famp;i J éy
NIEUW COMMUNIE-BOEKJE,
l'ct cczc vavt 6e amp;iviefóa-, $al'i:c\\c$
bet (tfcbvZ-MCamp;licjC (sovil'ulm'lltc,
a-a. istc^eboueist
aan alle chkistenen die verlangen met vurigheid te
C O M M U N I C E E R E N,
P. fr. Alb. WEIJERS,
van de Orde der Predikhoeren.
Ti
sSf
Derde, vermeerderde uitgave.
NIJMEGEN,
l. c. g. malmberg.
1895.
\ h
Bezoek ons, Heer, naar de mate, waarop wij U vereeren.
St. Thomas van Aquino.
â t
lmprimi Permittimus.
Hnissen, 24a Novembris 1890.
fr. A. VAN DEN ELZEN, O. Pr.
Pr. Pr or.
Imprimatur. B. H. M. BERNSEN, Cens. Lihr.
â tB-figg
ggï«2gt;
I
f
de |)oitminnmtlc ^icl.
Ols er ooit een klacht in den stoel der hoet-vaardigheid herhaaldelijk gehoord wordt, dan is het wel deze: âIk ben immer zoo dor en verstrooid; ik gevoel zoo weinig godsvrucht hij mijn heilige Communie!quot;
Die klacht komt diep uit het hart, en is ook altoos een uitdrukking van den innigen wensch: dat hij die daar uit naam van God als heelmeester neder zit, hulp en heil aan-hrenge voor deze krankte der ziel.
Geen behoefte nu van den mensch, of God heeft er Zijne II. Kerk in Zijnen hemel een Voorziening voor bereid. De voorbeelden van deze of gene Patroon of Patrones toonen hem den weg om van zijn kwalen te worden genezen, en moedigen er hem krachtig toe aan. Zij weren tevens van hem alles wat hij op dit gebied ducht, en verwerven de bizondere genade, welke hun leven gekenmerkt heeft.
C859S
ïü'btP'
â vfe'ïSg
I
Welnu dan, Godvruchtige Ziel, gij, die zoo klaagt over verstrooiing en dorheid vóór en na het nuttigen van het Goddelijk Lichaam onzen Heer en, stel u dan onder de hoede der Gelukzalige Imelda. Zij i.s de Fatrones dei-vurige Communie, Doe zoo als Imelda deed. Tracht haar trouw na te volgen. Hoe trouwer gij haar navolgt, hoe meer in uw nood zal worden voorzien. En roep haar tevens aan! Zij moet wel veel vermogen o/) het Hart van haren Jesus. Vraag door haar voorspraak, wat zij zelve zoo rijkelijk in dit leven heeft ontvangen. Vraag met Haar en door Haar wat eigen verdiensten u wellicht niet zouden verwerven, maar wat Jesus aan zijne beminde Bruid nimmer kan weigeren.
Ziedaar het doel waarmede zich dit werkje tot ii richt. Uw hartewensch bevredigen en aan uiv klagen over uw dorheid bij uw Communiën een einde maken. Imelda1 s leven zal u tot voorbeeld zijn. De Noveen en andere gebeden tot Haar gericht zullen u steeds, zoo niet met een gevoelde devotie, dan toch met veel vrucht voor uw geestelijk leven tot de II. Tafel doen naderen. De verschillende oefeningen in dit werkje, onder de bizondere aanroeping van de II. Imelda u aangeboden, zullen u voldoende afwisseling schenken, en uw godsvrucht, naar we hopen, steeds nieuw voedsel
hi/p»-----
'ii
- tsssg
geven. God en het beminnelijke heilige kind Imelda moge het overige doen!
In meer stoffelijken zin is ook dit Imelda-Boekje, even als dat der Eerste II. Communie, bestemd, om een steentje aan te brengen voor het weeshuis der arme negertjes ran Curacao. In Nederland zijn de toestanden der Katholieke Kerk, God lof! van dien aard dat de liefdadigheid zich het kind, voor geheel zijn leven van vadef en moeder beroofd, altoos aantrekt. Zij draagt zorg zoo voor de ziel als voor het lichaam van den armen wees. In onze West is dit niet aldus. Wel vindt het ouderloos negertje hier en daar een goed hart, dat hem wat maïs, wat kleeding, en voor eenige dagen een goed onderkomen schenkt; maar een dak dat hem het gemis van vader en moeder vergoedt, waar men hem, met het tijdelijk onderhoud, het noodige onderricht schenkt om later als zelfstandig man op te treden in de maatschappi) en als braaf christen te leven, dat heeft het arme kind niet. Zijn toestand is dubbel beklagenswaardig. De missionarissen van Curasao hebben daarom een beroep gedaan op de milddadigheid der katholieken in het moederland, tot het bijeenbrengen van de gelden, vereiseht tot huisvesting, voeding en kleeding dier zwaar beproefden. Doet ieder, tot wien hun stem doordringt, iets, dan zal
Sgï^ö-
-
weldra de noodige som zijn verkregen. Ook wij wilden niet achterblijven, en zoo viel het ons in, dit werkje geheel en al ten roordeele van het St. Joseph- Weeshuis op Curasao af te staan. Moge het alom- onder onze Katholieken ivelkom wezen, opdat de voordeelen niet te gering zijn. Moge het door iedereen in zijn kring wijd ivorden verspreid, opdat hel krachtdadig meewerke tot de verzorging van vele weezen, die rijkelijk door afgebeden zegeningen hun weldoeners zullen vergoeden, wat zij aan hen hebben te danken.
En nu mijn boekje, ga de wereld in. M ek alom de godsvrucht op tol het lieve, heilige Kind Imelda. Leer allen, die u ter hand nemen. Haar na te volgen in godsvrucht en reinheid. Moedig hen aan Haar tot hun Patrones te kiezen. Doe al degenen tot Haar hun toevlucht nemen, die nog ongevoelig, oneerbiedig, onaandachtig en vandaar zonder liefde zijn voor hun Jesus in Zijn hedige tabernakelen. Deel hun een vonkje mede van de liefde, welke Haar zoo geheel verteerde. Laat hen het groote gewicht beseffen van het oogenhlik, waarop zij Hein in hun hart zullen ontvangen. In een tvoord, wees door de genade van God het nederige middel om er velen, steeds een goed voorbereide, een waardige Heilige Communie te laten doen.
agstfe»----tiftêg
De zegen van den Allerhoogste en van Zijne Onbevlekte Moeder, de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, ruste daarom ten overvloedigste op u.'
Overeenkomstig het voorschrift van Paus Urbanus VIII verklaren wij alle feiten en wonderen in dit werkje vermeld, aan het oordeel der Kerk te onderwerpen. Zonder eenig voorbehoud keuren wij goed wat zij aanneemt, verwerpen icij wat zij veroordeelt.
Nijmegen, feestdag van den Gelukz.
Albertus Magnus. 1890.
De S c h r ij v e r.
Bij het verschijnen van het twintigste duizendtal van dit werkje, voel ik mij gedrongen Maria, mijne Moeder, hartgrondig te danken voor den zegen, dien zij daaraan tot heden geschonken heeft. Het zij mij vergund, het aan hare machtige bescherming te mogen blijven aanbevelen, opdat het strekke ter zaligheid van allen die het gebruiken en tot verheerlijking vanhaar God-delijken Zoon in het Allerheiligste Sacrament.
Utrecht, feestdag van den Zoeten Naam Jesus. '95.
De S c h r ij v e r.
I ' amp;
KOSTBAAR LEVEN EN HEILIGE DOOD
VAN DE
Zalige Imelda Iiambertini,
Patrones der Godvruchtige Communie.
I.
Consunnuata in brovi, explevit tempora nmlta,
In een kort leven heelt zij een lange loopbaan voleind Quoniam dilexit multum,
Wijl zy veel bemind heeft.
en der meest verlichte kenners der goddelijke dingen, de Heilige Leeraar Thomas van Aquine, bewijst ons in zijn schriften, dat de volmaaktheid van het christelijk leven moet berekend worden naar de volmaaktheid der goddelijke liefde. God schijnt dit te hebben wille bevestigen in de wonderdadige werken door Hem in de Gelukzalige Maagd Imelda gewrocht. Zij was slechts een kind van twaalf jaar, maar zoo buitengewoon vervuld met de goddelijke liefde, dat zij een heilige is geworden, en op onze al-
9
taren verheven. Van haar als van Maria Magdalena 1) kou worden getuigd, ndat zij ceel bemind heeft.* 2) Zij heeft veel bemind, ziedaar de geheele geschiedenis vau haar leven. Ziedaar waarom zij in weinige jaren een lange loopbaan heeft afgelegd.
Imelda werd te Bologne geboren uit het geslacht der L imbertini's, een der adellijksten niet alleen van deze stad, maar zelfs van geheel Italië. Van hare prilste jeugd aan gaf zij blijken van innige vroomheid en van een grooten levensernst. Men treft bij wijlen kinderen aan, waaromtrent men zich afvraagt, of het wellicht geen engelen zouden zijn, voor een oogenblik aan de aarde geleend om hun omgeving te stichten en te verheffen. Aan allen die hen naderen, boezemen zij onwillekeurig eerbied in, en bij den eersten aanblik winnen zij aller hart. Doch hun leven is kort, en op eens, zonder dat het iemand bevreemdt, worden zij ons ontrukt. Iedereen zegt weenend bij het strooien van
1) De naam haar bij het doopsel gegeven was ook Magdalena. In het klooster wisselde men dien voor Imelda, waarschijnlijk om haar groote zachtheid en ongemeene lieftalligheid; want Imelda beteekent, volgens een vromen Karmeliet, die haar bizonder vereerde: Quasi mei data: aan de wereld als honig gegeven.
2) Luc. VII, 47.
i*
10
bloemen op hun graf: âDeze ziel was te rein voor de wereld: zij was niet om onzentwille geschapen.'
Zoo was ook Imelda. Men merkte in haar reeds van de eerste jaren iets hemelsch, een natuurlijke, bekoorlijke zedigheid, welke de bewondering wekte van allen, die het geluk hadden haar te ontmoeten. Als zij weende was het overbodig met sprookjes en fabels haar tranen te willen stillen. Alleen een gesprek over geestelijke zaken, het eerbiedig uitspreken der zoete Namen van Jesus en Maria, of iets van dien aard; was in staat haar wederom een zachten glimlach op de lippen te brengen. Toen zij de jaren van verstand bereikt had, veranderde zij zelve een der vertrekken van het ouderlijk huis in een bid-kapelletje. Daar ontweek zij de spelen harer vriendinnetjes, en bad er met luide, ernstige stem de psalmen van den propheet David of andere godvruchtige gebeden. Al wat de wereld haar aan verleiding, of het ouderlijk paleis aan pracht aanbood, kon haar geen belang inboezemen: zij had er niets dan verachting voor over. Op tienjarigen leeftijd, toen zij al het ijdele er van oogenschijnlijk nog niet kon begrijpen, nam zij reeds het besluit het te verzaken, Zij wilde zoo spoedig mogelijk uit liefde tot Jesus in voortdurende armoede, gehoorzaam-
11
heid en reinheid leven, te midden eener religieuze communiteit, waar zij geheel en al aan Hem kon toebehooren.
Zij vroeg dan en verkreeg van hare god-vreezende ouders de toestemming in het Do-minikanessen-klooster van de H. Maria-Mag-dalena te Valdipietra bij Bologne, te treden. Daar zou zij, volgens de gebruiken destijds in zwang, het Dominikaner-habijt aannemen, en er zich voorbereiden om, na eenige jaren van rijp beraad, door een plechtige gelofte haar eeuwige verbintenis met Jesus te sluiten. In die dagen had zij het alreeds in stilte voor haar zelve gedaan.
Doch was zij al bij haar intrede de jongste en de minst ervarene van alle zusters, het leed niet lang of zij was aller stichting en bewondering. Daar was geen punt in den kloosterregel zoo moeielijk, dat zij niet met de stiptste nauwkeurigheid vervulde. Daar was geen strijd zoo zwaar tegen haar neigingen en eigen wil, of zij overwon; geen boet-pleging zoo streng, of zij deed die haar onschuldig lichaam ondergaan. Volgens de overlevering in het klooster yan Valdipietra bewaard, heeft dit reine kind in boetvaardigheid niet ondergedaan voor vrouwen, die jaren lang in zonden geleefd hadden, zooals een Maria Magdalena of een Maria van Egypte.
Maar waarom dan dit onschuldig lichaam
12
zoo gekastijd ? , Omdat, zegt een oud geschiedschrijver, 1) omdat, wanneer het hart van liefde verteerd wordt, het onmogelijk is, dat het zulks niet toone, en die liefde niet op de een of andere wijze openbare.quot; Evenals de H. Agnes had zij gaarne haar leven uit liefde tot God gegeven. Maar wijl zulks niet kon, wilde zij zich ten minste door boetple-gingen schadeloos stellen, en zich door lijden troosten niet als Martelares voor Jesus te kunnen sterven.
In korten tijd was zij zulk een volmaakt toonbeeld van alle religieuze deugden, dat zelfs de oudste zusters zich aan haar spiegelden. Door iedereen werd zij bemind met die genegenheid, welke de ware deugd onweerstaanbaar wekt. Het meest muntte zij uit door haar voortdurend gebed, door haar kinderlijke liefde voor de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, en haar uitnemende godsvrucht voor het Allerheiligste Sacrament des Altaars. Zij kende geen grooter geluk dan uren achtereen voor dit Aanbiddelijk Geheim onzer Altaren te vertoeven, en zich met Jesus in het H. Tabernakel te onderhouden. Dan gevoelde zij levendig in
1) Zie âkort verhaal van liet wonderiadige leven van de Gelukzalige Imelda Lambertini, Maagd uit de orde der Predikheeren.quot; Door een Priester uit het kloos-jt er van Benavarra (Aragonië) dierzelfde orde.
13
haar liart de waarheid der woorden van den Psalmist; âO God, Heer der Heerscharen, wat zijn Uwe woontenten aantrekkelijk ! Wat is het zoet aan Uwe altaren, o mijn Heer en mijn God ! Hoe is één dag, doorgebracht in Uw heiligdom, veel meer waard dan duizend anderen in de woningen der zondaren!quot; . . . lederen ochtend gedurende de H. Mis, was zij verslonden in de beschouwing van dit ontzagwekkend Mysterie. Haar liefde verried zich in hare tranen, en zoo krachtig waren hare verlangens, dat zij onmogelijk haar liefdeverzuchtingen kon onderdrukken Maar vooral in de oogenblikken der Nuttiging, wanneer hare medezusters aan den hemelschen Liefde-disch aanzaten, dan gevoelde Imelda haar hart als in vuur ontstoken, en als wegsmelten door de liefdevlammen, die haar verteerden. In de uren der uitspanning had zij maar één gedachte, was onverschillig voor al hetoverige, maar stelde, kinderlijk eenvoudig als zij was, herhaaldelijk aan haar medezusters deze vraag:
âAch, ik bid u, verklaar mij toch, hoe is het mogelijk, dat men Jesus in zijn hart ontvangt en niet sterft van liefde?quot; . . .
Hoe het nu geschiedde, weten wij niet, maar men meende nochtans niet den gestelden tijd te mogen vervroegen en haar vóór haar veertiende jaar, zooals de gewoonte des lands het medebracht, tot de Heilige Tafel toe
14
te laten. Imelda's oversten letten waarschijnlijk minder op haar vroomheid, zedigheid en ernst, dan wel op haar jeugdigen leeftijd. Het heilige kind moest haar vurig verlangen nog bedwingen, en eenige jaren wachten.
Ach ! wie zal het beschrijven hoe zij daaronder leed! âWelk eene foltering!quot; roept de bovengenoemde Spaansche geschiedschi ijver uit, â welk een foltering, beminnen, God beminnen, verlangen zich met Hem te vereenigen, en nooit zijn verlangen be vredigd zien ! (iod beminnen, naar God verzuchten, verzuchten om Hem in zijn hart te ontvangen, om zijn ziel aan Hem vast te klemmen, om Hem altoos bij zich te hebben, en, ondanks dit alles, Hem nooit bezitten !... Welk een marteling ! Maar toch gelukkig zij, o mijn God, die aldus door uwe liefde gemartêld worden; en hoe ware het te wenschen, dat alle stervelingen, en ik met hen, zulk een pijniging ondervonden !quot; âEen weinig verder vervolgt hij ; âDe Heilige Theresia noemt de liefde âeen goddelijk vuur,quot; steunend op het woord der H. Schrift âde liefde is sterk als dé dood, de liefde is hard als een hel.' Dan, duizendwerf gezegend hij, o mijn God, die door die liefde den doodelijken slag ontvangt, en die zich in dat goddelijk vuur zou voelen werpen, waaruit hij nooit meer hoopt, of liever nooit meer vreest, verlost te worden.quot;
II.
Imelda zag zich dus gedwongen te wachten. Dan, men kan niet lang in zijn verwachting te leur worden gesteld, wanneer men zich eens ernstig heeft voorgenomen Uwe liefde, o mijn God, te zoeken. Voor U bestaat er geen onderscheid van persoon of leeftijd. Gij rekent alleen naar cle meerdere of mindere liefde. Dat hebt Gij ons zelf eenmaal verklaard door den mond van den Wijzen man: âAllen, die mij beminnen, bemin ik eveneens, en zij die mij van den vroegen ochtendstond zoeken, vinden mij stellig.'
Dit goddelijk woord kon hier niet falen. Hij, die zijn vermaak schept onder de leliën, toefde niet lang om de vrome verlangens van het heilige kind te vervullen.
Het was Hemelvaartsdag, den 12dcn van Bloeimaand 1333. De Heilige had den leeftijd van twaalf jaren bereikt, en was dus niet veel jonger dan de gezegende dochter van Anna en Joachim, toen deze het bezoek van den Zoon Gods in haar hart oiitving. Hare medezusters gingen beurtelings, ingetogen, het gelaat stralend van geluk, ter Heilige Tafel op. Alleen Imelda moest op haar plaats blijven. Daar lag zij op haar bankje neergeknield. Tranen van heilige droefheid, dat ook haar dit geluk niet beschoren was,
16
vloeiden haar langs de wangen. Nooit hadden vuriger gebeden en overvloediger brandende tranen heviger verlangens kracht bijgezet. De oogen ten hemel, de handen onder het wit schapulier op de borst gekruist, en de zware kloppingen van haar hart, dat dreigde te breken, bedwingende, was zij daar een verrukkelijk schouwspel voor engelen en men-schen. Hare vingeren omknelden het beeld van den goddelijken Gekruiste, dat zij voortdurend bij zich droeg. ,0, welbeminde mijner âziel! verzuchtte zij niet de Bruid van het âHooglied, O kom! Kom in dezen bloemhof, âdie U geheel en al toebehoort, pluk er alle âvruchten. Sta toe, dat mijne ziel tot U opstijgt, of zie niet meer op haar neder. Trek âmij tot U, laat mij tot de zoetheid uwer âgeuren snellen. O mijn welbeminde. Uw âbeeld zal altoos in mijn hart blijven gedrukt! âDoch waarom mag ik niet meer doen? âWaarom mag ik à ook niet in mijn hart âbinnenleiden, en daar met U Uw goddelijk âbezoek vieren! Kom, Heer Jesus, kom; âwant ik kwijn van liefde, en sterf van ver-âlangen naar uw aanbiddelijk bezit.quot;
£n nog kwam Jesus niet.
Maar Imelda wist dat een volhardend gebed alles vermag.
Zij bleef aandringen en aandringen. Zij wilde, als het ware, het geduld van haren
17
Bruidegom uitputten, tot Hij zich ten langen laatste aan haar zou schenken. Haar overvol hart gaf zich lucht in een vloed van liefdevolle verzuchtingen: âAch, mijn God en âmijn Heer, zoo klaagde zij in haar kinder lijken eenvoud, âstelt gij er zooveel behagen âin te zien, hoe uwe jeugdige dienstmaagd âdoor zulke onuitsprekelijke verlangens wordt âverbrand en verteerd? Vergeef mij mijn âvrijmoedigheid, o koning mijns harten, maar âik zie niet in, waarom ik alleen dus van U âverwijderd moet blijven. Waarom moet ik âalleen van het genot verstoken blijven U te quot;nuttigen? Waarom mag ik alleen niet aan âuw bruiloftsmaal aanzitten?
âMen geeft voor, dat ik nog te zeer kind, âte jeugdig ben. Maar hebt Gij dan niet aan âUw apostelen gezegd: âLaat de kleinen tot âmij komen, en belet hen niet Mij te nade-â ren!'.... Ik ben te klein! Maar is dat een âreden? Dus zoudt Gij zelf te vergeefs kind âgeworden zijn, als de leeftijd der kinderen âeen beletsel is ora U aan hen te schenken, âzelfs dan wanneer zij ü vurig beminnen en ânaar U dorsten?
âMen geeft mij Uw gezegde aan een Uwer âgrootste dienaren 1) tot antwoord: âGroei âop, en Gij zult Mij nuttigen! âGresce et
1) Aan den H. Augustinus.
18
âmatiduca me!quot; Ach, mijn God en mijn Heer, âmaar ik weet ook, welk antwoord de Cha-ânaneesche vrouw U eenmaal gaf: âDe kleine âhondekens voeden zich met de broodkrui-âmelen gevallen van de tafel hunner meesters.quot; âWelnu, mijn God, zou ik in mijn onwaar-âdigheid ook niet een enkel kruimeltje van âuw goddelijk Brood mogen ontvangen ? Het âzou volstaan voor uwe kleine dienstmaagd âom den honger te stillen, die haar kwelt. âGeef het mij, o Heer! Geef het mij, o âKoning van mijn hart, toef niet... Gij ziet âhet, ik kwijn, ik sterf.. . Gij hadt medelijden âmet de schare die U volgde, schoon het âeerst de derde dag was, en Gij wildet haar âniet zonder voedsel wegzenden, uit vrees dat âzij onder weg zou bezwijken. Toen werktet âGij een nieuw wonder om haar te verzadi-âgen. En gij zoudt geen mededoogen gevoe-âlen met een arm kind dat U geheel en al âtoebehoort? Ach, zij volgt U al zoolang, âbrandend van verlangen, eu/ils verteerd, om âaan Uwe Heilige Tafel temogen aanzitten.'
âMet milde hand stort Gij Uw weldaden âover de schepping uit. Elkeen verwacht van âU zijn voedsel, en Gij geeft het ook ter gelegener ure. Gij opent uwe hand, en alle âwezen ontvangt overvloedig Uwe zegeningen. âZelfs den jongen van den raaf, weigert Gij âgeen voedsel. En mij zoudt Gij laten ster-
19
âven van honger! . . . Onmogelijk! Dat strijdt âgeheel en al met Uwe goedheid. Neen, Gij â hebt beloofd alles toe te staan aan het vol-âhardend, vertrouwvol gebed. Gij zult mij âheden niets weigeren. Schenk mij dit brood, âwaar mijn ziel naar hunkert, of laat mij
i âsterven, want ik word gedrongen mij met t âU te vereenigen. Mag het niet in de Heilige 1 âCommunie zijn, zij het dan door den dood.
âKom dan! Kom dan, mijn Jesus! of wel
o »geef mij de vleugelen eener duif om op te
t âstijgen, en voor eeuwig aan Uw hart te gaan
ii ârusten.'
t Zoo klaagde het heilige kind haar wee. Zij
r smeekte om één van deze twee gunsten: zij
-t ontving ze beide.
t Nog vloeiden hare tranen in breede stroo-
i.- men, nog stegen hare vurige verzuchtingen
!⢠tot haren Jesus omhoog. Uan, eensklaps ont-
tl waart zij â ach! zou hot een droom wezen ?
ï, maar neen, het is werkelijkheid â eensklaps
n ontwaart zij eene heilige Hostie, die zich verheft uit de Ciborie, welke de priester in de
n hand houdt. Het Heilige Brood beweegt zich,
n en komt als door een onzichtbare engelen-
3- hand gedragen, in hare richting nader en
le nader, de traliën der kapel door, de overige
n. zusters voorbij, tot in de onmiddellijke nabij-
rij heid van Imelda, waar het zonder steun vóór
r- het verrukte kind, ter hoogte van haar voor-
20
hoofd, blijft zweven. Haar medezusters zijn i als aan den grond genageld, kunnen hare . c
oogen niet gelooven. Maar zinsbegoocheling z
is niet mogelijk; het wonder geschiedt daar r
wezenlijk, blijft voortduren. Een hemelsch (]
licht schittert luisterrijk in het rond, zoete t
geuren verspreiden zich door de geheele kloos- [
terkerk: de God van het heilig Altaargeheim z
heft een tipje van den sluier op, die zijn t
grootheid verbergt. v
En Imei.da ? Zij heeft verwonnen. Toch (
vreest zij nog. Nu eens is zij verrukt van e
vreugde haren Bruidegom zoo dicht bij zich si
te zien, dan weer beklemt treurigheid haar v
hart zich niet met Hem te mogen vereenigen. li
In stille aanbidding ligt zij daar neergeknield, il
meer een engel dan een mensch gelijk. Ein- d
delijk! eindelijk ! Haar wcnsch wordt vervuld. li
De priester, van de eerste verwondering be- b
komen, treedt met eerbiedigen schroom nader. 01 Hij begrijpt dit onmisduidbare teeken van
Gods H. Wil, en, na de Heilige Hostie op de di
pateen genomen te hebben, geeft hij haar w
aan het overgelukkige kind ter nuttiging. st
__k(
hi
III. H
ui
Imelda's wensch is alzoo verduld. _ Dan, haar tenger lichaam schijnt de ver-
21
rukking harer vreugde niet te kunnen verdragen. In diepe beschouwing verslonden, zijgt zij ineen. Zoo knakt ook de roos, wanneer de dauw des hemels haar overvloedig drenkt, en zij niet hij machte is dat gewicht te torschen. Haar handen rusten gekruist op het hart. Haar oogen zijn geheel gesloten; zij schijnt als in een zoeten sluimer. O, wat moeten de oogenblikken in deze heilige liefdevervoering doorgebracht, snel voorbij spoeden ! Om haar bleeke, half gesloten lippen speelt een hemelsche glimlach; zij bewegen zich schier onmerkbaar; het is alsof men haar de woorden van de Bruid uit het Hooglied hoort lispelen: âMijn Welbeminde is aan mij, en ik aan Hem, Hij heeft mij in zijne wijnkelders gebracht, en daar dronken gemaakt van liefde. Ik heb Hem gevonden, dien mijn hart bemint. Ik heb Hem gevonden, ik houd Hem omkneld, en laat Hem niet moer gaan.quot;
Een lange, lange wijle, meenen de zusters, duurt haar verrukking voort. In stille bewondering blijven zij op het bevoorrecht kind staren, niet moede haar te beschouwen, en keer op keer aan te zien. Uit den grond van hun hart prijzen zij den Almachtige, âwijl Hij zoo goed is, en zijn barmhartigheid heeft uitgestrekt van eeuw tot eeuw.' 1)
1) Ps. cxvii. i.
22
Doch de getijden zijn reeds gelezen, en di(
immer blijft het visioen der uitverkorene ge
aanhouden. Nog altoos ligt zij daar zonder tei
eenige beweging neer. De zusters worden zo'
ongerust. Men roept haar bij haren naam. mc
Men bidt, smeekt, beveelt haar zelfs uit ge- to( hoorzaamheid op te staan. Alles te vergeefs.
Zij immer zoo gewillig, zoo voorkomend, zoo zij
stipt om te gehoorzamen, weigert thans te tiji
luisteren. Wat toch mag de reden zijn? als
Zij heeft de stem harer medezusters en het en
bevel van haar overste niet gehoord . .. Men Jtr
beurt haar op ... Zij is dood ! Een te vurige leu verzuchting heeft haar jeugdig hart gebroken.
Zij had te innig gesmaakt wat het zeggen ste wil met Jesus gedurende eenige oogenblik-
ken in de H. Communie vereenigd te zijn; â/j
haar ziel had te sterk gesmacht, zoo in alle âqi
eeuwigheid met haren Welbeminde verbon- vot
den te worden, dan dat het broze lichaam â vc
haar nog weerhouden kon. Met de vlucht ]
eener duif rukte zij zich los en snelde tot var
Hem. Zij was gestorven. Gestorven op twaalf- ge\
jarigen leeftijd! Gestorven uit liefde, en uit Wa
liefde tot haren God! Gestorven op den dag, offe
op het uur harer eerste Heilige Comm unie! de
O gelukkig, duizendwerf gelukkig kind ! ,
Het was de dag, zeiden wij, van de Hemel- vaa
vaart Onzes Heeren. Ook de reine ziel van stei Imelda sloot zich aan bij de schare, die op
23
dien dag met hun Koning en Zaligmaker het geluk des hemels voor immer gingen genieten. De Engelen, in wier koren zij voortaan zou opgenomen worden, snelden haar te ge-moet en verwelkomden haar op feestelijken toon.
âWie is zij,' zoo klonk hun reizang, âwie is zij, die zich daar zacht verheft van uit de. woestijn, als een lichte wolk ? Zij komt nader, schoon als het aanbreken van den dageraad. Zij is zacht en liefelijk als de maan, en stralend als de zon ... Wie is zij, die zich daar uit de ivoestijn verheft, leunend op haren Welbeminde'?'quot;
En een tweede rei Engelen juichte de eerste tegen: âHet is Imelda, onze kleine zuster: â Kom, beminnelijk kind, zoo dierbaar aan Jems' âHart, rein als een duive, zoet als de honig, âquasi mei data, en als honig ons gegeven ! Kom, âonze lieve zuster, kom! ontvang de kroon, die u âvan alle eeuwigheid is weggelegd!'
Even als Maria, de Allerheiligste Moeder van God, had ook Imelda haren geest gegeven in een te sterke uiting van liefde. Want de liefde heeft even goed haar slachtoffers als de dood. De liefde is sterker dan de dood.
, Ach, hoe is het mogelijk, dat wij zoo vaak Jesus in ons hart ontvangen, en s'min-stens niet voor de wereld sterven!quot;
24
IV.
Ten jare 1566 verlieten de Dominicanessen haar klooster van Valdipietra, en vestigden zich binnen de stad Bologne. In deze kerk rust thans het stoffelijk overschot der zalige Imelda Lambertini. Een der leden van haar aanzienlijk geslacht, Kardinaal Lambertini, welke eerlang als Benedictus XIV op roemvolle wijze Gods Heilige Kerk zou bestieren, schonk als aartsbisschop dezer stad milde giften tot verbouwing en verfraaiing van dit heiligdom. Ter eere van het heilig kind, zijne bloedverwante, richtte hij er een kapel met een altaar op. In lateren tijd hebben andere leden dezer familie, tot vereering van Imelda s nagedachtenis, het wonder van haar dood in haar grafzerk doen houwen, naar het verhaal, dat Michel Pio, en andere tijdgenooten er ons van hebben meegedeeld.
Paus Leo XII keurde de rooit onderbroken, door veel hemelsche gunsten bevestigde vereering der Gelukzalige Imelda goed, en stond de geheele Orde der Pi edikheeren toe de H. Mis met het kerkelijk Officie ter Harer eer te lezen. Haar feestdag wordt gevierd den lOden September.
Sebeden onder de K. Mis.11
Priester bestijgt het altaar geheel in ge-â ^) heimzinnig gewaad om ons te overtuigen. W dat hij daar geen gewoon mensch meer is, maar een plaatsbekleeder van Jesus en der H. Kerk. Hun zuiverheid drukt hij uit door het wit van den amict en der albe, de bewaking zijner zinnen door het eingel en manipel, de leer der waarheid, de liefde en den ijver door het kasuifel en de stool. Zelfs de kleur van dit gewaad heeft haar beteekenis; wit beduidt de zuiverheid, groen de hoop, rood het geloof en de liefde, zwart en paars de boetvaardigheid. Trachten wij ons van onszelven te ontdoen, nu wij ons naar het altaar begeven: bekleeden wij ons met Jesus Christus, met Zijn zuiverheid, ingetogen eerbied, wijsheid, versterving en vurige liefde.
In den Naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
sen len irk
ige lar ini,
iin-en,
Ide dit ijtie net ere la's i in aal, i er 1
bro-igde en toe arer ierd
De Priester doordrongen van de onbegrijpelijke' verhevenheid dezer Geheimen en zijn eigen onwaar-
') Keeds meermalen vernamen wij, dat er behoefte gevoeld werd aan oen stichtende Mis der H. Maagd. Daar dit boekje toch tot aanvulling gebeden onder de H. Mis vereischte, meenden wij zeer goed te doen, door er de zoogenaamde Rozenkrans-Mis, met verklaringen van den H. Thomas, in op te nemen.
9.
26
digheid, wekt zijn moed en vcrtroawen op door de beschouwing van Gods onuitsprekelijke goedheid, door de belijdenis zijner zonden en do bede om erbarming. De geloovige tracht zooveel mogelijk door den misbedienaar in die gevoelens te deelen.
confiteor.
0 Jesus, die voor mijne zonden in den hof der Olijven bedroefd waart tot den dood, niet Gij, maar ik had voor die zonden moeten boeten. Ik belijd daarom voor den Almachtigen God, voor de H. Maagd Maria, en voor alle Heiligen, dat ik zeer gezondigd heb, door gedachten, woorden en werken. Voor die zonden, o goede Jesus, zie ik U hier lijden en Uw maagdelijk Lichaam door den drukkenden last mijner ongerechtigheden met een bloedig zweet overdekt. Ach, schenk mij een oprecht berouw over die zonden; heb medelijden met mij, en wil ze mij vergeven door de voorbede van alle Heiligen; doch vooral door die Uwer lieve Moeder, de Koningin van den H. Rozenkrans Amen.
Gebed
van den H. Alphonsus van Liguori.
O mijn God, ik bid ü in nederigheid aan, en belijd U, als den Heer en eenigen Gebieder mijns harten! Ik wil het ook aan de geheele wereld verkondigen, dat ik alles, wat
27
ik ooit bezitten mag, en wat ik zelf ben, aan de milde genade Uwer ontferming te danken heb ! Maar hoe verheven en onmetelijk is Uwe majesteit, o God; en welke vereeringen van allerlei aard ben ik U verschuldigd, wijl zij U toekomen! En wie zou U, Oneindige, waardig kunnen vereeren? Zeker ik niet, een arme zondaar! Doch juist, wijl de verplichting, U waardig te verheerlijken, niet in het bereik mijner geringe krachten ligt, offer ik U thans al de verootmoedigingen en eerbetuigingen op, die Uw ééngeboren Zoon Jesus Christus U op dit altaar brengt! Wat de Heiland doet, doe ook ik. Ik onderwerp mij aan Uwe oneindige heerlijkheid met de meest mogelijke hulde, en verheug mij ten innigste, dat Uw allerheiligste Zoon door dit Offer U die vereering bewijst, welke U in eeuwigheid toekomt. Mijne vreugde over dit heilig Offer is zoo groot, dat ik ze wel gevoelen, maar met woorden niet uitdrukken kan.
Ontferm U mijner, o God, naar Uwe groote barmhartigheid, ontferm ü over een ellen-digen zondaar, die op U alleen zijn vertrouwen stelt !
INTROÃTUS.
Na het kruisteeken begeeft zich de Priester als in heilige vrees, eerst na de linkerzij de van het altaar, waar hij het Introïtus leest. Dit is steeds genomen
28
nit de H. Schrift, en bevat eene lofprijzing van den Heilige, wiens feest men viert, of de voorstelling van het Geheim van den dag, om ons op te wekken tot vertrouwen en heilige blijdschap.
Gegroet, Gij heilige wortel, waaruit de Heilige ontsproot! Gegroet, Gij roem der wereld, o Maria, bloeiend, gelijk een roos of lelie, te midden der maagden, smeek voor ons Uwen dierbaren Zoon. Begenadigd is Zij, boven de begenadigde, de reine en heilige Vrouwe. Glorie zij den Vader, enz. Gegroet, Gij roem der wereld, enz.
KYKIÃ.
Het Kyrie is een driemaal herhaalde aanroeping der H. Drievuldigheid. Dit gebed verricht de Kerk in het Griekseh, omdat zij het niet heeft willen veranderen, toen de Westersche Kerk het aannam, en tevens om haar uitgebreidheid over de geheel aarde te kennen te geven; wijl zij alle volken en alle talen omvat.
Ontferin U onzer, hemelsche Vader, door de voorspraak van Maria, Uwe uitverkoren Dochter.
Ontferm U onzer, Heer Jesus Christus, ter wille van Maria, uwe lieve Moeder.
Ontferm U, o Heilige Geest, om Maria, Uwe onbevlekte Bruid.
Maria, Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, bid voor ons.
29
GLORIA.
De aarde moet met den hemel instemmen om de Geboorte te Tieren van den Zaligmaker, die iederen dag op onze altaren sacramenteel geschiedt, om den vrede, de liefde, de vereering Gods, de liefde tot het kruis en alle meerdere uitwerkselen voort te brengen, welke zijn lichamelijke Geboorte heeft geschonken. Vereenigen wij ons met het gebed der Kerk:
Glorie aan God in den allerhoogsten, en vrede op aarde den menschen van goeden wille. Wij loven ü; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijken ü; wij danken ü om Uwe groote glorie. Heer God, Hetnel-sche Koning, God Almachtige Vader. Heer, Jesus Christus, eengeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, Die wegneemt de zonde der wereld, ontferm [J onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, neem onze smeekingen aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm ü onzer. Want Gij zijt alleen de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen do Allerhoogste, Jesus Christus, niet den H. Geest, in de glorie van God den Vader. Amen.
COLLECTE.
In dit gebed vereenigt de Priester alle verlangens der geloovigen in de kerk aanwezig, of in den geest tegenwoordig, en biedt ze beknopt en geheel samengevat aan God. Het woord amen, door den misdie-naar uit hun naam gesproken, zegt dat zij thans instemming betuigen met die bede, en al de gevraagde
30
gunsten van ganscher harte begeeren. Dit gvjDed wordt voorafgegaan door den groet van Booz aan zijn maaiers op het veld; âDe Heer zij met nquot; welke nog zevenmaal zal worden herhaald. Waar de Heer is, is alle genade en rijkdom, vrede en vreugde, en bidt men met meer godsvrucht, met meer overtuiging tevens van stellig verhoord te worden.
Almogende en barmhartige God, die van eeuwigheid hebt verordend, dat Uw eenig-geborene, in natuur gelijke, en medezelfstan-dige Zoon, door den Geest van heiligmaking, in het vleesch onze Heer Jesus Christus zou zijn, en de allerheiligste en boven alles welgevallige Maagd Maria Hem vóór alle eeuwen tot Moeder hebt verkoren; geef ons, smeeken wij U, door beider verdiensten, in de vijftien Geheimen van den allerheiligsten Eozenkrans verworven, ons zoozeer aan hun te mogen toewijden in dit leven, dat wij ook in de glorie van het eeuwige leven daarvan zonder ophouden genieten. Door denzelfden Heer Jesus Christus enz.
EPISTEL.
Het epistel, zoowel als het Evangelie en de Credo, is een openbare belijdenis van ons geloof. Bij den pleehtigen H. Dienst wordt het gelezen door den subdiaken, omdat de lezing uit de Propheten en de Apostelen ons nog niet volmaakt onderricht zooals het Evangelie, dat Christus' leer onmiddellijk voorstelt, maar er ons toe voorbereidt en geschikt maakt.
31
Ik ben de bloera des velds en de lelie der dalen. Als de lelie tusschen de doornen, zoo is mijne vriendin onder de dochteren. Uwe lippen zijn één druppelende honigraat: honig en melk vloeit onder uw tong en de geur uwer kleederen is als de geur van wierook. Gij zijt een besloten tuin, mijne zuster, raijne bruid ; een besloten tuin, een verzegelde fontein. Uwe scheuten zijn een paradijs van granaatbooraen, met granaten beladen. Als de wijnstok heb ik een zoeten geur van mij gegeven, en mijne bloemen zijn de vruchten mijner verhevenheid en reinheid. Ik ben de moeder der schoone liefde, der vreeze Gods, der wijsheid en der heilige hope. In mij is alle genade van leven en waarheid, bij mij alle hoop op leven en kracht. Komt dan tot mij, gij allen, die mij lief hebt, laat u met mijne zegeningen overladen. Want mijn geest is zoeter dan honig, en mijn erfdeel gaat honig en honigraat te boven.
k. Mijn welbeminde is aan mij en ik aan Hem; onder de leliën verwijlt Hij tot de dag aanbreekt en de schaduwen verdwijnen.
v. Als de lente sierden Haar bloeiende rozen en de leliën der dalen.
Alleluia, Alleluia! De stam van Jesse heeft gebloeid, eene Maagd heeft den Godmensch gebaard; en door het hoogste met het ge-
32
ringste te vereenigen heeft God ons den vrede hergeven. Alleluia!
Van Septuagesima tot Paschen. Verblijd u, o Maagd Maria, die alleen alle ketterijen hebt verwonnen, en het woord van den Aartsengel Gabriël hebt geloofd.
Bij het baren van den Godmensch, hebt Gij Uwe maagdelijkheid niet verloren, en na Zijne geboorte zijt Gij de onbevlekte Maagd gebleven. Moeder Gods, wees onze voorspraak.
In den Paaschtjd. Alleluia, Alleluia! De Heer is verrezen. Hij is aan de vrouwen verschenen, zeggende; Weest gegroet. ïoenkwa-men zij nader en omhelsden zijne voeten. Alleluia!
In den Hemelvaartstijd. Alleluia, Alleluia! Christus heeft in Zijn hemelvaart onze gevangenschap gevankelijk met zich medegevoerd; Zijn gaven heeft Hij uitgestort over het menschdom. Alleluia!
HET HEILIG EVANGELIE VOLGENS DEN H. LUCAS.
Bij het Evangelie gaat men staan om te doen zien, dat men het wil hooren met volkomen onderwerping en er al de verplichtingen van na wil komen. Daarom houdt ook de Priester de handen samengeslagen op het gewijde boek, aldus in naam van alle geloo-vigen den Zaligmaker eerende, en teekent vooraf zijn voorhoofd, mond en borst met het H. Kruis. Hij heeft zich thans van de linker- naar de rechterzijde des altaars begeven, waardoor beduid is, dat wij van de onvolkomen leer des Ouden Testaments
33
tot de Tolmaaktheid zijn gekomen van het nieuwe leven, en dat wij door Jesus Christus zijn geseheiden geworden van de bokken en aan de rechterhand Gods geplaatst.
In dien tijde doorreisde Jesus steden en dorpen, on predikte en verkondigde het rijk Gods. En de twaalf waren met Hem: ook eenige vrouwen, die van booze geesten en ziekten genezen waren : Maria, genaamd Mag-dalena, van welke zeven booze geesten waren uitgegaan, en Joanna de huisvrouw van Chusas, den hofmeester van Herodes en Susanna en vele anderen, die Hem bijstonden met haar vermogen. Toen er nu eene groote schare bijeenkwam en men uit al de steden naar Hem henenkwam, sprak Hij in eene gelijkenis: Een zaaier ging uit om zaad te zaaien. En terwijl hij zaaide, viel een deel langs den weg, en het werd vertreden, en de vogelen des hemels aten het op. En een ander deel viel op de rots, en opgeschoten zijnde verdorde hot, door dien het geen vochtigheid had En een ander deel viel onder de doornen, en de doornen schoten mede op, en verstikten het. En een ander deel viel in de goede aarde, en het kwam op, en bracht honderdvoudige vruchten voort. Dit zeggende riep Hij: die ooren heeft om te hooren, hij hoore. Zijne leerlingen nu vroegen Hem, welke deze gelijkenis was. En Hij zeide tot hen:
2*
32
ringste te vereenigen heeft God ons den vrede hergeven. Alleluia!
Van Septuagesima tot Paschen. Verblijd u, o Maagd Maria, die aileen alle ketterijen hebt verwonnen, en het woord van den Aartsengel Gabriël hebt geloofd.
Bij het baren van den Godmensch, hebt Gij Uwe maagdelijkheid niet verloren, en na Zijne geboorte zijt Gij de onbevlekte Maagd gebleven. Moeder Gods, wees onze voorspraak.
In den Paaschtjd. Alleluia, Alleluia! De Heer is verrezen. Hij is aan de vrouwen verschenen, zeggende; Weest gegroet. Toen kwamen zij nader en omhelsden zijne voeten. Alleluia!
In den Hemelvaartstijd. Alleluia, Alleluia! Christus heeft in Zijn hemelvaart onze gevangenschap gevankelijk met zich medegevoerd; Zijn gaven heeft Hij uitgestort over het menschdom. Alleluia!
HET HEILIG EVANGELIE VOLGENS DEN H. LUCAS.
Bij het Evangelie gaat men staan om te doen zien, dat men het wil hooien met volkomen onderwerping en er al de verplichtingen van na wil komen. Daarom houdt ook de Priester de handen samengeslageu op het gewijde boek, aldus in naam van alle geloo-vigen den Zaligmaker eerende, en teekent vooraf zijn voorhoofd, mond en borst met het H. Kruis. Hij heeft zich thans van de linker- naar de rechterzijde des altaars begeven, waardoor beduid is, dat wij van de onvolkomen leer des Ouden Testaments
33
tot de volmaaktheid zijn gekomen van het nieuwe leven, en dat wij door Jesas Christus zijn gescheiden geworden van de bokken en aan de rechterhand Gods geplaatst.
In dien tijde doorreisde Jesus steden en dorpen, on predikte en verkondigde het rijk Gods. En de twaalf waren met Hem: ook eenige vrouwen, die van booze geesten en ziekten genezen waren : Maria, genaamd Mag-dalena, van welke zeven booze geesten waren uitgegaan, en Joanna de huisvrouw van Chusas,denhofmeester van Herodes en Susanna en vele anderen, die Hem bijstonden met haar vermogen. Toen er nu eene groote schare bijeenkwam en men uit al de steden naar Hem henenkwam, sprak Hij in eene gelijkenis: Een zaaier ging uit om zaad te zaaien. En terwijl hij zaaide, viel een deel langs den weg, en het werd vertreden, en de vogelen des hemels aten het op. En een ander deel viel op de rots, en opgeschoten zijnde verdorde het, door dien het geen vochtigheid had En een ander deel viel onder de doornen, en de doornen schoten mede op, en verstikten het. En een ander deel viel in de goede aarde, en het kwam op, en bracht honderdvoudige vruchten voort. Dit zeggende riep Hij; die ooren heeft om te hooren, hij hoore. Zijne leerlingen nu vroegen Hem, welke deze gelijkenis was. En Hij zeide tot hen:
2*
34
U is 't gegeven de verborgenheid van het rijk Gods te kennen. Doch de overigen slechts in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien en hoorende niet verstaan.
credo.
Het Symbolum, zegt de H. Augustinus, is eeu beknopte en verheven regel voor ons geloof: beknopt wat het getal der woorden aangaat, verheven door den allergewichtigsten zin. Bid hier de twaall artikelen des geloofs, en zegt met den H. Francis-cus van Sales;
0 God, de schoonheid van mijn Geloof verrukt mij zoozeer, dat ik sterf van liefde. Ach, ik gevoel mij gedrongen het als een kostbaar geschenk te bewaren it) mijn hart, maar in een hart, dat geheel geurt van heilige godsvrucht. Dank, mijn Heer, voor het goddelijke licht, dat stralen van barmhartigheid in mijn hart doet schitteren, om mij het grootsche en zoete van het Geloof klaarder en duidelijker te doen erkennen.
Gebed van den H. Hilarius.
Behoud in mij, bid ik U, o God, de reinheid des geloofs, en schenk mij, tot aan het verscheiden van mijn geest, de stem van mijn geweten. Dat ik hetgeen ik bij mijne wedergeboorte â gedoopt in God den Vader en
35
den Zoon en den Heiligen Geest â beleden heb, altoos beware, namelijk; dat ik U. onzen Vader, aanbid, en tevens met ü Uw' Zoon, en dat ik Uw Heiligen Geest, die uit ü door Uw Eéngeborene is, waardig en deelachtig worde; want ik heb een degelijken getuige voor het geloof, die spreekt : , Vader, alles âwat het mijne is, is het Uwe, en alles, wat âhet Uwe is, is het Mijne!quot; â mijnen Heer Jesus Christus, die in U, en uit U, en bij U altoos God blijft, welke hooggeprezen is van eeuwigheid tot eeuwigheid! Amen.
BIJ DE OFFERANDE.
Wees gegroet, Hemelkoninginne, Moeder van den Koning der Engelen ; o Maria, bloeiend als een roos of lelie te midden der Maagden, bid Uwen dierbaren Zoon voor het heil der geloovigen. Alleluia.
Hierna neemt de Priester de hostie op de pateen om haar als offergave, welke straks zal veranderd Tvordeu in Christns' lichaam, reeds nu den Hemelsehen Vader aan te bieden. Zij bestaat uit ongedeesemde tarwe, om voor te stellen, dat Jesus' Lichaam zonder eenig bederf ontvangen is. Vervolgens wordt de kelk ten deele gevold met wijn, geperst tot een geheel uit vele druiven, geliik het brood bestaat uit vele graankorrels. Dit beteekent, hoe de vele leden der Kerk, die één lichaam uitmaken, worden opgedragen aan God en veranderd in Jesus Christus. Evenals deze wijn licht de druppel water verandert in zijn natuur, zoo gaan ook wij, zwakken en wankelen, op in de kracht van Jesus.
36
Gebed.
Geef ons, smeeken wij U, barmhartige God, dat wij allen, die in de broederschap van den Rozenkrans der Moeder Gods Maria, haren eenigen Zoon ter eere, zijn ingeschreven, ü, door onze volmaakte en volkomene toewijding van lichaam en ziel mogen behagen, opdat wij door in dezen tijd trouw onze beloften te vervullen, op Uwe voorbede tot de eeuwige belooning mogen geraken. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer.
bij de prefatie.
Het goddelijk oogenblik van het eigenlijke Offer nadert al meer en meer. Het tweede, het voornaamste deel der H. Mis, begint. In opgetogen vreugde over het groote Wonder van liefde, dat gewrocht zal worden, zet de Priester dit gedeelte in door zijn dank uit te jubelen, na ons allen vooraf te hebben uitgenoodigd onze harten van al hetaardsche te ontheffen tot God, en ons met hem te vereenigen. Die dank moeten wij brengen door Hem, door wien ons dit alles gewordt, door Jesus Christus.
Waarlijk, het is een waardige, rechtvaardige, billijke en heilzame daad, dat wij U, o God, altijd en overal lofzingen, zegenen en verheerlijken, bij de vereering van den allerheiligsten Rozenkrans der altijd zalige Maagd Maria, die door de overlommering des H. Geestes Uwen eenigen Zoon heeft ontvangen, en met behoud Harer maagdelijks glorie,
37
Jesus Christus, onzen Heer, het eeuwige licht aan de wereld geschonken heeft; Hem door Wien de Engelen üwe Majesteit loven, de Heerschappijen ü aanbidden, de MachtenU dienen, de Hemelen en de Krachten des Hemels ü bezingen in vereeniging met de Seraphijnen. Met hen vereenigen ook wij onze stemmen en roepen ü eerbiedig en nederig toe;
Heilig, heilig, heilig is de God der Heerkrachten ! Hemel en aarde zijn vol van Zijne Majesteit! Gezegend Hij, die weldra komen zal onder dit nederige brood!
BIJ DEN CANON.
Het offer, dat de Zaligmaker zal brengen door zijn grootheiden majesteit onder de nietige gedaante van Brood en Wijn te verbergen, is niet alleen een voldoende dankzegging aan den hemelschen Vader, wiens hart door zulk een eerbewijzing geheel geneigd wordt zich met den mensch te verzoenen, maar moet tevens een schat van hemelsche zegeningen over ons doen nederdalen. Vraag nu, in vereeniging met de H. Kerk, voorziening in al uw behoeften; het is, na de H. Communie, het gunstigste oogenblik van den dag.
Wij smeeken U, o oneindig barmhartige Vader, door Jesus Christus, Uwen Zoon, onzen Heer, niet welgevallen neer te zien en het Offer te zegenen, dat wij ü aanbieden; opdat het U behage Uwe Kerk te bewaren, te beschermen en te besturen, met al hare leden, den Paus, de Bisschoppen en allen die ons heilig Geloof belijden.
38
Gebed
van den H. Franciscus van Sales.
Mijn God, Gij kent onze armoede. Ik bid dus om üw zegen; doch niet alleen voor mij en al de mijnen, maar ook voor de heilige Katholieke Kerk, voor Z. H. den Paus N., voor onzen Bisschop N. en voor de geheele geestelijkheid; voor onze wereldlijke overheden ; voor mijne bloedverwanten en vrienden ; voor alle rechtgeloovigen, ja, voor alle menschen. Ik smeek van U ook den zegen voor Uwe en mijne vijanden, opdat zij met een oprecht hart zich tot U Lekeeren; en verleen ons genadig datgene, wat Gij weet ons heilzaam en nuttig te zijn. Amen.
Bewaar in Uwe liefde ons en al de onzen door de voorspraak van Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen; bevrijd onze ouders, bloedverwanten, vrienden en weldoeners van alle rampen naar ziel en lichaam; schenk ons Uwen vrede en verlos ons van alle zichtbare en onzichtbare vijanden onzer zaligheid. Geef mij inzonderheid de gunst... .
Gewaardig ü, bidden wij o God, deze offergaven van brood en wijn geheel te zegenen, haar volgens de voorschriften te doen zijn,
39
te bekrachtigen, te bezielen en U welgevallig te maken, zoodat zij voor ons worden het Lichaam en Bloed van Uwen veelgeliefden Zoon, Jesus Christus, onzen Heer.
BIJ DE CONSECRATIE.
Het oogenblik is daar, waarop de Xraisdood van den Schepper des heelals herhaald zal worden. Wat er geschied is op Golgotha, geschiedt thans op het altaar. Voer u dan voor den geest, o mijn ziel, wat al martelingen uwen Jes is hebben doen sterven, en laat op het gezicht van dit vergoten bloed u het hart ontgloeien van liefde. Schrei tranen van medelijden over zooveel smarten, en van leedwezen over uwe zonden en de zouden der wereld. Werp u in ootmoed neder voor uwen God, en terwijl de Priester u de H. Hostie en den Kelk ter aanbidding opheft, groet met de H. Kerk het offer van oneindige waarde :
Wees gegroet, Heilig Lichaam, geboren uit de zuivere Maagd Maria en voor ons geslachtofferd op het kruis. Ik geloof en belijd vas-telijk, dat dit het zelfde Lichaam is, uit welks doorstoken zijde wonderbaar water en bloed is gevloeid. 0 Goddelijk Lichaam, wees mij in het uur des doods de voorsmaak van hetgeen ik in den hemel genieten zal. Wees mijn kracht, mijn troost en mijn voedsel in dit dal van tranen.
Wees gegroet, o Heilig Bloed, vergoten voor het heil der wereld. Wasch mijne zonden af; wees mijne lafenis in dit leven, op de reis naar mijn eeuwigheid.
40
Gebed
van den eerh. Lode wijk van Granada.
Ik aanbid U, mijn goddelijke Verlosser, Koning dee hemels, Licht der aarde, Heer-scher der heerschers. Vorst des vredes, Kracht Gods en Wijsheid des eeuwigen Vaders! Ik aanbid U, Verzoener der menschen, Voorspreker der zondaars, Verkwikking der moeden, Troost der bedroefden, oneindig Loon der rechtvaardigen! Ik aanbid ü. Brood des levens. Artsenij der ziel. Verlosser der wereld, liefelijk Offer, Offer des vredes, die het hart des hemelschen Vaders bewogen hebt, om op onzen druk neer te zien, onze zuchten aan te hooren en ons in genade te aanvaarden. Amen.
na de consecratie.
God, onze bescherming, zie neer op dit heilig otter. Ziehier het ware Lam zonder vlek der oude wet, het Lam voor onze zonden en die der geheele wereld geslacht. Ziehier Uw welbeminde Zoon, waarin Gij Uw welbehagen genomen hebt. Beschouw Zijn wonden, en geheel Zijn lijden voor ons. Zie, hoezeer Hij ons bemind heeft. Beschouw het aanschijn van Uwen Gezalfde. Neen, waarlijk. Gij kunt ons geen vergeving weigeren, want
41
Hij heeft onze zwakneilen gedragen, en heeft onze smarten op zich genomen. Bewaar mij gedurende dit leven in Uwen vrede, behoed mij van de eeuwige verwerping, en doe mij deelen in het geluk Uwer Heiligen.
0 Maria, hoogverheven Rozenkrans-Koningin, hoe groot was uw liefde voor de menschen, toen Gij onder het kruis, uwen lieven Zoon hebt opgeofferd. Gij wist, lieve Moeder, dat Zijn dood ons het leven zou geven. Voltooi het werk uwer liefde, o H. Maagd, en bid in deze oogenblikken dat onbevlekte Offerlam, dat het mij en allen tot zaligheid strekke.
Wees ook onze broeders en zusters gedachtig, die nog in het vagevuur vertoeven. Zie met medelijden op hen neer en verlos hen van alle pijnen; opdat zij U en uwen lieven Zoon in de hemelscheheerlijkheid mogen aanschouwen. Vooral beveel ik uwe barmhartigheid die zielen aan, voor welke ik verplicht
ben te bidden, voornamelijk.....Zij hebben in
hun leven U zoo dikwijls begroet als do Deur des Hemels, wees hen thans in werkelijkheid de deur, waardoor zij het Paradijs binnengaan. Amen.
PATER NOSTEB.
De heilige handeling is nu bijna voltooid. Het derde en laatste gedeelte vangt aan : het Paasehlam, na geslacht te zijn, werd door de Joden bij den uit-
42
tocht uit Egypte genuttigd. Nu het Paasehlam der Nieuwe Wet, van oneindig hooger waarde, Jesus Christus, geslacht is om ons uit de macht der zonde te bevrijden, zal ook Hij genuttigd worden om ons te sterken op den tocht door het leven. Bereiden wij, die Hem met den Priester geofferd hebben, ons ook met deze voor om Hem, zoo niet in werkelijkheid, dan toch geestelijker wijze te ontvangen, door het voortreffelijkste aller gebeden, het
pater nosteu. . . .
v. En leid ons niet in bekoring,
r. Maar verlos ons van alle kwaad. Amen. Bevrijd ons, o Heer, van alle kwaad, van de straffen der zonde, van alle tegenwoordige en toekomende rampen; en schenk ons door de voorspraak van de glorievolle, altijd maagdelijke Moeder Gods, Maria, de Koningin van den H. Rozenkrans, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en van alle Heiligen Uwen vrede; opdat wij, door Uwe barmhartigheid geholpen van zonde vrij, en van alle onrust behoed blijven. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
agnus dei.
Na het goddelijk Lichaam van den Heer in drie deelen te hebben gebroken, legt de Priester een dezer deelen in het Heilig Bloed. Dat breken is de levendige voorstelling van het gruwzaam geweld dat Jesus werd aangedaan in zijn dood op Calvarië, terwijl de drié deelen ons de drie verschillende deelen van zijn
43
geheimzinnig Lichaam voor den geest riepen, namelijk, de lijdende, de strijdende en triumfeerende Kerk. Is Jesus Bloed echter in de kruisiging, en heden eenigszins ook op het altaar gescheiden van zijn Lichaam, de glorievolle opstanding heeft beide weder voor eeuwig vereenigd. Dit veraanschouwelijkt ons het gedeelte der H. Hostie in het H. Bloed gelegd.
GEBED.
Geef ons, o God, dat deze vereeniging van het Lichaam en Bloed onzes Heeren, Jesus Christus, ons, die dit brood zullen eten, en dezen Kelk zullen drinken, strekke ten eeuwigen leven. Sla geen acht op onze zonden, maar op het geloof Uwer Kerk. Zuiver mij meer en meer door dit H. Sacrament van mijne boosheden, laat mij Uw geboden getrouw aanhangen, en nooit van U gescheiden worden.
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, doch spreek slechts één woord, en mijn ziel zal gezond worden.
Na deze woorden tot drie malen herhaald, en in het volle bewustzijn van uw zonden en onvolmaaktheden telkens op uw borst te hebben geklopt, communiceer op geestelijke wijze:
BIJ DE NÃTTIGING.
Mijn Jesus, Gij, Zoon van den levenden God, vast en zonder eenigen twijfel geloof ik, dat Gij hier in het Allerheiligst Sacrament wezenlijk en waarachtig tegenwoordig zijt. Ik aanbid U als mijn Heer en mijn God. Mijn
u
Jesus, eenige hoop mijner ziel, al mijn vertrouwen stel ik in Ãwliefde, goedheid en barmhartigheid, en ik hoop vast, van U alle genade te verkrijgen, om heilig te leven en zalig te sterven. U bemin ik, mijn God en mijn alles ; maar toch wensch ik ü nog veel vurige» te beminnen, zooals de Heiligen, de Engelen en de Heilige Maagd IJ liefhebben. Gij zijt het eenig voorwerp mijner liefde, mijner begeerten en verlangens. Naar U hongert mijn ziel. O kom mij bezoeken en neem mijn hart in bezit. Kom en geef mijne arme ziel het Brood des Levens; geef haar het levend water, dat ontspringt ten eeuwigen leven. O kom mijn Jesus, neem bij mij üwen blijvenden intrek. Trek mij tot U; vereenig U met mij. Zonder U kan mijn ziel niet leven. Kom en maak mij levend, kom en red mij van den dood. Kom en maak mij zalig. O Jesus, mijn Schat en mijne Liefde, wond en ontsteek mijn hart, opdat het alleen voor U gloeie en U alleen beminne. Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
De Goddelijke Zaligmaker stond riet op van l-et vieren des avondmaals zonder een danklied tot God aan te heffen. Ook wij moeten onze erkenning levendig betuigen en instemmen met den Priester bij
DE POST-COMMUNIE.
0, wat zijt Gij liefelijk en schoon in de
45
r- zoete vreugde uwer maagdelijkheid, Heilige
i- Moeder van mijn God. De dochters van Sion
3. zagen U in lentedos te midden der bloeiende
n rozen en leliën der dalen; daarom hebben zij
n U zalig geprezen en de koninginnen Uwen
3l lof bezongen. (Alleluia),
e Gebed.
1.
3, Sla, o almachtige God, een goedgunstig oog
1- op ons allen, die de eerbiedwaardige Geheimen
n van den Eozenkrans vieren, door Uwe, in U
e geloovende Kerk ingesteld, ter eere van Maria
st Moeder Gods en altijd Maagd, opdat Gij aan
n allen, die op U betrouwen, de weldaad van
n Uwen bijstand schenkt, en wij de kracht der
g Geheimen en de vrucht der op ons genomen
jt verplichtingen mogen genieten. Door J. C.
cl onzen Heer. Amen.
HIJ DEN ZEGEN.
d
ir De zegen van den Almachtigen God, den
Vader, den Zoon en den H. Geest, door de voorspraak van Maria, de Koningin van den allerh. Rozenkrans, dale over ons neer en 3t ) blijve immer met ons. Amen,
id
e- SLUITGEBED.
Ontvang, o Heilige Drievuldigheid, met welgevallen de hulde mijner onafhankelijkheid, |e en stel behagen in het Offer, door ons voor Uw
46
aanschijn onwaardig gebracht. Verleen ons,
en allen, voor wie wij het hebben opgedragen,
barmhartig verzoening onzer zonden. Door vi Christus, onzen Heer. Amen.
God van goedheid, ik dank U, dat ik dit Heilig Misoffer heb kunnen bijwonen. Vergeef
mij mijne lauwheid en verstrooidheid, en geef g
mij nimmer de vruchten van dit H. Offer te el
verliezen. d
Koningin van den H. Eozenkrans, die de . v
genade van God ontvangen, steeds zorgvuldig (|
bewaart en er getrouw aan hebt beantwoord, j;
verkrijg dat dit H. Offer niet te vergeefs voor i;
mij gebracht zij; maar mij sterkte geve om (,
voortaan de verplichtingen van mijn staat te d
betrachten en altijd met U en Jesus, Uwen ]
Zoon, vereenigd te blijven.
SALVE REGINA.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van
barmhartigheid! Ons leven, onze zoetheid j,
en onze hoop, wees gegroet! Tot ü roepen (]
wij, ballingen, kinderen van Eva! Tot U 0
smeeken wij, zuchtend en weenend in dit jj dal van tranen. Daarom dan onze Voor- « spreekster, ach ! sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen. En toon ons na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht üws
lichaams. O goedertierene, o meedoogende, o j
zoete Maagd Maria ! g
47
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LATEN WIJ BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot U smeekt, en verhoor barmhartig en goedgunstig, door de voorspraak der glorierijke en altijd onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, haren Bruidegom, van de H. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, de gebeden, die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. kerk. Door Christus, onzen Heer. Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd. Wees onze bescherming tegen de boosheid en listen des duivels. God gebiede hem, smeeken wij ootmoedig; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf satan en alle andere booze geesten, die tot. verderf der zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
Mocht er tasschen de verschillende deelen der H. Mis, eenige tijd overig zijn, dan houde men zich godvruchtig bezig met het volgende
48
01
GEB El) ONDER I)E H. MIS w
van den Kerb. Ludovicus van Grenada. 0j
de
O opperste Heer van alle dingen, Schepper U,
van hemel en aarde, ofschoon de ellendigste Ja
en onwaardigste zondaar, vermeet ik mij toch mi
met geheel Uw Kerk het grootste, het waar- ge
digste en het verhevenste van alle offers op he
te dragen. Ik offer U Uw eenigen Zoon, die (U;
zich voor mijn zonden slachtoffert, en U wi
dank brengt voor alle weldaden, die ik ont- /i,
ving. 0 goedertieren Vorst, beschouw de on- bo
eindige waarde van Hom die zich offert, en /.ij
gedenk hem voor wien Hij zich offert. Im- lijl
mers, Hij is de opperste Heer, dien Gij hebt vle
willen laten sterven voor zijn slaaf. Hij is Uv
de Heer van het leven, die voor ons den kw
dood heeft willen ondergaan, stom als een Zoi lam, in wreed lijden om onze verlossing.
Ach, zie neer op deze overmaat van liefde en dei
goedheid voor ons! Zie, het eeuwig voorwerp bej
van Uw teeder welbehagen uitgestrekt op een
het schandhout. Zie zijn Goddelijk Bloed uit dat
Zijn handen en voeten stroomen, en vergeef sto:
het kwaad door onze handen misdreven. Zie aar
Zijn Hart met een lans doorboord, en wel
schenk mij door het Hloed aan die wond dat
49
ontstroomt! een nieuw leven. Zie die voeten, welke nimmer het pad der zonde hebben betreden, nu aan nagelen geklonken en leid mij op het pad van Uwe geboden.
0 Koning der Koningen, bij den Heilige der Heiligen, bij mijn Verlosser, bezweer ik ü, vereenig mij in hart en geest met Hem, daar Hij zich nooit geschaamd heeft zich met i mij te vereenigen. Zie dat Hoofd op de borst
gezonken ; dat veege, mishandelde gelaat , ach, gt; herkent Gij er uw Zoon niet in ? Heb dan me-
3 delijden met den slaaf, welken Hij heeft
^ willen loskoopen door dezen wreeden dood.
Zie Zijn Zijde en Zijn met bloed bevlekte borst; Zijn Hart ineengekrompen van smarten, 11 Zijn gebroken oogen en doodskleur ; Zijnpijn-
â quot; lijk uitgestrekte armen en voeten. Zijn ont-
vleeschde schouderen, en wees de ellende van s Uw onwaardigen dienaar indachtig. Zie al Zijn 11 kwellingen en Zijn dood, en vergeef mij de
n zonden, waarvoor Hij voldaan heeft.
Almachtige Vader, op dit altaar ziet Gij 11 den trouwen Voorspreker die bij ü onze zaak
'P bepleit; den Opperpriester, die niet door 'P een ander bloed besproeit hoeft te worden, it daar Hij het Zijne zoo overvloedig heeft geef stort; den volmaakten Offeraar, die zich zeiven ie aan ü opdraagt tot een eeuwig geroemde en :n welbehagelijke Offerande, het onbevlekt Lam, id dat zweeg onder de hand van den scheerder,
50
dat bespuwd, bespot, geslagen, doorkerfd werd, en toch geen mond tot klagen opende.
O liefdevolle Zaligmaker, waarom wordt Gij zoo wreed veroordeeld? Wat is Uw misdaad, sclmldeloos Lam ? O geen andere dan dat Gij onze boosheden op U genomen hebt; onze zonden doen U dat alles ondergaan.
O liefdevolle Vader, hoe ondoorgrondelijk zijn Uw wegen! De misdadiger zondigt, en de onschuldige voldoet! De booze misdrijft, en de rechtvaardige boet het uit! De slaaf verdient straf, en de heer ondergaat haar ! O eeniggeboren Zoon van God, waartoe voert U Uw liefde! Ik heb gezondigd, en Gij wordt er voor gemarteld ! Ik verhef mij in mijn hoogmoed, en Gij wordt er om ten diepste vernederd I Ik verzet mij, en zeg de gehoorzaamheid op. Gij gehoorzaamt tot den dood, ja, tot den dood des kruises, en ondergaat de doodstraf, die ik door mijn verzet heb verdiend.
O Heer, Koning der glorie, aan Uw kant is er enkel goedheid, aan den mijne enkel ondank; bij u slechts heiligheid, bij mij slechts zonde. Toch durf ik nog op Uwe barmhartigheid hopen, eeuwige Vader, door U Jesus Christus als Offerande op te dragen. Het is het verhevenste en kostbaarste van alleoffers. Hij zij mijn middelaar tusschen U en mij. Beschouw dan dien goeden Herder, die Zijn
51
loven geoft voor Zijn schapen, en, om zijnentwille, werp een blik van ontferming op het verdoolde schaap, dat Hij op Zijne schouderen naar den schaapstal terugbrengt. Uit louter medelijden hebt Gij Hem mij tot Verlosser en Zaligmaker geschonken, laat Hij nu, bid ik U, ii ijn kracht, mijn steun en bijstand wezen. Amen.
Gebed.
van den II. Cqjetanus van Thienna.
Zie, Heer, uit Uw heiligdom en uit Uwe verhevene hemelwoning neder, en aanschouw deze allerheiligste Hostie, die onze Opperpriester Uw welbeminde Zoon, onze Hoer Jesus, U voor de zonden zijner broederen opdraagt: wees ons genadig, en wisch de menigvuldigheid onzer boosheden uit. Zie, de stem van het Bloed van Jesus, onzen broeder roept tot U van hot kruishout: verhoor haar. Heer, en laat ü verzoenen; luister toe en schenk erbarming. Vertoef niet, mijn God, om Uwentwil, want men heeft Uwen naam over deze stad en over Uw volk aangeroepen, handel met ons volgens Uwe barmhartigheid. Door denzelfden Heer Jesus Christus, enz.
Biecfit-Oefening.
Gebed om een waar berouw van de H. Theresia.
cT^
flr^ij roopt zelfi o mijn God en Heer, den zondaar toe kwijtschelding en vergeving der zonden bij U te komen vragen. Ik verschijn dan ook heden voor U en bid en smeek U mijne zonden te vergeven, mijn hart er waarachtigen afschuw voor in te boezemen en oprechte smart er over te doen gevoelen. Verlicht mij om de oneindige waarde der goederen bij ü te kennen. Ik heb die goederen roekeloos verwaarloosd, hot hemelsch erfdeel verworpen voor de eeuwigdurende folteringen der hel. Ik heb den waren zielevrede verloren, welken de getuigenis van een goed geweten en de vertrouwelijke omgang met U verschaft.
Verleen mij, almachtige God, dat ik niet zoozeer het verlies dier eeuwige goederen betreur, dan wel mijn grove ondankbaarheid jegens U, die de bron van alle goed, de ge-
nezing van alle kwalen, mijn hoogste weldoener zijt; van wien ik alles heb, wat ik bezit en hier of hiernamaals ooit bezitten zal. Verleen mij er een groote droefheid over U, de waarheid, de oneindige goedheid zelve, die aller liefde waardig zijt, ooit te hebben belee-digd-
Ja, mijn God, ik treur en ben bedroefd over al mijn ondankbaarheden. Ik verfoei en verzaak de zonden boven alles, wat eenigszins verfoeielijk is, en neem mij vast voor mij te beteren. Maar daar ik om mijn zwakheid, onwetendheid en boosheid mij zelf wantrouw, stel ik al mijn vertrouwen vast op U. Gij, o mijn God, kunt slaven des duivels herscheppen in kinderen Gods; verricht dit ook in mij heden en voor immer. Amen.
Opwekking van den Gel. Henr. Suso.
Keer thans, o mijn ziel, in u zelve; verdrijf alle gedachten van buiten, en vertoef eenige oogenblikken in stille afzondering. Gij hebt al uw vermogens noodig om de ellende te beschreien, waarin de zonde u geworpen heeft.
Ach rampzalige die ik ben! De hemelsche Vader had mij in waardigheid boven alle schepselen dezer wereld verheven. Hij had
54
zich met mijne ziel, als eeno bruid willen vereenigen, maar ik heb mij van hem losgerukt en Hem verlaten. 0 Vader! 0 liefde! helaas, helaas, wat ben ik diep ongelukkig geworden! Wat heb ik gedaan? Wat heb ik roekeloos verspeeld! Ik heb mij zei ven verloren om U te verliezen. Ik bezit de vriendschap der engelen niet meer; alle geluk heeft voor mij uit; verlaten en ontsierd kwijnt mijn ziel daar voort.
Allen, die voorgaven mij lief te hebben, stelden mij te leur, en zijn nu mijn beulen geworden. Zij hebben mij alles ontnomen door mij de liefde van mijn eenigen waren vriend te ontnemen. Waar zal ik troost vinden! Heel de wereld heeft mij verlaten, want ik verloor mijn Heer en mijn God.
O noodlottig uur, waarop ik viel! Mijn leven werd sinds dien de dood, mijn vreugd droefheid, mijn kracht zwakheid ! En toch dat alles wat ik lijden moest, haalt nog niet bij de grootheid van mijn schuld. Mijn grootste pijniging is het verlies van mijn God.
En toch mijn God, hadt gij mij met zooveel liefde omgeven, met zooveel zachtheid gewaarschuwd, met zooveel minzaamheid behandeld ! Maar ondanks dat alles, verachtte ik Uwe genade, en vergat ü ! O mijn arm hart, wat zijt gij wreed om nog zulk een misdaad te bedrijven! Gij zijt ongevoelig als een
55
n steen, door niet van droefheid te breken!
s. Weleer was mijn ziel de welbeminde bruid
.! van den Koning der glorie; zij verdient nu
» den naam van slavin zelfs niet meer. Ik
schaam mij de oogen ten hemel te heffen, en mijn tong verstomt. O wreede zonde, waar |. hebt gij mij toe gevoerd? O bedriegelijke
't wereld, wat zijn uwe slaven ongelukkig ! Ik
t heb het loon van mijn slavernij van U ont
vangen : voor iedereen ben ik een voorwerp ) van afschuw, en ik verfoei mij zei ven.
