BIBLIOTHECA
ssaaasmaa
KYSENBURGENSIS.
ROSA M Y ST I CA.
mmmmmm
Madouma vomni Bepêe CaF.m
MAD ONE DIJ MONT CARMEL
i^cnthuni éftz Yereius zur Vei^nmluri^ reU^.Bilr.e;- .nDiiffe Seul Dépó', a Paris chez AV/ 3chui5er. Zditeur 25,rue Squot; SulDiie
ROSA MYSTICA.
HANDBOEK
voor de Leden der Broederschap en verdere vereerders van 0. L. Vrouw van den Berg Karmel.
DOOR
Fr. A. VAN KEBKHOFF. o. c.
Mei kerkelijke goedkeuring.
------
A L M E L O,
T. SOMMEE. 1890.
5^3
/
Ke
D:i Di
Di T(
1)
Aan 0. L. Vrouw van het H. Scapulier.
(Jij liebt mij getooid mot liet kked van zji ligheid. Iöaïas 61 : 10.
Ken koninklijke gave, o Hemelkoninghme,
Hebt Gij op aard' gebracht in 't lieilig Scapulier, Ik , arme , dank aan U een glorierijker sier Dan ooit een ridder droeg voor de eerste rijksvorsiinne.
Dies wijdt mijn veder U, Maria, die ik minne En na mijn Kaatsten snik eerst liefdevoller vier,
lieur trage vlucht. O, worde Uw heilrijk Scapulier Dan meer gekend, opdat men meer Uw gunsten winno
Gij, Rosa mystica, Gij hebt Uw geur verspreid Ten vredebond met U, ter onzer zaligheid.
Ter schutse tegen ' t Vuur en hnlpc in lijfsgevaren :
Maria , teedre Maagd en Moeder, laat niet af Den mensch, voor wien Uw Zoon zich eens ten beste gaf, Door die genadegave in Christus te bewaren!
VOORREDEN.
âVan Maria nooit genoegquot;, herhale de Katholiek niet den honigvloeienden Kerkvader St. Bernardns.
Van Maria, de vlekkelooze Maagd, de gebenedijde Moeder des Heeren, kan toch nooit genoeg gezegd worden door en voor de Christenen, wier Hulpe Zij is en wier Troosteresse en Voorbeeld Zij gekend wordt en geëerd. Gelijk Zij, de gezegende onder de Vrouwen, de nitge-lezene Bloem van Sions' dochteren, uitscliittert boven allen en Haar zoeten geur in Christus Kerk verspreidt, zoo waren ook de Christenen ten allen tijde er op uit, zich in dien geur te verlustigen en Haar zoo hoog te eeren, dat slechts onze aanbidding van don almachti-gen God verheven is boven onze vereering van Maria. Het is onze troost, onze vreugde, onze lust en ons leven aan Maria te denken, van Maria te zingen , Maria te roemen, te zeggen wie Zij is, wat al kronen Zij draagt, wat al namen Zij voert. Want Maria, zoo juicht de verheven Broere met den H. Joannes Damascenus, Maria is veelnamig, Zij is waarlijk het wonderwerk van Hem, die alle namen vat in Zijn éenen Naam, allo woorden in een quot;Woord.
En vandaar de vele en verschillende wijzen waarop Maria's naam gevierd wordt, terwijl onzer Madonna, onzer lieve Vrouwe, de heerlijkste voortbrengselen van's men-schen geest en vinding, de schoonste vruchten der christelijke kunst worden dank geweten en toegewijd. Zoo wordt ook de godsvrucht des volks gevoed, om menige
VOORREDEN.
devotie, verscheiden? broederschappen in liet leven te roepen, ter vruchtbare vereering van Maria.
Onder deze na is de devotie tot O. L. Vrouw van den Berg Karmel zeer zeker de oudste, de Broederschap van hot H. Scapulier de meest zegenrijke vereering van Maria. Om die aloude godsvrucht meer op te wekken, die vereering meer te doen bloeien, bieden wij dit werkje aan Neèrlands' Katholieken, wier Geloof zoo luide spreekt in hunne liefde voor do maagdelijke Moeder van Jesus Christus.
Moge het aan zijn doel beantwoorden, welgevallig aan Maria!
Daartoe, o Rosa mystical Flos Carméli! geestelijke Roze! Bloom van Karmel! spreid Gij-zelf Uw liofelijkon geur uit over deze bladeren!
Feestdag van den H. Antoninus,
10 Mei 1890.
VUT
HISTORISCH OVERZICHT
DEK DEVOTIE TOT
0. L. Vrouw van den berg Karmel
EX DER
Broederschap van het H. Scapulier.
De religieuze Orde van O. L. Vrouw, genoemd van deu berg Karmel. vindt haar oorsprong op die plaats in Palestina, waaraan zij heur naam ontleent. Van af den tijd, dal de Profeet Elias met eenige gezellen en leerlingen daar verbleef, 1) hebben immer tal van godvruchtige mannen in die geheiligde woonstede zich gevestigd, wier opvolgers tijdens de prediking der Apostelen onder de eersten waren, die de leer van Christus omhelsden en grootmoedig beleden 2). Meermalen genoten zij den omgang met de gezegende Moeder des Heeren, die, na de Hemelvaart van Haar goddclijken Zoon, in hunne nabijheid verblijvend, gewoon was de vrome bewoners van den Karmel te bezoeken en als Hare broeders te begroeten 3). En
1) Biblioteca S S. Patrum. â Conf. Allioli in III Reg.
2) Brev. Rom in. festo B. M. V. d. M Carmolo 16 Juli.
3) Ibidem.
i*
10
terwijl reeds onder de eerste Cliristenen de overtuiging veld won, dat ook de Zoon vereerd wordt door de eer Zijner Moeder aangedaan, waren vooral de bewoners van Karmel er op bedaeht, zulk eene vereering van de Ge-zeo-ende onder de vrouwen voor te staan, zoodat zij eene kapel of bidplaats stichtten, bepaaldelijk ter verheerlijking en aanroeping
van Maria. ,
Zoo dus werd de uitgelezene onder bions dochteren het eerst Harer waardig gevierd op dienzelfden Karmel, waar eenmaal Israel's machtige Profeet van den Hemel den regen afsmeekte, welke op zijn gebed zoo mddehjk nedervloeide na de langdurige droogte, waarmede Jehova het Israëlitische volk had gestraft 1). quot;Die vruchtbare regen toch was voorafgegaan en aangekondigd door een wonderbaar lichtende wolk, door tal van schnl-tuur-verklaarders aangeduid, voor eene voorafbeelding van de allerzaligste Maagd 2;., die, als Moeder van onzen aanbiddelijken Verlosser en Zaligmaker, vernieuwing en heil bracht over de aarde, toen het in Adam schuldige menschdom verzuchtte: âDauwt, hemelen, en dat de wolken den Rechtvaardige regenen 3).quot;
Pi Brov^llom^la vMon^Conf. Joan. Hieros. De In-stitutione pritn. Monachorum cap. 39.
3) Isaïas XLV : 8.
11
Op den Karmel, nu God en Maria toe-gewijd, hield men voorts gemeenschappelijke oefeningen van godsvrucht, en zijne bewoners dienden den Heer onder bizondere bescherming van de Vrouwe, vol van genade. Zij, die zich tot deze levenswijze verbonden, werden bekend als Eremyten of Broeders van O. L. Vrouw van den berg Karmel, en namen allengs zoo in aantal toe, dat zij zich elders moesten vestigen. Zoo werden, ook in Europa en andere streken, verre van Palestina gelegen, stichtingen dier Monniken in het leven geroepen, onder verband van een canonieken regel en het bestuur van wettige oversten.
Doch, werden zij al met onderscheiding bejegend door de geloovigen, gesteund dooide Prinsen der Kerk!) en begunstigd door Christus' Plaatsbekleeders op aarde 2); niet altijd vermochten zij ongestoord te leven volgens hunne roeping en getrouw aan het devies hunner Orde; Zdo zelatus sim pro Domino Leo exercituum, met ijver heb ik geijverd voor den Heer, God der heirscharen 3). Veeltijds moesten toch ook deze getrouwen van Maria's goddelijken Zoon ondervinden,
1) Zooals door den H. Albertus, Patriarch van Jeruzalem, die den Karmelieten een ordesregel gaf.
2) Honorius III, Gregorius IX, Innocentius IV e. a. die den regel goedkeurden, of bevestigden, of de Religieuzen met geestelijke gunsten verrijkten.
3) UI Kon XIX : 1U en 14.
13
dat de knecht niet beter is dan zijn lieer, en ook zij vervolgd werden zooals men Hem heeft vervolgd 1).
't Was onder zulke omstandigheden, dat de vrome Simon Stook, zesde algemeens Overste der Orde, ten jare ]251 door vertrouwvolle beden hulp en uitkomst van den Hemel afsmeekte, en de Koningin der Heiligen de vele moeilijkheden aanbeval, welke hij in het bestuur zijner Orde ondervond. Zoo bad hij den 16 Juli van dat jaar: âO Bloem van Karmel, bloeiende wijngaard, luister des Hemels, uitgelezene vruchtbare Maagd, minnelijke altijd smettelooze Moeder, geef Gij toch voorrechten aan de Karmelieten, o Sterre der zee!quot;
Eu schitterend, voorbeeldeloos was de verhooring dezer smeeking.
âGeloofd zij Godquot;, zoo verhaalde de heilige Kloostervoogd zelf aan zijne medebroeders, âGeloofd zij God, die nooit ons vertrouwen beschaamt en de gebeden Zijner dienaren nimmer versmaadt! Doch ook lof en dank aan Haar, de gebenedijde Moeder onzes Hesren Jesus Christus! Want, toen ik voor Gods' aanschijn bad en, stof en asch als ik ben, ook onze glorievolle Koningin Maria smeekte ons te verlossen van de rampen, die ons trelfeu, door een bizonder teeken Harer
1) Joannes XV ; 2^.
13
hooge besolierming tegen onze vervolgers, â toen, mijne broeders, verwaardigde onze Meesteresse zich voor Haren dian aar te verschijnen, omstuwd door een aantal hemelsche geesten. Onze lieve Vrouwe hield ons ordekleed in Haar gezegende handen en reikte het mij toe met dc onvergetelijke woorden : âOntvang beminde Zoon, dit scJ/ouderlcleed uwer Orde als een bisouder kenteeken van Mijne broederschap, een voorrecht voor TI en alle Karmelieten; wie met dit kenteeken hekleed sterft zal den eeuwigen brand niet lijden. Ziedaar dan een teeken van zaligheid, een behoudenis in gevaren, een onderpand van vrede en van een eeuwig verbond.quot;
Welk een onschatbare waarde heeft dus het H. Scapulier, waarmede men bekleed zoo gerust de eeuwigheid ingaat! Het kleed der Orde toch, waarvan hier sprake is, dat schouderkleed is hetzelfde Scapulier, dat ten gebruike der leden van de Broederschap in eenigszins gewijzigden vorm gegeven wordt en over de schouders moet worden gedragen. Doch, hoe groot en vertroostend deze beloften van Gods' Moeder ook zijn, na het heilig afsterven den bevoorrechten Simon, zegde Maria meer nog toe aan allen, die haar H. schouderkleed zouden aannemen en godvruchtig dragen.
Wanneer omstreeks het jaar 1320 1'aus
14
.roannoS XXII op den vroegen morgen bad en mediteerde, geraakte deze roemvol bekende Opperpriester in geestverrukking en hem verscheen de Koningin des Hemels, getooid in het habijt van Karmel en omstraald vaii schitterend licht. â Joannesquot;, zoo sprak alstoen onze genadige Vrouwe, âJohannes^ stedehouder van Mijn Zoon Jesus Christus, door Mijne voorspraak zijt gij tot die hooge waardigheid verheven, en gelijk Ik u bevrijd heb van de lagen uwer vijanden, verwacht Ik van u eene volkomene en gunstige bevestiging van de heilige Orde der Karmelieten, welke haar oorsprong vindt op den berg Karmel en altijd bizonder Mij was toegewijd.
En gebeurt het, dat er van die religieuzen of van de leden hunner Broederschap sterven en in het Vagevuur nog moeten verzuchten naar do zaligheid ran Gods' aanschouwing, dan zal Ik, als eene teedere Moeder, des Saturdags na hun dood in hun midden afdalen en, zoo velen als ik daar vinden mocht, verlossen en geleiden op den heiligen Berg des eeuwigen levens.'''
Deze verschijning en toespraak van de goedertierene Maagd, Moeder der goddelijke genade, verkondigde Joannes in zijn Pauselijke liulle van den 23n Maart 1322, be roemd geworden onder den naam van Bulla Sabhaiiena en welke Christus' Plaatsbekleeder
IB
aldus besloot: âIk aanvaard dan dien heiligen aflaat; ik verzekei' en bevestig dien op aarde, gelijk Jesus Christus, om de verdiensten Zijner glorievolle Moeder, dien vergund heeft in den Hemel.quot;
Deze door den ïïoomschen Opperpriester gegevene verklaring en bevestiging van de ongehoorde voorrechten, aan het H. Scapulier toegekend, werden wel is waar soms aangevallen en heftig bestreden, maar tevens herhaaldelijk onderzocht en gehandhaafd door de Pausen Alexander V, Clemens VII, Paulus III, Pius IV, H. Pius V, Gregorius XIII, Paulus V, Urbanus VIII, Clemens X en In-nocentius XI.
Van oudsher werd op den 16quot; Juli de feestdag van O. L. Vrouw van den berg Kar-mel in de Orde gevierd, en door Paus Sixtus V goedgekeurd, ter dankbare herinnering aan de weldaden van Gods' Moeder. Voorts stelde Benedictns XIII dien dag voor geheel de 11. Kerk verplichtend te vieren en verleende aan de wettige Oversten der Orde of dezer plaats-bekleeders de volmacht, op dat feestgetijde of gedurende het octaaf, plechtig den Pauselijken zegen te geven in hunne kerken en kapellen.
De zoo geleerde en beroemde Paus Bone-dictus XIV verklaart dan ook in zijn kostelijk boek âover de feesten der allerzaligste Maagdquot; : zijn van oordeel, dat de verschijning van
16
Maria aan dan II. Simon Slock en aan Paus Joannes XXII, zoomede de gunsten, welke de Koningin des Hemels voor de Orde van Karmel van den Opperheer vender/, voor Kaar kunnen gehouden worden. Derhalve kan bij geen katholiek redelijken twijfel bestaan omtrent de echtheid der vermaarde Bulla Sahhaliena, noch omtrent de waarheid van hetgeen dat kostbaar document bevat.
Wel dus mogen wij dit historisch overzicht besluiten met de betuiging, die wij reeds in onze voorreden van dit boekje hebben uitgesproken, dat de devotie tot O. L. Vrouw van den berg Karmel zeer zeker de oudste is, en de Broederschap van het H. Scapulier de meest zegenrijke vereering van Maria.
RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
VAN DE LEDEN DER
Hroedcrsclmi» van liet If. Scapulier,
De Keligieuzen van don Karmol, in liet genot gesteld van zoovele genadegave,), hebben zich steeds beijverd om alle Christenen, kinderen van Maria, deelgenoot te maken aan luinne voortreffelijke voorrechten. Daartoe werd de Broederschap van het H. Scapulier ingesteld, wier leden zij achten in gemeenschap te staan met hun aloude Orde. Derhalve wordt aan de Broeders en Zusters van het H. Scapulier het medereclit toegekend op al de geestelijke goederen cn verdiensten der Religieuzen en op do gunsten, door 0. L. Vrouwe aan den Kannel verleend.
Als men nu de grootheid dier gunsten overweegt, dringt zich al aanstonds de vraag aan ons op; hoe mogen ol' moeten die twee voornaamste beloften van Maria verstaan worden? In de eerste dier beloften toch werd den H. Simon gezegd: âAl wie met het Scapulier bekleed sterft zal den eeuwigen brand niet lijden.quot;
18
l)c Godgeleerden verklaren deze woorden der allerzaligste Maagd in denzelfden zin als vele Schriftuurplaatsen, waarin de eeuwige zaligheid beloofd wordt voor een of ander goed werk. Zoo zegt onze aanbiddelijke Verlosser: âDie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.quot; En elders: âDie dit Brood eet zal leven in eeuwigheid.quot; Doch daarmede heeft de goddelijke Meester niet gezegd, dat het om zalig te worden genoeg is het een of ander gebod onderhouden, of goed werk gedaan te hebben. Neen, men moet wel degelijk de geheele wet naleven.
De zin der beloften van Maria is dan ook niet, dat het om zalig te worden voldoende is, zich in Hare Broederschap te doen opnemen en het H. Scapulier te dragen, om verder zich niet te bekreunen om zijne eeuwige belangen. Dit zou vermetel vertrouwen wezen, en hoogst schuldig voor God. De vlekkelooze Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid, heeft nooit iets kunnen noch willen veranderen aan Gods besluit, dat bij de geboorte van den Heiland der wereld door Zijne Engelen verkondigd werd in den jubelzang: âVrede op aarde den menschen van goeden wil.quot; Zco dan: geen vrede aan menschen, die van kwaden wil zijn. Maria heeft die groote voorrechten cn gunsten van den Opperheer gevraagd en verkregen voor hare getrouwe
If)
dienaren, en allerminst om de zondaren liet middel in de hand te geven, den goeden God te beleedigen en ongestraft in hunne boosheid te volharden. De Moeder van Barmhartigheid heeft die beloften gedaan en zal ze gestand blijven, slechts jegens diegenen, die het H. Scapulier met godsvrucht dragen en de voorgeschreven verplichtingen behoorlijk naleven. Dan zal Maria, ook uit kracht van Haar heraelsch geschenk zelf, ons de genade verkrijgen van niet in staat van doodzonde te sterven, wanneer wij soms daarin ongelukkig mochten vervallen zijn. Overigens schonk Zij dat âteeken van zaligheid, van behoudenis in gevaren,quot; om ons door zulk een schitterend bewijs Harer moederlijke liefde en bescherming op te wekken tot wederliefde en dankbaarheid. Maria, de geestelijke lloze, gaf dat âonderpand van vrede en van een eeuwig verbond,quot; om den vaak-moeilijken weg der deugd, die tot den heiligen Berg des eeuwigen levens geleidt, ons hoe langer zoo gemakkelijker te maken, meer aangenaam en aanlokkelijk, ter volharding van de rechtvaardigen en ten terugkeer van de zondaren.
Wat eindelijk de tweede belofte aangaat, waarin gezegd wordt, dat Maria, als eene teedere Moeder, de in het Vagevuur lijdende Broeders en Zusters van het li. Scapulier des SaturdaRs na hun verscheiden uit deze we-
20
reld zal verlossen, â deze toezegging moet geheel verstaan worden als de voorgaande. Van geen nut is de door sommigen gestelde vraag, of de Koningin des Hemels persoonlijk in bet Vagevuur zal afdalen, dan wel door den dienst der Engelen, of eindelijk door liare vermogende voorspraak bij God genade en verlossing voor die zielen verwerven zal. Slechts komt bet er op aan, dat wij het kleed van zaligheid waardig dragen en het verbond met Maria, de getrouwe Maagd, gestand doen, door het nakomen onzer verplichtingen.
De beroemde Karmelitesse, de H. Teresia, verklaart dit duidelijk door een feit uit hare levensgeschiedenis, welke zij zelf te boek stelde. âToen een zeer deugdzaam religieus onzer Orde ziek was,quot; verhaalt de H. Kloos-tervrouwe, bevond ik mij meer dan gewoon ingekeerd gedurende de II. Mis. Mij dacht ik zag hem sterven en aanstonds ten Hemel gaan, zonder eerst in het Vagevuur te moeten nederdalen. Terwijl mij dat verwonderde werd mij inwendig te kennen gegeven, dat onze Broeder altijd zijn Ordes-regel naauwkeurig onderhouden bad en daarom volkomen den Aflaat genoot der Tiidla Sablatiena. Ik weet niet waarom dit mij gezegd werd, dan alleen om mij te doen inzien, dat het niet genoeg is het II. Scapulier te dragen, maar dat ons
21
leven moet beantwoorden aan die lieinclsehe gunst, willen wij na ons afsterven dealen in de voorrechten, die de Moeder der goddelijke genade ons verworven keeft.quot;
Krachtens de stellige beloften der Allerzaligste Maagd is het intusschen zeker, dat bet Scapulier ook door zich geestelijk voordeel uitwerkt, evenals het wijwater, de zegeningen en gebeden der H. Kerk, lie sacra-mentalia genoemd worden, omdat zij met dc H. Sacramenten overeenkomst hebben in zooverre, dat zij zijn ingesteld tot heiliging van den menseh. Bovendien heeft Maria van Haren kant voortdurend en vaak door schitterende mirakelen getoond, dat Zij in Hare beloften getrouw blijft en het H. Scapulier in waarheid is, âeen teeken van zaligheid, een behoudenis in gevaren, een onderpand van vrede en van een eeuwig verbondquot; met de machtige Koningin des Hemels. âUit een zeshonderd-jarige reeks van schitterende en ontelbare wonderen blijkt,quot; zooals de Eerw. Jamar in zijn voortreffelijk boek Maria, Moeder van Jcsus getuigt, âdat wie het Scapulier van Karmel draagt, onder bizondere bescherming staat van de zoo goedertierene als machtige Koningin des Hemels. Maria schept er behagen in te toonen, dat Hare livrei een behoedend schild is in alle omstandigheden des levens: niet alleen tegen ongevallen en kwa-
22
leu, die 't lichaam bedreigen, inaar ook tegen de gevaren der ziel, zooals de bekoringen en den invloed der verderfelijke voorbeelden.quot;
Ongetwijfeld dan ook tot aansporing van alle Christenen om deel te nemen aan deze zegenrijke devotie, voegden de Pausen van Rome, bij tie gunsten van Maria, een sehat van Aflaten voor de Broederscliap van het H. Scapulier. De voornaamste zullen wij hier opgeven, en met de daartoe gestelde voorwaarden dit hoofdstuk besluiten.
Volle Aflaten.
Op den dag der inschrijving in de Broederschap.
Op ecu dag naar verkiezing gedurende het 40-uren gebed.
Eéns in het jaar op een dag naar verkiezing.
Op het Patroonsfeest eener Karmelieten-kerk.
Op den 3n Zondag van iedere maand, mits men do alsdan bij de P. P. Karmelieten gebruikelijke processie bijwoont; doch, waar dit niet kan, volstaat men met een bezoek aan zijn parochie-kerk.
Op een Woensdag naar verkiezing van iedere maant).
23
Voorts ;
Op Witten Donderdag, Hoogfeest van Paschen f Pinksteren | en Kerstmis f. Op het feest van O. H. Besnijdenis en O. H. Hemelvaart, f
Vervolgens:
Op 0. Ij. Vrouwe ton Hemelopneming f, Onbevlekte Ontvangenis fj Maria geboorte f, Maria Boodschap, 0. L. Vrouwe Lichtmis f, Maria visitatie f (3 Juli) eu Maria Presentatie f (31 Nov.)
Eindelijk â .
Op den feestdag van O. L. Vrouw van den berg Karmel f (1(5 Juli), H. Joseph f (1!) Maart), Bescherming van den H. Joseph f (3e Zondag na Paschen), H. Profeet Elias f (30 Juli), li. Profeet Elizeüs (14 Juni), H. Joannes Baptista f (34 Juni), H. H. Apostelen Petrus en Paulus f (39 Juni), H. Simon Stock, Bel. o. c. (16 Mei), 11. Joannes a cniee, Bel. o. e. f (24 Nov.), II. Andreas Corsinus, Piss, en Bel. o. c. (4 Feb.), U. Albertus, Bel. o. c. (7 Aug.), H. Angelus, Mart. o. c. (5 Mei), H. Joachim (Zondag onder het octaaf van Maria ten Hemelopneming), H. Michaël, f Aartsengel (3!) Sept.), H. Anna (26 Juli), II. Teresia,
24
Maagd o, c. f (15 Oct.), Doorschieting van het hart der H. Teresia (27 Aug.), 11. Maria Magdalena de Pazzi, Maagd o. e. f (25 Mei) eu op den feestdag Allerheiligen f.
(Be Aflaat der met een f geteekende feestdagen kan ook onder der zeiver octaaf verdiend zcorden.)
Ten laatste is men in het sterfuur gerechtigd op de generale absolutie met vollen Attaat.
Gedeeltelijke Aflaten.
5 Jaren en 5 quadragenon, wanneer men het H. Sacrament naar een zieke vergezelt.
100 dagen voor ieder goed werk, welk dan ook.
Voorts kan men alle Aflaten verdienen van de Statiën van üome, enz. enz., waartoe men bij 't morgengebed zijne meening make.
En alle de voormelde Aflaten, zoo volle als gedeeltelijke, zijn toevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur. (Clemens X. Br. Cum sicut accepimus. 2 Jan. 1672.)
VOORWAARDEN.
Om deel te hebben aan deze uitvoerig beschreven gunsten en voorrechten, door Maria zelf voor den Karmel en dezer Broederschap verworven eu door de Pausen vermeerderd eu
25
bevestigd, wordt als volstrekt noodzakelijk vercischt:
i0. Dat men het Scapulier heeft ontvangen van een Priester, daartoe gemachtigd.
2quot;. Dat men zijn naam in het register der Broederschap heeft doen inschrijven.
3quot;. Dat men het altijd draagt. 1)
Om den vollen Aflaat te verdienen op de voornoemde dagen, moet men bicchten en eom-municeeren en een Karmelietenkerk, of, waar die niet is, zijn parochiekerk bezoeken, om er te bidden volgens de intentie van Z. II. voor de H. Kerk en de eendracht der christen vorsten.
Om echter aan den Aflaat der besproken Bulla Sabhatiena deelachtig te worden, moet men volgens zijn staat de zuiverheid betrachten en dagelijks de kleine getijden van O. L. Vrouw bidden. Wie verplicht is tot het Brevier-gebed kan ook daarmede volstaan. Overigens kunnen de Priesters, die het Scapulier geven, de laatste voorwaarde zoo noodig veranderen in eenig goed werk of gebed.
1) Dewijl hot Scapulier een schouderkleed is, moet het ziju samengeiteld uit twee stukken bruine wollen stof van willekeurige grootte, die met een paar banden of linten zoodanig verbonden zijn, dat het eene deel op den rug en het andere op do borst kan afhangen. Wanneer men liet verliest of als hot door hot dragen onbruikbaar geworden is, neemt men eenvoudig een nieuw, want liet is voldoende, dat men éénmaal in de Uroedërschap wordt mom en
zni' miji ken
MORGENGEBED. ofte
__lied
lijd
O God, mijn Schepper en Zaligmaker, ik de
stel mij in Uw heilige tegenwoordigheid en en
aanbid U in vereeniging met alle Engelen en waa
Heiligen ! Met hen aanbid ik U op alle plaat- zon
sen, waar Gij rust in het Allerheiligste Sa- Sca
crament! Want ik geloof in U, o mijn God, -'esi
ik hoop op U, ik bemin U uit geheel mijn lief
hart en dank U voor alle weldaden, die Gij de
mij naar ziel en lichaam bewezen hebt, bi- quot;««
zonder dat Gij mij wederom dezen nacht zoo de goedgunstig hebt bewaard.
Goede Jesus, neem mij heden onder Uwe te goddelijke hoede en help mij in al mijne (
noodwendigheden! ,'ra
ü Maria, Moeder der goddelijke genade, die Uw
mij getooid hebt met het Kleed van zaligheid stri
en behoudenis in alle gevaren! o Koningin dik
van het H. Scapulier, gedenk mijner en toon ver
dat Gij mijne Moeder zijt. wal
H. Joseph, ook aan Uwe machtige bescher- te
ming blijve ik aanbevolen. En Gij, Aartsengel voo
Michael, mijn Engelbewaarder en Patroon- gen heiligen, bidt voor mij. '
Mijn Heer en mijn God, schep in mij een 1°°
i
3?
