ocr page 1
ocr page 2

\

r |

i

\

ocr page 3
ocr page 4
ocr page 5

jSx. jloZEF-j^ERK VAN pE\ONINGEN,

BESCHRIJVING

VAN

EN

DOOK

A. B A. DER K SEN,

Kapelaan.

(MET PLATEN.)

UlTGKGEVEN TEN ÜAl'E VAN DK KERK. 1897.

ocr page 6
ocr page 7

Aan

DEN j-ÏOOGEERWAARDEN f-loCIGGELEERDEN j^EER

IGNATIUS ANTONIUS VAN OS,

Doctor in de H. Godgeleeidheiil,

Kannnnik van let Metropolitaan Kapittel m let Aartslisdoin ülreclt, President ïan het Seminarie te Rijsenburg,

HöÖGLEERAAR IN HET KERKELIJK RECHT,

Eerstel Pastoor Her St. MM m Grom»,

WORDT DEZE BESCHRIJVING mei' Cnjigt;oii9ete Jt'ooLjacfiling en SetCquot;gt;ie9

OPGEDRAGEN.

ocr page 8
ocr page 9

Voorbericht.

In aHfti eenvoud icensch ik hier het doel ran lt;1 if boekje te verklaren; het icil eene beschrijving geren van altaren, ramen en communiebank, dus (iHeen van hetgeen zich bevindt in het voorste gedeelte onzer Kerk; het ivenscht eene verklaring te geven der voorstellingen en si/mbolen, en de beteekenis van verschillende zaken uit te leggen. Daarom is het misschien overbodig te zeggen, dat over kunst hier niet gesproken wordt, ook omdat kunstkennis en kunstgeroel daartoe ver-eischten zijn; ofschoon de sieraden onzer St. Jozef-kerk door velen zoozeer als kunstwerken worden geroemd, dat het roor iemand, die met eene heilige geestdrift de heilige kunst kan naardeeren, een dankbare arbeid wezen zou hare pracht en verhevenheid te beschrijven. Ook weet ik dat over verschillende voorstellingen van personen en zaken verschillende ge roelens en uitleggingen bestaan; doch eene redelijke verklaring was hier voldoende, daarbij was ik gebonden om eene verklaring te geven volgens hetgeen door den kunstenaar was afgebeeld.

Dit boekje heeft zeer vele gebreken; de wreedheid, zelf die fouten te belijden en aan te wijzen, bljve mij gespaard; iedereen zal ze terstond bemerken. Niet om die fouten te verontschuldigen, maar om het ontstaan van eenige aan te wijzen, hoop ik daarom dat iedereen ook de onmogelijkheid zal inzien om in dit boekje eene uitvoerige levens-

ocr page 10

heselmjviny der heiligen te f/even; daarbij bedenke men dat de verMarinyen ran vele voorstellinf/en niet breeder uitye-irerl-t konden irordcn, omdat eeniye iceyem den mmenhany met theoiogisrlie en exegetische vraagstukken coor velen niet duidelijk genoeg zonden zijn, andere uit den aard der zaak ook te duidelijk konden zijn. Doch bij de beschrijving van hoofdaltaar, ramen in het priesterkoor en communiebank trachtte ik helder en klaar te zijn voor iedereen; alleen bij de uitlegging van de Maria- en St. Jozef-kapel en van het Congregatie-altaar veroorloofde ik mij cenige vrijheid, omdat de kunst zich hier in weelderiger vormen openbaart en de wijze van voorstellen dikwijls aan vrome legenden, eerbiedwaardige overleveringen of aan mgstieke voorafbeeldingen is ontleend; die vrijheid worde verontschuldigd.

Waarom die terten en aanhalingen? Op het gevaar af van niet terstond door sommigen begrepen te worden, meende ik toch ze te moeten vermelden; irant eene beschrijving te geven was niet het eenige doel; ik wilde ook, ten minste eeniger mate, aantoonen dat in de katholieke Kerk, die een redelijken eeredienst bezit, (dies vrij van willekeur en rijk aan beteeken is is, dat beelden en symbolen in onze kerk zin hebben en reden en verklaring vinden in de II. Schrift, in de gebeden der Kerk, in de woorden en daden der Heiligen. Hierin is misschien voor iedereen alles niet terstond duidelijk', maar toch vertrouw ik te mogen meenen, dat een geloovig en katholiek gemoed meer begrijpt, gevoelt, zelfs waardeert van den luister onzer kerken, dan somtijds wordt gedacht, wanneer hem ten minste de beteeken is en vit ley worden y eye ven; want de tijd, waarin het kerkelijk leven zich meer in het openbaar onder het volk mocht vertoonen en door het volk werd gekend en yenMen. kan dit yenoeyzaam yetniyen.

ocr page 11

Adii U vooral, pui ochi'ineii ran St. Jozef, motje dit hoekje uuiKjeiuiam zijn (tl* cerhlurintj der sieraden meer Kerk; mrtt ireliriHendheid aanvatirde mijne goede bedoelin;/ en vertjete alle (jehreken ran dit hoekje hij de Iterinnerintj aan hem, die mee zijn naam dit hoekje heeft willen rereeren, aan uwen eersten pastoor, I)r. Ifjiitttiiis Antonius van Os.

Noy worde hier vernield dat Hoofdaltaar, Maria-altaaj-, Cont/i ■ega tie-altaa i ■ en Communiebank hew er kt zijn in het atelier ran den heer Ment/elhert/; de ramen zijn rerraardii/d door den UtrechtscJien kunstenaar Geucr; hef St. Jozef-altaar is afkomstig uit het atelier van den heer Stoltzenherg. Alle voorwerpen zijn grootsche inoninnenten van kunst; en al zul misschien de fijne kunstkritiek eenige fouten ontdekken. wij weten allen dat ieder kunstiverk altijd heneden het ideaal zal hij ven, vooral als het de vei sieving hetreft van de woning voor den Koning der hemelen; want het woord, door den H. Thomas eenmaal over het dichterenlied gesproken, geldt ook van de hgmnen die door alle kunsten op hare wijzen worden gezongen ter eere van het goddelijk Lttin onzer altaren.

Loof zooveel nis gij kunt loven :

Tocli streeft Hij uw lof te boven:

Hein volprijzen kunt go niet.

Zetjene de God onzer altaren dit hoekje!

Gkoningen, Paasclulag 18 April 1897.

A. D.

ocr page 12
ocr page 13
ocr page 14
ocr page 15

HET HOOFDALTAAR.

De H. Joannes in geestvervoering de aaiiI)i(Uliiii,'' van het Lam in liet liemelsclie Jeruzalem: om Zijn troon bewogen zich de koren der engelen en heiligen, en de stoet der zuivere maagden; zij allen zongen een jubellied ter aanbidding van het Lam, dat geslacht is, Wien toekomt eer en glorie, macht en majesteit. Het is een visioen der zegevierende Kerk. Maar ook de strijdende Kerk Gods op aarde heeft de w.oontente Gods in haar midden; de wereld bewaart nog het slachtoffer, dat, evenals op Golgotha, op het altaar met machtig geroep de barmhartigheid des Vaders voor de ongerechtigheden zijner broeders afsmeekt. Want om den troon van het Lam, het Slachtoffer onzer altaren, bewegen zich door alle eeuwen de komende en verdwijnende geslachten der zondige wereld; en uit die droeve scharen, die voorbijgaan, stijgt voortdurend tot liet Lam, dat de zonden der wereld wegneemt, de smeekbede op om barmhartigheid en genade, om ont-, heffing van den zondenlast, welke hen nederdrnkt. Op onze altaren troont het Leven der geheele wereld, het Leven ook van lederen mensch, die het Leven voor zijne ziel zoekt op aarde om het Leven te bezitten in eeuwigheid. 'Voor het altaar genoot de heilige de verkwikking der rust na den afmattenden strijd, de reine Bruid des Heeren vond er de zoete eenzaamheid om te verzuchten

ocr page 16

9

tot Hem, Dien hare ziel beminde; aan het levende kloppende hart des Heeren voelde liet ireloof des (lichters in zich de kracht, om op du vleugelen des adelaars als Joannes op te zweven naar het diepe, grondelooze licht, waarin de (lodiieid woont; en de christen-kunstenaar ontving daar die hoogere wijding, hoogere bezieling om op menschelijke wijze de goddelijke scheppingsdaad na te volgen, en het leven der schoonheid op te wekken in liet vormlooze stof. Het altaar is dan ook de bron van het katholieke leven; het is de glorie van onzen godsdienst. Met offer, dat op Golgotha werd opgedragen, wordt lederen dag op onze altaren herhaald ; want dit is het offer, waarvan (iod door den mond van den profeet Malachias gesproken heeft: „van den opgang der zon tot „den ondergang is Mijn Naam gioot onder de volken, en „op alle plaatsen zal geofferd en Mijnen Naam een rein ,.offer opgedragen worden.quot; ') De luister van het katholieke kerkgebouw vindt daarom zijne verklaring in de goddelijke tegenwoordigheid van .lezns Christus in het H. Tabernakel; voor Hem is het tempelgebouw gesticht, en tot eer en aanbidding van Hem worden alle heerlijke openbaringen van kunst en wetenschap daar saamgebracht. Bij de verklaring van dien uitwendigen luister richten wij dus het eerst onze oogen naar liet altaar.

De onderbouw des Altaars, tombe genaamd, toont drie voorstellingen uit het Oude Verbond, gescheiden door de afbeeldingen der profeten Jeremias en Ezechiel; de profeten Isaias en Daniël staan afgebeeld op de uiteinden der tombe.

Deze drie voorstellingen uit het Oude Verbond hebben eene zinnebeeldige beteekenis; zij zijn voorafbeeldingen

') Mal ach 1:1!.

ocr page 17

3

van liet 11. Sacrament des Altaars. Het Oude Verbond immers had, volgens de woorden des H. Paulus „eene schaduw der toekomende goederen,quot; llebr. X : 1; die toekomende goederen zijn bij uitnemendheid de hemelsclie spijs en drank, eu het waarachtig otter onzer altaren. Daarom zien wij op den onderbouw des altaars die zinnebeeldige voorstellingen aiingebraclit, welke orze gedachte heen wijzen naar het 11. ïSacrament.

De middengroep verbeeldt den mannaregen in de woestijn. Het volk van Israël was de woestijn binnengetrokken; doch toen zij in de woestijn geen eten vonden morden de Joden tegen Mozes. (Jod sprak toen tot Mozes: ,,zie ik zal voor IJ brood uit den hemel doen regenenquot; '); den volgenden morgen was de grond der woestijn overdekt met het manna, kleine witte korreltjes, gelijkende naar de rijp. Met deze spijze voedde God liet Israëlitische volk gedurende zijne veertigjarige omzwerving door de woestijn tot de grenzen van Kanaan.

In de voorstelling des altaars ligt eene jeugdige vrouw in geknielde houding en verzamelt het manna. Op den achtergrond staat een Israëliet, leunende op zijn pelgrimsstaf; vol bewondering over die wondervolle spijs strekt hij zijn hand uit als vroeg hij aan Mozes: Wat is dityquot; Mozes, twee lichthoornen op het voorhoofd dragende, wijst hem met zijn vinger naar den hemel en schijnt hem te antwoorden „dit is het brood, dat de Heer u te eteu heeft gegeven.quot; -)

(iij ziet de aanduiding van het H. Sacrament. Christus zelve heeft de beteekenis ons gegeven, toen hij tot de Joden sprak: „Ik ben het brood des levens. Uwe vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten eu zijn gestorven.

') Exod. XVI ; 4. -) Exod. XVI : 15.

ocr page 18

4

Dit is liet brood hetwelk uit den liemel nederdaalt, opdat, zoo wie daarvan eet, niet sterve. Ik hen liet levende brood, die uit den hemel hen nedergedaald. Zoo iemand van dit brood eet, die zal leven in eeuwigheid, en het brood, dat Ik zal geven, is Mijn vleesch voor het leven der wereld.quot; ') liet manna, dat God uit den hemel deed regenen, is dus een afbeelding van het hemelsche manna, Jezus Christus, nederdalende op het altaar tot spijs onzer zielen.

Wat beteekenen de lichtiioornen op Mozes' voorhoofd?

Zij herinneren ons liet volgende feit uit de 11. Schrift. Nadat Mozes veertig dagen en veertig nachten op den berg had gevast en met (iod had gesproken, daalde iiij neder met de twee tafelen der wet van den berg Sinai. Zijn voorhoofd straalde in heerlijkheid en glans wegens zijn samenspraak met God. Zijn gelaat schoot stralen van licht uit, die als hoornen zijn voorhoofd sierden. Wegens den ontzagwekkenden luister sloeg nu Mozes, wanneer hij later tot het volk sprak, een sluier om het voorhoofd. 2)

Rechts van deze middengroep staat de profeet Ezechiël, die een spreukband in zijn hand draagt met de aanwijzing zijner voorspelling, 3) „en mijne woontente zal zijn onder hen, en ik zal zijn hun God, en zij zullen zijn mijn volk.quot;

Ja! God woont oniler stervelingen,

Het rijk der lieemlen is gesticht!

Bruere, Dithyramhe..

Daarom bidt ook de priester terstond na de consecratie:

') Joa VI : 48 52.

-) Exoil. XXXIV : 29-35.

■■') Ezecli. XXXVII ; 27.

ocr page 19

unde et memores „daarom, o Heer! offeren wij, en uw lieilig volk.quot;

Naast den profeet Ezecliiël ziet gij ile tweede afbeelding uit het Oude Verbond. Onder een verdorden, bladerloozen boom ligt een man, afgemat en uitgeput; liij strekt zijn hand uit naar een stuk brood, hetwelk door een engel hem wordt toegereikt, om daarmede zijne uitgeputte krachten te herstellen. Deze voorstelling herinnert u de volgende gebeurtenis uit het Oude Verbond. ') De profeet Elias moest vluchten voor de woede der heidensciie koningin Jezabel en voor de wraakzucht van koning Achab, omdat hij diens goddelooze regeeringsdaden had berispt en gestraft, zoodat er gedurende drie jaren en zeven maanden geen regen nederdaalde op de verdroogde aarde. De profeet was eene dagreize ver de woestijn in gevlucht; vermoeid van dien tocht en afgemat door gebrek aan voeding en water in de woestenij, zonk hij des avonds onder een boom neder en verzuchtte tot God of het toch des Ileeren wil mocht zijn dat hij hier zou sterven in de eenzame wildernis. Hierop viel hij in oen diepen slaap. Doch een engel Gods daalde neder, stiet hem aan zoodat hij ontwaakte; en hij zag brood en een beker water bij zich staan. De profeet at en dronk, doch wederom zonk de vermoeide vluchteling in een diepen slaap. Xn keerde de engel Gods nogmaals terug, raakte wederom hem aan. en zeide: ,,sta op en eet want 1' wacht nog een verre reis.quot; Nu stond de profeet op, at en dronk, en versterkt door de kracht der spijze trok hij voort, veertig dagen en veertig nachten, tot den berg Gods Moreb.

De aanwijzing van het II. Sacrament is in deze gebeurtenis duidelijk. Wij allen gaan evenals de profeet door

') 111 Hog-. XIX : I -9.

ocr page 20

de woestijn dezes levens heen, en liebhen kracht nooilig, om ook liet einddoel .les levens, dén berg' Gods, het hemelselie sion te bereiken Nn is op onzen tocht door het leven ook ons hot lichaam en bloed des 1 loeren, als spijs en drank gegeven, opdat wij onze krachten der ziel daarmede zonden herstellen en versterken voor den verren tocht naar den borg' der eeuwig'e vreugde, naar het hemelsche Jernzalein.

Pit dns is de beteekonis der ai'beeldingquot;: de ])rofeet Elias, vermoeid van de vlucht, ligt onder een boom, die verdord is wegens de langdurige droogte. Een engel omzweeft hem met de wondervolle spijs in de linkerhand, terwijl zijn uitgostrokte rechterhand aan don profeet den langen weg toont naar den berg lloreb.

Wanneer g'ij nu uwe oogen naar de linkerzijde der middengroep heenwendt ziet, gij den profeet Jeremias; op zijn gelaat teekent zich de droefheid over de rampen van Jeruzalem. De spreukband in zijne handen wijst op don Redder iu alle rampen „waarlijk in den Heer onzen God is het heil van Israël.quot;' ')

Ter linkerzijde van den profeet Jeremias aanschouwt gij de derde voorstelling uit het oude \ erbond, het otter van Melchisedech. De gebeurtenis, hier voorgesteld, is de volgende:3) eens hadden vijf roofzuchtige koningen zich verbondon en waren uitgetrokken tegen vier naburige vorsten, waaronder de koningen van Sodoina en Gomorrha. De roofzuchtige vorston versloegen do koningen van Sodoina en ( iomorrha en hunne twee bondgonooten; zij roofden en plunderden de geheele landstreek, en voerden Lot, Abraham's brooder, met al zijne goederen weg. Toen

') .lor, lil : 23.

-') (een, XIV.

ocr page 21

i

Abraham dit hoorde, verzamelde hij zijne strijdbare mannen om zich, overviel in den nacht de roofzuchtige vorsten en bracht Lot met vrouwen en kinderen en alle bezittingen in veiligheid terug. Op zijn terugtocht kwam Melchisedech, koning van Salem, Abraham tegemoet; deze was priester van den allerhoogsten Ooi. ilij droeg nu aan God eene offerande op van brood en wijn, uit dankbaarheid voorde behaalde overwinning, en zegende Abraham.

Wanneer gij met aandacht de voorstelling op het altaar beschouwt, ziet gij den hoogepriester ]\Ielcliisedecii staande achter een uit steenen opgetrokken altaar, waarop het brood ligt, en een kelk staat, met wijn gevuld. Vol geestverrukking heeft de koning en priester Melcliisedech zijne starende oogen ten hemel gericht, als riep hij den zegen (iods neder op zijne offergaven. In zijn rechterhand houdt iiij den kelk met wijn, zijn linkerhand zweeft zegenend over Abraham.

Voor het altaar ligt Abraham geknield, het hoofd deemoedig buigende over het zegevierende zwaard, waarop iiij niet beide handen rust.

De hoogepriester en koning Melchisedech is eene voorafbeelding van Christus als Hoogepriester van het Nieuwe Verbond. Zoo iimners was Christus voor eeuwen reeds voorspeld. „Gij zij( priester in eeuwigheid volgens ile orde van Melchisedech. ') God zelf wilde dus dat liet priesterschap van Melchisedech eene voorafbeelding moest zijn van ('hristus'priesterschap. Melchisedech offerde brood en wijn, doch dit was slechts voorafbeelding, want Christus, de Hoogepriester des Nieuwen Verbonds, veranderde bij de instelling van Zijn offer brood en wijn in Zijn eigen Vleesch en Hloed. Daarenboven, gelijk Melchisedech, „den

•) I's. C'IX : 4.

ocr page 22

s

Zoon Gods gelijkende gemaaktquot; ') in de H. Schrift geen uiteinde of opvolger in zijn priesterschap heeft, zoo heeft in werkelijklieid het priesterschap van Christus geen einde; Christus offert nog tot het einde der eeuwen Zich Zeiven door de handen des priesters op aan den iiemelschen Vader en blijft dus priester in eeuwigheid volgens de orde van Melchisedech.

Nog vertoonen zich aan het uiteinde der tombe de gestalten der profeten Isaias en Daniël. Isaias aan het uiteinde der linkerzijde draagt de voorspellende woorden op den spreukband in zijne handen 2); „in waarheid, Gij zijt een verborgen God, Gij, God van Israël, Verlosser.quot; In het JT. Tabernakel loeft God, maar verborgen voor onze oogen: verborgen heeft Hij niet alleen Zijne Godheid, maar ook Zijne menschiieid; verborgen voor ons ook zijn de werkingen van dit liefdegeheim in de leiding van de geheele wereld en van iedere ziel.

Ter rechterzijde staat op het uiteinde der tombe de profeet Daniël met de zinvolle tijdsbepaling 3) „en van den tijd, wanneer weggenomen zal zijn de voortdurende offerande en gesteld zal zijn de gruwel der verwoesting, zijn er duizend twee honderd en negentig dagen.quot;

Wat wij tot nu schreven, zal voorzeker voldoende zijn tot verklaring der voorstellingen op den onderbouw of tombe des Altaars. AVij willen nu overgaan tot de verklaring der voorstellingen, welke zijn aangebracht op den bovenbouw des Altaars; en wij zullen het Altaar eerst beschouwen, wanneer de vleugeldeuren zijn gesloten, om

') Ilül.r; Vil : 3.

-■) Isa. XLV : 15.

:|) Par.iiquot;! XU : II.

ocr page 23

daarna do pracht te kunnen bewonderen, welke de ireopemie deuren ons vertoonen.

Wanneer irij aandachtig- toeziet, bemerkt gij juist boven de altaartafel oen smallen band langs de volle breedte des Altaars, waarop niet gulden letters de woorden staan geschreven : „altare privilegiatum qnotidianuin perpetuum.quot; Wat is hiervan de zin? lgt;eze woorden beteokenen dat aan. dit altaar door den Paus van Home liet voorrecht is verbonden van eon vollen aflaat, ioderen dag, voor elke heilige Mis aan dit altaar opgedragen; deze aflaat geldt voor ééne ziel in hel Vagevuur. Deze gunst duurt altijd. De priester moet echter, zoo de kerkelijke voorschriften het toelaten, de aangewezen mis dor overledenen lezen, on zwarte misgewaden gebruiken.

Boven dezen band ziet gij op de deuren van het H. Tabernakel twee jongelingen afgebeeld; do eene draagt oen hun in zijne armen ; do ander een bundel hout op zijne schouders. Hot is eeno voorstelling' van oen otter uit het Oude Verbond. In hot Oude Verbond bestonden er ver-schillendo verordeningen over de otters. Zoo moest de Hoogoprioster dagelijks des morgens een lam als slachtoffer opdragen. Hier ziet gij een jongeling, die het offerlam aanbrengt, terwijl de andore het hout draagt, welks vlammen spoedig het offerlam zuilen verteren. Die otters wezen op liet ééno offer, het ééne ware otter, „onbevlekte Lam Christus,quot; ') die hot otter is onzer heilige Altaren.

De If. Fulgontius zegt daarom „in die vleeschelijke „offers van het O. Verbond was eene aanduiding van „Christus' Vleesch, dat Hij, die zonder zonden is, voor „onze zonden zou opdragen, en eene aanduiding van Zijn

■) Pet. I : !9.

ocr page 24

10

„Bloed, dat Hij tot vergiffenis onzer zonden zou vergieten. „In dit offer echter leeft de dankbetuiging en gedachtenis „aan Christus' Vleesch, dat Hij voor ons heeft opgeofferd „en aan Zijn Hloed, dat dezelfde God voor ons heeft ver-,,goten .... In die offers werd, dus zinnebeeldig aangeduid, wat ons gegeven zou. worden; maar in dit offer „wordt ons glansrijk getoond, wat ons reeds gegeven is. „In die offers werd aangekondigd de Zoon Gods, die voor „de zondaren gedood zou worden; in dit offer wordt Hij „aangekondigd, die voor de zondaren gedood is.quot; ')

Door dit ééne offer werden alle offers des Ouden Ver-bonds afgeschaft; nu de werkelijkheid was gekomen, verdween de voorafbeelding. Want ziende op dit offer des Altaars, dat van de opkomst tot den ondergang der zon Gods naam zou verheerlijken, had God zelf door den mond van den profeet Malachias voorspeld: „Ik heb geen welgevallen in n (offeraars van het O. V.) zegt de lieer dor heerscharen en eene offergave zal Ik niet aanvaarden uit uwe hand.quot; 2) Daarenboven de offers des Ouden Verbonds bezaten slechts heiliü'inakende kracht door bet geloof en vertrouwen in den Christus, die komen zou om als offerlam voor alle zonden der geheele wereld te voldoen. Zoo is dus die afbeelding der twee jongelingen met het lam en den bundel hout een heen wijzing op het offer des Nieuwen Verbonds, dat alle offers van het Oude Verbond deed verdwijnen.

De geheele idee, welke den kunstenaar blijkbaar vervulde bij de vervaardiging des Altaars was, de aanbidding voor te stellen van het goddelijke Lam „dat geslacht is

') De Fido ad Petrum XIX. Mal. I : 10.

ocr page 25

11

Villi liet begin der wereld.quot; ') Evenals in den hemel omringen hier de Engelen, Apostelen en Heiligen den troon van liet Lam, dat gij in den expositie-troon met de vaan der overwinning ziet afgebeeld; de voorafbeeldingen uit hel O. Verbond zijn hier voorgesteld, omdat in hen de aanduiding van het ware ' offerlam, Christus, leefde, en in hun geslachte otters van alle eeuwigheid de dood van het Lam werd aangekondigd. Waarom echter wordt bij de II. Commnunie en het H. Misoffer gewoonlijk van Christus gesproken als van het Lam?

1. Omdat in Christus alle otters van het 0. Verbond als voorafbeeldingen in vervulling gaan; vooral is in Christus de vooraf beelding van het Paaschlam der Israëlieten werkelijkheid geworden. De Israëlieten moesten bij hun uittocht uit Egypte een lam slachten om door zijn bloed gevrijwaard te zijn tegen den slaanden engel des Heeren. -) Het Paaschlam bleef bij het volk van Israël eene voorafbeelding van Christus. Maar Christus is voor ons het werkelijke Paaschlam, en gelijk het Paaschlam der Joden hunne hoop op den Christus, die komen zou, levendig hield, zoo wordt ook in ons door de werkelijke maar verborgen tegenwoordigheid van het Lam onzer Altaren de hoop levendig gehouden Christus werkelijk, maar niet verborgen, van aanschijn tot aanschijn te zullen aanschouwen.

2. Ook als Lam werd Christus door de profeten voorspeld. „Zend, Heer! het Lam, den beheerscher der aarde,quot; roept de profeet Isaias. :i) En door den mond van

') Apoc. XUI ; s.

I'iXotl XII : 3.

:,i Is. XVI : I.

ocr page 26

12

.Tere mi as zegt Christus van zichzelf: „Ik hen als een zachtzinnig' lam.quot; ')

3. Als Lam werd Christus liet eerst door Joannes den Dooper aan de wereld getoond „ziet het Lam Gods, ziet die wegneemt de zonden der wereld. 1)

4. 4 Als Lam werd Christus, vooral door de Apostelen aan de menschen gepredikt, zoo dikwijls zij spraken over zijn offerdood aan het kruis, of' zijne offerspijze in liet 1L Sacrament. De H. Petrus zegt: „Gij zijt vrijgekocht door het kostbare bloed als van het onbevlekte Lam, Christus en de H. Paulus getuigt „ook ons Paaschlam is geslacht, Christus.quot; ') De H. Joannes in zijn Boek der Openbaring spreekt voortdurend van Christus als Lain.

5. Het Lam is het treffende zinnebeeld van de weerloosheid en het geduld, waarmede Christus zich vrijwillig overleverde aan den dood. Zachtzinnig als een lam heefc Christus zich begeven in den dood. „Als een schaap wordt Hij ter slachting geleid, en als een lam voor zijnen scheerder blijft Hij stom, en doet Hij zijnen mond niet open. 2)

Op de onderste vleugeldeuren ziet gij vier engelenfiguren. Zij toch mochten hier niet ontbreken om hun Koning te huldigen volgens den wil des Vaders „dat Hem aanbidden alle engelen Gods,quot; '') nu hier het brood der engelen de spijs der menschen wordt: panis angelicus fit panis hominum. Wanneer toch hot H. Otter wordt opgedragen „dan,quot; zegt de H. Chrysostomus, „staan de engelen den priester bij, de geheele rij der hemelsche Machten jubelt en de geheele

1

-) Joa. I : 29.

2

) Isa. Lil! : 7: Marc.. XIV : (11 ; Matth. XXVII: 12; Luc. XXFIF : 9.

quot;) Hebr. I : G.

ocr page 27

13

omgeving' des Altaars is vervuld met engelen ter eere van hem die daar nederligt.quot; ')

Ju! God woont onder stervelingon!

Het rijk dor heemlen is gesticht!

God is mot ons! cn wij omringen Mot d' Engienrei den troon Vim 't Licht. Gij, geesten! Op uw vleugelslagen,

Als vlummcn waaiend, voortgedragen.

Gij zijt dien troon niet nader bij!

De tranen, die onze oogen weenen Gaan ruischend door uw loflied henen.

En wat aanschouwing U verblij'.

Ook ons is zijne macht verschenen.

Ook ons in 't hart roept onder 't stenen Zijn eeuwge liefde: „Kom tot mij!quot;

Broere Dithyramhe.

Door liet aanbiddend loflied der engelen ruischt het fluisterend snieeken der menschenziel; de geesten des hemels volgen hun Koning, die bij de kinderen Zijner liefde op aarde zijne- woonteute heeft, om hun zijne weldaden te schenken. Die weldaden, welke God ons in zijn sterfelijk leven gaf, maar waarvan hierdelierinneringen werking voortleeft, worden aangeduid dooi' de woorden, welke do vier engelen op de spreukbanden dragen. Die woorden, ontleend aan een kerkelijk lied, luiden;

Se nascens dedit socium,

Convescens in eduliuni,

Se moriens in pretium.

Se regnans dat in praemium.

Als mensch werd Hij natuurgenoot.

Als gast en gastheer 't levend brood.

Ons losgeld in zijn kostbren dood.

Ons loon in 't rijk, dat 11 ij ontsloot. -)

') De quot;Öacerd. Lib. VI.