Gered tot den Heiligen Geest van den II. Petrus Damianus.
God, Heilige Geest, Almachtige, van een wezen, en gelijk-eeuwig met den Vader, en den Zoon, op eene onuitsprekelijke wijze van beiden uitgaande, daal genadig in mijn hart, en verdrijf als een wonderdadige Verlichter alle duisternissen, die mijne boosheid nog bedekken, om hare werken recht te erkennen, er volkomen berouw over te gevoelen en ze oprecht te biechten. Gij, o Heer, zijt toch het licht der zinnen, de kracht des harten, het leven der ziel! Gij hebt de H. Apostelen ten volle de geheimenissen van de verlossing der menschen doen kennen en de leer des geloofs rein doen verkondigen. Gij hebt den
56
H. Martelaars de sterkte eener heilige vrijheid geschonken, om de machtigen der wereld niet te vreezen, en de zwaarste straf niet de volhardendste lankmoedigheid te verdragen! Gij hebt door de profeten gesproken en in de patriarchen het geloof vastgesteld. Gij hebt allen heiligen het willen en volbrengen en de bloem aller deugden geschonken, waardoor zij zich ten hemel verheven hebben! â En ik, ongelukkig zondaar, hoe kan ik zonder ü gered worden, daar ik zonder U niet eens weet, waarom ik bidden moet. Gewis, Heer, als Gij van mij wijkt, dan leeft mijne ziel niet! Want gelijk het lichaam sterft, als de ziel er aan ontnomen wordt, zoo moet ook, als Gij van haar wijkt, de ziel noodwendig sterven! Ik weet, ik gevoel het. Heer, dat, zoodra door Uwe verborgen genade mij kracht toestroomt, alsdan ook mijn kranke geest gezond wordt. Doch als Gij U aan mij onttrekt om mijne zonden, dan verwelkt en sterft mijne ongelukkige ziel.
Daal dus in mij neer, eeuwige Levend-maker, en verwarm het ijs mijner borst dooide vlam Uwer liefde! Verweek de steenen hardheid mijns harten! Kom in mij met de smart des berouws, en geef mij rijke tranen! Wee mij, ellendig zondaar, die dagelijks tal-looze betreurenswaardige daden pleeg, en ze toch niet kan beweenen! Moge de dauw
57
Uwer genade, o Heer, op mij neerdalen, opdat mijn ziel, verwijderd van den Oorsprong des levens, dcor den adem van Uw bezoek opnieuw groeie! Mijn hart is bereid, ja mijn hart is bereid 1 Zie, o God, alle plooien van mijn binnenste zijn open voor IJ, en zuchtend verwacht ik de komst Uwer liefde.
Kom dan, bid ik U, Geest der naarheid, en verdrijf met macht uit mij alle duisternis der dwaling! Grijp wapen en schild en verhef U tegen hen, die mij aanvallen! Gij, reinigende en verlevendigende Geest, almachtige, eeuwige God, zijt een verterend vuur! Geest des gerichts. Geest der liefde, verhelder mijn hart en reinig het, door de kracht Uwer liefde, van den roest aller schulden en ondeugden, en verban den geest der boosheid uit al mijne zinnen! Kom toch, bid ik U, kom, in alle eeuwigheid geprezen Geest der waarheid, en doorvorsch alle aderen van mijn binnenste ! Neem al het doorzuurde en al het misdadige en alles, wat Gij slechts door de pest der oude zondigheid aangetast vindt, en houd mij alles open voor de blikken dei-kennis, en maak mij rein door Uwe reinheid. Laat mij aan mijzelven sterven en voor U leven! Dood in mij alle opwelling der vleesche-lijke lusten; louter mij, door niet slechts aan de ondeugden, maar ook aan de wereld te doen sterven.
3*
58
Kom, smeek ik U, Geest der eeuwige zaligheid, en stort over alle hoeken mijns harten Uwe onuitsprekelijke zoetheid ! Mijne ziel ver-smelte bij Uwe aankomst; zij ont van ge, door U vernieuwd, hemelsche sterkte, zij keere tot den oorsprong harer kracht terug, en gloeio van de vurigste liefde tot de allerheiligste Drievuldigheid!
Verlicht mij dan. Licht der Waarheid, ontvlam mij, reinig mij! Gij zijt de Schenker der genadegaven, de Bron der heiliging, de vergeving van alle zonden. Trek, o Heer, mij geheel tot U, bezit mij geheel, en laat geen deel in mij zich van U verwijderen, maar leef alleen in mij, en laat mij door U alleen leven! Amen.
* Onderzoek hier uw geweten niet met te groote angstvalligheid, maar toch ook niet zorgeloos en oppervlakkig. Hecht er voor het minst een gewicht aan als ware het een tijdelijke zaak van eenig belang, en gebruik daartoe den tijd naar gelang van uw staat, beroep en dagelijkschen omgang. Draag zorg, dat gij er niet mede bezig zijt bij de opwekking dès priesters, of onder uw acte van berouw, zeker niet voor af na de H. Communie. Tracht ook het getal der dagelijksche zonden te weten, zoo God u sinds uw laatste biecht voor groote zonden behoed heeft, en stel reeds nu bij u zeiven vast, dat het getal dier fouten bij de volgende biecht merkelijk geringer zal zijn.
59
BIECHTSPIEGEL
voor hen die dikwerf biechten.
Heb ik mij in mijn voorgaande biecht behoorlijk onderzocht, of door dit te verzuimen wellicht een zware zonde vergeten? Heb ik iets uit valsche schaamte verzwegen, er geen berouw over gehad, of geen voornemen ? Bleef ik gehecht aan het een of ander kwaad ? Heb ik mijn Penitentie volbracht?
Heb ik bij het communiceeren niet in twijfel verkeerd of ik in doodzonde was, zonder een acte van berouw te verwekken ?
GEDACHTEN.
Heb ik verstrooiingen gehad onder mijn H. Communiën, gebeden en geestelijke oefeningen ? Heb ik gedachten gehad van ijdel zelfbehagen, van hoo-vaardij, van verzet en verbittering tegen mijn oversten, van haat en nijd, van onzuiverheid, van kleinmoedigheid, van vermetel oordeel, van afgunst, van minachting, van leedvermaak ?
WOORDEN.
Heb ik gepraat gedurende de H. Mis, in de Kerk, of onder de predicatieV Heb ik gelagen, getwist, geschimpt, ijdel of lichtvaardig gezworen; anderen spijtig of bits toegesproken; er behagen in genomen, zoo anderen dit deden; kwaad gesproken of aangehoord; eens anders lof verminderd; mij zeiven geprezen, iemand iets verweten, kwaad gewenscht, kwaad aangeraden; oneerbare woorden gebruikt of onzuivere liedjes gezongen, en er anderen in gestijfd? Ben ik niet praatzuchtig geweest, wanneer het wo-reldsche, en niet als met stomheid geslagen, wanneer het geestelijke zaken gold?
60
WEKKEN.
Heb ik in de kerk geslapen, of er anderen verstrooid en ontsticht ï Heb ik mij op Zon-en Feestdagen onthouden van alle slavelijkewerken V Ben ik niet uitgelaten geweest, en heb ik niet toegegeven aan gemakzucht en zinnelijkheid 'i Was ik niet te zeer gesteld op roem en lot'; niet nieuwsgierig in het hooien, zien, vragen en spreken V Heb ik haat en nijd getoond tegen mijn oversten, ouders of anderen V Ben ik gehoorzaam geweest? Heb ik aanstonds de bevelen uitgevoerd? Heb ik iedereen het zijne gegeven; wat mij niet toekwam, verkocht, verkwist of weggegeven? Heb ik mijn naasten bedreigingen toegevoegd, geslagen, getergd, geërgerd of anderen daartoe opgezet? Heb ik de mate in spijs en drank bewaard, anderen daarvan afgebracht? Heb ik onzedige handelingen verricht of anderen daarvan niet afgekeerd, niet ontvlucht, er aan toegegeven, en welke waren deze personen? Heb ik anderen niet verleid, of het kwaad geleerd ?
VERZUIM.
Heb ik op Zon- en Feestdagen een geheele H. Mis gehoord; mijn tijd verkwist, nalatigheid getoond in mijn arbeid en de plichten van mijn staat, of die verwaarloosd? Heb ik iets, waarover ik last had, verloren laten gaan, het kwaad van anderen, waar ik kon belet, gestraft of overgedragen? Heb ik mijn morgen- en avondgebed verricht; Gods inspraken gevolgd: Hem bedankt; waar ik kon, depredicatie en het onderricht bijgewoond?
VREEMDE ZOSDEN.
Heb ik iemand kwaad aangeraden of bevolen, of hem er in geroemd ? Heb ik het verdragen, cr bij gezwegen, het verdedigd ? Heb ik ook onrechtvaardig verkregen goed met anderen gedeeld ?
61
NA DE BIECHT.
DANKGEBED
van den Gei. Henr. Sitso.
Allerbarmhartigste Vader, beminnelijke Bruidegom mijner ziel, ecnige vreugde van mijn hart, gij hebt mij dus willen vergeven, ondanks mijn ellende en onwaardigheid! Welk een genade! Welk een goedheid! Welk een erbarming ! Ik aanbid ü, ik zegen u, ik dank ü, ik werp mij aan üw voeten neder en ik bied U als dankoffer Uwen eenigen Zoon, die voor mij stierf aan het Kruis. Zijn armen, aan het kruis tot U uitgestrekt, zijn voor mij liefelijker dan de boog aan den hemel, welke Uwen dienaar Noach verzoening aankondigde. Door Hem hebt Gij wederom ook mij een teeken gegeven, dat alles tusschen U en mij vergeten is.
Ja, in de armen van den gekruisten Jesus, gevoel ik mij herboren. Ik dring door in Zijn wonden ; ik hecht mijn ziel aan de Zijne, mijn hart aan Zijn Hart, om in leven en dood niet meer uit Zijn teedere omhelzingen te worden gerukt. Voortaan liever de dood, het vagevuur en de hel, dan nog ooit mijn Heer en Verlosser te beleedigen. O geef mij nu zulk een droefheid dat er mij het hart
62
van breekt. Ik wilde sterven van berouw, want met hoe meer liefde Gij mij vergeving hebt geschonken, met des te bitterder smart verwijt ik mij ü ooit te hebben beleedigd, en ooit zoo ondankbaar jegens uw eindelooze liefde te zijn geweest.
Dank, o eeuwige Wijsheid, voor de genezing mijner wonden; geen schepsel had die kunnen heelen. Maar van nu af aan ook wil ik in mijn lichaam de teekenen dragen dat ik U bemin; de geheele wereld, zelfs de engelen en heiligen zullen weten, dat ik niet onverschillig ben voor de oneindige liefde, waarmede Gij een hopeloozen ongelukkige gered hebt. O, ik geef U dan geheel mijn wezen, alles wat ik heb, nooit, nooit meer zal ik het terug nemen. Ik hecht mij geheel aan üw kruis. Ik wil het goede doen met vreugde, kracht en standvastigheid. Mijn ongestadig hart zal ik aan het Uwe vasthechten, mijn verstrooide geest met gedachten aan U bevestigen. Ik wil nimmermeer tot mijn vorige lauwheid wederkeeren, noch mijn eigen wil volgen. Met vurigheid zal ik mijne geestelijke oefeningen betrachten, al zal er mijn lichaam, welks rust en genieting ik nimmermeer wil zoeken, ongemak om moeten verdragen. Ik zal mij trachten te vereenigen met U door teleurstelling, vernedering en beproeving onderworpen aan te nemen. Ik zal U, mijn
63
gekruisten Koning, opbeuren en sterken door mijn strijd tegen mijn kwade natuur. Ik zal U troosten door mijn versterving, verheugen door mijn afschuw en haat tegen de zonde, Uwe smarten verzachten door mijn teedere gehechtheid, U doen gloeien van liefde voor mij door mijne liefde. Maria, Moeder der heilige volharding, al mijn hoop is in U gesteld, geef mij getrouw te zijn aan mijne beloften, nu en tot in het uur van mijn dood. Amen.
Bid hier uwe penitentie, breng u andermaal nog eens goed voor den geest op welk bepaald punt gij u zult beteren, vraag Jesus en Maria den zegen over uw voornemen, om weldra in de H. Communie met nog vollediger kwydschelding uwer zonden, nog vaster wil te ontvangen om die te haten, nog meer sterkte om die te overwinnen.
Gebed
van den 11. Thomas van Aquino.
Ik loof U, ik verheerlijk U, ik dank U, mijn God, wegens de tallooze weldaden, die Gij mij, onwaardige bewezen hebt.
Ik prijs Uwe goedertierenheid, die mij zoo lang verdragen heeft. Uwe liefderijkheid, die mij gespaard heeft. Uwe teederheid, die mij geroepen heeft. Uwe barmhartigheid, die mij mijne zonden vergeven heeft. Uwe goedheid, die mijne verdiensten honderdvoudig beloond
64:
lieeft, Uw geduld, dat mijne beleedigingen G vergeten heeft, Uwe nederigheid, die mij vertroost heeft, Uwe lankmoedigheid, die mij beschermd heeft, Uwe eeuwi gheid, die mij bewaard
heeft, Uwe waarheid, die mij beloond heeft. (|
Wat zal ik zeggen, o mijn God, van Uwe c|
onuitsprekelijke mildheid? Gij roept mij, wan- e
neer ik vlucht ; ontvangt mij, wanneer ik ],
terugkeer; helpt mij, wanneer ik wankel; \
versterkt mij, wanneer ik wanhoop; spoort g
mij aan, wanneer ik lauw ben; wapent mij, \
wanneer ik strijd; kroont mij, wanneer ik v
overwin. Gij verstoot den zondaar niet, wan- a
neer hij boetvaardigheid doet, en vergeet do Jj
beleediging. Gij bevrijdt van vele gevaren, h
stemt het hart tot boetvaardigheid, schrikt z
af door straffen, trekt aan door belofte. Gij v
bestrijdt door beproevingen en beschermt ons a
door de bediening der Engelen. Gij geelt g
ons do tijdelijke goederen en hebt de eeuwige â
voor ons weggelegd. Glij moedigt mij aan j]
door de verhevenheid mijner schepping, trekt e
mij tot U door de weldaad der verlossing en ^
belooft de rijkdommen der belooning. v
Voor dit alles kan ik U niet genoeg prij- ^
zen. Ik dank Uwe goddelijke Majesteit voor den overvloed Uwer grenzenlooze goedheid en ik bid U, dat Gij Uwe genade altijd in mij vermeerdert. bewaart en eindelijk beloont. Amen.
65
Gebed tot de allerzaligste Maagd Maeia van den II. Ephrem.
Onbevlekte, reinste Maagd Maria, Koningin der wereld, onze milde Gebiedster, Heilige der heiligen, zoetste Hoop onzer voorvaderen en Blijdschap aller geloovigen; door uw Zoon hebt gij ons teruggevoerd tot den hemelschen Vader! Door uw Zoon zijn wij weer met God verzoend! En nog altoos blijft gij de Voorspraak der zondaars! Gij blijft ook de veilige Haven voor allen, die op de stormachtige zee dezer wereld schipbreuk geleden hebben! Gij blijft ook de Troost der wereld, het Losgeld der gevangenen, de Hulp der zieken, de Vreugd dor bedroefden en de Toevlucht van 'allen, die van het pad dos kruises afgedwaald waren! Zoetste Vrede en Blijdschap der gansche wereld, bedek mij mot uwe moederlijke mildheid; sta mij bij, opdat ik niet valle in de strikken des boozen vijands en in de hel worde gestort! (Joedertierenste Moeder van onzen Heer Jesus Christus, IJ wil ik gehoorzamen, U altoos liefhebben! Amen.
^on|n|inuf=^;f;Citiu0CHt
i.
Op het Hoogfeest van Kerstmis, en in den Kersttijd.
(25 Dec. â 2 Febr.)
;esproken door den mond
AANROEPING.
allerhoogste, die van het eene einde des heelals, tot aan het andere alles met kracht in zachtheid verordent, kom en leer ons de wegen der voorzichtigheid bewandelen.
0 Verlosser en leidsman van het huis van Jacob, die aan Mozes in de vurige vlammen van het braambosch verschenen zijt, en hem op Sinaï de Wet hebt gegeven, kom en verlos ons met machtigen arm !
O Stam van Jesse, opgericht tot teeken aan alle volkeren, waarover alle koningen vol eerbied zwijgen, door de narien aanbe-
67
den, kom, bevrijd ons, wil niet langer wachten!
O Sleutel van David, en schepter van het huis van Israël, wanneer C4ij opent, kan niemand meer sluiten, wanneer Gij sluit, kan niemand nog openen, kom en voer ons uit den kerker, geboeid zijn wij gezeten in de duisternis en in do schaduwe des doods!
O Morgenster, Schittering van het Eeuwige Licht, Zon der gerechtigheid, kom, verlicht allen, welke in de duisternissen en in de schaduwe des doods gezeten zijn!
O Koning der volken, kom, langverwachte, hoeksteen des gebouws, die het hoogste aan het laagste verbindt, kom, en red den mensch, dien Gij uit klei geschapen hebt!
O Emmanuel. God met ons. Vorst en Wetgever, Verwachte der volken en hun Redder, kom, kom ons redden, o Heer, onze God!
GEBED 031 LIEFDE TOT HET GODDELIJK KIND JESUS
van den U. Aiu/ustinus.
Ach, mijn God, hoe lemin ik ü ! Ja waarlijk met geheel mijn hart, en ik verlang TJ steeds meer en meer te beminnen, ja met duizendmaal meer vurigheid dan ik het uit
68
kan drukken. O mijn God, geef mij die genade. Goddelijk Kind, schoon boven alle kinderen der menschen, laat mij naar ü verlangen, laat mij U liefhebben, gelijk ik gaarne y.ou wenschen, en gelijk ik het verplicht ben te doen. Gij zijt onmetelijk en eindeloos, daarom moest Gij met een eindelooze, onmetelijke liefde bemind worden, vooral van mij, wien Gij zooveel liefde bewezen hebt, dien Gij met zooveel erbarming hebt verlost, c-n voor wien Gij zooveel groote dingen hebt willen doen. O altoos brandende, en nimmer verteerde Liefde, mijn zoete Jesus, mijn oneindige Liefde, en mijn goede God, ontsteek in mij uw heilig vuur, het vuur van Uw liefde en weldadigheid, van Uw zoetheid en mimzaamheid, van het verlangen naar U, van Uw vreugde en heilige blijdschap, van Uw teederheid en geduld, van Uw genieting en zaligheid. Dat vuur is heilig en heilzaam, rein en kuisch. Geef het mij, opdat ik, ten volle vervuld met Uwe zoete, reine erbarming, geheel gelouterd door de vlammen van Uwe vurige liefde, U, mijn Heer en liefdevollen aanmin-nigen God, beminne uit geheel mijn hart, uit geheel mijn ziel, uit al mijn krachten, uit geheel mijn verstand, met het grootste en diepste berouw, met overvloedige tranen, met vrees en eerbied, altoos en alom U dragende in mijn hart, in mijn mond en voor mijn aan-
69
schijn, zooclat er nimmer, nimmer nog een bedriegelijke en ontrouwe genegenheid in mijn hart plaat.s kunne vinden. Amen.
ACTE VAN VERLANGEN.
O aanminnig Kind, dat ik heden in de kribbe aanbid, en weldra in mijn hart ga ontvangen, ik verzucht naar U, ik brand van verlangen naar U, die door den H. Geest de verlangde der eeuicige heuvelen genoemd wordt. Gij zijt het licht en het leven. O kom dan. Goddelijke Zon der gerechtigheid om mijn duisterheid te verlichten, en mijn kwijnende ziel weder gezond te maken ! De volken wachten U als hun bevrijder. De Kerk, Uwe Bruid, haakt naar üw bezoek. Abraham in het voorgeborchte en alle aartsvaderen verzuchten verlangend den dag te zien. waarop Gij komen zult. Joseph, de gelukkige Bruidegom van Maria, springt op van vreugde, dat van dit uur af geen enkele sluier meer den Zoon des Allerhoogsten zal verbergen. De herders zeggen tot elkander; âKomt, spoeden wij ons naar Bethlehem, om Dengene te aanschouwen, welken de Heer ons openbaart. De drie Koningen hebben nauwelijks de ster gezien, of maken zich op om de Sier van Jacoh te gaan aanbidden. En de hemelen openen zich, en de Engelen dalen neder om
70
U glorie toe te zingen en U der wereld aan te kondigen als den vrede der menschen van (joeden wille. Vergun dan ook mij, Goddelijk Kind, dat ik tot U kome; dat mijn hart tot II roept en naar U verlangt, zoo levendig als het bij mogelijkheid kan. Ja, Goddelijk Kind der kribbe, ik kom tot U, en ik offer U alle wenschen en alle verlangens van hen, die zoo vurig en gedurig naar Uw komst hebben uitgezien ; ik voeg er de mijne bij, hoe zwak, hoe onwaardig zij ook wezen mogen.
Heilige Joseph, geef mij nu de genade met een zelfde liefde Jesus te beminnen als Gij Hem bemind hebt. Leid mij Bethlehem, het huis des Broods, binnen.
Alle Heiligen Gods, door de vreugde, welke Gij in den God van Bethlehem gesmaakt hebt, verlaat mij op dit oogenblik niet. Weest dicht bi) mij, in de oogenblik-ken, waarin het eenig voorwerp uwer liefde, Jesus, uw Licht en uw Leven, zal nederdalen in mijne duisterheid en ellende.
GROET AAN HET GODDELIJK KIND
van den II. Franciscus van Sales.
O Jesus, kind van Bethlehem, wees voor nu en immer de wellust en de liefde van
71
mijn hart. O hoe schoon zijt Gij, aanminnig kind! Mij dunkt Salomon te zien op zijn ivoren, met goud bewerkten troon, welke volgens de H. Schrift, zijns gelijken niet had onder alle koningstronen der wereld En ook die koning had zijns gelijken niet in luister en pracht. Maar toch, ik schat het oneindig hooger U, lief Kindeke der kribbe, te zien, dan alle koningen op hun troon.
Maar wanneer ik Uwe Heilige Moeder U in Hare armen zie beuren, of op haar schoot nederzetten, dan vind ik U op dien troon schitterender, niet alleen dan Salomon op zijn troon van ivoor, maar zelfs dan Gij ooit, Eeuwige Zoon des Vaders, in den hemel geweest zijt. O groote heilige Joseph, doe mij deelen in de vertroostingen, welke Gij daar hebt gesmaakt. Heilige Maria, verleen mij de liefde, welke ü daar vervoerde. Goddelijk Kind, maak mij deelachtig aan Uw verdiensten, daar verworven.
O Jesus, ik leg mijn hart neder naast U, in Uwe heilige kribbe. Gij zult het bezielen, ik weet het, met teederheid en gevoel voor U. Gij hebt gedoogd, dat de os en de ezel U met hun adem verwarmden, hoe zoudt Gij dan de verlangens en het streven van mijn arm hart kunnen weigeren. Het schenkt zich aan U om voor altoos de dienaar te zijn van U, Uwe moeder, en Uwen voedstervader.
72
Mijn heilige Engelbewaarder, ik ben er trotsch op te mogen denken, dat ook Gij U in de koren bevondt, welke in dezen schoo-nen nacht mijn Jesus hebben lofgezongen. Moge het U behagen aanstonds wederom in de H. Communie die vreugdezangen boven mij aan te heften. Breng die aan God in den hoogen, en vrede op aarde aan mijn hart dat van goeden wil is.
Mijn God, wat zal ik U in deze H. Communie schenken? Verkeer mijn hart in het goud Uwer liefde, mijn geest in den mirre der boetvaardigheid, geheel mijn wezen in den wierook van hot gebed, en neem mij aldus geheel tot Uw offer aan, opdat ik Uwe zoete stem in mij moge hooren: âIk ben uw heil in de eeuwen der eeuwen.quot; Amen.
GEBED TOT MARIA.
0 Maria, roemwaardige en zonder vlek ontvangen Maagd, Moeder van God, Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, weldra zal Uw goddelijke Zoon Jesus in mij andermaal geboren worden. Tot ü, o teedere Maagd, wend ik mij om de genade te bekomen eener waardiger voorbereiding tot zijne komst. O mijne lieve Moeder, doe mij deelen in die wonderbare gevoelens, welke Ãw hart bezielden in de laatste uren, die Jesus' Geboorte voorafgingen. Voortdurend het groote
73
goheim bewonderende, dat de H. Geest in U uitwerkte, aanbaadt Gij met alle nederigheid het menschgeworden Woord des Vaders, en luisterdet naar Hem met alle onderdanigheid. Vurig verlangdet Gij naar het verrukkend oogenblik, waarop Gij het goddelijk Kind met Uwe oogen zoudt aanschouwen en het den engelen en menschen ter aanbidding voorstellen. Verkrijg mij Uwe volmaakte liefde en Uwe heilige begeerten, opdat ik Hem daardoor bewege ook in mij te komen, in mij geboren te worden, te leven, dagelijks aan te groeien, door mij steeds overvloediger het leven der genade mee te deelen. liuk uit mijn hart, o Maria, en verwijder van mij al wat een beletsel zou kunnen stellen aan de komst, aan het leven, aan het rijk van Jesus in mijn hart. Verre van te willen gelijken aan de inwoners van Bethlehem, dis Hem niet wilden ontvangen, aan de slechte Christenen, die Hem niet kennen en Hem op dit feest nog zullen vergeten, is mijn eenig verlangen Hem te ontvangen en te bezitten, opdat Hij mij doe herboren worden en mij in de toekomst, evenals Hij, doe leven in heiligen eenvoud, ootmoed, armoede en lijden, die Hij mij in de armoedige kribbe en den verlaten stal van Bethlehem krachtig en met groote teederheid en liefde aanbeveelt. O Maria, o Joseph, o heilige Engelen, o her-
4
74
ders, die Jesus in de kribbe ootmoedig hebt vaj aangebeden, verkrijg mij de genade eener dei waardige Communie, opdat ik Hem evenals wo Gij en in vereeniging met U, moge aan- dei bidden en. deelachtig worden aan de over- de vloedige genaden, welke Gij op dien groeten Hij dag ontvingt. dof - !â ont
NA DE HEILIGE COMMUNIE. ^re
__' die
we
LOFZANG DER GRIEKSCHE KERK. ,
âEen kindeke is ons geboren, een kindeke kei
is ons geschonken !quot; '
âGlorie zij God in den hooge!'zoo klinken het
de engelenzangen; âvrede op aarde aan de lee:
menschen van goeden wille! De Maagd bleek ste
machtiger dan do hemelen, welke Hem niet ü,
konden bevatten ! Het licht is opgegaan voor zij
hen, die in duisternis gezeten waren! Het J
heeft de nederigen verheven en allen die Ko
instemiren met de Engelen: Glorie zij aan sch
God in den hooge. Ko:
Verheug u, Israël, zingt en zegent gij allen sch
die Jeruzalem bemint. De boeien van Adam's kri
slavernij zijn verbroken, het Paradijs is her- sch
opend, do slang heeft haar kracht verloren. vn
In den beginne heeft zij eene vrouw be- die
drogen, thans ziet zij eene vrouw moeder Da
van den Schepper. O, afgrond der rijkdommen Mo
75
)t van de wijsheid en kennisse Gods! Zij, die r den dood over alle vleesch heeft gebracht,
Is wordt nu door de Moeder van God, het begin
i- der zaligheid. Want hamp;,ar klein kindeke is
de alvolmaakte God. In Zijn geboorte laat n Hij haar maagdelijkheid onverlet. Door de
doeken, welke men Hom omwonden heeft, ontbindt Hij de zonden. Door zijn geboorte , brengt Hij heul voor de smarten van Eva, die niet dan in droefheid baarde. Dat alle wezen zich verheuge en verblijde; want Christus is gekomen om ons ten leven op te wek-e kon en onze zielen te redden.
Uw geboorte, o God, brengt aan de wereld n het licht der ware wijsheid. In dat licht e loeren de aanbidders der sterren door een k ster U, o Zon der Gerechtigheid, aanbidden, it (J, hemelsche Morgenster, erkennen: Glorie r zij (J, onze Heer.
t Het Paradijs L te Bethlehem heropend,
e Komt, laat ons gaan zien, en zoeken wij de a schatten, die er voor ons verborgen zijn.
Komt, laten wij trachten in den stal de i schoonheden van het Paradijs in bezit te s i krijgen. Daar is de vruchtbare stam opgeschoten, die niet besproeid werd, en die de i. vrucht der vergeving draagt. Daar is de put, !- dien niemand heeft gegraven, waaraan reeds r David wenschte zich te laven. Daar komt de a Moedermaagd den dorst van David en Adam
76
lesschen. Komt dan, spoeden wij ons naar den stal waar het Kind, de God van alle eeuwigheid, geboren is!
Verheugt u, gij allen, kinderen Gods; hemelen, juicht! bergen, springt op van vreugde : De Christus is geboren! Daar is de Maagd neergezeten. Gelijk aan de Cherubijnen, â¢welke hun God tot zetel dienen, draagt zij op hare knieën, als op een troon, den God, het Woord, dat Vleesch geworden is. De herders verheerlijken den pasgeborene; de H. Koningen bieden Hem geschenken; de Engelen juichen: ,0 onbegrijpelijke God, eere zij U!'
AANROEPING
van den II. Franciscus van Sales.
O Jesus, vervul thans mijn hart met den kostbaren balsem van Uwen Heiligen Naam, opdat de zoetheid van zijn geuren mijne zinnen doordringe en zich uitspreide over al mijn handelingen. Doch opdat mijn hart geschikt zij zulk een zoeten balsem te bevatten, bevrijd het, en neem er alles van weg, wat aan Uwe heilige oogen mishaagt. O zoete Naam, door den Hemelschen Vadsr van alle eeuwigheid gegeven, wees op mijn hart gegrift, opdat het, wijl die Naam Verlosser betee-
77
kent, ook voor altoos verlost moge zijn! Van alle menschelijk wezen, o Maria, hebt Gij dien Naam het eerst uit mogen spreken, leg Gij ons in het hart, hoe wij Hem waardig moeten noemen, opdat alles in ons de zoete geuren inademe van het Heil, dat Gij in Uw gezegenden schoot hebt gedragen.
VERLANGEN
van den Eerh. Ludovicus van Grenada.
O beminnelijk Kind, heden door de Wijzen gezocht, wanneer zal ik het geluk smaken U te zien? Waarom mag ik niet, zooals de H. Koningen, met mijne oogen den Eeuwige aanschouwen, die kind geworden is; waarom mag ik de eindelooze almacht van God niet zien, in doeken gewikkeld ? Waarom niet met deze Wijzen neerknielen aan Maria's voeten, om Hem te aanbidden, wiens almachtige hand de hemelen steunt; waarom de tranen niet zien van het goddelijk Kindje, dat de gelukzaligheid der engelen uitmaakt ? O goddelijk kindje Jesus, laat mij ten minste ü in alle eeuwigheid aanschouwen ! Indien de vreugde der Wijzen reeds volmaakt was, toen zij U op het einde hunner reis arm en naakt in een stal vonden, hoe groot moet dan de
78
vreugde niet zijn van die zielen, die U, o mijn Zaligmaker, na luin aardsclie loopbaan in de heerlijkheid van Uw hemelsch koninkrijk zien zullen ! Welke zaligheid dan o, mijn God, ü te zien, niet meer in een armoedige krib, maar gezeteld op een troon van glorie; niet meer omringd van redelooze dieren, maar omgeven door de schitterende koren der he-melsche geesten; niet meer in die overmaat van vernedering, die gij ter liefde tot ons omhelsd hadt, maar in den hemelschen luister, welken de gelukzaligheid der hemelingen uitmaken zal. O kindje Jesus, geef mij dat ik in afwachting van het geluk, waarnaar ik haak, U altijd zoeke en U door mijn geloof' en de vurigheid mijner liefde vinde. Amen.
ACTE VAN LIEFDE
van den Gehikz. Ilenricus Suso.
O Jesus, Eeuwige Wijsheid, zoo alle men-schen U met den blik hunner zielen aanschouwden, hoe zou dan alle aardsche droefheid aanstonds verdwijnen! Helaas, waarom kan ik niet bewerken, dat allen zich aan U schenken, en komen rusten in den afgrond Uwer goedheid! Ach, Heer, waarom toont Gij U niet aan hen? De aanbidders dezer
70
wereld verbergen al wat in hen afstoot, en bedekken onder een bedriegelijken schijn, en achter een geveinsde schittering, al wat in hen misdadig en verachtelijk is. Maar dit schoon uiterlijk is niets anders dan bederf en afschuwelijkheid; zoo Gij hun dat mom afrukt. vertoonen zij zich in hun ware, afschrikwekkende gedaante.
En Gij integendeel, Eeuwige Wijsheid, Gij toont hier in de kribbe aan Uwe dienaren niet anders dan een uiterlijk, dat hard schijnt, en de natuur afschrikt, en niets van alles wat Gij beminnelijks en behoorlijks hebt. O mijn God, is het niet om ons gelegenheid tot verdiensten te geven, om ons te geleiden door eenige voorbijgaande moeielijkheden tot de genieting van den eeuwigen vrede ? O, indien ik van ü iets verlangen dorst, en het IJ vragen, hoe zou mij iets kostbaarder en verhevener zijn, dan voor een enkel oogenblik Uw aangezicht te mogen aanschouwen en van LT een kus van oneindige liefde te ontvangen. Wie twijfelt er nog aan, dat zulks geen hemel voor mij zijn zou? Uw oogen, Jesus, zijn schitterender dan de stralen der zon. Uw mond is liefelijk zoet en drupt honig; Uw aangezicht zijn leliën en rozen, en Uw engelreine schoonheid overtreft in het oneindige al wat het heelal aan schoons, en geniete-lijks, en begeerlijks bezit! Hoe meer ik U
80
beschouw, hoe meer ik U in een vervoering van vreugde bewonder. Hoe meer ik van U ondervind, hoe meer ik waardeeren kan, hoe goed, hoe beminnelijk, hoe zoet aan het hart Gij zijt: Engelen des hemels, met de Bruid van het Hooglied mag ik ü toeroepen: âin Hem ziet gij, hoe de welbeminde mijner ziel is; ziet, zoo is mijn vriend.'
DANKZEGGING EN OFFERANDE
v:in de II. Catharina van Senen.
O allerheiligste God, en onuitsprekelijke liefde, eeuwig vuur, dat de zielen verlicht, ontvlamt van liefde voor TJ, en haar, zooveel zij willen, zuivert van al wat ü tegenstrijdig is, â de liefde heeft U gedrongen ons het leven te geven, en U zelf aan ons te openbaren voor de eer en den roem van Uwen II. Naam. Die zelfde liefde drong U ons sterfelijk vleesch aan te nemen om ons aan onze dolingen te onttrekken, en heden vooral schittert de liefde meer dan ooit.
Om aan üwbeminden den ootmoed te leeren, hebt Gij ü geschikt gemaakt tot lijden, hebt Gij, de gever van de Wet, U zelf daaraan onderworpen. Dat de mensch zich dan schame over de verstoktheid zijns harten, en over
81
zijn overtredingen dier Wet, door U gegeven, en door U nagekomen. Gij hebt heden in ü de nietige menschheid doen zien, opdat wij zouden leeren ons in ü te vernietigen. Gij hebt bitter geleden, om ons te verlossen, en onze liefde voor üw lijden te vernieuwen, opdat wij met meer moed naar üw voorbeeld zouden lijden.
Dat alle ziel dan als wegsmelte en zich vcrlieze in Uwe liefde, o Goddelijk Kind der kribbe. Schepper en waarachtig God, die den mensch geschapen hebt, om U te kennen, beminnen en na te volgen. En wij hebben aan zooveel genaden weerstand geboden, o eeuwige Majesteit, wij hebben het gewaagd ons van U te verwijderen ! Maar nog biedt Gij onze zielen den ring van Uwe liefde aan om h;iar tot Uwe bruiden te verheffen, mits zij de voorwaarden willen aannemen om Uw eeuwig geluk deelachtig te worden.
Ik bied U mijn leven aan, nu en wanneer het U ook behagen zal; neem het aan, besteed het tot Uwe glorie. Ik bid U door de Bruid, de Kerk, van alle smet, en snoei daaruit weg alle onnutte twijgen. O Heer, wacht daar niet langer mede, ik bid U er om, o mijn God. Ik weet, dat Gij door Uwe kracht de verwrongen takken. Uwe vijanden, weder recht kunt buigen. Haast U, Eeuwige Drieeenheid ; wijl Gij van niets iets gemaakt hebt,
4*
82
kost het ü niets alle kwaad te verwijderen van wat Gij gemaakt hebt. Ik beveel ü mijne dierbaren^ en ik beveel aan üwe oneindige Majesteit den priester, door wiens hand Gij U zelf mij heden geschonken hebt. Hernieuw hem in- en uitwendig, opdat al zijne daden U behagen. Verhoor mij en ontvang mijn dank, o Gezegende, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DEN ZOETEN NAAM JESUS,
Van de 11. Gertrudis.
0 barmhartige Jesus, ik smeek U, door de liefde, welken ü den heiligen, zoeten en aller-minnelijksten Naam Jesus deed aannemen, dat Gij mij door de kracht van dien Naam sterkt tegen alle aanvallen van den vijand, vooral in mijn laatsten strijd, in het uur van mijn dood. Gij, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
II.
Op het Hoogfeest van Paschen en in den Paaschtijd.
LOFPRIJZING.
j^amp;Heluja! mijn God en Heer is verrezen!
Neen, Hij kon geen prooi blijven van den dood, die gekomen was om de wereld het leven weder te geven. Hij bracht weder wat Adam bij zijn misdaad had ingeboet. Heden zie ik er het duidelijk bewijs van. Zijn Goddelijke Ziel vereenigt zich wederom met het Goddelijk Lichaam, en nimmer zal de dood deze beide nog kunnen scheiden. Dat is het onderpand van onze verrijzenis. Zoo ook zullen wij Hem volgen uit het graf; gelijk wij Hem gevolgd zullen hebben tot in Zijn dood.
O Jesus, wij wenschen U met alle zwakheid onzer vermogens geluk met deze Uwe luistervolle zegepraal! Ja, Gij, onze God en Meester, zijt waarlijk de Oppermachtige. Uw vijanden juichten reeds over Uwen val, de
84
Joodsche raad dacht U te hebben overwonnen, maar üw verrijzenis doet hun vreugdezangen verstommen. Gij wordt niet weerhouden door hun wachten en zegels; vernederd en beschaamd, moeten zij zelf hun nederlaag bekennen. Maar meer nog knarsetandt van woede en spijt onze groote vijand, die ons tot slavernij had gebracht. Hij heeft de zonde over de wereld gebracht en door de zonde den dood, waaronder hij alle levend wezen deed zuchten. Hij meende zich heer en meester over ons ; maar heden verrijst Gij, o Jesus, Gij, die hebt willen sterven om ons van den dood te verlossen. Neen, U, den Oppermachtige, heeft hij niet onder zijn macht kunnen brengen; Gij verbreekt de boeien des doods, waarmede onze zonde U had geketend, en ook onze kluisters zijn verbroken, de hel zal ons niet meer voor eeuwig in haar slavernij kunnen doen zuchten
Alleluja! Lof en eer, en dank zij U daarvoor gebracht, groote Koning van leven en dood; die vrijwillig het leven aflegt, om het naar Uw goeddunken wederom aan te nemen. Alleluja! wij vereenigen ons heden met de duizenden koren van Engelen en Heiligen, die U als overwinnaar des doods het blijde alleluja toezingen. Wij voegen ons bij de H. Kerk, die alom vreugdezangen aanheft, om Uwe zegepraal te vieren. Aanvaard, God-
85
delijke Heiland, die U heden voor de eerste maal al in Uw glorie aan ons vertoont aanvaard onze eerbetuigingen, hoe gering ze ook mogen zijn. In den Hemel, willen wij die, naar wij hopen, geheel en al volmaken.
VERZOEK.
Wat zal ik TJ op dezen dag vragen, o God, wanneer ik U aanstonds in mijn hart ontvang. Ach, ik gevoel het maar al te wel, hoe groot mijn behoeften zijn, hoe veel ik nog van U te vragen heb. Doch op een dag-als deze, legt Gijzelf mij een bizonder gebed op de lippen Wanneer ik ü op zulk een schitterende wijze Uwe boeien zie verbreken, dan denk ik aan de boeien, welke mij nog omkneld houden, en welke ik nog niet, ondanks Uwe herhaalde uitnoodigingen, verbrak, niet heb kunnen verbreken. Mijn geest en mijn hart, mijn neigingen en mijn vermogens, mijn zintuigen en alle mijne ledematen zijn nog zoo geboeid aan datgene, wat niet met Uwen heiligen dienst kan samengaan. Ik begeer nog zoo weinig het hoogere, het hemelsche, het volmaakte; ik ben slechts geneigd tot het aardsche, tot het zinnelijke, tot het lagere.
Ach, mijn God en Zaligmaker, ik wilde met U uit het graf opstaan, met U de banden verbreken, die mij nog zoo sterk hechten aan datgene, wat met U in strijd is. Breek
86
ik die boeien niet, dan staat mij het ergst te vreezen. Dan houdt mij de vijand mijner ziel wellicht voor eeuwig in zijn macht. Nu geeft Gij mij nog door üw verrijzenis de kracht om met U op te staan; maar zoo ik nog voortga, die kracht te verwaarloozen, die genade tot verrijzenis van mij af te stoeten ; ach! dan moet ik ook duchten, dat Gij mij die genade onttrekt, mij verstoot van üw Goddelijk Hart, en mij aan mijn zwakheid en zonde overlaat.
O mijn Jesus, zal dan Uwe Verrijzenis heden ook het beeld van mijne verrijzenis worden ? Zal ik even als Gij al het aardsche, al wat de zonde mij gebracht heeft, afleggen ? Zal ik breken met die schuldige geneigdheid voor de wereld en mijne zinnen, zal ik breken met de opwellingen van toorn en gramschap, welke mij zoo vaak beheerschen? Zal ik mij onthechten aan mijn eigen wil, meer trachten inschikkelijk te zijn voor mijne omgeving? Zal ik breken met die zucht tot heerschen en gebieden, met dien weerzin om uit liefde tot U mij te onderwerpen en onderdanig zijn ? Zal ik breken met mijne ijdel-heid, die er steeds op uit is om in de wereld met roem van zich te doen gewagen, en die een lof der menschen zoekt, welke zoo weinig past bij al mijn onvolmaaktheden? Zal ik breken met mijn hoogmoed, die zoo terug-
87
schrikt voor alle vernedering, zoo gaarne zijn eigen gebreken verbloemt, en alle goeds niet aan ü, maar zich zelf toeschrijft?
Ach, Heer, het blijde alleluia, dat ik heden hoor weerklinken binnen dezen tempel, moet ook weerklank vinden in mijn hart. Het moet ook de juichkreet der Engelen zijn over mijn opstanding. Zal ik dan wezenlijk met U verrijzen, en van nu aan alleen smaak vinden in het hoogere? O, ik bid ü daarom, mijn God en mijn al, ik bid ü daarom door de vreugde der Aartsvaderen, welken Gij in het voorgeborchte Uw opstanding hebt geboodschapt. Ik bid ü daarom door de legioenen van Engelen, door Uwen Hemelschen Vader afgezonden om met hun blijde alleluia's üw zegepraal te begroeten. Ik bid ü daarom door het hemelsch geluk, dat Maria Magdalena en de heilige Vrouwen genoten bij Uw eerste verschijnen. Ik bid U daarom door den troost, welken gij aan Uw Apostelen schonkt. Ik bid U daarom vóór alles, door de onuitsprekelijke zaligheid, welke de Moeder smaakte bij het eerste wederzien van den Goddelijken Zoon. Ik bid U daarom door Uw glorie en heerlijkheid bij Uwe Verrijzenis, en door de genade, welke Gij aan Uwe uitverkorenen ter verrijzenis mededeelt. O Jesus, verwerp mijn arme, nietswaardige gebeden niet. Herinner U niet mijn onstandvastigheid in Uw genade,
88
maar sla andermaal een blik van welgevallen op mij; deel mij door deze H. Communie de kracht mede om waarlijk met D uit het graf mijner zonden en gebreken op te staan.
GEBED TOT MAIilA.
Onbevlekte en eeuwig gezegende Maagd, bij welke geen ander schepsel vergeleken kan worden, o Maria, Moeder van (iod, aangename woontent van den Allerhoogste, tempel van den H. Geest, deur des Hemels, Koningin, door wie naast God alles leeft, wat leven heeft, ik bied U mijn eerbied en onderdanige liefde op het blijde Hoogfeest van Uwen Jesus, dat ook Uw Hoogfeest heeten mag. Ik nader heden Uwen lieven Zoon, om van Hem het leven te ontvangen, om deelgenoot te worden in Zijn Verrijzenis. Wie Mijn Vleesch eet, heeft Hij gezegd, en Mijn Bloed drinkt, zal leven in eeuwigheid, en Ik zal hem doen verrijzen op den jongsten dag. O Maria, wees mijne voorspreekster, opdat dit leven, mij in deze H. Communie meegedeeld, waarlijk mijn herleving worden mag. Verkrijg mij. dat het zoo krachtig mijn ziel doorstroome, dat ik zonder moeite mij losrukke uit alles wat mij nog aan het wereldsche hecht, dat ik Jesus volge in den dood aan mijzelven, maar ook in Zijn glorievolle Opstanding.
89
GEBED TOT DE H. ENGELEN.
Engelen en Aartsengelen, Tronen en Machten, Cherubijnen en Serafijnen, hoe hemelsch klinkt heden Uw zegezang voor üw Koning, die de hel overwon. Maar ik weet ook, dat Gij juicht over den zondaar, die zich tot zijn God richt om Hem wederom aan te hangen. O, dat dan heden Uwe juichtoonen ook mij mogen gelden ; spreekt voor mij ten beste bij Uwen triumpheerenden Jesus, laat ook mij voor immer aan het graf ontstijgen, en nooit meelde oorzaak zijn van den dood van onzen God.
Heilige Imelda, bid voor mij.
Opdat ik deze H. Communie waardig moge verrichten, en er kracht uit putte voor mijne geestelijke verrijzenis. Amen.
* Blijf hier nog eenige oogenblikken ingetogen denken aan het groote geluk, dat u gebeuren zal, tot dat de Priester het Tabernakel ontsluit om u het Brood des levens mede te deelen. Belijd dan intus-sehen nog eens bij den âConfiteorquot; voor God en zijne Heiligen, dat gij gezondigd hebt; dring bij deze laatsten aan dat zij u vergiftenis verwerven bij God, en vraagt door hun voorspraak geheel van smetten en schulden te worden gezuiverd.
Aanbid vervolgens in de hand des Priesters het ware Paasehlam, dat reeds lang zoo vurig verlangd heeft dit Hoogfeest met u te vieren, het feest van uwe vereeniging met Hem. Spreek uit het diepste uws harten:
âZiehier het Lam aan God geslachtofferd
90
om mijne zonden weg te nemen; ziehier het Lam, dat ter slachtbank geleid werd zonder den mond tot een klacht te openen! Ziehier het Lam, dat al zijn vijanden, den dood zelfs, overwonnen heeft, en welks Bloed ook mij kracht wil schenken om op te staan tot een nieuw leven ! Ziehier het Lam Gods, dat intrek komt nemen in mijne arme ziel! Neen, Heer, ik ben niet waardig dat Gij zulks doet, doch spreek slechts; één woord kan mijn ziel gezond en Uwer waardig maken.quot;
NA ])E HEILIGE COMMUNIE.
DANKZEGGING.
âDank, Jesus, dank!quot; dit is het eenige woord dat ik tot U kan spreken; meer vermag mijn hart niet te stamelen. God, Vader in den Hemel, wat geluk is mij geschied ? Ik zag Uw welbeminden Jesus voor mij sterven, om mij te doen leven. Ik zag Hem opstaan uit het graf, om van mij de straf der zonde weg te nemen, en mijn verrijzenis voor de eeuwigheid te verzekeren. Maar meer nog is mij thans gebeurd. Dat verheerlijkte Lichaam blikte met liefde op mij neer niet alleen, het nam de gedaante aan van brood om mij niet door zijn majesteit te verpletten.
91
hel werd mijn voedsel en vereenigde zich geheel en al met mij. Thans rust in mijn hart de verrezen Godmensch, de schrik der hel. de beschaming zijner vijanden. Hij, de oneindig sterke is afgedaald tot mijne zwakheid 1 Hij de oneindig Heilige, hoeft zich ten nauwste verbonden met mijne nietswaardigheid! En dit uit liefde! En dit uit geheel belanglooze liefde ! alleen om mij !
O Engelen van den Heer, looft met mij Jesus, looft Hem, want Hij is goed, en in eeuwigheid is Zijn erbarming!
Looft Hem met mij, gij Hemelen en alle heerkrachten, looft Hem, want Hij is goed, en in eeuwigheid is Zijn erbarming!
Looft Hem, gij zon en maan en sterren, looft Hem, gij dauw en regen en stormen, looft Hem, gij koude en warmte, looft Hem, gij dag en nacht, looft Hem, gij licht en duisternis, looft Hem, want Hij is goed, en in eeuwigheid is Zijn erbarming.
Dat de aarde Hem love, en de bergen, en de heuvelen, en alle zeeën en stroomen, en alle gewassen en kruiden, en alle dieren, van het groote zeemonster tot het kleinste insect, dat zij Hem met mij loven, want Hij is goed, en in eeuwigheid is Zijne erbarming.
Maar, mijn Jesus, heb ik nu geen woord voor U? Ach, kon ik vrij thans eenige uren
met U doorbrengen. Ga niet van mij, o God, blijf met mij geheel mijn leven, gelijk Gij nu zijt in mijn hart. Doch, neen, dat hebt Gij ons hier in de ballingschap niet weggelegd; dat is slechts in het vaderland het geluk Uwer uitverkorenen, wanneer gij altoos alles in allen zult wezen. Dat was alleen weggelegd voor mijn Heilige Patrones Imelda, toen zij met ü in het hart den geest gaf, en de eerste maal reeds onafscheidelijk met ü verbonden bleef.
Doch, geef mij dan nu, door de voorspraak Uwer Heilige Bruid, dat ik, zoolang het mij gegeven is ü in mijn hait te aanbidden, van deze onschatbare oogcnblikken geen enkel verlieze. Laat ik aan niets denken dan aan U, niets willen dan U, over niets bezorgd zijn dan om mij met U te onderhouden.
GEBED.
Op dit vreugdevol Paaschfeest, na het waarachtig Paaschlam van het Nieuw Testament te hebben genuttigd, rijst mij voor den geest, o mijn God, waarom Gij het Paaschlam van het oud Verbond aan uw volk hebt doen nuttigen. Gij wildet hen sterken voor hun uittocht uit het land der goddeloozen en voor de moeielijke reis door de woestijn. Mijn Jesus, Gij weet het, reeds heb ik het U gezegd; ik wilde ook mij bij Uwe getrouwen
93
aansluiten, die het verkeer met de wereld vluchten en met ernst den weg willen opgaan naar het Beloofde Land. Wil ik eenmaal U eeuwig bezitten en genieten, dan moet ook ik den uittocht ondernemen. Maar ach, mijn God, zooveel houdt mij vandaar terug; met zooveel banden ben ik nog aan de wereld en aan hare slavernij gehecht! De moed ontbreekt mij geheel, om mij grootmoedig los te rukken dit het land der zonde, en den weg door de woestijn te aanvaarden.
Daarom dan, mijn Jesus, Lam zonder vlek, Paaschlam voor het heil van Uw volk geslacht, ontferm U mijner. Ik heb Uw Goddelijk Lichaam genuttigd. Uw kostbaar Bloed gedronken. Laat nu dio kracht uit dat hemelsch voedsel zich aan mijn ziel mede-deelen! Laat er de gezegende uitwerking van niet verijdeld worden. Geef U aan mij, Jesus; verbind mij aan U; maak mij één met ü, opdat Uwe krachten de mijnen worden, en ik door U leve. Dan zal de vijand, bij zijn naderen, verschrikt op de vlucht slaan, want hij zal mij geteekend zien met het Heilig Bloed van dit Paaschlam. Dan zal ik den moed hebben om mij los te rukken van mijn zinnen en kwade neigingen, van mijn geest en mijn hart, voor zoover als zij willen opstaan tegen U. Dan zal ik niet bezwijken op de reis naar het Beloofde Land,
94
waar Gij mij wacht om mij gelukkig te maken. Uw Licht zal mij voorgaan en mij verlichten ; Uw liefde mij voor geen vermoeienissen doen terugschrikken, en Gij zelf zult mij veilig geleiden tot het Land, waar het van melk en honig overvloeit. O Jesus, deel U dus dan aan mij mede, schenk mij U geheel. Wees één met mij, nu en tot in den dood en in mijn verrijzenis.
GEBED TOT MAKIA.
O Koningin en gezegende Moeder van God, hoezeer ik mij niet verstouten mocht zulks te doen, nader ik tot U om U geluk te wen-schen met de groote Geheimen, welke Gij dezen dag viert met Uwen Goddelijken Zoon. O Goddelijke Moeder, welke gevoelens moeten Uw moederhart bezield hebben, toen Jesus aan U het eerste zijn verheerlijkt Lichaam toonde, Hoe volkomen wordt Gij daardoor getroost voor al het lijden der laatste dagen 1 Wij zijn onbekwaam, verheven Bruid van Gods H. Geest, ons dat voor te stellen; geen schepsel na U zal het beseffen. Nochtans doe er ons iets van gevoelen. Moeder van God en ook onze Moeder. Laat ons eenigszins beseffen wat geluk en welke hemelsche zaligheid de ziel smaakt, wanneer zij sterft met Jesus, om ook met Jesus te verrijzen.
Zoo wij dit begrijpen, lieve Moeder, zullen
95
wij er ook naar verlangen. Wij zullen de kracht bekomen om door de verrijzenis van Uwen Zoon een nieuw leven te beginnen, om daarna op den jongsten dag te verrijzen naaide gelijkenis van Zijn Verrijzenis, en Hem daar in eeuwigheid toe te zingen; âAlleluia, lof en eer en zegening zij in alle eeuwigheid aan het Lam, dat voor ons geslacht is, en ons heeft gevoed ten eeuwigen leven !° Amen.
III.
Op het Hoogfeest van Pinksteren, inhet Octaaf, of bij het ondernemen van een gewichtige zaak.
Wees gezegend en geloofd, God, Hemelsche Vader die ons Uwen Geest gezonden hebt.
Wees gezegend en gelooid, God Zoon, Verlosser der wereld, die Hem ons in Uw dierbaar Bloed verdiend hebt!
Wees gezegend en geloofd. God, Heilige Geest, Liefde des Vaders en des Zoons, welke door Beiden heden in onze harten zult komen wonen ?
Wees gezegend en geloofd. Geest van wijsheid en verstand, die mij den Vader doet zegenen en leert loven!
Wees gezegend en geloofd, Geest van raad en sterkte, die mij heden zult voeden met de vrucht door ü zelf in Maria gevormd!
Wees gezegend en geloofd. Geest van godsvrucht en vrees des Heeren, die mij zelf in het hart legt U te zegenen en te loven, en zonder wien ik zelfs dit niet zou vermogen.
97
DANKZEGGING.
Uit de eerste Christen-eeutven.
Ja waarlijk, het is billijk en een edel hart volkomen waardig, o almachtige God, naar onze zwakheid zooveel doenlijk Uwe weldaden te belijden, en op een jaardag als heden, het ons geschonken eeuwig heil te vieren. Want wie zou het wagen te zwijgen over de nederdaling van Uwen Heiligen Geest, op dezen dag, nu zelfs de taal der barbaren Hem door de Apostelen hoort prijzen ? Maar wie zal zulks volkomen kunnen doen? Wie zal de goddelijke kracht kunnen roemen, welke over de H.H. Apostelen is uitgestort geworden tot de prediking van Uw woord?
Wij smeeken ü, o Heer, Vader der eeuwige glorie, den geringen dank te aanvaarden, die aan het hart Uwer aangenomen kinderen ontwelt. Moge Uw H. Geest die geringe dankzegging waardig maken voor Uw aanschijn! Gewaardig U Hem over ons uit te storten, opdat Hij ons zegene en onze zielen heilige, ons geschikt make te hopen, en de eeuwige belooning aan Uw getrouwen toegezegd, die verwerven.
O Heilige Liefdevlam, die tegelijk verteert en vruchtbaar maakt, alle wezen, door een hooger licht bestraalt, roemt U als den op-
5
98
permachtigen Heer. Uw gloed ontsteekt de Cherubijnen en Serafijnen, die dag en nacht Uw eenheid in wezen en macht met den Eeuwigen Vader prijzen en zegenen, en in een onverpoosd gejuich ü steeds blijven toejubelen : âHeilig! Heilig! Heilig lis de Heer de God der heerscharen. Hemelen en aarde zijn vervuld met Uwen roem. Gezegend Hij, die komt in den Naam des Allerhoogsten, Hosanna in excelsis!'
VERZOEK.
Ja, Gezegend Hij, die mij aanstonds zal komen bezoeken. Hij, die komt in den Naam des Allerhoogsten. Jesus, de God van Majesteit zal zich in mijn hart, zoo arm en zoo behoeftig, een woning kiezen. Mijn God, hoe ver gaat Uwe liefde ! Geest Gods, heden over de leerlingen neergedaald, laat mij iets van die eindelooze liefde beseffen.
Met hoeveel zorg, o Geest die liefde zijt, hebt Gij de komst van Uwen Gezalfde in de wereld niet voorbereid? Van Hem hebt Gij de Profeten doen voorspellen, van Hem de gewijde dichters doen zingen, van Hem doen spreken in teekenen en wonderen, van Hem getuigd onder alle volken. Door Uw geheimzinnige werking in Gods H. Kerk, hebben de Vaderen naar Hem verlangd, en in geloovige verwachting Hem reeds van verre begroet,
99
hebben alle volkeren naar Hem verzucht. De gebeurtenissen hebt Gij doen geschieden, om Hem, voor Hem. En toen Gij de tijden vervuld hadt, toen Gij de wereld geheel op Zijn komst hadt bereid, wat schonkt Gij toen niet aan Uwe gezegende Bruid, door wie Gij Hem aan ons wildet mededeelen. Toen, o Geest, hebt Gij haar overschaduwd en verrijkt met al wat Uwe wijsheid kon bedenken, wat Uwe liefde wilde geven, wat Uw almacht bij mogelijkheid aan een schepsel kon doen.
O Geest van liefde, nog eenige oogenblik-ken, en Gij zult het Eeuwig Woord des Vaders andermaal aan mij schenken. Reeds hebt Gij het brood en den wijn wederom overschaduwd, en door Uw liefdeen kracht is dat Woord ons voedsel geworden. Dank, o al- . machtige, liefdevolle Geest voor zoo groot, zoo onbegrijpelijk een goedheid. Maar, ach, gewaardig U in Uwe liefde, een bede te ver-hooren. Gij hebt het Manna der Vaderen doen bewaren in de kostbare Ark des Verbonds, den Zoon van Maria, door dit Manna vooraf-gebeeld, hebt Gij doen rusten in een schier oneindig kostbaarder Ark, en thans zoudt Gij gedoogen, dat dit Hemelsch Manna, waarmede ik door U gevoed zal worden, ruste in een verblijf dat Jesus geen giften aan kan bieden, dat arm en ellendig is. Zult Gij gedoogen, o Geest van liefde, zoo bezorgd voor
100
de verheerlijking van het woord des Vaders, die Hem Salomon een tempel hebt doen bouwen met gouden wanden, die Hem in den schoot Uwer Bruid een huis hebt gesticht, dat veel meer nog het gulden huis heeten moet; zult Gij gedoogen, dat Hij thans moet rusten in een verblijf, waarin Hij geen welbehagen vindt.
Ach, daal neder met Uw zevenvoudige gaven. Versier mij toch met die deugden, waardoor Hij met vurigheid bezit komt nemen van mijn hart. Stort mij het levendig verlangen in, geheel aan Hem te willen zijn, gelijk Hij aan mij is. Geof mij iets van den ootmoed, van de reinheid, van do onthechting aan het aardsche, van de hemelschege-, dachten en verlangens, en van de heilige vrees vooral, welke Uwe Onbevlekte Bruid bezielde, toen Gij haar tot een waardige woonplaats voor den Verlosser der wereld hadt voorbereid. Ja, Geest van vrees en ontzag, doordring mijn hart, mijn gebeente, mijn ge-heele wezen met die gave van diepen eerbied voor den God, welken ik door U zoo aanstonds ga ontvangen. Die gave van vrees voor God hebt Gij mij reeds in het Doopsel geschonken; herstel haar, zoo ik haar door mijn zonde verwaarloosde en verloor, vermeerder haar, zoo er nog iets van in mij leeft. Dat die vrees mij steeds nederig lioude
101
in tegenwoordigheid van zija allerheiligst Sacrament en niet het minst bij mijne Heilige Communiëji. Dat zij mij de grootheid van den verborgen God niet uit het oog doe verliezen, mij steeds de uiterste pogingen doe aanwenden om Hem mijn hart zoo welgevallig mogelijk te doen zijn, mij nimmer uit gewoonte en sleursgewijze tot den ontzagwek-kenden Engelendisch doe naderen.
Ik weet het, o Liefde van den Vader en den Zoon, door deze vrees en eerbiedigen schroom in mijn hart te verwekken, zult Gij mijn liefde niet uitdooven; integendeel, zij zal er vuriger door branden. De Machten des hemels smaken met onuitsprekelijke genietingen de vreugde van Gods bezit; zij zijn voor alle eeuwigheid als dronken van liefde voor Hem ; toch vreezen en sidderen zij voor Zijne Majesteit. En zij zijn in de stad Gods waar niets wat besmeurd is, mag binnengaan! En wij zijn bedekt met de droeve sporen, welke de zonde op onze ziel heeft achtergelaten, vol onvolmaaktheden blootgesteld aan honderden lagen en listen van den duivel, steeds aarzelend of wij ons aan God of de wereld zullen schenken! Hebben wij dan niet die gave van een sterke, ofschoon kinderlijke vrees dringend noodig, opdat onze wil nimmer beginne te sluimeren voor het goede, en onze geest nooit door hetkwade worde verblind?
102
O Geest, schonk mij daarom een heilige vrees, zooals Gij aan de Hemelsche Machten gegeven hebt, het beginsel der wijsheid en der liefde. Waak over het werk Uwer handen ; behoed ongeschonden de gaven in het Doopsel mij geschonken ; vermeerder haar zooveel als ik het van noode heb; vereenig haar in mij met Uwen zoeten vrede des harten en' het vertrouwen op de goedheid van mijn God, opdat ik Uw eigen leer in beoefening brengen, welke Gij mij door Uwen Profeet hebt voorgesteld : âDien den Heer in vreeze, en spring op van vreugde, terwijl gij leeft voor Zijn aanschijn.' (Ps. II. 11).
AANROEPING.
Fan den H. August'mus.
O waarachtige Liefde van God, den al-machtigen Vader, en heilige Voortkoming van Zijn eeuwigen Zoon, alvermogende heilige Geest, ware troost der bedrukten, vooral op dit uur heb ik er behoefte aan, dat Gij met groote kracht neerdaalt in het innigste van mijn hart, en dat Gij Uw komst met Uw onvergelijkelijk Licht de diepste en geheimste schuilhoeken van mijn verstand bewerkt en troost. Want ik zelf, mijn God, ben daar zeer
103
weinig bezorgd over, maar Gij kunt in mij door Uwen zachten dauw al wat dor is vruchtbaar maken. Richt dan een schicht van Uwe heilige liefde op het diepste van mijn hart, doorboor het geheel en al, ontsteek het door Uwe hemelsche liefdevlammen, verlicht het door Uwen weldadigen gloed, en doortintel zelfs mijn geheele ziel. Laat mij mijn dorst lesschen aan den vollen stroom Uwer zaligheden, opdat ik naar dezen niet meer in staat zij eenigen smaak te vinden in de genoegens der wereld.
Mijn Heer en mijn God, ik ge'oof vastelijk dat Gij een uitnemend verblijf voor den Vader en den Zoon gereed maakt in het hart, waar Gij Uw intrek hebt genomen. Zalig de mensch, die de eer geniet zulk een Geest te ontvangen, die door U, den Vader en den Zoon in zijn ziel doen wonen. O kom heden! kom zoete en genadevolle Vertrooster der droeve ziel. Gij, die de Uwen in voorspoed bewaart, en in wederwaardigheden verdedigt! Kom, vergeving der misdaden, heeler der wonden! Kom, kracht der zwakken. Steun der wankelen! Kom, leeraar van den kleine, verplettering van den hoogmoedige! Kom, medelijdende Vader der weezen, goedertieren rechter der weduwen! Kom, hoop der armen, verkwikking der kwijnenden! Kom, allerschitterendste Ster der zeevarenden, en vei-
104
lige Haven iler wanhopigen ! Kom, uitstekende schoonheid en luister der levenden, eeuwige Hoop der stervenden! Kom, heilige Geest! Kom, en heb medelijden met mij ; vereenig IJ met mij, en verwerf mij door de menigte Uwer oneindige barmhartigheden, dat Uw grootheid zich aan mijn nietigheden, mijn zwakheid zich aan Uw onverwinnelijke kracht hechte, door onzen Heer Jesus Christus, dio met den Vader in Uwe eenheid leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen
GEBED AAN MARIA.
Bruid van God den H. Geest, allereerwaar-digst en allerverhevenst Vat, door de werking van Uwen Bruidegom, die in U de Wijsheid des Vaders waardig wilde bewaren, â allerschoonst vat van godsvrucht, omdat dezelfde H. Geest U verrijkt heeft met alle liefdeen aanhankelijkheid voor den Allerhoogste, â Arke des Verbonds, door Hem inwendig zoo rijk bekleed om eenmaal het hemelbrood te bevatten, waarmede ik mij thans zal voeden â gulden Huis, wiens kostbare versiering alle denkkracht van engelen en menschen overtreft, omdat Uw Bruidegom in U het Heilige der Heiligen wilde doen verblijven, â hoe eindeloos ver ben ik nog verwijderd van de gestaltenissen, waarmede Gij Uwen Jesus in Uw hart binnengeleid hebt.
105
Nogmaals zal Uw Bruidegom, de H. Geest, mij Jesus geven om mij meer te heiligen en mij het hemelgeluk waardiger te maken! Smeek Hem, o mijne Moeder, dat Hij de woning, waarin Hij Zijn Gezalfde zal doen wonen, vooraf geheel tot dat bezoek bereide, dat Hij mij versiere met de goddelijke en zedelijke hoofddeugden, de zeven kostbare pilaren, welke Hij in den Tempel van Uw Heilig Hart heeft opgericht. Verwerf mij van Hem, door Uwe voorspraak een levendig geloof, een vaste hoop, een vurige liefde; verwerf mij kracht en voorzichtigheid, rechtvaardigheid en gematigdheid. Dan, mijne Moeder, bied ik Uwen Jesus een aangename woonstede, dan ben ik Uw geliefd kind, en in vereeniging met U kan ik mij de kostbare oogenblikken der H. Communie ten nutte maken.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
Mijn Welbeminde is aan mij en ik aan Hem! Jesus rust in mijn hart! Hij hoort er mij; Hij spreekt mij van Zijn onmetelijke liefde. Dank, mijn God, voor zooveel geluk! ach, Gij overstelpt mij.
Dank ook U, Heilige Geest, Gezondene van den Vader en den Zoon. Gij hebt de hemel-
1ÃG
sche vereeniging tusschen mij en Jesus tot stand gebracht. Gij liebt Hem mij geschonken onder de aanbiddelijke Broodgedaante! O Geest, leen mij nu nog üw liefdevuur, om waardig aan zulk een gunst te beantwoorden, en al het geluk van deze innige verbintenis met mijn Heer te genieten.
DANKZEGGING
uit de eerste Christen-eeuwen.
Heer, almachtige God, Vader van den Gezalfde, Uwen gezegenden Zoon, Verhoorder der gebeden van hen die U oprecht aanroepen. Kenner der wenschen, zelfs van hen die ze niet uitspreken; wij danken U, dat Gij ons hebt waardig gekeurd aan het vieren Cwer heilige Geheimen deel te nemen. Gij hebt die ons geschonken om beter doordrongen te worden van datgene wat ons het geloof reeds heeft geleerd, om onze kinderlijke gehechtheid aan U te bewaren, en om onze zonden uit te wisschen. Immers de Naam van Uwen Gezalfde is over ons aangeroepen, en wij zijn Uwer geworden.
Gij, o God, die ons gescheiden hebt van de gemeenschap der goddeloozen, vereenig ons met allen die ü zijn toegewijd; bevestig ons in de liefde door de komst van den H. Geest; openbaar ons, wat wij niet kennen,
107
vul aan wat ons ontbreekt, vermeerder wat wij reeds kennen.
Bewaar, o Heilige Geest, in Uwe Kerk de Priesters heilig in Uw dienst. Bescherm de vorsten in vrede, den oogst in overvloed, de wereld in Uwe alvermogende Voorzienigheid. Bekeer de dwalenden, geef rust aan de oorlogzuchtige natiën ; heilig Uw volk ; behoedde maagden ; bescherm de huwelijkstrouw; bewaar de kracht der zuiveren ; breng de jeugd tot een rijpen leeftijd : bevestig de nieuwge-doopten; onderricht de bekeerlingen ; maak hen waardig opgenomen te worden in den schoot der H. Kerk, en vereenig ons allen in het rijk der hemelen, door onzen Heer Jesus Christus, wien met U en den Vader alle lof en eer en aanbidding toekomt in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED OM LIEFDE.
Van de Heilige Rosa van Lima.
Heer Jesus Christus. God en Mensch, mijn Schepper en mijn Zaligmaker, ik heb er een allergrootste droefheid en een gevoelig leedwezen over, U beleedigd te hebben, omdat Gij zijt, die zijt, en omdat ik U boven alles bemin. Mijn God, Bruidegom mijner ziel en geheel de vreugde mijns harten, ik verlang,
108
maar ook uit alle vermogens, ü te beminnen met een allervolmaaktste liefde, met een allerwerkdadigste liefde, met een alleroprechtste liefde, met een onuitsprekelijke liefde, met eeii liefde als nog nimmer een schepsel voor zijn God heeft gehad; met een onbegrijpelijke liefde, met een vast bepaalde liefde, met een liefde die alle moeilijkheden tart; in een woord, ik verlang ü te beminnen gelijk de engelen en heiligen in den hemel.
En daarenboven. God van mijn hart, van mijn leven, en geheel de vreugde mijner ziel, ik wil voor zoover het in mij is, U beminnen, gelijk de Heilige Maagd, Uwe Moeder en mijne geliefde Meesteres, ü bemind heeft. O heil mijner ziel, ik wensch ü te beminnen, gelijk Gij U zeiven bemint. O mijn zoete Heer Jesus, mocht ik ontbranden van het vuur Uwer liefde, mocht ik er door verteerd worden, en mocht het mijn ziel tot een brandoffer van Uwe glorie maken. Amen.
KERKHYMNE DER XII EEUW.
Dat de genade van Gods Heiligen Geest heden
met ons zij!
Dat zij haar intrek neme in ons hart! Dat zij alle kwaad uit onzen geest verdrijve! Geest vol goedheid, die den mensch verlicht!
109
Verdrijf de droeve duisternis, die onze ziel doet treuren.
Gij zijt steeds de heilige minnaar van alle goede gedachten,
Stort goedertieren üwe zalving in onze zielen uit.
O Geest, Gij zuivert ons van onze zonden. Zuiver in ons den blik van onzen inwen-digen mensch !
Opdat wij daardoor eens den Allerhoogsten Vader mogen aanschouwen,
Welken het alleen den zuiveren van harten gegeven is te zien.
Gij hebt de Propheten doen spreken, en hen eeuwen te voren den lof van den Christus doen verkonden!
Gij hebt de Apostelen gesterkt om over de geheele wereld het vaandel van den Christus zegevierend rond te dragen.
Toen God door Zijn Woord den hemel schiep, en de aarde, en de zee.
Toen hebt Gij, o Geest, Uwe Godheid over de wateren doen gaan, om hen vruchtbaar te maken.
Thans legt Gij kracht in het water om de zielen te doen herleven.
Uw adem maakt ons geestelijke menschen.
Gij hebt, o Heer, de wereld, door taal en eere-dienst verdeeld, wederom één gemaakt!
O voortraffelijkste der Leeraren, Gij hebt de
110
dienaars der afgoden dienaren gemaakt van den waren God.
Daarom dan, o Heilige Geest, gewaardig ü
onze gebeden te verhooren.
Zonder U zouden alle onze gebeden ijdel zijn,
onwaardig tot God op te stijgen.
Gij, o Geest, hebt in den loop der eeuwen door Uwe Goddelijke inwoning de Heiligen onderricht en bestuurd!
En door heden de Apostelen met nieuwe, tot nu toe ongekende genadegaven te verrijken,
1 febt Gij dezen Pinksterdag altijd roemrijk gemaakt Amen.
GEBED TOT DEN H. GEEST.
Van den Eerb. Ludovicus van Grenada.
Heilige Geest, Geest van Troost en kracht, die op Pinksterdag over de Apostelen zijt nedergedaald om hunne harten met, genade, met liefde en wijsheid te vervullen; vervul ook, in den naam van deze rijke gaven en van deze eindelooze barmhartigheid, mijne ziel met Uwe genade, en laat mijn hart de onuitsprekelijke zoetheid smaken van Uwe liefde.
