|
<■';..<:
|
||||||||||||||||||||
|
P:
|
||||||||||||||||||||
|
';>.
|
||||||||||||||||||||
|
I
|
||||||||||||||||||||
|
I
|
||||||||||||||||||||
|
iiUKs-uNivERSfiar
^OTRgCV<L
|
||||||||||||||||||||
|
I
|
||||||||||||||||||||
|
fc Afc j^r**^^
|
||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAM
IN Z Y NE
OPKOMST, AANWAS,
GESCHIEDENISSEN,
VOORREGTEN, KOOPHANDEL,
GEBOUWEN,
KERKENSTAAT, SCHOOLEN, SCHUTTERYE, GILDEN
E N
EGriKRING E*
BESCHREEVEN,
DOOR JAN WAGENAAR,
HISTORIESCHRYVER DER STAD.
TWEEDE STUK. |
||||||||
|
Te AMSTERDAM,
By I S A A K T ï K I O N. 1765-
Metf ttoilegk van de Edele Groot-Mogende Heeren Staaten van Holland en Weftvrietland.
|
||||||||
|
_|OTHEEK DERl
RIJKSUNIVERSITEITJ UTRECHT.
|
||||||||
|
DERDE DEEU
G E B O U W E N
DER STAD
AMSTERDAM.
|
|||||||||||||||||||||
|
EERSTE BOEK.
WEERELDLYKE GEBOUWEN en WERKEN. |
|||||||||||||||||||||
|
T
|
|||||||||||||||||||||
|
D H
|
|||||||||||||||||||||
|
U
|
|||||||||||||||||||||
|
Over-
gang tot de be- fchryving der Wee- reldlyke en Gees- telyke Gebou- wen : en oooreerfl, van de Wecreld- hkeii. Befchry-
Ving van 't Stad- huis. |
|||||||||||||||||||||
|
IntEERSTEDEEL deezes Werks, eene
algemeene fchets gegeven hebbende van üe upkomit, Aanwas en tegenwoordige ge- daante der Stad AMSTERDAM; en in het T w e e D e , de Gefchiedeniffen dier Stad, door alle tyden, tot digt aan den tegenwoor- digen, hebbende te boek gefield; gaan wy nu over, tot eene byzondere befchryving van 't gene in de Stad merkwaardig is, en voor eerfl, van haare Gebouwen en Wer- ken, die , in weereldlyken en geeßelyken, können onderfcheiden worden. Wy beginnen met de eerften, en geeven,
onder de menigvuldige aanzienlyke Weereld- lyKe bebouwen, waarmede de Stad verrykt is, met regt, den voorrang aan 't Stad- huis, welk, in konfl en luifler, boven al- le de anderen uitmunt. Amflerdam hadt zo dra geene Stads reg-
ten en eene Stedelyke Regeering verkree- ëj-n omtrent den aanvang der veertiende eeu- rf£ ^i' , Stad hadt een Raadhuis noo-
üig, daar de Wethouderfchap vergaderde, in rt gCJaeeS-e zaakenbeilierde. Ook wordt, fchivä e?ure?vdie °p Per§ament g£-
d-n Wi ' ', Selyk ^y ■> op goede gron-
P deelte^ïT hebben W> ^ 't g^Oe
fvn ree'/ de veertiende eeuwe, gemaakt de on eInegS C g£mfn joelen, Lten-'
S nth nfS overIe^ring, omtrent de n I? ; °/?^e-zyds-Kapei: gedaan heeft. De Digter Joost van de^ Vondel verklaart zlg voor dit gevoelen,in zyne In-
(«) Zie II. Deel, I. Boe{, t!%
(h) Voorr. hl, XLVIII. 9Z enx"
(e) Keurb. C. f. 3.
II. STUK.
|
|||||||||||||||||||||
|
wydinge van V Stadhuis (d), zingende:
Het eerße fiondt daer 'f T zich uitfireckt in
zyn bedt Met biezen, riet en helm , geboott van we-
derzyde. Dasr d''Aemflelheer, van outst de zeekapei-
le wydde, Ter eere van Godts Helt, Sint Olof.--------
Ook flaat, gelyk wy, reeds by eene ande-
re gelegenheid (e), hebben aangemerkt, nog tegenwoordig, een Huis in de oude Kapel- fteeg, waarvoor men leeft het oude Stadhuis: welk opfchrift 'er reeds geftaan heeft, lang voor dat het huis, in de tegenwoordige ge- daante , vertimmerd was. Hierdoor, fchynt dan 't gemeen gevoelen beveiligd te wor- den, dat het eerlle Stadhuis, ter deezer plaatfe, gefligt geweeft is; ten ware men wilde vermoeden, dat de naam van Stad- of Stedehuis meer niet te kennen gaf, dan dat het huis der Stad toebehoorde; in welk geval, men 'er geen Raadhuis door zou be- hoeven te verflaan. Zo lees ik, van der Stede huys genaempt den engel, of der.fluys, dat is, of de Damsfluis , of de oude zyds - Kolks- fluis, in eene Ordonnantie op het plaatfen der brandgereedfchappen van den negenen- entwintigflen July des jaars 1550 ( ) Het bygevoegde woord oud geeft, nogtans, wat meer te kennen, en fchynt op een gewe- zen Raadhuis te zien. Schoon ik dan bely- den moet, uit geene egte befcheiden, te kon-
(4) Poëzy I. D-elt hl. 210.
(e) I. Deel, l. Betk., Ü. ~.
(f) Groot-Memo*. N. II, . 24,
A 2
|
|||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
|||||||||||||||||||||
|
Onder-
zoeknaar de plaats van het oudfte. |
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
4
|
|||||||||||||||||||||||
|
zynde, verbrandde het Stadhuis andermaal op gTAD.
den drie-entwintigften May des jaars 1452 huis. (7). Het werdt, federt, herbouwd, en eer- 'tWordt lang met het-S. Elizabets-Gafthuis en Kapel- her- Ie vergroot, zo dat het, eindelyk, uit drie bouwd. |
|||||||||||||||||||||||
|
können toonen, dat het oudfte Stadhuis om-
trent de S. Olofs Kapelle geftaari heeft, neig ik nogtans tot het .oud en gemeen gevoelen.; te meer, om dat", uit oude Schyvers en eg- te ftukken, blykt, dat de S. Olofs-Poort, van ouds, een gevangenhuis geweeftis;en. dat de gevangenuTen, gemeenlyk, in of na- by de Stadhuizen , plagten gebouwd te worden.
Wanneer dit oudfte Stadhuis verlaaten,
of tot ander gebruik gefchikt werdt, is even onzeker. Vafl gaat alleenlyk , dat, in 't begin der vyftiende eeuwe, het Stadhuis reeds op de Plaetfe of Dam geilaan heeft. Sommigen zyn van gedagten, dat dit twee- de Stadhuis,- digt aan den kant van 't Wa- ter of Damrak, ftondt (g). Doch hiervoor vind ik geenen grond altoos. Commelin heeft een' Rentebrief van den agtentwintig- ilen January desjaars 1418 in't licht gegeven (£), waarby aan Jan Beth Walichszoon, die een erve aan de Stad opgedraagenhadt, welk aan die plaetfe gelegen,en aan de eene zydemet der Stede huys -ende erve belend was, van Stads wege, boven 't gene hy reeds ontvangen hadt, eene jaarlykfche rente van vier gouden En- gelfche Nobeleh beloofd wordt: en 't is, on- der de nakomelingen van deezen Beth, .van hand tot'hand, overgeleverd, dat de Vier- fchaar , die nevens 't Stadhuis ftondt, op dit aangekogt erf gefügt is geweefl. Doch dee- ze Vierfchaar heeft niet aan den waterkant geltaan; maar byna op gelyke rooijing met het midden der Kalverftraate, gelyk uit alle oude af beeldfels blykt. Het eigenlyk Stad- huis ftondt ten noorden van het erf, waarop, in of na 't jaar 1418, de Vierfchaar geftigt werdt: en fchynt de Stad het gebouw van Katryn Mathyfen Heyngenszoons Weduwe gekogt te hebben; alzo men, in den aange- haalden Rentebrief, leeft van der Stede huys ende erve dat Katryn Mathyfen Heyngenszoons JVedwoie plagh tho te behoren. Men weet niet zeker, of de Vierfchaar terftond in, of kort na 't jaar 1418, volbouwd werdt. Doch het Stadhuis ftondt 'er zekerlyk, reeds voor dien tyd, en wordt, onder den naam van der Ste- de huys, vermeld, in eene Handveft van Her- toge Willem van Beijeren van den jaare Ï411 (i); -waarby, onder anderen, veroor- lofdwordt, jaarlyks, Waardyns der Lakenen te kiezen. Het Stadhuis en 't S.Elizabets- of H. Geefts-Gafthuis, welk 'er nevens ftondt, wer- dend eenen feilen brand die den drie-entwin- tigften April desjaars 1^1 ontftondt, of ver- teerd of zwaarlyk befchadigd (k). En beide deeze gebouwen eerlang wederom herfteld (s) '-'ONDELS Poëzy I. Deel, hl. i2I_
(h) Bladx.. 2J4.
(>) Handv. hl. ui. [ij.]
(k) Zie II. Deel, 111. Botkj hl. 14«,
|
|||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
|||||||||||||||||||||||
|
gebouwen beftondt. Het noordelykfte ge-
bouw was vroegft tot een Stadhuis aange- |
Deszelfs
gedaante. |
||||||||||||||||||||||
|
kogt en geftigt geweeft. Hierop volgde de
Vierfchaar, die eenige voeten voorwaards uit getimmerd, en rondsom met yzeren tra- liën afgeilooten was; boven welken, onder anderen, de metaalen beeldteniffen der Graa- ven Willem den VI. , Vrouwe Jacoba en Hertog Filips van Bourgondie, benevens Iza- belle van Portugal, Gemaalin des laatften, in 't kleine, geplaatft waren, die nu nog, in de Kamer der Heeren Thefaurieren , be- waard worden. TuiTchen de traliën der Vier- fchaare, lagen, in laater'tyd, eenige haak- buflèn, zo fommigen aantekenen (m), wel tot twintig in getal, om, in tyd van nood, de Plaats of Dam fchoon te houden. De Vier- fchaar en de voet van 't noordelyke gebouw waren van witten gehouwen; het overige en gróotfte gedeelte van 't laatftgemelde van gebakken fteen opgemetfeld. TuiTchen dit gebouw en de Vierfchaar, ftondt de tooren, die tamelykhoog,en met een goed uurwerk en flagklok voorzien was. Dit Uurwerk werdt, volgens een befluit der Vroedfchap van den jaare 1563 (n) , vernieuwd. De toorenfpits, in 't jaar 1601, wel zes voeten over zyde hellende, werdt, met zonderlin- ge behendigheid, in den tyd van drie dagen, volkomen wederom regt gezet (0). Doch alzo de bouwvalligheid van den tooren voor 't inftorten van den zelven vreezen deedt, werdt deszelfs fpits, in 't jaar 1615, afge- nomen (p),en de Steêklok boven 't plat ge- hangen. Men befloot, federt, de flagklok te plaatfen op den Jan-Rooden-Poorts too- ren (q). Agter en bezuiden de Vierfchaar, ftonden S. Elizabets-Kapel (r) en Gafthuis, welken eerlang ook aan 't Stadhuis getrok- ken werden. In 't Gafthuis, was eene groo- te zaal, waar de breede Raad, uit de Vroed- fchap en Rykdom beftaande, en de Water- lieden uit het Noorderkwartier van Holland plagten te vergaderen (s). Voor den ingang der zaale, ftonden , met gouden letteren, de vier rymregels, vervattende den uitllag van de roekelooze onderneeming der Her- dooperen, welken wy, reeds by eene ande- re (l) Zie II. Deel, III. Btek^ hl. 152,
(m) M. FOKB.ENS Amft. hl. ioo.
(n) Reibl. Vroedfch. N. i. 29 No-w. iy«3.
(0) Refol. Vroedfch. N. «. 17^23 Fehr.'j Maart 1S0I. .
336 verfo, 337. Zie ook L.AURENTIUS Amfteldam. (p) Refol. Vroedfch. N. 11. 30 Jtny, i6is. f. \t9verf3.
(tj) Refol. Vroedfch. N. 11. 25 Febr. 1616. f. l66verfo. (r) Keurb. D. . 21« verfo. (1) GïOOt-Memor. N. I, , 233 verfo, inmarg. Ui verft.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Wanneer
'er een Stadhuis op de Plaetje of Dam geftigt werdt. |
|||||||||||||||||||||||
|
Het ver-
brandt tweemaa len. |
|||||||||||||||||||||||
|
LBóek. . WEERELDLYKE GEBOUWEN. 5
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
re.gelegenheid (t), te boek hebben gefield, nuary des gemelden jaars, waren de rooflers Stad-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in 't Fondament gelegd. Op den twintigflen huis.
dier maand, werden de eerfte, en op den't gebouw zesentwintigflen Oclober des jaars 1649, de J?1^11 laatfle paaien in 't zelve geheid, 't Getal ^e cst' derzelven beliep dertienduizend zeshonderd negenenvyftig. Doch reeds op den agten- twintigften Oclober des jaars 1648, was de \ gebouw gelegd, aan den hoek , naar de Kalver- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In 't noordelyke gebouw , was ook eene
groote en breede zaal, vanwaar, uit de ven- fiers der Voorpuije, 's Lands Plakaaten en der Stede Keuren werden afgekondigd. Voorts, waren hier en hier omtrent de Ka- mers van Burgemeefleren, Schepenen, The- faurieren, Secretariffen en anderen, op de eerfte, en de Weeskamer, Affurantie - Ka-mer en WifTelbank, op de tweede verdie- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(it). De Kamer van Burgemeefleren flraat. Hy was van wit marmer, en om-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ping
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dik. Men las 'er deeze
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kwam onder den tooren ; om welke re
den, van ouds, de Aften, voor Burgemees- teren verleeden, dikwils, uit het Toorentje, gedagtekend werden. Zo lees ik, onder an- deren, onder eene Aóle van den jaare 1548, Actum den xij July a\ atf'. int thoerntgen prtibus omnibus burgermrn (v). Beneden
hadt dit gebouw gevangenplaatfen, naar de zyde van de Vogelfleeg. Doch, in't jaar iS57 ■> werdt , by de Vroedfchap, befloo- ten, drie huizen in de Gafthuisfleeg tekoo- pen, tot vergrootinge van 't Stadhuis, en tot het maaken van meerder gevangenis- fen (w). De aanwas der Stad hadt, al federt eeni-
ge jaaren, te wege gebragt, dat het Stad- huis, fchoon dikwils vergroot, veel te be- krompen was voor de menigvuldige Colle- gien en Amptenaars, die 'er , ten dienfle der -Stede, vergaderen en arbeiden moeflen: ook riep de bouwvalligheid van 't gefligt lang om een ander en beter, toen de Vroedfchap, in 't jaar 1Ö39, eerft op het aanbouwen van een nieuw Stadhuis begon te raadpleegen (x). 't Leedt egter nog eenige jaaren, eer 't bou- wen begonnen werdt. Eer'fl werden de bur- gerhuizen gekogt van verfcheiden' ftraaten, in welker plaats, het nieuw gebouw gefligt zou worden (y). Men befloot, eerlang, in May des jaars 1643 , met het afbreekender overgenomen huizen te beginnen (2). Doch, 't zy dat de duurte der bouwfloffen, of het verbranden en herbouwen der nieuwe Ker- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
trent vier voeten
woorden op: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Dezen eerßen Fonäamentßeen is
gelegd door Gerbrandt Pancras,
Jacob de Graef, Sybrant Valckenier, en
PlETER ScHAEP.
Der Heeren Burgermeefieren Soonen en Neeven.
Den 28 October M. DC. XLVIII. De Burgemeeflers, die , ten dien tyde,
regeerden, waren M'. Wouter Valc- kenier, Dr. Gerard Schaep, Heer van Kortenhoef, Gerbrand Claesz. Pancras en Cornelis de Graef, Vryheer van ZuidpoJsbroeJc. De laatfle was, nevens de Heeren Anthony Oetgens van Waveren, Jan Huydecoper, en jANCoRNELisGEELViNCK,byde Vroedfchap, verkooren, om opzigt te heb- ben over 't bouwen, 't Ontwerp van 't Ge- fligt , gemaakt door de Bouwmeefters Ja- cob van Kampen en Daniel Stolpert, werdt, na veel raadpleegens, goedgekeurd. Men viel, van toen af, vlytiglyk aan 't bouwen. Doch de onluften des jaars 1650, en de op- gekomen oorlog met den Staat van Enge- land , die de Stad veel koflen baarde, fchy- nen het werk eenigszinsgeflremd te hebben. Immers, de Vroedfchap befloot, toen die oorlog op 't hevigfl was, maar eene verdie- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De
Vroed-
fchap be- fliüt een nieuw- Stadhuis te ftlg- ten. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
k
|
tevens, en mogelyk nog meer anderen daar pmg te zetten op t gebouw (b), welk men
toe gelegenheid gaven; 't liep aan tot diep anders hooger zou hebben opgetrokken. In in den Zomer des jaars 1648, eer de huizen dit befluit, Jcwam egterjerandenng, nahet |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
treffen der Vrede met Engeland, in 't jaar
1654; alzo de inkomflen der Stad toen we- derom eenigszins waren aangewaffen. Men |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van de noordzyde der Gafthuisfleeg, bene-
vens alle de huizen, die voor de nieuwe Ker- ke flonden, afgebroken werden (a). Mid- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ne
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vondt dan geraaden, het Stadhuis, volgens
het eerfte Ontwerp, te volbouwen (c). En De Wet 't werk werdt zo yverig voortgezet, dat de houder- Wethouderfchap, op den negenentwintig- fchap flenjuly des jaars 1655, haare intrede deedt Strede in't nieuwe gebouw (d), welk egter toen nog in 't geen nieuwe
(b) Refol. Vroedfch. N. XI. 27 Jmy i«j?. . Sj. gebOUW. (e) Refol. Vroedfch. N. xi. 10 Febr. 16JJ. . zu,
(d) Refol. Vjoedfch. ir. A. }0 Julj I6JJ. . I. A3
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
was men, eenen
|
geruimen
|
tyd te
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e" eerfte J
Steen van vooren,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
begonnen met graaven :
|
en in Ja-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(t) Zie II. Deel, vi. Bock^, bl. 2A-6.
(u) PONTAN. Amft. jjkr. II. Cap. XI. p- *'<> (■v) Geregiftr, m een OJd Regiftei ter Thefaurie. Kji N. XI. in het eerfle of bevenfle yaj^ (m) Refol. Vroedfch. n. ,. 23 Dec. lss7,
(x) Zie II. Deel, XV. Be{, bl. 539.
f.y) Reib!. Vroedfch. N. is. zi jalu 1640./. 10 verfo, (z.) Refol. Vroedfch. N. is. i8 Jan. i«4J-. U1 verft, («) R-efol; Vroedfch. N- 1». I8 July U48. . Jy8 verft. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
A M S TE R DA MS III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
ó
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
te van twee-enveertig voet en zes duim, op Stad- '
eene diepte van niet meer dan vier voet. De huis, zydgevels of wanden, die eveneens gebouwd zyn, hebben ieder ook drie uitftekken: de middelden zyn ieder negenenzeventig voet drie en een half duim breed, en fpringen flegts een weinig voorwaards uit: de uiter- ften komen, in breedte en diepte, volkomen' lyk, met die der voor- en agtergevelen over- een. De twee tuiTchenruimten tuffchen de drie uitftekken in den voor- en in den agter- gevel zyn even breed, te weeten vierenvyf- tig voet, twee en drie vierde duim. De tuiTchenruimten tuffchen de uitftekken der wanden beflaan ieder maar omtrent negen- tien voet in de breedte. Het onderfte van 't Stadhuis is als een voetftuk gehouwen, en, rondsom 't gebouw, tot aan de eerfte Lyft, agttien voet, vyf en drie vierde duim hoog. Onder den grond, is 't gebouw, tot omtrent zeven voet boven 't heiwerk, van gebakken fteen opgemetfeld. Al 't overige buitenwerk boven den grond beftaat uit witten gehouwen Breemer- en Bentheimer fteen. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
geen dak hadt. Wy hebben elders aange-
tekend , hoe 't ongelukkiglyk verbranden van het oude Stadhuis, op den zevenden July des jaars 1652, de Regeering genood- zaakt hadt, haaren intrek te neemen in 't Prinfenhof, terwyl eenige byzondere Kamers elders geplaatfl werden (e). Van hier werdt alles, ten gemelden tyde , naar't nieuwe gebouw ovcrgebragt. De kap of het dak Werdt ook allengskens voltooid, en grooten- deels met leijen gedekt , blykende, uit de Stads- Regiflers, dat, nog tot in 't jaar 1682, een gedeelte ten minfte van 't gebouw, met roode pannen, gedekt geweeft is (). Eeni- ge jaaren laater, is de kap van zwaar Ierfch hout vernieuwd (g). Ook wordt het gant- fche gebouw, door eene geduurige toezigt |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. Het oude
was te vooren afge- brand. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
en onophoud
derhouden. |
:Iyken arbeid, in welftand on-
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
welk , midden in de Stad,
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
't Stadhuis________________
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gedaante
yan 't
Stadhuis van buiten. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan den Dam , met den voorgevel naar 't
ooften , gebouwd is , beftaat, boven den grond, uit drie verdiepingen. De eerfte of onderfte is binnenswerks twaalf voet negen en een derde duim Amfterdamfche maat hoog; de tweede en derde ieder zesendertig voet. Het dak,dat nietfpitstoeloopt,maar, van vooren, van agteren, en ter wederzy- de, op den kruin, omtrent vier voet breed, en met leijen gedekt is, is ruim vyfentwin- tig voeten hoog. In 't midden van het dak, regt boven de groote zaal, van welke wy beneden nader fpreeken zullen, legt een vlak looden plat, ter lengte van honderd en twin- tig , en ter breedte van zesenvyftig voet en omtrent agt duim. 't Gebouw is, buitens- werks, langs den voor- en agtergevel, breed tweehonderd twee-en-tagtig voet, vier en een derde duim ; en diep, van het mid- den-uitftek van den voor-, tot het midden- uitftek van den agtergevel , tweehonderd vvfendertig voet en vier duim. De hoogte van 't gebouw, met het dak, doch zonder den Tooren, is honderd en zeftien voet, en omtrent drie vierde deelen van een duim. De Tooren, zo. ver dezelve boven 't dak uit* fteekt is met zyn kap en lantaarn, zesen- zeftig'voet, negen en een half duim hoog. In den voor- en agtergevel, zyn drie uit- llekken of pavüioenen, een in 't midden, en twee ter wederzyde van eiken gevel, in breedte en diepte,met eikanderen overeen- komende. De midden-uitftekken zyn ieder negenentagtig voet en een duim breed, en fpringen zeventien voet en agt duim van het naakte werk vooruit. De wedeffiydfche of uiterfte uitftekken hebben ieder eene breed- fe) Z',e II. Deel, XVII. Beek., K J8?.
P (f) Rp.'ol. Vioedlcb'. I'. O. s Oec. i«g2. £/, 3 + l. (r) Reloj. ViceJfci^ L'. £.. ?} l}es. I«8j. hl, 33. £»,
Aa! I b'ft. !]■-<?./■ 7"
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
In 't voetftuk van 't gebouw, ftaan ronds-
|
Lichten.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
om twee-enzeventig eenigszins langwerpig
vierkante Lichten, die van buiten met dik- ke koperen en yzeren traliën bezet zyn; drie in ieder der agt uiterfte uitftekken van de voor-, zyd- en agtergevels: vyf in ieder der vier tuiTchenruimten van de voor- en agter- gevels , en twee in ieder der vier tuffchen- |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
ruimten van de zydgevels. In 't midden-uit-
ftek van den agtergevel, ftaan agt dierge- lyke Lichten, een noordwaards, een zuid- waards, en zes naar 't weften, drie aan drie, |
Ingang
van voo- ren en van agt& ren. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
ter wederzyde van een langwerpig vierkan-
ten ingang, naar welken, men , langs zes fteenen trappen, opgaat, en die met twee deuren geflooten wordt. Doch in 't midden- uitftek van den voorgevel, zyn, in de plaats deezer Lichten, negen ronde boogen, naar welken men met vier fteenen trappen op- gaat , zeven ooftwaards, een noordwaards x en een zuidwaards; welke twee laatften, met yzeren traliën, geflooten zyn. Voorts,zyn, aan eiken midden-uitftek van de zydgevels, zes lichten in 't voetftuk. Door alle deeze lichten, worden de vertrekken van de on- derfte verdieping boven den grond verlicht. De Lyft, die 't voetftuk dekt, is, aan de vier hoeken van 't gebouw, en aan de twee hoeken van 't midden-uitftek van den voor- gevel , voorzien van zes groote Lantaarens. Langs de lichten van 't midden-uitftek en de twee tuffchenruimten van 't voetftuk van den noorder-zydgevel, door welken,de gaande- ry voor de gyzeling licht fchept, ftaat een yzeren hek van zwaare en lange fcherpe fpietfen, tot verzekering deezer plaatfe. Eo-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
-£<zk4is yan J^icndci
|
||||||
|
G ^ Z I a T OT m je} T S T -A T> H TT I S,
OlYVOEB O znrJmif TOOHEJST Djsji NIEUWE KERKE.
|
||||||
|
r
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Boven de Lyft van 't voetftuk* ftaan ,
rondsom 't gebouw, langs de tweede ver- dieping, vierennegentig Kolommen van de Romeinfche of famengeftelde bouworde, die, met de Bajementen en Kapiteekn, zesender- tig voet en vyf duim hoog zyn: te weeten, in ieder midden-uitftek van den voor-en ag- tergevel, agt van vooren en twee aan elke zyde: m ieder uiterfte uitftek van de voor-, agter- en zydgevels, vyf, te' weeten, vier van vooren, en een naar elke binnen-zyde. In elke tuffchenruimtevan den voor-en agtergevel, ftaan vier Kolommen, en in ieder midden- mtltekvan.de zydgevels, zeven. Tuffchen ieder paar Kolommen, ftaan twee lichten bo- ven eikanderen, die beide zo breed zyn als de lichten der eerfte verdiepinge boven den grond; doch het bovenfte is juift vierkant, en het onderfte tweemaal zo hoog als het bovenfte. In elke tuffchenplaats van de zyd- gevels , is, in 't midden Van vier evengroo- te vierkante lichten, een rond licht, waar door de trappen en portaalen, die naar de df ^ verdieping leiden , verlicht Worden, lullenen de onderfte en bovenfte lichten, en tuffchen de twee bovenfte vierkante lich- ten van de tuffchenruimten der zydgevelen hangen fierIyk uitgewerkte Feftonnen : de ronde lichten zyn met eenen fraai gehouwen ■ krans omvangen. Boven de Kroonlyft der Kolommen, van welken wy gefprokenheb- ben, ftaat, langs de derde verdieping van 't gebouw, een gelyk getal van Korinthifche Kolommen, die maar zeven vyftigfte dee- len van een duim hooger zyn dan de eerft- gemelden, en tuffchen welken, een gelyk getal van lichten en feftonnen, in den zelf- den rang, grootte en gedaante, geplaatft zyn: zo dat de lichten, zo wel als de ko- lommen en fieraaden der derde verdiepinge, regt boven die der tweede verdiepinge ftaan. Doch even onder de Kroonlyften der tweede en derde verdiepinge, zyn, in elke tuffchen- ruimte der zydgevelen, nog zes laage, doch even breede lichten, drie onder, en drie boven, in alles vierentwintig in getal, en tot meer verlichting der trappen dienende. °P de Kroonlyft deezer tweede ry Kolom- ?*eQ, ruft het dak: op ieder der vier hoe- en van Welk, eene vergulde Keizerlyke ,n ' hst wettiglyk verkreegen fietaad j ATi Wa?en der Stad> d°or vier vergul-
de Adelaars, die, ftaart tegen ftaart, op een wit fteenen voetftuk ftaan, gedraagen wordt. De Adelaars die, op den zuidoofterhoek, tegen over de Kalverftraat, ftaan, zyn van gegooten, de anderen allen van geflaagen koper gemaakt, lm het dak, welk zesendertig dakvenfters heeft , fteeken agttien witte "eenen Schooriteeaen, te weeten, vier uit |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. Kolom-
men. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
het voor-, vier uit het agterdak; en vyf uit ie-
der der twee zyddaken; welke fchoorftee- nen even eens gebouwd, en, aan alle zy- den, met feftonnen behangen zyn. Onder ieder der vier binnenwaardfche hoeken van de zyddaken, is een groote waterbak ge- metfeld ± die altoos rykelyk voorzien gehou- den wordt van water, op dat men zig daar- van , by ongeval van brand, zou können be- dienen ; ten welken einde, ook boven in 't Stadhuis, twee brandfpuiten geplaatft zyn, beide aan de weftzyde, ter wederzyde van het houten gewelf, boven de Krygsraads- Kamer, die wy, wat laager , beichryven zullen. In ieder der vier waterbakken, legt eene buis, die onder 't dak uitkomt, en aan welke, by ongeval van brand, de Hangen der brandfpuiten können gefehroefd worden. De zoldering onder 't dak, die met fteenen gevloerd is, loopt langs de drie zyden der twee open Binnen-plaatfen ooftwaards tot te- gen 't voetftuk van den Tooren , en weffc- waards tot aan het houten gewelf van de Krygsraads - Kamer , van welk gewelf zy, met een houtert befchot, afgeflooten is. Ieder der bovenfte Kroonlyften van deri
voor- en agtergevel pronkt met eene groot- fcheFrorttefpies of Kap,waarin een aanzienlyk getal van meer dan leevensgrootte marmeren beelden,door den beroemden JrtusQuellyn, uitgehouwen zyn. De kap van den voor- gevel is twee-entägtig voet breed, en, in 't midden, agttien voet hoog. In den zel- ven, ziet men Amfterdam verbeeld, als eene ftaatelyke Maagd, draagende het wapen der Stad op de regter knie, en de Keizerlyke Kroon op het hoofd. Haar zetel wordt van twee leeuwen bewaard. Zy heeft een Olyf- tak in de hand, en vier zeenimfen reiken haar, van wederzyde, kranfen toe * terwyl twee anderen haar aard- en boomvrugten in den fchoot ftorten. Neptuin, op zyne Schelp- koets , met den drietand gewapend, bekleedt haare regter zyde, en voor den zetel, dob- beren twee Tritons, en eenige andere ftroom- goden en godinnen. Op de lyft der Fron- tefpies , ftaan drie metaalen beelden , die ieder twaalf voeten hoog zyn, de Frede, met den palmtak inderegter-,enMerkuurs flangenftaf in de linker hand, in 't midden, en de Foorzigtigheid en Regtvaardigheid,tet wederzyde. In de Frontefpies van den ag- tergevel, die in gedaante en grootte met die |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. Water.
baktea.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Sieraad
der Lieh ten. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Fronte-
fpies of Kap van den voor-; gevel. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Kroonen
en Ade- laars op het dak. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Fronte-
fpies of Kap van den ag- tergevel. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
van
|
den voorgevel overeenkomt, is de
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Koophandel der Stad, ook in de gedaante
eener aanzienlyke vrouwe, afgebeeld. Zy heeft den gevleugelden hoed van Merkuur op 't hoofd; het Koggefchip uit het zegel der Stad, waarvan men de maft, de ree en de aangeflaagen zeilen ziet, agter zig; en is voorus
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Dakven-
fters en Schoor- ft-enen. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
■Ss
|
||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||
|
8 1
voorts omringd van allerlei Stuurmans - ge-
reedfehap. 't Y en de Amftel zitten, in de gedaante van twee aloude Stroomgoden , voor haar. De bewooners der vier deelen des Aardkloots komen haar, van de eene en de andere zyde, de vrugten van elk geweft aanbieden. Op de lyft, ftaan, even als op die van den voorgevel, ook drie even groo- te metaalen beelden; te weeten, een Atlas, die een Hemelkloot, welks tekenbeeldtenis- fen fierlyk verguld zyn , op de fchouders torft, tuffchen de beelden der Maatigbeiden fVakkcrheid. De Tooren van 't gebouw ftaat, midden in 't dak van den voorgevel, op een voetfluk, dat negenendertig voet en twee duim breed en diep is, en maar weinig bo- ven het dak uitfteekt. De tooren zelf is rond, en, tot aan den kap toe, die op agt halve Korinthifche Kolommen ruft, eenen- veertig voet en drie duim hoog. De kap is zeventien voet hoog, en op dezelve ruft een lantaarn van agt voet zes en een halve duim, op welken, een windwyzer ftaat, ver- beeldende het Koggefchip uit het zegel van |
||||||||||||||||||||||||
|
melyk gemak. Aan de zelfde zyde, is een Stad-
Wynkelder en een Bierkelder, en weftwaards huis. een Strookelder, een Turf hok entweePro- vifiekelders ten gebruike van den Cipier. In - den zuidervleugel van 't gebouw zyn twee zeer groote overwelfde kelders, die met ee- nen zwaaren muur van eikanderen afgefchei- den zyn. De weftelyke, die haaren ingang heeft beooften de zuidwefter opgangen naar de tweede verdieping, dient tot berging van kooien, potten en andere gereedfehappen, ten gebruike van den Effayeur van de Wis- felbank, en ftrekt zig voor onder zyne Ka- mer tot aan de zuider open Plaats uit. De Qoftelyke kelder, die onder de Kamer van den Ontvanger der Wiffelbank legt, ftrekt tot eene bewaarplaats van den fchat der Wis- felbank, en heeft eenen zorgvuldiglyk afge- flooten toegang, van welken Commiffaris- fen de fleutels bewaaren. Doch boven deeze Kelders,op de onder-Gaande-
fte verdieping, komt men , van vooren/y or door de zeven voorgemelde boogen in eene fchaar." lange Gaandery, die tien voet diep, en langs de geheele breedte van het midden-uitftek des voorgevels, ukgeftrekt is. Ten weder- |
||||||||||||||||||||||||
|
Ï5T\D-
HUIS. |
||||||||||||||||||||||||
|
Tooren.
|
||||||||||||||||||||||||
|
Kiokken-
fpel. |
de Stad. In den Tooren, hangt een kon-
|
|||||||||||||||||||||||
|
ftig Klokkenfpel, behalve de gewoonlyke
flagklokken. De Ton van 't fpeelwerk is zeven en een halve voet groot over 't kruis, weegt vierduizend vierhonderd vierenzeven- tig ponden, en heeft zevenduizend twee* honderd gaatjes tot het Hellen der nootem Michiel Servaas Nouts van Delft is de eerfle geweeft, die, op den tienden January des jaars 1695, tot Klokkenifl en Tonnifi van 't nieuw gebouwd Stadhuis werdt aangefteld(è). Tot hiertoe, hebben wy 't Stadhuis alleen- lyk van buiten befehouwd. Nu treeden wy, door een' der boogen van 't midden-uitftek des voorgevels, naar de onderfte verdieping van 't gebouw. Laager en onder deezen grond, zyn egter ook eenige ruime over- welfde Kelders en Vertrekken, die tot ver- fcheidenerlei gebruik dienen. Men heeft aldaar, in den noordelyken vleugel van 't gebouw, diepe overwelfde gevangen kel- ders , naar welken men, uit de wooning van den Cipier , met vyftien fteenen trappen, nederwaards gaat. Zy fcheppen licht van de noordelyke open plaats. Ooftwaards, zyn drie dubbele hokken,in vyf gevangenplaat- fen verdeeld. De gang voor ieder dubbel hok wordt met een' zwaare deur afgeflooten, om den gevangenen de gelegenheid te beneemen van met eikanderen te fpreeken. Noord- \vaards zyn twee paar enkele hokken, in den gang voor welken, tuffchen elk paar, ook een deur is. De hokken zyn' wyders ook nog met byzondere deuren afgeflooten, en ieder hok is voorzien van eene kreb en hei- (h) Gi.eot-Mcmor, N. IV. . 178%
|
||||||||||||||||||||||||
|
einde deezer gaanderye, treedt men, door
twee boogen , van gelyke grootte , als de voorgemelde zeven, die, allen vier , door zwaare houten deuren, können geflooten worden, verder binnenwaards. Voorts, ziet men, uit de gaandery , tuffchen de twee paar boogen, in de Vierfchaar, naar welke men, door de boogen aan de zuidzyde, den naaften toegang heeft. De Vierschaar is dertig voet negen en Vier.
een zeventiende duim breed, negentien voet fchaar. en drie duim diep, en vierenvyftig voet, tien en drie vierde duim hoog. De ingang der zelve, zuidwaards, is met twee zwaare koperen deuren geflooten, die elf voet hoog, famen zes voet breed, en voor twee derde deelen, naar boven doorlugtig,en met kon- ftig gewerkte traliën verfierd zyn. Op de traliën van de wefterdeur, leggen een regt en een gevlamd zwaard, kruislings over ei- kanderen vaftgeftrikt; op die der oofterdeur een geeffel, over welken, twee blikfem- fchigten, in 't midden met arends vleugels gedekt, kruiswyze , geplaatft zyn. Ieder deur heeft daarenboven drie geboogen boom- takken , met bladeren gedekt; tuffchen wel- ken , in de weiter deur, het zegel, en in de oofter deur, het wapen der Stad vaftge- maakt zyn. Daar de deuren eikanderen in 't midden raaken, ziet men een' ftam van een' boom met een' flang omflingerd. Tot zo ver, zyn de deuren doorlugtig. Doch laager, daar zy niet doorlugtig zyn, en elk eenige doodshoofden, en twee kruiswys leg- |
||||||||||||||||||||||||
|
Kelders
en ver- trekken onder den grond. |
||||||||||||||||||||||||
|
gen-
|
||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN,
|
|||||||||||
|
9
|
|||||||||||
|
gende fchenkels draagen , leeft men , op
de eene en de andere deur , het Vers van VlRGILIUS.
DlSCITE JUSTITIAM MONITI \ Et NON TËM1
NERE DIVOS. dat is,
Leert regtvaardigheid befragten*
En geen Godheên te veragten. Men ziet, uit de voorgemelde gaandery weft-
waards in de Vierfchaarj door drie boogswyze openingen, die agt en een halve voet hoog, zes voet breed, en ook met getakte koperen traliën bezet zyn. Om ieder der drie mid- delfte traliën, zyn twee (langen geflingerd: boven ieder paar (langen, ftaat Merkuurs gevleugelde hoed. De (langen zyn een zin- nebeeld van de verleiding ten kwaade. On- der aan de lyffc van ieder der drie koperen traliën, zyn zes ronde gaten, om daaruit, in tyd vaii nood, fnaphaanen of diergelyk fchietgeweer te leggen, en den Dam te be- flryken. Ter wederzyde van den ingang der Vierfchaare, zyn twee, en regt daar tegen over, nog twee kleine boogswyze openin- gen , insgelyks, met getakte traliën bezet. Van binnen, is de Vienfchaar, grootendeels, van wit marmer gebouwd. In 't weften, ftaat een marmeren Regtbank , töt welke men langs drie diergelyke trappen optreedt. Op deeze bank, zitten de Schout en de negen Schepenen, wanneer de vonniffen der ter dood veroordeelde misdaadigen gelezen wor- den. Ten noorden, ten zuiden en ten oos^ ten, (taan twee ryen geftreepte of uitge- hoolde kolommen, ieder ry van een en twee paar boven eikanderen; doch in de vier hoe- ken ftaan halve kolommen. De onderften zyn van dejonifche orde, en omtrent vyftien voe- ten hoog i de bovenften, die van de Korin- thifche orde zyn, bereiken de hoogte van agttien voet. Ten weften ftaat ook dier- gelyk eene bovenry Korinthifehe kolom- wen. Doch beneden ziet men, in de plaats oer Jonifche kolommen van de overzyde_, twee paar naakte Vrouwenbeelden, die drie vakken van een fcheiden, welken juift zo groot zyn als de openingen aan de ooflzyde, en regt boven en in den rug van den zetel der Regteren komen. De Vrouwenbeelden vertoonen de veroordeelde misdaadigen. De twee buitenften bedekken, uit fchaamte, haa- re aangezigten met de handen. De handen der twee anderen zyn op den rug vaftge- boeid. In de drie vakken, zyn drie aloude gefchiedenifTen , overkonftig j in marmer, uitgehouwen. In net middelde, bellest Sa- li. STUK. |
|||||||||||
|
lomo den twift tuflchen de twee vrouwen * stäö-
over het leevende kind: in het noordelyke, huis; doet de Roomfche Burgemeefter Brutus zy- ne twee Zoonen onthalzen; en in het zuide- lyke, laat Koning Zaleukus zig een oog uit- fteeken, om één der oogen van zynen mis- daadigen Zoon te behouden. Tuflchen de twee paaren Vrouwenbeelden , zyn twee (maller vakken -, fierlyk met loofwerk door- wrogt. In het noordelyke; ziet men 't wa- pen der Stad, en in 't zuidelyke,het Kog- gefchip uit het Stads zegel. Regt tegen over de (malle vakken, ftaan, in 't ooften, in twee diergelyke vakken, tuflchen de Jo- nifche kolommen, de beelden der Geregtig- heid en Voorzigtigheid, kleiner dan lee- vensgrootte. Boven deeze vier vakken, in 't weiten en in 't ooften, en dp de zelfde hoogte, in 't noorden en in 't zuiden', zyn agt langwerpige (malle vakken, waarin de wapens van agt regeerende en Oud-Burge- meefteren, die, in 't jaar 1658 , in 't leeven waren, geplaatft zyn, zynde 'er, juift in dat jaar, vier van de twaalf overleeden. De agt overgebleevenen waren Ge rardSchaep, NicolaäsCorver,ÄntüonyÖet- g e n s vanWAveren, Frans Ban- ning Kok, Cornelis Bickek, Jo- HAN HUYDECOPER, C.ORNELISDE
GRAEFen Franc van der Meer.
Wyders, ziet men, in het verhemelte, bo- ven den zetel der Regteren, twee bondel- bylen boven de regtsoefeningen van Zaleukus en Brutus; een kruiswys geplaatft zwaard en palmtak, gedekt met een oog in een be- (traalden kring, boven Salomos regtsoefe- ning, en twee Meduzas hoofden boven de (malle vakken uitgehouwen. In 't noorden der Vierfchaare, regt over den ingang, ftaat een marmeren geftoelte, waarin de Secre- taris zig plaatft, om de doodvonniflen te leezen. Op dit geftoelte, van vooren, is de Stilzwygendheid afgebeeld, door eene-vrouw met den vinger op den mond, by een doods- hoofd , en een vliegende gans , met een' (teen in den bek. In den rug van 't geftoel- te , zyn fchreijende kinderen, met een doods- hoofd by zig, uitgehouwen. Én ter weder- zyde van het zelve, ziet men twee (langen om een boom geflingerd, die elk een appel in den bek hebben, kónftiglyk, afgebeeld, Regt over dit geftoelte, in 't zuiden, ter wederzyde van den ingang en de Jonifche ko- lommen , ftaan diergelyke twee om een boom geflingerde (langen in marmer uitgehouwen. In 't vak tuflchen de Korinthifehe kolommen in 't noorden, regt boven den zetel van den Secretaris, ftaat Amïlerdam, als eene Maagd verbeeld, op een langwerpig vierkant zwart marmeren voetituk, met Merkuurs llangen- B (taf |
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||
|
III. Deel!
|
||||||||||||||||||||
|
IQ
|
||||||||||||||||||||
|
ftaf in den regter arm,terwyl zy, met bei- de linker hand, het Amfterdamfch Kogge-Stad-
de de handen, Stads_ Wapenfchild voor de fchip, met aangeflaagen zeilen, agter, en huis. |
||||||||||||||||||||
|
linker borft houdt. Zy heeft de Keizerlyke
Kroon op 't hoofd, en aan haare voeten, leggen twee leeuwen. Ter wederzyde van de Maagd, hangen, aan aartige feflonnen, de Wapens der vier Burgemeefteren, onder welker Regeering, de eerde Heen van 't Stadhuis gelegd is, twee aan elke zyde. Op 't zwart voetftuk, ftaat, met gouden letters: IV. Cal. Nov. CD- D. C. XLVIII.
|
een zeegedrogt onder zig. De Amftel, die
ten ooften geplaatft is, zit rondsom in bie- zen , lis en andere ftroom- en flootgroente; heeft eene kroon van waterloof op 't hoofd, eene kruik op den fchoot, en een Otter, die beide de pooten om Zyn linker been geflaa- gen heeft, by zig. Tegen over 't vak, waar- in dit alles verbeeld is, heeft men een dier- gelyk, in 't zuiden der Vierfehaare, welk met twee houten deuren geflooten is, die |
|||||||||||||||||||
|
in Burgemeefters Kamer open gaan. Bur-
QUO COMPOSITUM EST BELLUM gemeeileren plaatfen zig in deeze opening, QUOD FOEDERATI INF. GERMAN. wanneer de Vierfchaar gefpannen worde |
||||||||||||||||||||
|
TOPULI CUM TRIBUS PHILIPPIS
POTENTISSIMIS HISPANIARUM
REGIBUS TERRA MARIQUE PER
OMNES FERE ORBIS ORAS ULTRA
OCTOGINTA ANNOS FORTITER
GESSERUNT ASSERTA PATRI^
LIBERTATE ET RELIGIONE
AUSPICIIS COSS.
PACIFICATORUM OPTIMORUM
GERBR. PANCRAS, JAC. DE GRAEF,
SIB VALCKENIER,PET.SCHAEP,
CÓNSULUM FILII ET AGNATI
TACTO PRIMO FUNDAMENTI
LAPIDE HANC CURIAM
FUNDARUNT.
dat is,
Den negenentwintigflen October (i) des jaars
een duizend zes honderd agt en veertig, waar-
in de oorlog, dien dé vereenigde Nederland- fche Volken, met drie Filippen , de magtig- ße Koningen van Spanje , te lande en ter zee, fehler door alle de deelen der weereld, meer dan tagtig jaaren lang, dapperlyk ge- voerd hadden, geëindigd, en de Vaderland- fche Vryheid en Godsdienfi bevefligd wer- den ; hebben , onder de begunfiiging van Burgemeeßeren , de beße Vredemaakeren, Gerbrand Pancras , Jacob de Graef, Sy- irarul Valckenier en PieterScbaep, der Bur- gemeefieren Zoonen en Neeven, door het leg- gen van den eerfien grondßeen, dit Raad- huis geßigt. Ter wederzyde van 't voetftuk, waarop dit
Opfchrift uitgehouwen is, leggen het Y en de Amftel, in de gedaante van twee aloude ftroomgoden. Het Y,welk ten wellen legt, leent op een anker, en Hort een' vifchry- ken flroom uk zyn watervat. 't Beeld heeft eene Stevenkroon op 't hoofd, een roer in (i) Anders, wordt het leggen van den eerfien
fteen van 't Stadhuis, overal, 0p den agtentwintig- ilen Oftober gelteld. |
||||||||||||||||||||
|
an de weil- en ooflzyde van de Vier-
chaar , boven, tuflehen de Korinthifche ko- ommen in, zyn, ter wederzyde, drie lang- werpige openingen , die met glasraamen plagten geflooten te zyn; doch nu, door- gaands , immers aan de weftzyde, open ge- houden worden, om te meer lichts, door de |
||||||||||||||||||||
|
raamen der voorpuije, te doen vallen op
den grooten opgang, agter de Vierfchaar. Om dezelfde reden, is ook 't gewelf der Vierfehaare niet befchilderd. Zelfs heeft men 't gewelf boven den gemelden opgang, dat met een vlugt vogelen en twee wigtjes, voerende een wimpel, waarop flondt,Au- di & Alteram PARTE?', plagt bemaald te zyn, doen overwitten. Ter wederzyde van de Vierfchaar, is een Vertrek-
ruim Portaal, waaruit men, langs een' op- ken der gang van zeventien en zeven fleenen trap-eerfteof pen, van de eene en de andere zyde, naar °"r^tc de tweede verdieping klimt. Tegen overp-lng. den noordelyken opgang, is de Kamer der Stads roêdraagende Booden, en tegen over den zuidelyken, flegts eene looze deur. Uit de twee Portaalen, komt men in eene gaande- ry, die, ten zuiden, rondsom eene groote langwerpig vierkante open plaats loopt, en alwaar de voornaamfte vertrekken van de eerfle verdieping hunnen ingang hebben. Hier ontmoet men eerfl den ingang naar de twee Vertrekken der Boekhouders van de Wis- ßlbank', daarna den ingang naar de drie ver- trekken der CommiffariJJen van dezelfde Bank, allen in 't ooften: voorts, in den zuidoos- telyken hoek, twee gemakkelyke fteenen opgangen naar de tweede verdieping nevens eikanderen, die gemeenlyk, des nademid- dags, beneden met twee deuren, en boven met een yzeren hek geflooten gehouden worden. Hierop volgen, in't zuiden, de ingangen der twee vertrekken van den Ont- vanger en van den Effaijeur van de fViffei- bank; waarop men wederom, in den zuid- weftelyken hoek, een dubbelen opgang naar de tweede verdieping ontmoet, die, even als
|
||||||||||||||||||||
|
I. Boek,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ii
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
als de voorgemelden, des nademiddags, ge-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan de paleije gebragt worden. In't gewelf, Stad-
welk in twee vakken verdeeld is, zyn fakkels,huis. roeden, tangen en ander foltertuig, konftig- lyk, uitgehouwen. Uit de Boeijen, zyn twee toegangen naar deeze Kamer. Langs den ee- nen, worden de gevangenen derwaards ge- fragt, als zy tot halsftraffe gevorderd, oïCapi- taal voorgefteld: langs den anderen,alszybloo- telyk verhoord worden. Op de Verhoorkamer noordwaards, volgt een flaapvertrek, daarna eene groote zaal, en vervolgens nog een twee- de vertrek, ten gebruike van denCipier. Agter al deeze vertrekken, loopt, in 't ooften, een breede en lange gang, die met eene deur aan 't groote Portaal, uitkomt, en de toegang naar de Boeijen en gyzeling is. In deezen gang, ontmoet men eerft ten wellen twee vertrekken , waarin de misdaadigen worden geleid, als zy verhoord,, aan de paleije |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t wetten der Gaanderye,
n naar de vertrekken der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Üooten wordt. In
zyn tw |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Concherge of "Kaftelein van 't Stadhuis, die
te gelyk het hoofd der roêdraagende Booden is. Ten noorden, komt men, uit de Gaan- derye, door twee groöte poorten, op de open plaats. In de Gaändery, die regt ag ■ ter den grooten dubbelen opgang naar de tweede verdieping legt, fchept men, door vier openingen, die naar buiten met glas- raamen, en binnenwaards met yzeren traliën bezet zyn, flegts weinig licht van eene meer betimmerde open plaats. Ook heeft men , in deeze Gaanda-y, geene andere vertrek- ken dan de Kamer der Btirgerwagt, en eene Kamer, die nog onlangs tot den Ontvangft der Stads Excyns van 't Beefliaal plagt ge- bruikt te worden; doch nu, tot berging van |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ongemunt zilver , door den Ontvanger van de bragt, of Captaal voorgelleld zullen wor-
PViJJelbank, gebruikt wordt, in 't ooften; by den. Ooftwaards loopt een gang langs de ieder van welke twee Kamers,nog een by- zuidzyde der noorder binnenplaats, in wei- zonder vertrek is. Voorts, zyn 'er, ter we- ken gang, drie af geflooten gevangenplaat- derzyde,_nog twee vertrekken, die tot ber- fen zyn, elk uit twee hokken beftaande. Juift ging van turf,hout en andere noodwendig- zulke drie gevangenplaatfen zyn 'er, in een heden dienen. In den noordooftelyken hoek gang, langs de noordzyde der noorderbin- deezer Gaanderye , is ook een opgang naar nenplaats, die tot eene Schouts gyzeling die- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
agter de
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de tweede verdieping, die met een yzeren
hek afgeflooten is, welk niet, dan by by- , |
Regt
uit |
eze, is de Civile gyze-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
yf~ruime gevangenplaatfen be-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zondere gelegenheden, geopend wordt. By ftaande ,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i welken het ooftelykfte voor
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deezen opgang, heeft de Schryver van 't
|
n gefchikt is
|
Alle deeze gevangen-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Woord een vertrekje, daar hy 't Wagtwoord plaatfen zyn van de vereifchte krebben en
fchryft, om het, vervolgens, verzegeld, aan heimelyke gemakken voorzien. Voor dezel- deProvooften,en aan de Kapiteinen, die de ven loopt een gang, licht fcheppende van |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wagt hebben, rond te brengen
De opgang voor den agtergevel leidt naar
een aanzienlykPortaal, welk twee-endertig voet, negen duim breed, en twee-enveer- tig voet, drie en een derde duim diep is. 't Gewelf van dit Portaal ruft op zes zwaa- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tuiTchen 't Stadhuis en de nieuwe Kerke. In
den eerftgemelden breeden en langen gang, is ooftwaards een ruime afgang naar de noor- der binnenplaats, alwaar zulken, die ter dood verweezen zyn, 's daags voor de uitvoering van 't vonnis , de dood aangezeid wordt. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Portaal
binnen den op- gang van oen ag- ■ te-gevel. Vertrek- ken in dit Portaal. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
re vierkante pilaaren. In't zuiden, ontmoet Deeze Plaats is, noordwaards en zuidwaards,
men hier eerft den ingang naar het groote met hooge houten befchotten, betimmerd, ver trek der Concherge, welk,met een gang, op dat men de gevangenen uit de .gaande- van de lichten aan de ftraat a'fgefcheiden is. rye niet zou können zien , of toeroepen. Daar na, den ingang naar een geringer ver- In de gaanderyen en portaalen der onderfte trek der Concherge, en voorts een doorgang verdiepinge , hangen , tegenwoordig , op naar de Gaandery rondsom de zuider open bekwaame afftanden , zevenentwintig lan- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
plaats, en naar het voorfte gedeelte van 't
gebouw. In 't ooften, komt men, uit dit I ortaal, door eene ruime poort, in een ver- try-'^at voorheen tot eene Wapenkamer gelchikt was, en nu door de Ruiterwagt, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
taarnen, die. 's avonds ontftoken worden.
Van de eerfte verdieping, treeden wy, Ingang
langs den grooten trap agter de Vierfchaar, der twee- naar de tweede, door den voornaamften in- d;eping, gang van vooren, in welken, twee gewel- dig 'zwaare doorlugtige koperen deuren han- gen , waarin twee boomftammen, met bladen gedekt; twee zonnebloemen en twee zwaa- re Palmtakken afgebeeld zyn. Aan elke zy- de van dien ingang, is een boogswys o- pen vak, welk ook met dikke koperen ge- takte traliën , over welken twee ankers, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die tot be
|
waannge van
|
't Stadhuis aange-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fteld is, gebruikt wordt. In 't noorden van
't Portaal, heeft men eerft den ingang naar de wooning van den Cipier. Hier komt men eerft in een voorhuis; voorts in een Portaal, en uit het zelve in de Verhoorkamer, alwaar de be- fchuldigden, op de aanklagte Van den Hoofd- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Officier, door Schepenen, gehoord, en ook kruiswys leggende , en in 't midden twee
B 2 flan-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS III. Deel.
|
||||||||||||||||||
|
duim breed, en agtennegentig voet hoog
van verdieping. Van deeze zaal loopen ten wedereinde breede Gaanderyen , noord- waards en zuidwaards, langs de voorgemel- de open plaatfen, van welken zy, door twee ryen lichten boven eikanderen, verlicht wor- den ; fchoon de onderfte ry, die op de noor- delyke open plaats uitziet, door houten lui- ken , van binnen, op de helft geüooten ge- houden wordt. De zaal zelve w~ordt, door drie ryen lichten boven eikanderen, verlicht; doch de helft der onderfte ry aan de noord- zyde wordt ook geflooten gehouden. In de gaanderyen, zyn de ingangen naar alle de vertrekken van de tweede, en de opgangen naar de derde verdieping, welker vertrek- ken alleen boven de gaanderyen en de ver- trekken der tweede verdieping komen, zyn- de boven de zaal niets dan het reeds gemel- de groote en breede plat. De gaanderyen zyn zesendertig voet hoog van verdieping, en zo hoog zyn ook eenige kamers, te wee- ten Burgemeefters Vertrek, de Raadkamer, een gedeelte van Schepens Kamer en de groote Secretary. Doch de andere kamers zyn, door eene tuffchen-zoldering of gewelf, in twee even hooge verdiepingen, ieder van agttienvoet, onderfcheiden.- De zaal en gaanderyen zyn, met derzelver
kolommen, beelden en fieraaden, grooten- deels van wit marmer gebouwd. Beide zyn zy, ter wederzyde, bezet met geftreepte of fiuitswys uitgehoolde Korinthifche kolom- men , tuffchen welken, naar de Plaatfen toe, de lichten gefteld zyn. Langs de zaal, (taan twee ryen zulke kolommen boven eikande- ren , zeven op een' ry: doch maar eene ry in de gaanderyen, die veel laager van ver- dieping zyn. 't Getal der marmeren kolom- men in de gaanderyen beloopt ter wederzy- de twee-enzeventig. 't Gewelf der gaande- ryen , welk op platte kolommen ruft, is met eenig loofwerk verfierd. Op de lyft der tweede ry kolommen van de
zaal, die van Benthemerfteen gehouwen en fraai verfierd is, ruft de Kap derzelve,die, van onderen, welffelswyze, befchooten, en, in 't begin deezereeuwe, konftiglyk beichil- derd is. Men ziet hier de Arifierdamfche Maagd, in 't midden, zittende in een' wa- gen , van leeuwen getrokken , op de wol- ken , met eene gelauwerde bondelbyl op den fchoot. Neptunus draagt haar de Steven- kroon op. Merkuur biedt haar zyn' Slangen- (taf aan, en Cybele de (leutels, die de fchat- kamers des gantfchen aardbodems voor haar ontfluiten. Zy heeft nog andere fieraaden omtrent zig, en onder anderen de Konften en Weetenfcbappen, door wigtjes, dry ven- de op de wolken, verbeeld, terwyl Herku- les, aan eenen anderen kant,den Nyd, den Las-
|
||||||||||||||||||
|
Hangen afgebeeld zyn, geflooten is. Boven
deeze boogswyze open vakken, zyn twee langwerpig vierkanten, in ieder van- welken, twee kruiswys leggende palmtakken , die eene Stevenkroon onderfteunen, en over wel- ken, een' flang in de rondte legt, van koper gegooten, geplaatft zyn. Door deezen in- gang, komt men op de groote Burgerzaal, een pronkftuk van geregelde Bouwkunde. De ingang zelf is, binnenwaards, ter weder- zyde, bezet met half doorgezaagde witte en bonte marmeren Korinthifche kolommen,die, by drommen, tegen eikanderen Haan , en met haare Kapiteelen en Lyft omtrent der- tien voet hoog zyn. Boven de lyft deezer kolommen, is, op een voetft.uk van ander- half voet hoog, Imfierdam, in de gedaante eener zedige maagd , op een' laagen ze- tel, van witten Avendelfteen uitgehouwen. Zy houdt een' olyftak in de regt^r-, en de vredepalmen in de linkerhand. Een adelaar zet haar de Keizerlyke Kroon op. Stads wapen verfierd haar de borft. De Sterkte en fVysheid, en vier wigtjes, met hoorens van overvloed, bekleeden'haare zyden. Voor haare voe- ten , leggen twee leeuwen. Hoog boven haar hoofd,(taat een groote loopendèUurwyzer. In de Fries van deezen ingang, zyn de vier getyden van 't jaar, kennelyk aan de vrug- ten, die dezelven voortbrengen, met een' ■zandlooper in 't midden, konftiglyk, in wit marmer, uitgebeeld. Tegen over deezen ingang, ten einde der groote zaale, ziet men een' diergelyken, naar het Portaal voor Sche- pens Kamer, die ook, ter wederzyde, met juift zulken tegen eikanderen (taande Korin- thifche halve kolommen, bezet is. Op de lyft deezer kolommen, ruft, ook op een voet- ftuk van anderhalf voet hoog, het beeld der Geregtigheid, met het Zwaard in de reg- ier-, de Schaal in de linkerhand, en eene Zon agter haar, insgelyks, uit witten A- vendelfteen gehouwen. Zy treedt de On- izeetendheid en de lisifi met voeten. Aan haare regterzyde , ziet men 't beeld van de Dood, met een uitgeloopen uurglas by zig: aan haare linker-, dat der Tugtiging, met de Romeinfche bondelbyl in den regter arm, en een' houten (telt op den fchoot, van welken twee zwaare boeijen nederwaards hangen. Boven de Tugtiging , vliegen twee harpyen, en boven de Dood, twee gevleugelde wigtjes, het eene met een blik- iem in de handen, en het andere met gees- felroeden op de fchouder. Hoog , boven 't beeld der Geregtigheid, tegen 't gewelf aan, is de opftanding ten jongften dage, in beelden, die tweemaal zo groot zyn als 't leeven , door Adriaan Bakker, gefchilderd. De zaal zelve is honderd en twintig voet lang, zesenvyftig voet zeven en een halve |
||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. gaande-
ryen. |
||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
||||||||||||||||||
|
STeraa-
den van den zel- ven bin- nen- waards. |
||||||||||||||||||
|
Derzel-
ver Ko- lommen. |
||||||||||||||||||
|
Ingang
naar 't
Portaal
van
Schepens
Kamer.
|
||||||||||||||||||
|
Kap of
verhe- melte der Zaale. |
||||||||||||||||||
|
Groote
Burger- zaal en |
||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||
|
13
|
|||||||||||
|
Stad- Laßer en andere gedrogten, met zyne knods,
huis. verdryft. De wolkhemel wordt omvangen door twee konflig gefchilderde lyflen; eene, Zynde de buitenfte, die, ter wederzyde, met een half-rond, infpringt, waarop het Y, de Amflel, twee kindertjes met Stads wapen, en andere fieraaden, in 't graauw, gefchilderd zyn. Ook ziet men, in twee gekerm/ie halfron- den , ten wedereinde deezer lylte, de wapens der Heeren Dirk Bas en Frangois de Vroede, die, in 't jaar 1705, toen tot dit Schilderwerk beflooten werdt, Théfatiriers waren. Ter wederzyde van deeze wapens, zyn de Planee- ten Sol en Luna , en Cybele en Vulkanus geplaatft. Op de vier fcheppende hoeken van de lyffc, zitten de Wysheid, Geregtig- heid , Wakkerheid en Voorzigtigheid , met haare gewoone byfieraaden. De Geregtig- heid heeft het af beeldfel van Keizer Juïti- niaan by zig; eene Weegfchaal in de regier hand, en ruil, met den linker arm, op 't Corpus Juris. Binnen deeze, ziet men eene tweede lyft, insgelyks, in't graauw gefchil- derd , uit welker vier fcheppende hoeken, vier Wapenfchilden met bondelbylen voortko- men , ieder van welken, door drie wigtjes, anderfleund wordt: en op welke fchilden, de wapens der Burgemeefleren Nicolaas Witsen, Jeronimus de Haze de Georgio, Gerbrand Pancras en Joan Graafland, die in't jaar 1705 regeerden, verbeeld zyn. Beide de lyften zyn, met keurlyke feflonnen , zweevende wigtjes en andere aartigheden verlierd. Al- les is gefchilderd , door Jan Hoogzaad en Gerard Rademaker, naar de tekeningen van Jan Goeree. Van dezelfde Schilders, heeft men ook een af beeldfel der Stads Regeerin- ge, tegen over 't Huk der Opftandinge van Adriaan Bakker, aan de andere zyde der zaale, boven den grooten ingang. Zy wordt verbeeld door eene vrouw, met eenen ftaf in de regterhand en een fcheepsroer by zig. De Eendragt, voor haar gezeten, biedt haar eenen granaatappel aan. De Staatkunde, met twee aangezigten, en een' verrekyker in de hand, verzelt haar. De Reden, met wetboek, paffer en toom in de hand? daalt neder uit de wolken, om haar te verlichten. Zy wordt, wyders, omringd van de beel- den der Konflen en des Ovenheds, terwyl de Lifi en de Tweedragt voor haar de vlugt neemen. Derzel- De ingelegde vloer der zaale plagt nog
veringe- meer uit te munten'dan het gefchilderd ge- iSme- welf. In den zelven, zag men in 't mid- renvloer, den, een doorgefneeden hemeikloot, waar- ' in zi'g de Noordpool vertoonde; en de ge- fternten, z° a^sze doorgaands verbeeld wor- den, benerens de hemelkringen, van geel |
|||||||||||
|
koper, in 't marmer van den vloer, inge- Stad--
werkt waren. Doch de beeldtenifïèn in dee-Hu:s- zen platten hemeikloot zyn, door den tyd, al zeer uitgefleeten. Ter wederzyde van den hemeikloot, lagen, naar beide de ein- den der zaale toe, twee halve platte aard- klooten: in den eenen, ten ooflen, waren Europa, Azia en Afrika, en in den ande- ren , ten weflen, Amerika afgebeeld. De kuften werden, door gekleurde fteenen, on- derfcheiden. De evennagtslyn, de zonneweg en de andere kringen waren van geel koper. De tyd en 't menigvuldig betreeden der zaale hadt deeze konftftukken ook, voor een ge- deelte , beroofd van derzelver oorfprongke- lyk fieraad. Men hadt, hierom, voor eeni- ge jaaren, ondernomen, de halve aardkloo- ten te vernieuwen. Doch de flof, waarme- de de landen en wateren moeflen onderfchei- den worden , werdt niet beflendig genoeg bevonden ; waarom de plaats der halve aard- klooten, konftiglyk, met marmer werdt ge- vuld , zonder dat 'er de voorige af beeldfèls in gebragt werden: in welken ftaat het werk tot nog toe gebleeven is. Ieder der drie rondten heeft omtrent twee-entwintig voe- ten middellyns. De agt vleugels der vier groote boogen, Sieraj-
door welken men, uit de vier hoeken der jen,van zaale, in de gaanderyen komt, zyn niet al- 4n det leen met hangende feflonnen , loof, ge- |aande- bloemte en vrugten, die, van aapjes en eek- ryen. hoorentjes, beklauterd en beknabbeld wor- den , verfierd ; maar in de ryzende krom- ten der boogen, worden de vier hoofdflof- fen, door agt leggende Avendelfleenen beel- den van negen voeten, op tweederlei wyze, afgebeeld. En agt groote feflonnen van twintig voeten lang, boven de agt beelden, beflaan uit fieraaden, die op de beelden pas- fen. In de boogen ten ooften der zaale, wordt het Vuur vertoond, door een' jon- geling , die een lugtig kleed om 't bloote lighaam, een' blikfem in de regter-, en een' fakkel in de linkerhand heeft. Voor hem legt een Salamander. In de feflon boven zyn hoofd, vertoonen zig_ twee kindertjes in de vlammen, en veelerlei gefchut, vuurfleenen, vuurige zwaarden enz. Eene naakte gevleu- gelde vrouw, wier hoofd met wolken over- fchaduwd en met Herren gekroond is, ver- beeldt de Lugt. Zy fchoort het zwerk met beide de handen, en heeft een'arend en eene rave aan haare voeten. In de feflon, treedt een paauw op de wolken, onder wel- ken , de vier winden blaazen, en 't gevogel- te vliegt. Eene naakte vrouw, met eenen Heven, en eene kroon van paarlên en zee- gewaffen op 't hoofd, en riet en lis, daar een dolfyn den kop uitfleekt, ter wederzy- B 3 d£?
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||
|
AMS TER D A MS
|
|||||||||
|
14
|
|||||||||
|
de, verbeeldt het Water. Aan haare lin- en veelerlei aardvrugten.Boven devierboo- sTAD.
kerzyde, ziet men eenen haak, riem en ander gen, ftaan, in groote niffen, de Modellen der huis. fcheepstuig, en voor haare voeten, kreeften, vier zvdbeelden, die, opde kappen der voor- krabben en diergelyke waterdieren. In de fes- en agtcrgevelen, geplaatft zyn. 't Model van ton boven dit beeld, zyn twee wigtjes,op eene 't middenbeeld der Frede van den voorge- . zeefchelo zittende, en water uit kinkhoorens vel, ftaat, op gelyke hoogte, boven den blaazende, by rietgewas , viffchen , fchel- grooten ingang naar de Burgerzaal, en dat pen, hoorens enz. uitgebeeld. Cybele ver- van't middenbeeld des agtergevels, zynde beeldthierwydersdeAARDE. Zy heefteene een Jt las, die een' Hemelkloot torft,is bo- Stedekroon op 't hoofd, een zuigend kind ven den ingang naar't Portaal voor Schepens- aan de borft, en eenen kemel agter zig, op kamer geplaatft. De helft van den kloot ver- welken een aap zit, die den toom voert. Aan toont zig alleen buiten 't naakte werk. .haare regterzyde, heeft zy eenen leeuw, en In de agt gezigten der gaanderyen, ftaan Agt voor zig een'wolf en eene ilang. In de fefton, ook agt witte marmeren beelden, die zes 8roote zitten twee naakte kindertjes op eenen hoop voet en zeven duim hoog zyn? en op agf^^fgj, vragten. In 't midden, ziet men een' harts- omtrent even hooge langwerpig vierkante den inde kop, en daaronder, ter wederzyde, een' aap, marmeren voetftukken ruften. Vier van dee- agtgezig- en veelerlei aardvrugten. In de boogen ten ze voetftukken,ten noorden en ten zuiden,zyn'^"ff1 weiten der zaale,zyn dezelfde hoofdftoffen, op alleenlyk langs de kanten; de vier anderen, f", eene andere wyze, en met andere of anders ten ooften en ten weiten, regt in't midden, gefchikte byfieraaden, afgebeeld, 't Vuur met keurlyk gewerkte feftonnen, behangen, wordt hier vertoond, door eene Moorin , De beelden vertoonen Cybele, en de zoge- met eene fehotel of kom van een zonderling naamde zeven Flaneeten. Cybele ftaat, in maakfel, daar eenFeniks in verbrandt, in beide de noordooftelyke gaandery , tuffchen de de handen. Zy heeft de Zon aan haare linker- Raad- en Weeskamer, in de gedaante eener zyde, en wordt, door eenen der vier win- bedaagde vrouwe, welker opperkleed , in den, aangeblaazen. In de fefton boven haar, den zoom, met bloemen en loof doorwerkt hangt het wapentuig van Mars, en een ke- is. Zy heeft eene Stedekroon op 't hoofd, ten, met vuurfteenen en vuurflagen behan- eenen fleutel en fchalmei in de linkerhand, gen , onder twee fmeedende kindertjes, en twee leeuwen voor haare voeten. Met Eene fchoone maagd, met een' paauw in de regterhand, ligt zy haar opperkleed een den regter arm, en eene chameleon op de lin- weinig op. In 't voetftuk, ziet men twee groo- ker hand, verbeeldt hier de Lugt. 't Hair te hoorens van overvloed, eenige gereed- zwiert haar lugtig om't hoofd. In't ver- fchappen tot den landbouw dienftig, twee fchiet , zweeft het gevogelte onder haar. fakkels, en een hardersflu.it. In de zuidoofte- In de fefton boven haar, blaazen twee wigt- lyke gaandery, tuffchen Burgemeefters Ver- jes lugtbellen. Voorts , ziet men hier de trek en deThefauiïe, ftaat Diana, verbeeld winden , reigers , paradysvogels en ander als eene Jagtgodin, met eene halve maan op lugtgedierte afgebeeld. Eene naakte zeenimf, 't hoofd , eenen boog op de fchouder, en met eenen fpuitenden waterbol in de regter- eenen fakkel in de regter hand. Agter haa- hand, eenen krans van watergroente om 't re linkerzyde, vertoont ,zig eene hinde, en hoofd, en een vat, daar zy met den linkerarm voor haare voeten, leggen twee zeegedrog- op leent, en welk water en fchelp viffchen uit- ten, en eenige kreeften en krabben. Op 't geeft, byzig, verbeeldt het Water. Zy voetftuk, is allerlei jagtgereedfchap,en on- heeft een rietbofch agter, en yeelerlei zee- der anderen een bondel jagers-netten, zeer gewas voor zig. In de fefton, ziet men twee konftiglyk, afgebeeld. Tuffchen de The' zeewigtjes, elk met een loopend watervat faurie Ordinaris en deSecretary, voor dea op den fchoot,en een fnoer hoorens en fchel- zuidooftelyken opgang naar de derde verdie- pen aan de beenen,daar een derde zeewigt, ping, ftaat, met den rug naar 't zuiden , met eene fchilclpad aan den ftaart, de handen MERKUUR,inde gedaante van een' fchoon' aan flaat. Flora verbeeldt hier de A a r d e. Zy Jongeling, met een' gevleugelden hoed op 't houdt de linkerhand op eenen grooten aard- hoofd, eene ftokbeurs in de linker handden kloot; heeft, in de regter, een fikkei; voorts, den flangenftaf op den regter arm. Een kraai- eenen bloemkrans om 't hoofd , en eenen jende haan en een bok bekleeden zyne zy- hooren van overvloed voor zig. Agter haar den. Op 't voetftuk, en in de twee boogen groeit een wynftok, en voor haare voeten, van den gemelden opgang, hangen, ter we- kruipen {langen en padden. In de fefton derzyde, feftonnen van graanen en loof. Tus- boven haar, ziet men twee Satyrtjes , een' fchen de Secretary en de Thefaurie Extra- leeuw en eene leeuwin, een' flang in 'tmid- ordinaris, voor denzuidweftelyken opgang, den, die zig om een' boom geflingerd heeft, ftaat, ook met den rug naar 't zuiden, het beeld
|
|||||||||
|
»
|
|||||||||||||||
|
I.BOEK.
|
|||||||||||||||
|
WEERELDLYKE "GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||
|
15
|
|||||||||||||||
|
Stad- beeld van J u p i T e R, in de gedaante van een'
umk- llerk gefpierd man , vol hair en ruig van baard. Zyn kleed is met fterren bezaaid. Hy houdt den blikfem in de linkerhand, en heeft een' arend, met een' donderkloot onder de linker poot,aan dezelfde zyde. Ter regter, ftaat een ram. Op 't voetftuk, enindeboo- gen van den opgang, ziet men, ter wederzyde, feftonnen van eikenloof en kooren verbeeld. Tuffchen den ingang der Thefaurie Extra- ordinaris en de Kamer der CommiiTariffen van kleine Zaaken, ilaat, met den rug naar 't weften, het beeld van A p o l l o, in de ge- daante van eenen fchoonen baardeloozen jongeling, met krullende hairlokken. Zyn kleed zwiert hem lugtig van de fchouders. In de linkerhand , houdt hy eenen boog , en met de regter vat hy den pylkoker, die hem over de linker fchouder hangt. De draak Python legt aan zyne voeten, en agter hem ftaat eene harp. Op 't voetftuk, zyn harp , fchalmei , zakpyp , fluit en ander fpeeltuig, overkonftiglyk, afgebeeld. Tus- fchen de Kamer van Schepenen Extraordi- naris en de Rekenkamer, ftaat Mars in volle ruftmg, met zwaard, fchild en heirbyl gewapend, en een' gevleugelden draak op den helm. Agter hem, ftaat een wolf, en eene rave aan zyne voeten. Op 't voetftuk, ;ziet men veelerlei oorlogs- en wapentuig af- gebeeld. Hierop volgt, voor de twee noord- weftelyke opgangen naar de derde verdie- ping , het beeld van Venus, eene fchoone naakte vrouw, die alleenlyk een' lugtigen flui- jer voor den middel houdt. Zy heeft een' krans van myrthe en roozen om 't hoofd, een' appel in de linkerhand, eene zwaan ter reg- ter-, en eene duif ter linkerzyde, en twee gevlerkte wigtjes voor zig. 't Voetftuk, daar zy op ftaat, en de vleugels der boogen van den gemelden dubbelen opgang zyn, ter wederzyde , verfierd met afhangende feftonnen van zeehoorens, fchelpen, myr- the en roozen, daar boog en pylkoker, kam, borftel, paarlenfnoer, fpiegel en diergelyk tooigereedfchap aan gehegt is. Voor den dub- belen noordooftelyken opgang naar de Ka- mers van Huwelykfche en Zee-zaaken, ftaat Saturnus, in de gedaante van een oud man, met een' kaaien kruin, houdende een' fikkei in de linkerhand, en in de regter een kind, daar hy de tanden in zet. Agter zy- ne voeten , ziet men eene koorenfchoof, ploeg en kouter: voor hem, legt een zand- looper. En aan zyne regterzyde, ftaat een hoofd, met twee aangezigten. Op 't voet- ftuk, enindewederzydfche boogen vanden opgang, zynaardvrugten, adders, haspels, vlas en momaanzigten, aartig^k, uitgehouwen. Cefchü- ■ 'De vier hoeken der gaanderyen zyn ge- |
fchikt, om in dezelven agt gefchilderdeta- Stao-
fereelen te plaatfen, van welken 'er zes vol- huis. trokken zym Govert Flink was, in't jaar derde 1659, tot dit werk aangenomen, en hadt Taferee- de modellen reeds, vervaardigd. Doch hy jf"! m werdt j door de dood, belet, het werk ver- ken der der te brengen (z); waartoe, federt', ande- gaande- re meefters de hand geleend hebben. De oor- r>'en- log tufTchen Civilis en de Romeinen is, in deeze zes ftukken , afgebeeld. Boven de Thefaurie Ordinaris, fpoort Civilis de Bata- vieren aan tot het opvatten der wapenen, na de maaltyd, die, by maanlicht, in 't Heilig Woud, gehouden wordt: en daar naaft, boveri eenen der dubbele opgangen naar de tweede Verdieping, wordt de Kaninefaat Brinio, op een fchild, om hoog geheeven, en tot Veld- overfte ingehuldigd. Het eerfte van deeze twee ftukken is, door Juriaan Ovens (k), het andere, door den ouden Jan Lievensz,, gefchilderd. In den hoek , boven de op- gangen naar de Kamers der Commiffariffen van Huwelykfche en Zee-zaaken, en boven den ingang naar de Weeskamer, zyn twee vakken, in't jaar. 1661, befchilderd, door Jakob Jordaans, het eerfte, met de over- rompeling der Romeinen, in derzelver ten- ten , by nagt en fakkelligt; het tweede, met de beveiliging der Vrede tuffchen Cerialis en Civilis; waarin eene ftaatelyke vrouw, de Vre- de verbeeldende, uit de wolken nederdaalt. Boven den opgang naar de Kamer van Com- miffariffen van den Honderdften en Twee- honderdften Penning, en boven de ingangen der Thefaurie Extraordinaris en der Kamer van Commiffariffen van kleine Zaaken, moes- ten de Overwinningen by Bon en by Cafira Vetera of oud Leger , gefchilderd worden. Doch hier ftaan nu twee ftukken in Fresco of natte kalk, die, van de vogtigheid der muuren, en, zo men wil, ook van de onkun- de van zulken, die ondernomen hadden, de- zelven te herftellen, vry wat geleeden heb- ben. Zy zyn, door eenen Le Grand, ge- fchilderd , en vertoonen het eene de opge- regte zegetekens, door de Batavieren, op de Romeinen, veroverd; en het andere de , vredehandeling tuffchen Civilis en Cerialis, op de doorgebroken brug over den ftroom Naba- lia. De twee vakken boven de ingangen der Kamer van Schepenen Extraordinaris en dei- Rekenkamer , en boven den noordweftelyken dubbelen opgang naar de derde verdieping, zyn nog ledig. De twee boogen der gaan- deryen aan de ooftzyde, zyn ook, van bo- ven , door Jakob Jordaans, befchilderd. De noordelyke boog, met het verflaan van Go- liath , |
||||||||||||||
|
(i) A. HOÜBRAKEN Schouwb.dei Schilders II. Deel,
(4J ld. I. £>«/, il; 274. |
|||||||||||||||
|
bl.S*..
|
|||||||||||||||
|
IIL Deel.
|
|||||||||||
|
A M S T .E R D AM S
|
|||||||||||
|
16 1
|
|||||||||||
|
midden-uitftek van den noorder - zydgevel, Stad-
ten ooften, de JJJurantie - Kamer, en ten huis, weften, de Dcfolaate-Boedels-Kamer, die met een' muur van eikanderen gefcheiden zyn, en elk een vertrek nevens zig hebben. Bei- de deeze Kamers met derzelver vertrekken en den tuffchenmuur, beflaan juift zo veel plaats, in breedte en diepte, als de Secre- tary , met de haaren. In 't midden-uitftek van den agtergevel, is Schepns Kamer ge- plaatft, die tagtig voet zes en een half duim breed, en twee-endertig voet negen duim diep is. Voor dezelve, is een ruim portaal, en daarin, ter wederzyde, een vertrek voor de Deurwaarders der Vierfchaare en andere bedienden. Ieder van deeze vertrekken is drie-endertig voet twee en een half duim breed , en dertien voet diep. In de noor- der-tuffchenruimte van den agtergevel, ont- moet men, naaft aan Schepens Kamer, de Kamer van Schepenen - Extraordinär is, naar welke men ook, uit een portaal. ten noor- den van Schepens Kamer, toegang heeft, ïn de zuider-tuffchenruimte van den agter- gevel , heeft men de Kamer van CommiJJa- rijfen van kleine Zaaken , die een vertrek nevens zig heeft. Ieder van deeze Kamers is drie-endertig voet negen duim breed, en dertig voet diep. Het portaal en 't vertrek zyn ieder negen en een derde voet breed, en vyftien voet diep. In 't zuider-uitftek van den agtergevel, is de Thefaurie-Extraordi* naris geplaatft, die twee-entwintig voet en een derde van een duim breed, en vieren* dertig voet diep is, en twee vertrekken ag* ter zig heeft, van welken het eene tien voet en twee derde van een duim breed, en twee- entwintig voet en een derde van een duim diep is i het andere is tien voet en twee derde van een duim in 't vierkant. Einde- lyk, ontmoet men , in het noorder-uitftek van den agtergevel, de Rekenkamer , die ook twee vertrekken heeft, welken , zo wel als de Kamer zelve, juift zo groot, en op gelyke wyze verdeeld zyn, als de The- faurie Extraordinaris en derzelver vertrek- ken. Tot beide deeze Kamers, heeft men, uit een portaal in de gaandery e, toegang. Van alle deeze vertrekken bereiken Bur- ingefto-
gemeefters - Vertrek , de Raadkamer, het ken Ka- zuidelyke en grootfte gedeelte van Schepens m^s> Kamer en de groote Secretary de gantfche SetJS. hoogte der tweede verdiepinge, te weeten de en zesendertig voet. Doch de andere vertrek- derde ken zyn, door eene zoldering of gewelf, ge- v.erdic* fcheiden van eenige vertrekken boven de-pins' zelven, die tot verfcheidenerlei gebruik ge« fchikt zyn. Boven Burgemeefiers Kamer, de Juftitie Kamer en de Puije, heeft men de Cbarterkamer, daar de Refaktien van den Staat
|
|||||||||||
|
liath, en de zuideiyke, met dat der Filifty*
nen, door Simfon. Na 't befchouwen der Burgerzaak^ en der
gaanderyen ter wederzyde van dezelve, tree- den wy nu in de vertrekken der tweede ver- diepinge, die hier hunnen ingang hebben. Ter wederzyde van den voornaamen ingang in 't ooften , ontmoet men , zuidwaards, Burgemeefiers Kamer ä en noordwaards, de Jufiitie-Kamer, ieder van weiken, twintig voet, negen en twee derde duim breed, en dertig, voet diep is. Tuffchen deeze twee Kamers, boven de gaandery, die, beneden, voor de Vierfchaar is, heeft men de Puy of Afleesplaats, die twee-endertig voet en ne- gen duim breed; doch maar tien voet en z#- ven duim diep is. En deeze drie vertrekken beflaan het midden-uitftek van den voorge- vel. In de zuideiyke tuffchenruimte van den voorgevel, volgt, op Burgemeefiers Kamer, Burgemeefiers Vertrek ,-en in de noordelyke, op de Juttitie-Kamer, de Raadkamer, ieder van welke vertrekken vyfenveertig voet ze- ven en een halve duim breed, en dertig voet diep is. Naaft Burgemeefiers Vertrek, volgt, in dezelfde zuideiyke tuffchenruimte , een gang, uit welken men, zuidwaards, den in- gang heeft naar de Thefaurie Ordinaris, die twee vertrekken ten zuiden heeft, en in 't zuider-uitftek van den voorgevel gebouwd is.' Diergelyken gang heeft men ook, naaft de Raadkamer ten noorden, uit welken menj noordwaards, komt in de Weeskamer , die, met haarë twee vertrekken ten noorden, in 't noorder-uitftek van den voorgevel, is ge- plaatfl. Beide deeze Kamers, de Thefaurie Ordinaris en de Weeskamer, hebben ieder eene breedte van twee-entwintig voet en een derde van een duim, en eenè diepte van vierendertig voet. De vertrekken van ieder van deeze Kamers zyn tien voet en twee derde van een duim breed, en eenen- twintig voet vyf en een derde duim diepIn deviertuffchenruimtenvan de zydgevelskomen de gemeene trappen, langs welkenmen, naar de vertrekken der derde verdiepinge, en naar de vertrekken, die tuffchen de tweede en derde verdieping ingeftoken zyn, opgaat. In't midden-uitftek van den zuider-zydgevel, is de groote Secretary geplaatft, benevens de drie vertrekken, todezelve behoorende, te weeten het vertreder eerße Stads Klerken, ook de kleine Secretary genaamd, en het vertrek der Ordnaris Klerken, beide ten ooften, en een geheim vertrek voordeSecretariffen, ten weten. De groote Secretary is dertig voet diepenzevenenveertig voet een en twee derdduim breed. Tegen over de Secretary ederzelver vertrekken, ontmoet men , in |
|||||||||||
|
Stad-
huis. Schik-
king en gïootte der Ver- trekken van de tweede verdie- ping. |
|||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||
|
17
|
||||||||||||||||||
|
Stad- Staat en veele Stads Brieven en Papieren be- rond, boven den ingang van dit vertrek, g
|
TAD-
|
|||||||||||||||||
|
Huis- waard worden. Boven de Thefauiïe Ordi- ziet men twee naakte wigtjes, ieder eene nuts
naris, zyn twee vertrekken, welken ook tot bondelbyl, het teken der Roomfch - Burge- bewaaringe van eenige Stads Schriften, Boe- meefterlyke waardigheid, in de hand hou- ken, Papieren enz. gefchikt zyn, en nog dende. Zy hebben twee adelaars voor zig, een ander, boven het grootfte vertrek der die ieder een' fpiegel, omflingerd met eene Thefaurie, voor den Boekhouder der Amp- flang, gevat houden. Merkuur is, boven ten. Boven de kleine Secretary , is de Ze- dit rond, in een vierkant, uitgebeeld, bezig gelkamer. Boven het vertrek der Secretaris- met den honderdoogigen Argus, die een' fen,is een vertrek,tot bewaaringe van ou- wagtfchenhond agter zig heeft, indenflaap de Regifters gefchikt. Boven de Thefaurie te fpeelen. Aan den vleugel bezyden, en bo- Extraordinaris, is de Kamer der Commiffarisfen ven het rond, hangen feftonnen van eiken- van de honderdjte en ïweehonderdfie Penningen, loof,granaatappelen,druiven,Indifch graan en boven de Kamer van Commiffaiïffen van en ander gewas: alles in marmer gehouwen, kleine Zaaken, een vertrek, welk door de Binnen in 't vertrek, ftaan, aan elke zyde * Concherge gebruikt wordt. Boven 't noor- vier witte marmeren Korinthifche kolom- delyk gedeelte van Schepens Kamer, is des men. De marmeren fchoorfteenmantel, ten Schouts Comptoir, en boven de Kamer van zuiden, voor of ter zyde van weiken, de vier Schepenen Extraordinaris , het Comptoir regeerende Burgemeefteren zitten aan eene van Schepenen , naar welke beiden, men, langwerpig vierkante tafel, ruft op vier wk> langs eenen trap uit het Portaal voor Schepens te marmeren kolommen van dezelfde orde 4 Kamer, als mede langs eenen trap ter zyde van twee ronden en twee platten. In de fries dezelfde Kamer, toegang heeft. Boven de van den fchoorfteenmantel, ftaat de "zege- Rekenkamer , is de Kamer van CommiJfariJJen praal van den Roomfchen Burgemeefter van den Levantfchen Handel. De Kamer van Quintus Fabius Maximus, in 't klein, in wit Commijfartjfen van Huwelykfcbe zaaken, by marmer, uitgehouwen. De vleugels derope- welke nog twee vertrekken zyn, is boven ninge, door welke men, noordwaards, in de Defolaate-Boedels-enAirurantie-Kamers, de Vierfchaar ziet;doch die gemeenlyk ge- en men heeft, tot deeze Kamer en derzel- flooten gehouden wordt, zyn, ter weder- ver vertrekken, toegang, langs de twee trap- zyde, verfierd met uitgehouwen feftonnen, pen, in 't noordooften en in 't noordweften hangende aan ringen, die in de muilen van der gaanderyenvan degrootezaal.Eindelyk, twee leeuwskoppen vaftgemaakt zyn. In de heeft men, boven deWeeskamer, die der Com- weftelyke fefton, ziet men een zwaard, bon^ mijjarijjen van Zee-zaaken, voor welke, ten delbyl en twee fchaalen,en op een wimpel* weiten, een Portaal is. Ten noorden dee- het woord Fortiter, dat is, Kloekmoe-' zer Kamer, is een vertrek, welk door de Com- diglyk: in de ooftelyke, zyn een paar groo- miffariffen van Zee-zaaken; en ten zuiden tekruiswyze geplaatftefleutels, eenfcheeps- een ander, welk, door die van de Weeska- roer, graanen en vrugten, met het woord mer, gebruikt wordt. Prudenter, dat is, Foorzigtiglyk, uit- Byzonde- Alle deeze ingeftoken Kamers zyn voor- gehouwen. De poften der houten deuren
fchfyvin« z^en van 'C gene. vereifcht wordt, tot al wat van de openinge, die in de Vierfchaar uk- van '° in dezelven verrigt moet worden; doch vor- ziet, zyn met gefneeden loofwerk verfierd, deren, uit hoofde haarer fieraaden, geene In 't fchoorfteenftuk , ftaat de reeds ge- byzondere befchryving. In de Kamer der noemde Roomfche Burgemeefter Fabius Ma- Commiflariflen van den Levantfchen Handel, ximus, die zynen Vader gebiedt van 't paard hangen eenige gefchilderde af beeldfels van te treeden, eer hy hem aanfpreeke, kon- Levantfche dragten, en andere ftukjes, die, ftiglyk, door den ouden Jan Lievenszoon, door den onlangs overleeden Heere Cor- gefchilderd (/). Men leeft 'er dit vers van nelis Cal koen, Ambaiïadeur van den Vondel onder: Staat aan de Ottomannifche Porte, voor wei- nige jaaren, aan deeze Kamer vereerd zyn. De Zoon van Fabius gebied zyn eigen Vader Doch de andere vertrekken der tweede ver- yan >t paard te flygen, voor Stads eer en diepinge, die hunnen ingang, op de zaale aghtbaarheid:
of in de gaanderven , hebben, verdienen . , ,, lt , ,
naauwkeimger befchouVd te worden. Dte kent geen bloet, en eiscbt dat hy eerbie-
Wy beginnen met dlgh mieu
Dus eert een man van Staat het ampt
|
||||||||||||||||||
|
Mees-
ters |
Burgemeesterskamer. he opgeleid.
|
|||||||||||||||||
|
't Zol-
|
||||||||||||||||||
|
Kamer. Ter wederzyde van een konfti0, gebeeld O A- h°ub*akeij schou'wtgh 1. Deel, u. iVi.
II. STUK. '& C |
||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
i8
|
|||||||||||
|
't Zolderftuk is in tweeën verdeeld,. en door
Joannes Bronkhorfl gefchilderd. Voor den fchoorfteen, ziet men de Burgemeeflerlyke agtbaarheid in de gedaante eener deftige vrouwe, die een' Scepter in de linker-, en twee fleütels in de regterhand houdt. Zy heeft den Bybel aan haare regter-, en vee- lerlei oorlogsgereedfchappen aan haare lin- kerzyde. Verfcheiden' wigtjes omringen haar. Onder haar , vliegt 'er een, haar, met de regterhand, een' palmtak, en met de linker, een' krans van eikenloof toerei- kende. Voor de glazen, zyn wigtjes ver- beeld , die eene bondelbyl en Keizerlyke Kroon draagen. Nevens en tuflchen de twee deelen van't zolderftuk, ziet men de wapens der Burgemeefteren JoanHuydecoper Ridder,Heer vanMaarsfeveen, Cornelis de Graef, Vryheer van Zuidpolsbroek, Joan van de Poll, en Hendrick D i R c k s z S p i e G H e L , die , in 't jaar 1655, de eerften in 't nieuwe gebouw zit- ting namen, konftiglyk , in hout,uitgehou- wen , en verguld. Tegen over den fchoor- fteen , hangen nog twee fchilderyen in zwar- te ebbenhouten lyften , verbeeldende het oude, en het tegenwoordige Stadhuis, bei- de van vooren. Het eerfte is , in 't jaar 164.1, naar 't leeven getekend, en in 't jaar 1657, gefchilderd, door Piet er Zaanredam. Het tweede is gefchilderd, in 't jaar 1667 , door Jacob van der Ulft van Gorinchem (m\ Beide wordenze voor uitmuntende Konft- ftukken gehouden : met naame het eerfte. Eindelyk, hangt, nevens den fchoorfteen, naar de glazen, het bekende vers van Con- flantyn Huygens, Heere van Zuilichem, kon- ftiglyk , met gulden fchryfletteren, in eene tafel van zwarten toetsfteen, die agtentwin- tig duim hoog, vyfentwintig duim breed, en in eene zwarte ebbenhouten lyft gevat is, gefneeden, door Elias Noski, Boheemervan geboorte, die , hier ter Stede, op de Lau- riergraft, gewoond heeft («). 't Gedigt zelf, fchoon dikwils gedrukt, verdient, om zynen deftigen inhoud, ook hier ter plaatfe, te worden ingevoegd: G E L U c K
Aan de E. E. Heeren
REGEERDERS
van
amstelredam,
In haer
Nieuwe Stadthuys.
Doorluchte Stichteren van 's Werelts achtße
wonder, (m) A. HoubrakEN Schoiiburgh. I. Deel, H. 17$. II.
Deel, hl. 197.
(») F. VON ZESKN , il. zo9.
|
|||||||||||
|
Van foo veel Steens om hoogh op foo veelHouts gTAD.
van onder, huis. Fan foo veel koßelycks foo konßelyck venvrocht,
Van foo veel heeriickheyts tot foo veel nuts ge-
brocht : God, die u Macht en Pracht met Reden gaf
te voegen, God gev' u in 't Gebouw, met Reden en Ge-
noegen , ' Te toonen wie gy zyt; en, daerik 't alinfluyt;
Heyl zy daar eeuwig in, en onheyl eeuwig uyt.
Is 't ook foo voorgefchickt, dat defe marm-
re muuren Des Aerdtrycks uytterfie niet hebben te ver-
duur en ; En werdt het noodigh dat het Negende ver*
fchyn', Om 's Achtße ïVonderwercks Nakomeling te
zyn; God, uwer Vad'ren God, God, uwer Kind'reit
Vader, God, foo nabyu,zy die kind'r en foo veel nader,
Dat hare welvaert noch een Huys bouw' en
befit', Daer by dit Nieuwe fla, als 't Oude ßondt
by dit. Constanter.
Anno CIOIOCLX. Zuidwaards naaft Burgemeefters Kamer,
treedt men in Burgemeesters Vertrek. Burge-
MEES-
Boven welks ingang, ook een open rond tersVer-
is, ter wederzyde waarvan, men een zee- TREK' gedrogt heeft afgebeeld , om welk, twee naakte kindertjes de armen geflaagen hebben. Voorts, ziet men hier twee hoorens van o- vervloed. 't Vertrek zelf is voorzien van twee fchoorfteenen, welker mantels elk op vier ronde en vier platte gekleurde Korin- thifche kolommen ruften. De friezen dcr- zelven zyn,met loofwerk en naakte kindes- tjes, aartiglyk, verfierd. De twet fchoor- fteenftukken munten uit in fraaiheid. Het noordelyke, welk door Ferdinand Bol gefchil- derd is (0), vertoont Fabricius in 't Leger van Pyrrhus, die hem, vrugteloos, door ge- fchenken, of door't gebriefch eens Elefants, in zynen pügt zoekt te doen wankelen. On- der 't ftuk, leeft men dit vers van Vondel: Fa-
(O A. HoUüUAKfiN Schouburgh I, Deel, hl. 301.
|
|||||||||||
|
■■■$
|
|||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||
|
19
|
|||||||||||||||||||||
|
Fabricius houdt flant in Pyrrhus legertenten.
Het gout verzet hem niet, door fchandelycke
zucht , Noch elefants gebriesch en felle dreigementen.
Zoo zwicht geen man van flaet voor gaven,
noch gerucht.. In 't zuidelyke fchoordeenduk , door Co-
vert Flink gefchilderd, ziet men den Burge- meeder Marcus Curius, zig, op zyne Land- hoeve , met aardvmgten 'geneerende : on- der het zelve, Haan deeze regels van den zelfden Digter: Op 's Burgemeeßers wacht magh Rome veiligh
Jlaepcn,
Als Markus Ruri'is, het aangeboden gout
Vcrfmaênde, zich genoeght met een gerecht van
raepen. Zo iwrt door Maetigheit en Trouw de Stadt
gebouwt. Ter zyden van de fchoordeenen, hangen,
aan fierlyke fedonnen, de wapens der twaalf Burgemeederen en Oud - Burgemeederen , die 't eerdin dit vertrek zitting genomen hebben. Diergelyke wapens, ziet men ook, in 't wellen van 't vertrek, boven tegen 't gewelf, in vier vakken, uitgebeeld. Het ge- welf is, door Joannes Bronkhorfi, met agt vierkante zolderflukken, befchilderd, waarin kindertjes, die palmtakken, eileenkranfen , en andere diergelyke zinnebeeldige voor- werpen draagen , aartiglyk, verbeeld zyn. In 't gewelf voor de twee fchoordeenen, liaan deeze woorden uit H o r at i u s : L e- ne Consilium datis. Stet Capi- tolium FULGENs. dat is : 't Raadhuis zal luiflerryk fiaan blyven; zo gy zagtelyk regeert. De wand van 't vertrek, ten wes- ten , is, voor weinige jaaren, behangen, met drie Schutters (lukken, die, eertyds, in de groote zaale der Hoveniers Doele, gehan- gen hebben, daar zy groot gevaar liepen van befchadigd te worden'; waarom zy herwaards zyn overgebragt. Het zuidelykde is een Schutters gezelfchap , door Govert Flink ge- ichilderd (p): het middelde een diergelyk ge- ru^i Van den KaPitein Cornelis de Graef,
gefchilderd door Adriaan Bakker: het noorde- lykfte, door Joachim Sandrart gefchilderd, is een -korporaalfdiap van den Kapitein van Zwieten, gereed om de Koninginne Moeder van Frankryk, Maria de Medicis, wier ftee- nen borftbeeld, in dit (luk, gefchilderd is, in te haaien. Op een' rol papier, die van de tafel af hangt, plagt men deeze vyf regels van (p) A. HOUBRAKEN Schóuburgh, II. Deel, bl. ij.
|
|||||||||||||||||||||
|
Vondel, die nog gedeekelyk kenbaar St,\t>- .
|
|||||||||||||||||||||
|
HUIS.
|
|||||||||||||||||||||
|
zyn, te leezen:
|
|||||||||||||||||||||
|
De Vaen van Zwieten wacht om Medicis t''ont-
haakn. Maer voor zo groot een ziel valt Dam en markt
te klcen, En 't oog. der Burgery te zwak voor zulke
fir-aaien. Die zon van Chrißenryk is vlees ch, noch vel,
noch been : Vergeef het dan Sandrart dat hy haer maelt
vanßeen. Op Burgemeeders Vertrek, volgt de
Thesaurie Ordinaris. Thesau<
R1E Or-
Boven den ingang, ziet men, omtrent DINARIS-
zulk een rond, als boven dien van Burge- meeders Vertrek. Het Portaal voor dee- ze Kamer plagt van boven befchilderd te zyn met eene hemelsblaauwe lucht, waarin vee- lerlei gevogelte zweefde; doch is nu over- gewit. De fchoordeenmantel, in 't zui- den van 't vertrek zelf, rud op witte mar- meren Korincbifche kolommen , kondig- lyk , met loofwerk verfierd. Ter weder- zyde tegen den fchoordeenmantel , han- gen de wapens der Thefaurieren Nico- lais Tulp en Cornelis van Dronckelaer, die 't eerd zitting in deeze Kamer gehad hebben, 't Schoordeen- duk verbeeldt de Egiptifche Koorenfchuur ten tyde van den Aardsvader Jozef, gefchil- derd door Nikolaas de Held Stokade. Onder aan de lyd, leed men deeze regels, zo men wil, van Vondel, fchoon ikze , in zyne uitgegeven Gedigten, niet gevonden heb: Geheel Egypte brengt den Ryxvoogt fchat en
have En leeft nu zeven jaer by 't uitgereickte graen
Het vrye volk door noot wort 's Konings eigen
fLave. Eens mans voorzichtigheit kan duifenden ver-
zähl. |
|||||||||||||||||||||
|
Regt tegen over dit fchoordeenduk, hangt
eene fchildery van Kornelis Brizé , waarin Papieren, Rekeningen, Pergamenten- en an- |
|||||||||||||||||||||
|
dere Brieven, Schetien enz., als aan een
nooteboomen fchot ophangende, gefchilderd zyn (q)- Ter wederzyde van dit ftuk, han- gen twee fchilderyen van Bartholomäus van der
(?) Zie VONDELS Poëzv, II. Dteï, U. jje. A. HOU-
BRAKEN Schoubutgh 11, Deel, bl, 341. C 2
|
|||||||||||||||||||||
|
4».
|
||||||||||||||||||||||
|
A M S T E R D A M S
|
||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||
|
20
|
||||||||||||||||||||||
|
uit, door Gerard Hondhorß gefchilderd (f).Stad-
Tegen den zuidelyken wand van de Kamer, huis. hangt een afbeeldfel van Keizer Karel den vyfden, waarvan de Schilder onbekend is. Boven in 't vertrek, langs den oofter- en noorder-wand , zyn, op eene gaandery, een groot getal van allerlei Regifters, in eene nette orde, geplaatft. Beneden ftaan ook eenige Regifters, in kaffen. De fecreete en verfcheiden' andere Regifters worden , in kaffen, in de kleine Secretarye , bewaard. Op de Secretarye, volgt de Thesaurie Extraori?inaris, Thesau-
rie Ex- boven welker ingang, een r0nd en tweeTRA0RDI- hoorens van overvloed, ter wederzyde, door wigtjes vaftgehouden , met veelerlei land- vrugten, op welken twee haanen ftaan, uit- gehouwen zyn. Dezelfde fieraaden ftaan ook boven de Kamer van Commissarissen van kleine Commis«
ZSARISSEM
A A K E N. va» . KLEINE
En beide deeze Kamers zyn voorzien van Zaaken.-
fraaije fchoorfteenen, en met loof en zin- nebeelden bewerkte zolderftukken. Tegen- woordig , zitten ook de Superintendenten der Zyden - Manufactuur en , en de Gemagtigden tot het zetten en weegen van 't Brood in de laatftgemelde Kamer. Op dezelve, volgt de groote en deftige
|
||||||||||||||||||||||
|
Stab- der Heiß, ieder met vier Heeren, vermoe-
hüis. delyk , Thefauriers , of Overluiden der Schutters Doelen , en met eenige andere beelden, befchilderd. Boven den ingang naar 't vertrek der Thefaurie, hangt eene afbeelding van oud Amfterdam, naar 't lee- ven gefchilderd, in't jaar 1536, door Cor- nelis Anthoniszoon (r). Dit ftuk is zeer uit- voerig gedaan. Men kan 'er de gebouwen van dien tyd, kennelyk, in onderfcheiden. Dezelfde Schilder , aan welken wy , in 't voorgaande gedeelte deezer Befchryvinge , meermaalen, gedagt hebben, heeft, eenige jaaren laater, dezelfde afbeelding, wat ver- kleind, in houtfneede, uitgegeven. Hetzol- derftuk deezer Kamer is in vyf paneelen ver- deeld. In 't middelfte, ziet men eenige wigt- jes, die kooren en kooren - maaten draagen. In de vier kleine hoekpaneelen, zyn de vier tekens der vrugtbaarfte maanden van 't jaar, keurlyk , verbeeld. Cornelis Holflein heeft dit zolderftuk gefchilderd. Voorts, hangen, in deeze Kamer, nog twee modellen van groo- ter ftukken. Ook ftaan , boven op eene groote kas, in 't wellen van de Kamer, de metaalen af beeldfels van eenige Graaven en Graavinnen, die, boven de traliën der Vier- fchaare van't oude Stadhuis, plagten te ftaan (/). In 't vertrek nevens de Thefaurie, wordt ook eenen konftig gedreeven zilveren drink- hoorn bewaard, die, oudtyds, op de Doe- lenfeeften, of op de maaltyden der Regee- ringe, plagt gebruikt te worden. Voortgaande, komt men in de |
||||||||||||||||||||||
|
Schepens Kamer.
|
||||||||||||||||||||||
|
Secretarye,
die twee voornaame deuren heeft. Boven de
eene, is een huilende hond uitgehouwen, ftaande met de beenen over 't lyk van zynen vermoorden meefter. In't verfehlet, ftaat eene hand met een zwaard, boven een brandend outer. Boven de andere, zynde eene looze deur, ziet men eene zittende vrouw, met den vinger op den mond, en eene vliegende gans, met een' fteen in den bek. Het eerfte is een zinnebeeld der.getrouwheid, het an- dere van het bewaaren van geheimen. Aan de poften der beide deuren, hangen Stads wapen en zegel, zegelringen, gezegelde brie- ven en hangfloten, aan koorden met kwaften, in marmer uitgehouwen. Diergelyke fieraa- den ziet men ook, in de noorder-gaanderye, langs de poften der Affurantie- enDefolaate- Boedels-Kamers. Voor den fchoorfteen van de groote Secretarye, hangt het afbeeldfel van Maria de Medicis, Koninginne-Moeder van Frankryk ,leevensgrootte en ten voeten (r) A HOUBRA.KEN Schoubmgh I. Dttl, il. 13.
(t) Zit hie; voor, 4*. 4. |
||||||||||||||||||||||
|
SECRETA-
RYE. |
||||||||||||||||||||||
|
SCHE-
PENS
In de fries van den ingang naar 't Portaal Kamm*
deezer Kamer, zyn twee hoorens van over- vloed afgebeeld: de eene is met boeijen en ketens gevuld, en met huift, diftels en an- der fcherp loof omringd. Men ziet 'er eene hand by, die een' geeffel houdt. Aan 't einde, legt eene voetmaat, en in 't midden, ftaat - een gevleugeld oog. Uit den anderen hoo- ren, reikt eene hand veelerlei vrugten,die, door eene andere hand, worden aangegree- pen. Ook ziet men hier eene voetmaat. In de vleugels van 't Portaal, ftaan , in den eenen, Herkules knods en leeuwenhuid, en in den anderen, een toom en gebit aan riemen en fnoeren hangende, konftiglyk, in wit marmer uitgehouwen, 't Gewelf van 't Portaal is met eenige kranfen en loofwerk verfierd. Boven den ingang der Kamer, leeft men: |
||||||||||||||||||||||
|
Au-
|
||||||||||||||||||||||
|
(O A, HOCERAKÏN Schowburgh J. £>'«', '/. ij».
|
||||||||||||||||||||||
|
L Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
21
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad- Audi ET ALTERAM PARTEM.
HülS.
dat is,
Hoor ook de andere partye.
Een gedeelte der Kamer van binnen is, naar 't
noorden, dooreen gewelf, dat op een dwars- balk en. vier fierlyk bewerkte en vergulde Breemerfteenen zuilen ruft, in twee verdie- pingen , verdeeld. De bovenfle verflrekt tot Schouts-Comptoir. Onder dit gewelf, hebben Schout en Schepenen eene verheven zitplaats. Het fleenen gewelf van het ove- rige en grootfte gedeelte der Kamer was, voormaals, door Erasmus Quellyn, fraai be- fchilderd met de Geregtigheid, de Sterkte, en de Voorzigtigheid , en veele byfieraa- den. Doch 't werk was, door de vogtig- heid der muuraadje, merkelyk befchadigd: waarom het gewelf, voor omtrent twintig |
kleeden haare zyden. Dit ftuk heeft, voor Stad-
deezen, in Schepens Kamer, voor den klei- "L,IS- nen fchooriteen, geftaan. Voorts, zyn, uit eene der Doelen, ook twee fchilderyen, ver-» beeldende Schutters - gezelfchappen , her- waards overgebragt. Het eene, tegen over de glazen geplaatft, vertoont vierentwintig Schutters. Men weet niet, door wien het gefchilderd is. In het andere, tegen over den fchoorfleen, welk door N. Elias, in 't jaar 1639,1s gefchilderd, flaan drie-en-twin- tig naamen gefchreeven, op eer briefje, welk gelyk als tuffchen de lyft en 't ftuk ingefto- \ ken fchynt. Onder deezen zyn d'E. Capi- tein Dirk Tyenburg, Pieter Adriaanfen Raap, Luitenant, Fredrik Bontemantel, Vaandrig, en Pieter Hajfelaer , Sergeant. De bekend- fte naamen onder de Schutters zyn Hans Bon- temantel, Guillelmus Barteloti, Nicolaas Cal- koen, Wynant Smit enz. De zoldering der Kamer, van welke wy fpreeken, en die van de |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
jaaren , op nieuws, met verfcheiden' zin-
nebeelden , opgefchilderd geworden is, in vyf vierkanten, door Jan Engelbrechts. In tien andere vierkanten in 't gewelf, zyn de wapens van den Schout en van de negen Schepenen, die in 't jaar ^i655 regeerden, uitgebeeld. Voor den grooten fchoorfleen, die op vier bonte marmeren zuilen, twee ronden en twee platten, ruft, in't zuiden, is Mozes,met de tafelen der wet vanSinaï af- komende, treffelyk, gefchilderd door Ferdi- nand Bol(u).ln de fries van den fchoorfleen- mantel, zyn de danferyen der Izraëliten om 't gulden kalf, en de dartelheden, die'er me- de verzeld gingen, konfliglyk, in't klein, in marmer, gehouwen. De kleine fchoor- fleen in 't noorden, agter de zitplaats van Schepenen, heeft thans geen fchilderftuk. Na Schepens Kamer, volgt de Kamer van Schepe- Schepenen Extraordinaris.
Ken Ex-
traordi- Boven den ingang deezer Kamer, en boven'
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Rekenkamer,
|
Reken-
KAMER.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
welke aan deeze volgt, zyn ook, met aartig
loofwerk en zinnebeelden , befchilderd en verguld. In-de laatftgemelde Kamer, hangen twee groote wapenDorden der Heeren Re- kenmeefïeren. ."".;' ■'".. Naaft aan deeze, treedt men in dé
Desolaate-Bo edels-Ka MER. Desolaa-
TE-BOE-
Boven welker ingang, 't verdigtfel van De- £ELS'
j, O Ö' p K.AMKR.
oalus en zynen zoon learus, die, met zyne
waflehen vleugels, te digt aan de zon vloog, konfliglyk, uitgehouwen is. Voorts, ziet men hier ledige kiften, brieven, papier en rekenboeken, daar de rotten aan knabbelen, aartiglyk, afgebeeld, 't Schoorfteenfluk in deeze Kamer is, in 't jaar 1657, door Theo- dorus de Keizer, gefchilderd, en fchynt de gefchiedenis van Ariadne te verbeelden, die, door Thefeus verlaaten zynde, van Bacchus befchermd en geholpen wordt. Op de Defolaate-Boedels-Kamer, volgt de
Assurantie-Kamer. Assuran-
TIE-
Boven den ingang, is een fpeelende Arion, Kamer-
in eene flille zee, op een' Dolfynzittende, uitgehouwen. In 't fchoorfteenftuk, is The- feus , die , na 't verflaan van 't menfeh- paard, de kluwen, welke hem uit den dool- hof van Minos geholpen heeft, aan Ariad- ne te rug geeft, door Willem Brajfemary , anders Stryker , in 't jaar 1657 , gefchil- derd. Na de Ailurantie-Kamer, volgt de |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Naris.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
dien der Rekenkamer, welke op deeze volgt,
ziet. men fchreijende wigtjes en woedende wolven, met doode fchaapen, naakte kin- ders, doodshoofden en fchenkels onder hun- ne klaauwen, uitgehouwen: ook eenig oor- logstuig. Alle welke zinnebeelden fpeelen op het ftandbeeld van Mars, welk, tuJTchen deeze twee ingangen, geplaatft is. 'tSchoor- fteenftuk, in <je Kamer van Schepenen Ex- traordinaris , is door den ouden Jan Lievensz. gefchilderd, en vertoont de Geregtigheid, die 't zwaard, op de regter knie, om hoog houdt, en in de linker hand, de weegfchaal heeft. De Vrede en de Voorzigtigheid be- |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(») A. HOUBBAKEM Schouburgh I. Detl, H.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
30z,
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
C3
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wees-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel;
|
|||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
22
|
|||||||||||||||||||||
|
Daer Sahmons gebedt en offer Godt behagen, Stad-
Wort hem de Wysheit 's nachts belooft uit 's He-HUIS' mels troon,
Met eenen Ryckdom, Eer er. veel gewenfehte dagen.
Waer wysheit raeden mag, daerfpant de Staet
de Kroon. Voor den fchoorfteen in 't zuiden, ziet men
den ouden Jethro, zynen fchoonzoon Mozes raadende , zeventig oudften nevens zig te kiezen, om Izraël te regten, 't Stuk is ge- fchilderd , door Joannes Bronkhorfi. De ver-, kiezing deezer zeventig oudften zelven, of liever de byeenkomft der verkoorenen voor de Tente, is in een groot ftuk, welk vyfen- veertig voet breed, en negentien en een hal: ve voet hoog is, en den geheelen weftely- ken wand van't vertrek beflaat,indejaaren 1736, 1737 en 1738, keurlyk, door Jacob de Wit, gefchilderd. Deeze wand plagt be- hangen te zyn, en de Raad hadt, reeds in 't jaar 1697, beflooten, dien met een bekwaa- mer behangfel te verfieren (tü). Doch daar verliepen veele jaaren, eer zulks in 't werk gefield wierdt. In 't jaar 1735, werdt 'er, met meer ernft, aan gedag t, en de fomme bepaald, die men 'er toe wilde fchikken (x). 't Befchilderen van den wand werdt de Wit aanbevolen. Ook veriierde hy 't vertrek nog op andere wyzen. De rekening der kos- ten , die aan 't verfieren der Raadkamer he- fteed werden, beliep, in alles, dertiendui- zend tweehonderd zevenenvyfüg guldens en tien duivers (y). 't Groote ftuk, de ver- kiezing der zeventig oudften verbeeldende, wordt van kenners, hooglyk, geroemd. Bo- ven de vier deuren van de Kamer, ter we- derzyde der fchoorfteenen , heeft dezelfde Schilder, in vier ronde basreïïeven, en rood- agtig graauw, de vier vereifchten in de oud- ften afgebeeld, de Godvreezendheid, door A- braham, zynen Zoon offerende; de Waar- heid , door Jeremia, by de ziedende pot en de Amandelroede; 't ^erfland, door Jozef, in Egipte kooren doende opleggen, en den afkeer van de Gierigheid, door Èliza, de ge- fchenken van Naäman den Syrier van de hand wyzende. Onder deeze basrelieven , zyn , overeenkomftig met de friezen der fchoorfteenen , door" den zelfden de Wit, ook vier kleine graauwtjes gefchilderd, die veelen, in den eerften opflag, voorgekomen zyn, als in wit marmer uitgehouwen. On- der |
|||||||||||||||||||||
|
Stad-
|
|||||||||||||||||||||
|
Weeskamer.
|
|||||||||||||||||||||
|
huis.
|
|||||||||||||||||||||
|
Weeska-
mer. £)2 fieraaden boven derzelver ingang zyn ontleend van de afbeelding van Cybele, die tuffchen deeze en de Raadkamer geplaatil is. Ter wederzyde van eene ronde opening, leggen twee leeuwen, naaft welken, twee naakte kinderen, op eenige aardvrugten , zitten. De zoldering van 't Portaal voor de Kamer plagt, met eene blaauwe lugt, waar- in 't gevogelte vloog , befchilderd te zyn, op gelyke wyze, als die van 't Portaal voor de Thefaurie Ordinaris: doch is ook, al fe- dert lang, overgewit. In de Kamer zelve, zyn het zolder- en het fchoorfteenftuk fraai door Corneas Holflein gefchilderd (u). In't midden van 't zolderftuk, vertoont zig eene bedaagde vrouw , in een donker purperen kleed, zittende op de wolken, waaruit ver- fcheiden' gevkugeldewigtjes het hoofdftee- ken. Haare linkerhand, die eene weegfchaal voert, ruft op een boek. Met haare regter, ligt zy den flip van haar kleed op, om eenige verlegen kindertjes daar onder te bedekken. In de vier hoeken, ziet men vliegende wigt- jes j voorzien van byfieraaden, die op de zorg voor de Weezen zinfpeelen. In 't fchoor- fteenftuk , vertoont zig de Griekfche Wet- geever Lycurgus, zynen neef tot zoon aan- neemende. Tuffchen de venfters hangt een - gedeelte van een ftuk van Petrus Paulus Rub- bens, 't welk veel grooter geweeft is,en de geboorte des Heilands verbeeld heeft, 't O- vergebleeven gedeelte, welk men meent uit den brand van 't oude Stadhuis, of van de Nieuwe Kerke gered, en federt hier geplaatft te zyn, verbeeldt Jozef, agter een' os ftaande. Nu komen wy aan de |
|||||||||||||||||||||
|
Raad-Kamer.
Boven welker loozen ingang, om eene ronde
opening, byna dezelfde fieraaden als boven de Weeskamer uitgehouwen zyn. De Kamer zelve heeft, gelyk Burgemeefters Vertrek, twee fchoorfteenen, welker mantels op agt bonte marmeren Korinthifche kolommen, vier ronden en vier platten, ruften. Op de friezen, is allerlei loof- en beeldwerk, keur- lyk, in 't klein, uitgehouwen. Het fchoor- fteenftuk in 't noorden, fraai, door Govers Flink, gefchilderd (v), verbeeldt Koning Sa- lomo biddende, en de Hemelfche wysheid, daalende uit de wolken, en hemverftand, rykdom en eere beloovende. Aan den voet van 't ftukj leeft men: f«) A. Houbrakens Schonbutgh III. Detl, tl. 3J4>
(vj A. HOUBKAK.EN Schouburgh II. Ditl, il, ï*. |
|||||||||||||||||||||
|
Raad-
kamer. |
|||||||||||||||||||||
|
(ir) Refol. Vroedfch. L'. ï. 2 Ncv. 1S97. . »ji.
(x) Refol. Vroedfch. i'.KK. Z8 Jan. mi. 2+7-t». 175«. . 44?, *o7. (y) Refol. Vroedfch. L'. tt. 15 fttr. i;35>. . 4:?.
|
|||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||
|
23
|
|||||||||||
|
der Abraham, ziet men een' hond met een'
zegelring, een zwaard, zegels en een' fleu- tel, de Getrouwheid afbeeldende : onder Jeremia, eenen bykorf, haan, zeef, lamp, pen en inktkoker, vertoonende de Naarftig- heid: onder Jozef, een uurwerk, toom en boog, de Maatigheid in 't arbeiden aandui- dende ; en onder Eliza, Merkuurs ftaf, een zandlooper, boek en harp , het fpreekenvan gepafte redenen afbeeldende. Tuffchen de venfterlichten, is de Tlollandfche Maagd, in de gedaante van eene Pallas, ook in 't graauw, door de Wit, gefchilderd. Zy heeft een' fpeer, met den hoed der Vryheid daarop, in de regterhand, en ruft, met de linker, op den Bybel, die op een hoog voetftuk ftaat. Boven haar hoofd, ziet men 'tKogge- fchip uit Stads zegel. Eindelyk , heeft de- zelfde konftenaar",tuffchen de vier bovenfte en de vier onderfte venfterlichten, nog vier zinnebeelden, in 't graauw, gefchilderd. In 't eerfte, de tafelen der Wet, een Altaar, een' Bybel en eene Lamp, verbeeldende den Godsdienß: in het tweede, een' burgt, een' bondel pylen, den hoed der vryheid en een' krans van eikenloof, aanduidende de burger- lyke Eendragt en derzelver vrugten: in het derde, eene fchaal en gewigt, vaten, pak- ken en Merkuurs flangenftaf, vertoonende den Koophandel;en in net vierde,een fchips voortleven, touwen, ankers, compas, graat- boog , riem, haak en ander fcheepsgereed- fchap, de Scheepvaart der Stad afbeeldende. 't Gewelf van deeze Kamer is, veel vroeger, en door eene andere hand, te weeten, door Erasmus Qiiellyn, Oom van den beroemden Beeldhouwer Artus Quellyn , befchilderd. Men ziet hier de Amfterdamfche Maagd , zittende op eenen adelaar in de wolken, en verzeld van de Wysheid, de Kennis, en de Regtvaardigheid;waarbynog andere zinne- beeldige fieraaden komen, die, ter oorzaake der groote hoogte van 't vertrek, 't gezigt der aanfchouweren byna ontwyken. Boven het groote ftuk van de Wit, zyn, in vier geboogen vakken, vier zinnebeeldige ver- tooningen van de waardigheid en eigen- fchappen der Burgemeefteren en Raaden uitgebeeld. In,'t noordelykfte, ziet men de Burgemeefterlyke bondelbyl agter eenen krans van eikenloof: in het volgende , de- zelfde bondelbyl, befchermd door eenen ge- kroonden leeuw: in het derde, eenen dolfyn, fpiegel, anker en flang, zinnebeelden van Voorzigtigheid en Vertrouwen: en in het vierde, een' bybel
j oijevaar en haan, pren-
ten van' Godsdienftigheid en Wakkerheid. Eindelyk, ziet men, aan ieder der vier zyderi van de twee fchoorfteerien, negen, en dus in alles zesendertig wapens van "de Raaden* |
|||||||||||
|
die 't eerft zitting in de Raadkamer gehad Stab-
hebben: en tuffchen de middelde lichten,Htj:s- hangen de wapens der zesendertig Raaden van't jaar 1737, toen de Raadkamer, op nieuws, verfierd werdt, in twee reekfen, ieder van agttien: allen, even als de eerft- gemelden, in hout gefneeden, en met de vereifchte kleuren .befchilderd. Boven aan elke reeks, ftaat S. P. Q. A. dat is, de Raad en 't Volk van Amflerdam : en onder aan: MDCCXXXVII. Op de Raadkamer, volgt de
T U S T I T I E -K A M E K. J?frn
> AAME5
Ter wederzyde van de ronde opening bo-
ven derzelver ingang, zyn twee kinderen uitgehouwen , draagende ieder eene t bon- delbyl. Onder aan, ftaan twee arenden met uitgefpreiden vleugels, van welken de eene een bondel pylen, het zinnebeeld der Eendragt, en de andere Merkuurs Slangen- ftaf gevat heeft. In een vierkant, boven dit rond, ziet men Amfion, de muuren der , Stad Thebe ftigtende, door het fpeelen op de harp. De Kamer van binnen is, even als Burgemeefters Kamer, ten noorden en ten zuiden", bezet met vier Korinthifche kolommen; doch van Breemer fteen: De vloer is konftiglyk ingelegd, met drie wit- te marmeren kruiffen uit het wapen der Stad , ten wedereinde van welken , twee groote ilagzwaarden leggen. Ter linkerzy- de van den ingang van binnen, gaat men, met fteenen trappen, naar de Charterkamer, Ook is hier, in 't noorden, de ingang naar de Raadkamer, 't Zolderftuk is, door Ni- kolaas de Held Stol-ade, gefchilderd, en bc- ftaat uit drie byzondere verdeelingen. In 't middelfte, vertoont zig Amfterdam , in de gedaante van eene maagd, met de Keizer- ïyke Kroon op 't hoofd; eene weegfchaal in de regterhand, en een fcepter, met een beftraald oog daarop, in de linker. Zy is verzeld van de Wysheid en Wakkerheid, die boosheid,geweld, bedrog en andere on- deugden met voeten treeden. Naar de trap- pen toe, ziet, men eene maagd, die met een' geeffel de horfels verjaagt, terwyl twee naakte kindertjes zig onder haar kleed trag- ten te verfchuilen. En naar de glazen toe, vertoont zig nog eene maagd, die, omhan- gen met den leeuwenhuid, en gewapend met de knods van Herkules, zig bevlytigt om de andere te hulp te komen. Tuffchen Burgemeefters- en de Juftïtïe-
Kamer, is, regt boven de gaandery , .die voor de Vierfchaar legt, de PüIjË*
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||
|
24
|
||||||||||||||||||||||||||
|
komen wy, langs verfcheiden' opgangen , Stab-
op de derde Verdieping. Wanneer men"uis. den trap in 't zuidooften, gemeenlyk den Too- verdie- rentrap genaamd, opgaat,ontmoet men, op PinSe< deeze verdieping, langs den zuider-zydge- Gewezen vel van 't gebouw, drie vertrekken, naad gj£" eikanderen, een groot in 't midden, met vier lichten , en twee kleinen ter wederzyde, ieder met een licht, die, tot in 't jaar 1762 toe, gefchikt "waren ter bewaaringe van de Regifters der verftorvene Notariffen , en hierom Minuten - Kamers genaamd werden. Doch op den twaalfden Oclober des gemel- den jaars, ontftondt 'er brand in een lang vertrek boven deeze Kamers, welk, eer- tyds, een gedeelte van de Wapenkamer ge- weeft was, en toen tot eene bergplaats van uitgediende papieren gebruikt werdt, behal- ve , dat de Schilders der Stads gebouwen en werken zig van de overige plaats bedienden, om hunne verwen te bereiden. De vlam floeg, eer menze bluiTchen kon, door de vloer van 't vertrek, in de weftelyke kleine Minuten- Kamer, daar eenige fchade veroorzaakt werdt. En dit ongeval heeft gelegenheid gegeven, tot het verplaatfen der Minuten - Kamers, zynde van de drie vertrekken, in welken de Minuten geplaatft plagten te zyn, het mid- delde nu tot berging van uitgediende boe* ken van de Wiifelbank gefchikt. Ten oos- Tegen- ten van 't Portaal, welk naar deeze vertrek- woordige |
||||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. Puije.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
P U IJ
|
||||||||||||||||||||||||||
|
of Af leesplaats, zynde ook eene gaandery,
langs het middelde uitdek van den voorgevel. Zy heeft twee ingangen, een' uit Burgemees- ters Kamer, en een' uit de Juftkie-Kamer: bo- ven welke twee ingangen, binnenwaards, na't fluiten der Vrede met Groot-Britanje, in 't jaar 1674, het volgende r ym, met gouden let- teren , gefield werdt. De zes eerfte regels van het zelve ilaan boven den ingang naar de Juftkie-Kamer, en de zes laatften boven den ingang naar Burgemeefters Kamer: 't Onknks door Frans gewelt
Vernedert Nederlandt,
Gaand', als dat ixas ghefiuiï, In 't Britfche Vree-verbant,
Droogt in d'Orangie zon De traanen uyt haar oogen:
O Burger - Vaderen Gebiedend aan het T,
Dat dit tot Vreugd van U En Stadt en Staedt gedy;
Soo komt God onvoorziens 't Vernederde verhoogen.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Vondel leefde nog, toen dit rym hier ge-
field werdt. Doch men ziet ligtelyk dat het niet uit zyne penne gevloeid is. 't Is, door fommigen, aan Joannes Antonides van der Goes toegefchreeven (2). Doch ik weet niet, op wat grond. Ten minfle vindt men't met, onder zyne uitgegeven Gedigten. t Zol- derfluk der Puije is, door Joannes Bronk- horfi , befchilderd , en in drie afdeelingen onder'fcheiden. In 't middelde, is de Tyd , in 't zuidelyke, het loffelyk Gerügt, en in 't noordelyke, het fchandelyk Gerügt, aamg- lyk, afgebeeld. 0 ,, t Voor de Juftkie-Kamer en een gedeelte enKa'aï. der Puije, wordt, tot het oefenen vanopen- baare lyf-en halsflrafTe,'s daags voor de uitvoe- ringe derzelve, een houten Schavot of Straf- plaats opgeregt; waartoe de paaien, planken, leeningen, en wat 'er meer toe vereifcht wordt, zodanig gereed gemaakt is, dat het, in zeer korten tyd, in en uk eikanderen ge- zet kan worden. De Kaak, wanneer menze noodig heeft, wordt voor het noordelykde voorlicht der Juftkie-Kamer gefteld._ |
ken toegang verleent, ontmoet men een JJJjjJJf*"
langen gang, die van't zuiden naar't noor- den loopt, in welken, aan 't zuideinde ,_de ingang van een vertrek is, alwaar eenige papieren van Schepens - Comptoir gebergd worden. Ooftwaards zyn de ingangen van verfcheiden' Kamers , eene van welken, reeds voor eenige jaaren, en twee anderen, in 't jaar 1763, tot Minuten-Kamers gefchikt zyn. De Minuten der Notariffen zyn hier, in zulk eene goede orde , geplaatft, dat zy, doorgaands, zeer vaardiglyk, gevonden kön- nen worden. Aan 't noordeinde van den gang, is eene deur der Konftkamer , van welke wy, terftond, fpreeken zullen. Naar 't zuideinde, is een vertrek, alwaar, tegen- woordig , Stads Excyns van 't Beeftiaal ont- vangen wordt. Den trap in 't noordooden Kamer der zaale optreedende tot op de derde ver- van 't dieping, ziet men, rondsom 't Portaalvan^1"00'" den trap, vier oude Schutters dukken han- ms. gen.' een van Alion, twee van Paulus Mo- Gild. reelfen, en een van Cornelis Ketel gefchil- derd. Ook hangt hier een gedoodverwd duk van Gerard de LaireJJe, Caligula verbeelden-, |
|||||||||||||||||||||||||
|
de, die zyn Paard Burgemeeder maakt. Ten
weden van dit Portaal, is de ingang der Kamer van 't Groot- Kraamers-Gild, een fraai |
||||||||||||||||||||||||||
|
Vertrek-
ken der derde |
De vertrekken der tweede verdiepinge
van 't Stadhuis nu befchouwd hebbende , |
|||||||||||||||||||||||||
|
(z.) Gebouwen, Gezigtenenz.van Amfterdamgeir, 17J«
hl. ui- |
||||||||||||||||||||||||||
|
en lflgtig vertrek, welk, door twee lichten,
|
||||||||||||||||||||||||||
|
naar
|
||||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
naar 't noorden uitziet., De fchoorfteenman-
tel ruil op houten kolommen, en voor den fchoorfteen, ziet men vier oude Overluiden van dit Gilde, nevens den Gildeknegt, af- gebeeld. Boven de deur, die ten zuiden van den fchoorfteen is, hangt eene oude fchil- dery van Jacob Corneliszoon van Ooftzaanen, verbeeldende een' bekranften Gilde-Os (2), door eenen Schutter gewonnen , met het |
||||||||||||||||||||||||||
|
Dat hem ten beul verfirekt, en ramp op ramp Stad-
bereid: nms- Laat dan de trouw en 't recht, in all' uw' han-
del blyken, Zo zal des Hoogfien gunfi nooit van uw' drem-
pel wyken. Uit het gemelde Portaal, treedt men, ooft- Regtka-
waards, in eenen korten gang, aan welks mcr der ooftzyde, de Regt kamer der Diemer- oiWa- Df^etr" grafts-Meer is, die voor deezen op de on- gt:aftg. derfte verdieping, in de Kamer, waar, fe- Meer. dert, de Stads-Èxcyns van 't Beeftiaal ont- vangen werdt, en die nu, door den Ont- vanger van de Wiffelbank, gebruikt wordt, plagt gehouden te worden, 't Is een wel gefchikt, lugtig vertrek, met drie lichten naar 't ooften, nevens welk , weftwaards, een kleiner vertrek is met twee lichten naar 't noorden, en een naar 't ooften. In de Regt- kamer, hangen, rondsom den wand, eene hartenjagt en andere fchikieryen. Aan 't zuid- Konftka- einde vanden gang, is de ingang der /sToK/Z-mer. kamer, gelykze genoemd wordt, by welke, noordwaards, een kleiner vertrek is , het Konfi - Kabinet genaamd.' De Konftkamer werdt, omtrent het begin deezer eeuwe, opgeregt, en gefchikt tot eene Toon- en Verkoopplaats van Schilderyen , Teke- ningen , Beelden en andere diergelyke konft, |
||||||||||||||||||||||||||
|
fchieten naar de Paapegaay.
van den os, leeft men: |
||||||||||||||||||||||||||
|
Voor 't beeld
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Negentien honderd en twaalf pont,
Heeft gewogen deze ojfe al ruym, En was hoog fefle halve voet ah hy fiond En dik X. voeten ie liech niet eene kruym, De lengktewasjufiltt. voet minlUl/duym. A\ 15 64. En in de fries der lyfte, ftaat, met zwarte
en vergalde letters: Dees . os . js . gewonnen . fcutterlic .
Van . Jacob . Reyerszoon . Boon. |
||||||||||||||||||||||||||
|
Toen . ten . twiedemaal. die
Wa* gefielt . vafi . faver |
Papegaay
fchoon .
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Voorts, hangen, in dit vertrek, drie Naam-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
^0efeeneezee?Vferlüiden- Vf 1T^SJ waart0e Z^ eeni§e Jaaren' g"ediend heeft-
NeverTdit W^T verf ^ YVf t' Doch de Konft h^r ter Stede, federt eeni- ^rv rs van khangt het ^ n' §en *A> merkelyk aan't vervallen zynde, /ERr die m?ERMArSnASSC ,n ^bben Burgemeefteren , in 't jaar 1748 \ Gifdè geworden Is"" I76o»0vennan van den Schilder Jan van Dyk verlof verleend, om zig van deeze Kamer te bedienen, tot
Toen Gissingmagthos was om ieder'tzvri het §ee7] van onderwysin deMeetkonfti-
te zeeven, y ge begmfels der Schilder, en Tekenkonft,
r'n- byzonderlyk , in de Doorzigtkunde. Ook
In groot of meen, m veel of weinig, zwaar houdt hy't opzigt over deeze Kamer, die
°J "£f' nog tot eene Toonplaats van Konftftukken
Bedacht G e r e c h t i g h e i d , tot nut van 't gebruikt kan worden. Boven de deur, leeft
|
||||||||||||||||||||||||||
|
men deeze verzen van Jan Baptista
Wellekens:
De Dichtkunfl galmt van vreugt, nu dat haer
fiomme fufier, ■ In 't Raadhuis aan het T, een Eerplaets is
vereert: Zy ,fpraakeloos, vint troofi enfchuylt nu veel
gerufier By Themis , die , met reght, haer eed'len
geeft waardeert. O Burgervaders I ei! volhardt in Kunfi te
qiieeken, Zo word, als Orfeus Lier, 't Penfeel een
Hemeltecken,
D De |
||||||||||||||||||||||||||
|
famenleven,
Cereedfchap haar ter hulp, de Maat,'t Ge-
tagt Gewigt. Wie recht en trouw verbant, zich roekloos durft
vergeeten, zyn' Naafien in Gewigt, Getal of Maat, misleid, Verhygt in 't ein{r %yn hon, door 't wroegen-. de Gevoeeteny Dat
(2) Uit eene oude Rekening van dit Gilde, is my
gebleeken, dathet zelve, 0p de jaarlykfche Gilde-
maaltyd, eenen geneelen os plagt te Aagten, na dat
dezelve, voorgegaan van fpeelluiden, eerlt de Stad
rond geleid was.
n. stuk,
|
||||||||||||||||||||||||||
|
H wBB&magBBBmBm^ WT
|
||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||
|
De Konftkamer ftrekt zig, langs de lichten
van den voorgevel, uit tot aan de tegen- woordige Minuten-Kamers. Men ziet 'er nog eenige fraaije Schilderyen , Modellen en Prenten, en onder anderen, het af beeld- fel van den beroemden Zeefchilder Ludolf Bakhuizen, door hem zelven, in den ouder- dom van agtenzeftig jaaren , zittende, en leevensgrootte, gefchilderd. Hy houdt eene fchryfpen in de regter-, en een blad papiers, -waarop zyn eigen beeld, als in zwarte konft, door hem zelven gefchrapt, nog eens te zien is, in de linkerhand, 't Stuk is, in 't jaar 1699, gefchilderd, en door den Schilder, die Mede - Opziender der Konftkamer ge- weeft is, aan dezelve vereerd. In 't Konft- kabinet, wordt eene verzameling van meer dan zevenduizend Prenten van de beroemd- fte Italiaanfche, Franfche en Nederlandfche Meefters, vervat in twee-envyftigBoekdee- len, bewaard, die, door den konftlieven- den Heere Michiel Hinloopen, aan de Konft- kamer gemaakt, en in 't jaar 1709, door den Heere Burgemeefter Nicolaas fVitfen, Executeur van zynen uiterften wil, aan de- zelve uitgeleverd zyn. Wy hebben nu de vertrekken der derde
verdiepinge langs de zuidzyde, de ooftzyde en een gedeelte van de noordzyde, korte- lyk, befchreeven. De gewoonlyke toegang naar de overige vertrekken aan de noordzy- de , en naar eenige vertrekken der weftzy- de: is langs den trap in 't noordweften der gaanderye van de groote zaal. En hier ont- moet men eerft twee vertrekken, gefchikt ten gebruike van de Defolaate-Boedels-Ka- mer, die naar 't noorden uitzien, en zo groot zyn, als twee der drie gewezen Minuten- Kamers , in 't zuiden. Zy eindigen tegen den wand der Kamer van 't Groot-Kraamers- Gilde: voorts, weftwaards, een gang, aan welks zuideinde, de ingang is van eene groo- te Kamer, waar de uitgediende Boeken en Papieren van de_ Rekenkamer gebergd wor- den. Zy heeft vier lichten in 't weften, en een klein vertrek, noordwaards, nevens zig, welk maar een licht in 't weften heeft, en tot het zelfde gebruik dient. Nog meer noordwaards, zyn nog twee vertrekken, ge- fchikt tot huishoudelyk gebruik van den Ci- pier , en naar 't weften en noorden uit- ziende. De gereedfte toegang naar de overige ver-
trekken der derde verdiepinge aan de weftzy- de is, langs den vierden trap, in 't zuïdweften der gaanderye van de groote zaal. En hier ontmoet men eerft, in een gang ten weften, eene Kamer, meteen vertrekje daar nevens ten zuiden, welk drie lichten heeft, twee |
||||||||||||||||||||||||
|
zuidwaards, en een weftwaards. Zy plagten Stad-
beide, door de Superintendenten der Zyden- huis. Manufaótuuren , die nu in de Kamer der CommiflarifTen van kleine Zaaken vergade- ren, gebruikt te worden; doch hebben nu geen byzonder gebruik. De Schilder van Dyk heeft 'er een' fleutel van, en bewaart 'er de gebeeide fteenen , die tot de twee platte halve aardklooten, in den vloer der groote zaale, gefchikt waren; doch niet ge- bruikt zyn. De gang, waar deeze Kamer ingaat, leidt, Gang
ten noorden, naar de kleine, en uit dezel- Ilaar ve, door een ruim portaal, naar de groote raacis_ Krygsraads-Kamer, en is behangen met tien Kamers, oude Schutters ftukken: onder welken, de zogenaamde Braspennings maaltyd is, in 't jaar 1533 , door Comelis Jnthoniszoon, ge- fchilderd ; in welk ftuk, eenige S. Joris- of Voetboogsfchutters verbeeld zyn , welker kleeding aan de linkerzyde rood, en aan de regterzyde groen is. In een diergelyk, bo- ven den ingang naar de kleine Krygsraads- Kamer, ftaat een fchutter met een kelkje in de hand, zynde Claas Gaaf, Oud-Over- Grootvader van den Heere Burgemeefter NicoLAAs Witsen, volgens een op- fchrift met olieverw, op den rug van 't ftuk. Gaaf is, meen ik, dezelfde, die, in de lys- ten der Regeeringe, op 't jaar 1529, als Schepen, bekend ftaat, met den naam van Claas Gaaf Lambertz. De Kleine Krygsraads - Kamer is een ruim Kleine
vertrek , waar Kolonellen alleen byeenko- Krygs- men, en nevens welk, een vertrekje is voor ]? den Secretaris van den Krygsraad. In deeze Kamer, hangen vier oude en kleine en drie groote en nieuwer Schutters ftukken. Onder de eerften, is 'er een, waarin een perfoon met een bonten mantel, Cornelis Lambertsz Opzie, Oud - Over - Grootvader van den gemelden Heere Witfen , verbeeld ; gelyk ook , in een opfchrift op den rug van 't ftuk, te ken- nen gegeven wordt. Voor den fchoorfteen, hangt een ftuk van Paulus Moreelfen , die Schepen en Raad te Utrecht geweeft is. En daar tegen over een optrekkend Corpo- raalfchap van 't vendel van den Kapitein Frans Banning Kok, Heer van Purmerland en Ilpendam, in 't jaar 1642, door Rembrand van Ryn, gefchilderd. In 't ooften, hangt een ftuk, befchilderd, door Jacob Bakker, met een Corporaalfchap uit het vendel van den Kapitein Jan van Vloosisyk. Uit de kleine, komt men, door een por- Groote
taal, in de Groote Krygsraads-Ka- Kr7gs- M eR, die zo groot is als Schepens Kamer, ^*r daar zy regt boven komt. Zy is van den kap afgefcheiden, met een houten gewelf. Aan |
||||||||||||||||||||||||
|
Stad-
huis. |
||||||||||||||||||||||||
|
Eenige
vertrek- ken aan de noord en' welt- zyde, en der- zelver gebruik. |
||||||||||||||||||||||||
|
Overige
vertrek- ken der weftzyde
|
||||||||||||||||||||||||
|
LBOEK.
|
|||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||
|
27
|
|||||||||||||||
|
't einde der Kamer, ftaat eene lange tafel,
voor de Kolonellen , waarby eene kleine vierkante tafel voor den Secretaris geplaatft is. De Kamer is, aan drie zyden, bezet met drie ryen zitbanken boven eikanderen, op welken de Kapiteinen, Luitenanten enVen- drigs zig plaatfen, wanneer de groote Krygs- raad vergadert, of anders de Kapiteinen al- leen, 't Vertrek is, wyders, verfierd met elf of twaalf Schutters (hikken. Onder dee- zen, munt allermeeft uit een van Bartholo- meus van der Heiß, in 't jaar 1648 gefchil- derd, hangende beneden, aan de zuidzyde van 't vertrek, 't Verbeeldt een teerend Corporaalfchap Burgers, uit het vendel van den Kapitein Cornelis JanWiifen, die, door zynen Luitenant, Johan van Waveren, met de eeuwige Vrede, welke, in 't gemelde jaar, geflooten was, geluk gewenfcht wordt. Men wil, dat, voor enkele gedeelten uit dit ftuk, eertyds, {chatten gebooden zyn. Ze- ker is 't, dat het, door kenners , nimmer zonder verwonderinge befchouwd wordt (a). Agter de zitplaats der Kolonellen, hangt nog een ftuk van dezelfde meefterlyke hand; doch in 't jaar 1639 gefchilderd. 't Verbeeldt een optrekkend Corporaalfchap uit het vendel van den Kapitein Roelof Bicker. In 't ooften is ook een groot ftuk van Govert Flink ge- plaatft, insgelyks, omtrent het jaar 1648, gefchilderd , verbeeldende een Corporaal- fchap uit het vendel van den Kapitein Joan Huydecoper, Heer van Maarfeveen. Onder de ouder ftukken, is 'er een van den jaare 1625, waarin dertien beelden zyn, van den Kapitein Albert Coenraads Burg, den Luite- nant Pieter Evertsz. Huift, den Vendrig A- rend van Buil, den Serjant Herman Rendorp, en nog een Serjant en agt fchutteren. De drie eerften zitten aan eene tafel, met eene tekening van de oude Waal, eer nog het nieuwe Waals Eiland uit dezelve aangehoogd was, voor zig. Onder de overige ftukken, zyn 'er ook eenigen, die, in 't een of in 't ander opzigt, uitmunten. Alle deeze Schut- ters-ftukken zyn, in of omtrent den aanvang des jaars 1683, uit de Kloveniers-en Hand- boogsdoelen, herwaards overgebragt (b). De vertrekken der derde verdiepinge be-
reiken nergens 'onmiddelyk den kap of het dak van 't Stadhuis, de groote Krygsraads- Kamer alleenlyk uitgenomen, die 'er flegts, door^ een houten befchot, van afgefchei- den is. Alle de overigen hebben eene hou- ten zoldering, boven welken, ten ooften, ten noorden , ten zuiden , en gedeeltelyk <*) Zie HOUBBAKEN SchouWgh II. Veil, hl. 9. III.
Deel, tl. 117- ,r, . ■
(*; Refol. Vioedich, ir. o. s Deccmb. ictz. f. hl
|
|||||||||||||||
|
ook ten weften , verfcheiden' vertrekken Stad-
gefchikt zyn. Zy zyn allen met gewelven huis. van gebakken fteen gedekt; welke gewel- ven , van boven, daar men onder den kap komt, behoorlyk gevuld en met bakken ge- vloerd zyn. 't Voornaamfte van de vertrekken, die Vertrek-
boven de derde verdiepinge komen, is de ken bo_ Wapenkamer, die, eertyds, de gant- 4^ fche ooftzyde en een groot gedeelte van de verdie- noord- en zuidzyde van 't gebouw plagt te ping. beflaan, en nog de gantfche ooftzyde , en het ^"aPfn* grootfte gedeelte van de noordzyde beflaat. varacr' Degereedfte toegang naar dezelve is, langs den trap in 't zuidooften der gaanderye op de groote zaale, in 't gemeen den toorentrap ge- naamd. Even binnen den ingang deezer Ka- mer, die, aan beide haare einden, met zwaare houten deuren, geflooten is, ontmoet men eene afgezonderde zitplaats voorden Commis der Artillerie, en nevens dezelve, een ver- trekje , daar 't geweer fchoon gemaakt wordt; Voorts, is hier 't Stads fchiet- en zydgeweer, waarmede men, in tyd van nood, fpoedig y een groot getal van ingezetenen zou können voorzien , in zeer goede orde, geplaatft. Men heeft 'er hedendaagfche fnaphaanen, met bajonnetten, en anderen: degens, draag- banden, kruidtaiTen enz. : ook eenig oud zydgeweer, gladde yzeren cuiraflèn en har- naflen ; al 't welke, tot eene gedagtenhTe der oude wapenruflinge, bewaard wordt. De overige vertrekken boven de derde
verdiepinge zyn, in 't zuiden, het lang ver- trek , welk weleer een gedeelte der Wapen- kamer plagt te zyn, en waar, in 't jaar 1762, de brand ontftaan is: voorts, in 't weften * boven de kleine Krygsraads - Kamer , een groot vertrek, waar eenige uitgediende pa- pieren van de Wiftelbank gebergd worden, en aan dezelfde zyde, boven de. vertrekken, die door de Rekenkamer en door den Cipier gebruikt worden, eene ruime bergzolder, ten dienfte der Defolaate-Boedels-Kamer, en drie andere vertrekken, die tot berging van verfcheidenerlei foorten van gemaakt hout- werk , modellen van gebouwen en werktui- gen verftrekken. Boven deeze vertrek- ken , onmiddelyk onder 't dak en den Too- ren, onthouden zig dagelyks bedienden van de Stads Uurwerkmaaker, Loodgieter en Leidekker. Ten dienfte van dit werkvolk, welk, fomtyds, houtskoolen tot foldeerin- ge gebruiken moet, zyn fteenen overwelfde haarden onder 't dak gemaakt, buiten wel- ken , zy niet ftooken mogen. Uit de ftukswyze befchryving van dit Aanmer-
|
|||||||||||||||
|
en.
|
|||||||||||||||
|
grootfeh gebouw, is ligtelyk af te neemen , kinS .
dat het der Stad fchatten gekoft heeft. Nog- £^e D 2 tans, |
|||||||||||||||
|
'III. Deel.
|
||||||||||||||||
|
MSTERDAMS
|
||||||||||||||||
|
28
|
||||||||||||||||
|
te. De kleine fieraaden op de zaale hebben Stab-
ieder van vyftig tot zeitig guldens gekofl. HU1S> Voor de koperen deur der Vierfchaare, die drieduizend vierhonderd en vyftig pond woog, was agtentwintig Huivers het pond betaald; doch, naderhand, werdt, voor de koperen deur der groote zaale, niet meer dan twintig Huivers het pond gegeven. De fchilderflukken in de gaanderyen der zaale waren, aan Govert Flink, dieze egter, ge- lyk wy boven (c) , hebben aangetekend , niet voltrokken heeft, voor duizend guldens ieder, aanbefteed. Voor het ftuk in de Raad- kamer , daar Jethro Mozes raadt oudften te kiezen, is aan Joannes Bronkhorfi ook niet meer dan duizend guldens betaald. Men kan hieruit eenige giffing naar 't beloop der ove- rige kollen maaken. 't Gebouw heeft, zeker- lyk, hier te Lande, geene wedergade, en wordt, in andere Landen , door weinige gebouwen geëvenaard, en door nog kleiner getal overtroffen. (c) Bladz.. ij.
|
||||||||||||||||
|
tans, is het my, uit eene berekening van
een gedeelte der kollen, die ik gezien heb, voorgekomen, dat dezelven niet zo gewel- dig groot geweeft zyn, als eenigen zig ver- beeld hebben. Het grove werk van 't ge- bouw werdt niet alleen aanbefteed ; maar ook de beelden , de koperen deuren, de fchilderflukken , en andere fieraaden. En gelyk de Schilder-^ Bouw- en Beeldhouw- konfl, in 't midden der voorgaande eeuwe, toen 't Stadhuis geftigt werdt, den hoog- ften trap van volkomenheid bereikt hadden; zo vloeiden de konftenaars en arbeiders van allerlei foorte, in zulk eene menigte, her- waards, dat zulks gelegenheid gaf, om het gebouw , fpoediger, en zelfs met minder kollen , te volmaaken, dan tegenwoordig zou können gefchieden. De Frontefpies van den agtergevel is aan Artus Queïïyn, voor negenduizend vyfhonderd guldens, aanbe- fteed geweell. Doch hem was nog eene ver- eering van vyf honderd guldens beloofd, zo hy 't werk fpoedig en tot genoegen afmaak- |
||||||||||||||||
|
H. BEURS.
|
||||||||||||||||
|
I. Boek. WEERELDLYKE GEBOUWEN. 29
|
|||||||||||||||||||||
|
II.
U |
|||||||||||||||||||||
|
R
|
&
|
||||||||||||||||||||
|
B Ë
|
|||||||||||||||||||||
|
De Koophandel, die, al vroeg, in Am- werdt, daartoe, uitgezien eene plaats op t Beurs,
fterdam, heeft begonnen te bloeijen, Rokin, agter 't huis de Pot (2) , beooften heeft ook aldaar, al vroeg, eene Vergader- welk huis, aan de zuidzyde van den Mid" plaats voor de Koopluiden noodzaakelyk ge- deldam, in 't jaar 1563 , de markt van nieu- maakt. Nogtans vindt men niet, dat, met wen Haring gekeurd was (); en by de ernft, gedagt is, om hun, hier ter Stede, Vroedfchap beflooten , het fügten eener eene bekwaame Vergaderplaats te fügten, Beurze aldaar, met allen ernft?voort te zet- dan omtrent het einde der zeftiende eeuwe. ten (g). Men liet twee tekeningen maaken Voor dien tyd, kwamenze, in de Warmoes- van eene nieuwe Beurze , en verkoor de ftraat, naar 't einde toe, by een («), en kleinfte van de twee (/->). En in de LenterjeBeurs bergden zig, by regena<tig weder, onder desjaars 1608, werden de grondflagen van wordt de luifels der huizen aldaar. Door den tyd 't gebouw gelegd. Doch. men bevondt welS^'ê1» nogtans, fchynt de plaats hier te eng bevon- haaft, dat het heijen de huizen, die aan den den te zyn. Immers, uit eene Keure van Utrechtfchen Steiger of ooftzyde van't Rok- den negenentwintigften July des jaars 1592, m ftonden , geweldiglyk, zakken deedt; blykt, dat de Koopluiden, aan 't oofteinde waarom beflooten werdt, die huizen af te der Nieuwe Brugge (1) , vergaderden. Hier breeken, en de Beurs breeder en korter te ftondt een houten huisje, het Paelbuiske ge- maaken, dan men eerft voorgenomen hadt , naamd, waaraan een klokje hing, welk, ten (?)■ °P den negenentwintigften May, werdt De eerfle twaalf uuren op den middag, omtrent een de eerfte fteen van 't gebouw gelegd, door fteen ge- half kwartier lang, geluid werdt; waarna Henrik Hooft, jongden Zoon van den regee-le§d- de Koopluiden de Vergaderplaats verlaaten renden Burgemeefter Cornelis Pieterszoon moeiten, zynde het toen de gewoonte, van Hooft, en Broeder van den beroemden His- elf tot twaalf uuren, byeen te komen (b). toriefchryver Pieter Corneliszoon Hooft, 't In 't Paalhuisje, waarvan wy fpreeken, moes- Werk werdt, vlytiglyk, voortgezet. In't ten de Schippers het Paalgeld voldoen: en jaar 1611, arbeidde men aan den opgang, ook de brieven,die zy vanOoften enWes- om welken te bouwen, de Stads Paarden- ten herwaards bragten, terilond na hunne ftal, die toen aan den Dam ftondt, op de aankomft, afleggen; waarna dezelven, door Appelmarkt, aan de ooftzyde van den nieu- den Paalknegt, befteld werden (c). Doch we - zyds - Voorburgwal _, verplaatft moeft alzo de Koopluiden, op deeze hunne Ver- worden. Ook werdt, in 't jaar 1612, tot gaderplaats, voor de guure ooftelyke en het maaken van deezen zelfden opgang, nog noordelyke winden, blootftonden, hadt de een huis van Opmeer, insgelyks aan den Dam Vroedfchap, al in,'t jaar 15S6, beflooten, ftaande , voor Stads rekening, overgeno« de S. Olofs-Kapel tefchikken tot eene Beurs men (&). De Beursftraat, daar voor deezen voor de Koopluiden (d). 'tSchynt ook, dat de fleeden plagten te ftaan, werdt toen ook, de Koopluiden, federt, in deeze Kapel, en met fchoone huizen, bezet (/). En op den zelfs in de Oude Kerke , beurs gehouden eerften Auguftus des volgenden jaars,.werdt hebben, 't Laatfte is af te neemen uit eene de eerfte vergadering, op de nieuwlings ge- orde van Kerkmeefteren der Oude Kerke, ftigtte Beurs, gehouden, met zo groot een' van den zeventienden December des jaars toeloop van volk , dat de plaats te klein . 1602, waarby den twee Hondenflaageren fcheen. Men leeft dit, in een zwarten mar-De eerfte belaft'wordt, te Beurstyd, een van beide in meren fteen, die in den noordwefterhoekv |
|||||||||||||||||||||
|
Befchry*
ving der Beurs. |
|||||||||||||||||||||
|
Oudtte
Verga- derplaats derKoop' luiden. |
|||||||||||||||||||||
|
der gaanderye ingemetfeld is , in deezer "^|df&
voege: D O Ö R
' (f) ttatidv. hl. 89*.
(g) Refol. Vioedlch. Ui 1°, »8 -april> 14 July 1607. .
136 verfo , 142 -verfa. (h) Refol. Vroedfrh. N. 10. 1 Sej>t. 1607. . 14' *«r/».
(i) Refol. Vroedfch. N. 10. 17 May 1608. . i<>8.
(k) Refol. Vioedfch. N. 11. 25 May , i j«ny I6u. 8',
lu Maart I6j2. . 22, 57. (Ij ]. LAUKENTirjs Amftexdam.
(2) Öp de Bem-siluis, Haat nog eene Pot in den
gevel van een huis. v^elligt, is dit huis gebouwd op de plaats, daar, in 't begin der voorgaande eeu- |
|||||||||||||||||||||
|
de Kerke te zyn (e). Doch in.'t jaar 1607,
" 00 ZU II. Deel, VII. Beek., hl. 17«.
y) Keutb. H. f. 19 verf>. y) £éfirb. H. 'f. 12; verfo. (/) Ref.,1. Vtoedfc!.. N. s- i« M- "«* L, (') Memor. vau Kerkm der Oude Kerke, hl. 6i. (1) Men vindt dit beveftigd, inBBEDÉftODÉs
Moortje (Aft. tj. gc j n j^ van eens Koopmans
Zoon gezeid wordt": Staagb wshy op de brugb by de ^eg0C^anun. En wat laager, van twee luiden, die van deVifch-
markt komen: |
|||||||||||||||||||||
|
Doe gingben wy de waecbnesr,t water iangbs, over de we , het huis de Pot, waarvan wy fpreeken > ge
Korenmarckt, nä de beurs. ftaan heeft. D 3
|
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
3°
|
|||||||||||
|
boogen ruft, eene groote in 't midden, en Beurs.
vier kleineren, ter wederzyde. De voor- naame opgang is in 't noorden , ter eener zyde, langs trappen , en ter anderer zy- de, langs eene ryzende vlakte, 't Gebouw zelf is hier, met twee yzeren hekken , af- geflooten. De opgang in 't zuiden, daar ■ 't gebouw ook nog met een houten hek, welk twee ingangen .heeft, afgefchut is , heeft thans, ter wederzyde , twee zwaare yzeren hekken, ieder met twee deuren, eene van welken, aan elke zyde, des nagts, open blyft. In den voorgevel van de Beurs, ftaat het wapen der Stad in 't groot. De agter- gevel is, ten tyde der vergrootinge van 't gebouw , verfierd geworden , met eenen grooten fteenen Merkuur, die eenige vrug- ten en waaren onder den linker arm heeft, en geplaatft is tuffchen twee houten deuren, welken, by heet weder, geopend worden, om verfche lugt op de Beurs te brengen. Het maaken van dit beeld is, in't begin des jaars 1670, aan Bartholomeus Eggeris, voor zes- honderd guldens, aanbefteed (j).In'tFron- tefpies van den agtergevel, ziet men 't wa- pen der Stad, en eenige baaien, pakken en vaten met' koopmanfehappen ter wederzy- de , uitgehouwen, 't Langwerpig vierkant plein , daar de Koopluiden vergaderen, is omringd van eene breede gaandery, die op drie-en-twintig boogen, uitmaakende zesen- veertig blaauwe arduinfteenen pilaaren, ruft. Ieder van deeze Pilaaren heeft zynnommer, waarby men de Koopluiden, welker mees- ten hunne vafte ftandplaatfen hebben, lig- telyk, vinden kan. Ook ftaan, op de mees- ten, de naamen der Steden of Geweften, op welken de Koopluiden, die zig daaromtrent onthouden, handel dryven. Op eenigen, leeft men de naamen der waaren, welken daaromtrent verhandeld worden. En 't een en 't ander wordt ook, op houten borden, onder de gaandery tegen den muur vaftge- maakt, aangeweezen. Boven eiken boog, is eene nis van blaauwen arduinfteen tuffchen 't metfelwerk ingevoegd, in welken, beel- den of andere fieraaden zouden können ge- plaatft worden. Men treedt, met twee tre- den, op de gaandery. Op den blaauwen fteenen vloer derzelve, wordt, tegenwoor- dig , in de wintermaanden , eene houten zoldering gelegd; 't welk groot gemak geeft aan de Koopluiden, die, dikwils, omtrent een uur lang , op de Beurs blyven. Ter \ wederzyde, buitenwaards, ruft de gaande- ry op vierentwintig overwelfde boogen, twaalf aan elke zyde, die, van Stads wege, verhuurd of gebruikt worden. In eene der- zel-
(s) Vit een klein Regiftenje ter Thefaurie , . 117.
|
|||||||||||
|
Beues. Door Godes zeegen is tot ge-
rief derCoopluyden dese B o r- ze gestigt,en an°CDDCVIII.den XXIXMeYE DENlftenSTEENGELEYT,
EN DENlte»AüG. CIDDCXIII. PE Pe VeRGADERINGE GEWEEST, 't Gebouw was toen tweehonderd voeten
lang en honderd vierentwintig voeten breed. Men voer, onder den middelden boog, op welken het ruftte , door , met geftreeken maften (ni). Ook was 't niet ongeoorlofd, aldaar, met fchuiten te overnagten, mids zulks, met kennis van den fluiswagter, ge- fchiedde (ti). Doch m 't jaar 1622, raak- te hier in hegtenis zekere Baïthazar Paul, die, door de Spaanfchen, als zynde nu, na 't uitgaan van het twaalfjaarig Beftand, den oorlog wederom aangevangen, uitgemaakt was, om, hier ter Stede, brand te ftigten (0). De door- Terwyl hy zat, verfpreidde zig een gerügt, vaart on- dat men voorhadt, de Beurs, door middel der de van een vaartuig met buskruid, onder de- 5e0"dtbe. zelve gelegd, met de gantfche vergadering let. der Koopluiden, in de lugt te doen vliegen. Doch wat 'er van de gegrondheid van dit
gerügt ook zyn moge; zeker is 't, dat, fe- dert , de vaart onder door de Beurs ? met twee boomen, een in't Rokin en een in het Dam- rak afgeflooten werdt. Eninlaatertyd,heeft men de boogen, daar de beurs op ruft, met zwaare houten deuren, digt gemaakt, en dwarsbalken in 't muurwerk gelegd, in de De Beurs plaats van de boomen (p). De Beurs hadt wordt maar ruim vyfenvyftig jaaren geftaan, toen vergroot. men befloot, dezelve te vergrooten (q), en in den tegenwoordigen ftaat te herbouwen. De Tooren,die meer binnenwaards plagt te ftaan, en met eén fraai Klokkenfpel en vier Uurwyzers voorzien was (r) , werdt toen afgebroken , en in deszelfs plaatfe , doch meer zuidwaards, het tegenwoordig kleiner Toorentje gebouwd, waarin alleen een flag- klok hangt, behalven het klokje, dat, by 't aangaan der Beurze, geluid wordt. Ter- wyl de Beurs vergroot werdt, kwamen de Koopluiden, by goed weder, op den Dam voor 't Stadhuis, en anders in de nieuwe Kerke byeen. Grootte De B e u R s, geftigt in 't Rokin, ten zuiden en ge- van den Middel- of Vygendam, is een lang- «jaante werpig vierkant gebouw, welk zig van 't de eiirs. noorden naar 't zuiden ftrekt, en op vyf (m) Pontan. Anift. Libr. n. c«p. XXVI. f. ">
(n) Handv. tl. 719.
(o) Zie II. Deel, XIII. Boek,, tl. +,3.
(f) Zie COMMELIN bl. I I7°-
(q) Refol. Vroedfch. I,. F. 9 <yi'ig. I6«s, /. tl.
\r) FOKK.SN8 bl. ijz.
|
|||||||||||
|
J dyJïeyerjU^
|
|||||||
|
G JE Z I G T Jü -A JST G £ H JE T R O IC I .JV,
O SP - 62) <?
N I JE II W JE ~ Z JT JD S ~" K, -JL JP'JE, JE êJzr B JE URS. |
|||||||
|
J. ~FeiLamvj&iZ-
|
|||||||
|
I. Boek. WEERELDLYKE GEBOUWEN. 31
Beurs, zelven, zynde de derde aan de ooftzyde, Ducaton gefield (y). Doch deeze Keure is Beurs.
wordt een Corps de guarde van de Nagt- of ook in ongebruik geraakt. De Beursklok Ratehvagt gehouden. Boven de gaandery, wordt, tegenwoordig, tegen twaalf uuren zyn, ter wederzyde , ook eene foort van geluid. Ten half een uure, plagten de dut- gaanderyen, die in eenige vertrekken on- bele deuren der yzeren hekken, op de helft derfcheiden, en niet altoos tot het zelfde ge- geflooten te worden. Voor.de opene in- bruik gefchikt geweeft zyn. In 't ooften, gangen, plaatflen zig vier bedienden van 't plagt het Pand der Lakenkooperen of de AalmoefTeniers-Weeshuis met armboffen , Laken-vent-hal te zyn; doch de Plaats, die daar zulken, die na half een uure ter beur- hier toe plagt te dienen, is nu gedeeltelyk ze kwamen, een aalmoes in flaken, of niet, gefchikt tot eene wooning voor den Opzien- naar hun welgevallen. Deeze bedienden ver- der der Stads werken en wateren. Plet ove- trokken ten een uure, wanneer alle de hek- rig gedeelte verftrekt , tegenwoordig, tot ken wederom geopend werden. Doch in eene Stads Timmerloots. In 't weiten, zyn de maand July des jaars 1763 , is deeze ge- verfcheidenerlei winkels, onder anderen van woonte afgefchaft. Ten zelfden tyde,zyn boeken, prenten, gereedfchappen en fraai- 'er drie koperen armboffen, op fteenen voe- jigheden. Ook is hier, naar't zuiden toe, ten, gefield, een binnen den ingang der een vertrek, waar Schilderyen verkogt wor- Beurze in 't noorden, en twee ten weder- den , en agter het zelve , de Schermfchool. einde van den opgang in 't zuiden, waarop Van de zolder boven deeze gaanderyen , de woorden Aalmoesfemers Armen gegooten maaken de bewooners van de boogen onder zyn. En federt blyven alle de hekken der de Beurs eenig gebruik. De Vergader- Beurze tot twee uuren open: alzo het thans plaats der Koopluiden op de Beurs wordt gemeenlyk zo lang aanloopt, eer de Beurs ook gebruikt om de waakende fchutters geheellyk van Koopluiden ontledigd is. der zeflig Burgervendelen , des nademid- Tot onderhoudinge van goede orde op de geurs- dags , in de zomer , beurtswyze , in den Beurs, is, van ouds, een Beursknegt aangefteld, knegt. wapenhandel te oefenen («). Ook wor- die, daarenboven, alleen geregtigd is, om den, op deeze plaats , maandelyks, des de Biljetten der openbaare Verkoopingen op morgens vroegtyds, de foldaaten, die hier en aan de Beurs aan te plakken. Hy doet ter Stede in bezetting leggen, betaald. De ook de afroepingen van openbaare Verkoo- Brandfpuitluiden worden 'er , insgelyks, pingen en verfcheiden' anderen op de Beurs, in 't gebruik der flang-brandfpuk onder- en geniet, voor ieder derzelven, van zul- weezen. ken, die hem te werk Hellen, twaalf ftui- Keuren Op het houden der Beurze zyn, van tyd vers (2). Voorts, moet de Beursknegt zor- houdcn tc>t tyd' verfcheiden' Keuren gemaakt (V), gen voor het fluiten en ontfluiten der Beur- der Beur- &e niet allen fchynen te hebben können ze. Hy voorziet, op zyne koflen, de ta- ze. naargekomen worden. Ook is 'er, in fom- fels onder de gaandery van pennen en inkt: migen, nu en dan, verandering gevallen, waarvoor hem, door de Koopluiden in't ge- De Beurstyd is, onder anderen, niet altoos meen, een Nieuwjaars-gefchenk plagt toe- eveneens bepaald. In de oudfte tyden, plagt gelegd te worden: 't welk , federt eenige men tweemaal 's daags beurstyd te houden, jaaren, by veelen, ik weet niet om welke 's morgens van elf tot twaalf, en 's avonds reden, verzuimd wordt. De Beursknegt be- van half zeven tot half agt uuren (w), in de keurt zulken , die op de Beurs kyven of maanden May, junv f Jaly en Auguflus; fchelden, en voert, ten teken zyner aanftel- en in de overige maanden, van een halfuur linge, een ftok in de hand, die, aan'tboven- voor den aanvang van 't luiden der Poort- einde, met Stads wapen befchilderd is. Voorts klok, tot het ophouden derzelve toe (x). is 'er een Waaker van de Beurs, die, op Naderhand, in 't jaar 1667, is de beurstyd op het fluiten en ontfluiten van den opgang op twaalf uuren, en eens 's daags bepaald; boven dezelve, agt geeft, wanneer de hekken geflooten werden, en elk, die laater kwam, endoor de kleine III.
deuren wilde ingelaaten worden , zes Hui- vers, ten behoeve der AalmoefTeniers - ar- Koorenbeurs. men, verbeuren moefl. De boete der Ma- kelaars was, ingelyk geval, op een halven T""\en Koorenhandel een' van deoudfleen Kosren- \_^ß voornaamfle neeringen der Stad ge- 6««" of
(«) Handv. hl. .70. weeft zynde, zo is 't niet vreemd, dat de Koorm-
(v) Handv. bl. 1055 mz.. [393 ■>■ \ïZXl'
(») Refol. Vroedfch. N. 7. 6 funy\,9U Keurb. H. . "/"'T- r , O) Hand», bl. 10?7. 1916}
ix) Handv. bl. iojj. [353] (,._) Handy. U, I085.
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||
|
MSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
32
|
|||||||||||||||||||||
|
overgetekend, zonder dat 'er den Opzien- Koorem-
der meer dan drie guldens voor behoeft be- beurs. |
|||||||||||||||||||||
|
. handelaars in Graanen, ook al vroeg, eene
afzonderlyke Vergaderplaats gehouden heb- |
|||||||||||||||||||||
|
KOOREN
|
|||||||||||||||||||||
|
BEU
|
ben. Zy kwamen, in de zeftiende eeuwe,
byeen op 't water, op de hoogte der oude brugge, op welke, reeds in de vyftiende eeuwe, eene markt van Kooren en Zout plagt te zyn (a) ; en behielpen zig, by regenagtig weder, onder de luifels der huizen daarom- trent, tot geenen kleinen overlail der be- wooneren. Om deeze reden, was, al in 't jaar 1547, gekeurd, eene nieuwe Kooren- markt aan te leggen op den Oude-zyds-Voor- burgwal , tuffchen de S. Jans- en Halfteegs- bruggen (b). 't Schynt egter, dat de Koop- luiden, op de voorige plaats, die digt by 't Stads-Excynshuis en by 't Koorenmeeters- huis, en derhalve veel gelegener was, blee- ven vergaderen. De Regeering befloot dan, weinige jaaren na dat de groote Beurs vol- bouwd was, tot geryf der Koorenhandelaa- ren, tegen de oude brugge ten zuiden, eene KOORENBEURS of KoORENMARKT,
|
taald te worden: alles volgens eene Keure
van den agttienden Oólober des jaars 1719 (f). De Opziender geniet ook het voor- deel van het monftergraan, welk, onder 't bezigtigen, op de Koorenmarkt, geftrooid wordt.
Toen, in 't midden der voorgaande eeu-
we , het nieuwe Waals-Eiland uit het Y aan- gehoogd was, werdt, by de Vroedfchap, in overweeging genomen, om de Kooren- ligters voor dit Eiland te plaatfen, en de Koorenbeurs te verleggen op het Plein voor den Kamperfteiger (g) ; doch men kwam tot geen befluit, en de Koorenbeurs is ge- bleeven, daar zy te vooren was. De Koo- renhandelaars komen aldaar, dagelyks, des morgens en des avonds, byeen; doch by- zonderlyk op de drie weekelykfche markt- dagen , Maandag , Woensdag en Vrydag, wanneer ook een groot getal van Buitenlui- den ter Koorenmarkt verfchynt. |
|||||||||||||||||||
|
over 't Water, te bouwen (c). 't Werk
werdt, in 't jaar 1617, voltrokken (d). 't Gebouw is van hout, en ruft op ingeheide paaien, 't Beftaat uit een langwerpig vier- kant Plein, dat, van vooren , alwaar een zwaare koperen armbos ftaat, open , en ter wederzyde en van agteren, met eene over- dekte gaandery beflooten is. De gaandery ruft op twee en vyftig houten pilaaren. On- der dezelve zyn, langs de wanden , eene groote menigte geflooten banken en kasjes, waarvan de Koopluiden en Makelaars de fleutels hebben, en in welken, de monfters der graanen bewaard worden. Agter en ne- vens de gaandery, zyn twee of drie vertrek- ken , tot geryf der Handelaaren, alwaar, onder anderen, de Koorenmonfters gewoo- gen worden. Op de Koorenbeurs, en den Koorenhandel aldaar, zyn ook verfcheiden' Keuren gemaakt (e); op het onderhouden Opzien- van welken, de Opziender van de Koorenbeurs der of 0f Marktmeefler , gelyk hy gemeenlyk ge- meefter noemd wordt, agtgeeven moet. Onder an- deren, begeeft hy, met goedkeuringe der Directeuren van den Oofterfchen handel en Reederye,de opengevallene banken en kas- jes, en geniet, daarvoor, van eene bank, twaalf, van eene dubbele kas, tien, en van eene enkele kas, zes guldens eens. Doch in geval iemant een' Vader, Zoon, Schoon- zoon , Weduwe, of Compagnon nalaat, die, binnen 't jaar, toont den Graanenhandel te willen aanhouden, moet de kas of bank des overleedenen , op deszelfs naam , worden (*) Keur van S. Maartens dag if.ss.in 't Keur!). A. ,40,
\b) Keutb. E. . iZ9 verfo.
(e) Refol. Vioedfch. N. 11. 4 May UU, , IJl,
(d) J. LAURENTius Amfterdam.
(«> rtandr. H, j.0 e»*,, u0« *«?.,
|
|||||||||||||||||||||
|
IV.
Koor en me eters-Huis.
Tot het meeten, draagen en verfchieten Kooren-
der Graanen zyn, van ouds, arbeiders ^"""" en arbeidfters gefteld geweeft, die zig, ten dienfte der Koopluiden , plagten byeen te houden in een huisje (/;), welk, in de zes- tiende eeuwe, op de oude brug ftondt. Doch in 't jaar 1558 * werdt; by de Vroedfchap, beflooten, het zelve op de nieuwe zyds Kolk te verplaatfen (2). 't Werdt hier zo fierlyk gebouwd, dat het, in zekere overrompeling der Stad, in 't jaar 1577, door het Staatfch Krygsvolk, voor 't Stadhuis werdt aange- zien (&). In 't jaar 1620, werdt het, van den grond af, in de tegenwoordige gedaante, her- timmerd (/). Op den zevenden July, werdt de eerfte paal geheid, en op den dertienden, de eerfte fteen gelegd, 't Is een langwerpig vierkant gebouw, met een fteenen opgang aan elke zyde. 't Stads wapen pronkt in den gevel, 't Beftaat, voornaamlyk , uit een groot vertrek, daar de arbeiders hun ver- blyf houden , waar boven de Koorenmee- ters-Gilde-Kamer is. Onder het zelve, is eene ruime overwelfde Kelder, die ten ver- blyf der arbeidfters gefchikt is. Tegen 't gebouw, ten ooften, ftaat eene pomp, die ten gemeenen gebruik der buurte verftrekt. Het
ff) Handv. U. "c«.
(/) Refol. Vioedfch. N. it. j Maart iSjj. . ï+i
(hj Keucb. D- i)5 verft.
(i) Refol. Vtoedfdi. N. I. iï ^,»«7 l$s%,
(i>) Zie II. Heel, IX. Iloek., £/. 35S.
(>') ]. LiVRïNTUus Amfteidara.
|
|||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
33
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het wordt, federt het jaar 1681, even als de zesentwintigften Auguflüs des jaars I5O2;,0ud£
andere Güdenhuizen, door de Gilden, die al- gewag gemaakt (o). En in eene andere van Waag. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stads- '
EXCYNS-
Huis.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
daar vergaderen, onderhouden worden (in),
door het Koorenmeeters Gilde, onderhouden. V.
Stads-Excyns-huis.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den derden OÊlober des jaars 1509, wordt
belaft, allen waagbaar goed in de wagbe te brengen (/>). Deeze oudfte Waag ftondt, aan of in de Waagfteeg, aan de Plaats of Dam, tegen over 't Stadhuis (q). Zy hadt een fteiger , die agter aan 't Damrak uit- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kwam , van welken men gewaagd vindt, in
Aan 't oofteinde der oude brugge, op eene Keur van den eenendertigfben October den hoek der Oude - brugs - fteeg , des jaars 1521, beveelende geen vullens te brengen op de Waegh fleygher (r). By de
Waag, ftondt ook, ten deezen tyde reeds, een huysge daer die arbeyders in faten, gelyk, uit eene Keur van den zevenden Februa- ry des jaars 1528 , blykt (s). Ook hebben wy, by eene andere gelegenheid, aangete- kend , dat de Rederykers eene Kamer bo- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stads-
Excyns-
buis.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fth
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tal c 1 o ï o c x x x v 1 i 1. Van binnen, heeft het yen deeze Waage hadden (f). Doch in 't
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jaar 1561, werdt, by de Vroedfchap, be-
flooten, eene nieuwe Waag te ftigten op de Plaatfe of Dam; waartoe, in dat, en in 't volgende jaar, verfcheiden' huizen gekogt |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gebouw verfcheiden' vertrekken , gefchikt
zo tot den ontvangft van eenigen der Stads- Excynzen, met naame die der Graanen, Bie- ren, Wynen, Turf en Kooien, als tot de |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
byeenkomflen der CommiffarifTen van den werden (u). Sommigen hebben aangete
Stads-Excyns. De Bier- en Wynwerkers der kend, dat de eerfte fteen van 't gebouw, oudezydc,gemee:n\ykBierdraagersgenaamd, door den Burgemeefter Pieter Kanter, ge- hebben, voor 't Excyns-huis, noordwaards legd was (p). Het: werdt, in 't jaar 1566, tegen de oude brugge, een langwerpig vier- voltrokken, fchpon men't jaartal 1565 in kant houten huisje, op paaien in het Dam- de gevels gefield heeft, waarfchynlyk, om rakftaande, alwaar zy zig, bydage, ont- dat dezelven, in dat jaar,: volbouwd waren, houden. Een diergelyk huisje, ten dienfle Zo dra de nieuwe Waag gereed was,werdt der Bierdraageren aan de nieuwe zyde, plagt, beflooten, de oude af te breekenf». nog in de voorgaande eeuwe, te ftaanbyde De Waag, nu de Oude Waag genaamd, StadsPaardenftal,toen op denNieuwe-zyds- is een vierkant gebouw van blaauwen Ar- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bierdraa-
gers-
Huisjes.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Voorburgwal. Doch het werdt, na 't ftig
ten van 't nieuwe Stadhuis, van daar, op't Spui, agter 't Begynhof, verplaatft. |
duinfteen, en ftaat, tegen over 't Stadhuis,
op den Dam. Zy is twee verdiepingen hoog tot aan 't dak. De eerfte verdieping dient, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eigenlyk, tot eene Waage; de tweede tot
een Wagthuis voor deSoldaaten,., die, hier ter Stede, in bezetting leggen. In het zel- ve , zyn twee vertrekken, een voor de Op- per- en een voor de Onder-Officiers. Boven dezelven, zyn de vertrekken, voor de. ge- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VI.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oude W a a
t Ts niet geheel zeker, wanneer Amfter
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oudi
Wmg.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
X dam het regt der Waage, welk, van meenen, voorzien met hangzolders, op wel-
°uds, aan de Graaflykheid plagt te behoo- ken de flaapplaatfen gefchikt zyn, en nog ren, in eigendom, verkreegen hebbe. Wy hooger, onder't dak, heeft men twee af- hebben, by eene andere gelegenheid (b), gefchooten vertrekken, daar't geweer ge- grift, dat Hertog Albrecht van Beijeren plaatft, en fchoon gemaakt wordt. De fchoor- het aan 3e Stad heeft afgeftaan, in 't jaar fteen> balken en bindteri der twee eerftge- 1389. Zy heeft, ten minften , al vroeg, melde vertrekken zyn, met Stads wapens, gebruik gemaakt van dit regt, en derhalve, trommels, vendels, geweer, en ander fny- reeds in devyftiende eeuwe, eene plaats af- werk verfierd. Men heeft ongeraaden ge- gezonderd, alwaar Koopmans-goederen, die von- by 't ge^igt verkogt waren, gewoogen wer- (>) Kemb. b. . «s ■>><&
den. Zulk eene piaats 0f gebouw werdt,hier \>] S'.mÜ'J. l . «4,297 *«» n. ft. . u |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en elders,eene Waas. genaamd. Men vindt v,f- J"-'1?1- vroedich. n. i
|
1} ^4 f ril iïjo.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, 1 ■* P ö Tr _ (r) Keuro. D. f. 74,
van dezelve, reeds in eene Keure van den r.) kma. d./. £,.
ft) II. Deel, VI. B«4., bh
* , («) Refol- Vroedfch. N. i. (m) Refol. Vroedlch. L'. N. 14. Jpril 168L 333. (v) DAPPER *'■ 449,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
24z.
laVec. IJ«i, loDet. IJfiZ.
zï Dte. ij««./. 47 verft. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
{«) U. Deel, II. EaeK' bl' 171.
II. STUK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(f) Refol. Vwedfcb. N. z.
E
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
34 AMSTERDAMS III. Deel.
vonden , eene kelder onder 't gebouw te 1488, gefügt was. Het heeft rondsom ver-s. Anto.
maaken (*). Het Leijendak der Waage loopt fcheiden' fpitsopgaande toorentjes. En m t nis- af fchuin opwaards. Op deszetfs top, Haan jaar 1690, is 'er, m 't midden, een dikker ^J twee windwyzers, Neptunus en 't Fortuin fpitfe korte tooren op gezet. Beneden zyn verbeeldende Tegen de lyft van 't gebouw vier dubbele deuren, tegen over eikanderen, van vooren fteeken twee fraaije hardfleenen in ieder van welken, met een paar fchaa- fchoorfteenen ten dake uit, en een dierge- -len, gewoogen wordt. Binnen in de Waage, lvke in 't midden der lyft van den agter- hangt eene fyne fchaal. Van boven en bene- gevel Rondsom het dak, langs de lyft, den dient dit gebouw ook tot verfcheiden plagt eene hardfleenen leening oïBaluflrade andere einden. Men heeft er een Wagt- te loopen die reeds in de voorgaande eeu- huis voor de Schutterye, en onder den mid- we weggebroken is. Ter wederzyde van delften tooren, is eene fraaije Ontleedplaats den' voorgevel der Waage, die naar 't wes- gebouwd, alwaar de ProfefToren der Ontleed- ten ziet gaat men, langs eenen dubbelen kunde openbaare LefTen ge e ven. Voorts, zyn, fteenen opgang, op welks plat, twee zitten- in het gebouw der Waage, de Gildekamers de leeuwen die de wapens van Holland en van de Chirurgyns- , Schilders- , Smids- , vanAmfterd'am tuffchen de klaauwen houden, Metfelaars- en Schoenlappers - Gilden. Op gefield zyn naar het wagthuis der foldaaten. de S. Antonis-Waage, worden, gelyk in de Onder deezen opgang, is eene der deuren van Waagen op den Dam en Botermarkt, ai- de Waage, even boven welke, tuffcheri yze- lerlei goederen, die by t gewigt verkogt ren traliën een fraaije kleine marmeren worden, gewoogen; maar in 't byzonder, beeldtenis g'eplaatft is, vertoonende, zo 't ook gefchut en ankers. Om deeze laatften proef. fchvnt de worfteling van Herkules met te beproeven is, digt by deeze Waage, naar plaats der Entheu's. In deeze deur, hangt een paar de Gelderfche Kaai toe, eene Proefylaats\^ fchaalen Zes paaren diergelyken hangen in gemaakt, zynde een hoogen paal, waar by de zes deuren der agter- en zydgevels; boven de ankers worden opgetrokken, waarna men- welke deuren, breede luifels gemaakt zyn, ze, met het midden der fchagt, vallen laat onder welken, de waaren, die ter waage op een zwaar ftuk yzers; welk opeen blok komen , voor den regen gebergd können in den grond vaflgemaakt is. En zo zydee- worden. Midden in de Waage, hangt een ze proef, onbefchadigd, doorftaan , wor- kleiner paar fchaalen, waarop niet dan fyne denze, door eenen daartoe geftelden Proef- en koftbaare waaren, met koperen gewigt, meefler, voor goed, gemerkt, en ponden, halven ponden en vier onfen, gewoogen worden. Zy werdt 'er, eerft in V111.
't jaar 1612, gehangen (y). De zyd- en ag-
tergevels zyn, in 't midden, verfierd met drie Reguliers-Waag. groote gehouwen wapens der Stad. __ ■ . , o , , «
& T^e laatfte Yergrooting der Stad heeft Regu-,
VII. _L/ gelegenheid gegeven, tot het aan- J*««-
leggen eener derde Waage, waartoe de WmS?
S. Antonis- of N i E ü w e Waag. nieuwe Reguliers - Poort , die , eerft in 't jaar 1655, gebouwd was, in 't jaar 1668,
Het toeneemen der Stad in getal van gefchikt werdt. By deeze Waage, werdt
huizen en inwooners, en de fterke een groot Plein gelaaten , welk tot eene aanwas des Koophandels, in den aanvang Botermarkt wordt gebruikt. _ De Re Gli- der voorgaande eeuwe, maakte het opreg- liers-Waag is een fraai vierkant ge- ten eener tweede Waage noodzaakelyk. bouw, met eenen fierlyken voorgevel, in Men befloot, in de Lente des jaars 1617, welks Frontefpies, het Koggefchip uk het de oude S Antonis poort, die, federt eeni- zegel der Stad,in t midden van twee Tri- ge iaaren, binnen de Stad getrokken was, tons , uitgehouwen is. In de Frontefpies hiertoe bekwaam te maaken ; 't welk, in van den agtergevel, ftaat het Stads wapen, het volgende jaar, reeds gefchied was (z). door twee leeuwen vaftgehouden. In dee- 't Gebouw welk op de S. Antonis-of nieuwe ze Waage, wordt, met drie paar fchaalen, Markt ftaat, behieldt genoegzaam dezelfde behalven eene fyne fchaal, gewoogen. Een gedaante , waarin het, volgens een oud op- ruim bovenvertrek van 't gebouw is tot een fchrift, in den muur te leezen,in den jaare Wagthms voor de Schutterye gefchikt. Tot het bearbeiden der Koopwaaren, die Waag-
(X) Refoi. v^dfch. N. ,. juny .JS5. J* Waa§e gfbragt worden, zyn, reeds in ^ers>
(y) Handv. ti. ,077. ' de voorgaande eeuwe, door Burgemeefte-
ÄKÄ'y: U' 4 I6,7,/' ren' een genoegzaam aantal van luiden aan-
ge-
|
||||||
|
Oude
Waag. |
||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||
|
35
|
|||||||||||||||||||
|
gefield, hier Waagäraagers genaamd, die,
met eikanderen, een Gilde uitmaaken, van welk wy, in de Befchryving der Gilden, nader handelen zullen. De Waagdraagers zyn gehouden, by 't weegen, de honderd ponden en de vyftig ponden op de fchaal te zetten. Doch 't afweegen gefchiedt door de IVeegers, eertyds Waagkvegts genaamd (a), die twaalf in getal zyn, en in ééne beurs werken. Zy genieten van elke wik, die zy afweegen , een halven fluiver ; en zo zy een' Prik. of Schaal buiten de Waage bedie- nen , drie guldens daarboven. Zo zy, tus- fchen twaalf en half twee uuren, wanneer de Waagen geflooten worden, den Koopman met afweegen ten dienfle (laan, genieten zy twaalf Huivers, of, zo zy meer dan twaalf wikken doen, een fluiver van elke wik. In 't weegen, moeten zy de hand niet aan de fchaal houden. Op een wik van eenhonderd tot zeshonderd pond, mogen zy twee; en op een wik boven de zeshonderd pond, vier pond uitflag geeven (Z>). IX.
L O M B E R D
Of - " A N K van L e e N i N G.
In de dertiende eeuwe, hadden zig eenige
Koophuden, uit Italië, naar Frankryk, Engeland, en ook naar de Nederlanden be- geven, onder dekfel van aldaar Koophandel te dryven; doch meefl met oogmerk, om aan behoeftigen geld te leenen, of, op on- roerende , en yoornaamlyk op roerende goe- deren , penningen te fchieten , tot eenen hoogen Intrefl () Zy draagen, in fchrif- ten van dien tyd, den naam van Cawarfini °f Coarfini, die de geflagtnaam van de eer- i , °f voornaamften fchynt geweefl te zyn. *n 't jaar 1260, werden zy, om hun over- dadig woekeren, uit Brabant verdreeven fh °.ok' eerlang j uit Frankryk. Doch 't fedt niet veele jaaren, of zy kwamen we- derom En men hadt hen ^ in de ]\jeder]an. den, byzonderIyk in Holland, zonoodig,
dat zy, zo lang zv 't njet aj te grof maakten met woekeren, in verfcheiden' Steden, ont- vangen en gedoogd werden. In de veertien- de en vyftiende eeuwen, werden zy, ge- meenlyk, Lomberden of'Lombaarden genaamd |
|||||||||||||||||||
|
(3) , om dat de meeden of eerften uit Lom-lom-
bardye herwaards gekomen waren. TeSchie- ber». dam, bewoondenze, in 't jaar 1327, een ffceenen huis (e), 't welk, ten deezen tyde, en daar ter Stede, iet ongemeens was. Uit eene Handvefl van Delft van den jaare 1342, blykt, dat zy, in die Stad, toen, reeds eeni- gen tyd, hun verblyf gehad hadden, in een huis, welk de Camerette , of ook wel der Lomberden buis genaamd werdt (). Te Oudexvater, onthielden zig twee Lombair- den, in den aanvang der vyftiende eeuwe: gelyk klaarlyk blykt, uit eenen brief van den eerflen April des jaars I4i2[i4i"3j(g). En't is zeer te vermoeden, dat zy, ten dee- En te: zen tyde, ook reeds in Amfterdam, geweefl Amfter- zullen zyn, fchoon my niet bekend is, dat 'er, in oude fchriften of flukken, eenig ge- wag van gevonden wordt, voor't jaar 1477. In eene Keure van den zesden January des gemelden jaars, werdt bevolen , dat elkzy- ne panden, voor vaftenavond, uit de Lom- berd moefl loffen, zonder daïr offenych wo- her te betalen. Ook werdt toen belafl, voor- taan , geerie panden meer in de Lomberd te brengen, of te ontvangen (h). Uit welke Keure, blykt, dat de naam van Lomberd, die eerfl aan de Perfoonen gegeven werdt, alreeds tot de Plaats, daar zy zig onthielden, of geld op pand gaven, was overgebragt. Ook ziet men 'er uit, dat de Lomberdhou- ders het, ten dien tyde, zo grof maakten met woekeren, dat men verboodt, hun ee~ nigen woeker te betaalen van de panden, die zy beleend hadden. Het verbod van pan- den in de Lomberd te brengen, welk hier- by kwam, hielde, nogtans, niet lang fland. Men fcheen de Lomberd niet te können mis- fen,en 't ontbrak niet aan Lomberdhouders, hoe zeer ook 't woekeren, in de Kerkelyke- wetten, verbooden was. De Vroedfchap deezer Stad verflondt egter, in't jaar 1547, dat zy zo veel nadeels aan 't gemeen dee- den, dat men beiloot, zyn beft te doen, om- ze ten Lande uit te helpen jaagen (i). Doch dit befluit hadt geen gevolg. In den aan- vang der Spaanfche beroerten , waren zy nog zo zeer in de gemeene veragting, dat, by eene Synode der Gereformeerde Kerken, te
(e) WlLHKLM. PROCUHAT. adarmunUil], (»MATTHÄI
Anal. Tor». II. p. 66i. (f) Zie BLEYSWYCK. Delft, bl. 606.
(g) Zie MIERIS Chatterb. IV. Deel, il- »30.
(h) Keutb. A. . S7> \ (i) Refol. Vroedfch. N. 1. 1* J»lj U*7. v (3) Lombardi queque Mie [Sciedamo] propter lucru
commorantes, domopropria - lapidea. Wilhelm. Procurat. ai annum 1327. p. 663. Jacob van der Qraft is een Lombert, ende pUcbt een banc te hou- den tot Yfelfleyn. Cbron. van 1481 tot 1483. in Mat- th.ei Anal. ïoiti. I, p. 430- E 2
|
|||||||||||||||||||
|
Regu-
LIEHS-
Waa«.
|
|||||||||||||||||||
|
Wee-
Sers. |
|||||||||||||||||||
|
Oor-
fprong
der Lom berden, hier te Lande. |
|||||||||||||||||||
|
f«) Groot-Memor. ar. iV. . , JO vtrf».
(L) Handv. bl. 1077. io78. (') MATTH. PARIS *d annum iIJ9, o, m. Z4J.
(<0 MiRÄi op. Dipl. r»m. 1. ? 20r7-
|
|||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
36
|
|||||||||||||||||||
|
heel nieuw gebouw vergroot (r) ; en in laa- Lom-
ter tyd,by meer dan eene gelegenheid, van berd. binnen en van buiten , veel vertimmerd. Doch wegens huur van 't gewezen Huiszit- ten-Turf huis wordt nog , jaarlyks , twee- duizend guldens, aan 't Oude-zyds-Huiszit- tenhuis, betaald. De Lomberd, of het Huis of de Plaats en
Bank van Leeninge beftaat uit drie Sedaante
, 1- j r\ j der Lom- groote gebouwen, die zig, van den Oude- berd.
zyds-Voorburgwal, langs de Lomberdfteeg, tot in de Nes uitftrekken. Het zuidelykfte en nieuwfte van deeze drie gebouwen dient, onder anderen, tot eene wooning voor den Concherge van de Bank van Leeninge; en heeft twee ingangen, een' op den Voorburg- wal , en een' in de Nes. Boven den eerften, die de aanzienlykfle is, zyn, in 't jaar 1740, de volgende agt regels van den Heere B a l- thasar Huydecoper, Oud-Schepen deezer Stad, op eenen witten fteen , ge- fchreeven: |
|||||||||||||||||||
|
te Dordrecht, in 't jaar 1574, gehouden, be-
|
|||||||||||||||||||
|
Lom
BERD
|
|||||||||||||||||||
|
flooten werdt, hen niet tot de gemeenfchap
|
|||||||||||||||||||
|
der geloovigen aan 's Heeren Tafel toe te
laaten (£). Doch na de verandering hier ter Stede j in 't jaar 1578, prees Willem, Prins van Oranje, der Stad Frangois Mafa- zia aan , tot het houden eener Tafel van De Lom- Leeninge (t). Na hem, vind ik, dat Jehan berd Laignier (tri), en Sion Luz Oftroi, voor hierdoor eenige jaaren, gehad hebben om, hier ter byzonde- Stede, alleen Tafel van Leeninge te hou- re per- den. De laatfte trok, in 't jaar iön, wel foonen ^rie en dertig en een half ten honderd 's jaars den?11' Intreft van de panden, die hy beleende (ri). Doch toen zyn O&roi, in 't jaar 1614, ftondt ten einde te loopen, werdt, by de Vroed- fchap, verftaan, dat het belang der Stede vorderde, dat de Tafel van Leeninge, voor Stads rekening, werdt waargenomen. Luz, die wel gezien was ten Hove, bewoog de PrinfeiTe Paksgraavinne , die met een' Zus- ters Zoon van den Prinfe Maurits gehuwd was, en den Stadhouder zelven, om by de Regeering van Amfterdam te verwerven , dat hem vernieuwing van zyn Oftroi, voor nog twintig jaaren, verleend werdt. Men kwam met hem te woorde, en vorderde, dat hy de Intreden der panden onder de hon- derd guldens een derde verminderde. Doch Zy wordt nY hadt hier geene ooren naar. De Vroed- door de fchap befloot toen de Leentafel aan de Stad de Stad te houden, en ftelde, reeds op den twee- aanvaard, entwintigflen April des jaars 1614 , twee CommiflariiTen aan, om het voornaam op- zigt op dezelve te hebben, te weeten, Frans Hendriksz Qetgens, Oud - Burgemeefter, en Jonas JVitsz. Raad en Oud-Schepen, die Commijfarijfen van de Bank van Leeninge ge- naamd werden (0). De Lomberd of Tafel van Leeninge was
voorheen gehouden aan de byzondere hui- zen der geoctrojeerde Lomberdhouders. Doch nu werdt 'er, van Stads wege, toe gefchikt het Turf huis derHuiszitten aan de oudezy- de; welk, in denjaare 1548,0p eene open plaats van 't Maria-Magdalenen-Kloofter in de Nes, geftigt, en, in 't jaar 1567, tot eene der Predikplaatfen voor de Gereformeerden hier ter Stede gefchikt geweeft was (p). Het werdt, in 't jaar 1616, tot eene Bank van Leeninge bekwaam gemaakt (a), en is, na de jongfte uitlegginge der Stad, met een ge- |
|||||||||||||||||||
|
Hebt gy noch geld, noch goed? gaa deeze
deur voorby. Hebt gy het laatfte, en miß gy 't eerfie?
kom by my: Geef pand, ik geef 'u geld. waarom zoude ik
u borgen? Of is het niet genoeg, dat gy van 't tnyne
teert ? Maar eifchtge uw pand te rug; zo dientge
in tijds te zorgen, Dat my mijn hoofdfom, met de renten, we-
derkeert. Zo help ik u en my; en toon, aan de onder-
zoekers Van mijn geheimen, 't graf des eervergeeten
vioekers. Het noordelykfle der drie gebouwen heeft,
insgelyks, twee ingangen, een' op den Voor- burgwal en een' in de Lomberdsfteeg. Bo- ven den laatiten, ziet men 't brengen van panden in de Lomberd, in fteen, uitgehou- wen : waarboven deeze woorden , al van ouds, gelezen werden: Tot behulp der noodt druftigen is hier gefielt
De Banck van Leninghe voor een cleyn geit. En in den voorgevel van het zelfde gebouw
' in de Nes, leeft men: Anno c 10 iacxiv,
den 29 April, gefchieden hier de erfie belee-
ninghe.
On-
(r) Refol. Vroedfch. Lt, D. 5 Sept. 1663. » J*n> I60*»
. 51 verf», si. |
|||||||||||||||||||
|
(^)Kerkel. Handboekje, bl. 134.
(Ij Refol. Vroedfch. N. 4. 7 Nov. i;jt.
( m) Vit de Stukken tet Thefaiuie, oude Lande S. L'. K.
(») Refol. Vroedfch. N. 11. 24 Jan. 1611. . $>.
(; Refol. Vroedfch. N. 11. 17 Jan. 7 Jut] lóll.llDec.
16 IJ. *Jan.iz^Apr. K14. . 44, 64 verft , jy, 101 verf«, JIJ verft, (p) Zie II. Diel, VU. Boek, bl. 294.
\q) J. Lau&entivs Amfteldarn,
|
|||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||
|
37
|
|||||||||||||||||
|
Lom- Onder de drie gebouwen, zyn vyf Pak-
BESD. huizen, en twee zeer groote Kelders. De
Kelders en vier der Pakhuizen worden-ver- huurd. Het vyfde dient tot berging van goederen uit insolvente Boedels, die ook, voor het zelve, verkogt worden. |
|||||||||||||||||
|
per en Tin gefchikt, aangefteld. De Zoe- Lom-
kers zyn verpligt, hunne kamers fchoon te Be- houden , en, van tyd tot tyd, door het open- zetten der venfteren, te verlugtigen. Ook moeten zy de panden, die, door hunne on- agtzaamheid, vermifl worden , vergoeden. De Bank van Leening is in eene groote en verdee-
kleine Bank verdeeld, die ieder afzonderlyküng der beftierd worden. In de eerfte, gefchieden Bank van alleenlyk beleeningen , boven de honderd ^^^ guldens: in de laatfte, van tien ftuivers tot groote en zes en negentig guldens. Van panden, waar- Meint. op minder dan honderd guldens beleend is, wordt een penning van ieder gulden , ter weeke, Intreffc betaald. En deezen worden intreft kleine Panden genaamd. Van de middelbaar e der Panden, waarop van honderd tot vierhon-,Pan^en- derd vyfenzeventigguldens beleend is,plagt zeftien duivers van ieder honderd guldens, ter loopende maand, dat is, negen en drie vyfde ten honderd in 't jaar; en van de groo- te Panden, waarop vyf honderd guldens en daarboven beleend wordt, een gulden van de honderd, in anderhalve loopende maand, dat is, agt, en naderhand negen ten hon- derd , in 't jaar, betaald te worden (7). Doch deeze Intrell is, volgens eene Refolutie der1 Vroedfchap van den 28 January des jaars 1656, ten opzigte der middelbaare Panden, op zeven en een vyfde, en ten opzigte der grooten, op zes ten honderd verminderd (t). De Bank beleent niet alleen huisraad, klee- deren, goud, zilver, juweelen enz.; maar is ook bevoegd tot het beleenen van aller- hande Koopmanfchappen, buiten 't Huis van Leeninge, in der Koopluiden-Pakhuizen, leg- gende ; doch zy is, op deeze Koopmanfchap» pen, voor andere fchuldeifchers van den Beleener , niet geprefereerd , dan wanneer CommiffarifTen dezelven hebben doen ver- bruggen , en in hunne eigene bewaaringe overbrengen (w). Nogtans, gefchieden zul- ke beleeningen, die tot laager Intreft. van byzondere perfoonen te bekomen zyn, fe- dert veele jaaren, niet meer door de Bank van Leeninge. De Stad ftaat borg voor de herlevering van alle de Panden, die in den Huize van Leeninge gebragt zyn, op de ver- tooning der Leencedulen , of zogenaamde Lomberdbriefjes, en voldoeninge van hoofd- fom en Intreft, tot de week of maand, waar- in de panden vervallen zyn, ingeflooten. By ongeluk van brand, of diergelyken buiten- gewoonen ramp, plagt de eigenaar zyn pand te verliezen, en de Stad de penningen, daar- op gefchooten. Doch alzo, al vroeg, naauw- keurige zorg gedraagen is voor het bewaa- ken
(s) Handy, tl. «7»> *«°«
(t) Handy, tl, 681.
(u) Haneiy. tl. 48 u E3
|
|||||||||||||||||
|
Vertrek-
ken. |
Van binnen, heeft de Bank van Leening
|
||||||||||||||||
|
verfcheiden' groote vertrekken , gefchikt
tot gebruik van de Heeren CommiiTariiTen en derzelver bedienden. Onder dezelven, munt uit de Kamer, daar de Heeren Com- miiTariiTen vergaderen. Voor den fchoor- fteen, zyn deeze verzen van Seneca, in 't jaar 1740, gefield, door befchikking van den HeereGERARD va.nPapenbroek, Oud-Schepen deezer Stad, en toen Commis- faris der Bank van Leeninge: QjJI. STATUIT. ALIQUID. PARTE. INAUDITA.
ALTERA.
AEQUUM . LICET . STATUERIT . HAÜD . AE- QUUS. FUERIT.
Men leeft 'er deeze vertaaling onder van
den bovengemeldenHeereHuydecoper: Hoort gy, die klaagt: niet die verweert;
Al/preekt gy recht, gy doet verkeert. In de Kamer der CommiiTariiTen, is eene kas,
waarin de panden, waarop honderd guldens en daarboven beleend is, bewaard worden. En nevens dezelve is een ander vertrek, ook gefchikt tot bewaaringe van groote panden, op welke egter minder dan honderd guldens verftrekt is. In nog een ander vertrek, wor- den de panden van gemaakt Koper en Tin bewaard. Voorts, zyn 'er vier verdiepingen boven eikanderen, allen verdeeld in byzon- dere vertrekken met hekken afgeflooten: alwaar de panden van Wollen en Linnen, gemaakt en ongemaakt, op rekken, naarde fomme , die 'er opgefchooten is, onderfchei- den, geplaatft zyn. De panden leggen, in deeze vertrekken, op hunne maand en dag, in orde,om te ligter te können gevonden worden. Aan ieder derzelven, is een dubbeld van de de Leencedul vaftgemaakt,welk, zowel als Leencedul , eenige onbekende merktekens vervat, tot voorkoming van bedrog. Het opzigtoverde vertrekken der panden onder de honderd guldens, of om beter te zeggen, yan tien iluiVers tot zes en negentig guldens, Zoekers, is toevertroud aan negen Pandbewaarders of Zoekers; die, wanneer hun de Leencedul, door eenen der Lqffèrs, getoond wordt, ge- houden zyn, het beleende pand, terftond, te leveren. Zeven hunner zyn over de ver- trekken tot Wollen- en Linnen-panden, en twee, over de vertrekken, tot Zilver, Ko- |
|||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||
|
3B
|
|||||||||||||
|
penningen zyn, al federt meer dan tagtigLoM-
jaaren, afgefegd, en de Bank van Leeninge berd. kan gaande gehouden worden uit haar eigen Capitaal, welk meer dan een millioen gul- dens beloopt. De opperbeftiering der Bank vanLeenin-coMMis-
ge ftaat, federt veele jaaren, aan vyf C o M- sasissex. missarissen, die, jaarlyks, na de ver- andering der Wethouderfchap in 't begin van February, door Burgemeefteren, gekooren, of, gelyk gemeenlyk gebeurt, in hunnen dienft gelaaten worden. Zy vergaderen, des voordemiddags, van negen tot elf uuren, en houden zei ven aantekening van de groo- te panden, die ook in hunne onmiddelyke bewaaring blyven. De Conciërge of eerße Suppooß der Bank Concher-
van Leeninge is Opperboekhouder ; heeft Se» zyne wooning in de Bank, en vertoont de perfoonen der Commiffariffen, in derzelver afwezendhejd. Voorts, hebben Commiifa- rifTen, tot het beftier der groote Bank, on- der zig een' Cajfier der groote Panden, die, Caffiers by 't aanvaarden zyner bedieninge, voor tien der §I0°" duizend guldens , borg ftellen moet. Hy yeienne doet, alle maanden, rekening van uitgaave Panden. en ontvangft aän CommiffarüTen. Tot de kleine Bank, behoort een CaJJier der kleine Belee- Panden, zynde de derde Suppooft in rang: ners. voorts, zes Beleeners, die alle kleine panden, geen goud noch zilver zynde, waardeeren. Volgens deeze waardeenng, fchiet de Cas- fier 'er geld op, en de Boekhouder en Con- Boekhou- traroïïeur houden 'er aantekening van. Tot ders en het waardeeren van goud, zilver en juwee- c°"tra* len, is een byzondere Waardyn aangefteld,r En deeze zyn de Bedienden van de Beleen- Y^d kamer. Tot de Loffers-kamer , behooren juwee-1 vier Lqffers, een Intrefl-rekenaar, wieneen len. Adjunct toegevoegd is, een Contrarolleur, en Loüers. een Boekhouder. _ 'Fot 'deeze Loffers , ver- intreftre- voegt elk zig, die eenig pand uit de kleine kenaar. Bank begeert te lollen. Die eenig pand be- Adjunct. Ieenen wil, is niet gehouden, in perfoon, in de Bank te verfchynen. Commiffariffen hebben zes en vyftig Inbrengers of Inbreng- inbren- fiers aangefteld, die, door de gantfche Stad, gers en verfpreid zyn, en als Makelaars in beleenin- ^jj6"2" ge können worden aangemerkt. Aan dee- rs" zen, kan men zyn pand leveren. Zy fchie- ten 'er de begeerde fomme op , die hun , wanneer zy- de panden in de Bank brengen, 't welk, dagelyks, tot dertig panden toe, gefchieden moet; en wanneer de Waardyn of Beleeners oordeelen, dat zy 'er niet te veel op verftrekt hebben, door de Caffiers, te rug gegeven wordt. De Inbrengers en Inbrengfters, die de beleende panden ook loffen, en welken een bepaald loon, voor hunne moeite , toegelegd is, hebben ge- meen« |
|||||||||||||
|
j 0M. ken der Bank van Leeninge, van buiten en
berd. van binnen, is, federt, verftaan, dat zulke rampen, door de eigenaars der panden van honderd guldens en daarboven, alleen zouden gedraagen worden, blyvende dezelven ver- pligt, tot voldoening der penningen, door't Huis, op hunne panden verftrekt; terwyl de Stad zou inftaan, voor de fchade, die, door onagtzaamheid, verzuim, ontrouw, en die'r- gelyke, aan de panden komen mögt. De Panden, een jaar en zes weeken geftaanheb- bende, zonder dat dezelven geloft, of, door betaaünge der verfcheenen Intreft, voor lan- ger tyd, in de Bank van Leeninge gelaaten worden, können, na verloop van nog zes weeken, door Commiffariffen, in 't open- baar, of anderszins, verkogt.worden , ten behoeve van den eigenaar; die 't gene 'er meer van komt, dan 'er op verftrekt_ is, met de Intreft en koften, binnen een jaar moet komen ontvangen, of het vervalt aan de Armen. De koopers, die iet, in 't Huis van Leeninge, openlyk , op de Tafel, of ook by monde en in 't by zonder, om gereed geld, gekogt hebben, zyn verpligt, zulks terftond, immers ten langfte na Zes weeken, »te betaalen , onder bedreiging van parate Executie. De goederen, door de koopers niet ontvangen wordende, worden, in eene volgende verkooping, ter hunner fehade, wederom verkogt, zonder dat zyegtereenig voordeel genieten van 't gene 'er meer van komen mögt. Zo van de verkogte panden minder komen mögt, dan 'er op beleend is, moeten de eigenaars het kort voldoen (y). Wollen-ftoffen of andere waaren , die der bedervinge onderworpen zyn, worden, in gevolge eener Keure van den dertienden September des jaars 1686, niet langer dan voor een jaar en zes weeken beleend (w). In geval de Leencedulen vermift of verloo- ren zyn, können de panden,onder behoor- lyken borgtogt , worden geloft (*). Ten voordeele van de Bank van Leeninge, is, by meer dan eene Keure, belaft, dat nie- mant, buiten de Bank, eenige roerende of lofTe goederen mag beleenen tot hooger In- treft dan vier ten honderd (y). Capitaal De penningen, die tot het houden der der Bank Bank van Leeninge vereifcht worden, wer- Sgeee' den» by de eerfte opregtinge derzelve, op laft van de' Vroedfehap, door Commiffaris- fen, op Intreft genomen. De Thefaurie en de Weeskamer der Stad hebben ook, fom- tyds, merkelyke fommen aan de Bank van Leeninge verftrekt. Doch alle de geleende |
|||||||||||||
|
(v\ Handy, bl. 610, 6%i.
(in) Handv. bl. 6ii. (x) Handv. bl. tti. (/) Hand*, bl, «si, tSi, |
|||||||||||||
|
I- Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
39
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
"Lom- meenlyk een bordje uithangen, waarop te
berd. leezen (laat: Hier gaat men in de Bank van Leeninge.
Waakers. Tot bewaaringe der Bank van Leeninge by nagt, zyn twaalf Waakers aangefteld, over welke de Concherge Kapitein is. Zy houden hun verblyf in een Wagthuis onder de Lomberdsbrag. Doch ten wedereinde van de Lomberdsfteeg , in de Nes en op den Voorburgwal, zyn twee fchilderhuisjes gezet, in welken, twee waakers fchildwagt houden. Zy doen ook, 's nagts, de ronde langs de Lomberd, tot verhoeding van dief- ftal, en andere ongelukken. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
gemelde Kapelle overgebragt (d), Zy kreeg Vleesch-
den naam van de nieuwe Halle, en in't jaar hallen. 1584? werdt, in deßeech ouer de oude balie, weftwert op totten burghwall, eene Vlafch- markt geplaatft (e). In 't jaar 1586, befloot de Vroedfchap nog eene Vleefchhal te ftel- len, aan de nieuwe zyde, 't zy in de oude Halle, of in de Lieve - Vrouwen - Kapelle, of elders (). Men plaatfteze, kort hierna, in de Kapelle van 't S. Geertruids - Kloofter, op den Nieuwe-zyds-Voorburgwal, aan de ooftzyde , bezuiden de Dirk van Haflelts- fteeg. Doch hier was zo weinig neering, dat 'er naauwlyks een half beeft ter weeke gefleeten werdt. Men befloot dan, in de Lente des jaars 1587 , de Vleefchhal van daar te verplaatfen in de Kapelle van 't S. Margareeten - Kloofter in Gansoort of de Nes, pas bezuiden de nieuwlings aangeleg- de Vleefchhal, in de S. Pieters-Kapelle (g); gelyk gefchiedde. De Vleefchhal in de S. Pieters - Kapelle, door den tyd te klein be- vonden wordende, is geheellyk vernieuwd en vergroot, en heeft den naam van groote Vleefchhal gekreegen. De Hal in de oude S. Margareeten - Kapelle wordt de kleine . Vleejchhal genoemd. In de voorgaande eeu- Tegen- we en deeze, zyn by deeze twee Vleefch- woordi- hallen, nog drie anderen in de Stad opge- êe "3/ regt, aan de nieuwe zyde; eene op de Wes- J^nefcl1" termarkt; eene op de Heerenmarkt, eneene op de Reguliers- of Botermarkt; zo dat'er, in alles, vyf Vleefchhallen zyn, zonder de twee Vleefchhallen der Jooden daaronder te begrypen. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
X.
VLEESCH-HALLEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
e oudfte Vleeschhal, in eene
Akte van den negenden Juny_ des |
||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Oudfte
Vleefch- |
||||||||||||||||||||||||||||
|
hier t Jaars I52ß> net Vleyjchhuys genaamd, heeft
er geftaan in de Waagfteeg, tegen over het oude Stadhuis (z); en de fteeg, die, van den Oude-zyds-Voorburgwal, regt op dee- ze Halle aanliep, heeft, zo 't fchynt, naar deeze Hal, den naam van Halfleeg gekree- gen, dien zy, nog heden, draagt. Naaft deeze Hal, ftondt een huis, het Hoefyzer genaamd , gelyk , uit eene Akte van den elfden December des jaars 1546, blykt («). *n eenen Schepenen - brief van den jaare I5"°3 i wordt gewaagd van eene bal in gans- Mrde, nu de Nes. En zo deeze eene Vleefch- hal geweeft is, fchynt zy van het gemelde Vleefchhuis onderfcheiden geweeft te zyn, en kan, zo wej a]s jat, den naam aan de Halfteeg gegeven hebben. Doch hoe't hier- mede ook zyn moge; met het toeneemen der huizen in de Stad, kreeg men,door den tyd, eene tweede Vleefchhal noodig. De Vroedfchap befloot, in 't jaar 1563, daar- -Xoe een huis te naaften, ftaande op de Ap- pelmarkt, agter het Stadhuis QJ). Doch ik twyfel zeer,of dit befluit wel ter uitvoe- Tinge gebragt, en of'er ooit eene Vleefch- nal> ter deezer plaatfe, geweeft zy. Na de verandering der Regeeringe, toen veele Cjodsdienftige Gefügten tot weereldlyk ge- bruik gefchikt werden, kogt de Stad de S. Pie^rs'Kapelle in Gansoort, nu de Nes, van de Gaithuismeefters vans. Pieters-Gafthuis, voor twee honderd en vyftig guldens jaar- lykfche renten, en den afbrek van twee huizen (c). En in Auguftus des jaars 1582, werdt de Hal, uit ^ Waagfteeg , in de . U) Groot-Memor. N. i. f% r%
<«) Groot-Memor. N. n. /. z <i) Refoi. vroedfch. N. i; H 0ec nÄ3, lv «-efol. Vioedfch. N. 4. $ M«y J{u. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
S
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
I.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Groote Vleeschhal.
De groote Vleefchhal, eertyds de Kapel- Gmte
Ie van 't S. Pieters - Gafthuis, is een Vkej'cb- eenvoudig langwerpig vierkant gebouw met 6a'* een fchuin dak, en zes ingangen, een'van vooren, een' van agteren en twee op elke zyde. Zy ftaat, langs de Boeren - Rivier- Vifchmarkt ten noorden, in de Nes, en heeft agtenveertig Vleefchbanken. Voor, boven de groote Vleefchhal is het Comptoh* der Vinders of Keurmeefters van het Vleefch, welk zynen opgang aan de noordzyde heeft. Boven den opgang, ftaat een verken aan de leer, en ander geflagt vleefch uitgehouwen: waaronder men leeft,DiE Vinders Ka- mer 1644. Ook heeft men hier de Kamers der Boekverkoopers-, Aardenwerksverkoo- |
||||||||||||||||||||||||||||
|
pers-
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
(d) Keurb. G. . **i.
(e) Keurb. G. . 152.
(f) Refol. Vroedfch. N. f. '° «*T 'J8«.
(js) Refol. Vroedfch. A". * »5 M**rt ij»7. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
AM ST E R D A MS
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
40 |
pers-, Hoenderkoopers-, Bontwerkers-,en
Vleefchhouwers-Gilden. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
en naderhand tot eene herberg , nu het Vleesch-
Nieuwe-zyds-Heeren-Logement genaamd , hallen. verhuurd. In den voorgevel van 't gebouw, ftaan vier Offenkoppen uitgehouwen , ten .bewyze, dat het , by den eerften aanleg, tot eene Vleefchhal gefchikt geweeft is. Dochtoen men, in 't jaar 1659, de Stad, voor de laatfte reize, hadt begonnen uit te leggen, werdt de vierde Vleefchhal gebouwd, op de Heeren-markt, agter tegen het Nieu- we-zyds-Heeren-Logement;eerft' van hout, en naderhand van fteen. 't Is een laag ge- bouw , met twee ingangen, en agt Vleefch- banken, alleenlyk aan de noordzyde. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Vleesch
Hallen. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Kleine Vleeschhal.
De kleine Vleefchhal, eertyds, de Ka-
pel van 't S. Margareeten - Kloofter, ftaat ook langs de zelfde Vifchmarkt in de Nes, ten zuiden, 't Gebouw is naauwlyks half zo lang als dat der groote Vleefchhal; doeh merkelyk hooger. Uit het dak, fteekt een fpits Toorentje, zonder uurwyzer. Dee- ze Hal heeft twee ingangen, een' vanvoo- ren in de Nes, en een' aan 't einde, op de noordzyde. In dezelve, zyn twintig Vleefch- banken. Het Genootfchapder Geneesmees- teren houdt zyne vergaderingen, boven dee- ze Hal. Agter de groote Hal, plagt, voorheen,
eene markt van nugter Kalfsvleefch te zyn: en bezyden de kleine Hal, waren overdekte banken, daar vogels, en gekookte longen, lever enz., hier ter Stede verfche waar ge- naamd, verkogt werden. Ook is, nog in 't laatft der voorgaande eeuwe, eene markt van nugter Kalfsvleefch, op de Grimmenes- fe-iluis, gekeurd geweeft (h). Doch deeze markten zyn, federt eenige jaaren, allengs- kens, afgenomen , en , eindelyk, geheel te niet geloopen. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Kleine
Vltejcb-
bal.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Nieuwe o/Botermarkts-hal.
Eindelyk , is, volgens een befluit der Nieam
Vroedfchap van den jaare 1736 (£), of ^oter' eene vyfde Vleefchhal gebouwd op de Bo- ^u' termarkt, die, in't jaar 1737, voltrokken werdt. 't Is een fteenen gebouw, welk vier ingangen, en twintig Vleefchbanken heeft. Behalve deeze vyf Hallen, zyn 'er nogjooclen.
twee onder de Portugeefche en Hoogduitfche vieefch- Jooden. De eerfte ftaat op de Houtgraft. hallen. De andere plagt, na het jaar 1672,wanneer zy eerft vergund werdt (/) , in eene hou- ten loots gehouden te worden. Doch in 't jaar 1685, werdt den Hoogduitfchen Joo- den toegeftaan, eene Hal en School aan hun- ne Synagoge te bouwen (m); gelyk, federt, gefchied is. De Jooden mogen, buiten dee- ze Hallen, geen vleefch verkoopen. Ook moeten, zy hun leevend vee, in de huizen der Vleefchhouweren, die in de Stads Hal- len gewoon zyn voor te ftaan, laaten Aagten of fnyden. Zy hebben beëedigde Snyders en Keurders, die 't beeft alleenlyk moeten doodfnyden, en, volgens de Joodfche wet, goedkeuren of af keuren: voorts, het fcheel- vet zuiveren, na dat het, door de Vleefch- houwers, van de darmen afgefcheeld is. Al wat 'er, wyders, aan 't beeït te doen isge- fchiedt door de VJeefchhouwers , die de zweesrikken, herffens, 'tmiddelrifenhoofd- vleefch, met zyn toebehodren, behouden, en den Jooden, van den afval, alleenlyk de Papa- de, dat is, den koffern, of kwabbe onderde kin, met de tong van 't Rundvee, toeweegen («). De Joodfche Hallen, van welken de voor-
deden.-, ten behoeve der armen van elke Na- tie , bekeerd worden, ftaan onder 't opzigt van eenige Direiïeurs of Penningmeefters , die
HJ Refol. Vroedfch. L'. LL. ji Sept. 171«. . |+.
(t) Handv. hl. 1466.
f 7») Groot-Memor. N, VII. . 116.,;
(») Handv. bl, i^a, 14*7- >4«j>. .
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Wester-hal.
De derde Vleefchhal is , in 't jaar 1619,
onder het aanzienlyk fteenen Wagt- huis der Schutterye, ftaande aan de weftzy- de der Keizersgraft, op de Weftermarkt, aangelegd (i). Zy heeft drie ingangen, twee ten wedereinde, en een in 't midden, on- der den dubbelen opgang naar het Wagthuis. In deeze Hal, zyn negentien Vleefchban- ken.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Wefter-
lal. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Heerenmarkts-hal.
In 't jaar 1617* hadt men een diergelyk
Wagthuis en Vleefchhal gebouwd, op de Heeren - markt. Het onderfte gedeelte van 't gebouw was ook tot eene Hal gefchikt. Doch het werdt v weinige jaaren laater, aan de: Weftindifche Maatfchappye afgeftaan ; |
|||||||||||||||||||||||||||
|
markts-
bal. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
(h) Handy, tl. 146%.
(i) ]. laurenïius Amfteidas».
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
41
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vleesch- die aan de Parnaffim, of Ouderlingen en Pen- in ffond houdinge der Vleefchhallen, is ook Vleesch;
«allen, ningmeeffcer rekening moeten doen. Geen gekeurd, dat niemant, in de Stad of der- hallen. ' |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jood mag buiten de Hal van zyne Natie ge- zelver Vryheid , eenig vleefch by 't pond
Aagt vleefch koopen, uitgenomen tongen, verkoopèn mag , die geene bank in eene |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die overal gekogt mogen worden (o).
De Banken in de vier eerftsremelde Hal- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van de Hallen heeft (f). Veele andere Keu-
ren omtrent de Hallen zyn, door den tyd, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Orde op
de Bun- ken in de Vleefch- hallen, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
len plagten, voor deezen, door Burgemees- gedeeltelyk in ongebruik geraakt: waarom
teren, aan de Vleefchhouwers gefchonken wy te minder noodig agten, van dezelven te worden. Alleenlyk , betaalden zy , tot te gewaagen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
m
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t jaar 1707, twaalf guldens 's jaars, voor
ieder bank, aan de Thefaurie. Doch toen werdt deeze Recognitie verhoogd, op vier- endertig guldens, voor ieder bank in de Nes; zesentwintig guldens, voor ieder bank op de Weftermarkt, en dertig guldens, voor ieder bank op de Heerenmarkt (p). In de Hal op de Botermarkt, zyn de banken, altoos, en in 't eerft aan de meeftbiedenden, ver- huurd geweeft, na dat zy eerft, door de Heeren Thefaurieren, tot het huuren waren toegelaaten. De Vleefchhouwers, die ban- ken in de vyf Hallen hebben, fchuiven, al- le weeken, eene bank voort', zo dat elk, °P zyne beurt, de gelegenfte en ongelegen' fte plaats bekleedt. In de Kermis alleen , "^kleedt elk zyne plaats twee weeken na eik- anderen. In de twee Hallen, in de Nes, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
XI.
STAALHOF, ZYDE-HAL en
SAAI-HAL. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
ï weevery van Lakenen en andere Oudheid
Wollen-Stoffen is eene van de oud- derWee- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fte neeringen in Amfterdam. 't Geregt der veryevan
Stad was, reeds in 't jaar 1411, gemagtigd, g*^ om, jaarlyks, op goeden Vrydag, vier of Wollen- vyf JVaardyns ofOpzigters en Keurmeefters Stoffen, der Lakenneeringe te kiezen (u): waaruit {?'" ter af te neemen is, dat de Lakenneering hier > te e' toen al, gebloeid moet hebben. In 't jaar Laken- 1616, werdt, tot voortzetting der Laken- Vent-hal neeringe, eene Laken - Vent - Hal opgeregt. 0PSeregc Men befloot, daartoe de S. Agnieten - Kerk Ureenen, te gebruiken, die, federt eenigen tyd, doörf" de Admiraliteit, gebruikt geweeft was. Doch |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
g
|
. van de eene
ln de andere Halle over. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
O
|
Tot het fluiten en ontfluiten der Hallen, ik weet niet, of deeze Kerk hiertoe wel ge-
openen6 Worden, door het Vleefchhouwers - Gilde, bruikt zy. Ik vind, daarentegen, dat men, derzel- mett0eftemming vanBurgemeefteren,zeke- eenige jaaren hierna, eene Laken-Vent-hal ■pen" u ^e,Per^0°nen, mannen of vrouwen, een in gehad heeft, in de gewezen Kerk van 't S. So tf ierHalIe' aangefteld, die de Hallen, ter Marias - Kloofter, die op 't Rokin, op den |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pen van
geflagt
vleefch
|
bekwaamer tyd, 's morgens en 's nademid- hoek van 't Pens- of Kalfsvels fteegje, ftondt.
dags, openen, en 's middags en 's avonds, De Stad verftrekte eene aanzienlyke fomme, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wederom fluiten (<?). Alle werkdagen, wordt tot bevordering van 't werk (v). Zelfs vindt
Halle gehouden , uitgenomen des Vrydags. men,dat zy,aan eenige Drapiers, geld ge- Ln op dien dag en des Zondags voor den mid- fchooten heeft, zonder 'er Intreit van te dag alleen en in den Slagttyd, dat is, van vorderen (w). Doch na dien tyd, is de La- half October tot den vierentwintigften De- kenneering, allengskens, in merkelyk ver- cember, mogen de Vleefchhouwers vleefch uit val geraakt, tot dat zy, omtrent het mid- hunhuisverkoopen. Op andere dagenen ty- den der voorgaande eeuwe, het hoofd we- den , mogen zy geene ftukken vleefch klei- derom begon op te fteeken (ar). De Laken- nsr dan een voet van runderen, kalveren, Vent-hal, die geheellyk verdweenen was, lchaapenoflammereninhuishebben,uitgeno- werdt, in't jaar 1660, van nieuws, opge- ven't gene zy, tot hunne huishouding, behoe- regt, en alzo de S. Marias-Kerk, federt vee- ven| en 't gene, voor de Jooden, geflagt is (r). Ie jaaren, tot ander gebruik gefchikt geweeft ln de Hal, moet het vleefch der zogenaam- was, boven de Beurs geplaatft. Burgemees- de wldebeefien, die, met groente en bloem- teren ftelden eenen Halmeefter over deeze kramen verfierd, door de Stad geleid zyn, Hal, in welke geene andere Lakenen ont- op eene afZon(jerlyke plaats, te koop gelegd vangen werden, dan die, binnen de muuren worden. En
geen vleefch dan dit mag, in of veilen der Stad, gemaakt waren. De Hal-
de Hal, met pa}m 0f gebloemte, of op eeni- meefter hieldt aantekening van de Lakenen, ge andere wyzej verfierci WOrden (/). Tot die |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(t) Handv. bl. 14««.
f») Zie II. Deel. III. Boek_, bl. i40.
(*) Refol. Vioedfch. N. 11.17 May, 17«ny, 17 ^ug. i«x«0
. 17} -ucrfa, 174 vcrfo , 181.
(w) Refol. Vroedfch. N. n. f Ntv, I«l«, . 1S7.
(x) Zit Handv, bl, IIlz. F
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(o) Handv. &'■ 4**, «s*.
it) Refol. Vroedfch. /,. DD J2 M f f
(?) Handv. bl. I+Si. ' J
Cr) Handv. IL 775« Kemb. T. . 2jj virfi.