'-) Stokvis: Hymnen.

ocr page 28

14

Door Zijne inenscliwording tocli nam Cliristns onze na-tiuir aan; bij liet eindo Zijns levens gaf Hij zichzelven voor ons tot si)ijs en drank onzer zielen; daarna verliet Hij de zaal van liet laatste Avondmaal, beklom liet kruis en gaf Zichzelven als losprijs voor onze zonden : na dit leven is Hij ons loon in den hemel met de eeuwige gelukzaligheid, waarvan wij hier in de 11. Coaimnnie een voorsmaak en onderpand ontvangen; pignus fuüirae gloriae. Doch let \\cl hoe die woorden betrekking hebben op het aanbiddelijk geheim des Altaars. Hier toch inliet Tabernakel woont de Christus, die onze „natuurgenootquot; is geworden, zoodat wij in de ellenden en rampen cn smarten onzer menschelijke natuur vol vertrouwen tot Hem kunnen gaan, om Hem de smarten der ziel te openbaren, welke Hij, die zelf in de menschelijke natuur geleden heeft, verstaat en medegevoelI. „Vandaar moest Hij in alles den broederen gelijk worden, opdat Hij barmhartij;\ en getrouw Hoogepriester werd tot God ..., want in hetgeen Hij zeil heeft geleden, en is bekoord geworden, kan Hij ook iiuu die bekoord worden te hulp komen.quot;') ..Want wij hebben niet eenen Hoogepriester, niet kunnende medelijdend zijn met onze zwakheden, maar beproefd geworden in alles naar gelijkheid zonder zonde. Laat ons dan toetreden niet vrijmoedigheid tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen, en genade vinden tot tijdige hulp.quot; quot;)

Doch Hij. die onze „natuurgenootquot; werd, gaf ook tot sterking onzer bezwijkende krachten zich aan ons tot spijs en drank. Hij werd ons „het levend Brood,quot;8) Ego sum

') llebr. II ; 17. 18.

-') llt'br. IV : lü, lü.

:') Jon VI : 01.

ocr page 29

If)

panis vivasquot; Ik ben het levende lii'ooil. Onder de ge-lieinivolle gedaanten van brood leeft het Leven onzer zielen; uit die gedaanten klinkt de stem, die ons tot zich roept:

Ook ons in 'tliart roept ondor 't stenen Zijn eeuwige liefde; „kom tot Mij.quot;

Komt tot mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u verkwikken. ') Komt en eet mijn brood, L') en mijn kelk is voortreffelijk. 3) De Communie is voor ons de spijze der kracht, gegroeid aan den Levensboom in het nieuwe Paradijs, waarvan Vondel zingt;

Hier bloeit de boom des levens dag aan dag, 'i de boom, die ons uitnoodigt onder zijne verkwikkende schaduw te rusten eu te eten van zijne zoete vriudit ■') tot genezing van onze zwakheden. quot;1

Een andere engel herinnert ons deze gave van Christ us:

Se moriens in pietium.

Ons iosg(gt;l(l in zijn kostb'ien dood.

Christus gaf Zich in Zijn dood als losprijs voor onze zonden, want wij zijn vrijgekocht „door iietkostbare bloed als van liet onbevlekte en niet bezoedelde Lam Christus.') Doch dat goddelijk Lam, dat de zonden der wereld wegneemt en voor onze zonden voldoening gaf op het kruis, voltooit op het altaar in iedere ziel het werk der verlossing; door dat voortdurende offer past Hij de verdiensten

■) JIntb. XI: 28.

ï) l'rov. IX : 5.

-) Ps. XXII : 6.

4) Altaargeh. Sub. fine.

■■') Cant. II : P.

«) I's. CII : 3.

I'otr. I ; S.

ocr page 30

16

van het kruisott'er op ons toe, ottert Hij voortdurend Zijn A leesHi en Bloed als losprijs voor ons aan Zijn liemelschen Vader. Door liet Misoffer ontvangen wij kracht en licht om de zonden to vermijden, worden wij opgewekt tot berouw. Door do II. ('omninnie worden wij behoed tegen zware zonden ; in het berouwvolle hart daalt de barin-hartigheid en vergiffenis der kleine, dagelijksche zonden. De gloed der liefde Cgt;ods neemt elke smet weg uit ons hart, en evenals de lippen van den profeet Isaias door een Serafijn gezuiverd werden van alle ongerechtigheid met een gloeiei den steen van het hemelsche reukaltaar i) zoo wordt door den gloed van Jezus' liefde, die van het altaar door den priester tot ons komt, ook de ziel gezuiverd van iedere smet, ;,want de Heer uw God is een verteerend vuur.quot; ■)

Terecht dus zingt de II. Kerk dat Christus de losprijs is geworden der zonde door zijn dood; maar ook mag Zij het otter der altaren verheffen als een herinnering aan dien offerdood „o memoriale mortis Dominiquot;, omdat dagelijks do verdiensten van dat offer op ons worden toegepast.

liet einde der hemelsHie hyinne wordt door een anderen engel gezongen.

Se regnans dat in praciniuiii,

Want Clmstus is,

Ons loon in 't rijk, dat Hij ontsloot.

Maar dezelfde God, in den hemel ons loon na volbrachten arbeid en na glorievollen strijd, geeft ons, hier reeds een voorsmaak en waarborg tevens van Zijn eeuwig bezit in den hemel. Gods woord toch is waarachtig ,,die mijn

•) Is. VI ; 5- 7.

Dent. JV : 24.

ocr page 31

Vlcesch eet, en mijn Bloed drinkt, heeft iiet eeuwige leven. ') Een geloovig Ciiristenliart, waarin de liefde tot Jezus woont, kan van Christus' liefde niet anders verwachten. Want heeft Christus dan zelf niet gewild dat de heilige geheimen des altaars zouden gevierd worden tot Zijne gedachtenis, „doet dit tot Mijne gedachtenisquot; -)? Heeft Hij dan niet gewild dat wij, bij die heilige geheimen dei-Mis en der Communie, ons Zijne liefde zouden voorstellen, niet door liet aanschouwen van een levenloos lierinnerings-teeken, maar door Hem zelf te aanschouwen in liet geloof en Hem zelf te ontvangen in werkelijkheid onder de geheimvolle gedaanten? Heeft Christus zelf niet uitdrukkelijk verklaard dat door die geheimen zijn dood verkondigd werd, maar duidelijk daarbij gevoegd dat dit zou geschieden tot wij Hem wederzien, tot Hij wederkomt3)? Welnu, op die herinnering, welke Christus aan ons vroeg, moet het terugzien volgen, want grievend ware het die herinnering te vragen zonder de hoop op wederzien. — Vervolgens, de liefde Gods openbaart zich in voortdurend grootere en toenemende teekenen en bewijzen van liefde; kunnen wij, die Jezus hier reeds aanschouwen onder de wolk der gedaanten, dan niet verwachten Hem te zien in liet voile licht; en moet voor ons, die Hem op enkele oogenbiikken des levens in de H. Communie mogen bezitten, r.iet het eeuwige bezit volgen om ons in eeuwigheid te verheugen en te verzadigen in iiet bezit Zijner liefde? — Daarenboven sluit het in de orde van Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid, dat wij, die de liefdegeheimen des altaars hebben gevierd. Hom eeuwig bezitten in den hemel; „want het zou niet

2

') Joa. VI : 55.

'-) Luc. XXII : 11).

1 Cor. XI : 20.

ocr page 32

IS

„overeenkomen met Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid, indien Hij van de deelname aan zijn Koninkrijk „diegenen verstiet, met wie Hij zich gewaardigde zoo „gemeenzaam zich te vereenigen in de ballingschap dezer „aarde; en indien Hij met de volle aanschouwing Zijner „majesteit de eerbewijzing niet vergelden zou aan diegenen, door wie Hij waardig is ontvangen en aanbeden in de „verborgene en gesluierde gedaanten zijner sacramenten.quot; ')

Zoo heeft dus het engelenlied betrekking op het sacrament des altaars:

Als mensch werd Hij natuurgenoot,

Als gast en gastheer 't levend brood,

Ons losgeld in zijn kostbren dood,

Ons loon in 't rijk, dut Hij ontsloot.

Op de groote vleugeldeuren zijn voorgesteld de broodvermenigvuldiging en de instelling van het H. sacrament des altaars. Het wonder der broodvermenigvuldiging, hier afgebeeld, wordt ons verhaald door den H. Joannes.-) Eene groote menigte mensehen, die Christus' wonderen hadden aanschouwd, was Hem gevolgd. Christus wilde hun, die het leven der ziel zochten, ook de spijs tot voeding des lichaams geven; slechts vijf gerstebrooden en twee visschen waren geheel de voorraad; de menigte was zeer talrijk; de mannen alleen waren omtrent vijf duizend in getal. Doch door een wonder des Heeren werd aan ieder gegeven zooveel zij wilden, en nog bleven er twaalf korven met brokken over van die vijf gerstebrooden. Op de vleugeldeur aanschouwt gij Christus in zittende houding, zijn linkerhand is uitgestrekt over een mand, waarin de vijf brooden liggen, zijn rechterhand

') Div. Algerus, do sner. Corp. et S. Dni L. I C. Ill in init.

'-) Joa. VI.

ocr page 33

19

zegent de twee visschen, welke Hem op een schaal worden voorgehouden door een jongeling voor Hem geknield. Links, eenigszins meer op den voorgrond, ligt een krijgsman in een zwaar harnas gestoken. Hij is op den grond gezeten van vermoeienis en uitputting wegens het gebrek aan voedsel. Achter Christus nadert een grijsaard, gebogen, en leunende op zijn staf; naast hein gaat eene jeugdige vrouw die hem ondersteunt in zijn moeilijken gang en hem geleidt tot Christus, om van Hem het voedsel te ontvangen tot herstel zijner uitgeputte krachten. Over de betrekking, welke dit wonder heeft op het 11. Altaarsacrament slechts dit. Op wondervolle wijze worden do zielen over geheel de wereld gevoed niet hetzelfde \ leesch, hetzelfde Bloed des Heeren ; allen ontvangen den Christus met ziel en lichaam, geheel en onverdeeld. Dit zij hier genoeg:

Sumit unus, sumunt inillo Quantum isti, tantum ille;

Eot er één, of eten velen Allen mogen 't zelfde deelen; —

Christus verrichtte dit wonder in den avond: toen luid Hij hen naar huis gezonden. Den volgenden morgen keerden zij echter tot Cluistus terug. Christus kende hunne gedachten, „voorwaar, voorwaar. Ik zeg IJ, gij zoekt mij, niet omdat gij teekenen hebt gezien, maar omdat gij van de brooden hebt gegeten en verzadigd zijt geworden.quot; Doch Christus wilde hier eene betere spijs him beloven. „Maakt geen werk van de spijze welke vergaat, maar van die welke altijd blijft tot het eeuwige leven, en welke de Zoon des inenschen U zal geven.quot;') Hier geeft Christus de belofte van zijn Vleesch en Bloed.

■) Joa. VI : 20 27.

ocr page 34

20

Op de andere vleugeldeur ziet gij Christus in liet verhevene oogenblik dat Hij de belofte vervult, dat Hij zich zelf „het levende Broodquot; ') aan zijne Apostelen en aan ■ de wereld geeft. In het middel der zaal, achter de tafel is Christus gezeten; Hem omringen de Apostelen. Op de tafel staan eenige bekers; op een schotel ligt een paaschlam, dat volgens het gebruik der Joden ter gelegenheid van liet paaschfeest moest gegeten worden. Het is de avond van Christus lijden, de vooravond van Zijn dood. Nadat het avondmaal volgens Joodsch gebruik geëindigd is, gaat liet offer des Nieuwen Verbonds in vervulling, de voorafbeelding van het paaschlam der Joden verdwijnt, het ware Paaschlam is Chiistus Zelf geworden; de schaduw wijkt, de werkelijkheid komt. Christus houdt hot brood in Zijne gezegende handen, de kelk, met wijn gevuld, staat voor Hem. Op dit oogenblik richt Christus, „den hemelschen Vader dankende, ') zijne oogen ten hemel, en spreekt de wonderwerkende woorden, „neemt en eet, dit is Mijn Lichaamquot;; „drinkt allen hieruit, want dit is Mijn Bloed des Nieuwen Verbonds.quot; :!) I)e voorafbeeldingen der eeuwen waren in ditoogenblik werkelijkheid geworden; het Lam, „dat van het begin der wereld geslacht was,quot; doch slechts in voorafbeelding, was nu waarlijk, in wezen en in werkelijklieid het paaschlam geworden, Christus Zelf. Daarom jubelt de H. Thomas: 'O

Bij (lion (iisch heeft onze Jleen».

Zelf liet Pauschlam zijner leere,

't Oude Paselien uitgeleid;

't Nieuwe doet het oude wijken,

Wnarheid 't schaduwbeeld bezwijken,

't Licht verbant de donkerheid.

') Joa. VI : 51.

-) I.uc. X\ll : 1!).

») Matth. XXVI : 20-28.

*) Land a Sion.

ocr page 35

21

Beschouwt een oogenblik dit Avondmaal des ITeeren, die uitdrukking- op liet gelaat van ('iiristus en der Apostelen. Christus' gelaat teekent diepe droefheid. Hij gaat zijne Apostelen verlaten en nu geeft Hij hun zijn teeken ter herinnering tot Hij wederkomt; Hij weet echter dat onder die Apostelen, die Ilij bewaarde, Judas aanwezig is en tegenover llcm zit de zoon des verderfs. Sommigen der Apostelen zijn in aanbidding geknield, anderen staren vol geestvervoering naar hot geheim des geloofs in Christus' handen, liet „mysterium fidei.quot; Eenigen, zooals de H: Joannes aan Christus' hart rustende, zijn in liefde opgetogen en beschouwen vol teederiieid het liefdevolle gelaat des Heeren, die hun Zijn liefde tot liet hoogste openbaart „in finem dilexit eos.quot; ') Judas is tegenover Christus gezeten. Zijne houding aan dit liefdemaal des Heeren, waar hij ook liet Lichaam en Itloed des Heeren zal ontvangen, wekt weerzin, huivering, afschuw; want die onverschilligheid, waarmede hij aanligt, die koude gevoelloosheid op het verwrongene gelaat, dat half verborgen achter de rechterhand nauwelijks tot (quot;iiristus, zijn slaciitolïer, durft opzien, die angst, waarmede zijn linkerhand den geldbuidel vasthoudt, toonen l genoegzaam dat de duivel bezit heeft genomen van zijne ziel,2) dat het leven des duivels in hem leeft. ;!)

Tot nu beschouwden wij liet hoofdaltaar, terwijl de vleugeldeuren waren gesloten; wij gaan nu zien wat do geopende deuren ons toonen. De beneden-deuren dragen eene voorstelling uit het boek der openbaring van den H. Joannes. ') \ ier-en-twintig grijsaards brengen hunne

M .Ion XIII ; 1.

2) .Ion Xlir ; 2.

•) Jou VI : 71. '

') Apoe. IV : 4 II,

ocr page 36

00

gouden kronen voor den troon van liet goddelijk Lam, liier in liet Tabernakel; geestdrift bezielt hen, hunne oogen staren naar liet Tabernakel, als aanschouwden zij den verborgen God.

In de geopende bovendeuren staan de krachtige gestalten der Apostelen. Over hunne beteekenis hier bij het Allerheiligste. den troon van Christus, slechts dit: — zij verschijnen hier als de getuigen van dit aanbiddelijk geheim. Zij alleen hadden in den lijdensnacht het liefdegeheim des Heeren aanschouwd. Zijne daad gezien. Zijne woorden gehoord, zij konden dus getuigen wat zij met eigen oogen gezien hadden bij de instelling van dit Sacrament. Doch zij moeten nog iets anders getuigen. Hun had Christus dien avond het eerst de priesterlijke macht gegeven, en de voortzetting van priesterschap en otter bevolen toen Hij huu zeide „doet dit tot Mijne gedachtenis.quot; ') De Apostelen dus, de door Christus geroepene getuigen') konden alleen dit sacrament naar woord en daad en wijze van Christus verklaren. Zij konden de instelling van het koninklijk priesterschap door Christus getuigen. Zij verkondigden dus wat zij hadden gezien en gehoord. In hunne handen dragen zij de werktuigen iiunner marteling; want hunne leer werd door hen bezegeld met hun bloed. Komt dus niet aan de Apostelen, als hoogste getuigen en eerst geroepenen tot het priesterschap, de eereplaats toe om den troon van Christus?

Hunne volgorde is deze; ter linkerzijde van het altaar: de H.ll. Petrus, Simon, Joannes, Mattheus, Thomas, Thad-daeus; ter rechterzijde de H.H. Paulus, Jacobus de Mindere, Jacobus de Meerdere, Andreas. Philippns, Bartholo-

') Luc. Wil : !!).

i Act. I : S.

ocr page 37

1,

23

meus. Wij zullen iiiei' niet breedvoerig' iiunne levensge

e :ij

schiedenis verhalen, alleen verklaren wij de beteekenis der marteltuigen in hun hand.

De H. Petrus, op wiens gelaat de droefheid en het

üi

berouw over de verloochening van Christus zichtbaar zich

T-

vertoonen, draagt als teeken zijner maclit de twee sleutels;

r-

aan Petrus immers, als Hoofd der Kerk. gaf Christus de

ii.

tweevoudige macht van binden en ontbinden op aarde en

311

■

en in den hemel. De H. Petrus is met den H. Joannes,

sn

de eenige die zijn marteltuig niet draagt. Zijn feest wordt

■n

gevierd 29 Junij.

=1)

De H. Simon houdt eene zaag in zijn hand ; volgens oude

511

berichten is hij door midden gezaagd. Zijn feest wordt

He

gevierd 28 October.

üj

=s-

De H. Joannes, „de leerling dien Jezus liefhad,quot; wien Christus Zijne moeder bij liet kruis toevertrouwde, zegent

211

met zijne rechterhand den kelk, dien hij opheft in zijn

■111

linkerhand. Dit herinnert ons wellicht de vrome legende.

■et

volgens welke den H. Joannes een beker, waarin gif was ge

T-

mengd, toegereikt werd, welke evenwel dooreen wonder Gods

la

onschadelijk gemaakt werd. Schooner is echter de veronder

1

stelling, dat hier de lijdenskelk wordt bedoeld. De H. Schrift

(l.

verhaalt ons, dat Salome, do moeder van Joannes en

Een

Jacobus, op zekeren dag bij Christus kwam en vroeg of

■oe

hare twee zonen in Christus' rijk, de een aan zijn rechter

hand, de ander aan zijn linkerhand mochten aanzitten.

T;

4

Christus zeide: „gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij

(1-

lt;len kelk drinken, dien ik drinken zal?quot; Vurig en geest

ii-

driftig antwoordden de twee zonen: „Wij kunnen.quot;

Jo-

TTunne getuigenis aannemend richt Christus nu hunne gedachten van de glorie naar het lijden en zegt hun:

ocr page 38

24

„den kelk, welken Ik drink, znlt gij wel drinken. ') De H. Joannes heeft den kelk des lijdens gedronken. Hij werd met Petras te Rome in den kerker geworpen, later gegeesekl. Up lioogen leeftijd werd liij te Epiiese, zijn bisschopstad, gevangen genomen, naar Rome gevoerd, en op bevel van den wreeden Domitianus in een ketel met kokende olie geworpen; doch door een wonder van (iod liet die marteling hem ongedeerd; nu werd iiij op bevel des keizers naar bet eiland Patmos verbannen. De H. Kerk viert zijn feest 27 December.

De 1L Matthens, vroeger belioorende tot de tollenaars die veracht werden en geschuwd door hunne medeburgers, werd later Apostel en schreef liet eerste Evangelie. Hij verkondigde (quot;hristus' leer in Aethyopië, Indië en Parthië. Omdat hij Iphigenia, door koning Hirtacns tot gemalin begeerd, versterkte en aanmoedigde in haar voornemen van eeuwige zuiverheid, werd iiij op bevel des konings gedood; de soldaten, tot volvoering van dit misdrijf uitgezonden, hebben den 11. Mattheus gedood aan het altaar, juist toen hij het misotter eindigde. De bijl in zijn hand zegt genoegzaam op welke wijze hij gedood werd. Zijn feestdag is 21 September.

De H. Thomas is genoegzaam bekend om zijne hardnekkigheid. waarmede hij weigerde do verschijning van Christus aan de Apostelen aan te nemen. Toch beminde hij Christus met eene vurige liefde, welke tot het otter des bloeds bereid was. Want toen Christus naar Judea ging om zijn vriend Lazarus op te wekken, sprak Thomas het moedige woord: „laat ook ons gaan, om met Heiiï te sterven.quot; Volgens de overlevering stierf hij den martel-

■» Matth. XX : 20 23.

ocr page 39

dood in Indie; liij werd met eene lans doorstoken. Zijn feestdag wordt gevierd '21 December.

De H. Thaddaeus houdt zijn hand op eene rnwe knods, waarmede hij werd gedood.

Aan de andere zijde des Tabernakels staat op de eerste plaats de IT. l'atilus, „die als de geweldigste strijder ook nu nog in liet midden van liet strijdperk vast staat, die alle verstand gevangen voert onder de gehoorzaamlieid van Christus, en alle hoogte nederwerpt welke zich verheft tegen de kennis Gods.quot; ') Over zijne bekeering zal later worden gesproken; doch hier rijst eene dubbele vraag: vooreerst, waarom hier onder de Apostelen de H. Paul us staat afgebeeld zooals gewoonlijk geschiedt, en niet de II. Mathias, ofschoon deze vóór den JL Paulus Apostel werd; vervolgens, waarom de II. Paulus als getuige van het H. Sacrament des Altaars hier kan optreden, ofschoon hij niet bij de instelling in de zaal van het laatste Avondmaal tegenwoordig is geweest.

Op de eerste vraag antwoorden wij: de IF. Mathias werd niet onmiddellijk door (iod geroepen, maar verkreeg het Apostolaat bij opvolging on door de beslissing van het lot; de 11. l'aulus werd onmiddellijk door God geroepen om zijn Apostel te zijn. Zooals in de 11. Schrift verhaald wordt,quot; -) waren, na den rampzaligen dood van Judas, de Apostelen vergaderd en verklaarde do II. Petrus, hot hootd der Apostelen, dat er oen opvolger in de plaats van Judas moest gekozen worden. Twee worden als opvolgers voorgesteld, Josef, die Barsabas heette, en Mathias. loon nu de Apostelen hadden gebeden viel het lot op Mathias. De H. Paulus werd onmiddellijk door Christus

M ('lirys. do Sacoril. L. IV.

-) Act. A p. I : 15 2('».

ocr page 40

2G

geroepen; liij was geen opvolger, geen leerling ook van de andere Apostelen, liij is de gelijke der andere Apostelen. In zijn brief aan de Galaten getuigt en belijdt hij dit met duidelijke woorden: „Paulus, Apostel, niet van menschen, noch door eenen niensch, maar door Jezus Christus.quot;') Hij had evenals zijne roeping ook het Evangelie, onafhankelijk van de Apostelen, van Christus zelf door openbaring ontvangen, onmiddellijk van Christus. ,,Want ik maak U

bekend, broeders! liet Evangelie____want ook ik heb het

niei van eenen mensch ontvangen noch geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.quot; ~)

Het antwoord op de tweede vraag, waarom de H. Paulus als getuige voor liet H. Sacrament kan optreden, is in het kort het volgende: het Apostolaat van den H. Paulus was onmiddellijk van God gekomen; maar om zijn Apostolaat volkomen te maken, gelijk aan dat der andere Apostelen, had Christus hem, onafhankelijk van de getuigenis en onderrichting der andere Apostelen, liet Evangelie en de geloofswaarheden geopenbaard. De leer van het H. Sacrament behoort tot do groote leerstukken van Christus' godsdienst; bij de instelling van dit Sacrament was de H. Paulus niet tegenwoordig geweest. Daarom had Christus ook die leer, die groote waarheid over Zijn persoonlijk voortbestaan met Vleesch en lïloed in Zijne Kerk, aan don 11. Paulus medegedeeld, geopenbaard. Om allen twijfel te voorkomen verklaart iiij zelf die leer van Christus te hebben ontvangen. Hij schrijft aan de Corintliiërs: „want ik heb van den Heer ontvangen, hetgeen ik u ook heb overgeleverd, dat de lieer Jezus in den nacht, waarin Hij ven-aden werd, het brood nam en dankende het brak en

') Gal. 1 : 1. -) Cial. I : I!, 12.

ocr page 41

I

n zeide: „neemt on eet, dit is mijn lichaam, doet dit tot mijne

n. gedachtenis.quot; Desgelijks ook der. kelk, nadat Hij liet Avond-

jt maal had gehouden, zeggende: „deze kelk is het Nieuwe

lij Verbond in mijn bloed.quot; ') De H. Paulus verschijnt dus

:ij liier met volle recht onder de andere Apostelen als ge-

k tuige, omdat (■hristus zelf hem geopenhaanl had, wat

g de andere Apostelen hadden aanschouwd en gehoord in

U de zaal van het laatste Avondmaal; hij getuigt de wijze,

ït de woorden, geheel de instelling van het Sacrament, en de

ir wil des Heeren, dat dit offer voortgezet moest worden in

het priesterschap. Dit zij hier voldoende,

is Zijn leven is een der rijkste voorbeelden van de edelste

n deugden, welke het Christendom ter navolging voorstelt,

is Door de handoplegging van Ananias en de genade Gods

welke de natuur niet vernietigt maar veredelt, verliest de

i haat van Saulns het hartstochtelijke, het booze; maar de

ii kracht, de gloed daarvan blijft voortleven in Paulus. e Streng, zonder medelijden kastijdt hij de zonde, en slaat i- den Corinthiër, wegens zijn misdrijf tegen de zedelijkheid, 5- met den kerkelijken ban quot;), maar don zondaar wijst iiij op s Gods oneindige barmhartigheid, on toont doze in zich i^ zelvon „den grootston zondaar, aan wion God al zijne «t lankmoedigheid betoonde tot voorbeeld van hen, die zouden .. geloovon. 3) Zijne diepe nederigheid brengt hem tot de ii belijdenis, dat liij de minste is dor Apostelen en niet t- waardig een Apostel genoemd to worden; •) maar tot l) ' glorie van Gods genade aarzelt hij ook niet te verklaren,

dat hij moor hooft gearbeid dan zij allen 'J en lier klinkt

1J ') I Uor. XI : 23 -25.

n ■) 1 Cor. V : 5.

a) T Tim. 1 : !ü 10.

'I I Cor. XV ; !t.

■i 1 f'm-. XV : lü.

ocr page 42

zijn woord togen hen, die zijn Apostelschap miskennen, dat iiij zijn anathema uitspreekt over een ieder,wie hij ook zij, al ware hij ook een engel des hemels, die een ander Evangelie durft verkondigen als hij predikt. ') Door heldhaftige, apostolische liefde voor zijne broeders in Israël bezield, predikt hij, zelf een zoon uit Israël, het ware geloof in den Messias aan zijn volk; en om hun het heil en den hemel te schenken, wensehte hij zelf verloren te gaan en in de eeuwige folteringen neder te dalen, indien hij daarin slechts de liefde van Jezus Christus kon behouden. -) Gedrukt door het lijden, bedroefd vooral ook door den engel van Satan, de hevige bekoringen des vleesches, s) treurt hij met do bedroefden, maar hij juicht ook mede in de vreugde zijner geloovigen; den zwakken en kleinen in het geloof geeft hij liet voedsel der zwakken 4); maar aan de krachtige, verhevene geesten die de hoogten zoeken, toont hij, die zelf de visioenen des hemels had aanschouwd, 6) de ontzagwekkende geheimen des geloofs, helder stralende van licht als de zon, maar ook ondoordringbaar als liet zonnelicht voor de menschelijke zwakheid. Hij is alles voor allen geworden, om allen voor Christus te winnen. De apostolische brieven van den II. Paulus behooren mede tot de hoogste sieraden der H. Schrift, en tot de krachtigste getuigenissen voor de waarheid des geloofs. De volheid, de overvloed zijner leeringen wordt in vast aaneengesloten volzinnen saamgedrongen; zijn woord leeft, liet spreekt. De drang der overtuiging

M Gal. I : S.

-) Kom. I\ : 3.

■!) ir Cor. XII : 7.

J) 1 Cor. Ill : 2.

■■) II Cor. Xll : 1 4.

ocr page 43

voert hem met eene bewijsvoering-, even zaakrijk als be-knopt, onweerstaanbaar, ook maar dikwijls alleen aangegeven, rechtstreeks naar zijn doel. Hij heeft het woord voor alle aandoeningen dos harten; gevoelig, teeder zelfs is zijne afscheidsrede tot de verzamelde bisschoppen te Miletus gesproken '); een bekoorlijke eenvoud kenmerkt den brief aan Philemon, waarin hij spreekt ten gunste van een armen slaaf, -) die zijn meester was ontvlucht; de verhevenheid zijner rede voor koning Agrippa brengt Feslus in bewondering 3) en zoo overweldigend sleept zijn woord de scharen mode dat de heidensche Lycaoniërs meenden dat Paulus tie god der welsprekendheid Mer-curius was. 4)

De II. Paulus draagt liet zwaard; want voor het geloof in den Christus, Dien hij vroeger vervolgde, heeft hij ziju bloed vergoten. Hij werd tegelijk met den H. Petrus, het hoofd der Apostelen, te Rome gemarteld, onder keizer Nero, den 2!) Juni van het jaar G7. De If. Petrus stierf aan het kruis; omdat hij echter, wegens zijne drievoudige verloochening van Christus in don lijdensnacht, zich de glorie niet waardig rekende evenals Christus aan het kruis te sterven, vroeg hij tenminste de gunst om niet als Christus met het hoofd omhoog, maar mot de voeten naar boven gekeerd, gekruisigd te worden. Do II. Paulus mocht wegens zijn Romeinsch burgerrecht niet gekruisigd worden. Nadat hij eerst met den H. Petrus in den Mamertijnschen kerker het lijden der gevangenis had doorstaan, werd hij denzelfden dag, waarop de IL. Petrus werd gekruisigd,

') Act. X.X.

