijke uitspanningen : gebeurt het,*dat zelfs eerbare meisjes dusdanige gelegenheden niet vermijden, of dat zij mij opwekken, om met haar te gaan ; of als mij hevige bekoringen bestormen, om in eene zonde toe te stemmen en mij een weinig meer vrijheden te vergunnen, dan stel ik mij terstond Jezus Christus voor, alsof Hij tot mij sprak : »Hoe, mijne dochter! wilt gij Mij dan verlaten, om u van de wereld en hare vreugden over te geven ? Wilt gij Mij uw hart afnemen, om het aan de ijdelheid en aan den boozen vijand te geven ? Zijn dan degenen, die Mij beleedigen, reeds niet al te menigvuldig ? Wilt gij u dan ook met hen vereenigen, en mijnen dienst verlaten ? quot; — En aanstonds antwoord ik Hem op het hartelijkst : » Neen mijn God ! nooit nooit wil ik U verlaten. Ik wil U getrouw blijven tot den dood toe. Waarheen zoude ik gaan, o Heer, wanneer ik U verliet ? Gij hebt immers alleen het woord des levens ! quot; — En deze gedachte geeft mij terstond moed en kracht.quot;

En de Pastoor vroeg haar verder : »waarvan spreekt gij met uwe gezellinnen, als gij bij haar zijt ? quot; — » Ik spreek met haar van dezelfde dingen,quot; antwoordde Dorothea, »welke UEer-

ocr page 306

298 GEESTELIJKE LES.

waarde de goedheid heeft van mij te willen hooien. Ik zeg haar dat zij onzen Heer Jezus Christus tot voorbeeld harer handelingen moeten nemen 5 dat zij zich bij het gebed, bij het eten, bij den arbeid, in gezelschappen, in het lijden des levens moeten herinneren, hoe Jezus Christus zich in dezelfde gelegenheden gedragen heeft, en dat zij zich met zijne goddelijke meening moeten vereenigen. Ik zeg haar, dat ik deze heilige oefening ter harte neem en mij wel daarbij bevind; dat er niets grooters niets heerlijkers is, dan eenen God na te volgen, eenen God na te doen, en niets liefelijkers dan een zoo goeden Heer te dienen.quot;'

De Pastoor zeide dan tot haar : » Welaan, Dorothea, trek nut uit de genaden die de hemel u verleent! de I leer wake over u met groote inzichten van barmhartigheid en heiligmaking.quot; — Gelukkig de ziel, die Jezus Christus alzoo navolgt !

ocr page 307

01 BOIT-PSALMIN.,

De woorden, die in andere letters staan, zijn geenc woorden van den Psalm, maar bijgevoegd om den zin beter te verstaan.

Antiph. Wees. o Heer ! niet gedachtig.

I. Psalm, (i)

David, in den Psalm om de vergiffenis van de schuld zijner bedreven zonden biddende, leert door zijn voorbeeld, hoe een zondaar Gods barmhartigheid moet afsmeeken, om vergiffenis zijner zonden te verkrijgen en om in Gods genade aangenomen te worden.

lieer! straf mij niet in uwe verbolgenheid, en kastijd mij niet in uwe gramschap.

Ontferm U mijner, Heer! wantik ben krank; genees mij, Heer! want mijne beenderen zijn ontsteld ?

En mijne ziel is zeer ontsteld ; maar Gij, Heer, hoe lang zult Gij vertoeven om mij te helpen ?

Keer U tot mij, Heer, en verlos mijne ziel: maak mij zalig om uwe barmhartigheid.

Want er is niemand die U in den dood gedachtig is 5 en wie zal U in de hel loven ?

Ik ben vermoeid geworden van het zuchten,

(i) Wanneer men den tijd niet heeft om alle de zeven Psalmen te lezen, zal men wel doen den vierden (den 50 van David) te lezen.

ocr page 308

300 DE BOET-PSALMEN.

ik zal alle nachten mijn bed wasschen; met

mijne tranen zal ik mijne rustplaats begieten.

Mijn oog is van de verbolgenheid, door het bitter en gedurig ïveenen, ontsteld: ik ben verouderd onder al mijne vijanden.

Gaat weg van mij, allen die ongerechtigheid bedrijft, want de Heer heeft de stem mijns wee-nens verhoord.

De Heer heeft mijn smeeken verhoord ; de Heer heeft mijn gebed aangenomen.

Dat al mijne vijanden beschaamd en geheel ontsteld worden; dat zij zich bekeeren en zich zonder uitstel schamen.

Glorie zij den Vader, en den Zoon , en den heiligen Geest;

Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

II. Psalm 31.

David noemt zalig degenen, wier boosheden vergeven zijn; en zich zeiven voor God schuldig kennende, moedigt hij den zondaar tot oprechte boetvaardigheid aan.

Zalig zijn zij, wier boosheden vergeven ; en wier zonden bedekt zijn.

Zalig is de man, aan wien de Heer de zonde niet toegerekend heeft: en in wiens geest geen bedrog is.

Omdat ik zweeg, dewijl ik heb nagelaten mijne zonden ootmoedig en oprecht voor U te belijden, zijn mijne beenderen (mijne krachten) verouderd; terwijl ik den geheelen dag riep.

Want dag en nacht ligt uwe hand zwaar op

ocr page 309

DE DOET-rSALMEN. 30 l

mij; in mijne ellende heb ik mij tot U bekeerd, terwijl ik met eenen doorn van smarten en van een knagend geweten doorstoken werd.

Ik heb mijne misdaad aan U bekend gemaakt ; en mijne ongerechtigheid heb ik niet verborgen.

Ik zeide : „ Ik zal mijne ongerechtigheid tegen mij voor den Heer belijdenquot; en Gij hebt de boosheid mijner zonden vergeven.

Hierom zal ieder Heilige tot U bidden; te bekwamer tijde.

Ook als er groote watervloeden komen , zullen zij tot Hem niet naderen.

Gij zijt mijne toevlucht tegen de verdrukking die mij omvangen heeft, o God! die mijne verheuging zijt 5 verlos mij van hen , die mij omringen.

„Ik zal u verstand geven,quot; zoo spreekt Gij, o God! tot inven dienaar, „en u onderwijzen op den weg, waardoor gij gaan zult; ik zal mijne oogen op u gevestigd houden.quot;

Wil, o ui en sc h ! niet worden gelijk een paard of muilezel, die geen verstand hebben.

Bedwing, Heer, met breidel en toom van eene zalige vrees de kinnebakken dergenen, die tot U niet komen.

De geeselen der zondaars zijn menigvuldig; maar dengene, die op den Heer hoopt, zal de barmhartigheid omringen.

Verblijdt u in den Heer en verheugt u, gij rechtvaardigen; en roemt op Hem, allen die oprecht van harte zijt.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 310

DE nOET-PSALMEN.

III. Psalm 37.

De boetvaardige David toont door zijn voorbeeld, hoe ellendig de staat van den mensch is , zoolang hij in zijne zonden blijft.

Heer! straf mij niet in uwe verbolgenheid; en in uwe gramschap kastijd mij niet.

Want uwe pijlen steken in mij, en Gij hebt uwe straffende hand op mij bezwaard.

Daar is geene gezondheid in mijn vleesch ter oorzake van uwe gramschap ; daar is geen vrede in mijne beenderen, om mijner zonden wille.

Want mijne ongerechtigheden zijn boven mijn hoofd gewassen 5 en als een zware last hebben zij mij bezwaard.

Mijne wonden zijn verrot en bedorven 5 ter oorzake van mijne dwaasheid, vaji zoo lang mijne boetvaardigheid uit te stel/en.

Ik ben ellendig geworden en ten uiterste neergebogen onder den last van mijn lijden; ik ging den geheelen dag bedroefd heen.

Want mijne lendenen zijn vervuld met bedrie-gelijkheden 5 en daar is geene gezondheid in mijn vleesch.

Ik ben verdrukt en vernederd bovenmate 5 ik brieschte van het zuchten mijns harten.

Heer ! voor U is al mijne begeerte 5 en mijn zuchten is voor U niet verborgen.

Mijn hart is ontroerd, mijne kracht heeft mij verlaten, ja zelfs het licht mijner oogen is bij mij niet meer.

Mijne vrienden en naburen zijn tegen mij opgekomen en opgestaan.

302

ocr page 311

DE lïOET-PSALMEN. 303

En die bij mij waren, bleven van verre; en die naar mijn leven stonden, deden geweld.

En die kwaad tegen mij zochten, spraken ijdelheden, en dachten den ganschen dag bedrog.

Doch ik, als een doove, hoorde niet, en als een stomme, deed ik mijnen mond niet open.

En ik was als een mensch, die niet hoort, en die geene wederspraak in zijnen mond heeft.

Want op U, Heer, heb ik gehoopt; Gij, Heer, mijn God, zult mij verhooren.

Dewijl ik gezegd heb, dat mijne vijanden zich nooit over mij verblijden; zij hebben , als mijne voeten wankelden, trotsch tegen mij gesproken.

Want ik ben tot de geeselen bereid, en mijne smart is altijd voor mijne oogen.

Want ik zal mijne boosheid openlijk bekend maken, en denken aan mijne zonden.

Doch mijne vijanden leven, en zijn machtiger dan ik; en die mij ten onrechte haten, zijn vermenigvuldigd.

Die goed met kwaad vergeldden, lasterden mij ; omdat ik het goede volgde.

Verlaat mij niet, o Heer mijn God ! ga van mij niet weg.

Denk op mijne hulp. Heer, God mijner zaligheid.

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 312

304 ^ BOET-PSALMEN.

IV. Psalm 50.

De boetvaardige David leert door dezen Psalm, hoe een rouwmoedig zondaar de vergiffenis zijner zonden van God moet afsmeeken.

Ontferm U mijner, o God! volgens uwe groote barmhartigheid.

En volgens de menigte uwer barmhartigheden, wisch mijne boosheid uit.

Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, en reinig mij van mijne zonden.

Want ik beken mijne boosheid, en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.

Tegen U alleen heb ik gezondigd ; voor uw aanschijn heb ik het kwaad gedaan. Vergeef het mij, opdat Gij gerechtvaardigd wordet in . uwe woorden, (in uwe beloften , waardoor Gij aan die boetvaardigheid doen , genade toezegt) en overwint als gij geoordeeld wordt.

Want zie, in boosheden ben ik voortgebracht: en in zonden heeft mij mijne moeder ontvan-gen.

Want zie. Gij hebt de waarheid lief; de onbekende en verborgen geheimen uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Gij zult mij met hysop besproeien, en ik zal gezuiverd worden ; Gij zult mij wasschen, en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult, door mijne zonden te vergeven , aan mijn gehoor blijdschap en vreugde geven , en mijne vernederde beenderen zullen van vreugde opspringen.

Keer uw aangezicht af van mijne zonden, en wisch al mijne ongerechtigheden uit.

ocr page 313

DE KOET-PSALMEN. 305

Schep in mij , o God ! een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.

Verstoot mij niet van Uw aanschijn , en neem uwen heiligen Geest van mij niet weg.

Geef mij weder de blijdschap van uwe zalige hulp, en versterk mij met eenen sterken geest.

Ik zal den boozen uwe wegen leeren, en de goddeloozen zullen zich tot U bekeeren.

Verlos mij van het bloed , hetivclk ik onrecht-vaardig heb vergoten, o God ! God mijner zaligheid, en mijne tong zal met vreugde uwe rechtvaardigheid verheffen.

lieer! Gij zult mijne lippen open doen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadt Gij offeranden gewild, ik zou U die immers opgedragen hebben : doch brandoffers zullen U niet aangenaam zijn.

Een bedrukte geest is eene offerande voor God: een vermorzeld en verootmoedigd hart zult Gij, o God ! niet versmaden.

Heer ! volgens uwen goeden wil, handel met Sion goedertieren; opdat de muren van Jeruzalem opgebouwd worden.

Dan zult Gij offeranden van rechtvaardigheid, dank- en brandoffers ontvangen ; dan zal men kalveren op Uw altaar leggen.

Glorie zij den Vader. enz.

20

ocr page 314

DE BOET-PSALMEN.

V. Psalm ioi.

Da vul stelt hier den zondaar voor nis door ellende overvallen, en biddende om Gods hnlp. Hij vermaant hein om zijne zonden te bev.-eenen, en zijne hoop te stellen op de goddelijke beloften.

Heer ! verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.

Keer uw aangezicht van mij niet af; op wat dag ik verdrukt worde, neig uw oor tot mij.

Op wat dag ik U aanroepe , verhoor mij met spoed.

Want mijne dagen zijn vergaan als rook, en mijne beenderen zijn als verdroogd hout dor geworden. .

Ik ben geslagen als hooi en mijn hart is uitgedroogd : omdat ik vergeten heb mijn brood te eten.

Van het geluid mijner zuchten : kleeft mijn gebeente aan mijn vleesch.

Ik ben aan den pelikaan der woestijn gelijk geworder ; ik ben geworden gelijk de nachtraaf in een huis.

Ik heb gewaakt; en ben geworden als eene eenzame musch op het dak.

Den geheelen dag beschimpten mij mijne vijanden, en die mij eertijds prezen, zwoeren tegen mij.

Omdat ik asch als brood at, en mijnen drank met tranen mengde.

Ter oorzake van uwe gramschap en verbolgenheid : omdat Gij mij opgeheven en neder-gestooten hebt.

3O6

ocr page 315

DE BOET-PSALMEN. J07

Mijne dagen zijn als eene schaduw verdwenen, en ik ben als hooi dor geworden.

.Maar Gij, Heer, blijft in eeuwigheid, en uwe gedachtenis dtiiirt van geslacht tot geslacht.

Gij ziilt opstaan en U over Sion ontfermen, want de tijd om U daarover te ontfermen, de tijd is gekomen.

Want de steenen daarvan behagen aan uwe dienaren, en zij zullen met het stof daarvan medelijden hebben.

En de volkeren zullen uwen naam vreezen. Heer, en al de koningen der aarde uwe glorie.

Omdat de Heïr Sion opgebouwd heeft; en daar zal Hij in zijne heerlijkheid gezien worden.

Hij heeft acht gegeven op het gebed der ootmoedigen, en Hij heeft hun verzoek niet versmaad.

Hat deze dingen geschreven worden voor hel navolgende geslacht; en het volk, dat zal geschapen worden, zal den Heer loven.

Want Hij heeft van boven uit zijne hooge heilige plaats nedergezien : de Heer heeft van den hemel nedergezien op de aarde.

Om het zuchten der gevangenen te hooren, om de kinderen der gedooden te verlossen.

Opdat zij in Sion den naam des Heeren verkondigen en zijnen lof in Jeruzalem.

Als de volkeren zullen te zamen komen : en de koningen, om den Heer te dienen.

Hij (de rechtvaardige) heeft hem op den weg zijner sterkte, in het bloeien zijner jeugd, gezegd : sgeef mij de kortheid mijner dagen te kennen.quot;

Neem mij toch niet weg in het midden mij-

ocr page 316

3o8 de boet-psalmen.

ner dagen 5 uwe jaren duren van geslacht tot

geslacht.

Gij, Heer, hebt in het begin de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken uwer handen.

Die zullen vergaan, maar Gij blijft altijd ; en zij zullen alle gelijk een kleed verouderen.

En gelijk een bovenkleed zult Gij ze veranderen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt altijd dezelfde, en uwe jaren zullen niet eindigen.

De kinderen uwer dienaren zullen met U, Heer, wonen ; en hunne nakomelingen zullen in eeuwigheid bestuurd worden.

Glorie zij den Vader, enz.

VI. Psalm 129.

Smeekgebed om vergiffenis, met een vast betrouwen op Gods barmhartigheid. Deze Psalm is ook een gebed voor allen, die in lijden zijn.

Uit de diepte mijner ellende heb ik tot Ü geroepen : »Heer! Heer! verhoor mijne stem/'

Laat toch uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeekingen.

Indien Gij, Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer. wie zal bestaan ?

Omdat er bij U genade is; en om uwe wet heb ik U, o Heer, lankmoedig afgewacht.

Mijne ziel heeft op zijn woord gewacht; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope; van den morgenstond tot den nacht toe.

ocr page 317

DE BOET-PSALMEN. 309

Want bij den Heer is barmhartigheid; en bij Hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen : uit al zijne ongerechtigheden.

Glorie zij den Vader, enz.

VII. Psalm 142.

David, zijne rampen als de straf zijner zonden beschouwende, beweent ze, en leert den waren boetvaardiijen

zondaar. God om barmhartigheid te bidden.