â
zuiver hart en vernieuw den recliten geest in mijn binnenste! Alles wat ik heden zal denken, spreken, doen of lijden draag ik U ten offer op. Al mijne werken en wederwaardigheden vereenig ik met den arbeid en het lijden van .lesus en Maria. Ik maak tevens ik de ineening, om al de aflaten te verdienen en eu al de geestelijke voorrechten en gunsten, en waaraan ik heden kan deelachtig worden, bi-lat- zonder als lid der Broederschap van het H. 3a- Scapulier. Om dit waardig te zijn, o Heer od, .lesus, barmhartige God, en vooral ook uit lijn liefde tot U, neem ik mij vastelijk voor met Gij ile hulp Uwer genade, alle zonden en elke bi- naaste gelegenheid tot zonde te vermijden en wo de goede voornemens, die ik bij mijn laatste Biecht of vroeger reeds gemaakt hel), getrouw u-e te volbrengen.
jne Genadige Jezus, aan TJw allerheiligst Hart
draag ik deze voornemens op; doch zonder :lie Uwe genade vermag ik niets. Help mij dan eid strijden, vooral tegen de zonde, welke ik zoo jin dikwerf bega en waarvan ik mij oprecht ion verlang te beteren. In de beoefening van ware deugd wil ik trachten Uw voorbeeld er- te volgen, en ik smeek U mijn God, om de gel voorbede der getrouwe Maagd, geef mij de m- genade van volharding. Amen.
Onze Vader . .. Wees gegroet... Ik ge-;en loof in God den Vader . ..
28
Driemaal liet Wees gegroet ter cere der zuiverheid van Maria en om zelf die verhevene deugd te beoefenen volgens zijn slaat.
Moclit liet soms gebeuren, dat ik deze of andere gebeden des morgens niet kan bidden uit gebrek aan tijd, nooit toch zal ik den dag beginnen, zonder ten minste mijn hart tot God te verbetfen en aandachtig de gebeden te verrichten, welke ik onder mijne bezigheden uit het hoofd bidden kan. Voorts zal ik er immer aan denken den Engel des Ileeren te bidden als het Angelusklokje luidt: of,quot; in den Paaschtijd, de Benina ('oei! blz.. . En nimmer zal ik een dag laten voorbijgaan zonder het Kozenhoed.je te bidden.
AVONDGEBED.
Mijn Heer en mijn God, ik stel mij in Uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid en bedank ü voor alle weldaden, die Gij mij gedurende mijn leven en bizonder nog op dezen dag bewezen hebt.
Dank, goede God, innigen dank zeg ik U voor de ontelbare liefdebewijzen, die ik van U mocht ontvangen, Laat mij, aan het einde van dezen dag, U alles opdragen, wac ik verricht heb en wat door zoovele godvrueh-lige Christenen gedaan is tot Uwe meerdere eer en glorie, o God. Geef dat ik de grootheid Uwer gaven meer en meer moge kennen en door een deugdzaam leven daaraan beantwoorde, opdat ik, levende en stervende in
Uwe liefde, U moge dankzeggen in do gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Onze Vader . .. Wees gegroet... Ik geloot' in God den Vader.
Acte van Geloot', van Hoop, en van Liefde.
Heilige Geest, oorsprong des lichts, doe mij met een rouwmoedig hart opmerken, al hetgeen ik heden misdaan lieb, en schenk mij tranen van boetvaardigheid, om mijne zonden te verfoeien.
Laat ik eens aandachtig Ij ij mij zelf nagaan;
Ben ik nog in staal van genade? /-ou ja, Gud zij gedankt!
Of heb ik mij misschien aan een doodzonde plichtig gemaald... door gedachten. .. door woorden... door Kerken
Welke dagelijksche zonden heb ik heden bedreven...?
Hoeveel malen ben ik vervallen tol de foul, die ik mij voornam in 't bizonder te bestrijden ,.
Hoe kwam dat...?
Heb ik dezen morgen wel behoorlijk gebeden..?
Door den dag wel eens aan God gedacht.. ?
Ben ik getrouw geweest aan mijn goede voornemens.
Jleb ik de plichten van mijnen staat geitouw vervuld . . .?
Mocht ik ongelukkig in staat van dood-
zonde mij bevinden, dan tracht ik een volmaakt berouw in mij op te wekken en maak liet vaste voornemen, zoo haast mogelijk te gaan biechten. Doch, het zij dan meerder of minder plichtig, immer is het mij leed, den goeden God ooit te hebben vergramd.
Acte van berouw.
Litanie van de Allerzaligste Maagd Maria, blz. 130.
Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gebenedijde Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster! Verzoen ons met Uwen Zoon, beveel ons aan Uwen Zoon, vertoon ons aan Uwen Zoon.
Bid voor ons, II. Moeder Gods,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
laat ons bidden.
Wij smeeken U, lieer, om de voorspraak der Allerzaligste Maagd Maria, dat Gij tegen allen rampspoed ons genadig wilt beveiligen, cn ons, die U van ganscher harte zijn toegewijd, voor de listen onzer vijanden vaderlijk wilt behoeden. Door Cristus onzen lieer. Amen,
In allo zorgen en wederwaardigheden koine
31
de goedertierene Maagd Maria ons tc hulp! Amen.
Wij bidden U, o Heer, bezoek deze woning en wend daarvan af alle listen des vijands; dat Uwe heilige Engelen hier wonen, om ons in vrede te bewaren en dat Uw zegen altijd over ons zij, door Jesus Cristas onzen Heer.
Behoed ons. Heer, terwijl wij waken, bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij met Cristus waken en in vrede mogen rusten. Amen.
Ons zegene de Almachtige God, j- de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
BIJ HET TE SLAPEN GAAN :
Al mijn zuchten, iedere ademhaling, ja elke klopping van mijn hart in dezen nacht offer ik U, o mijn God !
Jesus, Maria en Joseph, ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven !
Jesus, Maria en Joseph, staat mij bij in mijnen doodstrijd !
Jesus, Maria en Joseph, laat mij in Uw heilig gezelschap eens in vrede sterven ! Amen.
GEBEDEN ONDER DE H. MIS.
VOORBEREIDING.
Kom, H. Geest, vervul de harten Uwer geloovigen, en ontsteek in hen het vuur Uwer liefde; Gij, die door de verscheidenheid aller talen de volken in de eenheid des geloofs verzameld hebt.
Zend Uwen Geest en zij zullen herschapen worden;'
en Gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.
LAAT ONS BIDDEN.
God, die de harten der geloovigen dooide verlichting van den H. Geest onderwezen hebt, geef ons dat wij in dienzelfden Geest al wat recht is verstaan, en ons in Zijne vertroosting mogen verblijden, door Christus onzen Heer Amen.
Liefderijke Heiland der wereld, die het werk onzer verlossing voltrokken hebt door Uw kruisoffer, en dit nog dagelijks op ouzo altaren wilt vernieuwen, ik smeek U bij deze verhevene offerande tegenwoordig te zijn, met de gevoelens van geloof en liefde, die
de Moeder van Smarten toonde, toen Zij met Uwen geliefden leerling stond aan den voet des kruises. Daartoe vereenig ik mij met den Friester en bid voor hem, gelijk de Godsgezant bidt ook voor mij.
O Maria, minnelijke Moeder van den lieven Jcsns, wees den Priester en alle geloovigen nabij, meer bizonder gedurende deze heilige Mis, opdat wij allen, vooral zij, voor wie deze wordt opgedragen en wij dezelve bijwonen, overvloedig deelachtig worden aan de vruchten van het li. OIFer, dat Gij mode hebt opgedragen, toen het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geslacht werd op den Calvarieberg. Amen.
ZEGGEN WIJ MET 1) RN l'RIESTER;
In den naam des Vaders en des Zoons en dea heiligen Geestes. Amen.
Ik zal opgaan tot hot altaar Gods.
Tot God, die mijne jeugd verblijdt. 1)
Oordeel mij, o God, en scheidt mijne zaak vau die der goddeloozen: verlos mij van den onreehtvaardigen en bedriegelijken mensch.
Want Gij, o God, zijt mijne sterkte : waarom hebt Gij mij verstooten en waarom aa ik bedroefd, terwijl de vijand mij kwelt.
Zend Uw licht en Uwe waarheid, deze
1 Deze, de psalm JuUcct wordt, evenals de Gloria niet gebeden in de H.H. Missen voor overledenen.
hebben mij geleid en gebracht tol 1 wen heiligen berg en in Uwe tabernakelen.
En ik zal opgaan tot het altaar Gods, tot God die mijne jeugd verblijdt.
Ik zal U op de harp loven, o God, mijn God: waarom, mijne ziel, zijt gij droevig en waarom ontstelt gij mij?
Hoop op God; want ik zal Hem nog dank zeggen: het heil mijns aangeziehts en mijn God.
Glorie zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
ik zal opgaan tot het altaar Gods.
Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Onze luilp is in den naam des Heeren.
Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
CONFITEOR.
Ik belijd voor den almachtigen God, de heilige Maria altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Deeper, de II. H. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en U, Vader, dat ik gezondigd heb met gedachten, woorden en werken: door mijne schuld, door mijne schuld, door mijn allergrootste schuld. Daarom bid ik de heilige Maria, altijd Maagd, den H. Aartsengel Michael, den H. Joannes den Dooper,
35
wcu H. H. Apostelen Petrus en Paulus, alle
Heiligen en U, Vader, den Heer enzen God t0t voor mij te bidden.
De almachtige God ontferme zich over [nijn ons, vergeve ons onze zonden en brenge ons r en het eeuwige leven. Amen.
Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis nog onzer zonden verleene ons de almachtige en g en barmhartige Heer Amen.
O God, Gij zult U tot ons wenden en ons , en levend maken.
En Uw volk zal zich iu U verblijden. ) el, Toon ons, o Heer, Uwe barmhartigheid, (nen. En verleen ons Uw heil.
Heer verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
'⢠LAAT ONS BIDDEN.
Heer, neem alles van ons weg, wat ons van Uw heiligdom zou kunnen verwijderen. Hoe 1, de onwaardig wij ook zijn er binnen te treden, arts- wij toch zijn de wettige nakomelingen en de oper, levende overblijfselen der Heiligen, wier kost-alle bare reliquiën hier op Uwe altaren rusten. idi(rd Geef aan de vurigheid hunner gebeden, wat â ken. Gij aan de lauwheid van de onze zoudt moedoor ten weigeren; en verleen om hunne bewezene k de diensten, die U zoo aangenaam waren, de Larts- vergiftenis, welke onze beleedigingen niet oper, zouden kunnen verdienen.
Heer ontferm U onzer, Heer ontferm U onzer. Heer ontferm Uonzer, Christus ontferm TJ onzer. Christus ontferm U onzer, Christus ontferm U
onzer.
Heer ontferm U onzer, Heer ontferm ü onzer, lieer ontferm (J onzer.
Glorie zij God in den hooo'e en vrede oyi aarde den mensehen van goeden wil. Wij loven U. Wij zegenen U. Wij aanbidden U. Wij verheerlijken ü. Wij danken U om Uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning, (iod almachtige Vader, Heer Jezus Christus, eeniggeboren Zoon, Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders, die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Gij, die de zonden der wereld wegneemt, ontvang onze smeeking. Hie gezeten zijt aan de reehterhand des Vaders, ontferm ü onzer. Want Gij zijt de eenig Heilige, Gij de eenige Heer, Gij do eenige Allerhoogste, Jezus Christus ; met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.
li A AT ONS BIDDEN.
Verleen ons Heer, door de voorspraak van de allerzaligste Maagd Maria en alle Heiligen, de genade, die de Friester voor zich en voor ons vraagt. Met hem vereenigd ofler ik U hetzelfde gebed op voor allen, die mij dierbaar zijn, bizonder voor... Ook voor hen, die
â ' 7
zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, voor wie ik verplicht ben te bidden, en voor diegenen, wie ik iets misdaan mocht hebben ot' die mij ongenegen zijn, bid en smeek ik al den zegen af, welke zij wenschen, en de genade, welke ons noodig is, om het leven te bekomen in Christus onzen Heer. Amen.
EPISTEL.
Goedertieren God, gij hebt mij boven velen, die ongelukkig in dwaling zijn, geroepen tot de kennis van Uwe heilige wet, welke gij door de Profeten en Apostelen den menschen verkondigd hebt. Dank, liefdevolle Vader, voor de genade van liet H. Geloof, waardoor ik te vaster op U hoop en U te inniger liefheb.
Ach waarom heb ik voor U niet een hart gelijk de Heiligen van het oude Verbond? Waarom verzucht ik niet naar U als de eerbiedwaardige Maagd Maria, toen Zij in den Tempel te Jerusalem een toonbeeld was van godsvrucht, en zoo vurig verlangde naaiden Heiland der wereld, die onze weg is, de waarheid en het leven!
EVANGELIE.
Uit ganscher harte geloof ik, o mijn God, in het H. Evangelie, de blijde boodschap van heil en zaligheid door Uw Goddelijken Zoon ons verkondigd. Doch wat zal het mij
88
baten te gelooven, dat de Evangeliën en predikatiën de woorden zijn van Jesus Christus zelf, wanneer ik volgens dat Geloof niet zou leven ? Wat zal het mij in het laatste oordeel geven den naam van Katholiek gedragen te hebben, als ik de verdiensten der liefde en der goede werken niet heb ?
Ik geloot', ja, en toch leef ik soms, alsof ik niet geloofde, alsof ik een ander Evangelie dan het Uwe geloofde! Oordeel mij niet, o God, naar die gedurige tegenstrijdigheid. Geef mij Uwe genade, om de voorspraak dei-getrouwe Maagd Maria, ondersteun mijn zwakken wil, opdat ik in beoefening brenge wat ik geloof, en Uw li. Evangelie in plaats van een bron van rechtvaardiging, nooit een rede tot veroordeeling voor mij worde. Amen.
CllEDO. 1)
Ik geloof in eenen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in eenen Heer Jesus Christus, den eeniggeboren Zoon Gods, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren ; God van God, licht van licht, waarachtig God van den waarachtigen God; geboren en niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader, door wien alles gemaakt is, die, om ons menschen en om onze zaligheid, is 1; Wordt niet in alle H H. Missen gebeden.
39
nedergedaald uit den Hemel; en door den H. Geest heeft Hij het vleesch aangenomen uit de Maagd Maria en is mensch geworden. Ook is Hij voor ons gekruist, onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden en is begraven. En Hij is volgens de Schriftuur ten derden dage verrezen ; en Hij is opgeklommen ten Hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en met glorie zal Hij wederkomen, om levenden en dooden te oordeelen. Hij, wiens rijk geen einde zal hebben.
En in den H. Geest, Heer en Levendmaker, die van don Vader en den Zoon voortkomt, die te gelijk met den Vader en den Zoon wordt aangebeden en mede verheerlijkt, die door de Profeten gesproken heeft. En éene, lleiligej Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd een Doopsel tot vergiftenis der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden. En het leven der toekomende eeuwen. Amen.
OFFERANDE.
Ontvang, aanbiddenswaardige Vader, het brood, dat weldra veranderd zijn zal in het vlekkelooze Offer, welks verdiensten voldoen voor allo geloovigen, zoo tegenwoordige als afwezenden, levenden en dooden.
Liefderijke Heiland, Gij hebt door Uwe inenschwording Uwe almachtige Godheid met
10
onze zwakke menscbheul onvergelijkelijk nauwer vereenigd, dan bel water met den wijn vereenigd wordt in den kelk des hoils. Wij bidden U, vereenig U ook met ieder onzer in bot bizonder en vereenig ons allen te samen met U, om nimmer te worden gescheiden.
Gij, o God, Gij alleen kunt dezen kelk Uwer waardig maken, door denzelve in de macht van den Priester te stellen, ter verandering van den wijn in bet waarachtig Bloed van .lesus Gbristus, dat bet heil dei-wereld voortbrengt. Tot erkenning Uwer Opperbeerscbappij zij U bet brood en den wijn aangeboden, en wij voegen bij dit oller de toewijding onzer harten, in vereenigiug met de allerzoetste Maagd Maria en alle Heiligen.
En Gij, o lieer, die U gewaardigd hebt de voeten Uwer Apostelen te wasschen, ai-vorens ben tot deze heilige Offerande toe te laten, wasch, reinig ook ons meer en meer, opdat wij waardig zijn Uw altaar te omringen, wij die den luister van Uw Hui? beminnen en de woonplaats Uwer heerlijkheid.
LAAT ONS lil f) IJ EN.
, Gewaardig U, lieer, bet offer dat wij U door de handen des Priesters opdragen, tot eer en glorie van Uwen naam aan te nemen,
11
tot voordeel van ons en gelicel de II. Kerk,
Dat de gebenedijde onder de vrouwen, de Koningin des Hemels en de Heiligen, wier gedachtenis wij mede in dit offer vieren, voor ons mogen ten beste spreken! O Maria, alle Gods lieve Heiligen, wij brengen Gode deze offerande, om de hoogste Majesteit te be-dankeji ook voor Uwe glorie, vergeet ons dan niet in den Hemel, opdat wij eenmaal met U vereenigd ten volle mogen smaken hoe zoet de Heer is en God danken in eeuwigheid.
Nu reeds heffen wij onze harten omhoog, dewijl het waardig en billijk is U, den Heer onzen God, dank te zeggen door Jesus Christus onzen Heer! Door wien de Engelen Uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden en de Machten voor U beven! Dat de hemelen en de krachten der Hemelen met de zalige Serafijnen U verheerlijken! Wij bidden U, laat ons ook onze stemmen met die der gelukzalige geesten vereenigen, zeggende: Heilig, Heilig, Heilig, zijt Gij Heer, God der lieirscharen! Hemel en aarde zijn vol van Uwe glorie! Hosanna in den hooge! Gezegend Hij, die komt in den naam des Heeren! Hosanna in den hooge!
VÃOB UK CONSECRATIE.
Wij smeeken U, barmhartige Vader, in
42
den naam van Uw welbeminden Zoon Jesus Christus, onzen Heer, de Offerande, die wij TJ opdragen, te zegenen en goedgunstig aan te nemen, opdat- het U believe Uwe heilige Katholieke Kerk te bewaren, te beschermen en te besturen met al hare lidmaten, onzen H. Vader den Paus, onzen hoogwaardigen Bisschop en in het algemeen allen, die het waarachtig Geloof belijden.
In het bizonder bevelen wij U degenen voor wie wij uit dankbaarheid en liefde verplicht zijn te bidden, voornamelijk---- en
allen, die bij dit aanbiddelijk offer tegen-wcordig zijn. En opdat onze eerbewijzing aan Ã, o ontzachelijke God, aangenamer wezen moogquot;, vereenigen wij onze gebeden met de glorierijke Maria, altijd Maagd, Moeder van onzen God en Heer Jesus Christus, met al Uwe H. Apostelen, met de Martelaren en Belijders en Maagden en alle Heiligen, met wie wij eene en dezelfde Kerk zijn. Geef ons, om hunne verdiensten en gebeden, de hulp Uwer genade door Christus onzen Heer. Amen.
gedurende de consecratie.
Kom, Heer Jesus, kom beminnelijke Verlosser der wereld, daal van uit den Hemel op dit altaar neder! O aanbiddelijk geheim, dat Hij in het laatste Avondmaal voltrokker.
1
43
3us heeft, toen Hij het brood in Zijne gezegende
»'ij handen nam, het brak en aan Zijne leerlingen
tan gaf, zeggende; dit is mijn lichaam!
ige Ziedaar Jesus! O, mijne ziel, aanbid Uwen
len God, wezenlijk en waarachtig op het altaar
:en tegenwoordig! â
fen Zoo ook nam Hij den kostelijkeu kelk in
iet Zijne heilige handen, zegende dien en gaf hem aan Zijne leerlingen, zeggende; neemt
ten ui drinkt allen hier uit, want dit is de kelk
er- van mijn Bloed, vau het nieuw en eeuicig ver-
en buud-. het geheim des geloofs, dat voor U en
m- voor velen zal gestort worden tot vergiffenis
ng der zonden!
ier Lieve Jesus, ik aanbid Uw dierbaar Bloed,
en dat waarachtig in den kelk voor mijne oogen
Ier wordt opgeheven en dat Gij voor alle men-
let sehen vergoten hebt. Geef toch, mijn Heiland,
en ik smeek er U om, laat het voor mij en
net allen die mij dierbaar zijn, niet vruchteloos
e-sf gestort zijn ! Schenk ons de genade, dat wij
de daarvan ons de verdiensten mogen verzekerd
;er. zien, als wij U eenmaal van aangezicht tot aangezicht aanschouwen.
NA DE CONSECRAÃIK.
er- Dankbaar, o Heer, herdenken wij het zoo
nel kostbaar lijden van denzelfden Christus, Uwen
m, Zoon onzen Heer, zoomede zijne opstanding
;ert uit den dood en Zijne glorievolle Hemelvaart,
44
Aan Uwe verhevene Majesteit dragen wij liet zuivere, heilige en onbevlekte slachtoffer op, dat Gij zelf ons verleend hebt. Méér dan de offeranden van Abel, Abraham en Mel-chisedeeh is hier! Dit is het eenige slachtoffer Uw altaar waardig Wij bidden U dan ootmoedig, almachtige God, beveel, dat het door de handen Uwer heilige Engelen gebracht worde voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit, opdat wij allen, die met den mond of met het hart aan dit heilig Offer deel hebben, van hemelsche zegening en genade mogen vervuld worden, door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Gedenk ook, Heer, Uwe dienaren, en dienaressen, die, getrouw in het Geloof, in vrede gestorven zijn, bizonder... Verleen hun, o Heer, en allen die in Chistus rusten, de plaats van zaligheid, van licht en vrede, waarom wij U smeeken door Christus onzen Heer.
Gewaardig U ook aan ons, zondaren, die toch Uwe dienaars zijn en om de menigte Uwer barmhartigheden op U hopen, eenmaal deel te geven in het gezelschap van Uwe H. Apostelen en Martelaren en alle Uwe Heiligen. Wij bidden U, die geen acht geeft op onze verdiensten maar veeleer op Uwe genade, ons in hun samenzijn toe te laten, om Christus onzen [leer, door wien Gij al
1
45
dat goede immer vermeerdert, heiligt, levend-maakt, zegent en ons verleent. Door Hem en met Hem en in Hem zij U, o God, almachtige Vader, in vereeniging van den H. fieest, alle eer en glorie, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LAAT ONS BIDDEN.
Door Uwe heilzame voorschriften vermaand en door Uw goddelijke onderwijzing geleerd, durven wij zeggen: Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij Uw Naam: Uw rijk toekome. Uw wil geschiede oj) aarde zooals in den Hemel: Geef ons beden ons dagelijksch brood en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven aan onze schuldenaren: en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.
Wij bidden U, Heer, verlos ons van alle voor-bijzijnd, tegenwoordig en toekomstig kwaad en geef ons door de voorspraak der allerzaligste en glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria, van Uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas en alle Heiligen, goeder-tierenlijk vrede in onze dagen, opdat wij door het werk Uwer barmhartigheid ondersteund, van de zouden altijd verlost en voor alle rampen behoed mogen worden.
{Terwijl de Priester de II. Hostie hreekt en een deeltje in den kelk laat vallen;)
4«
Door (lenzelfden onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerseht iu lt;le eenheid van deu li. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De vrede dos Heeren zij met ons en met onzen geest!
Dat deze allerheiligste vereeniging van het lichaam en bloed onzes Heeren Jesus Cliris-tus mij, en allen die het mogen nuttigen, tot heil verstrekke naar ziel en lichaam, en tot eene heilzame voorbereiding ten eeuwigen leven, door denzelfden Christus onzeu Heer. Amen.
AGNUS DEI.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, geef ons deu vrede.
{In de- IT. Mis voor overledenen wordt ge-heden, in plaats van ontferm u onzer ;oeef hun rust; en de derde maal: geef hun pr eeuwige bust)
voóll BF, NUTTIGING.
Heer Jesus, die de zonden der werelu verdraagt, ondanks het misbruik van zoovele srenadeu. bevestiff het werk Uwer verlossinsr
47
door een dnurzamen vrede. Daarom toch hebt Gij ons dien vrede aangeboden, omdat deze liet eenig goed is, dat wij in dit ellendige leven kunnen smaken. Leer mij dan zaeht-moedig zijn en ootmoedig van harte, opdat ik, door vergevensgezindheid jegens anderen en bewustzijn van eigen schuld, waardig zij steeds ruimer deel te nemen aan dit H. Offer, en te naderen tot de tafel des Heeren.
lieer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden, (driemaal)
COMMUNIE.
Lieve Jesus, ik bemin U, ik verlang naar U, kom in mijn hart! Ik verbind mij, ik vereenig mij met U, wil nooit van mij scheiden. Amen.
O heilige maaltijd, waarin Christus gennt-; ligd, de gedachtenis van Zijn lijden gevierd, ile ziel met genaden vervuld en ons het on-i derpand der toekomende glorie gegeven wordt.
Goede Jesus, wascli en reinig mij in Uw kostbaar Bloed, opdat mijne ziel, als zij van mijn lichaam zal gescheiden zijn, zuiver on vlekkeloos voor Uwen rechterstoel moge verschijnen. Amen.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer, onze God, filj hebt ons een tijde-
48
lijke gave tol een eeuwigdurend geneesmiddel geschonken; laat het in ons al de vruchten voortbrengen, welke Uwe liefde zieh heeft voorgesteld, en zelfs wanneer Gij U niet meer onder zichtbare gedaante onder ons bevindt, laat dan nog de uitwerkselen Uwer vroegere tegenwoordigheid in onze harten voortleven. Door onzen Heer Jesus Christus Uwen Zoon, die met U loeft en heerscht in eenheid van den heiligen Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
BENEDICTIE.
Heilige eu aanbiddelijke Drievuldigheid, met U hebben wij dit Offer begonnen, ook met U zullen wij het eindigen. Gewaardig U het goedgunstig aan te nemen ; Uwe Majesteit is oneindig, laat ook Uwe Barmhartigheid oneindig wezen. Wij zullen U niet laten gaan voor Gij ons Uwen zegen geschonken hebt.
Ons zegene de almachtige God, de Vader, de Zoon en de H. Geest. Amen.
EVANGELIE VAN DEN II. JOANNES.
In den. beginne was het Woord en het Woord was bij God, en het Woord was God. Alles is er door gemaakt en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht, der menschen en het licht scheen
49
iu de duisternissen en de duisternissen hebben liet niet begrepen. Er werd een menseh van God gezonden, wiens naam was Joannes. Hij kwam als getuige, om getuigenis van bet lielit te geven, opdat zij allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar hij was om getuigenis van liet licht te geven. Dat is het waarachtig licht, dat de geheele wereld verlicht. Hij was in de wereld en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in Zijn eigendom en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar alten die Hem ontvangen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, die in Zijnen Naam gelooven, die niet uit het bloed, noch uit den wil des vleeBches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het iieeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijne glorie gezien, eene glorie als van den eeniggeboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid.
God zij gedankt!
GEBEDEN NA DE U. MIS.
Wees gegroet Maria . . . driemaal.
Wees gegroet. Koningin, Moeder van barmhartigheid, Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.
BO
Tot TJ smeeken wij, zuchtend en weenend in dit dal van tranen. Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons Uwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de sezesende vrucht Uws lichaams
⢠A
O goedertierene, o meedoogende, o zoete Maagd Maria,
Bid voor ons H. Moeder Gods,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT OKS BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, zie genadig neder op het volk, dat tot TJ smeekt; en verhoor barmhartig en goedgunstig â door de voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, Haren Bruidegom, Uwe li. 11. Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, de gebeden die wij storten voor de bekeering der zondaren, voor de vrijheid en de verheffing onzer Moeder de H. Kerk. Door Christus onzen Heer Amen.
H. Aartsengel Michaël, verdedig ons in den strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen des duivels. God ge-bi ede hem, smeeken wij ootmoedig ; en Gij, Vorst der hemelsche legermacht, drijf Satan eu de andere booze geesten, die tot verderf
51
der zielen over de wereld rondgaan, door de Goddelijke kracht in de Hel tsrug. Amen.
Ik dank U, o mijn God, voor de genade, die Gij mij geschonken hebt in de roeping-tot Uwe H. Roomsch-Katholieke Kerk, waarom ik dit aanbiddelijk Offer der H. Mis mocht bijwonen met zoo levendig geloof, zoo onwrikbare hoop en vurige liefde. Vergeef mij do onoplettendheid en verstrooing, waaraan ik mij nog mocht hebben schuldig gemaakt. Laat het gewoel der wereld, waarin ik nu moet wederkeeren, mij de vrucht van dit H. Offer niet doen verliezen, door mij de godvruchtige gevoelens, welke Gij mij hebt ingestort, te doen vergelen.
0 Maria, bid voor mij, opdat de H. Mis, die ik heb bijgewoond, mij kracht en vreugde schenke ter getrouwe vervulling van de plichten van mijn staat. Amen
GKBEDEN VOÃll DE BIECHT.
In den naam van Jesns Christus, mijn Verlosser, zal ik opstaan en tnt mijnen Vader wederkeeren, en ik zal liem zeggen: Vader ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen [J, ik ben niet meer waardig Uw kind genoemd te worden!