-) Ad. J'hilem.

Act. XXVI.

J,) Act. XIV ; 11.

ocr page 44

;iü

buiten Rome op den weg naar Ostia met het zwaard onthoofd.

O Komn fclix, quae duorum Principum,

Es eonsecrata glorioso sanguine.

Gelukkig Rome, door den eedlen martelstnjd Dier beide Prinsen Gods tot heiige stee gewijd.

Naast den If. Paulus staat de H. Jacobus, do Mindere bijgenaamd, om liem te onderscheiden van den anderen Apostel Jacobus, den broeder dos H. Joannes. Hij was de zoon van Alphaous; zijne moeder was eenc zustor der H. Maagd Maria. ') Deze H. Jacobus was de eerste bisschop van Jeruzalem. Door de woedende Pharisaeërs van de tinne dos tompels neergeworpen, leefde liij nog toen hij op den grond neerviel; docii als hij stervende daar tor aarde lag en nog voor zijne vijanden bad, werd hij met een vollersboom gedood. Daarom draagt hij een vollersboom als toeken zijner marteling. In zijn brief spreekt hij onder do Apostelen het duidelijkst over het 11. Sacrament dos Oliesels. Zijn feestdag is 1 Mei.

De II. Jacobus de Meerdere draagt een pelgrimsstaf, waaraan eene kalebas hangt; hierdoor worden wij herinnerd aan zijne verre reizen. Na eerst in Judea te hebben gepredikt, trok hij later naar Spanje om daar liet Evangelie to verkondigen. Hij was de eerste onder de Apostelen, die den marteldood onderging; want Herodes Agrippa liet hem door het zwaard ombrengen. 2) Zoo ging do voorspelling in vervulling door Christus gedaan aan zijne moeder Salomo, die do eereplaats in Christus' rijk vroeg voor hare twee zonen, .lacobus heeft evenals zijn broeder Joannes den lijdenskelk des Heeren gedronken.

') Joa. \IX : '25.

n Act. Ap. Xll : 2.

ocr page 45

31

Zijn heilig lichaam werd later naar Compostella overgebracht, waar liet door talrijke bedevaarten wordt vereerd. Zijn feest wordt gevierd 25 Juli.

De Apostel, die naast Jacobus staat, is terstond bekend door het kruis, hetwelk hij voor zich houdt; hij is Andreas, de broeder van den H. Petrus. Hij werd gemarteld en uitgestrekt op twee lange balken, die in schninsche richting kruislings op elkander waren geslagen; dit kruis wordt daarom ook het Andreaskruis genoemd. In zijn linkerhand draagt hij een zakje, waarin zijn boek bewaard wordt. Te Patras in Griekenland werd hij gevangen genomen cn tot den kruisdood veroordeeld. Toen hij het kruis zijner marteling zag, riep hij vol vreugde: „gegroet, kostbaar kruis! dat door het lichaam van mijnen God geheiligd is.... Met vreugde nader ik U en neem ü in mijne armen. O heilaanbrengend kruis! dat door de ledematen des Heeren verheerlijkt zijt, hoe vurig verlangde ik naar U, hoe lang heb ik U gezocht, met welk eene brandende liefde U bemind. Eindelijk zijn mijne wenschen vervuld; neem mij op, hef mij op uit het midden der menschen. en breng mij tot mijnen Meester; Hij, die mij door U verlost heeft, zal mij door U opnemen.quot; Twee \olle dagen leefde hij aan het kruis en hield niet op het volk te vermanen. De H. Kerk viert zijn feestdag den 30 November.

De H. Philippus heeft in zijn hand een kruis aan een langen stok. Hij werd te Hieropolis, eene stad van Phrygië, aan het kruis geslagen, en aan het kruis hangende gesteenigd. Zijn feestdag is 1 Mei.

De laatste hier in do rij der Apostelen is de vriend van den Apostel Philippus, die ook door dezen tot Christus gebracht werd, Nathanaël of de Apostel

ocr page 46

Bartholomeus. 'j ]lij Jiondt, een mes in zijn liaiui. Want toen hij weigerde aan liet hevel van Astyages, den broeder van koning' Polymins, te voldoen en aan de afgoden te offeren, werd hem eerst levend de huid afgestroopt, daarna het hoofd afgeslagen. Zijn feest wordt gevierd 24 Augustus.

Dit is dus het korte verhaal van de glorievolle marteling der Apostelen, die verheugd waren omdat zij voor den naam van Jezus versmading mochten lijden. 2) Zij hadden het groote geluk, door Christus zijne vrienden genoemd te worden 3), maar zij betoonden zich Christus' liefde waardig, door Hem het heerlijkste teeken van liefde te geven en hun bloed voor hun goddelijken Vriend te vergieten. 4) Om hun trouw in zijne beproevingen beschikte Christus hun zijn rijk 5); maar de wil van Christus, dat zij bij Hem zullen /cijn waar Hij is 0), moet ook hier vervuld wordeii; Zijne vrienden deelen in zijn koninkrijk des hemels, maar ook hier omringen zij Hem op zijn glorietroon der aarde, in het H. Sacrament des altaars.

Jn hen is 't dat de glorie straalt Des Vaders, Christus zegepraalt,

De liefde blinkt van God den Geest En Sion juicht bij 't eeuwig feest. 7)

Moge, door de voorspraak der Apostelen, de vreugde van het eeuwige feest verzekerd zijn ook aan ons, die

') Joa. 1 : 45, Sqq.

'-) Act. V ; 41.

') .Ion. XV ; 14.

') Joa. XV ; 13.

=) Luc. XXII : 211.

quot;) Joa. XVII : 24.

;) Off. A|)[i. ad. Mat.

ocr page 47

liier op aarde vergaderen aan liet feestmaal, dat eene vooratbeelding is van liet feest der hemelen, en waarbij wij mi reeds Christus genieten: o sacrum convivium.

Boven de hoofden der Apostelen zijn in kleine medaillons twaalf heiligenfiguren geschilderd; aan de eene zijde zes heilige mannen: de H.H. Ignatius, de gelukzalige Gerardus Majella, twee heilige martelaren, waarschijnlijk martelaren van Gorcum, Bonaventura en Thomas van Aquino; aan de andere zijde zes heilige vrouwen: de H.lf. Barbara, ('atharina, Agnes, Gertrudis, Theresia en Bosa.

Vóór dat wij evenwel de korte levensgeschiedenis van die heiligen mededeelen en eene nadere verklaring hunner s3'iiil)oleii geven, moet gij eerst de volgende opmerking aandachtig beschouwen, liet is niet zonder beteekenis, het is ook geen willekeur dat boven den altaarsteen de Apostelen staan, en boven de Apostelen die heiligen zijn voorgesteld. In de gebruiken en geheel do liturgie der katholieke kerk bestaat geen willekeur. Maar gelijk in onze katholieke kerken alles rijk is aan gedachten en vol van leven, zoo heeft ook deze plaatsing, deze orde hare diepe beteekenis. De 11. Paulus zegt in zijn brief aan de Ephesiërs, waar hij den bouw van het geestelijk huis Gods aangeeft: „zoo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar gij zijt medeburgers dor heiligen on huisgenooten Gods, opgebouwd op den grondslag der Apostelen en profeten, zijnde de uiterste hoeksteen Christus Jezus zeil'.quot; ') Christus is de grondslag van geheel de kerk, de hoeksteen waarop alles rust; de leer der Apostelen, hun leergezag, rust wederom op Christus, en het geloof der heiligen en ons geloof rust op de leer der Apostelen. Vandaar zijn de heiligen geplaatst boven de Apostelen,

') ad. Epb. II : UI ~ 20.

3

ocr page 48

84

de Apostelen hoven den altaarsteen; want de altaarsteen, waarop liet H. Misolïer wordt opgedragen, beteekent Jezus Christus „den levenden steen.quot; ')

Wij zullen nu, doch slechts in korte trekken, iets mede-deelen over de heiligen, hier voorgesteld; het is niet ons doel liun leven te verhalen, slechts eenigszins willen wij aangeven waarom zij juist hier zijn voorgesteld bij het 11. Sacrament; want allen hebben zij door hun leer of leven hunne groote liefde voor den verborgen God onzer altaren getoond.

De H. Ignatius, de stichter der Jesuïeten-orde, draagt het verheven boek der geestelijke oefeningen, waarop de roemrijke spreuk van hem en van zijne orde staat geschreven : „Ad Majorem Dei Gloriam tot meerdere eer van God.quot; Het smeekende gebed :

Araina Cliristi, sanctifioa me,

Corpus Christ!, salva me;

Ziel van Christus, heilig mij,

Lichaam van Christus, red mij;

getuigt reeds genoegzaam van zijne vurige liefde voor het II. Sacrament. Zijn feestdag is 31 Juli.

De gelukzalige Gerardus Majella, kloosterbroeder in de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers, zoo groot in zijn eenvoud, en zoo nederig bij Gods buitengewone gunsten, beschouwt in zielsvervoering den Gekruisigden Verlosser aan liet kruisbeeld, dat in zijn handen rust; een pijl doorboort zijn hart, want Gods liefde had als met een pijl zijn vurigminnend hart gewond. God liet hem lederen Vrijdag eenigermate de lijdenssmarten des Verlossers gevoelen, om hem daardoor Zijne liefde te toonen, en steeds meer aan Zich gelijkvormig te maken. Zijne teedere liefde voor

•) 1 Petr. 11:4.

ocr page 49

Jezus Christus in het H. Tabenijakel openbaarde zich reeds in het kind; ieder oog-enhlik snelde hij naar de kerk, en riep tot de andere kinderen: „komt, komt naar Jezus, onzen heiligen Gevangene.quot; In het klooster verkreeg hij spoedig verlof om bijna iederen dag zijn God in de H. Commnnie te ontvangen; door dat voortdurend leven in en niet Christus, in die zoete uren der eenzaamheid, doorgebracht voor het H. Tabernakel, ontstond er tusschen den verborgen God des altaars en den heiligen kloosterling eene genegenheid, eone vertrouwelijkheid zoo teeder en innig, dat hij, zonder den God des altaars, niet kon leven, dat niet alleen zijne ziel maar ook zijn lichaam zou gestorven zijn, wanneer hij aan den omgang met zijn goddelijken Vriend ware onttrokken. Hij was bijna voortdurend met Christus in gesprek. Eens had hij, voorbij het H. Tabernakel gaande, gelachen; toen zijn overste liem hiervan de reden vroeg, antwoordde hij in allen eenvoud, „Hij (Jezus) heeft mij gezegd, dat ik een dwaas ben ; en ik heb Hem geantwoord, dat Hij nog dwazer was dan ik, omdat Hij mij zoozeer bemind heeft.quot; Toch was die aanhoudende omgang met Christus, en het veelvuldig ontvangen der H. Communie, voor hem geen aanleiding tot verflauwing der liefde; want hij had het heilige voornemen gemaakt: „mijne dankzegging zal duren van het oogenblik der Communie tot den middag, en mijne voorbereiding1 voor den volgenden dag van twaalf uur tot 's avonds zes uur.quot; Ja, God heeft zijne geheimen voor de grootheid en wijsheid der aarde verborgen, maar openbaart ze aan den eenvoud der kinderen.1) Zijn feestdag is 16 October.

De twee volgende heiligen behooren tot liet zegevierend koor der martelaren. De eerste houdt in de eene

ocr page 50

80

hand eon palmtak ; de kelk in zijn andere hand zegt U genoegzaam dat hij voor het geloof in liet H. Sacrament is gestorven. De andere martelaar houdt de niteinden vast van een touw dat om zijn hals is geslagen. De Nederlandsche heiligen de negentien martelaren van Gorcmn zijn gemarteld, vooral ook om hunne gehechtheid aan het geloof van het Altaarsacrament. Toen men den H. Nicolaus Poppel, een der Gorcunische martelaren, een geladen pistool voor den mond hield, en hom vroeg of hij nu nog voor liet Katholieke geloof wilde sterven, antwoordde hij heldhaftig: gaarne! en bijzonder voor dit mijn geloof, dat het Lichaam en Bloed zelf van onzen Heer Jezus Christus in het Allerheiligste Sacrament des Altaars onder de gedaanten van brood en wijn waarachtig tegenwoordig is.quot; üp bevel van den bloeddorsti-gen Lumey werden de heiligen opgehangen in een turfschuur van het verwoeste klooster St. Elisabeth ten Eugge, even buiten Den Briel gelegen. Hun feestdag is 9 Juli.

De H. Bonaventura, door eigene keuze het nederige kleed van St. Franciskus dragende, werd door de keuze zijner medebroeders spoedig met de waardigheid van Hoofd der geheeleOrde, en door de keuze van Paus Gregorius X met de waardigheid van kardinaal, en van bisschop van Albano bekleed. Alle eerbewijzen echter konden hem de nederigheid des harten niet ontnemen, maar boden hem steeds meer gelegenheid om de nederigheid te beoefenen'volgens het voorbeeld zijns goddelijken Meesters, die was gekomen niet om gediend te worden, maar om te dienen. ') Ook als Hoofd der Orde zocht hij voor zich het minste werk onder zijne broeders ; toen de gezanten van Paus Gregorius hem den kardinaalshoed brachten, vonden zij hem in de

') Math. XX : 28.

ocr page 51

keuken van hot klooster tc Mngello nlt;abij Florence bezig' met liet vaatwerk te wassclien. Om zijne verhevene wetenschap als leeraar gevierd, maar vooral ook om zijne liefde voor het H. Sacrament een aantrekkelijk voorbeeld voor zijne tijdgenooten, is hij door zijne veie geschriften, vol innige godsvrucht, blijven voortleven in de herinnering der latere geslachten, die uit dankbare vereering hem den eerenaam van „Serafijnschen Leeraarquot; hebben geschonken. ^ ele priesterlijke gebeden voor en na het II. Misoffer, waaronder het gevoelvolle en gedac.Jitenrijke gebed „transfige, dulcissime Domine .Tesu'quot; getuigen voor zijne vereering van liet H. Sacrament. Fn deze voorstelling houdt hij een boek ; de kardinaalshoed dekt zijn hoofd. Zijn feestdag is 14 Juli.

Naast den 11. Bonaventura staat zijn heilige vriend en tijdgenoot, de 11. Thomas van Aquino; de vriendschap dezer aarde heeft de verheerlijking dor hemelen ontvangen, de hemel heeft hunne vriondscliap vereeuwigd. Uit het adellijk geslacht dor graven van Aquino g'esproten, opgevoed in hot klooster van JIonte-('assino, had hij op zoventienjarigen leeftijd het besluit gevormd in do orde van St. Dominicus te treden. Maar zijne familie, die droomde van glorie, kon voor den adellijken jonkman in dit blanke, maar eenvoudige monniksgewaad, geen luis-teriijke toekomst voorzien, en trachtte daarom de uitvoering van zijn besluit te beletten. Zijne broeders namen iiem gevangen en bewaakten hem in een sterk kasteel, waaruit hij evenwol door tuSschenkomst van Paus Inno-centius IV werd verlost. Do glorie der Aquino's zou niet, als alles, wat van deze aarde is, vergaan, maar de onsterfelijkheid ontvangen in do onvergankelijke Kerk Gods; in hem zon de Kerk de deugd, maar ook de weten-

ocr page 52

38

schap kronen met den luister der eeuwigheid. Want de man, die met liet nederige monniksgewaad omhangen, met de kap over zijn hoofd getrokken, daar in stille zamenspraak met God door de kloostergangen wandelde of in de eenzaamheid over een boek zat gebogen, droeg in zich eene engelachtige ziel, waarin de reinste deugden bloeiden; en die man droeg, door Gods genade, in zich een geest, zoo breed.en omvattend, maar tevens zoo doordringend en fijn, dat hij de diepten en hoogten aller inenschelijke wetenschap dier dagen doorvorschte, en de vruchten zijner studie in vollen overvloed kon neerleggen in de onsterfelijke geschriften, die door de waarheid en vastheid der beginselen, door de scherpe juistheid der gevolgtrekkingen, ook nu nog eene oplossing geven voor alle vragen, die het menschenleven beheerschen op ieder gebied. Een vroegtijdige dood vernietigde dit hoopvolle leven ; op reis naar de kerkvergadering van Lyon, waarheen hij met zijn heiligen vriend Bonaventura was geroepen, werd hij door den dood overvallen in de abdij van Fossa Nuova. Hij bereikte den leeftijd van slechts acht en veertig jaren. Gij ziet den H. Thomas hier voorgesteld niet een boek in zijn hand, op zijn borst schittert een zon. „Begaafd met een leerzamen en doordringenden geest, met een vlug en vast geheugen, onberispelijk van wandel, geheel liefde voor de waarheid, overrijk aan goddelijke en inenschelijke wetenschap, werd hij vergeleken bij de zon, en koesterde de aarde met den gloed zijner deugden en vervulde haar met den glans zijner leer.quot; ') De zon is om haar rijkdom van stralen het juiste beeld van don rijkdom zijner deugden, en haar glans geeft ons de gelijkenis van het licht, dat hij in ongekenden luister over

') Leo XIII Encycliek ..Aetcrni I'atris.quot;

ocr page 53

39

de wetenschap deed opgaan. Maar de Heilige, die de waarlieid zocht en verheerlijkte, vond Haar, levende in het IL Tabernakel; daar vond zijne smachtende ziel de ^verkwikking der rust. Op last van Paus Urhanus IV vervaardigde hij de kerkelijke getijden voor liet plechtige feest van liet Allerheiligste Sacrament, dat door dezen Paus in 1264 werd ingesteld voor de geheele wereld. Toen schreef hij die zinrijke gebeden, ter verheerlijking van den verborgen God „liet Afschijnsel van do Heerlijkheid des Vaders,quot; ') hier schuil gaande onder de gedaante van brood ; toen zong zijne engelachtige ziel voor het.H. Tabernakel die jubelliederen, waarin iiij alle tee-derheid zijner liefde uitstortte ter aanbidding van „het Brood der engelen, dat de Spijze der menschen geworden is.quot; Zijn eerbied voor hot Sacrament bewoog allen die zijn sterfbed omringden. De abt, die do 11. Teerspijze droeg, naderde zijn sterfbed; maar, uitgeput van krachten, wierp de Heilige zicli toch ter aarde voor zijnen God. Vóór dat hij de H. Teerspijze mocht ontvangen vroeg hem de abt, volgens een oud gebruik, over zijn geloof in het H. Sacrament; en schreiend antwoordde de stervende, die daar geknield lag ,,ik geloof waarachtig en geheel zeker, dat dit .le waarachtige God en Mensch is, de Zoon van God den Vader en der maagdeiijke Moeder, dit geloof ik mot mijn ziel, dit belijd ik met den mond.quot; Nu ontving iiij den God naar, Wien zijn hart verlangde, als onderpand der eeuwige vereeniging; twee dagen later mocht iiij opgaan naar zijnen God om Hem te aanschouwen; do verzuchting zijner ziel werd vervuld :

') Hplir. 1 : 3,

ocr page 54

4U

.T(v,us, (lipti mijne oogon hier verscholen zien,

Laut mijn sclunaclitend liarto 't lioogo heil gescliiên, Dat ik zonder siuijer, 't god'lijk aangezicht Zien moge, eeuwig zalig in uw gloriclicht.

De eeuwige dag- des iieniels was in vollen luister op-quot; gegaan voor zijne ziel. De If. Kerk viert zijn feestdag 7 Maart.

Aan de andere zijde van liet Tabernakel zijn do afbeeldingen geplaatst van zes heilige maagden, die hun hart hadden geschonken aan hunnen Bruidegom des altaars toen zij zijne zoete stem hadden gehoord : „Ik zal U verloven aan Mij voor eeuwig.quot; Op aarde vonden zij de kracht en de vreugde in „de tarwe dor uitverkorenen en den wijn die maagden kweekt,quot; -) in den lieinel mogen zij nu het eeuwige bruiloftsmaal vieren met het goddelijk Lam. 3) De maagden, die het Lam volgen waarheen het gaat,quot; ') moeten dus ook hier verschijnen; ook hier moeten zij liet Lam volgen waar het gaat en woont onder de menschen.

De H. Barbara treedt vooraan in de rij en draagt zegevierend den toren met de drie vensters. Om haar van het bederf der wereld te vrijwaren liet haar heidensche vader Dioscorus zijne dochter hare jeugd doorbrengen in een weelderig ingerichten maar eenzamen toren. Gods genade kwam hare eenzaamheid daar verblijden ; zij ontving de kennis van het ware geloof, werd buiten weten des vaders gedoopt, en wijdde zich nu geheel aan den goeden God, die tot haar had gesproken in de eenzaam-

') Osee II : 19.

al /«I'll. IX. : 17.

s) A poe. \1\ : 7, 0.

') A poe. XIV : 4.

ocr page 55

41

Iieid. Diosconis, onbekend met haaf bekeering en heilig voornemen, stelde liaar tevergeefs do schitterendste liu-welijken voor, doch toen Barbara, gedurende de afwezigheid van haar vader, in den toren nog een derde venster ter aanbidding der JL Drievuldigheid had laten maken, bemerkte Diosconis bij zijn terugkeer haar geloof in den Christus, en ontstak in zulk eene hevige woede, dat hij zijn zwaard trok en zijne dochter zou hebben doorboord, wanneer deze zich niet door de vlucht voor hem had verborgen. Zij werd nu uit haar schuilplaats in de woning teruggevoerd, en bij den stadhouder Martianus als christin aangeklaagd door den vader zelf. Na vele beproevingen doorstaan en wreede pijnigingen verduurd te hebben, na alle beloften des vaders te hebben afgewezen met het besliste woord „ik bemin mijn vader, maar ik mag hem niet meer liefhebben dan mijn Vader in den hemel,quot; werd zij ter dood veroordeeld. Volgens oude getuigenissen heeft de vader zelf zijne dochter onthoofd, maar ook ter zelfder tijd zijn straf ontvangen, want een bliksemstraal wierp hem dood ter aarde. De IT. Barbara wordt vooral vereerd als patrones voor een zaligen dood volgens het gebed der H. Kerk „opdat wij voor den dag van ons sterven door eene ware boetvaardigheid en eene oprechte biecht voorbereid liet Allerheiligste Sacrament van het Lichaam en Bloed onzes lleeren Jezus Christus verdienen te ontvangen.quot; ') Haar feestdag is 4 December.

De H. Catharina draagt in de eene hand den palmtak van het martelaarschap; de andere hand rust op het zwaard, waarmede zij onthoofd werd. Cod had bij de bekoorlijkheid der de.ugd haar nog den luister der wijsheid gegeven; zoodat do jeugdige maagd in het paleis van

') O rut. O tt'.

ocr page 56

keizer Maxiininus vijftig heidensclie wijsgeeren in een glansrijken redetwist overwon en met zulk een gloed en overtuiging de waarheid van liet Cristendom tegen limine aanvallen verdedigde, dat de wijsgeeren die waarheid erkenden en, ondanks de gramschap des keizers, het chris-teudom aannamen. In woede ontstoken liet Maxiininus eerst, nog denzelfden dag, die vijftig bekeerlingen den vuurdood ondergaan; daarna trachtte iiij de jeugdige maagd met den schat des geloofs ook de glorie der maagdelijke zuiverheid te doen verliezen. Alle beloften waren vruchteloos. Nu veroordeelde de keizer haar om gemarteld te worden door een rad, met zwaarden en scherpe punten beslagen; maai' toen zij aan liet foltertuig was gebonden en het rad in beweging zou gebracht worden, viel dit op haar gebed in stukken. Door het zwaard werd zij daarna onthoofd; maar «ie engelen brachten haar lichaam naar den berg Sinai in Arabic, en hebben het daar begraven. Haar feestdag is 25 November.

Naast haar voor den troon van het vlekkelooze en gemartelde offerlam jubelt de jeugdige Bruid des Ileeren, de IT. Agnes, die hare reine deugd en gemartelde jeugd met de dubbele kroon der maagden en der martelaren heeft verheerlijkt. Toen zij in den bloei der jeugd, op dertienjarigen leeftijd, in Eome werd gemarteld, had deze door God beminde maar van God door wellust vervreemde stad in haar een engel verloren, die haar door den hemel met geen ander doel scheen te zijn geschonken, dan om de aardschgezinde gedachten der bewoners, welke dooide reine bekoorlijkheid harer vluchtige verschijning op haar waren gevestigd, bij iiaar terugkeer naar God los te maken van deze aarde en met zich op te voeren naar den hemel, waar de jeugd eeuwig bloeit, en de schoonheid nooit verwelkt.

ocr page 57

4:i

Uitmuntend door liooge geboorte, door schoonheid gevierd, en door Home's jongelingschap om strijd ten huwelijk begeerd, had zij evenwel de zuiverheid des harten aan God toegewijd en Jezus tot bruidegom iiarer ziel verkozen. Zij werd voor den heidenschen rechter gevoerd, maar wreede bedreigingen noch schitterende beloften konden hare standvastigheid tot ontrouw aan haar Bruidegom bewegen. Door de bovennatuurlijke kracht, welke de zwakke maagd bezielde, in alle pogingen teleurgesteld en steeds meer verbitterd, vormde de machtige senaat van liet wereldbeheerschende Rome tegen eene weerloozo maagd van dertien jaren een plan, dat alleen door de hel kan worden ingegeven, en alleen door eene machtelooze rechtbank kan aanvaard worden. Want zij lieten haar voeren naar eene woning, waar het bederf en de schande van Rome samenkwam, en gaven daardoor getuigenis, gelijk Tertullianus zegt, ') dat het verlies der zuiverheid in het chistendom meer te vreezen is dan iedere pijn en iedere marteling. Door een engel Gods voor alle snoodheid beschermd, werd zij tot den vuurdood veroordeeld; maar ongedeerd stond zij te midden der vlammen en bad tot God. Nu zou het zwaard hare marteling voleindigen. Bij het vernemen van dit vonnis jubelde haar hart omdat zij eindelijk haren Bruidegom zou aanschouwen, wien zij haar hart had toegewijd. Met opgewekte en vlugge schreden als ging zij ter bruiloft, trad zij de martelplaats bin. nen ; de ketenen waren van hare tengere handen gegleden. Allen weenden over de jeugdige martelares, zij

') Tortull. Apol C. L. Hij houdt den lieidenschen rechters deze be-kentenis voor : nam et proxime nd lenonem damnando christianam po-tins quam ad leonem confessi estis, labem pudicitiae apud ims atroci-oncm oinni poena et omni morte reputari.

ocr page 58

44

alleen was verheugd ; en terwijl velen beproefden liaar nog te redden of tot een Iiuwelijk te bewegen, riep zij luide „de bruid doet den Bruidegom onrecht, indien zij Hem laat wachten ; Hij alleen zal mij bezitten. Die mij liet eerst heeft uitgekozen. \\ at talmt fiij nog langer, o beul! Laat dit lichaam steiven, dat nog bemind kan worden door oogen, door welke ik niet bemind wil wor-, den.quot; Het zwaard viel. de bruidegom ontving zijne bruid om haar te kronen met eeuwige glorie.

Hoe zalig was de Maagd,

Die Goile zoo behaagt.

Dat op haar ziel, het oog van Jezus viel,

Die deez' bedauwde roos Tot zijne bruid verkoos,

Zoo ras zijn iicht — verheugde haar gezicht,

En zij hem opdroeg den morgenstond Van 's levens geuren — en knop en kleuren, In 't hart gewond.

Vondel, Lofzang van St. Agnes.

In de voorstelling des altaars rust een lam op haar linkerarm aan haar hart ; dit herinnert U eene gebeurtenis. welke korten tijd na haar marteldood voorviel. Eenige dagen na hare marteling waren de ouders der 11. Agues des nachts naar het graf van hun kind gegaan om daar te bidden en te weenen. Plotseling aanschouwden zij hun heilig kind, schitterend van licht, omringd door een koor van maagden ; aan hare rechterzijde stond een lam blanker dan sneeuw. De glorievolle maagd sprak tot hare ouders: „weent niet over mijn dood, want nu leef ik in den hemel bij Hem, Die op aarde mijne liefde geheel heeft bezeten.quot; Het lam beteekent dus haar bruidegom Christus, het goddelijk Lam, dat zij als de Bruid aan haar hart op haar arm dragen mag. Deze beteekenis wordt

ocr page 59

aangeduid door de Kerk in haar officie, „aan hare rechterzijde verscheen een Lam, blanker dan sneeuw, Christus, Die haar als bruid en martelares aan zich toewijddequot; ') Het goddelijk Lam is dus het zegelmerk der eeuwige verloving, dat zij op haar hart en op haar arm draagt volgens den uitdrukkelijken wil des Bruidegoms uit liet Hooglied: ^ „plaats mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm.quot; Haar feestdag is 21 Januari.