Kom, Heilige Geest, en zend or;s uit de hoogte der hemelen een straal van Uw licht
Ill
Kom, Vader der armen, kom, uitdeeler der hemelsche gaven, kom, licht der harten. O Eeuwige Trooster, zachte Bruidegom onzer zielen, onze vreugd en onze vrede, kom; kom, Gij, die de zonde der wereld uitwischt. Gij, die onze krankheden geneest. Sterkte der sterken, steun der zwakken, leeraar der oot-moedigen, schrik der hoovaardij. Kom, glorie der levenden, hoop en ziel der dooden, kom, o mijn God, deel mijn hart rijkelijk Uwe giften en barmhartigheden mede. Geef mij de gave der Wijsheid, om als dronken te worden van Uwe liefde; de gave van Verstand, om verlicht te worden met een hooger licht; de gave van Raad, om niet van den weg Uwer geboden af te dwalen; de gave van Kracht, om met moed te kunnen strijden ; de gave van Wetenschap, om Uwe Heilige waarheden te kennen ; de gave van Godsvrucht, om mijn hart ontvankelijk te maken voor Uwe genaden: de gave van Vrees, om Uwe strenge oordeelen te ontkomen. O zoete Bruidegom der reine harten, ontsteek en ontvlam mijn hart met de zachte en onschatbare vlammen der liefde. Geef dat het, op deze wijze ontstoken, zich tot U verheffe, die mijn laatste doeleinde en een afgrond van alle goed zijt. O zoete Bruidegom der kuische en onschuldige zielen, Gij kent mijn zwakheid; ach, ik bid U, leg Uw barmhartige
112
hand op mij, en geef dat ik mij aan mijzelven onthechte, om mij in U alleen geheel en al te verliezen. Keer om, verbreek, vernietig; doe in mij alles verdwijnen wat U mishaagt, opdat ik moge zijn zooals Gij wilt. Dat mijn leven een ü waardig offer zij! Dat ik verteerd worde van liefde!
O, wie zal mij deze gur.st verwerven? Sla Uw blik op Uw arm schepsel! Dag en nacht zucht het naar U ; Mijn ziel is dorstig, en dorstig naar God ! Wanneer zal ik komen en voor Gods aanschijn mogen staan, waarin alle weldaden gelegen zijn! Wanneer zal ik mij kunnen verzadigen aan de glorie van Uwe tegenwoordigheid? Wanneer zal ik van allo bekoring bevrijd zijn? Wanneer zal ik deze droeve ballingschap mogen verlaten? 0 Zetel van den eeuwigen luister! Laat mij terug-keeren tot de Bron, waaruit ik ben voortgekomen, en dat ik U daar kenne, gelijk Gij mij nu kent, U daar beminne gelijk Gij mij bemint, en daar voor eeuwig Uw aanschijn beschouwe in het gezelschap Uwer uitverkorenen. Amen.
GEBED VOOR DE HEILIGE KEEK.
Fan de 11. Catharina van Senen.
* De H. Geest maakt de band uit der innige ver-eeniging tusschen Jesus en Zijn Kerk. Eeveel dus
113
heden, nu zij de weldaden van den H. Geest herdenkt, hare belangen bijzonder aan den God, welken gij in uw hart bezit.
0 Almacht des Vaders, lielp mij! Wijsheid des Zoons, verlicht mijn verstand! Zoete goedertierenheid van den Heiligen Geest, omvat mijn hart en vereenig het met U! Ik belijd, o eeuwige God, dat Uwe macht alles vermag om de Kerk te bevrijden, om Uw volk te redden, en het uit de kracht der duivelen te verlossen, om de vervolging tegen Uwe Kerk te doen ophouden, en om mij de sterkte te geven tot het overwinnen van alle mijne vijanden. Ik belijd, dat de Wijsheid van Uwen Zoon, die één is niet U, mijn verstand en dat van het volk, kan verlichten en alle duisternis van Uwe geliefde Bruid kan verdrijven. Ik belijd, onuitsprekelijke goedheid van God, dat de goedertierenheid des H. Geestes, en Uwe vurige liefde mijn hart en dat van allo redelijke wezens in U wil vereenigen en doen ontvlammen.
Omdat Gij het weet, wilt Gij het en kunt het. Ik bezweer U door Uwe almacht, o eeuwige Vader, door de Wijsheid van Uwen eenigen Zoon, en door Zijn kostbaar Bloed, door de goedertierenheid van den H. Geest, het Vuur, de grondelooze liefde, die Uwen Zoon doorboord en aan het Kruis geslagen heeft, barmhartigheid te bewijzen aan de we-
114
reld, en in Uwe Kerk de eendracht, den vrede en de vurigheid der liefde te hernieuwen. Ja, ik wensch dat Gij daarmee niet langer wacht. Ik vraag van U, dat Uwe eindelooze goedheid U er toe dringe om het oog Uwer barmhartigheid niet te sluiten voor Uwe heilige Bruid. Zoete Jesus, Jesus mijne liefde !
DANKZEGGING VOOR DE GENADE VAN HET H. VORMSEL.
Wees eeuwig gezegend, o God, die, na mij te hebben doen herleven in de wateren des H. Doopsels, mij versterkt en tot een volmaakten christen gemaakt hebt door het H. Vormsel. Uw dienaar heeft mij zijne handen opgelegd, en Gij hebt mij Uwen H. Geest geschonken ; Gij hebt op mij doen rusten den Geest van wijsheid en verstand, â den Geest van raad en sterkte, â den Geest van wetenschap en godvruchtigheid ; Gij hebt mij vervuld met den Geest van Uwe vrees; voltrek Uw werk, versterk en bevestig, hetgeen Gij in mij hebt uitgewerkt. Doe mij de vruchten van dezen Goddelijken Geest voortbrengen ; doe mij als een volmaakt christen leven ; laat niet toe, dat eene lafhartige vrees, de liefde des levens, of menschelijk opzicht krachtiger in
115
mij worden dan de genade van Uw H. Sacrament, om Uw geloof te belijden, en Uwe belangen, zelfs met gevaar van mijn leven, te verdedigen. Ondersteun mij altoos door Uwe hulp, zoodat niets mij tot zonde brenge, dat niets mij afkeere van deugd en waarheid en ik mij nooit schame over Jesus Christus, zijn Evangelie, of Zijn kruis. Amen.
IV.
Op het Hoogfeest van het Allerh. Sacrament of gedurende het Octaaf, en ook op de gewone Donderdagen desjaars.
LOFPRIJZING.
Naar het Lande Sion van den II. Thomas van Aquine.
Loof, mijne ziel, loof, o lijdende en strijdende Kerk Gods, loof, Henielsch Jerusalem, uwen Redder ! loof uw Hoofd en Redder in zang en lied.
Vrees niet Zijn lof te overdrijven. Zoo hoog Gij Hem wilt verheffen, zoo hoog moogt Gij het doen, want Hij is boven allen lof verheven, en nimmer zal men Hem voldoende kunnen prijzen.
Loof Hem heden op bijzondere wijze: het is de dag, waarop Hij ons het levend en levendmakend Brood als voedsel voorzet, het Brood dat Hij, naar het geloof ons zegt, aan do twaalven in het H. Avondmaal schonk !
Loof Hem dan op volmaakte wijze, dring.;
117
uw lof overal door. Dat het gejuich uwer ziele aller gehoor strode, en in alle welluidendheid klinke!
Immers een plechtige dag wordt gevierd, de dag, waarop Hij voor de eerste maal de Heilige Tafel aanrichtte. De dag, waarop het nieuwe Paaschlam der Nieuwe Wet het oude Paasch-feest doet ophouden, waarop de voorafschaduwing plaats maakt voor de Werkelijkheid, waarop het Licht den nacht verdrijft.
En wat de Heer toen deed, beval Hij in Zijn oneindige liefde den Apostelen iederen dag als een herdenking van Zijn liefde, en als herhaling van Zijn Kruisoffer, andermaal te doen.
En zoo geschiedt op Goddelijke aanwijzing nog dagelijks de verandering van het brood en den wijn in een Offerlam voor ons heil, en met levendig geloof belijdt ieder Christen, dat het brood het Vleesch is geworden van zijn God, de wijn Zijn dierbaar Bloed.
Mogen dan verstand en zintuigen al niet bij machte zijn dit te zien, het geloof, het bezield geloof verheft zich boven de gewone wegen onzer kennis, en neemt allen twijfel weg.
âOnder geheel verschillende gedaante,quot; zoo jubelt het met geestdrift, â welke slechts kleur en omtrek zijn, geen wezen op zich zelf, zijn de verhevenste zaken verborgen!'
âImmers de spijs is Vleesch, de drank is
118
Bloed, en toch verblijft de Godmensch in Zijn hel
geheel onder beide gedaanten! he(
âMen nuttigt Hem; doch Hem breken, of verdeden, of verminderen kan men Hem niet; vo
onverlet wordt Hij ontvangen. scl
âHetzij één Hem daar nuttigt, hetzij dui- va
zenden, geen ontvangt er meer, en hoe talloozo malen Hij zich ook schenke, nimmer is Hij or
uitgeput. ge
âDe goede mag Hom nuttigen, maar ook de at
booze ontvangt Hem ; doch zoo Hij den eer- n(
sto ten leven opwekt, do laatste neemt Hem tot verdoeming.
âWant voor den brave is Hij het Leven,
en, door geheel tegenovergestelde werking,
voor den zondaar, de dood!
âMeer nog, zoo het Brood gebroken wordt,
bevat ieder deel al hetgeen het geheel inhield.
âIsiet de zelfstandigheid wordt verdeeld, v
alleen de broodgedaante wordt gebroken ; maar li
noch de toestand noch de gestalte van het Brood z
des Levens wordt in iets geschonden.' 1
Hier bezit gij dus, o ziel, het Brood der (
Engelen, het voedsel geworden van ons, arme 1
pelgrims door dit leven, wezenlijk en waarachtig het Brood der kinderen, den honden niet voor te werpen.
De gebeurtenissen hebben dit van te voren reeds aangekondigd, in het vrijwillig offer van Isaac, in het Paaschlam van Egypte, en in
119
het Manna, dat de vaderen in de woestijn heeft gevoed.
O Goede Herder, Jesus, ons waarachtig voedsel, erbarm U over ons; hoed ons; bescherm ons; doe ons het geluk aanschouwen van het land der levenden.
Gij, die alles ziet, en alles waardig zijt, die ons in het sterfelijk leven voedt, maak Uwe getrouwen, welke hier met U aan één Disch aanzitten, de medeërfgenamen en de deelge-uooten van de heilige bewoners Uwer stad.
GEBED OM EENE quot;WAARDIGE H. COMMUNIE.
Van den H Ambrosius.
O Koning der maagden, minnaar der zuiverheid en der maagdelijkheid, blusch in mijn lichaam door den hemelschen dauw van Uwen zegen den gloed van mijne zondige begeerlijkheid uit, opdat slechts zuiverheid van ziel en lichaam in mij wone. Onderdruk in mijne ledematen de lusten des vleesches en alle bewegingen van den hartstocht; geef mij een ware, nooit geschonden kuischheid, met alle andere gaven die-U behagen, opdat ik met een rein lichaam aan het vieren dezer goddelijke Geheimen deel moge nemen. Ach, met welk een berouw, met welk een stroom van
120
tranen, met welk een ontzag en eerbied, met d
welk een zuiverheid van ziel en lichaam be- d hoor ik dit te doen; in den vollen zin des
woords zal ik Uw lichaam nuttigen, üw Bloed 1
drinken, mijn ellende met Uw verhevenheid § vereenigen, het aardsche met het goddelijke
verbinden. Uwe heilige Engelen zullen hier 2
tegenwoordig zijn, en Gij zelf het Offer en de (
bewonderenswaardige, de onuitsprekelijke Of- I
feraar. (
]
VOORBEREIDING.
Van den H. Joannes Chn/sostomus.
Ik geloof. Heer, en belijd, dat Gij deChristus zijt, de Zoon van den levenden God, in de wereld gekomen om de zondaars te redden, van welken ik een der eersten ben.
Ontvang mij heden als gast aanUw geestelijk feestmaal. Want ik zal dit allerheiligst Sacrament niet aan Uwe vijanden overleveren, ik zal U geen verraderskus geven gelijk Judas, maar als de goede moordenaar zal ik belijden: Heer, gedenk mijner, als Gij zult zijn gekomen in Uw rijk.
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder het onteerde dak mijner ziel. Maar even als Gij U hebt gewaardigd neder te dalen tot
121
net den armen stal van Bethlehem, te rusten in
be- de krib der dieren, bmnen te gaan in het
les huis van Simon den melaatsehe, en toe te
ied laten dat een zondares Uwe voeten balsemde,
3id gewaardig U ook binnen te gaan in de armoede
ke van mijn verblinde ziel, en in dit mijn be
ier zoedeld, melaatsch en dood lichaam. En gelijk
de Gij niet, o Heer, de onzuivere zondares die
)f- Uwe voeten kuste, van U hebt gestooten, zoo
ook, Heer, mijn God, verstoot dezen zondaar niet van U. Maar in Uw goedheid en welwillendheid, gewaardig mij toe te laten tot de vereeniging van Uw allerheiligst Lichaam en Goddelijk Bloed.
O mijn God, vergeef, ontbind, vergeet al mijne zonden, die ik, wetens of onwetens, door is woord of daad heb verricht. Wees mij genadig
le in Uwe mededoogende goedheid; bewaar mij
a, van de eeuwige veroordeeling door de voor
spraak van Maria, dealtoosOnbevlekteMaagd, k zoodat ik Uw onschatbaar en onbesmet Lichaam
i- tot genezing van mijn ziel en lichaam ont-
k vange. Want Uwer is de heerschappij, en de
3, kracht, en de glorie. Vader, Zoon en Hei-
i: lige Geest, in alle eeuwen der eeuwen.
n
it ----
a t
6
122
ACTE VAN OOTMOED.
Von den Eerb. Taulerus.
Beminnenswaardige Heer, wie ben ik, dat ik op ü op dezen feestdag mag ontvangen? Ach, onmetelijke God, en ik ben zoo weinig op üw ontvangst voorbereid ! Ach, Heer van Majesteit, ik heb U tot nu zoo slecht gediend! Ach, minnelijke Vader, ik heb ü tot nu zoo vaak vergeten!
Daarom, o God, heb ik zoo dringend behoefte aan Uwe hulp. Ach, Heer Jesus Christus, als ik bedenk, dat Uwe allerreinste, allerwaardigste Moeder zoo ontstelde, bij het vernemen dat Gij in Haren maagdelijken schootzoudt komen rusten ; als ik bedenk dat de Heilige Joannes de Dooper in de Jordaan sidderde voor het aanraken van Uwe Heilige Mensch-heid, ach. Heer, dan heb ik, zondig mensch, alle reden bij het ontvangen van Uw onsterfelijk, verheerlijkt Lichaam, te sidderen. Ach, Heer, mijne zonden en ondankbaarheden klagen luide over mij ; mijn geweten getuigt tegen mij, waarheen zal ik vluchten, want ik kan niet vlieden voor Uwe kracht!
Maar, Heer van kracht en sterkte, is Uwe gerechtigheid zoo onnoemel jk groot en onuitsprekelijk, üw zoete genade en barmhartigheid overtreffen die, als het ware, nog.
123
Ik weet, dat Uwe goedertierenheid voor den zondaar zoo groot is, dat Gij zelfs een mensch die op U wil en kan vertrouwen, niet van ü verstoeten kunt. Ach, almachtige, barmhartige God, wat is Uwe goedheid groot, wat gaat Uwe erbarming alle begrip te boven!
O troosten verkwikking mijns harten, spreek Gij heden voor mij, en stel U voor mij heden in de plaats, opdat ik het durf wagen U ondanks mijne vele zonden, te ontvangen. Ik verberg mij achter Uwe barmhartigheid, ik doe mijn hart geheel in Uwe genade opgaan, ik stel mij geheel in Uwe barmhartige hand, opdat Gij mij Uw erbarming en de goedertierenheid Uws Harten geheel kunt toonen.
Ja, barmhartige God en Heer, toon U heden aan mijn zondige ziel. Geef, dat ik voor U verschijne, gezuiverd van alle schuld, luisterrijk opgesierd door al Uwe genaden, en dat ik met Uwe levendmakende Spijze gesterkt worde om meer en meer inliefde aan te groeien, en door Uwe barmhartigheid als met een kleed omgeven te worden tegen alle kwaad. Amen.
VERZOEK.
Geef mij vooral, o mijn God, op een dag als heden, U met ware godsvrucht te ontvangen. Alles rondom mij viert U ; geen moeite wordt gespaard om Uluisterrijk te huldigen. Bloemen en licht, goud en zilver, zijden en andere
124
stoffen worden bijgezet om U, op Uwen feestdag als God onzer tabernakelen^ zooveel doenlijk lof en eer te brengen. De geheele Christenheid deelt in dit feest. En ik, Uw behoeftig kind, ik, die dit alles moet aanschouwen, die er zoovelen met vreugde in het hart, en metzichtbare godsvruehttot Uwen sc Disch zie naderen, ik zou een wanklank lo voor U zijn in dien blijden feestzang. De koningen dezer wereld, o Jesus, deelen gunsten al en aalmoezen uit, wanneer hun volk hun over- U
winning viert. O, geef dan ook. Gij Hemel- k sche Koning, wiens triumf men heden herdenkt, bizondere blijken van welwillendhe d. Laat o niet toe, dat ik U met mijne gewone ver- k strooidheid ontvange; leg mij zooveel edele gevoelens in hot hart, lieve Jesus, dat ook ik U heden op bizondere wijze kom huldigen en ontvangen.
H. Imelda, toon mij heden meer dan ooit f Uwe bescherming.
* En daar werd een stem gehoord: zie de lt; Bruideqoin l'Oint: ga Hem te yenwet. Matth. 25.
125
est- NA DE HEILIGE COMMUNIE.
â reel
3eje LOFPRIJZING
Uw van den Gelukz. Henricus Suso.
ian-
â in O mijn Jesus, dat de ontelbare menigte der
ven schoone engelenkoren U voor mij groeten en ank lofzingen. Dat de verlangens en de liefde ko- Uwer Heiligen, en de verheven harmonie van iten al het geschapene U voor mij verheerlijken! i'er- O, wanneer zal de dag komen, dat ik in zal nel- kunnen stemmen met de volmaakte lofzangen ikt, Uwer Heiligen, waar zij door niets meer jaat onderbroken worden, of hunne welluidendheid ?er- kunnen verliezen. O, dat verlangen, die be-Jele hoefte verteert mij, want hoe zou ik niet j ik naar U kunnen verlangen, o Jesus, eenige i en vreugd mijns harten? Gij weet het, o mijn zoete Jesus, dat ik mij geheel aan U over-ooit geef; mijn ziel bemint niets anders dan U, zoekt niets anders dan U, wil niets anders e de dan U, en wanneer zij U niet vindt, is zij 25. wel genoodzaakt te weenen en moet zij wel gefolterd worden.
Uw lof, o mijn God, is de voorsmaak van het eeuwig geluk. Die lof verlicht mijn verstand, verzacht mijn kruis, overwint de booze geesten, verjaagt de droefheid en de verveling, geeft rust en geluk aan mijn ziel. Ik
126
zal U loven door mijn woorden, door mijn gedachten, door mijn werken, om mijn zonden uit te wisschen, mij met genaden te verrijken, den naaste te stichten, de zielen des vagevuurs te troosten, mij met de Engelen des hemels te vereenigen, Uw welbeminde te wezen hier op aarde, en gelukkig en heilig dit leven te verlaten.
Dat mijn hart dan een gloeiend vuur moge wezen, dat gevoed wordt door U te loven; dat het zich met de liefde van alle Uwe Heiligen vereenigen, van alle Serafijnen des hemels, en met die liefde, welke God de Vader zelf heeft voor ü zijn eeniggeboren en welbeminden Zoon. Amen.
A ANISIDDINO.
Naar den H. Thomus van Aquine. 1)
O God, verborgen onder de nederige broodgedaante, welke ik zooeven genuttigd heb, ik aanbid ü met alle gevoelens van godsvrucht. Mijn hart stelt zich geheel ter Uwer
1) Aan dezen H. Leeranr komt de onsterfelijke eer toe de tolk te zijn van de verheven gevoelens, welke de Heilige Kerk op dezen hoogen dag vol geestdrift vervoeren. Trachten wij heden die gevoelens tot de onzen te maken, door langzaam en met aandacht zijne hemelsche woorden te overwegen.
I
127
beschikking, want het wordt geheel aan zich zelf ontvoerd bij de gedachte aan Uwe liefde.
Gezicht, gevoel en smaak onderkennen U niet. Maar op het hoeren alleen geloof ik, dat Gij hier onder die broodgedaante wezenlijk tegenwoordig zijt! Ik geloof wat de Eeuwige Zoon van God mij gezegd heeft; niets gaat vaster dan Zijn woord.
Op het Kruis was enkel Uw Godheid, o mijn Heer, verborgen. Maar hier doet Gij voor mij nog meer; hier gaat ook Uwe heilige Menschheid schuil. Toch geloof en belijd ik beide, en vraag wat de goede moordenaar aan het Kruis U vroeg: Heer, gedenk mijner, wanneer Gij gekomen zult zijn in Uw rijk.
O Jesus, het is mij wel niet gegeven, als aan Thomas, Uw apostel, Uwe H. Wonden te aanschouwen, maar dit heeft mijn geloof niet van noode. Toch belijd ik U als mijn Heer en mijn God. 0 geef, dat mijn geloof aan U, mijn hoop op U, mijn liefde voor U, steeds meer en meer aangroeie.
O gedachtenis van den dood van mijnen Heer, o levend Brood, dat den mensch het bovennatuurlijke, het eeuwig leven schenkt, verleen ook mijn arme ziel steeds door U en in U te leven, en daarvan immer de zoetheid te smaken!
Liefste Jesus, Heer, Gij zijt als de pelikaan die in moederlijke bezorgdheid haar bloed
128
schenkt voor haar jongen. Schenk mij Uw Bloed, o Heer; reinig mijne onreinheid geheel in dien kostbaren stroom, waarvan één druppel volstaat om een gansche wereld van al hare ongerechtigheid te zuiveren.
Jesus, nu aanschouw ik U nog onder de gedaante van Brood, maar verleen mij, bid ik U, dat ééne, waarna ik zoo vurig verlang: laat mij eenmaal U zonder dien sluier zien, en in dit zalig aanschouwen mij voor alle eeuwigheid verheugen. Amen.
DANKZEGGING
naar den II. Thomas van Aquine.
Het Eeuwig Woord des Vaders was uit den Hemel neergedaald. Hij kwam, schoon Hij in volle glorie bleef heerschen aan de rechterhand Zijns Vaders, bij het verduisteren der tijden om Zijn werk ter verrichten.
Hij kwam, maar alvorens een der Zijnen Hem ter dood zou overleveren, schonk Hij zich zelf aan de Zijnen als hun spijze ten leven.
Hij schonk hun onder tweevoudige gedaante Zijn Lichaam en Zijn Bloed, om den mensch, die immers uit lichaam en bloed bestaat, geheel te kunnen voeden.
In de kribbe schonk Hij ons Zich zeiven als broeder, aan den disch als voedsel, op
129
het Kruis als losprijs, in Zijn Rijk als belooning.
O zalig Offerlam, waardoor de hemelen ons zijn ontsloten, hevige strijd kwelt ons, geef ons krachten, help ons !
Eere zij eeuwig den drieëenigen God! Moge Hij ons in het vaderland de onsterfelijkheid meedeelen. Amen.
DANKZEGGING
van den Eerb. Ludovicus van Grenada.
O mijn God en mijn erbarming, hoe zal ik U waardig danken, dat Gij, Koning dei-koningen, en Beheersoher der heerschers, U gewaardigd hebt mijn ziel te bezoeken, en Uw intrek te nemen onder mijn nederig dak en daar te bewerken, dat Gij en ik één werden door Uw onschatbaar Sacrament. Wat zal ik daarvoor wedergeven, met welke wederdiensten zal Ik Uw goedheid beloonen? Wat dank kan een nietig, ellendig, zondig schepsel geven voor een geschenk zoo kostbaar eu zoo rijk ? Het was U niet genoeg ons Uwe Godheid mee te deelen door dit H. Sacrament, maar tegelijkertijd vereenigde zich met ons Uwe Menscheid, en alle verdiensten, welke Gij door Haar en in Haar verworven hebt.
O wonderbare vereeniging! O onvergelij-
6*
130
kelijke schat, den mensch nog niet voldoende bekend, maar toch waardig dag en nacht in de H. Kerk te worden geloofd en geprezen. O goedertieren Geneesheer onzer zielen, Gij kondt niet met grooteren rijkdom, met kostbaarder schatten ons verrijkt hebben dan door dit H. Sacrament. Ja, wel hebt Gij in het uur vóór Uw lijden gezegd: âIk heilig Mij, opdat ook gij door Mij in waarheid heilig zoudt kunnen worden.' Een nieuwe wijze van te heiligen, hebt Gij in Uw liefde ontdekt, waarbij de Heiligmaker alleen alle lasten zou hebben, de geheiligde alle lusten. Gij hebt gearbeid : ik heb het loon ontvangen. Gij hebt de kosten gemaakt: ik heb de winsten ontvangen. Gij werdt gekastijd: ik ontving vergeving. Gij hebt den bitteren drank moeten ledigen: en ik ben gevoed geworden en heb het leven weergekregen. Uwe smarten, Uwe nagelen, de door U ontvangen kaakslagen, Uwe doornen. Uw kostbaar Bloed, niet druppelsgewijs, maar met stroomen vergoten, heeft voor mij voldaan. Uwe tranen wasschen mij ; Uwe wonden genezen mij ; Uw geeselstriemen voldoen voor mij. O rijke vereeniging, o oneindig ver dienstelijke verbroedering, o alles overtreffende, onschatbare ruil! Hoeveel hebben wij daartoe bijgedragen? Wat heeft het ons gekost, om zooveel te winnen? ach, God, laat
131
de ik het liever belijden: Uw goedheid alleen
ht heeft mij zoo gelukkig gemaakt. Goedheid,
in. Liefde is Uw natuur. Dank derhalve, o mijn
irij God, dank, uit het diepste van mijn hart:
st- geef mij slechts de genade mijne erkentelijk-
in heid duizendvoud, ja tot in het oneindige
in te kunnen vermeerderen. Amen.
id GEBED TOT DE H. MAAGD.
fe
le Van den II. Ephrem.
Ie
'i. Maria, Moeder van God, bid voor mij om
i. der wille van Uwe overgroote erbarming. Gij
le ⢠zijt immers de Moeder van den liefdevollen k Minnaar der menschen. Door U kennen wij
n Gods Zoon; door ü is de God der Heer-
d scharen Emmanuel, dat is, de God met ons
i. geworden, door U hebben wij verdiend gevoed
gt; te worden met Zijn allerheiligst Lichaam en
Bloed. O houd niet op, bidden wij ü, onze t voorspraak te zijn, opdat wij aan de listen
en lagen onzer vijanden ontsnappen, gered worden door Uwe moederlijke bescherming, r en den Eenigen God, den Schepper van alle
dingen, lof en eer mogen bewijzen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
i
V.
Op den feestdag van het Goddelijk Hart van Jesus, en op de eerste Vrijdagen der maand.
MORGENGROET
van de H. Mechtilda.
I?k aanbid, prijs en groet U, o Heilig Hart (j5 van Jesus, waar elk oogenblik, als uit eene genadebron, alle goed en alle troost ontspringt. Met allo krachten mijner ziel dank ik U, dat Gij dezen nacht over mij gewaakt hebt, en voor mij, aan God, Uw Vader, den verschuldigden lof en dankzegging hebt opgedragen. Thans bied ik U, o beminnelijke Jesus, mijn hart, hoe onwaardig ook, tot offer aan, en met alle mogelijke godsvrucht sluit ik het in het uwe. Ik smeek ü, er Uwe goddelijke genade in uit te storten, en het door Uwe heilige liefde te ontvlammen. Amen.
ACTE VAN BEROUW
van den H. Alplwnsus.
Aanbiddelijk Hart van mijn Jesus, Hart, geschapen om de menschen te beminnen, tot
133
heden heb ik U niets dan ondank weergegeven. Vergeef het mij, o Jesus! Hart van mijn Jesus, hoe is het mogelijk, dat ik bij het zien van Uwe goedheid en mijne ondankbaarheid, niet van droefheid sterf? Gij, mijn schepper, hebt mij uit het niet voortgebracht, uw Bloed en leven voor mij geschonken. Maar daarmede niet voldaan, vindt gij bovendien in het H. Sacrament Uwer liefde nog het middel U dagelijks voor mij op te offeren, ondanks de beleedigingen en verguizingen, waaraan Gij bloot zoudt staan. Ach Jesus, vervul mijn hart met een groot berouw over mijne zonden en een vurige liefde tot de genade om in een vurige liefde tot ü tot mijn laatste zucht te volharden. Amen.
GEBED OM EEN WARE GESTELTENIS.
Van den Gel. TIenr. Suso.
0 levendige vrucht, o zoete knop, o aangename Paradijsappel van het Hart des Vaders, zoete druif van Cypre in den wijngaard van Engaddi, hoe zal ik U heden waardig ontvangen'? Hoe kan ik U genot doen vinden om in mij te komen wonen en nooit meer van mij te scheiden? O eindloos Goed, dat hemel en aarde vervult, neig U heden genadig tot mij, en versmaad Uw arm schepsel niet. Heer, zoo ik U niet waardig ben, ik heb toch ook behoefte aan U. 0 allerzoetste.
134
hebt Gij niet geheel de aarde met één woord geschapen ? Met één woord kunt gij dus ook mijn ziel gezond maken. O Heer, handel dan met mij volgens Uw genade en oneindige barmhartigheid, maar niet volgens hetgeen ik verdiend heb. Gij zijt het onschuldige Lam, heden voor alle menschen geslacht. O Hemelbrood, zoo zoet en zoo aangenaam, dat zich richt naar een ieders smaak en hartsverlangen, verkwik op dezen dag mijn dorstige ziel. Eeuwige wijsheid, bezoek mij zoo krachtig, dat alle mijne vijanden op de vlucht slaan, alle mijne gebreken verdwijnen, en alle mijne zonden worden kwijtgescholden. Verlicht mijn verstand door het licht van Uw waar geloof'; ontvlam mijn hart door Uwe zoete liefde, beur mijn gemoed op door Uwe troostvolle tegenwoordigheid, en geef al mijn vermogens deugd en volmaaktheid. Behoed mij bij mijn dood, om U eenmaal van aanschijn tot aanschijn te genieten in de eeuwige zaligheid. Amen.
ONTBOEZEMING.
van den Gelul-z. IJenricus Suso.
O mijn Jesus, mijn zoete liefde, hoe kwijnt mijn ziel naar U! O Wijsheid, troost mijne ziel, Uwe arme dienaresse, ik sluimer in Uw schaduw, doch mijn hart waakt en verbeidt.
135
cd Allerbeminnenswaardigste Jesus, verander
)k mijn arm hart in Uw Heilig Hart. Laat de
el smarten, die Gij hebt geleden, Uw Hart met
i- het mijne vereenigen en mij Uw Hart altijd
is beminnelijk doen vinden.
i- Ach, zoete Jesus, Gij zijt het schoonste wat
n er is voor het oog, het zoetste wat er is voor
o den smaak, het streelendste wat er is voor het
â s gevoel, het beminnelijkste wat er is voor het
n hart. O duizendwerf gelukkig hij, die U kan
I, dienen, gelijk gij het waardig zijt!
AANBIEDING.
O, Jesus, oneindig heilige, aanbiddenswaar-dige God, Opperheer des Heelals, ik bied U deze H. Communie aan, om de liefde van Uw Heilig Hart te verwerven, en de deugden van dat Hart trouwer na te volgen, en het inwendig leven te betrachten. Ik verlang eene eereboete te doen voor alle oneerbiedigheden en heiligschennissen, U in het Sacrament des Altaars, ook door mij, aangedaan. Ik draag deze H. Communie op voor den bloei der Kerk, Uw Bruid, voor de bekeering der zondaars en voor de verlossing der zielen in het Vagevuur. Verleen mij alle aflaten hieraan verbonden.
OPDRACHT VAN ZICH ZELVEN.
Van de H. Catharina van Senen.
O Hart, o vat dat overvloeit om ons dron-
136
ken te maken van liefde, en alle verlangens der liefde te bevredigen! Gij geeft vreugde, Gij verlicht het verstand, Gij vervult de gedachte, Gij boeit zoo onweerstaanbaar, dat het onmogelijk is iets anders lief te hebben, te begrijpen of te herdenken, dan dien goeden en zoeten Jesus. O vuur, o onuitsprekelijke liefde!
O Goddelijke, vlekkelooze Bruidegom, waarom deedt Gij na Uw dood nog Uw zijde openen? Waarom liet Gij Uw Hart doorsteken? Ach, het was omdat Uwe liefde haar oneindigheid nog niet ten volle geopenbaard had. Gij wildet mij het groote Geheim Uws Harten leeren kennen, en daarom moest dat Hart geopend worden, om mij te laten zien, dat Gij mij nog meer bemindet, dan Uw dood mij reeds deed zien.
In uwe zijde, gekruiste Jesus, zal ik mij verbergen, en er mij op toeleggen dat Geheim uws Harten te kennen en te begrijpen. Ontvlam er mij van liefde op het zien van die schuilplaats mij daar bereid tegen de slagen mijner vijanden, van dat rustoord, waar mijn ziel verzadiging vindt voor den gloed harer liefde. Ik zal er nog heden mijn voedsel. Uw Vleesch en Bloed, mij gegeven tot spijs en drank, nuttigen.
Gij hebt ons een boek gegeven, o Jesus, dat voor iedereen, hoe zwak ook van gezicht
137
of begrip, leesbaar is. Dat boek zal ik lezen, en mij verheffen tot aan Uw liefde, tot aan de bron van dat vuur, de wonde Uwer zijde, waar Gij het Geheim Uws Harten doet kennen, en ons toont, dat Uw lijden en dood U niet voldoende waren om ons te laten zien, hoezeer Gij ons bemindet.
LAATSTE VERZUCHTINGEN TOT VOORBEREIDING.
0 Jesus, mijn God en Zaligmaker, open mij Uw Goddelijk Hart; neig Uw Hart tot mij en verhef het mijne. Vereenig Uw hart met het mijne, opdat beide slechts één uitmaken. Mijn hart versmacht naar U alleen; het bemint U boven alles. Ach wanneer zal mijn hart geheel in U opgaan? Kom, vervul mijn wenschen en voltooi mijn geluk; kom, Goddelijke Zaligmaker, kom!
O Jesus, er kan geen liefde met de Uwe worden vergeleken! Op het Kruis vingt Gij Uw offer voor mij aan, in mijn hart voleindigt Gij het. Ach, hoe is het mogelijk, dat Gij een hart als het mijne tot woning wilt nemen? Doe mij begrijpen, hoe ik U moet beminnen; vurig verlangt mijn ziel naar U. Mijn hart is het werk Uwer handen, naar Uw beeld en naar Uw gelijkenis gevormd; weldra zal het Uw Tabernakel worden. Treed in de woning, die mijn hart U biedt. Zuiver het van alles, wat U daar nog mishaagt.
138
Ontvang liet Offer van al mijn neigingen, en verblijf als een God vol Majesteit en Heiligheid in het door U uitverkoren Tabernakel. Druk Uzelf nog volmaakter uit in mijn hart; neem er alles weg, wat op het Uwe niet gelijkt en grif er al Uwe trekken in.
0 Jesus, mijn Liefde en mijn Leven, treedt binnen in mijn hart. Het staat open voor U; het verlangt naar ü. Aanvaard mijn hart, dat zich aan U schenkt. Maak het standvastig, en steun het in zijn wankelmoedigheid. Laat het bij üw komst zijn geluk gevoelen en voor immer sterven aan de zonde.
NA DE H. COMMUNIE.
DANKZEGGING.
O genade! o geluk! Ik bezit God in mijn hart; Hij is bij mij en in mij; Zijn Hart en het mijne vormen als maar één.
O Jesus, welbeminde mijner ziel. Gij hebt mij Uw Heilig Hart in de Communie geschonken ; ach kon ik mij thans in lofprijzingen en dankbetuigingen verheffen! God der Hemelen, Uw liefde heeft U tot mijn nietigheid doen neerdalen; Uw liefde heeft mij tot U verheven. Nu zijn wij vereenigd: Gij, mijn Schepper en mijn Zaligmaker, en ik, een arm zondaar, een nietig schepsel. Wat zal ik U wedergeven voor al Uw weldaden? Gij
139
vordert mijn hart; o Jesus, mijn Opperst Geluk, het is mij een troost het U aan te mogen bieden. Hier is het, ik draag het U geheel op. Aanvaard het, mijn Zaligmaker, hoe nietswaardig het ook is; verstoot het niet van TJ, hoe vaak het ü ook verstoeten hebbe. Neem het, verruim het, deel het den gloed mede van Uw brandend Hart, laat mij eindelijk eens liefde voor liefde wederschenken.
AANBIEDING.
Van de H. Maria Margaretha.
Eeuwige Vader, vergun mij U het Hart van Jesus Christus, Uwen welbeminden Zoon aan te bieden, gelijk Hij het U zelf als zoenoffer heeft opgedragen. Aanvaard dit offer voor mij, met alle verlangens, gevoelens, neigingen, bewegingen en handelingen van dit allerheiligst Hart. Zij zijn allen de mijnen, door dat Hij zich voor mij heeft opgeofferd, en ik wensch voortaan geen andere verlangens te hebben dan de Zijnen. Aanvaard ze als voldoening voor mijne zonden, en als dankbetuiging voor al Uwe weldaden. Verleen mij door Zijne verdiensten alle genaden die ik ter mijner zaligheid noodig heb, en inzonderheid de volharding tot het einde toe. Ontvang dit offer ook als zooveel betuigingen
140
van liefde, vereering en aanbidding, welke ik Uwe Goddelijke Majesteit bewijs, daar Gij alleen door Jesus' Hart op waardige wijze wordt geprezen en verheerlijkt. Amen.
GEBED.
Van den Eerh. Ludovicus van Grenada.
O allerheiligste Hartewonde mijns Zaligmakers, eerder door de liefde dan door de lans geopend! O stroom van het hemelsch lusthof, dat met zijn wateren de aarde besproeit! Deur des hemels, opening van het Paradijs, verzekerd toevluehtsoord, onoverwinnelijke sterkte, heiligdom der vromen, schuilplaats der reine duiven, leger van Salomon's Bruid, met bloemen overdekt, wees mij gegroet! Allerheiligste wonde van het Goddelijk Hart, gij kwetst de harten der godvruchtige zielen; heilige opening, gij dringt op uwe beurt de zielen der rechtvaardigen binnen. Kostbare parel, geheimzinnige toegang tot het Hart van Jesus, heerlijk getuigenis van Zijne liefde, voornaamste onderpand van het eeuwige leven, door ü treedt men binnen in de ware ark van Noë, om aan den zondvloed te ontkomen. Gij verjaagt de bekoringen, lenigt de droef.ieid, heelt onze kwalen. Gij verzoent den zondaar, doet den dolende en den balling zacht rusten en
141
sluimeren. O vuuroven van liefde, huis des vredes, schatkist der Kerk, springader des waters ten eeuwigen leven. Mijn Heer en mijn Ood, open mij deze deure, doe mijn hart dat oord van zalige wellusten binnengaan. Dat die wonde mij tot doorgang strekke om tot aan. den zetel Uwer liefde door te dringen. Geef dat ik mijn dorst lessche aan deze zoete bron, dat ik gezuiverd worde door het goddelijk water dier wende, en mij dronken drinke aan het kostbare, daaruit vlietende vocht, namenlijk Uw Heilig Bloed. Geef dat mijn ziel ruste op dien aanbiddelijken boezem, om er alle dwaasheden der wereld te vergeten, er mijn voedsel en vrede te vinden, en eeuwig met den profeet te herhalen: âHier is de plaats mijner rust; hier blijf ik wonen, want deze plaats heb ik verkoren.quot; Amen.
BELOFTEN AAN JESUS.
Fan de 11. Calharina van Senen.
Naar Uw voorbeeld, o Goddelijk Hart van mijn Jesus, zal ik voortaan tot eer en glorie van Uw naam, alles verdragen, wat God aan mij toe zal laten, alle pijnen naar lichaam en ziel, alle aanvallen van den duivel en de menschen. Ik wil door U tót den Vader gaan, want Gij zijt de weg en de waarheid,
142
en zij, die dezen weg gaan, wandelen in het licht, zonder ooit in het duistere te dwalen. Langs dien Weg zal ik tot Uwe zijde komen en er het leven der genade vinden. Dan zal ik den ouden mensch afleggen door een heiligen haat aan de zonde en de zinnelijke neigingen, een haat, zooals Uw Goddelijk Hart mij te lezen geeft. Want dat Hart heeft immers zoo de zonde gehaat, dat het haar aan Uw lichaam heeft willen doen boeten. In dat geopend Hart zal ik ook liefde vinden voor een waar, degelijk, godsdienstig leven, want die goddelijke wonde toont mij Uw gloeiende liefde, schenkt mij als een bad van Bloed, gemengd met het vuur der goddelijke liefde.
In dat Bloed, gekruiste Jesus, zal ik mij dompelen, om de melaatschheid mijner ziel te zuiveren. In die Wonde Uwer Zijde zal ik mij verbergen en er het Geheim Uws Harten doorschouwen. En ziende, dat Gij al wat Gij deedt uit liefde tot ons hebt verricht, zal ik U liefde voor liefde wedergeven.
Ach, Goddelijke Bruidegom, hoe zou het mij nog mogelijk zijn niet in Uw voetspoor te treden, en met liefde te lijden al wat God mij zendt, en op welke wijze ook H.j het mij toe laat komen? Met heilige gelatenheid en waarachtigen ootmoed zal ik opstaan, allerzachtst Lam, om U met Uw edelmoedig en
143
liefdevol Hart te volgen. Ik zal mij voor U ten offer brengen, gelijk Gij ü hebt ten oifer gebracht voor mij, toen Gij om mij het leven der ziel te geven, zelf het leven des lichaams prijs gaf; toen Gij, om ons Uw liefde te bewijzen, Uw Hart opendet en ons na Uw dood in Uw Bloed deedt baden. O, zoo ik mij verberg in de wond Uwer zijde, en mij nooit weder afscheid van Uw Hart, zal ik niet behoeven te vreezen. Eenmaal daar binnengetreden, vind ik er èn vreugd èn zoetheid èn streelende geuren, welke ik nimmer weer verliezen wil. Want Uw Hart is een schatkamer van geuren en barmhartigheden, van barmhartigheden, welke genaden meedeelen en tot het eeuwig leven voeren, waar het leven geen dood kent, de bevrediging geen tegenzin, de honger geen kwelling, de volmaakte vreugd geen mengeling van smart, en waar alle kommer en alle verlangen van het schepsel gestild wordt. Amen.
TOEWIJDING AAN HET GODDELIJK HART VAN JESUS.
Van de H. Maria Margaretha.
Ik N. N. wijd aan U, o Heilig Hart van Onzen Heer Jesus Christus, geheel mijn persoon en mijn leven ; mijne handelingen, moeilijkheden en lijden, om voortaan van al wat het mijne is, geen gebruik te maken, dan om
144
ü, o Heilig Hart, te beminnen, te vereeren en te verheerlijken. Ja, dit is mijn onherroepelijke wil, geheel aan Jesus Hart toe te behooren, alles uit liefde tot dit Hart te verrichten, en uit geheel mijn hart te verzaken, wat aan dit goddelijk Hart mishaagt. I: Ik neem ü dus, o Heilig Hart, tot het eenig voorwerp mijner liefde, tot beschermer van mijn leven, tot waarborg mijner zaligheid, tot steun mijner zwakheid, tot hersteller van al mijne zonden, tot veilige schuilplaats in het uur des doods. 0 wees dan ook, Hart vol goedheid, mijn rechtvaardiging bij God den Vader, en wend de straffen zijner rechtvaar- , dige gramschap van mij af. 0 Hart vol *. liefde, ik stel op U al mijn betrouwen; ik vrees alles van mijne zwakheid, maar hoop v. alles van Uwe goedheid. Vernietig in mij u alles wat ü zou kunnen mishagen of weór- w staan, en laat Uwe zuivere liefde zóó diep g( in mijn hart geprent zijn, dat ik U nooit to meer kunne vergeten, of van U gescheiden hc worden. Goddelijk Hart, ik smeek U door bl Uwe oneindige goedheid, mijne naam diep m, in Uw Hart te griften, want in Uwen dienst de wil ik leven en sterven. Amen.
VI.
In den Vastentijd en voor hen, die bij de Heilige Communie het lijden en den dood van Jesus Christus willen overwegen.
VOORBEBEIDINGSGEBED.
Van den H. Franciscus van Assicié.
erp een blik, o Heer, God, hemelsche XjGjX Vader, op het verheerlijkte aanschijn van üwen Gezalfde, en heb medelijden. Erbarm ü over mij en over de overige zondaars, voor welke Uw gezegende Zoon, onze Heer, zich gewaardigd heeft te sterven, en voor wie Hij tot vertroosting en zaligheid in Zijn allerheiligst Altaar-Sacrament met ons wil verblijven, met welken Goddelijken Zoon, Gij met den H. Geest één God zijt, en leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.
OVERWEGING.
Van den Gel. Jlenr. Suso.
Eeuwige Wijsheid, herinner u het oogenblik,
7
146
dat Gij, na het laatste Avondmaal, in den hof van angst hebt gebaad in bloedig zweet; â dat Gij werdt gevangen genomen, geboeid en schandelijk -weggesleurd; â dat Gij in den nacht in het aangezicht werdt geslagen, bespot, en geblinddoekt; â dat Gij vóór Kaïphas werdt beschimpt en des doods schuldig verklaard; â dat Gij door uwe lieve Moeder met peilloos diepe zielesmart werdt aanschouwd; â dat Gij vóór Pilatus wordt gebracht, valsch beschuldigd, en ter dood veroordeeld; â dat Gij, Eeuwige Wijsheid, vóór Herodes als een dwaze werdt bespot; â dat Uw allerschoonst Lichaam door ontelbare geeselslagen werd vaneen gereten en verminkt; â dat Uw teeder hoofd met scherpe doornen werd doorboord, en daardoor Uw beminnelijk aangezicht met bloed bedekt; waarna Gij schandig en erbarmelijk onder Uw kruis ter strafplaats werd geleid.
Ach, mijn eenige toeverlaat, kom mij altoos in. al mijn nood te hulp. Bevrijd mij van de zware boeien der zonde; bewaar mij voor verborgen misdaden; bescherm mij tegen de valsche ingevingen van mijn vijand en voor alle oorzaken van zonden; laat mij diep Uw lijden en dat Uwer lieve Moeder gevoelen. Heer, oordeel mij barmhartig na mijn verscheiden, leer mij den roem der wereld versmaden, en U met wijsheid dienen. Genees
147
f . al mijn fouten in Uwe wonden; sterk door de smarten van Uw Goddelijk hoofd mijn a verstand tegen alle aanvechting en laat mij
i Uw lijden naar vermogen navolgen.
'i --
t
; Beminnenswaardige Heer, om het breken
van Uw heldere oogen op den hoogen boom des Kruises; â om het kwetsen van Uwe
h Goddelijke ooren door spot en smaad; â om
,t het kwellen van Uw reuk; â om de mar-
n teling van Uw smaak door bitteren drank,
it en van het gevoel door wreede slagen, bid ik
d U, mijn oogen te behoeden voor alle onge-
r oorloofde blikken, mijn gehoor voor alle ijdele
1, woorden. Heer, ontneem mij den smaak voor
it het zinnelijke; onthecht mij van het tijdelijke, en bevrijd mij van alle overdreven zorg voer
d mijn lichaam.
Zoetste Heer, door het lijden en het onge-
is mak van Uw op de borst gezonken hoofd;
le door de pijnen van Uwen hals; door het
ir bezoedelen mot speeksel en slijk van Uw
le heilig aangezicht; door het verbleeken van
)r ⺠Uw reine gelaatskleur; door het ontzenuwen
w van al Uwe ledematen, geef mij de genade
a. lichamelijk ongemak lief te hebben, al mijn
r- rust in U te zoeken, het leed, door anderen
r- mij aangedaan, gereedelijk te lijden, naar
is vernedering te verlangen, mijn begeerten af
148
te sterven, en al mijn neigingen te bestrijden.
Beminnelijke Heer ! door het doornagelen Uwer handen ; â door het spannen en rekken Uwer armen; door het doorboren van Uwe voeten; â door de wreedaardig gedwongen houding van Uw lichaam : â door de vermoeienis van Uwe beenderen ; â door het harde hout, dat al uwe zachte ledematen pijnigde; â door het geronnen bloed Uwer handen ; â bid ik U, mij in voor- en tegenspoed aan U als vast te nagelen, al mijn vermogens naar lichaam en ziel aan Uw kruis te hechten, mijn geest en hart aan U te binden. Maak mij onbekwaam lichamelijk genot te genieten, maar vaardig om Uw lof en eer te zoeken. Vurig verlang ik, dat er geen enkel mijner ledematen het beeld van Uwen dood niet in zich draagt, of niet een teeken van gelijkheid met Uw lijden toont.
Allerzoetste Heer, aan het Kruis verwelkte en verdorde Uw frisch en bloeiend lichaam ; â Uw fijn gevoelige schouderen werden gepijnigd op den harden kruisbalk ; â Uwlichaam kromp ineen, geheel door wonden verscheurd. En dat alles leed Uw heilig Hart met liefde!
149
Heer, Uw verdorren strekke mij tot fris-schen bloei; Uw hard leger tot zachte rust der ziel; Uw ineenkrimpen mij tot oprichting; alleUwe smarten tot verzachting der mijne; Uw minnelijk Hart tot ontvlamming van hetmijne.
Beminnenswaardige Heer, in Uwen doodsnood werdt Gij bespot met smadelijke woorden en spottende gebaren, ten diepste werdt Gij in Uwe ziel vernederd; maar dit alles ver-duurdet Gij standvastig. Uw vader voor die onverlaten biddend. Ach, onschuldig Lam, hoe werdt Gij met boosdoeners gelijk gesteld, en door den kwaden moordenaar vervloekt! Maar de goede riep U aan; Gij vergaaft hem al zijne zonden, en opendet hem het Paradijs des hemels.
Leer mij, o beminnenswaardige Heer, alle smadelijke woorden, alle bespottingen, alle vernederingen om Uwentwille standvastig verdragen, en mijne beleedigers met liefde vergiffenis schenken. Ach, eindelooze goedheid, ik offer heden Uwen onschuldigen dood aan den hemelschen Vader voor mijn schuldig leven. Heer, ik roep U met den goeden moordenaar toe; Gedenk mijner, gedenk mijner in Uw rijk! Verwerp mij niet om mijn misdaden ; vergeef mij mijn zonden ; open mij Uw Paradijs.
Allerzoetste Heer, om mijnentwille werdt
150
Gij ieder oogenblik van alle menschen verlaten ; â Uwe vrienden verloochenden U; â naakt, van eere en kleeren beroofd, hingt Gij daar; â Uwe kracht scheen U ontzonken; â zonder erbarming werdt Gij bejegend, en dat alles leedt Gij stil en zonder tegenweer. Ach, wat moet er in Uw Hart zijn omgegaan, toen Gij tot op den grond van het hart Uwer zoete Moeder zaagt wat zij leed. Haar droevige houding bemerktet. Haar diepe zuchten vernaamt; toen Gij bij de scheiding den beminden leerling aanbevoolt in Haar moederliike trouw, en Haar aan de kinderlijke verknochtheid van deze.
O, zacht toonbeeld van alle deugden, ruk alle ongeregelde liefde voor de schepselen uit mijn hart, alle genegenheid, welke mij zou kunnen schaden. Neem van mij alle ongeduld, geef mij vastheid tegenover alle booze geesten, zachtmoedigheid tegenover alle menschen. O goede Jesus, druk Uwen bitteren dood in het diepste van mijn hart, beziel er mede mijn gebed en al mijn handelingen. O zoete Heer, ik beveel mij heden in de voortdurende trouw en hoede van Uwe zachte, reine Moeder, en Uwen geliefden leerling.
GEBED TOT DEN GEKRUISTEN JESÃS.
Van den TI. Paus Pms V.
Jesus Christus, mijn gekruiste Heer, Zoon
151
der H. Maagd Maria, open Uwe ooren en hoor mij, even als Gij op den berg Thabor Uwen Vader gehoord hebt. Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God den Vader ...
Jesus Christus, mijn gekruisde Heer, Zoon der H. Maagd Maria, open Uwe oogen, en zie naar mij, even als Gij op het Kruis naar Uwe beminde, bedroefde Moeder gezien hebt. Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God den Vader...
Jesus Christus, mijn gekruiste Heer, Zoon der Heilige Maagd Maria, open Uwen mond en spreek tot mij, even als Gij tot Johannes hebt gesproken, toen hij Maria tot Moeder van U ontving. Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God den Vader...
Jesus Christus, mijn gekruiste Heer, open Uwe armen, en omhels mij, even als Gij op het Kruis Uwe armen uitgestrekt hebt om de geheele menschheid te omvatten. Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God den Vader...
Jesus Christus, mijn gekruiste Heer, Zoon der Heilige Maagd Maria, open mij Uw Hart, ontvang het mijne, en schenk mij wat ik U vraag, zoo het U aangenaam is. Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God den Vader...
152
LAATSTE VERZUCHTINGEN.
Van den H. Bernardus.
Mijn Heer en God, Jesus Christus, bij al Uwe andere onschatbare weldaden, hebt Gij üw rechterzijde om mijnentwille nog laten doorboren, ten teeken dat Gij mij niet dan aan Uw rechterzijde wlldet laven, niet dan aan Uw rechterzijde mij een schuilplaats bereiden. Ach, verleen mij te mogen zijn als de duif, die zich gevestigd heeft in de opening van de rots, doch slechts in de opening dei-rechterzijde.
NA DE H. COMMUNIE.
Ik heb Hem gevonden, dien mijn hart bemint; ik bezit Hem, ik zal Hem niet meer verlaten. O Jesus, mijn Koning, heb medelijden met mijn ellende en mijn kwellingen. Gij, mijn Rechter, vergeef mij al mijn zonden. Gij, mijn Geneesmeester, heel al mijn gebreken. Laat mijn vereeniging met U, den Bruidegom mijner ziel, eeuwig van duur wezen. Gij, mijn Gids en mijn Beschermer, neem mij bij de hand en verdedig mij tegen al mijn vijanden. Omdat Gij U voor mij tot een Slachtoifer hebt gemaakt, wil ik U dagelijks een offer van eerbewijzingen brengen. Gij,
153
mijn Verlosser, bevrijd mijn ziel van de dwingelandij des duivels en verleen mij vermeerdering der heiligmakende genade.
Wat kan ik nog aan de hemelen en aan de aarde vragen, nu Gij, o God mijns harten, mijn deel voor tijd en eeuwigheid, in mij woont ? ,
GEBED TOT JESUS OP DES KKUISWEG.
Van de H. Catharina van Senen.
O eeuwige Waarheid, wat is Uw leer, welken weg moeten wij volgen om tot Uwen Vader te geraken'? Ik ken geen anderen dan dezen, welken Gij door Uw kostbaar Bloed besproeid hebt, en dien Gij bevestigd hebt door de bewonderenswaardige deugden van Uwe brandende liefde. Dat is van nu aan ook onze weg, o afgrond van liefde. Geef mij de genade, smeek ik U, Uwe waarheid met een oprecht hart te volgen. Verleen mij voortdurend te verlangen om Uwentwil te lijden. Geef mij een bron van tranen, o mijn Vader, aan mijne oogen, om voor de geheele wereld en voor Uwe Bruid, de H. Kerk, barmhartigheid te verwerven. Heer, ik heb gezondigd; heb medelijden met mij. Amen.
7*
154
OVERWEGING. 1) 3
V
Van den Gel. Henr. Suso. h
t
Teedere Moeder, gedenk heden het einde- jj
loos harteleed, dat Gij ondergingt bij het ont- ( moeten van Uwen veelgeliefden, stervenden
Zoon. Gij vermocht Hem nietje hulp komen; (j
â Zijn aanblik veroorzaakte U onnoemelijke ^
smart; â Gij beklaagdet bitter Zijn lot en r
troosttet Hem vol liefde. Zijn goddelijke woor- t
den doorboorden Uw Hart. Uw klagen ont- i
roerde versteende harten: beurtelings handen- j
wringend en Zijn Goddelijk Bloed eerbiedig ;
kussende, stond Gij daar onder het Kruis, -
m
tot Gij krachteloos ineenzonkt. ]
O Moeder van alle genaden, behoed mij moederlijk gedurende geheel mijn leven, bewaar mij genadig in het uur mijns doods. O dat zal het oogenblik zijn, waarop ik zal wen-sehen alle de dagen mijns levens Uw kind te zijn geweest. Dan zal ik in hart en ziel verschrikt zijn, uit alle macht, die nog in mij is bidden en smeeken, zonder dat ik weet tot wien mij te wenden. Daarom, onmetelijke
1) Deze overweging vormt met die van vóór de H. Communie een geheel. Wij hebben haar hier gesplitst om haar ten deele ook na de H. Communie, zooals het zeer gevoegelijk kan, te laten houden. Men kan deze oefening ook verrichten in den namiddag van den Goeden Vrijdag.
155
afgrond van erbarming, val ik U heden te voet, en verzacht innig uit den grond mijns harten, op dat oogenblik Uw bezoek waardig te zijn en te ontvangen. Want wat zal mij kunnen doen vreezen, wat mij schaden, als Gij, reine Moeder, mij behoedt ?
Ach, mijn eenige toevlucht, bescherm mij dan tegen den bangen aanblik der booze geesten; wees mij behulpzaam en behoed er mij voor van in de handen mijner vijanden te vallen. Troost mijn zuchten, sla Uwe barmhartige oogen op mijn doodelijke zwakte, bied mij Uwe moederlijke hand, ontvang mijn arme ziel, voer haar met Uw beminnelijk aangezicht voor den Hoogen Eechter en bevestig haar in de eeuwige zaligheid. Amen.
O welgevallen des hemelschen Vaders, hoe wordt Gij in den laatsten strijd bij al Uw uitwendige smarten ook inwendig van zoetheid en troost beroofd. Uw geroep drong erbarmelijk door tot Uwen Vader. Maar innig bleef Uw wil één met de Zijne. Heer, een wreede dorst kwelde Uwe tong; de dorst Uwer liefde pijnigde Uw hart; een bittere drank laafde U. En toen alles volbracht was, spraakt Gij; Het is volbracht. Gij waart Uwen Vader gehoorzaam tot aan den dood, beveeldet'Uwen geest in Zijne vaderlijke handen; en Uw ziel scheidde van Uw Goddelijk Lichaam.
156
Ach, minnelijke Heer, in deze liefde bid ik U, mij altoos in mijn lijden bij te staan, altoos aan mijn geroep het oor te leenen, en mij een wil te geven, volkomen met den Uwe vereenigd. Neem van mij weg, o Heer, alle dorst naar het tijdelijke, maar doe mij branden voor het eeuwige. Verkeer, allerzoetste Heer, door Uwen bitteren drank al mijn wederwaardigheden in zoetheid. Verleen mijne gedachten en werken de volharding in het goede, en laat mij nimmermeer mijzelf aan het juk Uwer gehoorzaamheid onttrekken.
Eeuwige Wijsheid, in Uwe handen beveel ik op dezen dag mijnen geest, opdat Gij dien bij mijn sterven met blijdschap ontvangt. Geef mij thans, o Heer, een leven, dat U welgevallig is, een dood, die voorbereid is, een uiteinde, dat door U verzekerd is. Maak, door Uwen bitteren dood, mijn geringe werken verdienstelijk, zoodat mijne schulden en boeten op dat oogenblik geheel uitgedelgd zijn.
Herinner U, o Heer, hoe de scherpe lans Uwe Goddelijke zijde doorwond heeft: hoe Uw kostbaar, roodgekleurd Bloed daaruit vloeide; hoe het water des levens zich daarbij mengde; hoe Gij mij aldus tegen een grooten prijs hebt moeten koopen, en hoe Gij mij vrijwillig zijt komen verlossen.
0 minnelijke Heer, moge die diepe Wonde
157
mij tegen al mijn vijanden beschermen : dit water des levens mij reinigen van al mijn zonden; dit roodgekleurd Bloed mij sieren met alle deugden en genaden. 0 zoete Heer, bind mij aan ü, die mij zoo zuur verdiend hebt, maak mij één met U, die mij zoo liefdevol verlostet.
Ach, uitverkoren Troost van alle zondaren, zachte Koningin, herinnert U het oogenblik, dat Gij onder het Kruis stondt, en Uw Kind dat ontzield nederhing. Wat pijnlijke aanblik moet dat voor U geweest zijn! Moederlijk ontving Gij hem vervolgens in Uwe armen, met innigen trouw liet Gij zijn hoofd tegen Uw aangezicht rusten, en druktet Uwe lippen op Zijn wonden en levenloos gelaat. Ach, hoe menige doodelijke wond moet Uw Hart daar niet ontvangen hebben! Hoe menige diepe zucht ontsnapte Uwe lippen! Wat een vloed van bittere tranen stroomde U over het gelaat! Gij klaagdet zoo diep medelijdenswaardig ! Geheel Uw houding getuigde van zooveel smart! En daar was niemand die Uw droevig Hart eenigen troost kon bieden.
O, reine Vrouwe, gedenk heel mijn leven mijn voortdurende schutse en getrouwe leidster te zijn. Sla immer Uw oog, dat moederoog, erbarmend op mij neder. Ontvang mij als een moeder telkens wanneer ik bij U hulp kom zoeken. Bescherm mij in Uwe teedere
158
armen tegen alle vijanden. Door Uw kussen -v Zijner Wonden, verzoen mij met Uw Zoon. d Door Uw doodelijke droefheden, schenk mij v een hartgrondig berouw. Door Uwe diepe zuchten, werk in mij een voortdurend verlangen naar den Hemel en door Uwe bittere J tranen verteeder mijn hart. Door Uw klagen g schenk mij een afkeer voor alle ijdele en 1; nuttelooze woorden; door Uw treurige hou- o ding maak mij ingetogen; door Uw troosteloos ( Hart versmading van alle gehechtheid voor a wat voorbijgaat. a
O liefelijke glans van het eeuwige Licht,
wat zijt Gij thans, nu ik ü van het Kruis d
op den schoot Uwer treurende Moeder zie t
nederliggen, geheel verflauwd en kwijnend. \
Ach, doe aldus ook in mij het vuur der g
kwade begeerlijkheid verflauwen en kwijnen. i|
O zuivere spiegel der Goddelijke Majesteit, a
wat zijt Gij van liefde tot mij thans bevlekt! v Reinig in mij mijn overgroote misdaden.
O schoon en lichtend beeld der goedheid van den Vader, wat zijt Gij geheel geschonden! Herstel thans het beeld, dat in mijn ziel geschonden is.
O schuldeloos Lam, wat zijt Gij gruwzaam z
mishandelt! Boet voor mij uit het schuldige, 7.
zondige leven, dat ik geleid heb. h
O Koning der Koningen, Heer der Heeren, E
verleen mij, gelijk mijne ziel U thans in Uw v
159
verlatenheid ontvangt met klagen en geween, dat zij eenmaal door U ontvangen worde met vreugde in Uwe eeuwige klaarheid.
0 beminnenswaardige Moeder, gedenk heden de droefheid, die Gij gevoeldet, toen Uw gestorven Zoon aan Uw Hart rustte. Gedenk het jammerlijk afscheid van die plaats, dien ongelukkigen gang. Uw droevig Hart, en Uwe verknochtheid aan Her;, door Hem in al zijn nood hij te staan en Hem naar het graf te vergezellen.
Verwerf mij van Uw teeder Kind, dat ik door Zijn en Uw lijden al mijn lijden moge te boven komen; dat ik mijzelf in Zijn graf \ oor alle tijdelijke zorg opsluite; dat mij de geheele wereld zoo weinig goeds brenge, dat ik naar Hem alleen verzuchte en dat ik tot aan het graf aan Zijn verheerlijking en dienst verknocht blijve. Amen.
GEBED ÃOÃ GOD DEN VADER.
Van den eerb. Tuulerus.
0 Vader van alle vertroosting, ik verlang zoo sterk in U bevestigd te worden, als Uw Zoon, het eeuwig voorwerp van Uw welbehagen, aan het Kruis gehecht was, waarvan Hij niet heeft willen afgenomen worden, alvorens Hij mij had vrijgekocht en met U
160
verzoend. Door deze overvloedige liefde, bid ik ü, van immer na deze H. Communie zoo sterk met U vereenigd te zijn, en in deze vereeniging met U zoo standvastig te volharden, dat ik U nimmermeer kan verlaten, zelfs al zou de geheele wereld U verlaten hebben. Dit vraag ik U tevens, o mijn God, voor allen, voor wien ik bizonder verplicht ben te bidden, en voor alle levenden en dooden. Amen.
GEBED OM LIEFDE VOOR JESUS LIJDEN.
Van de II. Gertrudis.
Heer Jesus, Zoon van den levenden God, verleen mij tot U uit geheel mijn hart te verzuchten, met een brandend verlangen en eene dorstige ziel; dat ik niet ademe dan in U, mijn eenige zoetheid en troost, en kwijne van liefde tot U, mijn eenig heil. Druk, al-lerbarmhartigste Jesus, Uwe wonden diep in mijn hart, zoodat ik Uwe pijn en Uwe liefde gevoele, en de herinnering aan Uwe wonden er altoos levendig in blijve. Ja, Heer! druk Uwe H. wonden diep in mijn hart, opdat ik altijd doordrongen zij van een innig medelijden, en meer en meer worde ontvlamd, doo'; een heilig liefdevuur. Ach ! mochr, mijn hart door de goddelijke kracht, welke thans door de H. Communie in mij leeft, ontrukt worden aan al het geschapene, en zich geheel aan U hechten, o Jesus 1 Amen.
VIL
Op den feestdag van O, L. Vrouw van den H. Rozenkrans, of op andere Moeder-Gods-dagen, alsook gedurende de Meien Kozen kransmaand en op eiken eersten Zondag.
DE H. COMMUNIE IN VEEEENIGING MET MARIA.
Naar den Gelukz. Griynon de Mout fort.
mijn God, diep verneder ik mij voor 'QÃf Uw aanschijn. Ik verzaak aan mijne zoo geheel bedorvene natuur, en aan alle mijne neigingen, hoe onschuldig en hoe goed mijn eigenliefde mij die ook doe voorkomen. Nogmaals draag ik mij aan U op, en wijd mij gansch aan U toe.
0 Maria, mijne dierbare Meesteres, ook de Uwe ben ik geheel en al, met alles wat ik heb. Schenk mij thans Uw Hart, want ik verlang niets vuriger dan in zulk een hart als het Uwe, met zulk een gesteldheid als Gij, Uwen Goddelijken Zoon te ontvangen. Ach,
162
wat een oneer voor dien God van majesteit in een hart te worden binnengeleid als het mijne, in een hart zoo ongestadig, zoo onvolmaakt, zoo geheel en al onwaardig. Doch Gij Koningin der harten, door de heerschappij, welke ü geschonken is over de harten, kunt in het mijne komen wonen om Uwen Zoon te verwelkomen. Gij kunt Uw Goddelijk Kind een ontvangst bereiden die Hem niet ont-eert, waarbij er niet te vreezen staat, dat Hem zijn glorie afbreuk zal worden gedaan. Want Hij is immers, volgens de getuigenis van den H. Geest zeiven, in Uw midden, en met zulk een vastigheid, dat niets Hem in dat bezit kan schaden.
Ach, mijne Moeder, wel heb ik mij aan U toegewijd, maar nederig moet ik bekennen, dat ik IJ daarmede slechts zeer weinig schenk, en U door dat nietswaardig geschenk maar zeer weinig heb geëerd. Doch heden kom ik U een ander geschenk aanbieden, het geschenk dat de Eeuwige Vader zelf U gegeven heeft. Uwen Geliefden Zoon, die straks in mij zal komen wonen. Door dat dierbaar pand II aan te bieden, zal ik U meer glorie kunen schenken, dan zoo ik de geheele wereld aan Uw voeten legde. Uw Jesus bemint U op geheel eenige wijze; in U stelt Hij al zijn welbehagen; in U vindt Hij zijn rust. O Maria, schenk mij dan Uw Hart. Mijne ziel is on-
1(53
rein, armer dan de stal van Bethlehem. Doch in die stal wilde Hij verblijven, omdat Hij IJ daar vond. Ook in mij zal Hij geen afkeer gevoelen, als Gij daar zijt. O kom dan in geheel mijn wezen, schenk mij Uw Hart!
AANROEPING VAN MARIA.
Van den Gelukz. Henricus Suto.
O Maria, eenige, bewonderenswaardige, onvermoeibare Troosteres der zondaars, de oneindige goedheid Gods heeft ü alle ongeluk-kigen dierbaar gemaakt; omdat Uw welwillend medelijden geen bedroefde zonder troost kan laten. Hoe groot is mijne vreugde, o allerzoetste Moeder, wanneer ik Uwe teedere liefde overweeg, en hoezeer gevoel ik mij dan aangemoedigd, versterkt en vervuld met hoop ! Uw naam stort vreugde in mijn hart, o Maria, verhevene meesteres, koningin van hemel en aarde, altijd geopende deur der barmhartigheid : want eerder zon het gansch heelal vergaan, dan dat Gij Uwen bijstand weigerdet. Daarom zijt Gij ook des morgens bij mijn ontwaken en des avonds als ik mij ter ruste begeef, de eerste, tot wie mijne ziel verzucht, omdat ik weet, dat alles wat Uwe allerzuiverste handen aan God aanbieden, Hem aangenaam en dierbaar wordt, al zou het dan, als het mijne, in zicli zelf niets zijn. Neem
164
dan mijne werken, mijne gedachten, mijne genegenheden, mijn lichaam, mijne ziel, geheel mijn leven; vertoon dit alles aan God als Uw eigendom en ik zal gelukkig wezen. 0 Maria vat van het zuiverste goud, versierd met paarlen en edelgesteenten, gevuld met genaden en deugden en dierbaarder in de oogen der eeuwige Wijsheid dan eenig ander schepsel ; o bekoorlijke struik van rozen en leliën, die de zoetste en kostbaarste geuren uitwasemen, met welk een vreugde beschouwt God Uw maagdelijkheid. Uwe nederigheid. Uwe liefde en de voortreffelijkheid Uwer andere deugden ! Zijt Gij het niet, o Maria, die den helschen draak hebt overwonnen ? Zijt Gij het niet, die den Koning der koningen, door de schoonheid van Uw gelaat in verrukking hebt gebracht? Ontvangt gij van Hem niet meer weldaden en genaden, dan Esther van Assuerus? Uwe schoonheid is onvergelijkelijk, en het schitterendste wat er is onder het geschapene verliest al zijn glans in Uwe tegenwoordigheid. Wie geniet gunsten van God als Gij, en wie kan met U uitroepen: âMijn welbeminde is aan mij en ik aan Hem?' God ib alles voor U en Gij zijt alles voor God, en geen schepsel kan de liefde, die U ver-eenigt, verstoren.
O eeuwige Wijsheid, o zoete Zaligmaker, luister naar Uwe welbeminde Moeder, be-
165
schouw Haar en vergeef mij, om der wille van Haar, die heilig en goed is, en die ik aan Uwen Hemelschen Vader durf aanbieden. Amen.
LOFZANG AAN MARIA.
(Uil de tiende eeuw.)
Wees gegroet, o schitterende Ster der zee; Uw luistervol verschijnen aan den hemel kondigt den volken het Licht aan.
Wees gegroet. Deur des Hemels, waardoor I Clod alleen toegang heeft! Door U treedt het Licht der waarheid, de Zon der gerechtigheid, met onze menschheid bekleed, de wereld in.
Maagd, schoonheid der wereld. Koningin tier hemelen, schitterend als de zon, schoon als de maan, werp genadig een blik op allen die U liefhebben.
De Aartsvaderen en Profeten hebben vol geloof naar U verzucht, als naar den twijg,, welke uit Jessels stam op zou schieten.
Gabriël heeft U aangekondigd, als den boom des levens, welke onder den dauw des Heiligen Geestes, de geurige, Goddelijke vrucht zou voortbrengen.
Gij hebt het Lam, den Koning der aarde,. _ van de steenrots der woestijn tot den berg. van de dochter van Sion gevoerd.
166
Gij hebt liet monster neergeveld, de slang onder Uwen hiel vertrapt, en aldus de wereld van de misdaad gered die haar verwerping was.
Om U dan te eeren, daalt 1 eden op wonderbare wijze dit Lam neder op ons altaar, en gaan wij het met den priester op geheimzinnige wijze slachtofferen.
Wij, ware Israëlieten, wij zullen het ware Manna zien, wij zullen als ware kinderen van Abraham, bewonderend aanschouwen, wat door het brood der woestijn werd afgebeeld. O bid, smeek voor ons. Heilige Maagd dat wij dit hemelbrood waardig worden.
Verwerf ons, dat wij ons mogen laven aan deze zoete bron, afgebeeld in de woestijn door het water wat aan de rots ontsprong. Dat wij het mogen smaken met een oprecht geloof, dat wij er ons in dompelen mogen, en met geheimzinnig omgorde lendenen op mogen gaan, om de koperen slang op het kruis te aanschouwen!
Bewerk dat het Heilig Liefdevuur en het Woord des Vaders, dat in U heeft gerust, gelijk weleer het vuur in het brandende, niet verteerende braambosch ons, die niet uit eerbied ons schoeisel hebben afgelegd, lippen en hart loutere, alvorens wij tot dien (ioddelijken Disch naderen.
Verhoor ons, want Uw Zoon eert U door
167
U altoos te verhooren. Jesus, red ons! Uw Moeder, de Maagd, bidt voor ons!
Geef ons de bron van allo goed te genieten, en altoos U voor de oogen van onzen gezuiverden geest te hebbeji.
Moge onze ziel, gedrenkt door de wateren der Wijsheid, de zoetheid van het Ware Leven genieten.
En dat zij het heilig katholieke geloof, dat in haar woont, immer eeren door haar goede werken, opdat zij eenmaal van deze ballingschap opstijge tot U, o Schepper dei-eeuwen. Amen.
DANKZEGGING AAN GOD VOOK ALLE GENADEN AAN MARIA GESCHONKEN.
Van de 11. Gertrudis.
Gezegend de eeuwig verheerlijkte Almacht van God den Vader; gezegend de bewonderenswaardige Wijsheid van God den Zoon; gezegend de oneindige liefde van den Ver trooster, den H. Geest; gezegend de aanbiddelijke Drievuldigheid, die in Haar Macht, Wijsheid en Liefde eene zoo genadevolle Maagd tot onze zaligheid het bestaan heeft gegeven, en welke Zij den overvloed van Hare eeuwige zaligheden heeft medegedeeld. Amen.
168
GEBED TOT MARIA OM EEN WAARDIGE H. COMMUNIE.