O mijn Heiland, ik dank U voor de kostbare gave van het H. Geloof. ïe weinig denk ik daaraan, goede Jezus! En toch, welk oen geluk, dat ik als Katholiek de volheid Uwer genadegaven ken en gebruiken mag, zoodat ik nu weder iu het H. Sacrament der Bieeht den vrede des gewetens kan terugvinden ! Wat een weldaad Uwer barmhartigheid, dat ik wederom vergeving van mijne zonden verhopen mag! O wat een liefde betoont Gij mij, ondankbaren zondaar, dien Gij na zoovele beleedigingen nogmaals iu Uwe genade herstellen wilt, en, na zooveel ontrouw, wederom wilt aannemen voor Uw kind en erfgenaam van Uw Rijk!
Wat zou er van mij geworden zijn, hadt
53
Gij eens Uwe hand van mij afgetrokken.... ware ik eens in mijne zonden gestorven .... ot hadt Gij mij eens gestraft op den oogen-blik, toen ik die zonden .... bedreef!
Als Gij onze ongerechtigheden gadeslaat, Heer wie zal er bestaan! Wij allen zijn zondaren, maar ik heb niemand voor grooter zondaar te houden dan mij zelf!
Ik dank dan U, Vader van barmhartigheid, U mijn liefdevolle Heiland, U Geest van lankmoedigheid en goedertierenheid, ik dank U, H. Drievuldigheid, dat Gij mij gespaard en den tijd verleend hebt, mij door het Sa-crament van boetvaardigheid van mijne zonden te zuiveren, om in de heiligmakende genade te worden hersteld. Help mij, o God, die mijn hart en nieren doorgrondt, en voor wiens alomtegenwoordigheid niets verborgen is, â verlicht mij door een straal van Uw hemelsch licht, opdat ik mijne zonden moge kennen en onbewimpeld, zonder angstvalligheid en vol vertrouwen op mijnen Biechtvader, aan dezen Uwen Plaatsbekleeder belijden.
Welk is het getal mijner zonden, Heer, maak mij mijne misdaden bekend.
Hid gewetensonderzoek dure nul te laurj. Men denke daarbij vooral aan de zonden, waarin men het meest vervalt, de gebreken, die ons meer eigen zijn, de gelegenheden, waarin men
54
wdert dc lu-alsle hiecld geweest in en aan dezen of yenen persoon, met wien men heeft om-(jeyaan. Nadert men zelden tot de II.H. Sacramenten, dan dure Jtet geicetensoaderzoek wat langer en het zij ook nauwkeuriger. Doch als men gewoon is 's wekelijks, om de veertien dagen of althans geregeld iedere maand en bij hooge feestdagen te biechten en te corn-municeeren, dan zijn eenige minuten voldoetide om den staat van zijn geweten té kennen. Ban doe men veeleer zijn best, om hartelijke liefde te toonen jegens den zoo vaak ook door dagelijksche zonden beleedigden God, en smeeke Hem-zelf om, een innig en waarachtig en zoo veel mogelijk volmaakt berouw.
ACTE VAN LIEFDE EN BEROUW.
Met de rouwmoedige Maria Magdaleua werp ik mij voor Uwe voeten neder, o goede Meester, die veel vergeeft aan degenen, die veel hebben liefgehad!
Mijn Jesus, ik bemin U en innig smart het mij, dat ik U niet altijd bemind heb, dat ik ü, en ach zoo dikmaals! beleedigd heb door mijne zonden .. . miskend door mijne koelheid en onverschilligheid jegens U . . . gegriefd door mijne ondankbaarheid!
En nu, mijn Verlosser en Zaligmaker, zonder U kan ik niets, niet eens U zeggen en uit ter harte zeggen, hoezeer het mij leed
is, U ooit te hebben verairatnd. Ach geef mij Uwe liefde, Uwe genade! O Maria toevlucht der znndareu, val Uw aanbiddelijken Zoon te voet voor mij, armen zondaar, en verkrijg mij een waarachtig berouw!
Mijn Heer en mijn God, het spijt mij uit den grond van mijn hart, dat ik gezondigd heb tegen den Hemel en tegen ü, en ik niet meer waardig ben Uw kind genoemd te worden! En niet, omdat ik daardoor den Hemel verloren en de Hel verdiend heb, maar omdat ik U, het opperste Goed en alle eer en liefde waardig, heb vergramd en beleedigd. Ik heb U verlaten, o mijn God, de eer U onthouden, die U toekomt! Uwe genade, ach, hoe is 't mogelijk! Uwe vriendschap heb ik veracht, vrijwillig U beleedigd, en dat alléén ... om mijn bedorven wil, mijne driften in te volgen! En toch, ik bemin U, liefdevolle Vader, en omdat ik U zoo liefheb spijt het mij zoozeer, dat ik ü mishaagd heb. Ik, nietige mensch, durfde U vertoornen ! O vergeef mij toch, ter liefde van Jesus Christus, om de voorbede mijner machtige koningin Maria, en vermeerder mijne liefde, vermeerder mijn berouw!
Ik haat en ik verzaak mijne zonden, ik verfoei ze uit liefde tot U, o goede God! Ik verafschuw niet alléén de doodzonden, maar ook alle dagelijksche zonden, want ook
56
deze zijn een ware beleediging van Uwe oneindige goedheid, die ik boven alles bemin. Ik maak liet vaste besluit U in het vervolg nonit meer te beleedigen ! Met de hulp Uwei-genade wil ik liever sterven, dan ooit weder te zondigen.
Ontferm U mijner, o God, volgens Uwe groote barmhartigheid. Volgens de menigte Uwer erbarmingen, wisch mijne boosheid uit. Wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheden en zuiver mij van mijne zonden. Want ik erken mijne misdaad en mijn schuld staat mij immer voor oogen. Tegen U alleen heb ik gezondigd, en voor Uw aanschijn heb ik het kwaad gedaan.
Besproei mij, o Heer, en ik zal gereinigd worden; wasch mij en ik zal witter worden dan sneeuw. Wend Uw aangezicht af van mijne zonden en wisch al mijne misdaden uit. Schep in mij een zuiver hart, o God, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste. Verwerp mij niet van Uw aanschijn en neem Uw heiligen Geest niet van mij weg.
Ken melanlscltf aanhad Je*m en zeide: Heer
57
indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen. En Jesns stak zijne hand uit, raakte hem aan zeggende: Ik teil, word gereinigd. En terstond is de melaatsche gezuiverd. J)e Heer sprak nog tot hem.; MA All GA, VERTOON U AAN DEN puiESTEK. Mattheus VIFI : 2â4.
GEBEDEN NA DE BIECHT.
Kaar Davids' Psalter.
Loof den Heer, mijne ziel, loof den Heer en vergeet nimmer zijne weldaden!
Mijne zonden zijn mij vergeven! Prijs den Heer, mijne ziel, en verhef Zijne goedheid in eeuwigheid!
Heer, wat is de menseh, daf, Gij hem geeft TJ te kennen, of de Zoon des menschen, dat Gij hem acht?
Nu, o God, mag ik U een nieuw lied zingen, op de cither mag ik Uw lof verkondigen!
Genadig en barmhartig is de Heer, lankmoedig en van groote erbarming.
Liefelijk is de Heer jegens allen, en zijne ontfermingen gaan al zijne werken fe boven.
De Heer helpt hen op die gevallen waren, en richt hen op die terneergeslagen zijn.
Hij is allen nabij, die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid!
Hij doet naar den wensch dergenen die Hem vreezen, en verhoort hunne beden en Hij verlost hen.
Loof den Heer, mijne ziel! Ik zal dsn
59
Heer loven zoolang ik leef, ik zal Gode lof-zingen zoolang ik hier ben.
Gelukzalig wiens helper de God van Jacob is, wiens hoop is op zijnen Heer en God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daar in is.
De Heer verlost de geboeiden, de Heer verlicht de blinden.
De Heer richt de neergeslagenen op, de Heer heeft de rechtvaardigen lief.
Hij geneest hen die vermorzel! van harte zijn en verbindt hunne wonden.
Loof mijne ziel den Heer, die al uwe misdaden genadig is en uwe zwakheden vergeeft!
Die uw leven gered heeft van den ondergang, die ii kroont met barmhartigheid en ontferming!
Die uw verlangen naar het goede vervult en u vernieuwd heeft tot een nieuw leven.
Hij heeft ons niet behandeld naar onze zonden, ons niet vergolden naar onze misdaden.
Gelijk een Vader zich erbarmt over zijne kinderen, zoo erbarmt zich de Heer over hen die Hem vreezen; want Hij weet hoe wij zijn.
Hij gedenkt, dat wij stof zijn : de mensch !
Hoor dan, o Heer, mijn gebed en dat mijn geroep tot U kome. Leer mij Uwen wil doen, doe mij den weg kennen waarop ik moet wandelen, opdat ik U love en dankzegge in eeuwigheid. Amen.
GEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.
Naar Thomas Kempis.
VOORBEREIDING.
Heer, wanneer ik Uwe waardigheid en mijne geringheid overdenk, word ik zeer bevreesd en beschaamd Want als ik niet tot U nader dan vlueht ik het leven, en als ik onwaardig tot U ga, dan doe ik een misdaad.
Wat zal ik dan doen, o mijn God, mijn helper en raadgever in al mijne noodwendigheden ?
Leer mij den rechten weg, leer mij eenige oefening, die voor de H. Communie passend is. Want het is nuttig te weten, hoe ik mijn hart godvruchtig en eerbiedig voor U moet bereiden, om met vrucht Uw Sacrament te ontvangen,
O Moeder van barmhartigheid, allerzaligste Maagd Maria, ik onwaardige en ellendige zondaar neem mijne toevlucht tot U en ik smeek U, dat Gij mij de genade moogt verwerven om Uwen goddelijken Zoon waardig
61
te ontvangen. Bid voor mij, lieve Moeder, bid met mij, uitmuntend vat var. godsvrucht, opdat ik tot de tafel des Heeren nadere met een levend geloof, een onwrikbaar vertrouwen, eene brandende liefde, een diepen ootmoed en een dorstend verlangen naar Jesus, die deze deugden, als zoovele liefelijke geuren vond in U, o geestelijke quot;Roze! Amen.
GELOOF.
Ik groet en ik aanbid U, o Jesus, waarachtig God en mensch, die hier in het H. Sacrament onder de gedaante van brood wezenlijk tegenwoordig zijt, met Vleesch en Bloed, met Ziel en Lichaam, met Godheid en Menschheid, zooals Gij glorierijk iu den Hemel gezeten zijt aan de rechterhand des Vaders. Vol eerbied en ontzaoh werp ik mij ter aarde voor Uwe aanbiddelijke Majesteit, die zich ouder den schijn van een weinig-Brood verbergt, opdat ik niet zou vreezen tot U te naderen en mij op de innigste wijze met U zou kunnen vereenigen.
Dank zij U, goede Jesus, eeuwige Herder, die U gewaardigt, ons armen en ballingen te verkwikken door Uw kostbaar Lichaam en Bloed en ons met het woord van Uw eigen mond uit te noodigen, om deel te nemen aan deze geheimen, zeggende: Komt
63
allen tot Mij, dia belast en heiaden zijl, en Ik zal u verkwikken,
Heer mijn God, voorkom Uwen dienaar met de zegeningen van Uwe zoetlieid, opdat ik verdiene waardig en godvruchtig tot Uw verheven Sacrament te naderen. Wek mijn hart op tot U en verlos mij van mijne groote lauwheid. Bezoek mij in Uwe zaligheid om in den geest Uwe zoetheid te smaken, die in dit Sacrament, als in hare bron, in al hare volheid verborgen is.
Verlicht ook mijne oogen, om zulk een groot geheim te aanschouwen; en versterk mij om het met een onwankelbaar geloof te gelooven.
Want het is Uw werk, geen menschelijke macht; Uwe heilige instelling, geen uitvinding eens menschen. En er wordt niemand gevonden in staat dit werk uit eigen kracht te begrijpen en te verstaan, daar het zelfs het vernuft der Engelen te boven gaat. Wat zal ik, onwaardige zondaar, stof en asch, dan van zulk een verheven heilig geheim knnner navorschen of begrijpen ?
Daarom dan, o Heer, in eenvoud des harten, met een goed vast geloof en op Uw bevel, nader ik tot U met hoop en vertrouwen, en geloof dat Gij, God en menseh, waarlijk hier in het Sacrament tegenwoordig zijt. Gij wilt, dat ik U ontvange en mij zelf
63
met U in liefde vereenige. Derlialve bid ik Uwe goedertierenheid en vraag U, mij hiervoor eene bizondere genade te geven, opdat ik geheel in U zij en overvloeie van liefde en mij dan geen andere vertroosting meer veroorloove.
Want dit allerverheveust en waardigst Sacrament is het heil van ziel en lichaam, een geneesmiddel voor alle geestelijke droefheid, hierin worden mijne gebreken genezen, de hartstochten beteugeld, de bekoringen overwonnen of verzwakt, eene groote genade ingestort, de begonnen dengd vermeerderd, het geloof bevestigd, de hoop versterkt en de liefde ontstoken en uitgebreid.
VERTROUWEN.
Zie, Heer, ik kom tot U om verzadigd te worden van Uwe gaaf en mij te verheugen in Uw gastmaal, dat Gij in Uwe teederheid voor den arme hebt bereid, o God. In U is alles wat ik kan en moet verlangen; Gij zijt mijn heil en mijne verlossing, mijne hoop en sterkte, mijne eer en glorie' Verblijd dan heden de ziel van Uwen dienaar, want tot U, Heer Jesus, heb ik mijne ziel opgeheven.
O allerzoetste en allerbeminnelijkste Heer, dien ik heden godvruchtig verlang te ontvangen, Gij kent mijne zwakheid en den nood dien ik lijd: en ir. hoevele rampen en ge-
f,4.
breken ik gewikkeld ben; hoe dikwijls ik bemoeilijkt, bekoord, ontroerd en met zonden besmeurd word. Ik kom tot U om genezing, ik smeek U om vertroosting en verlichting. Ik spreek tot U, die alles weet, voor wien geheel mijn binnenste openligt en die alleen mij volkomen komt vertroosten en helpen. Gij weet aan welk goed ik het meest behoefte heb en hoe arm ik ben aan deugden.
Vele goederen hebt Gij geschonken en schenkt Gij nog zeer dikwijls in dit Sacrament aan Uwe welbeminden, die met godsvrucht com-municeeren, o mijn God, stenn van mijne ziel, hersteller der mensehelijke zwakheid en gever van alle inwendige vertroosting. Want voor verschillende kwellingen stort (jij hen veel vertroosting in, en uit de diepte van hunne eigene ellende heft Gij hen op tot de hoop op Uwe bescherming, en verlicht hen inwendig door nieuwe genade; zoodat 7,ij, die zich eerst angstig en zonder vurigheid gevoelden vóór de Communie, zich daarna door hemelsche spijs en drank verkwikt, veranderd bevonden ten goede.
Hierin handelt Gij somtijds zoo met Uwe uitverkorenen, dat, zij in waarheid moeten erkennen en met geduld ondervinden, hoe zwak zij zijn uit zich zelf, en hoeveel goed en genade zij ontvangen van U. Want uit ons zelf zijn wij koud en zonder godsvrucht, door
65
U ecliter worden wij vurig, vol ijver en godvruelitigheid.
Wie toch komt met nederiglieid tot de bron van zoetheid en draagt niet een weinig zoetheid van daar? 01' wie staat bij een groot vuur, en krijgt daarvan niet een weinig warmte? Gij nu zijt die altijd volle en overvloeiende bron, dat vuur, dat altijd brandt en nimmer uitdooft.
Daarom, als het mij niet geoorloofd is uit de volheid dier bron te scheppen en tot verzadigens toe te drinken, zal ik toch mijn mond aan de opening dier hemelsche bronader zetten, om ten minste een druppel daarvan op te vangen, opdat ik niet geheel dor blijve. En kan ik nog niet geheel hemelsch en zoo vurig zijn als de Cherubs en Serafs; ik zal ten minste (rachten mij op godsvrucht toe te leggen en mijn hart voor te bereiden, om door het nederig ontvangen van dit levendmakend Sacrament, zij het ook eeu klein gedeelte van dien goddelijken brand te verwerven.
Dan, al wat mij ontbreekt, o goede ,Testis, heiligste Zaligmaker, vul Gij dat goedgunstig en genadevol aan, (iij die U gewaardigd hebt, allen tot U te roepen zeggende: liomt lot Mij, allen die belast en heiaden zijt en li-zal u verkwikken.
Ik werk in het zweet mijns aanschijns, ik
fifi
word gekweld door droefheid des harten, ik ben met den last mijner zonden beladen, word door bekoringen verontrust, door vele booze hartstochten bevochten en benauwd; en er is niemand die helpt, niemand die bevrijdt en zalig maakt dan Gij, Heer God, mijn Zaligmaker, aan wien ik mij en al het mijne toevertrouw, opdat Gij mij gelieft te bewaren en tot het eeuwige leven te brengen. Amen.
LIEFDE.
Heer mijn God, heilige Minnaar mijner ziel, als Gij in mijn hart zult komen dan zal geheel mijn binnenste juichen. Gij zijt de roem en de blijdschap mijns harten! Vermeerder mijne liefde, opdat ik leere smaken hoe zoet het is te beminnen en te baden in liefde!
Dat de liefde mij binde en dat ik buiten mij zelf gerake door hare overgroote vurigheid en vervoering. Laat mij het lied der liefde zingen, laat mij U, o welbeminde Jesns, in den Hemel volgen, dat mijne ziel juiche in Uwe glorie, in den jubel van Uwo liefde! Laat mij U beminnen meer dan mij zelf en mij zelf om U, en allen die U waarlijk beminnen in U, gelijk Uwe wet der liefde het beveelt.
Doch daar ik nog zwak ben in de liefde
«7
en onvolmaakt in de deugd, daarom heb ik er behoefte aan, dat Gij mij versterkt en vertroost; bezoek mij dan en onderwijs mij in Uwe heilige tucht.
O wonderbare goedheid van Uwe liefde, dat Gij, Heer God, Schepper en Levend-maker van alle geesten, U gewaardigt tot eene arme ziel te komen, om met geheel Uwe godheid en menschheid haren honger te stillen! O gelukkig de geest en zalig de ziel, die U, Heer en God, godvruchtig verdient te ontvangen en in dat ontvangen van U met geestelijke vreugde vervuld te worden! O hoe groot is de Heer dien zij opneemt, hoe dierbaar de Gast dien zij bij zich binnenleidt, hoe aangenaam dit gezelschap dat zij ontvangt, hoe getrouw de Vriend dien zij bezit, hoe schoon en edel, hoe boven allen bemind, en boven alles wat zij verlangt beminnenswaardig is de Bruidegom dien zij omhelst!
O allerzoetste, beminde Jesus, dat hemel en aarde en al hunne pronk en pracht zwijgen in Uwe tegenwoordigheid! Maak Gij alleen mijne zoetheid uit van nu af tot in eeuwigheid: want Gij alleen zijt mijn spijs en drank, mijne liefde en mijne vreugde, mijne zoetheid en mijn goed. O mocht Gij mij door Uwe tegenwoordigheid ontsteken, verbranden en in U veranderen, opdat ik één geest met U
R8
worde door de genade van inwendige ver-eeniging en door vurige liefde! Want ik verlang inij als vrijwillig offer aan U op te dragen en voor eeuwig de Uwe te blijven. In eenvoudiglieid des harten bied ik U heden mij-Zelf aan tot Uwen eeuwigen en gehoorzamen dienaar en tot een offer van eeuwig-durenden lof.
Heer, al mijne zonden en misslagen, die ik voor Uw aanschijn en dat Uwer heilige Engelen bedreven heb, van af den dag, waarop ik voor het eerst heb kunnen zondigen, tot op dit uur, leg ik op Uw zoenaltaar neder; opdat (iij ze ontsteekt, en verbrandt door het vuur Uwer liefde, alle vlekken mijner zonden uitwiseht, mijn geweten van alle overtreding zuivert, mij Uwe genade wedersehenkt, die ik door de zonden verloren heb, mij alles ten volle kwijtscheldt en mij barmhartig opneemt tot den kus van vrede.
Wat kan ik anders doen voor mijne zonden, dan ze nederig belijden en beweenen en zonder ophouden Uwe goedertierenheid inroepen'? Ik smeek U, verhoor mij genadig, als ik voor Uw aanschijn sla, o mijn God. Al mijne zonden mishagen mij zeer, ik wil ze nooit weer bedrijven, maar ik beween ze en zal zo beweenen, zoolang ik leef, bereid om boetvaardigheid te doen en naar mijn best vermogen voldoening te geven.
Ik offer U ook al mijne deugden, hoe weinig en onvolmaakt die ook zijn, opdat Gij ze verbetert en heiligt, opdat zij U behaaglijk zijn en Gij ze U aangenaam maakt en altijd tot hoogere volmaaktheid brengt, en opdat Gij mij, traag en onnut schepsel, tot een zalig en gelukkig einde voert.
Ik offer U ook alle vurige begeerten der godvruehtigen, de behoeften mijner nabestaanden en vrienden, broeders en zusters, van allen die mij dierbaar zijn en van hen, die mij of anderen uit liefde tot U hebben welgedaan. Tevens offer ik U de wensehen en belangen van allen, die in mijne geboden zijn aanbevolen, hetzij deze nog leven of reeds gestorven zijn; opdat wij allen de hulp Uwer genade, de kracht van Uwe vertroosting, bescherming in gevaren, bevrijding van straffen mogen ondervinden, en dat wij, van alle rampen bevrijd, verheugd U de blijdste dankzeggingen brengen.
Ik offer U ook mijne gebeden bizonder voor hen, die mij door Iets beleedigd, bedroefd of veracht hebben, of' die mij eenige schade of moeilijkheid hebben berokkend. Ook voor degenen, die ik ooit bedroefd, gekweld, bemoeilijkt of gelasterd heb, met woorden of werken, wetend of onwetend, opdat Gij al onze zonden en wederzijdsche beleedigingen kwijtscheldt.
70
Neem, Heer, uit onze harten alle achter-doelit, verontwaardiging, toorn en bitterheid en alles wat de liefde kan krenken en de broederlijke genegenheid verminderen, en bevestig mij in Uwe heilige liefde. Geef mij Uwe hemelsehe wijsheid, opdat ik leere U boven alles te zoeken en te vinden, boven alles te smaken en te beminnen. Zegen eu heilig mijne ziel, opdat zij Uwe heilige woning worde, de zetel van Uwe liefde, en dat er niets in mij gevonden worde dan wederliefde voor U, mijn welbeminde Jesus!
OOTMOED,
Door een levend geloof aan Uw woord, o Heer, in het vertrouwen op Uwe goedheid en groote barmhartigheid en uit vurige liefde nader ik tot U, als een zieke tot den Zaligmaker, als een hongerige en dorstige tot de bron des levens, als een behoeftige tot den Koning des Hemels, als een slaaf tot zijn heer, als een schepsel tot zijn Schepper, als een ontroostbare tot mijn goedertieren Vertrooster.
Maar hoe durft een zondaar, hoe durf ik in Uwe tegenwoordigheid verschijnen? En Gij, hoe gewaardigt Gij U tot een zondaar te komen! Gij kent Uwen dienaar en Gij weet, dat hij niets goeds in zich heeft, waarom Gij hem dit bewijst. Zie, ik sta voor U, arm
71
en ontbloot van alles, ik vraag genade en roep om barmhartigheid. Ik belijd mijne geringheid, ik erken Uwe goedheid, ik prijs Uwe goedertierenheid eu ik breng U mijn dank voor Uwe overgroote liefde.
Maar wat zal ik denken in deze Communie, bij het naderen tot mijn Heer, dien ik niet naar waarde kan vereeren eu toeh god-vruehtig verlang te ontvangen? Wat zal ik beter en heilzamer denken, dan dat ik mij geheel verneder in Uwe tegenwoordigheid en Uwe oneindige goedheid boven mij verhef! Ik loof U mijn God en verhef U in eeuwigheid. Ik veracht mij-zelf en onderwerp mij aan U in den afgrond van mijn niet.
Gij zijt de Heilige der Heiligen en ik de grootste der zondaren ! Gij liuio-t U neder tot mij, die niet waardig ben tot U op te zien! Gij komt tot mij, Gij wilt met mij zijn. Gij noo-digt mij, den armsten bedelaar, aan Uw koninklijken maaltijd, het gastmaal der Engelen !
Ach uit eigen verdienste en kracht ben ik niet eens in staat mij daartoe behoorlijk voor te bereiden, al zou ik ook een geheel jaar aan niets anders denken! Hoe zal ik U in mijn huis binnenleiden, ik die nauwelijks een half uur godvruchtig kan besteden ! en ach, dat ik slechts een klein half uur waardig kon gebruiken!
Zoo Gij zelf, o lieer, niet gebood, boe zou
72
ik mij dan vermeten tot Uw heiligen maaltijd te naderen! Maar Gij hebt mij genoodigd, Gij hebt bevolen dat het aldus geschieden zal, Gij wilt aanvullen wat mij ontbreekt. Welaan dan, lieve Jesus, ik zal tot U naderen, ik brand van verlangen om U te omhelzen! Kom, lieer Jesus, kom tot mij.
VERLANGEN.
Mot de meeste godsvrucht en vurige liefde, met alle neiging des harten verlang ik U, o Heer, te ontvangen, evenais vele Heiligen cn godvruchtigen naar ü verlangd hebben en die U behagelijk waren door de heiligheid van hun leven. O mijn God, eeuwige liefde, mijn eeiiig goed, oneindige zaligheid, _ ik wenseh U te ontvangen met het levendigst verlangen en den waardigsten eerbied, die ooit een der heiligen had of gevoelen kon. En hoezeer ik onwaardig beu al deze gevoelens van godsvrucht te hebben, zoo oiïer ik U toch geheel de neiging mijns harlen, alsof ik die brandende begeerten wezenlijk had, en ik bied U mijn weusch naar zulk een heilig, rechtmatig verlangen.
lieer mijn God, mijn Schepper en Verlosser, met zulk een verlangen, eerbied, lof cn eer, met zulk eene dankbaarheid, waardigheid en liefde, met zulk een geloof, hoop cn zuiverheid, weusch ik ü heden t.c out-
73
vangen, gelijk Uwe allerheiligste Moeder, de roemrijke Maagd Maria, naar U verlangd en ü ontvangen heeft, toen Zij aan den Engel, die haar het geheim der mensehwording boodschapte, nederig en godvruchtig antwoordde : Zie de dienstmaagd des lleeren, mij geschiede naar The woord.
Stel dan mijn geluk niet langer uit, verblijd de ziel van Uwen dienaar, want tot U, Heer Jesus, heb ik mijne ziel opgeheven.
Ik verlang U uu godvruchtig en met eerbied te ontvangen, ik wensch U in mijn huis binnen te leiden, opdat ik verdiene met Za-eheiis gezegend en onder de kinderen van Abraham gerekend te worden. Mijne ziel haakt naar Uw Lichaam, mijn hart verlangt zich met U te vereenigen. Geef U aan mij en het is mij genoeg, want buiten U heeft geene vertroosting eenige waarde. Zonder U kan ik niet zijn en zonder Uw bezoek niet leven.
Kom dan, lieve Jesus, kom, o mijn God en mijn al!
Dat Maria, mijne lieve Moeder, en mijn trouwe Engelbewaarder mij geleiden naar de tafel des Heeren!
74
GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE. a
c
Ik zal spreken met mijn God, hart aan hart v
met Jesus, en in kinderlijke eenvoudiglieid J
Hem alles zeggen, alles vragen, wat ik mijn w
liefsten vriend, mijn maehtigsten Heer zou ©
willen zeggen en vragen. s]
lof en dank.