De H. Gerti'udis is voorgesteld met den staf der abdis; in haar rechterhand heeft zij de weefspoel. In het klooster te llodalsdorf verbond zij zicii aan (lod door belofte van eeuwige zuiverheid. Begunstigd door de verhevenste beschouwingen, welke de God van het H. Tabernakel haar gaf, wist zij toch als klooster-overste de plichten van het dagelijksche leven met den grootsten ijver te vervuilen. Zelf heeft zij hare hemelsche openbaringen opgeteekend, waarin hare teedere ziel spreekt tot den God, Die iiare stille beschouwing verblijdt. Haar feest wordt gevierd 15 November.

De afbeelding der H. Theresia spreekt van kracht en moed. In haar linkerhand draagt zij een hart, in haar rechterhand een kruis; want in haar hart gloeide de liefde der Serafijnen sterk als do dood quot;j, maar ook een kracht, onwrikbaar en onbuigzaam genoeg om eene wereld te hervormen voor den Gekruisigde; zij vereenigde in zich de liefde van den Serafijnschen Franciskus van Assisie met den apostolischen moed van Franciskus Xaverius. Te Avila in Castilië geboren, verliet zij als kind met haar kleinen broeder llodriguez in siilte de ouderlijke woning, om den marteldood te zoeken in Afrika. Door

') Ant'nib. Keel.

Cant. VIII : Ü.

:i) Cant. VIII : (i.

ocr page 60

4(3

een liarer bloedverwanten, die de jeugdige vluchtelingen ontmoette, werden zij teruggevoerd in de ouderlijke woning; later gaf zij zich geheel aan God in de kloosterorde van O. L. Vrouw van den Berg Carmel. Maar God, die dikwijls liet zwakke der aarde verkiest voor zijn werk opdat niemand roeme dan in Hem alleen, had deze zwakke vrouw tot eene groote taak geroepen; zij was in liet plan Gods liet werktuig om den vroegeren luister terug te geven aan de Carmelieten-orde door den strengeren regel in te voeren, zoowel voor de mannelijke als voor de vrouwelijke afdeeling der orde. Onder goedkeuring van Paus Pius IV begon zij haar zware taak, die haar levenstaak genoemd mag worden. Door voortdurende regeltucht en door Gods genade bezat de H. Theresia de vereischten om dat werk des Heeren te volvoeren: eene volstrekte zelfverloochening, die de zelfvoldoening van het oogenblikkelijk welslagen niet zocht, het. onwrikbare vertrouwen in de overwinning, aan de zaak Gods beloofd, en de onbreekbare volharding, die gedurende een vol menschenleveigt;de geestdrift en wilskracht behield ondanks alle tegenwerking niet alleen van de wereldlijke machten maar ook van hen wier steun zij had mogen verwachten voor een werk, dat Gods eer alleen beoogde cu onder de goedkeuring des Pausen was begonnen. Haar moeitevolle arbeid werd eindelijk met een rijken zegen beloond, want ondanks alle tegenwerking, herleefde de vroegere luister der orde; en ofschoon zij over geen menschelijke hulpmiddelen kon beschikken, stichtte die arme maagd twee en dertig kloosters, waarin de geest Gods bloeide en de strengere regel, door haar ingevoerd, het leven bezielde. Doch bij al die zorgzame werkzaamheden vergat zij de eigen heiliging der ziel niet; juist die eigene toewijding aan God

ocr page 61

47

oaf haar de kracht om ilic nitweiulig-e en verstrooiende

o

bezigheden te verrichten voor God, in ^ ien alleen zij haar vertrouwen stelde. In alles, wat zij van anderen vórderde, o-af zij zelve het voorbeeld. Zelfs geen ziekten konden hare heldhaftige gestrengheid weerhouden van haar lichaam to tuchtigen met slagen en geesel koord en; haar zucht naar het lijden voor haar Gekruisigde was zoo hevig dat zonder lijden haar het leven waardeloos scheen, zoodat zij zich somtijds in de doornen wierp en tot God voortdurend verzuchtte: Heer! óf lijden of sterven. Zij achtte liet lijden zoo noodzakelijk volgens het woord Gods dooiden H. Paulus medegedeeld, „de kracht wordt in zwakheid voleindigdquot; '), dat zij eenmaal schreef: „wee over onze nieuwe orde, wee over ons allen, wanneer het ons aan kruisen ontbreekt.quot; Doch bij het uitwendige lijden, dat zij vrijwillig voor zich zelve zocht, voegde God de grootste droefheid, welke er bestaat voor ecne liefdevolle ziel: achttien jaren lang leefde zij in verlatenheid van goddelijken troost, in die dorheid des gemoeds, zonder iets te gevoelen van die zalige verrukking, waarmede God somtijds zijne reine zielen hier op aarde verheugt; zij leefde in dien toestand, welken Thomas a Kempis genoemd heeft de ballingschap des harten. 2) Terwijl hare liefde wilde opvliegen naar haar Bruidegom, voelde zij zich als neergedrukt onder dien somberen last en met den grooten Beproefde uit het O. A erbond mocht hare ziel klagend roepen tot Jezus: „waarom verbergt gij • uw aangezicht en meent gij dat ik L vijandig ben. quot;)

')

2) 3)

II Cor. Ml : 0. Imit. L. 11 : C. IX. Job. Xlll ; 24.

ocr page 62

4S

Maar getrouw lilecf zij al die jaren wachten op den lach der liefde van Hem, die zoo zwaar en zoo lang haar beproefde; haar hart bleef waken; daar naderde een engel des hemels en doorboorde het vnriy in innende hart der martelares met een vlammenden schicht. Nu mocht zij genieten van den overvloed der teederste liefdeblijken Gods, die somtijds met zulk een drang haar'nart overstelpten, dat zij smeekte tot God die teekenen van Zijne genegenheid voor hare zwakke ziel te matigen. De grootheid der II. Tfieresia openbaart zich in hare deugden, openbaart zich in hare werken voor God verricht, en openbaart zich nog aan ons in hare geschriften. De 11. Kerk viert haar feestdag- 15 October.

In geestverrukking de handen naar het H. Tabernakel opheffend, en in haar uitwendige verschijning alleen dooiden rozenkrans aan hare zijde hangende onderscheiden, zweeft de II. Rosa de Lima als de laatste in den rei der maagden om den troon van het Lam. Zij was in den Amerikaanschen staat Pern geboren, en wijdde spoedig zich aan God. Beminnelijk en zachtzinnig in den omgang met anderen, doch gestreng voor zich zelve, kastijdde zij haar lichaam, droeg een haren boetekleed en om hare lendenen een ijzeren keten, welke diep in het lichaam doordrong-; onder haar sluier verborg zij eene kroon met scherpe punten bezet, welke in haar hoofd gedrukt was. Dikwijls was de II. Communie alleen gedurende langen tijd haar spijs, en te midden der smarten, welke God haar toezond, mocht de H. Eosa de stem van God hooren die haar toeriep bij eene verschijning: Koos van mijn hart, gij zult mijne bruid zijn. Haar feestdag is 80 Augustus.

Dit is dus in korte trekken het leven der Apostelen

ocr page 63

4!)

en Heiligen die „uis een welriekende geur van Christusquot; ') de omgeving des Tabernakels balsemen en onze tegenwoordigheid daar verheugen.

Het laatste gedeelte des altaars, dat wij nog moeten verklaren, is de expositie-troon, waarin het Allerheiligste ter aanhidding wordt uitgesteld. Boven den Troon ziet gij een vogel, den Pelikaan met eenige zijner jongen — liet treffende beeld van Christus' liefde voor ons, in liet II. Sacrament getoond. Van den Pelikaan wordt verhaald, dat hij zijne borst openrijt om zijne jongen te voeden met zijn bloed; zoo voedt ook Christus ons in de H. Gonununie met zijn goddelijk Bloed. Daarom zingt de H. Thomas van het H. Sacrament

Pie pollicane, Jcsu, Domino Pelikaan vol liefde, Jesus, onze lieer

en worden wij uitgenoodigd te naderen tot Christus in het

oogenblik der II. Commimie;

Laat 't uur L' niet ontglippen:

De wonde bloedt!.... Zet uwe lippen Ann dit voor U doorstooten hart.

Broere Dithyrambe.

Vóór den Troon staan de vier groote Kerkvaders van het Westen: de 11.H. Augustinus en Gregorius ter linker-, de II.II. Ambrosius en llieronymus ter rechterzijde. De II. Augustinus werd geboren te Tagaste; zijn vader Patricius was een heiden, doch bekeerde zich in het einde zijns levens; zijne moeder was de 11. Monica. De jeugd voorspelt echter geenszins zijne toekomstige heiligheid. In wilde genotzucht en schandelijke zonden zijne jeugd verwoestend, toch door ieder gezocht en gevierd wegens zijne buitengewone wetenschap, zwerft hij zijn jongelings-

■ II Cor. II : 15.

ocr page 64

.quot;)(»

jaren door, bezoekt de academiezalen van Tagaste en Madaura en later die van Carthago, waar hij spoedig een leerstoel inneemt. Twijfelend aan de waarheid der ketterij van liet Manicheisme, waarin hij vervallen was, en rusteloos de waarheid zoekende voor zijn rusteloozen geest, steekt hij de zee over naar Koine, tegen den wil zijner moeder, die hem wil terug-houden of hem wenscht te vergezellen ; maar, voi walging' over Rome's leerlingen, vertrekt iiij spoedig als leeraar in de redekunst naar Milaan. Hier wachtte de Vader van barmhartigheid den verloren zoon; hier wachtte God den moeden zwerver, den dwalende naar lichaam en geest; hij was toen dertig jaren oud. De 11. Ambrosius, de bisschop van Milaan was door God uitverkozen om hem als een getrouw zoon te voeren in de armen zijner hemelsche moeder, der II. Kerk, en terug te geven aan zijne moeder dezer aarde aan de II. Monica, die vol droefheid haar kind over de zee was nagereisd. Hij bezocht den heiligen Bisschop en hoorde getrouw zijne preeken, niet, gelijk hij zelf getuigt ') om van hem de waarheid te hooren maar om zijne welsprekendheid te bewonderen. AVant hier legt de II. Augustinus eene gewichtige getuigenis af, die duidelijk voor alle tijden aangeeft iioe ver het vooroordeel den mensch voert en hoe het verstand wordt verduisterd en omneveld door de zinnelijkheid; hij verklaart „dat hij wanhoopte aan het bestaan der waarheid in de Kerk Gods.quot; 2) En toch, wanneer de roeping tot Gods Kerk niet het werk was der genade, gelijk nogmaals blijkt in Augustinus zelf, dan had volgens menschelijke inzichten Augustinus de waarheid gemakkelijk kunnen zien. Want hij had eene

') Conf'. Lib. V : XJII.

!) Ibid.

ocr page 65

Heilige tot Moeder, die de christelijke leer in het kinder-hart had geplant; hij had een scherp en doordringend verstand van God ontvangen; hij wist, dat die Kerk Gods juist den bloedigen tijd der vervolgingen had doorleefd eu zegevierend dien martelstrijd had verlaten, zoodat de goddelijke kracht der Kerk, volgens de getuigenis van Gamaliel, hieruit zich openbaarde; ') hij mocht de verklaring der waarheid hooren uit den mond van den heiligen en weisprekenden bisschop Anibrosius zelf; hij zocht rusteloos de waarheid 2), maai' overal tevergeefs, zoodat hij eindelijk, twijfelend oi' de waarheid ergens te vinden was, zich moedeloos neerwierp in den algemeenen twijfel dat de mensch niets zeker wist, en in die leer der academici volhardde ook na de waarheid uit den mond des H. Anibrosius gehoord te hebben. 3) En zijn zucht naar de waarheid was heilige ernst, en zijn zoeken kwam niet voort uit de trotschheid, die de waarheid zoekt voor het verstand alleen, maar hij verlangde naar de waarheid ook voor zijn gemoed; want zijn geweten liet hem geen rust 4) en de vrees voor den dood en het oordeel verliet hem nooit, ook niet in zijn meest somberen toestand. 5) En toch legt Augustinus de verklaring af, na overal gezocht te hebben, dat hij wanhoopte aan het bestaan der waarheid in de Kerk van Christus; hij gaat weemoedig die Kerk voorbij, want waar ook de waarheid zou kunnen zijn, in de Kerk van Christus was zij niet. Maar de God van barmhartigheid. Die toeliet dat hij dwaalde, opdat hij het ijdele van alles buiten God en Zijne Kerk zou ondervin-

■) Act. Ap. V : B4-89.

■-') De util. cred C'. VIII.

•') Ibid: Conf. Lib. V : V. XIV.

') Conf. Lib. VII : C. VI11.

*) Conf. Lib. VI : C. XVI.

ocr page 66

f)'2

den, beurde den moedelooze op, en voerde Iiein binnen in die Kerk, waarin hij de waarheid niet vermoeden kon. Hier verdwenen do nevelen voor liet licht der waarheid ; maar gelijk hij zelf getuigt, het werk der verlossing voor zijne ziel geschiedde langzaam; „want in den beginne scheen mij de Katholieke waarheid verdedigd te kunnen worden ; en ik kwam tot de meeuing dat de belijdenis van het katholieke geloof, voor wier verdediging ik vroeger dacht dat niets kon worden aangevoerd tegen de aanvallen der Manicheërs, geen vermetelheid was ... . Ik verwierp mijne wanhopige gedachte over de waarheid in (lods Kerk ; de beide partijen stonden gelijk. De waarheid van het katholieke geloof was niet overwonnen, maar overwonnen ha 1 Zij evenmin.quot; ') Als beangstigd voor iedere schrede, waakte hij voor overijling; want hij wilde inde zaken des geloofs eene volstrekte zekerheid, gelijk aan deze, dat de som van zeven en drie tien is. 2) Intusschen had hij nog de banden der zonden niet verbroken. 3) Maar het uur der genade was gekomen ; hij heeft de aandoening zijner ziel in dat oogenblik beschreven. 'O Met zijn vriend Alypius was hij in een tuin gegaan om daar zich in onderling gesprek en in de lezing der brieven van den H. Paulus te verkwikken ; maar de overdenking zijner diep gezonkene ellende greep hem aan, hij kon zijne tranen niet onderdrukken, verwijderde zich van zijn vr.end, wierp zich onder een boom neder in die eenzaamheid en schreide tot God: „hoelang nog Heer! hoelang nog, Heer, zult gij vertoornd zijn op mij ? Gedenk niet

') C'onf. Lili. V ; C. XIV.

('out'. Lil). VI : C. IV.

3) C'onf. Lil). VI : C'. XV.

4) C'onf. Lib. VIII ; C. XII.

ocr page 67

meer mijne vroegere zouden! Waarom zal ik niet op dit uur mijn zondig- levon verlaten ?quot; Plotseling hoorde Iiij eene wondervolle stem „neem en lees,'quot; hij liep terug naar zijn vriend Alypius, nam de brieven van den II. Paulus, sloeg ze open en las daar dat liet leven niet moet voorbijgaan in ongeregeldheden en oneerbaarheid. ') liet werk der genade was voltooid, Augustinus gaf zich geheel aan God, wiens barmhartigheid hom overal had gevolgd; het licht verscheen in de duisternis van zijn geest, en met het licht kwam de rust. Vol vreugde snelde hij terstond naar zijne moeder, die zooveel om hem had geleden, om het moederhart te danken en te verblijden. Zijne bekeering had plaats in Augustus 380; hij was toen twee en dertig-jaren oud. Paasch-Zaterdag van liet jaar 387 werd hij door den H. Ambrosius gedoopt; vier jaar later werd iiij te Hippo priester gewijd, en in 395 ontving hij de bisschopswijding. De 11. Monica zou echter niet lang de vreugde met haar heiligen zoon doelen ; nog in hetzelfde jaar van zijn doopsel word de lieilige moedor door God opgeroepen naar een ander leven; maar do wenscii van haar levon was vervuld, zij vorlangdo niet langer te loven, want stervende sprak zij tot haar kind: „wat zal ik hier op aarde nog doen ? Eóno zaak was er, waarom ik verlangde eenigen tijd nog op aarde te zijn, dat ik voor mijn sterven u christen on katholiek mocht zien. Meer dan overvloedig heeft mijn God mij dit geschonken, zoodat ik u, die het geluk dor wereld hebt verlaten, zelfs als zijn dienaar aanschouwen mag. Wat doe ik nog hier.quot; -) De H. Augustinus arbeidde lang iu een werkzaam on vruchtbaar leven ; hij stierf op zes en zeventig jarigen leeftijd.

') Kom. \lll : 13.

('out' Lib. I\ : C. X.

ocr page 68

.quot;U

De wenscli zijns harten, waarmede hij zijne roerende Be-liidciiNr-on eindigt, ging in vervulling; „Jlijn Heer en God, jivi-l' ons den vrede, want (Jij hebt ons alles geschonken ; geef ons den vrede in de rust, geef ons de rust van dien Sahbathdag, waarover geen avond neerdaalt.quot; ') De H. Kerk viert zijn feestdag 28 Augustus.

De H. Gregorius, de Groote bijgenaamd, was eerst Ro-meinsch praetor; na zijns vaders dood stichtte hij van de erfenis zes kloosters op het eiland Sicilië, en bouwde een ander te Home, waarin hij op zes en dertig jarigen leeftijd zelf het kloosterkleed aannam. Om zij re deugden en buitengewone talenten door Paus Pelagius II opgemerkt, werd hij door dezen tot kardinaal benoemd, en na diens dood tot Paus gekozen. Om die liooge waardigheid te ontkomen vluchtte hij en verborg zich in eene spelonk; maar door de Romeinen, die drie dagen hadden gebeden en gevast, werd hij gevonden, naar Rome teruggevoerd en op den Pauseiijken Zetel verheven. Dagelijks noodigde hij twaalf armen aan zijn tafel. In zijne hooge waardigheid bleef echt ei- de nederigheid eene zijner meest schitterende dengden ; als plaatsbekleeder van Hem die gewild heeft „dat hij die de eerste was, aller dienaar zou zijn,quot; 2) noemde hij zich in zijne brieven altijd : „dienaar der dienaren Gods.quot; Hij bracht belangrijke verbeteringen in den kerkelijken zang, welke daarom naar hem „de Gregoriaanse he zangquot; genoemd wordt. In zijn hand draagt hij een drievoudig kruis; op zijn hoofd prijkt de pauselijke driekroon of tiaar. Zijn feestdag is 12 Maart.

Aan de andere zijde van den Expositie-troon staat vooraan de H. Ambrosius, de heilige en welsprekende

') Conf. Lib. XIII ; C. X\XV.

2) Miittli. Will : II.

ocr page 69

?e-

a.quot;)

liissclioi) van Milaan, die den 11. Augnstiims doopte. Als

0(1,

lieidensch landvoogd van Ligurie was hij te Milaan, toen

11 ;

daar na den dood van bisschop Auxentins een hevige

en

twist ontbrandde over de kenze eens opvolgers. Terwijl

H.

hij als landvoogd met gloed en overredingskracht het ru

moerige volk tot kalmte vermaande, klonk er op eens

lo-

eene kinderstem die luide riep; „Ambrosius zij onze bis

de

schop.quot; In een oogwenk bedaarde de twist, en aller

en

stemmen riepen hem tegelijk tot de bisschoppelijke waar

ijd

digheid. Ambrosius was nog niet gedoopt; omdat hij

ti-

zich onwaardig achtte dien hoogen last te dragen.

rd

spande hij alles in om die waardigheid te ontwijken.

od

Eerst liet hij deu schijn op zich vallen wreed te zijn

it-

„contra consnetiidinem suam tormenta jussit personis

ar

adhiberi,quot; •) toen dit middel niet baatte, trachtte hij zijne

en

reinheid van zeden verdacht te maken „publicas mulieres

op

pnblice ad se ingredi fecit, ad hoe tantum, ut visis his.

li Ü

populi intentio revocaretnr.quot; quot;) ^laar het volk, dat zijne

;id

zachtzinnigheid en onbesmetten levenswandel kende, en

de

daarom zijn listige pogingen begreep, riep luide: „uwe

ïft

zonde kome over ons.quot; •'') Vertrouwende dat de wil des

2)

volks ook de wil Gods zon zijn, werd hij den HO Novem

e-

ber gedoopt, en den 7 December bisschop gewijd. Den

en

vurigen ijver, vroeger zijn keizer betoond, gebruikte hij

ri-

nu in den dienst van Ciod en tot heil der Kerk; zijne

I'Ü

zorg omvatte de geheele Kerk van Christus; rust gunde

ke

hij zich alleen tot het noodzakelijke; in zijne rustelooze

werkkracht was hij zoo onvermoeid dat „wat hij voor de

at

doopelingen albrn deed. later nauwelijks vijf bisschoppen

de

') Vita ejus a Paulino no. 7.

') llml.

ocr page 70

ton tijde van zijn dood konden verrichten.quot; ') Streng in vasten en boetpleging voor zich zelf, was iiij altijd vol medelijden met den armen zondaar, zoodat hij weende, wanneer iemand hem liet herhaald vallen in zonden open-haarde. 2) Zonder onderscheid van personen te kennen in de zaken Gods — hij weigerde keizer Theodosius den ingang- der Kerk, tot dat hij eerst boete gedaan had voor zijne zonde — waren toch. evenals voor zijn Goddelijken Meester, ook voor hem de armen en ongelnkkigen de bijzondere gunstelingen zijns harten. Talrijk zijn de nage-latene werken van den H. Ambrosins; onder zijne heerlijkste werken beiiooren zeker die, welke handelen over den maagdelijken staat. De If. Augustinus geeft in zijne Belijdenissen eene levendige beschrijving van Ambrosins' studie en bezigheden. :1J Hij stierf op Paasch-Zaterdag van het jaar 397. Zijn feestdag is 7 December.

Een weinig ter zijde naast St. Ambrosins staat de strenge kluizenaar der woestijn, de II. Hieronymus. Geboren in het jaar 331 te Stridon in Pannonie, bracht hij eerst eene stormachtige jeugd door; doch, volgens eigene verklaring 4) werd hij door de vrees voor de hel zoo geweldig aangegrepen dat hij zich eerst in de schrikwekkende wildernis van Syrië begaf, later de stille rust van Betiileiiem zocht om daar boete te doen voor de zonden zijns levens en zich voor te bereiden op het oordeel Gods.

Zijne natuur was onstuimig en geweldig als die der woestenij, waarin hij leefde. Wild is zijne zondige jeugd; maar ook de onmeedoogende versterving van den man en

') lliid nquot;. 38.

-) 11)1(1 liquot;. ;!9.

s) Conf. Lib. VI : C'. 111.

4) Ep. nd Eustocliiu 111, do custodia virifinitutis.

ocr page 71

ile bloedige lichaamskastijdingen van den uitg-eputten grijsaard jagen U cenc siddering door liet hart. Hij gevoelt somtijds ile zoete vertroostingen van Gods liefde, een teeken der vergeving voor vroegere zonden, maar liij wordt daardoor niet weerhouden, veeleer aangemoedigd om zijn vermagerd en naar een geraamte gelijkend lichaam nog strengel' te kastijden, liet paradijs alleen schijnt hem eenige gelijkenis te kunnen geven wanneer hij in do sierlijkste taal aan Jleliodorns de vreugde en het geluk der eenzaamheid-met God in de woestijn verhaalt; daar zweeft een hemelsche lach over zijn bleek gelaat als hij het voorrecht der maagdelijkheid of de liefde des lleeren voor eene reine, lelieblanke ziel verheft en prijst; maar zijn woord gloeit ook, het vlamt van geestdrift, waar hij den ellendeling terugjaagt, die het wagen durft de liruid Gods op aarde, de II. Kerk, of eene harer leeringen aan te randen. Als de leeuw, die gewoonlijk aan zijn voeten liggende wordt afgebeeld, is hij groot in edelmoedigheid, maar ook geweldig iu zijn toorn waar hij wordt geterird. Wanneer do ketter Helvidius de vermetelheid heeft do altijddurende zuiverheid der vlekkelooze Moedermaagd aan te randen, zwijgt hij eerst „omdat hij den ketter de eer niet waardig acht door zijn antwoord overwonnen te wordenquot;; maar als hij later ziet, dat het boekje ergernis geeft meent hij .,lt;11111 de wortels van dien onvruchtbaren boom den bijl van het Evangelie te moeten aanleggen, en hem met zijne bladrijke oiivrucht-baarheid in de vlammen te moeten werpen, opdat hij. die nooit spreken geleerd heeft, eindelijk eens leere zwijgen.quot;') In dit verweerschrift tegen den ketter Ifelvidius vernietigt hij al zijne opwerpingen met eene verplettende kracht

') Adv. HoWid. in in it.

ocr page 72

van uitdrukking in woorden en beelden, die ons herinnerl dat ook onze goddelijke Zaligmaker gesproken lieeft van de Phariseën als adderen-gebroed. ') De ketter gevoelt dat llieronymus zijn geeselriemen ook voor anderen weet te gebruiken. Als hij, reeds op lioogen leeftijd gekomen, met den H. Augustinus over eenige punten der H. Schrift verschilt en schrijft, waarsclmwt hij den H. Augustinus in een zijner brieven om hem op het gebied der Schriftuur niet uit te dagen, en gebruikt dan het meer schrikwekkende dan liefdevolle beeld van een ouden en vermoeiden os, wiens zware tred verplet en vermorselt.

Toch, hoe vreemd het moge schijnen, deze strenge man der woestijn, levende tusschen de wilde dieren, omringd door eene wilde natuur, iiad een teeder en gevoelig hart; die onmeedoogende boeteling bezat bij uitnemendheid de gave om de reine zielen der maagden en heilige vrouwen tot de hoogste volmaaktheid op te voeren en met de vurigste liefde tot hun hemelschen Bruidegom te doordringen, zooals zijne briefwisseling met eene H. Paula, Eustochium, Marcella en anderen getuigt; die man, naar den schijn zoo hard en terugstootend, had in de eenzaamheid soms de oogen vol tranen als hij schreef aan een zijner dierbaren door ziekte of andere rampen getroffen; die man wordt U dierbaar als gij hem ziet weenen over den dood zijner vrienden, en gij voelt eene teedere genegenheid voor dien grijsaard, die weent met de treurenden als gij weet dat zijne eigene ziel door de wreedste smarten wordt gefolterd. Want hier ligt de verklaring van het geheim dier schijnbare tegenstrijdigheid; God had die geweldige ziel door liet vreeselijkste lijden verzacht en verteederd. In een brief aan de IT. maagd Eustochium

') Mntli. III ; 7.

ocr page 73

•t openbaart liij haar iets van den hevigen strijd zijner ziel;

m de volle kracht der woorden kunnen wij niet teruggeven.

It ,,0! hoe dikwijls, neergezeten in die woestijn, in die nit-

jt ,.gestrekte eenzaamheid, die, verbrand door de hitte der

ii, „zon, eene huiveringwekkende woning den kluizenaars aan-

ft „biedt, heb ik gedacht nog bij de vermaken van Rome

is „tegenwoordig te zijn. Ik zat daar alleen, want ik was

f- „met droefheid vervuld. Mijne weerzinwekkende lede-

c- # .,maten sidderden in een zak, en mijn verwaarloosd lichaam

r- „was met de morsigheid van eeno aethiopische huid bedekt.

„lederen dag weende ik, iederen dag jammerde ik, en

,11 „wanneer mij, tegen allen weerstand in. de dreigende

d „slaap had overvallen, wierp ik mijne ledematen, die

;; „nauwelijks nog aaneengesloten zaten, op den onbedekten

e „grond neder. Over mijn spijs en drank spreek ik niet;

n „want zelfs de wegkwijnende kluizenaars gebruiken koud

e „water, en eenige gekookte spijs gebruiken wordt als

„zinnelijkheid beschouwd. In zulk een toestand nu, dacht

i, „ik, die zelf uit vrees voor de iiel mij tot zulk een kerker

r „had veroordeeld en in het gezelschap van scorpioenen

i- „en wilde dieren alleen leefde, nog dikwijls tegenwoordig

n „te zijn tusschen de reien van Home's dochteren. Mijn

; „aangezicht was verbleekt door vasten, maar mijn geest

r 1 „werd verhit door begeerlijkheid in het koude lichaam;

,,en in een meusch, reeds in zijn vleesch afgestorven

s „kookten alleen nog de heetc lusten. Zoo nu lag ik van

i „alle hulp verstoken, aan Jezus' voeten, ik besproeide ze

t „met mijne tranen, ik droogde ze af met mijne haren, en

3 „ik bedwong mijn weerspannig vleesch door vasten gedu-

i „rende vele weken. Ik schaam mij niet do ellende van

i „mijn ongelukkigen toestand te bekennen; veeleer beklaag

„ik mij, niet meer zoo vurig te zijn als ik geweest ben.

.5

ocr page 74

(JO

„Ik lierinner mij, dat ik dikwijls luide gejammerd heb „van den morgen tot den avond, en dat ik niet ophield „op mijn borst te slaan, voordat op Gods bevel de kalmte „terugkeerde; ik huiverde zelfs voor mijne cel, als kende „deze mijne gedachten; en vertoornd en hardvochtig tegen „mij zelf, drong ik alleen door in de woestenij; en wan-„neer ik daar holten in de valleien, ruwe bergblokken, „steile rotspunten vond. was daar de plaats voor mijn „gebed, daar de plaats voor de kastijding van mijn ellendig „vleesch; en, gelijk (iod zelf mijn getuige is, na veel te „hebben geschreid, na lang naar den hemel te hebben „opgezien, meende ik dan soms tusschen de reien der „engelen te zijn, en vol vreugde en blijdschap jubelde ik: „F zullen wij volgen in den geur uwer reukwerken.quot; ')

Hij stierf te Bethlehem en werd daar begraven; later evenwel werd zijn lichaam overgebracht naar Rome, naaide Kerk van Maria de Meerdere, waarin de kribbe van Bethlehem bewaard wordt. De H. Hieronymus is hier afgebeeld in het roode gewaad, het purper der kardinalen ; ook draagt hij den kardinaalshoed; met deze onderscheidingsteekenen wordt hij, ofschoon hij geen kardinaal was, afgebeeld, omdat hij Paus Damasus met zijn raad ter zijde stond, vooral op de Synode van Rome in het jaar 382, waar hij op verlangen des Pausen eene geloofsbelijdenis opstelde, welke door de Apollinaristen, die tot de Kerk wilden terugkeeren, moest worden aangenomen 2); tevens ook, omdat de Paus hem eenigen tijd bij zich behield om zijne brieven te beantwoorden.