(') Handv. bl. jo«. J » J II. STUK,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
A M S T E R D A M S
|
ïli: Deel.
|
|||||||||||||||
|
■A'
|
||||||||||||||||
|
zien worden; eene Kamer, daar de vyf Staal-""
Waardyns der Lakenen , ook Staalmeeflers hof , Zo- genaamd , beurtswyze , en een voor een, ^E"'iAL diïemaal ter weeke , des Dingsdags , des "llAU Donderdags en des Saturdags, verfch'ynen, om de blaauwe en zwarte Lakens, de eenig- ften, die aan't Staalhof gebragt worden, te keuren en te looden. In dit vertrek, han- gen zes fchilderyen van Waardyns der zes- tiende en zeventiende eeuwe. De oudfte is, met het jaartal 1559, gemerkt. In ieder deezer ftukken, zyn vyf Waardyns, zitten- de , en de knegt van 't Staalhof, ftaande, verbeeld. Voorts, ziet men 'er de Naam* borden der Waardyns. Het oudfte begint, met het jaar 1539. Boven, 'zyn ook nog twee bekwaame vertrekken. Het eene is gefchikt tot eene vergaderplaats der vyf Hoofdman- nen van den Lakenhandel, en der vyfen- twintig verkoorenen uit de Lakenhande- laars : het andere, tot de byeenkomften der Overluiden van het Lakenbereiders - Gilde: van alle welke Genootfchappen wy, in de befchry ving van 't Lakenbereiders - Gilde, nader handelen zullen. Op dezelfde verdie- ping , is nog een vertrek, waar, van ouds, de wolle in 't vet gekeurd plagt te worden: welk vertrek, federt het verdwynen der La- kenweeverye, niet meer tot dit einde ge- bruikt wordt. Nog hooger,-is een vertrek, daar de Droogfcheerders hunne proef doen. Het Tarhof, welk nevens het Staalhof ftaat, en zynen ingang in de Staalftraat heeft, is thans van weinig gebruik, en dient flegts om zekere grove Engelfche Lakens, na dat zy verkogt zyn, te keuren en temeeten.De vier Tarramecflers, die hier het opzigt over hebben , komen , in een beneden vertrek van het Staalhof, byeen. De Z Y D E - H-A L
beftaat uit een groot bovenvertrek, daar de Befchry-
zyde, ruw en geverwd, gewoogen en ge- vinS ran keurd wordt. Voor den fchoorfteen, is het falZyde' wapen der Stad gefchilderd. Nevens dit ver- °" trek, is de Kamer der Hoofdmannen van de Zyde-hal, welker naamen, in verfcheiden' borden , langs de wanden , gefchreeven ftaan. De Overluiden van 't Zydeverwers- Gilde houden, in deeze Kamer, tegenwoor- dig , ook hunne byeenkomften. Voor den fchoorfteen, is het Koggefchip uit het zegel' der Stad gefchilderd. De Hoofdmannen der Zyde-hal Hoofj-
zyn, in 't jaar 1656, aangefteld, en zes in mannen getal; twee Zyde-Handelaars, twee Zyde- derzeive- Lakenkoopers , en twee Zyde - Verwers. Van deeze zes perfoonen gaan 'er , jaar- lyks, in April, een uit ieder tweetal, af: in
|
||||||||||||||||
|
Staai> die hem om te verkoopen gebragt werden,
Aov,Zr- en berekende de verkogten aan hun, dieze Dfs!!' ^em h^den gebragt. Voorts, moeft hy, sax-. voor twaalfduizend guldens , borg ftellen, ten genoegen van Burgemeefteren. Het Opper-opzigt over de Laken-Vent-hal was toevertrouwd aan vyf Perfoonen, één' uit ,cle Wethouderfchap, en de vier anderen door 't Geregt te kiezen, twee uit de Lakennee- ring en twee uit de Drapiers Qy). Doch dee- ze Laken-Vent-hal is, in deeze eeuwe , we- derom afgenomen, en, al federt veele jaa- ren , geheellyk verdweenen. Opre^- De Waardyns derLakenen plagten hunne tuig van vergaderingen te houden, öp het oude Stad- htffaa!j". tuis'' beende WilTelbank, aan de Voor- Zyck-hai P'xïie ? waar de afkondigingen plagten te rende gefchieden. Hun vertrek werdt, naar het Saai-hal. louden o£ zegelen der Lakenen, het Zegelhais genaamd (z). Doch het verplaatfen der Stads Steenhouwerye , van tegen over de Kloveniers - Doele aan den Amftel, omtrent denjaare 1626, gaf gelegenheid, dat de plaats, daar dezelve geftaan hadt, eerft tot een Staalhof voor de Lakenen, en eene Saai- hal, en in 't jaar 1650, ook tot eene Zyde- hal verbouwd werdt; in welke plaatfen, eg- ter ; geene Wollen- of Zyden-ftoffen te koop gebragt, maar alleenlyk gekeurd en gelood worden. Omtrent het jaar 1592, fchynt 'er ook een Staalhof voor de Lakenen opgeregt geweeft te zyn (<?). Doch , vermoedelyk, is dit het zelfde geweeft, welk men ook het Zegelhuis genoemd heeft, en op 't Stadhuis geplaatft hadt. Het Staalhof heeft eenen deftigen ingang op de Verwersgraft, aan de weftzyde. De Zyde-hal heeft den haaren ten noorden van het Staalhof: boven aan welken, e.MlZydeworm op een moerbeiblad , by eene fdiaaf eneenige itrengen zyde, afgebeeld is. Boven in den zydgevel van het Staalhof in de Staalftraat, itaan de woorden , INT T A R H o F, in fteen uitgehouwen, die te ken- nen gee\ren, dat de Wollen Lakenen aldaar getard, dat is, genat, gemeeten en gekeurd worden. De Saaihal heeft haaren ingang, door eene ruime poort in de Staalftraat, aan de noordzyde. Boven dezelve , fbaat een zo- genaamde Agnus Dei of leggend Lam, welk een vendel draagt, in fteen, uitgebeeld. Het Staalhof
Befchry- heeft, beneden, behalve de wooning voor
ving van Jen knegt, een groot vertrek, daar de La- |
||||||||||||||||
|
h
|
bot
|
t6 kens geftaald of gelood, en eene Binnen-
|
||||||||||||||
|
plaats , daarze, vooraf, opgehangen en be-
(y) Handv. ld. 1135.
(z.) COMMKLIN, hl. 714. (a) Hanitv. li. 1116.
|
||||||||||||||||
|
I» Boek.
|
|||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN-
|
|||||||||
|
43
|
|||||||||
|
Staal- in welker plaats, Burgemeefteren drie an- De Staal-
M-flAL*" deren biezen, uit een dubbel getal, door Saai-Hai hqf.Zy-,
*n Saai- de aanblyvenden en afgaanden benoemd. e»SAAt-
»AL. De Hoofdmannen zorgen, voor het onder- plagt, voor 't jaar 1632,00k toteene V-ent- hal.
houden der Keuren , op het Zydeverwen en Beleenhal van Saaijen en Lakenen te die- BeFchrv-
gemaakt, en beflaan de overtreeders der- nen. Doch de Vroedfchap befloot, in 'tvingdér zelven in boeten. Ook doen zy alle gefchil- gemelde jaar, deeze Vent- en Beleenhal zïSaai'Hlii' len, die over 't verwen der Zyde ontftaan, te fchaffen (c). Sedert, dient de Saai-Hal, ter eerfter aanleg af, by uitfpraak of bè- alleenlyk, tot het keuren van geverwde wol- middeling , blyvende egter het appèl aan len ftoffen. Zy beftaat, beneden, uit twee Schepenen open, na dat de penningen, die groote vertrekken, agter eikanderen, het ïernant, naar 't oordeel van Hoofdmannen, eerfte wordt de Blaauwhal, het tweede de voldoen moet,, vooraf, opgebragt zyn. Zwart bal genaamd. In de eerile, worden Voorts, wordt de Hal waargenomen door de blaauwgeverwde ; in de tweede , de een' Keurmeefler , een' Proefmeeßer, een' zwartgeverwde Saaijen en diergelyke ftof- Ontvanger, die een' Cajfier onder zigheeft, fen gebragt, om gekeurd en gelood te wor- en een' Knegt. De Keurmeefler, die thans den. Boven deeze veitrekken, zyn twee ook Boekhouder is, en uit een drietal van Kamers, eene van de Hoof Huiden der Saai' Zyde-verwers, by Hoofdmannen benoemd, neeringe, die aldaar, om de drie maanden, door Burgemeefteren gekooren wordt, heeft vergaderen, en eene van de Staalmeeflers der zyne wooning in de Halle, en weegt en Saaijen, van welken 'er twee, tweemaal ter keurt de Zyde, die ter Halle gebragt wordt, weeke, dés Dingsdags en des Vrydags, 's doorgaands alleen, met hulp van den Knegt, morgens, tot het ftaalen der Saaijen, op de of ook nevens den Proefmeefter. Alle Zy- Halle komen. Op de kamer der Hoofdlui- dehandelaars , Fabriqueurs en Zydewinke- den, hangt een groot ftuk,waarin vierder liers zyn verpligt, zo menigmaal zy Zyde, eerfte Hoofdluiden, Jaques de Win, Pieter in of buiten de Stad, laaten verwen, twee Noortdyk, Gerrit Kuycken en Gerbrant Ans- eensluidende Briefjes, by hen getekend, te lo, die, in 't jaar 1643 , dienden,benevens bezorgen aan de Zyde - Halle, inhoudende den Knegt der Saai-Halle, Jan Stochnans , den naam van den verwer; de plaats, waar gefchilderd zyn: welk ftuk, door de Hoofd- de Zyde zal geverwd worden, en hoe,veel luiden, uit hunne eigen beurze, bekoftigd, Zyde , tot ieder kleur, gefchikt is. Zo de en aan de kamer alleenlyk geleend is; ge- Zyde karmozyn, dons, hard zwart, of naai- lyk , in het Refolutieboek der Halle , op en ftikzyde tot zwart is, moet, zy,eerfl ruw, den negenentwintigften January des jaars en naderhand, geverwd zynde, nog eens, 1644, ftaat aangetekend. Voorts, heeft de ter Halle worden gezonden, om gekeurd te Knegt der Saai-Halle zyne wooning bene- worden ; waartoe de Keurmeefler of de den. Knegt zig, dagelyks, van negen tot half De Hoofdluiden zyn nog_ vier in getal,
twee uuren, in de Halle , moeten laaten twee van welken, jaarlyks, in January, af- vinden. Die fct verzuimt, verbeurt de on- gaan, in welker plaats, twee anderen, door aangegeven Zyde, en duizend guldens daar- Burgemeefteren , uit een benoemd dubbel boven. Van ieder pond Zyde wordt zeker getal van de voornaamfte winkeliers, ge- bosgeld, ten behoeve van de Halle, betaald, kooren worden. Zy ftellen, alle drie maan- welk, door de Hoofdmannen, verhoogd of den, den prys op het zwartverwen, en draa- Verlaagd wordt , naar tyds gelegenheid ; gen zorg, dat de Saaiverwers hunnen eed, doch niet hooger dan een en een halven volgens welken, zygeene verbooden verw- ftuiver loopen mag. Allen, die Zyde laaten ftoffen gebruiken mogen, naarkomen: ook verwen, moeten, by eede, in handen van dat de Lakenverwers niet te gelyk Saaiver- Bwgemeefteren , belooven , dat zy geene wers zyn (d). Zyde of Floretten, tegen de Keuren, zul- De Staalmeeflers, die agt in getal zyn,
len verzwaaren, noch, verzwaard zynde, worden allen , jaarlyks , vernieuwd , door verwerken; en dat zy dezelven niet om te Burgemeefteren. Hun werk is, de Saaijen, verwen verzenden zullen, voor dat zyze, eerft als zy geblaauwd, en naderhand, als ter Zyde-Halle, gezonden of aangegeven zy zwart geverwd zyn, te doen ftaalen vol- hebben. De jongfte Keur,op het verwen gens de Keuren: 't welk, door den Knegt der Zyde ende Zyde-Halle gemaakt, is van de Saai-Halle, gefchiedt: en waarvoor, v^n den vierentwintigften Maart des jaars volgens eene Keure van den dertigften Ja- ^58 (£). ■■*..:* nua. (e) Refol. Vroedfcfi. K. ij. 4 frf** l*3*. * 7'». '*JJ.
<l> *«*. T. . X3> «*. ^Ä ST,«* F 2 .
|
|||||||||
|
,/
|
||||||||||||
|
A M S T E R D A M S
|
||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||
|
44
|
||||||||||||
|
den elfden September des jaars 1657 (g). 't vvit-
Getal en de foort of zwaarte der flukken, wsrkers- die, op de eerfle en tweede zolder, geplaatfl Pand' mogen worden, is, by de Ordonnantie, be- paald. De plaatfen in 't Pand worden , by lootinge der Overluiden van 't Gilde, onder de Pandbroeders, verdeeld. De Pandvrouw of Oppasfler moet het werk, tweemaal ter weeke, afveegen. Die geene open winkel , houdt mag geen werk in 't Pand brengen. Eindelyk, moet de Pandvrouw nette aante- kening houden van 't verkogte, en van den prys, tot welken het verkogt is. XIII.
Witwerkers-Pand.
De Witwerkers, die alleen in week hout, Befchry-
en binnenshuis mogen werken, plag- ving van ten, hier te Stede, eene Markt te hebben, het flt~ aan de weflzyde van den Singel, tuffchen "p^J" de Warmoesgraft en oude Lelieflraat. Doch deeze Markt werdt, in 't jaar 1667, op de nieuwe Reguliers- of Botermarkt overge- bragt (b); daar zy egter niet fchynt gehou- den te zyn; alzo den Witwerkeren, den een- entwintigden July deszelfden jaars, werdt toegedaan, pp hunne eigene koden , eea Witwerkers-Pand op te regten (ï). Men fchikte hiertoe het huis , waarin de Re£tor der Latynfche Schoole aan de nieu- .we zyde plagt te woonen, welk toen ledig dondt. Doch dit Pand verbrandde onge- lukkiglyk, met de' drukkerye van Blaauw, op den twee en twintigden February des jaars 1672 (£). Men regtte egter, eerlang, een ander op, op den Nieuwendyk, by de Gravendraat , waarvoor 't Geregt, den .twintigden January des jaars 1675, eene Ordonnantie vaddelde (/). Maar dit Pand, ■waarover, onder de Pandbroeders, al vroeg, merkelyke :oneénigheid ontdaan was (m), fchynt-niet-veele jaaren in dand gebleeven te zyn. Immers, ik vind 'er, in de Stads Regiflers,m 't jaar 1691 (»j, geen gewag van gemaakt. En tegenwoordig wordt het ge? wezen huis" -van den Re&or der Latynfche Schoole aan de nieuwe zyde, in de Graven- draat, nog kenlyk aan de plak en roede, die in den gevel daat , wederom tot een Witwerkers -Pand gebruikt. De Witwerker? dellen hier ^ even als de Kidenmaakers, in 't Kidenmaakefs-Pand, hunne waaren te koop, XIV.
O) GioQt.Memor. N. IV../.. »46 verfi.
■ (X) Handv. bl. «30. (i) Handv; il. i:.5«. '
\k) V*N DE* Heyde Bsfchr. der Siang.Brandfpuitan.
*/. ij. (/) Handv. bl. i29«.
(m) Handv. hl. r7v8 - . ■
(r,j Zie Hsiiidv, bl. 1189."
|
||||||||||||
|
Kisten- rmary des jaars 1733 , een Huiver van ieder
MAAKEfis- fluk blaauV, en eenen een halve Huiver van Pand. ^ecier ftuk zwaxt betaald wordt (<?). De Staal- meeders mogen, niet flegts in alle Verwe- ryen,maar ook in alle Persferyen en Kalan- deryen , onderzoek doen, of aldaar ook goe- deren geperlt of gekalanderd worden, die niet behoorlyk gelogd zyn. XII.
KI S T E N M A A K E R S - P A K D.
JBefchry- T~"\e KaPel van 'l S- Juriaans" of & loris'
vingvOT § J Hof, welk, inde veertiende en vyf- het Kis- tiende eeuwe, tot een Leproozen-huis dien- te»»»«»- j^ werc}tj ggjy^ wy, reeds op eene ande- Paml. re P]aats (), hebben aangetekend, na de verandering der Regeeringe, gefchikt tot ' een Kistenmaakers-Pand, voor welk, in 't jaar 1624, de eerde my bekende Or- donnantie gemaakt werdt. Het daat in de Kalverdraat, regt over den Heiligen weg, op den zuiderhoek van de Olieflaagers fheeg. 't Gebouw , na de jongde uitlegging der Stad,in de voorgaande eeüwe,veelte klein bevonden wordende, werdt merkelyk ver- breed, en tot aan 't Rokin toe verlengd,en kreeg het Stads wapen in den voor- en ag- tergevel. Het heeft twee verdiepingen bo- ven den grond. De benedende wordt, van agteren aan 't Rokin, gedeeltelyk, gebruikt tot een Pakhuis voor de Concherge; alwaar het huisraad en de goederen, die by execu- tie ilaan te worden verkogt, gebergd wor- den. In 't overige en grootde. gedeelte van 't gebouw, zo wel op de twee bovende ver- diepingen als beneden , Hellen de Kiften- maakers of Schrynwerkers.deezerStede, die tot S. Jozefs gilde behooren, allerlei kallen, tafels, ftoelen en ander werk, meed van fyn hout gemaakt', openlyk , als in eene win- kel , te koop. Óver den verkoop Haan twee vrouwen , eene van welken, door Eurge- meefteren , wordt aangedeld. De andere is de huisvrouw van een' Pandbroeder. Zy verkoopen het werk, tot den..prys, die 'er van de Pandbroeders, welkenieder maai- één ftuk werk in 't Pandmogen hebben, op ge- field is, en genieten ieder een oortje van de gulden. Twee andere oortjes worden .ge- ntioten door twee Kiftenmaakers of Schryn- v/erkers, die, by beurten , zo wel als de vrouw van een''der Pandbroederen, agt da-: gen agtereen, in 't Pand oppafTen. Doch uit deeze vier oortjes moet de huur van 't Pand aan de Stad betaald worden,, volgens eene Ordonnantie van Burgemeederen van (e) Handv. bl. n^.
(f) I. Heil, I. Roci^, bl. 2.9.
|
||||||||||||
|
/
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
45
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
winkels van Wagenmaakers,Smids, Sloten- Stads
maakers, -Loodgieters en Leidekkers , ten Werk- dienfte der Stad. De Brandfpuiten, en de Pt-*AT- Hangen en lederen emmers, tot dezelven ,SEN* worden 'er, jaarlyks-, gemaakt en verfteld. Aan twee zyden en in 't midden van den Timraertuin, zyn lootfen opgeregt, onder welken, het gezaagd hout geplaatfl wordt. De ongezaagde balken en 't eekenhout leg- gen , agter en, bezyden den- Tuin, in 't wa- ter. De Stads Timmermans Baas, die 't op- zigt over al 't werkvolk heeft, en de Boek- houder hebben huiine wooningen aan den Timmertuin. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
XIV.
STADS WERKPLAATSEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
I.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Stads-Ti MMERTUiN.
De oudfle Stads Werkplaats is geweeft
, de S T A D s T i M M e R T u i N, eertyds, de Scaffcrie of Schaff e) je genaamd, en ge- tegen , tuffehen de Kloofters der oude en nieuwe Nonnen, ter plaatfe, daar, federt, het Oude-zyds-Heeren-Lógement gefligt is; gelyk, uit de Kaart van C'ornelis An- thoniszoon, klaarlyk', te befpeuren is. Men vindt van deeze Scafferie gewaagd, in eene Ordonnantie van Burgerrtéefteren van den eenentwintigften Maart des jaars 1528- (0). Eenige jaaren -laater, "werdt beflooten, flezelve te vergrooten ('-p) : waartoe, eer- lang, een huis, naar de zyde der lange Brug- ge, aan den Amftel, gekogt werdt (q). En *c zy dat de Sehaffery federt merkelyk uit- gelegd , 't zy dat zy wat meer züidwaards verplaatft wierdt; menvondtze, in de vol- gende eeuwe, ter plaatfe daar, fèdertr de nieuwe Doeleftraat is aangelegd, tuflchen de huizen van 't Gafthuis en'de Klovëniers- Doele. Zy hadt hier twee deftige hardftee- nen poorten: eene van welken, toen men, in 't jaar 1630, geraaden vondt, den Stads Tuin te verkoopen, voor 't Meisjes - Wees- huis , in de S. Lucienfteeg, geplaatft werdt. De andere werdt, wat laater, gefield voor de Doorlugtige Schoole , op den Kloveniers- burgwal Men befloot toen, den Timmer- turn te verplaatfen op Jan Bieter Aartfens Land (ryy ijnde-, zo ik my niet bedriege, een hoek gronds aan de Baangraft, tuflchen de Anjeliersftraat en deTuinftraat. Immers, 't is bekend, dat de Stads Tuin, aldaar, voor 't jaar 1660, gelegen was, hebbende eenen ingang in de Tuinjiraat (s), die, waarichyn- lyk, deezen naam naar den Stads Tuin, ge- kreegen heeft. Doch ter gelegenheid van de jongfte vergrooting der 'Stad, werdt de Timraertuin wederom van daar Verplaatft, aan de zuidzyde van de Onbekende of Ag- tergraft, tuflchen den Amftel en 't Weesper- Plein, alwaar dezelve nog tegenwoordig is. - Van ouds, werden, in de Sehaffery, ook fchuiten en fchepen getimmerd, ten dienfte der Stad; doch tegenwoordig wordt 'er al- leenlyk allerlei Huistimmermans werk ge- maakt. Voorts,; heeft men 'er byzondere (') GrOGt-Memor.'V; I. . l9> verfi, .
" - (p) Refol. Vroedich. N. t. IO Dec. i$6z. (?) Groot-Memor. N. II. . y4. yi Refol. vroedfeh.-N. i6. it nec. 1630. . 174. V) Refol. vroedich. L'. &. si May 1-677. . zot. . |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Befchry-
ving der Stads. Werk- plaatfen. .. i. Timmer- tuin. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Stads Steenhouwer? en Metseltuin.
De Stads S t e e n h o u w e r y was, in de 2.
voorgaande eeuwe, in de Staalftraat, Steenbou- by den Groenen Burgwal, tegen over de jiS-f.11 Saai-hal, gelyk, uit de Kaart van Balt ha- tuin. zar Floriszoon , blyken kan. Doch zy werdt, eerlang, verlegd, eerft langs den Stads wal, aan 't einde der Heerengraft, tegen over de Beulingftraat, van waar zy zig, tot aan't einde der Keizersgraft, uit- ftrekte (/) ; en daarna aan de Baangraft , noordwaards van de plaats , alwaar, in de jongfte vergrooting, deLeidfehe graft ge- graaven werdt (a). En hier is zy, nog te- genwoordig. Boven den ingang, leeft mea Stads Metseltuin. De Stads Met- felaars-baas heeft 'er zyne wooning, en het opzigt zo wel over de Steenhouwers, als o- ver de Metfelaars. Ook wordt hier de voor- raad van fteen, kalk en andere noodwendig- heden bewaard, tot de dagelykfche behoef- ten der Stad. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
StadsSchuitenmaaker s-W e r f.
In de vyftiende en zeftiende eeuwe, toen 3.
de Stad, voor haare rekening ,Oorlogs- Schuiten- fchepen deedt bouwen, hadt zy eene Scheeps- ^ïrs' timmerwerf noodig: en hiertoe diende haar de Sehaffery, van welke wy boven gefpro- ken hebben. Doch na dat, met de veran- dering der Regeeringe, het beleid van den oorlog te water gefield was-aan de Collegien ter Admiraliteit, die hier en elders werden opgeregt, hadt de Stad , alleenlyk , eene Werf noodig , tot het maaken van Vlot' |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
fchuiten , Modderfchouwen
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Vuilnispraa-
men, |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
(t) FlL. VON ZESEN p.
(») Refol. Vroedich. Lc-
F 3
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
D, 8 jFbbjf j«6j, . ^ wrfi.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||
|
46
|
|||||||||||||||||||||||||
|
men en diergelyken. Hiertoe werdt, by gegooten is, geboord. Van deezen molen, STAns
Werk de laatfte uitlegging der Stad, eene plaats ge- wordt een model, in 't klein, op het Stad- Werk |
|||||||||||||||||||||||||
|
TLA AT
SEN. |
fchikt op Ooftenburg, thans de Stads huis, in een gefiooten vertrekje, agter .de«£AT-
|
||||||||||||||||||||||||
|
Schuitenmaakers-Werf genaamd, Wapenkamer, bewaard.
over welke , een Stads Schuitenmaakers-
Baas het opzigt heeft. 5-
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Proefwerf van 't Geschut en
de Snaphaanen. Tot het beproeven beide van klein fchiet- 5-
geweer en van grof gefchut, werdt, ro%' _ > ■ ö,br 1 \ werf van al in t jaar 1544, eene Werf geordonneerd >t Gefchut.
achter montelbaen buyten der Kae (z), dat is, op het Eiland, welk, federt, Uilenburg ge- naamd is. Doch na 't vergrooten der Stad, in de voorgaande eeuwe , is deeze Proefwerf verder Y-waards verplaatft, op een ftuk bui- tendyks rietland, tuflchen de nieuwe vaart en 't Ziekenwater; welk,met flerke houten lootfen, ten dienfle van 't arbeidsvolk, be- timmerd is. Geen kanon, noch loopen van fnaphaanen mogen, hier ter Stede, verkogt, noch uitgeleverd worden,dan na dat zybe- hoorlyk geproefd zyn: waartoe zes gezwoo- ren, Proefmeeßers zyn aangefteld. De loopen, die, door de Ooft- en Weflindifche Maat- fchappyen, verzonden worden, zyn hiervan alleenlyk uitgezonderd. De beproeving van 't gefchut gefchiedt, met zo veel beft kor- relkruid, als de kogel zwaar is, tot welken het ftuk gefchikt is. De eigenaars betaalen, behalve voor 't proeven, ook iet voor 't regt der Gefchutwerf, welk aan de Thefaurie- Ordinaris verantwoord wordt (a). |
|||||||||||||||||||||||||
|
4-
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Stads Geschut- (bKlokgietery.
Het Klokgieten werdt, van ouds, hier
ter Stede, geoefend, door iemant , die eene jaarwedde trok van de Stad. Zo vind ik, dat, op den agtentwintigften Ju- ly des jaars 1529, aan Goebel Zael, twintig guldens 's jaars werden toegelegd, zo lang hy 't Ambagt van Klokgieten, in de Stad, oefenen zou (v). Doch de Vroedfchap, al voor 't einde der zeflien.de eeuwe , geraa- den gevonden hebbende , jaarlyks , twee halve kartouwen te doen gieten, voor re- kening der Stad (w), bediende zig daartoe van eene Gefchut- en Klokgietery in een bolwerk, leggende, naar de tegenwoordige gedaante der Stad, op de Keizersgraft, by de Leidfche graft (x): alwaar derzelver ge- dagtenis nog bewaard wordt, in een pak- huis , de Klokgietery genaamd, op den hoek van 't Molenpad. De naaftlaatfte uitleg- ging der Stad, in 't begin der zeventiende eeuwe, in welke eenige nieuwe Kerken wer- den gebouwd, welker toorens van klokken voorzien moeiten worden; behalve dat ook de uitgeftrekte Stads wallen meer gefchuts vereifchten; gaf gelegenheid, tot het. op. regten eener nieuwe Geschut- en Klok- gieterye,die,in 't jaar 1614,gebouwd werdt; doch naderhand vernieuwd, en nog in wezen is. Zy flaat ten einde van de Kar- thuizersftraat, aan de Baangraft, tegen over de Zaagmolenspoort, en pronkt met Stads wapen in den voorgevel , op welks top, een klok flaat tuflchen twee fchuins tegen eikanderen ftaande ftukken kanon. In't jaar l68l, werdt eerft beflooten j de oude Ge- fchutgietery op de Keizersgraft te verkoo- pen, en de andere te verhuuren (;y);gelyk, nog tegenwoordig, gefchiedt. In dezelve, wordt, onder opzigt van den Stads Gefchut-*. en Klokgieter, allerlei metaalen gefchut en klokken, zo ten dienfle der Stad, als van andere Plaatfen, en van byzondere Perfoo- nen, gegooten. 't Gefchut wordt , door middel van eenen zwaaren molen, die met een paard rondgedreeven wordt, na dat het |
|||||||||||||||||||||||||
|
4-
Gesamt-
en Klok- gietery. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Stads Salpeterhuis.
Tot het rafineeren, of zuiveren der Sal- _ 6-
peter, die, onder anderen, in 'tmaa- ^ *' ken van Buskruid, gebruikt wordt, werdt, in 't begin der voorgaande eeuwe, na dat de graften en ftraaten van de naaftlaatfte vergrootinge der Stad gerooid waren, een Rafineerhuis opgeregt, nu, in't ge- meen , het S A e p e T e R H u 1 s genaamd. Het ftaat, ten einde van de Palmgraft of nieiir we Braak, aan de noordzyde, en voert het Stads wapen in den voorgevel, waaronder men , naar eene ouderwetfche wyze van fpelling, leeft Treef-fe-neer-huis.
In dit huis, wordt de Salpeter gezuiverd,
onder 't opzigt van drie Keurmeefiers der zei-
ft) Groot-Memor. N. I. . ju,
(*) Handv, */, joji'iojn. |
|||||||||||||||||||||||||
|
(v) Ojd Regifter ter Thefaurie, Cas N. II. f. 1W.
(w) Refill. Vtoedfch. N. 6. zz Febr. US*.
ix) F il. von zesen >. 10«.
\y) Refol. Vtoedi'cU. Lh O. ?o Af ril iStJ, f. U
|
|||||||||||||||||||||||||
|
£ Boek.
|
|||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN,
|
|||||||||||||||||||||||
|
47
|
|||||||||||||||||||||||
|
TADs zelve, die eenen Meefterknegt onder zig
piUat- nebben> en, van tyd tot tyd , de gerafi- SjjN, neerde Salpeter, eer dezelve aan de koo- pers geleverd wordt, komen opneemen en
keuren.
Stads Kar- Paarden5tallen.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Doch tot ftallinge voor de paarden, die stads
voor de Afch- en Vuilnis - karren gebruikt Werk- worden, en voor de Karren zelven, heeft p"at- de Stad nog drie andere gebouwen aange-SEN' legd of gefchikt, die allen aan afgelegen oorden ftaan: een by de Leidfche Poort, een ten einde der Reguliersgraft, en een tus- fchen de Utrechtfche Poort en Amftelbrug. Het laatftgemelde is eerfl tot een Stads-Ma-1 gazyn, om gefchut en wapenen te bergen, aangelegd, en naderhand tot eene Tapyt- maakery verhuurd geweeft ; doch wordt, federt Weinige jaaren , gebruikt tot eene Stalling voor Afchkarren en paarden. XV.
Artillery- o/Wapenëüizen,«
Koorenpakhuizen der Stad. De oorlog met de nabuuren, in welken, Befchry-
Amfterdam, al vroeg in de vyftiende § der eeuwe, is ingewikkeld geweeft , heeft al-^jj daar het verzamelen van wapenen, gefchut offen- en buskruid, ten dienfle der Stede, ook al buizen. vroeg, noodzaakelyk gemaakt; en gevolge- lyk ook het ftigten van Artillery- of Wapenhuizen, waarin dit alles bewaard werdt. Plet buskruid werdt, van ouds, al- leen bewaard in den toernnen of toorens om- me der Stede; gelyk duidelyk blykt, uit eene Keure van den vyftienden December des jaars 1507 (h). Doch het oudfte Wapen- huis of Bushuis, gelyk het eertyds genoemd werdt, werdt, eerft in 't jaar 1551, aan- gelegd , op een erf agter 't Paulus Broeders* Kloofter (i) , naaft en benoorden het tegen- woordig Krankzinnigen-huis; en was, in't jaar 1554, nog niet volbouwd (k). Men fcheen, kort na dat het volbouwd was, te neigen, om het tot een Pefthuis te fchikken, en het Paulus-Broeders-Kloofter , welk ge- noegzaam ledig ftondt, tot een Gaflhuis te verkrygen (/). Doch toen, na de verande- ring der Regeeringe , dit Kloofter en de Kerk tot een ander einde werden vertim- merd , bleef men zig van het Bushuis be- dienen , tot het bewaaren der Stads wape- nen ; tot dat het, in den jaare 1603 , aan de Ooflindifche Maatfchappye, tot een Spece- ry-pakhuis, verhuurd werdt (m). Kort hier- na (n), ftigtte de Stad een ander Wapen* huis, aan de ooftzyde van den Singel of Koningsgraft, tuüchen de Handboogs- en Voetboogs-Doelen; 't welk nog in wezen is,
(h) Keurb. B. . 98 verf,.
(i) Refol. Vroedfch. iV. 1. 17 off. ijjo. 20 Maart is Si,
(k) Refol. Vroedfch. N.i. 16 Nof. '554- (O Refol. Vroedfch. N. 1. z9 J»ny, sjuly isst. i» Refol. Vioedfch. N.f"' " ^Pril I«»3./. 4*3 r 424. (»} Refol. Vroedfch. .'V. I». ïo Afr, ifioj, . $$ *»»?»$
|
|||||||||||||||||||||||
|
^TVn dienfle der Sleepers, die Koopmans-
|
|||||||||||||||||||||||
|
7-
|
|||||||||||||||||||||||
|
Baardm- -*- ê'oederen naar en van de Waage ïlee
flollen. Pen) w"as, al van ouds, een StadsPaarden- ftal gebouwd aan den Dam (b~), ter plaatfe, daar nu de Beursfteeg is. Doch, ter gele- genheid van het ftigten der Beurze, in den jaare 1608, en het maaken van eenen be- kwaamen opgang derwaards, in den jaare i6ii, werdt men genoodzaakt de Paarden- ftal te verplaatfen. Men verkoos daartoe eene plaats op de ooftzyde van den Nieuwe- zyds - Voorburgwal, bezuiden de Nieuwe Kerke, omtrent de plaats, daar toen de Ap- pelmarkt gehouden werdt. Hier werden eenige huizen van Jan Dirkszoon , byge- naarnd Doet 'er niet toe, overgenomen, en afgebroken (c), en de Stal werdt,in 't jaar ï6i2, volbouwd(t/). Het ftigten van het nieuwe Stadhuis , omtrent veertig jaaren kater, was oorzaak, dat deeze Paardenftal, met een geheel blok huizen, benoorden en agter het oude Stadhuis ftaande, moeft af- gebroken worden. En toen werdt eene ge- heel nieuwe aanzienlyke Stal geftigt, aan ^e weftzyde van den zelfden Voorburgwal, tuffchen de Mol- en Huiszitten-fteegen, op eenè fteenen brug (e), 't Gebouw was, in £ jaar 1661, reeds voltrokken; in 't begin van welk jaar, eene Ordonnantie gemaakt werdt, op 't gebruik der bakken , in de nieuwe ftaflinge (). Een gedeelte van 't gebouw,op den Agterburgwal uitkomende, werdt, federt, gefchikt tot eene Stads Ä* potheek. Doch na dat, in 't jaar 1748, de Ppfteryen der byzondefe Steden, en ook "ie van Amfterdam aan 't gemeene Land jan Holland waren afgeftaan, werdt de Stads £aardenftal en drie wooningen daarby be- urende , waaronder ook de Stads Apo- theek, in den jaare 1753, aan Holland tot een Generaal-Poft-Comptoir verkogt, voor eene formte van vyfenveertig duizend gul- dens (g). Tot geryf der Sleepers, zyn kleine houten open ftallingen gemaakt, zo op den Dam aan 't water, als agter 't Stadhuis. De Stads Apotheek is in 't Gaft- huis verplaatfl. |
|||||||||||||||||||||||
|
(4) Groot-Mernor. N. K. f_
|
|||||||||||||||||||||||
|
U) Refol. Vtoedlch. N. n, is May, ijmiyint.
|
.«.
|
||||||||||||||||||||||
|
(d) Groot-Memoc N. H. . 1+ï -
(O Refol. Vroedfch.N. »o. g j l6 ft 248.
(f) Groot- Memor. N. V. . 42.
(&) Refol. Vroedfch. £c. RR- >4 «'o*. t?ii, . 370.
|
|||||||||||||||||||||||
|
IIL Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
4H
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
waard. Doch wanneer de Stad, gelyk te-
genwoordig (1764), geenen voorraad van graanen heeft, worden de zolders deezer Magazynen verhuurd. De onderftukken zelven, die eigenlyk tot berging van gefchut en kogels zyn aangelegd, worden thans, op |
Artille-
RY of
Wapen-
huizen , en Koo- renpak- huizen der Stad. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
is, en waarin , beneden , tegenwoordig,
meeft affuiten, kogels en granaaten worden bewaard. Op de zolders, plagt veelerlei handgev/eer te leggen: 't welk, federt, op de Wapenkamer, boven in 't Stadhuis, ver- plaatft is. 't Gebouw zelf is fterk en groot; pronkt, met het wapen der Stad en het jaar- tal 1606, in den voorgevel, en komtagter in de Handboogftraat uit. 't Vergrooten der Stad gaf , eerlang,
aanleiding tot het fligten van twee nieu- we Magazynen , of Wapenhuizen. Men verkoor , hiertoe , een plek gronds , ten einde der Brouwersgraft, aan de zuidzyde, tuffchen de Baangraft en eene plas waters, de Braak genaamd (4) , die, federt, aange- hoogd, en met huizen betimmerd is. Hier werden, in gevolge van een befluit derVroed- fchap van den jaare 1Ó35 (o),vier aanzien- lyke Pakhuizen getimmerd, niet, gelyk fom- migen willen (p) ,in de jaaren 1622 en 1623; maar, gelyk anderen (q) aantekenen,in de jaa- ren 1647 en 1648; omtrent welken tyd, de gantfche Brouwersgraft, van de Heerengraft af weftwaards, eerft bebouwd werdt. Twee van deeze Pakhuizen of Magazynen ftaan op de Brouwersgraft; twee anderen op de Baan- graft , nevens eikanderen. Zy zyn, boven het onderfhuk, vyf verdiepingen hoog, met de vliering , en pronken, boven, tuffchen ieder paar voorgevels, met het wapen der Stad. Het onderftuk van een deezer Pak- huizen op de Brouwersgraft wordt ^ tegen- woordig , ook meeft tot berging van affui- ten en kogels gebruikt. Op de zolders, wor- den Stads graanen en andere voorraad be- (0) Refol. Vroedfch. N. 17. 13 ^4pr. 16}S. . 8« verft.
(>; COMMEL1N, bl. «63. (q) F. VON ZESÊf), bl, lil. (.4) Twee plaatfen binnen de Stad draagen den
naam van Braak; de oude Braak, binnen den nieu- Wendyk, tuffchen de S. Jakobsftraat en de Nieuwe- zyds-Ärmfteeg , en de nieuw? Braak , binnen den HaarlemmerdyK, op de Brouwersgraft; van welke laatfte wy hier fpreeken. 't Is te vermoeden, dat zy - deezënnaam gekreegen hebben, naar twee doorbraaken in den dyk, die, in de oudfte tyden, dikwils, plag- ten voor te vallen, en onder anderen, omtrent de jaaren 1362, 14056111510. Zie Handv. van Rynland bl. 12, 31, 133. De waterplaffen, die, door deeze doorbraaken, veroorzaakt waren , fchynen den naam van Braak gedraagen te hebben. En zulk eene Braak ziet. men, in de Kaart van. Cornelis AnthoK is zo on, even buiten de oude Haarlemmer-Pooraan den Singel, afgebeeld. De plaffen, aangehoogd en bebouwd zynde, behielden den ouden naam. In 't jaar 1751, werdt, by 't graaveninde grondflagen van een huis , üaande aan de noordzyde van de Erouwersgraft tuffchen de Brouwersftraat en Prinfengraft, en dus binnensdyks, het agterend en roe |
||||||||||||||||||||||||||||
|
ABSTILLE'
RY- of Wapen-
huizen , ea Koo- renpak- huizen der Stad |
||||||||||||||||||||||||||||
|
een na, ook verhuurd. Men heeft, voor
eenige jaaren, in beraad gelegd, om deeze vier Stads Pakhuizen te verkoopen (r); 't welk egter, tot nog toe, niet gefchied is. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
en van
Stads-
Kooren-
pakbui-
zen.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Toen men, in 't jaar 1684, 't zy met of
zonder grond, bedugt was, voor eene ge- |
Nieuwe
Magazyn
nen.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
weldige onderneeming op de Stad, van de
zyde des Prinfen van Oranje, werdt, by de Vroedfchap , bellooten, nog drie lootfen , digt onder de wallen , te timmeren, tot berging van gefchut en wapenen (j). En dit befluit werdt , in de jaaren 1686 en 1687, voltrokken, met deeze verandering nogtans, dat men, in de plaats van lootfen, drie lange laage fteenen gebouwen deedt opregten, een binnen het bolwerk de Oos- terbeer, by de zogenaamde Heertjes-Lyn- baan ; een tuffchen de Amftelbrug en U- trechtfche Poort, en een binnen het bolwerk Osdorp tegen over de Looijersgraft. In het eerfte deezer drie Magazynen en op de werf nevens het zelve, wordt, tegenwoordig, het grootfte gedeelte van 't Stads Metaalen ka- non , affuiten en kogels bewaard; zynde het gefchut, federt het jaar 1736, uit de Ma- gazynen op de Brouwers- en Baangraft, en van elders, derwaards overgebragt (t). Doch de twee anderen zyn, al voor lang, tot ,een ander gebruik, gefchikt geweefh Het Ma- gazyn tuffchen de Amftelbrug en Utrecht- fche Poort, laatftelyk tot eene Tapytwee- very verhuurd geweeft zynde, wordt, fe- dert weinige jaaren,gebruikt toteene Stads Stal, waarin een gedeelte der Afchkarren, en der paarden, die dezelven trekken, ge- plaatft worden (a). 't Magazyn over de Looijersgraft is een Wagenmaakers winkel, daar de Stads karren en wagens gemaakt en herfteld worden. De Wapenkamer op het Stadhuis dient,
federt het einde der voorgaande eeuwe, toe berging van al het Stads handgeweer (v). 't Stads Buskruid heeft, tegenwoordig, gee- ne bepaalde bewaarplaats. Ik weet niet, of het Kruidhuis , welk fommige Grondteke- ningen der Stad, omtrent het einde van den Kadyk, geplaatft hebben, een Stads gebouw geweeft zy, of niet. Doch het is, al lang, verdweenen. Ronds-
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
van een tamelyk groot fchip gevonden, en daarby
een ftuk van eene zeer ouderwetfche palmhouten kam. Men mag vermoeden, dat dit fchip, of een gedeelte van het zelve, by het doorbreeken van den dyk, naar binnen geflaagen, of gedreeven ge- worden is. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
(r) Refol. Vroedfch. I». LL. n Sept. 173«. . 67.
(1) Refol. Vroedfch. L'. Q. ij Jutiy i«84. f. i+i. (r) Refol. Vroedfch. JL'. LL. il Sept. 17}«. f. %z, («) Zie hier voor, bl. 47. (vj Refol. Vroedfch. L'. X, t Au£. 1S9S. . 91. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
I. BOEK.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
49
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Artille-
*y ef Wapen-
HUIZEN,
en Koo-
EENPAK-
HUIZEN der Stad.
Batte-
ïyen.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Rondsorn de Stad, zyn, tegenwoordig,
zes Batteryen, allen met grof Metaalen ge^ fchut, leggende op zwaare affuiten, beplant: een van drie agttienponders, aan Keerweér; een van vier vierentwintig, en vier agttien- ponders, aan de Ooflerbeer; een van vier twaalfponders, tuffchen het Bolwerk We- teringspunt en de Weteringspoort; een vart vier twaalfponders, by het Bolwerk Slooten, even beweften de Leidfche Poort; een van vier vierentwintig ponders, by het Bolwerk Wefterbeer , benoorden de Haarlemmer- Poort , en een van gelyke vier vierentwin- tig ponders, nog meer noordwaards, aan 't Blaauwhoofd. In vyf Kazematten , onder de wallen der
Stad, ftaat ook Metaalen gefchut, te wee- ten, drie zesponders onder 't gordyn tus^ fchen de Bolwerken Ooflerbeer en Outewaal; drie diergelyke ftukken, onder 't gordyn be^ Wellen de Weteringspoort; en nog drie dier- gelyken, onder 't gordyn beweften de Leid- fche Poort. In ieder der twee overige Ka- zematten , onder de twee vleugels van de Amftelbrug , ftaan maar twee zesponders. Voorts, zyn 'er, onder twee boogen van de gemelde brug, naar 't een en 't ander einde toe, twee Kelders , in ieder van welken, drie agttienponders ftaan, die den Amftel beflryken. In de zeftiende eeuwe , fielden Bürge*
meefteren eenen Artillerymeefler aan, die 't opzigt hadt over de Stads wapenen. Hy werdt, zo 't fchynt, van ouds , ook Bus- meefler genaamd, en hadt vrye wooning in [t Rondeel aan den Amftel, tot dat het zelve, ïn 't jaar 1630, door de Stad, verkogt werdt. Bieter Egbertszoon Fink is de laatile Busmees- ter geweeft, die in 't Rondeel gewoond heeft (w). Doch ïn 't jaar 1576, was reeds, by <*e Vroedfchap , beflooten , twee uit den Raade aan te Hellen tot Superintendenten %an den Artillerymeefler (x ). In de voor- gaande eeuwe, werdt het getal deezer Su- Psrintendenten tot drie gebragt. Zy kreegen t0eii den naam van Commissarissen eer Artillerye (y), en worden, ge- meJf%k, uit en door Burgemeefteren, aan- gefteld. Docn federt eenige jaaren, zyn 'er weaerom maar twee. Zy hebben eenen Commis der Artillerie of Artillerymeefler on- der zig, die vier bedienden heeft, twee op de Wapenkamer, en twee aan de Magazy- nen. Voor den Artillerymeefler, is, op den zeftienden May des jaars I759,eene nieuwe Inflruétie vaflgefleld (a), in gevolge van O») Aantek. vinJc^- G- Schaep PiETEUSZ.
(*) Refol. Vroedfch. N. 3. z M ï$7s. f. 31 verfi. (y) Refol. Vroedfch. Lt. C. ;i ^ l66z t zo<,verfo. U. F. I Afrit KS69. . 17« *«. (e.) Gront Memor. N. XU. . Jt, II. STUK.
|
dezelve houdt hy eene Lyft van 't gefchut Artille^
en geweer der Stad, waarvan een dub- RY" °f beid ter Thefaürie Ordinaris beruft. Hy **' is mag geene goederenuit de Magazynen en koo- laaten volgen, veel min Verruilen of ver- renpak- koopen, zonder byzondere bewilliging der hvizen Heeren Commiffariffen, aan Welken hy» D' jaarlyks, rekening doen moet; een dub-
beid dier rekeninge overleverende ter The- faurie. Hy mag geene meerdere Werk- ,j luiden aanneemen, dan met bewilliging van CommifTarifTen. Hy mag geen deel hebben in eenigen handel in gefchut, bus- kruid, lont of eenige anderen waarert, die ,, in de Magazynen worden opgelegd. Voorts moet hy zorg draageri, dat de Magazy- j, nen en de Geweerkamer, in goeden ftaat en nette gefchiktheid, onderhouden wor- |
||||||||||||||||||||||||||
|
Kazemat
ten. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
55
|
den ; ten welken einde, hy dezelven, van
|
||||||||||||||||||||||||||
|
tyd tot tyd, moet onderzoeken. Einde-
lyk, is hy verpligt, in de Stad te woonen, zonder van huis te mogen gaan, dan met verlof van de Heeren Commifrariiren, of, in derzelver afwezendheid, van de Heeren regeerende Burgemeefteren." XVI.
W A & T H U ï Z £ Sf.' '
Ten dienfle der waakende Schutteren, Befchr?-
zyn, al van ouds, hier ter Stede, ver- & dsf fcheiden' Wagthuizen gefchikt geweeft, die, jjf?^ met het aanwaflen der Stad, dikwils, ver- anderd zyn (o). Omtrent den jaare 1618, werdt in beraad gelegd, om de oude S. O- lofs-poort, ten einde der Warmoesftraat, bekwaam te maakentot een Wagthuis. Doch alzo zy daartoe niet diehftig bevonden werdt, werdt zy, niet lang daarna, afgebroken (b). De tegenwoordige Wagthuizen, al- waar de Hoofdwagt gehouden wordt, Zyn vier in getal. Het eerfte is in 't Stadhuis; int twee beneden-vertrekken, naaft en in de Ka- mer der roêdraagende Boden: het tweede boven de S. Antonis-Waag, op de nieuwe Markt; het derde, boven deReguliers-Waag, op de Botermarkt, en het vierde, boven de Wefterhal, aan de Weflermarkt. Op ieder deezer Hoofdwagten, wordt, doorgaands, al- le nagten, met ééne Compagnie Schütters, gewaakt, die, terftond na 't opleezen van de naamenderfchutteren , eene fchildwagt voor 't Wagthuis uitzet. Behalve deeze Hoofdwag- ten , zyn 'er nog eenige Bywagten, die, insge- lyks, by nagt, uit deHoofdwagten,bezet wor- den; te weeten, eene boven het Nieuwe- zyds-
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
'** Ar-
*jU^ry. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Artillery
metßtr. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
(») Refol. Vroedfch. *?. J2. 4 jip'lt 13 Jnl] 1617. .
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
10 , 17 verfa.
(b) Refol. Vroedfch. Jf. i>- « M*y isxt. . 57 *"/»
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
G
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
5°
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
dien tyd, ronde toorens gemetfeld waren ? xoo*
omringd werdt. De Laftaadje, eene aan- ren* zienlyke Voorftad ten dien tyde, werdt, wat laater, ook met een Blokhuis en Ron- deel gefterkt (e). In de muuren, waren, gelyk uit de Kaart van Cornelis An- thoniszoon te befpeuren is , binnen- waards, ronde boogen gemetfeld , die tot wooningen voor behoeftige of geringe luiden dienden (). 't Gebruik van eenigen dee- zer boogen, immers van die tuflchen de Klo- veniers-Doele en de S. Antonis-poort, werdt, van Stads wege, aan onvermogenden, om niet, gefchonken (g); anderen werden, door de Stad, verhuurd: en onder deezen, waren 'er ook, die, door milddaadige lui- den , gehuurd werden, om 'er behoeftigen in te laaten woonen ( 5 ). De Vroedfchap hadt, reeds in 't jaar 1557, beflooten, dee- ze boogen digt te maaken (h): en eenige jaar en laater, werdt vaftgefteld, dezelven, door niemant, meer te laaten gebruiken (i). Evenwel, bleeven zy in wezen, zo lang de oude muuren niet afgebroken waren: 't welk, in 't jaar 1613 , nog niet volkomenlyk ge- fchied was (£); fchoon men 'er, reeds in 't jaar 1600 en eerder, toe beflooten hadt (/) Doch in de jaaren 1602 en 1603, fchynen de meefte, en, in of kort na 't jaar 1613, de overige oude muuren afgebroken te zyn. De meefte Toorens, die in de muuren ge- metfeld waren , werden toen ook geflegt. Zy hadden, te vooren, tot verfcheidenerleï gebruik gediend. Van den aanvang de^ zes- tiende eeuwe, of eerder, werdt Stads bus- kruid , in eenigen deezer toorens, bewaard. Men heeft nog eene Keur van den vyftien- den December des jaars 1507, waarin be- volen wordt, geen buskruid te houden, dan in den toernnen omme der Stede (in). Doch toen, ter gelegenheid der naaftlaatfte uit- legginge, beflooten werdt, nieuwe bolwer- ken aan te leggen, van de Haarlemmer- tot aan de Heiligewegs-Poorte, werdt, te ge- lyk , vaftgefteld, het buskruid, uit de Stads Toorens, innieeze Bolwerken over te bren- gen (e) I. Deel, II. Boek^, bl. 42.
(f) Refol. Vroedfch. N. 5. 13 Sept. ifioo. . 311.
(£) Refol. Vroedfch. N. j. 7 Jan. Ij88. (h) Refol. Vïoedfch. N. 1. 11 J»»y 15J7. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Wagt zyds-Heeren-Logement, eertyds het Weft-
buize*. indifche- Huis, welken naam het, 't gene vreemd is, nog draagt, in de Ordonnantie voor de Schutterde, die, jaarlyks, in de Naam- myzers der Regeeringe en Schutters-Alma- nachen, gedrukt wordt: deeze by wagt wordt, door een Corporaalfchap , bezet, van welk, no°tans, eenige manfchap wordt uitgezon- den, om de Wagtplaatfen, by de gewezen oude Stads Herberg, en by de nieuwe Stads Herberg te bezetten : en eene, aan den Kamper -fteiger, in een vertrek van't zoge- naamde Zeeregt, een aanzienlyk vierkant ge- bouw, met eene groote poort,boven wel- ke, Stads wapen uitgehouwen is; en twee kleine deuren ter wederzyde. Het is, in t iaar 1618 , gebouwd (e), en heeft den naam van Zeeregt gekreegen, om dat de Lommis- fariffen van de Zeezaaken, voor het fügten van het tegenwoordige Stadhuis, aldaar, plag- ten te vergaderen. Van 't Corporaalfchap, welk hier de wagt houdt, wordt eenige man- fchap gezonden, om de Admiraliteits-Loots aan de Peperftraat te bezetten. Nog is 'er eene bywagt in de Loots aan Heertjes Lyn- baan, ten einde van den Kadyk, aan de fchans. Eenige manfchap van 't Corporaalfchap , welk hier waakt, bezet Keerweêr, alwaar ook eene wagt van foldaaten is. Voorts zyn de hoofdpoorten , de Haarlemmer, Leid- fche, Utrechtfche , Weesper en Muider, ook ieder met een Corporaalfchap bezet. De Raam- en Weteringspoorten worden, met tien of twaalf man, bewaakt. Aan de Zaag- molenspoort is alleenlyk eene wagt van fol- daaten. In elke Poort, is een kift met kruid en lood, om zig, daarvan, in tyd van nood, te dienen. TT « De Hoofdwagt der Stads Bezettinge van ^t der foldaaten is boven de oude Waage op den Bezet- Dam 00- Voorts, bewaaken de foldaaten tinSe- ook alle poorten en boomen, by dage en by nagt, en Hellen wagten uit, aan de twee ui- terfte bolwerken der Stad, in 'tooften en in weften. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
XVII.
TOORENS. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
w
|
hebben, in 't eerfle Boek van 't
EERSTE DEEL, (bl. 15 enZ.)
|
(i) Refol. Vroedfch. iV. 3. 22 Sopt, 157$.
(4J Refol. Vïoedfch. N. 11. 25 Maart 1S13. . 71?. (/; Refol. Vroedfch. N. g. ij Jan. 13 Septemb. 27 Nov. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Oude
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
ïaaL uw
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
16GO. ijan. H02, 12 JUat't 1603./, 292 verft, 311 , 321 ,
375 verf« , +22 verft. (m) Keufb. B. . J8 verfo. ,
(5) Hier op ziet Brederode , in den Spaanfcben
Brabander (Act. UI.),, met deeze woorden: __________ Anne Klaas in de drie teflen
Die doet fo veel goedts (God loontfer') bier an de
tieften:
Gy wetet niet , hoe wel booghjes datje 's jaers wel buurt. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
muuren kortelyk > verhaald, hoe de Stad, omtrent
rens°" den jaare 1480, wanneer zy, tuflchen den' rondsom Singel enKloveniers-Burgwal, beflooten was, de Stad. met muuren, in welken, op zekere afftan- den, naar de wyze van Veftingbouwen van (<0 Anntek. van Schepen G. schasp PieteRsz. »f 't
jaar irs 18. td) Zie hiervoor, il. 33i
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gen («). De Toorens, of eenigen derzelven
dienden ook tot Wagtplaatfen voor de Bur- gervendelen. In eene Keur van den zesen- twintigflen December des jaars 1512 (0), worden de Wagtplaatfen der Burgerye, tot zeflien in getale, opgeteld: de meellen van |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Too«
mms.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Too-
S.£KÏ
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Reguliers-Tooren.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e oudfle Reguliers-poort flondt, eer de 1.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Regu-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad, omtrent den jaare 1480, be-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
welken Stads Toorens geweell zvn. Zie hier muurd werdt, in de Kalverflraat aan 't Spui, Too.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
daar nu de Oflenfluis legt. Doch deeze Poort een.
kreeg ook den naam van Bindwyker - Poort, . dat is, Binnenwyker - Poort (q) , na dat de Voorflad buiten dezelve, door de bemuu- ring, van welke wy fpreeken, binnen de veilen getrokken was. De Poort, die toen gefield werdt ten einde der Kalverflraat, aan den Singel, werdt ook de Reguliers-poort genaamd. En beide de Poorten worden ge- meld , in eene Keure van den zesentwintig- flen Maart des jaars 1487, waar de OfTen- markt gefield wordt, ter plaetze tuffchen den tween regulierspoirten, geheten die byndewyckp ende nergent anders (r). De oudfle Reguliers- Poort werdt, eerfl in 't jaar 1526, in Janua- ry , afgebroken (j). In de voorgaande eeu- we, werdt, met het uitleggen der Stad, eene derde Reguliers-poort, nu de Waag op de Botermarkt, aangelegd,met welke wyons, hier ter plaatfe, niet behoeven op te houden. De twee eerflgemelde Reguliers-poorten Gelegen-
hebben haaren naam gekreegen naar het ^ e-n |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
derzelver naamen:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.
2.
Ó
O«
4-
5-
6. 7-
8. 9-
|
After de Gaflhuysmolen.
Op on/er Vrouwen toernne. Op Sh Jacobs toernne. Op St. Jeroens toernne. Op heyüge Cruys toernne. Op de mme brugge. ■ Op de Scbrey hoeck. Op beyman ruyjfchen toernne, by Sh Anthonys poirtte. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
10. After de bekeerde Süßeren.
11. Op Sh Sebafiiaens thoerne.
12. Op Uleberch.
13. Leewweborch.
14. Myert.
15. Melys Moolen.
16. Sh Andrïes toernne.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
_________
|
Eindelyk, werden ook fommigen van
|
deeze Reg^jf ^^'om weI]5te:%**, Her- van het
j LC tog Albrecht, den eenentwintigften January Regu-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
toorens, van Stads wege , aan byzondere des jaars I394 [I395], 3an den Priefler liers"
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Klootten
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
perfoonen verhuurd. In de Stads Regiflers, Gysbrecht Douwe , en aan eenige andere
is nog eene orde van Burgemeefleren van Priefl.ers . verlof gegeven hadt. Het dien- den vyfentwmtigflen April des jaars 1575 de voor Reguliere Kanoniken van den regel voorhanden, waarby, aan de bewooners van van Auguftyn, en flondt, in het Kerfpel der Steden toornen, gelall wordt, by hun ver- van Nieuwer-Amflel (t), niet verre buiten trek uit dezelven, niets mede teneemenvan de Vryheid der Stad, beweften den Amftel- t gene der Stad toekwam, of daar aan ge- dyk, en omtrent op de hoogte der Keizers- maakt was, al hadden zy 't fchoon zelven aft en Utrechtfche flraat. Het Kloofler doen maaken (p) Twee van deeze Toorens werdt ? door den VOOrnoemden Gysbrecht zyn, na de naaltlaatfle uitlegging der Stad, Douwe; door de Prieflers Pieter Nikolaas- met fpitfen voorzien, te weeten, de Heih- zoon van jjitgeefi en Jan Dirkszoon, endoor ge-Kruis-, nu de Haringpakkers-tooren, en den Leek jan Sching ? met verfcheiden' goe- de Montelbaans-tooren: welke laatfle, met deren en inkomflen, begiftigd («). Rudolf J den muur der Stad; maar tot befcherming van Diephout, Biffchop van Utrecht, gaf oer Voorflad, de Laflaadje, gefligt was. Een den Regulieren, buiten Amflerdam, in 't jaar aerde Tooren, de bchreijer stoor en genaamd, I454? verlofj om hun Kloofler, welk ge- neert alleenlyk een lpits oploopend dak met meenlykhet Huis van S. Jan Evangelifi ge- een wlndwyzer behouden gelyk vanouds. naamd werdt, te vergrooten. In't jaar 1494, jje overige Toorens, de Keguhers-toorenen verwierven de Kloofterlingen vryheid, om c <v0oäen-Poorts-tooren, zyn, eertyds, twee fluizen te mogen leggen in den Am- Stads_ 1 oorten geweefl, op welken, ook hoo- fteldyk ? die hier ook de Reguliersdyk genaamd ge lpitien gefield zyn. Van deeze vyf Too- werdt (y), en daardoor hunne Landeryen van |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Befchry-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vyf8Too- *Qm' ^e allen in wellïand onderhouden wor-
aus, den, moeten wy tnans, nog een weinig by- zonderer, fpreeken. Wy beginnen niet de
twee laattlgemelden.
(n) Rcfol. Vioedfch. N. |. zo Ja, igol. . 33».
() Keurb. D. f. I-
lp) fiioot-Memor. ^- H. i«.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^^^^^^^^^^^^^^^^^ het
(?) Zie I. Deel, I. Boe(, il. IJ.
(r) Keutb. A. . 158 verfo. (s) Groot-Memor. N. I. f. ?ag Verfi. (t) Zie den Giftblief by DAPPEB *' »4« («) VAN HEUSSEN en VAN B.*N Keik. Oudhj IV. ütt^ il. Z04. (v) Gtoot-Memoi. N. t. f. iSU
G %
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||
|
5*
|
||||||||||
|
bruikt (e), tot dat het, by de laatfte Ver-
grooting der Stad , ten deele vergraaven, ten deele aan erven uitgegeven en betim- merd geworden is. Toen, in 't jaar 1663, de Keizersgraft, omtrent de Ütrechtfche ftraat, gegraaven werdt , vondt men de grondflagen nog van het Reguliers - Kloos- ter , ruftende op elzen paaien. Men ontdek- te ook, dat het Choor der Kerke juift ge- ftaan hadt op de Ütrechtfche ftraat, alwaar, federt, de Peilfluis gelegd werdt () : de ge- legenheid der Kerke , ten weiten van het Choor, is hier uit genoegzaam af te nee- men. De tweede Reguliers-poort, die naar dit
Kloofter genoemd was , en ten einde der Kalverftraat, aan den Singel, beweften den Amftel, ftondt,was gefterkt met twee Too- rens, en door een' muur gehegt aan een' der- den ronden Tooren, met eene ronde oploo- pende fpits, die aan den oever des Amftels gebouwd was. Tegen deezen muur, was een houten hok voor de Stads Zwaanen (7) getimmerd (g) ; welk , indien ik my niet bedriege, met het vergrooten der Stad, na- derhand, hooger op in den Amftel verplaatft is, en den naam aan den Zwaanenburgwal en Zivaanenhurgfiraat gegeven heeft. Tus- fchen de twee eerftgemelde Toorens der Poorte, was een uurwyzer geplaatft, en bo- ven het dak hing een flagklok. Nevens dee- ze poort noordwaards, was, in 't jaar 1617, een fterk Wagthuis gebouwd. De Poort bleef omtrent in deezen ftaat, tot in het "jaar 1618, wanneer 'er brand ontftondt in eene- Glasblaazerye, die nevens dezelve gebouwd was. De vlam verteerde de poort en de too- rens. Doch 't Wagthuis bleef ftaan. Men hadt, ten deezen tyde, reeds eene andere Reguliers-poort van hout geftigt, ter plaatfe waar nu de Waag op de Botermarkt ftaat; weshalve , bellooten werdt, alleenlyk den zuidelyken tooren der verbrandde poorte wederom op te bouwen, waarmede, in Oc- tober des jaars 1619, onder opzigt van den Stads
(e) Dapper, *'■ ?14.
(; DOMSELAF.il III. Boe{, bl.11,. C0MMELIN,6/. 204.
(g) DOMSELAER III. Bockj bl. 2 IS. (7) J- SIX VAN Chandelikr gewaagt hiervan in
zyn 's slmfterdammers Winter ,b\. 60. met deeze woor- den : De tmfe haagelhlanke fivaan
Najaade in Amftels Waterlaan, Die aan de lindenxortels lekt Is van de poormacbt dicht ombekt. En men vindt 'er nog klaarder van gemeld, in eene
orde van Bivrgemeefteren voor den Bewaarder der Stads Zwaanen van den zeftienden Auguüus des iaarï 1549, die, in een oud Regißer ter Thefaurie (Cas, ii- f. 124. verfo ) geboekt, en hier agter onder de Bylaagen (Lr. A) geplaatft is. |
||||||||||
|
het overtollig water te ontlaften. Walraven,
Heer van Brederode, en toen nog Ambagts- heer van Amfterveen, verleende hun deeze vryheid (io): en 't fchynt, dat zy toen Hui- zen gemaakt hebben, omtrent of op dezelf- de plaats, waar menze, in de voorgaande eeuwe, by de jongfte Vergrootinge der Stad, in de Keizers- en Prinfengraften, gelegd heeft. In't jaar 1532, op den eenender- tigden Oélober, in den vooravond, ont- ftondt 'er brand in 't Reguliers - Kloofter, welk, geheellyk, in de aflche gelegdwerdt (x). De Kloofterlingen zouden het gaarne hebben willen herbouwen: doch de Regee- ring van Amfterdam, in 't jaar 1529, de Ambagtsheerlykheid van Amfterveen gekogt hebbende, weigerde daartoe verlof te gee- ven. De Regulieren begaven zig naar Hei- lo by Alkmaar, en vereenigden zig, in 't jaar 1533 > met een Kloofter van hunne Or- de aldaar (3/). De plaats, daar 't Kloofter buiten Amfterdam geftaan hadt, met het naafte Land omtrent vier morgen groot, werdt, federt, tot eene Luftplaats en Boom- gaard verhuurd, onder anderen aan den ver- maarden Schout van Amfterdam Willem Dirkszoon Hordes, die 'er wel twintig jaaren gebruik van gehad heeft (z). Naderhand, werdt het Reguliers - Hof te koop geveild. De Stad lei in beraad, om het te naaften (a). Doch het werdt, door het Kapittel van Haar- lem , gekogt, welk het, eerlang, in eeuwi- ge erfpagt, uitgaf aan jakob Saffius, Kano- nik te Haarlem, die, in 't jaar 1572 , pro- tefleerde tegen 't (legten van het zelve (b), waartoe egter befiooten werdt, uit vreeze dat 'er de Staatfchen in neftelen mogten (c). Alle de boomen werden toen ook om verre gehouwen, de Ooftboomen alleen uitgezon- derd (i). Na de verandering der Regee- ringe hier ter Stede, in 't jaar 1578 , werdt het Reguliers - Hof wederom opgetimmerd en beplant, en, van Stads wege, ten min- fte gedeeltelyk, tot eene herberg verhuurd (6). In de voorgaande eeuwe, is het lang tot een Hortus-Medicus of Artfeny-tuin ge- (») Z7e den Erief by Dapper, bl. 32;.
(x) Groot Memor. N. I. . 3*8 verf,. (y) VAN HEUSSEN en VAN RVN Kerk. Oudh. IV. Deel, hl. »II. (x.) Zie een' Brief by DAPPER , bl. 326.
(a) Refol. VioHlch. M. 2. it. Nov. 1571. . 191.
(b) Zie 't Proteft by DAPPEK, bl. 327.
{c) Groot-Me:nor. N. II. f. 14.1, (d) Keuib. G. f. 7« verfo. (6) De Amfterdamfche Martiaal R o s m e r Vis_
scher beveftigt dit:, in de Quiaken, I. Schok, N. 36. bl. 19. met deeze woorden: Nel beroemde baer tegen Elsgen Boelen,
Datje in 't Reguliers Hof, noch op de Doelen,
Haer leven gbeproeft beeft Wyn nocb Broot.
En in de Rommelfio, I.Schok,N. 57.bl. 116.
Adieu Anneken buys en Reguliers Hof.
|
||||||||||
|
R 31 GUL 2~ 21 21 S ~ T O O 21 21 JST,
&ns ^i7{<y?^&ry cfe/ 3f TT _2V T. |
||||||
|
& 21 Z I G T of
|
||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||
|
53
|
||||||||||||||
|
Too-
SSJSS.
|
||||||||||||||
|
Stads Bouwmeefter, Henrik de Keizer, een
aanvang gemaakt werdt (h). Deeze Too- ren , die nog in wezen is, en de Regu- liers-Tooren genaamd wordt, heeft eene fraaije doorlugtige fpits, en in dezel- ve , een keurlyk Klokkenfpel en Slagwerk, met vier uurwyzers. De windwyzer op de fpits was, eertyds, eene vergulde Os, ter' gedagteniffe der Offenmarkt, die hier om- trent geweeft is; doch de os werdt, na wei- nige jaaren verloops, in een' haan veran- derd. Het Wagthuis bleef, na dat de Too- ren herbouwd was, nog eenige jaaren ftaan, wordende de bovenvertrekken van het zel- ve gebruikt tot Kamers voor verfcheiden' Gilden. Doch, in't jaar 1672, werdt dit Wagthuis tot eene Munt bekwaam gemaakt, alwaar Dukaaten, Dukatons en Ryksdaal- ders, met den ftempel der Staaten van Hol- land, onder aan welken Stads wapen ftondt, gemunt werden. Wy hebben, elders (i), aangetekend, by welke gelegenheid, zulks o-efchiedde. Doch het duurde niet lang. De Munt is, federt, vertimmerd tot eene aan- zienlyke Herberg, die, van Stads wege ver- huurd, en nog de Munt genaamd wordt. |
||||||||||||||
|
valligheid, gaf gelegenheid tot een befluit, Toq-
om den Jan-Rooden-Poorts-Tooren te ver- rens» nieuwen, en, met eene hooge fpits j uur- wyzer en flagklok, te voorzien, alzo de buurt hieromtrent het geryf van den Stadhuis-klok mifle. De Tooren was, voor 't einde van 't volgende jaar, voltrokken, en dellagklok van den Stadhuis-Tooren op den zelven overge- bragt (0). Men hadt den zelven, van on- deren omtrokken en verzwaard, met eenen vierkanten muur, en de fpits, die drie om- megangen of tranfen heeft, voorzien van vier uurwyzers. Op den top, werdt een doorlugtige Lantaarn geplaatft, en boven denzelven een windwyzer: in welken ftaat, de Tooren nog heden onderhouden wordt. Hy ftaat, aan de ooftzyde van den Singel, tuffchen de korte Huiszitten- en Spaarpots- fteegen. De onderfte vertrekken van den zelven dienen tot eene wooning voor den Geweldige of Provoofi van de Stads bezettin- ge. Boven dezelven, is eene Kamer, waar de Krygsraad over de Stads bezettinge ver- gadert, 't welk, nogtans, zeer zelden voor- valt. Nog hooger, zyn twee vertrekken, gefchikt tot eene gevangenis voor de Offi- eieren en foldaaten dier bezettinge; in wel- ke vertrekken, ook fomtyds,andere gevan- genen , die men niet, in de gemeene Stads gevangenis, of in het Tugthuis, wilde doen opfluiten, geplaatft zyn. Op het eerfte Bol- werk , noordwaards van de Leidfche Poort, Sloot en genaamd, plagt eene galg, en inlaa- ter' tyd een wip te ftaan, waaraan de foldaa* ten der bezettinge, die den hals verbeurd hadden, werden opgehangen of met minde- re ftraffe geftraft. Doch zy zyn beide, al federt veele jaaren, weggenomen. Op de hoogte van den eerften trans of ommegang van den Jan-Rooden-Poorts-Tooren, ftaat eene brandfpuit. Ook is hier een groote regenbak. By zwaar onweder, moeten de Stads Loodgieters-knegts zig, terftond, naar den Tooren begeeven, en de brandfpuit ge- reed maaken, om zig, by ongeval van brand, vaardiglyk, van dezelve te können bedie- nen. In 't jaar 1648, werdt beflooten, de brug, die ten zuiden van den Tooren lag , ter wederzyde van den zelven, te leggen (p), en in 't volgende jaar, werdt vaftgefteld , dezelve niet te betimmeren, gelyk men, in 't eerft, voorgenomen hadt (q) Zy werdt, eerlang, deftig, van fteen herbouwd, en ruft op drie boogen. Onder den Tooren en brug, zyn twee groote overwelfde kelders, die,ter wederzyde, tot aan 't water loopen. (o) Refol. Vroedfch. N. il. ig Feh. I6ifi. f. 166verft.
N. il. 27 Xov. 1617. . 48- ■; (p) Refol. Vroedfch. N. «» H Nov. 16+8. .213*«/*.
(?) Refol. Vroedfch. -N- *<> IS jf*«, iet?, . ie. G3
|
||||||||||||||
|
Tan-Rooden-Poorts-Tooren.
5. "Dy verkorting of verbaftering, wordt dee-
Jan- j^ ze Tooren ook de Jan Romperts- en PooDEN' Jan-Room-poorts-tooren (k) genaamd. Doch ïoojEN. Ïfan-Rooden-Poorts-Tooren is de regte naam. " Ook leeft men, in de oudfte Stads Regis- ters, gemeenlyk Jan-Rooden-Poort (/). De Jan-Rooden-Poort was eene der kleine Poor- ten van de Stad, in de bemuuring van om- trent den jaare 1480; ftondt tuffchen de Korsgens-Poort en Gaflhuis-molen, en hadt, vermoedelyk,_haaren naam naar eenen Jan Roode , die , in of omtrent deeze Poort, woonde. D£ Jan-Rooden-Poort hadt eenen enkelen fpitfen Tooren en een' doorgang naar de tuinen en raamen, die, even buiten dezelve, in grooten getale, waren aange- legd. In 't jaar 1554 > werdt beflooten, eene Valbrug te leggen buiten de Jan-Roo- den-Poort (in). Kort na de tweede uitleg- ging der Stad, werdt de brug voor de Poort, op verzoek der buuren omtrent de Lelie- ftraat, bezuiden den Tooren verlegd (n). Het af breeken van den Stadhuis-Tooren, in den jaare i6i6,ter oorzaake vandeszelfs bouw- (h) T. LAURENTIUS Amfterdam.
(i) II. Deel, XIX. Boe(, hl. 647é
iK.) J. LAUBENTIUS Amftetdam.
(t) Gtooc-Memor. N. II. . 3I.
{m} Refol. Vioedlch. N. i. s July !$;♦
(n) Refol. Vroedfch. N. |. 19 Sepi. JJS+. f. 13.
|
||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
54
|
|||||||||||||||||||||||
|
Zy worden nu gebruikt door den Provooft
der bezettinge; doch, in't jaar 1652, werdt, ter gelegenheid van het verbranden van het oude Stadhuis , het gemunt en ongemunt goud en zilver uit de Wiflèlbank, in dezel- yen, gebergd. En dewyl de Tooren belet- te , dat de rytuigen, die, van de eene en de andere zyde, over de brug kwamen, eikan- deren van verre ontdekken en myden kon- den ; werdt, by eene Keure van den zesen- twintigften April desjaars 1668, bevolen, dat men, uit de Molfteeg komende, de brug, aan den binnen- of zuidweflkant van den Tooren, zou opryden; en, uit of van om- trent de Lelieflraat komende, aan den bui- ten- of noordooilkant (r). |
der Handboogsdoele geplaatfl (iu); alwaar To(>
het nog ftaat. De Kruistooren nam, na de rens. verandering der Regeeringe , allengskens, den naam van Haringpakkers-tooren aan, ter oorzaake der Haringneeringe, welke, ten dien tyde, en nog, voornaamlyk, tuflchen deezen Tooren en de Spaarnedammer- of Ybrug, geoefend werdt. Ten teken dee- zer Neeringe, heeft men eenen vergulden Haring, tot een windwyzer , op het fpits van den Tooren, geplaatfl. De beëedigde Keurmeeflers van den Haring houden hun Comptoir onder in deezen Tooren. Ook wordt, ter zyde van den zelven, het Loots- mans-Comptoir gehouden. Doch ten behoe- ve van den Gildeknegt der Lootsluiden, is, voor weinige jaar en, een huis op de nieuwe Haarlemmer Huis getimmerd. Voorts, heeft, in een boven-vertrek van den Haringpak- kers-Tooren, het Tinnegieters - Gilde, fe- dert eenige jaaren, zyne Gildekamer. De Hoedenmaakers- en Mandenmaakers - Gil- den houden 'er ook hunne Comptoiren. |
||||||||||||||||||||||
|
Too-
RIWS.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Haringpakkers-Tooren.
|
|||||||||||||||||||||||
|
3-
Haring- |
De Haringpakkers - Tooren ,
|
||||||||||||||||||||||
|
flaande ten einde der Haringpakke-
Ï00KEN. rye:, oudtyds de nieuwe-zyds-honttuinen, digt by de nieuwe Haarlemmer-fluis, droeg, wel- eer , den naam van Heilige-Rruis-tooren , of blootelyk van Kruistooren. De laatfhe naam, die, in eenen witten fleen, aan den zuidhoek des toorens, plagt uitgehouwen te zyn, is my, reeds in eene Keur van den negenden November desjaars 1508 , voorgekomen (s). Vermoedelyk,heeft de tooren dien gekree- gen naar het Kruisgilde, welk, in de zes- tiende eeuwe, hier ter Stede, in bloei was (f); en, veelligt, zyne by eenkomflen, in dee- zen tooren , gehouden heeft. Ook diende hy , ten dien tyde, tot eene gevangenis voor zulken, die, om den Godsdienfl, in hegtenis raakten: veelen van welken, zo de overlevering wil, van deezen tooren, in 't Y gefmeeten, en verdronken werden: van waar een gedeelte van den Nieuwe - zyds- Agterburgwal, die niet verre van deezen tooren legt, de naam van Martelaars-grafi bygebleeven is. De Tooren was toen flegts van een fchuin dak voorzien , en hadt gee- ne fpits. In 't jaar 1577, werdt beflooten, Stads .buskruid in dezelve te plaatfen (u). De buuren, die omtrent deezen Tooren woon- den , klaagende, dat zy geene klok konden hooren; werdt, in 't jaar 1605 ? vaflgefteld, den zelven te verhoogen,enmeteenezwaa- re flagklok te voorzien (v). Het fpitsje, welk, tot dien tyd toe, op den Kruistooren geflaan hadt, werdt, federt, op het dak ver-
(r) Keuïb. O. . 17? virfi.
(i) Keiub. B. . 108 verfo. (t) Refol. Vroedfch. .N. z. zj Febr. 1570. f. 140. Z'f
ee^hier voor, II. Deel, VI. Boc{, hl. 242., . f») RefoJ. Vroedfch. N. 3. zo Occ. 1577. (v) Refal. Vroedfch. N. io. 20 Aug. i«oj. . 73.
|
|||||||||||||||||||||||
|
4.
|
|||||||||||||||||||||||
|
"SCHREIJERS-TOOREN.
Deeze ftaat, pas beooften de oude-zyds- 4-
Kolksfluis, of het Kamperhoofd, en ScEI' heeft nog byna dezelfde gedaante, die hy,XooREW. van ouds, gehad heeft, zynde een rond ge- bouw van vooren, en plat binnenwaards, of van agteren, met een fpits oploopend dak, op welks top, een windwyzer geplaatfl is. In den Toorentrans, rondsom het dak, zyn fchietgaten gemetfeld, waarin, voormaals, zo wel als op het Kamperhoofd, gefchut ge- plaatfl werdt. Voorts, voerde deeze Too- ren , van ouds, byna den zelfden naam als tegenwoordig, te weeten dien van Scbrei- jershoek , of, gelyk men eertyds fchreef, Scraye hoeck , Scrayhouck , Scraeyhouck en Schreyhoech ook, enkele reizen, Screyborn (x). Doch hom en hoek waren, oudtyds, woorden van ééne betekenis, 't Gemeen gevoelen is, dat de Tooren zynen naam gekreegen heeft, naar het fchreijen van zulken, die, hier ter plaatfe, het laatfle affcheid namen van hun- ne vrienden, welken, van ouds, aan't Kam- perhoofd , plagten fcheep te gaan (y). Ook zegt de overlevering, dat zekere vrouw, in den jaare 1569 . 't vertrek van haaren man zo diep ter herte nam, dat het haar niet al- leen veel traanen; maar zelfs het verftand koflte. Men ziet, nog tegenwoordig, in den
(1») Rcfol. Vroedfcji. A'. lo. 10 May i«c«. . 96 verf:
(x) Groot-Memor. N. I- . zs$ virfi, Kearb. D. . s»+. B. . 48 virfi , 98 virfi, lof. (7) Zie Hooïts Vencheidc Dichten, hl. 224.
|
|||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
55
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
den muur noordwaards , een fchreijend Vrou-
wenbeeld en een afvaarend fchip, in fteen, uitgehouwen, met den naam, Scrayer hou ck 1569. daaronder, welk men wil, hier , ter gedagtenifïe van dit zonderling voorval, gefield te zyn. De Opper -Commissarissen der
Waaien houden thans hunne Vergaderin- gen , in een boven-vertrek van deezen Too- ren, Welk, voor weinige jaaren, merkelyk verbeterd is. In dit vertrek, zyn, voor den fchoorfteenmantel, en in de lyft van een gezigt der Stad van den Y - kant, keurlyk, door Willem van den Velde, gefchilderd, de Wapens der meefte Heeren Commiflariffen uitgebeeld. De overigen zyn, op een Wa- penbotd, gefchilderd. Voorts, hangen hier twee fchilderyen. In het eene, in 't jaar 1674, door Jacob Bakker, gedaan, ziet men de afbeeldfels der CommifTariffen Dirk Claasz. van Leek, Jan Vlasblom, Wessel Smits en Hendrik Lyn- slager; waarby de Havenmeefter, met deszelfs knegt, en de Kapitein der Waal- redderen in der tyd, ftaande, gevoegd zyn. Het andere, in 't jaar 1747, door Jan Mau- Ttts Quinkhard gefchilderd, verbeeldt de Hee- ren CommiüärifTen Joan Agges Schol- ten, Jacobus Dufeyrou JaNsz., C ar elLynslager en Hendrik van Castricum. Boven deeze Kamer, is een vertrek, welk, weleer, de Kamer van het Tinnegieters-Gilde geweeft is; doch tegen- woordig , benevens de overige beneden- en bovenvertrekken van den Tooren, tot eene wooning voor den Opzigter van 't groot Ha- "oen- en Stroommeefierfchap, verftrekt. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
tot dekking der Voorflad de Laflaadje, dee- too-
zen naam naar het oud en fterk Kafteel Mon- rehs. tauban in Guijenne bekomen, of van elders ontleend hebbe. De Montelbaans-Tooren is geftigt, na 't
jaar 1512. <c). Ik vind 'er't oudfte gewag van, in de Refolutien der Vroedfehap, op het jaar 1537, wanneer de Regenten vanhetS.Pie- ters-Gafthuis verlof kreegen, om eene Kraan op te regten op den toorn van Montelbaan (c). In 't jaar 1544, gaven Burgemeefteren den BuJJemakeren een erfue achter montelbaan, buyten der kae, om aldaar hunne Buffen te beproeven (d). Tegen 't einde der zeftien- de eeuwe, werdt de Laftaadje, van Mon- tenbaan tot aan den S. Antonisdyk, met eene fchans verfterkt (e), welke, naderhand, met deftige huizen , betimmerd is, en nog de Oude Schans of Montelbaans-burgwal ge- noemd wordt. Het uitleggen der Stad aan deeze zyde
gaf, in 't jaar 1605 , gelegenheid tot het verhoogen van den Montelbaans-Tooren (); die, met eene nieuwe fpits, twee flagklok- ken , en vier uurwyzers voorzien werdt. Doch na verloop van eenige jaaren, be^ vondt men, dat de Tooren zakte, en meer dan vier voeten over zyde helde: weshal- ve, beflooten werdt (g), de grondflagen te ontblooten, en, om dezelven,na'tregt zet« ten van den Tooren, een' vallen, zwaarea voet te heijen. De Tooren werdt, boven den grond, ook met eenen muur, ter dikte van vier en een halve voet, verzwaard, en in dien ftand gebragt, waarin hy, nog te- genwoordig , beftaat, en onderhouden wordt. Thans, verftrekt dezelve tot eene wooning voor den Kapitein der Waalredder en, tot ver- grootinge van welke, twee vertrekken, op paaien, agter, en ter zyde tegen den Too- ren aan, getimmerd zyn. XVIII.
S L Ü I Z E K
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Too-
&EB&
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
MONTELBAANS-TOORÊN.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
5.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
/^\p meer dan éénewyze, wordt de naam
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
M
|
BAANS
|
EL"\J van deezen Tooren gefchreeyen. Vee-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Tooren. len fchryven Montalbaans-tooren. Ln lommi^
§en leiden den naam af van den Hertog van, &ba (z), die, in 't jaar 1568 , voorhadt, omtrent de plaats van deezen Tooren, een Kafteel te doen fügten. Doch de Tooren voerde reeds diergelyken naam, lang voor dat de Hertog van Alva, hier te Lande , bekend was , en waarfchynlyk. voor zyne geboorte. Ook vindt men den naam van den Tooren, in de oudfte Stads Regißers, nergens, Montalbaans-tooren gefpeld; maar, doorgaands, Montelbaans-, en enkele reizen ook Monkelbaens- (a), en Montenbaens - too- ren; 't zy dat de Tooren, die gefügt was, (*) F- VAN ZESEN tl. I?o.
I*; Refol. vroedfeh. Ar. |. i9 Jan. ij»5. . 107.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
en
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
W A T Ë R K Ë E R I' N G É N.
rTo dra, in de dertiende eeuwe, de Dam Oudfte
f, in den Araftel, waarnaar Amfterdam S^en den naam heeft, gelegd was, hadt men,in '*"a- den zelven , tot behoudenis van doorvaart en kldne en fchuuring, eene Sluis noodig , die , ze- Dams. ker- fluis.
(V) Zit I. Deel, II. Becl^, hl. 41.
(c) Refol. Vroedfch; N. 1. 1 Dee. 1S>7-
(d) Groot-Memor. N. I. . 315.
(e) Refol. Vroedfcli. N. 6. 1« y*».-i$96.
ff) Refol. Vroedfch. N. i°- *° ^"g- 1605. . 70.
(£) Refol. Vtoedfch. N. H. 2! Jmy 1*11. . 2f. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||
|
S6
|
||||||||||||||||||
|
zyde, was ook eene fpeye of Huisje, waar- Sluizen
fchynlyk, op de plaats, nog het Spuy ge- en Wa- naamd, van welk ik, in een Schepenen-briefTERKEE' J 1 1 TT RIKSEN.
van den jaare 1370, gewaagd vind. Van
eene deezer Spuijen wordt ook gemeld, in eene der oudfte Keuren , verbiedende, door dezelve, te fchutten (0). De Landen in Reyerskoop en op Byle*
veld, tuflehen den Meerendyk en Haanwy- ker Kaade, in 't Stigt van Utrecht, plagten, volgens eene Handveft van Hertog Albrecht, in den Ryn uit te wateren. Doch Hertog Willem bewerkte, in 't jaar 1413, een Ver- drag tuflehen hen, gevoegd met de ingelan- den vanAgthoven enMaftwyk tuflehen den Meerendyk en Heerenvliet van S. Cathary- nen te Utrecht, ter eener, en de. Stad Am- fterdam en de ingelanden van Amftelland , ter anderer zyde, volgens welk, zy hun wa- ter, door eene watering , de Byleveld ge- naamd , uit den Ryn by de Haanwyker-Kaa- de, tot in den Amftel, en voorts, door d® Amfterdamfche Sluizen, tot in 't Y loozen mogten. Te gelyk , werdt, aan die van Hermelenwaard, Kokengen en Spangen ver- gund , in de Byleveld uit te wateren. Doch zy moeften een vierde gedeelte draagen in het onderhoud der twee Sluizen in den Mid- deldam , en der Sluis te Tpefioot, welk de Stad |!u!s te Amfterdam op zig genomen hadt. Een gelyk peflo*^ aandeel moeften zy draagen, in het onderhoud van eene vierde Sluis, die, tuflehen de Stad en Ypefloot, gemaakt zou worden. Eindelyk, moeften zy het Heikooper en ander vreemd water keeren uit hunWaterfchap (p). De vier- Sla« on- defluis, van welke, in dit Verdrag, gewaagd Aenrt^neis^' wordt, werdt, federt, gelegd, ter plaatfe,p00rtt alwaar, na de bemuuring der Stad, omtrent den jaare 1480, de S. Antonis-poort geftigt werdt , en kwam regt onder de gemelde Poort. De Stad nam, in 't jaar 1492, aan, de gemelde Sluis te onderhouden; waarvoor, door de Landen van Reyerskoop, de Prooft- dy van Mydrecht, en van Ouder- en Nieu- wer - Amftel, zekere fomme gelds betaald was (q). Op gelyke voorwaarde, nam zy, in 't jaar 1497, het onderhoud der fteenen fluize op den Middeldam, aldernaefl 't Ste- dehuis, op zig (r): en in 't jaar 1509, dat van de Ooflerfcbe Sluis aldaar (s). In 't jaar 1510, verbondt zy zig,uit gelyke oorzaak, aan die van Amfterveen en derzelver aan- hang , tot het onderhouden der twee fluizen in den Middeldam , en der fluize onder de S. Antonis-poort (t): alle welke verbindte- |
||||||||||||||||||
|
Sluizen kerlyk, terftond na 't leggen van den Dam,
en Wa- gemaakt werdt. Ongetwyfeld, was dit ge- TERKEE- fchied, op koften van den Heere van Am- kingen. ftel ^ alzo men vindt, dat de Dorpen Nieuw- veen en Kalflagen het regt om door Amfter- daiü uit te wateren, van Gysbrecht van Am- Hel en deszelfs Broeder Willem, Prooft van S. Jan te Utrecht, gekogt hebben, en, in 't jaar 1364, door Hertog Albrecht, in het zelve beveiligd geworden zyn (b). De Graa- ven van Holland, de Heerlykheid van Am- ftel bekomende, hebben ook het regt tot de Sluis in den Middeldam verkreegen. Dezelf- de Albrecht fchonkde Kolk deezer Sluize, veelligt om te beviflchen ; doch zekerlyk om, op 't gewelf boven dezelve, te timme- ren en te woonen, den twintigften January des jaars 1386 [1387],aan Heere Reinier Si- monszoon, Priefter te Amfterdam (z)- Ten deezen tyde , lag 'er , nevens de oude of groote, ook eene kleine Sluis in den Middel- dam. Beide de Sluizen lagen 'er , naar 't fchynt, reeds in 't jaar 1306, gelyk,uit ze- kere rekening van Bernd van Dorenweerde, Baljuw van Amftelland, van wege Biflchop Guy, af te neemen is. Hy verklaart, in de- zelve , dat hy, des dingesdages na Pinkfleren des gemelden jaars, tot Aemflelredamme ge- komen zynde, die fluyfen befagh (&). Ge- volgelyk, zyn 'er toen al meer dan ééne ge- weeft. Door de twee fluizen, van welken wy fpreeken, was het gedeelte van Amftel- land , welk men toen Jficbdoem noemde, en welk nu Nieuwer- Amfiel genaamd wordt (/), Andere gewoon, uit te wateren (m). Doch behalve ofS^L- deeze twee uitwaterende fluizen, waren 'er, jen.P in de veertiende eeuwe, reeds twee of meer Sluisjes of Spuijen, ten wedereinde van de Stad, dienende, om het water te leiden door de oude en nieuwe graften, nu de Oude- en Nieuwe - zyds - Voor- en ^Agterburgwallen. Naar den Y-kant, waren 'er twee, eene aan de oude zyde, daar, federt, de Oude-zyds- Kolks-fluis gelegd is , der Stede Sluze ge- naamd («), veelligt, om dat zy door de Stad bekoftigd was; en eene aan de nieuwe zy- de , zo 't fchynt, in den Amfteldyk, daar nu de Kolk is. Immers, ik lees, in eenen Sche- penen-brief van den jaare 1409, van vier huizen ende erven, gbelegen op ten nyendike, tnßreckende van der ouder fpoye, die toen, veelligt, reeds gedempt was, en nergens kan gelegen hebben, dan daar nu de Kolk is, tot Sinte Jacobs firate toe. Aan de Amftel- (.h) Handv. van Rynland, bl. 354.
(') MlJERIs Charterb. UI. Deel, bl. 4J«. (K.) "i>h Aantek. TÄnSchepen GerardSchaefPieteRSZ. (I) Zit de Oade Kaart van Amftelland -»»tr it Hand- vetten. (m) Zie Handv. bl. 709. [«.]
(nj Keutb. A. . 13. |
||||||||||||||||||
|
ms-
|
||||||||||||||||||
|
(0) Keurb. A. . 14 vtrfi
|
||||||||||||||||||
|
(p) Handv.
{q) Handv.
(r) Handv.
0) Handv.
|
7°9.
7". -iz.
7M. |
|||||||||||||||||
|
I*) Handv. tl. 7'i.
|
||||||||||||||||||
|
\' Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
57
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
enw* ni^n/imftei"dam,heiliglyk,naargekomenis.
terse^". ^n 'c jaar 154Ö, werdt de Wcfterfluis in den *'»st6M. Aliddeldam hermaakt («), en in't jaar 1594, werdt bellooten , de Damsfluis en Duiker te heritelleri (v) : 't welk, in 't jaar i597,eerft volbragt werdt (w). 't- Ver- OndemuTehen, waren, met het vergroo- Sro««en ten der Stad,ook andere fluizen aangelegd. 8«ft ge- De twee flllizen indenMiddeldam keerden, ïegenheidby hooge vloeden, het Y-water uit de Stad. tot hec Zo deeden ook twee Huizen in den S. An- haften tonis- of Zeedyk, de oude Kolksflws, in de we siui- . ^ Regiflers, d'oude zyds Sluyfe (x), en ook aeo. m eenen Schepenen - brief van den tienden July des jaars 1431, waarby een erf, daar- omtrent , an den Zeeburch , of Zeedyk gele- gen, aan 't S. Nicolaas - Gafthuis opgedraa- gen wordt, der Stede flufe genaamd; en de Sluis, boven welke de S. Antonis-poort ge- N;ai. fligt werdt. Doch toen de Stad nog binnen ^cndy. de Voor- en Agterburgwallenbegreepen was, Haariem- werc'l:.'er j ten gelyken einde, nog eene vyf- 1061 Huis. ^e ^LUS' aan 't noordeinde der Nieuwe-zyds- " Voor- en Agterburgwallen, aangelegd, die de Nicuwendyker- en Haarlemmer - Jims ge- noemd werdt (y) , en nu de Oude Haarlem- mer fluis heet. Zy werdt, in, of kort na 't jaar 1594, vernieuwd (z\ Aan de Ara- ftelzyde, waren, toen reeds, zo 't fchynt, tot keering of tydige doorlaating van het hoo- ge Amftelwater, en om fchuuring en ver- verfching te wege te brengen, in de Oude- en Nieuwe-zyds-Voor- en Agterburgwallen, Grimne °°^ twee ^'LUZen gemaakt, eene, ter plaat- fe-flui's.S fe ^er Grimneffe-, en eene, ter plaatfe der Offen.' 0ßenfluis; welke laatfte, in de Stads Re- fluis. gißers, ook de Byntwycker-fluis genoemd wordt (a). Doch, veelligt, is de eerftge- melde Huis laater gelegd geworden. Ter plaatfe van de laatftgemelde Sluis, werdt, in 't jaar 1526, eenefteenen brug gelegd (b). Toen de Stad, omtrent den jaare 1480,tot aan den Singel en Kloveniers-burgwal, uit- gelegd werdt, werden 'er, zo ver my ge- ^-eken is, in eenen geruimen tyd, geene nieuwe Sluizen gemaakt, uitgenomen het vetde-n" 1 t^' het Bomn'verdr2et genaamd, aan
Sluisje*" v» n§d> waarvan men, in de Stads Re- voorde ë'i'en > op de jaaren 1548 en 1554, g'e" Heiiige. waagd vmdt (c) , en een fluis je, niet verre Poon Van ' aan den Heiligen - weg, voor de tu) Oud Regifter ter Theorie, Ca* S. h. . xt.
(V) Relol. Vroedfch. N. . l%'Juny i,9+. f. S.
(») J. LAURENT,« Amftfriatn. (*, Groot-Memor. *. t./^^ O) Groot-MemorN. i. f. ^ Rcfo]> Vroedfch. N, «.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Heilige-wegs-poort (d). Het eerftgemelde Sluizen
ftrekte, om het Stads water op eene be-f» Wa- kwaame hoogte te houden, en daarbenevens TERKEE- , ° _ ■ ', , . , . , RING2N.
tot eene doorvaart voor de buitenluiden,
die-, by hoog water of groote drokte, lang toeven moeflen, eer 'er gefchut werdt; van waar het Verlaat de naam van Boeren - ver- driet fchynt bygebleeven te zyn. Omtrent den jaare 1545, werden de Grimneffe-fluis en de OJJen-fluis gelegd. De laatfte fchynt, in de plaats der Bmdwykeriluis, gelegd te zyn. De eerfle, veelligt, op eene plaats, waar nog geene fluis gelegen hadt. Immers, het b'ykt, uit eene uitfpraak der Landvoog- deffe, Vrouwe Maria, Koninginne van Hon- garye, van den agtften September des ge- melden jaars, dat defpoyen ofte verlaetenaen de Veemarckt opte nyeuwe Zyde, en tujjchen S'e' Marien Convent ende die nyewwe nonnen, welken men, federt, de Ojjen-fluis en de Grimnejjè-flüis genoemd heeft, niet lang na dien tyd, gelegd zyn. De uitfpraak is, ook in andere opzigten, merkwaardig; en nog nimmer gedrukt; waarom wyze, aan 't ein- de van dit Boek, onder de Bylaagen ( e) , geplaatft hebben. By de Vergrooting der Stad, die, in 't S. Anto-
jaar 1601, grootendeels, voltrokken werdt, nis-fluis werden wederom vier nieuwe Sluizen ge- Nieuwe maakt, die, door deeze vergrooting, nood- Haarlem- zaakelyk geworden waren, te weeten, twee mer fluiï' Buiten-lluizen, en twee Binnen-fluizen. De twee eerflen waren de S. Antonis-fluis, aan de oude (), en de nieuwe Haarlemmer-Jluis aan de nieuwe zyde: tot het aanleggen van welke laatfte, reeds in 't jaar 1594,belloo- ten was (g), fchoon zy beide, niet voor 't jaar 1601, voltrokken werden (h). De nieu- we Haarlemmer-fkiis werdt, in 't jaar 1617, vry wat verlengd. De S. Antonis-fluis dien- de niet, om 't binnen-water te loozen; maar om 't buiten-water te fchutten, en dus de wateren der Stad, op eene bekwaame hoog- te , te houden CO- De twee anderen, die, Heilige, in 't volgende jaar , werden voltooid, wa- wegs- ren de Heilige-wegs-Sluis, pas buiten de Hei- sluls* lige-wegs-Poort aan den Singel, en de Jan- jan. Rooden-Poorts fluis, ook aan den Singel,by Rooden- de Jan Rooden-Poort. Het water of de kolk £°?rts- der oude S. Antonis - fluis, die onder de S.Muis* Antonis-Poort lag, werdt, in 't jaar 1614, overdamd (£), en tot eene markt gemaakt. Doch de fluis , welker, deuren, ten einde der markt, aan de Gelderfche Kaai , ge- plaatft (d) Groot-Memor. N. II. . 97 v'rf>'
(*) L'. B. (f) Groot-Memor. K. II. f. 19» verf:
(g) Refol. Vroedfch. N. |. !» May, lJ<">3 IJ9*. . i,4.
(h) J. LaurentiuS Amfterdam. (i) Refol. Vroedfcli. N. 10. zoMdtrt Ifiot. . 164mr/i.
{k.) ]. LAimBNTlUS AultetliWl. H
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
13 u
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
/- }}-.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
U; Refol. Vroedfch. N. s ,, ^ im ß
y\ Groot-Memor. N. I. . ,,,_
/ } "r°ot-Memor. N. I. . 3Jg Verrt
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
*'
|
- -^oot-Memor
|
. N. II. . u. ner'
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
/ » Refol. Vroedfch. tf. r.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
II.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
STUK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
58 AMSTERDAMS III. Deel.
sluizen plaatft werden, hieldt gemeenfchap met het in de Prinfen-graft, by de Leliegraft, voor Slotze»
en Wa- Amftelwater, door eene pyp, die nog, onder 't Nieuwe-zyds-Huiszittenhuis. Ook werdt«« Wa- TERKEE" de Poort, nu de S. Antonis-Waag, door- het vuile water, in 't zuid-ooften der Stad, J^^T " Gm' loopt, en in die Waag, met een groot luik, geloosd, door een fluisje, gelegd, ten einde» gedekt is: wordende het Y- en Amftelwa- van den Kadyk, by de nieuwe vaart. ter, op de markt, van eikanderen afgefchei- Door 'tmaaken van alle deeze Huizen en De Stad den door eene toldeur, by welke eene an- toldeuren, was de Stad, voor zo ver zy bin- was>ir'vi- dere toldeur geplaatft is, die het buiten-wa- nen dezelven lag, binnenwaaf ds, verdeeld in °^ je tef fchut, öf, door de Huidenvetters floot, vier Polders of Waterboezems. De eerde eeuwe, in den Oude-zyds-Agterburgwal, doorlaat, was afgefchut door de oude Kolks-fluis, de van bin- Tot bevordering van fchuuring en verver- GrimnefTe-fluis, de Huidenvettersfloots-tol-^a'.v^r" fching in de Stad, werden, omtrent dien deur op de S. Antonis of Nieuwe Markt, en V1vr\va- Vyf klei- tyd, vyf kleine fluizen aangelegd, te wee- eenige rioolen onder 't Gafthuis, en de terboe- ne Slui- ten de Bullebaks-fluis, ten einde der Blom- Godshuizen langs den Kloveniers - burg- zems. 2en# graft,in 't jaar 1613; de Leliefluis ,t&n ein- 'wal. De grootte of vlakke inhoud van de der Leliegraft, in 't jaar 1614; de groote deezen boezem werdt op drie en een halve Brouwers-fluis, op de Brouwersgraft, by de morgen waters gerekend : de tweede, die Prinfengraft, in't jaar 16155de kleine Brou- twee en dertig en twee derde morgen wa- w er s-fluis, ten einde der Brouwersgraft, ee- ters bevatte , was beflóoten binnen de oude nige jaajen laater, en de Prinfen-fluis, op en nieuwe Haarlemmer-fluizen, de groote de Prinfengraft, voor 't Schermfchool, nu Brouwers-fluis, de Leliefluis, de Scherm- de nieuwe Waaien-Kerk, in 't jaar 1618 CO- fchools-fluis, de Leidfche - Poorts - fluis, de Sluizen jje laatfte en grootfte Vergrooting der Spiegels-iluis, de Reguliers - toldeuren , de der laat- gtad, die, omtrent het jaar 1657, begon- fluizen op de Utrechtfche ftraat, de Heili- crooting. nen werdt, maakte het leggen van nieuwe ge-wegs-fluis en de Offen-fluis. De derde ' fluizen wederom noodzaakelyk. Ook wer- boezem, die maar zeventien en een derde ' den toen twee groote fluizen tegen 't Y ge- morgen waters inhieldt, lag binnen de Een- Een- legd, ten wedereinde van de Stad, de Een- hoorns-Huis, de kleine Brouwers- of Haar- lioorns- hoorns-fluis, en de nieuwe Raapenburger-ßuis. lemmer-Poorts-fluis, de Bullebaks-fluis, 't " En om-'t hooge Amftelwater te keeren uit fluisje aan 't kleine Plein, ten einde der Leid- Raapen- ^e voornaame graften der Stad, en te ge- fche graft, de Schermfchools-fluis endeLe- burger- lyk, het Y- en Stads-water te houden uit liefluis. De vierde boezem, de grootfte van Slufs. den Amftel, maakte men drie nieuwe fluizen allen, lag , met den Amftel gemeen, tus- Drie op de Utrechtfche Straat, aan de Heeren-, Kei- fchen de Damsfluizen , de Öflenfluis , de Sluizen zers-'en Prinfen-graften. Ook hieldt men het Heilige-wegs-fluis, de fluizen op de Utrecht- Utrecht Stads Water uit den Amftel, van binnen, door fche ftraat, de Reguliers-toldeuren, 't lluis- fehe a de Reguliers-toldeuren, die, op de Reguliers- je ten einde van den Kadyk, de Scharbiers- Stiaat. graft, onderde brug over de Agtergraft, of nieuwe Raapenburger-(luis, de nieuwe werden gelegd; en van buiten door de We- S. Antonis-fluis, de Huidenvettersfloots-tol- terings-Beer, en toldeuren, die, onder de twee deur, de rioolenonder de Godshuizen, en Valbruggen, buiten de Weterings-poort, in de Grimneffe-fluis. In deezen boezem, re- ^le.^e de Stads Graft, geplaatft werden. Tot door- kende men te zyn vyf en dertig morgen wa- tot'ld" vaart enfchuttïngevan't Stads_water,maak- ters; zo dat de oppervlakte van al het wa- ding en te men, in de nieuwe uitlegging, de Spie- ter binnen de fluizen der Stad agt en tagtig fchuuing gels-Sluis, tuflchen de Spiegelgraft en We- en een halve morgen befloeg. Buiten de Van bui- van>t terings-poort; de Leidfche-Poorts-Jluis, inde muuren, was de Stads graft of veil in twee ten £a Water' Baangraftaan 't Leidfche Plein, en het fluis- boezems onderfcheiden. De eerfte , die,twee* je aan 't kleine Plein,ten einde der Leidfche tuflchen den Haarlemmer- of Wefter-beer graft; welk laatfte , in 't begin van deeze en den Weterings-beer voor de Weterings- eeu we, wederom gedempt is. In de voorige poort lag,^ ontving het Stads vuilwater, uitlegging, ftrekte reeds, tot loozinge van 't door de kleine Brouwers-fluis, en loosde het, vuile Stads water, de kleine Brouwers- of door den grooten duiker, die, in den Haar- Haarlemmer-Poorts-fluis, gelegen ten einde lemmer-dyk, pas buiten de Haarlemmer- van de Brouwers-graft. Voorts, maakte men Poort, gelegd werdt, in't Y. De andere nu, om 't Y-water bekwaamer, in en uit ver- boezem, die, tuflchen den Weesper - beer fcheiden' graften der twee laatfte uitleggin- voor de Weesper-poort en den Oofter-beer gen, te leiden, e^nfluis je of klap inde Leidfche aan den Diemer dyk lag, ontving het Stads graft, by de Keizers - graft, en, eeß ander water, en loosde het, wanneer dezelve te vol werdt, door middel van Watermolens,
(i) j. uurenthjs Anjaadam, die agter dei} Stads Timmertuin geplaatft |
||||
|
I. Boek. WEERELDLYKE GEBOUWEN. 59
Sluizen waren» insgelyks in 't Y. Beide deeze boe weinig lekken op den Amflel: waardoor, Sluizeic
teme"e~- zems werden gerekend eene oppervlakte van in dien tyd,, het Amflelwater, alleenlyk even«» Wa- »bwbkÏ' ne§enen negentig morgen waters te bevat- buiten de fluis, een weinig brak werdtj welk TERKKE^ ten: de eerfle zeven en zeflig, en de tweede brak water, met de minfïe ebbe, kon ge-RINGÏIf' twee en dertig morgen» loosd worden. Men bevondt, dat de Ain- ring6" Doch in deezen (laat van de Stads wateren, fiel, by't Oetgens pad, zeer weinige, en
denWa- bevondt men, dat zulke boezems inzonder- by de Schelpbrug, geheel geene brakheid terftaat heid > die met den Amflel gemeen lagen , hadt, zelfs na dat het Stads water, door de der stad, veel te weinig konden ververfcht worden, opening van eene toldeur, ter wydte van leggenCt a'Z° ^e Amflel, niet dan by zeerlaage ebbe, een, of een en een halve voet , een en van de ^e Zeldzaam voorvalt, eenigen merkelyken twintig maaien op den Amflel gelekt hadt Amftei- aftrek hebben kon. De meefle ververfching («). De Weesper-beer naderhand wegge- fluis. der gemelde boezems beflondt in het Y- nomen zynde, bleef de Stads buiten-graft, water een weinig te laaten flonfen, dat is, tufTchen de Weterings-beer en Oofler-beer door de klinketten der Sluisdeuren, en door of Diemerdyk, gemeen leggen met den Am- de Reguliers-toldeuren, te laaten afloopen, fiel, en daardoor altoos voorzien van frifch °P den Amflel, die gemeenlyk geen ander water, wordende het vuile water der Stad water te rug gaf, dan 't gene al lang in de aan deeze zyde, federt, door het fluisje ten Stad geflaan hadt, en zeer vuil was. In de einde van den Kadyk, geloosd in de nieu- andere boezems, waren, door den tyd, ook we vaart. veele ondiepe plaatfen gekomen, vooral om- Het maaken van zo veele nieuwe Slui-uitdc
trent de fecreeten onder de bruggen. Ook zen, ter gelegenheid van de verfcheidene meefte |
|||||||||
|
hadden de menigvuldige rioolen, die -in de vergrootingen der Stad, en het leggen der oud' b.in*
burgwallen uitliepen, op veele plaatfen, on- Amflel-fluis in 't byzonder, hadt de mees-'zen,wor- diepten veroorzaakt, die , door vaartui- te oude Binnenfluizen noodeloos gemaakt; den' de |
|||||||||
|
Sen geroerd wordende, of door warmte, of waarom de deuren, uit verfcheiden' derzel- deuren
andere oorzaaken, aan't giften geraakt zyn- ven, van tyd tot tyd, geligt werden, ens st' "e 5 vry wat flanks verwekten. Men befloot de doorvaart en waterloop door dezelven dan, het Y-water, welk, gemeenlyk, vooral vrygelaaten. Eenige Huizen, gelyk de Jan- des Zomers, twee of drie voet hooger was dan Rooden - Poorts - fluis , zyn geheellyk ver- net Amflelwater, uit den Amflel te houden, dweenen: anderen, gelyk het fluisje in den door het leggen van de Amflel-fluis, die, tus- Heiligen weg en het fluisje ten einde der ichen dePrinfen-graft en Agter-graft,opde Leidfche graft, werden gedempt. Doch h0°gteder Utrechtfche dwarsflraat, inden de (luizen, die nog kennelyk overgeblee- Amftel, gemaakt werdt (m). Door 't leg- ven; maar van deuren ontbloot zyn, zyn genvan deeze Sluis, werdt het Y-water in de Offen - fluis , het Boerenverdriet aan de Stad op eene bekwaame hoogte gehou- 't Spui, de Heilige - wegs - fluis in den Sin- den, en, door de binnenfluizen, alomme, door gel, de Schermfchools- of Nieuwe Waa- de graften geleid, die dus, doorgaands, len-Kerks-fluis, en de drie Sluizen op tweemaal in een etmaal, ververfcht werden, de Utrechtfche flraat. Het wegneemen van Zonder dat de Amflel werdt befmet. Men alle deeze fluisdeuren, op de drie laatflen na, droeg, federt, zorg, dat het intappen door hadt de Stad, die te vooren binnen de rriuu- andere Y-fluizen gefchiedde dan het uittap- ren, uit vier water boezems beflondt, ge- Pen , 't welk te wege bragt, dat het water, maakt tot twee Waterboezems van ongely- We.lk, door het omloopen door de Stad, ver- ke grootte, die door de groote Brouwers- vuild geworden was, geloosd zynde, niet zo fluis, de Leliefluis, het fluisje of de klapdeu- Jgt wederom in de Stad vloeijen kon. De ren in de Leidfche graft, de Reguliers-toldeu- meeft befmette boezems kreegen toen, ge- ren, de Amflel-fluis, en de drie Sluizen op meenlyl^ dagelyks goeden aftrek van vuil de Utrechtfche Straat, gefcheiden worden, water, a]Zo ^ e^e doorgaands agt of ne- Doch na het ligten der deuren uit deeze drie gen duim laager ging, dan 't water, in de fluizen, kan de Stad, ruim zo gevoeglyk, als Stad, zonder eenigen hinder, geleeden kon een enkele boezem, of groote Polder, wor- worden. Doch ais} by zeer hoog buitenwa- den aangemerkt. ter, de ï-fluiZen ^t gehouden moeflen Ondertuffchen , bevondt men, weinige Nieuwe
worden, deedt men, federt, dooreene tol- jaaren na 't leggen van de Amflel-fluis, Water- deur der Amflel-fluiss bet Stads water, om dat een voornaam gedeelte zo der oude als J^enn* het op een' lydelyken peil te houden, een nieuwe Stad, buiten de Sluizen leggende, %Jj£ met
« T»'»^*?,1, JI0edfch- L'-G- Ji oa>h. it Ntv. t«7o. (n) zie Daniel Stalpert Beiigt wejens de Wateren,
J "'*■ / 71, 71 *<'/», 11» v,rf,, ittzer Stede. Stdrttkt iS7<-
H 2
|
|||||||||
|
AM ST E R D A M-.'.£1'»' III. Deel.
|
|||||||||||
|
6ó
|
|||||||||||
|
mét hoog water, onderliep. Hiertoe Be-
hoorden , behalve de Bickers-., Prinfen-, en Reaalen-Eilanden in 't noordweflen, en de Eilanden Kattenburg , Wittenburg en Ooftenburg in 't zuidooften der Stad , de Haarlemmer - Houttuinen, Haringpakkery, Texelfche Kaai,'t Water tot aan den Dam, de Oude Teertuinen, de Oude-zyds-Kolk, de Gelderfche Kaai en Laftaadje, het nieu- we Waals-Eiland, én de Montelbaans Burg- wal tot aan de S. Antonis-fluis, metdeftraa- ten en graf ten, die binnen deezen omtrek begreepen waren. De kelders der'huizen, die hier {tonden, ende benedenfte verdie- pingen van veele huizen zelven hadden veel overlaft van 't hooge water. In zulk een ge- val, waren de bewooners der huizen ver- pligt, hunne buuren uit de Kelders, met der- zelver huisraad, te bergen, tot dat hét wa- ter gedaald ware. Men weerde, daarenbo- ven , het water uit de huizen, en uit fom- mige ilraaten, door, in groeven voor de- zelven, breede planken te zetten, welker reeten met potaarde werden digt -gemaakt. Doch deeze middelen konden, dikwils, zó fpoedig niet in 't werk gefield worden, of het .water hadt alreeds merkelykéfchade ver- oorzaakt , met naame aan de Koopmanfchap- pen, die, in de pakkelders, lagen, en zo ras niet konden verwerkt worden"; behalve, dat het verwerken zelf veel ongemaks en koflen baarde. Men befloot dan, in't jaar 168-1, het voornaamfle gedeelte van 't gene buiten de Sluizen lag, te bepolderen, door het leg- gen eener zwaare Waterkeering op Zeedyks hoogte, in welke, op gelyke hoogte, voor de Sluizen, twee paar Vloeddeuren gelegd werden. Alleenlyk, verkooren de bewoo- ners der Haarlemmer - Houttuinéh en Ha- ïingpakkerye geene Waterkeering voor hun- ne huizen (o), willende zy liever den ouden overlaft van 't hooge water lyden, dan den gemakkelyker op- en afflag hunner koopwaa- renmhTen. In 't jaar 1682, was de Water- keering voltrokken. Zy werdt, gelegd van den Nieuwendyk af, door de Ramskooy, langs de Texelfche Kaai, de Oude Teertui- nen , het. nieuwe Waals - Eiland, en de Y- graft. Ook werden de Kadyk of nieuwe Zee- dyk, die buiten de Sluizen bleef, en de Haarlemmerdyk, van de Oude Haarlemmer- fluis af, tot aan 't Plein binnen de Poort toe, eerlang, merkelyk, verzwaard en verhoogd. De Vloeddeuren der Waterkeeringe wer- den gelegd op vyf plaatfen, onder de Nieu- we Brug, voor deDamsfluizen"; aan't Kam- perhoofd, voor de oude Kolks-fluis; aan de Laftaadje, voor de Nieuwe Markts- of S. (.) Zit II. Deel, XX. ZJe.fc, hl. 666 enz.-
|
|||||||||||
|
Antonis-Waags-fluis, en ten wèdereinde van Slotzes
't nieuwe Waals-Eiland, voor de S. Antonis-«» Wa- fluis. En op deeze wyze, werdt een groot TERKE^" gedeelte der Stad> zo fommigen. hebben R* aangetekend (>) , wel tweeduizend huizen, tegen hoogen vloed, verzekerd; zo dat nu, ■.-'■ behalve de te vooren genoemde Eilanden, ten wedereinde van de Stad, alleenlyk de Haarlemmer - Houttuinen en Haringpakke- rye en't gene daar agter legt, ten noord- ooften van den Haarlemmerdyk , aan den overlaft van 't hooge water onderworpen ■ blyft. De Sluizen der Stad zyn zesderlei : i. Zesderlei
Sommigen laaten het Y-water in de Stad, Sluizen tot behoorlyke ververfching ; of fchutten jjtad. het, by hoogen vloed. Hier toe dienen thans de Nieuwe Markts- , of S. Anto- nis-Waags- Huis , de oude Kolks -fluis, de Damsfluizen, de oude Haarlemmer-fluis en de nieuwe Haarlemmer - fluis, die , met den vloed, worden open gezet, en't buiten- water , dat verfch uit de Zuiderzee herwaards vloeitf, tot de 'vereifchte hoogte, intappen. Doch by hoogen vloed,worden deeze Sluk. lèn,!£o wel als de Waterkeeringen, welke laatften, anderszins, altoos open ftaan, digt gehouden. 2r. Om het Y-water van het Stads^water af te fchutten, dienen thans de Nieuwe Raapenburger- en S. Antonis - (lui- zen. 3. Tot uittappinge van 't water, na dat'het, door het grootfte gedeelte der Stad, geloopen heeft, diende, voor deezen, alleen de Eenhoorns-fluis, in den Haarlemmerdyk op de Prinfengraft; doch , federt weinige jaaren, is ook, door de Scharbiers- of nieuwe Raapenburger - fluis, uitgetapt: 't welk nu, in 't kort, wederom veranderd is; zo dat thans, gelyk voormaals , alleen door de Eenhoorns-Huis uitgetapt wordt. Het vuile water, welk, door de Eenhoorns-fluis ,vvordt uitgetapt, wordt belet wederom in de Stad te loopen, door het digt houden van twee fehutdeurén, in het zogenaamde Boerenver- driet^ de Roodebrug. 4. Om het Y-water in-4e Stad op eene bekwaame hoogte te houden, dient de Amftel - fluis, belettende den afloop van het zelve naar den Amftel, die,genoegzaam altoos, met naame des zo- mers , laager is dan het Y. Ook fluit deeze fluis, zo wel als de Reguliers- en Wete- ringspoorts-toldeuren, het Stads water van het Amftelwater. 5. Negen Binnenfluizen die- nen , om het water, door de Stad, bekwaam- lyk, te leiden, en daardoor alle graften te vèrverfchen; als de groote Brouwers - fluis, de kleine Brouwers- of Haarlemmer-Poorts- fluis, de fehutdeurén in de Prinfengraft, by 't
(p) COMMM.IIÏ, */. SS 3-
|
|||||||||||
|
Sl-jizeh
en Wa?
TERKEE-
IUKGEN- |
|||||||||||
|
! Boek.
|
|||||||||||||||
|
WÈERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||
|
i
|
|||||||||||||||
|
't Nieuwe - zyds - Huiszitten - Huis, de Le-
üefluis, de Raampoorts- of Bullebaks-fluis, de Lauriergrafts duiker, de fchutdeureri in de Leidfche graft, by de Keizers graft, de Leidfc'he - Poorts - fluis en de Weterings- Poorts-fluis: eenigen van welken ook het vuile water in de buiten boezems loozen. 6. Einde- 1'yk, zyn 'er nog twee Sluizen of duikers, die- nende om het vuile water, met behulp van Watermolens, te loozen in twee boezems, een ten weilen en een ten ooflen. De eerfte is de groote Duiker in den dyk buiten de Haar- lemmer Poort, die vier paar deuren heeft, en 't vuile water ontvangt uit de Stads buiten- graft of weftelyken boezem, welke zig,van denWefler-beer buiten deHaarlemmer Poort, tot aan den dam onder de Weteringspoorts- brug én de toldeuren in denzelven, uitftrekt. De andere kleine Sluis, of Outewaaler duiker, die twee paar deuren heeft, en tot het zelfde einde dient, legt ten einde van den Kadyk , en looft het vuile water , welk, beooften den Amftel,in de nieuwe Stadge- loopen heeft. Wy fpreeken niet van de GrimnefTe fluis, die twee Vloeddeuren heeft, welken altoos open ftaan , en alleenlyk, tweemaal 's jaars, in 't voor- en najaar, by nagt, toegedaan worden, om, na 't volzet- ten van de Oude-zyds-Voor- en Agterburg- Wallen door de Kolksfluis, de rioolen onder 't Krankzinnigen -Huis, Spinhuis , Oude- Mannen-Huis en Gafthuis', die, met fcliui- yen, van den Hoveniers - burgwal en Binnen- Amftel afgefehut zyn, fchoon te fchuuren. Gm te klaarder begrip te hebben van de
wyze, waarop de Sluizen werken, zo'tot Verzekering der Stad tegen hooge vloeden, als tot ververfching van dezelve, moet men weeten , dat een gemeene vloed in 't Y ryft tot omtrent tien voeten Rynlandfche . maat, beneden de hoogte van den Spaarne- dammer- en Muider-dyk. Wanneer de vloed tot deeze hoogte beneden den dyk geklom- men is, wordt het water gezeid te ftaan op vtads- of Amfierdamfch Peil. De hoogte van den dyk wordt, aan verfcheiden' Y-fluizen en aan alle Waterkeeringen , aangeweezen (MOv een' witten fteen, waarop gehouwen zeedyks hooghte,
zynde 9 voet 5 duim boven
Stads Peil. De peil (laat benevens en onder deezen fteen,
of naaft of tegen eene der Sluisdeuren , klimmende de merkletters in den zelven op, niet drie duimen, 3, 6, o, 12 enz.tot 104 duimen toe, zynde de gemelde hoogte van 9 voet 5 duim, Amiterdamfche maat. De |
|||||||||||||||
|
peiltekens aan de Waterkeering voor deSLurzEs
oude Kolks-fluis; aan de Nieuwe Markts-en Wa- fluis en elders, verfchillen hier van een wei-TER*E,f" , ,. '■ ■ , . , RINSER
mg, en klimmen niet zo hoog, in t aan-
wyzen der ryzinge van 't water. Zo dra de vloed ryft tot vyf of zes duimen beneden deezen peil, moeten de Y-fluizen 5 en wan- neer dezelve, tot zeftien af agttien duim boven den zelven ryft, ook de Waterkee- ringen toegezet worden. Wanneer 't water tot vierentwintig duim klimt , wordt het flot aan de deuren der Waterkeeringen ge- hangen : op veertig duim, worden de nood- deuren, zynde de binnenfte deuren der Wa- terkeeringen , toegezet: op vyftig duim, wor- den de deuren met balken verfperd: op om- trent zeftig duim, loopt de Slaaperdyk by Spaarnedam over, waardoor eenige ontlas- ting voor de Stad komt. Ten einde der Haarlemmer - Houttuinen , legt een klin- ket of fchuif, die digt gemaakt wordt, als het water , in de nieuwe Teertuinen, op de ftraat ftaat. Voorts, moeten, volgens eene keure van den twaalfden January des jaars 1701 , geene Kelders binnen de Y - fluizen laager gelegd worden > dan eeri duim boven Stads peil, en buiten de flui- zen , doch binnen de Waterkeeringen j niet laager dan twee voet boven Stads peil, welke peil den Timmerluiden en Metfelaa- fen, door den algemeenen Opzigter van de Sluizen en Wateren der Stad, wordt aange- weezen (r), -'De Kelders , die van ouds laager gelegd zyn, hebben, nu en dan, zo ter oorzaake van het hooger Amftelwater, als vooral, uit hoofde van het hooger loo- pen der buitenvloeden, door de geduurige verwydering der zeegaten, nog laft van 't hóoge water: met naame in het laagfte ge- deelte der Stad. "Het hoogfte gedeelte der zelve is de Oude-zyds-Voor- en Agterburg- wal, de Nieuwe-zyds-Voor- en Agterburg- wal, de Singel, de Heerengraft en de Kei- zersgraft, met het gene binnen deezen om- trek gelegen is. In dit gedeelte der Stad, kan het water geruftelyk tot op Stads peil worden ingelaaten. Doch in het overige of laagfte gedeelte, moet het niet hooger dan tot op agt duimen onder Stads peil worden in- getapt. De Sluizen, door welken, het water, in het hoogfte gedeelte der Stad, wordt in- gelaaten , hebben, aan 't einde van den Wa- # terboezem van dit hoogfte gedeelte , een verval van omtrent vier of zes duim, dat is te zeggen, dat het water aldaar, gemeenlyk, maar vier of zes duim laager ftaat, dan aan de Sluizen. Zo dra nu het water, op de vereifchte Orde op
hoog-het
(r) Hand?, bl. 7Zs, fchutten, H 3
|
|||||||||||||||
|
en WA-
terKee.
|
|||||||||||||||
|
Wyze
van de vverking der flui- zen tot verzeke- ring der Stad te- gen hoo- ge vloe- den. |
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS III. Deel»
|
||||||||||||||||||
|
62
|
||||||||||||||||||
|
ten, en hunne beurt niet afwagten willen,
dubbel fchutgeld betaalen. Aan de Amftel- fluis hebben , behalve de gemelden , ook de Veerfchuiten de voorfchutting (t>). In de vyftiende eeuwe, plagten der Stede Hui- zen , maar drie- of viermaal 's daags, open- gewonden te worden, tot het doorlaaten van Vaartuigen (w). Doch met het aanwaffen der neeringe en vaart in de Stad,heeft men, in de volgende eeuwen, hierin verandering moeten maaken, en als 't het getyde ge- doogt , den gantfchen dag door, en zo lang de Boomen openblyven , laaten fchutten. Zelfs worden Stads-, Admiraliteits-, en Ooflindifche Compagnies - Jagten ook , by nagt, doorgefchut (x). Tot ververfching der Stad, en om 't wa-
ter , alomme, langs derzelver menigvuldige graften, te leiden , werken de Sluizen in deezer voege: het Y- of Zuiderzee-water , welk , by geregeld getyde, tweemaal in vierentwintig uuren, van 't ooflen, met den vloed , voor de Stad komt, wordt, door de intappende Sluizen, tot op eene bekwaame hoogte , dat is, tot op eenige duimen be- neden Stads peil, ter Stad ingelaaten, terwyl de- nieuwe Raapenburger- en S. Antonis- fluizen, die het Y-water affchutten, en de Eenhoorns-fluis, die alleen dient om uit te tap- pen, digt gehouden worden. De itroom komt, met geregeld getyde, ui Me Zuiderzee, over 't Pampus, in 't Y, en loopt, daar hy diepft is, van den vuurtooren by Durgerdam af, eerft, met eene flaauwe bogt, naar denWa- terlandfchen dyk; waarna hy zig Stedewaards wendt, en fterkft aanloopt op de Sluis onder de S. Antonis- of Nieuwe Markt, alwaarmen 't eerft het waffen van 't water verneemt, om welke reden, het Comptoir van den Opzien- der der Stads Wateren, ook voor deeze Sluis, in een houten huisje, over't water gebouwd, geplaatft is. Het- Y is, hier omtrent, ook op zyn diepft, voor de Stad. Doch het is, op de hoogte van de Ton op de Nes, nog veel dieper, gaande aldaar eenen zeer fter- ken itroom. Zo dra nu de Sluis onder de Nieuwe Markt , en de andere intappende Sluizen werken, en 't buitenwater gekomen is, tot voor de groote Brouwers - fluis, de Lelieflüis en de klap in de Leidfche graft, worden dezelven , midsgaders de Huiden- vettersfloots - toldeur , toegezet, waardoor 't buitenwater gefchut en geleid wordt, door den Kloveniers - burgwal, den Oude-zyds- Voor- en Agterburgwal, het Rokin , den Nieuwe-zyds-Voor- en Agterburgwal, den Singel, en langs de Brouwersgraftj door de Hee-
(v) Handv. il. 718.
(n>J Keutb. A. . ?i -vtrft, i£» vrift.
(x) Handv. iCjrs.
|
||||||||||||||||||
|
Sluizen hoogte, in de Stad ingelaaten is, worden
en Wa- de intappende Y - {luizen toegezet, en al- |
||||||||||||||||||
|
Sluizes
en Wi-
TERKEE-
SIWGÏN, |
||||||||||||||||||
|
TGRKEE
RINGEN. |
leenlyk geopend , om vaartuigen door te
|
|||||||||||||||||
|
laaten, waardoor niet dan het fchutwater,
dat is, het water, welk in de kolken tuffchen de binnen- en buitendeuren der Sluizen ge- ftaan heeft, en het water , welk door de Huisdeuren heenen lekt, in de Stad komt: 't welk geene ryzing van belang veroorzaa- ken kan. Doch zo dra de Sluizen twee, en niet meer drie voet, zo als de Keuren fpreeken, water fchutten, dat is, zo dra het water twee voet hooger ftaat aan de eene zyde der deuren dan aan de ande- re , laat men 'er geene vaartuigen meer door (Y): wordende zy, vervolgens, toege- zet; gelyk ook , wanneer het water nog meerder ryfl, omtrent de Waterkeeringen gefchiedt. Wanneer het water aan de eene zyde hooger is dan het water aan de andere zyde; doch niet zo hoog, dat 'er geene vaar- tuigen meer können worden doorgefchut, haalt men, om 't hoogfte water eerft met het water, dat in de kolk ftaat, en daarna het kolkwater met het laagfte water gelyk te doenvloeijen, de klinketten van de vloed- en ebdeuren, 't een na 't ander op: waarna de Sluisdeuren, in orde, worden opengewon- den. En is wel uitdrukkelyk verbooden, dat iemant de Sluisdeuren of Klinketten ophaa- le , voor dat de openftaande deuren en klinketten, geheellyk, zyn toegedaan, om dus te voorkomen, dat het water te hoog ryze in de Stad: ten welken einde, de enkele deuren, in de Leidfche graft, in de Prinfen graft by 't Huiszitten-Huis, en in 't Boeren- verdriet by de Roodebrug, ook maar om 't uur geopend mogen worden; ten ware 'er eerder zes fchuiten tevens voor dezelven la- gen te wagten (t). By hoogen vloed, wanneer de Sluizen niet doorfchutten , moet egter, met de klinketten, geduuriglyk af- en aange- flonft worden , om de buiten- en binnen- deuren gelykelyk te doen draagen (u). Wan- neer de Sluizen openflaan, gaat de uitvaart voor de invaart: doch regt het tegendeel heeft plaats, wanneer het buitenwater, tot op zyn' peil, ingelaaten wordt. Vifchfchuiten, fche- pen en fchuiten met buskruid, fchepen met beeilen, Molenaars-fchuiten, Nagtwerkers- fchuiten, Stads-fchuiten, die by daglooners gebruikt worden, en Admiraliteits- en Ooft- en Weftindifche Compagnies-vaartuigen, belaaden zynde, hebben, voor alle andere vaartuigen, de voorfchuttïng; doch de vifch- fchuiten, fchepen met beerten en Molenaars- fchuiten moeten, zo zy dit voorregt genie- (s) Handv. il. 7jtf 7it.
(t) Handv. hl. 72i. (u) Handv. il, 71». |
||||||||||||||||||
|
Werking
der Slui- zen tot verver- fching der Stad, en lei- dingvan 't water door de- zelve. |
||||||||||||||||||
|
I. Boek. WEERELDLYKE GEBOUWEN. 63
SluizEN Heeren- en Keizersgraften, en door de dwars- de groote pyp of kolk, drie paar Vloeddeu- Slotzek
.^,,V;A" graften en kanaalcn, die, met de meeften ren, en in de kleine, een duiker van twee«« Wa- RüiCEjr van deezea, gemeenfchap hebben, tot voor paar Vloeddeuren, die met de ebbe open-TERKEE" de Amftel - fluis, door welke het gefchut gaan. De Amftel - fluis, voor welke het wordt. Uit den Binnen-Amftel voor de Y-water gefchut wordt, heeft vier kolken.- Sluis, vloeit het water, ooftwaards, door Inde ooftelykfte , leggen twee toldeuren, de Heeren- , Keizers- en Prinfengraften , ter wederzyde van een' dam zuidwaards, en rondsom en dwars door de Plantaadje , en twee paar Vloeddeuren, ter wederzyde van wordt, met de ebbe, door den duiker, ten een' diergelyken dam noordwaarcls. Van de einde van den Kadyk,in 't Y geloosd. Het drie volgenden, heeft de middelfte of groo- digthouden van de Eenhoorns - fluis , die te kolk vier paar Vloed-, en vier paar Ebdeu- niet intapt , en het digthouden van de renrzynde twee paar van elke foorte geplaatft, de vloeddeuren der groote Brouwers- en Le- ter wederzyde van twee dammen , zuid- liefluizen, en der fchutdeuren in de Leidfche waards en noordwaards, midden in deeze graft veroorzaakt hebbende, dat het water, kolk, leggende. De twee andere wederzyd- in de Prinfen graft bewerten den Amftel, fche kolken hebben ieder twee paar deuren kager ftaat, dan in het overig gedeelte der van elke foorte. Een vyfde kolk in 't weften Stad, vloeit het ingetapte Y-water uit den is, door een' fteenen beer, in 't midden , Binnen-Amftel, noodzaakelyk, derwaards, en geflopt, en wordt, gevolgelyk, niet gebruikt, beverfeht hier de Prinfen- en Baangraften, De vereeniging tuflchen het Stads- en Bui- en de dwarsgraften, die met deezen twee ge- ten-Amftel- water wordt belet, door twee meenfehap hebben: wordende, om het wa- toldeuren, op de Reguliersgraft, onder de ter te bekwaamer te doen vloeijen langs de brug van de Agtergraft, en door twee an- dwarsgraften , ten noorden van de Blom- deren, leggende onder de twee Valbruggen, graft gelegen, de fchutdeuren in de Prinfen- in de brug buiten de Weteringspoort. Van graft, by 't Nieuwe-zyds-Huiszitten-Huis, de Binnen-lluizen dienen 'er vyf tot fchut- met de ebbe, digt gehouden: en het water, tinge van het Y-water, by vloed, om het de Stad nu ook aan de weftzyde beverfeht te bekwaamer te leiden, door de graften der hebbende, wordt, ten deele door de Een- Binnenftad: de groote Brouwers-fluis, die hoorns - fluis, buiten welke het, door het twee paar Vloeddeuren heeft; de Lefiegrafts- digthouden van de klap in 't Boerenverdriet, fluis, die ook van twee paar Vloeddeuren naar de Bickersboom geleid wordt, in 't Y voorzien is; de Bullebaks-fluis by de Raam- geloosd. De kleine Brouwers- of Haarlem- poort, met twee paar Vloed-, en twee paar merpoorts-fluis, die, by 't imappen, open Ebdeuren; de Sluis aan de Leidfche Poort, blyft, om het water, uit de Baangraft, naar de met een paar Ebdeuren in 't midden, en twee Stads buitengraft, te leiden; wordt, by het paar Vloeddeuren, ten wedereinde; en de uktappen, geflooten, om het water, welk Sluis aan de Weteringspoort, insgelyks met ■ de dwarsgraften over de Prinfengraft, en de twee paar Vloeddeuren, ten wedereinde, en Baangraft zelve beverfeht heeft, te leiden een paar Ebdeuren in 't midden. De klappen naar de Eenhoorns-fluis. in de Haarlemmer-Houttuinen, by de Roo- Vloed-en Om de Stad tegen hoogen vloed te bevei- debrug; in de Prinfengraft, voor't Nieuwe-
^nder '*8en' en't water, door dezelve, behoor- zyds - Huiszitten - Huis; en in de Leidfche- byzoïidc- tyk, te leiden, zyn de Sluizen en Duikers, graft, tuflchen de Keizersgraft en Prinfen- tesiui- alomme, van de vereifchte Vloed- en Eb- graft, en de Lauriergrafts - duiker hebben 2en. deuren voorzien. Onder de Y-fluizen, ieder een paar Vloeddeuren. De Hei- hebben de nieuwe S. Antonis - fluis twee ne Brouwers- of Haarlemmer - Poorts - fluis paar Vloed- en twee paar Ebdeuren : de heeft twee paar Ebdeuren; de duiker bui- Nieuwe Markts-fluis een paar Vloeddeu- ten de Haarlemmer - Poort, in den dyk, ren ■> en de toldeur by de Huidenvetters- vier paar, en de duiker, ten einde van den floot: de Oude - zyds - Kolksfluis , de oude Kadyk twee paar Vloeddeuren, die met de Haarlemmer - fluis, en de nieuwe Haarlem- ebbe open gaan. mer-fluis ieder twee paar Vloed-, en twee De menigvuldige Sluizen, in en om de Midde-
paar Ebdeuren. Doch de Damsfiuizen, die, Stad, van ouds gelegd, en nog tegenwoor- lenaan- tuflehen de Oude-zyds-Kolksfluis en de oude dig in wezen, en de fchikkingen, van tyd S^end, Haarlemmer - fluis 5 leggen, hebben ieder tot tyd, omtrent de werking derzelven, ge- ^k jj"r maar een paar Vloeddeuren. De nieuwe Raa- maakt, hebben egter niet altoos, noch by graften Penburger fluis heeft vyf paar deuren in alle gelegenheden van wind en weder, be-te voor- alles, te weeten drie paar Vloed en twee hoorlyke ververfching van water können o°een' Paar Ebdeuren. De Eenhoorns - fluis, be- brengen in de graften der Stad: 't zy dat doen ftaande uit twee pypen of kolken, heeft, in men, fomtyds, by hoog getvde, in eenige vermin- <fo. deren.
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
64
|
|||||||||||
|
gegeven (c). Doch, zo 't fchynt, al we- Sluizeiï
derom, met geen gewenfcht gevolg. Te- m Wa; genwoordig, heeft men, derhalve , geene _TJ!?" O -111 1 Cl' 1 1 Rli-iOAK.
andere middelen, om de Stad, by groote
ftilte, of als 't buiten-water eenige dagen hoog blyft, en men, door de Y-fiuizen niet aftappen kan, van 't vuil water te ontlaften, dan dat men, door de vier Watermolens, van welken 'er twee, ten einde van den Kadyk, en twee anderen, buiten de Haar- lemmer Poort, aan den Y-kant, ftaan, de boezems, waarin het vuil water ontvangen wordt, zo laag houde als men kan,'t welk het water uit de Binnenftad derwaards leiden moet, en dus eenige beweeging maaken. Doch alzo men,door middel deezermolens, het Stads water maar een duim in een etmaal kan doen daalen, is ligtelyk te bezeffen, dat zy, doorgaands, weinig meer doen können, dan de Stad ontlaften van 't water, dat 'er, door lekking en fchutting, ingekomen is; waardoor het, van binnen, op eenen draag- lyken peil blyft. En zo dra 't buitenwater tot op vierentwintig duim boven peil geree- zen is, zyn zy genoodzaakt ftil te ftaan, en können geheel geenen dienft meer doen. De twee Watermolens , die nu ten einde van den Kadyk ftaan , plagten, voor dee- zen , te ftaan, ten einde der nieuwe Vaarte, die , in 't jaar 1675, van de Stad af tot aan Zeeburg, verlengd was (d) ; daar zy geplaatft waren,' om het vuile water, zo verre van de Stad, als mogelyk ware, uit te werpen. Doch alzo zy toen te grooten boezem voor zig hadden, die daalen moeft, eer de Stad ontlaft kon worden, werdt, in de Lente des jaars 1759, beflooten, dezel- ven van daar herwaards te verplaatfen (e), daar zy, digt aan 't einde van den ooftelyken vuilwater boezem, ftaan, en de Stad hierom fpoediger ontlaften können. Voorts, is het diepen of uitbaggeren van de graften, in en om de Stad, ook van uitfteekenden dienft, tot voorkominge van den ftank der wateren, 't Gefchiedt, gemeenlyk, in 't na- en voor- jaar, en 's morgens vroeg, op dat de roering zo weinig hinder doen zou , als mogelyk ware. Over de Wateren der Stede, is een algemee- Opzigt
neOj02%£eraangefteld,die tegenwoordig,te over gelyk, algemeens Opzigt er over de Stads Gebou- ^s 4 wen en Werken is. In de eerftgemelde hoeda- enGraaf- nigheid, heeft hy eenen Onder-Opzigter onder en Mod~ zig, en verfcheiden' mindere bedienden. Zy derwer- draagenzorg,datdeSchutfluizen en Water- keeringen, behoorlyk, waargenomen wor^ den 3
(c) Zit II. Dtel, XXII. Biel^, II. 723.
(i) Zit II. D««/, XX. ß««i, »/. 659.
(«) Refol. Vroedfch.. L'. UU, zo Maart, is April 17/5..
*(. ui, I«.
|
|||||||||||
|
Sluizen dagen , geenen genoegzaamen aftrek van
en Wa- Water hebben kon; 't zy dat, in den Zo- ggen" mer' ^ fti' weder, het water zo luttel rees en daalde, dat vloed noch ebbe, naauwlyks, eenige merkelyke beweeging in de wateren der Stad, en minft in de graften, die verft van de Y-fiuizen lagen, te wege brengen kon. De gewoonlyke oorzaaken van den ftank in de graften, die men gemeend hadt, door het leggen der Amftel-iluis, grooten- deels , weg te neemen, werkten, in zulke ge^ legenheden, eerlang, zo fterk als te vooren; vooral, na dat de Stad, digter bewoond dan voorheen, door haare menigvuldigerioolen, de graften, meer en meer, gevuld hadt met vuiligheid, die , met de minfte gifting of roering, niet nalaaten kon, vry wat ftanks te veroorzaaken. Men floeg dan verfcheiden' middelen voor, tot weering van dit onge- mak , en vondt, eindelyk, geen bekwaamer, dan het Hellen van Watermolens, ten we- dereinde van de Stad, die 't vuile water maaien zouden uit eenen boezem, waarin het, door fluizen of duikers, geloosd was, en het vervolgens uitftorten in 't Y, voor- al, in tyden, wanneer men géén'water van belang loozen kon, door de gewoone tüt- tappende Sluizen, 't Middel was, ook te vooren, en eer de Amftel-fluis gelegd ware, gebruikt (y) , en gefteld boven andere mid- delen , met naame, boven het inlaaten van het Nederftigtfch-water, tot fchuuring en ververfching , waarop , fomtyds , geraad- pleegd was (z). Doch men hadt 'er zo weinig dienft van gehad, dat, in de jaaren 1665 en 1666, bellooten werdt, de Stads Vuiïwatermolens buiten de Haarlemmer- poort tot Zaagmolens; en , alzo dit niet gelukken wilde, zelfs tot af breuken, te ver- koopen (a) : 't welk, federt, fchynt gefchied te zyn. In 't jaar 1687,floeg Burgemeefter Hudde eenige middelen voor , die , zyns oordeels, dienen zonden können, om meer- der ververfching te brengen in de Stad, by- zonderlyk,het maaken van boezems, aan de oude en nieuwe zyde van de Stad, die, door Ros- of Paardenmolens, zouden worden be- maalen (b). Eenigen van deeze middelen werden, federt, in 't werk gefteld. Doch fommigen van deezen zyn, naderhand, we- derom afgefchaft, of in ongebruik geraakt. In 't jaar 1700, werden, ten zelfden einde, eenige nieuwe middelen voorgeflaagen, van welken wy, elders, breeder berigt hebben (y) Refol. Vroedfch. N. |f, I« Nov. 1610. f. «3. N.io.
19 Nov. 16 Dtc. K49. . +j '»«r/i, jo verfo. Groot-Me- mor. N. UI. f. 19% «Fi*,. («■) Refol. Vroedfch. N. 10. 7 Dtc. I6j 1. . ïoo verfo.
(*) Refol. Vroedfch. /.'. D. 27 Maart 1*65. . zz+ verft.
t'. E. f Dcc. is««. 163. (k) Refol. Vroedfch, Li. R. I Jttny 16I7. f. Jac. Mu-
nim.-Reg. N. «. . JJ0 ,nx.. |
|||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||
|
6$
|
|||||||||||||||||||
|
Sluizen den, door de Sluiswagters, en geeven agt,
terJee °P ^ bekwaamlyk leiden en herleiden van kingen." net water door de Stad. In het Comp oir der Waterkeeringe, aan de Nieuwe Markt by de fluis, onthouden zig, nagt en dag, eenige bedienden der Waterkeeringe en Waterleidinge, by beurten; alle uuren aan- tekening houdende van de ryzinge en daa- linge van 't water, buiten en binnen de Y- fluizen. 's Nagts zyn 'er vier en een Com- mandeur. De algemeene Opzigter komt 'er dikwils: de Onder-Opzigter, dagelyks: En uit dit Comptoir komen de fchikkingen voort, op het digthouden der Sluizen, en der Waterkeeringen zelven, by hoogen vloed. De mindere bedienden der Waterkeerin- ge zyn omtrent vyf en twintig in getal, waaronder tien of twaalf Strooviffchers zyn, die 't flroo en andere dryvende vuiligheid vifTchen uit de graften, en wanneer 'er geene Waterleiding gefchiedt, ook op het fluiten der Waterkeeringen paffen: 't welk anders den Sluiswagteren aanbevolen is. De Wa- terleiding door de Stad gefchiedt alleenlyk in de zes Zomermaanden, April, May, Ju- iïy, July, Auguftus en September, wanneer men den meeften nood van flank heeft, en, geduurende welken tyd, de bedienden der Waterkeeringe ook paffen op de Binnenflui- zen aan deLeidfche graft, Leliegraft en el- ders. Over de Graaf- enModdenverken der Stad is ook een algemeene Opzigter: onder wien, aue de Modderluiden , onmiddelyk, flaan. ■tiet modderen van byzondere perfoonen in der Stede graften, welk, dikwils, ontydig gelcmedde,is,al van ouds, by verfcheiden' Keuren, verbooden geweefl (). |
|||||||||||||||||||
|
Stad, in 't begin der voorgaande eeuwe,waalbj*
een bewys van derzelver aanwaffende Koop- handel en Scheepvaart, bragt de Vroedfchap, in 't jaar 1610, tot het befluit, om eene nieuwe Waal aan te leggen, aan de wefl- of nieuwe zyde der Stad, van de hoogte der Wieringerflraat af, noordwaards, die dui- zend voeten in 't vierkant groot zyn, en, naar giffinge, twee honderd en vyftig duizend guldens koflen zou (2). 't Werk werdt, in 't volgende jaar, aangevangen, en gedekt, door het Bolwerk Leewwenburg of het Blaau- we hoofd, welk , met overleg van Prinfe Maurits (£), voor de Zoutkeeten gelegd werdt. Alles was, in 't jaar 1612, voltrok- ken. Doch in 't jaar i644,vondt men ge- raaden, de Oude Waal te dempen, op te hoogen en aan erven te verkoopen , die, federt, betimmerd, en het Nieuwe - Waals- Eiland geworden zyn (/). De Oude Waal werdt toen, meer Y-waards, verlegd, en in den flaat gebragt, waarin zy zig nog tegen- woordig bevindt. De twee Waaien zyn, buitenwaards, en ook naar binnen met paal- werk bezet, waardoor de flag van 't water gebroken wordt, en welk ook dient, om de fchepen daar aan vaft te maaken. De O u- Oudc- de-zyds-Waal is in drieën verdeeld, zyds" het weflelykfle , ook de groot-e Waal ge-WaaI" naamd, is de legplaats van allerlei, meeft groote fchepen: in het middelfle, de Braauw- of Timmerhaal geheeten, worden de fche- pen op zyde gehaald, gebraauwd en herfleld. Het ooflelykfle is een Dok of hok voor 's Lands-Oorlogsfchepen, die hier, aan 's Lands Timmer werf, gemaakt, vertimmerd, of op- gelegd worden. Diergelyk een dok of hok, voor de fchepen der Ooflindifche Maatfchap- pye, is, in de voorgaande eeuwe, wat meer ooftwaards, voor het Eiland Ooflenburg, aan- gelegd. De N1 e u w e of N1 e u w E-z Y D s- Nieuwe- Waal is in twee deelen onderfcheiden,,?yds: waarvan het noordelykfte de Nieuwe Waal, aa' en het zuidelykfle de Vijch- of Rommelhaven genaamd wordt. Tuffchen beide legt eene Jagthaven, van welke wy, terftond, nader fpreeken zullen. Beide de Waaien moeten, van tyd tot tyd, gediept worden. Tot het diepen der Nieuwe Waale, werdt, reeds in 't jaar 1631, beflooten (jri). Het opper-opzigt over de Stads Waaien Opper-
is, door Burgemeefteren, toevertrouwd aan ^°^IS* vier Commissarissen, onder welken,derWaa- de Opzigter van het Groot Haven- en Stroom- lew. meeflerfchap, en de Opperfte of Kapitein van de
(i) Refol. Vioedfch. N. 10. 9 Jwy, j Jtily isio. .
237 verfo, ÏJ9.
(k) Refol. Vroedfch. N. 11. » Ju»y i«n. . *3.
(/) Zit I. Deel, II. Bvck^, *' 47-
(w) Refol. Vioedfch. N. I«. ZZ Jttly l6}l.f. loivtrfa
l
|
|||||||||||||||||||
|
XIX.
|
|||||||||||||||||||
|
w
|
|||||||||||||||||||
|
E N.
|
|||||||||||||||||||
|
Befchry- TLTet toeneemen der Scheepvaart van Am-
de" wVa" ""^l fterdam gaf gelegenheid tot het die- Un p.en eener fraaie of ruimen kuil, tot ber- ging van Schepen. De eerile werdt, aan de oude zyde, voor de Laftaadje, aangelegd, en draagt, in de Regiflers der Stad, op het jaar 1512 s den naam van Oude ■ zyds - Waal (§) ^en ziet haare gelegenheid, en hoe zy , door den Montelbaans Tooren, be- fchermd werdt, afgebeeld in de Kaart van CoRNELis Anthoniszoon, die wy, in 't eerfle Boek van 't eerfle Deel deezerBe- fchryvinge , geplaatfl: hebben. In 't jaar ?59i > werdt beflooten , deeze Waal te befchoeijen (h). Doch het vergrooten der (h) Eefol ^em°r- Ä l-f' »" verf°-
( ' -elo!- vrocdfch. N. 6. 15 M*y issu
n. stuk.
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||
|
66
|
|||||||||||||||||||||||
|
flooten worden; waartoe byzondere Boem- Havens,
fluiters zyn aangefteld, die, op 't fluiten en openen der Boomen, paffen moeten. Dus heeft men, om van 't ooften te beginnen 1. de Ooflindifche boom , voor de Ooftindi- fche Werf. 2. de Keer weer s-booin, tuffchèn Wittenburg en Kattenburg. 3. de Admirali- teits-boom, voor de Admiraliteit Werf. 4, 5. de twee Hannekes - boomen nevens eikan- deren voor de Braauw- of Timmerwaal, op de hoogte van 't Weftindifch Pakhuis. 6. de Waals-boom, voor de Oude-zyds-Waal. 7.8. 9. de drie Kr aans -boomen, voor de groote Kraan, op de hoogte der Oude Waale en Gelderfche Kaai. 10. 11. de twee Nieuwe Brugs-boomen, voor de Nieuwe Brug. 12. de T-brugs- of Nieuwe-Stads-Herbergs-boom, voor de Nieuwe Stads Herberg. 13. 14. de twee Haarlemmer-boomen, voor de Nieuwe Haarlemmer-fluis.15.16. detweeOude-Stads- Herbergs-boomen, voor de gewezene Oude Stads-Herberg, of Rommelhaven. 17. 18. de twee Nieuwe Waals-boomen , voor de Nieuwe-zyds-Waal. ;o. 20. de tweeBickers- boomen voor het Bickers Eiland: en 21. de Zoutkeets-boom , voor de Zoutkeets-graft. Alle deeze Boomen leggen in 't Y. In den Amftel, leggen 'er maar twee, 22. 23. de Amflelboomen, voor de groote Amftelbrug. De Boomen moeten, op het luiden der Boom- klok , geflooten worden, ten ware het water zo hoog ftondt, dat het over de paaien vloei- de. Doch de Boom aan de Nieuwe-Stads- Herberg blyft open, tot de laatfte Veerfchuit van Buikfloot aangekomen is: en die aan de gewezen Oude-Stads-Herberg, tot half tien uuren des avonds. De fleutels worden,door de Boomfluiters , gebragt, aan de naafte poorten , en aldaar in een kiftje gelegd, waarvan de fleutel , verzegeld , onder de Poortfchryffters blyft, tot dat de Boomileu- tels , door de fchutters, afgehaald , en in de fleutelkift, op 't Stadhuis, gebragt wor- den. Doch zo de Boomfluiters te gelyk Poortiers zyn, bewaaren zy de fleutels der Boomen, en behandigenze aan de fchutters. De Boomfluiters moeten, des morgens, by tyds, aan de Boomen zyn, om de fleutels tot het openen derzelven te ontvangen (f). Binnen de Boomen, in 't Y, leggen geene groote fchepen, dan in de Waaien. De andere groote fchepen leggen, of, op eenen afftand van honderd voeten, voor cle paaien, 't welk men de Laag noemt, die altoos, zo lang dezelve niet vol is, in eene enkele ry fchepen moetbeftaan; of, verder af, op Stroom. Op de legplaatfen der fchepen; op het tee- ren en timmeren derzelven, en tegen het be-
(p) Vervolg d" Ksndv. tl, ?3,
|
|||||||||||||||||||||||
|
Waalen. & Waalreääers ftaan. De eerfle heeft eenen
knegt, en de andere eenen Luitenant en eenige mindere bedienden, Waalreddersge- heeten, onder zig. De Waalredders bewaa- ken de fchepen, die in de Waale winterlaa- ge leggen, by dage en by nagte, van Am- fterdamfche Kermis af, tot aan het einde van Maart toe. Zy mogen geene fchepen, die dieper gaan dan negen voeten, in de Waaien laaten: ook geene fchepen, die bus- kruid inhebben. Ook mogen zy, noch ie- mant anders, met vuur of licht in de fche- pen komen. Het Loon der Waalredderen, voor 't bewaaken der fchepen, die in de Waaien overwinteren, of eenigen tyd ver- toeven , of, terwyl zy aldaar leggen, ver- kogt worden, is, door myne Heeren van den Geregte, by verfcheiden' Keuren, ge- regeld. De verfchillen, tuffchèn den Ka- pitein der Waalredderen en de Schippers vallende, worden , zo 't mogelyk is, by minnelyke tuffchenfpraak van Commiffaris- fen der Waaien , afgedaan , en anders ge- bragt voor myne Heeren van den Gereg- te (ra). |
|||||||||||||||||||||||
|
XX.
|
|||||||||||||||||||||||
|
H A v
|
|||||||||||||||||||||||
|
N S.
|
|||||||||||||||||||||||
|
B
|
vin§ J^ _ ^^^ ^^^^
Evens teren, voor en in dezelve,die tot bekwaa
' me Legplaatfen,voor groote of kleine fche- pen , verftrekken, of können verftrekken. Doch, in eenen enger' en eigenlyker' zin, zyn de Havens der Stad de flroom het Y voor dezelve ten noorden , en de Amftel ten zuiden: behalve dat, van binnen, de Montelbaansburgwal, de Gelderfche Kaai, het Damrak, en de Singel tot aan den Jan- Rooden-poorts-Tooren, voor bekwaame Havens , gerekend können worden. Van de Jagthavens, in 't Y en in den Amftel, zullen wy , terftond, byzonderlyk, fpree- ken. . ,
Paaien. De Havens voor de Stad, in t Y en in
den Amftel, zyn bezet met twee ryen paa- ien, die, in 't Y, de Waaien influiten,en tuffchèn'welke twee ryen paaien , geene fchepen of fchuiten vernagten mogen ( o ) , op dat de Stad niet, by nagt, van den wa- terkant , genaderd, en 't Huiken voorkomen Boomen, zou worden. In deeze ryen paaien zyn, op be- kwaame afftanden, drie en twintig openin- gen , die des nagts, met Boomen, zynde lan- ge balken, met yzeren pennen bezet, ge- |
||||||||||||||||||||||
|
(,,) Handv. hl. 7S2-7S4. Vetv. il. 37» U°,
(/) Handy, tl. 750. |
|||||||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN,
|
|||||||||||||||||||||||
|
67
|
|||||||||||||||||||||||
|
belemmeren der doorvaart, zyn verfcheiden'
Keuren gemaakt, welker voornaamften, in den laatftea druk der Handvefien (q), by een verzameld zyn. De Opzigter van 't Groot - Haven- en Stroommeeflerfcbap , in 't gemeen, Havennieefier genaamd, die onder de CoinmifTarilTen der Waaien flaat, en zy- ne wooning in den Schreijers Tooren heeft, draagt zorg voor de onderhouding deezer Keuren. En volgens eene Keure van den twmtigften April des jaars 1753, zyn alle Schippers gehouden, zyne waarfchuwingen gade te flaan, en naar te komen (V). Hy heeft dus het algemeen opzigt over alle Ha- vens en wateren, voor én in de Stad. Doch over eenigen van deeze wateren, zyn by- zondere Havenmeefiers gefield. Men heeft 'er een' over't Water, tuffchen den Dam en de Paapenbrug; een' over 't Water tuffchen de Paapen- en Nieuwe Bruggen; een' over't Y tuffchen de Nieuwe Brug en Haringpakkers- Tooren, en een' over de Appelmarkt. Zy zyn allen verpligt, goede orde te houden, onder de menigvuldige Schepen, Schuiten en Vaartuigen, die in de genoemde wateren leggen (7). Behalve de groote Havens, van welken wy
gefproken hebben, zyn'er nog drie kleine of Jagthavens, alleenlyk gefchikt, tot ber- ging van Speeljagten, Boeijers.en Schuiten: twee aan 'tY,byde plaats der gewezen Ou- de-Stads-Herberg, en ten einde van Katten- burg : en eene in den Amitel, voor en onder de Amftelbrug ten weiten, welke laatfte, in 't jaar 1718, gemaakt werdt. Over ieder deezer Jagthavens is een Havenknegt aange- fteld, die de plaatfen in de Havens verhuurd. Voorts zyn 'er drie Opzienders over ieder Haven j die, jaarlyks, uit een dubbel getal, benoemd, uit en door zulken, die ei- gen fpeelfchuiten in de Haven hebben, door Burgemeefteren, gekooren worden. De Op- zienders of Overluiden doen jaarlyks reke- ning , ten overilaan van eenigen uit de be- langhebbende ; verantwoordende de plaats- huur, en de koffen, die j daartegen, tot on- derhoud der Havenen, gedaan zyn. 't Ge- regt heeft, van tyd tot tyd, verfcheiden' Keuren gemaakt, tot onderhouding van goe- de orde, in het beflier en gebruik van dee- ze Jagthavens (t). Eens 's jaars * doen de Jagten en Boeijers van ieder deezer Jagtha- venen een' fpeeltogt, langs 't Y en langs den Amitel, onder een' verkooren Admiraal, Vice - Admiraal en Schout by Nagt. Zy zyn dan, op 't fierlykft,, uitgeftreeken, met vlag- BUda. 750759. Vervolg, H, 3tf.
y) Vervolg der Handv. hl. 37- (O Handv. hl. 757, 758, 75* > 7«i, 78*. (V z" Handr. hl. 7j»-7«i. |
|||||||||||||||||||||||
|
gen en wimpels, en de grootften voeren eeni- jjavenï
gen kleine ftukjes gefchut, die, van tyd tot tyd, geloft worden, terwyl de trompetten 'en andere fpeeltuigen klinken. Men noemt dit vermaak het zeilen van 't Jdmiraalfcbap, en 't is al zo oud hier ter Stede, dat 'er de DigterCoRNELis Gysbertsz.Peemp, in een Werkje, welk, in 't jaar 1616, in 't licht kwam, reeds gewag van maakt (ti). |
|||||||||||||||||||||||
|
Havens.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Opzigter
van 't Groot- Haven- en Stroom-
nieefter- fchap.
|
|||||||||||||||||||||||
|
XXI.
|
|||||||||||||||||||||||
|
K R
|
|||||||||||||||||||||||
|
N
|
N4
|
||||||||||||||||||||||
|
Zo dra de Scheepvaart en Koophandel in Befchry-
Amfterdam fterk begonden toe te nee- vi"g der men, in de vyftiende eeuwe, werdt hier het Q^ffte*' opregten van eene of meer Kraanen, zyn- Kraanen* de zwaare famengeftelde Werktuigen, die, hier ter tot het inzetten van fcheepsmaften, en hetStede- Ioffen en laaden van gefchut, molenfteenen, zerken, marmeren blokken, voedervaten en andere zwaare lighaamen, gebruikt^worden, noodzaakelyk. De oudfte Kraan, van welke, al op 't jaar 14.98 , gewaagd wordt (t>) $ flöndt, in 't Y, tuffchen de twee ryen paaien, te- gen over den Schreijers-Tooren , gelyk, uit de Kaart van Cornelis Anthonis- s o o n , te zien is. Zy behoorde aan de Huiszitten-Armen van de oude zyde, en de Huiszittenmeefters verhuurden dezelve, in 't gemelde jaar, voor twaalf Koopmans gul- dens jaarlyks. In 't jaar 1511, werdt de- zelfde Kraan, aan Jacob in de Pelgrim, voor agt en veertig guldens, verhuurd(w).Doch in 't jaar 1537, kreegen de Regenten van't S. Pieters-Gailhuis en de Huis-Armen, van Stads wege, verlof, om eene Kraan op te regten, op den toorn van Montelbaan, mids zy dien tooren niet befchadigden, en Bur- gemeefteren het regt behielden, om de Kraan weg te neemen, of aan andere armen te fchenken, tegen vergoedinge der koften (x). 't Schynt, dat de eerftgemelde Kraan, door eenen Wolfen in de Fuik, woonende in de Warmoesftraat, opgeregt was, dieze, in 't jaar 1538, aan de twee gemelde Godshui- zen , voor driehonderd Filips guldens, ver- kogt. In 't jaar 1539, werden 'er nog wel tweehonderd een en zeventig guldens zeven ftuivers aan vertimmerd (j). Doch na dat men,in 't jaar 1606, eene fpits op den too- ren van Montelbaan gezet hadt, werdt de Kraan, die daar gefield was,weggenomen, en, zo ik my niet bedriege, eerfl in 't jaar 1620,
(») .Amfterod. Sfonogramm. p. u..
(v) 'Zie Cü.MMBLlN , hl. 710 Aant.
(m) COMMEMN , als boven.
(x) Refol. Vroedfch. i De,. 1537. N. 1. . ».
(y) DOMSïZ-AEK IV. e°ci, il, 2^5, COMMÏI.IN, i/.7io,
I Z
|
|||||||||||||||||||||||
|
Jagtha-
vens. |
|||||||||||||||||||||||
|
A M S T. E R D A MS
|
||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||
|
66
|
||||||||||||||
|
ingezetenen, is dezelve doorfneeden van vee- BrU(-
le breede en fmalle graften, welker meeften c,£n. en voornaamften, èertyds, en zelfs nog in de voorgaande eeuwe, aan den waterkant, en, op eenige plaatfen, ook voor de huizen, met-Lindenboomen bezet waren (); doch nu meeft met Ypen-boomen bezet zyn. Om den toegang over deeze graften, van 't eene gedeelte der Stad naar 't andere, gemakke- lyk te maaken, zyn, over dezelven, al vroeg, een groot getal van houten bruggen gelegd. Wy hebben, op eene andereplaats (g), aangetekend, dat het getal deezer bruggen, omtrent den jaare 1500, toen de Stad nog binnen den Singel en Kloveniersburgwal be- flooten was, reeds vyf en dertig beliep. De uitleggingen der Stad, in de zeftiende en in 't begin der zeventiende eeuwe, gaven aan- leiding , tot het maaken van zo veele fteenen en houten bruggen, dat fommigen het getal derzelven, in den jaare 1628, op omtrent tweehonderd, berekend hebben(/;}. Dertig jaaren laater, telde men zeven en tagtig ftee- nen , en honderd zeventien houten bruggen (1). En tegenwoordig zullen 'er wel twee honderd en vyftig wezen, waarvan omtrent de helft fteenen zyn, wordende nog, van tyd tot tyd, in de plaats van de houten, ftee- nen bruggen aangelegd. Ook is men, federt eenige jaaren bezig, met het vernieuwen van verfcheiden' fteenen bruggen. Alle de bruggen , houten zo wel als fteenen, die, nog in de zeftiende, en veelen , zelfs in de zeventiende eéuwe , houten leeningen hadden, zyn,federt, met ronde yzeren lee- ningen , voorzien. Onder de houten brug' gen, zyn verfcheiden' enkele, en langs den Y-kant, ook eenige dubbele ophaal- of wip- bruggen, tot doorlaatinge van fchepen met ftaande maften. En in 't begin deezer eeu- we , was, in 't midden der Plantaadje, over de Prinfengraft, eene draaibrug van een zon- derling maakfel aangelegd, die niet opge- haald, maar- ter zyde uit open gewonden werdt. Doch 't werk was te dikwils ontfteld, eh de werking te langzaam: waarom de draai- brug , na verloop van eenige jaaren, weder- om in eene ophaalbrug veranderd werdt. Tot het ophaalen en nederlaaten der Wipbrug- gen zyn Brugwagters aangefteld: welker loon geregeld is, by myne Heeren van den Ge- regte , die ook, tegen het belemmeren en befchadigen van de bruggen, en tegen het floppen van de doorvaart ónder dezelven, verfcheiden' Keuren gemaakt hebben (k). De houten ongevoerde bruggen, die egter, te-
(f) FOKKENS hl.i pSi4 ,
(l) I- D"lt ' &"<i &&' 3ü ■ ■
\b) J. Lauuentjus A;i>fterdam.
(i) FOKKENS hl. 98. (^;Haridv. i/, 730,731,738, 752, y$%, s«4< 9*9'
|
||||||||||||||
|
.[,- kX, 1620, op de Weftfriefche Koorenmarkt, nu
nsn. de Stroomarkt, geplaatft. Immers, dat aldaar,
in 't gemelde jaar, eene Kraan gefield werdt,
lees ik in de Aantekeningen van Schepen G e-
RARD SCHAEP PlETERSZOON en in
het 'Rym van Jacobus Laurentius.
Ook vindt men. aldaar eene Kraan getekend, in de nette Kaart van BalthazarFlo- Groote ris zoon. De Kraan, die voor den Schrei- en kleine jerstooren ftondt, werdt toen de oude Kraan Kraan' geheeten. De andere heette de kleine Kraan. ï)e eerfte is, in 't jaar 1643 , vernieuwd, en verder Y-waards in geplaatft; doch binnen de paaien, die, reeds te vooren, verder v/a- ren uitgezet. En koftte deeze vernieuwing den Godshuizen meer dan veertienduizend guldens. Men heeft, in 't jaar 1664 en fe- dert , "meermaalen, veel aan deeze Kraan, die thans de 'groote Kraan heet, te koftege- legd. Wat de kleine Kraan betreft, dezelve heeft, niet veele jaaren, op de Stroomarkt geftaan; maar ftondt, reeds omtrent den jaare 1660 of eerder, aan 't einde van 't Bickers-Ei- land, by de brug, die naar 't Reaalen-Ei- land leidt. Zy dient meeft om molenftee- nen te ligten. Beide deeze Kraanen zyn nog in wezen, en worden, door de gemelde twee Godshuizen, aan by zondere Perfoonen ver- huurd (z), die 't rege der Kraane 5 welk, by> verfcheiden' Keuren- (a), en, laatftelyk, by eene Keure van den agt en twintigften Ja- huary des jaars 1756 (b) , geregeld is, ge- nieten , en verpligt zyn, de Kraanen te on- derhouden. By eene Keure van den dertig- ften December des jaars 1760, is verklaard, dat het Kraanregt alleenlyk betaald wordt voor het gebruik van de Kraan en derzelver gereedfehappen, en dat de Kraanmeefter , daarby, niet'meer dan een' of twee man, gelyk van ouds, behoeft te leveren (c). Het S. Jozefs- of Huistimmermans-Gilde is, reeds in 't jaar 1541, alleen bevoegd verklaard, tot Met maaken en verhuuren van eene lig- ter foort van Kraanen, die, byden dag', verhuurd wordenden welker huur ook, door myne Heeren van den Geregte, gere- geld is (d). By de groote Kraan, mogen geene fchep.en leggen, dan zulken, die de- zelve , tot loflen, of laaden, of inzetten van maften, gebruiken moeten (e). XXII.
B R U G GE N. |
||||||||||||||
|
■ r e Aot ververfching en fieraad der Stad, en
§ tot geryf der handel dry vende en andere |
||||||||||||||
|
Algemee-ne Be-
|
||||||||||||||
|
fchryving i'^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^m
van de {-) Gtoot-Mcmor. N. vni. . 90. K. lx, . an W<^ ßn/SIZen. (a) Handv. hl. logz, 10S3.
(h) Keutb. T. . 220. (c) Keutb, T. f. zs6. . Ui) Handv. hl.. i:9o, iiji. (e) HandV. hl. -ja. |
||||||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||
|
69
|
||||||||||||
|
Bb'js- tegenwoordig, een zeer klein getal uitmaa-
kt- ken, mogen niet bereeden worden (/), en zyn, hierom, met een' houten boom, afge- flooten. De Stad heeft, reeds by een Privile- gie van Hertoge Willem van den vierden November des jaars 1411, het regt verkree- gen, om haare bruggen, zo wel als haare itraaten, fteigers en kaaden, te mogen ver- maaken Qiii). Byzon- De vermaardfte, en grootfte of fraaifte dere bc- deezer Bruggen zyn deOude-brug, deNieit- ^chryving we-brug, de Paapen-brug, de Lange-brug, de Doele-bmg , de Halvemaans-brug , de Blaauwe-brug, de Magere-brug en de Am- llel-brug. Onder deezen, is, naar alle waarfchyn-
lykheid, de oudfte de Oude Brug.
|
||||||||||||
|
't gene wy, elders (o), gefteld hebben, dat brug-
het gedeelte der Warmoesftraate omtrent de gen. Oude Kerke eerder bebouwd geweeft is, dan het einde derzelve naar de Nieuwebrugs- fteeg toe; alzo de Stad zig, by het zelve, verbindt, om het paalwerk in het Y zo te ftellen , dat de trap , langs welken Dirk Jansz., uit het benedenfte gedeelte van zyn huis, op de Oude Brug klom, kon ftaan bly- ven, in den ftaat, waarin dezelve toen was: welk beding niet te pas kwam, zo de War-, moesftraat, langs 't Water, toen reeds, tot op de hoogte der Nieuwe Brugge, bebouwd ware geweeft, alzo de paaien, die dan bui- ten in 't Y zouden zyn gezet geworden, den trap van Dirk Jansz., die geftaan moet heb- ben , omtrent de plaats van den fteiger der Overysfelfche Veerfchepen , onmogelyk , konden bereiken. Zie hier de woorden van het flot der Overeenkomfte, waaruit wy dit opmaaken: Ende wairt dat men hier na der Stede voirf. ommefiadtboemde by den Te, zoe zoude ment alzo ruym maken, dat dirc Jansz voirs. fynen trappe behouden zoude, alsfe zy nu fiaet. Voorts, blykt, uit brieven van de jaaren 1424 en 1426, dat, voor dien tyd, ten wedereinde van de Nieuwe Brugge, zo wel ooftwaards als noordweftwaards naar den Nieuwen Dyk toe, het Y-water fpoelde, en dat toen aldaar een gedeelte van Stads water uitgegeven werdt, om aan te hoogen (p): 't welk al mede beveiligt, dat de oudileStad zig niet zo ver Y-waards geftrekt heeft, als de laatere. De Oude Brug werdt, in 't jaar 1504, gelloopt, en't arbeidsloon der brug- ge , die toen van nieuws geboinvd werdt, beliep, by aanbefteedinge, tweehonderd ea tagtig guldens (q~). Drie en vyftig jaaren laater, werdt, wederom, tot het vernieu- wen der Oude Brugge, bëflooten (r). Te vooren, plagt, aan 't wefteinde der Brugge, een blokhuis te ftaan, 't welk de Stad, voor dat de Nieuwe Brug, en de blokhuizen op dezelve, gemaakt werden, aan deeze zyde dekte; doch naderhand noodeloos, en in 't jaar 1550, afgebroken Werdt. Men maakte toen een fteiger, daar 't geftaan hadt (s). Van ouds, plagten zulkeri, die werk begeer- den , zig te Vervoegen op de Oude Brugge, daar zy, door anderen, die hunnen dienft noodig hadden , opgezogt en gehuurd wer- den ; gelyk, uit eene Keure van den zes en twintigften Maart des jaars i527 ■> af te nee- men is (t). Doch, tegenwoordig, heeft de Brug
(o) I. Deel, I. Boek, II. fi, 7.
(p) Groot-Memor. JV. I. . 145, zyi» *7* vtrfi,
(q) Groot-Memor. N. I. , Z4s> verf).
(r) Refol. Vroedfch. N. 1. 24 H°v- 'S$7.
(s) Refol, Vroedfch. N. 1. 1 J*»t i$S°.
(t) Keuib. O. f. IJS verft,
I'8
|
||||||||||||
|
Oude f~W y legt, in het oudfte gedeelte der Stad,
^ruS' M J over het Damrak, omtrent op de hoogte der Oude Kerke ten ooften, en der plaatfe van het Slot der oude Heeren van Amftel ten weilen, en fchynt weinig jonger te zyn dan de Oude Kerke, naar welke, zy den naas- ten toegang verftrekte, uit het Slot. Doch wanneer zy eerft gelegd werdt, is, zo wel als de nette tyd van de ftigting der Oude Kerke, onbekend. Het oudfte gewag, welk ik van "de Oude Brugge vinde, is, in eene overeenkomft van den agttienden Maart des jaars 1389 , die , omtrent honderd jaaren laater , in een der Stads Regifiers (»), te boek gefteld is, met dit opfchrift: Roerende van Heynrk Konincx huys an de ooßeynde van de oude brugghe. In dit ftuk, komen Andrïes Dogbede, Jan Nottairt, Jacob ruyffche aerntsz. ende Jacob van den bar ge, ber-aders van der poirtenvanaemflelredamme, overeen met Dirck Jansz., dat hy dat eynde van der brugge van den Wefieren kant van zynre trappen, die be- Zyden zyne buyfe fiact, houden fal oiflwairt boven ende beneden ten eemgen dagen buyten der poirte cofl voirf.: waar tegen hy fyn trap- fe behouden zou ende zynen vryen vuytganck van zyne trappe voirf. hebben op ter brugge voirf. tot eeuwigen dage. Uit welke woorden, waarin de Oude Brug, blootelyk, de brugge genoemd wordt, in den eerften opflag, zou fchynen te volgen, dat 'er toen nog geene andere bruggen over het Damrak gelegen hebben. Doch wy zullen, beneden, eene reden geeven, om te vermoeden , dat de Paapenbrug, ten deezen tyde, reeds gelegd ^as. 't Slot der overeenkomfte, van welke wy fpreeken, levert ook een bewys uit van (/) Handy, bl. 10SS.
<">) Handv- bL ,.
l»J <«oot-MemoI, N. I. . 245.
|
||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
7o
|
|||||||||||
|
Brug- Brug zelve geen byzonder gebruik. Voor
s£N. dezelve, zyn de legplaatfen der Veerfche- pen naar verfcheiden' Gelderfche en Overys^ felfche Steden. Onder de Brug , aan de noordweftzyde , zyn de Comptoiren. der Koorendraagers- en Kooren-Ligtermans-Gil- den. De oude en trekkende Gildebroeders van 't laatftgemelde Gilde hebben ook een klein huisje op de brugge, in 't zuidweflen, kennelyk aan een' Kooren-ligter, die op de deur gefchilderd is; alwaar zy het inkomen, welk hun van ieder Ligtervragt is toegelegd, ontvangen. In 't noordooften, liaan, tegen en op ae brugge, het Bierdraagers - huisje, hier voor (u) gemeld, en een huisje voor den Aantekenaar van verfcheiden' Veeren. Ten zuidooilen, ftaat, op den fteiger, tegen't Excyns-huis, het Comptoir, alwaar de Turf en Kooien worden aangegeven: en onder de brugge, aan deeze zelfde zyde, is het Comp- toir van den Havenmeefler over het Dam- rak, tuflchen dePaapen- en Nieuwe-bruggen. De Oude Brug, die nog van hout gemaakt is, heeft drie gaten tot de doorvaart, en is omtrent drie honderd voeten lang. Noordwaards van dezelve, over 't Dam-
rak , aan den Y-kant, legt de Nieuwe Brug.
Nieuwe r'My is, ongetwyfeld, na de Oude Brug,
£ruS' Ja en waarfchynlyk, omtrent het einde der veertiende eeuwe, gelegd; niet juifl, om dat de Oude Brug, in'tjaar 1389, nog bloo- telyk de brugge genoemd wordt; alzo zy dee- zen naam, om haare uitffceekendheid, draa- gen kon, onaangezien 'er, toen reeds, an- dere Bruggen lagen in de Stad, en zelfs over het Damrak; maar voornaamlyk, om dat de Nieuwe Brug , in Hukken van de jaaren 1424 en 1426, reeds onder de naamen van nye bruggbe en vuyterfle nieuwe brugge be- kend geweefl is (y). Voor dat de Nieuwe .Brug gelegd was, werdt het Damrak, hier, met-een' boom, die in 't midden van eene ry paaien.lag , afgeflooten , en door een Wagthuisje befchermd. In 't jaar 1556", en federt, werdt, meer dan eens, by de Vroed- fchap, befiooten , de Nieuwe Brug, die, tot dien tyd toe, geheel van hout geweefl was, ten wedereinde, van ileen te hermaa- ken (ju), 't welk , niet voor 't jaar 1561, voltrokken werdt. Aan den buitenkant der Brugge, werdt toen een paalhuisjegezet, 't welk, naar de gelegenheid des tyds, een net gebouw was, met een doorlugtig toorentje, (*) Blad*. 3.
(v) Groor-Memov. N. I. . 24J.2SI, 272 vcrfo.
(w) Refo!. Vtoedfch. .N, 1. 6 Ma] ijjS. »o Stv, 20 Dicimb. I5J9. |
en in den Voorgevel met eenige kaapen en Bru«
zeetonnen verfierd. Hier werdt het Paal- gen. geld ontvangen. De Vendumeeflers of Af- flaagers hielden 'er hun Comptoir (x). Ook moeflen de brieven, die uit zee werden aan- gebragt, aan 't Paalhuisje worden afgelegd, om vervolgens, door den Paalknegt, be- fteld te worden. Doch wy hebben dit, reeds op eene andere plaats, aangetekend, als me- da, dat men, in de zefliende eeuwe , de Beurs op de Nieuwe Brugge plagt te hon- den (j). De tyd van de vernieuwinge der Nieuwe Brugge plagt, van buiten , tegen den fleenen vleugel aan 't oofbeinde, met deeze woorden, aangeweezen te worden: Doen men f ehre ef XVc. LXI. ongelaeckt,
Is defe brugh en Camper hooft volmaeckt. In 't jaar 1596, vondt de Stads Timmerman
Henrich Jacobsz Staets de oorgaten uit, en een der eerilen werdt, in 't midden der Nieu- we Brugge, geplaatfl (z). In 't jaar 1624, werdt, naar 't oofleinde der brugge,- naafl het Paalhuisje, een verdek of gaandery ge- maakt («), op houten pilaaren ruilende, van waar men een ruim uitzigt over 't Y hadt; doch 't welk , by onfluimig weder , van buiten geflooten werdt. En in 't jaar ió"6i , werdt, tegen 't wefteinde der brugge, naar ■ binnen, een vierkant plein gelegd, welk, tegen de Brug aan, eene overdekte gaande- ry hadt, rullende op agt houten pilaaren. 't Een en 't ander zou dienen tot een Schippers beurs, alwaar 't bootsvolk gehuurd werdt. Doch tegenwoordig, gefchiedt zulks meefl, op de Nieuwe Brug , langs de Texelfche Kaai, en in de herbergen daaromtrent. Ook is de gaandery op de Schippers beurs, door: ouderdom vervallen zynde, reeds voor lang, afgebroken. Hier (laat nu een Comptoir, daar 'sLands Impofl der buitenlandfche Fruiten be- taald wordt. Onder de brugge,aan deeze zyde, hebben de Kaagfchippers, en onder de brug- ge aan de Zuidooilzyde, deVlotfchuitenvoer- ders en de Steigerfchuitenvoerders hunneGil- de-Comptoiren, De Nieuwe Brug is omtrent in den voorgemelden Haat gebleeven tot in't jaar 1681, wanneer zy geheel van ileen her- bouwd , en alleenlyk_ van twee openingen, tot doorvaart, voorzien werdt. Ieder deezer openingen wordt, by hoogên vloed, gefloo- ten , door twee paar Vloeddeuren, die aan zes zwaare uitileekende hoofden, drie naar binnen en drie naar buiten, vaftgemaakt zyn, en
(*) Handv. bl. jti.
(y) 0ie hier voor, hl. 29. (z.) |. LAUKENTius Amfterdam. C«) Amtek. van Schepen GEÄAR0SCHAEP FiETEKSZ. oj>
dit juni. |
||||||||||
|
IM* I !■
|
|||||
|
èa&v. óKC 3'£Kr&es?z/.
|
|||||
|
Gezigt op ^ J^eeztwe Buztg ^ Tooreiv ^ Oztz>e ICehke.
|
|||||
|
I- Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
71
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Brug.
»mt.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
en hier de Waterkeering maaken. De ge-
dagtenis van het leggen deezer Waterkee- rmge is bewaard, in twee opfchriften, in't Latyn en in 't Nederduitfch, in wit marmer gehouwen, en geplaatft aan de buitenzyde der Nieuwe Brugge, naar 't Y. Boven elk opfchrift, ftaan' de wapens der vier Burge- meefteren,die in 't jaar 1681 regeerden, en onder de opfchriften, ziet men de wapens der vier Thefaurieren. Ter wederzyde, zyn de opfchriften verfierd met Burgemeefterly- ke bondelbylen. Het Latynfch Opfchrift, welk ooftwaards ftaat, luidt aldus: Ostiis Flevi aestv maris laxatis
Cataractas ac Lapideas moles Quatvor in locis
Ad frenandas exvndantes aqvas
Pro incolvmitate vrbis
CONRADO A BevNIN-^CoRNELIVS A VlOOS-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Boven ieder opening der Nieuwe Brugge, is brug.
een Oorgat, welk met een luik geflooten is, gen. dat opgehaald wordt, omfchepen metftaan- de maft door de brug te laaten. By 't her- bouwen der Nieuwe Brugge, zyn het oude Paalhuisje en het verdek nevens het zelve geheel weg geraakt. Tot voor weinige jaa- ren, plagt de Nieuwe Brug, die met klin- kerts beftraat was, niet bereeden te worden. Doch omtrent den jaare 1750, werdtde Brug, in 't midden, met groote ftraatfteenen be- legd , en daardoor tot een' ryweg bekwaam gemaakt. Voor de Brug, ten weften, ftaat eene koperen Armbos opeen' fteenen voet, ten behoeve der AalmoefTeniers-armen. De derde brug over het Damrak is de Paapen-brug.
Zy is, vermoedelyk, gelegd voor'tmid- Pees-
den der veertiende eeuwe, om aan de bruS- Geeitelyken van S. Nicolaas-Parochie of de oude zyde der Stad een' toegang te verftrek- ken naar de nieuwe zyde, nader dan over den Dam. Ik fiel den tyd van 't leggen der Paapen-brugge zo vroeg, om dat ik meen, dat zy, onder den naam van Inrebrugge of bin- nenftebrugge, gemeld wordt, intweeSche- penen-brieven van de jaaren 1365 en 1399, die ik in handen gehad heb. Zy heeft, waar- fchynlyk, den naam van Paapen-brug gekree- gen, om dat zy veel van Geeftelyken, die, hier te Lande, veeltyds , Paapen genoemd werden, betreden werdt. Sommigen vernaa- ien , dat de Priefters, op eenen vaftenavond, met fakkelen en toortfen, langs ftraat zwie- rende , de eerfte Paapen-brug, en een uit- hangbord , daar 't Vagevuur in verbeeld was, aan brand hebben geftoken ; waarna de brug, die, in de plaats der afgebrande brug- ge , gelegd werdt, eerft den naam van Paa- pen-brugge gekreegen, en federt behouden zou hebben (b). De Paapen-brug, die in 't jaar 1604 herbouwd werdt (c), is van hout ge- maakt, en ongevoerd, waarom zy niet be- reeden wordt. Zy heeft, gelyk de Oude Brug, een oorgat in 't midden, en zes ope- ningen ter doorvaart. Zy is omtrent twee honderd en vyftig voeten lang. Zuidweft- waards tegen de Paapen-brugge, ftaat het Comptoir van het Klein-Binnenlands-Vaar- ders-Gilde; en onder de brugge , Noord- weftwaards, dat van den Aantekenaar van 't Buitenveer op Haarlem. Zuidwaards van den Dam en Beurs, leg-
gen over 't Rokin nog twee oude bruggen, de Lange Brug en de Doele-brug, en ver- der (t) Walich SYVAERTS Roomfche Myfterien ontdekt .
Ig ver [o. (t) J. Lauäentius Arafterdam. |
||||||||||||||||||||||||||
|
gen.
Johanne Hvdde. Joanne Corver. Nicolao Opmeer. Consvlibus.
|
^ WYCK.
w Joannes Mvnter.
è,L,YDavicvs Trip. ^ Qu/ESTORES
ixNlCOLAVS WlTSEN %k Senator
|
|||||||||||||||||||||||||
|
riERI CVRARVNT.
k CORNELIO WlTSEN L. F. PRIMO HIC JACTO LAPiDE VIII. Cal. Avg. MDCLXXXI.
Het Nederduitfch Opfchrift, weftwaards
gefteld, is: Als de zeegaten door een reex van eeu-
wen DUSDANIG OPGESPERT WAAREN, DAT De Oceaen tot merckelïker hoogte
steeds instorte , en de stadt met ge- vaar van inbreuk en overstrooming dreygde, is dezelve op vier plaatsen MET WaTERKEERINGEN GESLOTEN.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
iN T Burgermees-
terschap der Hee- ren CoENRAED VAN BeU-
ningen.
Johannes Hudde. Jan Corver. Nicolaes Opmeer. |
||||||||||||||||||||||||||
|
^ Onder 't beleyd en
m gezag der Heeren vW Thesauriers ë
^ CORNELIS VANVloOS-
é WYCK-
wvJoan Munter.
WLouis Trip, en J^NlCOLAES WlTSEN,
M Vroedschap.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
■De eersten steen alhier geleyt door
C°^ELIS WlTSEN L. S. (*) IN'T JAAR l68l.
DEN 25 JüLY. |
||||||||||||||||||||||||||
|
(^Lam-
berts San. |
||||||||||||||||||||||||||
|
72 A M S T E R
BRUG. der over den Amflel nog vier anderen, de
gen. Halveinaans - brug , de Blaauwe - brug , de Magere - brug en de Amftel - brug. Onder deezenzyndeDoele-brug en de Amftel-brug alleenlyk fteenen; de anderen vier allen hou- ten bruggen. De Lange Brug.
Lange is de oudfte van allen, en lag 'er reeds, toen
Brug. hier het einde van de Stad was, in de veer- tiende eeuwe. In de Stads Regifters, wordt 'er, op de jaaren 1562 en 1563 , gewag van gemaakt; en ftondt toen, op deeze brugge, naar 't wefteinde, een Kapelletje, welk aan de Lieve-Vrouwe gewyd was (d). Zy is, dikwils, vernieuwd geworden. Men be- vondt, in't jaar 1627, dat zy veel te hoog lag. Zy werdt toen wel drie voet een duim ver- laagd. Zy hadt, van ouds, negen; doch heeft, tegenwoordig, maar drie gaten ter doorvaart. Omtrent het jaar 166o,weïden 'er voor 't eerfl yzeren leeningen aan gemaakt (e). D o m- selaer fchryft kwalyk, dat deeze Brug, eertyds, de roods brug geheeten heeft; ge- lyk reeds,door Commelin (), is aange- merkt. De roode brug plagt te leggen, al- waar nu de Doel e-b rug.
Doek- legt, die ik ook, enkele reizen , de lange
brug. brugge by deRegulierspoirte genoemd vind (g). Zy is,waarfchynlyk,voor't begin der zeftiende eeuwe, gelegd, en eerft van hout gemaakt ge- weeft. Doch ter gelegenheid van het flegten van't Rondeel, beooflen deeze brugge, on> trenthet jaar 1633, in welks plaats, een groot huis geftigt werdt, welk nog het Rondeel heet, werdt de Brug van Heen herbouwd. Zy ruil op agt zwaare zuilen, die zeven boo- gen maaken , zynde de zuilen geftigt op roofterwerk, welk op zwaare ingeheide paa- ien ruil; waarop de Digter Vondel het oog gehad heeft, in twee regels, die bo- ven den middelften boog plagten te ftaan, en dus luidden: Agt zuilen op een ry, een Brug van zwaa-
ren laß Begrondt den Amflel niet, en flaat allyk-
viel vafl. De Halve ma a n s-b rug
Halve- is gelegd, in 't jaar 1626, ter gelegenheid
maans-
trug. (d) Groot-Memor. N. II. . 9z ver/i, 9+.
(e) J. Laurentius Amfterdam. Domsejuer IV. Beek,
hl. 176. (f) Bladn. «28. U»nt, t.
(S) Keuib. B. . ,4, |
D A M S III. Deel.
dat, kort te vooren, de Amftel, hierom-Brug-
trent, aan de ooftzyde, vernaauwd en tot CEK- erven aangehoogd was. Ook heeft de brug, zo wel als de fteeg beweften den Amftel, op welke zy aanloopt, haaren naam gekreegen, naar haare kromme of halve - maans - wyze gedaante. Zy is twee honderd drie en ze- ventig voet lang (h), heeft tien gaten ter doorvaart, en kan, zo wel als de Blaauwe en Magere bruggen , in 't midden, wor- den opgehaald, tot doorlaatinge van groote vaartuigen. De Blaauwe Brug,
gelegen tegen over de Amftelftraat, plagt Blaauwe
de uiterfte brug over den Amftel te zyn, na Brug, de uitlegging, die in 't jaar 1601 aangevan- gen werdt, en hegtte twee bolwerken der Stad aan eikanderen. Zy droeg toen ook den naam van Amflelbrug en van Leeuwen- brug , naar vier Leeuwen, die, op de hou- ten leeningen der brugge, gefteld waren. Zy is drie honderd voeten lang, en heeft dertien gaten ter doorvaart. Na de laatfte vergrooting der Stad, werdt 'er nog eené brug over den Amftel gelegd, die de Am ftel-Kerkftraat aaneenhegt, en, om haare fmalte, de Magere Brug
genaamd werdt. Zy is egter, naderhand, Magere
merkelyk verbreed; heeft genoegzaam de Brug. zelfde lengte als de Blaauwe Brug, en ook dertien gaten ter doorvaart. Doch de aanzienlykfte brug der Stad is
de groote fteenen Amstel Brug.
Zy is ook, na de laatfte vergrooting der Amflel
Stad, in den jaare 1662 ,geftigt, tus- Brug, lenen de twee bolwerken, Oofter-blokhuis en Weiter-blokhuis, die zy, even als een gor- dyn , aaneenhegt. Deeze trefFelyke Brug ruft op vyf en dertig halfronde boogen, van gebakken fteen gemetfeld, behalve de buitenkanten der zuilen, en de randen der brugge van boven, die van graauwe gehou- wen fteen zyn. De Brug heeft eene zwaa- re yzeren leening., voor welke , weinige jaaren geleeden , binnenwaards, blaauwe fteenenpilaartjes gefteld zyn, die't voetpad van den ryweg der brugge onderfcheiden. Voorts, ftaan, op de Brug, twee Wagt- huisjes van gehouwen fteen , in welken , des noods, eene fchildwagt zou können ge- fteld CO ]. LAUHKNTIUS Amfterdam.
|
||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||
|
73
|
|||||||||||||||||
|
Doelen, field worden. Van de vyf en dertig boo^
gen der brugge dienen de drie middelden tot doorvaart. De overigen, ter wederzy- de, dienen, ten deele, tot legplaatfen der Schuiten en Jagten van de Amilel - Jagtha- ven. De Brug is zes honderd en zeftig voe^ ten lang, en zeventig voeten breed. Van dezelve heeft men, zo wel naar binnen als naar buiten, een van de fraaifte uitzigten der Stad. De andere voofnaame fteenen Bruggen
der Stad zyn te veel in getal, om van ieder derzelven, afzonderlyk, te handelen. Aan en onder fommigen, gelyk, aan de groote ftee- nen Brug by de Nieuwe Kerk, en elders, in de oude Stad, zyn ruime kelders of klui- zen gebouwd. Anderen , gelyk de over- welfde doorvaart tuffchen de Nieuwe-zyds- Voor- en Agterburgwallen, en tuffchen den Agterburgwal en Singel , zyn met hooge huizen bezet. Onder de hoekboogen of ga- ten , van veele houten en fteenen bruggen, zyn ook, inzonderheid in de minfl aanzien- lyke gedeelten der Stad, tot geryf der klei- ne gemeente , houten fecreeten gemaakt, die, alomme, in twee byzondere vertrek- ken , voor mans- en vrouws-perfoonen, on- derfcheiden zyn. De hoekboogen van fom- mige bruggen zyn, van Stads wege, tot by- zondere Comptoiren ter ontvangft van eeni- ge gemeene middelen; ten dienfte derOver- luiden van eenige Gilden; tot Wagthuisj es, en tot andere diergelyk gebruik gefchikt. XXIII.
DOELEN.
|
|||||||||||||||||
|
den zyn. In een derzelven van den agtften Doelen
January des jaars 1414, wordt, door 't Ce- cilien-Kloofter, aan de Oudermans der oude /cutteren verpagt een erve, gelegen tujfchen der Stede nye grafie en Lambrecht Kocx erue, en ftrekkende van der haluer flrate, dat is * denk ik, van de helft der Cecilien-Kloos- ters-fteeg, nu de Prinfenhofs-fteeg, tot an der voirf. /cutters duelen. In een' anderen Van den zesden Maart des jaars 1417, wordt die /cutter duelen befchreeven , als gelegen tuffchen twe gr a/t en en hebbende eene floot ter wederzyde (£). In nog' een anderen van den zesden Juny des jaars 1455, wordt getuigenis gegeven van 't pagten van een erf, gelegen aen den Burgwalle by S. Jans brugge, en fireckende van der Stede oude grap- te tot aen die oude /chutters Deele en aen dié middelfle grafie toe (/). Ook heb ik een Uittrekfel uit het Regifler van Rooimeefleren der Stede in handen, gedagtekend den ne- genden Maart des jaars 1542, waarby zy verklaaren, gerooid te hebben op d'oude zy- des burchwall, agter op het ledig erf van het huis van Jan Klaaszoon van Hoppen , een müyre gecomen zynde by ouder tyden van de oude/chutters Doulen. In 't jaar 1413, was deeze Doele nog de eenigfte in de Stad. Doch 't leedt niet veele jaaren (tri), of men regtte nog twee andere Schutteryen op, te weeten, de jonge, of S. Joris-, of Voet- boogs - fchuttery, en de S. Sebaftiaans- of Handboogs-fchuttery (»), die elk ook haa- re Doele hadden. De Voetboogs - Doele, de oudfte van de twee, ftondt een weinig be- noorden de plaats, alwaar , naderhand, de Heiligewegs-Poort gefield werdt, en dient nu tot eene Vergaderplaats der Weflindifche Maatfchappye. Ik heb eenen Schepenen- brief in handen van den agtentwintigften A- pril des jaars 1458 , waarby aan die Ouermans, van die jonge Scutters totten filuen /chutters behoe/ eene tuyne, gelegen buten die byndwy- ker pokte, daar ook de Doele lag , opge- draagen wordt. En in een' anderen van den vyftienden July des jaars 1471, wordt, aan dezelfde jonge /cutters, een tuyne, gelegen in hunne dolen, en fireckende van deen /loet tot d'ander /loet, opgedraagen. Ook is my, van elders, gebleeken, dat, in deeze Doe- le , Warmoes werdt geteeld, die, door de Groenvrouwen, van daar gehaald, en aan de ingezetenen uitgevent werdt(o). De Handboogsdoele ftondt, eerfl, buiten de S. An=
U) Vit de oorfpronqkelyke Schepenen-Biieven.
(l) Zie COMMELIN, hl, loj *Aant. (*). (m) Keurb. A. . 62. (n) Handv. bl. 141. (o) Cojifeffie v,an Machtelt Lambert Lepeltax van 20 Fitn
USS- in'tCon(eiReboekva!ii^Aprili$!},M 11 Afr. i$(f. K
|
|||||||||||||||||
|
Oudfte
|
J~^\e Schutteryen, reeds_ in de tiende eeu-
|
||||||||||||||||
|
hier te JJ we > ^oor Keizer Henrik den I., zyn-
Stede. de opgeregt, heeft men, naar alle waar- fchynlykheid, al zeer vroeg, in de Holland- fche Steden, Doelen gefügt, in welken, de Schutters zig, met fchieten naar zeker wit °f doel, in den Wapenhandel oefenden. Te Amflerdam, was, vroeg in de veertiende eeuwe, reeds een Genootfchap van Schutte- ren 5 van welks Doele gewaagd wordt, in eene overeenkomfl tuffchen Schout, Sche- penenen Raade en dit Genootfchap van den vyfden September des jaars 1394 (i). Naar alle waarfchynlykheid, was deeze Doele gele- gen langs den Oude-zy ds-Agterburgwal, om- trent de oude Doeleftraat. Immers, dat, hier ter plaatfe,eene Doekgeweeft zy^geeft de naam der laatftgemelde flraat niet flegts *e kennen; maar 't blykt ook uit verfchei- den' Schepenen-brieven, die nog voor han- (') Handv. hl. 140.
n- STUK
|
|||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
gehouwen (9). Doch deeze gevel is, reeds Doelen
voor veele jaaren, afgebroken, en in een' gevel , meer naar de hedendaagfche wyze van bouwen gefchikt, veranderd. Een fier- lyk Toorenfpitsje, welk weleer op den Kruis- of Haringpakkers-tooren geftaan heeft, en, in 't jaar 1606, op verzoek van de Over- luiden der Handboogsfchutteren, herwaards overgebragt is (t), fteekt nog ten dake uit. 't Gebouw der Handboogsdoele heeft, van binnen, verfcheiden' deftige vertrekken, en boven, eene groote zaal, alwaar de fchutters, oudtyds, hunne vergaderingen hielden. Men ziet, in 't voorhuis en in de andere vertrek- ken, nog verfcheiden' fchuttersgezelfchap- pen in fchilderyen verbeeld. En onder an- deren hangt, op de groote zaale, een fraai ftuk van Johannes Spilberg, verbeeldende het vendel fchutters van den Burgemeefter en Kapitein Joan van de Poll (u), 't welk, omtrent den jaare 1660, gefchilderd is. Ook ziet men hier, voor den fchoorfteen, een uitvoerig ftuk van Bartholomeus van der Heiß, naar wiens Broeder, die hier Kaftelein ge- weeft is, de Doele den naam van Doele van van der Heiß plagt te draagen. Het is, in 't jaar 1653, gefchilderd, en verbeeldt drie Kapiteinen, Albert Pater, Joan Blaauw en Joan van de Poll, welken de eertekenen der fchutteren aan den Schilder van der Helft, die by hen aan eene tafel zit, vertoonen. De Handboogsdoele, thans, gelyk wy reeds hebben aangemerkt, eene voornaame Her- berg , wordt van Stads wege verhuurd. De Kaftelein wordt, door Burgemeefteren, aan- genomen (v). De Kloveniers-Doele,
ftaande ten einde van de nieuwe Doele- Kleve.
ftraat en Kloveniers-burgwal, is tegenwoor- niers' dig ook eene aanzienlyke Herberg, alwaar Doele, openbaare Verkoopingen van huisraad ge- houden worden. Zy is, in twee gebouwen, onderfcheiden. Het kleinfte en geringfte ftaat aan de noordzyde van de Doeleftraat, en fchynt een overblyffel te zyn van het ou-
(t) Refol. Vroedfch. N. 10. ia May i«ofi. . 96 verfo.
(») HOUBRAK.ENS Schouwburg III. Beel, bi. 43. (v) Gioot-Memor. N. V. . 12«. (9) S. Sebafliaan, Burger van Milaan, en Hoofd-
man der eerfte bende, werdt, volgens 't getuigenis der laatere Kerkelyke Schryveren, op bevel van Kei- 2er Diocletiaan, om de belydenis van 't Chriftelylc geloof, door 't Kryggvolk , doorfchooten, omtrent het einde der derde eeuwe. Vide Henric. Thaborit. aliosque Auüor. apud Matthaeum Fundat. 6? Fat. Eccl. p. 544, 545- Zyn beroep en wyze van fter- ven fchynt gelegenheid gegeven te hebben , dat de Handboogsfchutters, hier en elders , hem tot hun« nen Patroon verkooren hebben. |
||||||
|
74 A M S T E R
Doelen. Antonis-poort, aan den S. Antonis dyk (8).
Doch zy werdt, ter gelegenheid van den oorlog met de Gelderfchen, in 't jaar 1508, afgebroken, en, omtrent vier jaaren laater, Noordwaards van de Voetboogsdoele , op het zogenaamde Schaapenveld, wederom op- geregt (p). Zy is, federt, tot eene deftige Herberg vertimmerd, en nog in wezen. De oude Schuttery zig diep in fchulden gefte- ken hebbende, en omtrent den jaare 151Ö vernietigd geworden zynde , werdt haare Doele, van Stads wege, verkogt,en'tgene 'er van kwam, eerlang, befteed, tot het op- maaken eener nieuwe Doele voor Kloveniers; 't welk, in of omtrent het jaar 1522, ge- fchiedde, ten zuideinde der Stad aan den Amftel, daar nu de nieuwe Doeleftraat is (q). Zy is, insgelyks, nog tegenwoordig in we- zen. Doch wy moeten beide de in wezen zynde Doelen, nog een weinig byzonderer, befchryven. De Handboogs-Doele
Byzonde- ftaat op de opftzyde van den Singel, tus-
re be- fchen 't Spuij en den Heiligen Weg. Zy fchry was ^ ouc[tyds, van de Voetboogs - Doele, Ämd-er nu net Weftindifche Huis, gefcheiden, door hoogsdoe- eene floot of graft, in laater' tyd, de Vui- le , en lers-grafi genaamd, om dat de Lakenvullers zig, daaromtrent, hadden nedergezet. Doch deeze graft, die tot in den Singel liep, werdt, in't jaar 1650, gedempt, en een gedeelte van den grond, tuflehen de voorgevels der twee Doelen, met een Stads - Wapenhuis, betimmerd. Ook werden toen, dwars door de fchietperken der twee Doelen, twee dwarsftraaten gerooid, die van 't Spuij naar den Heiligen Weg loopen, en waarvan de ooftelykfte de Handboogsflraat, en de wes- telykfte de Voetboogsfiraat genaamd wordt. De Stad fchynt den Krygsraad toen, we- gens het afftaan der Doelen, met derzelver erven, voldoening gegeven te hebben (r). De Handboogsdoele plagt, weleer , eenen deftigen ouderwetfehen voorgevel te hebben, en , nevens den voornaamften ingang, ten zuiden, eene poort, door welke men naar het fchietperk ging: boven welke poort, S. Sebaftiaan,de patroon der Handboogsfchut- teren (0, met pylen doorfchooten, wasuit- (t>) Zie II. Deel, V. Boek^, hl. 109, 2IJ.
ïq) Zie It. Deel, IV. Bee\, hl. 413. V. Boe(, II. 484-
(r) Refol. Vroedfch. N. 18. s Juny i6$i. f, ng.N.20.
16 Juny I649. . 30 verf». (*) zie WALICH Sïvaerts Roomfche Myfter. ontdekt
. 19 verfo. (8) In eenen Schepenen-brief van den jaare 152I?,
wordt een huis opgedraagen , ftaande buiten de S. Antonis poort, binnen 't blockbuys, daer de bant- ttoch fclmtters doelen plegen te weefen. |
||||||
|
Z>JE TOOREir ZWJ&T 0F_ ZWYGT UTRECHT ,. /.ffcer^j^.du-.
|
|||
|
I. Böek. WEEPvELDLYKE GEBOUWEN. 75
. oude fchietperk der Klovenieren; waarom gen, die gevaar liepen van, by gelegenheid Stads
het, in 't gemeen ySchietdoek genoemd' wordt, der openbaare Verkoopingen, of andere fa- Herbes- Ook vergadert 'er, van tyd tot tyd,nogeen menvloeijing van volk,ligtelyk, befchadigd GEN- gezelfchap van Liefhebberen, om naar het te worden; waarom zy, op bevel der Plee- wit te fchieten, waarvan wy, in de befchry- ren Thefaurieren , in Burgemeefters Ver- ving der Schutteryen, eenigszins uitvoeri- trek, op 't Stadhuis, Overgebragt zyn, al- ger, handelen zullen. Men treedt, in dee- waar wyze nader befchreeven hebben (y). ze S chietdoele, door eene kleine Poort, bo- In de Kamer van de Qverluiden der Klo- ven welke * de Klaauw, het ,teken der Klo- venieren , ziet men de Pleeren Cornelis venieren, uitgehouwen is. Van binnen han- JVitfen , Roelof Bicker , Gerrit Reinfi en gen, in eene Gaandery en in een Vertrek, Simön van Hoorn, in fchildery, afgebeeld; welk op een' kolf baan uitziet, eenige oude Schuttersflukken. Nevens de kolf baan, XXIV.
ten noorden, heeft men het fchietperk, aaiï
welks einde, een houten vierkante fchyf , STADS PIERBERGEN.
beplakt met wit papier, waarop twee krin- gen getrokken zyn , ruitswyze , aan eene TT^Veezen zyn, tegenwoordig, vier in getal, Beßfhrjr- pen geileken wordt. De fchutters ftaan on- \_/ het Oiide-zyds-Heeren-Logement, het y,in§ der dereene overdekte gaandery, en fchieten, Nieuwe-zyds-Heereri-Lqgemerit, de Nieuwe Herler- door twee poorten, op zekeren afftand van Stads-Herberg, en .de Nieuwe Stads-Hef- gen, als eikanderen geplaatil, in 't fchietperk, dwars berg in de Plantaadje. door welk, de floot of het breede riool van 't Gafthuis loopt, welk zig, onder de huizen I;
van de Doeleftraat door,in denAmftelont-
laffc. Het andere gebouw, thans alleen by Oüde-zyds-Heeren-Logemejjt.
den naam van Kloveniers - Doek bekend, fchynt,in 't jaar 1522, toen de Kloveniers- TTet Oude-zyds-Heeren-Logement ftaat Oude-
Schuttety opgeregt werdt, alleenlyk beftaan _§_ _J_ aan de zuidzyde van den Grim-burg- z-jds- te hebben in den ouden tooren, Zwigi of wal, ten einde van den Oude-zyds-Voor- Heeren. Zivyg Utrecht genaamd, die toen, door de burgwal; De plaats, daar het zelve gefügt ^^] Stad, aan de Kloveniers gefchonken werdt, is, behoorde, of grensde ten minile, van en nog, byna in zyne oude gedaante, on- ouds, aan het Kloofter der nieuwe Nonnen, derhouden wordt (w). De Windwyzer van en verftrekte, in de zeiliende eeuwe of eer- deezen tooren is een vergulde Papegaai, ter der, tot eenen Stads Timmertuin, tóen dé gedagteniffe van het fchieten naar de Pape- Scafferie of'Schaffery genaamd; gelyk, uit de gaai, welk, van ouds, door de Kloveniers, Kaart van Cornelis Anthoniszoon,- plagt te gefchieden (x). In den muur van en ook van elders blykt (2); Naderhand, den Toofen, is een ffceen gemetfeld, waar- werdt, in de plaats der Schafferye, eene op twee kruiswys geplaatfte haakbuffen, en Brouwery getimmerd, de Sleutel genaamd, onder dezelven , de woorden SVYCPI die, na eenige jaaren verloops, tot eene Löm- WTRECIIT, met een' klaauw aan elke berd gebruikt werdt, en nog. laater, tot eene zyde, uitgehouwen zyn. Doch aan deezeri woonirig voor byzondere Koópluiden ver- Tooren is, ter wederzyde, zo langs de Doe- ftrekte. Eindelyk, werdt het gebouw door feftraat als langs den Amftel, een ruim ge- de Stad gekogt, en tot eene deftige Her- bouw getimmerd, welks ingang in de Doe- berg en Logement bekwaam gemaakt; 't feftraat is. Men treedt naar binnen ; door Middelfte en aanzienlykile gedeelte van 't eene groote poort, verfierd met builen en gebouw, welk, in 't jaar 1647, vernieuwd andere merktekens der oude Klovenieren. is, heeft twee vleugels, die zig , binnen- y °®rts, komt men, over eene voorplaats, waards ,.langs eene groote open plaats fèrek- in huis,, en langs een' breeden trap op de ken. De voorgevel is, tufTcheri de ligtert groote Schutters zaal j alwaar , voor den' der tweede en derde Verdiepinge, verfierd eenen Schoorileen , vier Overluiden der met hardfteen'en Feilonnen, en pronkt, iri Schutteren, Albert Koenraad Burch , Jarc deszelfs frontefpies, met het wapen der Stad* Plooswyk, Piet er Reaal en Jacob Willekens, waarboven , twee leggende Leeuwen de konfliglyk, door Govert Flink, gefchilderd Keizerlyke Kroon vafbhouden. Men treedt* zyn; Langs den wand deezer zaaie , plagten in 't gebouw, over eene ileenen brug, die drie fraaije Schutters-gezelfchappen te San* met een fraai yzeren hek kan afgeilooten wor-
(*>) Keu,!,. C. . Iï7. (y) Zit hier voor, hl. is».
l*> Keiub. E. . 60. - (*) Gioot-Meroor. X. II. . J+.
Ka
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||
|
76
|
|||||||||
|
Stads worden. Boven den ingang, ziet men, ins- 't Gebouw heeft twee ingangen, een' van Stads
Herber- gelyks, Stadswapen. Van binnen, is het vooren, onder den fteenen trap naar 't Wagt- Herber- gen, j^iuis voorzien van een groot getal ruime huis, welk hier nog gebleeven is, en een' GEK* vertrekken, en onder anderen van eene aan- aan de ooftzyde, uitkomende op deBinnen- zienlyke behangen zaal, alwaar , dikwils , plaats, alwaar, aan deeze zelfde zyde, ook groote maaltyden gehouden zyn, en in wel- een verdek tot een afflag getimmerd is: wor- ke ook huisfieraaden, kleederen enkoftbaar- dende alhier de meefte openbaare Verkoo- heden,die hier,gelyk in andere voornaame pingen van Schepen, en ook fomtyds'Ver- Herbergen, openlyk verkogt worden, ten koopingen van Houtwaaren en andere Koop- toon worden gefteld: ten welken einde, ook manfchappen gehouden. De Verkoopingen eenige benedenvertrekken, in den ooftely- by Executie van Schepen en Koopmanfchap- ken vleugel van 't gebouw, langs de Plaats, pen mogen, volgens eene Ordonnantie van dienen. Voor den weftelyken vleugel, op Burgemeefteren van den drie en twintigften de Plaats, is een hoog verdek op ftylen ge- December des jaars 1681, nergens dan hier timmerd, dienende tot eene zitplaats voor gefchieden (c). Wyders, is het Nieuwe- den Secretaris, Affiager, Verkoopers,Ma- zyds-Heeren-Logement voorzien van eene keiaars en anderen, alzo hier, genoegzaam groote zaal en verfcheiden' andere vertrek- het gantfche jaar door , in 't gemeen des ken en flaapkamers, bekwaam om aanzien - Maandags, Huizen, Hoffteden, Obligatien lyke luiden te herbergen. De beide ingan- en andere vafte goederen , zo by willige gen zyn, van boven, met Stads wapen ver- Verkoopinge , als , inzonderheid van den fierd. eerften November tot den eerften February, by Executie, geveild en verkogt worden. 8- 0 Nieuwe Stads-Herberg.
Nieuwe-zyds-Heeren-Logement. \ an of in't Y voor de Stad, plagtenNkum
f~\ twee Stads Herbergen op paaien te Stads-
Nieuwe TJet Nieuwe - zyds - Heeren - Logement, ftaan' de 0ude- ^Nieuwe-Stads-Herberg BeHerg.
St Xl ftaande op den Haarlemmerdyk aan gfnaamd.' waarvan de Iaa!,fte alleTen overge* fZT de Heerenmarkt, werdt, in 't jaar 1617 , Zeeven is. De eerfte die t Leproozen- ££ gebouwd tot eene Vleefchhal en Wagthuis J»? toekwam , ftondt op de hoogte der . van gelyke gedaante als het Wagthuis en de Buiten-Wiennger-ftraat, zynde een hegt Vleefchhal op de Weftermarkt. Men be- houten gebouw in den jaare 1Ö13 , voor- fpeurt dit nog, aan de vier Oflènkoppen, f aamlyk aangelegd, tot geryf van reizende die, in den voorgevel van 't gebouw, zyn luiden' dle' na c fluiten van den boom,en uitgehouwen. Doch de Vleefchhal bleef hier van, eene houte» P°°" °P de bruS' [anSs niet lang, en 't gebouw werdt, in 't jaar 1623, welkf mcen "aar deeze HerbfrS fg*« hadt> aandeWeftindifcheMaatfchappye, tot eene aan de Stad kwamen en hier hunne nagt- . Vergaderplaats, afgeftaan en verhuurd (a\ ft neemen konden. Ook werden er ópen- Me^ timmerde toen, agter eene open plaats, baare Verkoopingen van Zout, en ook wel een nieuw gebouw, met twee vleugels, aan I?n ha ePen .en Scheepsparten gehouden, het voorige, agter welk gebouw, eerlang, ??ch Jj*eering deeze Herberg raerke/ opdeHeeren-markt, een nieuwe Vleefch- fykverloopen zynde,heeft men, voor eern- hal gezet werdt. De Weftindifche Maat- ge Jaar??' beflooten, dezelve, ten gronde fchappy hieldt hier haare Vergaderingen, tot toe » tlÜ % £\l g' ^ Wdk& na 't verlies van Brazil, in 't jaar* 164.7; &**** v^ftrekt tham_ nog ten toe- wanneer zy in zulk een verval geraakte, da fn§ Tn eCn Blfgerwagtbuis' naar,eene zy, de huur van't Huis niet konnende op- JaSAa\e,n.> e?,n v" efn ^iger alwaar , brengen , haare Vergaderingen verleide in fW, ine [chlUfS leggen' gefchlkt om haar nieuw gebouwd Pakhuis op Raapen- ck luidm aan bwrd te zetten, burg. 't Weftindifch Huis op clen Haar- De ?mm Stads.-Herberg, die nog in lemmerdyk ftondt, federt, verfcheiden'jaa- Jez|n 1S' ^erdt gebouwd, op de hoogte renagtereen, genoegzaam zonder gebruik, der Spaarnedammer-brug, ter gelegenheid tot dft men, iS 't jaar 1657, befloot, hel der 0P.reg^ge van het Veer over Buikfloot zelve te verhuuren tot eene Herberg (*), ?ar de DSteden ^oorn' fdaRn' M°njken," die, federt, den naam van het Nieuwtzyds- jï m Purmefnde> « de" W 1660. t Heeren-Logement gekreegen heeft. bebouw werdt, op gelyke wyze als de Oude 0 ° Stads-Herberg, van hout getnnmerd. Doch
(a) Refb!. Vroedfch. M i3. is May ,<Sij . 20» vtTr,. het
(b) Refol. Vroedfch. L'. A. t Jan. uS7. f. ig». (c) Handy, il. logi.
|
|||||||||
|
O U JD JE
|
Z, YjD S -HUJERJEJtf-LO G JE M E JST T
|
||||||||
|
HE T
|
|||||||||
|
VOORROORT VA N 'T G AL S T II U I xST ^
|
|||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
77
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Stads het is, in laater' tyd, en nog voor weinige
Herber- jaaren , merkelyk verbeterd , en met een ruim fteenen gebouw vergroot; alzo de nee- r]ng hier,ter oorzaake van hetvermaakelyk uitzigt over 't Y, merkelyk toegenomen is. Men komt, aan de Nieuwe Stads-Herberg, over eene lange houten Valbrug, de Y-brug genaamd , die ook ten toegang verftrekt naar een Burger-Wagthuis; naar den Buik- flooter Steiger, en naar eenen kleinen fleiger voor roeifchuitjes. De Nieuwe Stads-Her- berg behoort aan de Stad, en wordt, door de Heeren Thefaurieren, gemeenlyk, voor een zeker getal van jaaren, verhuurd. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Pofleryen der byzondere Steden en ook derADMiRÄ-
Stad Amflerdam, aan 't gemeene Land vani-ixEns Holland, in 't jaar 1748, de Stads Paarden-Gebou- ftal, hier ter Stede, op den Nieuwe-zyds-WEN' Voorburgwal, aan de weftzyde, tuffchen de Mol- en Huiszittenfteegen, waarby ook dê' Stads Apotheek geplaatft was, in 't jaar 1753, tot een Generaal Post-Comftoir, voor vyf en veertig duizend guldens, aan 't Land verkogt werdt. 't Gebouw is, federt, merkelyk vertimmerd, en heeft het wapen van Holland in den voorgevel gekreegen. Men treedt, door eene deftige poort, op eene ruime plaats, die, ter wederzyde eii van agteren, met onderfcheidenPoft-Comp- toiren, betimmerd is. Het Brabantfche , Franfche en Engelfche ftaat aan de zuidzy- de, het Hamburger en Keulfche aan de noordzyde, en het Binnenlandfche aan de weftzyde. Het overige van 't gebouw is, tot wooningen voor de Opzienders en voor- naamfte Bedienden der Poft-Comptoiren, gefchikt. De agtergevel pronkt met een Uurwyzer en Slagklok. XXVI.
ADMIRALITEITS GEBOUWEN.
Toert , in de veertiende en vyftiende oudfte
eeuwe , de Waterlieden, en vooral bchce- Amfterdam, groot gezag oefenden, over 't rinS van beleid Van den oorloge te water; het uit- ^%t ruften van Oorlogsfcliepen, en het heffen Adimra- van een Pondgeld, om de koften, daartoeliteït. vereifcht, te vinden; gelyk, uit veele plaat- fen onzer Hifiorie van de St ad,heeït können blyken (); was 'er, zo 't fchynt, geen by- zonder gebouw gefchikt, tot het waarnee- men van de zaaken der Admiraliteit. De Byeenkomften van de Afgevaardigden-der Waterlieden werden, op 't Stadhuis, gehou- den ; het Pondgeld ontvangen, daar de Re- geering zulks geraaden vondt (g), en de Oorlogsfchepen getimmerd, in de Schafferji het Baardfehuys, of den Timmertuin der Stad In den aanvang der Spaanfché beroerten zel- ven, toen Amflerdam alleen, in Holland* de Spaanfché zyde hieldt,en de Stadhouder, Graaf van BofTu, aan de Amfterdamfche Re- geering fchreef dat hy zig, met de fche- pen van oorloge, niet langer begeerde te moeijen (b)"; fchynt de Stad de zaaken de-r Admiraliteit, op haar eigen gezag alleen, beftierd te hebben (i), zonder dat, tot het waarneemen derzelven, eenig byzonder ge- bouw vereifcht werdt. Maar na t overgaan der
(f) II. Deel, III. Boek, *'■ '4' » »4*. »4«» IJ».
(g) Groct-Memor. N. 1- . 97 > ioj.
(h) II. Dtel, VIII. Boelt^, bl. 317. (i) II. Deel, VIII. Btel^ bl. 3« , 339, 33Ï, 3ÏJ » US*
*3
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Nieuwe Stads-Heuberg,
Plantaad je. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
in de
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Nieuwe
Stads- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Na 't aanleggen der nieuwe Plantaadje,
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
in den jaare 1681, vondt men geraa»
in de °' den, tot weeringe van kleine kroegjes en Plantaad- kuffen, aldaar, eene enkele Herberg te laa- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
1«
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
ien timmeren, en dezelve, met uitfluiting
van alle anderen , te bevoorregten met den Wyntap, gelyk, in 't jaar 1688, ge- fchiedde (d). De nieuwe Herberg is een fteenen gebouw van drie verdiepingen, en ftaat in de middellaan, aan de zuidzyde, even over de Prinfengraft. De ingang is, van boven, met Stads wapen verfierd. O- penbaare Verkoopingen worden , in deeze Herberg, ter oorzaake van derzelver afge- legenheid , niet gehouden. Doch men heeft 'er, eer de byzondere Loteryen verbooden waren, in 't begin deezer eeuwe, verfchei- den' kleine Loteryen getrokken; en ook , Naderhand , eene Lotery ten behoeve van t Eiland Ürk. De opftal deezer Herber- ge behoort aan byzondere perfoonen. Wy agten, hiermede, de Weereldlyke
Gebouwen, die eenigermaate aan de Stad hehooren, te hebben afgehandeld. Na 't befehryven der Godshuizen, zullen wy nog van eenige Gefügten gewaagen, die fom- j§en, veelligt, ook tot de Weereldlyke tjeboüWen zouden betrekken. Hier ftaat ons nog te fpreeken, van eenige Gebouwen, die, of aan 't geiene Land van Holland, of aan de Admiraliteit, of aan de Ooft- en Wefundifche Maatfchappyen , toebehoo- ren. XXV.
Generaal Post-Comptoir.
Wy hebben, hier voor (e), reeds aan-
getekend, dat, na 't afftaanvande |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Gene-
kaal POST-
COMP- TOIR. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||
|
73
|
|||||||||||||||
|
lang voor dat Prins Maurits aldaar ^ in't jaar Adimhia-
1594, geherbergd werdt (&), het Pririjen-uTEiTs Hof. In 't jaar 1597, werdt het voornaam-G^B0B" fte gedeelte van 't Kloofter of Prinfenhof ge- fchikt, tot eene Vergaderplaats voor eender vyf Collegien ter Admiraliteit , die toen, door' de algemeene Staaten, werden opge- regt: te weeten, voor het tweede in rang; En dit Collegie verklaarde* op den zeven- tienden April des gemelden jaars, geenen eigendom te hebben aan het Prinfen-Hof, noch aan de andere erVen, die j door de Le- den van het zelve, gebruikt werden (p). Door den tyd, verkreeg, nogtans, het Col- legie den eigendom aan een gedeelte van 't gebouw van de Stad, en in 't jaar 1655 , tradt men, over den afftand van het overi- ge, in onderhandeling (g). Op den eenen- twintigften January des jaars 1656, werdt eene overeenkomft getroffen , tulfchen de Admiraliteit en de Stad, waarby 't geheefe vierkant van 't Prinfen-Hof, met de woo- ningen en vertrekken, daaraan behoorende, aan de Admiraliteit afgeftaan werdt (r). Se- dert * is dit gebouw, door vernieuwing en vert-immering, van tyd tot tyd, merkelyk; verbeterd. Het aanzienlyk geftigt, welk, voornaamlyk, dient tot de Vergaderplaats van de Gecommitteerde Raaden ter Admi- raliteit, is, in 't jaar 1661, geheel van den grond op, gebouwd. En in deeze eeuwe * zyn de agterfte gedeelten der wooningen voor de Raaden, die uk andere Provinciën en Steden herwaards worden afgevaardigd , deftig hertimmerd. Zelfs heeft men, nog in den voorleeden jaare 1764, drie deezer wooningen, die op den Oude - zyds - Agter- burgwal ftonden , van den grond af, her- bouwd. Men vondt toen , by 't graaven dergrondflagen,nogeenige bekkeneelen en doodsbeenderen , overblyffels der lyken, die, van ouds, in de Kerke of op 't Kerk- hof van 't Cecilien-Kloofter, begraaven zyn geweeft. De voornaamfte ingangen der woo- ningen , van welken wy fpreeken, zyn, op de Oude-zyds-Voor- en Agterburgwallen j en zy komen, van agteren, uit aan de rui- me plaats van 't Adniiraliteits Hof. In 't jaar 1758, werdt het oude S. Cecilien Kerkje af- gebroken, en op dezelfde plaats,een nieuw gebouw tot een Comptoir van 't Convooi ge- ftigt. Het Kerkje van 't S. Agnieten-Kloos- ter, meer zuidwaards, op den Oude-zyds- Agterburgwal ftaande , is', reeds omtrent den aanvang der zeventiende eeuwe, door de
(«) Zie DOMSELAER IV. Boek., tl. 283. COMMILIN , IK"
J1Z.
(/>) Gioot-Memor. X. IV. . «p.
(?j Refol. Vtoedfch. Lr. A. 13, *° &!C. iSjy. . 5?,
47 verfa.
(r) Gtoot-Memor. KT. IV. > 88.
|
|||||||||||||||
|
Admira- der Stad aan de Staatfche zyde, in 't jaar
LiTEiTs 1578, kwam 'er, allengskens, merkelyke wen°U' verandering in de zaaken def Admiraliteit. De Staaten van Holland en Zeeland eerft, en daarna de algemeene Staaten heften een Convooigeld van de uit- en ingaande goede- ren , waaruit de kollen, vereifcht tot bevei- liging der Zee en der ftroomen, gevonden werden. Amfterdam hadt, in dit Convooi- geld , bewilligd (£), En, voor zo ver het zelve, van wege 't gemeene Land, ontvan- gen werdt, was 'er ook, in de Kooplieden, en vooral in Amfterdam, eene plaats noo- dig, voor den Ontvanger van het zelve en deszelfs bedienden. Men fchikte hiertoe een gedeelte van 't Celle-Zufters-Kloofter, gelegen tulfchen den Oude-zyds-Agterburg- wal en den Zeedyk, op de hoogte van de Molenfteeg. En nog tegenwoordig, ftaat, op den Zeedyk, een oud groot huis, welk ,■ in de Eoopbrieven , daarvan voorhanden, den naam van het oude Convooi draagt. Doch 't leedt niet veele jaaren, of dit Convooi werdt, naar 't S. Cecilien-Kloofter, overge- bragt, alwaar ook, in 't jaar 1597, een der nieuwlings opgeregte vyf Admiraliteits-Kol- legien geplaatft werdt. |
|||||||||||||||
|
1.
|
|||||||||||||||
|
Admiraliteits- of Prinsen-Hof.
Befchry- 'tS. ^^ecilien-Hoofter, ftaande op den Öu-
ving van \^y de-zyds-Voorburgwal, zuidwaards het Ad- van je OLlc}e Doeleftraat, en reeds in 't begin TEiTs- of ^er vyftiende eeuwe geftigt, was , niet lang Prinsen- na de verandering der Regeeringe,in'tjaar Hof. jjjg} gefchikt tot een Logement voor Prin- fen en groote Heeren , waarnaar het den naam van Prinfenhof gekreegen heeft, die 'er nog, in 't gemeen, aan gegeven wordt. De Graaf van Leicefter is, zo ver my bekend is, de eerlle Heer van aanzien geweeft, die 'er, in 't jaar 1586, in geherbergd werdt (/). 't Gebouw werdt , toen reeds, het Hof van zyne Excellentie genaamd, en de Vroedfchap beiloot, in Auguftus des gemelden jaars, de Kerk van het zelve te fchikken tot een Schermfchool (m). Doch deeze Kerk werdt, eerlang, tot een Comptoir, daar 't Convooi- geld ontvangen werdt, vertimmerd. In 't jaar 1591, werdt beftooten , het gedeelte van 't Kloofter, daar de Koken plagt te zyn, te verbouwen, tot wooningen voor de Le- den der Admiraliteit, mids zy, daartoe, een gedeelte der penningen verftrekten(«).Het gebouw heette, toen reeds, en gevolgelyk, Ik) II. Dccl,X. Beerbt. 38«.
(I) II. Deel, X. ßae{, bl. 35,7.
(m) Refot. VtoedrcU. N. s. I6 Aug. IJ?«.
(vj Refol. Vcoedfch. n. «. » ^fpril ijyi.
|
|||||||||||||||
|
HUI ^± JD M I H ^± L I T JE I
|
|||||||||||
|
S
|
|||||||||||
|
jp R i jsr s e w
|
|||||||||||
|
O F
|
|||||||||||
|
^ HOF.
|
|||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
79
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Admira.
LITEits
Geboo
WEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
de Admiraliteit, gebruikt geweeft (s) : en, bouwde fchoorfteenen, die vier Oorlogsfche- admira-
nog tegenwoordig, verftrekt het onderfte pen dervlagvoerende Opper-Officieren, Ad- liteits gedeelte van het zelve tot een Pakhuis, al- miraal, Luitenant-Admiraal, Vice-Admiraal Geb0«- wa-ar de aangehaalde goederen gebergdwor- en Schout-by-Nagt, tot windwyzers, voeren. WSN' den. Onder't gemeen, hier ter Stede, wordt In de eerfte verdieping van 't gebouw, |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
dit Pakhuis de Hel genaamd (t).