U
Jesus is aan mij, Jesus heeft zieh aan mij it
gegeven, loof mijne ziel den Heer en prijs ei
Zijne goedheid in eeuwigheid! h
Mijn welbeminde heb ik gevonden en om- te helsd, ik bezit waarlijk Hem, dien de Engelen en Heiligen aanbidden in den Hemel. m Welkom, lieve Jesus, in de woning mijns m harten .. . ach hoe spijt het mij, dat deze la niet méér versierd is met deugden, dat ik \v; U geen grootere liefde kantoonen! Maar Gij de wildet binnentreden cn aanvullen wat mij out- \vp breekt, welkom dan, goede Jesus, ik aanbid U, wezenlijk en waaraehtig in mijn hart te- de genwoordig! Ik aanbid U en herdenk met hu innigen dank Uw smartvol lijden. Uw bitieren el! dood, dien Gij voor mij ellendige hebt onderstaan, en tot welker herinnering Gij dit U\ Sacrament hebt ingesteld, waarmede Gi; mij uk zoo rijk maakt, zoo gelukkig, zoo zalig, o lieve Jesus! zolt; Wie geeft mij nu, o Heer, dat ik TT geheel wa
3
75
alleen vimlc, om geheel mijn hart voor U te openen en ü te genieten, gelijk mijne ziel art verlangt! Dat niets van het geschapene mij
eid Jau verstrooie in deze heilige oogenblikken,
ijn waarin Gij spreekt tot mij en ik tot U, gelijk
;ou een beminde gewoonlijk met zijn beminde
spreekt, en een vriend met zijn vriend maaltijd houdt. Al wat ik smeek, al wat ik verlang is, mij geheel met U te vereenigen en mij mijn hart van al het geschapene los te maken, rijs en door de H. Communie en het vieren Uwer heilige Geheimen racer en racer het hemelsche nn- te leeren smaken.
ge- Ach, Heer mijn God, wanneer zal ik geheel
ael. met U vereenigd eu in U als verslonden ijns mij-zelf vergeten? Gij in mij en ik in U, o leze laat ons beiden zoo vereenigd blijven! Want - ik waarlijk. Gij zijt mijn welbeminde uit duizen-Gij den uitverkoren, in wien mijne ziel wenseht te Dnt- wonen alle dagen mijns levens.
ibid Waarlijk Gij zijt mijn Vredevorst, in wien
te- de hoogste vrede en waarachtige rust is, met buiten wien niets is dau arbeid en smart en eren ellende zonder eind
der- Waarlijk Gij zijt een verborgen God en
dit Uw raad is niet met de goddeloozen, maar mij met de nederigen en eenvoudigen spreekt Gij. 8' 0 O Heer, hoe zoet is Uw geest, om Uwe
zoetheid voor Uwe kinderen Ie toonen, ge-iheel waardigt (iij U hen te spijzen met een al-
7fi
lerzoetst Brood, dat van den Hemel daalt. Waarlijk daar is geen ander volk, dat goden heeft hun zoo nabij, als Gij, onze God, tegenwoordig zijt hij al Uw geloovigen, aan wie Gij U dagelijks te nuttigen en te genieten geeft, om hen te vertroosten en hun hart ten Hemel te verheffen. Welk ander volk is inderdaad zoo edel als wij, Christenen! God wat moet ik U dus dankbaar zijn voor de gave des Geloofs, dat ik Katholiek ben, een kind der H. lloomsehe Kerk, bij wien Gij Uw intrek neemt, om mij te voeden met de spijs der Engelen! O onuitsprekelijke genade! O wonderbare gunst! O onmetelijke liefde, aan mij, arme, bewezen!
Wat zal ik den Heer dan wedergeven voor deze genade en voor zulke uitstekende liefde ? Ik kan aan mijn God niets geven wat Hem aangenaam is, tenzij ik Hem geheel mijn hart sehenke en mij innig met Hem vereenige.
Hoe zoet zou het mij zijn, o allerliefste Jesus, zoo ik ü in waarheid mijn hart mocht wegschenken eu geheel de Uwe mocht blijven. Neem Gij het zelf dan, o God, bind mij aan U, gedoog niet, dat ik mijn hart weer van U aftrekke, of zelfs maar verdeele tus-schen U en de schepselen. Gij zijt mij tot getuige, o God, dat niets mij zoozeer troost, geen schepsel mij zooveel voldoening kan geven als Gij, mijn God en mijn al, dien
77
H. ik eeuwig verlang te bezitten. Dit is echter
bh niet mogelijk, zoolang ik in deze sterfelijkheid
kIj verblijf. Daarom moet ik mij bereid houden
iiii tot veel geduld, en, met het vaste voornemen
'e- om U getrouw te blijven, en dc gelegenheden
^in tot zonde zorgvuldig te vermijden, in alle
Ier verlangens mij aan U onderwerpen. Ook Uwe
n! Heiligen, o allerbeminnelijkste Zaligmaker,
ior die gelukkigen, die nu in het hemelrijk
ïn, juichen en iU niet meer verliezen kunnen,
en ook zij hebben zoolang zij leefden de komst
en van Uwe glorie, het volkomen en onverlies-
ke baar bezit van Uwe liefde met geloof en gc-
jke duld afgewacht. Wat zij hebben geloofd, geloof ook ik, wat zij gehoopt hebben hoop
jor ook ik, en waar zij gekomen zijn, vertrouw
ie? ook ik door Uwe genade te komen, om in
em eeuwigheid niet meer van U gescheiden te
art worden. Amen.
; , GEI5ED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINEN.
iste
cht Ik dank U, heilige Heer, almachtige Vader,
en. eeuwige God, die mij, zondaar, Uw onwaardigen
mij dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen
eer kant, maar uit loutere barmhartigheid, U
;us- gewaardigd hebt te verzadigen met het kost-
tot baar Lichaam en Bloed van Uwen Zoon,
xer onzen Heer Jesus Christus. En ik smeek U,
ing dat deze H. Communie voor mij geen oor-
lien zaak van straf, maar een heilzaam middel zij
78
tot vergiffenis. Zij strekke mij tot eene wapen- of
rusting des geloofs en een schild van goeden Uw
wil; tot uitroeing mijner gebreken, tot onder- woi
drukking mijner kwade lusten en begeerten; de tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid; tot een krachtige bescherming tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden, tot volmaakte
regeling van mijne lichamelijke en geestelijke Mij
neigingen, tot eene vaste verkleefdheid aan Wa
U, den eenen en waren God, en tot een I
gelukkig einde mijns levens. En ik smeek I
U, dat Gij U gewaardigt mij, zondaar, te Ik
geleiden tot dat onuitsprekelijk gastmaal, Ver
waar Gij met Uw Zoon en den H. Geest het ]
ware licht zijt voor Uwe Heiligen, de volle I bevrediging, de eeuwige vreugde, de voltooide
blijdschap en het volmaakte geluk. Amen. Mij
I U,
BEDE TOÃ MARIA. \
O Allerzuiverste en vlekkelooze Moeder ? van onzen Heer Jesus Christus, Maagd Maria, En Koningin der wereld, die waardig geweest Me zijt, in Uw allerheiligsten schoot denzelfden 1 Schepper van al wat daar is, te dragen, T wiens goddelijk Vleesch en Bloed ik ontvangen heb, gewaardig U ten beste te spreken Mij voor mij, ellendigen zondaar, opdat alles, wat ik Wil bij de nuttiging van dit onuitsprekelijk Sa- \ crament onwetend, onachtzaam, oneerbiedig, \
79
)en- of lioe dan ook mocht misdaan hebben, om
den Uwe allerwaardigste gebeden moge vergeven
Ser- worden door Hem, die leeft en regeert in
en; de eeuwen der eeuwen. Amen.
van
tige
jner
ikle
ijkc Mijn Jesus, ik wil U alleen,
aan Waar Gij ook wilt, ik volg Uw sehreén,
een In bittre smart, bij feilen spot,
eek Is U behagen mij genot.
, te Ik volg Uw wenken meer en racer,
aal. Vervul me een wensch slechts, lieve lieer,
het Dat loven tot zijn laatsteu slag
olie Uw Sakrament mijn harte mag.
)ide
Mijn Jesus, ik wil U alleen,
U, gaat ook al mijn vreugde heen;
Neem 't beste, 't liefste weg van mij,
;der Mijn bloedend harte volgt U blij.
ria, En is dan alles heengegaan,
3est Met meerder drang roep ik U aan,
den Dat loven tot zijn laatsten slag
;en. Uw Sakrament mijn harte mag.
)nt-
ken Mijn Jesus, ik wil U alleen,
t ik Wilt Gij mij krank, ik ben tevrecn,
Sa- Wilt Gij mij arm, ik dank U weer,
lig, Wilt Gij me in pijnen, U zij eer.
80
Wilt Gij mij lijdende onverpoosd,
Sla toe, o Heer, ik beu getroost,
Nu loven tot zijn laatsten slag Uw Sakrament tnijii harte mag.
Mijn Jcsus ik wil U alleen.
Geen wonderwereld lokt mij heen,
Noch aller wereld ijdelheid,
Niets dat mij van Uw altaar scheidt. Gij zijt mijn liefde, schoon en groot,
Niets scheidt ons, niets, geen smart, geen dood,
Zoo bij dien laatsten, feilen slag, af
Uw Sacrament mij sterkeu mag. dlt;
di
Mijn Jesus, ik wil ü alleen, ü
Eu nu en in alle eeuvvighcên! ge Wat trekt mijn ziele hemelwaart?
Geen glorie met geuot. gepaard; w
Maar Gij, mijn Heer, mijn heil, mijn God, te
Mijn zaligheid in 't lijdens lot, di
Nu loven tot zijn laatsten slag la
Uw Sacrament mijn harte mag! Sc
zij
Dr. SCUAEPMAN. ZO
UI
TaBenmlaudamus!\5,oGoA,\o\amp;a wij !blz.l75. w
vl ik
\\
te
HART AAN HART MET JESUS.
(Volgens de Heiligen.)
jod, Mijn God en mijn al! Geef dat ik oen
afkeer hebbe van alles wat Gi; niet zijt, dat ik niets doe, niets verlang, niets bemin, dan alleen om U meer te behagen. Geef mij Uwe liefde en Uwe genade, dan ben ik rijk genoeg!
Wat kan mij ontbreken, of wat kan ik nog wensehen, als ik slechts U, mijn goede Mees-Jod, ter, tot vriend heb! Ach hoe spijt het mij, dat ik U niet altijd bemind heb, dat ik zoo laat begonnen ben met TJ te beminnen, o Schoonheid, die altijd oud en altijd nieuw zijt! Vele jaren heb ik laten voorbijgaan j, zonder U werkdadig lief te hebben, doch
nu zijn mijn overige levensdagen U toege-175. wijd. Gij hebt mij gezocht, toen ik van U vluchtte, zult Gij mij dan verwerpen, nu ik U zoek?
Jesus mijn al, Gij zijt mijn allergrootste Weldoener, mijn Heer en Koning, mijn Meester en Herder, mijn Vriend en Broeder, mijn
82
Verlosser en Zaligmaker, mijn Heil en mijn Hoop, mijn Vreugde en Geluk, mijn God en mijn al! Ik dank U voor Uwe gaven en ik smeek U, behoud ze mij. Daartoe zal ik luisteren naar Uwe stem, dewijl Gij, goede Meester, door de inspraken Uwer genade tot mij spreekt. Van U wil ik leeren zachtmoedig en ootmoedig te zijn van harte.
Ter Uwer liefde, mijn God, en in den geest van onderwerping aan Uwe opperheerschappij, wil ik al de offers brengen, waartoe mijn hart bekwaam is; alles wil ik uit mijn hart verwijderen en daarin alles verbeteren, wat strijdig is met Uwe goddelijke liefde. De liefde toch is de vervulling der geheele wet, de liefde, welke beantwoordt aan Uwe volmaakte liefde jegens mij, jegens mijne naasten en geheel de wereld.
Ter Uwer liefde dan, o zachtmoedige Jesus, zal ik de gebreken, het karakter verdragen van dezen of genen persoon, met wien ik dagelijks moet omgaan, en die mij soms vele redenen tot misnoegen geeft, maar tevens .. . lot verdiensten.
Ter Uwer liefde, ootmoedige Jesus, zal ik mij geweld aandoen, mij beheerschen, wanneer men de gevoeligheid en de lichtgeraaktheid mijns harten soms kwetst.
Ter Uwer liefde, o geduldige Jesus, zal ik in dezen tegenspoed ... in dat lijden ...
83
iiijn bij die tegenspraak . . . liet geduld bewaren,
1 en dat mij maar al te spoedig begeeft. i ik Ter Uwer liefde, o goedertieren Jesus, zal
uis- ik vergeven en vergeten, het ongelijk, dat
lede mij mocht worden aangedaan.
tot Ter Uwer liefde, o allervol maakste Jesus, idig wil ik mijn best doen om in smart en vreugde, in arbeid en rust, in wederwaardigheden en den voorspoed, in leven en dood mij te onderier- werpen aan Uwe heilige wilsbeschikking; jen, want te willen wat Gij wilt, o mijn God, is ik gelijk zijn aan U! Dit zij dus mijn eenigst lies verlangen, mijn vurigste wensch, mijne hoog-ijke ste eer.
der Dat, zoo lang ik leef, mijn geest Uwe
aan oneindige grootheid aanbidde, dat mijn hart
ijne Uwe grenzelooze goedheid beminne, dat mijne tong Uwe tallooze weldaden verkondige, dat
sus, al de krachten mijner ziel zich vereenigen
gen om Uwe barmhartigheid te loven! Dat al
ik mijne dagen en al de oogenblikken mijns
)ms levens voorbijgaan in de verwachting dier
te- gelukzalige eeuwigheid, waar ik U zal aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, waar
ik ik U genieten zal in de volheid van het
an- meest volmaakte geluk, waar ik hart aan
leid hart met U vereenigd zal blijven, om in eindeloozen jubel U te bezitten, mijn God en
zal mijn Al! Amen.
LITANIE
VAN HET
ALLERHEILIGSTE HART VAN JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, heraelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer. Hart van Jesus, ontferm U onzer. Zachtmoedig Hart van Jesus,
Ootmoedig hart van Jesus,
Hart van Jesus, oneindig beminnend en 0 oneindig beminnenswaard, ^
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen quot; Vader, ®
g Zoon van de Maagd Maria, ^
S eigene en waardige woonplaats van den g ^ H. Geest, g
§ tempel van de allerheiligste Drievuldig- ^ â £ heid,
H glorie en vreugde der Engelen,
85
zaligheid van alle Heiligen,
wellust van Hemel en aarde,
lielit van geheel de wereld,
onze weg, de waarheid eu ons leven, vol van zegen en genade,
bron van alle rechtvaardigheid,
oorsprong van goedheid en barmhartigheid,
vol van medelijden en teederheid, vlammend van liefde,
schatkamer aller deugden,
- alle lof en eer waardig, o
g aan hetwelk onze aanbidding toekomt, ^ zaligheid dergenen, die op U hopen, S. a waarin de Vader zijn welbehagen ge- B gt; nomen heelt, ^
_ slaehtofter voor het heil der wereld, g « voor ons met bitterheid vervuld, g
met verguizing eu smaad verzadigd, van liefde gewond door onze zonden, verbrijzeld door onze boosheden,
aan het kruis met eene lans doorstoken,
levende, heilige en Gode behagelijkc offerande,
sresriefd door de ondankbaarheid der
o o
wereld,
van blijdschap vervuld door de wederliefde der godvruchtigen,
toevlucht der zondaren,
86
sterkte der zwakken,
_ volharding der rechtvaardigen, 0
3 onoverwinnelijke macht tegen onze vij- 2-JS anden, ®
a troost van alle bedrukte harten, ^
g hulp in allen nood, c)
-w hoop van hen, die in ü sterven, g
^ ons leven en onze verrijzenis, g
o allerheiligst Hart van den Emmanuel, ^
God met ons,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dor wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer, Jesus.
Een vermorzeld en vernederd hart,
zult Gij, o God, niet versmaden.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige God, wij bidden ü, verleen ons dat wij, die in het allerheiligst Hart U ws geliefden Zoons al onzen roem stellen en daaraan de voornaamste weldaden Zijner liefde danken, ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door den zelfden Christus, onzen Heer. Amen. .
O Hart van Jesus, neem mij op in Uwe wonde, opdat ik in die school van liefde een
87
God lcerc beminnen, die mij zoo wonderbare blijken zijner liefde geeft!
GEBED.
Heer Jesus, die TJ gevvaardigd hebt do onuitsprekelijke rijkdommen van ,.Uw allerheiligst Hart aan Uwe Kerk te openbaren, verleen ons, dat wij aan de liefde van dit allerheiligst Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige eerbewijzen de verongelijkingen vergoeden, die datzelfde bedrukte hart door de ondankbaarheid der mensehen worden aangedaan. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Moge het H. Hart van Jesus alom bemind worden!
BEDE TOT MARIA.
O allerzaligste Maagd, bevoorrecht boven alle schepselen, wonderbare Moeder, gezegend boven de vrouwen. Gij hebt onzen aanbidde-lijken Zaligmaker in Uw zuiveren school gedragen, met de teederste omhelzingen gekoesterd en gevoed, Jesus, Uw kind, zelfs bevolen, en Hij teas U onderdanig. Wij bidden U, den onweerstaanbaren invloed, dien Gij dus bezit op het Hart van Uwen goddelijken Zoon, aan te wenden voor ons, die toch ook Uwe kinderen zijn. O Moedor van Jesus, Moeder der goddelijke genade. Gebiedster over
88
het Hart van onzen Heiland, verleen ons, smeeken wij U, alle goed, dat ons nuttig eu zalig is en Gij naar welgevallen moogt uit-deelen uit de Bron van alle goed, het H. Hart van Jesus. Hoor, verhoor deze smeeking, o Maria, van ons, die U van ganscher harte zijn toegewijd. Want wij betnigen Uwe getrouwe kinderen te willen wezen en U heerschappij over ons te geven, gelijk Gij het beheer hebt over het Hart van Uwen Zoon. Die leeft en heerseht. God in de eeuwen der eeuwen. Amen.
NEGENDAAGSCHE OEFENING
TER EERE VAN
0. L. Vrouw van den berg Karmel.
(bizonder ter voorbereiding tot den feestdag van het H. Scapulier.)
i.
Onder Uwe bescherming nemen wij onze toevlnclit, o heilige Moeder Gods, en bidden U met vertrouwen, dat Gij ons de zevenvoudige gaveu van den H. Geest moogt verkrijgen, ten einde deze novene, die wij ter Uwer eer beginnen, ook mogen voleinden, meer aangenaam aan U, o lieve Vrouwe van het H. Scapulier
TFtes gegroet Maria.
O goedertierene Moeder van Jesus Christus onzen Heer, reeds op den Calvarieberg hebt Gij ons tot Uwe kinderen aangenomen, doch meer bizonder op den Karmel Uwe moederlijke teederheid getoond, door ons te verrijken met Uw H. Scapulier. Ach mochten wij meer acht geven op de grootheid van dit
90
gescheuk, en hel dragen met steeds inniger dankbaarheid jegens U, o Maria!
JVccs (jegroet Maria.
Verhevene Koningin der Hemelingen, doo ons immermeer waardeeren de kostelijke gave van Uw Schouderkleed. Gelijk het een bewijs is van Uwe goedheid jegens ons, zoo moge Uw Scapulier een middel zijn tot inniger vereeniging onzer harten met Jesus en U, o Maria!
IVces (jagroct Maria.
In do nederige woning van Nazareth hebt Gij, o gebenedijde Moeder, zelf het kleed vervaardigd voor Uw goddelijk kind; en evenzoo hebt Gij van uit den Hemel een kleed geschonken aan ons. Uwe kinderen. Verkrijg ons de genade, dat wij, om de overeenkomst dezer gaven, ook meer gelijkvormig worden aan Uw goddelijken Zoon, onzen lieven Jesus.
Wecs gegroet Maria.
Toen de roemwaardige bekendheid vau liet Scapulier zich over de wereld verbreidde, hebben tallooze Christenen zich beijverd, om aan die onwaardeerbare gave deelachtig te worden. Geef dat ook wij, die onder het getal dier bevoorrechten behooren, getrouw beantwoorden aan Uwe gunst, o Maria!
91
Wees gegroet Maria.
Pausen en Koningen hebben zioh er op beroemd üw Schouderkleed te dragen, met heiligen trots noemden zij dit hun schoonste sieraad. VoortreHeliik dan ook is het H. Scapulier, waaraan Gij zelf, o roemwaardige Maagd, zoo hooge beteekenis gegeven hebt door den overvloed Uwer gunstbewijzen.
Wees gegroet Maria.
Een onderpand Uwer bizondere liefde hebt Gij Uw Scapulier genoemd, o minnelijke Vrouwe, en een verbond van eeuwige vriendschap tusschen U en al degenen, die het godvruchtig dragen. Wat een troostrijke gedachte dus te mogen denken, op zoo bizon-zondere wijze bevoorrecht en bemind te worden door U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Litanie van O. L. Vrouw van den berg Karmel blz. 112.
II.
Wees gegroet, Moeder van barmhartigheid. Groot was het bewijs Uwer goedheid in de gave van Uw H. Scapulier; groot vooral, omdat Gij ons daarmede als Uwe bevoorrechte kinderen hebt onderscheiden. Verkrijg ons dan ook de genade, dat onze harten
92
ontstoken worden tot wederliefde en dank- üv
baarheid jegens de Bron van alle goed en U, hel o Maria!
Wees yegroet Maria,
Gij, verhevene Koningin, Gij zelf hebt tot Qij
den H. Simon gezegd: ontvang, beminde val
Zoon, dit onderpand Mijner liefde, dat voor rel
U en allen die het dragen een teeken zijn (quot;ie(
zal, dat Gij mijne kinderen zijt. Watonsehat- (|at
baar voorrecht dus: Gij onze Moeder, wij ([e,
Uwe kinderen, o Maria. o-el
Wees gegroet Maria.
Wel is waar kunnen alle geloovigen zich beroemen, dat Gij hen, in den persoon van 1
den 11. Joannes, aan den voet des kruises hei
tot kinderen hebt aangenomen; doch Uwe hel
liefde was zoo vindingrijk dat Gij, als de var
Aartsvader Jacob aan zijn beminden zoon in
Joseph, een kleed wildet schenken aan die- opi
genen, welke Gij in het bizonder genegen en
zijt, o Maria! o .
Wees gegroet Maria.
De Engelen bewonderen de uitstekende (
goedheid hunner Koningin jegens ons, die onz
met het H. Scapulier zijn begunstigd. Ver- onz
krijg ons dan, o machtige Maagd, de genade, de
dat wij aan deze voorliefde ook beantwoorden gel(
en door een vromen levenswandel toonen doe
93
\
ink- Uwe kinderen te zijn, zooaly Gij getoond i U, hebt onze Moeder te willen wezen, o Maria!
JFees gegroet Maria.
Door het eerenswaardig Kleed, waarmede tot Gij ons getooid hebt, zijn wij ook in de oogen nde van Uw goddelijken zoon meer Uwe kinde-roor ren dan voorheen. Verleen ons dan, o Uit-ZIJ11 deelster van Gods genaden, dien vasten wil, hat- dat ernstig streven ora aan te groeien in de W1J deugd, rijk te worden aan goede werken, gelijk het betaamt aan kinderen van de Moeder des Heeren.
Wees gegroet Maria.
van Geen grootheid der wereld, geen waardig-
lises heid onder de mensehen is te vergelijken bij Jwe het voorrecht van de Broeders en Zusters de van het H. Scapulier. Prent dan ook diep ',oon in ons hart Uw beeldtenis en Uw voorbeeld, die- opdat wij nooit in gebreke blijven te leven !geu en te handelen als waardige kinderen van U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
inde Onwaardig toch zouden wij ons jegens U, die onze Moeder, gedragen, zoo wij Uwen en
^cr- onzen beminden Jesus nog beleedigden door
ade, de zonden, ja zelfs wanneer wij niet elke
rden gelegenheid tot zonde zouden vluchten, (ie-men doeg het niet, allerreinste Maagd, dat wij
94
door een scluilclig leven Uw heraelscli geschenk zouden verachtelijk maken en tot oneer strekken aan U, o Maria!
//'ees gftjroel Maria.
Litanie... blz. 112.
II.
Wees gegroet, o Moeder der schoone liefde! Wie zal Uwe goedheid naar waarde prijzen, dewijl Gij ons door het H. Scapulier tot Uwe bevoorrechte kinderen verheven hebt en als zoodanig bizonder bemint. Dat Uwe liefdo ons dringe tot wederliefde jegens U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Met recht zoudt Gij kunnen vorderen, dat onze dankbaarheid de grootheid Uwer gave evenaarde, dat onze liefde overeenkwam met de liefde, die Gij ons bewijst. l)och, goede Moeder, Gij kent Uwe zwakke, onvermogende kinderen, en wilt U tevreden stellen met een wederliefde onzerzijds, zoo oprecht en vurig als ons mogelijk is.
Wees gegroet Maria.
Door het aannemen van Uw roemvol Kleed, en dewijl wij dcelen in de gunsten daaraan verbonden, betaamt liet, dat wij ons onderscheiden door eene grootere toewijding jegens U, de Moeder der schoone liefde. Gedoog
dan niet, dat wij onder het H. Kleed van Karmel een hart verbergen, dat door ongeregelde neigingen verdeeld is, terwijl het geheel moet toebehooren aan Jesus en U, o Maria !
Wees gegroet Maria.
Gij, liefdevolle Moeder, raoogt aanspraak maken op al onze verlangens en genegenheden; telkendage moeten wij dus met nieuwe eerbewijzen ü onze liefde toonen. Maar ach ... bekleed met Uw H. Scapulier, denken wij nog zoo weinig aan U en handelen wij zoo spaarzaam in liefdeblijken jegens ü, o Maria!
IFquot;en gegroet Maria,
Getooid met de livrei van de Koningin des Hemels, moesten wij altijd Uwe eer behartigen, Uwe glorie bevorderen. Eu toch, zoo ellendig zijn wij, dat we zelfs in het heiligdom, waar Uw goddelijke Zoon waarachtig tegenwoordig is en door de milde hand Zijner liefderijke Moeder tallooze genaden ons uitdeelt, â dat we in den tempel van den levenden God, traag zijn in het gebed, nalatig in eerbied, onbedacht om liefde te bewijzen aan Jesus en U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Dewijl Gij, o Moeder van den Godmensch, ile eerbewijzen van ons wel gelieft aan te nemen, hoeveel te meer dan moet Gij niet
96
verlangen, dat wij Jesus Christus eeren, liefhebben en dienen. En toch, hoe dikwijls hebben wij Hem mishaagd, beleedigd door de zonden... Ach lieve Moeder, verkrijg ons de genade, de verleden misslagen te herstellen door vurige liefde voor Jesns en U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Aan wat grove ondankbaarheid toch zonden wij ons schuldig maken wanneer wij, verrijkt met Uw kostbaar Scapulier, nog zouden voortgaan de liefde van Jesus en Maria te miskennen door de zonde. O machtige Maagd, ondersteun onze zwakheid, opdat wij voortaan ons in acht nemen voor dat grootste van alle kwaad en leven als waardige kinderen van U, o Moeder der schoone liefde !
IVeen gegroet Maria.
Litanie ... blz. 112.
IV.
üoor het voorrecht Uwer onbevlekte Ontvangenis, o allerzaligste Maagd, door dc waardigheid van Uw goddelijk moederschap en Uwe overvloedige verdiensten, zijt Gij verre verheven boven ons, die U onze Moeder eeren. Geef dan, dat wij U eenigszins nabijkomen, door zoo getrouw mogelijk onze verplichtingen te vervullen jegens U, o Maria.
97
JFces yeyruct Maria.
Do kludorplicbt vordert van ons, o vcrlie-vftne Moeder, dat wij het voorbeeld Uwer deugden navolgen, dat wij den naam onzer Moeder ons waardig toonen. Verkrijg ons de genade, dat wij, die er groot op gaan Uw roemrijk Scapulier te dragen, ook door onze werken bewijs geven, dat wij bevoorrechte kinderen zijn van U, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Hoe zuiver behooren wij te loven, wij die getooid ziju met het verbondsteoken van de allerzuiverste Maagd! En toch, boe weinig ziju wij er bezorgd voor 0111 de gelegenheden tol zouden to vluchten, onze oogen te bedwingen, onze tong te boteugelen, onze gedachten te beheersohon, ten einde de zuiverheid dos harten te bewaren. Sta ons dan bij, kom ouzo zwakheid te hulp, o allerreinsto Maagd Maria 1
JFees gegroet Maria.
In weerwil Uwer onschatbare voorrechten, cn hoezeer Gij de Engelen in waardigheid verre overtreft, waart Gij toch immer de diop-ootmoedige, in eigen oogen niets dan de dienstmaagd des Heeren! O Gij vol van genade, sla een blik van medelijden op ons, die nog zoo hoovaardig zijn, zoo eerzuchtig.
I
98
zoo wraakgierig bij de minste vernedering. Vernietig onze trots en leer ons ootmoedig zijn als Gij, o Maria!
Wees ge/jroet Maria.