Van den H. Ephrem.
O Maria, mijne Meesteres en Moeder van God, nederigste der maagden en aangenaamste aan den Allerhoogste, Gij zijt gezegend onder alle geslachten. Neig üvv oor goedgunstig tot mij, en verhoor de smeekingen van mijne bezoelde en onreine lippen, want met een rouwmoedig hart en nederigen geest neem ik tot U mijn toevlucht. Ik bid en smeek ü, barmhartige Moeder van den barmhartigen God, dat Gij in deze oogenblikken mijn voorspraak wilt wezen, want, zoo ooit, dan heb ik wel thans Uwe bescherming noodig, nu ik wil naderen tot het Hoogheerlijk Geheim van Uwen Zoon. Maak mij door Uwe krachtige voorspraak geschikt, ontvlamd te worden door het vuur dezer levendmakende Geheimenis. Zuiver en verlicht mij door het deel dat ik er in heb, opdat ik het overige van mijn leven doorbrenge in versterving, reinheid en ootmoed. Amen.
GEBED TOT JESUS.
Van den Eerh. Olier.
O Jesus, die in Maria leeft, kom, daal neder en leef ook in mij, Uwen dienaar.
169
Leef in mij met Uwen heiligmakenden Geest; met de volheid van Uw krachten, met Uwen volmaakten handel en wandel; door U met mij in Uwe aanbiddelijke Geheimen te vereenigen; om over al Uwe vijanden te zegevieren, in de kracht van den H. Geest tot glorie van Uwen quot;Vader. Amen.
ACTE VAN OOTMOED.
Naar den Gelulcz. Grig nan de Montfort.
Domine, non sum diynus, Heer ik hen niet waardig dat Gij komt onder mijn dak!Neen, Eeuwige Vader, ik verdien niet mijn God in mijn hart te ontvangen, om mijne slechte gedachten, en om mijne ondankbaarheid jegens U, die zoo goed een Vader zijt. Doch laat Uw blikken vallen op Maria -.zie, deze dienstmaagd des Heeren. O, laat Uwe reine dochter mijne plaats innemen, en dat zal mij vertrouwen geven en hoop op Uw verheven Majesteit: âQuoniam singulariter in specons/ituisti me: Op bizondere wijze, o mijn God, hebt Gij mij Haar tot hoop gesteld.'
Eeuwige Wijsheid, Zoon Gods, Heer, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak komt, ik heb niet verdiend U re mogen ontvangen door zooveel ijdele en zondige woorden, en om mijne ongetrouwheid in Uw dienst. Maar ik bid U, medelijden met mij te gevoelen.
8
170
O God, ik zal ü binnenleiden in de woning Uwer arme Moeder, en U niet laten gaan, alvorens Gij Uw intrek bij mij hebt genomen: Teneo etan.' Dan zal ik ü vasthouden, Heer, en niet gedoogen dat Gij van mij gaat, totdat ik U de woning mijner Moeder heb binnengeleid, en tot in de binnenkamer van Haar die mij het Leven gaf. Sta dan op, o Heer, kom in de plaats Uwer rust, en in de heilige Ark : â Surge, Domine, in requim tuam, tu et area sanctificaiionis tuceJ1 Op geen enkele mijner verdiensten stel ik vertrouwen, op geen enkele mijner krachten of' gesteltenissen, gelijk Esau. Al mijn heil verwacht ik alleen van Maria, uw teergeliefde Moeder, gelijk Jacob vertrouwen had in de goede zorgen van Rebecca. En in dit vertrouwen schroom ik, zondaar, niet tot Uwe Heiligheid te naderen ; ik heb mij bekleed met, ik steun op de deugden Uwer Heilige Moeder, Maria.
God, H. Geest, lieer, ik hen niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak; ik verdien niet het meesterwerk Uwer liefde in mij te ontvangen door mijn lauwheid, mijn daden zoo vol ongerechtigheid, mijn voortdurenden weerstand aan Uwe inspraken. Maar al mijn vertrouwen stel ik in Uwe Heilige Eruid, en ik zeg het den H. Bernardus na: .Zij is mijn grootste steun; zij is de eenige grond van mijn hoop.quot; kom dan andermaal over Maria, Uwe
f
171
reine, onafscheidelijke Bruid. Haar schoot is nog immer zoo rein; Haar hart nog altoos zoo vol liefde! Ach, zoo Gij niet te voren mijn arm hart bereidt, zal Jezus of Maria nimmer in mij gevormd worden, nimmer waardig in mij verblijven.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
De vrouw, welke Gij mij gegeven hebt, o God, heeft mij van de vrucht van den Boom des Levens gegeven, en ik heb er van gegeten. En deze vrucht was zoet vcor mijn smaak, want door haar hebt Gij mij aan het leven weergegeven. H. Bernardus.
OEFENING.
Van den Gelukz. Grig non de Montfort.
* Leid, na de H. Communie ontvangen te hebben, ingetogen en met gesloten oogen Jesus binnen in het Hart van Maria. Geef Hem daar Zijne Moeder, die Hem met liefde zal verwelkomen, een eervolle jilaats zal bereiden, diep zal aanbidden, volmaakt zal beminnen, innig zal omhelzen, en in geest en waarheid vele plichten zal vervullen, waarvan wij in onze dichte duisternissen zelfs geen begrip hebben. Gij kunt u ook inwendig diep vernederen in de tegenwoordigheid van Jesus die in Maria woont. Daar zult gij de hou-
ding aannemen van een dienaar, die waakt aan de poorten van het paleis des Konings, terwijl deze zich met de Koningin onderhoudt. Doorloop, terwijl Zij met elkander spreken, in den geest den hemel en de aarde om alle schepselen uit te noodigen om in uw plaats Jesus en Maria te bedanken, te vereeren en te beminnen: â Ventte, adoremus, ve-niie, komt, laten wij aanbidden, komt /quot; Ook kunt gij, in vereeniging met Maria aan Jesus vragen, dat door Maria Zijn Kijk hier op aarde uitgebreid worde, of dat gij met goddelijke liefde bezield moogt worden, en met hemel-sche wijsheid, dat gij de vergiffenis uwer zonden verwerft of eenige andere genade bekomt. Maar laat het immer zijn door Maria, en in Maria, door te zeggen : , Heer sla geen acht op mijne ongerechtigheden, maar laat Uw blik in mij slechts rusten op de deugden en verdiensten van Maria.quot; En denkende aan uwe zonden, voeg daarbij: âDit heb ik, een u vijandig mensch, gedaan; bevrijd mij. Heer, van dezen boozen en listigen mensch.quot; Ook kunt gij spreken: âTe oportet crescere, me autem minui; mijn Jesus, Gij moet in mijn ziel aangroeien, ik minder worden. Maria, Gij moet in mij aanwassen, ik moet verminderen, Crescite et multiplicamini, o Jesus, o Maria, groeit op in mij, en vermenigvuldigt u in andere harten.quot;
173
De H. Geest zal u een groot aantal andere gedachten en gevoelens ingeven, zoo gij ingetogen zijt en getrouw aan deze wijze, groote en verheven godsvrucht, welke ik u heb aangewezen. Maar weet dit wel, dat, hoe meer gij Maria zult laten handelen in uwe H. Communiën, hoe meer Jesus verheerlijkt zal worden, en hoe meer gij Maria zult doen handelen voor Jesus, en Jesus in Maria, hoe dieper gij u zelf moet vernederen, en Hem in vrede en rust zult kunnen aanhoo-ren, zonder u te bekommeren om te zien, te smaden, te gevoelen. âImmers de rechtvaardige leeft uit het geloof,quot; en in het bizonder in de Heilige Communie, die een daad van ons geloof is.
GEBED AAN JESUS EN MAUIA.
Van den Gelukz. Albertus Magnus.
Wees gezegend, o menschheid van mijn Zaligmaker, vereenigd met de godheid in den schoot eener Moedermaagd! Wees gezegend, verheven en eeuwige godheid die onder ons hebt willen komen in een menschelijk lichaam! Wees gezegend, o godheid van mijn Zaligmaker, door de kracht van den H. Geest met een maagdelijk vleesch omtogen! Wees ook Gij gegroet, o Maria, in wie Gods oneindigheid haar intrek heeft geno-
174
men! Ik groet IT, die de volheid van den H. Geest ontvangen hebt! Gezegend ook de allerreinste menschheid van den Zoon, die door den Vader geheiligd, uit ü is geboren geworden! Ik groet u. Maagd zonder smet, thans boven alle Engelenkoren verheven! Verheug ü. Koningin der menschen, dat Gij waardig werdfc bevonden de Tempel der allerheiligste menschheid van Christus te worden! Verheug en verblijd ü, Maagd der maagden, wier allerreinst lichaam de vereoni-ging heeft mogelijk gemaakt tusschen de Goddelijke en menschelijke natuur! Verheug en verblijd U, Bruid der heilige Patriarchen, die waardig bevonden werdt om deze heilige menschheid te voeden en te koesteren!
Ik groet u, vruchtbare en altoos gezegende maagdelijkheid, door U zijn wij waardig geworden de vrucht des levens en de vreugde van het eeuwig heil verwerven. Amen.
TE MAKIAM LAÃDAMUS.
Naar den 11. Bonaventura
U Maria loven wij, ü erkennen wij als onze Meesteresse. ü, Dochter van God den Vader looft de geheele aarde. De Engelen, de hemelen, en alle krachten zijn aan Uwe voeten gesteld. U loven de Cherubijnen en de Serafijnen zonder ophouden: Heilig, Heilig,
175
n Heilig is Maria onze Koningin. De hemelen
le en de aarde zijn vervuld van Uwen lof. En
ie het roemrijk koor der Apostelen, èn de
n schaar der Profeten, èn de schitterende rijen
t, der Martelaren doen hun lof tot ü opstijgen,
i! De Heilige Kerk, alom verspreid, groet U als
j Haar gebiedster. 0 alvermogende Dochter
van God den Vader, TJw verheffing gaat alle verstand te boven! O geliefde Moeder van God den Zoon! o gezegende Bruid van God, H. Geest! o Maria, Gij zijt de Vorstin der eeuwige glorie, Gij zijt de Moeder van het a Eeuwig Woord! Om ons uit de slavernij te
e verlossen heeft de Allerhoogste niet versmaad
e in Uw schoot te komen wonen. Gij hebt
door Uw Zoon den prikkel des doods ver-s broken: Gij hebt den hemel geopend voor
allen die op U vertrouwen. Gij zijt gezeten 3 aan de Rechterhand Uws Zoons in de glorie
des Vaders. O wij smeeken ü, Maria, gedenk hunner, die Uw Zoon verlost heeft; neem ons op onder het getal Uwer dienaren! Eed Uw volk, o Meesteres der wereld, en zegen Uw erfdeel; geleid hen op hunne we-gt; gen, en steun hen tot dat zij in een geluk-
t kige eeuwigheid zijn aangekomen.
Wij loven U, o Maria, eiken dag, en ver-i heffen Uwen Naam in alle eeuwen der eeu
wen. Gewaardig U ons heden voor alle zonden te behoeden. Heb medelijden met ons, heb
.
176
medelijden, en dale Uwe erbarming, naar de grootheid van ons vertrouwen, op ons neer.
Op U, mijne Meesteres, heb ik gehoopt: in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
GEBED OM VERGEVING VOOR ONZE GERINGE VEREERING VAN MARIA.
Van de H. Gertrudis.
0 zoete Jesus, in naam der liefde, die U bewogen heeft, ons lichaam aan te nemen en uit de reinste aller maagden te worden geboren, om alles te kunnen aanvullen, wat ons in onze armoede ontbrak; in naam van die liefde, smeek ik U, door den rijkdom van Uw Goddelijk Hart aan Uwe Moeder vergoeding te schenken, voor mijne tekortkomingen in de vereering Haar verschuldigd. Volgaarne beken ik, dat die goede Moeder mij in al mijne behoeften met moederlijke zorg en teederheid heeft bijgestaan. En om Haar nu, op waardige wijze, daarvoor te kunnen bedanken, bid ik U, dierbare Jesus, Haar Uw Goddelijk Hart, dat van liefde tot Haar zoo overvuld is, aan te willen bieden. Toon Haar in dat Hart de goddelijke liefde, die U bewogen heeft Haar voor alle eeuwen tot Moeder te kiezen. Haar van de smet der erfzonde te bewaren en met alle deugden en genaden te begiftigen. Toon Haar in datzelfde
177
beminnenswaardig Hart, al de teederheid, waarmede Gij, eenmaal als Kind aan Haar boezem rustend. Haar gestreeld en geliefkoosd hebt. Herinner Haai aan de gehoorzaamheid, waarmede Gij, ofschoon Gij hemel en aarde bestuurt, ü steeds aan Haar moederlijk gezag hebt onderworpen. Breng Haar wederom voor den geest Uwe kinderlijke liefde Haar vooral in Uw sterven op het Kruis betoond, toen Gij Uw eigen smarten vergat, om U enkel met hare droefheid bezig te houden, en Haar Johannes tot troost en tot Zoon achter te laten. Wijs Haar eindelijk op Uwe onuitsprekelijke liefde, zoo overvloedig aan Haar bewezen op den dag Harer glorieuse hemelvaart, toen Gij Haar boven alle koren der zalige Hemelgeesten hebt verheven en Haar tot Koningin van hemel en aarde hebt aangesteld. 0 goede Jesus, dat Uwe Moeder altoos ook mijne Moeder wezen moge, dat Zij mij bescherme, mij verdedige alle de dagen mijns levens, maar vooral in het uur van mijnen dood. Amen.
OPDRACHT VAN MARIA AAN JESUS.
Van den Gélukz. Henricus Huso.
0 eeuwige Wijsheid, sta mij in deze oogen-blikken een gunst toe. Gelijk ik U aan Uwen Eeuwigen Vader aanbied, zoo bied ik U Uwe
8*
178
reine, zachte en uitverkoren Moeder aan. Ja, goedertierene, zoete Wijsheid, zie thans op Haar, beschouw Hare zachte oogen, die à zoo vaak met moederlijke teederheid hebben toegeblikt. Beschouw dat lieflijk schoon gelaat, dat zoo vaak en zoo zacht op Uw kinderlijk aanschijn heeft gerust; beschouw dien reinen mond, welke U zoo vaak een moederlijk woord heeft toegevoegd; beschouw die zuivere handen, welke U in alle liefde hebben gediend. O, wat zult Gij, die de goedheid zelve zijt, Haar kunnen weigeren, die U heeft gevoed en op Hare armen gedragen, U heeft verzorgd en gekoesterd.
O Heer, herinner U al de liefde, welke Gij in Uwe kindsche jaren voor Haar hebt gevoeld, al de aanminnigheid, waarmede Gij Haar in hare armen hebt toegelachen, al de eindelooze teederheid, waarmede Gij Haar in Uwe kinderarmen omsloot, en al de goedheid, welke Gij voor Haar, meer dan voor eenig ander schepsel, over hadt.
Gedenk ook de groote smart, welke Haar moederhart alleen met U verdroeg, onder Uw pijnlijk Kruis, waar Zij U in doodsnood zag, en Haar Hart en Hare ziel ieder oogenblik met U den dood stierven. Geef mij uit liefde tot Haar alles af te leggen, wat mij verhindert tot U te komen. Uwe genade te verwerven, en die nimmer meer te verliezen. Amen.
179
TOEWIJDING VAN ZICH ZELVEN AAN MARIA.
Van den H. Thomas van Aquine.
O gelukzalige, o allerzoetste Maagd Maria, teedervolle Moeder van God, Dochter van den Oppersten Koning, Koningin der Engelen, Moeder van den Schepper aller dingen, zie ik werp mij heden in den schoot Uwer goedheid en beveel U aan, voor heden en voor alle dagen mijns levens, mijn ziel en mijn lichaam, mijn woorden, mijn werken, mijn verlangens, mijn wenschen, mijn gedachten en mijn handelingen, geheel mijn leven en het einde van mijn dagen, opdat zij, door Uwe tusschenkomst, steeds naar het goede streven, volgens den wil van onzen Heer Jesus Christus, Uwen welbeminden Zoon. O teedere Meesteres, mijn Hulp en vertroosting tegen de listen en lagen van mijn alouden tegenstander en alle mijne vijanden, gewaardig mij van Uwen geliefden Zoon Jesus Christus de genade te verwerven altoos te wederstaan aan de bekoringen van den duivel, de wereld, en het vleesch, en van immer het vaste voornemen te hebben voortaan niet meer te zondigen, maar in den dienst van U en Uwen teergeliefden Zoon te volharden.
_
VII.
Op den feestdag van den H. Joseph, in de maand Maart, of op de zeven Woensdagen.
ACTE VAN AANBIDDING.
Tan den Gel. Canisius.
ees gegroet, waarachtig Lichaam, ge-^ , boren uit de Maagd Maria, voor den niensch geleden en gestorven, uit wiens doorstoken zijde waarachtig Bloed vloeide. O goedertierene, o meedoogende. o zoete Jesus, Zoon van Maria, ontferm u mijner, en gelijk ik U nu zien mag onder de gedaante van brood, zoo verleen mij ook bij Uw komst ten oordeel, U tot vreugde en gerustheid te aanschouwen in de heerlijkheid Uwer glorie en TJ eenwig te genieten in liet rijk der eeuwige klaarheid, waar gij, met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Wees gegroet eveneens, alleredelst Bloed,
181
aan de zijde van Jesus Christus, mijn Heer, ontvloeid, dat alle oude en nieuwe schuld afwischt. Zuiver mij, en behoed mijn ziel ten eeuwigen leven. O Heer Jesus, moge uw Bloed mij strekke tot vergeving van al mijn zonden en verzuimenissen, willens en onwillens bedreven, tot kracht en versterking van mijn geloof, van mijn hoop, van mijn liefde en alle deugden, tot zaligheid van mijn ziel en lichaam en tot verwerving der eeuwige glorie. Amen.
GEBED OM VERLICHTING.
Van den li. Ephrem.
Heer Jesus, die door het licht Uwer genade de geheele wereld hebt verlicht, verlicht thans ook de blik mijns harten om U te beminnen en met vreugd altoos Uw wil te doen. Zie Uw ontzagwekkend Sacrament is vol licht en leven. Geef mij licht en begrip om met geloof en verlangen daartoe te naderen, en het te nuttigen niet tot mijne verwerping, maar tot vergeving mijner zonden. Amen.
GEBED OM EEN WAARDIGE GESTELDHEID.
0 Voedstervader van het Menschgeworden Woord, H. Joseph, zie mij hier aan uw voeten. Hoe onwaardig ook, ben ik de broeder (de
182
zuster) van Hem, die hier op aarde Uw zoon genoemd werd. Heb ik dan geen aanspraak op Uwen alvermogenden bijstand en heb ik ook geen rechten op Uw teeder en vaderlijk hart ? Ik bid U dus mij iets van de liefde te bewijzen, welke Gij Uwen Jesus bewezen hebt, en mij die zuiverheid des harten te ver-leenen, welke mij minder onwaardig maken Hem daar binnen te leiden. Evenals Joseph van Egypte de levensmiddelen voor zijn volk moest bewaren, evenzoo werd U de verheven zorg toevertrouwd Hem te bewaren, die het Brood voor ons bovennatuurlijk leven is. Zoudt gij willen, dat dit Brood, door U zoo zorgvuldig behoed, thans gemeenschap zou hebben met het onreine? Neen, zulks nooit. Maar geef mij dan, door de teederheid, waarmede Gij Hem hebt gedragen én naar den tempel bij de zuivering Zijner Moeder én op de vlucht van Egypte, dat ik Hem met ware godsvrucht en vroomheid aan moge hangen. Geef mij door de reinheid van Uw allerzuiverst lichaam, dat geen spoor van ongeregelde geneigdheid in het hart blijve, waarin ik Hem aanstonds zal ontvangen. Geef mij door Uwen heiligen handenarbeid voor Hem, dat ik Hem niet weigere de hand te leggen aan het groote werk van mijn zaligheid. Geef mij door de zalige omhelzingen, welke Gij U zoo menigmaal mocht vergunnen, dat ook ik Hem aan
183
mijn hart drukke met een vast besluit mij nimmer meer van Hem te scheiden. Geef mij door Uwe zorg om Hem aan de woede van Herodes te onttrekken, dat van U aan geen vijand mijner zaligheid ooit iets vermag. Geef mij door de verknochtheid en onderwerping, welke Hij U immer heeft getoond, dat ik meer godsvrucht hebbe voor ü, en ik dus Hem aangenamer moge wezen, als Hij straks nederdaalt in mijn hart. En ten slotte, beminde Heilige Joseph, geef mij Uw ootmoed, Uw zachtmoedigheid, Uw geloof, Uw vertrouwen. Uwe liefde, in een woord. Uw Hart, zoo rijk versierd met alle genaden, en Jesus zal met mij even gaarne verblijven, als Hij om U onder het nederig dak van Nazareth wilde wonen. Amen.
ACTE VAN OOTMOED.
Van den Gel. Henr. Suso.
,
O Heer, mijn God, ik heb mij tot nu tot het geschapene gewend, om de bevrediging ' mijner verlangens te zoeken. Teleurstelling en verdriet zijn echter mijn deel geworden; hoe meer ik er mij aan hechtte, hoe minder ik verzadigd werd, en alles wat mij eerst verleid had, riep mij daarna toe: âNeen, wij geven u de rust niet, welke gij zoekt; zoek die elders, zoo gij ze vinden wilt.'
184
O Heer, allerzoetste Wijsheid, Gij alleen zijt dat Goed, dat mij verzadigen kan. Tot U moet ik wederkeeren, tot U mij richten. Veracht dan üw arm schepsel niet, dat U aanbidt en beminnen wil. Sla een blik van mededoogen op mijn arm hart, dat geheel verkoeld is door de dwaasheden der wereld. Bevrijd het van zijn boeien en duisternis; verlicht het en ontvlam het weder voor ü. O wilt Gij, dat ik U alleen voortaan beminne, toon U dan aan mij in een helderder licht, en geef mij eenigszins een begrip van Uwe goedheid. Amen.
LAATSTE VERZUCHTINGEN.
Van den Eerh. Ludov. van Grenada.
0 mijn God, van waar komt mij het geluk, dat Gij, de Koning der engelen, ü gewaar-digt mij te bezoeken. O Vader, o goede Herder, o Heer, mijn God en mijn eenig goed, het was ü niet genoeg mij naar Uw beeld en gelijkenis uit het niet te voorschijn te roepen, mij door Uw Bloed vrij te koopen: Gij wilt bovendien nog tot mij komen en in mij rusten. Gij wilt mij in U veranderen en één met mij worden, alsof Gij van mij af-hingt en ik niet van U. Ach, van waar komt mij dit geluk! Neen, niet door mijne verdiensten. Niet omdat Gij iets van mij noodig
185
hebt, Louter uit goedheid en erbarraing, welke ü er grooter behagen in doet nemen in mij te wonen, dan ik in ü. Want ik zoek ü, omdat ik ellendig en medelijdenswaardig ben : Gij zoekt mij, omdat Gij medelijden hebt. Ik, omdat ik weldaden van U verlang: Gij, omdat Gij zoo vurig verlangt mij weldaden te kunnen bewijzen; omdat Gij er meer naar haakt te schenken, dan ik oin te ontvangen ; omdat Gij milddadiger zijt, dan ik behoeftig. En daarom verlangt Gij meer tot mij te komen, dan ik tot ü. Daarom hebt Gij gezegd, dat het Uw wellust is met de kinderen der menschen te zijn. Zoo natuurlijk als het den vogel is te vliegen, en den visschen in het water te zijn, zoo is het Uw natuur, o opperste Goed; mij wel te doen en U met mij te vereenigen.
Ach, Jesus, Joseph's zoon, kom dan en bevredig Uw verlangen en het mijne!
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
* Toen Salomon tot glorie van Israels God een Tempel had gebouwd, riep hij, vervoer,! van deleven-digste dankbaarheid: âM'ie kan hetgelooven, dat God met de menschen op aarde woont? Indien de Hemelen U niet kannen bevatten, Heer, zal deze, door mij gebouwde Tempel het immers nog minder kunnen!God maakte toen zijn tegenwoordigheid merkbaar door-
186
dien er een vuur uit den Hemel daalde, hetwelk de offeranden en de slachtoffers verteerde.
Ach, mijn Heer en God, wat had de groote, wijze koning gezegd, wat had Israels volk gedaan, zoo zij getuigen waren geweest van het wonder, thans door U in mij gewerkt? Met een allerlevendigst geloof, met de diepste dankbaarheid moet ik uitroepen: Ik gevoel het, o mijn God, en ik geloof het vastelijk, Gij woont waarlijk in mij!
Ja, Hij, die alles door de macht van Zijn woord heeft geschapen, die alles door de kracht van Zijn arm staande houdt, die in den glans der Heiligen schittert. Hij, voor wien de Machten sidderen, de Allerhoogste God, heeft mijn hart tot Zijn tabernakel uitverkoren !
Heer, op den Sinaï, te midden van vuurgloed en bliksems, onder het schallen der trompetten en het dreunen van den donder, schenen Uw woorden, als bliksemstralen, Israël met den dood te dreigen. Thans hebt Gij Uw ontzagwekkende Majesteit afgelegd, verborgen als Gij zijt in dit overdierbaar, allerheiligst Sacrament. Maar nu Gij minder vrseselijk schijnt, blijft Gij niet minder aanbiddenswaardig. Ontvang dan, o Heer, alle hulde van een kind, dat zijn nietigheid voor Uw aanschijn erkent, dat buiten U niets groots
187
:de kan vinden, dat geen dieperen eerbied kent dan die hij U bewijst.
Toen Elisabeth Maria's groetenis hoorde, te) riep zij: Van waar komt mij het geluk, dat 'Ik de Moeder des Heeren mij bezoekt ? Ook ik an zeg nu; Van waar komt mij het geluk, o t? Jesus, dat Gij Uzelf aan mij hebt gege-ite ven, dat Gij mij met Uw aanbiddenswaardig 'el Lichaam hebt gevoed, met Uw kostbaar Bloed k, gelaafd? â Mijn verbazing is des te grooter, omdat ik niets in mij kan vinden, wat mij in oen gunst waardig kan maken, die Gij zelfs le Uwen Engelen niet hebt geschonken. O over-n maat van Liefde ! Kondt Gij, Heer, al zijt gt;t Gij ook de Opperste God, mij wel iets groove ters geven? Uw geluk wil ik U niet benijden, t- Johannes, welbeminde Leerling des Zaligmakers. U werd het wel gegeven in het laatste Avondmaal Uw hoofd op het Hart van Jesus r te laten rusten; wel mocht Gij bij voorkeur met Hem de vertrouwelijkste gesprekken I voeren; maar ik bezit meer: dezelfde Jesus ' rust thans in mijn binnenste. Nu lig ik niet
i alleen aan de voeten van mijn Zaligmaker in
' het stof geknield; mijn hart is met het Zijne vereenigd en ik mag hopen, dat Hij mij bemint.
Heer, spreek. Uw kind luistert. Het is mij als vraagt Gij ook mij, zooals Petrus: Bemint gij Mij ? â Ja, Heere! Gij weet, dat ik U bemin. â Gij rust thans in mijn hart, waar-
188
van Gij alle bewegingen kent. Alles, wat met Uw liefde in strijd is, ken ik voortaan niet meer. Ja, gij zijt thans de mijne, o mijn God, en ik wil voortaan geheel de Uwe wezen. De heilige banden, die mij thans aan U hechten, kunnen nooit meer verbroken worden. Laat mij liever onmiddellijk, gelijk Imileda, in Uwe omarming sterven, o Jesus, dan dat ik nog ooit ontrouw worde.
GEBED OM EEN VÃKIGE LIEFDE.
Naar den H. Alphomus.
O Voedstervader van het menschgeworden Woord, hoe brandden de twee leerlingen niet van liefde op den weg naar Emmaüs, in de weinige oogenblikken reeds dat Jesus met hen was! Maar hoe groot moet Uwe liefde niet geweest zijn, welke vlammen moeten Uw hart niet verteerd hebben, die dertig jaren lang met Hem verkeeren mocht? Gij vernaamt de woorden van zaligheid, die van zijne lippen kwamen. Gij zaagt zijn goddelijke voorbeelden van ootmoed, geduld, gehoorzaamheid, bereidvaardigheid in Uwen dienst. Gij kendet van te voren al het lijden, dat Hij eenmaal om U en ons zou ondergaan.
Ach, verkrijg mij, vurige minnaar van dit Goddelijk Hart, door de heilige liefdevlam-
189
men, welke dit innig verkeer in Uw hart ontstoken, dat er ook een vonkje van dat vuur neerdale op mijne ziel, die zooveel heeft bijgedragen tot Zijne droefheden, Verkrijg mij Uwen Jesus te beminnen met een teedere, een vurige, een werkdadige liefde, een liefde zooals Hij verlangt, dat ik voor Hem zal hebben nu en in alle eeuwen. Amen.
* Het staat vast, zegt de H. Bernardus, dat Jesus Christus in den hemel voor den H. Joseph altoos dezelfde teedere liefde en eerbied betoont, als Hij op aarde gedaan heeft. Die liefde is eerder nog vermeerderd. Door de teederheid en eer bied, versta ik, zegt dezelfde H. Leeraar, dat Jesus Zijn Voedstervader niets weigert van al wat hij Hem vraagt. Vragen wij dus in deze oogenblikken, na den H. Joseph onze H. Communie opgedragen te hebben, en ons zijn goedheid daardoor te hebben verzekerd, veel en vragen wij het met innig vertrouwen ; besluiten wij . daarna met de volgende woorden:
Gedenk, o allerzuiverste Bruidegom van de Maagd Maria , heilige Joseph, mijn beminde Beschermer, dat het nooit gehoord is, dat iemand, die onder Uwe bescherming zijne toevlucht nam en uwe hulp inriep, zonder troost is gebleven. Door dit vertrouwen aangemoedigd, kom ik tot U en beveel mij dringend aan U. 0 Gij, die de Voedstervader des Verlossers waart, verstoot mijne gebeden niet; maar gewaardig U ze aan te nemen en te verhooren. Amen. (300 dagen afl.)
190
TOEWIJDING VAN ZIJN HUISGEZIN AAN DE H. FAMILIE. 1)
O Jesus, allerminnelijkste Verlosser, uit den hemel neergedaald om de wereld door woord en voorbeeld te verlichten, die het grootste gedeelte van üw sterfelijk leven in de nederige woning van Nazareth door hebt willen brengen in onderwerping aan Joseph en Maria, en deze familie hebt geheiligd, aanvaard ook goedertieren ons huisgezin, dat zich heden geheel aan U toewijdt. Bescherm en bewaar het; bevestig daarin Uwe heilige vrees, den vrede en de eendracht der Christelijke liefde, opdat het geheel gelijk moge worden aan het goddelijk voorbeeld van Uw huisgezin, en allen, die het uitmaken, eenmaal de eeuwige zaligheid mogen verkrijgen.
O Maria, alleraanminnigste Moeder van Jesus Christus en ook onze Moeder, maak door Uw moederlijke goedertierenheid dat deze onze toewijding Jesus aangenaam zij, en Hij over ons Zijn weldaden en zegeningen uitstorte.
O Joseph, allerheiligste Behoeder van Jesus en Maria, sta ons door Uwe gebeden bij in
1) Even als het volgende gebed vervaardigd door Z. H. Paus Leo XIII en door hem met eec aflaat van 300 dagen verrijkt.
191
alle behoeften van lichaam en ziel, opdat wij met U en de gelukzalige Maagd Maria aan Jesus Christus, onzen Verlosser, eeuwig lof en dank mogen brengen.
ANDER GEBED VOOR HET HUISGEZIN.
0 allerbeminnelijkste Jesus, die door de onuitsprekelijke deugden en voorbeelden van üw huiselijk leven, het gezin dat Gij uitverkoren hadt, geheiligd hebt, werp een goed-gunstigen blik op dit ons huisgezin, dat voor U neergeknield Uwe goede gunsten over zich afsmeekt. Herinner U, dat dit gezin het Uwe is; daar het zich op bijzondere wijze aan U heeft toegeheiligd en geschonken. Zie er goedgunstig op neer; bevrijd het van alle gevaren; kom het te hulp in alle behoeften; geeft het kracht om immer te volharden in de navolging Uwer heilige familie. Verleen het, nadat het in dit sterfelijk leven trouw in Uw liefde en dienst volhard heeft, ü voor eeuwig in den hemel lof te zingen.
O Maria, allerzoetste Moeder, wij roepen Uwe hulp in, verzekerd, dat Uw goddelijke Zoon Uwe gebeden niet zal afslaan.
En ook Gij, allerroemwaardigste Aartsvader Heilige Joseph, help ons door Uw machtige voorspraak, en stel onze smeekingen in de handen van Maria, om ze Jesus Christus aan te bieden. Amen.
192
OEFENINGEN.
TER EERE VAN DE ZEVEN DROEFHEDEN EN VREUGDEN VAN DEN H. JOSEPH.
Naar den H. Alphonsus.
(Met 300 dagen aflaat.)
O allerreinste Bruidegom der H. Maagd Maria, roemwaardige H. Joseph, zoo groot als de kwelling en de angst uws harten waren, toen gij vol ontsteltenis bevondt uwe allerreinste Bruid te moeten verlaten; zoo onuitsprekelijk was uwe vreugde, toen de Enge U het verheven Geheim van de Menschwor-ding openbaarde. Wij bidden U door deze uwe smart en door deze uwe vreugde, onze ziel nu en in de smarten van onzen doodsstrijd, te troosten met de vreugde over een goed leven en van een heiligen dood, gelijk aan de uwen, in hot gezelschap van Jesus en Maria.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den Vader, enz.
O gelukkige Patriarch, roemwaardige H. Joseph, verkoren tot de hooge waardigheid van Voedstervader van het menschgeworden Woord; de smart, welks gij gevoeldet, toen gij het Kindje Jesus in zoo groote armoede
193
zaagt geboren worden, veranderde spoedig in eene hemelsche vreugde, toen gij het welluidende gezang der Engelen hoordet, en de wonderen van den glorievollen nacht aan-ïsohouwdet. Wij sraeeken ü, door deze uwe J smart en door deze uwe vreugde, ons te verwerven, eenmaal te worden toegelaten tot het aanhooren van de lofzangen der Engelen, en tot het genieten van den luister der hemel-(sche heerlijkheid.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.
O roemrijke H. Joseph, zoo gehoorzaam in liet volbrengen der goddelijke geboden, uw hart werd van smart doorboord, toen gij het dierbaar bloed zaagt stroomen door het Kindje â¢Tesus bij Zijne Besnijdenis gestort; maar de Naam van Jesus deed uw hart weder herleven en overstelpte U niet vertroosting.
Door deze uwe smart en door deze uwe vreugde, verwerf ons, na in ons leven alle zonden te hebben uitgewischt, met den allerheiligsten Naam Jesus in het hart en op de lippen, verheugd te sterven.
Onze Vader; Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.
O. allergetrouwste Heilige, die zulk een werkzaam aandeel hebt gehad in de Gehei-
9
194
men onzerVerlossing, roemwaardige H. Joseph, indien Simeons voorzegging van hetgeen Jesus en Maria zouden lijden, in U eene doodelijke smart veroorzaakte; zoo vervulde deze U ook met eene heilige vreugde, omdat tevens voorspeld werd, dat dit lijden de zaligheid en de glorievolle opstanding van ontelbare zielen zou verdienen. Verkrijg ons door deze uwe smart en door deze uwe vreugde, onder het getal dergenen te hehooren, die door de verdiensten van Jesus en op de voorspraak van Maria heerlijk verrijzen zullen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.
O teeder bezorgde Behoeder en innige Vriend van den Menschgeworden Zoon Gods, roemwaardige H. Joseph, hoe groot was uw lijden in het bewaken en dienen van den Zoon des Allerhoogsten, vooral bij de vlucht naar Egypte. Dan, welke was ook uwe vreugde in uw gedurig, vertrouwelijk verkeer met God zeiven, en bij het zien nedervallen van de afgodsbeelden der Egyptenaren. Door deze uwe smart en door deze uwe vreugde, verwerf ons, den helschen vijand ver van ons verwijderd te houden, en vooral alle gevaarlijke gelegenheden te vluchten, zoodat alle afgodsbeelden der aardsche neigingen in ons hart vernietigd mogen worden en wij, geheel aan
1
)li, den dienst van Jesus en Maria gewijd, slechts
ms voor hen leven en sterven in hun liefde,
ike Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den
ok Vader, enz.
orde O Engel dezer aarde, roemwaardige H. Jo-ou seph, met verwondering zaagt gij den Koning irt des Hemels aan uwe wenken gehoorzamen; tal uw troost van Hem uit Egypte terug te lei-n- den werd gestoord door de vrees voor Aran chelaus; doch de Engel stelde U gerust en verheugd bleeft gij met Jesus en Maria te en Nazareth wonen. Verwerf ons door deze uwe smart en door deze uwe vreugde, van alle angst bevrijd te blijven, den vrede des ge-ge wetens te genieten, in zoete zielerust met Is, Jesus en Maria te loven en in vereeniging w met hen te sterven.
3n Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den
ht Vader, enz.
3e
)d O volmaakt toonbeeld van alle heiligheid.
Je roemwaardige H. Joseph, hoe groot was uw
fe droefheid toen gij, ondanks uw waakzaamheid,
rf ' het Kindje Jesus verloren had. Maar hoe
ij- groot was ook niet uw blijdschap. Hem in
:e den tempel te midden der leeraars weder te
s- vinden. Door deze uwe smart en door deze
i't uwe vreugde, smeeken wij ü van ganscher
n harte nooit te gedoogen, dat wij Jesus door
196
een zware zonde verliezen. En zou ooit ons dit groote ongeluk overkomen, zoo verwerf, dat wij niet rusten en Hem onvermoeid met leedwezen zoeken, totdat wij het geluk hebben Hem weder te vinden, voornamelijk in ons sterfuur, om Hem in den Hemel te bezitten en daar met ü Zijne goddelijke Barmhartigheid in eeuwigheid te gaan lofzingen.
Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij den Vader, enz.
Antiph. En Jesus was, toen Hij aanving, omtrent dertig jaren oud, zijnde, naar men meende, de Zoon van Joseph.
v. 13id voor ons, H. Joseph.
e. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
gebed.
O God, die door Uwe onuitsprekelijke Voorzienigheid ü gewaardigd hebt den gelukzaligen Joseph tot Bruidegom van Uwe allerzaligste Moeder te kiezen, wij smeeken U, geef, dat wij waardig mogen worden hem, dien wij hier op aarde als onzen Beschermer eeren, tot onzen Voorspreker in den hemel te bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Op Allerzielendag, gedurende de maand November, en bij Uitvaartdiensten.
«ROET AAK J E S U S.
Van de li. Gertrudis.
goede Heer, Jesus Christus, ik breng U mijn groetenis, lofprijzing en aanbidding, en met de liefde van alle schepselen dank ik U voor de liefde, waarmede Gij menschgeworden en geboren zijt, gedurende drie en dertig jaren honger en dorst hebt geleden, voor mij hebt gearbeid in het zweet Uws aanschijns, de wreedste pijnen ondergaan hebt, en tot onderpand Uwer liefde het Heilig Sacrament des Altaars hebt ingesteld. Ik bid U, gewaardig het gebed, dat ik ü opdraag voor deze arme ziel (welke men hier noemt) te vereenigen met de oneindige verdiensten van Uw allerheiligst leven, en door
198
den overvloed dier verdiensten te vergoeden, wat haar aan deugden ontbroken heeft. Had zij al meer moeten werken tot Uw eer, U vuriger moeten beminnen, U meer moeten bidden, U getrouwer moeten dienen, haar goede werken met een zuiverder meening moeten verrichten, gelieve thans, o mijn Jesus, alles aan te vullen, waarin zij te kort gebleven is. Amen.
Ik groet U, Jesus, glorie des Vaders, vorst des vredes, deur des hemels, levend Brood, vrucht der Maagd, heiligdom der Godheid. Heer, verleen haar de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte haar.
O goede Heer, Jesus Christus, ik breng ü mijne groetenis, lofprijzing en aanbidding, en dank U voor de liefde, waarmede Gij, de Schepper van alles, voor onze zaligheid, gevangen genomen, gebonden, langs de straten gesleurd, met voeten getreden, geslagen, bespuwd, gegeeseld, met doornen gekroond, en ter dood verwezen zijt. Ik dank U voor de liefde, welke U er toe heeft gebracht, om het kruis op Uwe schouders te nemen, IJ aan het kruis te laten hechten, den bittersten dood te sterven, en Uw Goddelijk Hart door een lans te laten treffen. In vereeniging met die liefde, offer ik U mijn onwaardig gebed op, en bid IJ door de verdiensten van Uw
199
r
en, heilig lijden, en Uwen heiligen dood, dat Gij
fad deze ziel(vanN.)allezondenkwijtscheldt,welke
IJ zij ooit door woorden, werken of gedachten
ten heeft bedreven. Gewaardig ü tot uitboeting
tar van alle straffen, welke zij nog te lijden heeft,
ng aan Uwen Hemelschen Vader alle pijnen op
ijn te dragen, welke Gij in Uw doorwond Lichaam,
)rt en in Uwe met bitterheid verzadigde Ziel,
in Uw lijden en sterven verduurd hebt. Amen. quot;st Ik groet U, Jesus, enz. als boven.
d,
d. O goede Heer, Jesus Christus, ik breng
et U mijn groetenis, lofprijzing en aanbidding,
en dank U innig voor de liefde, waarmede Gij ons door Uwe verrijzenis hebt verheer-g lijkt, en in Uwe hemelvaart met U mede op-
?gt; voerdet tot aan de rechterhand des Vaders.
h Ik bid U, maak deze ziel (van N.) voor
eeuwig deelachtig aan de verdiensten Uwer overwinning. Amen.
ii Ik groet U, Jesus, enz. als boven.
f
e 0 goede Heer, Jesus Christus, ik breng
U mijn groetenis, lofprijzing en aanbidding voor alle genaden, ooit Uwe allerheiligste Moeder en Uw uitverkorenen geschonken. Ik vereenig mij met de liefde, waarmede alle Heiligen, van de innigste dankbaarheid doordrongen, voor Gods aanschijn betuigen, dat zij hun eeuwige glorie slechts aan Uwe Mensch-
200
wording, Uw lijden en sterven dank moeten weten. Ik bid ü, gewaardig U door de gebeden en verdiensten der allerheiligste Maagd en van alle Heiligen alles aan te vullen wat ontbreekt aan deze afgestorvene zielen, die wellicht nog in het vagevuur lijden, en voor wie ik Uwe barmhartigheid inroep. Amen.
Ik groet U, Jesus, enz. als boven.
OPDRACHT DER H. COMMUNIE.
Van den II. Amhrosius.
O Heer en Heilige Vader, wij bidden U voor deze ziel (of zielen) opdat dit Hoogwaardig Sacrament van Uwe liefde hun tot heil, genezing, vreugde en verfrissching moge strekken. Mijn Heer en mijn God, ge-waardig U heden ook voor hen een groot en volkomen gastmaal aan te richten, van U zelf, o levend Brood, dat voor ons uit den hemel is neergedaald en het leven aan de wereld heeft geschonken. Richt het aan van Uw heilig en gezegend Lichaam, van het Vleesch van het Onbevlekte Lam dat de zonden der wereld wegneemt, dat geboren is uit den heiligen en verheven schoot der gelukzalige Maagd Maria, en ontvangen is door den H. Geest. Richt het aan uit die bron van teedere liefde, welke aan Uw Goddelijk Hart ontsprong door de lans van den krijgs-
201
knecht, opdat zij daardoor verfrischt en verzadigd, zich mogen verheugen in Uw lof en eer. Ik vraag Uwe goedertierenheid, o God, dat Gij over het brood, dat U aanstonds zal toegewijd worden, de volheid van Uw zegen, en de heiliging Uwer goddelijkheid doet nederdalen. Dat de onzichtbare en onbegrijpelijke Majesteit van Uw Heiligen Geest nederdale, gelijk Hij weleer over de offeranden onzer vaderen kwam, opdat door Zijne werking dit brood en deze wijn Uw Lichaam en Bloed mogen worden. En moge ik daardoor leeren dit heilig Sacrament met zulk een groote zuiverheid dos harten, en met zulk een verteederde godsvrucht, met zooveel eerbied en ontzag te ontvangen, dat Gij met welbehagen en volgaarne deze H. Communie van mij aanneemt tot heil van allen, zoo levenden als dooden. Amen.
GEBED VOOR DE GELOOVICE ZIELEN.
O God, Vader van mijn Heer en Zaligmaker Jesus Christus, pijnlijk wordt mijn hart aangedaan, wanneer ik mij al degenen voor den geest terugroep, welke mij dierbaar waren, en die Gij in Uwe aanbiddelijke raadsbesluiten door den dood van mijne zijde hebt weggenomen. Hun verlies, o mijn God, gevoel ik levendig, en de leemte welke
9*
202
zij in mijn hart hebben achtergelaten, zal hier op aarde niet spoedig, wellicht nooit worden aangevuld. Doch wanneer ik bedenk, hoe hun lot in het Vagevuur veel ondragelijker is dan het mijne, dan gevoel ik ook, dat het mij minder voegt, mijn nood aan U daarover te klagen, dan wel bij TJ aan te dringen, dat hun lijden worde verlicht en zoo spoedig mogelijk in eeuwige vreugde ver-andere.
Ik wil dan ook meer hun leed dan het mijne gevoelen, en levendig stel ik mij voor, hoe zwaar zij moeten voldoen aan Uwe oneindige gerechtigheid. Ik tracht te begrijpen, wat het zeggen wil, hetgeen een Uwer meest verlichte leeraars, de H. Thomas, ons getuigt, dat zij gefolterd worden door een vuur gelijk aan dat waardoor de verworpelingen voor eeuwig gelouterd worden. O hoe smartelijk moeten die wreede vlammen zich aan hen hechten en hen doordringen! Immers die vlammen moeten den oneindigen haat voldoen, welke Uwe Heiligheid de zonde toedraagt! Wat wreede honger verscheurt hen, wat smachtende dorst kwelt hen, wat akelige duisternis verschrikt hen, wat pijnlijke koude foltert hen, wat drukkende verveling martelt hen ! Wat zij zien is angst en verschrikking; wat zij vernemen is jret loeien der vlammen, welke zich als verscheurende dieren op hen
203
werpen; wat zij smaken is bitterheid ; wat zij rieken 'is verpesting en bederf; wat zij gevoelen marteling en pijn! Maar boven dit alles kwelt hen het verlangen naar U, o mijn God. In U alleen zullen zij rust vinden ; in Uw bezit zal hun dorst gelescht, hun honger gestild worden. Maar Uw hemel is nog te rein voor hen. Uw oneindige Heiligheid kan zich nog niet vereenigen met hun onvoldoende zuivering. Telkens, wanneer zij zich tot U willen verheffen, werpt hen een onverbiddelijke hand in den poel hunner jammeren terug.
En in dien ellendigen toestand bevinden zich mijne geliefden! Ach God! en op dit gezicht zou ik mijn eigen leed niet vergeten ? Ã, ik zal dan trachten op alle mogelijke wijzen Uw gestrenge rechtvaardigheid te verzoenen, en heden wil ik het uitstekendste middel daartoe gebruiken, namentlijk, ik zal mij zoo innig doenlijk vereenigen met Uwen Goddelijken Zoon, om in die verbintenis met Hem alles te vermogen. Geef derhalve, o Heilige Geest, dat die vereeniging, welke aanstonds door Uwe goddelijke werking tot stand worden gebracht, door geen enkel beletsel worde verhinderd. Geef mij Uw licht om beter te beseffen, hoe Gods rechtvaardige wraak in de plaats der loutering tegen mijne dierbaren woedt. Verwarm mij
204
door Uw liefdegloed, opdat ik met een teeder medelijden voor hun treurigen toestand worde bewogen. En zuiver daarbij zoo volkomen mijn arm, zondig hart, dat mijn Jesus het meeste welbehagen daarin vinde, en ik aldus alles, wat ik voor hen vraag, kan verkrijgen.
* Aangenaam zal het voorzeker Jesus zijn, als gij Hem voor de H. Communie nog eens het offer brengt van uwe dooden, en Hem zegt, dat gij u geheel onderwerpt aan Zijn H. Wil, welke liefdevol bepaald heeft hen van u te scheiden. Breng dit ofler in veree-niging met Maria, die ook gelaten aanvaardde, dat Haar teergeliefd Kind aan het Kruishout stierf. Bid de volgende oefening van
OVERGEVING AAN GODS WIL.
Van den Eerb. Tauler.
Mijn Heer en mijn God, oneindig getrouw in Uwe belofte, en vol onuitsprekelijke liefde, daar Gij van alle eeuwigheid en voor dat ik was, gewild hebt, dat deze beproeving mij trof, zoo vraag ik U, dat niet mijn welbehagen geschiedde, maar het Uwe, dat mij op dit oogenblik en voor alle eeuwigheid dierbaarder is dan de vrijheid, welke ik zou hebben om alles volgens mijn neigingen te verkiezen. Amen.
O Vader vol goedheid, ziehier in Uwe tegenwoordigheid Uw zwak en behoeftig kind, dat heden uit Uwe handen zijn lijden aanneemt, als het zekerste en kostbaarste
205
Wijk Uwer liefde. O oneindig beminnenswaardige Vader, als ik dezen lijdensbeker moet drinken, als een kranke die een bitteren drank moet nemen om de ziekte te verdrijven, dat Uw wil, niet de mijne geschiede! Al wat ik U vraag is dit, dat ik, niets vermogende buiten U, door Uwe kracht worde gesterkt, en dat het U behage mij do genade te schenken van mijne smart, volgens Uwe inzichten te dragen. O Heer en God, ik offer U deze beproeving, welke ik met recht verdiend heb. Ik vereenig haar met het lijden van Uwen aanbiddelijken dood, opdat zij, door het deelgenootschap aan do verdiensten van Uw lijden, aangenaam worde in Gods oog, gelijk de dood van den goeden moordenaar, die naast U aan het kruis was gehecht, dooiden Uwe heilig en verdienstelijk is gemaakt. Amen.
ACÃE VAN LIEFDE.
Van den Eei b. Ludovicus van Grenada.
O allerbeminnelijkste Jesus, heil mijner ziel, wanneer zal ik U toch in alles en door alles behagen, wanneer zal ik uit liefde tot U mij zelf en al het geschapene afsterven. Ontferm U mijner. Heer, en kom mij te hulp. Ik verschijn voor Uwe goddelijke Majesteit, o mijn Zaligmaker, en vereer in den
206
geest Uwe Heilige Wonden. Eeuwige Liefde, verberg mij in die H. Wonden, opdat ik daarin geheel gezuiverd en geheiligd worde. Barmhartige Jesus, mijn verlangen, mijn hoop, mijn toevlucht, voed mijn hart door Uwe liefde; geef dat mijn ziel geheel en al ontstoken worde door Uwe liefde, neem door dit Goddelijk vuur mijn traagheid weg, en verander daardoor mijn lauwheid in een brandenden ijver om U trouw te dienen.
O Jesus, ik verlang naar U, ik draag mij geheel aan U op. Ik wil niets buiten U. Ik wensch niets anders dan Uwe komst in mijn hart. Immers Gij alleen kunt mij bevredigen ; Gij zijt mijn Koning, mijn Leidsman en mijn Vader. Gij zijt mij alles. Gij zijt allerbeminnelijkst, barmhartig en getrouw. Gij verstoot niemand, die tot U komt; maar Gij gaat allen die tot U komen, te gemoet, om hen op den rechten weg te leiden. Ja, wel toont Gij, dat het Uw wellust is, met de kinderen dermen-schen te zijn. Ik dank U, God, voor deze overgroote liefde, want, ofschoon wij niet anders zijn dan zondige en ellendige men-schen, wilt Gij toch tot aan de voleinding der eeuwen in ons midden blijven. Het was U niet genoeg voor ons te sterven, de H.H. Sacramenten in te stellen, ons ter bewaring aan Uwe heilige Engelen toe te vertrouwen ; Gij zelf. God van oneindige Majesteit, Gij
m
207
zelf, wilt onder de nederige gedaanten van brood en wijn onder ons verblijven.
O vuur, dat mij ontvlamt, o liefde, die mij doordringt, die altoos brandt, en nimmer kwijnt, wie kan zich bij U bevinden zonder iets van üw gloed te ondervinden? Wanneer zal ik U toch volmaakt beminnen ? Wanneer zal ik U met geheel mijn ziel, uit geheel mijn hart, uit al mijn krachten lief hebben ? Wanneer zal ik om Uwentwille al wat U mishaagt verzaken, om U alleen te behagen ? Wanneer zal ik al mijn krachten, al mijn vermogens in niets meer aan den dienst der zonde, maar aan U alleen besteden ?
O leven mijner ziel, Jesus, die gestorven zijt om mij te doen leven, en die door Uwen dood den dood hebt overwonnen, dood in mij alle zondige begeerten en neigingen, mijn eigen wil, en alles wat mij een beletsel is om voor U alleen te leven; en wek vervolgensin mij op een nieuw leven van liefde en onderwerping. Geef, dat ik Uwe geboden, en van hen, welke Gij over mij hebt aangesteld, getrouw volbrenge; dat ik de zonden, waardoor ik U mijn hoogste goed, vergramd heb, ver-foeie, en door boetvaardigheid mij zelfstraft'e. Laat mij alles verrichten tot Uwe meerdere eer en om U te behagen. Heilig mijn verstand, mijn geheugen, mijn wil, al mijn woorden en werken. Amen.
208
GEBED TOT MARIA.
Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid ! Gij zijt ook in de louteringsplaats het leven, de zoetheid, en de hoop der arme, pijnlijk gefolterde zielen, wees gegroet! Tot U roepen zij, deze arme bannelingen, zwakke, zondige kinderen der gevallene Eva! Tot U verzuchten zij smeekend en weenend in hun tranendal. Daarom dan, o Voorspreekster der ongelukkigen, sla ook Uwe barmhartige oogen op hen, en toon hun weldra na hen uit hun ballingschap verlost te hebben, Jesus, de gezegende vrucht Uws lichaanis, o goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.
Nog eenige oogenblikken, en Jesus komt onder mijn onwaardig dak, waar ik Hem zal smeeken voor mijne afgestorven vrienden en verwanten. O, zoo er iemand is, dan hebt Gij voorzeker medelijden niet hun droefenis en lijden.
Zoo er één moeder is, die naar de tegenwoordigheid harer kinderen verlangt, dan zijt Gij het. Welnu dan, verwerf mij de genade om Jesus in een rein hart te ontvangen, en, ik ben er verzekerd van, spoedig zal weder een mijner geliefden Uw heilig gezelschap in den hemel gaan genieten. Schenk mij Uw Hart bij het ontvangen vanmijn Jesus, enmijn gebeden zullen alles bij Hem vermogen.
209
Kom, Jesus, kom! Ik verlangnaarU,als het dorstige hert naar een verfrisschende waterbron ! Kom, lesch mijn dorst, opdat ik op mijn beurt den dorst kan lesschen van hen, die U en mij dierbaar zijn.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
LOFPRIJZING.
Van den Eerh. Taulerus.
O Jesus, mijn Koning en mijn God, mijn liefde en vreugde, U verheft mijn ziel en mijn hart, U, het leven mijner ziel, den waarachtigen en levenden God, de bron van het Eeuwige licht, hetwelk mij heden is komen bestralen! U wenscht mijn hart te begroeten, te loven, te verheffen, en te zegenen; en ik leg voor uwe voeten neder alle mijne krachten, al mijne vermogens, het edelste wat ik bezit, als een offer van lof en dankzegging. O Heer, wat zal ik U wedergeven, voor al de weldaden, welke Gij mij bewezen hebt ? Zie, Gij hebt mij als het ware liefgehad boven Uwe eigene glorie; Gij hebt U zeiven om mij niet gespaard, en daarom hebt Gij mij voor U geschapen, voor U vrijgekocht, en mij tot U geroepen, O God, Gij zijt mijn roem, mijn hoop, mijn vreugde, mijn zaligheid, het verlangen mijner ziel, het leven van mijn le-
210
ven, en het geluk mijns harten. Maar ach! mijn God, niet mijn lof, maar üw eigen glorie alleen kan U verheffen en verheerlijken, want Gij zijt de oorsprong van het eeuwige licht, en de bron, des levens . Geen schepsel is waardig genoeg U te loven. Gij zijt alleen U zeiven genoeg, die nimmer verandert of sterft, en in alle eeuwigheid ten volle bevredigt de zielen Uwer Heiligen. Amen.
GEBED VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN.
O mijn ziel, houd u thans uitsluitend bezig met den hoogen bezoeker, die zich gewaardigd heeft zijn intrek bij u te nemen. Thans leeft gij niet meer, maar de Almachtige zelf leeft in u, want wie dit Brood heeft gegeten, en dit Bloed heeft gedronken, leeft door Jesus Christus, gelijk Deze zelf leeft door zijn Vader. Vraag thans zonder vrees. Wat gij in deze oogenblikken vraagt, zult gij verkrijgen; zoek thans, en gij zult vinden ; klop thans aan de deur van de Goddelijke schatkamer, en zij zal u geopend worden, opdat gij met volle handen daaruit kunt nemen.
O God, Hemelsche Vader, welk een groot vertrouwen bezielt mij op dit oogenblik. Het bemoedigde mij reeds zeer, dat Uw beminde Zoon mij zelf leerde wat ik U moest vragen, en op welke wijze, maar thans kent ditvertrou-
211
wen geen grenzen meer, nu ik weet dat Hij zelf in het hart is nedergedaald om met mij en in mij te hidden, nu Hij als voorspreker, met mij één is geworden. Ach, nu mijn ziel volgens het woord van den H. Augustinus als in Hem veranderd is, en zich de deelge-noote zijner goddelijke natuur mag noemen, nu vraag ik ü om erbarming voor mijn geliefden in het vagevuur. Erbarming, o mijn God, erbarming met die zielen, op welke de zonde zoo ontzettend zwaar gewroken wordt! Erbarming met hun lijden ! erbarming met den vuurgloed die hen foltert, met den dorst en den honger die hen kwelt, met de koude en ontbering die hen martelt, met de duisternis, die hen benauwt! Hoor hun zuchten en geween; laat ü verteederen door hun verlangen naar Uw bezit.
O God, die zielen zijn immers ook Uwe geliefden ! Hebt Gij haar niet van eeuwigheid geroepen en uitverkoren tot Uw Rijk? Zijn zij niet geteekend in den naam Uwer Heilige Drieëenheid'? Was haar laatste zucht, geen zucht van liefde en verlangen naar U? En kunt gij dan jegens haar Uwe barmhartigheid vergeten? Vader der barmhartigheden en God van alle vertroosting, red, red haar, die U voor alle eeuwigheid toebehooren. Ik weet het, mijn gebed is niet waardig verhooring te vinden bij IJ, maar zie neer op het aanschijn
212
van Uwen Gezalfde, die op dit oogenblik in mij vertoeft. Gij hebt beloofd, dat Gij Hem verhoeren zult, om der wille van de glorie dio Hij U geschonken heeft door zijn dood. O, om der wille dus van het onbevlekte Lam, waarvan ik het vleesch heb gegeten, het Bloed heb gedronken, en dat zich in mij als zoenoffer aanbiedt, wijs mijn gebed heden niet af: schenk vergeving, kwijtschelding aan de arme zielen, voor welke ik ü bid. Moge het dierbaar Bloed van dit Lam roepen tot voor Uw troon, niet om wraak over de zonden, maar om leniging in het lot dezer beklagenswaar-digen. Dat het nederdale in deze plaats van ellende, om hen geheel en al van schulden en straffen en zuiveren, hen te vertroosten en te verkwikken. Dat het hun het hemelsch bruiloftskleed verwerve, en hen in Uwe armen voere, waar zij voor eeuwig aan Uw Hart zullen rusten en vol erkentelijkheid U zullen loven. Amen.
GEBED TOT DE DRIE GODDELIJKE PERSONEN.
God, Hemelsche Vader, ontferm U over de arme zielen des vagevuurs. Gij hebt haar geschapen om U eeuwig in den hemel te aanschouwen, te loven en te danken. Door Jesus Christus, Uwen Zoon, bid ik U, verlos haar uit de pijnen, welke zij rechtvaardig lijden.
213
Geef, dat zij spoediger liet doel. waarvoor zij door U uit het niet werden geroepen, mogen bereiken, en de eeuwige vreugde genieten.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U over de zielen des vagevuurs. Door Uw dood en bitter lijden hebt Gij voor haar den hemel verdiend. Door deze oneindige verdiensten bid ik U, verlos haar uit de pijnen, welke zij rechtvaardig lijden. Geef dat zij spoediger alle vruchten van Uwe Menschwording waardig worden, en er U in alle eeuwigheid voor loven en danken.
God, Heilige Geest, ontferm U over de arme zielen des vagevuurs. Gij hebt haar geheiligd door het Sacrament des Doopsels, en met ontelbare andere genaden verrijkt. Door de ein-delooze liefde, welke ü daartoe bewogen heeft, bid ik U, verlos haar uit de pijnen, welke zij rechtvaardig lijden. Geef, dat zij spoedig het eeuwig erfdeel mogen bezitten, waartoe Gij haar de rechten en aanspraken hebt geschonken, en in dat bezit zich eeuwig verheugen.
GEBED OP DE VIJF DROEVIGE MYSTERIEN.
(Met 100 dagen aflaat.)
O Jesus, door het bloedig zweet, dat Gij zoo overvloedig in den Hof vergoten hebt, heb medelijden met mijne bloedverwanten, die in
214
liet vagevuur lijden! Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz., Heer, geef hun, enz.
O Jesus, om de wreede geeseling, die Gij a;in de geeselkolom hebt ondergaan, heb medelijden met de zielen mijner nabestaanden en vrienden, die in het vagevuur lijden. Onze Vader, enz. als boven.
O Jesus, om de scherpe doornen, welke Uwe gewijde slapen zijn ingedrongen, heb medelijden met de ziel, welke het meest verlaten is en met die, welke het meest van haar verlossing verwijderd is. Onze Vader, enz. als boven.
O Jesus, door Uwen droevigen kruisweg, heb medelijden met de ziel, welke het dichtst bij hare verlossing is; en door de smarten, welke Gij met Maria, Uwe allerheiligste Moeder, geleden hebt, toen Gij elkander op den weg ontmoettet, verlos uit het vagevuur, dc zielen welke veel godsvrucht voor Haar hebben gehad. Onze Vader, enz. als boven.
O Jesus, door Uw heilig Lichaam, dat op het Kruis is uitgestrekt geworden, door Uwe heilige, doorboorde voeten en handen, door Uwen wreeden dood, door Uwe doorstoken Zijde, heb erbarming met deze arme zielen, bevrijd haar van haar wreede straffen, roep haar tot U, en geef haar toegang tot het verblijf Uwer zaligheid. Amen. Onze Vader enz. als boven.
215
Zielen des vagevuurs, die zoo wreed gefolterd wordt door zoo ontelbaar vele smarten,-ik beloof TJ, als uw getrouwe dienaar, u nimmer te vergeten, en voortdurend den Allerhoogste voor u te zullen bidden. Ik verzoek u dan op uwe beurt mij van God, bij wien Gij zooveel vermoogt, te verkrijgen dat ik van alle gevaren naar ziel en lichaam bevrijd blijve. Ik verzoek u voor mijne ouders, nabestaanden, vrienden, weldoenors en vijanden, de vergeving van hun zonden, het eeuwig geluk, on dus eveneens de volharding in de deugd. Verwijdert van ons alle rampen, ongelukken, ziekten, angsten en zorgen. Verkrijgt ons den vrede der ziel, staat ons altoos bij in onze handelingen, helpt ons altoos spoedig in onze geestelijke en tijdelijke behoeften, troost ons en verdedigt ons in de gevaren. Bidt voor don Paus, voor de verheffing der H. Kerk, voor de eendracht der volken, voor de Christen vorsten, voor de rust der landen, en verwerft dat wij ons eenmaal gezamenlijk kunnen verheugen in den hemel. Amen.
Mijn Jesus, Barmhartigheid ! (100 dag. afl.)
* De Goddelijke Zaligmaker verscheen eens aan do H. Mechtilda bij eene H. Communie voor degeloo-vige zielen. Hij legde haar op, eenmaal het âOnze Vaderquot; te bidden. De Heilige deed dit op de wijze, welke Jesus openbaarde, en bij het eindigen van haar gebed ontving zij de zekerheid, dat daardoor
216
eon groot aantal zielen van haarpijnen verlost waren geworden. Bidden wij het derhalve ook in deze kostbare oogenblikken met aandacht en godsvrucht.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, ik bid ü, schenk vergiffenis aan de geloovige zielen des vagevuurs. Het is waar, op aarde hebben zij ü, o Vader, die allen lof en liefde over-waardig zijt, die haar louter uit goedheid tot Uwe kinderen hadt aangenomen, niet genoeg bemind, den verschuldigden eerbied onthouden, en U zelfs uit haar hart verbannen, waarin Gij zoo gaarne Uw intrek hadt genomen. Doch zie, tot vergiffenis van haarzonden, bied ik U de liefde en vereering aan, welke Uw welbeminde Zoon U altoos op aarde heeft betoond, en de oneindige verdiensten, waardoor Hij zoo overvloedig hare zonden heeft uitgeboet. Amen.
Geheiligd zij Uw Naam; ik bid U, Goedertieren Vader, schenk vergiffenis aan de geloovige zielen des vagevuurs. Het is waar, zij hebben Uwen Heiligen Naam niet genoeg ge-eerd, dien zelden met godvruchtige aandacht overwogen, maar integendeel dikwijls ijdel gebruikt, en zich den naam van Christen onwaardig gemaakt. Doch zie, tot vergiffenis van haar zonden, bied ik U de allervolmaaktste heiligheid van Uwen eenigen Zoon, en den allergrootsten ijver, waarmede Hij in leeringen aan het volk Uw Naam heeft ver-
217
heven, en door allerheiligste daden heeft verheerlijkt. Amen.
Ons toekome Uw rijk. Ik bid U, o goedertieren Vader, schenk vergiffenis aan de geloo-vige zielen des vagevuurs. Het is waar, zij hebben niet met vurigen ijver naar U en Uw rijk, waarin toch alleen ware rust en glorie te vinden is, verlangd, er niet met zorg en liefde naar gestreefd. Doch zie, tot uitboeting der onachtzaamheid, waarmede zij U hebben gediend, bied ik ü het brandend verlangen, waarmede Uw dierbare Zoon haar aan de glorie van Zijn Eijk heeft willen deelachtig maken, Amen.
Uw wil geschiede op de aarde als in den hemel. Ik bid U, o .goedertieren Vader, schenk vergiffenis aan de geloovige zielen des vagevuurs. Het is waar, zij hebben niet in alles aan Uwen wil boven den hare de voorkeur gegeven, maar dikwijls volgens hun eigen inzien hunne daden bestierd. Doch zie, tot voldoening voor hare ongehoorzaamheid, offer ik U de allervolmaakste overeenkomst van Uwen H. Wil met dien Uws eenigen Zoons, ik offer U de gehoorzaamheid, die Hij U heeft betoond tot den dood, ja tot den dood des kruises. Amen.
Geef ons heden ons dagelijksch brood. Ik bid U, o goedertieren Vader, schenk vergiffenis aan de geloovige zielen des vagevuurs. Het
10
218
is waar, zij hebben het Allerheiligste Altaar-Sacrament niet met een waar verlangen, zonder veel godsvrucht of vurige liefde ontvangen, velen zelfs zich die goddelijke spijs wellicht onwaardig gemaakt; anderen zijn niet dan zeer zelden tot de H. Tafel genaderd. Doch zie, tot uitboeting van hare flauwheid, offer ik ü de groote godsvrucht, de brandende liefde, de vurige begeerte, waannedeUw eenige Zoon ons den kostbaren schat van zijn liefde-geheim geschonken heeft. Amen.
Eu vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. Ik bid U, o goedertieren Vader, schenk aan de geloovige zielen vergiffenis van al hare zonden, vooral van die, welke de oorzaak van alle andere zonden zijn geweest. Het is waar, zij hebben vaak geweigerd aan hen, die haar hadden beleedigd vergeving te schenken; zij hebben niet altoos hare vijanden met voldoende liefde bemind. Doch zie, tot voldoening van al hare zonden, offer ik U het treffend gebed, dat Uw welbeminde Zoon op het kruis U voor de vergiffenis zijner vijanden heeft opgedragen. Amen.
En leid ons niet in hekoringen. Ik bid ü, o goedertieren Vader, schenk vergiffenis aan de geloovige zielen des vagevuurs. Het is waar, zij hebben niet genoeg weerstaan aan de kwade begeerten en zondige neigingen,
219
ar- cn daarentegen de verlangens van het vleesch
on- voldaan, en zicli alzoo ir de strikken des
an- duivels verward. Doch zie, tot voldoening
â el- voor al hare zonden, offer ik ü de roem-
liet rijke zegepraal, welke Uw welbeminde Zoon
rd. op de wereld en op den duivel behaald heeft;
iid, ik offer U zijn allerheiligst en allerverdien-
ide stelijkst leven, zijnen arbeid en zijne ver-
ige moeienis, zijn bitter lijden en zijnen sniart-
3e- vollen dood. Amen.
Maar verlos ons van den kwade. Verlos, o
'er- Heer, de geloovige zielen van alle kwaad,
!er- en verleen haar kwijtschelding van al hare
len straffen, dooi- de verdiensten van Uwen eeni-
'an gen Zoon. Geleid haar en ons tot Uwe eeuwige
m- glorie; tot de aanschouwing en genieting van
)en Uw goddelijk wezen. Amen.
len
)en GEBED OM EEN VERHEUGD EX EEUWIG
fde WEDERZIEN.
al
ed, 0 Jesus, wanneer zal het oogenblik aan-
U breken, dat ik en de mijnen op Uwe stem
)p- weder onze lichamen aan zullen nemen, om dan nimmer meer gescheiden te worden? Ja,
U, Heer, dit verwacht ik met zekerheid van
tan Uwe liefde. Daarom heb ik mij heden met
is Uw Lichaam en Bloed gevoed. Die Uw
tan Vleesch eet en Uw Bloed drinkt, zal leven
en, in eeuwigheid. Ik heb thans de kiem mijner
220
verrijzenis in mij; een zaad dat mij uit het verderf zal doen opstaan en mij even als mijn geliefde dooden zal verheerlijken ten eeuwigen leven. O Jesus, laat deze Uwe beloften aan ons vervuld worden. Amen.
X.
Op den feestdag van de Gelukz. Imelda, (16 Sept.) of op den laatsten dag der Novene, welke men ter Harer eer houdt om de genade te bekomen met meer godsvrucht te communiceeren.
VOOR DE H. COMMUNIE.
KLACHT VAN DE ZIEL IN DORHEID.
Van den Gelukz. Henricus Suso.
, sla genadiglijk een blik Uwer
de verlatenheid en de dor-
heid mijner ziel. Ik ben als een kranke, die voor niets smaak heeft, wien alles tegenstaat. Mijn lichaam is loom, mijn geest is traag; inwendig ben ik als versteend, uitwendig ben ik geheel rouw. Alles wat ik hoor of zie, verdriet mij, ofschoon ik weet dat het goed voor mij is. Door de verlatenheid gevoel ik in mij sterkere neiging tot het kwaad, groo-tere zwakheid om mijn vijanden te weerstreven, ik ben koud en lauw voor goede werken. Wie in mijn hart zou kunnen zien, zou het vinden als een huis, waaruit de bewoner,
222
welke daar voorheen zijn liooge bevelen gaf, Acl
en wien alles op een wenk gehoorzaamde, ik i
verdwenen is. en
Maar, Heer, wanneer ik Uw bezoek le- Uw
vendig gewaar word, dan rijst voor mij als dat
een morgenster in den donkeren nacht; dan sim
verdwijnt alle duisternis, en niets schijnt mij kon
nog moeielijk. Dan lacht mijn hart, dan stort sla]
zich mijn gemoed uit, dan verheugt zich mijn nie
ziel, dan is het mij alom hoogtijd, en alles, He
wat in en aan mij is, looft en zegent U. Wat gei
mij vóór dien tijd zwaar en ondoenlijk voor- ge(
kwam, wordt zoet en licht: dan acht ik vasten is
noch waken, bidden noch lijden of strijden, zei
want ik gevoel, dat Gij met mij zijt. Dan ben Hc
ik met die vastberadenheid bezield, welke mij Do
straks in Uw afwezigheid ontzinkt. Mijn ziel Uv
wordt zoo met licht en waarheid en zoetheid ik
als doorstroomd, dat zij alle bezwaar voorbij go
ziet. Dan kan mijn hart Uwe grootheid en in
goedheid met innig genot overwegen, dan kan ni
ik met U uit den overvloed van mijn gemoed m
tot U spreken ; dan is mijn lichaam in staat Ai alles te verduren, en al wie zijn hart voor mij uitstort, kan ik behulpzaam zijn met den raad,
welken hij begeert. Dan is het mij, o God, als ware ik reeds niet meer aan tijd en plaats gebonden, maar verkeerendo in de voorhoven Uwer gelukzalige eeuwigheid. Ach, mijn Orod,
hoe kan ik dien toestand duurzaam doen zijn ?
223
Ach! op één oogenblik mis ik dit weder, en ik gevoel mij op nieuw, zooals thans, eenzaam en verlaten. En dan ben ik weder alsof ik Uwe tegenwoordigheid nooit; genoten had, tot, dat ik haar na eenigen tijd van diepe ziele-smart, opnieuw gewaar wordt. O mijn God, kom dan, sta op, waarom schijnt Gij als te slapen voor mij? Waarom vloeien voor mij niet meer de bronnen Uwer barmhartigheden ? Heb medelijden met mij? Ik ben als de bergen van Gilboa, die door den vloek van David geen hemelschen dauw of regen ontvingen. Ach. is mijn boosheid dan zoo groot, dat zij mij zelfs de barmhartigheid onwaardig maakt van Hem, wiens natuur louter barmhartigheid is. Doch, Heer, ik onderwerp mij geheel aan Uwen aanbiddelijken Wil. In Uwe handen kan ik gerust mijn toestand stellen; Gij weet, wat goed voor mij is, hoe ik U liet beste kan dienen, in zoete vertroosting of in dorheid. Geef mij niets. Heer, dan hetgeen Gij wilt, en doe met mij alles, wat Gij wilt, en zoo Gij het wilt. Amen.
GEBED OM DE GAVE DER GODSVRUCHT.