De glorie evenwel van den Expositie-troon is het Lam Gods, dat in den Monstrans ter aanbidding wordt uit-

') Kp. ad Kust de oust, virgin.

-) llefelc. ('onctfoscli. li II.

ocr page 75

(11

gesteld, on dat tegen liet achtervlak van den Expositie-troon op een schilderstuk is afgebeeld. Op een boek, niet zeven zegels gesloten, staat liet Lam, dat den kruisvaan omhoog heft, terwijl uit Zijn borst het bloéd in een kelk vloeit; het gelieele tafereel is met een aureool omgeven. Twee engelen- liggen in aanbidding voor liet Lam geknield, en zingen het zegelied der hemelen, liet „driewerf Heilig,quot; dat als onderschrift prijkt. Deze voorstelling is wederom ontleend aan de 11. Schrift, aan het Hoek der Openbaring van den 11. Joannes, liet boek met de zeven zegels gesloten kon door niemand geopend worden dan door het Lam, dat alleen „waardig is zijne zegels te openen, omdat Het geslacht is en ons in Zijn bloed heeft vrijgekocht.quot; ') De kruisvaan, dien Het opheft, is het teeken der overwinning, vooral Zijner overwinning over den dood. Maar ook aan ons wordt in dit Sacrament de hoop der overwinninir, de hoop der toekomstige verrijzenis uit den dood geschonken. Want wij ontvangen het Vleesch en Bloed, maar het verheerlijkt Vleesch en Bloed van Hem, Die het lichaam onzer vernedering hervormen zal gelijkvormig aan het lichaam Zijner heerlijkheid, 2) Die de Eersteling der ontslapenen is, en in Wien de menschelijke natiuir reeds zegevierde over den dood. Gelijk nu Christus deelgenoot werd onzer menschelijke, sterfelijke natuur, zoo maakte Hij ons deel-genooten Zijner goddelijke, onsterfelijke natuur, niet alleen door de heiligmakende genade maar ook in dezen zin, door den IL Cyrillus aangegeven, dat Hij Zijn Lichaam en Lloed uitdeelt in onze ledematen, quot;) zoodat wij met de Godheid

') A poe. V : 0.

-•) l'liil. Ill : 21.

■') Cyril. Hieros. Cat. inys. IV ; ii ü.

ocr page 76

(gt;2

tegelijk ook de onafscheidelijke, verrezene, onsterfelijke Menseliheid van Christus ont vaneen. En gelijk wij in Adam sterven, omdat wij door hem cene met zonde besmeurde en den dood onderworpene natuur ontvangen, zoo zullen wij ook in Christus levend gemaakt worden; want bij de II. Communie ontvangen wij met de goddelijke ook de verheerlijkte inenschelijko natuur van den tweeden Adam; daar ontvangen wij het onderpand maar ook de werkelijkheid der vereeniging tusschen hot verrezene Hoofd en ons. Zijne ledematen. Zijn geheimzinnig Lichaam, die sterven zullen als 11 ij om evenals Hij den dood te overwinnen door de opstanding.

In de verwachting en de blijde aanschouwing van dit hoogere leven, dat in ons opbloeit hebben de dichters van dit H. Sacrament gezongen:

Het leven kiemt en voelt do zonneblikken Van Zijne liefile en hu re onsterf'lijkheiil!

Bkoeke, „ Dithj/raiiihcy

Zingl en looft den Ileer van 't leven,

Die het vlekloos leven gaf.

Door Zijn dood ons heeft geheven Tol den hemel uit het graf;

Die ons wonderbaar komt spijzen Mei zijn godlijk levensbrood.

Dat ons juichend doet verrijzen Uit den dood.

Schaepman, het 11. Sacrament van Mirakel.quot;

. . . hier sterft de dood.

Vondel, „Altaaryeh.quot; tub. fine.

ocr page 77

DE RAMEN IN HET PRIESTERKOOR.

Ieder raam bevat drie onderscheidene voorstellingen. Boven aauscliouwt gij altijd eene geschiedenis uit hot Nieuwe Verbond, in het midden eene gebeurtenis uit liet O. Verbond, beneden twee heiligenfiguren, gewoonlijk 11.11'. Patronen of Patronessen der edelmoedige cn milddadige geloovigen, die tot aanbidding van den God der hemelen en tot sieraad Zijner woonplaats op aarde deze ramen hebben geschonken. Om de verklaring der verschillende voorstellingen «roed te begrijpen is het nuttig, eerst uwe aandacht er op te vestigen dat de twee tafereelen uit het O. en N. Verbond in het boven- en in het middenvak met elkander in verband staan; de gebeurtenis namelijk uit het O. Verbond is eene type of' voorafbeelding of' aanduiding van de gebeurtenis uit het N. Verbond. Allo tafereelen hebben wederom betrekking op het H. Sacrament.

liet eerste raam ter linkerzijde toont boven de aanbidding der drie koningen, in het midden het bezoek der koningin van Saba bij koning Salomon, beneden de twee heiligenfiguren van St. Josef en St. Antonius. Gij ziet in het bovenste vak de H. Maagd Maria in zittende houding; zij heeft het goddelijk Kind op haar schoot, een weinig voorovergebogen naar een der koningen, die geknield ligt en zijn kroon op den grond heeft nedergelcs'd uit eerbied voor den Koning der koningen. Een ander der

ocr page 78

(i-Jr

koningen draagt op zijn liunden de gesclienken, uit liet Oosten medegevoerd, terwijl de derde met zijn vinger wijst naar de wondervolle ster in de lucht, welke lien geleid lieeft uit iiun land langs moeitevolle en onbekende wegen naar Betldeliem. In liet middenvak is koning Salomon, den scepter in zijn hand dragende, op den troon gezeten : tegenover hem zit, eveneens op een rijken troon, de koningin van Saba, die in haar land zooveel had vernomen van de wijdvermaarde keunis en heerlijkheid des konings en gekomen was om zich van de waarheid der faam te overtuigen. Haar omringt een breede stoet van dienaren, die hare kostbare geschenken voor den koning dragen. Onze goddelijke Zaligmaker heeft zelf eenmaal getuigd dat er tusschen deze twee gebeurtenissen een nauwe betrekking bestaat. ') Evenals de koningin van Saba uit een ver afgelegen en heidensch land zich begaf naar Salomon den koning der Joden, om hare hulde te betuigen en hare geschenken te offeren aan hem, van wien zij in haar land zulke woudervolle verhalen had vernomen: zoo kwamen ook deze koningen uit eene verre en heidensche landstreek van liet Oosten naar Christus den waren en eeuigen Koning der Joden, om hunne aanbidding te geven en hunne geschenken aan te bieden aan Hem, Wiens geboorte zij in hun land door eene wondervolle ster hadden vernomen: „want meer dan Salomon is hier.quot; gt;)

In liet II. Sacrament is God zelf, van Wien Salomon met zijn wijsheid en luister slechts eene voorafbeelding was; hier in het Sacrament aanbidden wij denzeifden God Dien de koningen uit het Oosten aanbeden hebben.

De II. Jozef, de zorgzame Voedstervader van het god-

') .Math. XII ; 42.

ocr page 79

delijk kind, lioiult eene lelie in zijn hand; liij was de reine Bruidegom der Moedermaagd. Üe lelie is liet zinnebeeld der reinheid, der maagdelijke zuiverheid. De H. Antonius, in kloosterpij gekleed en aan zijn gordelriem den rozenkrans dragende, houdt in zijn rechterhand eveneens eene lelie, en in zijn linkerhand een boek, waarop het goddelijk kind is gezeten. Antonius genoot op zekeren dag de gastvrij-iieid van den burchtheer van Chateauneuf. Terwijl de Heilige in de eenzaamheid de zoete vreugde der overweging smaakte, werd plotseling de kamer met een schitterend licht verhelderd; onze goddelijke Zaligmaker, die den eenvoud des geloofs en de vlammende liefde in Zijn dienaar wilde beloonen, daalde neder onder de gedaante van een kind, zette zicii neder op den arm des Heiligen, sloeg zijne handjes om Antonius' hals en liet toe dat de Heilige Hem liefkoosde en streelde. Daarom wordt St. Antonius gewoonlijk afgebeeld met het goddelijk Kindje op zijn arm.

Het tweede raam heeft deze tafereelen: boven het onderhoud van Christus met de Saniaritiiansche vrouw, in het midden Mozes slaande met zijn staf op de rots waaruit het water springt: beneden ziet gij de H. .Inliana en do IT. Barbara. De gebeurtenis in het boven-vak voorgesteld, wordt ons verhaald door den H. Joannes. ') Op zijn tocht door Samaria kwam Christus bij de stad Sicliar; daar was een bron, die door den patriarch Jacob was gegraven. Vermoeid van de reis ging onze goddelijke Zaligmaker naast die bron zitten; liet was omstreeks liet zesde uur inden morgen. Nadat Christus een kort oogenblik daar had gerust, kwam eene Samaritaansche vrouw uit de stad naar de bron, om water te putten; er bestond toen eene bittere vijandschap tusschen de Joden en de Samaritanen,

') Jon. IV. 5

ocr page 80

66

zoodiit zij geene goniecnscliap zanieii liielden. Oiu Zijn gesprek met lt;le vrouw in te loiilen, vroeg C'iiristus haar of zij Hem water te drinken wilde geven. Daarna liegon Cliristus de gedaciiten der vrouw, door die onverwachte vraag tot belangstelling opgewekt, liooger op te voeren naar do kennis der gave Gods, en Hij sprak over liet water dat Hij geven kon en dat in eeuwigiieid den dorst zou lessehen van hen, die daarvan zouden drinken. Verlangend naar die gave Gods werd zij nu van het bovennatuurlijk karakter van den Vreemdeling overtuigd, doordat Hij haar de onbekende zonden haars levens openbaarde. Het vermoeden ontwaakte in haar of deze door God verlichtte Persoon wellicht de verwachtte Messias zijn zou; nu gaf Christus haar het geloof in den waren God, den waren Messias, „Ik ben liet, die met u spreek.quot; — Gij ziet de vrouw half voorover gebogen over den put, geheel afgetrokken van haar werk, alleen luisterend naar Christus, Die voor haar zit.

De geschiedenis, welke in het midden-vak wordt getoond, is volgens de H. Schrift deze: ') Op zijn zwerftocht naar het beloofde land, was het Israölietische volk gekomen te Jiaphidim; daar vonden zij geen water om te drinken en zij begonnen te morren tegen Mozes. Op Gods bevel nam Mozes zijn staf, trok met het volk naar den berg Horeb, en sloeg met zijn staf op de rots; terstond sprong het water in overvloed uit den harden steen. AFozes is hier wederom afgebeeld met de lichthoornen op zijn voorhoofd; het dorstige volk dringt zaam om de rots; zij vangen het water op in bekkens om daaruit te drinken. Gelijk Mozes aan zijn volk in de woestijn brood te eten en water te drinken heelt gegeven, welke spijs en drank

') Exod. XVII : 1 7.

ocr page 81

ii liel, volk niet in lier leven konden beliouden, zoo belooft ir Christus aan de Samaritaansche vrouw water te zullen n geven, dat springt ten eeuwigen leven. ') Maar de goddelijke e drank welke ons redt uit den dood en liet eeuwige leven ii geeft, is het Bloed des Heeren, Dat ons bij de IT. Cornet munie gegeven wordt, „die Mijn A leeseh eet. en Mijn ?t Bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem ten r- jongsten dage opwekken.quot; 5) He H. Paulus wijst ons op 1- de innige betrekking tusschen de steenrots, waaruit een it bron van water ontsprong in de woestijn, en de ware e. levende steenrots, Christus, Die de levende Bron is van r- het levende water, dat springt ten eeuwigen leven. 3) i; De geschiedenis der H. Barbara en de verklaring der ■n symbolen, welke zij draagt, zijn uit het vroeger gezegde ij bekend. De H. Juliana te Nicomedie in Bythynie geboren, el werd door de genade Gods spoedig van de valschheid des s, heidendoms overtuigd en nam in het geheim het ware

geloof aan. Toen baar heidensche vader, en de beidensche

d, praefect Eleusius, die haar ten huwelijk begeerde maar

it met wien zij niet wilde huwen voordat hij christen geworden

m was, haar bedreigden, bleef zij standvastig in baar geloof

;n volharden; zij verdroeg alle pijnen en werd voor het geloof

el onthoofd. Daarom draagt zij een zwaard en palmtak,

'g Aan een langen ketting ligt de duivel aan hare voeten,

ig Welke beteekenis heeft dit? Terwijl zij in den kerker

is leed. verscheen haar de duivel in de gedaante van een

r- engel des lichts en trachtte haar door alle overredings-

5ij middelen tot afval te voeren : maar de heilige maagd

ii- bemerkte zijn waren aard en weerstond hem, sterk in het 311

ij. ') Joa. IV : 14.

■) Joa. VI : 55.

•■') I Cor. \ : 3, 4.

ocr page 82

(IS

geloot'. Daarom houdt zij zegevierend den duivel aan een ketting gebonden. Haar feestdag is 16 Februari.

Het derde raam toont in liet bovenste vak liet laatste Avondmaal; Christus heeft in zijn rechterhand liet brood, in zijn linker den kelk; vóór Hem op tafel ligt het paaschlani der Joden. Het middenvak geeft liet oifer te aanschouwen van Melchisedeeh, den priester-koning van Salem, die brood en wijn opdraagt. Abraham, uit den strijd als overwinnaar wedergekeerd, heft de zegevaan omhoog, waarin zijn naam geschreven staat. Deze gebeurtenis is vroeger verhaald; eveneens is vroeger verklaard waarin Melcliise-dech's offer eene voorafbeelding is van Christus' offer.

Hier is het de geschikte plaats om U te wijzen op eene treffende bijzonderheid. Wanneer gij aandachtig de voorstellingen beschouwt van Christus, de heiligen en engelen, ziet gij overal om hunne hoofden een ronden lichtgloed in den vorm van een cirkel. Welke is hiervan de betee-kenis? Het lieteekent den lichtkrans, waarmede zij gekroond zijn in den hemel, het is als de uitstraling der glorie welke de Heiligen in don hemel bezitten. Doch de vorm is niet altijd dezelfde; de lichtkrans of lichtnevel om het hoofd van Christus is altijd kruisvormig, deze lichtgloed is altijd door een kruis gedeeld; om U daarvan te overtuigen behoeft gij slechts het Hoofd van Christus te beschouwen in de ramen, op het altaar of den kruisweg. Alleen de drie goddelijke Personen dragen den kruisvormigen lichtnevel om hunne hoofden ; ook hunne zinnebeeldige voorstellingen zijn daarmede gesierd. Zoo is oen Hand gewoonlijk het teeken van God den Vader, het Lam het teeken van God den Zoon, de Duif het teeken van (iod den 11.1 ieost; deze zinnebeelden der drie goddelijke Personen lieNien evenals de H.H. Personen zelf den kruis-

ocr page 83

(lil

vonnig'en lielitncvcl. Somtijds wordt hij do voorstellingen der drie goddelijke Personen niet iilleei'. liet Iioofd maar liet geheele lichaam met zulk een lichtgloed of stralenkrans omgeven; deze wordt dan aureool genoemd. Als voorbeeld daarvan kunt gij zien naar de afbeelding van het goddelijk Lam in den expositie-troon, of naar de verschijning van Christus bij de bekeeringsgeschiedenis des II. Paulus, op de tombe van het Congregatie-altaar geschilderd. Ook de IT. Moedermaagd Maria draagt somtijds zulk een aureool zooals gij haai1 aanschouwt in het raam der Maria-kapel. In plaats van den lichtkrans wordt dikwijls ook een kroon geplaatst op liet hoofd van Christus of van Zijne lieilige .Aioeder; zoo heeft het beeld van Maria in het congregatie-altaar geen ronden lichtgloed maar een kroon. De Heiligen uit liet O. Verbond worden in het Westen bijna nooit met een ronden lichtgloed afgebeeld; doch terstond bemerkt gij hier .le uitzondering, want Melchisedech is hier niet den lichtkrans gesierd. Welke is hiervan de reden? liet is een voorrecht aan Salem's priester-koning geschonken, omdat deze ,,den Zoon Gods gelijkende gemaakt.quot; ') de verhevenste voorafbeelding is van Christus, Priester en Koning in eeuwigheid. Want de mystieke persoonlijkheid van Melchisedech en zijne wonderbare verschijning bij Abrahams terugkeer uit den strijd, zijn zegen over Abraham en vooral zijn otter, geven den 11. Paulus aanleiding ons te-wijzen op de verhevene gelijkenis, welke Melchisedech in zijn naam, in persoon en ofter met Christus aanbiedt; volgens de beteekenis van zijn naam is iiij „koning der Itechtvaardigheid,quot; als koning van Salem „koning des Vredesquot;; volgens zijn persoon „zonder vader, zonder moeder, zonder a'eslachtsreke-

ocr page 84

ning, nocli begin van dagen, noch einde van leven liet)-bendequot;; volgens zijn offer, „den Zoon Gods gelijkende gemaakt, blijft bij priester in eeuwigheid.quot; ') Deze drievoudige gelijkenis openbaart zich op de helderste wijze in Christus; Deze toch is in den hoogsten en eenigsten zin Koning der Rechtvaardigheid en Koning dos Vredes;

zonder moeder is Christus volgens zijne Godheid, omdat Hij uit (lod den Vader geboren is, van ééne zelfstandigheid is met den Vader: zonder vader volgens de mensch-wording is Christus, Die geboren is uit de Maagd; begin en einde niet hebbende, omdat Hij zelf het begin en einde van alles is, de eerste en de laatste;quot; '') Christus is in werkelijkheid priester in eeuwigheid, hetgeen van Melchi-sedech slechts gezegd wordt in dezen zin, dat de H. Schrift geen opvolger of uiteinde van zijn priesterschap aangeeft.

In het beneden-vak van het raam staan de H.H. Hen-ricus en Elisabeth. De H. Henricus, zoon des hertogs van Beieren, ontving zijne opvoeding van den H. Wolfgangus, bisschop van llegensburg. Na r'ijns vaders dood met de hertogelijke macht bekleed, huwde hij de godvruchtige Cunegundis, eene dochter van graaf Siegfried van Luxemburg; beiden hadden zich verbondon om evenals de H. Josef en de H. Maagd Maria in den maagdelijken staat te blijven leven. TotRoomscli Koning uitgeroepen ontving hij uit de handen van Paus Benedictus VIII do keizerskroon. Bekend was zijne liefde voor Jezus Christus in het H. Sacrement, zoodat hij, ondanks zijne zorgzame bozigheden, dagelijks hot H. Misoffer bijwoonde; hij had do H. Moedermaagd tot zijno bijzondere voorsprekeres gekozen. liet zwaard in zijn rechterhand herinnert 1' don strijd, welken hij tot

0 Helir. vil ; 2, iJ.

-) Amhr. de mvst. Cap. VIII ; 40.

ocr page 85

lieb-

1

71

besclienning van den 11. Stoel voerde tegen de Grieken

3iule

en Sarracenen ; de kerk op zijn linkerhand rustende be-

liie-

teekent den prachtigen teiiii)el, welken !iij te Bamberg

vijze

stichtte, en met de rijkste sieraden tooide. Zijn feestdag

sten

is 15 Julij.

des;

Bekend is de zachte verschijning der 11. Elisabeth van

ulat

Tlmringen; haar naam is de eerenaam geworden van vele

dig-

liefdadige vereeniging'en, want haar geheele leven is slechts

sch-

uéne voortdurende openbaring in daden geweest van be-

egin

langelooze en milddadige liefde voor de armen en nood

inde

lijdenden. Zij was de dochter van Andreas IT, koning

s in

van Hongarije, en huwde niet Lode wijk, landgraaf van

chi-

Hessen en Tlmringen; daarom wordt zij ook gewoonlijk

irift

de H. Elisabeth van Hongarije of de H. Elisabeth van

seft.

Tlmringen genoemd om haar te onderscheiden van eene

len-

gt;

andere H. Elisabeth, de koningin van Portugal, die hare

togs

bloedverwante was. Hare taak des daags bestond ge

gus,

woonlijk in liet bezoeken der armen, in het verzorgen van

t de

zieken, weduwen en weezen; vooral ook ondersteunde zij

tige

de arme moeders, die niet in staat waren om zichzelven

.ein-

en hare zwakke kinderen in de zorgwekkende dagen na

osef

de geboorte, van het noodign te voorzien. Oud toonde

ven

hoe aangenaam Hem hare werken van bannhartigheid

11U1-

waren; want toen zij eens bij haar bezoek aan de annen

was

haren gemaal den landgraaf ontmoette, werden de spij

ent,

zen, welke zij in haar schoot droeg, in rozen veranderd;

ijks

daarom wordt zij bijna altijd met rozen in haar schoot

agd

afgebeeld. Hare heldhaftige liefde huiverde niet voor

lard

melaatschen of voor de afzichtelijkste zieken, omdat zij

tot

in hen Jesus Christus eerde; dikwijls verbond zij hen met eigen handen, (ieen wonder dat het volk haar eerde; allen begroetten haar als zij met een stillen lach zich

ocr page 86

bewoog' ouder haar volk; de kinderen omringden haar jubelend als zij met vluggen tred lieensnelde naar de zieken; en waar vroeger door de eeuwendragende wouden van Thuringen de oud-germaansche Sagen en liederen weerklonken, die zongen van feeën en hemelsche geesten nederzwevende op aarde om de droomen der ongelukkigeu met eene rozige toekomst te verblijden, daar zong nu het volk in dankbare liederen den naam der zoete Vrouwe, die als eene liefdevolle engel rondging door de dalen om met het troostend woord ook den troost der gaven te brengen in de hutten der armen. Na den dood van Lodewijk, die als kruisvaarder stierf, door het onrecht barer bloedverwanten uit hare bezittingen verdreven, zwierf zij eenigen tijd met hare kinderen bedelend rond; doch zij werd dooide edelen, die uit den kruistocht wederkeerden in hare rechten hersteld. Als weduwe beminde zij de versterving en nam het kleed der boetvaardigheid aan in de derde orde des II. Franciskus. In den bloei des levens werd deze geurende bloem uit dit tranendal der aarde overgeplant in den lusthof van liet hemelsche Paradijs; zij stierf op vi.er en twintigjarigen leeftijd. Haar feest wordt gevierd 1!) November.

Het vierde raam toont deze drie tafereelen: boven, het bezoek der vrome vrouwen bij het graf van Christus op den Paaschmorgen; in het midden, de ontmoeting dei-bruid van het Hooglied bij de wachters aan de stadspoort; beneden, de H. Catharina en de 11. Regina.

Zooals uit het heilig Evangelieverhaal bekend is, was het heilig lichaam van onzen goddelijken Zaligmaker Vrijdagnamiddag van het kruis genomen en in linnen doeken met een mengsel van mirre en aloë gewikkeld volgens

ocr page 87

1

7:!

iaar gebruik bij do Joden. ') Deze dienstbewijzingen aan hot

de heilig Liciiaani dos Ileoron liaddon met den grootston

■don spoed mooton gosctiieden, omdat do avond van den Sabbath

Ji'eii inviel. Daarom gingen op don morgen van het Paascii-

«ton feest Maria Magdalona, Maria do moeder van Jacobus en

Ig'on Salome naar het graf om .lo/.us' lichaam opnieuw to bal-

hot semen. Bij hot graf gekomen vonden zij het ledig, en de

we, engel des Hoeren sprak tot hen : „woest niet ontroerd !

om Gij zoekt Jezus don Xazarener, don Gekruisigde. Hij is

te opgestaan, Hij is hier niet.quot; Een oogonblik later aan-

ijk, schouwden zij Hem op den weg.

ed- De gebeurtenis, in het middenvak voorgesteld, is gogen nomen uit het Hooglied van Salomon. In dit lied wordt ■oor door de liefde, waarmede Salomon en zijne bruid Snla-:are mith elkander beminnen, ons aangeduid de vurige liefde, üng 4 waarmee Christus zijne Bruid, de H. Kerk, en iedere ziel irde der rechtvaardigen als Zijne bruid bemint. Snlamith, over-erd tuigd van Salomon's toodore liefde, zoekt steeds zijne na-or- bijheid. Nu wordt ons verhaald, dat Snlamith eens was zij uitgegaan om haren Beminde to zoeken ; Hom nioi vin-irdt K dende, komt zij bij de stadspoort, en zij vraagt aan de

wachters, die daar zijn gezeten, of zij haren Beminde ook

Biet hebben gezien. Toen zij hen op een kleinen afstand was

op voorbijgegaan vond zij Hem, Dien hare ziel liefhad, en

-lor mi zal zij Hom niet laten heengaan. 2)

rt; Met denzelfden ijver als Snlamith zocht naar den He-

minde harer ziel, snelden do vrouwen naar het heilig

tas Lichaam des Hoeren in het graf; en gelijk Sulamith's ijver

dj- beloond werd door liet blijde aanschouwen van Hom, dien

:en hare ziel beminde, zoo werd ook de liefdevolle ijver der

—-

gt;) Joa XIK : 40.

s) f'ant. Ill : 3. 4.

ocr page 88

74

vrome vrouwen door ('liristus beloond, toen Jlij op liaren terugtoclit van liet graf naar Jeruzalem Zich aan haar vertoonde. Wanneer wij de liefde van Sulamith en der vrome vrouwen en haar vurig verlangen naar Christus bezitten en zoo Hem zoeken in de H. Communie zal Hij ook ons hart veriieugen door Zijne goddelijke tegenwoordigheid ; ook wij zullen Zijne nabijheid genieten en ons verheugen in Hem, Dien onze ziel liefheeft.

De marteldood der H. Cathariaa is vroeger verhaald, naast haar staat het rad, het werktuig harer marteling. De H. Eegina, uit heidensche ouders geboren, verloor reeds bij hare geboorte hare moeder. De vader, die zich niet om het kind bekommerde, liet het over aan de zorg eener voedster, die eene christin was; dit was onbekend aan den vader. Deze voedster liet het kind doopen en voedde het op in het christelijk leven. Spoedig evenwel bemerkte de vader dat zijne dochter christin was geworden en daarom gebood hij haar het christendom te verzaken of zijn huis te verlaten. Gedachtig aan Christus' woord dat iemand, die vader of moeder meer bemint dan Hem, Zijner niet waardig is, verliet zij zonder aarzeling de rijke woning van haar vader en ging terug naar de zorgzame maar arme voedster, voor wie zij voortaan de schapen moest hoeden. Daarom is zij hier afgebeeld omringd van eene kudde schapen; in de eene hand houdt zij het kleine schopje der herders, in de andere draagt zij den palmtak als teeken van haar martelaarschap. Oly-brius, de landvoogd van Frankrijk, trok eens over het veld, waarop Eegina hare schapen weidde; door hare zachte schoonheid bekoord wenschte hij haar te huwen hetgeen door Eegina geweigerd werd, omdat zij haar hart onverdeeld aan God had geschonken. Schitterende be-

ocr page 89

lofton baatten niet; daarom liet hij haar in een kerker werpen, terwijl de vergramde vader zelf haar in de ijzeren boeien vastknelde. Toen ook kerkerstraf haar niet kon doen wankelen in haar besluit, liet Olybrius haar gee-selen ; maar in den nacht werden hare wonden op wonderdadige wijze genezen. Daarna moest zij de vreeselijkste martelingen ondergaan; eindelijk werd zij onthoofd. Haar feest wordt gevierd 7 September.

Het laatste der groote ramen toont in het boven-vak onzen goddelijken Zaligmaker, Die Zijne wonden toont aan den Apostel Thomas; in het midden-vak de worsteling van Jacob met den Godsengel, beneden den H. Otto en den H. Jacobus.

De verschijning van Christus aan den Apostel Thomas wordt ons verhaald door den H. Joannes. ') Op den dag zijner verrijzenis verscheen Christus aan zijne Apostelen; „maar Thomas, één van de twaalven, die genoemd wordt Didymus, was niet met hen, toen Jezus kwam. De andere discipelen dan zeiden tot hem; wij hebben den Heere gezien. Maar hij zeidc tot hen; indien ik niet in zijne handen het merkteeken van do nagelen zio, on mijne vinger stoke in de plaatse der nagelen, en mijne hand steke in zijne zijde, zal ik niet golooven. Kn na acht dagen waren zijne discipelen wederom binnen, en Thomas mot hen. Jezus kwam, als de douron gesloten waren, en stond in het midden, en sprak; vrede zij U! Daarna sprak Hij tot Thomas; stook uwen vinger hierin, en zie mijne handen, en neem uwe hand, en log die in mijne zijde; en wees niet ongeloovig, maar gcloovig! Thomas antwoordde, en zoide tot Hem; mijn Heer, en mijn God! Jezus sprak tot hem; omdat gij mij gezien hebt, Thomas,

]) ,Ioa. quot;X gt;C ; 24 '2!t.

ocr page 90

70

licht gij geloofd: Zalig, (iie niet gezien, en geloofd hebben!quot; In liet raam ziet gij Christus omringd van zijne Apostelen; Hij toont de wonde Zijner zijde aan Thomas, die voor Hem geknield ligt.