Heer! verhoor mijn gebed; luister naar mijn smeeken volgens uwe waarheid; verhoor mij volgens uwe rechtvaardigheid.

En treed niet in het recht met uwen dienaar; want niemand, die leeft, zal voor uw aanschijn gerechtvaardigd worden.

Verhoor mij, want de vijand heeft mijne ziel vervolgd ; hij heeft mijn leven tot op den grond toe vernederd.

Hij heeft mij in het duister gesteld, gelijk degenen, die lang dood zijn ; en mijn geest is in mij angstig, mijn hart is in mij ontsteld geworden.

Ik ben de oude dagen indachtig geweest, ik overwoog al uwe daden; de werken uwer handen overdacht ik.

Ik heb mijne handen tot ü uitgestrekt; mijne ziel is voor U als aarde zonder water, is dorstig naar de stroomen inver ganade.

Heer! verhoor mij haastig; mijn geest is bezweken.

Keer toch uw aanschijn van mij niet af:

ocr page 318

?10 DE 1ÏOET-PS ALMEN.

anders zal ik gelijk worden aan hen. die in het

graf nederdalen.

Doe mij vroeg dc slem van uwe barmhartigheid hooien; want ik heb op 1. gehoopt.

Maak mij den weg bekend, dien ik moet bewandelen ; want tot U heb ik mijne ziel opgeheven.

Heer! verlos mij van mijne vijanden, tot U heb ik mijne toevlucht genomen ; leer mij uwen wil doen, want Gij zijt mijn God.

Uw goede geest zal mij leiden op den rechten weg; om uwen naam, lieer, zult Gij mij levend maken in uwe gerechtigheid.

Gij zult mijne ziel uit de verdrukking leiden, en in uwe barmhartigheid zult Gij mijne vijanden vernielen.

En Gij zult vernielen alle diegenen, die mijne ziel verdrukken want ik ben uw dienaar.

Glorie zij den Vader, enz.

Atitiph. Wees, o Heer ! niet gedachtig onze misdaden, noch die van onze ouders, en neem geene wraak over onze zonden

ocr page 319

LITANIE

TOT DE ALLERHEILIGSTE DRIEVULDIGHEID.

Voor den Zondag.

Heer, ontferm U onzer.

Christusj ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld , ontferm U onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God,

Heer, die een geest zijt, en in geest en in

waarheid wilt aangebeden worden, cT

Heer, wiens Godheid noch goud, noch zil- fp ver, noch steen, of iets van dien aard ge- § lijk is,

Heer, aan wien niemand gelijk is, en buiten 0 wien er geen God is, g

Koning der eeuwen, die wegens uwe natuur Sj

de onsterfelijkheid hebt,

Groote God, uit wien alles voortkomt, en

door wien alles behouden wordt.

Heer, die overal zijt, en wiens voorzienigheid

boven alles is.

Heer, die zoo groot zijt, dat U geene gedachten kunnen begrijpen,

Heer, wien geheel het aardrijk, noch de hemelen kunnen bevatten,

ocr page 320

312 LITANIE TOT DE

lieer, wien geen mensch gezien heeft, noch zien

kan, ontferm U onzer.

Heer, wiens oordeelen ondoorgrondelijk en

wiens wegen onnaspeurlijk zijn.

Heer, voor wiens Majesteit wij maar stof

en asch zijn,

lieer, die doet, al wat U belieft, in den hemel en op de aarde , in de zee en in de afgronden,

lieer, die de harten der menschen in uwe

hand hebt en ze keert waar Gij wilt,

Heer, die een verteerend vuur zijt, wiens

gramschap niemand kan wederstaan.

Heer, die ieder naar zijne werken vergeldt.

Heer , die alles in getal, gewicht en maat O schikt, ^

Heer, die onze harten doorzoekt en onze g

nieren doorgrondt.

Heer, die bemint al wat er is, en niets haat ^

van alles, wat Gij geschapen hebt.

Heer, die de zonden der menschen om hunne

boetvaardigheid kwijtscheldt.

Heer, die in uwe woorden waarachtig en in

uwe beloften getrouw zijt.

Heer, die niet wilt dat wij zullen vreezen, omdat Gij, onze God en helper met ons zijt. Allerheiligste God , van wiens glorie geheel

de aarde vervuld is.

Heer, wien alle eer en heerlijkheid toekomt. Heer, die zelf het loon zijt uwer dienaren,

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

Van alle hoovaardigheid en opgeblazenheid des geestes, verlos ons. Heer.

ocr page 321

ALLERH. DRIEVULDIGHEID. Van alle onmatigheid en onzuiverheid, v ons. Heer.

Van alle gramschap, nijd en kwaden wil

tegen onzen evennaaste,

Van traagheid en van aardsche en ongeregelde droefheid,

Van gierigheid, die de wortel van alle kwaad is,

! )oor uwe onbeperkte almogendheid,

Door uwe oneindige wijsheid.

Door uwe overvloedige goedheid.

Door uwe ondoorgrondelijke alwetendheid

en voorzienigheid.

Door den diepen afgrond van de oordeelen

uwer rechtvaardigheid,

I )oor uwe volmaakte en onveranderlijke gelukzaligheid,

In den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons de genade wilt verleenen om U uit geheel onze ziel, uit geheel ons verstand, en uit al onze krachten te beminnen.

Dat wij uwen heiligen naam nooit lichtvaardig gebruiken.

Dat wij de Zon- en heiligdagen, die U zijn toegewijd, in godsdienstige en andere goede werken mogen doorbrengen en heiligen. Dat wij aan onze ouders en aan alle overheid, eer en gehoorzaamheid om uwentwil bewijzen,

I )at wij nooit het leven of de eer van onzen

evenmensch krenken,

Dat onze zielen nimmer meer door onzui-

ocr page 322

314 LIT. TOT DK AI-LER1I. DR1KVULD1GI1E1D.

vere werken, woorden, begeerten of gedachten, besmet worden, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij nooit iemand door onrechtvaardigheid

beschadigen, wij bidden U, verhoor ons. I )at wij onzen mond van valsche getuigenis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren , wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij de goederen der wereld niet ongeregeld begeeren of beminnen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen, wij bidd. U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Allerheiligste Drievuldigheid, hoor ons. Allerheiligste Drievuldigheid, verhoor ons.

O/ize / 'ader, enz.

LAAT ONS HIDDEN.

Almachtige en eeuwige God ! die uwe dienaren, door de belijdenis van het ware geloof, de heerlijkheid der eeuwige Drievuldigheid hebt doen kennen, en in de oppermachtige Majesteit geleerd hebt, één wezen te aanbidden, wij bidden U, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof bevrijd mogen worden van allen tegenspoed; door Jezus Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 323

L I T A NIK

lot don beiligoii Geest.

J'oor (leu Ma a ii (Jag.

I leer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm LT onzer.

lieer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

CJod, Hemelsche Vader, ontferm U onzer, doel Zoon, Verlosser der wereld. God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Heilige Geest, die van den Vader en den

Zoon voortkomt.

Geest der eeuwige waarheid.

Geest van wijsheid en verstand.

Geest van raad en sterkte,

Geest van de vreeze des Heeren,

Geest van heiligmaking.

Geest van kracht, liefde en matigheid.

Geest, door wiens ingeving de profeten gesproken hebben,

II. Geest, wiens zalving ons alle dingen leert, 11. Geest, die de dwalende zondaars bekeert, H. Geest, die uwe ware geloovigen één van

hart en één van ziel maakt,

H. Geest, die aan uwe kinderen de ware

vrijheid verleent,

11. Geest, die de dubbelhartigen en de geveinsden ontvlucht,

ocr page 324

3l6 T.ITANIF, TOT DEN

H. Geest, die de ziel zijt van het lichaam dei-

heilige Kerk, ontferm ü onzer.

11. Geest, die ons de duisterheden der H.

Schriftuur door uwe H. Kerk verklaart, II. Geest, die de Apostelen vervuld en hun uwe woorden in den mond gelegd hebt, II. Geest, die ons alleen de wet van God

kunl doen volbrengen,

H. Geest, die zelf ook de gever van het

bidden zijt,

H. Geest, die zelf in ons en voor ons bidt,

door onuitsprekelijke verzuchtingen,

II. Geest, die de droefheid uit onze harten bant en ze met liefde, blijdschap en vrede a vervult, pp

II. Geest, die ons verduldigheid, goedertie- g

renheid en goedheid geeft,

M. Geest, die onze zielen met zachtmoedig- 0 heid en zedigheid versiert. g

H. Geest, die ons de onthouding en kuisch-

heid verleent,

H. Geest, die de liefde Gods in onze harten stort,

H. Geest, die in uwe geloovigen als in uwe

tempels woont,

H. Geest, die uit uwe geloovigen stroomeu

van levende wateren doet ontspringen, 11. Geest, door wien wij nu niet meer slaven.

maar kinderen en erfgenamen Gods zijn, H. Geest, door wien de slaafsche vreesachtigheid is weggenomen, en Gods kinderen met liefde en betrouwen roepen tot hunnen Vader,

II. Geest, die ons naar de voltrekking onzer

ocr page 325

HEILIGEN GEEST. 317

aanneming en verlossing doet zuchten en verlangen, ontferm U onzer.

H. Geest, die in ons wonende, onze sterfelijke lichamen zult levend maken, ontferm U onzer. Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van vermetelheid en wanhoop. Van ongeloovigheid en hardnekkigheid tegen

de bekende waarheid.

Van alle bekoringen en lagen des duivels. Van afgekeerdheid, tweedracht, gramschap

en nijd tegen onzen naaste, 5

Van alle onreinheid naar ziel en lichaam, oquot; Van onboetvaardigheid en verhardheid des 0 gemoeds, s

Van allen aan U tegenstrijdige!! geest,

Door uwe altijddurende voortkoming van ^ den Vader en den Zoon, 2!

Door de wonderbare werking, waardoor Christus, in het lichaam van de zuivere Maagd ontvangen is.

Door uwe nederdaling over Christus bij zijn doopsel.

Door uwe komst over de leerlingen van

Christus,

In den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij nooit de begeerten des vleesches volbrengen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij den geest der rechtvaardigheid in onze harten wilt vernieuwen, wij bidd. U, verh. ons. Dat Gij van ons nooit weggaat, wij bidden U, verhoor ons.

ocr page 326

3i8 lit ante tot df.n

Dat Gij ons wilt versterken, om heilig hel goede

uit te werken, wij bidden U, verhoor ous. Dat wij U nooit bedroeven.

Dat wij U nooit wederstaan.

Dat Gij onze harten zoo wilt vervullen, dat de vermakelijkheden der wereld in ons geene plaats vinden,

Dat wij alle geesten niet gelooven, maar wijs-

selijk onderscheiden of zij uit God zijn. Dat wij door uwe genade in den geest der lt; zachtmoedigheid cle zondaren onderrichten ^ en vermanen, ~-

Dat wij altijd arm van geest mogen zijn, £ Dat Gij ons de christelijke en heilige droef- quot;

heid wilt leeren,

Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de ^

rechtvaardigheid wilt maken,

Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhar- 5 tigheid tot alle menschen wilt instorten, -i Dat wij den vrede met onzen naaste zoo on- g derhouden, dat wij kinderen Gods mogen J genoemd worden.

Dat Gij ons zuiver van harte wilt maken,

opdat wij God mogen zien.

Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten.

Dat Gij ons in het goede wilt bevestigen. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

ocr page 327

HEILIGEN GEEST. 319

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, e/is.

v. De genade des heiligen Geestes,

A. Verlichte onze zinnen en harten.

LAAT ONS BIDDEN,

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den heiligen Geest hebt onderwezen geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons altijd over zijne vertroosting verblijden. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon. Amen.

ocr page 328

LITANIE VAN DEN ZOETEN NAAM JEZUS.

1 Voor den Dinsdag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jezus, hoor ons.

Jezus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld,

God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

lezus. Zoon van den levenden God,

Jezus, glans des Vaders,

Jezus, luister van het eeuwig licht,

Jezus, koning der glorie,

Jezus, zon der gerechtigheid,

Jezus, zoon van de Maagd Maria

Beminnelijke Jezus,

Wonderlijke Jezus,

Jezus, sterke God,

Jezus, vader van het toekomstig leven, Jezus, verkondiger van Gods raadsbesluiten, Allermachtigste Jezus,

Allergeduldigste Jezus,

Allergehoorzaamste Jezus,

Jezus, zachtmoedig en ootmoedig van harte, Jezus, beminnaar der zuiverheid,

Jezus, onze beminnaar.

ocr page 329

UT. VAN DEN ZOETF.X NAAM JEZUS. Jezus, God des vredes, ontferm U onzer. Jezus, bron des levens,

Jezus, voorbeeld van alle deugden,

Jezus, ijveraar voor de zielen,

Jezus, onze God,

Jezus, onze toevlucht,

Jezus, vader der armen,

Jezus, schat der geloovigen,

Jezus, goede herder,

Jezus, waarachtig licht,

Jezus, eeuwige wijsheid,

Jezus, oneindige goedheid,

Jezus, onze weg en ons leven,

Jezus, vreugd der Engelen,

Jezus, koning der Aartsvaders,

Jezus, meester der Apostelen,

Jezus, leeraar der Evangelisten,

Jezus, sterkte der Martelaren,

Jezus, licht der Belijders,

Jezus, zuiverheid der Maagden,

Jezus, kroon van alle Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Jezus.

Wees genadig, verhoor ons, Jezus. Van alle kwaad, verlos ons, Jezus. Van alle zonden.

Van uwen toorn.

Van de lagen des duivels,

Van den geest der onkuischheid, Van den eeuwigen dood.

Van het verwaarloozen uwer ingevingen, Door het geheim uwer heilige menschw ding.

Door uwe geboorte,

Door uwe kuischheid,

21

ocr page 330

322 UT. VAN DEN ZOUTEN NAAM JEZUS.

Door uw allergoddelijkst leven, verlos ons, Jezus. Door uwen arbeid, ^

Door uwen doodstrijd en uw lijden,

Door uw kruis en uwe verlatenheid, oquot;

Door uwe smarten, 0

Door uwen dood en uwe begrafenis, j

Door uwe verrijzenis,

Door uwe hemelvaart, 8

Door uwe vreugden, ?

Door uwe glorie,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm V onzer.

Jezus, hoor ons.

Jezus, verhoor ons.

Onze Vader, enz.

Laat ons bidden.

ü Heere Jezus ! die gezegd hebt : »Vraagt en gij zult ontvangen : zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal geopend worden ; stort, wij bidden er U om, uwe allergoddelijkste liefde m ons gemoed, opdat wij U steeds van ganscher harte, met woord en daad, beminnen, en nooit

ophouden U te loven.

Geef, o lieer, dat wij altijd uwen heiligen naam vreezen en beminnen, want Gij verlaat dengene niet, dien Gij bevestigt in uwe liefde: die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 331

LITANIE TER EERE VAN DE HEILIGE ENGELEN.

Voor den Woensdag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid , één God , ontferm onzer.

II. Maria, bid voor ons.

H. Michaël,

H. Gabriël,

H. Raphael,

H. Engelbewaarder,

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, Die uwen Schepper altijd met eene uitnemende liefde bemind hebt.

Die nooit in de minste zonde zijt gevallen. Goddelijke dienaren, die altijd bereid zijt tot

den dienst van Gods opperste Majesteit, Die ü met allen eerbied in zijne tegenwoordigheid houdt.

Die in alles zijnen heiligen wil volbrengt,

ocr page 332

,2^ l.ITANIE 'l'EK EBRK

Zuivere geesten, aan welke God onze bewauny;

heeft bevolen, bidt voor ons.

Die gesteld zijt, om de macht des duivels

van ons af te weren,

Die door het ingeven van goede gedachten

van ons de kwade invallen verdrijft,

Die ons, door goede bewegingen, de kwade

driften doet overwinnen.

Heilige bestierders, die ons van de gelegen- _ heid tot zonde verwijdert, quot;

Die ons gedurig door goede ingevingen tot g de deugd vermaant, quot;•

Die niet dan onze zaligheid zoekt, o

Die U in ons deugdzaam leven verheugt, r. Die te zamen met ons om Gods genat e

bidt, en ons tot bidden opwekt.

Die onze gebeden en goede werken

God opdraagt,

quot;Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle gelegenheden tot zonden,

heilige Engelen, verlos ons. Heer.

Van het misbruik uwer genade, door uwe hei-

liire Engelen, verlos ons. Heer.

