.60
en Wotliondovs van Arfilioin doen te weten,
vastgesteld de
t * gt; iC* 'r* Æ ^ j \ ' ^ /7
(l^tr fioor.'J^n K^fid dier gemeente in züfw vergadering van 14 vVngpstns _L8^f7 is vastgesteld de vsiümide, verordening:
'ciidfi verordening :
Art. 1.
In deze verordening wordt verstaan onder vee:
runderen, kalveren, schapen, geiten, bokken, varkens, paarden, ezels, muildieren en muilezels;
onder vleeseh :
alle rauwe bestanddeelen van bovengemeld vee afkomstig en geschikt of bestemd om den niensch als voedsel te dienen, onverschillig of zij al dan niet en hoe zij zijn bewerkt of vermengd, uitgezonderd bet toebereide vleeseh, dat verpakt ingevoerd en verkocht wordt in hermetisch gesloten blikken of flesschen.
Art. 2.
Ieder die het beroep van vleeschhouwer, slager of vleesch-verkooper uitoefent, overneemt, aanvangt of binnen de gemeente verplaatst, is verplicht daarvan schriftelijk aangifte te doen aan [burgemeester en Wethouders, minstens 8 dagen vóór den aanvang van liet bedrijf.
VERORDENING op slachting, invoer en
kenrino- van vee en vleeseh.
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT 3088 875 8
560
Art. 3.
De slachtplaatsen, bewaarplaatsen en winkels uitsluitend bestemd voor den verkoop van versch vleesch, zullen luchtige, goed verlichte en droge lokalen moeten zijn, met dichte zoldering, plafond of dak, gladde steenen wanden en ondoor-dringbaren vloer.
Zij zullen tot geen ander doel mogen worden gebruikt en geen rechtstreeksche gemeenschap mogen hebben met stallen, privaten, bergplaatsen, woon- of slaapvertrekken, anders dan door middel van goed sluitende deuren.
Zij zullen niet mogen worden gebruikt alvorens door Burgemeester en Wethouders te zijn goedgekeurd.
Het is aan vleeschhouwers, slagers of vleeschverkoopers verboden vee te slachten of te doen slachten in andere dan door Burgemeester en Wethouders ingevolge de bovenstaande bepalingen goedgekeurde slachtplaatsen.
Art. 4.
De laatste alinea van artikel 3 is niet van toepassing in geval van noodslachting.
In dit ffeval is de houder of de eigenaar van het stuk vee
O o
verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan den 1sten keurmeester.
Zoolang de keuring niet is geschied, is de houder of eigenaar van het uit nood geslachte dier verplicht te zorgen, dat het noch geheel, noch gedeeltelijk worde vervoerd.
Art. 5.
Het is verboden, behalve in geval van noodslachting, vee te slachten of te doen slachten op of aan den openbaren weg
2
560
of op plaatsen binnen erven ol gebouwen, waar zulks van deu openbaren weg zichtbaar is.
Het bloed en de afval van het geslachte vee moeten dadelijk na de slachting opgezameld worden in behoorlijk met een deksel te sluiten bakken of vaten. Bloed en afval mogen van 1 April tot 30 September niet langer clan 24 uren en van 1 October tot 31 Maart niet langer dan 2 maal 24 uren worden bewaard.
Ieder, die vee slacht of doet slachten, is verplicht te zorgen, dat de afval of het bloed daarvan afkomstig, niet, hetzij geheel of gedeeltelijk, hetzij met water vermengd, of onvermengd, op den openbaren weg of in de openbare goot gerake.
Art. 6.
Aan keuring is onderworpen:
a. het vee dat voor of door de iu art. 2 bedoelde personen binnen de gemeente wordt geslacht;
b. het vleesch van het sub a bedoelde vee na de slachting;
c. het vleesch dat in de gemeente wordt ingevoerd.
liet is aan vleeschhouwers, slagers of vleeschverkoopers verboden vee te slachten of te doen slachten zonder voorafgegane kennisgeving aan een der keurmeesters en daarop gevolgde keuring.
Art. 7.
Behalve in het geval van noodslachting wordt vleesch van vee, binnen de gemeente geslacht, niet gekeurd zonder dat vooraf het bewijs wordt vertoond dat het dier vóór de slachting is gekeurd.
3
560
Art. S.
De in artikel - bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat liuu binnen de gemeente geslacht vee niet alle daarbij belioorende organen onafgehakt binnen de slachtplaats blijft totdat de keuring van het vleesch is geschied.
O O
Zij zijn tevens verplicht te zorgen, dat de van gemeentewege op of aan het vleesch aangebrachte, door Burgemeester en Wethouders vastgestelde keurmerken, niet daarvan worden verwijderd, onduidelijk gemaakt of verplaatst.
Burgemeester en Wethouders kunnen voor bijzondere gevallen voor een bepaalden tijd schriftelijk ontheffing verleenen van het voorschrift, opgenomen in de eerste alinea van dit artikel.
Art. 9.