't Ad miraliteits- of Prinsen-Hof
heeft twee aanzienlyke ingangen, een' op den Oude-zyds-Voorburgwal, en een' in de Prinfenhoffteeg. Door den laatften, heeft |
zyn het Comptoir van den Commis der boof-
delykc betaalinge en het Comptoir van den Equipagiemeefler. Van hier, gaat men, langs eenen breeden trap, naar de tweede verdie- ping , alwaar de Raadkamer is, zynde |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gedaan-
te, Sie- raaden en Vertrek- ken van hetzelve. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
men den naaften toegang naar 't Comptoir een groot, vierkant vertrek, met twee fraaï-
van'tConvooi,langs eenen breeden wentel- je fchoorfteenen, welker mantels en kolom- trap, 't Vertrek, tot dit Comptoir gefchikt, men, met beeldwerk, verfierd, en verguld zyn. is in verfcheiden' afgefchooten Plaatfen ver- De twee fchoorfteenftukken zyn, konftiglyk, deeld, naar het werk der byzondere Officie- door Ferdinand Bol, gefchilderd. In dezelven, ren en Bedienden. Ook is , naaft of agter wordt de gefchiedenis van den jongen Man- het zelve, een vertrek voor den Ontvanger, lius, die, om dat hy, tegen laft, geftreeden Wy hebben reeds aangemerkt, dat dit ge- hadt, op bevelzyns Vaders, onthalsdwerdt; bouw, weleer , de Kerk van 't Cecilien- en Eneas, de pryzen van den fcheepsftryd Kloofter geweeft is. Het fpits toorentje dee- uitdeelende, keurlyk verbeeld. Ook hangt zer Kerke fteekt nog ten dake uit. De an- hier het gefchilderd af beeldfel van den dere Poort leidt, voorby de wooning van Luitenant - Admiraal Michiel Adriaansz. de |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
den Kaftelein of Kafteleinfche, op eene groo
te vierkante Plaats , verfierd , in 't mid- den , met een' fraaijen pomp, aan eene zuil van blaauwen arduinfteen, boven op wel- ke, eene fierlyke glazen Lantaarn ftaat, en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ruiter. Voor den ingang der Raadkamer, bo-
ven welken, het wapen van Holland, tus- fchen twee ftroomgoden , uitgebeeld is, heeft men een ruim portaal, en in het zelve een Comptoir voor de Kamerbewaarders. Ter |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
die de plaats beflaat van den Geregtspaal, wederzyde van de Raadkamer, zyn twee
welke, hier , voor deezen , plagt te ftaan. vertrekken. In het weftelyke, houden de Aan de zuidzyde deezer Plaatfe, ftaat het ge- Raaden afzonderlyke Befoignes. En hier ftaat, bouw, welk, voornaamlyk, dient tot eene tegenwoordig, de pragtige Armftoel voor VergaderplaatG voor de Raaden ter Admi- den Admiraal-Generaal of deszelfs Reprefen |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
tant, die, in den rug, met het wapen van
den Huize van Oranje en de fpreuk Je main- tiendrai, en op het kullen, met het wapen der Admiraliteit, beftikt is. Voor den fchoor- fteen, in 't zuiden, is een Y-gezigt op óud Amfterdam gefchilderd. Aan den wand , hangen ook eenige Zeeftukjes, en midden in 't vertrek, een fraai model van een Oor- logsfchip van zes en dertig ftukken. Het andere vertrek ten ooften dient tot een Spreekvertrek voor den Raad en Advokaat- Fiskaal en den Commis-Generaal. Tegen den wand, ter wederzyde, leggen, op twee rekken, eenige veroverde fcheeps vlaggen. Uit dit vertrek, komt men, zuidwaards, in een ander, gefchikt voor de Commifen ter recherche, werwaards men, uit het Portaal voor de Raadkamer , ■ een' gemeenen toe- gang heeft. In het zelve, zyn ook eenige |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
raliteit. De gevel van dit gebouw, welk,
voor't grootfte gedeelte, uit gebakken fteen, gemaakt is, ruft op een wit hardfteenen voet- ftuk en diergelyke zuilen, 't Gebouw is drie verdiepingen hoog. De kap of frontefpies van den gevel is, met fraai hardfteenen beeldwerk, verfierd, vertoonende, in 't mid- den , een' Leeuw, die, door twee vliegen |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
oe wigtjes, bekranft wordt; den Holland-
Ichen tuin bewaakt, en twee kruiswys ge- plaatfte Ankers, zynde het wapen der Ad- miraliteit , vafthoudt. Ter regter zyde, ziet men 'c beeld der Geregtigheid , met een naakt kind , eenen hoorn van Overvloed houdende, by zig j en daar agter Neptuin opeen Walvifch,' met een Schip, Compas, Graadboog en Paffer. Ter linkerhand, ver- toont zig de Zee-oorlog, omringd van Ge- fehlt , Roopaarden, Kruidvaten , Ankers - |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zeilen, Scheepskiften en Koopwaaren ; en vlaggen geplaatft. Op de derde Verdieping
gevolgd van Tritons, Meereminnen, Zee- van't gebouw, zyn de Secretary en Char- Paarden en andere gedrogten. Beneden, terkamer der Admiraliteit, benevens drie of ^er wederzyde van den ingang van't gebouw, vier kleine vertrekken, die tot Comptoiren ttaan, op fraaije arduinfteenen zuilen, twee voor den Boekhouder van den Eqiüpagie- LeeuWen die 't wapen der Admiraliteit voor meefter, en voor den Zegelklopper, en tot Z1g houden. Uit het'dak, fteeken vier net ge- ander gebruik gefchikt zyn. De Secretary (,) Ref. ,, , heeft twee fchoorfteenen. In t Portaal voor l» ^Z^^^^Xr*- dezelve, zyn beflooten Kaüen voor de Bo-
den,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||
|
8o
|
|||||||||||||
|
Admira- den, en ook eenige anderen geplaatft. In tinge der Scheeps-Timmerwerf(a;), die van Admira-
liteits" de Charterkamer, tenooften der Secretarye, eené verbaazende uitgeärektfieid is. uteits Gsbou- Zyn de Notulen van den Raad en andere Midlerwyl, was men, met het graaven ^°u" W£N' Stukken en Papieren, door den tegenwoor- der grondflagen van het tegenwoordig Ad- * digen Chartermeefler, den Heere M'. Jan miraliteits- « Lands Magazyn, S van
Jacob Haiitsinck, onlangs , in eene begonnen, op den twaalfden September des hetste_ zeer nette orde, gefchikt. Tuffchen het jaars 1655. In Maart des volgenden jaars, gen woor- ■ dak , zyn twee groote looden bakken ge- werdt de eerfte fteen van 't gebouw gelegd, dig Ad- fteld', die , gemeenlyk, vol water'gehou- door de Heeren Jonas Wit f en, Dirk Herberts, ^"0/ den worden, om zig van het zelve, by on- gieter Jacubsz. Buitegaar en Reinier van Kuik; Lands geval van brand, te können bedienen. Op en daarop, zo vlytiglyk, voortgevaaren met Maga- |
|||||||||||||
|
ZVN.
|
|||||||||||||
|
de Vliering, worden de gereedfchappen timmeren, dat het Magazyn, binnen negen r"""
nog bewaard, welken men , by de Admira- maanden , tot gebruik bekwaam gemaakt liteit in 't oefenen van lyf- en halsftraffen, werdt. Het ftaat, op den zuidwefterhoek plagt'te gebruiken. van Kattenburg, aan en in de groote Kat- Waakers Tot bewaakinge van 't Admiraliteits- of tenburger ftraat, rondsom in 't water. Het
van't Prinfen-Hof, zyn eenige Wagten aange- is van harden gebakken fteen gebouwd; twee Prinfen- ß.e]d, die, 'snagts, in vier huisjes, op den honderd en twintig voeten breed, twee hon- bof' Oude-zyds-Voor- en Agterburgwal, de wagt derd voeten diep, en drie verdiepingen hoog, houden, en in 't jaar 1662, door 't Geregt behalve dat het dak, welk, langs dezyd-en der Stad, gemagtigd zyn, om, even als de agtergevels, dubbel is, voor eene vierde gewoonlyke Nagtwagt, te waaken tegen verdieping verftrekken kan. De vier ge- brand en andere ongelukken; als mede te- vels van 't gebouw zyn, in 't midden, met gen huisbraak, overlaft en diergelyke onbe- vier uitfteekende paviljoenen uitgetimmerd. hoorlykheden, omtrent de plaats, waar zy In de frontefpiefen van den voor- en agter- zig onthouden, voorvallende (u). gevel, zyn de Zeevaart en de befcherming der zelve, fieriyk, in fteen, uitgehouwen.
2. Aan het Paviljoen van den agtergevel, welk, met trappen, naar 't water afgaat, ziet men
Admiraliteits- of Lands MaGa- de wapens der Heeren, die den eerften fteen
zyn en S c H e e p s-T 1M M e R w e R f. _ aan 't gebouw gelegd hebben: ook leeft men,
aldaar, in een opfchrift, in fteen gehou-
Oudfte "X.Ta 'c opregten der Admiraliteit, in't jaar wen, dat het, in negen maanden tyds, tot Admirali- J^ 1597 ,bergde dezelve, te Amfterdam, gebruik gebragt is. De buitenpoort van voo- teits-Ma- naare Scheepsgereedfchappen in gehuurde ren, die, op Dorifche kolommen, ruft, leidt iafee 's" Pakhuizen, die, hier en daar, door de Stad, over eene fteenen brug, door den ingang Tammer"- verfpreid waren. Doch daar verliepen niet van 't gebouw, boven met het wapen der werf hier veele jaaren, of haar werdt een erf, op Ui- Admiraliteit verfierd, in een ruim vier- ter Stede. jenburg, tot een Magazyn, en een ander, kant Portaal, in welks vier hoeken,vanbo- op Raapenburg, tot eene Timmerwerf af- ven, de wapens der vier Heeren Gecommit- geftaan. De eerfté deezer plaatfen geraak- teerde Raaden ter Admiraliteit, onder wei- te , nogtans, met het vergrooten der Stad, ker opzigt, het Magazyn getimmerd is, te te veel binnenwaards: en zy werden beide, weeten, Cornelis Wit jen, Burgemeefter der eerlang, te klein bevonden, tot het einde, Stad Amfterdam , Floris Pietersz van der waartoe zy dienen moeften. In 't jaar 1648, Hoef, Burgemeefter der Stad Haarlem, Frans verzogt de Admiraliteit, een Magazyn te Herberts, Burgemeefter der Stad Gouda, en 1 mogen bouwen op Marken, tot berging van Herman van Ewyk, Domheer te Utrecht, gefchut en kogels. Doch de Vroedfchap in hardfteen uitgehouwen zyn. Aan de zol- wees dit verzoek van de hand (u). 't Liep dering, hangt een fchuitje, welk uit de Straat aan, tot den twaalfden Auguftus des jaars Davis herwaards gebragt is. Ter wederzy- 1655, eer haar een groot erf op Kattenburg, de van dit Portaal, zyn twee ruime vertrek- tot ee'n Scheeps-Magazyn en Timmerwerf, ken. De Kamer ter regterzyde pronkt,voor werdt afgeftaan, tegen het erf op Uilenburg, den fchporfteen, met het wapen der zeven en de Timmerwerf op Raapenburg, die zy Vereenigde Provinciën, en met zeftien wa- te vooren bezeten hadt Qw). By het erf op pens van Raaden ter Admiraliteit. Ook han- Kattenburg, werdt, in 't jaar 1660, nog gen 'er eenige vlaggen en vendels, en, mid- een groot ftukgrondsgevoegd,tot vergroo- den in 't vertrek,een model van een Oor- logsfchip van zes en dertig ftukken. Boven de
(») Groot-Memor. N. V. . 89. deW.
(v) Refol. Vmedfch. N. 19. 9 7«". I«4S. . 173 vtrfi,
(»; Groot Meinot. K. IV. . ?o. (*) Ghhh - Memor. K. V. . IS verfi.
|
|||||||||||||
|
GJS ZJGT co 'Z ^äZ> JZZZl^L XI TJSZ T jS1 - M^. G^-Z r#; e^ ^ O O S TJSZl IC JE Zt ZC
|
|||||||
|
N»
|
|||||||
|
V
|
|||||||
|
Y
|
|||||||
|
I. Boek. WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||||||||
|
8t
|
||||||||||||||||||
|
ApMTftA- deur, tegen over den fchoorfteen, is een fraai
|
||||||||||||||||||
|
kers- en eeneCompaffenmaakers- Werkplaats.
Doch een voornaam gedeelte deezer verdie- pinge, langs den voorgevel in 't zuidooften, is gefchikt tot eene Wapenkamer, waar 't handgefchut, zyd- en ander geweer, welk in den zeekryg gebruikt wordt, in byzon- dere kaften, wordt bewaard. Tuffchen de twee gedeelten van het dak, loopt, langs de zyd- en agtergevels van 't gebouw, een wa- terbak , die zeftienhonderd tonnen waters houdt. Men plagt dit water, langs looden buizen, in welken groote koperen kraanen ftaken, op alle de verdiepingen, te können brengen, om 'er zig, voornaamlyk by on- geval van brand, van te bedienen; doch, federt de verbetering der blufchgereedfchap- pen hier ter Stede , zyn deeze buizen en kraanen weggenomen. Voorts, fteeken , aan de vier hoeken van 't gebouw , vier fchoorfteenen ten dake uit, die ieder eene konftig gewerkte koperen Sphere draagen. Tuffchen de daken, ten noorden , is een hoog plat, van waar men een ruim en ver uitzigt heeft, over 't Y en de Zuiderzee. In 't jaar 1740 , bevondt men eenige zak- king in de grondflagen van 't Magazyn; die, federt, verholpen werdt. Ook ftevigde men de wanden van 't gebouw, door eenen zwaa- ren fteenen beer, die, van onderen, tegen dezelven gelegd werdt. DeADMIRALITEITS-ScHEEPSTIM-
MERWERF heeft twee toegangen, een'
over eene brug uit het Magazyn, en een' uit de groote Kattenbnrgerftraat, van wel- ke zy, met eenen hoogen fteenen muur , afgefcheiden is; waar langs zy zig tot aan 't Y toe, ter lengte van omtrent vyftienhon- derd voeten , uitftrekt. De laatftgemelde toegang is eene groote fteenen poort, op welke een fierlyk fteenen Koepeltoorentje ftaat, voorzien van een Uurwyzer en Slag- klok. Door deeze poort getreden zynde, komt men op een vierkant plein, de Beurs genaamd, daar 't arbeidsvolk vergadert,als 't betaakyd is. Voorts ontmoet men, ter we- derzyde, de wooningen van twee der On- der - Equipagemeefters, van den Commis, van den Meefter-Timmerman, en van een of twee mindere Bedienden. Wyders, is de Werf, langs de zuidooftzyde, betimmerd met zwaare fteenen Lootfen, in byzondere vertrekken verdeeld. Hier heeft men de groo- te Smids-winkel , daar ankers en veelerlei zwaare yzeren gereedfchappen vervaardigd worden. Voorts, byzondere Werkplaatfen voor Blikflagers, Zwaardveegers, Huistim- merluiden en Schipbefchieters , Schuiten- tenmaakers, Roopaardenmaakers, Schilders, Maftenmaakers , Blokenmaakers, Metfe- laars, Loodgieters, Riem- en Boommaakers, |
||||||||||||||||||
|
Admira-
LITEITS
Gebou-
wen". |
||||||||||||||||||
|
<h
|
EIJOU
|
. ?clliIderft>ik van Bol geplaatf t, welk,voorheen,
|
||||||||||||||||
|
m deKajuit van eenAdmiraliteits-Jagt geftaan
heeft, en 's Lands hooge Regeering, in de gedaante eener aanzieiilyke Vrouwe, ver- beeldt , den ftaf van bevel aan eenen Zee- overfte toereikende. Onder 't ftuk, leeft men deeze regels van Vondel: De groote Zeevooghdin gebiet den waterheiligh
En Admiraal der Zee, in haaren dienß ge- treén, Dat hy de Zeevaert voor 's Lants Vrede en
Vryheit veiïïgh, En zegene den buit en koopvaerdy der Steen.
Hy y vaerdigb om dien laß groothartig uit te
voeren , Neemt Sterkheit , Wysheit en Voorzigiig-
heit te baet. Nu durft geen Zeegedrogbt op zee de vinnen
roeren. Zoo groeit den handel aen, ten wasdom van
den Staet. De Raaden ter Admiraliteit, het Magazyn
komende zien, vergaderen in deeze Kamer. De andere heeft, tegenwoordig, geen by- . zonder gebruik. Uit het Portaal, treedt men, regt uit, op eene vierkante Binnenplaats, die gewelfswyze over 't water gebouwd, en omringd is van eene gaandery, ruftende op ■zes en veertig kolommen van gebakken fteen, waardoor 't gantfche gebouw onderfchraagd wordt. De Plaats plagt met klein gefchut belegd te zyn ; doch men heeft dezelve , al federt eenige jaaren, van deeze zwaarte ontlaft. In de kelders van 't Magazyn, leggen thans
nteeft ledige watervaten en weinige kogels en oorlogstuig. De eerfte Verdieping van 't gebouw is verdeeld in vier voornaame Ma- gazynen, een tot Spykers en Yzerwerk; een tot Kabels en Touwwerk; een tot Zeildoek en Zeilen, en een tot bloks en 't gene meer tot de talie van een fchip noodig is. Uit deeze Magazynen, heeft men, langs fteenen trappen, toegang naar de zolders van de tweede en derde verdieping, boven ieder der- zelven: op welke zolders, de fpykers, het ligt yzerwerk, allerlei ftaand en loopend want, zeilen, vlaggen, vlaggenftokken, riemen, bloks , lantaarns, kardoeskookers , kruid- hoorens, kruidmaaten, potten, ketels, en yeelerlei ander Stuurmans- Konftapels- en jvoks - gereedfchap , in byzondere kaften , nokken , bakken en laaden , in eene zeer nette 0rcjej geplaatft zyn. Ook heeft men, °P de tweede verdieping, eene Zeilenmaa- ■"' STUK.
|
||||||||||||||||||
|
Befcbïy-
ving der tegen- woordige Admira- liteits- SCHEEPS-
TIMMEK-
WERF. |
||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
82
|
|||||||||||||||||||
|
met gefchut voorzien is. De Werf naar den Admika-
kant van het Dok toe is, eigenlyk, tot hetLmirs bouwen van groote Schepen gefchikt: het G^ou" overige en kleinfte gedeelte der Werf, naar den kant van 't Y, dient tot het timmeren Van Sloepen, Booten en ander klein Vaar- tuig. 3-
|
|||||||||||||||||||
|
Admira- Kuipers enz. Vooraan op de Werf, ftaat
LiTEiTs eene Stookloots, daar 't ligte hout, welk in
wbn°U" en aan de Schepen verbruikt wordt, lenig
wordt geftookt, wanneer het zig gemakke-
lyker buigen en verwerken laat.
Ten einde van de Werf, ftaat nog een
groot Scheepsmagazyn , tot berging der |
|||||||||||||||||||
|
Scheepsbehoeften en gereedfchappen , die
|
|||||||||||||||||||
|
uit zee aangebragt, en in 't eerftgemelde
Magazyn, niet bekwaamlyk, gebergd kön- nen worden. Het is, met de vliering, ook vier verdiepingen hoog, en heeft een dub- bel dak. In den voorgevel, boven de Poort, naar welke, men over eene fteenen brug toegang heeft, ftaan drie wapens der Raa- den ter Admiraliteit, onder welker opzigt, dit gebouw geftigt is: en op de lyftvanden agtefgevel, ftaat het wapen der Admirali- teit , door twee Leeuwen befchermd , in fteen uitgehouwen. De kelders dienen, voornaamlyk, tot berging van yzeren bal- laft voor de Oorlogsfchepen. Op de eerfte verdieping, worden de kabels, boeijen en andere zwaare Scheepsbehoeften gebergd: op de derde, de ligter Scheepsnoodwendig- heden. De tweede is in verfcheiden' win- kels onderfcheiden, alwaar de bloks , het ftaande en loopende want, en veele andere behoeften', tot de uitruftinge der Schepen vereifcht, gereed gemaakt worden. Tus- fchen 't dubbel dak, legt een groote Wa- terbak, waaruit het water, langs boden buizen, geleid wordt tot op de eerfte ver- dieping , alwaar het, tot groot geryf der buuren hier omtrent, door zwaare kraanen, kan getapt worden. Ook zou men 'er zig, by ongeval van brand, van können bedie- nen , ten welken einde, dit Magazyn van drie brandfpuiten voorzien is. Voor het zelve, is 's Lands Gefchutwerf, die , door- gaands, met een groot getal van metaalen en yzeren ftukken gefchut belegd is. Ook ftaat hier, aan 't Y, eene zwaare kraan,om Kanon en andere zwaare lighaamen te los- fen en te laaden, en om de Scheepsmaften uit- en in te zetten. Regt voor 't eerftgemelde Magazyn en
de Timmerwerf, is het groote Scheepsdok, alwaar de volbouwde Oorlogsfchepen, ge- woonlyk, onttakeld, worden opgelegd. Het |
Admïralïteits-Lynbaan.
De Stad, in 't jaar 1660, met de Admi- Befchry-
raliteit, wegens 't opregten eener ving van nieuwe Lynbaan, zynde overeengeko-de^DM1" men (j) , werdt dezelve, in 't zelfde jaar, TEITS gebouwd, aan 't einde van Ooftenburg, ne- Lyn. vens en beooften de Lynbaan der Ooftindi- BAAN° fche Maatfchappye. 't Gebouw is vyf en vyftig voeten breed , en omtrent agttien- honderd voeten lang, en pronkt, met twee kruiswys geplaatfte ankers, het wapen der Admiraliteit, onder een fraaije Fefton, in den voorgevel, op wiens lyft, een Leeuw met een zwaard en zeven pylen, het wapen der Vereenigde Nederlanden, geplaatft is. De agtergevel is, met de byzondere wa- pens der Vereenigde Provinciën , verfierd. De buiten-muuren van 't gebouw zyn wel drie voet dik: de binnen-muur, die 't ge- bouw , in de lengte, in twee deelen fcheidt, ruft op open boogen. Aan de eene zyde, de groote Baan genaamd, worden de kabels geflaagen : aan de andere , de kleine Baan geheeten, wordt _ het ligter touwwerk ge- maakt. Ook is hier de plaats, daar de hen- nip gehekeld; de Stoof, daar het touwwerk lenig gemaakt; de Teerketel, daar het ge- teerd wordt, en al wat verder tot eene zwaa- re Touwflaagery wordt vereifcht. De zol- ders van 't gebouw dienen tot berging van hennip, roopaarden, ledige vaten enz. De wooning van den Onder - Opzigter over 't werkvolk is voor aan de ftraat. Langs de zuidooftzyde van 't gebouw , van buiten, legt gemeenlyk een goede voorraad van Scheepsankers. XXVII.
GEBOUWEN der OOSTINDISCHE
COMPAGNIE. |
||||||||||||||||||
|
is een ruim vierkant, rondsom met paaien
bezet, op welken, op zekere afftanden , Wagthuisjes geplaatft zyn, waarin de Sche- pen , by dage en by nagt, door aangeftelde wagten , bewaakt worden. Voorts, zyn 'er, in 't paalwerk, twee openingen, eene naar den kant van de Werf, en eene naar buiten, door welken de Schepen, in en uit het Dok, gebragt worden. By de uitvaart naar buiten, ftaat een fterk Wagthuis, welk |
|||||||||||||||||||
|
OoSTINDISCH-HuiS.
Toen, reeds voor 't einde der zeftiende &?nlei't
eeuwe, de handel op Ooftindie der- ^^ wy-
0) Refol. Vioedfch. L'. S. 20. J*n. i<S6o. . 239 w/'.
|
|||||||||||||||||||
|
I. Boek.
|
||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
||||||||||||
|
83
|
||||||||||||
|
GÏBOUr
WEN der OosTIN- ITSCHE Compag-
nie. ten en
vergroo-
ten van hetOosT- INDISCH.
Huis.
|
||||||||||||
|
fchappye te koop aan te bieden (g), en my Geeoo-
is onderregt, dat zy 'er, wat laater, twee wkn der honderd vyf en zeventig duizend guldens °ostin- voor betaald heeft, mids haar 't gebruik van compas- Stads grooten Moddermolen, tot het diep- nie. houden van haar Dok , vergund werdt, zo dikwils, als zy 't noodig hebben mögt. Het Oostindisch-Huis , waarvan Befchry-
wy fprceken, beftaat dus, uit drie aan een vins van geVoegde gebouwen. Het oudfte, tegen-hetzelve" woordig het Oude Slagtbuis genaamd, ftaat op den hoek van de Hoogftraat, en ftrekt zig langs den Kloveniers-burgwal of Ooftindi- fche Kaai, uit tot aan 't Krankzinnigen-huis. Het heeft vyf ingangen, waaronder twee kleinen, op den Burgwal; en een in de Straat, welke laatfte geopend wordt, wanneer 'er Speceryen of andere Indifche Koopmanfchap- pen, die, op de ruime zolders van 't Slagt- huis, bewaard worden, moeten worden af- geleverd. Voorts, gefchieden, in 't Slagt- huis, de aanbefteedingen der leevensmidde- len en andere waaren , die tot onderhoud van 't Scheepsvolk dienen, of naar Ooftin- die verzonden worden. Ook worden deeze waaren, voor een groot gedeelte, in 't Slagt- huis ontvangen, en uit het zelve gelaaden in Ligters , dieze aan boord der Ooftindi- fche fchepen voeren. Het tweede gebouw, welk het Ooftindifche Huis uitmaakt, ftaat beweften het gemelde in de Hoogftraat, en aan dit is, eindelyk, het derde en nieuwfte gevoegd , welk zig nog meer weftwaards tot aan den ingang der Waaien Kerke ftrekt. Beide deeze gebouwen hebben eenen ge- meenen ingang in de Hoogftraat , zynde eene fierlyke hardfteenen Poort, nevens welke, de deur naar 't Wagthuis is, waarin zig de waakers onthouden, die 't Huis, van buiten en van binnen, by nagt en by dage, bewaaken. Door de Poort, komt men op eene ruime vierkante Binnenplaats, daar 't Bootsvolk byeenkomt, om aangenomen of gemonfterd te worden. Voorts, zyn, op deeze Plaats, de op- en toegangen naar al- le de kamers en vertrekken van 't Huis, die zeer veelen in getal en tot veelerlei byzon- der gebruik gefchikt zyn. In fommigen , daar de Bewindhebbers vergaderen, zyn ee- nige Chineefche en andere Schilderyen ge- plaatft. Een bovenvertrek van 't zuider- deel des gebouws dient tot eene Wapenka- mer, alwaar veelerlei geweer, welk in den oorlog te water en te lande te paffe komt, wordt opgelegd. Ook is hier de groote Zaal, alwaar de openbaare veiling der Indifche waaren gefchiedt. &,
(f) Refol. Vroedfch» T.". GG. 2j Ja». 1710. . |.
h 2 |
||||||||||||
|
wyze was toegenomen, dat men, hier ter
Stede, eene Ooftindifche Maatfchappy hadt, die den naam droeg van de oude Compagnie, werdt, by de Vroedfchap, beilooten, dee- ze Maatfchappy te geryven met een erf tot een Pakhuis op Raapenburg, niet verre van 't Ryzenhoofd aan 't Y (z); welk Pakhuis, federt, herbouwd, en nog in wezen is. Het ftaat op den wefterhoek van de Foelieftraat; heeft twee aanzienlyke gevels, en een' gang aan de wefbzyde, die eene groote fteenen poort aan de ftraat heeft , boven welke , het gewoone merk der Maatfchappye alhier uitgehouwen is. Met den aanwas des Ooft- indifchen Speceryhandels, werdt, aan de Ver- eenigde Ooftindifche Maatfchappye , die, in 't jaar 1602 , opgeregt was, Stads Bos- °f Gefchuthuis, ftaande ten einde van de Hoogftraat, verhuurd , voor tweeduizend guldens in 't jaar (a). En 't leedt naauw- lyks twee jaaren, of men befloot, de Maat- fchappy te geryven met meerder plaats, om- trent het Boshuis; en Stads gefchut, welk daar, voor een gedeelte, nog was blyven leggen, over te brengen naar de Voetboogs- doele (b) , die , federt, gedeeltelyk , tot een Stads Wapenhuis verbouwd werdt. In 't jaar 1608, werdt haar een erf op Raapen- burg, tot eene Scheepstimmerwerf, afge- ftaan (O- 't Pakhuis, in de Hoogftraat, eerlang, te klein geworden zynde , kwam de Stad, met de Maatfchappye, in 't jaar 1658, overeen, om haar,nevens het zelve, een ander te bouwen, welk zig , tot aan den ingang der Waaien Kerke, uitftrekken (ß), en waarvoor de Maatfchappy, tegen vier en een half ten honderd van de koften der timmeringe, in 't jaar, aan huur betaa- len zou (e). Ten deezen tyde, betaalde de Maatfchappy, voor huur van 't oude Ooft- ïndifch-Huis, in de Hoogftraat, zeven dui- zend twee honderd guldens in 't jaar. De huur van 't nieuwe gebouw, naaft den ingang der Waaien Kerke, die drie duizend negen honderd vyf en dertig guldens beliep, kwam hierby; zo dat de jaarlykfche huur, voor- taan , elf duizend een honderd vyf en der- ■fxS guldens beloopen zou. Doch alzo, in 't jaar i<S($i ? n0g eenige verbeteringen aan 't Ooftindifch-Huis gefchied waren, werdt de Jiuur van het zelve, op elf duizend vyf hon- derd guldens in 't jaar, bepaald (). In 't begin des jaars 1720, befloot de Vroedfchap dit zo dikwils vergroot gebouw aan de Maat- (z) Refol. Vroedfch. N. * Si Nov. IJpo. f. 184.
(«) Refol. Vroedfch. N. e 14 April 160;. . 413,414.
£k) Refol.'Vroedfch. N. 10. io ,/.\>nl 160;. . s9t>trfi,
i') R-eibl. Vroedfch. s. 10. 15 .?-« >*°s- f. <*i «?».
iV Réibl. Vroedfch. L'. A. 14 j*». 16JS. . 17*.
J'* Gtoot-Memor. at. iv. . iji.
v ) Gtoot-Memoi. N. iv. . 10 virfa.
|
||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||
|
84
|
|||||||||||||||
|
dienfte der Ooftindifche Schepen, geflagt, Gebou-
afgehouwen en ingezouten wordt. Tegen- wen der |
|||||||||||||||
|
Gebou-
wen der Oostin- DISCHE
Compag-
nie. Befchry-
ving van hetOosT- 1NDISCH
Zeema-
gazyn en ÏIMMER-
WERF. |
|||||||||||||||
|
ÖosTlNDiscH Zeemagazyn en
ScHEEPST IMMERWERF.
De Scheepstimmerwerf op Raapenburg,
die der Maatfchappye, reeds in't jaar 1608, was afgedaan, door den tyd te klein geworden zynde, vondt zy, na de vergroo- ting der Stad, omtrent den jaare 1660, ge- raaden , dezelve te verleggen op Ooften- burg. Hier kogt zy eenige erven van de Stad, ter breedte van zes honderd zes en dertig, en ter diepte van ruim agt honderd voeten, voor eene fomme van zeven dui- zend zes honderd en twintig guldens ( h ): welke erven , door twee wyde dwarsgraf- ten , in drie Eilandjes , verdeeld werden. Op het eerfte deezer Eilandjes; werdt een groot Zeemagazyn gefügt, ten einde der groote Ooftenburger ftraat, welk het gant- fche erf in de breedte beflaat. De twee andere Eilandjes werden aangelegd tot Scheepstimmerwerven. Het OosTiNDiscH Zeemagazyn,
veeltyds het O>oflindifcb-Buitenhuis genaamd, is vier verdiepingen hoog , zeventig voe- ten diep, en, ter wederzyde, van vooren en van agteren, met vleugels uitgebouwd. Op den voorgevel, die, zo wel als de agter- gevel , in 't midden, Paveljoenswyze, uit- fteekt, ffcaat een fraai Koepeltoorentje van hout met lood bekleed, en met twee Uur- wyzers en een Slagklok voorzien. Voorheen, ftaken 'er vier fchoorfteenen ten dake uit, die weggenomen zyn, om dat zy 't Maga- zyn , alwaar nu niet gevuurd wordt, te zeer bezwaarden. Men komt in 't gebouw, over eene brug, voor welke, ter regter zyde , een Corps de Guarde, ten dienfte der waa- keren van 't Magazyn, en ter linkerzyde, een Comptoir voor eenige Bedienden ge- plaatft is. Men treedt, in 't Magazyn, door eene aanzienlyke hardfteenen Poort van de Toskaanfche bouworde. Diergelyk eene Poort is ook in den agtergevel van 't ge- bouw. In 't Portaal tuffchen deeze twee Poorten, is een vertrek voor den Conftapel, en een ander voor den Poortier. In 't eer- fte , leggen , doorgaands, eenige kleine ftukjes gefchut. In 't andere, ffcaat eene brand- fpuit. Ter wederzyde der Poorte van den agtergevel, zyn de ingangen naar de pak- huizen der eerfte verdiepinge. Men heeft hier een Spykerpakhuis, een Pakhuis voor kabels en touwwerk en een Yzerpakhuis aan de regter zyde. En aan de linker zyde, een ruim Slagthuis , daar 't hoornvee ten (h) Groot-Memor. N. V. . $« verft.
|
oordig, hangt men hier vyftig of zeftig 0osTIN-
eflagte beeften te gelyk aan den haak. Op compag- e tweede verdieping, zyn, langs den ag- nie. tergevel, eene groote menigte en verfchei- denheid van Scheepsnoodwendigheden ge» plaatft. Langs den voorgevel heeft men 't Porcelein-Magazyn, de Peper-zolder, en de zolder, daar de fyner Speceryen, in befloo- ten kaffen, bewaard, en ook verlezen wor- den. De Cauris wordt hier ook uitgezogt. De zolders der derde verdiepinge zyn ook van Specerykaffen voorzien. Ook legt 'er Peper los en in baaien. Een gedeelte dee- zer verdiepinge wordt tot eene Loots voor de Huistimmerluiden gebruikt. De Kaneel- zolder is op de vierde verdieping. Het uit- fchot der Speceryen wordt op de vliering gelegd , op welke, voorheen , de Zeilen- maakers werkplaats plagt te zyn. Doch dee- ze is, in 't jaar 1752, verplaatft in een ge- bouw, welk, in 't gemelde jaar, voor de brug, ter regterzyde , naar de agterftraat toe, gefügt werdt, en waaraan, volgens een opfehrift in den voorgevel,Nicolaas Willem Hartman, op den twintigften April 1752, den eerften fteen gelegd heeft. Het ge- bouw is drie verdiepingen hoog, behalve de vliering. De benedenfte wordt , door de bedienden van 't Slagthuis, gebruikt, om Vleefch en Spek te zouten en te bergen. Op de tweede worden de nieuwe Zeilen en 't Zeildoek bewaard , en fomtyds ook natte zeilen gedroogd. De derde verdieping is de werkplaats der Zeilenmaakeren. Op de vliering, worden de oude zeilen en ander linnengoed , tot fcheepsgebruik, gebergd. Agter het gebouw, van welk wy fpreeken, ftaat een ander, welk, reeds in 't jaar 1720, gefügt is, en waaraan, volgens een opfehrift in den voorgevel, op twee hardfteenen , Gerrit Hooft de Jonge, Dirk Sautyn, Fran- fois de Witt en Adriaan van Loon de Jonge , den agttiendenApril des gemeldenjaars,den eerften fteen gelegd hebben. Het is eene verdieping hooger dan het voorgemelde, en gebouwd rondsom eene vierkante binnen- plaats , die met Verwhout belegd is. Het gebouw dient tot een pakhuis voor Koffy, Tin, Drogeryen, Speauter , Katoenen-ga« rens, en veele andere waaren, die uit de Indien worden aangebragt. Men kan de goederen hier, door middel van zes wind- affen, te water, en van vier, te lande, op- flaan en aflaaten. De Katoenen-Lywaaten worden gelegd in het Pakhuis der Compag- nie , op de Y - graft, nog de oude Werf genaamd. Uit het groot Ooftindifch-Magazyn, welk |
||||||||||||||
|
wy,
|
|||||||||||||||
|
I-BOEK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
85
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
wen°J Wy' 'm ^e ea*^e plaats, befchreeven heb'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
pagnie, zyncle de letters V. O. C. dooreen west-
gevlogten, in fteen, uitgehouwen is. De ikdisch agtergevel is, op gelyke wyze,verfierd.De HüIS m Lynbaan zelf heeft haare groote Stoof en Pakhüis- Teerketel. Boven dezelve, is een zolder >, daar de hennip gehekeld wordt. Het Teer- Magazyn ftaat een ftuk wegs Van de Lyn- baan , rondsom in 't water. Het is een vier- kant gebouw van twee verdiepingen , en met een dubbel dak voorzien. Beneden wordt de Harpuis gemaakt, en de voorraad van Teer bewaard. Boven is eene Kuipery en Schipbefchieters winkel. Tegen over dit Magazyn, agter het Bolwerk Jaap-Hannes, ftaat de Zaagmolen der Ooftindifche Maat-* fchappye, alwaar het hout, welk zy tot Scheepsgebruik noodig heeft , gezaagd wordt. XXVIIL
Wèstindisch-Huis en Pakhuis.
De Vaart naar Guinea en deWeftindien, Befcbry-
hier ter Stede, zo wel als die naar Ooft vinS van indie, ook reeds voor 't einde der sefHentfé ^ST. eeuwe, ondernomen zynde, vondt de Vroed- indisch fchap, in 't jaar 1599, geraaden, aan zekere Hüis m vereenigde Maatfchappye , handelende op Parhuis« Guinea, een erf digt by 't Ryzenhoofd toe te ftaan (k). Dit erf lag ter plaatfe, daar nu het nieuwe Werkhuis ftaat, en men timmer- de 'er, eerlang, een Pakhuis. Doch na't op- regten der Weftindifche Maatfchappye, in't jaar 1621, verkreeg zy eene plaats tot het houden haarer Vergaderingen, op den Haar- lemmer dyk, aan de Heeren -m arkt, in een gebouw, welk tot eene Vleefchhal en Wagt- huisgefchikt was (/). 't Veroveren van Brazil, in den jaare 1630, bragt zo veel toe tot den bloey der Maatfchappye, dat zy, in 't jaar 1642, op den noordelyken hoek van Raapenburg, aan 't Y, nog een groot en fterk Pakhuis bouwde, tot berging der Weft- indifche waarem In 't jaar 1646, verzoet zy, dat de Stad een nieuw Huis voor haar bouwen wilde, op 't nieuwe Waals-Eiland. Doch dit verzoek werdt afgeflaagen (?«). Men voorzag, naar 't fchynt, het verval der Maatfchappye, welker zaaken in Brazil, ten deezen tyde, reeds geweldiglyk verloopen waren, en eerlang zo veel verder verliepen, dat zy, in 't jaar 1654, gantfch Brazil weder- om kwyt raakte. Zy was toen niet in ftaat, om de huur van haar Huis op den Haarlem- merdyk op te brengen, 't Bleef dan ledig ftaan,
(k) Refoh Vroedfch. N. £. % Nov. tj99. ■ 2,4>
(/) Refol. Vroedfch. N. 13. 15 May 1615. . zo8 verft-,
\m) Refol. Vroedfch. N. 19. 10 Jan, i«<j«, 7j
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
3STIN
fISCUE COMPAQ KIE. |
^eI1 ' ^0mt meI1' 0Vel' eeIle ^rUSJ °P net
tweede Eilandje, ter wederzyde met loot'
fen bezet, voor de Scheepstuigmaakers , |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Blokenmaakers, Schuitenmaakers, voor wel-
ker Loots eenè Werf legt: voorts , voor Roopaarden-, Spillen-, en Braadlpitmaakers, Beeldhouwers , en Riemmaakers. By de Loots deezer laatften, ftaat het model van het eerfte Schip, welk op deeze werf ge- bouwd, en Zuidpolsbroek genaamd werdt.By den naam van 't fchip, ziet men 't jaartal 1663. Van het tweede Eilandje, komt men, over eene brug, op het derde of de eigen- lyke Scheepstimmerwerf. Deeze is, voor aan, ook, ter wederzyde, met lootfen be- zet. Men ontmoet hier de groote Smede- ry, waar met agttien vuuren gefmeed wordt; twee ten dienfte der Ankerfmids. Agter dezelve, ftaat de Stoof, daar 't befchot tot fcheepsgebruik lenig wordt gemaakt. Voorts heeft men hier eene Loots voor de houten Nagelmaakers , eene Spykerloots en eene Loots voor de Schipbefchieters. De Equi- pagemeefter heeft hier by ook een Comp- toir en Spreekvertrek. Het derde Eilandje is verre het grootfte van de drie, en omtrent drie honderd en vyftig voeten lang. Voor het zelve is het Dok der Maatfchappye, met paalwerk , in 't Y afgeperkt, alwaar de Ooftindifche Schepen, onttakeld , leggen. De Meefter Timmerman heeft zyne woo- ning voor 't Magazyn, tuffchen de groote en kleine Ooftenburger ftraat. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lynbaan der OostIndische
Compagnie. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Befchry-
v}ng van Qa LYN- |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ïn 't begin des jaars 1660, droeg de Stad,
aan de Ooftindifche Maatfchappy, den |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
*'Hn der grond op Ooftenburg, beooften de Agter-
^ostiïj. ftraat, het Magazyn en de Werf, op, tot |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
CHE
^°MfAG-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ene L Y N B A A n , en tot een Teer-Magazyn,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
^et uiterfte einde van de Stads veften aan
deezen kant, by het Bolwerk Zeeburg (i). De Lynbaan, tot welke men ook van de Werf, 0ver eene brug, toegang heeft, legt naaft dit der Admiraliteit ten weften, en heeft juift dezelfde lengte; doch het gebouw, welk, voor aan de Ooftenburger graft, ten dsele tot eene wooning voor den Equipage- meefter, ten deele tot een Hennip- en Touw- Ndiuis, is geftigt, is veel hooger, breeder > aanzienlyker, en pronkt met eenen fraai- 1 voorgevel, in welks nette Frontefpies, c merk der Vereenigde Ooftindifche Com- |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
0 Gto
|
ot-Meraor. N. V. . 10 mrfi.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||
|
86
|
|||||||||||||
|
bruik der Bewindhebberen vandeWeftindi- West-
fche Maatfchappye, en van derzelver be- indisch dienden sefchikt. Ook houden de D i r e c- ^uis en
ö , o 0 Pakhuis. teuren der Sociëteit van Surina-
me, die, in 't jaar 1682, opgeregt is, hier hunne Vergaderingen. Boven de hardftee- nen Voorpoort van 't gebouw, die van de Dorifche orde is, ziet met eene ftaalen Voet- boog , Pylen en ander oud oorlogstuig, kon- ftiglyk, uitgehouwen. En boven eene ande- re deur, die , door eene foort van een por- taal , ten toegang verftrekt naar eene bin- nenplaats , op welke verfcheiden' vertrekken hunnen ingang hebben, is een S. Joris, den Draak doorfteekende, aartiglyk, uitgebeeld. Het P A K H u 1 s der Maatfchappye, op den hoek van Raapenburg of de Y-graft, tegen over de Kalkmarkt, is een groot gebouw, met drie gevels, welker middeïïle met een' kap of frontefpies gedekt is, in welke, het merk der Geo'ürojeerde Weßindißbe Compag- nie, zynde de letters G. W. C., door eikan- deren gevlogten, is uitgehouwen. De Com- mis der Equipage en de Schipper van de Jag- ten der Weftindifche Compagnie hebben hunne wooning in het onderfte noordoofte- lyke gedeelte van 't gebouw. Het is, wy- ders, van zulke ruime zolders voorzien, dat 'er de waaren, die de Maatfchappy uit de Weftindien aanvoert, doorgaands, ligtelyk, können gebergd worden. |
|||||||||||||
|
West- ftaan, en de Maatfchappy hieldt haare Ver-
iNDiscH gaderingen, in haar Pakhuis op Raapenburg. Huis en 't Weftindifch Huis op denHaarleramerdyk ' werdt, in of kort na 't jaar 1657, verhuurd tot eene Herberg (n), die, federt, het Nieu- we - zyds - Heeren - Logement genaamd werdt. De Maatfchappy , buiten ftaat om haare fchulden te voldoen, in 't jaar 1674, ge- heellyk vernietigd ; doch te gelyk , van nieuws, op eenen anderen voet, opgeregt zynde, huurde de Voetboogsdoele, op den Singel, tuffchen den Heiligen Weg en 't Spuij, van de Stad, tot het houden haarer Vergaderingen , voor duizend guldens 's jaars (0). In, of omtrent het jaar 1654, hadt de Stad de Pakhuizen der Maatfchappye , die digt aan 't Ryzenhoofd ftonden , reeds van haar gehuurd, tot een Werkhuis voor de Bedelaars (p). En in 't jaar 1736, werdt dit Huis, tegen de gewezen Voetboogsdoe- le, ingeruild van de Weftindifche Maat- fchappye (5) , die 't laatftgemelde gebouw, nog tegenwoordig, bezit, en 'er haare Ver- gaderingen blyft houden. Het Westindisch Huis, of de ge-
wezen Voetboogsdoele is een oud gebouw, met verfcheiden' groote vertrekken, totge- («) Refol. Vroedfch. Lt. A. s Jun. 1SJ7. . 180.
(o) Groot-Memor. N. VI. . 160, 161. 1 O) Refol. Vroedfch. N. 21. 16 Jan. iS$4. . 140. iqi Refol, Vioedich. Lt, LL. 12 Sept. 173,6. . 8+, |
|||||||||||||
|
B Y-
|
|||||||||||||
|
*
|
|||||||||||||
|
I. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEERELDLYKE GEBOUWEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
87
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
BYLAAGEN
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bylaa-
GEN
V.A.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lr. A.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
op het III. Deel, I. Boe e.
L\ A. Ordonnantie van Burgemeeßeren van Amfierdam voor Willem Huysman, Bewaarder van der
Stede Zvuaanen, gedagtekend, den 16 Auguftus des jaarsi549. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
\\ P huyden hebben myn Heeren d'ambochs-
heer ende burgemeefteren der Stede van Aemftelredamme aengenoemen Willem Huysman omme te hebben die toezicht ende bewareniflè yan der Stede Zwaenen, te wetene, dat hy in t voerjaer toezicht hebben zal opte Zwaenen die broeijen willen, den zeluen ruychte toevoeren pnime bequamelicken nellen te maicken , die, jongens te fhuycken,fplisvoetenendemaercken. Item zal alle jaers, een maent voor kerniifïe,by den ambochsheere ende burgemeefteren coemen, ende den zeluen te kennen geuen hoe veel jon- ge zwaenen in 't voerjaer gekipt ende aengevoet zyn, ende hoe veel zy der zeluer jonge Zwae- nen opgehaelt willen hebben tot kermisfwaenen, ende zoe veel hem dan gelaft worde op te hae- len, die zal hy tot zynen cofte zoecken, ophae- len ende leueren in handen van de poertiers van de reguliers poert, die de zelue meeften, ende den ambochsheeren, burgemeefteren, trezorieren, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ende anderen daer aff hem beueël gedaen zal wor-
den , hoer kermisfwaenen te huys zullen brengen, daer aff zy hebben zullen van 't ftuck twee ftuuers van den trezoriers, daer voer die zelue poortiers die voorfz. Zwaenen des winters alft geflooten water is mede vueren ende onderhou- den zullen. Item zal die voorfz. Willem Huys- man, alle jaers , als 't begint te vriezen , alle der Stede Zwaenen by malcanderen brengeri omtrent de reguliers poert, omme daer by de poertiers gevuert te werden , voer al welcke zyne moeyte ende bewareniffe hy jaerlicx tot wedden hebben zal die fomme van dertien fcel- linghen ende vier penningen vlaems, verfchy- nende aßumptionis marie (1), daer van teerfte jaer wedde verfchynen zal aßumptionis marie , anno XV .c L. Aftum den XVIe" Augufti, an- no XLIX. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) Dat is, den 15 Auguftus.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lr. B.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bylaä-
GEN
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEN
L'.B.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
CopiA van der Sententie by de ma*, van de Conin ginne gegeuen tujfchen die eygenaers ende ' '
geërfde van der laiflaigie ter eenre, ende den burgermren dezer Stede ter andere noepen* de'tvaftmakken van de voorfz. Laßaige, op den vyftienden September des jaars 1545. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
A lzo die gemeyne eygenaers ende geërfde van
■f*- der laftaige gelegen buyten de Stadt Am- ftelredamme aen de ma', van der Coninginne van hongrye etc. regente van Key. Ma', in deze zy- ne erfnederlanden by diverfche fupplicatien had- den verzocht te willen ordonneeren ende hem- luyden confenteren de voorfz. plaetze genaempt Laftaige te befluyten, veftegen ende vereenigen *nit die voorfz. Stadt fuftineerende dat tzelue Reezen zoude de gemeen oerboer ende prouffyt "er voorfz. Stads ende oick verzeekertheyt nyet ^leenlyck van der Stadt, nemaer oick van den Cepen ende goederen aldaer arreuerende, alzoe
^Vel in tyde van Oirloge als oick in tyde van S^ote onwederen , tempeeften ende ysganck, aei"doore die vreemde coopman te meer genee-
gen zoude werden de voorfz. Stede ende den Lan- van holl'. te hanteeren ende frequenteeren , ten dien fyne allegerende ende bybrengende diuerfche redenen, feyten, ende middelen pre- ienterende de voorfz. beueftinge zelue tot hoer- luyaer cofte te doen doen in zulcker manieren als 't haer mac. oft haeren CommifTaryffen be- lieuen zoude te ordonneeren, mitz by dien van Amftelredam hemluyden laetende genyeten en- de gebruycken Van alzulcke incommen ende |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
coemen zouden moegen, totter tyt toe dat zy
ten vullen gerecompeiifeert zouden werden en- de dat bouendien den burgermeefteren ende re- genten der zeluer Stede verhoeden zoude war- den voorts te gaene met zekere reparatie by hem- luyden begonft aen S'. Anthonis poorte tot aen der ftontdat op heurluyder voergaendeVerzouc- ke geordineert foude werden. Ende dat die voorf. burgemrs ende Regenten de voorf. fupplicatien gezien hebbende by diverfche redenen, feyten ende middelen by gefcrifte ouergegeuen gefus- tineert hadden ter contrarien der voorf fupplian- ten verzouck ongefundeert zynde, ende dat 't zelfde der Stede noch oerboerlyck noch prouf- fytelick wezen zoude nemaer geheel hinderlyck der gemeene weluaert ende neeringe van de voorf. Stede, Ende mittertyt caufeeren de de- folatie ende verderffenifle van der ouder Stedej verzouckende mitsdien, dat den voorn. Supplian- ten heurlieder verzouck ontfeyt zoude werden, ende henlieden geconfenteert met he'tirl. begon- fte werck voert te moegen gaen; De voers. haer Ma', gezien hebbende de re-
denen by beyde partyen ten eynde als bouen' overgegeuen , heefc alvoerens gecommitteert heer Lodewyck van Vlaenderen , heere van Praet, ridder van deroirdene^ tweefte Camer- linck der Key. Ma', hooft van zynre fynaneieri en-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ke
|
uffyten als de voorfz. Stede doer de oirz ?ic-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van der voorfz. beueftinge vallen ende toe-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERD. WEERELDL. GEBOUWEN. III.Deel.
|
||||||||||
|
88
|
||||||||||
|
te verheten deen aen de Veemarckt optenyeu- Bylaa,-
we zyde, ende d' andere tuffchen Ste.' Marien 0EN convent ende die nyeuwe nonnen aldaer die wa- Lr. B, teren van doude zyde in een loopen , achter- uolgende de prcfentatie ende betooch daer aff den Commyfen gedaen van wegen den Regier- ders der voorsz. Stadt, om aldaer de vloyte te fchutten ende by den ebbe 't water van den am- ftel daer doer te laten zuiveren , zoe dat die Sceepen altyts aldaer zullen moegen vaeren al- zoe wel in de nyeuwe zyde als in doude en- de middelwart ten fyne dat de neeringe ouer alle de Stede haer beflrecken mach. Ende bo- uendien hare Ma1, willende voorfien tot meer- dere fortificatien der voors. Stede ordonneert den voorn. Burgemrs ende regierders de graf- te van der Stede , ftreckende van S. Anthonis, poorte noortwaarts tot in de tye te doen wyden ende verbreeden drie roeden, ende dat die huy- zen ende lynbaanen oft andere edifitien ftaende opte Laftage in aduenantie van dien affgetroc- ken ende achterwarts gefielt zullen worden ver- biedende voorts den geërfden van den voorii. laflaige dezelue plaitze meer te verhoogen dan die tegenwoerdelycken is offte eenige andere huyzen oft edificien meer aldair te maickene off te doen maicken dan van houten wanden ende gedeckt met weecke daecken noch oick die naerder der Stede grafcen te ftellen dan hier, voertyts by die van der Stad geordonneert ofte gepermitteert is geweeft. Al op te peyne van dat die zelue huyzen ofte edifitien van ftonden aen offgebroicken ende gedemolieert zullen wor- den tot hoerluyder cofte Ende tot dien arbi- traelycken gepunieert. Ende aengaende ande- re breder flerclen ofte fortificatien zullen die van der voorsz. Stede hen reguleren naer dat by den voorn, heere van Praet Stadhouder ofte andere die daer toe geordineert zullen worden geaduyfeert ende oorboorlycxte beuonden zal worden. Gedaen te Brueflele den XV.C" dach van feptembris anno XVC vyff ende veertich. Ondergeteykent Marie. Staet noch onnerge- fchr. ter Ordinancie van haere Ma', ende is on- dergeteykent Vereycken. Geregiftreerd in een oud Boek
ter Thefaurie, geintituieerd, op den ornflag, Aenneminghe van de Clarifjen. Copien van Rentebrieven enz. ftaende in de kas n°. si. in 'c bovenfle val; |
||||||||||
|
ende demeynen, ende Stadthouder van den Lan-
den van holl'. ende Utrecht, mitsgaders den heer van affendelfc ende elcken van hen omme hen op alle des voors. is te informeeren ende bezondere off t' innemen ende vereenigen van der voors. laftage weezen zoude meer tot oir- boir weluaeren ende prouffyt dan tot achter- deele fchade ende Intereft van der voors- Ste- de ende Inwoonders van diene, ende voorts daer op hoeren d'oorconden die beyde partyen zouden willen beleyden ende andere waert noot. Ende voirts vifitatie neemen ende doen mitter ooghe , ende te verftaen hoe veel die voors: vereeninghe coften ende waermen die penn. daer toe behoeufuende ten minden grie- ue zoude moegen vinden , Ende op al haere Ma1, befcheyt ouerzeynden mit hoeren advyze om voerts gedaen te zyne zoe men zoude be vinden behoerende. den welcken_ volgende de voorsz. Cömyfen hebben ter plaitze geweeft, ende van als vifitatie genoemen partyen ge- hoirt ende hemluyden geinformeert op de re- denen ende feyten, by hemluyden aen beyden zyden voort gefielt, Ende daer naer hoerlieder gebezungneerde mit hoerluyder aduyze haere Ma1, ouergezonden achtervolgende hoerl. Com- miffie. Die Coninginne hebbende alle 't zelue gedaen vifiteeren ende daer aff rapport gehoort by aduyfe ende deliberatie van den raide neffens haer wezende verclaert den voorn. Supplianten in heurluyder verzouck nyet gefundeert zynde. Ende nyetmin begeerende te voirderen de ge- meyne weluaert énde prouffyt van de voirs. Stede ende van allen den Inwoenders van dien, ende te vermeerderen aldaer die neeringe ende negociatie confenteert den voorn. Burgermrs ende Regierders te*-' moegen volmaicken die muer flreckende van S'. anthonis poorte noort- waerts tot verby den eerflen thoore daer nu ftaende, zukx als eeril by heml. geaduifeert is geweeft Ende des nyettemin van Honden aen mit alder diligentien poftponerende allen anderen wercken te doen maicken by aduyfe van zulcke Commyfen als haere Ma', aldaer ter plaitze zeynden zal de fchotdoeren dienende ende behoufuende aan twee fluyfen leggende binnen der zeluer Stede, deen aen, de nyewe zyde by der haerlemfche poorte , ende d'an- dere aen de oude zyde, zoe dat men daer doere op een gemeene vloet tot alle getyde t water van den tye daer doere in mach laten vloijen in de vier burchwallen der zeluer Ste- de , ende totte dien oock van ftonden aen te maickene ende leggen twee nyeuwe fpoyeh of4 |
||||||||||
|
D E R-
|
||||||||||
|
8P
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
DERDE DEEL.
G EB O UWEN
DER STAD
AMSTERDAM.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
TWEEDE BOEK,
KERKEN en KERKBESTIER der GEREFORMEERDEN* |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Over-
gang tot de be- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'y komen nu tot de Geeflelyke Gehou
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan S. Nicolaas toegewyd (i), van waarde
gantfche oude zyde, het Kerfpel deezer Ker- ke, den naam van S. Nicolaas-Parochie ge- kreegen heeft. Pontanü's (c), en allen, die hem gevolgd zyn, fchryven, dat de Ou- de Kerk ook aan Joannes den Dooper toe- gewyd geweeft is; doch ik heb hiervan, tot iiog toe, in oude ftukken, geen bewys ge- vonden. De ongenoemde befchryver van Amfterdam, die, omtrent den jaare 1500, gebloeid heeft, is de oudfle, by wien ik dit leeze (d). Wy geeven, in de Befchryving der Ker-
ken, de eerfte plaats aan de Oude Kerke , niet alleen, om dat zy , volgens aller toe- ftemming, de oudfte Parochie- of Kerfpel- Kerk der Stad is; maar ook, om dat zy, met re- den , voor het oudfte Kerkgebouw gehouwen wordt, welk, hier, tegenwoordig, in wezen is. Sommigen, 't is waar, hebben gemeend, dat de S. Pieters Kapel, thans de groote Vleefchhal in de Nes, de oudfte Kerk der Stad zou geweeft zyn (e) ; doch 't is niet te vermoeden, dat men, in zulk eenen laagen en
(c) Amft. Libr. I. Cap. VI. p. 14.
(d) Ad Calcem fONTANi, p. j.
(e) Apud PONTANUM Lilr. I. Cap. VI. p. 14.
(1) Nicolaas, Biffchop van Myfa iri Lycie,
de vervolging ten tyde van Licinius ontkomen zyn- de, is onder Juliaan of Joviaan geftorven. Men verhaalt van hem, dat by, een kind zynde, al wat hy overhadt aan de behoeftigen plagt te geeven, eii in hooger' ouderdom,- een' arm' man, te Patara in Lycie, kennende, die met drie huwbaare dogters belaft was,welken,by gebrek van huwelyks goed, gevaar liepen van verleid te worden , van tyd tot- tyd, heimelyk, zo veel gelds ten venfter inwierp, als tot een uitzet voor deeze dogters vereifcht werdt. Vide Mattmm Fundat. 6? Fata Eccl.p. 188. En uit deeze vertelling is de gewoonte ontftaan, die, van ouds, in Amfterdam en elders, heeft plaats gehad, dat men den kinderen, op S. Nicolaasdag, heime- lyk, eenig gefchenk toewerpt , of in hunne fchoe- nen of muilen bergt, welk men hm diets maakt, van S. Nicolaas te Komen, M
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk.
aan S. Ni-
colaas toege. wyd. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der Stad , onder welken , de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
w
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fohryvlns e£rfte plaats verdienen de elf Nederduitfcht
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE
KERKEN, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wuiven
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en eerQ.'
der elf |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
W
|
te weeten, de Oude Kerk, de Nieuwe Kerk,
de Nieuwe - zyds - Kapel, de Oude - zyds - Ka- *0rmesh.?^j de Gaßhuis - Kerk , de Zuider - Kerk , ^ Küa. de Wefter - Kerk , de Noorder - Kerk , de Oofler - Kerk , de Eilands - Kerk en de Am- ßel-Kerk. Wy zullenze allen, in deeze or- de, befchryven. I.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Is het
oudfte Kerkge- bouw der' Stad. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OUDE K E R IC.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Befcllrv.
*!"g der «ODE
ïeden.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
DeÖuöE Kerk, een groot en aan-
zienlyk gebouw , ftaat tuffchen de Warmoesftraat, die hier van ouds de Kerk- firaat plagt te heeten, en den Oude-zyds- Voorburgwal. Zy wordt de Oude Kerk ge- naamd , om haar te onderfcheiden van de nieuixse, die, in 't begin der vyftiende eeti* we ■> geftigt werdt. En men heeft nog eene oude Keur zonder dagtekening; doch die, naar alle waarfchynlykheid, voor 't midden der vyftiende eeuwe, gemaakt is, by welke, de burgers vermaand worden , als de klok klepte, op hunnen hoefflag, te verfchynen, t zy in de oude kercx toirn, of up der Stede buus (a): waaruit men zien kan, hoe oud de naam van Oude Kerke zy. In eene andere Keur van denzelfden tyd, draagt zy den naam Van groote Kerk, wordende daarin bevolen, §eene dooden te beluiden, in den toirtie van der groter Kerke, terwyl de Priefter op den pre- dikftoei was (b). Voorts, was zy,oudtyds, $t\ £eurb- c- / '
\°> Keiftb. A. . Ig verft.
n- STUK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zy was
Weleer |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
9°
|
|||||||||||||||||||
|
Anderen, die den tyd der ftigtinge dee- Oude
zer Kerke tot de dertiende eeuwe brengen Kerk- (i), fchynen my dien wederom te vroeg te Andere" {tellen. Amfterdam begon, in 't laatft derce vroeö' dertiende eeuwe, eerft een weinig te bloei- jen , en nam niet merkelyk toe, dan na dat het, in 't begin der veertiende eeuwe, be- ftendiglyk geraakt was onder 't gebied der Graaven van Holland, 't Is dan niet te ver- moeden , dat de buureiï der Plaatfe, in de dertiende eeuwe, reeds eene Kerk zouden geftigt gehad hebben. Sommigen, 't is waar f Onder- hebben , uit eenen brief van Biflchop Jan zoek van van Vernenburg van den jaare 1369, waar-^""p |
|||||||||||||||||||
|
Oude en waterigen grond, als de Nes is, de eerde
Kerk. Kerk zou geftigt hebben; daar men den hoo- gen en vallen grond, waarop de Oude Kerk ffcaat, zo naby hadt: behalve * dat fommigen eenen brief van den jaare 1419 te berde ge- bragt hebben, uit welken blykt, dat de Ka- pelle in Gans oord, welke zy meenen, de S. Pieters Kapelle te zyn, eerft in het gemelde jaar, ingewyd geworden is (f ) ; waaruit de jongkheid deezer Kapelle genoegzaam zou beweezen worden. Wy können egter niet ontveinzen, dat wy , onder de Heiligen, waaraan de Kapel in Gansoord, in 't jaar 1419, toegewyd werdt, den naam van S. Piet er niet gevonden hebben; doch wel dien van S. Mar gar eet; weshalve wy veeleer ver- moeden zouden, dat hier op de S. Marga- r e et en-Kapel, nu de kleine Vleefchhal, niet op de S. Pieters-Kapel, gezien wordt. Ook zullen wy, beneden, in de Befchryving van 't Gafthuis, doen zien, dat de S. Pieters-Ka- pel, in 't jaar 1385 , reeds in wezen was» Anderen zyn van gedagten, dat deS. Olofs- of Oude-zyds-Kapel de oudfte Kerk van Am- fterdam , en voor de Oude Kerk, geftigt ge- weeft is (g). Doch hiervan vindt men ner- gens eenig bewys, en-, indien 't zo ware , zou men bezwaarlyk eenige goede reden geeven können, waarom niet de S. Ölofs- Kapel, maar de Oude Kerk, tot eene Ker- fpelkerk , verheeven geworden is. Behalve dat de S. Olofs Kapel, eerft in 't begin der zeftiende eeuwe , verlof gekreegen heeft, om, op zekere byzondere feeften, Mis te katen zingen en Sermoenen te laaten doen; gelyk wy, in de Befchryving dier Kapelle, breeder toonen zullen; 't welk, vermoede- lyk, niet zo laat zou gefchied zyn, zo dee- ze Kapel ouder was .geweeft dan de Oude Kerke. Sommi- De juifte tyd van de ftigting der Oude gen fiel- Kerke is egter niet geheel zeker. Ponta- r^dhaa- NUS ^t ° t£ laat' ^cnryven^e (*) > in rer Sdg- 't begin der zeventiende eeuwe, dat de Ou-
tin'ge te de Kerk, voor omtrent twee honderd jaaren, laat- dat is, omtrent den jaare 1400, begonnen is gebouwd te worden. Men heeft nog twee brie- ven van den jaare 1334, waar in van de Kerfpelkerk van Jemfielredamme , als reeds gefcheiden van de Kerken van Ouder-Am- ftel en Nieuwer-Amftel, gefproken wordt. Gevolgelyk, moet de Kerk toen reeds eeni- ge jaaren oud geweeft zyn. En 't kan niet wezen, dat menze,omtrent den jaare 1400, eerft zou hebben begonnen te bouwen. Wy zullen deeze Brieven den Leezer, terftond, mededeelen. Doch eerft nog eenige ande- re aanmerkingen vooraf laaten gaan. ( (f) H. VAN Rsm op de Kerk. Oudh. IV. Deel, hl, Z]9.
(x) LE Long Reform, van Araft. hl. 92. (»j Ltct citat». |
|||||||||||||||||||
|
in verlof gegeven wordt, tot het herftellen >t jaar'
van't hoog - altaar in de Oude Kerke, be-1369, flooten, dat dit Altaar, toen, door ouder-waarby dom, vervallen was, en dat, derhalve, deggy°ns Kerk zelve, in 't jaar 1369, al zeer oud moet wordt.t geweeft zyn (£). Doch zie hier den brief verfiel» zelven, die wat gebrekkelyk uitgegeven is, ^se en oordeel, of 'er iet diergelyks uit op te ^00g maaken zy. taar. Johannes, Üei Gratia Episcopus Ultra-
jeäinus, Dileclis nobis in Chriflo, Domino Jo- hanni de Daventria, Curato Ecckfice Parochia- lis in Aemflerdam noflrce Dioecefis, nee non Procuratoribus Fabrica ejusdem Ecclefice Sa- lut em in Domino fempiiernam. Ut fupremum altare Chori fupradiclie Ecclefice', manibusves- - tris, Domine Johannes preefat e, frius coap- pofitis, liclté f range [1. frangere], feu f rangt face [1. facere], eoque in melius reformato, fuper eodem, in lapide portatiü confecrato, di- vina MiJJarum officia per quemlibet Presbyte- rum idoneum, dum tarnen aliud canonicum in- pedimentum non obfiflat; licité pofjint celebra- re feu facere celebrare, vobis & eidem Presby- ter o, infrahunc £? diem natalem Beati Jo- hannis Baptißce proximo affuturum inclufivé, tenorc preefentium concedimus facultatem, ha- rum noflrarum tefiimonio Litterarum. Datum Anno Domini millefimo trecentefimo fexagefimo noriOy menfis Decembris die fecunda. dat is:
|
|||||||||||||||||||
|
Johannes, door Gods genade, Bïs-
fchop van Utrecht, aan onze welbemin- den in Chriftus, Heere Jan van Deventer, Paftoor der Kerfpelkerke in Amfterdam, onder ons Bisdom, en den Opzienderen over 't gebouw der zelfde Kerke, altoos- duurend heil in den Heere ! By den in- houd deezes, en in oirkonde van deezen onzen brief, verleenen wy de magt, om het |
|||||||||||||||||||
|
hoog-altaar in 't Choor der bovengemel-
de
|
|||||||||||||||||||
|
(i) LE LONG hl, I«4-
(^)COMMELIN , hl. 4ÏI. VAN HEU3SEN. en VAN RVN ,
Keik. Oudh. IV. Deel, hl, 174, IS3. |
|||||||||||||||||||
|
G JE Z I a T ot> O^ O ZT JD JE _JC JE H IC
|
||||
|
c
|
||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
9i
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
tum in Querceto,feria quinta poß feflumbea- öude
torum Philippi et Jacobi, Apofiolorum. AnnO K*kk- Domini 1334^ |
|||||||||||||||||||||||||||
|
« de Kerke, na dat gy, Heer Jan voornoemd,
vooraf uwe handen daarop gelegd zult jj hebben, vryelyk te mogen afbreeken * of ■>■> te doen af breeken; en, in een beter her- 5> vormd zynde, over het zelve, na dat hetj j> van een draagaltaar (2), zal ingewyd zyn, ,, door allerlei bekwaame Priefters * mids hun geen ander wettelyk beletfel in den » wegfta, vryelyk, de Mis te bedienen, » of te doen bedienen; 't welk Ulieden, en jj den zelfden Friederen, van deezendag afy 55 tot op den naaftkomenden Geboortedag »> van Johannes den Dooper ingefloóten, )j geoorlofd zyn zal. Gegeven in 't jaar des 55 Heeren een duizend drie honderd negen 55 en zeftig, den tweeden December." Immers, zegt deeze brief nergens, dat het
hoog altaar, door ouderdom, vervallen was. Veeleer, zou men 'er uit afleiden, dat het zelve, naar het toeneemend aanzien der Stad , te gering bevonden werdt, en daarom in een beter veranderd moeft worden. De bygebragte brief levert dus geen bewys
uit voor de hooge oudheid der Kerke. Doch de twee andere brieven van den jaare 1334 können ons'-, agt ik, derzelver waare oudheid* op betere gronden , leeren. Zy zyn den Heere Puter Vlaming, voorheen, medegedeeld, door den Heere Dionisius Andreas R o ë l l , Burgemeefler van De- venter. Ook is de eerfte derzelven , on- langs , door den Heere FransvanMie- Ris, uit het Pergament-Regißer der Char- terkamer van Holland, in 't licht gegeven Q), Dus luidenze beide: Guillelmus Hannonie, Hollandie Co-
ines, ac Dominus Frifie , univerßs prefentia vifuris notum facimus , qnod nos Ecclefiam Parochialem de Aemflelredamme , per fe di- vïfam Ê? feparatam ab Ecclefiis de Oude Aemftelle & Nieuwe Aemftelle , vacan- tem ad prefens per mortem vel liberam refig- "nationem Magißri Johannis de Ratingen,ulti ~>ni Reäoris ejufdem, Walther0 de Dronghele, filio quondam Domini Johannis de Dronghele, propter Deum pure 8* in Elemofynam contuli- mus & conferimus per prefentes, fupplicantes vobis Venerabili viro Dm Archidiacono loci ejufdem , quatinus ipfum ad diäam Ecclefiam admittatis £f Reftorem infihuatis in eadem , Jc'cnipnitatibus adhibitis in talibus fieri confue* tis. In cujus rei Teflimonium figillum nofirum ■prefentibus Hteris duximus apponendum. Da- ' (2) Lapis portatilis betekende , in 't Latyn der
■ middeleeuwe, eigenlyk, een Draagaltaar. Vide Du Cange Gloijanum in h. v. Van het misbruik, welk, "* fommige gelegenheden , van deeze Draagaltaaren gemaakt werdt, kan men van Rm op de Kerk. u"«'->:I.Deel,bl.oi. en V. Deel, bl.419. naleezen. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
OüDS
Keuk.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
dat
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
is:
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
,, WïWilleM, Graaf van Henegou-
wen en Holland, en Heer van Friesland, doen allen, die deezen zien zullen , te weeten, dat wy de Kerfpelkerk van Aem- ßelredamme, in zig zelve gefcheiden en afgezonderd van de Kerken Van Oude Aemßelle en Nieuwe Aemßelk, tegenwoor- dig opengevallen, door de dood of vry- willigeh afftand van Meefter Jan van Ra- tingen, den laatften Paftoor dier Kerke , aan Wouter vart Drongelen, Zoon van wylen Heere Jan van Drongelen, zuiver- lyk om Gods wille en tot een aalmoes gegeven hebben, erf by deezen geeven; U, den eerwaardigen Aartsdiaken der zelf- de Plaatfe , verzoekende, dat gy hem in ,* de gemelde Kerke ontvangt, en tot Pas- toor aanflelt, met de plegtigheden, die in diergelyke gevallen gebruikelyk zyn. Ten oirkonde hier van, hebben wy ons zegel hier onder doen hangen. Gegeven te Quesnoy, 's Donderdags na den Feeftdag der H. Apoftelen Philippus en Jacobus* [ dat is, den vyfden May], in 't jaar des >, Heeren 1334. Guillelmus Hannonie,Hollands, Ze-
landiè Comes ac Dominus Frifie notum facimus univerfis, quod nos Ecclefiam Parochialem de O ut-Aemftel, Trajefitenfis Dioecefis, divifam, &f feparatam ab Ecclefiis de Aemflelredamme, &f de Nova Aemftel, ejusdem Dioecefis, va- cantem ad prefens, per mortem feu liberam ré* fignationem Magißri 'Johannis de Ratinge,, ultimi Reäoris ejufdem, cum fructibus . reddi- tïbus, & obventionibus fuis univerfis, ad ip* fam ecclefiam de Oud Aemftel periinentibus, fc? pervenientibus, difcreto viro Johanni,' filio Gifelberti, diSti Jacobs fonc, Clerico, pure £5* fimpliciter propter Deum Ê? in puram elemofi- nam contulimus Ê? conferimus per prefentes* In cujus rei Tefiimonium Hteris prefentibus fi- gillum nofirum duximus apponendum. Datum Ambianis, feria quarta poß fefium affumtio- nis beate Marie Firginis. Anno Domini 1334» dat is:
,, W Y W1L L e M, Graaf van Henegou-
wen , Holland, Zeeland, en Heer van Fries- land, doen allen en een iegelyken te wee- ten, dat wy de Kerfpelkerk van Out Aem- fiel, in 't Bisdom van Utrecht, gefcheiden en afgezonderd van de Kerken van Aem- ßelredamme en Nieüvier Aemjtel'm'tzelfde Bisdom, tegenwoordig opengevallen, door |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Twee
brieven, daaruit' blykt, dat de Kerk, voor 't jaan33+ Beftigt
geweeft
is. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Chartert). II. Dcel, 11. S6z,
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
de
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
M 2
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
?3
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
I[I. Deel.;
|
||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||
|
92
|
||||||||||||||||||||
|
dat haare vryheid, in 't jaar 1342, merkelyk Oode
werdt uitgebreid (n). Keek, 3. Eindelyk, leert ons de eerfte deezer
brieven, dat de Kerk van Amfterdam, fchoon zy, ten tyde van het verleenen derzelven, nog geenen hoogen ouderdom bereikt hadt, evenwel, in't jaar 1334, reeds eenige jaa- ren oud geweeft moet zyn. Jan van Ratin- gen wordt de laatfle Pafioor [ultimus Recior} der Kerke van Amfterdam genoemd. Ge- volgelyk, moeten hem meer dan een, en veelligt wel drie of vier Paftoors zyn voor- gegaan : 't welk onderftelt, dat de Kerk, in 't jaar 1334, al eenige jaaren gefügt geweeft moet zyn. 't Blykt nogtans, dat de Paftoors hier ter Stede, in 't eerft, niet veele jaaren agtereen, in dienft bleeven, en , zo 't fchynt, al fpoedig naar aanzienlyker Kerken ver- plaatft werden. Toen Jan van Alten, in 't jaar 1359, door Hertoge Albrecht,tot Pas- toor werdt aangefteld, waren 'er, na Wou- ter van Drongelen, reeds twee anderen voor- gegaan , te weeten, Jan Bloote en Gerard Hert (0). In 't jaar 1369, was Jan van Dé' venter Priefter (p). En kort hierna, Filips van Leiden (q). Men kan dan de woorden laatße Pafioor [ultimus Rector] , die , in 't jaar 1334, van Jan van Ratingen gebruikt worden, in hunne volle kragt laaten, zon- der dat men behoeft te onderftellen, dat de Amfterdamfche Kerk toen meer dan vyf en twintig of dertig jaaren oud geweeft is. Op de gelegde gronden nu, vermoed ik, De Kerk
dat men den tyd van de ftigting der Oude f-s'hwa,ar^ Kerke behoort te brengen tot het begin der gefügt,7, veertiende eeuwe. Voor dien tyd , waren in 't 'be- de Heeren van Amftel Heeren der Stad; Sin d.er |
||||||||||||||||||||
|
Oude ,, de dood of vrywilligen afftand vanMees-
Kers. }j ter Jan van Ratinge, laatften Pafhoor der zelfder Kerke, met alle derzelver vrugten, in- en opkomften , die tot de gemelde Kerke van Oud-Aemftel behooren, aan ,, den eerzaamen Jan Gyzelbertszoon, ge- zeid Jakobszoon, Kerkelyken, zuiverlyk en eenvoudiglyk om Gods wille, en tot een louteren aalmoes opgedraagen heb- ,, ben , en opdraagen by deezen. In oir- konde waarvan , wy ons zegel aan den tegenwoordigen Brief hebben doen han- gen. Gegeven te Amiens, 's Woensdags na den Feeftdag der Hemelvaart van de H. Maagd Maria, [dat is, den zeventienden Auguftus,] in 't jaar des Heeren 1334. Aanmer- Eenige weinige aanmerkingen over dee- kingen ze twee brieven zullen ons, vertrouw ik, overdee- aanleiding geeven,om den tyd der ftigtinge ze twee van je Qude Kerke, op waarfchynlyke gron- |
||||||||||||||||||||
|
Brieven.
|
||||||||||||||||||||
|
den , na genoeg, uit te vinden.
1. De twee brieven, met eikanderen ver-
geleeken , doen ons zien, dat de Kerken van Ouder - umfiel of Ouderkerk en Amfterdam, tot in 't jaar 1334 toe, door een en den zelf- den Priefter, bediend geweeil zyn. Hieruit volgt klaarlyk, dat de Kerk van Amfterdam nog niet zeer aanzienlyk, en derhalve nog niet zeer oud geweeft kan zyn. Wanneer Jan van Ratingen de Kerk te Amfterdam heeft begonnen te bedienen, blykt, myns weetens, nergens. Doch in 't jaar 1323, is hy Priefter in Ouder-Amftel of Ouderkerk geworden, na dat Jakob van Benthem vry- willigen afftand van 't Prieflerfchap dier Ker- ke gedaan hadt (m). De naam vanOuder-Am- flel geeft genoeg te kennen,dat deKerk teOu- derkerk de oudfte Kerfpel-Kerk van Amftel- land geweeft is, alwaar de opgezetenender Landftreeke, eer nog deKerk terNieuwer- Amftel of Amfterveen geftigt ware, ter mis- fe gingen; en gevolgelyk ook, in de dertien- de eeuwe of eerder, de opgezetenen van Amfterdam, of van de Plaats, die, in laater' tyd, Amfterdam geworden is. 2. Doch deeze zelfde brieven leeren ons
ook, dat de Kerk te Amfterdam, in 't jaar 1334, reeds in zo verre toegenomen was in aanzien, dat zy gefcheiden werdt, of aan- gemerkt , als uit zig zelve [per fe] gefchei- den van de Kerke van Ouder-Amftel, en dat de bediening van ieder deezer Kerken aan eenen byzonderen Priefter werdt opge- draagen. In de Kerk van Amfterdam, werdt Wouter van Drongelen Priefter, en in die van Ouder - Amftel , Jan Gyzelbertszoon. Amfterdam was ook, ten deezen tyde , zo zeer aangewaffen in getal van inwooneren, (m) Zit Mieris Charteib. II. Detl, hl. je*.
|
||||||||||||||||||||
|
veertien-
eeu- |
||||||||||||||||||||
|
die, naar alle waarfchynlykheid, toen reeds
|
||||||||||||||||||||
|
twee Kerfpelkerken in hunne Heerlykheid We
geftigt hadden, te Ouderkerk en te Amfter- veen; en die 't opkomend Amfterdam nog van te weinig aanziens zullen gerekend heb- ben , om 'er eene Kerk te bouwen. Zy had- den 'er hun Slot;.en, in of aan 't zelve, ver- moedelyk, eene Kapel, die, zo't fchynt, aan de Lieve Vrouwe toegewyd was, en zelfs na 't verdelgen van 't Slot, in wezen gebleeven, of herbouwd is. Doch de oud- fte opgezetenen der Plaatfe gingen, of over den Dam, of over de oude brugge, langs de weftzyde des Amftels, naar Ouderkerk ter miffe; en kwamen aldaar in de Kerke, langs eene brug, die daar, al van ouds, over den ftroom gelegen heeft. Maar toen Guy van Henegouwen, in 't jaar 1300, Heer van Am-
(n) Zie I. Deel, I. Boe!lt hl. 9.
(0) Mieris chatrerb. ui. Veel,hl. ss. Scheperen-brief
VA' li'o, hy COMMFXIN, hl. 429.
(p) Zie hier voor, hl. 90.
(ij) VU. Phil. a Leydis de Cura Reipubl. & foite
ïrincip. Caf. LX. p. 107. Caf. LXIV. f. ïz*. |
||||||||||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||
|
93
|
|||||||||
|
Oude Amfterdam geworden, en vooral, na dat water uit deeze put geproefd, en het tame- Oudé
foftK. hem, in 't volgende jaar, de Biffchoppelyke lyk_goed van finaak; doch een weinig geel- Kerk:. waardigheid van Utrecht opgedraagen was agtig van verwe bevonden. Men zeide my, (/), fchynt deeze Kerkelyke Heer zyne op- dat het, by hoog water, blanker en zuive- komende Stad ook van eene Kerk te heb- rer was. Voorts, ben ik onderregt, dat'er, ben willen voorzien. Of, veelligt, is 'er, zowel ooft- als zuidwaards van de Kerke, eerft, omtrent de plaats der Oude Kerke, meer putten zyn, die zeer goed water in- eene Kapel geftigt, die, kort hierna, toen hebben, en, naar alle waarfchynlykheid,op nu de Plaats Stads regt verkreegen hadt, tot het zelfde zand gemetfeld zyn. Doch het eene Kerfpelkerk verheeven werdt; gelyk overig gedeelte der Kerke, en de tooren in- men weet, dat, omtrent deezen tyd,meer- zonderheid ruft op ingeheide elzen paaien, maaien gefchied is (s). De Kerk werdt eg- En wil men, dat de buuren van Outewaal ter eerft bediend door den Priefter van Ou- de grondllagen van den Tooren; 't zy van der-Amftel; doch, na weinige jaaren ver- den oudften van welken men gemeld vindt* ïoops, op zig zelve;en in't jaar 1342, ver- die omtrent den jaare 1500 eene tamelyke wierf de Stad het regt, om het Kofterfchap grootte hadt, naar de gelegenheid der Plaat/e deezer Kerke te begeeven, als eene byzon- (*) 5 't zy van eenen volgenden, die, in 't dere gunft van den Graave (t). Ten deezen jaar 1566, volbouwd werdt (y), gegraaven tyde, immers in 't jaar 1333,hadt de Kerk en geheid, en daar voor het regt bekomen reeds vierKerkmeefters,HeynNutaertsfoen, hebben, om hunne dooden,die in de Oude Tideman die Zael, Claes Duvelant en Claes Kerke begraaven werden, een uur lang, te van den Damme, die, in eenen Schepenen- mogen beluiden, zonder iet voor 't regt der brief van 't gemelde jaar, welke in 't Wees- Kerke te betaalen. Izaak Commelyn huis plagt bewaard te worden, of nog be- fchryft, dat dit voorregt, by zynen tyd , waard wordt, den naam van Goedshuys be- nog plaats hadt (2). Zyne Befchryving der raders draagen. Oude Kerke is, wel eerft in 't jaar 1665, Naar- Ligtelyk bezeft men, ondertuflchen, dat uitgekomen ; doch, waarfehynlyk, vroeger
fpooring de Kerk, in haaren eerften aanleg, op ver- opgefteld. Maar Dapper, wiens Befchry-
lev °n£r' re na, het aanzien en de grootte niet heeft ving, reeds m 't jaar 1Ö63 , het licht zag, gen om gehad, die zy , federt, verkreegen heeft, meldt {a), dat het voorregt, waarvan wy ttent den De ongenoemde Befchry ver van Amfterdam, fpreeken, weinige jaaren te vooren, met den |rond> die omtrent den jaare 1500 bloeide, zegt, laatfien Outewaalder , zou uitgeßorven zyn. deaaK°L dat zy, zelfs in zynen tyd, door aangevoegde Ondertuflchen,is my zelven eene overleve- geltigtis Kapellen, nog dagelyks, vergroot en verfierd nng voorgekomen, die, in een oud burger- werdt (u) En twee honderd jaaren vroe- ]Yk huis»m deeze Stad, bewaard wordt, en ger, zal de buik der Kerke zelve zeer veel volgens welke, de nakomelingen uit dit huis. kleiner geweeft zyn, dan zy toen was. Vol- het regt hebben zouden, om zig in een graf gens eene overlevering, die, door Izaak m de Oude Kerke te laaten begraaven, en Commelyn (v), bewaard is,zou hethoo- de klok over 't lyk te laaten luiden, om dat geChoor,endatder Lieve Vrouwe, bene- derzelver voorouders, in overoude tyden, Vens den ingang ten noorden, geftigt zyn onder zulk een beding, een ftuk Warmoes- op eenen hoek van 't Muiderzand, welk hier ]and aan de Kerke gefchonken hadden, waar- eindigen, en zo hoog leggen zou, dat men, °P een gedeelte van 't gebouw geftigt werdt. gelyk 'er anderen Quo) byvoegen, dit gedeel- Men heeft my , wyders , onderregt, dat te der Kerke niet zou hebben behoeven te Quiryn of Kryn Steen, een Koorenmolenaar, heijen. Dezelfde Commelyn verhaalt, en Cornehs Blom, een Pakker, de laatften dat, op den zuidhoek der Engekerksfteege Ult deezen huize geweeft zyn* die,mgevol- m deWarmoesftraat, eene oude gemetfelde ge van het gemelde voorregt, m de Oude Put gevonden wordt, die, vooral by droo- Kerke,begraaven zyn geworden;Steen,op ge zomers, zulk helder en zoet water op- den zeftienden July des jaars 1726,enBlom* geeft, als nergens in Amfterdam gevonden °P den Vier en twintigftenFebruary des jaars wordt, ten blvke, dat het gemelde zandzig i739,m een graf digt by 'tOrgel,enKAL tot daartoe heeft nitgeftrekt. Ik heb zelf, gemerkt. Doch wat moeite ik ook nebbe aan- op den eerften Oäober des jaars 1762, het gewend; ik heb,noch by de overgebleeve- nen uit deezen huize, noch in de Papieren
fr) zie 11. Deei, i. Boe{, bi. 9i, ,ao. der Oude Kerke, geen eigenlyk bewysvoor (») Zit Van Santen Privileg, van Kennemeil. tl. 177. Ap-n
7j- Lams Handv. van Kennemeil. bl. nj. ws*
(») Zie II. Deel, n. ßoej^, bl. uo, 123. (x) Anonym, ad Calc. Pontani, p. +,
*MJ Ad Calcem Pontani , p< +. (y) Pon*an. Libr. I. Cap. vi. >. 14.
r»\ v? DOMSELAER IV. Boek., è'. 47- (ï.) By DOMSFXAER IV. ■«»«*,» M- 4«,
^nJ Daïpek [,it 3jti ^a) Eladz.. 37*f
M .1
|
|||||||||
|
A M S TER D A M S
|
IIÏ. Deel
|
||||||||||||||||||||||
|
94
|
|||||||||||||||||||||||
|
of hooge Choor, in 't ooften der Kerke, welk oude
nog dien naam draagt. Keuk. . Het eerfte Choor, welk men, de groote 1.
of wefterdeur der Kerke ingetreden zynde, Hambur- terftond, ter linkerzyde, of noordwaards, |^oor 0f ontmoet, was het Hamburger Choor, ook de Kapel. Hamburger-Kapel genaamd, welk, in 't be- gin der vyftiende eeuwe, gefügt of gekogt was, door eene Broederfchap van Hambur* gers j die hier ter Stede woonden, en fter- ken handel dreeven in Hamburger bier. Zy hadden een altaar opgeregt in dit Choor, welk aan de Apoftelen Petrus en Paulus toe- wyd was, van waar de Overluiden der Broe- derfchap , in eenen Schepenen-brief van den vier en twintigften September des jaars 1421, den naam draagen van Overmans van Sunt e Pouwefc Altaar. De Broederfchap, nog voor 't einde der vyftiende eeuwe, in merkelyk verval geraakt zynde, werdt, in 't jaar 1494^ met goedvinden van de Wethouderfehap der Stad Hamburg, van nieuws, wederom op- geregt , en verkreeg, tot haare onderfteu- ning, een inkomen van eene ledige ton, of drie Caroli fluivers van ieder ton Hamburger bier, die, hier ter Stede, verkogt werdt. Zy ftelde zig toen wederom in 't bezit van haa- re Kapel, en van agt graven in dezelve, die haar, voorheen, nevens de Kapel, door de Overluiden der S. Nicolaas - Kerke, waren afgeftaan. De Overluiden der Kapelle maak- ten , in 't jaar 1509, een Reglement op het onderhoud van de Kapelle, en van de gaiit- fche Broederfchap. Volgens dit Reglement., werdt, aan alle Leden der Broederfchap , Koopluiden, Schippers, Stuurluiden of Boots- lüiden, die te Amfterdam aflyvig werden, eene begraafplaats in de gemelde agt graven toegeftaan. Weinige jaaren laater, begon zig de Leer van Luther te verfpreiden on- der deeze Broederfchap. De meefte Leden derzelve verlieten de Stad , ten tyde des Hertogs van Alva. 't Liep aan tot in 't jaar 1594, eer de Broederfchap eenigszins her- fteld; en tot in 't jaar 1621, eer den Over- luiden , door Burgemeefteren, het regt ver- leend werdt, om de Hamburger - Kapel en derzelver graven te gebruiken. De Broe- derfchap in laater tyd genoegzaam zynde uit- geftorven; is de Kapel, door de laatftover- gebleeven Leden, afgeftaan aan de Luther- iche Gemeente alhier, welker Ouderlingen, nog tegenwoordig, twee CommiiTariflèn over; 't Hamburger Choor benoemen, die, ver- volgens , door Burgemeefteren, worden aan- gefteld (d); voor hun leeven dienen, en thans alleen 't bewind over de agt graven in dit Choor hebhen. In 't verkiezen deezer Com- |
|||||||||||||||||||||||
|
den grondflag der overleveringe können ont-
dekken. Ik heb wel gevonden > dat de twee genoemde Perfoonen, Steen en Blom, in een en het zelfde graf in de Middel-Kerke, ge^ tekend num. 43., begraaven zyn; doch te gelyk, dat, in't jaar 1638, agttien guldens voor'tverhoogen van dit Graf en vooreene nieuwe zerk , aan Kerkmeefteren zyn be- taald ; waaruit zou fchynen te volgen, dat het, toen ten minde, geen vry graf geweeft is. De overlevering, van welke wy fpree- ken, ftrekt, midlerwyl, meer ofmin, tot beveiliging van 't gevoelen, dat, omtrent de Oude Kerke, van ouds, Warmoesland ge- weeft is, waarnaar de Warmoesfiraat den naam gekreegen heeft. Ook heeft , in de Oude Kerke, beruft een Teftament van Ja- kob Gerritszoon en Haze Fekerdei, Egtelui- den, den veertienden December des jaars 1473 gemaakt , waarby de eerfte aan de laatfte befpreekt eene eeuwige rente op een Lynbaan op den Zeedyk, met een Koolhof daarby; ten blyke, dat het Warmoesland zig, van ouds, tot heel aan den Zeedyk, heeft ukgeftrekt. Doch wy hebben ons reeds lang genoeg
by den grond der Kerke opgehouden, 't Ge- bouw zelf is allengskens vergroot, en, by* zonderlyk in de vyftiende en in 't begin der zeftiende eeuwe, met eenige aangevoegde Kapellen, vermeerderd geworden. In 't jaar 1563, befloot men het fteenwerk van den tooren te verhoogen tot zes en dertig voe- ten , en 'er eenen nieuwen kap op te Hel- len (Jj): die, drie jaaren daarna, voltrokken werdt. Tot in de voorgaande eeuwe, was de Oude Kerk omringd van een Kerkhof, welk, met een' muur, van de gemeene ftraat afgeflooten, en in de veertiende eeuwe, of laater, zo digt met gras begroeid was, dat 'er de ingezetenen hun Vee, Verkens, Schaa- pen en Paarden, op lieten weiden: 't welk men vindt, by eene onzer oudfte Keuren, verbooden te zyn. In dezelfde Keure, wordt ook verbooden, eenigerhande mairfe- rye [kraamery], driakel, rollen, gefebreuen werke , ghemaelde werke [prenten], noch gheenrebande guede, 'm de Kerk, in den Too- ren, noch op 't Kerkhof, te togben [uit te ftallen], noch te vercopen (c): waaruit af te neemen is, dat de Kerk, zo wel als 't Kerk- hof, van ouds , hier , tot eene foort van markt gebruikt werdt. Toen de Kerk, voor de verandering in't jaar 1578 , reeds omtrent dezelfde gedaante hadt als tegenwoordig, was zy voorzien van twaalf Chooren of Kapellen, behalven het groote |
|||||||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk. |
|||||||||||||||||||||||
|
Vergroo
ting van de Kerk en van den Too ren. |
|||||||||||||||||||||||
|
Toeftand
van 't oude Kerkhof om de- zelve. |
|||||||||||||||||||||||
|
Chooren
of Kapel- len in de Kerke. |
|||||||||||||||||||||||
|
mis-
|
|||||||||||||||||||||||
|
(b) Kefol. Vrocdf.rh. N.
(c) Keurb. A. . !9,
|
|||||||||||||||||||||||
|
1. 13 ~4u£. ij«3-
|
|||||||||||||||||||||||
|
(4) Groot-Memor. N. X. . 91 -vtift.
|
|||||||||||||||||||||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||
|
95
|
||||||||||||||||||||||
|
Oude
KfifiK.
|
||||||||||||||||||||||
|
mifTarifTen, wordt nog de voorrang gegeven
aan zulken, die van Hamburg herkomftig fyn. In de beeldftorming des jaars 1566, hadt de Hamburger-Kapel zo veel geleeden, dat men, naderhand, voor dezelve, onder anderen, nieuwe deuren moeit laaten maa- ken, die met de gefchiedenis van 's Hei- lands opftanding befchilderd werden; doch, reeds voor lang, wederom weggenomen zyn. In de glasraamen der Kapelle, was Paulus bekeering gefchilderd. Doch zy werden, verouderd zynde, in 't jaar 1621, wegge- nomen , en warnen in de plaats gefteld, waar- op, in 't midden, ter grootte, van agt ruiten, alleenlyk twee wapens van Hamburg ver- beeld werden. De beroemde Adolf Vijfcher, éen der oudfle Lutherfche Predikanten hier ter Stede, is, op den vier en twintigften April des jaars 1613, in een der graven van het Hamburger-Choor, ter aarde befteld (u). Voorts ziet men nog, nevens en in het zel- ve, de Grafflede van den Veldmaarfchalk Wirtz, en het Grafteken van den Schout by Nagt Willem van der Zaan, welken wy, be- neden, uitvoeriger befchryven zullen. In 't Hamburger-Choor, is de ingang van een ftookhok. Op dit Choor, volgde het Binnen- en Bui-
tenlandsvaarden-Choor, 't welk, insgelyks, zyn altaar hadt. Ook hadden de Binnen- en Buitenlandsvaarders - Gilden een zilveren fchip,welk, in plegtige ommegangen,wan- neer het Gilde teerde, omgedraagen, en, zo men de ftaatfie aan de oude zyde hieldt, in 't Huiszitten - huisje in de Oude Kerke, opgeflooten werdt; gelyk, uit eenen Brief van den jaare 1473 CO» *s a^ te neemen. De Buitenlandsvaarders aan de oude zyde bezaten ook een beeld van S.Odulfof Olof, welk, insgelyks,by plegtige gelegenheden, omgedraagen werdt (g). In het Choor, van welk wy fpreeken, is thans de ingang van een zandhok. Naafl aan dit Choor, volgde dat der Weit-
koopers of Graankoopers , van fommigen, ten onregte, het Feerkoopers-Choor; vanan- oeren, even verkeerdelyk, het ÏVynkoopers- Lhoor genoemd. Voorby dit Choor, is de r°L M2r'ingang der Kerke, boven welken,
geichilderde glazen plagten te zyn; die reeds, voor lang, v0or gewoonlykeKerkraamen, zyn verwilïeld. Het Weitkoopers-Altaar in de Oude Kerke wordt genoemd, in den Stigting- bnef eenerVicarye, by Commelin (A), in de Befchryving van't'Gafthuis, aangehaald. Ooftwaards van het Weitkoopers-Choor,
iJ/\ v" eZte Stukken » ttit Aantek. van Christof-
«*■. Beudeker. y) By COMMKMN il. 42*.
jp Keuth. A. . 71 verf,,
V') iWt. sw.
|
||||||||||||||||||||||
|
kwam men aan S. Jeroens Kapel of Choor,
op welks hoek , het kleine Orgel ftaat. In 't jaar 1450 , hadt Bieter Gysbertszoon, in deeze Kapel, die 't Noorder-kruispand der Kerke uitmaakt, een altaar geiligt (0. In S. Jeroens-Kapel, ftaat, nog tegenwoordig, het houten model eener Coupel-Kerke, om- trent het jaar 1700, door Nicolaas Lißing gemaakt, om op de Botermarkt geftigt te worden. Hier op volgde het Voetboogsfchutters-
Choor, 't welk, eertyds , met een houten hek, plagt gefcheiden te zyn van het Lie- ve-Frouwen-Choor, waarmede het nu gemeen legt. In deeze twee Chooren, ziet men de fraaifte gefchilderde glazen, die , in deeze Kerke, of elders in de Stad, te vinden zyn. Het eerde, dat eigenlyk in 't Voetboogs- fchutters-Choor flaat, is in twee af beeldfels onderfcheiden. In het bovenfte, ziet men de boodfchap des Engels aan Maria; in het andere, het bezoek van Elizabet aan de H. maagd. Onder aan ftaan Paulus en Petrus, voor den eerflen van welken, een aanzienlyk man, in een graauw Moniks gewaad, zyn- de de Schenker van 't glas, Burgemeefter Jan Claaszoon van Hoppen, en voor den an- deren , eenige vrouwen geknield leggen. Men vertelt, dat van Hoppen, befchuldigd zynde van Ketterye, om zig te zuiveren, naar Rome in Bedevaart hadt moeten trekken, daar hem opgelegd werdt, een glas in de Kerk zyner Parochie te vereeren. En meent men , dat op zyn geval zien zouden de woorden Nemo l^ditur nisi a se ipso,
dat is: Niemant wordt beledigd dan van zig zelven,
die, op eene rolle, boven zyn hoofd-van
eens Biffchops Staf afwaaijende, te leezen zyn. Voorts ziet men , in 't zelfde glas, het wapen van Van Hoppen, en zyn Lyk is, voor het zelve, onder eene zerk, die, insgelyks, met zyn wapen verfierd is, be- graaven. In 't Vrouwen-Choor, zyn ook twee fraaije gefchilderde glazen. In 't eene, in 't noorden, naaft het voorgemelde geplaatft, ziet men, van boven, de juichende Enge- len over 's Heeren geboorte, in eenen geo- penden hemel, afgebeeld, en naar beneden, het kind Jezus, door de Herders en Wyzen, geëerd en begiftigd. Jezus befnydenis ver- toont zig in 't verfchiet. Onder aan ziet men 't wapen van Amfterdam tuifchen een' Romeinfch' Krygsknegt en een' BüTchop. Uit eenLatynfchopfchrift inditglas,blykt, dat
(i) Zie COMMIilN bl, 424,
|
||||||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk.
roens-
Kapel of Cnoor. |
||||||||||||||||||||||
|
5.
Voet- boogs- Schut-
ters
Choor.
6.
Lieve- vrou- wen - Choor. |
||||||||||||||||||||||
|
fin Bui-
tenlands- ^arders- v-noor. |
||||||||||||||||||||||
|
3.
Weit- Wpers Choor. |
||||||||||||||||||||||
|
s. jt
|
||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
96 |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
ftondt aan den voet van 't Choor, en was, Oude
na de verandering desjaars 1578, gebleeven KeiiK' in de bewaaring van Kerkmeefteren, toen zy bevel van Burgemeefteren kreegen, om te vercoopen die filvere Ciborie , Claesjen [een S. Nikolaas-beeld] ende wat filver jy meer in baer bewaringe hadden, dempt o Bajtiaen, die Jy den Hantboogsfchutters moeften overleveren. In den ooftermuur van dit Choor, ziet men den ingang nog naar 't vertrek , alwaar de CommhTarifTen van Huwelykfche Zaaken plagten te vergaderen. Boven den zelven, leeft men 't Is haefi getrout, dat lange rout.. Men noemde deezen ingang deRoodeur, om dat hy, met eene rood gefchilderde deur, ge- flooten plagt te zyn. En hiervan wordt,he- den nog, onder 't gemeen der Amfterdam- meren, gezeid, dat een Paar voor de Roo- deur gegaan is, wanneer het zig, voor Com- mifTariflen van Huwelykfche Zaaken, die, federt meer dan eene eeuw, op 't Stadhuis vergaderen , heeft laaten aantekenen. In Bewaar- den weftérmuur van 't Choor , ziet men, Pla^ts der omtrent vyftien voeten van den grond, een s"ades Pri. yzeren deur, die tegenwoordig met kalk ge-vilegien wit, en met een hangflot en een hengfelflot en andere |
||||||||||||||||||||||||||||
|
dat het, door het geflagt der Biundten,am
de Kerke gefchonken is. Het andere glas, welk ooflwaards flaat, vertoont de flerven- de Lieve Vrouw, die eene Waskaars inde handen heeft; van eenen ftoet treurigen omringd is, en door eene rei van Engelen opgewagt wordt. De drie glazen, van wel- ken wy fpreeken, zyn, in 't jaar 1555, door eenen Dïgman, gefchilderd (è); doch, veel van den tyd geleeden hebbende, voor wei- nige jaaren, in Brabant wederom herfleld. Uit het Lieve-Vrouwe-Choor, treedt men, ooflwaards, door eene deur , in de Kapel van 't Heilige Graf, die nu tot eene berg- plaats voor turf verftrekt. Kort na de Re- formatie , plagt de Gereformeerde Kerken- raad , die ten deezen tyde in de Nieuwe Kerke byeen komt, in deeze Kapel te vergaderen: en fommigen meenen, dat de Kweekfchool der Theologie en Philofophie, S. Nkolaas- Collegie genaamd , welk , door Willem en Jan Eggert, Heeren van Purmerende, ge- fligt was, en door Jan Eggert Hartgerszoon en IVendelmoed, zyne Vrouw, merkelyk be- giftigd werdt,in deeze Kapel, plagt gehou- den te worden (/). |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
7-
Kapel van 't Heilige Graf. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
voorzien is. Binnen deeze deur, is nog een
zwaare eekenhouten deur , met een fterk grendelflot; welke deur, geopend zynde, toegang verleent tot een vierkant overwelfd vertrekje, 't welk, aan de zuidzyde, door twee hooge fmalle venftertjes, licht fchept. Tegen den weftelyken muur van dit vertrek- je , flaat een eekenhouten kas, die met drie floten geflooten, en omtrent agt voet hoog is. De deur der Kas, van buiten digt met yzer beflaagen, flaat, op de helft, voor- waards over, op twee yzeren fielen, die aan dezelve hangen, en tot flutten voor de open- geflaagen deur verflrekken. In deeze Kas, zyn vyf en veertig Laaden, die ieder om- trent twee duim diep, half zo breed als de Kas, fchaars een en een half voet lang, en allen genommerd zyn. En deeze Laaden ver- vatten de oorfprongkelyke Handveften en Privilegien, door de Graaven van Holland en andere Vorilen en Mogendheden, van de oudfle tyden af, aan de Stad verleend, be- nevens veele andere brieven en flukken, die hier, al voor drie of vier honderd jaa- ren (3)) bewaard geworden zyn. De fleu- tels van 't Vertrekje en van de Kas zyn, tegenwoordig, op de Thefaurie-Ordinaris der Stad. Zeldzaam, worden de Stukken, die hier in bewaaringe leggen, bezien. In 't
(3) Onder een affchrift van een Privilegie van
den twintigften September des jaars 1413 , welk, niet lang daarna, febynt gemaakt te zyn, ïïaat, dac de origineele beruft in Sint nicolaus kereke by den ander 111 bcmtueflm. JU P.rivil, Boek, f. 99 veno. |
hikken.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
In 't ooflen der Kerke, was en is nog het
hooge Choor. Hier ftondt het hoog Altaar, waarop verfcheiden' byzondereMis- fen gefligt waren, door voornaame Amfter- dammers. Bovenzag men, in de glazen, gefchilderde afbeeldfels van eenige oude Graaven en Graavinnen van Holland: ook 's Heilands kruisfiging, en't overboord wer- pen van den Profeet Jonas. Noordwaards, naar de zyde van 't Kruispand, hadt Willem de I., Prins van Oranje, een glas vereerd. Doch alle deeze glazen, verouderd en be- ichadigd zynde, zyn, van tyd tot tyd, weg- genomen, en de plaats,met gewoone kerk- glazeri, gevuld. Ageer het hooge Choor , was, digtfl aan het Vrouwen - Choor, het oude Comptoir der Kerloneefteren, waar na- derhand de Huiszitten-meefters hun Comp- toir gehad hebben, en nu wederom hebben. Het plagt met eene yzeren deur van de Ker- ke afgeüooten te zyn. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
8.
Hooge Choor. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
9-
Hand-
boogs- fchutters Choor. |
Voorts, kwam men aan het Handboogs-
fcbutters-Cboor, zynde het zuider kruispand der Kerke, en de tegenwoordige Catechi- feerplaats. Sommigen hebben dit Choor, |
|||||||||||||||||||||||||||
|
ten onregte, het Choor der Voethoogsdoele ge-
noemd. Het Voetboogsfchiitters-Choor was, omtrent tegen over dit, aan de noordzyde der Kerke. Het Handboogsfchutters-Choor werdt ook het S.SebaJliaans-Choor genaamd, zynde deezen Heilig den patroon der Hand- boogsfehutteren geweeft. Zyn zilveren beeld |
||||||||||||||||||||||||||||
|
(kj) Memoriaal van Kerkm. bl. 77, 7s.
(/; Zie COMMELIN bl. 41«. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
97
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
O'JDE
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
t jaar 1732, in de maand Juny, gefchiedde
Zulks , door de Heeren Thefauneren, Mr. Jan Six en Mr. Willem Munter, Oud-Burgemeefteren, benevens den Secre- taris Joan Thierky, Piet er Fläming en Gerrit Schoemaker, welke twee laatften toen arbeidden aan eene nieuwe Befchryving der Stad. Na dien tyd, weet ik niet, dat dee- ze Letterfcfrat hier bezigtigd geweeft is, dan op den dertienden Oktober des jaars 1761, toen zulks gefchiedde, door de Heeren re- geerendeBurgemeëfteren,M'.Daniel de D ï e u en M'.G ualterusPetrusBou- D a A n , die my, op dien tyd, ook dit on- gewoon gezigt vergund hebben. De mees- te ftukken waren toen nog zo zuiver en lees- baar , en de zegels aan die der vyftiende en zeftiende eeuwe zo gaaf, als of zy, nog maar weinige weeken, gedrukt geweeft waren. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
is de Vergaderplaats der Huiszittenmeefte-
ren bekwaam gemaakt tot een Kerkmeejïers- Comptoir; waartoe zy nog gebruikt wordt. De ingang is t'eenemaal vernieuwd. In den noorder muur van dit Comptoir, is eene kas met laaden vaftgemetfeld, in welke een groot getal van oude Schepenen- en andere Brie- ven , de Kerk betreffende, gevonden wordt. De meeften behelzen giften van oud-ei- gens, geveftigd op de voorn aamfte hui- zen der Oude-zyds-Parochie, en ook op eeni- ge huizen, aan de Nieuwe zyde. Doch ik heb/er geene ouder brieven onder aangetrof- fen , dan van omtrent den jaare 1350. Voorts, hangen, in dit Comptoir, eenige fraaije ge- fchilderde afbeeldfels der Kerke van binnen: ook een gemyterd hoofd , keurlyk gefchil- derd, welk men houdt dat van S. Nicolaas te verbeelden. De Wapenkaart der Kerk- meefteren beflaat een groot gedeelte van eenen der vier wanden van 't vertrek. Men plagt 'er eene fchildery van den oproer der Herdooperen, in 't jaar 1535, te bewaaren, en een Tafereel, vervattende de naamen der gefneuvelde burgeren, in dien oproer (k). Doch beide deeze ftukken zyn niet meer voor handen. In 't voorbygaan, merken wy aan, dat de jaarlykfche ommegang , die, hier ter Stede. ter gedagteniffe van de over- winning der Herdooperen, plagt gehouden te worden (0), vanjaar tot jaar, aangetekend ftondt, in het Boek met den leeren band, welk, in de Oude Kerke, bewaard werdt; doch niet verder-dan tot het jaar 1567 (p) ; waar- uit men afneemen mag, dat die ommegang, federt, opgehouden is. Op het Huiszitten-Choor, volgde, aan de
zelfde zuidzyde der Kerke, Elizabetb-Gaeven- Kapel, gefügt, naar 't fchynt, door eene vrouw uit het oud Amfterdamfch geflagt van Gaef. Zy pronkt, tegenwoordig, met de Graffteden der Zeehelden van der Huift'en Sweers. Ook is, in dezelve, onder eene ver- heven zerk tegen den zuidelyken muur,-het graf van 't geflagt van Boreel, waarop de hoofdwapens van Boreel en Coymans, en van ieder derzelven agt kwartieren zyn af- gebeeld. De laatfte Kapel in de Oude Kerke is
bezuiden het groote Orgel, aan de weftzyde. Zy wordt van fommigen S. Cornelis - Kapel genoemd, naar een Altaar in dezelve, ge- ftigt, door Cornelis Janszoon Drebber, en aan S. Cornelis toegewyd. Anderen noemen deeze Kapel die van de Brundten en Dreb- bers. En 't fchynt, dat het geflagt van Brundt, zo wel als dat van Drebber, de ftigting, of het
(») Memoriaal van Kerkm. *'. is , 3«.
(o) Zie II. Deel , VI. Beekj tl. 246.
(p) Meraor. van Kerkm. tl. Jlä N
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk. Kerk- racefters-
Comp- toir. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
S-_Elois
|
Op het Handboogsfchutters-Choor, volg-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
?.fSiiuds- de de S. Elois- of Smids - Kapel, waarin de
aPel. zuider ingang der Kerke is. In deeze Ka- pel , plagt, weftwaards, een houten hang- kamer te zyn, van ouds gefchikt tot eene zitplaats voor de Cellebroeders, die, bene- den onder 't volk, in de Kerke, niet werden toegelaaten, om dat zy verpligt waren, de kranken, zelfs in Pefttyden, te bezoeken; de dooden te ontkleeden, te kiften en te heipon begraaven, en hierom, als meer of min befmettelyk, gefchuwd werden. Kapel der ^eroP volgde de Kapel der Huiszitten aan Huiszit. de oude zyde. By dezelve, die ook het Huis- zitten-Choor genaamd werdt, was het graf van het oud Amfterdamfch geflagt der Dob- bens. En Katryn Wouter Dobbens zoons Dog- ter belaftte, by haaren uiterften wil, die, den zesden Maart des jaars 1555, gedagte- kend is. dat men, over dit graf, een Tafereel zou Hellen, ende dair voer een kaerjje gehou- den te worden van inajje, dair voor makkende ende befpreechende honderd Karolus guldens fe "(»»). InditChoor, was eene deur, van Puiten met yzer belegd, boven welke, het jaartal 1622 plagt teftaan. Door deeze deur, Wam men in de Vergaderplaats der Huis- Zlttenmeefteren, die in 't jaar 1497 getim- merd was. En hier gefchiedde de uitdeeling yan levensmiddelen aan de behoeftigen, die ln £ Choor byeen kwamen. Ook plagt men, ij1 net 2ejve ^ oncier een overgeverwd beeld, de volgenc|e w00rden te leezen: houtg0ds gebod, en geeft den
armen om Gods wil. be bedeeling der Huiszitten - armen heeft
nier geduurd, tot in 't jaar 1655: en federt THfitld?" em Affcluift TAn dit Teftament, onder my te-
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
12.
Eliza-
beth- Gaeven- Kapel. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
o I5'
S. Cornc- lis-Kapel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
n. stuk.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel$
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
98
|
|||||||||||||||||||
|
taar van 'f Heilige Graf; waarop Wein Hein oUDE
Jacobs, anders fVeintje Pape, eene Vicary Kerk, geftigt hadt; het JVeitkoopers-Altaar, waarop Jan Claejfe van Hoppe en Chrißyn ,fyn Wyft eenen dienft hadden gefondeerd; S. Jacobs- Altaar, by de noorder deur, in den jaare 1450, door Gysbert P.ieters, geftigt; S. Je- nem-Altaar , aan de noordzyde, geftigt door Piet er Gysbert s, waarop verfcheiden' mhTen gefondeerd waren ; het Huiszitten-Altaar, waarop Heer Claes van Diemen , in 't jaar 1512, eene Vicary ftigtte; S. Andries-Altaar, waarop, reeds in 't jaar 1416, eene Vicary geftigt was; S. Adriaans - Altaar en S. Lu- den- Altaar, vermeld in het Teftamentvan Cornelis Wouters Dobbes zoon, Burgemeefter der Stad, en in eene Afte aan het zelve ge* hegt. Het laatfte ftondt ten noorden van S. Sebaßiaans-Altaar, aan den voet van 't Handboogsfehutters-Choor. Alle deeze Al- taaren zyn my bekend geworden, of uit de Stigtingbrieven der dienften op dezelven, of uit aantekeningen in de boeken der Galt- en Huiszittenhuizen hier ter Stede. Elders, vindt men nog gewaagd van S. Panctas-Al? taar, van S. Huberts-Altaar, en van 't H. Kruis-Altaar (a). Daarenboven , hadden veele Gilden hunne byzondere Altaaren in de Oude Kerke (y). Het Kuipers - Gilde, onder anderen, hadt 'er het Altaar van den Zoeten naam Jezus, van waar een naby ge- legen Steegje den naam van Zoeten naam Je- zus fieeg je nog fchynt behouden te hebben. Het Romans- of Kraamers-Gilde hadt 'er een Altaar, welk aan S. Maarten toegewyd was, en in den Beeldenftorm des jaars 1566, vry wat geleeden heeft (4). De Kerk was, wyders , oudtyds, voor- Beelden
zien van koftbaare Beelden en andere Sieraa- ^"^ den. Waiich Syvaerts heeft aange- ier"a tekend (iu), dat de Kerkmeefters, in 't jaar 1522, een zilveren S. Nicolaas-beeld deeden maaken, welk drie en vyftig mark, een ons en twaalf engels zwaar was; tweehonderd goudguldens van maaken, en in alles negen- honderd agt en veertig guldens zwaar geld gekoft hadt. En't was dit beeld, welk,in 't
(u) VAN HEUSSEN en VAN RYN Kerkel. Oudh. IV. Deel,
hl. 177 * *'9, 178. (v) Handv. hl. s$6, «$o,
j[n>) Roorufche Myfter. ontdekt, Voorr. hl. %s.
(4.) Dit is my geblecken uit eene oude Rekening
van dit Gilde, in welke ik, op het jaar 1567, Ieeze: Oncoflen gevallen aen het autaer van Sc. Marten, dat de Geufen badden gevioleert. Het fchilderen van deuren en verniflen 7: :
Hec beeltfnyden van de Tabernakel . * 7: Het ftoffeerfel van de Tabernakel . sii: ; 25: - !-
|
|||||||||||||||||||
|
Oude
Kerk. |
het onderhoud van S. Cornelis-Altaar heeft
|
||||||||||||||||||
|
helpen bekofligen. In deeze Kapel, was wy-
ders eene Doopvont geplaatft. De laatfte, die 'er geftaan heeft ,■ was van koper, en, in 't jaar 1531, te Mechelen, door Cornelis van cien Einde, gegooten. Zy woog vyftien honderd ponden (5). En de plaatfmg dee- zer Doopvonte , die tot gemeen gebruik diende, in de Kapelle, van welke wyfpree- ken, doet my vermoeden, dat de Kapel of het Choor, geiyk het ook genoemd wordt, niet door de Drebbers en Brundten, maar door de Kerkmeefteren zelven, geftigt was, gelyk deezen het ook , in de voorgaande eeuwe, verkogt hebben, zo als wy, wat laager, zullen aantekenen. De Kapel is al- leenlyk de Brundten- en Drebbers-of S. Cor- nelis-Kapel genoemd, naar het Altaar, welk in dezelve geplaatft was. De Doopvont moet, voor 't jaar 1580,reeds weggenomen zyn geweell,alzoPetrus Opmeer, oitit trent dien tyd, gefchreeven heeft, dat 'er geene Doopvonten meer in Holland overig waren (r). Altaaren. De Oude Kerk was, eertyds, rykelyk van Akaaren voorzien. Omtrent den jaare 1500, werden 'er drie en dertig geteld (x). Onder deezen, waren het hoog Altaar, waarop Mei- nen Jansfoen, in 't jaar 1467, eene Mis ge- ftigt heeft (t); S. Antonis - Altaar ten noor- den, waarop Dirck Jan Uelmerszoen, Pries- ter, in 't jaar 1465, eene Vicary hadt op- geregt; S. Agnieten-Altaar, in 't noordoos- ten; S. Cornelis Altaar, boven reeds vermeld; S. Fieters-Altaar, waarop Boel Dirk/e Boelens, in 't jaar 1470, eene Vicary ftigtte; S. Geer- truids-Altaar, waarop Geertruid Albert Ottens Weduwe, reeds in 't jaar 1418, eene Vica- ry geftigt hadt; nog een Altaar, welk aan de Lieve Vrouwe, S. Bieter en Pauwels, S. Catharïna en S. Barbara gewyd, en omtrent óf in den jaare 1463, door Claes Jacobs, van nieuws, opgeregt was; een Altaar ter eere van S. Salvator en de Lieve Vrouwe, omtrent of in 't jaar 1497, door Meefter Jacob Pil- len , opgeregt; een Altaar aan de ziiidzyde, gewyd ter eere van Chriflus verryzenijje, van 6'. Antoni en van de Maagden S. Cunera en S. Antonia, waarop Meefter Willem Andries, in 't jaar 1505, twee Vicaryen ftigtte; een Altaar in de Middenkerk, ten zuiden, aan de tweede Pilaar, ter eeré van 6'. Jan den Evangelifi, waarop Frank Dirk Franken Joen en zyne Huisvrouw, in 't jaar 1541, nog eene Vicary fondeerden ; een Altaar ten noorden, aan S. Filippus toegewyd; het Al- (q) Memor. van Kerkm. hl. zt.
ir) Cathol. Maitelaarsboekj.il. Deel, hl. 274. (<) Anonym, ad Calcem PONTANI, />. 4, (tj Renteb. v*n 't Oude GafthuLs . 35. |
|||||||||||||||||||
|
&*?vna&&£&7i6s
|
||||||||||||||
|
OlfJDE ICJERKJS &rv'~^e^ Omée/ CHOORJEW &kIC^LPELLEJSr, -ènSlle/z^e/o
|
||||||||||||||
|
<j
|
||||||||||||||
|
óe?
|
||||||||||||||
|
*e/.
|
||||||||||||||
|
-«n
|
||||||||||||||
|
^t&cer&z ?iz72/J^. rM~d-~&rrjy~G-,
|
||||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||
|
99
|
|||||||||||||||||||||
|
Kerk *" ar I5~^ ' tot ge^ gemunt werdt, gelyk
wy, ter zyner plaatfe (x), verhaald hebben. in t hooge Choor, ftondt een Sacraments- nuis, welk twee en vyftig voeten hoog, en waarin een konftig gewerkte zilveren Re- monfirancie of Hofliedoos geplaatft was (y). t Een en 't ander werdt, omtrent den jaare I544-5 geftolen door eenen Fries, Bouwen genaamd, die 't zilver gefmolten , en aan eenen Goudfmid verkogt hadt, en 't Sa- crament, van de Minderbroeders brugge, m t water hadt geworpen: waar 'er lang na gezogt werdt, zonder dat men 't weder vin- oen kon (2). De twee binnenfte deuren van 't hoog Altaar waren, in 't jaar 1537, konftiglyk; befchilderd, door Meefter Maar- n Jakobszoon van Heemskerk, die 'er twee honderd en zeventig guldens voor genooten hadt. En in 't jaar 1560, werdt het hooge Choor behangen met tapyten, die, door Wil- lem Andrieszoon de Raet , Tapytwerker te Leiden, gemaakt waren. Meefter Cornelis Dobbes hadt, reeds te vooren, een koft-1 baar tapyt aan de Kerke vereerd (a). De Kerkgereedfchappen van zilver waren ver- scheiden van foorte en veel in getal. Doch fommige Sieraaden weeken vry wat af van de deftigheid, die in eene Kerke betaamt. *n de Lyft boven de noorder zyddeur van 't hooge Choor, ftondt een fpotagtig zinne- beeld uitgehouwen, vertoonende een' ezel °P een' predikftoel, met een paard in eene wjeg voor zig, waarby een kat ftondt te liegen (Z>). En diergelyke afbeeldingen plagten 'er meer te zyn in deeze Kerke, en T.. zyn nog niet geheellyk verdweenen. woordln . Tot hiertoe, hebben wy ons meeft be- INaante j1^ gehouden met de befchouwinge der Ou-' iet Oude : Kerke, zo als zy was, voor de Hervor- Kerke, mmge des jaars 1578. 't Wordt tyd, datwy tot de befchryvinge haarer tegenwoordige Gro nir~ en inwendige gedaante overgaan. e- De lengte der Kerke met den tooren is,
buitens - werks, drie honderd j en zonderden
tooren en binnens - werks , twee honderd
negen en veertig voeten. De breedte van
nnddenkruis is, buitens-werks, twee hon-
erd vyf en twintig , en binnens - werks,
u'ee honderd en agt voeten (c). De gant-
. e °nimeg'ang is op zes honderd en veer-
Jg voeten gemeeten: alles Amfterdamfche
T00re V0^en^an elf duimen ieder.
en. De Tooren is, van den grond af, tot
aan den weêrwyzer, twee honderd en veer- tig voeten hoog. Het fteenwerk beilaat de }l\ Anonym. ad Ca,cem pONTANt , ^ 4<
|
|||||||||||||||||||||
|
helft van deeze hoogte, en de houten kap0üDs
of fpits, die drie ommegangen heeft, en,Kerk. op eene konftige wyze,vaft en fterk,in ei- kanderen verbonden is , de andere helft. Meer dan eens, is deeze tooren vernieuwd. En nog voor weinige jaaren, zyn deszelfs grondflagen merkelyk verzwaard. Ook zyn de klokken en het fpeelwerk in den zelven meermaalen veranderd. Men kan- van bei- de eene uitvoerige Befchry ving vinden, by Domselaer(<7) j en by CoMMELiN(f) Het onderhoud van den Tooren, welk, door Kerkmeefteren, plagt te gefchieden, is, fe- dert het jaar 1566, ten lafte van de Stad gekomen (). De Kerk is, van buiten,be- zet met verfcheiden' vvooningen, fommigen van welken, gelyk die van den Kofter en eenige mindere bedienden der Kerke, ge- meeilfchap hebben met vertrekken , die, van ouds, tot de Kerke plagten te behoo- ren. Anderen beftaan op zig zelven , en worden , door Kerkmeefteren , verhuurd. Op den Burgwal, naaft des Kofters wooning, is eene wooning gebouwd op de plaats van het oude Bekkeneels- of Doodsbeenderen- vat (g). Zy wordt nu, door een' der Deur- waarderen , gebruikt. De Kerk heeft tegenwoordig vier in- Ingan-
gangen: de grootfte is in V weiten onder ëen- den Tooren, zynde eene groote en zeer aanzienlyke Poort: de ingangen ten noor- den en- ten zuiden zyn veel kleiner en van minder aanzien : in 't zuidooften , is nog eene enkele deur, die ook tot een ingang plagt te verftrekken ; doch nu , met een yzeren hek, van de gemëene ftraat afge- flooten is. En in 't noordooften , is, in' 't jaar 1761, eene deftige poort geftigt, op eene plaats, die, voorheen, niet eene ftal- ling voor vyf paarden bezet was, welke, door Kerkmeefteren, plagt begeven te worden (£). Naaft en boven deeze Poort, is eene. woo- ning gebouwd, die verhuurd wordt. Van binnen, benoorden de nieuwe Poort, is een vertrek voor de Huiszitten aan de oude zy- de getimmerd, daar de Regenten tegenwoor-1 dig Comptoir houden, en de Colleéte, die zy in de Oude Kerke laaten doen, ontvan- gen, Van binnen, ruft de Kerk op twee Pilaaren.' en veertig groote Pilaaren. In 't midden, Kaars- hangen vyf groote Kaarskroonen, elk met kroonen. dertig armblakers, eri rondsom, langs den ommegang, twaalf kleinen, elk met zeftien armblakers. De geftoelten voor Perfoorien Geftoeï- van hoogen en minderen rang zyn, rondsom, ten. ras-
(d) IV. Boekj bh 57 enx,.
(f) Bladx.. +40 enz,. (f) Meinor. van Keikm. bl. t$.
(jt) Memor. van Kerkm. bl. 91. (b) Memor. van Keikm. bl. 88, N 2
|
|||||||||||||||||||||
|
j .. ., ^»^KTS Roomlchc Myfteriei
<?i Memoriaal va Kerkrn. bl.L, ï? |
ontd. . 7 verfe.i
, 209. MMELINÊ/, 154.
|
||||||||||||||||||||
|
(
|
W Me
|
MSELAER "I- Bockj, bl.zxo. CC
|
|||||||||||||||||||
|
flior. van Ketkrn. hl, 105 in marine
|
|||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS ■ III. Deel,
|
||||||||||||
|
IOO
|
||||||||||||
|
Twee Orgels zyn 'er in de OudeKerke. Het ojde
groote in 't weiten boven den grooten in- Kerc gang geplaatft, is een fchoon ftuk werks. 0rëeis' Het oudfte, welk hier geftaan heeft, was maar twaalf voeten hoog. Doch tuffchen de jaaren 1530en 1540,werdt'er een gemaakt, door Hendrik van Meiiwenbof, Meefter Jan, gebynaamd Befl-evaar, dien fommigen Hans- ke van Coolen noemen, en Meefter Hannen, drie Broeders: welk Orgel toen een duizend drie honderd en twintig guldens twee ftui- vers en agt penningen gekoft heeft. De deu- ren werden., door Meefter Maarten van Heemskerk, gefchildefd. Op de eene , zag men de Bondkift, die om de muuren van Jericho gedraagen werdt, en op de andere, David, danfende en fpeelende voor dezelf- de Bondkift., Van binnen ftondt , op de eene deur, 't verflaan van Goliath; en op de andere, het inhaalen van David, door de Jeruzalemiche Maagden. Dit Orgel werdt, van tyd tot tyd, en onder anderen, in de jaa- ren 1569 en 1682, met nieuwe Regifters vermeerderd (/). Doch omtrent den jaare 1724, werdt het Orgel geheellyk van nieuws hermaakt , door Chrißiaan Vatter , Orgel- maaker van den Koning van Groot - Britan- je, George den I., als Keurvorft van Ha* nover, en in den tegenwoordigen ftaat ge- bragt. I Iet werk is voorzien van vier en zes- tig trekkers, vier en vyftig ftemmen, en agt blaasbalgen. Op den dertienden Oótober desjaars 1726, werdt 'er, in 't openbaar, voor 't eerft, op dit Orgel gefpeeld. Het ruft, van binnen in de Kerke, op vier zeer fraaije zwaare marmeren zuilen, welker Ca* piteelen en Voetftukken konftiglyk verfierd zyn. Het andere of kleine Orgel, welk zeftien trekkers, vyftien ftemmen en drie blaasbalgen heeft,ftaat, gelyk wy boven reeds hebben aan- getekend, tegen den Pilaar op den hoek van S. Jeroens-Choor,aan de noordzyde der Kerke. Het is, omtrent het midden der voorgaande eeuwe, van buiten, met aartig gefneeden en verguld houtwerk,verfierd, waar in het wapen en zegel van Amfterdam zyn afgebeeld. De buitenzyden der Orgeldeuren zyn ook, door den beroemden Konftenaar Cornelis Brizé, met veelerlei fpeeltuig en muzykboeken , fraai befchilderd. Om 't Orgel is eene gaan- dery, op welke, voordeezen, fomtyds, Zang- en Speelkonftenaars geplaatft werden, die., met het Orgel, een aangenaam Concert maak- ten. Ook plagt men, nog in de voorgaan- de eeuwe, alle avonden, tot vermaak der wandelaaren in de Oude Kerke, op het klei- ne Orgel te fpeelen. Doch zulks is, al federt veele jaaren, buiten gebruik ge weeft. Van
(l) Memor. van Keikm. II. n, 13, 1S5, 17z.
|
||||||||||||
|
Oude tiuTchen de Pilaaren , geplaatft. De Pre-
Kerk; dikftoel, langs welks trap, een fraai gewerk- Predik- te koperen leening ftaat, is, in 't jaar 1642, ' ftoel. joor pjeter janszoon Kijleuiaaker, gemaakt (0, en geplaatft in 't midden der Kerke, aan de noordzyde,, tegen een Pilaar, aan wel- ken , op den Predikftoel, deeze woorden ge- lezen worden: Is 't dat ymant /preekt, dat hy fpreeke ah Gods Woord. 1 Petr. IV. Choor. Het hooge Choor, welk nu eene geheel andere gedaante heeft dan van ouds, is, om- trent het jaar 1682, voorzien geworden, met een fraai koperen hek van vooren (£); aan de bovenlyft van welk hek, naar buiten, de twee regels van den Heer Corneas Scbel- linger, die in't jaar 1587 Kerkineefter werdt, gelezen worden: 'tMisbruyk in Godes Kerk allengskens
ingebracht, Is HIER WEER AFGEDAAN, 't JAAR ZEVENTIG
EN ACHT. Binnenwaards, aan dezelfde Lyft, leeft men:
Men moet, om Godes dienst ên kennis reyn te houwen,
op't woords grond nu voortaan, op geen menschen instel bouwen.
Ter plaatfe, daar 't hoog Altaar plagt te
ftaan, ftaat een Predikftoel, die nu genoeg- zaam alleenlyk gebruikt wordt, tot voorlee- zing van het Formulier des Huwelyks, en inzegening van het Egtverbond. Boven de kleine zyddeur van 't Choor, ten zuidooften, door welke de Bruidegoms en Bruiden ge- meenlyk in- en uitgaan, ftaan deeze regels: Twiß, boovaerdy end'overdaet
Doen dat gheen huis feer langhe fiaet. Melanthon. In 't agterfte gedeelte van 't Choor , langs
de lyft van den houten wand, leeft men, ter gedagteniffe van de verdelginge der Spaan- fche Vloote, in 't jaar 1588 , de volgende regels: 't Heyloos gebroet, gefint de waerheyt uyt
te royen,
Had met de Spaenfe Vloot een groot Heyr opgebraght;
Maer God dit heyr verliet, en doet de Vloot verflroyen,
Door vuur rondom ten toon ,ßaet die te grondt met kragbt,
Looft hem, die zyn zaek regbt, in 't jaer tachtig end'acht.
|
||||||||||||
|
Twee
|
||||||||||||
|
(iy Memoi. van Kerkm. hl. 2Ty.
(i) Mem«, van Kerkm, il. 117. |
||||||||||||
|
^7. Qoer*e& /cu/n. dir.
|
|||||||
|
DJS OUDE K&RK ,
yan> èiruien,, ruuzr '-& <p-aotc Cfurar in 't Ooste?i f te> zzen.
|
|||||||
|
f.. &oere& Jculp. dir.
|
|||||
|
DE OUDE ICE HIC,
y-any óinnen, iiaxzr 't> tyfkrten>, t& JZierv.
|
|||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||
|
ïöi
|
||||||||||||||||||||||
|
Kehr. Y3!1 e£nigen der oude gefchilderde gla-
Gefchu. Zenm de Oude Kerke hebben wy, in de
derde Befchryving van 't hooge 5 het Voetboogs- gtazsn. fchutters- en het Vrouwen-Choor, reeds kor- telyk gewaagd. Nog eenige anderen, zyn er, of zyn 'er geweeft, die hier verdienen gedagt te worden. Agter 't groote Choor, plagten twee befchilderde glazen te zyn. In t eene, werdt liet kroonen van Filips den * 3 gebynaamd den Schoonen, 't welk de Ne- derlanden aan de Kroone van Spanje bragt, afgebeeld. Onder aan las men: d Aartsbijfchop kroont hier, met zyn band,
Den fchoonen Flips met diamant, ■lot Koning op Kafiïïiens trom. Dus eerde ons Nederland die kroon. Doch dit glas is voor lang vergaan en- weg-
genomen. In 't andere , welk nog in we- zen ; doch zeer befchadigcl is , ziet men iïlips den IF. , het Munfterfch Verdrag , waarby de Nederlanden voor vry erkend werden , bezegeld , overreikende. Onder aan fhtan deeze vier regels van Vondel: Fttippiis tekent met zyn banden
Het Preêverbond met zeven Landen, Enftaat zyn recht en tytel af. Dit tuygt bet zegel dat by gaf; |
||||||||||||||||||||||
|
glazen zyn reeds, voor eenen geruimentyd, Oude
vergaan en weggenomen. Kerk. Wy komen nu tot de befchryving der Graffte
voornaamfte Graffteden in de Oude Kerke, deu en beginnen met de oudfte. Bezuiden 't hooge Choor, in den omme- Van
gang, ontmoet men 't graf van den beroem- p^en den Amfterdamfchen Konflfchilder, Pieter Laurenszoon, in 't gemeen, om zyne lange - lighaamsgeftalte, Lange Pier genaamd, die, in 't jaar 1573 > overleeden (n)± en hier, in een dubbel graf, gelegd is, waarin, nader- hand ,- ook twee zyner zoonen bygezet zyn. Op de zerk fchynt, naar 't gene Izaak C o m m e l 1 n zig nog te binnen brengen kon (0), een versje geftaan te hebben ^ 't wdk begon: Den konflige fchilder Lange Pier
Met bey zyn Zoonen leggen bier enz. Doch 't was, by zynen tyd, reeds genoeg-
zaam uitgefleeten. In't jaar 1675, werdt het, zo 't fchynt, in deezer voege, vernieuwd* De Meefler Schilder Lange Vier
Met beyd' fyn Soonen, fchilders hier, Begraven, latig en oud bejaart, Blyven noch al in Kunft vermaart". Anno M. DC. LXXV. |
||||||||||||||||||||||
|
Ten noorden van 't zelfde Choor'; ziet Van
|
||||||||||||||||||||||
|
men de Grafftede van den Admiraal Ta c ob Jacob
van HEEM5KERK,kennelykaaneenTa-änems.
fereel van zwart marmer, welk, boven de-kerk. zelve, aan een Pilaar gehegt is, en waarop, in 't Latyn, gelezen wordt: |
||||||||||||||||||||||
|
ui
|
-«v.-,» w~..~r , ~-.----»... ""& ~-"
|
|||||||||||||||||||||
|
gelchilderd glas, waarin de wapens
der Burgemeefteren ,die hier,federt dever- ftOdering des jaars 1578, geregeerd hebben, «gebeeld zyn. Men begon dit glas jtè be- rderen , in 't jaar 1654, en vind ik, dat |
||||||||||||||||||||||
|
^°'b^olyws 'er, nog in 't jaar 1681, aan
ë hilderd, en twee guldens tien ftuivers,
H"tVe^er waPen ' ontvangen heeft (m).
i j?atfte wapen, welk in dit glas is ge-
bap is dat van den Heer en Mr- iA3>t
I7 Ti^Ta Slicher, die, in 't jaar
pens d, r§emeei^er geworden is. De wa
^-|j ?r v°lgende Burgemeefterën zyn ge- Kerke lïl een s*as' aan de mordzyde der 'T ?P den ooffcelyken hoek van het ge- . 1 , leve-Vrouwen-Choor. Boven, aan
e ^ eezer twee glazen, ziet men het wa- pen en zegel der Stad, door twee zittende KrygsKnegten vaftgehouden wordende. Na het eerftgemelde deezer glazen , volgden drie oude gefchilderde glazen. In het eene was het eeten van het Pafcha door de izraëhten afgebeeld. De twee anderen ver- toonden eenige oude gefchiedeniffen uit de negenden der Heiligen. Doch deeze drie .. (»>) Memor, va Kukmi bL 8lj zi4<
|
In de Lyft, onder het wapen van't Huis
van Heemskerk, welk tuffchen twee globën ftaat, en met eene Steveiikroon gedekt.is: |
|||||||||||||||||||||
|
lioNORI ET YEteRNITATI.
dat is:
Aan de Eere en de Eeuwigheid. En wat laager, in het Tafereel zelf:
Jacobo ab Heemskerck
Amstelredamensi. Viro fortiff et optime de Patria merito,
Qjii
Pofi varias in notas ignotasqiie oras navigatio-
nes, in novam Semblam fubpolo Ar Sik o, duast in
(n) PONTANI Amft. Libr. II. Cap. XXVIII. *. Z45.
(«) By DOMSELAER IV. Btek^ bl, si. N 3
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
IC2
|
|||||||||||
|
in Indiam Orientakm, verfus Antarfticum
totidem, indeque opimis fpoliis A°. cid idciv. reverfus viclor. TANDEM
Expêditionis maritima adverfus Hispa. pree-
feStus eorundem validam clajfem Herculeo anfu agrejfus in Freto Herculeo fub ïpfa arce et Urbe Gibraltar , VII. Kal Maji A°. cio iacvu. fudit ac profligavit. IPSE IBIDEMy
Pro Patria flrenuo dimicans , ghrïofe occü*
buit.
Anima coelo gaudet, Corpus boe loco jaeët. Have Leftot famamque viri ama et viftutem. Cujus ergo
Ab Illußrisf. et Potentifs. Foederat. Provinc. Belgic.
OrDINIBUS P. P.
H. M. P.
Vixit annos XL. Menfem I. Dies XII.
dat is: AAN JaCOB VAN HeeHSK^ERCK^,
AMSTERDAMMER,
DIE
'Na verfcheideneScheepstogten in beken-
de en onbekende Geweflen , twee naar Nova Sembla, onder den noord-, even zo veel in Ooftindie , naar den zuid- pool, van waar hy , in 't jaar 1604, met ryken buit, als overwinnaar, te rüg ge- keerd is, ElNDELfK,
Opperhoofd van eenen zeetogt tegen de
Spanjaarden geworden zynde, derzelver magtigeVloot, met een beftaan als dat van Hercules, in de Straat van Hercules, en zelfs in 't gezigt van 't Slot en de Stad van Gibraltar, aangetaft, en op den 25 April des jaars 1607, geflaagen en ver- delgd heeft; » WAAR Hr Z ELF
., wakkerïyk voor 't Vaderland ftrydende,
roemrugtiglyk gefneuveld is. De Ziel ge- niet den Hemel , het Lighaam legt ter deezer ftede. Zyt gegroet, Leezer, en ,y bemin 's mans lof en dapperheid: AAN WELKEEN,
DOOR 'de doorlugtigfte en hoogmogende Staaten
|
der Vereenigde Nederlanden, de Vaders oube
des Vaderlands, dit gedenkteken gefield Kerk. is. Hy heeft veertig jaaren * eene maand
en twaalf dagen geleefd." Onder dit ópfehrift, was de zeeflag voor
Gibraltar, in 't klein , afgebeeld; doch 't beeldwerk is nu meeft vergaan. Boven 't zelve, leeft men deeZe twee regels van den Ridder PieterCokneliszo on Hooft: Heemskerck, die diners door 't ys en 't yzer
dorfie flreven, Liet d'eer aan 't land, bier 't lyf, voor Gi-
braltar het leven. De helm en 't harnas van den Zeeheld zyn
aan een anderen naaftvolgenden Pilaar op- gehangen. En naardien hy, zo< ik my niet bedriege, de eerfte Zee-officier is geweefl, die, na de verandering der Regeeringe , hier ter Stede, met flaatfie begraaven is , zal ik, veelligt, fómmigen dienfl doen, met de 01'de der begraafenifle, uit eene aanteke- ning , die in den huize van Witsen be- waard geweefl is, hiertufïchen te voegen. Vooraf ging een vendel uitgelezen Soldaa- ten, in rouwgewaad, met omgekeerd ge- weer , fleepende fpietfen en vendel , en bekleedde trommels. Toen werdt de helm gedraagen. Daarop het Harnas. Wyders het wapen, zynde een zilveren Leeuw op een azüuren veld. En vervolgens het Lyk, welk van veertienKapiteins gedraagen werdt, leggende den vergulden degen op de kift. De naafle Bloedvrienden en de Raaden ter Admiraliteit volgden agter 't Lyk. En hier- op de Schout, Burgemeefteren, Schepenen en Raaden der Stad, de Leden van den Bur- ger-Krygsraad, de Bewindhebbers der Ooft-- indifche Maatfchappye en een groot getal van de deftigfte Burgeren, zo dat de flaat- fie , buiten de foldaateii, uit meer dan agt honderd perfoonen beftondt. 't Lyk werdt, den agtflen Juny des jaars 1607, ter aarde befleld. Doch daar verliep nog eenige tyd, eer het Grafteken gereed zyn kon. Schuin boven het zelve, plagt, aan een
der Schoorbalken, eene fchildery te hangen, waar op, aan de eene zyde, het Keizerlyke wapen, zynde een dubbele Arend, afgebeeld was. Op de andere zyde, las men: Anno 1559, hoc in loco, celebratie funt exe-
quiie Caroli quinti-Imperatoris ac Hollan-
èlce Comitis , vicefimo primo et
fecundo die Aprilis,
dat
|
||||||||||
|
lï. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN,
|
|||||||||||||||||||||||||
|
103
|
|||||||||||||||||||||||||
|
OüDfc
Kers.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
dat
|
|||||||||||||||||||||||||
|
tegen den vyand, en beftreedt zo veele ouöë
vyandelyke overften , dat de Batavier , Kerk* voortaan, geeneVlooten behoeve, om den ,, Spanjaard te verwinnen. Hy heeft maar ééne kiel; maar eenen Overfte noodig; die, terwyl hy zig* ftrydende in volle zee, den Vaderlande toewydt, overwin- ,, naar , eenen roemrugtigen dood fterft; ,, Laat af, Romeinen, van op uweDecien te boogen. Dit marmer dekt ook het ,, lyk van eenen Decius.". ^33-
Onder de afbeelding van 't zeegevegt i leeft
men deeze regels van den Ridder Lau- rens Reaal. Hier rufi de Held,die van zynvyands fchepen
In zevenmaal kwam zeven vlaggen fleepen, En gaf voor 't laatfi op twee zo dapper vonk, Dat d'eene vlood, en d'ander by hem zonk. Wy hebben, boven (p), reeds te kennen yan
gegeven, dat. de Kapel, in welke de Doop- 't Geflagi vont plagt te ftaan,, door Kerkmeefteren , van <Je verkogt geworden is. Zulks gefchiedde, in ' of omtrent den jaare 1651. Kooper was de HeerBurgenleefterCornelis deGraef, Vryhêer van Zuidpolsbroek, die deeze Kapel, met verlof van Burgemeefteren, van de Ker- ke afgcfchut (q), en tot eene aanzienlyke begraafplaats.verbouwd heeft. Men komt 'er in, door eene fraaije marmeren poort, ruftende op twee Korinthifche kolommen, en geflooten mét eene doorlugtige koperen deur, ter wederzyde van welke, ook eene langwerpige opening is, met traliewerk be- zet: waarboven dé wapens van den Stig- ter en deszelfs Egtgenoote, Catharina Hooft, uitgehouwen zyn. De Lyft is met Zandloopers, Lampen en ander beeldwerk verfierd. Op dezelve ziet men , tuffchen twee fchreijende kindertjes, een' Feniks uit de vlammen vèrry zen, waaronder, in zwar- ten toetsfteen, de fpreuk des Apoftels (1 Kor. XV. 42) gelezen wordt:' Alsoo sal oock de opstandin-
ghe der dooden zyn het llg- ïiaem wort gezaeit in verder- velyckheït en wort op ghe- weckt in onverdervelyckheit. Het middelfte van de vyf glasraamen der
begraafplaatfe is' ook verfierd met de ge- fchilderde wapens van de huizen van de Graef en Hooft. fa
(p) EUdx.. 9f.
(/) Gioot-Mèmor. K* III. , 394,
|
|||||||||||||||||||||||||
|
is:
|
|||||||||||||||||||||||||
|
» In't jaar 1559 , is ter deezer plaatfe
" Swottdeh de uitvaart van Karel den V., " keizer,en Graave vanllolland, deneen- » en twee en twintigften April. CoTneUs t Dj£rSelyk Grafteken als dat van Heems-
jans- ' *erc'c is ook aan den hoekpilaar, ten ztii- zoot),ge. d£n agter 't Choor, opgeregt, ter gedagte- 7:]3.-irad Mie van Corneas Janszoon, bygenaamd de e«aan. Haan of het Haantje. Het pronkt, van bo- ,Ven W de Lyft, met zyn wapen, zynde een ■kraaijcnde Haan, en onder ftaat het zee- §evegt met twee fchepen, waarin hy om- kwam, afgebeeld. Op -her Tafereel, ftaan ?e v°lgende Latynfche verzen van denPro- eüor Caspar Barlaeus uitgehouwen: Viriuti ac Famce
Fortißimi Ducis CORNELII JOANNIS,
■Ainßehdamenfis, Cognomenti Galli,Dl
reäores et Vindices Qceani
Septentrionalis.
nspice Speciator nofircS miraciiïa gentis,
uejtaqiie viïïrici bello, jlupënda manu. Wc jacet Eoum qui duxit vela per orbem rftque Arabum Hesperio fanguine tinxit aquds. K}iem modo preedatrixpotuit Duinkerkatimere) Cum Morinum captcs Jiiccubuere rates. Una triumphanth toties fefe torfit in hoflem |
|||||||||||||||||||||||||
|
Üt
|
ppi, et adverfus exïu una duces,
|
||||||||||||||||||||||||
|
Lineatur Iber Batavo non clajfibus ultra
|
|||||||||||||||||||||||||
|
pfloptis: una ratis, dux fatis unus erit.
<j" dum Je Patrice mediis bellator in undis ^Vovet, illuflri funere vittor obit. j11 iïecios jaäare mihi cejjate., Quirites, \ JCSc etiam Üecii marmora Corpus habent. MDCXXXIII.
dat is:
e Opzienders en Befchermef s der Noordzee
Aan de dapperheid en roem
van den wakkeren Zeeoverfte, cORNELIS JANSZOON,
mlterdarnmer, gebynaamd de Haan.
" ^et5 aanfchouwer , op de wonderen
ï» n 0r>s volk, en op de verbaazende oor- " . Sen, W5iarm het overwinnaar geweeffc ? -1S- Wier legt hy, die de Oofter-weereld »» doorgezeild is, en de Arabifche zee met , Paanlch bloed geverwd heeft; voor wien
>> t roofgierig Duinkerken onlangs plagt te i?even> tQen de veroverde Vlaamfche
r br 1 zwiSten rnoeftcn. Met ééne zege-
- * aalende Steven, keerde hy zig zo dikwils
|
|||||||||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
Regt tegen over de Grafftede van Van Oude
der Huift , aan de weftzyde der Kapelle, Kerk, ontmoet men het treffelyk grafteken van j^^f1 den Vice - Admiraal Sweers, 't welk ee- sweers. nige jaaren laater opgeregt is. Boven aan ziet men zyn marmeren borftbeeld, en nog hooger, het wapen der Vereenigde Neder- landen en dat van den Prinfe van Oranje. Onder aan, is de voordeelige Slag, waarin de Zeeheld omkwam, afgebeeld. Tuflchen beide, ftaat, op een tafereel, welk van vlag- gen , wimpels en ander fcheepsgereedfchap omringd is, te leezen: Bic fitus efl
ISAACUS SWERIUS.
Qui eam quam nafcendi forte et folicita edu-
catione a parentibus prceclaram accepe- rat indolent DEO et Patrice devovit; Prinuim terreflris et maritimce Militice Tyro- cinium in India occidentali depofuit; In Patriam redux cum federet animo Regia via, ad honores graffari Terra fe continere non potuit: Mare ingreffus, omnes milities ordines infimes et medios eluStari in Juventute neccfje habuit. Piratas mahumedanos ßepius profligavit. Tutumque Batavis Maie mediterraneum ejji jujfit. Edidit tanta virtutis fortitudims et prudentus fpecimina, Ut omnia fumma omnium judicio meritus Proximum a primo int er thalaffiarcbas locum Arece maritimce preefeëtus adeptus fit. Quo ho- nore cum fungeretur in nupero Ulo tertio et ultimo contra Gallics Britanniceque Regum inflrucliffunas clajfes pra- liot Fortit er et generofe pugnando glande trajeBus XI Kalend. Septemb. Anno Chrißi MDCLXX1II. Gloriofe occubuit 9 Patrice Viëloriam , Civibus fui deficleriuin, exemplar pofieris imitandum reliquit. MAGNANIMO HEROI
Hoc quoddeRep. bene meruit momimentumpafu.it
Senatus maritimus foederatarum provinciarum Amßel. Anno 1674.
dat is: Hier legt
ISAAC SWEERS. die den voortreffelyken inborft, welken
hy, door de geboorte en door eene zorg- vuldige opvoeding, van zyne ouders ont- van-
|
|||||
|
io4 Ä M S T E R
In de Kapel van Elizabeth Gaef, ten wes-
ten van 't oude Handboogsfchutters-Choor, ontmoet men twee aanzienlyke Graffteden, tegen over eikanderen , geftigt voor de Vice - Admiraalen Abraham van der Hulst en Isaac Sweers. Omde graf- zerk des eerften, in 't ooften der Kapelle, Haat een fraai yzeren hek, en boven dezel- ve , een konftig gedenkteken van marmer, verbeeldende den Zeeheld, leggende in vol- le rufting, en omringd van vlaggen en oor- logstuig. By hem ftaan twee fchreijende kindertjes, die zyn wapen vafthouden, waar boven de gelukkige zeeflag tegen de Engel- fchen, van den elfden, twaalfden, dertienden en veer tienden Juny des jaars 1666, in welken hy fneuvelde , afgebeeld is. Boven aan ziet men twee bazuinende Vrouwen-beelden, die 't wapen der Vereenigde Nederlanden, rus- tende tegen twee kruiswys geplaatfte an- kers , vafthouden, Onder dit wapen, leeft men: Ter onfterfelyker
GEDACHTENISSE
van den
Eed. en Manhaften Zeeheld, ABRAHAM van der HULST,
Vice-Admiraal van Holland en Weft-
Vriesland, Geboren tot Amfterdam,
den xi April cid idcxix. Hier ruft hy, die niet ruften kon,
Eer hy fyn vyand overwon:
Om hoogh leeft hy in vreughde, In marmer door fyn deugden.
Anno 1666.
Op de Grafzerk ftaat: Hier ruft de onfterfelycke Zee-Helt
ABRAHAM van der HULST,
Vice - Admiraal van Holland en Weft vries-
land onder den Zee-Raad t'Amfterdam, zynde glorieufelyk in fyn devoir overle- den, in de bevoghten Victorie tegen de Engelfchen den xn Juny cid idclxvi. Hier fluymert HULST, de Jchrik der Britfche
Zeebanier,
Beproeft in ßag opfiag, in Bloed, in vloed en vier.
De groote Zeeraad kroont dien Vaderlands Be- fchermer,
De faam des braven Helds braveert metaal en marmer. J. v. Vondel.
|
|||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||
|
105
|
||||||||||||||||||||||||
|
Oude
|
||||||||||||||||||||||||
|
miraliteyt doen oprechten, ter Eeren Oude
van den Schout by nacht Kerk. WILLEM van derZAAN.
Omtrent de Kaap Tres Forkas, uit een Al-
giers Rooffchip, met een ponts Kogel gefchooten, en ontflaapen den 17 Maart 1669. Dus leeft men na de doot.
Dit is door 't Landt tot eer van van der
ZAAN befielt, Om dat een Roovers fchoot ontzielde defen
Helt,
Vyfgoude ketenen had by voorheen genooten,
Rufi hier, tot eer van haar, die uyt hem zyn
gefprooten. Uit een opfehrift op de ankers, blykt, dat
dit gedenkteken, in 't jaar 1670, door den Beeldhouwer Rombout Verhuljl, vervaar- digd is. Zuidwaards van dit Gedenkteken, is het Van
Graf van Paul Wirtz, Veldmaarfchalk P??1 der Vereenigde Nederlanden, die, den drie tz° en twintigden Maart desjaars 1676, te Ham- burg , overleeden zynde, op den vier en twïh- tigden Oftober desjaars 1Ó79, alhier, daa- telyk, ter aarde bedeld werdt. Op zyne Grafzerk, daat,in 't koper: FoRTUNjE ET
Martis Soboles, equi«
tumque Magister WlRTSIUS
Invictus Regibus
hic situs est. dat is:
Hier legt een fpruit van 't geluk en van den
Oorlog, de Generaal der Ruiterye WIRTZ,
die door geene Koningen kon overwonnen
ixorden. En daaronder:
VIVAT POST FUNERA MAJOR*--
dat is: Na zynen dood, leeve by luiflerryker! |
||||||||||||||||||||||||
|
vangen hadt, Gode en den Vaderlande toe-
gewyd heeft. » Hy leerde de eerde beginfels van den
Krygsdienft te water en te lande in Wed- indie. Toen hy, in 't Vaderland weder- gekeerd , in overleg nam, om langs eer- lyke wegen naar waardigheden te dree- ven, kon hy 't aan land niet houden. In zee geftoken, moeft hy, in zyne jeugd, de minde en de middelbaare krygsamp- ten doorwordelen. Toen heeft hy de Turkfche Roovers dikwils verflaagen, en de Middellandfche zee voor de Hollanders veilig gemaakt. Hy heeft zo veele be- wyzen van dapperheid , dandvadigheid en voorzigtigheid gegeven, dat hy, die, naar aller oordeel, het hoogde waardig was, het naade aan het hoogde krygs- ämpt ter zee verkreegen heeft. Met dee- ze eere bekleed, is hy, onlangs, in den derden en laatden zeeflag, tegen de mag- tige Vlooten der Koningen van Frankryk en Groot-Britanje , wakkerlyk en groot- moediglyk drydende, door eenen kogel getroffen zynde, op den twee en twin- tigden Augudus van 't jaar des Heeren 1673, roemrugtiglyk gefneuveld, zynen Vaderlande de overwinning, zynen me- deburgeren de begeerte om hem wederom te hebben, en den nakomelingen een voor- beeld ter navolginge agterlaatende, j, De zeeraad der Vereenigde Nederlan- den te Amderdam heeft den Grootmoedigen Held
m dit gedenkteken, welk hy aan den Staat
3} wel verdiend hadt, doen opregten, in't
jaar 1674.
In 't Noordweden der Kerke, in 't Ham-'
burger-Choor, ontmoet men nog twee Graf- tekens. Bovert de Frontefpies van het eene, Welk, meed noordwaards, ter gedagteniffe van den Schout by Nagt Van derZaan, van marmer opgeregt is, ziet men twee ba.- Zuuiende wigtjes, voor het wapen der Ver- enigde Nederlanden, welk met eene ge- i'ooten kroon gedekt , en van vlaggen en yJaggeftokken omringd is. Onder de lyd, nangt het bordbeeld van den Zeeheld, in een kmgrond , welk door eene Slang , die de ftaart in den bek houdt, gemaakt wordt. In een tafereel van zwart marnier, ter Weder- |
||||||||||||||||||||||||
|
Van
Willem
van der |
||||||||||||||||||||||||
|
zyde van welk, twee ankers, met eikenloof Nog laager:
omvlogten geplaatd ; en waaronder het Major ab occasupostquampr^luxituBique,
|
||||||||||||||||||||||||
|
ftryd uitgehouwen zyn, leed men:
GEDACHTENIS
door haer Ed. Mog. de Heeren ter Ad-
II. STUK. |
^
dat is:
|
|||||||||||||||||||||||
|
Na dat hy zyne firaaien alomme verfpreid heeft,
is hy, by zynen ondergang, nog grooter. |
||||||||||||||||||||||||
|
O
|
||||||||||||||||||||||||
|
GRAF-
|
||||||||||||||||||||||||
|
ïo6 A M S T E R
0uDE GRAFSCHRIFT
Kerk- van den Heer
PAUL WIRTZ,
Baron van Ornholm, weleer Veldmaar-
fchalk van den Staat. PUGNANDO RESTITUIT REM (5).
De Feldheer WIR TZ, wel eer der Staaten
oog en hand,
De luifler, roem enfchrik van Chriflen Gene- r aaien
Die door zyn krygsfortuin flut Frankryks ze- gepr aaien,
Wiens arm, in Zweedfchen dienfi, de Poolen overmant:
Legt hier, den Elv ten trots, tot Amßels eer hegraaven.
Dus leeft dien Duitfchen Mars , gezien hy Scepterßaven.
Bartholomeus Abba,
XXIV. van Wynmaand 1679.
Rechtsgeleerde.
Boven 't graf, om hoog tegen den muur,
hangt, in een groot Wapenbord, het ge- flagtwapen van den Krygsheld , benevens zyn' kling, yzeren handfchoenen, fpooren enz. Ter zyde van het oudfte glas, waarin de
wapens der Burgemeefteren gefchilderd zyn, hangt het Wapenbord van den Zwëedfchen Admiraal Zeeheim, die ook, in deeze Kerke, fchynt begraaven te zyn. Op het bord, ziet men zyn wapen, zynde een zei- lend Oorlogsfchip, voerende de Zweedfche vlag van agteren en van de groote fteng. Om het wapen, ftaat H. G'. Zeehelm. Jd. v. Zweeden, is gefl. 27 May 1668. De graffteden van byzondere Perfoonen in dee- ze Kerke, veelen van welken ook haare ken- tekens of opfehriften hebben, zyn te me- nigvuldig, om 'er met naame van te gewaa- gen. In't jaar 1738, is, door Burgemees- teren, aan den fleer Godefridus Franciscus Cromhout, gefprooten uit een aanzienlyk Roomfchgezind huis in deeze Stad, toe- geflaan, eene Grafkelder, op zyne koften, in de Oude Kerke, te mogen ftigten, waar- in het Lyk zyner Egtgenoote, Vrouwe Jo- hanna Élizabet Bleefen, die zulks, by haaren uiterften wil, begeerd hadt (r), het eerffce geplaatft werdt. Zy beftaat uit een dubbel Graf, regt voor den ingang der Grafftede van den Huize van de G r a e f gelegen. Naämlyft Wy befluiten de befchryving der Oude derKERK Kerke, met eene Naamlyft der Kerk- MEESTE«
R W' (r) Meraor. van Keikm. of n Nov. 17JS.
(5) Dat is:
StRÏDEKDE , HEEFT HY 'S LANDS ZAAKEN HERSTELD. |
|||||
|
D A M S III. Defx.
.meesteren, van ouds Goedshuysberaders Oude
genaamd, voor zo ver zy, door anderen en Kbrk. door ons, uit oude ftukken en aantekenin- gen , hebben können opgefpoord worden. 1333. Heyn Nutaerts foen.
1333. Tideman die Zael.
1333. Claes Duvelant.
1333. Claes van den Damme.
1360. Ysbrand Arents foen.
1360. Egbert Pillegroms foen.
1360. Claes Arents foen.
139Ó. Wouter Willems foen.
1396. Servaes Roelofs foen.
139Ö. Jan Deymans foen.
1396. Vechter Jacobs foen.
141 o. Claes Beyen foen.
1410. Jacob Divel.
1410. Derk Jan Tydemans foens foen.
1410. Jacob Coman Willems foen.
1441. Jan Beduinre Alberts foen.
1441. Claes Janfens foen.
1441. Pieter Kroek.
1441. Willem Bruin Gerrits foen.
1460. Hendrik Jacob Gerrits foen.
1460. M'. Hendrik Foppens foen.
1474. Jan Dirckfe van Wormer.
1474. Jan Claes foen van Perfyn.
1474. Symen Dirck Bardens foen.
1474. Clement Gerrits foen.
1505. Jan Perfyn.
1505. Hillebrant Janfen.
1505. Hendrik Symonfe.
1505. Lambert Reyerfz.
1506. Andries Boelen.
1511. Pieter Roding. 1511. Jacob van Campen. 1511. Willem Rokefe. 1511. Gerrit Wynants. "*
1512. Willem Croek.
1512. Dirck Claefz. de oude.
1512. Luyt Janfen. 151a- Jan Lambertfe Goedekan. 1513- CorneHs Janfen Vlaming. 1513- Kot Jacobfz. 1513- Hendrik de Konïnck. '
1514. Hillebrand Janfen Otter. I5Ï4. Gerrit Moyaerts. 1514- Jan Gerritfz. Fem.
i5IS- CorneHs Cornelifz. de Jonge Vla-
ming. I5I5^ Gerrit van den Anxter. I5!7- Allert Arentfe. 1517- Dirck Kerftenfe. 1518. Reyer Janfen. 1518. Gillis Janfen de WifTelaer.
1519. Allart Boel.
1519. Gysbert Tamenfe.
1519. Claes Gaef.
1520. Dirck Kros.
x$zt.
|
|||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||
|
107
|
|||||||||||||||||
|
1521. Robbert Jacobfen.
1521. Volkert Janfen Snyder* 1521. Claes Jacobfe Bicker.
, *52i. Gysbert Janfz. Berenftein.
ÏJ22. Gysbert Thamfz. 1522. Claes Jeroenfe.
1523. Claes Volkerfe.
1525. Claes Gerrit Deyman. 1525. Jonge Jan Benning. 1530. Jacob van Hoef. 1530. Pieter Bicker. 1530. Hendrik Paulus.
1531. Symon Laurenfe Koppens*
1531. Hendrik Brouwer.
1532. Pieter Janfen Pletfer.
1532. Cornelis Gerbrantfe Ruys.
1533. Lambert Ysbrandfz. Koppens,
1534. Jacob Meeufz. Merois.
1534. Hendrik Frans. 153Ó. Floris Florifz. Karit.
1537. Pieker Kanter Willemfz.
1537. S ymeii Märten Dir ckfz. vanRuwiel.
1537. Claes Volkerfz.
1538. Pieter Claafz. Smith.
1539. Claas Meeufz.
1539. Brugman Wouterfz. Dop.
1541. Gerrit Claes Matheus. 1541. Claes Jacobfz Brouwer. 1541. Claes Hendrickfz. Bas. 1543. Gerrit Claefz. 1545. Cornelis Anthonifz. Schilder. 1545. Cornelis Janfz. Hollefloot.
1546. Sybrand Buyk Jacobfz. Bam.
1547. Lucas Meynertfz. van Alkeftein.
1548. Willem FÏendrickfz. Molenaer.
1548. Lourens Symenfz. van Neck. 1548. Cornelis Dobbenfz. 1550. Hendrick Trok.
1552. Jan Harmenfe Gouwenberg.
1552. Frans Dirck Marcufz.
1556. Mr. Pieter Bicker Willemfz.
1557. Claes Jacobfz.van Swieten van Ley-
den.
1558. Hendrik Krook.
1558. Andries Boelifz Hollefloot.
1559- Gerrit Janfen Koesvelt.
JS62. Jan Reyerfz.
J5Ö2. Hendrik Jacobfz. van Svvietenvan
Leyden.
T5Ö3. Claes Gerritfz. Bontwercker. I5^S. M'. Dirck Florifz. Kant. I5<56. Adriaen Janfz. Roeft in de Klau. I5ÖÖ. claes Buyk Jooftens. 1567- Cornelis Janfz. Rootkruys van Lis. 1568. Cornelis Janfz. Roothart. 1568. Jan Michielfz. Loef.
1569. Sybrand Willemfz. Stam.
J572. Evert Claefz. Schoch. 1S72. Jacob Pieterfz. Kanter. T5?3. Jacob Florifz. van Alkemade. |
1573. Dirck Claefz. Buik.
1574. Jan Ryfer Janfen.
1575^ Willem Adamfz. 1578-. Cornelis Floris van Teilingen.
1578« Gerrit Schaap. 1578. Dr. Claes Kat.
1579. Claes Boelenfz.
1579* Weffel Bekker. 1579. Adriaan Kromhout.
1580. Hendrik Olphertfz. Fuik.
1581. Jacob Pieterfe Schaap.
1583. Dirck Jacobfz. Roofekrans.
1584. Jacob Pauw.
1584. Claas Simonfz. Heemskerck.
ij8<5. Jan de Vry.
1587. Cornelis Schellinger.
1592. Reynier Pauw.
1592. Walich SyvaartS;
1594. Vincent van Bronèkhorft.
1601. Pieter Bas.
1604. Jacob Claesz. Roch.
1614. Jacob Pietersz. Koppit.
1618. Albert Velicher.
1624. Jan de Waale.
1630. Jacob Bicker Gerritsz*
l635- Jacob Jacobsz. Rogh.
1636. Rombout Jacobsz.
1640. Cafper van Dronkelaer.
1646. Willem van Erpekum.
J653- Jacobus Trip.
1654,. Abraham de Viflèr.
1658. Nicolaas van Ryn.
1658. Claes Pietersz. van Hoorn.
1663. M'. Nicolaas Liftingh,
1665. Rombout Hudde»
1666. Joannes Hudde.
1667. Gillis Reyniersz.
1668. Francois de Vicq,
1668. Mr. Pieter van Dam.
1669. Joan Pels.
1676. Joan Bernard. 1682. Steven de Geer. 1685. Abraham Oort. 1689. Jan Biler. 1698. Mr. Gerbrand de Vicq.
1699. Arnoud de Koek.
1700. Pieter Reyniersz.
1706. Jan Reaal. 1706. Pieter van Dam. 1716. Philips Anthony van derGhiefen.
1719. M'. Jan Wolters.
1720. Louis Boddens.
1720. Jan Gabriel Voet.
1721. Francois Leftevenon.
1723. Hendrik Lynflager. 1728. M'. Gerrit Hooft Gerritsz.
1729. Jan Hop.
1732. Lambert Alewyn. 1734. Albertus van Wellerhof. 1736. Lucas Trip Cornelisz, 2 -Ï743.
|
||||||||||||||||
|
OUDE
Kerk,
|
|||||||||||||||||
|
O
|
|||||||||||||||||
|
Mos A MS T E E
Nieuwe 1/43- Keter Trip.
Kf.kk. 1752. Abraham Bredius.
1754. Willem Gerrit Dedel Salomonsz,
1757. M'. Ifaac Ernft de Peterfen. i7Óa. Nicolaas de. Maréz. II.
NIEUWE K ^ R L
Befchry- IPV NieuweKerk,zo genaamd, om'
ving der \jp dat zy, lang na de Oude, geftigt is, Nieuwe was ? eertyds} de tweede Parochie- of Ker- Kehke. fpe|.Kerk der stad. Zy ftaat aan den Nieu we-zyds-Voorburgwal, daar devoornaamfte ingang in 't wellen is, en is, zo wel als de Oude Kerk, een aanzienlyk kruis-gebouvy: doch zy heeft alleenlyk eenen kleinen fpk- fen tooren in 't midden, zynde den hoogen en zwaaren tooren, welken men voorhadt, in 't wellen, te ftigten, onvolmaakt geblee- ven. Boven in den gevel van 't zuider kruis- pand, ftaat een fraaije Zonnewyzer. De Kerk heeft, behalve den gemelden, nog drie in- gangen , een' in 't zuiden, die op den Dam uitkomt, een' in 't noorden, ten einde van de Gravenftraat, en een' in 't ooften, in de van ouds genaamde Elendige Steeg. Zy was, oudtyds, omringd varwwee Kerkhoven, een in 't weften, en een in 't zuiden en zuid- ooflen. Het laatfte droeg den naam van het elendige Kerkhof, om dat 'er alleenlyk ge- ftrafte misdaadigen, en zulken, die men der gewyde aarde onwaardig keurde, begraaven werden. De gemelde elendige Steeg heeft den naam naar dit Kerkhof gekreegen. liet andere ltrekte tot eene begraafplaats voor geringe, doch onbefprokene luiden. Beide deeze Kerkhoven zyn, nog tot het midden der voorgaande eeuwe , in wezen geweeft («); doch, ter gelegenheid van het bouwen van het nieuwe Stadhuis, verdweenen. Te- gen de Kerke in 't noordooften, was, in 't jaar 1560, eenfierlykhardfteenenBekkeneels- of doodsbeenderen-huisje van eene tempels- wyze gedaante gebouwd; 't welk, omtrent den jaare iósö^ingeftort is. Op de plaats, daar het geffcaan hadt, werdt, in't jaar 1659-, een Comptoir voor de Wynroeijers gebouwd, ïyd der De oudfte Befchry ver van Amfterdam (v) Stigtinge. fielt, dat de Nieuwe Kerk, in 't jaar 1408, geftigt is. Doch, in de Lyflen der Regee- ringe, die voor deHandveften gedrukt zyn, leeft men: Anno 1414, is die nieuwe Kerk begonnen te bouwen. Veelligt, zyn de grond- flagen, in't jaar 1408 , gelegd, en de optim- mering, niet voor't jaar 1414, aangevan- Stigter gen. Men is 't eens, dat Willem Eggert, Willem jjeer vm j*mnexende, de Nieuwe Kerk me- Eggert, (u) Refol. Vroedfcl). N. 18. S Maart 1641. f.ilzverfo.
(v) Ai Galcem PONTANI, p, j. |
DA M S III. Deel.
de geftigt, en den opbouw derzeive, voor Nibot*>
een groot gedeelte, bekoftigd heeft. Hy Kemu . was van Gend in Vlaanderen herkomftis ; Ueer van doch, ten deezen tyde, een aanzienlyk Koop- eil£je> man te Amfterdam , en ftondt diep in de gunft van de Hertogen Albrecht en Willem van Beijeren, Graavert van Holland, welken hy, dikwils,, met groote geldfommen, on- derfteund, en, even als de Edelen van den Lande, in den Arkelfchen kryg, met twee mannen van wapenen , gediend (10) hadt. Ook verwierf hy, van den laatften deezer twee Graaven, verfcheiden' gunftige Privi- legien voor de Stad Amfterdam (x). Voor zigzelven, verkreeg hy, in't jaar 1410, de Ambagtsheerlykheid van Purmer en Pur- merland; en niet lang daarna, het aanzien- lyk ampt van Thefaurier des Graaven, welk hem byna het gezag gaf van eenen Graafly- ken Stedehouder (y). De hooge Heerlyk- heid van Purmerende, alwaar hy een Slot geftigt hadt, werdt hem, in 't jaar 1413, opgedraagen {%). Zulke gunften fielden hem, die van burger.lyke afkomft was,gelykmen ligtelyk denken kan, bloot voor de afgunfl der Edelen van den Lande. En verhaalt men, dat Hertog Willem, hiervan niet onbewufl, zynen Leenmannen, t'eenigen tyde, voor- hieldt dat hy zynen vriend, Willem Eg- gert, hunner zorge aanbeval, en dat hy op hen allen vernaaien zou, zo hem, by ongeluk, een tegel van het dak op 't hoofd viel." Na de dood van Hertoge Willem, die op den een en dertigften May des jaars 1417 gebeurde , ontving Willem Eggert, van alle kanten, uitdaagbrieven van de Hol- landfche Edelen, 't welk hem in zulk eene verlegenheid bragt, dat hy, zig nergens vei- lig waanende, kort na den Graave, zynen weldoener, van enkel hartzeer, op't Slot te Purmerende, overleedt, en den vyftien- den July des gemelden jaars 1417, te Am- fterdam , in de Nieuwe Kerke ,m net Choor Deszeifs of de Kapelle, federt, Willem Eggerts-Choor Graf en of Kapelle genaamd, begraaven werdt (a). S^[ft, Zyn Graffchrift wordt, nog, ten zuiden van c het groote Choor, ter wederzyde van eenen balk, tuftchen twee pilaaren, in deezer voe- ge, gelezen: Anno M C C C C ende X V11. den XV. dag
in Julio, fiarff den eerbaeren Heer JVU-
lern Eggaart, Heer tot Purmeicynde, gedoyteert met tivee Vicanen , mede fundU' Uur van defe Kerk, die begraven is onder defe blauwe ferk. Ir* (») Mieris Chartert. IV. Deel, hl. s+.
(x) Anonym, ad Calcem Fontani, p. <s.
(yj MlElus Charterb. IV. Deel, bl. ij;,2Ip , 288,371,
397, 398. (z.) ld. ibid. bl. 2Ä1.
(a) Regeer. Lyft vaar de H;indv. op 't /ar J417. As»"
jiym. *d Caicem i'qntani, p. s. |
|||||
|
u>4
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
\\ß
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
s
*S ■
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
fcS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
I
& |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
ff
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
&i i
Uli
% s
*i
>i
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
P
II
kl
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
f
p
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
1
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ifl LO^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
" k-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
JTJS2' KOFKREN -HJ5K roOJL 'X CHOOX. MUS. ZriJSUWJZ - KEHKE
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
& Crve/~ee,/£u4?. t&f.
|
||||||||||
|
-Ä OEZsIlSTGEJl - OF O T T2111S -'; (Xö^tf (9 J2 /
|
||||||||||
|
oey *y%etow/ tJ\^f£è/ ,
|
||||||||||
|
CSV
|
||||||||||
|
H. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
109
|
|||||||||||||||||||||||||
|
NtEOWn
|
|||||||||||||||||||||||||
|
In welk graffchrifc, opmerkelyk is ^ dat zyri
affterven gefield wordt, op den zelfden dag, waarop men, elders (b), leeft, dat hy be- graaven is. Voorts, ftaat zyn wapen, te- gen den zuider-muur, omtrent boven 't graf, uitgehouwen. Men wil, dat zyn dood oor- zaak geweeft is, dat de Kerk niet zo volko- men naar de fchetfe der Hoofdkerke van Amiens in Picardye, die nog, gefchilderd, ln de Kamer van Kerkmeefteren, bewaard wordt, heeft können voltrokken worden , als men voorhadt. Uit de affchriften van verfcheiden' egte ftukken, Willem Eggerts- Kapelle of Choor betreffende, en beruften- de in 't Comptoir van Kerkmeefteren der Nieuwe Kerke, is my gebleeken, dat, in de jaaren 1414 en 1415, verfcheiden' Lande- ten , in Abbekerk en in Sybekarfpel, ten behoeve der gemelde Kapelle, die toen nog niet geftigt was,aan Heere WillemEggert, berden opgedraagen. _ De Nieuwe Kerk werdt, by haare eerfte
ftigting, toegewyd aan de Lieve Vrouwe, van waar de gantfche nieuwe zyde, zynde net Kerfpel deezer Kerke ,onz er Lieve Vivu- wen Parochie genaamd werdt; en aan 5. Ca- tharina, die, volgens 't verhaal der Legen- den , in 't begin der vierde eeuwe, te Alex- andrie in Egipte, om den Godsdienft, ter dood gebragt werdt. Men geloofde, dat van haar gebeente iet 4 op 't hoog Altaar, be- waard wei dt, in eene looden buffe, op wel- ke , te leezen ftondt: Dit iß gebeente van Sinte Catharina (c). In 't jaar 1421, verbrandde de Nieuwe
Kerk, benevens een derde gedeelte der Stad (d), Dochzy werdt, eerlang, zo pragtig her- bouwd, dat zy, omtrent den jaare 1500 , onder de aanzienlykfte Kerken van 't Chris- tenryk, gerekend werdt. Zy vervatte toen vier en dertig zeer fchoone Altaaren, en eene groote verfcheidenheid van koftbaare Kerk- neraaden ; onder welken, uitmuntten een zilveren verguld kruis, waarin, zo geloofd ^erdt, een gedeelte van het waare kruis ge- ei"kt was. Dit kruis woog zes en twintig
"^k zilvers. Voorts, was 'er een zilveren erguld Sacramentshuis van agt en dertig
ar* j en een zilveren Lieve Vrouwenbeeld
van twee en dertig mark (e). Nog ftondt een ander Lieve Vrouwen - beeld in 't mid^ , en der Kerke, en een van S. Catharina in t midden van 't hooge Choor. Ook was 'er een a M van S* Urfula (ft-
Onder de Chooren en Kapellen, van wel-
er rneeften wy weinig meer dan de naa-
r ) Regeer- Lyft T,oor de Handv. op'tjaar i+t7.
Cd\ 1yvaerts Roomfche Myfter. Voorr. bl. i7. (f) ,nonym- ad Calcem Pontani , p. 7.
u ' °* h» Dienftb. 4,T Nieuwe Kerke. |
|||||||||||||||||||||||||
|
men hebben können opfpooren, waren hetNlEUWE
S. Joris- of Schutters-Choor, agter 't vertrek, Kerk. waar thans de Kerkenraad vergadert; Wil- lem Eggerts-Choor,naaft en benoorden het Schutters-Choor; het Choor van Jan Dirkszoon Sill, nog meer noordwaards , en met een houten fchot van de Kerke gefcheiden, ver* ftrekkende nu tot eerien doorgang naar des Kofters woorimg;Jacob Férbergen-Choor, welk ook met een diergelyk befchot van de Kerke afgefcheiden is, en nu tot kckengebruik voor den Kofter verftrekt; en Jacob Meeuwszoons- Choor, welk nu tot een Stookhuis gebruikt wordt. Alle deeze Chooren waren aan de zuidzyde der Kerke. Aan de noordzyde, hadt men het Metfelaars- of Vier-gekroonden- Choor (<5), naar 't ooften, zynde nu de oos- telyke uitgang. In een glas van het zelve ^ ftondt het wapen van Loen en Boelen, waar van nu niets meer overgebleeven is. De uit- gang is juift, daar't Altaar plagt te ftaan. Naaft dit, volgt het Boelinger- of Ott er s- Choor, 't welk, met eene baluftrade vanar- duinfteen , naar de Corinthifche orde j ert voorts met een houten befchot, afgefchut is; Het werdt, in 't jaar 1510 , door Heere Fechter Dirksz, Prieftër, geftigt en begif- tigd (g), en dient nu tot eene bergplaats voor den Gravenmaaker. Hief op volgt het Drapeniers-Choor, welk ook j met eene ar- duinfteenen Baluftrade, waarop eeri houten befchot ftaat, van de Kerke afgezonderd is* en nu tot eene Timmerloots gebruikt wordt. En na dit, ontmoet men het Heilige Kruis-* Choor (h), welk, met een houten hek, van de Kerke is afgezonderd, en nuj door de Diaconie, tot het uitdeden van aalmoeiTen wordt gebruikt. Voorts, was 'er ,- in de Nieuwe Kerke, eene Kapel van Jacob den meerderen, waarop Jacob van Berich eenen dienft geveftigd hadt: ook eene S. Laurens- Kapel, die, door BartholomeiisGerbrandszoon Doos, Burgemeefter der Stad, t\\Aafje,zy- ne Huisvrouw, in 't jaar 1443 , geftigt was. Ook ftondt, aan de zuidzyde, eene Lieve Fr ouwen-Kap el, in 't jaar 1488, door Meeus Gerbr andszoon en Catryn zyne Moeder, ge- ftigt (i). Digt by deeze Kapel, was de Kapel van
(g) Ziè den Stigtingbrief in dt Bylaag. ï*. A.
(h) Vit oude Aantekeningen. (i) VAN HEVSSEN en VAN RYN Kerk. Oudh. IV. Deel,
il. 184 i '85- COMMELIN, bl. joj. (6) Deeze vier gekroonden waren Severus, Seve»
rinus, Carpophorus en Viüorinus , die geloofd wer- den , onder Diocletiaan, den marteldood geleeden te hebben. Zie Walvis Befcbr. van G»uda,ïl. Deel; bl. 30. Doch wat betrekking zy tot de Metfelaars hadden, weet ik niet. Ondertuflchen, vindt men, in eene Keure voor 't Metfelaars-Gilde hier ter Ste- de, van den agttienden May des jaars 1532,dat de Bosineefters, jaarlyks, op Vier-gekroonden-dag, re- kening moeften doen. Zie Handv, bl. 1382, 03
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Toewy-
$ng der
Kerke aan de Lieve vfouWe |
|||||||||||||||||||||||||
|
Haar
«ien
|
aan-
Van |
||||||||||||||||||||||||
|
°uds.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Beelden
«" Seraa.
oen. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Chooren
en Ka- pellen. |
|||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel»
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||
|
HO
|
|||||||||||||
|
jaar 1509 * twee Vicaryen op het Maar van Nieuwï
S. Jan Baptiß en Maria Magdalena, in de^5' zelfde Kapelle. Het graf van Gaas Lamberts Gae/wasookin deeze Kapelle. En op het zel- ve, moeften , jaarlyks, op zynen fterfdag9 drie kaarfen gefteld"worden. ïn 't jaar 1615, kwamen de nakomelingen der Eggerts, die regt hadden op deeze Kapelryen en op eene derde, geveftigd op S. Katharynen-Al- taar in de Oude Kerke, overeen met de Stad Amfterdam , om , tegen de overgifte der Landeryen, voor de drie Kapelryen verbon- den, drie jaarlykfche renten, ieder van een honderd en zeventig guldens, losbaar tegen den penning zeftien, te trekken (0). In 't jaar 1475, hadt Andries Willemszoon eenen Lykdienft ingefteld, op de graven van Ger- rit Bannink en Ruifch Jaeobsz, gelegen in het Kruis-Choor. In't jaar 1462, ftigtterx Willem Bruynincx en> Piet er Bye Jacobs f Priefters, wegens Dirk Holland en Margriet fyn Wyf, een Kapelrye, ter eere Gods, der Lieve Vrouwe en der Heilige Petrus, Pau- lus , Hieronimus en Margareet, belaft met vyf miiTen ter weeke. Het Altaar, waarop deeze dienft verrigt werdt, was, reeds in 'tjaar 1450, of eerder, opgeregtgeweeft: het ftondt in de Kapel van Catharyn-Mceus Ger- brants-foons Weduwe, Zufter van JacobBic- ker, die, in 't jaar 1454» geftigt werdt, aan de zuidzyde der Kerke; en werdt, ge- meenlyk , 5. Hieronimus-Altaar genaamd. De Pater der Karthuizeren was Collator dee- zer Kapelrye, en droeg dezelve, in 't jaar 1552, aan Meefter Jan Henrichs Nieveen, Re&or der Schoole aan de oude zyde., op. Hugbe Jans, Apothecar, fondeerde, in 't jaar 1494,voor zig zelven, voor Geert Ja- cob Bieters Dogter , zyne Huisvrouw, en voor beider voorouders in den opgaanden lyn, vyf milTen ter weeke op het zelfde Al- taar. Aan den Pilaar der gemelde Kapelle, ftondt nog een Altaar, het Romeinen- of Romenien-Altaar genaamd, waarop Jan de Waal, reeds in 't jaar 1476, eenen dienft geftigt hadt. Aan de noordzyde van 't hoo- ge Choor, ftondt een Altaar van S. Jan den Evangelifl, waarop eeneVicary geftigt was, die, nog in't jaar 1567, door Anna Benning, Weduwe van Jan Duin, Raad, aan Mees- ter Piet er Nicolaas, Priefter, gegeven werdt. Voorts, was, in de Nieuwe Kerke, een S. Cbrijloffels-Altaar, waarop Meefter Arend Barendsz, in 't jaar 1495, eene Kapelry ge- fondeerd hadt. En deeze Kapelry, of de in- komften derzelve, zyn, meermaalen, door Burgemeefteren, aan nakomelingen van den Stig-
(o) Vit het Memoriaal van Eggarts Ccippelrie, hertißendt
j 't Ctmfttir valt Kjikgneejieten ds:' niiuat K^ks- |
|||||||||||||
|
Nieuwe van ^et Heilige Graf, over welke, in 't jaar
Kerk. i 654, gefchil ontftondt, tuffchen Kerkmees- teren en de eigenaars; welke laatfben hun regt tot de Kapelle veftigden op eenen Sche- penen-brief van den jaare 1538, dien wy, hier agter, onder de Bylaagen (£), geplaatft hebben, 't Gefchil 'werdt, door Burgemees- teren, als zegsluiden, afgedaan. De Kapel bleef aan de Kerke, die, daartegen, drie graven aan de eigenaars afftondt, htm, daar- enboven , het regt laatende tot het graf in de Kapelle, welk hun, voorheen, reeds hadt toebehoord (/). De Kapel heeft haaren in- gang in de Kerke, en komt uit in de Ker- kenraads - Kamer, aan 't wefteinde. Ver- moedelyk, zyn 'er nog andere Chooren en Kapellen in of"aan de Nieuwe Kerke geweeft, van welken wy geen duidelyk befcheid heb- ben können vinden. De S. Jacobs - Kapel, op den Nieuwendyk, met de goederen tot dezelve behoorende, in 't jaar 1578, aan Kerkmeefteren der Nieuwe Kerke zynde overgegeven (jn), is, federt, tot burgerwoo- ningen vertimmerd, die, met de erven, aan byzondere perfoonen, verkogt zyn. Op eene deezer wooningen, ftaat het Toorentje dee- zer Kapelle nog; 't welk, door Kerkmeefte- ren der Nieuwe Kerke, plagt onderhouden te worden. Doch na 't overlyden van den laatften Klokfteller van den Kapeltooren, nu eenige jaaren geleeden, heeft men geenen anderen aangefteld, en het Toorentje en Uurwerk is, aan de bezorging van den ei- . genaar der wooninge, op welke het ftaat, overgelaaten. Attaaren. . Wat de Altaaren betreft, die, in de Choo- ren en Kapellen, en ook elders rondsom de Nieuwe Kerke, geplaatft waren; ik vind , dat,Heer Willem Claes, Priefter , nog in 't jaar 1503,eene zingende Mis op 't hoog Al- .taar geftigt heeft. In het Choor of Kapel- letje van Jan Dirkszoon Sill, ftondt een Al- taar, welk aan onzer Lieve Vrouwen zeven droeffenijjen gewyd was , waarop gemelde Jan Dirkszoon Sill, in 't jaar 1513 , vyf mis- fen ter weeke inftelde. Jan Eggert, Heer tot Purmerende, en Zoon van Willem, ftigter der Kerke, hadt, reeds in 't jaar 1418 , twee eeuwige Kapelryen geftigt, inWillemEggef ts Kapelle. Wy hebben den Stigtingbrief, die, voor zo ver my bekend is, nimmer, gedrukt, is uitgegeven , hier agter , onder de By- laagen (h), geplaatft. Heer Willem Eg- gert , Priefter, en Erfgenaam en Leenbezk- ter van de voortreffelycke Heeren, Willem en Jan Eggert, fyne voorvaderen, ftigtte, in 't (O Lr. !'.
(/) GrocK-Meuior. iV. TV. f j«.
(ni) vit eene oude Rekening van Kerkmeefteren der
Nieuwe Kerke van den jaare j<SS. (n) L'. C. |
|||||||||||||
|
»;^M
|
|||||
|
IM
|
|||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||
|
ui
|
|||||||||||
|
Kbr^E Stigter , die als behoeftig werden aange-
merkt, toegeweezen geworden (p). In het Dienfiboek der Kerke, welk, tegenwoordig, niet meer voorhanden fchynt, werdt nog gemeld van de Akaaren van S. Barbara, S. Cornelia en 5. Severyn; van welken wy de nette plaats niet können aanwyzen. De mees- te Gilden hadden ook Akaaren in de Nieu- we Kerke, en onder anderen, de Bergervaar- ders, welker Altaar aan S. Anna toegewyd was; de Buitenlandsvaarders, de Binnenlands- vaarders, de Barbiers, de Bierdraagers, de Huistimmerluiden , die hun Altaar aan S. Jozef hadden gewyd; de Koorendraagers, Welker Altaar agter in de Kerke ftondt, en aan S. Judicus of Joolt gewyd was; de Droogfcheerders; de Verwers, welker Al- taar aan de Heilige Maagd was opgedraa- Sen; de Schoenmaakers, die 't hunne aan S. Krispyn en Krispiniaan gewyd hadden; de Volders, de Weevers, de Smids en de Sny- ders. Wy fpreeken niet van de Metfelaars, om dat wy van derzelver Choor, waarin zy ook hun Altaar hadden , reeds boven ge- waagd hebben. Op deeze Gilden-Akaaren, werden ook, fomtyds, door byzondere per- foonen, Vicaryen gefügt, gelyk, in 't jaar I5°o, door Niclaas Heyn Niclaas, man en voogd van Wendelmoet, Dogter van Heyman fan Tip of Hilp, Dirk Jacobfen Boel den ou- den en Dirk Jacobfen Boel den jongen, gebroe- ders, en wettige Kinderen van KatrynHey- mans, Süßer van Wendelmoet voornoemd, op 't Verwers-Altaar, gefchiedde. Voorts, vind ik gemeld deJltaarenvanGerytPaauw, Gr ebber Dirks, Albert Gerrits, Jacob Florisz en Steven Reyersz, zo genoemd naar de per- foonen, die eenige dienften op dezelven ge- B %t hadden. iveReT" In deezen ftaat omtrent, bevondt zig de
Vcrbrand .^euwe Kerk, toen zy, weinige maanden
en her- na de verandering des jaars 1578 , gewel-
°uwd. diglyk beroofd werdt van beelden en ande-
re üeraaden (q). Doch op den elfden Janua-
*Y des jaars 1645, trof haar een zwaarder
ramp. Zy verbrandde toen, by ongeluk,
Vatl boven en van binnen, geheellyk (r);
maar werdt, in 't kort, zo verre herfteld,
at de eerfte Predikatie, in de vernieuwde
^-erke, op den tienden May des jaars 1648,
? j Leeraar, Fredrik Keslerus, gedaan
werdt. fyjen {iacjt } midlerwyl, ook befloo-
*en' m 't weften der Kerke, een' zwaaren
nardfteenen Tooren te ftigten (s), en, in
May des jaars 1646, met het graaven der
grond (lagen, eenen aanvang gemaakt. Men
(f) Groot-Memor. N. V. n.
f?l f" "' Dcel>X- B»k., hl. 385. (si %"r11' IW' XV- B"K» W. 544. CoiV(5efo1- Vroedlch. u, ,9. a Sepr. 13 03ob. is+j. . J J 67. |
|||||||||||
|
vondt toen eenige oude grondflagen van ee- Nieuwe
nen tooren of klokhuis, die, in 't jaar 1565, Kerk. gelegd waren. Met het leggen van 't roos- De too- terwerk, en met het heijen, werdt, in Au- renb|yft guftus, begonnen, en tot in Juny des jaars °nna£] 1647, voortgevaaren, op den zesden van wel- ke maand, de laatfte van vierduizend vyf- honderd drie en negentig zwaare maften in den grond geheid werdt. Behalve deezen, waren 'er nog eenduizend zevenhonderd vyf- tien ftopmaften verbezigd: om niet te fpree- ken van vyf en vyftig oude elzen paaien , die in den grond gevonden waren. Op den twintigflen July hierna, werdt, door Corne- lis Bäcker, Zoon van den Heere Burgemees- ter Willem Bäcker, de eerfte fteen aan 't ge- bouw gelegd (t) , zuidwaards naar 't Stad- huis toe, en onder den zelven een gefchenk in goud van twee honderd guldens. Men arbeidde 'er, eenige jaaren, met veel yver aan. Doch toen liet men 't werk fteeken, zo fommigen meenen, om dat men oordeelde, dat zulk een zwaare Tooren het zeer naby gelegen Stadhuis, welk in deezen zelfden tyd gebouwd werdt, te zeer overfchreeuwd zou hebben. De Tooren, die reeds, tot op de helft van de hoogte der Kerke, opgetrok- ken was,, is onvolmaakt gebleeven, en van boven omzet met eene yzeren Leening. In 't jaar 1662, werdt aan Kerkmeefteren, op hun verzoek, toegestaan, de Kerk , in t noorden en in 't noordweilen, van buiten, met wooningen te bezetten (u); die, ten behoeve der Kerke, verhuurd worden, en fommigen van welken, nog voor weinige jaaren, vernieuwd zyn. De Nieuwe Kerk heeft, na de herbou- Grootte
wing, van welke wy fpreeken, omtrent de ^n §e* zelfde gedaante verkreegen, welke zy, totdg^gr. nu toe, behouden heeft. Zy is drie honderdke. en vyftien voet lang, en met de kruispan- den twee honderd en tien voet breed, 't Gebouw ruft op twee en vyftig hardfteenen zuilen, en wordt verlicht door vyf en ze- ventig groote glasraamen. In 't midden der Kerke, hangen vyf groote, en rondsom , twaalf kleiner koperen kaarskroonen: de eer- ften hebben ieder dertig; de anderen ieder twintig of zeftien armen met blakers. On- Gefchil- der de glasraamen der Nieuwe Kerke, derde zyn eenige nieuwen , die fraai befchil- g'azen. derd zyn. In 't glas, welk in 't noorder 3 kruispand, boven den ingang, geplaatft is, ziet men Graaf Willem den IV., de Stad be- fchenkende met het driekruisfig Wapen- fchild. De konft munt egter, in dit ftuk, meer uit dan de waarheid. Men vindt wel, dat
ff) Zit J. SlX VAN CHANDEL1ER Poëzy, hl. 41^4.
(») Refol. Vroedfch. Lt. C. ?i ^Attg. Uil..f. 104 verfa. Groot-Memor. H. V. . 86 Ter/i. |
|||||||||||
|
III. Deel
|
||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||
|
na
|
||||||||||||||
|
den, dat het byna van hennip fchynt ge- Nieuwe
draaid te zyn. Het ruft op eenige kleine Kerk. wigtjes. De beroemde Beeldhouwer Alber- tus Vinkenbrink heeft deezen Predikftoel ge- maakt. Zyne gedaante is te zien, in eene konftplaat van Holfleyn , die, by de lief- hebbers , hoog geagt wordt. Twee Orgels zyn 'er in de Nieuwe Kerke. Orgels.
Het grootfte ftaat boven den ingang in 't. weften, en ruft op vier halve en twee hee- le bonte marmeren Korinthifche kolommen, welker voetftukken en kapitteelen fraai ver- fierd zyn. TufTchen de halve kolommen, ftaan tweePenanten van wit marmer,waarop veeler- lei fpeekuig uitgehouwen is. Het Orgel zelf, een konftig werkftuk, kan met vier deuren geflooten worden, welken , door Joannes Bronkhorfl, met eenige deelen der gefchie- denifie van Saul en David, en vooral met het fpeelen en zingen van David en van de Jeruzalemfche maagden, van binnen en van buiten, befchilderd zyn. Het Orgel heeft drie en veertig Regifters of Hemmen, on- der welken , de vox humana of menfehen ftem zeer beroemd is. Het kleine Orgeï ftaat in 't zuider kruispand beweften den ingang. Het groote Choor is, van vooren, met Chooï.
een zeer konftig hek van gegooten koper, ruftende op eene marmeren Baluftrade, af- geflooten. De zwaare koperen lyft van het zelve, die, in't midden, met Stadswapen, welk door twee Leeuwen vaftgehouden wordt, verfierd is, wordt onderfteund door zes zwaare vierkante zuilen, tuffchen wel- ken , zeventien gevlamde en veertien reg- te , doch kleiner pilaaren geplaatft zyn, al- les met aartig loof bewerkt, en dertien voe- ten hoog. In 't Choor, gefchiedt niet al- leen, gelyk in dat der Oude Kerke, de pleg- tige Egtverbindtenis des Zondags, en nu en dan ook in de weeke; maar het Noordhol- landfch Sinode vergadert hier, om 't zeven- de jaar. Ook worden 'er, tweemaal 's jaars, 's Vrydags voor Paafchen , en 's Vrydags voor Kermis, de pryzen uitgedeeld aan de naarftigfte Leerlingen der Latynfche Schoo- ien. De Kerkenraad komt, tegenwoordig, ge- Kerken-
|
||||||||||||||
|
Nieuwe dat Graaf Willem de IV., in 't jaar 1342
Kerk. verfcheiden' Voorregten aan de Stad ver- leend heeft (o). Doch men vindt nergens, en 't is zelfs onwaarfchynlyk , dat zy het driekruisfig Wapenfchild van deezen Graa- ve heeft verkreegen. Regt tegen over dit glas, boven den ingang in 't zuider - kruis- band, plagt het fchenken van het Voorregt om de Roomfch-Koningklyke Kroon boven Stads wapen te mogen voeren, gelyk het, in 't jaar 1488 [1489] , door den Aartsher- tog Maximiliaan, gefchied is, met minder kondig, en meer naar waarheid, in 't glas- raam afgebeeld te zyn. Doch dit glas, vry wat van 't weder geleeden hebbende, is, al voor eenige jaareri weggenomen Het an- ' dere is ook merkelyk befchadigd. Beide de glasraamen pronkten met de wapens van de Burgemeefteren en vaneenige andereWet- houderen, die, toen dezelven hier geplaatft werden, in Regeeringe waren: met welken, het eerftgemelde, nu nog, verlierd is. Ten zuiden van 't groote Choor, boven den in- gang der Kapelle van 't Heilige Graf, zyn nog drie nieuwe gefchilderde glazen, waarin het heil der Vrede, door veelerlei zinnebeelden, vertoond wordt. Aan de vier grootfte zui- len van 't houten middengewelf,-ftaan vier engelen-beelden, die dat gewelf onderfchraa- ,,, f gern- De fchoorbalken van 't gewelf zyn, onlangs, vernieuwd. Een weinig beweften het zuider - kruis-
G y' pand, is eene Galery gebouwd voor de Bur- ger-Weeskinderen. Voorts, is de Kerk, Si rondsom, tuflchen en tegen de pilaaren en wanden, bezet met fraaije geftoelten voor
de Reo-eeringe en mindere Standsperfoonen. dV Onder^dezelven, munt allermeeil uit de Pre- ïtoel!'" dikftoel, die gemaakt fchynt op de wyze van den voorgaanden, welke, in den brand des jaars 1645, vernield geworden was. De tegenwoordige is rondsom met konftiglyk "■efneeden Beeldwerk verfierd. Onder aan zyn in vier vakken, voor en ter zyde, de vier'Evangeliften afgebeeld. By dezelven, ftaan de beelden van de Sterkte, t Geloofde Liefde, de Hoop, de Geregtigheid en de Voorzigtigheid. Hooger, vertoonen zig de zeven werken van Barmhertigheid, door |
||||||||||||||
|
woonlyk des Donderdags, na den middag, I?a _
byeen in de Nieuwe Kerke , in een ruim en ^^nfi^ats. fraai Vertrek, ooftwaards van den zuider- in- gang op den Dam, alwaar ook de Kofter zyne wooning heeft, 't Vertrek, waar de Kerkenraad byeenkomt, plagt, weleer, ge- deeltelyk te dienen tot eene Bibliotheek of Boekery , vermoedelyk, in de vyftiende eeuwe , opgeregt , door de nazaaten van Willem Eggert, Heere van Purmerende. Doch na 't itigten der Doorlugtige Schoole, in
|
||||||||||||||
|
kleine aartiglyk werkende beeldjes, in die-
pe verfchieten geplaatft. Het verhemeke, boven den ftoel, is, van onderen, met fraai loofwerk, verfierd, en draagt eenen tooren, met verfcheiden' ommegangen, op welken, ook kleine beeldjes fchynen te wandelen. De leening is met wyngaardsbladen door- werkt , en op den zelven legt een dik bog- tigtouw, zo konftiglyk van hout gefnee- (v) Zie II. Dul, II. Betk., hl. X»S, 124«
|
||||||||||||||
|
^ ^.^W PUEJDIKSTOEL, *^Q* XTIKITWJS "KEKKE.
|
|||
|
*f. &(tree fcuL, . £r.
|
|||||||
|
DJB NIETfWE K&H1C,
|
|||||||
|
, ncuw z> "We/te/i, t& zxe/iy
|
|||||||
|
vtuv
|
|||||||
|
ÏÏ. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
ïi3
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nieuw
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
: in t jaar 1632, werdt dezelve derwaards
overgebragt; en de Kamer, daar de Ker- kenraad, die des zomers in de Oude Kerke plagt te vergaderen , alleenlyk des winters byeenkwam , werdt toen merkelyk ver- groot , en tot eene geduurige Vergader- i^ats Van dit Genootfchap gefchikt. Aan elke zyde , ftaan twee ryen bekleedde zit- banken. In 't wellen, is een fraaije fchoor- iteen. Langs den noordelyken wand, han- gen twaalf oude gefchilderde af beeldfels van de eerfte Kerkhervormers, die , door den Weere Schepen Gekard van Papen- Br°ek, op den vier en twintigften Janua- ry des jaars 1743 , aan den Kerkenraad ver- ^erd, en federt hier geplaatft zyn. De Clas- lis van Amfterdam houdt haare Vergaderin- gen in deeze zelfde Kamer, boven welke, een diergelyk vertrek is, alwaar de Claslica- 'e maaltyd gehouden wordt. Het Comptoir der Kerkmeefteren is ten
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
in de Hoofden - Boeken fchryven , waarin Nieuwe
de naatnen, omftandigheden en bediening Kerk. der behoeftigen worden aangetekend. De groote Uitdeelkamer dient 's Donderdags nademiddags ook toteene Attefiatie-Kamer, * alwaar twee Broeders zitting hebben, om
de Atteftatien en andere omftandigheden van zulken , die onderftand begeeren, te onderzoeken. Boven de twee vertrekken, van welken wy fpreeken , zyn 'er nog twee, de groote Kamer,, daar de Dings- dagfche Vergadering der Broederen gehou- den wordt, in 't weften , en de Weeska- mer , in 't ooften: tuffchen welke vertrek- ken , een Portaal is, daar een Comptoir- tje, voor eenen der Suppooften van de Dia- conie, is afgefchooten. ' De Vergaderkamer is een ruim, wel gefchikt vertrek. Aan 't hooger- of wefteinde , voor den fchoor- fteen, zitten de Praefes, Scriba en Secon- de-Scriba, aan eene tafel , en de overi- ge Broeders , in hunnen rang , langs de wanden van 't vertrek, in twee geftoel- ten. De Kamer fchept haar licht, van ter zyde, door groote glasraamen, en van boven, door eenen fraaijen koepel, in 't midden. De Weeskamer, alwaar de Weesboekhou- ders hun verblyf hebben, is een lang en fmal vertrek. De Papieren - Effecten der Diaconie worden hier bewaard , in eene Kas , met eene houten en eene koperen deur geflooten, en in eene der Kerkpilaa- ren ingewerkt. In eene der Laaden dee- zer Kaffe , wordt eene zilveren Schaal be- waard , die , volgens zekere aantekening, aan dezelve gebonden , door de Gerefor- meerden van S. Marten in Frankryk, voor- maals, by de vieringe van 't Avondmaal , plagt gebruikt te worden. Aan deeze fchaal, hangt een klein houten zogenaamd geuzen- napje , op een ivooren voetje. Voor den fchoorfteen , ziet men eene zinnebeeldige vertooning van de zorg voor de behoefti- gen, met naame voor kranken en gebrek- kelyken, gefchilderd, door Louis Fabricius du Bnurg. De Milddaadigheid vertoont zig, in het zelve, op de wolken. In 't verfchiet, ziet men de Godshuizen der Diaconie. Ook ftaan, in 't ftuk, de naamen van de Weesboekhouders , die, federt dat het hier .geplaatft werdt, gediend hebben. Wy komen nu tot de befchryving der Graffter
aanzienlyke Begraafplaatfen in de Nieuwe den Kerke. In 't noorden der Kerke, fchuin agterden Van
Predikftoel, ziet men 't marmeren graf van Jan vai den Commandeur Jan van G a l e n , die,Galen* in 't jaar 1653, na een gevegt met de En- gelfchen, waarin hy de overwinning behaald hadt, aan zyne wonde, overleeden was. De P zee-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Co
|
efters-
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
weften van den gemelden zuider - ingang,
onder het kleine Orgel, in een vertrek, al- waar de Huiszittenmeefters aan de nieuwe 2yde hun Comptoir plagten te houden, tot dat het zelve, in 't jaar i64o,in'tNieuwe- Zyds-Huiszitten-huis, op de Prinfen - graft, verplaatft werdt. In 't Kerkmeefters Comp- t0rr> hangt een Wapenbord der Kerkmees- teren, waarop ruim tagtig wapens zyn uit- gebeeld. Voor den fchoorlteen, ftaat het jaartal 1666. De Diakenen hebben ook eene afzonder-
tyke Vergaderplaats, in 't noorden der Nieu- we Kerke, beftaande uit vier vertrekken, twee beneden, en twee boven. Zy is, eerfl pmtrent den jaare 1642, en laatftelyk, in den Jaare 1723 , merkelyk verbeterd en vergroot, ^n heeft twee groote deuren, in het ou- ^e Heilige Kruis-Choor, waarin tegenwoor- , *§ de behoefrigen, die door de Diaconie edeeld worden, byeenkomen. Boven de g°ilelyke deur , ftaat eene Spreuk der H. w a ^' u^ Jac°b- ! vers 27: en boven de , twee anderen, uit Matth. XXV. jrrs 4o. en Gal. VI. vers 10. uitgehouwen, gemelde Choor is, op dat de bedeeling , te meer orde zou können gefchieden, in H ken afgedeeld in enge gangen, die L f raderen loopen, en in welken de be- Clgen, bekwaamlyk, op hunne beurt kon- wagten, zonder eikanderen te verdrin- g \ oorts, komt men, uit het gewezen 6-m!" 0or) in de twee beneden-ver- d ekken der Broederen - Diakenen , zynde "-groote Uitdeelkamer, in 'tweften, en de Donj ^deelkanier, in 't ooften, alwaar des Tuff urda§s de Uitdeelingen gefchieden. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
mp.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
toir.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
?er Dia-
Kenen, |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
J-e ver.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
r
|
ort 1 n deeZe twee Vertrekken , is een
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
,,aa'i|efcliikt voor eenige Broeders, die
ü- STUK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
ii4
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
fteld heeft, op den vyftiènden Maart des Nieuwe
jaars 1653; doch, alzo hem het eene been Kerk- afgefchooten was, op den negenden dag na de overwinningen den ouderdom van agt en veertig jaaren, overleeden is; heeft, op dat zyn roem eeuw in eeuw uit leeven zou, de Ed. Mog. Raad ter Admiraliteit te Amfterdam, in gevolge van een befluit der Hoog-Mogende Heeren Staaten, dit |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Nieuwe zeeheld legt, in 't harnas, in wit marmer,
Kerk. op eene verheven tombe, op welker voor- zyde, een zeedag afgebeeld is. Daar onder
ilaan deeze vier regels:
Hier kit in 't Graf van eer den dapperen van
Galen, Die eerfi ging buit op buit Kaßilien afhalen,
En, met een Leeuwen hert, naby 't Toskaan-
fche flrant, De Britten heeft verjaagt, veroverd en ver-
brandt. In een zwart-marmeren Tafereel, boven de
Tombe, welk met eene fcheepskroon, on- der het wapen der Vereenigde Nederlanden, gedekt, en met vlaggen, wimpels, fpietfen, zwaarden, en ander oorlogstuig omringd is, leeft men: Generoßfßmo Heroi
JOANNIaGALEN
EJfm.fi
Qid ob res ßepe fortiter & feliciter geßas,
Sexies uno anno Duinkerkanorum preedatoriam Navem captam, £ a Barbaris opima fpolia report ata, Ordinum Clafß in mari mediterraneo prcefeclus, memorabili prcelio ad Livornam Deo auxiliante Anglor. navibus, captis ,fugatist Incendio & fubmerfione dektis, Commercium cum diäi maris aecolis reßituit. Idibus Mart. Ao. cio id cliii. &P altero pede truncatus, nono die pofi vitloriam annos natus xlviii. ob'tit, ut fecula per gloriam viveret, Illufir. & preepotentiff, Ordinum decreto nob, £f potentijf. Senatus Architalaff. qui efi dmflelodami M. H. P. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
33
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
33
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
33
|
gedenkteken doen Hellen."
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Ten zuiden van 't Choor, tuffchen twee Van
pilaaren, is de Grafftede van den wakkeren ?*ggrs. Zeekapitein DavidSweers. Boven de- zelve , hangen het wapen, de degen en de yzeren handfehoenen van den held: waaron- der gelezen wordt: David Sweers, Capiteyn, getrouwe-
lyk voor 't Vaderland gestorven, in de victorieuse Bataille tegens de twee Koninklyke Vlooten van Vrankryk en Engeland , op den XXI. AugustY MDCLXXIII. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Doch 't gene allermeeft uitmunt is het Van
Graf van den Luitenant-Admiraal-Generaal Mich^eï, MiCHiEL Adriaanszoon de Rui-deRul ter, welk, aan 't einde van 't Choor, in 't ooften, opgeregt is. Men was eerft van voor- neemen geweeft, dit Graf te fügten in het Choor der Oude Kerke, daar de Admiraal, wanneer hy in de Stad was, gemeenlyk ter preeke ging, en daar hy verkooren hadt, begraaven te worden. Ook was 'er alles toe vervaardigd. Doch de eigenaar van zeker graf in 't Choor, waarvan men een gedeelte noodig hadt, tot voltooijinge der Grafkel- der , wilde zynen eigendom niet afftaan. En deeze ftyfzinnigheid was oorzaak, dat het Graf in de Nieuwe Kerke gebouwd werdt (10). 't Stuk werks was eerft ontworpen en getekend, door den Beeldhouwer Rom- bout Verhuiß, die 't, daarna, in fteen ge- houwen, en in 't jaar 1681 voltooid heeft. Het werdt geplaatft boven de Grafkelder, en is omtrent dertig voeten hoog, en dertig voeten breed, 't Beeld des Zeehelds legt, eenige voeten boven den grond, in wit mar- mer uitgehouwen, met den Staf van gebied in de regterhand, ruftende de linker op de borft, en 't hoofd op een ftuk gefchuts. A'J-a 't hoofd- en aan 't voeteneinde, leggen twee Tritons, op eenen grooten zeehoorn blaa- zende: by ieder van welken, een zwart mar- meren kolom ftaat, daar de lyft van 't werk op ruft. Tuffchen de twee kolommen, ftaat in den agtergrond een Scheepsftryd uitge- beeld, boven welken, eene Stevenkroon, door
(») M«mor. van Ktrkraceft. der Oude K«k«' *' to*'
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
dat
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
is:
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Aan den grootmoedigen Held,
.JAN van GALEN,
van Effen,
die ,^om veele braave en gelukkige krygs-
bedfyven; om dat hy, in één jaar, zes Duinkerkfche kaapers veroverd, en op de Barbaaren eenen ryken buit behaald hadt, het opperbevel bekomen hebbende over de Vloot der Staaten in de Middelland- fche Zee , in een merkwaardig gevegt voor Livorno, met Gods hulp, de Sche- pen der Engelfchen genomen, verjaagd, verbrand en in den grond gefchooten, en daardoor den Koophandel met de bewoo- ners van de oevers der gemelde zee her» |
||||||||||||||||||||||||||||
|
»i
33
33
33
33
33
33
35 33 '3 IJ |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II. Boek. GEREFORMEERDE KERKEN. 115
Jjjw-door twee wigtjes , vaftgehouden wordt. ZT DIT TOEGEJVTD Nieuwe.
Vier anderen houden de wapens van Hol- Kerk.
land en de Vereenigde Provinciën om hoog. 4AN DEN BESTEN EN GROOTSTEN GOD,
TufTchen beide, ftaat een bazuinende Faam. *n de lyft, Ziet men 't wapen der Generali- EN AAN DE eeuwige cedagtenisse van Mi-
teit , en op dezelve , dat des Admiraals, cihel de Ruiter , Opper-Admiraal van Hol- rondsom met vlaggen bezet. Buiten de mar- LAND E^^ Westfriesland , door drie Eüro- meren kolommen, ftaat, in een vak ter reg- PIsCHE Dingen , met adelyke wapenen, terzyde, het beeld der Vmzigtigbeii, en in RIdderlyke waardigheid en een hertogdom een vak ter linkerzyde, dat der Standvafiig- IN 'T Koningkryk napels beschonken: een beid. In 't midden, heel om hoog, is het MAN ■> DIE ■> donder door eenigen voorou- Wapenbord des Admiraals geplaatft, waarop derlyken luister voorgelicht te zyn, al- het jaar van zyn overlyden gefchreeven LES eeniglyk aan Gode en zyne eigene ftaat. Onder zyn leggend beeld, leeft men, °eugd heeft te danken gehad ; die, door aet gouden letters, iü zwarten toetsfteen: eene ondervinding van agt en vyftig jaa- REN, IN HET STUK DER ZEEZAAKEN, /DE BE-
D. O. M. S. DREEVENSTE ZYNER EEUWE GEWORDEN , DE
~ ■. GROOTSTE DAADEN , IN ZEVEN OORLOGEN,
*T.**.MEMORIA. MlCHAELIS.DE. RUI- D0QR D£N GANTSCHEN OcEAAN EN MIDDEL-
TER. ARCHITALASSI . HOLLÄNDER . ET. WEST- LANDSCHE ZEE , LOFLYK UITGEVOERD ; EILAN-
FRISLZE . A . TRIBUS . EUROPA . REGIBUS . DONATI. OEN EN STERKTEN IN 'f NOORDEN EN IN 't GENTILITIIS.INSIGNIBUS.EQÜESTRI.DIGNITATE. ZUIDEN VEROVERD 5 DE UITGESTREKTE KITST LANGS DE ATLANTISCHE ZEE VOOR DE Ne-
ET.DUCATU.REGNI.NEAPOLITANI.VIRI.QUI. DERLANDERS VERZEKERD, DEZEESCHUIMERS &ULLA. SIBI. PR^LUCENTE. MAJORUM . IMAGINE. GETEMD , EN IN VÏFTIEN REGTVAARDIGE ZEE- SIBI.DEO ET VIRTUTI. OMNIA . DEBUIT. EXPE- SLAGEN, ALS OPPERHOOFD, ONVERWONNEN, RIENTIA XVÏÏÏ. ANNORUM . REI. NAVALIS . SU*. ^TREEDEN HEEFT. En , DIEN BOVEN AN- DEREN GEDENKWAARDIGEN SLAG VAN VIER
«ÏATIS . PERITISSIMUS . REBUS . MAXIMIS . TOTO. DAGEN GELEVERD HEBBENDE , HEEFT HYDEM °CEANO. ET. MEDITERRANEO.MARE. PER. VII. STAAT DE GEWELDIGE MAGT DER VEREENIG- BELLA. BENE. GESTIS . INS ULIS . CASTELLISQUE . DE VlOOTEN, TOT VIERMAALEN TOE , GELTJK- An ,, KIGLYK, VAN DEN HALZE GEKEERD. SCHOON AD.BOREAM.ET.MERIDIEM.OCCUPATIS.ASSER- MNDER'IN MAGT , WAS m EVEN GR00T ,
TA. BELGIS. VASTA. AD. MARE . ATLANTICUM. DAPPERHEID, EN IN BELEID EN GELUK GROO-
0RA. DOMITIS. PIRATIS. DUCTU . SUO . JUSTIS. TER. TeN LAATSTE, HET VADERLAND UIT ^INDECIM. PR.ELIIS. INVICTUS . DECERTAVIT . EEN BLYKBAARST GEVAAR GERED HEBBENDE,
n IS HY, IN EEN VOORDEELIG GEVEGT BY Sl- VLATRJDUANA . PR* . RELIQUIS . MEMORABILI. CIUEj GEW0ND, EN 1N DE HAVEN VAN SY-
Pl'GNA . EDITA . SOCIATARUM . CLASSIUM . VIM . RACU3A, MANHAFTIGLYK , OVERLEEDEN , OP
^lANEM.OUATER. AB . IPSO . REIPUBLIOE . TU- DEN NEGEN EN TWINTIGSTEN APRIL DES
Gm^ TAARS l6l6. ZYNDE DEN VIER EN TWINTIG- U>.prosperrime.Submovit.copiis. minor. Jten Maartdes jaars i6o7> te Vlis.in,
^UTE. PAR.CONSILIO.ET.SUCCESSIBUS.MA- GEN GEBOOREN. De STAATEN DER VeREE-
'0R" TANDEM. PATRIA . PRJESENTISSIMO . DISCRI- NIGDE ^NIEDERLANDEN HEBBEN EENEN ZeE- M!NI EREPTA . SECUNDO . APUD . SlCILIAM . CON- °VERSTE VAN *ÜLKE UITSTEEKENDE VEEE"IEN-
FLlCTn STEN °EEZE GRAFSTEDE , OP GEMEENE KOS- u SAUCIUS . SYRACUSANO . IN . PORTU. FOR- TEN D0EN OPREGTEN.
TlTEï? --------------~~ ' 1 occubuit . xxix. April. A°. cioioclxxvi. t t , TXr T
NATU«! V Ti/r ------------- Hï HEEFT LXIX. JA AREN, I. MAAND EN
ä vlissing* . xxiv. Mart. A . cidiocvh. y dagen geleefd
ZZ 'T' mU"C"'' D'JC'' °"T,MF" DE SCHRIK DES GROOTENOCEAANS.
MONUMENTUM . HOC. IMPENSIS . puBLi-
^s E^iTARr. CURAVERUNT> Ter wederzyde van dit Graffchrift ; doch vr v-^inEr -T XT- meer inwaards, ftaan twee Latynfche ver- ui . ANNos. LXIX. mens . I. dies. V. fen yan den beroemden NicolaasHein- I]^MENST TPPMni) nrr a tvtt slüs ' insge,yks' met Souden !itters > in
*ui\h TREMOR. OCEANI. zwarten toetsfteen, gehouwen. Ter regter 1 welk rm A*n 1 j 1 zyde, leeft men:
V1« op den volgenden zin uitkomt: J *
|
|||||
|
Pa MI-
|
|||||
|
ii6 A M S T E R
MICHAELI RUTER O.
Ruteri hoc einerem viiïoris £? ojfa fepukro
Jdferta, cequoreo Marte recondit humus.
TantUlum exuvias Jpatii complcctitur omnes Funere de tanti quas tulit urna viri.
Niltamen cgifli, mors importuna, truimphuni De te perpetuum fama fuperfles aget.
In titulos Europa parum eji: feit Americus orbis Africa laurigeri feit decus ora ducis.
Fix capit Oceanus , wx fol oriensque ca- densque Tot palmis gravidam, tot fpoliisque ma-
num. Maxima quodfi quem virtus facravit Olymp, Hanc animam athereafas jubet ar cef rui.
NIC.HEINSIUS. DAN. FIL.
't welk, door den beroemden Digter, Johan-
nes Volknhove, in deezer voege , overge- zet ist De gront, door zeegevecht op zeegevecht
befchut
Van RUITER, wiens triomf's Lands wel- vaart heeft geftut, Bewaart nu zyn gebeent: het fterflyk deel des grooten
Verwinners ruft hier in zo naauw een perk beflooten. Noch recht de doodt niet uit: hem over- leeft zyn faam, Braveert haar, triomfeert oneindig met zyn' naam. Euroop viel hem te klein: d'Amerikaanfche landen.
Gewagen van zyn lof y en d'Afrikaanfche ltranden. Geen lucht, geen Oceaan , noch Ooft- noch Wefterzon
Beperkt de ftrydbre hant, die zo veel lau- ren won. Zyn menfehen ooit tot goön, door helden- deugt verheven, Dees helt is waardt om hoog de doot ten trots te leven. Ter linkerzyde ftaat r
MICHAELI R U T E R O.
Martins bic tumidi moderator &? incola fonti
Qui fihi fe totum dèbuit, ecce jacet. Jpfe lapis, cinis ipfe vki, fpirare videntur
Inclyta, pro patriis qua tulit, arma .focis. Hofli intentat adhuc marmor clademque fugam-
que: Saxa cruentatas flrage minantur aquas. |
D A M S III. Deel.
Naufragus buncfenfit fcopuhim squicumque Ba- Nieuws
tavas KEaKk JEquora turbanti clojfe premebat opes.
Ilic hojtes, ubicunque jacent, commune fepul- crum Cum duee fortiri, patna er ede, tiiés. Si tarnen eß tumulus, moribundis vitafalusque Civibus,& dextree laus redït undefuce. NIC. HEINSIUS. DAN. FIL,
Luidende, naar de vertaaling; van den zelf-
den Vollenhove: Hier ruft de krygshelt, vbogt eri burger
van den plas
Des woeften Oceaans, die alles, wat hy was, Alleen kreeg door zich zelf, noch teeft z'yïj moed in 't marmer,
Noch vecht bykans het lyk van 's Vaderlands befchermer. 't Graf dreigt den vyand noch met neêr- Iagè, en den vloet
In 't entren, vlucht hy niet;, te verwen met zyn bloet. Dees was de Zeeklip, daar wie Hollands fchat,» met Vlooten
Wou pionderen, 't hooft weleer te berfte op heeft geftooten. De Staat verbeelt zich hier al 't vyandlyk gewei t,
Waar 't fneuvelde, in een graf begraven met dien helt. Of is 't geen graf, waar by de Staat, bykaas geftorven,
Nieuw heil, nieuwe oorlogseer, nieuw le- ven ziet verworven*. De ingang der Grafkelder des Admiraals Is
buiten, en ageer 't Choor. Boven den zel- ven leeft men: INTAMINATIS FULGE/T
HONORIBUS. dat is:
Hy blinkt in onbezoedelde eere. In de zelfde Grafkelder, zyn ook byge- Vsn
zet de Lyken van Jonker Jan Paulus'zoon Jan *& van Gelder , de Ruiters behuwdzoon, die, Gel*Ê' op den een en twintigften Auguftusdesjaars 1Ó73 , gefneuveld was ; Engel, Baron de Ruiter, Zoon van den Admiraal; Johan de Witte en Michiel de Witte, den eerften een Schoonzoon, en den tweeden een Kleinzoon van de Ruiter. Het wapen, en de heim, degen en handfehoenen van Van Gelder, |
|||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
n:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
NïRPwe
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
den eenigften van de vier, die, ftrydende,
omgekomen is, zyn aan den naaften pilaar opgehangen. Onder dezelven leeft men: Hier ruß die dapper fich in Neerlants Scheeps-
magt droeg,
Avenfe in een jaar driemaal twee Konings VloO' ten ßoeg,
"J is met zegenpraal voor 't Land op zee ge-
flor ven,
En heeft, door lof en eer, bier 't Heldengraf verworven.
Bezuiden het Choor, naaf den kant van
den ingang der Kerke op den Dam, is het Graf van den vermaarden Digter Joost Van Vondel, die hier, op den agtften February des jaars 1679, begraaven, en met eene gemeene zerk, zonder eenig opfchrift, gedekt werdt. Doch omtrent drie jaaren kater , deedt de Heer J o a n S i x, Heer Van Wimmenum en Vromade, Oud - Sche- pen en Raad deezer Stad, deeze regels op s Dichters grafzerk houwen: Hic jacet Vondelus,
PhOEBO AC MUSIS AMICUS,
En niet, gelyk fommigen aantekenen,
VIr phoebo et MVsIs guatVs VonDe*
LIVs hIC est. t Welk B R A N D T (a;), in deezer' voege, ver-
taald heeft: hIer rVVt Van VondeL hoogïI bèïaarDt,
ApoLLo en zIIn' ZANGBERG VVaArDt. Het Burgemeefterlyk geflagt vanD e Ha-
^ E de Georgio , eene begraafplaats in ^et oudeDrapeniers-Choor, aan denoordzy- j e der Kerke, welk nu tot eene Timmer- °ots gebruikt wordt , gekogt hebbende, Jjffrj in den jaare 1702, van Burgemees- z^i de vryheid gekreegen (y~), om de jL *> Waarmede de begraafplaats gedekt is, zerifer te moSen feggeö > dan de andere ^- VY voegen hier by de naamen van de
ErKmeesteren jer ]\jieüwe Kerke, Ver itienze heeft können opfpooren:
J5°3- Geryt Jans Peng.
I5°3- Jacob Hugen Zoen. J5o3- Ruyfchjans. x5io. Jan Dirksz. Zil. xSio. Frans Claeiïèn. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Clacs Beuyck.
Waiich Dirksz. Cornelis Benninck. Pictcr Simonszoen. Jonge Clacs Hein. M'. Pieter Colyn. Jan Lambertfe. Jan Gavezoen. Rever Picterfe. Huyg Janfcn. Pieter Janfcn Akkerman. Ruyfch janfcn. Floris Janszoon. Popius Occo. Gerrit Ariszoen. Simon Claeszoen. Jan Pietcrfe Schaep. Jan Banningh. Heiman Jacobszoen van Ouden Am-
ftel. ■ Dirck Jansz Peftrcn.
Jan Ysbrantsz Hoolefloot. Egbert Garbrantsz. Jan Willemsz. Jan Ryfcr Jansz. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
510.
512. 5r3-
5I3-
5i3' 5H- 514. 5I5- 5!5- 5I7-
518. 5I9-
520.
521.
522,
5a3-
524-
525-
526. 527-
538. 538. 538. 538. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
t Van
{?°ftvan
V°ödcl.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Na deezen, ontbreeken de naamen der Kerk'
meeßeren , tot op de Verandering des jaars 157S: wanneer volgen |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Egbert Pietersz, Vinck*
job Cornelisz. Coftcr.
Jacob Bas.
Pieter Jacobsz. Bolwerck.
Jan Cornelisz Hooft.
Rykert Autgesz.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Cornelis Cornelisz. de Lan
|
&
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gysbcrt Janfen van de Poli
Willem Pietersz. Hooft.
Claes Claesz. Guldekruys.
Pieter Matthysz.
Ifack Ouwerogh.
Ys-brand Harmensz.
Pieter de Vlaming.
Gerrit Olphertsz.
Matthys Pietersz.
Claes Jansz. Buys.
Francois van Cruysbergen.
Pieter Pietersz. Karfeboom.
Dirrick Heynick,
Jan Willemsz. Boogaert.
Michiel Reyniersz. Pauw.
Gerrit Hudde Hendricksz.
Pieter Jacobsz. Elias.
Frans Jacobsz. Hinloopen.
Matthys Willemsz. Raephorft,
Hermen Theulincxs.
Joan Huydecoper.
Dr. Pieter Jansz. Hooft.
Dr. Cornelis van Dronckelaer.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Van het
GeQagt *»n de g«e de «eorgio. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
1593-
1593-
1593- 1593- !597- 1599- 1600. 1607.
1609. 1612. 1612. 1613- 1616. 160.0. 1610. 1622. 1Ó25. 1627. 1628. 1629. 1629. 3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
NDELS Leven, il, 74.
toot-Memoi. N. V1U. *« |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
OJG
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||
|
ii8
|
||||||||||||||||||
|
Kalverflraat, tegen over het Burger-Wees- Nieuwe-
huis, daar zy haaren aanzienlykften ingang zJ°Xu heeft, in 't weiten. Twee andere ingangen deezer Kapelle zyn 'er , een in 't ooften op 't Rokin, en een in 't noorden, in de Wy- de-Kapelfteeg. In 't weiten, fteekt een fpit- fe tooren ten dake uit. 't Is my ten hoogfte waarfchynlyk, dat ^"Ä!.
men deeze Kapel, die nogtans, by haare eer- genheid fie opregting, eene veel geringer gedaante derScig- gehad heeft; na de Oude Kerk , voor het tinge» oudfte Kerkgebouw van Amfterdam houden moet, fchoon de juifte tyd van derzelver Stigtinge niet aan te wyzen is. Men heeft, van ouds, geloofd, en de Roomfch-Katho- lyken houden, in 't algemeen, voor zeker, dat de Kapel, van welke wy fpreeken, ge- fügt werdt, ter gelegenheid van zeker won- derwerk , omtrent het midden der veertien- de eeuwe , op de plaats der Kapelle, voor- gevallen. Omtrent den aanvang der zes- tiende eeuwe, is, zo ver my gebleeken is, het eerfte omftandig verhaal van het zelve in 't licht gegeven, vermoedelyk in de La- tynfche taaie, 'tzy door Jan Gerbrands- zoon van Leiden, of een' ander', op» gefteld (z); waarnaar verfcheiden' overzet- tingen in 't Nederduitfch gemaakt zyn, zo in de oude Hollandfche Chronyk (a) en in de Vermeerderde Chronyk van B e k a (&), als in een afzonderlyk Boekje , waarvan my een afdrukfel ter hand gefteld is, tot titel heb- bende , Hier beghint die vindingc van 't hoich- weerdige ende heylighe Sacrament, in 't vier ende vlam miraculofelyc ongcqitetfi ende geheel geconferueert ; het welche rußende is hinnen der Stadt van Aemfieircdam, ende die plaetfi wert ghenoemt ter Heyliger Stede (c). En 't verhaal van dit Boekje is wel 't uitvoerigfte. Eïndelyk, heeft Leonak dM a r i u s, Pries- ter te Amfterdam op 't Begynhof (d), in 't jaar 1639 , eene uitvoerige Verhandeling over de Mirakelen der Heilige Stede uitge- geven , genaamd Amstelredams eer ende opcomen door de denchvaerdige miraklen aldaer gefchicd aen ende door het H. Sacrament des Altaers Anno 1345, f Antwerpen [waar- fchyn\yk,Amßerdani] by H e n d r i kA erts- SENsi639.&orBoET rus a Bolswert; welke laatfte naam, van fommigen (c), ten onregte, voor den naam des Schryvers ge- houden is. De uitvoerigfte Verhaalen van het won- Verhaal
derwerk, welk gelegenheid tot het fügten "ft^- der Kapelle zou gegeven hebben, komen damfCh hier-
(z.) Zie Lr. Long bl, 197.