Van alle gevaar naar ziel en lichaam, door uwe

heilige Engelen, verlos ons. Heer.

Van alle kwade gezelschappen, door uwe hei-

lice Engelen, verlos ons. Heer.

Van alle onzuiverheid, door uwe heilige Engelen, verlos ons. Heer.

Van alle kwade bekoringen, door uwe heilig

Engelen, verlos ons, Heer.

Van alle kwaadwilligheid ten opzichte van onze oversten, door uwe heil. Eng. verlos ons. Heer.

nan

door uwe

ocr page 333

VAN DE IIKILIGE ENGELEN. 325

Van alle onachtzaamheid ten opzichte van onze onderdanen, door uwe heilige Engelen, verlos ons, Heer.

Van alle traagheid in uwen dienst, door uwe

heilige Engelen, verlos ons, Heer. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij in alles aan de bestiering van uwe

heilige Engelen onderdanig zijn.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons

ingeven, waarnemen,

Dat wij altijd hunne vermaningen tot de

deugd involgen, ^

Dat wij door onze traagheid en onachtzaam-heid hen niet bedroeven en niet van ons vervreemden, S

Dat wij hen mogen navolgen, in U te bemin- 0

nen en onderdanig te zijn,

Dat wij naar hun voorbeeld gaarne onzen even- lt; naaste dienen, ook die minder is dan wij, CS Dat wij verduldig mogen verdragen de ge- 5 breken van andere menschen. gelijk zij R de onze verdragen, o

Dat wij onzen evennaaste door geene kwade ïquot;

voorbeelden verergeren.

Dat wij hem, zoo veel in ons is , van alle

kwaad bevrijden.

Dat wij door woorden en werken zijne zaligheid trachten te bevorderen.

Dat uwe heilige Engelen in ons sterfuur ons

willen bijstaan.

Dat wij in eeuwigheid met hen U mogen

loven en danken.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

ocr page 334

j26 lit. ter eere van de h. engelen. T-am Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor onf.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

laat ons hidden.

O God, die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid U gewaardigt, uwe heilige Engelen te zenden, om ons te bewaren, verleen ons, die U smeeken, dat wij door hunne hulp altijd beschermd worden, en hun gezelschap eeuwig mogen genieten. Door Christus onzen Heer. Amen.

ocr page 335

LITANIE

tot Jezus in het Allerh. Sacrament.

Voor den Dondenlag.

Heer, ontferm U on:;er.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend brood, dat uit den hemel gedaald is. Verborgen God en Zaligmaker,

Tarwe der uitverkorenen.

Wijn, die maagden voortbrengt.

Voedzaam brood en vermaak der koningen. Altijddurende offerande,

Zuivere opdracht.

Lam zonder vlek,

Allerzuiverste maaltijd,

Spijze der Engelen,

Verborgen hemelsch brood,

Gedachtenis van Gods wonderen. Bovennatuurlijk brood.

Woord, dat vleesch geworden zijt, en onder

ons woont.

Heilige Hostie,

Gezegende drinkbeker.

ocr page 336

^2S LITANIE TOT JEZUS

Geheim des geloofs, ontferm U onzer. Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, Allerheiligste offerande,

Offerande van verzoening voor levenden en dooden,

Hemelsch behoedmiddel tegen de zonden. Wonder mirakel boven alle anderen, Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,

Gave, die alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke liefde,

Overvloeiende bron van Gods milddadigheid,

Overheilig en wonderbaar geheim,

Krachtige spijze der onsterfelijkheid. Aanbiddelijk en levendmakend Sacrament, Brood, dat door de almogendheid des woords

zijt vleesch geworden.

Onbloedige offerande.

Spijs en medegast.

Allerzoetste maaltijd, bij welke de engelen

tegenwoordig zijn en dienen,

Teeken van genade.

Band van liefde,

Offeraar en offerande.

Geestelijke zoetheid, die ia haar eigen oorsprong gesmaakt wordt,

Verkwikking der heilige zielen.

Versterking dergenen, die in den Heer sterven.

Pand der toekomende glorie.

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons, lieer.

ocr page 337

IN HET ALLERH. SACRAMENT. Van het onwaardig nuttigen uws lichaams

bloeds, verlos ons, Heer.

Van de begeerlijkheid des vleesches,

Van de begeerlijkheid der oogen,

Van de hoovaardij des levens,

Van alle gevaren der zonde.

Door de groote begeerte, die Gij gehad hebt, om dit Paaschlam met uwe Leerlingen te eten,

Door den diepen ootmoed, waarmede Gij de

voeten der Leerlingen gewasschen hebt, Door de vurige liefde, waarmede Gij dit

heilig Sacrament hebt ingesteld.

Door uw dierbaar bloed, dat Gij ons op het

altaar hebt nagelaten,

Door de vijf wonden, die Gij in uw allerheiligste lichaam voor ons ontvangen hebt. Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat het U believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in ons te vermeerderen en te bewaren.

Dat het U believe, ons door eene ware belijdenis onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijze te bereiden.

Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloovigheid en verblindheid des harten wilt bevrijden. Dat het U believe, ons aan de kostelijke en hemelsche vruchten van dit heilig Sacrament deelachtig te maken.

Dat het U believe, ons in het uur des doods met deze hemelsche' spijze te versterken en te beschermen,

ocr page 338

„O I.ITANIF. TOT JE7-US, KN7,.

iL C.ods, dat wegneemt de zonden der wereld,

Lam^Gods^5'dat wegneemt de zonden der wereld,

Lam'Gods,0 dat ^gneemt de zonden der wereld,

ontferm 1- onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

lieer, ontferm U onzer.

Qnzc Vader, enz.

Laat ons bidden.

O God 1 die ons onder dit ^lt;:lerbaar Sacrament de gedachtenis van uw Vel1 he^e

ocr page 339

L I T A N I E

Op het Lijden van onzen Heer Jezus Christus.

Voor den Vrijdag.

Heer. ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld. God, heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jezus, om onze zonden in den hof van Olijven beangstigd en bedroefd tot den dood toe,

Jezus, door eenen engel versterkt, opdat wij onze hulp in allen nood van den hemel leeren verwachten,

Jezus, die uwen verrader met minzaamheid hebt ontvangen, om ons de zachtmoedigheid te leeren,

Jezus, van uwe leerlingen verlaten, opdat wij

op God alleen zouden leeren betrouwen, Jezus, door de Joden gebonden, om ons

van de zonden te ontbinden.

Jezus, voor Annas en Caïphas valschelijk beschuldigd, opdat wij alle ongelijk zouden leeren verdragen,

Jezus, door Petrus verloochend, opdat wij

ocr page 340

332 LITANIE Or HET I HDEN VAN

onze krankheid zouden leeven kennen en ons zeiven mistrouwen, ontferm U onzer.

Tezus, door Herodes met een wit kleed bespot, omdat wij het kleed der onschuld verloren hadden,

Jezus, achter Barrabas gesteld, opdat wij ons

nooit boven anderen zouden verheffen,

Jezus, wreedaardig gegeeseld en met door-quot; nen gekroond, opdat wij de gemakken

en alle eerzucht zouden verfoeien,

Jezus, gelasterd, bespuwd en geslagen, opdat wij onze zinnen zouden versterven,

Jezus, aan het volk tentoongesteld, opdat wij uw voorbeeld zouden voor oogen g hebben, en daarnaar leven, =.

Jezus, door Pilatus aan uwe vijanden gele- g verd, om ons van onze vijanden te ver- ^

lossen, 0

Jezus, met het kruis beladen, om ons te g leeren ons kruis met vlijt te dragen, q

jezus, aan het kruis genageld, opdat wij het vleesch met zijne driften en begeerhjkhe-den zouden kruisen,

Jezus, tusschen twee moordenaars gekruist, om ons de vernederingen te leeren beminnen,

Jezus, die den goeden moordenaar in genade hebt ontvangen, opdat wij nooit zouden wanhopen,

Jezus, die aan het kruis hangende, voor uwe vijanden hebt gebeden, om ons te leeren, onze vijanden te beminnen,

Jezus, met gal en mirrhe gelaafd, opdat wtj onze tong van alle zonden zouden bewaren.

ocr page 341

«gt;NZEN HEEK JE/.I'ü CIIRISU'S. 3j3

Jezus, die stervende uweu geest iu de handen uws Vaders bevolen hebt, opdat wij stervende onzen geest in uwe en zijne handen zouden bevelen, ontferm U onzer.

Jezus, die voor ons den bitteren dood gestorven zijt, om ons de boosheid onzer _ zonden te leeren kennen, rT

Jezus, die door uwen dood ons het leven SP gegeven hebt, opdat wij niet voor ons, 3 maar voor U zouden leven, ^

Jezus wiens zijde na uwen dood geopend is, 0 om daarin onze zonden en krankheden te S verbergen,

Jezus, begraven en ten derden dage verrezen, opdat wij gestorven en begraven aan de zonden, tot een deugdzaam leven mogen verrijzen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle kwaad, verlos ons, Heer,

Van alle zonden,

Door uw bloedig zweet, lt;

Door uwe geeseling, EL

Door uwe doornen kroon, °

Door uw kruis en lijden.

Door uwe allerheiligste vijf wonden, 3

Door uwen dood en uwe begrafenis, 1—1

Door uwe heilige verrijzenis, ff

Door uwe wonderbare hemelvaart, ''

In den dag des oordeels,

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, om welke Gij zoo veel geleden hebt, wij bidden U, verhoor ons.

ocr page 342

,-4 l.ITANIE O!' 11KT LIJDEN' VAN

JKt wij door liet overdenken van uwe pijnen 'en smarten, alle ziekten, pijnen en ^genspoed geduldig leeren verdragen, wij brdden l,

verhoor ons. ., j

Dat wij in allen angst, droefheid en nood ons tot U keeren en uwe hulp afsmeeken. Dat wij alle schade, verachting en tegenspoed met overgeving aan Gods wil raoger ontvangen,

Dat wil de valsche beschuldigingen en onrechtvaardige oordeelen, naar uw vooi- ^ beeld mogen verdragen, lt;

Dat Gij ons de vruchten van uw kruis wilt _

mededeelen, . , c

Dat wij, door de kracht van uw knus, den ; duivel, de wereld en het vleesch mogen -

overwinnen. quot;

Dat wij in uw bloed van alle zonden mogen ,

gereinigd worden, .

Dat Gij ons wilt verleenen ons kruis dagelijks op te nemen, en U gaarne na te

DaTwifèene genegenheid mogen verkrijgen, om uw heilig lijden met liefde en dankbaarheid dikwijls te overdenken.

Dat wij, dagelijks bemerkende, dat Gij uit liefde voor ons gestorven zijt, door eene wederliefde ontstoken worden, onl met voor ons zelve, maar te uwen dienste te

Dat wij onzen troost in uwe heilige w onden

mogen vinden,

Dat Gij ons door uw kruis en bitteren dood in het uur onzes doods wilt versterken.

ocr page 343

ONZEN 1IKKU .TK7,CS CHRISTUS. 335 Dat Gij ons door uw ki-uis in uwe glorie wilt

brengen, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam quot;Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Ojize Vader. cns.

LAAT OS'S HIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen en den dood des kruises doen ondergaan, opdat de mensch het voorbeeld van zijne ootmoedigheid zoude navolgen, verleen ons goedertieren dat wij leven naar de lessen zijner lijdzaamheid, en deel verkrijgen in zijne verrijzenis. Door denzelfden Jezus Christus, onzen lieer. Amen.

ocr page 344

DE LORETTAANSCHE LITANIE,

ter eere van de Allerh. Maagd Maria.

Voor den Zatevdag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelscbe Vader, ontferm L onzer. God' Zoon, Verlosser der wereld, ontfenn onzer.

God, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, een God, ontfen; onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden, •

Moeder van Christus, g

Moeder der goddelijke genade, ^

Allerreinste Moeder, g

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschondene Moeder, §

Onbevlekte Moeder, squot;

Minnelijke Moeder,

Wonderlijke Moeder,

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

'

ocr page 345

I)E LORETTAANSCHE LITANIE. 337

Lofwaardige Maagd, bid voor ons.

Machtige Maagd,

Ooedertierene Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Stoel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap.

Geestelijk vat,

Verheven vat.

Eerwaardig vat.

Schoon vat van godsvrucht,

Geestelijke roos,

Toren van David, s;

Ivoren toren, 04

Gulden huis, §

Arke des verbonds, S,

Deur des hemels, o

Morgenster, j.

Behoudenis der kranken,

Toevlucht der zondaren.

Troosteres der bedrukten,

I tulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

Koningin zonder de smet der erfzonde ontvangen. Koningin van den allerh. Rozenkrans,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, lieer.

ocr page 346

338 DE I.OREl'TAANSCUE I.ITANIE.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm L' onzer.

Onze Vader, enz.

SUB TUUM PRESIDIUM.

Antiph. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd', onze Vrouw, onze Middelares, onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.

V. Bid voor ons, heilige Moeder Gods, A. Opdat wij der beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

O Heer en God ! wij bidden U, verleen ons, uwe dienaren, eene bestendige gezondheid naar ziel en lichaam , opdat wij door de glorierijke voorspraak der gelukzalige Maria altijd Maagd, mogen verlost worden van de tegenwoordige droefheid en genieten de eeuwige blijdschap. Door feziis Christus, onzen Heer. Amen.

ocr page 347

LITANIE

tot den H. Alphonsus Maria de Liguori.

Bisschop van St. Agatha der Gothen, Stichter van de Vergadering des Aüerheiligsten Verlossers.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

lieer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

Gotl, heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

II. Maria, onbevlekte Maagd, bid voor ons.

II. Alphonsus, die van uwe vroegste jeugd af een voorbeeld der teederste godsvrucht geweest zijt, bid voor ons.

H. Alphonsus, tot den dood toe van de doodzonde bewaard, W

H. Alphonsus, verachter der rijkdommen en ^ ijdelheden der wereld, o

H. Alphonsus, die onophoudelijk den wil ° Gods volgdet, o

H. Alphonsus, rijk aan schatten der chris- f telijke armoede.

ocr page 348

340 I.ITANIE TOT D1CN

II. Alphonsus, voorbeeld van geduld in het lijden, bid voor ons.

Voorbeeld van overgeving in den tegenspoed,

Die naar de zaligheid der zielen dorstig

geweest zijl,

Bestrijder de:: ketterijen,

Verdediger van het katholiek geloof.

Zonder ophouden bezorgd om den armen het Evangelie te verkondigen, Teedere trooster der bedroefden.

Die zoo ervaren waart in de wetenschap van de zondaars te bekeeren,

aT Wijze geleider op den weg der zaligheid, s g Die voor allen alles geworden zijt, opdat ^ J2 allen zalig zouden worden, §

ir Nieuw sieraad van den godsdienst, §

^ Ijverige verdediger der geestelijke tucht, o — Gehooorzame ijveraar voor den Room- u. schen stoel.

Waakzame herder over de schapen, die

u toevertrouwd waren.

Die zonder ophouden bezorgd waart voor

het algemeen welzijn der Kerk,

Luister der Priesters en Bisschoppen, Levendig voorbeeld aller deugden, Aandachtige vereerder van het kindje Jezus,

Die in het opdragen der heilige Mis van

liefde ontvlamd waart,

Vurige aanbidder van Jezus Christus in

het allerheiligste Sacrament,

Medelijdende betrachter van het lijden van Jezus,

ocr page 349

H. ALPHONSUS. 341

II. Alphonsus, ijverige vereerder van de allerheiligste Maagd Maria, bid voor ons. I He onder uwe preeken met verschijningen der allerheiligste Maagd Maria zijt vereerd geweest,

Tn; leven en zeden een Engel, Een Patriarch door uwe overhartelijke

zorgvuldigheid voor het volk Gods, I )oorluchtig door de gave van mirakelen ^ te doen en voorzeggingen te verrich- — ten, ^ £

£ Ken Apostel door uwe werkzaamheden J ~ en goede vruchten, o

Een Martelaar door uw streng leven, c £ Een Belijder door uwe heilige werken, p I11 uw lichaam en in uwen geest eene Maagd,

Stichter der Vergadering des allerheiligsten Verlossers,

Een voorbeeld der Missionarissen,

Onze liefdevolle vader en beschermer,

Zalige Alphonsus Maria,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, o Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, o Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer, o Heer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Meer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm LT onzer.

Onze Vadergt; enz.

ocr page 350

342 I-'T- T0T DEN H' ALPHONSÜS. V. 15id voor ons, H. Alphonsus Maria ! k. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.