Als Moeder van onzen aanbiddelijken Verlosser waart Gij ook de Moeder van smarten, de Koningin der Martelaren. Met hemelseli geduld en de liefelijkste onderwerping hebt Gij de wreedste folteringen in Uw moederhart doorstaan. En wij... ach eene ziekte, een tegenspoed, een onvriendelijk woord zelfs maakt ons ongeduldig en wrevelig! Leer ons lijden en verdragen, leer ons onderworpen zijn aan Gods Voorzienigheid als Gij, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Van af Uw vroegste jeugd waart Gij altijd ijverig en getrouw in den dienst van God, o lofwaardige Maagd, uitmuntend vat van godsvrucht. Ach, dwing ons, lieve Moeder, Uw voorbeeld te volgen, opdat wij, die gewoonlijk zoo veel voor de wereld, maar zoo weinig voor God over hebben, voortaan in den dienst van den Allerhoogste toonen, dat wij kinderen zijn van U, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Door Uw ijver om God te behagen waart Gij ook vol liefde voor den naaste. O verhevene
.
99
Vrouwe, prent ons die naastenliefde diep in ons hart; daaraan toch zal de wereld ons herkennen als leerlingen van Christus, Uw goddelijken Zoon. Deel Uwen geest aan ons mede, opdat ook wij al onze werken heiligen door de liefde, en wij niet enkel door Uw Kleed en onze woorden, maar vooral ook met de daad toonen elkanders Broeders en Zusters fe zijn, volgelingen van Jesus, kinderen van U, o Maria!
W?es gegroet Maria.
Litanie .. . blz. 11 2.
In de kostbare gave van Uw H. Seapulier hebt Gij, o machtige Maagd, ons bescherming in alle gevaren toegezegd en door vele wonderen gestaafd, dat gij deze belofte vervult jegens iedereen, die Uw zegenrijk Kleed godvruchtig draagt. Hoezeer moet dat ons dan troosten in al onze noodwendigheden en ons betrouwen versterken op U, o Maria!
lï'ees gegroet Maria.
Door den naam zelf van Uw H. Scapulier hebt Gij de waardij van dit hemelsch geschenk aangeduid, dewijl Gij het genoemd hebt een behoud, een vrijgeleide in alle gevaren. Wanneer wij Uw Kleed godvruchtig dragen, hebben wij dus niets te vreezen onder deze bizondere bescherming van U, o Maria.
96
verlangen, dat wij Jesus Christus eeren, liefhebben eu dienen. En toeh, hoe dikwijls hebben wij Hem mishaagd, beleedigd door de zonden... Ach lieve Moeder, verkrijg ons de genade, dc verleden misslagen te herstellen door vurige liefde voor Jesus en U, o Maria!
Wees gegroet AIaria.
Aan wat grove ondankbaarheid toch zouden wij ons schuldig maken wanneer wij, verrijkt met Uw kostbaar Scapulier, nog zouden voortgaan dc liefde van Jesus en Maria te miskennen door de zonde. O machtige Maagd, ondersteun onze zwakheid, opdat wij voortaan ons in acht nemen voor dat grootste van alle kwaad en leven als waardige kinderen van U, o Moeder der schoone liclde!
Wees gegroet Maria.
Litanie . .. blz. 112.
IV.
Door het voorrecht Uwer onbevlekte Ontvangenis, o allerzaligste Maagd, door de waardigheid van Uw goddelijk moederschap en Uwe overvloedige verdiensten, zijt Gij verre verheven boven ons, die U onze Moeder eeren. Geef dan, dat wij U eenigszins nabijkomen, door zoo getrouw mogelijk on/.e ver-pliehtingen te vervullen jegens U, o Maria,
97
Hrcvi ycymet Maria.
Dc kindorpliclit vordert van ons, o verlie-vftnc Moeder, dat wij het voorbeeld Uwer deugden navolgen, dat wij den naam onzer Moeder ons waardig toonen. Verkrijg ons de genade, dat wij, die er groot op gaan Uw roemrijk Scapulier te dragen, ook door onze werken bewijs geven, dat wij bevoorrechte kinderen zijn van U, o Maria,
Wees gegroet Maria.
Hoe zuiver behooren wij te leren, wij die getooid zijn met het verbondsteeken van de allerzuiverste Maagd! En toch, hoe weinig-zijn wij er bezorgd voor om do gelegenheden tot zonden te vluchten, onze oogen te bedwingen, onze tong te beteugeler, onze gedachten te beheerschen, ten einde de zuiverheid des harten te bewaren. Sta ons dan bij, kom onze zwakheid te hulp, o allerreinste Maagd Maria!
Wees gegroet Maria,
In weerwil Uwer onschatbare voorrechten, cn hoezeer Gij de Engelen iu waardigheid verre overtreft, waart Gij toch immer de diep-ootmoedige, in eigen oogen niets dan dc dienstmaagd des Hoeren! O Gij vol van genade, sla een blik van medelijden op ons, die nog zoo hoovaardig zijn, zoo eerzuchtig.
98
zoo wraakgierig bij de minste vernedering. Vernietig onze trots en leer ons ootmoedig zijn als Gij, o Maria!
Wees geyroel Maria.
Als Moeder van onzen aanbiddelijken Verlosser waart Gij ook de Moeder van smarten, de Koningin der Martelaren. Met liemelsch geduld en de liefelijkste onderwerping hebt Gij de wreedste folteringen in Uw moederhart doorstaan. En wij... ach eene ziekte, een tegenspoed, een onvriendelijk woord zelfs maakt ons ongeduldig en wrevelig! Leer ons lijden en verdragen, leer ons onderworpen zijn aan Gods Voorzienigheid als Gij, o Maria!
IFees gegroet Maria.
Van af Uw vroegste jeugd waart Gij altijd ijverig en getrouw in den dienst van God, o lofwaardige Maagd, uitmuntend vat van godsvrucht. Ach, dwing ons, lieve Moeder, Uw voorbeeld te volgen, opdat wij, die gewoonlijk zoo veel voor de wereld, maar zoo weinig voor God over hebben, voortaan in den dienst van den Allerhoogste toonen, dat wij kinderen zijn van U, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Door Uw ijver om God te behagen waart Gij ook vol liefde voor den naaste. O verhevene
J
99
ing. Vrouwe, prent ons die naastenliefde diep in ïdig ons hart; daaraan toch zal de wereld ons herkennen als leerlingen van Christus, Uw goddelijken Zoon. Deel Uwen geest aan ons mede, opdat ook wij al onze werken heiligen â ten 'l00r cle en wl'.i niet enkel door Uw
Isch ^'ee(' en onze woorden, maar vooral ook met hebt (^e toonen elkanders Broeders en Zusters ,W te zijn, volgelingen van Jesus, kinderen van
ftV, U, O Maria!
zelfs ^gegroet Maria.
0113 Litanie ... blz. 112.
rpen
jj 0 In de kostbare gave van Uw H. Scapulier hebt Gij, o machtige Maagd, ons bescherming in alle gevaren toegezegd en door vele wonderen gestaafd, dat gij deze belofte vervult i'tijd jegens iedereen, die Uw zegenrijk Kleed god-God, vruchtig draagt. Hoezeer moet dat ons dan van troosten in al onze noodwendigheden en ons eder, betrouwen versterken op U, o Maria!
e ge-
//)0 w eeamp; gegroet Maria.
m in Door den naam zelf van Uw H. Scapulier , dat hebt Gij de waardij van dit hefnelsch geschenk aangeduid, dewijl Gij het genoemd hebt een behoud, een vrijgeleide in alle gevaren. Wanneer wij Uw Kleed godvruchtig dragen, hebben ivaart «ij dus niets te vreezen onder deze bizondere 5,venc bescherming van U, o Maria.
100
ITees gegroet Maria.
Nicmmul scliat naar waarde liet wonderbaar vermogen, dal Gij, o heilige Moeder Gods, liebt op de bescliikkingen der Voorzienigheid, ten eiude in alle noodwendigheden des levens meer bizonder de Broeders en Zusters van Uw 11. Seapulier te helpen en te ondersteunen. Vermeerder dan ons betrouwen op Uwe machtige beseherming, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Heerlijke wonderen heeft het roemrijk Scapulier herhaaldelijk uitgewerkt, door hen, die 't godvruchtig dragen, bij groote ongelukken en rampspoeden zichtbaar te beschermen, zelfs het leven te redden. O waren wij eens zoo ijverig om tot U onze toevlucht te nemen, als Gij, teedere Moeder, getrouw zijt in het verleencn van hulp en bijstand aan Uwe kinderen!
TFees gegroet Maria.
In lijfsgevaren op zeeën en rivieren is de wonderbare macht en bescherming van het II. Scapulier herhaaldelijk en schitterend gebleken. Hoezeer moesten de feiten ons dan aansporen, een onbegrensd vertrouwen tc stellen op dc machtige bescherming van U,o Maria!
Wees gegroet Maria.
In gevaren, door het vuur en de elementen I
101
teweeggebracht, ondervonden velen, die mei hef, H. Scapulier bekleed Avaren, herhaaldelijk do bescherming onzer edelmoedige Koningin. Eu wat zou ons ook schaden, daar Gij, o Maria, onze veilige beschutting zijt!
Wces gegroet Maria.
In ziekten eu doodsgevaar, in rampspoed en ellende heelt het Scapulier vaak wonderen gewerkt, en geen smeekende werd ooit ter wille van dit Kleed ongetroost gelaten. Welkeen voorrecht dan dit Kleed van zaligheid, van behoudenis in gevaren te hebben ontvangen! Verkrijg ons, liefdevolle Moeder, de genade, Uw kostbare gave nooit door zware zonden te onteeren, opdat het Scapulier steeds do volle kracht voor ons behoude, om ons te doen deelen in Uwe bizondere bescherming.
Wves (jcyroel Maria.
Litanie .. . blz. 112.
VI.
Het H. Scapulier is een behoud niet alleen in lichamelijke gevaren, maar vooral ook in den nood der ziel. O goede Moeder, allerheiligste Maagd, overtuig ons meer en meer van de waarde Uwer gave, waardoor vooral onze onsterfelijke ziel onder de bescherming staat van U, o Maria,
103
J Fees gcyroti Maria.
Gelijk de onderdanen hulp en steun mogen
verwachten van hunne Koningin en de kin- bi
deren van hunne moeder, zoo komen de b(
Broeders en Zusters Uwer Broederschap nooit sc
te vergeefs tot U, Koningin, Moeder van h;
barmhartigheid. Wie dus is sterker in den te
strijd tegen den duivel, de wereld en het ei
vleeseh, dan degene, die godvruchtig het ver- v(
bondsteeken draagt van U, o Maria! vj
. M
Ir ces gegroet Al aria.
Hoe velen in getal en hoe sterk de vijanden onzer ziel ook mogen wezen, hoezeer de duivel
er ook op uit is, om ons den vrede des harten d
te ontrooven, de gerustheid van een goed h(
geweten te verstoren, onder Uwe bescherming di
nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder M
Gods, en wij zullen veilig wezen in alle ziels- tr
gevaren, ook door de kracht van Uw H. st
Scapulier. oj
IFees gegroet Maria. '
Onze ongeregelde driften zullen steeds bedwongen, onze verkeerde neigingen beteugeld worden door den vasten wil tot het goede
en den ijver tot goede werken. Daarin toch g(
geleidt Uwe hand, daartoe spoort Gij ons te
aan als Broeders en Zusters der Broederschap lu
van Uw heilrijk Scapulier, o Maria. d(
103
Ween yegroel Maria,
;en Met liefdevolle beschikking hebt Gij zelf
in- bepaald, dat Uw 11. Scapulier ons hart zou de bedekken, opdat het zou wezen als een sterk loit schild tegen onze onzichtbare vijanden, die dat ran hart zoeken te verleiden om ons in het verderf len te storten. Moge ons hart dan gesloten blijven het en door Uw heilzaam Kleed beschut worden rer- voor den helschen belager, en aldus steeds vrij zijn om Jesus te beminnen en U, o Maria.
Wees gegroet Maria. [vel Ontelbaar vele zielen zijn er in geslaagd
ten door de kracht van het H. Scapulier de 3C(1 hevigste bekoringen te overwinnen, en, door ing dat kostbaar geschenk der allerzuiverste der Maagd aan hun hart te drukken., Gode ge? els- trouw te blijven, zelfs als zij op het punt H. stonden Zijne genade te verliezen. O Maria, ons leven, onze zoetheid, onze hoop, wees ook ons eene zoo machtige Beschermster in de gevaren, waarin wij dagelijks verkeeren,
cds
ell_ Wees gegroet Maria.
ede Meer dan ooit toont Gij, o Moeder der
och goddelijke genade, de toevlucht der zondaren ons te wezen, als degenen, die bekleed zijn met liap het H. Scapulier, des ondanks in zware zonden vielen, maar berouwvol wilden terug-
10-t
kcorcn tot liet getal Uwer getrouwe kinderen. Wees ons en allen die Uw H. Kleed dragen steeds ntibrj, ter bekeering der zondaren onder ons en ter volharding der rechtvaardigen.
Wees gegroet Maria.
Litanie... blz. 112.
VIL
üelrjk Gij, o verhevene Koningin der Engelen, als een in slagorde geschaard leger onlzachlijk zijt voor de helschc geesten, zoo zullen de Christenen onlzach inboezemen aan de vijanden hunner zaligheid, wanneer zij tot in hun sterfuur getrouw en godvruchtig het Scapulier dragen, het verbondsteeken van U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Geen grootcr gevaar, niet meerdere behoefte aan hulp en bijstand beeft de meusch dan iu het uur van zijn dood. Doch wat zouden wij vreezen, dewijl Gij, o liefdevolle Moeder, beloofd hebt om allen, die Uw heilig Scapulier in eere houden, vooral in het stervensuur al de teederheid Uwer liefde 1,0 doen gevoelen, al den troost van Uwe genegenheid, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Uw heilig Kleed hebt Gij ons gcschonken
105
als een teeken van een verbond met U, als een voorrecht op Uwe bizonclere besclierming in dit leven. Hoeveel te meer dan, zal Uw kostbare gave ons dienstig zijn in dat beslissend oogenblik, als wij uit dit leven zullen scheiden om geoordeeld te worden door Uw goddelijken Zoon, o Maria!
JVees gegroet Maria.
Gelijk eene goede moeder aanstonds vol bekommering toesnelt als haar kind in gevaar verkeert, zoo zult Gij, getrouwe Maagd, Moeder van barmhartigheid, ons te hulp snellen in de gevaarvolle stonde van ons afsterven, opdat wij, sterk tegen de aanvechtingen des duivels, den goeden strijd volstrijden ten einde toe.
Wves gegroet Maria.
De vijand onzer zaligheid moge zijn laatste pogingen dan aanwenden om ons nog op het sterfbed (en val te brengen, en ons voor eeuwig te scheiden van dc liefde van Jesus Christus: wij zullen, met Uw machtig Scapulier als met eene wapenrusting bekleed, weerstand kunnen bieden en glansrijk overwinnen in Uwen naam, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Wat gelukkigen cn onoverwinnelijken bij-stand zal Uw Scapulier ons verschatten, ook
5*
106
â
om de smarten van den doodstrijd met verdienste te onderstaan! lloe zoet zal liet ons wezen te sterven in het hemelsch Kleed van U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Doordring ons dan meer en meer van Uwe liefde, o heilige Moeder Gods. Maak dat wij altijd getrouw zijn in Uwen dienst, Uw kostelijk geschenk steeds hoog waardeeren,
opdat wij in het Kleed van zaligheid, zegevierend over onze vijanden en volhardend in de deugd, behouden mogen aanlanden in ons ( hemelsch Vaderland bij Jesus en U, o Maria!
Wees gegroet Maria. \
Litanie... blz. 113. ]
VIII. ]
Hoe boven mate is de teederheid Uwer liefde, o getrouwe Maagd, dewijl Gij U niet
tevreden stelt met de Broeders en Zusters 1
Uwer heilrijke Broederschap te beschermen lt;
en te ondersteunen gedurende hun leven en ' in het uur van den dood, maar zelfs in de
plaats der zuivering nog eene bizondere zorg '
voor hen draagt. Dit is eene gunst, die alle t
anderen bekroont en volkomen waardig aan v
U, o Maria, Moeder van Barmhartigheid. 'è.
.
107
Wees gegroet Maria.
Moclit men ons spoedig na onzen dood vergeten, Gij o Maria, zult met te grooter getrouwheid ons te hulp komen, als wij in het Vagevuur moeten af boeten, wat wij der goddelijke reehtvaardigheid nog verschuldigd bleven. Gezegend dan Uw H. Scapulier, dat ons het voorrecht geeft op zoo bizondere liefde van U, o Maria.
Wees gegroet Maria.
De gedachte aan de overblijvende stralfen voor onze zonden moge ons met eene heilige vreeze vervullen, terwijl wij ons best doen, reeds in dit leven kwijtschelding van die straffen te erlangen door goede werken en het winnen van aflaten, vertrouwen wij ook met recht op Uwe belofte, dat Gij ons in het Vagevuur zult te hulp komen, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Als eene teedere moeder, die de pijnen harer kinderen medegevoelt, zoo hebt Gij, o Maria, verzekerd, te lijden met de Broeders en Zusters Uwer broederschap, die in hun leven het Scapulier godvruchtig hebben gedragen, doch in het Vagevuur nog worden teruggehouden van Gods volzalige aanschouwing. Wanneer wij dan eenmaal onder het getal dier lijdende zielen zullen beboeren.
108
ge waardig U dan ook ons volkomen te verzoenen met den rechtvaardigen God en in den Hemel ons binnen te leiden, o Maria.
IFees jegroet Maria,
Om ons vertrouwen op U nog standvastiger te doen zijn hebt Gij, o blijdschap van Israël, den Sabbatdag der oude wet aangewezen als bij uilneraendheid de dag, waarop Gij ons uit de plaats van zuivering wilt geleiden in do glorie van het hemelsch Jerusalem. Geef dan, dat wij den Saturdag nooit laten voorbijgaan, zonder eenige oefening van godsvrucht en dankbaarheid jegens U, o Maria.
Wees gegroet Maria.
Hoe heerlijk zal die dag voor ons wezen, waarop Gij onze droefheid zult veranderen in den jubel der eeuwige vreugde! ü gocder-tierene Vrouwe van het II. Scapulier, help ons alle verplichtingen, waarvan Gij dit uitstekend voorrecht hebt afhankelijk gemaakt, stipt vervullen, opdat wij zeker mogen vertrouwen deelachtig Ie worden aan die bizon-dere gunst van U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Zeer velen, die eene teedere godsvrucht tot de Moeder van barmhartigheid beoefenden en het H. Scapulier steeds waardig hebben gedragen, zijn door U, o Koningin, als op-
109
gewacht van do aarde en onverwijld den Hemel binnengeleid. Ach, wanneer wij eene zoo groote gunst van U niet verdienen, verleen ons dan toch, dat wij met oen onwrikbaar vertrouwen op Uwen bijstand sterven, om aldus vereonigd te worden met Jesus en U, o Maria!
Wees yerjroet Maria.
Litanie .. . blz. 112.
IX.
Als cene hoogst roemrijke voltooiing Uwer gunsten jegens de leden der Broederschap van het II. Scapulier, hebt Gij, o machtige Maagd, verzekerd, dat Uw hemelseh geschenk een teeken is van zaligheid. Wat zoudt Gij dus meer kunnen geven en wat kunnen wij meer wensehen of verlangen van U,o Maria!
JFees gegroet Maria.
Wanneer wij Uw Heilig Scapulier steeds godvruchtig dragen, hebt Gij beloofd, ons de genade te verwerven van een oprecht christelijk leven, en, zoo wij des ondanks in zonden mochten gevallen zijn, spoedig tot bekeering ons te bewegen, Zoo dan, door Uwe hulp en voorbede, zullen wij behouden het Hemelseh Vaderland bereiken, en mogen wij ons nu reeds verheugen, dat Gij ons getooid hebt met het Kleed van zaligheid, o Maria!
110
IFeus (jeyroet Maria.
Indien een ware dienaar van Maria niet kan verloren gaan, hoeveel te minder dan hebben wij te vreezen, bekleed als wij zijn met dit teeken van een verbond met ü, o machtige Koningin des Hemels. Al wie Uw Scapulier tot het einde toe godvruchtig draagt zal zóó afsterven, dat hij den eeuwigen brand niet zal lijden. Dat hebt Gij beloofd, wij dus vertrouwen, o Maria!
IVees yegroet Maria,
Hoe vele zielen heeft Uw H. Scapulier niet ontrukt aan de macht van den Satan, die terugschrikt voor het verbondsteeken der Hemelkouingin. Zoo moge ook onze ziel eenmaal gerekend worden tot het getal dier uit -verkorenen, die, deelende in de voorrechten der kinderen van Maria, gelukkig ontkomen aan den eeuwigen ondergang.
TFees (jeyroet Maria,
Menigmaal voorzeker hebt Gij ons reeds behoed voor de gevaren naar het lichaam en voor het ongeluk van Jesus te verliezen door de zonde. Wij verlaten ons dan geheel op U, o machtige Vrouwe, verzekerd als wij zijn, dat Gij meer nog bezorgd zijt voor ons geluk en naar onze eeuwige zaligheid verlangt, dan de booze geesten er op uit zijn, ongeluk en
Ill
verderf te brengen over de kinderen van U, o Maria!
Wees gegroet Maria.
Heerlijke bloemen van heiligheid en deugd zijn ontloken en bloeiden onder Uwe hoede, o geestelijke Roze, Maagd, Bloem van Kar-mel! Geef, dat onder de schulse van Uw heilrijk Kleed, ook wij mogen aangroeien in deugd en heiligheid, opdat wij eenmaal in den Hemel de glorie mogen vermeerderen van U, Maria, onze Moeder!
Wees gegroet Maria.
Om onze zaligheid te verzekeren hebt Gij ons, o Maria, in Uwe bevoorrechte Broederschap van het H. Scapulier aangenomen. Ach, als wij tot heden Uwe bizondere liefde en bescherming nog zoo weinig ons waardig hebben gemaakt, nu toch nemen wij ons vas-telijk voor om in het vervolg Uw H. Schouderkleed meer te waardeeren, het te dragen met steeds grootere godsvrucht, opdat Gij ons ook eenmaal moogt geleiden tot voor den troon des Allerhoogsten, om in eeuwigen jubel de barmhartigheden des Heeren te prijzen met het koor der Engelen en Heiligen, wier Koningin Gij zijt, o Maria!
Wees gegroet.
Litanie... blz. 112.
L IT A N IE
TOT
0. L. Vrouw \iiii den berg Karmel.
Hour, oiiü'crin U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Ilemclsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. 11. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. II. Maria, bid voor ons.
Uoehter van Jehova,
Moeder van Jesus Christus, g-_
Bruid van den H. Cieest, ^
Uitgelezene onder Sions dochteren, §
Rustplaats van den Emmanuel, 2.
Heine lelie onder de doornen, o
Erfgename van Cods Majesteit, v
Schatkamer van het Heil der wereld, Vrouwe, vol van den Geest des Heeren,
113
Getrouwe Dienares van den Allerhoogste, Zorgvuldige Bewanrsler van dun Rijkdom
des Hemels,
Ijverige Helpster van den geest der vertroosting,
ü Maria, door den Almachtige aangewezen als de Vrouwe, die den kop van liet helseli serpent zon vertreden,
Geestelijke Eva, die aan de Aartsvaders
beloofd werd.
Bloem van Jesse, door dc profeten voorspeld, Morgensterre, naar wie do rechtvaardigen
verzuchtten,
Hemelselie Dauw, door den Profeet Ellas van den Hemel afgebeden en op den Kannel aan hem voorbeduid, Schuldelooze Duive, door Joachim en Anna
als een kind des Hemels ontvangen, Glorie van Jerusalem, ten voorbeeld en tot eer van de maagden in den tempel, Blijdseha|) van Israël, die den langverwachte der volken gehaard hebt.
Roem van ons volk, zalig geprezen ten aanhoore van geheel de schare, die den Messias volgde,
0 Maria, die aan den voet des kruises ons tot Uwe kinderen hebt aangenomen. Gezegende Moeder der levenden, die dooiden Vorst des levens niet lichaam en ziel ten Hemel werd opgenomen,
114
Allerzaligste Maagd, die na Uw verscheiden uit deze wereld, aldra vereerd werd en aangeroepen door de godvruchtige bewoners van den berg Karmel,
Liefderijke Maagd, die om de eerste ver-cering door de Orde van Kanncl, deze ook boven anderen hebt willen begunstigen. Goedertierene Maagd, die deswegens den H. Simon en al zijne mede-religieuzen g; van Karmel hebt bevoorrecht met Uw heilrijk Scapulier, §
Machtige Maagd, die dat hemelsch Kleed ^ gegeven hebt tot een verbond met ü, g een teeken van zaligheid, een vrijgeleide in alle gevaren en een onderpand Uwer bizondere bescherming,
Barmhartige Maagd, die alle Christenen aan deze voorrechten deelachtig maakt, als leden der Broederschap van Uw 11. Scapulier,
O Maria, Bloem en luister van den Karmel,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer.
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus,
115
LAAÃ ONS BIDDEN.
Almachtige en eeuwige God, die de Orde van Karmel mei den glorierijken titel der roemvolle Maagd en Moeder van onzen Heer Jesus Christus vereerd hebt, wij bidden U, dat wij, bekleed met het H. Seapulier en deelend in deze voorrechten, door Maria's voorbede verlost worden van alle rampen naar ziel en lichaam, en eenmaal tot de eeuwige vreugde mogen geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Laat ik, kind van Maria, gedonkon, dat ik maar ceno ziel licb, on dat ziol verloren alles vorlorcr, ziol gewonnen alles gewonnen is. Derhalve zal ik hot Scapulier, dat Kleed van zaligheid, steeds met godsvrucht dragen, teneinde mij te verzekeren van Maria's machtige bescherming.
Bid voor ons, O. L.Vrouwe van den Karmel, opdat Uw Seapulier ons in waarheid een teeken van zaligheid zij.
GEBED.
O glorierijke Maagd Maria, Koningin van het H. Scapulier, Moeder Gods en ook de Moeder der arme zondaren, bizondere Beschermster van allen, die Uw H. Scapulier dragen, ik smeek U om de eer, die het eeuwig Woord U bewezen heeft door U tot Zijne Moeder
116
te verkiezen, dat Gij mij van Jesus, Uw lieven v
Zoon, do vergiffenis mijner zonden moogt 0
bekomen, de genade om wel te leven en, (|
met liet Scapulier bekleed, t-e sterven in liet r
gezelschap van Jetius cn van U, mijn lieve e
Moeder. Amen. v
J
HISUE TOT ü. L VROUW VAN DEN BERG KAUMEL. Ij
b
O lilocin en luister van den Karmel, ver- â
lievcne Maagd en Moeder Gods Maria, ik e
zeg U mijn innigen dank, dat Gij mij in Uwe y
bevoorrechte Eroederscliap hebt aangenomen J
cn mij getooid hebt met Uw heilrijk Scapu- o lier. Deel mij nu ook milddadig de gunsten
mede, welke Gij hebt toegezegd aan al Uwe |
dienaren, die Uwe roemvolle livrei waardig ^
dragen. Wel is waar, ootmoedig moet ik het li
bekennen, dat ik Uw goddelijken Zoon en S(
ook U, die mijn minnelijke Moeder zijt, maar S(
al te dikwijls beleedigd en gegriefd heb door J
mijne zonden en nalatigheden, dat ik dus g
zeer ondankbaar mij getoond heb jegens mijn j\
Verlosser en Zaligmaker en jegens U, goeder- ,|
tierene Vrouwe, aan wie ik zooveel verschul- n
digd ben. Doch ik vraag Jesus en IJ, o t(
Maria, ootmoedig om vergiffenis, en, vol a
berouw over mijne ongetrouwheid en ondank- li baarheid, beloof ik U, dat ik mij beteren zal. Ik neem mij vastelijk voor, de zonden tc
117
vlucliton als liet grootste kwaad, dat mij overkomen kan. Bizonder zal ik mijn bost doen, om de gebreken, aan welke ik het, meest onderhevig ben, in mij te bestrijden en elke gelegenheid tot zonde zorgvuldig te vermijden. Bewaar mijn hart, o allerzuiverste Maagd, geestelijke Roze, Bloem van Karmel, beheersch Gij mijne oogen, mijne tong, ja beheerseh en regel al mijne zintuigen, neigingen en verlangens, opdat ik vooral de engelaelitige deugd van zuiverheid betrachte volgens mijn staat, welgevallig aan den driemaal-heiligen God en aangenaam voor U, o Vlekkelooze zonder wederga!