(a) Divif. XXIII. Caf>. X.
(b) In MATTHJ.I Anal. Tom. III. />. ii»,
(c) Zie LE LONG, bl. los.
(d) J. F. Foppens Biblioili. Be'.g, T«m. V.. f. air.
(e) 'DAPPER bl. 387.
|
||||||||||||||||||
|
. Lucas Jacobsz. Rotgans.
, Hendrick Louwercnsz. , Fredrik Alewyn. , Zacharias Roode. .. Pieter Trip. Jacob Pietersz. Elias.
, 'jan Duyts. Lucas Scholten,.
Jan Hinloopen.
, Joan RomboYits.. , Jan de Weert. Albert Bentes.,
Karel Voet.
. Jacob Trip. Jan van Erpecum..
Jacob ten Grootenhuys.
. Jeronimo de Haze. . Andries Bernarts. . Anthony Bruningh. , Dirk Alewyn. , Louis Wolters. Johan van der Merel.
Adriaen Temminck.
, Jan Elias Huydecoper., , Mattheus Abbas. , Reinier van Cuyck. Louis Vittor.
Nicolaas Calkoen CorneIisz>
Mr. Willem van Dam.
David van der Meer.
Nicolaas Elias.
Anthony Schellingwouw.
Jan du Fay.
Franeois de Vicq.
Floris Elias.
Franjois van HarencarfpeL.
Pieter Huguetan.
Mr. Mattheus van Hartogveld.
Jan van der WilTel..
Paulus Emtinck.
Pieter Calkoen.
Jacob Boreel Jansz.
Mr. Ferdinand van Collen Ferdi-
nandsz.
Raymond de Smeth.
Wybrand ten Poorringen.
Hendrik Hooft Gerritsz.
Cornelis Munter. Andries Bicker. M'. Evert Berewout. Cornelis Jacob van der Lyn. Jacob van Ghefel Junior. Gerard Munter. III.
|
||||||||||||||||||
|
1629
1630,
1646,
1,647.
1649, 1649.
1656.
1657.
1657-
1657. 1667.
1673.
1-673. 1675-
1675. 1675. 1-679. 1680, 1680 1,681. 1682, 1685. 1687. 1:688. 1690,
1693.
1694. 1704. 1704..
1707. 1709. 1709.
1709. I7I !.
1712.
3-713-
1714..
1714.
1715.
1719. 1724..-
1727. 1728. 1730.
1732-
1732. 1734"
1743-
1749.
1749. 1759-
1763.
|
||||||||||||||||||
|
Ni euwe-j
ZYDS-
Kapel.
|
||||||||||||||||||
|
NIEUWE-ZYDS-KAPEL.
keNiEUWE-ZYDs-Kapel, van ouds
de Heilige Stede genaamd, ftaat in ds |
||||||||||||||||||
|
Befchry-
ving der Nieuwe- ÄYDS-
Kapelle.
|
||||||||||||||||||
|
\
|
|||||||||||||||||||
|
lï. Boek.
|
|||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||
|
119
|
|||||||||||||||||||
|
der Stede van Amfielredam, om defe miracu- Nieuwe-
len allen kerflen men/een tecondigen , onfefe-mis- gelen hier an gehangen. In 't jaer ons Heren Kai,ei- M. CCC. XLV. des Donredaechs in der Oc- tauam van PaeJJchen. Sedert werdt, zo men wil, op de plaats, daar het wonderwerk ge- beurd was, eene Kapel geftigt, in welke de wonderdaadige hoftie , eerlang , geplaatft werdt, die de Kapel der Heilige Stede, eeu- wen agtereen, beroemd gemaakt heeft. Wy hebben niet voor, de waarheid van Kort on-
't verhaalde wonderwerk, omftandiglyk, tederzoek onderzoeken. Doch wy können niet nalaa- j^fge' ten, eenige weinige aanmerkingen te maa-waardig- ken, die onpartydigtn , van welke Gods- heid van dienftige gezindheid zy ook zyn mogen , ^!t vei> moeten doen twyfelen, of het zig, met de aa ' gelegenheid van het ftigten onzer Kapelle, niet een weinig anders hebbe toegedraa- gen , dan ons het verhaal , genomen zo als het legt, zou moeten doen denken. 1. Ik merk, voor eerfl, aan, dat, in fchrif- Tydge-
ten van tydgenooten, zo ver zy my bekend nooterl zyn, niets het allerminfte van dit beroemde'jet'van't wonderwerk gefproken wordt. B e k a , die wónder- gebloeid heeft, toen 't geval gebeurd moeft werk. zyn, rept 'er geen een woord van. Even weinig wordt 'er van gewaagd by anderen, die, omtrent het midden der veertiende eeu-
we, geleefd hebben, en welker fchriften tot ons gekomen zyn. 2. De oudfte Schryvers, die 'er van ge- Deoud-
waagen, hebben, ten minften honderd jaa- pen, die ren na den tyd, waarin het wonderwerk ge-'ervan SGW33.-
loofd wordt gefchied te zyn, gebloeid. En gen> ,joen
deezen fpreeken 'er van, in zeer algemeene 't met woorden. De Schryver van het Goutfche weinige Chronyxcken () zegt alleenlyk : In 't jaar°£> ons Heeren M. CCC. ende XLVII. doe ge- fchillen fchiede dat Mirakel in die Stede van Amfler- omtrent dam van den H. Sacrament. V e l d e n a a r den £yd fchryft (g): In den jaef ons Heren 1342, Joe beurde^* ge fchiede, in die Stede van Amfler dam, een groot mirakel van den H. Sacrament, dat een fieck menfche ontfanghen hadde, ende over gaff, ende in 't vuer gegoten wert. Doch men ziet, dat beide deeze Schryvers, de oudften, die van 't Mirakel gewaagen, merkelyk, omtrent den tyd van 't gebeurde , verfchillen. De eerfte ftelt, dat het, in 't jaar 1347 ; de tweede, dat het, in 't jaar 1342, gebeurd is. En 't zelfde jaartal vindt men ook, in de Latynfche Uitgaave van Ve leenaars Chronyk (h). In een ander Chronykje, welk agter de Chronyk van den Ongenoemden Klerk uitgegeven is, leeft men ook (2): Item, in 't,
(f) Bladz. loj.
lg) Biadz.. 78.
(h) In MAiTfi.ïl Ana!. Tim, V. f, f$J,
{$) BUdx.. ï*7.
|
|||||||||||||||||||
|
Uit:
|
|||||||||||||||||||
|
£ïWE-
Kapel.
Ponder- |
Dat een ziek menfch, hier ter
Stede, 's Dingsdags voor Palmzondag , zynde den zeftienden Maart , in 't jaar I345 > kort na Vespertyd, het Sacrament ontvangen hebbende, het zelve, lang na zonnen-ondergang, wederom uitbraakte; wanneer het, door de vrouwen, die den zieke bedienden, in een zuiver vat, ont- vangen , en in een groot vuur geworpen werdt. Dat eene van die vrouwen, 's an- derendaags , omtrent Priemtyd, by 't vuur, welk den gantfchen nagt gebrand hadt, zynde gaan zitten, midden in de vlammen, de hoftie zag, zo geheel wit, als zyze, immermeer, in eens Priefters hand, ge- zien hadt. Dat zy de hoftie, zonder zig te branden, uit het vuur greep, en van de eene hand in de andere leide. Dat de hoftie , ondertuflchen , eene vuurige of verbrande gedaante aangenomen hebben- de , aan eene andere vrouwe overgegeven werdt, dieze, in eenen fchoonen doek, leide, en in haare kift floot. Dat de man deezer vrouwe, t'huis gekomen zyn- de, en vernomen hebbende, wat 'er ge- beurd ware, de hoftie uit de kift nam, en gewaar werdt, dat zy zig inzyne hand beweegde, even als het hert van een' fooek, die geopend was. Dat de hoftie een vlek behieldt, op de plaats, daar zy, door den man, aangeraakt was, die 'er, honderd of meer jaaren na dien tyd, nog aan te zien was. Dat de Priefter, ge- haald zynde, de hoftie uit de kift nam, en in de Ciborie deedt; doch dat de Ci- borie naderhand ledig, en de hoftie we- derom in de kift gevonden werdt. Dat ' Y°lgens fommige verhaalen, tot twee of drie reizen toe, gebeurde, zelfs na dat de hoftie reeds in de Oude Kerke over- gebragt geweeft was. Dat de Priefter toenbefloot, dat de hoftie, plegtiglyk, afgehaald en overgebragt moeft worden; gelyk gefchiedde. Dat een kind van den man en de vrouw, die de hoftie gehad hadden, met de vallende ziekte gekweld zynde, genezen geworden was, na dat de ouders en bloedvrienden het Sacrament, ln de Oude Kerke, eerbiediglyk, bezogt, ^n aldaar hunne offerhanden gedaan had- ^-\ Het verhaal, in het boekje, waar an de titel aanvangt Hier beghint enz. wordt et deeze woorden beflooten : Ende want e de Je voorfeide funclen van den beyligen Sa- ja'nent warachtich zyn, ende <wi bekennen, ~ ß in der waerheit fo gefciet zyn, als voor- %e$n> f° hebben «DiFIorys van Boeckhorft, '. Baeliu des mögenden Princes des Heren |
||||||||||||||||||
|
Werk m
«eHeili. ge Stede.
|
|||||||||||||||||||
|
ende "°m ^°^ant 2" den lande van Amflel
m Waterlant, Scout, Sc epen ende Rade |
|||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||
|
I20 ■_________
't jaer ons Heeren M. CCC. en XLII., Joe
ghefciede een myrakel van onfer lieve Vrouwe
ende van den heylige Sacremente tot Aemfler- damme van den brande. 3. De Haarlemmer Karmeliet, Jan Ger-
BR.ANDSzooNVANLEiDEN,diein'tjaar 1504 overleedt, is de eerfte der bekende Schryveren, die 't gebeurde, in't jaar 1345, geplaatfl, en met byna alle de omflandig- heden, met welken wy het boven verhaald hebben, te boek gefield heeft (£). En hy is, door den Schryver der oude Holland/ehe Chro- nyke; door den Vermeerderaar van Beka, en door alle de overigen, gevolgd. 4. En hier valt nu de vraag, of het ver-
fchil der oudfte Schryveren, onderling en met de laateren, omtrent den tyd van 't ge- beurde , de geloofwaardigheid van 't verhaal niet vry wat verzwakt ? 't Is waar, dat we- derom tot beveiliging van dit verhaal fchynt te ftrekken, dat Floris van Boekhorfl, Rid- der en Baljuw van Amflelland , benevens Schout, Schepenen en Raaden van Amfler- dafn, het wonderwerk, weinige dagen na dat het, in 't jaar 1345, zou voorgevallen zyn, met hunne zegels, bekragtigd hebben. Doch niemant getuigt deeze bezegelde brie- ven immer te hebben gezien. En ik meen niet, dat 'er van gewaagd wordt, eerder dan in 't kleine Mirakelboekje , welk , eerfl in 't jaar 1518, in 't licht gegeven werdt. Zo ook deeze brieven, in vroeger' tyd, bekend geweefl waren, is 't bezwaarlyk te-begry- pen, dat Schryvers der vyftiende eeuwe , omtrent het jaar van 't gebeurde, zo mer- kelyk verfchild zouden hebben. Ik zou hier- om , voor de egtheid deezer bezegelde brie- ven , geenszins , durven inflaan. Om nu nog niet te zeggen, dat Floris van Boekhorfl, Ridder, my, nergens, als Baljuw van Am- ftelland , voorgekomen is. Van Leeu- wen meldt maar drie Edelen uit den huize van Boekhorfl van deezen naam. Twee der- zelven bloeiden in de zeftiende eeuwe: de derde, omtrent den jaare 1330 : doch deeze laatfle was Rentmeefler- Generaal van Kei- zerinne Margareet (/), naderhand, Graa- vinne van Holland; en, zo ver blykt, geen Baljuw van Amflelland. In eene gefchree- ven Lyfl der oude Baljuwen van Amflelland, door Schepen Gerard Schaep Pi-e- terszoon opgemaakt, wordt ook geen Floris van Boekhorfl, en zelfs in 't geheel geen Floris gevonden, dan Floris de onledige, op het jaar 1313; doch deeze kan, in't jaar 1345, geen Baljuw van Amflelland geweefl zyn, alzo 'er, in de gemelde Lyfl en elders, na hem, en voor 't jaar 1345, nog wel drie «) Chron. Libr. XXVIII. Ca/>. X. f. »J4.
(/} VAN Leeuwen 'fiatar. lUuftr. bl. «so t»K. |
||||||||||||||||||||||
|
Baljuwen van Amflelland geplaatfl worden, te Nieuwk-
weeten, Arfl van der Hor/t, op het jaar 1327,zYDS" Willem KuJ'ervan Ooflerwiyk, op het jaar 1332, Kapbl* en Heer Gerrit van Eemskerk, Ridder, op het jaar 1338 (m). Gevolgelyk , is Floris de onledige de Floris van Boekhorfl niet ge- weefl, die, in 't jaar 1345, als Baljuw van Amflelland, het wonderwerk getuigd zou hebben. 5. De Kapel der Heilige Stede, is nog- Omtrent
tans, niet lang na 't midden der veertiende het jaar eeuwe, reeds zo vermaard geweefl, dat'er, I345» naar alle waarfchynlykheid, in of omtrent tans den jaare 1345, iet vreemds is voorgeval-iet zon« len, op de plaats, daar zy gefügt werdt, 't derling» welk, in die tyden, voor een wonderwerk sebe^reifc aangezien, en greetiglyk verfpreid en ge- aanl'ei- loofd is. Men heeft 'er, in laater' tyd, nieu- ding tot we omflandigheden by verzierd, die 't gevalhet a^',s nog wonderlyker hebben doen voorkomen.ten en De beroemdheid der Kapelle lokte zo veel maard- volks naar Amflerdam, en bragt Geeflely- heid der ken en weereldlyken zo groote voordeelen KaPel!®
|
||||||||||||||||||||||
|
KlEUWE-
ZYDS- Kapel.
|
||||||||||||||||||||||
|
Jan Ger-
brands-
zoon van Leiden is deeerfte, die't ge- val in 't jaar 1345
plaatft. |
||||||||||||||||||||||
|
Wat men
te hou- den neb- be van het be- zegeld getuige- nis der Wethou- derfchap van Am- flerdaiH. |
||||||||||||||||||||||
|
aan, dat niemant reden hadt
|
, eeeevefi
|
|||||||||||||||||||||
|
om haaren j^ft#
|
||||||||||||||||||||||
|
wonderdaadigen oorfprong intwyfeltetrek
ken , tot dat de tyden begonden te veran- deren , en men de bewyzen begon te onder- zoeken, waarop de waarheid van 't Amfler- damfch Mirakel geveftigd werdt. Veelligt, heeft tot het fligten der Kapel- Ws.td.it,
Ie alleenlyk gelegenheid gegeven, dat een vermoe- kranke de hoflie, die hem, door den Pries- deIyk ter, gegeven was, niet heeft können door- ^ee zwelgen, maar geheel wederom uitgebraakt heeft, 't Uitbraakfel, in 't vuur geworpen zynde, heeft de vlam, ligtelyk, in zo verre können uitblufFchen, dat men de hoflie, on- gefchonden, heeft können opraapen. Hier van heeft men, terflond, veel gerugts ge- maakt , als van een groot wonderwerk. De wooning, daar 't geval gebeurd was, is tot eene Kapel verbouwd: waarin , zo fommi- gen vernaaien, de haardflede, met roode fleenen belegd, bewaard gebleeven is, tot in 't jaar 1624, wanneer zy, nevens een klein fchoorfteentje, welk tegen een' pilaar aan ftondt, is afgebroken (n). En indien men Van het dit verhaal aanneemt, volgt 'er uit, dat het Mïrakeï- zogenaamd Mirakelhuis, aan de weftzyde der j" ^f" Kalverflraat, tegen over de Kapelle, welk waann lang door een Roomfchgezind geflagt be-de hoflie woond geweefl is, niet flaan kan op de plaats, S^S. daar men, oulings, geloofde, dat het won- derwerk omtrent de hoflie gebeurd was; al- zo de haardflede, volgens dit verhaal, aan de ooflzyde der Kalverflraat gelegen, en in den omtrek der Kapelle begreepen geweefl is,
(m) Zie MIERIS Charterb. II. Deel , bl. 4*5 , «il.
(») Opkomft der Nederl. b;ioetten enz. gedrukt te Kra- len 1673. hl. ui. |
||||||||||||||||||||||
|
mm
|
|||||
|
DJS WIJS 7JWJS ~ ZYD S -JZ^LJPJSL ,
Ta/i ouwen., naa./-1 Oo.rte/t, te &.£/t o.
|
|||||
|
■oereejcufy. £,:
|
|||||
|
X>E NI&TJWJR - ZYJDS -IC^LPEL ,
yan vuuie/i, naar 't IVeste/i, te zce/t .
|
|||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKER
|
||||||||||||||||||||
|
121
|
||||||||||||||||||||
|
Nieuwe.
Kapel, |
||||||||||||||||||||
|
is. De noordwefterhoek der Kapelle wordt
zelts, nog tegenwoordig, de heilige hoek ge- naamd. .Maar de kift, in welke de hoftie gelegd werdt, is, zo men wil, nog tegen- woordig , in wezen, en wordt in 't Burger- Weeshuis bewaard. Immers, my is, aldaar, op den twee en twintigften April des jaars 1702, eene oude kift getoond, die zeven- tien duim hoog, ruim zeftien duim breed, en, over het dekfel gemeten, ruim twee en dertig duim lang was. Zy hadt, van voo- *en, drie yzeren floten, en was, op het dek- fe' i befchilderd met drie witte hoftien in de vlammen : met twee diergelyken, tegen de emden, en met nog twee, van vooren; voor welke laatften, twee Engelen knielden; doch alle deeze figuuren waren, reeds voor een groot gedeelte, uitgefleeten en vergaan. En deeze kift werdt van de Roomfchgezinden, dïe dezelve nog dikwils kwamen zien, ge- houden voor dezelfde, waarin de wonder- üaadige hoftie gelegd geweeft was. De Kapel kreeg, terftond na dat zy ge-
'"gt was, den naam van Heilige Stede. En de Provißors ende beivarers van dezelve on- thielden eenen weg, die, van den Am- .kl, nu 't Rokin, liep tot heel aan Slooten, en gebruikt werdt door zulken, die de Hei- nge Stede kwamen bezoeken. En deeze ^eg werdt de Heilige Weg genaamd ; een naam, die nog aan eea gedeelte van den- zelven gegeven wordt. In 't jaar 1371, Werdt deeze Weg verkogt aan 't Gafthuis jannen Amfterdam , die 't onderhoud van "en zelven op zig nam (0): doch zig, ver- nioedelyk uit onvermogen, niet naar behoo- en kweet van deezen pligt; waarom de De- f?1"1 en 't Kapittel der Lieve-Vrouwe in den «aage Burgemeefteren der Stad, in den jaa- [e H15, met het onderhoud van de Kapel- e en van den Weg, die toen beide merke- y«- vervallen waren, belaftte , hun , daar- ^egen, alle de inkomften der Kapelle, en e de Offerhanden, die aldaar gedaan zou-
n^nw°tden, afftaande, mids daar van een j- j%n zilvers 's jaars, aan 't Kapittel in d" , vaage, wierdt uitgekeerd. Uit den brief, >~niervan verleend werdt, blykt, dat het
'Crament, welk , dus luiden de woorden, !? 1 Ptaats,daar de Kapelflaat, wonderdaa- d H ßHVonden was Pn loco> ubi difta Ca- V il ktuatur, miraculofe invento] toen in ae uude Kerke bewaard werdt; doch dat |
||||||||||||||||||||
|
dert vyftig jaaren, door Burgemeefteren be- Nieuwe-
noemd, en, door 't Kapittel in den Haage, zyds- aangefteld was. En eindelyk, blykt 'er uit, Kapel* dat 'er toen, behalve het hoog Altaar, nog drie andere Altaaren in de Kapelle waren (p). De brief, waarby de Regeering van Amfter- dam zig verbindt, om het gemelde mark fyn zilvers 's jaars aan 't Kapittel der Lieve Vrou- we in den Haage te betaaien, is bewaard in een Vidimus van Schepenen van den Haage vanden jaare 1550, en nog nimmer in 't licht gegeven, waarom wy dien, hier agter, on- der de Bylaagen (q), geplaatft hebben. Indien men ftaat maaken moge op het De Ka-
verhaal van den Vermeerderaar der Chronyke pel Ver- van B e K A , is de Kapel der Heilige Stede, .bran.dt» op Zondag den drie en twintigften April des ^l* jaars 1421, afgebrand. Zelfs fchynt hy te zeggen, dat de wonderdaadige hoftie toen ook door de vlamme verteerd werdt. Dus luiden zyne woorden: Doe hemde die nye kerck, die heylige Stede, ende dat heylige Sa- crament aldair te rußen flach (r). Aan dee- zen brand, fchynt gedagt te worden in een' Schepenen-brief van den tweeden Maart des jaars 1423, waarby een huis en erve op tie Middeldamme , aan S. Nicolaas - Kapelle en Gafthuis opgedraagen wordt, welk belend was met een erue op ten hoek van der Stege, dar Kathryn Heyndrik Andries foens We- duwe, voir den brande, in plach te woenen. OndertulTchen, hebben anderen, ook in laa- En in 't ter' tyd, geloofd en gefchreeven, dat het Jaa"452* Sacrament, naderhand, nog in wezen ge- weeft, en zelfs, in eenen anderen brand, die op den een en twintigften May des jaars 1452 voorviel, midden in de vlammen,on- befchadigd gebleeven is (s). Onder anderen, wordt zulks getuigd, door den ongenoemden Befchryver van Amflerdam, die omtrent den jaare 1500 bloeide (t). Doch zo de won- derdaadige hoftie, in 't jaar 1421, reeds ver- brand geweeft is , gelyk de Vermeerderaar van Be ka fchynt te zeggen, kan zy, in 't jaar 1452, niet, ongefchonden, in 't midden der vlammen, bewaard geweeft zyn. Vafter gaat, dat de Kapel, na 't jaar 1421, Zy wordt
herbouwd is, en, in 't jaar 1452, ander- grooter maal afgebrand zvnde, zo veel ichooner en en k}}00' ruimer werdt opgetimmerd, dat zy, reeds bouwd. omtrent den jaare 1500, onder de fraaifte Kerken gerekend werdt. Zy werdt, ten dien tyde, en nog lang daarna, van alle kanten, niet flegts uit de verfte hoeken der Stad , van
(f>) Handv. hl. 421.
(q) l: d.
!r) Vermeerd Beka , hl. 39g.
(i) L. Mssuus Amdelr. eer enz,bl, «4. zie »«/^'/Ver-
haal hy Le Long. hl. 324. (t\ ^id Calcem Fontani, />.'$. |
||||||||||||||||||||
|
vifoors
der «ede
?raagen
5et,on-
derhoud
?n>n
aan het
|
||||||||||||||||||||
|
Bürge.
""eeftc
^ belas.
ter, >er 2'gmede,
onder
zekere
Voor- haaiden |
||||||||||||||||||||
|
S
|
braï TlQ Zou konnen worden
de P " n. f 'let men' u*c den zelven, dat Peil?!? ?! ..le' als Kapellaan, in de Ka- der Heihge Stede, dienft deedt, al fe- |
|||||||||||||||||||
|
11 STUK.
|
||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS HL Deel,
|
|||||
|
van de Haarlemmer-Poort en 't Hoofd af (a); deren der Heilige Stede, in een treffelyk Nieuwe-
maar ook uit andere Steden, en zelfs uit af- vers op haar derde Eeuwgety, der vergetel- g^ gelegene geweften, rykelyk bezogt en be- heid te ontrukken (£), is, by de hoogag- giftigd, met naame door zulken, die, van ters zyner Poëzye, bekend. gevaarlyke reizen, behouden waren t'huis De Kapel, die, in 't begin der vyftiende Altaaren»
gekomen. De AartshertogMaximiliaan,in eeuwe, maar vier Altaaren hadt (c), was,£ eelie. 't jaar 1484,in den Haage krank leggende, omtrent den jaare 1500, van zes Altaaren deedt eene gelofte, om het Sacrament te voorzien. Het berbemdfte van deezen was Amfterdam in bedevaart te gaan bezoeken, het H. Sacraments- Altaar, behoorende aan indien hy in gezondheid herfteld mögt wor- een Gilde van Vrouwen, het H. Sacraments- den. Zyne herftelïing volgde op deeze ge- Gilde genaamd. De Ovenvyfven van dit Gil- lofce: waarop hy zig herwaards begaf, en de, gelykze, onder anderen, in eenen Sche- eene Kelk en Waskaars van eene geweldige penen-brief van den jaare 1498, genoemd grootte, in de Kapel der Heilige Stede, worden, waren, in't jaar 1573, Tryntgen offerde (v). Ook vereerde hy een glas in Hendrix, Aef Jacobs, Tryntgen Bieters en de Kapelle , waarvan nog een gedeelte in Mari Claes, gelyk blykt uit eenen brief, die den zuidooftelykenhoekvan't gebouw over- in 't Burger-Weeshuis bewaard wordt. Nog gebleeven is. 't Gemeen gevoelen was, dat, vondt men 'er S. Hier-onimus-Altaar, gemeld door het Sacrament hier ter Stede, verfchei- in eenen rentebrief van den jaare 1539; S. den' wonderdaadige geneezingen gefchied- Rochus-Altaar, waarvan, in brieven van de den. Doch fommigen vernaaien, dat de ou- jaaren 1548 ,1552 en 1566, gewaagd wordt, de miracukufe hoflie, door den tyd vergaan en 5. Laurens - Altaar, gemeld in eene Lyft zynde,van den BiiTchop van Utrecht genut- van de inkomften der Kerke van Slooterdyk tigd was; die eene andere hoftie, in derzel- (d). Voorts, was 'er een Lieve - Frouwen- ver plaatfe, gewyd hadt Qw). Óp den Sa- Altaar, welk aan de noordzyde der Kapelle craments-dag in de vaften, hieldt men eenen ftondt, en reeds, in eenen Schepenen-brief plegtigen ommegang, met het' miraculeus van den jaare 1368, vermeld wordt. De Sacrament , en omtrent Pinkfteren , een' Kruisbroeders, die in de Pleilige Stede by- diergelyken;gelykwy, reeds op eene ande- eenkwamen, en in 't jaar 1361 reeds ver- re plaats (x), hebben aangetekend, 't Vry- meld worden, hebben 'er waarfchynlyk ook geleide, welk, by deeze gelegenheid, ge- een Altaar gehad. meenlyk voor veertien dagen,verleend werdt, Voor de Kapelle der Heilige Stede, ver- Veran«c'
lokte veel volks herwaards. Doch ook aan moedelyk boven den ingang in 't weften , ringed". zulken, die, op andere tyden,het Sacrament, plagten, tot op de tyden der Hervorminge ^"ve,»4 in bedevaart, kwamen bezoeken, wordt, toe, deeze woorden, met gouden letters, te de Öer' in eene der oudfte Keuren, vrygeleide ver- leezen te zyn: Signa & inhabilis fecit in te vorffli»S' leend,'inet deeze woorden: Item enich man Deus excelfus, dat is de groote God heeft, of vrou-wenaem die binnen der Stede coemtzyn » in u, tekenen en wonderen gedaan (e)." pilgrimmaedze te doen ten heylighen Sacramen- Doch dit opfchrift is , naderhand , uitge- te, dien en machmen met hecomineren noch be- wifcht. Eenige Roomfchgezinde Schry vers Jetten binnen der Vryhede noch dair buten van verhaalen, dat de Kapel, na de verandering onfen poirters. Mer wairt dat hy om ander des jaars 1578 , eenen geruimen tyd, ge- zaken auame, dat zoude flaen tots gherechts bruikt geworden is , eerft tot een' Paarden- hekenninge. Ende dair zullen 2y toe doen alze ftal, naderhand, tot een Stads Turf huis, en der gherechte zal guetduncken {y). Opmeer eindelyk,tot een Zout-kaffe (). 'tLaatfte heeft eenige wonderdaadige geneezingen wordt, ook door anderen , beveftigd , en aangetekend,die,ten zynen tyde,inde Ka-, meent men, dat zulks,nog in de voorgaan- pelle van de Heilige Stede, gebeurd zouden de eeuwe, aan 't ziltig uitilaan der pilaaren, zyn. Onder anderen, fchryft hy het fchie- van welken toen eenigen vernieuwd wer- lyk opbreeken van het beleg der Stede, in den, zou gebleeken zya (g). Zeker is 't, den jaare 1572 (z) , toe aan eenen omme- dat 'er, na 't jaar 1578, eenige jaaren ver- gang methet Sacrament, op denraad van een' loopen zyn, eer de Kapel tot een Godsdien- Boer van Abkoude, gedaan {».Hoe Von- füg gebruik gefchikt werdt. De Vroedfchap del, in zynen tyd, getragt heeft de Won- befloot, in 't jaar 1586, dezelve af te ftaan
aan
(a) W. Syvaerts Roomfche Myöericn ontd, .33 vcrfo.
(v) Anonym, ad Calcera PoimTANI , p. j. (b) Poëzy I. Deel, hl. 4*2.
(m) W. Syvaerts Roomfche Myfter. ontdekt, .3111e rf>. (c) Zie hier voor, hl. irt,
(x) II. Deel, IV. Boek^, hl. 197. (d) By Le LONG, hl. +97.
(y) Keutb. A. . s. (e) w- Syvaerts Roomfche Myfter. onrdekt, ?*
(z.) Zie II. Deel, VIII. Boek, hl. HJ. (f) Opkomft der Nederl. beroerten gedr. 167?- bL I37'
(<*) Cathol. Mattelaais-Boek, II. Deel, hl. si, t%t, tjj Domselaer IV'. Boek^, hl. 7j.COMM6i.1N , hl.+T*
|
|||||
|
<^ry,
|
rS&rè, ^zTo^J^^feiTo^t- Heilige Stehe, m^^JViEzrwE-ZYDs-JC^iJPEL.
|
|||||||
|
JXK/.*,
|
||||||||
|
tf- Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
123
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nie,
ZYl
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- -J"* ^e Walfche Gereformeerden (h). Doch zyde der Kapelle, hangt een groot Wapen- Nieuw»-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
meen niet, dat dit befluit ter uitvoeringe bordderKerkmeefleren, federt het jaar 1519.ZYßs-
gebragt werdt. Omtrent drie jaaren laater, Voor den fchoorfteenmantel, ziet men het Kai>eu werdt zy, ten diende der Nedcrduitfche Ge- wapen en zegel der Stad, en de wapens van retormeerden, tot het doen der Hoofdpre- vier Kerkmeefteren, Helens,PancrasyScm HCatrln' bekwaam gemaakt; alzo de twee en Vakonier, ten tyde van welken, de man- °°kerken, ter oorzaake van het aan- tel fchynt gemaakt te zyn. 't Schoorfteen-
^aJen der Gemeente, te klein geworden fuik is niet kwalyk gefchilderd. Ik heb, in ar<?n (0- Op den eerften Zondag in De- 't Kabinet van Kerkmeefteren, geene 011de
einher des jaars 1590, werdt 'er 't eerfte ftukken , de Kapelle betreffende, können
vondmaal gehouden, waartoe 't brood en vinden. Alleenlyk,(worden aldaar nog eeni-
to.e ^yn 5 op laft van Burgemeefteren, door ge brokken bewaard van een gedoodverwd /^erkmeefteren der Nieuwe Kerke,bezorgd Schilderft.uk, waarop het Mirakel der Hei- erdt (k): De Kapel is, federt, in de te- üge Stede, en byzonderlyk, de vrouw, die
genwoordige gedaante herbouwd. In 't jaar de onbefchadigde Hoftie uit het vuur grypt; 57, werdt beflooten, den vloer derzelve de plegtige ommegang met dezelve; de
verhoogen , en met blaauwe zerken te aanbidding derzelve, door Engelen en men- eieggen ^_ -pe vooren was deze]ve ? zo i]f fchen , en andere byzonderheden verbeeld
meen, flegts met gebakken fteenen belegd zyn. geweeft.^ \n 't eerft werdt, in deeze Kapelle, even in dezej. ^e Nieuwe-zyds-Kapel is honderd vyfen als in de Hoofdkerken, alleenlyk in de Ne- ve, wordt,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
§edaa»t|e aSC^S voet lang? en honderd en dertig derduitfche taaie gepredikt. Doch de Duit-in de
" v°et breed; en wordt verlicht door dertig fche oorlog eerft, en daarna de dood van den rHIoolh
2yeuWe. groote glasraamen. 't Gewelf ruft op twin- Paltsgraave Fredrik, verkooren Koning van ÏÏe g<£ XaPel!e ^ T?n^e Reenen zuilen. By avond worden, Boheeme, in den jaare 1632, gaf aan een predikt. °P tien koperen kaarskroonen , 't vereifcht groot getal van Hoogduitfche Gereformeer- getal van kaarfen ontftoken. Over de drie den gelegenheid, om hun Vaderland te ver- ingangen naar 't Doophuis, leggen drie laaten, en zig hier ter Stede neder te zetten, ïerlyke koperen boogen. Ook zyn de fchui- Van toen af, werdt ook, eens of tweemaal neplaaten, waarop de Predikant en de Voor- ter weeke, ten dienfte deezer Geloofsgenoo- Zanger denBybel leggen,van doorlugtigko- ten, in de Hoogduitfche taaie, gepredikt, Per, konftiglyk, gewerkt. Van binnen te- in de Nieuwe-zyds-Kapelle, zynde Otto Ba- gen den weftergevel der Kapelle , is eene dius den eerften Leeraar geweeft, die, tot win!6 ^a'ery voor de Weeskinderen , op het waarneem;n van den Predikdienft in de -ike ook , veeltyds , andere toehoorders Hoogduitfche taaie, in 't jaar 1620, her- Piaats neemen. Regt hier tegen over, in 't waards beroepen werdt. Tegenwoordig , °ften, is een net portaal, beftaande bene- wordt 'er, des Zondags, na den middag, en en uit zes grooter, en boven uit zes klei- van half February tot het einde van Augus- , er. geflingerde kolommen , die ook een tus, ook des Woensdags, ten vyf uuren des e"i Kapelletje onderfteunen. Tegen 't avonds, om de veertien dagen , in de Hoog- oorden , ftaat een klein Orgel, 't welk, in duitfche taaie, gepredikt. Ook wordt 'er, 1 verheid van geluid, boven alle de Orgels om de twee maanden, het tweede Avond- &T ter S.tede' pIagt uit te munten: doch maal, in deeze taaie, gehouden. Rondsom Vo]ert de jongfte herftelling, veel van zyne de Nieuwe-zyds-Kapelle, zyn eenige woo- z maakt:neid verlooren heeft. De deuren ningen en kaften getimmerd , die , door een' Setyk doorgaands, befchilderd, aan de Bedienden derzelve, bewoond, of, door met Davids inhaaling na 't ver- Kerkmeefteren, aan anderen verhuurd wor- den fVan Goliath, en aan de andere, met den. fnWr?eeIenx!en. David , door Saul met de Ziehier de naamen derKERK mees te- Naamlyft |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e gedreigd. In de Nieuwe-zyds-Ka- ren van deeze Kapelle, oudtyds Regenten derKERK-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
MEESTÏ-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
plaatf^yn Seene zeer aanzieniyke Begraaf- van der Capelle en Capelmeefierën genaamd,
SchouTn ^en ^ee^c 'er ^et ^ van ^en zo ver dezelven hebben können gevonden REN'
e deezer Stede Willem van der Does, worden :
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jnn,e Grafkelder van 't Geflagt van Jlewyn.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1431. Jan Bout Aelbertszoen,
1431. Dirck Jacob Fekardyszoen.
1431. Jan Beduynre Aelbertszoen.
1503. Bruyning Jacobsz.
1503. Frans Claesz,
1503. Mr. Pieter Colyn.
O^a
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t Kerkme
|
-efters - Comptoir, aan de noord-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
a»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
""■vetnh , UurlProngkëlykf Or-'e vn Bürgern, van 50
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
('
|
* *el»l. Vioedfch. L
|
in d- Nieuwe Ktrke.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
>. A. 28 'Jan. ISJ7. . ijo vtrft.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1511,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
124
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1758. Daniel Hooft Gerritsz.
1760. Jean Deutz.
17 61. M'. Nicolaas Willem Roè'H.
1762. Mr. Joan Graafland de Jonge
17Ö4. Jacob Hooft.
IV.
OUDE-ZYDS-KAPEL.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OUDE-
zyns-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'Claes Volkertsz.
Dirck Jan in de Kalverfiraet over de
Heilige Stede. Pieter Stevensz. Popius Occo. Klaes Hein. Heiman Jacobsz. van Oude Amflel.
Klaes Boelensz. Jan Dirksz. Sil. Jacob Banninck. Dirck Martsz. Mooy. Jan Lambertsz. Willem Koek. M'. Hendrik Dirksz. Jacob Wouter Dobbesz. Jacob Heindriksz. Aris Gerritsz. Pieter Koenesz. Härmen Jansz. Claes Dircksz. Jan Vechtersz. Härmen Gysbertsz. Olof Abinga. Willem Jansz, Bogaert. Huyg Hendriksz. Verploeg. Gerrit Gerritsz. Dootshooft. Volkert Nanning van Ayta. Reynier Reael. Hendrik Brouwer. Jacob Reeprnaker, Jan Witfen. Nicolaes van Bronckhorft.
Jan Jansz. Koekebacker. Jacob Valckenier. Everard Scott. Abraham Alewyn. Egbert de Vry. Jan van Erpecom. Hendrik Scholten. Jacob Scott. Joannes Tielens de Jonge.
Jacobus Valconier. Jofephus Coymans. Gerbrand Pancras. Jan Nuyts. Daniel Kick. Mr. Gillis Graafland. Mr. Gerard Trefchouw. Jan Ditelaar. Mr. Daniel van Liebergen.
Adriaan van der Ghiefen. Abraham Mattheus Koolbrand. Joan Scherenberg. Daniel Bäcker. Antoni Warin. Hendrick Bicker Jansz. Egidius van de Poll. Joan Couck. Jonas Witfen de Jonge. M\- Hendrik Backer. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1511.
1512.
1513- 1517- 1518. 1519-
1522.
1523-
1524.
1525-
1526.
1527.
1543-
1543- I543- 1543- 1549- I55I- I55I- 15Ó2. 1562. 1593-
1593-
1606. 1618.
1623. 1628. 1632. 1634. 1^37-
1639. 164.6. 164.6. 1664. 1672. 1678. 1678. 1679. 1679. 1679. 1682. 1683.
1688. 1690. I705-
1709. 1712. I7I5-
171Ö.
1719. 1729. 1730.
^732.
1740. 1746. 1749. 1753- 1754. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.eOuDE-ZYDs-KAFEL ftaat aan 't Befchrf
^} begin van den Zeedyk by den Kam- ving °f per-Steiger, alwaar zy twee ingangen heeft. °^_ Twee andere ingangen zyn 'er, in de Kapel- \ts&i* fteeg. Boven den voornaamften ingang in 't noorden, op den Zeedyk, zyn een geraam- te , eenige doodsbeenderen, en eenige ko- renairen, daaruit opryzende, in fteen uit- gehouwen, waaronder men leeft: SPES ALTERA VITiE.
dat is:
De andere hoop des Leevens. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Oude-zyds-Kapel is, oulings, niet aan
S. O duif, Priefter en Prediker in Friesland, in de negende eeuwe; maar aan S. Olof, een' der eerfte Chriften-Koningen van Noor- wegen , die in de elfde eeuwe bloeide, toe- ge wyd geweeft,en werdthierom, voorden tyd der Hervorminge, de S. Olofs Kapel ge- naamd. Sommigen hebben hieruit afgeleid, dat deeze Kapel, ook reeds in de elfde eeu - |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zy is'j«.
vanou*»
aan S» SSV
geweclu
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
we
|
gefügt is, en, derhalve, voor het oud
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fte Kerkgebouw van Amfterdam gehouden
moet worden (m). Doch zo de Leeftyd van eenigen Heilig iet bewyft, omtrent den ou- derdom van Kerken of Kapellen, aan den zelven toegewyd , zullen verre de meefte Godsdienftige gefügten eeuwen ouder zyn, dan zy, op goede gronden, gehouden wor- den, 't Komt ons, in tegendeel, voor, dat de S. Olofs-Kapel niet alleen jonger is, dan de Oude Kerke en de Nieuwe-zyds-Kapel, die in de veertiende eeuwe gefügt zyn ; maar dat zy zelfs, na de Nieuwe Kerke, die in 't begin der vyftiende eeuwe gebouwd werdt, gefügt geworden is. En dit ons gevoelen fteunt op deeze drie redenen. 1. Niemant heeft, tot hiertoe, een eenig
fchrift of ffcuk te berde gebragt, ouder dan de vyftiende eeuwe , waarin de S. Olofs- Kapel genoemd wordt: 't welk gegronde re- den geeft, om te vermoeden, dat zy, voor dien tyd, niet in wezen geweeft is. 2. De Stads-Poort, die digt by de S. O-
lofs-Kapel plagt te ftaan; lang tot een ge- van-
(») Le Long, hl. 01, 9?,,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
denen»
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I oven,
d^sV'
iet lang voor 't midden |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der vy
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tiende
eeuwe ? geftigt leviet is. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||
|
125
|
|||||||||
|
zydsE' yan§ennuis gebruikt is (n), en eerft in 't eindelyk, uit eenen brief van den Deken en Oude-
Kap£L. J,aar IÖ18 afgebroken werdt (o), droeg, in 't Kapittel der Lieve-Vrouwe-, of Hof-Ka-ZYns- «e zeftiende (j5), en miflchien reeds in 't pelle in den Haage, gedagtekend den ne-KAl*1' laatftjofin 't midden der vyftiende eeuwe, genden Maart des jaars 1512; waarby.de den naam van S. Olofs-Poort, dien zy, on- Üvermam der Kapelle eerft verlof krygen-, getwyfeld, naar de naaftgelegen Kapel, aan- om, den vreemden Coopman ende heur o'mghe- genomen hadt. Maar, in 't begin der vyf- feten tot gerive, miïTe te doen zingen , pre- tiende eeuwe en eerder, hadt zy eenen an- dikatien te laaten doen , en - offerhande te deren naam. In eene onzer oudfte Keuren, verzamelen , geduurende den tyd van vyf die even na eene Keur van den jaare 1401 en twintig agtereen volgende jaaren: 't welk, geboekt is, heet zy de poirthuyfe vptieKen- vermoedelyk, niet zo laat gefchiedzouzyn, Jyde (^). in eene andere, een weinig laater zo de Kapel toen reeds verfcheiden eeuwen te boek gefield , de poirthuyfe vp t eynde van oud geweeft ware. De Kapel der Heilige der Kercflrate (f). In twee brieven van de Stede hadt diergelyke vryheid, reeds in 't jaaren 1424 en 1431, die in 't Leproozen- jaar 1415, verkreegen (w). AVy hebben den nuis bewaard worden, draagt zy den naam brief, die ook andere merkwaardigheden van der Kerkflrate poirtbuus. Zelfs wordt zy vervat, en nog nimmer gedrukt geweeft is, °ok die Warmoesßraet poirte genoemd, in hier agter,onder deBylaagen(x), geplaatft. eene Keur van den jaare 1478 (s). En in Uit de voorgefteide aanmerkingen, mee- eene andere van den jaare 1481, nog we- nen wy veiliglyk te mogen befluiten, dat de Waar- derom de Kerkfyde Poort (t). Zyhadt deezen S. Olofs-Kapel, niet lang voor't midden der fcbynly- naam gekreegen naar de Oude Kerke; en vyftiende eeuwe, geftigt is. De gelegenheid ke 8el5.' die van Warmoesfiraet-poirte naar de War- der ftigtinge is ook niet moeilyk op te fpoo- haarer Moesßraat, aan welker einde zy ftondt. Maar, ren. De Stad hadt, in 't jaar 1443, vanStigcing. 20 de S. Olofs - Kapel toen reeds lang ge- Chriftoffel, Koning van Deenemarke, vry- jpouwd geweeft ware; waarom zou de Poort, heid verkreegen, om op Noorwegen te mo- m dien tyd, niet zo wel als naderhand, naar gen handelen (y). De vaart derwaards gaf de Kapel genoemd geweeft zyn?In de zes- denNoordfchen Koopluiden aanleiding, om tiende eeuwe, draagt zy beftendiglyk den Amfterdam dikwils te komen bezoeken; en naam van Sint Olofs poirte (u). En [hieruit deezen wilden men wel gelegenheid geeven, Wag men veilig befluiten, dat de Kapel toen om hunnen Godsdienft te können verrigten, reeds eenen geruimen tyd geftigt gewecH pas binnen de poorte, niet verre van wel- jas. Doch in eenen Schepenen-brief van ke, hunne ichepen lagen. Dus werdt dan den jaare 1451, waarin ik, voor 't eerft, de Kapel, van welke wy fpreeken, geftigt, ^an de S. Olofs-Kapelle gewaagd vind, wordt zo wel als naderhand btvoonegt, denvreem- de Poort nog die Kerczyde poirte genoemd, den Coopman tot gerive. Zy werdt den be- om geene andere reden, naar 't fchynt, dan roemden Noordfchen Heilig Olaus of Olof Hiftorie oat de Kapel nog niet lang genoeg geftaan toegewyd, om de Nooren aan te lokken, van s. ^c» om haaren naam aan de naaftgelegen Olof was, na de dood van Sueno , Ko-OIof- ötads Poort te hebben können mededeelen. ning van Deenemarke en Noorwegen, ver- ^e inhoud van den brief zelf fchynt de jongk- kooren tot Koning van Noorwegen, daar hy heid der Kapelle te beveiligen. By den zei- 't Chriftendom alomme invoerde. Doch Ka- ^en wordt verpagt of verhuurd aan Sinte nut, Suenos Zoon, die in Deenemarke re- Vhtiers Capellen, gelegen an die Kerczyde poir- geerde, deedt hem den oorlog aan, enover- e' dat kdich erue dat voir die voirfz. Capelle won hem. Olof fneuvelde, volgens fommi- ëelegen fx? mit die fleenen toerne fir eckende an gen, in den ftryd; of werdt, volgens ande- er poirte voirf. (v). Dit ledig erf heeft, ren, door beleid van Kanut, van zyneeige- yerrrioedelyk, moeten ftrekken, tot opbou- ne huisgenooten, verraaderlyk, omgebragt, ^lng of vergrooting der onlangs geftigtte in 't jaar 1028. Zyn yver voor den Chris* JvapelJe. telyken Godsdienft ; zyne agting voor de S-DejongkheidderS.Olofs-Kapelleblykt, Priefters; zyne mildaadigheid omtrent de ar-
'(. men, en zyne naauwkeurige waarneeming ver},,. Urb' B- «AcaUcmf. «4. D./. ug verfi.E.f. iï« jgj- uiterlyke plegtigheden hebben hem,eer-
h\ G^o°!'Mtocdfch- N- I2- lxM" 161%- f- s' v'rf°- lang, onder't getal der Heiligen, doen plaat-
(?) Kewb. A'T" Nl r f' ***"*"& fen (z). En de Nooren, zyne onderdaanen, </) Kcmb. 1: f \rfr be-
f,i v , V ■> '4 verft. PC*
U ÏTr ' f ?■ im. f») Handv. II. +it.
(«O K '" tf, »» *«■/" (xJLr E.
E- Ufi / f*- "^calc£ni/.S4. D. . Wiverft. (y) Zie II. Deel, III. Boc{_, il. Ifo. ■ ij. wrJ" Gro°t-Memor. N. 1. f. ij7 verft. .N. II. (z.) Alb. Kkantzii Norvag. Uhr. III. Cup. VI. p. 381.
(vj Gm«, »r Saxo Gbammatic. Hift. Dan. Libr. X. p. 154 , iyj, 194»
"t-Memor. H. I, f. ll9 verf,m & Nat. über. S. J. 'StephANH p, 111,
<l3
|
|||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I2Ó
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
behielden zo veel agting voor hem, dat zy werdt, blykt uit deeze woorden van den Oude-
zig gaarne begaven in Kerken en Kapellen, Brief van 't Hof-Kapittel in den Haage van ZJ°£S~U die hem waren toegewyd. In zyne Kapelle den jaare IJ12, dien wy boven hebben aan- te Amfterdam, hadt men zyn beeldtenis aan gehaald, en die , hieragter (c) , geheel te lee- 't gewelf gefchilderd, aan de voeten van dat zen is; Maer om dat die Heren ende broeders van Koning Kanut, die hem met een zwaard van Jerufalem, die t heylighe graf ons Heren dreigde. Izaak Commelyn getuigt (a), Jefu Chrifii ghevifiteert hebben, haer flacie dat hy dit af beeldfel nog gezien heeft, fchoon ende feefie houden upten palmdach , zo füllen die hy den Koning met het zwaard, ten onreg- voorfz Capelle - bewaerers ende hoer nacome |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OuDE-
ZYDS- KaP£L.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
te, voor S. Olof heeft genomen, die niet o
verwonnen heeft, maar door Kanut over- wonnen is. Aan deeze S. Olofs-Kapelle, was, reeds
voor 't jaar 1500, nog eene andere Kapel gevoegd, gelykende , zegt de oudfte Befchry- ver van Amfterdam /;), naar den Jeruza- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
linghen moghen fitten met haer voorfz büßen
um almiffen en offerande t ontfanghen den voorjz. gheheel palmdach ghedurende. En uit eene Keure van den dertienden Maart des jaars 1498, vergeleeeken met het berigt van W a- i 1 ch S Y v Af,r T s z o o N (f/), blykt, dat men, op den Palmzondag, een' houten ezel, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bcrigt
wegens de Kapel Ie van |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Teruza-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
iem, die
aan de S.
Olofs- Kapel ge-
voegd was. |
..-.---------------j-----, -------o------------------ r ------- --------- ------i-----------------------
[ad injtar Jberojolimitani templi, cum fepul verbeeldende, het eene jaar, uit de Kapelle
chro Domini]. Van deeze bygevoegde Ka- der Heilige Stede, naar de Nieuwe Kerke, pelle vindt men weinig befcheids. Ik Hel en het andere jaar, uit de Kapelle van Je- vaft, dat zy geftigt is, door de Broederfchap ruzalem, naar de Oude Kerke trok; 't welk, der Jeruzalemsvaarders, die hier, in de vyf- fomtyds, en vermoedelyk alleen in de laat- tiende en zeftiende eeuwe, in wezen geweeft, fle gevallen, door de Jeruzalemsvaarders , en haaren oorfprong verfchuldigd is aan de met hunne Jeruzalemfche Veeren in de hand, reizen in bedevaart naar 't Heilige Land, en fomtyds, door twaalf oude mannen, uit welken, toen nog, door fommigen, onder- het Oude-mannen-huis, die met zonderlinge nomen werden. Inde Gafthuis-kerke, ziet gekleurde lange rokken gekleed waren, plagt men, nog tegenwoordig, eene oude Schil- te gefchieden. De Schoolieren der beide Pa- dery, waarin elf zulke Jeruzalems-vaarders, rochien Honden dan, in wit Choorgewaad, Burgers deezer Stede, ieder met eene zo- voor de open bovenvenfters van verïcheiden genaamde Jeruzalemfche veer in den arm, huizen aan de Kerkhoven, en zongen, als knielende ter wederzyde van een altaar, waar- de ezel voorbykwam, en wierpen 'er palm- op een kleed legt, beftikt met*het wapen takken op neder. In de Keure, van welke van Jeruzalem, zyn afgebeeld. De wapens wy fpreeken, leeft men uitdrukkelyk , dat |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de ridderlike broederfchap van den heiligen Lan-
de overeengekomen was, dat men t eenjaer onfe beere god upten ezel halen zal mitter pro- ceffie eerïtken becleet uyt Jerufalem, ende bren- vaarders ftaan onder de wapens, en onder gen in de oude kerck, ende t ander jaer, vuyter aan de fchildery leeft men: Pieter Heinricx- heilige Stede in de nyetve kerck. Voorts, blykt, uit de Keure, dat de ridders, die hy huys wa-
ren, den plegtigen ommegang moeften by- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
woonen, buiten wettig belet, waarvan de
meerderheid der broederen, den heer, dac is, de Schout, ende 't gerecht zouden oor- deelen (e). De S. Olofs-Kapel en de bygevoegde Ka- Staaf der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zoon Feit, A°. 1551. Jan Woutersz. Gael,
A". 1553. Matthys van Bancken, A°. 1553. Wouter Brugmans,A'. 1557. Floris Gerritsz A°. 1560. Thomas Symonsz. A°. 1561. Pie- ter Gysbertsz. Ruyfch, A°. 1562. ReyerWil |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lemsz, A°. 1562. Evert Jansz. Bäcker, A°. pel van Jeruzalem bleeven in deezenftaat, Kape,ie>
1563. Boven 't Altaar, is 's Heilands He- tot na de hervorming des jaars 1578. De"ineor.
meivaart gefchilderd. En in den onderften fieraaden en gereedfchappen der Kapelle fflinge.
rand der fchilderye, in vier vakken, 's Hei- werden, in 't jaar 1579 . door Kerkmeefte-
lands Opftanding; 't bezoeken van zyn Graf; ren der Oude Kerke, op laft van Burgemees-
zyne verfchyning aan Maria, en zyne ver- teren, verkogt. Ook ontvingen deeze Kerk-
fchyning aan de Discipelen. Doch 't fchil- meefters, eenige jaaren, de huuren derhui-
derwerk en 't fchrift heeft al zeer veel van zen, die aan de Kapelle behoorden (/").De
den tyd geleeden. Dat nu de Broederfchap Kapel ftondt, midlerwyl, ledig. Doch in 't
der Jeruzalemsvaarders deel hadt aan den jaar |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dienft, die in de S. Olofs - Kapelle verrigt
|
(c) rtylaajren I s E. *
(dj Roomkhe Mylter. ontdekt, Vunrr. (<r) Groot-Menmr. JV. I. 116 verft, () Zil COMMELIN bi- 4<Sï. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
il.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I«.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
{») Bj DOMSELAF.R IV. Boe{, hl, 7J.
(h) Ai Calccm ÏONTA1U, p. ;. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
U. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
127
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OüBE-
2YDS-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jaar 1602, werdt beflooten, de gemelde hui-
zen , die zeer bouwvallig geworden waren, te verkoopen, en de S. Olofs-Kapel bekwaam te maaken tot den predikdienil (g). Zy kreeg, ledert, den naam van Oude-zyds-Kapelle. In 1 jaar 1644, werdt by de Vroedfchap vaft- gefteld, de Kapel te vergrooten, en daar* 5°e eenige huizen over te neemen (h). En *n t jaar 164.6, werdt zy, in de tegen woor- ?xge gedaante, volbouwd. De Stad gaf, in t Jaar 1656, nog vyftien honderd guldens, tot eene wooning voor den Kofter (i). De Oude-zyds-Kapel, die een iierlyk too-
rentje met een'ommegang heeft, is honderd vyf en twintig voet lang, en negentig voet bfeed. 't Gewelf, aan welks fchoorbalken, nier en daar, nog eenige oude kopftukken en beeldjes te zien zyn, werdt, by de herbou- Wing des jaars 1646, fraai befchilderd. doch ïs3 in 't jaar 1743 , overgeverwd. Het ruft, in 't midden, op drie, en ter zyde langs de muuren op zeven pilaaren. De Kapel heeft vyf gcoote glasraamen, in welken, Stads wapen en t Koggefchip uit Stads zegel gefchilderd ^yn, en drie kleinen, onder eene ruime ga- jery, in 't zuiden. In 't midden der Kapel- je, hangen vyf groote koperen Kaarskroonen. *n dezelve, wordt doorgaands maar tweemaal ter weeke, des Zondags, gepredikt. Doch na "e Namiddags-Predikatie, wordt de jeugd ^n inzonderheid de meer gevorderden hier in «en Gereformeerden Godsdienft onderwee- £en of gecatechiseerd. In 't jaar 1752 , is ^et gebouw der Kapelle merkelyk verbeterd. De naamen der K e r k m e e s t e r e n der
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1677. Jan Wittebol.
168 r. Adriaen Temminck Jacobsz.
1682. Jean Thierry.
1685. Nicolaes Six.
1686. Jacob Looten.
1689. Cornelis Broeck. 1693. Mr. Hendrik Decquer de Jonge.
1693. Casparus van Wallendal.
1707. Lambertus Lepeltak.
1709. Pieter van Rhyn de Jonge.
1712. Willem van der Does.
1715. Pieter de Smeth.
1725. Jan Hendrik van Heemskerck.
1725. Gillis Sautyn.
1730. George Clifford.
1730. Jeronimus Graafland.
1730. Philip Zael.
1734. Mr. Dirk Sautyn.
1739. Jacob Gerard de Famars.
1743. Gillis Valckenier Junior.
1751. Jan Meyn.
1752. Willem Backer Willem Cornelisz.
1763. Bartholomeus van den Sandheuvel
Junior.
1764. Mr. Johannes Cyprianus van E-
wyck.
V.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gast-
Hurs-
Kekk.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tegen,
^oordi- ge ge- öaante «M zelve,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GASTHUIS-KERK.
e Gasthuis-Kerk ftaat op deBefchry-
Oude" Turfmarkt, daar zv haaren vin§ der |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gast-
H'JIS-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
voornaamften ingang heeft, en loopt, win-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fr17*
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kelhaakswyze, of met eenen elleboog, tot kerke*
aan het Gafthuis-hof, daar een tweede in- gang is. De Kerk heeft nog eenen derden ingang, uit de lange Galery van het Gafbhuis. 't Gebouw is oud en fmal, en heeft, van bin- nen , ter wederzyde, lange fmalle Galeryen, onder welken zitbanken geplaatft zyn. De Predikftoel ftaat in 't ooften, digt aan den hoek des elleboogs, voor de galery. Voor en ter wederzyde van den zelven, zyn, onder en op de Galery, eenige zitplaatfen voor de Wet- houderfchap, Regenten van 't Gafthuis en mindere ftandsperfoonen. Voorts, hangen , in 't ruim der Kerke, koperen kaarskroonen. Ook is 'er, voor , en ten zuiden van den Predikftoel, een Doophuis afgezonderd, 't welk egter niet tot de bediening desDoops gebruikt wordt. Het gedeelte der Gafthuis - Kerke, welk Verande-
van de oude Turfmarkt naar den Predikftoel ringen in loopt, en waarop een fpits toorentje ftaat, jgeb°jUW was weleer de Kerk van het Kloofter der erzevej nieuwe Nonnen, van welks ftigtinge wy, reeds by eene andere gelegenheid (£), ge- waagd hebben. Het andere gedeelte was, van
(k) I. Deel, I. JJ«^ il. 2I.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
yude-zyds-KapelIe zyn niet verder voorhan-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
,en>dan van de voorgaande eeuwe.
nrer de Lyft der zelven: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1617.
1617.
1624.
1624.
1625.
ï.629.
163ö.
I643. I<346.
I655. 1660. I662. 1663. 1663. 1664. 1670. 1676. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Symon van der Does.
Jan Franfen Bruiningh, Notaris.
Jacob Claefen Gelthouwer.
Cors Hendrickfen Cloeck.
Joris Ariaenfen.
Jacob de Gyfelaer.
Claes Jacobfen Gelthouwer.
Cornelis Corneliffen Karfeboom.
Ifaek Soolmans.
Nicolaes R. van Capelle.
Claes Pieterfen van Hoorn.
Jofeph Deuts.
Marcus Broen.
Jan Bas.
Aert Kool.
Jan van Loon.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mattheus Amya.
M.*l*JbL Vr0edfcI'. N. I z, ztjan. l«0i.f.i7f<*rfi.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
158
|
|||||||||||||||||||||
|
ook met deszelfs toeftemming, mögt gefchie- Gasï-
den. De Kerkenraad hoorde den voorgeflaa- ,|^ gen Leeraar op drie punten i.of by ook een trek badde, ende hem inwendig voelde ge- roert, om zyne Vaderftad, indien hy al- ,, daar beroepen wierdt, te dienen? 2. of hy ook ftigtelyk van zyne Gemeente zou können ontflaagen werden? 3. of hy zig, in Leere en Kerkelyke Vergaderingen, ook met de andere Dienaars deezer Ste- de zou konhen voegen?" Op de eerße deezer vraagen , antwoordde hy dat de trek naar zyn Vaderland elk natuurlyk en aangebooren was." Op de tweede dat hy zig gedroeg aan zyne Gemeente." En op de derde dat men, omtrent zyne Leer, gedrag en houden der Kerkelyke Verga- deringen, by zyne Claflis , onderregting bekomen kon." Twee dagen na dit on- derzoek (7), verfcheenen twee Burgemees- teren , Mr. Willem Bardefins en Egbert Roe- lof szoon , in den Kerkenraad, den zelven ken- nis geevende dat Burgemeefteren noodig hielden, dat 'er altoos een Predikant in een der Gafthuizen woonde, om de kran- ken, in hun uiterfte, te trooften; dat E- |
|||||||||||||||||||||
|
van de verandering des jaars 1578 af, tot
in 't jaar 1645, het Mannen-Gafthuis. Doch toen gaf het verbranden der Nieuwe Kerke gelegenheid, tot het vergrooten der Gaft- huis- of Nieuwe-Nonnen-Kerke ■, waaraan het Mannen-Gafthuis getrokken werdt; om welke reden, nog tegenwoordig, denaam van Mannen-Gasthuis , boven den ingang der Kerke, op de oude Turfmarkt, gelezen wordt. De bedfteden in het Man- nen-Gafthuis werden toen weggebroken, en de plaats derzelven met zitbanken bezet. Te vooren, hadt men , beurtswyze, in 't Mannen- en in 't Vrouwen-Gafthuis gepre- dikt, en dit duurde nog, tot in 't jaar 1655. Doch toen werden de Predikatien in 't Vrou- wen - Gafthuis, die des Zondags nademid- dags plagten te gefchieden, afgefchaft; en men bleef alleenlyk prediken in de oude Ker- ke der nieuwe Nonnen, zo als dezelve, met het Mannen-Gafthuis, aaneengetrokken was. In of omtrent het jaar 1686, is de gewezen Nieuwe - Nonnen - Kerk nog meer vergroot (f). En dit famengevoegd gebouw draagt thans alleen den naam van Gaflhuiskerke. In den Noordweftelyken hoek van het ge- deelte der Kerke , welk op de Turfmarkt ingaat, op de Galery,"hangt de Schildery der Jeruzalems-vaarders nog, waarvan wy, in de Befchryving derOude-zyds-Kapelle (m), uitvoeriglyk, gewaagd hebben. In de Gafthuis-Kerke, wordt, tegenwoor-
dig , 'des Zondags alleen, driemaalen gepre- dikt , tweemaalen voor den middag, en eens na den middag. De Vroeg- en Nademid- dags - Predikatie plagt te gefchieden, door den Predikant, die byzonderlyk in 't Gaft- huis beroepen was, en de tweede Voorde- middags-Predikatie, door de Stads-Predikan- ten , by beurten. Doch tegenwoordig wor- den alle de beurten in de Gafthuis - Kerke, door den Gafthuis-Predikant en de overige Stads-Predikanten, beurtswyze, waargeno- men , en de Gafthuis-Predikant predikt ook, op zyne beurt, in de andere Kerken. 't Liep, na de verandering des jaars 1578,
aan tot in 't jaar 1582, eer men dagt om't beroepen van eenen Gereformeerden Predi- kant in 't Gafthuis. De Regenten vervoeg- den zig, ten dien tyde,aan Burgemeefteren, verzoekende dat hun Everhard Hermanszoon, een Amfterdammer, die toen te Maasland ftondt, mögt worden toegéftaan. Burge- meefteren , als hebbende 't regt van Patroon- fchap over de Gafthuis-Kerke (rï), bewil- ligden in dit verzoek, en weezen de Regen- ten aan den Kerkenraad, op dat het beroep, (/) Refol, Vroedfch. L'. R. is Jan. i68«. . 3j.
(m) Bladz,. 116.
i») Gtoot-Memor. N. IV. . 88 verft.
|
|||||||||||||||||||||
|
Gast-
huis- Kerk. |
|||||||||||||||||||||
|
s>
|
verard Hermanszoon hun, ten dien ein-
|
||||||||||||||||||||
|
de, door de Regenten van 't Gafthuis,
voorgeflaagen, en hun en der Burgerye aangenaam was; en dat zy hierop de ge- dagten van den Kerkenraad begeerden te verftaan." De Kerkenraad bewilligde , terftond, in den voorflag van Burgemeefte- ren, onder voorwaarde, dat de Predikanc zig, in Leer en Kerkelyke Vergaderingen, voegde met de andere Dienaars. Burgemees- teren hernamen dat zy voorhadden, hef» daar toe te houden." Ook maakten zy, eerlang (8), eene Ordonnantie op 't aannee- men van Dienaars, die , als nu en hier na- maals, tot bedieninge der Gafihuyfen zouden werden aangenomen , behelzende dat zy, even als andere Dienaars, der Gemeente van den Predikftoel voorgefteld, en, zo 'er geene wettige verhindering kwame, op de gewoonlyke wyze, in den dienft beveiligd zouden worden. Dat zy zig, in Synodale , Clafficale en Kerkénraads- Vergaderingen, houden zouden by de an- ,, dere Dienaars. Dat zy, op de Zon- en Feeftdagen, tweemaal, in't Gafthuis zoii- den prediken; de gantfche week door, de kranken bezoeken; doch aldaar geene Sacramenten bedienen, noch andere ge" ' woonlyke of nieuwe Kerken-Ordeningen invoeren. Dat zy ook, op hunne beurt, ,, in de groote Kerken prediken, en de Sa- cra- f-f) Op den 4 Oftober des jaars 1582.
(8) Den 7 November 1582. |
|||||||||||||||||||||
|
Tyd en
orde van 't predi- ken al- daar. |
|||||||||||||||||||||
|
Wyze
van aan- ftellen van den Gafthuis Predi- kant. |
|||||||||||||||||||||
|
H- Boek.
|
|||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||
|
Gast-
huis. Kbrk. |
|||||||||||||||||||||
|
Goofen Jacobsz. Hooft.
Ysbrant Jacob Dobbefen,
Gerrit Jacob Witfen.
Jan Hendriksz. Oetgens.
Elbert Cornelisz.
Neck Pietersz.
Jan Commelin.
Pieter Cornelisz. Spiegel.
Willem Willemsz. Vrint.
Geurt Dirksz.
Pieter Rodingewert.
Simon Willemsz. Noomfen.
Cornelis Jansz. Geelvinck.
Härmen Ysbrantsz. Hem.
Volkert O verlanden
Jan Jansz. Karel de Jonge.
Lambert Pietersz.
Jacob Poppen.
Jacob van Neck.
Pieter Reaal.
Ysbrant Harmensz.
Abraham Boom.
Pieter Egbertsz. Vink.
Jan Gysbertsz.
Jacob Bicker.
Warnar Ernft van Baffen.
Dirk Wuytiers.
Reinier Reaal.
Bartholomeus Reaal.
Hendrik Hooft.
Comelis Arentsz.
Floris Noomszoon.
Jacob Hendriksz. Servaes.
Pieter Jansz. Snoek.
Dirk Haffèlaer.
Nicolaes Baltesz.
Comelis Schellinger Gerritsz.
Hendrik van Bronkhorft.
Pieter Jacobsz. Wroght.
Gerrit van Helmont.
Nicolaes Pancras.
Jacob van Neck.
Michiel Popta.
Jacob Bicker.
Jan Steur.
Willem Schellinger.
Jacob Backer.
Mr. Jan Veneman.
Coenraet van Heufïèn.
Izaak Commelin.
Mr. Jan Coetenburg.
Nicolaas Blaauwhelm.
Pieter Six. ,
Silvefter Heermans.
Michiel Marfelis.
Mr. Dirck Heermans.
Leonard Winninx.
Mr. Pieter Verloo.
Jacob Poppen.
Mr. Francois de Vroede.
|
|||||||||||||||||||||
|
>» cramenten uitdeelen zouden (0)." En op
deezen voet, werdt Everard Hermanszoon, w 't jaar 1583 , als Predikant in 't Gafthuis, beveiligd. Naderhand, is geraaden gevon- den , dat ook de Krankbezoekers het Gaft- huis bedienen zouden, in 't bezoeken der Zieken., Ook is, fomtyds, een Gafthuis- "redikant beroepen, door den Kerkenraad, en op gelyke wyze als de andere Stads Pre- dikanten ; doch niet zonder uitdrukkelyk verlof van Burgemeefteren , gelyk, onder anderen, by 't beroepen van Ds. Daniel E- versdyk, in den jaare 1688', gebleeken is (p). Doch gemeenlyk hebben Burgemeefteren eenen Predikant voor 't Gafthuis , by naa- 1116 > aan den Kerkenraad , voorgefteld ^n aangepreezen, die, vervolgens, op de Nominatie gebragt , en , met eenpaarige ftemmen der Leden van den grooten Ker- kenraad , verkooren geworden is; gelyk , °nder anderen , in 't Kerkenraads - 'Pro- tocol (q ), by de verkiezinge van D'. Cor- nelius van den Bogaerde, Predikant te Hoorn, in den jaare 1726, gezien kan worden.Voorts, wordt de Gafthuis - Predikant, gemeenlyk, door den Oud - Raad van Burgemeefteren , gemagtigd, om in alle de Kerken te predi- ken , mids blyvende Predikant der zieken Jn 't Gafthuis: 't welk ik vind, dat, onder änderen, omtrent den gemelden Predikant Van den Bogaerde, heeft plaats gehad (r"). Wy laaten hier volgen de naamen der
Regenten van het Gafthuis, federt de ver- andering des jaars 1578, na welken tyd, zy, te gelyk , Kerkmèesteren der Gaft- huis-Kerke geweeft zyn. |
|||||||||||||||||||||
|
1589«
1589.
1592. 1592.
1592. 1593-
1594- 1594- 1594- 1594- 1599- 1599- 1602. 1602. 1602. 1603. 1603. 1606. 1607. 1607. 1609. 1609. 1609. 1613. 1613. 1(514. i6i.y.
1618. 1621.
1623. 1623. 1624. 1625. 1626. 1629. 1630. 1632. 1637. 1643. 1645. 1645. 1646. 1646. 1650. 1651. 1651. 1651. 1651. 1652. 1655-
1655. 1655. 1656. 1661. 1670. 1671. 1672. 1672. 1678. 1678, R
|
|||||||||||||||||||||
|
d« Re-
Senten v'an >(. Saïhuis-
*Ketk.'
^eeftg.
rVer
Aetke. |
|||||||||||||||||||||
|
Arend Henriksz. Weesp.
Jan Percyn. Wouter Cornelisz. Verhel.
Otto Pietersz. Jan Jacobsz. Bal. Fredrik Jansz. Vogel. Jan Jacobsz. Pluydecoper. Bruyn Fredriksz. Pieter Willemsz. Jan Cornelisz. Hooft. He'ndrick Cornelisz. Spiegel. Matthys van Bancken. Hendrik Lucasz. Matthys Coenraetsz. Servaes Gooffensz. Limburg. Floris Klaesz. Kloeck. Gerrit Pietersz. Bicker. Gerrit Adriaensz. Harington. Pieter Adriaensz. Wykerfloot. |
|||||||||||||||||||||
|
1578-
1578. 1578. *579- *579- <J579- 1580. 1580. 1580. *58i. 1582. 1582. WS. 1583. 1584. 1584. 1585. 1587- 1588. |
|||||||||||||||||||||
|
(") Kerbenr. Protocol N. i f t2c 1-7 t,
<P{ Keikenr. Protoc. N. XV ' ' ty£rxix-f- "
I727. °V van dm Oud-Raad van Bürgern. vanz7 >Aug.
|
|||||||||||||||||||||
|
n- STUK.
|
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||
|
AM ST.ERDAMS
|
||||||||||||||||||||
|
13°
|
||||||||||||||||||||
|
welker Befchryvinge wy nu overgaan, zyn Zuiber-
allen geiligt, na de tyden der Reformatie, Keuk' en ter gelegenheid van de verfcheidene ver- grootingen der Stad. VI.
ZUIDE R-K E R K.
Toen de Stad, omtrent den aanvang der BefcW'
zeventiende eeuwe, terwederzydevan ving^ denS. Antonis-dyk, uitgelegd geworden was, |^Ë. befloot de Vroedfchap, in 't begin des jaars 1602, uit te zien naar eenige plaatfen, tot het bouwen van nieuwe Kerken , zo wel buiten de S. Antonis - Poort, als buiten de de Haarlemmer-Poort (s). En 't leedt niet" lang, of de Stad kogt een erf, toteene Kerk en een Kerkhof, ten zuiden van de nieuwe Hoogflraat (0, alwaar toen eenige fpeeltui- nen waren aangelegd. In 't volgende jaar, StigtinS- begon men, met graaven en heijen der grond- flagen, en, op den twee en twintigflen Au- guilus des jaars 1603 , werdt de eerilefleen van 't gebouw gelegd , door Jan Bkker, Zoon van den regeerenden Burgemeeiler , Gerrit Bicker. 't Werk flondt, federt, om- trent vier jaaren ilil; doch werdt toen we- derom hervat (u), en, in vier jaaren, zo ver gebragt, dat de eerile Predikatie, in de Ker- ke , op den twee en twintigflen May des jaars 1611, zynde den eerilen Pinkflerdag, gedaan werdt. 't Een en 't ander blykt, uit het volgende opfchrift, welk, van binnen in de Kerke, tegen den muur van den Too- ren, te leezen is : Ter oefeninge van de Chriflelyke Religie is
defe Zuyder Kerck geflieht, Anno cioiocin. den xxii Augiifti, den iflen fleen geleyt ('t werk ruym iv jaren [lil geflaen^) An". CI3IDCXI. volmaeckt, ende op den Pinx- terdagh de ie Predicatie gedaen. 't Liep nogtans aan, tot in 't jaar 1614, eer
de tooren, en de muur en ingangen van"'t Kerkhof, geheellyk, voltrokken waren. Ook ziet men dit jaartal nog , aan den tooren , boven den uurwyzer. |
||||||||||||||||||||
|
Samuel Gillis.
Jan van de Put.
Hendrik Decker.
Hendrik, van Baerle.
Cohftantyn Decquer.
Pieter van der Poel.
Mr. Elbert Sucher.
Mr. Joan van der Voort.
Claude Louis de Surmont.
Reinier la Clé.
Gillis van Hoven.
Mr. Daniel Kick Junior.
Mr. Abraham de Riemer Junior.
Nicolas« Warin.
Jan Lucas Pels.
Gerard Bors van Waveren.
Jan van den,<Bofch.
M'. Gerard Aernout Haflelacr.
Jan Huydecoper.
Bartholomeus van den Santheuvel.
Samuel Elias Coymans.
Willem van Loon Jansz.
MV Wouter Valckenier.
Rombout Lepeltak.
Andries Munter.
Bartholomeus Muylman.
Mr. Joan Hendrik Kerckrink.
Mc. Jan Wolters de Jonge.
Mr. Jacob Coymans.
Adriaan Temminck.
Godefridus Cromhout.
Thomas van Son Zegersz.
Nicolaäs Faas.
Jofua van Ouderkerk.
Nicolaas van Buren.-
M'. Maarten Wevering Antonisz.
|
||||||||||||||||||||
|
1679.
1681. 1681. 1682.
1686. 1691. 1691. 1693. 1694. 1695. i7°5-
1707,
1719.
1719. 1719.
1721.
172a. 1722. 1723. 1723. i725-
1728. 1728.
1732.
1732.
I732-
1736. 1738.
1739-
1741. 1743-
i75°- 1755- Ï755- 1760. 1761.
|
||||||||||||||||||||
|
De vyf Kerken, welken" wy , tot hier
toe, befchreeven hebben, de Oude Kerk, de Nieuwe Kerk , de Nieuwe - zyds - Ka- pel, de Oude - zyds - Kapel en de Gaflhuis- Kerk, zyn de eenigfle Kerken in Amfter- dam , die , voor de tyden der Reformatie, in wezen geweefl zyn, en nu nog , door de Nederduitfche Gereformeerden, gebruikt worden. De Franfche en Engelfche Ge- reformeerden gebruiken ook nog twee Ker- ken , die , door de Roomfch - Katholyken, gefügt zyn ; gelyk wy , hierna, zien zul- len. De andere oude Kapellen en Kloos- terkerken zyn, of geheellyk verdweenen, of ftrekken niet meer tot oefening van den openbaaren Godsdienfl , maar tot ander nuttig gebruik; gelyk wy, in de befchry- ving van eenigen der tegenwoordige ge- bouwen , reeds hebben aangetekend, en nog verder zullen aantekenen. De zes 0- verige Kerken der Nederduitfche Gerefor- meerden, de Zuider-, Weiler-, Noorder-, Ooiier-, Eilands- en Amflel - Kerk, tot |
||||||||||||||||||||
|
Men ,
fchynt» in 't
eerft, voorge- had te hebben deeze Kerk S. ?"* Kerk te noemen« |
||||||||||||||||||||
|
In 't' eerft, dagt men , deeze Kerk den
naam van S. Jans Kerk te geeven. En dee- zen naam vindt men gemeld op den rand van 't Regifler der Vroedfchap , op 't jaar 1606 (ö). Ook werdt het Kerkhof, ronds- om de Kerke, nog vroeger, S. Jans Kerk- hof genaamd (w). Doch de yverigfle Ge- re-
|
||||||||||||||||||||
|
(») Reibt. Vroedfch. N. s. ïr jm. 1S02. . ;gi verfo.
(t) Refol. Vroedfch. N. Ä ij May i«o2. f. 399 ve-fo. (u) Refol. Vroedfch. N. 10 27 July i<so6. . 103 verfo' (v) Refol. Vroedfch. tibi fupra. (a) Refol. Vroedfch. N. a. 26 May, 14 Juny 160}. f-
426 verfa. 428. |
||||||||||||||||||||
|
■p
|
||||||
|
$ éverve /ö*h . Mr,
|
||||||
|
JD JE ZUIDMU-ICïïRK
~s4zrt tornen , naar 'f Zzctóerb , te/ ^£c7U .
|
||||||
|
It. Boek.
|
|||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||
|
■13'
|
|||||||||||
|
7
KËK^R ref°nneerden hielden deezen naam te zeer
te fmaakeh naar Roomfchgezindheid. Men befpeiirt dit, klaarlyk, uit de woorden van Walich Syvaertszoon, wienswerk- Je 5 Roomfche Myfierien ontdekt, in 't jaar l0°4, toen de grondflagen der Zuider Ker- ke gelegd waren, het licht zag: want, met reden,beweerd hebbende, dat de ftoffelyke Kerken flegts werken van menfchen han- den zyn, laat hy 'er (x) op volgen: gelyck- nien fien magh aen het beginfelvan de Kercke, "welche alhier nu gebouwet wert (jnet welcke de Superfiitie aireede begint te fpeelen, om die, n(ie de oude ende nieuwe Roomfche Jfgodijche wyfe, eenen naem te gheven, welcke haer niet en betaemt) dat het menfchen werck is. De af- keer der Gereformeerden van eenen naam, die, met de naamen, welken de Roomfch- gezinden aan hunne Kerken gaven , over- eenkwam , is, federt, naar alle waarfchyn- lykheid, oorzaak geweeft, dat de nieuw ge- bouwde Kerk, zelfs in het opfchrift, xvelk in den muur des Toorens geplaatft werdt, niet S. Jans-, maar Zuider Kerk genoemd is, om dat zy, in 't zuidelykfte gedeelte der Stad, gefügt was. Des Sants naam is, nog- tans, vermoed ik, bewaard gebleeven in de naaftgelegen Santflraat; fchoon de meeften den naam der zelve Zandflraat fchry ven, zon- der dat ik heb können vinden, dat hier, van °uds, meer zands geweeft zy, dan elders, j in de Stad.
gen.an "^e Zuider Kerk ftaat tuffchen de nieu-
we Hoogftraat en Raamgraft, en heeft vier
ingangen, twee in de Santftraat, van welken de ooftelykfte, eerfb in 't jaar 1733 , gemaakt ls; een in de Santdwarsftraat, en een' op de S. Antonis-breêftraat.De laatfte is ook de ingang paar't Kerkhof, welk, in 't eerft, nog eenen jngang in de Santftraat plagt te hebben, die, w de Frontefpies, met allerlei gereedfchap, tQt het begraaven van dooden in gebruik, en met de fpreuk Memento mori , Gedenkt te flemen, plagt verfierd te "zyn. Doch dee- Ze ingang is, voor lang, weggenomen. De andere, die nog in wezen is, is eene fraai- ^ hardfteenen poort, in welker Frontefpies, f en<~ doodbaar, doodshoofden en beenderen, Grootte. £onftlgiyk ■ uitgehouwen zyn. De Kerk is,
innenswerks, een honderd agt en dertig voeten ]ang f en een en negentig voeten breed. £y heeft geen Choor,gelyk de ou- de en nieuwe, doch geene andere Kerken, die, na den tyd der Reformatie, geftigt zyn, Slerj?rLSCede' hebben- Het midden-dak
der Kerke fteekt ver boven de twee zyd-
Gia ^aken uit, en ruft op tien zwaare, ronde,
azen. «eenen pilaaren, vyf ter wederzyde. In 't
certt, was de Kerk met gefchilderde glazen
<x) Pil. 3j.
|
|||||||||||
|
voorzien, die door vyftien byzondere Gil- Zuider
den (9) gegeven waren. Het zeftiende WaS, ÜMUE« door de Admiraliteit, gegeven, en vertoonde den flag voor Gibraltar (y), in 't jaar 1607, by den Amfterdamfchen Admiraal Heemskerck, gewonnen.Doch alzo zy deKerk,geweldiglyk, verdonkerden, zynze allen, in gevolge van een befluit van Kerkmeefteren van Decem- ber des jaars 1658, allengskens, weggenomen, en ongefchilderde glasraamen, in welker mid- den , alleenlyk, het wapen en zegel der Stad ftaan, in de plaats gezet. Egter, is de Kerk niet zeer licht, om dat de glasraamen, in de zydpanden, wat laag geplaatft zyn, en-de huizen ten weften, in de Santdwarsftraat, wat digt aan de Kerk ftaan. De Kerk heeft, in 't midden, vier groote, en in de omme- gangen , agt kleine Kaarskroonen. In 't zui- den der Kerke, is, in 't jaar 1660, eene rui- me Galery voor de Diaconie - Weeskinde- ren gebouwd: waarby, in 't jaar 1749, nog eene andere, boven den ingang in 't Noord- ooften, ten behoeve der toehoorderen in 't gemeen, gevoegd is. De Tooren der Zuider Kerke, die in 't Tooren.
zuidweften ftaat, en twee honderd zeven en dertig voeten hoog is, heeft drie tranfèn of ommegangen: de eerfte, van onderen , is honderd en vyf voet hoog: de tweede dertig voet. Op den zelven , flaan, aan de vier hoeken , vier hardfteenen Jonifche kolom- men van gelyke hoogte. De derde trans, die met eene fteenen leening omringd is, is een en dertig voet hoog, gerekend van het bovenfte gedeelte van den tweeden trans. Van den derden trans tot aan 't kruis, zyn nog een en zeventig voet. 't Gebouw van den tooren wordt van kenners zeer gepree- zen. De koepel of kap is doorlugtig, en voorzien van een fraai klokkenfpel; welk egter niet zo zwaar , en wat hooger van toon is, dan dat van den Oude-Kerks-Too- ren. Sommigen hebben den bekenden Jan Adriaanszoon Leegwater, als maaker van dit uur- en fpeelwerk, te boek gefteld (z). In 't Kerkmeefters-Comptoir, hangt een fraai fchilderftuk, in't jaar 1669, door Ferdinand Bol, gedaan , en het aanbrengen der ge- fchenken , tot den opbouw van Salomos Tempel, verbeeldende. In de vergulde Lyft van het zelve, ziet men de vier wapens der Kerkmeefteren, die, in 't gemelde jaar, in dienft waren. Het
(y) A3ntfk. van Schepen SchAEP MSS. N. 2.
(«.)- DooHEGEF.ST en POSJACER Rypcr Zeepoftil, h'. 339«
(o) Zie hier derzelver naamen: 't Schoenmaakers-,
Kleêrmaakers-, Goud- en Zilverfmids-, S.Lucas-,'t , Viffchers-, Bergenvaarders-, Metfelaars-, Kraamers-, S. Jozefs-, Scbeepstimmermans-, Kuipers-, Smids-, Droogfcheerders-, ßinnenlandsvaarders, en Bakkers- Gilde. R 2
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
A M S T E R D A M S
|
|||||||||||||||||||
|
132
|
|||||||||||||||||||
|
Mr. LucasTrip.
Jooft de Smeth de Jonge. Nicolaas Witfen. M'. Joan de Witt. Joan Corver de Jonge. Carel Boelens. Mc. Diderik van Buren, Jan van den Velde. Jan Carel Six. Frans van Marfelis. M'. Hiob de Wildt. Balthafar Coymans. Mr. Iman Mogge. . Karel van Dam. Willem Giefenbier. Jan Lucas van der Duffcn. David ten Hove. Jan van Marfelis Junior. Lodewyk de Bas de Jonge. Märten Bäcker. M'. Pieter Nicolaas Rendorp. George Clifford Junior. Jacob van Ghefel Junior. VII.
|
|||||||||||||||||||
|
WësTEÏ;
Kerk. |
|||||||||||||||||||
|
Zuider Het Zuider - Kerkhof is het eenigfte hier
Kerk. ter Stede, welk nog, omtrent de Kerk,ge- Zuider. bleeven is. De overige Kerkhoven, die aan Kerkhof, of om de Kerken plagten te zyn, zyn, al voor lang, verdweenen of verplaatft. Men begraaft , nogtans, zeer zeldzaam, op het Zuider - Kerkhof : zynde aldaar maar ééne dubbele Grafkelder, boven den grond op- gebouwd , en met twee zerken gedekt. Zy behoort aan het geflagt van I/aak Hartman en Jaapje Hanfe Roodenburgh , Egteluiden; die, hier, de eerfte, in 't jaar 1684, en de andere, in't jaar 1701, begraaven, en wel- ker wapens, boven de Grafftede, geplaatffc zyn. Naamlyft Zie hier de Naamlyft der Kerkmees- derKERK- teren van deeze Kerke: |
1694.
1698. 1700.
1702. i7°5-
1709. 1711.
1717.
1719. 1720. 1722. 1724. i73°-
I731- 1740. 1741.
1749. 1749. Ï750-
1754- 1755- 1758. 1763. |
||||||||||||||||||
|
MEESTE-
|
|||||||||||||||||||
|
611. Gerrit de Beer.
611. Cornelis Philipsz. Boom. 611. Willem Jacobsz. Pauw. 614. Simon Willemsz. Nooms. 616. Adriaen Cromhout.
617. Cornelis Jansz. Valckenier.
621. Cornelis Canter. 621. Cornelis Michielsz. Blaauw,
627. Reynier Reayer. 627. Jan Cornelisz. Valckenier. 633. Jacob Jacobsz. Roch. 635. Jacob van Bronckhorft. 650. Willem Six. 652. Adriaen van Cuyck.
653. Nicolaes van Bambeek.
653. Jooft Janfen Cruysvelt.
654. Jan Tayfpil.
657. Thomas Broers. 661. Elbert Del. 66"j- Jan BaptiftaBartolotti van den Heu-
vel. 668. Mr. Nicolaes Witfen.
669. Mr. David de Wilhem.
670. Denys Nuyts.
671. Gafper Pellicorne, Heer van Lair-
reght.
672. M'. Anthoni Gommers.
672. Nicolaes Walens. 672. George de Haes.
673. Pieter Pellicorne.
673. M'. Jacob Bicker Hcndriksz.
675. Jan Coymans. 683. Mr. Fredrik Danckers.
684. Mr. Quiryn van Stryen.
685. Hendrik Hudde.
688. Mr. Jacobus van Stryen.
689. Willem Adriaen van der Stel.
691. M'. Jan Six de Jonge. 691. Guillain Pels.
692. M'. Daniel Jan Bernard.
692. Joan van Hemert.
693. Carel Hartfmck.
|
|||||||||||||||||||
|
WESTER-KERIC
De laatfte Vergrooting der Stad op e'e'ne BefcW'
na, in den jaare 1611, zynde aange- vin§ ^ vangen, befloot de Vroedfchap, in den jaa- jJ^s! re 1614, in deeze vergrooting, een erf tot eene markt, tuffchen de Keizers- en Prin- fengraft, te laaten leggen (a). Men gaf, aan deeze markt, in 't eerfh, den naam van Keizersmarkt (b). Doch, naderhand,is haar de naam van Weftermarkt bygcbleeven. De bewooners der Keizers - graft omtrent de markt verzogten, in 't jaar i6ró , dat 'er eene ftraat gerooid mögt worden, die, van over de markt, ooftwaards, liep. Doch dit verzoek werdt afgefiaagen (c). In 't begin Stigticfc des jaars 1615 , werdt goedgevonden, Gn deeze markt, eene Kerk te iligten (d). Doch 't liep aan tot in 't jaar 1620, eer de eerfte fleen van 't gebouw gelegd werdt. Zulks gefchiedde, op den negenden September, door JVillem de Vry, Zoon van den regee- renden Burgemeeiler, Fredrik de Vry. En in 't jaar 1631 ,op den agtften Juny, zynde Pinkfterdag, werdt, in 't nieuwe gefügt, de eerfte Predikatie gedaan. De gedagtenis van 't een en 't ander is bewaard in een opfehrift van deezen inhoud, welk, boven eeneningang naar desKofters wooning, bezuiden de wefler- deur ■, van binnen in de Kerk, te leezen is: Tot
(a) Refol. Vroedfch. >7. il. 19 Pee. t«t*. f. 141.
(b) Refol. Vroedfch. A'. 12. 13 Jaly 1817. . 17 verft.
(c) Refol. Vroedfch. N. 11. 19 hec. 161 <J. . 19j i/er/*>
(4) Refol. Vroedfch. N. 11. 7 Jan. 161 j. f, 141. |
|||||||||||||||||||
|
*J, .tf(we& /cvZs. Tibi
|
||||||||||
|
JD JEi WJESTHJl-IZJEllK
|
||||||||||
|
'art /ViriTVCiv, naar' '■& Ovfèeiv, ~t& zieiz-
|
||||||||||
|
/y
|
||||||||||
|
D E W.E STEH -JCJEH IC
varv /innen, naar 'ü G)¥e/hizs, ':te/ Xc&n/.
|
||||
|
ÏÏ- Boek.
|
||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN,
|
||||||||||||||||||||||
|
133
|
||||||||||||||||||||||
|
West
|
ER
|
|||||||||||||||||||||
|
ruft, en, naar 't zuiden, voor weinige jaaren, Wester
ten behoeve der toehoorderen in 't gemeen, Kebk. vergroot is. In 't ruim, hangen vier koperen" Kaarskroonen, elk van dertig armen, en ter wederzyde agt kleineren, 't Kerkméefters- Comptoir is een fraai vertrek. In 't zelve hangt eene afbeelding der Kerke van buiten' van de Keizersgraft te zien, konftiglvk, door Jan van der Heyde, gefchilderd. Ook ziet men, hier, de wapens der Kerkmeefteren, in een zinnebeeldig Tafereel, in 'tjaari75o, door den Konflfchilder Louis Fabrieius du Bourg, gefchilderd. De Tooren deezer Kerke, die,in 't wes- Toorpn
ten, tegen eene bogt der Prinfengraft, ftaat, en daardoor van zeer verre gezien kan wor- den, overtreft alle de andere toorens dee- zer Stad, in hoogte en fraaiheid. Hy heeft drie tranfen of ommegangen. De voet van onderen beflaat agt en dertig voet in 't vier- kant. De Tooren is, van de ftraat af, tot aan den eerften ommegang, honderd en veer* tig voet hoog. Tuffehen den eerften en twee- den ommegang, ftaan, ter hoogte van agt en veertig voet, zeer fierlyk bewerkte ko- lommen op de vierhoeken, tuffehen welken, aan elke zyde van den Tooren, Stads wapen geplaatft is. Tuffehen den tweeden en derden ommegang, is de Tooren doorlugtig: ook hangen hier de fpeelklokken. En deeze tus* fchenwydte is, ter hoogte van agt en der- tig voet, op de vier hoeken, ook met ko- lommen bezet, tuffehen welken, vier Uur- wyzers geplaatft zyn. De kap boven den derden ommegang is, insgelyks,doorlugtig. In dezelve hangt de groote ilagklok. De top des Toorens is , beneden 't kruis, ge- dekt met de Roomfch-Koningklyke Kroon, die 't wapen der Stad verfiert. De kap be- reikt, tot aan 't kruis, de hoogte van drie en zeventig voet; zo dat de Tooren, in 't geheel , twee honderd negen en negentig voet hoog is. Hy is niet voor 't jaar 1638, geheellyk, volbouwd. Sommigen hebben aangetekend, dat JanAdriaanszoonLeegwa- ter het Uur- en Speelwerk in deezen Too- ren gemaakt heeft (g). Aan deeze Kerk plagt ook een Kerkhof Kerkhof,
te zyn, welk, tot het begraaven van doo- den, diende. Men hadt den toegang der- waards door eene fraaije poort van de Tos- kaanfche orde, die, ooftwaards van de Kerke, op de Keizersgraft flondt, en van boven, bei- de naar binnen en naar buiten, met een ge^ lauwerd doodshoofd, tuffehen twee hoopen doodshoofden, in fteen gehouwen,verfierd was. In 't midden, boven den ingang, las men: Mors fidelium est vitje perennis ini-
(g) dooregeest en Posjager Ryper Zeepoftil, W. 33?.
R3 |
||||||||||||||||||||||
|
Tot oeffeninge van de Chrifielycke Religie
w defe IVefier Kerck ghefiicht Anno MDC. XX. den IX. Septembri den eer- ften fleen gheleyt, ende A°. MDC. XXXI. °p Pinxterdach de eerfle Predicatie ge- daen. lerwyldeKerk gebouwd werdt, was, zuid-
Waards van dezelve , eene groote houten loots opgeflaagen , waarin, tot in 't jaar 1(^3i toe, gepredikt werdt; waarna dezelve Wederom werdt afgebrooken. Een Kleer- maker, Klaas Janszoon genaamd, aan Bur- gemeefteren, by Requefte, te kennen ge- geven hebbende, dat hy, om zynen yver Voor de waarheid, zyne kalanten,diemeeft ■^-emonflranten waren, verlooren hadt, was, PP zyn verzoek, den eerften Oótober des jaars 1620, by provifie, tot Kofier in de Weiler-Loots-Kerk, aangefleld (e). Cnr°otte De W e s T e R - K e R K, zo genaamd, om kante ^at zy' *n 'c we^e^yk gedeelte der Stad ,
gefligt is, ftaat op eene ruime markt, al- omme met boomen bezet, en gelegen tus- fchen de Lelie-graft en Ree-ftraat. Zy is de grootfte en aanzienlykfle van alle de Ker- ken, die, hier ter Stede, na de Reformatie, gefligt zyn. Binnenswerks, is zy honderd agt en zeftig voet lang, en zeven en negen- tig voet breed, 't Gebouw is twee Staad- jen hoog, die beide, met pilaflers van de Toskaanfche en Jonifche orde, bouwkon- ftiglyk, verfierd zyn. De onderfle flaadje i? agt en veertig,de bovenfle negenender- tig voet hoog. Op deeze ftaadje, ruft het dak, welk zeven en dertig voet hoog is. De fteenen gewelven van't gebouw ruften, met derzelver boogen, ter wederzyde, op vyf Zwaare pilaaren, elk, als een drieling, fa- oiengekoppeld. De Predikftoel ftaat, tegen een der zelven, in't noorden. In't weiten der Kerke, boven den ingang, werdt, in 't jaar 1687, een fraai Orge' gefteld, op vier rnarmeren zuilen. Het heeft zeven en der- tig Regifters of Hemmen, en is, van bui- ten , met keurlyk beeldwerk , verfierd. &oven het Orgel, ftaat het beeld der Lief- de , waaronder men leeft : Deo et pro- Ximo : dat is , Gode en den naaflen. Ook zyn de deuren van het Orgel, door Gerardde LaireJJe, fraai befchilderd. Kerkmeefteren wa- ren, in 't jaar 1682 , gemagtigd , om dit Orgel, welk men rekende, zeftien duizend of negentien duizend guldens te zullen kos- ten, te laaten maaken(/). In 't ooften der Kerke, is , ten zelfden tyde, eene ruime tralery gebouwd voor de Aalmoeffeniers- Weeskinderen, die op vier fleenen pilaaren |
||||||||||||||||||||||
|
■
|
(f- -root-Memor. N. II. . i?8 verfo.
VI Refol. Vioedfch. Zr. o. 12 Kov. 1652. .
|
|||||||||||||||||||||
|
317.
|
||||||||||||||||||||||
|
i34 AMSTERDAMS III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
initium, dat is: De dood der geloovigen is't 1737.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
M'. Aegidius Willem Tollink.
Mattheus Boendermaker. Henrik Bicker. Nicolaas Warin Junior. Lieve Geelvinck. Cornelis Deutz van Afïèndelft. Zeger van Son. . Lambertus van Notten. Hendrik de Wacker van Son. Jean Deutz. Philippus van der Nolk.
Henry Clifford. VIII.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Weste
Kerk. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
begin van 't eeuwig Leeven: en van binnen:
Bona mors initium vitm , dat is: Een goede dood is 't begin van 't leeven. Doch in 't jaar 1655 j zynde een Pefttyd, werdt beflooten, dit Kerkhof, om de kleinte en flank, niet meer te gebruiken, en het in 't Bolwerk Ry- keroord, ten einde van de Blomgraft, te ver- leggen (b), daar het nog is , en Wefler- Jieikhof genaamd wordt. De Poort, van wel- ke wy fpreeken, werdt voor een meefterftuk der konil gehouden. Men ziet diergelyke fie- |
1738.
1740.
-745-
1748. 1748. 1749. l75l-
175*-
!753- l75S-
^757-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
raaden, als boven deeze Poort plagten te itaan,
nog boven de twee ingangen der Kerke in't ooiten: de zuidelyklte van welken eene loo- ze poort is. De Kerk heeft twee andere voornaame ingangen, een in 't weiten, en een in 't zuiden.. De naamen der Kerkmeesterenzyn
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NOORDER KERK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Noorder Kerk, zo genaamd , Be^^
om dat zy, in 't Noorder gedeelte Ï}^bpek |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Naamlyft
der Kerk« MEESTE-
REN. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der Stad, gelegen is, ftaat aan de weitzyde gEBs£.
van de Prinfengraft, tuflehen de Anjeliers- en Brouwersgraf ten, op een plein met boo- men bezet, eertyds, de Prïnfen-, doch nu de Noordermarkt genaamd. De zelfde ver- grooting der Stad, die, tot het bouwen der Weiter Kerke, aanleiding gaf, heeft ook, tot het ftigten van de Noorder Kerke, gelegen- heid gegeven. De Vroedfchap beüoot, in 't begin des jaars 1620, uit te zien naar plaats tot eene kleine Kerk of Kapel, op de Prinfenmarkt (ï). En 't liep flegts aan, tot Sog'»1* den vyftienden Juny des gemelden jaars, toen de eèrfte fteen aan 't nieuwe gebouw gelegd werdt, door den oudften Zoon van Cornelis Dankens, Stads Meeiter Metfelaar. In 't jaar 1623, was de Kerk, in zo verre, volbouwd, dat, op den zeftienden April, zynde Paafchdag, de eerfte Predikatie ge- daan werdt. 't Een en 't ander blykt uit dit opfehrift, welk boven den ingang in't noor- den van binnen te leezen is: Tot oefeninge van de Chrißelycke Religie,
is defe Noorder Kerck ghejlicbt, Anno MDC. XX. den XV. Juny den eerfien Steen gheleydt. Anno MDC. XXIII. vol- maeckt, ende op Paefchdagb de eerflePre- dicatie gedaen. De Noorder Kerk , die kleiner is dan de &o0f
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1631. Hendrik Voet.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kieft.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1631. Cornelis Ysbrantsz.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1633. Joan Bicker.
1647. Reynier Pauw. 1651. Gerard Smits.
1652. Joan Coymans.
1653. Adriaen de Waert.
1657. Jan Barent Schaap.
1658. Nicolaas van Lieberg.
1659. Guilliam de Penyn.
1669. Willem van den Broek.
1670. Dr. Gerard de Penyn.
1670. Denis Nuyts. 1677. Daniel Bernard, Heer van Catten- broek.
Salomon van de Blocquery. Reymont Wolters. Cornelis Calkoen. Coenraad Geelvinck. Marten van Loon. Pieter Balde. M'. Nicolaas de Vicq. Hendrik van de Blocquery. Mr. Anthony van Waveren. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Aegidius Tollink.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mr
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
M'.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1704.
1708. 1709. 1711. 1716. 1719. 1719. 1724. i725-
1727. 1729. 1729, 1736, |
Willem Bäcker.
Wigbold Muilman. Jan van Ghefel. Abraham Lellevenon. M'. Willem du Fay. Fredrik Berewout. Abraham Boddens Thomasz. Mr. Pieter Rendorp. Pieter Pels Andriesz. M'. Pieter Pels. Mr. Nicolaas Witfên Jonasz. M'. Gerrit de Graef. Jacob Elias Scott. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
twee andere nieuwe Kerken, welkenhier voor , befchreeven hebben , en
|
wy>daante-
maar |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zeventig fchreeden in haaren omtrek heeft,
is een fraai kruisgebouw, welk, van bin- nen , nogtans, eene agtkantige gedaante heeft, en daarom zeer gefchikt is, tot het gehoor der openbaareLeerredenen,en eene groote menigte volks bevatten kan. De vier ge-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f») ftefol. Vroedfch. AT. tz. z° Febr. io ^fpril, 6 M*y
(h) Refol. Vroedfch. Lx. A. iz ^Aug. i6jj. . j. i«;o. . 10« vttfi, 109, ni. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Z> JE N O O R JD JE R K^RIC
vnrt' óinneny, naar 'ó *¥fécrrZen te-' zzen/,
|
|||||
|
J c/
|
|||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
135
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N
|
j2J»br gevels van 't kruis hebben ieder twee groo-
te hooge glasraamen, en een glazen rond, welk boven ieder paar glasraamen geplaatft, en twaalf voet over 't kruis groot is. De gevels zyn, van onderen, ieder twee en ne- gentig voet breed. Op het plat van eiken gevel, ftaat eene fraaije Baluftrade: en uit het dak fheekt een fierlyke Tooren, die tot aan <jen kloot, welke't kruis en den weêrwyzer draagt, vier en vyftig voet hoog is. Twee v°ornaame ingangen heeft de Kerk, een in't noorden, en een in 't zuiden, zynde beide, binnenwaards, poorten van deDorifche bouw- de 5 die ieder twaalf voet hoog zyn. Het gekroond Stads wapen flaat boven ieder der- Ze'ven. Boven den zuider ingang, van bin- V^n j ftaat het Geloof, de tien Geboden en het Gebed des Heeren, op een Tafereel, voorts, zyn 'er nog twee mindere ingan- gen: een derzelven leidt door des K öfters woo- ning.'t Kruisgewelf der Kerke ruft, vanbin- £en > op vier zwaare, als drielingen, famenge- ■^oppelde kolommen, tegen eene van welken, fje Predikftoel gefteld is. In 't midden der Ker- *e> hangt eëne groo'te koperen Kaarskroon, en vier anderen rondsom dezelve. Voor de Kerke, in 't ooften, plagt een groot vier- kant Kerkhof afgefchooten te zyn; 't welk, te gelyk met het Wefter - Kerkhof, ver- P'aatft, en in het Bolwerk Karthuizers, be- ?°orden de Zaagmolens-Poort, overgebragt ls- Het wordt nog het Noorder - Kerkhof ge |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1683.
1687. 1689. 1690. 1697. 1704. 1704. 1707. 1714. I7I5-
1719. 1721.
1721. i725-
I731-
1733-
1739-
1742. 1744.
1746. 1746. 1748. 1748. 1752- |
Barent de Moor.
Louis Trip. Jan Loten.
Mr. Antoni de Sadeler.
Dr. Ludovicus de Dieu,
David van der Meer.
Jacob Temminck.
Hendrik Huyghens.
Jacob Faas Nicolaasz.
Willem van der Does Junior.
Jan Bernard.
Mr. Johan Schrevelius.
Mr. Jan van Loon.
Jan van Marcelis Junior.
Daniel Deutz de Jonge.
Jan Willem Trip.
M'. Willem Adriaan van Weert.
Daniel Jan Bouwens.
Mr. Johan Ortt.
Dirk van Marfelis.
Pieter van der Nolk.
Johan Michiel Bock.
Hendrik Hoogenberg.
Daniel Parvé.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OOSTER*
Kerk.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1756. Joan Geelvinck.
1758. Ifaac Hoogenberg. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
George Clifford Pietersz.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1760.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.
O O S T E R-K E R K. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^aamd. De beroemde Hendrik de Keize, is
oouwmeefter der Zuider-, Wefter- enNoor- der-Kerke geweeft. |
De jongfte uitlegging der Stad heeft ge- Befchry-
legenheid gegeven tothetftigtenvan IinS der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
j Tot hiertoe, zyn
^ Noorder-Kerke |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
drie.Kerken, -de Oofter-Kerk, de Eilands- Kerke."
Kerk en de Amftel Kerk, welken wy nog befchryven moeten. De Vroedfchap, in de Lente des jaars
1659 , beflooten hebbende , eene houten Loot's, in de plaats van eene Kerk, tot het houden van openbaare Godsdienftige Ver- gaderingen , op te regten op Raapenburg (£); gefchiedde zulks, zonder uitftel : en op Paafchdag , zynde den agt en twintigften Maart des volgenden jaars, werdt daarin de eerfte Predikatie gedaan. De Loots, die den naam van Oofier-Kerke kreeg, ftondt aan 't einde van Raapenburg, voorby 't nieuwe Werkhuis, aan de fchans, ter plaatfe, daar, federt, de nieuwe Raapehburger - fluis ge- legd werdt. 't Leggen deezer fluize gaf ge- legenheid, tot het afbreeken der Loots, van welke wy fpreeken : en in 't jaar 1669, werdt beflooten, eene fteenen Oofter-Kerk te bou- wen op Wittenburg (/), alwaar, by 't uitgee- ven der erven, plaats tot eene Kerk open- gelaaten was. Men viel, nog in 't zelfde Stigting. jaar,
(O Refol. Vroedfch. L'. B. n Maart i«j9. f. 93.
(I) Refol. 'Vioedfch. t'. F. II Jtity ifisj. f. 203. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerkmeesteren
gefteld: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I623. Hendrik Lludde.
1623. Pieter Haflelaer. 1623. Jan Teunisz. Schellingwouw.
1624. Jan Huydecoper.
ï6a6. Hendrik Voet. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ï629.
Ï637-
364I. I645.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jan Valkenaar.
Pieter Jansz. de Wit. Adriaan Valckenicr. Dirk de Lange. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
16
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
49-
|
Pieter van Loon.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^53. Jan Fontaine.
1(%3- Cafper van Ceulen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3658.
I66a. 1664. "Ï667. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Daniel Bernard.
Jean Raye. Cornelis van Gec'1. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. Salomon Swecrs.
1669- Joannes Rykers. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^80.
168 o. I682 |
oannes Kcvmers.
Johannes van Grol. Chriftoffel Indifche Raven. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Willem Raap.
Pieter Sifc. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i36 A M S T E R
Ooster- jaar, aan 't graaven. Op den vierden Oe-
Kekk. tober, werden de vier eerfte fteenen van 't gebouw gelegd, door Gillis PPybrantsde Jon- ge, Dirk van der Waeyen, Hendrik de Penyn en Aernoud Blom, Zoonen der toen dienende Kerkmeefteren. Voor 't einde van 't jaar 1671, was de Kerk volbouwd,en de eerfte Predikatie werdt, op Kersdag, gedaan. Grootte DeOosTËRKERicis een fraai vierkant en ge- kruisgèbouw, welk, binnenswerks, honderd daante. voeten lang en breed is. Zy heeft vier in- gangen , drie van welken tot gemeen gebruik dienen. De vierde is de toegang naar des Kofters wooning en 't Kerkmeefters-Comp- toir. De aanzienlykfte ingang is in 't zui- den , en heeft een deftig Portaal, op welks plat, eene fierlyke Baluftrade ftaat. In 't Por- taal , is de ingang naar 't Diakens-Vertrek. De Kerk wordt, in 't zuiden en noorden, door twee, en in 't weiten en ooften, door drie ryen glasraamen, boven eikanderen , verlicht. In deeze glasraamen, zyn het wapen en zegel der Stad, en de wapens der Bur- gemeefteren, Mr. Andries de Gr a e f, JoAN VAN DePöLL, D'. NiCOLAES
Tulp en Cornelis van Vloosw yk,
die, in 't jaar 1671 , regeerden, gefchil- derd. 't Gewelf ruft op vier vierkante pi- laaren van de Jonifche orde. In 't weften tus- fchen twee der zelven,ftaat de Predikftoel, die vierkant, en, in elk der drie voorfte panee- len, met een byzonder zinnebeeld, bewerkt is; doch alle de zinnebeelden zyn omringd van een' flang, het af beeldfel der eeuwig- heid. Men ziet 'er een brandend hert met vleugels, op een' lelietak; een anker, met korenairen en leliën, en twee Jeruzalemfche veeren of palmtakken, kruiffelings geplaatft. De leening van den trap naar den Predik- ftoel ruft op diergelyke palmtakken en le- liën. Zulke zinnebeelden ziet men ook, in een basrelief, boven den toegang naar't Kerkmeefters-Comptoir, in't noorden der Kerke. Het vertoont een' fpiegel met twee . (langen, en eene duif in 't midden; boeken, palmtakken en andere lieraaden ter weder- zyde. Onder aan, leeft men PrUDENTES & INNOCENTES.
dat is:
Voorzigtigen en onno%elen.
In dit Comptoir, hangen, voor den fchoor-
fteen en boven de deur, twee Wapenborden der Kerkmeefteren. De geftoelten voor de Regeeringe zyn , ter wederzyde van den Oofter-ingang, tegen over den Predikftoel, en de overige geftoelten, rondsom en tegen de wanden, geplaatft. Agter de geftoelten der |
D A M S III. Deel.
Regeeringe, heeft men, by 't bouwen der Oostek-
Kerke, de grondflagen gelegd, waarop men,IiERK' des noods, de pilaaren tot eene galerye zou können veftigen. Negen koperen Kaars- kroonen hangen 'er in de Kerke. De mid- delfte en grootfte is, met het boveneinde van haaren ftang, vaft in 't midden van een Uurwyzer, geplaatft in 't gewelf der Kerke, vlak onder den Tooren, en door deszelfs uurwerk bewoogen wordende. De Tooren is een maatige agtkantige koepel, met een' lan- taarn , van gedaante als de tooren van 't Stad- huis. Sedert drie of vier jaaren, arbeidt men zeer aan 't herftellen van 't muurwerk dee- zer Kerke, welk hier en daar begon te fcheu- ren. Zie hier de naamlyft van de K e r k- Naam'vs>
meesteren der Oofter-Kerke. d('^r£" [ 659. Nicolaas Pietersz. van Hoorn. E£li*
[ 659. Dirk van der Waayen.
1659. Arcnt Hardebol. 1659. Jan Baptifta Hochepied.
1660. Jofephus Duyts.
1660. Cornelis Schaep. 1662.. Gillis Wybrandts. [663. Mr. Nicolaas Lifting. [663. Dr. Gerardus de Penyn. 1669. Dirck Blom.
1670. Abraham Tobias.
1671. Louis Trip.
[672. Salomon van de Blocquery. [672. Rochus van de Capelle. ;673- jonas Witfen. 673. Anthoni van der Ghielïèn.
676. Anthoni Bruyning.
680. Daniel Cherify.
680. Carel Six.
680. Hendrik Scholten.
690. Mr. Daniel de Dieu.
693. Jan Hinloopen.
694. Floris Elias.
yo(). M'. Jacob Karsfeboom. 712. Jacob Elias Scott. 715. Benjamin Dutry.
716. Jan Agges Scholten.
720. Nicolaas Calkoen de Jonge. 725. Anthony Guftaaf de Geer. 732. Coenraad van Son. ;73Ö. Jean Fleon. 742. Mr. Jacobus van de Poll. 746. Zcger van Son. 748. Jan Nicolaas van Eys Ifaaksz. 748. Mr. Coenraad Ie Leu de Wilhem. 748. David de Wildt.
749. Hendrik de Wacker van Son.
752. Jan PieterBok. 755. Arnoldus van Ryneveld.
756. M'. Carel Wouter Viflcher.
760. Pieter van Ghefel. X
|
|||||
|
2>je ïïiz^irns-ICEiLx:.
|
||||
|
DE IsTlETTWE HAL
|
||||
|
*fc Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
137
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i6$i. Elias Coymans.
1683. Hendrik Theulinx.
1684. Hendrik van Beuningen.
1689. Ni colaas Calkoen Cornelisz, 1691. Cornelis Borghorfl. 1697. Adriaan Pels.
1704. Gillis Valckenier.
1704. Mr. Pieter Calkoen.
1704. Süvefter van Tongeren.
1706". Abraham Loten.
1707. Jan van der Wiffel.
1711. Willem Nolthenius.
1711. Philippe de la Fontaine.
1713. Hendrik de Wacker.
1719. Mr. Johan Ortt.
1721. Mr. Gillis Coymans.
1721. Pieter Teftas.
1729. M'. Gualterus Petrus Boudaen,
1729. Ewaldus Deodati.
1730. Cornelis Jacob Hagelis.
1737. Lucas Trip Dirksz. 1739. Willem Cornelis Backen 1739. Dirk Bäcker.
1740. Jan de Cerf Jansz.
1745. George Clifford Junior. 1745. Willem Hooft. 1746". Hendrik Clifford.
1748. David Jacob van Eys.
1749. Ambrofius Pool.
1753. Philippus van der Nolk.
1755. Gysbert Heycoop. 1757. J°ao Fredrik d'Orville. 1757. Jacob Luden. XI.
A M S T E L-K E R K.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ElLAKns^
KERK,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
EILANDS-KERK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
T°en, in 't jaar 1659, beflooten werdt,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
STANDS-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de Oofter-Loots, op Raapenburg, te
timmeren; werdt, te gelyk, vaftgefteld, een diergelyk houten gebouw, tot eene Kerk, °P te regten, op het Bickers - Eiland (in). Uok werdt, in het zelve, op den zelfden Paafchdag des jaars 1660, de eerfte Predi- katie gedaan. De Eilands - Loots was van eene langwerpige gedaante, en hadt drie da- *en) van welken het middelde, boven de twee uiterften, uitftak. 't Gebouw Avas , r°ndsom , van kleine dubbele glazen venfters voorzien. Men heeft zig van deeze Loots, omtrent vyf en zeventig jaaren, tot eene j^erk, bediend. Doch in 't jaar 1734, be- iloot de Vroedfchap, eene fteenen Kerk, in ^ plaats der zelve, te fügten (n). Zy werdt e?rft in 't jaar 1736 volbouwd, en tegen 't emde van dat jaar, werdt de eerfte Predika- jj*e gedaan in de nieuwe Ei l a n d s-K é r k e. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ee«yds
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ho
|
'«en
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lo
|
'Ots.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wordt
b0UV7d<
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Haare
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lante.
|
% heeft ook, gelyk de Loots, eene lang-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
werpige gedaante; doch is merkelyk hooger.
/vvee deftige ingangen heeft deeze Kerk, een j^'t zuiden, en een in't noorden, alwaar des Kofters wooning en't Kerkmeefters-Comptoir ls ■> en nog twee deuren in 't ooften 't Gebouw Wordt, wyders, verlicht door twintig glasraa- ïïien-van redelyke groote, twee van vooren, ter wederzyde van den zuider-ingang, en ne- gen aan elke zyde. In de Kerke, hangen twaalf koperen Kaarskroonen: vier in 't midden, daarvan de twee binnenften de grootften ^yn, en vier aan elke zyde. Het dak ruft, van mnen, op zeftien witte ronde hardfteenen ^olommen, tegen eene van welken in't ooften, de Predikftoel ftaat.Midden uit het dak,fteekt een kleine Koepeltooren, die doorlugtig, en vanUurwyzer en Slagklokken voorzien is. Kerk meesteren deezer Kerke zvn
geweeft: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Tot geryf der Gereformeerde bewoone- Befchry.
ren van de nieuwe uitlegging der Stad ving der werdt, zn 't jaar 1668, by de Vroedfchap' Amstel- vaftgefteld, omtrent de Utrechtfche Poort' Kerke* eene Predikfchuur op te regten (0). Hier was,by 't uitgeeven der erven aan de noord- zydeder Prmfen-graft, tuiTchen de Regu- hers-graft en Utrechtfche ftraat, een groot veld tot eene Kerk gefchikt, welk, federt, het 'AmfleheU genaamd werdt. Men ging, Stigtlng, eerlang, aan't bouwen van eene ruime vier- kante Loots, op dit veld; die, even als de Oofter-Kerk, honderd voeten lang en hon- derd voeten breed was, en in welke, op den negenden Maart des jaars 1670, de eer- fte Predikatie gedaan werdt. In 't jaar 1687, werdt beflooten, eenige erven omtrent de Amftel-Kerk te verkoopen; doch het plein of veld aan die Kerk egter groot genoeg te laaten, om op hetzelve, t'eenigen tyde , |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I^S9. Louis Quickelenbiirg.
I(559- Cornelis Graafiand. 1659. Adriaan van Loon. 1659. Willem Blaauw. 1 ^7- Jacques Thierry. I^67- Joannes Carpentier. 1076- Ifaac Hochepied Junior. l678. Andries Bernard. l679- Jacobus Schot. l679- Cornelis Graafiand. l679- Joan van Zeiler. Iö79- Hendrik van der Voort. f»? W°,L Vroe<iCch. Ir. B. 27 Maart i«59- 93.
«-efol. Vroedfdi. L'. KK. 29 April lyz+f. 34<S, 11 STUK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eene
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(o) Refol. Vroedfch. Lr, F. 9 ASy lS(u ß |p ^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
138
|
|||||||||||
|
De naamen der K e R k m e e s t E r e N van hu^'
de Amftel-Kerke zyn: ^,lyft derKïRK'
1669. Daniel Stalpert. meest*" 1669. Thileman Soolmans. keU-
1669. Jacob Noirot.
1669. Gillis Sautyn. 1672. Chriftophel Thysz. 1672. Adriaan Temminck Engelbreght. 1681. M'. Laurens Bake. 1687. Willem Bäcker Cornelisz. 1Ó88. Joan Scott. 1690. Jacob Dankerts.
1691. Mr. Everard Scott.
1703. Hendrik van Hoorn. 1715. Abraham Engelgraaf. 1715. Philip Hack. 1717. Otto Schutten.
1727. Jan van Son.
1732. M'. Marten Schrik.
1739. M'. Jan van de Poll Harmensz.
17 41. Willem van Heemskerck.
1742. Jan van de Poll Pietersz.
1744. Mr. Arnoldus Commelin.
1745. Joachim Rendorp.
174Ó. Jan Six de Jonge. 1747. Jacob Hop. 1747. Willem Hooft.
1748. Nicolaas Pyll.
1751. Pieter van de Poll de Jonge.
1751. Mr. Aegidius Laurens Tolling. 1753. Francois Hendrik van Hoorn. 1755. Abraham Dedel. 17 60. Dirk Bas Bäcker. XII.
KERKBESTIER der NEDERDUITSCHE '
GEREFORMEERDEN. De zorg voor 't onderhoud der elf be- 3^e,
fchreeven Kerken van de Nederduit- f\i^- fche Gereformeerden deezer Stad is toeyer- ^e Ö(M trouwd aan Kerkmeesteren, die ookrefrr',s het opzigt hebben, over den ontvangfl; der j^en- inkomften, tot dit onderhoud gefchikt, wel- £eRlC, ken, voornaamlyk, uit de graven, de zit- ^es&' plaatfen en het klokluiden over Roomfchge- rEn. zinde dooden komen. Over ieder Kerke, zyn vier Kerkmeefters, die, voor hun lee- ven, of tot hooger bevordering, dienen, en, door Burgemeefteren, worden aange- fteld. Doch over de Gafthuis - Kerke, zxn de zes Regenten van 't Gafthuis, te gelyk, Kerk-
zeld van de Wakkerheid en Standvafiigbeid, en raad-
pleegende met de Wysheid , Voorzigtigbeid en God'' vrugt. Zy doet Geweld en Bedrog wyken, en wordt gekroond, door de Gelukzaligheid. Onder aan 't Ruk, zal men 't af beeldfel van Keizer Juiliniaan en ve«" fcheiden' Regtsgeleerde boeken zien. |
|||||||||||
|
Amstel- eene fteenen Kerk te können zetten (p): 't
Kerk. welk egter, tot nog toe, niet gefchied is. Grootte De A M s T e L-K e R K is een tamelyk hoog, en ge- en hegt en kondig in een verbonden houten daante. gebouw, welks midden-dak boven de zyd- daken uitfteekt, en op twaalf houten fty- len ruft. De Kerk heeft drie groote, en vier kleine ingangen, en is, van binnen, met de vereifchte geftoeken voor de Magiftraats- en mindere Standsperfoonen, voorzien. De ze- ven kaarskroonen in deeze Kerke zyn, in 't jaar 1670, door de Stad, aanbefteed,eene van drie honderd pond,twee ieder van een honderd en zeitig pond, en vier ieder van tagtig pond, of daaromtrent, tot zeventien Huivers het pond (q). In 't Kerkmeefters - Vertrek , hangt een
zinnebeeldig Tafereel, vertoonende de wa- pens der Kerkmeefteren, gehegt aan eene -zuil, by welke, het beeld der Waarheid ftaat, waarop de voornaamfte Deugden het gezigt geveftigd houden. Boven aan de zuil, ziet men de zinnebeelden van 't Gebed en de Boetvaardigheid. Een kindje, de Lief- de tot den Godsdienst afbeeldende, wyft naar een klein fchild, waarop de Schriftuurtek- ften Gen. XXVIII. vers 17. Pfalm V. vers 8. Tred. IV. vers 17. en Jez. LVI. vers 7. aan- getekend zyn. Het Y, de Amftel en het wapen der Stad toonen de plaats aan, daar de Kerk gefügt is. Onder aan 't ftuk, ziet men, op een fchildje, deeze regels van den geagten Digter Laurens Bake, Heere van Wuherhorfl, weleer Kerkmeefter dee- zer Kerke, die op eene oude Wapenkaart plagten te ftaan: De Godsvrugt plaatße wel de Godsdienfl in de
Kerken, Dog God die 't goetdoen mint, geen woorden
zonder werken, Bewoont nog hout nogfleen, maar een opregt
gemoet, Dat nedrig fmeekt, en hem met dank en lof-
zang groet. 't Stuk is, even als een diergelyk, in 't Kerk-
meefters Vertrek der Wefter-Kerke, in 't jaar 1750, gefchilderd door Louis Fahricius du Bourg, Kofter der Amftel-Kerke (1). (p) Refol. Vroedfch. /,' R. 7 Jan. J6i7. f. 223.
(<j) Vit een klein Regiftertje ter Thefaurie , . 121. (1) Terwyl dit blad gedrukt wordt , in 't begin
des jaars 1765, is dezelfde Konftfchilder bezig, met het fchilderen van een Scboorfteenftuk voor den kleinen of noordelyken fchoorfteen van Schepens- Kamer op't Stadhuis; dien wy, hier voor (III. Deel, I. Boek, hl. 21.) gemeld hebben , van geen fchil- derftuk voorzien te zyn. Het zal de Gerêgtigheid verbeelden, zittende op eenen verheven zetel, ver- zeld
|
|||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||
|
139
|
|||||||||||
|
Kerkmeefters. Ook is, in ieder Kerke, be-
halven in de laatftgemelde, een Kofier, en een Gravenmaaker, die, door Burgemeefte- ren , worden aangefteld. Doch, in fommi- ge Kerken, worden deeze ampten, door een' en den zelfden perfoon, bediend. En in de Gafthuis- en Amftel-Kerke alleen, wordt niet begraaven. De Organiften en Voorzangers in "eKerken worden, ook door Burgemeefteren; doch de Deurwaarders , Stoelenzetflers of ■Pfoatsbewaarflers en andere mindere bedien- en , door Kerkmeefteren, aangefteld. De Kerkmeefteren plagten, eenige jaaren na de verandering des jaars 1578 , de Predikanten te betaalen, uit penningen, die hun, door *k Thefaurie, werden ter hand gefteld. Zy 'nogen, zo min als de Regenten der andere Go Jshuizen, eenige zwaare nieuwe werken aanleggen, zonder bewilliging van Burge- "neefteren (r) , die Opper - Kerkmeefters zyn Van de Kerken en Kapellen deezer Stad (s). Pok zyn zy., federt het jaar 1592 , verpligt, jaaiiyks, Rekening van ontvangft en uit- gaave te doen aan Burgemeefteren (t). In ieder Kerke, met naame, in de grootften, zyn bekwaame geftoelten afgezonderd voor den Schout, Burgemeefteren, Schepenen, Raa- den,Commiflariffen, Secretariffen,Kerkmees- teren, Regenten der Godshuizen, en eenige andere Amptenaars. De Krygsraad heeft ook een afzonderlyk geftoelte. In eenigen van deeze geftoelten, wordt, fomtyds, aan by- zondere Perfoonen, 't zy amptenaars of an- dren , naar hunnen rang, by byzondere Ac- *e van Burgemeefteren, zitplaats verleend. ^y behoeven niet aan te merken, dat de ^edikanten, Ouderlingen en Diakenen ook ^unne byzondere geftoelten hebben. Voorts, zyn 'er, behalve deezen, nog veele gelloo- ten en ongeflooten mannen-zitbanken. De P'aatfen, op de eerftgemelden, ftaan, zo wel als de vrouwenftoelen in den buik der Ker- ,e » aan de begeevinge van Kerkmeefteren ^). De vrouwenftoelen in de Doophuizen ^"°rden, federt het jaar 1687, door Burge- ^efteren, begeven (y). j , 0%ens eene Inftruótie voor de Kofters ,t gemeen van den jaare 1655, zyn de-
' ,Ven, als eerfte Suppoofien van de Kerke, J zy genoemd worden, verpligt goe-
" e zorg te draagen, voor al wat de Kerken j, aangaat) met naame voor het openen en " ^Ulten der Kerken; het luiden der klok- » ken, tegen den tyd der Predikarien ; 't « voorzien der banken met boeken, kus- Jr)Hsndv. 4/. 94c
t») M Groot,vIemor. N. VU. f. «f.
*' io9 mor" '/" Notulb. van Kcrkm. der Oude Kerke , [l\ £ant1*- W- "i.
a£el. Notulen van Burgemeeft. vtn u Seft, 16J7.
|
|||||||||||
|
fens, ftooven; en der Kroonen met kaar- Kerk-
fen: ook voor het dekken en ontdekken bestier.
der tafel, by de bedieninge des Avond-
maals. Zy mogen niemant in de Doop-
huisjes zitting toeftaan, dan die daar toe
geregtigd is. Zy moeten zelven het wa-
ter in het Doopbekken gieten, en het
Doopboek , naauwkeuriglyk , houden.
Voorts, moeten zy de verzogte Voorbe-
den en Dankzeggingen den Predikant net
opgeeven; en, eer zy ter Kerke uitgaan,
toezien, dat de deuren geflooten zyn,
en 't vuur der ftooven wel verzorgd is."
De Kofter der Nieuwe Kerke is, in 't by-
zonder, verpligt, den Kerkenraad en Clas-
ficale Vergaderingen waar te neemen ('t;). De
Gravenmaakers zyn gehouden de Graven,
tydelyk, te doen openen en fluiten, dezel-
ven, behoorlyk, te doen vullen en ftampen,
en de zerken effen en gelyk te doen leg-
gen (10): voorts, het regt der Kerke en
hun eigen Loon te ontvangen, volgens
het reglement, daar op, den negen en
twintigften April des jaars 1724, by Bur-
gemeefteren, vaftgefteld (*)."
De gewoonlyke Kerkenraad der Gewook.
Nederduitfche Gereformeerden , die, in 't g^qote gemeen, eens ter weeke, des Donderdags Kerkeh- ten twee uuren na den middag, indeNieu- kaad. we Kerke, byeenkomt, beftaat thans uit ne- gen en twintig Predikanten, waaronder een Hoogduitfche Predikant begreepen is. Ook bekleeden, tegenwoordig, twee ProfeiToren, een in de Oofterfche taaien, en een in de Godgeleerdheid, famen , eene Predikants- plaats. Doch zy hebben elk eene ftem, in den Kerkenraad. Voorts, zyn een gelyk getal van negen en twintig Ouderlingen Leden van den gewoonlyken Kerkenraad. Van de Pre- dikanten is een , by beurte , eene week, Praefes of Voorzitter; een ander Scriba of Schryver , en een Ouderling Subfcriba of* tweede Schryver. De Scriba en Subfcriba veranderen om de twee maanden; en wan- neer de Predikant, die Scriba is, op zyne beurt Praefes zou moeten zyn, gaat zyne Praefidiale beurt over tot den Predikant, die hem in rang opvolgt. De Leden van den Kerkenraad zyn verpligt, dien, buiten gewigtige verhindering, alle Donderdagen, by te woonen. Doch behalve deezen, is 'er een gr o o t e K e r k e nr a a d, uit de Predi- kanten , de Ouderlingen en twee en veertig Diakenen beftaande, en dus, in alles, honderd en een Leden uitmaakende. Doch deeze Kerkenraad vergadert, alleenlyk, om Pre- dikanten, en, jaarlyks, om Ouderlingen , Dia-
(v) Groot-Memor. N. TV. . 34.
(m) Groot-Memor. N. IV. , 3« verft.
(x) Groot-Memor. N. X, , 31 enx.,
Sa' . ,.,. -
|
|||||||||||
|
III. Defx.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
I4-0
|
|||||||||||
|
ders (c), dat het Geregt, voor het invoeren Ker*>.
der Reformatie, verlof gaf tot prediken in bestie?- de Klooflers. En men heeft geene reden om te Hellen , dat Burgemeefleren of het Geregt, na de Reformatie , minder magt zouden behouden hebben , dan zy , reeds voor de Reformatie, gehad en geoefend had- den. Men houdt, hier ter Stede, in 't ver- kiezen en beroepen der Predikanten, deezen volgenden voet ; wordende alleenlyk den Gafthuis-Predikant aangefteld door Burge- meefleren , als hebbende het regt van Pa- troonfchap der Gafthuis-Kerke, gelyk wy, hiervoor (d), hebben aangetekend. De gewoonlyke Kerkenraad, uit Predikan- wyz^,
ten en Ouderlingen beftaande, 'sDonderdags va" en na't openvallen eener Predikantsplaatfe, of na derzd- 't begraaven van een' afgeflorven Predikant, ven. byeengekomen zynde, vaardigt een' Predi- kant j gemeenlyk den Preefes, met zynen Ou- derling af, om, den volgenden dag, handope- ning tot het doen van een nieuw beroep, aan Burgemeefleren, te verzoeken. Doorgaands, wordt deeze handopening, terftond; zeld- zaam na eenig uitftel, eenvoudiglyk, ver- leend. Doch, enkelereizen, vinden Bur- gemeefleren geraaden, den Leden van den Kerkenraad eenige nuttige vermaaning voor te houden, opzigtelyk op het te doen be- roep ; of eenig byzonder Leeraar, of foort van Leeraaren voor te flaan en aan te pry- zen, op welken, men hun raadt, in het doen der Verkiezinge, ten nutte van de Stad en van de Kerke, het oog, byzonderlyk, te ves- tigen. Van de bekomene handopening wordt, den volgenden Donderdag, in den kerken- raad , verüag gedaan. De Predikanten en Ou- derlingen gaan, hierop, des Dingsdags daar aan, over, tot het benoemen van een zes- tal , waaruit, terftond, een drietal gemaakt wordt. De Diakenen, die , op dien dag, hunne gewoonlyke Vergadering hebben , krygen aldaar , door Afgevaardigden uit den Kerkenraad, kennis van het benoem- de drietal door Predikanten en Ouderlin- gen , en gaan daarop , agt dagen laater,. ook over , tot het maaken eener Nomi- natie van zes Perfoonen, die, insgelyks, ter- ftond, tot een drietal gebragt worden, waar van ook, door afgevaardigden uit de Ver- gadering der Diakenen, ten volgenden Don- derdage , aan den Kerkenraad kennis wordt gegeven. Uit beide de Nominatien, wordt, 's Dingsdags daarna, door den grooten Ker- kenraad, uit Predikanten, Ouderlingen en Diakenen beftaande, een drietal gemaakt; waaruit, ten zelfden tyde, een Perfoon ver- kooren wordt. De Nominatie en de Ver- kie-
(c) II. Deel, VI. Bse{, hl. 134.
(d) BUdz., 118.
|
|||||||||||
|
Kerk- Diakenen en Diakoneffen te verkiezen. De
bestier. Wethouderfchap heeft, hier ter Stede, zo wel als elders, van ouds, regt gehad, om Afgevaardigden te zenden in alle openbaare Vergaderingen, en gevolgelyk, ook in den Kerkenraad. Dit regt der Wethouderen in 't gemeen is zelfs, uitdrukkelyk, erkend , in het zeven en dertigfie Lid der Kerken-or- deninge van de vermaarde Dordrechtfche Sinode (y). Ook heeft de Wethouderfchap van Amfterdam zig van het zelve bediend , in het jaar 1632; en, eenige jaaren agtereen, zitting in den Kerkenraad gehad (z), daar- toe een' of twee Burgemeefleren, of Sche- penen, die CotmniJJarißin politiek genoemd werden, afvaardigende. De eerften, die, in 't jaar 163 2, van wegede Wethouderfchap, zitting in den Kerkenraad namen , waren Geurt Dïrksz. van Beuningen, regierend, en Andnes Bicker, Oud-Burgemeefter. In't jaar 1639 , werden Comelis Bicker en Reinier Reaal, Oud-Schepenen,in den Kerkenraad af- gevaardigd : en eenige jaaren laater, de Hee- ren Comelis van Dronckelaar en Antoni Oet- gens van Waveyen (a). Doch deezen zyn de laatften, welken, van wege de Wethouder- fchap , geduurige zitting in den Kerkenraad gehad hebben. En thans heeft deeze zit- ting , federt veele jaaren, geene plaats gehad, fchoon 'er altoos twee CommiJfariJJfen -politiek uit Burgemeefleren zyn; een van welken, gemeenlyk, op de Noordhollandfche Sinode, zitting neemt, wanneer dezelve , hier ter Stede, gehouden wordt. Predi- De verkiezing der Predikanten ge- kanteN. fchiedt, in Holland , niet op eenerlei wyze. Te Amfterdam, heeft men, met dezelve, . terftond na de Reformatie, den Kerkenraad laäten beworden, behoudende Burgemeefle- ren, nogtans, het regt, om handopening, tot het doen van een beroep, te verleenen, en om het gedaan beroep goed- of af te keu- ren , beflendiglyk, aan zig. In andere Ste- den , wordt dit regt geoefend door de Hee- ren van de Wet of het Geregt, beftaande uit Schout, Burgemeefleren en Schepenen. Doch hier ter Stede, is, al vroeg, het gant- fche politiek beflier der Stad aan Burgemees- teren toevertrouwd geweefl, die, gevolge- lyk, ook het regt, waarvan wy fpreeken , beflendiglyk, gebruikt hebben. Wy hebben zelfs, by eene andere gelegenheid, een fluk van den jaare 1513 aangehaald , waaruit blykt, dat de Klooflerlingen, immers de Clarifïen , oudtyds , haare Paters niet ver- kiezen mogten, dan by advys ende wille van den Burgermeester en (&). Ook blykt, van el- (y) Zie II. Deel, XIV. Boe(, hl. 504.
(z.) Zie II. Veel , XIV. Boe{, bl. jil. (a) Vit Aantck.M»Schepen GEKABQSCHAEPPIETERSZ,
(b) Zie, I, Deel, I. Boe{, bl, }8.
|
|||||||||||
|
fr« Boek,
kie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
141
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1ï5ÏIERi ^lezing gefcliieden, by meerderheid van de hadt (). Doch hier ter Stede, plagt men, kerk-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gemeenlyk , Predikanten, die niet jonger bestikk.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Terflondna~d
|
; verkiezing,
|
wordt van de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dan twee en dertig, en niet ouder dan vyf-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zelve kennis gegeven
|
aan Burgemeefte
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tig jaaren waren, en een of meer beroepen
gehad hadden, te verkiezen. Maar hierin voor eenige jaaren, wederom verande- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die, vervolgens, met Oud - Burgemeefteren,
j"aadpleegen op het goed- of afkeuren van het gedaan beroep. Zo zy tot afkeuring be- ften, 't Welk gefchieden kan, zonder dat ïï^n beoogt, den afgekeurden Predikant, in |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ring gekomen, mogende men, nu, volgens
eene fchikking van Burgemeefteren van den tienden November desjaars 1740, hier, gee- ne Predikanten beroepen , die jonger dan dertig, noch ouder dan vyf en veertig jaa- ren zyn. De wedde der Predikanten nier ter Stede is, meermaalen, verhoogd, en ein- delyk gebragt, op een duizend zeven honderd guldens in 't jaar, die, onder zekere voorwaar- de , nog met vyf honderd guldens verhoogd zyn. De verhooging van de wedde der Predikanten is, zo wel als de vermeerdering van hun getal, door de Vroedfchap , by meer dan eene gelegenheid, gelaaten aan de befchikking van Burgemeefteren en Oud* Burgemeefteren (g). Zy worden , hier, betaald door de Stad , die daartegen, na de verandering der Regeeringe, de gees- telyke goederen en Vicaryen verkreegen heeft (b). Wyders, is, reeds in 't jaar 1Ó67, by de Vroedfchap, beflooten, aan alle wet* telyk beroepen Leeraars der publyke Kerken, na dat dezelven den gewoonlyken Poorter- eed zouden hebben afgelegd, het Poorter- regt te fchenken (f). In alle de Gereformeerde Kerken, wordt, Tyd en
des Zondags , gepredikt. In de Gafthuis- or^.,va!1 Kerke , driemaal , eene Vroegpredikatie, oftedü"' en Voor- en Nadenmiddag. In de Oude en feeren, Nieuwe Kerken, om de andere week, eene doopen, Vroegpredikatie, behalve wanneer 'er be- 4' diening van 't Avondmaal is; en voorts,al- maalhou- toos, Voordenmiddag, Nadenmiddag, en 's den, in de Avonds. In de Wefter - Kerke, wordt, al- Neder- toos , driemaal , Voordenmiddag , Naden- eérefor. middag en 's Avonds gepredikt: in de Zui- meerde der- en Noorder-Kerke, van gelyken, van Kerken. het einde van Oftober tot het einde van Maart; doch van April tot het einde van Oftober, wordt, in deeze twee Kerken; en het geheele jaar door, in de overigen,uitgeno- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f all °" °------------ -----------
L auerminft, te hoonen , ontbieden zy de
atgevaardigden des Kerkenraads voor z-ig, en geeven hun van de afkeuring kennis. **e Kerkenraad is dan verpligt, van nieuws, ^ndopening te verzoeken en tot een nader beroep over te gaan. Doch zo Burgemees- teren gezind zyn, het gedaan beroep goed te keuren, gelyk gemeenlyk gebeurt, doen 2y Zulks, tegenwoordig, niet, dan na dat 2y Verzekerd zyn, dat de beroepen Predi- «anj het beroep zal aanneemen. De ver- gooren Leeraar wordt , vervolgens , aan ~e Claffis van Amfterdam voorgefteld, en, daar goedgekeurd zynde , der Gemeente, ^rie Zondagen agtereen, in alle de Kerken, "es voormiddags , van de Predikftoelen, Voorgedraagen, op dat elk, die iet op zyne t-eere of gedrag te zeggen mögt hebben, Zulks den Kerkenraad zou können aandienen. Vervolgens, plagt de beroepen Predikant, Zo hy reeds eene Standplaats hadt, gelyk l£r> genoegzaam altoos, gebeurd is, door
£eue bezending uit denKerkenraad, op Stads boften, van zyne Gemeente los gemaakt te forden. Doch federt eenige jaaren , gè- ehiedt deeze losmaaking, door eenen brief,
a t overzenden van eene oningevulde vo.-
^gt. waarin de beroepene den naam in- vult van den Predikant, dien hy tot zynen 'Osrnaaker verkieft, aan wien de Stad vyftig Südens toelegt; genietende de Leden van en Kerkenraad, die anders, op hunne beurt,
e Losmaaking zouden hebben moeten doen, ^attlen, honderd en vyftig guldens O). De z r°^pen Predikant, in deezer voege, van va ft meente> losgemaakt, en op eenen brief I* J1 Urgemeefteren, ook van de Wethouder- aPzyner Stad, ontflaagen zynde, wordt,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ne
|
y plegtiglyk, en zo hy, voorheen, gee- men de Oude, Nieuwe, Gafthuis- en Wefter
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
andere Standplaats gehad heeft, 't welk by- Kerke, alleenlyk Voordenmiddag en Naden-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
middag gepredikt. Op tweeden Paafchdag,
ne Hemelvaartsdag, en tweeden Pinkfterdag, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ooit voorvalt, ook met oplegging der ha
St r aSden dien{1: beveftigd. Volgens ee
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aats-Kefolutie vaQ ^en een en twintigften wordt, in alle de Kerken, alleenlyk Voor- en
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Pr^rTl £r ^ Jaars IO"8°>mogt niemanttot
Plu i11' 'ln eene ftemmende Stad van dam ' en §evoIgelyk ook niet inAmfter- deS' verkooren worden, dan die den ou- a°m van zeven en twintig jaaren bereikt |
Nadenmiddag, doch op tweeden Kerftdag,
even als op Zondag, gepredikt. En in de Gaft- huis-
(f) Groot-Makaatb» Hl. Veel, hl. 483.
(e) Refol. VroedTch. Lt. B. 31 Dec. i«<5. f. I89 lt D.
17'juny iM}. . 10 verfo. L'. QL ^o Al nart J68 + . 67. (hï Refol. Vtoedfch. N. 4. 7 jm. I;y9. Groot-Memor.
N. III. 3°! *■'■ V. . rt, (i) Refol. Vroetffdï, I.t, E. s *4ug, 1&6-J. . ü}.
S 9
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fO Wol.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der Regeer, en Oud . Biugermceft. 3 Dteemt.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ï?JS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f- 8o.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
142
|
|||||||||||
|
Kerk- huis-Kerke, worden, op alle die dagen, de
bestier, gewoonlyke Vroeg- en Voor- en Namid- dags-Predikatien gedaan. Öp de Bededagen, wordt, in alle de Kerken, evert als des Zon- dags, gepredikt. In de weeke,gefchieden, des zomers , twee Vroeg - Predikatien, 's Dingsdags in de Nieuwe, en 's Donderdags inde Oude Kerke, en vyf Avond -Predi- katien , 's Woensdags in de Noorder- , Nieuwe-, en Zuider-Kerke; en 's Vrydags, in de Wefter- en Oude Kerke. Doch des winters, dat is, van het einde vanOótober tot het einde van Maart, zyn 'er zeven A- vond-Predikatien, 's Woensdags in de Noor- der- , Nieuwe en Zuider-, 's Donderdags, in de Amftel-, en 's Vrydags in de Oude en Wefler-Kerke, en in de Nieuwe-zyds-Kapel, en maar eene Vroeg - Predikatie, 's Dings- dags, in de Nieuwe Kerke. Om de twee maanden, wordt,twee Zondagen agtereen, des voordemiddags, Avondmaal gehouden, in alle de Kerken, uitgenomen in de Gaft- huis - Kerke. Het eerfte Avondmaal wordt gehouden in de Oude, Nieuwe, Zuider-, Wefter-, Noorder- en Amflel-Kerke,en in de twee Kapellen, op den laatften Zondag der maand: en het tweede, wederom in de Zuider-, Wefter- en Noorder - Kerken; in de Nieuwe - zyds - Kapel, in 't Hoogduitfch, en in de Oofter-, en Eilands-Kerke, op den eerften Zondag der volgende maand. Het doopen gefchiedt, in alle de Kerken, be- halven in de Gafthuis-Kerke , des Nademid- dags en des Avonds,, zo wel in de weeke, als des Zondags. Doch des Zondags 's Avonds, alleen in de Nieuwe Kerke, in de zes Zo- mermaanden , en in de Oude en Wefter- Kerke , in de zes Wintermaanden. Ook wordt 'er, door eenen Predikant , gecate- chifeerd, des Zondags, na de Namiddags- Predikatie, in de Oude-zyds-Kapel, 't gehee- le jaar door: ten zelfden tyde, des zomers, in de Zuider- en Noorder-, en des win- ters , in de Oofter - en Eilands - Kerken. Voorts,wordt, des Zondags ten vyf uuren, 't geheele jaar door, in de Nieuwe-zyds- Kapel, en des winters, 's Maandags, op't zelfde uur, in de Amftel-Kerke, voor zul- ken, die veertien jaaren bereikt hebben , gecatechifeerd. 's Dingsdags en 's Donder- dags , 's morgens ten elf uui'en, is 'er Cate- chifatie, voor meerder geoefenden, in de Oude Kerke. Het afleezen der Huwelyks- geboden van Gereformeerden gefchiedt, des Zondags,voor den Voormiddags-dienft, al- leen in de Oude, Nieuwe, Zuider- en Wes- ter-Kerken. De Vroeg-Predikatien begin- nen, des zomers, ten halfzeven, de Voor- middags-Predikatien ten half negen uuren: en des winters, de eerften, des Zondags, een |
halfuur, en in de weeke, een uur, en dep»^
tweeden, beide in de weeke en des Zon- bESTI dags, een halfuur laater; doch daar 't Avond- maal gehouden wordt, begint de Voormid- dags-Predikatie een half uur vroeger. De Nademiddags-Predikatien beginnen, altoos, ten half twee, en de Avond-Predikatien ten half vyf uuren. Doch de Belydenis - Predi- katien , des Vrydags- , en de Voorberei- dings - Predikatien, des Saturdags 's avonds, vangen ten vier uuren aan. Al in de zeftiende en zeventiende eeuwen,
is, by verfcheiden' Keuren, zorg gedraagen, tegen het ontheiligen van den Zondag, door het dryven van openbaaren Koophandel; het uitftallen ; het tappen; het doen van Zwaaren arbeid, door Waagdraagers, Schui- tenvoerders en diergelyken; het vertoonen van Kamerfpelen; het houden van Scherm- en Dansfchoolen enz. (k). Eenigen van dee- ze Keuren zyn , federt, vernieuwd. Men mag, des Zondags, voor twaalf uuren, on- der de Predikatie, geene gelagen zetten, en, dien dag, geenerlei gedruifch maaken om- trent de Kerken. Ook is, in 't jaar 1737, verbooden, des Zondags voor zeven uuren des avonds, zingende, of op Inftrumenten fpeelende, door de Stad te vaaren (/). ^ De twee Predikanten der EngelfchePres- da $e
byteriaanfche Kerke hier ter Stede behoo- Ä^ ren, zo wel als de Predikanten der Neder- duitfche Gereformeerde Kerke , tot de Clas- fis van Amfterdam, die, in 't geheel, uit twee en vyftig Predikanten beftaat, te wee- ten, twee en dertig uit de Stad, waar on- der de twee Engelfchen begreepen, en de twee Profeflbren , die elk eenen halven Pre- dikantsdienft waarneemen, voor twee Pre- dikanten , gerekend zyn; twee uit Weesp, twee uit Naarden, twee uit Muiden, een van Muiderberg, een van Hilverfom , een van Huizen, een van Blarikom en Laren, een uit de Oude Loosdrecht , een uit de Nieuwe Loosdrecht, een van Loenen, een van 's Graavenland , een van Ouderkerk, een van Amfterveen, een van Waverveetf» een van Diemen, een van Slooten en een Slooterdyk. In de Claffis van Amfterdam? zitten, behalve de Predikanten, ook tvr^ Ouderlingen uit de Stad. Uit de andere St<?' den en Plaatfen, wordt, nevens een' PredJ" kant, ook gemeenlyk, een Ouderling afge" zonden. De Claffis van Amfterdam zit,2e" venmaal in 't jaar, in de Nieuwe Kerke» den tweeden Dingsdag in January; den e&~ ften Maandag in April, in May, in Juny» in September, en in Oótober, en 's Ma3ïl" dags»
(k) Handv. tl. 117. - .
(0 HandV. tl. 113 , 119, «o.
|
||||||||||
|
H. Boek.
da |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
H3
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«ags, agt dagen voor het houden van de 2o.Rudolphus Petri, Amflelodamenßs, ber. vanWoordhollandfche Sinode, welke haare zit- Saanredam, is 1649. den 4 Juny overleden,
|
F.RK-
nESTIER,
I6l2.
IÓ20.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gofuinus Geldorpius, beroepen van Sneek, is
1627. den ix Auguftus overleden. Adrianus Smoutius , beroepen van Overmaas tot het jaar ï630. den 7 January uit de Stad vertrekkende is tot Rotterdam 1646. overleden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tingen 21.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tln-gen, met den laatften Dingsdag in July,
aanvangt, en om het zevende jaar, te Am- verdam , gehouden wordt. Doch zo 'er *:en ßededag, of een der verfchietende Feeft- dagen vanPaafchen, Pinkfteren of Hemel- vaartsdag valt, in de week, waarin, anders- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
22.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
23-
|
Otto Badius , beroepen van Huchelhoven en'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Löuenigh uit Gulickerlant ,tot eerfle Predicant
alhier in ''t Hoogduyts, en 1626 in de Neder- duytfe Kerken, is 1664. den 8 Mey overleden. 24. Joannes Kloppenburg, Amflelodamenßs, beroe-
pen van Heusden, is 1630. in den Br iel Pre- dikantgeworden, en 1640. Profe/forTbeologia te Harderwyk, en 1644. te Franeker, overle- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den
da, |
' de Claffis zou moeten gehouden wor-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
as»
°erefor.
|
wordt zy, tot den volgenden Maan-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1521.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
_ uitgefteld
Zie hier de Naamlyft van alle de Neder- duitfche en Hoogduitfche Predikanten dee- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ZerStad, zo als dezelve, in 't jaar 1764,
gedrukt en uitgegeven is: * Joannes Kuchlinus, beroepen van Embden,
n IS96. geworden Regent van "'t Collegie bin- nen Leyden, alwaar hy 1606. is overleden. 2- Petrus Hardenberges, beroepen uit Embder-
'#nt, is 1580. van hier te Zwol beroepen. 3- Martinus Lydius, beroepen van Antwerpen,
ts 15^S-gm>orden ProfefforTheologne totFra- nequer, alwaar hy in 't jaar 1600. is overleden. 4- Joannes Nicolai a WafTenaar, beroepen van
Hrydenes,is in't zelve jaar overleden, den 28 Oeiober. 5-Hillebrandus Cuneus , beroepen van Hoog-
Carjpel, is 1583. van zyn dienfl ontflagen. " Joannes Ambrofius, beroepen van Sybe- Car-
Jpel, is 1599. den 16 Oftober overleden. ' Joannes H'llius , beroepen van Leyden, is
'^}9. den 1 October overleden. Everardus Hermanni, Amflelodamenßs, ber.
van Maeslant. tot eerfle Predicant alhier in V is 1589. overleden.
9. Petrus Pïancius, Predicant geweefl zynde te
truffel, als de Prins van Parma dezelve Stad gewonnen had, hier beroepen r en overleden 1622. den 25 May. Jaeobus Arminius, Proponent zynde alhier be-
r°epen, en 1603. geworden Profeffor Theologiiz te Leyden, in 1609. den 19 October overleden. *■ Johannes Halbergius, Proponent zynde, alhier
beroepen in "'t Gaßhuis, en 1599. in de Kerken, ts 1606. overleden. Lucas Ambrofius, beroepen van Muyden, in 't
yaflhuis.en 1610.inde Kerken, overl. 1628. ^ Joannes Urfinus , beroepen van Utrecht, is
j »62°. overleden. ^■Joannes la Maire, Proponent zynde alhier be-
j. rfffien is 164a den 4 Juny overleden. -" . lrnerus Helmichius, beroepen van Delft,
16 t^I6oS overleden.
'"l/C<^Us Roelandus, beroepen van Francken-
£e .> en i6s8. geweeft Affejfor in 't Synode
attonael te Dordrecht, en daar na te Ley-
Jn ^committeert tot de overfetting des By-
|
. den 1652.
25-Jacobus Laurentius, Amflelodam., beroepen
van Naerden, is 1644. den 19 Maart over led. 16. Eleazar Swalmius, beroepen van Schiedam, is
1652. den 4 jfur/y overleden. 27. Anthonius Pïancius, beroepen van Ooflerhout
irt't Gaßhuis, overleden den 29 Febr. 162°. 28. Petrus Wachtendorp , beroepen van Linnig
uit Gulickerlant, overleden 1652. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ttie
|
erde
rke. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Il522.
I623. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
J58o,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
29
|
Cornelis Hanekopius, Predikant geweefl zyn-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1625,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de te Breda, is als het Spinola gewonnen had»
de, in Juiy alhier beroepen en 1626. in No- vember van zyn dienfl ontflagen, is 1655. 0- verleden den 15 July. 30. Petrus Pulleus, beroepen van Amflelveen in't
Gaflbuis, is 1629 overleden. 31. Fredricus Keslerus, beroepen van Stolburg, in
't Hoogduyts, is 1636. na Brafilvertrokken, en na zyn wederkomfle 1643 beroepen in dl Nederduytfe Kerken alhier, overleden 1650. den 15 September. 32. Henricus Geldorpius, beroepen van Leeuwaar-
den, is 1652. den 6 Oktober overleden. 33. Joannes de Monrcourt, Amflelodamenfls, be-
roepen van Weesp in 't Gaflbuis alhier, en 1667. den 16 Augufius om zyn ouderdom en fwakheid Emeritus geworden. 34. Petrus Clafenius, beroepen vanDomburghuit
Zeelant, is 1636. den 3 December overleden. 35. Anthonius Haringhoek, beroepen van Amers-
foort , is 1636. den 25 February ove. leden. 36. Lucas Trelcatius, beroepen alhier uit de Fran-
fein onze Neder duytfe Kerken , i's 1638. den 28 April overleden. 37. Wilhelmus Somerus, beroepen van Alkmaar,
overleden 1649. den 30 September, 38.Jacobus Hollebeek, beroepen van Amersfoort,
is 1650. den 30 November overleden. 39. Petrus Wittewrongel, beroepen van Zierikzee,
bevefligt op den 31 July, overleden 1661. den 7 December. 40. Joannes Rul 'itlas, beroepen uit de Engelfe Ker-
ke, in de Ploogduytfe, Ü1652 van hier na Heydelberg beroepen,eni6$<$ weder van Hey- delberg alhier gekomen in de Nederduytfe Kerk, is op den 16 May bevefligt, daar na inflante- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1626.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^81,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1628.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I63O.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1632.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
JS9o.
lS0t> |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
163
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1634.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1635.
1638. 1Ö39.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1Go8.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lyk verflogt zynde, is 1666 den 7 Auguflus
voor de tweedemaal in de Hoogduytfe Kerk ge- gaan , en 't zelfde jaar overleden. 41. Henricus Rulgeus, beroepen van iVeesp, is den
25 May bevefligt en den 22 OSlober 1680. overleden. 42. Petrus Leupeuius, beroepen van Hattem, be-
vefligt den 30 January, over leden den 15 Ja- nuary 1670, 43.WÜ-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
»7.
|
ASr? i(53 2. overleden.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. arus Heydanus, beroepen van Franken-
a', ts i62(5 den 14 January overleden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
£ es Cornelius Silvius, Amflelodamenßs,
ïvfT^ Vm Stotm->in ,( Gaßhuis, en 1622. ] 9 Jac K ken, is 163 8. den 19 Nov. overleden. en °i>Us Ti'iglandius ,beroepen van Stolckwyck, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IÓ40.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
164a.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den
|
l034 geworden Profejfor Theologia te Lei-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aldaar 1654. dm 11 April overleden.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
144
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
69. Cornelius Lycochton, beroepen van Rotter-
dam, bevefligt den 2 Maart, overleden den 29 Juny 1685. 70. Nicolaes de la Plancque, beroepen van Kam-
pen, bevefligt 13 May, overleden den 8 Au- guflus 1702. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
43. Wilhelmus Schotanus, beroepen van Sneek,
bevefligt den 10 July, is 1664. in Maart om zyn ouderdom en zwakheid Emeritus geworden, en 1666 den 15 December overleden. 44. Cornelius Coffius, beroepen van Purmerent. is
op den 13 April bevefligt, en 1661. den 22 Fe- bruary overleden. 45. Harmanus Langelius, beroepen van Rotter-
dam, op den 16 Auguflus bevefligt, en 1666. den 10 September overleden. 46. Joannes Heydanus, beroepen van Rotterdam,
is op den 28 November bevefligt, e» 1670. den 14 Juny overleden. 47.David Rotheus, Amflelodamenßs, Proponent
zynde, alhier beroepen, den 10 April beves- tigt is 1655. den 6 Augufli overleden. 48. CafparusdeCarpentier, beroepen van Amers-
foort, den 17 April bevefligt en 1667. <fc» ia May ov rieden. 49. Abrahamus Roehof, Amftelodamenfis, beroe-
pen van Ilpendam , bevefligt den 7 May, over- leden den 7 February 168a. 50. Petrus Proëlius, beroepen van Gouda , den 7
Mey beveiligt, overleden den 19 Aug. 1661. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk-
eestier. 1645. 1646.
I647- 1649. 1650. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
BESTU*
ió6$-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7i-
|
Cornelis Dankerts , Amflelodamenßs, beroe-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pen van Gorcum , bevefligt den 13 September,
overleden den 27 January 1693. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
72
|
Henricus Kieftius, beroepen van Alkmaar,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
beveft. den $ Dec. overleden den 25 Mayi 683.
73 Henricus Rynsdyk', beroepen van Oudewater,
bevefligt den 9 Jan. overl. den 6 Maart 1689. 74 Petrus Schaak, beroepen van Alkmaar, beves-
tigt den 17 July , overleden den 17 Sept. 1708. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
75-
|
Johannes Silvius, beroepen van Zittert in de
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hoogduitfe Kerk alhier, bevefligt den 2 Au-
guflus , overleden den 6 Juny 1699 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
76
|
Segerus van Son, beroepen van Rotterdam ,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bevefligt den 11 September, overleden den 14
Maart 1687. 77 Rudolphus Rulams, beroepen van Graft, in het
Gaflhuis, bevefligt den 4 Maart , overleden den 9 Juny 1688 78.Petrus van der Hagen, Amflelodamenßs, be-
roepen van Leyden, bevefligt den 1 Maart, o- verleden 1671 den 3 July. 79 Gualterus Boudaen Courten , beroepen van
iet Veere, bevefligt den 31 Auguflus, over Ie- den den 14 February 1684. 80. Bernardus Homoet, beroepen van Rotterdam,
bevefligt den 14 December, Emeritus gewor- den 20 Sept. 1708. overleden 22 April 1717. 81. Bernardus Somer, beroepen van Vlißngen,
bevefligt den 19 Nov., overl. den 2 July 1684. 82. Gysbertus Ooftrom, beroepen van Kuylenburg,
bevefligt den ai Febr., overl. denó May 1706. 83. Jacobus Beugholt, Amflelodamenßs, beroepen
van Ooflzanen, bevefligt den 14 Auguflus, o- verleden den 10 September 1677. 84. Joannes Relant, beroepen van Alkmaar, beves-
tigt den j 9 Dec., overleden den 18 Aug. 1703. 85. Theodorus Beels. beroepen van Maasfluis,
bevefligt den 19 February, overleden den 31 Auguflus , /ß V 2^/wg JtfdT.
86. Balthafar Becker, beroepen van Weesp, £<?y<?*"
//#* ^K 31 Z)fC, overleden den 11 Junyx 698. 87. Joannes Oyers, beroepen van Zwol, bev. deft
15 Z)i?c. e« overleden den 5 ^«»j 1704. 88. Guilielmus Anüaar, beroepen van Delft, be-
vefligt den a Feb., overleden den \ 4 July 1694* 89. Gerbrandus van Leeuwen, beroepen van Haat'
lern,bevefligtdeniMaart,overl. ri iKf#yi72ï' 90. Joannes van Dorellaer, Amftelodamenfis, bg'
roepen van Medenblick,bevefligt den 30 Maßrti overleden den 2 April 1707. 91. Jacobus Vaiïèur, beroepen van Swammerdtti^
bevefligt den 19 April, overl. den 11 Jan. 16 9»' 92. Hero Sibersma, beroepen van Harlingen-i '
<ä?8 15 Auguflus bevefligt, Emeritus i7a?' overleden den 4 Maart 1728. 93. Albertus van Wefterhoff, beroepen van ^>°'
terdyk , bevefligt den 23 April, overleden ciäfl 27 September 170a. 94. Johannes Smith , beroepen van Alkmaar ■> "e~
vefligt den$0 April, overl. den 23 Mayl710'^ 95. CafparusRuppius,£??'oe/,>e« vanlVefeh beves-
tigt den 17 September, Emeritus gtivorden »s 3%/y 172a, overleden den 1 j ilfart i727 , 96. Gerafd van der Port, beroepen van Londe.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1651.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1^7*
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
51.
|
Samuel Coop a Groen, beroepen van IVefl-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fanen, den ia November bevefligt, en ever-
leden den 21 jfamiary 1686. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1652. 52
|
Carolus Schulerus, beroepenvan Steenbergen,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den 7 'j'uly beveßigt en overl. 17 April 1670.
53. Petrus Gribius, beroepen van Middelburg, uit
de Engelfe Kerk aldaar, in de Hoogduitfe Kerk alhier , bev. 1 o Nov. overl. den 27 Maart 1660. 54. Menfo Joannes,beroepen van Zwol,bevefligt
den 8 December ,24 May 1664. overleden. 55.Joannes de Gavarel, Amftelodamenfis, beroe-
pen van Harderwyk, bevefligt den 5 Jan. in ,t zelve jaar den 4 Maart overleden, zonder (vermits zyn ziekte^ dienjl aan de Kerk ge- daan te hebben. 56. Robertus Junius, Beroepen van 'Delft, beves-
tigt den 9 Feb., overl. den 28 Auguflus 1655. 57 OttoBelcampius, beroepen van Deventer, en
denio April beveßigt, overl. c/en iijulyi6%$. 58. Abraham de Roy, beroepen van Z1ttphen,den
15 Maart bevefligt, is 1680. 21 Apriloverled. 59. Jacobus Clerquius, beroepen van Haarlem,
bevefligt ao Feb., overleden 2 Novemb. 1680. 60. Andries Lansman, beroepen van Leyden, be-
vefligt den 5 Maart, overleden 11 Sept. 1666. 61. Lucas Vinckius, beroepen van Alkmaar, den
7 Mey, overleden den 19 April 1671. 6a- Laurens Laurentius, Amftelodamenfis, beroe-
pen van Dordrecht, bevefligt op den 1 8 Jan. is 167a. den 28 Jan. overleden. 63 Johannes Nieuwenhufiüs, beroepen van Nim-
wegen, en bevefligt den 11 Maart, overleden den ia January 168r. 64. Ifaacus Ie Maire, Amftelodamenfis, beroepen
van Rotterdam, bevefligt den 3 April, overl. den 6 May 169a 65. Jacobus Triglandius, beroepen van Haarlem,
bevefligt 17 July, is den 8 Nov. 1664. overled, 66. Laurentius Homma, Amflelodamenßs, beroe-
pen van Enkhuyzen den 18 December, over- leden den 4 January 1.681. 67. Joannes Viflchems, beroepen van Zutphen, be-
vefligt den 1 Oclober, overl. den 22 April 1694. 68. Gerardus Havicius, beroepen van Leyden, is
bevefligt den 10 ^^ > Emeritus geworden 25 ^«/ji 1698. overleden 15 iJf^ 1699. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I671'
j(57J'
IÓ77-
lol* |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I653-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1654.
1656. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1660.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i683*
ló33- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1661.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1662.
J663. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
X*8*'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
H. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||
|
Kerk.
1685. |
||||||||||||||||||||||||
|
»'« Engelant, bevefiigt 28 O&ober, overleden 10
September 1691. 97- Adrianus van Wefel, Beroepen van Leewwaar- den, beveßigi 18 iVw., eóer/. ló^tf. r/io> 98. Joannes de Roy,Beroepen van Edam ^beves-
tigt den 5 May, overleden den 11 Febr. 1705. 99. Leonardus Groenewegen beroepen vanSchoon ■
boven, bevefiigt den 17 jfuny, overleden den 6 May 1696. loo.Petrus du Bots, beroepen van Gorcum, be-
vefiigt 24j May, overleden 3 Maart 1698. l0'.Daniel Eversdyk, Amflelodamenfis, beroe-
pen uit de Zype, in 't Gaflhuis, Bevefiigt 2.2 ■Auguflus, overleden 28 ./?»§ 1726 lQ2.Jacobus S-refo, beroepen van Delft, A?wi*
*%£ 12 Juny, overleden 11 x^ör// 1708 l03- i-amb. Zegers, beroepen van Monnieken dam,
bevefiigt 18 iVk>., overleden 8 OÖoA. 1727.
ianus van Qoitrum, beroepen uit de En-
gelfcbe Kerk alhier, btvejiigt 20 Jw/ji, 0-
v er Uden 10 January ijió.
I0J- Cornelius Schulring, beroepen van Gorcum,
Bevefiigt den 18 OÖ. overl.den ;<ijfuny 1725. ïc6 Hieronymus van Alphen, beroepen van Zut-
phen, bevefiigt den 25 Ociob en 1715. ge- wone« Profejfor Theologie te Utrecht ,1742. aldaar overleden. *07. Hugo van der Helft, beroepen van Alkmaar,
bevefiigt 19 Se/tf. overleden 11 _7«//y 1727. Ip8. Henricus Winter, beroepen van Kapelle aan
den TJfel, bevefiigt den 14 November en o- verleden den 27 .^/g". 1700. JOS. Adrianus Beukelaar, Amflelodamenfis , £e-
roepen van Utrecht, bevefiigt den 30 &£>?. overleden den 29 Maart 1717. ? T0. Tako Hajo van den Honert, beroepen vanden
Briel, Bevefiigt den 18 May, en 1714.gewor- den Prof, Theol. te Leyden, aldaar overl. 1740. 11 * Elifa van der Horft, Beroepen van Monnicken-
dam, bev. den 24 Aug. overl. den 30 Sept. 1728.
Il2Florentius Bomble,beroepen van Zwol, be- vefiigt den iö ÄTov,, overl. den 2? Jan. 1722. 1J3-Clemens Strefo, beroepen van Repelen, uit bet Graaffcbap Meurs, bevefiigt indeHoog-
duytfe Kerk, den\ Oêtob., overleden den 31
Jan. 1718.
Ir4-Paulus Steenwinkel, beroepen van's Herto- genbofch, bevefiigt den 28 Nov., overleden
den 7 April 1740.
1,5-Otto Brantz Swalmius , beroepen van Enk- bityfen, bev den 2 2 Oä., overl. 6 May 171 o.
I°-Joiias Hollebeek, beroepen van Haarlem, j <tew 3 Dec, overleden den 13 ^ra^ 1726. ^Johannes van Staveren , beroepen van Alk- muar, bevefiigt den 4 November, overleden
HR T6n 6 November 1724. 8* Johannes van der Hagen, beroepen van Ley- ~.eT*, bevefiigt den 17 Augufius , overleden
Iio p!Ba*#»»:y 1739-
>«^ranciscus Burmannus, beroepen van Enk-
buJfen, bevefiigt den 10 Afav, era 1715. ge- worden Profejfor in de Theologie tot Utrecht, 12 1&k^' a^aar overleden.
°' Abraham Chanfleury, beroepen van 's Herto-
genbofch, bevefiigt den 8 Aug., overleden den 2, Sept. I?I4. ^erardus Fuppius Hondius, beroepen van
■Hoorn, bevefiigt den 19 Juny, overleden den 129 Vfaart T74o. Ti-^rrnanus van de Wall, beroepen van ZuU U' STUK |
||||||||||||||||||||||||
|
pben den 8 July, overl. den 7 May 1733.
123. Johannes d'Outrein, beroepen van 'Dordrecht,
bevefiigt den \6 Dec., overl. den i^Feb, 1722. 124. Nicolaas Wiltens, beroepen van 's Herto-
genbofch,den 2 3 Dec. Emeritus geworden in. Mey 1733. en overleden den 4 April 1734. I2J. Wilhelmus Vonk, beroepen van Delft, "bev.
den 6 April, overleden den 9 Sept. 1724. 12Ö. JohannesCramer, beroepen van Delft, bev.
den 28 Sept., overleden den 6 Ociob. 1718. 127. Petrus Boudaan, beroepen van Utrecht j bev.
' den 5 OSldb., overleden den 30 Mey 1734. 128.JoannesJunius, Amftelod., her. van Leeu-
waarden , bevefiigt den 17 Febr., overleden 1729. 129. Johannes Thiereiis, Amfielodamenfis, beroe-
pen van Arnhem,bevefiigt den 2i\Februaryi overleden den 9 Aug. [721. 130. Johannes delaMoraifiere, beroepen van Dor-
drecht . bevefiigt den 5 May, overleden den 13 Oäober 1758. 131 Johannes Petrus Canzius, beroepen van Alk-
maar , bevefiigt den 12 May, overleden den 12 May 1742. 132. Henricus Vos, beroepen van Utrecht, bev.
den 3 May, overleden den 1 OStob. 1752. 133. Johannes van Dooreflaar, beroepen van Dor-
drecht, bevefiigt den 11 July, overleden den 8 Sept. 1719. 134.Johannes Hagelis, Amflelodamenfis, beroe-
pen van Dordrecht .bevefiigt den 2j Decemb", overleden den \6 Nov. 1735. 135-Johan Gofewyn E verhard Alftein, beroepen
uit Brandenburg, in de Hoogduytfe Kerk, bevefiigt den 19 Nov. overl. den 25 May 1740. 136. Cornelius Houthof, beroepen van Dordrecht,
bev. den26Nov., overl.den 22 April 1752. 137. Johannes Backer, Am(telodamenfis, beroepen
van Maasfluys, bevefiigt den 24 Augvfius, overleden den 10 Jan. 1743. 138.Petrus Elzevier, beroepen van Enkhuyfen,
bev den 1 Nov., overleden den 7 April, 754. i30.Johan Viflcher , beroepen van Amersfoort,
bev. den 10 April, overleden den 6 April 1759* 140.Johannes Noordbeek, beroepen van Deven-
ter , be v. den 12 j^f/}>, ow?'/. de» 8 April 1749. 141. Leonard Beels, £eroe;wj van Gouda, èewj--
%£ de?z 1 Aroü., overleden den 5 Nov. 1756. 142. DanielBedber, beroepen van Alkmaar, bev.
den 6 Febr., overleden den 6 Jan. 1726. 143. Thomas van Son, Amfielodamenfis, beroe-
pen van Delft, bevefiigt den 13 Feb., over- leden den ai Jan. 1737. 144,PetrusZaunliifer, beroepen van Vianen,be-
vefiigt den 24 Dec., overleden den ij May 1739.
145. Albertus Haringh, beroepen van Delft, be-
vefiigt den4 Maart ,oiierl. den 27 Oei. 174'- 146. Cornelis van Rhyn, beroepen von Zutpben,
bev, den 23 Sept., overl. den 21 Nov. 1745. 147.Franco de Bruyn, beroepen van Deventer,
bevefiigt den 21 April, overleden den 26 Ja- nuary 1763. 148. Johannes Plantinus, beroepen van Utrechtt
bevefiigt den 29 September. 149. Cornelius van den Bogaerde, Amfielodamen-
fis , beroepen van Hoorn, in 't Gaftbuys, be- vefiigt den 16 Febr. en in Sept. van 't zelve jaar in de Kerken, overl. den 7 Dec. 1739. Tjo.Franciscu» Halma t beroepen van Elburg>
T fa |
||||||||||||||||||||||||
|
Kerk-
BESTIEK,
|
||||||||||||||||||||||||
|
ïflCV
|
||||||||||||||||||||||||
|
XWS.
1692.
1593.
|
||||||||||||||||||||||||
|
1715^'
|
||||||||||||||||||||||||
|
171e.
1717.
1718.
!7I9. 1721.
1724.. 172*.
|
||||||||||||||||||||||||
|
I691.
%8. |
||||||||||||||||||||||||
|
l7<>2.
^03.
'704. ^08.
|
||||||||||||||||||||||||
|
*m-
|
||||||||||||||||||||||||
|
172&
|
||||||||||||||||||||||||
|
172?*
|
||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
146
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk- - bevefligt den 14 Sept.s overleden den 8 Ja-
bestier. nuary 1733.
151. Tiberius Rey tsma, beroepen van Middelburg,
hevefiigtden 19 0£t.,overLden 1 July 1742. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i76YAdrianus Buurt, beroepen van Hanau , be- g£RK-
vefiigt den 25 Febr. 1748. bestiEK* 177. Petrus Noordbeek , beroepen van Gronïn- j 747-
gen, bevefligt den 14 July. ïl$' i78.Rutgerus Perizonius, beroepen van Veendam, il$'
bevefligt den 15 Juny. 179. Erneftus Phiüppus Gerhardus van Effen ,
beroepen van Flattern, bevefligt den 6 Ju- h-
180. JohannesJacobus Kesler, beroepen van Stein-
furt, in de Hoogduytfe Kerk, bevefligt den 21 Sept. namid. in de N. Z- Kapel. 18I.Willem Hendrik van Harscamp, beroepen tf' '
van de Nieuwe Loosdregt, bevefligt den 4 Oäob., overleden den n FAr. 1753, i82.Johannes de Lange, Amftelodamenfis, ber. 0'
van Nymcgen, bevefligt den 6 Juny. i83»Winoldus Budde, beroepen van Arnhem, *7$ '
bevefligt den 21 May. t84.Johannes Kalkoen, Amftelodamenfis , ber.
van Franequer, bevefligt den 6 Aug. 185. Wilhelmus van den Broek, Amftelodamen-
fis , beroepen van Leiderdorp, bevefligt den |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
J723.
|
152.Theodorus van Schelluyne, beroepen van
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bommel, bevefligt den 22 February.
153."Wilhelmus Snabelius,beroepen van Campen, bevefligt den 19 Dec., overleden den 6 May 1732-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
172p
I730. 1732.
|
154. Cafparus Goris, beroepen van Deventer, bev.
den 8 May, overleden den 8 Febr. 175t. 155. Willem Schiphout, beroepen van Noortwy-
kerbout, bevefligt den 19 Maart, overleden den 21 Juny 1747. 156. Petrus Hollebeek , beroepen van Campen ,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bevefligt den 10 Aug., overleden den \/\ Ju-
ly 1750. 1733' 157. Hieronimus van Alphen, ■Amftelodamenfis,
beroepen van Leeuwaarden, bevefligt den 19 May, 23172 dzen/ï wegens zwakheid nederge- legd Decemb. 1757. overleden 17^8. Ij8. Jacobus Covyn, beroepen van Dordrecht, bevefligt den 2 Aug., overleden den 11 ^a- »aarj! 1746. 159. Gerardus Kulenkamp, beroepenvanDelft uit
bet Gaflbuys, bevefligt den 9 Aug. 1733. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
31 Dec.
186. AdrianusBecol,Èeroepra van den Briel,bev.
den 15 Sept. 187. Wilhelmus Coolhaas, Lingt &p Antiq. O-
rient. Frofeffor, tot Predikant alhier beves- tigt den 2 Maart. 188.Petrus Curtenius, Amftelodamenfis, Theol.
Frofeffor, tot Predikant alhier bevefligt den
2 Maart,
|
1754-
I75J' 175?'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1734-
1736* 1737.
1739' 1740.
|
160. Broërius Brouwer, beroepen van Harlingen,
bevefligt den 22 Aug. overleden den 23 ifcy 1757'
161. Joannes Esgers , Amftelodamenfis, beroepen
van Middelburg, bevefligt den 26 Febr. en 1740. FrofeJJor Theologice geworden te Ley- den, en aldaar 1755 overleden. 162. Martinus Snethlage, beroepen van Delft, bev.
den 2 Juny, overleden den 29 ^«rc. 1763, 163. Samuel Coenraad de Bruine, beroepen van
Middelburg, bevefligt den 20 Sept. overle- den den 30 Maart 1748. l64johanTemmink, Wemm:Fil: ber. vanSchoon-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
l89.Johannes van Schelle, beroepen van Edam,
bevefligt den 8 May 1757. en 175Ü. Prof.
Theolog. geworden te Leiden, en aldaar 17Ö2
overleden.
190.Daniel Serrurier, beroepen van Leiden,bev. den 28 Aug.
191. Nicolaas Tetterode , beroepen van Dor-
dr echt, bevefligt den 9 April. 192. Johannes Arnoldus Eek, beroepen van Zut-
phen, bevefligt den 11 Juny, 193. Samuel Claver. beroepen uit de Ryp, beves-
tigt den 7 January. J94.Rudolph Arend ten Brink, beroepen van
Hattem , beveftigi den 21 Jan.
195. Hermannus Genet, beroepen van Delft uit ,t Gaflhuis, bevefligt den ij July, over-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
758'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
boven, in,tGaftbuis,bev. den 10 April 1740.
en in Nov. van het zelve jaar in de Kerken. 165, Johannes van der Vorm, beroepen van Vlis-
fingen, bevefligt den 21 Aug. 1740. iöó.JacobusTyken, beroepen van Schiedam, en
bevefligt den 8 Jaunary 1741. Iö7jacob de Jonge , beroepen van Wefl - Zaan-
dam en bevefligt den 12 Febr. overleden den 17 OStober 1757. 168. David Brunir.gs, beroepen van Neckerau, in
de Hoogduytfe Kerk, bevefligt op Faasmaand, namidd. den 3 April in de N. Z. Kapel, 0- verleden den 16 Juny 1749. l6o.Johan Albert van Muyden , beroepen van
de Nieuwe Loosdregt, bevefligt den 25 Fe- bruary. 170. Wilhelmus Peiffers, beroepen van Delft ,
bevefligt den 19 Aug. 171. Jacobus du Marchié, beroepen van Zierih
zee, beveßigt den 23 Sept. 174a. overleden den 30 Dec. 1748. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
75?'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1741.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
leden den 16 July 1763.
196. Herman Hubert, beroepen van Campen, be-
vefligt den 15 May. i97.Füips Serrurier, beroepen van Wüsveen,
bevefligt den 29 May. 198'Joh. Henr. Wefterhoff, beroepen van Gou-
da, bevefligt den 6 Nov. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
63-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
n
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1742.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Ouderlingen, die, voor 't eerll,
in't jaar 1566, eenigen tyd na de Diake- nen, werden aangefteld {in), zyn , te ge- lyk met de Predikanten, toegenomen in ge- tal , en maaken nu negen en twintig Perfbo- nen uit, alzo aan ieder Predikant een Ou- derling toegevoegd is. De Ouderlingen die- nen twee jaaren agter een. Het eene jaar, gaan'er vyftien; het andere jaar, veertien af.
(m) Zit II. Vitl, VII. Bichj U. ij».
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tl»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ï743. I72
|
Hermannus Engelberts, beroepen van Delft,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bevefiigt den 31 Maart, overleden den 11
Aug. 1745. 173. Rutgerus Schutte , beroepen van Dordrecht,
bevefligt den 7 Nov. 174. Johannes Boskoop, beroepen van Utrecht,
bevefligt den 6 February. 175. Adriaan JohanElzevier, beroepenvan's Gra*
venland. bevefligt den 27 Maart overleden den 16 jpuny. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1745-
1746. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
K. BoEit.
|
|||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN,
|
|||||||||||||
|
147
|
|||||||||||||
|
S«8K.
|
|||||||||||||
|
Ook wordt, aldaar, het eerfte Avondmaal, Kerk.
door een' Broeder uit de Gafthuis-Kerke by- besiu». gewoond, voor wien. de Broeder * die in de Noorder-Kerke zitten moeft, de beurt in de Gafthuis-Kerke waarneemt. Het tweede Avondmaal in de Eilands-Kerke, en de Voor- bereiding aldaar, wordt bygewoond door den Broeder, die dan zyne eerfte vrybeurt heeft. De zitting in de Zuider- en Oofter-Kerken is, op gelyke wyze , als de zitting in de Noorder- en Eilands-Kerken, onder vyf an- dere Ouderlingen, verdeeld. Het tweede Avondmaal in de Zuider-Kerke wordt door den Broeder, die 't langft zyne vrybeurt heeft gehad, en dat, in de Oofter-Kerke, door de twee Broeders, die hunne vrybeurten 't laatft gehad hebben, bygewoond. Die, op het tweede Avondmaal, in deeze twee Kerken, inkomen, moeten ook de Voorbereiding by- woonen. En op deezen voet, moeten de negen en twintig Ouderlingen in de Predika- tien komen, of zy verbeuren eene boete, ten behoeve van zeker liefddaadig Fonds, waar- van wy, beneden, nader fpreeken zullen; ten welken einde, altoos plaats in de Bank, voor den Ouderling, die zitten moet, moet worden opengélaaten. De Catechifatien worden ook door eenen
Ouderling bygewoond. In de Oude Kerke en in 't Diaconie-Weeshuis, gefchiedt zulks door den Ouderling, die den'Catechifeeren- den Predikant toegevoegd is. In de Amftel- Kerke, waar, eens ter weeke , des Maan4 dags, in de zes Winter - maanden, te begin- nen met 0£tober, en dus maar zes en twin- tig reizen gecatechifeerd wordt, zyn de drie oudfte Ouderlingen vry van het bywoo- nen der Catechifatien. De Zondags - Cate- chifatien , in de Zuider-, Noorder-, Oos- ter- en Eilands-Kerken, en in de twee Ka- pellen , worden bygewoond door de Ouder- lingen, die, in die Kerken, zitting .hebben gehad. De Ouderlingen verbeuren ook eene boete, zo zy de Catechifatien, op hunne beurt, niet bywoonen. Zes maal in 't jaar, voor de gewóonlyke
Avondmaalstyden , worden nieuwe Lede- maaten aangenomen, in de Oude en Nieu- we Kerken. Zulks gefchiedt , door twee Predikanten, by beurten; doch de twee oud- fte Predikanten en de Hoogduitfche Predi- kant zyn 'er vry van. Vier Ouderlingen woonen, telkens, deeze aanneeming by, van welken dienft, de vyf oudfte Broeders dus ook ontflaagen zyn. De Ouderlingen, de aanneeming van nieuwe Ledemaaten heb- bende bygewoond, maaken de Lyften der zelven op; zien, of zy behoorlyk geboekt zys, en doen van 't een en 't ander verflag aan den Kerkenraad. Het aanneemen van T 2 Le-
|
|||||||||||||
|
ïisTj£R ar De gewoonlyke Kerkenraad, beflaande
Uit Predikanten en Ouderlingen, moet, door hen, buiten gewigtige verhindering, wee- kelyks, worden bygewoond. In 't alge- meen, zyn de Ouderlingen verpligt,zohier, als elders hier te Lande, te waaken op de Leere en op het gedrag der Predikanten en der Ledemaaten. Ten dien einde, zyn zy gehouden, de Predikatien, in allé de Ker- ken , by té woonen. De weekelykfche zit- ting in de Wefter-Kerke, die met de Vry- dags - Avonds - beurte aanvangt, is tufïchen vier Ouderlingen verdeeld, ieder van wel- ken eene week zit. Doch die des Zondags Zyne beurt in de Wefter-Kerke heeft gehad, moet ook , wanneer 'er 's Vrydags in de Nieuwe-zyds-Kapel wordt gepredikt, aldaar zitten. De twee Avondmaalen , in de Wes- ter-Kerke, worden, door een' van de vier Ouderlingen, terwyl een andere de gewoon- lyke zitting waarneemt, bygewoond. De zitting in de Nieuwe en Gafthuis - Kerken, verwiffëlt tuffchen vier andere Ouderlingen. En als een van deezen by 't eerfte Avond- maal in de Nieuwe Kerke zitting heeft , ■woont ook zyn opvolger het zelve by. In de Oude Kerke en Oude-zyds-Kapel, gaat de weekelykfche zitting rond tufïchen zes andere Ouderlingen. De opvolger van hem, die, op de eerfte Avondmaalen, in deeze twee Kerken, zitting heeft, woont dezelven ook by. Ook woonen twee van deeze zes Broeders, by beurte, de een het eerfte A- vondmaal, in de Zuider-Kerke, en de ander het tweede, in de Nieuwe-zyds-Kapel, by. In de Nieuwe- en Gafthuis-Kerke, en in de Oude Kerke en Oude-zyds-1 Kapel, zit ieder Ouderling twee weeken agter een. De Zit- ting in de Nieuwe-zyds-Kapel en Amftel- Kerke, gaat rond tuffchen vyf Broeders, ie- der van welken, eene week in de eene Ker- ke gezeten hebbende, ook eene week in de andere Kerke zit. Wanneer 'er, 's Donder- dags , in de Amftel-Kerke gepredikt wordt, *?egint de weekelykfche zitting aldaar met. *jlen dag, anders des Vrydags, en op Bede- ïï.ag> des Woensdags. De Broeder, die des jJ"^tags in de Nieuwe-zyds-Kapel zit, moet Catechifatie aldaar ook bywoonen. Het fiE1 ir ^v°ndmaal, in deeze en in de Am- e.-j£erke, wordt, door de opvolgers van
nun, die dan in deeze Kerken zitting heb- *len' bygewoond. In de Noorder- enEilands- p p ' Verwi^è^ de zitting ook tuffchen
yr Broeders, ieder van welken, zyne beurt eene week in de eene Kerk gehad hebbeli- jk ' °°k in de volgende week, tot de andere wrk overgaat.Die, op de twee Avondmaa- lt ' hunne tweede vrybeurt hebben, woo- 11 dezelven, ook in de Noorder-Kerke, by.
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
148
|
|||||||||||
|
te gaan. Zulke perfoonen moeten ten min- Kë*k'
ften vyf en twintig jaaren oud , en een best1 jaar Ledemaat geweeft zyn. Zy worden, tufTchen de twee Avondmaalen, onderzogt, na dat zy zig, veertien dagen te vooren, heb- ben aangegeven, op dat 'er tyd zou zyn, om naar hun gedrag te verneeteen. Tot het waarneemen der zeven Clafficale Vergade- ringen , worden veertien Ouderlingen be- noemd , twee tot elke vergadering. Alle de Predikanten verfchynen in de Claffis. Tot de Noordhollandfche Sinode, waaronder de Claffis van Amfterdam behoort, wordt maar één Predikant en één Ouderling afgevaar- digd. En als de benoemden tot deeze Com- mifiie buiten ftaat geraaken, omze waar te neemen, wordt hunne plaats, door hunne onmiddelyke opvolgers, vervuld. De gewoonlyke huisbezoekingen, voor 't
onderhouden van 't Avondmaal, worden door een' Predikant, met den Ouderling, die hem toegevoegd is, elk in zyne Wyk, waargenomen. Doch de twee oudfte Pre- dikanten en de twee oudfte Ouderlingen zyn van het doen van huisbezoekingen vry. De Stad is, derhalve, naar 't getal der overige Predikantsplaatfen en der Ouderlingen , in zeven en twintig wyken verdeeld. Doch hierby komen nog vier wyken buiten de Stad, die de vier jongfte Predikanten, by fchikkinge , onder zig verdeelen, en daar zy, met hunne toegevoegde Ouderlingen, huisbezoeking doen. De byzondere Commiffien van den Ker-
kenraad , 't zy 'er iet, by Burgemeefterert of elders, voorgedraagen, of verzogt moet worden, worden, door eenen Predikant en eenen Ouderling , waargenomen. Twee- maal 's jaars , worden de Doopboeken in de Kerken naargezien , in Maart en in September , telkens , door vier Predi- kanten en vier Ouderlingen: een paar ver- rigt dit werk in de Oude Kerke, Oude-zyds- Kapel en Eilands-Kerke ; een ander paar in de Nieuwe Kerke en Nieuwe-zyds-Kapel; een derde paar, in de Zuider-, Amftei- en Oofter-Kerken, en een vierde paar, in de Noorder- en Wefter-Kerken. De Propofitien of Leerredenen over den Catechismus, die, 's Woensdags 's morgens, in 't Diaconie- Oude-Vrouwen-Huis, gefchieden , worden, tweemaal in 't jaar, door eenen Predikant * en eenen Ouderling, bygewoond. By het doen der groote Rekening van de Diaconie aan Burgemeeftéren, die, eens's jaars, in Ja- nuary , gefchiedt, zyn ook een Predikant en een Ouderling tegenwoordig. En 't groot Examen of Onderzoek der Kinderen in c Diaconie - Weeshuis, welk door twee Pre- dikanten gefchiedt, wordt door twee Ou- |
|||||||||||
|
KeRK. Ledemaaten, die, uit eene andere gezind-
BESïiKK. heid , tot de Gereformeerde Kerke over- gaan , wordt, wanneer het aan de huizen der Predikanten gefchiedt, daar ook dikwilszul- ken, die in de Gereformeerde Leere zyn opgevoed, worden aangenomen, insgelyks, door eenen Ouderling, bygewoond. De vyf oudfte Ouderlingen, die 't aanneemen der Le- demaaten niet bywoonen, zyn nogtans ver- pligt, na 't afgaan der Ouderlingen, die zulks laatft gedaan hebben, het boeken der Lede- maaten , die in January en February aange- nomen , en met Atteftatien van buiten inge- komen zyn, naar te zien. Ook moet een van hun het aanneemen der Ledemaaten zelf bywoonen, in geval de Ouderling, wiens poft het was, voor het vervullen vanzynen dienft, mögt overleeden zyn. Zo zulk een Ouderling de Catechifatien in de Oude Ker- ke en in 't Diaconie-Weeshuis zou hebben moeten bywoonen, moeten deeze zyne beur- ten , door de vier oudften, en door dien van den Hoogduitfchen Predikant, worden waar- genomen. De Atteftatien van Ledemaaten, die van buiten inkomen, worden, alle Don- derdagen , in den Kerkenraad, ontvangen, door den Predikant , die de voorgaande week voorgezeten heeft ; en door zynen Ouderling , die dezelven boekt. Van de Atteftatien van vertrekkende Ledemaaten wordt ook , door een' Ouderling , boek gehouden. De vier jongfte Ouderlingen houden de Atteftatieboeken , in welken, zy de aan- en inkomende Ledemaaten, om de twee maanden , moeten inteke- nen. De twee Cenfuurboeken van Mannen en Vrouwen, die voor den Kerkenraad ver- fcheenen en beftraft zyn, worden ook, ie- der door een' Ouderling, behandeld. Inden Kerkenraad , zyn zes Ouderlingen , ieder twee maanden, Subfcribas of tweede Schry- vers. Tot deeze poft, komen, in de eerfte plaats, zulken _, die meer in dienft ; doch nimmer Subfcriba geweeft zyn. En zo dee- zen het vereifchte zestal niet können uit- maaken, gaat men over tot zulken, die in het tweede jaar van hunnen eerflen dienft zyn: voorts tot zulken, die, in hunnen voo- rigen dienft of dienften, maar eenmaal Sub- fcriba zyn geweeft, en, eindelyk, hoewel zulks zeldzaam voorvalt, tot zulken, die dee- ze poft reeds tweemaal hebben bekleed. De oudfte in dienft van deezen zes zit de eerfte als Subfcriba. De Subfcriba brengt in 't Pro- tocol in't net, 't gene, door den Scriba, in Aäis gebragt is, en geeft den afweezenden Leden kennis van de Commiffien, die hun zyn opgelegd. Voorts houdt hy een Regifter van zulken , -die onderzogt en goedgekeurd zyri, om uit Catechiseren. |
|||||||||||
|
". Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
H9
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
derlingén bygewöond. Eindelyk, houdt een
der oudfte Ouderlingen de Kas der Liefde- gaaven, 't Fonds Charitatis genaamd, waar- m ny> jaarlyks, op den laatften Donderdag voor de verandering des Kerkenraads , de ^os j die , in de Kerkenraads - Kamer, op de tafel ftaat, in 't byzyn van twee zyner oudfte Medebroederen, ledig maakt. Uit dit fondSj worden, nu en dan, behoeftige Bui- ten-Gemeenten onderfleund. pz D i A K e N e N der Nederduitfche Ge-
reformeerde Kerke hier ter Stede, aan wel- ben de zorg voor de behoeftige Ledemaa- ten toevertrouwd is,hebben, in deeze hoe- danigheid, ook het opzigt over verfcheiden' Godshuizen, die onder 't bewind der Dia- conie ftaan. De grootte der Stad, en de menigte der arme Ledemaaten maakt het werk der Diakenen zeer laftig. Delaft wordt ^gter, merkelyk, verligt, door de nette or- de en geregelde fchikkingen, die zy, op Jannen uitgebreiden dienft, gemaakt heb- ben, 't Zal, derhalve, niet onvoeglyk zyn, toer, een kort berigt in te vlyen van de wyze, waarop de dienft der Diakenen ver- % wordt. Wy hebben, elders , aangetekend, dat
de Gereformeerde Gemeente hier ter Stede, Zo drazy, in 't jaar 1566, eenige vryheid yan Godsdienftoefening verkreegen hadt, Diakenen aanftelde, die de aalmoeflen, on- der de preeke, in houten fchotelen, verga- derden (o). Doch deeze vryheid duurde ^egts tot in de Lente des volgenden jaars. £)e Gereformeerde Gemeente verliep toen geheellyk (p), en werdtniet herfteld, dan **a de verandering der Regeeringe, in't jaar £5?8 ; van welken tyd af, de'gewoonly- *e Lyften der Diakenen eerft aanvangen. De inkomften der Diaconie waren , in 't ^erfl, gering, en de laften zwaar, naarge- Jailg dier inkomften. In 't jaar 1578, werdt ?r zeventien honderd vyf en veertig gul- dens, vier ftuivers, en vier penningen uit-, Segeven, en maar veertien honderd negen en zeftig guldens, veertien ftuivers en drie penningen ontvangen; zo dat 'er twee hon- erd vyf en zeventig guldens, tien ftuivers, e" een penning te kort kwamen. Doch in de / en vyftig volgende jaaren , werdt 'er, f ,00s^meer ontvangen dan uitgegeven, en, omtyds, merkelyke fommen overgehouden. . ° iS c> in den volgenden tyd (q), en tot «eden toe, doorgaands gegaan; hoewel'er, J^totyds, jaaren tuflchen beide gekomen zyn, |>e!yk, onder anderen, in den bangen oor- ' §styd, die met het jaar 1672 aanving, ge- </>) it' Dec!> vn- B"k, h!- **«
(?) ZU 2ef/' VHI- £"e^> hU 3°5 «*.
CO^MEtlN, i/i. -Jgy eng,. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
beurd is waarin de uitgaaven de ontvangft, KeRk-
verfcheiden jaaren agtereen, vry wattebo- b« ven gingen. In de volgende oorlogen,heeft de Diaconie dit lot, dikwils, moeten onder- gaan , en "zelfs veelen van haare vaftigheden zo Huizen als Obligatien, moeten verkoo* pen, tot onderfteuninge der behoeftige Lede- maaten. 'tZelfde is, na den ftrengen wintel en duuren tyd des jaars 1740, meer dan eens, ge- beurd. Doch men heeft, in't algemeen, onder- vonden, dat de Diaconie beft heeft können beftaan, in tyden van vrede. Onder haare voornaamfte inkomften,zyn de Colleclenin de Kerken en by de huizen, die haar, van Stads wege, worden toegelaaten. Voorts, bekomt zy, van tyd tot tyd, ook meer of min aanzienlyke erfeniffen en Legaaten Haare uitgaavefl zyn , allengskens, toege- nomen, met het toeneemen der Stad. In de zeftiende eeuwe, heeft zy , ten hoogfte niet veel boven de dertig duizend guldens' meen jaar, uitgegeven: in de zeventiende eeuwe, zyn haare uitgaaven tot ruim drie- maal honderd duizend guldens opgeklom- men : en in de laatfte twintig jaaren, heeft zy, doorgaands, tinTchen de vier- en vyf- maal honderd duizend guldens, en zelfs nuen dan, tot boven de vyfmaaj honderd duizend guldens, uitgegeven. Doch op dat men den ftaat der inkom- Jaarlyk-
iten en uitgaaven der Diaconie, nog by-fcheïtaat zonderer , zou können zien , voegen wy der zel" hieronder een uittrekfel uit de groote Re- TsVto't kening, die, jaarlyks, aan Burgemeefteren o-1763. vergegeven, en ter Thefaurie bewaard wordt. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
B£Sr
|
'ER.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ï*4e-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Eerfte
f°Pre8. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fc
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
taco"
|
Hie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%;;
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Overgehouden Te kort gekom.
:------------ 275.10. 1
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In Uitgegeven
1578./ 1745- 4- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1579-- 1663-19- 9
1580.- 2527.19. 2 - 1581.- 2435.11. 5 - 1582.- 2580.19. 5 . |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
535-
181. 199- I5S.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3-10
i- 5 9. 4
7.11 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fe
|
"»ften
|
.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en ,,'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'»«n.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1583-- 2743.13.101584.- 4442. 9. .1585.- 5244-10,151586.- 6567. 6. 14I587.- 9939.18. 11 -
|
- 2CO. 16. II
.- 24.i7.i4
- 993-19- 3
- 688. 2. 4
■ 320. 14. 1 - 301. 8. 11
- 258. 19. 3
- 315- - 3
- 1316. 13. s
- 3050. 8. "
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1588.- 9487-16-
I589--I05IO. 14. 1590.-10687. 6. 1591.-11435. 5.. 1592.-12804. 7. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1593.-14820. 3.12 - 3633. 5.13
1594.-18197-18-14-5074- 8.13 1595.-23176.19.. - - 3305- LH 1596.-22964. 6.14- 5178.14.15 I597-"255I4- 8.10 - 5135. 11.14 1598.-27469-18.12 - 4668. - 15 J599--32298. 8. 5 ■ *935- 9-14 T3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1609.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
15°
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In Uitgegeven Overgehouden Tekortgekom. K«*^,
i655./274543.i7. - HU- 5- 9 --------------- eE
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk- In Uitgegeven Overgehouden Tekortgekom.
be*tier» I600./33657-10.14 4539.17. 4 -------■----------
1601.-34758.10.15 - 8925. 6.13
1602, ■ 43786. 7. 5 -16024. 2. - 1603.-47554.19.10-19361. 18. 8 - 1604.-38633. 3- 7 -23929. ii- 7 ■ 1605. - 44352. - 13 -25289.14.15 - 1606.-49328.13. 5-19320.10. 6 1607.-54402.17.11 - 7081. - 13 1608.-66326. 1. 6 -11395. 13.14 ' 1609.-47653.14-15 - 3201. 9- 4 1610.- 59238. 8.12- 4498.13. 8 ■ 1611.-61261. 6. - - 2048.14.10 ' 1612.-72507. 5. - - 9291.15- 8 1613.-68964.Hi1- 8857-12. 9 1614.-61706.10. 8-11588.18. 2 1615. -66231.12. 6-10443. 17. 8 1616.-71431.13- 4- 7679-18. 4 I6I7.-92757. ia- - -I5907.I4. - 1618. - 82901. 7. 8 - 9307. 7- - 1619-- 89679. 7. 4- 13844.14.10 1620.- 84667.11. II - 10865. 7.13 1621.- 99078. 6.14 - 1759.13. 4 1622.- 93425. 2.12 -14703.17. 4 1623.-109228 13. 8- 4549.17.4 1624.-124742 10. 8-12813 2. 8 1625.137471.14. 4- 73H. I- 4 1626.-124141, 2. 8-14555.11 - 1627.-134618. - 8 -12169. 6. - 1628.-I45873. I.I4 - 6517. 9 8 1629.-i47928.il. 6- 7084.12.8 1630.-131505. 3- - - 37II. 8 8 1631.-131399-10. - - 6o6q. 15.10 1632.-137801. 5.12-10545. 8. - 1633.-137894-14. 2- 1498. 5« 2 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
l656.-322371.il. 6- 5862.13.6
1657.-274310.18. - - 8632.14. -
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8 - 5766.15. -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1658.-264095.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1659.-253390. 4. -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- 6464.10. -
- 6145- 7 -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1660. -238301. 1. -
1661.- 280499.16. - |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1662.-291484. - 14
1663.-325028. 5« - 1664.-353864. 9- - 1665.-315730. 6. - 1666.-334017. 2. - 1667.-326554.11. - 1668. -283383.13- - 1669.-277207.10. - 1670.-302508. 3- - 1671.-297619. 2. - 1672. - 312967. 6. -
1673. -349I93-' - -
1674.-348089. 6 - I675-- 353860.18. - 1676. -358704. 3- - 1677.- 306046. 6. - 1678.-291814. 8. - 1679.-268792.14. - 1680.- 272527. 11. 8 1681.- 322478.17- - |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2923. 9. -
3936.19. - 5079.16. - 3573 2. -
1259. 7 - 1010, 6. - |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. 2011. 4.
. 4186.18. ■ 5084,I4. 3I6I5- 9' .14304 19- - 8062. 9'
- 9485. I.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- 1780. 2 -
- 1860. 5- -
-75725.14. - -37357- 6. - |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5337 I-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1682,-367659. 6. -
1683. -291676 17. - 1684.-276274.17. - 1685- - 259468.10. - 1686.-263165.16. - 1687.-27704L 6. - |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5278. 4-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1561.14. -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1688.-283631. i. -
1689-286282.16. - 1690.-286411. - - 1691.- 264921.14. . 1692. - 270670. 1. -
1693. - 25144°-IO- -
I694.-281416. 6 1695.-282519.15- - 1696.-276494. I- - 1697.-278615. 7- - I698.-326548. 2. -
1699. - 296548.14. - 1700.-303659. 6> - 1701.-303188. - - 1702.-325309. 6. - 1703.-275121.17. -
1704.-308235.11. . 1705.-290110. 4. -
1706.-300142.il. -
1707.-278936.17. -
1708.-279314- - -
1709.-319454-lö' *
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- 535. 2- II
" 203. 4. 8
. 2509.19. 14 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1634--146724.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1635.-152925.12. 8- 7535.I7.I2
1636.-204975. 4. 9------.---------
1637.-185917.10. 5 -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
179. 9- -
4056. - 8 1370. 7' -
416. 3. 8
284 13. -
90. - -
437-I3- -
256. 9 -
78. 6. -
- 665. 3. -
. 546.15. -
. 6870. 8. -
. 867- 8. -
. 4516 10. -
. 445.15. -
. 1081.15« -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1638.-172516.18.10-
1639. -173023. 9.10 - 1640.-183911. 7.12 - I641.-204684.il. 6 - I642.-I848H. 2.10 - 1643.-195355-IL - " 1644. -214233.15- -1645.-253110. 8.12 - 1646.-215609.14. -1647.-23C453-IS- - - 1648.-235501.17. -1649.-225322. 1. -1650.-239497. 9. - - 1651- -252821. 2. - - 165a. .272236. 1. . |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1653.-252934. 4-
IÖ54.- 254637.12, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1494.19'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
II- Boek.
In Uitgegeven
:7io 320519. 7. . I7n.- 3S5587.16. ■
!7i2.-3294.76.18. 17i3-- 320224.15. . I?I4'-355971-16. -
17i5.-3i8os6.16. - 17i6--336970.15. - 17I7--282263.19. ■ I718'- 312476. 4- - 1?1* - 383329. 7- ■ I72o. -321428. 7. - I?21--385138. 5. -
1?22'-379852. 4-
1723--352i6i. 8. - J724..322211, 2. . 'I7aS. -363265. 7- 1726.. 367193.13. - |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
151
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
In de voorgaande eeuwe en eerder (r), Kerk-
heeft: de Diaconie, fomtyds, eenigen onder- bestier. fland genooten uit Stads Kaflè, of uit de Kafle van byzondere Godshuizen, die aan de Stad verantwoord werdt. Onder ande- ren , vind ik, dat de Diakenen der Gerefor- meerde Kerke, in 't jaar 1602, ten behoe- ve van de armen, op lad van Burgemeefte- ren, tot twee reizen toe, van Kerkmeefle- ren der Oude Kerke een honderd ponden vlaams ontvangen hebben (V). In 't zelfde jaar, ontvingen zy, op gelyken lall, van Kerkmeef teren der Nieuwe Kerke, twee- maal twaalf honderd guldens (f). Ook heeft de Stad, op den een en twintigflen Juny des jaars 1625, eene onlosbaare rente van een honderd en vyftig guldens's jaars aan de Dia- conie gefchonken («), De giften van den grond tot het Diaconie-Weeshuis, het Dia- conie-Oude-Vrouwen-Huis , en de Diaconie : Brouwery, van Stads wege gefchied (©), können ook, als een onderfland der Diaco- nie , worden aangemerkt. ^ Al 't welke wy hier te liever hebben willen aantekenen, om dat fommigen zig verbeeld hebben, dat de Diaconie, nimmer, eenigen onderfland ge- nooten hadt van de Stad. OndertufTchen, is, uit de korte fchets van dezwaarc inkom- flen en uitgaaven der Diaconie , ligtelyk, op te maaken, hoe veel omflags 'er zy aan den dienfl der Diakenen, tot welks byzon- dere befchryvinge wy nu overgaan. De Diakenen houden , weekelyks , des Gewoon-
Dingsdags, ten vyf uuren nademiddag, hun- lyke Ver- ne gewoonlyke Vergadering, in de Nieuwe ëade^in- Kerke. Des Donderdags, 's morgens, ge- Diake^ fchieden, in dezelfde Kerke, de gewoonly- nen. ke uitdeelingen: waartoe, en tot eenig an- der Dienflwerk, ten dien tyde, ook eenige Broeders vergaderen. En 's nademiddags, komen, ten zelfden dage, ook twee Broe- ders byeen, voor welken, zulken , die on- derlland begeeren, met hunne Atteftatien, en verzeld van twee getuigen, Ledemaaten der Kerke, verfchynen. Deeze Broeders doen onderzoek naar den flaat en 't gedrag der behoeftigen, waarvan wy, hierna, uitvoeri- ger gewaagen zullen. Zy deelen ook, om de vier weeken, den onderfland uit, die op on- volledige Atteflatien genooten wordt. Eenige dagen na dat de nieuwe Diakenen Byzon-
verkooren zyn , belegt de aanblyvende dere Be- Weesboekhouder eene byeenkomll van de dienin- gantfche Broederfchap, in welke, de byzon- derdezël- dere ven.
(r) Zie II. Deel, XI. Boe(, tl. 410,
Is) Memor. van Kerksneeft. der Oude K«ke,i/. 203,104.
(t) Vit de oorfpr. Rcfol. van 17 *A»&- e" I* Septemb,
I602. berußende in de Nieuwe Kjrke, (»> Groot-Menior. AT. III. 22 verfi.
\v) Refol. Vtoedfcb. L, A-. 26 Jan. ifij«. . J3. L'.Vf,
H sAprit li$ï. . 3J2. L'. S. 1« Maart Iggg. . 7S, |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Overgehouden Tekortgekom.
7179. 11. - ---------- . . 8322, 1. -------------.
. . 3271. 4.--------------
■ - 2795.17. - ----------
- 1468.14.--------------
-10886. 1.--------------
- 9782.10.--------------
. .17921.14.--------------'
-13934- !--------------'
. . 24420. ---------------■
-16508.11.--------------
-26888 17.--------------
. . 30760.16.--------------■
. 10444. 8. - ■-----
. .26788.16. .------------
. .27977-16.--------------
. 930. 1.--------------
■ 8983 15---------------
■ - 3969. 2.-------------
■ . 4034,----------------
- 8493.15. - ■---------
-12871-15---------------
-' 794.15---------'■--------
- 3248. 1.--------------
-17665.10.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
1727..
Ï728.. 1729
*73o. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
-343175.12. -
355922.18. ■ 392744. - - |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
■365439-15. -
173i.. 401897.19. - I73a.-368n6.i2. - 1733».403548. . . 1?34- -356935.10. -
I?35 -398812.19. - 1736. _ 346732. 7. . ï?37--375412. 6. - I?38. .427585.17. - *739.- 399888. 5. - I740'-443183. I. - I74I--5I8SI9. 1. -
*7<") '^-473761.15. - ?43<-417482. 9. -
7H.- 403233.18. -
745.-420557. 6. -
t746.- 403387.17. -
47- - 402034. 9. -
?48'- 469061. 3. .
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
417. 9-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
- 1290. 7. -
-11126. 8. - - 478r. 4- -
- 1468.16. -
- 269.18. -
- 239. - -
- 6588.17. -
- 335- 3- -
- 926.18. -
-14929. 2. . - 202.15. -
- 182. 1. -
- 574- 7- -
- 403. - -
- 602.16. -
- 970 17. -
- 891. 8. -
- 752.13. -
- 852. 9. -
- 1550. 7. -
- 1273.12. .
- 1304 13. .
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
1749.
J7So. '75*..
1753.
|
'434235-I3.
427372.18. "442404. 4. '«8570. 6.
"43270!. 3. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
S6--«9446. 8.
^7.-53098!. , |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
-4886o6.I7>
524762. 3< _ 440751. . . 439555-19. - '460242. 7. . .
'455542.17. - -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
846. 8. -
991.12. -
1074. 4. .
663. 4. - 284.10. . |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
J7Sa.