Het vee wordt geacht niet te zijn gekeurd, wanneer de slachting ervan niet binnen 2 X 24 uren na de keuring heeft plaats gehad.
Art. 10.
Afkeuring van vee kan alleen geschieden door den lston keurmeester. Hij kan in zoodanig geval de afmaking en, voor zooveel noodig, de vernietiging daarvan gelasten.
Hij 1 van de huid, de horens of andere deelen ter beschikking van den eigenaar laten.
De mogelijke opbrengst van het afgemaakte dier komt ter beschikking van den eigenaar.
Art. 11.
Indien vleesch is afgekeurd, is de belanghebbende bevoegd herkeuring aan to vragen. Ilij richt zich daartoe onverwijld
4
560
schriftelijk tot deu lsten keurmeester, die zoo spoedig mogelijk de herkeuring verricht, bijgestaan door de andere keurmeesters.
Art. 12.
Het is verboden vee of vleesch dat is afgekeurd, of vleesch, dat tot bederf is overgegaan of schadelijk is voor de gezondheid, te vervoeren tenzij met schriftelijke vergunning van den lsten keurmeester.
Art. 13.
Bet is verboden ongekeurd vleesch binnen de gemeente te vervoeren.
Deze verbodsbepaling is niet van toepassing:
a. voor ondernemers van openbare middelen van vervoer, voor zooverre zij zich voor het door hen vervoerde vleesch hebben voorzien van een door de gemeentepolitie afgegeven geleidebiljet;
b. op vleesch, dat wordt doorgevoerd ;
c. op vleesch, dat in de gemeente wordt ingevoerd, mits het alsdan rechtstreeks en onmiddellijk worde gebracht naar het keuringslokaal, ot de vervoerder zich aan den naastbij gelegen politiepost voor het door hem vervoerde vleesch hebbe voorzien van een geleidebiljet, als bedoeld onder a.
De geleidebiljetten, bedoeld onder a en c zijn slechts gedurende twaalf uur na de aangifte van kracht.
Het is verboden een geleidebiljet te gebruiken voor ander vee of vleesch, dan voor dat waarvoor het is afgegeven.
5
560
Art. 14.
Het is aan de persoueu bedoeld iu art. 2 verboden ten verkoop aan te bieden, in voorraad te hebben, te verkoopeu, te verruilen, ten geschenke te geven of afquot; te leveren:
a. vleescb. dat tot bederf is overgegaan of schadelijk voor de gezondheid is;
b. afgekeurd vleesch;
c. ongekeurd vleesch.
Het verbod sub c bedoeld, is, voor zooveel betreft het in voorraad hebben, niet van toepassing op vleesch afkomstig van vee, waarvan de keuring na het slachten nog moet plaats hebben.
Art. 15.
Vleesch, dat, na te zijn goedgekeurd, later blijkt niet meer te voldoen aan de eischen van goed en onschadelijk voedsel voor den mensch, wordt op last van den lstequot; keurmeester in beslag genomen en door de politie vernietigd.
Art. 16.
De personen in art. 2 bedoeld zijn verplicht toe te laten, dat de keurmeesters het vleesch insnijden of doen insnijden, daaraan eenige bewerking doen ondergaan of deelen daarvan tot een nader onderzoek medenemen.
Art. 17.
Ieder vleeschhouwer, slager, vleeschverkooper, zoomede ieder vervoerder of invoerder van vleesch en hunne bedienden of plaatsvervangers zijn verplicht al het vleesch dat zich in hun bezit of onder hun beheer bevindt, aan de ambtenaren en
ü
560
beambten, bedoeld bij art. 26, op hunne vorderiug ouverwiild aan te wijzen en toe te laten, dat het ter verzekering van de naleving der bepalingen van deze verordening worde onderzocht.
Art. 48.
Het is verboden in de gemeente vee in te voeren, dat teekenen van ziekte vertoont, tenzij met schriftelijke vergunning van den lsten keurmeester.
Art. 19.
Het is verboden vleesch in de gemeente in te voeren van 1 Mei tot 31 October tusschen 7 uur des avonds en 7 uur des morgens; van 1 November tot 30 April tusschen 6 uur des avonds en 8 uur des morgens. Het is verboden des Zondags vleesch in de gemeente in te voeren.
Art, 20.
Het ingevoerde vleesch zal in het van gemeentewege aan te wijzen keuringslokaal, tegen voorafgaande betaling van de kosten door den vervoerder of ontvanger, worden gekeurd eiken werkdag van 1 Mei tot 31 October 's voormiddags van 7 tot 10 uur, des namiddags van 3 tot 6 uur; en van 1 November tot 30 April des voormiddags van 8 tot 10 uur, des namiddags van 2 tot 4 uur.
Art. 21.
De bepalingen van de artikelen 13, 19 en vi0 zijn niet toepasselijk op vleesch ingevoerd bij hoeveelheden van ten hoogste 10 kilogrammen en noch middellijk noch onmiddellijk bestemd voor vleeschhouwers, slagers of vleeschverkoopers.