(IV. Boek der Navolging, léde Hoofdst.)
Hoe groot, o Heer, is het cjoed. hoe velerlei is het genot, dat Gij hen doet smaken die U eer en !
224
Als ik bij mij zeiven overweeg, met welk eene overgroote liefde en Godsvrucht sommige vrome zielen tot Uwe Heilige Tafel naderen, dan sta ik dikwerf verlegen, en schaam mij, dat ik mij met zulk een koud en ongevoelig hart tot Uwe Heilige Tafel begeef.
Ik schaam mij, dat ik zoo dor en zonder eenig gevoel blijf, dat ik voor U, mijn God, van liefde niet geheel ontstoken word, noch bij mij die sterke aantrekking en aandoening ontwaar gelijk sommige Uwer Vrienden, die, door de overgroote vurigheid, waarmede zij tot Uwe Heilige Tafel als aangetrokken werden, en door de krachtige liefde huns harten, hunne tranen niet kunnen bedwingen; en die niet slechts met den mond, maar ook met het hart, naar U, o God. de ware levensbron, gretig dorsten. Hun dorst en honger worden nooit verzadigd, vooraleer zij Uw Lichaam en Bloed met de hoogste voldoening en geestdrift genuttigd hebben.
Hoe vurig brandend, hoe levendig is hun geloof! welk een tastbaar bewijs geven zij van Uwe Goddelijke tegenwoordigheid !
Trouwens zij, wier harten zoo zeer branden, als Jesus met hen wandelt, die moeten ook waarlijk wel bij het breken des Broods hunnen Heer erkennen.
Ach! hoe dikwijls ben ik van zulk een
225
innig gevoel^ zulk een levendige godsvrucht, en vurigen ijver en liefde nog verre verwijderd !
Wees mij dan genadig, goede, liefderijke en barmhartigste Jesus! laat toch ook Uwen armen Bedelaar van tijd tot tijd aan Uwe Heilige Tafel ten minste een weinig van die liefde gevoelen, opdat alzoo mijn geloof al meer en meer in kracht toeneme, mijn vertrouwen op Uwe goedheid vermeerdere, en mijne liefde, wanneer zij, na het nuttigen van Uw Hemelsch Brood, eens ten volle ontstoken is, altoos brande, en nooit uitge-bluscht worde.
Uwe barmhartigheid immers is machtig genoeg, mij ook deze zoo gewenschte gunst toe te staan, en mij, ten tijde dat het U zal behagen, met zulk een geest van vurige liefde goedgunstig te bezoeken.
Want, hoewel mijn hart nog niet die godsvrucht en vurige begeerte heeft welke Uwe bevoorrechte vrienden hebben, gevoel ik echter door Uwe genade in mij zulk een hevig verlangen daarnaar in mijn hart, dat ik van harte U bid, eenmaal dezelfde liefde als zij te mogen gevoelen, en onder hun heilig gezelschap te worden gerekend. Amen.
GEBED TOT DE II. 1MELDA.
Met het levendigst vertrouwen o machtige,
10*
226
heilige Imelda, nader ik TJ op dezen dag. De gesteltenis van mijn hart bij het ontvangen van het Allerheiligst Sacrament, doet mij grootelijks leed. Ach, wat is mijn liefde flauw in die heilige oogenblikken voor en na de H. Communie! Hoe weinig kan ik dan zeggen tot den Hoogen Bezoeker, die in mij Zijn intrek komt nemen! Hoe dwalen dan mijne gedachten af' naar ijdele zaken, naar beuzelingen, waarover ik mij diep zou moeten schamen, wanneer zij gekend werden door de wereld ! En nu kent haar de God, die in mij komt, en daarover schaam ik mij niet? Ik verzuim in schuldige nalatigheid die gedachten van mij af te zetten; wellicht zelfs ben ik vrijwillig oorzaak, dat zij in mij opkomen, en mij niet verlaten, alvorens ik de kerk verlaat! En zoo geschiedt het, dat ik weinig voor Jesus gevoel, wanneer Hij in mijn hart afdaalt, dat ik die kostbare oogenblikken laat voorbij gaan, zonder Hem te hebben afgevraagd, wat Hij van mij terug wenscht voor het geschonken blijk Zijner liefde, dat ik zelfs niet, dwaze en onverstandige die ik ben, mijne behoeften aan Hem voorstel, Hem, die mij, na zich zeiven geschonken te hebben, niets zou kunnen weigeren.
Die toestand verdriet mij liefdevolle, goe-dertierene Imelda, teedere beschermster van allen, die U aanroepen. Ik kies U voor mijne
! 227
Patrones en mijne voorspraak. Ik wil trachten, zooveel in mij is, U te doen kennen, te doen vereeren, en te doen beminnen, om dan door Uw tusschenkomst genezing te bekomen van de geestelijke krankheid mijner ziel. Ach, ik wenschte zoo vurig, mij volgens Uw voorbeeld voor te kunnen bereiden tot het gewichtig oogenblik der H. Communie. Ik wenschte een zelfden honger te hebben, als Gij, naar dit Brood des levens. Ik wenschte mij geheel en al, zonder eenige verstrooidheid, te kunnen bezighouden met den Clod, die zich met mij wil komen vereenigen! Ik wenschte diep doordrongen te zijn van de waarheid, dat mij niets verhevener, niets grootscher in het leven kan te beurt vallen! Ik wenschte zoo levendig als Clij te beseffen, hoe onmetelijk de liefde van mijn Jesus is in dit Zijn ondoorgrondelijk liefdegeheim! Ik wenschte mij zelf geheel en al in Hem te kunnen verliezen, zooals dit U ten deel viel bij Uwe H. Communie. Ik wenschte voor het minst die oogenblikken na de H. Communie beter te gebruiken, dan ik thans doe, meer mij met mijn hoogen Bezoeker te onderhouden, meer offers, welke Hij van mij terugverlangt, aan Zijn voeten neer te leggen, meer Hem te kunnen vragen voor mij zelf en voor anderen, meer voornemens te maken voor de toekomst, meer voor het vervolg mij Zijn
228
liefde en vriendsch ap te verzekeren. Ik wenschte reeds een dag voor Zijn ontvangst in een blijde j verwachting te verkeeren, op den dag zelf herhaaldelijk te denken aan hetgeen mij ge- ( beurde. In een woord, ik wenschte, Patrones en der godvruchtige H. Communie, meer gods- dat vrucht te gevoelen bij deze. de belangrijkste ge- sch beurtenissen van mijn leven. sto Ach, door de vereering, die ik voortaan gei altoos voor ü zal koesteren, verkrijg mij toch Mi die gunst bij Uwen Goddelijken Bruidegom, vei Jesus! Tot dit doel draag ik deze H. Gom- ha munie ter uwer eere op. O mocht deze hoog- nilt; heilige handeling U, die zoo groot zijt bij God, naar waarde eer en glorie aanbren- ke gen. Moge zij IJ zoo behagen, dat Gij mij van zo Jesus, Uw geloof, Uw ootmoed. Uw reinheid de van harte, Uw verlangen. Uw aandacht, Uw Ik eerbied, vooral Uw vurige liefde verkrijgt. wi En zal ik het wel nimmer waardig worden, de even als Gij, na de H. Communie voor eeuwig ni niet meer uit de omhelzing van den Bruide- U gom mijner ziel te kunnen worden losgerukt; sc o verkrijg mij ten minste, dat ik nooit meer zi door de zonde van Zijne liefde worde geschei- di den, dat iedere H. Communie mij steeds nauwer en nauwer met Hem vereenige, en dat ik, ü na Hem een laatste maal ontvangen te hebben d in mijn stervensuur, in alle eeuwigheid met t( Hem allerinnigst verbonden blijve. Amen. 1lt;
mm
229
ACTE VAN OOTMOED.
Van den Kerb. Ludovicus van Granada.
O mijn God, daar is een tijd geweest, â en aan ü alleen moet ik het dank weten, dat hij niet meer is, âdat ik uwe oneindige schoonheid niet lief had, dat ik het nietige stof hooger schatte dan al den rijkdom Uwer genaden, en de hoop op Uw eeuwige glorie. Mijn ongeregelde verlangens waren mijn levensregel : ik achtte Uwe wet niet meer, ik had geen eerbied meer voor U, wijl ik U niet kende.
Ik ben die dwaze, die in zijn hart gesproken had : âDaaris geen God!quot; Immersik heb zoo bandeloos geleefd, dat ik door mijne handelingen scheen te ontkennen, dat (jij bestaat. Ik heb niet gewerkt om Uw liefde wederom waardig te worden ; Uw rechtvaardige oor-deelen heb ik niet gevreesd; ik schroomde niet Uwe geboden te overtreden; ik verzuimde U mijn schuldigen dank te brengen, en ofschoon ik wist, dat Gij overal tegenwoordig zijt, heb ik mij toch niet geschaamd te misdoen.
Wat mijn oog heeft begeerd te zien, heb ik het toegestaan; mijn hart heb ik niet bedwongen, zijn verkeerde neigingen den vrijen teugel gelaten! Ach, wat was mijn geheele leven anders dan een voortdurend strijden
230
tegen ü ? Wat anders dan een voortdurende vernieuwing Uwer smarten en bitteren dood ? Hoe vaak heb ik U, als een andere Judas, voor een kortstondig genot, of voor een geringen prijs verraden ? En als ik nu tot U nader, ben ik dan niet als dezelfde Judas, die à met een kus overleverde ? Heb ik mij niet bij de soldaten gevoegd, die U hebben bespot, heb ik U niet beschimpt en gescholden, niet spottend de knie voor U gebogen, en met den rietstaf op Uw gezegend hoofd geslagen ?
Hoe zou ik het dan onderstaan, om U te ontvangen, o Heer, in zulk een onzuiveren en misdadigen staat ? Zou ik mij durven verstouten Uw goddelijke Menschhieid binnen te voeren in een hol van monsters, in een nest van slangen ? Is het hart bezoedeld door de zonde geen woonplaats der duivelen? Is het geen stal van onreine dieren?
En hoe zoudt Gij dan in mijn hart komen wonen, o God, die de maagdelijke reinheid zelve zijt! Gij zijt de bron van alle schoonheid, hoe zoudt Gij dan in zulke afschuwwekkende woning kunnen verblijven' Hoe kan de rechtvaardigheid met de boosheid veree-nigd worden, het licht met de duisternis, den Gezalfde des Vaders met den Belial, den vorst der hel! O bloem der velder,, o lelie der dalen, o Brood der Engelen, waar-
231
om wordt Gij niet de dieren voorgeworpen!
Waarom, o mijn God, laat Gij nu toe, dat-men die spijze den honden voorwerpt, en de kostbare paarlen voor de zwijnen ? O Minnaar der zuivere en reine zielen, die onder de leliën weiden gaat tot de avond valt en de schaduwen verdwijnen, welk voedsel zal ik U aanbieden in een hart, dat niets dan doornen en distelen voortbrengt? Uw rustplaats is van het fijnste cederhout van den Libanon, steunt op pilaren van het fijnste goud: in mijn hart zult Gij daar niets van vinden, welk een troon kan ik daar voor ü oprichten, welk rustbed daar spreiden?
üw lichaam word na de afneming van het kruis in een allerzuiverst lijnwaad gewikkeld, en in een nieuw graf neergelegd. Maar welk deel van mijn ziel is zuiver? Welk hoekje van mijn hart is nog nieuw als Uw graf? Is mijn mond niet eerder een open graf, waaruit niets dan bederf en onreinheid opstijgt? Wat is mijn hart anders dan een put van de slechtste begeerten en neigingen? Wat is mijn wil anders dan de woning en het verblijf der duivelen? Hoe zou ik U dan durven naderen, U ontvangen, en U mijne onreine lippen aanbieden ? Daar is geen hoekje meer in mijn ziel dat niet vaak door allerhande zonden is ontreinigd geworden. Neen, ik bezit geen nieuw en zuiver graf meer om ü
232
neder te leggen. O Verlosser en Zaligmaker, ik verga van schaamte, bij het zien va^dezen toestand. Ik schaam mij diep als ik naga hoe ik tot Uw Tafel nader, hoe ik U nader om mij met U te vereenigen, mot ü, die, ondanks alles, mij weder met liefde wilt ontvangen. Amen.
ACTE VAN VERLANOEN.
Naar den Gelulcz. Henricus Suso en andere
geestelijke Schrijvers der middeleeuwen.
O zoete Engelenspijs, o waar Hemelbrood der bannelingen in deze woestijn, ik smaak Uwe zoetheid, die de lust en vreugde der Koningen is, nog zoo weinig! Gij zijt het Woord der Almacht, de Bron der Wijsheid, het paradijs van welgevallen en rust. Trek mij tot ü om alle zoetheid van Uw zoetheid te smaken, opdat ik van begeerte worde ontvlamd om mij deze spijs der gelukzalige eeuwigheid te verschaffen. 'Ach, mijn dierbare Zaligmaker, zoo ik aanstonds Uw gast zal zijn, gelijk Gij de mijne zult worden, licht dan voor mij eenigszins den sluier Uwer geheimenis op, opdat ik iets moge gewaar worden van het Licht, waarvan ik heb hooren spreken, en opdat ik de wonderen van Uwe wijsheid, die ik aanschouw, eenigszins begrijpe. Geef mij die zalige genieting van Uwe trouw en
233
liefde die ik reeds zoo vaak heb ondervonden. Ach, mijn ziel, wanneer zult Gij naar waarheid kunnen spreken: âWat mijn oor heeft vernomen van mijnen Welbeminde, dat hebben mijne oogen aanschouwd; de wonderen, welke mijn oog heeft gezien, heeft mijn hart begrepen, en de Spijs welke mijn mond heeft geproefd, heeft mijn hart in alle zoetigheid gesmaakt.'
O Jesus, Gij zijt het Woord, het oneindig Beeld, waarnaar alle dingen gemaakt zijn, en toch hebt Gij U willen verbergen onder de gedaante van een geschapen wezsn. Gij zijt de luister, welken de Godheid afstraalt, en hier hebt Gij U met de nederige broodkleuren omhuld. Gij zijt de bron, waaraan het bovennatuurlijk leven ontspringt en hier gaat üw grootheid schuil onder een schaduw, om mij het licht te doen zien.
O Jesus, Gij zijt een Paradijs van zalig genot, waaruit ons de zoetheid en opbeuring tegengeurt. In dat Paradijs eet ik de vrucht van den Boom des Levens, die mij ter zaligheid versterkt, en mij in eeuwigheid bewaart. Mijn ziel haakt naar die Spijze, o Jesus, na zooveel ijdele voldoening, om daar de bevrediging te vinden, die ik zoek. Daarom dan allerliefste Jesus, schenk U dan heden aan mij in al Uw zoetigheid, en sta mij toe U zooveel doenlijk te smaken en genieten. Geef
234
U aan mij als een zachte dauw en een wel-dadigen regen, en als de vrucht des levens, die in hare genieting allen anderen honger en alle andere lusten stilt. Geef mij die heden, geef mij die vele dagen mijns levens. Amen. Kom, Heer Jesus, kom!
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
GliOET AAN JESUS.
Welkom, lieve Jesus, welkom onder mijn nederig dak! Geëerd, geloofd, gezegend, aan-beden zij eeuwig Uw allerheiligste Majesteit, die in haar liefde zich zelve thans aan mij meedeelt ! Ach, mijn ziel, welk een geluk is thans het uwe. gij bezit Jesus, de bron van alle goed op dit oogenblik in uw hart. Hij heeft daar Zijn troon gevestigd; Hij zetelt daar, omstuwd van duizenden en duizenden Zijner Engelen. Juich thans in uw verheffing; Hij die machtig is, heeft groote dingen aan u gedaan. Werp u voor Hem neder in het stof, en erken Zijn grootheid eu majesteit. Belijd Hem met Zijn dienaar, den H. Augusti-nus : O God, Vader, Zoon en Heilige Geest, drievuldig in Persoon en één in Wezen, Gij zijt waarlijk almachtig, onstoffelijk, onzicht-
235
baar, onbegrijpelijk, daar er niets boven U is, en op alle mogelijke wijzen volmaakt zonder eenige onvolmaaktheid. Gij zijt eeuwig zonder tijd, levend zonder dood, krachtig zonder zwakheid, waarachtig zonder leugen, alomtegenwoordig zonder aan plaats gebonden te zijn, alles op elke plaats. Gij schept alles zonder iets te behoeven, regeert alles zonder arbeid, geeft alles het begin, zonder zelf een begin te hebben, verandert alles, zonder zelf te veranderen. Gij zijt oneindig in grootheid, almachtig in sterkte, allesovertreffend in goedheid, onschatbaar in wijsheid, ontzagwekkend in Uwe besluiten, rechtvaardig in Uwe oor-deelen, ondoorgrondelijk in Uwe gedachten, waarachtig in Uw woord, heilig in Uw werken, overvloedig in Uw barmhartigheden, allergeduldigst jegens hen die U beleedigden, vol meedoogen voor de berouwhebbenden. Gij zijt altoos dezelfde, eeuwig, onsterfelijk, onveranderlijk. Geen behoefte kwelt U, geen droefheid pijnigt U, geen vreugde ontroert U. Niets vergeet Gij; alles herinnert Gij U ; het toekomende en het verledene hebt Gij immer vóór U ; Uw oorsprong is zonder begin ; Uw tijd vermindert of vermeerdert niet; niets kan U doen ophouden ; en zoo zult Gij leven in alle eeuwen, door alle eeuwen heen, tot alle eeuwen. U alleen zij deze onmetelijke lof, eeuwige glorie, opperste macht, onovertroffen
236
eer, eeuwige heerschappij, regeering zonder einde, door de oneindige, ontelbare en onsterfelijke eeuwen der eeuwen. Amen.
0 Jesus, thans in mijn hart tegenwoordig, ik draag de verheven handeling, welke ik zoo even verricht heb, in de eerste plaats aan U op, om Uwe oneindige volmaaktheden te loven en te prijzen, om voor Uwe liefdeblijken mijne zwakke erkentelijkheid te betoonen, en om U de voortduring Uwer barmhartigheden ten mijnen opzichte te verzoeken. Maar in de tweede plaats wenschik daarvoor, lieve Jesus, Uwe Heiligen te eeren en wel inzonderheid mijne gelukzalige Patrones Imelda, de Voor-sprekeres van allen, die U met meer godsvrucht begeeren te ontvangen. O, dat dan deze Heilige Communie strekke om haar eerbied en geloof, haar levendige godsvrucht en vurige liefde te vieren en ie prijzen! Dat alles wat leven heeft op aarde, haar verheffe en love: Dat al wat in den hemel haar liefde voor Uw H. Sacrament bewonderd heeft. Haar den verdienden lof toezwaaie 1 Dat Uwe H. Moeder, welke Zij heeft gediend en bemind op aarde, Haar ten aanschouwe der Engelen en zalige Hemelbewoners verheer-lijke en krone! Maar boven alles. Gij, lieve'
237
Jesus, die thans in mij leeft, die mij thans niets weigeren zult, verhef Haar, en schenk Haar de volheid van Uwe glorie en zaligheid. Voeg u bij mij, nu Gij U zelf met mij hebt vereenigd, en één wilt zijn met mij, om alle gevoelens welke Haar jeugdig hart voor Uw Liefdegeheim bezielden, te loven, te prijzen, te verheffen en Haar de eeuwige kroon te schenken, welke Haar daarvoor krachtens Uwe belofte toekomt.
En meer nog wenschte ik U te vragen. Goddelijke Zaligmaker! Geef mij, bid ik U, de genade om mijn H. Patrones van zeer nabij na te volgen. Geef mij, dat ik mij van nu aan altoos waardiger toi mijne H. Communiën voorbereide. Dat mijn geest zich niet bezig houde met die ijdele, onnutte zaken, alle slechte ingevingen verzette en uitsluitend met heilige, vrome gedachten vervuld zij. Neem van mij weg die verstrooiingen, welke wel niet altoos van mijn wil afhangen, maar welke ik toch vaak uit achteloosheid of lauwheid niet verdrijf, welke ik mij wellicht somtijds, tot mijn schaamte beken ik het, vrijwillig voor den geest heb gehaald. Laat mijn hart dan ook geen andere neigingen en begeerten voor het aardsche gevoelen, dan voor zoover zij U behagen. Vervul het met innig berouw, diepe vereering, heilige vrees, blijde verwachting, volle overtuiging van eigen niets-
238
waardigheid, levendig geloof, vurig verlangen, en met de innigste gevoelens van liefde voor U. En wanneer ik U in die gesteltenissen in mijn woning heb binnengeleid, verdubbel dan telkenmale in mij die gevoelens, welke Gij mij vóór de 11. Communie schenkt. Laat ik dan zeker niet gekweld worden door de verstrooiingen welke mij niet van de vruchten, maar toch van de zoetheden der H. Communie berooven. Doe mij mijn lauwheid overwinnen, om ze te verdrijven, daar anders mijn H. Communie ijdel zou zijn. En vooral laat ik nooit die verstooiingen vrijwillig zoeken, wat mij uiet alleen do uitwerkselen der H. Communie niet zou schenken, maar mij zelfs schuldig zou maken jegens U. Doe geen enkel van die kostbare oogenblikken voor mij verloren gaan. Laat mij smaken, hoezoetGij zijt, o Heer, hoe veel aangenamer deze vrucht des Levens voor mij is, dan die van het Paradijs voor Adam was! Dat dit Hemelsch Manna zich ook naar mijne smaak schikke, en, even als dat der Israëlieten in de woestijn, voor mij alle zoetigheid in zich bevatte. Dat ik zonder eenige afleiding mij met U onderhoude, U uit den grond van mijn hart dankzegge, mijne schatten aan Uwe voeten nederlegge, even als Zacheüs bij Uw komst onder zijn dak, al mijn behoeften U voorstello. en er bevrediging voor vinde.
Doch mocht Gij, Goddelijke Jesus, het in
239
Uwe alwijze en algoede Voorzienigheid mij niet hebben weggelegd, om telkenmale even als Imelda, Uwe komst in al haar zoetheid te gemeten, en nog toelaten, Jat die verstrooide gedachten mijn geest blijven kwellen, o, dan onderwerp ik mij geheel en al aan Uwe inzichten, en neem reeds bij voorbaat deze beproeving aan, als straf voor zoovele lauwe Communiën. Geef alleen, dat ik er nimmer in toestemme, ze nimmer moedwillig zoeke of veronachtzame! En ligt de schuld geheel aan mij, lieve Jesus, waarom ik tot nog toe met zoo weinig godvruchtig gevoel aan Uw H. Tafel aanzit, geef mij dan de genade, ik bid het U door mijne Patrones Imelda, van deze oorzaak te kennen, van haar met vastberadenheid weg te nemen, en haar grondig uit te roeien.
En gij, H. Imelda, steun mij door Uwe machtige voorspraak bij Jesus, om U aldus na te volgen. Verwerf mij de genade, van steeds met meer godsvrucht aan dezen Enge-lendisch deel te nemen. Steun door Uwe machtige voorspraak het zwak gebed, dat ik tot Jesus heb gericht. Laat mij door iedere H. Communie verdienen inniger en inniger eens met Jesus en met U voreenigd te worden in den hemel. Amen.
240
ander gebed om de gave van godsvrucht.
Boek der Navolging. Ill, 24.
Ach, wees nimmer van mij verwijderd, mijn God, spoed ü mij te helpen ! Zie, allerlei gedachten komen in het gebed bij mij op, en dit beangstigt mijne ziel. Doe dan, o Heer, gelijk Gij gezegd hebt, en laat alle booze gedachten voor Uw aanschijn vlieden. Mijn eenige hoop, mijn eenige troost bestaat daarin, dat ik in eiken strijd, in eiken nood tot U mijn toevlucht mag nemen, op U betrouwen, U in mijn hart aanroepen, en Uw troost en geduld verbeiden.
Verlicht mij, goede Jesus, door de stralen van Uw inwendig Licht; verdrijf alle duisternis uit de woning van mijn hart. Bedwing de veelvuldige verstrooiingen mijner gedachten, en verijdel de verzoekingen, die mijn ziel zoo geweldig bestormen. Zendquot;' mij Uw Licht en Uw Waarheid, en laat het mijne aarde beschijnen. Immers ik ben niet anders dan een dorre, ledige, woeste aarde, tot dat Gij mij verlicht. Stort, o Heer, Uw genade over mij uit, en laat Uw hemelsche dauw mijn hart doorzijgen. Doe de wateren der godsvrucht zoo rijk over mij afstroomen, dat de dorre grond van mijn hart door en door vochtig worde, om vele geede, heilzame vruchten voort te brengen.
241
Vereenig mij met U door den onverbreekbaren band Uwer liefde; wantlüj dieU bemint, heeft aan U alleen genoeg, en buiten U, is voor hem al het overige van geener waarde, louter ijdelheid.
OFFERANDE DEE H. COMMUNIE.
Van den 11. G er tradis.
O Christus Jesus, ik vereenig mij met die alles-overtreffende liefde, waarmede Gij de Eengeboren Zoon, alle krachten, wslke Uwe Godheid aan Uwe Menschheid mededeelde, vol erkentelijkheid tot Uwe Godheid weder terugbracht, en in die vereeniging offer ik U dit allerheiligste Sacrament op, met de liefde dor geheele schepping. De alvermogende zoetheid Uwer onbeperkte liefde, heeft Uw Goddelijk Hart ingegeven het in te stellen, en er mij, armen zondaar, aan deelachtig gemaakt. Maar ik bid U met al de genegenheid en heilige verlangens van alle schepselen, door de liefde van Uwen zoeten Geest, breng dit hoogwaardig Sacrament weder tot U terug, en aanvaard het weder tot eeuwige, eindelooze en onveranderlijke glorie van de oneindige macht Uws eeuwigen Vaders, en van Uwe ondoorgrondelijke Wijsheid, en van de grenzelooze goedheid des H. Geestes. Ik offer U dit aanbiddelijk Liefde-geheim op tot volmaakte dankzegging van al
11
242
het goede, dat het ooit heeft uitgewerkt en zal uitwerken in het hart en in de ziel van de Christenen, welke zoo gelukkig zijn het te ontvangen.
Gewaardig u het tevens aan te nemen tot vergoeding van de geringe voorbereiding, liefde en godsvrucht, en van alle nalatigheden, waaraan ik mij bij het ontvangen van dit allerheiligst Sacrament heb schuldig gemaakt. Ik offer U deze H. Communie eveneens op om U mijn dank te betuigen voor Uwe onbegrijpelijke liefde, die mij tot dit koninklijk Gastmaal noodigde, en mij met den overvloed der hemelsche zoetigheden verzadigde. Mijne geringheid vermag in de verste verte niet U daarvoor de verschuldigde dankbaarheid te betoonen, maar daarom bied ik ü mijne Liefde, üw eigen allerbeminnelijkst en eenig beminnenswaardig Hart, zooals het overvloeit van goddelijke dankbaarheid en volmaakte zaligheid, waarin het zich zal verheugen in allo eeuwigheid. Amen.
XI.
Op de gewone Zondagen door het jaar.
ACTE VAN OOTMOED.
Van den Heiligen Timnas van Aquine.
hnachtige en barmhartige God, zie mij dj* tot het Sacrament van Uw eeniggebo-ren Zoon, onzen Heer, Jesus Christus, naderen. Tot den Geneesheer des levens kom ik als een zieke; tot de bron van barmhartigheid treed ik als een onreine; het licht der eeuwige klaarheid zoek ik als een blinde ; tot den Heer van Hemel en aarde roep ik als een arme behoeftige. Ik smeek U om den overvloed Uwer eindelooze milddadigheid, door welke Gij mijn krankheden kunt genezen, mijn smetten kunt afwasschen, in mijn behoeften kunt voorzien en mijn naaktheid kunt bedekken, opdat ik U, Brood der Engelen, Koning der koningen, Heer der heerscharen, zoo eerbiedig
244
en ootmoedig, zoo vol godsvrucht en berouw, zoo rein en geloovig, zoo oprecht en zuiver van meening ontvange, als dienstig is voor het heil mijner ziel. Geef, dat ik door het nuttigen van het Lichaam en van het Bloed Onzes Heeren aan de kracht van Zijn Sacrament deelachtig worde. O, goedertieren God,
laat mij dit H. Lichaam van Uw eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus, dat Hij uit de Onbevlekte Maagd Maria aannam, zoodanig ontvangen, dat ik in Zijn geheimzinnig Lichaam worde opgenomen en onder Zijn ledematen gerangschikt. Geef mij, beminnenswaardig Vader, dat ik Uwen geliefden Zoon, Jesus Christus, dien ik, als balling in dit leven, niet dan omsluierd weldra zal ontvangen, eenmaal voor eeuwig in Zijn heerlijkheid, niet meer verborgen, maar van aanschijn tot aanschijn aanschouwe. Hem, die met U leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen. I
GEBED 051 EEN WAARDIGE GESTELTENIS.
Van den H. Augustinus.
O allerminnelijkste Jesus, ik smeek U door het vergieten van Uw goddelijk Bloed, geef mij bij het vieren van het Geheim onzer Verlossing, dit ondubbelzinnig blijk Uwer erbarming, een innig berouw en overvloedige tranen. Dat mijne ziel door de zoetheid Uwer
245
tegenwoordigheid bevestigd worde; dat zij Uw bezoek gevoele en zich met haren hoogen Gast verheuge. O Vuur, dat altijd verlicht; o Liefde, die altijd brandt; o zoete Jesus, o teedere Christus; eeuwig onvergankelijk Licht; Brood des levens, dat ons versterkt zonder te verzwakken, dagelijks genuttigd en nooit verminderd, schitter over mij, ontvlam mij, verlicht en heilig mijn ziel; neem de ongerechtigheid uit mijn hart, vervul het met Uwe genade en bewaar het in die volheid, opdat ik tot mijn welzijn dit voedsel van Uw allerheiligst Lichaam nuttig, en door ü te nuttigen uit U en door U te leven, tot U kome en in ü ruste. Amen.
ACTE VAN BEKOUW.
Van den H. Johannes Damascemis.
0 Heer en Koning, Jesus Christus, Gij alleen bezit de macht de zonden van den mensch te vergeven. Vergeef dus, mijn opperste goed, alles was ik tegen LT willends ofonwillends misdreven heb. Verleen mij, in plaats van verwerping, deelgenoot te worden aan Uw Goddelijk, verheerlijkt, zuiver en levendmakend Sacrament, niet tot vrees, noch tot straf of vermeerdering van zonden; maar tot zuivering, tot heiliging en tot onderpand van het toekomstige leven en heerschen ; tot ver-
246
sterking en steun, tot verdrijving mijner vijanden, tot uitdelging van de menigte mijner zonden. Gij zijt een God van erbarming en liefde voor den mensch; daarom loven wij U met den Vader en den H. Geest, nu en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED OJl EEN GKOOTE LIEFDE VOOR JESUS.
Van den H. Alphonsus.
O Heer Jesus, mijn liefde, mijn al, ik verlang en smacht er naar U waarlijk lief te hebben. Ik dank IJ voor dat verlangen, door ü mij in het hart gelegd. Geef, dat ik het altoos moge koesterenen vermeerderen ; geef, dat ik ü behage en beminne, zooveel als Gij verlangt door mij in dit leven bemind te worden, opdat ik U eenmaal in den hemel uit al mijn krachten liefhebbe.
Dit is het eenige, o mijn God, wat ik van U vraag. O ik wil U beminnen, ik wil ü liefhebben! Ik wil heilig worden, niet zoo zeer om gelukkig te zijn in den hemel, maar om U in alle eeuwigheid grootelijks te behagen en vurig te beminnen. Eeuwige Vader, verhoor mij om de liefde van Jesus Christus! Maria, mijne Moeder, help mij om de liefde van Jesus Uwen Zoon; Gij zijl. mijn hoop, alles verwacht ik van U.
247
ACTE VAN VERLANGEN.
Van den Gelukzaligen Henricus Suso.
O mijn Jesus, waarom bezit ik niet zooveel liefde, als alle schepselen te zamen ! Ach, ware mijn hart zoo rein als dat der Engelen, mijn ziel versierd met alle schoone deugden, om ü thans zoo vurig te ontvangen, dat leven noch dood ons voortaan konden scheiden! Indien Gij mij een Engel als uw afgezant stuurdet, zou ik niet â 'veten wat te doen, om hem behoorlijk te ontv angen. Wat zal ik dan moeten doen voor U, den Koning der eeuwige glorie, den Welbeminde mijner ziel, het eenig en opperst Goed, hetwelk alles bevat, wat mijn hart in den tijd en in de eeuwigheid kan begeeren; voor U, zoete Jesus, de grootste schoonheid voor het oog, de uitgezochtste zoetheid voor den smaak, voor het hart de beminnenswaardigste persoonlijkheid. En toch weet ik niet, hoe mij met U te vereenigen. Uwe zoetheid ontvlamt en bekoort mij ; maar Uw majesteit ontstelt mij en doet mij terugtreden. Mijn verstand wil, dat ik U angstig en ingetogen zal aanbidden; mijn hart wilU, als mijn eenigen Welbeminde, beminnen en omhelzen.
Gij alleen, mijn Jesus, zijt mijn Heer, mijn God, mijn Broeder, mijn Bruidegom ! Ach,
248
kon ik al mijne ledematen, mijn vleesch en mijn gebeente in liefde veranderen, zoodat ik louter liefde werd, om U voor Uw eindelooze goedheid en onmetelijke liefde erkentelijk te kunnen wezen. Keen, de aarde noch wat van de aarde is, kan ik niet meer achten, nu Gij ü wezenlijk en waarachtig aan mij geeft, nu ik U aan mijn hart kan drukken en U beminnen, nu ik al de inwendige zoetheid van Uw bijzijn kan smaken. Ik zou mijn geluk niet meer moeten kennen, indien ik uit de wond Uwer zijde een enkelen druppel bloeds had mogen opvangen en bewaren. Doch door dit Sacrament ontvang ik het overdierbaar Bloed, dat de Engelen des Hemels aanbidden, in mijn hart en in mijne ziel! O Geheim van Liefde, o Kelk vol onuitsprekelijke teeder-heid! Welk een geschenk is het, o Heer, Uw Liefde-zelf in zich te ontvangen, door Uw genade als in U te worden veranderd! Ik vraag niet meer dat Gij voor mij op aarde den sluier wegneemt, die U aan mijn oog onttrekt. Mijn Geloof, meer verlicht dan mijn zintuigen of verstand, is mij voldoende. Ik ben er zeker van U te bezitten, zoodat niets mij nog ontbreekt en ik niets beters kan verlangen. O mijn Jesus, kon ik U waardig loven, kon ik Uw groote wijsheid en Uw overrijke kennis verheerlijken. O onmetelijke afgrond van Liefde, allerzuiverste Spijze, on-
249
uitsprekelijk Geheim ! Indien Gij, Heer, reeds zoo groot, wonderbaar en onbegrijpelijk in Uw gaven, in de uitstorting Uwer genade en Uwer liefde zijt, wat zijt gij dan wel in Uw wezen-zelf? O mijn ziel, bereid uiterst zorgvuldig uw woning voor de komst van zulk een verheven Koning, uw hart voor zulk een zoeten Gast, uw liefde voor zulk een Heiligen, beminnelijken Bruidegom. Ga Hem met alle mogelijke gevoelens van eerbied en liefde tegemoet.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
DANKGEBED TOT GOD DEN VADER.
Van den Heiligen Thomas van Aquine.
Ik dank U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, dat Gij U gewaardigd hebt, mij. Uwen onwaardigen, zondigen dienaar, onverdiend, alleen uit barmhartigheid met het kostbaar Lichaam en Bloed van Uw Zoon, onzen Heer Jesus Christus, te spijzigen. En thans smeek ik U, dat deze Heilige Communie eene waardige zij, en mij een heilzaam middel tot vergiffenis, een wapen des Geloofs en een schild der goedwilligheid worde. Dat ik door het nuttigen van dit Allerheiligst
11*
250
Lichaam mijn misdaden uitroeie, mijnbegeer-lijkheid en zinnelijkheid onderdrukke; de liefde, het geduld, den ootmoed, de gehoorzaamheid en alle andere deugden vermeer-dere. Laat deze H. Communie mij strekken tot eene krachtige verdediging tegen de aanslagen van al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden; alle bewegingen van mijn vleesch en van mijn geest volkomen tot rust brengen; mij onafscheidbaar aan ü, mijn eenigen waren God, hechten, en aldus eenmaal mijn aardsche loopbaan zalig eindigen. Tevens smeek ik ü, dat Gij U wilt gewaardigen mij, zondaar, eenmaal te doen zitten aan het onschatbaar Gastmaal, waar Gij met Uw Zoon en met den Heiligen Geest voor Uw Heiligen het ware licht, de volle verzadiging, de eeuwige vreugd, de volmaakte zaligheid enhethemelsch geluk uitmaakt, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
VERZUCHTINGEN.
Van den Heiligen Thomas van Aqiiine.
Allerheiligste Ziel van Christus, heilig mij. Allerheiligst Lichaam van Christus, maak mij zalig. Allerkostbaarst Bloed van Christus, maak mij dronken. Allerzuiversr, Water uit de zijde van Christus, wasch mij. Allerkrachtigst Zweet van het aanschijn van Christus,
251
reinig mij. Allersmartelijkst Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij. Verberg mij in üw wonden. Laat niet toe, dat ik van U gescheiden worde. Bescherm mij tegen den boozen vijand. Roep mij in de ure des doods. Gebied mij tot U te komen en stel mij aan Uw zijde, om ü met Uwe Aartsengelen en Engelen in alle eeuwen dei-eeuwen te loven.
GEBED TOT DE HEILIGE MAAGD.
Van het Romemsrlw missaal.
O allerheiligste en allerzoetste Maagd Maria, Moeder van onzen Heer, Jesus Christus, Koningin van Hemel en aarde, die waardig zijt geweest, den Schepper van allo Schepselen, wiens allerheiligst Lichaam en Bloed ik heb ontvangen, in Uw allerzuiversten schoot te dragen, gewaardig U, de voorspraak te zijn bij Hem voor mij, armen en ellendigen zondaar, opdat Hij me door Uw heilige voorbede alles kwijtschelde, wat ik door onwetendheid of achteloosheid bij het ontvangen van het Heilig Sacrament heb misdaan. Amen.
O, Maria, Moeder van barmhartigheid, bid voor mij. Neem mij aan als Uw dienaar; bescherm mij tegen alle kwaad en sta mij bij in het uur van sterven, om U met alle uitverkorenen in de eeuwen der eeuwen te verheerlijken. Amen.
252
VERZOEK.
Van den Heiligen Thomas van Aquitte.
Barmhartige God, geef mij alles wat U behaagt, vurig te verlangen, voorzichtig te onderzoeken, in waarheid te erkennen en volmaakt te vervullen tot eer en glorie van Uw naam. Regel mijn staat en doe mij weten, wat Gij van mij verlangt. Laat mij het naar behooren en ter eere mijner ziel uitvoeren. Maak, o Heer, mijn weg tot U recht en veilig, om noch in voor- noch in tegenspoed af te kunnen wijken^ en niets mij verheuge of bedroeve dan datgene; wat mij tot ü brengt of mij van ü verwijdert. Geef mij U alleen te willen behagen, en enkel te vreezen U te mishagen.
Laat het vergankelijke, o Heer, geen waarde meer voor mij hebben. Laat al het Uwe mij alleen om U dierbaar boven alles wezen, gelijk Gij, mijn God, mij dierbaar boven alles zijt. Laat alle vreugd zonder ü mij walgen ; laat mij niets buiten U verlangen. Laat mij elke arbeid voor U aangenaam wezen ; alle rust buiten U mij verdrieten. Geef, dat ik mijn hart dikwijls tot U verhef, mijne fouten door ware droefheid uitwisch, omdat ik vast heb voorgenomen mij te beteren. Maak mij, o Heer, mijn God, gehoorzaam
253
zonder tegenspraak, onthecht zonder moedeloosheid, kuisch zonder smet of vlek, geduldig zonder morren, ootmoedig zonder geveinsdheid, vroolijk zonder uitgelatenheid, droevig zonder neerslachtigheid, ernstig zonder gestrengheid, waardig zonder lichtzinnigheid, godvruchtig zonder wanhoop, waarheids-lievend zonder dubbelzinnigheid, ijverig in het goede zonder trots. Maak mij niet verwaten, als ik mijn naasten berisp, en maak mij niet geveinsd, als ik ze door mijn woorden en mijn voorbeelden wil stichten.
Schenk mij, o Heer, mijn God, een waakzaam hart, door geen nieuwsgierigheid van U af te trekken'; â een edel hart, door geen onwaardige gehechtheid aan het aardsche gekluisterd ; â een oprecht hart, door geen verkeerde meeningen mede te slopen ; â een standvastig hart, door geen tegenspoed neer te slaan; â een vrij hart, door geen geweldigen hartstocht ooit overheerscht.
Schenk mij, o Heer, mijn God, verstand, om IJ te leeren kennen, â naarstigheid, om U te zoeken, â wijsheid, om ü te vinden, â volharding, om U met vertrouwen te wachten, â hoop, om U ten einde toe te bezitten, en eindelijk een levenswijze die U behaagt. Geef mij Uwe kastijdingen op aarde boetvaardig aan te nemen, Uw weldaden, tijdens mijn stervelijk leven, in genade, maar vooral Uw
254
vreugd in het andere in glorie te genieten, Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.
ACTE VAN LIEFDE.
Van. den H. Franciscus van Assist.
Ik smeek U, Heer Jesus Christus, dat de vurige en zoete kracht Uwer liefde mijn geest van al het aardsche aftrekke, om uit liefde tot Uwe Liefde aan de wereld te sterven, daar Gij U uit liefde tot mijne liefde hebt gewaardigd aan het Kruishout te sterven, die leeft en heerscht in alle eeuwen dei-eeuwen. Amen.
TOEWIJDING VAN ZICH ZELF.
Van den H. Ignatius.
Ontvang o Heer, geheel mijn vrijheid, geheel mijn geheugen, geheel mijn verstand, geheel mijn wil. Alles, wat ik bezit, heb ik van U ontvangen. Ik geef het U geheel terug, en stel het volkomen ter beschikking van Uwen heiligen wil. Zoo Gij mij Uw liefde en Uw genade schenkt, ben ik rijk genoeg, en kan niets anders meer verlangen. Amen.
GEBED TOT DE H. MAAGD MARIA.
Van den H. Augustinus.
O Maria, door Uw toedoen heb ik wederom Uwen Goddelijken Zoon in mijn nart. Wie zal
255
U toch waardig kunnen dank zeggen en loven voor alles wat Gij voor ons doet? Welke lof-vangen zal het zwakke geslacht van de kinderen der menschen U brengen, door wie alleen ons alle verkwikking toekomt. Ontvang deze mijne dankzegging, hoe klein en hoe gering zij ook moge zijn in vergelijking met Uwe weldaden. Ontvang onze begeerten en beloften, maar verontschuldig onze fouten door Uwe gebeden. Laat onze gebeden den toegang vinden tot de schatkamer Uwer barmhartigheid, en verwerf ons de genade der verzoening. Verontschuldig bij God door Uwe gebeden wat wij Hem durven vragen. Laat ons verwerven, dat wij in een goeden geest be-geeren. Ontvang onze gebeden, verschoon ons, dat wij vreezen. Want Gij zijt de eenige hoop der zondaren, door U hopen wij vergiffenis onzer misdaden, en de allerzaligste verwachting onzer belooningen. Heilige Maria, kom de ellendigen te hulp, sta de kleinmoedigen bij, vertroost de weenenden, bid voor het volk, wees de voorspraak der priesters, laat allen, die Uwe gedachtenis vieren, Uwe hulp ondervinden. Verhoor welwillend hen, die tot U bidden, en verwerf hun allen de gewenschte uitkomst. Bid altoos voor het volk van God, Gij, die waardig zijt geweest aan ons te schenken den Verlosser der wereld, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
xir.
Op de gewone dagen der week.
VERHEFFING DES HARTEN TOT GOD.
Van den Gelukz. Henr. Suso.
-'-fêineindig schoone, eeuwig schitterende Wijsheid, mijn ziel heeft den geheelen nacht naar U verlangd en nu bij het begin van den dag ontwaakt mijn geest en hart tot U. Geef, smeek ik U, dat Uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid mij voor alle kwaad naar ziel en lichaam behoede, mijn hart geheel van Uwe genade doorstroomen, en mijn koelheid in vurige liefde ontsteken. O allerzoetste Jesus Christus, wend nu üw lieflijk aangezicht tot mij, want op dezen ochtend wendt zich ook mijn ziel met al haar krachten tot U. Ik groet U vol verlangen uit het diepste mijns harten. O mochten de duizend duizenden engelen, die tot Uw dienst staan, ü van mij groeten! Mochten de tienduizend honderdduizenden hemelsche geesten, die in Uw
257
hemel wonen, U naar verdiensten voor mij prijzen. Mocht zich daarbij voegen alles wat Uw schepping versiert, U voor mij lofzin-gen, en Uwen Heiligen Naam, onze troost en onze bescherming, dankbaar zegenen nu en in alle eeuwigheid. Amen.
ACTE VAN BEROUW.
Van den H. Basilius.
0 mijn Heer en mijn God, ik ben diep overtuigd, dat ik onwaardig ben, deelgenoot te worden van Uw onbevlekt Lichaam en kostbaar Bloed. Ik ben een schuldige, en als een die zijn eigen veroordeeling eet en drinkt I door Uw Vleesch en Bloed, niet te onderscheiden. Maar ik steun op Uwe erbarmingen, en kom tot U, die gezegd hebt: âDie Mijn vleesch eet, en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem.' Heb dus medelijden met mij, o Heer, en laat mij, ellendig zondaar, niet aan mijn vijanden over. Laat deze Heilige Geheimen mij strekken tot genezing, tot zuivering, tot verlichting, tot tegengif, tot * heil en heiliging van mijn lichaam en ziel, i tot afschuw voor alle voorstellingen en booze 1 handelingen des duivels in mijne zinnen. Laat deze H. Communie mijn vertrouwen en liefde in U opwekken, mijn leven beteren, mijn roeping bevestigen, alle deugden in mij ver-
258
meerderen, het onvolmaakte in mij wegnemen, Uwe geboden trouw doen vervullen, mij vereenigen met Uwen H. Geest, mij sterken op den tocht naar het eeuwige vaderland, en mij schitterend verdedigen voor den troon van Uwen ontzaglijken Eechterstoel. Amen.
GEBED OM EEN WAARDIGE GESTELTHEID.
Naar Henr. Suso en andere geestelijke schrijvers der middeleeuwen.
Almachtige God, Schepper van hemel en aarde, in Uw eeuwig Woord is een afgrond van geheimenis verborgen. In Uw Woord is alles gemaakt wat Uw liefde besloten had; door Uw Woord bestaat wat wij kennen van Uwe onmetelijke goedheid; in Uw Woord wordt volbracht wat strekt tot heiliging der schepselen; door Uw Woord wordt tot U gebracht al wat Gij met U vereenigen wilt in de eeuwige gelukzaligheid.
0 eeuwige Wijsheid, Jesus Christus, eeuwig Woord des Vaders, naar wiens beeld alles gemaakt is, bron van alle goed, kom heden in de woning van mijn hart, en herstel in mijn ziel de gelijkenis met het beeld, waarnaar ik geschapen ben. Door de zonde heb ik die gelijkenis geschonden; ik gelijk thans niet meer op U. Herstol in mij, o Heer, de geheele onderwerping van mijn wil aan
259
den Uwe, want Uw wil is de eerste regel der gerechtigheid, daarom moet mijn wil naar Uwen wil gericht worden. Aldus zal ik een waar evenbeeld worden van het Eeuwige Woord.
Herstel in mij, Heer, de voortdurende, levendige gedachte aan Uwe heilige tegenwoordigheid, opdat het oog mijner ziel altoos tot U op moge zien, even als Gij met Uwe genade altoos op mij nederziet. Al ben ik in zonde, daarom verlaat Uwe genade mij toch niet, maar straft mij. Verricht ik iets, dat met Uw Goddelijken wil overeenkomt, dan werkt Uwe genade dit in mij uit. Ach, minnelijke Heer, geef, dat ik steeds met kinderlijke gehechtheid aan U denke, want Uw vaderlijke liefde houdt zich ook voortdurend met mij bezig!
Herstel wederom in mij, o mijn Heer, de onschuld mijns harten. Geef dat ik mijn hart reinige met tranen van liefde. Doe mij beweenen het goede, dat ik in mijne ondankbaarheid verzuimd heb te doen; doe mij de schulden mijner traagheid in hart en zinnen uitboeten. Door reinheid des harten, Heer, zal ik het licht der Eeuwige Zon tot mij trekken en ontvangen.
Herstel, in mij, o Heer, de ware vrijheid. Verbreek de kluisters en ontsla mij van de banden, waarmede Adam's zonde mij geboeid
'260
houdt. Door die banden is mijn kracht beperkt en geneigd tot zonde, zoodat ik het kwade wil doenquot; wat ik verfoei, en het goede niet betracht, wat ik verlang. Geef vrede en rust aan mijn geest, opdat ik in alles Uwe geboden onderhoude, en Uwen heiligen Wil vervulle. Ach, door de blijde vrijheid, zal ik vredig rusten en sluimeren, niet verwrikt door den raad der boozen, noch door eenige wederwaardigheden van dit leven.
Herstel, o Heer, in mijn geest de gerechtigheid, keer mijn hart af, van datgene waarvoor ik niet geschapen ben, en keer al mijn begeerten tot Hem, voor wien ik wel geschapen ben. Ach, mijn ziel, hemel en aarde en al wat de hemel overdekt, is om uwentwille geschapen. Verbreek daarom de goede orde niet, en maak den Heer niet dienstbaar aan den knecht. Gij moet alleen den Schepper van hemel en aarde dienen, want Hij heeft u om zijnentwille geschapen, om Hem te loven, ii naar zijn beeld gevormd, u met Hem in liefde vereenigd.
Herstel, welbeminde mijner ziel, mijn verlangens, richt hen alleen op L, wijl ik alleen voor U geschapen ben, en al het andere slechts middel is om tot U te komen. Laat mij op de wegen en velden van Sion naar U zoeken. Laat mij U vinden in de heerlijkheid der engelen, schrijf mij onder het tee-
261
ken des zegels van liet geslachte Lam; voer mij tot Uw troon, schrijf Uw Naam op mij, en spijs mij met engelen-brood.
Herstel in mij, o Heer, de aandacht op mijn geweten. Geef dat ik naarstig in mij zelf moge keeren.
* Werp hier een blik in uw geweten. Sla nauwkeurig acht op uwe werken, op uwe gedachten, op uwe begeerten, op uw afkeer,op uwe inzichten. Let er op wat de vermaningen in u uitwerken, of de goede wil in u kwijnt, en wat u ontbreekt. En klaag u vervolgens nederig aan bij uwen Heer over al de gebreken, die gij zoo overvloedig hebt.
Ach, verstandige Geneesheer en zoete trooster van mijn klagen, hoor toch, hoe mijn arme ziel tot U roept. Mij wederom te binnen brengende wat mijn ziel nu ontbreekt, heb ik gedacht: âGij zijt rechtvaardig, o Heer, en elkeen Uwer oordeelen is billijk.' Daarom zucht ik onder Uwen toorn. Ach, zoete trooster, antwoord op mijn klagen met de woorden: âDaarom heeft de Vader zijn Woord in de wereld gezonden, opdat het u van alle uwe wonden zou genezen.'
Herstel, o Heer, het licht, dat mijn verstand wel doet begrijpen, hoe zuiver en hoe vurig de liefde billijkerwijze moet zijn van hen, die met Uw waarachtig Vleesch gespijzigd en met Uw Bloed gedrenkt worden. Als ik reeds verplicht ben, o mijn welbeminde,
262
U te beminnen, wijl Gij mij mijn eigen wezen schonk, toen ik nog niet bestond, en wijl Gij mij dat wezen teruggaaft toen ik het verloren had, met hoeveel te meer recht moet ik U dan beminnen, wijl Gij Uw wezen aan mij schenkt? Zooveel meer als Uw Wezen boven het mijne verheven is, zooveel moet mijn liefde voor U grooter zijn dan voor mij zelf. O Hear, ik ben ü alle 'liefde schuldig, welke mijn hart maar gevoelen kan, dat ik het wezen ontving. Hoe zal ik dan minder liefde kunnen gevoelen, nu Gij mij Uw eigen wezen schenkt!
Ach, rijke schat en lusthof van alle zaligheid, daarom geeft Gij U zelf aan mij tot spijs, opdat ik ü den Vader aan kan bieden voor de liefde, welke ik niet heb, en toch hebben moet. Daarom, Eeuwige Wijsheid des Vaders, ontvang ik, arm, onwaardig schepsel, U heden om tot richtsnoer te strekken van mijn goeden wil, tot levendige opwekking mijner lauwheid, tot zuivere voorlichting mijns harten, tot verlossing uit alle boeien der zonden, tot doel en einde van al mijn verlangens, tot troost van mijn gekwetst gemoed en tot voldoening van al mijne schulden. Amen.
GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.
0 onbevlekte, en eeuwig gezegende, boven
263
allen uitmuntende en onvergetelijke Maagd, Moeder van God, aangename woontent van den Heer, gewijde tempel van den Heiligen Geest, deur des hemels, door ü leeft, na God, de geheele aarde. Leen, o moeder van barmhartigheid, mijn leven, mijn zoetheid, mijn hoop, goedgunstig het oor naar mijne onwaardige smeekingen, en wees mijn bijstand in de ellende mijner zonde. Geef mij overal in dit uur, nu ik Uwen Goddelijken Zoon ga ontvangen, de vereischte verlichting en de noodige kracht om Hem waardig en welgevallig de woning van mijn arm hart aan te bieden. Geef mij, mijne Moeder, iets van het liefdevuurdat ü telkens verteerde, wanneer gij Hem op aarde in Uw hart ontving.
GEBED TOT DE PATRONES DER VURIGE COMMUNIE.
O heilige Bruid van onzen Zaligmaker, Jesus Christus, die door uw verdiensten zooveel bij Hem vermag, H. Imelda, ik heb u tot mijne Patrones gekozen om mijne voorspraak te zijn bij mijne H. Communiën. Ik bid u bij de liefde, waarmede Gij voor de eerste maal tot de H. Tafel genaderd zijt, schenk ook mij een vurige, vurige liefde tot Jesus, opdat Hij mijn hart niet al te onwaardig vinde, maar er zich in behage eenige oogenblikken
264
daar tot het mededeelen zijner genadegaven te vertoeven.
Heilige Imelda, bid voor mij.
Opdat ik deze H. Communie waardig moge verrichten. Amen.
LAATSTE VERZUCHTINGEN.
Van de H. Catharina van Henen.
Heilige Geest, kom in mijn hart. Laat Uw almacht, o mijn God, mijn hart tot zich trekken ! Verleen mij de vrees met de liefde. Jesus Christus, bevrijd mij van elke zondige gedachte. Ontvlam mij, verwarm mij door Uw allerzoetste Liefde, opdat iedere smart en ieder kruis mij licht toeschijnen. Uw bijstand roep ik in; om Uw hulp smeek ik in mijn nood. O Liefde van Jesus Christus! o Liefde van Jesus Christus! Amen.
NA DE H. COMMUNIE.
Naar den gelukz. Uenr. Suso en andere geestelijke schrijvers der middeleeuwen.
De Ziel. Mijn Heer en mijn God, mijn Jesus, mijn Al, thans bezit ik U in mijn hart. O spreek nu, o lieer, uw dienaar luistert. Ik ben tot alles bereid, wat Gij mij vragen zult.
265
Jesus. quot;Welnu dan, mijn kind, kniel neder en overweeg in het binnenste van uwe ziel wat ik voor u geleden heb. Neem en eet dit brood tot gedachtenis van mijn lijden; dat wil zeggen; Mijn lijden moet in uw hart geprent zijn, en daar vermeerderd worden. Gedenk dus innig de vurige liefde, die Mijn zachtmoedig Hart gedrongen heeft mijn leven voor u en alle menschen te geven. Neen, ik heb u niet vrijgekocht met zilver of goud, maar met mijn kostbaar Bloed, het Bloed van Gods Eeuwigen Zoon.
De Ziel. O Heer, druk dan Uw bitter lijden in mijn hart, om mij door de kracht van dit hoogwaardig Sacrament alle vruchten daarvan mede te deelen en de genade dezer goddelijke Spijze voor mij vruchtbaar te
I maken. maken.
O Eeuwige God, Hemelsche Vader, wie ben ik toch, dat Gij mij Uwen eeniggeliefden Zoon tot voedsel hebt geschonken! O zoete Jesus, wat is Uw liefde toch eindeloos, dat Gij U gewaardigt onder mijn nederig dak te komen! O Heer, hoe zal ik U danken! O zoete Spijs der Engelen', waar Hemelbrood voor ons, arme zwervers door deze barre woestijn des levens! O eeuwig lichtende en vlammende zon! O verheven ceder, hoe hebt gij u willen neigen tot het nietige plantje! O onbegrijpelijk wonder van liefde! Niet
12
266
slechts een enkel dropje uit zijn Hart of uit de andere dierbare wonden heb ik mogen smaken, maar al Zijn kostbaar, lieflijk gekleurd en van liefde gloeiend bloed is mij in het hart tot in de ziel gestroomd. Het heeft zich vereenigd met het mijne ; het doet mij het hart kloppen ! Ach, was het nu eindelijk toch eens uit liefde voor Hem !
Ja groote dingen zijn aan mij geschied. Wat aan Engelen niet gegeven wordt, is aan mij meegedeeld! 0 mijn God en Heer, ik wenschte dat al mijn leden, al wat ik ben, en al wat ik vermag uit dankbaarheid voor zooveel liefdeblijken zich in liefde tot U keerden! Want wat kan mij in deze wereld nog verblijden, wat kan ik er nog begeeren, nadat Gij U aan mij zoo liefdevol te genieten en te beminnen gegeven hebt ? Inderdaad, met recht heet dit Sacrament het Sacrament der liefde. Want wie heeft ooit iets beminnelijkers gezien of gehoord dan de Liefde zelve te ontvangen en met de Liefde een te worden !
Beminnenswaardige Bruidegom mijner ziel, ik bemerk thans geen ander onderscheid tus-schen den heiligen grijsaard Simeon en mij zelf, dan dat hij ü zichtbaar, ik U onzichtbaar ontvangen heb. Maar evenmin als ik thans Uwe waarachtige Menschheid met de oogen mijns lichaams aanschouwen mag, aanschouwde hij Uwe Godheid. Hij zag die evenals ik nu, met
267
de oogen des geloofs. Maar wat laat ik er mij ook aan gelegen liggen, of ik U niet met de oogen mijns lichaams aanschouwen mag. Hij wiens ziel niet blind voor U is, behoeft geen zinne-lijken blik meer, want hij ziet klaarder en beter. Heer, wanneer ik nu door mijn geloof weet, dat ik U bezit, wat wil ik dan nog meer ? Ik heb nu alles, wat ik verlang. Het geeft mij duizendmaal meer verdiensten, nu mijn oog ü niet wezenlijk ziet, hoe zou ik dan nog verlangen dit op de aarde to mogen doen ? Vermeerder slechts, o (iod, vermeerder de helderheid van mijn ziel, die ü in haar geloof aanschouwt.
O Heer, stort U dan over mij en in mij uit met al den rijkdom Uwer genadegaven; reinig mij, wasch mij met het Goddelijk Bloed Uwer dierbare Wonden, van al mijn schulden, en laaf mij, mijn God, met het Water, waarvan Gij, o Eeuwige Wijsheid en Waarheid gesproken hebt, dat zij die er van drinken, in eeuwigheid niet meer zullen dorsten. Laat mij in ü vinden de genade en do liefde Uwer onmetelijke, onuitputtelijke barmhartigheid. Uw heilig lichaam en Goddelijk Bloed beware mijn ziel ten leven, opdat ik ü in allo eeuwigheid zichtbaar genieten moge.
En ten slotte, dierbare Jesus, vraag ik Uwe heilige Moeder, de Koningin van den H. Rozenkrans, den H. Josef, de Gelukzalige Imelda, alle Engelen, het geheele hemelsche Hof en
268
alle schepselen, dat zij zich met mij vereenigen om U lof en eer te brengen. Ik bid uwe grondelooze liefde, wijl ik U niet genoeg bedanken kan voor de weldaad aan mij geschied, dat gij U zelf daarvoor dank zegt. Neem daarvoor het Offer dat Gij zelfzijt. O goede Heer, al wat ik U aan dankbaarheid schuldig ben, besluit ik in Uwe hoogwaardige Spijze, en breng U daarvan een dankoffer, opdat alles vergoed zij, wat ik aan Uw Goddelijk Hart verschuldigd ben Amen.
GEBED OM EEN VURIGE LIEFDE.
Van den II. Bonavenlura.
Doordring, allerzoetste Heer Jesus, het binnenste mijner ziel met het vuur uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met een ware, oprechte en krachtdadig heilige liefde tot U, opdat mijne ziel louter uit verlangen naar U als verteere. Dat zij van bovennatuurlijke begeerten ontvlamd, in uwe voorhoven kwijne van verlangen om ontbonden te worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel alleen naar U hongere, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijksch bovennatuurlijk brood zijt, waarin alle zoetheid van geur en smaak en alle lieflijkheid is vervat. Dat mijn hart steeds naar à hake en U geniete, wien
269
(Ie Engelen met zooveel zalige wellusten aanschouwen. Dat mijn binnenste door uw zoeten geur vervuld worde. Dat mijne ziel steeds dorste naar U, de bron des levens, de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van het eeuwig licht, den stroom van het he-melsch genot, den overvloed van het huis Gods. Dat zij naar U steeds verlange, U zoeke, ü vinde, naar U streve, tot ü kome, aan U denke, van ü spreke en alles verrichte tot lof en glorie van Uwen Heiligen Naam, ootmoedig en bescheiden, minnend en behagelijk, opgeruimd en vol ijver, volhardend tot het einde toe. Wees Gij, en Gij alleen, altijd mijn hoop, mijn heil en mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijn vreugde, mijn verzachting en mijn rust, mijn vrede, mijn zoetheid en mijn welbehagen, mijn spijs, mijn verkwikking, mijn toevlucht en mijn hulp, mijn wijsheid, mijn erfdeel, mijn bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast en onverwrikt geworteld en bevestigd blijven. Amen.
OPDRACHT AAN MARIA.
O allerheiligste Maagd, Moeder Gods en ook mijne Moeder, Maria, Koningin van hemel en van aarde, zie hier voor uw troon een ondankbare neergeknield, dien gij hebt
270
liefgehad, ofschoon hij uw lieven Zoon menigmaal door zware zonden beleedigd heeft. Doch Gij hebt voor mij gebeden; gij hebt mij niet in staat van zonden laten sterven, maar bij Uw Goddelijken Zoon genade, barmhartigheid en vergiftenis voor mij verworven.
Ach, mijne moeder, sla dan uwe medelijdende oogen nogmaals op uw arm en zwak kind. Ik kan U niets geven dat U waardig is, maar al wat ik geven kan, dat schenk ik ü : geheel mij zelf, met al mijne vermogens en krachten, met al mijne neigingen en verlangens. Ik offer U mijn lichaam, door de H. Communie geheiligd, om IJ trouw te dienen. Ik offer U mijne oogen, opdat zij niets zoo vurig verlangen dan U en uw goddelijken Zoon te aanschouwen. Ik offer ü mijn gehoor, opdat het altoos naar Jesus inspraken luistere. Ik offer U mijn tong, opdat zij Uw heiligen naam en dien van Uwen lieven Zoon steeds met liefde uitspreke. Ik offer U mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer U mijne voeten, opdat zij na dit uur niet anders dan den weg der deugd bewandelen. Ik offer U mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelf tot uwen heiligen dienst; ik beloof U eeuwig liefde en trouw... En om deze m;:jne plechtige belofte te vervullen, geef ik U mijn hart en smeek U het in het Hart van Jesus te ver-
271
bergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder uwe hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uwen zoeten naam, met dien van uw goddelijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom in kinderlijke liefde aanroepen:
Jesus, Maria Joseph, ik geef u mijn hart en mijne ziel.
Jesus, Maria, Joseph, sta mij bij in mijn doodstrijd,
Jesus, Maria, Joseph, laat mij in Uw heilig gezelschap vreedzaam sterven.
xin.
Voor hen, die met meer ontzagen heilige vrees de H. Communie moeten ontvangen.
ACTE VAN OOTMOED.
Van den Heiligen Anselmus.
5Tjitgenoodigd tot de tafel van Uw aaiige-naam gastmaal, goedertierene Heer Jesus Christus, sidder en beef ik, zondaar, die op geene verdiensten mag bogen, doch alleen op Uwe barmhartigheid vertrouwt. Want ik heb mijn hart en mijn lichaam door veel boosheden bezoedeld en mijn ziel en mijn tong niet voorzichtig behoed. Daarom, o goedertierene Godheid en ontzaglijke Majesteit, neem ik, ongelukkige, tot de uiterste verlegenheid gebracht, mijn toevlucht tot U, de bron van ontferming. Tot U spoed ik mij om hulp. Onder Uw bescherming neem ik mijn toevlucht en vurig wensch ik U, dien ik als
273
Eechter niet durf afwachten, als Zaligmaker te bezitten. Voor Uw aanschijn, Heer, leg ik mijn zwakheden bloot en betuig ik mijn vreeze. Mijn zonden, welke mij beangstigen, zijn groot en menigvuldig; maar ik hoop op Uw onmetelijke barmhartigheid. Heer Jesus Christus, eeuwige Koning, God en Mensch, voor ons menschen gekruisigd, sla op mij een meelijdenden blik. Verhoor mij, omdat ik al mijn hoop op U stel. Ontferm U mijner met zonden en zwakheden overladen. Zult Gij de bron Uwer barmhartigheid ook voor mij niet aten vloeien?
Wees gegroet, Heiligmakend Offer, voor mij en voor het geheel menschelijk geslacht op het vloekhout van het Kruis opgedragen. Wees gegroet, edel en kostbaar Bloed, dat de zonden der geheele wereld reinigt, gevloeid uit de wonden van mijn gekruisten Heer, Jesus Christus. Heer, gedenk Uw schepsel, door Uw Bloed vrijgekocht. Ik heb berouw over mijne zonden en al wat ik misdeed zal ik herstellen. Neem daarom, o, goedertieren Vader, al mijn zonden en al mijn ongerechtigheden weg, en laat mij, naar ziel en lichaam gezuiverd, het Heilige der Heiligen waardig ontvangen. Geef, dat mij de nuttiging van Uw Lichaam en Uw Bloed strekke tot vergiffenis mijner zonden, tot uit-wissching mijner misdaden, tot verdrijving van
12*
274
alle slechte gedachten, tot vernieuwing van vl
alle goede voornemens en tot heilzame be- g(
werking van al wat U behaagt, opdat deze H. v
Communie mij een sterke bescherming zij m
tegen de hinderlagen mijner lichamelijke en ki
geestelijke vijanden. Amen. di
ACTE VAN BEROUW. df
Van den If. Alphonsus. nc
Ja, mijn beminnelijke Verlosser, van droefheid zou ik willen sterven, wanneer ik mij herinner zoo dikwijls uw Hart te hebben be-leedigd, dat mij zoozeer heeft bemind.
Vergeet alles, bid ik U, wat ik U heb aan- ik gedaan. Sla een blik op mij, gelijk Gij op (]a Petrus, na zijn verloochening, een oogslag van gt barmhartigheid hebt geworpen, waardoor hij df het overige zijns levens zijne zonde gedurig di beweende, opdat ook ik zonder ophouden ee mijne zonden beweene. Hemelsche Vader, ter nj liefde van Jesus Christus, schenk mij verge- a£] ving; hoor de gebeden die Hij ü opdraagt, als mijn Voorspreker bij U. Doch vergeving de is mij niet genoeg, o God, die waardig zijt : ee oneindig bemind te worden, ik vraag U nog m de genade ü te beminnen. Ja. ik bemin U, w mijn opperste Goed, en voor altijd offer ik U de mijn lichaam, mijne ziel, mijn wil, mijn vrij- de heid. Voortaan wil ik zelfs de kleinste fouten vermijden, alle gevaarlijke gelegenheden Ij,
275
vluchten. Bevrijd mij, o mijn God, van de gevaren, waarin ik ü zou kunnen beleedigen. Verlos mij van de zonde, en daarna kastijd mij naar üw goeddunken. Ik aanvaard al de krankheden, al de pijnen, al de tegenheden, die Gij mij zult zenden. Ik vraag niet anders dan voortaan nimmer, nimmer meer Uwe genade en liefde te verliezen.
OVERWEGING VAN GODS HEILIGHEID,
Van den Eerb. Ludov. Grenatensis.
Ach Heer, wie ben ik en wie zijt Gij, dat ik U durf te naderen? Wat is een mensch, dat hij God, zijn Maker en Schepper, ontvangen mag? Wat is de mensch van nature anders dan een vat vol bederf, een kind des duivels, een erfgenaam der hel, een zondaar, een verachter van God, een schepsel, onvermogend voor alle goed, allerbekwaamst en aanstonds gereed tot alle kwaad?
En wie zijt Gij ? Gij zijt do oneindig groote, de nameloos goede, de mateloos zoete, de eeuwige zonder tijd. Gij zijt almachtig in vermogen, onmetelijk in wijsheid, bewonderenswaardig in plannen, verschrikkelijk in oor-deelen, volmaakt en zonder beperking in alle deugd.
Al wie tot dezen maaltijd nadert zonder bruiloftskleed, namenlijk zonder liefde, wordt.
276
aan handen en voeten gebonden, in de uiterste duisternis geworpen. Wat heb ik dan te ver wachten, die mij zonder dit kleed bij dit gastmaal indring tusschen de genoodigden? O goddelijke blik, zoo sterk en zoo doordringend tot den meest verborgen plooi en schuilhoeken van mijn hart, wat zal er mij overkomen, als ik arm en naakt voor ü verschijn?
De Ark, die maar een voorstelling was van Uw Geheimnis, mocht niet worden aangeraakt, en Oza, die tot haar, toen zij dreigde te vallen, de hand uitstrekte, werd door een plotselin-gen dood getroffen. Wat zal ik dan niet moeten vreezen, welke straffen wachten mij niet, als ik mij verstouten zal het H. Sacrament te ontvangen?
De Bethsamiten wierpen slechts nieuwsgierige blikken op de Ark, en toch sloeg (!od er in Zijn verontwaardiging duizenden om deze reden met den dood. En ach, allerbarmhar-tigste Heer, hoeveel heiliger en verhevener dan de Ark is dit H. Sacrament? Hoeveel gevaarlijker is het u te ontvangen, dan U te zien ? Moet ik dan niet vreezen en sidderen bij het nuttigen van een God zoo vol majesteit, zoo rechtvaardig ? En zijn er reeds zooveel redenen om voor Uw grootheid te vreezen, hoeveel meer nog moet ik beangst worden, wanneer ik de grootheid mijner aonden overweeg? Ach God, ik weet hoeveel zware mis-
277
ite daden ik tegen U misdaan heb! Helaas, wees
ïr mij, anne; genade!
lit De H. Johannes, ofschoon in den schoot
d ? zijner moeder geheiligd, vreesde bij Uw doopsel
n- Uw hoofd aan te raken ; en hij verklaarde zich
il- onwaardig Uwe voetzolen te ontbinden. De
5r- Prins der Apostelen riep uit: Ga weg van (i? ; mij, o Heer, want ik ben een zondig mensch.
an En ik, de eerste van alle zondaren, zal U
it, durven naderen? Het was niemand die niet
m, gezuiverd en geheiligd was geoorloofd van de
in- toonbrooden te eten, die toch maar een voor-
)e- beduiding waren van dit mysterie. En ik,
et, zoover van de heiligheid verwijderd, zal het
mt Brood der Engelen durven nuttigen?
Het Paaschlam, dat slechts een voorbedui-
'8- ding was van dit Sacrament, moest op Gods
od bevel gegeten worden met ongedeesemde
!ze broeden en veldvruchten, de lendenen omgord
ir- en het schoeisel aan de voeten. Ach, en ik
ler zal het wagen, ik, die zoo weinig bereid ben,
3el tot dit Paaschlam te naderen ? Ik vrees. Heer,
te en ik vrees ten sterkste, dat er mij iets euvels
en zal overkomen aan deze tafel, waar mij zoo 3s- f veel ontbreekt.
)0quot; gebed om een vurige liefde.
511
' il Va/t de 11. Theresia.
3r- O mijn God, die de liefde zelve zijt, geef
is- dat Uwe heilige liefde zich geheel en al van
278
mij meester make, en door haar gloed alle eigenliefde in mij doove. Geef, dat ik U, mijn eenig en opperste goed, boven alle schepselen beminne, en dat ik mijn naaste en mij zelf in ü en om ü liefhebbe. Geef, dat ik alles buiten U slechts in zooverre beminne, als het mij strekken kan om tot U te geraken. Stort mij innige vreugde in over de volmaakte wijze, waarop Gij ü zeiven bemint, â over de liefde welke de Engelen en Heiligen in den hemel U eeuwig betoonen, â over de liefde eindelijk van alle rechtvaardigen op aarde, die U erkennen als hun hoogste goed, hun oorsprong en hun doeleinde, en de bron van al hun vreugde. Mogen alle zondaars en onvolmaakten over de geheele wereld hen hierin navolgen, en geef mij, o God, de genade er iets toe bij te mogen dragen, dat dit overal en bij voortduring geschiede. Amen.
GEBED TOT DE HEILIGE MAAGD.
Hoe gelukkig zou ik mij gevoelen. Heilige Maagd, liefste Moeder, indien ik maar een weinigje van Uw gesteldheden bezat en slechts door eenigen Uwer verheven gevoelens bezield werd, toen de Zaligmaker der wereld in U kwam huisvesten. Het Heilig der Heiligen, den God der kuische zielen, het in Uw schoot gevormd, maagdelijk Lichaam van Jesus, zal
279
ik weldra ontvangen. Li ü werd Hij door alles, door Uw nederigheid, Uw Geloof en Uw maagdelijke Zuiverheid aangetrokken ; in mij wordt Hij door alles afgestooten. In mij is niets Zijn blikken. Zijn Heiligheid waardig. Bid Gij Hem, opdat Hij me zuivere en heilige. Zeg Gij Hem ten mijnen gunste datgene, wat Gij Hem eertijds op de bruiloft te Cana hebt gezegd. Dan zal Hij mijn kwijnende gesteldheid in vurigen ijver, mijn lauwheid in liefde veranderen. Dan zal ook ik zingen: âHij, die mij heeft geschapen, heeft in mijn tabernakel gerust! De Almachtige heeft wonderen over mij doen uitblinken Zijn Heilige Naam zij gezegend!quot;
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
DANKZEGGING.