I7G3>
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
139.10. -
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. Deel-
|
|||||||||||
|
I52
|
|||||||||||
|
ander' Broeder verzeld , het zelfde werk, ^tR^&,
in de kleine Uitdeelkamer, verrigt. Som- BES mige byzondere poften, te weeten die van Groot - Boekhouder, Seconde - Boekhouder, Vryen Broeder , Scriba, Seconde-Scriba, Groot - Alphabeth - houder en Paflant-Mees- ter, worden, ieder door één perfoon, twee jaaren agtereen, bekleed. Doch van alle de overigen, die , door twee Broeders, wor* den waargenomen, gaat'er, jaarlyks,eenaf, fchoon ieder Broeder, in zyne poft, twee Qt. jaaren agter een, blyft dienen. De Groot- ^ib^' Boekhouder brengt de Partyen, met de uit- ^r. deelingen , welken zy genieten , te boek en op 't Alphabeth in 't Groot - Boek, de rekening van overleeden Partyen opmaa- kende en fluitende, en zorg draagende, dat, wanneer de Party, die op een Bediening- briefje boven aan ftaat, overleeden is, de langftleevende geene Bediening geniet, dan' na dat deszelfs Lidmaatfchap beweezen is. Wyders, houdt hy aantekening van de open Plaatfen in 't Diaconie-Oude-Vrouwen- en Mannen-Huis, en van onverhuurde woo- ningen , op het Medenblikker Hofje ; en draagt zorg, dat zulken, die 't meeft trek- ken , zo 't zyn kan, in 't Oude-Mannen of ^ Vrouwenhuis geplaatft worden. De Seconde- S*^. Boekhouder, die, met het vermeerderen van ^0^tp de uitdeelingen der Diaconie, tot verligting van den laft des Groot - Boekhouders, aan- gefteld is, houdt ook een Boek, waarin de partyen, die, in de kleine Uitdeelkamer, be- s. deeld worden, eene rekening hebben. Nog f0%iO*' komt 'erjaarlyks een van de twee Weesbock- ^ houders aan, die, 's Donderdags, ter Weeska- mer van de Diaconie, in de Nieuwe Kerke, verfchynen moeten, en 't Renteboek, Com- miflieboek en Weesboek der Diaconie waar- neemen. Hun poft is, wyders, de erfenilfen en boedels, die aan deDiaconie komen, te aan- vaarden en te redden; de renten der Diaconie te doen ontvangen, en de Commiflien, uit fterfgevallen ontftaande, uit te voeren; dezel- ven, binnen agt dagen, in 't Commiftieboek aantekenende. Commiflien by de Admiraliteit en Ooft- en Weft-Indifche Compagnie zy° hiervan egter uitgezonderd, zynde daartoe afzonderlyke Commiflariflen uit de Broedef" fchap gefteid. De Weesboekhouders h<^1' den ook aantekening van alle de kindek11 en bejaarden, die, door de Diaconie, |>?" (leed worden; en van zulke Kinderen, <"e nog wel geenen daadelyken onderftand ge" nieten ; maar aan weiken , om dat hu*1" ne Ouders Ledemaaten geweeft zyn , net regt der Diaconie toegeftaan, dat is_, ver" lof verleend is, om, t'eenigen tyde, in ge' val zy in ongelegenheid geraaken mogtefl» onderftand te mogen vraagen. Voorts, raad* |
|||||||||||
|
kerk- dere Bedieningen onder de Broeders, by kie-
bëstiee. zinge, naar den tyd van hunnen dienfl, of, voor de eerftaankomende, naar hunnen ou- derdom, verdeeld worden. Een Broeder, die, te vooren, Weesboekhouder geweefl is, heeft, nogtans, fchoon jonger in rang, tot deeze poft de voorkeuze. Men geeft, in deeze verdeeling , ook fomtyds, agt op de bekwaamheid en gelegenheid der byzonde- re Perfoonen; wordende alles, by vriendely- Prefiden- ke fchikking, afgedaan. In gevolge deezer ten. fchikkinge, zyn 'er, in ieder jaar, negen Pre- sidenten , agt van welken elk zes weeken voorzitten; doch Praefes negen zit maar vier weeken voor, en wordt, in 't volgende jaar, wanneer hy nog zes weeken voorzit, Prae- fes een. De Praefes doet een gebed, voor 't aanvangen, en eene dankzegging na 't eindigen van elke Vergadering. Na 't ge- bed, worden de Notulen der laatfte Verga- deringe, door den Scriba, gelezen. Ver- volgens, gefchieden de voorftellen of ver- zoeken, van welken de Praefes niets toe- ftaan mag, dan 't gene , by de meerder- heid der Vergaderinge , goedgekeurd is. Hy gedoogt niet, dat eene Refolutie der Vergaderinge, die nog geen jaar en zes wee- ken oud is, in omvraage gebragt worde: ook niet, dat men omvraag doe , om iet in omvraag te mogen brengen. Doch zaa- ken , die niet met de wetten der Diaconie ftryden, is hy verpligt, in omvraag te bren- gen. Ieder heeft regt om een vierdendeel uurs te befteeden om over eene zaak te fpreeken , of te advifeeren : doch. meer- der niet. De Praefes ontvangt al 't geld, dat gecollecteerd of geboiTeerd wordt, of op eenige andere wyze inkomt, aan zyn huis, en doet 'er de vereifchte uitdeelingen en be- taalingen uit, zorg draagende, dat het geld tot de Donderdagfche uitdeelinge, behoor- lyk verdeeld en opgepakt, aan de Kamer is, waarvan hy 't overfchot naziet met den Scri- ba , met wien hy ook, als hy afgaat, zyne rekening effent, de overfchietende pennin- gen aan zynen Opvolger overhandigende , en zyne rekening van Ontvangft en Uitgaa- ve voorleezende in de Vergaderinge, daar zy, tegen de rekening, die de Scriba houdt, wordt naargezien. De Rekeningen of As- fignatien, die, door den Praefes, betaald worden, moeten door twee Broeders gete- kend zyn. Die 't eerft prefideert, na 't aanftellen van nieuwe Diakenen, is vry van 't waarneemen der Donderdagfche Kamer- dagen , op welken, de dienende Praefes, verzeld van den Groot-Boekhouder en nog een' Broeder, de uitdeelingen doet, in de groote Uitdeelkamer , terwyl zyn Opvol- ger, van den Seconde-Boekhouder en een' |
|||||||||||
|
ÏÏ. Boek. GEREFORMEERDE KERKEN,
|
|||||||||||||||||||||||
|
153
|
|||||||||||||||||||||||
|
8&iïe». £leegen de Weesboekhouders ook met de
|
geeven moet, op dat deeze de boete, daar- Kerk-
|
||||||||||||||||||||||
|
Woeders CotnmiffariJJèn van den Bouw, over
*!et verhuuren en verkoopen van de huizen der Diaconie. De inkomende Weesboek- houder is 5 wyders, yerpligt, de Notulen der |
|||||||||||||||||||||||
|
op gefield, moge invorderen, 's Donder- besties,
dags, onderzoekt hy ook, of de Hoofden- boeken en anderen in goede orde gehouden zym De boeten, van welken wy fpreeken, worden bewaard in des Scriba's Boeten-bos, en, by voorkomende gelegenheden , he- fteed aan Liefdegaaven, onder andefeiï, toé losfinge van Slaaven en onderfteuninge vari Buiten-Gemeenten, waaronder ook de Lü- therfche Broeders niet vergeten worden. Een der Broederen bekleedt de poft van Groót- Groot-Alphabethhouder. Zyn werk is, alle be- Alpba- hoefcige Partyen, die in de Weekelykfchehoudef* Commiffie worden verantwoord, en aan 't Groot-Boek genieten, midsgadefs, de ver- anderingen , in de groote Bezoeking voor- vallende, op den naam van elke party, naar orde van 't A. B. C., te boek te brengen. De vafte en verwiffelende Broeders, die 't verdere
Weeshuis en 't Oude Vrouwen- eri Manne Huis waarneemen, midsgaders, de Gecom-re Dien- mkteerden ter beftieringe van het Cor-üen' vers - Hof worden , insgelyks, in de voor- gemelde byeenkomft, gefield; doch wy zul- len van derzelver dienften, in 't befchryven van deeze Godshuizen, byzonderlyk, han- delen. Vervolgens, komt, jaarlyks, aan een van de twee Gecommitteerden tot de zaakeii van de Admiraliteit en van Ooß- en Weflindiey voor zo ver dezelven behoeftige partyen aangaan, welken zy ieder eene Rekening, in hunne boeken, geeven moeten: een der' twee ConwiiJJariJJen van de Browwery; een der twee Commijjarijjenvan den Bouw en Bakkery, die opzigt hebben op de huizeri, en op de Bakkery der Diaconie; dejaarlykfchekofteri, tot herflelling of verbetering der huizen ge- daan, aan de Weesboekhouders opgeeven, en met dezelven ? op het verkoopen en ver- huuren van huizen , raadpleegen moeten. Zy mogen niet meer dan zes honderd gul- dens , tot herflelling of verbetering van ee- nig huis, befteeden , zonder uitdrukkeiy- ke bewilliging der Vergaderinge. Wyders, zyn 'er twee Infpetlores van de Apotheek in 't Diaconie-Weeshuis, die. tot vyftig guldens toe, voor geneesmiddelen, beftee- den mogen , buiten gelyke bewilliging ; twee Examinateurs of onderzoekers der At- teflatien van zulken , die eenigen onder- ftand begeeren ; twee CommiJJarißen van de Loots, die , te gelyk, gemagtigd zyn, tot onderzoek van het _ Burgerfchap der behoeftigen. De Loots is een vertrek aan 't Diaconie - Oude - Vrouwenhuis, daar de Inboedeltjes, die äan de Diaconie vervallen, gebragt, en, doofde Suppooftinne, ten o- verftaan van een' der Broederen van de Loots, worden weggefchikt, om,of twee« V maal |
|||||||||||||||||||||||
|
do
|
rgaderinge van 't voorleeden jaar, die,
|
||||||||||||||||||||||
|
0r den Scriba , gehouden zyn , in 't
|
|||||||||||||||||||||||
|
fit0e«Jer. T?f0t" Notulen Boek over te fchryven. Den
' .vv eesboekhouderen is een Adjunct-Boekhou- f,Vrye Broeder genaamd, toegevoegd , le de Hoofden der weekelykfche Commis- len °verfchryft, en 's Vrydags, voor twaalf *jUl*en, bezorgt, daar zy behooren. Wy- eps» fchryft hy de Quohkren der uithan- gende Boffen, en bezorgcze by de Broeders ■ooireerders, die deeze Boffen, eens 's jaars, boeten ledig maaken. By 't overlyden van een Praefes, of van een' Broeder, die een jezoekboekje heeft, moet hy de Kas van den eerften, of het. Boekje van den anderen o Verneemen, en derzelver poften vervullen, geduurende welken tyd, hy van boffeeren en weekelykfche Commifïien vry is.Ook heeft ^y 5 wanneer hy, voor de tweede reize, in den jhenft komt, de voorkeuze tot het Wees- boekhouderfchap, in geval het, door geen' ^iba, gewezen Weesboekhouder, gekooren wordt. De Scriba of Schryver leeft, in elke ge- ^oonlyke Dingsdags-Vergadering, na 't ge- "ed, de naamen der Broederen op; houdt aantekening van de afwezenden, en in't by- zonder ook van 't voornaamfte, dat, in de Vergadering,voorvalt, en beflooten wordt; ei1 leeft zyne Notulen van elke Vergadering, *u elke volgende Vergadering, voor. Voorts, draagt hy zorg, dat alles, alomme, byzonder- tyk, in de Vergadering en in de Godshuizen der Diaconie, naarde wetten en reglementen der Broederfchap, behandeld worde, de boe- ten invorderende, die op het laat komen, of geheel wegbly ven zonder wettig belet, en op pudere verzuimeniffen, gefield zyn. Wyders °udt hy Contra-Rekening van 't gene de refidencen ontvangen en uitgeeven, dezel- e > onder anderen, opmaakende, uit de zo- ?eriaamde Piden, of Memorien van inge- .ragte penningen en Dubbelden van Affigna- - en > die hem moeten behandigd worden. Hy iy^erPugt, de Contra-rekeningen der Pre- We Vin' afzonderlyk , te boeken , en ter ook amer over te leveren- Hy h°lldt
om jee?.Contra-Renteboek, 't welk hy,
^c0nd , ^ drie maanden, tegen dat der Wees-
Scribïi ■ »oekhouderen, moet naarzien. Hem wordt
n Seconde-Scriba of tweede Schryver toe-
cL^tj6 r) ^e' in de Dingsdags-Vergadering,
der R?f der Commiffien leezen; 't getal
Coiiir? .' waarmede geboffeerd is, en de
eertijf *n de ^erken naarzien, en, zo hy
' II o^isflaS ontdekt, dien de Scribaop-
Kl' STUK.
|
|||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS III.Deel.
|
||||||||
|
i$4
|
||||||||
|
Broeders, in eVen zo veele wyken der Stad, K0"^
eens 's jaars, de groote bezoeking doen, inï£S welke zy, tot aanhouding, vermeerdering, vermindering, of afwyzing van verleenden onderftand befluiten, en, daar 't de nood ver- eifcht, iet extra toeflaan. Van alle deeze fchikkingen , wordt, jaarlyks, een Boekje gedrukt, en aan de Broederen ter hand ge- field ; waarin het dienflwerk, aan elk hun- ner opgelegd, onderfcheidenlyk, aangewee- zeh wordt. De arbeid der Diakenen zal klaarder be-
greepen worden , als wy wat byzonderer zullen hebben getoond, op welk eene wy- ze , de Diaconie haare voornaamfle in- komflen bekomt, en met welk eene voor- zorg , zy dezelven, ten meeflen nutte der behoeftigen, wederom uitreikt. De Diaconie bezit eenige Huizen en Obli- Or^Jf
gatien, van welken zy huuren en intreflen heLce°rei> trekt ; doch onder haare voornaamfle in-. ie komflen, zyn, gelyk wy reeds hebben aan- feW*' gemerkt, de Collecten in de Kerken en by de huizen.'t Is te vermoeden, dat zy, na haare tweede opregting, in 't jaar 1578, tot het doen deezer Collecten, even als andere Gods- huizen , verlof zal gekreegen hebben van Burgemeefleren; hoewel my daarvan geen blyk is voorgekomen. In alle de elf Gere- formeerde Kerken, wordt, door Diakenen, onder de preeke, gecollecteerd, in zwart la- kenfche zakjes, waaraan een klein koperen fchelletje hangt, en die, aan 't einde van een' langen flok, vaflgemaakt zyn. Doch in de Oude en Nieuwe Kerken, colleólee- ren Diakenen niet, dan des Zondags 's a- vonds, en in de Gaflhuis-Kerke, alleen on- der de Voormiddags - preeke. In de Oude Kerke en Oude-zyds-Kapel, collefteeren ze- ven Diakenen , by beurten , in de eerfle twee, en in de andere, drie te gelyk. In de Nieuwe Kerke en Nieuwe - zyds - Ka- pel , doen zeven andere Diakenen de ColJ lecle, insgelyks by beurten , in de laatfle twee , en in de eerfle , drie te gelyk. Doch de Broeder , die , des Zondags 's a- vonds , voor 't eerfle Avondmaal, uit de Nieuwe Kerke gaat, is ontflaagen van by dat Avondmaal dienfl te doen. De Broeder, die, 's Woensdags voor 't eerfle Avondmaal, in de Nieuwe Kerke ingekomen is, moet» Saturdags 's avonds, en 's Zondags voor- en na den middag, in de Nieuwe-zyds-Kapelte' collefteeren, en 's Saturdags 's avonds , c brood tot het Avondmaal fnyden : ook by de Avondmaalhoudinge dienen; doch hy is» des Zondags 's avonds, vry. De drie Broe- ders , die anderszins niet colle&eeren zou- den, moeten, ter deezer gelegenheid, des Saturdags 's avonds, -in de Nieuwe Kerke»
cos
|
||||||||
|
Kerk- maal 's jaars, in 't openbaar, verkogt, of, ten
bestier, dienfle van de Diaconie, bewaard te wor- den. Doch 't Lynwaat, welk in de Loots komt, wordt aan de Zufleren - DiaconefTen ter hand gefield, die 't, ten nutte der Dia- conie , uitgeeven. De Broeders van de Loots komen, tweemaal ter weeke, des Woens- dags voor-, en des Saturdags nadenmiddag, in 't Oude-Vrouwenhuis, byeen. Voorts, zyn 'er twee Gecommitteerden, om kinderen van Lidmaaten van buiten ter Vaart te recom- mandeeren ; 't welk egter niet gefchieden mag, dan met uitdrukkelyke bewilliging der groote Vergaderinge: twee Lakm- en Hoe- denhopers; twee Stoffenkoopers; twee Lin- nenkoopers > twee Leêrkoopers ; twee Graa- nenkoopers; twee Boter- en Kaaskoopers, en twee Ryfl en Kruideniery-koopers. Alle in- koopen gefchieden by Ledemaaten der Ker- ke, binnen der Stede Vryheid woonagtig. Men plagt vafle Leveraars te hebben. Doch in 't jaar 1740 is beflooten, dezelven te laa- ten uitflerven. Zo de inkoopen meer dan drie honderd guldensbeloopenzouden,moet 'er de Vergadering eerfl in bewilligd hebben. De vafle Broeders van 't Oude-Vf ouwenhuis koopen de Graanen, ten behoeve der Dia- conie-Brouwery. Men affigneert, voor de inkoopen, op den Praefes, by wien men egter eerfl onderzoekt, of hy penningen in . voorraad heeft, in geval de Asfignatien meer dan zes honderd guldens beloopen zouden. Nog is 'er een PaJJant - Meefler , die aan behoeftige doorreizende Ledemaaten, op 't vertoonen eener behoorlyke Atteflatie van hun Lidmaatfchap, ten hoogfle zes guldens geeven mag, mids zy binnen 's jaars niet wederkomen. Voorts, zyn 'er agt Gecom- mitteerden tot het opzigt over de agt Schooien der Diaconie, van welken 'er twee zyn aan de oude, en zes aan de nieuwe zyde. Ieder paar Schooien Haat onder 't betlier van twee Broeders. Zy worden ook Scholarchen ge- naamd, en bezoeken de Schooien, gewoon- lyk, tweemaal, en buitengewoonlyk nog eens, in 't vierdendeel jaars. Ook affig- neeren zy de Schoolmeeflers, voor hun Loon en Verfchot, op den Praefes. Eindelyk, Worden benoemd de Broeders, die, alle Don- derdagen , de Boeken behandelen, en de par- tyen helpen, die op Atteflatien genieten. Zy Verfchynen, teil getale van zeven tevens, en maaken, met eikanderen, een getal van agt en twintig uit. De beurten om in de Kerken en by de huizen te collecleeren, en om de ge- collecteerde penningen te tellen, worden, insgelyks, naar behooren, verdeeld: ook de Zesweekfche Commifïie , om daadelyke of vafle bediening toe te flaan, en de vyftien Bezoekboekjesi naar welken, vyftien paar |
||||||||
|
H. Boek.
|
|||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||
|
*55
|
|||||||||||||
|
Kê»k.
|
|||||||||||||
|
by de_huizen gefchiedt, om de vier wee- Kerk-
ken, in de Vergadering der Diakenen ge- bestier. bragt; van waar zy, na 't leezen der Notu- gecollec- len, ook naar de Telkamer gebragt worden.teerd- De penningen , in de Kerken gecollec- teerd , worden, door eenige Broeders, on- der de negen Presidenten, geteld. Dit tellen gefchiedt, door alle de Diakenen, by beur- ten. Onder ieder der zeven eerft dienende Prefidenten , tellen vyf Broeders: en onder de twee laatften, famen zeven. Doch de Broe- ders Boffeerders tellen zelven, insgelyks by beurten, 't gene zy gecollecteerd hebben. In de Telkamer, wordt, behalve de Broeders Tellers, niemant dan den Scriba en Secon- de-Scriba toegelaaten. De ongangbaare fpecien worden, alle zes weeken, door de Broeders - Tellers, verwiffeld. De getelde penningen, door eenen der Broederen ge- boekt zynde, worden, nevens een Vide of Lyft der fpecie, door de Tellers getekend, in Kiftjes, aan 't huis van den Prefident ge- bragt, en, terftond na dat hy afgegaan is, aan zynen opvolger, verantwoord. De Scri- ba bekomt Dubbelden van deeze Viden, om- ze te können boeken. De Collecte by de huizen gefchiedt, om Orde op
de vier weeken , des Donderdags 's morgens. heC b°s- Hiertoe zyn vyf en twintig Diakenen aan- ^coil gefield, die , verzeld van twee Diaconie- ïefteerên Weesjongens, om van hunne aankomft , met de vooraf, aan elke wooning, kennis te gee- Bo{^ .ty ven, elk eene Wyk der Stad, welke, ten ^ Ul" deezen einde, in vyf en twintig Boffeer- wyken verdeeld is, rondgaan, en doorkruis- fen, en met de Bos colleéleeren aan de hui- zen van Gereformeerde Ledemaaten, en van zulke anderen, die gaarne hunne Liefdegaa- ven aan de Diaconie willen mededeelen, ten welken einde, zy,even als de Gereformeer- de Ledemaaten, eene L, aan ééne der poften hunner wooningen, laaten ftellen door de Diaconie-Weesjongens, die, hiertoe, jaar- lyks, kort na den gewoonlyken verhuistyd in May, de Stad doorgaan, 't Geboffeerde geld wordt, onder de Prefidenten, 's Dings- dags daaraan, geteld: en 't beloop der ge- boffeerde penningen, gewoonlyk, door den Sub-Scriba, te boek gefield. Dus, kortelyk, hebbende aangeweezen, Wyze,op
op wat wyze, de Diaconie een voornaam welke de gedeelte haarer inkomften, in de Kerken en Diaconic by de huizen, collecteert, gaan wy nu over, ^f de om te doen zien, hoedanig de behoeften onder- der Ledemaaten, door haar, vervuld wor- fteuning den. der be* Om onderzoek te doen op de behoeften, Lede'8
en dezelven in orde te vervullen, heeft de maaten. Broederfchap, al voor veele jaaren, twee- ^5*e" derlei verdeeling gemaakt van de Stad, eene Cmmijne V 2 in
|
|||||||||||||
|
jïs^' collefteeren en broodfnyden: aldaar des Zon-
dags by 't Avondmaal dienen, en ook desa- vonds collecteeren. In de Weder Kerke , collefteeren zeven andere Broeders , ins- gelyks, drie tevens, en by beurten. Ze- ven anderen colle&eeren , by beurten, in deZuider-, en in de Oofter-Kerke, twee in ieder Kerke. De Broeder, die, by het tweede Avondmaal, in de Zuider-Kerke in- komt , is ontflaagen van daar by te dienen; hordende den dienft, by het eerfte Avond- maal, door den Broeder, die op hem; en den dienft by het tweede Avondmaal, door den Broeder, die op deezen volgt,waarge- nomen. De Broeder, die, des Zondags van net eerfte Avondmaal, uit de Oofter-Kerke ^gaat, dient, in die zelfde Kerke, by het tweede Avondmaal aldaar. Drie andere Broe- ders neemen, twee tevens, de Colleóte in de Gaflhuis - Kerke waar; doch deeze zelfden nioeten ook , in de weekbeurten ; in de tweede Voorbereiding, des Saturdags 's a- vonds, en by het tweede Avondmaal, in de Nieuwe-zyds-Kapelle, colleéleeren: op wel- ken laatftgemelden tyd, de twee Diakenen, die, anders, in de Nieuwe-zyds-KapelIe, zou- den hebben moeten collecteeren, de Colleéte in de Gafthuis - Kerke waarneemen. In de Amftel-Kerke, wordt, door drie andere Broe- ders , by beurten , twee tevens , gecollec- teerd. De laatft ingekomen Broeder neemt, nevens den laatft ingekomen Broeder uit de Wefter Kerke, de Donderdags - avonds- Colledte, in de Amftel-Kerke, waar ; ten "^are aldaar maar één# Diaken vereifcht Werdt: in welk geval,*de Broeder uit de Refter-Kerke ontflaagen is. Eindelyk, col- lecteeren de agt overige Diakenen, by beur- ten s drie te gelyk, in de Noorder-, en twee ^ gelyk, in de Eilands - Kerke. Doch de ■Broeder, die, op het eerfte Avondmaal, uit ^e Eilands - Kerke uitgaat, is verpligt, op het tweede Avondmaal, in dezelfde Kier- e > te dienen. Men begint, gemeenlyk , *j?n uur na 't aanvangen van den Predik- lenft; doch op Avondmaalstyden, terftond na t afleezen van den Tekft, te colleclee- n< By het trouwen in de Kerken , op j..Sewoone tyden, wordt ook, door twee lakenen, gecollecteerd. De gecollecteerde Penningen worden, terftond na datdeKerk lltgegaan is, door de Collectanten, gefor- eerd, en jn ]ec[eren zakken geflooten, die y 5 door eenen Diaconie-Weesjongen, naar unne hujZen laaten draagen; doch van wei- En 0n i ,en de fleutels,in de Kamer der Diakenen, Jet teiien ^'yyen. 's Dingsdags na de Collefte, des ^nPen' in H lddags' worden de geflooten zakken,
*klln' ka Telkamer, zynde de groote Uitdeel -
4rtier, en de Boffen,in welken,deCollefte
|
|||||||||||||
|
iS6 AMSTERDAMS ItLDiaa,
in vier deelen, van welken een deel de gäfit- gen: welk laatfte gefchiedt, door den Pre- Kg^
fche Oude Zyde vervat; zynde degantfche dikant en Ouderling van de wyk daar de Nieuwe Zyde, in drie deêlen, bekend by behoeftige party woonagtig is. \ an t gene Na i 2 en q ondrrfeheiden : en eene den Broederen, uit naarae van den Kerken- in 'vyflien'deelen', naar 't getal der vyftien raad, bekend gemaakt wordt, geeven zy, Bezoekbo^kies getekend van A. tot P. in- terftond, met een Vide of briefje, kennis geflooten" waarin de behoeftigen, in ieder aan den Praefes,die de Fiele aan den Scriba deel of wyk woonagtig, opgefchreeven zyn. behandigt, door wien dezelve genotuleerd, Van de eerfte deezer twee verdeelingen en, ten volgenden Dingsdage, ui de volle wordt gebruik gemaakt,in de waarneeming Vergadering voorgelezen wordt. In deeze der JVeekehkfche Commißen, gelyk dezelven zelfde Vergadering doen de Broeders-Exa- senoemd worden, in deezer voege: onder minateurs der Atteftatien, mondeling,ver- ieder der negen Prefidenten, zyn, tot deeze flag van de verzoeken om onderftand op Commiffien.vier paar Broeders gefield,een onvolledige Atteftatien, hun s Donder- paar voor de Odfde Zyde, en een paar voor dags te vooren , van wege den Iverken- ieder der drie deelen van de Nieuwe Zyde. raad , gedaan. De Vergadering befluit De iongfle in de Commiffie uit ieder paar daarop, tot het aanneemen of afwyzen dier neemt dezelfde Commiffie , nog eens zes Atteftatien. In 't eerfte geval , wordenze weeken waar, onder den onmiddelyk vol- door den jongfte Atteftatie - Broeder ge- genden Praefes: en de oudften in de Commis- boekt, ende Predikant en Ouderling, die fie onder Praefes een , dienen, op gelyke 't verzoek gedaan hebben , verftrekken, wvze, als iongflen, onder Praefes negen; in dit geval, tot getuigen; waarna de At- zoi dat ieder paar Diakenen, in deeze Wee- teftatien worden ter hand gefteld aan de kelvkfche Commiffie, twaalf weeken dient, Broeders, die in de weekelykfche Commis- de Broeders, die onder Praefes eenen Prae- fie zyn, elk paar m zyn Quartier; welke fes n^n dienen , uitgenomen, die maar Broeders de party , op den gewoonlyken tien weeken in de Weekelykfche Commiffie tyd , gaan bezoeken ; de verantwoording zyn Een behoeftige, onderhoud begeeren- van dit bezoek, en hunne Conclufie oi de vervoegt zig, van twee eerlyke getui- befluit tot onderftand, op den rug der At- gen Ledemaaten der Kerke, verzeld, des teftatie, fchryven , en zulks, den volgen- Donderdags, na den middag, met eeneAt- denDingsdag, derVergadennge voorleezen, teftatie of getuigfehrift wegens zyn Lid- De partyen, die dan worden aangenomen, maatfehap die door den Kerkenraad ver- genieten onderftand om de vier weeken, leend wordt,voor de Kamer der Diakenen, tot dat hunne Atteftatie volledig is; waarna alwaar de twee Broeders - Examinateurs der zy, verderen onderftand behoevende, den ge- Atteftatien, ten twee uuren, byeenkomen, woonlyken weg moeten mf laan. Vanouds, om op de partyen, die zig aangeeven; der- fchynt de Diaconie onderftand verleend te zelver Atteftatien en getuigen, naauwkeu- hebben aan alle Lidmaaten ; doch in t jaar ri<* onderzoek te doen. Zo zy de aangee- 1625, werdt, voor't eerft, vafIgefteld, dat ving eerlyk en alles in orde bevinden, fchryft iemant ten minfte zes maanden Lidmaat ge- de oudfte der twee Broederen de naamen, weeft moeft zyn, eer hy onderftand trekken ouderdom en woonplaats der partyen ; de kon van de Diaconie. Deeze tyd werdt.» naamen en ouderdom van derzelver kinde- om den grooten toevloed der armen, in 't ren en de naamen der getuigen , op de jaar 1647 > °P een; in 't jaar 1651, op twee, Atte'ftatien- al het welke de jongfte Broe- en in 't jaar 1701, met kennis van Burge- der op het Atteftatieboek , aantekent, meefleren, op vier jaaren verlengd. Doch Men zegt, vervolgens, den partyen aan, in 't jaar 1759, 1S> by den Kerkenraad en dat zy den volgenden Vrydag of Saturdag, Diakenen, goedgevonden, te vorderen,dat 't bezoek van twee Broederen te wagten behoeftigen, die buiten de Vryheid deezer" hebben. De Broeders - Examinateurs der Stad, doch binnen de Vereenigde Provin- Atteftatien wagten, ten zelfden Donderdage, cien en Generaliteits Landen, Lidmaat ge' ook de gewoonlyke bezendingen uit den worden waren, bewyzen moeiten, ten min- Kerkenraad af; welken dienen, of om iet fte vy f jaaren; en zo zy, buiten deeze Lan- aan Broederen-Diakenen bekend te maaken, den, belydenis gedaan hadden, ten minfte of om de eene of de andere party, welker zes jaaren, Lidmaat geweeft te zyn : aan Atteftatie niet volkomenis, 't zy dezelve, welk befluit, welk, msgelyks, door Burge- nïet lang genoeg, Lidmaat geweeft, of hier, meefleren, goedgekeurd is, men zig iedeit niet lang genoeg, voor Lidmaat erkend zy; gehouden heeft. In 't jaar 1653, was, reeds, van wege den Kerkenraad, ter bekominge by Burgemeefteren, verftaan, dat, van twee van onderftand, gunftiglyk, voor te draa, gehuwden, de langftleevende, geen Lidmaat |
||||
|
& Boek.
|
|||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKER
|
|||||||||||
|
W
|
|||||||||||
|
«£snÉ8 ^nde j midsgadefs de Kinderen ■, welker ou-
ders geen jaar Lidmaat geweefl: waren, door de Aalmoefleniers■, zouden onderhouden worden. Doch wanneer man of vrouw een jaar Lidmaat geWeefl waren, zou het on- derhoud van beide, en van de kinderen, in- dien de Lidmaat de langftleevende geweefl baad Ware' tornen ten lafte van de Diaconie. *« q4?" _ ^e Broeders, die in de weekelyke Commis* $e op |?e zyn, doen, ieder paar in zyne wyk, naar jjfts/ï*. de vier wyken, Waarin de Stad verdeeld is, onderzoek op de aangegeven' partyen, en belaften dezelven , zo alles wel gevonden wordt, binnen zes weeken, de vereifchte befcheiden Burger - cedul, Trouw - cedul , ^00p-cedul, Dood-cedul van overleeden pian of vrouw; of zo de man vaart, de be- scheiden van de reis, Transporten en Maand- cedulen, om welken, zonder koften, te be- komen , hun Vrybriefjes gegeven worden, ter Kamer te bezorgen. Voorts, worden 2y ■> tegen den eerft volgen den Donderdag, befcheiden voor de Kamer, alwaar zy, zes weeken lang, om de veertien dagen, be- deeling genieten, in gevolge der gemelde daadelyke Commiffie op Attefiatie, gelyk zy genoemd wordt. Midlerwyl, fchryven de Broeders, die in de Commiffie geweefl: zyn, op de Attefiatie > en's Dingsdags daarna, op den rand van het Atteftatieboek, Eerlyk werk meritecrt vafle bediening. De zes Weeken ver- loopen Zynde, fchryft de oudfte Broeder, die dan uit de Commiffie gegaan is, Hoofden ixm Commiffie tot vafie Bediening : waarop de partyen andermaal bezogt worden, door den Broeder, die in de Commiffie gebleevenj ^ door den Broeder, die, op nieuws, in dezelve gekomen is: en 't gebeurt, nu en dan, dat men, in deezen tiuTchentyd , zo j^el nadere kennis gekreegeri heeft van den itaat en 't gedrag dier partyen, dat dezel- \en, geheellyk, worden afgeweezen. Schoon e Diaconie niet gewoon is, na 't eerfte onderzoek , terftond , vafte bediening toe e ftaan; gefchiedt zulks egter, nu en dan, omtrent Perfoonen , die , in overvloed of ^ien geleefd hebbende , buiten hunne eruild, tot behoefte vervallen zyn. In zul- ^e gelegenheden, wordt het getuigenis van en Predikant, Ouderling, of Diaken, voor er*e daadelyke Commiffie , aangenomen , en het afgaan van een Hoofd van ComrmV *?*'& IeTt0ï Vafte Bediening toegeftaan.
van de Commiffie tot vafte
"*fr!" pdieninge, onderzoeken de Broeders alles
en naauwkeurigfte, en tekenen zulks aan
P de Hoofden der Commiffie: waaruit zy
cj}g^ yolledige verantwoording opmaaken,
jn ,zy 5 in de daartoe gefchikte Quohieren,
t net fchryven , en, ten volgenden
|
|||||||||||
|
Dingsdage, m de Vergaderinge, voor-Kerk.
leezen. De Vergadering keurt het befluit bestier» der Broederen in de Commiffie goed , of maakt 'er eenige verandering in: waarnaar de bedeeling gefchiedt. Wegens het onder- zoek van den ftaat en omftandigheden der behoeftigen, zullen wy , beneden j in het befchryven van de behandeling der Be- zoekboekjes, byzonderer berigt geeven. Dé vafte Bediening wordt, driezins , naar de nooden zyn , toegeftaan , of des Winters en des Zomers evenveel; of des Winters j volgens de Wetten der Diaconie , en des Zomers met vermindering ; of, eindelyk, des Winters volgens de wetten, en des Zo- mers niets. By deeze wetten , wordt, in de veertien dagen, aan man en vrouw, met twee kinderen tot laft; of aan partyen van vyf en twintig tot vier en dertigjaaren oud, een' gulden; van zes en dertig tot vyf* tig jaaren, een gulden tien ftuivers; van een en vyftig tot zeventig jaaren, twee guldens; en van een en zeventig jaaren en daarbo- ven , twee guldens tien ftuivers toegelegdi Men kan egter ligtelyk bevroeden, dat men zig, in den tegenwoordigen tyd, daar aan niet ftiptelyk houden kan. Nogtans, wordt deeze bediening niet merkelyk verhoogd;, ten ware de partyen, met ongeneeslyke Lig- haamskwaalen, bezogt waren, en niets win- nen konden: 't welk, by de verantwoor- ding , moet worden gemeld. Ook wordt, aan huishoudingen, met veele kinderen be- laft , vyf ftuivers in de veertien dagen, voor ieder kind boven het bepaalde tweetal, toe-^ geftaan, mids rekenende de kinderen, die geld winnen, twee voor een. Getrouwde partyen, van welken de man een ambagt doet, 't zy timmeren , metfelen , turf- of koorendraagen ; en Vrouwen , Weduwen of Dogters, die des Zomers uit werken, of uit naaijen gaan, genieten geen' onderftand dan des Winters\ dat is, van den eerften November tot den eerften May. Voor ieder volwaffene, waaronder kinderen van twaalf jaaren en daar boven begreepen zyn, wordt een brood in de veertien dagen gegeven; aan man of vrouw, met een kind boven de agt jaaren, twee brooden; aan twee kinde- ren van agt tot twaalf jaaren, een brood, en aan perfoonen > die meer dart vyf en zes- tig jaaren oud zyn* in de plaats van Rog- gen-, Tarwenbrood. Het verkoopen cri koopen j inruilen of beleenen van het brood* is, by eene Keure van den zes en twintigflen January des jaars 1695, ftrengelyk , ver- booden (w). De broodloodjes zyn, dikwils, in meer dan één opzigt, veranderd, om het naar-
(r>) Keutb, K. . 43 verfr,
V 3
|
|||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||
|
M S T E R D A M S
|
|||||||||||||||||||||
|
158
|
|||||||||||||||||||||
|
tevens, ingelaaten : de eerfte zeshonderd Kf-^',
- 1 1 - bes1
nommers, in de groote , en de overigen,
in de kleine Uitdeelkamer. De Praefes, in
de eene en de andere Kamer, zig voorzien hebbende van een' vierkante bak, in vakken verdeeld , in welken, drieguldens, daalders, guldens, pakjes van tien en vyf ftuivers, en de broodloodjes gelegd zyn; heeft de Bedie- ningbriefjes in de ééne hand; roept de par- tyen , by naame, op, en de folio, die zy in 't Groot-Boek hebben, terwyl hy, met de andere, de bediening grypt, opnoemt, en voor elke party op een houten bordje legt. On- dertuffchen, ftelt de Groot-Boekhouder, in de groote, en de Seconde-Boekhouder, in de kleine Uitdeelkamer , dezelve te boek. Een ander Broeder, wien 't zyn Kamerdag is, boekt de bedieningen, in de zogenaamde klad, onder eikanderen: waaruit daarna de nette fom der Uitdeelinge wordt opgemaakt. Alles gefchiedt, in zulk eene orde en met zo veel vaardigheid, dat het der befchou- |
|||||||||||||||||||||
|
naarmaaken te voorkomen. Op de tegen-
woordigen, is, aan de ééne zyde, eene ta- fel , waarop twee brooden leggen, gemerkt met de letters D I A, het merk der Diaco- nie , afgebeeld. Om den rand ftaat Gere- formeerd Diaconie - Brood. De andere zyde draagt het beeld der Behoeftig- heid. Om den rand leeft men Verge- noegd en dankbaar. OpdeezeLood- jes , können de behoeftigen, terftond, het brood, in de Bakkery der Diaconie, op het Blaauw erf, agter de Nieuwe Kerke, gaan haaien. Aan burgers , op 's Vaders Bur- ger-cedul , wordt geene bediening toege- ftaan, voor dat die Burger-cedul overgete- kend is; waartoe de Broeders in Commiffie, en ook de Broeders der Bezoekboekjes een' noodpenning van dertig ftuivers geeven mo- gen. Zo de man of vrouw geen Lidmaat is, fchoon Gereformeerd, moet zulks, met de Doopcedule, beweezen, of reden gege- ven worden , waarom men geene Doop- cedule bekomen kan. Zo de vrouw Lu- therfch is, geniet zy geen' onderftand, zo zy niet, met een handfehrift van den Groot- Boekhouder der Lutherfche Diaconie, be- wyze, dat zy aldaar niet onderfteund wordt. Doch de man Lutherfch zynde , wordt de huishouding niet onderfteund, al is de vrouw Gereformeerd: alles volgens eene herhaalde orde van Burgemeefteren, en eene overeen- komft tuffchen de twee Diaconien van den jaare 1759. De Vergadering ftaat ook, na voorgaand onderzoek en verantwoording, fomtyds, met naame aan vrouwsperfoonen, agt guldens toe, voor drie maanden huur: ook wel plokjes van twintig guldens , om eenige neering te beginnen; of om zig te redden; of om daar mede de Diaconie te bedanken. Doch de behoeftigen können, zulk een plokje genooten hebbende, in een jaar en zes weeken, volgens de wet der Dia- conie , geenerlei nieuwen onderftand beko- men. |
|||||||||||||||||||||
|
Kerk-
BfiSTIER.
|
|||||||||||||||||||||
|
w
|
Behalve de vafte Bediening, wordt, nu ^arjn f
en dan, aan de meeft benoodigden, eenig ^ette'la' extra, door de Broeders, toegeftaan: 't welk egter niet meer dan drie guldens beloopen mag, zonder dat 'er de groote Vergadering in bewilligd heeft. Het verzoek om een extra, boven de drie guldens, moet, eer het ge- fchiede, in de Extrahoeken, gefchreeven, en deezen, by tyds, op des Scribas Leffenaar, gelegd worden. Voorts, moet het ook, in de Bezoekboekjes en Commiffieboeken, aan- getekend zyn. Binnen de zes weeken, mag geen tweede extra toegeftaan, of aan de groo- te Vergadering verzogt worden. Het Extra beftaat, of in Noodpenningen, of in Wollen ■ en Linnen-kleeding, Beddengoed, Dekens, Lakens, Koufen, Schoenen, Muilen, Breuk- banden , Bybels en Doodkiften. Alle deeze noodwendigheden zyn, zo wel als de broo- den, op een prys gefield, volgens welken, dezelven, door den Groot-Boekhouder, op de rekening van elke party, worden geboekt: op dat men, ten allen tyde, zou können zien - wat elk genooten heeft: 't welk, onder an- deren , van dienft is, wanneer een behoef- tige , tot beter' ftaat gekomen, het genoo- tene aan de Diaconie zou willen vergoeden; gelyk, nu en dan, gebeurt. De bovenkle- ding voor mannen , jongens en kinderen» die de Diaconie geeft , is ros karfaai: <*e gefchiktften krygen gekleurde of zwarte Ser- gie: de onderkleeding is blaauw karfaai. D.e bovenkleeding van vrouwen en meisjes is zwarte of gekleurde Wefterfche kroonras, tot Jakken ; en geftreepte Leidfche baai, tot Schorten. Doch aan de gefchiktften wor- den Sergie-Jakken en Schorten gegeven. Ve |
||||||||||||||||||||
|
Tyd,
plaats en wyze der gewoone week e- lykfche uitdeelin- gen. |
De gewoonlyke uitdeelingen gefchieden,
des Donderdags voor den middag, in twee Vertrekken, hiertoe gefchikt, in de Nieu- we Kerke. De behoeftigen vergaderen, voor dezelven , in het gewezen Kruis-Choor, welk, door verfcheiden' gangen, met hek- |
||||||||||||||||||||
|
ken van eikanderen afgezonderd, en in ei-
kanderen loopende, zulks verdeeld is, dat de behoeftigen eikanderen niet verdringen. De partyen, die confent hebben, om zig de bediening, door aangefteldeKamerloopfters, te laaten t'huisbrengen, worden de eerften geholpen, in beide de Uitdeelkamers. Daar- na , worden de andere partyen, na dat zy hunne Bedieningbriefjes aan eenen der Sup- pooften hebben overgegeven, by vyftigen |
|||||||||||||||||||||
|
n. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I59
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gemeene onderkleedereh zyh roode Duffel- ders in de Commiffie zig fchikken naar de Kerk-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
orde, omtrent de Bezoekboekjes beraamd, tósiaa«
van welke wy, beneden, handelen zullen. De Broeders in de Commisfie befluiten Beftee-
óok tot inneeming van kinderen in 't Dia- delingen, conie-Weeshuis, en van perfoonen in't Dia- conie - Oude - Vrouwen en Mannen-huis en in 't Corvers-Hof, van al 't welke, wy, in de befchryving dier Godshuizen, byzonder- lyk, handelen zullen. Doch hier komt te |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fche Onderrokken , en blaauwe of rood
karfaaijen Borftrökken. Het verkoopeh en koopen, inruilen , of beleenen van deeze kleederen en van het Linnengoed, al het welke, met de Letters D I A, tuffchen twee fterren, in een' kring, is getekend, 'is by eene Keure van den vyf en twintigften Ja- nuary des jaars 1752, fcherpelyk, vérboo- den(a:). Titnoodpenningen, die extra worden |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Pennin.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
toegeftaan, moeten altoos tien fluivers min- pas, nog kortelyk flil te flaan, op het be-
der zyn, dan de gewoonlyke bediening. Zy fleeden van mannen, vrouwen of kinderen, Worden, des Donderdags, door den Scriba of waartoe, by deeze Broeders, insgelyks, be- Subfcriba, gegeven, na dat zy,'sDingsdags te flooten wordt, na dat zy de Atteftatien en Vooren, in't Noodpenning-boek, ingefchreeven andere befcheiden in orde bevonden, en van zyn. De Koufen en 't Linnengoed worden ge- de eerlykheid der partyen het vereifchte |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
asfigneerd op de Zufleren Diaconeffen, in 't
Diaconie - Weeshuis. De oude Jakken en Schorten, Bedden, nieuwe en oude Dekens, Rjaamkinderen-goed, als luijers, dekens en ptólappen, en doodkiflen met derzelver toe- pehooren, worden, op de Broederen van de Loots , en halve fcheepsuitruflingen voor befleedelingen, of voor kinderen van zul- ten , die onderfland genieten van de Dia- conie , op de Kleêrkamer in 't Diaconie- Weeshuis geasfigneerd. Oude Bedlakens worden, 's Donderdags, door den Scriba, Uitgereikt, na dat zy, 's Dingsdags te voo- ïen, in 't Oude-Lakenboekje, ingefchreeven zyn. Voor ongemakken, worden één, en voor eene aanftaande kraam , twee oude |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
berigt bekomen hebben. De boedels van
zulke partyen, worden , vervolgens, door de Broeders in de Commiffie , geinventa- rifeerd, en 't gene niet tot derzelver lyf be- hoort gewaardeerd. Zo dezelven meer bé- draagen dan dè fchulden , wordenze aan- vaard: anders, afgeweezen. De Diaconien in 't gemeen zyn, reeds in 't jaar 1680, door 's Lands Staaten, geo&rojeerd geworden, om de boedels, aan dezelven vervallende, te mögen aanvaarden, zonder verder, dan voor 't beloop derzelven>in de voldoeninge der fchulden, gehouden te zyn, mids zy de Boedels, ten overflaan van Schepenen, doen inventarifeeren. Doch J3urgemeefteren heb- ben de Diaconie deezer Stad, daar 't Sehe- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lakens toegeflaan. Wollen kleederen, Ryg- penen niet zou te vergen zyn, dit inventa-
Jyven, Schootsvellen en Linnen pakjes wor- rifeeren by te woonen, bevoegd verklaard, den geasfigneerd op den Kleêrmaaker; en om de inventarifatie te doen , zonder 'er ychoenen en Muilen op den Schoenmaaker, Schepenen over te moeijen. Men onder- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i0. t Diaconie-Weeshuis: Hoeden op den
■ßmnenvader, en Breukbanden op den Chi- ÏUrgyn, in 't zelfde Huis. Kuipers-, Glazen- makers- , Metfelaars- en Huis- en Scheeps- ^ttimermansgereedfehap, wordt geasfigneerd ^P den Broeder - Ambagtsboekhouder, en kchoenmaakers-gereedfehap, op den Schoen- maker in 't Diaconie-Weeshuis: doch daar v°rdt geenerlei gereedfehap toegeftaan, dan a dat het eerft aan de Dingsdagfche Verga- ^eri«g is voorgefteld. De Bybels, die extra bvh 1 toe§eftaan j zvn Huis-bybels, Zak- dp cu' °f Quarto-Bybels, en worden, on- ^ericlieidenlyk, des Donderdags, in de Ka- 1 erf.'.°P den Scriba geasfigneerd. Alle be- e ll^n zyn verpligt , hunne bediening, «1 periöon, te komen haaien. Doch om v^erêewigtige redenen, gelyk ziekte, laft van kinderen en diergelyken, wordt, fom- «od anJ!nt of verIof verleend, dat hun de Co«- ' door zekere bedienden derDia- gebre' KamerlooPfiers genaamd, worde t'huis-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zoekt , wyders, of de partyen ook erfenis-
fen te wagten hebben, en houdt 'er aante- kening van. Vervolgens, worden de man- nen , door de Broeders - Diakenen , en dé vrouwen, door de Zuflers-Diaconeffen,he- fteed. Ten opzigte van de kinderen, die befleed moeten worden, om dat de Moeder dood, en de Vader op de vaart, of afwezig is, moet de Broeder, die de befïeeding ge- daan heeft, by 't Comptoir, voor welk de Vader vaart, ten behoeve der Diaconie, een' Schuldbrief van twee maanden gaadje in 't jaar tragten te verkrygen, en, in de verantwoording zyner Commiffie, aanteke- nen , of dezelve verleend zy, of zal worden; te gelyk daarvan kennis geevende aan de Broeders, gecommitteerd tot de zaaken van Ooft- en Weftindie. Zy moeten ook ver- antwoorden , of deeze Kinderen een of meer Broeders, onder of boven de negentien jaa- ren, naar Ooft- of Weftindie hebben, en zulks, insgelyks, aan de gemelde Gecom- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
to u
|
^ agt. Voor 't overige,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
moeten de Broe-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
mitteerden opgeeven. Alle de befteedde kin-
deren worden aan de Broeders van het Wees- boek , |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i6o AMSTERDAMS III, Defx-
|
|||||||
|
Wy komen nu tot de behandeling der Be- jjeré'
zoekboekjes, die v}ftien in getal , en van besT:^ A tot P ingeflooten gemerkt zyn. Ieder dee- B*^ zer Boekjes vervat eene wyk , zynde de Stad, ^c*' ten deezen aanzien, in vyf tien wyken ver- boeW5S- deeld. De vier Quartieren, in welken de Stad, ten aanzien der weekelyke Commis- fie, verdeeld is, zyn ook, zo riadoenlyk, in de byzondere Bezoekboekjes begreepen. Het Quartier der Oude Zyde is vervat in de Boekjes A. B. en C. Doch het laatfte be- helft ook een gedeelte van 't eerfte Quartier der nieuwe zyde, welk, voorts, in de Boek- jes D. E. F. en O, begreepen is. Het twee- de Quartier der Nieuwe Zyde is vervat in de Boekjes G. H. I. en in een gedeelte van het Boekje K., begrypende het overige ge- deelte van dit Boekje , en de Boekjes L. M. N. en P. het derde Quartier der Nieuwe Zyde. Ten dienfte der Broederen Diakenen, is een Regifter gedrukt, vervattende de naa- men van alle de Graften, Straaten en Stee- gen der Stad, naar orde van 't A. B. C, voor welke naamen, dé Letters der Boekjes ftaan, waarin dezelven gevonden worden. Eens 's jaars, gefchiedt 'er, volgens dee- ]&r\e-
ze Boekjes , eene algemeene bezoeking ^inS' van allen, die, door de Diaconie , onder- z° fteund worden; waartoe dertig Broeders , twee tot ieder Boekje, aangefteld zyn. De Boekjes zyn, van buiten, befchreeven, met de Letter, 't jaartal, 't Quartier en de naa- men en hoedanigheid der twee Broederen, die, volgens ieder Boekje , de bezoeking doen. De Letter en 't jaartal worden, ge- makshalve , ook gefield onder en boven aan ieder blad, welk ook gefolieerd is. Voor in 't boekje, is een Regifter, naar orde van 't A. B. C., van alle de naamen der behoef- tigen, die in het zelve gebragt zyn. Op de linker zyde van ieder blad, ftaat de woon- plaats , de naam, hoedanigheid en bediening der byzondere partyen, en deeze omfchry- ving wordt een Hoofd genaamd. Op de reg- ter zyde, wordt eene nadere omfchryving van den ftaat en omftandigheden der par- tyen gefield, met aanwyzing van de bewyzefl» voor 't een en 't ander: 't welk ^erantwoor 0ßn ding genaamd wordt. In de Hoofden, fielt fle- men de hoedanigheid der partyen,'t zyWe' zoeK'. s< duwenaar, Weduwe, Jongman of bedaag' bo^ de Dogter : 't welk met het Groot- of Wees' boek overeenkomen moet. 't Getal van t>e" fteedde Lidmaats - kinderen , en derzeit naamen en ouderdom , volgens de Doop" cedulen, worden, onder de naamen der Ou- deren , die in 't hoofd ftaan, gefield. By alle partyen, wordt de Letter en foliuni van 't Groot-boek, en by de nieuwen, ook de Letter enfolium van 't Boekje of Commiffie |
|||||||
|
Kerk- boek, en die, onder dezelven, op een am-
BESTiER. bagt gaan, ook aan de Broeders van hetAm- bagtsboek opgegeven. Voorts s worden alle de befteedde partyen in 't generaal Quohier gebragt, en door de Broeders van de Be- zoekboekjes, onder welken zy behooren, in de gemelde Boekjes, overgetekend: waarna deeze Broeders, in de groote jaarlykfche be- zoeking , ook naar derzelver ftaat en gedrag onderzoek doen: 't welk, ten opzigte van de befteedde kinderen, en van zulken, die 't regt tot de Diaconie behouden, duurt, tot dat zy vyf en twintig jaaren bereikt hebben. Orde op De Broeders, die, de laatft voorgegaane hetfchrj-zes weeken, in Commiffie geweeft, en uit ven der dezelve uitgegaan zyn, zyn verpligt, de vol- vanCom- gende zes weeken, de Hoofden van Commis- miffie. fie voor 't zelfde Quartier der Stad, waar- over hunne Commiffie zig geftrekt heeft, in 't Commifiieboek te fchryven: 't welk, des Donderdags voor twaalf uuren; doch op de Boffeerdagen , voor een uur , gefchieden moet, zynde wel uitdrukkelyk vaftgefteld, dat de Subfcriba, 's Dingsdags, geene Hoof- denboeken afgeeven zal , om dien avond hoofden te fchry ven. Tot vafte bedieninge, mogen geene hoofden gefchreeven worden, dan voor partyen, die, agt dagen te voo- ren, voor de derdemaal, op Atteftatien ge- nooten hebben. Men mag geene hoofden, 't zy om iemant in de Godshuizen te plaat- fen, of te befteeden, of iemant het regt der Diaconie toe te ftaan, qïeenplokje van twin- tig guldens, gelyk het genoemd wordt, om daarmede te bedanken, dan na dat de Lid- maats - Atteftatien en andere befcheiden in orde bevonden , en de eerften , met een Vide of dubbeld van het hoofd, des Don- derdags te vooren, aan den Groot-Boekhou- der bezorgd zyn. Die een hoofd van Com- miffie verzoekt, midsgaders , die begeert, dat zyn getuigenis, of dat van eenen ande- ren Broeder, voor eene daadelyke Commis- fie, by de groote Vergadering, worde aan- genomen , moet het zelf fchryven. Doch wanneer de Broeders van de Atteftatie-Ka- mer een hoofd verkrygen, tot een plokje van twintig guldens , moet het, door de Broeders, die in 't Hoofden-fchryven zyn, gefchreeven worden. Van zulke hoofden krygt de Groot-Boekhouder geen Vide: ook niet van de hoofden tot vafte Bedieninge, of tot agt guldens voor drie maanden huur: wordende van deeze allen , alleenlyk , de Atteftatien overhandigd. De hoofden tot befteeding, óf tot het regt der Diaconie, of tot verhooging van bedieninge alleen, wor- den in het Commiffie - Hoofden - boek , in ilanco, gefchreeven» |
|||||||
|
II- Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKER
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
161
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
boek, waaruit dezelven gekomen zyn, op
den rand der Hoofden, gefield: voorts,.de bediening en 't brood, met byvoeging, of zy, voor 's Winters alleen, of met verminde- ring voor den Zomer, of voor's Winters en s Zomers evenveel, toegedaan zyn. De
verandering der Bedieninge wordt ook, on- der de voorige, met byvoeging der woor- den , nu en voortaan , aangetekend : gelyk °°k het confent of verlof om de bediening te laaten haaien, en de byzondere en extra onderfland, en onder anderen het toeftaan yaP Bedden en Bybels, met byvoeging van *- Jaar, waarin zulks gëfchied is. By de Be-
deedelingen , die tot het Weesboek be- hooren, wordt het Koftgeld, en de tyd, wanneer 't ingaat, gemeld, te gelyk met de Letter en folüim van 't Weesboek. De Verantwoordingen, die, zo wel in de
Weekelykfche Commiffie, als in de Bezoek- poekjes gefchieden, vervatten niet alleen de hoedanigheid van elke partye, maar ook, Zo zy Weduwenaars of Weduwen zyn, waar en wanneer de overleedenen zyn geftorven, of begraaven. Van verlaatene mannen of vrouwen, wordt verantwoord, waar en wan- neer zy getrouwd ; hoe lang zy verlaaten geweefl zyn, en of zy iets van den verlaa- $er of verïaatfter verneemen, of genieten. Van eene Weduwe en verlaaten Vrouw, wordt ook verantwoord, wat de man ge- daan heeft: en van alle partyen, de geboor- teplaats, ouderdom, hoe lang zy hier ge- woond hebben, of zy burger zyn, en zo ja, Wanneer geworden, ook voor alle dingen, b-oe lang zy Lidmaat geweefl zyn. Zo man en vrouw, van welken de een tot eene an- dere gezindheid behoort, behoudenis van bediening verzoeken, wordt zulks niet toe- gedaan , ten zy blyke, wat de huishouding aldaar geniet. Voorts, wordt verantwoord, T'aar iemant zig mede geneere; wat hy win- *Je, en indien niets, wat hiervan de reden ^- Nog, of hy of Meefter of Knegt zy;
^ Zo 't laatfle, by wien hy werke; of hy
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
gegeven: en zo men het tegendeel bevindt, Kerk.-
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
BEST1ÜR.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
wordt zyn naam van de Quohieren afge-
fchreeven. Zo de man, of Vader op de vaart is, wordt verantwoord, waar heenen; voor welk Collegie; met wat Schip en Schipper; in welke hoedanigheid, en op hoe veel gaad- je: ook, of 'er Transport gemaakt zy, en hoe groot: van gelyken, of 'er een Maand- cedul gemaakt zy; zo ja, ten wiens behoe- ve ? Zo dezelve verkogt of verzet is, voor hoe veel, en aan wien ? Indien 'er geen Maand-cedul gemaakt is, draagen de Broe- ders zorg, dat 'er, zo dra het Transport vol- daan is, een gemaakt worde, ten behoeve van de vrouwen of kinderen, zo ver dezel- ven der Diaconie aangaan. Voorts, wordt verantwoord, of en hoe veele kinderen tot laft de partyen hebben; derzelver naamen, oiiderdom, bedryf en wind. Doch zo zy op de vaart zyn, behoeft 'er geen Maand- cedul voor gemaakt te worden. Van kin- deren onder de vyf jaaren, worden alleen- lyk de naamen en ouderdom aangetekend. Van kinderen boven de vyf jaaren, moet verantwoord worden, dat zy op de School der Diaconie gaan; of reden gegeven, waar- om zulks niet gefchiede. Kinderen boven de twaalf jaaren moeten blyken op een am- bagt te gaan ; of verantwoord worden , waarom niet. Geene kinderen tot laft wor- den verantwoord, dan die minder dan ne- gentien jaaren bereikt hebben, ten ware de ouders reden gaven, waarom zulke kinderen de koft niet winnen können ; die nogtans, zo dra zy vyf en twintig jaaren oud zyn, moeten afgefchreeven worden. Zo de meis- jes het Wollen- of Linnen naaijen leeren, moet blyken, waar , wanneer , door wie, voor hoe lang, en voor hoe veel, zy bedeed zyn. En zo zy voor langer dan drie jaaren befteed zyn, wordt daartoe, door de Dia- conie, geen geld gegeven. Zo zy, dqor de Diaconie, zyn befteed, wordt het jaar en folium van 't Naaiflersboek in de Verant- woording aangetekend. Omtrent de befteed |
||||||||||||||||||||||||||||
|
'e
|
ut.
oor- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
^ilj!»,
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
en.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
een Gilde behoore, 't welk, ten opzigte de kinderen in 't gemeen , wordt verant
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
. nknegts, alleen omtrent de Scheepstim-
e^uiden plaats hebben kan; of hy ook iet |
woord, wie der Ouderen laatft overleeden,
en of dezelve Burger geweefl zy: draagen- de de Broeders zorg, om de Burger-cedulen te laaten overtekenen, wanneer de jongens zeftien, en de meisjes negentien jaaren oud zyn. Zo de befteedde Kinderen, voor de Admiraliteit, of Ooft- of Weftindifche Com- pagnien vaaren, moet zulks aan de Wees- boekhouders worden opgegeven. Zo zy een Ambagt leeren, moet verantwoord worden, by wien, voor hoe lang, en wat zy winnen. De Diaconie houdt geene befteedde kinde- ren , die fimpel, blind of kreupel zyn, langer, dan tot dat zy vyf en twintig jaaren bereikt X heb- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
nipt- f^n G^de geniete; en zo neen; waarom
ver i' ^e broeders der Bezoekboekjes zyn aan H^' Jaartyks, in September, eene lyft tv ei1 Scriba over te geeven van de par- J'-n > die onder een Gilde behooren, waar- . n zy verklaaren, niet te können trekken: Jaarna, by de o verluiden der Gilden , on- jgfop wordt, of zulks de waarheid zy? f!^n aat °°k, in de weekelykfche Commis- bndeZQnderheid ' dooreenen der Suppoofteir Voorri°e^en' of de wm^ van iemant5 die
TT ^SS1 werkt, naar waarheid zy op- 11 STUK. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
i62 AMSTERDAMS III. Deel.
Kerk- hebben, waarna zy te wege brengt, dat de zyn, behalven om 't Burgerfchap te laaten over- ÏÖg^
bestier, naafte vrienden of buuren Burgemeefteren, tekenen. Van de verhooging in de Bediening B" by Requefte, verzoeken, om haar van zul- moet, aan den Groot.-Boekhouder, terftond ke kinderen te ontladen. Zo zy ,op 'tover- na 't afloopen der groote bezoekinge, fchrif- i0. lyden der Ouderen, reeds meer dan vyf en tclyk, kennis gegeven worden. De vermin-^g, twintig jaaren oud zyn, wordenze geheellyk dering in Bediening of Huur moet, terftond, afp-eweezen. De Diaconie befteedt geene op het Bedieningbriefje veranderd, en insge- kinderen, by luiden, die onderhoud genie- lyks aan den Groot-Boekhouder opgegeven ten, of niet Gereformeerd zyn : ook niet worden: gelyk, ten opzigte der partyen, die meer dan vier op ééne plaats, en niet by uit andere Boekjes overgenomen zyn , ook hunne bloedvrienden, dan met goedkeuring gefchieden moet aan de Broeders, uit welker ^ der groote Vergaderinge. Zo 'er verande- Boekjes die partyen zyn overgenomen. Zo ° in ring in de befteeding, het werk, of de winffc aan de partyen in de groote bezoeking geene "aD 5er' der Befteedelingen komt, moet zulks aan de verhooging, noch extra, noch confent, noch i\^° Wees- en Ambagtsboekhouders opgegeven, plaats in de Godshuizen is toegeffaan; en zo tf°L en op den kant der Verantwoordinge aan- derzelver Bediening of Brooden ook niet ver- Ä tekend worden. minderd zyn, wordt, tot flot der verantwoor- ofv^^ Orde, De twee Broeders van ieder Bezoekboek- dinge, blootelyk, gemeld, dat zy continua-i^'
naar wel-je, elk paar in zyne wyk, eens's jaars, de tie verzoeken. Zo eenige partyen overlee-
ke, inde groote bezoekin g doende, verleenen aan be- den, of afgefchreeven , of in de Godshuizen bezoek kende partyen , op derzelver verzoek, of gcplaatft zyn , of bedankt hebben , wordt king, verhooging van Bediening, of eenig extra, zulks, op de Bedieningbriefjes, aangetekend , of verlof om zig de Bediening te laaten t'huis en daarvan aan den Groot - Boekhouder en brengen , of plaats in 't Diaconie - Oude- aan den Groot-Alphabeth - houder kennis ge- Vrouwen- of Oude - Mannen - huis. Doch geven. aan nieuwe partyen, die uit de Commiffie- De Z u s t e r s - D i a c o n e s s e n , die een V^rf'
of andere Bezoekboekjes komen, mag geene gedeelte van het dienftwerk der Diaconie, in- ** verhooging van Bediening, noch extra wor- zonderheid, zo ver het vrouwen, en het huis den toegeftaan, dan na dat 'er de groote houdelyke in't gemeen, betreft ,waarneemen, Vergadering in bewilligd heeft: 't welk,by zyn twaalf in getal. Men vindt, dat 'er, by de Verantwoording , moet worden aange- de eerfte inftelling der Diaconie, in den jaare tekend. Somtyds, wordt de bediening in 1566, reeds eenige oude, deugdzaame Zus- de groote Bezoeking ook verminderd, oft ters tot DiaconefTen, hier ter Stede, verkoo- Confent ingetrokken: doch doorgaands blyft ren zyn (y). De gewoonlyke Naamlyften Verhoo- de bediening gelyk zy was. Zo aan eenige der DiaconefTen beginnen, nogtans,eerfl met ging, partyen Verhooging, Confent, of extra toe- het jaar 158a , waaruit men fchynt te mogen tnfxL §eflaan wordt' moet 'er de reden van ge" afneemen, dat, by de hertelling der Diaco- 'meld worden: en indien de huishouding, nie, in den jaare 1578, niet terftond, Dia- uit verfcheiden'perfoonen, of gedeekelyk uit coneflen aangefteld geworden zyn. Zy waren, kinderen,beftaat,moet byzonderlykworden in't jaar 1582, maar drie in getal: doch dit gemeld, voor welke perfoonen of kinderen, getal is, met het toeneemen der Stad,allengs- het extra gegeven wordt. Men verhoogt kens, grooter geworden. Behalve den dienft, geene partyen, dan in de uiterfte noodzaa- dien zy, in 't Diaconie Oude-Vrouwen-Huis, kelykheid, en ftaat nooit verhooging en en in't Diaconie Weeshuis, doen, van welken extra te gelyk toe. De verhooging in Be- wy, m de befchryving dier Godshuizen, na- diening mag niet boven de tien Huivers, in der zullen handelen; doen agt haarer, twee de veertien dagen, beloopen. Het extra, be- aan twee, ook huisbezoek in de vier (W' ftaande in kleeding, dekfel en eenige andere èeren, in welken de Stad, ten dienfte der noodwendigheden, mag met meer beloopen, Broederen Diakenen, die in de weekelykfche dan, voor partyen zonder kinderen,veertien; Commiffie zyn, verdeeld is, en geeven van 't met twee kinderen, agttien; met vier kinde- gene haar voorkomt, en den Diakenen aan- ren, twee en twintig; met zes kinderen, zes gaaty kennis aan de Broederen , in wel»* en twmtig; met agt kinderen en daarboven, wyk^ de partyen woonen , of befteed fln- dertig guldens. Voor mannen of vrouwen, Wy hebben, reeds elders (2), gemeld, dat het die geene Lidmaaten, of voor kinderen, die bui- Linnengoed en de Koufen, op Afïïgnatien ten de Gereformeerde Kerke gedoopt zyn, der Broederen Diakenen, zo die in de Com- wordt geen extra, en ook geene Doftors- of- miflie zyn> ais die de Bezoekboekjes houden, Chirurgynsbriefjes toegeftaan. Noodpennin- do^ gen worden niet gegeven , dan aan zulken,
die, door de Broeders, in perfoon, bezogt fö^"A7"i £?hl''« |
||||
|
tt- Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
163
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk-
fi£STIER.
}lsgtsge.
berden e» and». r,ei, die dwDia- conie, zondej. loon, fte ftaan.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
door de Zufteren Diaconeflèn, aan de behoef-
tigen worden uitgedeeld. De Diaconie, die, zo hier als- in den Haa-
gs > dikwils, genoodzaakt is, Regt te zoe- fm ■> op de gewoonlyke wyze, of Requeftcn in te leveren aan de hoogc of mindere Over- heid , of in eenige andere opzigtcn, raad en hulp van Regtsgelcerdcn en anderen noodig heeft, wordt, in denHaagc, van twee Ad-
vokaaten en een' Procureur, en hier ter Ste- den , ook van twee Advokaaten, twee Procu- reurs , een' Notaris , en twee Solliciteurs , zonder loon, gediend. Ook ftaan haar, op gelyken voet, de eerfte Stads Klerken,en een der Ordinaris Klerken van Secretarye ten diende, in 't gene zy ter Secretarye te verrig- ten heeft. In erkentenis deezer dieriften, gee- Vcn Diakenen, jaarlyks, ecne maaltyd in eene v°ornaame herberg ; waar by , behalve de gemelde perfoonen , ook eenige voornaame Beampten der Admiraliteit, en der Ooft- en Weftindifche Maarjchappyen, aan welke de Diaconie diergelyke vcrpligting heeft, geno- digd worden. Voorts, zyn 'er zes Docloren van de Dia-
conie, een te# dienfte der kranken in het Diaconie Oude - Vrouwen- en Mannen - Huis; een voor het Diaconie - Weeshuis en Oor- vers - Hof, en vier voor de vier Quartieren, waarin de Stad, by de Diaconie , verdeeld is. Ook heeft zy vyf Chirurgyns, een'voor haa- re Godshuizen, en vier voor de vier gemelde Quartieren. Alle deeze Perfoonen worden, door de groote Vergadering der Broederen- Diakenen, op een jaarlykfch Honorarium of ee- rengefchenk, aangcfteld.Van de Meefters Hand- ^c'rksluiden, tot herftelling en onderhoud van rte huizen der Diaconie vereifcht, behoeven wy niet in 't byzonder te fpreeken. De Diaconie heeft, in haare agt Schooien ,
ahvaar de Kinderen der behoeftige Ledemaa- J^ni in leezen, fchryven, en de beginfels der ^reformeerde Leere, onderweezen worden, St Schoolmeefters, twee aan de Oude Zyde,
en twee, in ieder der drie Quartieren, aan de
leuWe Zyde. Voorts, heeft zy thans drie
uPPooften, die de Vergaderingen der Dia-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
der Kamerloopfter bedient drie van de vyfticn Kerk-
Bezoekboekjes. De groote Vergadering heeft, bestier. op den twaalfden November des jaars 1748, een Reglement voor deeze Kamerloopfters, onder welken groote misbruiken plagten plaats te hebben , vaftgefteld , welk , naderhand , dikwils vernieuwd en vermeerderd is, en naar. welk zy zig , ftiptelyk , gedraagen moeten. Onder anderen, is haar verbooden, iet, bo- ven 't gene haar toegelegd is, en 't gene, ' door de Diakenen , van elk bedieninge in- gehouden wordt, van de behoeftigen te vor- deren , op de verbeurte van vyftig guldens voor de eerfte, en van haar beroep voor de tweede reize. Wanneer 'er eenig Ampt, by de Diaconie, openvalt, wordt daarvan , aan de eerfte Dingsdagfche Vergadering, kennis gegeven. De ampten blyven ten minfte veer- tien dagen onbegeven, eer 'er, door de groo- te Vergadering, over geftemd wordt. Zuïken, die eenig ampt bekomen , moeten, eer het openviel, Ledemaaten der Kerke geweeft zyn. De Nederduitfche Gereformeerde Diaconie Overeen,
is, reeds in 't jaar 1622 , met de Walfche komften Gereformeerde Gemeente, overeengekomen, der Dia- dat de wederzydfche armen, man en vrouw, ^""de van welken de een tot de eene, en de ander Diaco- tot de andere Gemeente behoorden, zouden nien van onderhouden worden by die Gemeente, van ^ldere welke de man Lidmaat was; dat de vrouw, ten na zyn overlyden, zou worden onderhouden, op het door die-Gemeente , by welke zy Lidmaat .oncler' bleef, en dat de Weezen, na haar affterven, ^Ive- zouden worden onderhouden, door die Ge- derzyd- meente, by welke de langftlcevende Lidmaat fche ar* geweeft was. En diergelyke overeenkomften men* zyn ook, met goedkeuringe van Burgemees- teren , in den jaare 1759 , getroffen , eerft met de twee Doopsgezinden- of Mennoniten- Gemeenten by den Tooren en 't Lam, en in de Zon op den Singel, en daar na, met de Lutherfche Gemeente. De Nederduitfche Gereformeerde Diaco- Zy is erf-
nie deezer Stad is, volgens 06troi van 's Lands genaame Staaten van den vyftienden September des jaars lz? c1£. 1735, erfgenaame van alle perfoonen, kin- gen,door deren en bejaarden , die , t'eenigen tyde, in haar on- |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
E°ftorcn
5» Chi. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
r
d
|
gyns
Dia-
c°ßie. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
School.
Ineeflers> |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hpoos-
S» en repoos.
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
kenen
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
deren
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Waarneemen, en ten dienfte der Broe- of buiten haare Godshuizen, onderhouden ge- der-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
weeft zynde, zonder kinderen of verdere na- ^ '
komelingen , en zonder uitkoop gedaan te der nako- hebben , overlyden. Doch onder derzelver melingen, nalaatenfchap, wordt niet begreepen, 't gene °verly- hun, geduurende hun onderhoud, mögt aan- befterven of gemaakt worden: waarvan eg- ter de Diaconie niet alleen de vrugten geniet; maar van 't beloop van welk, zy, eer zy 't uitkeere, in gevolge eener nadere Refolutie van 's Lands Staaten van den zeftienden Juny des jaars 1751, ook het geheele bedraagen X a van |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
verrigten, 't gene, buitens huis, en in
buiten de Vergaderingen , te doen valt; °uPpooftin, die den Broederen van de 00ts, by \ inventarifeeren en waardee- ren der Inboedeltjes , ten dienfte ftaat ; en vyf Kamerloopfters. De laatften , die oldoende borg moeten ftellen, bezorgen en partyen, die confent of verlof hebben, geft § en '* brood' aan dezelven toe-
fent? ♦ ten welken einde , haar de Con-
riefjes in handen gefteld worden. Ie-
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kamer-
lo°p(leis, |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
i64
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Eene week na de verkiezing van Ouderlin-
gen en Diakenen, gefchiedt de verkiezing |
|||||||||||||||||||||||||||
|
van den verleenden onderftand mag aftrek-
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
BBS***
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk-
BESTIER.
Wyze
van ver- kiezing van Ou- derlin- gen , Dia- kenen en Diaco- neflen. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
ken («).
Wy komen mi, tot het ontvouwen der wy-
ze , waarop de Ouderlingen en Diakenen , nridsgaders, de Zufteren-Diaconeflen, jaar- lyks Tin't begin van February, verkooren wor- den Van de Ouderlingen,Diakenen enDiaco- neflen gaan, jaarlyks, allen zulken, die twee iaaren gediend hebben, .af: 't welk, gemeen- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
ee
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
van Zufteren-Diaconeflen , die ook twe"
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
jaaren moeten ftil gezeten hebben, eer zy
weder verkieslyk zyn, en welker Alphabeth, van gelyken, vooraf, gelezen en aangevuld wordt: waarop, terftond , de verkiezing volgt. De verkooren Ouderlingen en Dia- kenen krygen, door een' Predikant en een' Ouderling , uit den Kerkenraad afgevaar- digd ; doch de verkooren DiaconefTen, door een' Predikant en een' Diaken, kennis van derzelver verkiezinge. 's Dingsdags daarna, worden de DiaconefTen; en eene week laa- ter, de Diakenen, met eene korte Leerre- de , die van een gebed voorgegaan en ge- volgd wordt, door twee byzondere Predi- kanten , in de Vergaderkamer der Broede- ren Diakenen , plegtiglyk , ingezegend : waarna zy den dienft aanvaarden. De af- gaande Broederen en Zufteren worden, by beide deeze plegtige gelegenheden , voor derzelver dienft, bedankt. Ten dienfte der kranke Leden van de Ge-
reformeerde Kerke, hebben Burgemeefteren, hier ter Stede , negen Krank bezoe- kers of Ziekentroosters aange- fteld, die elk hunne wyk hebben, en, ten behoeve der kranken van die wyk, können gehaald worden. Zy zyn ook verpligt, de misdaadigen, die op den hals zitten, in de gevangenis, te bezoeken, en by de uitvoe- ringe van het doodvonnis te verzeilen. In Pefttyden, heeft de Regeering, fomtyds, bui- tengewoone Krankbezoekers aangefteld (b). |
|||||||||||||||||||||||||||
|
lyk, op de helft, of omtrent de helft uitkomt.
Zeven weeken voor dat de nieuwe Ouderlingen enDiakenen in dienft treeden, is 'er ■, op Maan- dag voor den middag ,-groote Kerkenraad, om het Jlphabeth der Ouderlingen en Diakenen vol te maaken. En dit beftaat,in het leezen eener Naamlyfte, naar orde van 't A. B. C., voor beide deeze dienften. Op deeze Naam- lyrt , zyn , vooreerft , alle zulke P.erfoonen «ebiagt, die, als Ouderlingen enDiakenen, gediend hebben, en nog, naar 't gewoon ge- bruik, tot dezelfde dienften, verkieslyk zyn. De Ouderlingen, die gediend hebben> moe- ten een; de Diakenen twee jaaren ftil geze- ten hebben, eer zy wederom verkieslyk zyn. Zy worden allen verkooren, om twee jaaren ao-terecn te dienen. By 't eindigen der Leezin- ge van elke Letter, wordt gevraagd, of de Leden ook nog iemant op die Letter heb- ben op.te ftellen,waartoe elk vryheidheeft. Na deeze leezing, fcheidt de Vergadering. Vier weeken daarna , doch op Dingsdag, gefchiedt 'er- eene tweede leezing. Zo ie- mant , te vooren, in de eene of andere hoe- danigheid, gediend hebbende, gaarne ver- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
BS*0*
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
fchoond was van nieuwen dienft, draagt hy
zorg, dat 'er de Vergadering, by de-tweede leezing, kennis van heeft: 't welk gefchiedt door den Predikant van zyne wyk, zo dra zyn naam gelezen wordt. Twee dagen na de tweede leezing, op Donderdag , treedt men tot de verkiezing, die met Briefjes ge- fchiedt, waarop ook de Hemmen van af- wezende Leden gefteld zyn. Gemeenlyk, wordt niemant tot Ouderling verkooren, dan die, driemaal twee jaaren, als Diaken, 2-ediend heeft, ten ware hy Regent van een Godshuis ware. Eerft, wordt de verkiezing der Ouderlingen; daarna die der Diakenen verklaard". Zy worden allen, twee Zonda- gen agtereen , der Gemeente , in alle de Kerken, voorgefteld, en des Saturdags's A- vonds, zynde de Voorbereiding tot het eerfte Avondmaal, na eene derde voorftelling, in de Oude en Nieuwe Kerke , plegtiglyk , in den dienft beveiligd. De Ouderlingen treeden, des Donderdags daar aan, in hun- -nen dienft. Doch de Diakenen reeds des Dingsdags, en na dat zy ingezegend zyn. (rf) Veivolg der Handy. Il, il.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
XIII.
OUDE WAALEN-KERK. Behalve de elf Kerken der Nederduit- oKot
fche Gereformeerden , zyn , hier tergde- Stede, ook twee Kerken van Walfche ofj^Ä Franfche, en eene Kerk van Engelfche Ge- $■ en reformeerden, midsgaders, eene Engelfche ^Li- Episcopaale Kerk , tot welker Befchryving^iie ^z" wy nu overgaan. ref°r'de kerke»'
De Waalen-Kerk,federt de opreg-^ ., ting eener tweede, waarvan wy, terftond>8.efc ^f nader fpreeken zullen,de Quae-Waahn-fork^^ genaamd, ftaat op den Oude - zyds - Agter" \v>A^ burgwal, aan de Ooftzyde, tuflchen de Hoog- p&^- ftraat en Spinhuis-fteeg, daar zy haaren oud- ften en voornaamften ingang heeft, voot welken een vierkant plein legt, ter wedct- zyde met burgerwooningen bezet. In "e Hoogflxaat, naaft het Qoftindifch Huis ten we«*
O) Keuib. M, . ïs«.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
6- i^/nmA ate/irv .
|
|||||
|
iïj£ oudje: w^-^LJLJEJsr-iciïiiic,
|
|||||
|
Hi Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AALENWeften, heeft zy nog eenen anderen in- niet gevolgd te zyn.Immers, in 't jaar 1558, Oude
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gang, langs eenen langen gang , die met
eene Poort van witten gehouwen fteen,
een ftuk werks van den beroemden bouw-
konftenaar Hendrik de Keizer, en met Stads
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^fii{,
|
befloot de Vroedfchap, het Paulus-Broeders- Waalew
Kloofter, welk toen genoegzaam ledig ftondt, Kekk- voor de Stad, te verkrygen tot een Gaft- huis (e). Doch 't liep nog aan, tot na de |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wapen verfierd , van de Hoogllraat afge- verandering der Regeeringe des jaars 1578,
^heiden is. De ingang der Kerke op den eer het, gedeeltelyk, tot een' Proveniers-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Agterburgwal
groote van voo
|
heefi drie deuren: eene Huis, gefchikt werdt. Midlerwyl, hadt de
en twee kleinen, ter Stad, reeds op verfcheiden' tyden, by aan- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wederzyde. Bo
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
koop,
goed gedeelte van den grond van 't Kloos-
ter (), en onder anderen, in 't jaar 1555, den Kloofterboomgaard , groot vyftig en een halve roede, gelegen aan de weftzyde van der Stede bushuy, en ftrekkende, op de halve floot, tuffchen het Paulus-Broeders- Kloofter en dat der elf duizend maagden , tot elf guldens de roede gekogt (g). Na de verandering der Regeeringe , begaf zig een goed getal van Gereformeerden uit de Walfche Nederlanden herwaards, voor wel- ken , Jean de la Greve, reeds in 't jaar 1578, hier ter Stede, gepredikt heeft, zonder dat my gebleeken is, in welke Kerke. De Stad gaf hem eene wedde van honderd Daalders in 't jaar, van welke hem het eerfte halfjaar, in Juny des jaars 1579, op laft van Burgemees- teren , door Kerkmeefteren der Oude Kerke, die ook, in 't eerft, en zelfs tot in 't jaar 1586 toe, de Nederduitfche Predikanten betaal- den , voldaan werdt (/;). Doch in 't jaar 1586, werdt, by de Vroedfchap, befloo- ten, den Walfchen Gereformeerden de Ka- pel in de Kalverftraat, tot verrigtinge van den openbaaren Godsdienft, toe te flaan (f): hoewel 't my niet waarfchynlyk is, dat dit befluit ter uitvoeringe gebragt werdt. In 't zelfde jaar, werdt Jean Hochedé, Predi- kant alhier, van wege de Walfche Kerken, nevens eenen Predikant, die Delft en Rot- terdam bediende, op de Nationaale Sinode in den Haage, afgevaardigd (k). Niet lang Herbou- hierna, fchynt den Walfchen Gereformeer- «'ing en den deKerkderPaulus-Broederen ingeruimd ^erSr0°" tint?
te zyn, die, in 't jaar 1616, reeds zo veel
te klein bevonden werdt, dat men befloot, dezelve te vergrooten, door hetmaakenvan eenen doorgang uit de Boshuisfiraat, nu de Hoogftraat , naar 't gewezen Choor , en door het bouwen van eene Galery boven het zelve (/): 't welk, gedeeltelyk, gefchied is. Uit het opfehrift, boven aangehaald,blykt, dat
(e) Refol. Vroedfch. N. i. 29 Juny 155«.
(f) Schepenen-brief Ta» 30 January 1532.
\g) Groot-Memor. N. II. . 55. \h) Memor. van Kerkm. der Oude Kerke, II, 153,104» ipj, 196.
(i) Reib!. Vroedfch. X, s. 14 April ls%S.
(4J Zie W. te water Tweede Eeuwgetyde der Ge-
loof'sbelydenifiè, hl. ts- (l) Refol. Vroedfch, N, 11. ij J«ly I6i<s. . 17«, .
X 's
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Genese XXVIII. vers 17.
*~e Heu ici efi la maifon de Dieu, et la porte
des Cieux. dat is:
?» Deeze plaats is het Huis Gods, en
» de poorte des Hemels.'- - Boven de zuiderdeur ftaat:
Pseaume V. vers 8.
Tentrerai en.ta maifon avec rever ene e,
dat is:
>> Ik zal in uw huis gaan, met eerbiedig-
3» heid." En boven de noorderdeure:
Mat TH. XXI. vers 13.'
frfo maifon efi la maifon XQraifon.
dat is:
j, Myn huis is het huis des Gebeds."
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
0
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ttdh
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
cid.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oudtyds,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
behoorde deeze Kerk tot het
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
S
|
Paulus-Broederen , en was,
( as in 't jaar 1409, gefügt, volgens een »Pichrift, boven aan een' balk, omtrent in bidden der Kerke, luidende :
' Cette Eglife a etê fondéc A°. MCCCCIK. taccommodêe A°. MDCXLVH. aggrandie A°. MDCLXI. dat is:
eeZe Kerk is gefligt 1409; herbouwd,
1647; vergroot, 1661. 1 l Panlus- Broeders Kloofter, in 't jaar
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
oor eenige Kloofterlingen, verlaa-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
,en federt
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, naar t lchynt, voor een
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ï
|
or vv'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in >^t.Sec*eelt:e, ledig gebleeven zynde; werdt,
Plee ^ar I^1' ^Y ^e Vroedfchap, geraad- Jyj §^'om ^e Regulieren van Heilo en Oude |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gevoe
|
en derwaards over te brengen, indien 't
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
glyk gefchieden kon(d).Doch dit fchynt
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*'. Ijj * I. Deel, I. J!oe{,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hl. 24. Et. Deel, III. Bieks
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vioedfcll. N. I. s Nov. IJ4I,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i66 A M S T E R
|
D A M S III. Deel.
|
|||||||||||
|
Oude dat de Waaien - Kerk ook, in 't jaar 1647,
Waalen hertimmerd is. Eenige jaaren kater , be- Kerk. voncjt men} jat Je zuidelyke zydmuur der Kerke begon uit te fpatten, en dreigde in te ftorten, waarom,in 't jaar 1659, tot her- ftelling derzelve aan deeze zyde, beflooten werdt Qni). En toen werdt de Kerk, aan den zuidkant, uitgezet over het S. Joris Hof, waar eenige kleine huisjes afgebroken wer- den, 't Werk was, in 't jaar 1661, vol- trokken. Op het dak der Kerke, in 't mid- den, werdt, ten dien tyde, ook een klein Koepeltoorentje geplaatfl. Doch de Kerk ïs, federt, en nog voor weinige jaaren, van binnen, merkelyk verbeterd. Zy heefteene Galery, aan drie zyden, en een fraai Orgel in 't oollen. Het is, in 't jaar 1680, ge- maakt , en voor omtrent dertig jaaren ver- nieuwd. Voorts, is de Kerk, beneden en op de Galery, voorzien met de vereifchte Gefloelten , voor de Magiftraat en ande- ren, en met eenige afgezonderde zitplaat- fen, voor mannen en vrouwen. De Waa- ien-Weeskinderen hebben hunne plaats, op de Galery, agter den Predikftoel. Men heeft 'er , wyders , beneden , een afgezonderd Doophuis, agter en ter wederzyde van den Predikftoel, die aan de noordzyde ilaat. 't Gewelf der Kerke ruft op veertien ronde fteenen kolommen. In 't midden, hangen drie groote , en ter wederzyde boven de Ga- lery zes kleine koperen Kaarskroonen. De ver- gaderplaats des Kerkenraads in 't weden is , onlangs , merkelyk verbeterd, 't Vertrek is klein; doch groot genoeg tot de byeen- komften van den gewoonen en grooten Ker- kenraad. Naamiyit Zie hier de naamen der K e r k m é e s t e- derKERK- ren deezer Kerke, federt het jaar 1586. MEESTE-
*£N* 1586. Jan Sybrandsz de Jonge. :
1588. Jan Petay.
1590. Jacob Pietersz Coppit. 1592. Egbert Pietersz. Vinck. 1597' Wybrant Appelman. 1597. Pieter Cornelisz. Verwer.
1598. Jan Pietersz. Reaal.
1598. Pieter Rooding.
1599. Jacob Florisz. Kloeck.
1604. Claes Jacobsz. Haringcarspel.
1605. Dirck de Vlaming van Outshoorn.
1607. Albert Lucasz. 1609. Marten Adriaensz Boom.
2611. Claes Hendrik Lenartsz. 1612. Hendrik Cromhout. 1615. Wybrant Warwyk.
1616. Jasper Cornelisz. Lodder.
1619. Hendrik Barentsz. BontemanteL |
1624. Dirk Tholincx.
1624. Dirk Corver. 1626. Hendrik Lonts. 1628. Dr. Gillis Snoek. 1634. Claas Corver. 1637. Jan van de Poll. 1639. Pieter Gerritsz. Hooft.
1640. Ottho Cornelisz. van der Oever.
1643. Theunis Claesz. Bruyningh. 1646. Gerrit Hudde.
1647. Ysbrant van de Wouwen
1648. Dirck de Lange.
1651. Jan de Raed. 1651. Anthoni Caftelein.
1652. Adriaen Weveringh.
1652. Dirck Tulp. 1655. Johannes Reaal.
1658. Jan van Dyk. 1658. Johannes Pollio. 1660. Jacob van Neck. 1ÖÓ2. Samuel Sautyn. 1664. Pieter Schaep.
1665. Leonard Ranft.
1666. Mr. Jacob Jacobsz. Hinloopen.
1667. Daniel Hochepied.
1672. Abraham" Alewyn de Jonge.
1676. Cornelis Valckenier. 1679. Dr. Abraham van der Voort. 1679. Jan van Oofterwyk. 1660. Jan Trip. 1681. Gysbert Vaftrick. 1688. Nicolaas Ie Seuter. 1688. Adrianus Duyvensz. 1690. Plermannus Hartman. 1690. Jan Jacob de Famars. 1699. Mr. Nicolaas Sautyn. 1702. Abraham Leftevenon. 1702. 'M'. Daniel Hooft. 1705. M'. Hendrik Hooft Gerritsz. 1711. Fredrik Alewyn. 1711. Jan van der Wiffel. 1713. M'. Dirk Alewyn. 1715. Nicolaas Willem Oetgens van "W> veren. 1715. Jan Wolters Stevensz.
1716. Hendrik Reaal.
1719. M*. Jan van de Poll Jansz.
1721. Bonaventura Oetgens vanWavere11'
1728. Mr. Hugo de Wildt.
1729, Olivier Schaak.
1731. Mr. Nicolaas Hendrik vanHoo?11'
1732. Jan Sautyn de Jonge.
1745. Mr. Pieter Hartfinck. 1747. Mr. Jacob Boendermaker. 1753- Cornelis Hartfinck.
1754- Jean Delafarelle.
1757- Mr. Cornelis van der Hoop-
|
|||||||||||
|
(OT^Refol. Vioedfch. /.', B. 27 N>v. iss9. f.
|
||||||||||||
|
XïV«
|
||||||||||||
|
II. Boek.
|
|||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||
|
167
|
|||||||||||||||||||
|
1685- Cornelis Bors van Waveren.
1688. Pieter Pouille. 1689- Hendrik ter Smitten. 1697. Mr. Jan Baptifla Hochepied. 1Ö99. Cornelis Calkoen de Jonge. 1702. Abraham Alewyn Abrahamsz. 1704. Arent van der Waaijen. 1707. Hendrik Trip.
1708. Dirk Trip.
1713. Cornelis Trip.
1714. Jan Calkoen Nicolaasz.
1723. Jacob Boreel. 1729. Hendrik ter Smitten de Jonge.
1729. Mr. Abraham Alewyn de Jonge. 1737. M'. Cornelis Huift.
1738. Jan Corver Trip.
1739. Jan Leonard Deutz.
1739. Pieter Martens. 1744. Lodewyk de Bas de Jonge.
1746. Harman van de Poll.
1750. Ferdinand van Collen de Jonge.
1750. Hendrik Balthafar van Aalft.'
1752. Jan Bernd Bicker.
1755. Nicolaas Doekfcheer.
1757. Pieter Rentrop.
1761. Jan Carel van Notten.
|
|||||||||||||||||||
|
XIV.
|
|||||||||||||||||||
|
Nrauwz
Waalen Keek. |
|||||||||||||||||||
|
NIEUWE WAALEN.-KERK.
|i)g<jj" ~""\e verdrukking der Gereformeerden in
vJieuwe JJ' Frankryk, die, in 't jaar 1680, aan- ^aai,En vmg, deedt, alterftond, eenige perfoonen Bej^E. de wyk neemen naar Holland, daar zy, met Jjjid tot" °Pene armen, ontvangen werden. In den ^igten ßazorner des volgenden jaars, kwamen de r2elve. eerfte zes huisgezinnen te Amfterdam, die met het burgerregt befchonken werden, en vryheid kreegen, om, drie jaaren agtereen, allerlei handwerken te mogen doen, zonder dat zy de Gilden behoefden te winnen, of eenigen Excyns te betaalen (n). De Re- geering onderfteunde de vlugtelingen ook met geld, in het opregten van eenige Fa- briquen. Hun getal wies zo 'fterk aan , na 't herroepen van 't Ediét van Nan- tes, in't jaar 1685, dat de Kerk te klein werdt, om, nevens de Oude Walfche, ook de nieuwlings aangekomen Franfche Gere- formeerden te bevatten. De Vroedfchap be- floot, derhalve , het Schermfchool op de Prinfengraft, op den hoek van 'tMolenpad, welk men rekende veertienhonderd perfoo- ften te zullen können bevatten , tot eene ^ieuweWaale N-of F RANscHE Ker- Ke, bekwaam te maaken (0). En dit be- fluit werdt,in 't jaar 168Ó, ter uitvoeringe gebragt. De nieuwe Kerk werdt bediend, door twee Predikanten uit de vlugtelingen, ^n bleef gefcheiden van de oude Kerke, tot ln tjaar 1712; wanneer de twee Kerken ^erden famengevoegd, en, door dezelfde Predikanten , by beurten , bediend. Het gebouw der nieuwe Kerke is laag ; doch Voorzien van een hoog dak. Het heeft geen' Ivoren. Een der twee voornaamfte ingangen' is op Je Prinfengraft, alwaar ook 't Kerkmees- ters-Vertrek en des Kollers wooning is. In t eerftgemelde, hangt eene Wapenkaart der ^erkmeefteren. Nog een voornaame, en ^n kleine ingang is 'er, op 't Molenpad. e zorg voor 't onderhoud van ieder der P^ee Waaien - Kerken ftaat aan vier Kerk* eesteren, die, door Burgemeefteren, . nTe.VangefteW- DeKerkmeeflerender «ft vVn 't s f"-1?^ zyn'te seIyk' Resenten
4>(ï f C b' J.oris Hof. Wy hebben derzelver
^ï£- d?52ren,i ^ Voor» opgegeven. Zie hier de
g Naamlyft van die der Nieuwe Waaien
|
|||||||||||||||||||
|
De befliering der Walfche Gereformeer- Kerkbe-
de Gemeente alhier is toevertrouwd aan ftier der drie onderfcheiden' Kerkelyke Vergaderin- Walfche gen, de gewoonlyke Kerkenraad [Confifioi- meerden. re], beftaande uit alle de Predikanten, die tegenwoordig zes in getal zyn, en de die- nende Ouderlingen, zynde zeftien in getal; de dubbele Kerkenraad [double Confifioire], uit de gemelde Predikanten en Ouderlingen, en uit de dienende Diakenen, die zeventien in getal zyn, beftaande; en de drieledige Ker- kenraad [jriple Confifioire] , die, door de Predikanten, en de afgaande, aanblyvende en aankomende Ouderlingen en Diakenen, wordt uitgemaakt. De dienende Diakenen houden , daarenboven , eene Vergadering op zig zelven\_Confifiohe des Diacres], om te voorzien in de zaaken der behoeftige Le- demaaten , zo ver dezelven hunner zorge aanbevolen zyn. De wetten, waarnaar de Gemeentelyke zaaken thans beflierd wor- den , zyn, laatfhelyk , door den dubbelen Kerkenraad , in eene bekwaame orde ge- bragt, en op den zes en twintigften Janua- ry des jaars 1756, door alle de Leden van dien Kerkenraad, goedgekeurd. De gewoonlyke Kerkenraadkomt, eens ter Conßfioire
weeke, des Dingsdags-nademiddags, ten half of §e' vier uuren, by een, in een vertrek der Oude ^^. Waaien-Kerke. De Predikant,_ die, 's Zon- kenraaX dags te vooren, des Voordemiddags, in de oude Kerke, gepredikt heeft, is Prefident, en de Predikant, die, ten zelfden dage,des Na-
|
|||||||||||||||||||
|
1(*85. IfaacBrayne
J685. M'. Jacob Hooft. 1(%. Nicolaas Calkoen. vroedlch, Lr. R. l2 Deumi, ifisj. , 33.
|
|||||||||||||||||||
|
ió8 AMSTERDAMS III. Deel.
|
|||||||
|
die van de beurs der Schoolieren, en die der^TA^"
beurs van den Heer M o u c h e , als mede die Ke&k der Waldenzen van Piemont worden onder de Ouderlingen verdeeld. Men verkieft een' Fis- kaal , die de boeten, welken de Leden, by ver- fcheiden' gelegenheden,verbeuren, invordert; een Thefaurier, die de penningen ontvangt en uitgeeft, en een' Boekhouder [Controllern'], die'er rekening van houdt. Voorts, doende Regenten van 't Weeshuis hunne jaarlykfche Rekening aan den driedubbelen Kerkenraad: waarna, de afgaande Ouderlingen en Diake- nen bedankt worden. Zo alles, bekwaamlyk, in ééne zitting, kan worden afgedaan, fcheidc de Vergadering: anders, komen de Leden, ten volgenden dage, nog eens, byeen. De Beurs van den Heer M o u c h e , in zyn
leeven Raadsheer in 't Parlement van Parys, van welke wy zo even fpraken, is, al in de voorgaande eeuwe, opgeregt, en heeft zy- nen oorfprong gehad uit eene geringe fom- me, door den gemeiden Heere , gefchikc voor zulken, die 't Evangelie onder de in-, wooners van Noord-America, byzonderlyk inNieuw-Nederland, zouden willen prediken. Doch alzo zig, hiertoe, weinige of geene bekwaame voorwerpen opdeeden, is de hoofdfom deezer Beurze fterk aangewaffen, en, eindelyk, volgens eene Refolutie van haare Hoog-Mogendheden van den negen- den December des jaars 1716, gefchikt, tot onderfteuning van twee Studenten, die zig tot denPredikdienft willen bekwaam maaken. En de Hoofdfom deezer Beurze wordt, in ge- volge van een befluit der Walfche Sinode, door de Kerk van Amfterdam, bewaard. Men heeft nog eene ouder Beurs in de Walfche Ker- ken deezer Landen, de Beurs der Schoolieren genaamd, die nu ook, tot onderfteuning van twee Studenten, dient (p), en, voor de klein- fte helft, door de Kerk van Amfterdam, efl voor de grootfte helft, door de Kerk van Mid- delburg , bewaard wordt. Alle de Walfche Ge' meenten hebben, van de oudfte tyden af, to- heden toe, tot deeze Beurs gegeven. WY fpreeken niet van de Weduwen - Beurs, die door de Predikanten, Leden der Walfcbe Sinode , gehouden wordt, en tot onder' fteuning hunner Weduwen ftrekt (q). C0és,,y ■ De Vergadering der Diakenen wordt, êe" des K
woonlyk, eens ter weeke, des Dingsdag?' cr's°jt' ten drie uuren, gehouden. De oudfte inVjjp* dienft zit voor: doch een' Predikant,allee"' pyV of van eenen Ouderling verzeld, iet i# »eo- Vergadering der Diakenen hebbende v0°r te draagen; ruimt de Diaken-Prefes hem de eerfte plaats in. 's Dingsdags na ieder twee- (p) Regiem, du Synode des Eglif. Walonnes Cb, X'
/> 39 & fitiv.
(q) Regiem, du Synode Cb. XXIV. f. <s°«
|
|||||||
|
Witsch, Nademiddags, in de nieuwe of kleine Ker-
Kerkjjn. ke, heeft gepredikt, Secretaris of Scriha der Vergaderinge. De Predikanten, die 's Woens- dags of Donderdags den dienft moeten waar- neemen, zyn niet verpligt, den Kerkenraad by te woonen. En wanneer de Kerkenraad, buitengewoonlyk, des Zondags, byeenkomt, zit de Predikant voor, die, 's Voordemid- dags, in de oude Kerke, gepredikt heeft, wordende de poft van Scriba dan waargeno- men , door den Predikant, die, ten zelfden tyde, in de kleine Kerke, heeft gepredikt. De Scriba houdt niet alleen aantekening van de voornaamfte befluiten des Kerkenraads, die , in de eerftvolgende Vergaderinge , herzien worden; maar ook van de naamen der Ledemaaten, die, met Atteflatien, her- waards komen, of van hier vertrekken. Double De dubbele Kerkenraad vergadert, gewoon- Confiftoke lyk, voor het eerfte, en na het tweede A- of dübbe- vondmaal, desDingsdags, op het zelfde uur, als Ie Ker- ^e gewoonlyke Kerkenraad: de eerfte reize, enraa ' om Ledemaaten aan te neemen; en de tweede, om de rekeningen der Diakenen te hooren. De Prefident en Scriba zyn dezelfde Predikan- ten, die den gewoonlyken Kerkenraad, in deeze hoedanigheid, zouden gediend heb- ben. Wanneer de dubbele Kerkenraad, bui- tengewoonlyk , byeenkomt, worden de Le- den , door den Prefident', met briefjes, fa- mengeroepen. Zo 'er eenige verandering ge- maakt wordt, of in 't beftier der Gemeente, of in het opzigt over de behoeftigen, moet zulks, door den dubbelen Kerkenraad,gefchie- den, die ook de Ouderlingen en Diakenen verkieft; de vier Doótoren, de twee Chirur- gyns, en de twee Apothekers der Gemeente, midsgaders de Binnen-Vader en Binnen- Moeder in 't Waaien-Weeshuis aanftelt. ■frlt)le De drieledige Kerkenraad vergadert, ge- Conßhoire woonlyk, eens 's jaars, op Zondag, ten vier
of "drie- uuren na den middag, na dat de aankomen- l>dife de Ouderlingen en Diakenen in den dienft wad."' beveiligd zyn. De Predikant, die de be- veiliging gedaan heeft, zit voor in deeze Vergadering. In dezelve, worden, eerft, de Kerkelyke Wetten voorgelezen. Vervol- gens, gaat men over, tot het verkiezen van twee Regenten en eene Regentes van 't Waaien - Weeshuis. Daarna, kiezen de Ou- derlingen en Diakenen hunne wyken, die veertien in getal zyn, zynde twee Ouder- lingen, te weeten de Regenten van 't Waa- ien-Weeshuis, en drie Diakenen, naamlyk, de twee andere Regenten van 't zelfde Wees- huis, en de Diaken-Paflantmeefter, vry van het opzigt over eene byzondere wyk. De Doop- en Lidmaats - boeken, en de boeken der Geloofsgenooten, die gevangen, of op de galeijen zyn ; die der Kerkelyke behoeften; |
|||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||
|
IL Boek.
|
|||||||||||||||
|
169
|
|||||||||||||||
|
{Sa*
|
|||||||||||||||
|
't Weeshuis ^moeten bywoonen. Gewoon- Walsc«
lyk, wordt 'er, des Zondags, in beide deKöwcf. Kerken, tweemaalen,_des Voor- en Namid- dags, en om de veertien dagen, by beurte, ook des avonds, gepredikt. Voorts, pre- dikt men, des Woensdags 's avonds, in de Oude Waaien - Kerke, en des Donderdags 's avonds, van den Donderdag tuflchen de twee Avondmaalen in April, tot den Don- derdag tuffchen de twee Avondmaalen in Oftober, in de Wefter-Kerke; en van den laatftgemelden tot den eerflgemelden Don- derdag , in de kleine of nieuwe Waaien Ker- ke. De Voormiddags - Predikatien begin- nen ten negen, de Namiddags - Predikatien, ten half twee, en de Avond - Predikatien, ten vyf uuren. Doch op de Avondmaalstyden, die op dezelfde dagen vallen, als in de Ne- derduitfche Gereformeerde Kerken, begint men de Voormiddags-Predikatien, een half uur vroeger, behalven in February, Oftober en December, wanneer, in de Walfche Ker- ken , ook op de Avondmaalstyden, de Voormiddags-Predikatien, ten negen , en de Namiddags - Predikatien ten twee uuren , aanvangen. De Voorbereidings-Predikatien gefchieden, des Saturdags - namiddags, ten vier uuren , in beide de Kerken. Op de Bededagen , wordt driemaal , in de oude ' Kerke, 's voormiddags ten negen., 's na- middags ten half twee , en 's avonds ten half vyf uuren gepredikt, en tweemaal inde kleine Kerke, 's voor- en nademiddags, op ' de gemelde uuren. Op tweeden Paafch-, tweeden Pinkiter-, tweeden Kerft-, en He- mclvaarts-dag , predikt men tweemaal, in beide de Kerken , voormiddag ten negen, en namiddag ten half twee uuren ; doch 's avonds niet. Als Kerftdag, op eenen Maandag of Donderdag valt, wordt 'er 's Woensdags; en als dezelve op een' Dings- dag of Vrydag komt, 's Donderdags, niet gepredikt. In zes weeken tyds,gaan de Pre- dikbeurten rond, tuffchen de zes Predikan- ten, en in de zevende week, is elk hun- ner , beurtelings , vry, behalve wanneer 't Avondmaal is. De Predikanten , van hunne Ouderlingen verzeld , doen, eens 's jaars, eene algemeene huisbezoeking , en tweemaal, op den laatften Zondag in Juny, en op den laatften Zondag in December, eene vermaaning van den Predikftoel tot milddaadigheid , ter gelegenheid der twee gewoone jaarlykfche Colleften, aan de hui- zen der Ledemaaten. Wy voegen hierby de Naamlyfl der Pre- Naamlyfl
dikanten, die, in de oude Kerke voor, en der Wai* in beide de Kerken ,^na derzelver famenvoe- pf^j. ging, tot hier toe, beroepen geweeft zyn. kantel Y t. Jean
|
|||||||||||||||
|
de Avondmaal, en dus om de twee maan-
den, doen de Diakenen rekening aan den dubbelen Kerkenraad, of kezen hunne Ba- lance , gelyk het genoemd wordt. En dee- ze Balance , door de Vergadering zynde goedgekeurd, wordt by den voorzittenden Predikant, den Scriba en de twee oudfte Ouderlingen ondertekend. De Predikanten der Walfche Gemeente
worden, byna op gelyke wyze, beroepen, als die der Nederduitfche Gereformeerde. De dubbele Kerkenraad vaardigt een' Pre- dikant, een' Ouderling en een' Diaken af, °ni handopening te verzoeken van Burge- meefteren. Men treedt, na dat 'er, twee °f drie Zondagen agter een, openlyk, voor gebeden is, tot de verkiezing , die, dooi- den driedubbelen Kerkenraad , gefchiedt, welke dan, uit de Predikanten, en dienen- de en jongft afgegaane Ouderlingen en Dia- kenen , beftaat. Men maakt, eerft, eene ■Nominatie van een ruim getal, by meerder- heid van ftemmen , waaruit , daarna , de verkiezing gefchiedt, met briefjes. De Pre- sident , van eenen Ouderling en eenen Dia- ken verzeld, geeft 'er, terftond, kennis van aan Burgemeefteren, en doet verflag van zyne boodfchap aan den Kerkenraad, die, ^idlerwyl, vergaderd blyft. De Prefident *üaakt den beroepen Predikant zyne verkie- *iug bekend, hem vraagende, of hy 't be- r°ep aanvaarden zal, indien het door Bur- Senieeftjren goedgekeurd wordt? En, zo jty bewilligt, en Burgemeefteren hunne goed- keuring verleenen, wordt hem 't beroep, andermaal, uit den naam der Vergaderinge, °Pgedraagen. 't Beroep wordt, vervolgens, °f door de Sinode, indien dezelve kort daar- na gehouden wordt, of door eene Claffisvan ten minften vyfof zes der naaftgelegene Ge- beenten, welke, met verlof vanBurgemees- *eren, befchreeven wordt, beveftigd. Het beroep wordt, daarna, drie Zondagen agter ^en) in beide de Kerken, van de Predik- ,°e'en, afgekondigd, en de beroepen Pre- ikant, op den derden Zondag, plegtiglyk, veltigd: waarna hy, des avonds, zyne in- «ede.predikt, in de oude Kerke. Voor de dSene^eveftigin.g'biedt de Predikant, die
T p ^uft verrigten moet, den nieuwen afrf? 1 gerenden Burgemeefteren,
aan derzelver huizen aan. Doc| na de beves! ging, wordt hy denCommiffarilTenpolitik,
n den regeerenden Burgemeefteren fin der-
eiver Kamer op t Stadhuis, aangebooden.
De Walfche Predikanten zyn verpligt,
te hZ agS s,.PorSeiw inzonderheid, niet
gen e! te prediken om dat de Ouderlin-
II STUK en dG Catechifaïien in
|
|||||||||||||||
|
? Pre-
|
|||||||||||||||
|
III. Deel«
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
170
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jean de la Greve, is 1603 overleden. 23. Henry Chatelain, beroepenvan''s Gravenba W^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ge oV?2 9 Dec., bevefiigt den 11 Febr. 1728- KërK '
overleden den 9 ilfay I743- ''J-,', 24. Theodorus Francois Huet, beroepen van *?3 '
'i Gravenhage den 19 November , beveftigt den 11 Maart 1731., overleden den 27 Oc*
Jober '733. 0l; 25. Ifaac Samuel Chatelain , Amfielodamenfis , l73
beroepen van Rotterdam den 13 November, bevefiigt den 17 February 1732. 26. David Renaud Boaillier, beroepen van Lon- J73*'
i/e« de?z 12 January, beveftigt den 13 ^«723? wederom naLonden vertrokken in April 1749» overleden 1759. 27. Daniel Olivier, Beroepen van Lorden den 8 i73''
Maart, fcec. de?ï 24 jF«/;y, overleden den \ 8 December 1736. 28. Jaques Jean Desmazures, Amfielodamenfis, \f»'
'beroepen van Rotterdam den 15 January, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jean Hocbedé(gezegt de la Vigne), beroepen
van Antwerpen den 16 en beveftigt den 29 September, is 1622. overleden. 1 ean Taffin , beroepen van Haarlem, in Fe- 'hruary ,bev. den 3 May, is 1602.overleden. Simon Uoulart, beroepen van IVefel, den 16 September, bevefiigt den 14 Ocïober;fynDe- miffie bekomen 1615. Thomas Maurois, beroepen van Ceulen in
January, bevefiigt demi Augufius, over- leden in den jaar e 1646. Fabrice de la BalTecour, beroepen in Aug., bevefiigt den 9 May 1617. Emeritus gewor- den in 1649. overleden den 29 April 1650. Jean Doucher, beroepen van Vlijfmgen den 9OCÏ., bev. in Nov. 1621 , overleden (629. Lucas Trelcatius, beroepen uit de Nederduits fcbe Kerk vanElhurg, bevefiigt den $ May, en alhier in de Nederduitfche Kerk beroepen in i6~4. overleden in 1638. Godefroy Hotton, beroepen van Limburg den 25 Juny , bev. den 26 Nov., Emeritus ge. worden in 16$$. en overl. denzo Juny 1656. Henry Blancheiefte, beroepen van Maafirigt den 14 Qctober 1645. bevefiigt den 28 April 1647. overleden den i8 Augufius 1670. Nicolaas de la BalTecour, beroepen van P'lis- fingen den 8 Maart, bevefiigt den 26Juny, overleden den 17 May 1677. Nicolaas Colvius, beroepen van Dordrecht den 28 May, bev. den 20 Aug., Emeritus ge- worden in April 17 \ 1. overl. den 1 jNov. 1717. Louis de Wolzogue, beroepen van Utrecht den 26 OStoher, bevefiigt den 21 December, overl. den 13 November 1690. Pierre Pierot, beroepen van ter Goes den 1 Augufius , bevefiigt den 7 jVoü. troer/. den 1 jtofy 1688. Etienne Morin, Predikant tot Caen, beroepen
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bev den 1 April.
29. Pierre Jaques Courtonne, beroepen van Goes
den 25 Se^>£., fce<u. de%7 vtfpn'f 1743. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
30. Jaques George de Chaufepié , beroepen van
Delft den 17 September , bev. den 1 Dtf- cem&er. 31° Jean Henri Francois,gewezen AdjunB-Pre-
dikant te lp er en , lal Extraordinair Predi- kant alhier verkoren den 19 April t748.de» 9 Mey 1749 £oJ Ordinair Predikant, Èet'ef- tfgt den 27 jW;y. 32. Eftienne Lefpinaflè, Amfielodamenfis, her-
roepen van Deventer den 1.3 May, e» /?£* veftigt den 27 ^aty, overleden den 16 A- pril 176Ï. 33. Jean Scipion Vernede , Amfielodamenfis ,
beroepen van Maastricht den 19 May, fcefl.
de« ió Augufius. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4?'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
17
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.tfu
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hr*ï
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De verkiezing der Ouderlingen en Dia-
kenen gefchiedt, jaarlyks, in January. Zy dienen twee jaaren. Van de Ouderlingen, die zeflien in getal zyn, gaan 'er, jaarlyks, agt af: en van de Diakenen, die een getal van zeventien uitmaaken, het eene jaar, ne- gen , en het andere jaar, agt. De dubbele Kerkenraad vergadert, op den eerften Dings dag na het tweede Avondmaal in January > om het getal der afgaande Ouderlingen en Diakenen te vervullen: ten welken einde, men twee Lyften opdek, vervattende de naamen van zulken, die geoordeeld worden» in de eene of andere hoedanigheid, te kon' nen dienen. Des Zondags daarna, gefchiedc de verkiezing uit deeze benoeming. Ouderlingen, die een, en de Diakenen, die twee jaaren buiten dienft geweeft zyn, ko°' nen, op nieuws, verkooren worden: doch > zo de eerften verkiezen , nog een jaar te ruften, behoeven ze 'er , alleenlyk, by tyds, aan den Ouderling hunner Wyk ken- nis van te geeven. 's Maandags.na de verkiezing , worden de voor 't eerft Ver' kooren Ouderlingen en Diakenen in "e^ Kerkenraad ontvangen, en, vervolgens, w« ? |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den 8 Augufius, bevefiigt den 17 OBober,
Emeritus geworden den 25 Jufy 1699. o^erZ. den 5 AJay 1704. Pierre Yfarn , beroepen den 8 Augufius,
bevefiigt den 17 October, Emeritus gewor- den den 27 OStober 1712. overleden den 23 May 1714. Abraham Boddens, Amfielodamenfis , Pro-
ponent zynde , èïer beroepen den 8 Augufius, bevefiigt den 24 O&oöer, overleden den 12 jVoü. 1727. Nicolaas Colvius, Amfielodamenfis, beroepen
van Dordrecht den 23 Augufius, bevefiigt den 18 OBober, overleden den 26 Novem- ber 1730. Godefroi Clermont, beroepen van Leyden
den 23 Augufius , beveftigt den 25 Öfto- Zw. Anthoine d'Arbufiy, <j>a72 Utrecht, beroepen
den 22 January, bevefiigt den 19 Maart, Emeritus geworden den 31 January 1735., overleden den 30 November 1741. Jean Brutel de la Riviere, Ieroepen van Rot- terdam den 5 February, beveftigt den 6 ^?- priü, overleden den 14 Augufius 1742. Johannes Boddens, Amfielodamenfis, feeroe- pen van Rotterdam den 24 OBober, beves- tigt den 7 January 1725., overleden den i8 OBober 1731. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
16.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
rß'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
17-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
II« Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN;
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
171
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
CKS1BZ<?lldagen sereen* aan de Gemeente voor- verloop van vier; en zo zy uit de Generali- WalsciIé
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gefield: waarna zy , op den derden Zon-
dag > plegtiglyk , beveiligd worden. Zo eenig Lid van den dubbelen Kerkenraad o- verlydt, wordt zynen Weduwe of erfgenaa- men de rouw beklaagd, uit naam der Ver- gaderinge, door een' Predikant, een' Ou- derling en een' Diaken, 't Zelfde gefchiedt, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
teits-Landen komen , na verloop van vyf, Kerken.
of, van afgelegener PJaatfen komende, na verloop van zes jaaren, te verwagten heb- ben. Zulken, die naar Frankryk' vertrek- ken willen, können geene Atteftatie beko- men, dan om byzondere redenen, waarvan de Kerkenraad moet oordeelen. Een Ou- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
m geval eene Regentes van 't Weeshuis, of derling vermag, iemant, voor eene enkele
deH uisvrouw van een' Predikant, of van reis, van 't Avondmaal te weeren, 't welk een' der dienende Ouderlingen of Diakenen gefchiedt, door 't inhouden -der Loodjes, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fterft.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zonder vertooning en overlevering van wel-
ken , niemant ten Avondmaal toegelaaten wordt. Doch zo 't, naderhand, noodig zyri mögt, gefchiedt zulks , door den Kerken- raad. Zo een Lidmaat het ongeluk ge- had heeft van banquerout te gaan, wordt hy van 't Avondmaal geweerd, tot dat hy zig, met zyne fchuldeifchers, verdraagen heeft, Die alles betaald hebben, zyn zelfs vcrkies- lyk tot Ouderlingen en Diakenen. De Wal- fche Gemeente heeft twee byzondere Kas- fen, eene der Predikanten en Ouderlingen en eene der Diakenen, die, elk op zig zel- ve , beflierd en verantwoord worden. Het geld en de papieren deezer KafTen worden bewaard, in twee yzeren kiften , elk met twee byzondere flooten geflooten, waarvan ieder paar fleutels , door twee byzondere Perfoonen, bewaard wordt. De Diakenen hebben hunne byzondere Reglementen , waarnaar zy zig, in 't bezorgen der behoef- tigen, gedraagen. Zy zyn, laatflelyk, op den dertigflen October des jaars 1744, ver- nieuwd. Elke Diaken houdt een boekje, waarin de naamen, ouderdom, beroep en verdere omflandigheden der behoeftigeri zyner Wyk, midsgaders, de woonplaatfen van de Krankbezoekers, Doctoren, Chirur- gyns, Apothekers en Aanfpreekers aangete- kend zyn: welk boekje hy, uit den dienlt |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
Ouderlingen
|
zyn , in 't algemeen ,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
verpligt
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
: waaken over de zeden der
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
u.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<
|
van de openbaare erger-
*ei>en. niffcn, die dezelven geeven mogten, en die tQt hunne kennis komen, aan den Kerken- raad verfiag te doen. Twee Ouderlingen en drie Diakenen, ten minfle, zyn gehouden, de Predikatien , en een Ouderling en een Piaken, by beurten, ook de Catechifatien in 't Weeshuis by te woonen. Ook deelen de Ouderlingen en Diakenen, een van elke foorte in ieder wyk, om de twee maanden, de Loodjes uit , op welken, de Ledemaaten ten Avondmaal toegelaaten, en welken, door twee Ouderlingen , by de Avondmaalhou- ding, wederom ingetrokken worden. By t aanvaarden deezer Loodjes, zyn de Le- demaaten gewoon, eene gift voor de armen der Gemeente te doen, die door den Dia- ken ontvangen wordt. Vier weeken voor de onderhouding van 't Avondmaal, doet de Predikant, die, des Zondags 's morgens, *n de oude Kerke, gepredikt heeft, na 't eindigen van den dienft,eene korte les over de kleine Catechismus, welke, door twee Ouderlingen , by beurten , moet worden bygewoond. ^En op de vier daaraan volgende Maandagen, 's namiddags ten drie uuren, on- dervraagt een Predikant de Aankomelingen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die zig hebben aangediend, om Ledemaaten treedende , _ aan zynen opvolger ter hand
te worden, in't openbaar, in dezelfde Kerke, fielt. De Diakenen doen, twéemaal's jaars, ^aar -by ook twee Ouderlingen tègenwoar- eene algemeene huisbezoeking onder de be- *jJg moeten zyn. Doch het ondervraagen hoeftige Ledemaaten: waarna, tot vermeer- öer aankomelingen gefchiedt ook, dikwils, dering, vermindering, aan- of inhouding van aan t huis van eenen Predikant, in 't byzyn den verleenden onderfland, beflooten wordt, an den Ouderling der wyk, zo deeze zulks Niemant bekomt eenigen onderfländ varr iv left- En hier flaat men den aankome- de Diaconie, dan wanneer het hoofd des gen, fomtyds, toe, in 't Nederduitfch, te huisgezins Lidmaat der Walfche Gemeente |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
antwoorden, in geval zy Nederduitfche Leer-meeflers gehad hebben , of zig, niet be-
hT^A ln>t Franfch' können uitdruk- *,"'-/!y ' ^ordt, in't aanneemen, de Wehte toegevendheid gebruikt, om- rent zulken, die een zwak geheugen heb- klaa' met Ieezen können. Men ver- moei' noftans> aan zulken, die men ver- konnl'u eemgen onderfland zouden «n beoogen, dat zy dien niet, dan na
|
is. Voor Lidmaats - Kinderen worden al-
leen gehouden zulken, welker Ouders niet flegts Lidmaaten zyn, of geweefl zyn, maar die ook zelven, in de Walfche Gemeente, zyn gedoopt. Een der Diakenen is , by- zonderlyk , gefteld , tot het bezorgen dei* Pqflanten, of behoeftige reizigers. De Walfche Diaconie heeft tweederlei Inkom-
foort van inkomften. De eerfle beflaat uit £eTn ,£«
,. . Walfche
die, vanhaa-Dlaco.
re nie. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||
|
172
|
|||||||||||||||
|
scbS
|
|||||||||||||||
|
Walsche1^ eerfle opregting af, in de Oude Waaien-
Keuken. Kerke, en naderhand, in beide de Kerken, gefchied zyn,endie ook, tweemaal 'sjaars, aan de huizen der Ledemaaten, en om de twee maanden, by znlken, die ten Avondmaal wil- len komen, gefchieden; als mede uit de boffen in de Gods- en andere huizen, en uit het ar- mengeld , welk, by de Stad en by de Ooflin- difche Maatfchappye, ontvangen wordt: waar by, van tyd tot tyd, eenige erfeniffen geko- men zyn. De andere komt uit den onderfland, die haar, al voor het midden der voorgaan- de eeuwe, en vooral, na het overkomen der Franfche vlugtelingen, genoegzaam jaar- lyks, uit Stads Kaffe, vergund is. In't jaar 1631, hadt zy verlof verzogt, tot het doen eener openbaare Golleéle byde huizen. Doch dit verzoek vondt geen' ingang. Men ver- koor , de behoeftige Gemeente, met eene fomme gelds, te onderfleunen (r). Toen, in't jaar 1680, de Franfche vlugtelingen, in deeze Stad, eene fchuilplaats begonden te zoeken, vondt de Diaconie zig zo bezwaard, met de behoeftigen , dat zy, nog voor 't einde des jaars 1681 , met twintigduizend guldens, van Stads wege, onderfteund werdt (x). Zelfs werdt haar, federt, veroorlofd, tweemaal 's jaars, eene Collecte by de hui- zen te doen, ten behoeve der vlugtelingen, die, tot aan 't jaar 1688, geduurd heeft(t). Van dien tyd af, zyn de behoeftige vlugte- lingen , door de Walfche Diaconie, onder- houden , die egter, jaarlyks, door de Stad, met eene zeer aanzienlyke fomme , onder- fteund werdt, ook na dat de vervolging in de Palts, die, in 't jaar 1719, aanving, een groot getal van Franfche Gereformeerden herwaards gedreeven hadt. De vlugtelin- gen, die, in 't jaar 1690, onderfland trok- ken , waren zeventienhonderd en agt in getal (k). De Stad onderileunde de Dia- conie , met veertigduizend guldens 's jaars; daar, fomtyds, nog een buitengewoone on- derfland van dertigduizend guldens byge- voegd werdt (v). Om zulk een' aanzienlyken onderfland te vinden, werdt, in 't jaar 1707, beflooten, de belafling op de Vleefchban- ken te verhöögen, en de nieuwlings aanko- mende Koffyfchenkers ieder vyfhonderd guldens te laaten betaalen (w). De gewoon- lyke onderfland bleef, na dien tyd, jaaren agtereen , op veertigduizend guldens jaar- lyks bepaald. Doch de Diaconie kwam , desonaangezien , byna jaarlyks, te kort. O) Refol. Vroedfch. N. ifi. $ July 1631. .202 verft.
(s) Refol. Vroedfch. L*. O. 6 Decemh. IS8I. . loj.
(t) Refol. Vroedfch. Lr. P. is, 28 Jan. 1S83. . 41, 2j.
Li. R. 9 2iov. 168$. . 6. Li. S. 26 Maan 1688. . 76. (k) Refol. Vroedfch. V. T. 31 July 1S90. . 270.
(t/) Refol. Vroedfch. L'. Z. 27 Oäob. 1699. . 3S2. Lt,
AA. II Jan. 1702. . 2+3. Li. BB. 9 Jan. 1703. . 102. (te) Refol. Vroedfch, Lt. DD. u Maart 1707. . 19,
|
|||||||||||||||
|
Alle de agterflallen zyn, eindelyk, in't jaar ^EJ{.
1743 , verrekend , en het onderhoud der^ vlugtelingen, die nog, van tyd tot tyd, hoe- wel in kleinen getale, herwaards komen » benevens de onderfteuning van Stads wege, in 't volgende jaar, op eenen vallen voet gebragt. Men bevondt toen, dat de Walfche Diaconie aan vier derlei perfoonen onderfland verleende: i. aan Waaien, de oude en na- tuurlyke Leden der Kerke. 2. aan Franfche vlugtelingen, die, in en kort na 't jaar 1680, in merkelyken getale, herwaards geweeken waren, en nog nu en dan overkwamen. 3. aan arme Waldenzen: en 4. aan zulken, die, op laft of met kennis van Burgemeefleren, een jaargeld trokken van de Diaconie, en hierom gepenfioneerden genaamd werden. Burgemeefleren en Raaden verflonden, dat de eerfle foort van behoeftigen , door de Diaconie alleen, moefl worden onderhou- den: en dat daaronder behoorden te wor- den begreepen allen , die , of zelven , of welker ouders, hier ter Stede, vier jaaren agtereen, gewoond hadden, zonder onder- fland genooten te hebben, en zig, in dien tyd, by de Walfche Gemeente hadden ge- voegd. Doch de drie andere foorten van behoeftigen nam de Stad aan, door de Wal- fche Diaconie, te laaten voorzien van on- derhoud , op den volgenden voet: de Ge- penfioneerden , tot het volle jaargeld, waar- op zy gefield werden, en van de behoefti- ge Franfche vlugtelingen en arme Walden- zen, welke laatften byna uitgeflorven, of tot beteren flaat geraakt zyn ; de kinde- ren onder de agttien jaaren , tegens vyf- > tien guldens in 't jaar , 'en de bejaarden, tegen vyf en zeventig guldens in't jaar. Alle deeze perfoonen worden, door de Diakenen, op eene Lyft gebragt, die, jaarlyks, in de maand January, aan eenen der eerfle Stads Klerken ter Secretarye, moet overhandigd worden: en deeze doet 'er verflag van aan Burgemeefleren. De Franfche vlugtelingen, die, van tyd tot tyd, overkomen, worden ook, onderfcheidenlyk, op deeze Lyfl ge- bragt: en zulken, die, of flerven, öf^we- derom vertrekken, of in flaat geraaken om zig zelven te geneeren, worden van de Lyft afgefchreeven. Doch zo zulke afgefchree- venen, binnen vier jaaren , wederom be' hoeftig worden, mogen zy, op nieuws, op de Lyft worden gefield. liet beloop va" den jaarlykfchen onderfland wordt, alle drje maanden, ingaande met den eerflen April» door Diakenen, ter Thefaurie Ordinaris ont- vangen O). . tf& De Predikanten en Ouderlingen der Wal- v.^, |
|||||||||||||||
|
fche'
|
|||||||||||||||
|
(x) Refol. Vroedfch. /.«. MM. z% May 17*3. f- 2I«-
|
|||||||||||||||
|
il» Boek.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
m
|
|||||||||||||||||||||||||
|
\v4L
Ven? jCfle Kerken in deeze Stad zyn Leden van
de Walfche Sinode der Vereenigde Neder- landen, die, tweemaal des jaars, in 't laatft van April, of in 't begin van May, en in 't laatft van Auguftus, in de meefte Neder- landfche Steden, waar Walfche Gemeenten ?yn ■> en om de vyftien jaaren, ook eens, *n deeze Stad gehouden wordt. De Sinode vergadert dan in de groote zaal van't Oude- Mannen- en Vrouwen-Huis. Wanneer zy buiten deeze Stad gehouden wordt, wordt een der Predikanten, by beurten, en een der Ou.hrlingen, ter benoeminge van den Kerkenraad, derwaards afgevaardigd. Voor hun vertrek, vervoegen zy zig by de Com- ttufTarifTen politik, aan ieder van welken zy, "7 hunne terugkomft,ook een affchrift van 1 gene op de Sinode gehandeld is ter hand ftellen. In geval de Sinode, hier ter Stede, ftaat gehouden te worden, wordt daartoe , vooraf, verlof verzogt van Burgemeefteren, en te gelyk eene plaats, daar de Vergade- ring bekwaamlyk kan worden gehouden. De ■Afgevaardigden der Walfche Gemeente al- hier moeten , vervolgens, zorg draagen, dat deeze plaats, tot het houden der Sino- de , gereed gemaakt worde. De Gemeente Van deeze Stad is eene van de zes Gemeen- ten,onder een' van welkerPredikanten, de Ar- chiven der Sinode, by beurten, bewaard wor- den. Zy draagt ver het meeft, te weeten twin- tig ten honderd, in de koften van de Sinode. Wy hebben, hier voor (y), te kennen gege- Ven, dat de dubbele Kerkenraad der Walfche Gemeente, de Doftoren, Chirurgyns en Apo- |
|||||||||||||||||||||||||
|
Doch de eigenlyke Atteftatien wegens de Engel-
inzegening der Egtgenooten worden, door «che den Kerkenraad, uitgegeven. De Foorlee- Presby" zers en Krankbezoekers krygen ook eene In S£AUr" ftruftie van den Kerkenraad. Van de Krank- Keek. bezoekers bezoekt een de oude, en een de nieuwe zyde der Stad. XV.
ENGELSCHE PRESBYTE-
RIAANS CHE KERK. |
|||||||||||||||||||||||||
|
De Engelfche Gereformeerden hebben
twee Kerken hier ter Stede. De eer- fte is die der Presbyteriaanen, zo genaamd, om dat zy geene Biffchoppelyke Regeering erkennen ; maar zig , even als de Nederduitfche en Walfche Gereformeer- den , houden aan de ordening der Presbyteri of Ouderlingen, die van gelyken rang zyn, in de Kerke. De andere is die der Episco- p aaien of BifTchoppelyken. De Engelfche Presbyteriaanfche Kerk ftaat op het Begyn- hof, en is, ongetwyfeld, een van de oudfte Godsdienftige Geftigten deezer Stad, alzo het Begyn-hof, waartoe zy plagt te behoo- ren, gelyk wy, in de Befchryving van het zelve, toonen zullen, reeds voor het midden der veertiende eeuwe, in wezen geweeft is. In 't begin der zeventiende eeuwe, was het getal der Engelfche Presbyteriaanen , hier ter Stede, in zo verre toegenomen, dat hun de Begynen - Kerk werdt afgeftaan , alwaar John Pagett, in 't jaar 1607, tot eerften vas- ten Predikant, beroepen werdt. Hy deedt 'er de eerfte Predikatie, op den vyfden Fe- bruary, na dat de Kerk, 's daags te vooren, in de tegenwoordigheid van den Schout, Wil- lem van der Dö^j,envandenNederduitfchen Predikant, Petrus Plancius, plegtiglyk, in- gewyd was. De Kerk werdt, toen, na de herftelling van Koning Karel den II., op den troon van Groot - Britanje, in 't jaar 1660 , veele Engelfchen herwaards kwamen, in 't jaar 1665, op Stads koften, en onder 't op- zigt van Kerk.meefr.eren der Nieuwe Kerke, vertimmerd, en, zo my berigt wordt, met al wat ten zuiden van de pilaaren ftaat, by- zonderlyk met eene nieuwe Kerkenraads- en Diakens-Kamer , vergroot. De noord- zyde der Kerke is, in 't jaar 1727, vernieuwd. En de Gemeente heeft, geduurende deeze vernieuwing, haare Vergaderingen gehou- den , in de Gehoorplaats der Doorlugtige Schoole. Tegenwoordig, is de Kerk een klein, doch tamelykwelgefchikt gebouw, met een' tooren in 't wellen, waarop een hooge fpits ftaat. Men wil, dat de koperen Leezenaar van den Voorleezer, waarin de Letters W. Y 3 M. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Befchry-
ving der Engel- SCHE
Presby-
TERIAAN-
SCHE Kerke.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Oudheid.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
So*
|
thekers der Gemeente aanftelt. Doch Burge-
|
||||||||||||||||||||||||
|
meefteren ftellen, daarenboven, een' Stads
Doétor en Chirurgyn ten behoeve der vlug- telingen. De aanftelling van twee Kofters , twee Voorleezers, en twee Krankbezoekers gefchiedt ook doorBurgemeefteren. De Kos- ters moeten zig fchikken naar de Inftru&ie, v°or de Kofters in 't gemeen, door Burge- jneefteren vaftgefteld, midsgaders, naar eene ^zondere, by den Kerkenraad beraamd. De Kofter der oude Waaien-Kerke geeft verklaa- f ingen van de drie Zondagfche afkondigingen er "uwelyksgeboden, die aldaar, voor den aanvang der Voormiddags-Predikatien, door den v oorleezer, gefchieden. De Huwelyken van zulken, die 't begeeren,worden,in de- zelfde oude Waaien-Kerke, des Zondags na middags en des Woensdags 's avonds, en des zomers, in de Wefer-Kerke, des Donder- gags s avonds,door eenen Walfchen Predi- kant ingezegend. En de Kofter houdt 'er aantekening van, om 'er, wanneer't ver- ent wordt, verklaaring van te geeven. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Vergroo-
|
|||||||||||||||||||||||||
|
O) Blad
|
|||||||||||||||||||||||||
|
*. 168,
|
|||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||
|
174
|
|||||||||||||||
|
te, zou gebruikt worden; maar dienen ten f&
behoeve der Diaconie (ß), die 't, in het jaar pBJ5sB^ 1714, verkogt heeft. Kort na 't overgaan tEbia^ der Gemeente uit de Barndefteeg, werdt be- scb^ flooten, eenen tweeden Predikant , in de KE Engelfche Presbyteriaanfche Kerke, te be- roepen (c). .g. De Kerkenraad der Engelfche Presbyte- j^
riaanfche Gemeente beftaat, thans, uit twee Predikanten, vier Ouderlingen en vier Diake- nen. De Predikanten behooren tot de Ne- derduitfche Claffis van Amfterdam. Zy, en de Ouderlingen en Diakenen worden, ge- noegzaam op gelyke wyze, verkooren, als die der Walfche Gereformeerden. Voorts, zyn 'er, in deeze Gemeente, ook twee Dia- coneffen. De Kerkmeefters der nieuwe Ker- ke , onder welker Parochie, het Begyn-hof, van ouds, behoorde, blyven nog Kerkmees- ters der Engelfche Kerke , van welke wy fpreeken. En de Gravenmaaker der Nieu- we Kerke is ook Gravenmaaker van. deeze. De Engelfche Gemeente plagt eenen Krank' bezoeker te hebben, die door de Stad be-' taald, en door Burgemeefteren aangefteld werdt: doch het afneemen der Gemeente, in getal van Leden, is oorzaak geweeft, dat deeze poft, federt veele jaaren, onbegeven gebleeven is. Alle Zondagen wordt, in de Engelfche Kerke,, tweemaal, gepredikt, voor- en nademiddag. In de weeke ^ is 'er, federt veele jaaren , geene Predikatie ge- weeft , behalve zesmaal 's jaars, des Satur- dags , ten vier uuren , tot voorbereiding voor 't Avondmaal, welk ? op de laatfte Zon- dagen in February, April, Juny , Augus- tus , Oftoberen December, gehouden wordt. De wedde der twee Predikanten is, federt het jaar 1710, ongelyk. De oudfte heeft de- zelfde wedde, als de Nederduitfche Predi- kanten. Doch de jongde wordt, op dui- zend guldens, beroepen. Deeze wedde wordt* nogtans, op vyftien honderd guldens ver- hoogd, na dat hy twee of drie jaaren ge- diend heeft, en op zeventien honderd gul- dens , wanneer hy tweemaal zo lang heeft gediend. m«$
Zie hier de naamen der Predikanten, die* ^pr^
tot hiertoe, in de Engelfche Presbyteriaan- 0$ fche Kerke, beroepen geweeft zyn: |
|||||||||||||||
|
Engel- M. R. R., dooreen gevlogten, betekenende
scHB Willem en*Maria, Koning en Koningin, en 't teriaIb jaarta' l^9 te Zien zyn, midsgaders, de ko- scHE peren armblaakers, door deeze Vorftelyke ' Kerk. Perfoonaadjen, aan de Kerke zyn vereerd. De zilveren Avondmaalsbekers zyn een ge- fchenk van Izaak Sinke'fon, die, in 't jaar 1717, Ouderling was. In 't jaar 1743, voer- de men, in deeze Gemeente, eene nieuwe beryming van Pfalmen en Kerkgezangen in: en in 't jaar 1753, hebben de voornaamfte Leden, op hunne koften, een nieuw Orgel, in de Kerke, geplaatft, en de Pfalmboeken, met nieuwlings famengefteld Muzyk van J. Z. Triemer voorzien, doen herdrukken, en ten voordeele der armen verkoopen. Het Orgel, welk vierduizend tweehonderd vyf en negentig guldens gekoft heeft, werdt, op den agttienden December des gemeldenjaars, ingewyd , door eene Predikatie over den honderd en vyftigften Pfalm, die, door den oudften Predikant, David Longueville, ultge- fproken werdt. Behalve voor en na de ge- woonlyke Predikatien, wordt 'er ook, des . Vrydags, des Zomers, van Maart tot No- vember, van vier tot vyf, en des Winters, van November tot Maart, van drie tot vier uuren des avonds, op dit Orgel, gefpeeld. Verfcheiden' byzondere Leden hebben, fe- ' dert, ook andere gefchenken gedaan tot nuttig gebruik der Kerke. Men plagt, hier ter Stede, nog eene andere Engelfche Ge- meente te hebben , Brovmifien of Bruinis- ten genaamd, die, reeds voor 't einde der zeftiende eeuwe, uit Engeland, waar zy zig, met de Leere en Regeering der Kerke, ten tyde van Koninginne Elizabeth, niet ver- draagen konden, herwaards gekomen waren (z); doch altoos maar een klein getal hebben uitgemaakt. Zy hielden, in 't eerft, hunne Vergaderingen op denGroenenburgwal, toen een afgelegen oord van de Stad. Naderhand, vergaderden zy in de Barndefteeg, daar hun- ne Vergaderplaats , in eenen feilen brand des jaars 1662, verteerd werdt (a). Doch in 't jaar 1668, bouwden zy eene andere, in dezelfde Steeg, aan de noordzyde, daar een gang is, die nog de Bruinißen-gang heet. De Gemeente nam,federt, zo fterk af,dat zy, in 't jaar 1708, uit een' Ouderling, een' Dia- |
|||||||||||||||
|
ken, en drie Broeders beftondt, die toen
tot de Presbyteriaanfche Kerk overgingen, en het Kerkhuis, in de Barndefteeg, aan de Nederduitfche Gereformeerde Diaconie 0- vergaven, onder beding, dat het nooit tot eenige Godsdienftige Vergadering, buiten de Nederduitfche Gereformeerde Gemeen- (ï.) Zie II. Deel, XI. Boek, bl. 416. PlïeftiUU. & eill-
Jit. Vnor. Epift. p, 65.gj. (a) CoMMELlN, bl. W3, |
|||||||||||||||
|
té°1'
1. John Pägett, eerße Predikant, beveftigt den
ao April. Ml>
2. Thomas Pots, beroepen van Flißingen den
12 Maart, overleden 1Ö35. (.<$
3. John Rulitius, beroepen van Heydelberg, &e' J
lies-
{b) Commiffieboek der Diaconie Li. C. f. ü- NotuI*
boek, . is. ai*
(c) Refbl. van tien Oud-Raad van Burgen». 30 ?*'7
170?./. iï.
|
|||||||||||||||
|
II. Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*75
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gezet, welken hy, by ukerften wil, aan de Engel-
armen der Engelfche Gereformeerde Kerke sc"£ van Amflerdam, hadt nagelaaten ; die de- Erisco' zelven , op den zeigenden May, des jaars eJuS 1763, in 't openbaar, verkogt heeft. XVL
ENGELSCHE EPISCOPAALE KERK.
Wanneerde Engelsche Episco- Befchry-
paaleGemeente begonnen heb- y.ing der be, hier ter Stede, Godsdienftige Vergade- ^n^' ringen te houden, is my, tot hiertoe , niet Episco- klaarlyk gebleeken. By het Verdrag met male Koninginne Elizabeth van den jaare 1585, Kerke* was \vel beftemd, dat de Engelfche bezet- ting, in de Steden van verzekerdheid, Brie- Ie en Vliffingen, Kerken hebben zou, daar zy den Godsdienft, op de Engelfche wyze, dat is , volgens de Episcopaale ordening, vryelyk, zou mogen oefenen (e). Doch 't blykt niet, dat de Engelfchen deeze vry- heid, zo vroeg, ook elders , en vooral in Amfterdam, gezogt en genooten hebben. Maar te Rotterdam, daar zig, lang voor 't midden der volgende eeuwe, eene Maatfchap- py van Engelfche Koopluiden, Avanturiers genaamd, hadt nedergezet, was hun, in den jaare 1635, eene Kerk, tot oefening van hunnen Godsdienfl, volgens de discipline ende ordre van de Kcrcke van Engelandt, afgeftaan ("). Na de dood vanKarelden L, en onder de regeering van Kromwei, weeken verfchei- den' voornaame Engelfchen herwaards; doch 't blykt niet, dat zy, te Amfterdam, Gods- dienflige Vergaderingen gehouden hebben. Toen Karel de IL, in 't jaar 1660, op den troon van Groot - Britanje, herfteld werdt, kwamen ook verfcheiden' Engelfchen, die zig niet hadden können voegen tot de ge- meenfehap, welke de Koning, in de Engel- fche Kerke, hadt ingevoerd,in deeze Stad. Twee hunner Predikanten verzogten, in de Lente des jaars 1663, vryheid van Gods- dienftoefening aan Burgemeefteren (g). Zj verklaarden, dat zy, in de Leere, niet van de Gereformeerden verfchilden; fchoonzy, in de Kerkenordening, niet allenthalve, met dezelven, eens waren, 't Verzoek werdtin de Vroedfchap gebragt. Men vondt geraa- den, de gedagten der Presbyteriaanfche Pre- dikanten, deswege, in te neemen. En op deezer getuigenis, dat de aangekomen En> gelfchen ge ene aanfiotelyke Leerpunten had- den, (e) Zie BOR XX. Boe(, bl. 6t [«*>] Vaderl. Hift. VIII.
Deel, bl. 94- _, . (f) Extract uit het Concordaet tuflenen de Vioedfchap der
Stad Rotterdam en de Sociëteit der Merchants Adventurers , in dato j Febr. 16 5 5. MS. (s) Refol. Vioedfch. I'. C. loMaart 16S3, f. z^verfi,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gefügt den 27 January , en overgegaan in
de Hoogduytfe Kerk in December 1Ó39., overleden 1666. Julius Hering, beroepen van Shrewsbury in
Engeland den ó Dec., overleden 1645. Thomas Pagett, beroepen van Blakeley by
Minchefter in Engeland, den 27 Nov., en overgegaan na Sorewsbury in Engeland den 29 Auguftus 1646. Richard May den, beroepen van Utrecht den
31 Óaober', en beveftigt den 17 Maart 1647. en Emeritus in Maart 1669., overleden den 4 Oclober ióyo. Willem Price, beroepen van Londen den 9
Auguftus, overleden in July \666. Richard Wood ward , beroepen van Weftmaas
den 2 September, en beveftigt den 31 Oft. overleden den 23 Auguftus 1669. Alesander Hodge, beroepen van Delft den
6 Feb., overleden den 1 Dec. 1689. Adrianus van Ooflrum, beroepen van Lon-
den den 15 Oclober, uyt de Neder duytfe Kerk, en.beveftigt den 2S February. 1691. en 1692. alhier van de Engelfche inde Ne- derduytfe Kerk beroepen, overleden den 10 January 1716. Hii£o Fits, Amftelodamenfis, beroepen van
Pliffingen den 6 Dec. en bev. de 21 Fdn: 1700. Emeritus geworden den 31 Oclober 174:., overleden den i\ February 1742. Daniel Rainey , beroepen van Londen den
14 Dec. beveftigt den 22 Maart ijix.,en den 1 Auguftus 1739- af f tand, van zynen dien/'t gedaan. David Longueville, beroepen van Exon den
1 February, en beveftigt den 17 July-. David Thomfon , beroepen van Alt den 4
November, en beveftigt den 16 December. en overgegaan na Gargunnocb in Schot- land den 1 April 1758. James BKnsrrall, 5. S. Theol. Do£l. beroepen
van Islingtoun by Londen den 30 May, en beveftigt den <x<$ J'dy. en A°. 1,^64 over- gegaan na Dunde® in Schotland. William GrieiTon, beroepen van Dordrecht,
beveftigt den 3 Maart. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<9.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'46.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
II.
H.
16. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.Ds Gemeente bezit, tegenwoordig, een
Wees- en Armenhuis op de Looijersgraft, Waajvan wy, hierna , breeder berigt gee- en zullen, en twee huizen nevens het zel- Ve; Tot in 't jaar 1763, behoorden haar ?jovyf huizen op het Schaapen-plein, tus- in £f Reguliers- en Doele-bruggen, die, 0 omtrent het jaar 1624, gebouwd wa- ren op den grond van het oude Glashuis, en XV ^ l6lS' verbrand was 00»
van de Wooningen , daartoe behooren- rf' ga j J^ansz. Engelsman, Brander hier
r,tele' eJ? Lid der Engelfche Kerke, in jelker Reglers, hy, orfder den naam van John forden of Jourdan, bekend is, hadt kSSn ®iA VO,ot a§tduizend guldens, ge- ë van de Stad, en 'er deeze huizen op |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(«0 2
|
'U tóen voor, III. D»l, t. £oe^ t/§ fu
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i76 AMSTERDAMS III. Deel,
Engel- den, en vroom van leeven waren, werdt hoorzaal der Doorlugtige Schoole, byeen te Ë^*
scHE hun vrye Godsdieniloefening, in een byzon- komen (k) ; gelyk zy, op den vierentwin- gplSco' Ensco- <jer huis, toegeftaan (£). 't Zou* in den tigften February, voor't eerft, gedaan heb- tKh\s Kerk! eerften opflag, fchynen, dat deeze Engel- ben, en, nog tegenwoordig, doen, terwylzy P^' fchen Episcopaalen geweeft waren, om dat naar bekwaame gelegenheid , tot het aan- zy verklaarden, in de Kerkenordening, van leggen eener Vergaderplaatfe, uitzien. De de Gereformeerde Kerke te verfchillen. Engelfche Episcopaale Gemeente is hier, Doch als men in aanmerkinge neemt, dat altoos, klein van getal geweeft. Zy wordt de Presbyteriaanfche Gemeente alhier gun- bediend door eenen Predikant, die, door de ftig getuigenis gaf van hunne Leere , is Kroon van Groot-Britanje, betaald wordt, 'er reden om te vermoeden, dat zy eer- en, even als alle de Leeraars der Engelfche der behoord hebben , tot de kleine Ge- Episcopaalen buiten 't Ryk, zyne zending meente der Browniften of Bruiniflen, die en ordening heeft van den Biffchop van hier, op 't einde der vyftiende eeuwe,aan- Londen, onder wien hy, in 't Geeftelyke, gekomen, en federt merkelyk verminderd, ftaat. Hy predikt, tegenwoordig, eens of geheellyk verdweenen was. Immers, wy ter weeke, na 't volbrengen van den ge- hebben , hiervoor (/), verhaald, dat deeze woonlyken Engelfchen Kerkdienft , des Bruiniften, in 't jaar 1668, een huis in de Zondags 's morgens, ten tien uuren. De Barndefteeg gebouwd hebben, tot het houden Vergadering wordt, voor een gedeelte , van Godsdienftige Vergaderingen. Omtrent door Engelfch Scheepsvolk , uitgemaakt, het einde der Regeeringe van Karel den IL, Men rekent, dat 'er 't Avondmaal, welk, en onderde Regeeringe van Jakob den II., op Paafchen, Pinkfteren en Kerfttyd, en, begaven zig wederom veele aanzienlyke En- nog twee- of driemaal tuflchentyds, gehou- gelfchen naar Holland, en naar deeze Stad. den wordt, door tuffchen de twintig en veer- Doch my is niet gebleeken, dat zy toen ee- tig Perfoonen tevens, wordt ontvangen, 't nige andere Engelfche Godsdienftige Verga- Vertrek, welk deeze Gemeente, nog on- dering hebben bygewoond, dan de Presby- langs , plagt te gebruiken, was van eene teriaanfche. Ik vind niet, dat de Episco- Galery, en van een Altaar, naar de En- paalen hier eene Gemeente uitgemaakt, en gelfche wyze, voorzien. In de plaats van openbaare Vergaderingen gehouden hebben, het Altaarftuk , welk 'er , toen het, tot voor den jaare 1700. Omtrent dien tyd, eene Roomfche Kerk , verftrekte , ge- of weinige jaaren laater, huurden zy een bo- ftaan hadt, las men de tien Geboden en de ven-vertrek van een huis , op den Oude- Geluofsbelydenis der Apoflelen, in gulden let- zyds-Agterburgwal, op den zuiderhoek van ters, en in de Engelfche taaie. De zorg de Huidenvetters - floot, welk vertrek, te voor de Gemeentelyke zaaken ftaat aan den vooren, door de Auguftynen , die nader- Predikant en aan de voornaamfte Leden der hand in de Spinhuisfteeg vergaderden, tot Gemeente, als Kerkmeefters. Men onder- eene Roomfche Kerk, gebruikt geweeft was. regt my, dat Burgemeefteren, op den twaalf- Zy hebben 'er, tot in 't begin deezes jaars den December des jaars 1707, aan deeze 1765, hunne Godsdienftige Byeenkomften Gemeente, even als aan anderen, het voor- gehouden; doch, op den agttienden Janua- regt verleend hebben, om Huwelyken,die ry, verlof van Burgemeefteren gekreegen, behoorlyk aangetekend , en waarvan drie om, voor eenigen tyd, in de kleine Ge- geboden gegaan zyn, in haare Kerke, te ■ doen inzegenen. (h) Refol. Vroedfch. £', D. g Juny i««3, . *,
(0 BUAz.. 174. (4) Gwot-Memoi. N. XII. f. jo«
|
|||||
|
B*-
|
|||||
|
11 Boek. GEREFORMEERDE KERKEN. *fj
I; BYLAAGEN ïr
9p het lil. Deel, II. Boek.
L. A, Stigting der Böelinger-K apelle /* de Nieuwe Kerke, doorVechter Dirgx$
Priefter, in 't jaar 1510. \T 7y Jan Lambert zoen en Claes ghaefffcé- rien, ende niet meer, fonder expres confent i
VV pene in aemftelredame oirconden en en believingen , van de voirf. heer Vechter en* bennen dat voer ons quame Ruyfch Jans zoen de fyn nakomelingen, daer op hy of fyn nako- Jahdircx zoen, Frans Claes zoen, Claes Bouyck, melingen een ofce meer Vicaryen fal mogen kerkmeefters van onfeLieve vrouwe kerke bin- fliehten, ende mhTen mogen fuildeeren, doen- nendeefe fteede, ende geliede , in dien name de bidden voer fyn Siele, fynder ouderen en % confente van den Rade defer ftede , alzoe vrunden fielen, ende voer alle die geene daer heer vechter Dircx priefter feekere merkelyke hy voer begeerende is, tot euwigen dagen, als fommen van penningen in aelmiffegegeeven heeft, hem en fyne nakomelingen belieuen fal. der voirf- kerken, omme dairmeede, als nu ge- Ende tor dien binnen de voirf. cappelkn heb- keurt is, te timmeren en fundeeren, ter eeren ben vier graven, over hem ende fyn nakomelin- Goits ende fyn lieve moeder de gloriofer maget gen tot euwigen dagen, die hy iri meeninge is Marien, een Cappelle aent' oifteynde van der te bedekken, met twee farcken,behoudelykder v°irf. kerken, aldernaift de Drappenierders kerke hoérder recht, op den voirf. graven, en Appelle die fy in den name als boven van nu dat den voirf. heer vechter, of fyn nakomelin- voirtaen tot ewigen dagen tot coften van voirf. gen niet fal of füllen mogen toefchutten, maer: Werken füllen houden, dack dicht in rake ende open laten, omme een yegelyck, daer inne te dake , dat daeromme die voirf. heere vechter, fitten en knielen, omme fyn devotie te doen, achtervolgende feekere overcomfte mit hem foo veele als recht en reeden eyfehen fal alle dair af van te voren gemaekt, gehouden en ge- arch en lift uytgefondert. in oirconde defen brief acht fal werden, als een euwig fundatoer der befegelt mit onzen Zegelen, gegeven uptenvier- v°irf. cappelle, ende dat men in derfelver cap- den dach vanjanuario.int'jaer ons heerenduy- Pelle een altaar fal fliehten, als nu al gedaenis, fent vyfhondert, en thien. lef eeren Goits, ende fynder liever moeder Ma- |
||||||||||||
|
Opdragt der KapelU van het Heilige Gräfin de Nieuwe Kerke aan Geruit Cornê-
liszoon e» Maria ClaasDogter, Egteluidm , hy eenen Schepenen - brief vaii |
||||||||||||
|
den zevenden OB ober des ja ars X5
|
>ai
|
|||||||||||
|
H
|
||||||||||||
|
YT 7y Lambert frederycx zoen ende Jacob mogen doen maecken ende vermaecken't gundt l^ g.
Vy Henricx zoen Schepenen in Aemftelre hen gelieuen zall ende d'felue Capelle gebruye-
dattime, oirconden ende kennen dat voor ons ken fonder dat yemandt daerihne plaetze , in- karnen Jan Ysbrantsz. hoolefloot, Egbert Gar ghanck ofte vuytganck zal mogen hebben danby ,rantsz. Jan Willemsz. ende Jan Ryfer Jansz. hoerluder wille, ende daerinne te moegen een yrckmeefters ende regenten van onfer lieuer altaer oft meer ftellen, daer op mifièn funderen, eJ?ÜWen parochy kereke binnen defer Stede dooden in derzelue Capelle begrauen zoo veele de gelieden in der vooifchv. qualitéby weete daer leggen zullen mogen ende zy luden daer rec°nfent van den Raide defer Stede dat Ghe- plaetfe gunnen willen "behouden der voorfehr. ^ ~0rnelisz ende marie Claes dochter zyn Kereke hoer recht vanden grauen te weeten van feeck^e "uysvrouwe der voorfehr. kereke een een hooffdoot drie Wilhelmus fchilden , van een tjm ere. fomtne van penningen omme in hoere kindt, dat men an een flock draecht, twee wil* de be^ra'i^e §eemPloyeert te werden gegeuen en- helmus fchilden, ende een jonger kindt d'welck Senten k nebben, daer voere de voersz. Re- onder den arm te kereke gebrocht wert een wil- ielue Ch Weete ende confente als voorenden helmus fchildt, ende den graeffmaker zyn ar- erri > V T' Corne'iS7- ^ynder huysvrouwen beytsloon foo dat behoort, fonder eenige ande> jjn e ' oerer beyder erffgenamen ende nacome- re coften van den grauen te lyden, des fal de oufr" Van ifren bloede geconfenteert ende voorfeh. Kereke den voorfehr. Capelle houden defrfh^'Uen 3ben> ende gheuen ouer by dack dicht ende t licht van den zeluer Capell« Wvcli, "e* een eeuwich recht omme te ge- zoo wel datter nu es, als dat men namaels be- dat'be^r1 deCaJ?el,e die men nu ter tytnoempt quamelicken zouden mogen gecrygen tot gheen voorfci -!>"r , §.e"aen ari dezuyt zydevander tyden mogen betimmeren ende zullen de voorn, dat zv , .Kercke indernaevolgende maniere als Gheryt ende marie ende hoere nacomers den tra- II.' STr'^n m V00rfcar. Capelle zullen lie off 't geficht ter Kerckeo inne, nutter doere
ljK- Z van |
||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||
|
178
|
||||||||||||||||||
|
zeuenden dach in Öflobri in 't jaar ons hseren B?laA"
duyfent vyß'hondert acht ende dertich. Onder ges ftont getekent Franc van Delff, ende was be-L- fegelt met twee uythangende fegelen van groe- ne waffe. Uit een affchrift, den dertienden Septem-
ber 1615 , gecollationnesrd en geaU- tben ifeerd, door A. van der. Lyn, N&' taris te Alkmaar, beruftende in 't Comp" toir van Kerkmeefteren der nieuwe Kerke. |
||||||||||||||||||
|
van de voorfch. Capelle mogen grooten , zoo
zy bequamelicxt mogen , welcke geficht hen nyet belet noch bedeel: zal mogen werden . wel verftaende dat men 't voorfch. heylige graff in der zeluer Capelle fal laeten, ende alle vrydage paefch auondt ende voorts op alle oudegewoont- licke hoochtyden de Capelle voorfchr. fal open laten ftaen tot voordeel ende deuotie van der gemeente ende tot proufyt van voorfchr. kerc- ke die d'almoefen alsdan comende genieten fal. fonder arch ende lift. In oirconde defen brieff befegelt met onfen Segelen, Gegeuen op den |
||||||||||||||||||
|
u. c.
|
||||||||||||||||||
|
Stigting van rwee Kapelryen , in Willem Eggerts Kapelle, in de nietnve Kerke, by uiter-
flen wille van Jan Eggart, Heer te Purmerende, gedagtekend den twee - en - twif tigflen Auguflus des jaars 1418. In den naeme des Faders, des Soens ende des beyligen geeßs, Amen.
|
||||||||||||||||||
|
Jan Eggart, here tho Purmerende, doen cont
ende te weten allen luyden, dat ick ren lo- ve ende ere Gods fynre gebenedyde moeder ma- rien^'Jan Baptift ende Sinte Barbara ende in Saligheden mynre Sielen, myns vaders, myne ouders ende myne nacomelingen hebbe geflieht, geordonneert, ende gemaeckt een ewige Capel- rie ftaende in de Capelle getimmert op de fuyd fyde aen dat nieuwe fabryeke der parochie kerc- ke van onfer vrouwe voorn, binnen der Stede Amftelredamme, ende hebbe met voorfien,wel bedagt ende beraden defe Capelle gedoteert en- de doteere met derthien ende een halve oude Vrancrixe fchilden jaerlixe renten ter ewelyc- ker pachte ftaende op een huys ende erve ge- legen in der Stede Amftelredamme in de Wynt- molenftraet geheten Copperanfen hunt,gelyck die propre brief van die rente claerlyck inhout ende begrypt. behoudelycke dat diepriefterup defe Capelrie jaerlix fal verdienen ende hebben van de voorfchr. renten twaelf Vrancrixe fchil- den , ende die anderhalve Vrancrixfe fchilden fal men befegen tot de autaer en de Capelle voor- fchr. jaerlixe mede tho belichten, ende tot den Ornamenten ende anders gelyck daer tho beho- rende fal behoeflyck wefen ewelycken dueren- de. Ende des fo is myn wille ende ordonnan- tie dat de patrone, gever ende prefenterer van defer Cappelrie fal wefen de rechte leenvolger ende erfgenaem ewelycke duerende , ende die fullenfe elck na des anders dood begeven in dei- manieren en de forme gelyck hierna gefchreuen ftaet. Dat 's te verftaen, fo wanneer dat de priefter die defe Capellrie bedt aflyvig word, ende dood is, waer by dat die Capelrie ledig fy, fo fal die gene die de patroon of gever daer af is, wel bedagt ende beraden verkiefen enen goeden eerbaeren armen priefter ofce clerek die by den eerften toecomende jaer priefter wor- den wil ende priefter word , die enen goeden naeme ende geruchte heeft, dat hy priefterlyc- ke ende deuchdelycke Ie vet, daer die patrone by fyn fiele ende confeientie felvefal duncken dat fe godlixte, eerlixte ende befte aen befteet fy, dien fal hy fe geven of prefenteren puer- lyck om Gods wille, ende in deler gifte ofpre- ftntatie en fal hy niet aenfien beden noch voor- |
||||||||||||||||||
|
beden , vriend noch mage , liefHe noch hate, V-
gifte noch gunfte van iemand dan alleen God en- de fyn eygen confeientie, nochtans moet hyfe wel fynen vriend ende maag gunnen ende geven voor eenige vreemde, alfo Verre hy onbefpre- kelyck ende goed van leuen fy, gelyk voorfchr. ftaet. Voorts, fo wie defe capelrie hebben fal die falfe felve verdienen , wanneer hy 's niet van ftade is, met drie mifïèn ter weke ende niet min daer op te doen ende te celebreren na goeder confeientien ende na fyn vermogen,, ende als die mifiè gedaen is then gravetegaen in der Capelle voorn, ende aldaer te lefen Ml' ferere mei Deus ende de profundis met een of twee collecten voor alle gelovige fielen die in den vagevier fyn ende fonderlinge voor die fie- len mynre ouderen, myns vaders, myns moe- ders , voor my en d' myn nacomelingen ende voor die genen dair defe patroonre in die jegen- woordigen tyd wefende voir wil gebeden heb- ben, ende die gene die defe Capelrie fal hebben, die fal hem verbinden, al fulcke fettingen ende ordonnantien als hier voir ende nae ftaen gefchre- ven tho houden, ende dat die nimmermeer by hun en füllen worden verminderd, vereort, noch gebroken nae fyn verftande ende vermogen. Voorts fo hebbe ick up de voorfchreven autaer geflieht ende gedoteert een andere Capelrie die men mede verdienen fal met drie mifïèn ter we* ke upten felven autaer gelyck die propre brief van dier fundatien dat claerlycken inhout ende begrypt ende hebben noch tot beyden Cappel- ryen voorn, gegeven ende geven een huys ende hofïlede leggende en ftaende in de voerftrate by" de voorfchr." Kercke alfo myn neve Symon Abbe die Cofter van de voorn. Kercke dat nu ter ty<*' bewoond om door de priefteren die deze twe C** pelrien füllen hebben te bewonen ofte verhurefl ende die renten ofce nutfehap däer af gelyck te hebben ewelycken durende ende waert fake,dat fy daer over twiftende ofte fchelende worden dat fouden fy aen beide fyden blyven, ende«5?" g:xen by den patroonre voorfchr. ende die föude fe dan fcheyden als hum redelycken duncken foude by fynre confeientie. Voort fo is myn uy- terfte wille ende meyninge dat óefe priefteren ende regeerers der voorfchr. twe Capelrien el*
mit
|
||||||||||||||||||
|
II- Boek.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
GEREFORMEERDE KERKEN,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1/9
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dispofitie ende ordonnantie met fynénbrieve hier BylAa-
deurftekende wil confirmeeren ende veftegen e- gen welycke te duren ende den voorn, here Gerred L'. G in de felve Capellryen met allen heuren rechten, en de toebehoren inftitueren. In oirconde defen brief befegeld mit mynen Segele hier aen gehan- gen. Gegeven upten twe en twintichften dag in Augufto in 't jaer onfes heren duyfend vier honderd en tchtien. Uit eene Verzameling van egte Stukken, ge-
naamd Memoriael van de Cappellrje van Joan en Willem Eggert. heren tot Purmerend, berußende in'/ Comptoir van Kerkmeeßeren der nieuwe Kerke. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
mit anderen overdragen ende haer meeften oot-
m°et te doen, alfo dat op fes dagen in elcke Weke elckes dages een mifïè word gedaen op ten voorfchr. autaer duerende tot ewege dagen , 'leckte ende andere nootfaecke uytgenomen, oehoudelyck oock der moederkereken altoos haers rechts. Ende defe voornoemde Capelrien geve ick, ende hebbe gegeven , ende daeitoe Seprefenteert puerelycken om Gods wille Here ^erred Willems Schrevels foon priefterdenEerw. Vader in Gode Here Vrederyck van Blancken- nemBiffchop t'Utrecht mynen genadegen here, ende bidde hem om Gods wille dat hy mynen vyterften wille, meyninge ende begeerte voorn. ler in wil helpen vervullen ende defe voorn. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
l'c.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
U. D.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vidimüs van Schepenen van 's Graavenhaage van eenen Brief der Wethouder-
schap van Amsterdam, waarby dezelve zig verbindt, om, tegen de Offerhanden in de Kapel der Heilige Stede, aan het Kapittel der Lieve Vrouwe in den Haage, een mark zilver 's jaars te betaalen : zynde deezen brief gedagtekend den vierden Maart des jaars 1415. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*'.*.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
YT 7y fcepenen in den hage doen condt allen
VV ende eenen yegelicken dient behoort ■Dat wy gehandelt geflen ende gelefen hebben eenen fcepenen brieff vander ftede van Aemftel- ledamme begrypende elf geheele regelen vuyt- hangende bezegelt met een groen wallen zegele vander voorfz ftede wefende noch heel gans ga- ^e fonder eenige Correftie van raferinge daer in- ne gedaen zynde dat wy mereken condenluyden- de van woort tot woorde als hier nae volcht. Wy Schout feepene ende rade der ftede Aem- «elredamme doen cond ende te wetene allen luden want die Eerbare lüde deken en capittel vander ^aPPellen inden hage om goids wille ons gegon- gt hebben op te bueren alfulcke ofFerhande en- ^e aelmilTen als inder heylige ftede tot Aemftel- redamme geoffert ende gebrocht zullen worden en ene mede fulke vruchten eii renten als comen zullen vanden lande dat daer toe behoort tehul- Pe totter timmeringe in der heyliger ftede voorfz. £nde houdinge desheyligen weges gelycken die grieven die zy ons dair of gegeven hebben in- houden ende begripen zoe hebben wy dat aen- §euen ende van rechter deuchden ende gunften |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wegen ende in beteringe ende in meerniflen van L'. D,
hoerre provende den heeren vanden cappittel voorn wedergegeven ende geloeft geven ende geloven mit defen brieve vänder voorfz ftede wegen een marek fyns zuivers ewelic dueren- de welc mare zuivers of die waerde dair voir men betalen fal alle jaire den heeren voorn of horen vicicureit tot Aemftelredamme binnen den kersheyligen dagen commer vry buyten hoeren cofte. Ende waert dat wy des nyet en deden zoe wes cofte of' fcade dat die heeren voorfl daer by leden dien geloven wy hem up te rechten ende te beteren by horen fympelen woerden zonder enich wederfeggen alle dinge zonder arch en lifte teverftaen. In oirconde en in ken- nifTe der waerheden zoe hebben wy defen brie- ve bezegelt mitter voorn. Stede zegele hier aen ge- hangen Gegeven upten vierden dach in mairte Int jare ons heren duzent vierhundert ende vyfthien. ïn oirconde der waerheytfoe hebben wyfeepe- nen voorn in forme van vidimus defen brief beze- gelt met ons gemeen zegele hier onder aengehan- gen upten achtentwintichften dach van Junio int Jair ons heeren duyfent vyf hondert ende vyftich. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V. E.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
..-mansderS. Ölofs Ka-
offerhanden te haten doen, gedag- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
B
|
rief van "'t Kapittel der Lieve Vrouwe in den Haage, waapelle te Amflerdam verlof krygen om miffen ,fernioenm en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tekend den negenden Maart des jaars
|
'512.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'E.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wy Deken efi Capitele van onfer Liever gheinclineert tot hare begheerte om gods dient! L,
V rouwe CapelleCollesiateiipthof inden tevermeeren, ende den Vreemden Coopman ,
Hage, angemeraefighehoorthebber.de die be- end heuromghefeten,tot genveghegont hebben,
El o* -ea £U?PTllCatie van Tacob Jansz van Co- en gönnen mits defen, dat zy Overmans endebe-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
E,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^f, Cnft«\apieter
|
------ .. vrnent aibertz, enae ro- »«" " A ? r 7«« -----L ,
sz, als nu Overmans ende bewaerers van hiernaemaels füllen welen, füllen moghen doen
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.peue itaende in die prochie van finghen upten vermis aacn van uei yenz.Capel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^
|
^
|
apelle ftaende in die prochie van finghen upten Kermis dach van der verfz.Capel-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lnte Nicol
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
icolas Kercke binnen Aar QroAc xron lp een Miffe in de felve Capelle, eii des achrpr-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ae;V,^ia!i Ker£ke bi""en der Stede van Ie een MifTe in de felve Capelle, en des achter
vaml!teJrdamme' onfen Capittelen incorporeert, noensVigilien mitsdaechs. Daer nae te doen fin den Sm Myren'Predicat'enfermonenofferhan- ghen een MhTe van Requiem mits ontfanck van c"ae andershaerenverfoeke; Sooiftdatwy offerande defen vorfz: daghen, Desghelyck dat Z 2 vj
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i8o AMSTERD. GEREFORMEERDE KERKEN. UI.Deel.
|
||||||||||
|
alfulcke aelmifïè en offerande als men hem Luy- oEJJ
den gont, desgelycx alle avonts miteenpaesboert ^ g, of dierghelycke te fitten om offeranden en ael- miffen te ontfanghen van den gheenen die comen verfoecken onfer Liever Vrauyven Beelde, oeck moghen doen predicken alle feüeael daghen jn- den vaefte alle heylicn dagen buyten den vaften, behoudelick dat het tot allen hoerluyden tyden Miffen en Sermonen zullen voor acht urenfinor- ghens gheeynt wefen, en tot dat zy gheen Sin- gende Miffen noch Sermonen doen füllen alsmen doen fal in de prochie Kercken dyergelyck tus" fchen zeven en acht uren voorfz.', Ende alzo dit comt en comen fal tot zaecken achterdeel van Recht van der voorfz: prochi Kercke welckreehc wy Deeken eii Capittelen voorfz: ghehouden zyn by onfen Eede te onderhouden, Om nochtans te believen onfen prochianen die affectie ende iver hebben totten dienft goeds diemen aldaer doen fal binnen der voorfz: Capelle, fo füllen die voorfz: Capelle bewaerers die nu zyn eri nae- maels coramen zullen voer die Confervatie van trecht van dervoorfz prochie kercke jaerlicx be- talen upten belooken paesdach, Ons Deeckenen Cappittel voorfz- of onfen ghewaerdighen Boode de fomme van drie gouden Koervorften gulden gemunt voer date des briefs of payemcnt hore werde, Dit Traclaetfal geduren nae date van dee- fen brieve vyff ende twintich jaeren, en te Ende van deefe voorfz. xxv jaeren fait expireert wefen, In gethuicheniffcn der Waerheyt hebben wy Dee- ken en Capitele voern. deefen onfen brieff mit on- fen groetenZeghelen, up vuythangende___en be- zeghelt Int jaer ons Heeren Dufent vyffhondert
enae twaelf den neeghenden dach in Marcio. |
||||||||||
|
zy Overmans ende bewaeres van verfz. Capelle
oec füllen moghen doen finghen een Miffe in de felve Capelle mit Sermonen en offerande te ont- fanghen up elcx deefer naghefchreven dagen, Te weeten up Sinte Mauricius dach, up des heylicx Cruisdach Verheffinge, up Sinte Servaesdach, up Sinte Atmen dach, up S". Olauus dach, Te moghen ooc doen fingen Alle dingsdaghen alft gheen heylich dach en js, een Miffe vanSinte An- ne, Ende up des Kers avont, Kersdagh, en Palm avondt, daer füllen moghen fitten mit horen Buf- fen die zy nu hebben Offerande en Almiffen ont- fanghen , Ende dit nae den noene, alzo jnden daghen toebehoeren allen Kerften meynfchen te covnen in haer moder der heylighen kerke fonder enige dispenfatie ter contrarie gegheven zoude moghen werde by den paftoer, Maer om dat die Heren en broeders van Jerufalem, dietheylighe graf ons HeerenJefu Chrifli ghevifiteert hebben haer ftatie en feefte houden upten palmdach, zo füllen die voorfz Capellebewaerers en hoerna- comelinghen moghen fitten met haer voorfz. buf- fen om Almiffen en Offerande t ontfanghen den voorfz: gheheel palmdach ghedurende, De voorf/.: Capelle bewaerers ende hoer nacomelinghen zul- len ooc in de voorfz: Capelle moghen doen fin- gen votive Miffen als 't gheeh Sonnedach noch heylich dach en js, als zy van den Coopluyden eri anderen daer toe verfocht werden , ghevende van elck de voorfz: votive fingende Miffe den paftoer derdalve ftuver, füllen mede alle Vry- daeghe alle heylich dagen avont,en alle heylich dagen tfavonts moghen finghen ende doen fin- ghen een Lof, nae dattet Lof in de prochi Ker- ke vuyt is zullen ooc alle daghe onder die ivliflè om moghen gaen met een boi t om te ontfanghen |
||||||||||
|
Bylaa-
1>. E. |
||||||||||
|
/
|
||||||||||
|
l83
D E R D E DEEL. GEBOUWEN
D E R S T A D Amsterdam.
DERDE BOEK.
Eerken en Kerkbestier der byzondere Gezindheden,
buiten de Gereformeerden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
°»er.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jVja 't befchryven van de Kerken en 't byeenkwam,is onbekend gebleeven. Toen Luther-
n.Be.0t »L\l Kerkbeftier der Gereformeerden, in de Gereformeerden, in 't jaar 1566, in deSCHE Vv'og t Voorgaande Boek, komen wy nu, tot de Minderbroeders Kerke predikten, met be-^EUKEK' »e p.nde- befchryving der overige Proteflantfche en williging der Roomfehe Regeeringe, ver- j?ftan°; andere Kerken, in Amfterdam. zogten de Lutherfchen, vergeefs, om de S. v >en Onder de Proteftantfchen, geeven wyde Olofs-Kapel (e),en bleeven nog heimelyke
i^ ^et Vergaderingen houden (;. Na de veran- j*«BHe^ '< L dering der Regeeringe in't jaar 1578, hoop-
S% ten zy op meerder vryheid, en hielden hun-
LUTHERSCHE KERKEN, ne byeenkomften, toen, of wat laater, in
een Pakhuis of Schuur, de Pot genaamd, by
om haare oudheid en aanzien, de eerfte plaats: de Handboogsdoele; niet zonder kennis'der- waarop wy de Remouftranten- en Doopsge- Gereformeerde Wethouderfchap (g). In 't zinden-Kerken, en Collegianten- en Qua*- jaar i588,verzogten zy, om eene openbaa- kers-Vergaderplaatfen, in orde, zullen laa- re Plaats, tot oefening van hunnen Gods- £<*(U ten vo,§eru dienft. Doch men verftondt toen, dat hier t^Vie De ^eer van Luther, omtrent den jaare geen andere Godsdienft, in 't openbaar, be-
ften " ^52°'*n deeze Stad bekend geworden zyn- hoorde geoefend te worden, dan de Evan- Sh' ï ' 1 ^ben de eeri^e aanhangers deezer gelifche Gereformeerde (b). En men verboodt hitr %n i-eere hier, ook al vroeg, heimelyke Ver- zelfs de heimelyke Byeenkomften der Luther- se/ gadermgen gehouden in byzondere huizen, fchen, die ik vind, dat, in 't jaar 1595,ten onaangezien zy, van 't jaar 1525 af, ftren- minften onder anderen, in 't huis van zeke- gelyk vervolgd werden fa). Zy kwamen fom- ren Augufiyn Pyn, gehouden zyn (z). In 't tyds, ook buiten de Stad, in de Vryheid, by- jaar 1604, werdt hun, voor 't laatft, zo ver ?en, en lazen daar Luthers Overzetting van't my gebleeken is, aangezeid, dat zy hunne ^isuweTeftament in 't Nederduitfch (b). 't Vergaderingen zouden hebben na te laaten, ^chynt dat zy , hier ter Stede, zo vroeg, 0f de Städte ruimen (k). Doch na dien tyd, en mogelyk vroeger geweeft zyn dan de Ge- hebben zy, allengskens, meerder vryheid ge- ftormeerden, welker Leer, onder den naam kreegen.'Zy kwamen, eerlang, openlykge- tifhr °Iampadifche Kette,l en Sacramen- noeg, byeen in het Pakhuis de Pot, en be- \l v7' Ver°ordeeld werdt (c). Wy hebben, ftonden zelfs, nu fterk toegenomen in ge- 'uf' Ult de Sententie van den Schout tal, in 't jaar 1632, toen de Regeenng hierZy f%- jan rtubrechtszoon, die niet vreemd gehou- ter Stede ten hoogfte gemaatigd was in 't ten de öcn werdt van Luthers gevoelen, getoond, ftuk van den Godsdienft, op de plaats van ^her- dat de Lutherfchen hier, in 't jWr 1525, dit Pakhuis en den naaften grond , eeneSf^ Tl VtXkeJJergaderingen hielden, waar aanzienlyke openbaare Kerk te ftigten, thans ' W /e?lf ?frf?ew'Priä:ervanUü-echt, genaamd de Lu- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
daar men toen
(tl\ 2-f II. Deel , VI. a,fc ,, t/J. ""
il STUK. Aa
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
««/. vu b«^, u. »9».
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||
|
i84
|
|||||||||||||||||
|
den van 't gebouw, ftaan rondsom befloo-Ltfr»
ten banken: ook zyn 'er eenige beflooten ^eit. banken op de galeryen, waar egter de mees-" te plaatfen open, en voor allen gemeen zyn. De beflooten plaatfen, zo boven als bene- den , worden gekogt: en men betaalt, daar- enboven , nog zeker jaargeld tot derzelver onderhoud. Voor 't overige, is het ruim der Kerke bezet men negenhonderd vier en zeventig vrouwen ftoelen, voor ieder van welken, ook jaarlyks iet aan de Kerke be- taald wordt. In 't ruim, hangen drie groo- te koperen Kerkkroonen , ieder met drie ringen armblakers. Uit een opfchrift van eene deezer Kroonen, blykt, dat dezelve, reeds in 't jaar 1620, gegooten, en dus, waarfchynlyk, in het Kerkhuis, waar de Gemeente, vóór dat de Kerk gebouwd werdt, byeen kwam, gebruikt geweeft is. Voorts, hangen 'er elf kleine Kroonen , met eenen ring arm- blakers, onder de galeryen; en elf dierge- lyken , op de tweede galery, in 't noorden en in 't zuiden. De onderfte galery wordt, des avonds, verlicht van armblakers, die, ■ voor aan de pilaaren, en agter aan de bal- ken , vaftgemaak't zyn. Aan deeze Kerk, in 't ooften, zyn nog
twee ruime Vertrekken, boven eikanderen, gebouwd. De onderfte dient tot eene Ka- mer voor de Diakenen : de bovenfte is de Con~ fiflorie of Kerkenraads - Kamer , alwaar de Predikanten en Ouderlingen byeenkomen. Op deeze Kamer, wordt een gefchilderd af- beeldfel van den vermaarden Hervormer, Martinus Lutherus,bewaard,welk men zegt, een egt ftuk te zyn. Men heeft 'er nog vier kleine ftukken, den zelfden Lu- therus, zyne Huisvrouw, Vader en Moe- der verbeeldende. Boven de Confiftorie, is eene Kamer, alwaar eenige boeken geplaatft zyn, die, voormaals, ten dienfte van jon- ge Studenten, plagten te ftrekken. Men bewaart hier ook een houten model, welk, met veel reden, gehouden wordt voor eene afbeelding van 't voorige Kerkhuis, het ge- wezen Pakhuis de Pot, en drie daaraan paa- iende Huizen of Pakhuizen, op het Spuij. Volgens dit model, fchynt het Kerkhuis een' Kap of Frontefpies op den gevel, en zynen ingang gehad te hebben op of omtrent de plaats, waar nu de weftelyke ingang op hec Spuij is. In de Kamer der Diakenen, han- gen twee Wapenborden van eenen Broe- der en Zufter, die beide, onlangs, aanzien- lyke fommen aan de Lutherfche Diaconie ge- maakt hebben. De Broeder, de Heer A- braHAm Cromhuysen, is, opdenzes- den Auguftus des jaars 1751, overleeden* Ónder zyn Wapenfchild, leeft men: De
|
|||||||||||||||||
|
Luthersche Oude Kerk.
|
|||||||||||||||||
|
LuTHER-
SCIIE |
|||||||||||||||||
|
Kerken,
|
Zy ftaat, aan de ooftzyde van den Sin-
|
||||||||||||||||
|
ving der JLJ. gel ■> °P den hoek van 't Spuij, en heeft
zelve. vier ingangen, een' op den Singel, twee op
't Spuij, en een' in de Handboogsflraat. De
eerfte fteen aan dit gebouw werdt gelegd,
^den veertienden Auguftus des jaars 1632;
'en 't was, voor 't einde des volgenden jaars,
in zo verre voltrokken, dat de Inwydings-
Predikatie, op den Kersdag des jaars 1633,
door den Predikant Caspanis Pfyffer, gedaan
werdt.
De Kerk is ruim, langwerpig vierkant van
gedaante , en rondsom van de' vereifchte lichten voorzien. De kap beftaat uit drie nevens eikanderen opgaande leijen daken. Van binnen zyn, ter wederzyde van 't ge- bouw, in de lengte; en in 't ooften,ofvan agteren, ook in de breedte, drie galeryen boven eikanderen gemaakt. De onderften ruften, binnenwaards, op agt en twintig hardfteenen Pilaaren van de Dorifche orde. Doch de middelften, en de derde in 't oos- ten , worden, zo wel als het middelfte dak, onderfteund door houten Jonifche kolom- men. De hoogfte galeryen ter wederzyde, die zeldzaam gebruikt worden , ruften op balken, die in den kap leggen. De Predik- ftoel ftaat, in 't weften, op eenen bekwaa- men afftand van den voorgevel, binnen een vierkant, welgefchikt Doophuis, in welks midden, de Avondmaals tafel ftaat. Men heeft dus, genoegzaam van alle de plaatfen in de Kerke, den Predikant in 't oog. Agter den Predikftoel is, in 't jaar 1692, een def- tig dubbel Orgel geplaatft, welks deuren, door den beroemden Philip Tideman, fraai befchilderd zyn (/). Het Orgel is, van bo- ven en van onderen, met welgemaakte beel- den , verfierd. Ter wederzyde van het zel- ve , ftaan de tien Geboden en het Geloof, op twee groote tafereelen, gefchreeven. On- der het Orgel, is een bank voor de doope- lingen en derzelver getuigen. Terregterzy- de van den Predikftoel, is de bank voor de Predikanten: en langs de zuidzyde van het Doophuis, zyn 'er twee voor de dienende Ouderlingen en Diakenen. Regt tegen over deezen, ftaan twee diergelyken: in de ag- terfte van welken, de uitheemfche Minis- ters, die der Lutherfche Leere toegedaan zyn, en zig hier bevinden, plaats neemen. Ook heeft men aldaar wel Heeren van de Regeeringe geplaatft; gelyk de voorfte dee- zer twee banken, fomtyds, aan Vrouwen van zeer hoogen rang ingeruimd ge weeft is. Beneden, onder de galery, en tegen de wan- (/; zit Houbkaiven SehiMeibocit III. Diti, ki. 3««,
|
|||||||||||||||||
|
III.Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN. ï%$
De dankbre Godvrucht, die, in Luthers Tem." des gemelden jaars 1659, de eerfle Predika- Luther-
pekhoor, tie gedaan werdt, door den Predikant Pau- «CHE
Cromhu'isens milde gunfl haar Armoe zag lus Cordes. Twee jaaren laater, verzogt de Kerken?
belonken, Kerkenraad om plaats tot eene Kerk in de
Heeft hier zyn Wapenfchlld de onfierflykheid Konynenflraat , die hun vergund werdt,
gefchonken; rnids zy het Pakhuis de Kroon wederom af- En fielt Hem'( nagefiagt, verheugd, ten heil- flonden (w). Omtrent deezen tyd, werdt,
baak voor■■ *Q den Kerkenraad, voorgeflaagen, of'tniec Wel zalig die, met hem, getrouw aan''s Hei- geraaden ware, in de Konynenftraat, eene
lands metten houten Loots op te ilaan, tot het doen der Hunfihat, Gods Kerk ten dienfle, op Hemel- Predikatien, tot dat men eene andere gele-
renten zetten. genheid, tot het bouwen eener Kerke, be- komen zou hebben. Doch deeze voorilag ,
Op het Wapenbord der Zufler, Vrouwe vondt geenen ingang. Men bleef dan pre- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ven.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
duwe van den Heer en Mr. Melchior ten Ho
Ve, Haer van Rhynouwe enz. die op den een endertigften Oclober des jaars 1763, over- ■feedt, ftaat: |
diken op de Brouwersgraft. Doch in 't jaar
1667, kogt de Gemeente eene veel bekwaa-
mer plaats dan deeze, digt aan 't noordeinde van den Singel: en hief werdt haar vergund, eene Kerk te bouwen, mids zy de plaats in |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de Konynenftraat, waar egter, zo ver my
weder mild be- gebleeken is, nog niet gepredikt was, we- derom verliefe (0). In 't volgende jaar, wer- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Godvreczende Armoe
fchonken. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tiet
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ug
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ten Hovens Weduw volgt haar Broeders den de grondflagen van 't nieuwe gebouw
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
loflyk fpoor:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
beheid, met drie duizend zes honderd en
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Haar gunfi klinkt Luthers Kerk, met dankbre vyftien uitgezogte zwaare mailen : en op
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den vierentwintigflen Oclober des jaars 1668,
aan het zelve, de vier eerile fteenen gelegd, door Nicolaas Struyck, Hendrik van Riet ,- Gerrit Hillebrands en Tbeodorus Dominicus, onder het opzigt der Bouwmeefteren Jacob van Riet, Dirk Dominicus, Daniel van Koe- fchot en David Hunthum (p). 't Gebouw was, voor 't einde des jaars 1671, in zo verre voltrokken, dat het, op den eerflen Kers- dag des gemelden jaars , door den Predi- kant Volkhar dus Vijjcher, met eene pkgtige Kerkrede, werdt ingewyd. Het kreeg, fe- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
galmen, door,
Zyfirooit, door 't heilgeloof, roept elk, deez' liefdevonken.
De naneef eer", met ons, die overmilde vrouw: Die deugd by wapens voegde, en by de Gods- vrugt trouw.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
By de Kerke, ftaan drie huizen der Gemeen*
te, die door Predikanten bewoond worden, meerder ruimte voor de Kerke te maa- ien , hebben de Ouderlingen, met bewilli- ging van Burgemeefteren, in 't jaar 1754, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
twee huizen, die toen flonden op de brug dert, den naam van
van 't gewezen verlaat, het Boerenverdriet} |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
weggebroken, en den Nieuwe-zyds-Agter-
burgwal, van de Kerke af, tot aan de kor- te Heifteeg , op gemeene koften van de Kerke en van de eigenaars der huizen, op m_^m
|
LUTHERSCHE NlEÜWEKERK.
Zy ftaat, even als de Lutherfche Oude Befchry-
Kerk, aan de ooflzyde van den Sin- vi?§ der" |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
d" gedeelte van den Agterburgwal ftaande, gel; doch digt aan t noordeinde, mtf verre
zeer veel doen verbreeden van de Nieuwe Haarlemmer fluis. 't Ge- De Kerk, van welke wy fpreeken, was bouw deezer Kerke, een van de fraaiften
nog naauwlyks vyf en twintig jaaren vol- der Stad, is naar de fchetfe van den Bouw- bouwd geweeft, toen zy te klein bevonden kundige Dorsman gemaakt, en gelykt, m werdt voor de fterk aanwaffendeGemeente, gedaante, naar de ronde Kerk teitome. ue Men verzogt dan verlof van de Regeeringe, muur is, van het fondament ops tot tot het bouwen eener tweede Kerke. En aan de ftraat, veertien, en.verydgeMCM Burgemeefteren en Raaden verleenden dit aandeLyft, tien voeten ^*k'^g Verlof, voor het einde des iaars i6so(V) Ter- ronde kapvan't voorgebouw der Kerke, uit wyl men naarbel^SÄffier^ welken ee" ^t" ^°^^4 Wfar*
Waag, bediende meTzifvaf een Pakhuis, oP eene Zwaan,het zinnebeeld vanLuther, fc Kroon genaamd, aan de zuidzvde van de tot een windwyzer ftaat, is van buiten be |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5?
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«ouwersgraft, tuffchen de Keïze^enPrin-
"graften, alwaar, op den eerften Kersdag |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dekt
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
() Gioot-Memor. N. V. . 7z verf».
(o) Gioot-Memor. N. V. . 198 verf». (p) zie A. Faauw Ewïop. Littketdoiu hl..
Aa 3
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
im) Refol.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vioedfch. L*. B. s,,7 o«, isjy. . «4, «8.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Slft
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
ontvangt het daglicht, niet alleen door twee Lirrfl**
ryen glasraamen boven eikanderen , maar s£^u$.~ ook door den Lantaarn, die in 't midden van den ronden koepel ftaat, en onder welken, een zwaare koperen Kerkkroon hangt, met drie ringen armblakers. Rondsom deeze kroon , hangen drie kleineren, met twee ringen armblakers, en op en onder de ga- leryen-, nog vierentwintig anderen, die maar een' ring armblakers hebben. De wanden der Kerke beneden zyn, rondsom, met fraai- je houten Lambrifeeringen bekleed. Aan de zelve, is eene ruime Kerkenkamer, alwaar de Kerkmeefters der beide Kerken byeen komen, 't Model van 't Orgel deezer Ker- ke wordt, in dit vertrek , zorgvuldiglyk, bewaard, 't Gantfche gebouw is, van den grond af tot in den Lantaarn, die op den, koepel ftaat, een honderd twee en zeitig voet en agt duim hoog. Terwyl men met het bouwen der Nieuwe Kerke voortging, verzogt de Lutherfche Gemeente, in 't jaar 1669, in dezelve te mogen begraaven. Doch dit verzoek werdt toen van de hand gewee- zen (q). 't Liep aan tot in het jaar 1674, eer zy verlof kreeg, om in beide de Kerken te mogen begraaven, mids van ieder Lyk zo veel aan de Thefaurie der Stad betaald wierdt, als van andere Kerk - Lyken plagt betaald te worden, en dat de Gravenmaa- kers, door Burgemeefteren , wierden aan- gefteld (r); gelyk, federt, gefchied is. Vee- Ie graven,in beide de Kerken, zyn, van tyd tot tyd, door Kerkmeefteren, verkogt. Doch een genoegzaam getal derzelven behoort nog aan de Kerken, en dient, om verhuurd te worden. Inde Nieuwe Kerke, is een Grafkelder van den Ruflifchen Refident Christoffel van Brantz, en een dubbel graf van 't geflagt van V1 s s c h e R. Aanmerkelyk is 't , ondertuflchen , dat twee zulke aanzienlyke Kerken, binnen den tyd van veertig jaaren, genoegzaam eenig- lyk uit vrywillige giften geftigt geworden zyn: hebbende de Gemeente zig, ter gele- genheid van het bouwen der Nieuwe Kerke, alleenlyk belaft met vyftig duizend guldens, die van twee honderd perfoonen, welken ieder twee honderd en vyftig guldens op- bragten, by wege van Lyfrente met Tonti' ne, den vyftienden Maart des jaars 1671» tegen vier ten honderd, opgenomen werden: en zynde de jaarlykfche lntreft, onder de leevende geldfchieters, verdeeld, tot dat de laatfte, op den drie en twintigften Novem- ber des jaars 1755, overleeden, en de Ge- meente , eindelyk, van deezen Iaft onthee- ven
lq) Refol. Vroedfch. L'. F. 28 Jan. n J«l3 '««»/'
137, *°3- y (r) Refol. Vroedfch, L', K. « ^ipril i«7+. / 1«»
|
||||||
|
ï86 A M S T E R
dekt met rood koperen plaaten , die, met
verlof van Koning Karel den XI., tolvry uit Zweeden herwaards gevoerd zyn; en ruft op vier paar ronde gekoppelde, en zes halfron- de fteenen zuilen van den Dorifche orde, die op vierkante voetftukken geveftigd zyn. Het rond gebouw, waarvan wy fpreeken, wordt voorts, van agteren, omvangen van een half rond gebouw, welk van binnen met het zelve vereenigd, en welks plat, van bo- ven, ook met koperen plaaten gedekt is. Op dit plat, is een grootelopden regenbak, die altoos rykelyk voorzien is van water, op dat men 'er zig, by ongeval van brand, van zou können bedienen. De Kerk heeft vier deftige ingangen, een' op den Singel, een' in de Jeroenenfteeg, een' nog meer ooft- waards naar den Nieuwe-zyds-Agterburgwal, en een' in de Osjes-Poorts-fteeg. Binnen in de Kerke, en byzonderlyk in het half ronde gebouw, zyn twee zeer ruime Galeryen, bo- ven eikanderen , naar welken men , langs eenen grooten wenteltrap zonder fpil , die altoos voor een meefterftuk der Bouwkun- de gehouden is, opklimt. Op de beneden- fte Galery, zyn zeventien ryen zitbanken, van welken de vyf eerften afgeflooten zyn: de twaalf overigen, en veertien ryen op de tweede Galerye zyn allen open plaatfen. Doch op de tweede Galerye, is een afge- fchooten plaats voor de Weeskinderen. De Predikftoel, die met konftig fnywerk, ver- beeldende de voornaamfte Evangelifche ge- fchiedeniffen, verlierd is, ftaat in het voor- fle of ronde gebouw. De opgang naar den zelven, uit het geftoelte van den Predikant, gefchiedt langs een' trap, die in den muur verborgen is. Boven den Predikftoel is, in 't jaar 1719, een deftiS dubbel 0rSeI ge'
plaatft. Het is, met fraai gefchilderde deu- ren , en wel gemaakt beeldwerk, verfierd. Boven , zit David op de harp fpeelende, tuflchen twee bazuinende Engelen, die elk eene Zwaan by zig hebben. Laager zitten twee wigtjes met fpeeltuigen, ter wederzy- de eener ftaande harpe. Heel boven aan, zyn de wapens geplaatft der vyf Kerkmees- teren, onder welker opzigt, het orgel ge- maakt werdt , Härmen Bufflnßhut , Simon Burg, Gerard de Jong, Jacob Oortman en Jntboni Gril. Het Doophuis is ter regter- zyde van den Predikftoel, beneden tegen den muur. De voornaamfte gefto alten zyn, in het zelve, op gelyke wyze, verdeeld, als in de Lutherfche Oude Kerke. Ook wor- de de beflooten banken, beneden, en op den eerfte Galerye, even als in de gemelde Kerke, verkogt en onderhouden. Het ruim der Kerke wordt, met agthonderd een en zeventig vrouwen iloelen, bezet. De Kerk |
||||||
|
^^ Qyet e£%
|
|||||
|
'■<rtoetin?èe LUTHER3CHÜ NIEUWE KERKE1?'""1'^^
|
|||||
|
Hl. Boek. Overige PROTESTANTSCHS en andere KERKEN. 187
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WHF.R.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
uit de Predikanten en dienende Ouderlingen Luther-
beftaande , vergadert , op den eerften en sche derden Woensdag in elke maand, des na- Kkucek- demiddags ten drie uuren, in de OudeKer- of se" ke. By buitengewoone gelegenheden, wor- f°£nly" den de afgegaane Ouderlingen, Oud-üudfien kenraa'd genaamd, ook tot deeze Vergadering verT zogt. Men handelt, in dezelve, aHeenïyk over zaaken, die de Leer en Godsdienftoe- fening aangaan. En na 't eindigen deezer Byeenkomfte, blyven de Ouderlingen afzon- derlyk vergaderd, om zaaken, de Kerkely- ke goederen , aan hun bewind toevertrouwd, betreffende, af te doen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ven geworden is. Het Weeshuis en't Ko-
nynen-Hofje zyn, weinige jaaren na de Nieu- we Kerke , gebouwd , insgelyks, uit vry- willige giften. De Lutherfche Gemeente, ook genaamd
de Gemeente, toegedaan de onveranderde Augsburgfche Confeffie, of Geloofsbelydenis- fe, wordt, tegenwoordig, hier ter Stede, bediend door zes Predikanten, een van wel- ken in 't Hoogduitfch predikt; tien Ouder- lingen, en twaalf Diakenen. De Predikanten worden benoemd en ver-
kooren door den grooten Kerkenraad, be- staande uit de Predikanten en de dienende en gediend hebbende Ouderlingen en Dia- kenen. De Kerkenraad verzoekt geene hand- °pening van Burgemeefteren, tot het ver- kiezen van eenen Predikant; doch geeft, nogtans, van een gedaan beroep kennis aan hunne Edele Groot-Agtbaarheden. Ook vind ik, enkele reizert, aangetekend, in de Re- gißcrs der Stad, dat het beroep van eenen Lutherfchen Predikant, door Burgemeefte- ren , goedgekeurd is (j). De Ouderlingen en Diakenen dienen twee
jaaren, gaande jaarlyks, op den eerften Zon- dag in May, de helft van hun getal af. Ten zelfden tyde , wordt dit getal, door den grooten Kerkenraad, wederom volgemaakt, tilt twee dubbele getalen , genoemd, het eene door den gewoonen Kerkenraad, of het Confifiorie, beftäande uit de Predikanten en benende Ouderlingen, waaruit de nieuwe Ouderlingen verkooren worden: het andere, «oor het Collegie van Diakenen, waaruit de plaatfen der afgaande Diakenen worden ver- vuld. De Ouderlingen, die voor 't eerft aan- komen, moeten uit Diakenen, welken twee maaien, in die hoedanigheid, gediend heb- ben, verkooren worden. Beide de Ouder- lingen en Diakenen, den dienft hebbende aangenomen, worden, door oplegginge der handen, inden zelven beveiligd. Te ge- 'yk, worden de afgaande Leden verzogt, °e dienende Collegien,in allegewigtigezaa- ien, waartoe eene groote Vergadering be- r°epen moet worden, met hunnen goeden raad, te willen byftaan. jr e Sr°ote Kerkenraad of groote Kerkehke |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
»e.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
h der
At- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De groote en gewoonlyke Kerkenraad,
|
Secreta-
ris. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en de afzonderlyke Byeenkomft der Ouder-
lingen wordt bygewoond door eenen Secre- taris, die eene vafte wedde trekt, en een Regifter houdt van de verrigtingen en be- fluiten dier Vergaderingen. 't Collegie van Diakenen vergadert op dan
läatften Saturdag van elke maand, des mqr- gens, om uitdeeüngen te doen, en 't gene verder tot deszelfs bewind behoort te rege- len. Eens 'sjaars,in 't begin van January, doen de Diakenen eene algemeene colleéte, aan de huizen der Ledemaaten, door de gaht- fche Stad, die, ten dien einde, in vier wy- ken, verdeeld is. Ook doen zy, eens 'sjaars in dennazomer, eene algemeene huisbezoe- king, by de behoeftige Ledemaaten. By eene Keure van den agtentwintigften Janua- ry des jaars 1763, is bevolen, de boedels van zulken, welker kinderen, door de Luther- fche Diaconie, worden onderfteund; terftond, en eer dezelven verminderd worden, aan Diakenen aan te geeven (£). In de Vergaderingen, van welken wy.tot
hier toe gefproken hebben, en in anderen, die aan dezelven ondergefchikt zyn, worden alle zaaken behandeld naar zekere Kerke!yke Ordonnantien en byzondere Reglementen, van tyd tot tyd, desaangaande gemaakt, en door ieder Lid, by 't aanvaarden van zynen eerften dienft , ondertekend. Doch over zaaken van gewigt, gelyk zyn het beleggen en opneemen van penningen; het koopen of verkoopen van huizen of andere vaftig- heden; het hertimmeren van huizen of ker- ken , wanneer het meerder ftaat te beloo- pen, dan by de Reglementen voor elk Col- legie bepaald is; het aanftellen of afdanken van Suppooften, en al wat meer het vermo- gen , aan de Collegien gegeven, te boven gaat, moet ieder Collegie zyne afgegaane Leden befchryven, en derzelver raadinnee-. men, om, vervolgens, met meerderheid van ftemmen, te befluken. De
(,) Keutb. V. f. é.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
SS-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
?ev,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
et.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*5^riar f*
|
derm£ beftaat, gemeenlyk , uit om-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tL- )-, "?§entig Leden, en wordt', behalve
E J Roemen en verkiezen van Predi- Kanten, Ouderlingen en Diakenen > ook over |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
andere zaaken van
|
groot gewigt , byeen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
g
|
* t7 ï K ^^ eenige Bedienden
er Kerke, door deeze Vereäerini*. aan- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en afgefteld._
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
torjê
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gewoonlyke Kerkenraad of 't Conßfiorie,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vim. den Oud-Raad
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van Bürgern. L*. C. 30
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
té
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
" '?0i. . 1$ verf»,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i88
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Collegien, welken aan die der Ouder- over de zaaken der Lutherfche Gemeente te rem^'
lingen of Diakenen ondergefchikt zyn, zyn Groede in 't Land van Kadzand , welke, stb* die van Kerkmeefleren, CommhTariffenvan voor't grootfte gedeelte, uit geweeken Saltz- ^K# het Fonds, Direcleurs van 't Hamburger- burgers, die zig, aldaar, in 't jaar 1733» Choor, Regenten van Brantzen-Rus-Hofje, hadden nedergezet, plagt te beftaan, zyn Commiffariffen over de Gemeente in 't Land drie in getal, een Predikant en twee Onder- van Kadzand, en Commifiäriflen tot de zaaken lingen. De CommifTariffen over de zaaken der Gemeenten in Ooflindie, Suriname en der Gemeenten in Oofhindie zyn, insgelyks, Berbice; welke Collegien aan Ouderlin- drie in getal,een Predikant en tweeOuder- gen onderhoorig zyn; en die van Regenten lingen. Die over de zaaken van Suriname van 't Weeshuis, Regenten van 'tKonynen- en Berbice zyn twee in getal, een Predikant Hofje, en Regenten van het Zwaardveegers- en een Ouderling. Hofje in de Tuinftraat, welken allen drie |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
LOTHER-
SCHË Kerken.
Onderge- fchikte Colle- gien. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan Diakenen ondergefchikt zyn.
|
II.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Kerkmeefiers, die vier in getal zyn,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
worden, door de Ouderlingen en Oud-Oud-
|
REMONSTRANTEN-KERK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ften, uit de hunnen, voor hun leeven, ver-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kooren. Het onderhoud der twee Kerkge-
|
eREMONsTKANTEN hadden, voor 3e$%
|
iß
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bouwen is hun aanvertrouwd. Ook wordt
|
en na dat hunne Leer, in de vermaarde vingl0^-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de prysder verkogte en verhuurde graven, bmode van Dordrecht van de jaaren 1618 en *^n<
en 't gene van debeflooten zitbanken in de 1619, veroordeeld geworden was, hier ter teJi- Kerken komt aan hun verantwoord. Zy Stede, heimelyke Vergaderingen gehouden, K***' houden hunne Vergaderingen, den eerften in verfcheiden' byzondere huizen; doch 't Maandag van elke maand, in de Nieuwe liep aan, tot inden Zomer des jaars 1030, Kerke, en doen jaarlyks rekening aan het eer zy ondernamen, een huis en eene gewe- Collegie van Ouderlingen. zen Hoedenmaakery, aan de weftzyde der De CèmmiJJariJJen van het Fonds, zynde Keizersgraft, bezuiden de Prinfenftraat, wel-
een Predikant en twee Ouderlingen,die,in ken zy, eenigen tyd te vooren,op de naa- eene groote Confifioriaak Vergadering, voor men van Anthony de Lange en Dr. Joan Har- hun leeven, verkooren worden , hebben 't togsveld, tot het houden hunner GodsdienfH- bewind over de middelen, gefchikt tot on- ge byeenkomften, gekogt hadden, tot eene derfteuning van Lutherfche Predikanten bin- Kerk te vertimmeren ; in welke, op den nen deeze Landen, die , doer hunne Ge- agtften September des gemelden jaars, de meenten, van geene genoegzaame wedde eerfte Predikatie gedaan werdt, door Simon können worden voorzien; en van derzelver Episcopius (v). Weduwen. Ook können 'er jonge Studen- De Remonflranten-Kerk is een net en lug-
ten uit onderfteund worden. Jaarlyks, op tig gebouw, met twee deftige ingangen op den vyfentwintigften Juny, of den eerften de Keizersgraft: behalven eenen kleinen in- Zondag daarna, wanneer men eenen aan- gang, in 't zuidweften, die , genoegzaam vang maakt, met het prediken over de Augs- eeniglyk , door de Opzienders, gebruikt burgfche Geloofsbelydenis, gefchiedt 'er, in wordt. De Kerk is eenigszins langwerpig beide de Kerken, aan alle de deuren, in by- vierkant. De Predikftoel, boven welken, zondere koperen bekkens, door de Ouderlin- een fraai Orgel gefield is, ftaat in 't zuiden, gen en twee der drie CommifTarifTen, eene Langs de drie andere zyden der Kerke, zyn afzonderlyke collecte ten behoeve van dit twee galeryen, boven elkanderen getimmerd, Fonds, van welks befliering, jaarlyks, aan die elk op twaalf houten kolommen ruften- het Collegie van Ouderlingen verantwoor- In 't midden der Kerke, en onder de bene- ding gedaan wordt, na dat de jaarlykfche denfte galery, hangen zeven koperen Kaars- uitdeeling uit het zelve, door Commiffaris- kroonen. Langs de wanden , ftaan nette fen, nevens denPrefident en den volgenden gefloelten, en onder anderen, een, in't oos- Prefident der Ouderlingen, geregeld gewor- ten, öfter regter zyde van den Predikftoel» den is. alwaar Magiftraats- en andere aanzienlyke Van de Regenten van't Weeshuis, van 't Perfoonen plaats neemen. Beneden aan&e
Brantzen-Rus-Hofje en van de twee andere Kerke, ten noorden, is een vertrek getim" Hofjes, zullen wy, beneden,in debefchry- merd, alwaar de Kweekfchool der Rem°n- vinge dier Gefügten, nader handelen. Van ftrantfche Broederfchap gehouden wordt. Op de Directeurs of CommhTarifTen van 't Ham- de eerfte galery in 't noordooften, is de in- burger Choor hebben wy, hier voor, in de gang naar de Kerkenkamer, een bekwaam befchvyving der Gereformeerde Oude Ker- vertrek, welk, met de gefchilderde afbeeld-, ke («)-, reeds gewaagd. De CommuTarifTen fe's |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(»; III. Deel, II. M>ek.,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(v) Zie II. Deel, XIV. Bael^, bl. JI4.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tl. 9S.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
UI.Boek.- Overige PROTE3TANTSCHE en andere KERKEN. igp
|
||||||||||||||||
|
fels van de Profefforen Jacobus Arminias,
Simon Episcopius, en Philippus van Lim- boreh; van den Predikant Johannes Uyten- bogaart, en van den Ontvanger Johan Uy- tenbogaart veriierd is. Op de tweede gale- rYe > ontmoet men den ingang naar de Bi- bliotheek of het Boekvertrek der Kerke, die van een tamelyk getal van de nuttigde Boe- ken , ten gebruike der Studenten en anderen, voorzien is, en, van tyd tot tyd, toeneemt. Twee Bibliothecarii, die uit de Leden van den grootenKerkenraad verkooren worden, heb- ben 'er het opzigt over. Langs de Keizers- ëraft, is de Kerk der Remonftranten bezet jüet deftige huizen , vyf van welken der Kerke toebehooren. Een der Profefforen woont, gemeenlyk, in een deezer huizen. , De Remonftrantfche Gemeente wordt ge-
wend , door drie Predikanten en tien Opzien- ders. Doch het getal deezer laatften is, fe- dert eenen geruimen tyd, zeldzaam vol ge- weeft., en heeft, gemeenlyk, uit niet meer dan agt Perfoonen, beftaan. De Predikan- ten en dienende Opzienders maaken den gewoonlyken Kerkenraad uit, die, op geenen Vaftgeftelden tyd; doch alleenlyk, wanneer de voorvallende zaaken zulks vereifchen, op aanzegging van wege den Praefes der Predi- kanten en den Praefes der Opzienderen, ver- gadert. Doch de groot e Kerkenraad, uit de Pre- dikanten en de dienende en gediend hebbende Opzienders beftaande, vergadert, gewoonlyk, viermaal 's jaars, vier weeken omtrent voor de °nderhoudinge van 't Avondmaal: en eens te- gen May, om de Rekening van den Boekhou- der ,die, door den grooten Kerkenraad, uit de Opzienders,gekooren wordt, op teneemen en goed te keuren: voorts, buitengewoonlyk, om Predikanten te kiezen, en by andere buitenge- jvoone gewigtige gelegenheden: ook om de Kerkelyke bedieningen van Kofter, Voor- lezer , Organift enz. te begeeven. In beide deeze Kerkelyke Vergaderingen, zit een der "edikanten voor: een ander is Scriba, voor- naamlyk, om brieven te ftellen en te teke- nen. Wyders, zyn 'er twee Scribas uit de ypzienders, een van welken de notulen (lelt, v g^meenlyk door hem zei ven, of fomtyds worden 4en anderen' in 'C net' Seboékt
woraen. Tot alle Commiffien naar buiten, woiden een of twee Predikanten, een' die-
nenden en een' oud Opziender afgezonden, ■uoch naar de Societeits-Vergadering,wan- eer zy, te Rotterdam, gehouden wordt, gaan altoos twee Predikanten, en vyf die- nende en oude Opzienders hoSu,Avondmaal*<**,"doorgaands, ge- Tunv ï,0p de eerfle Zondagen, in Maart, inval WPteml?er !?^cen»ber,ten ware het Ü STU? Pmkfterda§ in Juny gele- |
||||||||||||||||
|
genheid gave dat het dan eenen Zondag ver-
fehikt werdt. Tweemaal 's jaars, voor den tyd van 't Avondmaal in Maart en in Sep- tember, doen de Predikanten, elk van eenen Opziender verzeld, huisbezoeking by de Le- demaaten der Kerke. De nieuwe Ledemaa- ten, door de Predikanten aangenomen zynde, worden, in de vier gewoonlykeByeenkom- ften van den grooten Kerkenraad, aan den zel- ven aangegeven, 's Woensdags 's avonds voor 't houden van 't Avondmaal, gefchiedt 'er eene Belydenis - Predikatie, in de Ker- ke , in de plaats van welke, tot voor wei- nige jaaren, des Vrydags, eene Redevoe- ring op de Kerkenkamer plagt gedaan te worden. Des Saturdags 's avonds daarna, ge- fchiedt 'er eene Predikatie, tot Voorbereiding yoor 't Avondmaal, 't Getal der afgaande Opzienderen wordt, jaarlyks tegen May, door den gewoonlyken Kerkenraad , vervuld. De Predikanten, door den grooten Ker-
kenraad beroepen zynde, moeten, vooraf, zo wel hier als in de andere Kerken der Re- monftrantfche Sociëteit of Broederfchap , door het Collegie van Dirctlie, gelyk het ge- noemd wordt, worden goedgekeurd. Dit Collegie beftaat uit tien 'Kerken, van Am- fterdam, Rotterdam, 's Graavenhaage, U- trecht, Gouda, Leiden, Hoorn, Alkmaar, Delft en Haarlem; benevens twee Dire&eu- ren, die, jaarlyks, op de Societeits-Verga- dering , welke, beurtswyze, te Amfterdam, midden in de Kerke, en te Rotterdam, ge- houden wordt, verkooren of gecontinueerd worden, en de overige Kerken reprefentee- ren. Doch dit Collegie komt, doorgaands, niet byeen, om een beroep goed te keuren. De Kerk, die een beroep gedaan heeft, ver- zoekt 'er goedkeuring op, by twéé brieven, een' aan de Kerk van Amfterdam; die,van daar, aan de Kerk van Utrecht, en voorts, aan die van Hoorn, Alkmaar, Haarlem en den naaftgezeten Directeur, voortgezonden wordt; en een' aan de Kerk van Rotterdam, die, van daar, aan die van 's Graavenhaage; voorts, aan die van Gouda, Leiden, Delft en den anderen naaftgezeten Directeur wordt voortgefchikt. De brieven, van de gantfche Direfitie getekend zynde,worden gezonden aan den Curator der vacante Plaat/en, zynde een' der Predikanten, insgelyks, jaarlyks, op de Societeits-Vergadering, gekooren of gecontinueerd, dieze te rug zendt aan de Ker- ke , daar 't beroep gefchied is. Een beroe- pen Predikant of Proponent moet, by twee fchriftelyke Aften, betuigen, dat hy 't be- roep , onder behoorlyke goedkeuring, aan- genomen heeft. En een beroepen Predikant, in 't byzonder, is verpligt, by dezelfde fchrif' telyke Acten, te verklaaren, dat hy 't be- Bb roep,
|
||||||||||||||||
|
Rei.:on-
stran- T£X-
I\ERK. |
||||||||||||||||
|
Wyze
van 't be- roepen der Pre- dikanten. Collegie
van
Direüie.
|
||||||||||||||||
|
fc?
|
||||||||||||||||
|
III. Beeu
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ipo
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, reu051'
keneii, voor 't vervullen der nooden van be- .TKAs. hoeftige Ledemaaten. Zy houden hunne ge" tes'
woonlyke Vergadering, eens om de veer-KsKi" tien dagen, des Donderdags ten drie uuren na den middag, in de Kcrkenkamer, alwaar, ten zejfden tyde, de uitdeelingen aan de behoeftigen gefchieden. Doch zy worden ook, buitengewoonlyk, alleen door den Prae- fes, byeengeroepen. En over zaaken vaß geldmiddelen worden, behalve de dienende» ook de afgegaane Opzienders vergaderd. De Remonftrantfche Gemeente heeft, hier tel Stede, geen Wees-, noch Oude-Vrouwen" of Mannen-Huis. De behoeftigen Weezefl en anderen worden door de Opzienders he- fteed. Wanneer 't getal der Opzienderen agt is, gelyk tegenwoordig, zyn de twee oudften der aangebleevenen, ieder agt wee- ken, en de zes overigen, ieder zes weeken, Praefes. Voorts, hebben de dienende Op- zienders een gedeelte van het werk onder zig verdeeld. Wanneer hun getal tien is, zyn twee van hun Bouwmeefters; twee an- deren hebben 't bewind over de Obligatiefl en Rentebrieven der Kerke, nog twee doen onderzoek op de nooden der behoeftige Le- demaaten : twee anderen koopen de ftoffen tot kleedinge; de eetwaaren en andere nood- wendigheden, ten dienfte der behoeftigen: en de overigen twee zyn Scriba's. Doch nu 'er maar agt zyn, neemen een of twee der- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
roep, op hem uitgebragt, aan den Kerken-
raad zyner Gemeente bekend gemaakt heeft. Van welke Aften, één, in eiken beroep- brief, verzonden wordt. Zo 't beroep, niet langer dan twee maanden voor 't houden der Societeits - Vergaderinge, gefchied is, worden 'er geene brieven afgevaardigd, en het moet dan , ter goedkeuringe , op die Vergaderinge, gebragt worden. Indien ee- nig Lid van de Direftie zwaarigheid maakt in de goedkeuring van een beroep, wordt daarvan aan den Curator der vacante Plaat- fen, en door deezen, aan de Kerk, die 't beroep gedaan heeft, kennis gegeven. En deeze Kerk fchryft, of doet eene bezending aan het Lid, welk zwaarigheid maakt, of kan ook het Collegie van Direftie, op haare koften, byeen roepen. Doch of dit laatfte, in dit, of in eenig ander geval van gewigt, noodig zy, ftaat aan het oordeel d;?r Kerken van Amfterdam en Rotterdam. Men mag geene Predikanten beroepen, dan die reeds in de Sociëteit in dienft, of, door de Cura- toren van de Kweekfchoole, verkiesbaar verklaard zyn. De Curator der vacante Plaat/en draagt
ook zorg, dat eene Kerk, welker Predikant overleeden is, of door ziekte of eenig ander toeval, belet wordt, zynen dienft waar te neemen, niet onbediend blyve. Hy fchikt 'er eenen Proponent naar toe, die verpligt |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
REMON-
STRAN- TEN - Kerk.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Curator
der vacante
Pkatftn. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
is, zig aan zyne aanfchryving te onderwer- zelven verfcheiden' van de gemelde byzonde-
pen. Of zo 't aan Proponenten ontbreekt, re poften waar. Een der dienende of gediend verzoekt hy 'er eenen der Predikanten van hebbende Opzienders is Boekhouder. De Col- de Claffis toe, waar onder de Kerk, die den leften onder de preeke,die tweemaal, desZon- vereifchten dienft mift, behoort, zynde de dags en op deFeeftdagen, voor- en nadenmid- gantfche Sociëteit in vyf Claffen verdeeld, dag, en in de weeke, des Woensdags, behal- Alle de Predikanten, zulken, die dertig jaa- ven omtrent de Avondmaalstyden, gefchiedc, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
worden, door alle de Opzienders, by beurten,
waargenomen. Toen 'er tien Opzienders wa- ren , plagten de twee oudften van collefteeren vry te zyn: 't welk nu geene plaats meer heeft. Volgens de Reglementen der Gemeente, kafl niemant onderftand van dezelve genieten, dan die, hier ter Stede, twee jaaren; of, zo hy van buiten gekomen is, drie jaaren, als |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren in dienft geweeft zyn, alleenlyk uitge-
zonderd , zyn verpligt, op laft van den Cu- rator , eens, in eene vacante Plaats, op de No- minatie , te prediken. En alle deeze fchikkin- gen hebben zo wel hier ter Stede plaats, als in de overige Remonftrantfche Gemeenten. De Opzienders neemen, in deeze Gemeen- te , niet alleen het werk van Diakenen, maar |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Opzien-
ders. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ook dat van Ouderlingen en Kerkmeefteren Lidmaat gewoond heeft. De afgegaane Op
waar. Zy zyn verpligt, agt te geeven op de zienders zyn wederom verkieslyk, na dat zy Leere en op het gedrag der Predikanten en twee jaaren buiten dienft geweeft zvn. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Naardien de Sociëteit derRemonftrantetf^f
de Stad Amfterdam verkooren heeft, tot de prf vafte plaats van haar Seminarium of Kweek- ß0^ fchool, daar de jeugd, tot de waarneeming ^ , van den Predikdienft, bekwaam gemaakt *ai#, wordt, zal 't niet onnut zyn, hier, eene kor- $xo^ te befchryving van de gefteldheid deezer-fÄ |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der Ledemaaten. De zorg voor 't onderhoud
van 't Kerkgebouw, en van de andere hui- zen der Gemeente is hun, insgelyks, aan- bevolen ; fchoon zy, volgens de Reglemen- ten , op het beftier der Kerke gemaakt, niet boven de honderd guldens aan een derzelven befteeden mogen , buiten bewilliging van den grooten Kerkenraad. Zy hebben, zon- der dat 'er den Predikanten befluitende Stem in toegelaaten wordt, 't geheel bewind over |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kweekfchoole te laaten volgen.
De Remonftranten, in 't eerft, het on-
|
, pro1'
re* |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
derwys hunner Studenten, aan deezen en ge
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de goederen der Kerke, en zorgen, als Dia- nen bekwaamen Predikant onder hen, heb-
ben- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HL Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
191
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*>
>■ ^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bende toevertrouwd; vonden, in 't jaar 1634,
geraaden, hier ter Stede,een Seminanumoï Kweekfchool te ftigten, alwaar Simon Epis- copius de eerfte Profeflbr in de Godgeleerd- heid geweeft is. De Noordhollandfche Si- node deedt, federt , eenige poogingen, om deeze Kweekfchool te doen weeren; doch Burgemeefteren vonden niet geraaden, te onderzoeken, wat iemant, in zyn byzon- der huis, deedt, en hielden zig te vrede, wanneer het onderwys, by de Remonftran- ten > niet openbaarlyk, gegeven werdt (to). "et onderwys der Philofophie, in de Re- nionftrantfche Kweekfchoole, werdt, in 't Jaar 1684, voor 't eerft, aan eenen byzon- deren Profeflbr aanbevolen, en daartoe de vermaarde Joannes Clericus verkooren, die, naderhand, ook de Kerkelyke Hiflorie ge-, jeerd heeft. Tegenwoordig zyn 'er nog twee ProfefToren, JakobKrighou T,in de God- geleerdheid , en Abraham Arend van Der M e e r s c h , in de Philofophie en an- dere nuttige Weetenfchappen. Het opzigt over de Kweekfchoole ftaat aan
agt Curatoren, die, voor den tyd van vyf jaaren, door de Societeits-Vergadering, uit het gantfche lighaam der Predikanten, ge- kooren worden. Doorgaands , zyn 'er de twee oudfte Predikanten der Kerken van Amfterdam en Rotterdam onder; doch de Sociëteit is aan deezen niet bepaald. Na dat de vyf jaaren om zyn, gefchiedt 'er eene nieuwe verkiezing, die gemeenlyk op de- zelfde Perfoonen valt. De Kerken vanAm- fterdam en Rotterdam hebben regt, om elk twee, en de overige Kerken, tot hetColle- gie van Direcf ie behoorende, elk eenen haa- rer Opzienderen tot de Vergadering der Cu- ratoren af te vaardigen, om over het voor- komende te helpen raaden en befluiten. Al- te de Predikanten der Sociëteit mogen zelfs jn die Vergadering verfchyi^n; doch zy heb- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
verklaaren tot de Promotie. Doch die mag- Remos-
tiging wordt vereifcht, om dat de Propo- stR*k- nenten een jaarlykfch traftement genieten 11 van de Sociëteit, behalve dat hun de reis- koften, die zy, in't bedienen der Kerken maaken moeten, uit de Societeits -Kafie' of door de byzondere Kerken, worden goed- gedaan. De Curatoren vergaderen, twee- maal 's jaars, in 't voorjaar en in 't najaar, op de befchryving van den Profeflbr in de God- geleerdheid. De Studenten, moeten dan, voor de Curatoren, telkens, blyken hunner vorderingen geeven, behalve dat 'er ook, op hun gedrag, onderzoek gedaan wordt, oordeelende men een herhaald onderzoek dienftiger, dan een enkel, kort voor de Pro- motie. De Studenten oefenen zig, gemeenlyk, Oefenm-
twee jaaren, in de Philofophie, binnen wel- 6en der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ken.tyd^zy, ten minfte , vier korte La- S
|
ten.
|
en_
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tynfche Oratien moeten doen, tot oefening
van 't verftand en den ftyl, in 't ftellen van iet zaakelyks; en van 't geheugen, in 't zel- ve van buiten te leeren. Daar na, ftudeeren zy, gemeenlyk, drie jaaren, in de Theologie. Op de drie eerfte Vergaderingen der Curato- ren , moeten zy, telkens, eene korte Latyn- fche Verhandeling, door hen opgefteld, voor- leezen; en in den tyd, tuflchen de drie volgen- de Vergaderingen, twee door hen famenge* ftelde Propofitien of Predikatien uitfpreeken: na welken, en nog eene Proefpredikatie ge- daan te hebben, zy eerft Proponent können worden. En 't is by de Remonftranten te noodiger, dat 'er zo veel oefenings in't op- ftellen en uitfpreeken van Predikatien voor- ga , om dat hunne Proponenten, terftond, op Commiffie van den Curator der vacante Plaatfen, tot den Predikdienft gebruikt wor- den. De Oratien en Predikatien, van wel- ken wy fpreeken, gefchieden, in de Kerke, van den Predikftoel, en over dezelven wordt, terftond na dat zy gedaan zyn, in de Kamer, daar de dagelykfche LeiTen gegeven worden, door de Profeflbren, elk in zyne wetenfchap, met de Studenten, die toehoorders geweeft zyn, eenig gefprek gehouden. De Profes- foren in de Theologie en in de Philofophie zyn, in deeze hunne hoedanigheid, geene Leden van den Kerkenraad. Doch de eer- ften zyn 'er, doorgaands of altoos, en de anderen ook, nu en dan, toe verzogt. III.
DOOPSGEZINDEN-KERKEN.
De Doopsgezinden, die ook, naar Opkomfï
Menno Simonsz,Mennoniten ge- der unemdzyn, hebben, al kort na hunne op-gjy |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"*»
|
«n
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Cllr;
|
'er alleenlyk raadgeevende Hem.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fatoren oordeelen, of de jonge Luiden,
°le zig, in de Kweekfchoole, tot den dienft j Reinonflrantfche Kerken, bekwaam wil- lst- m^a'fen > genoeg geoefend zyn, in de aïstud en Griekfche taaIen' om aldaar>
ten 7enten' te können worden toegelaa- drag de/sfSten WydCrS' ag£'i°P hetge"
hunne vorderiS' 'Y'pTT^T ^ de Theologie § £v J de PhllofoPhie en f ppn. a c.j "y promoveeren, vervol- dat t' A f, ^denten tot Proponenten , na
den J' A '7°0raf' gemagtigd gewor- SsZT?' d0A0V-de ^^voorgfande Socie- indtn^T ?ng: iWelk altoosgefchiedt, * de Curatoren de Studenten bekwaam WJ Se«. Refol. van Bürgern, van ,«s juny .. .
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bb 2
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
komft,
|
'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IIJ. Deel.
|
|||||||||||
|
A M S TE R D A MS
|
|||||||||||
|
19?
|
|||||||||||
|
nende zelfs, in 't jaar 1572, met eenige pen- P0^
ningen naar hun vermogen, den Prinfe van EL^ Oranje (c), die, by eene Acte onder zyne hand, den vyfden May desgemelden jaars, te Dillenborch , getekend, en nog in wezen, twee perfoonen, tot het inzamelen deezer penningen, gemagtigd hadt, en 'er hun eene kwyffchelding van gaf, welke, totin't be- gin der voorgaandeeeuwe,bewaardgeweeft- is, door 'Jan Dominküs, Bierbefchooijer te Amfterdam (d), en nu beruft, in de Ge- meente der Vereenigde Vlaamfche en Wa- terlandfche Doopsgezinden , die haare Ver« gaderingen houdt, by 't Lam en by den Too- ren. 't Is zeer waarfchynlyk, dat de Vlaa- mingen en Waterlanders, of eene van bei- de deeze foorten van Doopsgezinden in Am- fterdam, deeze gifte, geheel of grooten- deels , gedaan zullen hebben: waarom wy. een affchrift der Kwytfcheldinge, hieragter, onder de Bylaagen (e), hebben geplaatft. De Vlaamfche en Waterlandfehe Doopsgezin- den fchynen, ten deezen tyde, Kerkelyke gemeenfehap gehouden te hebben. Immers, na dat, in 't jaar 1578, de Doopsgezinden, zo wel als andere Hervormden, hier ter Ste- de , waren wedergekeerd, en, met goede kenniffe , hunne Byeenkomften hielden , werdt 'er, in Maart des jaars 1581 i eene Vergadering belegd van twaalf Gemeenten der Doopsgezinden, uit Gend, Antwerpen* Amfterdam, Rotterdam, Purmerende, Sar- < dam, Jisp, Schermerhorn, Graft, de Rypv Weftzaanen en Wormer; en dus wel vart Vlaamfche en Waterlandfehe ; doch niet van Friefche Plaatfen, als met welker Ge- meenten, de Vlaamingen, in 't jaar 1567, gefcheurd waren. In deeze Amfterdamfche Byeenkomft, van welker /Ma ik eenaffchrifc in handen gehad heb, en die, van den vier- den tot den zevenden Maart, duurde , werdt eenige orde gefteld op het bedienen van Ge- meenten , die geene Leeraars hadden ; in fommigen van welken, Diakens tot Leer- aars werden aangefteld: en daar men geene bekwaame Leeraars vinden kon, werdt be- flooten, de H. Schriften, inde Gemeente, te laaten voorleezen. De Leeraars of Ver- maanden, gelykze genoemd worden,moes- ten , toen, door de Gemeenten, gekooren, en , met een vriendelyck omhel/en , tot den. dienft aangenomen worden. Voorts, werdt, op eene vraage van die van Rotterdam, of een Broeder 't Officie van Froedfchap wel zot* mogen bedienen, door de Vergadering., ja geantwoord, mids hy zig onthielde van tot bloed-
(c)- Zie II. Deel, IX. Boe{, bl. ,«j.
(d) Uit cm' Brief van Pictet Wilicrnsz. B<*>m6aaIt tin Bürgern C. P. Hooft, vefthnevtn 7 ^iug. I*°4* (#) Lf. A. |
|||||||||||
|
DoopssE-komft, omtrent den jaare 1530, heimelyke
zinden Vergaderingen gehouden, in enbiüten Am-1 Kerken. ß-erdam. ^y hebben, elders (x) , aangete- s'!1"/" kend, dat Koman Jan Klaaszoon, Leerling- 'en van Menno, omtrent het jaar 1544.,, hier ter Stede, in zulk eene Vergadering , ge- leerd, en Menno's: fchriften ter drukperfe bezorgd en verfpreid: hadt; en dat het een en 't ander hem den hals koilte. Gillis van Aken fchynt ook te Amfterdam ; doch'eeni- ge jaaren laater, geleerd te hebben (y). Doch de Doopsgezinden werden, ten deezen tyde, hier en-elders, ftrengelyk, vervolgd. Menno Simonsz fchreef, in eenen Pefltyd,en dus, waarfchynlyk; in 't jaar 1557 of 1558 (z), twee Brieven aan zyne Geloofsgenooten, in en omtrent Amfterdam, die, in zyne Wer- ken (a), te kezen zyn;doch alleenlyk eeni- ge algemeene vermaaningen behelzen. GcfchU- ' Xot op deezen tyd toe, waren de Doops- dézelvm gezinden nog in geene byzondere foorten van ' een gedeeld, en alleenlyk, naar de geweften, daar zy zig onthielden, of van waar zy, door de vervolging, naar elders, verdreeven wer- den , onderfcheiden, in Vlaamingen, Frie- zen , Waterlanders en Hoogduitfehen. En 't is ten hoogde waarfchynlyk, dat van alle deezen, bok nu en dan, geduurende de ver- volging , een ige Leeraars herwaar ds gekomen zullen zyn, en aanhang gemaakt zullen heb- ben. Doch in 't jaar Ï559, kwam'er eene fcheuring tuffchen de Hoogduitfehen en Ne- derlanders of Friezen. De eerften, die,, in 't ftcik van 't bannen uit de Gemeente , om werken des vleefchs, of 't gene men daar voor hieldt, zagter gingen, werden, door Menno, 'die tot de anderen behoorde, van de Kerkelyke gemeenfehap uitgeflooten. Doch of deeze Ban ook invloed op de Am- fterdamfche Doopsgezinden hadt; ismyniet klaarlyk gebleeken. Maar de twift, die, omtrent het jaar 1566 of 1567, in Friesland, ontftondt , èn met onderling bannen van Vlaamingen en Friezen eindigde (b), ver- deelde, naar alle waarfchynlykheid, ook de Vlaamfche en Friefche Doopsgezinden, die zig, te Amfterdam, onthielden; alzo men deeze twee foorten, naderhand, ontmoet, in twee byzondere Vergaderingen, hier ter Stede, zonder dat men eene andere bekwaa- me gelegenheid tot deeze afzonderinge weet aan te wyzën. De vervolging, die,ten ty- de des Hertogs van Alva, op 'thevigft, woed- de , dreef de Doopsgezinden, zo wel als an- dere Hervormden, uit Amfterdam. Zy hiel- den , federt, de Staatfehe zyde, onderfteu- (xl U. Deel, VI. Boek^, bl. 1J+, 2jj,
(y) tl. Deel, VI. fis«y bl. IJ9. (x.) Zie 11. Deel, VII. BoeJ^, bl, i6t.
(a) niadz.. «37 , <;;<,.
('*'; Brandt i. oi-t 4/t +oj «hu
|
|||||||||||
|
HL Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||
|
Ï9j
|
|||||||||||||||||||||
|
JOo,
|
|||||||||||||||||||||
|
. bloedftortinge te raaden. Ten deezen tyde^
icnynen 'er, naar men vermoeden mag, ten nimfte twee, en mogelyk drie byzondere ■doopsgezinden-Vergaderingen, hier ter Ste- de, ge weeft te zyn ; doch waar dezelven gehouden werden, is bezwaarlyk te zeggen. Sommigêö hebben aangetekend , dat de Doopsgezinden, kort na de verandering des jaars 157g . hunne meefte Vergaderingen hielden, op den Nieuwendyk, omtrent de Waarlemmer-Poort (). Uit zeker vonnis van den negenden May des jaars 1581 , waarin gemeld wordt, dat iemant, op den enden 'Maart des gemelden jaars, aan 't huis Van Gerbrand Gerritszoon, die Doopsgezind ^as, en in de Brouwery van 't Jeruzalem- Jche Kruis, op den Oude-zyds-Voorburgwal, °ver t Prinfen-'hof, woonde, gevraagd hadt, VtedP/de*) anderendaags, de Vermaanïng der Mennifien gedaan zoude worden (g), zou men byna belluiten mogen, dat zy, zelfs toen, n°S op geene bepaalde plaats byeen kwa- den. Doch in, of kort na deezen tyd, hiel- den de Waterlandfche Doopsgezinden, die, mogelyk, als de naaften aan Amfterdam ge- woond hebbende, voor de oudften, hier ter Stede , moeten gehouden worden , hunne Byeenkomften, in een Pakhuis, in de oude ^ieuwftraat of Teerketels fteeg, in laater' tyd, de oude of de kleine Spyker genaamd. Pe Vlaamingen vergaderden, vermoedelyk, ^sgelyks, in een Pakhuis, op den Nieuwe- Zyds-Agterburgwal, tuffchen de Lynbaans- en Spaarpots - fteegen, daar de oude Vlaa- ^ingen nog byeen komen. Doch waar de nezen, - ten deezen tyde, vergaderden, is fny nietklaarlykgebleeken, ten ware zy, Ju- reeds gelyk naderhand, hunne Byeen- komft gehouden hadden, in een Pakhuis,^ 4rke Noë genaamd, op de Heerengraft, tus- chen deKorsjes- en Molenfteegen. Veel min- |
mingen. De laatftgemelden hielden, nadeDooPSOE.
fcheiding, hunne Vergaderingen, in of by zinden eene gewezene Brouwery, het Lam genaamd, Kekken- op den Singel, tuffchen de Beuningsftraat en het Koningsplein. De eerftgemelden bleeven naar 't fchynt, in de oude Vergaderplaats op den Nieuwe-zyds-Agterburgwal. Onder de Hoogduitfchen, Friezen en Oude Vlaa- mingen, ontftoriden, voor 't einde der zes- tiende., en in 't begin der zeventiende eeu- we, nog verfcheiden' fcheuringen; verdec- kende elke Gemeente zig, in deelen en fmal- deelen, tot zo verre, dat,gelykdeGroot fprak (i), naauwlyks iemant 't getal, of de naamen derzelven zou können zeggen, en een Doopsgezind Schryver,tot de Gemeen- te der Oude Vlaamingen behoorende, wiens Werkje, in 't jaar 1636, uitkwam, tot twaalf of dertien byzondere foorten optelt (k). Doch of alle deezen, ook in Amfterdam, gevon- den werden, zou ik niet durven verzekeren. De twee foorten van Friezen hebben egter, ten deezen tyde, hier hunneByeenkomften ge had (/): de Oude Friezen*, o£JanJakobsz-Volk, in de Blomftraat, aan de zuidzyde, tuffchen de eerfte en tweede dwarsftraat: de ande- ren , die zig, alleenlyk Friezen noemden, en van fommigen Lubben Gerritsz-Volk ge- naamd werden , ter voorgemelder plaatfe op de Heerengraft, in het Pakhuis de Arke Noë. Ook heeft eene nieuwe fmaldeeling van Oude Vlaamingen, die in 't jaar 1620 ontftondt, haare byeenkomflen gehouden, in de Tuinftraat aan de noordzyde, tot dat zy, in 't jaar 1730, zig wederom by de Ou- de Vlaamingen gevoegd heeft. Doch de Waterlanders, die, eerlang, eene nieuwe en grooter Vergaderplaats ftigtten, aan de weft- zyde van den Singel, by den Jan-Rooden- Poorts-Tooren, welke, in 't jaar 160$, reeds volbouwd was (in), en, federt, de groote Spy- ker genaamd werdt, fcheurden, Zo ver my bekend is, naauwlyks ergens, en lieten lig- tclyk anderen toe tot hunne gemeenfehap; waarom zy, van de hardften onder de an- deren , den fchimpnaam van Drekiüagen kree- gen. Die, onder de Hoogduitfchen, Frie- fchen en Vlaamingen, zagtft gingen, vielen hun toe: waartoe Lubbert Gerritszoon, Leer- aar onder de zagte Friezen, die, omtrent het jaar 1580, de Waterlandfche Belydems hielp opftellen («), zeer veel gearbeid heeft. De vereeniging tuffchen de zagtften der ge* fehei-
(i) Zie hier Voor, II. Deel, XII. Boek* *' 45J.
(IQ L. WiLLEmsZ Ezels-Kinnebakken . 13 verft, (l) maatschoen Vervolg op Schyn Gefchied. der Men. non. UI- Deel, bl. 77. (m) Maatschoen Vervolg op Schyn Gefchied. der Men- non. III- Deel, tl. 84.
tn) schyn Gefchied. dei Mennon. 1,0«/, bl. ut. II»
Deel, iU Ió.
Bb 3
|
||||||||||||||||||||
|
Sge
|
|||||||||||||||||||||
|
'il
|
|||||||||||||||||||||
|
Öf,
|
|||||||||||||||||||||
|
-^b, vv t^L in. v_ciugc v ergaaerpiaacs uei
^oogduitfche Doopsgezinden aan te wyzen. te ifn nieuwe twift, die, in 't jaar 1586, _ -t'faniker, ontftondt, over 't koopen ^ n, een huis, waarin, meenden fommigen, hande?dPehadriet 0Preg>"fhrc;gtv^digge-
ten alomme ' Zette de Vla,amfch.e Gemeen" VolOaagen fcnenr?ere' ^ hej\llf°P eene
ovpml J ,eur*ng, welke de Vlaamingen, «Äeonpen0k5LAt=tm' S ln
fchc,, o^^-j eikanderen de broeder-
j*fe Vlaaminge »en Huiskoopers genaamd!
^dere noemde men, blootelyk, Vlaa- <s\ lfAND't' ï- Deel, il. 6T0.
(b) üït ComMEI.IN l/l. 1077.
S'fchreeven ferhaalen.
|
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
194
|
|||||||||||
|
5<#
|
|||||||||||
|
Doopsge- fcheiden' Gemeenten en de Waterlandfche
ZTNDEN was, reeds in 't jaar 1591 , tot ftand ge- Kerken. bragt (0)} 0p den grond eener BelydenifTe, die men 't Concept van Keulen noemde. Zy duurde nog, in 't jaar 1604. Doch na dien tyd , fcheidden eenige Hoogduitfchen en Vlaamingen zig wederom van de vereenig- de Gemeenten. Lubbert Gerritszoon, die, in 't ftuk van den Ban en my dinge, allengs- kens , gemaatigder geworden was , en in verfcheiden' Gemeenten , geleerd hadt , bleef toen , naar 't fchynt, alleen by de Wa- terlandfche dienen, daar hy, reeds in 't jaar 159?> voor eene groote vergadering, hadt gepredikt (p> By deeze Gemeente, voeg- den zig, in 't begin des jaars 1615, omtrent dertig Engelfchen, voor welken, in de En- gelfche taaie , eenen tyd lang , gepredikt werdt, in het Bakhuis van Jan Munter, waar- in ook eenige behoeftigen woonden. Doch in 't jaar 1613, hadden zig reeds eenige Hoogduitfche Broeders afgezonderd van de Waterlandfchen, voor welken, Lenaert Clock de eerfle vermaaning deedt, in een befonder Capelleken (<q) , zonder dat my gebleeken is, waar deeze Vergaderplaats gehouden wierdt, en hoe lang, dit hoopje, op zig zelf, ge- bleeven zy. Men verloor, ondertuffchen, het werk der hereeniginge niet uit het oog. De Vlaamingen te Amfterdam iloegen 'er zelven de hand aan, in 't jaar 1627. De ftiptheid der Oude Vlaamingen en anderen, die ligter, en in meer gevallen, banden , hadt de Gemeente der Vlaamingen reeds fterk doen toeneemen in getal. Zy liet dan een' rondgaanden brief afgaan, die, den zesentwintigften September des gemelden jaars, getekend was, en in welken, erkend werdt, dat men, voorheen, van wederzy- de, te driftig was voortgeflaagen in 't ban- nen ; met ernftige vermaaning, tot heeling der breuke, en tot vrede en eendragt. Ook ontwierpen de Vlaamingen , wat laater , eene Geloofsbelydenis , het Olyftakje ge- naamd , die ten grondflag der vereeniginge verftrekken zou (r). Zy zogten deeze bely- denis ook aan de Waterlandfchen fmaakelyk te maaken, in 't jaar 1630. Doch dit ge- lukte niet. De poogingen der Vlaamingen waren egter niet t'eenemaal vrugteloos. In 't zelfde jaar, vereenigden veele Friefchen en Hoogduitfchen zig met hen. Ook kwamen, in 't jaar 163 2, twee Leeraars en eenige Le- den , uit de Gemeente der Oude Vlaamingen, tot hen over, die hun beft deeden, om de (o) Vit een brief van Hans Buflcliaart van 10 ^4ug. 1591.