O God, die door den II. Alphonsus Maria, uwen van zielenijver ontvlamden Belijder en liisschop, uwe Kerk met eene nieuwe nakomelingschap verrijkt hebt, wij bidden l , dat wij door zijne heilzame vermaningen onderwezen en door zijne voorbeelden versterkt, gelukkig tot L' mogen komen. Door onzen Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerscht, in.de eenheid des heiligen Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 351

LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon , Verlosser der wereld , ontferm onzer.

God, heilige Geest, ontferm L' onzer.

1 leilige Drievuldigheid , één God, ontferm onzer.

1 leilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden,

H. Michael, j

H.. Gabriel, j

H. Raphael, ^

Alle heilige Engelen en Aartsengelen, lt;

Alle heilige kooren der zalige geesten, ►

Heilige Joannes de dooper, lt;

Heilige Joseph, \

Alle heilige Patriarchen en Profeten,

Heilige Petrus,

Heilige Paulus,

Heilige Andreas,

Heilige Jacobus,

Heilige Joannes,

Heilige Thomas,

ocr page 352

344 LITANIE

Heilige Jacobus, bid voor ons.

Heilige Philippus,

I leilige Bartholomeus,

Heilige Mattheus,

Heilige Simon,

Heilige Thadeus,

Heilige Matthias,

Heilige Barnabas,

Heilige Lucas,

Heilige Marcus,

Alle heilige Apostelen en Evangeliste Alle heilige Leerlingen des Ileeren, Alle heilige onschuldige Kinderen, I leilige Stephanus,

1 leilige I .aurentius.

Heilige Vincentius,

Heilige Fabianus en Sebastianus, Heilige Joannes en Paulus,

Heilige Cosmas en Damianus,

Heilige Gervatius en Protasius,

Alle heilige Martelaren,

Heilige Silvester,

Heilige Gregorius,

I leilige Ambrosius,

1 leilige Augustinus,

Heilige Hieronimus,

Heilige Martinus,

Heilige Nicolaus,

Alle heilige Bisschoppen en Belijders

Alle heilige Leeraars,

Heilige Antonius,

Heilige Benedictus,

Heilige Bernardus,

Heilige Dominicus.

ocr page 353

VAN ALLE HEILIGEN.

Heilige Franciscus, bid voor ons.

Alle heilige Priesters en Levieten,

Alle heilige Monniken en Kluizenaars, Heilige Maria Magdalena,

Heilige Agatha,

Heilige Lucia,

I leilige Agnes,

Heilige Cecilia,

Heilige Catharina,

Heilige Anastasia,

Alle heilige Maagden en Weduwen.

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer,

Van alle kwaad, verlos ons. Heer.

Van alle zonden,

Van uwe gramschap.

Van eenen haastigen en onvoorzienen docd, Van de listen des duivels.

Van gramschap, haat en allen kwaden wil. Van den geest der onkuischheid. Van bliksem en onweder.

Van den geesel der aardbeving,

Van pest, hongersnood en oorlog.

Van den eeuwigen dood.

Door het geheim uwer heilige menschwor-

ding,

Door uwe komst.

Door uwe geboorte.

Door uw doopsel en heilig vasten,

Door uw kruis en lijden,

Door uwen dood en uwe begrafenis.

Door uwe heilige verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart.

ocr page 354

340 I.ITAN1F.

Door de komst van den heiligen Ueest, den

Vertrooster, verlos ons, lieer.

In den dag des oordeels, verlos ons. Heer. Wij zondaren, wii bidden U, verhoor ons. I-gt;at Gij ons wilt sparen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons onze misdaden kwijtscheldt, Dat Gij Ü gewaardigt ons tot eene ware

boetvaardigheid te geleiden.

I )at Gij U gewaardigt, uwe heilige Kerk te

bestieren en te bewaren,

I gt;at Gij U gewaardigt, den Roomschen Paus en alle Geestelijkheid in den heiligen godsdienst te bewaren, ^

Dat Gij U gewaardigt, de vijanden der hei-

lige Kerk te vernederen,

1 gt;at Gij L' gewaardigt, den Christen konin- g; gen en vorsten vrede en ware eendracht § te geven, r-,

I gt;at Gij U gewaardigt, aan alle Christen volkeren vrede en eendracht te verleenen, rc Dat Gij U gewaardigt, ons in uwen heiligen gquot; dienst te versterken eu te bewaren, 9,

Dat Gij onze gemoederen tot hemelsche be- o geerten wilt opwekken, /■

Dat Gij U gewaardigt. al onze weldoeners

met de eeuwige goederen te vergelden. Dat Gij U gewaardigt, onze zielen en de zielen van onze broeders, vrienden en weldoeners van de eeuwige verdoemenis te bewaren.

Dat Gij U gewaardigt, de vruchten der aarde te geven en te bewaren.

Dal Gij U gewaardigt aan alle geloovige

ocr page 355

VAN ALI.E Hr.ILKlEN. 347

overledenen de eeuwige rust te geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij U ge waard igt, ons gebed te verhooren,

wij bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zoaden der wereld,

verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Psalm 69.

O God! kom mij te hulp : haast U, Heer, om mij te helpen.

Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.

Dat zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad wenschen.

Dat zij terstond met schaamte terugkeeren, die mij in mijne verdrukking bespotten.

Dat allen die U zoeken , zich in U verheugen en verblijden , en dat zij , die uwe zaligheid beminnen, altijd zeggen : groot geacht is de Heer.

Doch ik ben behoeftig en arm : o God! help mij.

ocr page 356

348 i. it an ie

Gij zijl mijn helper en mijn Verlosser : lieer ! vertoef niet.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest, gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen. v. Maak uwe dienaars zalig.

A. Mijn God ! die in U hopen.

v. 1 leer ! wees ons een sterke toren. A. Tegen onzen vijand.

V. Laat de vijand niets tegen ons vermogen. A. En laat de Zoon der boosheid zich niet verstouten ons te beschadigen.

V. lieer ! handel niet met ons naar onze zonden. A. En vergeld ons niet naar onze boosheden, v. Laat ons bidden voor onzen Paus N. A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem zalig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.

V. Laat ons bidden voor onze weldoeners. a. Heer! gewaardig U, allen, die ons goed doen, om uws naams wille, met het eeuwig leven te vergelden.

v. Laat ons bidden voor de geloovigen, die overleden zijn.

A. Heer! geef hun de eeuwige rust. En het eeuwige licht verschijne hun.

V. Dat zij rusten in vrede. A. Amen. v. Voor onze broeders, die afwezig zijn. A. Mijn God ! maak zalig uwe dienaars, die op Ü hopen.

V. Zend hun hulp uit de heilige plaats. A. En uit Sion bescherm hen.

v. Heer! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot l.

ocr page 357

VAN ALLE HKII.lCiKN.

Laat ons bidden.

O God, wien het eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat uwe goedertierene barmhartigheid, ons en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden geboeid zijn, genadiglijk bevrijde.

Wij bidden U, Heer! verhoor de gebeden der ootmoedigen, en spaar degenen, die hunne zonden belijden, opdat wij te zamen vergiffenis en vrede vanquot; uwe goedertierenheid verwerven.

Toon ons genadig, o Heer! uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden en te gelijk van de straffen, die wij daardoor verdiend hebben.

O God! die door de zonde vergramd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden uws volks, hetwelk zich nederwerpt voor uwe grootheid, en wend de geesels uwer gramschap van ons af; welke wij door onze zonden verdienen.

Almachtige, eeuwige God! ontferm U over uwen dienaar onzen Paus N., en bestier hem volgens uwe goedertierenheid op den weg des eeuwigen levens, opdat hij door uwe gunst be-geere, hetgene U behaagt en met alle kracht volbrenge.

O God ! van wien de heilige begeerten, de goede voornemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef aan uwe dienaren dien vrede, welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen zijn tot liet volbrengen uwer geboden, en wij van de vrees der vijanden ont-

349

ocr page 358

350 LITANIE VAN A 1.1,F. HEILIGEN.

slagen, door uwe bescherming in rust mogen

leven.

()ntvonkj o Heer! onze nieren en harten, door het vuur van den heiligen Geest, opdat wij L' met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.

God, Schepper en Verlosser van alle geloo-vigen! verleen aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hare zonden, opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige smeekingen mogen verwerven.

Wij bidden U, _o Heer ! voorkom onze werken door den invloed uwer genade, en voltrek die door uwe medewerking, opdat al onze gebeden en werken altijd van U beginnen, en al-zoo begonnen, door U voltrokken worden.

Almachtige, eeuwige God, die over levenden en dooden heerscht, en U ontfermt over allen, van wie Gij te voren weet, dat zij door het geloof en de werken de uwen zullen zijn : wij bidden U ootmoedig, dat zij, voor wie wij voorgenomen hebben onze gebeden te storten, hetzij die nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, door de voorspraak van al uwe Heiligen en door uwe genade vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen. Door onzen Heer, enz.

v. Heer! verhoor mijn gebed.

A. En mijn geroep kome tot U.

v. De almachtige en barmhartige Heer ver-hoore ons.

A. Amen.

v. Dat de geloovige zielen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.

ocr page 359

Aandachtsoefening van den H. Kruisweg.

De aandachtsoefeuin^ van den H. Kruisweg is in de plaats der bedevaarten gekomen, welke de geloovigen eertijds naar Jeruzalem deden, om aldaar de plaatsen, door de vervulling van de geheimen van onzen godsdienst geheiligd, te bezoeken. Aan deze bedevaart waren vele aflaten verbonden, die later door de Pausen ook verleend werden aan diegenen, die te Rome of elders de daartoe aangewezen kerken bezochten, en de statiën hielden, die men te Jeruzalem verplicht was te houden. Eindelijk is het zelfs genadig toegestaan geworden, dat de personen, die, zoo zij belet zijn in de aangewezen kerken te komen, voor zich alleen in hunne wonincr deze aandachtsoefening verrichten, dezelfde aflaten verdienen als diegenen, welke de statiën, die in zekere kerken opgericht zijn, openbaar bezoeken, zoo zij een daartoe qezegend kruisbeeld in de hand hebben. Men moet maar in dit geval aan het einde der aandachtsoefening \ijf Onze Vaders en vijf Wees gegroeten bidden, en er een Glorie zij den Vader, enz. bijvoegen. Deze aflaten kunnen ook aan de zielen in het vagevuur toegevoegd worden. — Men begint deze aandachtsoefe-ning. welke op de volgende of op gelijke wijze geschieden kan, met eene akte van berennv.

VOORBEREIDEND OEHED.

Mijn Heer Jezus Christus! met zoo i;ioote liefde en droefheid hebt Gij dezen weg gemaakt, om - voor mij te sterven, en ik heb U desniettegenstaande zoo dikwijls verlaten. Nu bemin ik U uit geheel mijn hart en dewijl ik U bemin, berouwt het mij, dat ik U ooit belee-digd heb. Gij gaat uil liefde tot mij sterven :

ocr page 360

352 DE H. KRUISWEC..

ik wil U volgen, om uit liefde tot U, mijn Zaligmaker ! ook te sterven. Mijn Jezus! ik wil altijd met U vereenigd leven en sterven.

T. STATIE.

Jezus -uordt ter dood veroordeeld.

V. Wij aanbidden U, o Christus ! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jezus Christus, nadat Hij ge-geeseld en met doornen gekroond geworden was, door Pilatus onrechtvaardig werd veroordeeld, om den dood des kruises te ondergaan.

(Hier en hij iedere andere Statie -Machte men en ovenuege, wat C/iristi/s in deze Statie geleden heeft.

Aanbiddenswaardigste Jezus ! het is niet Pilatus, neen, het zijn mijne zonden, die U ter dood veroordeeld hebben. Ik bid U, door de verdiensten van dezen smartvollen weg, sta mijne ziel bij op hare reis naar de eeuwigheid.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin L meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer. lieer, ontferm U onzer

ocr page 361

DE H. KRUISWEG.

II. STATIE.

Jezus wordt beladen met zijn kruis.

V. quot;Wij aanbidden U, o Christus, en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe de Zaligmaker, terwijl Hij met zijn kruis op de schouderen dezen weg aflegde, aan u dacht en voor u aan zijnen Vader den dood opdroeg, dien Hij ging ondergaan.

Allerliefste Jezus, ik omhels de tegenspoeden, die Gij mij, tot aan mijnen dood toe, zult overzenden ; ik bid U, door de verdiensten der smart, welke Gij in het dragen van uw kruis hebt uitgestaan, schenk mij den noodigen bijstand, om het mijne met een volkomen geduld en onderwerping te dragen.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o lieer! ontferm U onzer.

Hl. STATIE.

Jezus valt voor den eersten keer onder zijn kruis.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven

U.

353

ocr page 362

354 DK IT. KRUISWEG.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis lt;le wereld verlost hebt.

Overweeg den eersten val van Jezus onder zijn kruis. Zijn vleesch was geheel en al ver-' scheurd door de geeselslagen : zijn hoofd was met doornen gekroond, en Ilij had veel bloed vergoten: Ilij was dus zoo zwak, dat Hij nauwelijks konde voortgaan, en droeg nog dezen drukkenden last op zijne schouderen ; de krijgsknechten brachten Mem wreede slagen toe, en daarom viel Hij verscheidene malen op dezen weg ter aarde neder. —

Welbeminde Jezus! het is niet het gewicht van uw kruis, maar het is de last mijner zonden, waardoor Oij zoo vele pijnen hebt uitgestaan. Ach. ik bid U. door de verdiensten van dezen uwen eersten val onder uw kruis, behoed mij voor het ongeluk van in doodzonde te hervallen.

O Jezus, mijne liefde, ik bemin U meer dan mij zeiven. liet is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat toe, dat ik U altiid moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, 1 leer ! ontferm U onzer.

IV. STATIE.

yezus onlnwet zijne bedroefde Moeder.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

ocr page 363

DE II. KRUISWEG. 355

Overweeg, hoe de Zoon zijne Moeder ontmoet op dezen weg. Jezus en Maria zagen elkander te gelijker tijd aan en hunne blikken waren als zoovele pijlen, die hunne harten, welke elkander zoo teeder beminden, doorboorden. —

Lieve Jezus! door de smart, die Gij hebt ondervonden in deze ontmoeting, verleen mij uwe genade, dat ik een waren vereerder van uwe allerzaligste Moeder moge worden. En gij, mijne Koningin ! die van smart overstelpt waart, verwerf mij door uwe voorspraak, dat ik gestadig en met liefde het lijden van uwen Zoon moge indachtig blijven.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mijzelven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe. dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

O71ZC I 'ader, enz. IVces gegroet, enz. G tor ie --ij den l'ttdcr, enz.

Ontferm U onzer, o Heer, ontferm L' onzer.

V. STATIE.

Simon van Cyrene helpt yezns zijn kruis dragen.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven

U.

A. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

ocr page 364

356 de ii. kruisweg.

Overweeg, hoe de Joden, toen zij zagen dat Jezus bij eiken voetstap op het punt was om te bezwijken onder zijne zwakheid, vreesden, dat Hij onder weg zoude sterven; zij, die Hem den schandelijken kruisdood wilden zien ondergaan, noodzaakten Simon den Cyrener, het kruis achter den Heer te dragen.

Allerliefste Jezus! ik wil het kruis niet weigeren, gelijk de Cyrener, en neem het aan en omhels het 5 ik aanvaard in het bijzonder den dood, die voor mij bestemd is, met alle smarten, waarmede die zal vergezeld gaan; ik vereenig mijnen dood met den uwen en offer Ü dien op. Gij zijt gestorven uit liefde voor mij 5 ik wil sterven uit liefde tot U, en om U te behagen.

O Jezus mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zei ven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschil-vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

VI. STATIE.

Veronica droogt Jezus' aanschijn af.

v Wij aanbidden U, o Christus! en loven U.

a. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereM verlost hebt.

ocr page 365

DE H. KRUISWEG. 357

Overweeg, hoe deze heilige Vrouw Veronica, toen zij Jezus zoo mishandeld en zijn aangezicht met zweet en bloed overdekt zag. Hem eeneii doek aanbood, waarmee de Zaligmaker zijn aanbiddelijk aangezicht afdroogde en in welken Hij het afbeeldsel van zijn geheiligd aangezicht liet gedrukt blijven.

Welbeminde Jezus! uw aanschijn was schoon, maar op dezen lijdensweg heeft het al zijne schoonheid verloren, en de wonden en het bloed hebben het geheel en al misvormd. Helaas! mijn ziel was ook schoon, toen zij in het doopsel in uwe genade was aangenomen, maar ik heb haar misvormd door mijne zonden. Gij alleen, o mijn Verlosser! kunt haar hare oude schoonheid teruggeven; doe het door uw bitter lijden.