Van den Eerb. Lud. Grenatensis.
O mijn God en mijn ontferming, welken waardigen dank zal ik U thans brengen? Ach, wat zou ik U moeten schenken zoo mijn dankbaarheid gelijk aan uwe gave was ? Eenmaal spraakt Gij tot Mozes : â Neem een gouden vaas, vul dien met het Manna, verberg die in de Ark. des Verhonds, om voor de toelxomsfigegedach-
280
ten bewaard Ie blijven, zoodat zij hel voedsel kunnen zien, hetwelk ik u in de icoestijn gedurende veertig jaren heb doen eten.'quot; Als Gij zulk een waarde hebt gehecht aan het vergankelijk voedsel, en er het volk altoos aan hebt willen herinneren, hoeveel meer eerbied moet ik dan niet hebben voor het onvergankelijk Brood, dat mij het eeuwig leven meedeelt? Ach, mijn Grod, de eerste weldaad kan niet vergeleken worden bij de laatste! Maar als Gij dan reeds dankbaarheid eischt voor dat stoffelijke brood; wat vordert Gij dan niet van ons, die Gij voedt met een Brood, dat niet minder in waardigheid verschilt van het, Manna, als de Schepper van het schepsel! Daar is geen lof, geen dank, waardig genoeg voor zulk een gave. Neen, nimmer, nimmer, mijn God, vind ik iets, dat ü eenigszins vergoedt wat Gij mij deedt. Ik zal dan met den Profeet een Kelk des heils opnemen, en den naam des Heeren aanroepen; dat is, ik zal nieuwe zaken vragen, en de eene genade over de andere vragen.
Ik bid ü dus, Heer, dat het U behage deze Heilige Communie te aanvaarden tot voldoening van mijn zonden en tot verbetering van mijn vorig leven. Bouw nu weder op, water in mij is ingestort, vul aan wat er ontbreekt, en verrijk mijn armoede met Uwe goederen. Dood in mij door dit Heilig Brood al wat
281
aan Uw oog mishaagt, en maak mijn wil gelijkvormig aan den Uwe. Dat Uw heilig Sacrament mij steeds in U doe volharden, U volmaakt en onverpoosd beminnen, mij altoos met U verbinde en vereenige tot glorie en eer van Uwen Heiligen Naam. Wees al mijne zonden genadig, o Heer, en niet alleen de mijnen maar ook die van anderen. Doe de ketters en scheurmakers tot de eenheid der Kerk terugkeeren; verlicht de ongeloovigen om U te kennen. Sta de bedroefden bij; help degenen, die in wederwaardigheid zijn. Kom allen te hulp, voor welken ik verplicht ben te bidden, of die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Schenk Uw troost aan mijn vader, mijn moeder, mijn broeders en zusters, mijn vrienden, vijanden en weldoeners. Toon allen Uwe barmhartigheid, voor welken Gij Uw dierbaar Bloed hebt willen storten. Geef Uw liefde aan de levenden, en de dooden de eeuwige rust. En aan U zij eeuwig lof, eer, kracht en roem, die leeft en heersclit in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
AANBIEDING.
Van den H. Leonardus a Portu-Mauriiio.
Ik offer U, o Eeuwige God, mijne ootmoedige aanbidding, al mijne gedachten, al mijne woorden en al mijne werken. Ik maak de
282
intentie alles te doen, om ü te eeren en uwen aanbiddelijken wil te volbrengen; om U te dienen, U te loven en U te zegenen; om verlicht te worden in de geheimen van het Geloof, mijne zaligheid te verzekeren, deel te hebben in uwe barmhartigheid, en aan uwe goddelijke rechtvaardigheid te voldoen voor zoovele afgrijseliike zonden, die ik bedreven heb ; om de zielen des vagevuurs te helpen en aan alle zondaars de genade eener oprechte bekeering te verkrijgen. Kortom al mijn werken zal ik verrichten in vereeniging met de allerzuiverste inzichten, welke Jesus en Maria, al de Heiligen des Hemels, en al de rechtvaardigen der aarde in bun leven gehad hebben. Deze meening zou ik met mijn eigen bloed willen onderteekenen; ik zou haar zelfs eiken stond mijns levens willen vernieuwen, zoo dikwijls zelfs als er oogenblikken in de eeuwigheid zijn.
O mijn God, gelief deze intentie te aanvaarden. Geef mij Uwen heiligen zegen, met de genade van in geheel mijn leven niet ééne doodzonde te bedrijven, maar voornamelijk niet op dezen dag, waarop ik U ontvangen heb. Laat mij alle aflaten verdienen, die ik verdienen kan. Ik vereenig mij in den geest met alle H. Missen, die in de gansche wereld zullen opgeofferd worden. De verdiensten daarvan voeg ik toe aan de zielen des vage-
283
vuurs, opdat zij van hare pijnen verlost worden. Amen.
GEBED TOT DEN II. GEEST.
Naar den H. Alphonsus.
0 Goddelijke Trooster, ik aanbid ü met den Vader en den Zoon als God en vereenig mij met de engelen en heiligen om U te loven en te zegenen. Ik stel mijn hart geheel ter Uwer beschikking. Ontvang de vurige betuiging van mijn dank voor alle weldaden, die Gij over de wereld hebt uir,gestort, en niet ophoudt uit te storten. Schenker van alle bovennatuurlijke gaven. Gij hebt de gelukzalige Moedermaagd met onuitsprekelijke gunsten overladen; bezoek nu ook mij, bid ik U, en verleen mij de gave van diep ontzag en on-begrensden eerbied voor Jesus in Zijn heilig Tabernakel. Schenk mij vergiffenis mijner zonden, en gedoog niet, dat ik er in hervalle. Amen.
BETUIGING VAX AFHANKELIJKHEID.
Van den II. Augustimis.
Geef mij nu. Heer Jesus, in deze H. Communie mij zelf te kennen en U te bezitten, om alleen naar U te verlangen. Dat ik mij zelf haat en ü bemin, om alles alleen voor
284
U te verrichten ! Dat ik mij zelf' verneder en U verhef om alleen aan U te tienken! Dat ik mij zelf versterf en enkel in ü leve, om al wat mij overkomt uit Uw hand aan te nemen! Dat ik mij zelf vervolg en Uw voetspoor druk om altijd Uw navolger te blijven ! Dat ik mij zelf ontvlucht en tot U mijn toevlucht neem, om te verdienen door à verdedigd te worden! Dat ik voor mij zelf beangst ben en U vrees, om eenmaal onder het getal Uwer uitverkorenen te worden gerangschikt ! Dat ik mij zelf mistrouw en op U al mijn vertrouwen stel, om gaarne uit liefde tot U te gehoorzamen ! Dat ik enkel door U word aangetrokken ! Dat ik om U onthecht wil blijven ! Sla op mij een genadigen blik, om U te beminnen; roep mij om U eeuwig te aanschouwen, en te bezitten, Amen.
GEBED TOT DE II. MAAGD MARIA.
Van den H. Augustinus.
O Maria, door Uw toedoen heb ik wederom Uwen Goddelijken Zoon in mijn hart. Wie zal U toch waardig kunnen dank zeggen en loven voor alles wat Gij voor ons doet? Welke lofzangen zal het zwakke geslacht van de kinderen der menschen U brengen, door wie ons. alle verkwikking toekomt. Ontvang deze mijne dankzegging, hoe klein en gering zij
- .
285
ook moge zijn in vergelijking met Uwe weldaden. Ontvang onze begeerten en beloften, maar verontschuldig onze fouten door Uwe gebeden. Laat onze gebeden den toegang vinden tot de schatkamer üwer barmhartigheid en verwerf ons de genade der verzoening. Verontschuldig bij God door Uwe gebeden wat wij Hem durven vragen. Laat ons verwerven, wat onze geest begeert . Ontvang onze gebeden ; verschoon ons, dat wij vragen. Want Gij zijt de eenige hoop der zondaren, door U hopen wij op vergiffenis onzer misdaden, en verwachten wij onze zalige belooning. Heilige Maria, kom de ellendigen te hulp, sta de kleinmoedigen bij, vertroost de weenenden, bid voor het volk, wees de voorspraak onzer priesters, laat allen, die Uwe gedachtenis vieren, Uwe hulp ondervinden. Verhoor welwillend allen, die tot U bidden, en schenk allen de gewenschte uitkomst. Bid altoos voor het volk Gods, Gij die verdiend hebt ons te schenken, den Verlosser der wereld, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
XIV.
Voor hen, die uit vrees van de H. Tafel worden teruggehouden.
acte van v e e t k 0 u w e k.
Boek der Navolging IV.
Komt allen tot mij, die vermoeid en
st zijt, en Ik zal u verkwikken. Het Brood, dat Ik geven zal, is mijn Vleesch voor het leven der wereld. Neemt en eet: dit is mijn Lichaam, dat voor u sol overgegeven worden. Boet dit ter mijner gedachtenis. Bie mijn Vleesch eet, en mijn Bloed drinkt, die blijft in mij en B: in hem.
De ziel. Ja, Jesus, eeuwige Waarheid, dit zijn Uw eigen woorden, ofschoon niet op een en denzelfden tijd gesproken. Daar zij dus waarachtig zijn, behoor ik die met een dankbaar en geloovig hart aan te nemen. Doch dit zijn ook mijne woorden, daar lt;1 ij ze tot mijn heil hebt gesproken. Gewillig neem ik ze uit
287
Uwen mond aan, om ze des te dieper in mijn hart te prenten. Woorden zoo volteederheid zoo vol zoetheid en liefde, moeten mij wol opwekken en aanmoedigen tot U te komen. Maar ach, mijn eigen misdaden schrikken mij zoo af, terwijl het bewustzijn van mijn onzuiver geweten mij als terugdrijft van het deelnemen aan zulke verhevene Geheimen. Do vriendelijkheid Uwer taal noodt mij wel, doel i de groote last mijner zonden drukt mij te zeer neder. Gij beveelt mij, o Heer, met betrouwen tot ü te naderen, zoo ik deel met U wil hebben. Gij gebiedt mij, het voedsel der onsterfelijkheid te nuttigen, zoo ik het eeuwig leven en eene altoos durende heerlijkheid wil verkrijgen. Komt, zegt Gij zelf, komt allen tot mij, die vermoeid en heiast zijt, en Ik zal u ver kwikken. O welk een aangenaam en liefdevol woord in het oor eens zondaars, waardoor Gij, mijn Heer en mijn God, U gewaardigt een arm, behoeftig schepsel tot deelneming aan Uw allerheiligst Lichaam uit te noodigen! Maar wie ben ik, o Heer, dat ik mij zou verstouten tot U te naderen? De Hemel der Hemelen kan U niet bevatten, en Gij zegt: Komt allen tot mij? Wat bedoelt Gij toch met zulk een o liefderijke goedheid, zulk eene vriendelijke uitnoodiging'? Hoe zal ik tot U durven naderen, ik, die mij niets goeds bewust beu, waarop ik zulks zou mogen ondernemen ? Hoe
288
zal ik ü, in mijne woning durven binnenleiden, ik, die Uwe oneindige goedheid zoo dikwerf beleedigd heb ? Zoo Gij zelf dat woord niet gezegd hadt, niemand zou het gelooven. Zoo Gij zelf dit gebod niet gegeven hadt, zou niemand wagen U te naderen.
Maar thans prijs ik Uwe barmhartigheid en betuig U mijn innigen dank voor Uwe oneindige liefde. Gij schenkt mij dit H. Sacrament niet om mijne verdiensten, maar om U zeiven, om Uw goedheid jegens mij heerlijker te doen schitteren, mij van wederliefde ontsteken. Daar Gij dan aldus wilt en gebiedt, neem ik vol vreugde ondanks mijn schroom en vrees deze weldaad aan. Amen.
GEBED OM EEN WAARDIGE GESTELTENIS,
Van den H. Anselmus.
Ik bid U, Heer Jesus Christus, eenige hoop der ongelukkigen, dat het U moge behagen mij, zoo gevangen in de strikken der zonden, tot Uw Allerontzaglijkst Sacrament, dat de Engelen sidderend aanbidden, toe te laten. Op U alleen. Heer, heb ik vertrouwen. Ik ken mijn ellende, maar ook Uwe barmhartigheden van voor alle eeuwen, en daarom bid ik U, dat dit H. Sacrament mij nist tot verwerping, maar tot vergeving mijner zonden en tot eeuwig heil mijner ziel strckke. Dit
1289
vraag ik ü, o Heer, met vurige smeekingen, zonder mij zelf te verheffen, maar in de diepste onderdanigheid. O sla dan op deze mijne Heilige Communie een goedertieren blik, en schenk mij, ellendige, genade. Neem van mij weg al wat tegen U is. Maak mij üwer waardig ; laat mij in deze Heilige Communie U alles vragen, wat U aangenaam is, en schenk mij alles in Uwe erbarming wat ik vraag. Verhoor, Heer, mijn gebed en wees Uw volk genadig. Zuiver alle christenen van hun schuld, wek de zondaren tot een spoedige bekeering ; heb medelijden met de ketters, joden en heidenen, opdat zij van hun slechte wegen terug-keeren; en erbarm ü over de zielen der afgestorvenen, opdat zij door deze H. Communie de eeuwige rust verkrijgen. Amen.
VERZOEK OM DE VRUCHTEN DER H. COMMUNIE.
r«« den Gelukz. Albertus Magnus.
Almachtige, Eeuwige God, Gods eenigge-boren Zoon, die uit ons, door ons, en om ons, Vleesch en bloed, Ziel en Lichaam hebt aangenomen, en door den Profeet Jeremias hebt doen aankondigen, dat Uw volk door U met goedheden overladen zou worden, vervul onze zielen met het groot Geheim van Uw Lichaam, en bevredig door Uwe weldaden onze verlangens. Verleen ons, dat dit aanbiddelijk
13
290
Sacrament van Uw Vleescli en Bloed alle vruchten in ons voortbrenge van waarheid en deugd, van liefde en eensgezindheid, van waarheid en godsvrucht. Maak dat, gelijk Gij in den Vader zijt en den Vader in ü, en Gij in ons door Uwe reine menschelijke natuur, wij eveneens in U verblijven door onze reinheid naar lichaam en ziel. Verleen ons te worden ingelijfd in Uw allerheiligst Lichaam om aan Uwe zoetheid deel te hebben; te worden gedompeld in Uw Goddelijk Bloed, om tot in ons innigste te worden besproeid en gezuiverd; te worden bevrijd door Uw Leven, de prijs van onze zaligheid, om waarlijk verlost te worden en verzoend met den Heiligen Geest. Beziel ons door Uwen geest om alle verloren geestelijk leven te herstellen en verlicht te worden in onze gevoelens, en begiftig ons met Uwe heilige Godheid tot alle volmaaktheid. Maak ons ook o Heer, deelachtig, door uit de volheid van Uw aanbiddelijk Sacrament, dat alle genaden in zich bevat, te ontvangen, aan alle genaden, welke de HH. apostelen en discipelen ontvingen, toen zij uit uwe hand de H. Communie nuttigden. Werk in ons uit, naar de verdiensten van allen welke ooit door U in den geest hersteld zijn, dat ook wij die geestelijke genezing in onze harten waarnemen. Breng in ons voort geloof, liefde, godsvrucht, geeste-
291
lijke volmaaktheid, bezorgdheid voor het ernstige, liefde tot den arbeid, ijverige gehoorzaamheid. Werk in ons uit dien geest van Lazarus en van alle vromen, die met U rusten en wien Gij üvv rijk hebt gereed gemaakt, gelijk het Uw Vader gereed gemaakt heeft voor U, om er aan Uw tafel te eten en te drinken, want zalig zij, die hot Brood zullen eten, dat Gij zelf zijt. Werk in ons uit de vergevingsgezindheid van Petrus, die echter alles nedervelt wat U tegenstrijdig is, welke Gij hem in het laatste Avondmaal geschonken hebt. Breng in ons voort de heilige rust en vastheid van karakter, de volkomen tegenzin van de genietingen der wereld, het geluk en de zaligheid van den Heiligen Johannes, om aan Uw Hart te mogen rusten, er Uw wijsheid te putten en Uw zoetheid te smaken. Breng in ons voort het ware geloof, de levendige hoop en de volmaakte liefde door de tusschenkomst van alle apostelen en leerlingen, die Gij persoonlijk dit Brood des Levens hebt uitgedeeld. Doe ons altoos het verraad van Judas verachten. Laat ons dikwijls in onze ziel de heilzame werking gevoelen, welke Uwe heiligen in den hemel door Uw Godheid ondergaan en aldus al hun zaligheid genieten. Gij, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
i
292
GEBED.
Van het Concilie van Trente.
Almachtige, Eeuwige God, ik bid en smeek (T, om wille van üw erbarmend Hart, dat een ieder onzer, die den naam van Christen draagt, door deze afbeelding der eenheid, door dezen band der liefde, door dit teeken der eendracht eens vereenigd moge worden in heilige eensgezindheid. Laat ons indachtig zijn de verheven waardigheid en de uitstekende liefde van onzen Heer Jesus Christus, die Zijn welgevallig leven aanbood tot prijs onzer zaligheid, en ons zijn Lichaam tot voedsel heeft geschonken, opdat wij daardoor het goddelijk Geheim van Zijn Lichaam en Bloed met zulk een vast en volhardend geloof, met zulk een innige godsvrucht, liefde en aanbidding aannemen en vereeren, dat wij dit bovennatuurlijk Brood veelvuldig kunnen ontvangen. Moge dit Brood ons waarlijk strekken tot leven van onze ziel, tot gezondheid van onzen geest, opdat wij door deze kracht versterkt van den tocht, door de ellendige ballingschap hier beneden tot het hemelsche vaderland mogen geraken, waar wij hetBrood der Engelen, dat wij thans onder de heilige gedaanten verborgen nuttigen, ongesluierd zullen smaken. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
293
LAATSTE VERZUCIITINOEN.
O mijn Jesus, ik geef gehoor aan uw stem : Komt tot Mij, gij allen, die onderden last uwer smarten zucht; Ik zal u verlicMen. Uwe voeten zijn vermoeid van liet zoeken, om mij naar den schaapstal terug te voeren. Uwe armen strekt Gij naar mij uit; Gij verwacht mij; Gij wilt mij aan Uw hart drukken. Uw Hoofd is gebogen; Gij brandt om mij den vredekus te geven. Welnu, hier ben ik, o goede Jesus. Ik ga mij met U vereeniger;, om nooit meer te scheiden.
NA DE HEILIGE COMMUNIE.
ONTBOEZEMING.
Van den Bom. Missaal.
Ik heb Hem gevonden, dien mijn hart bemint, ik bezit Hem, ik zal Hem niet meer verlaten. O Jesus, mijn Koning, heb medelijden met mijn ellende en kwellingen. Mijn Rechter, vergeef mij al mijn zonden; mijn Geneesheer, heel al mijne gebreken.Laatmijn vereeniging met U, den Bruidegom mijner ziel, van eeuwigen duur wezen. Mijn Gids en mijn Beschermer, neem mij bij de hand en
294
verdedig mij tegen alle mijne vijanden. Omdat Gij U voor mij tot een Slachtoffer hebt gemaakt, wil ik U dagelijks een offer van eer-bewijzingen brengen. Mijn Verlosser, bevrijd mijn ziel van de dwingelandij des Duivels en verleen mij vermeerdering der heiligmakende genade.
DANKZEGGINU.
Van dun Eerh. Lud. van Grenada.
Ach, Heer, Uwe werken zijn toch niet be-driegelijk! Wat zij uitwendig beloven, dat bevatten en deelen zij mede. Door dit uitwerksel ken ik Uw goedheid ; naar dit werk beoordeel ik Uw hart; door deze welwillende troost heb ik het zekere bewijs van de liefde, welke Gij mij toedraagt! Inderdaad, geen grootere weldaad, geen schitterende gunst had Gij me kunnen toonen. 0 voorwerp van vreugde, o bron van genot, o kracht der jeugd, o dood der zonden, o brood des levens, o middel van gezondheid, o vuur van liefde, o geestelijke verkwikking, o koninklijke maaltijd, o voorsmaak van alle zaligheid, o hemelsche verzadiging !
O wat zal ik nu voor U doen, mijn God, welken dank zal ik U brengen? met welke liefde U beminnen? als Gij, zoo groot een Heer, U gewaardigd hebt mij, eenen verach-
295
telijken, nietigen aardworm te beminnen, hoe moet ik dan U, den allerverhevenste, den allerrijkste, den alleredelste, den bruidegom van mijn ziel op mijne beurt beminnen? Ik zal ü dus beminnen, Heer, naar U verlangen, U eten en drinken. O zoetheid der liefde, o onschatbare liefde der zoetheid, dat mijne ziel U thans smake, en geheel mijn innigste door deze zoetheid vervuld worde! O onmetelijke liefde van mijn God, o zoete honing, o aangenaam brood, o spijs der volwassenen, doe mij door Uw kracht opgroeien, opdat ik waardig in U mij verheuge en mijn vreugde vinde. O zoetheid en bevrediging van mijn ziel, o liefde en lust van mijn hart, waarom brand ik thans niet heel en al van liefde voor u? Waarom ben ik nog niet gloeiend als het ijzer dat in het vuur gedompeld is geworden, zoodat ik niet anders meer zoek dan-Uwe zuivere liefde ? O hemelsch vuur, o zachte vlam, o zoete wond, o kerker van wellust, waarom ben ik nog niet heel en al geketend door deze boeien? waarom nog niet doorstoken door deze schicht van liefde? waarom brand ik nog niet zoo van liefde, dat mijn hart kwijnt en geheel verteerd wordt? Ach kinderen van Adam, blind en misleid geslacht, door de dwaling her- en derwaarts geslingerd, wat doet gij toch ? wat zoekt gij ? waar snelt gij heen? zoekt gij liefde, maar
296
ziehier de liefde; ziehier de edelste, de zoetste, de verhevenste liefde, welke er op aarde is. Zoekt gij genieting, ach, ziehier genieting, de zoetste, de krachtigste, de reinste genieting. Zoekt gij rijkdom, ziehier een schat uit den hemel, de prijs der wereld, de oceaan van alle goed. Zoekt gij eer, ziehier is Uw God, en met Hem de heerlijkheid van Zijn goddelijk wezen, die U de eeuwige eer komt verzekeren.
LOFPRIJZING.
Van den Gelukz. He nr. Suso.
Mijn Heer en God, als ik goed bedenk, wie ik ben, waar Gij me voor behoedt hebt, uit welke gevaren Gij me hebt verlost, uit welke boeien en strikken mij getrokken, wat â ik vooral in deze oogenblikken door Uwe vereeniging met mij, in mijn hart heb, ach, eeuwig goed, dan begrijp ik mij niet, hoe mijn hart zich niet geheel verliest in Uwen lof! Heer, hoe lang hebt Gij mij verbeid, hoe vriendelijk mij ontvangen, Iwe teeder mij Uwe ingevingen geschonken, hoe zijt Gij 1 verborgen tot mij gekomen! En hoe ondankbaar ik mij ook tot nu bij elke Uwer gaven toonde, toch hebt Gij niet nagelaten mij tot 1 U te trekken. Zou ik U dan niet loven ? Ja waarlijk Heer, mijn zachte Heer, ik wil U
297
oen uitbundigen lof toebrengen, een lof zoo groot en zoo vreugdevol als de Engelen ü toezwaaiden op het oogenblik dat zij U, na de verwerping van Lucifer en de zijnen, het eerst aanschouwden ; of als die der arme zielen, het eerste oogenblik dat zij uit den kerker van het grimmige vuur verlost worden en tot ü snellen om ü voor het eerst te aanschouwen; en gelijk aan den eindeloozen lofzang, die er los zal barsten door de straten van het hemelschJerusalem in het laatste oordeel, als Uw uitverkorenen in eeuwige zekerheid van de verworpelingen zullen geschoidon worden. Amen.
OPDRACHT VAN ZICH ZELVEN.
Van den II. Bernardns.
Wat zal ik ü weergeven, o mijn God, voor alles wat Gij aan mij hebt gedaan. Gij hebt mij het kostbaarste gegeven wat Gij bezat, ü zeiven, Gij hebt mij alles gegeven, wat Gij bezat. Ach, moet ook ik U dan niet alles geven, wat ik bezit! Wat talm ik nog om mij zeiven aan U op te dragen. O God, ik heb twee geringe zaken, mijn ziel en mijn lichaam; mocht ik U deze als hulde aan ü w grootheid volmaakt schenken! Immers het zal mij voordeeliger en roemvoller zijn ze ü af te staan, dan ze voor mij zelf te behouden. Aan mij zelf overgelaten ontroert mijn geest,
13*
298
maar in U zal zij opspringen van vreugde. Neem ze dan aan, o God, en wees mij genadig. Amen.
ANDEKE OFFERANDE.
Naar de TL Theresia.
Almachtige leidsman van mijn ongeregelde en tot het kwaad geneigde zintuigen, ik wijd U deze toe, en draag ze ü op, met al hun handelingen en bewegingen. Ik ben vastbesloten ze voortaan met den bijstand Uwer goddelijke genade zoo te regelen, dat zij nimmer meer naar willekeur en eigenmachtig handelen, maar alleen volgens de ordening van mijn aan ü geheel onderworpen geest. Alle hun kwade neigingen en lusten zal ik versterven, en mij zelf haten, gelijk Gij dit verlangt van hen, die U toebehooren. En al het zinnelijke zal ik slechts doen dienen, om mij tot het hoogere, onzichtbare te voeren, zooals Gij, o God, wilt, dat wij ons door het aardsche tot het hemelsche verheffen. Help mij, o God, in dit mijn onherroepelijk besluit. Amen.
GEBED OM VERSCHILLENDE ZAKEN.
Van den H. Clemens, Fans.
Almachtige Heer en God, Vader van Christus, Uwen eeuwig gezegenden Zoon, die het
299
gebed verhoort van allen, die ü in oprechtheid huns harten aanroepen, en zelfs de wen-schen kent van hen die ze niet uiten, ik dank U, dat Gij mij heht waardig gekeurd aan Uwe Heilige Tafel aan te zitten. O God, die ons aan de gemeenschap der boozen hebt ontrukt, vereenig ons nu met hen, die aan ü verbonden zijn; bevestig ons in de waarheid door Uwen H. Geest. Leer ons wat wij niet weten, en vul aan wat ons ontbreekt. Doordring ons dieper van he'geen wij weten. Behoed ons onze priesters onbesmet in Uwen dienst. Bewaar de koningen en overheden in rechtvaardigheid en vrede, de vruchten der aarde in overvloed, de geheele wereld in Uwe nooit onderbroken voorziening. Bedwing de oorlogzuchtige natiën; bekeer de afged waalden: heilig Uw volk; bescherm de maagdelijkheid; bewaar de echtelieden in het geloof; versterk de onwetenden; breng do jeugd tot rijperen leeftijd; bevestig de beginnenden ; onderricht de nieuwe bekeerden, en verzamel ons allen voor het rijk der hemelen, in Christus Jesus, onzen Heer, wien met ü en den H. Geest toekomt alle lofprijzing, vereering en aanbidding in de eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT MARIA.
Van den H. Bernardus.
Laat ons dooi U tosgang krijgen tot Uwen
300
Zoon, o gezegende onder de vrouwen, die genade gevonden hebt, en de Moeder van het leven en de zaligheid zijt. Laat Hij door ü ons ontvangen, wien wij door ü ontvangen hebben. Uwe volmaaktheid verontschuldige bij Hem de schuld van ons bederf, en Uwe ootmoedigheid bij God zoo verheven, verwerve vergiffenis voor onze hoovaardij. Moge Uwe overgroote liefde de menigte onzer zonden bedekken ; Uwe verheven vruchtbaarheid ons de vruchtbaarheid in verdiensten brengen.
O onze Middelares, onze Meesteres^ onze Voorspreekster, beveel ons aan Uw Zoon, vertoon ons aan Uw Zoon, verzoen ons met Uw Zoon. Maak, o gezegende, door de genade die Gij verdiend hebt, door de barmhartigheid, die Gij gebaard hebt, dat Hij, die door U heeft willen deelnemen in onze zwakheid en ellende, door U ons een deel verleene in de zaligheid en in Zijn heerlijkheid, Jesus Christus, Uw Zoon, onze Heer, die God is, boven alles gezegend in eeuwigheid. Amen.
in bepaalde omstandigheden of behoeften. ''
GEBED VOOR DE H. KERK.
Van de TL Catharina can Sen en.
^ k vlucht tot U. goddelijke Heelmeester, onuitsprekelijke liefde mijner ziel! Ik verzucht vurig naar ü, ik die zoo gering ben, naar U, o eeuwige, oneindige Drievuldigheid. Ik
1) Geen geschikter oogenblik om God de wensclien van het hart voor te stellen, dan dat waarop men den Zaligmaker bezit. Daar het niet doenlijk is voor ieder der veelvuldige behoeften van den mensch plaats te geven aan een bizondere Oefening, laten wij hier nog eenige gebeden volgen ten dienste van hen, die voor een bizondere intentie ter H. Tafel naderen. Getrouw aan onze gewoonte, kiezen wij bij voorkeur daartoe de degelijke en hartverheffende gevoelens, waarmede de Heiligen baden, daarin aangemoedigd door den H. Augnstinus, die eveneens zijn gevoelens aan hunne woorden ontleende, âwijl ook- hij door de gebeden der Heil iff en ontvlamde van God* heilige liefde, telkens als hij gevoelde daarin te verkoelenquot;
Gebeden
302
wend mij tot U, om van het geringste smetje mijnei ziel gezuiverd te worden. Toef niet langer, ik vraag het U door de verdiensten van den U. Petrus, wien Gij het bestieren van Uw scheepje hebt aanvertrouwd. Sta Uwe Bruid bij, die in Uwe vurige liefde en gron-delooze wijsheid vertrouwen stelt. Veracht de verlangens Uwer dienaren niet, maar bestier zelf dat heilige vaartuig. Gij maakt den vrede, trekt alle geloovigen tot U; verdrijf de duisternis van den storm, opdat de dageraad van Uw Zon aanlichte over de velden Uwer Kerk, en er den zielenijver krachtig doe ontluiken. O teedere en erbarmende Vader, Gij hebt ons banden in de hand gegeven, waarmede wij den arm Uwer gerechtigheid kunnen binden: Gij schenkt ons namelijk de nederige gebeden Uwer vurige dienaren, waaraan Gij tevens verhooring toezegt, zoo zij Uwe barmhartigheid afsmeeken voor de wereld. Dank, almachtige, eeuwige God, voor de rust, welke Gij aan Uwe Bruid hebt willen beloven. Ja, ik zal Uwen hof binnengaan, en dien niet verlaten, alvorens de vervulling Uwer beloften, die nimmer falen, te hebben gezien. Wisch heden onze zonden uit, o Heer, en zuiver onze zielen met het bloed dat Uweenige Zoon voor ons heeft gestort, opdat wij met blijdschap op het gelaat en zuiverheid in het hart. Hem liefde voor liefde wedergeven.
303
door aan ons zelf te sterven en voor Hem te leven. Amen.
ANDER GEBED VOOR DE H. KERK.
Van den 11. Pius V.
Goedertieren God, die de ongerechtigheden van hen, die zich tot ü bekeerd hebben, niet meer indachtig zijt, maar hunne verzuchtingen vol barmhartigheid verhoort, zie op Uwe tempels, die door de handen de ongeloovigen ontheiligd zijn, en op de verdrukking Uwer teergeliefde kudde goedgunstig neder. Wees Uw erfdeel gedachtig, dat Gij door het allerkostbaarst Bloed van Uwen eeniggeboren Zoon verkregen hebt. Bezoek liefdevol den Wijngaard door Uwe rechterhand geplant, dien een verslindend dier tracht te vernielen. Versterk hen, die hem bearbeiden met Uwe kracht tegen den haat Zijner verwoesters. Doe hen overwinnen en geef hun, die hun werk goed verrichten, het bezit van Uw rijk. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
HETZELFDE GEBED.
Van Z. H. Paus Leo XIII.
(Met een aflaat van 7 jaar en 7 quadrag.)
Tot u, heilige Joseph, vluchten wij in onze beproeving en na de hulp uwer allerheiligste
304
Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook uwe bescherming af. Wij bidden u ootmoedig, bij die liefde die u met de onbevlekte Maagd en Moeder Gods ver-eenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede gij het Kind Jesus hebt omhelsd, goedgunstig neer te zien op het erfdeel, dat Jesus Christus zich verworven heeft door zijn bloed, en ons in den nood met uwe hulp en bijstand te ondersteunen.
O zorgvolle Bewaarder van het Goddelijk Gezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus. O liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten. O machtige beschermer, sta ons uit den hemel genadig bij in dezen strijd met de heerschappij der duisternis; en gelijk gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd thans evenzoo de heilige Kerk Gods van de vijandelijke lagen en allen rampspoed. Beschut ieder onzer met uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar uw voorbeeld, en ondersteund door uwe hulp, heilig mogen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk des hemels verkrijgen. Amen.
GEBED VOOR Z. H. DEN PAUS.
Van de H. Catharina van Senen.
Weinige zielen zijn zoo met innige godsvrncht en levendig geloof aan het Pausdom bevoorrecht
305
geweest als deze heilige Maagd. Mochten ook ons, door het'veelvuldig bidden harer gebeden, dezelfde verheven gevoelens bezielen.
Heer, ik heb gezondigd, ontferm U mijner! Ik roep Uwe eindelooze barmhartigheid in; ik smeek ü een genadigen blik van teeder-heid en liefde te werpen op üwe Bruid, de H. Kerk. Verlicht Uwen Stedehouder dat hij IJ en zich zelf niet beminne om zich zelven, maar dat hij U en zich zelf alleen om U beminne. Zoo hij dit doet, zullen wij het leven bezitten, omdat wij tot hot leven de voorbeelden van onzen goeden herder moeten volgen.
O onuitsprekelijke en allerhoogste God, ik heb gezondigd en ben niet waardig U nog te mogen bidden. Doch Gij kunt mij minder onwaardig doen zijn. Straf mijn zonden, o Heer, en let niet op mijn ellende. Ik heb van U een lichaam ontvangen: dit geef ik ü weer. en offer het U op. Neem mijn lichaam en bloed ; sla het, vermink het, doe het tot stof wederkeeren, maar verleen mij wat ik U verzoek voor den Roomschen Opperpriester, den eenigen Bruidegom Uwer eenige Bruid. Laat hem Uw wil kennen, beminnen en volgen om ons van den ondergang te redden. Geef hem, mijn God, een nieuw hart, vermeerder steeds in hem Uw genade; maak hem onvermoeid om de banier van Uw H. Kruis hoog te
306
houden ; en laat hem aan de ongelooyigen de rijkdommen Uwer erbarmingen doen toekomen, zoowel als aan ons die de vruchten reeds genieten van het lijden en het bloed van het onbevlekte Lam, Uw welbeminden Zoon. Ik heb gezondigd, Heer, eeuwige God,ontfermü mijner. Amen.
GEBED VOOK DB PRIESTERS.
Van de H. Catharina van Senen.
Eeuwige en onuitsprekelijke God, verhoor Uw dienaar (dienares) die U smeekt om hart en wil der bedienaars van onze Moeder, de H. Kerk tot U te wenden, opdat zij het Lam, Uw Zoon, volgen op zijn Kruisweg, en zij Hom navolgen in armoede, zachtheid, nederigheid, niet slechts op onvolmaakte wijze, maar op bovenmenschelijke en goddelijke wijze.
Mogen zij als engelen op aarde verkeeren, wijl zij het Lichaam en Bloed van Uw eenig-geboren Zoon moeten consacreeren en den geloovigen voorzetten. Dat zij di t toch nimmer onwaardig worden, maar vereenig hen. Gij die den Vrede brengt, in Uwe liefde. Zuiver hen in de wateren der zee van Uwe erbarmende goedheid, opdat zij den kostbaren tijd niet verliezen, maar met het tegenwoordige voor de toekomst woekeren. Ik heb ge-
307
zondigd, o Heer, ontferm U mijner. Hoor Uw nederige dienstknecht (dienstmaagd), die ü smeekt voor allen die Gij ons hebt toevertrouwd, en die ik alleen met de volmaakte liefde zou willen beminnen van Uw oneindige liefde, o groote, o eeuwige, o onuitsprekelijke, o waarachtige God. Amen.
GEBED VOOll Z. H. DEN PAUS EN ZIJNE VERVOLGERS.
Van de H. Catharina van Senen.
Almachtige, eeuwige God, geef een onversaagd en ootmoedig hart aan Uwen Stedehouder op aarde. Ik smeek er U allerdringendst om, en ik zal daarmee niet ophouden, alvorens door U verhoord te zijn. Openbaar Uw kracht in hem. Doe zijn hart voortdurend van Uwe heilige verlangens branden ; doe het met zachtheid, met beleid, met liefde, en met zuiverheid handelen. Doe hem de geheele wereld tot zich trekken. Ja, geef Uwen Plaatsvervanger den overvloed Uwer waarheid, opdat hij kenne wat hij door zich zelf is, en wat Gij door Uw genade van hem hebt gemaakt. Verlicht ook hen, die hem bestrijden, en die den H. Geest en Uwe almacht weerstaan door hun ontevreden hart. Klop aan de deur van hun hart, want zonder U zijn zij verloren. Wek het leven wederom in hen op.
308
o mijn God, ter hunner bekeering. Dat Uwe onuitsprekelijke liefde hun hart verteedere, opdat zij tot U wederkeeren en niet verlore n gaan. En omdat zij gezondigd hebben, o aller-goedertierendste God, straf hun misdaden aan mij Hier is mijn lichaam ; dat het strakke om de slagen te ontvangen, die hen zouden vernietigen. Amen.
GEBED VOOR DE BEKEERING DER ZONDAARS.
Van de H. Theresia.
O God van mijn hart, eenig ware God, hoeveel vraag ik ü niet, wanneer ik U smeek om hen te beminnen, die ü niet beminnen; om hun open te doen, die niet aan Uwe goddelijke deur aankloppen; om hen te genezen, die niet alleen behagen nemen in hunne krankheid, maar er zelfs nog naar streven om hun ziekten te onderhouden en te vermeerderen. Maar Gij hebt gezegd, mijn God, dat Gij op aarde zijt gekomen om de zondaars te zoeken. Ach Heer wil dus niet letten op hun verblinding, maar enkel op de stroomen bloeds, welke Uw geliefde Zoon voor ons heeft vergoten. Laat Uw goedertierenheid schitterend de duisternis, waarin hun boosheid hen gedompeld heeft, verlichten. O sla een genadigen blik op hen, o Heer; zij zijn het werk Uwer handen. Red hen door Uw goedheid en barmhartigheid. Amen.
309
gebed vook de l'e keek ing van een bloedvekwant.
Door den Eerw. Pastour van Ars.
O Maria, o Moeder der barmhartigheid, gij die zoo gevoelig ?ijt voor het verlies dei-zondaars, en die zoo dikwijls gewenscht hebt üw leven te geven dm ze van de hel te bevrijden, zie mij hief voor Uwe voeten. Ik zal zoovele tranen storten, dat Gij u noodzakelijk zult laten bewegen. Gij weet reeds wat ik ü kom vragen. Gij leest hot in mijn hart; het is de bekeuring van N.; Gij weet dat deze ziel niet vc'or den hemel leeft, en er zelfs niet aan denkt; Gij ziet zelfs dat hij in groot gevaar is vftn eeuwig verdoemd te worden. O Gij, die de toevlucht der zondaren zijt, snel, vlieg haar ter hulp. Het is nog tijd; bid Uwen goddeJijken Zoon, dat hij deze nog zoo dierbare ziel redde, in wiens zaligheid ik zeer groot belang stel, en draag aan Uwen Zoon voor hem op, al wat gij hebt kunnen verdienen gedurende Uw sterfelijk leven. Ik vereenig mijn offer met het Uwe, en aanvaard met vfeugde al wat aan Uw goddelijken Zoon, en C zal behagen mij over te zenden, hetzij armöede, hetzij ziekte, hetzij krankheden of de ddod zelf, om haar zalig te maken. Indien zij, na ü toegewijd te zijn verloren ging, ware z\] de eerste die Gij zoudt
.
310
verlaten hebben. Maar neen, o Moeder der barmhartigheid, zij staat in Uw hart geschreven, Gij hebt haar onder het getal Uwer kinderen ontvangen en Uw Zoon heeft voor haar eene plaats in de gelukzalige eeuwigheid. Ja, heilige Maagd, medelijdende Moeder, zij behoort U toe, en onder Uwe bescherming zal zij zalig worden. Amen.
GEBED VOOR DE BEKEERING DER ZONDAARS.
Van de H. Gatharina van Senen.
Almachtige God, Gij zijt liet leven en ik ben de dood. Gij zijt de Wijsheid en ik het onverstand ; Gij het licht en ik de duisternis ; Gij de oneindigheid en ik het niet; Gij de rechtschapenheid en ik het bedrog ; Gij de geneesheer en ik de zieke. Toef niet langer o goedertieren Vader, en werp een blik van medelijden op de wereld. Zij zal U meer eer geven, als zij verlicht wordt, dan dat zij in de duisternis verblijft.
Alles verheerlijkt Uw Naam; maar in den zondaar vooral schittert Uwe barmhartigheid, die het zwaard der gerechtigheid terughoudt om aan de schuldigen tijd tot bekeering te laten. Uw glorie schittert in de hel, waar Uw rechtvaardigheid de verdoemden straft; maar daar toont zich eveneens Uw barmhartigheid, die niet zoo zwaar den zondaar doet treffen.
311
als hij het verdient heeft. Ook daar wordt Uw Naam geëerd. Dan ach, Heer, zoo gaarne wenschte ik dien te zien verheerlijkt door alle schepselen, doordat zij Uwen U. Wil vervullen en tot het einddoel geraken, waartoe Gij hen geschapen hebt. O maak van Uwen stedehouder een anderen Jesus, en geef hem het licht, dat hij zoo dringend behoeft om het over zijn onderhoorigen uit te storten. O allerbeste en allergoedertierenste Vader, ik bid U, schenk ons allen Uwen zoeten en eeuwigen zegen. Amen.
GEBED VOOR DE BEKEERING DER HEIDENEN.
Van den TL Franciscus Xaverius.
O eeuwige God, Schepper van hemel en aarde, gedenk, dat Gij de zielen der heidenen eveneens geschapen hebt, en dat zij naar Uw beeld en gelijkenis zijn gevormd. Ach Heer, thans brengen zij U geen eer, en wordt de hel met deze ongelukkigen gevuld. 0 wil dan niet langer gedoogen, dat Uw Zoon door hen worde veracht; maar laat U bewegen door het gebed Uwer Heiligen en van Uwe heilige Kerk, en wees Uw barmhartigheid indachtig. Vergeet hun ongodsdienstigheid en heidendom ; geef, dat ook zij eindelijk eens geraken tot de kennis van Hem, dien Gij ge-
JVTaand Van ]VIaria.
14e Dag.
])e vlucht naar Egypte. 'â¢
OverweginB- Door den engel in den slaap vev- |
maand on. naai- E.uypte te vhiehten, e ^ , het goddelijk Kind aan de woede van Hei odes ,
' te onttrekken, gehoorzaamt Joseph teistond .
lt; aan dit bevel. De H. Maagd erkent (jcods wu ; ; in den wil van haren H. Brindegom, begcett , S zich in het holle van den nacht met hem ui ? r het goddelijk Kind op reis, omhelst al e vei i moeienissen en ontberingen eener haide ba -
: linsrschap. ' Beiden genieten het geluk on . gt;. door hunne gehoorzaamheid het leven \aii , J Jesus te redden. , , â¢, .,ân 1
S Ook gi) moet door uwe gehoorzaamheid aan
de bevelen van God en vati hen die zijne plaats ; over u bekleeden, uwe ziel versterken tegen , ] ,1e Vlianden die haar verderl gezworen he - ; \ ben. Verzaak aan uwen eigen wil en gij hebt ; ⢠freeu hel te vreezen.
0 Doiiffd. Igt;lt;' trohoorzaainlioni. ,
Oefening. Onderwerp gaarne mv eigcn oo deel ^ en uwen eigen wil aan degenen, die u ^ !
, plaats besturen.-wees in aUesondei ai gaaii , ' uwe ouders en oversten.- uchoorzajm quot; 11 gt; s o-ewetenszaken blindelings aan uwen biecht vader gelijk aan Jesus Christus , . gt;
Schietgebed. O Maria, mijne lie\e M'iedei â ,
: deel m ij uwen geest van gelioorzaamheulmede. 5
---------- ------------
Dagelijksche Oefeningen
VOOR DE MAAND VAN
MARIA.
De schoonc eeretitel Villi Spiegel der rechtvaardigheid, waanncdo de II. Kerk «Ie gezegende ' Jloedeniiaagd vereert en aan de geloovigen ter navolging voorstelt, moet n opwekken om gedurende de Meimaand het leven van Ma ria met godvruclitige aandacht te overwegen en met bijzonderen ijver die deugd te beoel'encn, welke zoo treffend doorstraalt in ile omstandigheid van Haar leven, die u ter vereering en navolging is aangewezen,
Hevli jlig u derhalve om dagelijks de godvruchtige oeleningen der Maand van Maria ; in eene kerk bij te wonen.
Zoo haast gij ontwaakt, verhef uw hart tot Maria uwe goede Moeder, en bid driemaal ; ter Harer eere hef Wees gegroet, om die deugd tc verkrijgen tot welker beoelening /ij u door haar voorbeeld bijzonder uitnoodigt.
Herhaal dikwijls door den dag het schietgebed, hetwelk u liierac liter wordt opgegeven.
(Jij wordt verzocht om, ter eere van uwe goede Moeder en ter verkrijging van de aangewezene deugd, de H. Communie te ontvangen op den dag, die u is gevallen.
J. BRINKMAN. i Lib. Cms. \
amstkrd \m.
â f Imprimatur.
A-.mstekdam, 18 April 18G2.
u. bokg.
312
zonden hebt, van onzen Heer Jesus Christus. In Hem is ons heil, ons leven, onze verrijzenis ; door Hem zijn wij verlost en bevrijd; Hem zij glorie door alle eeuwen der eeuwigheden. Amen.
GEBED TER EERE VAN DE H. BARBARA OM EEN
ZALIG STERFUUR VAN EEN AFGEDWAALDE.
O Heilige Maagd en Martelares Barbara, met weemoed is mijn hart vervuld, wanneer ik bedenk, welke toekomst de ziel van N.. mij door de banden van vriendschap en bloed zoo nauw verbonden, wellicht wacht. Gaarne aanbid ik in haar toestand de heilige inzichten Gods, die de onwaardige Zijn genade onthoudt, maar tevens weet ik, dat ik voor haar kan en moet bidden. Ik smeek u dan. Heilige Barbara, bij al het lijden dat gij voor Jesus ondergaan hebt, dat gij deze arme ziel onder uwe hoede wilt nemen. Verwijder toch van haar alle gevaren, die haar een haastigen en onvoorzienen dood kunnen berokkenen. Weerhoud de straffende hand van den Allerhoogste, wanneer Hij, na lang genoeg getergd te zijn, eensklaps de roekelooze zou willen treffen en haar, midden in de zonde wellicht, voor Zijn Rechterstoel zou dagen. Verwerf gij, die zooveel vermoogt bij Uw Jesus, voor haar de genade der bekeering, en mocht zij zulks niet meer waardig zijn bij
313
haar leven, verkrijg dan voor het minst ilie gunst in haar laatste ziekte. Vraag voor haar in die bange oogenblikken een helderen blik in haar deerniswaardiger, toestand, een groote vrees voor de aanbrekende eeuwigheid, een vurig verlangen naar den hemel, een groot vertrouwen op de verdiensten van Christus' zoenbloed, en een innig berouw over al haar ongerechtigheden. Leid nog tijdig tot haar sterfbed den priester die haar met den hemel verzoent, haar sterkt met het Sacrament dor liefde, hare schulden verlicht door het Sacrament der Stervenden, opdat er weder een zondaar te meer uwe eindelooze barmhartigheid lofzinge in alle eeuwigheid. Heilige Barbara, Patrones der stervenden, bid voor ons en allen die ons dierbaar zijn, opdat geen van hen in staat van doodzonde sterve. Amen.
(iEBED VAN EEN MOEDER VOOR HAAR KINDEREN.
en
Van den II. FrancLscus van Sales.
O Verlosser, mijner ziel, die in uw leven de kinderen zoo bemind hebt, en zoo vaak in Uw armen genomen, o neem ook de mijnen daarin op, en aanvaard hen ook tot Uwe kinderen, opdat zij ü bezittende en aanroepende als hun Vader, Uw Naam in zich verheerlijken en Uw rijk verkrijgen. Daarom dan ook. Verlosser der wereld, wijd ik hen ü toe,
14
314
en sta hen geheel af tot het onderhouden Uwer geboden, tot de liefde voor Uw dienst, en tot den dienst van Uwe liefde. En Gij, allerheiligste Moedermaagd, mijn geliefde en eenige Meesteres, Eoem der vrouwen, neem met Uwe onovertroffen teederheid mijne wen-schen en gebeden voor hen in Uw Moederhart op, zoodat het aan de barmhartigheid van Gods Zoon behage ze te verhooren. Dit vraag ik van U, o beminnelijkste aller schepselen, en ik bezweer het U door de maagdelijke liefde, die Gij voor Uwen geliefden Bruidegom, den H. Joseph, hebt gehad, door de oneindige verdiensten van de Geboorte van Uwen Jesus, door het allerheiligst Hart, waaronder Hij heeft gerust, en door het heilig voedsel, waarmede Gij Hem gelaafd hebt. Heilige Engelen, aan mij en de mijnen ter bewaring overgegeven, verdedigt ons, bestiert ons, opdat wij door Uwe hulp eenmaal tot de glorie mogen geraken, welke gij reeds geniet, om met U ons aller Heer en Sleester te loven en te zegenen, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED VAN EEN KIND VOOR ZIJNE OUDERS.
Ik dank U, almachtige God, dat Gij mij in mijne ouders een flauwe voorstelling hebt willen geven, van datgene, wat Uw vaderlijk Hart voor mij gevoelt. Zij zijn in Uw
31J
hand het werktuig geweest om mij het leven te schenken; door hun toedosn ontving ik üvv heilig geloof, en tal van andere weldaden heb ik hun te danken. Daarom dank ik ü heden voor Uwe goedheid, die mij dezen schonk, boven zoovele anderen, en ik wil U vooral dien dank betuigen door stipt de plichten te vervullen, die Gij mij jegens hen oplegt. Geef mij de genade altoos eerbiedig, onderdanig, liefdevol en bezorgd voor hen te zijn, en verhoor immer de gebeden, die ik U opdraag voor hun tijdelijk en eeuwig welzijn. Geef hun hier, zoo het hun ter zaligheid strekt, tijdelijke welvaart en bloeiende gezondheid; geef hun de vrede des harten en de noodige verlichting en kracht om aan hunne roeping van Christenouders te beantwoorden ; bewaar en versterk hen in Uwe liefde; vermeerder in hea don christelijken geest; doe hen alle deugden met ijver beoefenen; voeg iederen dag nieuwe verdiensten aan hunne werken toe; spaar hen mij tot in een hoogen, geze-genden ouderdom; ontvang hen in hun sterfuur, beloon hen voor alle weldaden, mij bewezen, in Uwe gelukzalige eeuwigheid. Amen.
GEBED BIJ DE KEUZE VAN EEN LEVENSSTAAT.
(Boek der Wijsheid.)
Almachtige, eeuwige God, die alles door Uw woord gemaakt en in Uw wijsheid geor-
316
demi hebt, zend mij van Uwen heiligen, hoo- I gen hemeltroon diezelfde Wijsheid om mij bij te staan en voor te lichten bij al mijne gedragingen, om te weten welken levensstaat ik volgens Uw welbehagen aan moet nemen. Want wolk mensch kan de besluiten Gods doorgronden, en wie kan weten, wat God over | hem heeft beschikt? Immers de geest des menschen is besluiteloos, en zijn wegen onzeker. Immers, het lichaam dat eenmaal tot. bederf over zal gaan, onderdrukt den geest, en de stof waarin hij op aarde woont, maakt hem loom en traag. Hoe zal ik dan Uw wil kennen. Heer, als Gij de wijsheid niet geeft ? Zend mij dus Uwen Heiligen Geest om mij het rechte pad aan te wijzen, waarlangs het U behaagt mij naar mijn eeuwige bestemming te voeren. Amen.
GEBED VAN EEN STUDENT.
Naar den II. Thomas van Aquine.
Eindeloos heilige Schepper, die uit de onuitputbare schatten Uwer Wijsheid de drie orden der Engelen hebt voortgebracht, en haar op bewonderenswaardige wijze in den hemel hebt gerangschikt, die dit heelal in de volmaaktste orde hebt geschapen, en de bron van alle licht en wijsheid, het begin van alles
317
genoemd wordt; stort, bid ik ü, over de duisternis van mijn verstand een straaltje van Uw heilig licht. Verwijder van mij de dubbele donkerheid, waarin ik geboren ben, die der onwetendheid en der zonde. Gij maakt de tong der kleinen welsprekend; bestier ook de mijne, en stel op mijne lippen de genade van Uw heiligen Zegen. Verleen mij verstand om in te zien, bekwaamheid om te onthouden, gemak en geschiktheid voor de studie. Wees met mij bij het begin mijner werken om mij te verlichten, gedurende den tijd van arbeid om dien te voltooien, bij het einde om er den kroon op te zetten, Gij, waarachtig God enMensch, die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
ANDER UE13ED.
Van Z. H. Paus Leo XI1L
Engelachtige Leeraar, Heilige Thomas, eerste der Godgeleerden, en regel der Wijsgee-ren, schitterende glorie van de Katholieke wereld en Licht der H. Kerk, hemelsche Patroon van alle Katholieke scholen, gij hebt de wijsheid zonder valschheid geleerd en zonder afgunst medegedeeld. Bid Gods Zoon, de Wijsheid, dat de geest van wijsheid in ons moge komen, opdat wij begrijpen wat gij geleerd hebt, en uw daden navolgen. Maak ons deel-
318
genoot aan de deugd en de wetenschap, waardoor gij als een zon steeds geschitterd hebt, opdat wij hare zoete vruchten eenmaal eeuwig in den hemel genieten met U, en de goddelijke Wijsheid lof zingen door alle eeuwen dei-eeuwen. Amen. (200 dag. afl.)
GEBED VOOR EEN ZIEKE.
Van de JI. Gertrudis.
Heer Jesus, ik bid U door de liefde, waarmede Gij onze zwakheden en de pijnen die wij verdienden, op ü genomen hebt, dat Gij aan dezen zieke het noodige geduld wilt geven en doen behouden. Moge elk oogenblik van zijn lijden strekken tot Uwe meerdere glorie, en tot vermeerdering zijner verdiensten volgens de inzichten, welke Uw vaderhart van alle eeuwigheid tot zijner zieleza-ligheid gehad heeft. Amen.
GEBED TOT MARIA ALS MEX EEN DIERBARE OVERLEDENE BETREURT.
Van den Gelulcz. Henricus Suso.
O Koningin van mijn diep bedroefd hart. teedere Moeder, verkrijg mij van Uwen welbeminden Zoon, dat ik, door Zijn lijden en door het deel. dat Gij er aan hebt genomen, mijne droefheid en mijn verveling, mijn ver-
319
latenheid en mijn gemis gelaten verdrage en te boven kome. Thans is de aarde voor mij een treurige ballingschap, maar laat ik voortaan geen andere liefde, verlangen of hoop meer hebben dan Jesus. Moge ik door Hem en met Hem lijden. Wisch Gij, Moeder, mijne tranen af; en verkrijg, dat mijn lijden niet vruchteloos voor mij zij, doch mij, na een leven vol goede werken, met U en die geliefde ziel voor altoos verbinde. Amen.
GEBED OM DE ZUIVERHEID.
Uit het Romeinsch Missaal.
O Behoeder en vader der maagdelijke zielen, Heilige Joseph, aan wiens trouwe zorg de onschuld zelf, Christus Jesus, en de Maagd der Maagden, Maria is toevertrouwd geworden ; ik smeek U door deze twee IJ zoo dierbare panden, Jesus en Maria, en bezweer u, dat gij mij toch van alle onreinheid bewaart, en mij de genade verkrijgt Jesus en Maria met een zuiver lichaam en een rein lichaam, altoos kuisch te dienen.
«EBED OM DE DEUGD DER ZUIVERHEID.
Van den II. Thomas van Aquine.
Lieve Jesus! ik weet, dat iedere volmaakte gaaf, en die der zuiverheid nog meer dan
320
elke andere, van de alm-mogenden invloed Uwer voorzienigheid afhangt, en dat zonder U geen schepsel iets vermag. Hierom bid ik U, door Uwe genade, de zuiverheid, zoo in mijne ziel als in mijn lichaam, te bewaren. En, indien ik ooit eenigen indruk, die mijne zuiverheid en onschuld zou kunnen bevlekken, ontvangen mocht, verdrijf dien van mij. Gij, die de opperste Heer zijt van al mijne vermogens, opdat ik met een onbevlekt hart in Uwe liefde en dienst moge vooruitgaan, cn mijzelve al de dagen mijns levens, op de allerzuiverste Altaren Uwer Godheid, zuiver offeren. Amen.
GEBED IK ZWARE BEKORINGEN.
Van de H. Gertruda.
O Jesus, in vereeniging met de liefde, waarmede Gij U op het Kruis aan den Vader hebt bevolen, beveel ik mij thans aan U. Ik verberg mijn verbeelding en gedachte in de heilige Wonde van Uw liefdevol Hart, om mij tegen de listen mijner vijanden te beveiligen. Gij weet het, o dierbare Jesus, hoe zwak ik ben, en hoe geneigd tot zonde. Zonder den bijstand Uwer genade is het mij niet mogelijk zelfs een enkel uur TJ getrouw te blijven. Uit mij zeiven ben ik volkomen machteloos om aan de bekoringen wederstand
321
te bieden. Ik smeek U dus, om wille van de innige vereeniging Uwer heilige Mensch-heid niet de aanbiddelijke Drieëenheid, vereenig mijnen wil zoo vast met den Uwen, dat het mij voortaan niet meer mogelijk zij tegen U op te staan. Ik beveel U ook allo ledematen van mijn lichaam in vereeniging met Uwe onschuldige ledematen. Geef, dat zij zich nimmer meer bewegen dan tot Uw glorie en uit liefde tot ü. Amen.
GEBED IN GROOTE DROEFHEID.
Van den Gelukz. Ilenricus Suso.
Mijn Heer en mijn God, ik verlang met alle krachten van mijn ziel U alle wederwaardigheden en smarten op te otteren, die ik ooit in mijn leven te verduren heb gehad. Ik draag U op alle pijnen en droefheid van alle menschen, het lijden der gewonden en zieken, de zuchten der bedroefden, de tranen der ongelukkigen, de vernederingen der beleedigden, het gebrek der weduwen en weezen, den brandenden dorst en den honger der behoeftigen, alle boetplegingen en verstervingen Uwer vrienden, de pijnen en smarten door de rechtvaardigen in hun ziel ondergaan. 0 mocht alles wat ooit geleden is, of nog geleden zal worden steeds strekken tot lof en verheerlijking van Jesus Christus in alle eeuwigheid!
14*
322
0 Jesus, ik wenschte aan te vullen, wat er ontbrak aan de bedroefden, die hun voordeel niet hebben gedaan met hun lijden, en die Uw liefde niet erkend hebben door hun onderwerping en dankzegging voor hun lijden. Aanvaard hun smarten, o Heer, ter Uwer verheerlijking en tot hun eigen tijdelijke en eeuwige vertroosting. Ach, laten zij naar U luisteren, die hun steeds toespreekt: âVergheng t u, mijne kinderen, en slaat de oogen âop Mij in uw kommer. Ik daalde uit de âhemelen, en toch heb ik verlaten en arm âop aarde geleefd. Teeder waren mijne lede-âmaten, en toch heb ik veel geleden. Ik âverliet de oneindige vreugde, en toch kende âik, in uw midden zijnde, niets anders dan âde smarten van het kruis. Welaan, mijne âmoedige en onverwinbare strijders, weest âkrachtig en onverschrokken!quot;
Ja, mijn Jesus, het is voor mij een onschatbaar voorrecht te mogen leven als Gij.
Zoo ik vrij was den weg naar den hemel te kiezen door rozen of door doornen, dan zou ik den laatsten de voorkeur dienen te geven. Want wie zou niet gelijk willen zijn aan den welbeminde zijner ziel? O, voegt u dan bij mij, gij allen, bedroefden, verongelijkten, ongelukkigen, gij allen, die lijdt, komt, laat ons een kroon vormen om onzen Verlosser. Laat ons het dorre hart wijd open
323
zetten voor die levende bron aller genaden, gelijk een verdorde grond zich ontsluit om den verfrisschendei regen op te vangen! Juist onze dorheid, onze verlatenheid, onze smarten, onze kruisen zullen ons het recht geven om ons in Jesus' wonden te verbergen. Ons bloed zal ons dat kostbaar Bloed verwerven, waardoor elke smart gezuiverd en geheiligd wordt.
O Jesus, geef ons die genade. Amen.
GEBED IN GROOTE VERLATENHEID.
Van den Gelukz. He nr. Huso.
Mijn lieve Jesus, wat wilt Gij toch dat mij overkomt! Ach waar blijft toch Uwe erbarming. Zooveel verdroeg ik reeds, en nog daagt Uwe hulp niet op. Ik dacht, dat Gij een teedere, een getrouwe Vader waart, en dat Gij niemand verlaat, die op U hun betrouwen stellen, en mij weigert gij alle hulp! Zoudt Gij dan voor mij alleen de schatten Uwer barmhartigheden niet willen ontsluiten ? Zou Uw Goddelijk Hart, alom zoo geëerd als het teederste en getrouwste aller harten, mij verlaten hebben. Wat heb ik misdaan, dat Gij Uw lieflijk aanschijn en Uwe barmhartige blikken van mij afwendt! O blik van mijn God, o Hart van mijn Jesus, nooit, nooit kon ik denken, dat Gij U zoo van Uwe dienaren
324
kondt afwenden! 0 kom, mijn God, kom uit de diepte van Uwe eindelooze erbanning om Uw kind, dat gekweld wordt, te helpen.
OVERGEVING AAN GODS HEILIGEN WIL.
Van den II. Alphonsus.
O lief, o Goddelijk Kind, van den hemel nedergedaald, om U gansch aan mij te geven, waar kan ik op aarde en in den hemel naar verlangen en zoeken huiten U, mijn opperste goed, mijn eenige schat, het paradijs der ziel? Wees dus de eenige Meester mijns harten, hezit het ten volle : dat mijn hart slechts aan U gehoorzame, en alleen U zoeke te behagen; dat mijne ziel slechts naar U verzuchte en geen ander erfdeel dan U begeere! Dat anderen de goederen en rijkdommen dezer wereld zoeken en genieten, zoo zij buiten U eenig waar genot kunnen vinden; ik, voor mij, ik wil dat Gij alleen geheel mijn schat, mijn rijkdom, mijn vrede en mijn hoop zijt, in dit leven en in eeuwigheid! Ziehier dus mijn hart, ik geef het ü geheel eii al; het hoort voortaan mij niet meer, maar ü. In de wereld komende hebt Gij Uwen wil geheel aan Uwen hemelschen Vader overgegeven volgens het woord der H. Schrift. In het begin van het boek Uwer raadsbesluiten is er van mij geschreven, dat ik Uwen
325
wil zal volbrengen.quot; Dus draag ik ü heden, o mijn Zaligmaker, mijnen geheelen wil op. Vroeger heeft die wil zich tegen U verzet en U beleedigd; maar nu het slecht gebruik dat ik er van gemaakt heb, uit den grond mijns harten beweenende, wijd ik hem U tot-zonder eenig voorbehoud. Heer, zeg mij wat Gij van mij verlangt; ik ben bereid in alles Uwen wil te volbrengen. Beschik over mij en over alles wat mij toebehoort volgens Uw welbehagen; ik aanvaard alles, aan alles onderwerp ik mij. Ik weet, dat Gij niets wilt dan mijn grootste goed, ik stel dus mijne ziel geheel in Uwe handen. Help haar door Uwe barmhartigheid, bewaar haar, maak dat zij voor altijd en zonder voorbehoud aan U zij, dewijl Gij haar ten koste van al Uw bloed hebt vrijgekocht.
O Maria, help mij den wil Gods volbrengen.
GEBED OM DE GENADE VAN GODSVRUCHT.
III. Boek der Navolyiny.
Mijn Heer en mijn God, Gij zijt al mijn goed, en wie ben ik, dat ik tot U durve spreken ? Ik ben Uw behoeftigste dienaar, een verachtelijke aardworm ; behoeftiger en verachtelijker dan ik weet en vermag uit te spreken. Herinner U echter, o Heer, dat ik
326
niets heb, niets ben, niets vermag. Gij alleen zijt goed, alleen rechtvaardig, alleen heilig. Gij vermoogt alles. Gij geeft alles. Gij vervult alles; den zondaar alleen laat Gij ledig. Wees Uwe barmhartigheden indachtig, o Heer, en vervul mijn hart met Uwe genade, Gij die niet wilt, dat Uwe schepselen ledig zijn. Hoe zal ik mij in dit ellendig leven staande houden, zoo Uwe barmhartigheid en genade mij niet vervullen. Keer dan Uw aanschijn niet van mij af, stel Uw bezoek niet uit, onttrek mij Uwe vertroosting niet, opdat mijne ziel niet worde voor U als eene dorre zandgrond. Kom, Heer, bezoek mij! Leer mij Uwen wil, leer mij waardig met U voor Uw aanschijn verkeeren, want Gij zijt mijn wijsheid. Gij, o God, kent mij naar waarheid, en hebt mij van voor alle eeuwen reeds gekend.
GEBED ALS MEN KOETEN OF LANGEN TIJD
IN ZONDEN GELEEFD HEEFT.
Van den H. Augustinus.
Ik heb U veel te laat gekend, o waarachtig licht; veel te laat heb ik U gekend. Er was een groote en duistere wolk voor de oogen mijner ijdelheid, zoodat ik de zon der rechtvaardigheid en het licht der waarheid niet zien kon. Ik wandelde in de duister-
327
nisson, daar ik een kind der duisternissen was; ja, ik beminde de duisternissen, want ik kende het licht niet. Ik was blind, en beminde de blindheid, en door de duisternis I wandelde ik tot de duisternis. Wie heeft mij eruit geleid, toen ik in de duisternissen zat en in de schaduwen des doods? Wie heeft mij bij de hand genomen om mij daaruit te trekken? Wie is hij, die mij verlicht heeft ? Ik zocht hem niet en hij zocht mij. Ik riep hem niet en hij riep mij. Wie is hij toch? | Gij zijt het. Heer. mijn God, Gij, die barmhartig zijt en vol ontferming, de Vader der â barmhartigheid en de God van alle vertroosting. Gij zijt het, dien ik belijd van gan- | scher harte, en wiens Heiligen Naam ik loof. Ik riep U niet, en Gij riept mij. Gij riept met krachtige stem aan het geestelijk oor mijns harten: dat het licht tcorde: en het werd licht. En die groote wolk is verschoven, en de duistere wolk, welke mijne oogen bedekte is opgeklaard, en ik heb Uwe stem gehoord en erkend. Waarlijk, Heer, Gij zijt mijn God, die mij uit de duisternissen en uit de schaduwen des doods verlost, en mij tot het wonderbare licht Uwer kennis geroepen hebt. Ik zie den diepen afgrond, waarin ik gelegen heb: ik ben ontsteld en sta verbaasd, en ik zeg: wee de duisternissen, waarin ik geweest ben! Wee de blindheid, waardoor ik het licht
328
des hemels niet zien kon! Wee mijne voorgaande onwetendheid, waardoor ik U, o Heer, niet kende! Ik dank U, mijn licht en mijn Verlosser; ik dank ü, omdat Gij mij verlicht hebt en ik U nu mag kennen. Wil mij steeds meer verlichten ; opdat ik U nog beter kenne, nog meer beminne, en niets anders beminne dan U alleen, die voor mijne ziel alleen genoeg zijt, in wien zij hare rust en vermaak vindt, en door wiens bezit zij verzadigd zal worden in de eeuwigheid. Amen
ANDER GEBED VAN EEN ROUWMOEDIGE.
Van den 11. Alphonsus.
O Goddelijke Herder, die ontvlamd van liefde voor Uwe schapen, hebt willen lijden en sterven aan het kruis, verlaat mij niet gelijk ik het heb verdiend door mijne zonden. Ja, ik heb gezondigd, maar van dit oogenblik aan wil ik niet meer de zonde. Thans bemin ik U, mijn Jesus, boven alles. Daar grieft mij niets bitterder, dan de gedachte dat ik U ooit zoo veracht heb. Dank, Jesus, dank, dat ik nog niet in de hel ben neergeslingerd, en dat Gij mij met zulk een geduld gewacht hebt. O welbeminde mijner ziel, Gij hadt U van mij af kunnen keeren, en Gij hebt mij achtervolgd. Gij hebt zoolang aan de deur van mijn hart geklopt, met
329
zulk een liefde tot mij geroepen en mij als gedwongen U te beminnen. Dank, Jesus, nogmaals mijn dank, maar voltooi thans, bid ik U, Uw werk. Verlicht mij; sterk mij, om mij los te rukken van alles, wat mij niet voert tot Uwe liefde. Voor dat ik U verliet, had ik Uw rechtmatige gramschap verdiend; maar nu ik U bemin, o God van mijn hart, nu smeek ik U, niet meer vertoornd op mij te zijn, en mij Uwe wederliefde te schenken. Nu schat ik het veel hooger door U te worden bemind, dan door de geheele wereld. Dat allen mij met verachting aanzien, mits Gij slechts met liefde op mij neerblikt. Alle smarten wil ik verduren, zoo ik U slechts beminnen mag. Vereenig U met mij, en hecht ü zoodanig aan mij, dat ik nimmer meer van U worde gescheiden. Neen Jesus, gedoog nooit meer, dat ik vanUw Hart worde gerukt. Amen.
GEBED TOT UITBOETING ZIJNER ZONDEN.
Van den H. Thomas van Aquine.
Tot U, o mijn God, bron van alle barmhartigheid, nader ik, arme zondaar. Gewaardig U dan mij van mijne ongerechtigheden te zuiveren. Zon der rechtvaardigheid, schenk het licht aan een blinde! Eeuwige geneesheer, genees mijne wonden! Koning der koningen, bekleed mijne naaktheid! Middelaar tusschen
330
God en de menschen, bewerk de verzoening voor een schuldige! Goede herder, voer een verdwaalde terug op den weg der waarheid! Schenk barmhartigheid, o mijn God, aan een ongelukkige, vergeving aan een zondaar, het leven aan een doode, de rechtvaardiging aan een misdadiger, de zalving der genade aan een ongevoelige! Allergoedertierenste God, roep mij, als ik van U wegvlucht, tot ü terug; trek mij, als ik weerstand bied aan Uwe genade, tot U ; richt mij op, als ik val; ondersteun mij als ik sta; wees mijn leidsman op den weg dien ik bewandel. Vergeet mij niet, als ik ü vergeet; verlaat mij niet, als ik ü verlaat; verwerp mij niet, als ik tegen U zondig. Door te zondigen immers heb ik ü, o mijn God, beleedigd, den naaste gekwetst, mij zeiven niet gespaard. Ik heb gezondigd o mijn God ! Gezondigd heb ik door zwakheid tegen ü, almachtige Vader; door onwetendheid tegen U, eeuwige Zoon, die de wijsheid zijt; door opzettelijke boosheid tegen U, Heilige Geest, die de barmhartigheid zijt, en door dit alles heb ik ü, allesovertreffende Drieëenheid, beleedigd. Wee mij, ongelukkige, hoevele en hoe groote zonden heb ik bedreven, welk kwaad heb ik begaan ! U, Heer, heb ik verlaten; door eene verkeerde liefde geleid, beklaagde ik mij over Uwe goedheid ; door eene valsche vrees gedreven verkoos ik liever U te verliezen, dan
331
te ontberen wat ik zocht, liever U te belee-digen, dan mij te onthouden, van hetgeen ik vreesde. Mijn God, wat al kwaad heb ik gedaan door woorden en door werken, door èn in het geheim, èn in het openbaar, roekeloos te zondigen! Daarom smeek ik U, wil toch om mijn zwakheid geen acht slaan op mijne ongerechtigheden, maar wel op Uwe grenzen-looze goedheid ; vergeef mij goedertieren, wat ik misdeed; schenk mij droefheid over het verledene en eene heilzame, krachtdadige waakzaamheid voor de toekomst. Amen.
GEBED XA EEXE H. COMMUNIE ZONDER VEEL GODSVRUCHT.
Van de H. Gertrudis.
Mijn God, wees mij arme zondaar genadig. Ijam Gods, toonbeeld van goedheid en zachtmoedigheid, ontferm U mijner, en vergood alles wat aan mijn gebed ontbroken heeft.
Heer Jesus, ik zou U zoo gaarne met vurigheid en zonder verstrooiing gebeden hebben. Helaas! zoo vele aardsche gedachten hebben mijn geest en mijn hart van ü afgetrokken. Gewaardig U, o Heer, mijn gebed te zuiveren en te voltooien. Ik draag het U op in vereeniging met de liefde, welke U den dood des kruises heeft doen sterven, en op den dag Uwer Hemelvaart, alle verdiensten Uwer
â¢332
heilige Mensehheid aan God Uw Vader heeft opgedragen. Amen.
HETZELFDE GEBED.
I 'agt;i den 11. Thomas van A^uine.
Vergeef mij, allerzoetste God, mijn erbarming, dat ik, onwaardige, mij verstout heb zonder schroom tot Uwe H. Geheimen te naderen, en Uw allerheiligst Lichaam en ISloed met zoo weinig godsvrucht en eerbied heb genuttigd. Ontsla mij, goedertieren God, van alle onachtzaamheden en verzuimenissen, welke ik gedurende deze heilige handeling mocht hebben begaan. 0 ik bid U, mijn Heer en God, vergeef mij alle onwaardigheid en gebrek aan godsvrucht alle oneer en achteloosheid, alle ondankbaarheid en verstrooiing, waaraan ik mij bij het ontvangen van dit Allerheiligst Sacrament heb schuldig gemaakt; vergeving, Vader de barmhartigheden, vergeving in Uw eeuwige barmhartigheid. Amen.