\f) Zie hier voor, II. Detl,Xl.Btc{,bt. 409. en BRANDT
I. Deel, hl. gij. (q) Vit Aantek. van R. Willemsz. berußende in de Ver~
?a<K by den Toeren, {r) MaATSCHqbn Vervolg tp SCHYN UI. Qnlt bl, 169,
|
|||||||||||
|
Oude Vlaamingen te ontzetten van derzelver poo^
Vergaderplaats, op den Nieuwe - zy ds - Ag- g^sS*' terburgwal, die, voormaals, in huure, of by vergunninge, gebruikt; doch, in 't jaar 1619» gekogt was. Zy hingen 'er zelfs een flot aan, en ftelden 'er wagters by. De Oude Vlaamingen hielden toen, eerft, voor eenen korten tyd, hunne byeenkomften , in het Pakhuis den Toorenwagter, aan de weftzyde der Keizersgraft, by de Brouwersgraft, en huurden, daarna, naaft de geflooten Ver- gaderplaats , eene andere, daar nu een Wyn- huis is, de zes Kruiken genaamd, welke zy, wel veertien jaaren, gebruikt hebben: waar- na hun, in 't jaar 164.6, door de vereenig- de Gemeente, hunne oude Vergaderplaats, in gevolge eener uitfpraake van goede man- nen , wederom werdt overgegeven, en af- gedaan. In 't jaar 1644, hadt de veree- nigde Duitfche, Friefehe en Waterlandfche Gemeente ook eenen voorflag tot vereeni- ginge gedaan aan de Gemeente der Vlaa- mingen, die, insgelyks, met eenige Frie- fchen en Hoogduitfchen vereenigd was. De voorflag ruftte , op de onderftelling , dat men, in de grondwaarheden des geloofs, eens was. De Waterlandfche Gemeente boodt aan, over en weder, in elkanders Ker- ken, verzogt zynde, te prediken; aan de gemeene Leden vryheid te laaten, om el- kanders Predikatien te hooren; onder eikan- deren , te trouwen, en de egt te laaten be- veiligen , daar men goedvondt: ook onder- ftand te bewyzen aan elkanders armen; ter- wyl, voor 't overige, de huishoudingen der twee Gemeenten onderfcheiden zouden bly- ven. Doch deeze voorflagen vonden gee- nen ingang by de Vlaamingen, die, niet overtuigd, dat men,in de grondwaarheden,, eens ware, vorderden, dat men, daaromtrent, tot nader onderzoek, komen zou, of dat hun- ne uitgegeven BelydenifTen zouden worden aangenomen; waartoe de anderen niet ver- ftaan konden. De vereeniging bleef dan ag- ter. En daar verliepen maar weinige jaaren, toen'er, in de vereenigde Vlaamfche, Frie- fehe en Hoogduitfche Gemeente zelve, nieu- we tweefpalt ontftondt. In deeze Gemeente, was, in 't jaar 1648,
tot Leeraar beroepen Galenus Abrabamsz. de Baan, die, reeds te vooren , door de ver- keering met Adam Boreel, zoon van Joban Bureel, Heere van Duinbeeke, uit een def- tig geflagt in Zeeland, gefprooten(s)<; Da- niel de Breen, en anderen , gedagten hadt begonnen te vormen , over den ftaat "er zigtbaare Kerke, en over eenige Leer^u^" ken,
(,) Zie P. de la B.ÜE Gdetteii Zeehud, bl.i7.Su#-
kund. Zeel. bl. 3. |
|||||||||||
|
III. Boek. OveRge PROTESTANTSCHË en andere KERKEN. Ï95
e- «en, die geoordeeld werden, af te wyken ook nog, boven de poort fbaan. Sommigen Hoopsöe
|
||||||||||||||||
|
!>
Ds:
X |
||||||||||||||||
|
van de begrippen, welken, tot dien tvd toe, hebben gemeend, dat de fpreuk Verf er {$ zinden
by Zyne gezindheid, den meeften ingang ge- Obdura, door den Stigtef, ontleend was, uit Kmim' |
||||||||||||||||
|
ter gelegenheid, dat Samuel Apoflool, die,, een binnengevel: waaruit af te neemen is,
in Maart des gemelden jaars, inden ouder- dat het huis in dien tyd gebouwd werdt. oom van vierentwintig jaaren, tot Leeraar De gefcheiden' Gemeenten, die zig beide aangenomen was, den vyftienden Oclo- eenen en denzelfden naam gaven van Ver- bet daarna, des voordemiddags, eene Pre- eenigde Vlaamfche, Friejcbe en Hoogduitfche öikatie gedaan hadt, welke, door Galenus, Doopsgezinden, beweerden, ondertuflbnen, des nademiddags, vlak uit tegengefproken beide regt te hebben, op het Kerkgebouw ^n wederlegd werdt. Van toen af, floeg by 't Lam, en op de Kerkelyke goederen. de vlam van den Broedertwift ten dake uit. Die van de Zon meenden, dat zy een uit- ^alenus werdt befchuldigd van wangevoe- fluitend regt hadden op het Kerkgebouw, ^ns, waarvan't verfpreiden, zelfs by's Lands doordien het, in't jaar 1631, door Har* \lakaaten, verbooden was. De befchuldi- men Hendriksz. van Warendorp , gemaakt SJügen werden voor 't Hof van Holland ge- was, om gebruikt te worden, tot oefening rf^» daar Galenus gehoord, en vry ver- van den Godsdienft, die toen aldaar gepre- k«ard werdt, by eene uitfpraak van den dikt werdt; waarby zy, huns oordeels, naauw-J ^erdenden September des jaars 1663 (t), keuriglyk gebleeven waren, daar hunne par- jhe ik niet weet, ergens, gedrukt gezien te tyen, zeidenze, van den zelven waren af- hebben ; waarom ikze, hier agter, onder de geweeken. Doch van de andere zyde, werdt aylaagen («), geplaatft heb. De twift, zo beweerd, dat zy, die by 't Lam bleeven hoog gereezen, ftondt gefchaapen , uit te vergaderen, de anderen niet uitflooten, maar «open op eene volflaagen' fcheuring , die Broederlyk verdraagen wilden, en hierom öürgemeefteren, welken ook met deeze on- niet konden ontzet worden van 't gebruik lüften gemoeid werden, zogten te voorko- van 't Kerkgebouw. Voor 't einde des jaars ^n; beveelende, op den tienden January 1664, kwamen partyen overeen, om de ge- ~es jaars 1664, alle diepzinnige.gefchilftuk- fchillen over 't Kerkgebouw en de Kerkely- ^en,fmaakende naar de Leere der Sociniaa- ke goederen te verbïyven aan de uitfpraak Jlen 5 te houden van den Predikftoel; en, by van Burgemeeileren, waarvan elke party, e drie Beftierders der Kerkelyke middelen, voor een' byzonderen Notaris en getuigen, jvee anderen te kiezen, in de plaatfe van een Compromis of Verbindfchrift tekende (¥) ^ee overleedenen; tot welke verkiezing, Burgemeefleren magtigden, op den zesden y5den negentienden derzelfde maand, een January des volgenden jaars, den Heer Te- edelyk middel aan de hand gaven (V). Doch trus Check, Raad deezer Stad, en de Advo- ver deeze verkiezing, kon men eikanderen kaaten, Jacob de la Mine en Paulus Biffchop , £°k niet veritaan. Eindelyk, liep de twee- om, hunnentwege, deeze uitfpraak te doen Palt zo hoog, dat drie Leeraars, Tobias van (y). Doch, naderhand, verklaarden zy aan e» Wyngaard, Izaak van Vreede en Samuel Galenus en Apoftool, dat deeze uitfpraak al- PlfiooJ, en zes- of zevenhonderd Ledemaa- leen de Kerkelyke goederen betreffen zou, . n5 zig van de overigen afzonderden, en, en dat het Kerkgebouw zoublyven aan hun, t .een gehuurd Pakhuis, in de oude Teer- die in vrede begeerden te leeven; alzo zy Inen 5 byeen kwamen. Doch op den ne- zig, in het onderzoek, wie by de Leere ge- j "tlenden September des jaars 1664, kog- bleeven ware, en wie daarvan zou mogen &el I fr'tf Sjezen Brouwery op den Sin- afgeweeken zyn, niet begeerden in te laa- ts , tünchen de Bergtlraat en Blaauwburg- ten (2). Galenus en de zynen bleeven dus ai , van Vrouwe Agatha van Oudshoorn, in 't bezit van 't Kerkgebouw by 't Lam. veauwe van den Heere Burgemeefter Jan De andere party hieldt haare Vergaderingen aVwUszo°n beehinck; daar de Zon op het in de Zon. En in 't jaar 1672, kwamen de C: en rZ\ ET Obdura, dat is, Ver- twee partyen overeen,wegens eeneverdee- «ag en Volaard, boven de poort ftondt; ling der Kerkelyke goederen, zonder dat my «K teken en fpreuk, nog tot op deezen gebleeken is, op welk een' voet. nelf' overgebleevenzyn: gelvk de wa- Mid- f der Huizen vaaGeehinck en Oudshoorn, (»>'« G- VAN l00N N£derK HiftoiiePenn- * d^
(') Vin a, ■ , V *)8°Groot Memor. N. V. f. i6i-, i«l vtrfo. en hieragter
<u) Lr. -jj^emonaal van Adr. pQTS . 2IJ> ,» d/Bylaagen Lr. C. N. i en z.
(v) Groot'.U . ,. (y) Gioot-Memor. N, V, f. lóo verjo.enüytezeen L'.m
|
||||||||||||||||
|
LIN . */.
|
n D*, GALENUS en T. van DSM
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
III. Deei*
|
|||||||||||||||||||||||
|
196
|
|||||||||||||||||||||||
|
Agterburgwal uitkwam, daar de Arke ^^0
nog in den gevel flaat, hadden dezelve, i'1 lpS$$$4 't jaar 1720, met kennis en bewilliging van Burgemeefteren (a), verplaatft in de klein3 Zon, in de Prinfenflraat, en op de Prinfen* graft uitkomende, waar, eertyds, de Vel-' gadering van Doopsgezinden, die uit de Zon gefcheiden waren, en naderhand eene By eenkomfl van Collegianten geweeft was- Ook was 'er, in nog laater' tyd, eenige rei- zen , door Roomfchgezihden, dienfl gedaan. Deeze Vergaderplaats, die net hertimmer» werdt, kreeg, federt, ook den naam van de Arke Noachs. Doch na dertig jaaren ver- loops, was de Friefche Gemeente, in ge* tal van Ledemaaten, zo zeer afgenomen, en hadt zo groot een gebrek aan Leeraars, dat zy, in 't jaar i752,befloot, zig met de Ge- meente in de Zon te vereenigen, op eenige weinige Leden na, die zig by de Gemeente van 't Lam en den Tooren gevoegd hebben' Na deeze vereeniging, werdt 'er nog eeni- ge reizen gepredikt in de Arke Noachs, die, federt, eenen geruimen tyd, ledig geftaafl heeft; doch nu, door de Gemeente in de Zon, tot een Oude Vrouwen- en Weeshuis, ver- bouwd is. , Tegenwoordig, zyn 'er, derhalve, maat >
drie Doopsgezinden Gemeenten binnen dee- ^ $ ze Stad. Zy worden, doorgaands, onder-p^. fcheiden, naar de plaatfen, daar zy hunne gS^. Vergaderingen houden. De grootfte der drie öe"V Gemeenten heeft twee Kerken: de twee an- $jjf deren, ieder ééne. . De twee eerftgemelde ^f Kerken ftaan beidetuffchen den Singel en^'f Heerengraft. De eerfte, de K e r k b y 't & e" Lam genaamd , gelegen tuffchen de Beii'^V ningsflraaten 't Koningsplein, fchynt, vooraf |
|||||||||||||||||||||||
|
Midlerwyl, hadt de Waterlandfche Ge-
meente , die haare Vergaderingen hieldt in den grooten Spyker by den Jan - Rooden- Poorts - Tooren, zig, op den eerden Juny des jaars 1668, vereenigd met de Gemeen- te, die by 't Lam vergaderde. Zy namen federt den naam van Vereenigde Vlaamfcbe en Wa- terlandfche Doopsgezinden aan. Doch eeni- ge weinige Leden der Waterlandfche Ge- meente , geen behaagen fcheppende in dee- ze vereeniging , voegden zig by de Gemeen- te in de Zon, die zig, van toen af, ook Vereenigde Vlaamfcben en Waterlandfcben noemde. Ook heeft deeze Gemeente zig, in 't jaar 1674, vereenigd met eenige Vlaam- fche en Waterlandfche Gemeenten in Noord- holland en elders, die thans omtrent veertig in getal zyn, en jaarlyks, in de maand May, in de Kerk van de Zon, eene Societeits- Vergadering houden. Midlerwyl, waren 'er, reeds te vooren, zo ik my niet bedrie- ge, eenige Leden en een of twee Leeraars uit de Zon uitgegaan, die hunne Vergade- ringen hielden op de Heerengraft, in het Pak- huis, de Arke Noë, tunchen de Korsjes- en Molenfleegen, waar, eertyds, de Friefche Doopsgezinden plagten byeen te komen; doch, eerlang , een huis betrokken in de Prinfenflraat, welk toen de kleine Zon ge- naamd werdt. Maar deeze kleine Gemeen- te verdeelde zig, na verloop van eenigen tyd, nog wederom in twee hoopjes, een van welken, op de Prinfengraft , over de Noorderkerk , byeen kwam. De Verga- derplaats van deezen werdt bet Sterretje ge- naamd. De kleine Zon, in't jaar 1676, met die van 't Lam en den Tooren, vrugteloos, over eene vereeniging gehandeld hebbende, voegde zig , na weinige jaaren verloops, wederom by de groote, en het Sterretje ver- eenigde zig, in 't jaar 1692, met de Friezen, die, in 't jaar 1664 > de Vergaderplaats, den Ouden Spyker, in de Teerketelsfteeg, van de Waterlandfche Gemeente gekogt had- den ; welke, federt, de Arke Noë genaamd werdt. De Gemeente der Oude Friezen, die in de Blomftraat plagt byeen te komen, heeft zig , na 't overlyden van eenen haarer twee laatfle Leeraaren, Jasper Douwes ge- naamd, ter gelegenheid, zo my, doorfom- migen verhaald is, van zeker verfchil met den overgebleeven Leeraar Piet er Wiebes Bakker, die zyne Dogter, Maaike, welke buiten de Gemeente getrouwd was , niet bannen wilde, in 't jaar 1725, vereenigd met de Gemeente, die haare Vergaderingen houdt by 't Lam en by den Tooren. De Friezen, die, in de oude Nieuwflraat of Teer- ketelsfleeg , plagten te vergaderen, en wel- ker Vergaderplaats ook op den Nieuwe-zyds- |
|||||||||||||||||||||||
|
DoorsGE«
ZINDEN
Kerken.
Vereen i-
ging der Vlaam- fche, Water- en dfch e en andere Doops- gezinden. |
|||||||||||||||||||||||
|
't einde der zeftiende, of in 't begin der ze-
|
.V"
|
||||||||||||||||||||||
|
ventiende eeuwe, beflaan te hebben, in een
ruim pakhuis, behoorende tot de Brouwf |
|||||||||||||||||||||||
|
rye bet Lam.
't jaar 1639, genwoordige |
Doch dit Pakhuis werdt, i0
van den grond, af, in de te' gedaante , herbouwd. fL2 |
||||||||||||||||||||||
|
woonhuis der Brouwerye is, in 't jaar i6(5I>
vernieuwd (li), en draagt nog een Lam,0? den top van den gevel. De Kerk heeft tw^ ingangen op den Singel, en een' op de de Hc&' rengraft. De laatfle is, voor weinige jaarej1' deftig vernieuwd. Van binnen, heeft . Kerk twee galeryen boven eikanderen, ®\ op zes houten kolommen ruften. In 't m1 ' den der Kerke, hangen twee tamelyk gr°ott koperen Kaarskroonen. De Predikftoel #a3 in 't noorden, tuffchen de middelfle lichte" van den zydgevel. Voorts, is de Kerk, P . neden, voorzien van de vereifehte geft0^
ten» ■
(a) Groot-Memor. N. IX. . 257.
(b) F, VON ZESBN bl. ist.
|
|||||||||||||||||||||||
|
III. Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN. 197
|
|||||||||||||||||||||
|
ten. In 't noordweflen der Kerke, waar ook
des Kofters woonmg is, ontmoet men een wel gefchikt langwerpig vierkant vertrek , daar de Leeraars en Diakenen, voor en na de preeke, byeenkomen, en daar de laat- ften de gecollecteerde penningen, voor eenen 'tyd, bergen. De andere Kerk, die, door deeze zelfde
Gemeente, gebruikt, en de K e r k b y d e n T o o R e N genaamd wordt, is kleiner en ou- "erj dan de gemelde, en ftaat ten zuiden van de Bergftraat, tegen over den Jan-Roo- den-Poorts-Tooren. Zy heeft ook drie in- gangen , een' op den Singel en twee op de Heerengraft. De Kofters wooning is op de Heerengraft. Van binnen , heeft het ge- bouw veel overeenkomft met de Kerk by 't Lam. De twee galeryen boven eikanderen ruften ook op zes houten kolommen. De Pre- dikftoel ftaat in 't noorden. In 't midden der Kerke, hangen twee groote koperen Kaars- croonen. Men heeft, beneden, bekwaame £ftoelten. Op de bovenfte galery, in 't buiden, zyn drie byzondere ingangen naar drie vertrekken. Het weftelykfte en groot- fte is de gewoonlyke Kerkenkamer, daar Leeraars en Diakenen, weekelyks, byeen- komen : het volgende is de Kamer der Leer- baren, die tot hunne afzonderlyke byeen- komften gefchikt is, en alwaar eene Kweek- school der Doopsgezinden gehouden wordt. Het derde en kleinfte vertrek is de Kamer der DiaconefTen. Alle deeze vertrekken zyn yoorzien van't gene vereifcht wordt, tot net einde , waartoe zy gefchikt zyn. De ouderdom en bouwvalligheid deezer Kerke fteeft de Dienaars der Gemeente, die ook ver- lto^den > genoeg aan ééne Kerk te hebben, reeds voor lang, doen bedagt zyn, op het bouwen van eene nieuwe en grootere, in de plaats van deeze. En de bouwkundige■ Jbra- oam Ebbenhorfl heeft, al voor eenige jaaren, een houten model van eene Coupel-Kerk, met |
een weinig veranderd, en laatftelyk, in 'tDööpsafr
jaar 1725, in eene zeer nette orde", gebragt «ndejSt is, Terftond na drie uuren, wordt het ge- Kekke^ bed gelezen, waarna men treedt tot de ver- handeling der Gemeentelyke zaaken, de Ka- mer betrefTende. De Leeraars zitten alleen voor, in de Kamer; doch by beurten, en ieder eene maand. De poft van Scriba wordt insgelyks, door eenen Leeraar, waargeno- men , die daartoe, by de Vergaderinge , voor eenige jaaren, of voor eenen langen tyd, verkooren, en, zo lang hy Scriba is, geen Prefident wordt. De Prefident is ver- pligt, van alle zaaken van eenig belang, waar- op , by de Kamer, ftaat geraadpleegd te wor- den, met briefjesj die , door den Scriba, worden opgefteld, vooraf,kennis te geeven aan de Leden. Ook moet hy de zaaken, zo veel mogelyk zy, by vriendelyke overree- ding, en met eenpaarigheid, tot befluit zoe- ken te brengen. Doch indien zulks niet ge- lukken wil, wordt alles, eindelyk, by meer- derheid van ftemmen, afgedaan,met voor- behoudenis van elks vryheid, om aanteke- ning te laaten doen tegen't genomen befluit. De Prefident belaft, fomtyds, zaaken van groot gewigt, voor elk, behalve voor af' wezende Mede-Leden, geheim te houden, op eene boete van driehonderd guldens, ten be- hoeve van de armen der Gemeente. De geno- men befluiten worden, altoos, of in dezelfde, of in eene volgende Vergadering, gerefumeerd of herzien: waarna zy eerft kragt hebben, en uitgevoerd wofdem De Prefident, afgaan- de , is verpligt, de boodfchappen , die nog, uit den naam der Vergaderinge, te doen zyn, te bezorgen: waartoe hy, in gevallen van belang, een of twee Leden, tot zyn gezel- fchap en hulpe, verkiezen mag. De Scriba houdt aantekening van de befluiten der Ver- gaderinge , en leeftze, altoos, voor, eer hy- ze in't net ftelt. Voorts, beantwoordt hy de brieven, die aan de Gemeente gerigt wor- |
||||||||||||||||||||
|
af*
|
|||||||||||||||||||||
|
rie deftige ingangen, vervaardigd, welk, op
ez°lder, boven de Leeraars - Kamer, ge-
PJaatft is. Doch dit ontwerp fchynt, federt
et verbeteren van 't gebouw, waar van wy
preeken, voor eerft, niet in 't werk gefield
te£>Uen worden.
Lamln d°e0nP?zinde Gemunte, die hy't
genwoordig Tüo;en vergadert, wordt, te- ? - t^-o' gediend van vier Leeraars en iZi g D]akenen5die,met eikanderen,den £kenïaaimt^km. Zy komen, alle wee- ken, des Donderdags nademiddags, ten drie der?' ^T*!, m ï reeds gemelde vertrek vS?eSe byiden Tooren- De handelingen den J VergaderingendetzelverLeden wor- 't iaa? ïlkt naar ee,n Reg'ement, welk,in 11 STuksema drie jaaren laater'
|
|||||||||||||||||||||
|
den , uit den naam der Vergaderinge. Zo
dra de gemeene zaaken afgehandeld zyn, begeeven de Leeraars zig naar hunne Kamer^ om de zaaken, die den Predikdienft aangaan, te verhandelen. Zy mogen geenen, dan be- kende, en ter goeder faame ftaande bui- tenleeraars verzoeken, om voor hun te pre- diken. De Diakenen blyven , na dat de Leeraars vertrokken zyn, afzonderlyk ver- gaderd , tot bezorginge van den dienft der armen. De behoeftigen, die iet vandeBroe- derfchap begeeren , moeten hun verzoek, tuffchen drie en vier uuren, inleveren by den Kofter, die 't der Vergaderinge voordraagt; waarna zy 'er, indien men 't noodig oor- deelt , op gehoofd worden. In de Verga- dering der Diakenen, zit ook één der zel- Cc ven. |
|||||||||||||||||||||
|
*,
|
"v
|
||||||||||||||||||||
|
^
|
|||||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel-
toen reeds by den Tooren vergaderde, be- ^D?j
flooten heeft , den fwacken te geval, den $&$&' eerften dag, het Avondmaal te houden aan eene tafel, en den tweeden dag, zonder ta- fel (c). Wanneer men 't Avondmaal by den Tooren houdt, wordt, des Voormiddags, °0^ in de Kerk by't Lam, gepredikt. 'sVrydags voor 't Avondmaal, houdt men eene Voor- bereidings-predikatie. In February en N°" vember, is de gewoonlykfte tyd van doope°> des Zondags 's avonds eene week voor 't hoü" den van 't Avondmaal; wanneer 'er ook» 's Voordemiddags, eene Belydenis - predika- tie gedaan wordt. De Voordemiddags - Pre- dikatien beginnen ten negen uuren; doch als 't Avondmaal is, een half uur vroeger, 's Na" demiddags, beginnen de Predikatien altoos ten twee, en 's Avonds ten vyf uuren. ,^t- De Diakenen, die twintig in getal zyn > ^
dienen vyf jaaren agtereen. Jaarlyks, gaan11 'er vier af, in welker plaats, door de Leer- aars en Diakenen, insgelyks met bewilli- ging der Broederfchap, vier anderen ver- kooren worden. Doch indien 'er, binnertf jaars, een of meer Diakenen, die nog niet in 't laatfte jaar van hunnen dienft waren'» mogten overleeden zyn, worden 'er zoveel meer nieuwen verkooren. De verkiezing gefchiedt, in 't begin van December, en in 't begin van January, treeden de nieuwlings verkooren Diakenen in dienft, en worden de afgaanden bedankt. Doch zo een of meer nieuwlings verkooren Diakenen niet gezind zyn, den dienft te aanvaarden, wor- den zo veelen van de genen, die anderszins zouden afgegaan zyn, verzogt, om nog een jaapte dienen,ten ware zy reeds zes jaaren gediend hadden. De Diakenen zyn verdeeld in vier ploegen, ieder van vyf Perfoonen, hebbende elke ploeg het opzigt op de be' hoeftigen der Gemeente, in eene Wyk der Stad, die, ten deezen aanzien, in vierwy ken verdeeld is. In deeze wyken, wordt» van tyd tot tyd , huisbezoeking gedaafl- Ook doen de vier Leeraars, elk in eene wyk» verzeld van eenen Diaken uit elke ploeg» by beurten, eens in't jaar, de benodigiflg tot het Avondmaal, aan de wooningen va" de Leden der Gemeente. Voorts, zyn onder de Diakenen zeven Boekhouders: een Journal' en Grootboekhouder, die den gantfchen ftaat d& Geldmiddelen en der inkomften en uitgaaf van de Gemeente te boek ftelt; een Rejbto' tie-boekhouder of Scriba, die de'befluitenvan de Vergadering der Diakenen aantekent) een Correspondentie-boekhouder, die aanteke- ning houdt van 't gene met meer of mi« be- hoeftige Buitengemeenten wordt gehandeld; een
O) Aantek. vaa R. WILLEMS», i'. A. *
|
||||||
|
193 A M S T E R
DoopsGE- ven, in zynen rang, eene maand voor, be-
MND.EN ginnende deezen rang, alle jaaren, op nieuws, Kerken, vanden oudflen.De Prefident-Diaken heeft, op eiken Kamerdag, drie Medebroeders, tot zyne byzondere hulpe, by zig: een, die 't Ar- menboek voor zig heeft, waarin aangete- kend ftaat, wat elke behoeftige genooten heeft, en wanneer; een ander, die de As- fignatien fchryft van 't gene aan de behoef- tigen toegeftaan wordt, en een derde, die hiervan aantekening houdt in eene klad : waaruit het, naderhand, door den Armen- boekhouder , in 't Armenboek , geboekt wordt. De Prefident-Diaken, met de maand afgaande, wordt, de volgende maand, Cas- houder of Caffier. De Vergadering der Dia- kenen heeft ook haaren Scriba, die aante- kening houdt van de verzoeken, welken, buitengewoonlyk, gedaan worden, en van het toeftaan of afïlaan derzelven. Hy fielt ook de briefjes, waarop de Diakenen, by- zonderlyk, befchreeven worden.' Voorts, draagt hy, nevens den Caffier, zorg, dat de boeken, na 't fcheiden der Vergaderinge, gebergd worden, naar behooren. Leeraars. De Leeraars deezer Gemeente worden ver- kooren, door de dienende Leeraars en Diake- nen , met bewilliging der Broederfchap, aan welke de verkooren Leeraar wordt voorge- fteld, met bygevoegde vraagè, of'er iemant derBroederen ook iet tegen hebbe?'t welk, ge- meenlyk, met fiilzwygen, beantwoord wordt. In elke Kerke, wordt, des Zondags, eens ge- predikt, in de eene, des voordemiddags, en in de andere, des nademiddags: ook op tweeden Paafch-, en tweeden Kerftdag, en op Be- dedag. Doch op tweeden Pinkfler- en He- melvaarts-dag, wordt maar eens, des voor- demiddags alleen, by den Tooren, gepre- dikt. Op Nieuwjaarsdag, al komt dezelve indeweeke, wordt ook, des avonds, by den Tooren gepredikt: op GoedenVrydag, dat is, Vrydag voor Paafchen, van gelyken. Voorts is'er, in January, February, No- vember en December, ook 's Woensdags 's avonds, Predikatie by den Tooren. Vyf- maal 's jaars wordt, by deeze Gemeente, Avondmaal gehouden , doorgaands in Fe- bruary , May, July, September en November, driemaal by 't Lam, alwaar, volgens eene ou- de gewoonte onder de Vlaamfche Doopsge- zinden , het brood en de beker , door de Leeraars en Diakenen, uitgedeeld en rond gebragt wordt aan de Deelgenooten , die op hunne plaatfen blyven zitten; en twee- maal by den Tooren, daar men, volgens 't gebruik der Waterlandfchen en der meefte Proteftanten, aan tafel gaat: zynde my maar één voorbeeld bekend, dat men, in 't jaar 1613, in de Waterlandfche Gemeente, die |
||||||
|
MI. Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||
|
199
|
|||||||||||||||||||||||
|
>SGR-
|
|||||||||||||||||||||||
|
^%E"een Memoriaal-boekhouder, die de uitdeelin- en de Laden,.op dezelven en op de huizen Doopsgs-
Süitf. ê£n aan de behoeftigeii, by wyze van klad- gefield, betaald worden. Vier Diakenen zyn zinden deof Notitieboek, aantekent; een Armen- Boedehneefiers. Hunne poft is de boedelsKerk*»- boekhouder, die, in't net, aantekening houdt der behoeftigen, die aan de Gemeente ver- |
|||||||||||||||||||||||
|
Van t gene de behoeftigen genieten; een
familie- en Kojtw'mmng - boekhouder, die den naat en 't beroep der behoeftige huisgezin- |
vallen , elk in eene van de vier wyken der
|
||||||||||||||||||||||
|
Stad, aan te Daan en te redden. Vier ;
deren, insgelyks, elk in eene wyk, zyn 0/>- |
|||||||||||||||||||||||
|
öen en perfoonen te boek dek, en een Turf- zienders over zulke behoeftigen, die befteed
*« Spys -boekhouder, die van de turf, het worden, om een Ambagt te leer en. Twee vleefch, de boter, de kaas, de gort en an- Diakenen zyn CemmiJJariffen tot den inkoop ■ Q fpys, die, ten dienffce der behoeftigen, van Turf en Spys, en een is gefield tot het jngekogt en uitgedeeld wordt, aantekening invorderen en verantwoorden der boeten, houdt. Een der Diakenen, en wel, byzon- die, by verfcheiden' gelegenheden, ten be- cierlyk, de Cahier, doet, alle Vrydagen, 's hoeve van de armen der Gemeente , ver- pademiddags ten drie uuren, in de Kerke by beurd worden. De Diakenen hebben ook t Lam, uitdeeling van Tarwen- en Roggen- de beurten, om, by 't uitgaan der twee Ker- Mood. En in 't begin van December, ge- ken, de aalmoe/Ten der Gemeente te verza- lchiedt, ter zelfder plaatfe, eene algemee- melen, onder hunne vier ploegen, verdeeld. ne uitdeeling van Vleefch, Boter, Kaas en De Cas deezer Colleiïe wordt gehouden irt anderen voorraad van fpyze tegen den win- de Kerk by den Tooren, werwaards, de pen- ter. Doch mannen of vrouwen, die, buiten ningen, in de Kerk by 't Lam gecollecteerd, deeze en andere Doopsgezinde Gemeenten, eens ter maand , moeten worden overgc- getrouwd zyn, genieten geen' onderftand bragt, wordende de armbofTen aan de Ker- uit de Gemeentelyke Cafle, fchoon 't aan ken, om de drie maanden, geledigd. Wy Diakenen gelaaten is, om, in hoogennood, fpreeken niet van de Regenten van 't Oude- aan zulke perfoonen, de helft te geeven van Vrouwen-Huis der Gemeente, noch van die t gene zy, anders, zouden genooten heb- van 't Linden- en Rypen-Hofje, die ook ben. Van de overeenkomd van den jaare uit de Diakenen worden gefield, omdatwy 1759, met de Nederduitfche Gereformeer- voorhebben, in de befchryving deezer Gods- de Gemeente, volgens welke,de huisgezin- huizen, nader, van dezelven te gewaagen. |
|||||||||||||||||||||||
|
hen onderileund worden, door de Gemeen
le, daar de man Lidmaat is; de Weduwe, door de Gemeente, daar zy Lidmaat blyft. |
|||||||||||||||||||||||
|
Ten diende der behoeftigen, zyn, in dee-' Diaco-
ze Gemeente, ook vyf Diaconejftn gedeld, neff«i. die, even als de Diakenen, en op denzelf- |
|||||||||||||||||||||||
|
en de Weezen, door de Gemeente,daar de den tyd, voor den tyd van vyf jaaren, ver-
Jangftleevende Lidmaat geweed is (d) ; heb- kooren worden, en van welken, gemeen! yk,
ben wy, reeds by eene andere gelegenheid, jaarlyks, eene afgaat. Zy zyn, te gelyk,
gewag gemaakt (e). Wyders, zyn 'er nog Regenteffen van 't Oude - Vrouwen - Huis.
eenige andere byzondere dienden of Com- Plet huishoudelyke der behoeftigen , en 't
mimen, onder de afgegaane en dienende voorzien derzejven van kleedinge én ande-
Diakenen, verdeeld. Vier hunner, met den re noódwendigheden is haarer zorge aanbe-
oudden, of eenen der oudde Leeraaren aan volen. Zy komen, op den zelfden tyd als
t hoofd, zyn, voor hun teeven, Commijfaris- de Diakenen, in haar Vertrek in de Kerk
Jen over de buitenlandfche Zaaken, die, voor- by den Tooren, des Donderdags nademid-
haamlyk, het onderdeunen van vervolgde dags, byeen.
or verarmde buitenlandfche Doopsgezinden De Gemeente heeft, tegenwoordig, twee Dotfo- emeenten betreffen, en in gemeenfchap Doftoren, twee Chirurgyns en drie Apo-ren'ch{-
J?et de Doopgezinde Gemeente, die in de thekers, die, door de Kerkenkamer, dat is, g""Ypo-
on vergadert, worden waargenomen. Vier door de Leeraars en Diakenen, verkooren thekers.
hSïf ' Diakenen zyn Bouwmeeßers. Zy worden. De Doftoren en Chirurgyns be-
neDDen topzïgt 0Ver 't onderhoud der twee dienen ieder twee wyken, en van de Apo-.
iverKen, en der verdere huizen van de Ge- thekers, bedient een twee wyken, en de an-
rneente, welke laatden zy verhuuren: ook deren twee elk eene wyk.
zorg draagende, dat de verfcheenenhuuren Wy komen nu tot de befchryving derKweek-
ontvangen worden. jje Groot-Boekhouder Kmekfiboole, in deeze Gemeente opgeregt fchool
en vier andere Diakenen zyn CommilTam- om jongelingen bekwaam te maaken tot den **
fen over de Obhgatten en Papieren- Effeclen Predikdienft. Men hadt, reeds in 't jaar^Kn,
ftfu Gemeente, agtgeevende, dat de ver- 1680, den Leeraar Galenus Abrahamsz.vex- in de Ge
|
|||||||||||||||||||||||
|
toe
|
|||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||
|
AMST E R D A M S
|
|||||||||||||
|
200
|
|||||||||||||
|
hem zelfs, na 't overlyden van den Profes- D^Eir
for Clericus, het onderwyzen der Logica aan p^Eif- zyne Medefludenten hadt aanvertrouwd- Men verkoor hem dan tot Profeffor in de Theologie en Philofophie. Doch zyne ver- kiezing bleef geheim. Hy werdt, in 't vol- gende jaar, eerft tot Proponent bevorderd» en deedt toen, tot voortzetting zyner fW' dien, eene reis naar Engeland. Midlerwyl» vondt de Kerkenraad geraaden, te beproe- ven , of men de voorgenomen Kweekfchool, op redelyke voorwaarden, ook tot eene So- cieteits-Kweekfchool zou können maaken: waarover, in 't jaar 1735, aan twee en veer- tig der rekkelyfte Buiten - Gemeenten ge- fchreeven, en met de Gemeenten in de Zon en in de Arke Noachs gefproken werdt. Aan de meefte Buiten-Gemeenten werdt, op haar verzoek, het beraamde Ontwerp op de Kweekfchoole toegezonden. Men befchreef- ze zelfs hier ter Stede. Doch maar zes Ge- meenten zonden hier afgevaardigden. Daar werdt, derhalve, niets geflooten, en de Ge- meente alhier bleef belaft met het bewind en met de koften der opgeregte Kweek- fchoole. Nieuwenhuis, zyne intrede, met eene Latynfche Redevoering, gedaan heb- bende , ving de openbaare Leffen aan, in 't vertrek der Leeraaren in de Kerk-by den Tooren, op den eerften December des jaars 1735. Zyn opvolger, Heere OosteR- baan, is, in 't jaar 1761, beroepen. Hy is verpligt, de Philofophie en Theologie te onderwyzen. Doch de Kerkenraad heeft den oudflen Leeraar, Klaas de Vries, die zig, veele jaaren, in de Wis- en Natuur- kunde , naar de nieuwe Engelfche wyze, ge- oefend hadt, verzogt, aan de ftudeerende jeugd, in de voornaamfte deelen der Phi- lofophie , Leffen te willen geeven; waartoe hy een gedeelte van den tyd, die hem van zynen gewoonlyken Predikdienft. overfchiet, heeft afgezonderd. De werktuigen, die, in zyn Collegie, tot het doen van Natuurkun- dige en andere proeven, gebruikt worden, zyn , door eenige vermogende Leden der Gemeente, bekoftigd. ^ De Kweekfchool ftrekt, volgens het Re- ÖV
glement op dezelve, den zevenden No- $&$' vember des jaars 1737, by den Kerkenraad, vaftgefteld, niet alleen om jonge Luiden bekwaam te maaken tot den Predikdienft-, in deeze Gemeente, alhier) en in andere Doopsgezinde Gemeenten , alomme; maar ook om' te bezorgen, dat eenige min ver- mogende Buiten-Gemeenten, die zig, aan het opzigt van deeze, byzonderlyk, heb- ben aanbevolen , van Leeraars , en van middel omze te onderhouden, voorzien worden. Zulke Gemeenten zyn, nogtans, ver-
|
|||||||||||||
|
Döopsge- toe men hen, door voordeelige voorwaar-
ziNDEN den, zogt aan te moedigen, zig, onder an- Keuken. deren, verbindende , om han een eerlyk Gelegen- beroep te bezorgen, zo zy al niet mogten de'opreg.Aaagen, in 't bekomen eenerLeeraarsplaat- ting der fe. En 't werk hadt zo veel opgang, dat, zelve, in 't jaar 1692, aan Doclor Galenus , als Onderwyzer of ProfeJJbr, gelyk hy ook, fom- tyds, genoemd werdt, eene jaarwedde en vrye wooning werdt toegelegd. Agt Ge- committeerden der Kerkenkamer, van welken Galenus een was, hadden het opzigt over de Kweekfchool, en oordeelden over de vor- dering en bekwaamheid der Studenten. Doch in 't jaar 1699, nog by 't leeven van Doólor Galenus, die eerft in 't jaar 1706 overleeden ïs, werdt beflooten, Pieter Noordyk, Leer- aar te Utrecht, tot Prediker en Profeffor al- hier , te beroepen, op eene wedde van agt- tienhonderd of tweeduizend guldens in 't jaar. Noordyk bedankte egter voor 't beroep als Profeffor; doch werdt, in 't jaar 1703, Leer- aar , terwyl Galenus voortvoer met het on- derwyzen der jeugd tot zynen dood toe. Noordyk werdt, in 't jaar 1708, nog eens ver- zogt om het Profefforfchap te willen aannee- men; doch hy bleef het, beftendiglyk, af- flaan(/). Men liet dan de Doopsgezinde jeugd ftudeeren, ten deele op 's Lands hooge Schoo- ien, of op de doorlugtige Schoole deezer Stad, en ten deele,by deRemonftranten. 't 1 Ontwerp om de Kweekfchool te herftellen werdt egter niet uit het oog verlooren. In
de jaaren 1709 en 1713, deedt de Doops- gezinde Gemeente van Rotterdam voorfla- gen aan deeze, om eene Societeits - Kweek- fchool op te regten; 't bewind over welke ftaan zou aan zekere Sociëteit der rekke- lykfte Gemeenten, opgeregt om de behoef- tige Gemeenten van Leeraars te voorzien, die toen nog nu en dan byeen kwam; doch nu, federt veele jaaren, niet meer. Doch men kon eikanderen niet verftaan, naar be- hooren. In de Gemeente hier ter Stede, bleef de zaak nogtans leevendig. De Ker- kenraad handelde 'er over, in de jaaren 1715 en 1716, en men nam, in 't jaar 1726, een uitdrukkelyk befluit, om eenen Profeffor aan te ftellen. Nogtans, verliepen 'er eenige jaaren , eer men een bekwaam voorwerp aantrof, om deeze poft te bekleeden. Ein- delyk, wierp de Kerkenraad, in 't jaar 1733, het oog op Tjerk Nieuwenbuis, die zig, op de Hooge Schoole van Franeker , geoefend hadt, en tot Doctor in de Philofophie be- vorderd was, en die nu, in de Theologie, ftudeerde onder de Remonftranten, daar men |
|||||||||||||
|
() Refolutieboek der Kam« L', D. tl. 11, 1««, 167,
I«8 , 20».
|
|||||||||||||
|
III. Boek. Overge PROTESTANTSCHE en andeke KERKEN. aoi
*%^"verphgt,jaar!yks, aanhouding van den ver- ke wy, hier voor (g), gefproken hebben, Doopsge-
^seNi benden onderftand te verzoeken, en geene geeft hy maar ééne Les in de Philofophie. zinden ' Leeraars te verkiezen, dan die, in de Kweek- De Lellen, die, altoos, in de Latynfche taa- Kerken» fchoole, van welke wy fpreeken, tot Pro- Ie, gegeven worden,mogen door elk, zon- ponenten , bevorderd zyn. Zy moeten, aan der onderfcheid van gezindheid , worden dezelven, met den onderftand, dien zy van bygewoond. De gewoonlyke tyd van ftu- deeze Gemeente trekken, en die twee hon- deeren is vyf jaaren, twee in de Philofophie, derd en vyftig,of uiterlyk driehonderd gul- en drie in de Theologie. Doch die toonen, dens beloopt, ten minfte vyf honderd gul- dat zy zig, op de openbaare HoogeSchoo- densin 't jaar, können toeleggen. Doch zo len, genoegzaam , in de Philofophie , ge- zy hiertoe buiten ftaat zyn, worden zy ge- oefend hebben , zyn alleen verpligt, drie weezen tot andere Doopsgezinden Gemeen- jaaren in de Theologie te ftudeeren. De Jen, of aan de Beftierders van zekere maa- Studenten zyn gehouden , Latynfche Ora- ■jwg'i ten deezen einde, door den Diaken tien en DifTcrtatien, en Predikatien, in de jan Honoré , aan deeze Gemeente , ge- Nederduitfche taaie, te doen, terwyl zy, daan. Men is niet gewoon, den onderfland in de Philofophie en Theologie, ftudeeren, te verminderen, wanneer eene min vermo- op gelyken voet omtrent, als onder de Re- gende Gemeente de wedde van haaren Pre- monftranten (h). Het onderzoek der Stu- dikant tot zes honderd guldens mögt können denten gefchiedt tweemaal 's jaars, in de brengen : doch wel, wanneer zy in ftaat Lente en in den Herfft: waartoe de Gecom- geraaken mögt, omze verder te können ver- mitteerden tot de aankweeking der Leeraa- hoogen. De Gemeente onderhoudt eenige ren , byzonderlyk , befchreeven worden , Kweekelingen, doch niet meer dan zes of fchoon alle de Leden van den Kerkenraad agt, en draagt de koften hunner ftudien, daar by ook können tegenwoordig zyn. Zy, Zonder zig egter , tegenwoordig , verder, die tot Proponenten ftaan te worden bevor- byzonderlyk, aan hun te verbinden, in geval, derd, worden over de Leere ondervraagd, zy met tot den Predikdienft mogten können en van 't gantfche onderzoek wordt, op den bevorderd worden. De Kweekelingen, 'tzy eerftvolgenden Kamerdag, aan den Kerken- zy, uit deeze Stad, of door eenige Buiten- raad verflag gedaan: waarna de bevordering Gemeenten, worden voorgedraagen, wor- tot Proponenten gefchiedt, in welke de den niet aangenomen, dan na dat zy getoond Broederfchap ook ftilzwygende bewilligt, hebben, genoegzaam bedreevente zyn in de De Profeflor is geen Lid van den Kerken- Griekfche en Latynfche taaien:'t welk ook, raad, ten zyhy 'er, byzonderlyk, toe ver- °mtrent de Studenten in 't gemeen, plaats zogt worde. heeft. Het onderhoud der Kweekelingen is De tweede Doopsgezinde Gemeente hier II.
°p twee honderd en vyftig guldens bepaald, ter Stede houdt haare Vergadering nog, i n Befehl- en zy verbinden zig, om geen beroep, bui- de Zon, op den Singel, 't Gebouw, welk^dser ten bewilliging van den Kerkenraad, te aan- twee ingangen heeft, op den Singel en op gezinde vaarden, zonder de koften te vergoeden, de Heerengraft, werdt, in 't jaar 1683, Gemeen- die, ten hunnen behoeve, gedaan zyn. De van binnen en van agteren, t'eenemaal, ver-te >haare Proponenten genieten drie honderd guldens nieuwd. Ook is de ingang op den Singel, S?hou- s jaars, tot dat zy een vaft beroep hebben, voor weinige jaaren, verbouwd, en boven dende m ^n zyn, midlerwyi, verpligt,de predikbeur- de poort een bekwaam vertrek gemaakt, °e Zon. en, die hun, door den Kerkenraad, opge- daar de Diaconeffen byeen komen. In het raagen worden, waar te neemen: ook zul- zelve, zyn eenige kaften, waarin de Mee- hKi ten" Gemeenten, die geenen Leeraar ding voor de behoeftigen bewaard wordt. ebben, 0p laft van den Kerkenraad, voor De Kerkenkamer , een ruim vertrek in 't
d-Sï' te dienen- Het °PziëE over wellen, tegen den agtergevel der Kerke, rien *0f hoole ftaat aan tien Gecommitteer- is toen ook vernieuwd, en fchept haar licht, den P l VnklWeekmg der Leer aar en, zynde Van boven, door een' grooten Koepel. De JnKl ïÜT'de vier Leeraars,twee altoos Kerk zelve is van eene ruime gafery voor- danDiyvende Leden uit de Diakenen, en drie zien, ruftende op zes houten kolommen. De «weren, die mt de dienende Diakenen, ge- Predikftoel ftaat tegen den agtergevel van « "% nen worden- 't gebouw, in 't wellen. In 't ruim der Ker- 4b0r-v PePlYfdr°r> die 2yn eigen Samenflelfel ke, hangen drie; onder de galery, tegen over
|
||||||||||||||
|
J
|
r E d?S ' Pïaf..vyf Lelfen in de Theologie, en den Predikftoel, twee, en aan elke zyde, nog
|
|||||||||||||
|
i
|
||||||||||||||
|
'%
|
||||||||||||||
|
%*V XLm df °foPhie ter- weeke' te geeven, twee koperen Kaarskroonen. Voorts, is de
JcenïV6 V*ctien> die, door den Ker- Kerk aad,_ geregeld zyn. Doch tegenwoor- m bm*. «,.
8 » en m gevolge d£r fchikj^ *ym wel. (h Zie hier voor, U. $»U
Cc 3
|
||||||||||||||
|
AMSTERDAMS III.Deel.
|
|||||||
|
i02
|
|||||||
|
Doopsge- Kerk van bekwaame geftoelten voorzien. behoeftige Ledemaaten: een ander dat der ®^v0
zinden J)q Gemeente der Doopsgezinden, die in Ledematen in 't gemeen, en der gebooren ggs*s** erken. je 2on vergadert , wordt doorgaands ge- Kinderen : een derde bezorgt den vrydora
ftfer^deé- diend vän drie Leeraars en tien Diakenen , van Lands- en Stads Laflen : nog twee heb- zer Ge- die den gewoonlyken Kerkenraad uitmaaken. ben opzigt over de Weeskinderen, die op meente. Doch toen de Friefche Gemeente, in't jaar een ambagt befleed worden. Eindelyk, houdt Kerken- J752, met deeze , vereenigde, kwamen , een der Diakenen het Copyboek der Brie- met dezelve, drie Leeraars over, van wel- ven, die , door den Kerkenraad , worden ken nog twee in 't leeven zyn. De Ker- afgevaardigd. Op het waarneemen deezer kenraad vergadert, alle Woensdagen, des byzondere poften, en den dienft der Dia- Zomers , ten drie, en des Winters ten half kenen in 't gemeen, is, reeds in 't jaar 1664, drie uuren na den middag. Doch tot het een uitvoerig Reglement gemaakt, welk, in verkiezen van Leeraaren,en eenige andere 't jaar 1684, vernieuwd , en in de jaaren zeer gewigtige zaaken , wordt de groote 1697, 1727 en 1753, in verfcheiden' op- Kerkenraad befchreeven, die uit de Leer- zigten, eenigszins, veranderd is. By het ' aars en uit de dienende en afgegaane Dia- zelve, zyn eenige boeten op verzuimenis- kenen beftaat. fen en misflagen in het waarneemen der by- Leeraars. De verkiezing der Leeraaren gefchiedt, zondere poften gefield, die, door den Pre-
by eenpaarigheid of by meerderheid van de lident, ingevorderd, en , by gelegenheid, Hemmen des grooten Kerkenraads, die voor- befleed worden, tot vervulling van voorko- af eene Nominatie maakt; doch de verkie- mende nooden , welken niet bekwaamlyk zing moet, door de Broederfchap, worden ten lafte der Gemeente können worden ge- goedgekeurd, die, ten dien einde, des Zon- bragt. De behoeftige Ledemaaten, onder- dags, na dat de verkiezing gedaan is, ver- fland begeerende,können zig, alle Woens- zogt wordt, na 't eindigen van den Voor- dagen , vervoegen aan de Kerkenkamer , middags-dienfl , een weinig te vertoeven, daar weekelykfche uitdeelingen van klee- DePredikatiengefchieden, hier, op de zelf- ding en noodpenningen gefchieden: doch op de tyden, als by de Gemeente, die by 't Lam het Hofje der Gemeente in de Tuinftraat, en den Tooren vergadert, met dit onder- wordt brood en turf uitgedeeld. De be- fcheid alleenlyk, dat, in de Zon, op Goe- hoeftigen, die op dit Hofje woonen, wor- den Vrydag niet, en op tweeden Paafchdag, den, alle maanden, en de behoeftigen buiten alleenlyk des Voordemiddags , gepredikt het zelve, alle drie maanden, door de Diake- wordt. Ook wordt 'er 't Avondmaal maar nen, bezogt. Elke behoeftige ontvangt zy- driemaal 's jaars gehouden, op den eerflen ne bediening alle vier weeken. Doch in No- Zondag , in Maart, in July, en in November, vember, gefchiedt 'er groote uitdeeling van De Leeraars, elk van eenen Diaken verzeld, Vleefch, Spek, Boter, Kaas, Gort en an- doen , eens 's jaars , in den Herffl, in hunne dere fpyze , in de Kerke. De verkiezing byzonderewyken, huisbezoekingbydeLeden van Diakenen, in de plaats van de afgaan- der Gemeente. Men heeft, in deeze Gemeen- den, gefchiedt, jaarlyks, op den eerflen te, onlangs, eene nieuwe en zeer fraaije be- Woensdag-avond in December, na 't eindi- rymingder Pfalmen ingevoerd, die, zo my gen van den gewoonlyken Kerkdienfl. Voor- berigt wordt, door een Genootfchap van ken- af, wordt der Broederfchap afgevraagd, of ners en oefenaars der Poëzye, gedigt, en zy daarby tegenwoordig wil zyn, danofzy, uitgegeven is, onder de Spreuk Law Deo, in de verkiezing des Kerkenraads, beruft? En Saks Populo. zy verklaart zig, genoegzaam altoos, ftilzwy- Diake« De Diakenen dienen vyf jaaren , en zyn, gende, voor het laatfte: waarna haar de ge-
nen, eerfl na dat zy vyf jaaren buiten dienfl ge- daane verkiezing, terftond, bekend gemaakt weeft zyn, op nieuws, verkieslyk. Eender wordt. Deverkooren Diakenen worden, op oudften is Scriba, en houdt aantekening van den eerflen Zondag in 't nieuwe jaar, na '-* voorkomende zaaken en genomen befluiten: eindigen van den Voormiddags-dienfl, door een ander is Groot - Boekhouder , en levert, eenen der Leeraaren, plegtiglyk, beveiligd jaarlyks , een' netten flaat of Balance aan en ingezegend. , p den Kerkenraad. De Scriba behoudt zyne Wyders, zyn, in deeze Gemeente, vier Dj^
poft, zo lang hy in dienft is; doch de ove- Diaconejfen, die, gemeenlyk,voor haar lee-n rigen negen zyn, maand om maand , eerfl ven, in dienft blyven, en door den dienen- Caflier en daar na Prefident. Elk hunner den Kerkenraad verkooren worden. Zy ^°" heeft, daarenboven , eene byzondere poft men, om de veertien dagen, des Woens- waar te neemen. Twee zyn Bouwmeeßers, dags, op het zelfde uur als de Kerkenraad, en hebben 't opzigt over de vafte goederen byeen. . Jp der Gemeente. Een houdt het boek der Voormaals, plagten de Jongelingen, die^/
zig
|
|||||||
|
III. Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKER
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
203
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
j
|
Kt
|
t, aS tot denPredikdienftfchikten,in de Ge- blyven, en met, gelyk in andere Gemeen- D00PSGS.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
meente, van welke wy fpreeken, door ee
nen der Leeraaren, onderweezen en geoe- fend te worden. Doch in 't jaar 1753 , kort na dat de Gemeente van de Arke Noachs zig met deeze vereenigd hadt, werdt men te raade , eenen der Leeraaren, D°. Pe- trus Smidt , het ProfefTorfchap in de Godgeleerdheid enz. op te draagen, en, on- der 't opzigt der Leeraaren en dienende Dia- kenen in 't gemeen , als Curatoren , eene Kiveekfihool op te regten, voor zulken, die genoegzaame ervaarenis in de Latynfche Taaie, en andere bekwaamheden hadden, om) in de gemelde taaie, tot den Predik- dienfl, te worden opgeleid. Men gaf van deeze opregting kennis aan de Gemeenten, die, met deeze, behoorden tot eeneSocie- teits-Vergaderinge, welke,jaarlyks,byeen- komt; dezelven noodigende, om haare jon- .gelingen te zenden op de nieuwe Kweek- fchoole, die reeds verfcheiden' Leeraars aan ■Doopsgezinde Gemeenten heeft uitgeleverd. De Reglementen, op deeze Kweekfchoole gemaakt, komen, in de meefle opzigten, overeen met de Reglementen , voor de Kweekfchoole der Gemeente,die by't Lam en den Tooren vergadert. Doch de Gemeen- te in de Zon laat maar drie ^/a/ram'of Kwee- kelingen toe, om óp haare koflen te ftudee- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ten, na verloop van eenige jaaren, afgaan, z'kdep
Een der Dienaaren des Woords is Oudfle ,Usxm* en, in deeze hoedanigheid, alleen bevoegd, om Doop en Avondmaal te bedienen; waar- toe hy, door een', twee, of drie dernaafl- gezetene Oudflen, plegtiglyk, en met op- legginge der handen, wordt ingewyd. Hyy en de andere Dienaars en Diakenen worden, uit en door de gantfche Broederfchap, daar toe, byzonderlyk, famengeroepen, by een- paarigheid of meerderheid van flemmen , verkooren. Men ziet, in deeze verkiezin- ge, op de meeflgeoefenden, en die, te ge- lyk , van eenen fligtelyke.n wandel zyn. Doch aan een' verkooren Leeraar wordt, op zyn verzoek, altoos, eenige tyd gelaa- ten, omzig, tot het aanvaarden van den Predikdienfl, te bereiden. Des Zondags, en op de Feefl- en Bededagen, wordt 'er, in de Kerke deezer Doopsgezinden , maar ééne Predikatie gedaan , des Vbordemid- dags. In de weeke, wordt 'er niet gepredikt, behalve des Saturdags, tot Voorbereiding voor 't Avondmaal, welk 'er, gewoonlyk, tweemaal 's jaars, gehouden wordt, opPaa- fchen, en tegen den winter. Dé gewoon- lyke Vergaderingen der Gemeente, en de byzondere Byeenkomflen der Broederfchap worden aangevangen en beflooten, met een |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren. De ProfeiTor geeft zyne LefTen in de flil Gebed of Dankzegging , waarvan de
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Leeraar, vooraf, den inhoud opgeeft. De
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
\ Kerkenkamer
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ff*
|
De derde Gemeente der Doopsgezinden Dienaars en de meefle mansperfoonen doen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
S^ i\^er h011^ haare Vergaderingen, op den dit gebed, knielende. In de Vergaderinge,
|Sjj ^leuwe - zyds - Agterburgwal, aan de wefl- bedient men zig nog van eene oude Over- '/"N, j^de, tuflchen de Lynbaans- en Spaarpots- zettinge des Bybels, genaamd die vanMco- %'rSe Reegen, naafl de herberg de zes Kruiken. Zy laas Bleflkens, welke, by de Doopsgezinden, !Nhoe> t' a^ *n dß zeftiende eeuwe, den naam van ouds, gebruikt werdt; doch, federt, by de"^!" §edraagen van Oude Vlaamingen. Ook heeft de meeflen, voor de nieuwe Overzettinge, \ts XhQn naar> fomtyds, Dantzigers genoemd, op laft der Staaten deezer Landen gemaakt, \ °m dat zy met ééne der twee Doopsgezin- en in 't jaar 1(537 in 't licht gegeven, ver- een Gemeenten te Dantzig , aldaar, oud- wifTeld is. Wyders, is, by deeze en dier- tyds, Klerken genaamd, zo't fchynt, naar. gely ke_ Gemeen ten, de plegtigheid der Voet - |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eenen Oudfle of Leeraar, die Klerk of
■Klerk heette, altoos, Broederlyke gemeen- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
waffchinge nog in gebruik; doch niet, ge-
lyk onder zulke oude Vlaamingen, die, met |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jchap onderhouden heeft, en door dezelve, den naam van Groningers , onderfcheiden
°mtyds, van Leeraars voorzien is. De Ver- worden, by de onderhoudinge van 't Avond-
gaderplaats der Gemeente is een langwerpig maal, en in de Kerke; maar alleen, omtrent
vierkantbeneden-vertrek,tegens welkswes- Oudflen of Dienaars, die van eenige Bui-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
iÜvm Wand' de Predikfloel gefield is, in't tengemeenten herwaards gezonden zyn; en
miauen eener afgeflooten bank voor de Die- ter plaatfe, daar zy hunnen mtrek genomen
«aren en Diakenen. Regt tegen over den hebben. De Kerkenkamer, van welke de
gedikitoel in 'tooften, is eene kleine ga- Dienaars des Woords en de Dienaars der
ery,en even binnen den ingang van't een- armen Leden zyn, wordt op geenen vaflen
^oudig gebouw, eene Kerkenkamer. tyd gehouden, doch vergadert, doorgaands,
De Gemeente, van Welke wy fpreeken eens of tweemaal ter weeke, naar dat zulks
L°e? ' te§eilwoordig , bediend van vyf de gelegenheid vordert. De Diakenen raad-
fiehrk Dienaars des JVoords, die nog, pleegen, in de voornaamfle zaaken, de zorg
vantJan^uds' zonder wedde, dienen;en voor de armen betreffende, altoos, met de
W£e Diakenen,, die in geduurigen dienfl Dienaars des Woords.
Me
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vu
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hl. Deel.
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||
|
so4
|
||||||||||||||||||||||
|
Col-*'*
|
||||||||||||||||||||||
|
fchikt, werden Collegien der Propheet en ge"
naamd, en in de oudfte Synoden van de jäh- ren 15Ó8, 1571 en 1574» fterk aangewe- zen («). Men beoogde , onder anderen> op deeze wyze, geoefende Luiden op te te1* den tot den Predikdienft (o). Doch de Cor legien, van welken wy fpreeken, hielden > na 't opregten van Hooge Schooien, ntec lang ftand by de Gereformeerden en Luther' fchen. Zelfs raakten zy, by de DoopsgS" zinden , daar zy de voornaamfte Kweek' fchoolen der Predikanten plagten te zyn> meer en meer, buiten gebruik, tot dat h& afzetten en bannen van veele Remonftrant* fche Predikanten, omtrent het jaar iöip» gelegenheid gaf, dat zulke Leden van by* zondere Gemeenten, die zig van hunne Leeraars ontzet zagen, en zig niet genö£' gen konden met het gene hun, in de open' baare Kerke, geleerd werdt, de oude oefe- ningen , welken fommigen zelfs boven de Predikatien ftelden, wederom begonden in te voeren, en eerft te Warmond,daarna te Rynsburg, en vervolgens ook in andere Ste- den en Dorpen deezer Provinciën, Collegien op te regten, daar vryheid van leeren gß" geven werdt aan elk verftandig en befchei' den Chriften. Doch 't liep, tot in of om' trent het jaar 1646, aan, eer, te Amfter"- dam, om het opregten van zulk een Colte' gie gedagt werdt. Omtrent dien tyd, of wat eerder, was
met der woon herwaards gekomen AdaP Boreel, van wien wy boven (>) reeds ge- waagd hebben; die, nevens Galenits Jbra- hamsz. de Haan, wien, naderhand, het Leer- aarampt onder de Vlaamfche Doopsgezinden opgedraagen werdt; Michiel Komans, die o> tot de Remonftrantfche, of tot de Doops- gezinde Gemeente behoorde, en Daniela Br een, die, te Leiden, onder den Remon- ftrantfehen ProfefTor Episcopius, geftudeerdr en, na 't veroordeelen der Remonftrantfche Leere in de Synode van Dordrecht, de HoO' ge Schoole verlaaten hadt ; hier het eerft5 Collegie opregtte, op het Rokin over h& Rotterdammer Veer, op den zuiderhoek v^ de Kalfsvelsfteeg, in een huis , dat van l S. Marias Kloofter hertimmerd was,en no£ in wezen is. Hier vergaderde, door den ty^» een goed getal van luiden van allerlei gß' zindheid, gelyk ook de eerfteopregtersnißt; eenerlei belydenis aankleefden. Boreel w^5 van Gereformeerde herkomft Gatend Doopsgezind: Komans, veelligt , Ren«>n" ftrantfch, en de Breen plagt ook tot deRe" monftranten te behooren. De yver van Gar (a) Zi' Kerk. Handboekje bl, i, 17, u, 1*1 ».'1 87>f '
(o) Kerk. Handb. bl, j. (p) Blad:., Iji+, |
||||||||||||||||||||||
|
Coi,le» Alle de Doopsgezinden Gemeenten zyn,
GiANtEN op den zesentwintigften January des jaars Ver" 17145 door Burgemeefteren deezer Stad , |
||||||||||||||||||||||
|
gader-
PLAATS
|
||||||||||||||||||||||
|
vermaand, tot het houden van aantekening
|
||||||||||||||||||||||
|
der geboorenen onder haar (z), om, indien
't vereifcht wordt, gelyk dikwils gebeurt, getuigenis te können geeven van den dag van iemants geboorte. Wyders , hebben Burgemeefteren en SecretariiTen deezer Ste- de , by meer dan eene gelegenheid, beves- tigd , dat, op de verklaaring der Mennoni- ten, of der zulken, die, wegens hun be- grip uit het Evangelie, zwaarigheid maa- ken in het doen van eenen eed; en dus dee- ze verklaaringen doen, met waare woor- den , in plaatfe van eede; hier, volgens een aloud gebruik, altoos regt gedaan wordt (£). By de Vlaamfche, Waterlandfche en oude Friefche Doopsgezinden Gemeenten, was, oudtyds, het trouwen voor den Leeraar, in de Kerke, in gebruik. Doch op den twaalf- den Auguftus des jaars 1621, kreegen al- len, die op deeze wyze getrouwd waren, bevel van de Wethouderfchap, om, binnen drie maanden, voor Schepenen te verfchy- nen, en hun huwelyk nader te doen beves- tigen (/). IV.
VERGADERPLAATS der
|
||||||||||||||||||||||
|
Óf/
|
||||||||||||||||||||||
|
Eer men, in 't begin der Reformatie ,
hier te Lande, Hooge Schooien hadt opgeregt, alwaar jonge Luiden in de Her- vormde Leere onderweezen, en tot waar- neeminge van 't Predikampt bekwaam ge- maakt werden; hadt men , by alle de ge- zindheden , die van 't Pausdom waren afge- weeken, eene foort van oefeningen inge- voerd, die men hielde gegrond te zyn op eene plaats van Paulus - Brieven (m). Men liet, naamlyk, zelfs gemeenen broederen ge- legenheid, om, in de Kerke, na de Predi- katie , of op andere bekwaame tyden, een- gedeelte der H. Schriften, beurtswyze, te verhandelen, tot ftigtinge der Gemeente, met redelyke vryheid, om iet, welk ande- ren nuttig oordeelden, te voegen by 't ver- handelde. Onder de Gereformeerden, noem- de men deeze wyze vanoefenenproponeeren, en propheteeren, om dat menze hieldt te ge- lyken naar het gene de Apoftel, in de aan- gehaalde plaatfe, propheteeren noemt. De Byeenkomften , tot deeze oefeningen ge- (») Gtoot-Memor. N. IX. . 179. Handv. bl. +64.
\k.) Handv. bl. 46$. Zie os^hiei voor, II, Pef/, XI. Boek, bl. 409. (/) Keutb. I. . 2«7. Handv. bl, 4«+,
(m) x Kjr. XIV. zfi-^o. |
||||||||||||||||||||||
|
Oor-
fprong
der Col- legien, onderde by zen de- re Ge- zindhe- den der Her- vormden, |
||||||||||||||||||||||
|
III. Boek, Ovêrge PROTESTANTSCHE en andere KERKEN. 205
\jjkw s braSc egtjer te wege ,dat veeleDoops- in de Synode bekend mögt zyn. En deezen Collis*
%* SeZinden het Collegie bywoonden, waarom betuigden geene kennis altoos te hebben, g^rte« J^fi 5et' by Veelea, en zelfs by de Regeering dat 'er, in hunne Stad, eene Rweekfchool ^. deezer Stad , voor eene Fergadering van van Sociniaanen zyn zou. Doch twee jaa- plaats. Mennonißen, werde aangezien (q). Doch, ren geleeden was hun, zeiderize, voorge- niet lang na de opregting van het Collegie, komen, dat zig aldaar zekere Vergade- vielen de Gereformeerde Predikanten dee- dering van Mennoniften openbaarde zerStadj of eenigen der zei ven der Regee- waaromtrent Burgémeefteren zulke orde nnge klagtig^ datT 'er Sociniaanfche dwaa- hadden gefield, dat de Predikanten daar- hngen verfpreid werden op't Collegie. De in genoegen genomen hadden." DeLe- ^ociniaanen waren , federe het jaar 1638, den van Holland verftonden dan, dat meri m Poolen vervolgd (r): en eenigen derzel- de zaak niet verder roeren zou (t). 't Colle- ven hadden de wyk genomen naar Holland gie, eenigen tyd, op meer dan éérie plaats, en naar deeze Stad. Een hunner Schriften gehouden zynde, werdt, zo 't fchynt, eer- Was hier zelfs, by den beroemden Drukker lang, wederom ov ergebragt in het Huis op Joan.Blaaiiw tóiz naderhand Schepen werdt, het Rokin. Galehus Abrahamsz. bleef het in't jaar 1642, van de pers gekomen; doch, bywoonen; doch deedt, na eenige jaaren by Schepenen-VonnifTe, in de Stads tuin, verloops, zyn beft, om het in de Doopsge- Verbrand (). 't Zou dan zeer wel zyn kon- zinden - Kerk by 't Lam over te brengen, of nen, dat iemant, die hunner Leere toege- ten minflen, om in die Kerk ook een Cöl- Qaan was, zig op 't Collegie vervoegd, en legie op te regten. Tot het laatfte, werdt, zyn gevoelen aldaar voorgefteld hadt. Doch byzonderlyk in de jaaren 1055 en io"ó'o,ge- burgémeefteren, onderzoek doende, op de arbeid (ji). Doch 't gelukte niet, dan na natuur van 't Collegie, kreegen geen ander dat de Gemeente, die federt in de Zon by- berigt, dan dat het eene Fergadering van eenkwam, zig van de Gemeente, die by 't Mennonißen was. Nogtans, vonden zy ge- Lam vergaderde, gefcheiden hadt; en na dat raaden, het Collegie op het Rokin te doen de laatftgemelde Gemeente zig met deWa^' fluiten. De Predikanten lieten zig hierme- terlandfche hadt vereenigd. De Collegian- de genoegen. Doch de Collegianten ver- ten bleeven egter op het Rokin vergaderen, gaderden, na verloop van eenigen tyd, we- tot dat zy, in of kort voor het jaar 1675', derom op eene andere plaats, en onder an- een huis huurden, op de Keizersgraft, aais deren in 't huis van zekeren Koopman, zo de ooftzyde, tegen over den Schouwburg, ik meen, Anthony Rookeww, op de Keizers- daar de Oranjen - appel in den gevel flondt. §raft, by de Groenlandfche Pakhuizen. In Hier hielden zy, in 't gemelde jaar, hunne £en Zomer des jaars 1648, ftelden de Ker- gewoonlyke Byeenkomften. Hoe zy dit J^elyke Afgevaardigden van Breda, op de Huis, ten zelfden tyde, tot een Weeshuis ^uidhollandfche Synode, die te Delft gehou- aangelegd , en federt gekogt hebben, zullen den werdt,voor dat,te Amfterdam, eene wy, watlaager, te boek ftellen. Een he- )j SociniaanfcheKweekfchoolopgeregtwas; vige twift, die, naderhand, onder de Col- j> en dat de Sociniaanen, die dezelve had- legianten, ontftondt, gaf gelegenheid, dat » den opgeregt, van de Wethouderfchap de Regenten van 't Weeshuis, in 't jaar 1685, ■■> verzogt hadden, in de Stad te mogen bly- het Collegie, voor beide de twiftende par- I» ven woonen." Men vraagde den Am- tyen , toeflooten. Zy vergaderden toen, iterdamfchen Predikant Rudolpkus Petri, die ieder afzondeflyk: de eene party ihdePrin- f? Synode by woonde, wat hy 'er van wift? fenftraat, in een huis, welk ook een' uitgang yAverklaarde niet te weeten, dat 'er, in op de Prinfengraft hadt, en in laater' tyd, " Amfterdam, eenig Collegie van Sociniaa- tot eene Kerk der Friefche Doopsgezinden " nen ware; maar wel, dat de Kerkenraad vertimmerd is; en de andere party wederom " ^a" de Wethouderfchap hadt vertoond, op het Rokin, en naderhand, in eene ge- j, dat te Rynsburg, eene vergaderingvan wezen' Glasblazery op de Keizersgraft, tüs- " Ierlche^i' gezindheden begon in zwang fchen de Ree- en ßeerenftraaten. Doch in 't », te gaan. DenKaaLÓsheerJobanvanForeefl, jaar 1690, werdt het Collegie in den Oran- je de ^'node,alsCommiffarispolitica ,hadt jen-Appel wederom, voor beide de partyen, Dygewoond, verfiagvan>t seb£urde doende geopend, mids zy, op afzonderlyke tyden, ^r v ergadennge van Holland; werden de Af- byeen kwamen, en elkanders oefeningen niet pvaardigden der Stad Amfterdam verzogt Hoofden. Maar aan deeze en .andere voor- e willen verklagen, wat hun van 't verhaalde' waar- ff) On?1' ?oU-, 3° ST: ,s*8- *'. 330 (t) Refol- Ho"- ». 3" &P>- ***** « 3IJ , 33o. w
05 «>artyd- Chton. tl. 7i. 33°' hier aeter »» <*e Bylaagen £'. E. A'. i rti a. ' *3 ' '*
«»»dt Dagw. */. 3z. ,u) Lammeien Kryg, tl. i*.
U- STUK. (Dd
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
2od
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
uit en door de intekenaars tot de Kas, DJ ^ER-
meerderheid van ftemmen, worden vervuld. gApe'^ 't Beftier deezer Kaffe is, in 't jaar 1734' n-AAT op eenen geregelder voet gebragt, en toen is vaftgefteld, dat de middelen derzelve zou- den dienen. 1.tot onderhoud van behoefti- ge Collegianten. 2. tot betaaling van eeni- ge Gemeentelyke onkoflen. 3. tot vervul- ling van eenige dringende nooden buiten de Collegianten. en 4. om aan iemant on- der de Collegianten eenige penningen op In- treft te fchieten, tot voortzetting van een eérlyk beroep. Wyders, zyn de Beftierders deezer Kaffe ook Regenten van zeker Hof- je , het Roozen - Hofje genaamd : waarvan wy , ter zyner plaatfe , nader gewaagen zullen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
Colle- waarden werdt, naar 't oordeel der Regen-
giantün ten van 't Weeshuis, niet voldaan naar be- gadÊr- nooreI1: waarom het Collegie aldaar, ih 't plaats, jaar 1694, andermaal geflooten werdt. Bei- de de partyen hielden toen, beurtswyze, zo ik meen, byeenkomften in het gemelde Huis in de Prinfenftraat, de kleine Zon genaamd, om dat 'er eenigê Doopsgezinden, die uit de Zon waren uitgegaan, Vergaderingen ge- houden hadden; tot dat zy, iri 't jaar 1700, vereenigden, en wederom in het Weeshuis den Oranjen-Appel byeen kwamen. Befchry- Zy vergaderen, nog tegenwoordig, in een ving van bovenvertrek van het zelfde Weeshuis, welk het Col- ineen Johg'man's- en Dogters - Huis onder- denOran- fcheiden is. Het eerile heeft zynen ingang, |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
jen-Ap
pel. |
die ook de toegang naar 't Collegie is, op
de Keizersgraft, over den Schouwburg. In |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
't vertrek, tot het Collegie gefchikt, zyn
alle de Plaatfen voor elk gemeen. De Ge- meente, die hier gewoonlyk byeenkomt, houdt, tegenwoordig, maar eens ter wee- ke, des Zondags, na den middag, midsgaders, op Bede- en Hemelvaartsdag, openbaar Colle- gie. Daarenboven, is'er nog eene byzohdere oefening, die voor Jongelingen gefchikt is. Zy, die, in 't openbaare Collegie , ge- woonlyk , het woord voeren, worden daar- toe , doorgaands, vooraf verzogt door de be- kwaamde Leden der Gemeente; fchoon men aan elk befcheiden en verftandig Chriften yryheid laat, om aan de Gemeente voor te draagen, 't gene hy oordeelt tot ftigtinge te können dienen. Gemeenlyk, wordt 'er, na 't zingen van een' Pfalm of geeftelyk Lied, en na 't doen van een gebed, een gedeelte der H. Schriftuure verklaard; en, na dat 'er gelegenheid gelaaten is, om eeni- gê aanmerkingen te maaken over 't gene men gehoord heeft , wordt de Verklaarde Tekfl, doorgaands door een' ander', toege- paft; waarna de gantfche oefening, met een gebed en dankzegging, welk, veeltyds, van een gezang wordt voorgegaan , beflooten Wordt. Eens 's jaars, gemeenlyk in Februa- ïy , wordt 'er 't Avondmaal gehouden. Aan den op- en ingang naar de Collegieplaats, zyn eenige Armboffen gefield: een ten be- hoeve van armen van allerlei gezindheid: de overigen ten behoeve der Weezen, die in dit Weeshuis worden opgevoed. De behoeftige Collegianten worden onder-
fteund uit eeneArmenkas, tot welke, jaärlyks, wordt ingetekend. Zy ftaat onder 't opzigt van drie Beftierders, welken drie Gecom- mitteerden toegevoegd zyn, met welken zy, in zekere gevallen, moeten raadpleegen. Zy dienen drie jaaren. Doch jaarlyks gaat 'er een Beftierder en een Gecommitteerde af, welker plaatfen, in 't begin van December, |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
V.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
QUAKERS - VERGADERPLAATS.
De Proteftantfche gezindheid, welke, al
vroeg, fpotswyze, Quakers ge- noemd is, heeft haar begin genomen ter ge- legenheid der predikinge van eenen Engelfch- man, George Fox genaamd, die, omtrent het jaar 1647, opftondt. Zy heeft zig, hier ter Stede, in of kort voor het jaar 1656, neder* gezet. De éerften, die hier leerden, en eeni* gen aanhang maakten, waren Willem Arnes, jan Stubs en Willem Katon. Arnes kwam, in 't jaar 1657, ten tweede maale, in Am- fterdam ; doch kreeg toen bevel van Bur- gemeefteren, om de Stad te ruimen. Hy maakte zwaarigheid, om dit bevel te ge- hoorzaamen, en werdt, daarop, nevens ze- keren Humbie Thatcher, ter Reguliers-pooite uitgeleid. Maar Arnes was, den volgenden dag, al wederom in de Stad, daar hy zig nog eene geruime wyle ophieldt, en onder de Doopsgezinden en Collegianten vry wak ingang vondt. Katon kwam , na hem, is Amfterdam. Doch zy keerden beide, eeï' lang, naar Engeland. Arnes kwam, nog i'1 't jaar 1662, hier ter Stede weder,daarhy> in 't zelfde jaar, overleeden is (y). De Qua-* kers hielden hunne eerfte Vergaderihgefl» in byzondere huizen hier ter Stede, zee* in 't heimelyk, en fomtyds tot diep in de*1 nagt. Doorgaands, kwamen zy byeen, ifl een' gang aan de fchans, by de Reguliers' poort, de Engelfibe gang genaamd, en nog» in den zuidooftelyken hoek der Botermark0' te vinden: 'fomtyds, ook buiten de Stad, aan den Amftel, op het Kuipers-, en 8**?r" hand op het Verwers-Pad, in eene Looije' rye. Doch na't jaar 1663 («>), werdt, meen |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
ff
sis*5.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
W
|
fi'
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
&
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
A3?'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
(v) W. Sïwfl Hift. der Quakffs, H '71'
Oj W. StWEt Hift. dei Quakeis, bl. H«> |
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
20J
1*71
|
|||||||||||||||||||||||||||||||
|
III-Boek. Overige PROTESTANTSCHE en andere KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
207
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
&
|
Vjj. Rs ik, de Vergadering wederom binnen de Stad worden hier vermaand, om die gaave op te Quakers
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ö.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
verlegd: en, zo my berigt wordt,gehouden wekken, en zig in ftaat te ftellen, om de-VER-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
h
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zelve mede te deelen, in de Godsdienffige^??*-
Vergaderingen. Men vermaant of beftraft 'er, wyders, de ongeregelden, die, zo zy zig, na herhaalde vermaaningen, niet be- teren , van de Gemeente uitgeflooten, of, gelyk de vrienden zig uitdrukken, ontkend worden, tot de Broederfchap te behooren. Ondertuflchen , kan zulk een uitgeflooten Lid zig van de verklaaring, in eene maan- delykfche Byeenkomfl: gedaan, op eene drie- maandelykfche, en van daar, op eene jaar |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*4rs. in
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
June
Ndi |
een huis in de" Driehoekftraat, aan de
zuidzyde der Brouwersgraft; tot dat de Ge- meente , in 't jaar 1675, een huis kogt op |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^'Sa.ge de Keizersgraft, tuffchen de Leliegraft en
"Plaats. Prinfenftraat, alwaar zy, in 't volgende jaar, voor 't eerft vergaderde, en, nog tegen- woordig , byeenkomt. Het huis is kenlyk aan een' gefchilderden Driehoek, die boven de deur ftaat. De Vergadering komt by- een in een ruim binnenvertrek, welk, dik- ^As, van nieuwsgierigen vervuld is. De |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gejoöfiiyke Vergadering deezer_ Gezindheid lykfche Byeenkomfl beroepen. Van 't gene,
f des Zondags, of, gelyk zy liever fpree- in deeze Byeenkomften, voorvalt, wordt, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«en, op den eerften dag der weeke,'s voor- door een'der Vrienden, aantekening gehou-
demiddags ten half tien, en 's nademiddags den. In dezelven, wordt ook op de Leer, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ten twee uuren.
. Het beftier der Gemeente ftaat aan ee nige Oudften of Opzienders; hier ter Ste' |
Leerwyze, en inzonderheid op het gedrag
der gewoonlyke Leeraaren en Leeraareflen der Gemeente agc gegeven. Voor veertig of vyftig jaaren, was, hier
ter Stede, ook een gezelfchap van ßeevers, gelykze genoemd werden, die op den Over- toomfchen weg byeenkwamen. Doch het heeft niet lang ftand gehouden. Men on- derregt my, dat deeze Beevers egter nooit tot de Gemeente der Quakers hier ter Ste- de behoord hadden , gelyk men, ligtelyk, uit de overeenkomft in den naam (1), ver- moeden zou. Behalve de befchreeven Proteftantfche
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
let
|
ute."
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de, doorgaands, vier of vyf in getal. On-
der dezelven, zyn 'er twee , aan welken net onderhoud van 't huis, daar de Ge- nieente vergadert, byzonderlyk toever- trouwd is. Voorts, maaken zy hun werk Van het bezoeken der Leden van de Gemeen- te, die zy, in hunne behoefte, uit eene ge- meene Kas, onderfteunen. Een der Öpzien- deren is Kashouder: een ander Boekhouder, kenige bedaagde vrouwen hebben, byzon- derlyk , het opzigt over de Zufters, en zyn |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
éven als de Diaconeffen in andere Gemeen- Kerken en Godsdienstige Vergaderingen ,
*en,aan te merken,fchoon zy deezennaam zyn'ernogverfcheiden' GodsdienstigeOefe |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
mngen, in byzondere huizen, zo onder de
Gereformeerden, als van eenige andere Ge- zindheden , tot welken ook de zogenaamde Hernhütfche Broeders behooren; in welker befchryvinge wy ons niet inlaaten. VI.
KERKEN der ROOMSCHGE-
ZINDEN. Wy komen nu tot de befchryving deroer-
RoOMSCHGEZINDEN K E RK E Ngang tot hier ter Stede: waarby wy voegen zuiienfchrv-
een kort berigt van twee andere Chriftelyke VjDg der Kerken, eene Armenifcbe en eene Griekfche, Roomsch- die, tegenwoordig, in Amfterdam, gevon- oezhtde« den worden.
De Roomfchgezinden, die, hier, voor de Aan,e._
verandering der Regeeringe des jaars 1578, ding tot
alle de openbaare Kerken gebruikten, moes- de vry- ten zig, terftondna die verandering, behel-]?eid def pen in byzondere huizen,daar de Wethou-Sden' derfchap hunne heimelyke Byeenkomften, hier ter ' oog-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
njet draagen.
De Quakers in 't gemeen houden maan-
delykfche , driemaandelykfche en jaarlyk- Iche Byeenkomften, beide van mannen en gouwen, doch ieder afzonderlyk; in wel- ke Byeenkomften, zaaken verhandeld wor- den , die 't beftier der Gemeente en deKer- «elyke tugt betreffen. En deeze Byeenkom- ften worden ook hier gehouden; fchoon het klein getal van Quakers in deeze Stad niet gedoogt, dat men zig ftiptelyk binde aan *je orde op deeze Byeenkomften, allereerft, öoor George Fox, in den jaare 1668, aan j Vrienden in Holland aangepreezen (ff), n deeze Byeenkomften, zit niemant voor; ït?<ivina dat de Vergadering, eenigen tyd, » ^u r°p de Hemelfche verlichtinge ge- wagt heeft of ^ dat .a een overlufd |e. bed gedaan ls, ftekde een of de and §ie
gg daar toe oPgewekt of in ftaat ^dt
iet voor, welk het oogmerk der Vergade-
SSAb'tre, Men Ve^oekt hier fommigen
gt Opztenders en Opziendcreiren> En gj. Savannen °^ Vr0UWe«vin welken, mende
&dave om te leeren of te prediken befpeurt, (*> J. Rcxxy Pifcipl. ofti.eQi^e« print* I7,£.p. u.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
't gngelfeh, betekent beeveti.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(1) to Quake, in
Dd * |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
203
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ROÖ<
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
RooMscïi- oogluikende, toeliet (j). Doch, na dat de Roomfchgezinden Gemeenten, hier te Lande,
gezinden afval des Graaven van Rennenberg, in den welker Priefters, voor een groot gedeelte, Kerken. jaare I5g0 > fen Staaten van Holland aan- gevlugt of verjaagd waren, wederom van Stede, na jeiding gegeven hadt, tot het verbieden der zielzorgers te voorzien. Te Amfterdam, wa- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der ing
der lte- geeringe in 't jaar 1578. |
' Roomfche Religie,inhunneProvincie, werdt, ren van de Kloofter-Priefters niet meer dan
ook hier ter Stede, en in de Ambagtsheer- twee Minderbroeders overgebleeven, die, 1 lykheden der Stad, het prediken, trouwen, hier en daar, in 't heimelyk, dienft deeden. doopen en andere oefeningen , naar de Sasbold fchikte, terftond, meer Priefters her- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Roomfche wyze,by eene byzondere Keure, waards. Doch zyn bedryf werdt, toen nog,
verbooden (2). In 't jaar 1589, kwam 'er zo euvel genomen by de hooge Overheid, wederom een Plakaat der Staaten van Hol- dat hy, in 't jaar 1602, met verbeurdver- land uit, tegen de Vergaderingen der klaaringe zyner goederen, ten Lande uit ge- Roomfchgezinden; doch 't werdt, hier ter bannen werdt. Na zynen dood, in 't jaar Stede, niet afgekondigd, dan onder uitdruk- 1614.> droeg Paus Paulus de V. het Vicaris- kelyk beding dat Schepenen de flraffen, fchap over de Vereenigde Nederlanden op by het zelve gedreigd, naar billykheid, aan Philippus Rovenius, AartsbüTchop van en naar de gelegenheid der zaaken, zou- Philippis, die, federt, op den voorflag van den mogen maatigen («)." Verfcheiden' de Aartshertogen Albertus en Izabella, kort Leden der Regeeringe verftonden,dat men voor 't uitgaan van 't Beftand, totAartsbis- de Roomfchgezinden zagtelyk handelen fchop van Utrecht, voorfchikt werdt. In moeft. Onder anderen, was van dit gevoe- eenen brief der Vergaderinge van Kardinaa- len Reinier Kant, die, in 't jaar 1580, Bur- len tot voortplantinge des Geloofs, van de» gemeefter geworden was, en wiens Wedu- eerften May des jaars 1628 ,leeft men,dat, we, naderhand, aan den Raadsheer Johan toen, te Amfterdam, onder anderen, twee van Heemskerk, uit wiens aantekeningen, ik Franciskaanen of Minderbroeders, een Do" dit fchryve, verhaald hadt hoe hy, als eeni- minikaan , en een Jezuit dienft deeden. R°* s, gen fpraken van de voornaamfte Room- venius, die zeer, met de geordenden, w^" fchen ter Stad uit te jaagen, wel hadt dur- ken zig, van tyd tot tyd, drongen in de Staüea . j, ven beweeren, dat men Luiden, die fchot hier te Lande, overhoop gelegen hadt, kwam, en lot betaalden, zo niet behoorde te han- in 't jaar 1626, met hen overeen, dat zy, ifl delen; en te minder, daar men zelf zo de Statiën te Amfterdam, daar zy toen waren^ niet hadt willen gehandeld zyn," daarby blyven zouden, 't Verdrag werdt, door in- voegende dat de Roomfchen, te zeer ge- haandenVIII.\ieveft\gd,e.n Alexanderde Vil* 5, drukt wordende, zig mogelyk wederom hing'er, in't jaar 1656, zyn zegel aan. Maar in 't bewind zouden zoeken te dringen; Rovenius,die zig Aartsbiffchop van Utrecht wanneer de laatfte plaag erger zyn zou, tekende,hadt, midlerwyl, in 't jaar 163*5 dan de eerile geweeft was (£)." Doch in de Stad Amfterdam, zo ver dezelve, buiten 't jaar 1591, bevondt men, dat eenige op- den Singel en Kloveniers-burgwal,uitgelegd roerige en den vyand toegedaane luiden, was, verdeeld' in drie Statiën, aan ieder' Pas- onder dekfel van Roomfche Vergaderingen toor in dezelven, die egter, onder de Paftoors te houden, heimelyk, byeen kwamen; waar- der oude en nieuwe Kerken, ftaan zouden- tegen , by eene fcherpe Keure, voorzien zyne Parochie of Kerfpel toewyzende (ß)- werdt (c). Naar maate, nogtans, dat men De Paftoor der Oude Kerke ftondt toen op meer overtuigd werdt, dat de Roomfchge- 't Begynhof, fchoon aan de nieuwe zyd£ zinden niets oproerigs in den zin hadden, gelegen : die der Nieuwe Kerke , op den werden hunne heimelyke Byeenkomften te Nieuwe-zyds-Voorburgwal, by 't Spuy. De Amfterdam zeldzaamer geftoord. Parochien, die, van nieuws, werden opge- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Staat der
Room fche Ker ke, hier |
Na 't overlyden van Fredrik Schenk van regt, waren die van de Noorder- en Wes-
XaM£ew&Krg,AartsbiffchopvanUtrecht,inden. ter-Kerken aan de nieuwe zyde, weiken zig» jaare 1580, gedroegen fommige Geeftelyken van de hoogte van den Jan-R.ooden-Poorts- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tiTia'nde. zig, als Vicariifen van den opengevallen ze- tooren, ftrekten, noordwaards en zuidwaards»
tel, tot dat één der zelven, SasboldFosmeer,in zo ver als de Stad toen bebouwd was; el1 'tjaar 15895 door, of van wegeVaus Gregorms die van de Zuider- of S. Jans Kerke, aan d£ den XIII., tot algemeenen Vicaris der Ver- oude zyde, begrypende het ooftelyk gedee"' eenigde Nederlanden, werdt aangefteld; die, te der Stad, over den Klo veniers - burgw3'; terftond daarna, zyn werk maakte, om de Doch deeze verdeeling heeft geenen ftand ,Y;~~; r r, , ,, können houden (e). En Rovenius werdt, (y) Zie BRANDT I. Deel, bl. «01. v ' ij,
(z.)-Zie II. Deel, X. Boek.., hl. 38«.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(a) 11. Deel, XI. Beek, bl. +04. (d) Batavia Sacta P. II. p.
|
40)'.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(b) Gefbgtreken.
(c) II. Deel, XI.
|
* *__ _ ,,_ _ - _ il T n»*(j
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
va.11 de HEEMSK.E8KEN . 79. MS,
Boeket bl. 405, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
{e) VAN HEUSSEN en VAN
il, i'Jii 35>8» +!'♦, +17, -»ij |
R.YN Kerk. Oudh. I.
IV. Deel, bl, 1*1, 2< |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN. zog
GE^Ca-in t jaar 1640, door 't Geregt van Utrecht, Nuncius te Keulen, wien, reeds in 't jaar Roomsch-
^cN. |ebannen. Te Amfterdam , genooten de 1706, de zorg voor de Roomfche Kerken oezwdïk Roomfchgezinden, ondertmTchen, ten dee- deezer Landen, door Paus Clemens, opge-Kerkes- zen tyde, reeds eene ongeftoorde vryheid. draagen geweeft was, op den hals gehaald ' De Vroedfchap ftemde 'zelfshet vernieuwen hadden; maakten ook zwaarigheid, in het QerPJakaaten tegen hunne Byeenkomften af, aanneemen der Bulle Unigenitus ,'t welk ge«- toen 't, in 't jaar 1636, een' tyd, dat de legenheid gaf, tot groote verdeeldheid, 's Staat met Frankryk verbonden, en met Span- Paufen Nuncien te Keulen en te Bruffel ar- Je in onderhandeling was, ter Vergaderinge beidden, om 't zeerft, om de Roomfchge- Van Holland, werdt voorgeflaagen (). En zinden deezer Landen te beweegen, tot eene ZJ verklaarde, by dit befluit te volharden, volftrekte onderwerping aan de Paufelyke tQen twee Predikanten, in 't jaar 1644, ter uitfpraak: 't welk hen, by veelen, gelukte, gemelder Vergaderinge, over het toenee- Verfcheiden' Priefters vielen hun, insgelyks, men der Papillen, geklaagd hadden. Men toe. En zy verzuimden niet, zorg te draa- vprftondt egter, dat de heerfchappy van gen, dat de openvallende Statiën, zo veel mtheemfche Kerkelyken over ingezetenen doenlyk ware, voorzien werden van Pries« van den Staat behoorde geweerd te wor- ters, die de Bulle hadden aangenomen. Doch d^n (g). De vryheid der Roomfchgezinden, zulken,die hierin zwaarigheid m aakten, dee- hier ter Stede, nam toe, op het fluiten der den, van hunne zyde, hun beft,om de Ge- jrede, met Spanje, indenjaare 1(548. Na meenten, die hun waren toegedaan , niet de dood van Rovenius, werden Jacobus de ontbloot te laaten van Priefters van hun ge- h lorre, Zacharias de Mez, Joannes van voelen. En zie hier, op welk eene wyze , NeerkaJJel, Petrus Codde en Gerard Potkamp, men dit oogmerk bereikte. tot Paufelyke Vicariffen, aangefteld. Codde, De Priefters, die de Paufelyke Conftitutie Zy, die geweigerd hebbende, het Formulier dervyf hadden aangenomen, de Roomfche Kerk dee- pc°n' punten, die, door Innocent den X. en Ale- zer Landen aanmerkende, als ontbloot van jS.«»- xander den Vil., als bevattende de Leer van haare aloude Biffchoppelyke Regeeringe , tus niet , Cornelius Janfenius , Biffchop van Ypere, en als alleenlyk konnende beftierd worden hadden n, als uit zyne Werken getrokken, veroor- door zendelingen, die hun geeftelyk gezag aar|geno~ deeld
waren, eenvoudiglyk, te ondertekenen, van buitens Lands, ontvingen, werden ge- kjezên ""
^erdt, eerlang, naar Rome ontbooden; van zonden van de Nuncien te Keulen of teeenen1
waar hy, in 't jaar 1703, te rug keerde, zon- Bruffel, als hiertoe, door den Paus, gemag- AartsWs-
der zig te hebben können verdedigen, tot ge- tigd. Doch hunne partyen, zig houdende ut^ht"1
noegen van't Roomfche Hof,welk hem fchor- voor de regte oude Clerefie of Geeftelykheid,
»v m zynen dienft. Theodorus de Kok, Adam beweerden, dat het Utrechtfche Kapittel,
^amen,tn Joannes van Byleveld, federt zynde.fchoon van zynen voorigen luifter en tyde-
aangefteld, om 't Vicariffchap waar te nee- lyke inkomften verfteken, nog in wezen was,
men, kreegen uitdrukkelyk verbod van 's en, gelyk voormaals, regt hadt, om eenen
Lands Staaten, om zig diergelyke waardig- Aartsbiffchop van Utrecht te kiezen. De
neid aan te maatigen, en om zig, hier teLande, Kapittelen van Haarlem en andere Steden,
te onthouden (h). En federt heeft de hooge waar, in de zeftiende eeuwe, Biffchoppe-
Uyerheid, hier,geenen Paufelyken Vicaris lyke zetels waren gefteld, waren,huns oor-
^ftou. Wll^ngedoogen (2). deels, ook nog niet verdweenen. Men
°ort? d tW^ over de wyze van veroordeelen verkoor dan , in 't jaar 1723 , Cornelius
fej (i-V er voorgemelde vyf punten, die fommigen Steenoven, Priefter te Leiden, tot Aarts-
fO voor de Leere van Janfenius hielden, mid- biffchop van Utrecht, die, door Dominicas
ojj^ï», j\rw7*' zynde doorgedrongen in deeze Maria Varlet, Biffchop van Babylonie, die
l^e ' jgi\ en> nam fterk toe, na dat zekere hon- zig, eenigen tyd, te Amfterdam, onthouden
^Nte Franfï ?*n ftellingen, getrokken uit een heeft (k), ingewyd werdt, en, zo wel als zyne
t* de' Paus ri rk van Paßbier Quesnel, door opvolgers, en de Biffchoppen van Haarlem,
J4Vai1 LvpT" s/enXL, in 't jaar 1713, by welken, federt, verkooren werden, verfchei-
N,»B A ,7 maarde Bulle Unigenitus, veroor- den' Priefters gewyd, en in byzondere Sta-
5<2" óT /*T; VeeJe Priefters hier te Lan- tien, zo hier ter Stede als elders, gefteld
V J L ?°dde> °ok na zyne fchor- heeft. Steenoven is, in t jaar 1725, door
^ng , Hadden blyVen erkennen, en zig, Cornelius Joannes Barcbman Wuytiers; in 't
aar door ' de ongenade van 's Paufen jaar 1734, door Theodorus van der Kroon;
fe nefoi. vroédfeh. N. « l5 , en in 't jaar 1739, door Petrus Joannes
J7 i\ ^ci^ vioédfch. N. ,s. " 5fc m6-J- "t r iVlpin-
(h) G ' 2S v"f°- ,S 7""y 1644'
C'^ *^^ffit%5"-Äiiiiiif».'«0.*«7»«0- (k)iï \ T/lf VAN PAPENDEEC** Hift. «ter U-
«»e«. HM. Al*, üeü, hl. H ^ trechtfclie Kerke, il. $L Dd3
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
210
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
de gehoorzaamheid aan de Overheid ont *°&sfvtß
üaan kan." Voorts, moet hy belooven, ^p#- dat hy zig niet zal laaten gebruiken, om geld of gelds waarde, aan buitenlandfche Klooflers, Kweékfchoolen , of Kerken» over te maaken." Na welke verklaaring» Burgemeeileren hem eene AcSfce verleenen > waarby hem wordt toegelaaten, de Prieiler- lyke dienften, hier ter Stede, byprovifie en tot wederzeggens toe, waar te neemen. Al het welke, hier, en alomme in Holland, ge- vorderd wordt, in gevolge van een Plakaat van 's Lands Staaten van den een en twin- tigflen September des jaars 1730 (0). .$ Tegenwoordig, zyn 'er twee en twintigGei\$'
Kerken of Statiën der Roomfchgezinden in ^\l& deeze Stad , en derzelver Vryheid, onder Lß&' welken 'er zeven zyn, welken bediend wor- den , door Prieilers, die de Bulle Unigenitus niet hebben aangenomen, en, in 't gemeen, Janjenifien genaamd worden; fchoon zy de vyf punten, die, als Hellingen van Janfe- nius, veroordeeld zyn, uitdrukkelyk verwer- pen; alleenlyk verklaarendé, dat hun niet blykt, dat dezelven, in de werken van Jan- fenius, gevonden worden. De overige vyf' tien Statiën worden bediend, door Prieilers, die allen deeze Bulle aangenomen hebben* En onder dezelven zyn twee Statiën, waarin Franciskaanen, of Minderbroeders; twee an- deren , waarin Dominikaanen of Predikheer en; een, waarin ongefchoeide Kar meuten, en een, waarin Augufiynen dienil doen. De overi- gen negen worden bediend, door Prieilers, die in geene Moniken-orden zyn, en in 't gemeen Weereldlyke Priefiers oïJVeereldshee- ren genaamd worden. ;j De twee Kerken,die, door Franciskaanen f^i
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Meindaarts, opgevolgd. Doch het Room-
fche Hof heeft geen' van deeze BiiTchop- pen willen erkennen. Verfcheiden Gees- telyken, die, ter oorzaake van de gefchil- len over het Formulier der vyf punten, en over de Conftitutie Unigenitus, uit Frank- ryk en Brabant, verdreeven werden, kwa* men, midlerwyl, herwaards, en onder an- deren , de vermaarde Quesnel zelf, die, te Amilerdam,veelejaaren, ten huize van den Koopman Arnoud 'Jofepb de Brigode du Bois, gewoond heeft, en, in't jaar 1719, overlee- den is Q). De geleerde Zeger Bernard van Espen ,ProfeiTor in beide de Regten te Leu- ven, begaf zig, in't jaar 17 27, naar Amers- foort {tii), in de Kweekfchoole, die door de Geeftelykheid van Utrecht opgeregt was, en die nog in ftand is. Eenige andere Leden der Leuvenfche Hooge Schoole,en onder ande- ren , de vermaarde Pbilippus Laurentius Fer- hulfl, die, onder den naam van L. Zeelander, tot verdediging der Transfubftantiatie, en on- der dien van Bh.Fläming, tegen de aanneemers der Bulle, gefchreeven heeft; volgden hem, eerlang, derwaards.De jongelingen,die zig tot den Geeftelyken ftaat, onder deeze partye, fchikken, oefenen zig, in deeze Kweekfchoo Ie, in de Godgeleerdheid, en in andere wee- tenfchappen. De hooge Overheid deezer Landen eri de
Wethouderfchap der byzondere Steden ge- doogen, niet alleen, deeze tweederlei foor- ten van Roomfchgezinden; maar laaten zelfs, op veele Plaatfen, onder de aanneemers der Conftitutie, die hunne zending van buitens Lands bekomen, geordende Prieilers toe, onaangezien 's Lands Staaten, dikwils, ge- oordeeld hebben, dat men dezelven, en in |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Rootascfi-
gezinden
Kerken. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
De aan-
neemers der Con- ftitutie en hunne partyen ■worden, bdde, hier ter Stede, toegelaa- ten. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
of Minderbroeders, bediend worden, zyn ver- ^ ^
re de grootilen, in getal van Ledemaaten^Ä- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
't byzonder de Jezuiten, behoorde te wee-
ren (h). In deeze Stad, zyn zelfs, nog te- genwoordig , eenige Roomfche Kerken, die, door geordende Prieilers, bediend worden. Voormaals, zyn, hier ter Stede, ook Jezui- ten toegelaaten geweeft, welker twee Ker- ken, in't jaar 1730, geflooten zyn, fchoon men verzekert, dat zy, zeer in ftilte, nog op twee plaatfen, in deeze Stad, dienft doen. Doch geen Prielier wordt, ergens in Hol- land, noch byzonderlyk in deeze Stad, toe- gelaaten , voor dat hy zig aan Burgemeefle- ren vertoond, en, op zyn Priefterlyk woord, verklaard, en door zyne handtekening be- veiligd heeft dat hy een' afkeer heeft van de Helling, dat de Paus, of eenige an- dere Geeftelyke magt de onderdaanen van (O C. P. HOYNCK VAN PAPENDRECHT Hlft. der U-
tieciitfche Kerke. hl. %%. im) Lettre d'un Pretre Francis imfr. 1754. ?■ LIV. 8c
dans les Piec. autent, f. izs>. O) Groot-Plakaatb, V. Deel, bl. Jêl, $63, SH> S&S t
577» J7*' VU Deel, H, 5«7, |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Eene derzelven, de talrykfle van de twee,
|
£ Hf'
|
||||||||||||||||||||||||||
|
#r
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
f
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
ilaat op de S. Antonis- of Jooden-Breéilraat,
|
'jaf.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
aan de zuidzyde, daar Mozes en A'dron in defl ,,^r<
gevel ilaan, welk teken, aldaar, door de1]^ ftigter van 'thuis, die een Jood was,geilel" geweeil is. 't Gebouw is, voor eenige jaä' ren, van binnen, geheellyk, vernieuwd, & in 't jaar 1759, is 'er ook een nieuwe gaV?' voor gezet. De Kerk zelve, die midden ^ 't gebouw ilaat, is fraai opgetimmerd, e van drie galeryen voorzien, In dezelve, ï1^ verfcheiden' Altaarftukken van den verm^f' den de Wit. In 't voorhuis van de wooflif» der Paters, hangen eenige konftige Schü'jr" ryen, onder welken uitmunt een Italiaan^ iluk, verbeeldende S. Franciscus in vPxtü king, verzeld van twee Engelen. Op ce-D ruime binnenplaats, ter zyde van de Kerk^ (») Zie Groot-Plakaatb. VI. Deel, *' »*7«
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
M.Boeic. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
211
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
!&**
*&?■ |
|||||||||||||||||||||||||||
|
ftaat een fierlyke fontein en pomp. De Kerk,
Y.an welke wy fpreeken, wordt tegenwoor- dig van vyf Paters bediend. Het gebouw ltaat, in de Regifters der Verpondingen, °P den naam van den oudften. -De andere Kerk der Franciskaanen of
Minderbroederen ftaat aan de ooftzyde der ^alverftraat, digt aan 't zuideinde; en komt, van agteren, uit op 't Rokin, daar't Boompje in den gevel ftaat, welk ook in de Kalverftraat Ulthangt. 't Gebouw is, voor eenige jaaren, Van binnen, fraai vertimmerd, en, op 't Rok- ^ ï voorzien van eenen breeden agtergevel. De Kerk heeft twee groote galeryen boven fikanderen, die drie zyden van 't gebouw "eüaan, en op zes nette houten kolommen ruiten. Het Choor, daar 't Orgel ftaat, en , Zangers geplaatft zyn , is op de eerfte galery. jvjen heeft, in deeze Kerke, eeni- ge fraaije fchilderftukk en van Graat, van Ll{ychem en andere meefters. Zy wordt ook van vyf Paters bediend. Men meent, dat öe Minderbroeders, die, hier , van ouds, een aanzienlyk Kloofter hadden, en in't jaar 1578, nevens de Roomfche Reg-ering ter Stad mt geleid werden, zig, federt, altoos, tieimelyk, in dezelve onthouden, en, hier «n daar, in ftilte , dienft gedaan hebben; tot dat zy,tuflchen de jaaren 1620en 1630, Vryheid kreegen, om Kerken te ftigten, en, eenigszins openlyker, dienft te doen. , De Dominikaanen of Fredikheeren, die zig, ?0rt na de verandering, immers omtrent den Jaare 1620, in deeze Stad bevonden , en ene Statie bediend hadden, hebben, tegen-
woordig, twee Kerken, die elk door twee aters worden gediend: waaruit alleen ge-
noeg af te neemen is, behalve dat het my ook van elders,is gebleeken,dat zy, intal- 7«heid van Leden, niet haaien können by £e Kerken der Franciskaanen. Beide de Ker- *en ftaan in hetoudfte gedeelte der Stad. Aa' °udfte vandetwse 'Senaamdhet Stad'
tik tan Hoorn ' we^ ' *:1 den v00rgevel, ^ §enouwen is, ftaat aan de weftzyde van j n j^ienwe-zyds-Agterburgwal, benoor- omtren^°rsJesfleeg- 'c Gebomv is' in of
z^Sl-I737' T TJof va,n BT
»gang maa?4 egter bepaalden, dat de
duim iyd 2Ven VOet h0°3' d\ie VOet vier ten moeft zynVï? eene,effen deur Sf 00- Verbeterd; en de.' V hT6n.' .merke,Jk geheellyk vernieTiwT^i' Z tJ?* PÜ ?** galeryen. He," r?' " T t"*
de S i , z Uioor is op de twee- ^ Boven, m tanden-der S&fe, ftaat
|
en heeft, ter wederzyde, nette, geflinger- Roomsch.
de, houten kolommen. Inde wooning der genden Paters, zyn eenige konftig gefchilderde af-KERK£Ä beeldfels van voornaame mannen uit de Orde der Dominikaanen, en onder anderen een van Paus Benedictus den XIII. De Kerk van welke wy fpreeken, plagt door Wee- reldsheeren bediend te worden (q), en fchynt eerft omtrent het midden der voorgaande eeuwe, door Dominikaanen, in bezit geno- men te zyn. De andere Kerk, die, door Paters van dee-2. De
ze Orde, bediend wordt, ftaat aan de weil- K"k by zyde van den Singel, bezuiden de Bergftraat, ien7an' over den Jan - Rooden - Poorts - Tooren. Zy p°0£ is, hier ter plaatfe, in 't jaar 1644, geftigt. Tooren. De Gemeente, die hier, gewoonlyk, ver- gadert , is, federt omtrent veertig jaaren, fterk toegenomen in getal. De Kerk is een net enlugtiggebouw;doch niet groot, naar gelang van de grootte der Gemeente: waar- om dezelve, gedeekelyk, geplaatft wordt ,j in twee vertrekken onder de eigenlyke Ker- ke , alwaar de predikatien, door eene ope- ning in de zolder, bekwaamlyk, gehoord können worden, ik weet niet, dat hier ee- nige uitmuntende Altaarftukken worden ge- vonden. De Kerk, daar, in de Franfche taaie,ge-Kerk dir
predikt wordt, waarom zy , veeltyds, de°"Ä«- Franfibe Kerk wordt genaamd , wordt be-tyBeilie. diend van twee Paters van de Orde der on-fe»f'" gefchoeide Karmeliten, die, uit het Kloofter Fmn/cbt van deeze Orde te Parys, herwaards gezon- %sr*' den worden. Zy ftaat op den Nieuwe-zyds- Voorburgwal of Boommarkt, even bezuiden de Roosmarynfteeg, en heeft ook eenen uit- gang , op den Nieuwe - zyds - .Agterburgwal. Zy is, naar my berigt wordt, onder den naam van La Cbapclle de France of Franfche Kapel, geftigt, in 't jaar 1662; doch in 't jaar 1733, met verlof van Burgemeefteren (/), van vooren, op de Boommarkt, en van binnen, fraai vertimmerd. De eigenlyke Kerk is een hoog en fierlyk gebouw. Zy heeft twee ga- leryen, die op vier fraaije houten kolommen ruften. Het Choor is geplaatft op de hoogfte galery. Boven het zelve, is een klein ga- lerytje voor den Orgeltreeder. Rondsomde Kerke, zyn tien fraaije Basrelieven, in ros- agtig graauw , of Lindenhoutskleur , van den "beroemden de Wit gefchilderd (s), ver- beeldende de Evangeliften en de voornaam- fte Kerkvaders. In de zaal van de wooning der Paters wordt een fraai Schilderftuk van Rubbens bewaard, de afneeming des Heilands |
||||||||||||||||||||||||||
|
hu
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
i.i.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
eirge en luSöge ■Koepel, tegen welke
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
van
(q) VAM HEUSSEN en VAN E)»* 'Kerk, Quith. Jfljg, D(n
M. 19».
(r) Groot-Memoc. N. X. . 99.
(,) van gooi. Nieuwe Schouwburg H. jieel hl x;c
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
,c AÏ Rotting yan Chriftus^iIderd i
|
is.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
'<»Sotdrer Kerke is ^rffk^wa;
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel;
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||
|
£12
|
||||||||||||||||||||||
|
gelyk, in het zelve, boven 't Zangers-Choor, j;^,»«*1
waar ook de tyd der ftigtinge aangetekend pra-";- ftaat, te leezen is. De tyd der verfieringe van 't gewelf wordt ook, boven 't Altaar» en boven de woorden Deo. opt. max. datis? aan den befien en grootfien God, door dit TyG' fchrift, aangeweezen: agnVs qVI oCCIsVs est ab orIgInb
MVnDL dat is:
Bet Lam dat gefidgt is vaii de grondkg-
ginge der moeereld. De Kerk heeft maar eéne galery, die op7
vier houten kolommen ruft. Boven dezel- ve j is het Choor. Beneden, in de Kerke, tegen den wand, is het Mirakel der Heilige Stede, in twee Schilderyen . verbeeld. Jaar- lyks,op, en agt dagen na den dertienden Maart,wor Jt de gedagtenis van dit Mirakel > in deeze Kerke, met byzondere plegtigheden» gevierd. Verfcheiden' Priefters, van binnefl en van buiten de Stad, dienen by ditFeeft. Het Sacrament wordt dan, van binnen, de Kerk omgedraagen. Aan de twee kolommen naaft aan den ingang der Kerke, hangen, op dien tyd, twee Vaanen, konftiglyk befchil- derd , die, van ouds, by de plegtige omme- gangen door de Stad, plagten gebruikt te worden . en met het jaartal 1555 getekend zyn. Ook bewaart men hier nog vier ou- de kuflens, die, met de gefchïedenis van het wonderwerk, zyn beftikt; en een kon- ftiglyk geborduurde kafuifel, welke , eer- tyds, door Keizer Maximiliaan, aan de Ka- pel der Heilige Stede, zou zyn vereerd ge- weeft. De Kerk munt niet uit, in konftige fchilderyen: doch men heeft 'er eenige M' taarftukken van Johan Ween x, en daar on- der eene geboorte des Heilands en eene Hemelvaart der H. Maagd, die uitvoerig en kragtig gefchiiderd zyn: ook eene Op" ftanding des Heeren van J. Foorhout, en een ftyk, in 't graauw, welk, door de Wir> gefchiiderd is, en het Geloof verbeeldt. Vaö ouds, plagt, in de Kapel van 't Begynhof, eefl gedeelte van het waare kruis, zo men g£' loofde, bewaard te worden; gelyk my, ui1 eenen Aflaatbrief van den jaar e 14.26, di-'0 ik, op dat men ook een voorbeeld van dee- ze foort van brieven hebben zou, hier ag/ ter (w) geplaatft heb, gebleeken is. Dochdi£ overblyffel fchynt niet meer voorhanden te zyn. Een ander, in laater' tyd herwaards ge' zonden, wordt nog, driemaal 's jaars aan de eerbiedenis derGemeente voorgefteld- In dee* |
||||||||||||||||||||||
|
van 't Kruis verbeeldende. Ook is 'er, in de
Kerke , een marmeren konftftuk van den Beeldhouwer 'frangois Abfiel; zynde eene ftaande Maria, met het kind Jezus op den |
||||||||||||||||||||||
|
ROOMcCH.
GEEINDx.N Kerken.
|
||||||||||||||||||||||
|
arm.
|
||||||||||||||||||||||
|
In de Spinhuis-fteeg, daar de Ster op de
deur ftaat, is eene Kerk, die thans, door drie Paters van de Orde der Augitfiynen, be- diend wordt, 't Gebouw plagt, in de voor- gaande eeuwe, gebruikt te worden tot een Pakhuis, waar de goederen, die, door de Commifen der Admiraliteit, werden aange- haald , gebergd werden. De Auguftynen ^ die, op meer dan ééne plaats, hier ter Ste- de, plagten dienft te doen , hielden toen Godsdienflige Vergaderingen, in een bo- venvertrek van een huls op den zuiderhoek van de Huidenvettersfloot, waar , nader- hand , de Engelfche Episcopaale Kerk gehou- den is. Doch in 't jaar 1699, betrokken de Auguftynen het gebouw in de Spinhuis-fteeg, welk, van binnen , tot eene hooge en defti- ge Kerk vertimmerd werdt. Zy heeft twee galeryen, die op vier ronde kolommen rus- ten. Regt tegen over 't Altaar, welk zin- lyk gebouwd is, heeft men eene afg;fchoo- ten zitplaats voor de voornaamften uit de Gemeente. De Predikftoel munt uit in fraai- heid. Ook zyn 'er verfcheiden' konftige Schilderyen, in deeze Kerke. Van de negen Statiën, welken, doorwee-
reldlyke of ongeordende Priefters, die de Bulle Unigenitus hebben aangenomen, be- diend worden, zyn 'er agt in de Stad, en eene buiten de Stad, in de Vryheid Onder de agt Statiën in de Stad, is, gewifle-
lyk, die van 't Begynhof eene der oudften, zo 'niet de oudfte van allen, 't Begynhof zelf, ftaande tufTchen de Kalverftraat en Nieuwe- zyds-Voorburgwal,is een der oudfte gefügten van Amfterdam, gelyk wy, hierna , in de befchryving van het zelve, toonen zullen. De Begynen-Kapal werdt, na de verande- ring der Regeeringe , tot eene Engelfche Presbyteriaanfche Kerke, gefchikt. De Pas- toor, die, in dezelve, dienft plagt te doen, Werdt, in't jaar 1580, ter >tad uit, naar den Haage gevoerd. Doch omtrent den jaa- re 1620 , begon men wederom dienft te doen op 't Begynhof, in eene byzondere wooning aldaar. De vermaarde Leonard Ma- Tius werdt, in 't jaar 1631, Paftoor op't Be- gynhof, en Overfte der Begynen (t). Men rtigtte'er, in't jaar 1672, de tegenwoor- dige Roomfche Kerk, in 't weften van 't Hof, waarby eene bekwaame wooning gevoegd werdt voor den Paftoor. In't jaar 1725, is het gewelf der Kerke jfierlyk, bepleifterd, (*) Van Heussen tn van Ryn Keik, Oudh. IV, £>«/,
il, 202., |
||||||||||||||||||||||
|
Kerk der
Augufty-
nen, ge- naamd de Scer. |
||||||||||||||||||||||
|
Negen
Kerken, die be- diend worden,
door
weereld-
lyke
Priefters
aannee-
mers der
Bulle
Unigeni-
tus.
I. Op 't
Begyn-
|
||||||||||||||||||||||
|
Ö
|
%e
|
|||||||||||||||||||||
|
(»; Bylaagen, is. F.
|
||||||||||||||||||||||
|
Ui Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ai3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
?*»D»v"
|
De Gemeente h Roomsêr-
den Paftoor, die nog, e ven als voormaals,te die hier gewoonlyk vergadert, is zeer tal-ÖEZINDE» gelyk, Overfte of Vader der Begynen is, ee- ryk, en overtreft, in dit opzigt, alle de ove- Kekken' nen Kapellaan by zig. rige Gemeenten, die, door weereldlyke Pries- De Kerk, die naaft, in oudheid, komt, ters, gediend worden. Ook wordt hier, te-
aan de Kerk op 't Begynhof, ftaat op den genwoordig, de dienft door drie Priefters Nieuvve-zyds-Voorburgwal , aan de weft- waargenomen, hebbende den Paftoor twee zyde, tuflchen 't Spuij en de Roskamsfteeg. Kapellaanen by zig. Men vermoedt, niet zonder grond, dat zy, In de Heintje-hoeks-fleeg, op den zuider- 4. i de
feeds voor't jaar 1623, in wezen geweeft hoek van den Oude-zyds-Voorburgwal, (laat Heintje. is. Zy wordt ook bediend door twee Pries- ook een Huis, welk, in 't jaar 1663, toteene ¥°**s' ters, den Paftoor en een Kapellaan. Somtyds Roomfehe Kerk, vertimmerd werdt. De |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5£*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zyn 'er twee Kapellaanen ge weeft. De Ge
nieente is hier vry talryk. Doch de Kerk is piet groot, fchoon net gebouwd. Zy is, ln 't jaar 1736, met verlof van Burgemees- teren , en overeenkomftig met eene fchetfe, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gemeente, fchoon de Paftoor, federt eeni-
gen tyd, eenen Kapellaan by zig heeft, is hier niet talryk. Ook is de Kerk zelve, die op de derde verdieping van't Huis geplaatft, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die aan hun vertoond was (v), merkelyk Men heeft hier een fraai Altaarftuk , de
\erbeterd. De milddaadigheid van het aan- kruisfiging verbeeldende. In de Kerkglazen, ^ienlyk Roomfchgezind geflagt van Cromhout plagten de twaalf Apoftelen gefchilderd te heeft veel toegebragt, om deeze Kerk in zyn: doch de beeldteniflèn zyn, grooten-1 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"and te houden. Men heeft 'er een Altaar-
ftuk van C. van Savoy, in 't jaar 1656, en twee anderen van Roozendaal, in 't jaar 1674, gefchilderd. Ook wordt 'er een Lieve-Vrou- wenbeeld met het kindjezus bewaard, welk Zeer fraai van hout gefneeden is. Ten ty- de van den Apoftolifchen Vicaris Philippus Rovenius, droeg de Paftoor, die hier ftondt, 2ynde de vermaarde Steven Kragt, den naam van Paftoor der nieuwe zyde. Marius, die loen op 't Begynhof ftondt, werdt Paftoor ^er oude zyde genaamd. De Kerk, genaamd de Poflhoorn, aan de
' °oftzyde van de Prinfengraft, even bezuiden ?e Brouwersgraft, op welke, zy ook eenen pigang heeft, is, vermoedelyk , niet veel Jonger dan de laatftgemelde, of, veelligt, tjiet dezelve,van gelyken ouderdom. Doch £e Statie is herwaards verplaatft van den ^aarlemmerdyk, tuflchen de Brouwersftraat en Eenhoornsfluis, daar zy 't Friefche Wapen |
deels, verdweenen.
De Kerk, genaamd de Papegaai, in de 5. De
Kalverftraat, tuflchen de jonge Roeien- en PaPeSaiii' S. Lucien-fteegen, fchynt, omtrent den jaa- re 1672, geftigt te zyn: immers, het oudfte voorhanden zynde Doopboek begint met het gemelde jaar. Doch voor dien tyd, is, vol- gens fommigen, deeze zelfde Statie, door eenen Jezuit, bediend geweeft (w). De Kerk is, voor omtrent veertig jaaren, in de tegenwoordige gedaante , herbouwd. De wooning des Paftoors is, nog onlangs, mer* kelyk, verbeterd. Hy betaalt 'er huur van aan 't oude Katholyke Armen - Comptoir, aan welk het gebouw, in eigendom, toebe- hoort. In de Kerke, een fraai, hoog ge- bouw, zyn twee galeryen: de onderfte ruft op vier ronde kolommen, 't Altaar is zeer wel gefchikt. Op het zelve, ftaat een zwaar vergulde, en konftig gedreeven Taberna- kel. Men heeft, in deeze Kerke, verfchei- den' fraaije fchilderyen : ook eenigen van de Wjt, en daar onder eene, de krooning der Lieve Vrouwe verbeeldende. Eene der aanzienlykfte Roomfehe Kerken 6. De
is de Pool ,op de Y-graft, naaft het nieuwePooL Werkhuis. Zy heeft deezen naam behou- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
heette.
|
In dezelve, is, omtrent den jaare
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1620
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
~ » door Auguftynen , dienft gedaan.
u°ch de oudfte Regifters der gedoopten en
getrouwden, welken,in deeze Statie,voor-
anden zyn, beginnen eerft, met de jaaren
?°4i. Het tegenwoordig gebouw
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
% c Jaar 1687, gekogt; doch na dien den van een Pakhuis, in welks plaats, zy
lya, e« nog voor weinige jaaren, merkelyk in't jaar 1720, door den vermaarden Ge |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vertimmerd. De Kerk is ruim. Zy heeft rardusvanWykersloot, Paftoor
wee galeryen,boVene]kanderen.HetChoor in deeze Statie, met verlof van Burgemees- « op eene derde kleine galery geplaatft. Het teren, geftigt werdt. De Statie zelve is, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
yan Aflaat
|
met eene byzondere vergunning nogtans, veel ouder. Voor de verandering
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
voor zulken, die aldaar den des jaars 1578, en nog lang daarna, ftondt,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«asdienft komen oefenen, bevoorregt, 't in de bnurte Outewaal, buiten de S. An-
tumSdoordewoorden Altare privilegia- tonis-poort, eene Kapel, die aan S. Anna |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
>aie boven het zelve gefchreeven ftaan,
|
toe-
() Van Heussen in tan RïN, Kerk.Qudh, IV. Dut,
tl. 192. Ee
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<
|
°°' Mem0r. N. X. . ui wr/i.
II. STUK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||
|
214
|
||||||||||||||||||
|
hier gewoonlyk vergadert, wordt thans door ^tSDjK
twee Priefters bediend. pp-1*' In het Roomfche Meisjes-Weeshuis, aan g> pe ,(
de zuidzyde van 't Spuij, op den hoek van psï «^ de Voetboogsftraat, in 't gemeen het Maag' 0'.^ denhuis genaamd, is ook, reeds voor'tmid' o" den der voorgaande eeuwe, eene Kerk ge' digt, zonder dat de nette tyd dier Scigtin' ge, ergens, aangetekend is. Alleenlyk is hier, op den dertigden Oäober des jaars 1652, een Prieder, Wallcrus Fontein ge' naamd, overleeden, die, vermoedelyk, de eerde in deeze Statie zal geweed zyn. Iö de Kerke, die , gelyk een groot gedeelte van 't gebouw , oud is, heeft men eene afgezonderde plaats gefchikt voor de Wee- zen, die in 't Maagdenhuis worden opgS' voed. Een Altaarduk , door de Wit ge* fchilderd, verbeeldt de boodfchap des En- gels aan Maria. Voorts . heeft de Kerk niets merkwaardigs, dan dat 'er, tegenwoordig» een klein ftukje houts bewaard wordt, welk men gelooft een gedeelte te zyn van het kruis des Heeren. Het is, volgens zeker ge' tuigfchrift, door Euzebius Franzofini, ApoS' tolifchen Vicaris te Smirna, in 't jaar 1761». vereerd aan den Kapucyn Dominicus Parifird, van wien de tegenwoordige Paftoor in c Maagdenhuis het heeft weeten te bekomen. De Nuncius te Bruffel, Ghilini, heeft, in 't jaar 1764, aflaat beloofd aan alle Chriftenen» die dit overblyffel, plegtiglyk, zouden ko- men bezoeken , en zeker kort gebed aan den Heiland opzenden, of ten minfte hét Onze Vader en het Weeft gegroet, met het ■ gewoonlyk oogmerk der Kerke, uitfpreeken. De Kerk in 't Maagdenhuis wordt, door eenen Paftoor, bediend. Zyne wooning heeft haaren ingang in de Voetboogsftraat. . $*f Buiten de Utrechtfche Poort, op het Kui- fyif'1'
pers-Pad , binnen de Vryheid , ftaat eene ^ Roomfche Kerk, die, thans, door twee Pries- ters , bediend wordt. Zy hebben eene be- kwaame wooning op het Ruftenburger-Pao» van waar men, over eene (loot, toegang heeft naar de Kerke op het Kuipers-Pa^j Het oudfte Doopboek, welk hier bewaard wordt, begint in het jaar 1661, en de Sta- tie is, vermoedelyk, niet veel ouder. DocJ1 de Kerk plagt, op den noorderhoek van '£ Kuipers-Pad, aan den Amftel, te ftaan, e,n is,eerft in deeze eeuwe, aan 't einde van c gemelde Pad , naar de Wetering toe, i° een gewezen Turffchuur, verplaatft OO' Zy is, van binnen, redelyk wel gefokt, en heeft eene galerv in de breedte» tegeO |
||||||||||||||||||
|
RoowscH-toegewydwas, en in welke, nog tot over 't
gezinden midden der voorgaande eeuwe, dienft ge- Kerken. daan werdt. Doch, met de jongde uitleg- ging der Stad, is deeze Kapel verdweenen, en de Statie, in 't jaar 1663 , verplaatdaan Funen, daar nu de Rookery der Oodindifche Compagnie is. Eenige jaaren laater, iszy, op 't Kattenburger - Plein, verplaatd, en ein- delyk, in de Pool overgebragt, alwaar nog een S. Anna's beeld te zien is, welk, voor- maals, in de Outewaaler-Kapelle , plagt be- waard te worden. De Kerk , van welke wy fpreeken , is een ruim , hoog en lug- tig gebouw, voorzien van twee galeryen, die op vier houten kolommen ruften. Ter wederzyde van het welgebouwd Altaar, daan twee konftige beelden van de Apoftelen Pe- trus en Paulus. Onder de Altaarftukken , munt uit een gekruifte Chriftus , met de Moeder des Heeren, den Apoftel Joannes en Maria Magdalena, door de Wit gefchil- derd. Voorts, is 'er eene afneeming van 't kruis, naar Rubbens, welk aan den Keurvord van Keulen, Clemens Aitguftus, plagt toe te be- hooren. De Gemeente, die gewoonlyk in de Pool vergadert,is vry groot, en wordt, tegen- woordig , van drie Priefters gediend. >tV , In de Kerkdraat, aan de noordzyde, even Duifje. ' beooden de Spiegelllraat, daat eene Room- fche Kerk, die, zo my berigt wordt, in, of omtrent het jaar 1682, geftigt, en, ter ge- dagteniffe der Nieuwmeegfche Vrede het Vrede-Duifje genaamd werdt. Philippus Men- fink was Paftoor (x~), en, naar 't fchynt, ook eigenaar deezer Kerke. Immers ik vind, dat Juffrouw Maria Geertruid Menfink, die, op den elfden September des jaars 1727, over- leeden is, by haaren uiterften wil van den negen en twintigften April des jaars 1724, het gedigt gemaakt heeft aan Vrouwe Geer- truid Cornelia Schouten, Weduwe Matthias van Bree, met verzoek, dat zy geliefde te bezorgen , dat het, met al wat 'er toe be- hoorde , altoos, tot eene Roomfche Kerke, gebruikt zou worden; en dat niemant, dan een opregt Roomfch Prieder, die, in Gees- telyke zaaken, volkomenlyk gehoorzaam was aan den doel van Rome, in deeze Statie, zou worden aangefteld. Sedert , is 't ge- bouw verhuurd aan de Paftoors, die 't gene 'er, na aftrek van 't onderhoud en de laden, óverfchiet, aan de armen mogen uitdeelen. De Kerk, van welke wy fpreeken, is klein. Onder de Altaardukken, is eene Opdanding des Heeren, door de Wit gefchilderd. Ook heeft men 'er eenen gekruiften Chriftus, van den ouden Foorhout. De Gemeente, die |
||||||||||||||||||
|
over t Altaar. Het Choor is, in Ê
|
middefl
|
|||||||||||||||||
|
dee-
|
||||||||||||||||||
|
J*}.?* HEUSSSN 'n ViN RYN Kêtk' 0adh- IV- D"!> (y) Vergok VAN HEKSEN m VAN WW Ke,k. O-*-
" * IV. Dttl, bl. ij>$.
|
||||||||||||||||||
|
■
1
|
||||||||||||||||||
|
III. Boek. Overige Protestantische EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||
|
21$
|
|||||||||
|
Sts
|
|||||||||
|
£***£ deezer Salerye> gebeld. Men bewaart, te zyn (a): die, federt, in deeze over-Rc0MSr,,,
%N> in deeze Kerke. twee Schilderftukken van gebragt is. De Kerk is, aan twee zyden, gezinde' de Wit, een geichenk van den huize van voorzien van eene galery, boven welke het Kerkejn- Moens. Choor is. Men heeft hier een' zeer fraai- zeven Statiën, welken bediend wor- jen Predikftoel, op welken, de borftftukken
jjin"' ^en, door weereldlyke Priefters, die de Bul- der Apoftelen Petrus en Paulus uitgehouwen je Unigenüus niet aangenomen hebben, en, zyn. Voor den opgang, ftaat een beeld van jNen in 't gemeen, Janfenijten genaamd worden, Mozes , met de tafelen der wet, leevens- Neld 2yn de volgenden: , grootte. ^e De grootfte , of ten minden eene der In de Barndefteeg, aan de zuidzyde, by 5. De
óièe?ers» Srootften is op de Brouwersgraft, aan de den Oude-zyds-Agterburgwal, is ook eene Oyevaar,
h\* Noordzyde, ftuTchen de Brouwersftraat en Kerk, daar de Oyevaar boven de deur ftaat, ikmii *orte Prinfengraft. Voor den Stigter derzelve zynde, hier ter plaatfe , voormaals , eene Viet yoi"dt gehouden de Priefter Jufiiis Moeder- herberg geweeft, die den zelfden naamvoer- >- ßhn, die , reeds in 't jaar 16Ó4., Paftoor de. De Paftoor, die hier den dienft waar- ^ft.in't ^eezer Kerke was. 't Gebouw is ruim,en neemt, heeft thans eenen Kapellaan by zig. |ineen wel gefchikt. Men heeft 'er maar ééne ga- De Kerk is een lugtig , wel gefchikt ge- *>'/- kry, en eenige konftige Schilderftukken. bouw, welk zyn licht fchept door kerkgla- 1^' ^e Gemeente plagt talryk te zyn; doeh is, zen , die in 't zuiden geplaatft zyn. De \4">'<ie ,eenigszins> afgenomen, vooral, na dat, in Predikftoel, die te Mechelen gemaakt is, <fe°!!V \ Jaar !757>de Paftoor Joachim Bervelingh, en de gedaante van een' kelk heeft, wordt i* die hier ftondt , afftand van zynen dienft voor een konftig werkftuk gehouden. Ook \s, gedaan hadt. Zy wordt thans, door eenen is hier een fraai altaarftuk van Coets, ver- pt. Priefter, bediend. beeldende Simeon, met het kind Jezus, in C*<e In de °Llde Teertuinen , even benoor- den Tempel.
Sè» den den Zeedyk, is eene andere Kerk, al- In 't Jongens - Weeshuis der Roomfch- £ A* '
" Waar, voor 't huis, op welks boven-ver- gezinden, aan de zuidzyde der Lauriergraft, f^nS"ls.' trek, zy, reeds voor 't midden der voor- tufTchen de twee laatfte bruggen, is ook Wus])UÜ' Voorgaande eeuwe, geftigt is (z), de drie eene Kerk, die, even als de Kerk in 't Maag- Bontekraaijen uithangen. De Kerk is net denhuis, voornaamlyk voor de Weezen , betimmerd, en van eene ruime galery voor- geftigt was; doch in weike, zy, federt de z*en; doch de Gemeente is zeer klein. Zy verdeeldheid over de Bulle Umgenitiis, niet 3. ï d wordt, door eenen Priefter, bediend. komen mogen, alzo de Regenten van het jl^n.' Eene andere Kerk ftaat, aan de noord- Weeshuis allen deeze Bulle toegedaan zyn.
\ Zyde van de Vinkenftraat, op den oofter- De Kerk is van eene redelyke ruimte ; doch hoek van de Baanbrugfteeg. 't Gebouw heeft geene andere galery, dan die, waar- plagt, voormaals, gehuurd te worden van op het Choor , regt tegen over 't Altaar, een Doopsgezind geflagt, van welk het, na- geplaatft is. Zy wordt, door eenen Priefter, derhand , door eenen der Paftooren , ge- bediend. ■kogt is. Het fchynt, omtrent het midden Eene der jongfte Kerken ftaat op den 7- Op den
der voorgaande eeuwe, tot eene Kerk, ge- Nieuwe-zyds-Agterburgwal, aan de ooft- Nieu^ lchikt te zyn: waartoe een vierkant boven- zyde, tuffchen de Lynbaans- en Pottebak- terbürS Vertrek bekwaam gemaakt is. Ter weder- kers-fteegen, en is, eerft in 't jaar 1695, wal, te. dIdTjVan 'C AIcaar ' ftaan de beelden van geftigt, door de Moeder van Jacob 't Zul »"orden ~e H. Maagd en van S. Jozef, op voetftuk- en Vieler 't Zul, den eerften Paftoor hier feaa,J''1' «en. Tegen 't gewelf, is 's Heilands He- ter Stede, op den zelfden Agterburgwal, fleeg, k vaart > konftiglyk , gefchilderd. Men by de Brouwery de Hooiberg, en den an- ee t er geene galery. De Gemeente wordt deren Paftoor der Egmonden. De Statie chn TMT-UVee Priefters bediend, hebbende van den eerftgemelden , die toen in't nieuw _ attoor, gemeenlyk, eenen Kapellaan gebouw werdt overgebragt, was, in vroe- < öe oy zig. ger, d ^ geweeft op den Oude-zyds-Voor- No, r, Lene andere Kerk is 'er, in de Keizers- burgwal, ineen huis, daar de Helmuhhingi
itraat, aan de no0rdzvde, daar de Paauw van waar den Paftoor de titel van Paftoor Doven de deur ftaat. De tegenwoordige Bis- van S. Nicolaasaan de oude zyde bygeblee- jchop van Haarlem is tha°s paft00r deezer ven is (b). Hy huurt de Kerk en 't Kerk- ^erke; doch heeft eenen Kapellaan onder huis, voor eenen by uiterften wille bepaal* eene ^ d-e voorSaande- eeuwe, plagt 'er den r ö- Antonis Breêftraat ;.yAli hèijsses *» *in rW Kerk. Oudh. ivvpwi,
D< &«».N HEUSSEN * V4N RïN Kc'k- 0ldh' IV- ^(»?K«tai: Oudh. I.V. D«lt il. TSU
E e 2
|
|||||||||
|
2iö AMSTERDAMS III. Deel*
RooMscH-d-nprys, van de erfgenaamen der Stigte- neemen, te zullen aanbrengen. Ook ver-J«^
gezinden reffe De Kerk is geplaatit op een boven- binden zy zig tot gehoorzaamneid aan den^*. Kerken. v^rrek van 't gebouw. Zy heeft eene ga- ftoel van Rome , en om geene gemeen- ter? die op zes kolommen ruft. Boven de fchap te houden met de ongehoorzaamen, ealer'v is een ruim Zangers-Choor, en op het waardoor, in 't byzonder , de zogenaamde zelv» 'een Orgel, welk geoordeeld wordt, Janfeniften verftaan worden. Eindelyk,ver- in keurlykheid van toon, alle de Orgels in klaaren zy , eenen afkeer te hebben van, de Roomfche Kerken deezer Stad te over- eenigerwyze, toevlugt te neemen tot de treffen Ook heeft men 'er drie konftige weereldlyke Overheid, in geeftelyke zaa- Altaarftukken,eenegeeffeling des Heilands, kern . lsdi« in 't iaar 1665, door F. Roozendaal, ge- Doch de Priefters, die de Balie ümge-^c
fchilderd, eene afneeming van 't Kruis, in nitus niet hebben aangenomen, worden thans, ^ijj 't iaar 1659, door C. van Savoy gedaan, en hier ter Stede , aangefteld, door den Bis- geg^ eene Geboorte des Heeren. Boven verfchei- fchop van Haarlem , die tegenwoordig is beD den deuren in deeze Kerke ftaan uitgelezen Joannes van Stiphout, Paftoor inde Paauw, fpreuken der H. Schrift, in de Nederduit- in de Keizersftraat. Het Bisdom vanHaar- fche taaie. De Gemeente, die hier verga- lem was, in 't jaar 1560, opgeregt, en Am- der t, plapt', voormaals, door twee Priefters, fterdam behoorde 'er-toe, gelyk wy, ter bediend te worden; doch federt, eenigen tyd, zyner plaatfe (c), gemeld hebben. Doch wordt de dienft aldaar, door niet meer dan na de verandering der Regeeringe , en de eenen Priefter, verrigt. dood van den tweeden Biffchop, Godefridus Wyze ' Wy komen'nu tot de wyze, waarop de van Mierlo, in den jaare 1587, heeft heC
van aan- Roomfche Priefters, hier te Lande, en by- Kapittel verzuimd, of vergeefs gepoogd, Helling zon(jerlyk in deeze Stad, worden aangefteld. eenen nieuwen Biffchop te kiezen, tot dat, ifooin En deeze wyze is onderfcheiden, omtrent in't jaar 1742 , na dat de Kanoniken, de' fche " zulken , die de Bulle Unigenitus aangeno- een na den anderen , de Bulle UnigenituS Priefle- men ? èn zulken, die dezelve niet aange- aangenomen hebbende , zwaarigheid hadden renchieI . nomen hebben. De eerften, immers de Wee- gemaakt, om zig langer den naam van het zodkde' reldsheeren onder dezelven, worden, door Haarlemfch Kapittel toe te paffen; Hiero* Bulle ' den Aartspriefter over Holland,Zeeland en nimus de Bock, Paftoor in de Vinkenftraat, Unigeni- \yeftfriesland, die thans is Emericus van Ka- hier ter Stede, door den verkooren Aarts- m*ott' Veile Paftoor in Vogelenzang en Hillegom; biffchop van Utrecht, die oordeelde, vol- * men of door den byzonderen Aartspriefter over gens * 't regt van overgang , hiertoe ge- 'hf Amftelland , zynde , tegenwoordig , Joon- wettigd te zyn, tot Biffchop van Haarlem, J. nes Simon Hermanus Oem , Paftoor in de werdt ingewyd. Zyn opvolger, de gemel- Statie op den Nieuwe - zyds - Voorburgwal, de van Stiphout, heeft, niet alleen, op den / by het Spilij , hier ter Stede; aan 's Paufen veertienden July des jaars 1745 , van Bur- Nuncius te Bruffel voorgedraagen, endoor gemeefteren deezer Stad (d); maar ook, den zelven, herwaards gezonden. Somtyds, federt, van Gecommitteerde Raaden van 't gefchiedt deeze zending ook wel, zonder Noorder -Kwartier, en van Burgemeefterefl dat 'er eenige voorftelling,' door de Aarts- der Stad Enkhuizen , uitdrukkelyk , verlof priefters, voorafgegaan is; doch de gezon- gekreegen, om de Biffchoppelyke dienften, den Priefters worden, altoos, door de Aarts- by provifie en tot wederzeggens toe, waar priefters over Holland en Amftelland , by te neemen. En in gevolge van dit verlof, fchriftelyke Acle , erkend, en tot de by- en van de oogluikende toelaating der Hee' zondere Statiën gefchikt. De geordende ren Gecommitteerde Raaden in den Haage, worden, gemeenlyk, op aanfehryvens van ontvangen de Priefters van zyne partye» de Priefters derzelfde Orde, wanneer'er eene hier ter Stede, en alomme in 't Bisdom vaO Plaats vervuld moet worden, door den Pro- Haarlem, van hem hunne zending. Onder- vinciaal der Orde, in Brabant of in Frank- tuffchen, mogen de Priefters van de eene ryk, aan den Nuncius voorgefteld en aan- en de andere partye, op de gemelde wyze» gepreezen; door deezen gezonden, en by Kerkelyk zynde aangefteld, in Holland, en de Aartspriefters erkend. Zy verklaaren, byzonderlyk hier ter Stede, geene Priefter- voor dat zy herwaards komen, by plegti- lyke dienften doen, dan na dat zy, aan Bur- gen eede, aan den Nuncius, dat zy alle de gemeefteren, en vervolgens aan den Hoofd- Paufelyke Bullen, byzonderlyk die, waarby Officier, van hunne aanftelling blyk getoond, de vyf ftellingen , welken men Janfenius en de verklaaring en belofte , van welken toefchryft, en de ftellingen van Quesnel wy» veroordeeld zyn, aanneemen. Zy belooven,
, ... .» i Ti 11 1 <c) 'T- Deel, VII. Hoek., bl. 270.
zulken, die iet tegen deeze Bullen onder- (^ Gioot-Memor. n. xi. . 9.
|
||||
|
Hl. Boek. Overige Photestantschë EN ANDERE KERKEN. 217
vïS''Vy' hiervoor 00» gewaagden, voor Bur- 't Armen-Comptoir, om de drie maanden, Rgom,c,(
Hek; §erneefteren, gedaan hebben. Burgemees- zekere fomme gelds toegelegd wordt, die»gezinden teren behouden nogcans , gelyk van zelf door den Paftoor ,_ volgens zeker bepaald Kerken. ipreekt, het regt aan zig, om zulken, op getal van briefjes, inhoudende de naamen Welker perfoon of gedrag, iet van belang der armen, en de begrooting der gifte, voor te zeggen is, of die de hoedanigheden niet ieder derzelven gefchikt, en vier, vyf, 0f "ebben, welken, by 's Lands Plakaaten , zes guldens in't vierdendeel jaars beloopen- gevorderd worden, voor eenen tyd ofvoor de, wordt uitgedeeld. Doch, behalve, dee- a't0°s, af te wyzen.Schoon men ook, hier ze valte briefjes, ftaan de Regenten aan de t^1'Stede, de zendingen van'sPaufèn Nun- Paftoors, die, veeltyds, met meer armen cius gedoogt, ftaat de Regeering hem eg- belalt zyn, dan zy, daaruit, onderfteunen ter geene Jurisdictie toe, over erkende in- können naar behooren; eenige andere brief- §ez-tenen van Arnilerdam, zelfs niet over jes toe, getekend met het byvoegfel, Per irielters.. die, uit zynen naam, hcrwaards nos Confratres,dat is, Door om Medebroeders. gezonden zyn: en in 't jaar 1708, hebben Zulk foort van briefjes zyn ook in de han- ^urgerneefteren eenen R^omfchen Prieiter, den vanbyzondere armen. Dochzy moetenj ^e voor den Nuncius te Keulen gedag- by 't overlyden der armen, op welker naam vaard was, verbooden , aldaar te verfchy- zy ftaan, aan de Regenten te rug gegeven &%, nen ( ) worden; die egter zeldzaam weigeren, zul- jhvi.J In elke Roomfche Kerke hier ter Stede, ke briefjes, op eenen anderen naam, over
|
|||||||||||||||||
|
h
|
zyn een Organift en eenige Choorzangers te tekenen, mids het hun, door de Paftoors,
|
||||||||||||||||
|
°f Choorzangfters: ook doorgaands een of verzogt worde. In buitengewoone gevai1-
'e,). meer Oppaflers of Plaatsbewaarders: en in len, worden ook, op verzoek der Paftoo- de meeften, eene Kofterin. Doch alle de'e- ren, voor eene enkele reis,noodpenningen ze dienften worden , op verzoek der Pas- uitgedeeld. Doch behalve deeze uitcieelin- tooren of oudfte Paters van ieder Kerke , gen in geld, gefchieden 'er ook, jaarlyks, doorgaands, zonder dat 'er eenig loon voor door handen van de Paftoors, uitdeelingen gegeven wordt, waargenomen. De Plaats- van Kaas en Gort. Het Comptoir zendt, bewaarders zyn , gemeenlyk , ook bedie- in 't begin van December, zeker getal van naars der begraafeniifen , hier ter Stede Noordhollandfche Kaazen en zakken Gort, ■datffpreékers genaamd; en worden, in deeze aan ieder Kerke; die, in porden van eene hoedanigheid, beloond , door zulke Leden Kaas en drie vierde vat Gort voor eiken ar- &? Gemeente , die hen te werk Hellen, men, door de Paftoors, worden uitgedeeld. Voorts, zyn 'er, eenige luiden, gemeenlyk De Paftoors zyn gehouden, jaarlyks, na twee in elke Kerke, gefield, om de Lief- Paafclien , fchriftelyk, getuigenis te zenden «egaaven der Gemeente, by 't fcheiden der aan 't Comptoir, dat de armen, voor welken vergaderinge , in houten laaden, te ont- zy aanhouding. van onderftand verzoeken, fangen. Tot het zelfde einde, zyn'er ook aan de Chriftelyke pligten voldaan hebben, Net. ßoffen gep^atft, aan de ingangen." da, is, te Biegt en ten Avondmaal ge weeft {Ndej , De Prielters trekken hun onderhoud uit zyn.
i^% deeze Liefdegaaven , en uit anderen, die, Onder de Roomfchgezinden, zyn, ook in Hoppen.
£y byzondere gelegenheden, met naame, deeze Stad, eene foort vangeeftelykeDog- Py 't doen der gewoonlyke Biegte, op ters, die, hier en elders, IClopzußers en lüop- aafchen, en op andere tyden , gedaan pen of Klopjes, en in Brabant, Qjiezels ge- Xvorden. En daar de Gemeente groot is, naamd worden. Zy woonen egtgr niet by- eu de inkomften rykelyk zyn, wordt'er ook een; maar, hier en daar, door de Stad vcr- ^en gedeelte van beiteed, tot onderftand der fpreid. Zy doen, wanneer zy zig in deezen ÖS j?\ ftaat begeeven , geloften van^ onthouding ■ ^nÜ1 Mn °ne Z0I'g voor de arme Leden der aan den'Pafbor van hunne Kerke. Sommi-
ge? tnnT f 1 Kerks hkr ter Stede ftaat, by- gen dienen, in de Kerken, als Kofterinnen: H, £u-a<~nyk, aan het Oude-Katbolyken-Jimen- anderen doen de eene of de andere neermg: «S^if'T*5i ^aarvan wy, in de befchryving eenigen houden Schooien voor jonge km- «tt uet Godsnuizen, nader "handelen zullen. Hier deren, van welke Schooien een aanmerkelyk |
|||||||||||||||||
|
k
|
kenen^wy alleenlyk aan ^ volgensze- getal hier ter Stede gevonden wordt. Zy
|
||||||||||||||||
|
- der Gemeenten en perfoonen, gehouden, en ftaan onder geen
setal der armen, door de Regenten van byzonder opzigt. De Kloppen draageö al*
(«) n,ni% iio leenlyk een zedig zwart gewaad , en een
tJ Gloot.Kemor. ,v. ix. /. gj. byzonder hoofdhulfel. Men meent, dat zy
E e 3 haa-
|
|||||||||||||||||
|
\
|
|||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||
|
ai8
|
||||||||||||||||||||||||||
|
boorling van de Stad Amafia , vyftien jäh-
ren , deeze Kerk, genaamd den H i. i l i- gen Geest, bediend hebbende. heb, op myne eigene koßen, deeze Foorpoort bef' bouwd; een marmeren Lam boien dezelve gejteld; den Jleenen opgang,' en drie onder- en drie bovenlichten doen manken . tergedag- tenijfe van myzehen en van myne overkede- ne Is ader en Moeder, in 't ArmeniJch jaat np8, dat is f in 't jaar 1749. Het opfehrift, boven de binnendeur, komt
uit op deezen zin: /£ Arachiel,Zoon van Paulo don Arache-
lentz, inboorling van Ispahan Gulpha, hebt op myne koßen, deeze binnendeur laat en her- bouwen; het voorhuis eenigszins verhoogd ert verbreed;den wand en vloer^met marmeren plaaten, belegd, en 't gewelf metbloemwerk bepleißerd , ter gedagtenijfe van mynenover- heden Vader Paulo en van myne nog leeven- de Moeder, in 't jaar des Heeren 1749. De Kerkmeefters, die een of twee in ge-
tal zyn, hebben opzigt over 't gebouw, en over de weinige armen der Gemeente. VIII.
GRIEKSCHE of RUSSISCHE KERK.
Eindelyk,heeft men ook,hier ter Stede,
eene kleine Gemeente van Griek- sche of Russische Christenen, die, hier en daar, in 't huis van een Lid der zelve, plagt te vergaderen; doch, federt eeni- gen tyd, op een boven-vertrek van een huis, op den Oude-zyds-Voorburgwal, tuffchen de Minderbroeders-en Kreupelfteeg, daar de drie Valken in den gevel ftaan, byeenkomt. 't Al- taar is van 't overige gedeelte der plaatfe af- gefcheiden, door een houten befchot, waarin eene deur is, met eene opening van boven, in welke, een verguld houten kruis ftaat. Ter wederzyde der deure, hangen twee kleine fchilderytjes. De Gemeente, in welke, te- genwoordig , maar drie of vier mansperfoo- nen zyn, behalve den Priefter, heeft altoos beftaan uit een zeer klein getal van Leden. De weinige Ruffifche Koopluiden en Bootsgezel' len , die, van tyd tot tyd, in deeze Stad ko- men , gaan hier egter ter Kerke. De dienft wordt 'er waargenomen, door eenen Priefler» die uit Rusland herwaards gezonden wordt; doch, fonuyds, bezwaarlyk, te bekomen is. |
||||||||||||||||||||||||||
|
haaren naam gekreegen hebben, in tyden
van onveiligheid voor de Roomfchgezinden deezer Landen; toen men zig van haar be- diende, om den luiden aan te kondigen , waar en wanneer, de heimelyke Vergade- ringen Honden gehouden te worden ; ten welken einde, zy, alomme, daar Roomfch- gezinden woonden, aan de deuren gingen kloppen. Men vindt, ook in deeze Stad, zo wel als elders hier te Lande, mansperfoo- nen, die gelyke gelofte doen als de Klop- jes, en Kb f broeders genaamd worden. Doch hun getal is zeer klein. VII.
ARMENISCHE KERK, De Koophandel op Smirna en de Levant
heeft, al in de voorgaande eeuwe, ge- legenheid gegeven, dat zig eenige Armeni- fche Chriftenen , hier ter Stede, met der woon hebben neder gezet. Zy hielden hun- ne eerfte Godsdienftige Byeenkomften, in een huis, in de Dyksftraat. Doch in 't jaar 1714, verwierven twee hunner Kerkmees- teren, Baba fan di Sultan en Nicolaas Theo- dor, verlof van Burgemeefteren, om eene nieuwe en openbaare Kerk te fügten ( g ), alwaar zy,nog tegenwoordig, dagelyks, twee- maal , ert, des Zondags, en in de groote vas- ten, driemaal 's daags, byeen komen. DeKerk, een net gebouw, met twee ryen glasraamen, ieder van zes lichten, boven eikanderen in 't ooften, ftaat, tuffchen de Keizers-en Konings- ftraaten, op D wars-Boomfloot. Men heeft 'er eenige Altaarftukken; doch geen' Predikftoel, Zy wordt door eenen Priefter bediend, die, op verzoek der Gemeente, door den Patriarch van Groot - Armenië, herwaards gezonden wordt. De tegenwoordige Priefter, Joannes de Minas, heeft de Armenifche Gemeente alhier, reeds dertig jaaren, gediend. Hy heeft de Kerk , in 't jaar 1749, op zyne koften , met eenen deftigen op- en ingang, verfierd, en, boven de poort, een leggend Lam of Ag- nus Del, in marmer, doen uithouwen. Ten zelfden tyde, is de binnenfte ingang der Ker- ke , insgelyks, vernieuwd, op koften van den tegenwoordigen Kerkmeefter , Arachiel di Paulo. Het een en 't ander wordt, in twee Opfchriften, in de Armenifche taaie, boven de twee ingangen gefteld, te kennen gege- ven. Het eerfte, welk boven de Voorpoor- te ftaat, is van deezen inhoud: Ik Joannes, Prießer, Zoon van Minas, in-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
SCBË
pi* |
||||||||||||||||||||||||||
|
Armski.
sciie Keek.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
Befcliry«
ving der Armeni- sche Kerke. |
||||||||||||||||||||||||||
|
A
vin.-,,
|
||||||||||||||||||||||||||
|
f
|
||||||||||||||||||||||||||
|
(f) Refol. van dtn Osd-«Raai3 van Bürgern. 30 Jttnuary
SS'. |
||||||||||||||||||||||||||
|
\%
|
||||||||||||||||||||||||||
|
ttl Bom. Overge Protestantsche EN ANDERE KERKEN, X19
sVeoBE I& gehouden hebbende, door den Onder-jooöscH*
Cï*. ' fchout en eemge Geregtsdienaars,uitge-SYNA8o.
SYNAGOGEN <fcr JOODEN. gaan om Roomfchgezinden - Vergaderin-GEN-
IKomn- * » §en te ftooren 5 overvallen waren geweeft; ^ Pür \Jfen heeft verfcheiden' JoodscheSy* doch dat men, befpeurende dat zy Jooden
]^eeiche -*-▼! na gogen, hier ter Stede, tot wel- waren, hen, v©oreerh% niet verder ge- lden , Jter befchry vinge, wy nu overgaan. moeid hadt." sH.er . Omtrent welken tyd, de eerfte Jooden In een ander Joodfch Gefchrift, Gedagte-
Zl§ ■> te Amfterdam, hebben nedergezet, is nis voor de toekomende eeuwen geheeten, wordt my nergens klaarlyk gebleeken. Men weet gemeld dat tien Jooden,die vier jongens ^'l-enlyk, dat, Jan den III., Koning van by zig hadden, in 't jaar 5364, naarder |
||||||||
|
Portugal, in 't jaar 1549, door zyn gantfche
j-yk > fcherp onderzoek hebbende laaten *j°en naar bedekte Jooden, die, in fchyn, "en Chriftelyken Godsdienft hadden aange- nomen ; veelen derzelven zig naar Holland °egaven, daar hun, door 't Hof, by her- haalde Plakaaten, het Land verbooden werdt y>)- 'tBlykt niet, dat zy zig, federt,inmer- kelyken getale, of openlyk, hier te Lande, of in deeze Stad, onthouden hebben, dan na de verandering der Regeeringe, in 't jaar I5?8. Pontanus, wiens Befchryving van Amfierdam, in 't jaar 1611, uitkwam, te- kent aan (f), dat de Portugeefche Jooden £ig, weinige jaar en geleeden, aan de oude Zy- de, hadden begonnen neder te zetten. In ïeker Joodfch Werk , genaamd Boom des |
Jooden tydrekening,'t welk, met het jaar
1603, overeenkomt, met twee fchepen, rykelyk belaaden, uit Spanje, te Embden aangekomen zynde, door den reeds ge- melden Rabbi Uri Levi, dien zy aldaar aantroffen , naar Amfterdam geweezen werden; dat zy, hier gekomen, een huis huurden, in de Jonkerftraat, tegen over den Montelbaanstooren; alwaar ÜriLevi hen , na verloop van eenige weeken', kwam befnyden. Dat het Geregt, ken- nis gekreegen hebbende van de byeen- komft, die de Jooden, in de Jonkerftraat, hielden, Rabbi Uri en zynen Zoon A'dron Uri Levi deedt in hegtenis neemen; doch, eerlang, wederom op vrye voeten ftellen." Gefchrift , waarin deeze byzonderheden |
|||||||
|
Leevens, wordt verhaald dat de eerfte gevonden worden, is, door den Kleinzoon
» Jooden, in 't jaar 5350,naar der Jooden van Rabbi Uri, genaamd Uri de Aäron Le- » Tydrekening," 't welk, met het jaar 1589 vi, opgefteld. Doch zo men 't verhaal, °fi59o, naar de tydrekening der Chrifte- welk daarin voorkomt, aanmerkt als het zdf- nen, overeenkomt, uit Portugal,tefche- de, dat, in den Boom des Leevens, gevon- *» pe, herwaards vertrokken waren, ten ge- den wordt, ziet menligtelyk, dat het, en >» tale van drie Perfoonen , Manuel Lopes in den tyd, en in verfcheiden' andere om- »> Homcm en Maria Nunes , twee onder- Handigheden, met het zelve, verfchilt. Maar » trouwden, benevens Miguel Lopes, Oom miflehien ipreekt de Boom des Leevens, van >> van Manuel; dat Mayor Rodrigues,Moe- de eerfte aankomft der Portugeefche, ende ii der van Manuel Lopes, verzeld van An- Gedagtenis voor de toekomende eeuwen, van de » tonio Lopes Pereyra, Jufia Pereyra, en ee- eerfte aankomft der Spaanfche Jooden, te »> nige anderen, in 't jaar 1598, teAmfter- Amfterdam. Zy zegt,_ ten minfte, dat de J> dam, aankwam, en dat 'er toen verfchei- twee fchepen, die de tien Jooden overvoer- » den' huwelyken , onder deeze aangeko- den, uit Spanje kwamen. Vaft gaat het, " men Jooden, geflooten werden, zynde, ondertuffchen, dat de Portugeefche Jooden ? °nder anderen , Manuel Lopes Hörnern zig, op het einde derzeftiende, of omtrent » getrouwd met Maria Nunes; en Francis- den aanvang der zeventiende eeuwe, hier te ^ Nunes Pereyra, met zyne Nigte Jufta, ter Stede, hebben nedergezet. De gemee- " ie ' naderhand, den naam van Abigail ne Joödfche Almanachen plaatfen hunne -' k^ndam'Dat Jufta haaren man reeds twee aankomft alhier, in 't jaar 1595. " hinaf"en ten minfte gebaard hadt, toen Zy verkooren eenen oord van de Stad, epi? W °°j . nvermaarden Rabbi t/riZm," die maar even bebouwd, en nog niet digc en ttoogdmtfehen j00d, die te Embden bewoond was, op en omtrent den S. Anto- k r 'jCnnU endan in Amfterdam kwam, nis dyk of Breêftraat. Ook hebben zy zig, *5 Deineeden werdt. Dat de Jooden, te Am- federt, aldaar, meeft byeen gehouden, alzo » iterdam, op den Grooten Verzoendag des de gelegenheid hunnerSynagogen en Vleefch* * Bars 1595, eene heirqelyke Vergadering hallen, en verfcheiden'hunner plegtigheden, met naame die van baaden en begraaven,
{§ f1 vaderi. Hiß. v. Detl hl niet gedoogen, dat zy ver vaneen verfpreid J *«* ii. c»f. vm. f. ,f: *'■3«» woonen.
Wei-
|
||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||
|
III. Deel-
|
||||||||||||||||||||||
|
.220
|
||||||||||||||||||||||
|
geruimen tyd , heimelyke vergaderingen :
doch ondernamen, in 't jaar 1648, eene o- penbaare Synagoge en Vleefchhal te bou- wen , 't welk hun, in gevolge van een be- fluit der Vroedfchap, verbooden werdt (o)- Doch 'tleedtmaar weinige jaaren, toen hun, zo wel als den Portugeefchen Jooden, het bouwen eener Synagoge werdt toegelaaten: waartoe zy, in 't jaar 1658, met kennifle der Wethouderfchap, eenige penningen op- namen (p). In 't jaar 1685, verwierven zy ook verlof, om eene Vleefchhal op te reg- ten. De Synagoge was gebouwd, op den hoek van de Amftelftraat, tegen over 't Ou- de-zyds-Huiszitten-huis, in 't gezigt van de Synagoge der Portugeefche Jooden: en de Vleefchhal werdt, nevens de Synagoge ge- field. Midlerwyl, waren 'er, met den Pool- fchen oorlog, die in 't jaar 1654 aangevan- gen was, een groot getal van Poolfche Joo- den herwaards gekomen (q), die eene af- zonderlyke Synagoge, op Vlooijenburg, in de Houtftraat, hadden opgeregt, welke , eenige jaaren, ftand hieldt. Doch in 't jaar 1673 , werdt hun, door de Wethouderfchap der Stad, het houden van afzonderlyke Ver- gaderingen verbooden (r): waarna zy zig, met de Hoogduitfche Jooden , vereenigd hebben. De Synagoge J«r Portügeesche
Jooden is een deftig en aanzienlyk ge- bouw. Men treedt, door eene ruime poort, in eenen Voorhof, die, aan drie zyden, be- zet is met wooningen, waarin Schooien ge- houden worden, in welken, de jeugd, in de Hebreeuwfche taaie, en in de Wet, onder- weezen wordt. Ook is hier een vertrek, alwaar de Opper-Rabbi en de Onder-Rab- bynen zig, dagelyks, oefenen in de Wet en in de Talmud: en een ander, daar de Parnaflim, weekelyks, vergaderen. In den Voorhof, is eene galery, die op twaalf pilaaren ruft, en waaronder een groote waterbak, met ver fcheiden' koperen kraanen, ftaat. De Jooden waffchen hier de handen, eer zy 't gebouW der Synagoge zelf intreeden. Dit gebouw" is vierkant en hoog, en heeft een platdak» omringd van eene fraaije Baluftrade. De voor- gevel heeft veertien, de agtergevel twaalf groote lichten, behalven een rond licht in ie" der, in 't midden der Baluftrade. De ingang naar ^t gebouw, in 't weften, is eene hooge» aanzienlyke poort, die op gemetfelde ko- lommen ruft. Behalve deezen, zyn 'er nog twee ingangen, die, door de vrouwen, g£" (O Refol. Vroedfch. N. ij. Ii J<mj !«♦» f' "
(f) Handv. bl. \i%.
{q) Chion. van Medenbl. tl, zïj,
(r) Kemb. P, . 71 verf).
|
||||||||||||||||||||||
|
Weinige jaaren na hunne aankomft, wa-
ren hun, by de Wethouderfchap deezer Stad, reeds twee beëedigde Makelaars van hunne Natie toegeftaan, welk getal, in 't jaar 1612, met nog agt anderen, vermeerderd werdt (k). Hieruit is klaarlyk af te neemen, dat zy, van tyd tot tyd, toegenomen waren in menigte, en dat hun genoegzaame vryheid gelaaten werdt, om hunnen Godsdienll, in ftilte, in byzondere huizen, te oefenen. Doch in 't zelfde jaar 1612 ,beftonden zy, zonder daar- toe verlof verzogt te hebben van Burgemees- teren , eene openbaare Synagoge te fligten op Uilenburg, tegen over denMontelbaans- ïooren, die't Huis van Jakob genaamd werdt. Men nam hun dit zo kwalyk, dat hun de oe- fening van hunnen Godsdienll verbooden werdt (/). 'tLeedt,nogtans, niet langer dan tot in 't jaar 1619, wanneer 's Lands Staa- ten hun vrye Godsdienftoefening toelieten. Zy bouwden toen eene Synagoge op de Hout- graft, die uit twee famengevoegde woo- ningen beftondt. Hun getal, midlerwyl, fterk zynde aangegroeid, ook in Leden van ver- mogen , inzonderheid door de aankomft van veele Spaanfche en Italiaanfche Jooden, wer- den 'er nog twee Synagogen opgeregt. De drie byzondere Natiën kwamen egter, in 't jaar 1638 en 1639, overeen, om voortaan maar ééne Synagoge te houden, en niet te gedoogen, dat 'er, in vervolg van tyd, door tien of meer Jooden, eene nieuwe Synago- ge zou worden opgeregt: ook niet, dat by- zondere perfoonen, tot deeze Synagoge be- hoorende, in eenige andere van Hoogduit- fche, Poolfche of andere Jooden, zouden gaan bidden. En deeze overeenkomft, mids- gaders, het verdrag van vereeniging, tus- fchen de Portugeefche en Spaanfche Jooden, werdt, op verzoek der Jooden zelven, den zeventienden November des jaars 1670, en den elfden May des jaars 1675, door myne Heeren van den Geregte, bekragtigd (ui). Ondertuflchen, kwamen de drie Natiën, in de Synagoge op de Houtgraft, byeen, tot dat men,_in 't gemelde jaar 1670, de te- genwoordige Synagoge bouwde , op het plein, tegen over hetLeproozenhuis, tus« fchen de Muiderftraat en Muidergraft; na't voltooijen van welke, de Voorige Synagoge, tot Burgerwooningen, verkogt werdt. De Hoogduitfche Jooden, die toen al eene
Synagoge hier ter Stede hadden, fchynen, niet lang na de Portugeefchen, herwaards gekomen te zyn («). Zy hielden, eenen (A) Handv. tl. 1063.
(O K-efol. Vroedfch. N. tl. % M*y 1611. f. 62.
iro) Handv. bl. 47J. Keillb. P. . lij verf,.
(n) Refoi. vim den Oud-Raad van Bweeia, 1« *4nr.
|
||||||||||||||||||||||
|
joodsche
Synago- gen. Zy nee-
men fterk toe, in getal. |
||||||||||||||||||||||
|
til'.
|
||||||||||||||||||||||
|
ten
hier |
||||||||||||||||||||||
|
in«;
|
||||||||||||||||||||||
|
A
|
||||||||||||||||||||||
|
DeHoog-
duitfche en Pool- fche Joo- den zet- |
||||||||||||||||||||||
|
Hï. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN. 221
|
||||||
|
N*>? ^m^} w°rden. 't Gewelf van 't gebouwruft Kerkfieraaden bewaard worden. Voorts, isj
|
loonscHS
|
|||||
|
%. ' °P vier hoogeenzwaarehardfleenen kolom- 'er, ter wederzyde , eene galery voor deSvNAocT
^en. Even binnen den grooten ingang, ftaat vroawen. Doch alzo deeze Synagoge haaft0£iV- een verheven Voorleezers - geftoelte , op te klein viel, hebben de Hoogduitfche Joo- Welks vier hoeken, vier zwaare koperen Kan- den, in't jaar i686\ nog eene andere ge- selaars geplaatft zyn. Voor dit geftoelte, be- bouwd, boven de Vleefchhal, die nevens "eden, is de ftoel van den Chacham of Op- de groote Synagoge (laat; en in 't jaar 1730, Pj^r-Rabbi, en ter wederzyde, zyn de zit- eene derde, agter de groote Synagoge. En Plaatfcn der Godgeleerden. De dienende deeze laatïte is, in't jaar 1750, merkelyk \arnaß,m 0f Ouderlingen zitten, wat ver- vergroot,en, geheel van den grond af,op- . r af, noordwaards , of ter linkerzyde , getimmerd, zo dat zy, tegenwoordig, de ln een afgezonderd geftoelte Voorts , eerftgemelde oudfte, met welke zy, in ge- 2yn > door de gantfche Kerke, verfcheiden' daante en grootte, vry na overeenkomt, in fyen van zitbanken voor de mansperfoonen; fraaiheid over reft. Zy heeft eenen defti- ^eneden. voorzien met geflooten kasjes , gen opgang, en midden op het dak, ftaat Waarin de Kerkboek en en Bidkleeden be- een fierlyke koepel. De galery voor de vaard worden. Ter wederzyde , boven dee- vrouwen, die verpligt zyn, op haare plaat- e z'tplaatfen, zyn twee galeryen voor de fen te blyven, zonder dezelven, ter gele- ^rouwen. Zy ruften, ieder, op zes hard- genheid van eenige plegtigheid, te mogen Reenen Pilaaren, en zyn, van vooren, met verlaaten (s), befiaat drie zyden van 't ge- jagt traliewerk, afgefchut;zo dat men,van bouw. Boven den ingang in 't weften, ftaat £eneden, bezwaarlyk, op de galeryen zien een tafereel, waarop een algemeen Gebed' ^an. In 't midden der Kerke, hangen vier aan Gode, ook voor de Overheid, metgul- groote koperen kroonen,waarop,byavond, den letters, in de Nederduitfche taaie, ge* kaarfen ontfteken worden. Doch, aan eene fchreeven is. Behalve deeze drie Synago- der kroonen , hangt eene glazen Lamp, die gen, hebben de Hoogduitfche Jooden nog altoos brandende gehouden, en daarom eeu- drie of vier kleine of By-Synagogen, zo in ^igduurend licht genaamd wordt. Tuflchen de Amftelftraat, als op Vlooijenburg, en op ^e groote pilaaren , hangen nog vier kroo- Uilenburg, op verfcheiden'tyden, gebouwd; nen, die zo groot niet zyn als de gemelden, van welken wy niets byzonders weeten te en onder ieder galery, zeven kleine kroon- melden. 'ü'es. Het oollelyk gedeelte der Synagogeis Het Kerkbeftier der Jooden hier ter Ste- ^.erk^e*
^gefchooten met een hek van glad Sakker- de, en het onderhouden deropenbaare Sy- ^óo^en^ panen hout, binnen welk hek. eene ver- nagogen van beide de Natiën en der armen en bezor- ieeven plaats is, waarin de Priefters op onder dezelven ftaat, by elke Natie, aan ging; der öeri Sabbath en op de andere Feeftdag n, een Collegie van zes Varnaffim of Ouderlin*^, ;ja dat zy , vooraf, door de Leviten, ge- gen, en eenen Penningmeefler, die verpligt zelve».C" ^affchen zyn , den dienft, onifchoeid , ver* zyn, by gewigtige gelegenheden, den raad Jgten. Op het hek ftaan agttien zwaa- der afgegaane ParnaTim en Penningmeefte- e koperen Kandelaars. Een Sakkerdaa- ren in te neemen, De wyze, op welke, de rien - houten kas, die fraai gemaakt, en in Parnaflim, by beide de Natiën, de Kerke- vyf kafr.-n verdeeld is , waarin de Boeken lyke zaaken beftieren, heeft niet zo veel o- ai* Mozes, net befchreeven, en in rollen vereenkomft met eikanderen, of zy ver- ,°Pge ro'd, benevens andere Kerkfieraaden, dient eenigszins onderfcheidenlyk befchree- ewaarj worden, ftaat tegen den agterge- ven te worden. De Portugeefche Jooden el van 't gebouw, en wordt niet dan op hebben de Reglementen op hun Kerkbeftier ,en Sabbath; op de Feeftdagen; des Maan- nimmer gemeen gemaakt. Wy können het, È ple§St'en ^es Donderdags , en , by andere derhalve, alleenlyk befchryven naar de be- ViN- De§e.^eleg^hed en, geopend. rigten, die ons desaangaande zyn medege- ^ SVan se S Y^root^e en oudfte der tegenwoordi- deeld, en die wy reden hebben om te ver-
%i^K' scHe T AG°GE N van * Hoogdüit- !rouwen, dat, ten minfte, in de voornaam- ö ^°Qg na J ° ? D E N is kleiner , en op verre fte opzigten, naauwkeurig en naar waarheid )oo Sc9e f2, aaBzlee%k niet,als die der Portugee- zullen zyn. Doch, wat de Hoogduitfche ' eerfn' Y u ' nogtans, byna dezelfde Jooden betreft, derzelver KerkelykeRegle- Wplf^ï^t" Uten en van binnen- 't Ge- menten zyn, op hun verzoek, door Burge- eit ruit ook op vier hardfteenen kolommen, meefteren, goedgekeurd en bekragtigd, en > rent m t midden, ftaat eene vierkante ver- plaats, en, m 't ooften, eene fierlyke
j' aaar de Boeken van Mozes en andere ('"> Zie '* ^iï^ van I737,'"de Hamlv- n.^gi. l- STUK. Ff |
||||||
|
AMSTERDAMS III. Deel.
|
|||||||
|
222
|
|||||||
|
Toodsche vervolgens, in de Stads Regifiers,geboekt: zulke dagen als de Boeken van Mozes %<&'^<P
Synago- 't welk ons in ftaat gefield heeft, om daarvan zen worden, verzuimen, verbeuren vyf gul' ci#. GEN- uitvoeriger berigt te geeven. dens aan de armen. By de Portugeefchen» Colle- DeParnaffim enPenningmeeflers der Por- die maar ééne openbaare Synagoge hebben,
gira^an tugeefche Jooden vergaderen doorgaands woonen Parnaffim en Penningmeefter dezel'
Painaffim des Zondags 's ogtends; doch die der Hoog- ve, doorgaands, by. Doch, op het ver- en Pen- duitfchen hebben geenen vallen tyd van zuimen hiervan , is geene boete gefield- meelte- byeenkomen; maar vergaderen nogtans, veel- Parnaffim en Penningmeeileren der Hoog' ren. tyds, des Zondags na den middag, en voorts, duitfchen onderzoeken tweemaal 's jaars, j11 op lall van den Parnas-Prefident, en aanzeg- de maand Tar, die omtrent met May, en in ging van den Kofier. Zy verbeuren zekere de maand Hesvan, die met November, o* boete, ten behoeve van de Armen, zo zy, op vereenkomt, den Aalmoes - cedul der Ge- den beraamden tyd, buiten wettige verhinde- meente, en regelen der verhooging, ver- ring, niet in de Collegie-kamer verfchynen. mindering, aan- of ophouding van deri By afwezendheid van één of meer Leden, verleenden onderftand aan de behoefdgen. worden , by de Hoogduitfchen , eerfl de De Turf- cedul , volgens welken , de uit- Penningmeefler of AalmoefTenier der Kran- deeling van Turf aan de behoefdgen ge' ken, en vervolgens, van de drie laatft af- fchiedt, wordt, eens 's jaars, in de maand gegaane Parnaffim, by lootinge, één of meer Hesvan, geregeld. Doch by de Portugee- tot de Byeenkomfl, geroepen; of zo dee- fchen gefchiedt het regelen van den Aal- zen daartoe, om wettige redenen, niet be- moes - cedul maar eens in 't jaar, omtrent voegd waren, zulken, die, voor hen, Par- Paafchen, voor dat de Penningmeefter af' naffim of Penningmeeflers geweefl zyn, ins- gaat. In de Vergadering van Parnaffim van gelyks, op zekere boete, indien zy, buiten beide de Natiën, en nergens anders, mag gewigtig belet, agterblyven. By de Portu- beflooten worden, tot het doen van eenige geefchen, wordt de Vergadering van Par- Gemeentelyke koflen en uitdeelingen ; en naffim en Penningmeefleren geagt flerk ge- zulks, by meerderheid van flemmen. Doch noeg te wezen, wanneer'er vyf Leden te- de Penningmeefler by de Hoogduitfchen genwoordig zyn. Zo'er minder verfchynen, mag, des noods, tot twee guldens tien ïtui" roept men een of meer uit de ouden j doch vers toe, aan iemant geeven, zonder Parnas- niet by lootinge. De Parnas-Prefident doet, fim te kennen; en tot zes guldens toe, alleen by beide de Natiën, alleen de vöorflellen, met kennis van den Parnas-Prefident. By de in deeze Byeenkomflen, en befluit met de Portugeefchen, is zulks zo naauw niet be- meerderheid. Op zynen lafl, worden ook paald. u $ eenige afkondigingen van klein belang , De Penningmeefler , of Opper - Penning- for$
gelyk , wanneer 'er iet verlooren is , in meéfler, zo als hem de Hoogduitfchen noe-^S de Synagogen der Hoogduitfchen, gedaan, men, aan wien 't bewind over de Armen-1& v Doch zulke afkondigingen vallen, zelden penningen is toevertrouwd, is byzonderlyk bL of nooit, voor, by de Portugeefchen: verpligt, de Armengelden in te vorderen, en afkondigingen van gewigt gefchieden, en te boek te brengen, en van dezelven de by beide de Natiën, niet, dan na dat daar- vereifchte uitdeelingen te doen. By dePor' toe, by meerderheid van flemmen van Par- tugeefchen, doet hy, eens 's jaars, omtrent naffim en Penningmeefleren, beflooten is. Paafchen, rekening aan Parnaffim j doch by Parnaffim mogen alle Lidmaaten en Congre- de Hoogduitfchen , moet hy ten minfte° ganten, zynde zulke Jooden, die in de Sy- eens ter maand , zyn boek in het Collega nagogen gewoon zyn te komen, doch gee- van Parnaffim laaten onderzoeken, en daar- ne Lidmaaten zyn, voor hun Collegie, doen enboven, eens 's jaars, op den derden avond dagvaarden. En die, na de derde dagvaar- van het Loofhutten-Feefl, aan het zelfde ding, niet verfchynen, verbeuren, by de Collegie, eene algemeene rekening doefl» Hoogduitfchen tien , en by de Portugee- die, door Parnaffim goedgekeurd en gete' fchen twaalf guldens, voor de Armen. De kend zynde, ten volgenden dage, door de? Parnaffim der Hoogduitfchen moeten, be- Kofier der groote Synagoge, openlyk, a*' halve de groote, ook de By-Synagogen, wee- gelezen wordt. Maar by de Portugeefchf17' kélykSjby woonen, om op het naarkomen der leeft de Penningmeefler zelf zyne rekening KerkgewQonten en Reglementen agt te gee- in de Synagoge. De Penningmeefler der ven. Doch de Prefldent-Parnas, en zulke Hoogduitfchen, eenjaar gediend hebben" Parnaffim, die zeventig jaaren bereikt heb- de, wordt, het volgende jaar, Penning^" ben, zyn hiervan ontflaagen. Zulke ande- ter of JalmoeJJenier der Kranken , f0- affig' ren, die 't by woonen der Synagogen, op neert, ten behoeve der Kranken in 't by^ |
|||||||
|
yC (&3l&t0r' ~fc&h. axl v&yum.
|
||||||
|
J)E TWEE GEOOTE SYNAGOGE!? J>EH HO O GW! TS CHE Jo OE>EJSr
OUDE - Z YD£ -HUISZITTEN - J^i JMOJiSSE 2^1 EUS - j£ZTTS , |
||||||
|
UI. Boek. Overige Protestantsciie EN ANDERE KERKEN. 123
Sï4oHE £onder, geld, vleefch of hoenders op den leggen zy, in^de Synagoge, den vereifch- Joodschk
"*». Penningmeefter. Ook woont hy, na de ge- ten eed af, in 'tbyzyn van den Opper-Rab- Synagó-
Woonlyke aanzegging, de Vergadering van bi, en van de afgegaane en aangebleeven °m'
Parnaffim en Penningmeefter, by, in welke, Parnaffim. Zo men 't niet eens heeft kon-
*}7 egter geene item heeft , dan in geval nen worden over de verkiezinge, of zo eert
één der Leden afwezig zyn mögt. Doch de of meer verkoorehen den dienfl weigeren
Portugeefchen hebben geenen Penningmees- te aanvaarden, worden de oude Parnaffim
ter der Kranken. De zorg voor dezelven en Penningmeefter, zynde allezulken, die
ftaat aan een byzonder Collegie, waarvan ooit tot Parnaffim ofPenningmeeftersverkoo-
\ wy> wat laager, gewaagen zullen. ren geweeft zyn; 't zy ze den dienfl aanvaard
%V- Parnaffim en Penningmeefter der Portu- hebben of niet, byeen vergaderd, en uit
J^ing" 'geefche Jooden dienen maar één jaar.Doch dezelven, by fchikking, te beginnen van
ihr. órri 't half jaar * voor 't Paafchfeeft j welk in den oudften, de open plaatfen vervuld. De hjj en Maart of April valt , en met Nieuwjaar , afkondiging hunner verkiezinge gefchiedt 4'
StlJ*" We& in September komt, gaan'er drie Par- op gelyke wyze ; doch zy worden, door
ijjNoti. naffim af, in welker plaatfen, drie anderen den Prefident-Parnas, opgehaald. De Par-
%dc v?rkooren worden. De plaats van den Pen- naffim zitten, elk twee maanden, voor, in
fcef^ ningmeefter, die op Paafchen afgaat, wordt hun Collegie: en onder de aankomenden al-
den. ^an, insgelyks, vervuld, En zie hier, op toos eerfl, de gene die eerft getrouwd, of >
^elk eene wyze, zulks toegaat: 't Collegie, voormaals, de oudfte in dienfl geweeft is.
eenige dagen voor de afkondiging van nieu- De wyze , op welke Parnaffim en Pen- Wyze We Parnaffim, vergaderd zynde, doet men ningmeefter, onder de Hoogduitfche Joodr v?n Ver"
|
||||||||||||||
|
een rood, en zes groene balletjes in eene bos. fche Natie hier ter Stede, verkooren wor-14162^8
|
||||||||||||||
|
t)ie 't roode balletje trekt,noemtiemanttot den, en de vereifchten in zuïken, die ver- naffii
|
m eil
|
|||||||||||||
|
Parnas. Waarna men overweegt, of hy kieslyk worden geoordeeld, zyn, eerfl in 'fPenning.
herkiesbaar zy of niet: waaromtrent, by- jaar 1737, en federt, op eenen vaften voetmeefter» ^onderlyk, in aanmerking komt* of hy van gebragt. Twee of drie jaaren voor den ge-^d0".de ?e aanzienlykften der Natie zy , en of hy melden tyd, was 'er merkelyk misnoegen duitlche ^ttiant uit het dienende Collegie ook te na gereezen, tuffcheh de dienende Parnaffim Jooden. *Q den bloede befla. Zo hy niet verkiesbaar en eenige Ledemaaten, die derzelver trouw geoordeeld wordt, loot men op nieuws, en verdagt hielden. De Parnaffim bragten de benoemt een' ander'. Doch indien men zaak voor Burgemeefleren , waar dezelve hem verkiesbaar verklaart, wordt 'er gebal- onderzogt, en zy voor vroomen en onbe- heerd, ofhy daadelyk verkooren zal zyn, fproken Luiden erkend werden, by eene ^aartoe hy, ten minfte, vyf ftemmen heb- Publicatie van den negenden Juny des jaars pen moet. Zo hy'er maar vier heeft, wordt 1735, die^ den volgenden dag, door een' er, op nieuws, geballot eer d, om te beproe- Stads Bode, in de Synagoge voorgele-
ven, of een der Leden ook van gedagten zen werdt (t). Ten zelfden tyde, bevalen ^ogt veranderen, en hy daardoor, of met Burgemeefleren, dat de Kerkelyke Regle- vyf ftemmen verkooren, of met drie ftem- menten; door de oude en dienende Parnas- ^en, verworpen mögt worden. En zomen firn en Penningmeefters, van nieuws, her- der de verkiezing niet eens kan worden, zien en verbeterd zouden worden, gelyk, fb- ^datde balloteering, verfcheiden' maaien, dert, gefchiedde, wordende het verbeterd i?erhaald is , wordt dezelve opgehouden. Reglement, uit honderd en twee Ärticulen ~°ch zo dezelve voltrokken wordt, gaat beftaande , aan Burgemeefleren vertoond * **}en, op gelyke wyze, over tot de verkie- en, op den twaalfden April des jaars 1737» ,lnS^an de twee andere Parnaffim en van door hen,, goedgekeurd en bekragtigd (ti).
e^ Penningmeefter. De verkoorenen wor- Het is, in de jaaren 174.7, 1751. en J752 ,
en^ by afkondiging, door den Penning- insgelyks,met goedkeuring vanBurgemees-
eeiter, 0f^ jn zvn afZyn? door den Par- teren , in eenige opzigten, veranderd en a^"^refident, na 't eindigen van 't eerfte vermeerderd (e), in gevolge van het laat-
gedeelte van den Voormiddags dienfl, aan fle Lid van het zelve, waarby het verände- re Gemeente bekend gemaakt: waarna de ren of vermeerderen daarvan, aan de mees- ^gaanden, door den Voorzanger, met een te ftemmen der oude en dienende Parnaffim ^genwenfch begroet, en de aankomenden, en Penningmeefteren, gelaaten is (w),
aank y iWyZe' ingezegend worden. De De dornenden, in de Synagoge zynde, wor- (0 H:anf4v- " y «
hunn- 1 ar§aar>den, opgehaald, en naar \v\ véivoiP &n Hamiv. «. >>» «, it. 8 Plaats geleid. Eenige dagen laater, (^ H3,ld''"♦»*■ Ff 2
|
||||||||||||||
|
k
|
||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
224
|
|||||||||||
|
SC&
|
|||||||||||
|
joodsc^b De zes Parnaffim en de Penningmeefter
SYNA0Ö- der Hoogduitfche Jooden dienen twee jaa- GEN. ren, en,jaarlyks, op den derden avond van het Loofhutten Feeft,welk ook in de maand September komt, gaan de drie oudfte in dienft zynde Parnaffim af: en de Penning- meefter wordt, voor nog een jaar, Penning- meefter of Aalmoeffenier der Kranken. In de plaats der afgaanden, worden, vooraf, op dien zelfden avond , drie Parnaffim en een Penningmeefter verkooren: 't welk, in deezer voege, toegaat. De dienende Parnaffim en Penningmees-
ter , ten overftaan van alle de oude Parnaffim en Penningmeefters, en van den Chacham of Opper-Rabbi, in hun Collegie, vergaderd zynde, maaken, by meerderheid van Hem- men , eene Nominatie van nieuwe Parnas- fim en Penningmeefter. Vervolgens * nee- men zy, uit het Regifter der Ledemaaten, op alle Waardige Perfoonen, die ten min- ften op twintig Briefjes tot onderftand der Armen moeten gefield zyn. Derzelver naa- men worden in eene beflooten BofTe gedaan, 'uit welke de Parnas-Prefident vyf en twin- tig perfoonen trekt, die eikanderen niet te na in den bloede beftaan: en uit deezen vyf en twintig, trekt de Opper-Rabbi zeven, die terftond, door de Kofters, worden ge- haald , en naar de Collegie - kamer geleid , alwaar deeze zeven Perfoonen, uit de eerft- gemelde Nominatie , ieder drie bevoegde Perfoonen, om als Parnaffim, en een, om als Penningmeefter te dienen , verkiezen. Doch die zig zelven verkieft verbeurt vyf en Zeventig guldens, en wordt niet verkoo- ren geagt,al hadt hy fchoondemeefteftem- men. Elk hunner geeft de naamen zyner verkoorenen, op een briefje gefchreeven, in het Collegie der Parnaffim, aan den Chacham, die dezelven in eene beflooten bofTe werpt en daar wederom uittrekt; waarna zy, die, by dezelven, blyken, de meefte ftemmente hebben,geagt worden tot nieuwe Parnaffim en Penningmeefter verkooren te zyn. Zo twee verkoorenen even veel Hemmen heb- ben, wordt, tuffchen dezelven, door den Chacham geloot. De Prefident bewaart de Hemmen, tot dat de verkoorenen, die, ter- ffcond, door de Kofters, kennis van hunne verkiezing krygen, de bediening aanvaard hebben: en zo dra zulks gefchied is, en de verkoorenen in 't Collegie geleid zyn, wordt 'er, tuffchen de zes dan dienende Parnaffim, geloot om de beurten van het Prefidentfchap, zynde hy, wiens naam het eerft uit de bos- fe komt,de eerfte twee maanden,Prefident, en de anderen, vervolgens. Doch zo één of meer verkoorenen den dienft weigeren te |
|||||||||||
|
aanvaarden, en 'er, op de Nominatie derg^,
zeven Kiezeren, geen meer bekwaame Per- aï$. foonen gevonden worden ; doen zy eene nieuwe keuze uit de eerftgemelde Nomina- : tie van Parnaffim en Penningmeefter. De aankomende Parnaffim en Penningmeefter belooven, by eede, aan handen van den Chacham, dat zy den dienft getrouwelyk zul- len waarneemen. De afgaande Parnaffim en Penningmeefter moeten, by beide de Natienr twee jaaren ftil gezeten hebben, eer zy we- derom verkieslyk zyn. Doch by de Portu- geefchen wordt zulks, niet zo ftiptelyk, ag- tervolgd. Niemant wordt, by de Hoogduit- fchen, tot Parnas verkooren, dan die eerft, twee jaaren, Opper-Penningmeefter geweeft is; oude Parnaffim uitgezonderd. En niemant is verkieslyk tot Opper - Penningmeefter, dan die twee en dertig jaaren bereikt heeft. Doch op het een en het ander wordt, by de Portugeefchen, zo naauw niet gezien. Par- naffim en Penningmeefter der Hoogduitfchefl moeten ten minfte ftaan op vyftig briefjes, tot onderftand der armen. Doch de Portu- geefchen hebben zulke briefjes niet. Men verkieft, onder dezelven, egter altoos vail de vermogendften der Gemeente tot deeze dienften, en onder beide de Natiën, geene Perfoonen, die geduuriglyk buiten 's Lands zyn ; noch zulken, die boedelafftand ge- daan hebben, of met hunne Schuldeifchers, voor minder dan 't beloop der fchuld, ver- draagen zyn: ook zulken niet, die hun ar- mengeld niet ten volle betaald hebben: en eindelyk, ook geene twee volle Neeven, veel min nadere bloedverwanten, zelfs niet, wanneer des eenen Huisvrouw volle Nigc van den anderen is; doch wanneer de Huis- vrouwen van twee verkoorenen alleenlyk volle Nigten zyn, mogen de mannen wel te gelyk dienen. Men plagt ook, om tot Pa/" nas of Penningmeefter onder de Hoogduit" fchen te können verkooren worden, nood- zaakelyk, eene zitplaats in de groote Syna' goge, op zynen naam en folium^te moeten hebben. Doch men bevondt, dat fomfl11" gen, geen behaagen hebbende in het waar* neemen deezer dienften , nalieten, eenff plaats op hunnen naam te doen ftellen; waa1" om dit vereifchte, in 't jaar 1751 ,met°P' zigt op het Penningmeefterfchap , te fll£c gedaan is (x). Een verkooren Parnas ° Penningmeefter onder de Hoogduitfchen £ weigerende den dienft te aanvaarden? °_ dien, binnens tyds , verdatende , veibe*}~ ren, de eerfte drie honderd, en de tweede vier honderd guldens, ten behoeve der ar- men« (*) Vervolg der Handv. bl. 20.
|
|||||||||||
|
III. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||
|
225
|
|||||||||||||||||||||||
|
offerd wordt. In ieder der twee andere Sy- Joódsche
nagogen, worden ook twee Perfoonen ge-S^Aoo- fteld, tot den Ontvangft der giften, die al-CElïi daar gefchieden; doch tot den Ontvangft der giften ten behoeve der armen van, Je- ruzalem wordt aldaar een byzonder Perfoon gefteld. Die een deezer mindere dienften weigert te aanvaarden, of na de aanvaarding verlaat, verbeurt vyf en twintig guldens. Alle de Onder-Penningmeefters moeten boek houden van 't gene zy ontvangen: en van alles, eens 's jaars, uiterlyk in de maand December, aan Parnaffim en Penningmees- ter rekening doen. By de Portugeefchen, waar het armengeld gereeder opgebragt, of niet zo fcherp ingevorderd wordt, komen verfcheiden' van deeze dienften niet te pas- fe. Ook hebben zy geene byzondere Kerk- meefters, ftaande het onderhoud der Syna- goge , onmiddelyk, aan Parnaffim en Pen- ningmeefter. Nogtans, verkieft dit Colle- gie, op Nieuwjaarsdag , zynde den eerfteh der maand Tisri, die in September komt, ook twee Bruidegoms der Wet, en op Paa- fchen, een' Parnas van 't Heilige Land; een' ten behoeve der Joodfche flaaven, onder de Mooren en Turken; een' , die opzigt heeft op het Kerkhof te Ouderkerk, en een', die zorg draagt voor de kleeding der be- hoeftige Studenten van de Natie. De Sikkel wordt aan de Synagoge betaald. De Chacham of Opper - Rabbi, van wien Cbacbém
wy, reeds in 't voorbygaan, gewaagd heb- °f ?f?er' ben, wordt, by de Portugeefchen, door Par- a l' naffim en Penningmeefter, aangefteld; doch by de Hoogduitfchen, binnen zes maanden na dat de Plaats opengevallen is, uit eene Nominatie van ten minfte drie , en ten hoogfte vyf openbaare hooggeleerde Per- foonen , gemaakt by de dienende en afge- gaane Parnaffim en Penningmeefter, gekoo- ren,doör alle hooggeleerde Ledemaaten;en alle andere Ledemaaten, die veertig óf meer Briefjes, ten behoeve der armen, opbren- gen , wordende zyne wedde, door de die- nende en afgegaane Parnaffim en Penning- meefteren, geregeld. Hy heeft, onder de Hoogduitfchen, byzonderlyk het opzigt over Godsdienftige zaaken: hy zit voor in 't CoiJe- gie der Godgeleerden: hy houdt het oog op de Leermeefters en Leerlingen der Gemeente, en onderzoekt de eerften, 't zy Ledemaaten of vreemden , eer hun het onderwys der Jeugd wordt aanvertrouwd. Vreemde Leer- meefters mogen zig, niet langer dan drie jaaren, van hunne afwezende Huisvrouwen onthouden. Doch by de Portugeefchen, daar de Parnaffim meer gezags over den Opper- Rabbi aan zig gehouden hebben, dan by d; Ff 3 Hoog-
|
|||||||||||||||||||||||
|
^en: en zyn de laatften niet verkieslyk tot
J- arnas, dan zes jaaren na dat zy deeze boete betaald hebben. By de Portugeefchen , ver- beuren beide de Parnaffim en Penningmees- ters vier honderd guldens, zo zy weigeren den dienft te aanvaarden, en zwaarder boe- te » zo zy dien, binnens tyds, verlaaten. De verkoorenen tot Penningmeefters der By- Synagogen onder de Hoogduitfchen betaa- len ■> in geval van weigering of verlaating Van den dienil,eene boete van honderd gul- dens. 6 Vier dagen na 't verkiezen van nieuwe
Parnaffim en Penningmeefler, by de Hoog- duitfchen , dat is, op den zevenden avond van 't Loofhutten-Feeft, ftellen de dienen- de Parnaffim en Penningmeefters twee waar- dige Perfoonen aan, tot de opdragt der zit- plaatfen in de groote Synagoge, beide voor fnannen en vrouwen. Zy mogen nogtans geene Plaatfen overdraagen, dan met kennis en fchriftelyken laft van den Parnas - Prefi- dent. Ten zelfden tyde, worden ook, uit de afgegaane Parnaffim en Penningmeefter, twee Ontvangers der reftanten van 't ver- schuldigde Armengeld aangefteld ; zonder 't voldoeii van welken , niemant een Be- fnydenis- of Trouwfeeft plegtiglyk vie- ren , of voor de Boeken van Mozes verfchy- üen mag; Deeze twee Ontvangers dienen £ok als Kërhneeflers, en draagen zorg voor het onderhoud der Synagogen, en der ge- bouwen , daartoe behoorende, mogende nie- mant, buiten hun opzigt, iet het allermin- te aan de Gemeentelyke gebouwen veran- deren, op de verbeurte van tien Ryksdaal- tfers voor de Armen. Voorts, worden, op den zelfden zevenden avond van het Loof- jUitten-f eeft, twee Bruidegmm der Wet ge- gooren: de oudfte van welken het laatfte gedeelte der Wet leeft, waarmede de jaar- ^ykfche Leezingen beflooten worden: waar- J1 de andere, de volgende reize,wederom, £et het eerfte gedeelte, aanvangt. Nog elt men twee Geleerden, tot het opzigt
and r ^cnoolen der arme Leerlingen: twee voo??' t0t den °ntvanSft van de giften fteliing6 arm5lcrariken; tot opbouw en her- mr h£- VanLSynagogen en Kerkhoven, en hf, i* ° ' >;e de armen toebehooren: en
S evel r' arm^^ der §^n,tenbe- RroSL c Van Jeruzalem, die in de |
|||||||||||||||||||||||
|
E?en
|
|||||||||||||||||||||||
|
S
|
eden; en van den
|
||||||||||||||||||||||
|
■> die , voormaals, tot
|
|||||||||||||||||||||||
|
x
|
°HcWv, ij t^"""
|
||||||||||||||||||||||
|
d^erhoud des Tempels, werdt opgebragt
den Ä eens s Jaar.s' voor 't ingaan van
derpLïfaVOnd7- ï de Vergaderkamer
^affim, ten dienfte der Synagogen, ge-
|
|||||||||||||||||||||||
|
M S T E R D A M S III. Deel;
|
|||||||||||
|
2i6 A
|
|||||||||||
|
tj «ibUMiM heeft hv bepaaldelyk over dienden der Gemeente worden, door Par-J°^G»-
SS8 ^Äfrf^dSgeS^opzigt, affin, enPeefteen, -g^me^ o». .'w^in'r College cferGoarek-er. alteen yk flemmea Pgwmgmeeferenvan "»Kolters. deTdi ÄeVaSrn^M
A^bieerivk bewind , wdk den Jooden aanneemmge der Bedienden van de Hal, als &*
^-Kf&te^faim.ftaat hier sin Par- Beeftenfnyders, Beenhouwers, enanderen- ^ ^ t0felaaCn^Onner Rabbi draagt, by de Doch niemant wordt, by de Hoogdiutichen, U J* ;£henPmetbeÄi.ffanParnas- tot eemge.Kerkelykebedieningeoftótbed^ KS«Ä ^oefende ninge der Halle Jegelaaten, dan die zesjaa- P^fnonen den titel op van Geleerd en Hoog- ren Ledemaat geweeft is, benalve dat, tot Op- SfcSrf welke titels by hunne naamen gt per-Rabbi en Opper-Voorzanger, alle be- geerd, weutc tilu , ^e- kwaame Perfoonen verkooren können wor- voegdword^w^eazr^d^b de ,f Ledemaaten. En S"btSe;: enheden. Wy- by de PoLgeefchen, wordt het Lidmaat,
dr ;eèfthyyook, by de Hoogduitfchen, fchap , ook tot de andere Gemeentelyle na sedaan onderzoek en met bewilliging dienften met zo byzonderlyk vereifcnt. Die van Parnaffim en Penningmeefteren , ver- eenige aa moes,'t zyby Ziekte, of tot Paafch- S tof het drukken van Gebedeboeken en brood, of in eemge andere gelegenheid, van anderen, waarbv eenige nieuwe uitlegging de Kerk genooten heeft, wordt tot geener- Svoe "dis Doch by de Portugeefchen, wordt lei Kerkelyk beftier toegelaaten, dan nadat Kt verlof tot het drukken van allerlei Boe- hy 't genootere aan de Kerk te rug gege- kèn zonder onderfeheid, alleen door het ven heeft. ^ Coïegie van Parnaffim gegeven, fchoon zy, De Foonangers, gelykze genoemd wor- gef,
vooraf door den Chacham, moeten worden den, of liever Voorleezers en Foorbidders, loeXekeurd Hy doet ook openbaare Leer- droegen, van ouds, en nog tegenwoordig, den fedenen. 't welk aan geene vreemden, dan naam van Afgezanten der Gemeente, om dat die ook'Opperfte Rabbynen zyn, toege- zy, uit den naam der Gemeente, tot God laaten wordt; en zelfs aan deezen niet, op fpreeken. Zy worden, hierom, ook door Sabbath's morgens. By de Portugeefchen de Gemeente verkooren. By de Por iigee- wordt 'er Ster , door Parnaffim, dikwils, fchen, daar 'er twee zyn, gefchiedt zulks, in verlof toe gegeven. Hy geeft, wyders, by deezer voege. Elk die paar een opengeval- rHooïduitfchen, me/kennis van den Par- len Voorzangers-plaats flaat, vervoegt zig, nas P?efident, verlof tot trouwen; neemt, na dat, daartoe, eene afkondiging gefemed Zln^metAMorenoiO^-^h. is, aan 't^Coilegie van Parnaffim met een W^^ikeniflên'ïf in Kerkelyke zaa- verzoekfchnft. Men onderzoekt vervolgens ^ en SS met gelyke kennis, over naar hun gedrag: en na dat het zelve onbe- 'r vèrleenen van Scheldbrieven. Alle an- rispelyk gevonden is, wordt hun elk eene dere Kerkelyke gefchillen worden zelfs, voor week gefield, om in de Synagoge de Wet te den Chacham en zyne AfleiToren, afgedaan, leezen en t gebed te doen.; Vervolgens b£ wedker Vergadering, hierom, het Huis des roept men de Ledemaaten in de Vergader JlS'genlamd wordt. Hy veroorloft het kamer der Parnaffim, alwaar elk van hun verkoopen van ingebragten Jooden - Wyn eene Lyft van de naamen der zulken, die naar mi K>as en geniet * voor 't vèrleenen van de Voorzangers-plaats ftaan, en hunne gaa- edWverlof-cedul, zoveel, alshem.door ven hebben laaten.hoor en, ter hand gefte£ ParnaffimenPenningmeefleren,toegelegdis wordt. Elk begeeft zig met zyne Lyft naar Hv draaft zorg, dat niemant Thephilin of een' hoek van t vertrek,en fcheurt er dei' SL kiemen noch Mejüfoth of Gedenk- naam uit van hem dien hyverkieft, het of' teil^koope/ verkoope of gebruike , dan rig gedeelte der Lyfte verfcheurende en weg- die door bekwaame Sehryvers, Ledemaaten werpende. De naamen der verkoorenen vro der Gemeente, bereid en gefchreeven zyn. den toegerold in eene bos gedaan, die * Hy mag1 niemant voor zig dagvaarden, noch nademiddags in t byzyn van den Opper-K* onder eenig verband leggen, dan met ken- bi en Parnaffim geopend wordt. Die de & nis en bewilliging van Parnaffim en Penning- te {temmen heeft wordt voor verkoop f Refter die verligt zyn, hem, met naame agt. De Kofter maakt hem zyne vertag W de Hoogduitfchen,V zyn wettig aan- bekend, en brengt hem voor Parnaß\ zkn, te handhaaven. h«n terftond in de Synagoge en naar Affeflb- De Onder - Rabbynen of AM«* nuden Voorleden geftoelte geleiden. ■. ö
fen van chacham, de Kofters, Schryvers, Boekhou- De Voorzangers onder de W^ |
|||||||||||
|
d
chai
|
Cha" der« Doftoren, Apothekers en andere Be- zyn verpligt, beurtelings, opdenö^oau
|
||||||||||
|
UI. Boek, Overige Protestantschis EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ä2?
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
op de andere Heilige dagen, in alle de open- ware men van dezelve by 's Lands Staaten ]90T)<cliZ
baare Synagogen, te kezen. Doch op de ontflag bekomen hadt, geflooten (2), en op Synago- drie laatften der zes Verzoendagen, voor 't Stadhuis beveiligd zyn. Voor het fehry- GEN* en na Nieuwjaar, leezen, volgens een oud ven der Trouwbeloften en Huwelyks-Voor- gebruik, eenige Ledemaaten, fchoon niet waarden,'t welk, door denSchryver der Ge- dan met bewilliging van den Parnas - Prefi- meente, gefchiedt, wordt zeker Loon gege- dent. Ook laaten de Parnaffim hetNamid- ven, 't welk by de Portugeefchen onbepaald dags-gebed, 's daags voor 't opkomen der gelaaten; doch by de Hoogduitfchen bepaald |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lueuwe Maane, door iemant anders,leezen,
■Joch. by de Portugeefchen, heeft, hier- 1 T-v _
|
is. De ondertrouwden betaalen , onder de
Hoogduitfchen,_ook drie ten honderd van het |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
omtrent," eene andere gewoonte plaats. De aan te brengen Huwelylesgoed, ten behoeve
v oorzangers by de Hoogduitfchen, hunne van de armen, indien zy geene Ledemaaten
beurt verzuimende , verbeuren merkelyke of kinderen van Ledemaaten zyn. De Cha-
boeten , ten behoeve van de armen. Zy cham geniet, voor 't inzegenen van 't Hu-
ttwgen niet dan op laffc van de tegenwoordig welyk, een ten honderd van 't Huwelyks«
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zvnrlo t)------Ol*. V r.,Ton Jnn Doi-tnu.Prp.
|
goed, indien het duizend guldens of minder
beloopt; doch zo 't meer dan duizend gul- dens bedraage, van de eerfte duizend gul- dens één, en van de overige een vierde ten |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zynde Parnaffim, 't zy van den Paraas - Pr<
iident, in de groote Synagoge, of, in zy ne afwezendheid, van eenen der anderen, °f van de Penningmeefteren, beginnen te |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kezen. De Voorzangers moeten, 's daags honderd. Maar van zulken , die vyfhon-
voor den Sabbath of Feeftdag, op welken derd guldens of minder gegoed zyn,is hem Zy leezen moeten, nevens den Schry ver der een halve Ryksdaalder toegelegd. Doch by gemeente, de Boeken van Mozes, in wel- de Portugeefchen is dit alles niet zo naauw ken, zy zullen leezen, onderzoeken, en des bepaald, en de gift voor de armen, aan de noods verbeteren: en zy verbeuren drie gul- byzondere fchikkingen van 't Collegie van rlnS,rrZM dlkm,S a!S er' naderh*nd 4 eene Parnaffim, overgelaaten. Aan den Chacham, icnxytteil in gevonden wordt. Niemant mag, wordt een vry willig gefchenk gedaan. Voorts Py de Hoogduitfchen , in de Synagogen, loopen 'er nog eenige andere kollen op het overluid beginnen te bidden , dan na dat trouwen, byzonderlyk voor den Bruidegom de Voorzanger aangeheeven heeft: en die die, voor de Hoogduitfchen, in het Reglet £er"ge ftoornis of opfehudding onder 't Ge- ment van den jaare 1737, worden opgege- bed veroorzaaken , verbeuren telkens zes ven. Aan een behoeftig Lidmaat, wordt , ^yksdaaldc-rs. By de Portugeefchen, heeft by zyn trouwen, door Parnaffim en Penning* elk ^T^eid om ■> voor dat het Gemeentelyk meelteren der Hoogduitfchen, drie Ryks- gebed gedaan wordt, een' Pfalm of Lofzang daalders gefchonken, of meer, zo hy een ^erluid op te zegg m; doch men moet op- geleerd perfoon is; doch niets, indien hy ouden, zo dra de Voorleezer eenen aanvang een onwaardig Hu welyk aangaat. Zulken ,
gemaakt heeft. De Verdragen en Overeen- die gehouden worden, uit Aarons ftam af- t ff 'Huwelykfcne of Kerkelyke zaaken komftig te zyn, en daarom als Priefters wor- etreffende, moeten, by de Hoogduitfchen, den aangemerkt , mogen geene'voor hun
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
huwelyken aangaan
zy
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
v
|
ekragtigd worden: waartoe de Opper-Voor- zy~het doen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ch hunne
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ï£rf,en 9pPer."Kofters' byzonderlyk, kinderen, nimmer, voor Ledemaaten of
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fchl°eS^ verkiaard zyn. By de Portugee- Priefters er
nen, gefchiedt zulks door den Chacham of flaapen Do |
kend. Huwelyken , met be-
gters aangegaan, worden niec |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5S ^ASbtS'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. openbaarlyk in de Synagoge, noch met het
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jj] n P^gt» hier, zo wel als elders, niet verfchynen voor de Boeken van Mozes en
der de°H j6 P°rtugeefche; maar ook on- andere plegtigheden; maar alleenlyk in ftil-
den' ei] S^^che Jooden, by verfchei- te, door iemant , dien de Opper-Rabbi
Trouw-n^Rr en van Vreugdefeeften , daartoe benoemd heeft, ingezegend. Zulke
te dnpn H- yden enz' geweldige koften getrouwden, noch het kind of de kinderen,
in 'S ,,Cnder de Hoogduitfchen,reeds voor het Huwelyk, in onegt geteeld, kon.
Ho? 731' ^erkelyk, en in 't jaar 1747, nen nooit Lidmaat worden, ten ware Parnas-
ien meeI bd?oeid zyn (y). De Huwely- firn zulks, om goede redenen, raadzaam oor-
tiRtrorden' m éé?e der Synagogen,pleg- deelden; doch in zulk een geval, niet dan
di!,^, ^zegend; doch zulken alleen, onder beding, dat zy vyf honderd guldens,
eigens de Pohuke Ordonnantie, ten of zoveel meer, als de JParnaflim redelyk
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
O) Hsnd
|
»v. bi.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.»-..■.
|
(tj Veivolg dtr Hantlv. bl. ij.
|
OOr-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1«>, 492. Vetvolg bl.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I», 20.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
228 AMSTERDAMS III. Deel.
Joodsche oordeelen, ten behoeve der armen,opbren- en opgelegd worden. Het armengeld, welk, Jood^8
Synago- gen: wanneer , niet alleen zy , maar ook inzonderheid by de Hoogduitfchen , jaar-Sfg4 GEN* ' hun eigen onegt kindof kinderen, in tyd en lyks, voor het ingaan van het Paafchfeeft, ^e»- wyle , Lidmaat können worden. De ge- en by de Portugeefchen, voor den grooten ge- trouwden, van welken wy fpreeken, kon- Verzoendag, moet betaald worden, wordt, nen egter nimmer Parnaffim of Penningmees- in deezer voege , geregeld. Parnaffim en ter worden. Ook mogen zy, noch de on- Penningmeefter der Portugeefchen Hellen al- egte kinderen, nimmer, op Nieuwjaar en Ie Ledemaatenen Congregranten op een jaar- grooten Verzoendag, voor de Boeken van lykfch armengeld, welk, naar tyds gelegen - Mozes, geroepen worden; noch anderen, heid, verhoogd of verlaagd wordt; doch niet zonder onderfcheid van dag of dagen, voor minder dan twee, en niet meerder dantwee- dezelven , doen roepen. Wy behoeven niet honderd guldens beloopt. Doch Parnaffim te zeggen, dat zulke getrouwden, zo zy, en Penningmeefteren der Hoogduitfchen voor hunHuwelyk, Lidmaat geweeft zyn, maaken,alle vier jaaren, eerft eene begroo- hun Lidmaatfchap, terftond, verliezen. Eg- ting der fomme van elk Armenbriefje, waar- te Kinderen worden, by de Hoogduitfchen, na zy, de Penningmeefter of Aalmoezenier befneeden, in de Synagoge, daar de Vader, der Kranken , en nog zeven waardige Per- de Peeter, of de Befnyder eene vafte Plaats foonen, die eikanderen niet te na in den heeft. En zo zy 'er geen van allen eene heb- bloede moeten beftaan, elk, die tot de Ge- ben, in de groote Synagoge. Doch onegte meente behoort, by meerderheid van Hém- kinderen mogen,ingeeneSynagoge,befnee- men, Hellen op een zeker getal van Brief- den worden, op de verbeurte van tien Ryks- jes. Twee van de gemelde zeven Perfbo-, daalders. Onder de Portugeefchen, gefchie- nen moeten zelven ieder op honderd; twee den nimmer befnydeniflen in de Synagoge; anderen, ten minften op zeftig, doch onder maar altoos in byzondere huizen. Het uit- de honderd; en de drie overigen, ten mins- fpreeken van den Kerkelyken zegen, ter ge- ten op dertig, doch onder de zeftig Brief- legenheid van iemants ziekte, en de inlei- jes gefteld zyn. 't Staat aan Parnaffim en ding van eenen rouwdraagende gefchiedt, Penningmeefteren, naar gelegenheid van by de Hoogduitfchen, in de Synagoge, daar zaaken, het Armengeld tweemaal in 't jaar hy, die den zegen verzoekt, en de rouw- te doen betaalen. Voorts, ftellen zy de draagende vafte Plaatfen hebben, of an- Ledemaaten en Bywooners ook opeen jaar* ders, in eene der By-Synagogen. Een Lid- geld , tot voldoening der groote Wafch- maat, Bywooner, of vreemdeling onder de kaarfen, die op den grooten Verzoendag, Hoogduitfchen overlydende , moeten zy- en der Ceder - Appelen, die op het Loof- j ne erfgenaamen, of zo hy zyne huisvrouw hutten - Feeft, in de Synagogen, gebruikt of kind verlieft, moet hy zelf aan de worden. Doch by de Portugeefchen, wordt, Kerk voldoen, 't gene hy nog aan dezelve hiertoe, jaarlyks tien dagen, van Nieuw- fchuldigis, of het Lyk wordt, zonder eeni-'jaar tot den grooten Verzoendag, eene ge plegtigheid, of eerbewys, ter aarde be- Kift gefteld in de Synagoge, waarin elk zo ffceld.Nogtanswordt,om dit te voorkomen, veel werpt, als hy geraaden vindt. Die» door Parnaffim, toegelaaten, af kooping van ónder de Hoogduitfchen , het Armengeld armenfchuld te doen. Doch by de Portu- en de verdere laften , op welken zy ge' geefchen, daar 't armengeld zo fcherp niet fteld zyn, niet voldoen, mogen niet alleen» ingevorderd wordt, kan men, noch by 't volgens meer dan eene uitdrukkelyke vef' begraaven, noch by andere gelegenheden, gunning van Burgemeefteren (ö) , uit de niet of bezwaarlyk merken, dat iemantar- Synagogen geweerd worden; maar de op' mengeld fchuldig gebleeven is. _ gelegde laften mogen, volgens herhaald vet' Voor- De Armen der Joodfche Natie' hier ter lof van Schepenen, ook by parate Executie*
naamftc Stede worden Onderhouden, ten deele uit worden ingevorderd (£). ^i
flesten ^e inkomften van eenige goederen, die, van De zitplaatfen in de Synagogen worden» yL
behoeve tyd tot tyd, aan dezelven gemaakt, of door by de Portugeefchen, door het Collegie v&sf1 der Ar- Parnaffim en Penningmeefteren gekogt of Parnaffim, gegeven aan wie zy willen, die'ergsl" men. verkreegen zyn; ten deele en voornaamlyk, egter, zo zy 't goedvinden, en 'er ver1110' uit het armengeld, welk allen, die eenig ver- gen toe hebben, een gefchenk voor doen mogen hebben, verpligt zyn, op te brengen; aan de armen. Doch by de Hoogduitfchen » voorts, uit de zitplaatfen in de Synagogen, worden zy, of door Parnaffim en Penning- en inzonderheid uit de inkomften der Hal- meefteren, ten behoeve der ar men» of, door len; waarby nog komen de giften en boeten, dS die, by verfcheiden' gelegenheden, gedaan (*) Han<]v- ** 4?s» 478-
o o 'o ^j Handv. bl, 470, 477,
|
||||
|
IJI. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||
|
229
|
|||||||||||||
|
fe"
|
|||||||||||||
|
de bezitters, openlyk in de Synagogen, of
onder de hand, aan anderen, verkogt, en vervolgens overgedraagen. Doch in 't laat- fte geval, mag zulks, immers in de groote Synagoge der Hoogduitfche Jooden, niet gefchieden, dan na dat het, vooraf, drie- rnaalj op twee agtereenvolgende Maanda- gen , en op den tufïchen beide komenden Donderdag, door den Koller, uitgeroepen ls' De overdragt moet, binnen zes maan- den na de derde uitroeping, gefchieden, of toen is verpligt, op nieuws, drie uitroepin- gen te laaten doen; De onkoften, op het uitroepen , overtekenen en opdraagen der Zitplaatfen loopende, worden, in de meefle gevallen , door kooper en verkooper, elk Voor de helft, betaald. Doch zo de koop, °m zekere redenen, door den Opper-Rabbi en zyne Aflefïbren, moet worden beveiligd, draagt de verkooper de kollen, hierop loopende , alleen. Voorts, mogen geene Zitplaatfen verkogt, verruild of verpand Worden, dan aan Leden der Gemeente, in gevolge eener uitdrukkelyke vergunninge Van myne Heeren van den Geregte van den negen en twintigllen November des jaars 1703(0. De inkomflen der Vleefchhallen van elke
Natie, buiten welken, niemant, die tot ie- der der twee Natiën behoort, eenigerlei Vleefch, uitgezonderd tongen, koopen mag ,(<0 > leveren een voornaam gedeelte uit van t gene tot onderhoud der armen gefchikt is. De Halle der Portugeefchen Haat onder de be- ttiering der Parnaflim, gelyk wy reeds, in 't Voorbygaan, hebben aangemerkt. De Halle der Hoogduitfchen Haat onder't bewind van Vier Penningmeejters, die ten minfte zes en dertig jaaren oud moeten zyn, en twee van Welken jaarlyks afgaan, in welker plaats, op den zevenden avond van het Loof hutten- *eeft, twee anderen, door Parnaflim en Pen- Ringmeefleren, geileld worden. Zymoeten, ?an deezen, tveekelyks , den Haat van de lnkomflen der Halle opgeeven, en jaarlyks, Voor't Paafchfeefl, hunne groote rekening üoen. Volgens eene fchikking van Burge- meefteren van den twaalfden April des jaars 1ZP '-tjZyn ^e Penningmeeflers van de Hal- herge?dOIrd^^O0,dfche Natievfp,igt'
ren d t A In diervoege te bewaa- ' ,e een, zonder de anderen, daar-
?\gerei\vryen toe gang heeft (O- De
Beeflenfnyders, Beenhouwers en andere Be- dienden der Halle ftaan onder hun onmid. ■ö Sf vÄnhouwers, mTn nie'
eenig V'eeicn borgen, dan die eene
?d %*»<{*■ K. 47C.
fe) u 'llef voor, III. Deel. r r> , 1,
11 STUK. '
|
|||||||||||||
|
eigen zitplaats, op zyn Folium, in de groo- Joodsch*
te Synagoge, heeft. En zo zulk een in ge- Synaso- breke blyft, om deeze_ of eenige andere ar-G£N- menfchuld te voldoen, is zyne zitplaats daar- voor , by praeferentie voor alle andere fchul- den, aanfpraakelyk. Doch in de Portugee- fche Halle, wordt in 't geheel niet geborgd, \ of, zo 't gefchiedt, loopen 'er de Bedienden alleen 't gevaar van. Uit het invoeren van Boeken van Mozes; Voor-
het leezen in, en verfchynen voor dezelven, <jeeien in de Synagogen, 't welk alles vooreene zon- msrjauit derlinge eer gehouden wordt, trekken deverfchei- Joodfche armen ook eenig voordeel. Elke den' Ker- Synagoge'heeft eenige afïchriften derBoe-H^e ken van Mozes in eigendom. Doch 't ilaat bylon-11' elk Lid der Gemeente vry, daar by een af- derlyk fchrift te voegen, behooriyk verlierd, en,uit d.e by de Hoogduitfchen , van een gordyn, £IeftIg" welk voor de kas, waarin men de Boeken omtrent van Mozes bewaard , gehangen wordt , de Boe- voorzien; wordende hem dan toegelaatenken van eenige Perfoonen, op byzondere dagen,Mozes' voor de Boeken van Mozes te roepen. Doch die nog armen-geld fchuldig zyn, mogen aldaar niet voor de Boeken van Mo- zes verfchynen: ook zulken niet, die Boe- del-affland gedaan, of zig, met hunne Schuldeifchers, voor minder dan 't beloop der fchuld , verdraagen hebben , dan na dat zy , ten behoeve der armen, hebben opgebragt, 't gene Parnaffim en Pen- ningmeefteren redelyk hebben geoordeeld. Men brengt de Boeken van Mozes, die iemant aan de Synagoge vereerd heeft , te voorfchyn , en leeft 'er in , ter gele- genheid , dat hy , wegens een Bruiloft of* Befnydenis van hem of zyne kinderen, voor die Boeken verfchynen moet. De plegtige dienfl, om anderen vóór de Boe- ken van Mozes te doen komen , Segan genaamd, kan, by de Hoogduitfchen, ook gekogt worden ; doch niet dan door ge- trouwde Ledemaaten, behalven in de By- Synagogen , daar deeze dienfl, door Jon- gelingen , gekogt kan worden, mids zy dien, door gehuwde Ledemaaten, doen waarnee- men. Allen, die hier voor de Boeken van Mozes verfchynen, doen zekere gifte aan de Armen. Zy hebben regt om, voor drie perfoonen, met naame, te laaten bidden, daar zy den Opper - Rabbi en den Parnas- Prefident mogen doen byvoegen: ook hun- ne Huisvrouwen, wanneer zy, na 't kraam- bedde, voor 't eerfl, in de Synagoge ko- men, nevens het jonggebooren kind; en op de Feeltdagen, zo veele kranken , kraam- vrouwen, reizigers, en kinderen die voor't eerfl in de Synagoge komen, als Parnaffim en Penningmeefteren , naar* tyds gelegen- Gg heid,
|
|||||||||||||
|
5e*-
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
230
|
|||||||||||||||||||
|
SC»*
|
|||||||||||||||||||
|
Jooiwchi heid, goedvinden. Doch, onder de Portugee- tyd vergund. Wanneer Weduwenaars en P°^o0.
|
|||||||||||||||||||
|
SïNASO
OEN,
|
|||||||||||||||||||
|
fchen, hebben, omtrent dit alles, eenige by
zondere gewoonten plaats. De dienfl, Se- gan genaamd, wordt aldaar niet verkogt; maar, door den Prefident - Parnas, bege- ven : en elk, die voor de Boeken van Mo- zes verfchynt, doet eene gift aan de Ar- men, naar zyn welgevallen. Men bidt 'er voor byzondere perfoonen, met naame , en ook voor overleedenen. Ook heeft men 'er de gewoonte, om openlyk zekere fom- me aan de Armen te belooven, op de ge- zondheid van zyne Huisvrouw, zyne Ou- ders , zyne Kinderen, of zyne Broeders of Zuflers, of goede vrienden, zonder den Cha- cham en Parnaffim te vergeeten, die dan, met naame, of met uitdrukking hunner hoe- danigheid , genoemd worden. Wanneer ie- mants Zoontje, voor 't eerfl, in de Syna- goge komt, en by 't uithaalen of oprollen der Boeken van Mozes dient, betaalt de Vader ook iets voor de armen. By 't over- lyden van iemant, betaalt men, by de Hoog- duitfchen, om hem in 't Gedenkboek der overleedenen te doen optekenen, insgelyks, iet aan de armen, aan den Schryveren aan den Kofier. Doch 't zelfde gefchiedt, ook by andere gelegenheden, te menigvul- dig om allen te worden opgenoemd. De meefte Kerkelyke dienflen , de behande- ling der Boeken van Mozes, het aanftee- ken der Lichten, het aanreiken van den Wyn op den Sabbath en op de Feeflda- gen, en anderen meer , worden, op den laatflen dag van het Loofhutten-Feeft, on- der de Hoogduitfchen, in 't openbaar, in de Synagoge, opgeveild, en verkogt: doch onder de Portugeefchen , by gelegenheid, begeven. In de Joodfche Gemeenten, worden
driederlei Perfoonen onderfcheiden, Le- demaaten, Congreganten of Bywooners, en Vreemdelingen. Een Ledemaats Zoon, trouwende , wordt ook Ledemaat, mids- gaders, een Vreemdeling , die met een Ledemaats Dogter trouwt. Zy zyn beide, immers, onder de Hoogduitfchen, verpligt, zig,binnen vier maanden na hunHuwelyk, by Parnaffim en Penningmeefler, in 't Re- gifler der Ledemaaten, te laaten optekenen: waarvoor de eerfle , aldaar , drie , en de tweede, zes Ryksdaalders betaalt. Zo zy langer dan vier maanden wagten, verbeuren zy tien Ryksdaalders: en zo zy de inteke- ning een jaar verfchuiven, zyn zy van hun Lidmaatfchap verfleken, en 't kofl hun hon- derd Ryksdaalders, zo zy 't op nieuws be- komen willen. Doch indien iemant hunner. |
|||||||||||||||||||
|
Weduwen, vreemdelingen zynde, met Le- ^,
demaats Zoonen en Dogters, hertrouwen» worden zy wel Ledemaaten , maar hunne Voorkinderen niet, ten ware zy, voor ie- der derzelven, zo veel betaalden, als Parnas- fim en Penningmeefleren redelyk oordeelen- Een vreemdeling kan zig ook, zonder dat hy trouwt, tot Lidmaat laaten aanneemen, mi"3 betaalende, onder de Hoogduitfchen, hon- derd Ryksdaalders, of zo veel meer, als Par- naffim en Penningmeefleren vinden te be- hooren. Zo dra iemant Lidmaat wordt, Hel- len Parnaffim en Penningmeeflers, onder de Hoogduitfchen,hern op zeker getal vanBrief- jes, tot onderfleuning der Armen. By de Por- tugeefchen, wordt hy ook op een jaarlvkfch armengeld gefield. Een Lidmaat by de Hoog- duitfchen , die buiten 's Lands reizen, en midlerwyl zyn Lidmaatfchap behouden wil, moet zig, by Parnaffim en Penningmeefle- ren , in 't Regißer der biiitenwoonende Lede- maaten, laaten aantekenen, enjaarlykstwee Ryksdaalders, ten behoeve van de Armen, doen betaalen; zynde hy van zyn Lidmaat- fchap verfleken, zohy dit vyf jaaren agter- een verzuime. De Opper-Rabbi en de Voor- zangers der groote Synagoge van de Hoog- duitfchen , geene Ledemaaten zynde, wor- den het, zo dra zy hunnen dienfl aanvaar- den: en 't Lidmaatfchap gaat over op de kinderen, die zy, geduurende hunnen dienfl» voortbrengen. Ledemaaten alleen zyn on- der de Hoogduitfchen bevoegd tot het koo- pen van plegtige dienflen, in de groote Sy- nagoge , en om voor de Boeken van Mozes te verfchynen. 't Laatfle wordt, nogtans, by hen, ook aan Vreemdelingen, die zig> voor eenen korten tyd, hier ter Stede, op' houden, onder zekere bepaalingen, toegelaa- ten. Ledemaaten hebben, in 't waarneemefl der plegtige dienflen, en in 't verfchynen voor de Boeken van Mozes, altoos rang voof bloote Bywooners, en voor Vreemdelingen- De Ledemaaten en Congreganten , of By wooners, de Wet, in alle haare deelen, pleg' tigheden en omflandigheden, zo als zy thafl* kan onderhouden worden, niet onderhoü' dende, worden, deswege, by de Portugee' fchen, door het Collegie van Parnaffim; & by de Hoogduitfchen, door den Opper-Rab' bi, gebreukt, en tot geenerlei Kerkely^ dienflen toegelaaten, dan na dat zy de op- gelegde boeten betaald of voldaan hebbsn' Indien zy zwaarlyk overtreeden, worden zy > by de eene en de andere Natie, zelfs uit de Synagoge gebannen. Zo een Lidmaat onder de Hoogduitfchen Speelhuizen of Danska- |
|||||||||||||||||||
|
Lede-
maaten , en der- zelver Voorreg- ten, bo- ven By- wooners enVreem- delingen. |
|||||||||||||||||||
|
mers hnnHr. nf in rWpIvrpn als Speelman oi
|
|||||||||||||||||||
|
kort na zyn huwelyk, buiten 's Lands reizen mers houdt, of in dezelven, aïsSpeelma.
moet, wordt hem nog zes maanden langer Danfer, verkeert, verlieft hy zyn Lidmaat- fchap » |
|||||||||||||||||||
|
HL Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
|||||||||||||||||||
|
.231
|
|||||||||||||||||||
|
fcE
|
|||||||||||||||||||
|
fchap; wordt nooit tot het waarneemen van
eenigen Kerkelyken dienft toegelaaten, en kan geenen Gemeentelyken onderftand be- komen , indien hy, t'eenigen tyde, tot be- hoefte vervallen mögt. Tot voorkoming van benadeelinge der ar-
men , is het opregten van byzondere Syna- gogen, Baden of Hallen verbooden; onder de_Hoogduitfche Jooden, op eene boete van duizend guldens. Zelfs mag niemant, uit- genomen den Opper-Rabbi, by de Hoog- duitfchen, eenige afzonderlyke Godsdienfti- ge Vergaderingen aanleggen , vooral niet °m ■> in dezelven, uit de Boeken van Mozes te leezen. 't Staat nogtans vry, met be- williging van Parnaffim en Penningmeefte- fen, zekere Collegien op te regten, mids in dezelven niemant tot Rabbi of Kofter, veel min tot Penningmeefter verkooren wor- de , dan die een Lidmaat der Gemeente is; ten ware de meefte Leden van zulk een Col- legie Vreemdelingen waren, in welk geval, de Penningmeefter ook een Vreemdeling zyn mag. Zulke geoorlofde Collegien zyn 'er, tegenwoordig, veelen, beide onder de Por- tugeefche en Hoogduitfche Jooden, hier ter Stecfe. Men kan deeze Collegien , in driederlei
foorten, onderfcheiden. I. Sommigen zyn enkelyk aangelegd tot onderwyzing en oe- fening in de Hebreeuwfche taaie en in de Wet. II. Anderen, tot diergelyke oefenin- gen , en te gelyk, tot het oefenen van by- zondere werken van barmhertigheid. III. En Wederom anderen, tot het oefenen van wer- ken van barmhertigheid alleen. Het voornaamfte der Collegien van de
eerfle foort, onder de Portugeefche Jooden, is genaamd Heshaim of Boom des Leevens, en reeds in 't jaar 1639 opgeregt. Het wordt, federt veele jaaren, gehouden op de Binnen- plaats der Synagoge. En in het zelve, worden pulken,die zig,eerft, in zes ondergefchikte Schooien, of inde voornaamften derzelven, 5*°or aangeftelde Leermeefters, 'in de He- weeuwfche taaie en Godgeleerdheid, hebben aaten onderwyzen, en die bekwaam geoor- tt zyn'Om tot hetCollegie Heshaim over gaan_, onder 't opzigt van den Chacham,
;eerin .de Wet geoefend. De Leden van cht College, die> lh Onder-Rabbynen, of als Proponenten , konnen worden aange- merkt, gemeten eene maandelykfche wed- foK'.Ult e|n\\aFe' hie»oe byzonderlyk ge- \^y-'n Zy hebbfn eene beurs of bos opge- Ä' Gene'zln.è der metgezellen genaamd,in wSe-' elkLid, maandelyks, iet legt, en aan i£V m ,ge t*1 7an ziekte >een weekgeld Colleï- ?nke Ln uitgekeerdwordt.,Het &le Heshaim ftaat onder 't opzigt van |
|||||||||||||||||||
|
vierParnaffim en eenen Penningmeefter, die Joodsche
jaarlyks allen afgaan. Vooraf, maaken zy, SyNAeo- en de Parnaffim en Penningmeefter der Na- Gm- ' tie, elk eerfl eene afzonderlyke Nominatie van nieuwen, waaruit, by onderlinge fchik- king , de plaatfen der afgaanden vervuld worden. De Penningmeefter van Heshaim. is, altyd, een oud Parnas der Natie. De af- kondiging van de aanftelling deezer Regen- ten gefchiedt, op Pinkfterdag. Zy woonen 't onderzoek der Leden van 't Collegie by ,■ van welken, altoos, drie tevens onderzogt worden : een uit welk getal zy verkiezen i om de plaats van een loontrekkend Lid te vervullen. Men heeft nog elf of twaalf dier- gelyke Collegien onder de Portngeefchen, als, 't Sieraad der Jongelingen en het Huis van Jozef, beide, in 't jaar 1669, opgeregt; de wooning der Geregtigheid, Leas Tent, de Kt 'Oon der oude Mannen, de Stem van Jakob enz. die, hier en daar, in byzondere hui- zen , gehouden worden. Ook zyn 'er, voor- maals, eenige anderen geweeft, die, door den tyd, te niet geraakt zyn. De Collegien van de tweede foort, onder
de Portugeefche Jooden, zyn de volgenden: een, genaamd Loon der weldaadigheid, welk, reeds in 't jaar 1639 , opgeregt, engefchikt is, om te leezen, en om de Lyken ter aarde te beftellen; een, Vader der Weezen gehee- ten, waartoe, in 't jaar 1761 ,een huis ge- kogt is, ftaande op de S. Antonis-Breêftraat, aan de noordzyde, tuffchen 't Muider-plein en de Markensfteeg, alwaar behoeftigeWees- jongens onderweezen en opgevoed worden: een ander, Onderhoud der Dogteren genaamd, ftaande in de Zwaanenburgsftraat, aan de weftzyde, en in 't jaar 1734 opgeregt, om arme Weesmeisjes te onderwyzen en op te voeden: een, genaamd de Wagters op den morgen, waar men niet alleen leeft, maar ook eenigen onderftand bewyfl aan zyne Le- den : nog een, het dubhcld van de Wet ge- heeten, daar men leeft, en brood uitdeelt, en nog een, Verlufiiging des Sabbaths ge- naamd , welk niet alleen leeft, maar ook, weekelyks, brood, en olie tot de Sabbaths- Lampen uitdeelt. Men plagt, onder de Por- tugeefche Jooden, nog verfcheiden'dierge- lyke Collegien te hebben. Doch eenigen der- zelven zyn te niet geraakt, en anderen, met andere Collegien, vereenigd. Tot de derde foort van Collegien, onder
de Portugeefche Jooden, behooren 'er vyf, die byzondere foorten van gewaad uitdee- len: als, het Collegie, eertyds de Helm des Heils, en nu, de Sierlyke Kroon genaamd, welk hoeden en paruiken uitdeelt; de Man- tel der Geregtigheid, daar men behoeftigen voorziet van overrokken, JaJJtn genaamd; Gg 2 de
|
|||||||||||||||||||
|
0:
|
|||||||||||||||||||
|
ft*
che
|
|||||||||||||||||||
|
H
|
|||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||
|
232
|
|||||||||||||||||||
|
c0
|
|||||||||||||||||||
|
Toodsche de Heilige Linnen rok , daar men hemden
Sykago- geeft; de Kroon der Jongelingen, daar men cm. IcoufTen; en Uwe gangen zyn in de Schoenen, daar men fchoenen uitdeelt. Doch behalve deezen vyf, is 'er nog een, Hulp der Vrouw- luiden genaamd, welk kouffen en fchoenen aan behoeftige vrouwluiden bezorgt. Wy- ders, is 'er een Collegie, de Bruidfchat ge- naamd, en aangelegd om behoeftige dog- ters uit te huwelyken: en twee anderen, 't Verbond des Vredes, om arme Kraamvrou- wen, die van Zoonen , en 't Regt der Dog- teren, om zulken, die van Dogters bevallen zyn, eenigen onderftand te bezorgen, en, in 't eerfte geval, van Peters en Meters, die 't kind, by de Befnydenis, houden, te voorzien, 't Collegie, Hoop der VerloJJinge, deelt vleefch uit, voor 't Paafch-, en vleefch en brood, voor 't Loofhutten - Feeft. 't Col- legie , Schikking van 't hout, bezorgt brand- hout aan behoeftigen; en 't Collegie, Toe- rigting der Lampen , olie voor de Macha- beërs-Lampen. Het Collegie, Chebra, of de Broederschap , by uitfteekendheid, genaamd, voorziet de arme kranken van Genees- en Heelmeefters, Artfenyen, en andere nood- wendigheden. De afkondiging van de ver- kiezing der Parnaffim van dit Collegie, die, op gelyke wyze als die van Heshaim, ver- kooren worden , gefchiedt , op den Sab- bath, die komt midden in de agt dagen van het Feeil der zogenaamde Machabeërs- Lampen , 't welk , doorgaands , in De- cember valt. De Collegien, Werken van Godsvrugt en Regtvaardighcid der Vrouwen, die, in 't jaar 1707, en in 't jaar 1734,0p- geregt waren; doch, in 't jaar 1758, met eikanderen, vereenigd zyn, bezorgen kran- ke mannen en vrouwen van waakers of waakfters, beddelakens, hemden enz. Vyf byzondere Collegien zyn 'er, tot verrigting van 't gene, omtrent alle Lyken van de Na- tie , zonder onderfcheid, te doen valt: de Wagt van 't Huis, uit jonge fterke mans beftaande, die de Lyken uit het fterfhuis haaien, en op de baar brengen: de Dienfi der Heilige dingen, beftaande uit honderden twintig perfoonen, onder welken, veelen van de aanzienlykften der Natie zyn, die uit het Collegie, Loon der IVeldaadigheid, hiervoor (), vermeld , by lootinge , moeten ge- trokken worden, en de Lyken van 't fterf- huis naar de fchuit draagen: het Collegie, JVeldaadigheid en trouw, ingefteld, om de Lyken der mannen te waffchen, en de gra- ven voor mannen en vrouwen te delven: 't Collegie, Edelgefleente, welk zerken ver- fchaft op de graven van behoeftige over- (f) BUdx.. I}1,
|
|||||||||||||||||||
|
leedenen: en 't Collegie, 't Is beter te gaan $#>$
|
|||||||||||||||||||
|
j>y»
|
0-
|
||||||||||||||||||
|
in 't Klaaghuis , welk de behoeftige naaft-
beftaanden van een' overleeden', geduuren- de de zeven treurdagen, waarin zy noch uit- gaan , noch werken mogen, van onderftand bezorgt, en eenige Leden benoemt, om, geduurende dien tyd , het getal der tien mansperfoonen, boven de dertien jaaren, te helpen uitmaaken, welk vereifcht wordt, tot het doen van Gemeentelyke gebeden in 't fterf huis, die dan, door de naaftbeftaan- den, niet in de Synagoge gedaan können worden. Alle deeze dienften omtrent de Lyken worden verrigt, zonder dat 'er eenig loon voor begeerd , of genooten wordt. Het draagen van de Lyken uit het fterf huis naar de fchuit in 't byzonder wordt voor zulk een Godvrugtig werk, en voor zulk eene groote eer, gehouden, dat de voornaamfte Jooden zelven zig veel moeite geeven, om in het Collegie, de Dienfl der Heilige dingen genaamd, te worden aangenomen. Alleen- lyk, hebben de Parnaffim eenige arme vrouws- perfoonen aangefteld, om de doodkleedeh voor alle Lyken te maaken, en de Lyken van vrouwenen kleine kinderen te waffchen: aan deezen wordt, door de vrienden der o- verleedenen , zo zy eenig vermogen heb- ben , doorgaands, een vrywillig gefchenk gedaan; doch zy moeten zig te vrede hou- den , al wordt haar, gelyk by de armen ge- beurt, niets altoos gegeven. De Portugeefche Jooden hebben ook een
Oude - Mannen Huis en een Oude - Vrouwen' Huis, die hier byzonderlyk verdienen ge- meld te worden. Het eerfte , Steun/el of Staf der oude Mannen geheeten, ftaat op de eerfte Weesper - ftraat aan de ooftzyde, efl is, in 't jaar 1751, gefügt. De naam van 't Godshuis ftaat, in 't Hebreeuwfch, in den gevel: in welken men, wat laager, leeft: Des Hemels gunfl befiraalt, en zegent e$>
behoedt ,
Die d'oud bejaarde Licn flaagonderßeunt t* voedt.