Jezus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

■en U. wereld

VII. STATIE.

Jezus vall ten tweeden male onder zijn kruis. v. Wij aanbidden U,o Christus! en loven IJ.

ocr page 366

58 DE II. KRUISWEG.

A. Omdat Gij dcor uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jezus ten tweeden male onder het kruis nedervalt en hoe, door dezen val, de pijnen der wonden van zijn geheiligd hoofd en van al de andere heilige ledematen van onzen reeds met zoo vele smarten overladen Zaligmaker vernieuwd werden.

Allerzoetste Jezus! hoe menigmaal hebt Gij mij vergeven, en ik, hoe menigmaal ben ik hervallen en weder begonnen U te beleedigen! Ach ! ik bid L', door de verdiensten van dezen uwen tweeden val, schenk mij de noodige hulp , om tot mijnen dood toe in uwe genade te volharden. Geef dat ik in alle aanvechtingen die mij zullen overvallen, altijd tot U mijne toevlucht moge nemen.

O Jezus! mijne liefdel ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles wat U behaagt.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.

VlU. STATIE.

'Jezus spreekt tot de weenende vrouwen.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven lquot;.

A. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

ocr page 367

DE H. KRUISWEG. 359

Overweeg, hoe deze vrouwen weenden van medelijden, toen zij Jezus in eenen zoo erbar-melijken staat zagen voorbijgaan en Hem langs den weg zijn bloed zagen storten. Maar Jezus zeide haar : „Weent uiet over Mij, maar weent over u zei ven en over uwe kinderen. quot; —

O Jezus, overladen van smarten ! ik beween mijne bedreven zonden, om de straffen die ik daardoor verdiend heb, maar nog meer om liet verdriet, dat ik U daardoor veroorzaakt heb, aan U, die mij zoozeer bemind hebt. Het is niet zoozeer de hel, dan wel uwe liefde, die mij mijne zonden doet beweenen.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik L altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm l onzer. Heer! ontferm U onzer.

IX. STATIE.

Jezus valt ten derden male onder zijn kruis.

V. \\ ij aanbidden U, o Christus! en loven U.

A. Omdat (jij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg den derden val van den Zaligmaker. Zijne krachten waren zeer uitgeput, en onmenschelijk was de wreedheid der beulen.

ocr page 368

360 DE H. KRUISWEG.

die Hem zijnen weg wilden doen verhaasten, wanneer Hij nauwelijks den eenen voet voor den anderen kon zetten.

O versmade Jezus ! door de verdiensten der zwakheid, die Gij hebt ondervonden op uwen weg naar den Calvarieberg, verleen mij genoegzame kracht, om alle menschelijk opzicht en mijne kwade driften, die mij eertijds tot het verachten uwer genade verleid hebben, te overwinnen.

O Jezus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

X. STATIE.

yezus 7üordt van zijne kleederen beroofd.

v. Wij aanbidden U, o Christus ! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe gewelddadig Jezus van zijne kleederen beroofd werd; hoe zijn onderkleed aan zijn, door de geeselslagen verscheurd vleesch, was vastgehecht, en hoe de beulen, terwijl zij Hem zijn kleed uittrokken, ook tevens zijne wonden weder openden. Deel in de smarten van uwen Heer, en zeg Hem ; —

ocr page 369

DE H. KRUISWEG. 361

»Onschuldige Jezus ! ik bid U, door de smart welke Gij alsdan ondervonden hebt, help mij, om mij te ontdoen van alle aardsche gezindheid, opdat ik op U, die zoo waardig zijt bemind te worden, mijne geheele liefde moge vestigen.quot;'

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen, en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

XI. STATIE.

Jezus wordt aan het kruis genageld.

v. Wij aanbidden U, o Christus, en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jezus, na op het kruis te zijn uitgerekt, zijne handen uitstrekt en aan den eeuwigen Vader zijn leven opoffert voor onze zaligheid. De wreedaards nagelden Hem daarop vast en daarna het kruis opgetrokken hebbende, laten zij Hem van smart aan dit smadelijk hout sterven. —

_ O Jezus, met verachting overladen! ik bid L, nagel mijn hart aan uwe voeten, opdat het altijd daaraan moge gehecht blijven, om U te beminnen en opdat het U nooit weder verlate.

ocr page 370

362 DE II. KRLTSWEG.

O Jezus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vilder, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer ! ontferm U onzer.

XII. STATIE.

yezns sier/I aan het kruis.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jezus, nadat hij drie uren in doodstrijd aan het kruis gehangen, eindelijk uitgeput van folteringen, zich aan de zwaarte van zijn lichaam overgeeft, zijn hoofd buigt en sterft.

O gestorven Jezus 1 ik omhels met teederheid liet kruis, waaraan Gij voor mij gestorven zijt. Ik heb door mijne zonden eenen rampzaligen dood verdiend: maar op uwen dood heb ik mijne hoop gevestigd. Ach, ik bid U, door de verdiensten van uwen dood, schenk mij de genade, dat ik onder het omhelzen uwer voeten en brandende van liefde tot U moge sterven. Ik stel mijne ziel in uwe handen.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zei ven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe.

ocr page 371

DF: II. KRUISWEG. 363

dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

XIII. STATIE.

Jezus wordt van het kruis afgenomen.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe de Heer gestorven zijnde, door twee zijner leerlingen, Nicodemus en Jozef van Arimathea, van het kruis afgedaan en in den schoot zijner bedroefde Moeder wordt neder-gelegd, die Hem met teederheid aanneemt en aan haar hart drukt.

O Moeder van smarten! ter liefde van dezen Zoon, bid ik u neem mij voor uwen dienaar aan en bid Hem voor mij. En Gij, mijn Verlosser, daar Gij voor mij gestorven zijt, zoo sta mij toe, dat ik U moge beminnen, want ik wil alleen U en niets meer.

O Jezus, mijne liefde! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe, dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef, dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles wat U behaagt.

ocr page 372

364 riE H. KRUISWEG.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm U onzer.

XIV. STATIE.

Jezus wordt in het graf gelegd.

v. Wij aanbidden U, o Christus! en loven U.

A. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe de leerlingen het lichaam van Jezuf medenamen, om het te begraven; het werd ook vergezeld door zijne heilige Moeder, die Hem met hare eigene handen in het graf neder-legde. Daarna sloten zij het graf dicht en verwijderden zich allen. —

Ach, begraven Jezus! ik omhels dien steen, met welken uw graf gesloten werd. Maar Gij zijt ten derden dage verrezen; ik bid U, door deze uwe opstanding, laat mij ten jongsten dage heerlijk verrijzen met U, om in den hemel altijd met U vereenigd te blijven, om U in alle eeuwigheid te danken en te beminnen.

O Jezus, mijne liefde ! ik bemin U meer dan mij zeiven. Het is mij uit den grond van mijn hart leed, dat ik gezondigd heb. Laat niet toe dat ik ooit weder van U gescheiden worde. Geef dat ik U altijd moge beminnen en beschik vervolgens over mij volgens uwen wil. Ik aanvaard alles, wat U behaagt.

Onze Vader, enz. IVees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz.

Ontferm U onzer, o Heer! ontferm ü onzer.

ocr page 373

1)K II. KKUISWKC.. 365

Nu bidt men nog 5 maal het Onze Vader, 5 maal het Wees gegroet, 5 maal Glorie zij Jen J'ni/er, ter eere van het lijden van Christus.

Akte van Geloof.

Ik geloof in éénen God, drievuldig in Personen, één in wezen. God den Vader, God den Zoon, en God den heiligen Geest, looner van het goed en straffer van het kwaad. Ik geloof, dat de tweede persoon van de heilige Drievuldigheid, God de Zoon, Jezus Christus, voor ons allen is mensch geworden, gekruist, gestorven en verrezen ; deze Mysteriën en al hetgeen de heilige Kerk mij voorhoudt te gelooven. geloof ik vastelijk, omdat Gij, mijn God, de opperste waarheid en wijsheid zijt, die dit zelf veropenhaard hebt.

In en voor dit geloof ivil ik leven en sterven.

Akte van Hoop.

O barmhartige God! ik hoop en betrouw vast, door het bitter lijden en de verdiensten van Jezus Christus te bekomen, hier in dit leven, uwe genade en vergiffenis van mijne zonden , en hierna U eeuwig te aanschouwen, te beminnen en te bezitten in den hemel, omdat Gij, mijn God, oneindig goed zijt tot ons , en getrouw en almachtig in uwe beloften.

In deze hoop -lt;uil ik leven en sterven.

Akte van Liefde.

Mijn God en minnelijke Vader! ik bemin U

ocr page 374

366 OliliED VOOR DUN ROZENKRANS.

boven al, uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed in U zeiven en alle liefde waardig zljt; ik bemin mijnen evennaaste gelijk mij zeiven om U. Dat Ü alle menschen beminnen en dienen ! 1 )at U alle schepsels loven in der eeuwigheid 1

In deze liefde uil ik leven en sterven.

GEBED om te bidden vóór den Rozenkrans.

Open, o lieer, mijnen mond, om uwen heiligen naam te zegenen; zuiver mijn hart van alle ijdele, kwade on vreemde gedachten ; verlicht mijn verstand, ontsteek mijnen wil, opdat ik waardig, aandachtig en godvruchtig den heiligen Rozenkrans leze en verhoord worde voor het aanschijn van uwe goddelijke Majesteit. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Heer fezus ! in de vereeniging met de goddelijke meening, met welke Gij op de aarde uwen hemelschen Vader looft, offer ik U op de volgende gebeden.

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.

v. Gewaardig, dat ik U love, o gezegende Maagd.

A. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.

V. God ! geef acht op mijne hulp.

A. Heer! haast U om mij te helpen.

V. Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest.

A. Gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

ocr page 375

n A X I K R

om den Bozenkrans te bidden.

In den naam des Vaders, enz.

Ik geloof in God den Vader, enz.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest, gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, enz.

Ik groet u. Dochter van God den Vader, Wees gegroet, enz.

Ik groet u. Moeder van God den Zoon, Wees gegroet, enz.

Tk groet u. Bruid van God den II. Geest, Wees gegroet, enz.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den heiligen Geest, gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Ülc witf Mijbc ©uljcimcn.

De Boodschap des Engels.

Dn namen 7 an Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van mi af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

I. De heilige Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus, wees gegroet, enz.

ocr page 376

368 DE TI. ROZENKRANS.

2. Maria is tot Moeder van Christus verkoren, wees gegroet, enz.

3. Ue Engel Gabriël bracht Maria de blijde bloodschap,

4. Maria was in de eenzaamheid in haar gebed,

5. De Engel zeide : „Wees gegroet, vol van ^ genade, de H'ier is met u,quot; tj

6. Maria was verbaasd als zij den Engel n hoorde, Jo

7. De Engel zeide : „ Maria, wil niet vree- g zen, want gij zult ontvangen door den %■ heiligen Geest, n

8. Maria zeide : „ Zie de dienstmaagd des n Heeren; mij geschiede naar uw woord,quot;

9. Maria is van den heiligen Geest overschaduwd geworden,

10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond.

Glorie zij den Vader, enz.

II. Het bezoek van Maria aan hare nicht Elisabeth.

ZV namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria ging uit ootmoed hare nicht Elisabeth bezoeken, wees gegroet, enz.

2. Maria bestierd door den heiligen Geest, wees gegroet, enz.

3. Maria, met haast opstaande, ging over het gebergte, wees gegroet, enz.

ocr page 377

DK II. ROZENKRANS. 369

4. Maria werd met veel liefde door hare nicht Elisabeth ontvangen, wees gegroet, enz.

5. Joannes is gezuiverd en van blijdschap opgesprongen in zijns moeders lichaam, ^

6. Elisabeth zeide : „ Gezegend is de vrucht J uvvs lichaams,quot; ™

ï- Maria heeft uitgeroepen ; „ Mijne ziel w maakt groot den Heer ! quot; cq

8. Elisabeth zeide : „Wat geluk geschiedt mij, ° dat de Moeder des Heeren tot mij komt,quot;

9. Het huis van Zacharias is door de komst S van Jezus en Maria gezegend, ^

10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend.

Glorie zij den Vader, enz.

III. De geboorte van Christus.

De namen van Jezus en Maria moeien zijn gezegend, van nu af lol in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria heeft gebaard en zij is Maagd gebleven, wees gegroet, enz.

2. Maria heeft Jezus in eenen stal gebaard

en in doeken gewonden, ^

3- Maria heeft Jezus met liefde en verwon- a dering aanschouwd, quot;

4- Maria heeft Jezus omhelsd en aan haar ^ hart gedrukt, 'S

5. Maria heeft Jezus met hare borsten ee- £ voed,

6. Maria heeft Jezus in eene krib gelegd, g

7. Jezus lag op hooi en stroo, tusschen os en ezel.

24

ocr page 378

370 DE H. ROZENKRANS.

8. De Engelen hebben gezongen : s Glorie zij God in den hooge, en vrede op aarde aan de mensclien die van goeden wil zijn,quot; wees gegroet, enz.

9. De herders hebben het Kind komen bezoeken, wees gegroet, enz.

10. De drie Koningen zijn het Kind komen aanbidden en hebben hunne giften geofferd, wees gegroet, enz.

Glorie zij den Vader, enz.

IV. De Opdracht van Christus in den Tempel.

J)e ninnen van Jezus en Alaria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuivig/ieid.

Onze Vader, enz.

1. Maria ging om haar heilig Kind te offeren wees gegroet, enz.

2. Jezus en Maria onderwierpen zich aan de wet van Mozes,

3. Maria ging door moeielijke wegen naar Jeruzalem,

4. Maria heeft Jezus op hare armen gedragen, lt;

5. Maria vervolgde al biddende haren weg, ra

6 Maria heeft Jezus in den tempel geofferd,

7. Maria heeft aan de wet voldaan met de £ offergift der arme menschen,

8. Anna, de Profetes, loofde God voor de verlossing van Israël, ra

9. De oude Simeon heeft Jezus omhelsd en s op zijne armen genomen,

10. Simeon zeide : s Heer, laat uw dienaar gaan in vrede, naar uw woord,quot;'

Glorie zij den Vader, enz.

ocr page 379

DE 11. ROZENKRANS.

V. Da vinding van het verloren Kindjezus.

J)e namen 7'ait Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria heeft haar lief Kind verloren, wees gegroet, enz.

2. Maria heeft h.iren schat gemist,

3. Maria heeft hem met veel droefheid gezocht,

4. Maria heeft Jezus langs alle wegen en straten gaan zoeken, ^

5. Maria heeft Jezus na drie dagen gevon- Squot; den, x

6. Maria vond Jezus in den tempel, quot;iï

7. Jezus, twaalf jaren oud zijnde, ondervroeg quot;g de I,eeraren, 5

8. Maria zeide : » Zoon, waarom hebt Gij „ ons bedroefd ? quot; g

9. Jezus is met hen afgegaan en was hun onderdanig,

10. Maria bewaarde al de woorden in haar hart, die Jezus tot haar sprak.

Glorie zij den Vader, enz

Laat ons bidden,

O Maria, allergoedertierenste Moeder! verwerf droefheid voor mijn hart en tranen van berouw voor mijne oogen, om te beweenen dat ik Jezus door de zonden zoo dikwijls heb verloren : vergun mij Hem wederom te vinden. Amen.

ocr page 380

DK. 11. ROZENKRANS.

gU vx]f bvactJtgc CScljctmcrt^

I. De benauwdheid van Christus in den Hof van Olijven.

JJc' namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jezus ging naar den Hof van Olijven, wees gegroet, enz.

2. Jezus viel plat ter aarde neder,

3. Jezus volhardde in het gebed,

4. Jezus was bedroefd tot den dood toe,

5. Jezus zweette water en bloed, ^

6. Jezus stelde zijnen wil in den wil van a zijnen hemelschen Vader, ^

7. Jezus vermaande zijne Leerlingen om te ^ waken en te bidden, o

8. Jezus werd van zijnen Apostel door eenen kus geleverd, a

9. Jezus werd van zijn bemind volk gevan- S gen,

10. Jezus werd vreeselijk gebonden en gesleurd van den eenen rechter tot den anderen,

Zoo lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon niet gespaard heeft maar Hem geleverd heeft tot den dood, ja tot den dood des kruises.

372

ocr page 381

DE H. ROZENKRANS.