GEBED OM VERSCHILLENDE GENADEN.
Van den 11. Thomas van Aquine.
Ik roep tot U, God van alle troost, die geen andere dan Uwe gaven in ons kent, op dat Gij mij na dit leven de kennis der eerste waarheid schenkt, en het bezit Uwer goddelijke Majesteit. Geef ook aan mijn lichaam.
333
edelmoedige Belooner, de schitterende schoonheid, de vlugge snelheid, de doordringbave fijnheid, de krachtige onlijdbaarheid. Voeg bij deze gaven de overvloedige hemelsche rijkdommen, de tallooze onuitsprekelijke geneugten, alle met U vereenigde goederen, opdat ik boven mij kan genieten van Uwe vertroostingen, beneden mij van U verrukkelijk verblijf, in mij van de verheerlijking van mijn lichaam en ziel, neven mij van het aangenaam gezelschap der engelen en menschen. Schenk mijn verstand, o allergoedertierenste Vader, bij U het licht der wijsheid, mijn hart de vervulling van alle wenschen, mijn krachten de eeuwige zegepraal. Bij U immers bestaat geen gevaar of eentonigheid ; alles is eensgezindheid, bekoorlijke lente, stralend zomerlicht, vruchtbare herfst, zachte winterrust.
Verleen mij. Heer, het leven zonder dood, de vreugde zonder smart, daar, waar de hoogste vrijheid, de volmaaktste veiligheid, de ongestoorde rust, de onvermengde vreugde, de gelukzalige eeuwigheid, de eeuwige gelukzaligheid, de kennis en de lofprijzing der waarheid is. Amen.
GEBED OM GENEZING VAN EEN VEKSTEOOIDEN GEEST ]!IJ HET GEBED.
Van den TL Bernardus.
0 mijn God, heb medelijden met mij, die
334
ü telkens nog meer vergramt, in plaats van mijn zonden en nalatigheden te verbeteren. Immers meestal ben ik onaandachtig in mijne gebeden. Ik bid met de lippen, wel is waar, maar mijn geest dwaalt nu eens naar hier, dan weder naar elders, en zoo verlies ik al de vruchten van mijn gebed. Mijn lichaam is wel in Uwe tegenwoordigheid, maar mijn hart is ver van U.
O mijn God, is het niet dwaas mij van U af te wenden, en al mijn aandacht te wijden aan ijdele en beuzelachtige zakenquot;? 0 hot is wel strafbaar, dat een verachtelijk, broos schepsel zich niet gewaardigt het oor te leenen aan den Schepper van alles, die afdaalt om zich met Hem te onderhouden. O onuitsprekelijke barmhartigheid Gods! Ofschoon wij iederen dag ons oor van Hem afwenden, en ons hart voor Hem wordt als steen, laat Hij niet af ons met medelijden te beschouwen, en te roepen, aan ons oor, dat wij tot Hem moe-ton terugkeeren, en in aanmerking nemen, dat Hij de waarachtige God is!
Mijn God, spreek dan altoos in mijn gebed tot mij. Laat niet toe, dat ik U beleedige, door U iets te vragen, waarop ik zelf geen acht sla. Maar verleen mij door dit gebed altoos naar ü te luisteren. Amen.
335
GEBED TEGEN DE VERSTROOIING IN HET GEBED.
Van Thomas van Kempis.
Heer, wat lijde ik innerlijk, als ik het hemelsche begin te beschouwen, en het aard-sche mij in het gebed stoort! Mijn God, wees niet verre van mij, en wend U niet vertoornd van mij af. Zend Uwe genade en verdrijf de kwade gedachten; schenk mij Uwe hulp en vernietig ze. Verzamel, en richt mijne zinnen 011 U. Laat mij al het wereldsche vergeten. Laat mij verachten en alle voorspiegelingen der zonde van mij drijven. Verlicht Gij mij, eeuwige Waarheid, opdat de ijdelheid der wereld mij niet tot zonde brenge. Kom tot mij, hemelsche Ver-kwikker, en maak dat al het onheilige vliede voor Uw aangezicht. Amen.
GEBED VAN PAUS CLEMENS XI.
Mijn God, ik geloof in U, maar versterk mijn geloof; ik hoop op U, maar bevestig mijne hoop; ik bemin U, maar verdubbel mijne liefde; ik ben bedroefd dat ik gezondigd heb; maar vermeerder mijn leedwezen.
Ik aanbid U als mijn eerste begin, ik verlang naar U als naar mijn laatste einde, ik dank U als mijnen gedurigen weldoener, ik aanroep U als mijnen oppersten beschermer.
0 mijn God ! gewaardig U mij te bestieren
336
door Uwe wijsheid, te bedwingen door Uwe rechtvaardigheid, te vertroosten door Uwe barmhartigheid, en te beschermen door Uwe almacht.
Om U volgens de beloften mijns doopsels toe te behooren, verzaak ik den duivel en zijne werken, de wereld en hare ijdelheden, het vleesch en zijn begeerlijkheden, de ketterij en hare dwalingen.
Ik draag U op mijne gedachten, mijne woorden, mijne werken, mijne smarten, opdat ik voortaan aan U denke, van U spreke, voor U arbeide en om Uwentwil lijde.
Heer, ik wil hetgeen Gij wilt, omdat Gij het wilt, gelijk Gij het wilt, en voor zoo ver Gij het wilt.
Ik bid U, verlicht mijn verstand, ontsteek mijnen wil, zuiver mijn lichaam, en heilig mijne ziel.
Mijn God, wek mij op om mijne voorgaande misdaden te boeten, om aan de bekoringen te wederstaan, om mijne heerschende driften te verbeteren, en om de deugden waartoe ik verplicht ben te beoefenen.
Vervul mijn hart met teederheid voor Uwe goedheden, met afkeer van mijne gebreken, met ijver voor de zaligheid van mijn even-mensch, met versmading van de wereld.
Dat ik er naar streve onderdanig te zijn aan mijne oversten, goedertieren voor mijne
337
onderdanen, getrouw aan mijne vrienden en genadig aan mijne vijanden.
Kom mij te hulp, om den lust der zinnen te overwinnen door versterving, de gehechtheid aan het aardsche door milddadigheid, de gramschap door zachtmoedigheid, de traagheid door vurige godsvrucht.
Mijn God, maak mij voorzichtig in mijne ondernemingen, kloekmoedig in de gevaren, geduldig in den tegenspoed, nederig in den voorspoed.
Laat mij nooit vergeten dat ik mijne gebeden moet doen met aandacht, spijs en drank gebruiken met matigheid, mij van mijne plichten kwijten met nauwkeurigheid, en mijne goede voornemens volbrengen met standvastigheid.
Heer, maak mij bezorgd om altijd een oprecht gemoed te behouden, eene uitwendige zedigheid, een stichtenden omgang en een regelmatig gedrag.
Dat ik zonder ophouden mij er op toelegge om de bedorven natuur te betoomen, de bewegingen der genade te volgen. Uwe wet te onderhouden en mijne zaligheid te bewerken.
Mijn God, doe mij zien de nietigheid van het aardsche, de waarde van den hemel, de kortheid van den tijd, den langen duur van de eeuwigheid.
Maak dat ik mij tot den dood bereid'
15
336
door Uwe wijsheid, te bedwingen door Uwe rechtvaardigheid, te vertroosten door Uwe barmhartigheid, en te beschermen door Uwe almacht.
Om U volgens de beloften mijns doopsels toe te behooren, verzaak ik den duivel en zijne werken, de wereld en hare ijdelheden, het vleesch en zijn begeerlijkheden, de ketterij en hare dwalingen.
Ik draag U op mijne gedachten, mijne woorden, mijne werken, mijne smarten, opdat ik voortaan aan U denke, van U spreke, voor U arbeide en om Uwentwil lijde.
Heer, ik wil hetgeen Gij wilt, omdat Gij het wilt, gelijk Gij het wilt, en voor zoo ver Gij het wilt.
Ik bid U, verlicht mijn verstand, ontsteek mijnen wil, zuiver mijn lichaam, en heilig mijne ziel.
Mijn God, wek mij op om mijne voorgaande misdaden te boeten, om aan de bekoringen te wederstaan, om mijne heerschende driften te verbeteren, en om de deugden waartoe ik verplicht ben te beoefenen.
Vervul mijn hart met teederheid voor Uwe goedheden, met afkeer van mijne gebreken, met ijver voor de zaligheid van mijn even-mensch, met versmading van de wereld.
Dat ik er naar streve onderdanig te zijn aan mijne oversten, goedertiéren voor mijne
9
337
onderdanen, getrouw aan mijne vrienden en genadig aan mijne vijanden.
Kom mij te hulp, om den lust der zinnen te overwinnen door versterving, de gelieclit-heid aan het aardsche door milddadigheid, de gramschap door zachtmoedigheid, de traagheid door vurige godsvrucht.
Mijn God, maak mij voorzichtig in mijne ondernemingen, kloekmoedig in de gevaren, geduldig in den tegenspoed, nederig in den voorspoed.
Laat mij nooit vergeten dat ik mijne gebeden moet doen met aandacht, spijs en drank gebruiken met matigheid, mij van mijne plichten kwijten met nauwkeurigheid, en mijne goede voornemens volbrengen met standvastigheid.
Heer, maak mij bezorgd om altijd een oprecht gemoed te behouden, eene uitwendige zedigheid, een stichtenden omgang en een regelmatig gedrag.
Dat ik zonder ophouden mij er op toelegge om de bedorven natuur te betoomen, de bewegingen der genade te volgen. Uwe wet te onderhouden en mijne zaligheid te bewerken.
Mijn God, doe mij zien de nietigheid van het aardsche, de waarde van den hemel, de kortheid van den tijd, den langen duur van de eeuwigheid.
Maak dat ik mij tot den dood bereide,
15
338
Uw oordeel vreeze, de hel ontvluchte, den hemel bekome, door de verdiensten van Jesus Christus. Amen.
GEBED TOT DEN H. DOMINICUS.
Van den II. Jordanus Saksen.
De H. Dominicus is door zijn liefdevol leven voor God en de zielen een machtige voorspreker in den Hemel, om ons te redden uit allen liehamelijken en geestelijken nood. Inzonderheid heeft hij zijn macht geopenbaard aan hen, die hem aanriepen bi) gewetensangsten.
O allerheiligste priester Gods, eerbiedwaardige belijder en uitgelezen prediker van Christus' Kerk, allerzaligste Vader, heilige Dominicus, gij die door de vlekkelooze reinheid van lichaam en ziel in uw leven reeds zoo welgevallig waart in Gods oogen en zoo dierbaar aan zijn hart; tot u die door uwen heiligen levenswandel, door uwe hemelsche leer en uitstekende mirakelen de geheele wereld door beroemd zijt geworden, tot u die onze machtige en geliefde voorspreker zijt bij den Heer onzen God, verhef ik smee-kend mijne stem en mijn hart uit de diepte mijner ellende. Uit dit tranendal roep ik tot u, dien ik, uw kind, met eene bijzondere liefde en godsvrucht vereer.
Kom, goedertieren Vader, kom mij ter hulp ; want mijne ziel is zoo arm aan deugden
339
en genade, zoo overladen met gebreken, onvolmaaktheden en zonden! Help mij toch, o gezegende en zalige Man Gods! Gij die door den overvloed van Gods genade dermate zijt overstroomd geweest dat gij niet slechts in het rijk der zalige rust op een luistervollen troon verheven zijt, maar ook ontelbare anderen door uw voorbeeldig leven, door uwe zoete vermaningen, door uwe hemelsche leer en vurige prediking tot dezelfde gelukzaligheid gebracht hebt. Kom, H. Dominicus, kom mij ter hulp, neig medelijdend uw oor naar mijne smeekende gebeden. Met al mijne ellende werp ik mij met den diepsten eerbied neer aan uwe voeten en tot u alleen neem ik mijne toevlucht. Mijne ziel, ofschoon kwijnend en stervend, smeekt en beweegt u uit al hare krachten, dat gij u toch gewaardi-gen wilt haar door uwe veel vermogende geboden levend te maken, haar te genezen, haar te bevochtigen en vruchtbaar te maken door den dauw der hemelsche zegeningen. Ik weet het, ik ben er van overtuigd dat gij mij helpen kunt; ik vertrouw dat gij mij om de liefde die gij mij toedraagt helpen kunt. Ik vertrouw dat gij mij om de liefde die gij terwille der eindelooze barmhartigheid der Verlossers gehad hebt, voor mij alles zult verkrijgen wat gij Hem zult vragen. Ja ik hoop dat Jesus Christus dien gij uit dui-
340
zonden tot uw deel verkozen hebt, u om de innige vertrouwelijkheid waarin gij nu met Hem leeft, niets zal weigeren; maar dat gij van Hem, die wel uw Heer en God, maar toch ook uw vriend is, alles wat gij vraagt, zult bekomen. Wat zou immers zoo goed een vriend den anderen kunnen weigeren? Wat zal Hij niet geven aan hem, die ter zijner liefde van alles afstand gedaan, en niet geaarzeld heeft zich zeiven en al wat het zijne was, aan Hem te geven ? Ja, zoo spreken wij over u, zoo loven wij u, O heilige Dominicus! ISiog in den bloei uwer jaren hebt gij uwen maagdom aan den bruidegom der maagden ten offer gebracht; gij hebt uwe ziel, nog bekleed met het sneeuwwitte kleed des Doopsels en versierd niet al de gaven des H. Geestes in de reinste liefde den Koning der Koningen toegewijd. Reeds vroegtijdig een geestelijken leefregel volgend, zijt gij voortdurend gestegen in volmaaktheid en heiligheid, van deugd tot deugd hebt gij u verheven en nooit stil gestaan op den weg der zaligheid. Uw lichaam vormdet gij tot een heilig, levend en Gode welgevallig offer; en u richtend naar de heilige wetten Gods hebt gij u geheel aan Hem toegewijd. Moedig den weg der volmaaktheid inslaande zijt gij, na alles verlaten te hebben, arm den armen Zaligmaker gevolgd.
441
*
i de verkiezend, liever liemelsche dan aardsche
net schatten te vergaderen. U zeiven verloo-
gij chenend en uw kruis grootmoedig torsend,
lar hebt gij er u op toegelegd de voetsporen
gt, te drukken van onzen Verlosser en waren
led Leidsman, Jesus Christus. Geheel ontvlamd
n ? door liefde en ijver voor de eere Cïods, aan-
:er gespoord door uwe vurige begeerte naar het
en heil der zielen, hebt gij u door beloften voor
at immer van het religieuze en apostolische
oo leven verbonden, en na vele gebeden en
0 tranen eene kloosterorde ingesteld, wier eerste er en grootste sieraad gij zelf zijt door den e- glans uwer verdiensten en het voorbeeld bt uwer heiligheid. Ja daardoor, o Vader, hebt te gij Gods kerk op aarde met eer en luister ie omgeven. En toen in u de banden des Ie vleesches werden verbroken, zijt gij, om-Is straald met onvergankelijke glorie, in het 1, gezelschap der Zaligen opgenomen, waar gij
nu naderen nioogt tot don troon van God,
d als beschermer uwer Orde en als voorspreker
n der geheele H. Kerk.
t Heilige Vader Dominicus sta ons dan bij;
bid voor ons allen, bid voor de geestelijkheid
b en het volk, bid voor gehuwden, maagden
1 en weduwen, bid voor de zaligheid aller menschen, gij die aller zaligheid met zoo groot
i een ijver behartigd hebt. Gij immers, o
, Vader, gij zijt onder allo Heiligen, na de
442
Gelukzalige Koningin der Maagden, mijne eenige hoop en mijn zoete troost; gij zijt mijn toevlucht, mijn redder! Neig dan, bid ik u, uw oor naar mijne smeekende gebeden want tot u alleen durf ik met stoutmoedigheid naderen en mij aan uwe voeten neerwerpen. U roep ik aan als mijn patroon ; tot u nader ik met allen ootmoed, maar ook met het grootste vertrouwen, in uwe banden beveel ik mijnen geest. Gewaardig u mij als uw kind, uw beschermeling voor altijd aan te nemen; verdedig mij in eiken strijd, bid voor mij opdat ik van God genaden en barmhartigheid, en alles erlange, wat mij noodig is voor mijn tijdelijk en eeuwig welzijn.
Ja, zoo zij het, mijn leermeester, mijn leidsman, mijn Vader, sta mij bij en allen, die u aanroepen. Blijf altijd over mij en over allen met vaderlijke goedheid waken; wil ons mot God verzoenen, voor zonde bewaren, door uwe voorbeeldenen verdiensten heiligen, en ons eenmaal na deze ellendige ballingschap voorstellen aan Jesus Christus, Gods eeuwigen eenigen Zoon, onzen Heer en Verlosser, wiens eer, lof, glorie en zaligheid door de allerzaligste Maagd Maria en door alle Heiligen van het Hemelsch hof worde gezongen in de eeuwen der eeuwen. Amen.
343
OP DEN VEEJAAKDAG VAN HET ONTVANGEN DES H. DOOPSELS.
Naar den Eerb. Lud. van Grenada.
Mijn zoete en beminnelijke Verlosser, wat zal ik U weergeven, in dankbetuiging voor de onuitsprekelijke groote weldaad der Verlossing. Als ik nog zoovele eeuwen leven kon als er verloopen zijn sedert de schepping; als ik zoovele levens had als alle mensohen te zamen; als ik bescaikken kon over alle goede werken, over alle verstervingen, over alle pijnen en moeielijkheden, over alle arbeid van alle menschen die er geweest zijn, die er zijn, en die er zullen zijn tot aan het einde der wereld, dan nog, ik gevoel het, dan nog zou ik onvermogend zijn om de minste der smarten te vergelden, welke Gij uit liefde voor mij verduurd hebt. Wat zal ik dan doen, o mijn God? O, ik beloof het U, van dezen oogenblik af zal de gedachtenis aan hetgeen ik ü verschuldigd ben, niet meer uit mijn geheugen gaan. Ach, ik bid en smeek ü om de grootheid Uwer barmhartigheid, druk Uwe teekenen en wonden diep in mijn hart, dompel mijne ziel in Uw kostbaar Bloed, opdat mijne oogen, waarheen zij zich ook wenden, niets anders zien dan U, mijn Jesus, en Uw kruis; opdat ik de wonderbare uitwerkselen van Uw lijden nimmer-
344
meer vergete. Dat voortaan mijn eenige troost zij met ü, gekruisigd te worden, mijne eenige droefheid aan iets anders dan aan ü, te denken. Mijn God, ach, wees den duren prijs indachtig, welken ik ü gekost heb, en laat niet toe dat zoo rijk een losprijs te vergeefs betaald zij. Amen. j
ANDER GEBED 01' DENZELFDEN DAG EN VERNIEUWING DER DOOPBELOFTEN IN DE HANDEN VAN MARIA.
Van den Eerh. Grignon de Montfort.
O Eeuwige, menschgeworden Wijsheid, o allerbeminnelijkste en aanbiddelijke Jesus, waarlijk God en waarlijk mensch, eenige Zoon van den Eeuwigen Vader en Maria altoos Maagd, ik aanbid U diep in den luister van Uwen Vader van af alle eeuwen, en in den schoot Uwer allerwaardigste Moeder in den tijd Uwer inenschwording.
Ik dank U, dat Gij U om mijnentwille heb vernietigd en de gedaante van een slaaf aangenomen, om mij uit de slavernij des duivels te bevrijden. Ik zegen en prijs U, omdat Gij U in alles hebt onderworpen aan Maria, Uwe heilige Moeder, om mij door Haar Uwen getrouwen dienaar te maken. Dan helaas! ongelukkige, die ik ben, ik heb de belofte niet gehouden, U zoo plechtig bij
mijn H. Doopsel gedaan! Ik heb mijn verplichtingen niet vervuld ! Ik verdien niet Uw kind, Uw slaaf te worden genoemd, en, daar er niets in mij is, dat Uw toorn en afschuw niet opwekt, durf ik het niet meer re wagen tot U te naderen. Ik ben verplicht mijn toevlucht te nemen tot de allerheiligste Moeder, die Gij mij tot voorspraak bij U hebt geschonken. Door haar hoop ik nog van U vergiffenis mijner zonden te ontvangen, het bezit en het behoud dei-ware wijsheid.
Ik groet U dan, o onbevlekte Maagd, levende woontent der Godheid, waarin de Eeuwige Wijsheid door Engelen en menschen heeft willen aanbeden worden. Ik groet U, Koningin van hemel en van aarde, aan wier voeten alles gesteld is wat aan God onderworpen is.
Ik groet U, o zekere toevlucht der zondaren, wier barmhartigheid voor niemand is uitgeput. Verhoor mijn verlangen naar de goddelijke Wijsheid, en reem daarom de beloften en de offerande aan die ik in mijn nietigheid U aan durf te bieden. Ik, N. N..., trouwelooze zondaar, ik hernieuw heden in Uwe handen do beloften, welke ik in mijn doopsel heb gedaan, en neem ze wederom op mij. Voor altoos verzaak ik aan den duivel. Voor altoos aan zijne werken. Voor altoos aan zijne ijdelheden. Ik schenk mij geheel aan
15*
346
Jesus Christus, de Vleeschgeworden Wijsheid, om in Zijn voetspoor mijn kruis te dragen, en om voortaan getrouwer te zijn dan ik tot nu geweest ben.
Ik kies U heden, in tegenwoordiglieid van geheel het hemelsch Hof, voor mijne Moeder en Beschermster. Ik stel mij in Uwe handen, als Uw dienaar, en wijd U toe mijn lichaam en mijn ziel, alles wat ik ben en alles wat ik bezit, en zelfs datgene wat ik verdiend heb, verdien of verdienen zal door mijne goede werken. Ik laat U een algeheele en volkomen beschikking over alles wat mij toebehoort, zonder het geringste voorbehoud, volgens Uw goedvinden, voor den tijd en voor de eeuwigheid.
Aanvaard, goedertierene Maagd, deze geringe offerande van Uw dienstknecht, ter eere van en in vereenigingmet de onderdanigheid, welke de Eeuwige Wijsheid aan U, Zijne Moeder heeft getoond. Aanvaard haar als hulde aan Uw beider macht over een ellen-digen aardworm, en een ongelukkigen zondaar. zooals ik ben. Aanvaard haar als dankzegging voor de voorrechten door de H. Drievuldigheid U geschonken. Ik verklaar dat ik van dezen dag aan, als Uw ware dienaar Uw eer zal bevorderen, en U in alles gehoorzamen.
Bewonderenswaardige Moec'er, toon mij als Uw eeuwigen dienaar aan Uw lieven Zoon,
347
zoodat Hij na mij door ü vrijgekocht te hebben, mij ook door ü voortaan bezitte.
Moeder van barmhartigheid, verleen mij de ware wijsheid van God; stel mij onder het getal dergenen, welke Gij bemint, onderricht, geleidt, voedsel verschaft en beschermt als Uw kinderen en dienaren.
O trouwe Maagd, maak mij in alles zulk een trouw dienaar en navolger der Mensch-geworden Wijsheid, Jesus Christus, Uwen Zoon, dat ik door Hem, volgens Uw voorbeeld, tot de volheid kome van Zijn glorie in den hemel. Amen.
GEBED OM VOLHARDING IN GODS LIEFDE.
Van den Eerh. Tender.
O Vader van alle vertroosting, ik wensch zoo krachtig in U bevestigd te worden, als Uw welbeminde Zoon krachtig bevestigd is geweest aan het Kruis. Hij heeft het niet verlaten, vooraleer Hij mij geheel en al met U heeft verzoend. O God, door zijne boven-r.iatige liefde, smeek ik U, mij altoos zoo sterk aan U te kunnen hechten, en in Uwe vereeniging met zooveel vastheid te volharden, dat ik niet meer in staat ben U nog te verlaten, al zou de geheele wereld U afvallen. Dit vraag ik U ook voor allen, o mijn God, waarvoor ik de bizondere verplichting
'
348
heb te bidden, en tevens voor alle anderen, hetzij levenden of dooden. Amen.
GEBED OM DE (iENADE DER EINDVOLHAEDING.
Vcw den Gelukz. llenr. Suso.
In den naam Uwer liefde, o allerzoetste Jesus, blijf met mij in mijn droefheid, en hoor welwillend en met erbarming de kreet van mijn verlaten hart. Maak mijn wil in alles aan den Uwe gelijk. Blusch in mij allen dorst naar tijdelijke kortstondige zaken en ontsteek daarentegen in mijn wil een brandenden dorst naar geestelijke en hemelsche. Dat de bittere teug gal en azijn, waarmede men U gelaafd heeft, mijne beproevingen verzoete en aangenaam doe worden. Verleen mij, mijn zinnen in te toornen, in het goede te volharden tot het einde toe, en mij nooit aan Uwe H. Wetten te onttrekken. Heden stel ik mijn ziel in Uwe doorboorde handen, als moest ik binnen eenige oogenblikken sterven, en ik smeek U dringend, goedertierenste Jesus haar met goedheid en mededoogen te willen aanvaarden. Verzeker mijn ziel door Uwe genade een gelukkige overgang tot de eeuwigheid. Verleen aan mijn onwaardige werken, door Uwen droeven dood, zulk een kracht en verdienste, dat ik c'e wereld verlate vrij van alle zonden, vrij zelfs van schuld.
349
AANROEPING VAN HET DIERBAAR BLOED.
Van de H. Catharina van Senen.
Ieder Katholiek gelooft en belijdt vastelijk bij het ontvangen der H. Communie niet alleen het Heilig Lichaam van den Zaligmaker te nuttigen, maar ook zijn Goddelijk Bloed te drinken. Velen echter wijden daaraan zelden of nooit hun aandacht. Toch zou zulks een nieuw middel zijn, om door afwisseling immer een vurig levendige godsvrucht te onderhouden. Wij meenen dus de volgende verhevene aanroepingen, samengegaard uit de werken der H Catharina, niet achterwege te mogen laten, en sporen alle godvruchtige zielen ten sterkste aan, deze gevoelens dikwerf na haar H. Communie ook in zich op te wekken.
Zoete Jesus, Jesus Liefde, ontferm U mijner. O Jesus, zacht Lam, die Uw Bloed, uit alle ledematen Uws Lichaams hebt gestort, ontferm U mijner.
O Bloed van het Goddelijke Lam, zuiver mij. Verheerlijkt Bloed, waarin de ziel de waarheid des Vaders, wiens onuitsprekelijke hefde ons naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen heeft, kan leeren kennen, maak mij deelgenoot aan het opperste Goed. O Bloed, dat de ziel brandt en verteert door het vuur der goddelijke liefde, ontvlam ons. O Bloed, door het vuur der liefde vergoten om ons te overstroomen, bekleed ons met dat vuur.
0 Bloed, afgrond van liefde, voer ons op in verrukking.
350
O Bloed, dat de ziel met hemelsche genade vervult, stroom over ons.
O eeuwig Bloed, in vereeniging met Gods natuur vergoddelijkt, herschep ons.
O Bloed, waardoor wij Gods wil over ons hebben leeren kennen, versterk ons.
O zoet Bloed, dat de zielen bekoort, maak ons dronken.
O Bloed, dat het leven geeft, en den Onzichtbare zichtbaar maakt, verlicht ons.
O heerlijk Bloed, dat de ziel versterkt, haar verlicht, en haar engelrein maakt, voer ons op tot U.
O Bloed, waardooralleslaafsche vrees ophoudt, geef ons blijde zekerheid.
O Bloed, dat de duisternissen der eigenliefde verdrijft en vernietigt, heilig ons.
O Bloed, dat ons ontsteekt in heilige verlangens, wek ons op.
O Bloed, dat dooden verrijzen doet, geef ons het leven weder.
O Bloed, doopsel der ziel, doe ons op nieuw
geboren worden.
O Bloed, dat de kleinen voedt met de melk Uwer zoetheid, de kleinen namelijk door oprechten ootmoed en oprechte zuiverheid, reinig ons.
O Bloed, dat den hoogmoed verplettert en de nederigheid in het hart legt, maak ons klein.
O Bloed, wiens gedachtenis de koude, onverschillige zielen warmte en licht wederbrengt.
351
doe het ijs onzer harten smelten, en klaar de duisternis van onze oogen op.
O kostbaar Bloed, welks herinnering de Martelaren met liefde het hnnne deed vergieten, ontsteek in ons Jesus liefde.
O Bloed, wiens kracht ons, gelijk Paulus, onzen roem doet zoeken in de beproevingen, doe ons alles versmaden wat vergankelijk is.
O Bloed, dat de ziel door U verzadigd en geheel van heilige verlangens ontstoken, gelukkig maakt, verzadig ons.
O Bloed, dat aan de ziel edelmoedigheid schenkt, en haar bevrijdt van alle ontbering, verrijk ons.
O Bloed, dat de hardheid in medelijden vei--andert, verteeder ons.
O Bloed, heilig bad der zielen, wasch ons.
O Bloed, dat door Uw kracht al onzeongerech tigheden uitwischt en vernietigd, reinig ons.
O Bloed, dat krachtig en moedig maakt in den strijd, doe ons overwinnen.
O Bloed, waardoor wij alle moeite en tegen -strijdigheid met een heilig geduld verdragen, onderstenn ons.
O Bloed, onze bijstand, dat schatten van barmhartigheid uitstort, help ons.
O Bloed, zekere waarborg van onze zaligheid, red ons.
O Bloed, dat het leven geeft, voed ons.
O Bloed, dat de ziel, dorstig naar de eer
352
van Got! en het heil der zielen, verzaadt, lesch onzen dorst.
O Bloed, dat ons uit liefde tot den gekruisten Jesus alle beleedigingen doet lijden, liefhebben en verlangen, verzadig ons met lijden en liefde.
O zoet Bloed, dat, bij de herinnering aan U, al wat ons zoet is, bitter worde, en wat bitter is zoet.
O Bloed, dat ons sterkt en bemoedigd in alle
wederwaardigheden, beziel ons.
O Bloed, onze vrede en troost, verheug ons. O Bloed, zalf voor onze zonden, genees ons. O Bloed, aangenaam geurend reukwerk, verkwik ons.
O Bloed, dat wij bezitten, en dat ons niemand zal ontnemen, als wij het niet willen, bevestig ons.
O Bloed, waarmede wij onze voorhoofden willen teekenen, ora niet door den engel des verderfs getroffen te worden, bescherm ons. O zoet Bloed, dat vcreenigt wat verwijderd, bekleedt wat naakt, verzadigt wat verhongerd is, vervul al onze verlangens.
Vernietig u, mijn ziel, in het Bloed van den gekruisten Jesus, maak u dronken aan dit Bloed ; verzadig u aan dit Bloed ; bekleed u met dit Bloed; wandel in dit Bloed; betuig uw dankbaarheid door dit Bloed; doe
353
de lauwheid door de warmte van dit Bloed verdwijnen ; zucht over u in dit Bloed ; groei op en versterk u in dit Bloed; leg zwakheid en verblinding af in het Bloed van dit onbevlekt Lam. Dompel u in het Bloed van den gekruisten Jesus; verberg u in zijn allerzoetste wonden, en neem tot schild het kruis, v. Heer, red onze zielen,
k. Die Gij door Uw dierbaar Bloed ver-verlost hebt.
GEBED.
Almachtige, eeuwige God, die Uweneenigen Zoon aan de wereld tot Verlosser geschonken hebt, en gewild hebt, dat Hij door Zijn Bloed Uw rechtvaardigheid verzoende, gewaardig U ons te verleenen, dat wij met zulk een godsvrucht de losprijs van ons eeuwig heil vereeren, dat wij door Zijn verdiensten bevrijd blijven van al de rampen in het tegenwoordige en de vreugde genieten van het eeuwige leven. Amen.
Dat het Bloed, hetwelk Gij voor mij vergoten hebt, o Heer Jesus Christus, mij de vergiffenis van al mijne zonden, nalatigheden en onwetendheid verkrijge. Dat hetmijn Geloof, mijn hoop, mijn Liefde, de genade en de deugd in mij ver-meerdere. Dat het mijn leven behoede, om mij tot de gelukzalige eeuwigheid te doen geraken. Dat het de verlossing zij van de ziel van mijn vader, van mijn moeder, en van allen, voor wie ik verplicht ben te bidden. Amen.
T
Raadgevingen en Wenken.
over de waardige voorbereiding tot de h. communie.
Van den Gelul'z. Henricus Suso.
ziel. â Ik erken Uw liefde, goedheid £/ en grootheid in het allerheiligst Sacrament, o Goddelijke Wijsheid; maar daardoor ook begrijp ik, dat het mij ondoenlijk is om IJ waardig te ontvangen, als Gij het mij niet leert.
Jesus. â Nader tot mij met dien eerbied en die nederigheid, welke Mijne Godheid vereischt. Wanneer gij Mij bezit, vergeet dan nooit mijn tegenwoordigheid; zie op naar Mij, en behandel Mij als den geliefden Bruidegom welken uw hart zich verkoren heeft. Dat het verlangen naar deze hemelspijze u er veel-vuldiger aan deelachtig make. Een ziel, die mij een verblijf wil inrichten in een hart af-
*
355
getrokken van de wereld, en de vertrouwelijke uitstortingen van Mijn Hart wenscht te genieten, moet zuiver zijn en geheel vrij van noodelooze en ijdele bekommernis. Zij moet aan zich zei ven sterven, en aan al haar neigingen; zij moet zich tooien met deugden, zich sieren met de roode rozen der liefde, met de geurende vioolt jes van een diepe nederigheid, met de schitterende leliën van een onbevlekbare zuiverheid. Zoo zult gij Mij een zachte en vredige rustplaats in uw hart bereiden; want, âmijn wening is in den vrede.' (Ps. LXXV, 3).
Verlang naar Mij, vereenig u met Mij; maar laat Mij uw liefde onverdeeld bezitten. Ik schuw een aardschgozinde ziel, even als de duif de valk ontvliedt. Zing Mij de gezangen van Sion, om Mijne wonderen van liefde in dit verheven Sacrament te vieren; en laat uw lofzang zijn een ontboezeming van de vurigste liefde. Van Mijn kant zal ik u teederheid om teederheid weergeven. Ik zal u een waren vrede doen genieten, een helderen blik om Mij te kennen, een onvermengde vreugde, een onuitsprekelijke zoetheid, een voorsmaak van de hemelsche zaligheid. Deze genaden behoud ik alleen Mijn vrienden voor; en in de dronkenmakende vreugde hunner inwendige gunsten, roepen zij Mij toe: âWaarlijk, Gij zijt een verborgen God!'
356
De ziel. â Ach, wat ben ik te bekla- prijzn gen! Zoo menigmaal reeds heb ik die rozen ik m geplukt, maar nooit zoete geuren ingeademd! mijn Zoo vaak heb ik te midden dier bloemen ge- heid wandeld, zonder haar te zienl Zoo vaak ben waar ik met kostbaren balsem gezalfd, maar er niet voor van doordrongen ! Met een hemelsehen dauw i heid ben ik besproeid geworden, en ik ben een volm dorre, onvruchtbare twijg gebleven. O mijn glori Jesus, beminnelijke Gast der reine zielen, hoe mijn vaak hebt Gij à aan mij geschonken, en heb Mog ik mij aan U geweigerd! Hoe vaak heb ik bew het Engelenbrood genuttigd zonder heiligen het honger, zonder verlangen! Zoo er een Engel tot mij ware gekomen, hoe eerbiedig zou ik dien hebben ontvangen ! En van den Koning der Koningen heb ik schier geen aanmerking genomen ! O, hoe bitter beween ik hier, in Uwe tegenwoordigheid, zoo lichtzinnig te zijn geweest, zoo koud, zoo onwetend, lichamelijk ; zoo één met U en toch zoo verwijderd naar het hart!
Gij bezocht mij, en hieldt zoo teeder het oog op mij gericht! Maar ik was verstrooid. Ik dacht aan andere zaken, en ik had geen ontzag voor Uw opperste Majesteit! En toch verdiendet Gij wel, mijn Jesus, dat ik geheel : aan U was, U mijn hulde betoonde, U mijn verlangens en mijn hart aanbood, dat ik mij uitstortte in betuigingen van liefde, in lof-
357
â^
bekla- prijzing en vurige dankzegging ! Thans werp rozen ik mij aan Uwe voeten, om mijn zonde en ieind! mijn verzuim te herstellen In tegenwoordig-en ge- lieid van alle Engelen, die ü in dit hoog-k ben waardig Sacrament aanbidden, erken ik U i' niet voor mijn God, mijn Heer, de Eeuwige Wijsdauw heid, het vleeschgeworden Woord, den aller-1 een volmaaktsten Mensch, die nu heerscht in de mijn glorie. Ik smeek U medelijden te hebben met , hoe mijn verstrooiingen en gebrek aan eerbied. i heb Mogen mijne tranen Uwe barmhartigheden b ik bewegen; vergeet alle fouten, welke ik tegen 'gen het Sacrament Uwer liefde misdreven heb.
OVER HETZELFDE ONDERWERP.
Van den II. Franciscus van Sales.
Wij dienen noodzakelijk te weten, waaraan wij het te wijten hebben dat het H. Sacrament ons niet alle genaden schenkt, die het aan goed voorbereide zielen wel geeft. De oorzaak hiervan is onze voorbereiding. Onze eerste voorbereiding moet bestaan in een zuivere meening, d. i., dat wij de H. Communie verrichten uitsluitend om ons met God te vereenigen en Hem te behagen, zonder dat wij er eenig eigenbelang bij op het oog hebben. Dat zal b.v. geschieden, wanneer men U de H. Communie geweigerd heeft, of wanneer gij geen merkbare devotie hebt,
quot;gel ii ik ling ing in :ijn
'ijk I
lar
iet d,
311 :h
n ii
358
en desniettemin de vrede uwer ziel ongestoord beho blijft. Geeft gij daarentegen toe aan onrust.
dan is dit een teeken, dat gij u zelf niet hecht aan God, maar aan de vertroostingen, vrag wijl uw vereeniging met God slechts door ü c de gehoorzaamheid kan geschieden. om
Een tweede voorbereiding is de aandacht, verà dat wij namelijk bezig zijn met de groot- O111'' heid van de zaak, welke wij verrichten, en See met datgene wat daartoe in ons vereischt te wordt, zooals onder meer, een van liefde brandend hart. Daardoor meen ik niet, dat men geen verstrooidheid mag hebben. Dit is hier niet doenlijk ; maar men zorge steeds er zich nooit vrijwillig mede bezig te houden.
De derde voorbereiding is de nederigheid,
de zoo noodzakelijk vereischte gesteltenis tot het ontvangen van de genaden, die ons dooide kanalen der HH. Sacramenten toevloeien,
daar het water krachtiger en sneller stroomt, naarmate het kanaal op een meer afhellenden en naar beneden neigenden grond is aangebracht.
Buiten deze drievoudige voorbereiding is er nog eene, de voornaamste van allen : het algeheel overgeven van ons zeiven aan God,
door al onze neigingen en onzen wil onvoor-waardelijk aan zijn opperheerschappij te onderwerpen. Ik zeg onvoorwaardelijk, daar wij zoo ongelukkig zijn, dat wij ons altoos wat voor-
859
behouden. Zelfs de godvruchtigsten behouden zich vaak nog voor den wil om deugden te hebben. Wanneer zij tot de H. Tafel naderen vragen zij: ,o Heer, ik geef mij geheel aan U over; doch geef mij de voorzichtigheid om goed te leven (aldus vergetende een zuivere meening te vragen). O God, ik ben heel onderworpen aan Uwen heiligen wil, maar geef mij den moed om veel buitengewoons te doen in Uwen dienst (van zachtmoedigheid om den vrede met den naaste te bewaren, geen sprake). Geef mij den ootmoed om anderen een goed voorbeeld te kunnen geven; (de ware nederigheid, die ons de vernedering doet liefhebben, schijnt niet van noode). Maar, mijn God, laat mij altoos vertroosting in het gebed smaken omdat ik U geheel toebehoor.quot; â Ach, dit alles is niet vereischt om met God vereenigd te worden ! Zoo zullen wij er nooit toe geraken, door onzen eigen wil niet af te leggen. Onze Heer wil, door zich geheel aan ons te geven, dat wij ons wederkeerig aan Hem schenken, opdat onze ziel zich te inniger met zijn goddelijke Majesteit kunne vereenigen en wij met waarheid het den grooten Heilige na kunnen zeggen : ,Tk leef nirt meer, maar Jesus Christus leeft in mij.quot;
Een andere voorbereiding is daarbij nog, dat wij ons hart ledig maken van alles, 0111
360
het Jesus Christus geheel te doen bewonen. De groots oorzaak, waarom wij geen heiligen worden (hetgeen één H. Communie uit kan werken) is deze, dat wij Jesus niet zoo geheel in ons laten heerschen, als zijn goedheid dit zou wenschen. Als Hij in ons komt, vindt Hij onze harten vol van verlangens, neigingen en eigen wil. Dat zoekt Hij echter niet; Hij verlangt ledige harten om er als meester te heerschen. Om te toonen hoezeer hij dit verlangt, zegt Hij tot zijne bruid: âPlaats mij als een zegel op uw hart!quot; opdat er toch niets in kunne komen, wat Hij niet gedoogt. Nu weet ik wel, dat uw hart ledig is van doodzonde en slechte neiging; dan, helaas! ons hart heeft nog duizenden plooien en hoeken, waarin zich zooveel verbergt, dat het aanschijn van zulk een meester onwaardig is, dat Hem als de handen bindt, wanneer Hij ons goed wil doen, en ons de genade mee wil deelen, welke Hij het goed voorbereide hart altoos geeft. Doen wij dan van onzen kant alles, wat in onze macht is om ons goed tot dit bovennatuurlijk Brood voor te bereiden, ons geheel aan de goddelijke Voorzienigheid overlatende, zoo voor het tijdelijke als voor het geestelijke, en in tegenwoordigheid van Zijn goddelijke goedheid al onze neigingen, wenschen en gehechtheden aan Zijn voeten nederleggende om er Hem over te doen heer-
361
schen. Zoo zullen wij ons de vervulling Zijner beloften verzekeren en in Hem worden veranderd door onze geringheid zoo te verheffen, dat wij met Zijn grootheid vereenigd zijn.
OVEli DE GENADE VAN DE H. COMMUNIE EN HET VEELVULDIG NADEREN DAARTOE.
Van den Gelukz. Henricus Suso.
De ziel. â Leer mij kennen, dierbare Jesus, welke genade Uwe tegenwoordigheid in de H. Communie aan mijn ziel schenkt.
Jesus. â Mijn kind is dat een vraag de ziel, die Mij bemint, waardig? Wat heb ik voor grooter genade dan Mij zelf? Wat blijft er nog te wenschen over, wanneer men met zijn welbeminde vereenigd is? En, wat kan men weigeren, na zich zelf te hebben geschonken? In dit H. Sacrament, geef ik Mij aan u, en ontneem u, als het ware, aan u. Gij vindt Mij en gij verliest u zelf om geheel in Mij veranderd te worden.
Antwoord mij, wat brengt de zachte adem der lente aan veld en tuin, nadat de vorst en de sneeuw, de noorderstorm en de koude daarover zijn gegaan ? Wat brengt de glans der sterren in de duisternis van den nacht? Wat brengt de schittering der zon aan den onbewolkten hemel? Door Mijn komst ont-
16
362
vangt de ziel die Mij mint, allo goed. Kan de zacÃÃtheid van de lente de zachtheid van Mijn verheerlijkt Lichaam evenaren ? Overtreft Mijn Ziel niet in schittering de luister van alle sterren, en zoudt gij de schittering van duizenden zonnen met de schittering Mijner Goddelijke Majesteit willen vergelijken? Antwoord mij.
De ziel. â Maar, mijn Jesus, ach ik bemerk zoo weinig van de zachtheid, waar Gij van spreekt. Ik blijf altoos even koud, even dor, even gevoelloos bij mijne H. Communiën. Ik ben een blindgeborene, nimmer zag ik nog Uwe schittering. Ach, ik wenschte merkbaarder teekenen en duidelijker bewijzen van Uw verblijf in mijn hart!
Jesüs. â Het geloof is des te verdienstelijker, naarmate het minder tracht in te zien. Ik ben in Mijn H. Sacrament geen licht dat uitwendig schittert, en dat de zinnen aandoet. Ik ben grooter, naarmate ik meer inwendig en verborgen ben. Mijn kracht werkt onmerkbaar, mijn genaden worden niet gevoeld, en ik deel mijn gaven uit zonder het te laten zien of ondervinden. Ik ben het Brood des Levens voor den voorbereide, een nutteloos voedsel voor den lauwe, voor den zondaar een doodsteek in den tijd, en zijn verderf voor hiernamaals.
De ziel. â Uw woord. Heer, leert mij
383
hoe moeielijk hot is zich waardig tot dit Sacrament voor te bereiden.
Jesus. â Nog nooit heeft een sterveling Mij op genoegzaam passende wijze ontvangen. Hadt gij al do heiligheid der Gelukzaligen en de zuiverheid der Engelen, dan zoudt gij die eer nog niet waardig zijn. Maar wordt daarom niet moedeloos. Doe slechts wat gij vermoogt. Ik vraag , niets anders, en vul aan wat aan de zwakheid van den mensch ontbreekt. Een zieke moet alle vrees van zich zetten, en alleen gehoorzaam zijn aan de voorschriften van den geneesheer, tot dat hij de gezondheid weder terug bekomt.
De ziel. â Maar het is wellicht noodig, Heer, dat men uit eerbied en voorzichtigheid, minder veelvuldig tot Uw Heilig Sacrament nadert.
Jesus. â Voelt gij de genade in u vermeerderen, en hot verlangen naar dit goddelijk voedsel grooter worden, dan moet gij meer tot de H. Tafel naderen. Meent gij ondanks uwe H. Communiën toch niet vooruit te gaan; gevoelt gij niets dan dorheid, koelheid, onverschilligheid, verontrust u daarom niet. Maar bereid u zoo goed voor als gij kunt, en laat de H. Communie niet na, daar gij meer verbeteren zult, naarmate gij meer met Mij ver-eenigd zult zijn. Beter is het met liefde te communiceeren, dan uit vrees er zich van te
364
onthouden; en het heil der ziel is meer ver- verg
zekerd in de eenvoud des geloofs, de dor- gesc
heden en zielskwellingen, dan in de zoetheden wij
en in de vertroostingen des geestes. ik u
De ziel. â Mag de ziel zich dan niet de 1
onthouden uit vrees, en zich alleen bepalen den
tot de geestelijke Communie. schi
Jesus. â Zeg Mij, is het niet gelukkiger kin(
Mij en Mijn genade te ontvangen, dan Mijn I
genade alleen? Is het niet beter, met Mijn grij
genade ook Mijn waarachtige tegenwoordig- in l
heid te kunnen genieten? ^ ben
voe
over hetzelfde onderwerp.
toe
Naar de II. Theresia. vai
De ziel. â Mijn Heer, wanneer ik de gij
verhevenheid van dit Goddelijk voedsel be- is.
schouw, dan is het mij alsof dit het wezen de
zelf van den Vader is. Ik denk aan het woord zie
van David, die, deze onvergelijkelijke gunst aa
willende verheffen, uitriep: âlie Heer voedt st( ons met het merg van het gebeente van God
zei ven.quot; [-[
Jesus. â Voorzeker, mijn kind, en daarom M
betuig ik u, dat deze weldaad grooter is dan st
toen ik mensch werd om u. In het geheim h(
der Menschwording, heb ik alleen mijn Ziel v(
en Lichaam goddelijk gemaakt, maar in dit ai
H. Sacrament beoog ik alle monschen als te w
3ö5
' ver- vergoddelijken. En, daar nu geen voedsel beter dor- geschikt voor den mensch is clan dat waaraan eden wij van onze kindschheid af gewoon zijn, heb ik u, die uit God geboren zijt geworden door met Je wateren des H. Doopsels, ook willen voe-a^en den met God zelf, opdat het voedsel geschikt zou zijn aan uwe verheven staat van 'Sel' kind Gods.
Wijn De ziel. â Maar, mijn Zaligmaker, ik be-Hijn
grijp slecht, hoe Gij, na U met zooveel liefde
dig-
in Uw allerheiligst Sacrament gegeven te hebben, ons nog oplegt, op straffe van zonde, dat voedsel te ontvangen en te nuttigen. Gij weet toch dat velen ü in staat van doodzonde ontvangen.
Jesus. â Dit is zoo, mijn kind. ilaar weet gij dan niet, dat mijne liefde krachtig, oneindig is. Ik ben over alle beletselen heengegaan, om de liefde te genieten, waarmee mijne getrouwen zich met mij voeden. Daarom aarzel ik niet mij aan de beleedigingen mijner vijanden bloot te stellen.
Ook geef ik u toe dat mijn liefde in dit H. Sacrament, en mijne vindingrijkheid om Mij op deze wijze to kunnen geven, alle verstand te boven gaan. Ik wist dat men twee geheel verschillende zaken niet met elkander kan verbinden zonder een derde, dat haar beide aaneenhield. Toen ik Mij dus met den mensch wilde veroenigen, heb Ik een sterfelijk lichaam
I
de beien )rd ist ïdt od
im m m el it te
366
aangenomen, en door dat lichaam verbind ik Mij thans met u.
De ziel. â Heer, Uw liefde is onuitsprekelijk !
Jesüs. â Ja, maar daarvoor vorder ik dan ook uwe dankbaarheid. En die dank moet hierin bestaan, dat uwe gedachte met Mij bezig zijn wanneer gij Mij ontvangt, dat gij naar Mij verlangt en streeft. Zoo gij dit doet moogt gij vrij dagelijks bidden tot Mijn Vader : Geef ons ]iedegt;i ons dagel jksch hrood, namelijk het Brood van mijn Heilig Gastmaal.
Doch zoo gij het dan dagelijks nuttigt maak dan een bijzondere'zorg van de zuiverheid uws harten. Eens door een mijner dienaressen gevraagd haar iederen dag tot Mij toe te laten, toonde ik haar een volkomen reine bal van kristal: ,zoodra gij zult zijn als dit kristal, zeide Ik haar, moogt gij Mij dagelijksch ontvangen.' Dit antwoord ik ook U.
De ziel. â O Jesus, leg Gij zelf het verlangen en de kracht in mijn hart om daartoe te geraken. Zie niet neer op de bittere teleurstellingen, die wij U hebben laten ondervinden in Uw dorst naar ons heil en geluk. Denk alleen aan de liefde waarmede gij ons voorkomt om onzen dorst en honger te stillen.
over de godsvrucht bij de h. communie.
Boek der Navolging, IV, 15.
Jesus. â Mijn kind, zoo gij de gave der godsvrucht wilt verkrijgen en behouden, dan dient gij er met ernst naar te zoeken, gretig er om aan te houden, haar geduldig en met vertrouwen af te wachten, met dankbaarheid aan te nemen, in ootmoed te bewaren, vlijtig er mede te arbeiden, en overigens geheel aan God den tijd en do wijze over te laten, wanneer en hoe het Hem zal believen u te bezoeken, tot dat Hij eindelijk komt.
Vooral moet gij ten tijde, dat gij in uw hart weinig of geen godsvrucht ontwaart, u voor God verootmoedigen; maar daarom moet gij niet aanstonds u laten ontmoedigen, of u daarover te zeer bedroeven. God is vaak gewoon in één oogenblik te geven, wat Hij ons langen tijd onthield. En somtijds geeft Hij op het einde van het gebed, wat Hij bij den aanvang daarvan had uitgesteld.
Immers vvierd u altoos de genade, waarom gij verzoekt, aanstonds gegeven, en kon men er steeds naar wensch over beschikken; waarlijk ik zou niet weten, of de zwakke mensch zulks wel zou kunnen dragen. Daarom is het voor u het best, dat gij de gave van godsvrucht met een vast vertrouwen, met oot-
368
â
moed en geduld afwacht. Wordt zij u dan nog niet gegeven, of zelfs, nadat gij die reeds hadt, ongemerkt weder ontnomen, wijt de oorzaak daarvan aan u zeiven en aan uwe zonden. Vaak is het maar een kleine zaak, die de genade in hare werking hindert, en u haar licht onttrekt, zoo het ten minste eene , kleinigheid, en niet eerder een groot kwaad is te noemen, hetgeen van zulk een groot goed berooft. Doch, het moge dan iets gerings of iets groots zijn, tracht uw best te doen dat beletsel uit den weg te ruimen, en geheel te overmeesteren. Dan zal u aanstonds gegeven worden, waarom gij hebt verzocht.
Inderdaad, nauwelijks zult gij u met geheel uw hart aan God overgeven, en, in plaats van uwen eigen zin of lust hier of daar in te begeeren, u volkomen ter zijner beschikking stellen, of van dat oogenblik aan zult gij u met Hem vereenigd, en alzoo in rust bevinden ; overmits gij in niets zoo veel smaak zult vinden, niets u zooveel genoegen verschaffen zal, als te berusten in den Goddelijken wil. Wie dus, in eenvoud des harten, geheel zijn meening in alles tot God alken weet te richten, en zijn hart van al het geschapene zoo weet los te maken, dat het niet door eene ongeregelde liefde daarvoor of tegen bewogen wordt, is het best geschikt om genaden te ontvangen, en de gave der godsvrucht waardig.
869
God zoekt naar ledige vaten, en waar Hij-die vindt, stort Hij zijne zegeningen uit.
Hoe volkomener dus iemand zijn hart van het aardsche weet los te maken, hoe meer hij aan zichzelf door ware zelfverloochening sterft, hoe spoediger hij de genade zal bekomen, hoe dieper zij in hem door zal dringen, en hoe hooger hij zijn vrij en onbelemmerd hart hemelwaarts zal verheffen. En dan zal hij vol verwondering het hoofd opbeuren, en zich op eens in overvloed bevinden. Dan zal zijn hart zich in hem van vreugde uitbreiden, omdat de hand des Hoeren met hem is, in wiens handen hij zich nu geheel en al en voor altoos heeft overgegeven.
Zie, zoo zal hij gezegend worden, die den Heer van ganscher harte zoekt; zulk een heeft, volgens de uitdrukking des H. Geestes, zijne ziel niet ijdel ontvangen. Zulk een mensch, die zóó tot mijne Heilige Tafel nadert, heeft aanspraak op de buitengewone genade, dat God zich met hem op het nauwste vereenigt. Trouwens hij beoogt daarbij niet zoozeer zijn eigen godvruchtig gevoel en troost, dan wel de eer en lof van God, welken hij boven alle godvruchtig gevoel, boven alle eigen voldoening en troost, zoekt en verkiest.
i dan
à die tj , wijt : uwe :aak, en u eene j .'aad ' root
ge-
t te
, en
nds
eht.
leel
lats
i te
ng
i u in-ilt en il.
l'n h-)0 ie n e
16*
370
OVER DE BELETSELEN DEK VRUCHTEN VAK DE H. COMMUNIE.
Van den Eerh. Taulerus.
De hinderpalen voor de genade van dit allerheiligste Sacrament zijn tweederlei. Het zijn onze gebreken en slechte gewoonten, of wel de fouten waarin wij, niet uit gewoonte, maar nu eens tegen gene, dan weder tegen deze deugd vallen.
Het eerste geschiedt b. v. wanneer men wetens on willens de liefde tot de schepselen behoudt, daarin zijn genoegen vindt, en die liefde niet ondergeschikt maakt aan de liefde tot God. Want telkens als men zoo ongeregeld in de schepselen zijn genot zoekt, doet men minstens een dagelijksche zonde. Zoo zal iemand liefde hebben tot een schepsel, door God hem verboden, en aan die liefde niet verzaken. Zoolang hij in die gesteltenis volhardt, bezit God zijn hart niet, maar het schepsel. God kan dus niet in hem wonen, derhalve ook niet werken. Daarom onderzoeke ieder zijn eigen hart, of er mogelijk een schepsel in verblijft. Wellicht is dit. schepsel zijn eigen ik, of zijn vrienden, of zijn goed, of zijn gedragingen, of zijn eigen oefeningen. Zoo hij daar een ongeregeld genot in vindt, is zijn hart niet vrij.
371
n de O, hoe zijn deze menschen het groote, het ontzettelijk nadeel der doodzonde nabij! Voor zij het zelf bemerken, zijn zij er reeds in gevallen ca gezonken! Wat deert het hun, dat zij Gods inwendigen troost moeten derven? 1 dit Zij stellen hun enkel genot in het schepsel, Het ⢠en leven aldus jaar in jaar uit uiterlijk gods-1; of dienstig; doch in een toestand, die hun heil quot;te, of verwerping hoogst twijfelachtig maakt.
gen Eerst op den grooten da g, wanneer vóór Gods vierschaar alles openbaar zal worden, zullen 'cn zij den ongelukkigen staat van hun geweten 'en kennen. Ach! waar zal God dan zijn? Thans die vinden wij zoovele uitvluchten en voorwendde seis? Ik moet genieten, dit en dat hebben, re- spreken zij, en daar bevind ik mij wel. Zoo )et iemand hem beter wil onderrichten, voegen :al zij hem toe, dat hij in dwaling verkeert. or En allengs maken zij zich deze slechte ge-et woonte zoo eigen, dat zij er zelfs geen ge-1quot; wetenswroeging meer over hebben. 't Mijn kind, dat zijri zeer groote en krach-gt;, tige hinderpalen. Als ware het met dikke e muren omgeven, zoo weerhoudt zulk een hart Gods inwerking en genade, wat het ook van i den anderen kant in het werk stelt om die [ te ontvangen. Zoo veler harten als het ge-f schapene vervult, zoovelen verstoeten de genade van God.
372
Het tweede beletsel wordt dan gesteld, wanneer men b. v. wel alle ongeregelde neiging tot de schepselen â hetzij menschen, vrienden, of tijdelijke goederen â ter liefde Gods wil vaarwel zeggen, maar niet zoo behoedzaam en bezorgd is; als men wel diende te zijn, en daardoor overwonnen wordt nu eens door zijn hoogmoed en gramschap, dan weder door zijn traagheid, praatzucht, of dergelijke feilen. Valt men dan op zulk een wijze, dan gaat men zich allicht te buiten. Dus is ieder dezer fouten wellicht op zich zelf zwaarder, dan die welke uit bovengenoemde gewoonten voortkomen, zij stellen toch minder hinderpalen dan dezen, aangezien zij alleen bij toeval, uit onvoorzichtigheid en zwakheid geschieden. Het is echter niet noodzakelijk, dat men zich daarom onthoudt van de H. Communie; want, als men leedwezen over deze fouten gevoelt, zondigt men daarmede niet, en kan men het verlorene daardoor weder terugverkrijgen.
Daar zijn ook eenige goede lieden, die bezield zijn met een onverstandige vrees. Als zij geen brandend liefdevuur in zich gevoelen, of geen bizondere werking in zich waarnemen, durven zij het niet te onderstaan tot de H. Tafel te naderen, al zijn zij zich van geen andere beletselen bewust. Ook dezen vorderen zeer weinig.
373
Doch zij genieten het allermeest de vruchten van dit H. Sacrament, wier meening geheel zuiver is, die alles aan Gods barmhartigheid overlaten en aan Zijn welbehagen, of Hij hen al dan niet aan zal nemen. En mogen zij dan al geen gevoelige godsvrucht hebben, zij laten niet na ter H. Tafel te gaan, doch bevelen zich, zoo in gebrek als in overvloed, met een vast vertrouwen aan God. Deze worden in God geboren, en God in hen, En al komt een hinderpaal in den weg, gelijk dit leven hier beneden eigen is, aanstonds werpen zij dat beletsel ter neer, en kwellen zich deswege niet met zielsangsten en scru-pulen. Zij beminnen God en richten op Hem hun meening. Zij letten niet op Zijn gaven, maar op Hem zeiven; zij ontvangen alles door Hem, en brengen dit weder tot Ham terug. In deze lieden werkt het H. Sacrament met wonderbare, verheven verlichtingen, en doet hen met grootere schreden vooruitgaan. Ondersteld, iemand nadert met zulk een vurigheid en ijver tot dit H. Sacrament. Zoo hij van te voren verdiend had die mate van glorie in een hemel te ontvangen, als het laatste Koor der Engelen geniet, dan zou hij door ééne H. Communie, aldus verricht, aanstonds verdient hebben in het tweede te worden gesteld, zelfs in het derde of vierde. Ook zou hij zoo menigmaal tot de H. Tafel
374
mogen naderen, dat hij weldra tot in het hoogste der Koren, tot zelfs boven Cherubijnen en Serafijnen en alle engelen een plaats zou verwerven. Alhoewel, dit moet de mensoh zich niet voorstellen; hij mag geen andere bedoeling hebben dan Gods allerminnelijksten Wil en Glorie.
De wonderbare werking van dit verheven Sacrament in een rein hart, gaat alle verstand der Engelen te boven. Hoe zal men het kunnen begrijpen, dat de mensch boven zich zeiven en boven al wat menschelijk is verheven wordt, tot God opgevoerd en in den innigsten grond zijner ziel met Hem ver-eenigd? En zoo het geschiedt, dat zulk een mensch het Lichaam des Heeren niet werke- j lijk kan nuttigen, dan zal hij voor het minst dagelijks eenmaal de geestelijke Communie verrichten, hetzij onder de H. Mis, of buiten dien tijd, hetzij in ziekte, of op welke plaats en in welke omstandigheid ook.
Ach, wat zouden wij niet vermogen met God, d. i. in de kracht van God, zoo wij ons meer tot ons zelf konden koeren, en ingetogen de genade van God ontvangen. Alles zouden wij kunnen, en het rijk Gods zouden wij in ons zelf vinden. Hoe weinigen echter leggen zich daarop toe ! Zij keeren zich tot de uiterlijke zaken, en schijnen alleen zorg en hart te hebben voor ijdele, wereldsche
375
zaken. Gij, mijn kind, schuw zulke plaatsen cn menschen, en volg in alles den H. Wil van God. En mocht het gebeuren, dat u deze H. Wil niet duidelijk is, ontvang dan van mij dezen raad. Wanneer gij te kiezen hebt tusschen twee zaken, waar gij niet van weet, aan welke de voorkeur te geven, zoo let op u zelf. En kies datgene voor het zekerste, wat uw natuur tegenstrijdig is. Want hoe minder gij u zelf zoekt, en hoe minder uw voldoening, hoe meer gij leven zult in God, en hoe meer gij zijn wil zult volbrengen.
Veel zouden wij hier nog kunnen bijvoegen over het allerheiligst Sacrament. Immers welke tong zal het kunnen uitsproken, hoeveel hemelsclie zegeningen dit verschaft, hoeveel eer en glorie aan God, hoeveel vreugde en blijdschap aan de Heiligen hoeveel geestelijken voortgang voor de menschen, hoeveel genaden van bekeering aan de zondaars, en hoeveel lafenis en verlichting der zielen van het vagevuur.
Men verhaalt, dat er eens een ziel uit het vagevuur in brandende vlammen verscheen aan een dienaar Gods. Deze openbaarde hem, dat zij die zware kwellingen alleen daarom te verduren had, wijl zij in haar sterfelijk leven zoo verzuimd had het H. Lichaam onzes
376
Heeren te ontvangen. âZoo gij,quot; dus voegde riep: zij er bij, âzoo gij met godsvrucht voormij ; gesch het H. Sacrament ontvangt, zal ik uit deze zich i vlammen verlost worden. De vriend Gods de Ei deed aldus, en den volgenden dag verscheen rond* hem deze ziel andermaal, heerlijk en schitterend als een zon, bevrijd van alle hare ondragelijke pijnen. Eén H. Communie had dit uitgewerkt, en haar het eeuwige leven geschonken.
Geve God, dat wij Hem immer waardig ontvangen, en tot zulk een ontvangen waardig mogen leven tot eer en glorie van Hem, die is gezegend in eeuwigheid.
OVER DE OOGENBLIKKEN NA DE H. COMMUNIE.
Van den H. Franciscus de Sales.
Na de H. Communie behooren wij onze ziel met de heiligste gevoelens te voeden. Zoo kunnen wij, onder meer, in ons een gevoel van vrees verwekken, dat wij dezen hoogen Bezoeker zullen bedroeven en verliezen. Aldus deed David, toen hij sprak: âo Heer verwijder u niet van mij!quot; En de leerlingen van Emmaus: âo Heer, blijf met ons, want reeds valt de avond!quot; Een gevoel van vertrouwen en kracht, zooals David : âIk zal niet vreezen,
Heer, omdat Gij met mij zijt!quot; Van blijdschap met Sara, die, moeder geworden, uit-
377
oegde riep: âNu heeft God rr.ij een groote vreugde or mij geschonken, en wie het zal vernemen, zal er deze zich met mij over verheugen!quot; En waarlijk, Gods de Engelen, zegt de H. Chrysostomus, juichen iheen rondom dit H. Sacrament en hem die het litte- ontvangt. Aldus verheugde zich de Bruid van ' on- het Hooglied: âMijn welbeminde is aan mij, d dit en ik aan Hem. Hij zal op mijn hart blijven ; ge- ik heb Hem gevonden, dien mijn ziel bemint! Ik zal Hem met vreugde bewaren!quot; rdig Insgelijks kan men zich uitstorten in dank-i'dig zegging met de woorden, welke God zelf tot die Abraham richtte na het offer \ an Isaac; want ook wij kunnen die nederig op onze beurt tot God den Vader richten, die ons Zijn eigen Zoon tot spijs heeft geschonken. âO Heer, omdat Gij mij deze genade bewezen hebt, zal ik U met eeuwige zegeningen zegenen, en zal mijne lofzangen tot ü menigvuldig maken als de sterren aan den hemel! ° Insgelijks kan men zijn besluiten maken met de woorden van Jacob, toen hij den heiligen ladder gezien had: âGod zal mijn God zijn, en mijn versteend hart, vóór deze zoo verstokt, zal Hem tot verblijfplaats strekken.' Aldus kan men honderden heilige gevoelens bij de H. Communie verwekken.
Ook is het zeer goed om alsdan de verbeelding te laten werken tot waardige viering van dezen onzen hoogen Gast. De beste wijze,
riE.
ze
oo
gt;el
sn
is
J-n s ti
378
waarop men dit verricht, is de voorstelling van de H. Maagd en van den H. Joseph. Hoeveel troost hebben deze heilige zielen niet gesmaakt, in de kindsheid van onzen Heer, toen Zij Hem op Hunne armen aan Hun reine Harten droegen. Hem liefkoosden, en Zijn teedere omhelzingen ontvingen. Bij deze herinnering kunnen wij ons verheugen, dat de F Communie ons aan Hem gelijk maakt, ja, dat wij nog meer genieten dan Zijn liefkozingen en omhelzingen. Stellen wij ons tevens voor, de vurigheid van de H. Maagd, Haar innige godsvrucht. Haar ootmoed, Haar vertrouwen, en Haar moed, bij het woord van den Aartsengel: âDe H. Geest zal over U afdalen, en de kracht des Allerhoogsten U overschaduwen, en daarom zal datgene, wat uit U geboren zal worden, de Zoon Gods genoemd worden: want bij God is niets onmogelijk.'' Daar valt niet aan te twijfelen, of Haar allerreinst Hart opende zich geheel en al bij de zonnestralen dézer woorden; het verdiepte zich in zooveel zegening ; en hoe meer Zij zag, dat God Haar Zijn Hart gaf door Zijn Zoon te schenken, hoe meer Zij zich ook aan God gaf. Toen smolt Haar Hart als weg van liefde en Zij riep uit: âMijn ziel vloeide uit en versmolt toen Mijn Welbeminde tot Mij sprak!quot; In de H. Communie gebeurt ons een gelijke gunst Geen Engel,
379
Jesus Christus zelf komt ons verzekeren, dat wij het eeuwig leven in Hem bezitten, en dat, zoo wij Hem beminnen, de H. Geest in ons zal komen om daar met don Vader te wonen.
Mijn God, wat een zoetheid en vertroosting ! Spreken wij dus met de H. Maagd: âZiehier de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar Uw Woord!quot; En welk woord? Het woord, dat van Zijn gewijde lippen is gekomen : âWie Mijn Vleescli eet, en Mijn Bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in Hem. Hij, die Mij nuttigt, zal leven door Mij, voor Mij, in Mij, en zal in eeuwigheid niet sterven.quot; Daarom kan men ook na de H. Communie het Magnificat aanheffen, dien schoonen lofzang van Maria langzaam en met aandacht overwegende.
Gebeden onder het Lof.
EEREBOETE.
â¢amp;\ Jesus, onze Gotl en Zaligmaker, oot-Vr' moedig voor Uwe voeten nedergekniekl, vol geloof in Uwe wezenlijke tegenwoordigheid in dit Heilig Sacrament, doen wij ü plechtig eereboete voor al den smaad, door den mensch U in dit liefdegeheim aangedaan.
Aanbiddelijke Zaligmaker, Gij biedt ons hier Uw goddelijk Hart, nog brandende van die liefde en overvloeiend van die barmhartige goedertierenheid, welke ü voor ons geslachtofferd heeft. Ja, wij gelooven het, het is datzelfde Hart, dat onze ellende zoo levendig gevoeld heeft, dat zoo innig bedroefd is geweest over onze zonden, dat zoo zeer naar ons heil heeft verzucht. O goddelijke Zaligmaker, hoe duur hebt Gij ons gekocht! Tot welken prijs, door welken arbeid, door welke smarten hebt Gij onze zielen verlost!
381
Zoo de wereld IJ nu ten minste niet ondankbaar ware. Dan ash! Zij houdt niet op, de afschuwelijkheden te hernieuwen, welke Gij op Golgotha heht ondergaan. Eiken dag verscheurt men andermaal Uw goddelijk Hart. Men durft Uwe wezenlijke tegenwoordigheid in deze verhevene geheimenis loochenen. En meer nog. Hoe heeft men tegen U gewoed! Wat al gruwelijke aanslagen hebben de verblinden op Uw Heilig Lichaam gepleegd ! Uwe heiligdommen zijn gesloopt, Uwe altaren verbrijzeld, Uwe bedienaars om het leven gebracht; en, o gruwel van verwoesting, zelfs de H. Hostiën heiligschennend behandeld, en misdadig onder de voeten vertreden!
0 Jesus, voor ieder onzer in het bijzonder hebt gij die grievende beleedigingen ontvangen. Gij hebt dit voorzien bij het laatste avondmaal, waar Gij U toch, uit liefde tot ons, vrijwillig aan wildet onderwerpen. Welke levendige en liefdevolle dankbaarheid mocht Gij dus niet van ons verwachten? Maar helaas. Gij ontvangt van onzen kant nog gevoeliger beleedigingen. Uwe kinderen schijnen met üw vijanden samen te spannen, om de maat hunner gruweldaden en Uwer droefheid te vervullen... Oneerbiedigheden in de heilige plaatsen, ongevoeligheid voor de onuitspreke-lijkste der weldaden, ontheiliging van de heiligste der geheimenissen, herinnering van
382
den rampzaligen aanslag van den eerloozen Judas, voor niets hiervan schrikken wij, katholieken, terug.
O liefde! liefde versmaad door hen, die zich Uwe aanbidders en Uwe vrienden noemen! Wat zullen wij doen om deze ontzet- ^lari tendc onwaardigheden te herstellen? Ach, verg schenk ons bloedige tranen om ze te bewee- rein nen ! Aanvaard, aanbiddelijke Jesus met onze te 1 verbrijzelde harten, al wat wij voortaan zullen j t verrichten, als zoo vele werken en oefeningen ] hei( van eerherstel aan Uw aanbiddelijk Hart.
Wij zullen U dikwijls bezoeken, om Uwe verlatenheid te herstellen. Wij zullen voor U niet verschijnen, dan in diepe zelfvernietiging, om de oneerbiedigheden te herstellen, waarmede men zoo menigwerf in Uwe tegenwoordigheid verschijnt. Wij zullen steeds voor U staan met gevoelens van geloof, van ootmoed, van eerbied en een heilig ontzag,
om de ergenissen en goddeloosheden te herstellen in Uw heilig huis bedreven. En om de misbruiken en afschuwelijke ontheiligingen,
welke men tegen Uw Heilig Lichaam en Uw dierbaar Bloed begaat, te herstellen en uit te boeten, zullen wij trachten onze Communiën altoos heilig, vurig, met het levendigste geloof, den diepsten ootmoed en de vurigste liefde Uwe Majesteit op te dragen.
Toch, dierbare Jezus, al wat wij U kunnen
aanbi
zijfc lt; Ver» ten, iiard
den Ho rat Ho
383
aanbieden, is niets bij hetgene Gij waardig zijt en wat wij wenschen ü aan te bieden. Vereenigt ü dan met ons, hemelsche Geesten, Heiligen des hemels, rechtvaardigen dolaarde, on gij vooral. Allerheiligste Maagd Maria, vereenigt ü met ons, om aan dien vergramden God, aan dat beleedigd Hart, reine hulde, en eerherstel Zijner waardig aan te bieden.
Heer, dat op dezen dag. Uwe barmhartigheid, door onze tranen bewogen, den wreken-den arm Uwer gerechtigheid tegenhoude. Hoor ons klagen, wees gevoelig voor onze rampen en doe ze ophouden. Open ons Uw Hart. Ontvang het onze: wij dragen het U geheel op, en wijden het U toe. O goddelijke Middelaar! verzoen ons met Uwen Vader, geef ons Zijne barmhartigheden en Zijne liefde weder, zoodat wij onophoudelijk herhalen:
O Heilig Hart van Jesus, wees gekend, geloofd, bemind en aangebeden door alle schepselen, in het heelal, nu en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Lofprijzing van den Eerh. Lud. van Grenada.
O wonderbaar geheim. Hoogheilig Sacrament, hoe zal ik U waardig loven? Gij zijt het leven onzer zielen, het geneesmiddel onzer kwalen, onze troost in droefenis. Gij zijt de
381
gctlachtenis van onzen Heer, het zegel Zijner loovig Liefde, de schoonste lelie van Zijn testament. leven( Gij zijt onze reisgezel op den pelgrimstocht, leerer onze vreugd in dit ballingsoord. Gij zijt de heilig bron der genade, het onderpand der toe- wijs komstige heerlijkheid, de schat der Christenen, blijve Gij vereenigt de ziel met haren Bruidegom, in U vel licht het verstand, versterkt het geheugen, onve' wekt den wil op, vervult het hart met zoetheid, i mate vermeerdert de godsvrucht. Door ü ont- de r springen bronnen van heilige droefheid, wor- voor den hartstochten gestild, goede voorne- eenn mens opgewekt, zwakheden weggenomen. Gij schenkt ons wederom moed en geleidt ons veilig tot den berg Gods.