De gebeurtenis, in het middenvak voorgesteld, wordt verhaald in de H. Schrift. *) Jacob bad van zijn broeder Esau liet eerstgeboorterecht verkregen en later, met behulp zijner moeder liebecca, ook den zegen van zijn vader Isaac ontvangen. \ ertoornd over die Jiandelwijze zijns broeders wilde Esau zijn iiroeder Jacob dooden; daarom vluchtte Jacob op raad zijner moeder naar Laban, llebecca's broeder, die in Haran woonde om daar te blijven tot de woede zijns broeders zou bedaard zijn. Na vele jaren bij Laban te hebben gewoond trok Jacob naar zijn vaderland terug met zijne dienstknechten en kudden vee. Bij liet land Seir gekomen, waar zijn broeder Esau vertoefde, zond Jacob boden vooruit om zijn broeder vriendschap te betuigen; den volgenden dag ontmoette hij Esau en weenend omhelsden beide broeders elkander. Doch in den nacht, welke aan die verzoening voorafging, was Jacob opgestaan; en toen hij daar alleen was werd hij plotseling aangegrepen door den Engel van Jehova, in mensche-lijke gedaante verschijnende, Die met hem worstelde tot den morgenstond. Op eene bovennatuurlijke wijze werd Jacob in dien geheimzinnigen strijd versterkt, zoodat de Engel van Jehova hem niet overwinnen kon. Nu raakte de Godsengel Jacob's heupzenuw, die aanstonds verlamde, zoodat Jacob mank werd en begreep dat hij met een hemelschen strijder worstelde; maar de worsteling duurde voort. De Engel van Jehova sprak toen: laat mij gaan, want reeds rijst de dageraad; maar Jacob antwoordde: ') Oen. x \ x i r.

ocr page 91

ik zal U niet laten gaan, tenzij gij mij gezegend hebt. Daarna vroeg en vernam de Engel Jacob's naam; maar toen Jacob naar den naam des itemelschen strijders vroeg, antwoordde deze daarop niet, maar zegende Jacob en verdween. De gelieirazinnige worsteling was geëindigd; aanstonds ging mi de zon op; Jacob noemde den naam dier plaats Plianuel, zeggende : ik lieb God gezien van aangezicht tot aangezicht. Gij ziet hier den Godsengel voorgesteld met uitgespreide vleugelen en breed uitwaaiend kleed ; Hij weert Jacob van zich af. Jacob ligt lialf knielend ter aarde en slaat zijne armen uit naar zijn bestrijder.

De Engel van Jehova, met wien Jacob streed tot den morgenstond, was, volgens de meening van vele II.II. Vaders, God zelf. God de Zoon; de 11. Ambrosins zegt „Jacob derhalve bleef alleen achter en worstelde met God.quot; ') Evenals Jacob hardnekkig volhardde in den strijd, volhardde ook gedurende dien nacht in zijn geween en smeckingen om den zegen des hemelschen strijders, -) totdat hij eindelijk overtuigd werd God te hebben aanschouwd van aangezicht tot aangezicht; zoo bleef ook de Apostel Thomas hardnekkig volharden in zijn ongeloof ondanks de getuigenis der Apostelen, zoo bleef hij acht dagen lang vasthouden aan zijn eisch, het tastbare, niet schijnbare lichaam des verrezenen Zaligmakers te willen aanraken, totdat hij eindelijk, door de welwillendheid des lleeren. God zelf mocht aanschouwen en zich van de werkelijkheid van Zijn verrezen Lichaam mocht overtuigen. Gedurende die verhevene oogenblikken als wij na do 11. Communie God zelf in ons bezitten moeten wij evenals Jacob door tranen en smeekingen Item als een heilig

') Ambr. de Jacol) L. 11 C. Vil. in init.

') Oscc X11 : 4.

ocr page 92

geweld aandoen om zijn goddelijken zegen te ontvangen. wij moeten Hem vragen dat Hij Zijne lichamelijke tegenwoordigheid niet aan ons onttrekke vóór Hij ons gezegend heeft. Ook hot levendige geloof waarmede de H. Thomas na de verschijning des Hoeren sprak ..mijn Heer en mijn Godquot; moet leven in ons wanneer wij in waarheid, in werkelijkheid, in wezen liet verlieorlijkte Lichaam des Heeren ontvangen, Welks wondon in handen en voeten en zijde de IT. Thomas hoeft aanschouwd; wij moeten gelooven in do wezenlijke tegen wooi'digheid van het wezenlijke Lichaam des Heeren. En wanneer wij niet evenals Thomas, dat verheerlijkt Lichaam zien en met onze zintuigen waarnemen, ') maai- staande in de vastheid des geloofs toch belijden „gij zijt mijn Heer en mijn God,quot; gaat de zaligsprekende belofte des Heeren, tot Thomas gericht, in ons in vervulling: „zalig zijn zij, die niet gezien, en toch geloofd hebben.quot;

De geschiedenis van den Apostel Jacobus is vroeger medegedeeld; iiij heeft den pelgriinshoed en pelgrimsstaf in de handen; aan zijn hoed ziet gij de schelpen. De H. Otto was eerst hofkapelaan bij Hendrik IV, later Rijkskanselier, en werd na lang tegenstreven eindelijk tot bisschop van Bamberg benoemd. In het gebied, aan zijne macht onderworpen, herstelde hij regel en tucht, en ontwikkelde eene groote werkkracht in het bouwen van kerken en kloosters; dertig kloosters werden door hom gesticht of hersteld. Hij is hier voorgesteld in bisschoppelijk gewaad, met den mijter gesierd; in de eene hand heeft hij den bissciiopsstaf, in de rechterhand een pijl. Om zijn krachtig optreden had hij vele gevaren te verduren

') I'lairna, siciit Thomas, non intueor Deum tarnen mcum Te confiteor.

ocr page 93

van zijne vijanden, waaraan hij nauwelijks ontkwam zooals te Stetin waar zijne vijanden hem omringden. Toch bleef hij daar met de zijnen g-eestelijke liederen zingen, zoodat zijne vijanden, verwonderd over dit ongewone verschijnsel, getroffen werden en zich verwijderden. De pijl in zijn hand doelt waarschijnlijk op den onvermoeiden ijver, waarmede hij de zielen zocht en als najaagde en trof; want de geschiedenis noemt een ontzaglijk getal van bekeeringen vooral in Pommeren, waardoor iiij ook den eerenaam van Apostel van Pommeren heeft verkregen. Zijn feestdag is 2 Juli.

ocr page 94

DE MARIA-KAPEL.

„V an eouwialieid bon ik verortleml, en van oudsher voordat de aarde gemaakt werd; toen Hij de hemelen

bereidde, was ik daar..... en ik verheugde mij alle

dagen spelende voor Hem altijd, spelende op de aarde.quot; ') Zoo jubelt de II. Kerk in geestdriftige stemming' wanneer zij ons de eeuwige voorbeschikking van Maria verkondigt, en ons wijst op de zorgzame liefde waarmede de If. Drievuldigheid van eeuwigheid waakte over Maria „de Woonplaats welke de AVijsheid zich bouwde.''2) O Moedermaagd, „roemrijke zaken worden gezegd van U, stede Godsquot;3); want wel blijft de afstand oneindig tusschen U en Hem, Die 1' geschapen heeft: maar Hij, Die uit U is geworden 4) heeft V toch met zulk eene heerlijkheid omkleed, dat gij zweeft boven de koren der engelen, en door den in U levenden Luister des Vaders als tot de sferen der Oneindigheid nadert ')! Want toen in de hemelen de orde der heilgenade werd vastgesteld, waart gij, o Vlekkelooze! de uitverkorene Vrouwe, die opgenomen zijt in het plan der Verlossing. De volkeren neergezeten in de schaduwen

') Prov. VJll.

a) Prov. IX : !.

■') Ps. LXXXYf : 3.

') Gnl. IV ; 4.

lioatn N irifo ex hoc quod est mater Dei, liubet nuamdarn dignitatem infinitnm ex bono iiifinito quod est Deus. St.'i liom. 1 qu XXV art VI ad 4.

ocr page 95

tics doods, verwachtten de Zon, maar g'ij waart die zachte morgenschemering, die lichtte door de duisternis, en die de Zon aankondigde eu omhulde; de volkeren smeekten om het Kind, Dat volgens de profeten hun zou geboren worden, maar met droeve oogen zagen zij uit naar de komst der Maagd, die dat Kind ontvangen en baren zou in ééne wolk van licht verschijnt door alle eeuwen naast den Zoon de liefelijke gestalte der Moeder. Toen de volheid der tijden was gekomen, vervulde Maria de taak, haar in het verlossingsplan toebedeeld; zij vervult haar taak als zij liet Licht der wereld voortbrengt in den stillen nacht van Bethlehem, als zij op Golgotha haar persoonlijk offer als het oft'er der menschheid opdraagt; en omdat in het volle verlossingsplan ook was bepaald dat Christus verrijzen zou om onze rechtvaardigmaking3), staat naast den verrezen Christus in de hemelen de glorievolle moeder oin de verdiensten des lydens en de vruchten der verlossing aan ons me ie te deelen. Daarom is Maria de vreugde der wereld; zij is de roem van David, haar koninklijken voorvader, zij is de geestdrift der profeten, de troost der eeuwen; de H. Kerk roemt onder hare schoonste liederen die ter eere der Moedermaagd, en liet woord der 11.11. Vaders stijgt tot de hoogste vlucht wanneer het de eer der Moeder Gods verheifen zal; want bijna geen beeld is in de 11. Schrift gebruikt ot het toont hun eenige gelijkenis mcL Maria, bijna geen woord ook is in de H. Schrift geschreven of liet vindt bij hen eenige verklaring of toepassing in Maria. De christelijke kunst heeft daarom altijd voor hare edelste openbaringen een onuitputtelijken rijkdom gevonden in het

') Isuias VII : 14.

-■) Kom. IV ; 25. 0

ocr page 96

leven der 11. Moecleriiiaagd, zooals zij zich vertoont in het mystieke licht der voorafbeeldingen of in de werkelijk-heid van liet tenig'getrokkene en verborgene verblijf op deze aarde. Bezield door dien schriftuurlijken eu kerke-lijken zin; bekoord door do rustige schoonheid der II. Moedermaagd, heeft ook hier de cliristen-knnstenaar de volle poëzie der Maria-verschijning in beeld of schildering aanschouwelijk gemaakt; hij heeft ons Maria hier afgebeeld zooals de belofte van het Paradijs haar aankondigde en de werkelijkheid des levens haar toonde; zooals de H. Schrift en de strenge geloofsregel haar ter vereering voorstellen, en de eerbiedwaardige overleveringen van geslacht tot geslacht haar hebben geprezen. In elk der kleine vakken van altaar en ramen is een tafereel uit haar leven afgebeeld of geschilderd ; maar met welk eene angstvallige nauwkeurigheid is ieder beeld bewerkt; welk eene beweging en handeling leven in die figuren; welk een gloedvol geloof spreekt in de uitdrukking dier gelaatstrekken ; welk eene bevalligheid speelt in die edele lijnen; welk eene zwierige losheid vloeit door de diepe plooien der golvende gewaden. Ja, in het losse, het speelsche, dat de geheele uitvoering dezer kapel kenmerkt, heeft de kunstenaar den juisten toon getroffen om ons in beelden het leven te verhalen der vlekkelooze en teedere Moedermaagd, die voor het aanschijn des Al Ier hoogs ten „speelde altijd, speelde op de aarde.quot;

In hot groote raam verschijnt boven de II. Drievuldigheid. God de Vader en God de Zoon zijn tegenover elkander gezeten op éénen zetel; in het midden boven Jlen zweeft God de II. Geest, voorgesteld onder het zinnebeeld eener duif. Het geheele tafereel verbeeldt den eeuwigen Raad der II. Drievuldigheid, waarin het plan

ocr page 97

der Verlossing wordt vastgesteld, en de H, Maagd Maria tot liare verhevene waardigheid wordt uitverkoren.

God de Vader houdt in Zijn hand den wereldbol, waarop het kruis is geplant; door het kruis zal de wereld verlost worden. In den lichtcirkel om het hoofd van God den Vader staat een gelijkzijdige driehoek. Wat is hiervan de zin ? Een gelijkzijdige driehoek is één, en heeft toch drie onderscheidene, gelijke lijnen; zoo is ook God één in Wezen, er is slechts ééne goddelijke Natuur, ééne Godheid, één God; maar in God zijn drie personen van elkander onderscheiden, zoodat de Vader niet de Zoon, en de H. Geest niet de Vader of de Zoon is; tevens is de eene Persoon niet iets meer dan de andere Persoon, maar Zij zijn alle drie even volmaakt, even wijs, even machtig.

God de Zoon draagt in de hand een geopend boek, waarin twee Grieksche letters, de alpha en de omega, zichtbaar zijn. Dit boek beteekent het boek des levens, ') waarin de namen geschreven zijn van hen, die het rijk Gods 'beërven. Die twee letters zijn genomen uit het Grieksche alphabeth ; de „alphaquot; is de eerste, de „omegaquot; de laatste letter; door deze twee letters noemde God zichzelf: „Ik ben de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde, zegt God de lieer, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.quot; s) Door God den Zoon is de wereld gemaakt en zonder Hem is niets gemaakt hetgeen gemaakt is, 3) door Hem is ook de wereld verlost, door Hem verwacht de wereld en verwachten wij allen de voleinding ra dit leven.

■) Apoe. Xlll : 8; XXII : 19. -') Apoc. I ; 8.

J) Joa. I : 3.

ocr page 98

84

maar er davert van omhoog Een stem vol liere kracht en majesteit:

„Ik ben uw Goil, uw lieer van eeuwigheid,

..Ik ben 't begin en 't einde van den kring,

.,Beschreven door dqi' tijden wisseling.

,.Van Mij het scheppingswoord, maar ook van Mij ..Der waerelden voltooiing!

SCHAEPJIAX,

l)c eeuir ai haar Koiiitif/ VI.

(iod do 11. Geest wordt zinnebeeldig aangeduid door eene duif. Dit vindt zijne verklaring vooral in liet feit dat bij den doop van Christus door Joannes de II. Geest op Hem nederdaalde, in lichamelijke gedaante als eene duif. De duif, het zinnebeeld van God den H. Geest, is hier geheel omgeven door een lichtgloed of aureool.

Onder in dit raam wordt ons de II. Maagd Maria beloofd door. God. Ter weerszijde van den boom der ver-bodene vrucht staan Adam en Eva; boven den boom aanschouwt gij God, Die liet zondige menschenpaar straft. Om liet Hoofd van (ïod schittert de ronde lichtcirkel, waarin de driehoek staat; de slang kronkelt en wringt zich om den stam des booms. Maai- in het vonnis der rechtvaardigheid klonk de belofte der barmhartigheid, de genade der verlossing wordt aangekondigd in het oogen-blik dat de straf neerdaalt over de wereld: want God sprak: „vijandschap zal Ik stellen tusschen U en de Vrouw, tusschen uw zaad en haar zaad. Zij zal U den kop verpletten.quot; ') Maria, de Moeder des Verlossers, wordt hier aangekondigd door God als de Vrouw, die den Messias brengen zal, die den haat des duivels zal opwekken maar die geen enkel oogenblik de slavernij des duivels zal dragen; nooit zou de duivel zich kunnen be-

') Gen. 111 ; 10.

ocr page 99

roenion op de macht dat zij, die de krone van het goddelijk Moederschap draagt, ook voor zijne heerschappij had gebogen, en dat Hij, die geworden is nit eene Vrouw, de menschelijke natuur iiad aangenomen uit Haar, wier natuur door zijne misleiding in het Paradijs aan zijne macht onderworpen geweest was. Evenals Christus zou ook Zijne goddelijke Moeder kunnen getuigen „de vorst dezer wereld heeft in mij nietsquot; Maria zou den kop verpletten van de helsche slang, vooreerst omdat zij bevrijd zou zijn van de erfzonde en zoo uitgezonderd van de straf over het zondige kroost der zondige ouders uitgesproken ; vervolgens om de volheid der genade zou zij vrij zijn van elke persoonlijke, door eigen daad bedreven zonde en voor alle aanvechtingen des duivels ongevoelig zijn; eindelijk, omdat zij als onbevlekte Maagd den \ er-losser der wereld schenken zou, Die de geii^ele macht des duivels zou overwinnen. Met deze troostvolle belofte Gods werd de hoop der volgende geslachten gevoed; op den nacht der eeuwen zou eeu blijde morgen volgen.

Midden in dit raam prijkt de glorievolle Maagd door God in het Paradijs beloofd. Zooals yij Maar in het raam hier aanschouwt, werd zij aanschouwd door den H. Joannes en beschreven in zijn Boek der Openbaring. ..Ken groot teeken verscheen in den hemel: eene vrouw omkleed niet de zon, en de maan onder hare voeten en om haar hoofd eene kroon van twaalf sterren.quot; ~) Deze voorstelling uit het Boek des H. Joannes wordt dikwijls zoowel door de H. Kerk als door de H.H. Vaders uitgelegd en verklaard van de H. Maagd Maria. Gin liet beeld der H. Maagd straalt de volle zonneluister; zij staat op eene halve maan

') Jou XIV : 80.

-) A poe. XIF : 1.

ocr page 100

NI.

die in den vorm eener sikkel is afgebeeld; onder haar voet Nvringt en kromt zicli eene slang, die een appel in haar muil houdt; om haar hoofd schittert een krans van sterren; uit hare uitgestrekte handen vloeien stroomen van water. Wat beteekent de gloed, liet stralende zonlicht om liet geheele lichaam der Moedermaagd? Twee verschillende verklaringen vinden hier haar plaats. De zon beteekent Christus, de Zon der gerechtigheid, sol justitiae; gelijk de zon hier om Maria's beeld schittert, zoo schittert en straalt in werkelijkheid de luister van Christus om Maria, omdat de glorie van het kind de glorie is der Moeder, omdat Christus de glorie is van Maria. Christus de Godmensch heeft in zekere mate den luister, dien Hij als God van eeuwigheid bezit of als Mensch Zich verwierf, toebedeeld aan Maria, haar als Moeder niet Zijne heerlijkheid als een uit zonnestralen geweven kleed getooid. Eene andere verklaring is de volgende: de H. Joannes zag in geestvervoering deze hemelsche Vrouwe in dien staat, waarin de H. Elisabeth eenmaal haar begroette als „gezegende onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams,quot; ') vervuld van Hem „in wien de volheid der Godiieid lichamelijk woont,quot;quot;) omhullende de Zon der gerechtigheid of zooals de 11. Joannes zegt: „in utero habens.quot; s) De stralen der Zon, die Maria omgeven, beteekenen dan de uitwendige openbaring des inwendigen Luisters, waarvan Maria vervuld is; do levende Zon breekt een oogen-blik door, sciiiet van alle kanten zijne stralen uit door de levende Wolk, welke Hem eenigen tijd omhult, door het

') Luc. F : 42.

l') Col. li : 0.

•■quot;j Apoe. \ll : 2.

ocr page 101

maagdelijk Lichaam der Moedcniiaag'd ; liet is do apotheose van het goddelijk Moederschap.

De maan is, om hare ongestadigheid en voortdurende wisseling van vorm, liet zinnebeeld der vergankelijkheid, des bederfs; ook is zij het beeld der dwaasheid volgens liet woord der II. Schrift ,,de dwaze verandert als de maan.quot; ') Met volle recht treedt Maria de maan onder hare voeten, want Maria is gevrijwaard van het bederf der zonde, ook van het bederf des grafs; Maria is de Moeder der ongeschapene Wijsheid, van (iod zelf. De slang, welke Zij onder haar voet verplet, is een beeld des duivels, die onder de gedaante eener slang onze eerste ouders verleidde in het Paradijs, en wier kop, volgens Gods belofte door Maria zou verplet worden; Maria heeft den duivel en alle werkingen des duivels overwonnen. „Verheug U, o Maagd Maria! gij alleen hebt alle ketterijen iu geheel de wereld onderdrukt.quot; 2) Ook de kroon van twaalf sterren heeft eene zinnebeeldige beteekenis; zij is gevormd uit de twaalf buitengewone voorrechten en keuteekenen, welke Maria verheerlijken; zij worden allen genoemd door den H. Bernardus.3) Door dc stroonien van water, welke uit hare handen vloeien, worden dc genaden aangeduid, welke Maria in volheid uitstort overde wereld. Maria is immers eene „bron van levende wateren, welke met geweld neerstroomen van den Libanonquot;';') door de handen van Mapa deelt God aan ons Zijne gunsten mede.

In de vier hoeken van dit raam ziet gij ter linkerzijde

') Eccli XXVII ; 12.

■) Antipli Eccl.

:') Scrmo dc 12 pracrog. 1!. M. V.

*) Cant. IV : 15,

ocr page 102

83

boven, een inensclienlioofd op gevleugelde schouders, beneden den kop van een os; ter rechterzijde boven, een leeuwenkop, beneden een adelaar. Tiet zijn de zinnebeelden der vier Evangelisten; deze vier zinnebeelden zijn gevleugeld. De luensch is liet beeld van den 11. Matt heus; dit vindt zijne verklaring hierin, dat deze Evangelist zijn geschiedverhaal begint niet „het boek der geboorte van Jezus Christus, den Zoon van David, den Zoon van Abraham,quot; om zoo de geslachtsopvolging van Christus' voorvaderen, uit wie Hij als Mensch geboren werd, aan te geven. Door den os wordt de Evangelist Lucas aangeduid, omdat deze zijn Evangelie begint met het otter des priesters Zacharias; de os was een der offerdieren bij het Joodsche volk. De leeuwenkop verbeeldt den H. Marcus. De Leeuw vervult de woestijn met zijn gebrul; hieraan herinnert U het begin van St. Marcus' Evangelie „eene stem die roept in de woestijn.quot; De adelaar beteekent den II. Joannes, omdat deze bij den aanvang van zijn Evangelie als op de vleugelen eens adelaars opstijgt naar de onmeetbare lichtkringen, waarin de troon der Godheid staat eu daar aanschouwt het eeuwig bestaan van het ongeschapen Woord, God den Zoon „in den beginne was het Woord.quot; Ueze vier zinnebeelden werden in een profetisch visioen aanschouwd door Ezechiël ') en den 11. Joannes. -)

De gebeurtenissen in de vakken der twee andere ramen voorgesteld zijn terstond voor een ieder duidelijk; de werkelijkheid is met volkomene getrouwheid weergegeven. De twee figuren in de bovenvakken zijn Ezechiël en Koning David met de harp.

') Kzccli I : 10.

-) A poe. I V : 7.

ocr page 103

8n

Wij beginnen nu de verklaring- te geven van het altaar. Op de tombe, den onderhouw des altaars staan vijf profeten uit het O. V. Door zijn kroon en vorstelijk gewaad herkent gij in de iniddenfiguur een koning van Israël ; iiij is David, een der voorvaderen van de H. Maagd Maria; want Maria was uit David's koninklijk geslacht. Links van koning David staat de profeet Isaias; zijn hand rust op eene zaag, omdat, volgens eene overlevering, op bevel van koning Manasses zijn lichaam met een houten zaag in stukken gedeeld werd. .Rechts van koning David ziet gij den profeet Ezec.hiël, die eene poort in zijne handen opheft; de beteekenis dezer poort volgt aanstonds. Aan de uiteinden der tombe staat ter linkerzijde .leromias, ter rechterzijde Daniël. Deze profeten hebben allen op eenige wijze den lof der H. Maagd voorspeld, ') of hunne woorden worden op Maria toegepast. 2) Wat beteekent de poort in de handen van den profeet Ezechiël? De profeet aanschouwde ■quot;)' eene poort, welke uitzag naar liet Oosten en gesloten was; en de lieer sprak tot den profeet, dat geen man door deze poort zou heengaan; alleen God de Heer zou heengaan door deze poort, terwijl deze gesloten bleef. Hiermede wordt aangeduid dat Christus ontvangen is van den H. Geest en geboren uit de H. Maagd Maria, terwijl de H. Moeder Maria, Maagd is gebleven; Maria heeft als maagd Christus ontvangen en ter wereld gebracht:

tuin maximus Infans Intomerat.a sui conscrvans viscera tcinpli,

Iliaesuin vaeuavit iter, pro virgino testis Partus adest, cluusa ingreiliens et elausa rclinquons.

Sei/uh'us, ( 'di ui. l'ascli. Lib. II r. 44—17.

'l .Ier. XXXI : 22; Isa. VII : 1-1.

-) Dan. III : 99; I's. XLIV : 13.

') llzcch. XLTV !, 2.

ocr page 104

Oü

Zoodnt zij tloor een heilig wonder des Heeren de vreugde der moeder met de eer der maagdelijkheid heeft vereenigd :

quao ventre beato Gaudia matris liabens cum virginitatis lionore.

Ibid r. fJO, 67. Pubertas signata manet, gravis intus et extra Ineolumis, Horens de fertilitate pudica Jam mater, st-d virgo tarnen, maris inscia mater.

Pntdenfins, Apolheo. v. 573—575.

De H. Ambrosius zegt „Christus is door deze poort heengegaan, maar opende haar niet.quot; ') De If. Maagd is dus altijd maagd geweest en gebleven; want, volgens het woord Gods tot den profeet, zal God alleen en niemand anders ooit door deze pooit heengaan. De profeet zegt ook dat die poort uitzag naar het Oosten, want Christus, de Zoon der H. Maagd, is als het Licht, als de Zon, die opgaat uit het Oosten volgens den profetischen naam „zie een man, de Opgaande is zijn naam.quot; 2) Deze verklaring zij voldoende en wij allen groeten met de H. Kerk Maria de roemrijke Maagd, de Bruid des H. Geestes „salve porta, wees gegroet, o poort! waaruit voor de wereld het Licht is opgegaan.quot;

Naast de tabernakeikast staan ter weerszijde twee vrouwen uit liet O. Verbond «afgebeeld; hare beteekenis en gelijkenis met de H. Maagd te verklaren is hier overbodig. Wij richten daarom nu uwe aandacht naar de deuren des altaars; en om eene geleidelijke volgorde te bewaren beschonweii wij eerst de voorstellingen der geopende, daarna der geslotene deuren. De tafereelen zijn de volgende: Maria's geboorte, hare toewijding in den

'l Ambr. de instit. virg. VJII : et inviolnti iutegritatis cluraverc signacula.

=) Zach VI : 12.

ocr page 105

ill

tempel, de boodschap des engels, de geboorte van ('liristus; deze voorstellingen zijn gebeeldhouwd; buiten op de dichtgeslagene deuren zijn geschilderd Maria's sterfbed en hare verrijzenis nit het graf len hemel. De meeste tafercelen behoeven geene nadere verklaring. Bij Maria's geboorte aanschouwt gij de H. Anna, nederliggende op hare legerstede ; de gelukkige moeder reikt het kind toe aan den If. Joachim, die vol bewondering zijne armen uitstrekt. Langen tijd was hun huwelijk kinderloos gebleven, maar door voortdurend gebed hadden zij dit kind der genade van God ontvangen. Bij de toewijding van Maria in den tempel ligt de H. Maagd geknield voor den Hoogepriester; hare ouders staan ter zijde op den achtergrond. Volgens vele heilige Vaders was de 11. Maagd slechts drie jaren oud, toen zij in den tempel aan God toegewijd werd; „en hare ouders offeren haar aan God op nu zij het derde jaar voleind heeft.quot; ') Dan volgt de boodschap des Engels. De H. Maagd, in gebed geknield, keeVt zich een weinig ter zijde en luistert verwonderd naar de boodschap des hemels, welke haar gebracht wordt door den engel Gabriël „wees gegroet, gij vol van genade, de Heer is met U.quot; Boven de II. Maagd zweeft de Duif, liet zinnebeeld van God, den II. Geest. Tusschen den engel en de II. Maagd staat in eene vaas eene blanke lelie. De II. Sciirift geeft eene genoegzame verklaring voor dit tafereel. De nederige Maagd, die te Nazareth woonde, is verwonderd over die onverwachte toespraak, meer nog over de bovennatuurlijke wijze, waarop liet wonder der Menschwording met hare maagdelijkheid, den Heer toegewijd, zal vereenigd worden; zeer natuurlijk richt zij zich daarom tot den engel en vraagt liet geheim des Hemels. Daarop doet de engel

') Sr. Germ. S. in praosent. li. 31. V.

ocr page 106

Gabriel hare ontsteltenis bedaren door de verklaring- dat zij Moeder zal worden door God den H. Geest; daarom zweeft de If. Geest boven Maria. De lelie is liet zinnebeeld der reinheid; hier beteekent dus-de lelie dat het geheim der Menschwording in vervulling zal gaan zonder dat de belofte van eeuwige zuiverheid, welke de H. Maagd aan God had gegeven, zal geschonden worden. De engel reikt aan Maria een scepter, als teeken harer waardigheid, omdat op het oogenblik dat Maria hare toestemming gaf, „zie ik ben do dienstmaagd des Meeren, mij geschiede naar uw woord,quot; hot geheim der eeuwen voltrokken werd, haar goddelijk moederschap begon, en zij als Moeder van God tot Koningin van hemel en aarde werd verheven.