II. De geeseling van Christus.

/V namen 7'cifi Jezits en Maria moeien zijn gezegend, tv/// nu af tof in eeuwigheid.

. Onze Vader, enz.

1. Jezus werd van de Joden aan de fleideneu overgeleverd, wees gegroet, enz.

2. Jezus werd hij Pilalus valschelijk beschul-«ligcl,

3. Jezus werd van zijn volk achter Harrabas gesteld,

4. Jezus, alhoewel onschuldig verklaard, werd S geleverd om gegeeseld te worden, quot;quot;

5. Jezus' kleedereu werden uitgerukt, n

6. Jezus stond naakt en l)loot; g

7. Jezus aan eene kolom gebonden, J5-

8. Jezus werd wreedaardig gegeeseld. n

9. Jezus' bloed vloeide langs de aarde, S

10. Jezus is gewond om onze zonden.

Zoo lief heeft God den mensch gehad, enz.

III. De kroning van Christus.

De namen Tan Jezus en Maria moeten zijn gezegend, Tan nu af tol in eeuwigheid.

lt; gt;iize Vader, enz.

1. De soldaten hebben Jezus eene doornenkroon bereid, wees gegroet, enz.

2. Zij hebben de doornenkroon in Jezus' hoofd gedrukt, wees gegroet, en/..

373

ocr page 382

374 DK II. ROZENKRANS.

3. Jezus' hoofd langs alle kanten doorwond, wees gegroet, enz.

4. Jezus' hoofd druipende van het bloed,

5. Jezus met eenen purperen mantel bespot, ^

6. Zij hebben Jezus een riet voor schepter n,quot; in de hand gegeven, ^

7. Zij hebben met liet riet op het gekroond cn hoofd van Jezus geslagen, ^

8. Zij hebben in Jezus' geheiligd aangezicht j? gespuwd.

9. Jezus met smaad overladen, S

10. Pilatus heeft Jesus aan het volk ver- : toond, zeggende : »Aanziet den mensch,quot;

Zoo lief heeft God den mensch gehad, enz.

IV. De kruisdraging van Christus.

De namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jezus werd veroordeeld om gekruist te worden, wees gegroet, enz.

2. Jezus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouderen gedragen, ^

3. Jezus heeft zijn kruis met liefde om- ^ helsd, ' ^

4. Jezus werd tusschen twee moordenaren ^ opgeleid, 5

5. Jezus bezweek onder het kruis om onze zonden, m

6. Jezus, beladen met zijn kruis, ontmoette n zijne bedroefde Moeder,

7. Je/ais werd beweend door de godvruch-

ocr page 383

DE 11. ROZENKRANS. 375

tige vrouwen van Jeruzalem, wees gegroet, enz.

S. Jezus zeide haar: „Handelt men zoo met het groene hout, wat zal dan met het ^ dorre geschieden ? S

9. Niemand wilde Jezus zijn kruis helpen rj~ dragen, cg

10. Jezus klom voor ons op den berg van Calvarie, s

Zoo lief heeft God den mensch gehad, euz. ^

V. De kruisiging van Christus.

Dc tianicn van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nn af lol in eeiiwigh{iti.

Onze Vader, enz.

1. Jezus werd onmenschelijk op het kruis uitgerekt, wees gegroet, enz.

2. Jezus handen en voeten doornageld,

3. Jezus werd aan het kruis opgericht, en zijne wonden vloeiden van het bloed,

4. Jezus bad voor zijne vijanden,

5. Jezus beloofde den moordenaar het Pa- ^ radijs, S

6. Jezus beval den heiligen Joannes aan zijne ^ Moeder, jg

7. Jezus, dorst hebbende, werd met gal en g edik gelaafd, 2quot;

8. Jezus heeft uitgeroepen : „Mijn God, waar- ^ om hebt Gij mij verlaten?quot; n

9. Jezus zeide : het is al volbracht,

10. Jezus heeft zijnen geest gegeven, en zijn hart voor ons laten openen,

Zoo lief heeft God den mensch gehad, enz.

ocr page 384

1gt;E H. ROZENKRANS.

Laat ons bidden.

O Jezus ! ik bid U door al uwe smarten en bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en al uwe gezegende wonden, ontferm U mijner, en druk uw heilig lijden zoo in mijn hart, dat mij niets anders behage dan Gij, mijn Jezus, die voor mij gekruist zijt. Amen.

Sic t»i}f fllovipvlfhc ÖBeljehnctt.

I. De verrijzenis van Christus.

De namen van Jezus en Maria moeten rjjn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Jezus is den derden dag roemrijk verrezen, wees gegroet, enz.

2. Jezus heeft dood en hel overwonnen.

3. Jezus heeft de Oudvaders getroost en verlost,

4. Jezus verblijdde zijne heilige Moeder,

5- Jezus verscheen als een hovenier aan Ma-

ria Magdalena, a

6. Jezus vertoonde zich aan Petrus, 7- De Leerlingen van Emmaiis zeiden : „ Waren onze harten niet van liefde bran- a dende als Hij tot ons sprak ? quot; S

8. Jezus stond te midden zijner Leerlingen en wenschte hun allen den vrede,

9. Jezus toonde zijne glorierijke wonden aan den II. Thomas,

376

ocr page 385

DU H. ROZENKRANS. 377

10. Thomas riep uit; „O mijn Meer en mijn God ! quot; wees gegroet, enz.

Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste Sacrament.

II. De hemelvaart van Christus.

/V nanit'Ji van yczus en Maria mpelen zijn gezegenil, van nu af tot in eeiiwig/ieii/.

lt; Inze Vader, euz.

1. Jezus voer glorierijk ten hemel, wees gegroet,

2. Jezus klom op door zijne eigene macht,

3. Jezus scheidde van zijne lieve vrienden,

4. Jezus beloofde met hen te blijven tot het einde der wereld, ^

5. Jezus beloofde hun den heiligen Geest, a

6. De leerlingen hebben Jezus aanschouwd. '' en Hij heeft hen allen gezegend, ^

7. Jezus heeft voor ons den hemel geopend, g

8. Jezus zit aan de rechterhand van zijnen ~ hemelschen Vader,

9. Jezus toonde zijne heilige wonden voor S ons aan zijnen hemelschen Vader,

10. Jezus is onze middelaar ia den hemel,

Geloofd en gedankt, enz.

III. De zending van den heiligen Geest.

namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, enz. Onze Vader enz.

I. Jezus heeft den heiligen Geest gezonden, wees gegroet, enz.

ocr page 386

37^ I'K If. ROZENKRANS.

2. Jezus heeft den Trooster gezonden, wees gegroet, enz.

3. Jezus heeft liet vuur op de wereld gezonden,

4. De heilige Geest heeft de harten met liefde ontstoken,

5. De heilige Geest heeft de verstanden ver- ^ licht, %

6. De heilige Geest heeft de harten ver- ^ sterkt, quot;n:

7. De heilige Geest heeft verscheidene talen 3 doen spreken, 2.

8. De heilige Geest heeft zijne gaven uit- o. gedeeld, S

9. Kom, heilige Geest, bezoek de harten van uwe geloovigen,

10. Kom, heilige Geest, ontsteek in ons het vuur uwer liefde.

Geloofd en gedankt, enz.

IV. De hemelvaart van Maria.

ZV namen van yezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria is opgenomen ten hemel, wees gegroet, enz.

2. De hemelsche Vader ontving zijne beminde Dochter, wees gegroet, enz.

3. Jezus omhelsde zijne lieve Moeder, wees gegroet, enz.

4. De heilige Geest verwelkomde zijne lieve Bruid, wees ireoroel, enz.

ocr page 387

DE li. RO/KNKKANS. 379

5. De Serapliijnen groeten Maria, wees gegr. enz.

6. De Engelen dienen Maria, wees gegroet, enz.

7. Geheel de hemel is verblijd door Maria, wees gegroet, enz.

8. Maria zit het dichtst nabij Jezus, wees gegroet, enz.

9. Maria is onze moeder en middelares in den hemel, wees gegroet, enz.

10. Maria is onze voorspreekster bij haren lieven Zoon; wees gegroet, enz.

Geloofd en gedankt, enz.

V. De kroning van Maria.

Dr namen van Jezus en Maria moeten zijn gezegend, van nu af tol in eeuwigheid.

Onze Vader, enz.

1. Maria is glorierijk gekroond in den hemel, wees gegroet, enz.

2. Maria gekroond om hare seraphiinsche liefde,

3. Maria gekroond om hare engelachtige zuiverheid, ^

4. Maria gekroond om hare groote ootmoe- $ digheid, ^

5. Maria gekroond om hare volmnakte ge- ^ hoorzaamheid, 3

6. Maria gekroond om hare groote voor- J5-zichtigheid, a

7. Maria gekroond om hare groote verdul- n digheid,

8. Maria gekroond om hare ijverige dankbaarheid.

ocr page 388

jSo DE H. ROZENKRANS.

8* Maria gekroond om hare volharding in alle

alle deugden, wees gegroet, enz.

IO. Maria boven alle Engelen en Heiligen in den hemel gekroond, gelijk het de Moeder van God toekomt, wees gegroet, enz. Geloofd en gedankt, enz.

G E li E I).

Ik nfi'er u, allerzuiverste Maagd en allerglo-lieiijkste Aioeder Gods Maria, in de vereeniging van al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheid, deze geestelijke kroon van gebeden en groeteuissen ; gewaardig, ze te ontvangen met al de lofzangen, die u in den hemel en op de aarde gedaan worden; verkrijg voor mij en al degenen, voor wie ik verplicht ben te bidden, van uwen lieven Zoon de genade, om wel le leven en zalig te sterven. Amen.

Een Onze Vader, tot dankbaarheid dat God ous de genade heeft geschonken van den Rozenkrans te bidden. Oncc Vader, enz.

Een Wees gegroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelschen Vader en wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. IVees gegroet, enz.

Een Wees gegroet, opdat Maria onze gedachten opotTere aan haren Zoon en wij gedurig zijn leven en bitter lijden mogen indachtig wezen. IVces gegroet, enz.

Ken \\ ees gegroet, opdat Maria onzen wil opdrage aan den heiligen Geest en dat Hij gedurig in ons het vuur der liefde moge doen branden. Wees gegroet, enz.

ocr page 389

DE H. ROZENKRANS. 381

1 Iet Geloof zullen wij bidden, opdat ons gebed aan God moge aangenaam zijn, opdat het moge strekken tot zijne meerdere eer en glorie, tot welstand van de heilige Kerk, tot bekeering der zondaren en afgevallen Christenen en tot welstand der gemeenten. Ik geloof in God den Vader almachtig, enz.

De almogendheid des Vaders beware ons.

De wijsheid des Zoons, onderwijze ons.

De liefde des H. Geestes ontsteke ons.

In den naam des Vaders, enz.

ocr page 390

AFLATEN

GEHECHT AAN

Rozenkrunseii. Kmisen, Meiluillcs en Scliaiiiilicrcn. welke door de Ecrw. Paters Redeiii|itoristeii gewijd of gezenend zijn.

VOORAFGAANDE HERINNERING.

Door aflaten verstaat men eene (loer de Kerk buiten de biecht verleende kwijtschelding van die tijdelijke straffen, welke wij na de vergeving onzer zonden, hier of in het vagevuur moesten afboeten.

Ken volle aflaat is de algeheele kwijtschelding der tijdelijke straf van dadelijke zonden, welke reeds vergeven zijn.

Een gedeeltelijke aflaat is de kwijtschelding van een gedeelte dier straf. Zoo zijn er aflaten van 40 dagen, van één jaar, van 7 jaren en 7 quadragenen ; dit beteekent niet, dat de pijnen van het vagevuur 40 dagen, één jaar enz. verkort worden, maar dat er zooveel tijdelijke stiaf wordt kwijtgescholden, als er vroeger door eene even lange kerkelijke boete werd afgekocht. Kene quadrageen beteekent de bijzondere boete 'eener veertigdaasche vasten.

Om een vollen aflaat te verdienen voor zich zeiven wordt behalve het berouw, dat in staat van genade moet verwekt worden, vereischt:

ocr page 391

AFLATEN. 383

tf) dat men vrij zij van alle gehechtheid aan dagelijksche zonden ; dat men biechte. maar de Sacramenteele absolutie is geen noodzakelijk vereischte ; zij, die iedere week biechten, kunnen, al zouden er ook meer dan acht dagen verloopen, vele aflaten verdienen, die in dien tusschentijd voorkomen ; lt;•) dat men communi-ceere: ééne communie is voldoende om meer volle aflaten op denzelfden dag te verdienen ; is die dag een feestdag dan kan men reeds daags te voren communiceeren. ^/) doorgaans dat men eene kerk of openbare kapel bezoeke. Wanneer men communiceert in de kerk, welke voor het bezoek is bepaald, en daar bidt volgens de meening van Z. II. den Paus, is het niet noodzakelijk nog eens naar die kerk terug te keeren, om er het voorgeschreven bezoek te doen ; men moet nochtans zoo dikwijls het bezoek herhalen, als men volle aflaten op denzelfden dag wil verdienen, in geval het bezoek voor eiken aflaat in 't bijzonder is voorgeschreven. Personen, die voortdurend ziekelijk zijn of uithoofde van een blijvend lichamelijk beletsel verhinderd zijn hunne woning te verlaten, kunnen alle volle aflaten, waarop zij recht hebben, winnen, zoo zij in plaats van de communie en het bezoek andere werken van godsvrucht verrichten, welke de biechtvader hun oplegt 5 t') dat men bidde volgens de meening van Z. H. den Paus, namelijk : voor de verheffing der heilige Kerk, de uitroeiing der ketterijen, den vrede onder de Christen vorsten en tot bijzondere meening van den Paus. liet is voldoende die meening in het algemeen te maken. Men voldoet met 5 maal het Onze Vader en

ocr page 392

384 AFLATKN.

5 mnal het Wees gegroet of daarmede gelijkstaande gebeden te bidden.

Wanneer de plechtige viering van een feest verschoven wordt, richt zich de aflaat daarnaar.

Over het Rozenhoedje.

Door „Rozenhoedjequot; verstaat men het derde gedeelte van een Rozenkrans. Er bestaan in de Kerk vier voorname Rozenhoedjes der heilige Maagd : het gewoon Rozenhoedje van den Rozenkrans van den H. Dominicus; het Rozenhoedje van de H. Brigitta, dat der 7 smarten, en dat der Onbevlekte Ontvangenis. Hier is slechts sprake van het eerstgenoemde : het gewoon Rozenhoedje van den Rozenkrans omstreeks het jaar 1208 ingevoerd door den H. Dominicus, op aanraden der H. Maagd, ter bestrijding van de ketterijen der Albigenzen, in het zuiden van frankrijk. De Rozenkrans bestaat in 15 tienties. ieder van 10 maal het Wees gegroet, en tus-schen ieder tientje een Onze Vader te bidden, ter eere der 15 voornaamste geheimen van het leven van Jezus Christus en dat der II. Maagd. Deze geheimen zijn verdeeld in drie klassen: 5 blijde, 5 droevige en 5 glorierijke. Bij het bidden van het Rozenhoedje (niet van den Rozenkrans) neemt men gewoonlijk de blijde des Maandags, des Donderdags en gedurende den Advent, tot na de octaaf van Driekoningen (14 Januari); de droevige des Dinsdags, des Vrijdags en gedurende geheel de Vasten; de glorierijke des Zondags, des Woensdags. des Zaterdags en gedurende den ganschen Paaschtiid

ocr page 393

AFLATEN. 3S5

(dat is, van Paschen tot aan liet feest der II. Drievuldigheid). Dit gebruik is niet verplichtend. Eigenlijk is het voldoende voor den Rozenkrans 15, en voor het Rozenhoedje 5 tientjes te bidden, elk voorafgegaan door een Onze Vader, en met godsvrucht de geheimen te overwegen; want alle gebeden, welke men gewoonlijk bidt vóór het eerste tientje, behooren evenmin als het ,, Eere zij den Vader quot; tot het wezen van het Rozenhoedje. Niettemin begint men in onze streken gewoonlijk met de Geloofsartikelen, vervolgens bidt men een Onze Vader, 3 maal het Wees gegroet en 1 Eere zij den Vader : daarna 1 Onze Vader, 10 maal het Wees gegroet en 1 Eere zij den Vader voor elk tientje. Om zich des te beter de geheimen te herinneren, kan men ze eens bij het begin van ieder tientje uitspreken, of in elk Wees gegroet uitdrukken, door ze na de woorden „ en gezegend is de vrucht uws lichaams Jezus 51 te laten volgen.