In dit Huis, worden, tegenwoordig [in Ma?
1765-] > elf oude mannen, onder 't onnii^" delyk opzigt van een' Binnenvader en Bi15" nenmoeder, onderhouden. Vier Collegie11* als, de Opregten van wandel, in 't jaar 1^ opgeregt, tot onderfteuninge van behoeftig6 kranken; twee anderen, met het zelfde oog- merk, in de jaaren 1673 en l682, &&\ fteld; en nog een, fierke Tooren en-^^T der kranken geheeten, welk bedden PJaScmt te deelen, zyn allen, onlangs,met het Ou- de-Mannen-Huis, vereenigd. Het Oude' Vrwwn-Huis, gefügt door den Heer Me' |
|||||||||||||||||||
|
\
|
||||||||||||||||||||||||||
|
III. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
^33
|
||||||||||||||||||||||||||
|
%£?Ei*w Abrahanel, wiens Zoon 'er nog de
|
||||||||||||||||||||||||||
|
tot het opvoeden van Weesjongens, welker j00dsche
Vaders Ledemaaten zyn geweeft. Zy heeft Synago- hiertoe,voor eenige jaaren, aangekogt eenGEN- Hofje, in de Raapenburgerftraat, voor- maals , Bujjenfibutsbofje genaamd , en uit verfcheiden' wooningen beftaande. Nog zyn 'er twee Collegien van Befnyders, een, welk alleen Zoonen van Ledemaaten, en een, welk ook Zoonen van Vreemdelingen befnydt. Men heeft, by de Hoogduitfchen, ook een Collegie, welk voor het bezoeken van, en waaken by gevaarlyke kranken, midsga- ders, voor het waffchen, kiften, draagen en begraaven der overleedenen, zorgt. In 't jaar 1726", heeft dit Collegie eene Lees- plaats gebouwd, op Vlooijenburg. Onder de Vrouwen, is ook een Collegie, ingefteld om aan behoeftigen linnen tot doodkleeden te bezorgen. De doodkleeden worden hier, ook door een byzonder Collegie van de aan- zienlykfte Vrouwen der Natie, opgemaakt. Twee Collegien draagen, even als onder de Portugeefchen, zorg, voor de naaftbeftaan- den van overleedenen, geduurende de ze- ven treurdagen : het eene , in fterfhuizen van Ledemaaten der Kerke; het andere, in fterfhuizen van Congreganten en Vreemde- lingen , zonder onderfcheid. Men heeft nog eenige weinige andere Collegien onder de Hoogduitfche Jooden, die weinig aanmer- king verdienen, of van welken my niets by- zonders voorgekomen is. Alle deeze Col- legien worden onderhouden, uit vrywillige Giften van de Leden en anderen, en uit maakingen, die 'er, van tyd tot tyd, aan gefchieden. De Jooden in 't gemeen zyn, federt het vryheid
jaar 1630, verpligt, zig, hier te Lande, in derjoo- 't ftuk van het trouwen, te voegen naar de den hier Politike Ordonnantie van den jaare 1580 (g);ter Stede, en dus, fommige Huwelyken, die de Mo-\^naa~ zaifche Wet veroorloft, na te laaten. Doch derzelve. federt eenige jaaren, wordt hun, op hun ver- zoek, nu en dan,door 's Lands Staaten,by byzonder O&roi, ontflag van deeze Ordon- nantie toegeftaan. Hier ter Stede, is hun, byzonderlyk, belaft, hunne geboden, voor Commiflariflen van Huwelykfche zaaken, te laaten aantekenen, en hunne Trouw te be- veiligen voor Schepenen. Doch zy zynont- flaagen van de verpligting, om op den Sab- bath voor 't Geregt te verfchynen. Voor hun is een byzonder Formulier van eenen eed vaftgefteld, waarby zy zig onderwerpen aan alle de tydelyke en eeuwige ftraffen, die de God Izraels, over die van Sodoma en Gomorra, ook overKorah,Dathanen Abiram, gezonden heeft; en aan zulken » Ee"
(£) Handv. II. 471.
G§3
|
||||||||||||||||||||||||||
|
«««, ' beiliering over heeft , ftaat, op de- Kei-
zersgraft, aan de zuidzyde, op den hoek van den Binnen-Amftel, en draagt den naam van Rechobot of ruimte. Ook leeft men de Jpreuk der Schrift (1), Nu heeft ons de Hee- re ruimte gemaakt, in den gevel. In dit Huis, w.elk in twaalf wooningen verdeeld is, ge- nieten Weduwen en Dogters, doorgaands bedaagden, vrye wooning. Toen de Hoog- duitfche Jooden hier eerft in de Stad kwa- men , regtten de Portugeefchen eene Broe- derfchap op, genaamd de Poorten der Gereg- tigheid,tn dienende, om de behoeftigen on- der hen, eenige dagen, te voorzien van huis- vefting en onderhoud. Doch deeze Broeder- fchap is te niet geraakt, zo dra de Hoog- duitfchen hier eene afzonderlyke Gemeente 0n. hadden opgeregt.
Il0o^<äe De Hoogduitfche Jooden hebben dezelfde
Sfche driederlei foorten van Collegien, als dePor-
°<H. tugeefchen. Het voornaamfte is dat der God- of Wetgeleerden , ook Heshaim, of Boom des Leevens genaamd. De Chacham of Opper-Rabbi deezer Natie is 'er het hoofd van, zo verre de dagelykfche Leezingen en het Onderwys in de Wet aangaat. De Le- den vergaderen in een vertrek naaft de groo- ts Synagoge. De Godgeleerden, die in dit Collegie worden toegelaaten, trekken van vier tot agt guldens ter weeke. Tot het be- . wind over de goederen van het zelve, zyn byzondere Regenten aangefteld. Nog zyn er twee Collegien, een, door byzondere Perfoonen, opgeregt, om arme kinderen te onderwyzen in het leezen en verftaan- van dé gefchreeven Wet;en een,ingeftelddoor de Gemeente, tot het zelfde einde, en daar- enboven, tot het onderwys in de Mifchnaoï mondelinge Wet en derzelver uitleggingen, ten ander Collegie is 'er, waarin,dagelyks, £ene afdeeling uit den Talmud gelezen wordt: £Q twee, die, 's Woensdags 's nagts, van len tot twaalf uuren, leezen; en van twaalf ot een uur, treuren, over de verwoefting Van Jeruzalem. Voorts, is 'er een Collegie iigefteld, om, alle twee jaaren, eene ou- tw °dZe "DoSter "it te huwelyken, en eene
T-ie e',by lootinge , welker Vader een fcll ^»egie geweeft is. In dit Col- ten Ä alle avonden>in deHSchrif- UesnfeatfnA Trft0e' in '* ^*724'een£
^eespiaats, op Udenburg, op Koks Hofje, gebouwd is. Een ander diergelyk Collegie
Jüwtook, om de twee jaaren, eene arme
^gter uit: ook van zulke Vaders, die gee-
|
||||||||||||||||||||||||||
|
V
|
'°orts.
|
ften der Kerke geweeft lyn.
|
||||||||||||||||||||||||
|
is
|
- er eene Broederfchap, ingefteld
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(Og
|
||||||||||||||||||||||||||
|
e". XXVI. 22.
|
||||||||||||||||||||||||||
|
234 AMSTERDAMS III.Deel.
Keek»"'
nnn.cH, gedreigd, die zynen naam, valfchelyk, eenige kinderen geftolen hadden, werden^ CL: " inroepen en gebruiken." 'tSchryvenen zy, deswege, by eene Bekendmaaking van gen. 'fpreeken tegen den Chriftely ken Godsdienft; 't Geregt, verdedigd (s). In tjaar 1743 ,is het aanwenden van poogingen, om Chrifte- den Hoogduitfchen Jooden, by 't Geregt, neu tot hunne Leer over te haaien, en het toegeftaan, dat geene Leden van hunne Na- hebben van vleefchelyke gemeenfchap met tie eenig ander Bad gebruiken zouden mo- Chriften-vrouwsperfoonen, al zynze zelfs van gen, dan het Bad, welk, door de Parnas- een eerloos leeven, is hun, hier, reeds in't firn derzelve, was aangelegd, of in t ver- iaar 1616 verbooden geweeft (h). Het oefe- volg mögt aangelegd worden (;. Zy mo- nen van den Kerkelyken ban omtrent Leden gen, nogtans, hier ter Stede, in geene Gil- hunner Gemeente , is hun , daarentegen, den zyn;en,fchoon zy tot Burgers worden bv Burgemeefteren en Schepenen, veroor- aangenomen, volgens eene Keure van den lofd midszy daarin geene ongewoone ftreng- jaare 1632, geene Poorters-Neenng doen heid'gebruiken (O- By eene Keure van den (u). Doch Joodfche Doftoren in de Me- agtentwintigften January des jaars 1760, is dicynen , Apothekers en Chirurgyns wor- belaft, dat zulke Portugeefche Jooden, die den hier toegelaaten. Ook zyn 'er, tegen- zigby deParnafilmaangeeven, om buiten woordig, drie beëedigde Joodfche Transla- 's Lands te verreizen, en ten dien einde geld teurs , en omtrent vyftig Joodfche Make- uit de Armen-kas ontvangen, terftond ver- laars. Zy mogen allen, vryelyk, met de trekken moeten; onder bedreiging van an- Chriftenen handelen. Doch de Apothekers derszins geligt, en, in de Gyzelkamer, ter mogen, volgens eene Keure van den jaare befcheidenheid van Schepenen, bewaard te 1667, geene geneesmiddelen verkoopenaan worden (k\ De Hoogduitfche Joodfche Na- Chriftenen (V). In 't jaar 1656, kreeg een tie alhier is, op den eenentwintigden No- Portugeefche Jood ook verlof, tot het op- vember des jaars 1698, by 's Lands Staaten, regten eener Suikerrafineerderye, die, meen ontheeven van den Impoft op de Turf, die ik, nog in wezen is, mids hy niet minder zy aan hunne armen uitdeden (/). En in 't dan honderd ponden Suiker en een vatSi- volgende jaar, is haar, ten zelfden einde, ook roop tevens verkogt O). Ook is hun , vrydom van Stads Excyns , voor agtduizend dikwils , vergund, vette en Krmdeniers- ton Turf toegeftaan (m): welke vrydom waaren te mogen verkoopen. Onder de van 's Lands Impoft, in 't jaar 1748 (») , Hoogduitfche Jooden, geneeren veelen zig, en van Stads Excyns, in 't'jaar 1751, tot met het koopen en verkoopen van huis- . on twaalfduizend ton Turf en vierhonderd raad, gemaakt zilverwerken oude ennieu-, zakken Tarwénmeel, om op Paafchen te ge- we kleederen. Veelen zyn handelaars in bruiken, vermeerderd is (0). De Portugee- wiffel en geldfpecien, en doen ook grooten fche joodfche Natie hadt, al in het jaar 1681, handel op Duitfchland en andere Landen. De vrvdom van Stads Excyns gehad,voor aide vooraaamfte Portugeefche Jooden. dryven Turf die zy aan de armen uitdeelt (p). Men allerlei zwaaren Koophandel op Spanje, Por- heeft'den Jooden, hier ter Stede, fomtyds, tugal en andere Geweften. Ook handelen vee- ook andere gunften beweezen. In 't jaar len in allerlei Aótien. 167 2, werden zy verfchoond van den arbeid aan de Veflingwerken der Stad , waartoe veelen der andere ingezetenen verpligt wer- den, mids alleenlyk twaalfhonderd en zes- ü L K 1^ ri U V L i\.
tig guldens, voor de gantfche Natie, in de ^_^ -T , , . r, c , f, _ ha^L.
Stads Caiïe brengende (5). Burgemeefteren TV Nederduitfche Gereformeerde ^V
hebben zelfs, fomtyds op hun verzoek, be- IJ ken *f"% ,a"en' ogenomen dejgjj, wllligd dat een der Pedionariffen deezer Gafthuis- en Amftel-Kerken , tot be«jjM Sad geftaan heeft over een Verdrag, welk, plaatfen. Ook wordt erin beide de W** ötaa geudcui necit remaak? fche Kerken, m de Engelfche Presbyteriaan- door deParnaflim, met eenen Rabbi gemaakt en |£ de >
werdt (r). Poen hun in jaar i663^en l h ^ Doch »t b en fc
onregte, naargegeven werdt, dat zy, nier, ^ ^^ ^ ^ rf ^6 ^^
't Begraaven op de Kerkhoven, die, oud-
(il Handv' i/'+n'. £y^s> ^e Kerken plagten te omringen, is» {kj) Keurb. T. . 250 vtrft. Oer"
(l) Handv. bl. 47S- , , ,\ . ~'y. . r
. lm) Refol. Vroedfch. ir. Z. 27 Febr. iSjJ. . 233. O) Keurb. O. . 3S -»erf,.
e») Refol. Holl. 17 Febr. 17+8. bl. 18S. W Handv. bl 4»+-
(.) Refol. Vroedfch. ir. Q&. 4 May 1751. . 104. . («) Handv. bl. 138. [1S9.J
(p) Refol. Vroedfch. .*. O. 4 Sept. 16il', . 4*. [v) Handv. bl. 952. [982.] _ .
V/) Groot-Memor. N. VI. . 87. (») ^ül. Vwedfch, U. A. io Dcc. I6SS-7 /«» »«'
(r) Gtoot-Memor. N. X. . lii verft, . J2.
|
||||
|
Hut kljsijstf, JL^rthtji zich s ~H of,
cmttrent,- aUn^ Saam 1630.
|
||||||||
|
IIJCT GHOOTJi Ka.RTHX^IZ.KRS~HOF
|
||||||||
|
omtrent <&n faare Jijo,
|
||||||||
|
lü Boek. Overige Protestantsche EN ANDERS KERKEN. 235
derhalve, in deeze Stad , van haaren eer- Plein van 't Karthuizers - Klooller mr «m kv»«.
ften oorfprong af, in gebruik geweeft. Zelfs Kerkhof gefchikt (i). S wercien deeze Kerkhoven, van ouds, gehou- Tegenwoordig , zyn alle de K e r k h o- De gele-
üen voor vryplaatfen , werwaards de mis- ven, ten dienfte der Chriflen - Ingezete- genheid* uaadigen plagten te vlieden, om voor de han- nen aangelegd, binnen de muuren der Stad tier te' den van 't Geregt veilig te zyn ; hoewel en zes in getal, het Karthuizers-, het s' ^enwoor' ^en hier, al vroeg , verflondt, dat het Antonis-, het Leidfche, het VVefter-, het Kerkho> Viugten op Kerkhoven geene misdaadi- Noorder- en het Zuider - Kerkhof. Doch ve" be-" gen bevrydde , en vooral geene moorde- op het laatfte wordt zeldzaam, en maar uit fchree' naars (x) . »t weik zo ver ging , dat de een enkel geflagt, begraaven. - Ven" f-aad, in 't jaar 1526, befloot, het Regt Volgens eene Keure van den eenender-
ynen gang te laaten gaan, tegen eenen moor- tigflen July des jaars 1681, moeten op't «enaar,dieop S. Nikolaas-Kerkhofgevlugt, Karthuizers - Kerkhof, gelegen tegen over "vandaar geligtwas, ondanks het bevel de Lindenftraat, ten weften, begraaven wor- an den verkooren Biflchop van Utrecht, den de Lyken, vallende van de nieuwe Le- n tegendeele gegeven (y). Voorts, was, lieilraat, langs de weflzyde van dePrinfen- an ouds, verbooden, vee op de Kerkho- graft, tot aan 't blaauwe Hoofd; en voorts ^n te weiden, of met kraamen op dezel- langs de veilen, tot wederom aan de Le- Ven voor te ftaan (2). Men hadt zulke Kerk- lieflraat, met al wat hier binnen lest Od n°ven, niet flegts in den Roomfchen tyd , het S. Antonis - Kerkhof, leggende aan de ^ de oude en nieuwe Kerken; maar dee- Heerengraft, tuffchen de Weesperflraat en ren bleeven 'er nog, lang na de verande- Muidergraft; van't Kamperhoofd, langs dei J^g der Regeeringe : en om de Zuider-, ooflzyde der Gelderfche Kaai, tot aan de Veiler-, en Noorder - Kerken , die, in Halvemaans-brug, en voorts, opwaards , ' e voorgaande eeuwe , gefligt werden, langs den Binnen - Amilel, tot aan den wal; g j ^n°ok nog diergelyke Kerkhoven aan- midsgaders , 't gene voor deezen tot het ipegd. Om de nieuwe Kerke, waren twee Zuider Kerkhof plagt te behooren, te wee- r^erkhoven, die eerfl, ter gelegenheid van ten, van de Kloveniers - Doele , alles wat jet ftigten van 'het nieuwe Stadhuis , ver- beoollen 't Rokin legt, rege doorgaande tot Tienen zyn. Het elendige Kerkhof, 't ge- aan de nieuwe Brugge. Op het Leidfche jlngfte van de twee, langs de ooflzyde der eertyds het Heilige-wegs-Aentóo/,welk zy- ^erke gelegen, vind ik nog genoemd, in nen ingang in de Raamflraat heeft; van de ^.n jaare 1642 («) : en het andere, het geweezen Picqueur-Schmtr, ten einde der Am- ^euwe-zyds-Kerkhof genaamd , nog in 't flelllraat, langs den Binnen-Amflel, tot aan <W ff647 ^' Het Zuider Kerkhof, by de Takfleeg;, van daar, regt door, tot aan zelfs eerfle aanlegging, S. Jans Kerkhof de Looijersgraft, en al wat ten zuiden hier e. naamd (c), is nog , gedeeltelyk, in we- van legt. Op het Wefler Kerkhof, leggen- der xr&fyk WY> m de Befchryving derZui- de ten einde van de Blomgraft, in het Bol- Vw ^' reeds hebben aangetekend, werk Rykeroord; van de Takfleeg, 'tRok- , VVefler- en Noorder - Kerkhoven zyn, in langs, tot aan de Zoutfleeg: door dez<4- rydp Jaar 1655, verplaatft (<?). Ten dien ve, regt uit, dê Leliegraft langs, tot op de ten il ^oaren 'er nog twee Kerkn°ven bui- Lynbaans-graft. En op het Noorder Kerk- poort' een buiten de Heilige-wegs- hof, gelegen even benoorden de Zaagtno- hin,-e ' nu het Leidfche Kerkhof, en een lens-Poort, in het Bolwerk Karthuizers ; het s S* ^ntonis - Poort (/)' welk nu van de ZouCfteeg, langs 't Water, den Y- 'nhet' """ilis Kerkhofis. 't Laatfte is, kant om, tot aan de Eenhoornsfluis; voorts, ^as 'er3"]I<539' aangelegd (&) '£ Eerfle de ooflzyde van de Prinfengraft, tot aan Ï602 gaf1 ?erder- De Peiltyd des jaars de Leliegraft. Doch zo men twaalf guldens, benige Ke 'uL^heid tot het aanleggen van ten behoeve van 't AalmoeiTeniers - huis , ^a.d- en t Ven , binnen en buiten de verbeuren wil, flaathetvry, een Lyk bui- oen werdt, onder anderen, het ten de Wyk, waar het geftorven is, te laa- ten begraaven (0- Van Lyken, die in de [*) Keurb. A. . i0, Kerken begraaven worden, wordt, nogtans, <4 Keurb MAeT'Tf * * *'s verf,. deeze boete niet gevorderd, 't Loon voor
Ui Refoi. vroedfeh' N 18 de Gravenmaakers op de Kerkhoven is, bv
^JaÄÄÄ. K. ,^ T ^-fr- eene Keure van den zesden November des
(«0 £ 4is. 6 u*y> H J»«y i«j. . jaars 1670, geregeld (k). (') 2Ïet,voor' IIL Deel-> " 2» i T>
Ö &£lt; .!"- Deel- " *ft &"« - «» wRefo;- vrdfch- N- >■is M* "«■ /■ *,*. e'
MJ Reioi v J »*■ (i) Handv. hl, 973. ***'
Vroedfeh. N. 17. 1, F.i, l6^ fi ^ w/.#> fö Handy. tu ,/4.
|
|||||
|
V
|
|||||
|
s36 AMSTERDAMS III. Deel-
Behalve deeze Kerkhoven binnen de Stad, graaven worden, en het andere, welk ge-
zyn 'er nog drie buiten dezelve, ten be- noegzaam alleen voor de geringfle luiden,
hoeve der Joodfche Natiën alhier. Het aan- en voor perfoonen onder de dertien jaaren,
zienlykfte deezer drie Kerkhoven is , met gefchikt is , by Zeeburg tegen den Die*
verlof van 's Lands Staaten, op den twaalf- merdyk , binnenwaards. Vreemdelinge" >
den May des jaars 1618 verleend (/), te welker vrienden of erfgenaamen geene h°n"
Ouderkerk aangelegd, door en ten beb. oe- derd Ryksdaalders, ten behoeve der arrnen>
ve van de Portugeefche Jooden, die 'er den voldoen willen, worden ook, by Zeeburg?
naam van Bethaim, dat is, Huis der Leeven- ter aarde befteld. Ook zulken, die zo koi'c
den, aan geeven. Het pronkt, met ver- voor den Sabbath of Feefldag overlyden»
fcheiden' fierlyke Graftekens en nette He- dat het Lyk, voor 't ingaan van 't Feeft
breeuwfche Opfchriften. De anderen twee of van den Sabbath , niet naar Muidei" zyn aangelegd, door de Hoogduitfche Jood- berg kan worden gebragt. De doodgraa-
fche Natie, een te Muiderberg*, daar alle vers mogen geen Lyk begraaven, dan met
Ledemaaten, die niet behoeftig zyn, be- verlof van den Prefident der Parnaffim («")
(0 Refol, HoU, iz May «ig. il. 10». <w) Handy, il. w, «z.
|
|||||
|
B y-
|
|||||
|
HL Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN. Z37
B Y .L A A GE N
op het III. Deel, III. Boek.
Lr. A.
Quttantie , waarby , Willem de L, Prins van Oranje, erkent.een duizend enzeßigguldens,
tefi dienfle der gemeene zaake, van eenige Doopsgezinden ontvangen te hebben. Gedagtekend den 29julyI57s,. \A/y Wilhelm,by der gratiën Godts,Prince quicteren tegens de voirfchreeven ende eenen
, * V van Oraengien, Graue van Nafläu etc. Iegelycken dient zoude mogen aenghaen.
oekennen midts delen ontfangen te hebben deur Dees toirconden hebben wy dele met onfen
fanden vanDierickJansz.Coftenbofch ende Pee- name ondergefchreuen ende ons fecreet Cachet
er Willemsz. Bogaert die fomme van een duy daer beneffens doen drucken. In onfen Veltle-
ent tzeflich Carolus guldens tot twintich ftu- ger tot Hellenrade by Remunde [Roermonde~\
ers vlaams den gulden gerekent, ende dat van opten negen ende twintighften dach July vyff-
egen edycke goede bekende perzoonen, die tienhondert Jaer ende t zeventigh twee. (Was
e zelue penningen tot vorderinghe van de ge- getekend}
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bylaa-
GEN
L'. A.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^eyne zake zyn contribuerende, waer van wy de
|
Guille' de Nassau.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2elue bedancken ende belouen den voorfz. Die-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ter zyde, flondt gedrukt een
Zegel in rooden wafcbe. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jansz. ende Peeter Willemsz. van de voir
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fch
|
reeven 1060 gulden , munte als boven, te
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lr. B.
AbraJ"3!W 'f H°n~nH°llan<lvan den veertienden September des jaars 1662,waarby GawxvsI* B.
van Socr MSZ' Memon'ß Leeraar te -Amfterdam, vry verklaard -wordt van de befcbuldiging |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
r^-efien ende geëxamineerd by den Hove van
Holland de verklaaringe ende verdere be- scheiden, denfelven Hove overgediend, ftrek- kende tot befwaarnifle van Galenus Abrahamsz j?enonifte Leeraar tot amfterdam aangaande des- lelfs Leere in faaken van het Chriften geloove ^ven of de gefeyde Galenus Abrahamsz foude ragten voor te ftellen ende inne te planten de ~eere Socini, voor fo verre defelve ftrydig is "'et het gemeen gevoelen van het Chriftendom «ide de openbaare betuigingen van Gods heilig woord, ende hier te Lande door Placcaaten van «e hooge Overigheid expreflelyken verbooden: iiïlna w^'g^de gegeven Communicatie van den in1oud der voorfeyde verclaaringe en befchey- "en mondelinge in veele verfcheide ende lange |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
conferentien gehoort den voorn. Galenus A-
brahamsz dewelke ook hadden geprefenteert van fyne Leeringe omtrent de voorz. pointen van de Religie fchriftelyk berigtinge te doen, 't welk om redenen by den Hove was ondienftig bevon- den^ heeft het voorsz. Hof met volle en fatis- fattoire kenniflè goedgevonden den voorzeiden Galenus Abrahamsz te dimitteeren ende hem voor bevryd te houden van alle caufatien ende befchuldigingen, maar denfelven te blyven aan- fien in fodanigen Haat ende conditie als andere mennonifte Leeraaren hier te Lande werden aangefien. Gedaan in den Raade den 14 Septem- ber 1663. Getrokken uit bet VIII Memoriaal van
den Griffier Adriaan Pots. f. 215. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Lr. C.
/£CJÄ?muTen of herbind/driften, waarby de verfchillende partyen der vereenigde Vlaam- L'
KerkehhJ 71 Hoogduitfcbe Doopsgezinden te Amfterdam den twift over 't Kerkgebouw en de J goederen verblyven aan Burgemeefteren. Getekend den a8 , 29 en 31 December 1664. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N. 1.
^cE&S.*8 e" *9 DeTcemb<* A<". 1664,
°Penbaer Notir!« n,voor mY Jeuriaen de Vos, «£-j_,_. uc.aris, by den Hove van Hollant |
Jooft de Volder Jacob Hamer, Take Cornelisz.,
Silvefter van Beeckhoven, Ferdinandus vanBo- nevael, Jarigh Jellisz., Jacob Otto van Hal- mael, Jan Beuningh, David de Neufville, Ja- cob Fredrixen Anfchot, Michiel Comans,Rut- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
§èadmitteert t'Arnft"^ uen rjuvc va" nüliani
|
gert Aertsz., Willem Jansz. van Coppenol, Har-
man Gerritsz. blaupot, Jacob Jacobsz Burier, Hendrick van Hoogvelt Abrahamsz., Jan Otto van Halmael ende Jan Pellewyck: alle zynde refpective dienaren en broederen der vereenigde Vlaemfche, Vriefche en Hoogduytfche Doops- geflnde Gemeente hier ter Stede, haer vergade ringe, als van outs,tegenwoordig oocknunoeh houdende op de Cingel by de gewefene Brou- Wery van het Lam; de welcke in den name en van wegen defelve Gemeente (als daertoe by Hh ex. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
povèTvn^ dPgn wmt d'eerfame Jeye Jeyes:
S? Da fd Wyngaerc' D- Galenu* Ate
Hürl?.u^ld kpruyt, Gerrit Koeck_ nav |
n
. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ïrts.
:sz, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
?endrickT!tlLT\mbur^',Pirck van der Cogen^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jac°b van ln Ho°gvelt D rcksz. Tan Setten
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eTrTVa" K*l Coerten Heter Niefe'n, San-
II. STü|.penaeI d 0ude> SachariasRofyn, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
238
|
|||||||||||
|
fel ven, en de rato caverende voor Cornelis Bor, bylaA'
jegenwoordig nae Utrecht vertrocken, alle ^'GitSr men broederen van de vereenigde Vlaemfie ,!/ Vriefle en Hoogduytfe Doopsgefinde Gemeente hier ter ftede, die by de gefamentlycke gemeen- ten van, de felve doopsgefinden, in alle de Ste- den van Hollant, Utrecht en elders, voor de rechte Gemeente mee hen overeenkomende is erkent, en overfulex het recht hebbende en be- houdende , gelyck hun altyt gecompeteert heeft, ende noch is competerende tot de Vergadef- plaets en aencleven van dien by de gewefen brouwerye van het Lam op de Singel, volgens de befcheyden van de oprechtinge en anders daer af fynde, welcke Comparanten, in den naeme ende van wegen defelve Gemeente (als hiertoe, by expres befluyt hunner broederen in 't ge- meen, op den a8 defer loopende maent, geau- thorifeert ende geiaft wefende) verclaerden, ge- refolveert te fyn, om te fubmitteren ende over te geven, gelyck fy, geheel, alingh ende al* fubmitteeren en overgeven by defen, ter arbi- trage en uytfpraken van haer Ed. Groot-achtb. d' Heeren Burgernieefteren en Regeerders defef Stad Amfterdam alle foodanige queftien en ver- fchillen,als openftaende fyn tuflehen henlieden Comparanten, in qualité als boven ter eenre, en JayeJayesz Coopman, Covert van den Wyn- gaert , Dr. Galenus Abrahamsz, David Spruyt, en de verdere met hun van de algemeene be- lydeniffe der vereenigde Vlaemfche, Vriefle en Hoogduytfe Doopsgefinde Gemeente afgeweken broederen ter andere fyde, wegens de middelen, roerende en onroerende goederen, aétien, ere' diten en gerechtigheden , die de voorf. Gfi' meente eygendommelyk is hebbende, ende hen van defelve perfoonen onthouden werden; ten eynde hare hooggemelte Ed. Groot-achtb. felfs» ofte hare Gecommitteerden uyt hunnen name, in en over de gemelte queftien en pretenfien, metten gevolge en aencleve van dien, foodanig gelieven te handelen, arbitreren, decideren enz. als haer Ed. Groot-achtb. ofte derfelver Ge- committeerden , nae recht , reden en billick- heyt, füllen verftaen te behooren, belovende fy Comparanten, in voorfz. qualité, voor hun eö defelve hare Gemeente, onwederroepelyk voot aengenaem en van waerde te füllen houden, afle 't gene uyt erachte defer gedaen en verricht fa* werden, fonder daertegen immermeer te doefl» of gedogen gedaen te werden, direót offindirefo in rechte noch daer buyten, op eenigerhandems' niere, renuncierende ten dien eynde wel expres' felick alle benefïtien en privilegiën als van re- lief, redu&ie, appèl en alle andere behulprnid' delen, die hen Comparanten eenighfints in Coti' traventie defes te bate foude mogen comen, o* revocabel maken, onder verbant van alle demi**' delen der voorfz. hare Gemeente, hebbende of- te gekrygende, die fubmitterende ten bedwang van alle rechten en rechteren, enipecialyé^"60 Ed. Hove van Hollant; authoriferende de Coffl' paranten uyt hun tot et verder vervolgen defes* en alles wyders te verrichten wat eenighfintsTver' eyfcht fal fyn, namelyck uyt de dienaren, lau- rens Hendriksz. Ifaac van Limburg, Gernt Kuyc- ken , Gerrit van Gelyn met Hans Vlaming, ei* uyt de Ledematen, Salomon van Aldewerelt* Pieter van Gelyn, Abraham Stockman, Andn» Apoftol en Hendrick Lambertyn, te faemeiv ^ het meerder getal van hen voor 't geheel. ^gr |
|||||||||||
|
Bylaa- exPrGS befluyt hunner broederen in 't gemeen,
gen " °P ^en 2lf,I° ^eftr lopende maent , geauthori- Lr. C. ^eert en ge'aft fynde) verklaerden gerefolveert te fyn, omme te fubmitteren en over te geven, gelyck fy geheel, alingh en al fubmitteren ende overgeven by delen, ter arbitrage en uytfprake van hare Ed. Groot achtbare de Heeren Bur- gernieefteren en Regeerders defer Stadt Am- fterdam , alle foodanige queftien en pretenfien , als een gedeelte van hare dienaren en broederen (die, de ordinaris Vergaderplaats verlaten heb- bende, fig onlangs van hen Comparanten en het gros der Gemeente hebben afgefcheyden) over ende op de middelen ofte goederen derfelver Gemeente hebben gelieven te moveren: ten eyn- de hare hoog gemelte Ed. Groot -achtb. feit of- te derfelver Gecommitteerden uythunnennaem in en over de voornoemde queftien en pretenfien foodanig gelieven te handelen, arbitreren, de cideren enz. als hare Ed. Groot - achtb. ofte der- felver Gecommitteerden, naer recht, redenen billickheyt, füllen verftaen te behoren. Belo- vende fy Comparanten in qualité voornoemt, voor hun en hunne Committenten , onweder- roepelyk, voor aengenaem, goet, vaft en van waerde te füllen houden alle het geen uyt erach- te defer gedaen en verricht fal worden; fonder daertegens immermeer te doen , of te gedogen dat gedaen werde, op geenigerhande manieren, direclelyck of indireételyck , in rechten ofte daer buyten; renuncierende ten dien eynde wel expreflelick alle beneficien, privilegiën, relive- menten, appellen. en alle andere behulpmidde- len , die hen Comparanten eenigfins ter contra- rie defen fouden können dienen en reVocabel maken; onder verbant van alle der voorsz hun- ne gemeentens middelen , hebbende ofte te ver- krygen, defelve fubmitterende ten bedwangh van alle rechten en rechteren , en fpecialick den Ed. Hove van Hollant. Aldus gedaen fon. der argh ofte lift, binnen defer voorsz. Stad Amfterdam, ter prefentie van Gillis Jooften en Willem Arisz. als geloofwaerdige getuygen ne- vens my Notaris hierover geftaen, ten dage als boven. Onderftont quod atteftor rogatus: ge- tekend J. de Vos Not«, publ. N. i.
|p huydendenlaeftenDecembris 1664, Com- pareerde voor my Nicolaes Liftingh, o- penbaer Notaris tot Amfterdam by den Ed. Ho- ve van Hollant^ geadmitteert , en de getuygen naergenoemt, Tobias van den Wyngaert, voor hem en uyttenname van Thieleman "Tielen van Sittart, Ifaa&van Vreede,Samuel Apoftol.Jan van Dyck, Mr. Pieter Eyfen, Gysbert van Sin- gel, Laurens Hendricksz., Ifaac van Limburgh, Sander Gerritsz. Vryhof, Gerrit Kuycken, Ger- rit van Gelyn, Jan Soutman, Plans Vlaming, Pieter van Singel, Pieter ter Himpel ende A- driaan Corver, dienaren; mitsgaders Abraham van Lou, Andries Apoftool, Salomon van Al- dewerelt, Dirck Willinck , Hendrick Lamber- tyn, Jan Coerten, Pieter van Gelyn, Jan Claesz van Knodfenburg , Cornelis Corver , Egbert Jansz. blockfiel, Ifaac Ifaacksz. van Limborgh, Pieter Jansz Eylof, Jan Willemsz van Auvel- dinck,Jan5 Willemsz. Heil,Jan Kuycken,Lam- bertus Bidloo , Arent Vorfterman, Floris Claesz. Bergervis, Abraham Stockman, Egbert Jaspersz. Jacob Theulingh en Jacob Dircksz. voor haer |
|||||||||||
|
W. Boek. Overige Protestantsche EN ANDERE KERKEN. 239
^eiitaende, dat Laurens Hendricksz en Gerrit nen defer voorfz. Stadt Amfterdam, ter preferi- Rv
j^uycken defe afte niet en fal prejudiciëren in tie van David van der Meer en NicolaesBrou- gen""
d re^,u^iteyc als gefurrogeerde executeurs van wer, als getuygen, en hebben de Comparanten L'. C.
er2. eftamente en voogden over d'onmondige deminute ondertekent. Onder ftont, quod at-
rrgenaemen van Herman Hendrixsz. Waren- teftor rogatus: getekend
aorP en Chriftina RaiTelaers. Aldus gedaen bin- N. L i s t i k g h , Nots. pubi.
1/. D.
Authorifaüe of Magtigingvan M-.Petrus Cloeck,.^^, en M". Jaco b de laMinkL'.d.
^Paulus BisscHOP,Ä«toffl, om de verfchillen onder deVereenigdeiVlaamfcbe, Frie- Jcbe enHeogduitfcbe Doopsgezinden by te leggen^ of af te doen. Gedagtekend den zesdenjanuary 1665. Xjürgermeesteren en Regeerders gens zyn geregiftreert) reciproquelyk medebren-
, DER Stad Amstelredamme, geilen gende volcomene fubmiffie ende overgevinge
"degelefen hebbende zekere twee aften d'eene t'onfer arbitrage en uytfprake off van onte Ge-
n1 de refpeftive dienaren en Broeders der Veree- committeerdens van alle zoodanige queftien en
JJ.de Vlaemfe, Vriefe ende Hoogduytfe Doops- verfchillen , als openftaende zyn tuflchen par-
seiinde Gemeente hier ter Stede, haer Vergade- tyen voornoemt, breder in defelve Aftens ver-
lnge houdende op de Cingel by de gewefene meldt; Zoo is t, dat wy goedgevonden hebben
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
\
%
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
C.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
te fubftitueren en committeren, gelyck wyfub-
ftitueren en committeren by defen de hr. M-. Petrus Cloeck, Raad defer Stadt, midsgaders d'E. Mr. Jacob de la Mine en Paulus BilTchop, Advocaten;omme in onfenname de voorfz. par- thyen, naar inhoudt van de gemelte twee Ac- tens, te horen, en in gevolge over hare ques- tien, verfchillen en preteufien zoodanige uyt- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
_ Wery van 't Lam, gepafTeert voor den No
Bris Jeuriaen de Vos alhier, op den 28 en 29 ^ecember leftleden,d'andere van de refpeftive dienaren en Broeders van de Vereenigde Vlaem- *e Vriefe en Hoogduytfe Doopsgefinde Gemeen- te insgelyx hier ter Stede, houdende hare Ver- gaderinghe op de Cingel, in 't huys toebehoort «ebbende de Weduwe van den Heere Burger |
|||||||||||||||||||||||||||
|
f^M^rl""*' gepafTeert voor den Nota- fpraeck en decifie te doen, als zy Gecommit-
ns M. iNicolaes Liftinck alhier, op den leften teerdens na recht, reden en billickheyt zullen iJecember voorfz. beyde defelve aften (die al- verftaen te behoren. Aftura in Amftelredamme nier xn t 50 Groot Memoriaell f°. 161. vervol- den 6 January A°. 1665. * |
|||||||||||||||||||||||||||
|
Lr. E.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
Pioee Refolutien der Heeren Staaten van Holland en Weflfriesland van den 21 en %o September des n p
jaars 1648, betreffende de Vergadering der Collsgianten, te Amflerdam. |
|||||||||||||||||||||||||||
|
hael ghedaen, als dat de Gecommitteerden van
wegen de Stad Breda, in de opghemelte Syno- de van het voorfchreve Sociniaens Seminarium mentie hadde gemaeckt, feggende het felve in de Stadt Amfterdam te refideren; ende dat de voorfchreve Socinianen, van de Heeren Magi- ftraten derfelve Stad hadden verfocht, aldaer haer domicilie te mogen continueren; Dat Do- minus Rudolphus Petri, in de voorfz. Synode prefent zynde, daer op was verfocht de Verga- deringe te berichten: dat defelve daerop hadde verklaerdt geen kennifle te hebben , binnen de Stadt van Amfterdam eenigh Collegie van So- cinianen te wefen, maer wel dat den Kercken- Raedt aldaer, aen de Magiftraet hadden vertoont, dat binnen Reynsburgh een Vergaderinghe van verfcheyde Seften begon in fwangh te gaen : doch vorder niet te weten wat in't voorfz. werck was gedaen, refererende hem vorder tot de Afta Synodalia, en is daermedemeer-gemekeRaeds- Heer Foreeft bedanckt en gedimitteert. De Heeren van Amfterdam hier op verfocht
zynde, figh te verklaren wat van de voorfchre- ve gelegentheydt mochte wefen, hebben ghe- feydt geen kennilTe te hebben, dat in hare Stad een Seminarium der Socinianen foude wefen 5 maer wel, den tydt van twee jaeren geleden haerluyden voor te zyn gekomen, dat aldaer doen fekere Vergadering van Mennoniften figh openbaerde, ende dat de Heeren van Amfter- dam daer over foodanighe ordre hadden gefteldt dat de Predicanten van hare Stadt diesaengaende contentementhadden genomen: ende hebben de Leden daerop verftaen, dat de voorfz. fake daer by fal werden gelaten. Hh a L'. F.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
N». 1.
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
I
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
s in de Vergaderinghe verfcheenen de Heer
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
' Raedsheer Foreeft, en heeft rapport gedaen
^an de notabelfte faecken in de Sinode van Zuyd- ^ollandt, laetft tot Delff gehouden, gepafTeert, refererende onder anderen, dat in de voorfchree- Ve Sinode notificatie was ghedaen, dat binnen leeckere Stadt van Hollandt een Collegie van Socinianen was aengefteldt. Waer op zynde ge- delibereert, is goedt gevonden, dat deHeer Fo- *eeft van wegen haer Edele Groot Mog. fal wer- ben verfocht explicité te willen verklaren, wat f an het voorfchreve Collegie der Socinianen, in w^erheydt kan werden opghenomen, ende in fch dt ^et ^ve isopgerecht,ommedevoor- nreve nader openinghe verftaen zynde, vorder t mogen werden gedelibereert, wat dienthalven tt,«^?166^.611 dienfte van den Lande fal dienen te werden ghedaen, voor Sficlï' V00rfz* YfP0rt; *&?
ovpr ohpil; f j' en na welgemelte Heer hadt gedimuteej Afte Sinodale> is bedanckten
T . N°. 2.
^V^? Ve^erin§he Cdes verfocht zynde)
bÄ? rRaedsb-eer Foreeft, ende van we- g defelve verfocht zynde, nader te verklaren
Colwe-m ,kencnelic^ ls van het Seminarium,ofte
raPPof edei' S°ci"ianf n > «Jaer van by hem in fyn hetS^ffl de Sl"°de Vatl Zuydt-Hollandt, in *tfohS?&\mli* was Weckende , ende ge- verhaeldf \dat m ^^wfchreve Sinode was öiseStol' "et voorlchreve Seminarium in ee- s otadt van Hollandt te refideren, heeft ver- |
|||||||||||||||||||||||||||
|
>
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
24o AMSTERD. Overige Prot. EN ANDERE KERKEN. III. Deel.
* J' n AA*
Aflaatsbriefvan den algemeenen Stedehouder des Bifchops van Utrechtsen behoeve van &">J»'^
ckSlmn 't Begynhof, te Amflerdam, op zekere Feefldagen, Godsdtenßiglyk, zouden ko**^ f> bezoeken. Gedagtekend den vyfden July des jaars 1426. T Iniverßs fanBe matris eccleßefiliis adquospre- jefteit vertrouwen ftrekken tot luifterz^ US LrepervenerintFr.HenrkusDeiet Vaderlyke heerlykh^d, die de w, ereld mg Atoiolke fedis gratia Episcopus rofenfis Reye- eenen onmtfpreekbaaren glans, verhchu Oo* f3 in Chriflopatris ac domini domini Swederi bewyzen wy hun gaarne onze gunft,ing* ^adeJgratia Episcopi TrajeBenfis in pontificali- derheid dan wanneer hunne Godsdienftg bu Fkarim generalis falitem in domino fempi- ootmoedigheid, door de verdientender he ïLnvVtdmdor paterne glorie äiti fiia mundum ligen en door gebeden, onderfleund wordt- mZai^mcZtlte pij Ja fidelium de ' Waarom wy dan ook, het volk Gode aenge; cleZmlïïmaeius maieftate fperanciumtunc etiarn naam en tot betragters van goede werken wil tree tuebenigne favore proßquimur cum deuota ,, lende maaken, de geloovigen zelyen, door fpforum bumilitas fanBorum meritis et precibuj Aflaaten en beloften van vergiffenis als dool rliuLtur Cupienes igitur dominopopulum red- zekere inneemende gefchenken, nodigen, 01» iTlZttaMhmet bonorum operum feStatorem ten dien einde mede te werken, op dat zy zei' S/« ipfosadcomplacendum fibi quafi quibusdam ven ook daardoor des te bekwamer mogen aSuismuneribus Indulgentiis et rtmißmihs worden, tot het ontvangen der Goddelykege- invitamus ut exindediuine"gratie reddanturapu- nade En op dat de Kapel der Begynen gele «mc Ft ut Capella Begynarum fita in parochia gen in het kerfpel van de nieuwe Kerke derStaa ZZ'e ecclefie oppidi de Amflelredamme TraieBen- Amftelredamme, in het Bisdom van Utrecht, %dyocefeos aCbrifli fideiibus fundata nee non door Chriftgeloovigen geftigt, en begifngd mee ßvnamonßrancia deaurata in qua vt a fide dig- eene vergulde Retnonftranue, waarin gely* ZLrcepimus de ligno domini noßri jbefu cbr is- wy van ge ooftvaardige luideniverftaan hebbeo, cLrLuiis fanBorum fit inclufum per nos cum iet van 't kruis onzes heerenJezus Chnftus ej llleZxiJte fi} eonficret*,<;ov8rmfreqventetur eenige overblyflelen der heil,gen beflooten bon Mus e Cbrifli fideles eo liberius caufa de- zyn, en die door ons pleg iglyk gewyd ,s met Zionisad ipfam Capellam et ad venerabilem betaamelyke eere bezogt worde; en,op dat f crucem domini venerandam conflaant et pro e- Chriflgeloovigen, ter oefeninge van den Gods äißcatione Capelle prediBe manus porrexerint ad. dienft, tegereeder tot de Kapelle zelve, en iutrkes quo maioris dom gratie fe confpexerint om aldaar het eerwaardige kruis des Heeren te effi refeBos de omnipotentis dei mifericordia et eeren, famenvloeijen; en op dat zy, tot op heatorum petri et pauli Apoßolorum eins auBori- bouwinge der gemelde Kapelle de behulpzaa Ut conßß, omn bus vere penitentibm et confeßs, me hand zouden bieden, naar gelang dat zybj £ in,natiuitatis, Circumcifionis, Epypbanie , vindenzouden^angrootergenade-gaavendeel Varafcbeues, RefurreBionis, Afcenßonis, Pen- genooten geworden te zyn; zo hebben wy, tZJßes Trinitatis, et Corporis domini nofiri jbe- vertrouwende op de barmhertigheid van deO t cbrifli nee non natiuitatis, afumptionis, an- almagtigen God en.ophet gezag,zyner Apoj« JmnShnis,comePeimhy purificathnis et vijlta- telen de gelukzaligePetrus en Paulus, allen die, cloZs beate marie lirginis Ltiuitaüs beatejoban- waarlykboetvaardigzynde, en gebiegt hebbeO nis babtifie heatorum petri et pauli atque andree de ,op Kerfttyd,opdenFeeftdagder Befnyde iobanmS eivangeliße atque omnium aliorum apos- nifle. of Drie Koningen, op goeden Vrydag, o? Zorum et ewangelißarum , Invencionis et Exal- Paafchdag, op Hemelvaartsdag, op Pinkfterefl. adonis fanBe crucis, fancli mkhaelis archangeli op H. Drievuldigheidsdag op H. SacramentS In feflo omnium fanBorum , et commemoratione dag, op de Feeftdagen van de geboorte, hem^ mi mar urn fanBorum innocentum SanBorumque vaart, boodfehap, ontvangenis, reiniging en be Stebham laurencii étinnocencii martyrum, Sanc zoeking der gelukzalige maagd Maria, op &> mum mcolai, martini, willebrordi Confeforum. dag der geboorte van den gelukzaligen Joannes SanBe mark magdalene Jancle anne, SanBarum den Dooper van de gelukzalige^^Petrus en PaJ Katbarine, barbare, agnetis ,dorothee ,margare- lus, van Andreas, van Joannes den Evangelie' te virsinum fefliuitatibus Et per oclauas predic- en van alle andere Apoflelen en EvangehiteO» larum feßivitatum oBavas habencium fingulisque opdedagenderVindmgeenVerheffinge vantij diebus dominkis diBam Capellam deuote vifitave- H. kruis, op den dag van S.Michiel,denOpP<-i rint et ante crucem prediclam ßexis genibus ter engel,op Allerheiligendag, op AllerzielendaB» oater nofler et aue marie deuote dixerint totiens op de Feefldagen der H. Martelaaren Steven, quotiënt hoc fecerint quadraginta dies de imune- Laurens en Innocent der Heilige Belydereo, Is eis penitenciis miferkorditer in domino relaxa- Nicolaas,Maarten en Willebrord; derHedi, mus In cuius reitefiimoniumftgillumnofirumpon- Maria Magdalena der Heilige Anna, der H£ tißcale prefentibus efi appenfum. Datum Anno do- lige Maagden Kathanna, Barbara, Agniet,Uo mini miUtfimo quadringentefimo vicefimofexto men- rothea en Margareet; op de Oftaven van 7. ßs Julii die quinta. » Yen^ de °PgCt^ de/ef daSen' fj^e
J J 2 dat is: ven hebben, en op alle Zondagen, de geniep
Aan alle kinderen van de Heilige Moeder de Kapel Godsdienftiglyk bezoeken, envo«;<f
Kerke, welken deeze brief ter hand komen gedagte kruis, met geboogen knieën, d»i zal, wenfcht Fr. Henrik,by der genade Gods noßersm eene Ave Maria, eeAiedg 't
l endesApoftolifchen Stoels, Biffchop van Ro- zeggen zullen zo dikwils zy dit bW ' fa, en in Biffchoppelyke zaaken algemeene barmheraglyk in den Heere, veeT J, n^ ' Stedehouder van den eerwaardigen Vader in aflaat van de hun opgelegde boete t?egeiw Chriftus, den Heere Zweder, by der zelfde ,, oirkondewaaiwan,onsBifrchopPei>^-.egeeren
" genade, Biflchop van Utrecht, altoosduurend deezen gehegt is. Gegeven in t jaar ues 1^ " heil in den Heere. De godvrugtige geloften eenduizend vierhonderd zesentwintig,^^ " der geloovigen, die op Gods goedertieren ma- vyfdenjuly. |
||||
|
241
DERDE DEEL.
GEBOUWEN
DER STAD
Amsterdam.
|
|||||||||||||||||||
|
VIERDE BOEK.
GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. |
|||||||||||||||||||
|
i.
GASTHUIS en PESTHUIS.
|
|||||||||||||||||||
|
%,
|
|||||||||||||||||||
|
N
|
|||||||||||||||||||
|
a't befchry ven der Kerken en der Kerk- de Gafihuis, toen reeds, grootendeels tenGisT-
beftieringe, gaan wy nu over tot het minfle, aan het Stadhuis getrokken was, en HU1S «» |
|||||||||||||||||||
|
«tot
|
|||||||||||||||||||
|
ilCtGoH§ e^c^ryven vande overigeopenbaare Go o s- dus, niet zo bekwaamlyk, Godsdienfliglyk, p EST'
Sw VIZEN' meeftnaar den rang, welkenzy, bezogt kon worden. Het oude Gafihuis was,HUIS' ^»iedertveele jaaren,in de jaarlykfche Naam- gelyk, van ouds, doorgaands, plagt te ge- ^st l wyZersderRegeeringe,gehad hebben,eenen fchieden, opgeregt, door een Gilde van 5l'ts"e aanvangmaakendemethetGASTHUis,een milddaadige luiden, aan eenigen van wei- hst, n Van de oudfte gefligten der Stad, ken, het beftier en de zorg voor het onder- Ä' , Voor de tyden der Hervorminge, waren houd van 't Gefligt toevertrouwd werdt. Men §S\ er drie Gaflhuizen te Amflerdam, het Oude, noemde dit Gilde het Gaßhuis-Gilde, en het *e$ ^i- Heiligen - Geefls- of S. Elizabets - Gafihuis, hieldt eene jaarlykfche maaltyd, tot welke, 'Sü ?ai? de Plaats of Dam, naait het oude Stad- ieder Gildebroeder drie groot omleide, be- "huis; het S. Bieters■ Gafihuis, in de Nes, halven een groot te Jairfanc (d). HetGafl- ^het Lieve-Frouwen-Gafthuis, opdenNieu- huis, waar van wy fpreeken, was, in't jaar ^en Dyk, aan de weflzyde. Een vierde, 1371, nog het eenigfle hier ter Stede: 't Qer HeySger Stede Gdßh'uis genaamd (a),is, welk daaruit genoegzaam af te neemen is, ^igenlyk, een Oude-mannen-of Vrouwen-huis, dat het, blootelyk, het Gafihuis, zonderee- en geen Ziekenhuis geweefl: in welken laat- nige onderfcheiding, genoemd wordt, in de tten zin, wy hier het woord Gafihuis, be- Overeenkom«: van dat jaar, met de Bewaa- Paaldelyk, neemen. Wy hebben, reeds by rers van de Heilige Stede (e), 't Is zeker ge- pn^ andere gelegenheid, van deeze drie noeg, dat dit Gafthuis, welks Gaflhuismees- ^althuizen eenig berigt gegeven (b). Doch ters ik, in 't jaar 1484, nog afzonderlyk ge- 0 no m" ondienftig zyn, dat wy 'er, hier, noemd vmde, voor het einde der vyftiende $,# freenige byzonderheden by voegen. eeuwe, vereenigd werdt met het S. Pieters- 0"f/;,°fde l °U^e Gafihuis'iS->omtXQnt het midden Gafihuis (f); fchoon het gebouw, welk t!!''Gaff" We X.eert^ende eeuwe, reeds in wezen ge- aan het Stadhuis getrokken werdt,nogvee- ^ centii '/1ZO men blyk heeft, dat Paus Inno- Ie jaaren, in fland bleef. Veelligt,hadtmen Oélobe Vl'' °P den zeven en twintigflen 't, al voor de vereeniging, gedeekelyk, tot rin Van het negende jaar zynerRegee- weereldlyk gebruik doen dienen, en, ver- LpV.w7 °P het jaar 1361 valt, aflaat ver- moedelyk, onder anderen, om misdaadigen, fe. TT T aaf allen> die het zelve, op ze- voor eenigen tyd, op te fluiten, gelyk daar- cre Heilige dagen, zouden komen bezoe- toe de Gaflhuizen, in fommige Steden van ^n;_ welke ahaat, nevens veele anderen, Holland, nog tegenwoordig, gebruiktwor- |
|||||||||||||||||||
|
ter,r^nu4'-88/°Vergebragt is in hetS.Pie- den: en zal men daarin dan de reden moe-
5 ^althuis (c); veelligt, om dat het ou- ten zoeke.n vah de benaaming vaiï Gafihuus-
f«) Ke boeven, die, in de oude Keuren, t&ëtftfag.
ÜIÏ'TÏÏ^Fb«!!^^^**«* len, voorkomt, indezelfde betekenis, als
<*««£ J!" _Alïch"ft 'f Wekfeï V/n,1,7 L«: «. m. n
|
|||||||||||||||||||
|
Hhj
|
|||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
Lieve-Vrouwe Kerke op 't Hof in denHaa- G^
ge gaven, in 't jaar 1492, aan 't S. Pieters- pEST. Gafthuis verlof, om de Kranken, die aldaar hUis. ftierven, te mogen begraaven. 't Blykt, wy- ders, uit oude aantekeningen in het tegen- woordige Gafthuis, dat het S.Pieters-Gaft- huis in de Nes in een Mannen- en Vrouwen- Gafthuis onderfcheiden was, en dat 'er, in beide, ook Proveniers ontvangen werden. Voorts, was 'er, tuflchen 't Gafthuis en 't Cellebroeders - Kloofter, ook een Pefiilentie- huys gebouwd, agter welk Huis, in 't jaar 1563 ,eene plaats tot een Kerkhof werdt ge- fchikt, welk, op den zeven en twintigftéo May des gemelden jaars, door Nicolaus ü> nova terra of van Nieuw-Land, eerften Bis- fchop van Haarlem, gewyd werdt. De dood- kiften, die, hier, omtrent het jaar 1721» gevonden werden (m), zyn, vermoedelyk, op dit Kerkhof, geplaatft geweeft. De Vroedfchap hadt, in 't jaar 1558, zynde eenen zwaaren Peft-tyd, reeds beflooten, het S. Pieters-Gafthuis geheel tot een Peft- huis te gebruiken (n). Doch dit befluitis, vermoedelyk, niet uitgevoerd. De veree- niging van het oude of S. Elizabets- en het S. Pieters-Gafthuis fchynt, in 't jaar 1493 > reeds gefchied te zyn, alzo, by eenen Sche- penen-Brief van den zevenden December . des gemelden jaars, eenige goederen opge- draagen worden aan de Huiszittenmeefteren aan de nieuwe zyde, mids zy daaruit eene jaarlykfche uitkeering aan de armen deeden; doch, zo zy hierin nalaatig bleeven, ver- beurden zy, tot een eeuwige pene, defomme van vyftich gouden koeruorflen rynsguldens, daer of hebben fal die van Sinte peters en finte Elyfabeths gafihuys fis ende twyntich gouden gulden, onfi Lieuen Vrouwen Gafihuys veer- tien gouden gulden en de Memorie-meefters van ons Vrouwe parochie, allen binnen defer Stede* totten ghemenenpriefieren behouff\tien gouden gulden (0). De twee Gafthuizen bleeve11 vereenigd ; doch de naam van S. PieterS' Gafihuis is, federt, genoegzaam alleen, & gebruik gebleeven. _ ^ Het Lieve Vrouwen-Gafihuis, op den Nieu' %^s,
wendyk, wordt, zo ver my gebleeken is> niet vroeger gemeld, dan in eene Keure» die , vermoedelyk, tot het begin van & vyftiende eeuwe, gebragt moet worden,el1 aldus luidt: Item foo wes huyfinghe ende ef°e die CanoniJJen, die Bagynen, die heylighe Ste' de, die Gafihuyfin, als van den heyligen Geil ende van Sinte Peter, offonfer Vrouwen Ca" pelle, hebben willen, dat füllen zy hebben W* des gerechts fegghen, indien dat dat gberechtt dunctt
(m) Zie I. Deel, I. Bock_, bl. ze.
\n) Refol. Vroedfch. N. I. 19 Juny IJJ8-
(»J Vit het Gafthuis, Unie LXXII.
|
||||||
|
242 A M S T E R
Gast- men nu die van Rasphuisboeven gebruikt (g).
huis es Wat hier van zy; ik vind, in zeker Rente- Pes r ■ boek van't Vrouwen - Gaflhuis, welk nog in 't Huls* Gafthuis voorhanden is, omtrent het jaar 1505» gewaagd van eene maaking aan de twee gafihuyfen, ten duidelyken bewyze, dat het oude Gafthuis toen niet meer op zig zelf beftondt. SPi'ters- Het S. Pieters-Gaßhuis is, vermoedelyk, Gafthuis. niet veele jaaren jonger geweeft, dan het ou- de , of S. Elizabets-, of Heilige-Geefts-Gaft- huis. Uit eenen Brief van den Provifeur en Deken van Amftelland van den jaare 1382, blykt, dat toen reeds in fland was een Gil- de of Broederfchap van S. 'Pieter, waarvan Provifiurs of Overmans waren Frank Dirksz., Claas Pyl, Claas Woutersz. en Wermbold Ja- cobsz. Ook vind ik, in twee Schepenen- brieven van de jaaren 1384 en 1395, die in 't Leproozenhuis beruften, van Oudermans of Ouermans van Sinte Pieters ghilde gewaagd. Ik ftel vaft, dat dit eenViflchers-Gilde ge- weeft is, alzo dezelfde naam, nog tegen- woordig , aan het VilTchers-, Vifchverkoo- pers- en Vifchverkoopfters - Gilde is byge- bleeven. Ook is 'er, in het tegenwoordige Gafthuis, nog een Latynfche brief van den twaalfden July des jaars 1393 voorhanden, waarin de bovengemelde Wermbold Jacobsz. genoemd wordt een Zoon van Jacob den Vis- fiher [Wermboldus filius Jacobi Pifcatoris.~] Dit Gilde hadt eene Kapel geftigt, die, in eenen Schepenen-Brief van den jaare 1385, insgelyks nog, in het tegenwoordige Gaft- huis , beruftende, Sinte Pieters Kerk genoemd wordt. Wy hebben, reeds te vooren (h) , aangetekend, dat deezeKerk, tegenwoordig, de groote Vleefchhal is. Tegen over de S. Pieters Kapelle of Kerk, werdt, door dezelf- de Broederfchap, een Gafthuis opgeregt, welk ik allereerft genoemd vind, in eenen Schepenen-Brief van den dertienden Augus- tus des jaars 1401; doch 't gene, vermoe- delyk , toen al eenige jaaren geftaan hadt. Immers die gaflbuyfin - mee fiers, alze van den heylighen gheefie ende van Sinte Peter, wor- den genoemd, in eene Keur, die geboekt ftaat, voor eene Keur van den jaare 1399 ü). 't S. Pieters-Gafthuis beweerde, omtrent den jaare 1469, en federt, eenoud regt_ ge- had te hebben op de Dams-iluis, die, in 't jaar 1370, aan den Priefter, Reinier Simons- zoon , gefchonken was (k), en die de Stad, federt, naar zig genomen hadt, tegen be- taaling van eenen halven nobel 's jaars aan 't Gafthuis (/). De Deken en 't Kapittel der (g) Keurb. A. . 113 verft, il».
(b) Zie III. Deel, I. Boik^, bl. 39. (i) Keurb. A. . 7. (k) Zie UI. Deel, I. Eoe{, bl. JS. (I) Renteb. getek. A. en Renteb, gertêumi d« grote Re.
gyftet? btrujtenie in 't Gußhtiis. |
||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 143
»««<#, <to 2y AVn behoeven ende nootdruftich Meynaert Cupers dochter, Lobbe Grobben en gast-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zynfp). in een oud Renteboekje, berus- Gheertruut Splinters dochter (0> even buiten de
|
Huis m
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«■caae m riet Leproozenhuis, wordt het Frou- Stad, geftigt was, en daarom, in eenen Brief Pest'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HUIS.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wen-Gaflhuis, op het jaar 1421, uitdrukke- van den negentienden September des jaars
|yk genoemd. Ook vind ik het vermeld, 1399, befchreeven wordt, als gelegen binnen in Schepenen - Brieven van de jaaren 1432 der vrihedevan Amflebedamme, ten tyde der en 1450. Wy gedraagen ons, wyders,aan overdragt,ftondt,tufTchen deStadsgraft,nu t gene wy, in het eerfie Deel (q), wegens denKloveniers-Burgwal, ten ooften, enden
£et Vrouwen - Gafthuis, hebben aangete- Oiide-zyds-Agterburgwal, en de floot nevens en^- het tegenwoordig Oude-zyds-Heeren-Loge-
De verandering der Regeeringe des jaars ment, ten weften. De Kerk van dit Kloofter
I5?3, gaf gelegenheid, tot het famenvoegen ftondt, daar nu de gang van 't Gafthuis is, en, en verplaatfen der twee gemelde Gafthui- zuidwaards van de Kerke, lag de Boomgaard Zen 5 het S. Pieters-Gafthuis, welk, te voo- der oude Nonnen, die, in brieven van den *en al, met het oude Gafthuis, vereenigd jaare 1395, der Zußeren hone genoemd wordt, was en het Lieve-Vrouwen-Gafthuis. De De floot, van welke wy fpreeken, fcheidde ^aichuismeefters van de twee Gafthuizen het Kloofter der oude Nonnen van het Kloos- iooten toen een verdrag met de oude en ter der nieuwe Nonnen, welk, weftwaards,
jUeuwe Nonnen, die, in alles, omtrent vyf- door den Amftel, nu hier de Oude Turfmarkt
^g fterk waren , en haare Kloofters en der- geheeten, bepaald was , en noordwaards,
zelyer inkomften, aan de Gafthuismeefters door de plaats, daar de Stads Timmertuin
jtfitonden, mids genietende den Huisraad, plagt te zyn, en voorts, door den Grim^
Wuisveftinge er> jaarlykfch onderhoud, 't burgwal,beflootenwerdt.Zuidwaards,werdt
Verdrag werdt, den elfden en dertienden het, door het geftigt, welk men nu het Gafi-
Uctober des gemelden jaars, door de Non- huls-hof noemt, en welk toen een voornaam
«en, getekend. De kwytfchelding gefchied- gedeelte van het Kloofter uitmaakte, gefchei-
Ue voor Schepenen, op den vyf en twintig- den van eenige Burgerwooningen, die hier
iten der zelfde maand, en Willem, Prins gebouwd waren. Vermoedelyk, is de Kerk
Van Oranje, Stadhouder van Holland, gaf, of Kapel van dit Kloofter, aan welke, reeds
SP den negen en twintigften en dertigften in't jaar 1421, aflaat verleend was (u), in
j-'ecember des zelfden jaars, aan de gantfche den grooten brand des jaars 1452, vernield
handeling, zyne toeftemming (r). De beide geworden. Immers, men heeft nog eenen
/loofters hadden, omtrent twee maanden te Latynfchen Brief van den twintigften Maart
ooren , de ftaaten hunner inkomften en des jaars 1455, waarin Rudolf van Dienhout
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ÏCVe
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
9*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
er.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
■\c
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*
|
" ■ »■,.,__ r »
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, --. ^,x jJuigciucciLcicii overgeleverd; Biffchop van Utrecht, den Nonnen van het
«och hielden 'er dubbelden van, die nog, in Kloofter die Lely verlof geeft, om, in de Gafthuis, voorhanden zyn. Onder dat der plaats van haare verbrande Kerk, eene ande- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
oude Nonnen , ftaat deeze merkwaardige re te fügten (o).
antekening: Deeze inventarius der goederen Terftond na dat de overeenkomft, tuffchen 7 J1« die namen der fußeren hebben wy op't Stad- de Gafthuismeefteren der twee Gafthuizen, deV^ot uys gebrocht an die borghermeefiers, daer toe en de Kloofters der oude en nieuwe Nonnen een Man- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^dwongen wefende^ den 4 Augufio 1578. On- getroffen was, werden de zieke mannen, uit 2^* en
ObÏ 'is my» uit het oorfprongkelyk het S. Pieters-Gafthuis, ovërgebragt in'het ZlT' , ," f n^e betalingboek der Gafihuysvade- Kloofter der nieuwe Nonnen, welker Kerk Gafthuis,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IfJj^11 'c J'aar I579 tot het jaar 1582, geblee- tot een Zieken - vertrek gefchikt, en met
|
gemaakt.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eenk' n-' aan de Nonnen» voIgensde over- bedfteden en andere noodwendigheden voor-
en tw Van twee en veer% tot honderd zien werdt. 't Liep aan, tot in 't jaar 1582, is toesTd^ fu^ens jaarlyks, tot onderhoud, eer de kranke vrouwen, uit het Lieve-Vrou- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wvh Uh" wen-Gafthuis, opdenNieuwendyk,gepIaatft
nieuwe TV Van de K,oofters der oude en werden, in het Kloofter der oude Nonnen,
le \~ A<rn\Xe?' reeds by eene andere ge- wordende de Kerk van hetzelve ook tot een
genneicl^) kortdyk, gewaagd. Hier voe- Zieken-vertrek bekwaam gemaakt. De Aanleg
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
oude Nonnen,
<W ZW Dyrc S£Z2£
|
loofter der Vroedfchap befloot, in 't jaar 1586, een vaneen
jaar 1389, Gafthuis voor kranke Soldaaten te fügten, Jold*a"
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wïlborcb ten huis. a
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
u] ^b. A.
|
. 9.
2«.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(t) Schepenen-Brief van i ^4 f ril t3«9. in 'tGaßhuis,
(u) Vit den Ooifprongkelyken Aflaatsbtief, berußende' in 't Gaflhuis. (v) Uit den Oorfprongkel. Brief in 't Gtßbui,, en uit
een boek aldaar, genaamd. Dubbelde der Brieven van de nieuwe Nonnen St. Disnyftus Convent />. 4, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de oorfprongkelyke Befinden, te
Z'= ook DOMSELAER . Mr _ , » .,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
G
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
XU.,».' ,-ookDOM^HK,j^£ ^^«5^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(') zu i
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s+s.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Heel, I. BoeJ^, tl, ij f Z2
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
244
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
gelde te maaken (a). In't jaar 1754 s zyn ook,
omtrent den ingang van 't Gafthuis, verfchel' den' veranderingen gemaakt. Eenige huize11' |
Gast-
huis 0 PEST"
pUlS'
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
ten weflen van de Kerke der oude Nonnen
(iu):en dit werk werdt, in 't volgende jaar, voltrokken: 't welk wy hier te liever mel- den , om dat fommigen (#) het fügten van dit Soldaaten-huis, ten onregte, aan den Graa- ve van Leicefler toegefchreeven hebben. Het werdt, nogtans, het Engelfche Huis ge- naamd (y), waarfchynlyk, om dat 'er, in 't eeril, veele Engelfche foldaaten, die toen in 's Lands dienft waren, in geplaatft wer- den. De Gafthuismeefters van het Lieve-Vrou-
wen-Gafhhuis, ten dien tyde, bellooten heb- bende , de Lieve-Vrouwen Kapel, die tegen over het Gafthuis ftondt, tot Burgerwoonin- gen te vertimmeren; werdt, by de Vroed- fchap, vaftgefteld, de Vrouwenfteeg, die zeer eng was, en op welks hoek, de gemel- de Kapel ftondt, te doen verwyden (z); ge- lyk, federt , gefchiedde. In 't jaar 1645, werdt, ter gelegenheid van den brand der Nieuwe Kerke, het Mannen-Gafthuis, tot eene Kerk, bekwaam gemaakt, en het Sol- daaten - huis, tot een Mannen - Gafthuis , ge- fchikt. In 't Vrouwen-Gafthuis, plagt, des Zondags nademiddags, ook gepredikt te wor- den; doch zulks is, in 't jaar 1655, afge- fchaft. In de jaaren 1603 en 1611, deeden de Regenten van 't Gafthuis , op den grond van 't Godshuis, langs de oude veft, nu den Kloveniers-burgwal, elf deftige huizen zet- ten, die zig, van den ingang naar 't Oude- Mannen- en Vrouwen-huis, ftrekken, tot aan de nieuwe Doelenftraat. Zy worden, in 't gemeen, de Nommerhuizen genaamd, om dat zy, boven de deuren,van tiommer 1. tot 11. getekend waren. Doch twee deezer huizen N°. 1. en 2. zyn, reeds voor eenige jaaren, verkogt. Elf diergelyke huizen werden, in 't jaar 1642, ook langs de oude Turfmarkt, door de Regenten van 't Gafthuis , van nieuws , opgetimmerd. Het Gajlhins-hof werdt, ten zelfden tyde, herbouwd , met zes en twintig wooningen , rondsom eene langwerpige plaats, die, in 't midden, door- fneeden wordt van een' toegang naar de Gaft- huis-Kerke. Ter wederzyde van deezen toe- gang, legt een Bleekveld. De huuren van alle deeze wooningen maaken een aanmer- kelyk gedeelte der inkomften van het Gaft- huis uit. Burgemeefteren en Raaden der Stad hebben, aan de Regenten van het Gaft- huis, op derzelver verzoek , meermaalen, verlof verleend, om eenigen hunner huizen en landeryen, zo tot afloffinge van gemaak- te fchulden, als tot andere nuttige einden, te |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Gast-
huis en Pest- huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
ter zyde tegen den ingang naar den Baijerd en
het Soldaaten-huis ftaande, zyn, toen en fe' dert, afgebroken , en met de plaats het Plein» blyde boek genaamd, vergroot; waar nu de de ingang van de btads Apotheek is, die toen» van agter de Stads Paardenftal, derwaarts werdt overgebragt. De gemeene muur, tus- fchen het Gafthuis en Oude-Mannen-Huis» ter gelegenheid der herbouwinge van het laatftgemelde, te zwak bevonden wordende» werdt, met bewilliging van Burgemeefteren» den agt en twintigften May des jaars 1755 gedagtekend, geheel aan de Regenten van het Gafthuis overgelaaten, mids die van het Oude-Mannen-Huis de venftergaten in dien muur, ten hunnen kofte, deeden digt met' felen (b). Wy komen nu tot eene byzondere befchry
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Huizen
van 't Gafthuis op den Klove- niers- burgwal en oude Turf- markt. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
r
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
vin ge van het tegenwoordige Gasthuis»
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
ö»1
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
welk nog, veeltyds, S. Pieters-Gaßhuis (1)
genaamd wordt. Het heeft zynen ingang op den Oude - zyds - Agterburg wal, aan de ooftzyde, digt naar 't zuidereinde, door eene aanzienlyke Poort, die, in 't jaar 1736', ver* nieuwd, en, van boven, met twee groote beelden, een' kranken man en vrouw ver' toonende , en, door Jan van Logteren, uit' gehouwen, verfierd is. Men komt, doof deeze poort, in eenen langen, breeden, open gang: in welken, ter linkerzyde, de Bur* gerwooningen, die, zuidwaards, in de Poort van 't Oude-Mannen- en Vrouwen-huis, welk naait het Gafthuis ftaat, door de Regenten van 't Gafthuis, gebouwd zyn, licht fchep' pen. Ter regterzyde, ziet men, meer bin'^ nenwaards dan voor de vertimmering de* jaars 1754, den ingang van den Baijerd,i° gr
(a) RefoJ. Vroedfch. Lr. S. 6 fan. iifsg. f: 4. L'. AA'
13 Dec. 1700. . Is. (b) Groot-Memor. N. XI. . 2oj.
(1) Sommigen hebben aangetekend, dat het beel"'
welk men, nu nog, op een der Stads pakhuizen, la"? den Grimburgwai, weftwaards van het Oude-zy°j' Heeren - Logement, geplaatft ziet, een S. Pieters bee' plagt te zyn; doch dat men , om eenigen te getD°L te komen, die zig (lieten aan den eerbied, dien » Turffchippers, in het doorvaaren der Grimneffeflu1^ naar of van de oude Turfmarkt, aan den Heilig be' weezen, het beeld zyne fleutels afgenomen, en ee°e Lauwerkrans opgezet heeft,- in welken ftaat, bet,n°ë tegenwoordig , gezien wordt. Zie Aantek. op V0l\ dels Hekeldigten bl. 56. in Oiïavo. Doch als me" aanmerkt, dat het S. Pieters Gafthuis, eerft "a ° verandering des jaars 1578, herwaards overgebr ° is, zal 't, veelligt, niet zeer waarfchynlyk v00r^J men, dat men, toen of laater, zou g°edseJ,n hebben, hier, een S. Pieters beeld te plaatfen; Icnoc»» op hetzegel van het Gafthuis, welk, nog tegemvoo dig, in gebruik is, een S. Pieter met de ileuteis afgebeeld. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
.;/
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Gaflbuisn
Hof. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
f») Refol. Vroedfch. N. $. 2y OBob. g Not», ijj«,
(x) F. VON ZESEN hl. 3215.
(y) Zii de Kaart van BalTH. FloriszOON.
(ï.; Refol. Vioedfch. N. j. zo M«mt US7. '
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
!V. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||
|
245
|
|||||||||||||||||
|
Die eenige befmettelyke kwaal hebben, wor-
den niet in den Baijerd ontvangen. Als de gaften te bedde waren, plagten hunne klee- deren, door de bedienden van den Baijerd, in manden vergaderd; voor de deuren der geflooten flaapkamers geplaatfl, en des mor- gens wederom uitgeleverd te worden. Doch dit is nu buiten gebruik. De gaften worden niet uitgelaaten, voor dat men, in de flaap- vertrekken, onderzoek gedaan heeft, of 'er ook iet uit den Baijerd gemift wordt (e). By hun vertrek, krygen zy, veeltyds, eene ver- maaning , om zig van Bedelaarye te ont- houden. By den Baijerd, ftaat een wafch- huis, een vatenhok en een rookhok. Even voorby den ouden ingang van den
Baijerd; doch eer men aan den tegenwoor- digen ingang komt, ftaat het Soldaaten- nu het Mannen-Gafihuis, welk, by de vertim- mering van den jaare 1754, zeer veel ver- beterd is. Het is een lang vertrek, ter we- derzyde bezet met negen en veertig Bedfte- den, twee van welken gefchikt zyn voor zulken, die raazende koortfen hebben, of niet wel by 't hoofd bewaard zyn. 't Ver- trek komt uit in eene lange gaandery, al- waar de Binnenvader en Binnenmoeder van 't Mannen-Gafthuis hunne wooning hebben. Ook zyn hier een wafchhuis, en andere ge- makken. Ten einde van den gang, in welken de ingang naar den Baijerd en't Mannen-Gaft- huis is, komt men, door een groote deur, die nogtans maar zeldzaam geopend wordt, en door eene poort aan de zuidzyde, boven wel- ke, de fleutel, het teken van S. Pieter, ftaat, langs eene open plaats, daar de Poortier zyne wooning heeft, in 't Vrouwen-Gafihuis, welk, in een midden-gebouw, zig (trekkende noord- en zuidwaards, en twee vleugels, die ooil- waards loopen , verdeeld is. In een der vleugels, worden zulke vrouvvsperfoonen ge- legd , die hier in 't kraambedde gevallen zyn, of, buitens huis, verloft zynde, herwaards gebragt worden. Ten einde van deezen vleu- gel , in 't ooften, is een vertrek, daar de vrouwsperfoonen verloft worden. Wyders, zyn 'er,aan'tVrouwen-Gafthuis, twee ver- trekken gevoegd, waar de lyders van den fteen gefneeden, en geplaatft worden. Nog heeft men hier een wafchhuis, een turf hok, en andere vertrekken, tot nuttig gebruik. Langs de wanden van 't Mannen- en Vrouwen- Gafthuis, voor de lichten boven de Bedfte- den, loopen breede gaanderyen, die tot ver- fcheidenerlei gebruik dienen, en waarop, des noods, ook krebben zouden können ge- field worden. Het Vrouwen-Gafthuis heeft in 't geheel zeven en tagtig Bedfteden, die |
|||||||||||||||||
|
genaamd, naar 't fchynt,om dat 'er allerlei
behoefcigen, zonder onderlcheid, in ontvan- §en j en drie nagten geherbergd worden. Men hadt zulk een Baijerd reedsin'tLieve- Vroinven-Gafthuis gehad , gelyk my , uit zekere Quitantie der Regenten van het zelve van den een en twintigften Oftober des jaars £573 > en zelfs uit de oude Renteboeken, ge- bleeken is. Pontanüs(c) getuigt ook, dat: aan 't S. Pieters-Gaithuis in de Nes, in t jaar 1504, een Baijerd, geftigt is: 't welk f°mmigen (d), ten onregte, van den Baijerd in het tegenwoordige Gafthuis verftaanheb- "ben. In zeker oud Rentcboekje van Sint e riet er s Capelle ende gaflhufe ,nogtegenwoor' ®lg-> in't Gafthuis, voorhanden, vind ik dee- ze woorden: Item -voy hebben ontfangen van ineefter pieter f ranfen een bedde in die heyert, wn armen op te herbergen: en ineen ander, wordt gefproken van een huis in gansoort, nu de Nes, naeft onfe heyert. Waaruit klaar- lykblykt, dat," ook in 't S. Pieters-Gafthuis ln de Nes, een Baijerd plagt te zyn. Bo- Ven den tegen woordigen ingang van den Baijerd , leeft men, 't gene , voormaals, Voor den ouden ingang, plagt te ftaan: Drie nachten langer niet herberg ik die 't
behoeft , ■E« houd de vierde uyt de fcoifiers en 't ge-
bueft. koorts, komt men, langs eene kleine open
plaats, in een vierkant vertrek, met eene naardfiede of ftookplaats in 't midden, die , ^ndsom, met banken omzet is. Mans- en ^rouwsperfoonen, voor af, tegen den avond, by den Vader van den Baijerd, onderzogt, jn aangenomen zynde, worden, op deeze ^nken, geplaatft; en getoefd,met defpy- . ,e > die de zieken hebben overgelaaten, en .(aarna, boven dit vertrek, te bedde gebragt, J.1 krebben , geplaatfl in vier byzondere , aapvertrekken <
twee voor mans-, en twee
(j00r Vr°uwsperfoonen. Des morgens, wor-
0 n^e' wederom uitgelaaten; doch zonder terff^n' 'C We^ a'' federt veele jaaren, ag- nafften is* En op deeze wyze ' drie de, worden*?' Sfherbergd geweeft zyn-
in Lc, 1 y' volgens de orde van thuis, g zes weeken tyds* iet wederom in den «aijerd ingenomen: hoewel hierin, fomtyds, ^redenen ,_ eenige oogluiking gebruikt j^ordt. Die m den Baije?d vernagten wil- ren Jten .Z1S' des zomers , voor zes uu- voo'r ?dej Winters' yoor zonnen-ondergang, de deur van de" zelven, vervoegen. tt zrsf.n, h. 32j.
H-STuk. |
|||||||||||||||||
|
Gast-
huis en Pest- huis. |
|||||||||||||||||
|
Mannen-
Gafthuis- of Sol- daaten- huis. |
|||||||||||||||||
|
Vrou-
wen- Gafthuis. |
|||||||||||||||||
|
rein
|
|||||||||||||||||
|
(e) Handv. }/. 272,
II |
|||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
III. Dekl.
|
||||||||||||||||||||||||
|
246
|
|||||||||||||||||||||||||
|
't f* AS*f"
nog een oud iUtaarftuk, welk, in eene/ref Büis.
Nonnen-Kapellen,fchynt gebruikt geweeft te jflJlS # zyn, benevens een oud Regenten-gezellchap. pEsi- Agter deeze Kamer , is een wel gefchikt Spreekvertrek, alwaar ook de oude brieven en Papieren van 't Gafthuis, in kaffen, be- waard worden. De Wapenborden der "e" genten hangen in een fteenen Zomerhws> welk uitziet, opeen' grooten boomgaard, die v eenen uitgang heeft op 't Gafthuishof. *n tejf&r den noordweitelyken hoek van deezen booflj' Ka»"*' gaard, is de Hamer der RegenteJJen, een wei' nig uitwaards, getimmerd. Wyders, is hiel* omtrent een Spreekvertrek en groote koo- ken. Wy fpreeken niet van de kelders en andere gemakken, die het Gafthuis zo be- kwaam maaken, tot het einde, waartoe
het
geftigt is, als eenig diergelyk hier te Lande-
De ooftelykfte poort of deur, op 't vooï' plein van 't gebouw , is de toegang naa* de. Stads Jpotbeek, die, in- 't jaar 1754, vafl nieuws getimmerd is, en uit welke het Gaft' huis, welk, voormaals, zyne byzondereA' potheek plagt te hebben, nu ook van g2' neesmiddelen voorzien wordt. By dezelve» is ook een ftookvertrek gevoegd. Wyders» zyn, by de Apotheek, twee ruime vertrek' ken, een, ten dienfte der Stads Doftoren» die aldaar de behoeftige kranken onderzo^' ken, en een, ten dienfte der Stads Chiruf' gyns. By deeze vertrekken, is eene ovef' dekte gaandery , daar de lyders, die, va11 Stads wege geholpen worden, vertoeven- Van de Stads Apotheek zullen wy, hier na» nog eenigszins byzonderer, handelen. j$. Onder de beftiering der Regenten v& $Ur
het Gafthuis, ftaat ook het w. f"
P E STHUIS,
welk wy nu, kortelyk, befchryven moeten-
De menigvuldige en aanhoudende PeftzieK' ten hier ter Stede, byzonderlyk in de vy tiende eeuwe, heeft het opregten van Pe#' huizen , al vroeg, noodzaakelyk gemaald;' Ook hebben wy reeds gemeld, dat het % Pieters Gafthuis, in de Nes, en het Lie^e' Vrouwen-Gafthuis, op den Nieuwendyk ' beide van Pefiilentie-huyfen voorzien wafgf} () ^ Was dan niet vreemd, dat men,y deeze Gafthuizen, na dat dezelven, in "e Kloofters der oude en nieuwe Nonnen, ^a' ren overgebragt, ook een Pefthuis voeg^' Wy hebben reeds aangemerkt (g), dat k~ tegenwoordig Verbandhuis , eertyds , et^ Pefthuis geweeft is. Het was, door de mee"" gemelde floot, van de andere Gafthuizen*»' |
|||||||||||||||||||||||||
|
Gast-
huis en Pest- huis. |
rein en net onderhouden worden, en nog
eene Bedftede, voor zulken, die niet wel by 't hoofd bewaard zyn. Eene Binnenmoe- |
||||||||||||||||||||||||
|
der is 'er over 't Vrouwenhuis, die ver-
fcheiden' dienftmaagden heeft. Zy heeft eene afgezonderde verblyfplaats, ten einde van een der vleugels van 't gebouw. Uit het zelve, komt men, in de reeds gemelde lan- ge , overdekte gaandery, ruftende op ronde fteenen piiaaren, en loopende langs de floot, die, eertyds, de twee Nonnen-Kloofters plagt te fcheiden. In deeze gaandery, worden de lyders, die uitwendige ongemakken hebben, Verband- of gekwetft zyn , onderzogt. Langs eene huis. brug, die over de floot legt, treedt men in 't Verbandhuis, 't welk, eertyds, tot een Peft- huis diende, en waar nu allerlei uitwendige ongemakken, die voorwerpen der Heelkonft zyn, befmettelyken uitgenomen, genezen worden. Het is in een beneden- en boven- vertrek onderfcheiden. Het eerfte, voor mannen gefchikt, heeft negen en twintig Bedfteden: het tweede dient voor vrouwen. In het zelve, ftaan , doorgaands, omtrent twintig open krebben. Agter 't Mannen- vertrek, is een kleiner , daar zulken , die zwaare ongemakken hebben , gelegd wor- den. Men heeft ook, by 't Verbandhuis, een wafchhuis en bleekveld. Ook is, van buiten, tegen het zelve, een ftookhuis voor den Apotheker getimmerd. Hieromtrent is ook een vertrek, daar fomtyds Ontledingen gefchieden. Het opzigt over 't Verbandhuis is aan een' Binnen vader en Binnenmoeder toevertrouwd, die eenige bedienden onder zig hebben. De knegts van 't Verbandhuis haaien de onbekende drenkelingen en be- hoeftige dooden , met de Gafthuiswagen, naar 't Verbandhuis; waar menze, eenigen tyd, in een vertrek, het Doodenhuis genaamd, nederlegt; waarna zy gekift, en-, met de fchuit, naar 't Kerkhof van 't Pefthuis, ge- bragt en begraaven worden. Weftwaards van 't Verbandhuis, ontmoet men eene Tim- merloots, en ooftwaards, de Bakkery en de Brouwery. In 't Gafthuis, wordt tweederlei brood gebakken, tarwenbrood, en brood, voor een derde, uit rogge, en voor twee derde, uit tarwe beftaande. Doch men brouwt 'er driederlei bier, zwaar, middel- baar en dun. Het laatfte wordt veel, ten dienfte van zieke ingezetenen, die 't willen laaten haaien, uitgedeeld. Men betaalt 'er of niets voor, of eene gift, naar zyn wel- gevallen , in de Boffen van 't Gafthuis. |
|||||||||||||||||||||||||
|
Regen-
ten-Ka- mer. |
Aan de zuidzyde van het open plein, naaft
de groote Poort, zyn vier deuren of poorten. |
||||||||||||||||||||||||
|
De weftelykfte is, langs eene gaandery en
open' plaats, de naafte toegang naar de Kamer der Regenten, die niet groot is. Men ziet'er |
|||||||||||||||||||||||||
|
»4'
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(f) Zie I. Deel, I. Boe^, hl. ï«. en Wei VOO*, il.
(/) Hier voor. bl. 246. |
|||||||||||||||||||||||||
|
1V. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGTEN.
|
H7
|
||||||||
|
gefcheiden. Doch men bevondt^ door den loopt, die met de graft om het huis gemeen- Gast-
tyd, dat de beimetting, desonaangezien, tot fchap heeft, en over welke, eene houten en Huis «« de naafle wooningen, voortfloeg: waarom, twee fteenen bruggen leggen. Van deeze Pest omtrent het jaar 1616, raadzaam geoordeeld Plaats, heeft men, door vier groote Poor- HJIS' werdt, een nieuw Pefthuis te ftigten buiten ten, toegang naar de vier vleugels van 't de Heilige-wegs-Poort, ten zuiden van den gebouw, welker mtmren wel drie en een Heiligen Weg, in 't open veld. Dit Huis halve voet dik zyn. De voorgevel is, in 't Wasi omtrent den jaare 1660 , byzonder- midden, met een uitftek of paviljoen, ge- tyk kenbaar, om dat 'er een os boven de bouwd: waarin, ter regterzy de of ooflwaards, poort afgebeeld was (h). Doch 't was, reeds de Regenten - Kamer, en ter linkerzyde of jang te vooren, te klein bevonden. Ook lag weftwaards, de wooning van den Binnenva- het te digt aan den weg: waarom het verlaa- der van 't Huis geplaatft zyn. Voor den ten, verkogt, en met verfcheiden' woonin- fchoorfteenmantel der Regentenkamer, ziet £er* j betimmerd werdt. 't Gebouw heet egter men de wapens der dienende Regenten, ten n°g het Oude Pefihuis, en beftaat uit tien tyde der jongfte herbouwinge, Mr. Gerard wooningen, vier aan den Heiligen- of O- Aamout Hajfelaer, Bartholomeus vandenSant- vertoonifchen-weg, twee aan elke zydevan heuvel, Samuel Elias Coymans, Rombout Le- £ene Poort, en zes in de Poort. Zo dra men peltak, Andries Munter en Bartholomeus Muyl- beüooten hadt, het oude Pefthuis te verlaa- man. Voortgaande, treedt men, door eene ten, was men bedagt, op het ftigten van binnen - poort, in een vertrek , welk den ^en ander. Het Gafthuis bezat een ftuk gantfchen voorgevel van 't gebouw beflaat. t-ands, omtrent half weg den Overtoom, Het is in tweeën verdeeld, door twee hou- "ff Blaau'we Zok genaamd, en vyf of zes kam- ten befchotten , en heeft eenen ruimen door- Pen benoorden den Heiligen weg, in de Stads gang naar de Binnenplaats, in 't midden. Ook bolder, gelegen. Hier vondt men geraaden, heeft het gemeenfchap, met een diergelyk een nieuw Pefthuis aan te leggen. De Stad vertrek, langs den weftelyken zydgevel. Bei- verftrekte 'er vier en twintig duizend gul- de deeze vertrekken zyn gefehikt voor kran- ^ens toe (i). Op den twintigflen July des ke, onnozele en ongeregelde vrouwsperfoo- jaars 1630, werdt de eerfte fteen aan 't ge- nen. Het tweede isgemeenlyk vol,en vond bouw- gelegd, door den Heer Comelis Has- ik 'er,op het einde van May desjaars 1765, fifoer. in .yyf jaaren tyds, werdt het vol- omtrent tagtig krebben bezet. In het eerfte, tooid. Het koftte , behalve den grond, zyn eenige bedfteden, waarin zulken, die eenhonderd zeven en veertig duizend negen moedwillig zyn, of beginnen te raazen, voor Südens en vyftien ftuivers. Doch 's nagts eenen tyd, opgeflooten worden. By dit ver- ?a den veertienden April des jaars 1732 (2), trek,zyn, ten wedereinde, eene bergplaats |s het gantfche gebouw, by ongeluk, van voor Kookengereedfchap, Bottelery, Schaf- "innen, genoegzaam geheel, afgebrand: huis, Kooken en andere gemakken geplaatft. *j^ar kort daarna, wederom, byna indezelf- Ook een bekwaam vertrek voor de Kooken- ^e gedaante, herbouwd. moeder. Langs den agtergevel van 't ge- Men heeft-, van den Heiligen- of Over- bouw, is een vertrek, voor diergelyke man-
tQomfchen weg , over eene houten brug, nen gefehikt,als in de twee voorgemelden, toegang naar het Pefthuis, door eene lan- vrouwen geplaatft zyn. Ik vond 'er , ten §e. laan, ter wederzyde met boomen bezet, voorgemelden tyde , drie en zjeftig open Jlgt aan 't einde deezer laan, treedt men, krebben,^die , grootendeels, bezet waren. ?Ver twee fteenen bruggen , van welken Ook zyn 'er twee bedfteden, ter opfluitinge /e tweede , met een groot yzeren hek , van kwaadwilligen of raazenden. De Zie- , an de laan afgeflooten is, en over eene kenvader der mannen heeft eene Kamer by nouten brug, jn >t gebouWj we\k rondsom dit vertrek. In 't Poortaal voor het zelve, n t water legt, genoegzaam vierkant, en is de ingang naar de Apotheek, daar egter van gebakken fteen gebouwd is. De vier thans weinig voorraad van geneesmiddelen .gevels van 't geb0Uw ftaan langs eene rui- bewaard wordt, alzo dezelven, van tyd tot vf ' V1te Binnenplaats, met boomen tyd, zo wel als het Bier en het Brood, uit ^-zet , midden do0r Welke eene vaart het Gafthuis , herwaards gebragt worden. ( Agter of nevens de Apotheek, is een wafch- ,teÄN.Is. , , huis. In_den vierden of ooftelyken vleugel
(2-) w * ° 7un? lSi°-f- JSZ- van 't gebouw, plagten, voormaals, net op-
fx^^Qhuen''m^Hiflor^ der Stad (il Deel, gemaakte bedden te leggen, die zeldzaam
Aïten^ gebruikt werden; waarom dit vertrek het Se 't?^"$*^%i&g?&?£ Pakhuis genaamd werdt. Doch men heeft
boeteren. '6 'er, na de jongfte herbouwing van 't Huis, Iï 2 der-
|
|||||||||
|
248 AMSTERDAMS III. Deel.
Gast- dertig hokken voor dolle menfchen getim- Schepen. En, federt het jaar 1717, bezit öa«^
huis en mera j die, veeltyds, van zulke elendigen het Gafthuis de Ambagtsheerlykheid van h^, huis" vol zyn. In ieder derzelven, is eene kreb Kortehoef, en twee flukken Lands, in 't Stigt büjS# en een heimelyk gemak. Men heeft'er, be- van Utrecht, die, aan de Regenten, inOc- halve deeze hokken, nog twee bedfleden, tober des gemelden jaars, verkogt en opge* waarin men de lyders opfluit. Van binnen, draagen zyn, door Jongkvrouwe CatHA- langs de wanden der vertrekken, van welken rina Heerman van Zuidwyk, die Wy gefproken hebben, loopen, even als in den koopprys aan het Gafthuis gefchonken 't Gafthuis, gaandcryen boven de krebben heeft. De Regenten hebben , federt den en hokken, voor de lichten van elk ver- agt en twintigften January des jaars 1656» trek, alwaar de gewaflchen kleederen en 't het voorregt gehad, om, in alle openbaars lynwaat gedroogd , en alwaar ook, des Kerken deezer Stad, plaats te mogen nee- noods, krebben zouden können gefield wor- men in het Kerkmeefters-geftoelte (v), wel- den. Op eenigen afftand van 't_ gebouw ten ke plaats hun ook, als Kerkmeefters der Gaft- weften,ftaan twee fleenen huisjes, het eene huis-Kerke, toekwam. Zy vergaderen, eens wat grooter dan het andere, en beide voor- ter weeke, des Woendags na den middag. De zien van een kagchel en van krebben. In RegentefTen komen, gewoonlyk, des Vry- deeze huisjes, worden zulke mans envrou- dags, byeen. De Regenten van het Gaft- wen geplaatfl, die befmettelyke kwaaien huis, en van alle de andere Stads Gods- efl hebben. Nog verder af, zyn twee begraaf- Werkhuizen zyn, tegenwoordig, in gevol^ plaatfen of Kerkhoven, alwaar de lyken van ge van een befluit der regeerende en Oud- zulken, die, hier of in 't Gafthuis, fierven, Burgemeefleren van den jaare 1764, ver- of daar, of hier dood gebragt zyn, begraa- pligt, by hunne aanflellinge, met eede, te Ven worden. Op het eene, worden de kis- belooven, dat zy zig, in de beflieringe de* ten vyf, en op het andere, zeven hoog bo- byzondere Gefügten, eerlyk en getrouwe" ven eikanderen geplaatfl. Als het eene vol lyk, kwyten zullen (ii>). ts- is, begraaft men op het andere. Het eerfle De Regenten van het Gafthuis hebben ee*^'
kan, in gewoone fterftyden, ruim twaalf, nenBoekhouder in hunnendienft, die van dep^ het andere vyf en twintig jaaren gebruikt inkomften en uitgaaven van het Huis aante* At- worden , eer het behoeft te worden ledig kening houdt, en de rekening, welke, jaar? j> gemaakt. Het Pefthuis en het naafte omgele- lyks, aan Burgemeefleren gedaan wordt, op'' gen land zyn nog binnen de Vryheid der Stad; maakt. Voorts, zyn 'er twee Doótoren en twee doch de twee Kerkhoven, de twee gemelde Chirurgyns van het Gafthuis, en een Do£tof huisjes, en zelfs het buitenfte pad langs de en een Chirurgyn van het Pefthuis, die al' floot ten weflen, leggen onder 't gebied van len, door de Regenten, gefield worden. V^ Nieuwer-Amftel. de Binnen-vaders en Binnen-moeders en aö' Regen- De beftiering van het Gafthuis en het dere Bedienden, in beide de Huizen, het'
ten en Pefthuis flaat thans aan zesR e gen te Nen ben wy reeds melding gemaakt. /"' Regen- zes Regentessen of Buitenmoe- Het Gafthuis bezat, van ouds, veele la»1',$^
vaifhet DERs, die, voor hunleeven, of, ten op- deryen buiten, en ook een goed getal V^V^ Gafthuis zigte der eerften, ook tot hooger bevorde- huizen in de Stad: onderde laatflen, V$$\é' en Peft- deringe toe, door Burgemeefleren, gekoo- welken wy 'er reeds eenigen hebben opge'(^is. |
||||||||
|
huis.
|
||||||||
|
ren worden, uit de deftigfte ingezetenen, noemd, waren'er ook een aanmerkelykge^"
Onder de Regenten, is, eertyds, en nu we- over de Prinfengraft, in de nieuwe uitleg' derom, federt het jaar 1743 (t), een geweeft ging, en byzonderlyk, in de eerfle Wete' van den Roomfch -Katholyken Godsdienft ringsdwarsftraat,die de Regenten, in 't'}$ Doordien het S. Pieters Gafthuis, van ouds, 1670, hadden laaten bouwen, tot voortz^f een Van de vyf grootfte ingelanden was in ting der Weeverye, Wolkammerye en l_ Nieuwer-Amftel of Amflerveen («)j zo is gene daartoe behoort, welke handwerk: een der tegenwoordige Regenten altoos men> ten dien tyde,fterk aanmoedigde(*/' Heemraad, en op zyne beurt ook Dykgraaf De huuren deezer huizen en landeryen, z, vanditHeemraadfchap. Burgemeefleren van verre het Gafthuis dezelven nog bezit, m^* Amfterdam, als Ambagtsheeren van Nieu- ken ."een groot gedeelte van deszelfs i"k0l> wer-Amftel, verkiezen een' der Regenten ften uit. Doch de laatftgemelde huizen in d^ tot deeze waardigheden, 't Gafthuis is ook nieuwe uitlegging zyn , federt eenige ja3 Hoofd-Ingelande van Weesperkarfpel, en reJ]' gevolgelyk, een der Regenten kiesbaar tot (v) Groot.Meraor. M IV. fi ti ^ t1
(w) Refol. van den Oüd-kaad van Burgemeeft. V'
|
||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
249
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren, allen verkogt. Het Gaflhuis bezit ook, den können (a). Men heeft, hierom, ook Gast-
nevens het Oude-zyds-Huiszittenhuis, de opgemerkt, dat'er zeer veel meer vreemde- HUIS m
groote en de kleine Kraan (y), die, laatflelyk, lingen dan ingezetenen in ontvangen wor-^J'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Jfcfll
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ïtü
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
;s.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
m t begin deezes jaars 1765, voor driedui
zend guldens in 't jaar, verhuurd zyn. Voorts, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den. Immers, in't jaar 1623, vondtmen,
onder de zevenhonderd zieken in 't Gäfl- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
geniet het Gaflhuis de aalmoeffen, die, in huis, maar eenen Poorter (b). Het mag,
de Vroeg-Predikatie, en in de Namiddags- derhalve, met regt, den naam van Gafl- of Predikatie, in de Gaflhuis-Kerke, door den Vreemdelings-buis (3) draagen. Men rekent, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
er, van de tweeduizend zieken, die,
t Gaflhuis komen,
en zeflien
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Poortier, en door een' der twee Binnenvade
|
dat
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren, welken, om de maand, beurt houden, ver- by g
zamekl worden, 't Gene, in de Voormiddags- omtr
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Predikatie, ontvangen wordt, is voor de Dia- honderd genezen worden.
conie. De Turf, die, tegen 's Lands Pia- Op den eerflen Juny deezes jaars 1765,
kaaten, in de Buitenvelder- en Middelpol- vond ik, in 't Vrouwen - Gaflhuis, honderd
der, gebaggerd, en uit dien hoofde, ver- vier en dertig: in't Mannen Gaflhuis of Sol-
beurd verklaard wordt, komt ook ten voor- daatenhuis, zes en veertig zieken: in'tVer-
deele van het Gaflhuis. Het geniet een en bandhuis, twee en veertig mannen, en een
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en vyftig vrouwen: en in 't Peflhuis, vier
en zeventig mannen, en honderd vyf en twintig vrouwen. In de week te vooren, waren 'er, in beide de Huizen, ingekomen drie en dertig, uitgegaan vier en veertig, en geflorven veertien perfoonen. Wy hebben, in de Befchryvinge der Gafl- Naamen
huis-Kerke (V), de naamen der Regenten ^er °ud' van 't Gaflhuis, die te gelyk Kerkmeefle-g|nten\ ren dier Kerke zyn, geplaatft, van 't jaar 1578 af, tot op 't jaar 1761: waarbywyhier |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
een halve groot in de twaalf, op ieder pond
Vlaams rantfoen van de veroverde en ver- beurd ver klaar de goederen door de Admira- liteit hier ter Stede; die ook haare zieke en gekwetfle Bootsgezellen en Soldaaten, tegen redelyke voldoeninge, in het Gaflhuis, zendt. Voor de kranke of gewonde Soldaaten, die te Lande gediend hebben, en in 't Gaflhuis ge- bragt worden, is aan het zelve, van wege "s gemeene Land, zes fluivers 's daags voor |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
komflen, zyn de laflen van het Gafïhuis zo afïeenlyk voegen Jean Philip Gilles, die, in't
zwaar, dat het, van tyd tot tyd, uit Stads kas- jaar 1764, Regent geworden is. Zie hier nu de *"e, onderfleundI moet worden. De meeflean- naamen der Regenten van het S. Pieters- dere Godshuizen en Kerken genieten, bo- Gaflhuis alleen, die, van't jaar 1511, tot ven hunne gewoonlyke inkomflen,die op ver- het jaar 1577 ingeflooten, gediend hebben: «f na niet können toereiken, ookonderftand |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
u« Stads kaffe: en beloopt de onderfland aan
allen, tegenwoordig, door een, meer dan eenhonderd en vyftigduizend guldens in't jaar. Wyders, heeft het Gaflhuis, in 't jaar 1626, Aet voorregt verkreegen, om zyne fchulde- Jaars, ter eerfier aanleg, voor 't Hof van Rolland, te mogen dagvaarden. Wy fpree- *en niet van de vryheid van Verpondingen, cn van 's Lands- en Stads - Impoflen en Ex- ynzen , die het Gaflhuis, met verre de |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1511. Jan Claasz. van Hoppe.
1511. Jan Claasz. Sillemoer. 1511. SybrantBuyk. 1511. Jacob Pieter Gaven.
1512. Jonge Dirck Klaasfoen.
1512. Willem Splinter.
1513. Pieter Thomasz.
1513. Hob Jacobsz. ij 14. Pieter Symonsz.
1515. Koert Jorisz.
1520. Frans Claasz. Heinen.
1522. Claas in de Kat.
1523. Volkert Jansz. Snyder.
1525. Jan Dircksz. Syl. 1525. Cornelis Brunt. 1525. Claas Claasz. Kloeck.
1526. Cornelis Sybrantsz. Buyk.
1529. Pieter Jansz. Ackerman. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
heeft.
|
Men mag 't ook, onder de
|
voor-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
geSeefT"1 het G^huis, rekenen,dat Bur-
tiVfl-pn T n' reeds °P ^en negen en twin- bebn, datKer,S-JaarS ^ verkIaard. ^
zelve te ontvang1* T8^n zou'in^et VWMmii^rT". Ult hoofde van eemge Oolïïgd£ God^ienflige belydenis (z\ van H Tn eene dierlelyke verklaaring van dej vyf er^twlntigften January des jaar! .«86 dat het GafthuisSgeenJprov/niefsJhuis lySar een e^el ^huis, waar armen en
nden> om met> hulp en onderhoud vin- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1529.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
{*) Groot-Memor. N. VII. . iS8. Handv. *'. 271.
(b) DOMSELAER IV. Boei, bl. 117. COMMEX.1N bl,
(c) III. Deel, II. Boel^, kL- "»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
J4I.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(3) In onze oudfte Keuren, komt het w oord gafl
meermaalen voor, in de betekenis van Vreemdeling. Item, leeft men daar, enen zeeuaerdigen man, is by poirter ofte gaste. Keurb. A.f.2, Zie ook f.i23verfo, Handv. bl. 705. Ii 3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2ï.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Deel, I. Boei, bl. «7.
V. . lip verf..
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
/Vi p*e m
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Defx.
|
|||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
aso
|
|||||||||||||||||||||
|
Manim*
|
|||||||||||||||||||||
|
Claas Vermoy.
Jan Pietersz. Schaap.
Gerrit Huift.
Ysbrant Pieter Copszoen.
Cornelis Gerbrandsz.
Vechter Claasz.
Gerrit Wilkensz.
Jan Oom Jansz.
Cornelisz Anthonisz. Schilder.
Jan van Hoppen.
Jooft Sybrandfe Buyk.
Pieter Foppenfe.
Simon Kops Claasfoen.
Gerrit Claasz. Thenes.
Claas Claasz. Stapper.
Laurens Symensz.
Elbert Marcus.
Claas Jacobsz. van Leyden.
Jan Claasz. Kat.
Jan Janfen.
Pieter Pietersz. Occo.
Claas Hoyert Claasz.
Bouwe Jacobsz.
Jan Vechterfe.
Marten Jacobsz. op 't Rockin.
Cornelis Willemsz. van Rieck.
Cornelis Jansz. int RoodeKruys.
Jan Vechters.
Dirck Meynertfe Pater.
Cornelis Gysbertsz.
Hendrik Cornelisz.
Cornelis Jacobsz. Brouwer.
Dirck Jansz. Deyman.
Gerbrant Claasz. Benning.
Thomas Symonsz.
Jacob Cornelisz. Brouwerszoen.
Frans Dircksz. Otter.
Cornelis Franszoon.
Mr. Albert Pietersz. Canter.
Sybrant Jooften Buyk.
Jacob Meinertsz. Brouwer.
II.
|
|||||||||||||||||||||
|
HetMANNEN-TüGTHUis,veeltyds, ^uüT.
blootelyk, het Tugthuis, en, in 't ge- uis < meen, het R a s p h u i s genaamd, ftaat op rasp- den Heiligen-weg, aan de zuidzyde, tegen HÜIS" over de Voetboogsftraat, ter plaatfe, daar, BeftW weleer, het Clariiïèn-Kloofter plagt te zyn > ^t%i* van welks Stigtinge in den aanvang der zes- K£N. tiende eeuwe, wy, reeds by eene andere ge- 'ïvoX\ legenheid (d), gefproken hebben. Dit Kloos- ^lSJ ter was, nog geenetagtig jaaren, volbouwd £*IS# geweeft, toen de Vroedfchap deezer Stad niei- befloot, een gedeelte van het zelve te fchik- ^\\%{0t., ken tot een Tugthuis voor mansperfoonen. de°Pjfl Gelegenheid hiertoe gaf niet, gelyk fommi- ''"j^K* gen (e) gemeend hebben, het Plakaat der be Staaten van Holland van den zeftienden De- cember des jaars 1595, tegen dievery ten platten lande en in de Steden, die, ten dien tyde, meer dan voorheen, door landloopers en bedelaars, gepleegd werdt (f): het befluit der Vroedfchap, tot de opregtinge van een Tugthuis, was genomen, meer dan zes jaa- ren voor dat dit Plakaat in de weereld kwam (g). De Oud-Burgemeefter CornelisPie- terszoon Hooft heeft 'er, niet lang na de opregting van het zelve, eene andere reden van gegeven, te weeten, de zwaarig- heid, die 't Geregt, al terftond na de ver- andering der Regeeringe, in 't jaar 1578» maakte, om dieven ter dood te verwyzen (b). En dit komt genoegzaam overeen, met de- aangehaalde R efolutie der Froedfchap, waar- in, uitdrukkelyk, gelezen wordt datSche- penen zwaarigheid maakten, om fommige kwaaddoenders, overmids hunne jongk- heid, Capitäal te ftraffen; en dat zulks gelegenheid gaf, tot het befluit, om een huis, tot caßyement van dezelven , te ftig- ten, en daartoe te neemen het Clariflen- Kloofter." Ook leedt het niet lang, of men vondt geraaden, de Clariffên, die, te- gen de Keure, aan haar Kloofter getimmerd) en de Paufelyke Religie, in het zelve, geoe- fend hadden, daar uit te zetten, mids haaf verzorgende van onderhoud (i). 't Liep eg' ter nog eenigen tyd aan, eer het Tugthui* tot ftand gebragt was. In April des jaatf 15951 was net volbouwd (k). En op den derden February des volgenden jaars, kwä' men de eerfte twaalf gevangenen in he1- Tugthuis (/). In 't zelfde jaar 1596, zorg^s men reeds, om het Huis, met nieuwe in* komften, te voorzien, aan het zelve, v°ot twee of drie jaaren, by provifie, toeftaande |
|||||||||||||||||||||
|
1529.
I53I-
I536-
1537.
1540. 1543-
1545- 1546. 1547-
1547- 1548. 1548. 1548. 1549- 1549- I5JI- 1553- 1553- 1556. 1558. 1561. 1563-
I5Ö3- 1564. 1564. 1564. 15Ö5.
1566. 1567.
1567. 1568. 1569. 1569. i57°-
1571. 1572- 1574- 1575- 1575- I57Ó. 1577-
|
|||||||||||||||||||||
|
Mannen
Tugt- huis of Rasp- huis. |
|||||||||||||||||||||
|
MANNEN-TUG THUIS,
of
RASPHUIS. De Tugthuizen deezer Stad zyn
drie in getal, het Mannen-Tugthuh of Rasphuis, het Frowwen-Tugthuis of Spinhuis, en het nieuwe Werkhuis; en de Regenten der zelven hebben rang na die van het Gaft- huis. Het Ferbeterhuis, fchoon onder een ander en minder beftier gefield, is ook eene foort van een Tugthuis, en kan, derhalve, nergens bekwaamlyker, dan agter de drie gemelde Gefügten, geplaatft worden. Wy laaten, hierom, de befchry ving van alle deeze Tugthuizen, op die van het Gafthujs, volgen. |
|||||||||||||||||||||
|
Getal der
Tugthuï- zen in Amfter- dam. |
|||||||||||||||||||||
|
(d) Zie I. Deel, I. Bee{, il. Jo.
(e) PONTANUS Libr II. Cup. IX. p. $!.
(f) Groot-Plakaatli. I. Deel, kol. 4SI. a.
(S) Refol. Vroedfch. N. f. 1» July ij»j»./ "' virjn (h) Zie II. Deel, XI. Boekj, bl. 414.
(ij Refol. Vjoedfch. N. 6. zi Oüob. >*»»
(k) PONTANUS Libr. II. Cup. IX. /> '8'
(l) Regift. der inkom. Tugtelinge« « »/ * '"**
|
|||||||||||||||||||||
|
GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 25r
W jf heffing van het Exuegeld, en de boeten, den jaars, tot het raspen van Verwhout, Mannen
jjutsof dle de zes en dertig Raaden, voor het laat binnen de Stad en derzelver Vryheid , alleen Tust. Jjj»s». komen in, en het wegblyven uit den Raad, bevoegd verklaard werdt (q). Het opregten F1* °f plagten te verbeuren (?n). Doch het Huis van eenen Raspmolen op den Zaandyk, te- n^' heeft deeze inkomften, naar 't'fchynt, niet gen over 't Kalf, gaf, federt, aanleiding, lang genooten. De toevloed van kleine jon- dat Burgemeefteren 0£troi verzogten van's gens niet llegts, maar ook van fterke mans- Lands Staaten, om, in hun Tugthuis, met perfoonen, by welken, fomtyds, meffen en uitfluiting van alle anderen in Holland en 0^ _ ander geweer gevonden waren, gaf gele- Weftfriesland, Verwhout te mogen raspen. Het"1 §enaeid, dat Burgemeefteren van 's Lands En zy verwierven't, op den elfden May des |el«e ver. Staaten Óclroi verzogten, waarby de Regen- jaars 1602, met deeze uitzondering alleenlyk, eH ten en andere Opzieners van het Tugthuis dat, zo eenige andere Stad inHolland goed- Vrygefproken mogten worden van alle naar- vinden mögt, een Tugthuis op te regten; maaning, zo zy, by ongeluk, eenigenTug- daar, indien men't geraaden vondt, zo veel teling, in 't verweeren van hun lyf,derwy- Verwhout zou mogen geraspt worden, als 2e > kvvetfen mogten, dat 'er de dood op binnen die Stad verhandeld werdt (r). In v°lgde: welk OcÜroi hun, op den veertien- laater' tyd, is aan de ingezetenen van Am- den Maart des jaars 1597, verleend werdt («). fterdam verbooden, eenig Verwhout, elders Dp den zeven en twintigften Maart des vol- dan in het Tugthuis, te laaten raspen, of |enden jaars, werden de Regenten, door breeken. Ook mag het Verwhout, welk Schout, Burgemeefteren en Schepenen,be- elders geraspt is, hier ter Stede, niet ver- voegd verklaard, om de Tugtelingen te ilui- kogt worden (j). De Regenten, federt hèt ten en te ontfluiten; derzelver arbeid te ver- jaar 1613 , of eerder , gekapte fpaanders, Naaren, of te verlichten; hen te ftraffen, buiten 't Huis,hebbende laaten maaien (t) , liet 'den kerker, met onthoudinge van fpy- nebben, eindelyk, volgens een befluit van 2é en drank, met ftokflagen, en zelfs met Burgemeefteren en Raaden van den jaare roeden-, reepen-, oftouw-flagen: wa'artoë 1656 (ü), zelven eenen Molen opgeregt, *Y> des noods, ook twee dienaars van den aan de Koftverlooren Vaart of nieuwe We- Schout zouden mogen gebruiken, zigegter, tering, niet verre van den Overtoom, al- ln zaaleen, die geeffeling of zwaarder ftraf zou- waar het Verwhout, welk niet bekwaamlyk ^n mogen fchynen te vorderen, vervoegende geraspt kan worden, of welk men verkieft ' aan rnyne Heeren van den Geregte (0). De te breeken en te maaien, tegenwoordig, met arbeid, die toen, in het Tugthuis, gedaan twee paar fteenen,in de plaats van een paar, ^erdt, was het trypwerken; waartoe, by gebroken en gemaalen wordt. Meer dan O^een- ^rgemeefteren , tot Meefter aangenomen ééne overeenkomft is 'er, tuflchen de Ra> deswege'' "'as zekere 'Jan Patent, op- den zeven en genten en de Verwkoopers, met toeftem- gemaakt. ^vincigftenjanuary des zelfden jaars 1598 (p). minge van Burgemeefteren, gemaakt, op het ~% het trypwerken, werdt, eerlang, gevoegd maaien en raspen van het Verwhout; op het £et wetven van Wollen- en Satynen bom- loon daartoe gefteld, en op de .afrekening j^zynen. En de weevery in het Tugthuis met de Boekhouders van het Tugthuis. De ;chynt, tot omtrent het jaar 1670, geduurd laatfte is van den vierden July des jaars 1763. .e hebben, waarna dezelve te niet geloopen O')- De Verwkoopers moeten, volgens deeze y.- Immers, ik heb, in de Re gifiers van het overeenkomft, jaarlyks, ten minfte, de helft ^ß%K, niet können vinden, dat men,na van de heele houten, die zy inzenden , aan - 2*H aJaar l667, eenen Meefter-weever heeft gebroken hout, te rug trekken, zo zy niet ^'- v^n^ftelcl- Doch niet lans; na 't aanneemen van de vryheid, om zo veel heel hout in te |
||||||
|
i*ars ivoo , n kwam'in c begin des ter begeerte van den Verwkooper, met aluin
*en arh4d ' , fyetl i met zulken, die dee- of kalkwater, gekleurd; doch zo zy 'er ee-
f'agten tp'l tad en derzelver Vryheid, nige andere kleur aan willen gegeven heb>
°ver ," , l ' 0ri? dien, voortaan, alleen ben, moetenze 'er zelven deftoffen fx*»ber
d^ZQV^n T^Tr- aTugthuis'wdk'°P ZOrgen' Een Verwkooper mag, jaarlyks,
.1 en twintigiten january des gemel- op
(m)^ ° (?) Keurb. rt. . ,4S.
fal ul- Vroedfch. N. 8 j jf (r) Handy, il, 4.
(/) f- 0,-M">mi"r N U f ,. f» KJactboefe van 'cZasgftl, W. 2. .4«« t einit.
K?) G,***fc£g; NU l\\\S- Handv- H. t4i. tv) Refol. Vroedfch ir K »* *.* i6,«. . ,éI vgtfr
* JV' "' I' I8Ï' (*) Groot-Memor. N, Kil. f. s7 virffl
|
||||||
|
a52 AMSTERDAMS III. Deel.
Mannek op den eerflen May, niet meer dan twintig Door deeze Poort, treedt men in een Poor- Mj^.
Tuot duizend pond, gefchild of ongefchild Cam- taal,alwaar de ingangen zyn naar de Kamer ^ 0f Kujs of pechie-hout, Sapan-hout, S. Maartens- of der Regenten; naar de wooning van den ^s?- HLAISP' Stokvifch - hout, Fernambuk - hout en geel ßinnenvader en naar eene kleine beneden- »ülS'K. hout, vier duizend pond van elkefoorte; zaal, alwaar'twee fchilderflukken hangen,^1- en maar drie duizend pond Vifet - hout, of twee Collegien van oude Regenten verbeel- wat meerder of minder van elke foorte, dende. Ook ziet men hier twee kleine fruit" doch, in alles, niet boven de drie en twin- ftukjes, door Ernfi Steuven of Staven, ter" tig duizend pond, en daaronder niet meer wyl hy, op 't einde der voorgaande, of ij1 dan drie duizend pond Vifet - hout, in het 't begin van deeze eeuwe, in 't Tugthuis Tugthuis hebben. Van alle hout, zonder zat, gefchilderd. Wy hebben, elders (y) > onderfcheid , wordt dertig Huivers , voor van deezen Schilder, en van de gelegen- rasploon; en van het Vifet - hout, vier en heid, by welke, hy in het Tugthuis raak- twintig, en van alle ander hout, twintig te, iet, uit anderen, aangetekend. Doch, Huivers , voor maalloon, van■de honderd federt, hebben wy, in de Eegifiers der in- pond betaald. De baaien, waarin, 't gebro- komende Tugtelingen, die, door de Regenten ken, gemaalen en geraspt hout gedaan wordt, in der tyd , gehouden zyn, gelezen, dat zyn ook op een' prys gefield, en die gebro- Steuven, voor zes jaaren in het Tugthuis ken gaaf hout inhouden , met Stads wapen; gezet zynde, op den tienden July des jaars die hout met de bafl inhouden, met Stads 1698 ,ingekomen,en, afflaggekreegenheb- wapen en.de letters TH., en die rothout bende, op den dertigflen April des jaars 170 r, inhouden , met de letters THR,, zonder wederom ontllaagen was: en dathy, twaalf Stads wapen , gemerkt. De Bedienden van dagen daarna, voor de tweede reize, in het het Tugthuis mogen, op geenerlei wyze, zelfde Tugihuis gezet, en, op den derden hout in het zelve zenden; veel min , als February des jaars 1702 , andermaal, op vrye makelaar, ftaan over inkoop of verkoop van voeten gefield is: 't welk wy hier welheb- Verwhout. Wy behoeven niet aan te mer- ben willen melden, op dat men , daaruit» ken, dat de naam van Rasphuis het Tugt- ons voorig verhaal nader zou können ophel' & huis van 't raspen van 't Verwhout bygeblee- deren. De Regenten - Kamer, die op de Voor- j^ï'' ven is. plaats uitziet, is niet groot. Men ziet 'er $$ Poorten Men komt, in het zelve, door twee groo- eene Wapenkaart van eenige Regenten, e°
of ingan- te en aanzienlyke Poorten. Boven de eer- van de drie laatfte Regenteflen. Ook hangt he" Man- ^e» die aan den Heiligen-weg flaat, en toe- 'er een groot, fraai Regenten-Huk, door Jofi nen- gang verleent tot eene ruime Voorplaats, is, Maurits Quinkhard gefchilderd (z) , en eefl Tugt- onder de lyft der Frontefpies, de Tugtmees- klein gecrayonneerd, waarin ook vier Regefl' huis' ter, zittende op eenen wagen, met Verw- ten zyn afgebeeld. Naaft dit vertrek, i* hout belaaden, en getrokken van Leeuwen, de gewezen Kamer der Regenteflen, die nü> Tygers en andere wilde dieren, die hy met door de Regenten, tot een Spreekvertrek» een' geeffel voortzweept, konftiglyk, in hard- gebruikt wordt. m$ v (leen, uitgehouwen. Hierboven leeft men: ' Voorts, komt men, beneden, door tw<?e ju Jjf
zwaare deuren, tuflehen welken, een houte11 pen
ViRTUTis est DOMARE QUAE cuNCTi pavent, hek flaat, opde Plaats van het openbaar Tié'yp. huis, ten ooflen; en ten zuiden, doortWef '
dat is: andere deuren, op de Plaats van het geheJ' me Tugthuis, in 't gemeen, de Secreete Plää'^
't Is der dapperheid eigen, te temmen, 't gene genaamd. De eerflgemelde is rondsom W'
elk vreefl. timmerd, ten deele, met kap- en rasph0 c
ken voor de Tugtelingen, ten deele, ^ j ,,
De Frontefpies is verfierd met het beeld der vertrekken en kelders, tot verfcheidener' #oA> Tugtiging, in de gedaante eener Vrouwe, gebruik. De hokken, die agt in getal$1 £def gp> hebbende een geboeid mannen - beeld, aan onder welken een dubbel hok is, aande^eu.te" elke zyde. Onder deeze afbeelding, flaat zyde, zyn, van vooren, met dubbele 'jjj CASTiGATiOjdatis, Tugtiging.De twee- ren en zwaare yzeren traliën, gefloote1'' _ de Poort is, van boven, gedekt met de meer de binnendeur van ieder hok, is eene *?"or dan leevensgrootte beelden van twee half ning, met een klap voor dezelve, wa^ , naakte tugtelingen, bezig met het raspen den Tugtelingen de fpyze en drank toefLt Art,e'
van Verwhout, den dagelykfehen arbeid reikt wordt. In deeze hokken, vrordt ' in óf in dit Huis. Onder de lyft flaat een Weef- Ver ^ getouw , ter gedagtenifle der Weeverye, . , ,
die hierv in vroeger tyd, geoefend werdt. (i) YAN co«. schonW£ 11. zw, *'■ «j*- |
|||
|
IV.Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 25
|
||||||||||||
|
o
|
||||||||||||
|
&*s
|
||||||||||||
|
u^n Verwhout aan kleine fpaanders gekapt, of, worden de zaagen en't ander gereedfchap m,\nnïn
%ts met eene zwaare zaag, beflaande uit zes of uit de hokken gehaald , op dat zy 'er, & Tugt- t^' agt, in zulker voege, nevens eikanderen, ge- nagts, geen misbruik van raaaken zouden. "UIS"/ S plaatfte bladen, dat de tanden van een vol- Men doet hun, doorgaands, om de veertien jV^' gend blad, komen voor de hoeken, die twee dagen, wiffelen van hok, om, zo veel mo-' tanden van een voorgaande blad maaken, gelyk zy, alle gevaarlyke onderneemingen %n geraspt wordt. De Tugtmeefler geeft, te voorkomen, en inzonderheid, om het uit- °P weekelykfchen lafl der Regenten , aan breeken te beletten. In geval, eenigen trag- ieder paar Tugtelingen zyn werk. Volgens ten' uit te breeken, geevende Regenten'er het Reglement, door Regenten, op den arbeid kennis van aan't Geregt; wanneer zy, of, gemaakt, moet een paar van de ilerkfte ka- met vermeerdering van den tyd hunner op- re's, weekelyks, tot drie honderd pond ge- fluitinge, of met geeffeling, of zelfs zwaar- raspt hout leveren. Gekapt hout levert elke der, geftraft worden. Zulken, die zig wel ^ugteling tweehonderden zelfs drie honderd kwyten , krygen, daarentegen, op voor- pond 's daags. Van de zwakken, wordt minder fpraak der Regenten, afflag van den tyd hun- gevorderd. Doch alzo men bevondt, dat de ner gevangeniife. De gefchiktflen , mids Plaats- |
||||||||||||
|
>pers.
|
||||||||||||
|
* ugtelingen de fpaanders en het zaagfel, met geene Jooden zynde , worden, by dage, loo£
jTater, zand of vuilnis, mengden, om zo veel te uit de hokken gelaaten, en bekomen, op en jpoediger hun gewigt te können inbrengen; omtrent de Plaats, een ligter dienflwerk, hebben de Regenten den Tugtmeefler, federt welk hun, door de Regenten, wordt opgelegd. meer dan twintig jaaren, toegelaaten, meer Dus zyn 'er twee of drie Waagknegts, een of Werks te vorderen. Maar als de Tugtelingen al tweeSpaanderzoekcrs, die 't gezond en 'rot hout te Hegt werk leveren, wordt het wel eens van eenfcheiden: twee Onderbaazender Kap- verbeurd verklaard, of niet gerekend, terwyl bokken, twee Schaffers, die den gevangenen , z7) evenwel, gehouden blyven, het gevor- de fpys aanbrengen, op de binnenpoort paffen, ^if j derde gewigt, met het einde der weeke, en ook, by beurte, de nagtwagt houden. De {JU;. °P te brengen. Zo zy niet werken willen, Waagknegts en Schaffers moeten ook den °f zig aan eenig ander misdryf fchuldig maa- Tugtmeefler, alle avonden, de hokken hei- ken , worden zy, in de gevangenkelder, daar pen bezoeken, en de zaagen en andere ge- 2y, op fleenen fJaapfteden, zonder ftroo of vaarlyke gereedfchappen brengen naar de dekfel, leggen moeten, te water en te brood Waage, daar zy, des nagts, opgeflooten wor- gezet; ofliun wordt een zwaare yzeren ket- den. Wyders, zyn'er, onder de Plaatsloopers, ting om 't eene been geklonken, die zy, nagt ook een Keteljchuurder , een Schoenlapper, en dag, aanhebben, en daar zy zelfs, door- twee Plaatsveegers, en mogelyk nog anderen, gaands, vier of zes weeken lang, mede ar- naar dat de dienfl van 't Huis vordert, en de geiden moeten; of, zy worden, met een bekwaamheid der Tugtelingen reikt. DeTug- Spys en bullepees, of met een dik touw, aan een flok telingen krygen gewoonlyke fcheepskoft: tot drauk der Jafl gemaakt, afgeklopt; of men doet hun fpyze;eens ter weeke, gezouten of gerookt Tugtelin- tfe dubbelde kraag aan, zynde twee houten vleefch of fpek; eens ftokvifch: en voorts, gea' ^erktuigen, die, met het breedfle einde op erweten, paardenboonen en gort, des mid- elkanderen gelegd, omtrent de gedaante van dags: en eens, 's avonds, karnemelk, met een juk hebben. Zy hebben elk een groot, gort van haver en garfl. Hun gewoonlyke eri een kleiner gat; zyn, in de lengte, door- drank is bier van een gulden de ton, waar gefiieeden , en worden den Tugteling, in van elk hunner, alle dagen, ruim twee min- der voege, aangedaan,dat deboogender gelen toegedeeld wordt. Doch op Kermis, wee groote gaten om zynen hals fluiten, krygen zy zwaar bier. De kleeding, die hun, Kleeding. n zyne armen, door de twee kleine gaten, door de Regenten, wordt gegeven, beflaat ot boven zyn hoofd, om hoog fleeken. En uit eenen graauwen, groven rok en broek, ys- > e^e, êeftalte valt hem zo pynelyk, dat hy landfche koiüTen, fchoenen, en een hemd dprh ru een etmaal in b'y ven kan, zon- van half gebleekt vlaamfch Linnen. Doch zul- dS , .yrIchaP te belooven. Men vertelt ken, die, van wege 't Geregt, in 't gehei- w in 'dat de Tugtelingen in eene me Tugthuis, gezet zyn, krygen, behalve aterkelder gezet worden, daar zy, nagten de gemelde kleeding,indien zy dezelve be- ken' P°mPe/\moeten, zo zy niet verdrin- geeren, ook een borflrok. is n willen (a). Doch zulk eene waterkelder In ieder hok van het openbaare Tugthuis, Anc'ere
jer niet, en is er, naar alle waarfchynlyk- zitten ten minflen vier, en fomtyds wel agt Vertrek- ken mTer geTeft- Zo dradeTugte- of tien Tugtelingen. De P,f ? ^' °P ee-^e"' °aS &CI1> des avonds, hun werk'afhebben , nenbekwaamenafftand van de hokken, om- U?2i zet met een hoog houten ftaketfel; en op II. sVngwvzei doorAmfl6tda»>. K lés. dezelve, leggen, gemeenlyk, verfcheiden'
1UK. Kk \ par-
|
||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
254
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tf
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
alwaar kinder
|
n van eerlyke Jgg
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
partyen Verwhout, gereed om ter Waage
gewoogen, en onder de Tugtelingen ver- deeld te worden. De Waage is, in 't zuidelyk gedeelte van 't gebouw , beneden. En boven dezelve, zyn de zolders, daar 't geraspt en ge- broken hout gebergd worde Voor de Waage, op de Plaats, ftaat een geeffelpaal, voerende het beeld der Tugtiging op den top. Aan den voet van 't beeld, ftaat het woord Casti- gatio. Aan de ooftzyde, ontmoet men een vertrek, naar welk men, langs eenige trappen, opgaat. Men noemt het de Kerk, om dat 'er, des Zondags voor den middag, door eenen Krankbezoeker, gepredikt wordt, voor de Tugtelingen. Ook worden 'er, ten zelfden tyde, gecatechifeerd zulken, die zig daartoe hebben aangegeven. De dagelykfche gebeden, die, ten dienfte van het Huis, ge- drukt zyn, worden, door eenen der gefchikt- fte Tugtelingen, gelezen. Onder de Kerk, is eene kelder, waar de Onderbaazen der Kap- hokken eeten; en eene kelder, die, onder an- deren , tot eene gevangenis dient, en waarin vier hokken zyn, elk voorzien van eene ftee- nen legerftede, doch geen heimelyk gemak. Naaft den opgang naar de Kerk, is een rasp- hok. In 't noorden, daar, beneden, hokken zyn, heeft men, boven, de vertrekken voor eenige Bedienden van het Huis. Voorts zyn 'er, beneden, rondsom de Plaats, behalven een groot kaphok in 't weften, verfcheiden ver- trekken , tot byzonder gebruik gefchikt: als een, daar krankzinnigen,voor een' korten tyd, geplaatft worden; een, daar men zulken, die befmettelyke kwaaien hebben, geneeft; een, boven't rasphok in 't ooften,voor deSchaapen, gelyk menze noemt, dat zyn zulken, die , om 't plokgeld te trekken, op openbaare verkoo- pingen van vafte goederen,gebooden hebben, zonder, wanneerze aan 't geveilde blyven hangen, borg voor de betaaling te können flellen. Voorts, is 'er een Nagtwaakers-, een Schaffers-, en een Schoenlappers - vertrekje. En boven de wooning van den Binnenvader, heeft men zes hokken voor vrouwluiden , die, voormaals, by de herbouwinge van 't Spinhuis, gediend hebben, tot plaatfmge der Tugtelingen, welken van daar hier werden o- vergebragt. Voorby deeze hokken, komt men aan de gewezen Weefzolder, waar nu, bin- nen een geflooten hek, de uitgediende boeken en papieren van het Huis bewaard worden. Tot hiertoe, fpraken wy alleenlyk van het groote of openbaare Tugthuis. Wy komen nu tot het geheime Tugthuis, of de Secreete Plaats , die, eenige jaaren na het groote Tugthuis, betimmerd werdt. Burgemeefte- renen Raaden hadden , reeds in't jaar 1600, beflooten, een ander gedeelte van 't Claris- fen-Kloofter, tot een geheim Tugthuis, te |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
verbouwen ,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Mannen
Tugt- huis of Rasp- HUIS,
Waage,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ingezetenen,
11 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en gegoedde
|
dieto
|
HUIS «.
met kennis RASr
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
regeld gedrag vervallen waren
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van 't Geregt, en na dat men, alvoorens, Hui*
over hun onderhoud, met de Regenten,.zou overeengekomen zyn, zouden können ge- plaatft worden (/;). En dit befluit werdt, in 't jaar 1603, voltrokken. Men plaatfte, fe- dert, van tyd tot tyd, eenigen der voorge- melde jonge luiden, in 't gemeen hier W'ti* tebroodskinderen genaamd, in het geheime Tugthuis (c). Naderhand , zyn 'er ook, dikwils, Perfoonen gezet, die zig aan oproe- righeid ; aan kwaadfpreeken van de Over- heid ; aan 't fchryven of ftrooijen van ver- booden Gefchriften, en aan andere misdaa- den hadden fchuldig gemaakt, welken men niet geraaden vondt, openlyk , aan den ly- ve, te ftraffen. Tot deeze laatften, heeft niemant toegang. De eerftgemelden eeten en verkeeren met eikanderen, en hebben, gemeenlyk, ook verlof, om op de geheime Plaats te mogen wandelen. Deeze Plaats is maar aan twee zyden betimmerd. De twee andere zyden zyn een muur van 't groots Tugthuis, en een muur van de Latynfche Schoole en van de wooning van den Rector- Langs ééne der betimmerde zyden, zyn vy hokken of vertrekken beneden, en vyf an- deren , daar regt boven. In deeze tien ver- trekken , worden de meeft fchuldigen, elk afzonderlyk, geplaatft. Aan de overzyde, treedt men, langs eenige trappen, ópwaards, naar een ruim vierkant vertrek, met eene haardftede, daar luiden van eenig aanzien, of jongelingen van een ongeregeld gedrag geplaatft worden. Doch boven dit vertrek zyn nog twee anderen, die,van ouds,voor deeze laatften, of, voor de zogenaamde fVÜ'' tebroodskinderen, gefchikt geweeft zyn. Maar federt de opregting van 't Verbeterhuis, wor- den zy zeer zeldzaam hier gezet. Onder '£ vierkant vertrek, waarvan wy fpreeken, zyf* drie gevangen-hokken, daar zulken, die va1* de geheime Plaats tragten uit te breeken, °* zig aan eenig ander wanbedryf fchuldig maa' ken, voor eenen tyd, te water en te brood, ge' zet worden. De Tugtelingen, die in't gehein^ Tugthuis geplaatft worden, worden, gemee^' lyk, niet verpligt, eenigen arbeid te doen. I1? groote beide en in 't geheime Tugthuis, z,£' ten, gelyk men ligtelyk denken kan,den ee&e. tyd, meer Tugtelingen , dan den andere [ 't welk verandering maakt, in de verdee__ ling van 't werk, en van de byzondere cüen" ften. In 't laatft van May des jaars litt * waren 'er niet meer dan vyftig in alles, van J ° wel*
(b) RefoJ. Vroedfch. N. 8 l7 Novemb. i«°°-f' Jï'«
{c) vit Aantekeningen in 't Mannen-Tug'^"*» |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kerk.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gevan-
genkel- der enz. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geheim
Tugt- huis, de Secreete Plaats genaamd. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGTEN. s>S5
\^ïw kelken 'er zeven in 't geheime Tugthtiis za- rug gebragt wordt: en die vrye wooning Mamjeïs
fes 0y. ten, en twee, in de Stads boeijen, waakten, heeft, in een Huis, in 't zogenaamde Kloos- Tugt- ** ( Het bewind over het Tugthuis ftaat aan ter, agter het Tugthuis. De Tugtmeefler, £r? Wie V^er Regenten, die, door Burgemeefte- van ouds,ook Guardiaan der Tugtelingenge- HU1S." % >tr ren, voor hun leeven, of tot hooger bevor- naamd , moet, daarenboven , aantekening ^is. deringe, gekooren worden , en 's Woens- houden van het hout, welk inkomt; naar den §*»- dags, na den middag , hunne gewoonlyke Molen gaat, van daar te rug komt, en, 't Vergadering houden. Voorheen, plag- zy geraspt of gemaalen, uit het Huis, afge- ten 'er ook twee of drie RegentefTentezyn, leverd wordt. Hier van, en van den arbeid ^e> in 't jaar 1607, voor 't eerft, werden der Tugtelingen levert hy, weekelyks, een aangefteld. Doch toen, in 't jaar 1747,de Lyft aan de Regenten. Ook haalt hy en bezorging der fpyze aan den Binnen-vader de Boekhouder van den Molen , alle zes aanvertrouwd werdt, hebben de drie laat- maanden, op Afïignatien der Regenten, ften haaren dienft nedergelegd. En tot hier- het Rasp- en Maalloon op, by de Verw- tQe, heeft men noodeloos geoordeeld, van koopers. De Regenten hebben zelven , *%. pieuwSjRegenteffen aan te Seilen. Wyders, daarbenevens , nog eenen Boekhouder aan- Vr, is 'er een Binnenvader of Cipier, die, door- gefield, die Contraboek houdt van 't gene gaands, getrouwd, en, volgens zyne Inftruc- de twee anderen te verantwoorden heb- tie, welke, nog onlangs (4),is vernieuwd, ben, en de rekening , die , jaarlyks , aan gehouden is den Schout, Burgemeefteren Burgemeefteren overgeleverd wordt, in 't » en Schepenen, midsgaders, den Regen- net fielt. De Molenaar aan den Rasp- » ten van het Huis, te gehoorzaamen; zig, molen heeft drie knegts en een' fchuitknegt » omtrent de fchaffing, te fchikken, naar in zynen dienfl. Zy worden allen vyf aan- s> het Reglement, desaangaande, door de gefteld , door de Regenten , die alle de j, Heeren Thefaurieren, den vyfentwintig- Suppooflen van Inftructien voorzien en be* i, ften April des jaars 1747 , gemaakt, en taaien. De Binnenvader alleen ontvangt zy- >i niet, dan des noods, en met kennifTeder ne wedde van de Stad. » Regenten, buiten het Tugthuis, te ver- De Regenten mogen niemant, die tot het Orde op »> nagten. Voorts, mag hy van de Tug- Tugthuis veroordeeld is, inneemen, dan
rnet het in-
» telingen geene giften ontvangen , zelfs voorkennis en op bevel van't Geregt. Ook ^
» niet, na dat zy ontflaagen zyn. Omtrent mogen zy zulke Tugtelingen niet ontflaan, haten der » de fluiting, moet hy zig gedraagen,naar dan op gelyk bevel, waarvan,by fchriftely- Tugte- » de byzondere Inftru&ie der Regenten. En ke AÊle, blyken moet. De anderen, die, zon- llnSen- » zo een Tugteling, door zyne onagtzaam- der door de Regters daartoe veroordeeld te » heid of grooter fchuld, ontvlugt, wordt zyn, in het Tugthuis, befleed worden, mo- \,, j> hy, met afzetting van zyne bediening, of gen niet worden ingenomen, dan by raade *%, »met zwaarder ftraffe, geftraft (i)." De en met bewilliging van Burgemeefteren (/)* Binnenvader heeft eenen Tugtmeefler nevens De eerfte foort van Tugtelingen zit 'er, ge- zig, die zorg draagt, dat de Tugtelingen den meenlyk, een zeker getal van jaaren. In 't vereifchten arbeid verrigten, en geftraft wor- laatft van January, tegen dentyd van dege- nen, zo zy, hierin, nalaatig zyn. Ook on- woonlyke verandering der Regeeringe, ver- derwyft hy de gefchiktften,fomtyds, inlee- fchynen Schout en Schepenen, van eenen \, ^en en fchry ven. Beide deeze Bedienden wor- Secretaris verzeld, in het Tugthuis; doen de den, door Burgemeefteren, aangefteld. DeRe- Tugtelingen, in de zogenaamde Kerke, Senten ftellen,wyders,eenenKnegtaan,ten voor zig komen, en verleenen hun, ge- hunnen dienfte, die ook het timmeren ver- meenlyk ook op voorfpraak der Regenten, «aan moet, 't welk, nu en dan, door Tug- afflag van de jaaren, die zy nog zouden heb- telingen, die 't geleerd hebben, ten dienfte ben moeten zitten, indien zyzigwelgedraa« van t Huis, en onder zyn toezigt, gedaan gen hebben; met naame, in het ontdekken ho5- W°r> u der misdaaden van andere gevangenen, en a<iers. T, Voct|' behalve deeze Bedienden van het in het bewaaken van zulken, die op denhals
tiuis, hebben Burgemeefteren een' Boek- zitten. Doch, fomtyds, worden zy, voor- eer van den Molen aangefteld, die aan- al, wanneer de Regenten over hen klaageny tekening houdt van al 't Verwhout, welk, met opflag van de jaaren hunnertugtigmge, |ekapt of gebroken , aan den Molen geftraft, inzonderheid, wanneer zy getragt /gw: , en van daar, Qf aan de Koop- hebben uit te breeken, waarvoor veel zorg aen afgeleverd, of naar het Tugthuis te gedraagen wordt; hoewel het eenigen, nu (d) en dan, gelukt is. De twee andere Tugt- vu uen elfden May I76a< ^ Handy> hU ïM>
Kk 2
|
||||
|
III. Deel-
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||
|
2sé
|
||||||||||||||||||||||
|
Mans8"
BÜlS «
Ras?'
»ui* |
||||||||||||||||||||||
|
1631. Dr. Franck van der Meer.
1633. Nicolaas van Loon. 1639. Jacques Leones. 1639. Cornelis Dirkfe Abba. 1645. Jan Lons.
1646. Jan Willemfe van Haarlem.
1647. Willem Schryver.
1653. Izaak Heirmans.
1654. Gysbert Adriaanfe Vries.
IÖ55- Jacob Hinlopen Thimonsz. 1655. Gerrit Papenbroek.
1657. Jeronimus Rans. 1660. Rombout Hudde.
1661. Hendrik Scholten.
1667. Pieter Muylman.
1668. Jan de Waert.
1669. Pieter van Ryn.
1670. Härmen Voordy.
1676. Frans Six.
1677. Mr. Joan Elifton.
1678. Jan Jacot.
1679. Jacques Ryswyck.
1696. Elias van Valencyn. 1698. Mr. Hermanus Amia.
1699. Albertus Homoet.
1700. Jacob Le Seutre.
1700. Daniel Planck. 1707. Jan Daams. 1710. Gerrit Kuyt.
1712. Cornelis Panfer. 1717. Hermanus Broyel. 1722. Abraham Ter Borg. 1728. Izaak Hogenberg. 1731. Willem van Collen. 1734. Rudolph van Norden. 1740. Jacob Gerrit Karffeboom.
1741. Pieter van der Nolk.
1742. Arent Willem van Kerchem.
1743. Jacob Graver.
1748. Mr. Jan Bofch Junior.
1748. Pieter van den Broek.
1749. Johannes Lodewyk Strandwyk.
1754. Aarnoud Noè'1. 1757. Zacharias Zylmans.
|
||||||||||||||||||||||
|
huizen en het Verbeterhuis worden, op ge-
lyken tyd en wyze, door Schout en Sche- penen, bezogt. Al van de eerfte opregtingevanhetTugt-
huis af (f), en federt, is het dikwils, ge- beurd , dat 'er Perfoonen, op het verzoek van andere Geregten, in het zelve, geplaatft zyn. Doch men heeft zulke perfoonen niet willen inneemen, dan onder beding, dat de- zelven den koft zouden moeten winnen, en, wanneer zy dit niet meer doen konden, on- derhouden worden, door de Geregten, op welker verzoek, zy waren ingenomen (g). Thans komen de Geregten van andere Plaat- fen, gemeenlyk , met de Regenten over- een , wegens het onderhoud van zulke Tug- telingen, die, desonaangezien, verpligt wor- den , te arbeiden. In 't jaar 1655, hebben Burgemeefteren zelfs toegedaan, dat een jongman, Richard genaamd, op verzoek van den Spaanfchen Ambafladeur Gamarra , in het Tugthuis geplaatft werdt (h). Zie hier de naamen der Regenten van
het Mannen-Tugthuis, van deszelfs opreg- tinge af, tot heden toe: 1595. Ysbrand Ben.
1595. Ysbrand Hermanfe. 1595. Hendrik Buyck.
1596. Symon de Ryck.
1596. Hendrik Hendrik. 1599. Coenraet Matthysz. 1599. Jan Jacobsz. 1599. Pieter de Vlamingh. 1601. Jacob Adriaenfe.
iöor. Pieter Willemfe Vrindt, 1602. Jan vanByler.
1602. Hendrik Frenkink. 1602. Dirk Vlack. 1605. Cornelis Akkerfloot.
1606. Jan van den Eynde.
1606. Gerrit de Beer.
1607. Gerrit Schellingen
1609. Rem Egbertfe BifTchop. 1609. Jan Pieter Aertsz. 1611. Jan Brouwer.
1613. Fredrik Jansz.
1Ó15. Cornelis Pieterfe Tolk.
1617. Cornelis Schellinger.
1617. Jan van Hoorn de Jonge.
1618- Hendrik Boelisz.
1619. Pieter Dirksz. Emaus.
1619. Matthys Jansz. Egberts.
1620. Jacob Jacobsz. Seeuw,
1626. Dirk Hendriksz. Deuwaeg. 1629. Hendrik Dirkfe Spiegel. |
||||||||||||||||||||||
|
mannen
Tugt-
HUIS of
Rasp-
huis. In het zelve, worden
ook, op verzoek
van an- dere Ge- regten , Tugtelin- gen ge- plaatft. |
||||||||||||||||||||||
|
Naatnlyft
der Re- genten. |
||||||||||||||||||||||
|
1764. Joan Pieter Tronchin.
III.
SPIN H U I S,
en
NIEUWE WERKHUIS. Het Spinhuis en Nieuwe Werkhuis ftaaft
tegenwoordig, onder 't opzigt van de zelfde Regenten en. Regenteflen, u'äaroifl wy van beide deeze Huizen, in één hoofd- deel , handelen zullen. . Het Spinhuis of Vrouw-Tugthuti ftaat, aan de ooftzyde van den Oude-zyöS- |
||||||||||||||||||||||
|
(f) ZU Hnndvr. il. 254.
(g) Groot-Memor. N. III. . jiï. N. IV, . So verft,
N. IX- ■ 105 verfc. (h) Gioot-Memor. N. IV. . S+,
|
||||||||||||||||||||||
|
JV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
257
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s
|
t4'itI15 ^gterburgwal, tuffchen het Waaien-Kerks- agtften September des jaars 1598, werdt het Spinhuis
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Plein en het Rusland, en heeft zynen in-
gang in eene fteeg, die de Spinhuis-fieeg ge- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«Cis,
|
Importen vry verklaard (p). Boven'de deur ^
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
naamd wordt. Het was ,oudtyds, het Kloos-
ter van S. Urfula , van welks gelegenheid |
van het zelve, waren, by de eerifte opreg- HUIg. *
ting, deeze versjes gefield: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
,wy > elders, eefproken hebben (1). Voor dat r , Tr
het tot een Spiis vertimmerdwerdt, was, 0m fibmeleMeyshm,Maegdenen Vrouw
her ter Stede, in gebruik, de ledigloopende 't Bedelen, leech-gaenen dool-wech U f houwen, J°nge meisjes te doen komen, in de Kapellen Is dit Spin-huis gheßicht,foo men hierficn mach; van 't S. Joris-Hof en van'tS.Pieters-Gaft- EM ket fich niet veneelen mch m |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
[ls* daar zig eenige vrouwen, met wie-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*en, haspels , kaarden en andere werktui
§en, onthielden, om haar een bekwaam hand- werk te leeren (k). Doch, in 't jaar 1596,. Werdt, by de Vroedfchap, beflooten, in de r- Joris-Kerke, nu het Kiftenmaakers-Pand; in de Kerke op 't ronde Begynhof, of op eene andere bekwaame plaats, tot het zelf- de einde, een Spinhuis op te regten (/). In t volgende jaar, was het, reeds voltrokken,
Jer plaatfe, daar het, nog tegenwoordig, ftaat, en ik vind, dat men toen, uit het zelve, ook handreiking aan arme Kraam- en andere vrouwen gedaan heeft. Ook werden toen Vrouwsperfoonen, in 't Spinhuis, aan jv-erk geholpen, die, buiten het zelve, ge- nuisveft werden (m); en des Zondags aldaar Vergaderden, om gezamenlyk naar de Kerk te gaan. Het Spinhuis mögt, van ouds, met Zlliken, die op overfpel bevonden werden, heimelyk, verdraagen : een derde van de boete, die niet minder dan honderd guldens zyn mögt, uitkeerende aan den Schout, wien ^en den overfpeeler niet behoefde bekend *e maaken («). De Regenten van 't Spin- huis plagten, eertyds, ook verlof te geeven, °m, voor eenige dagen of maanden, aal- Joeffen op te haaien, door de Stad. Doch jut 's, al lang, in ongebruik geweeft. Ter- *tond na de opregting, werdt het getal der ^genten, van twee tot vyf, en wel haaft, °t zes vermeerderd. Ook verwierf het
Pinhuis, al vroeg, zeker regt ten lafte van
, en, die, binnen de Stad of derzelver Vry- eeid, de tapneering zouden oefenen: en, II ng> den derden of vierden penning van
e vertooningen en vreemdigheden , die ten^i in de Stad' om §eld' zou willen laa-
na v fn: doch yan dit Iaatfle inkomen, moeit, hu«i^l68a.' de helfc aan't Leproozen- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Uyt Charitaet, hier aen de handt te houwen,
Wie weet wat hem oft de ~Zyne noch gefchien
mach (q). Doch 't leedt niet lang, of men plaatfle ook
vrouwsperfoonen van een ontugtig leeven, die, uit openbaare Bordeelen, geligt waren, in het Spinhuis: zelfs, door den tyd, zulken, die, om dievery of ander misdryf, eene o- penbaare fchandftraf geleeden hadden. En dit fchynt de reden geweeft te zyn, dat de Beeldhouwer, Hendrik de Keizer, in 't jaar 1607, bezig, om eenige beeldtenis boven de deur te vervaardigen, den Droflaard P1 e- TEK CORNELISZOON H O O F T Verzogt,
om iet op te ftellen, welk beter op het te-
genwoordig gebruik van 't Huis paffen mögt, dan de aangehaalde rymen. De Digter maak- te toen de twee regels (;), die 'er tegen- woordig ftaan; doch 'er, op dien tyd, niet terftond, fchynen geplaatft geweeft te zyn. Op den agttienden February des jaars 1643, brandde het Spinhuis, by ongeluk, of door onvoorzigtigheid der Tugtelingen, ten gron- de toe, af. Doch 't werdt, in 't jaar 1645, welk jaartal tegen den zuidelyken binnenge- vel ftaat, veel fchooner en grooter, in de tegenwoordige gedaante, herbouwd. Ter- wyl het herbouwd werdt, werden de Tug- telingen, ten getale van vier en dertig, in het Mannen-Tugthuis, bewaard, en aan werk geholpen (s). Men treedt, in 't Spinhuis, door eene Sieraa-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
&M»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tu,.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
)%
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fierlyke poort van gehouwen fteen, die, ter ^
|
in-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wederzyde, bezet is, met kolommen van de garig en
Romeinfche orde. Boven den ingang, ziet zydgevel. men de Tugtiging, in de gedaante eener vrou- we, met twee tugtelingen by zig, eene van welken zy met den geeffel dreigt, konftig. lyk, in marmer, uitgehouwen. Onder die leeft men de bovengemelde re- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
n
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
I
|
genooten Co)~7nZ°Tlë' ?°°T C ^'T' gels van Ho o f t , in gouden letters i
inkomfr ; 'al voor lang, met andere en, vermeerderd geworden. Op den Schrik niet. Ik wreek geen quaet: maer dwing
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
\l) I. Veel, I. Boet, hl, ,,
|
tot goet.
Straf is myn bant: maar lieflyk myn gemaet. In
(p) Handv. hl. 497.
(?) FONTANUS Lihr. II. Caj>. IX. p. 103.
(r) HOOJTS Brieven N. I. */. I.
(s) vit Aantekeningen in het Mannen-Tugthuis.
Kk3
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
,■* «-efol. Vroedioh. N.
|
; \l Nov. IJ9«- IJ7-
f' *>9 verft, isoverfi. Keurb.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
H.//^'oot-Meinor,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N. 11.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
" **££■ H. /. 99 v.,fi. K. /;4
|
en 16 Mdarti j9S.
Refol. van Bürgern.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1«8ï. Handv. hl. 297. 4' R'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
S58 AMSTERDAMS III. Deel
Spinhuis In de Frontefpies van den zydgevel, aan den genteffen is nevens die der ^genten ten S«#*
SZ Agterburgwal^ynookdrievrouwenbeelden, noorden, en pronkt ook met de gefteeden «» NIEUwe di!fPinnen,naaijenenbreijen,inhardfleen, wapens van eenige Regenteffen aan «*WJ* Werk- uitgehouwen. En in de Spinhuis-dwarsfteeg, fchoorfteenmantel, en met twee grootefcftu »v HÜIS- is,in'tjaari754,ookeenedeurgemaakt,om, derftukken waar onder e, een van Boon* bynood van brand, of in andere ongelegen- is (a). Ook zyn hier, in drie kleine fraa^ heid gebruikt te worden;boven welke,een ftukjes, een oud man, eene koppelaariter> Spinnlwiel uitgehouwen is. en eene fchreijende ligtekooi afgebeeld. ^ Geleden- Naar binnengetreden, komt men, voor- Voormaals, fchynt het werk der Tugte w
Kden bv een Comptoir voor de Poortierfche, in hngen, genoegzaam eeniglyk, fpinnen ge ge, Vertrek- ' poortaal, daar de ingang naar de woo- weeft te zyn. Doch het afneemen der Lin- keüvan,tnin2 van den Binnenvader en Binnenmoe- nenweeveryen heeft te wege gebragt, dat gebouw, ning ^ ^ ^ Kooken en Kelder> en d£ het)6n in dk TugthmS5en door degantfche ooe'ang naar de Kamer der Regenten en Stad, veel minder gedaan wordt, dan het
Regenteffen is , midsgaders , de opgang plagt. Voor deezen, gefchiedde het zo ry- naar het groote Werkvertrek der Tugtelin- kelyk, dat men, nog op t einde der voor- gen. In dit Poortaal, hangt een konftig ge- gaande eeuwe, op de Keizersgraft, tuffchen fchilderd afbeeldfelvan vier oude Regenten, de Weftermarkt en Leliegraft, eene Spin- Uit het zelve, treedt men, ooftwaards, op newiekn-markt hadt (v), die nu, al lang;, eene langwerpige Binnenplaats, rondsom def- verdweenen is. 't Voornaamfte werk, in t tig betimmerd. Aan de noordzyde, bene- Spinhuis, is, derhalve, tegenwoordig, Lin- den zyn drie overwelfde vertrekken of boo- nen-naaijen; hoewel 'er ook nog, door eefl een'waar de Tugtelingen te flaapen gelegd gedeelte derTugtelingen, die onbekwaam zy_n worden en een vierde, waar zy,aan twee totLmnen-naaijen, gefponnen wordt. Eeni- tafels eeten In elke flaapboog, ftaan tien gen derTugtelingen worden ook, tot het huis- open krebben, agt, die ieder voor drietug- werk,gebruikt. Tweemaal ter weeke, komt telingen gefchikt zyn, en twee, in ieder van er een Krankbezoeker m hetTugthuis, des welken maar ééne oude of zwakke tugte- Zondags, ten negen uuren, om eene Leerrede line gelégd wordt. De boogen, van welken te doen, en des Woensdags, ten twaalf uu- wvfpreeken, zyn, van vooren , met een ren , om de Tugtelingen te catecbifeeren- ■' hoog vzeren hek, van de Plaats afgeflooten. Tegenwoordig, [in May 1765], zyn er om- |
|||||||
|
Reet boven deeze boogen, is aewerxpiaats ucul ^m& lug^^u^ *~pmM10. (l,
der Tugtelingen, die met houten hekken Na dat het Spinhuis, m t jaar 1654, met V«,
omzet, en in tweeën verdeeld is. In de het Nieuwe Werkhuis, vereenigdgewordener eene verdeeling, waar de Boven-Binnen- was O), werdt, tot vermeerdering der in-^ moeder ook eene onderfcheiden zitplaats komften van de beide huizen, op den ne-gyi heeft zitten de linnen - naaifters, en in de genentwintigften January des jaars 1655, be- tf Jj andere de fpinfters. Ten zuiden van de volen, dat niemantbier terfleete zou mogen ^ Binnenplaats, is eene gaandery, opagtko- tappen, noch gelagen zetten van wyn, bier,)# lommen ruftende; en boven deeze gaande- brande wyn of tabak, ook geene drooggaftery ry tegen over de werkplaats aan de Noord- houden,dan na, daartoe, een Biljet van'tVrou- zvde, zyn drie geheime vertrekken, voor wen-Tugthuis verkreegen, en 't regt, daarop zulke vrouwsperfoonen, die hier, om haar {taande, betaald te hebben. Alle deeze luiden ongebonden gedrag, door ouders ofvrien- moeten,daarenboven,allevierdendeeljaars» den, met kennis van 't Geregt, geplaatft aan 't zelfdeTugthuis, verlof verzoeken om oß worden. Nevens dezelven, is de wooning neering te mogen aanhouden, en dan betaa- van de Boven-Binnen-Vader en Moeder, len, voor het tappen van wyn en bier, f die opzigt hebben over 't werken der ge- 't verkoopen van tabak , welk , veeltyds» woonlyke Tugtelingen. De Regenten-Ka- gepaard gaat, vyf en twintig ftuivers; voot mer of Comptoir is een net gefchikt vertrek, het houden van drooggaftery, en den wy»; verfierd, langs den fchoorfteenmantel, met en biertap daarbenevens, vyftien ftuivers» de gefne'eden wapens van veele Regenten, en zonder den wyntap , tien ftuivers : en In 't fchoorfteenftuk, is de Tugtiging, een' voor 't verkoopen van tabak, van brande- breidel aan eene Tugteling toereikende, kon- wyn en van zwaar bier in 't klein, van eiKs» ftiglyk, gefchilderd. Ook hangen 'er vyf fchil- tien ftuivers. De tappers, die klein bier * y derftukken van Boonen , Quinkhard (0 en ten, zyn, in 't jaar 1675, ook op «enum ■anderen, zo veele gezelfchappen van Re- vers in t vierdendeeljaars,ten behoevev^ eenten verbeeldende. De Kamer der Re» ° (») VAN GOOL I. Deel, tl. 305.
(t) Van GOOL Schouwb. I. Deel ,■ tl. 19» , i»i. II. (v) Keutb. Q f. I6i verf,.
Deel tt. ia. (»JRefol. Vioedfch. A.^i. itf J*»- ««« / H>°" |
|||||||
|
R
|
|||||||
|
IV- Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
W
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vrouwen-Tugthuis, gefield. De Binnen- Meures, Barthólomé Muilman, Frangois Jn-Smsnvis
ader of Provooft van 't zelfde Tugthuis is thony Lyfius, Fravgois Gallas en Jan Ifaac e>n |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fe1
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
evoegd verklaard, om, in alle huizen, daar
|
Fremeaux. Ook hangt
|
NlEUWE
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bier, brandewyn of tabak in 't
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
menwyn,
|
beeldig Schilderftuk van den beroemden Lai-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HUIS.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kle:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ein verkoopt, of drooggaftery houdt, on- rejji , de Tugtiging vertoonende , di
erzoek en bekeuring te doen. De Regen- w"'
en verleenen ook eene Aóte, aan zulken,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
een
n ten
erk- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
d
|
le bevoegd zyn om vifch te draagen, daar-
y voegende een koperen vifchje, welk de |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
huis , uit drie Verdiepingen of Zolders, bo-
ven eikanderen. De eerile is de Vrouwen- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
v
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"cndraagers, ten teken hunner aanftellin- Werkzolder, daar touw gepluisd, hennipge-
§e3 op de borft hangen moeten (x). kaart, gefponnen, geweeven, genaaid,en |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ander vrouwelyk werk verrigt wordt. De
Boven-Vader en de Boven-Moeder, welke laatfte op 't vrouwelyk werk agt geeft, heb- ben hier hunne wooning. Ook is 'er een ver- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
NIEUWE WERKHUIS.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
erval der WefUndifche Maatfchap-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
':v
|
pye, door het verlies van Brazil, in trekje voor den Tugtmeeiter van't manvolk,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
%
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
voorgaande eeuwe, gaf gelegenheid, dat of tweeden Boven - Vader. In een klein
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vf«cheiden' van haare pakhuizen, langs den Comptoirtje van de Boven - Moeder, wordt,
'kant, ledig ftonden. De Vroedfchap be- des Zondags voor den middag, door een' . °°t , derhalve, nog voor 't einde van 't der Vaders, by beurten, eene Predikatie Jaar 1650, een of meer van deeze pakhui- voorde Tugtelingen gelezen. Op de twee- ^tzhmxe.nitox.&tnArmen-liindeien-JVerk- de Verdieping, zyn de flaapzolders voor Uts ()0- Het werdt, eerlang, niet flegts mannen en vrouwen, die, door een houten
ot dit gebruik gefchikt; maar diende ook, befchot, van eikanderen afgefcheiden zyn.
per bedelaars en lediggangers in te plaat- Ook is hier een Mannen- en een Vrouwen- en, en -tot werken te noodzaaken. Het Ziekenvertrek. De derde Verdieping is de ,°ndt, eenigentyd, onder het opzigt van Werkzolder der mannen, daar fylen, peper- yzondere Regenten en Regenteffen: doch en verwhout - baaien, hairen - vloerkleeden
v,erdt, in '6 jaar 1654, gebragt onder 'tbe- enz. geweeven worden. De Tugtelingen ^itld der Regenten en RegenteiTen van het die in dit Huis worden geplaatft, zyntwee- pinhuis (2). Tot in 't jaar 1736, heeft de derlei. Eenigen, of de meeften zyn Bede- j ^ het Huis in huure gehad van de Weil- laars: anderen zyn zulken, die, om eenig ^difche Maatfchappye. Doch toen is be- ligt misdryf, hier, door 't Geregt gezet; of °°ten, het Weftindifch Huis op den Sin- zulken, die 'er, om dronkenfchap, of eeni-
&!> Welk der Stad toekwam, tegen het nieu- ge andere ongeregeldheid, of door de Dia- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
conien, of door hunne vrienden, met ken-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
W-' \Werkhuis, te verruilen Ca).
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
iH&' te ftaat ?p de Y-graft'aar* 't einde, fchuin nifle van 't Geregt, befteed worden. In May
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en veer-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
iei^^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^eftgeene uitwendige fieraaden. Men komt, tien Tugtelingen in het Werkhuis, dertien
°r eene kleine deur, voorby een Spreek- mans-, en negen en twintig vrouwsperfoo- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
crtrek
|
der Regenten, eenige trappen neder
in een ruim-Pakhuis, welk tot veeier |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nen, die 'er, door of met kennis van het Ge-
regt : en veertien mans-, en agt en vyftig |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
>ards
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
le:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^.gebruik, en ook tot een flagthuis dient, vrouwsperfoonen, die 'er, om bedelaarye,
PjVaards van dit Pakhuis, is eene open gezet waren. Pkiisd'daaf °udt0UW' om te kraauwen > ge- De Tugtelingen in beide de huizen eeten,
WQr, en gekookt,en andere arbeid verrigt eens ter weeke, vleefch of fpek. Voorts, ttioedw'll k *s'er een Tugthok, daar de erweten, boonen, gort, melk, en wat de tyd geflooten^eik V00r eenen ty^» worden op- verder geeft. Het Werkhuis heeft, tot hier- hebben h' beneden-Vader en Moeder toe, uit den arbeid der Tugtelingen, niet kon- 'er een Kx^* °°'C ^unne wooning- Voorts, is nen onderhouden worden, en heeft, van tyd
eene BakkpenZ°lder ten ooften, midsgaders, tot tyd, merkelyken onderftand genooten van <k komr m 6n Kooken< Aan dezelfde zy- de Stad. Zelfs heeft het, van zyne opregtinge ^e ReSnt Tr eenige treden °Pwaards,op af, aan het Spinhuis zeven of agt duizend gul- Ho Tv f' een vierkant vertrek, dens'sjaarsgekofl.Doch deRegenten hebben, fcho0ro'er g,.tuitzigt heeft. De nette tegenwoordig, zulke veranderingen in den der ^eenmantei isverfierd met de wapens arbeid gemaakt, waartoe zy, reeds by eene
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i*>
|
egenten tlom Elias . Jacob Willink Refolutie vanBurgemeefteren van den twaalf-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den Maart des jaars 1654, vryheid gekree-
gen hadden, dat men gegronde hoop heeft, dat deeze laft, allengskens, verminderen zal By
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i»8 ,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i*-) *er'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1650. . ijl verfe.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
°'-Vroedfch. Zr. LI
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
|
|||||||||||||||||
|
26o A M S T E R
|
|||||||||||||||||
|
1597. Martyn Chatelyn.
1598. Barent Gerritsz. Moutmaker.
1599. Arent Petersz. Raap.
1599. Claas Burchmans.
1600. Jan Carftensz. Vries.
ió"oo. Cornelis Lucasz.. 1601. Pieter Claasz. Cop.
1602. Marten Adriaansz. Boom.
1Ö02. Anthony Gailjaart. 1605. Gerrit van Veelen.
1606. Tobias Woutersz.
1606. Gillis Jansz. Bedt.
1607. Pieter Pieterfen Karffeboom.
1608. Arent Philipsz. Biffchop.
1609. Egbert Sturck.
1613. Aert Lambertsz. Cock.
1617. Jacob Jansz. Hart. 1621. Harman Gerritfe. 1621. Hendrik Jansz. Bremer. 1623. Jacob Hendrikfe Kloek. 1623. Jan Jansz. Dorhout. 1625. Gerbrant Brouwer.
1626. Abraham de Clerck.
1626. Hendrik Boelisz. 1628. Hendrik Dirksz. Molenaar.
1633. Cornelis Ysbrantsz. Kieft.
1634. Albert Pater.
1638. Gillis Maas.
1639. Jacob Jansz. Lansman.
1639. Barent Staats. ,
1640. Elbert Dell,
1641. Paulus Jansz. Kley.
1642. Jan Maas.
1646. Nicolaas Rochusz. van de Capella
1650. Jaeob van Ryn. Regenten van het Spinhuis tnt
Nieuwe Werkhuis. 1654. Klaas Jansz. Klopper.
1654. Govert Rovers.
1654. Joannes Pollio.
1656. Barent Pietersz. Elias.
1657. Michiel Tielens.
1662. Joris Croock. 1662. Hendrik Bekker. 1666. Joannes Commelyn.
1667. Willem Muylman de Jonge.
1673. Jan Baptifta Liefrinck. 1673. Henrik van Gent. 1673. Thomas van Hoflandt.
1674. Cornelis Cock Dirksz.
1675. Abraham Ie Seutre.
1679. Jacob Schardinel.
1680. Willem Kerkrinck.
1681. Tobias van de Velde.
1684. Joan Borghorft.
1685. Sebaftiaan Bekker.
1686. M'. Fredrik Sluysken.
|
|||||||||||||||||
|
By eene Keure van den dertienden Augus-
tus des zelfden jaars, is vaftgeileld, dat zul- ken, die op bedelaarye betrapt werden, voor de eerfte reize , zes weeken, en voor de tweede reize, drie maanden, in 't Werkhuis zouden gezet, en voor de derde reize, ge- geefleld en gebannen worden (b). De Hoog- duitfche Jooden verzogten, in 't jaar 1695, dat hunne bedelaars, die in 't Werkhuis za- ten , op den Sabbath, niet mogten werken, noch verpligt worden , om blootshoofds en met gevouwen handen te bidden. Doch Bur- gemeefteren lieten dit verzoek onbeant- woord (c). En men laat hun thans toe, op den Sabbath, te ruften, mids zy,in de vyf andere dagen, zo veel over arbeiden, dat zy, weekelykfch , 't vereifchte werk leveren können. Tegenwoordig, (laan het Spinhuis of Vrou-
wen-Tugthuis en het Nieuwe Werkhuis on- der het opzigt van zes Regenten en vier Regentessen of Buitenmoeders, die, by haare eerfte aanftelling, in 't jaar 1596, maar twee in getal waren. De Regenten en Re- genteffen worden , op gelyke wyze als de Regenten en RegentefTen der andere Gods- huizen , aangefteld. De Regenten vergade- ren, gemeenlyk, alle weeken, des Donder- dags na den middag. De Regenteffen ko- men , ten zelfden dage, byeen : doch om de drie of vier weeken. Van de meefte by- zondere Bedienden deezer twee Huizen, hebben wy reeds melding gemaakt. De oudfte, en, zo ik my niet bedriege, de ee- nigfte Inftruólie voor de Regenten van 't Spinhuis is, den derden Maart des jaars 1599, gedagtekend. In dezelve, draagen zy den naam ook van Opzienders der Armen, en wor- den bevoegd verklaard, tot weering der Be- delaarye. Voorts, mogten zygeene fchaa- mele vrouwen, van buiten komende, innee- men, dan op behoorlyk blyk van de Wet- houderfchap der Plaatfe, daar zy van daan kwamen (d). De Inftruclie behelft nog ee- nige andere byzonderheden, die, naderhand, afgefchaft, of in ongebruik geraakt zyn. Zie hier de naamen der Regenten van
het Spinhuis, en van het Spinhuis en Nieu- we Werkhuis beide: Regenten van bet Spinhuis.
1596. Egbert Pietersz. Vink, Oud-Schepen.
1596. Jan Claasz. Kloek.
1596. Jan Veen.
1596. Huych Cornelifle Jager.
1596. Symon Symonsz. Goudfmit,
■{*) Handv. hl. 45S.
(e) Groot-Memor. S. IX. . 2U. Handy, il. +7J.
(d) GioouMemoi. N. XI. f. igj, w/i. |
|||||||||||||||||
|
Spinhuis
en Nieuwe
Werk- huis. |
|||||||||||||||||
|
Regen-
ten en Regen-
tessen. |
|||||||||||||||||
|
Naamlyft
der Re- genten van het Spinhuis en Nieu- weWerk- huis. |
|||||||||||||||||
|
1688. Paulus Verbeeck.
|
i6qi>
|
||||||||||||||||
|
IV-BoEic. GODSHUIZEN Sn GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. '26t
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
£Kae.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de befchreeven Tugthuizen. Al in 't jaaJ-vSbrbä*
1496, werdt iemant, door't Geregt, ver-tehuis, weezen in eene boete van derdehalf pond vlaaras, om daarmede te beginnen een gay oei off vangenijj'e an 't Sint e Anthonys pokte, daer men mirt meer inleggen ende bevjaeren zou de kinderen off gezellen defer Stede van quaden regiment e {e). Deeze gevangenis zou eene foort van Verbeterhuis geweeft zyn. Doch ik weet niet, of men dezelve vol- bouwd hebbe. De verandering in den dienft der Mannen- en Vrouwen-Tugthuizen, die, door den tyd, en met het toeneemen der Stadj voornaamlyk, gebruikt werden, om luiden van flegte afkomft, en nog flegter gedrag, te ontvangen, gaf, eindelyk, in 't jaar 1694, gelegenheid tot het opregtenvan het tegenwoordig Verbeterhuis (f), in een gebouw, welk, eertyds, gebruikt was, om, in het zelve, fchurft, zeere hoofden en dierge- lyke onreine ongemakken te geneezen. Doch na verloop van weinige jaaren, fchynt hetVer- beterhuis in verval geraakt, en tot eeneLa- kenbereidery enVerwery verkogttezyn. 't Liep aan, tot in 't jaar 1718, eer, by den Oud- Raad van Burgemeefteren, beflooten werdt, het Verbeterhuis wederom in tekoopen,of- ten minfte te huuren; waartoe de regeeren- de Burgemeefteren gemagtigd werden (g). 't Eerfte is, federt, gefchied. Het Huis is, van tyd tot tyd, vertimmerd, om het be- kwaam te maaken, tot het einde, waartoe het gefchikt was ; doch het blyft, deson- aangezien, een oud en onregeïmaatig ge- bouw van binnen. Het ftaat aan den Stads wal of fchans, een Gelegefl-
weinig beooften de Weteringspoort. Men h^|d.en komt, door de buitendeur, in een' open gang, rinie~ en uit den zelven, door een' tweede deur s aan 't Huis, voor welk, ooftwaards, een be- vallige, groote, vierkante Tuin legt, met een fraai fpeelhuis aan de Lynbaansgraft. De wooning van den Kaftelein, beneden, be- ftaat uit verfcheiden' Vertrekken. Onder anderen,is 'er eene Kamer,daar 't Geregt, eens'sjaars, vergadert, om de opgefloote- nen te zien. De vertrekken, gefchikt voor Mans- en Vrouwsperfoonen van een onge- bonden en ontugtig gedrag, en voor zulken, die niet wel by 't hoofd bewaard zyn, on- der welke laatften, fomtyds, drie of vier in één vertrek geplaatft worden, zyn, in al- les , twintig in 't getal, zo wel beneden als boven, op de eerfte en tweede Verdieping; en meer of min gemakkelyk en vermaake- ..... lyfc,
(e) Regift. der Correa. igtet 't Keutb. B. . j7 veTßM
(f) Gtoot-Memor. N. VIII. *6 v"f°- Keurb, R. .
40 verft.
(s) Refol. van rege«, en Oud Bürgern, £«, c, %S J*-
nuary »718. , 44,
LI
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1691. Jacob Quina.
J693, Dirk Colonius. 1694. Mr. Willem van Harn, ïöpö. Gerbrand Elias. I698. Daniel Verhoutter. !Ö99. Mr. Andries Hees. !7°o. Tobias Looten. i?oö. Andries Carel Jong. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sïiüjs.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
l7io.
|
Jacob Fredrik du Fay.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Daniel Nys.
1716. Mr. Abraham Boddens Eduardsz. 1716. Floris Elias. 1719. Eduard Boddens. 1721. Goddert Gappel. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1728.
!73o.
^34- |
Mr. Arnoldus Commelih.
Mr. Hendrik van den BofcL
Mr. Salomon Dedel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1736. Egbert van Buurem
l737- Willem Cornelis Backen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1738
*739-
ï744-
1746.
1746.
1748.
1749. 1751-
Ï755-
|
Carel Johannes Boelens*
Gerard Kuyften van Hoefen.
Gidion Vi&or.
Jacob Willink Meures.
Bartholomé Muilman Junior.
M'. Francois Anthony Lyfius.
Francois Gallas.
Jan Ifaak Fremeaux.
Willem van Hoefen.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Nicolaas Konauw.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
!759-
Ï760. Mr. 'Guillelmus Titfingh»
1763. Jan Simons.
IV,
VERBETERHÜIS. erbeterhuis ofBeterbuis,ook
r*~ X eene foort van een Tugthuis, is, nog- ans, Van eene ancjere natuur dan de Tugt-
, Ulzen, van welken wy, te vooren, gefpro- ^en hebben, en flaat niet onder 't opzigt van j-egenten en Regenteflen. Ook worden 'er §eene Perfoonen in geplaatft, dan zulken, . er welker onderhoud en huisvefting,men
^g Verdraagen heeft met den Betermeefler of Qßeleiii, die, door Burgemeefteren, wordt
ngefteld, en , federt veele jaaren, huur drïa l ?uis be£aaIt aan de Stad- Wyders'
een^r J de ^a^en der Huishoudinge, en & «e, daartegen, de voordeelen van het juis, zonder dat hy van zyne inkomftenen ^tgaaven rekeningydoet; aan de Stad. Doch 2 moet gedoogen, dat de Perfoonen, die «der zyne bewaaring gefteld zvn,jaarlyks, e|en den tyd van de verandering der Re- bra£nge' V,00r Schout en Schepenen, ge- ook k n. onderz°gt eerden. Niemant mag VerLrT11 be^g^g'van 't Geregt,in 't °pzia--en US W° gezet- En in deeze
Ilfsfff}^ dlt Huis' eenigszins,naar
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HL Deel-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
0.62
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hüiszit- lyk, naar de Perfoonen zyn, die hief gezet ftinver ,en s winters een mand turf en e>.
?eNAal-worden. Op de eerfte Verdieping, is een brood moeften uitdeelen: nog tweeiianat
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
MOESSE
UIERS-' Huizen zvn
en WEN-
Hor.
|
eene haard, waar ook twee bedfteden in Jan Barthouts fieeg, in ieder van wöJJ'
De opgeflootenen in dit Huis eeten twee arme vrouwen woonden. Aan ïeu meer aan eene gemeene tafel, gelyk Kamer, werden vyftig; ftuivers 's jaars, z igen, voormaals, plagten; maar de fpys fpek en vleefch,uitgedeeld. Voorts,naoae |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Huiz**,
WEN"
Hof.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en drank wordt elk hunner afzonderlyk, in zy twee Kamers in S. Jans-ftraat, in i£
de bvzondere vertrekken, daar zy geplaatft van welken, drie arme vrouwen woonde* zyn, gebragt. De Kaftelein geeft de ge- Ook bezaten zy een Turfhuis op den zw fchiktften, gemeenlyk, vryheid,om 's mor- derhoek van de Stooffteeg, op den Ouae ^enseen uur of twee te wandelen in den zyds - Agterburgwal, waarin eene vrouw Tuin Hy mag zig, even als de Regenten woonde; met een huisje daar nevens, öe' en Bedienden der Tugthuizen, met geweld, woond door drie arme vrouwen, die ïede verzetten tegen de perfoonen , die onder een ftuiver 's weeks, en 's winters die f ort' zyne bewaaring gefield zyn, enze, des noods, genooten. Doch dit Turfhuis werdt, op dei opHuiten (b). Tegenwoordig [in Juny 1765] vyf en twintigften February des jaars 1552' |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Turff
°P ft d^0° |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
{teeg-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
er
ilootenen in
|
alles, nog geene twintig opge- voor zeftien honderd en zes guldens, v&'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
't Verbeterhuis.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kogt aan Gerrit Heyn Wouwe, Apotheker»
waarna de arme vrouwen werden overge' bragt in 't nieuwe Huis, over 't Cellebroe- ders - Kloofter in de Nes (h) , welk, nadeï" hand, tot eene Bank van Leeninge gefchikt werdt. Wy houden voor zeker, dat de grond van dit Huis, voorheen, tot het S.Maria Mag' dalenen Kloofter behoord hadt, wat 'er ook |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HUISZITTEN-AALMOËSSENIERS-
HUIZEN |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
WEDUWEN-HOF.
|
anderen (0) van mogen gedagt hebben; alz°
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^ wy, reeds te vooren (p), hebben doen zien»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zorg
voor |
Van de eerfte opkomft der Stad af, heeft dat dit Kloofter, langs het Spuij, nu de Lpn*
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
men, aldaar, zorg gedraagen, voor het berdsfteeg, ftondt; en daarenboven blykt ffl*
CIUf onderhoud der behoeftige ingezetenen, in de dat het, pa het ftigten van het Huiszitten' im"?6' oudfte Keuren, die, tegenwoordig , voor- Huis, nog aan de zuidzyde van dit Hjg deoudfte handen, en, omtrent den aanvang der vyf ftaan bleef. Uit de Aantekeningen van Sehe' tydcn. tiende eeuwe, gemaakt zyn, arme huysfitte- pen Gerard SchaepPieterszoo* nen en arme huysfittende luden genaamd (*). zie ik, dat, boven de deuren van twee ge' De Perfoonen, die zorg droegen voor deeze welfde Kelders van 't Huiszitten Pakhuis'^ arme ingezetenen, werden, in de oudfte ty- Comptoir, federt de Bank van Leening?» |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gelezen werdt: _________________
In V j'aer ons Heeren
Den 27 Augufii is 't gefondeert.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den, bewahr es en b er aders der armen huys-
fittcnen (k), en, naderhand, Huiszittenmees- ters geheeten (/). Zy waren, eerft, vier in getal, en werden, jaarlyks, van 's Geregts txege , gekooren (m). Doch omtrent het |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
midden der vyftiende eeuwe, waren zy reeds 't welk niet dan op de ftigting van 't H^
onderfcheiden , in Huiszitten - meefiers van zitten-Huis zien kan. Een gedeelte van &
S. Nicokas-Parochie of aan de oude zy'de, en opfehrift fchynt nog overgebleeven. '
Huiszittenmeefiers van onze Lieve Vrouwen mers, men leeft nog, in eenen fteen boV^
Varochie, of aan de nieuwe zyde. Zy bezaten den ingang van den eerften kelder onder d
verfcheiden' huisjes, en Kamers,of woonin- Lomberd, op den Fluweelen burgwal:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gen van één vertrek diep, hier en daar, inde
Stad, waarin zy behoeftige luiden, om niet, lieten woonen. Ook deeden zy, in de Kerken |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In 't jaer o heren
1550. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
he£
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van hunne Parochie, van tyd tot tyd, uit- % de ontruiming van dit gebouw , tot
deelingen aan de armen. De Huiszitten aan genoemde einde, werdt, van Scads weg, de oude zyde hadden, onder anderen, in de *** & Huiszittenmeefiers eene recogntU zeftiende eeuwe, een huis aan 't Kerkhof erkentenis van twee duizend guldens sj om de oude Kerke, waarin zes arme vrou- toegeftaan; gelykmy, uit de oorfpron^ |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wen woonden , die zy, alle weeken, een
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(n) Extraft uit een Boek in 't O. Z. Hul
A». J545 Ut IS71. (o) COMMELIN tl. J3J.
(p) l. Deel, I. Beet, bi- I».
(ij) vit een Conuaä *«» den jmn «*a
US *'. J3J. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(h) Handy, hl. ipji.
(>) Keurb. A. . 7, 17 verft,
(\_) Keurb. A. . 7.
(I) Keurb. C. . + verft.
(w) Keilib. A. . 17 verft, C. . 4 vtrft.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bj CO«51*"
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 253
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
7'ke Acte onder Stads zegel ten Zaaken, van
den negentienden January des jaars 1615, gebleeken is. Zy is ook, in de Stads Regtfiers. v)> te boek gefield. En wy hebben, el- s CO ■> gemeld, dat de beloofde tweedui- zend guldens 's jaars, nog tegenwoordig , jjjtt de inkomften der Bank van Leeninge, betaald worden. De Huiszitten aan de jMeuwe zyde bezaten, onder anderen, by yifte van Geryt Gerbrancl Paeuwenfoen, in den jaare 1477 gedaan, e en /meerhuis en diner s- "uis daer aen, den Peereboom geheeten , en gelegen in de Gaßhuisßege, by der brug, aen "er Stede middelfte gr achte: welke huizinge, door tien maagden of weduwen, de naaften 111 den bloede van den fchenker, bewoond Hioeft worden. Wy hebben elders (t) ge- kift, dat deeze twee gebouwen geftaan heb- ben , op den hoek van de Huiszitten fteeg en ^ieuwe-zyds-Agterburgwal, agter 't Stad- buis , alwaar de Regenten van 't Nieuwe- 2yds-Huiszitten-huis, in 't jaar 1710, met verlof van Burgemeefteren (u) , een huis ^n pakhuis herbouwd hebben. De zelfde ^ïuiszittenmeefters verkreegen , in 't jaar ïSor , van Lysbeth Claes Stoeters Wedww en \foes Moeiert eene gifte van honderd en tag- ^g Rynsguldens, waarvoor zy een fate Lands |
twee Huizen te brengen op eenen eenpaa-
rigen voet: van 't gene, waarover zy zou- den mogen verfchiilen , kennis geevende aan de Heeren Thefaurieren. Die van de oude zyde verkreegen, in de jaaren 1609 en 1610, een groot erf van de Stad, ageer het Leproozen - Huis, om 'er een Turf huis op te zetten (s). En op dit erf hebben zy, federt, het tegenwoordig Oude-zyds-Huis- zitten-huis gefügt. De Huiszitten' meefters aan de nieuwe zyde hadden, in 't begin der zeventiende eeuwe, een Huis aan de ooft- zyde van den Singel, benoorden den Jan- Rooden-Poorts-Tooren (a) , op den hoek van eene fteeg, die, tegenwoordig, de Spaar- pots-fieeg, en in de Kaart van Baltha- zar Floriszoon, nog de oude Huiszit- ten fleeg genaamd wordt. Doch in 't jaar 1614, werdt hun een erf van zedig voeten breed , op de Prinfengraft , benoorden de Leliegraft, tot een Provifie- of Voorraad- huis, toegedaan (Z>). En op dit erf, héb- ben zy, federt, het tegenwoordig Nieuwe- zyds - Huiszittenhuis gebouwd. Wy gaan nu over tot eene byzondereBefchry ving van beide de Huizen, en beginnen, met het Oude -zyds - Huiszitten - Aalmoesseniers-
Huis. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Huis zit-
ten-Aal- MOESSÜ-
NIERS-
HuiZEN
en Wedu-
wen- Hof. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sik.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HuisziS-
tenhuis
op dea Singel. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
te Duivendrecht aankogten, om uit de vrug-
ten, jaarlyks, aan drie honderd arme men- fchen, ieder een wit tarwenbrood uit te dee |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Regenten van dit Huis hadden, in't ßefchry-
jaar 161 o, op het erf agter't Leproo- ving van zen-Huis, tegen den Stads wal, een groot net0ur,£- Provifie-huis gefügt, uit vier pakhuizen be- hukzit. flaande; doch in 't jaar 1654, bouwden zy, "ten-Aal- op den grond van den Tuin der Leproozen, moesse- door een gedeelte van welken , ook eene uRS" graft gegraaven was , een ruim en deftig huis, welk Stads wapen, in den voor-, en het koggefchip uit Stads zegel in den ag- terge vel, voert, op den Leproozen - Burg- wal, ook den Huiszitten-Burgwal en Turf- graft genaamd , waar aan , op den vyf- den Oétober des gemelden jaars, door Härmen van de Poll, Zoon van den Burgemeefter Jan van de Poll, de eerfte fieen gelegd werdt, gelyk , uit een opfehrift in het Voorhuis, blykt. Ter we- derzyde van het Voorhuis, flaan twee Spreu- ken der H. Schrift : Psalm 41 vers 2. Salich is hy die fick verft andicb draegt tegen de Armen. De Heere fal hem bevryden ten dage desquaets.enPßovERBiA 19 vers ij. Die ficb des Armen ontfermt leent den Hee- re : ende hy fal hem fyne weldaet vergelden. Men komt, in dit Voorhuis, langs eene floep, die,
(z.) Refol. Vroedfch. N. >°. '° 7«'y liep. e Febr.m».
f. 20S verfo , 21S verfn.
(*) Groot-Memor. N. II. f, 20+.
(b) Refol. Vroedfch, .N. II, .u *4pril i«r+. f. nj.
LI 2
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
;en (y). Door zulke giften, en veele dierge-
Jyken, gedeeltelyk, by anderen aangetekend V%), werden de Huiszitten - meefters, die ^°k, al van ouds, by de Huizen, met de chaale, omgingen, in ftaat gefield, om de ehoefte der arme ingezetenen te vervullen. ■ De Vroedfchap befloot, op den dertien- en December des jaars 1505, de Huiszit- ,en van beide de Parochien, die, federt vee- e Jaaren, afzonderlyk bezorgd geweeft wa- j6'1 > met eikanderen , te vereenigen (x). °ch dit befluit fchynt niet uitgevoerd te Jn% In laater' tyd ,* heeft men , meer dan ■^ns, diergelyk een befluit genomen (3/). och de uitvoering is, tot hiertoe, agter gebleeven. De Huiszitten-meefters aan bei- den C)Z^eri zyn' vo'Sens eene Refolutie van dri^ e U van ßurgemeefteren van den |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e»i.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
feu,'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pufft om c\7T- Juiy uesja;
pr. ' , ,Xe maanden, byeen te komen, gt gezamenlyk te overleggen, wat diens-
git zy, om de beftiering en afgiften der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
y) Groot-Memor. N, tt . r
; UI. Deel, 1.BC£ «° "*'
\l i.d«/,i. B.,itti. ;/«
(■u\ ^'oot-Memor N. lx. f '
(Jij r t-OMMELIN lol, jj9>
(?) » ?°t-Memor. N. I. . ItJ r
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
-4/T»7 UU. f. 170. Lt.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
l«7». . IJ«
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
A M S T E
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
D A M S
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
R
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
2 64
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
Ook is hier, meer naarvooren, de wooning
van den Binnenvader. Tuflchen de vertrek- ken, daar de infehry ving en de uitdeeling ge" fchiedt, komt men, door het gemelde Poortaal, in een' fchoonen tuin, rondsom welken, eene gaandery loopt, voorzien met zes en dertig glasraamen, in welken de wapens der zes en dertig Raaden van den jaare 1655 plagten gefchilderd te zyn. Doch met het vernieu- wen der raamen, zyn deeze wapens wegge* raakt. Men bewaart 'er egter de af beeldin- gen van op pergament, omze , in tyd en wyle, wederom op 't glas te können doen fchilderen. De gaandery, die, omtrent den jaare 1666, van vooren, met de wapens der dienende Regenten, Marten Cantert, Coeri' raad Klenck, Pieter van Croonenburgh, Af' nout Scbuyt , Casparus Commelin en Pieter Daay, verfierd, en, in de jaaren 1754 en I757 5 vernieuwd werdt, heeft eenen uitgang in de Amftelftraat, door welken, de behoef- tigen inkomen, om ingefchreeven , of be- deeld te worden. In deeze gaanderye, wor- den , des winters, ook hekken geplaatft, op dat de armen eikanderen niet verdringen zouden. Aan 't einde van den tuin, ftaat een zeskantig fteenen Tuinhuis, welk, in of omtrent het jaar 1710, gebouwd, en, boven» verfierd is met de wapens van de zes toen dienende Regenten, te weeten, Joannes Com' melin , Pieter Mierink , Matt heus Gansneb genaamd Tengnagel, Arnoldus Dix, Reinier Dibbeis en Nicolaas de Swaan. De vier pak- huizen van het Huiszitten-huis, van welken» de twee middelften, onder eenen gevel, ge* bouwd zyn, dienen tot berging van turf, koo- ren, boter en doodkiften, en komen, van ag- teren , aan de Amftelftraat: aan de overzyde van welke, een ruim gebouw, tot welk men, door eene groote houten poort, over eene Plaastjtoegang heeft, gefchikt is, ten deele tot eene Bakkery, en de wooningen van den Bak- ker enTimmermans-Knegt, en ten deele tot een magazyn, alwaar het hout, de bouwftoffen en andere noodwendigheden, tot het heitel- len van den turf vereifcht, gebergd worden. Onder de Plaats , leggen vier en twintig Traanbakken, die nu tot Regenbakken die' nen, en waaruit het water, ten voordeelt van het Huis, verkogt wordt. Na 't volbon- wen van dit Huiszitten-huis, werdt de uit- deeling, die, in de Oude Kerke, plagt ge- daan te worden, derwaards overgebragt- En gefchiedde de eerfte uitdeeling hier, volgen« een opfehrift, in het eerftgemelde groote vertrek , nevens den fchoorfteen , °P fm twintigften December des jaars 1 655- tv er- dient, veelligt, te worden aangemerkt> £a__ eenige balken en andere bouwftoffen, ëe*°'. men van de Blokhuizen, die op den Ami^i |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Huiszit- die, ter wederzyde, opgaat, en onlangs, zo
ten-Aal-wel als de voorgevel, merkelyk verbeterd is. MOF.SSE- jer wederzyde van den opgang, ftaat een ïtr,fTRS' fraai vzeren hek. Uit het voorhuis, treedt riuizEN J ii- -il
en Wedu-men, ter regterhand, in een aanzienlyk ver-
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
i0
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
VVë^'
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
en
flu"'
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
wen-
Hof. |
trek, onder welks hoogen fchoorfteenmantel,
|
|||||||||||||||||||||||||||
|
voor weinige jaaren, een marmeren Engelfche
fchoorileen gezet is. De mantel is, vanvoo- ren, door Bartbolomeus van der Heiß , be- fchilderd, met de afbeelding der zes Regen- ten, die de Oude-zyds-Huiszitten-armen be- zorgden , toen het Huis gebouwd werdt, te weeten, Jan Selyns, Marten Cantert, Cor- nelis Hoppefack, M\ Pieter Ernfi vim Boffen, Jan Lämmern, en M'. Willem van der Does. Tegen den wand van 't vertrek over de lich- ten , plagt het uitdeelen van brood, boter, kaas en turf, in drie fraaije fchilderftukken van Bronkhorfl, van Loon en Holßein, afge- beeld te zyn. Doch een deezer ftukken, het uitdeelen van Turf verbeeldende , is nu verplaatft in de Ukdeelkamer, en, in des- zelfs ftede, een groot Regentenftuk, in 't jaar 1675, door Pieter van Anrade, gefchilderd, uit een ander vertrek, overgebragt. Boven den ingang, binnen in de Kamer, ftaat een wei- gemaakt beeld der Liefde, en aan de twee binnen-poften , hangen de Wapens der zes genoemde Regenten, konftiglyk, in hout uit- gebeeld. Voorts, leeft men, aan den wand, twee Spreuken der HeiligeSchrift: Deutes. levers 11. Gy zult uwe hand mildelyck opdoen aen uwen Broeder, aen uwen Bedruckten, ende aen uwe Armen in uwen Land. en, P b. o v. 14 vers 13. Want die den armen verdruckt finadet des filven maker ; maer diefich des nootdniftigen ontfermt, die eert hem. De zolder van't ver- trek , en vier niffen in 't graauw, in de vier hoeken, zyn fraai, door Holftein, befchil- derd. Tegen over dit Vertrek, is de gewoon- lyke Regenten - Kamer oft Comptoir, in welke , vier fchilderftukken hangen , vier gezeJfchappen van Regenten verbeeldende, twee,in de jaaren 1706 en 1720, door Ar- noldus Boonen(c),en een, in denjaare 1740, door Cornelis Troofl, gedaan. Het vierde is, in 't jaar 1759, door Jan Maurits Quinkhard, gefchilderd, en vertoont de Regenten Jan Willig Meures, M'. Jan Jacob van Beau- mont, Jacob Guiilot, Gysbert van der Goot, Willem van der Meulen en Abraham Grommèe. Het Voorhuis naar agteren afgetreden zynde, komt men in een Poortaal, en van daar in twee vertrekken: een, daar de behoeftigen worden ingefchreeven, waar, voor den fchoorfteen, een fraai fchilderftuk, drie fchepen, in de bar- ning tegen de rotfen, vertoonende, geplaatft is', en een ander, daar de uitdeeling gefchiedt. (c) VAN GOOI Schouwb. l.Deel, bl. 303, sof.
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
'Sias- puxijSexs'sscoTFrj:w-izrfLLkLizs<ifiH - sctjlz ~ men o i sn
|
||||
|
'siim-suzuz&s skowtw- Msri^rzsmir- sax.z - srarno & ïïh
|
||||
|
1V. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGTEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
265
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Frans Hendriksz.
Allert Bodertsz.
Ziewert Claasz.
Dirk Coife.
Claas Jacobsz. Pa
Claas Meeuws.
Jan Bet. ,
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
geftaan hadden, en in 't jaar 1654. gehegt
waren , aan-'t Oude-zyds-Huiszitten-huis, verbruikt zyn. De Huiszitten-meefters aan de Oude zy-
de hebben, al van ouds, het voorregt ge- had , om het op- en affcheepen der Beeften te mogen verhuuren of verpagten: in welk Voorregt, zy, Iaatftelyk, by eene Ordonnan- ce van 't Geregt van den drie en twintigften Januarydes jaars 1680,beveiligd geworden zyn (d). De Herberg Zeeburg aan den Die- per- of Muiderdyk, digt by welke, de mees- te beeften worden opgefcheept, en eenige jehuuren, binnensdyks, hieromtrent, komen *tet Oude-zyds-Huiszitten-huis in eigendom toe. De Puin, die aanZeeburg gebruikt wordt, 'evert de Stad aan 't Godshuis, om niet. Wy voegen hierby de naamen der Re-
Renten van het Oude - zyds - Huiszitten- "uis, zo ver dezelven hebben können ge- Vonden worden: |
5l9-
520.
520.
521- <22.
524-
524-
524-
526.
527.
53°-
53°-
538.
538.
538.
539-
54°-
54°-
541.
544-
547-
547-
547-
549-
549-
549-
55°-
55°-
550-
552-
552-
552-
553-
555-
556.
556-
557-
558.
558-
558-
560.
560.
563-
s^s-
566. 567-
568. 568.
569* 571-
57l'
571- 573-
573^
574-
574-
577-
577-
1578. LI 3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ft*»
Nest
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Pieter Smit. ,
Jacob Huyg Haring, r
Albert Corsz.
Albert Hees.
Claas Harck.
Hendrik Jansz. Kraak.
Mr. Reyer Lambertfe van der Horft.
Cornelis Jacobsz. Hollefloot...
Cornelis Jacobsz. Buyk.
Allert Dirksz.
M'. Pieter Bicker Willemsz.
Hendrik Franfe.
Cornelis Jacobsz. Brouwer.
Gerrit Claasz.
Jan Harmansz. ,
Hendrik Boogaarr.
Jan,Oom Jansz.
Gerrit Tes.
Wybrant Fredriksz.
Pieter Brugman.
Wouter Dobbesz.
Anthony Verhoef.
Lucas Meynertzoon.
Jan Klaasz. Koop.
Arent Hudde.
Claas Jacobsz. van Svvieten.
Claas Gerritfe.
Amy van der Hoef.
Dirk Schaep.
Hendrik van der Does.
Andries Jansz. Boelisz.
Gerrit Jansz. Coesvelt.
Govert Jansz.
Jan Poppen.
Tymen Myndertfe.
Jacob Benningh.
Gerrit Arentfe.
Arent Ernft van Baffèn.
Reynier Hendriksz. Rooclaas.
Andries Boelisz.
Jacob Pieterfe Cantert.
Adriaan Franfe.
Mr. Elbert Cantert.
Jan Michielfe Loef Brouwer.
Cornelis Franfe.
Cornelis Gerritfe.
Geert Symenzoon.
Jan Ryfer Janszoon.
Evert Cortfe.
Claas Heyn Cornelisfoen.
Arent Sadelyn.
Pieter Oly. <.
Egbert RoeloËft,.
*57*>
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Claas Gherfte.
Jan Pape.
Jan Gherfte.
Pieter Ryke.
Jan Eggert Pieterszoen»
Fredrik Ifebrantzoen.
Albert Gerytzoen.
Claas Jacobsz.
Lambert Cfaaszoen»
Jan Clement.
Doen Jacobsz.
Jan Gysbertfe.
Jacob Garft.
Jacob Roelofsfoen.
Jacob Claasz. Watergang.
Jan Claasfoen.
Heymen Jacobsz.
Jan van Pcrfyn.
Marten Dirksz.
Jacob in de Pellegrim.
Claas in de Guide Hand.
Allert Andriefe Boelens.
Jan Claasz.
Meeus Pieterfe Doos.
Claas Gaaf.
Hobbe Arck.
Reyer Dirckfe Bardefe.
Arent Boelisz.
Luyc Jacobsz.
Jan Bet Harmanfe.
Hendrik Pietersz. Haring.
Sem Jacobsz.
Mr- Cornelis Campen.
Jacob van Ceulen.
Dirk Boelisz. "
Jan Lambertfe.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ï440.
1440. 1440. 1440. J445-
*445- H4-5- 1448. 1448. 1497. H97-
H97-
H97-
1500. Ï500.
ï5oo. ï5oo. 1504- ^04. ^09. »5U. 'Sn. *5ia.
^ia. ïSia. ^H- 1515- ws-
1515- 1516. *5i8.
15x8. 15i9. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
f4) Handv. ti. l7U
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
266 AMSTERDAMS III. Deel.
|
|||||||||||||||||
|
Pieter Coefart de Jonge.
Arent van der Waaijen.
Myndert Roft.
Eduard Becker.
Johannes van Drogenhorft.
Willem van der Does.
Joannes Commelin.
Pieter Mierink.
Mattheus Gansneb, genaamd Teng'
nagel.
Arnoldus Dicx. Reinier Dibbets. Nicolais ffe Swaan Junior. Gerrit van Ooilen. Mr. Jacob Heshuyfen. Nicolaas Teengft. Mr. Daniel van der Lip. Chriffiaan van Cuyck. Jacob Elias Michielsz. M'. Egidius Willem Tolling. Jan van Marfelis. Wynand Wiltens. Jan Willink Meures. Mr. George de Waart. Mr. Jan Jacob van Beaumont. Jacob Guillot Junior. Gysbert van der Goot. Willem van der Meulen. Abraham Grommée. |
|||||||||||||||||
|
1681.
1682. 1685. 1687. 1691. 1692. 1693. 1704. 1704. i7°5-
1707.
1710. 1717. 1717. 1719. 1721. 1723. 1726. 1728. 1738. 1739-
1742.
1744.
1746. 1747-
1747. 1758.
1759-
|
|||||||||||||||||
|
Marten ten Berg.
Pieter Goverts,
Frans Hendrikfe Ruys.
Job Cornelisz.
Hendrik Boelisz.
Reynft Pieterfe.
Hillebrant Brouwer.
Pieter Paauw.
Jan Poppes.
Jacob Bicker.
Arent van de Velde.
Hendrik Hudde.
Roelof Egbertfe.
Jacob Willemfe Warmont.
Jacob Wilkes.
Sie wert Meyndertfe.
Arent van Arp.
Arent ten Grootenhuis.
Pieter Gerritfe Kruydenier Ruyten
burg.
Cornelis Jansz. Valckenier.. Dirk Hem. Jan van Hoorn. Hillebrant Schellinger. Jan Hellinghs. Jacob Pieterfe Hoogkamer. Jan Reynier Claasz. Hendrik, van de Sande. Govert Boelisz. Jasper Segers. Outgert Pieterfe Spiegel. Pieter Jacobsz. van Ryn. Rochus Pieters van de Capelle. Jan Selyns. Pieter Vlack. Balthafar Jacot. M'. Wilhelmus Elbingh. Andries van Zaanen. Bernard Schellinger. Jooft Jansz. Kruysvelt. Marten Canter. Cornelis Hoppefack. Balthafar Helt. Jan ten Grootenhuis. Pieter Ernft van Baflen. Frans Bruyningh. Jan Lantsman. Mr. Willem van der Does. Coenraat van Klenck. Pieter van Kroonenburgh. Araout Schuyt. Casparus Commelin. Pieter Daay. Albertus Reynft. Jan Klaasz. van Beuningen. Bonaventuur van Dortmont. Anthony Hoevenaar. Arnout van de Cruys. Ferdinandus Bol. Jacob Quina. |
|||||||||||||||||
|
'578.
'578. '578-
'578- '579-
[58i. rS8i. '58a.
[582. '585.
'586. '586. '587-
'587. [588. 1590. 1594- '595- '595- '597-
[600. [602.
[613.
[614.
[616.
[616.
[619.
[619.
[620.
[621.
162.1.
[624.
[625.
'636.
[639.
[639.
[640.
[641.
[64a.
[646.
1648.
1650.
1652.
1653-
'653-
[654.
[654.
[660.
1663.
1666.
1666.
1666.
[671.
[672.
[672.
[673.
'673.
1673- [681. |
|||||||||||||||||
|
TEN-A«1--
|
|||||||||||||||||
|
Wy komen nu, tot de Befchryving van heE
Nieuwe-zyds-Huiszitten-AalmoessenieRs*
Huis. De Huiszitten-meefters aan de Nieuwe
zyde, op het erf, op de Prinfengraff» by de Leliegraft, eene Bakkery en Turf hulS hebbende opgeregt, bleeven voortgaan mel het doen der gewoonlyke uitdeelingen, in de Nieuwe Kerke, tot dat het verbranden deezer Kerke, op den elfden January deS jaars 1645, aanleiding gaf, tot het ftigten van het tegenwoordige Nieuwe-zyds ÜülS" zitten-huis, naaft de Bakkery en het Tu* * huis,boven gemeld; waartoe nog tweepa " huizen werden aangekogt. Het Huis werde» in 't jaar 1649, volbouwd. De Bakkery is^ in 't jaar 1690, geheellyk, vernieuwd.' o°c het Turf huis verplaatir., in drie byzonde Stads gebouwen, ffcaande digt aan de *'*' len: een by de Zaagmolens - Poort; een ver de Paffeerderftraat, en een ten einde v de Reguliersgraft. Het Nieuwe-zyds-H^ zitten-huis is, nog voor weinige Jaare ' n3 binnen, zeer veel verbeterd, en, in ,- 't jaar 1762 is de groote Uitdeelpg> ^ begon te zakken, van nieuws, &-" '. |
|||||||||||||||||
|
Hifi*
|
|||||||||||||||||
|
voikomeniyK neriteid. ue gr^---------
der is, ten zelfden tyde, dieper gemaal
|
e
|
||||||||||||||||
|
en
'in |
|||||||||||||||||
|
■
|
||||
|
^J^T ZrzMlTWE - ZYJ)S -HZriSZITTJSJr - AAJiMOJCS'SHJSTIJïRS -HUIS
|
||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 267
|
||||||||||||||||||||||||
|
^H" *n tras °^ 1"ement ge'egd. Het Godshuis ,
" waarvan wy fpreeken, beftaat uit twee by- zondere gebouwen. Het eerfte en aanzien- lykffce, welk drie Verdiepingen heeft, voert Stads wapen in de Frontefpies, en heeft een' ruimen ingang, voor welken, een koperen armbos geplaatft is. Voorts, (laat 'er, ter we- derzyde van den ingang, een zwaar yzeren hek. Naar binnen getreden, komt men in een ruim Voorhuis, waar, zuidwaards, de toe- gang is naar de wooning van den Binnen- vader en Binnenmoeder, uit twee Kamers en een kooken beftaande. Noordwaards , treedt men j in 't Comptoir der Regenten, |
||||||||||||||||||||||||
|
drie Regenten de uitdeelingen doen vanHuisziT-
brood, boter en kaas, die den behoeftigen, T£N Al- door de Bedienden van 't Huis, worden aan- J^f" gereikt; en ook van eemg geld, welk, aan Huizen fommigen, door de Regenten zelven, gege-«» Wjedu- ven wordt. In dit vertrek, welk men <feWEN- Kerk noemt, om dat het byna de gedaanteIl0F' van eene Kerk heeft, zyn verfcheiden kaflèn, waar de brooden, de boter en de kaas, in een vertrek, het Boterhuis genaamd, hiertoe byzonderlyk gefchikt, behoorlyk afgewoo- gen en verdeeld, vooraf, geplaatft worden. Ten zuiden van de zogenaamde Kerk, heeft men de Bakkery, waar, met drie ovens, ge- |
||||||||||||||||||||||||
|
een net vierkant Vertrek, met een fraaijen bakken wordt, en naar welke, men ook,
bepleifterden en overgeverwden koepel, van door eenen open gang, die voor aan de Prin- boven.Aandenfchoorfteenmantehzietmende fengraft uitkomt, toegang heeft. Voorde wapens van eenige Regenten, terwederzyde Bakkery , is eene ruime Timmer-en Berg- man een'fpiegel en fchilderftuk, in'tgraauw. Loots: en daarby een Turf hok, waarin een |
||||||||||||||||||||||||
|
Vez
|
fteenen Turf kok er gemetfeld is. Voorts,
heeft men, boven, zeer ruime Kooren- en
Kaaszolders, en, onder den zuidelyken vfeu-
behoefrigen, befchilderd is. Ook ftaan 'er gel van 't gebouw, eene groote, koele Bo
|
|||||||||||||||||||||||
|
drie diergelyke zinnebeelden in 't graauw,
in 't wellen, boven; en in de vier hoeken der zaale, agt deugden, insgelyks in 't graauw, °p deuren gefchilderd. In de vier lichten ^an 't vertrek, plagten vier Burgemeefter- tyke wapens te ftaan, die, met het vernieu- wen der glasraamen, weggenomen zyn; doch, levens het wapen en oud zegel der Stad, in gereedheid zyn' gebragt j om 'er weder- om geplaatft te können worden, 't Schoor- tteenftuk vertoont een gezelfchap van Re- genten j en tegen den ooftelyken wand, }s een groot Regentenftuk geplaatft, welk, ^ 't jaar 1651, door Jacob Bakker, gefchil- "erd is. Boven den ingang naar 't vertrek van binnen, zyn de wapens van zes Regen- en , konftiglyk, uitgebeeld. Ook hangen er de wapen- en naamborden der Regen- |
terkelder, die, 's winters, met planken be-
legd wordt. Noordwaards, nevens het Huis, welk wy, tot hiertoe, befchreeven hebben, ftaat een laag gebouw van eene verdieping, het Tuinhuis genaamd. Het voert het Kog- gefchip uit Stads zegel in de Frontefpies, en heeft drie deuren, boven twee van wel-. ken , midsgaders, boven de deur van den gang, die, zuidwaards, langs het groote ge- bouw loopt, de uitdeelingen aan de behoef- tigen , welken hier gefchieden, met toepas- felyke plaatfen der Schriftuure , door den beroemden Henrik de Keizer, konftiglyk, in hardfteen, uitgehouwen zyn. In 't midden, leeft men: Saligh fyn de barmhertige , want haer fal barmhertigheydt gefchieden. Matth. V. vers 7. En ter wederzyde: Doet wel aen den Armen. U Loon is in den Hemel. Agter |
|||||||||||||||||||||||
|
etl aan den wand: en in twee vakken in 't de middelfte deur, die niet geopend wordt,
^°ften, leeft men: Ter gedacht entjje van de is een vertrek, welk op een' fraaijen , lan- )erfiellinge defes Godtshuys ityt de nieuwe Kerck gen bloemtuin uitziet. Langs deezen tuin, *l[I'rfie uytdelingealhier aenden armengedaen loopt, aan elke zyde, eene gaandery, die,
P den 20 December desjaers 164.9 ' doen Huys- door middel van drie hekken, in vier lange
J ten-meéfiers fyv.de Lucas Pietersz Conyn, Jo- gangen verdeeld is. De twee zyd-deuren qU jfur.' Rombout Kemp, Claes van Liih, verleenen toegang naar deeze beide zyden ^rnslis Metfuc en jjaac Qommelyn. Terzyde der gaanderye. Door de eene deur, Wör- ter zaale, ineen' engen gang, is de deur van den de behoeftigen ingelaaten, die verzoe- n overwelfd vertrek agter 't Voorhuis, al- ken ingefchreeven te worden, waartoe een 'mr- K f1 de papieren - effeéten van der Regenten, met den Binnenvader byzig, ^uis bewaard worden. Uit de zaal, komt zit, in een vertrek met twee deuren, ten Welt' in een Zeer §root en nooS vertrek , einde van den gemelden tuin, alwaar, voor Waa :P Zwa,are , en %len ruft, en al- eenenEngelfchenfchoorfteen,eenzinnebeel- den d^ wepkelykfche uitdeelingen gefchie- dig fchilderftuk ftaat: en door de andere deur, fch»ïd > *s' (*00r ^outen hekken, in ver- laat men hen wederom uit. |
||||||||||||||||||||||||
|
. a naauwe gangen. verAfM ^n >"nW De Huiszitten - meefters aan de Nieuwe Het bezit
|
||||||||||||||||||||||||
|
S
|
Waar 'jZyn drie P^atfen afgezonderd, al- zyde hebben, nevens het Gafthuis, al vroeg, deh,elfc
' aes zomers, twee, en, des winters, het voarregt gehad, om de groote en kleine J^^ |
|||||||||||||||||||||||
|
Kraan, Kraanen,
|
||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||
|
MSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
s68
|
|||||||||||||||||||||||
|
Hoi«1*"
tBn-A^' Hoi««*
»*& WEN'-
|
|||||||||||||||||||||||
|
1553. Pieter Hendrikfe Opmeer.
1554. Claas Corneliflen.
1554. Gerrit Reynft.
1555- Jacob Hendrikfen. 1555. Härmen Ellersz.
1556. Jonge Jan Duveffen.
1556. Albert Dirk Marcusz.
1557. Florus Roeters.
1559. Jan Vechtersz. Semelkoper.
1562. Andries Hollefloot. 1562. Dirk Jan Deymans. 1566. Coen Pieterfen. 1566. Floris Dirkfen Otter. 1568. Gerbrandt Eggenfe. 1568. Thomas Symonfen.
1569. Jan van Santen.
1569. Dirk Jan Evertfe. 1571. Lucas van Teylingen.
1572. Hendrik Egbertfe Houtkoopeï.
1573. Claas van Santen.
1574. Evert Jacobfen.
1574. Gerrit Janfen Deyman.
1576. M'. Jan Tymansz.
1577. Jan van Marken.
1577. Mr. Jan Duvefen.
1578. Simon Dirkfen.
1578. Bartholt Dirkfen. 1578. Jan Smit. 1578. Jan Verburg. 1578. Jan Pieterfe Reaal.
1579. Willem Pausz.
1580. Anthony Jansz. Schellingwontf.
1580. Jan Janfen Carel.
1581. Tymen Meindertfen.
1582. Claas Egbertfe Gooijer.
1583. Jan Claasz. Reymertfe.
1585. Cornelis Jacob Witze. 1585. Gooffen Jacobfen Hooft.
1585- Jan Pieterfe de Wit. 1586. Wybrant Appelman.
1586. Henderik Pieterfe Schryver. *588. Jan van Heusden. 1589. Claas Lambertfe.
1589. Hendrik Pieterfe. 1592. Jacob Egbertfe. 1598. Jan Witzen. 1603. Albert Symenfen Jonkhein. 1603. Dirk Claas Reyniers. 1609. Jan Cornelisz. Geelvinck. 1609. Willem Hooft Jansz. 1609. Hendrik Lens. 1611. Jacob Dirkfen de Lange.
1612. Pieter van Montfoort.
1614. Dirk Haffelaer. 1617. Abraham Gilion.
1618. Philip Theyfen.
1620. Pieter Jacobsz. Elias. 1620. Jan Pieterfe Brugman. 1620. Franck van der Does. |
|||||||||||||||||||||||
|
Kraan, hier ter Stede, te verhuuren * en 't
voordeel, welk 'er van komt, voor de helft, te genieten; gelyk wy, reeds elders ( e ), hebben aangetekend. Zy plagten ook eeni- ge Landeryen in Nieuwer-Amftel te. bezit- ten; doeh dezelven zyn, al voor veele jaa- ren, allen verkogt geweeft (). Zie hier de naamen der Regenten
van het Nieuwe-zyds-Huiszitten-Huis , zo verze hebben können gevonden worden; |
|||||||||||||||||||||||
|
Huiszit-
TEN-ÄAL-
MOESSE- NiERS- HUIZEN tn Wedu-
wen- Hof. Naamlyft
der Re- genten. |
|||||||||||||||||||||||
|
1449-
1449-
1449. 1449. 1459-
1459- 1459- 1459-
1511. 1511.
1511. 1511. 1512. 1512. I5I4- I5I5. I5I5- 1518. I5I9- I5I9- 1522. 1523-
1523-
I523-
1524. 1524.
15*5-
1526. 1528.
1528. 1528. I536- 1537- 1537- 1538. 1538. 1540. I54I-
1542. 1543-
1546. 1546.
1547-
1548. I550. I55I. I55I- |
Meindert Janszoen.
Jacob Reynertszoen.
Jan Heinszoen die Wantfnyder.
Pieter Cornan.
Floryn Jacobszoen.
Symon Claeszoen.
Jacob Pille.
Gerrit PaauWi
Willem Dayn.
Gerrit Volkerfen.
Barent Barentfe.
Reyer Peterfe.
Claas GerritfeMattheuffen.
Jan Lambertfe.
Jacob Huygh.
Pieter Opmeer.
Jan Meeufen.
Jonge Claas Hein.
Simon Claaszoen.
Jan Duvesz. de Oude.
Claas Kloeck.
Jan Gavenszoen.
M'. Hendrik Dirk Janneszoen,
Mr. Windrik Hendrikfen.
Claas Jan Cobbenszoen.
Albrecht Braafeman.
Albert Louw.
Claas Hein.
Claas de Jonge.
Dirk Hillebrantszoen Otter.
Willem Dirksz.
Jan Duvesz. de Jonge, Houtkoper.
Jacob Dobbefe.
Claas Doedefe.
Simon Tamenfen.
Simon Claas Copsz.
Floris Martsz.
Willem Jansz. Brouwer.
Jan Duvesz., Lakenkooper.
Ysbrant Jansz. Beer.
Härmen Ottensz.
Dirk Jan Hendrikfe.
Pieter Jacobsz. Schaap.
Pieter Pietersz. Codde de Jonge.
Härmen Roodenburg.
Hendrik Corneliflen.
M'. Willem Jacobsz. Walichsz.
|
||||||||||||||||||||||
|
(e) Zie III. Deel, I. Bce^t bl. «7. IV. Bte{, tl, 1+9,
(f) Stids MiflireH N. XXIX. . 91 verf«.
|
|||||||||||||||||||||||
|
1620. Hendrik Laurensz.
|
t6iO'
|
||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 269
|
|||||||||||||||
|
1620. Jan Gerritfe Coppit.
1622. Willem Adriaanfe Raap. 1624. Cornelis Scheliïnger. 1624. Jan Gerritfen Verlooren Arbeid.
1Ö25. Willem Ysbrantfe Kieft. 1625. Dirk Haring.
1626. Jan Lambertfe.
1630. Lucas Pietersz Conyn. 1630. Johan Steur.
1631. Jacob Corneiisz. Hooft.
1632. Jan Benningh Koekebakker.
1635. Rombout Kemp. 1640. Claas van Lith.
1Ó44. Cornelis Metfue. 1645. Pieter Gerritfe Haflelaer.
1646. Gerrit HafTelaer Claasz.
1647. Ifaac Commelyn.
2651. Jan Appelman. 1651. Jacobus Reynft.
1652. Hendrik Roeters.
1652. Abraham Ernfl van Baffen.
1653. Joachim Jansz. Scheepmaker.
1655. Jan van Halewyn. 1655. Tymon Veeneman.
1657. Hendrik van Cleef.
1662. Elias Nuyts.
1666. Pieter Bernouille.
1673. Matthias Amia.
1673. Gerrit Schaap.
1673. Adriaan Temminck, Engelbertsz.
1676. Marten van Loon Pieterszoon.
1677. Anthony Reepmaker.
1679. Baftiaan Beerewouts. 168 r. Ni colaas van der Hagen. I683. Izaak Soreau. 1683. Nicolaas Ie Seutre.
1684. ErnO; van Croonenburg.
1/588. Daniel Kick.. 1688. Sieuwert Witzen.
1688. Jan van der Graaf. 1690. Jofeph van de Putte. 1692. Reinier La Clé. 1694- Hendrik Miering. ^QS- Egidius van den Bempden. ^95- Hendrik Stok. 1(599. Aarnoud Schuyt. *7oi. Dirk Cok Corneiisz. 1701. Balthazar Sweers. 1708. Barend Haan. J725. Matthys Slicher
J729. Cornelis Jacob h ,is.
730. Jan Jacob Verrneeïen
'33- Diderik Grommée
illl' ^'- Jo^Hubert van Meel.
|
|||||||||||||||
|
1739. Jan Teftas.
1739. Theodore Balguerie.
1740. Guilielmo Hartiinck.
1741. David Giffenig.
1745. Nicolaas Wittens. 1749. Philip Zaal Jooftzoon. |
Huiszit-
TEN Aal- MOESSE-
JNlttRS-
HüTZES
en Wedüt
wen- Hof; |
||||||||||||||
|
1749. Willem van Lingen. I________
1751. Martinas de Wilde.
I750'- Jacob Luden. 1757. Ambrofius Pool.
1761. Gerard de Putter. 17 61. Andries Benezet. De Huiszitten-meefters aan beide de zy- Gelegen-
den waren, al van ouds, bezitters geweeft heId tuC van verfcheiden' wooningen, voor bedaag- Jf, °p^f" de Weduwen en Maagden gefchikt, welke een We- wooningen, hier en daar, door de Stad, ver- duwen* fpreid, en aan hun gemaakt, of opgedraa-Hof' gen waren. Wy hebben 'er, hier voor(g), reeds eenigen aangeweezen. Men kan 'er de Opmeers - huisjes, de Jan - Fys - Vliegevs- buisjes , het Keizerryk , en Vegters - boom- gaard byvoegen. Doch de voornaamften 1 waren de Volders - buizen , gelegen aan de noordzyde van den Heiligen - weg , tegen over 'tClariffen-Kloofter, eerft door de Stad gebouwd, ten dienfle der Lakenneeringe; doch, in 't jaar 1584, verkogc aan Ttgen Wil- lem Schepels dogter , Weduwe van Hees Willemszoon -, tot wooningen voor arme vrouwen, voor eene fomme van vyf dui- zend vyf honderd guldens; mids datBurge- meefteren de keur aan zig behielden, om de twee wooningen, diedigtftaan de veftfton- den, ten gebruike der Lakenbereideren, vol- gens fchattinge van goede mannen, aan zig te behouden (h); 't welk zy, nogtans,niet fchynen gedaan te hebben. De Stigteres (tel- de , op den tweeden Oóïober des gemelden jaars, zes van deeze wooningen, die agttien in getal waren, onder opzigt derHuiszitten- meefteren aan de Oudezyde; zes anderen onder opzigt der Huiszitten - meefteren aan de Nieuwe zyde; vier onder opzigt van de Regenten der Gaflhuizen, en de twee ove- rigen onder opzigt van de Regenten van 't Weeshuis, en fchikte een inkomen van een- honderd guldens 's jaars, tot onderhoud dee- zer wooningen; te gelyk, bedingende, dat haare vrienden en de vrienden van haaren man, Hees Willemszoon, voor anderen, in dezelven, zouden geplaatfl worden (f). Doch toen men, in 't jaar 1649, befloot, hetgroot- fte geaeelte van den grond der Hand- en Voetboogs-Doelen, agter de Volders-hui- |
|||||||||||||||
|
zen
(g) Bladx.. iSt ent..