Onder een dak van Bethlehem's stal ziet gij het goddelijk Kind nederliggen in doeken gewikkeld. De H. Maagd knielt in aanbidding voor haar'God, haar Kind; de innigste zieleweelde der Moeder lacht op het gelaat der reine Maagd, hare aanbi/lding is hier in de vervoering der beschouwing overgegaan; en de verhevenheid dezer Moedermaagd is zoo bovenaardsch en onstoffelijk, deze aanbidding van het goddelijk Kind door Zijne Moeder is zoo bekoorlijk, zoo overweldigend, dat gij voor het fijne, het aelherische dezer maagdelijke en in volle schooniieid bloeiende gestalte der geknielde Moeder alleen verklaring vindt in uw geloof dat zij vrij is gebleven van de straf over Eva's dochteren uitgesproken en de smarten van het moederschap niet heeft gekend, — en dat gij vol genot, twijfelt wat hier meer te bewonderen, of de liefde der Moeder, die in de eerste vreugde zich wil nederbuigen over haar kind. dat de handjes naar haar uitstrekt, of den heiligen eerbied, welke haar terughoudt voor den eeuwigen God, ook al is

ocr page 107

die God haar kind geworden. Zoo beschouwt Maria:

(Int goillijk aiingpziclit,

Wanruit de zonne sclicpl iiiiur liclit.

Vondel, (lijshrecht r. A.

De H. Jozef, eveneens geknield, buigt het zorgzame hoofd over het goddelijk Kind, Dat door den hemelschen Vader aan Jlom is toevertrouwd; „hij is de getrouwe en voorzichtige dienaar, dien de Heer heeft aangesteld als troost Zijner moeder, als verzorger Zijns lichaains, en als eenige en meest getrouwe medewerker in zijn verheven plan 0]) aarde.quot; ') — Achter dit geheele tooneel^ staan de os en de ezel.

Op de dichtgeslagen deuren des altaars zijn twee tafe-reelen geschilderd, die ons het einde van Maria's leven op aarde aanschouwelijk maken. Op een rustbed ligt de 11. Maagd, wachtende op het oogenblik, dat haar terugvoert naar haar Kind. Stille rust zweeft over de stervende; het gelaat is bleek, maar zonder iets- van liet ijzingwekkende des doods te vertoonen: de oogen zijn gesloten, de handen saamgevouwen; dat sterven is geen angstig overgaan in den bangen nacht des doods, het is slechts eene zoete sluimering, die opgaat in een blij ontwaken. Om haar sterfbed dringen zich de Apostelen samen; met kinderlijke liefde aanschouwen zij die laatste oogenblikken hunner moeder. Een der Apostelen is omhangen met eene stool, een ander besproeit de stervende met wijwater; aan het voeteinde van liet sterfbed staat een der Apostelen met het kruis. De Apostel Thomas is niet aanwezig; de H. Tanlus zit naast het sterfbed en ondersteunt zijn peinzend hoofd met zijn hand; ziet iiij misschien bij dit sterfbed de ontzagwekkende geheimen van leven en doo l,

') Bern. Hom, II super Minsua est.

ocr page 108

!)4

waarover liij spreekt in zijn brief aan de Corinthiërs? ') In oene volmaakte nist naar ziel en lirliaam sterft de Jf. Maagd; de dood was voor liaar slechts een heengaan, geene scheiding van deze aarde, eene hereeniging niet haar Kind.

Volgens eene overlevering luid een engel haar het oogen-blik des doods aangekondigd. De H. Joannes üamascenus verhaalt 2) dat do Apostelen, die met de verkondiging des Evangelie's over do wereld verspreid waren, in een oogenblik opgenomen werden in do lucht en te zamen kwamen in Jeruzalem om bij Maria's sterfbed tegenwoordig te zijn; ook verhaalt iiij dat onder het gezang van engelen en Apostelen het lieiiig lichaam van Maria begraven werd in Gethsemane, en dat gedurende drie dagen daar het gezang der engelenkoren weerklonk.

Wat toen geschiedde vertoont U het andere schilderstuk, waarop Maria's verrrijzenis uit het graf is voorgesteld. Maria zweeft, omringd door engelen, uit liet graf. waarin de schoonste bloemen geuren. I'e II. Joannes Damascenus verhaalt verder: „toen na drie dagen het gezang dei-engelen ophield, en Thomas, die afwezig was geweest en na den dorden dag was aangekomen, ook zijne eer wilde bewijzen aan liet lichaam, dat God gedragen had, hebben de Apostelen liet graf geopend. Maar haar roemrijk lichaam hebben zij niet kunnen vinden; nadat zij echter de linnen doeken hadden gevonden en vervuld waren van den onuitsprekelijken geur, welke daaruit opsteeg, hebben .zij liet graf gesloten.quot; Het heilig lichaam van Maria was opgenomen in den hemel bij Hem, quot;Wien zij liet leven

') I Cov. xv.

:) S. gt;Joa. Damasc Hom do dorm. li. M. V. cfr. Hurter Opp. SS. l'f. t. XXXIV.

ocr page 109

had geschonken. Zoo verhaalt de H. Joannes I)amascenns de uitvoerige getuigenis,- welke door Juvenalis, aartsbisschop van Jeruzalem, afgelegd werd voor de keizers, die verlangden het lichaam der H. Maagd te bezitten om het te begraven in de groote basiliek, welke door de H. Pulcheria, gemalin van keizer Mnrcianus. in Constantinopel was gebouwd; wij geven deze getuigenis hier, zonder bijvoeging van hetgeen somtijds over deze verklaring van Juvenalis wordt gezegd. O heilige Maria! onze teedere Moeder, gij zijt opgenomen ten hemel!

Met wat een stoet en majesteit en zegen Onthaalden U de Vader, Zoon en Geest,

Toen gij, van hier, ten Hemel voert te feest.

Langs liyacinthe en langs turkoo/e wogen.

Jeruzalem scheen boven uitgelaten.

Het weerlichtte al karbonkels en robijn.

Daar juicht het al, wat, van geen vlek geschonnen Het aanschijn keert naar U en 't zuiver Lam.

Daar kent men God: drie glansen, eeno vlam; Gelukkig, die Gods blijdschap heeft gewonnen!

Vondel, Ojnlrachf der briecen der //. Maaf/den.

Wees gegroet, o Koningin! Moeder van barmhartigheid ; ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet!

ocr page 110

DE ST. JOSEF-KAPEL.

z ooiils do orde liet voorsclirijft beginnen wij ook nu wederom onze verklaring, met hetgeen door de voorafbeeldende personen of toepasselijke spreuken uit liet O. Verbond bier wordt aangeduid.

Op de tombe des altaars zijn in medaillons vijf personen uit liet O. Verbond gebeeldliouwd. Koning David, uit wiens geslacht do 11. Josef afstamde, draagt de toepasselijke spreuk: gij zijt mijn Zoon '); dan volgt de zegen over Isaac 2), de zegen Gods over Abraham :!); dnnrna de belofte Gods over Jacob, aan Eebecca gedaan. 4) Deze zijn allen voorvaderen van den H. Josef, volgens de geslachtslijst, welke door den H. Matheus wordt medegedeeld. Op het uiteinde staat nog de profeet met de belofte der zegening over het huis van Josef. Eene meer uitgebreide verklaring dier zegeningen zou ons hier te ver voeren.

Boven de altaartombe, op de retabel zijn de H. Matheus en Mozes ten iialven iijve geschilderd; de II. Matheus draagt de spreuk „erat vir justus, iiij was een rechtvaardig manquot; 6); Mozes toont ons de toepasselijke woorden:

■t J-s. II : T.

Gen. XXV ; 11.

a) Gen. XII ; 2.

*) Gen. XXV : 2U.

s) JIatb. 1 ; 19.

ocr page 111

„ego protector tuus, et merces tua magna nimis, ik ben uw beschermer en uw overgroot loonquot; ').

Op lt;le dichtgeslagen deuren zijn de twee levensgroote gestalten der patriarchen Jacob en diens zoon Jozef geschilderd. Jacob wijst op de woorden uit het boek der Eechteren ,,Heersch over ons, gij, en uw zoon 2); Jozef, volgens de woorden der H. Kerk en de uitleggingen der gewijde schrijvers de groote voorafbeelding van den II. Jozef, den voedstervader onzes Heeren Jezus Christus, draagt de bekende woorden op den spreukband „gaat tot Josef en doet al wat hij u zeggen zal.quot; *)

Jozef, de zoon van Jacob, werd bijzonder door zijn grijzen vader bemind, omdat hij een kind zijns ouderdoms was. Zijne broeders echter benijdden hem en waren op hem vertoornd, vooral toen hij zijne twee droomgezichten verhaalde, waarin hij aanschouwde dat de korenschoven zijner broeders zich voor de zijne bogen en dat de zon, de maan en elf sterren zich bogen voor hem. Daaruit begrepen allen, dat zijne verheffing boven zijne broeders was aangeduid. Terwijl nu op zekeren dag zijne broeders oj) het veld waren bij hunne kudden, werd Jozef door zijn vader Jacob gezonden om naar den welstand zijner broeders te gaan vernemen. Zijne broeders zagen hem in de verte naderen, en besloten eerst hem te dooden; doch op raad van den oudsten broeder Euben, die Jozef in stilte wilde redden, veranderden zij hun plan en besloten nu hem in een put te werpen. Zij wierpen dan den onschuldige, dien zij eerst beroofden van zijn prachtig kleed, een geschenk zijns vaders, in den put; doch een

') Gen. X.V : 1. ') Judic. VIII : 22. s) Gen. XLI 55.

ocr page 112

oogenblik later vei'kocliten zij hem aan voorbijtrekkende kooplieden van Egypte. Jozefs kleed werd gedoopt in liet bloed van een bok, en zoo door de broeders teruggezonden naar hun grijzen vader, om dezen in den waan te brengen, dat een wild dier zijn dierbaren zoon Jozel' iiad versclieurd. In liet vreemde Egypte werd .Tozet' verkocht aan Pntiphiir; doch omdat Putipiiar's vromv den onschiildigen Jozef van ocne zware misdaad had beschuldigd, werd hij in de gevangenis geworpen. In de gevangenis verklaarde hij de droomen van den overste der schenkers en van den overste der bakkers; toen nu koning Pharao zijne bekende droomgezichten had, waarin hij zag dat zeven magere koeien zeven vette koeien verslonden en zeven ledige korenaren zeven volle korenaren verteerden, vernam hij de groote kunst van de uitlegging der droomen, welke .lozef in de gevangenis getoond had. Op bevel des konings werd nu Jozef uit de gevangenis voor den koning gevoerd; en de verklaring, welke Jozef over Pharao's droomen gaf, luidde, dat eerst zeven jaren van overvloed zouden komen, waarop zeven jaren van onvruchtbaarheid en hongersnood zouden volgen, zoodat de overvloed der vruchtbare jaren in den tijd des hongers-noods zou worden verteerd. Door Jozefs raad en wijsheid getroffen stelde koning Pharao den uit de gevangenis bevrijden Jozef aan als onderkoning van Egypte en omhing hem met de koninklijke sieraden. Jozef verzamelde den overvloed der zeven vruchtbare jaren in groote schuren, welke hij had laten bouwen ; zoodat. toen het volk in de zeven volgende jaren van hongersnood om brood kwam vragen, koning Pharao zijn hongerend volk naar Josef zond met de woorden: ga naar Jozef cn doe al wat hij U zeggen zal. Ook in het land zijns vaders kwam gebrek

ocr page 113

on

aan voedsel, en zijne broeders kwamen tot den onderkoning van Egypte, die terstond hen herkende maar door hen niet herkend werd, om koren te koopen. Nadat iiij eerst langen tijd hunne onderlinge en broederlijke liefde had beproefd, maakte Jozef zich als hun broeder, dien zij verkocht hadden, bekend en liet hen met hun grijzen vader naar Egypte overkomen, en zorgde verder voor lien.

De 11. Bernardus stelt deze gelijkenis in: Jozef, de zoon van Jacob, door den nijd zijner broeders verkocht en naar Egypte gevoerd, is eene voorafbeelding van Christus, Die verkocht werd; - deze Jozef vluchtende voor den nijd van Herodes, droeg Christus naar Egypte. Jozef van Egypte, de trouw van zijn heer bewarende, wilde niet aan den wil zijner meesteres voldoen; — deze heeft zijne Meesteres, de Moeder van Zijn lieer, hare maagdelijkheid kennende, zelf in reinheid trouw bewaard. Aan Jozef van Egypte werd inzicht geschonken in de geheimen der droomgezichten; — aan dezen werd het gegeven bekend te zijn met de hemelsche geheimen en daaraan deel te hebben. Jozef van Egypte bewaarde het graan niet voor zich maar voor geheel het volk; —deze heeft het levende Brood uit den hemel ter bewaring ontvangen zoowel voor zich als voor de geheele wereld. ')

Wanneer de deuren zijn geopend, staat in het midden het groote beeld van den II. Jozef; ter weerszijde staan de beelden der 11. Catharina en Barbara; op de linkerdeur is de waarschuwing des 11. Jozefs door den engel voorgesteld; op de rechterdeur, de II. Familie op weg.

De H. Jozef houdt in zijn linkerhand een boek, in de rechterhand een staf: doch let wel op deze bijzonderheid : deze staf bloeit, en draagt smettelooze leliebladeren. Wat

') Bern. Ilom. II super Missus est.

ocr page 114

100

wordt hierdoor aangeduid? Twee verklaringen worden hier aangegeven.

Volgens de eerste verklaring wordt iiierdoor de volgende overlevering aangeduid: toen er eon bruidegom voor de H. Maagd .Maria zou gekozen worden, moesten verschillende afstammelingen uit Davids huis, waartoe ook de 11. Josef behoorde, een dorren tak nederleggen op het altaar; do staf' van den 11. Jozef werd groen en bloeide, alle anderen bleven dor, zoodat God door dit wonder toonde dat Hij den 11. Jozef voor die waardigheid bestemd had. lgt;it wonder scbijne U niet vreemd, want in de H. Schrift wordt verhaald dat op dezelfde wijze, ook door een bloeienden staf, Aaron verkozen werd door God tot het priesterschap. ')

Volgens eene andere verklaring wordt door dezen bloeienden staf beteekend, dat liet huwelijk van den 11. Jozef met de II. Moedermaagd Maria, waarin de maagdelijkheid beoefend werd, door een wonder Gods vruchtbaar is geworden en de reinste Bloem der velden, de reinste Lelie der valleien heeft voortgebracht. 2)

De beelden en do symbolen der HU. Catharina en Barbara zijn vroeger verklaard; ook de voorstelling der ][. Familie op de rechterdeur behoeft geeno nadere omschrijving. De geschiedenis, op de linkerdenr in beeld gebracht, wordt in de H. Schrift verhaald. Toen koning Herodes, die Christus wilde dooden en aan de drie koningen uit bet Oosten gevraagd had op hun terugtocht hein te komen melden waar het goddelijk kind was, deze koningen niet zag terugkeeren, vormde hij hot wreede plan tot Betiileheni's kindermoord. Doch God zond in

') Num. XVII.

-) Cant. II : 1.

ocr page 115

101

den nacht een engel tot den H. Jozef met het hevel: ,,sta op, neem het Kind en zijne Moeder en vlucht naar Egypte, want het zal geschieden dat Herodes het Kind zoekt om het te dooden.quot; De H. Jozef vluchtte terstond met het goddelijk Kind en do II. Moedor naar Egypte-zoo ontkwam Christus aan Betiilehoms's kindermoord-Gij ziet den H. Jozef hier nederliggen op een rustbed; vóór hein zweeft een Engel, die hem liet bevol dos hemels mededeelt.

Het groote raam is in drie vakkon ingedeeld. Het middenvak toont twee taferoelen; boven het sterfbed van den H. Jozef; bonoden, den aartsvader Jacob, die in don slaap de geheimzinnige ladder aanschouwt waarlangs de engelen opstijgen en nederdalen, liet linkervak verbeeldt do vlucht naar Egypte, liet rechtervak de woning van Nazareth. — Het droomgezicht van Jacob wordt verhaald in de H. Schrift '); toon Jacob vluchtte voor de wraakzucht zijns broeders Ezau, logde hij zich op oen avond neder om te rusten; terwijl hij sliep, zag hij in den droom eene ladder op de aarde staan en haren top den hemel raken; hij zag langs deze ladder de engelen Gods opklimmen en nederdalen en op do ladder den Heer rusten. Die hem zoids: fk ben de lieer, do God van Abraham, uwen vader, en de God van Isaac. God beloofde hom dat in Jacob en zijn zaad alle geslachten dor aarde zouden worden gezegend, dat Hij hom zou beschermen 'angs allo zijne wegen. Jacob ontwaakte en sprak: „waarlijk, de Heer is op deze plaats; en ik wist liet niet.quot; Welke gebeurtenis uit het leven van don 11. Jozef wordt hierdoor aangegeven, en is hier bedoeld? Eene tweevoudige verklaring of veronderstelling wordt hier ') (Jen. XXVIIT : 12 — 18.

ocr page 116

102

door ons gegeven. Vooreerst kan dit drooingeziclit betrekking hebben op liet sterfbed van don PI. Jozef. Evenals Jacob na den moeitevollen dag vertroost werd met de aansclionwing Gods, rustende op den top der ladder, welke tot den hemel reikte en waarlangs de engelen zich bewogen; zoo mocht ook de H. Jozef in den avond van zijn zorgzaam leven, stervende zijne oogen richten naar den hemel, waar God lioni wachtte. Christus, Die stond bij liet sterlbed van Zijn voedstervader, zal voorzeker de oogen van den stervende gewezen liobben naar den hemel; en ongetwijfeld zullen de engelen, die zoo dikwijls tot den 11. Jozef nederdaalden op aarde met eene boodschap des hemels, nu ook zijn sterfbed hebben omringd om zijne ziel te voeren in Abraham's schoot. Heeft de kunstenaar dit bedoeld, toen iiij in liet bovenvak het sterfbed van St. Jozef en in het benenenvak het droomgezicht van Jacob voorstelde? Heeft hij door deze plaatsing het onderling verband tusschen beide tafereelen duidelijk willen aangeven?

Rijker in beteekenis en dieper van zin is evenwel de volgende verklaring: door die geheimzinnige ladder van Jacob wordt de Menschwording van Christus betee-kend; en in het bijzonder wordt daardoor de II. Maagd Maria aangeduid, omdat in haar dit geheim der Mensch-wording is voltrokken. Gelijk deze ladder den hemel verbond met de aarde, zoo is ook bij de Menschwording de hemel in vereeniging getreden met de aarde; de goddelijke natuur heeft zich met de menschelijke natuur vereenigd, liet Woord des Vaders is Mensch geworden, de God des hemels is verschenen op de aarde. In het bijzonder wordt dus door deze ladder de H. Maagd Maria aangeduid, omdat in haar die vereeniging, die verbinding

ocr page 117

103

van hemel en aarde werd voltrokken, omdat in liaar God is mensch geworden, de Zoon des Vaders de Zoon des mensclien geworden is. Deze verklaring der Jacobs-ladder wordt bij sommige II.IE. Vaders gevonden. De II. Joannes Damascenus zegt in een zijner liomilien '): God de Zoon „heeft Zelf voor Zich de levende ladder gebouwd, wier voet gevestigd is in de aarde, maar wier top reikt tot den lieniel en waarop God rust; Jacob aanschouwde hiervan de voorafbeelding;.....De geestelijke ladder, dat is de Maagd, is gevestigd in de aarde.quot; Daarna spreekt de Heilige over liet Mysterie der Mensch-wording, vervuld in Maria. In eene andere homilie ') richt hij zijn lofprijzend woord tot Maria en begroet haar: „of is het niet voor iedereen duidelijk dat gij door deze ladder zijt aangeduid en voorafgebeeld; want gelijk Jacob langs de uiterste sporten der ladder den hemel met de aarde zag vereenigd en de engelen daarlangs opklimmen en neder dalen, zoo hebt ook gij de taak van middelares aanvaard en zijt de ladder Gods geworden, toen Hij nederdaalde tot ons om onze zwakke natuur aan te nemen en met zich te vereenigen en te verbinden.quot; Ook de H. Ambrosius ziet in dit droomgezicht van Jacob den Christus op aarde aangeduid. 3)

Spanje's onsterfelijke dichter Calderon, die vooral tei verheerlijking van het 11. Altaarsacrament zijne verhevene en diepzinnige „autos sacramentalesquot; schreef — koninklijke scheppingen van een koninklijken geest - waarin hij met de gelukkigste stoutheid en een wellicht nooit overtroffen

') Joa. Damasc. Hom. in nativ. ]!. M V. cfr. Hurter Opp. SS. 1'P. t. XXXIV.

■') Ibid.

quot;) Ambr. de Jacob Lib. II : C. IV.

ocr page 118

104

vermogen van opvatting de katholieke Theologie met haar stoet van mysteriën voor het Spaansche volk laat verschijnen als eene niet luister gekroonde Koningin, Die geene vreemdelinge is onder dat volk, dat Haar kent en verstaat, toejuicht en om jubelt, — ('alderon gebruikt dikwijls, wanneer hij spreekt over het geheim der Mensch-wording of over de Moedermaagd dit beeld der Jacobs-ladder. Zoo in zijn auto „de Ridderordenquot;; Lorinser vertaalt ') :

Ware (ich bc/.wciti' cs ebon)

Dieses iiionscligeword'no Wander Wiiklicli (sng'ieli) der Gerechte.

Den die Wolken regnen sollen,

Jene Frucht, die aus der Enle Soil entsprieszen, jener Thau,

Jener sanfte, za'rte, helle.

Den die Morgenröthe traufclt,

Jene Leiter, die die Erdo Mit den) Hitnmel soil verbinden.

Wc man auf und nieilergehet,

(Auf der Menseh, herab das Wort)

Der Messias, der ersehnte: —

In zijn auto „de verborgene Schatquot; spreekt de synagoge t);

Was bedeutet eine Loiter,

Welche Enl' und Himmel eint?

Der Verkehr nur ist geineint,

Uns'res lliinmelglucks Bereiter.

Ook in zijn auto „de getrouwe Herderquot; !) en meerdere anderen gebruikt Calderon dit beeld. Doch wanneer wy

') Calderons Geistl. Pestspiele uebers von Dr. Franz Lorinser; zweite Ausgabe XVF Band, S. 340.

Xi Band S. 28.

3) XVI I!.. S. 102.

ocr page 119

lO.j

in dit beeld der Jacobsladder cene aanduiding van liet geheim der Menscliwording- en van de Moedermaagd zien, dan rijst zeer natuurlijk hier de vraag: welke overeenkomst bestaat er dan tussehen Jacob, die in een droomgezicht dit visioen aanschouwt, en den 11. Jozef? De overeenkomst is deze. De H. Jozef was onbekend gebleven met het geheim der Menscliwording, in zijne beminde Bruid de IT. Moedermaagd voltrokken; de aartsengel Gabriël had zijne boodschap aan Maria in de eenzaamheid medegedeeld, en God had om Zijne redenen dit geheim voor den H. Jozef nog verborgen gehouden. Maar de lelie zou hare reine pracht ontvouwen, en de H. Jozef werd bedroefd en beangstigd toen het goddelijk Moederschap zich begon te openbaren '). Ongerust en door bangen twijfel gefolterd, was de 11. Jozef eindelijk besloten heimelijk Maria te verlaten. Maar God liet den bedroefden Bruidegom niet langer in die wreede twijfeling ; en terwijl de II. Jozef met die bange gedachten zich ter ruste had nedergelegd, verscheen hem in den droom een Engel des Heeren die tot hem sprak; „Jozef, zoon van David! schroom niet Maria, uwe vrouw, tot U te nemen ; want wat in haar is geboren, is van den II. Geest. En zij zal eenen Zoon baren, en gij zult zijnen naam Jezus heeten; want Hij zal zijn volk zalig maken van liunne zonden.quot; 2) Gelijk dus Jacob in zijn droomgezicht die geheimzinnige ladder, eene voorafbeelding der Menscliwording en der Moedermaagd aanschouwde, zoo heeft ook de II. Jozef in zijn droom bij die tijding des engels liet geheim der Menscliwording aanschouwd, en zijne Bruid in den maagdelijken luister van Moeder Gods verheerlijkt gezien; hij

') Alino cum tumidam germine conjugem. Admirans.dubio tangcris anxius.

-) Math. 1 : 20, 21.

ocr page 120

lOG

mocht zeggen: de Heer is liier, en ik wist het niet; en gelijk Jacob vertroost werd door de Godsbelofte dat in hem en zijne nakomelingschap alle geslachten der aarde zouden worden gezegend '), zoo werd de H. Jozef in zijne droefheid en angst getroost met de tijding en de aanschouwing dat in zijn maagdelijk huwelijk die belofte des Keeren vervuld werd, dat zijne Brnid Hein zou baren, „Die zijn volk zou zalig maken van hunne zonden.quot; 2) Deze twee verklaringen mogen hier voldoende zijn; over de mindere of meerdere waarschijnlijkheid, welke betee-kenis is bedoeld door den kunstenaar kunnen wij niet oordeelen; welke verklaring door zinrijke schoonheid den eerepalm wint, beoordeele een ieder.

In de linkerafdeeling van het raam aanschouwt gij de vlucht naar Egypte. De II. Maagd, op een lastdier gezeten, draagt het goddelijk Kind aan haar hart; als onder zorgen gebogen, maar berustend in Gods wil, gaat de H. Josef naast het lastdier voort. In de verte verheffen zich de tinnen van heidensche tempels, en, wanneer gij nauwlettend toeziet, bemerkt gij een standbeeld dat van zijn voetstuk nedervalt. Dit doelt op het verhaal, dat op verschillende plaatsen, waar ('hristus op zijn vlucht kwam, de heidensche tempels instortten en de afgodsbeelden neervielen. Waarschijnlijk vindt deze voorstelling haar grond in het woord van den profeet Isaias, „ziet, de Heer zal zich verheffen op een lichte wolk, en binnengaan in Egypte, en do afgodsbeelden der Egyptenaren zullen geschokt worden voor zijn aangezicht. 3)

In de rechterafdeeling van het raam is de II. Familie

■) Gen. XXVIII : 14. -) Math. I : 21.

ocr page 121

107

in de woning van Nazareth afgebeeld. De II. Josef is bezig met het eenvoudige handwerk van den timmerman; liet goddelijk Kind draagt een kleinen houten balk; de II. Maagd verricht het dagelijksch werk van het liuisgezin.

Het bovengedeelte van het middenvak toont het sterfbed van St. Josef. Aan het hoofdeinde staat liet goddelijk Kind, Die de Heer is van Leven en Dood; Zijn hand wijst naar den hemel; de H. .Maagd ligt voor het sterfbed geknield. Een heilige dood kroont hier een heilig leven. „Vade in pacequot; prijkt als bovenschrilt „ga in vrede.quot;

ocr page 122

HET CONGREGATIE-ALTAAR.

Op lt;le tombe des altaars prijken drie schilderstukkon; in liet midden is geschilderd Maria's kroning, links de bekeering des li. Paulus, rechts Maria Magdalena aan Ue voeten des Heeren in het huis van Simon, den Phariseër.

Bij de kroning der H. Maagd is Christus gezeten en Hij reikt den scepter, den rijksstaf aan Maria, die niet geknield is maar eveneens ten teeken harer waardigheid is gezeten. Haar deemoedig gebogen iioofd is gekroond ; want hier wordt de nederigheid gekroond, hier wordt de nederige dienstmaagd des Heeren, zooals zij zelve zich noemde, hekleed met de macht om, onder God, verheven te zijn als koninginne over hemel en aarde.

De bekeering des H. Paulus wordt verhaald in de H. Schrift. Uit den stam Benjamin geboren en in de strengheid der wet door Gamaliel onderwezen, overtrof Saulus, later Paulus genoemd, spoedig zijne tijdgenooten in kennis maar tevens ook in haat tegen den Christus en Diens leer. Bij de steeniging van St. Stephanus was hij getuige; overal vervolgde hij de Christenen, en dwong hen het geloof te verzaken en den Christus te lasteren. ') In zijn vervolgingswoede toog hij eenmaal uit, voorzien met brieven van den Hoogepriester, naar Damascus om daar de Christenen op te sporen. Maar plotseling omstraalde

') Act. A p. XXVI ; II.

ocr page 123

109

hem op den weg een verbliiulencl licht des hemels, Iieklenler dan de Zon; sidderend en ontsteld viel Saulus ter aarde en hoorde eene stem: „Saulus, Saulus, waarom vervolgt gij mij.quot; „Wie zijt gij, Heer!quot; vraagt Saulus; en God antwoordt hem: ,.Ik hen Jezus de Nazerener, Dien gij vervolgt.quot; Het wonder der bekeering was door Gods alverwinnende genade gewerkt, de vervolger was in den Apostel herschapen; en vol geestdrift schiet hem het woord, dat de belijdenis zijns levens is, uit de borst: „Heer! wat wilt gij, dat ik doe?quot; Toen Paulus opstond was hij blind geworden; zijne medgezellen leidden hem naar de stad, waar hij drie dagen vastte en bad en dooide handoplegging van Ananias zijn gezicht terug ontving. Hij werd toen door Ananias gedoopt; en Paulus, die als vervolger van Christus naar Damascus was gekomen, begon nu in datzelfde Damascus den Christus te prediken. Op het schilderstuk ligt de H. Paulas, in een zwaar harnas gestoken, ter aarde; hij bedekt zijne oogen met de hand voor den glans des lichts; een der dienaren grijpt het van schrik steigerende paard bij de teugels, terwijl een ander den H. Paulus helpt opstaan van den grond. Christus verschijnt in de lucht, omstraald door een aureool van licht.