A. Voor de bijde geheimen :

1. Dien gij hebt ontvangeji. (Maria Bood

schap) II. Maria, Moeder Gods, enz.

2. Dien gij, Elisabeth bezoekende, hebt gedra

gen.

3. Dien gij gebaard hebt. ( Kerstmis.)

4. Dien gij in den tempel hebt opgedragen.

( Maria-Lichtmis.)

5. Dien gij te midden der Leeraren hebt we-

dergevonden.

B. Voor de droevige :

i. Die bloed gezweet heeft.

25

ocr page 394

386 AFLATEN.

2- Die gcgeesdd is.

3. Die met doornen is gekroond.

4. Die zijn kruis heeft gedragen.

5. Die gekruisigd is.

C. Voor de glorierijl.-e.

1. Die van den dood is opgestaan. (Pnscheu.)

2. Die ten hemel is opgeklommen. (Hemel-

■raait.)

3. Die den //. Geest heeft gezonden. ( T ink-

steren.)

4. Die u ten hemel heeft opgenomen. (Mana-

hemel vaart.)

5. Die u in den hemel heeft gekroond.

Aflaten aan het Rozenhoedje verbonden.

Voorafgaande opmerkingen. I. Men kan wijden en met aflaten verrijken ; Rozenkransen van ijzer, tin, lood, of zelfs van eene andere breekbare of licht verslijtbare stof, van glas of kristal, van gepolijst staal, koraal, email, albast, marmer, paarlemoer, hout, enz. onder voorwaarde echter, dat de koralen sterk en hecht zijn.

2. Aan Rozenkransen, door de Paters Ke-demptoristen gewijd, worden behalve de gewone, ook pauselijke of apostolische aflaten verbonden: aldus genoemd, omdat zij er door den Paus aan gehecht worden.

3. Aan een en denzelfden Rozenkrans kunnen meerdere aflaten gehecht worden en dat wel door eene enkele wijding

4. De aflaten kunnen slechts gewonnen wor-

ocr page 395

AFLATEN. 387

den door diegenen, voor wie de Rozenkransen gewijd zijn of aan wie men ze voor de eerste maal heeft uitgedeeld.

5. Zij kunnen dus niet uitgeleend worden aan een ander, met het inzicht om dezen de aflaten te doen winnen; alsdan gaan zij verloren; zoo voor den uitleener als voor den leener. Doch bijaldien iemand zijn Rozenkrans uitleent, alleen om een ander in staat te stellen dezen te bidden, dan zou de leener geene aflaten verdienen, doch de uitleener zou zijne rechten niet verliezen.

6. Zij kunnen ook niet verkocht of verwisseld worden. De een echter kan door een ander belast worden om Rozenkransen aan te koopen en te laten wijden, en kan het voorgeschoten geld ontvangen.

7. Zij kunnen ook niet meer worden weggegeven als men ze reeds gebruikt heeft; alsdan verliezen zij de aflaten.

8. Gaat de Rozenkrans, waaraan aflaten zijn gehecht, verloren, dan kan men er niet naar eigen goeddunken een anderen voor in de plaats nemen ; ook kan men geen enkelen aflaat verdienen aan een gewijdeu Rozenkrans, dien men gevonden of geërfd heeft.

9. Als het koord of de ketting breekt of eenige koralen verloren gaan, gaan daarom de aflaten niet verloren, mits het grootste gedeelte der koralen in zijn geheel blijve. Men kan dus de ketting vernieuwen en voor gebroken of verloren koralen andere in de plaats stellen, maar onder voorwaarde, dat de nieuw aangebrachte minder in getal zijn.

ocr page 396

388 AFLATEN.

I o. Onder het bidden moei men den Rozenkrans in de hand houden en de koralen aanraken. liet wordt evenwel volstrekt niet vereischt, juist de voor ieder Wees gegroet bestemde koraal aan te raken, noch aan het Rozenhoedje de orde der tientjes te volgen. Men zou het evenwel niet geheel en al kunnen bidden aan een of twee losse tientjes.

11. Men kan het met twee, de eene voor, de andere na, bidden.

12. Als men het gewone Rozenhoedje (hetzij van 5, hetzij van 15 tientjes) met meer personen te zamen bidt, dan is het genoeg, dat slechts één der aanwezigen zijn gewijden Rozenkrans in de hand houde; de anderen kunnen dan ook de aflaten winnen, onder voorwaarde, dat zij alle ander werk ter zijde stellen en hunne aandacht vestigen op het gebed.

13. Om de aan de koralen gehechte aflaten te winnen, moet men het geheele Rozenhoedje bidden.

14. Men mag niet onderbreken, althans niet merkelijk. Dit geldt niet voor de leden van de Broederschap van den Rozenkrans met betrekking tot die aflaten, welke hun verleend zijn voor hel bidden van den geheelen Rozenkrans binnen eene week.

15. Het is goed, doch niet verplichtend, den Rozenkrans geknield te bidden.

16. Men moet bij elk tientje een der 15 geheimen overwegen. Nochtans staat het ieder vrij, eene der drie klassen van geheimen, maar geen andere waarheden, zooals de dood of een ander der vier uitersten, enz., ter overweging te

ocr page 397

AFLATEN. 389

kiezen. Men voldoet met inwendig te overwegen, terwijl men de gebeden bidt. Zij, die niet in staat zijn de geheimen te overwegen, voldoen met godvruchtig den Rozenkrans te bidden.

Opgave der aflaten. De aflaten, eigen aan den gewonen Rozenkrans of dien van den II. Dominions zijn de volgende :

Een volle aflaat eens in het jaar, op een dag naar verkiezing, voor diegenen, die in den loop van het jaar dagelijks minstens het Rozenhoedje van 5 tientjes bidden, mits men biechte, com-municeere, eene kerk bezoeke en bidde tot de gewone intentie van Z. H. den Paus.

Een volle aflaat op den laatsten Zondag van iedere maand, voor diegenen, die in vereeniging met anderen, minstens driemaal in den loop eener week, het Rozenhoedje met een rouwmoedig hart bidden, onder dezelfde voorwaarden.

Een aflaat van 10 jaren en 10 maal 40 dagen, eens eiken dag te verdienen voor diegenen, die in vereeniging met anderen aandachtig en godvruchtig het Rozenhoedje bidden.

Een aflaat van 100 dagen voor elk Onze Vader en elk Wees gegroet, wanneer men minstens het Rozenhoedje van 5 tientjes bidt. Al deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen des va-gevuurs.

Aan den Rozenkrans of het Rozenhoedje kunnen behalve genoemde aflaten ook nog de pauselijke of apostolische aflaten, alsmede die van het Rozenhoedje der H. Brigitta gehecht worden. Aan Rozenkransen door Paters Redempto-

ocr page 398

390 AFLATEN.

risten gewijd, worden al deze aflaten gehecht, zoodal men dan minstens 200 dagen aflaat verdient voor elk Onze Vader en elk Wees gegroet, mits men het Rozenhoedje bidt in zijn geheel en zonder merkelijke onderbreking.

De pauselijke of apostolische aflaten, welke aan Rozenkransen kannen gehecht worden, zijn verschillende volle en gedeeltelijke aflaten.

Al deze aflaten zijn toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs. De aflaten van het Rozenhoedje der H. Hrigitta kunnen ook aan gewone Rozenkransen gehecht worden.

Over de kruisen, medailles en beelden.

Voor afgaande opmerkingen.

Om aflaten te kunnen hechten aan genoemde voorwerpen van godsvrucht, worden de volgende voorwaarden vereischt :

1. De kruisjes, kruisbeelden, medailles, enz. moeten van eene soliede, onbreekbare stof zijn, als : goud, zilver, koper, staal, ivoor, been, hout of ijzer.

2. De medailles en beelden moeten Heiligen voorstellen, die als zoodanig in het Roomsch martelaarsboek zijn ingeschreven.

3. Men moet het voorwerp bij zich dragen of het ten minste in huis hebben, in zijne kamer of in eene andere behoorlijke plaats; verder moet men de vereischte gebeden doen, terwijl men een dezer voorwerpen bij of vóór zich heeft, en eindelijk de voorgeschreven werken verrichten.

ocr page 399

AFLATEN. 391

4. De kruisjes of kruisbeelden kunnen noch uitgeleend, noch verwisseld, noch weggeschonken of verkocht worden.

De aflaten aan bovengenoemde voorwerpen gehecht, zijn de pauselijke of apostolische, waaronder zich de volle aflaat bevindt, dien men winnen kan in het uur des doods onder voorwaarde, dat men een dezer gewijde voorwerpen bij zich drage of vóór zich hebbe, biechte en com-municeere of ten minste met het hart den zoeten naam Jezus aanroepe, en met gelatenheid de pijnen van den doodstrijd en den dood zeiven aanneme.

Voornoemde aflaten kunnen onder dezelfde voorwaarden ook gehecht worden aan medailles, voorstellende Jezus Christus of een Heilige als zoodanig door de Kerk erkend.

Aan kruisjes, voorzien met het beeld van den Zaligmaker alsmede aan groote kruisbeelden kunnen ook de aflaten gehecht worden van den kruisweg voor hen, die in de onmogelijkheid zijn de wettig opgerichte statiën te bezoeken, Kene zedelijke onmogelijkheid is voldoende, zooals : op reis zijn, zich op het veld bevinden, ver van de kerk verwijderd of redelijkerwijze belet zijn zich er heen te begeven, ziek of geheel den dag bezig zijn als knecht of dienstmaagd, enz. Men moet het kruisbeeld in de hand houden. Zonder merkelijke tusschenpoozing 20 maal het Onze Vader, het Wees gegroet en het Eere zij den Vader bidden. ( 1 voor elk der 14 statiën, 5 ter herinnering der vijf wonden, 1 naar de meening van Z. li. den Paus.) Geene overweging, noch andere gebeden worden vereischt.

ocr page 400

AFLATEN.

Over het Schapulier.

Door Schapulier verstaat men twee strooken laken, welke sommige kloosterlingen over hun habijt heen dragen, en die van voren en van achteren, van af de schouders tot aan de knieën of tot aan de voeten afhangen. Dit Schapulier der kloosterlingen w ordt het groot Schapulier genoemd ; dat der geloovigen is daarvan eene kleine afbeelding, en wordt daarom gewoonlijk door den naam van »klein Schapulierquot; aangeduid. Het bestaat uit twee stukjes stof, zoodanig aan twee linten vastgenaaid, dat men het om den hals kan hangen.

Er zijn verschillende soorten van Schapulieren. De vier voornaamste zijn : het Schapulier der Allerheiligste Drievuldigheid, van O. L. V. van zeven Smarten, van O. L V. van den berg Karmel en van de Onbevlekte Ontvangenis. Deze vier Schapulieren worden doorgaans met elkander vereenigd en vormen dus één Schapulier. Het voornaamste der vier is dat van den berg Kannel. I )e godsvrucht tot het Schapulier van den berg Karmel is haren oorsprong verschuldigd aan den gelukzaligen Simon Stock, gesproten uit eene adelijke familie van Engeland. Hij trad op een bevel, hem door Maria in 1196 gegeven, in de Orde der Karmelieten, waarvan hij in 1254 lot Generaal werd verkozen.

Eens. den 16 Juli 1251, verscheen hem de H. Maagd; zij was omgeven van eene menigte hemelsche geesten en haar aangezicht straalde van vreugde. Zij bood hem een bruinkleurig

392

ocr page 401

AFLATEN. 393

Schapulier aan. met de woorden : »Ontvang, » mijn lieve zoon, dit Schapulier uwer Orde ; » het is het teeken mijner Broederschap en strekt » ten bewijze van een voorrecht, dat ik voor u » en alle uwe medebroeders van den berg Kar-» mei heb verkregen. Hij, die bij zijn sterven » dit kleed godvruchtig draagt, zal bevrijd blij-» Ven van het eeuwig vuur. Het is een teeken van » voorbeschikking, een behoedmiddel in de ge-» varen, een onderpand van vrede en bijzondere » bescherming tot aan het einde der eeuwen.1'

De gelukkige grijsaard verkondigde alom de genade, welke hij had verkregen, en toonde het Schapulier als bewijs der wondervolle verschijning.

Bijna alle Vorsten van Europa en met hen een groot aantal hunner onderdanen namen aanstonds het heilig kleed aan en van dien tijd dagteekent het begin der vermaarde Broederschap van den berg Karmel, die kort daarop door den heiligen Stoel werd goedgekeurd. Deze verschijning en deze beloften zijn voor waar en echt erkend door de grootste schrijvers, onder anderen door den beroemden en geleerden Paus Benedictus XIV., wiens oordeel zoo veel gezag heeft.

Doch hiermede niet tevreden deed Maria eene andere belofte aan de leden der Broederschap van den berg Karmel, bestaande in de verzekering eener spoedige verlossing uit de pijnen des vagevuurs. Toen omtrent 50 jaar na den dood van den gelukzaligen Simon Stock de vermaarde Paus Joannes XXII op eeuen vroegen morgen in het gebed was, verscheen hem de

ocr page 402

AFLATF.N.

Moeder Gods, in het kleed der Karmelieten-Orde en omstraald van licht. Zi; zeide hem onder andere : t Zoo er onder de Karmelieten of 5 de medeleden der Broederschap gevonden wor-s den, die om hunne fouten naar het vagevuur » gaan, zal ik als eene teedere Moeder des a Zaterdags na hunnen dood in hun midden » nederdalen ; allen, die ik er vinden zal, zal ik j verlossen en op den heiligen berg des eeuwi-s gen levens voeren.quot; Aldus laat genoemde l'aus Maria spreken in de vermaarde Bul van 3 Maart 1322, algemeen bekend onder den naam van Sabbathijnsche Bul. Hij besluit met deze woorden : alk neem alzoo dezen heiligen aflaat aan; j ik bekrachtig hem op aarde, gelijk Jezus Chris-j tus, om de verdiensten der allerheiligste Maagd, s hem genadiglijk heeft verleend in den hemel.quot;

Dit voorrecht is bevestigd door een groot aantal bullen en decreten der Pausen en wordt aangehaald in het Brevier op het feest van Onze Lieve Vrouw van den berg Karmel. Ziedaar dus de devotie tot het Schapulier van den berg Karmel, bevestigd door het gebruik der godvruchtige zielen in de geheele christenheid, door het getuigenis van 22 Pausen, door de werken van ontelbare kundige schrijvers en door eene zeshonderd-jarige reeks van schitterende en veelvuldige mirakelen 5 zoodat de beroemde Bene-dictus XIV zegt : » Hij, die de gegrondheid der » devotie tot het Schapulier in twijfel zou dur-5 ven trekken of zijne voorrechten zou durven j ontkennen, zou een hoovaardig versmader van gt; den godsdienst zijn.quot;

Om deelachtig te worden aan de voordeelen

ocr page 403

AFLATEN. 395

en aflaten, welke aan de vier genoemde Schapulieren verbonden zijn, worden twee voorwaarden vereisclit :

1. Dat men het Schapulier ontvange van een daartoe gemachtigd priester, met inachtneming van datgene, wat lot het wezen en de geldigheid van het Schapulier gevorderd wordt.

2. Dat men het gestadig om den hals drage, zoodat een gedeelte op de borst en het andere op den rug hangt.

Behalve deze twee voorwaarden wordt er, om de aflaten, aan elk Schapulier verbonden, te verdienen, niets anders vereischt, dan dat men de werken verrichte, welke voor eiken aflaat in het bijzonder worden voorgeschreven, b. v. de liiecht en de H. Communie, het bezoek eener kerk, het verrichten van zekere gebeden, enz. Hierop maakt alleen eene uitzondering het voorrecht, krachtens de Sabbathijnsche Bul verleend aan hen, die het Schapulier van den berg Kar-mel dragen. Dat voorrecht, zooals wij bereids hebben aangemerkt, bestaat hierin, dat de leden van de Broederschap van den berg Karmel recht verkrijgen, krachtens de belofte, door de Moeder Gods gedaan, om des Zaterdags na hunnen dood, of ten minste zeer spoedig, uit het vagevuur verlost te worden.

Om aan dit voorrecht deelachtig te worden, moet men :

I. De kuischheid bewaren volgens zijnen staat, namelijk : de onthouding in den weduwstaat, de huwelijkstrouw in het huwelijk en de kuischheid in den ongehuwden staat. Deze verplichting belet

ocr page 404

396 AFLATEN.

niet, dat men van staat verandere, bij voorbeeld,

dat men een huwelijk aangaat.