Ik smeek U, glorievolle Koningin, laat dan Uwe livrei. Uw heilrijk Scapulier, mij in waarheid strekken tot een teeken van zaligheid, een onderpand Uwer liefde, tot bescherming in gevaren, een onverwinnelijk schild tegen den duivel en een geleide naaide eeuwige zaligheid. Bestendig in ons de gevolgen Uwer bizondere bescherming, o Moeder der goddelijke genade, opdat wij Jesus en U, o Maria, getrouw dienen, beminnen en navolgen, om eenmaal ü den lof toe te zingen van Uw hemelseh geschenk, mei allen die Uw Scapulier gedragen hebben tot hun eeuwig geluk. Amen.
Allerzaligste Maagd gedoog dat ik U love, geef mij sterkte tegen Uwe vijanden.
118
LAAT ONS HIDDEN.
O God, die om de verdiensten en gebeden iler gezegende Maagd Maria, Moeder van Uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, zoo overvloedige genaden verleent aan allen, die het 11. Scapulier godvruchtig dragen, wij bidden U ootmoedig, dat wij, die de gedachtenis van O. L. Vrouw van Karmel met voorliefde eeren, waardig mogen wezen ten volle te deelen in de voorrechten, die Zij ons verworven heeft, en tot de eeuwige vreugden te geraken. Door Christus onzen Heer. Amen.
goeder van .Tu^us en Moeder van allen,
Jollen, verlost door liet Bloed van Uw Zoon,
eik ons do hand, als wij, strijdend, soms vallen, h-hminer zal 't lied door don Hemel dan scliallen: ^gt;an onze Moeder dankt ieder zijn kroon.
â
en
an TEEÃERE VERZUCHTINGEN TOï MARIA.
00
ipf i
(volgens dc Heiligen)
en
lis ------------
de
Het is goed voor mij, dat ik spreke van de hooggezegende H. Maagd.
en Wie de H. Maagd niet erkent voor Moe-
-n. der Gods, is van God vervreemd. Zij is de
seliatkamer van Gods albestnnr, de grondslag van liet ware geloof.
Maria, Moeder van Jesus, wat zijt Gij groot 1
Meest verhevene en tevens nederigste aller ; schepselen, o Maria!
Uwe volmaaktheden zijn menigvnldiger dan de sterren des Hemels! i, O onuitputtelijke zee van goddelijke en
: geheimvolle gaven!
Het is de wil des Hoeren, dat alle genaden ons toevloeien door de band van Maria.
O Maria, wat moeten wij dan voor U niet doen!
Ik wil Maria beminnen!
H. Maagd, ik bemin U, doeh wenseb U meer te beminnen.
.
120
â
Moeder der scliooiic liefde, leer mij IT be- ^ minnen!
Ik zal geen rust hebben, voor aleer ik eene tee- ^
dere liefde tot U, mijne Moeder, bekomen heb.
Moeder van God, denk aan mij! ^
Moeder van Jesus, help mij! q|
Toon, dat Gij ook mijne Moeder zijt!
O Maria, wees mij Maria!
Maak dat Jesus mij nooit verwerpe!
O goedertierene, o meêdoogende, o zoele ij-
Maagd, Maria! ^
Uitgelezene Bruid des Heeren, wees ons
eene veilige weg tot de eeuwige vreugde,
waar de vrede is en de glorie. Amen. -,r
0 Ma
i Go
LITANIE VAN LOllETO. Ge
Spi
Heer, ontferm U onzer. ;
Christus, ontferm U onzer. q0
Heer, ontferm U onzer. q0(
Christus, hoor ons. ]5e]
Christus, verhoor ons. Ujj
God, Hemelsehe Vader, ontferm U onzer. Qe(
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm 'j' U onzer. 1 jv0 God, H. Geest, ontferm IJ onzer. ; q.ui H. Drievuldigheid,éenGod, ontferm L onzer.
H. Maria, bid voor ons. ])el
11. Moeder Gods, bid voor ons. j£0 H. Maagd der maagden, bid voor ons.
121
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moeder, Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder,
Minnelijke Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Selieppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzieliligste Maagd, Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
â Spiegel der rechtvaardigheid. Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat,
Eerwaardig vat,
Uitmuntend vat van godsvrucht,
(1 eestelij ke Roos,
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis,
Ark des verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der krankon.
133
ïoevluclit der zondaren,
Troosteresse der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Patriarchen, s-
Koningin der Profeten, lt;
Koningin der Apostelen, §
Koningin der Martelaren,
... O
Koningin der Belijders, g
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen.
Koningin van den allerheiligstenllozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der i wereld, ontferm U onzer. Heer.
Wees gegroet Maria.
Onder Uwe bescherming nemen wij onze i toevlucht, o 11. Moeder Gods, versmaad onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos | ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en I gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Mid- j delares, onze Voorspreekster. Verzoen ons met Uw Zoon, beveel ons aan Uw Zoon, vertoon ons aan Uw Zoon !
123
Bid voor ons, H. Moeder Gods,
opdat wij waardig worden dc beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, Heer, stort Uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels dc mensehwording van Christus, Uwen Zoon, gekend hebben, door Zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
BEDE VAN DEN II. BERNAKDUS.
Gedenk, o goedertierene Maagd Maria, hoe het nooit gehoord is, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, Uwen bijstand verzocht of Uwe voorspraak inriep, door U verlaten werd. Aangemoedigd door dit vertrouwen, o Maagd der maagden, kom ik tot U en, zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij voor Uwe voeten neder. O Moeder des Woords, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze goedgunstig aan en gewaardig LT ze te verhooren. Amen.
MAMA, MIJNE MOEDER.
Als ik nan Jcsus denk dan denk ik aan Maria, en is Maria mij in de gedachte dan bid ik met Maria tot Jesus. Wat is liet zoet aan Maria te denken, hoe goed Zij is, hoe beminnelijk, hoe liefelijk, hoe solioon Zij is, de geestelijke Roze! Wat is het troostrijk aan Haar te denken, die mij getooid heeft met het Kleed van zaligheid, opdat ik meerdere zekerheid hebbe van Haar eenmaal te zien, te omhelzen, mijne lieve Moeder!
Maria is de Moeder van God zelf, maar tevens is Maria ook mijne Moeder. Wat een vertrouwen moet ik dan niet hebben op Hare teederste liefde ! En alles vermag Zij, de Koningin des Hemels, de sterke Vrouw, naar wie de wijze zoekt en wier waardij hij stelt boven al het geschapene. Iedere bede van Maria, de machtige Maagd, is als een bevel voor Jesus, die Haar niets weigeren kan. O, laat ik het herhalen, die verhevenste aller schepselen, Maria, is mijne Moeier I
Hoe gelukkig ben ik dan, en van waar komt mij dat geluk, dat de Moeder des Hoeren zich mijner aantrekt, dat ik den vaak
125
moeilijken weg naar het hemelscli Vaderland bewandel, ouder de moederlijke beselierniing van Maria! De Koningin der Engelen en Heiligen heeft een verbond van vriendscliap willen aangaan met mij, nietigen, zwakken mensch, opdat ik sterk in den strijd wezen zou, en mij door geen drift of hartstoeht, door geene bekoringen zou laten overlieerschen of verleiden! O daartoe selionk Zij mij liet Scapulier, als onderpand van vrede, behoudenis in gevaren, als een teeken vai zaligheid! Hoezeer mag ik mij dus verheugen een dienaar van Maria te zijn, de livrei te dragen van de machtige Koningin des Hemels, een bevoorrecht kind te wezen van de Moedor der goddelijke genade! Verheug u, mijne ziel, verlaat u dan op Maria! Denk aan Maria... In lijdeu en beproeving, klaag uw nood aan Maria.. . In zorgen en wederwaardigheden, zoek hulp bij Maria. . . Deel uw voorspoed en vreugden, uw geluk met Maria. .. In arbeid en rust, in blijdschap on droefheid, in leven eu sterven, o denk aan Maria!
Wat zou mij bekommeren onder de veilige hoede, de bizondere bescherming van Maria! Maria leert mij Jesus beminnen, en ik bemin Jesus! Maria leert mij de zonden vluchten, en, ja ik wil de zonden vluchten! Maria leert mij de deugd beoefenen, en ik wil mijn best doen om de deugd te beoefenen !
.
136
Maria leert mij hoe ik rijk kan worden in goede werken, en ik zal mij er op toeleggen in goede werken rijk te worden, dewijl ik weet, dat mij veel is gegeven en daarom veel van mij zal teruggevorderd worden.
Doch wat zou ik vreezen; de beslissing mijner zaligheid kan niet slecht uitvallen, want Jesus, mijn Broeder, Maria, mijne Moeder, hebben het vonnis in handen! Met den H. Anselmus, die zich in deze gedachte verlustigde, mag ik dus juichcu; o zalig vertrouwen, o ware toevlucht! üods Moeder is ook mijne Moeder! Met welk een zekerheid moeten wij niet hopen, vermits onze zaligheid van den beste dei-broeders en de teederstc der Moeders afhangt!
Wat is het dan zoet aan Maria te denken, hoe goed Zij is, hoe beminnelijk, hoe liefelijk, hoe schoon Zij is, de geestelijke Roze! â
o Maria, verhevene Moeder, mocht Gij van alle Christenen gekend, geëerd, bemind worden ! Mochten al Uwe kinderen U verheerlijken, door getrouw te beantwoorden aan de genaden, welke (iij voor lien verkrijgt! Help ons, lieve Moeder, opdat wij, mot het Kleed van zaligheid getooid, de vervulling Uwer beletten ons waardig maken door de navolging Uwer deugden, opdat onze ziel eenmaal versierd worde met het onvergankelijk Kleed der eeuwige glorie. Amen.
LITANIE Ier cere van de Onbevlekte Ontvangenis
DEK.
Allci'Iieiliyste Maagd Maria.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Cliristiis, hoor ons.
â ; Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. 11. Drievuldigheid een God, ontferm U onzer. 11. Maria, bid voor ons.
Maria, van af het begin en van alle eeuwen uitverkoren en voorbestemd om de Moeder te worden van Gods eenigen ^ Zoon, g
Maria, meer dan alle schepselen door God ^ bemind, s
I A r ⢠⢠⢠. y2
Maria, in wie God door eene geheel bui-
128
tengewone voorliefde Zijn grootste wel-belingen vond,
Maria, boven alle Engelen en Heiligen verheven,
Maria, zoo wondervol begiftigd met den overvloed der hemelselie gunsten, dal Gij altijd geheel vrij gebleven zijt van elke zondevlek,
Maria, geheel schoon en volmaakt, verrijkt met de volheid van onsehuid en heiligheid,
Maria, wier heiligheid de grootste is, die raen zieh beneden God kan voorstellen en welke niemand, behalve God, kan begrijpen,
Maria, zonder erfsmet ontvangen,
Maria, die de meest-volslagene overwinning op den duivel behaald hebt, Maria, aan wie God de Vader Zijn eeni-gen Zoon, aan Hom gelijk en uit Hem zelf voortgekomen, gesehonken heeft, Maria, door Gods Zoon zelf uitverkoren
om wezenlijk Zijne Moeder te zijn, Maria, van wie de H. Geest gewild heeft, dut door Zijne medewerking degene ontvangen en geboren werd, van wier; Hij zelf voortkomt,
Maria, onbevlekt van den eersten stond
Uwer ontvangenis af,
Maria, door genade en een bizonder voor-
129
recht, om den wille van Jesus Christus, bewaard voor de smet der erfzonde, Maria, van het eerste oogenblik Uwer schepping af mot de genade van den H. Geest toegenist,
Maria, op eene meer wonderbare wijze vrijgekocht dan alle andere mensehen, Maria, die met Uw goddelijken Zoon in die onverzoenbare vijandschap tegen den duivel gedeeld hebt,
Maria, die met Uw onbesmetten voet den kop van het helsch serpent verplet hebt, Gij, de arke van Noè, die zonder letsel aan het algemeen bederf der wereld ontkomen zijt,
Gij, als het braambosch, dat Mozes geheel vlammend en te gelijk met groen en bloesem bedekt zag.
Gij, die gesloten tuin, waarin geen bederf
kan binnensluipen,
Gij, het huis, dat zich de eeuwige Wijsheid bouwde, versierd met zeven pilaren, zinnebeelden der zeven gaven van den li. Geest,
Gij, dat onbederfelijk hout, waaraan de
worm der zonde nooit knaagde.
Gij, die altijd heldere bron, door de kracht
van den H. Geest verzegeld,
Gij, die volmaakter dan Judith of Esther Uw geslacht hersteld hebt en eene
6*
130
levensbron voor geliccl bet mensebdom zijl,
Gij, die nooit duisternis g-ekend hebt, Gij, bet eigen kunstgewroebt der H. Drievuldigheid,
Gij, de onder alle opzichten oid)evlekte, de onsehuid zelve, de volkomene gaaf-beid, het beeld van oorspronkelijke zuiverheid, de eenig Heilige, de woonstede van alle genaden des H. Geestes,
Gij, die God alleen boven U en alle
sebepselen beneden U hebt, ^
Gij, wier lof door geene tong op aarde ^ noch in den Hemel naar waarde kan o verkondigd worden,
Gij, de lofspraak der Profeten en Apos- 2 telen,
Gij, de eer der Martelaren, de vreugde en
kroon van alle Heiligen,
Gij, de zekere schuilplaats en onverwonnen
hulp van allen, die in nood zijn, O alvermogende Middelares, die de aarde
met Uwen Zoon verzoent,
O roem, luister en bolwerk der H. Kerk, O, Uitroeister van alle ketterijen.
Gij, die bet geloovig volk, die alle natiën aan de grootste ellende, aan rampen van allen aard onttrokken hebt,
O Maria, ruim door Uwe machtige bescherming alle hinderpalen uit den weg, zegevier
over alle dwalingen, maak dat onze Moeder, de H. Kerk, ouder alle volken en op alle plaatsen dagelijks in kracht en bloei toe-neme, wij bidden U verhoor ons.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg voor ons een groot berouw over onze zonden.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg
ons eene ware bekeering.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg ons de genade, om altijd goeds biechten te spreken.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg ons het geluk, van in dit leven aan de S'. goddelijke rechtvaardigheid voor al onze è zonden te voldoen, S
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg cj ons de uitstekende gunst, van onze quot; zielen zuiver en zonder smet te wasschen in het Bloed van Uwen Zoon Jesus oquot; Christus en in de werken eeuer heilige ° boetvaardigheid. g
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg ons eene heldhaftige liefde voor de zuiverheid, en een grooten afschrik van de tegenovergestelde ondeugd.
Door Uwe Onbevlekle Ontvangenis verkrijg ons eene steeds toenemende liefde tot God, en een onverzoenbaren haat tegen de zonde.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangeuis liclp ons, troost ons in allo noodwendigheden en smarten, wij bidden U, verhoor ons.
Door Uwe Onbevlekte Ontvangenis verkrijg ons de genade in Gods liefde te sterven, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons, Heer,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer, lieer.
TFcés gegroet Maria.
Vieren wij de Onbevlekte Ontvangenis dei-allerheiligste Maagd Maria,
van Haar, wier roemvol leven alle kerken opluistert.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die door de Onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd Maria, voor Uwen Zoon ecne Hem waardige woonplaats bereid hebt, geef ons door Hare voorspraak, dat wij met zorg ons hart en ons lichaam vlekkeloos voor Uwe oogen bewaren, die Haar van alle smet bewaard hebt. Door denzelfden Christus, onzen lieer. Amen.
AAN MARIA, ONBEVLEKT ONTVANGEN.
Het is goed voor mij, dat ik spreke van do hooggezegende H. Maagd. (St. Mpiphaniui). Uoeh hoe zal ik voortgaan '? Mijn geest wordt heen en weder afgeleid door vreeze en door verlangen. Mijn hart klopt en . . . mijn tong-is gebonden! Ik zwicht voor het genot te spreken van Maria, te denken aan Maria, op te zien naar Maria, te bidden tot Maria, te zingen van Maria. Maar. . . mijn verlangen overwint! Wijke dan de vreeze en klinke de cither des geestes! {St. Joan. Dammcenus).
O Maria, meest verhevene en tevens nederigste der schepselen, wees gegroet, vol van genade! Gevrijwaard voor de erfsmet, zijt Gij dio Vlekkelooze, door den H. Geest zelf Zijne uitverkorene. Zijne Duive geprezen. Geheel schoon zijt Gij, mijne Vriendin, cn daar is geen smet in U!
Hadden reeds de zieners van het oude Verbond U van uit de verte aanschouwd en zegenend bewonderd, â hadden de Vaderen zich het liefelijkst beeld gevormd van ü, de Morgensterre, naar wie zij verlangend uit-
134
I
zagen in (leu eiiideloozen nacht, â ja, had Jehova-zelf in Zijn leidende Voorzienigheid U aangeduid als de glorie van Jerusalem, de blijdschap van Israel, de roem van Zijn volk: (jij, o kostbare liloeme, zijt aan Jesse's stam ontloken, schitterend en geurend als de lelie ouder de doornen ! Zóó uitgelezen, zóó onvergelijkelijk bevoorrecht zijt Gij, o Bloem van Sions dochteren, dat oen Gabriel vanwege den ontzachlijken God U begroeten moest als vol van genade! De Heer is met U en gezegend zijt Gij onder de vrouwen.
Doch, al zijt Gij waarlijk de Gebenedijde bij uitnemendheid, het Meesterstuk van des Scheppers machtige hand, â al zijt Gij, Maria, de vorm, de type, de volkomene uitdrukking van geheel de bezielde en onbezielde schepping: vóór alles toch wilt Gij, o verhevenste, nederig getuigen; Hij, die machtig is, heeft groote dingen aan Mij gedaan, Hij, wiens Naam is: Heilig. En Uw ootmoed komt in verzet legen de lofspraak van den Godsgezant, â Gij, nederigste aller schepselen, duizelt van de glorie, welke do Aartsengel U toeschrijft. Gij belijdt U s.echts de dienstmaagd des Heeren!
Geheel schoon zijt Gij, mijne Vriendin: allernederigst, gehoorzaam en arm, brandend van liefde tot God en den naaste, gelijkvormig aan den goddelijken wil, ijverig in pliehtsbe-
tracliling, geduldig, vol vertrouwen op de Voorzienigheid, U verlustigend in gebed, in oH'ervaardigheid, in zelfverloochening .. . Maar wie achterhaalt uwe schoonheid, o Maria! Wie schetst naar waarheid de kleurenpracht, wie verzadigt zich ten volle aan den liefelijken geur van U, o Rosa Myatica, geestelijke Eoze! Aide Engelen te samen kunnen den overloed van genaden, den rijkdom der schoonheden niet begrijpen, met welke de Allerhoogste U vervuld heeft eu waarmede Gij U hebt bereid tot het goddelijk Moederschap van het vleeseh-geworden Woord. Toen het gekomen was, dat afgebeden uur, waarin vervuld zou worden, wat de eeuwen hadden geprofeteerd, wat zij gedroomd hadden en mot smachtend ongeduld verbeid, toen vond de hemelsche Bruidegom U, Zijne uitverkorene Bruid, de (ieest des Heeren daalde over U neder, o Davids smettelooze Dochter, als over een lusthof, pralend met de keur van al wat liefelijk is en schoon!
O verhevenste en tevens nederigste der schepselen! Maria, het betaamt niet, dat een zondaar als ik Uwe glorie, Uwe schoonheid. Uwe verhevenheid besohouwe! Gedoog slechts, allerzaligste Maagd, dat ik U love en wees mijner gedachtig, o eerste in het rijk van Uw goddelijken Zoon. Vol vertrouwen in Uwe goedheid, zachtmoedigheid en liefde, nader ik U met den groet van den Aarts-
136
engel. Mocht ik liet duizendmaal ter Uwer oer herhalen, dat Hemel en aarde, dat al die U loveu met mij instemmen als ik zeg: Wees gegroet Maria !
De wereld seliijnt mij allo versmading waard, alle vermaken komen mij als nietswaardig voor, wanneer ik zing: Wees gegroet Maria!
Mijne droefheid gaat voorbij, een nieuwe vreugde vervult mij, zoo ik sleehts verzucht ; Wees gegroet Maria!
Mijne dorheid verdwijnt, mijn hart ontgloeit van liefde, terwijl ik juich Wees gegroet Maria !
Mijne ziel wordt versterkt on met vurigheid gedreven tot het gebed, als ik jubel: Wees gegroet Maria !
Mijne godsvrucht vermeerdert, mijne hoop groeit aan, ik smaak de grootste vertroosting, terwijl ik herhaal: Wees gegroet Maria\
Want ik vind veel zoetheid in een voortdurend Wees gegroet Maria!
Niots anders zou ik willen spreken dan Wees gegroet Maria!
Geen woorden toch kunnen het uitdrukken, hoe zoet het is te zeggen: Wees gegroet Maria!
Ik buig do knieën voor U, o verhevene Koningin, en ik herhaal; Wees gegroet Maria\
Minnelijke Maagd, vergeef mij als ik ooit oneerbiedig zeide: Wees gegroet Maria!
Steeds aandachtiger en met grootere gods-
137
vrucht zal ik voortaan bidden; Wees gegroet Maria!
O mocliten alle scliepselen met de vurigste liefde juichen en jubelen: Wees gegroet Maria\ Ik keu niets, dat U meer aangenaam is, U meer vereert, meer Uwer waardig is, dan met den Aartsengel Gabriel, met de H. Elisabeth en geheel de H. Kerk te smeeken: IVees gegroet, Maria, vol van genade, de Héér is met U, gezegend zijt Gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht Vws lichaams, Jesun. II. Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zou-dareu, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
Hier volge een rozenhoedje.
SMEEIvOKBHU TOT DE ALLUKUEILIGSTE MAAGD, 051 DE DEUGD VAN /.U1VEIUIEID EN STERKTE IN DEN STRIJD VOOR DEZE ENGELACHTIGE DEUGD.
O Maria, onbevlekte Maagd, Maagd der maagden! Gij hebt mij getooid met het Kleed van zaligheid, het 11. Scapulier mij gesehou-ken, ten teeken van een eeuwigdurend verbond met U. Verkrijg mij dan ook de genade, smeek ik U, dat ik de zuiverheid betrachte en de livrei van U, o Koningin der maagden, nooit besmeure door éc'ne zonde tegen de engelachtige deugd, welke IJ boven alles
138
eigen en zoo heilig was. Sla mij bij, o machtige Maagd, opdat ik nimmer bezvvijke voor de aanlokselen tot die zonde. Bid voor mij, o waardige Bruid vau den H. Geest, en verkrijg mij dien geest van raad en sterkte, om standvastig weerstand te kunnen Lieden aan de aanvallen van den bekoorder. Neem mij onder Uwe hoede, o lieve Moeder, want (luizende gevaren omringen mij, ontelbare vijanden belagen de onschuld mijns harten.
De begeerlijkheid des vleesclies, die gevaarlijkste mijner vijanden, is er voortdurcnt) op uit, om mij de zondige vermaken te doen najagen en zoo mij te scheiden van de liefde van Jesus en U, o Maria! Ik word gekweld met zondige inbeeldingen. De ijdelheden trachten mijn geest te begoochelen, mijne oogen Ie doen afwenden van den reinen glans der engelachtige deugd. De woedende driften dreigen mijn hart te overmeesteren. Ik ontwaar in mijne ledematen eene wederspan-nigheid tegen Gods 11. Wet; en als ik meen veilig te zijn, dan word ik soms schielijk door eene zware aanvechting overvallen.
Help mij dan, o allerreinste Moeder., help en ondersteun Uw kind; want ik ben te wankelbaar en te zwak om aan al die aanlokselen en bekoringen te wederstaal!; en het valt mij zwaar dagelijks in strijd te leven, terwijl de verfoeilijke inbeeldingen mij veel gc-
139
makkelijker te binnen komen dan zij weggaan.
Leer mij, o allervoorzichtigste Maagd, Uw heilig voorbeeld navolgen, om mijne zintuigen te bewaren voor alle oneerbare indrukken; leer mij voorzichtig zijn en waakzaam, opdat ik van mijnen kant al het mogelijke doe om met Gods genade mijne onschuld te bewaren. O Moeder der goddelijke genade, verwerf mij die zedigheid en zuiverheid van harte, die U iu zoo hooge mate eigen waren; verwerf mij kracht en moed om alle gelegenheden tot de zoude, alle gevaarlijke plaatsen en gezelschappen zorgvuldig te vermijden. En mocht ik, wat God verhoede! ooit zoo ongelukkig zijn in zonde te vallen, verlaat mij dan niet, o zetel der wijsheid, opdat ik niet zoo dwaas zij, van dagen en weken in dien ellendigeii staat voort te leven. Help mij dan veeleer opstaan, o teederc Moeder, om met een oprecht berouw tot God terug te keeren, mij te vernieuwen door cene goede Biecht cn nieuwe krachten voor den strijd tc vinden aan dc tafel des Heeren, in hel Brood der Engelen, den Wijn, die maagden voortbrengt.
Verstoot mijne gebeden niet, o Maria, hoor, verhoor mijne smeeking, o lieve Moeder, en verwerf van Uw goddelijken Zoon voor mij de gave der volharding, opdat ik, sterk door Zijne genade, den goeden strijd voistrijde tot het laatste toe, en de kroon der eeuwige
140
glorie, den palm der overwinning waardig worde. Amen.
Zalig zijn de zuiveren van harte, want zij zullen God zien.
GEBED VAN PATER ZUCU1 i)
OM DE H. DEUGD TE BEWAKEN.
Wees gegroet Maria, enz.
O mijne Meesteres, o mijne Moeder, ik draag mij geheel aan U op, en om U te 1 bewijzen, dat ik U ben toegedaan, wijd ik ,, ( IJ heden toe mijne oogen, mijn ooren, mijn ^01 mond, mijn hart, ja geheel mij-zelf. Daar ' ik alzoo de Uwe ben, o goede Moeder, bewaar mij, verdedig mij als Uw goed en eigen- ' dom. Amen. 0,1
1). l'aii.s Pi us IX vorboml daaraan een aflual van 100 Qn dagen eens por dag te verdienen, wanneer men liet, na oen Weesyeyyoet des morgens en dos avonds bidt. En een vollen aflaat eens in de maand, als men dit dagelijks doet en overigens de gewone voorwaarden vervult.
Ol
Ol
Ol
LITANIE
VAN
O. L. VROUW VAN LOURDES.
Eeuwige, hemelsche Vader, waarachtige Ctoü,
ontferm U onzer.
Eeuwige Zoon des Vaders, waarachtige God,
ontferm U onzer.
II. Geest, waarachtige God, ontferm U onzer. II. Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer. Onbevlekte Maagd, die ons don Verlosser
gegeven hebt, bid voor ons.
Onbevlekte Maagd, wonderbaar werktuig
der hemelsche barmhartigheid,
Onbevlekte Maagd, die te Lourdes verschenen zijt, _ Onbevlekte Maagd, die eene eenzame grot £ hebt uitverkozen, om ons de waarde ^ der verwijdering van de wereld te leeren, § Onbevlekte Maagd, met stralend licht om- quot; geven, om ons de heerlijkheid des He- = mels te openbaren,
Onbevlekte Maagd, blinkend van schoonheid, om ons de schoonheid der ziel boven alles te leeren beminnen,
142
Onbevlekte Maagd, in een sneeuwwit kleed getooid, om ons te herinneren onze ziel zuiver van zonden te bewaren. Onbevlekte Maagd, met hemelschblauwen gordel getooid, om ons te leeren, dat wij de heilige deugd van zuiverheid en alle christelijke deugden slechts door de genade des Hemels kunnen verkrijgen.
Onbevlekte Maagd, die den Eozenkrans in de hand hebt, ora ons dit zalig gebed met de overweging der heilige geheimen aan te bevelen,
Onbevlekte Maagd, die aan een kind verschenen zijt, om Uwe voorliefde voor armen en geringen te doen blijken, Onbevlekte Maagd, die door het kind eene fontein liet ontspringen, opdat wij wonderen van deugd zouden verrichten, O. li. Vrouwe van Lourdes, die de zondaren bekeert,
O. L. Vrouwe van Lourdes, die de dooden
opwekt en de blinden ziende maakt, O. L. Vrouwe van Lourdes, die aan de doovcn het gehoor, aan de stommen de spraak teruggeeft,
O. L. Vrouwe van Lourdes, die de lammen doet gaan,
O. L. Vrouwe van Lourdes, die den zieken hunne gezondheid hergeeft.
143
O. L. Vrouwe van Lourdes, die de be- _ droefden vertroost, ~
O. Ij. Vrouwe van Lourdes, die van dag ^ tot dag al rneor en meer wordt aange- o roepen, quot;
O. Vrouwe van Jjourdes, die gedurig ê
meer pelgrims tot U trekt,
Wij smeeken U voor onze Moeder, de II. Kerk, bid voor ons, O. L. Vrouw van Lourdes. Wij smeeken U voor onzen II. Vader den Paus, bid voor ons, O. L. Vrouwe van Lourdes. ^
Wij smeeken U voor ons dierbaar Vader- ÃL' land, lt;i
.. O
Wij smeeken U tegen alle rampen, die ° ons bedreigen, 2
AV ij smeeken U voor onze ouders en bloed- ® verwanten, â¢
ij smeeken U voor onze vrienden en vijanden,
Wij smeeken U voor allo ketters en onge- lt; loovigen, fi
Bid voor ons, O. L. Vrouwe van Lourdes, opdat wij waardig worden de beloften van Cbristus.