De geschiedenis van Maria Magdalena is de volgende. Toen Christus zich op zekeren dag bevond in het huis van Simon den Phariseër, door wien Hij aan tafel genoodigd was, drong Maria Magdalena de woning en de feestzaal binnen; in die stad was zij als eene openbare zondares bekend. Zij had kostbaren balsem gekocht; en daarmede binnenkomende viel zij'schreiende voor Jezus'voeten neder, droogde met haar weelderig afhangend hoofdhaar de tranen, die op Jezus' voeten neervielen, kuste deze en zalfde

ocr page 124

1 !U

ze met balsem. Christus nam haar tegen de lage ge-(iachien der Phariseërs in bescherming, en zijne barmhartigheid sprak tot Magdalena: „Uwe zonden worden U vergeven ! Ga in vrede!quot; — Vóór de tafel zit Christus, Die dezen liefdedienst van Magdalena aan zijne voeten schreiende neergelegen, toelaat en haar vol barmhartigheid aanziet; ter zijde van de tafel zijn de achterdochtige Phariseërs, heimelijk achter hun handen fluisterend, met elkander in gesprek; wat zij tot elkander zeggen wordt u duidelijk uit de minachting, het afgrijzen, waarmede zij Christus beschouwen: ,,indien Deze een profeet was, zou Hij weten, wie en hoedanig eene vrouw het is, die Hem aanraakt; want zij is eene zondares.quot;

Boven de altaartafel loopt over de volle breedte een band, waarop de woorden der H. Schrift op Maria toegepast, geschreven zijn: „egomater pulchrae dilectionis. Ik ben de Moeder der schoone liefde.quot;

Op de rotable zijn vier zinnebeelden der H. Maagd Maria voorgesteld : eene ster, eene roos, eene lelie, en de ark des Verbonds. Welke gelijkenis met de H. Maagd ligt er in deze symbolen? Maria wordt vergeleken met eene ster, die haar zacht en vriendelijk licht verspreidt in den donkeren nacht, welke hangt over de verraderlijke zee; Zij wordt vergeleken met eene ster, die door haar bekenden stand aan iiet uitspansel den schepeling leidt en den koers wijst door do branding der golven. In dit leven, dat vergeleken wordt met eene wereldzee, helpt Maria ook ons door hare voorspraak en voorbeeld om den goeden weg te volgen. „Zij is die heldere en schitterende ster-boven deze wijde en uitgestrekte zee opgerezen, stralende door hare verdiensten, schitterende door hare voorbeelden.quot;1)

') Bernnrdus. Hom. 11 super Alissusost.

ocr page 125

111

De H. Kerk begroet Maria in haar lotliod met. den naam van sterre der zee „Ave maris stella, wees gegroet ster der zee.quot; De H. Bernardus geeft nog eene andere verklaring. „Maria, zoo spreekt iiij, wordt zeer juist met eene ster vergeleken; want evenals eene ster zonder nadeel voor ziclizelve liaar lichtstraal uitschiet, zoo bracht de Maagd zonder geschonden te worden liaiir Zoon ter wereld. De lichtstraal vermindert ook niet de helderlieid der ster, de Zoon evenmin de ongeschondiieid der Maagd. Zij is dus die heerlijke ster, opgegaan nit Jacob, wier lichtstraal de geheele wereld verlicht.quot; ')

Maria wordt ook genoemd tic „Morgenster;quot; want evenals deze de nabijheid der Zon verkondigt, zoo verschijnt Maria als een teeken des hemels, dat de nadering der Zon, Christus, aan de wereld openbaart.

In welken zin wordt de H. Maagd Maria genoemd eene roos, geheimzinnige roos, roos zonder doornen? (ielijk de roos in haar gesloten knop haar pracht verbergt en bij het opengaan haar schoonheid verhoogt; zoo heeft ook Maria haar Pracht verborgen en bij het openbaren harer Heerlijkheid, Die Christus was, haar reine schoonheid verhoogd.2) Daarom wordt zij de roos, de geheimzinnige roos genoemd. — Boos zonder doornen wordt Maria genoemd, omdat zij, geboren volgens de orde der natuur, op bovennatuurlijke wijze vrij bleef van iedere smet der ziel, ongedeerd, onbevlekt. Evenals uit den met doornen omzetten rozen-stam op de doornige takjes eene schoone roos ongedeerd uitbloeit, zoo kwam uit het door erfzonde besmeurde geslacht van Eva deze hemelsche roos, Maria te voorschijn,

') Bern. 1. c.

-) (J»i natiis de Vii'gine, -Matris inteffritatoin non mimiit, 80(1 sacravit. .Miss. Kom. Socr. in festo üesp. B. M. V.

ocr page 126

(iie eenige roos zonder doornen, die eenige Maagd wier schoonheid niet door de erfsmet van Eva was geschonden.

AVaarom Maria eene lelie genoemd wordt, is du-idelijk, omdat Maria do altijd reine en vlekkelooze Maagd is gebleven. Voortdurend zingt Calderon in zijne „autosquot; den lof dezer lelie en bloeiende roos.

Sieli'. wie cino woisze Lilio Milten unter starren Achren In den aufgebrocii'nen BliUtien,

Die wie blankos Silber glanzen,

Körner birgt von roinein (rolde,

Oline ilasz der Sturm vertnüctite Hirer Reinheit Glanz zu trüben.

Ihr das Blülien zu verweliren!

Eine jungfriiuliclie Jiose Dort betrachte! Zwar noch scldilft sic Unentfaltet in der Knospe Doch init tiefeni Glanz errötbend.

Calderon „de Th in ran Falernia.quot; •)

Sedulius groet Maria, de Eoos zonder doornen, in

zijne zangen:

Et velnt e spinis mollis rosa surgit acutls,

Nil, quod laedat, habens, matrenique obscurat honore:

Sic Evao iie stirpe sacra veniente Maria,

Virginis antlquau facinus nova virgo piaret.

SeduJ. Cann. 1'asch. 2) Nogmaals klinke hier een toon uit het lied van Calderon, die zoo dikwijls in zijne autos het maagdelijk Moederschap van Maria, de Eoos zonder doornen, de geheimzinnige Roos, heeft bezongen:

Kaum (ich wiederhol's) hat eben Die gelieininiszvoile Rose In dem Sclioosz der Morgenhelle Sanft zu wiegen sicli begonnen.

Ais schon Dornen hin sich drangen Andier Bluinen, nicb die ihr'gen.

------Auto .,//lt; / hart behoort aan Maria.3)

■) ]gt;. XIV S. 508.

2) Lib. U : 28—BI.

3) B. 11 : S. 282.

ocr page 127

In welke beteekenis wordt Maria vergeleken met de ark des Verbonds? Het volk van fsraül bezat eene ark, eene kostbaar bewerkte kist, waarin de twee steenen tafelen der tien geboden, een vat met manna, en de roede van Aaron werden bewaard; boven deze ark zweefde eene wolk, tiet teeken der goddelijke tegenwoordigheid. Maria wordt door deze ark des Verbonds aangeduid; in Maria toch leefde de Wetgever zelf: in liaar was meer dan liet manna, hetwelk het volk in de woestijn niet voor den dood kon vrijwaren, zij droeg het Brood des Levens. In Maria was meer dan de roede van Aiiron, die bloeide op bovennatuurlijke wijze; want in Maria kwam het Leven, Christus zelf, door een wonder des hemels buiten de orde der natuur. En evenals de wolk des Heeren de Bondsark overdekte, zoo overschaduwde God de H. Geest bij de ontvangenis van het goddelijk Woord de H. Moedermaagd.

üj) het altaar prijkt het beeld der goddelijke Moeder; omdat deze congregatie is opgericht onder den titel van „het Heilig en Onbevlekt Hart van Mariaquot;, ziet gij Maria's hart met een stralenkrans omgeven. Het goddelijk Kind, eveneens zijn hart toonende, is gezeten op den arm der 11. Maagd en wijst met zijn linkerhand naar het hart zijner Moeder.

Op de deuren zijn vier heiligenfiguren geschilderd; ter linkerzijde staan de 11.11. Augustinus en Theodorus, ter rechterzijde de 11.11. Susanna de Eoma en Margaretha van Cortona. Over den 11. Augustinus is vroeger gesproken. Naast hem staat de krijgshaftige figuur des II. Theodorus. Hij heeft het helmvizier opgeslagen; een zwaar harnas, waaraan het breede slagzwaard hangt, bedekt zijne rijzige, forsche gestalte; met machtigen greep houdt hij den nek van een vreeswekkend monster, een gevleugelden draak,

8

ocr page 128

1 14

omkneld. Gelijk verhaald wordt, was de H. ïheodorus een even vurig christen als dapper krijgsman. Bij Euchaida leefde een draak in een diep hol; de gelieele omtrek was onveilig, het dier roofde het vee. en was de schrik voor de geheele landstreek. In zijn vrees riep het volk tot Tlieodorus om hulp. Terwijl de 11. Theodoras op zekeren nacht in diepen slaap was verzonken, zag hij een engel naderen, die hem beval den draak aan te vallen. Gehoorzaam aan Gods bevel, wierp Tlieodorus zich te paard, nam een kruis in zijn hand en by het hol gekomen, riep hij in naam des Ileeren het monster te voorschijn. Met een ontzettend gebrul kroop het dier uit zijn hol, en bereidde zich voor om Tlieodorus te bespringen. Maar gesterkt door Gods bevel dreef Tlieodorus zijn paard met den spoorslag voort, zwaaide zijn zwaard en stiet het dooide borst van het monster. Deze geschiedenis is hier geschilderd. Van zijn marteldood wordt medegedeeld dat keizer Licinins eens te Nicomedie kwam en op verzoek van Tlieodorus ook diens stad Heraclea bezocht; wegens zyn christendom werd Tlieodorus spoedig voor den rechterstoel gebracht en verplicht aan de afgoden te otteren. Hij weigerde en vernielde zelfs de afgodsbeelden; nadat hij was gegeeseld en, onder voortdurende betuigingen zijner trouw aan Jesus Christus wreede martelingen had doorstaan, werd hij onder het zwaard van den beul onthoofd. Zijn feestdag is 7 Februari.

Susanna was te Rome uit aanzienlijke ouders geboren; Cajus, een broeder baars vaders, zetelde op den pauselijken troon; door bloedverwantschap deelde zij in de keizerlijke glorie van den Caesar Diocletiaan. Door de nauwlettende zorgen van hare ouders en van haar oom den Paus, opgevoed in de heilige leer van Christus, muntte zij

ocr page 129

spoedig uit door liare onschuld en teedere godsvrucht; zij wijdde hare zuiverheid aan God, en eene liefdevolle vereering van de II. Maagd Maria was eene veilige waarborg liarer deugd. Maar keizer Diocletiaan wenschte haar als gemalin voor zijn broeder Galerius; toen de afgezant Gajus, een bloedverwant des keizers, haar den wensch van Diocletiaan overbracht, weigerde de godgewijde maagd beslist, en de liefde tot haar hemelschen Bruidegom maakte haar zoo welsprekend dat de keizerlijke gezant om de genade van het christendom verzocht. Zijn ijver en zijn geluk bewogen een anderen broeder des keizers Maxinius ook het Christendom aan te nemen. Tn toorn ontstoken liet nu Diocletiaan de nieuwbekeerden grijpen en te Ostia dooden; Susanna werd in de gevangenis geworpen en doorstond met held-haftigen moed alle verleiding. Nu liet de keizer haar geeselen; maar Susanna bleef standvastig en onverzettelijk en zij onderging daarna den marteldood door het zwaard. In haar rechterhand draagt zij daarom het zwaard, op haar linkerhand een kroon, want met het huwelijk van des keizers broeder versmaadde zij de gloriekroon dezer aarde. Haar feestdag is 11 Augustus.

De barmhartigheid des Heeren, Uie Maria Magdalena vergeving schonk, schittert ons tegen in het leven der H. Mar-garetha van Cortona; als Magdalena had zij gezondigd en de schoonheid der ziel in dc zonden van zingenot besmeurd ; maar in eeuwigheid zal zij de barmhartigheid des Heeren verheffen. Die evenals aan Magdalena ook aan haar veel heeft vergeven, omdat zij veel bemind heeft. Toen zij op zekeren dag het lijk van baren wereldschen minnaar, door vijanden gedood, had gevonden in een kuil onder takken verborgen, werd zij door een heiligen afschuw voor de

ocr page 130

116

wereld aangegrepen; sclireiende viel zij neder en vroeg aan Jezus, of Hij voortaan iiaar liart als eenige Bruidegom wilde bezitten. Alle wereldsche tooi werd verworpen; de strengste boetvaardigheid was haar genot; de grond was haar rustbed, haar hoofd lag op een steen of een stuk hout; luide verkondigde zij hare boosheid en klaagde, dat zij God, de hemelscho Schoonheid, te laat had gekend, te laat had bemind. Nederig vroeg zij liet kleed van den armen Franciskus in de derde orde; want, nu zij de schitterende kroon der maagden had verloren, iioopte zij toch door de doornenkroon der boetvaardigheid wederom aan haar hemelschen Hrnidegom te behagen; en de ontrouwe bruid, die het lelieblanke liruidskleed der zuiverheid had besmeurd en verworpen, meende geen betere eereboete te kunnen geven aan haar beleedigden Bruidegom dan door neergeknield Hem vergeving te vragen in het ruwe en arme kleed van St. Franciskus. Dikwijls lag zij opgetogen in geestvervoering voor het II. Tabernakel en de zoetste samenspraken niet hare Liefde van het H. Tabernakel gaven haar de troostvolle getuigenis, dat Jesus zijne ontrouwe Bruid weder had aangenomen in zijn hart. Eeue teedere genegenheid trok haar ook voortdurend naar het beeld der reine Moedermaagd Maria, die de moeder der schoone liefde is. Zelfs in haar hoogsten ouderdom pijnigde zij haar lichaam door de strengste kastijdingen, tot eindelijk hetoogenblik kwam, dat bij den dood hare ziel mocht opzweven in de omhelzing van haar hemelschen Bruidegom, Die met eene byzondere kroon de reinheid der Maagden tooit, maar Die ook een boetvaardig en ootmoedig hart niet versmaadt. Met Maria Magdalena en Maria de zondares van Egypte zal zij Gods barmhartigheid in eeuwigheid getuigen aan

ocr page 131

117

do wereld; en de naam der 11. Margaretha van Cortona zal worden aangeroepen en gezegend, gelijk de dichter heeft gezongen van de zondares van Egypte:

Zoolang de God vim liefde en leven.

Die Magdalena had verheven,

Der zomlaresse scliulil ontbond,

Zoolang de God, die 't kruishout torste En naar liet hart der menschheid dorstte Aan 't aardrijk wordt verkond.

SCHAEPMAN „Maria, de zondaressc rem Kijypte.' i

De Heilige is afgebeeld met de roede als teeken harer bloedige licliaaniskastijdingen. Haar feest wordt in de Kerk gevierd den 23 Februari.

ocr page 132

DE COMMUNIEBANK.

H^ier volge no.o' ecne korte beschrijving: der Com-muniebank. Behalve de deuren is zij geheel uit steen vervaardigd: in hot midden wordt zij in twee gelijke stukken verdeeld door de deuren, waarin de symbolen van den God des Altaars, de Pelikaan en het Lam dat de Zegevaan verheft en zijn Bloed vergiet in een kelk, zijn voorgesteld; deze symbolen zijn vroeger verklaard; zij zijn in koper bewerkt. In de Communiebank zelve zijn de acht zaligheden in beeld gebracht; zoodat voor iedere zaligspreking des Heeren een Heilige is gekozen, in wiens leven op eene bijzondere wijze iedere genoemde deugd uitschittert. Het mag hier voorzeker onze bedoeling-niet zijn, om iedere zaligspreking van Christus te beschouwen in betrekking tot de H. Communie of aan te geven op welke wijze de JI. Communie vooral deze deugden aankweekt in de ziel des inenschen; dit ligt geenszins hier in ons plan, want het zou ons voeren tot verklaringen, die voor zeer velen nog verklaring noodig hadden.

Omdat wij echter, bij de beschrijving van de voornaamste sieraden eener Katholieke Kerk, niet zwijgen mogen over de communiebank, waar de Godmenscii een feestmaal heeft bereid voor Zijne strijdende broeders, willen wij slechts aangeven op welke wijze in deze heiligen die deugden zicli hebben geopenbaard. In elk stuk der Communiebank

ocr page 133
ocr page 134
ocr page 135

119

zijn vier heiligenfiguren gebeeldhouwd; ter linkerzijde de H.IT. Henricus, Franciskus, Catharina van Siena en Stephanus; ter rechterzijde de H.H. Elisabeth, Maria Mag-dalena, Gregorius I en Aloysius. Tusschen de beelden van St. Henricus en St. Franciskus is eene groep gebeeldhouwd, voorstellende de bruiloft te Cana; tusschen St. Elisabeth en St. Maria Magdalena ziet gij aan tafel niet de Emmaüsgangers onzen goddelijken Zaligmaker gezeten, die het Brood breekt, waardoor de twee leerlingen Hem herkenden.

De H. Henricus herinnert U de door Christus gezegende deugd der zachtmoedigheid. Hij onderdrukte in ziju hart iedere opwelling tot gramschap; daardoor bezat hij de verhevene kalmte, de zielerust door zelfbeheersching verkregen, die geenszins gevoelloosheid was, maar die wel getroffen kon worden door beleediging, doch zonder zich te laten meeslepen en in opgewondenheid of hartstocht te ontvlammen. Daarom schijnt het bij den eersten aanblik wellicht vreemd dat de H. Henricus, die de zachtmoedigheid voorstelt, een zwaard in zijn hand draagt, waardoor juist niet de zachtmoedigheid wordt aangeduid; maar men bedenke dat het eene grootere deugd is in don toorn het zwaard der kastijding terug te houden en de opgewekte gramschap in te toornen, waar men de macht heeft gemakkelijk zich voldoening te geven, dan in het geheel niet vergramd te worden. Zelfoverwinning isquot; verhevener dan ongevoeligheid. De H. Ambrosins zegt: „het is voortreffelijk zijne opwelling te matigen door het verstand; en het wordt voor geene geringere deugd gehouden zijn toorn te bedwingen en zijne verontwaardiging te onderdrukken, dan in het geheel niet vertoornd te worden.quot; *) Zich door den toorn te laten beheerschen ') Ambr. Expos, in Luc. Lib. V uquot;. 54.

ocr page 136

12Ö

alleen is zonde. Daarom zegt de H. Franciskus van Sales: „dit get)od; toornt en wilt niet zondigen, (is) naar mijn oordeel veel zwaarder dan een gebod, hetwelk ons zonde gebieden nooit vertoornd te worden, omdat men gemakkelijker de gramsciuip kan schuwen dan haar matigen.quot; ') En onze goddelijke Zaligmaker, Die ons wijst op Zijn voorbeeld om van Hem te loeren zachtmoedig van harte te zijn, spreekt in hetzelfde hoofdstuk van den H. Lucas 2), terstond na deze zaligheden te hebben gezegend, zijn viervoudig verschrikkelijk wee uit, om ons te leeren hoe wij kunnen toornen zonder te zondigen. Zoo verdwijnt dus liet schijnbaar tegenstrijdige dat de zachtmoedigheid wordt voorgesteld door den II. Henricus met liet zwaard in de hand; hij bewaarde zich voor ijdele gramschap, en waar hij toornen moest, wist hij zich zelf te bezitten, ook al was hem om zijne keizerlijke macht de voldoening door het zwaard gemakkelijk.

De geschiedenis der bruiloft te Cana is genoegzaam bekend. De bruid en bruidegom, met kransen getooid, zitten achter de tafel, voor de tafel staan de zes kruiken met water gevuld; Christus, aan het hoofdeinde der tafel gezeten, strekt zijn hand uit over het water dat door Zijn wondermacht in wijn veranderd wordt. De hofmeester lieft in bewondering zijn hand omhoog. De II. Maagd beschouwt in stilte liet wonder, door haar van Christus afgesmeekt.

Dan volgt de II. Franciskus van Assisie met de spreuk: ,,zalig de armen van geest, want hunner is het Kijk der hemelen.quot; Hij had in zijne eerste jeugd van de rijkdommen zijns vaders verkwistend genoten; hij beminde de pracht

') Introd. Lib. JU Cap. XII.

-) Luc. VI : 24—26.

ocr page 137

l-M

zoodat allen hem bewonderden en „de bloem der jongelingschap van Assisiëquot; noemden; maar spoedig van het ijdele der wereldsdie grootheid overtuigd, deed hij voorde voeten van den bisschop van Assisie afstand van alles wat hij bezat; hij onthechtte zich aan de wereld met do daad cn ook met zijn geest en wil, zooilat hij vrij van deze gehechtheid God alleen bezat en de schoone natuur om hem heen, welke hij vurig beminde. God was zijn rijkdom, en de Armoede was zijne bruid. Wat beteekent het kruis in zijn handen, en welke is de verklaring van liet wondervolle verschijnsel dat de gekruisigde Serafijn zes vleugelen heeft? Terwijl de H. Franciskus, twee jaren voor zijn dood, op den berg Alvernia in gebed was verzonken, zag hij een Seraöjn met vluggen vleugelslag neerdalen uit den hemel en tet hem naderen; toen de verschijning kort voor zijne oogen zweefde, bemerkte St. Franciskus tusschen de vleugelen de gedaante van een mensch, die met uitgestrekte handen en voeten aan het kruis hing; twee vleugelen verhieven zich boven zijn hoofd, twee waren uitgespreid om te vliegen, twee bedekten zijn lichaam. Toen de verschijning verdween, had God in het lichaam van St. Franciskus de wond-merken van handen en voeten en zijde ingedrukt. Franciskus heeft hier de zichtbare wondeteekenen.

St. Catharina van Siëna is de uitverkorene om ons door het kruis in haar hand en haar eigen voorbeeld te herinneren aan Jezus' woord: „zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.quot; quot;Wijzende op den Gekruisigde, Wiens geboorte werd aangekondigd met een vredegroet aan hen die van goeden wille zijn. Wiens dood vrede bracht aan de wereld, bracht zij den vrede in de harten der meest verstokte zondaren, drong zelfs in de

ocr page 138

122

gevangenissen tot de ongelukkigen door; maar ook werkte zij mede tot herstel van rust en vrede in den Staat en tot den terugkeer der Pausen uit liunne ballingschap te Avignon naar Home, de pauselijke stad. Wat beteekent de kroon op haar hoofd ? Op zekeren dag verscheen Jezus Christus aan de II. Catharina en droeg eene kroon van goud en eene van doornen met zicli en liet Catharina eene uitkiezen. Zonder een oogenblik te aarzelen greep zij de doornenkroon en drukte deze diep in haar hoofd. Langen tijd was de H. Communie haar eenige spijs. Haar feest is 30 April.

De H. Stephanus, die in den schoot van zijn kleed de steenen draagt, waarmede de Joden hem hebben gedood, heeft het eerst de waarheid ondervonden van Christus woord: „zalig zij, die vervolging lijden om de gerechtigheid, want hunner is het rijk der hemelen.quot; Hij was de eerste martelaar en mocht het beloofde rijk der hemelen aanschouwen zooals hij in zijne laatste oogenblikken uitriep: „ik zie de hemelen open, en den Zoon des menschen staan ter rechterhand Gods.quot; Zijn feestdag is 26 December.

In liet andere gedeelte der Communiebank, bij de middendeur, verkondigt U de H. Elisabeth den zegen Gods aan de barmhartigheid beloofd: „zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven.quot; Moeielijk ware het voorzeker in de rij van heiligen een verhevener voorbeeld te vinden, waarin de barmhartigheid, de liefde jegens den evenmensch, die zich in zorgen bevindt, op eene meer schitterende wijze zich openbaart dan in de H. Elisabeth. Haar is daarom de eer geschonken die deugd voortestellen aan het feestmaal des Heeren, waar Jezus Christus zijne barmhartigheid, zijne liefde voor den armen mensch openbaart, zooals Hij alleen dit vermag, door Zich zelf te geven aan onze arme zielen.

ocr page 139

Naast St. Elisabeth ziet gij onzen goddelijken Zaligmaker met de twee Emmaüsgangers aan tafel gezeten.

„Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,quot; zoo roept Maria Magdalena ons toe, die treurende aan Jezus' voeten liggende eenmaal de troostvolle woorden mocht hooren uit Zijn mond, „uwe zonden worden U vergeven! Ga in vrede!quot; Zij draagt de vaas, waarin zij eenmaal den welriekenden balsem bewaarde om Jezus' voeten te zalven in het huis van Simon den Phariseör.

Gregorius I de Groote „die, zonder Home te verlaten, zijne hand uitstrekte over geheel het Noorden, die de zwakken bevestigde in liet geloof, de weerspannigen tot het geloof terugbracht, en, zich zelf overlevende door de wysheid zijner ontwerpen, gedurende vele jaren de leiding behield over den christelijkeu veroveringstochtquot; ') heeft in zijne geschriften de vertolking eu in zijne daden de beoefening laten zien van Christus' woorden; zalig zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Want de gerechtigheid, waardoor men zijne verplichtingen vervult jegens zich zeiven en anderen , waardoor ook alles in vaste orde wordt geregeld en nagestreefd wat overeenkomstig is niet plicht, waardigheid en bestemming, die deugd is de glans van het karakter in dezen heiligen Paus, die voor zich zelf zulk eene verhevene opvatting had van zijne roeping eu plicht in het Hoogepriesterschap des Heeren op den stoel van Petrus, dat iiij eerst deze waardigheid ontvluchtte en later in de vervulling zijner heilige bedieningen somtijds beangstigd werd. Maar dat hooge besef van plicht gaf de kracht aan zijne sterke ziel, en dwong den man, die op vijftig-jarigen leeftijd met eene voortdurend zwakke gezondheid

') Ozanain. Ln civil, chrét. chez les Francs. Chap. V.

ocr page 140

124

den zwaren last van Gods Kerk moest draden, alles te omvatten wat den inwendigen en uitwendigen luister van Gods Kerk kon bevorderen en liet heil en den vrede der gelieele wereld kon verzekeren. „Want hij zag liet Oosten beroerd door de trotschheid van liet Schisma en door alle ellenden van het verval, liet Westen in de macht van heidendom en ketterij; voor de poorten van Home, in Italië en Spanje, volhardden de Gotlien en de Lombarden in de dwaling van Ariusquot; ') En ondanks die zorgen voor de Kerk en de wereld schreef hij zijne vele leerzame verhandelingen, die eene kracht vormen in de verdediging des geloofs en naast Augustinus, Ambrosius en Hiero-nymus hem eene eereplaats verzekeren in de eerbiedwaardige rij der Kerkvaders; en terwijl de zorg voor Kerk en Staat ziju geheele leven scheen te vorderen, vond hij den tijd om de liturgie der Kerk met de treffendste gebeden te verrijken en door verbeteringen in den kerkelijken zang zijn naam te vereeuwigen in de heilige liederen der Kerk. Zijn feestdag is 12 Maart.

Het zedig neergeslagen oog, het deemoedig gebogen hoofd, dat gelaat door versterving verbleekt maar verhelderd door een hemelschen lach, zeggen U terstond dat hier de H. Aloysius verschijnt om, door zijn voorbeeld en zelfs door zijne uitwendige verschijning ons te overtuigen van de zaligheid der zuiveren van harte, omdat zij God zullen zien. Reeds op negenjarigen leeftijd had hij te Florence zijne zuiverheid aan God toegewijd; strenge versterving, bloedige lichaamskastijdingen waren de hulpmiddelen om dien kostbaren schat te bewaren; daarbij werd zijne zucht naar God, de oneindige Schoonheid, steeds vuriger dooide overweging der vergankelijkheid, der ijdelheid van het

') Ibid.

ocr page 141

125

scliijnsclioon en de pracht dezer wereld: de dood maakt allen g-elijk; daarom draagt liij een doodshoofd in zijn hand. Zijn feestdag is 21 Juni.

Vele sieraden der Kerk zijn hier niet genoemd, ofschoon zij geroemd mochten worden. Alleen is hier verklaard wat in liet priesterkoor en in het voorste gedeelte der Kerk aanwezig is. Dit is voldoende in staat om getuigenis te geven van de milddadigheid en don godsdienstzin der parochianen van St. Josef, die deze sieraden hebben geschonken. Laat mij daarom eindigen met de woorden van koning David, welke hij uitsprak in zijne vreugde over de geschenken, die door het volk voor den nieuwen Tempel waren saamgebracht; „daarom quot;ok heb ik in de „oprechtheid mijns harten blijde dit alles opgedragen, en „uw volk, dat zich hier bevindt, zag ik met overgroote „vreugde U giften aanbieden, lieer, God van Abraham „en Isaac en Israël, onze vaderen, bewaar in eeuwigheid „dien wil huns harten en moge immer op Uwe vereering .,die gezindheid gericht blijven.quot; ')

■) 1 Parol. XXIX : 17, 18.

lilJSENBUKG,

ln Maii 18!)7.

IMPRIMATUR.

Dr. 1. A. VAN OS.

Jjihr. Censor.

ocr page 142
ocr page 143

INHOUD.

liladz.

liet Hoofdaltaar......................1

De Ramen in liet Priesterkoor......63

Dc Maria-kapel......................80

De St. Jozef-kapel..........(JG

liet Congregatie-altaar.........108

De Communiebank..........118

ocr page 144
ocr page 145
ocr page 146

ta