2. Eiken dag de kleine Getijden der heilige Maagd bidden \ kan men echter niet lezen, dan moet men de door de Kerk voorgeschreven vasten onderhouden en alle Woensdagen en Zaterdagen vleesch derven, (uitgezonderd het feest van Kerstmis.)

Opmerking. 10. Men is niet vrij , om naar willekeur de eene of andere dezer verplichtingen uit te kiezen, maar het officie is verplichtend voor hen, die lezen kunnen, en het derven van vleesch voor hen , die niet lezen kunnen. 20. Men mag geen ander officie bidden dan dat der Heilige Maagd. 30- Men voldoet nochtans, als men de kerkelijke getijden of het kleine officie der Heilige Maagd uithoofde eener andere verplichting bidden moet. 40. Men vervult de voorwaarden der vleeschderving niet, als men des Zaterdags gebruik maakt van de dispensatie, die op sommige plaatsen verleend is. 50• Bij verhindering, om gewichtige redenen , bij voorbeeld ziekte, enz. is men noch tot het vasten, noch tot het derven van vleesch, noch tot het bidden der getijden verplicht. Het is evenwel raadzaam, in zulk geval den biechtvader een ander goed werk, evenredig aan zijne krachten, te vragen. Is de verhindering echter van dien aard, dat zij het volbrengen der verplichtingen zoo niet onmogelijk dan toch moeielijk maakt, (bij voorbeeld veelvuldige bezigheden, eene zwakke gezondheid, enz.) zoo kunnen zij door een daartoe bijzonder gemachtigd biechtvader , zelfs buiten den biechtstoel , verwisseld

ocr page 405

AKI, ATEN. 397

of veranderd worden. (Pe Paters Redemptoristen hebben die bijzondere machtiging.) Deze verwisseling of verandering moet geevenredigd zijn aan een ieders behoeften, ouderdom , gezondheid e;i stand. 60. Hij, die een zekeren tijd de voorgeschreven voorwaarden niet zou volbracht hebben , hetzij door onachtzaam te zijn in het bidden der getijden of in liet vleesch derven, hetzij door te zondigen tegen de zuiverheid, treedt wederom in de voorrechten, zoodra hij opnieuw zijne plichten vervult of zijne zonden afboet.

Behalve genoemd voorrecht aan het Schapuier van den Berg Karmel verbonden, heeft de Kerk nog tal van andere gunsten en aflaten gehecht zoowel aan genoemd Schapulier als aan de drie andere. Wij zullen ons enkel bepalen met die aflaten aan te geven, welke aan de vier Schapulieren gemeen zijn.

Een volle aflaat op den dag, dat men het Schapulier ontvangt, mits men nadere tot de H. H. Sacramenten en bidde tot intentie van Zijne Heiligheid.

Een volle aflaat in het uur des doods, mits men na gebiecht en gecommuniceerd te hebben den heiligen naam Jezus, ten minste met het hart godvruchtig aanroepe. Behalve deze twee volle aflaten, nog tal van gedeeltelijke aflaten. Alle zijn toepasselijk op de zielen in het vagevuur. Wij willen ten slotte nog aanmerken, 1. Elk der vier Schapulieren moet den eersten keer gewijd worden en opgelegd aan hem, die het wenscht te ontvangen. 2. Het Schapulier der AUerh. Drievuldigheid moet, telkens als men.

ocr page 406

398 AFLATEN.

een ander neemt, opnieuw gewijd worden. Zij echter, die het van een Tater Redemptorist ontvangen hebben, zijn hiervan krachtens een bijzonder voorrecht ontslagen. De drie overige kunnen altijd, als zij versleten of verloren zijn, vervangen worden door andere, zonder dat ze opnieuw behoeven gezegend te worden. 3. Er is geen ouderdom bepaald, om de Schapulieren te kunnen ontvangen. Het is zelfs eene godvruchtige en heilzame gewoonte de kinderen van af hunne vroegste jeugd er mede te bekleeden. 4. Men draagt het Schapulier altijd, bij dag en bij nacht, zoo in ziekte als in gezondheid, en bijzonder in het uur des doods. Bijgevolg : a. Het Schapulier een geheelen dag afleggen is voldoende, om voor dien dag geen deel te hebben aan de voorrechten, b. Men kan het wel een oogenblik afleggen, zelfs een gedeelte van den dag, vooral wanneer zulks geschiedt uit noodzakelijkheid. c. Zou men de Schapulieren verliezen, zoo hebbe men zorg zoodra mogelijk andere in de plaats te nemen, om zich middelerwijl niet van de voordeelen te berooven. Zijn zij versleten, dan is het goed ze te verbranden, d. Het is niet noodig dat de Schapulieren, al heeft men zelfs eenen geruimen tijd verzuimd ze te dragen, opnieuw worden opgelegd; heeft men echter zoo lang opgehouden ze te dragen, ■dat men zich ternauwernood herinnert een Schapulier gehad te hebben, of had men ze afgelegd uit minachting of ongodsdienstigheid, dan zou 'het aan te raden zijn, zich die opnieuw te laten ■opleggen, e. Als men meer Schapulieren ontvangen heeft is het niet genoeg slechts het eene

ocr page 407

AFI.ATEN. 399

of het andere le dragen, om de aflaten van alle te verdienen; men moet ze alle dragen, f. Het is goed, het Schapulier mede in het graf le nemen.

Aflaten, ctic door iedereen verdiend kunnen worden.

1. Een volle aflaat in de ure des doods, zoo men tijdens het leven dikwijls den zoeten naam Jezus zal aangeroepen hebben en in de ure des doods zoo niet met den mond, ten minste met het hart dien aanbiddelijken naam aanroept. (Clemens X. 8 Mei 1673.)

2. Een aflaat van 25 dagen, telkens als men de zoete namen van Jezus en Maria godvruchtig aanroept. (Ibid.)

3. Een volle aflaat eens in de maand, te verdienen voor hen die gewoon zijn dagelijks ten minste eenmaal bij het luiden der klok den „ Engel des Heerenquot; te bidden, mits zij op een dag naar verkiezing naderen tot de H.H. Sacramenten en bidden tot intentie van Z. H. den Paus. (Benedict. XIII. 14 Sept. 1724.)

4. Een aflaat van 100 dagen telkens als men den „Engel des Heerenquot; bidt. (Ibid.)

5. Een volle aflaat, toepasselijk op de zielen des vagevuurs, zoo men dagelijks, eene maand lang, de akten van Geloof, Hoop en Liefde verwekt, mits men op een dag naar verkiezing nadere tot de H. H. Sacramenten en bidde tot intentie van Z. H. den Paus. (Benedictus XIV. 11 Oct. 1754.)

6. Een volle aflaat, in tie ure des doods, in-

ocr page 408

400 AFLATEN.

dien men gezegde akten tijdens liet leven dagelijks zal gebeden hebben. (Ibid.)

7. Een allaat van 7 jaren en 7 maal 40 dagen, toepasselijk op de zielen des vagevuurs, telkens als men die akten verwekt. (Ibid.)

8. Een volle allaat voor hen, die, genaderd zijnde tot de II. II. Sacramenten, onderstaand gebed voor een kruisbeeld verrichten. „Zie mij „ hier, o goede en zoetste Jezus voor uw aan-„ schijn op mijne knieën nedergebogen; met de ., grootste vurigheid bid en smeek ik L', dat Gij v *-•' gewaardigt, levendige gevoelens van geloof, „ hoop en liefde met een waar berouw over „ mijne zonden, en een vasten wil om die te „ verbeteren, in mijn hart te drukken, terwijl „ ik met groote ontroering en droefheid des ge-„ moeds uwe vijf wonden bij mij zeiven over-„ weeg en in den geest aanschouw, mij herin-., nerende de woorden welke de profeet David ,. reeds omtrent L', o goede Jezus, U in den mond „ legde : Zij hebben mijne handen en mijne „voeten doorboord, zij hebben al mijne been-„ deren geteld.quot; (I's. 21 : 17, '8-) 1!icU darirna 5 maal het Onze Vader, en 5 maal het Wees gegroet en Eere zij den Vader, enz. volgens de intentie van Z. II. den Paus. I)eze aflaat is ook toepasselijk op de zielen des vagevuurs. (1'ius VII, 10 April 1821; Leo XII, 17 April 1825. Pius IX, 31 Juli 1858.)

9. Een volle allaat eens in de maand, voor hen, die het eene maand lang dagelijks gebeden hebben, onder de gewone voorwaarden, gehecht aan het volgende schietgebed : » Geloofd en gedankt zij uil en te allen tijde het allerheiligste eu

ocr page 409

AFLATEN. 401

goddelijkste Sacrament.quot; — Daarenboven 100 dagen aflaat eens per dag, en 300 dagen eiken Donderdag en eiken dag tijdens de octaaf van het II. Sacrament, mits men het driemaal bidl. ( Pius VI. 2 Mei, 1776.)

10. Een volle aflaat eens in de maand te verdienen onder de gewone voorwaarden, voor hen, die 's morgens, 's middags en 's avonds door een »Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. Gelijk het was, enz.quot; de heilige Drievuldigheid danken voor alle aan Maria verleende genaden, bijzonder voor het voorrecht harer opneming ten hemel. Driehonderd dagen aflaat aan hetzelfde gebed, als men het 's morgens, 's middags en 's avonds bidt en 100 dagen voor iedere maal. Deze aflaten zijn toepasselijk op de zielen des vagevuurs.

11. Driehonderd dagen aflaat, gehecht aan de Volgende aanroepingen : »Jezus, Maria, Jozef,

s ik geef U mijn hart en mijne ziel; Jezus, Ma-» ria. Jozef, staat mij bij in mijnen doodstrijd ; »Jezus, Maria, Jozef, laat mij in vrede in uw » gezelschap sterven. quot; Honderd dagen aflaat aan elke dier aanroepingen in het bijzonder. Gezegde aflaten zijn toepasselijk op de zielen des vagevuurs.

12. Een aflaat van 300 dagen aan de litanie der Moeder Gods. Wie dagelijks die litanie bidt kan eenen vollen aflaat verdienen, onder de gewone voorwaarden, op de 5 vo'ornaamste feestdagen der Moeder Gods, namelijk : op het feest der Onbevlekte Ontvangenis, Maria gebcorte. Boodschap, Lichtmis en op O. L. V. Hemelvaart,

26

ocr page 410

^Q2 AFLA1EJC.

13. Een allaat van 300 dagen, zoo dikwijls men rouwmoedig en aandachtig het volgende schietgebed bidt : » Geprezen zij de heilige en onbevlekte Ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria, de Moedei van God.' ( Paus Leo XIII, 10 Sept. 1878.)

ocr page 411

T M P R 11VIA T U R.

Rur/Emund/Ej 8 Noveinbris

Dr P. Mannens, Librorum Ce,

ocr page 412

SeFÏnamp;fiig.j

Ik ben gedoopt, den

Ik heb mijne eerste H. Communie daan, den

Ik ben gevormd, den

—--

ocr page 413

BLADWIJZER.,

Voorrede..........2

6

Over het gebed.......

Morgengebed........

Wijze om den dag heilig door te bren

gequot;...........

Avondgodsvrucht......

Avondgebed ........

Godvruchtige oefeningen bij de H

Mis..........

Gebeden onder de H. Mis . . . Over het aanhooren van het goddelijk

woord.........

Oefeningen van godsvrucht voor d

H. Biecht........

Kortere godvruchtige oefeningen voo

de H. Biecht.......

Onderricht over de H. Communie. Over de voorbereiding tot de H. Com

munie.........

Godvruchtige oefeningen voor de H Communie.....

ocr page 414

40ö BLADWIJZER.

Over de dankzegging na de H. Communie ......... • quot;54

Dankzegging na de H. Communie . 54 Onderricht over de geestelijke Communie ..........5

Bezoek tot het allerheiligste Sacrament

des Altaars........ • • 58

Wijze om geestelijk te commumcee- ^

ren....... ■ • ' quot;

Over de vereering der allerh. Maagd

en Moeder Gods. . • • • • • 60 Begroeting der allerheiligste Maagd

Maria......... quot; 61

Gebed 0111 de machtige bescherming en voorspraak der goddelijke Moeder deelachtig te worden .... 62 Getijden van de Onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd Ma-0- ... 61

na......... 1 r 1

Over het overwegend gebed ot de

meditatie . . • • ; • • ' quot; 72

Overwegingen of meditatiën voor aüe dagen der week.......V '

Plichten en levensregelen voor eenige bijzondere standen.

I. De plichten der gehuwden. . . 97

II. Over de plichten der huisvaders

en huismoeders, en alle meesteis en meesteressen.....101

ocr page 415

BLADWIJZER. 407

III. Van de plichten der kinderen

jegens de ouders.....113

IV. Van de verplichting der dienst

boden en van alle onderdanen. 116 V.. Van het gedrag der ongehuwde personen van beiderlei geslacht. 11S

Het heilig Sacrament van Boetvaardigheid of da Biecht.

1. Over het onderzoek des gewetens..........131

11. Van het berouw en het besluit. 135

III. Van de Biecht......13c)

IV. Van de Absolutie.....146

V. Van de voldoening of werken

van boetvaardigheid . . . .149 Van de algemeene of generale biecht 153 Biechtspiegel of gewetensonderzoek. 162

Over het alleen zaligmakende Geloof.

I. Er is maar één ware godsdienst. 195 II. De eenige ware godsdienst is de

christelijke godsdienst . . . 197

III. De ééne ware grond des geloofs

is, dat het geloof van God komt, die de eeuwige waarheid is. . 201

IV. Het ware geloof is datgene, het

welk de H. Petrus met de Apostelen geleerd hebben . . 202

ocr page 416

4o8 ulauwijzek.

V. Het ware geloof is dat, het-

hetwelk door den Paus van Rome met de katholieke Bisschoppen geleerd wordt . .205

VI. Hoe hoort nu zelfs de eenvou

dige katholieke Christen deze verheven apostolisch leeren-de Kerk?.......211

VII. Wien gelooft de ware katho

lieke Christen niet? . . .213 VIII. Het katholiek geloof is het alleen zaligmakende geloof . 216 IX. Wederlegging van eenige dwalingen in onzen tijd. . . 217 X. Aanmoediging tot volharding

in het katholiek geloof . . 2ig

Kleine Catechismus, in vragen en antwoorden.

I. Van het katholiek Geloof. . . 220 II. Van de Christelijke Hoop . . 233 IV. Van de liefde tot de tien geboden Gods.......2 37

V. Van de Christelijke rechtvaardigheid .........2S2

Van de Christelijke deugden . . . 254 Van de goede werken . . . • • 257 Bijvoegsel. Van de vier Uitersten . .259

ocr page 417

liLADWIJifgK. 409

Geestelijke les, in verhalen en overwegingen.

De eeuwige waarheden.....261

De zaligheid.........264

De zonde..........265

De dood..........266

De eeuwigheid........268

Het uitstellen der bekeering . . . 269

De dood des zondaars.....273

De oordeelen Gods......277

De tijd der genade......279

Het lijden.........280

De liefde des naasten en der vijanden. 282 De plichten der Ouders jegens hunne

Kinderen.........283

De plichten der Kinderen jegens

hunne Ouders.......286

De oordeelen Gods......288

De Hemel.........290

De navolging van Jezus.....292

De Boet-psalmen.......299

Litanie tot de allerheiligste Drievuldigheid..........311

Litanie tot den Heiligen Geest . .315 litanie van den Zoeten Naam Jezus . 320 Litanie ter eere van de heilige Enge-

.'en . . . ....... . 323

Litanie tot Jezus in het allerheiligste Sacrament.........327

ocr page 418

410 BLADWIJZER.

Litanie op het lijden van onzen Heer

Jezus Christus.......331

De Lorettaansche Litanie, ter eere

van de allerh. Maagd Maria . . 336 Litanie tot den H. Alphonsus Maria

de T-iguori........339

Litanie van alle Heiligen .... 343 Aandachtsoefening van den Kruisweg 351 üebed om te bidden voor den Rozenkrans ..........3Ö6

Manier 0111 den Rozenkrans te bidden ...........367

Aflaten , gehecht aan Rozenkransen , Kruisen, Medailles en Schapulieren die door de Eerw. Paters Redemptoristen gezegend en gewijd zijn...........3^2

ocr page 419
ocr page 420

__

_

ocr page 421
ocr page 422
ocr page 423
ocr page 424
ocr page 425
ocr page 426

AX

ocr page 427

*' K,

ocr page 428