LAAT ONS BIDDEN.
0 goddelijke Jesus, die aan een nederig kind de genade verleend hebt, om hier beneden het aanschijn van Uwe goddelijke
144
Moeder te mogen nanseliouwen, verleen ons, dat wij in de ootmoediglieid en eenvoudigheid der kinderen Gods wandelen, opdat wij aan Uwe hemelsclie inspraken mogen deelachtig worden, en opdat wij, o goddelijke Verlosser, gehoorzaam aan do stem der Onbevlekte Maagd, boetvaardigheid doen voor onze be-drcvene zonden en met moed de Christelijke deugden beoefenen en zoodoende waardig worden, dat ons het Hart van onzen minnelij ksten Zaligmaker en het Hart van onze teedere Moeder steeds geopend zijn, cn dat Maria nimmer ophoude onze zielen met genaden te vervullen, opdat wij, steeds meer en meer ontvlamd van de goddelijke liefde, do hemelsclie gloriekroon verdienen. Amen.
GllOET EN BEDE AAN O. L. VROUWE VAN LOURDES.
Wees gezegend, onbevlekte Maagd, die U gewaardigd hebt, achttien keeren, stralend van licht, schitterend van ootmoed en schoonheid, in de grot van Lourdes te verschijnen, en aan een nederig en onschuldig kindi dat U in geestvervoering aanschouwde, te zeggen : Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis!
Wees gegroet, wegens de buitengewone gunsten, die Gij zonder ophouden daar ter plaatse uitdeelt.
Wij bidden U, o Maria, door Uw moederlijk
145
Hart en door de eer, die de H. Kerk U beleid wijst, verwezenlijk de hoop, welke de afkondiging van het leerstuk Uwer Onbevlekte
ans,
aan
litig Ontvangenis verwekt heeft. Amen,
GEBED TOT DE ALLERZALIGSTE MAAGD.
Van den H. Thomas van flquinen.
O gelukzaligste en zoetste Maagd Maria, die vol barmhartigheid zijt, ik beveel U mijne ziel en mijn lichaam, mijne gedachten, mijne werken, mijn leven en mijn dood. O mijne Meesteres! help mij en versterk mij tegen de aanvallen des duivels; verwerf mij eene oprechte en volmaakte liefde, opdat ik Uw beminden Zoon, onzen Heer Jesus Christus, liefhebbe uit geheel mijn hart en, na Hem, U beminne boven alles. O mijne Koningin en Moeder, maak door Uwe machtige voorspraak, dat ik deze liefde behouden moog' tot in mijn dood, waarna Gij mij brengen zult in het Vaderland der zaligen. Amen.
lijk
7
L IT A N I E
TOT 11ET
H. EN ONBEVLEKT HART VAN MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm II onzer.
H. Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer.
Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons.
Hart van Maria, onder alle harten gezegend,
Allerootmoedigst Hart van Maria, jr
Allerzuiverst Hart van Maria, lt;
Minnelijkst Hart van Maria,
Hart van Maria, heilige rustplaats der ^ allerheiligste Drievuldigheid, g
Hart van Maria, zeer gelijkvormig aar. het allerheiligste Hart van Jesus,
147
tabernakel van God, menscli geworden
op den dag Uwer boodschap, met nieuwe genaden vervuld bij Uw
bezoek aan de H. Elisabeth,
woonplaats van Jesus,
overstroomd van blijdschap bij de geboorte van Jesus,
vol van bewondering bij de aanbidding-
der Wijzen,
met een zwaard van droefheid, volgens de voorzegging van den II. Simeon, nT in Uwe zuivering doorstoken, § vol zorg en angst in de vlucht naar 5quot;. 3 Egypte, _ ^
= bedrukt over het verlies van Jesus, en o gt; wederom verblijd over zijne vinding -â quot;S in den tempel, 9
if* met dat van Jesus in den hof van quot; Olijven door droefheid bevangen,
wreed verscheurd in Zijne geeseling, inwendig met doornen doorstoken bij
Zijne kroning,
vol angst en benauwdheid bij de ontmoeting van Jesus, beladen met Zijn kruis, deelend in al dc pijnen en smarten van Jesus,
met Jesus aan het kruis genageld, overstelpt van droefheid bij den dood
van Jesus,
met Jesus in het graf gelegd,
148
tot de blijdschap verrezen in de verrijzenis van Jesus,
verrukt van liefde bij de verschijning
van Jesus,
vervuld met eene onuitsprekelijke vreugde bij de hemelvaart van Jesus, ,lt;£ met een nieuwen overvloed van genade S geheiligd bij de nederdaling van den S H. Geest, lt;
g boven alle gelukzaligen verheven op den o gt; dag Uwer ten-hemel-opneming, 0
toevlucht der zondaren, S
K bescherming der rechtvaardigen,
gezeteld aan de rechterhand van Jesus
in den Hemel,
wellust der maagden,
troost der bedrukten,
hoop der stervenden,
blijdschap der Engelen,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Heer.
Wees gegroet Maria.
Hid voor ons, heilige Moeder Gods, opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
149
LA IT ONS BIDDEN.
Almachtige eeuwige God, die het Hart van de allerzaligste Maagd Mr.ria tot eene waardige woonplaats vau den H. Geest bereid hebt, verleen ons genadig, dat wij, dit allerzuiverst Hart godvruchtig vereerende, mogen leven volgens Uw Hart. Door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met ü in de eenheid van denzelfden H. Geest leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED.
H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus Christus en Koningin der wereld, die niemand verlaat noch verstoot, aanzie ons goedcrtio-rcnlijk, o verhevene Vrouwe, en bekom ons van Uw lieven Zoon de vergiftenis onzer zonden, opdat wij, die nu in den geest met alle liefde en lof de verdiensten van Uw heilig en onbevlekt Hart vieren, hierna de kroon der eeuwige zaligheid mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen.
15EDE TOT HET H. HART VAN MARIA. 1).
O Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorwerp van
1) Paus Pius VII verbond daaraan 10) dagen aflaat, loevoegelijk aan de zielen in het Vagevuur, oensdaags te verdienen.
150
liet welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid, waardig van de Engelen en mensehen geëerd en bemind te worden! Hart, het meest gelijkvormig aan dat van Jesns, waarvan Gij het volmaakste afbeeldsel zijt! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden: gewaardig U onze koude harten te verwarmen; bewerk, dat zij alleen met het Hart van hun goddelijken Zaligmaker zich bezig honden; stort daarin de liefde tot Uwe deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het Uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlueht en bescherming tegen alle aanvallen barer vijanden. Wees onze weg om tot Jesus te gaan, als tot de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in de vervolgingen, onze hulp in al de gevaren, maar bizonder in den laatsten strijd onzes levens, liet uur des doods, wanneer de gansche hel, als ontketend, onze zielen zal trachten Ie rooven, dat vreeselijk oogenblik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach, laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van Uw moederlijk hart eu de kracht van Uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, door ons in de bron van barmhar-
151
tighcid cenc heilige reddingsplaats tü openen, opdat wij lot Hem mogen komen en Hem met U in den Hemel zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria! Amen.
GEBED TOT HET A LLERMINNEIjF.IKST HART VAN MARIA, VOOR DE BEKEEKING DEI! ZONDAREN.
O allerliefste Maagd Maria, welk een vreugde, wat onuitsprekelijke blijdschap moet Uw rein en onbevlekt hart vervuld hebben, toen de H. (jleest over U nederdaalde en Gij den eeniggeboren Zoon des Vaders, den Verlosser der wereld, Jesus Christus in Uwen zuiveren schoot mocht ontvangen! Welk eene zaligheid, wat verrukking moet Gij gesmaakt hebben, toen Gij Uw goddelijk Kind in den stal van Bethlehem gebaard hebt! En wie kan Uw innige liefdevreugd begrijpen, welke Gij genoot, toeu Gij den Godmensch op Uwe armen mocht dragen en koesteren aan Uw minnelijk Hart! Ach, om de onvergelijkelijke zoetheid Uwer Moedervreugde, gedenk toch, dat Jesus in deze wereld kwam, ter zaligheid van allen, om te zoeken wat verloren was; dat hij kwam als Verlosser, als Vredevorst,
152
als Emmanuel. O smeek dan Uw lieven Zoon voor zoovelen, die, in hunne zonden verhard, niet begrijpen wat hun tot vrede strekt. God wil den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve. Bid dan, o Maria, Moeder van barmhartigheid, bid voor de zondaren, die voortgaan Uw moederlijk Hart te grieven, door de beleedigin-gen, welke zij den almaehtigen God aandoen. Gij zijt zoo goed, zoo teeder, o Maria! Uw Hart is louter erbarming en liefde! Ach verkrijg van Uw lieven Zoon de genade van eene oprechte bekeering voor alle zondaren, vooral voor dezulken, die als vijanden van de H. Kerk en de maatschappelijke orde, vele anderen medeslepen in het tijdelijk en eeuwig verderf. Zijn wij, om onze eigene zonden en gebreken, niet waard door U verhoord te worden, gedenk, o Moeder der goddelijke genade, dat Gij-zelf ons gebed Uwer waardig kunt maken, opdat wij op Uw medelijdend Hart niet vruchteloos een beroep doen ten gunste der arme zondaren.
Bid ook voor ons, o zoete Maagd Maria, dat wij door vrijmoedig uit te komen voor ons H. Geloof, door goede werken en een stichtend voorbeeld, hunne bckeering 'bevorderen, om eenmaal gezamenlijk in de vreugde des Heeren de werken te prijzen van Uw liefderijk Hart. Amen,
153
GEBED VOOll DE AFGEDWAALDE CU RISTENKN.
Almachtige, eeuwige God, wiens oordeelcu rechtvaardig en wiens raadsbesluiten ondoorgrondelijk zijn, ik dank U, uit den grond mijns harten voor de onwaardeerbare genade van het fl. Geloof, waardoor ik een kind ben van de heilige Eoomsch-Katholieke Kerk. Door den drang mijner dankbaarheid bid ik U, o hemelsehe Vader, voor hen, die zijn afgedwaald van de alleenzaligmakende Kerk ot' in de dwaalleer zijn geboren en opgevoed. O Jesus, goede Herder, verhaast toch het tijdstip, waarop het ócne schaapstal en één Herder wezen zal! H. Geest, verlos de dwa-lenden van het verderf der valsche leer en van den geest der tegenspraak. Verlicht hun verstand, open hunne oogen, zuiver hunne meening en verruim hun hart, opdat zij geraken tot de ééne, onveranderlijke waarheid, die alléén te vinden is bij onze Moeder, de H. Kerk. Dit smeek ik vol ijver voor Uwe glorie, o driemaal heiligen God, wien aller lof en eer en aanbidding toekomt in eeuwigheid. Amen.
GEBED VOOll DE HEKEEIUNG DEll ONGELOOVIGEN.
Van den H. Franciscus Xaverius.
O God, Schepper aller dingen, gedenk, dat Gij de zielen der ongeloovigen ook geschapen
154
hebt en gevormd naar Uw evenbeeld. Zie hoe zij, üwen Naam len schande, de prooi der hel worden. Gedenk, dat Jesus, Uw beminde Zoon, voor het heil hunner zielen den bittersten dood geleden heeft; wil niet ge-doogen, smeek ik U, dat Hij door de onge-loovigen nog meer miskend en veracht worde. Laat U door do gebeden Uwer Heiligen cn der H. Kerk, de teergeliefde Bruid Uws Zoons, bewegen; wees Uwer ontferming gedachtig, vergeef hun afgodsdienst en ongetrouwheid en schenk hun de genade, dat ook zij eenmaal onzen Heer Jesus Christus kennen, dien Gij gezonden licht en die ons heil, ons loven en onze opstanding is, door wien wij verlost en zalig gemaakt zijn. Hem, wien eere zij van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
GEBED VOOR, DE OVERLEDENEN.
O God, Schepper en opperste Weldoener der mensehen, Belooner van het goed en Straffer van liet kwaad! Wij smeeken U door de verdiensten van het bitter lijden en sterven van Jesus Christus Uwen Zoon, onzen Heer en Middelaar, toon opnieuw Uwe barmhartigheid cn ontferming, cn ontsla de zielen dergcloo-vigen, die in de plaats der zuivering nog lijden en boeten voor hunne schulden; verlos hen van hunne pijnen en leid hen in Uwe heerlijkheid, om U daar met Uwen Zoon en
155
den H. Geest te loven, te prijzen en te danken door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DEN GEK RUISTEN JESUS. 1).
O goede en lieve Jcsus, ik werp mij voor Uw aangezicht op de knieën neder en bid en smeek U met al de krachten mijner ziel, dat Gij de levendigste gevoelens van geloof, hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil om ze te verbeteren in mijn hait wilt drukken; terwijl ik met groote aandoening en smart Uwe vijf wonden bij mij zelf overdenk en in den geest beschouw, voor oogen hebbende, wat reeds de Profeet David van ü, o goede Jesus, voorzegde: Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord en zij hebben al mijne beenderen geteld. (Ps. XXXI, 17 â18.)
GEBED VAN DEN H. EPHKEM TOT DE ALLERZALIGSTE MAAGD MARIA.
O allerheiligste en onbevlekte Maagd Maria, Moeder van God, Koningin van Hemel en aarde, onze uitmuntende Meesteres, Gij zijt verheven boven al de Heiligen, Gij zijt de eenige hoop der uitverkorenen en de vreugd der gelukzaligen. Het is door U, dat wij met onzen God verzoend zijn. Gij zijt de cenige
1) Paus Pius IX verbond daaraan een vollen aflaat voor hen, die dat gebed vóór een kniisheeld bidden, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben.
156
Voorspreekster der zondaren, de veilige haven dergenen die sehripbrenk lijden. Gij zijt de troost der wereld, liet losgeld der gevangenen, de gezondheid der zieken, de blijdschap der bedrukten, de toevlucht en de zaligheid van alle menschen. O groote Koningin, Moeder van God, spreid over ons de vleugelen Uwer barmhartigheid uit, ontferm U onzer. Wij hebben geen andere hoop dan U, allerzuiverste Maagd! Wij behooren U toe en zijn aan Uwen dienst toegewijd; wij dragen den 1
naam van Uwe dienaren; duld dan uiet, dat wij (
door den duivel in de hel getrokken worden. 1
O onbevlekte Maagd, wij zijn onder Uwe (
bescherming gesteld, het is dan tot U alleen, lt;
dat wij onze toevlucht nemen, en wij smeeken lt;
U, dat Gij Uwen Zoon, die door onze zonden lt;
vergramd is, moogt weerhouden ons aan Satans macht over te laten. i
O Maria vol van genade, verlicht mijn verstand, ontbind mijne tong om Uwen lol' te zingen, bizonder de groetenis des Engels, die zoozeer met Uwe waardigheid overeenkomt.
Ik groet U, o vrede, o vreugd en troost van alle menschen ! Ik groet U, o grootste mirakel,
dat de wereld ooit verwonderd heeft, paradijs van wellusten, veilige haven van degenen, die in gevaar zijn, bron van genaden en Middelares tusschen God en de menschen! Amen.
L 1 T A N 1 E
'JOT
DEN II. JOSEPH.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, lioor ons.
Christus, verhoor ons.
Cod, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
Cod, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm IJ onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. II. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
II. Maagd der maagden,
H. Joseph, gt
Beschermer en Voedstervader van Jesus, Bruidegom van Maria, o
Patroon der H. Kerk, quot;â
Man naar Gods Hart, 2
Trouwe en wijze Dienaar,
Bewaarder der zuiverheid van Maria,
138
Medehulp van Maria,
Leidsman en troost van Maria,
Die om Maria met bizonderc genade begunstigd zijt,
Allerzuiverste in reinheid,
Allernederigste in ootmoed,
Allervurigste in liefde,
Allerverhevenste in beschouwing,
Die door den II. Geest zelf rechtvaardig
zijt verklaard,
Die in de goddelijke geheimen meer dan
anderen waart ingewijd.
Die met Maria, Uw gezegende Bruid, naar
ISethlehem zijt gereisd, ^
Die, in de herberg geene plaats vindend, § in een stal zijt gaan overnachten, °
Die waardig geacht zijt bij Christus te g zijn, toen Hij geboren en in eene kribbe gelegd werd.
Die met Maria het Kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd.
Die op het woord van den Engel met Jesus en Zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht.
Die, na don dood van Herodes, met Jesus en Zijne Moeder naar het land van Israël zijt teruggekeerd.
Die het Kind Jesus, dat te Jerusalem was achtergebleven, met Maria, Zijne Moeder, vol droefheid gezocht hebt,
159
Die Hem na drie dagen mev, blijdschap hebt gevonden, zittende in liet midden ij der leeraren, lt;
Aan wien de Heer der lieeren op aarde § onderdanig was, ^
Wiens lof in het Evangelie wordt ver- -
O Cfl
meld,
Onze Voorspreker, hoor ons, li. Joseph. Onze Beschermer, verhoor ons, 11. Joseph. In al onzen nood, help ons, 11. Joseph. In al onze benauwdheden,
In het uur van onzen dood, ^
Door Uw allerzuiverste trouw,
Door Uwe vaderlijke zorg en tcederhcid, quot; Door al Uwen arbeid,
Door al Uwe deugden, ^
Door al Uwe verdiensten, 3
Door Uw eeuwig geluk, F'
Wij, die U als Beschermer aanroepen, wij
bidden U, verhoor ons.
Dat Gij Jesus de vergiffenis onzer zonden J;
wilt vragen, gt
Dat Gij ons steeds aan Jesus cn Maria è gelieft aan te bevelen, §
Dat Gij voor alle maagden en ongehuw- cl den de gave der zuiverheid wilt ver lt; werven, 2-
Dat Gij voor de gehuwden eene onbevlekte § trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen, o Dat Gij voor alle godsdienstige vereeni- p
160
gingen ccue volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven,
Dat Gij de huisvaders in het christelijk ^ opvoeden hunner kinderen wilt behulp- ^ zaam wezen, Ht
Dat Gij alle oversten in het bestuur der S hun toevertrouwden wilt bijstaan, s
Dat Gij alle vergaderingen, die U bizon- cj
der zijn toegedaan, wilt begunstigen, Dat Gij allen, die op Uwe hulp vertrouwen, ^
altijd en overal wilt beschermen,
Dat Gij alle geloovige zielen in het Vage- ° vuur door Uwe voorbede wilt helpen, 2 Beschermer van Jestts,
Bruidegom van Maria,
H. Joseph,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, lieer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verboor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, ontferm U onzer, Heer.
Bid voor ons H. Joseph,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden.
161
opdat wij door Zijne voorspraak verkrijgen, wat wij door ons-zelf niet kunnen bekomen. Die ]eeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gedenk, H. Josepli, zuiverste Bruidegom der allerheiligste Maagd, mijn beminde Be-seherraer, dat de groote H. Teresia verzekert, nooit hare toevlucht tot U genomen te hebben zonder verhoord te zijn geworden. Aangemoedigd door datzelfde vertrouwen, o mijn zeer beminde H. Joseph, kom en neem ik mijne toevlucht tot U en beveel mij in Uwe vaderlijke hoede gedurende mijn leven en bizonder in het uur van mijn dood. O goedertierenste Vader, versmaad mijne gebeden niet, maar neem ze goedgunstig aan en gewaardig U ze te verhooren. Amen.
GEBED TOT BEN II. JOSEPH.
Groote Heilige, wijze en getrouwe Dienaar, aan wien God de zorg over de II. Familie heeft toevertrouwd; Gij, die door Hem zijt aangesteld tot bewaaider en besehermer van het leven van Jesus Gliristus, tot troost en steun van Zijne heilige Moeder en tot getrouwe medehelper van het groots werk, de verlossing der wereld; Gij die het geluk gehad
1 fi2
hubl met Jcsus en Maria tc leven en in hunne armen te sterven: zuivere Bruidegom van Gods Moedor, toonbeeld en besoliermer der reinen, ootmoedigen en geduldigen, laat het vertrouwen, dat wij op U hebben, U bewegen en neem goedgunstig de bewijzen onzer godsvrucht aan.
Wij danken God voor de bizondere genaden, waarmede Hij U begunstigd heeft, en wij smceken door Uwe voorbede zelve waardige navolgers Uwer deugden (c mogen worden. Bid voor ons, groote Heilige, en verkrijg ons door de liefde, welke Gij Jesus cn Maria toedraagt cn waarmede .lesus en Maria U bemint, voor ons dc meest kostbare genade van in dc liefde tot Jesus en Maria te mogen leven cn sterven. Amen.
De Heer heeft hem gesteld tot Heer over Zijn huis,
cn tot Meester over al Zijne bezittingen.
J,\AT ONS BIDDEN.
O God, die in Uwe onnaspeurbare Voorzienigheid U gewaardigd hebt den H. Joseph tot Bruidegom Uwer allerheiligste Moeder te verkiezen, wij smeeken U, geef ons, dat wij waardig mogen wezen Hem, dien wij op aarde als onze Beschermer vcreeren, tot Voorspreker te hebben in dc Hemel. Gij
163
die leet't cn hccrscht, God in do eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT DEN H. JOSEPH. 1)
(Van Z. H. Paus Leo XKI.)
Tot U, H. Joseph, vlneliten wij in onze beproeving, en na lt;le hulp Uwer allerheiligste Bruid te hebben ingeroepen, smeeken wij met betrouwen ook Uwen bijstand at'. Wij bidden U ootmoedig, bij die liefde, die U met de onbevlekte Maagd cn Moeder Gods vcreenigd heeft, en bij de vaderlijke teederheid, waarmede Gij het kind Jesus hebt omhelsd, dat Gij goedgunstig nederziet op het erfdeel, hetwelk Jesus Christus zich verworven heeft door Zijn üloed, en ons in den nood niet Uwe sterkte en bijstand te hulp komt.
O zorgvolle Bewaarder van het goddelijk üezin, behoed het uitverkoren kroost van Jesus Christus; o liefdevolle Vader, zie toe dat geen dwalingen of zonden ons besmetten; o onze machtige Beschermer, sta ons uit don llomel genadig bij in den strijd mot do heerschappij der duisternis; en gelijk Gij weleer het Kind Jesus aan het grootste levensgevaar ontrukt hebt, bevrijd Ãians evenzoo do heilige Kerk Gods van do vijandelijke lagen cn allen
1) Psius Leo XIIl verbond daaraan oen aflaat van 7 jaren en 7 quadragonen, te verdienen telkenmaal als men hot godvruchtig bidt.
T64
rampspoed; en beschut ieder onzer met Uwe altijddurende bescherming, opdat wij naar Uw voorbeeld en ondersteund door Uwe hulp, heilig kunnen leven, zalig sterven en het eeuwig geluk in den Hemel verkrijgen. Amen.
BEDE TOT DEN H. JOSEPH, OM EEN ZAL1GEN DOOD.
H. Joseph, Voedstervader van Jesus, IJrui-degoin van de Koningin der maagden, trouwe Eeschermer van het H. Huisgeziu, wees ook mijn beschermer gedurende mijn leven en mijn vertrooster in het uur van mijn dood. Uwe minnelijke Bruid, mijne liefdevolle Moeder, Maria, heeft mij getooid met het Kleed van zaligheid; wees Gij, H- Joseph, dan mijne voorspraak, dat deze gunst mij niet vruchteloos bewezen zij, en verwerf mij een zoeten, vreedzamen, heiligen, kostbaren dood in de oogen des Heeren.
O Joseph, bid Maria, dat Zij mij geleide tot Jesus ! Amen.
BEDEN TOT DEN H. SIMON STOCK.
H. Simon, heerlijk toonbeeld van onschuld en boet vaardigheid, die van Uw vroegste jeugd af de wereld en hare gevaren gevlucht hebt en in afzondering, gebed en versterving de jaren Uwer jeugd zoo heilig hebt doorleefd, verkrijg ons de genade, dat ook wij naar Uw voorbeeld de gevaren der wereld en hare ijdelheden mogen vluchten, de eenzaamheid en het gebed beminnen en, door de beoefening der versterving en boetvaardigheid, in onschuld voor God mogen leven.
Wees gegroet Maria,
H. Simon, die het geluk gehad hebt door door de allerheiligste Maagd Maria te worden geroepen tot Hare beminde Orde van Karmel, waarvan Gij door Uwe uitstekende heiligheid een der schoonste sieraden zijt, en die met zooveel ijver en volharding voor de eer en luister dier Orde hebt gewerkt en gestreden ; o verwerf ons de genade, dat wij, die ook tot Hare zegenrijke Broederschap behooren, ons steeds als ware kinderen van Maria mogen
16f.
gedragen, Hare eer bevorderen en voorts de plichten van onzen staat behartigen en ge-tromv vervullen,
Wees gegroet Maria 11. Simon, vurige beminnaar der allerzaligste Moedermaagd, die door Uwe gebeden en verzuchtingen van Maria liet kostbaar teeken van zaligheid, het H. Scapulier, verkregen hebt, tot een behoudenis in gevaren en een verbond van vriendschap met de machtige Koningin des Hemels: o verkrijg ons de genade, dat ook wij onze lieve Moeder Maria altijd vurig beminnen, Haar heilis Kleed met ware godsvrucht dragen en in eere houden, en dat wij in alle omstandigheden des levens, maar bizonder in het uur van onzen dood, ondervinden de heilzame uitwerkselen der beloften, door Maria verbonden aan het heilrijk Scapulier.
Wiees gegroet Maria Bid voor ons, H. Simon,
opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS HIDDEN.
O God, die om dc gebeden van den H. Simon, Uw Belijder, de Orde van don berg Karmel door do hand der allerheiligste Moe-
167
der van Uw Zoon, onzen Heer Jesus Christus, met een bizonder voorrecht begunstigd hebt, verleen dat wij, die door hem een toeken der machtige bescherming van Maria hebben ontvangen, ook door Zijne voorspraak tot de eeuwige glorie mogen geraken, welke Gij bereid hebt voor degenen, die U hier op aarde dienen en beminnen. Amen.
Allerzaligste Maagd, Koningin der hemelingen, en Gij, Aartsengelen en Zaïige Geesten, Apostelen en Martelaren, Belijders en Maagden, alle Gods lieve Heiligen, ik groet U en verheug mij in Uwe onbegrijpelijke zaligheid. Doch gedenkt, o Uitverkorenen in het heraelseh Jeruzalem, gedenkt Uwe broeders en zusters in het Geloof. O roemvolle leden der zegepralende Kerk in den Hemel, spreekt toch ten beste voor ons, leden der strijdende Kerk op aarde, opdat wij eenmaal mogen deelen in de vreugde Uwer overwinningen, die Gij viert ter bruiloft van het Lam, van onzen Heer Jesus Christus, wien met den Vader en den H. Geest de glorie zij, de eer en aanbidding in eeuwigheid. Amen.
HYMNEN DER H. KERK.