7
560
Art. 22.
De in art. 2 bedoelde personen mogen van buiten de gemeente ingevoerd vleesch niet anders in ontvangst nemen of vóór de keuring niet anders voorhanden hebben dan bij geheele of halve dieren, in welk geval dan de vliezen zich aan het vleesch moeten bevinden ; terwijl uiers, hart, longen, lever, milt, nieren, alsmede wat koeien betreft, de baarmoeder, en, wat paarden betreft, de kop, tot na de keuring aan het ingevoerde halve dier of aau een of aau de beide heltten van het ingevoerde dier of wel a-in het in ziju geheel ingevoerde dier bevestigd moeten blijven.
Van bovenstaande verbodsbepaling zijn uitgezonderd runderhazen en runder- en kalfstongen, kalfszwezerikken en schaaps-coteletten, koppen en borst- en buikinorewanden van vee.
Burgemeester eu Wethouders kunnen in bepaalde gevallen schriftelijk ontheffing verleenen van de bepaling van het eerste lid van dit artikel.
Art, 23.
Het is verboden in te voeren :
a. vleesch, dat tot bederf is overgegaan ;
b. afgekeurd vleesch ;
c. gestorven vee.
\rt. 24.
Het is verboden uit nood geslacht vee in te voeren tenzij met voorafgaande schriftelijke vergunning van den l8tei1 keurmeester.
Art. 25.
Ieder vervoerder van vleesch is verplicht de krachtens deze verordening verleende vergunningen of ontheffingen alsmede
8
560
het bewijs vim keuring of het geleidebiljet, op de eerste
vordering vau de ambtenaren, belast niet het opsporen van
overtredingen dezer verordening, omniddelliik te vertoonen.
t
Art. 2G.
Behalve de in artikel S van het Wetboek van Strafvorderinii' genoemde ambtenaren zijn met de opsporing van overtredingen dezer verordening belast de keurmeesters van vee en vleesch, alsmede de ambtenaren en beambten der gemeentepolitie.
Art. 27.
Door Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld en aan den Raad medegedeeld eene instructie voor de keurmeesters van vee en vleesch.
Art. 28.
Elke wegens overtreding dezer verordening uitgesprokene en onherroepelijk gewordeue veroordeeling wordt bij uittreksel bekend gemaakt in een der plaatselijke nieuwsbladen. Het uittreksel bevat den naam en de woonplaats van den overtreder, den aard der overtreding en de dasjteekening van het vonnis.
O O O
Art. 29.
Alle ambtenaren en beambten in art. 26 bedoeld en zij, die tot de uitvoering van de bepalingen dezer verordening moeten medewerken, worden gemachtigd om voor het toezicht op de naleving van de artikelen 2, 3, 5, 8, 14, 16, 17 en 22 dezer verordening de woningen der ingezetenen huns ondanks binnen te treden, met inachtneming van de voorschriften van de wet van 31 Augustus 1853 (Staatsblad No. 83), terwijl hun mach-
9
560
tiging wordt gegeven om zulks teu uilen tyde te doen, voor zooveel betreft het toezicht op de naleving van de artikelen 3, 5 en 14.
Art. 30.
Alle vleesch of vee, waarmede eenige overtreding dezer verordening is gepleegd, kan worden in beslag genomen en vernietigd.
Indien het alsnog wordt goedgekeurd of keuring onnoodig
O O O O O
wordt geacht, zal het worden teruggegeven aan hem, onder wien het is in beslag genomen.
O O
Art. 3i.
Overtreding van de artikelen 2, 3, 4 al. 2 cn 3, 5, 8, 12, 13, 14, 1G, 17, 18, 19, 22, 23, 24 en 25 dezer verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of eene geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden, met of zonder verbeurdverklaring van de aan den veroordeelde toebehoorende voorwerpen, waarmede de overtreding is gepleegd.
Art. 32.
Deze verordening geldt slechts voor zoover in het daarbij geregelde niet bij eene wet of eenen algemeenen maatregel van bestuur is voorzien.
Art. 33.
Deze verordening treedt in werking den 1 November 1897, met welken datum worden ingetrokken de op 21 Deceinber 1881 vastgestelde verordening op de keuring van levend vee, vleesch en spek en visch en den verkoop van vleesch en spek en visch binnen de gemeente Arnhem en artikel 10 van de verordening van politie op de openbare straten, wegen,
10
560
pleinen, wandelingen, kaden en wateren der gemeente Arnhem, vastgesteld op 21 December 1881.
Zijnde deze Verordening aan de Gedeputeei'de Staten van Gelderland, volgens hun bericht van den 19 Augustus 1897 no. 10, in afschrift medegedeeld.
Eu is hiervan afkondiging geschied, waar het behoort, den 25 Augustus 1897.
Dc Burgemeester, A. v. LAWICK v. PABST.
11
De Secretaris, N. DE KEUS Ell, l. s.
Ingeschreven in het register der Verordeningen onder no. 5(50.