Wie zal Uw verhevenheid waardig verkondigen ? Wie ü naar de volle waarde voor Uw tallooze goedheden danken? Wie smelt niet weg in tranen bij de gedachte, dat een God zich met onze ziel vereenigt! Onze taal is waarlijk te arm en ons verstand te nietig om zooveel grootsche wonderen waardig weg te geven.
Goede, hemelsche Jesus, Gij overstelpt werkelijk met genadeblijken van zaligheid allen,
die U in Uw Sacrament ontvangen. Gij ontrukt hen aan de aardsche ijdelheden, aan de bedriegelijke genoegens dezer wereld.
O liefdevol Hart van mijn Jesus, Goddelijk Licht, open de geestelijke oogen Uwer ge-
385
Zijner! loovigen. Laat de heldere stralen van een mient.i levendig Geloof hen beschijnen, om U te 'toelit, leeren kennen. Ontsteek in hun harten een :ljt de j heilige begeerte om U te ontvangen. Onder-r toe- wijs en onderricht ze, opdat zij U slechts blijven zoeken, opdat zij hun rust uitsluitend in ü mogen vinden, opdat zij zich alleen en onverdeeld aan ü hechten, gelijk de ledematen met het hoofd zijn vereenigd, gelijk ont- de ranken van den wijnstok leven, opdat zij wor- voortaan enkel door U bestaan, met wien zij 'rne- eenmaal in alle eeuwen der eeuwen de ge-â Gij neugten Uwer genade zullen smaken. Amen. ons
VERBINTENIS DER ZIEL MET JESUS.
Dierbare, goddelijke Verlosser. Ik val U te voet, en smeek uwe oneindige goedheid, mij te vergunnen, dat ik, mijne ziel aan ü verbindende, de begeerten van mijn hart IJ voordrage, en dit onophoudelijk doen moge al de dagen mijns levens tot mijn laatsten snik.
Ik smeek, dat Gij te allen tijde, door alle menschen moogt. bemind, geëerd en verheerlijkt worden.
Ik smeek, dat uw wil geschiede gelijk in den hemel alzoo ook op aarde.
Ik smeek voor mij en voor alle zondaren een waar berouw.
Ik smeek, dat ik ü oprecht moge beminnen.
17
386
Ik smeek, dat ik al wat ik doe, moge verrichten uit liefde tot U.
Ik smeek in liefde tot U zoo te zijn verslonden, dat ik voortaan niet meer leve dan in U en voor U.
Ik smeek, dat ik in leven en in dood volkomen aan ü onderworpen moge wezen.
Mijn verlangen is, bij elke ademhaling, op eene geestelijke wijze te communiceeren.
Mijn verlangen is, dat, zoo dikwijls ik, o Heere, tot uwe tafel nader, mij de liefde beziele, welke ooit al de Heiligen bezield heeft of bezielen zal.
Het allerheiligste Sacrament ontvangende, vereenig ik mij met de liefde, welke U deze hoogheilige verborgenheid heeft doen instellen.
Moge bij het spreken mijner biecht, het hartelijkst berouw mijn hart doordringen, dat ik uwe oneindige goedheid en liefde heb bedroefd en beleedigd!
Ik vrage uit den grond mijns harten ver-giiïenis voor al mijne zonden, ook voor de meest verholene, en wensch die met bloedige tranen te beweenen.
Aan God, uwen hemelschen Vader, draag ik, met een brandend hart, op al de tranen, die Gij gestort en al het bloed, dat Gij uit liefde tot mij vergoten hebt, gelijk mede al het lijden, dat uwe heilige Moeder, en al de Heiligen uit liefde tot U hebben ondergaan.
387
Ik vraag, dat al mijns begeerten en verzuchtingen vereenigd zijn met uw brandend hart, o Heer Jesus, eu dat al mijne gedachten, woorden en werken door reine oogmerken bezield, door heilige liefde bestuurd worden.
Ik neem mijn toevlucht tot de veelvermogende voorspraak uwer heilige Moeder, opdat ik niet weder tot zonden vervalie.
Ik vernieuw al mijne begeerten, en wensch te mogen doen al wat de Heiligen ooit gedaan hebben ter voorbereiding van een zalig sterven.
Bovenal wensch ik in tijds te ontvangen het allerheiligste Sacrament des Altaars, en dat Gij, o Jesus, mij in genade gelieft aan te nemen.
Ik bid om ook in tijds te ontvangen het heilige Oliesel, ten einde tot mijnen laatsten strijd uitgerust en gezalfd te wezen.
Mijn Jesus, ik wensch in uwe liefde te sterven, en uit liefde tot ü den dood voor gewin te achten.
Heilige Maagd, Moeder van mijn Verlosser, wees voor mij te allen tijde, doch vooral in het uur van mijnen dood, eene liefderijke voorspraak!
Mijn Engel-Bewaarder, ik betuig ü mijnen hartelijken dank voor al de zorgen, die gij altoos voor mij gehad hebt, en bid U, dat Gij mij toch nimmer verlaat.
388
Eindelijk noodig ik de Heiligen, wier namen ik draag, mij bij mijnen uitgang uit dit leven met hunne gebeden te willen bijstaan.
Reeds nu verzaak ik alle gedachten en begeerten, die strijdig zijn met uwe liefde, en welke ik zou kunnen opvatten, door de bekoringen des duivels, of door zondige hartstocht. Ik herroep, breek en zweer die geheel af, en verklaar, dat ik wil leven en sterven als een gehoorzaam kind van de Heilige Catholieke, Apostolische, Eoomsche Kerk: dat ik geloof in en mijne hoop stel, tot het einde toe, op de oneindige barmhartigheid Gods, in Christus, en dat ik Hem altoos, uit geheel mijn hart, bovenal wil beminnen.
Ik vraag ook te mogen leven en sterven, in eene waarachtige broederlijke liefde, en uit mijn hart te verbannen, allen haat, gramschap en afgekeerdheid.
Ik vergeef van harte allen, die mij ooit beleedigd hebben, en vraag vergiffenis aan allen, die ik ooit vergramd, of eenigzins mocht hebben benadeeld.
Ik vraag om te verdienen alle Aflaten en alle genaden, die ik kan verwerven in het uur des doods, op welke wijze het zou mogen wezen, maar bovenal in het uitspreken der namen van Jesus en Maria.
Met één woord, maak mij zalig, Heere Jesus, wees mijn Jesus in eeuwigheid!
389
Maak ook zalig de zielen van N. Nv die U bekend zijn, mijn Zaligmaker.
Maak ook zalig mijne ouders, vrienden en weldoeners.
Maak zalig onzen heiligen Vader, den Paus, onze Koningin, en al mijne geestelijke en burgerlijke Overheden.
Maak zalig en heilig alle Priesters, en alle Kloosterlingen.
Vereenig door uwe liefde alle harten, die door vijandschap van elkander verwijderd zijn. Maak bovenal, alle Christen Vorsten eensgezind, en geef vrede aan uwe heilige Kerk.
Breid de grenzen uwer Kerk uit, en drijf uit haar alle dwalingen, ketterijen en bedorven zeden.
Neem alle zondaren aan, en roep tot U allen, die buiten het ware geloof zijn.
ïen laatste, voer tot de eeuwige rust de zielen, die zich in den staat der zuivering bevinden, en opdat Gij zulks des te eerder mocht doen, zoo draag ik ü op al de verdiensten van uw lijden, en van het lijden uwer heilige Moeder, en aller Heiligen, die ooit bestaan hebben en bestaan zullen. Offer dat alles, Gij, onze Voorspraak, onze Middelaar, onze Hoogepriester, op aan uwen hemelschen Vader. Wees inzonderheid genadig gedachtig de zielen dergenen, met wie
390
ik op aarde door de banden des bloeds en der liefde zoo nauw ben verbonden geweest, zoo ook die zielen, aan wie het minst wordt gedacht. Ontferming, Heer, ontferming en geef, dat ik na mijn sterven, uwe barmhartigheden in eeuwigheid lof zinge. Ja, Amen zoo zij het.
* Bid hier wanneer de tijd het u toelaat, nog eenige gebeden tot de li. Maagd, en bereid u vervolgens voor den zegen met het Allerheiligste te ontvangen. Vraag dien zegen over uw verlangens en verwachtingen, over uw voornemens en pogingen om in Gods liefde vooruit te gaan, over uw ziel en lichaam, over uw ledematen en zintuigen, over uw vermogens en neigingen, over uw vrienden en vijanden, over uw familie en huisgenooten. over alles in één woord, â en niets kunt gij hier uitzonderen, â wat Gods zegen onmogelijk missen kan.
ONDER DEN ZEGEN.
v. Hemelbrood hebt gij ons gegeven. r. Engelenbrood wordt door den mensch genuttigd.
O God, die ons in dit bewonderenswaardig Sacrament, de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, geef ons, bidden wij, dat wij de heilige mysterien van üw Vleesch en Bloed zoo eerbiedig eeren en godvruchtig nuttigen, dat wij de vruchten van Uwe verlossing onophoudelijk in ons mogen waarnemen; die. God zijnde, leeft en heerscht niet God den Vader, in de eenheid des heiligen Geestes, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
floVeen tep eere Van de Zalige Imelda Lambertini.
Om de genade te verwerven altoos met godsvrucht te communiceeren.
EERSTE DAG.
Heer, onnaspeurlijk in Uwe wegen, eeuwige God en allerbeminnelijkste Vader, in wien ik geloof, op wien ik hoop, en dien ik uit geheel mijn hart boven alles bemin, in Uwe goddelijke tegenwoordigheid neergeknield, aanbid ik U, zegen U, en bied U mijn lof om Uw onuitsprekelijk wezen, om Uwe oneindige volmaaktheden, en omdat Gij U immer bewonderenswaardig toont in Uwe Heiligen. Eer, lofprijzing en glorie zij U toegebracht, wijl Gij ü gewaardigd hebt onder Uwe andere schepselen Uwe getrouwe ongeliefde Bruid, de zalige Imelda, te verkiezen tot
392
voorbeeld van allen, die Uwen Zoon Jesus Christus in het hoogheerlijk Altaar-Sacrament verborgen, liefhebben.
Ik smeek U door hare machtige voorspraak en door de verdiensten van Jesus Christus, mijn God en Verlosser, mij de vergiffenis mijner zonden te verleenen; tevens, als vrucht dezer Noveen, de genade der innige godsvrucht bij de H. Communie, de genezing mijner kwalen, de verbetering van mijn levenswandel, en de navolging harer deugden, opdat ik sterve als zij, in Uwe heilige liefde, en ü met haar eeuwig in den hemel lofzinge. Amen.
GEBED OM VOLKOMEN AAN DE tiENADE TE BEANTWOORDEN. 1)
O zalige Imelda, mijn Patrones cn volmaakt toonbeeld van allen die God willen dienen, trouwe Bruid van het onbevlekte Lam, onzen Heer Jesus Christus, nieuw licht in zijne Heilige Kerk, en glorie der Orde van
') Men zou zich deerlijk misleiden, wanneer men altoos met devotie wil communiceeren, en geen ernstig verlangen zou hebben om de deugden van het christelijk loven te beoefenen. Door derhalve in deze gebeden de navolging van Imelda's deugden te vragen, vervullen wij een eerste voorwaarde, en gebruiken een der zekerste middelen om ware godsvrucht bij onze H. Communiën te bekomen.
393
den H. Dominicus, ik betuig u mijn innige godsvrucht en toegenegenheid. Getrokken door den zoeten geur uwer uitnemende heiligheid, neem ik tot u mijn toevlucht, tot u, die immer onbesmet de schoone onschuld des doopsels in uwe ziel hebt bewaard; tot u, die immer zoo getrouw Gods inspraken hebt beantwoord, en zoo stipt zijn geboden hebt onderhouden. Vurig wensch ik hierin uw heilig voorbeeld na te volgen, en daardoor mij uwe machtige voorbede bij den Allerhoogste waardig te maken. Verkrijg mij, bid ik u, nimmer aan zijn genade weerstand te bieden, er steeds volkomen aan te beantwoorden, haar inspraken in niets te verwaarloozen, en altoos nauwkeurig Gods geboden te onderhouden. Eindelijk verkrijg mij de genade van altoos waardige, heilige Communiën te doen, van even als gij, heilig te sterven, en eenmaal met u in den hemel onzen Heer en God te aanschouwen en te genieten in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LOFZANG.
Zalige Imelda, om uw liefde Daalde Jesus in uw ziel!
0! dat ook in mijn koud harte Een liefdevonkje nederviel!
Onze Vader... Weesgegroet...Eerezijden Vader.
17*
394
In het groot geheim der liefde
Mocht Gij vroeg uw blikken slaan En, verteerd door liefdevlammen, Jeugdig nog tot Jesus gaan!
Onze Vader... Weesgegroet... Eerezijdeu Vader.
Als een Seraf, aan Zijn Harte
Zocht gij 't leven voor dees tijd. De dood gewerd u... maar Zijn liefde Leeft in u voor de eeuwigheid!
Onze Vader... Weesgegroet... Eerezijden Vader.
GEBED.
0 Heer Jesus Christus, die gezegd hebt, dat Uw wellust is met de kindei en der menschen te zijn, gij hebt dit getoond in uwe jeugdige Bruid Imelda. Gij liet niet toe dat eenig schepsel ü weerhield om haar Uw liefde-Sacrament te schenken. Daarom kwaamt Gij zelf op wonderdadige wijze tot haar, hebt haar van de banden dezer aarde los gemaakt en overgeplaatst in de hemolsche gelukzaligheid, waar niemand haar nog van üw Goddelijk Hart vermag te scheiden. Wij bidden U ootmoedig, door het behagen dat Gij in deze reine ziel gesteld hebt, telkens bij het nuttigen van üw aanbiddelijk Lichaam en Goddelijk Bloed, die gevoelens en die gesteltenissen te hebben.
395
waardoor zij U zoo behaagd heeft, opdat wij eenmaal deelachtig worden aan de zalige genietingen Uwer liefde en de eeuwige heerlijkheid. Amen.
O beminnelijke Maagd en Moeder Gods Maria, lieve Vrouwe van den allerheiligsten Rozenkrans, door de vreugde, die Gij gesmaakt hebt op den dag, waarop Uw beminde Zoon U onze lieve Patrones Imelda aan zijn Hart toonde, wij bidden U, verkrijg ons de genade van immer, als zij, waardig en heilig tot Zijn goddelijke Tafel te naderen. Breng de arme zondaars tot inkeer, verkrijg kracht voor de stervenden en voor de zielen des Vagevuurs in de eeuwige rust. Amen.
TWEEDE DAG.
O Heer, onnaspeurlijk,.. Als op blz. 378.
Gebed om de deugd der onderwerping.
O Gelukzalige Imelda, allergehoorzaamst kind. en mijne veelgeliefde zuster, gij zijt met recht de waardige dochter van den God der majesteit. Gij hebt het oor geneigd tot de zoete stem zijner Goddelijke ingevingen. Gij hebt Hem immer gehoorzaamd, door in alles zijnen Goddelijken wil te volbrengen. Gij hebt
396
uw eigen wil verzaakt door dien in alles en altoos met den wil van God te vereenigen. Door deze bewonderenswaardige gelijkvormigheid van wil, bereiktet Gij een hooge volmaaktheid. Gij ontvingt daardoor de kracht u te onderwerpen aan het oordeel van uw oversten en uwen biechtvader, zoodat gij, bij do zware beproeving van het Brood der Engelen te boeten ontberen, ondanks uw vurig verlangen om Jesus in uw hart te ontvangen, u altoos tevreden en opgeruimd hebt getoond.
Ik bid u, mij te verkrijgen, u hierin na te volgen, opdat deze deugd mij helpe om altoos een goede H. Communie te doen ; dan zal ik, na in alles en altijd zijn H. Wil op aarde gevolgd te hebben, dien eens met u in den hemel volmaakter volbrengen. Amen.
* Hierna bidt men den lofzang (lilz. 393) en herhaalt alle andere gebeden van den eersten dag, hetgeen men ook de overige dagen opvolgt.
DERDE DAG.
Gebed om den geest van onthechting aan het aardsche.
O beminnelijke en hoogvereerde Imelda, getrouwe navolgster van Jesus Christus, uit
397
liefde tot Hem verzaaktet Gij aan alles, en volgdet Hem zoo volmaakt in armoede des geestes, dat Gij buiten Hem niets verlang-det, niets bezat. Daardoor hebt Gij verdiend zijne uitverkorene Bruid te worden. Door uwe vrijwillige armoede werdt Gij verrijkt met den overvloed zijner gaven, en bevoorrecht door zijne zoetste zegeningen en voortreffelijkste genaden. Ik smeek u mijne voorspraak bij den Almachtige te zijn, opdat Hij mij de bizondere gunst verleene, die ik Hem in deze Noveen vraag, van telkens met meer godsvrucht tot zijne H. Tafel te naderen. Smeek Hem daarom, bid ik u, dat Hij in mijn hart alle verkeerde gehechtheid aan het aardsche doe sterven, opdat ik, na in mijn leven Hem alleen en boven alles bemind tc hebben, het geluk verwerve in zijne vriendschap en genade te sterven, om Hem in alle eeuwigheid te loven en te zegenen. Amen.
VIERDE DAG.
Geheel om cleiiyd van zuiverheid.
O allerzuiverste en kuische Maagd, mijne Voorspreekster, gelukzalige Imelda, door uwe engelachtige reinheid tot waardige Bruid van het onbevlekte Lam verkoren; levende tempel en woonplaats van den H. Geest, Gij
398
waart eene maagdelijke aarde, die, door den dauw der Goddelijke genade gedrenkt, overvloedige vruchten van heiligheid en boetvaardigheid voortbracht. O schitterende ster der Orde van den H. Dominicus, in welke de geest van uwen H. Vader zoo uitblonk, ik bid u door deze deugd en door alle anderen, die Gij zoo volmaakt beoefend hebt, door al de genaden, waarmede uw Goddelijke Bruidegom U heeft gesierd, verkrijg voor mij van Jesus de vergiffenis mijner zonden, eene onschendbare zuiverheid, de overwinning overal de bekoringen tegen deze deugd. Hoe reiner ik leef, hoe meer ik Jesus met het oog des geloofs in het allerheiligste Sacrament zal zien, en hoe meer ik er de waarde van zal beseffen. En hoe godvruchtiger ik tot de H. Tafel nader, hoe reiner mijn leven zal zijn. Vraag dus voor mij de genade, die ik Hem in deze Noveen verzoek, opdat ik na een heilig en zuiver leven den dood der rechtvaardigen sterve, en mijn Jesus met u eeuwig lofprijze in den Hemel. Amen.
VIJFDE DAG.
Gehed om den (/eed uiui hoetoaardiyheid en versterving.
O boetvaardige en alleronschuldigste Beschermster, Gelukzalige fmelda, levend voor-
399
beeld van alle deugden, die ondanks uwe wonderbare onschuld in strenge boetvaardigheid geleefd hebt, en die in uw maagdelijk lichaam de versterving van uwen lijdenden Bruidegom Jesus Christus hebt nagevolgd door uwe zware boetplegingen ; verkrijg voor mij van God den waren geest van versterving, die mij helpt mijne driften te bedwingen, en mijne ziel geschikt maakt voor hemelsche zaken. Vraag, bid ik u, dat Hij mij door deze Noveen de gunst verleene van altoos zoo waardig mogelijk mijne H. Communiën te mogen doen, en dit door steeds gedurende mijn leven waardige vruchten van boetvaardigheid voort te brengen, opdat ik Zijne Goddelijke tegenwoordigheid in den Hemel eeuwig moge genieten. Amen.
ZESDE DAG.
Gebed om de deugd van nederigheid.
O mijne nederige en machtige Patrones, Gelukzalige Imelda, gij hebt tijdens uw leven een overrijken schat van heiligheid verborgen onder eene buitengewone nederigheid. Gij waart een gesloten bloemhof, heerlijk geurend door de goddelijke vruchten die gij in het binnenste van uw hart verborgen hieldt, een overvloeiende bron van de levende wate-
400
ren der genaden. Gij waart door deze deugd gelijk aan het mosterdzaad van het Evangelie, want uwe nederigheid verdiende, dat de Almachtige groote dingen in u uitwerkte door u op eene wonderbare wijze tot hot verblijf der Gelukzaligen op te voeren. Ik smeek u dringend voor mij van God te verkrijgen mij bij elke H. Communie diep voor God te kunnen vernederen, wijl Hij niet anders van mij verlangt, dan een nederig en vermorzeld hart. Verkrijg mij dus de nederigheid des harten, en alle genaden, die Hij aan de nederigen beloofd heeft. Dan zal ik na met Hem mij vernederd te hebben op aarde, ook met Hem eeuwig heerschen in den hemel. Amen.
ZEVENDE DAG.
Gebed om geduld en gelatenheid in de beproevingen des levens.
Geduldige en zachtmoedige Voorspreekster, Gelukzalige Imelda, gij waart een voorbeeld van bewonderenswaardige gelatenheid in de harde beproeving, die gij hebt ondergaan. Immers ondanks uw vurige verlangens om Jesus in uw hart te ontvangen, mocht gij u niet met uwen Goddelijken Bruidegom ver-eenigen. Maar gij leedt zonder uwen mond tot een klacht te openen, en volgdet hierin
401
den koninklijken Profeet en Jesus zeiven na. Door de groote volmaaktheid van dit geduld, waardoor de inwendige vrede uwer ziel nooit verstoord is geweest, door dit zichtbaar uitwerksel van de volmaakte vereeniging van uwen wil met dien van uwen goeden Jesus, smeek ik u mij van God de genade dezer Noveen te verkrijgen van bij mijn H. Communiën telkens meer mijn gelukte gevoelen. Bid ook voor mij af geduld in tegenspoed, onderwerping aan zijnen H. Wil bij alle wederwaardigheden des levens, en eindelijk een zalig sterfuur om Hem eeuwig in de gelukzaligheid te bezitten. Amen.
ACHTSTE DAG.
Gebed om de liefde tot den naasten.
Mijne machtige en beminde Patrones, Gelukzalige Imelda, volmaakt voorbeeld van de teederste en heldhaftigste naastenliefde, reeds van uwe prille jeugd, toen gij nog niet kondt spreken, toondet gij dit medelijden voor de armen, waardoor Gij later de troosteres der bedrukten, de hulp der ellendigen, de toevlucht der behoeftigen werdt. Ik smeek u vurig, voor mij van God te verkrijgen eene liefde aan de uwe gelijk, eene beproefde liefde, eene onuitputtelijke liefde, die door niets
402
verstoord, door niets vermoeid, door niets tegengehouden wordt, eene liefde, die medelijden heeft met allo ongelukkigen en die, haren oorsprong in het Hart van Jesus Christus nemende, zich over alle menschen uitstrekt, opdat ik hen allen moge beminnen gelijk mij zelf uit liefde tot God. Geef, dat ik de goeden beminne, opdat zij volmaakter worden, de zondaren, opdat zij zich bekeeren en leven, kortom, eene liefde zoo als Jesus wil en verlangt, goedaardig, geduldig, niet afgunstig, niet vermetel, zonder hoogmoed, zonder eerzucht, die zich zelve niet zoekt, die niet gram wordt, die geen kwaad denkt, die zich niet over de ongerechtigheid verblijdt, maar zich verheugt over de waarheid, die alles verdraagt, alles gelooft, alles hoopt, alles lijdt. Bid (iod, mij te verleenen van altoos zoo waardig als Gij, tot de H. Tafel te naderen, om voortdurend in zijn genade en liefde aan te groeien, in zijn liefde van deze wereld te scheiden, en in zijn liefde eeuwig gelukkig te zijn. Amen.
NEGENDE DAG.
Gebed om eene vurige liefde tot God.
Vurige Minnares van uwen God, Gelukzalige Imelda, waardige Bruid van het Onbevlekte Lam, dat do zonden der wereld wea-
403
neemt; heilig verblijf, waarin Gods Geest met zijne dierbaarste gaven woont; bemind en bevoorrecht door God; onder duizenden uitverkoren om een voorwerp van Gods welbehagen te zijn; geheiligd vuur der goddelijke liefde, dat elke ziel ontvlamt, die godvruchtig uw gelukkig afsterven overweegt; ik, de nietigste van allen, die u vereeren, ik stel mij nu en voor altijd onder uwe beminnelijke bescherming. Ik bid u, gelukzalige Imelda, mij de gunst te verwerven, die ik door u in deze Noveen van God heb afgesmeekt, van immer in vurigheid tot Jesus in Zijn H. Altaar-Sacrament aan te wassen. Verkrijg mij dus, u in allo deugden na te volgen, waardoor Gij voor de eerste maal reeds zulk een waardige H. Communie hebt gedaan, maar inzonderheid in uwe brandende liefde tot Jesus! Dat ik Hem beminne! Dat ik Hem vurig beminne! Dat ik Hem boven alles beminne ! Uit geheel mijn hart, uit geheel mijn ziel, uit al mijne krachten! Weldra zal Hij zich weder aan mij tot voedsel geven. Dan schenkt Hij zich aan mij zonder eenig voorbehoud. O, dat ook ik mij aan Hem zonder eenig voorbehoud schenke! Aan Hem van af dit uur! Aan Hem voor altijd! In het leven, in den dood, voor den tijd, voor de eeuwigheid. En a1 kan ik dan ook niet even als gij in Zijne armen. aanZijn Hart sterven, dat ik dan ten minste geheel
404
mijn leven tot Zijnen dienst bestede, en van liefde tot Hem brande. Dat dit dan, beminde Imelda, de bizondere vrucht zij van de vereering, welke ik u in deze Noveen getoond heb en immer toor.en zal. Dat deze H. Communie nu voor mij het begin zij van een heilig leven, om mij steeds onder uwe bescherming tot mijnen naderenden dood voor te bereiden; opdat ik bij mijn sterven, ontvlamd van liefde tot God, uit deze ballingschap tot het Vaderland moge overgaan, waar ik Hem zal zien en zegenen in alle eeuwigheid. Amen.
JC R U I S W E G
VOORBEREIDING.
Van den Gelukz. Henricus Suso.
heilig Kruis, Roem der wereld, wees gegroet! Gegroet o heraelsche Boom van het eeuwige leven, waaraan de vrucht der goddelijke Wijsheid gerijpt is. O kostbare en hemelsche Boom, wees mijn kracht in dit kortstondig leven, en laat mij U altoos eeren en zegenen, tot ik Uw vruchten van leven en onsterfelijkheid geniet in den hemel. Amen.
O wie geeft mij tranen om het innig ziele-leed te beschreien van mijne geliefde Moeder Maria! Reine Vrouw, edele Koningin van hemel en aarde, ontroer mijn versteend hart door een dier heete tranen, welke Gij over den bitteren nood van uw Kind gestort hebt, opdat ook ik Hem beweene; want uw leed is zoo, dat niemand het begrijpt, die er zelf niet door bewogen is. Beweeg dus mijn Hart, uitverkoren Vrouw, en leer mij, wat er op dezen droevigen tocht in Uw gemoed is om-
406
gegaan. Tot voldoening van mijn zonden, tot bekeering der zondaren, tot verlossing der geloovige zielen in het vagevuur, draag ik door uwe handen Jesus deze oefening op.
I. STATIE.
Jesus wordt ter dood veroordeeld.
Wij aanbidden en loven u, Christus.
Omdat (jij door Uw Kruis de wereld hebt verloamp;t.
Overdenk, o mijn ziel, Jesus' onderwerping bij het onrechtvaardig doodvonnis; uwe zonden zijn daarvan de oorzaak. Werp u aan zijne voeten, en zeg hem:
Minnelijke Jesus, hoe groot is Uwe liefde! \ oor mij wilt Gij veroordeeld worden tot zulk een schandelijken dood. Ach, die liefde moest mijn versteendheid ontroeren, en mij in tranen doen smelten. Heer, ik verfoei de zonden, welke U dit onrechtvaardig vonnis veroorzaakt hebben. Ik vraag er vergiffenis over, en op dezen kruisweg zal ik niet ophouden die te beweenen en te zeggen: Mijn Jesus, barmhartigheid!
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Glorie zij den Vader, enz. Ontferm u onzer, Heer, ontferm u onzer. God, wees mij, armen zondaar, genadig.
Dit slot met dezen aanhef herhaalt men bij iedere statie.
407
II. STATIE.
Jesus neemt het kruis op zijne schouders.
Overdenk, o ziel, met welke liefde Jesus dit Kruis omhelst; Hij groet het, Hij drukt het aan zijn hart, brengt het aan zijn lippen, besproeit het met zijn wanen, draagt het zonder schaamte. En gij, zondaar, gij weigert het kruis van boetvaardigheid te dragen, dat u moet leiden tot de glorie; gemakzucht houdt u tegen in de beoefening der christelijke versterving, 7,00 noodzakelijk voor uwe zaligheid. Ach, zeg nu eindelijk eens uit geheel uw hart tot Jesus:
Ik ben de misdadiger, minnelijke Jesus, die dit Kruis moest dragen. O Kruis, vrucht mijner zonden, ik ontvang u met open armen. Geef mij. Goddelijke Zaligmaker, de kracht, om het met liefde te dragen, en er de verdiensten van te ontvangen in de glorie.
III. STATIE.
Jesus valt ten eersten male onder het Kruis.
Overweeg, mijne ziel, hoe Jesus, afgemat door het zwaar hout des kruises, daaronder een eerste maal bezwijkt. Ach, zie hoe de wreede beulen Hem mishandelen en met geweld optrekken. Maar Jesus, als een lam ter slachtbank geleid, verdraagt alles geduldig, zonder een woord tegen te zeggen. Uw menigvuldige zonden, uw onverduldigheden en uw geest
408
van verzet hebben den last van Jesus' Kruis verzwaard. Vraag er vergiffenis over, en zeg: Zij eeuwig geloofd, minnelijke Zaligmaker, die, om mij te ontlasten en de straf der zonden van mijn weg te nemen, gevallen zijt onder het Kruis. Ik beloof U nimmermeer te hervallen in mijne onverduldigheden, of in mijn spijtige woorden; doch mocht ik door menschelijke krankheid daar weder in hervallen, geef mij de kracht aanstonds weder op te staan. Amen.
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijn heilige Moeder.
Overweeg, mijn ziel, welke smarten Jesus' Hart hier folteren, en welk zwaard van droefheid het hart van Maria doorvlijmt. Zijlijden, zij gevoelen elkanders droefheid zonder eenige vertroosting; de smart der moeder verdubbelt de pijnen des Zoons. Zie hoe uw gebrek aan naastenliefde de beul is van deze twee zoete, allerheiligste Harten. Ach, erken dit, en zeg: Allerzachtmoedigste Jesus, prent in mijn hart het teeder medelijden, door U gevoeld bij deze droeve ontmoeting. Geef mij medelijden met het leed van mijn naaste, opdat ik, door steeds zijn smarten als de mijnen aan te zien, onder de bescherming van Uwe lieve Moeder, in het uur des doods door U met medelijden worde behandeld. Amen.
409
V. STATIE.
Simon van Cyrene helpt Jesus het Kruis dragen.
Aanschouw hier, mijn ziel, uwen lieven Jesus, het eeuwige Woord des Vaders, door welk alles uit het niet geschapen is, geheel afgebeuld en uitgeput, onbekwaam nog verder dit zware kruis te dragen. Niemand heeft den moed Hem eenige hulp te bieden, tot dat eindelijk de soldaten Simon van Cyrenen dwingen het kruis te helpen dragen. Die Cyreneër zijt gij. Welaan, help Jesus zijn kruis dragen, verlic'at uw Goddelijken Meester door de kruisen te omhelzen, welke Hij u met eene bijzondere voorliefde overzendt. Minnelijke Jesus, ik bedank U voor de kruisen en beproevingen, welke Gij mij overzendt, voor deze schoone gelegenheden tot verdiensten. Geef mij de kracht ze verduldig en onderworpen te dragen. Ik offer U het lijden van mijn arm hart, opdat ik, lijdende en U beminnende op deze wereld, er de belooning van bekome in den hemel. Amen.
VI. STATIE.
Jesus drukt zijn aanschijn in den zweetdoek van Veronica.
O kostbaar lijnwaad waarin Jesus' heilig aangezicht werd afgedrukt! Prent dit beeld ook in uw hart, o christen, met het voornemen het nooit uit te wisschen. Zeg uw Jesus:
18
410
0 mijn minnelijke Jesus, ik bid ü zóó diep de gedachtenis van üw lijden in mijn hart te prenten, dat ik, bewogen door Uw liefde, alleen ü beminne, en mij zelf hate; en dat ik, gedurig üw lijden beweenende, zonder ophouden mijne zonden verfoeie, die de oorzaak van Uwe droefheden waren. Amen.
VII. STATIE.
Jesus valt ten tweeden male onder het Kruis.
Zie, mijne ziel, uwen aanbiddelijken Zaligmaker, bezweken onder het kruis, mismaakt, geslagen, gestooten, getrokken, bespot door een onmenschelijk volk; uwe hoovaardij is er de oorzaak van. Beken uwe trotschheid en ijdelheid in uw spreken en handelen, en niet het minst uw ingeboren eigenliefde. Zeg uwen Jesus:
0 vertrooster der bedrukte harten, hoe zijt Gij hier zelf zonder troost, uitgeput van krachten, op den grond uitgestrekt. Ach, mijne hoovaardij heeft U nedergeworpen onder het kruis! Help mij. Heer, om mij te verootmoedigen, versterk mij tegen het hervallen in deze zonden; ik omhels de versmadingen en vernederingen, die Gij mij zult willen toezenden. Ik zal ze zonder klagen verduren, om U na te volgen in üwe vernederingen, en met U deel te hebben in de glorie. Amen.
411
VIII. STATIE.
Jesus troost de heilige vrouwen van Jeruzalem.
Mijne ziel, gij hebt dubbele reden tot wee-nen; èn over Jesus, die uit liefde voor u lijdt, èn over u zelve, die niet ophoudt Hem te vergrammen. Blijf bij dit droef tooneel dan niet meer versteend, maar stort een traan van droefheid om Jesus smarten. Zeg Hem met innig medelijden:
O minnelijke Zaligmaker, waarom smelt mijn hart niet geheel in tranen, om Uw lijden en mijne zonden te beweenen'? Geef mij, bid ik U, tranen van een waarachtig leedwezen, op dat ik het medelijden verdiene, dat Gij aan deze godvruchtige vrouwen toont en werp mij een medelijdenden blik vol troost toe in het bange uur, waarin de angsten des doods mij zullen overvallen. Amen.
IX. STATIE.
Jesus valt ten derden male onder het Kruis.
Hoe pijnlijk is deze val voor onzen Jesus, door zooveel bloedverlies van alle krachten beroofd! Met wat wreedheid behandelen de soldaten dit onschuldig Lam! Zij trekken Hem schoppende en slaande omhoog, den berg op, om Hem daar den schandelijken dood te doen ondergaan. Ongelukkige zondaar, die den Zoon Gods met zoo groote wreedheid behandelt,
412
uwen Zaligmaker, zoo versmaad en mishandeld door uwe zonden, vraagt u hier om medelijden. Dat dan uw hart breke, en Hem zegge: Mijn Zaligmaker, Koning der martelaren, ach, wie heeft u in dezen ellendigen toestand gebracht? Ik weet het: mijne zonden, mijne driften, mijne ongeregelde neigingen. En zou ik U na deze weder willen vergrammen en Uw lijden vergrooten ? Neen, mijn Heer, neen, zie mij hier aan Uwe voeten, om U verkwikking aan te bieden. Ik zal dikwerf zuchtende herhalen: mijn Jesus, barmhartigheid : nooit meer, neen, nooit zal ik U nog vergrammen.
x. STATIE.
Jems ivordt van zijn Ideederen heroofd. Op nieuw worden Jesus' wonden hier opengereten, aan een schaamteloos gemeen wordt Hij ter bespotting gesteld, en met edik en gal gelaafd. Welk een boete voor den smaad, door ons aan de zuiverheid toegebracht! Nader tot dit kruis, en zeg uwen lieven Zaligmaker: O Jesus, onschuldig Lam, door de verdiensten van deze vernedering, bid ik U, neem van mij weg alle aardsche en zinnelijke genegenheden; opdat ik U alleen al mijne liefde toewijde, die alleen waardig zijt bemind te worden. Ja, Jesus, meng mijn leven met zooveel bitterheden, dat ik alleen zoetigheid
413
vinde in üw bitter lijden. O Jesus, mijne liefde, ik wil u beminnen uit geheel mijn hart en door versterving alle ongeoorloofde genietingen van mijn voorgaand leven uitboeten.
XI. STATIE.
Jesus wordt aan het Kruis ge nay el ij.
Beschouw, mijne ziel, Jesus nedergeworpen op het pijnlijk bed des kruises. Hij strekt de armen uit, en draagt Zijnen hemelschen Vader zijn leven op, om ons uit de slavernij des duivels te verlossen. Overweeg, wat pijnen Jesus lijdt, nu de beulen zijne handen en voeten met plompe nagels doorboren en hoe groot de ontsteltenis is der heilige Maagd bij dit schouwspel. Maak een vast voornemen van uw vleesch en zijne begeerlijkheden te kruisigen, en zeg:
Goddelijke Jesus, minnaar der zielen die U beminnen, die, aan een hard kruis hebt willen gehecht worden, ik smeek ü, door Uwe liefde en Uwe smarten, mijne voeten, handen en al de krachten van mijne ziel te kruisigen, opdat ik, dood voor mij zelf en voor de wereld, niet leve dan door het kruis, om er de vergelding van te bekomen in den hemel. Amen.
XII. STATIE.
Jesus sterft aan het Kruis.
Zie hier nu Jesus met plompe nagels aan
414
het kruis gehecht; Hij bidt voor zijne vijanden; belooft den rouwmoedigen moordenaar het paradijs; beveelt zijne moeder aan den H. Joannes, betuigt dorst te hebben naar de zaligheid onzer zielen, beveelt in de grootste verlatenheid en zonder troost zijnen geest in de handen van zijnen henielschen Vader, en sterft in het laatste geweld der pijn en der liefde !... Jesus is dood ! de Zoon Gods is een lijk! Hij is gestorven uit liefde tot u! ach zondaar, waarom sterft gij niet van droefheid en liefde met Jesus? Treed dicht bij het kruis van den gestorven Jesus, en zeg Hem;
Minnelijke Zaligmaker, ik beken dat mijne zonden uw beulen geweest zijn. Ach, hoe groot is Uw mededoogen met ons! Van nu af zal ik herhalen: mijn Jesus, barmhartigheid ! Ik smeek die reeds nu af voor het uur van mijn dood. Ik schenk ook barmhartigheid aan degenen die mij beleedigd hebben ; en ik hoop, minnelijke Jesus, uit Uwen mond eenmaaj deze woorden te hooren; heden zult gij met Mij zijn in het paradijs. Amen.
xm. STATIE.
Jesus wordt van het Kruis genomen.
Welk een zwaard van droefheid moet het hart der bedrukte Moeder doorboord hebben, bij het ontvangen van haren dooden Zoon in hare armen ! Maar onze zonde is oorzaak ge-
415
in- weest van deze marteling. Vereenig dan uwe
iar tranen met de haren en verzaak uwe zonden,
len O Maria, bedroefde Moeder, gewaardig u
de uit liefde voor uwen welbeminden Zoon, mij
ste tot uwen dienaar aan te nemen. 0 koningin
in der martelaren, bewijs mij de genade, altijd
en uwe smarten in mijn geest en in mijn hart
Ier levendig te houden. Geef, dat uwe tranen
en niet vruchteloos zijn voor mijne ziel; maar
ch breek mijn hart, doordring het van zulk een
iid levendige droefheid, dat ik, dag en nacht
lis mijne zonden beweenende, mijn geheelleveu dcorbrenge in een heilzaam berouw, en ein-
ne delijk bekome u te zien en te danken m de
oe eeuwige glorie. Amen.
af XIV. STATIE.
i'
y Jesus wordt in 't graf geleyd.
e- | Overweeg, mijn ziel, in welk graf Jesus
pi wordt nedergelegd. Bitter verwijt voor u, die
aj Hem zoo vaak in een hart doet vertoeven,
3t waarin het verderf der zondige neigingen nog
heerscht.
Erbarming, lieve Jesus, voor zooveel smaad door mij Uw heilig Lichaam aangedaan. Vergeef mij mijn lauwheid, mijn gehechtheid aan gt;t datgene wat U bedroeft, toen ik U in mijn
i hart ontving. Mijne heiligschennissen en allo
n verzuim tegen üw goddelijk lichaam, beloof
.. ik uit te boeten. Straf mijn tekortkomingen
416
hier aan mijn lichaam, maar spaar mij in de eeuwigheid. Amen.
SLUITGEBED.
Van den Gelukz. Henricus Suso.
O goede, teedere Moeder, troost u met de gedachte, dat het langs den weg des Kruises is, dat Gij tot het rijk der liefde zijt gekomen, waar Gij thans als Koningin alvermogend heerscht, en voor ons een moeder van barmhartigheid, ons leven, onze zoetheid en onze hoop wilt wezen. Gij stort neder op dezen lijdensweg, geheel besproeid met het Goddelijk Bloed van uw Zoon. Troost u en vat moed; door dit Bloed zijt Gij immers de voorspreekster en beschermster der menschen kunnen worden V Ik bid u door dit droevig tooneel, door den kruisdood van uwen Jesus, dien Gij na zijn dood op uw schoot hebt doen rusten, werp een medelijdenden blik op mijn ziel, én toon haar, bij het scheiden uit dit lichaam, aan den teederen, aan den zoeten Jesus, aan Jesus mijn verlosser, aan Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams. Verdedig mij tegen de aanvallen des vijands, red mij in dat bange uur, o goedertieren, o meedoogende, o zoete Maagd Maria.
6 Onze Vader, Wees Gegroet en Glorie enz.
417
LiïANIE VAN DEN ALLERHEILIGSTEN NAAM JESUS.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm U, onzer!
Heer, ontferm U onzer!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons!
God Vader in den hemel!
God Zoon, Verlosser der wereld ! God Heilige Geest!
Heilige Drievuldigheid, een eenig God!
Jesus, Zoon des levenden Gods!
Jesus, Zoon der Maagd Maria!
Heiligste Jesus !
Almachtigste Jesus!
Volmaakte Jesus!
Roemwaardigste Jesus!
Nederigste Jesus!
Zachtmoedigste Jesus!
Geduldigste Jesus!
Jesus, Heiland der wereld!
Jesus, Middelaar tusschen God en de
menschen!
Jesus, Goede Herder!
Jesus, onze Toevlucht!
Jesus, Vriend van reine zielen!
Jesus, waar Licht der wereld!
Jesus, eeuwige Wijsheid !
Jesus, oneindige Goedheid 1 Jesus, Spiegel der volmaaktheid!
18*
418
Josus, Voorbeeld aller deugden!
Jesus, Vader der armen!
Jesus, Trooster der bedroefden!
Jesus, Blijdschap der engelen !
Josus, Koning der patriarchen!
Jesus, Verlichter der profeten!
Josus, Meester der apostelen!
Jesus, Leeraar der evangelisten!
Jesus, Sterkte der martelaars!
Jesus, Licht der belijders!
Jesus, Bruidegom der maagden!
Jesus, Kroon aller heiligen!
Wees ons genadig, spaar ons, o Josus! Wees ons genadig, verhoor ons, o Jesus! Van alle kwaad, verlos ons, o Jesus! Van alle zonde, verlos ons, o Jesus! Van de heimelijke vervolgingen des duivels!
verlos ons, o Jesus!
Van pest, honger en oorlog, verlos ons, o Jesus!
Van overtreding Uwer geboden.
Van den aanval aller kwalen.
Door Uwe menschwording.
Door Uwe geboorte.
Door Uwe smarten.
Door Uwe geeseling.
Door Uw dood.
Door Uwe opstandig.
Door Uwe hemelvaart,
Door Uwe heerlijkheid in den hemel,
419
Door de voorbede Uwer zaligste Moeder en
Maagd Maria, verlos ons, o Jesus!
Door de voorbede van al Uwe heiligen, verlos ons, o Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! Spaar ons, o Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt ! Verlos ons, o Jesus!
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt! Ontferm U onzer, o Jesus!
Jesus Christus, hoor ons!
Jesus Christus, verhoor ons Heer, ontferm U onzer!
Onze Vader enz. Wees gegroet, Maria enz.
LOFPRIJZING.
Uit de heilige Schrift.
De naam des Heeren zij geprezen van nu aan tot in eeuwigheid!
Heer, onze God, hoe wonderbaar is (Jw naam op de gansche aarde, want Uwe heerlijkheid is verhoogd, boven de hemelen!
Gij zijt groot; Gij zijt de God, die alleen wonderen doet! Gij zijt de God der sterkte ! Gij zijt de Schepper des heelals, en Uw is de hemel en de aarde! Gij heerscht over de zee en doet de onstuimige golven bedaren!
420
Gij zijt het begin en het einde; de eerste en de laatste; door U regeeren de koningen en bepalen de wetgevers het recht; en de gansche aarde is vol van Uwe heerlijkheid !
Ik wil mij verheugen in U, mijn God, en juichen in mijn Heiland!
U, mijn Jesus, zij eer en dank in alle eeuwigheid! Amen.
LITANIE
VAN HET ALLERHEILIGST HART VAN JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld.
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen Vader,
Hart van Jesus, Zoon van de heilige
Maagd Maria,
Hart van Jesus, eigene en waardige
woonplaats vair den heiligen Geest,
Hart van Jesus, schatkamer van de H. Drievuldigheid,
421
Hart van Jesus, roem en vreugd der Engelen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oneindig in majesteit.
Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde. Ootmoedigste Hart van Jesus, Allerzuiverste Hart van Jesus, Allerminnelijkste Hart van Jesus,
Hart van Jesus, vol van zegen en genade, Hart van Jesus, wellust van Hemel en aarde.
Hart van Jesus, licht van geheel de wereld.
Hart van Jesus, onverwinnelijke sterkte
tegen onze vijanden.
Hart van Jesus. bron van alle rechtvaardigheid.
Hart van Jesus, oorsprong van alle goedheid en barmhartigheid.
Hart van Jesus, vol medelijden en tee-derheid.
Hart van Jesus. woonstede aller deugden. Hart van Jesus, allen lof en eer waardig. Hart van Jesus, wien alle aanbidding toekomt.
Hart van Jesus, oneindige afgrond van
alle hemelsche gaven.
Hart van Jesus, zaligheid dergenen, die
in U hopen.
Hart van Jesus, bron der wateren die ten eeuwigen leven springen,
422
Hart van Jesus, verzoening der zonden, ontferm LT onzer.
Hart van Jesus, troost van alle bedrukte harten.
Hart van Jesus, hoop dergenen, die in ü sterven,
Hart van Jesus, ons leven en onze verrijzenis.
Hart van Jesus, toevlucht van alle zondaren.
Hart van Jesus, niet bitterheid voor ons vervuld.
Hart van Jesus, met versmaadheden voor ons verzaad,
Hart van Jesus, om onze boosheden doorwond,
Hart van Jesus, om onze zaligheid aan het kruis gestorven.
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken,
Hart van Jesus, levende, heilige en God-behagende offerande,
Hart van Jesus, altaar, op hetwelk al de Heiligen geslachtofferd worden.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
423
v. O Koning der glorie, Gij zult nooit versmaden,
k. Een boetvaardig en vernederd hart. Laat ons hidden.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, geef, dat wij aan de liefde van dit allerheiligste Hart mogen beantwoorden, en de versmadingen, aan hetzelve door de ondankbaarheid der menschen aangedaan, door waardige dienstbewijzing vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAN HET ALLERHEILIGST SACRAMENT.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm ü onzer.
424
Levend Brood, uit den hemel neergedaald,
ontferm ü onzer.
Eeuwig Woord Gods, mensch geworden
en onder ons wonende.
Verborgen God, schuilende onder zichtbare gedaante.
Bewonderenswaardig geheim van ons H. Geloof,
Allerhoogwaardigst en levendmakend Sacrament,
Tarwe der uitverkorenen.
Wijn, die maagden voortbrengt,
Spijs der Engelen,
Uitnemend teeken der goddelijke liefde, Geestelijke spijs onzer zielen.
Krachtig voedsel waardoor wij in deugden
aangroeien.
Allerkrachtigst hulpmiddel, waardoor onze verloren krachten en genaden hernieuwd worden,
Sterk schild tegen alle bekoringen, Geestelijk geneesmiddel voor alle zonden
en krankheden.
Onuitputtelijke schat van genaden.
Heilig Sacrament, waardoor de Geest van
Jesus ons medegedeeld wordt,
Waarachtig Lam zonder vlek.
Goede Herder, die Uw leven voor Uwe
schapen hebt gegeven.
Goedhartige Vader, die Uwe kinderen
425
met Uw heilig Lichaam en Bloed spijst, ontferm U onzer.
Opperpriester, die U zeiven nog dagelijks in het Sacrificie der Mis voor ons aan Uwen Vader opdraagt.
Goddelijke offerande, waardoor wij dagelijks belijden, dat wij U in alles willen onderdanig zijn.
Heilige offerande, waardoor wij God voor
al zijne weldaden bedanken, Welbehagende offerande, waardoor wij de goddelijke genade verzoeken en overvloedig verkrijgen.
Offerande van verzoening voor levenden
en dooden.
Allerheiligste gedachtenis van het lijden
van onzen Heer Jesus Christus,
Teerspijs en versterking van hen, die in
den Heer sterven,
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van de begeerlijkheid der oogen, verlos ons. Heer.
Van de begeerlijkheid des vleesches.
Van de hoovaardij des levens,
Van het onwaardig nuttigen Uws Li-
chaams en Bloeds,
Van alle ketterij, doling en ongeloovig-
heid des harten,
Van alle oneerbiedigheid en achteloos-
426
lieid tegenover dit heilig Sacrament, ver los ons, Heer.
Van alle gebreken en zonden, die de vruchten van dit heilig Sacrament beletten en verminderen.
Door de onmetelijke liefde, waarmede Gij
dit heilig Sacrament hebt ingesteld,
Door de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij ons tot nuttigen van Uw heilig Lichaam en Bloed, uitnoodigt.
Door uw dierbaar Bloed dat in het sacrificie der Mis voor ons wordt opgedragen. Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Dat het C behage het geloof, den eerbied, en de godsvrucht tot het heilig Sacrament in ons te vermeerderen.
Dat wij ons mogen waardig maken, dikwijls deze geestelijke spijs te nuttigen, Dat Gij ons mild deelachtig wilt maken aan al de geestelijke vruchten van dit heilig Sacrament,
Dat wij door het nuttigen van Uw heilig Lichaam en Bloed mogen blijven in U en Gij in ons.
Dat wij ü mogen navolgen in ootmoedigheid en zachtmoedigheid, en in alle andere deugden, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij alle boosheid en wereldsche genegenheden verlatende, altijd in matigheid, rechtvaardigheid en godsvrucht
427
mogen leven,wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons in de ure des doods met deze liemelsche teerspijs wilt versterken, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v. Brood hebt Gij ons uit den hemel gegeven, li. Het Brood der Engelen wordt door den mensch genuttigd.
GEBED.
O God, die ons door dit bewonderenswaardig Sacrament, de gedachtenis van Uw lijden hebt nagelaten, geef ons, bidden wij, dat wij de heilige mysteriën van Uw vleesch en Bloed zoo eerbiedig eeren, (en godvruchtig nuttigen), dat wij de vruchten van Uwe verlossing onophoudelijk in ons waarnemen, die leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
428
LITANIE
VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons,
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden,
Moeder van Christus,
Moeder der Goddelijke genade,
Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder,
Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Minnelijke Moeder,
Wondervolle Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
429
Allervoorzichtigste Maagó, bid voor ons.
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid.
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat.
Eerwaardig vat,
Schoon vat van devotie,
Verborgene roos.
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der kranken.
Toevlucht der zondaren.
Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaders,
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen,
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
430
Koningin van alle Heiligen, bid voor ons. Koningin, zonder zonden ontvangen, bid voor ons.
Koningin van den Heiligen Rozenkrans, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Cïods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Onze Vader.
Wees gegroet.
Laat ons lidden.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons van alle gevaren; o glorieuse Maagd, o gezegende Vrouw, onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
V. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.
431
R. Opdat wij waardig worden de belofte van Christus.
LITANIE
TER EERE VAN DEN HEILIGEN JOZEF.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God Heilige Geest, ontferm ü onzer.
Heilige Drievuldigheid één God, ontferm (J onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods,
Heilige Maagd der maagden.
Heilige Jozef,
Voedstervader van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Rechtvaardige man,
Man naar Gods hart.
Getrouwe en voorzichtige huisvader, Beschermer der zuiverheid van Maria, Die de menschwording des Eeuwigen Woords door de Goddelijke openbaring vernomen hebt,
5^
432
Die met de Maagd Maria naar Bethlehem
zijt gereisd, bid voor ons.
Die met Maria het Kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd,
Die op het bevel van den Engel met het Kind en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt.
Die, na den dood van Herodes, naar
Nazareth wedergekeerd zijt, ^
Die met Maria het verloren Kind Jesus g vol droefheid gezocht hebt, M
Die Jesus tusschen de Leeraren met blijd- §
schap gevonden hebt,
Aan wien de Heer der Heeren onderdanig is geweest.
Voorspreker in allen nood.
Patroon der stervenden.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
Bid voor ons. Heilige Jozef.
Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
Laat ons hidden.
Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer Aller-
433
heiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAS DE GELUKZALIGE IMELDA.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden.
Gelukzalige Inielda,
Maagd der orde van den H. Domi-nicus.
Patrones der Priesters bij de H. Mis, Patrones der waardige eefste H. Communie,
Patrones der vurige godsvrucht aan
de Tafel des Heeren,
Schat van hemelsche genaden,
19
434
Gelukzalige Iraelda, Roos bij den dageraad ontloken, Bid voor ons.
Teergeliefd kind van Maria,
Beminde Bruid van Jesus Christus, Vurige vereerster van het H. Altaar-
Sacrament,
Serafijn aan den voet der altaren. Slachtoffer der Goddelijke liefde. Kostbare parel van zuiverheid, Versmaadster der wereld,
Arme navolgster van den armen Jesus, Die aan de genade zoo getrouw hebt
beantwoord,
Volmaakt voorbeeld van gehoorzaam- W heid, 5J
Onthecht aan alle wereldsche voldoeningen.
Toonbeeld van versterving.
Nederige dienstmaagd des Heeren, Spiegel van geduld in de beproevingen des levens.
Vervuld van liefde tot uwe naasten. Roem en vreugd der orde van den
H. Dominicus,
Die zeer vroeg de wereld verlaten hebt,
om alleeit Jesus aan te hangen, Die immer de stichting waart van
uwe medezusters.
Die zoo goed de verhevenheid besefthebt van het hoogheilig Altaar-Sacrament,
435
Gelukzalige Imelda, die van Liefde gestorven zijt, toen gij voor het eerst Uwen Godde-lijken Bruidegom ontvingt, bid voor ons. Opdat wij door uwe voorspraak steeds in Gods liefde mogen toenemen, Gelukzalige Imelda, bid voor ons.
Opdat wij immer de wezenlijke tegenwoordigheid van Jesus in het H. Sacrament ep hoogen prijs stellen,
Opdat wij ook in anderen een vurige godsvrucht tot dit H. Sacrament opwekken. Opdat wij altijd met de innigste vereering de Goddelijke Geheimen der H. Mis met den Priester vieren,
Opdat wij even waardig als Gij tot de
H. Tafel naderen,
Opdat wij nimmer een heiligschennende, zelfs geen lauwe H. Communie doen. Opdat wij steeds meer en moer vrucht
uit onze H. Communiën trekken.
Opdat wij niet sterven, zonder de H. Communie als Teerspijs te hebben ontvangen.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
O
CR
v. Bid voor ons. Gelukzalige Imelda,
i
436
R. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Heer Jesus Christus, die de Gelukzalige Maagd Imelda door het brandend vuur üwer liefde gewond en op wonderbare wijze met hot H. Altaar-geheim versterkt, in den Hemel hebt opgenomen, geef ons door hare voorbede steeds met een zelfde vurige liefde tot de H. Tafel te naderen, opdat wij verlangen ontbonden te worden en verdienen met U te zijn. Die leeft en regeert door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
VAN DEN HEILIGEN ANTONIUS VAN PADUA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God Heilige Geest, ontferm ü onzer.
Heilige Drievuldigheid één God, ontferm U onzer.
4:37
Heilige Maria, beschermster van den Heili
gen Antonius, bid voor ons.
Heilige Pranciscus, voorbeeld van den
Heiligen Antonius,
Heilige Antonius van Padua,
Zalige vrucht van Spanje,
Nieuw licht van Italië,
Beschermer en luister van Padua,
Apostel van Frankrijk,
Navolger van den Heiligen Pranciscus, Kostelijke parel van armoede, Klaarblinkend licht van gehoorzaamheid. Sneeuwwitte lelie van zuiverheid.
Spiegel van boetvaardigheid, t
Eoos van verduldigheid,
Vlam van liefde, c
Vat van heiligheid, ::
Pilaar der Heilige Kerk, ;
Verkondiger der genade.
Uitroeier der zonden,
Vertreder der wereld,
Verheffer van Gods eer.
Ootmoedige verberger der wijsheid, Leeraar der waarheid,
Blinkende ster aan het firmament van
de serafijnsche orde,
Ark des testaments.
Afgezant van den Allerhoogste,
Verdediger van het geloof aan het Hoogwaardig Sacrament,
438
Heilige An toni us van Padua, brandende naar
den marteldood, bid voor ons.
Geesel der ketters.
Schrik der ongeloovigen.
Roede der dwingelanden,
IJveraar der zielen,
Groote wonderdoener.
Patroon in verloren zaken.
Toevlucht der armen.
Gezondheid der zieken.
Vertrooster der bedrukten.
Kenner der harten,
Voorzegger der toekomende dingen. Verwekker der dooden.
Schrik der duivelen,
Navolger der Aartsvaders,
Beeld der Apostelen,
Uitverkorene onder de Leeraars,
Roem der Heiligen,
Getrouwe beschermer en voorspreker der-
genen, die U aanroepen,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer. Onze Vader, enz.
439
V Bid voor ons, Heilige Antonius. R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
GEBED.
O goedertierenste Jesus, die uwen belijder, den Heiligen Antonius, door vele wonderwerken hebt doen uitschijnen, verleen genadig, dat wij door zijne voorspraak met zekerheid mogen verkrijgen, hetgeen wij door zijne verdiensten met vertrouwen verzoeken. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den Heiligen Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
NOVEEN
TER EERE VAN DEN H. PETRUS MARTELAAR, OM DE GENEZING VAN EEN ZIEKTE TE VERKRIJGEN.
De Heilige Petrus van Verona, van de Orde der Prediklieercn, ontving in het jaar 1252 om zijn ijver in de verdediging des geloofs de kroon der Martelaren. In zijn leven had hij zóó veel schitterende wonderen, ook door het genezen van zieken verricht, bij zijn heilige overblijfselen herkregen zóó velen hunne gezondheid, dat Paus Inno-centius IV, na een nauwgezet onderzoek der
440
mirakelen, hem reeds het eerstvolgend jaar na zijne marteling, plechtig onder het getal der HH. Martelaren stelde. Talrijke wonderdadige genezingen door zijne Relikwieën uitgewerkt, vinden wij vermeld in de Ac(a Sanctorum (Apr. T. Ill pag. 687 â 719), zoodat wij van den H. Petrus mogen zeggen, wat de H. Schriftuur van den Profeet Eliseüs getuigt: Zijne doode beenderen hebben Gods lof verkondigd. (Eccl. 48. 14.)
De H. Petrus Martelaar, wiens feestdag de Kerk den 29 April viert, wordt daarom als bijzondere Patroon aangeroepen in de verschillende ziekten, waarmede de mensch dikwijls bezocht wordt. Met zijn heilige overblijfselen zegent een Priester, daartoe gemachtigd, een weinig water, dat de zieke met vertrouwen des morgens en des avonds gebruikt. De geschiedenis en sinds eeuwen de ondervinding bewijzen de kracht van dit heilig water.
De zieke bidt bij het gebruik van dit water gedurende negen achtereenvolgende dagen de onderstaande gebeden, of mocht deze hiertoe niet in staat zijn, dan kunnen ook anderen voor hem de Noveen verrichten. Men kan ook in de plaats dezer gebeden dagelijks den H. Eozenkrans bidden en dien ter eere van den Heiliga aan God opgedragen.
441
I.
God, die tot heil van het menschelijk geslacht in de zelfstandigheid des waters de verhevenste geheimen hebt verborgen, verhoor goedgunstig onze smeekingen, opdat wij, die dit Water, gezegend met de overblijfselen van den H. Martelaar Petrus, godvruchtig gebruiken, de kracht dezer he-melsche zegening mogen ondervinden. Laat door tusschenkomst van dien Gelukzaligen Martelaar dit geheiligd water een heilzaam middel zijn ter genezing onzer kwalen; bevrijd ons van de lisien der booze geesten, verwijder van ons de ziekten en zwakheden naar lichaam en ziel, en verleen, dat al wie dit water zal gebruiken of zich daarmede zal besproeien, verlost worde van allen geestelijken en lichamelijken tegenspoed, en zich in eene volkomene gezondheid moge verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen. â¢
Driemaal Ome Vader, Wees gegroet, Glorie zij, enz.
II.
O Heer, God der hemelsche krachten, die door de macht van Uw woord elke ziekte en ongesteldheid van de lichamen der men-schen kunt verwijderen, help genadiglijk mij
19*
442
üwen dienaar (ü\v dienares), die zijne toevlucht neemt tot de bescherming van üwen Martelaar, den H. Petrus, opdat door zijn voorspraak mijne ziekte verdwijne, mijne krachten herstellen, en ik na het verkrijgen mijner gezondheid Uwen heiligen naam zegenen moge. Om de verdiensten van den H. Petrus, bevrijd mij voortdurend van alle kwellingen naar lichaam en geest; bewaar mij ook door Uwe genade van de zonden, zoodat ik verdiene na mijn leven tot de eeuwige vreugde te geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Driemaal Onze Vader, Wees gegroet, Glorie zij, em.
III.
0 H. Petrus, roemwaardige Martelaar, die gedurende uw leven door uw vurig geloof zooveel wonderen voor de lijdende mensch-heid verricht en na uwen marteldood zooveel ongelukkigen in hunne ziekten bijgestaan hebt, ik bid U allerootmoedigst en met het grootste vertrouwen, dat gij door de verdiensten van uw geloof en uwen marteldood, voor mij de gezondheid wilt verwerven, en mij van alle geestelijke of lichamelijke kwalen bevrijden. Mocht het echter Gode behagen, mij tot mijn eeuwig geluk, niet van niijne
443
kwellingen te verlossen of mij met nog groo-tere droefheden en pijnen te bezoeken, verkrijg dan voor mij de genade, om alle lijden met geduld uit Gods vaderhand aan te nemen. Bewaar mij vooral van de geestelijke ziekten, de zonden namelijk, die mijne ziel den eeuwigen dood kunnen toebrengen, verwerf voor mij, dat ik met Gods genade, na het lijden dezer wereld, door een godvruchtig leven en zaligen dood den hemel moge verkrijgen. Amen.
Driemaal Onze Vader, Wees yeyroet, Glorie zij, enz.
LITANIE
VAN DEN H. PET KUS, MARTELAAR.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelschc Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.
H. Petrus, roemrijke Martelaar, bid voor ons.
444
H. Petrus, die reeds in uwe jeugd moedig
het geloof hebt beleden, bid voor ons. Die de lelie der zuiverheid altijd ongeschonden hebt bewaard.
Die uw leven zonder doodelijke zonden
hebt doorgebracht.
Die uw vleesch voortdurend gekastijd hebt.
Die de armoede en nederigheid bemind hebt.
Die de Predikheeren-Orde door den glans
uwer deugden versierd hebt,
Die door uwe ervarenheid in de H Wetenschappen geschitterd hebt,
Die met een Apostolischen ijver het geloof verkondigd hebt.
Die met onverschrokken moed de dwaling
bestreden hebt.
Die als een steenrots onwrikbaar waart
in het geloof.
Die door uw gebed vele zieken genezen hebt.
Die mot blijdschap uw leven voor de
waarheid hebt opgeofferd,
Die een drievoudige kroon van zuiverheid, geleerdheid en martelaarschap verworven hebt.
Die na uwen dood door vele wonderen
verheerlijkt zijt.
Wij zondaren, wij bidden ü, verhoor ons. Heer.
445
Door de verdienster- van den H. Petrus, wij
bidden U, verhoor ons, Heer.
Dat wij onder zijne bescherming van alle ziekten mogen bevrijd blijven, wij bidden U, verhoor ons. Hoer.
Dat wij door zijne voorspraak van onze kwellingen mogen verlost worden, wij bidden U, verhoor ons, Heer.
Dat wij door zijne tusschenkomst in ons lijden het geduld mogen bewaren, wij bidden U, verhoor ons Heer.
Zoon Gods, wij bidden ü, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
V. Bid voor ons, H. Petrus.
R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LATEN WIJ BIDDEN.
Geef, bidden wij ü, almachtige God, dat wij met eene waardige godsvrucht het geloof navolgen van uwen Martelaar, den H. Petrus, die voor de verbreiding van het-
446
zelfde geloof verdiend heeft den martelpalm te verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
Deze Noveen en Litanie kan ook door andoren met do behoorlijke -wijzigingen gebeden worden.
LITANIE
VAN DE H. MAAGD EN MARTELARES BARBARA.
Heer, ontferm U onzer!
Christus, ontferm ü onzer !
Heer, ontferm U onzer!
Christus, hoor ons!
Christus, verhoor ons!
God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer!
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer!
God, H. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Maria, bid voor ons!
H. Moeder Gods, bid voor ons!
H. Maagd der Maagden, bid voor ons! H. Barbara, bid voor ons!
Welbehagelijk aan God den Vader, Bemind door God den Zoon,
Vervuld van den H. Geest,
Vurige vereerster van de H. Drievuldigheid,
Heldin van Cleloof,
Sterk door de Hoop;
Onoverwinnelijk door de liefde,
td
r-Q f-
cö
PQ
447
H. Barbara, Trouwe leerlinge van Christus, den Gekruiste, Bid voor ons.
Vijandin der zinnelijkheid,
Minnares der zuiverheid.
Verwinnares der helsche bekoringen, Schitterend voorbeeld der jeugd, Uitverkoren vat van alle deugden. Bijstand in den doodstrijd van uwe
dienaars en dienaressen,
Teedere beschermster van den ziel-
togenden mensch.
Voorspraak der afgedwaalden, om niet tot het laatst in de zonden te volharden.
Geruststelling van den Christen, die in zijn laatste oogenblikken te zeer Gods oordeelen vreest.
Maagd, die op een geheel bizondere wijze door God verlicht en onderwezen, de eenheid van God in wezen, en Zijne Drievuldigheid in personen, standvastig beleden hebt. Maagd, die uwe maagdelijkheid boven alle schatten der wereld gesteld hebt. Maagd, die alle wereldsche genoegens en grootheid uit liefde tot Jesus met voeten getreden hebt.
Die in uw sterfuur voor ons, die uw dood vereeren, een zaligen dood verkregen hebt.
448
H. Barbara, Martelares, in wier doorwond lichaam brandende fakkels werden gestoken, wier hoofd met hamers is geslagen, en wier vleesch door de beulen met sterke haken is verscheurd geworden, bid voor ons. H. Barbara, die door uw eigen vader zijt onthoofd, bid voor ons.
O Jesus, Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden ü, door hare verdiensten, laat ons toch niet sterven zonder te biechten!
O Jesus, Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden ü, door hare voorspraak, laat ons niet sterven zonder het H. Sacrament des Altaars!
O Jesus, Bruidegom van onze Patrones Barbara, wij bidden U, door den bitteren dood, dien zij om Uwen H. Naam is gestorven, Iaat ons niet sterven zonder het H. Oliesel.
O Jesus! Minnaar d^r zielen, die niet den dood van den zondaar begeert, maar zijne bekeering en zaligheid, wij bidden U, door al het lijden van onze Patrones Barbara, laat ons niet van deze wereld scheiden, zonder alle genademiddelen onzer Moeder de H. Kerk te hebben ontvangen.
H. Barbara, hoogverheven Patrones. Bewaar ons van een haastigen dood.
449
LAAT ONS BIDDEN.
0 Maagd en Martelai-es Barbara, verlaat mij tocii niet in mijn uiterste, maar verwerf voor mij, door uwe voorspraak bij den Al-machtigen God, dat mijne ziel, alvorens van deze wereld te scheiden, eerst door de Biecht gezuiverd, met het Allerheiligste Lichaam van Christus gevoed en met het H. Oliesel versterkt worde, opdat alzoo de eeuwige zaligheid mijn deel moge zijn, en ik, die u hier als mijne beschermster heb geëerd en aangeroepen, altoos den hemel bezitte. Amen.
GEBED MET VOLLEN AFLAAT.
Zie mij hier, goede en allerzoetste Jesus, voor Uw aanschijn op de knieën neergeworpen. Ik bid en smeek U, met de grootste vurigheid des gemoeds, in mijn hart levendige gevoelens van Geloof, Hoop en Liefde, oprecht berouw over mijn misslagen en een vasten wil tot verbetering in te prenten; terwijl ik met veel gevoel en droefheid Uw vijf wonden overweeg en in den geest aanschouw, hebbende datgene vóór oogen, wat de koninklijke profeet David reeds van ü, o goede Jesus, zeide: âZij hebben mijn handen en voeten doorboord, en al mijn beenderen geteld !'
5 maal Onze Vader en 5 maal Wees Gegroet.
INHOUD.
Bladz.
Voorrede............. m
Kostbaar leven on heilige dood van de
Zalige Imelda.......... 8
Gebeden onder de H. Mis, met uitlegging van den H. Thomas van Aquino. 25
Biechtoefeningen.......... 52
Communie-oefeningen op bepaalde tijden van het jaar. 1. Op het Hoogfeest van Kerstmis en in den Kersttijd. ... 66
2. Op het Hoogfeest van Paschen en in den Paaschtijd.......... 81
3. Op het Hoogfeest van Pinksteren, in het Octaaf, of bij het ondernemen van een gewichtige zaak....... 96
4. Op het Hoogfeest van het Allerli. Sacrament, of gedurende het Octaaf, en ook
op de gewone Donderdagen des jaars. 116
5. Op den feestdag van hot Goddelijk Hart van Jesus en op de eerste Vrijdagen
der maand...........132
6. In den Vastentijd en voor hen, die bij de H. Communie het lijden en den dood van Jesus Christus willen overwegen. 145
7. Op den feestdag van O. L. Vrouw van den Rozenkrans, en de overige Moeder-Gods-dagen, alsook gedurende de Eo-
INHOUD.
Bladz.
zenkransmaand en op eiken Rozen-krans-Zondag . â .....161
8. H. Communie ter eere van denH. Joseph. 180
9. Op Allerzielendag, gedurende de maand November en bij Uitvaartdiensten. . 197
10. Op den feestdag der H. Imelda, of op den laatsten dag der Novene, ter barer eer gehouden om de genade te verwerven met meer godsvrucht te com-municeeren...........221
11. Op de gewone Zondagen .... 243
12. Op de gewone dagen door de week 257
13. Voor ben, die met meer ontzag en heilige vrees de H. Communie moeten ontvangen............272
14. Voor ben, die met meer vertrouwen Jesus moeten ontvangen......286
Gebeden na de H. Communie in verschillende omstandigheden en behoeften des levens..........301
Raadgevingen en wenken van denH. Fran-ciscus van Sales, den Gelukz. Henricus Suso, de Eerbiedwaardige Thomas a Kempis en Ludov. van Grenada omtrent de godvruchtige Communie. . 354
Gebeden onder het Lof.......380
Noveen ter eere der Gelukz Imelda, om ⢠de genade te verwerven met meer godsvrucht te communiceeron . . . 391
Kruisweg.............405
INHOUD.
Bladz.
Litanie van den Alle rheiligsten Naam
Jesus..............417
Litanie van het Allerheiligst Hart van
Jesus..............420
Litanie van het Allerheiligst Sacrament 423 Litanie van de Allerli. Maagd Maria . 428
Litanie van den H. Josepli......431
Litanie van de Gelukz. Imelda. . . . 433 Litanie van den H. Antonius van Padua 436 Noveen en Litanie van den H. Petrus,
Martelaar............439
Litanie van de H. Barbara.....446
Gebed met vollen aflaat.......450
/J quot;6 /jt quot;
n-
7ty
n^Yc Stfe/l' /ZCtTtrt?
fSss
/ï/' ^«/y t-f sèfS
S* s4t rS S s, s^cv/fS y^S7 / f* '' amp;-ets-£rt /j^Cft /^ee^y srsd
^e-gS-^rt
/S/Zsr SS/^f f
Jlt^S /£r/*
/bwt -^c -lt;^?cgt;rS /jzS ^e^-czrzf*
s* 'ryy^ £)(£-?â /' ^e?*i
lt;amp;**amp;* cS Xar^
oLamp;amp; /amp;â /Srrzs SrS^ff
/^ /
^ces^S ramp;t* i-wr/ /±/
yytt' S'^quot; ^ e imÃÃF
tamp;Acf'Z sS
(fp 4amp;r~c c^trC ^A^n ^
V ^SsZ^Z /^ sZr^ srttutsZ 6tgt;lt; ^V/fc ^ t^^rv /z^U
2^ ^ ^JzoSg\
is-y i Jc £?â ?lt; /c*r C fast *Clt;U
e* etlt;S
^0 /e^ r: ygt;tlt;?Sc;s' c*t sncS
Jty ^JT^ -ï^y^l
lt;*£* s^y
^yamp;szS stjs lt;? Siamp; S7
Jjr ^
^ ?-
AJ'-'US a^tn Sr , s y yquot;
/éLir /^r S r S
^ / s, ^
^-T:rz/^- ^ - - ' *2^ *6*quot;
rj*lt;!*£y-
â---
^f{ ^éégt;rr jCamp; -CS ^
-- 4?C£gt;e*t
. y^2c^c^^g j(sy s' y
^quot;'v^ ^ ,,
^ s-tésr ri
i/' ^ â 4# jf '*' ^é?-^ ^ ^*1
/****-
â¢fcâ
sstlr
â 4# jf'*' ^é?-^
â¢^2e»vlt;é*
/n.y~ ^'quot;'S ^ ^ S*. S jt^s ^ ^ ^ ^
4s**r , . ^
06e ^/-jf
quot;torr.S ^ ulaQ^\
â' j^fer
j£lsf
T)
r quot;
f
\
\