A DOR O TE.
|
Adoro te devote, latens Deitas, Quae sub his figuris vere latitas: Tibi se oor meum totum sub-(jicit, Quia te contemplans totum de-(ficit. Ave Jesu, Pastor fidelium: Adauge fidem omnium in te (eredentium! Visus, gustus, tactus in te fal-(litur, Sod auditu solo tuto creditur: Credo quidquid dixit Dei Filius, Nil hoc verbo Veritatis verius. Ave Jesu, etc. In Cruce latebat sola Deitas, At bic latet simul ethumauitas: Ambo tarnen credens atque con-(ft tens, Peto quod petivit latro poeni-(tens. Ave Jesu, etc. |
Godvruchtig aanbid ik U, ver- (borgen God, Die waarlijk onder deze gedaan- (ten schuilt: Wijn hart onderwerpt zich ge- (heel aan U, Want U beschouwend bezwijkt (het geheel en al. Gegroet o Jesus, Herder der (geloovigen : Vermeerder het geloof van al-Oen, die in U gelooven! Gezicht, gevoel en smaak falen (hier, Maar alleen hot gehoor staaft (veilig het geloof: Ik geloof al wat do Zo'»n Gods (gezegd heeft. Niets is meer waarachtig dan dit (woord der Waarheid. Gegroet o Jesus, enz. Aan het Kruis verborg zich al- (leen de Godheid, Doch hier is tegelijk de mensch (heid verborgen ; Maar beiden geloovend en be- (lijdend, .Smeek ik datgene, waarom do (goede moordenaar bad. Gegroet o Jesus, enz. |
169
|
Plagas, sicuti Thomas, non in-Ctuoor, Uoum tarnen iiieum te confiteor: Fac me tibi semper magis cre-(dere, In te spom habere, te diligere. Ave Jesu, etc. O memoriale mortis Domini, Panis vivus, vitam praestans (homini: Praesta meae mentl do te vi-(vero. Et te illi semper dnlce sapere. Ave Jesu, etc. Pie Pelicane ! Jesu Domino, Mo immundnm mnnda tuo san-(guine: Oujus una stilla salvum facere Totum mundum quit a]gt; omni (scelore. Ave Jesu, etc. Josu, quem velatum nunc ad-(spicio, Oro, fiat illud, quod tam sitio: Ut te revelata cornens facie, Visu sim beatus tuae gloriae. Ave Jesu, etc. Amen. |
Schoon ik niet, als Thomas, L we (wonden zie, Erken ik U toch als mijn God: Maak dat ik steeds meer in IJ igeloovo, Dat ik meer op U hope, meer (U beminne. Gegroet o Jesus, enz. O gedachtenis van den dood des (Heeren, Levend brood, dat den mensch (het leven geeft: Geef, dat mijne ziel love in U, En dat zij steeds smake hoe (zoet Gij zijt. Gegroet o Jesus, enz. Liefderijke Pelikaan! Heer (Jesus, Reinig mij, onreine, mot Uw (bloed: Waarvan één druppel genoog is Om geheel do wereld te roini- (gen van alle smet. Gegroet o Jesus, enz. Jesus, dien ik nu omsluierd (aanschouw, Mij gowordo, bid ik, waar ik (zoozeer naar dorst: Dat ik ü eenmaal ontsluierd laanschouwe En zalig zij in het gezicht Uwer (glorie! Gegroet o Jesus, enz. Amen. |
s
170
P A N G E L I N CJ II A.
|
Pan ge, lingua, gloriosi Corporis mystorium, Sanguinisquc profciosi, Quciu in mundi protiuni, Frnctus ventris goncrosi, Rox effudit gentium. |
Zing, mijne tong, lt;le golioinu-nis | van hot glorievol Lichaam en van het kostbaar Bloed, hetwelk du Koning dor volkoren, f Ilij, do Spruit van oen edelen 1 (stam, I geplengd hoeft voor hot heil dei-1 (wereld. | |
|
Nobis datus, nobis natus Ex intacta Virgine, Et in mundo eonversatus Sparse vorbi somine, Sui moras incolatus Miro clansit ordine. |
Aan ons gegeven en voor mis r (geboren | uit do vlokkolooze Maagd, heeft Hij, na in de wereld ver-i (koerd 1 ⢠n hot zaad Zijns woords te heli-fi (bon uitgestroigt;id. l Zijn loopbaan voleindigd op eono wondervolle wijze. |
|
In supremae nocto coenae Rocumbens cum fratribus, Observata loge plene Cibus in legalibns, Cibum turbae duodenae So dat suis manibus. |
In don nacht van het laatste (Avondmaal met Zijne broeders (aanzittend; i geeft Hij, na alles stipt onder-I (houden te hebben | wat de wet omtrent do spijzonl (yoorschrijft, S met eigen hand zich tot spijs (aan het twaalllal. b laatste li dm aal j au tafel| |
|
Verbum caro, panem verum Vorbo carnom oflicit; Fitqne sanguis Christi i |
Het vleoschgewordon Woord (verandert door Zijn woord waaraebtb (brood in Zijn eigen vlooseit: (|o wijn wordt Christus bloed : |
171
|
Et si sonsus deficit, Ad firmandum cor sincermn Sola lidos sufficit. Tantum ergo Sacramentum Ven erom ur eer nu i; Et antiquum documentum Novo cedat ril ui: Praestet fides supplomentum Sonsuum defectui. Genitori, Geuitoque Lans et jubilatio, Sal us, honor, virtus quoque Sit ot bonedictio: Procedeuti ab utroquo Compar sit laudatio. Anion. A V K M A It. Ave maris stella, J)oi Mater alma Atque semper Virgo, Folix coeli porta. .Sumens ilind Avlt;! Gabriölis ore; Funda nos in pace, Mutans Hevae nonion. iiiicnis in ed, lcoren, edelen I tam, teil tier re Id. or ons oren d, ld vor-cord te liob-i zc. I;i;il sti' i tnfol end; ondor-Ijbcn rijn, ïit- iV-cnl dort aclitip! scli; blood : |
on, schoon do zintuigen zulks (niet bevatten kunnon, is hot geloof alleen genoeg om een rechtzi unig hart to over-(tuigon. Laat ons dan diopnodergebogen een zoo verheven .Sacrament (aanbidden; dat do Oude Wet plaats make voor do Nieuwe, en het Geloof vuile aan hetgeen aan ouzo zintuigen ont-(breekt. Don Vador en don Zoon zij lof ou jubel, heil on voreering, macht on zegening: on aan don Geest, die voort komt (van beiden, zij eouzelfdo hulde- Amen. S STELLA. Woes gegroet o Ster dor Zoo, Gods minnelijke Moeder, die altijd Maagd zijt, do gelukkige deur des Hemels. Wil den groet aanvaarden, die Gabriel U eenmaal bracht, en ons in den vrede bevestigen door ons oen audcro Eva to (wezen. |
.172
|
Solve vincla reis, Prefer lumen coecis, Mala nostra pelle, Bona cuncta posce. |
Slaak de boeien van den schul-(dige, verschaf den blinden liet licht, I weer het kwade van ons uf en verkrijg ons het goede. |
|
Monstra to esse matrem, Sumat per te preees, Qui, pro nobis natns. Tul it esse tuus. Virgo singularis. Inter om nes mitis, Nos cnlpis solutes. Mites fac et castos. Vitam praesta puram. Iter para tutum: Ut, videntes Jesum, Semper collaetemur. Sit laus Deo Patri, Summo Christo decus. Spiritui sancto: Tribus honor unus. |
Toon dat Gij onze Moeder zijtJj breng Hem onze gebeden, die voor ons geboren is en de Uwe wilde wezen. O geheel eenige Maagd, liefelijk boven allen, maak dat wij, van onze schulden verlost, zachtmoedig zijn en! (kuiscii. ? Geef ons zuiver te leven, leid ons op den veiligen weg: opdat wij Jesus aanschouwende ons eeuwig verblijden. Lof zij God don Vader, hooge heerlijkheid aan Christus en den H. Geest: éene eer aan don drieëenen God. |
M A G NI V I C A T. .
' Salvo
. . r« ⢠Mijne ziel maakt groot (lod cor
Magnificat: anima mea Domi- |^oer yjta
ânUin⢠En mijn geest hoeft zich ver- sab
Et exsultavit spiritus mens: m 1|eu ;'d in Go(i lllijn /.alig| Ad t
Deo salutari meo. maker. ^
173
|
n se hul- t (dige, J Quia respexit humilitatcui an-et licht t c^^ae suae: ecco onim ox hoe 'f beatam me diconfc omnes gc-ns at nerationes. ede. Quia fecit mihi magna qui po-tens est: et sanctum iiumeii der 7.ijt,ff ejus. Kt misericordia ejus a progenie s in progenies: timontibus eum. n. Fecit potentiaiu in brachio suo: dispersit superbos mente cor-» dis sui. cliuldon Deposuit potentes de sede: et zijn en exaltavit humiles. aisch. K Esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes. Suscepit Israel puerum suum: recordatus misericordiae suae. Sicufc locutus est ad patres nos-tros: Abraham, et semini ejus in saecula. Gloria Patri etFilio ot Spiritui Saneto: sicuteratinprincipio et nunc et somper et in saecula saeculorum. Amen. |
Omdat Hij heeft nedergezlen op do geringheid zijner dienstmaagd - zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Want Hij die machtig is heeft groote dingen aan mij gedaan: en heilig is Zijn naam. En Zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, voor die Hem vreezen. Hij heeft de macht van zijn arm getoond: Hij heeft do hoogmoed igen verstrooid in do gedachten huns harten. Hij heeft do machtigen van den troon gestootcii en de gerin* gen verheven. Hij heeft de belioeftigen met goederen overladen on de rijken ledig weggezonden. Hij heeft zich over Israel Zijn dionstknecht erbarmd, indachtig Zijne barmhartigheid. Zooals Hij het heeft toegezegd aan onze vaderen: aan Abraham on zijn nageslacht in eeuwigheid. Glorie zij den Vaderen den Zoon en den H. Geest: gelijk het was in den beginne en nu on altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen. |
SALVR HEG IN A.
|
Salvo, Regina, Mater miseri-r»ot dod cordiae. Vita, dulcedo et spos nostra, ich voiTj salvo. Zalig| elamamus, exulos, lilii ^ Hevae |
Weesgegroet, o Koningin Moedor van barmhartigheid. Ons loven, onzo zoetheid en onze hoop, wees gegroet. Tot IJ roepon wij, ballingen, kinderen van Eva. |
171
|
Art !»⢠suspirumus, gornontes ot llentes, in liac lacrymarum vallo. Ei;i ergo, Advocata nostra, illos tnos inisericordcs oculos art nos convcrtc! Et Josum, bcnedictuin fructum ventris tui, nobis post hoc cxsilium ostonrtc! O clcmcns, opia, o rtulcis Virgo Maria! V. Ora pro nobis, sancta Pci gonitrix. 1». Ut rtigni officiamur pro-missionibus Cliristi. o n emus. Omnipotens, senipitorne Deus, lt;jui gloriosae Virginis Matris Marine corpus et animani, ut rtignuni Filli tui Ijabitaculuni eflici mororetur, Spiritu Sanc-to cooperante praeparasti: da, ut cu jus coinniemoratione lae-taniur, ejus pia intercossione ab instantibus malis et a niorte porpctua liboremur. Per eunirteni Christum Dominum nostrum. Amen. 11 I. (J 1 N A Regina coeli, laetare. Alleluia! Quia quem meruisti portare. Alleluia! Kesurrexit sicut rtixit, Alleluia! Ora pro nobis Deum, Alleluia! V. Gande et laetare, Virgo Maria, Alleluia! Igt;. Quia surrexit Dominus vere. Alleluia! |
Tot u roepen -\vij, zuclitend en weeiiend, in rtit dal van tranen Welaan dan, onze Voorspreekster, sla op ons uwe /.oo barmlia rtige oogen. En toon ons, na rteze ballingschap, Josus, rte gezegemlo vrucht Uws lichaams! O goedertierene, o meertoógondi, u zoete Maagd Maria! V. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods. li. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. LAAT ONS BIDDEN. Almachtige,eeuwige God, die liet lichaam en de ziel der roem-rijke Moeder-Maagd Maria, door rte medewerking van den H. Geest, tot eenewaar-rtige woonplaats van Uwen Zoon hebt bereid: ^lt;^1. dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorspraak van alle dreigende onhoiU ii en den eeuwigen dood verlost worden. Door Christus onzen Heer. Amen. C O E L I. Koningin des hemels,verblijd U, Alleluja! Omdat Hij, dien Gij verdiend hebt te dragen. Alleluja! Vorrozen is zooals Hij gezeul hooft. Alleluja! Bid God voor ons. Alleluja! V. Verheug en verblijd I', o Maagd Maria. Alleluja! li. Want do Heer is waarlijk verrezen. Alleluja! |
175
|
O K E M U S Deus, qui por ResiUTcctioiiom Filii tui, Doiuiui nostri Jcsu Ciiristi, uiuuduiii laotificarc clignatus os: praosta quaesu-uius: ut por ejus Geuitrice u, Virgiiiom Mariaiu, porpotuao capiamus gaudia vitao. Por ouuuloiu Cliristum Dominum nostrum. Amen. |
1. A A T ONS 1! 1 1) D E N. O God, die U gewaardigd hobt, door do vorrij/.onis van Uwen Zuou, onzen Hoer Jesus Christus, du wereld tu verblijden-geef, bidden wij U, dat wij door zijne Moeder, do Maagd Maria, mogen geraken tot do vreugde des eeuwigen levens. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. |
T E J) E IJ M L A U DA M US.
|
Te Deum laudamus: te Dominum conlitemur. Te aeternum Patrem: omnis terra veneratur. Tibi omnes angoli: tibi cooli et univorsao potestates. Tibi Cherubim ot Seraphim: in-cessabili voce proclamant: Sanctus, Sanctus, Sanctus, Domhuis Deus sabaoth. Pleni sunt cooli et terra ma-jestatis gloriae tuae. Te gloriosus Apostolorum chorus. Te Prophetarum laudabilis numerus TeMartyrum candidatus laudat exércitus. Te per orbom terrarum Sancta conlitetur Ecclesia, Patrom: immensae majostatis Venerandum tuum verum: ot unicum Filium. Sanctum qwoquo: Paraclitum Spiritum Tu Rex gloriae ; Christo |
U, o God, loven wij : U, o Heer belijden wij. U, Eeuwige Vader vereert de gansche aarde. /.1 de engelen, de hemelen en alle machten te zamen. lgt;e Cherubynen en Seraphynen roepen à eindeloos toe; Heilig,Heilig, Heilig: i^ de Heer, do God der heirschai en. Hemel en aarde zijn vol van den luister Uwer heerlijkheid. Het glorievolle koor dor Apostelen. Het lofwaardig getal der Profeten ; En het schitterend hoir der Martelaren looft U. De 11. Kerk belijdt U over geheel de aarde. U, don Vader dor onmetelijke heerlijkheid, Uwen aanbiddonswaardigon, waarachtigen eneenigen Zoon, En den H. Geest, den Vertrooster. Gij Christus zijl de Koning der glorie. |
176
|
Tu Patris: sempiternus es Fi-lius. Tu ad IiberaiKlum suscopturus hominem: non horruistiVir-giiiis utorum. Tu dcvicfco mortis aculeo : ape-ruisti crcdentibiiö rogna cue-lonini. Tu ad dexterani Dei sedes: in gloria Patris. .Index credcris : esse venturus. To orgo quaosumus tui^ famulis subveni: quos pretioso sanguine redemisti. Aeterna i:ie cum Sanctis tuis: in gloria munerari. Salviim fac popnlnm tuum Do-niine: et benedic haereditati tuae. Et rego cos * et extollo illos usque in aotcrnum. l'er singulos dies: benedicimus te, Et laudanjus nomen tuum in saeculum: et in saeculum saeculi. Dignare Domino die isto: sine peccato nos custodire. Miserere nostri Domino = miserere nostri. Fiat misericordia tua Domino super nos: cjuemadmodum sporavimus in te. In to Domino speravi = noncon-fundar in aeternum. Amen. |
Gij zijt de eeuwige Zoon dea Vaders, Toen Gij om den mensch to verlossen diens natuur zoudt aannomon, bebtGij den school der Maagd niet geschroomd. Gij hebt don prikkel des doods overwonnen en den geloo-vigon het hemelrijk geopend. Gij zetelt aan do rechterhand Gods, in do glorie dos Vaders. Wij goloovon,datGij zult komen als rechter. Daarom bidden wij U: kom Uw. dienaars te hulp, dio Gij door uw dierbaar bloed hebt vrijgekocht. Laat ons gerekend worden onder het getal dor Heiligen in do eeuwige glorie. lieer maak Uw volk zalig en zogen Uw erfdeel. Eegoer en verhof hen tot in oouwighoid. Tolken dag zullen wij U prijzen, Loven Uwen naam in eeuwigheid tot in do eeuwen dor eeuwen. lieer, gewaardig U ons dezen dag van zonden te bewaren. Ontferm U onzer, Heer : ont -form U onzer. Uwe barmhartigheid kome over ons, volgons do boop die wij op U gestold hebben. Op U, o Hoer, heb ik gehoopt: ik zal niet fco schande worden in eeuwigheid. Amen. |
LIEDERENKRANS. i __
MEIZANG VOOll MAlilA.
Wees ons gegroet, o leliereine Maagd, Wie, toen de dag der redding was gedaagd, Het Leven om liet leven heeft gevraagd,
Tot lieil der wereld!
Bij 't ruisclien van liet lieflijkst tempeldielit, ]?ij geur en glans vau 't Godgewijde licht, Zij U weer de eêlste bloementroon gestielit, Met dauw bepereld!
f Kom, heiige Bruid, het barre wintertij Met regenvlaag en stormen is voorbij,
Treed op, bekroon het lentefeest, zoo blij
Begroet vau verre!
liet teederst groen, in milder lucht gedijd. De fraaiste tuil der eerste bloemen wijd Ik U, die 't eerst do wereld heeft verblijd, O Morgensterre!
O Koningin, versmaad de gave niet,
Wier geur vervliegt, wier verve ras verschiet, Ook om de hand, die deze hulde U biedt,
Van luttel waarde.
Geen keurgebloemte omzoomt mijn levenspad; Vorstinnensier werd U geboden, had Ik deel slechts in den rijkeu bloemenschat Van Uwe gaarde!
8*
Aan de Koningiü van den Allerh. Kozenkrans.
rooiï
P. ZWART.
liLIJDE GEHEIMEN 1).
I
Uit den lioogcn Hemel kwam
De Engel Gods Maria groeten En ze ontving het goddelijk Lam,
Dat voor aller schuld zou boelen. Zuivre Moeder van den lieer,
Zie op arme zondaars neêr!
II
Door Haar nicht Elisabeth
Als Gods Moeder hoog geprezen Wil de Maagd van Nazareth
Toch haar dienaresse wezen; Groote Hemelkoningin,
Stort ons hart Uw ootmoed in!
III
Moeder zonder smet of smart. Om de zoete hemelvreugde.
Die in Bethlems' stal Uw Hart
Met haar rcinen stroom verheugde, Breng Hem, die U toebehoort. Ook in onze harten voort.
1) Te zingen als â Wees gegroet op hinüerloonquot;
â
17ö
IV
Toeu du grijze Simeon
In zijn arm Uw Kiiul mocht dragen, l'rces liij do eeuwige levenszon,
Die zijn sterflijk oog zug dagen, Moeder, geef dat ook ons oog Eens dat heil aansehouwen moog'.
V
Moeder, om dien blijden stond,
Toen Ge Uw Kind, zoo droef verloren In den Tempel wedervond.
Weer /jijn zoele stem mocht hooren, * Vraag een zuiver hart voor mij
Waar ]Iij steeds te vinden zij!
UKOEVE GEHEIMEN. 1).
I.
Om Uw doodsangst, die steeds groeide, Tot U 't bloedig zweet ontvloeide,
In den hof Gethsemané,
Jesus, laat mijn laatste stonden Me eeuw'ge rust en vreugd verkonden. Vol zijn van Uw hemelvree.
II.
i
Jesus, om de ontelbre slagen.
Die Ge onschuldig moest verdragen In Uw felle geeseling,
1) Tc zingen als: âStahat Mater.quot;
180
Houdt mijn lichaam ongeschonden,
Leer mij boeten voor de zouden.
Die het schuldig vleeseli beging.
III.
Om me Uw liefde al meer te toonen. Liet Ge Uw hoofd met doornen kronen,
â¢lesus, welk een folterpiju!
Laat de vrucht dier wreede hulde Die Uw goedheid voor mij duldde. Me eens een kroon van glorie zijn.
IV.
Hebt Ge Uw kruis voor mij gedragen .lesus, moogt Gij dan niet vragen, Dat ik 't mijne voor U draag? Gun slechts, dat ik, bij 't aanschouwen Van mijn zwakheid, vol vertrouwen Uw genade en sterkte vraag.
V.
Aan het kruishout vastgeklonken, Spreidt Ge Uw schoonste liefdevonken.
Stervend in do wreedste pijn.
.lesus, moge Uw vijftal wonden Mij genezen van mijn zonden;
Moge Uw dood mijn leven zijn.
GLOME RIJKE GEHEIMEN.
I.
Maria, wisch Uw tranen af.
Uw Zoon rees heerlijk uit Zijn graf!
181
Leer Uw vernederd kroost voortaan Uit zonde en boosheid op te slaan.
II.
Bij d'intoclit in '/Aji. heerlijkheid Heeft Jesus ons een plaats bereid; Maria leid ons aan Uw hand Naar dat volzalig Vaderland.
III.
Maria, bid den heilgen Geest,
Wien üe altoos dierbaar zijt geweest, Ja, wiens verkoren Bruid Gij zijt, Dat Hij ons met Zijn komst verblijd',
IV.
Zoo hebt Ge Uw levenstaak volbracht; Stijg op, Maria, Jesus wacht!
Stijg op en trek ter hemelstee Onze al te trage harten mee!
V.
O Moeder, door Uw God en Zoon Verheerlijkt met de hemelkroon. Versmaad ook de arme hulde niet, Die onze kinderliefde U biedt.
Aan 0. L. Vrouw van liet H. Scaimlier. 1)
Wees, Maria, wees gegroet!
Voor het Kleed, van U ontvangen,
Wijd ik U, zoo rijk, zoo goed,
Dankbaar bede en jubelzangen.
Wees geprezen voor de sier Van Uw heilig Scapulier 1
Hebt Ge aan 't Kruis, waar Jesus leed,
In Zijn ofter deel genomen;
Door Uw heilrijk schouderkleed
Doet Ge opnieuw genaden stroomen, Voor Uw dienaars, U zoo dier,
Koningin van 't Scapulier!
Als een teedre moeder, trouw
In 't bewaken van Uw kinderen,
Wilt Gij onheil smart en rouw
Zelfs gevaar voor mij verminderen. Des te blijder roem en vier Ik Uw heilig Scapulier.
1) Te zingen als: âLieve Moeder van den lieerquot;.
183
Hoogverheven, zuivre Maagd,
Vrij van zonden, lijk in deugden, Die aan God het meest behaagt
Meest ook deelt in 's Hemels vreugden ; 'k Wil Uw voorbeeld volgen, lier Op Uw roemrijk Scapulier!
Deel met milde moederhand Mij dan Uwe gaven mede,
Die Ge als kostbaar onderpand
Hebt beloofd op Simons' bede;
Dat ik sterve in reine sier Van Uw heilig Scapulier.
I
I
I
, { r-
Lied der Broederschaii van het H. Scaimlier. 1)
Maria, Koniuginue
Van lieel liet hemelscli hot', ü milde llijksvorstinne,
Wij zingen Uwen lol'!
Nooit moede in U te prijzen Voor Uwe gunstbewijzen,
Maria, Maria, Moeder U ter eer!
Hebt Gij ons boven velen Getooid met Uwe sier,
Door 't Kleed ons mee te deelcn,
Uw roemrijk Scapulier;
Wij willen 't alle dagen Met grooter godsvrucht dragen, Maria, Maria, Moeder U ter eer!
Dan mogen wij verwachten
Een heilrijk levenslot,
Terwijl wij immer trachten, Te sterven eens in God, En 't Scapulier te wijden Door 's levens strijd te strijden, Maria, Maria, Moeder U ter eer!
1) To zingen als: âMaria's heehl ie mkldenquot; ... of âKom nog een kindevhede?'
180
O Moeder, sta Uw kinderen
Dan bij in allen nood,
Wil nooit de gunst verminderen
Die 't Scapulier ons bood;
Opdat wc IJ eeuwig prijzen Voor Uwe gunstbewijzen,
Maria, Maria, Moeder ü ter eer!
ROSA MYSTIC A.
Spreid, Maria, tccdre lloze.
Pronk van 's Hemels' lentegaard'. Spreid, o uitgelezen 15!oeme, Uwe geuren, die ik roeme
Meer dan kostbre woorden waard!
It om mystica! verborgen, O geheimnisvolle Hoos!
Door liet eeuwig Woord geprezen', Onder allen uitgelezen
Wijl Rij U tot Moeder koos.
Wondre Roze! en Onbevlekte,
Sohoone zonder wederga! Meest-bevoorreelit, meest-gevierde. Wie de glans der Godheid sierde. Overstort door Gods' gena!
lïoven allen praalt (ie, o Roze, In der Heiligen Hof geplant' Lieflijk, als de bloesemknoppen, Zoeter dan de balsemdroppen
Geurt Ge in Christus' lustwarend'
Is7
Geestelijke Eoos, Maria,
Sious' (loclitrenrij ten roem! Door Uw reinheid, Smettelooze, Onbevlekte, Seliuldelooze,
/ijt (Jij Sions' maagden Bloem!
«
O Maria, schoonste lloze,
1'ronk vau 's Hemels lentegaard, Uitgelezen liloem iler bloemen.
Laat ons eens Uw luister roemen, Jublend om Uw troon geschaard
IMPRIMATUR.
Fii. BONAV. VAN DER VELDEN, l'/uo. Carm.
Zenuerkn ld Mei IS'JO.
DR. IGN. VAN OS,
Libr. Cens.
Groningen 9 Juni 18!)0.
â
1
1 N H O U D.
Voorreden............2
ITistoriseh overzicht der devotie tot O. L. Vrouw van den berg Kar mei en der Broederschap
\ van het II. Scapulier........9
Rechten en verplichtingen van de leden der
Broederschap van het H. Scapulier . . . 17
Aflaten.............22
Gebeden,
Morgengebed...........20
Avondgebed............28
Gebeden onder de II. Mis........32
Gebeden voor de Biecht........52
Gebeden na de Biecht........58
Gebeden vóór de H. Communie.....00
Gebeden na de II. Communie......74
Hart aan Hart met Jesus.......81
( Litanie van het allerheiligst Hart van Jesus . 84
Bede tot Maria..........87
Negendaagsche oefening ter eere van O. Ti. Vrouw van den berg Karmel.....89
Litanie van O. L. Vrouw van den berg Karmel 112 Bede tot O. L. Vrouw van den berg Karmel . 116
iNiioun.
Biz.
Teedcrc vcrzucliiingcn lot Maria.....119
Litauio van Lore to.........120
Maria, mijne Moeiler.........124
Litanie ter eere van de Onbevlekte Ontvangenis
der allerheiligste Maagd Maria.....127
Aan Maria, Onbevlekt Ontvangen.....18.'}
Smeekgebed tot de allerheiligste Maagd, om de deugd van zuiverheid en sterkte in den strijd
voor deze engelaehtige dengd.....187
Gebed van Pater Znchi tot dezelfde intentie . 140 Litanie van O. L. Vrouw van Lourdes . . .141
Groet en bede aan O L. Vrouw van Lonrdes. 141-Gebed van den II. Thomas van Aquinen tot ue
allerzaligste Maagd.........145
Litanie tot het H. en Onbevlekt ITart van Maria 140
Bede tot het II. Hart van Maria.....149
Gebed tot het allerminnelijkst Hart van Maria
voor de bekeering der zondaren . . â . 151
Gebed voor de afgedwaalde ehristenen ... 158 Gebed van den II. Franeiseus Xaverius voorde bekeering der ongeloovigen . . . . . .153
Gebed voor de overledenen.......154
Gebed tot den gekrnisten Jesus.....155
Gebed van den II. Ephrem tot de allerzaligste
Maagd Maria......... . 155
Litanie tot den 11. Joseph .... . . 157
Gebed tot den H. Joseph.......161
Gebed van Z. II. Leo XIII tot den IT. Joseph 108
Bede tot den 11. Joseph om een zaligen dood 164
Beden tot den II. Simon Stoek.....105
lij/innen der IT. Kerk.
Adoro Te......... . .108
Pange lingna...........170
iNiionn.
Biz.
Ave Maris steil a..........I7i
Magnifieat...........172
Salvo llegina..........173
Rcgina eoeli. . . .......174
To pen in lauclamns.........i75
LiederenJcrans.
Meizang voor Maria.........177
Aan de Koningin van den I!, llozcnkrans.
lilijile geheimen..........178
Droeve geheimen ... . . . . .170
Glorierijke geheimen........180
Aan O. L. Vrouw van het 11. Scapulier . ,182 Lied di-r Broedersehaj) van het II. Scapulier . 184 Rosa mystica...........180
:-X , â - â ' -â
â
quot;
-----â 1 'i!
; â¢
'â 'â 5 r. -;â â -:-' :'x 1
⢠â¢.- .. â ⢠- â¢â¢,.-â .
. .. -t - '
'
â .' -'r-: quot;
- ,
_ ^