(h) Refol. Vtoedfcb. AT. s. 19 *'pt. Ij8+,
Mm
|
|||||||||||||||
|
H. S T Afl"enkergh
|
|||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
UI. Deel.
|
|||||||||||||||||||||
|
27°
|
|||||||||||||||||||||
|
ben, ook twaalf wooningen, onder en bo- H°IS^
ven, te beginnen van den Stads wal af, en ^iss,f, nog twee anderen begeven; en dat de twee ^iekS- wooningenvoor den Binnenvaderen Binnen-11^%. moeder, tuffchen de twee Huiszitten-huizen, «^ |
|||||||||||||||||||||
|
zen gelegen, aan erven uit te geeven, werdt
geraaden gevonden, ook deeze armen-woo- ningen te verkoopen, en 't gene 'er van ko- men zou, zo ver het (trekken kon, aan te leggen tot ftigtinge van een nieuw Wedu- wen-Hof, op een gedeelte van den grond van 't Karthiüzers - Kloofter (£) , welk de Stad van 't Burger-Weeshuis, waaraan dit Kloofler afgeftaan was, voor vyf duizend agt honderd zeven guldens en elf ftuivers, gekogt hadt. Te gelyk, befloot men, eeni- ge andere armen-wooningen, zo aan de Ou- de als Nieuwe zyde, te gelde te maaken, en de penningen te befteeden tot opbouw van het nieuwe Huiszit ten-Weduwen-Hof.
|
|||||||||||||||||||||
|
Huiszit
t£n-Aal-
MQESSE-
HIERS-
Huizen
en Wedu- wen- Hof. |
|||||||||||||||||||||
|
»eH-
|
|||||||||||||||||||||
|
gemeen blyven zouden (/). Doch in 't jaar ^f
1669, befloot men, van elke zyde, eenen Binnenvader te ftellen: en toen werden dee- ze twee wooningen, by onderlinge overeen- komft tuffchen de beiderzydfche Regenten, aan die van de Oude zyde overgegeven (in), die 'er, federt, hunnen Binnenvader hebben laaten woonen, aan welken men ook het ge- bruik van een boven-vertrek, welk gemeen gebleeven was, vergund heeft. Van wege de Oude zyde, worden dus, nog tegenwoor- dig, veertien beneden- en veertien boven- wooningen aan behoeftigen begeven. De Regenten van de Nieuwe zyde begeevcn agt en dertig beneden-, en even zo veele boven-wooningen aan behoeftigen. De woo- ningen der Oude zyde zyn met A. B. C enz. die dèr Nieuwe zyde met 1. 2. 3 enz. gete- kend. Doch tot de Nieuwe zyde, behoo- ren ook nog twee beneden-wooningen; bo- ven eene van welken.., twee boven-woo- ningen , boven eikanderen, zyn, in de Tichel- ftraat, naaft het Weduwen-Hof. De bei- derlei Regenten ftellen, wegens ieder zyde, eenen Binnenvader op 't Weduwen - Hof, die elk opzigt hebben, op de wooningen en bewoonfters, tot zyne zyde behoorende. De Binnenvader wegens de Oude zyde bewoont twee beneden-wooningen, en eene boven- wooning ter regter-, of aan de weftzyde van den ingang. De Binnenvader wegens de Nieu- we zyde bewoont de twee uiterfte woonin- gen van 't Geftigt in 't ooften, aan de Kar- thuizers-ftraat, boven en beneden. Het We- duwen-Plof heeft ook een' uitgang op de Anjeliers-graft, langs welken, eene Timmer- loots, eene bergplaats voor de Boedeltj^s der behoeftigen, en voor de Turffleeden, ten dienfte der Nieuwe zyde alleen, getirfl- merd zyn. Op de Plaats van het zelve, die twee Bleekvelden heeft, leggen eene diep* geboorde Put, en een Regenwaters-Pomp» uit welke laatfte, aan elke bewoonfter, ge" meenlyk, vier emmeren waters ter weeke gegeven worden. _ ß> Volgens een Reglement op de beftiering^t
van het Weduwen-Hof, in den jaare i<?5°' V-0r.,. door de Regenten van beide de zyden, b7b£!s! voorraad, vaftgefteld, worden, voor andt- fte ren, in dit Godshuis, aangenomen "Wedu- wen, of ongehuwde Vrouwsperfoonen > dje aan de Stigters of begiftigers in den bloede rit
(/) Ex/raft uit de Notulen in'tO.z. Hmszitten Huls*""*
2j oa.b. .«50. - z. Huiw«e,h* |
|||||||||||||||||||||
|
__ :t ftaat agter de Karthiüzers, en is, in
jLl 't jaar 1650, onder 't opzigt vanden
'Stads Bouwmeefter, Daniel Stalpart, vol- bouwd. In den Voorgevel, ftaa.t een Sche- pel, ter gedagteniffe der Volders huizen, die, door Ttgen, Dogter van Willem Schepel, geftigt waren. En rondsom leeft men, op vyf wapenfchilden, de naamen der Gefüg- ten , welker koopprys, onder anderen, tot het bouwen van het Weduwen-Hof, is aan- gelegd: Keizerryk , Opmeer , Vechters-Boo- .gaert, Peereboom, en Jan - Wif- Vliegen. Het Huis heeft, wyders, in 't midden, voor aan de ftraat, een' deftigen ingang, die toegang verleent naar eene ruime Plaats, rondsom bebouwd met de wooning'en voor behoefti- ge Weduwen en bedaagde Maagden. Agt van deeze wooningen, vier boven- en vier .beneden- ver trekken, -zyn 'er, aan elke zyde van den ingang, zo wel voor aan de ftraat, als van binnen aan de Plaats, die, aan de drie overige zyden , met twee en twintig beneden-, en even zo veel boven-woonin- gen bezet is: zo dat 'er, in alles, vier en vyftig beneden-, en even zo veel boven- wooningen zyn, van welken vier beneden- en drie boven - wooningen , door de fcwee Binnenvaders, gebruikt worden. De ove- rigen honderd en een worden, door behoef- tigen, bewoond. De Stad , het grootfte gedeelte der koften van 't bouwen gedraa- gen hebbende, liet het onderhoud en be- wind van 't Geftigt aan de twee Huiszitten- huizen alleen, zonder dat 'er 't Gafthuis en 't Burger-Weeshuis, voortaan', eenige be- zorging over hebben zouden. Men kwam overeen , dat de Regenten van 't Oude-zyds- Huiszitten-huis, die in 't eerft ze'ftien drie en vyftigfte deelen in 't onderhoud en de laften droegen; doch, naderhand, fomtyds minder, fomtyds meerder, gedraagen heb- -
|
|||||||||||||||||||||
|
Befchry-
ving van het Huis ZITTSN-
Wedu-
WEN-
Hof.
|
|||||||||||||||||||||
|
(kj Reful. Vroedfeh.,_A'. _.. i. Dcccmb. iCng, f. 51. (»»_ Conventie van 14 /% I66». in'(O
|
|||||||||||||||||||||
|
^
|
|||||||||
|
A
|
|||||||||
|
't HuiszitTJBJsr- Wfbuwèj^- Ito f
|
|||||||||
|
'tS HiriSZIT TJSJf - WjBD 7TWF2V - H O F
■>im ói'n/inn , naar opteren te. .://'
|
|||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN eh GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 271
ï£u^s|It- beftaan: .voorts, ingebooren_ poorterfchen: de Huiszitten-meeflers^ te laaten bedeelen, Huiszif-
SloEsstfL" en daarna, ook andere huiszittende perfoo- dan die, hier, zes jaaren agtereen,gewoond tenäal- Ä- ~ nen, zulken zelfs, die wettige kind of kin- hadden (p). En deeze tyd is, naderhand, ^OESSE- f^Tx deren hebben b- midszy, vooraf, borg ftel- op zeven jaaren gefield. ^ De toevloed der Huizen \c£tJDü-len, dat dezelven, na haar overlyden, niet armen, en van zulken in 't byzonder, die zi°-, enWmm- *W ten lade der Regenten komen zullen ; erl met valfehe Getüigfchriften van de plaats en WKN_ dat de Zoonen niet langer dan tot datzyne^ tyd hunner inwooninge, aan de Huiszitten- HüFi gentien, en de Dogters niet langer dan tot huizen,.vervoegden;en, na dat zy, 's win- dat zy agttien jaaren bereikt hebben,iahet ters, hier, de uitdeelingengenootenhadden,. Godshuis, zullen mogen verblyven. De be- zig, des zomers, ten platten Lande, onthiel- -woanders moeten, voor dat zy op 't Hof den, en van den bedelzak leefden,'hebben, komen woonen, een' netten ftaat van 't ge- het invoeren van fcherper toezigt, danvoor- iie zy bezitten aan de Regenten overgeeven. maals gebruikt was, noodzaakelyk gemaakt. Zy mogen zig niet geneeren met het bakken Men heeft ^ op den tienden January des jaars van boekweiten- of oliekoeken, noch eeni- 1682, vaftgefteld dat 'er j voortaan, gee- ge andere neering doen b waartoe vuur ver- ne zomergiften gegeven zouden worden, eifcht wordt: ook geene doove kooien .be- dan aan oude, kreupele en elendige men- waaren, dan onder den fchoorfteen, en in fchen. Dat de Huiszitten, aan niemant, doofpotten. Voorts, moeten zy te vrede ,-, die van eenig. Godshuis , evenveel van zyn met de wooning, die haar aangeweezen welke gezindheid, onderhoud trok, meer is; allen twifl en gekyf myden,eri den Re.- zouden mogen geeven, dan een of twee genten en Binnen vaderen [gehoorzaam, zyru ,j manden turf ter weeke naar de grootte De Binnenvaders zyn verpligt, het Hof ten der huisgezinnen. En dat de Oude en negen uuren te fluiten. Na tien uuren * ma- Nieuwe zyde verdeeld zouden worden in gen zy niemant inlaaten. Ook moeten zy^ i} kleine wy ken, over ieder van welken, een voor en op dat uur, tweemaal , de ronde Wykmeefler zou worden gefield;die on- doen, om te zien, of elk zyn licht wel uit- derzoek zouden moeten doen, of de armen* gedaan heeft. Voorts, moeten de Binnen- welken, door de Huiszitten, bedeeld wer- Vaders van't overlyden der Bewoonfteren j den, de gaaven ook onwaardig waren* terftond, aan de Regenten, die 't aangaat, waarvan 6zy den, Regenten zouden moe- kennis geeven (n). De bewoonflers van 't j, ten kennis geeven: en te gelyk, of ook, Weduwen-Hof gemeten, boven vryewoo- *, onder de bedeelde huisgezinnen, kinde- ning, van wege de Nieuwe zyde, ieder een ren waren, bekwaam om eenig handwerk tarwenbrood, eenige kaas enzesfluivers aan te doen, of te leeren (q)." Ten zelfden geld ter weeke, en dertig ton turf, in 't jaan tyde, werdt 'er "zekere fehikking gemaakt, Doch die van de Oude zyde krygen, behal- tufTchen de Huiszitten-huizen en het Aal- Ve't brood en een pond boter ter weeke, en moeffeniers-huis,van welke wy,in de Befchry- vyfen twintig ton turf in't jaar, uit zekere ou- ving van het laatftgemelde, fpreeken zullen, de Legaaten, daarenboven, weekelyks, eenig De befliëring van beide de Huiszitten- geld, te weeten, in den zomer, twaalf Huivers, huizen komt, in de voornaamfle opzigten, *tï(, en in den winter, vier en twintig Huivers, overeen; doch verfchilt egter,in eenige by- \** De Huiszitten - huizen aan de Oude en zonderheden, in 't vervolg, daar 't pas geeft, Nieuwe zyde flaan ieder onder 't opzigt te melden. Tweemaal 's jaars, gefchiedt 'er van zes Huiszittenmeesters of eene algemeene infchryving van behoeftige Regenten, die ook het Weduwen-Huiszitten, aan beide de zy den. De winter- Hof beflieren, en, even als de Regenten infchry ving aan de Oude zyde begint door- der andere Godshuizen, door Burgemeefte- gaands in Oftober of November, enduurtzes ren, worden aangefleld. In de oudfle tyden, weeken, drie dagen in ieder weeke , van Jr4e werden zy, jaarlyks, door 't Geregt, ge- twee tot vyf uuren na den middag, waarna linHe kooren (0). In de zefliende eeuwe, werden de wintergiften, metdehVrydag voorKerft- bieder reeds., door de Huiszitten-meeflers, ook in tyd, aanvangen, die, tot Vrydags voor Palm- en, cf«> den zomer, uitdeelingen gedaan,en welaan zondagingeflooten,duuren. Aan de Nieuwe 'uiden, die drie jaaren Poorter geweeft wa- zyde, begint zy, in't laatft van Oftober, of in'c ren, of hier, vier of vyf jaaren agtereen ge- begin van November, en duurt zeven weeken ftadelyk, gewoond hadden, en, uit dien hoof- agtereen, alle nademiddagen , behalve 's Je» huiszittenden genoemd mogten worden. Vrydags, van twee tot vyf uuren. De zo- D°ch in't jaar 1650, is, by Burgemeefte- mer-infchry ving, die van veel minder uit- ren en Raaden, bellooten, niemant, door geftrektheid is, begint, aan de Oude zyde, vee**
S ït ^tReglemcntzelf. z«.^CommEI.IN> il. ,. <f\ ^ Tïf *' "' " °* **» fA '?*
v j «.emb, A> yt ,? vtrfti c, . + vtrc, (f' «*■«» »*> */» Mm 2
|
||||
|
A M S 'T- E R DA MS III. Deel.
|
|||||||
|
S72
|
|||||||
|
HmsziT- veertien dagen voor Paafchen; en aan de beide de zyden draagen zorg, dat de dog-Hüisz^'
ten-Aal- Nieuwe zyde, in Maart, en duurt maar zes tertjes van behoeftigen, van zeven tot veer- ten-A' moesse; dagen. Aan de Nieuwe zyde, duurt de win- den jaaren oud, op het Stads Zyde-Wind- M°^ss. KiERs. ter-bedeeling, dertien, en de zomer-bedee- huis, befteed worden, ten ware zy reeds een j?füi2Bjr en Wedó. ling negen en dertig weeken. Doch aan de handwerk oefenden, of de ouders noodzaa- ê»jVP? wen- Oude zyde, duurt de winter-bedeeling langer kelyk dienen moeiten; waarvan behoorlyk w£K' Hof. of korter,naar datPaafchen laat of vroeg komt: blyk moet gegeven worden. En hiervan ge-1*0^ waarnaar zig ook de zomer-bedeeling regelt, fchiedt aantekening op de briefjes, tot naar- die, altoos, 's Vrydags voor Paafchen, aan- rigt der Regenten, die, de volgende dagen, vangt. By de bedeeling, zyn een of meer Die- op de infchryving, zitten. Als de Regenten naars van 't Aalmoeflèniers-Weeshuis tegen- eenigen twyfel hebben, omtrent de partyen, woordig, om 't gemeen in orde te houden, die ónderfland begeeren, wordt de infchry- De zevenjaarige inwooning der behoeftigen, ving uitgefleld, tot dat, door een' der Sup- die, een voor een, voor de Regenten, inde pooflen, nader onderzoek op dezelven ge- Infchryf-Comptoiren, moeten komen, moet, daan is. De infchryving gedaan zynde, volgt, door twee eerlyke Gereformeerde of Luther- kort daar op, de bedeeling, die, eens ter fche Ledemaaten, getuigd worden. Ook moe- weeke, des Vrydags, na den middag ge- ten deezen de wezenlykheid der behoefte fchiedt. Aan beide de zyden," wordt, het van elke party e verklaaren. Vrouwen, wel- gäntfche jaar door, brood uitgedeeld. Doch ker mans op de vaart zyn, moeten zulks, aan de Oude zyde, deelt men, zomer en win- met eene Atteftatie of met getuigen, bewy- ter; ook boter uit: waartegen, aan de Nieu- zen. Man en Vrouw met één kind worden we zyde, des zomers, alleen brood, en aan niet, immers niet ligt, bedeeld: ;ook geene fommigen, des zomers en des winters, ook bedroogen dógters , al hadden zy fchoon, eenig geld, te weeten, twee, vier, zes, agt, voorheen, ónderfland genooten. De We- tien of twaalf ftui vers ter weeke, en^deswin- duwenaars of Weduwen, die een of meer ters, aan allen, die geene Ledemaaten van ee- kinderen onder de veertien jaaren, en de ge- nige Gemeenten zyn, ook boter, en aan vee- huwden, die, met twee of meer kinderen Ien,daarenboven, kaas uitgedeeld wordt.Beidc van die jaaren, belaft zyn, moeten, met de Huizen deelen, des winters, aan alle Huis- hunne kinderen , aan 't Comptoir komen, gezinnen en huishoudende perfoonen turf uit. Zulken, die kinderenleenen, verliezen hun- Zulken, die vier of meer kinderen onder de ne gifte. Sterken, en die geenenlaft van kin- veertien jaaren hebben, krygen twee zak- deren hebben, worden niet bedeeld: ook ken turf, ter weeke: alle de overigen niet geenen, die minder dan veertig jaaren oud meer dan eenen zak. Van deeze zakken, maa* zyn, ten ware zy gebrekkelyk van lighaam ken de drie omtrent twee ton turf uit. Zo waren. Zelfs wordt, aan geene anderen, drie of meer behoeftige partyen, by elkan- die jonger zyn, enkelyk turf gegsven. De deren, woonen, of in ééne flaapftede t'huis briefjes van zulken, die, door Regenten, leggen, krygen zy,famen, maar eenen zak worden afgeweezen , worden ingetrokken turf, en men geeft hun geene briefjes, ten en bewaard, op dat menze zou können naar- zyze allen, gelykelyk, aan 't Comptoir ko- zien, indien eenïge afgeweezen party, na- men. Aan zulken, die, by de Gereformeer- derhand, voorwenden mögt, haar briefje, den, Lutherfchen, Roomfchen, of eenige by de voorgaande gifte, verlooren te heb- andere gezindheid, Lidmaaten zyn, wordt ben. Men geeft geen confent, of verlof om alleen turf gegeven, met dit onderfcheid nog- de bediening, elders, dan aan de Huiszit- tans, dat, aan Gereformeerde Ledemaaten, tenhuizen, of, door een' ander', te laaten de gewoonlyke ónderfland verleend wordt \ haaien, ten ware de behoeftige party niet tot dat zy van de Diaconie trekken können: gaan kon: of zo zulks al, om eenige ande- 't welk, tegenwoordig, gemeenlyk, niet eer* re goede reden, gefchiedt, moet dezelve, der zyn kan, dan na dat zy vyf, of zes ja*" door het oudfte kind, of door een goeden ren Lidmaat geweefl zyn (r). Behoeftig2 bekenden, wiens naam op het briefje gefield Kraamvrouwen krygen, aan de Oude zyde* wordt, worden gehaald. Die zig willen laa» vier weeken agtereen , 's winters, eene*1 ten infchry ven, moeten, vooral, de vereifch- zak turf meerder, dan zy gewoonlyk genie* te Trouw-enDoopcedulsmedebrengen. Op ten, en, zomer en winter, een gulden aart de Doopceduls der Roomfchgezïnden, waar- geld ter weeke , fchoon hier, anderszins» in veel bedrog plagt te gefchieden, wordt, geen geld gegeven wordt. Aan de Nie^' byzonderlyk, agt gegeven, en onder ande- we zyde, krygen zy geen meerder turf; ren gelet, dat daar by de Statie of Kerk, maar zes en twintig Huivers , of, z° z? waar de Priefter, die den doop bediend heeft, twee" woont, gemeld worde, Dé Regenten aan (r) git m. d»i, ii. a,*, »'. »*«
|
|||||||
|
IV.BoEif. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGTEN. 273
fï^A11"" tweelingen voortgebfagt hebben, twee en genhonderd. Aan de Roomfchgezinden, en huiszit.
HoÏS5EAL dertig Huivers , ter weeke. 't Getal der aan de Gereformeerde _en Lutherfche Lede- ten-Aa^ ^ïrs. ' brooden, die , des zomers , aan de Oude maaten , wordt, des winters, alleen turf ge- msesse- ;^ek zyde, gegeven worden, loopt van een tot geven; doch zulke Protestanten , die.tot ^SEN \vE^EDüvier, en des winters, van een tot zes of geene Gemeente behooren, krygen de vol- enWKi>u- Hof.' meer , naar de grootte der huisgezinnen; Ie bedeeling. ; wen- rekenende men, gemeenlyk, voor ieder kind, De inkomften van beide de Huizen be- IIoF-
een brood meer'. Doch aan de Nieuwe zy- ftaan uit de vrugten van eenige Huizen, Lan- J}^0"?* de, geeft men, zomer en winter, van één deryen,RentebrieyenenObligatien,welken Hu",^ tot'zes of meer'brooden, naar 't getal der zy bezitten. Ook hebben wy, hier voor, ten-Hui- kinderen. Het brood wordt, genoeg- reeds gemeld, dat het Oude-zyds-Huiszkten-^- ■ zaam altoos, van enkele Pruiffifche Rog- huis het regt van de opfcheepinge der Bees- in £ en ge gebakken. Ieder brood weegt vyf pond. ten, en het Nieuwe-zyds-Huiszitten-huis de Oude en De boter plagt, voormaals, Friefche te zyn, helft van het inkomen der Kraanen bezit. Nieuwe Doch federt eenige jaaren, gebruikt men, Daarenboven , verzamelt het Qude-zyds- eifb e[]g doorgaands,Ierfche,enliefft Waterfordfche, Huiszitten-huis ook aalmoeffen, des Zon- i3Uizen. die beter koop, en ruim zo ilrekzaam;doch dags, in de Vroeg-, Voormiddags- enNa- liiet zo zuiver is. Aan de Oude zyde, is demiddags - Predikatien, en des Donderdags» egter, onlangs, wederom, Friefche en Gro* in de Vroegpredikatie, in de Oude Kerke; ninger boter gekogt. Elke behoeftige par- en hetNieuwe-zyds-Huiszittenhuis,desZon- ty krygt, des zomers, aan de Oude zyde al- dags, op gelyke tyden, en des Dingsdags, leen, van een half tot anderhalf, en .des in de Vroegpredikatie, in de Nieuwe Kerke, winters, van een half tot derdehalf pond Ten hunnen behoeve, gefchieden ook twee- ter weeke. Doch aan de Nieuwe zyde, derlei. ommegangen met de fchaale by de geeft men, 's winters alleen, van een. half huizen, een door de Wykmeefters, en een pond tot een pond Boter. Van de Noord* door de inzamelaars der Aalmoeffeniers, van hollandfche kaas, die alleenlyk aandeNieui* welken wy, wat laager, breeder berigtgee- we zyde en des winters gegeven wordt , kry- ven zullen.. De aalmoeffen, die, in de Bos- sen partyen, die met vyf kinderen belaft zyn, fen, op openbaare Plaatfen en in herbergen, een vierde gedeelte van een twaalf-ponds plagten verzameld te worden, werden ook, kaas en partyen, die zes kinderen hebben-, voor deezen, door de Huiszitten-huizen, ge- een halve agt-ponds kaas, ter weeke. Aän nooten; doch zy zyiv, by de fchikking des beide de zyden, worden ook doodkiften uitge- jaars 1682, aan 't Aalmoeffeniers-Weeshuis deeld, voor behoeftigen van allerleije gezind- afgeftaan. Ondertuffchen, hebben, federt heid.De meefte en voornaamftefchikkingen deezefchikking, verfcheiden'byzondereper- op de infchryving en uitdeeling, van welken foonen, herbergiers, winkeliers en anderen, wy gewaagd hebben, zyn vervat, in een Re- op de Regenten, uit eigen beweeging, ver- glement, door de Regenten van 't Huiszitten- zogt, dat 'er, in hunne huizen, boffen, ten Huis aan de Nieuwe zyde, op den twee en behoeve der Huiszitten-huizen, mogten ge- twintigften Odlober des jaars i734,vaftge- hangen worden; gelyk, hier endaar, ge- field. Aan de Oude zyde, alwaar op de in- fchied is. Het Huiszitten-Huis aan de Ou- fchryving inzonderheid, tot nog toe, geen de zyde heeft veel verlooren aan eene Bos, ömftandig Reglement vaftgefteld is, volgt die, voor't affchaffen der Pagten en Admo- men egter, omtrent het een en het ander, diatien, in't jaar 1748, in't Vleefchhouwers genoegzaam den zelfden voet. 't Verfchil, Gildehuis, plagt te hangen, en, jaarlyks, ryke- in eenige weinige opzigten, hebben wy niet lyk voorzien was. De Huiszitten-huizen zyn, verzuimd, aan te tekenen. wyders, volgens eene Keure van den vierden 't Getal der behoeftigen, die, aan beide January des jaars 1530» erfgenaamen van
de zyden, bedeeld worden, is, gelyk men zulken, die door hen onderhouden zyn, en ligtelyk denken kan, niet altoos even groot, geene nakomelingen agteriaaten_ (xj. Zy eS des zomers verre het kleinfte. Aan de hebben ook, reeds op den twmtigften Sep- Oude zyde, zyn, voor den winter van 't jaar tember des jaars 1533>regt verkreegen, om i764eni765,mimagttienhonderd,envoor hunne fchuldenaars , wegens Kuftmge of den zomer van 't jaar 1765,omtrentzeven- Huishuur, om de veertien dagen,te mogen honderd partyen ingefehreeven. Doch aan loos- en eigenpanden (f). DeLegaaten door de Nieuwe zyde, die veel uitgeftrekter is, en zulken, die, in dienft der Ooit- or Weftin- , ^aar veelmeer behoeftigen woonen,beliep difche Compagmen, alhier uitgevaarenzyn, ^ getal der ingefehreeven partyen, in den afin zelfden winter, meer dan vyfduizend drie- o) Kemb. d. . w. H*ndv. R'ï7«,
honderd, en in den zelfden zomer, ruim ne- ^ ' 7
Mm 3
|
||||
|
AMSTERDAMS IILDsel»
|
|||||||||||||||||||
|
$74
|
|||||||||||||||||||
|
ken j by beurten j zevenmaal in 't jaar, eenen ^v:sf^
ommegang, met eene zilveren fchaale, ten TJ^SSÏ. behoeve der beide Huiszitten - huizen. Zy NIERs- verzoeken eene vry willige gifte, voor de Huis- flüiz^. |
|||||||||||||||||||
|
aan de Annen gemaakt, zyn, door Burge-
meefleren, verklaard, toe te komen, voor de helft, aan de Gereformeerde Diaconie, en voor de wederhelft, aan de Huiszitten. Doch zulke Legaaten, gemaakt zynde aan de Armen van of tot Amßerdam, zyn verklaard, te behooren aan de arme Weezen, dat is, aan het Burger-Weeshuis deezer Stad (a). De JWyk- of Buur tmeefiers, van welken
wy, reeds in 't voorbygaan, gewaagd heb- ben , zyn van ouder inftellinge, dan men, in 't gemeen, geoordeeld heeft. Immers, ik vind, op het jaar 1545, al gewaagd van Quartier- of Wyhneefiers, die, uit de Re- geeringe en deftigfte Burgers, gekooren wer- den , en, by welken, in dien zorgelyken tyd, alle vreemdelingen, zo dra zy in. de Stadkwa- men, zig moeiten aangeeven. De Stad was toen in zeven wyken verdeeld, drie aan de Oude; en vier aan de Nieuwe zyde: en in ieder Wyk, waren twee Wykmeefters (v). Doch 't fchynt, dat deeze Wykmeefters niet lang gediend hebben. Ook kwam hun dienft, veelligt, niet volkomenlyk , met dien der tegenwoordige Wykmeefteren, overeen. Im- mers, in'tjaar 1652, befloot het Geregt,by raade der zes en dertig Raaden, tot weerin- ge der onbehoorlyke Bedelaarye, Buürtmees- ters aan te ftellen, om agt te geeven op de luiden, die, in elke Wyk of Buurt, kwamen woonen, en om aan de behoeftigen getuig- fchriften te geeven > waarop zy onderhoud, by de Huiszitten* zouden können genie- ten (iy). En deezen fchynen, federt, den naam van fVykmeeßers gekreegen te hebben. Zy zyn verpligt, zulken, die de buurt ontruften, te vermaanen, om daarvan af te laaten <, en 'er, anderszins, den Geregte kennis van te geeven. Zulken, die hunne kinderen ledig laaten loopen, moeten zy daarvan afhouden; en zo men hun geen gehoor geeft, zulks den Regenten van'tWerkhuis, of den Gildeknegts der byzondere Gilden aandienen. Behoeftige kinderen, die beide de ouders verlooren heb- ben, moeten zy, door de naafte vrienden ■, zoeken te doen aanneemen. Doch zo dee- zen zulks weigeren, zyn zy verpligt, den in- boedel der ouderen op te tekenen, en de lyft daarvan te overhandigen aan de Armenbe- zorgers , van welken de overleedenen onder- houden ge weeft zyn. En 't zelfde moet ge- fchieden, wanneer iemant overlydt, die van aalmoeffen geleefd heeft. De Wykmeefters moeten een Regifter houden van alle de ar- men in hunne wyk,die onderhoud genieten. Voorts, dóen zy, in hunne byzondere wy- f«) Groot-Memot. N. lil. f. ij+, z+i. Handy, ll.iyt,
(f) Keurb. E. . 114. Zie ook^ hiei veor, II, Dttl, YI. Stjckj, it. 2SS. (w);Handv. tl, w.
|
|||||||||||||||||||
|
Huiszit-
ten-AaL' MOESSE-
HIERS- Huizen
en Wedu- WEN-
Hor.
|
|||||||||||||||||||
|
armen. Doch behalve deezen, gefchiedt 'er,en
|
|||||||||||||||||||
|
weN-
|
|||||||||||||||||||
|
alle vier weeken, en dus dertienmaal in 't
|
|||||||||||||||||||
|
jaar , een diergelyke ommegang met de cwtói
fchaale, door eerlyke Burgerluiden, ïnsge-tf»^. lyks , ten behoeve der Huiszitten - huizen, de 0f onder den naam van Aalmoeffeniers - armen. J^*«*f' Voormaals, plagt deeze fchaal aan 't Aal- fttiif'' moeffeniers - Weeshuis toe te komen; doch zy is, in 't jaar 1682, afgeftaan aan de Huis- zitten-Huizen, die, daartegen, het onder- houd der bejaarde arme huiszittende luiden op zig genomen hebben, welk, te vooren, ook ten lafte van het Aalmoeffeniers-Wees- huis plagt te komen (ac). De Wykmeefters dienen, zonder bepaaling van tyd; doch zy, die met de fchaale omgaan, können, na ver- loop van drie jaaren, ontilag verzoeken; wanneer zy, gemeenlyk, een drietal opgee- ven, waaruit de Regenten de open plaats vervullen. Zy worden egter, veeltyds, ver- zogt, te willen aanblyven, en dienen, zo wel als de Wykmeefters, veele jaaren ag- tereen. Die in de Wyken buiten de Stad met de fchaale omgaan , zyn vry van het Poortgeld (y). De Regenten van beide de Huiszitten-Huizen ftellen twee Lyften op, voor zeker getal van jaaren , van alle de Zondagen, op welken, in de Kerken aan bei- de de zyden, wordt afgekondigd, dat men, de volgende weeke, voor de Huis-armen, of voor de Aalmoeffeniers - armen , met de fchaale, zal omgaan. En deeze lyften zyo gedrukt onder de Commiffie , die aan de Wykmeefters en aan de Aalmoeffeniers, ten deezen einde, door de Regenten, uit laft van Burgemeefteren, ter hand gefield wordt. Aan de Oude zyde, wordt de dag der Col- lecte , eenigszins, gelaaten aan de keuze der Collectanten, mids de verzamelde penningen, door eenen Bediende, in dezelfde weeke, van hun afgehaald, en 'sVrydags, aan't Comp« toir gebragt worden. Doch aan de Nieuwe zy- de , verzoekt men de Aalmoeffeniers , 's Woensdags, en de Wykmeefters, 's VrydagS daaraan, te willen omgaan., en de pennin- gen, op Woensdag verzameld, den volgen- den Vrydag, en de Colle&e van Vrydag» op den zelfden dag, in de volgende weeke» aan 't Comptoir te willen brengen. Die tot Wykmeefter verkooren wordt, mag zig daar- van riiet ontflaan. En deeze verpligtingfcnynt ook op de Aalmoeffeniers te leggen. Elk kan, tegenwoordig, tot Wykmeefter. verkooren wor-
(*) Zit hier na, 0. VII. «'»VeBefchryv.vaB'tA"«08*"
SEniers-Weeshuis. (y) Gtoot-Mcmoi. K. IX, , 174 v*&* |
|||||||||||||||||||
|
Wyk- of
Buurt-
meefters.
|
|||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 2- *
|
||||||||||||
|
**4?,' ^°urden' uitgenomen de Burgemeefterenl, ters, fomtyds, gelyk in de jaaren 1670 en H
|
BISZIT.-
|
|||||||||||
|
k°Ess£ ^chepenen , Oud - Schepenen , Raaden en 1672, aan huisgezinnen, die 't verzoeten, ten L
^ers. Kapiteinen der Burger-Compagnien (z). De drie manden turf ter weeke, teeen wf en moesse" |
||||||||||||
|
NIKRS-
|
||||||||||||
|
«n^N- Oade zy de is, al federt veele jaaren, verdeeld zes Huivers de mand, uitgedeeld (b).J~ By:
^.EDrj- -ge weeft in vieren dertig; de Nieuwe zy- de eerfte overkomft der Franfche viugte- ^Wedu- V de, in drie en negentig wyken; fommigen lingen, zyn de behoeftigen onder dezelven wen-* van welken nog in tweeën verdeeld zyn. eemge jaaren agtereen, door de Huiszitten-HoF- In de meeilen deezer wyken en halve wy- Huizen, onderfteund (c). En nog in 't jaar buitenge- ken, zyn twee Wykmeefters, in ieder; in 1736, heeft het Oude-zyds-Hiüszittelihuis ^°°neu enkelen, drie Wykmeefters aangefteld. Be- twee duizend , en het Nieuwe-zyds-Huis- ylland- halve deeze wyken in de Stad, zyn 'ernog zittenhuis vier duizend zakken turf, op laft vier buiten de Poorten, in ieder van wel- van Burgemeefteren, aan de Walfche Dia- ken, twee, drie, of vier Wykmeefters aan- conie , ten behoeve der Franfche Vlugte- gefteldzym De aanftelling der Wykmees- lingen, uitgeleverd (d). Doch het getal teren gefchiedt, door de Regenten der Huis- dier Vlugtelingen, federt, een vierde ver- zitten - Huizen aan beide de zyden, veel- minderd zynde ; hebben Burgemeefteren, tyds,en,aan de Oude zyde, altoos,uit zul- op den twintigftenApril des jaars 1753 ,be- ken, die met de AalmoefTeniers-fchaaleheb- laft, ook een vierde minder turf aan dé ben omgegaan, en ook,door de Regenten, Walfche Diaconie, uit te deelen. 'üe noo- gefteld worden. , dige vertimmering van beide de Huiszit- De Regenten houden,'s Vrydags na den ten-Huizen en de duurte der graanen ,
'tniddag, hunnen gewoonlyken Comp'coir-dag, boter en turf, federt eenige jaaren, heeft op welken tyd, ook de uitdeelingen van brood, ook te wege gebragt, dat zy , en 't boter en kaas gefchieden.De turf wordt den be- Nieuwe-zyds-Huiszittenhuis in 't byzonder, hoeftigen, op Maandag, Dingsdag en Woens- onlangs, met aanzienlyke fommen uit Stads dag, t'huis gebragt. De vafte Bedienden der Kaffe, hebben moeten onderfteund worden. Huiszitten-Huizen zyn, aan elke zyde, een Wyders , vind ik , dat Burgemeefteren Boekhouder, en een Binnen-vader en Binnen- op den een en twintigften July des jaars moeder; aan de Oude zyde, zes, en aan de 1702, den Regenten van 't Nieuwe-zyds- Nieuwe zyde, ook zes Suppooften, die den Huiszittenhuis gelaft hebben, aan twee ou- Regenten, inzonderheidby deinfchryving en de burgers, man en vrouw, die Gerefor- 'uitdeeling, ten dienfte ftaan, en eene Bo- meerd , doch geene Ledemaaten waren , terweegfter aan de Oude, en zes aan de Nieu- jaarlyks, uit te keeren, een honderd gul- We zyde, daar zy egter alleen 's winters die- dens. Doch zulke voorbeelden zyn zeldzaam, nen. Voorts heeft men, in daghuur,en des OndertiuTchen, ziet men, uit dit alles, hoe winters alleen ? aan de Nieuwe zyde, een Op- zwaare laften deeze Huizen te draagen heb- ziender over ieder der drie Turffchuuren, ben, en te gelyk, van hoe groote nuttigheid twaalf Turffleepers, twaalf Beftelders, vier zyzyn, tot onderfteuhinge der behoeftigen, en twintig Turfraapers en agt Turfdraagers. die, nogtans , meeft vreemden, en aan de Aan de Oude zyde, daar de Suppooften ook Oude zyde, voor een groot gedeelte, be- beftelders der turf zyn, en daarenboven, na: hoeftige zeeluiden zyn. gedaan onderzoek, maandelyks, verflag doen Van de Schooien, die, federt eenige jaa- van 't overlyden der bedeelden, heeft men ren, gedeeltelyk, onder 't opzigt der Re- maar zes Turffleepers, twintig Scnuurwer- genten van beide de Huiszitten-Huizen, op- 5t%s en zes Turfflorters. geregt zyn, zullen wy, hierna, by bekwaa- tj^n- "' De behoefte der Huiszitten - huizen, by- mer gelegenheid, handelen.
vS zonderlyk van dat aan de Nieuwe zyde, heeft i%<ls BurSemeefteren, dikwils, aanleiding gege- VI.
ÖH'Ven' °.m zorg te draagen, dat deeze hui- BURGER-WEESHUIS.
■0$, zen, uit Stads Kaffe, onderfteund werden.
5e"i ?° IS het Nleuwe-zyds-Huiszittenhuis, daar T7 ene ryke Amfterdamfche Vrouw, Haasje Aanlei-
Qe Huisgezinnen, die onderhoud trokken, H/ Claes dogter, m 't Paradys, genaamd, ding tot van het jaar 1655 tot het jaar 1673, van bezittende eenige huisjes in de Kalverftraat, het lüg. Z79Stot5860,waren aangegroeid, in ?t jaar omtrent de Kapelle der Heilige Stede, by'env . *674, met twaalfduizend guldens en een- of op de plaatfe, waar, in 't begin der zeven. GE" vV Jj°nderd en dertig Laften Rogge , onder- tiende eeuwe, het Huis & Goude ftondt (e\ Wees-
*& benï (fl)' 0p beTVTel-Van 'Ê Ger4t, heb- , 0 , ' welk,'HÜIS- llVls Den de fJn:<!7:1.(.pn.T-Tm7Qn : (u.° (b) Keurb. O. f. 230 verf«.
^ iiuiszitten i-iuiz^n, m ftrenge win- [j Refoi. vroedfch. v. k. 9 »». t«8j. /. 6.
/t\ K (i) Gioot-Memor. N. X. . 117 verft.
(*{ w1v- *' 4«i.+«J , «99. (,) Aecooit**» t Maan 1S07 , rankende het Hnit de-
|
||||||||||||
|
D A M S III. DEEt.
toe, op den naam van Koning FilipsdenlI., BuRflj
den negen en twintigften Maart des jaarsfj^ 1559 [1560], Oclroi verleend was (n), her-a bouwd. Doch in't jaar 1574, werdt, tot onderfteuninge van het Huis, belaft, dat eik- die Burger werdt, drie guldens , ten be- hoeve van het zelve, betaalen zou; welke fomme, naderhand, verhoogd is. Na de verandering der Regeeringe, op den tien- den Maart des jaars 1579, ftonden Bürge-' meefteren en Raaden de goederen van de Kapelle in de Kalverftraat aan het Weeshuis af, alzo deszelfs uitgaaven zo zeer vermeer- derd waren, dat men, in lang, geene kin- deren , in het zelve, hadt können inneemen. In Oétober des jaars 1578, hadt men reeds twee duizend guldens, uit het zilverwerk der Nieuwe Kerke, aan het zelve gefchonken. En op den vier en twintigften en vyf en twintigften Maart des jaars 1579, kwamen de Regenten, met de Mater en Nonnen van S. Lucien-Kloofter, tegen over het Wees- huis , en met de Karthuizers, die hun Kloos- ter toen buiten de Stad hadden, overeen, dat alle de goederen deezer Kloofteren, aan het Weeshuis, zouden worden afgeflaan; waar- tegen de Regenten zig verbonden , om de Moniken en Nonnen, hun leeven lang, te voorzien van huisvefling en onderhoud; ge- lyk ik ook bevind, dat zy, aan de Karthui- zer-Moniken, tot in 't jaar 1614 toe, wan- neer delaatfle overleedt, drie en dertig dui- zend vier en negentig guldens; en aan de Nonnen, tot in't jaar 1633 toe, toen de laatfte ftierf, vier en twintig duizend een honderd veertien guldens en vyftien Huivers, in alles, betaald hebben (o). In 't jaar 1580, f^ji, werden de weezen overgebragt in 't S. Lu- !* $ cien-Kloofter, welk eenen uitgang hadt in \tfßt de Kalverftraat, voor welken, in 't volgen-nr"^, de jaar, eene fraaije hardfleenenPoort, met f^f twee huizen ter wederzyde, gefügt werden ^ Het gewezen Weeshuis werdt, federt, ver- huurd. In deezen ftaat, bleef het nieuwe Weeshuis, tot in 't jaar 1632,wanneer be' flooten werdt, het Oude-Mannen- en Vrou- wen-huis, welk nevens den ingang van he£ Weeshuis, ten zuiden, ftondt, en waaruit & oude luiden, al in't jaar 1601, verplaatft w3- ^ ren, te vereenigen met het Weeshuis, wefc IV^ hier voor, aan 't Oude-Mannen en Vrouwe*1 { p, Gafthuis, eene rente van dertien honderd gul' jey gens 's jaars beloofde, die, in 't jaar 1662,°^ werdt afgeloft. Het S. Lucien-Kloofter,me£ic het Priefters-Huis, en nog twee huurhuizen» in't jaar 1634, zynde afgebroken, werdt, in de plaats derzelven, een nieuw Meisjes- Weeshuis getimmerd, tot vergrootinge waar*
(») In 't Weeshuis. Laaie X.
(«) Vit *ant«keningen in 'f Weeshuis.
|
|||||
|
a76 A M S T E R
Borger- welk, federt, de Herberg de Keizers Kroon
Wees- geworden is, befloot, omtrent den jaare kuis. 1520, dezelven te doen dienen, tot huis- veftinge en opvoedinge van zeven of agt arme Weeskinderen, over welken, zy het opzigt gaf aan Teeinves Sweerszoon. Doch 't leedt niet langer, dan tot in 't jaar 1523, toen 't Geregt een Reglement voor dit Wees- huis maakte, welk, den een en dertigften Maart des gemelden jaars, gedagtekend was (). Van dien tyd af, werden de Regen- ten , door Burgemeefteren, aangefteld. 't Weeshuis, waaraan, in de Lente des jaars 1524, nog getimmerd werdt (g), federt, toe- neemende in getal van kinderen; werdt, niet alleen by byzondere Perfoonen, maar ook by Burgemeeileren en Raaden , zorg ge- draagen, om de inkomften van het zelve te vermeerderen: en vind ik, dat, ai in't jaar 1556, aan het zelve, vergund is, plaats aan de vefte, tot lyndraaijen, te mogen verhuu- ren (b): 't welk het begin fchynt gegeven te hebben, aan de Lynbaanen langs den Sin- gel , waarvan de Lynbaamfleegcn nog den naam draagen. Ook heeft het Weeshuis, van dien tyd af, Scads vuilnisvaten verhuurd (?) , die, naderhand, wederom,aan de Stad, en, eindelyk, aan 't Aalmoefleniers- Wees- huis, gekomen zyn. In 't jaar 1559, werdt beflooten, langs de wefbzyde van 't Rokin, van omtrent de plaats, daar, federt, de Beurs gefügt is, tot aan de Kapel der Heilige Stede toe, daar de huizen tot aan 't water ftonden, een' Burgwal te leggen (£). Dit gefchiedde, federt. Doch hierdoor werden eenige Ver- kenskotten , en het heimelyk gemak van 't Weeshuis, aan't water flaande, weggeruimd. Men befloot dan, op 't einde des jaars 1561, een erfje.van de Heilige Stede te koopen, en daarop een ander heimelyk gemak te tim- meren Q). Doch de Regenten, in 't jaar 15Ó2, weigerende, een uitftek van een' oven, waar- door de nieuwe burgwal belemmerd werdt, weg te breeken, beflooten, om hiertoe niet genoodzaakt te worden, hunnen dienft ne- der te leggen; en bragten, op den agt en twintigften Auguftus, hunne fleutels aan Bur- gemeefters-Kamer. Burgemeefteren verkoo- ren, terftond, andere Regenten , en men vondt geraaden, de boete, op het weigeren van Stads dienften gefield, te verdubbelen (»»). Midlerwyl, was het Weeshuis, in 't jaar 1561, uit de inkomften eener Loterye, waar* (f) Handy, tl. *7j.
(g) Vit een Requcft der Regenten van t-?4> geboekt in
ttn Ueciieil der Documenten van het Weeshuis. {/)) Refol. Vroedfch. N. I. 2 Junj ISS*.
(«') Vit Aantek. van SchepenG. SCHAEP PIETERSZOON, »p 't jaar »631. (O Refol. Vroedfch. N. 1, 7 (/) Refol. Vroedfch. N. r. 10 Dtcemb. 1561. (m) Kelol. Vioeiifch. n. 1. jo A«£. lS6t, |
|||||
|
IV.BoEK; GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 277
waarvan, in 't volgende jaar, een hoekje De Poort zelve is, van boven, verfierd met burgen
gronds van agt honderd voet in 't vierkant, eenige Weeskinderen, ftaroogende op eene Wik"- van 't Begynhof gekogt werdtv Gerrit Has- duif, het zinnebeeld van den HeiligehGeeft, Hms* felaer, Zoon van den Majoor Nicolaas Has- naar welken, de Wees- en Gafthuizen en Jeher, leide den eerfben fteen aan dit ge- dit Weeshuis in 't byzonder, van ouds ,'p'lag- bouw, welk eenen deftigen ingang kreeg, ten genoemd te worden (p). Ook ffcaat dit in de S. Lucien-, voormaals, de Heertgens- zelfde zinnebeeld, nog tegenwoordig, aan ßeeg. Het gewezen Oude - Mannen - Huis een huis in de Kalverftraat, op den hoek van diende toen alleen tot een Jongens-Huis, en eene fteeg, die, om dezelfde reden, de Duif- behieldt zynen ingang, in de Kalverftraat. jes ßeeg genaamd wordt. En men ziet hst Men kogt, in 't jaar 164.5, een huis en pak- boven verfcheiden' ingangen in 't Huis, en fauishierby, en vertimmerdeze, tot een Jon- zelfs., op het gewoone zegel der Regenten. gens-Ziekenhuis. Eengedeelte van't Meis- Onder de af beeldfels der Weeskinderen, bo- jes-Huis, langs den Nieuwe-zyds- Voorburg- vende Voorpoorte van't Jongens-Huis, leeft wal, bouwvallig geworden zynde, is, van men deeze regels van den genoemden Digter: 't Begynhof af, tot aan de fteenen brug, die |
|||||||||||||||||||||||
|
naar de Deventer Houtmarkt, nu de B.'om-
markt, leidt, in 't jaar 1680, deftig her- bouwd. De eerfte fteen aan dit werk werdt, op den negen en twintïgften Auguftus des gemelden jaars, gelegd, door Willem Six den |
Wy groeijen vafi, in tal en laß,
Ons tweede Vaders klaagen. Ay, ga niet voort, door deeze Poort,
Of help een luttel draagen. |
||||||||||||||||||||||
|
jongen. Het Jongens-Huis is, voor eenige
jaaren, ook fraai vernieuwd. En aan beide De Poort doorgegaan zynde, komt men in de huizen zyn, van tyd tot tyd, merkelyke eene gaandery, die op hardfteenen zuilen ruft. Verbeteringen gemaakt, waarmede men , Ter regter zyde, in de gaandery, is de woo- |
|||||||||||||||||||||||
|
nog tegenwoordig, [in 1765],bezig is.
Voor de Poort van't Jongens-Huis, |
|||||||||||||||||||||||
|
ning van eenen der Suppooften, die de ver-
diende loonen der Werkjongens ophaalt; aan |
|||||||||||||||||||||||
|
8»
|
|||||||||||||||||||||||
|
>a» het in de Kalverftraat, is een klein vierkant Plein, welke, ook een uitgang buiten de Voorpoorte
«Nas waarop, voor aan, in 't midden, een kope- is. De wooning beftaat, uit verfcheiden'bene- ■ ' ren gegooten Armbos gefteld is. De twee den-enboven-vertrekken.Meerweftwaards, burgerwooningen, ter wederzyde, op de hoe- komt men aan de wooning van den Poortier, ken van dit Plein gebouwd, komen, onder uit eene flaapkamer en kooken beftaande. anderen, het Weeshuis toe. En in de voor- En nog verder, aan eene Timmerloots, voor- gevels van dezelven, zyn twee Weeskinde- rnaals, een Koehuis, waar, in 't begin dei- ren uitgehouwen: een Meisje in den eenen, voorgaande eeuwe, des winters, nog wel en eenjongen, in den anderen. Beide houden- twintig koeijen plagten geftald, en boteren Ze een tafereel voor zig, waarop deeze ver- kaas gemaakt te worden, ten dienfte van het Zen van den Digter J ó o s T vanVonbel Huis (g). Doch deeze omflag is, al voor |
|||||||||||||||||||||||
|
gelezen worden:
Op het eerfte: |
meer dan honderd jaaren, afgefchaft geweeft.
En de Loots wordt nu gebruikt om 'er al het houtwerk, zo voor het Weeshuis, als voor dè |
||||||||||||||||||||||
|
huizen, aan het zelve behoorende, gereed te
|
|||||||||||||||||||||||
|
maaken. Aan't einde der gaanderye,is eene
poort, door welke, men toegang heeft naar het Meisjes-Huis; doch die, gemeenlyk, ge- flooten gehouden wordt. Ter linkerzyde der gaanderye, heeft men eene ruime vierkante Plaats, langs twee zyden van_ welke , het Jongens - Huis , voor eenige jaaren , van nieuws, gebouwd is. 't Gebouw langs de twee andere zyden is ook merkelyk verbe- terd. Ten weflen deezer Plaatfë, is de op- gang naar de Jongens-Eetzaal, een ruim én hoog vertrek. Onder deeze Eetzaal en dé naafte vertrekken, zyn drie ruime kelders , het Jongens-wafchhuis, de Metfel-kelder en de Kuipers-kelder. Zuidwaards van de Eet- zaal, (p) zh AmPzing Haarlem, bl. 3sj. Pars Kïtwvkfch*
Oudheden, bl. i8o csü. ' (?) PONTANUS Libr. II. Caj>, II, >. 70.
JNfn
|
|||||||||||||||||||||||
|
Bier treurt het Weeskint met gedult,
Dat arm is zonder zyne fihult, . En in zyn armoe moet vergaen, Indien gy 't weigert by teßaem Zoo gy gezegent zyt van Godt, Vertrooß ons uit uw overfchot. Op het andere i
Geen armer Wees op aerde zwerft,
■Dan die der Weezen Vader derft. &er Weezen Vader derft hy niet, Qü Weezen trooß in haer verdriet* iesßa uw oogen op ons neer,
®ns aller Vader trooß u weer. II. STUK. |
|||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||
|
278
|
||||||||||||
|
gewaad. Voorts \ hangen hier twee naauw- burgE*'
keurige tekeningen, eene van den platten Wees' grond, en eene van de voornaamfte gevelsHÜI van 't gebouw, beide, in 't jaar 1759,door den Landmeeter Willem Jacob Vonk, gedaan. Wy fpreeken niet van de wapens en naam- borden der Regenten, die, in dit vertrek, gevonden worden. Agter het zelve, is nog een klein vertrek, het Cas-Comptoir genaamd, alwaar het geld van 't Godshuis bewaard wordt. In dit vertrek, hangen twee Schil- derftukjes, een, door Juriaan Pool gefchil- derd, en aan het Weeshuis vereerd; waarin, hy zig zelven, in Weezenkleedinge, heeft afgebeeld, ter gedagteniffe zyner opvoedin- ge in dit Godshuis. Op de Linnen-Kamer, boven, daar 't ongemaakt Linnen bewaard wordt, hangt nog een ftuk van Pool, waar hy, in een nag trok, gefchilderd is. Het an- der ftukje, welk in 't Cas Comptoir hangt; verbeeldt een' ouden Wees, zo my berigt wordt, BarendJansz.Bode,en in'tgemeen, Baandje genaamd, die' niet wel by st hoofd bewaard, en, door de gantfche Stad, bekend was, om dat hy, altoos, de fleeden van zul- ken, die naar en van het trouwen reeden ? agter aan liep. Hy is ook, in een grooter ftukje, in "'t vertrek voor de Regenten - ka- mer , afgebeeld. Langs deeze twee vertrek- ken , naar de zyde van de S. Lucien fteeg $. zyn de Broodbakkery, die één' oven heeft, en waarby een ruim enhoogRcokhuisftaat; een kleine kooken, die alleenlyk, by byzon- dere gelegenheden, gebruikt wordt; eene flaapkamer voor een' ongehuwden Kooken- vader; eene Eetkamer voor de Suppooften van 't Huis, en daarby de groote Kooken voor de Jongens en Meisjes, alwaar, voor drie plaaten nevens eikanderen, en op twee fornuizen, gekookt wordt. Hier by is een vertrek, daar 't brood wordt gefneeden, en' eene wooning voor een getrouwde Kooken- vader en Kookenmoeder , zig {trekkende langs den Voorburgwal; midsgaders, een wafchhuis, welk, onder door de helling van de fteenen brug, tot aan 't water, loopt- Doch de wafchhuizen in 't Weeshuis dien^fl niet meer tot het voorig gebruik, federt d& men raadzaamer geoordeeld heeft, het ge' maakte Linnen, op*sGraavenland, telaatefl waiïchen , en de Meisjes aan ander werk te houden. Boven de wooning van de Kookenvader en Moeder, is de Regentejftfi' Kamer, een net ingeftoken vertrek, uitziende op de fteenen brug, die naar de Blomm31^ leidt. Hier hangt een gefchilderd af beeldfe« van 't wapen van 't Godshuis, zynde eene bß' ftraalde duif, het zinnebeeld van den H- Geeft. Het wordt, door een Weesmeisje eP een' Weesjongen, vaftgehoudeh, en is oflvv |
||||||||||||
|
zaal, komt men aan de Kooken van 't Jon-
gens-Ziekenhuis, en aan dit Ziekenhuis zelf, waarbyeenDoodenhok is,alwaar deLyken, voor eenen tyd, geplaatft worden. Noord- ooftwaards van de gemelde Kooken, heeft de Ziekenmoeder eene Kamer, en langs de ooftzyde van de Plaats, is de wooning van den Schoolmeefter der Jongens. Zy be- ftaat, uit verfcheiden' vertrekken. Naaft dezelve, ten noorden, zyn de Glazenmaa- kers- en Schilders-winkels. En daar naaft, op de Plaats, zyn een honderd en twintig kasjes gemaakt, tot berging voor de Jongens, die elk een' fleutel van hunkasje hebben. Boven de Jongens-Eetzaal, zyn twee Slaapvertrekken, boven elkanderen. Op het onderfle, ftaan al- toos zes en negentig krebben, ieder voor drie jongens gefchikt: op het bovenfte, zoveel, als men 'er meer noodig heeft. De Jongens- school is boven de gaandery, aan de noofd- zyde der Binnenplaats. In het Me i s j es -Hu i s,komt men,uit
de S. Lucien fteeg, over een ruim Voor- plein , door eene fraaije, groote hardfteenen Poort. Hier ontmoet men, eerft, ten oos- ten, de wooning van den Boekhouder van't Weeshuis, waartoe de Regenten, gemeen- lyk, eenen Notaris verkiezen. Zy beftaat, uit verfcheiden' goede vertrekken , tegen over welken, aan de zuidzyde van den gang, die naar 't Jongens-Weeshuis leidt, hy een Comptoir heeft. Naaft het zelve, is het gewe- zen Regenten-Comptoir, een ruim vertrek, welk op de Plaats van 't Jongens-Huis uitziet. Het wordt nu gebruikt, om de inboedels, die de kinderen inbrengen, of die 'tWeeshuis erft, in orde en te koop te leggen. Ook wordt 'er 't geld der kinderloonen en colle&en ge- teld en ontvangen. Ooftwaards van het eerft- gemelde Comptoir, heeft de Schoenmaaker van het Weeshuis zyne wooning. Op de wooning van den Boekhouder, volgt, even binnen den ingang, aan dezelfde ooftzyde, de wooning van den Poortier. Weftwaards, treedt men, door een ruim Voorvertrek, in het tegenwoordige Regenten-Comptoir, eene groote en fraaije Kamer, welke op de groo- te Binnenplaats van 't Meisjes-Huis uitziet. De fchoorfteen en wanden zyn, onder ande- ren , verfierd met drie Regenten- en twee Regenteffen-ftukken, van Juriaan Ovens, Arnold Boonen (f) en andere meefters, ge- fchilderd. In een der Regenteffen-ftukken, door Jacob Backer gedaan, munten de na- tuurlykheid en konft, byzonderlyk, uit. In een der Regenten-ftukken, ziet men den Majoor Nicolaas Haßelaer, die Regent van 't Godshuis geweeft is, in zyn krygsmans- (<) Zit VAM GO0L Nieuwe Schouwburg, I. Detl, bl. 301,
|
||||||||||||
|
Buk ger'
Wees- huis. |
||||||||||||
|
Befchry-
ving van het
Meisjes- Huis. |
||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGTEN. 279
|
|||||||||
|
ringd van de Vrouwelyke wapens van vier
Regenteffen, die in 't jaar 1680 dienden, Debora Blaaww , Huisvrouw van Johannes Hudde, Catharina van Heiningen, Huisvrouw van Cornelis Valckenier , Maria Munter, Huisvrouw vanlfaac JanNys, en Maria van der Merct , Huisvrouw van Hendrik van Gent. Weftwaards van de groote Binnen- plaats , in 't midden van 'tgebouw, is de op- gang naar de groote Meisjes Eetzaal, een "friim en hoog Vertrek, voor welk, een groot Poortaal legt, het Middelhuis genaamd. Langs deeze zaal,ten weften,zyn de Linnen-naaiwin- kel, de Breijwinkel, en de Slaapkamers voor de Linnen-naaimoeder en Breijmoeder. Meer zuidwaards, heeft men 't Meisjes - Zieken- huis , met een kooken en wafchhuis, voor het zelve; eene Slaapkamer voor de Zieken- tnoeder, en een Doodenhok. Doch de kooken Van dit Ziekenhuis, de flaapkamer der Zieken- moeder, het Doodenhok, en eene Kamkamer daar boven , worden , tegenwoordig , [in 1765], geheellyk, herbouwd. Nog meer zuidwaards, heeft men't Meisjes-wafchhuis, en naar 't ooften, een' Bier-kelder en een' Boter-kelder. Boven deeze kelders is de woo- ning van den Kleêrmaaker en Wollen-naai- tneefteres; en daar naaft de Wollen-naaiwin- kel, alwaar alle de Wollen-kleederen voor 't Huis gemaakt worden. Zy wordt thans ook herbouwd, en daarboven eene plaats gefchikt, tot berging van boeken en papieren van bet Weeshuis. Voor dezelve , legt de fpeel- plaats der kleine kinderen , op welke, de in- gang is naar derzelver Eetzaal, die ook tot eene Catechifeerpfaats voor de Meisjes dient, en waarby een kooken en wafchhuis geplaatft is. Aan de ooftzyde van de groote Meisjes- Plaats, is de Kinderen-School, alwaar, desZon- dags, voor de Jongens, gecatechifeerd wordt, en waar agter eene Speelfchool voor de klei- nen is. Noordwaards van deeze twee vertrek- ken is het Pand; en agter', of ten ooften van het zelve, de Loots, die beide tot berging die- nen. Boven, op de tweede Verdieping van t gebouw , zyn de Slaapkamers voor de groote Meisjes, langs de noord- en weft- £yde; en voor de kleine kinderen, by wel- ken , ook de Moeder over dezelven haare Vooning heeft, langs de zuid-en een gedeel- de van de ooftzyde. De kleine jongens en de kleine meisjes leggen afzonderlyk; doch al- len, grooten en kleinen, drie in eene krebbe. De beftiering van het Burger - Weeshuis ^°rdt, door Burgemeefteren, aanvertrouwd *an zes Regenten en vier Regentessen of J^tenmoeders.De Regenten vergaderen, ge- d °nlyk, eens ter weeke, des Woensdags, na een ^ddag. De Regenteffen komen, ook, ens ter Mreeke, gewoonlyk, des Maandags na |
|||||||||
|
den middag,byeen. Wy hebben, reeds in 't BüRCER.
voorbygaan, aangemerkt, dat de Regenten WSEg» eenen Boekhouder hebben aangefteld, die in't Hms- Huis woont, en gemeenlyk een Notaris is al- Boek* zo hem de redding en vereffening der boedels houder- en goederen, die de Weeskinderen mede- brengen of erven, onder 't bewind der Regen- ten, aanbevolen is.Daarenboven, maakt hy,uit het boek der inkomften en uitgaaven van het Huis, welk, door de Regenten zelven, gehou- den wordt, de jaarlykfche rekening op, diedn Burgemeefteren gedaan wordt.Ook neemt hy, in afwezendheid der Regenten, van alle voor- vallende zaaken kennis daar van verflag doen- de aan de Regenten, welker gewoonlyke Ver- gaderingen hyook, als Secretaris, by woont. De gewocmlykeSuppoofien of Bedienden van Suppoos-
het Burger-Weeshuis zyn de volgenden: een ten. Schoolmeefter van de groote Jongens, die een Ondermeefter onder zig heeft; een School- meefter over de grooteMeisjes; en eene Moe- der , een Schoolmeefter en Schoolmeefteres, over de kleine kinderen. Over de groote Jongens en groote Meisjes, zyn ook twee Moeders: de eerfte heeft vyf, de andere drie dienftmeiden ten haaren bevele. Zy draagen zorg voor het behoorlyk opdis- fchen der lpyze; het fchoonhouden der ver- trekken; het waffchen en opdoen van't Lin- nen ; het verfchoonen en reinigen der bed- den en tafels; het bezorgen van behoorlyke verfchooning aan de kinderen enz. De bed- den worden, om de veertien dagen , ver- fchoond, en tweemaal ter weeke, worden 'er fchoone tafelkleeden gelegd. Voorts, zyn 'er twee Suppooften, die 't geld, welk de werkjongens verdienen, weekelyks, of ten langfte om de veertien dagen, by der- zelver Meefters, ophaalen; aan de Regen- ten verantwoorden, en tevens verflag doen van 't gedrag der Jongens, en of 'er eenigen hun werk verzuimd hebben. Een Kooken- vader en Kookenmoeder draagen zorg, voor 't bewaaren en bereiden der fpyze, waartoe zy een' knegt en zes meiden ten hunnen dienfte hebben. De Kookenvader houdt boek van den voorraad van fpyze, en draagt zorg, dat zy, naar behooren, geleverd worde. Driemaal in de weeke, komt er een Bak- ker in 't Huis, om zo veel roggen- en tar- wenbrood te bakken, als hem, door den Koo- kenvader , aangezeid wordt. Aan elke Poort van 't Weeshuis, is een Poortier. De Jon- gens-Poort wordt, met het luiden der Stads Poortklok, geopend en geflooten. Zo de werkjongens, na agt uuren 's avonds, t'huis komen, moet de Poortier daarvan aan de Regenten kennis geeven. De Poortiers mo- gen geene kinderen laaten uitgaan, dan die toonen, verlof te hebben. Die aan deMeis- Nn 2 jes-
|
|||||||||
|
a8o AMSTERDAMS III. Deel.
|
||||||||||||||
|
Poorter geweeft moeden zyn: waartegen,BuRGÊK
in 't jaar 1564, gevorderd was,dat de kin-^s£S' deren onder de negen jaaren oud zyn moes-ü ten; doch in't jaar 1584, wederom toegege- ven , dat kinderen van twaalf jaaren oud en daaronder zouden worden ingenomen (0- Op deezen voet, is de bepaaling der hoeda- nigheden van de kinderen,die in 't Burger- weeshuis konden komen , gebleeven, tot in 't jaar 1737. De Diaconie, toen bevin- dende , dat haar Weeshuis, met veele kin- deren , belall; werdt, die, by 't Burger-Wees- huis , in gevolge der gemaakte fchikkinge, waren afgeweezen, verzogt aan Burgemees- teren , dat hierin, tot haare ontlaftinge, ee- nige verandering gemaakt mögt worden. En op den agttienden April des gemeldenjaars, werdt, by Burgemeefteren en Raaden, be- raamd , dat, by voorraad , voor den tyd van zes jaaren, in 't Barger-Weeshuis zou- den worden ingenomen jongens, tot veer- tien, en meisjes, tot twaalf jaaren, welker ouders, of de langdleevenden van beide, ten minde vier jaaren, Poorter geweed waren(a). In 't jaar 1743, en in 't jaar 1749, werdt dee- ze fchikking, t'eiken reize, voor nog zes jaaren, verlengd; doch in 't laatde geval, ver- klaard , dat de Ouders beide vier jaaren Poor- ter geweed moeden zyn O). In't jaar 1756, en in't jaar 1761, is de laatitgemaakte fchik- king, telkens wederom voor zes jaaren, ver- lengd; doch, tot voorkoming van misver- dand, verklaard, dat de kinderen gebooren moeden zyn, na dat de ouders Poorter ge- worden waren (), overeenkomdig mét de ' Refolutie der Vroedfchap van den vyfden September des jaars 1631 (x). By eene Keu- re van den zevenden April des jaars 1634» is ook reeds vadgedeld, dat kinderen van zulken, die, aan Poortereden of Poorters dog- ters getrouwd zynde, verzuimd hadden, den gewoonlyken Poorter-eed te doen, niet in't Weeshuis zouden aangenomen worden (j\- Onegte Lidmaatskinderen, beneden de vyf" tien jaaren, komen in 't Diaconie-Weeshuis- En zo zy ouder, of zo hunne ouders geen<? Lidmaaten geweed zyn, komen zy in 't Aal' moeffeniers-Huis. Volgens het oudde R<?' glement op het Weeshuis, blyven de Wee' zen in 't Huis, zo lang als het de Regent?1 goedvinden (z). Doch de Vroedfchap heeft» in 't jaar 1631, verdaan, dat de Regent11 kinderen van agttien jaaren uit het Hül9 mogten doen gaan (a). Ve (t) Handv. hl. 275.
(«) Refol. Vroedfch. Lr. LL. ig April 173T, . *** ,t
\v) Refol. Vroedfch. L'. MM. 3 July 1743. . 43i- " '
PP. 10 Juny 17451. , 11«. , . (w) Refol. Vroedfch. L'. TT. 4 Maart 17«- 23- *
ÜU. ï8 ^ipnl 1761. . 333. . (x) Refol. Vroedfch. N. 16. $ Sept. i«3i- zij Vi"
(y) Handv. bl. 114.
|
||||||||||||||
|
jes-Poort moet, byzonderlyk, agt geeven,
dat de jongens niet met de Meisjes verkee- ren. De Schoenmaaker van 't Huis, die ee- nige knegts onder zig heeft, doch geene Weeskinderen, buiten kennis der Regenten, in zynen byzonderen diend, gebruiken mag, verzorgt de kinderen van fchoenen en mui- len , en houdt 'er behoorlyk boek van. lïy mag geen Leer koopen, voor zig zei ven. Een Kleêrenmaaker en Wollennaaivrouw onder- wyfcen de Meisjes in 't Wollennaaijen, op de winkel, daartoe gefchikt. De Kleêrenmaa- ker moet ook, voor 't bereiden en verwen der lakenen, karfaaijen, baaijen en andere doffen tot kleedinge, en, voor het maaken en verftellen van de wollenkleederen der kinderen , zorg draagen. De Linnennaai- meederes, die eene Onder-meefteres by zig heeft, oefent de Meisjes in 't Linnennaaijen, en draagt zorg, dat de winkel, door drie Meisjes, fchoon gemaakt, en 's winters van vuur, op den haard en in de ftooven, voor- zien worde. De Breijmeefteres houdt dier- gelyke orde op de Breijwinkel. Over ieder der twee Ziekenhuizen, is eene Ziekenmoe- der. De Jongens-Ziekenmoeder heeft eene: de Meisjes-Ziekenmoeder, die voor beide de Ziekenhuizen kooken moet, ook eene diendmeid tot haare hulpe. Drie Weesmeis- jes, zo van de Wollen- als van de Linnen- winkel , helpen, daarenboven, het huis- en kookenwerk waarneemen,in het Meisjes-Zie- kenhuis. 'sNagts, komen twee Weesmeisjes, by de zieke meisjes, en twee Weesjongens, by de zieke jongens, waaken. Om het vuile Lin- nen aan de Moeder over de groote Meisjes toe te tellen; het fchoone wederom te ont- vangen , te ftryken, en uit te deelen, is eene Styiïter aangefteld, die, als 't vereifcht wordt, van twee Weesmeisjes van elke winkel wordt geholpen. Eene Kamfter heeft ook, dagelyks, werk aan't kammen en reinigen der Jongens en Meisjes van het Kinderenhuis, en der Meisjes van de breij- en naai winkels; vier van welken haar, 's Saturdags, de Kamka- mer helpen fchoonmaaken. Omtrent de hoedanigheden en jaaren ,
vereifcht , om in het Burger-Weeshuis te worden aangenomen, is, meermaalen, ver- andering voorgevallen. Volgens het oudfte Reglement van den jaare 1523 , mogten al- leen wettige Poorters - Kinderen , beneden de tien jaaren oud, in 't Weeshuis ontvan- gen worden,zonder dat bepaald werdt,hoe lang de ouders Poorters geweeft moeden zyn. Doch in 't jaar 1554, werdt verklaard, dat de langdleevende der ouderen zeven; in 't jaar 1564, dat dezelve twaalf (j-), en in 't jaar 1634, dat beide de ouders zeven jaaren |
||||||||||||||
|
Burger-
Wees- huis. |
||||||||||||||
|
Hoeda-
nighe- den , ver- eitelt om in 't Burger- Wees- huis te können komen. |
||||||||||||||
|
(z.) Handv. bl. 175,
(a) Refol. Vioedfch. N. 1«. 5 Sept. ttfji. . 21$
|
||||||||||||||
|
■vff"
|
||||||||||||||
|
(') Xemb. V. f. 149,
|
||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 2 8 r
|
||||||||||||||||
|
zynen dienft te neemen, dan met kennis en Burger.
toeftemming der Regenten (b). Het Huis Wees- verfchaft, aan de Jongens, 't gene zy, totHUIS- het oefenen van hun handwerk, behoeven. Die 't Huistimmeren leeren worden, door den Meefter Timmerman van 't Weeshuis in;de maanden November, December, Ja! nuary en February, twee avonden ter wee- ke, in de Teken-, Meet- en Bouwkunde, onderweezen. De Weesjongens, die op een ambagt befteed worden, zyn, zo lang zy in 't Weeshuis zyn, vry van de onkoften der Gilden. De Meisjes, in 't Groote-Meisjes- Huis zynde overgegaan, worden, tot dat zy veertien jaaren bereikt hebben, geplaatft op de Breijwinkel,daar zy 'tbreijen leeren,en, ondertuffchen, by beurten, tweemaal 's daags, by den Schoolmeefter der groote Meisjes, fchoolhouden. Vervolgens, gaan zy over, of op de Linnen-, of op de Wollen-naaiwin- kel, naar dat haare bekwaamheid ftrekt. Op deeze winkels, bly ven zy zes jaaren, terwyl zy, eens 's daags, fchool gaan. Ook moeten zy, met haar zeftiende jaar, twee jaaren agter een. het huiswerk helpen doen, en met haar agttiende jaar, wederom op de winkels zyn. Onder 't eeten, wordt, in beide de Eetzaa- Oefening
len, by de Jongens , door een' der bekwaam- in Schrif- fte Jongens, en by de Meisjes, door een tuurIyke der bekwaamfte Meisjes, een gedeelte der kenms' H. Schrift voorgelezen, 't Zelfde gefchiedt ook, dagelyks, op de Breij- en Naaiwinkels, en zelfs des Zondags, voor den middag, by de kleine kinderen. Een Krankbezoeker, daartoe by de Regenten aangefteld, cate- chifeert de Schooljongens, eens, en de Werk- jongens driemaal ter weeke. De Meisjes wor- den ook gecatechifeerd, door den zelfden Krankbezoeker, die 's Woensdags, na den middag, op de Wollenwinkel, en 's Vrydags, voor den middag, op de Linnenwinkel komt. 'sDingsdags en 's Donderdags, catechifeert hy zulken, die,in de Zondags-Catechifatie, moeten antwoorden, of zig bekwaam maa- ken, tot het doen haarer belydenis, eer zy uit het Huis gaan. De Zondags-Catechifatie gefchiedt, na dat de Voormiddags-dienftin de Kerke geëindigd is, door twee Predikan- ten, een by de Jongens, en een by de Meis- jes. In de Zondags-Catechifatie by de Jon- gens, is altoos een der Regenten tegenwoor- dig, 'üe Schooljongens moeten, in dezelve, by beurten, de Vraagen van den Catechismus opzeggen. In de Zondags-Catechifatien, wor- den de naamen der Jongens en Meisjes opge- lezen , op dat men weeten mögt, of 'er ook ee- nigen agtergebleeven zyn. De Jongens gaan, 's Zondags voormiddags alleen, ter Kerke, in de
(b) Handv. hl. Z7J.
Nn 3
|
||||||||||||||||
|
De kleine kinderen en zuigelingen, in 't
Weeshuis komende, worden, door de Re- gentefTen , buiten 't Huis befteed, tot dat zy vier of vyf jaaren bereikt hebben; wan- ■ neer zy, op het Kinderhuis, geplaatft wor- den. Hier wordenze, door de Moeder van dit Huis, bezorgd. Zy gaan, dagelyks, twee- maal ter Schoole, om fpellen_, Ieezen, fchry- ven, den Catechismus, eenige Schriftuur- plaatfen en de gewoonlyke gebeden te ke- ren. Eens 's jaars', neemen de RegentefTen kennis van de vorderingen der kleine kin- deren , die dan ook een vereeringkje kry- gen. 's Zondags Namiddags, mogen zy uit- gaan, mids, by tyds, wederom t'huis zyn- de. In Auguftus, gaan zy, midsgaders de Breij- meisjes en Schooljongens, elke foort op een' byzonderen namiddag, eens, in het Doolhof, en worden, ten zelfden tyde, op water- en- melk, peeren, koek enz. onthaald. Als de jon- gens elf of twaalf, en de meisjes tien of elf jaa- ren bereikt hebben, gaan de eerften, in 't groote-Jongens-, en de anderen, in 't groote- Meisjes-Huis, over. Hier wordt, voorde Jongens, van den eerften Maart tot denlaat- ften Oclober , tweemaal, en van den eer- ften November tot den laatften February, driemaal 's daags, lees-, fchryf- en reken - fchool gehouden, uitgenomen des Saturdags, na den middag. Het Avondfchool in den winter is alleen gefchikt voor de Jongens, die op een ambagt gaan. De Meefters moe- ten, by 't opftaan en te bedde gaan der Jon- gens, tegenwoordig zyn: ook by 't doen van het gebed, en by het uitdeelen der boter- hammen. Een hunner leeft 's avonds de naa- men der Jongens op, en moet van zulken, die afwezig gebleeven, ofte laat, of onbekwaam t'huis gekomen zyn, aan de Regenten ken- nis geeven. 't Zelfde opleezen der naamen gefchiedt ook by de Meisjes; doch van der- zelver agterblyven wordt aan de RegentefTen kennis gegeven. De Werkjongens moeten, als zy geen werk hebben, ook het Dagfchool bywoonen. Jaarlyks, worden de vorderingen der Schooljongens door de Regenten onder- zogt, die hun ook eenige prysjes, beftaande in een Bybel, Nieuw Teftament of Pfalmboek, en een klein vereeringkje in geld uitdeelen. De Jongens, in Ieezen, fchryven en re-
kenen , behoorlyk onderweezen zynde, wor- den , zo veel gevoeglyk zy, naar hunne ei- gene keuze, op een handwerk befteed, voor den tyd van zes of zeven jaaren. Men be- engt, gemeenlyk, in ieder jaar, zes ftui- Vers ter weeke, verhooging van hun loon, ^elk ten voordeele van het Huis komt. Doch y eene Keure van den negenentwintigften |
||||||||||||||||
|
wRGER-
feg der
f*oo. |
||||||||||||||||
|
Ha
|
||||||||||||||||
|
kelyk
|
ftiis des jaars 1634,is aan elk uitdruk-
|
|||||||||||||||
|
verbooden , eenigen Weesjongen in
|
||||||||||||||||
|
s»82 A M S T E R
de Nieuwe-zyds-Kapel, alwaar ookdeBreij-
meisjes, ten zelfden tyde, ter Kerke gaan, zyn- de voor dezelven afgezonderde banken ge- fteld, onder de galery, daar deAalmoeffeniers- Kinderen zitten. De groote Meisjes gaan, ook alleen's Voordemiddags, in de Nieuwe Ker- ke, Doch op eerften Paafch-, Pinkfter- en Kerftdag , gaan beide Jongens en Meisjes tweemaal ter Kerke. De kinderen worden naar de Kerke geleid, door de Schoolmees- ters , en een of twee andere Suppooften. De gewoonlyke fpys der Kinderen is, des
Zondags, 's middags, witteboonen met bo- ter en azyn: en agtmaal gefprengd, en zes- maal gerookt vleefch toe in den zomer: voorts, zesmaal gebraaden offenvleefch, met graauwe erweten, vyfmaal, kalfs- en fchaa- pen-vleefchnat, met groente en ryft, en drie en twintigmaal gekookt offenvleefch: en 's avonds, 't geheele jaar door, ryftenbry. 's Maandags, 's middags, graauwe erweten met gefneeden offenvleefch, haché genaamd, en karnemelk met firoop en brood toe: 's avonds, karnemelk, met gort en firoop, en een ftuk met kaas toe :'s Dingsdags, 's middags, in den winter, week om week, agtmaal, gefprengd vleefch met kool, aardappelen of wortelen, en voorts, verfch vleefch: en in denzomer, tweemaal kruisbeffen met verfch vleefch; twee- of driemaal peulen, en drie- of vier- maal tuinboonen met ham of gerookt fpek; twee- of driemaal fnyboonen met haring; drie- of viermaal, gerookt fpek met zoete ap- pelen : en appelen met tarwenbrood, en boter daar over. 's Avonds, wordt 'er, 't geheele jaar door, karnemelk met firoop en brood, en een boterham toe, gefchaft. 's Woensdags, 's middags, fchaft men groene erweten met lang nat, en zoutevifch met boter toe; doch in den zomer, twee- of driemaalen, zoute- vifch met wortelen: 's avonds, ryftenbry, en een ftuk met kaas toe; doch in den zomer, twee- of driemaal koude zoete melk met tar- wenbrood. 's Donderdags, 's middags, graau- we erweten met faus, en karnemelk met brood en firoop toe: in den zomer, drie-of viermaal, een boterham met aalbeflen: 's a- vonds, karnemelk met meel en firoop toe. 's Vrydags, 's middags, gort met vet of faus, en karnemelk met firoop en brood: 's avonds, karnemelk met gort en firoop, en een ftuk met kaas toe. 'sSaturdags, 's middags, witte erweten met faus, en ftokvifch met boter: 's avonds, karnemelk met brood en firoop, en een boterham toe. Op Kermis- enhoogtyden, worden de kinderen, meer dan gewoonlyk, onthaald. Op Kermis, wordt eens offen- vleefch met pruimen en rozynen; en eentar- wenbroods boterham toe gefchaft: op eer- ften Kerftdag, wortelen met vleefch, en een |
D A M S III. Deel;
dicrgelyke boterham, en op tweeden Kerft- B«»5^'
dag, wittebroods fap, en 's avonds, een dub- ^^ bele boterham en agt guldens bier toe: op eerften Paafchdag, 's middags, kalfs- en lams- vleefch, met pruimen en rozynen, en 's a- vonds, drie eijeren, met een' dubbelen bo- terham: op tweeden Paafchdag, witteboo- nen , en twee eijeren met een boterham toe. In den flagttyd, wordt offenvleefch-nat met groente gefchaft: en eens in 't jaar, fchel- vifch en verfche zalm. De uitgaande Jon- gens en Meisjes worden onthaald op twee gebraaden kalfsribben, twee gebraaden os- fenribben , twee Hukken gerookt vleefch, een ham, vier fchotels kropfalade, tarwen- brood , boter en kaas, en, voor twee kin- deren , een pints fles witten wyn. De kleine kinderen worden, zo lang zy in Ty^ ^
't Kinderen - Huis zyn, ten zeven uuren 's °P ie morgens, gewekt, en ten zes uuren 's avonds, £^d« wederom te bedde geleid. De Schooljon-gaan« gens moeten, des zomers, ten zes, en des winters, ten zeven uuren opftaan, en 's a- vonds ten zes uuren naar hun flaapvertrek gaan. De Werkjongens worden , des zo- mers , met het luiden der Stads Poortklok, en des winters, ten zes uuren, gewekt, en gaan 's avonds, ten negeti uuren, naar de flaapver- trekken. De Breijmeisjes ftaan , des zomers, ten half zes, en des winters, ten half zeven; en die van de Wollen- en Linnenwinkel, des zomers, ten vyf, en des winters ten half ze- ven uuren op. De Breijmeisjes moeten, ter- ftond na de avondmaaltyd, en die van de Linnen- en Wollen-winkels, ten half negen uuren, naar haare flaapvertrekken gaan, al- waar , ten half tien uuren, de lantaarns uit- gedaan en de lampen weggenomen worden. u Ten dienfte der zieke Weeskinderen en D^°J
Bedienden van het Huis, hebben de Regen- CJjJ ffl ten eenen Doólor, Chirurgyn en Apotheker ^Z' aangefteld. De twee eerften komen, dage- &> lyks, in het Huis, om de zieken en bezeer- den te bezoeken, en te verbinden. De Chi- rurgyn moet de Suppooften en groote Wees- jongens doen fcheeren, en de Jongens in 't gemeen, om de twee maanden , het hair fhyden. .j De kleeding der Jongens heeft veel over- te,f
eenkomft met de Livery, die de oude Poor- Atf' ters deezer Stad plagten te draagen, wanneer ze' zy te velde trokken. In deeze Livery, vondc men twee kleuren uit het wapen der Stad, rood boven, en wit onder (c). Doch in de wambuizen of rokjes der Weesjongens, en in de tabberden der Meisjes, heeft men > al roeg, eene der andere kleuren uit het wa- en verkooren, te weeten de zwarte, in de plaats
(f) Zit II, Dut, III. Bitij il. ifï»
|
||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 28
|
||||||||||||||||||
|
Chits jakje, een kalaminken keurslyf, eenBvRam-
kalaminken borftrok , twee paar koufen, Was- één paar fchoenen, drie paar muilen, zesHÜIS" hemden, twee blaauwe en twee witte lin- nen voorfchooten, vier neteldoekfche neus- doeken, twee en een half dien fyn linnen, tot klein goed, en een fluitmand met een flot, tot berging. De Jongens, die, met bewilliging der Re- Uitrus-,
genten, naar Ooftindie gaan, bekomen de f<*ë van volgende uitrufting van het Huis: een Fles- d;T ^eanasr' fenkelder met vyftien fleffen brandewyn , Ooftin- twaalf pond tabak, twee gros pypen, een die vaa- waakrok,een wollen pak, een onderpak, ren° drie pak linnen kleederen, drie paar koufen, drie paar fchoenen, een matras, een hang- mat , een deken, twee kuffens, twee bonte floopen, twee Engelfche mutfen, twee paar wanten, twee fjerpen, twee flaapmutfen, twee blaauwe en twee witte hemden, zes bonte en twee witte dafTen, zes bonte neus- doeken , een Bybel, een Chriflelyke Zeevaart, zes menen, agt kammen, een fchaar,twee tonderdoozen, twee vuurflagen, zes vuur- fteenen, twee pond Spaanfche zeep, eenig Schoenmaakers gereedfchap, een half pond wafchlicht, een en een half gros veters, ee- nig garen, vier lepels, twee tabaksdoozen , twee tregters, twee waterkannen, een fles met geeft van lepelbladen, vier fchellings- koeken, en wat anysdrop, knoplook en mie- rikswortel. Die voor Zeilenmaakers, Tim- merluiden , Kuipers enz. naar Ooftindie vaa- ren , maaken een Transport, welk, door het Weeshuis, van hun overgenomen wordt. Doch door de Hooploopers of Jongens worde geen Transport gemaakt. In 't jaar 1703 , fchonk Burgemeefter Johan Huilde eenige kleine ampten van Waagdraager, Turfdraa-. ger, Turfhever, Koorenzetter enz. aan de Regenten, ten behoeve van de gefchiktften onder de Weesjongens. Aan de Weezen wordt van 't gene hun^
terwyl zy in het Huis geweeft zyn, aanbe- ftorven is, Intreft, tegen twee en een half ten honderd in 't jaar, goedgedaan, zo dra zy uit het Huis gegaan zyn : en wanneer zy meerderjaarig worden, of trouwen, wordt hun dehoofdfom, met de verloopen Intreft, uitgekeerd. Het Weeshuis is , van zyne eerfte opregting af, by vergunning van de Wethouderfchap deezer Stede, welke, nog laatflelyk, in 't jaar 1736, by Oótroi van 's Lands Staaten, beveiligd geworden is, erf- genaam van Weezen, die zonder nakonie- lingfchap overlyden, en geenen uitkoop ge- daan hebben. By het inneemen van Wee- zen, heeft het Weeshuis ook regt op al wat de Ouders derzelven hebben nagelaaten (d). En
(d) Handv. bl. 47J, 17«. |
||||||||||||||||||
|
plaats van witte, die veel te ligt berneuzelen
zou. Ook heeft men de kleuren anders gefcha- keerd, en de rokjes en tabberden, van boven tot onderen, verdeeld, ter linkerzyde in rood, en ter regterzyde in zwart. Doch beide de mouwen zyn zwart. De broeken der Jongens zyn geheel blaauw. De ftof is, voor de Werk- jongens en Linnen- en Wollen-naaimeisjes, Laken, en voor de fchooljongens, breijfters en kinderen van het Kinderenhuis, Karfaai. Men heeft, ongetwyfeld, met zulk eene bo- ven-kleeding, willen te kennen geeven, dat deeze Weezen Poorters-kinderen waren. De Bediende van 't Weeshuis, die, weekelyks, aalmoeflen voor 't Huis, met de fchelle, ver- zamelt,, draagt een' mantel van rood en zwart Laken, op gelyke wyze, gefchakeerd. Het Huis geeft alleenlyk Engelfche mutfen aan de Jongens, die zy drie jaaren draagen moe- ten. De hoeden, die de meeften draagen, moeten zy zig zelven verzorgen. . De Jongens en Meisjes, hun ambagt ver- ■ ftaande, en in ftaat zynde, om den koft te winnen, gaan , jaarlyks , op den eerften Zondag in de maand May, uit het Huis. 's Middags na het eindigen der Catechifatien, in welken, door een' uitgaandenJongen,en een uitgaand Meisje , eene aanfpraak tot dankzegging gedaan wordt, worden de uit- gaande kinderen, eerft, op eene middag- maaltyd onthaald, waarna zy, in 't Regenten- Comptoir, voor de Regenten en Regentes- sen , verfchynen, by welke gelegenheid, door een' der Regenten, eene aanfpraak en ver- maaning aan hun gedaan wordt. Aan ieder der Jongens wordt dan, tot een affcheid- penning, vier Ducatons, en aan ieder der Meisjes twee Drieguldens, door de Regenten, vereerd, 's Daags te vooren, krygen zy.hun Uitzet van de Regenteffen, die dan, aan ie- der Jongen, een Daalder, en aan ieder Meis- je , een Ryksdaalder vereeren. Het uitzet der Jongens beflaat in een Zwart-Lakenfche rok, kamifool en broek, indien zy, vooraf, hunne belydenis, by de Gereformeerde Ge- meente, gedaan nebben: voorts, in een brui- ne Lakenfche rok en broek, twee kalamin- ken borflrokken, een bruine karfaaijen lap, een hoed, twee paar koufen, drie paar fchoe- nen, zes hemden,vier neteldoekfche daffen, een Bybel, twee leêren fchootsvellen, voor Zes guldens aan gereedfchap , en hout tot eene kift, om 't goed in te bergen. Het uit- zet der Meisjes beflaat in eene zwarte, ras- .^e-marocque-Japon, eene zwarte zyden ka- I^r, en een zwart faaijen regenkleed, mids ^y v0oraf haare belydenis gedaan hebben: ï°.0rts, in een Wolle - damaften rok , een j£W-damaften-rok, een gekleurde fergien r0K>een roode duffelfche rok,eenEngelfch |
||||||||||||||||||
|
k
|
r.*
|
|||||||||||||||||
|
zo**.
|
||||||||||||||||||
|
%
|
Ê?S.
|
|||||||||||||||||
|
284 AMSTERDAMS III. Deel.
|
|||||||||
|
Burger- En zyn allen, die eenig beflier hebben * in Gemeente (o). Doch na de verandering der burg**"
Wees- de boedels van Ouders, welker kinderen Regeeringe,werden verfcheiden geeftelyke ^EES" huis. -m ^Qt -Weeshuis zullen moeten worden goederen aan het Weeshuis opgedraagen : tlüIS* opgevoed, en in alle boedels, waaruit aan eerft,gelyk wy reeds gemeld hebben, in't jaar zulke kinderen eenig voordeel befproken 1579 , de inkomften van de Kapelle in de Kal- is, of toekomt, volgens eene Keure vanden verltraat, en't gebouw der Kapelle zelve (p): agtentwintigften January des jaars 1764, en kort daarna, de goederen van de S.'Lu- verpligt, dezelven, ten fpoedigften, aan de cien-enKardiuizers-Kloofteren(4). Onderde Regenten aan te geeven (e), goederen der Karthuizeren, waren het groo- Aanwas Wy hebben boven () aangetekend, dat te en kleine Karthuizers-Hof begreepen (r).
ènafnee- net gStalder Weezen, by deopregtinge van In de beden, ten behoeve van het Weeshuis, *t ^eta?11 het Weeshuis, maar zeven of agt beliep, is eenige verandering gekomen. Men doetze der Wee-Doch in den tyd van tagtig of negentig jaa- nu, by de huizen, vyfmaal 's jaars met de zen in 't ren, was het al tot vyf honderd aangegroeid fchaale , en, weekelyks , met de bos en Wees' (g). In't jaar 1629, telde men zeven hon- fchelle, gelyk van ouds. En in de Nieuwe U1S' derd kinderen in 't Weeshuis. Omtrent der- Kerke, nevens de Huiszitten aan de Nieu- tig jaarenlaater, was het getal, zo eenigen we zyde, des Zondags, in de Voordemiddags- melden (/&), agt honderd en dertig; doch vol- en Nademiddags-Predikatien. De twee derde gens anderer aantekening (i), niet minder dan deelen van de voordeelen des Schouwburgs duizend. Doch, federt, is dit getal, allengs- zyn hier, in de voorgaande eeuwe, bygeko- kens, afgenomen; waartoe de opregting van men. Uit het Poortergeld, geniet het Wees- verfcheiden' andere Weeshuizen hier ter Ste- huis, federt den agt en twintigften January de wel 't meeffc heeft toegebragt. In 't jaar des jaars 1662, dertien guldens. Het Wees- 1692, werden 'er vyf honderd zes en zeven- huis bezit, daarenboven, eenige Landeryen tig, en in 't jaar 1740, maar vier honderd en Huizen: en onderde laatften, de Herberg zes en dertig in geteld, van welken nogee- de Keizers Kroon, die, in 't jaar 1725, her- nigen buitens huis befteed werden. Terwyl bouwd is, en vyftien huizen in de Kal ver- ik dit fchryve, in May des jaars 1765, wor- ftraat, ter wederzyde van den ingang van 't den 'er honderd een en veertig groote Jon- Jongens-Huis; dertien huizen in de S. Lu- gens, en honderd vyf en dertig groote Meis- cienfteeg, en een zesde van omtrent vier hon- jes, in 't groote Huis, en honderd zeilien derd, te weeten drie en zeventig huizen ,'in kinderen in 't Kinderenhuis opgevoed: en de nieuwe Uitlegging over de Prinfengraft, daarenboven nog dertien, buitens Huis, be- en byzonderlyk, in de Weterings-dwarsftraa- fteed. ten; in de Nieuwe Looijersftraat, en op de Inkom- De inkomften van 't Weeshuis waren, in 't Vyzelgraft; waartoe de Stad, in 't jaar 1670,
. fien van eerft, zeer gering. Doch in 't jaar i553>werdt den grond gefchonken hadt (O- u. hetWees- aan het zelve toegellaan, in de Nieuwe Ker- De Landeryen, welken het Weeshuis be- ï-*"n fs"
huis> ke, onder de Sermoenen en andere dienden, zit, hebben, voor 't grootfte gedeelte, voor- $$r'f met het derde bord,te mogen omgaan,in de maals, behoord, onder de goederen van de j,^ plaats van de Leproozen, en in de Heilige Karthuizers- en S. Lucien-Kloofters. Tot de «u^. Stede, agter de Kerkmeefters dier Kapelle. Landeryen der Karthuizeren, behoorden, on- "e Ook verwierf het, toen reeds, de weekelyk- der anderen, de booge Kooijen en de langs Noor- fche bede by de huizen met defchelle (k), die der-Kooijen, gelegen in de Bogt, in de Banne nog ftand houdt. In 't jaar 1564, kwam hier vanWeftzaanen; de//o?'» of i/oom, ten zuide'1 by eene jaarlykfche bede met de fchotel of van de Hollefloot, oudtyds de Hoorn- of Horn- fchaale, by de huizen (7). Ter gelegenheid floot genaamd, in 't Y, en de Weerd of Ja*1 van'? groite ende miferable inconvenient, den Verbellen-Kiland, een weinig noordooftwaards Weeskinderkens,irit jaar 1566, overgekomen, van den Horn gelegen. De Kooijen en en van ons, elders (?«), omftandiglyk, be- Weerd waren, in't jaar 1429, door Jan, Das' fchreeven, werdt het Huis, uit Stads KafTe, taard van Blois, Ridder en Heer van ÏTreslong» met honderd ponden vlaams, onderfteund (n). aan 'tjKarthuizers-Kloofter verkogt. HeC In't jaari575, verwierf het, voor eens, en zon- Weeshuis heeft de Weerd of Jan Verbell^' der dat het in gevolg zou mogen getrokken Eiland, in 't jaar 1593 > opgedraagen aan c worden, eene buitengewoone bede van de hoogeHeemraadfchapvanRynland,hetrie£~ (e) Keutb. u. /. 36. land op het zelve, alfeenlyk, aan zig behoU"
{f) BUdz.. 27«. ö den-
|
|||||||||
|
(g) PONTANUS Lihr. II. Cap. II. f, 70.
(h) Semaine burlesque d'Amfleidam p. 2t«, () Refol. Vroedfch. N. 4. 28 Jan. 157$.
(i) DOMSELAERlV.-B»^, il. i!?. CoMMELWi hl. S6+. (p) Refol. Vroedfch. N. 4. lo Maart IS79-
|
|||||||||
|
(O Refol. Vroe'.ifch. N. t. 28 Sept. 1553.
(l) Refol. Vroedfch. N. 1. 1% Maart jjS4.
(m) II. Deel, VII. Btr^t hl. 274..
|
(et) Vide (y FONT AN. Llbr. II. Cap. II. /> 7°' . ,,f(
(r) Aam. van Schepen G. SCHAEP I'ietEBsZ- eptjaani}
(,) Refol. Vroedfch. L'. G. i* .April J«7°* *aF<»r-1>? - |
||||||||
|
(n) Refol. Vroedfch. N. i, tj May \$if. ,\|\('j&êrfh 'y S9 ve'rfé
|
|||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENTIGE GESTIGÏEN. 285
|
|||||||||
|
Wy voegen hier onder eene Naamlyfl der Burger.
Regenten van het Burger - Weeshuis: Wees. HUIS.
1529.. Claas Jacobsz. Paradys. «»■£<*
1529. Arent Boelezoen. oenten.
1530. Cornelis Frederikfe Bäcker.
1534. Gerrit Jan Lambertzoen. !537- Symon Lourenfe Stoter. !538. Gysbert Jansz. van Haarlem. 1541. Frans Adriaanfe Thoon. 1543. Claas Vechtersz. 1545. Willem Cornelisz. Stickel.
1549, Floris Roeters.
1550. Claas Jacobsz. Stoeldraaijer.
1553. Pieter Jacobsz. Schaep. I553- Jacob Pietersz. Colyn. 1555- Claas Dirksz, in de drie Koningen.
1556. Ernfl Roeters.
1557- Jan van Ouwewater.
1557- Willem Jacob Walichs.
1558. Willem Paulusz.
1562. Jan Claasz. Pyl.
1562. Jan Vechter.
1562. Dirk Claasz. Neys,
1562. Jan Beth Jacobsz.
1562. Ernfl Roeters.
1563. Willem Paukisz.
1563. Cornelis Gysbertsz.
1564. Jacob Gerrit Teeuwesz.
1565. Jonge Jan Duyvesz.
1567. Gerrit Schaep. 1567. Jacob Cornelisz. inS.Andries.
1567. Jacob Roeloffe. 1567. Jacob Jansz. Ouwewater.
15(57. Gerrit Jansz. Preekfloel. 1568. Jan Dirk Marcufïên.
1569. Arent Hendrikfe Suyvelkooper.
1569. Jan Philipfe Suyvelkooper. 1575. Roel Jooflen. 1577. Gerrit Corver.
1578. Huybert Symonsz. Appelman.
1578. Cornelis Eibertfe. 1578- Barent Claaflen, in de drie Engelen,
1579- Dirk Jansz. Graaf.
1579- Jacob Claasz. Bas. J579- Jan Thomasz. van Alkmaar.
J579- Jacob Jansz. Vinck. 1580. Claas FranfTen. 1583. Laurens Jacobsz. Reaal. 1585. Barent Janfen Steenhuis. 1585. Cornelis Cornelisz. in de Haak, 158Ö. Evert Claasz. Huift. 1588. Frans Hendriksz Oetgens. 1588. Jan Jansz. Garfl. 1590. Cornelis Cornelisz. de Lange. I590- Jacob Janfen Benning,m 'inliegen- de Varken. 1590. Hendrik Hendriksz Houthaak. 159.2. Paulus van Heemskerk. 1593. Jacob Willekens. 00 , X594-. |
|||||||||
|
dende. Hertog Albrecht van Beijeren, in 't
jaar 1392, het Karthuizers-KIoofler willende itigten, gaf daartoe drie honderd Dordrecht- fche fchilden 's j aars uit de inkomflen van een ftucke Lants, dat geheten is die Hoern, gelegen op die Zuytfide van den Hoiren floot (ï). Hertog Willem verkogt,in 't jaar 1399> het Eiland zelf, welk hy Saner Hom noemt, ongetwy- feld, om dat het, aan een hom of hoek der Zaane legt, aan 't Karthuizers-KIoofler, voor twaalf honderd vyf en zeventig Gendfche no- belen, en verklaarde het, in 't jaar 1412, voor altoos, vry van alle gemeene Lands Laflen, in welken vrydom, het, by Sententie van den Hove van Holland van den veertienden Au- guflus des jaars 1501, beveiligd werdt. Op het Eilandje den Horn, welk ook S. Antonis- Eiland gen-aamd werdt, plagt, nog in de zes- tiende eeuwe, eene Kapel te flaan, gelyk my, uit deStigting van eenen dienfl op een altaar in dezelve,gedaan door CatrynClaes dogter,Pieter Thaems Weduwe, op den eerflen December des jaars 1512, gebleeken is. Op denHorn, flonden, eertyds, vyf Boerenwooningen (u), die, met de Landeryen, nog in de voorgaande eeuwe, twee duizend zes honderd drie en twintig guldens 's jaars aan huure opbragten (ü).En fchynt het Weeshuis, toen, of al eerder, de gewoone en buitengewoone Verpondin- gen van deeze wooningen en Landeryen te hebben moeten opbrengen. Doch de Boeren- wooningen op denHorn, welk Eilandje,thans, omtrent tagtig morgen Lands, groot is, zyn, al federt eenige jaaren, tot op drie, en nu tot op twee verminderd. En het onderhouden en hefchoeijen van het zelve valt het Weeshuis Zo kofbbaar, dathet, in 't jaar 1751, voor den tyd van vyftien jaaren, vrydom van Verpon- dingen , voor den Horn, van 's Lands Staaten, Verzogt en verkreegen heeft. Van denjaare l7S2, tot den jaare 1763, ingeflooten, heeft ^en, tot onderhoud van het zelve, boven al- le inkomflen, eene fomme van zeven en twin- tigduizend zeven honderd negen en zeventig guldens en zes fluivers te kofle gelegd (tu). öe Boeren van den Horn leveren hunne Kar- nemelk aan 't Weeshuis. Wy hebben, hier voor fo), reeds aangete-
kend , dat de Legaaten, die, ten behoeve JerArmen van oftQt Amßerdam, gemaakt zyn, door pulken, die in dienfl der Oofl-of Weft- lriri:-he; Compagnie van hier zyn uitgevaa- *en, aan het Weeshuis zyn toegeweezen. f') De Giftbrief » in 't Weeshuis. Laade X.
£ ^0 Recueil Set Documenten van het Weeshuls II. Bte\t " rl{ *9,3o,3I, 3», 3 + , 3S, 39. ?t J-^Aantek, vi» Schepen GerriX Schaep Eietebsz.o/
Oawi S?-i*.'R#quÊft der Regenten Qm veilenging van 't
(x 1 i,P,1 vrydom van Verpondingen. *'*"***. 273. ÏI. STÜK.
|
|||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||
|
s8ó
|
||||||||||||||||||||
|
1696. Mr. Nicolaas de Vicq.
1696. Mr. Pieter Nuyts.
1697. Michiel Elias.
1698. Abraham Engelgraaf.
1703. Hendrik Hop.
1704. Jacob van der Waaijen.
1708. Gerard Rogge de Jonge. 1708. Hero Mooy. 1713. Leonard van Hoefen.
1715. Mr. Joan van Heuvel. 1715. Pieter Roos. 1717. Philips van der Ghiefen, 1720. Albert van der Merct. 1720. M'. Wigbolt Sucher Elbertsz. 1723. Balthafar Huydecoper. I725< Jan Lucas Bouwens. 1731. Jean de Wolf.
1732. Joan Hendrik Kerckrïnk.
1732. Abraham Pyll. 1736. Mr. Gerrit Hooft Danielsz.
1736. Francois de Witt. 1738. Willem Meulenaar. 1738. Jan Hooft. 1740. Mr. Pieter Cornelis Haffelaer.
1741. Jan Backer de Jonge.
1743. Daniel Hooft Danielsz. *745- Jan Fredrik Berewout. 1746. Carel Johannes Boelensz. 1748. Jean Deutz van Affendelft.
1749. Jacob Roman.
1749. Joan Baptifta van Renffelaer.
1757. Jacob Guillot. 1757. Cornelis van Royen. 1759. Cornelis Jacob van der Lyn,
1760. Joan Servaas Lynflager,
VIL
|
||||||||||||||||||||
|
1594. Cornelis Benning.
1595' J°rïs Joriffen. 1596. Pieter Pieterfe van Neck.
1597. Jan Jacobsz. Huydecoper.
1597. Cornelis JorifTen. 1599. Albert Corneliflên.
1599. Symon Gerritsz Schaep. 1599. Jan Claafen Vlooswyk. 1601. Cornelis Jacobsz. Bas. 1601. Dirk Hendriksz. Queekel. 1604. Jacob Egbertfe, in S. Nicohas. 1604. Hendrik Servaas.
1605. Pieter Claasz Overlander.
1610. Jan Gysbertsz.
1611. Jan Willemsz Boogaart.
1612. Pieter Pietersz Haffelaer.
1612. Ryckert Gerritsz Kieft. 1615. Tymen Jacobsz. Hinloopen. 1615. Jacob Jacobsz. Vinck. 1620. Dirk Heingh. 1620. Jan Reyniersz.
1620. Roelof Woutersz. 1622. Jan van Heusden. 1622. Claas Haffelaer. 1624. Frans de Neve. 1629. Gerbrand Claasz. Pancras. 1631. Claas van Campen. 1631. M'. Gerrit Schaep Pietersz« 1631. Cornelis Jacobsz. Waaijer. 1636. Cornelis Jan Witfen. 1636. Willem van Loon. 1636. Abraham Alewyn. 1639. Guiliaume Lindemone.
1640. Jacob Jansz. Lansman.
1640. Jacob Theunisz. van Straalen. 1640. Willem Ysbrantsz Kieft, 1642. Bernard Schellinger. 1644. Willem van Erpecom.
1644. Hendrik Vaftrik.
1645. Mr. Jan van Hellemond.
1651. Jacob Jacobsz. Hinloopen, 1654. Floris Roeters. 1656. Jacobus Trip.
1658. Jan Lens. 1662. Daniel 1'Eftevenon. 1667. Joannes Wybrants. 1667. Jacob de Graaf.
1668. Cornelis Wilmerdonck,
1672. Michiel Hinloopen. 1672. Wigbold Muylman.
1673. Anthony van Hengft.
1674. Jacob Trip Hendriksz.
1675. Hans Boor.
1675. Michiel Wiltfchut.
1676. Willem Six Willemsz,
1682. Jan Graafland. ï68<5. Abraham Bäcker. 1686. Cornelis Verpoorten. 1689. Gerbrand Pancras Michielsz» 1691. Jacob Elias de Jonge. |
||||||||||||||||||||
|
KIER*'
We*5'
HOI*'
|
||||||||||||||||||||
|
AALMOESSENIERS ■ WEESHUIS.
|
||||||||||||||||||||
|
B
|
urgemeefteren en Raaden, bevindende»E*/
dat de Huiszitten - huizen , het Gaft-**^ |
|||||||||||||||||||
|
huis, het Oude-Mannen-huis, en 't Burêer" Bfl^«
Weeshuis, in den aanvang der voorgaande bie' eeuwe, nog niet voldeeden, om de behoef- Ste ten van oude en gebrekkelyke rnenfchen, en van ouderlooze of verlaaten kinderen te ver- vullen, beflooten, op den negen en twiß" tigften January des jaars 1613 , nog een Godshuis op te regten,onder den naamvaa Aalmoesseniers-Huis, welk, op£en Singel, tuffchen den Heiligen weg e° ^e" guliers-Tooren, op een gedeelte van dfn grond van 't Clariffen-Kloofter, gefüg£ werdt» en waarin, naderhand, de Latynf^eSchool overgebragt is. In 't jaar 1624» werdt een gedeelte van het Mannen - Tugthuis, tot vergrootinge van dit Aalmoeffeniers-Huis, vertimmerd (y). In het zelve, werden be- hoet-
(j) Refol. Yioedfch, ü, 14. i« 7»1' ,4*+' /l0% *"r/*'
|
||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 287
|
||||||||||||||
|
V.
|
||||||||||||||
|
hoefcigen, die in deeze Stad gebooren wa-
ren, of, ten minfle vier jaaren agtereen, gewoond hadden, even als in de Huiszitten- huizen, bedeeld; met naame des zomers, wanneer de Huiszittenhuizen, in dien tyd, geene uitdeelingen deeden. Zulken , die kwaadaartige ziekten hadden, werden ook, op kollen van het Aalmoeffeniers-Huis, ge- nezen. En aan de vefle of fchans, by de Heilige - wegs - Poort , flondt, reeds in de zefliende eeuwe, eene zogenaamde Laza- rette, of Lazarusbuysken (z), waarin zeere en fchurfde hoofden, onder 't opzigt eener Heelmeeflereffe, die, naderhand, door de Regenten van 'tAalmoeffeniers-Huis, werdt aangeileld, genezen werden. Het tegen- woordig Verbeterhuis, by deWeteringspoort, plagt ook, tot dit gebruik, te dienen («). Nog werden, in het Aalmoeffeniers - Huis, flerke bedelaars en andere lediggangers, na dat zy, door den Hoofd-Provooft van 't Huis, waren opgevangen, aan 't hennipkloppen en anderen arbeid gezet; waartoe, naderhand, het Werkhuis opgeregt is. Voorts, werden de Regenten van dit Godshuis ook belaft, met de opvoeding van Weeskinderen, die,' in 't Burger-Weeshuis, niet konden worden ingenomen: ook van vondelingen, die, te vooren, door Burgemeefteren, in de by- zondere Godshuizen, befteed (//); en nu, 20 wel als de gemelde weezen, door de Re- genten van 't Aalmoeffeniers-Huis, by ge- meene burgers, van kofl en huisveftinge, bezorgd werden. Wyders, gaven de Regen- ten, aan vreemdelingen, voor eenen tyd, den kofl, en reisgeld, als zy vertrokken. Ein- delyk, droegen zy zorg, voor de begraaving Van lyken van behoeftigen, en leverden 'er doodkiflen toe. Zy waren zes in getal en dienden drie jaaren, gaande de twee oud- ften in dienft, jaarlyks, af. En, na dat zy deeze drie jaaren uitgediend hadden, waren zy, naderhand, niet meer verkieslyk. Doch de Aalmoeffeniers werden, door den
tyd, zo zeer belaft: met de opvoeding van ouderlooze en verlaaten' kinderen, dat zy geene kans zagen, om dezelven allen in den koft te befteeden, by zulke luiden, daarzy, bekwaamlyk, konden worden opgevoed. Zy verzogten, derhalve, op 't einde des jaars 1662, aan Burgemeefteren en Raaden, dat £r een nieuw en grooter Aalmoeffeniers- iluis, tot opvoedmge deezer kinderen, mögt gorden opgeregt. Men bewilligde, in 't begln des volgenden jaars, in dit verzoek f», l*} Refo'. Vioedfcb. N. j. 2% ^pril IJ8(S-
lt{ iie hier voor' *' 261,
i Refoi. Vioedfch. N. §. i9 jMm 1S9S. . l9? wry#-
f- *I« *"¥ Vloedfch- Lu C' 17X'v.l66z.zt74r,.U6s.
trJ<>> 21$. |
en fchonk 'er een groot erf toe, in de nieu-Aal-
we uitlegging, aan de zuidweflzyde der Prin- **°xs*i' fengraft, tuffchen de Leidfche graften Leid- J5*g fche ftraat. De Regenten kreegen verlof, huis. om de noódige penningen, tot het fügten van't nieuwe gebouw, op te neemen(/f). Op den twaalfden December des jaars 1663, maakte men eenen aanvang met heijen, en op den zeventienden Maart des volgenden jaars, werdt de eerfte fleen aan 't gebouw ge- legd , door den Hoofdprovoofl Jan Vos, uit den naarn van alle deRegenten. Het Huis was, in 't jaar 1665, voltrokken: en, op den eerften Januarydes volgenden jaars, werden de kin- deren, die, door de Regenten, alomme in de Stad, befteed waren, in het zelve overgébragt. In 't jaar 1680, kreegen de Regenten verlof, Het om een nieuw Ziekenhuis te bouwen aan hetwordt Aalmoeffeniers - Weeshuis , mids daartoe ver8r00t" maar weinig meer dan negen duizend gul- dens befteedende (e). Het Huis was voor niet meer dan agt honderd kinderen gefchikt, en in't jaar 1683 , bevondtmen, dat'er reeds dertienhonderd in ontvangen waren, waar- om , op verzoek der Regenten , orde ge- field werdt, om een nieuw Huis te voegen by het voorgaande (), gelyk, federt, ge- fchied is. Midlerwyl, was 'er, in 't jaar 1682, mer- 't Getal
kelyke verandering gevallen, in het getal e.n de en werk der Regenten, 't Getal der zelven r^1 was, tot hiertoe, niet meer dan zes ge weeft, en "ke- en in 't jaar 1663, waren hierby vier Re-gentes- genteffen of Buitenmoeders gevoegd. Doch n , nu vonden Burgemeefteren geraaden, 't ge- or?r c' tal der Regenten tot agt, en, in't jaar 1685, nieuws, dat der Regenteffen tot zes te vermeerde- geregeld, ren. Ook werdt, in 't jaar 1682, verklaard, dat de Regenten, voortaan, niet anders zou- den te bezorgen hebben, dan hun Weeshuis en de kinderen, waaronder begreepen zou- den zyn de Vondelingen ; zulken, welker ouders in 't Gafthuis ziek lagen, en alle an- dere kinderen, zonder onderfcheid: en dat zy al 't gene, verders, voorheen, ter hunner bezorginge, geftaan hadt, overlaaten zouden aan de Huiszitten, zo van de Oude als van de Nieuwe zyde , aan welken , elk aan zyne zyde, daarbenevens, zou worden af- geflaan de maandelykfche of vierweek- fche Colleéle met de fchaale, die de Aal- moeffeniers plagten te hebben, en die, voor- taan , door en ten behoeve der Huiszitten; doch nog op den naam der Aalmoeffeniers, gefchieden zou. Doch de boffen , die in Her-
(d) Refol. Vroedfch. L'. D.zoNav. iïfij. 7I, Gtcot«,
Memor. N. V. . izj. (e) Refol. Vroedfch. Ir. N. % Dec. i6%o. f z6l
(f) Refol. Vioedfch. I». P. 2j Juny isj5> 3^'
OO 2
|
|||||||||||||
|
nn
|
||||||||||||||
|
A>
|
||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||
|
288
|
||||||||||||||||
|
ken-Vader en Kooken-Moeder: nevens dezel- AAt- ,
ve, ter linkerzyde, is de wooning van den moessï* Jongens Schoolmeeßer en Huismoeder: en naar w^es- de Meisjes-Plaats toe, heeft men de Kinde Hüi$. renhuis-Eetzaal en School, daar Jongens en Meisjes, te jong om in het groote huis ge- plaatft te worden, eeten, in fpellen en leezen onderweezen worden, en hun gewoon verblyf hebben. Ter wederzyde van de Poort, aan de Meisjes-zyde, zyn de wooning van den Kleê- renmaaker, en de winkel en isoonihg van den Scboenmaaker van 't Huis. Langs de Binnen- plaats, van agteren, zyn ook eenige ver- trekken , tot huiffelyk gebruik. Voorts, is, weftwaards van de Meisjes zyde, over eene lange fmalle Plaats, een Wafchhuis en Bak- kery getimmerd. In de laatfte, wordt, meC drie ovens , gebakken. De Bakker heeft zyne wooning hier by. Ooffwaards van de Jongens zyde, over eene diergelyke lange, fmalle Plaats, is het Ziekenhuis, welk, door een' kooken in 't midden, in twee deeleii onderfcheiden is; waar zieke Jongens en Meisjes worden geplaatft. Ten einde van de Plaats, is een wafchhuis, en daarby een vertrek, waar de lyken, voor een' tyd,ge- zet worden. Uit het Poortaal binnen de Poort, aan de vn^'
Jongens zyde, is, ter regterhand, de opgang naar de vertrekken der tweede Verdiepinge. Men ontmoet hier eerft een ruim Voorver- trek voor dé Regenten-Kamer, alwaar nog een bord hängt, welk, reeds in 't oude Aal- moeffeniers-Huis, geplaatft geweeft is, en waarop , met gulden letters, gefchreeven ftaat: De Hemel draegt geen zytmaer hïflertnacr
elks kermen.
Zoo ziet d'' Aelmoejfenier ,op't nypcnvanden noot,
En reicht elk nooddruft toe, uit V burgers milden fchoot.
Hy flut, door 't heele jaer, het leven van den armen.
Uit dit Vertrek, komt men in de Regenten-
Kamer of Comptoir, die langwerpig vierkant, hoog en ruim is, en, door vier groote lich- ten , over de Prinfengraft , uitziet. De fchoorfteenmantel is, van boven, verfierd met de wapens der Regenten, die, ten ty- de der ftigtinge van het Huis, in dienftwa- ren ; en met eenige andere Regenten - wa- pens, van voóren. Beneden, boven denfpie- gel, ftaan deeze regels, die aan Vondel worden toegefchreeven: Dees Godtshuis-boüïvers, die getrouw nood'
driftige armen, ,, |
||||||||||||||||
|
Herbergen en elders hingen of ftonden, zou-
den, ten behoeve der Aalmoeffeniers, bly- ven (g). En in 't jaar 1685, werdt beraamd, dat, wanneer het Aalmoeffeniershuis kinde- ren innam, welker ouders , door de Huis- zitten, onderhouden waren geweeft, de Re- genten der Huiszitten - Huizen den boedel zouden moeten redden, en 't gene 'er van kwame aan het Aalmoeffeniers-Huis uitkee- ren (Ä). Ook hebben Burgemeefteren, nog, in 't jaar 1691, goedgevonden, dat, voor- taan , gelyk van ouds, het befteeden der kin- deren van zulken, welker ouders in het Gaft- huis ziek lagen, zou moeten gefchieden door- de Regenten van het Aalmoeffeniers-Wees- huis (i). En op deeze wyze, is het Aalmoes- feniers-Huis onderfcheiden geworden van de Huiszitten- en andere Godshuizen, en een enkel Wees- of Kinderen - Huis gebleeven. Het is een deftig gebouw, met twee uit-
fpringende voorgevels, in ieder van welken, eene ruime poort is, en nog twee diergely- ken tuffchen beide. Doch de twee middel- den worden, doorgaands, geflooten gehou- den. Het gantfche erf is drie honderd twee en tagtig en een halve voet breed. En het weftelyke gedeelte van 't gebouw is voor Meisjes; het ooftelyke gedeelte voor Jongens gefchikt. De Verdiepingen van 't Huis, die, boven den grond, vier in getal zyn, fcheppen, van vooren, licht van de ftraat; van binnen, van twee vierkante binnenplaatfen, de ee- ne voor de Jongens-, en de andere voor de Meisjes-vertrekken gefchikt; en van agteren envanwederzyde,van fmalle openPlaatfen. De Poort aan de Jongens-zyde zynde in-
getreden , ontmoet men, ter linkerhand, de ixooning van den Secretaris der Regenten, die uit verfcheiden' bekwaame vertrekken be- ftaat, welken, van de Prinfengraft en van de Plaats,licht fcheppen.Terregterzyde,is de verblijfplaats der Comptoir-Moeder, uit twee vertrekken beftaande, die op de Prinfen- graft uitzien. Voorts, zyn, langs de Jon- gens-Plaats, aan alle zyden , verfcheiden' vertrekken , tot huiffelyk gebruik, en tot wooningen voor eenige Süppooften dienen- de. Ook zyn hier, voor weinige jaaren, eenige vertrekken gefchikt tot eene Apo- theek ten dienftè van het Huis, en tot een ftookhuis en wooning voor den Apotheker, die, door Burgemeefteren, aangefleld wordt, en, boven vrye wooning, koffc enz., eenejaar - lykfche wedde van vier honderd guldens ge- niet (£). Agter in 't Huis, is de groote Kooken, en daarby de wooning van den Koo- Cs) Handv. bl. 271.
(fa) Groot-Memor. N. VII. . 117. (») Handv. bl. 179. (O Refol. van den Oud-Raad VSUJ Bürgern, vtn zo May
Ï7*I. bl. 105. |
||||||||||||||||
|
Aal-
MOESSE-
NIERS- Wees-
HUIS.
|
||||||||||||||||
|
Befcbry-
ving van 't gebouw van't Aalmoes feniers- Wees- huis. |
||||||||||||||||
|
Vertrek-
ken der eerlte, |
||||||||||||||||
|
^^mmm
|
||||||
|
UIL T JL^LZ,J£0&S>S& JSTI & R S
|
||||||
|
Wj: je s h ui s
|
||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 289
|
|||||||||
|
*
Al 'tjaer bedienende, handhaven en befcher-
men,
Staen in de wapen? van hun flammen hier ten toon.
Wie armen handhaeft, wint de hoogfle wä- penkroon.
Langs de wanden van 't vertrek, zyn zeven
oude Schilderftukken geplaatft, twee van welken ieder twee oude Regentenkoppen vertoonen: in de vyf anderen, ziet men 't werk der AalmoefTenieren en der behoefti- gen, zo als het, van ouds, beftondt, kon- ftiglyk, afgebeeld. Een vertoont de infehry- ving der armen: een ander de huisbezoe- king , die, door een' der Regenten, verzeld van den Hoofdprovooft, gefchiedt: in twee anderen, die, in 't jaar 1627, gefchilderd zyn, ziet men de uitdeeling van brood, geld en ftof tot kleeding, die, voormaals, door de Aalmoeffeniers, plagt te gefchieden: en in het vyfde , wordt het hennip - kloppen en andere arbeid vertoond, die, in het oude Aalmoeffeniers - Huis , plaats hadt. Wy- ders, hangen 'er twee nieuwe zeer groo- te Regenten-Stukken, ieder agt Regen- ten en de Hoofd - Provooften, Secretaris en Boekhouder in der tyd vertoonende: het eerie is, door Cornelis Troofl: het ande- re, door Tibout Regten, gefchilderd. Ag- ter 't Regenten-Comptoir, is een kleiner vertrek, de Geldkamer genaamd, waar boe- ken , papieren en geld bewaard worden: en nog een vertrekje, ook, onder anderen, tot bewaaring van fchryf boeken, gefchikt. Wy- ders , heeft men, langs den voorgevel, ter Wederzyde der gemelde vertrekken, eene Lakenkamer, daar de voorraad van lakens, karfaaijen en baaijen tot kleeding voor de kinderen bewaard wordt, en een Wollenwin- bel, daar de wollen - kleederen worden ge- maakt. In 't middelfte gedeelte van 't ge- bouw , haar den agtergevel toe, ontmoet men , ter eener zyde , eene ruime Slaap- plaats voor de kleine Meisjes uit het Kinderen- Huis, en ter anderer zyde, eene Provifie- Kamer, daar de voorraad van erweten, boo- ïien, gort en meel bewaard wordt. Langs den agtergevel, is de Regent ejjen - Kamer, een fraai Vertrek, welk, in 't jaar 1761 , rnerkelyk verbeterd, en met een gefchilderd behangfel , naar de hedendaagfche wyze , verfierd is. Ook zyn de wapens der Re- gentenen voor den Schoorfteenmantel ge- beld. De kamer fchept licht van de ag- *erplaats, die, met een' hoogen muur,van ^Leidfche dwarsftraat afgefcheidenis. Ter *ie.ner zyde van de Regenteffen-Kamer, is de ^^naaiwinkel, daar ook 't linnen voor't ms bebaard wordt, en ter anderer zyde. |
|||||||||
|
een ruim vertrek, daar de Jongens en Meis- Aal-
jes, die, op Maytyd, uit het Huis gaan,MoEssE. ' voor het laatft, onthaald worden. Voorts, S.ERS" zyn hier omtrent ook eenige andere ver- huis?" trekjes, tot huiffelyk gebruik dienende. Langs de zydgevels van 't gebouw, over de twee Binnenplaatfen, loopt ter eener zyde , de Eetzaal voor de Meisjes, en ter anderer zy- de, de Eetzaal voor de Jongens, twee hoo- ge kamers, die de gantfche diepte van 't Huis, in de lengte, beflaan. Ook heeft men, aan de Meisjes zyde, boven de Bakkery, eene groote Slaapkamer. Op de derde Verdieping van 't Huis, zyn derde, en
de Schooien voor Jongens en Meisjes: ook de kleine Naai- of Lapwïnkel, de Breij-fcbool en de Kamkamer: en , langs den agterge- vel, twee vertrekken, gefchikt, het eene tot een Kinderen-Huis voor Jongens, en het andere tot een Kinderen - Huis voor Meisjes. De kamers voor de twee Kinderen - Moe- ders, en voor de Naai- en Breij-meefteres- fen zyn, op deeze Verdieping,naar behoo- ren, gefchikt. Ook is hier eene groote Slaapkamer voor de Meisjes, en twee klei* nen voor de Jongens. De overige Slaapvertrekken voor Jongens vierde
en Meisjes, die met dubbele deuren van el- Verdie- kanderen zyn afgeflooten, zyn, op de vier- pinS- de Verdieping, langs den Voor-, en de twee zydgevels van 't Huis. Ook heeft men hier, langs den agtergevel, eene ruime Droogzol- der, daar de kleederen, die hier, even als in't Burger-Weeshuis, federt eenige jaa- ren , ook op 's Graavenland worden gewas- fchen; des zomers, op de gewoonlyke wyze, en des winters, door middel van kagchels, gedroogd worden. Hierby zyn de Kamers voor de fVafchmoeder en de Kammoeder: en, voor in 't Huis, aan de Jongens zyde, de Oppoffers-en Qnäermeefters-Vertrekjes : en aan de Meisjes zyde, twee vertrekken voor den Schoolmeefter der Meisjes. Wy fpree- ken niet van de Wier-, Provifie- en andere kelders, die, onder de benedenfte Verdie- ping , zo ten dienfte van 't Huis in 't ge- meen , als van de voornaamfte Suppooflen, in grooten getale, gevonden worden. De Regenten van't Aalmoeffeniers-Wees Jaaren èn
huis plagten, eertyds, geene kinderen in tedere neemen; die twaalf jaaren en daar boven ten *{*- oud waren. Doch al federt veele jaaren, Aal'moes^ zyn zy verpligt, kinderen te ontvangen, tot feniers- den ouderdom van vyftien jaaren toe;, en ^eeskin- wel, volgens een beiluit der Vroedfchap, n' kinderen van allerlei foorte, hoe gebrekke- lyk dezeïven ook zyn mogen (7). Doch Bur- gers-kinderen moeten boven de twaalf jaa- |
|||||||||
|
ren
|
|||||||||
|
(0 Refol. Vïoedfch. V, O, zi Seft, I(s8i, nt 3O0>
Ö03 |
|||||||||
|
29o AMSTERDAMS III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||
|
ren oud zyn: anders, komen zy in 't Burger- waren (o). Op den derden January des jaars ^AL.
Weeshuis: en kinderen, welker ouders, of 1759, hebben Burgemeefteren, wyders, eene moj&F.
overeenkomft bekragtigd, die, tuffchen de*".^
Regenten van 't Aalmoeffeniers - Weeshuis Hü*s. en de Diakenen der Lutherfche Gemeente, geflooten was. Zy behelft dat de Kinde- |
||||||||||||||||||||||||
|
f
|
||||||||||||||||||||||||
|
ren.
en de andere Lutherfch Ledemaat geweeft
waren, zouden worden opgevoed, of, in het Aalmoeffeniers-Huis, zo zy, in de Gere- |
||||||||||||||||||||||||
|
kinderen in, welker ouders, door 't Geregt,
ter dood gebragt zyn, of in hegtenis gehou- den worden. Wy hebben reeds aangemerkt, dat het Huis ook voor Vondelingen geftigt is: hoewel deezen, en ook kinderen boven de vyftien jaaren, niet dan op byzonderen laft van Burgemeefteren, worden ingenomen. 't Leggen van kinderen te vondeling is, nog- tans, by herhaalde Keuren, verbooden. Vol- gens de oudfte, die my bekend is, van den vyftienden December des jaars 1491, werdt het, met de Kaak en ballingfchap voor den tyd van een jaar , geftraft. Volgens kate- re Keuren, werdt het, met verlies van 't regter oor, geboet, en by nog laateren, is 'er geeffeling op gedreigd. Ook is, by meer dan eene Keure, verklaard, dat ouders, die hunne kinderen verlaaten, nimmer van de- zelven zouden mogen erven (m). Doch on- aangezien deeze Keuren, levert deeze groo- te Stad, van tyd tot tyd, veele vondelin- gen en verlaaten kinderen uit, die, met ta- melyke gereedheid, in het Aalmoeffeniers- Huis, ontvangen worden. Van deeze ge- reedheid, is egter, ook dikwils, misbruik gemaakt. Veelen, die aangenomen hadden, de kinderen hunner vrienden of bekenden, met naame die van zeevaarenden, welken, daarvoor, hunne Maand - cedulen verpand hadden, op te voeden, bragten dezelven, |
||||||||||||||||||||||||
|
3?
|
formeerde Kerke; of in het Lutherfche
|
|||||||||||||||||||||||
|
Weeshuis, zo zy, in de Lutherfche Ker-
ke, gedoopt waren. Dat kinderen, wel- ker ouders beide, of de langftleevende van beide, twee jaaren, by de Lutherfche Gemeente, Ledemaaten waren geweeft, of van welken, zo zy beide der Luther- fche Leere waren toegedaan, maar een twee jaaren Ledemaat geweeft was, in 't Lutherfche Weeshuis, zouden worden ingenomen, mids zy beide, een jaar en zes weeken, binnen deeze Stad of der- zelver Vryheid, gewoond hadden. Doch dat kinderen, van welker ouders,de langft- leevende wel Lutherfch; doch geen Le- demaatgeweeft was, in'tAalmoeffeniers- Huis zouden worden ontvangen, even- veel, of de ouders Poorters geweeft wa- ren, of niet. Dat, eindelyk, ook kinde- ren, welker ouders, fchoon tot de Luther- fchen behoord hebbende , openlyk ge- ftraft, of gevangen gezet waren , in 't Aalmoeffeniers-Huis, zouden worden in- genomen (q)." De zuigelingen, die, in dit Godshuis, worden ontvangen, worden, door de Regenteffen, buiten 't Huis, ter min- ne befteed : hebbende zy , hiertoe, door- |
||||||||||||||||||||||||
|
naderhand , aan 't Aalmoeffeniers-Weeshuis, gaands, een groot getal, en fomtyds wel dertig
voorgeevende, dat zy van de ouders verlaa- of veertig minnen in dienft. Daarna, komen ten waren. Doch hiertegen is ook, by ver- de kinderen, omtrent vier jaaren oud zynde, fcheiden' Keuren, voorzien. Zelfs hebben in 't Huis; en worden, in't kleine Kinderen- Burgemeefteren, meer dan eens, en laatfte- Huis opgevoed, tot dat zy oud en fterk ge- lyk,in't jaar 1755, de Ingezetenen gewaar- noegzyn, om onder de groote Meisjes of fchuwd dat elk, die een verlaaten kind of Jongens te können geplaatft worden, waar kinderen in zyn huis of bewaaring nam, ge- zy blyven, tot dat zy, een bekwaam hand- houden zou zyn, zulk een kind of kinderen, werk geleerd hebbende, in ftaat zyn, om hun1 op zyne eigene koften, te onderhouden, eigen brood te winnen; wanneer zy uit het zonder daarvan, door eenig Godshuis hier Huis gelaaten, en van onder het opzigt der ter Stede, immermeer, te worden ont- Regenten en Regenteffen ontflaagen worden. laft («). 's Lands Staaten hadden reeds, Doch kinderen, welker ouders, of een van op den agtften Auguftus des jaars 1682, beide, vaftgezet, of uitlandig geweeft, °f vaftgefteld , dat luiden, die van de eene vermiftzyn, worden, aan dezelven, te rug naar de andere Plaats vertrokken waren,en gegeven, wanneerze wederom op vryevoe- binnens 's jaars krank werden, of, overly- ten gefteld worden, of opkomen. 1° zulj< dende, kinderen nalieten, zo wel als de kin- een geval, moeten de ouders, zo 'thimver" deren, zouden geagt worden te blyven, ten mogen toelaat, aan 't Huis voldoen, 'c Se_n,e Jafte der Plaatfen , van waar zy gekomen de opvoeding der kinderen gekoft heett j c, |
||||||||||||||||||||||||
|
(m) Handv. bl. ;j% , 4ji, 454.
(»; Handv. bl, jtj, 1664, 57s. «3.
|
||||||||||||||||||||||||
|
f») Groot Pi akastb. til. Detl, bl. M*0-
h) Groot Memur. iX. X'.l. . +9 ver'°' |
||||||||||||||||||||||||
|
Gtoot-Mcmoi. N. XI.
|
||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 291
|
|||||||||||||
|
tien jaaren oud zyn, en zig zelven kleeden AAt.
können; wanneer zy in 't Groot-Huis over- moessë- gebragt, en de Jongens by de Jongens, en .ERS- de Meisjes by de Meisjes geplaatft Wor- ^uu*' den. Hier worden de Jongens, tot dat zy vyftien jaaren bereikt hebben, in 't lee- zen, fchryven en rekenen, en in de gron- den van den Godsdienft onderweezen , en daarna op een Ambagt beiteld. De Re- genten fchikken zig , hierin, gemeenlyk, naar hunne keuze, en geeven hun verlof, om een' Meefter te zoeken, by wien zy een week of twee op de proef arbeiden, waarna de Regenten een verdrag met hem aangaan. De ambagten, die zy in 't gemeen verkiezen, zyn Huistimmeren, Scheepstimmeren, Wit- werken, Kiftenmaaken, Spaanfche-Stoelen- maaken, Beeldhouwen, Zeilenmaaken, Mas- tenmaaken, Lyftenmaaken,Kuipen, Schoen- maaken en eenige anderen. Hun arbeidsloon wordt opgehaald door een' Bediende van 'c Huis, die ook onderzoek doet op hun ge- drag; zyn ontvangft, om de veertien da* gen, aan de Regenten verantwoord, en van 't gene hy verder vernomen heeft, verflag doet. De Meisjes, insgelyks, tot eenen be- kwaamen ouderdom, op de Schoole zynde onderweezen, gaan over op de Breij-, Lin- nen- , of Wollen-winkel, ter keuze der Re- genteffen ; daar zy, door byzondere Meefte- reffen of Moeders, en op de Wollen-win- kel, ook door een' Meefter Kleêrenmaaker, in 't Breij en, Linnen- en Wollen-naaijen, on- derweezen worden. Het Breijen en Linnen- naaijen leeren zy egter volkomenft, om dat dit ook, om loon, ten behoeve van't Huis, voor deftige ingezetenen, gedaan wordt. De Groot-Huis-kinderen, Jongens enMeis- catechi-
jes, worden, wyders, tweemaal ter weeke, fatien. des Maandags en des Donderdags, door twee byzondere Leermeeiters, in den Chriftelyken Hervormden Godsdienft onderweezen. Ook worden zy, alle Dingsdagen, door twee Pre- dikanten, by beurten, ruim een uur agter- een, gecatechifeerd. Aan de befte Catechifan- ten wordt een godgeleerd boek, tot een prys, vereerd, uit een Legaat, ten deezen einde, door Jacêbus Theens, gemaakt. Wyders, wor- den de groote Jongens en Meisjes, afzonder^ lyk,doordeMeefters en andere Bedienden, geleid, den eenen Zondag, voor- en nade- middag, naar de Weiter - Kerke , en den anderen Zondag , 's voordemiddags alleen , naar de Nieuwe -zyds- Kapel. De School- kinderen, Jongens en Meisjes tevens, wor- den, alle Zondagen, 's nademiddags alleen, geleid naar de Nieuwe Kerke. In deeze drie Kerken, zyn galeryen, waarop zy geplaatft worden. Op Zondag nademiddag, den ze- venen twintigften Juny des jaars 1704,1er- Wyl
|
|||||||||||||
|
welk, voor kinderen van zes tot negen jaa-
ren , op agt en veertig; van negen tot twaalf jaaren, op vier en vyftigj van twaalf tot vyftien jaaren, op zeitig; en boven de vyf-
tien jaaren, op zes en zeitig guldens in't jaar gefteld wordt: behalve de kleeding, die op zeitien guldens 's jaars wordt gerekend. De befcheiden, die, by 't inneemen van
kinderen, gevorderd, en gemeenlyk beko- men worden, zyn de Trouw-cedul der ou- deren, de Doop-cedul der kinderen, en blyk van de Geloofsgezindheid, woonplaats, dood, begraafenis ennalaatenfchap, zo 'er eenige is, der ouderen: alle welke befcheiden, by ei- kanderen , in eene doos, weggelegd worden. Voorts, worden de kinderen, door den Secre- taris , in 't ingenomen-Kinderen-boek, onder ei- kanderen , ingefchreeven, met meldinge van den naaimouderdom en de andere aangehaalde omftandigheden. Of zo de Vader op de vaart is, of gevangen zit, wordt zulks ook byzon- derlyk gemeld. Van onegte kinderen, die, veeltyds, uit het Gafthuis komen, wordt de naam, met byvoeging van het woord onegt; en de naam der Moeder, en of dezelve over- leeden of weggeloopen is, te boek gefteld. Van de Vondelingen wordt aangetekend, Wanneer en waar zy gevonden zyn; met aan- hegting van het fchriftelyk berigt, zo 'er eenig berigt by geweeft is, en melding van den naam, die aan dezelven, door den voor- zittenden Regent, by den Doop, die, eens om de maand, gefchiedt, gegeven is. De Vondelingen worden dan, met een fchrif- telyk verzoek der Regenten, door den Mees- ter en Moeders der Kinderhuizen, naar ééne der Gereformeerde Kerken, ten Doop ge- bragt. De ingenomen kinderen worden , terftond, met naam, nommer enz. overge- bragt op één der drie Boeken, waartoe zy behooren: die nog geene vier jaaren zyn, op het uitbefieedde-Kinderen-Boek; die tus fchen de vier en tien jaaren oud zyn , op het Kinder enbuis-kinderen-boek: en die boven de tien jaaren zyn, op het Groot-Huis-kinderen- boek. Die in 't eerfte Boek ftaan, worden, Zo dra zy den vereifchten ouderdom berei- ken , in het tweede, en die in het tweede ftaan, ten zynen tyde, in het derde Boek overgebragt; en als zy overlyden, of uit het ■Huis gaan, op gelyke wyze, afgefchreeven. De kinderen onder de vier jaaren worden, gelyk wy reeds gemeld hebben , buitens buis befteed, en door Minnen opgekweekt. *ö 't Kinderenhuis, worden zy verder op- voed door twee Kinderhuismoeders, eene ^Ver de Jongetjes, en eene over de Meisjes: n > door een' Kinderhuismeefter, onderwee-
eri in >t fpeiien, leezen,de gemeene gcbe-
qen en- den Catechismus, totdat zy omtrent |
|||||||||||||
|
%.
|
|||||||||||||
|
o
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
29a
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Aal-
MOESSE-
NIERS- Wees-
HUIS.
|
wyl de Jongens in de Wefter-Kerke waren, erweten met vet, en vleefch en brood toe,
en de Predikant, Jacobus Strefo, het voor- en 's avonds zoetemelk met ryft: 's Maan- gebed, ter naauwer nood, beflooten hadt, dags ^ 's middags, gort met vet en firoop, ftortte een gedeelte van de noordelyklte en kaas en brood toe: en's avonds, karne- |
||||||||||||||||||||||||
|
boog van 't gewelf, met een geweldig ge- melk met gepelde garft, en boter en brood:
kraak,naar beneden en op de kinderen,zes 's Dingsdags, 's middags, groene erweten van welken verpletterd, en vier en veertig, met nat, en kaas en brood toe: en 's avonds, meer of min zwaar, gekwetft werden. Twee karnemelk met grutten meel, en boter en der Regenten, die in de Kerke waren, ftel- brood: 's Woensdags en 's Vrydags, wordt den, terftond, orde om de ongelukkigen te 'er, middag en avond, even als des Zomers, redden. Men bragtze , met fleeden, met gefchaft :'j Donderdags, fchaft men,'s mid- de fchuit, met bakermatten, naar 't Huis te dags, ryftnat, en kaas en brood toe: en 's rug, daar de gekwetften, ook op uitdruk- avonds, karnemelk met gepelde garft, en kelyken laft van Burgemeefteren, door de boter en brood toe: en 's Saturdags,'snäd- bekwaamfte Chirurgyns, verbonden, en op dags, gort met vet en firoop, en kaas en allerlei wyze, ook met Franfchen en Rynfchen brood toe : en 's avonds, even als in den wyn, verkwikt werden. De gefneuvelden Zomer. werden, 's Dingsdags , op zes lykbaaren, Doch fomtyds, wordt van deezen gewoon-
gevolgd van twee Regenten, alle de Sup- lyken fchafregel afgegaan, en de kinderen, pooften, en een goed getal van jongens uit op eene ongewoone wyze, onthaald. In Maart het Huis, op het Leidfche Kerkhof, ter aarde en December, eeten de Kinderhuiskinderen, gebragt (q). gemeenlyk, eens pannekoeken, van een vier- Kleeding." De kleeding der kinderen is zwart tot bo- de tarwen-, en drie vierde grutten meel, in
venkleeding, en blaauw tot onderkleeding, boter gebakken. Op eerften Paafchdag, ee- karfaai, voor de jongen, die nog niet wer- ten alle de kinderen eijeren, die in manden ken, en laken, voor de ouderen. Boven gekookt worden, totdat de dooij er begint aan de linkermouw van de rokjes der Jon- te ftollen. Men geeft 'er hun wittebrood* gens en van de tabberden der Meisjes, is een bollen met boter by;de grooten krygen zes} zoom of boordfel, welk men een bragoent- de Schoolkinderen vyf; de grootfte Kindef' je noemt, gehegt van wit, rood en zwart, huis-kinderen vier, en de kleinften drie eij£" zynde de kleuren uit het wapen der Stad: ren ieder. Op Pinkfteren, fchaft men Kalfè" door welk kenteken, de kinderen, die in vleefch in groen Warmoes gekookt, waar- 't AalmoeiTeniers-Huis zyn, van de kinde- toe agt kalveren geflagt worden. In iMay, ren , die in andere Godshuizen worden op- krygen de kinderen, doorgaands, driemaa- gevoed, onderfcheiden worden. len radys, en als 't warm weder wordt, kou- |
|||||||||||||||||||||||||
|
Spys.
|
De gewoonlyke fpys der kinderen in 't de fchaal, of bier met brood, ongekookt. 1°
|
||||||||||||||||||||||||
|
Aalmoefleniers - Huis is, des Zomers,'; Juny, eeten zy, twee- of driemaalen, kruis-
Zondags, 's middags, graauwe erweten met beffen: ook twee- of driemaalen, kropfalä- |
|||||||||||||||||||||||||
|
de, met olie en azyn, en als 't zeer" heet
is, koude, in de plaats van gekookte, karne- melk, met tarwen- en roggenbrood. Ook |
|||||||||||||||||||||||||
|
vet, en kaas en brood toe, en 's avonds
zoetemelk met ryft: 's Maandags, 's mid- dags , gort met karnemelk, en kaas en brood |
|||||||||||||||||||||||||
|
's avonds, karnemelk met gepelde garft, en wordt 'er, in denzomer, twee- of driemalen»
boter en brood toe :'s Dingsdags en Prydags, gerookt fpek gegeten. In July, fchaft men 's middags, groene erweten met nat, enkaas twee-of driemaalen peulen, en twee-of drie- en brood: 's avonds, karnemelk met grutten maaien tuinboonen. In 't midden van July > meel, en boter en brood toe: 's Woensdags, Auguftus, September en Oétober, wordt 'er, 's middags, witte boonen met boteren azyn, 's Zondags 's middags, hutspot met wortelen en kaas en brood toe: en 's avonds, zoete- gefchaft, waartoe telkens twee vette koei- melk met gort, en boter en brood toe: 's jen geflagt worden. In Auguftus, krygen Donderdags, wordt, 's middags, even als 's de hinderen aalbeffen, als zy niet meer dan Zondags 's middags, gefchaft, en 's avonds, vyf en veertig of vyftig ftuivers de honder» karnemelk met gepelde garft, en boter en pond koften: ook wel boerenkool, en Hoorn- brood toe: 'sSaturdags, fchaft men,'s mid- fche of Leidfche wortelen. 3^a den twintig' dags , gort met karnemelk en firoop , en ften deezer maand, op een' Donderdag, eß' kaas en brood toe: en 's avonds, karnemelk ten de Kinderhuis - kinderen ^ffenharft ea met brood en firoop, en boter en brood toe. wittebroods fap : en drinken 'vyf gulden« Des Winters, wordt 'er eenige veran- zoet bier toe : waarna , onder (hen en <^ dering in de gewoonlyke fpyze gemaakt, 's Schoolkinderen, twee ton appeKen of witte Zondags, 's middags, fchaft men graauwe pruimen worden uitgedeeld. Nja den ntf"' (i) vu de Notulen d<r Regenten. dag, vermaaken zy zig,in hef, JDoolhof. *° Sep*
|
|||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
293
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^4U
HulS(
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
September, fchaft men, twee- of driemaa-
len, kool, en op Kermiszondag, ofTen-huts- pot, met pruimen en rozynen. In Oélober, ook kool, en ofTen-hutspot met wortelen. In November, (lagt men, in 't gemeen, zes en dertig offen , waarvan de fchonken, met wortelen, aan de kinderen gefchaft worden. Op den eerflen Kerftdag, eeten de kin- deren wittebrood, in zoetemelk geweekt. Op den eerden Zondag in May, worden de kinderen, die uit het Huis gaan, in een , afzonderlyk vertrek, in 't byzyn der Regen- ten en Regentelfen, deftig onthaald. Men fchaft hun dan groen warmoes, met kalfs- vleefch gekookt, gebraaden kalfs- en fchaa- penvleefch , fricadellen , ham en gerookt vleefch, ryftenbrij met fuiker en kaneel; ra- dys,en amandelen en rozynen,totnageregt. Ook krygen zy een fles wyn, met hun vieren. Voor de maaltyd, worden 'er pfalmen ge- zongen : en 't gebed en de dankzegging, door een' der uitgaande Jongens, gedaan. Ten vier uuren, na de maaltyd, vervoegen de Regenten zig in de RegentefTen-kamer. De uitgaande kinderen komen 'er, vervolgens, waarna een der Regenten eene aanfpraak aan de Jongens, en eene der RegentefTen eene aanfpraak aan de Meisjes doet, hun Voorhoudende, hoe veele weldaaden zy in het Huis genooten hebben, te gelyk, met hunne verpligting tot dankbaarheid aan Go- de, aan de Burgemeefteren deezer Stad, en aan de Regenten en RegentefTen, met by- gevoegde vermaaningen tot eenen eerlyken en Godsdienftigen wandel. Voor hun vertrek, bekomen zy hun uitzet, beflaande dat der Jongens in een gekleurd Lakens bovenkleed, een Sergie-onderkleed, een hoed , twee paar fchoenen, twee paar kouflèn, vier hemden, vier neusdoeken , vier linnen daffen , een Nieuw-Teftament en Pfalmboek, of, zo zy Ledemaaten zyn, een Bybel, benevens het gereedfchap , dat zy, tot hun handwerk , noodig hebben. De Regenten voegen hier by een' heelen, en de RegentefTen een' hal- vfn zilveren Ducaton. Die, met bewilli- ging der Regenten, naar Ooftindie, of naar elders op de vaart gaan, worden uitgeruft met een fcheepskift, en daarin, vier witte, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
om te dienen, worden voorzien van een ge- Aal-
kleurd Stoffen- of Sergie-jak, met faai ofM0£SSE" andere ftof gevoerd; een geftreepte Luikfch- w^t faaijen fchort, een Lakenfche onderrok een huis. bratten voorfchoot, Sergie-borftrok en ryg- lyf, of vyf en twintig guldens in de plaats: voorts, vier hemden, drie blaauwe voor- fchooten, drie ellen linnen, een paar fchoe- nen , een paar muilen, twee paar kous- fen , twee boezelaars , een Teftament of Bybel en Pfalmboek , gespen, zyde, ga, ren, lint enz. en een mand met een flot om alles in te bergen. In geld , krygen; zy van de Regenten een' halven, en van de RegentefTen een' heelen zilveren Du- caton. Wanneer de kinderen twee jaaren uit het Huis geweeft zyn, en men goed ge- tuigenis hoort van hun gedrag, krygen de Jongmans van de Regenten een zwarte La- kenfche rok en broek, of agttien guldens agttien ftuivers m geld ; en de Dogters, dertien en een half el ras de marokko tot een' jak, zes en een half el Luikfch faai tot voe- ring , vier en een half el kroonfaai tot een fchort, drie el laken tot een rok, een en drie vierde el vlaams linnen, garen, Jint, zyde. haaken en oogen enz. of vyf en twintig gul- dens in geld, 't welk haar, door de Regen- tefTen, gegeven wordt.'t Gene de kinderen erven, terwyl zy in 't Huis zyn, wordt, door de Regenten, bewaard, en hun, doch zonder Intereft , uitgekeerd , wanneer zy mondig geworden, of tot eenigen goedge- keurden ftaat gekomen zyn. 't Getal der kinderen in het AalmoefTe- Getal,
mers - Weeshuis is ongelyk. Somtyds is het, tot zeftien honderd, geklommen. Op 't ein- de der voorgaande eeuwe, beliep het, tus- fchen de dertien honderd en veertien hon- derd (r). En terwyl wy dit fchryven, op den dertigften Juny des jaars 1765 , zyn 'er vier honderd een en dertig Jongens en zes honderd en negen Meisjes in 't Huis Ter begeerte der Regenten, voegen wy hierin eene lyft van de Kinderen , die , op den laatften December van ieder der volgende jaaren, in 'tAalmoefTeniers-Weeshuis,wer- den opgevoed: |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en twee bonte hemden, twee bonte floo-
pen, zes neusdoeken, twee linnen-pakjes of Wambuizen, meffen, kammen, naalden, saren, «paanfche zeep,drie paar kouffen,drie paar poenen, een lakenfche waakrok, vier pond «foak, pypen, twintig mingelen brandewyn, £eii matras, kuilen, hangmat, kombaars, JJgelfche muts enz. De Meisjes, die, zo y niet met naaijen den koft willen zoeken te v-nnen, z;g , gemeenlyk, reeds, twee of n^den te.vooren, verhuurd hebben,
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ü' STUK.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Pp
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS UI. Deel."
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
294
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gefleld eene Comptoïrmoeder , een Koo- ^ht'^.
kenvader en Kookenmoeder, zynde Man en *°^ Vrouw, een Bakker, een Schoenmaker en yp» zyne vrouw , een Kleêrenmaaker en zyne nuiS' vrouw , een Schoolmeefter over de Jon- gens en zyne vrouw, een Schoolmeefter 0- ver de Meisjes en zyne vrouw, een Onder- meefter by de Jongens, een Poortier aan de Jongens zyde, twee Huisknegts, een Zie- kenvader, twee Ziekenmoeders, een Linnen- meefleres, eene Onder-Linnenmeefleres, ee- ne Breijmeefleres, eene Wafchmoeder, eene Kammoeder, twee Kinderhuis-moeders, en een Schoolmeefter van't Kinderhuis: waarby, onlangs, ook een Apotheeker van 't Huis ge- komen is. De Hoofd-Provoofl en de Apothe- ker zyn de eenigfle Suppooflen, die, door Burgemeefleren, worden aangefteld. De Regenten en RegentefTen Hellen alle de ove- rigen , elk züiken, die onder derzelver by- zonder opzigt flaan. -t De Hoofd-Provoofl, die, federt veele jaa- ^V
ren, als een der Subftituit-Schouten, wordt^$$ aangemerkt, en tien Dienaars, voormaals, yjf Provoofien genaamd, onder zig heeft, wel- te\[K ken, door Burgemeefleren, op voorflagder^/' Regenten, worden aangefteld (s); heeft op- zigt over de boedels, die aan 't Godshuis vervallen , en inzonderheid over die van ouders, welker kinderen in het zelve wor- den ingenomen ; en woont de verkooping der zelven by. Hy draagt zorg voor de kin- deren , die te vondeling gelegd worden, eii doetze , met kennis en verlof van Burge- meefleren, in 't Godshuis brengen. Hy geeft agt, dat de Keuren, ten behoeve van het Huis gemaakt, naargekomen, en de boeten, aan het zelve, befproken, met naame die op het te trouwen ryden en op het begraaven, worden ingevorderd, waarop hy, door zy- ne Dienaars, aan 't Stadhuis en aan de Ker- ken , laat paffen. Hy verzoekt ook, by el- ke ukrufting der Ooftindifche Compagnie , dat eenige Aalmoefleniers - Jongens naar Ooflindie mogen worden aangenomen , en houdt 'er een net Regifler van. Ik vind, dat, ïeeds in 't jaar 1613 , een Hoofd - Provooft der Aalmoeffeniers is aangefteld (t). Hem is, byzonderlyk, gelafl, de bedelaars te doen opvangen, en in 't Werkhuis brengen: fn men mag hem, op zwaare flraffe, in 't uit- voeren van zynen pligt, geenen tegenftand tr bieden (w). De Hoofd-Provoofl is, fomtyds, S^ ook Secretaris der Regenten geweeft ■> en deeze houdt de Regifters der ingenomen kinderen, en de drie Boeken van zuiKen, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ki
|
nderen.
423'
475' 3<55' 289. 307-
341
292.
240,
235'
211 168,
136.
229,
201
183
{59
154
172
*59
104
°77
130 156
120 203
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In
7i6 717
718 7l9
720
721
722 723
724. 725
726 727
728 729 73°
731 732 733 734 735 736 737 738 739 740 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Aai.-
MOESSR-
K1ERS- Wees-
huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Regenten van 't Aalmoefleniers-
Weeshuis, die nog agt in getal zyn, verga- deren , gemeenlyk , eens ter weeke , des Woensdags na den middag, wanneer zy zit- ten , om kinderen in te neemen; inkomften te ontvangen, fchulden te betaalen, en voorts alles, wat de befliering van 't Huis aangaat, te bezorgen. Zy hebben een gedeelte van 't werk onder zig verdeeld. Twee hunner hebben 't opzigt over de bouwing; twee an- deren doen den inkoop der Lakenen en an- dere ftoffen tot kleeding: nog twee koopen de Graanen, en hebben het opzigt over de bakkery, en de twee overigen doen den in- koop der verdere eetwaaren. De Regen- tessen, die zes in getal zyn, komen, ge- meenlyk , des Donderdags byeen, wanneer zy de minnen der kinderen, die buiten 't Huis beileed zyn , betaalen ; de fchaffing regelen; de behandeling der Naaij- en Breij- winkels onderzoeken; de kinderen van klee- ding, voorzien, en de kleine Proviiie en fy- ne Linnens, ten dienfle van het Huis, ver- zorgen. De Suppooflen en Bedienden van het Huis
zyn veelen in getal. Ten dienfle van 't Comptoir der Regenten in 't byzonder,zyn de Hoofd-Provoofl der Aalmoefleniers, een Secretaris en Opperboekhouder, een Onder- boekhouder, een Ophaaler der boeten op het begraaven, en van het Precario, en een Ophaaler van de loonen der Jongens. Ten dienfle van hét Huis in 't gemeen, zyn aan- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beftie-
ring. Regen- ten. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Regen-
tessen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Suppoos
ten, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
die of uitbefleed, of in 't Kinderen - riui
|
d
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(S) Refol.Vrocdfch. Ir. N. 14-Ap"1 i6il'f' "**
(!) Groor-Memor. N. II. . 244 *">'* l») tfaadv. H. 4$6, 4J7, 4S9- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 205
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V,
JtoESSE-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
of in 't Groot-Huis gebragt zyn : ook
het Alphabeth , tot deeze Boeken behoo- rende. Voorts, houdt hy aantekening van de befluiten der Regenten, en van 't gene gewigtigs aan 't Comptoir voorvalt. Hy Helt de Aften en brieven der Regenten, en tekentze, ter Ordonnantie van dezehen. Ook ontwerpt hy de berigten op de Requeften, die, door Burgemeefleren, ten dien einde, aan de Regenten ter hand gefield zyn. Doch meermaalen zyn de ampten van Hoofd- Provoofl en Secreteris, door twee byzondere Perfoonen, bekleed ge weeft. De Opperboek- houder , die, dikwils, dezelfde Periöonis, als de Secretaris, houdt een Journaal en Groot - boek van alle de inkomften en uit- gaaven van het Huis; maakt de Balance op, en fielt de rekening, die, jaarlyks, aan Bur- gemeefleren gedaan wordt. De Onderboek- honder houdt boek van het gene het Gods- huis , wegens het regt van Praecario en het regt op het begraaven, te vorderen heeft, om welke regten op te haaien, een byzon- dere fuppooft is aangefteld. De Ophaaler van de Ambagtsloonen der Jongens moet dezelven, om de veertien dagen, vorderen en verantwoorden: en om de drie maanden, een Reflant-Cedul overleggen, inhoudende eene nette aanwyzing der agterflallige ar- beidsloonen. By 't invorderen der loonen, bedient hy zig van het Ferzidmboek, welk, door de Jongens-Schoolmeefter, gehouden wordt, en waarin aangetekend ftaat, welke en hoe veele dagen, de Jongens, met zyne kennis, verzuimd hebben. Zyn pligt is ook onderzoek te doen naar de Meeflers , by Welken de Jongens verkiezen te werken; en op het gedrag der Jongens, na dat zy, door de Regenten , ergens befteed zyn. Hy mag geene verandering maaken "in de o- Vereenkomft, die met de Meeflers getrof- fen is, gefchiedende zulks, alleenlyk , 'op zyn voordraagen , door de Regenten zel- Ven, voor weiken de Meeflers ontbooden morden. Onder de Suppooflerr ten dienfle van 't
riins in 't gemeen , is de Comptoir - Moeder de eerfle. Zy doet , nevens den Hoofd- rrovooft, onderzoek naar de boedels, die aan t Huls komen; helpt den Secretaris de- zelven tnventariferen, en woont de verkooping derzelven by. zy draagt zorg, dat de inko- kende kinderen, door den Secretaris, wor- den ingefchreeven, en brengtze daarna, ter P'aatfe daar zy behooren. Zy moet onder- gek doen naar t gedrag en de omftandig- Jd.en van zuike Meisjes, die, uit het Huis e baan zynde, komen, om haare tweede rite zorp^lr of om mtkooP te doen. Zy draagt
ö'dat het Comptoir der Regenten fchoon |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en in orde zy, en heeft verder het algemeen Aai,
opzigt op het Huis en «p de mindere Sup- m°es |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kookenvader en JjgJ£
HUIS.
Kooken-
vader en Kooken- moeder. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pooflen van het zelve. De
Kookenmoeder, zynde man enzonder kinderen, draagen zorwaaren en kookenbehoeften ven houden aantekening van 't |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gen en gebruikt wordt. Voorts, doen zy
de fpyze, op haaren tyd, bereiden en opdis- fchen; de Kookens, Provifie-kamers en Pro- vifie-kelders, en 't koper en tin, tot Kookeii- gebruik dienende, fchoon houden. Zy heb- ben twee Huisknegts en vyf dienftmeiden in hunnen dienfl, welke laatilen, door de Re- gentefTen , gehuurd worden, en behalven huisvefling, fpyze en drank , een redelyk loon, in 't jaar, genieten. De Kookenvader in 't byzonder houdt aantekening van de loonen der Timmerluiden, Metfelaars, Lood- gieters en anderen, die aan 't Huis arbeiden. Hy moet de gangdeuren, door welken de fpys gedraagen wordt, zelf openen en flui- ten , en zulken uit de kooken houden, die 'er niets te verrigten hebben. Hy geeft ook agt op 't gebouw, en dient de Regenten ^ die over den Bouw gefield zyn, byzonder- lyk, aan, wat daar aan behoort hermaakt te worden. Hy bezorgt de Lantaarens voor de Avondbegraafeniffen. 't Gene in de Bakke- ry van verkogte doove kooien wordt on |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
0
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
PPer.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sou.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
o-t
V"
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en door hem verantwoord. Hy betaak en
verrekent daartegen het arbeidsloon der Turfdraageren en andere kleinigheden. Hy mag egter geen Kookengereedfchap koopen, of inruilen , dan op fchriftelyken laft der Regenten ofRegenteffen. Ook mag hy gee- ne Leverantfiers aanpryzen, veel min, eeni- ge gefchenken van dezelven ontvangen. Hy moet , by ziekte van de Schoolmeefters , met de Kinderen, ter Kerke gaan; dage- lyks, voor half tien uuren's avonds, t'huis zyn , en na tien uuren eene algemeene huis- bezoeking doen. Hy bewaart allé de fieu- tels van 't Huis; doch mag geene floten > noch fleutels laaten maaken of hermaaken, dan op fchriftelyken laft der Regenten, en by den gewoonlyken Smid van 't Huis. De Kookenmoeder is verpHgt, zig dagelyks iri de kooken te laaten vinden, om op het be- reiden der fpyze agt te geeven. Zy moet het oog hebben op het gene, door de Meisjes, uit de fpyskamers of kelders, gehaald wordt, en, in't ftuk der fchaffinge, zig voegen naar het gene haar, door de RegentefTen, bevolen wordt. Zy en haar man eeten met de meefle andereSuppooflen, aan eene gemeene tafel, zynde tot deeze maaltyd een uur gefield. De Kookenbedienden eeten afzonderlyk, en een half uur ha de Suppooflen. De Kook'enmoe- Pp 2 der |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
29ö
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
der moet de Zaaien der Regenteffen doen vertoond , en zulken, die nieuwe kleêren Aai-- .
fchoonhouden. Zo de Kookenvader voor behoeven, bekomen dezelven, op Paafchen moessS' zyne vrouw overlydt, is zy terftond verval- en op Kermis. De Meisjes krygen, eens 's ^EES. len van haare bedieninge; en zo zy voor hem jaars, omtrent May , gemeenïyk , nieuwe hUis. fterft, moet hy, binnen 't jaar, met genoe- tabberden. In Auguftus, krygen de kinde- gen der Regenten, hertrouwen, of het Huis ren van het Kinderen-huis nieuwe kleêren. ruimen, ten ware men geraaden vonde, hem In September, worden alle de kinderen, die eene bekwaame Kookenmoeder toe te voe- dezelven behoeven, van nieuwe Onderklee- gen. 't Zelfde heeft plaats omtrent de School- deren, en in Oftober, van nieuwe gebreidde meefters en Huismoeders over de Jongens koufTen voorzien; doch aan zulken, die eenig en Meisjes, die ook getrouwde luiden zyn. gebrek aan de voeten hebben, worden witte . De Bakker heeft het opzigt over de Bak- gebreidde koulTen gegeven. De Schoolwees- Sch°^( kerye , en draagt zorg , dat het brood , ter over de Jongens boven de tien jaaren, ^iu* naar behooren, en op zynen tyd, gebak- moet de Werk- en Schooljongens, ten be- aoeif ken worde. Zyne vrouw moet^ de Bak- kwaamen tyde, doen wekken: de eerften, ovtf ** |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
ÄAt-
MO.ESSË-
MIERS- Wees-
huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
Bakker.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
kery doen fchoonhouden. De Schoenmaa-
ker koopt, op laft van de Regenten, het leer , daar hy 't beft bekomen kan; be- |
des zomers, dat is, van Maart tot Amfter- J°ng
damfche Kermis, ten half vier uuren; en des winters, of in den overigen tyd van 't jaar, |
||||||||||||||||||||||||||||
|
Schoen-
maaker. |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
waart en fnydt het zelf, en geeft geene ten half zes uuren: en de Schooljongens,
fchoenen uit, dan genommerd; en aan gee- des zomers, ten half zeven uuren , en des ne uitbefteedde kinderen, dan op een brief- winters, tuffchen zeven en half agt uuren. Hy je van de Regenteffen, 't Gereedfchap moet doet de Jongens, 's avonds en 's morgens, hy doen haaien by de Leverantfiers, door de bidden; en leeft, 's avonds, in de flaapver- Regenten gefield, 't Getal zyner knegts is trekken, hunne naamen op, naauw toezien- grooter of kleiner, naar dat 'er meerder of de, of 'er ook iemant afwezig zy. Hy moet, 's minder kinderen in 't Huis zyn; doch hy morgens, insgelyks , toezien, of ook eender magze niet aanftellen , noch afdanken, dan Jongens, om bevrydte zyn van naar werk, of met kennis der Regenten. Wyders, is hem naar fchool te gaan, zig, hier of daar, onder de ook aanbevolen, het ontvangen van het krebben, verftekenhebbe. Zo hy zieken aan- Sleedegeld van zulken, die met eene, twee treft, zendt hyze, met een briefje van zyne |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
hand, naar 't Ziekenhuis , waar hy, dagelyks,
onderzoek doet, of 'er ook eenigen zo ver herfteld zyn, dat zy hun werk können doen, |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
of drie lleeden te trouwen ryden. Zyne
vrouw is Poortierfche aan de Meisjes zyde. Zy mag geene Aalmoeffeniers - Meisjes uit- |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
laaten, dan die, door 't overleveren van een' of te fchool komen. Hy begint zyne School
penning , toonen, verlof te hebben. Voorts, 's morgens ten agt of half negen, en 's na- is zy verpligt, de Schoenmaakers winkel en demiddags ten half twee uuren: en eindigt Kleêren- wooning fchoon te houden. De lüeêrenmaa- het, ten half twaalf, en ten vier uuren, maaker. ker en zyne vrouw, die 't opzigt over de Wol- doende, by 't aanvangen een gebed , en len-winkel hebben, onderwyzen de Meisjes, by 't eindigen, eene dankzegging uitfpree- welken, door de Regenteffen , aldaar be- ken. Hy draagt zorg, dat de Jongens te fcheiden zyn, in 't wollenaaijen. Voor den gelyk de Catechifatien, des Maandags, des arbeid, wordt 'er, 's morgens, en 's nademid- Woensdags en des Donderdags 's avonds, dags, een kapittel uit den Bybel gelezen, en, by woonen, en dat alle de Jongens in de Ca- na 't uitfcheiden, telkens, een Pfalmgezon- techifatie verfchynen, die 'sDingsdags, doof gen. De vrouw of Wollenaaimeefteres moet eenen der Predikanten, gehouden wordt. Hy de meisjes, aan welken zy eenige onreinheid geleidt de Jongens, des Zondags, aan paa- befpeurtjVan tyd tot tyd, op de Kamkamer ren, naar de Kerk, zorgdraagende,datnie* doen kammen en reinigen, en de zieken naar mant agterblyve, en dat zy zig, zo onder 't Ziekenhuis brengen. De Kleérenmaaker weg,als op hunnePlaatfen, ftil en zedige ontvangt, des Saturdags, de dagelykfche gedraagen. Hy geeft agt, dat geen jongen» kleederen, en des Zondags, de beften, op zonder verlof, uit de Stad ga, of buiten'1 het Kleêrhuis. De Regenteffen bezorgen de Huis vernagte. Hy bezorgt de uitruftingva0 Wollen-winkel van al 't noodige, op ver- zulken, die, met bewilliging der Régenten» zoek van den Kleérenmaaker. 's Dingsdags, naar Ooftindie vaaren; en geeft, aan de Re; om de veertien dagen, komen de Jongens genten en Regenteffen, by tyds, eene tyft in denflok , zo als men 't noemt, dat is, by over van zulke jongens, die in ftaat zyn > om den Kleérenmaaker, om hunne kleêren te den koft te winnen, en met May uit het liuis laaten bezien, en 't gene daaraan gebreekt te können gaan. In 't laatft van Maart, laat te doen herftellen. De kleêren van de Jon- hy de jongens, die omtrent vyf"en paren gensworden,daarenboven,tweemaal'sjaars oud zyn, uitgaan, om een'Meeïler tezoe- Kell ß
|
|||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 297
%ê"s ^en, daar zy een handwerk können leeren, den Apotheker behandigen, en zien toe, dat ju .
vNs-E" en doet zulken, die geen werk hebben, da- het Ziekenhuis behoorlyk gelugt, of, door het moesse- j^Es- gelyks, fchool gaan. Hy houdt aantekening branden van Geneverbeflèn, gezuiverd wor- NlERS- q^- van de dagen, die de Werkjongens verzui- de. Zy doen ook, op een briefje der Re- ^SES" ■»eeita men" ^e Schoolmeefter aan de Jongens gentellen, verfch vleefch voor 't Ziekenhuis HU zyde, heeft eenen Ondermeefler onder zig, haaien by den Vleefchhouwer. Twee Doéto- die ongetrouwd moet zyn, en hem, in 't ren en twee Chirurgyns zyn, ten dienfle der noderwyzen van, en agt geeven op de jon- zieken, door deRegenten, aangefteld. DeLin- Linnen- gens , de behulpzaame hand bieden moet. nenmeefieres, die ongehuwd moet zyn, onder- meefte- De vrouw van den Schoolmeefier, of Huis- wyft de Meisjes in 't Linnen - naaiien , |
||||||||||||||||
|
moeder aan de Jongens zyde, geeft agt op de heeft eene Ondermeefteres onder zig. 'De b
|
5reij-
|
|||||||||||||||
|
bedden, op het fchoonhoudenvan't houtwerk Breijmeefleres moet ook ongehuwd zyn. De meeftc-
en tin, en op het bezorgen der overgefchoo- JVafchmoeder zendt het lynwaat naar de bleek res-r, ten fpyze, in de kooken. Alle Vrydagen, vor- op 's Graavenland; ontvangt het wederom, ^der dert zy fchoon linnen tot de bedden, en ver- en doet het op 5 met hulp van zo veele Meis« fchooningvoordejongensvandeWafchmoe- jes, als de Regenteffen geraaden vinden. $c() der, die zy 't vuile in de plaats ter hand ftelt. Voorts, geeft zy het uit, daar 't behoort, en He^ De poft van den Schoolmeefier en Huismoeder ontvangt het vuile in de plaats. De Kam- Kammoe- S^uis. aan de Meisje* %yde , zynde ook man en moeder kamt en havent de meisjes. De twee der. ^°edsr vrouw, komt, in 't voornaamfte, met die van Kinder huismoeders hebben opzigt op de kin- KU}dcï' i^e Schoolmeefier en Huismoeder aan de Jon- deren onder de tien jaaren, welken, door ders'"06" J2s' gens zyde over een. Alleenlyk, worden de een' Meefter, die buiten 't Huis woont, dage- Meisjes, door de Huismoeder, gewekt, en lyks, in 't fpellen en leezen onderweezen te bedde geleid. De Schoolmeefier onder- worden. De meefte Suppooften eeten aan wyft de Meisjes, byzonderlyk des Woens- eene gemeene tafel, onder opzigt van den dags en des Saturdags, in de gronden van Kookenvader. Doch de Comptoirmoeder, den Godsdienft, en geleidtze , des Zondags, de Kleêrenmaaker , de Schoenmaaker, de naar de Kerk. Hy draagt ook zorg, dat de Bakker, en de Schoolmeefier over de Jon- Naai- en Breijmeisjes, op haar' tyd, gaan gens houden hunne tafel afzonderlyk. De naar de winkels , daar zy befcheiden zyn. Ziekenmoeders eeten in het Ziekenhuis. Beide de Schoolmeefters moeten zorg draa- Het Aalmoeffeniers-Weeshuis, een nieuw inkom- gen, dat alle gemeenzaamheid tuffchen de gefügt zynde, heeft andere foort van in- fte" \rr Jongens en Meisjes afgefneeden en vermyd komften dan eenige oude Godshuizen, die Vrta"1bet>, ler- worde. De foortier aan de Jongens zyde, landeryen en huizen bezitten. Al van't jaar ieders"' die ongehuwd is, laat geen jongen uitgaan 1613 af, hebben de Aalmoeffeniers , door Wees- dan die verlof van den Meefter heeft, en vergunninge der Wethouderfchap, een in- huis- ten blyke daarvan eenen penning toont, komen gehad uit de boete, welke betaald die hem, door den Meefter, ter hand ge- moeft worden van alle Lyken, die, na twee field is. Hy opent de poort, voor 't ophou- uuren, zo wel op de Kerkhoven als in de den van het luiden der Stads Poortklok, en Kerken, begraaven werden. In deeze.boe- rj[t de fluitze, 's zomers, ten half tien, en 's win- te, is, meer dan eens, verandering gemaakt; boeten ters, ten negen uuren. Zo hy, na tien uu- doch, eindelyk, in 't jaar 1682, vaftgefleld, der Kerk" f en, iemant der Suppooften inlaat, moet hy dat alleen van Lyken, die in de Kerk wer-Iyken* 'er aan de Regenten kennisvan geeven.Hy den gebragt,na dat de klok twee uuren ge- paft, wyders, op het luiden der Huisklok, flaagen zou hebben , vyf en twintig gul- j%s. en draagt zorg, dat niemant het Huis iet dens; na half drie uuren, vyftig guldens; na ^gts, ontdraage. De Huisknegts fnyden 't brood drie uuren, honderd guldens, ennahalfvier en de kaas, voor de Jongens en de Meisjes; uuren, twee honderd guldens , aan boete brengen en haaien de Provifie naar en van betaald zouden moeten worden. Doch van de Provifiekamers, en doen het verder huis- Lyken, die in deOofler- en Eilands-Kerken Werk, welk hun, door den Kookenvader en begraaven werden, zou de eerfte deezer boe- Kookenmoeder, wordt opgelegd. Ook helpen ten niet worden gevorderd. En Avondlyken zyde Lantaarnen, die't Huis byde Avondly- zouden, voor half tien uuren , in de Kerke ken verhuurt, wegbrengen en wederom haa- moeten zyn, op de boete van vyftig guldens: ^n. Het fmeeren der boterhammen, waartoe, alles ten behoeve van 't AalrnoefTemers- |
||||||||||||||||
|
V
|
S. r^gelyks , een vierdendeel boters gebruikt Huis(V): wordende, wyders,van avondly-
|
|||||||||||||||
|
°" en h^' ge^c^e^t door twee meiden. De Zie- ken boven de vyf en twintig jaaren, een hon-
'ede" 4n^er' en ^e twee Ziekßnmueders draagen, derd vyf en vyftig; van tien tot vyf en twin- rs' J) b^de de zyden, zorg voor de zieke kinde- tig 5 doen de voorfchriften des Do&ors aan f") Han<iv. */. mi. »7*»97.4.
PP3
|
||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||
|
III. Deel!
|
|||||||||||||||||
|
298
|
|||||||||||||||||
|
tig jaaren, een honderd en vyf; van onder
de tien jaaren, vyf en vyftig, en van avond- lyken, die onder den arm gedraagen wor- den , dertig guldens betaald. Ook was, in 't j aar 1679, reeds belaft, dat van lyken, die, by dage, met ftatie, uit de Stad werden ge- voerd , twintig, en by avond, honderd en vyftig guldens, aan 't Aalmoeffeniers-Huis, zouden worden betaald. Doch by dage of by avond , in ftilte , vervoerd wordende, zou 'er niet meer dan tien guldens van be- taald worden. Volgens eene Keure van den vyfden April des jaar* 1765, moet, wegens het begraaven met koetfen by dage, vyf en zeventig guldens van ieder Lyk, aan het Aalmoeffeniers - Huis worden betaald : en vyf en twintig guldens van ieder kinderlyk, welk, by dage, begraaven wordt, met eene fleede, die van eene of meer koetfen wordt gevolgd (ra). Volgens eene fchikking van het jaar 1667, genoot het Aalmoeffeniers- Huis ook, van ieder honderd Begraafenis- briefjes, mids men 'er meer niet dan drie honderd Hete drukken, een gulden. Doch van de Kerkhoflyken betaalde men niets: van de Kerklyken by dage, ten minfte tegen drie honderd briefjes, en van de Kerklyken by avond, en van lyken, die vervoerd werden, ten minfte tegen vier honderd briefjes, tot vyf en twintig ftuivers het honderd (x). Doch in laater' tyd is vaftgefteld, dat, tot drie honderd briefjes toe,drie guldens, van vier honderd briefjes, vyf guldens, en ver- volgens tot duizend briefjes toe, van ieder honderd twee guldens betaald zouden wor- den. By de avondlyken, worden, hier ter Stede, veertien, zeftien, of twintig Lantaar- nen gebruikt, die, door het Aalmoeffeniers- Huis, verhuurd worden, betaalende men, voor ieder Lantaaren, met brengen en weder- om haaien, twintig ftuivers ten behoeve van het Huis. Zo meer dan twaalf paaren een Avondlyk in ftaatfie volgen, moet, van ie- der overpaar, vyf en twintig guldens, ten behoeve van het Aalmoeffeniers - Huis, be- taald worden, ten ware geene verdere bloedvrienden dan volle neeven het lykver- zelden. Zulken, die buiten de Stad naar of van het trouwen ryden, betaalen, volgens eene Keure van 't jaar 1702, van ieder ry- tuig, vyf en twintig guldens. Doch zo de rytuigen, voor en agter, hangen,moet 'er, van het eerfte, honderd, en van het twee- de en derde, ieder vyftig guldens betaald wor- den. Die te voet, ofmetdegewoone fchuit, buiten de Stad gaat trouwen, betaalt zes gul- dens. Die, in de Stad, met fleeden, te trou- wen rydt, betaalt van eene fleede, twee gul- (w) Keurb. U. . SS verft,
(".i Handv. hl. 9-z. . |
|||||||||||||||||
|
dens tien ftuivers, van twee fleeden, zes gul- Aaï"
dens zes ftuivers, en van drie fleeden, twaalfu0^ guldens twaalf ftuivers. Doch die koetfen ^,ë£S- gebruikt, betaalt honderd guldens (y). In de Huw- jaaren 1624 en 164.2, is ook bevolen, dat de Het v|e rantfoenen der Huizen en Erven, Schepenie $e en Scheepsparten, die, openlyk, aan de meeft- nen. biedende verkogt worden, met een vierde gedeelte, ten behoeve van de Aalmoeffeniers- Armen, zouden moeten worden verhoogd ,. (z). Van zeer veele Ampten , die, door 't ^p Burgemeefteren , begeven worden , wordt 8cl ' ook, volgens de Ordonnantien van den veer- tienden April des jaars 1682 en van den een en dertigften January des jaars 1737, zeker regt aan 't Aalmoeffeniers-Huis betaak. Ieder, Z&%t die Bierbefchooijer wordt, betaalt, volgens ir?Lr, eene orde van den vyf en twintigflen July ^jc'/' des jaars 1654, dertig guldens aan dit Huis. jers- In 't jaar 1691, is ook, ten behoeve van het vrap K. zelve, eene belafting gelegd, op alle wy- ven- nen, die, hier ter Stede, verwerkt worden, w te weeten, een Huiver van ieder oxhoofd, °e en van minder vaatwerk, naar evenredig- $ heid. Ook trekken de Aalmoefleniers een V''/' armengeld van alle de inkomende graanen; xyf van de Tarwe, twee blanken; van de Rog- ju- ge , een ftuiver; van de Mout, een blank, en van den Haver, een halve ftuiver van 't laft; welk, door de Excynsmeefters, ont- vangen , en aan 't Huis uitgekeerd wordt. ^ Ook keert de Thefaurie twee en twintig gul- tf'jV dens uit het Poortergeld, van allen, die hun të^, Burgerfchap koopen, aan 't Aalmoeffeniers- js Huis uit. DeAalmoeffen, die, in de Boffen, ^ aan 't Aalmoeffeniers-Huis, aan de groote Beurs, aan de Koorenbeurs, en op de nieuwe Brug, gegeven worden, zyn, ten behoeve van t 't Aalmoeffeniers-Huis, gefchikt (a). 'tRegc' 't*// welk der Stad , voor 't gebruik van kleine ^ gedeelten van Stads grond , tot plaatfmge van regenbakken, pothuizen enz. toekwam, hier, in 't gemeen, het Regt van praecario genaamd, is, al voor lang, aan 't Aalmoes- feniers - Huis afgeftaan; en, nog laatftelyk, by twee Keuren van den agt en twintigflen January des jaars 1736, en van den agt en twintigflen January'des jaars 1755, belaft» hoe het, door Rooimeefteren, begroot,e0^3n^ vervolgens betaald moet worden ('#) N°g ?en^, is, op den negentienden Juny des jaars i7l*' VtfL door de regeerende en Oud - Burgemeefte' Ping ren, verftaan, dat van openbaare verko- ping, waartoe, by Requefte , aan Burge- meefteren verlof verzogt moet worden, voortaan, ten behoeve van het Aato°!lle"
mers-
(y) Handv. II. j4s, $49,
(z.) Handv. cl. jic.
(a) Handv. bl. 271.
(i; Handv. bl. j«t. Keurb. T. j. *05'
|
|||||||||||||||||
|
Aal-
MOESSR-
NIERS- Wees-
HütS.
|
|||||||||||||||||
|
Van de
Begraafe nisbrïef- jes. |
|||||||||||||||||
|
Uit het
ryden om te trouwen. |
|||||||||||||||||
|
IV, Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||
|
299
|
|||||||||||||||||||||
|
Aal. ■
|
|||||||||||||||||||||
|
niers-Weeshuis, tien guldens zouden moeten
worden betaald. Sedert, is men overeenge- komen , dat van alle Houtverkoopingen aan de meeftbiedenden , die , fomtyds , zeer groot zyn, vyfrien guldens betaald zouden worden. De eerfte Stads Klerken ter Se- cretarye ontvangen dit regt; verantwoorden 't aan de Regenten, en genieten twee ten honderd voor hunne moeite (c). Van de Koopmanfchappen, die in 't openbaar wor- den verkogt, geniet het Godshuis een half ten honderd , welk , aan het zelve, door de Afflaagers, wordt goedgedaan. De Stads Boden vorderen ook van elke Dagvaarding, die zy doen, een ftuiver voor 't Aalmoeffe- niers - Huis. Eindelyk, heeft het Aalmoes- feniers-Huis ook het voordeel van de Meft, Aflche en Vuilnis, die, met karren, hand- wagens en fchuiten , in de Stad, vergaderd; aan de veilen, op hoopen, geftórt, en ver- volgens afgeleverd, of ook wel, door de ge- bruikers, uit de ftallen van Vleefchhouwers, Sleepers en anderen, op een Biljet van den algemeenen Opziender van Stads vuilnis , waarby de ftallen, byzonderlyk, worden aan- geweezeiï"(d) , afgehaald worden. In de veertiende eeuwe, toen de Stad nog, bin- nen de Voor--of Agterburgwallen, befloo- ten was, werdt wel verbooden, het veghel- quaet, of de aangeveegde vuilnis en ajjche, in 't Te of die Am ft el, te werpen; maar men Het toe, dezelven in de graften te draagen CO- Naderhand, werden 'er Vuilnisvaten gemaakt, door de Stad; waar elk verpligt Was, zyne vuilnis te laaten brengen. Zulk een vuilnisvat, was 'er, onder anderen, in t begin der zeftiende eeuwe, by de Lyesdells hrugge (). Uit deeze vuilnisvaten, en van elders, daar de vuilnis, tegen de Keuren, Werdt geworpen, werdt dezelve, in dien tyd, weg gehaald, door S. Pieters Gildefchuit; waar voor de inwooners eenig regt aan 't S- Pieters Gafthuis fchynen betaald te heb- ben (g-J. Ik vind ook, dat het Burger-Wees- huis, in en na 't jaar 1556, de Stads vuil- nisvaten verhuurd heeft (h). Doch in laater' tyd heeft de Stad de vuilnisvaten wederom aan zig gehouden! De aanwas derzelve, in t begin der zeventiende eeuwe, gaf gele- genheid , om te denken op het bewaaren en verkoopen van de Stads vuilnis, ten haaren behoeve: en in 't jaar 1626, werden Burge- meefteren , door de Vroedfchap, gemagtigd, °m naar eene bekwaame plaats, tot berging van de Stads afch en vuilnis, uit te zien (f). y) Hanrfv. hl. i%a.
}dJ Kcurb. T. . Z3J |
|||||||||||||||||||||
|
Seclert dien tyd, werdt dezelve, voor reke- Aal-
ning der Stad, opgehaald, en te gelde ge-MoEsse- maakt, of verpagt, welk laatfle, nog in 't ^.ERS- jaar 1666, gefchied is (£). Doch in 't jaar Hü^s* |
|||||||||||||||||||||
|
1673 , werdt het vuilnis der Stad geheeliyk
aan de Regenten van het Aalmoeffeniers- Huis , ten behoeve van het zelve , afge- ftaan (l). Burgemeefteren vonden, in 't jaar 1698, geraaden, 't bewind van 't vuilnis, waartoe ook het begeeven der Vuilnis-fchui- ten en Vuilnis-karren behoort, te flellen aan drie der dienendeRegenten, metnaame. Doch hierin kwam, in't jaar 1712, verandering, wordende toen, by Burgemeefteren, vaft- gefteld, dat de drie oudfte Regenten in rang, voortaan, 't bewind van 't vuilnis hebben zouden (in). Doch de algemeene Opzigter over de Vuilnis-kanen en fchuiten bekomt zy- ne aanflelling van Burgemeefteren. Niemant mag eenige vuilnis, op de ftraaten of in de graften der Stad, ftorten of werpen, op de verbeurte van zes guldens, ten behoeve van hem, die de bekeuring doet: ftaande daar- over het oordeel aan de Regenten (n). - De vuilnis en afch wordt veel afgefcheept naar Brabant en Vlaanderen, daar zy, tot bemes- ting der Landeryen, gebruikt wordt. Met deeze inkomften, en eenige Legaa-
ten, die'er, nu en dan, bygekomen zyn, waaromtrent aan te merken is, dat zeker Legaat, aan de Aalmoezeniers-Armen ge- maakt, in denjaare 1716, verflaan is, aan het Aalmoefleniers - Weeshuis te behooren (0), is dit Huis, federt eenige jaaren, in ftaat, om zyne zwaare koften goed te maa- ken, «onder buitengewoone groote onder- fteuning uit de Stads KafTe te behoeven, die het, nog in de voorgaande eeuwe, vanjaar tot jaar, plagt te genieten. Onder anderen, werdt, na het affchaffen van de Maaltyden der Regeeringe, in den jaare 1(572, befloo- ten, jaarlyks, vier duizend guldens, onder den naam van Maaltyden-geld, aan hetAal- moeffeniers-Huis uit te keeren (p), 't welk egter, federt lang, is opgehouden. Doch de Stad doet, jaarlyks, zes duizend zeven honderd guldens aan het AalmoeiTemers-Huis goed, waar uit de wedden van den Hoofd- Provooft en van de tien Onder-Provooften of Dienaars betaald, en zefh'g onmondigenon- derhouden worden. Het Aalmoeffeniers-Huis heeft, by O&roi van den zesdenJuny des jaars 1736, regt verkreegen op de nalaatenfchap van allen, die, door het Huis, onderhou- den (kj Handy, hl. 73s.
(I) Hand*, tl. 73 j. (»)Dagel. Notulen van Burgeaieefteien van is jA.it
1698. «* 9 lApril 17U. (n) Handv. bl. 73J. (o) Handv. bl. zs°- (f) RefoJ, vwedfch. 4'. H, 11 N,v, is7ï, /f 4J.
|
|||||||||||||||||||||
|
Va-. ,
h de
|
|||||||||||||||||||||
|
^ de
|
|||||||||||||||||||||
|
/-,' Keuvb. A. . 1*.
VA vutb-1!- /I4fi """&
(h\ Seu'b. B: f. 12*.
('i rV?- vm Scte?sa G- SchAep.Pietersz. ept/aan6}i.
J *er0l% viocdfch. N. Jj. H S*pt. 'i6i6.f.i7tvirfi. |
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||
|
3°o
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Aal- den zynde, zonder kinderen overlyden. Ten
mousse- zelfden tyde, werdt, by 's Lands Staaten, |
|||||||||||||||||||||||||
|
1632.
1632. 1632. 1632.
IÓ33-
1633. 1634. 1634. I635. I635- l635. 1636. 1636. 1637.
1637. 1638. 1638. IÖ39- IÓ39-
1640.
1640. 164I. 164I. 1642. 1642. i(543-
1643. 1644. 1644. 1645. 1645. 1646. 1646. 1647. 1647- 1648. 1648. 1649- 1649-
1650. 1650. 1651. 1651. 1652. 1652. i653-
i6~53-
1654- 1654. 1654. IÓ54- 1655. I655-
1656. 1Ö56.
IÖ57- i<557. 1658. 1658. 1660. |
ieter Gerrits Hooft.
driaan Veen.
lbert'Kuy per.
ieter Cleutryn.
uillaume Lindeman.
r. Jan van Hartogvelt.
ieter Willems Hooft.
erbrand Dobbes.
an Lefchevin.
ornelis Rutgerts.
driaan Jacobs van Noort.
oofl de ßaats.
acob van der Marckt.
ttho Cornelis van den Oever,
heunis Claas Bruyningh.
r. Jacob Bas Cornelisz.
loris Ysbrants Kieft.
aniel Bernards.
ornelis Rus.
Jacob Francken.
braham Francx.
an de Baats.
Nicolaas Rochus van Capeüe.
Pieter Vinck.
acob Vlack.
D'. Johan van Halewyn.
aeobus Ryckaarts.
Raymont de Smeth.
Dirk Boelenfen.
Pieter Syen.
Gullliam Momma.
Fredfik H. Bontemantel.
Jacob van Ryn.
Cornelis van Werckhoven.
Jaeobus Reynfl.
Jaeobus de la Salie.
Jacob Jacobsz. Hinloopen,
Floris Soop.
Hendrik Roeters.
Simon Feit.
Jacob de Wale.
Claas van Lith.
Simon Goulart.
Jacob Thymons Hinloopen.
Jeronimus de Hafe de Jonge.
Jan Tayfpil.
Floris Roeters.
Robert de Vicq.
Jan Vlasblom.
Jan van Egeren.
Nicolaas van Ryn.
Daniel van Gheel.
Mr. Rombout Hudde.
Aarnold ten Grotenhuis.
Mr. Floris Elias.
Hendrik Becker.
Joannes van de Pütt.
Carel van Erpecum.
Paulus van Liebergen.
|
||||||||||||||||||||||||
|
MOES**
HIER5' ,iuis-
|
|||||||||||||||||||||||||
|
MIERS
Wees
huis. |
beflooten, diergelyke Oftrojen aan allePro-
teftantfche Godshuizen, op derzelver ver- |
||||||||||||||||||||||||
|
zoek , te verleenen (5). Ondertulïchen,
wordt aan zulken, die in 't Aalmoeffeniers- Weeshuis opgevoed zyn, door de Regenten, toegelaaten, uitkoop te doen; op zyn minft, tegen vyftig guldens eens; waarna zy, vrye- lyk, over hunne goederen, befchikken mo- gen. Naamlyft Wy voegen hierby de naamen der Re- guiten §enten van &*■ Godshuis:
1613. Symon Symonsz.
1613. Dirk KlaafTen Kan.
1613. Jacob Dirksz. de Langen.
16134 Wybrant Warwyck.
1613. Huych Jans van Craaijeftein,
1613. Jan Adriaans Roeters, alias Clau.
1613. Hendrik Hooft Willems.
1614. Aernout de Vale.
1615. Pieter Jan MieufTen.
1615. Frans Jacobs Hinloopen.
1616. Jan Pieters du Bien.
1616. Abel Matthysz. Burch.
1617. Gysbert Jacobs de Gooijer,
1618. Klaas Barents Verwer.
1618. Ysbrant Cornelis Helm.
1619. Jacob Hooft Willems.
1619. Gerrit de Beer de Jonge.
1620. Vö\ckert Nannings van Aitha»
1620. Cornelis Michiels Blaauw.
1621. Frans Volckerts Croock.
1621. Claas Andrieffe.
1622. Willem Matthys Raaphorft»
1622. Cornelis Canter. 1622. Jan Salyns de Jonge.
1623. Reyer Claas Dral.
1623. Jacob Jacobs Rombout. 1623. Dirk Hem.
1624. Anthoni van Davelaar,
1624. Tating Jans Kat.
1625. Eduart Emtinck.
1625. Cornelis Stalpaart. 1625. Pieter Jans Swelingh.
1626. Hans Willems Elbinck*
1626. Ysbrant Hein;
1627. Pieter Rans.
1627. M'. Joofl Boelens.
1628. Charles de Latfeur.
1628. Hans Schepel.
1629. Pieter Schaap. ;
1629. Hillebrant Bentes.
1630. Aris Hendrik Halewac.
1630. Hendrik Jans de Jonge.
1631. Anthoni van Beaumont.
1631. Pieter Pels.
1632. Roelof Codde.
(j) Handr. kl. 17p,
|
|||||||||||||||||||||||||
|
Michiel Tymons Hinloopen
|
|||||||||||||||||||||||||
|
\66od
|
|||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 30 r
|
|||||||
|
1660. Joan Anslo.
1661. Gysbert Schouten.
1661. Daniel Auxbrebis. 1661. Mr. Jacob Coetenburgh. 1661. Daniel de la Biftrate.
1662* Jan Sucher. 1662. Jacobus de Marez.
16Ó3. Mr. Joan de Wale. 166%. Johannes Bailli. 1666. Mr. Tymon Hinlopen. 1670. Daniel Rochoffl 1673. Dirk Bas Jacobsz. 1673. Mr. Rornbout Jacob Jacobsz.
1673. Jan van L'er-
1674. Mr. Adriaan Roeft.
1677. Floris Raap.
1678. Gysbrecht de David Strantwycló
1682. Mr. Dirk Hillensbergen. 1682. Mr. Willem van der Waaijen.
1682. Jacob van Ghefel.
1682. Dr. Huybertus Krieck.
1682. Aernout Abels.
1684. Lodewyk Mierinck.
1684. Dirk Schaap.
1689. Cornelis Darval.
1692. Conftantyn de Reneaulme.
1695. Jan Eyghels.
1695. Mr. Johannes van Hoorn.
1697. Rudolph Vogelfangh.
1697. M'. Wigbolt Slicher de Jongeä
1705. Willem van der Does.
1708. Chriftiaan Wefterhof.
1708. Jean Lepeltak.
1712. Jacob Boulé.
1712. Jan de Veer.
1717. Theodoor Rogge.
1719. Lodewyk de Bas.
1719. Mr. Nicolaas Philips de Famars.
1720. Mr. Petrus Lepper.
1724. Jan van Vliet. 1724. D'. Casparus Cpmmelin, Junior.
1725. Willem Swart.
1729. Philip Schryver. 1731. Abraham Vermeeren.-
1734. Pieter van Loon. Ï734' Pieter Schrik. 1736. Pieter van der Meulen. J737. M'. Guillelmo Pels. *737- M'. Pieter Schaak. 1742. Pieter Hendrik de Bas. J743- Dirk Alewyn. 1745- Guilielmo Hartfinck. *747- Gillis van der Voort. 1749. Anthoni Des bordes. 1749. M\ jan Fredrik Bachman. 1751. Dr. Johan van Alphen. 1757- Mr. Cornelis Bäcker Cofnelisz. J763. Lodewyk de Bas. xl<£. M'. Jan Jood Marcus. Tf e J^'- Johan Corne]is Radermacher.
lL STUK. |
|||||||
|
OüDE-
VIII. Man-
nen- EN
ÖUDE-MANNEN- EN VROUWEN- Sü?"
GASTHUIS. Gast'
fans.
Hertog Jan van Beijeren gaf, op den der- Oudfte
tienden November desjaars 1422,aan Gafchuis Dirk Holland , Burgemeefter der Stad Am- H^' fterdam, verlof tot het ftigten van een Gafl> den, hier huis uit zyn eigen goed , tegen over des ter Stede. heilichs Sacrainentsbuys, dat men Met ter Hei- liger Stede. De vier mannen, die 't hei- lig Sacraments huis, in der tyd, zouden re- geeren , zouden ook het bewind over dit Gafthuis hebben (f). En 't fchynt, niet lang hierna, voltrokken te zyn. Immers ik vindj V in twee byzondere Renteboekjes van 't oude Gafthuis, van de jaaren 1457 en 1459, die, in het tegenwoordige Gafthuis, beruften, gewaagd van der beyliger Stede Gaflbuys: 't welk op het Gafthuis van Dirk Holland fchynt te moeten zien. Holland hadt, ook aan an- dere Godshuizen, zyne milddaadigheid ge- toond. In een Renteboekje van 't S. Pieters Gafthuis, genaamd dat grote Regyfler, lees ik: Item op Sinte Cecilien Cloefler enen haken ouden vrancrixen feilt ende een vyftendeel van enen helen vrancrixc feilt tfiaers, te betalen op fmte pieters dach in Cathedra. En dit beeft gegeuen die oude dirk hollant, om alle nacht een lampe te hemen in dat grote fiechuus, ende dit en moetmen niet vercopen. In 't jaar 1548, op den eerften Auguftus, kogtMeefter Jan Beerenzoen, Priefter, eene rente op de Stad, van agt en zeventig gouden Carolus guldens^ tot veertig grooten vlaams ieder, ten behoe- ve van hét Oude-Mannen-Gafthuis; dat is ^ . van het Gafthuis van Dirk Holland, alzo de kwytfchelding gefchreeven werdt, uit naa- me van den ghaflhuyfe van den heyllighe Sa- crament e ter heylligherßeede (s). 'tBlyktook, dat dit Gafthuis eene Poort hadt, de Oude- Mannen-Poort genaamd. Het werdt, kort na 't jaar 1550, door aankoop van nieuwe huizen in de Kalverftraat, allengskens, ver- groot. Eh tot deezen aankoop, werden de Gafthuismeefters, naar 't fchynt, in ftaat gefield, door eene maaking van Haasje Claas Dogtery in 't Paradys, die, in haar leeven, ook de eerfte aanlegftef van het Burger- Weeshuis geweeft Was, en nu zekere fomme, tot een Gafthuis voor elf oude Vrouwen, ge- fchikt hadt. De Priefter Jan Beerenzoen gaf, volgens fommiger aantekening, in 't jaar 1550, nog eene rente van dertien ponden groö-
(r) Mieris Charterb. IV. Deel, hl. 66z.
■ {') B-egifter,- berußende in 't Oude Mannen en Vrouwen, Gafthuis, genaamd Incomende Renten, Giften ende 1*éïia. inenten, ijgi. . * |
|||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
302
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eene buitengewoone bede te mogen doen.
Doch dit verzoek werdt, by de Vroedfchap, van de hand geweezen (y). Na de verande- ring der Regeeringe, in 't volgende jaar , werdt 'eregter., voor eens, in bewilligd (z). En in 't jaar 1597, werdt het getal van vier en twintig oude luiden, die, tot hiertoe, in 't Gafthuis geplaatft waren, tot op vyf en veertig vermeerderd. De Regenten verwier- ven, in 't jaar 1600, verlof van de Wethou- derfchap, tot het opregten eener Loterye («), waartoe 's Lands Staaten , reeds in 't jaar 1596, 06troi verleend hadden (b), en uit de winft van welke, in 't jaar 1601, een nieuw Oude - Mannen- en Vrouwen - Gafthuis geftigt werdt, in den tuin van het Oude- Nonnen-Kloofter. De Lotery was getrok- ken , op de Nieuwe-zyds-Kolk, alwaar, te- gen het Koorenmeeters huisje , een hoog tooneel was opgeregt. Op den negenden Auguftus des gemelden jaars, werden de ou- de luiden, ten getale van honderd, ten dee- le , uit het Oude-Mannen- en Vrouwenhuis in de Kalverftraat, welk, eerlang, aan het Weeshuis getrokken werdt, in het nieuwe gebouw geplaatft, en, federt, met nog der- tig , vermeerderde Het trekken der Lote- rye werdt afgebeeld , in eene fchilderye i die, in de Eetzaal der Vrouwen, plagt te hangen; doch nu niet meer voor handen is, en onder welke, deeze regels gelezen wer- den: Deez onze Lotery,
Met hulp der Burgery, Voedt honderd dertig gryzen ,
In dit huis nieuw gebouwd, Daar 't ander twintig oud En vier maar plagt te fpyzen.
In 't jaar 1604, kwamen 'er nog twintig ö^er
in 't Godshuis (O- In 't jaar 1616, werdt er wederom eene Lotery, ten behoeve van dit Huis, getrokken (d) : waarin , reeds^ in t jaar 1614, bewilligd was (e), 't Gefchiedde, op de S. Antonis- of nieuwe Markt, wer- waards de Wethouderfchap zig begaf, en de pryzen, ten aanfchouwen van elk, by de nieten, in eene bos deedt, dezelve, en de bos, daar de Loten in waren, met Stads ^a" pen, verzegelende. Het trekken der Lo- terye ging, vervolgens, nagt en dag,vo°r.ü» en duurde wel zes weeken. Men vondt zig in ftaat, om, naderhand, het getal d&t ou^ (y) Refol. Vrocdfch. N.' 3. 17 7"{y JJ77-
(z.) Refol. Vroedfch. N. 4- 2* Au&. 157»- (a) Keurb. H. f. zï'.
(b) Refol. Holl. zi 7"ly 1S96 hl. i*8.
(c) Zie Handv. gcdmht i«i3. U. 7$t I6'
(/) Refol. Vioed:ch. «. 11. »7 e^««*4/- n<5 J
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
grooten's jaars, tot onderhoud van twaalf
oude Mannen, in het Oude-Mannen-Gaft- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oude
Man-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
e*
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
neN-
VROtf
WE»' ÜASÏ' HUIS. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vrou-
WEN-
GaftT HUIS. |
EN huis. Te gelyk, Helde hy eene Ordonnantie
voor het Godshuis, die, door het Geregt, werdt goedgekeurd, en, volgens welke, on- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der anderen niemant in het zelve zou mo-
gen ontvangen worden, dan die meer dan |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3'
|
vyftig jaaren oud, en deezer Stede Poor-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ter of Poorterfche was. De Priefter al-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
5>
|
leen, die, boven de twaalf oude Mannen,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in 't Gafthuis, zou worden onderhouden,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
■>1
|
zou geen Poorter behoeven te zyn. Ook
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zou men niet meer Perfoonen in 't Gaft-
huis inneemen, voor dat de gemelde vier |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
35
|
en twintig tamelyk van nooddruft voor-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
va»1
O'"?' |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zien zyn zouden. De twaalf oude mannen
moeften, jaarlyks, op den Palmdag, den ommegang agter het beeld op den Ezel (f) verzeilen , en de twaalf Apoftelen vertoonen." By deezepunten, waren nog eenige anderen gevoegd, die, elders, om- ftandiger, te vinden zyn (u). In 't jaar 1554, kogten de Regenten, van der heylligher Stee- de meeflren, een huis en erve over die heyl- ligher Steede, belend met het Oude mannen poortgen offte Inganck, aan de zuidzyde, en- de die behuyfinghe van derheylligerSteede,aan de noordzyde (ü). Hier by, verkreeg men, in 't jaar 1572, nog een Huis, genaamd de Builkifl, belend het Oude - Mannen - Gaft- huis, aan de noord-, en Piet er Jacob Haef- gens , aan de zuidzyde; ftrekkende, voor van de Kalverftraat, tot agter aan de Be- gynen-floot; met eenige wooningen daar agter, die, ten deele, verhuurd, ten deele, door het Godshuis , tot een Bakhuis, tot een zomerkooken, en tot een Pefthuis ge- bruikt werden (w). De volgende aanteke- ning , te vinden in het Regifier, waaruit wy deeze byzonderheden ontleenen, kan de ge- legenheid van dit oudfte Oude-Mannen-Huis, nog nader, ophelderen. Dus Iuidtze: Het oude mannen gaßhuys heeft 3 wocninghen on- der een dack, gaende benoorden die oude man- nen poort, flrekkende van den achtergeuel van 't oude mannen huys, flaende benoorden doude mannen poort, tot achter ant hlyckvelt van het oude mannen huys. Ende deefe timmeragye es eertyds geweefl het eerfie oude mannen gaßhuys, als eensdeels die quytfchelainge van 't huys, flaende benoorden die poort, meede brengt (jx). Het Godshuis,waarvanwyfpreeken, droeg, federt, beftendiglyk , den naam van 't Hei- lige Sacraments- of Oude Mannen -Gaflhuis. De Regenten verzogten, in 't jaar 1577, (t) Zie III. Deel, II. Boe(, hl. iz6.
(u) Zie COMMÏUS , hl. J7L (v) Regifter genaamd Verhueringe van 't Lant ende die
huilen enz. \$%z. f. Io verfo. berußende ah hoven. (m) Regüter ah boven f. 2.1 verfo , zS, 27, %%. (x) Regifter ah boven f. iz verft. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VS""
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 303
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
luiden te brengen tot op twee honderd. De
Regenten hadden, op den vyftienden Janua- ry des jaars 1604, nog een ftuk gronds ge- kogt van 't Gafthuis, welk, ten noorden van het Oude-Mannen-Huis, aan de oude veft, nu den Kloveniers burgwal, lag, waarop, federt, drie groote huizen, behalve nog drie kleinen, in den ingang van 't Oude- Mannen-Huis, gebouwd werden. Het ge- ftigt zelf beftondt, voor eerft, uit drie lan- ge overdekte gaanderyen, loopende langs de drie zyden van eene groote vierkante plaats, waarop een bloemtuin en bleekveld lagen. Agter deeze Plaats, werdt, door Piet er Pie- tersz. Ente, in 't jaar 1605, eene put ge- boord , ter diepte van twee honderd twee en dertig voeten. Men befteedde, tot dit booren, een en twintig dagen, en hieldt, dagelyks, aantekening van den onderfchei- den grond , dien men aantrof: uit welke aantekening, tot hier toe, aangaande de ver- fchillende gefteldheid van den Amfterdam- fchen grond, het meefte licht te trekken is. Op den eerften dag, boorde men, door een en vyftig voeten aangehoogde aarde, darri en veen, weeke klei, zand, en wat harder klei; op den tweeden, door twee en twin- tig voeten zand, waarop, hier, de meefte huizen gezet worden ; blaauwe klei, wit zand, zavel-aarde en mollem: op den der- den , door veertien voeten louter zand: op de drie volgende dagen, door vyf en vyftig Voeten, eerft zand met klei, en daarna met fchelpen en hoorentjes, en vervolgens, har- de klei, doorgaands, met hair en fchelpen, Vermengd, en fomtyds, onvermengd: op de Zeven volgende dagen, door twee en zeftig 'Voeten meeft harde klei, en, op 't laatft , door dertien voeten zand, meeft met (teent- jes gemengd: en op de agt laatfte dagen, door agt en twintig voeten louter zand (). t>och deeze Put fchynt niet, of niet lang, ^n de verwagting beantwoord te hebben, ^mers, zy levert, tegenwoordig, gelyk de Meefte putten hier ter Stede, onzuiver wa- ter uit. Ook is zy thans, door toezakking van den grond, op verre na, zo diep niet als zy plagt. In de gaanderyen om de Plaats, Van welke wy fpreeken, waren de woonin- gen yoor de oude luiden getimmerd. Langs **e vierde zyde van de Plaats, in 't noorden, jtondt een deftiger gebouw, met een' fierly- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ging van Burgemeefteren (g), befloot, het Oude-
zelve te herbouwen: 't welk, eerlang, na Man- dat 'er , door den oudften Zoon van den *p-En Regent M'. Jan Jacob Hartfinck, Jan Pieter ;*°u" Hartfinck genaamd, op den zeven en twin- Gast> tigften May, de eerfte fteen aan gelegd was, HU1S- eeniglyk uit de middelen van het Huis, om fommigen van welken te gelde te maaken, Burgemeefteren verlof verleend hebben (h), . naar het ontwerp van wylen den Heere Mr. PieterRendorp, Burgemeefter deezer Stad, in den jaare 1757, voltrokken werde, en wel verdient, eenigszins uitvoeriglyk, be- fchreeven te worden. Het Oud e-Mannen- en Vrouwen- Befchry-
Gasthuis dan, in 't gemeen, het Oude- ving van Mannen-Huis genaamd, ftaat, op den Oude- hetzelve. zyds - Agterburgwal, aan de ooftzyde, digt aan het zuideinde, naaft en benoorden het |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«Ols
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zieken-Gafthuis. Het heeft twee ingangen,
een' op den gemelden Agterburgwal, en een' |
Ingarï-
gen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
regt agter deezen, op den Kloveniers - burg-
wal. De eerite is eene deftige hardfteenen Poort, waarin, van boven, zo wel binnen- als buitenwaards, het merk van 't Godshuis, zynde eene bril, uitgehouwen is. Binnen deeze Poort, heeft men een' breeden gang of voorplaats,ter wederzyde met burgerwoonin- gen bezet. De andere Poort is nog van 't oude gebouw overgebleeven, en binnen dezelve ^ ftaan, in een'korter gang, ook drie woonin- gen , die 't Godshuis toebehooren. Voorts, treedt men, van wederzyde, door twee aan- zienlyke Poorten, in 't eigenlyk gebouw , welk, even als het oude, langs de vier zy- den van eene groote vierkante open Plaats, op welke vier lierlyke Bleekvelden leggen, getimmerd is. Onder de Plaats, zyn, by de jongfte herbouwing, nog twee Regenbak- ken gelegd, die ieder duizend ton waters houden. De twee Poorten, van welken wy fpreeken, verleenen toegang naar eene bree- de hooge gaandery, langs welke, aan de zuidzyde, agttien ruime , overwelfde boogen gebouwd zyn, die , ten behoeve van het Godshuis, tot winkels, verhuurd worden, en alwaar, dagelyks, en byzonderlyk, op de Jaarmarkten, groote toevloed van koopers is. Ten wedereinde deezer gaanderye, komt men, door eene deur, binnen in 't Huis. Daarenboven, is, in't midden van ieder der vier binnengevels van't gebouw, welks hoe- ken van hardfteen, en welks wanden van zwaaren gebakken fteen opgehaald zyn, eene hooge, deftige, hardfteenen Poort; twee van welke Poorten, in 't ooften en in'tweften, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ter
|
gevel en uurwerk. In het zelve, hadt men,
■
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wederzyde van den ingang, de eetzaa-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
-n voor de mannen en de vrouwen, voorts de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'*pmers der Regenten en RegenteiTen. En in
^eezen ftaat omtrent, is het Godshuis geblee-
n' tot dat men, in 't jaar 1754, met bewilli-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eveneens, gebouwd zyn.
|
Doch de zuidely-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ke
(g) Groot-Memor. N. XI. . 2°J.
(b) Groot-Memor. JSl.U.f.llt ■**>/»,Ï2J. N< xnj_ +I>
Qqa
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(f) Zit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
COMMELIN hl. J,3'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
304
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ke is, binnenwaards, naar de Plaats toe, uit- nog eenïge wooningen voor Vrouwen, die Oud*
getimmerd, en, van boven , verfierd met van 't oude overgebleeven, en al vroeger Mj»,, een' grooten uurwyzer. De noordelykeBin- hertimmerd zyn, te weeten, twee vertrek- VeOÜ- nenpoort voert Stads wapen en 't jaartal jes, ieder voor twee perfoonen, beneden; wSm- MDCCLIIIl. inden top, boven een def- twee diergelyken, en een vertrekje voor Gas*' tig Balcon. Door deeze Poort, komt men, een, in een gang daar boven, en, nog hoo R&\ in een ruim Voorpoortaal, waarvan de wan- ger, twee vertrekjes vooreen, twee, ieder & den, ter wederzyde, met de wapens der Re- voor twee, en een voor drie perfoonen. Ook ^ genten en Regenteifen, die, in 't jaar 1754, is hierby een vertrek met vyf bedfteden, dienden , en 't gewelf , met zinnebeeldig voor zulken, die befmettelyke kwaaien heb- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OUDE-
Man-
N£N- EN
Vrou-
WEN-
Gast-
HUIS.
Vertrek-
ken. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
loofwerk, fierlyk, bepleiflerd zyn. Uit dit
Poortaal, treedt men, regt uit, naar de Koo- ken, naar de Bakkery, en naar de woonin- gen van den Binnenvader en Kookenmoe- der, die uit verfcheiden' goede vertrekken gang, beflaan: en, ter wederzyde, in eene gaan- twee; dery, alwaar men eerft, ooflwaards, de Re- en agt elk voor twee Vrouwen gefchikt. In
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gent' ^^^^^^^^^^^^^^^^
penborden, een Naambord, en vyf Regen- tenftukken verfierd is. Het oudfte, welk voor den fchoorfteen ftaat, is zeer fraai, in |
't zuiden, boven de gaandery, daar de win-
kels zyn, heeft men twee vertrekken, ie- der voor vier, twee vertrekken, ieder voor drie, en vyfvertrekken, ieder voor twee |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Regen-
ten- Kamer. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
't jaar 1618, gefchilderd:.het nieuwïle, in Vrouwen. En in 't noorden, daar, bene-
't jaar 1750, door Jan Maurits Qiiinkhard, den, deEetzaalen, Regenten- en Regen- gedaan (i) , vertoont de Regenten Pieter teilen-Kamers, en andere vertrekken, ten KarJJeboom, M'. Jan Jacob Hartfinck, Jacob gemeenen gebruike , zyn geplaatft , heeft de Leeuw en Pelgrom ten Grotenhuis Boender- men, boven, ter wederzyde van een ruim |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vertrek, alwaar de kleederen der overlee-
dene oude luiden , onder 't opzigt der Re- genteffen, bewaard worden, veertien ver- trekjes , ieder voor eene; negen, ieder voor twee, en een voor drie oude Vrouwen ge- fchikt , die, ten deele van de Plaats, ten |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
maker. Onder de drie anderen , is 'er een van
Barend Graat (k), een van Bakker, en nog een van Quinkhard, in 't jaar 1732, gefchilderd. Verder ooflwaards, is hier de Mannen-Eet- zaal, die twee haardfleeden heeft,en, door vier groote lichten, op de Binnenplaats, uit |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ziet. ~ Aan de andere zyde, ten wellen, is deele, aan de floot of fmalle graft, die, ten
de Kamer der Regent ejfen, waar twee Wa- noorden, langs het huis loopt, licht fchep' penborden hangen , en een zinnebeeldig pen. In elk vertrek, zyn zo veele bedfte- fchildery, de zorg voor de ouden vertoo- den, als'er perfoonen geplaatil zyn. Twee nende. Verder weftwaards, is de Eetzaal ruime, gemakkelyke trappen, in 't noord- voor de Vrouwen, die dezelfde gedaante heeft, ooflen en in 't noordweflen, verleenen toe- als de Mannen-Éetzaal, en uit welke, men, gang van ds eerfle naar de tweede verdie- eenige treden opwaards, komt in twee Zwak- ping van 't gebouw , boven welke laarfte, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Regen-
teffen- Kamer. Eetzaa-
len. Zwak- ken- Kamers. Woonin- gen voor de oude Mannen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ken-Kamers, eene voor Mannen, en eene de Turf-, Kleêren-, Kooren-, en bergzol-
|
J
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
voor Vrouwen. In elke kamer, is een haard, ders zyn. ^^
|
<*.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en in de eerfle, zyn zeven, in de tweede, De oude Mannen en Vrouwen, die, in py
negen bedfteden. Tuflchen deeze twee ver- dit treffelyk gebouw , gehuisveft, en van jyl^, trekken, is 'er een, welk tot eene wooning fpyze en drank verzorgd worden, zyn, ter- «^ voor de Zwakken-Moeder gefchikt is. De wyl wy ditfchryven, [in Auguftus 1765], een sf wooningen voor de Oude Mannen zyn in 't honderd zes en zeftig in getal, te weeten, een ooftelyk gedeelte van 't gebouw, beneden en vyftig Mannen en een honderd en vyf* en boven. Beneden, zyn agt vertrekken, tien Vrouwen; en meer können 'er, tege*1" elk voor twee perfoonen, en boven, een groot woordig, niet in't Huis geplaatft worden-^ vertrek voor vyf, en negen, elk voor twee De orde op de fchaffing is, nu en dan, ve/" fc. perfoonen. In't zuidooften, boven de gaan- anderd: en men heeft zig, in dit Godshuis, dery, daar de winkels zyn, heeft men nog byzonderlyk toegelegd, om de oude lu1" twee vertrekken, ieder voor twee oude Man- den wel te onthaalen. Het dagelyks ont- nen. Voorts, zyn, in 't ooften en in 't noor- byt van mannen en vrouwen , we^ den, de meeïle vertrekken en kelders, tot vrouwen, te gelyk met het vuur in de itoo- huiflelyk gebruik, beneden. Ook heeft men ven, uit de kooken komen haaien, iS > den hier, in 't noorden, agter 't nieuwe gebouw, eenen dag, brood met boter, en den anderen, ,, v. r- c u rr n , t, brood met kaas. Doch 's Zondags, word' (1) VAN Gooi. Schoub. II. Deel, tl. 131. . , , tf , , -,AA^<r<i frha.lt
({) HoujsRAKEN schoub. ii. De,i, ti. 103. met ontbeeten. sZondags; s mwcwg!>,iui*^
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Woonin-
gen voor |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hjï T O ZTD £
|
||||||
|
■JiïJt&&$iï% xif BROUWEN ~ G^LS THUIS,
|
||||||
|
-2^e<?zx
|
||||||
|
HE T O UD&
|
||||||||
|
~M.A]SrN-E-JSr-kzr- V R o zr w-JEtf - GASTHUIS,
maar- c/e/ ^Poo^dayy^e/ £e ^ce-n^y
|
||||||||
|
^y
|
||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 305
men Kalfs- en Lamsvleefch-nat, met groen- ften Pinkfterdag, fchaft men ryftenbry, met
te or ryit: s avonds, bierenbrood, waartoe fiuker en kaneel vooraf, en gebraaden Kalfs bierman zes guldens de ton gebruikt wordt, vleefch toe; en elk krygt een rond witte- Als t heet is, fchaft men koude fchaal, in brood, een pint wyn en een pint Rotter- de plaats, 's Maandags, wordt, 's middags, dammer bier. En op tweeden Pinkfterdag graauwe erweten, of kool, of wortelen, met wordt 'er graiuwe erweten, en Kalfs-karre- verfch , of enkele reizen ook offenvleefch, wey, met korenten en rozynen, gegeten" welk een weinig gezouten is, gefchaft. Op Kermis-Zondag, fchaft men ryftenbry" Ieder Commenfaal krygt ook een half pint met fuiker en kaneel, en gebraaden Lams- wyns toe. 's Dingsdags, 's middags, fchaft bouten: en elk krygt dan ook een rond witte- men witteboonen met offen-vleefch-nat, brood, een pint wvn, en een pint Rotter- of met zuure faus, en in den Zomer, ook dammer bier. In November, houdt men een fnyboonen of peulen: 's avonds, wordt 'er Slagttydsmaal, en dan wordt 'er, even als op ryftenbryopgedïCcht.'sWoensdags,'smiddags, Kermis; doch in de plaats van Lamsbouten fchaft men fpek - kluifjes , met raapen: of gebraaden dunne ofTen - lenden gefchaft Op groene erweten , met varkens-worft; ofap- beide de Kerftdagen, fchaft men zogenaamde pelen, met gerookt fpek, en, tweemaal 's Deuvekaters, met een faus van boter en m^lk- jaars, gerookte Paterftukken, met appelen en op den eerften dag, krygt elk, daaren- of peeren: ook, als het in den tydis,blom- boven , een rond wittebrood en een pint kool, fpenagie, of andere groente, en kin- Rotterdammer bier; doch geen wyn. Op nebakshammen : nu en dan, konynen, of alle deeze buitengewoone dagen, wordt 'er endvogels, met appelen, en enkele reizen, 's avonds, op de gewoonlyke wyze ge- Schelvifch,Both, Schol, Zalm of Paling, 's fchaft. Tot verfnapering, worden de'oude Avonds, wordt 'er ryftenbry gegeten, 's luiden,in den zomer,tweemaal opkerfTen Donderdags, 's middags, eet men gort,met en tweemaal, op aalbefTen onthaald Op' rozynen, en een faus van boter en melk; en Bededag, wordt maar eens 's daags, 's avonds s avonds, bierenbrood, 's ('rydags, fchaft ten vyf uuren, en even als op Zondag, ge- men, 's middags, karnemelks-brij, en zou- fchaft. Doch wy moeten, omtrent defchaf- tevifch met wortelen toe, en 's avonds, ook orde in't algemeen, aanmerken, dat o-elvfr
|
||||||||||||||||||||||
|
0%
|
||||||||||||||||||||||
|
OUBE-
Man- '.
NEN- EK
Vrou-
wen- Gast- huis. |
||||||||||||||||||||||
|
p"
|
||||||||||||||||||||||
|
L-___n~~n, ~~~+ ~~«.. ' c*___7___ ____j~
|
'er, voormaals, verandering in gemaakt is,
in dezelve , in vervolg van tyd, ook lig- telyk, meer veranderingen en verbeterin- gen zouden können gemaakt worden. Som- tyds is , aan de oude luiden, wel eens ee- ne buitengewoone maaltyd vereerd, of be- r____1____ "r* * ** "r"r
|
|||||||||||||||||||||
|
karnemelk met gort. 's Säturdags, wordt
'er, 's middags, groene erweten, met lang nat, voor, en ftokvifch na gegeten : 's a- vonds, fchaft men wederom ryftenbry. In den Zomer, wordt 'er, zevenmaal,tuinboo- tten met haring, op Vrydag middag, opge |
||||||||||||||||||||||
|
difcht, en dan fchaft men, 's Saturdags, in fproken, en Fredrik Henrik, Prins van O-
de plaats van ftokvifch, Labberdaan. Op ranje , op den twee en twintigften May Dingsdag- en Donderdag-middag, wanneer des jaars 1642, het Huis bezigtigende, fchonk 'er geen vleefch gefchaft wordt, en alle a- ieder der oude luiden een driegulden (/). |
||||||||||||||||||||||
|
Vonden , zonder onderfcheid, krygen de Zulken , die in dit Godshuis begee-
pommenfaalen juift zulk een ftuk toe, als zy, ren ingenomen te worden, moeten, vol- 's morgens, tot hun ontbyt gehad hebben, gens de oude, doch eenigszins veranderde Voorts, worden de oude luiden, op Hoog- Ordonnantie, ongehuwd, boven de'vyftig tyden en Feeftdagen , by uitftekendheid, jaaren oud, en Poorter of Poorterfche dee- pnthaald. Op Vaftenavond, fchaft men , zer Stede zyn. Burgemeefteren hebben , s middags, dikke ryftenbry met fuiker en voor eenige jaaren, verftaan, dat menze in- jtaneel, en gebraaden Lamsbouten. Ook neemen mag, als zy, zeven jaaren, Poorter krygt ieder Commenfaal dan een rond witte- of Poorterfche ge weeft zyn, en zo lang,ag- |
Vereifch-
ten in de Oude Mannen- en Vrou- wen , die in dit Godshuis worden ingeno- men. |
|||||||||||||||||||||
|
brood, een twee ftuivers koek , een pint tereen, hier ter Stede, gewoond hebben (jn),
wyn, en een pint Rotterdammer bier, welk, En de Regenten zyn, reeds, in't jaar 1635-, te Alkmaar, gebrouwen wordt, 's Avonds, met de Nederduitfche Gereformeerde Dia- Wordt 'er naar gewoonte gefchaft. Op eer- conie, overeengekomen, dat partyen, door ften Paafchdag, fchaft men ryftenbry met Diakenen voorgedraagen, voor partyen, die, lüiker en kaneel, zes eijeren en een pint Rot- door byzondere perfoonen, werden aange- t£rdammer bier voor ieder; en op tweeden preezen , in 't Oude-Mannen en Vrouwen- *Vchdag, graauwe erweten met braadvet, Huis, zouden worden ingenomen (n): hoewel f1* vier eijeren voor ieder. Op eiken dag, dee- ^ygt elk een rond wittebrood. Op Hemel- (0 zie " Deei,xv.s^i, ti. #?.
^artsdag, wordt 'er Kalfs- en Lamsvleefch- l7TJf*SC*n de" °ud"Raad van Bur2em' VM 2*7a"' Qat> met groente Of ryft, gegeten. Op eer- (") Notulen der Diaconie van iüjz-1658, . 1S>
OS 3
|
||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HL Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3o6
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deeze overeenkomfl: geagt wordt vervallen weeft; doch , eindelyk , op drie gebragt. O®?
tezyn, na dat de Diaconie zelve een Oude- De Regenten vergaderen, doorgaands, Don- JJ^ Vrouwen- en Mannen-Huis heeft opgeregt. derdags, 's morgens ten tien uuren. De Re- Vb0ü- Zy moeten,wyders, een bed, drie dekens, genteffen houden geenen vaften vergader- weu- twee hoofdkuflens, zes flaaplakens, zes floo- tyd, maar komen, gemeenlyk, 's Saturdags, G'JJ" pen, zes hemden, een beft en een dagelyks byeen. Binnens huis, zyn een Binnenvader, B . kleed, de mans een mantel, voorts, een ee- eene Kookenmoeder, eene Ziekenmoeder, ken kas, twee ftoelen met twee ftoelkus- een Poortier en tweeBoodfchaploopers,die, fens, ee'n mingelens kan, een pints kan, een uit de oude mannen, genomen worden; een tinnen waterpot, een tinnen kop, en tien knegt en zeven dienftmeiden. Alle Donder- guldens zeftien ftuivers aan geld medebren- dagen, 's morgens ten half negen uuren, gen.Dit geld dient tot de begraafenis derCom- wordt 'er, voor de oude luiden, eene Leerre- menfaalen, en wordt verdubbeld, ingeval de en Catechifatie gedaan, door eenen Krank- zy begeeren, op eene ongewoone wyze, be- bezoeker, die ook, tweemaal ter weeke, eens graaven te worden. Het Huis erft alle degoe- de Vrouwen-, en eens de Manne»-Zwakken- deren,diezy,ftervende,nalaaten,enzymoe- kamer bezoeken moet. Het Godshuis heeft ten, b'y hun inkomen in 't Huis, al wat zy be- ook eenen vaften Do&or en Chirurgyn. zitten aan de Regenten overgeeven en op- De inkomften van het Oude-Mannen- en lni;0 draagen;die'er hun vier ten honderd in't jaar Vrouwen-Huis beftaan uit de huuren van $■&' vanuitkeeren.Dewinft,die.zy,opeeneeerly- eenige huizen, de Intreffen van eenige Obli- ke wyze, in't Huis doen, is voor hun. Voorts, gatien en een derde deel van de zuivere moeten zy zig te vrede houden, met de woo- winft, die de Schouwburg geeft; voorts, uit ning,die hun aangeweezen wordt, en's win- de gemelde verzameling van aalmoeffen in ters, dat is, van den eerften November tot den de Oude Kerke, na de Huiszitten aan de laatften April, voor zeven, en 's zomers, dat Oude zyde, onder de Vroeg-, Voormiddags - is, van den eerften May tot den IaatftenOc- en Namiddags-Predikatien, op de Zon en |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OüDE-
Man-
NEN- EN
Veou-
WEN-
Gast-
HUISs
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tober , ^^_^^_^^^_^^^__
ten ware zy langer verlof hebben van den Bin
nenvader: wordende de poorten, een uur laa
|
; Feeftdagen alleen; en uit de Aalmoeffen, die,
hier én daar, in eenige boffen, vergaderd
worden; waarby, voorrnaals, plagten te ko- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ter, geflooten; na welken tyd, zy geen vuur, men de giften van ftokvifch, brandhout,
licht noch doove koolen,in hunne wooningen, haring, bier en gort, die, van wege dit Huis, hebben mogen (o). Die, zonder verlof, de by de Bergervaarders, Noordsvaarders, Ha- maaltyd verzuimt, plagt, zes weeken, van de ringkoopers, Bierbefchooijers, en Grutters, Tafel gebannen, en die dronken t'huis kwam, werden opgehaald: 't welk, federt veele jaa- zes weeken uit het Huis gezet te worden, ren, in ongebruik geraakt is. Wyders is, Doch dit is, thans, genoegzaam, buiten ge- aan dit Huis, al in 't jaar 1601, toegeftaan bruik. Het Tabak rooken was, eertyds, ook het Wanfchepel van alle partyen Graanen, verbooden: doch wordt nu gedoogd. In an- die, van ooften of weften gekomen, hier, dere opzigten, is, nogtans, byzondere zorg voor 't eerft, uit het water, verkogt en ge- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
meeten worden (q). De Koorenmeeters en
Koorenzetters waren, voorrnaals, verpligt, te zorgen, dat dit wanfchepel, alle Satur- dagen, aan 't Comptoir der Regenten, ge- bragt werdt. Doch thans doen zy 't in by- zondere kiften, ten deezen einde, op'tKoo- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gedraagen, tegen ongeval van brand
't Bewind over dit Godshuis plagt, van
ouds,teftaan aan twee Regenten;doch derzelver getal is, in 't jaar 1572, tot drie, en in de voorgaande eeuwe, tot vier ver- meerderd , waarop het, tot nu toe, geblee- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beftier
van het zelve. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ven is. Zy worden, door Burgemeefteren, renmeeters-Huis, op de Kolk, geplaatft. K
gekooren, en hebben eenen Boekhouder in 't eerft, werdt het zelve maar genooten van hunnen dienft. In 't jaar 1695, hebben zy partyen boven de zes laften: doch federt het verlof gekreegen, om, in de Gafthüis-Ker- jaar 1712, ook van partyen van zes lafteri ke, in het geftoelte van de Regenten van't en daar onder (r). In 't leveren van dit Wan- Gafthuis,plaats te mogen neemen(». Ook zyn fchepel, zyn egter, federt lang, zo gr°ot5 'er , in de Oude Kerke, drie banken tot hun misbruiken ingefloopen, dat'er het Godshuis gebruik, en dat der Regenten van het Oude- weinig van geniet. Van ieder wynko<j$an' zyds-Huiszitten-Huis,afgezonderd:ineenvan die in 't Gilde komt, geniet het Oude-M- welken, de Suppooften, die, hier, de Collefte, nen-Huis,federt het jaar i6oö,een' halveniaam ten behoeve van het Godshuis, doen, plaats Pranfchen, of ook, enkele reizen,K? f |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
n
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
uiten- wyn; en van ieder Bakker, die zyne
|
doet,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
moeders zyn lang maar twee in getal ge-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t(oU bl, 3JJ.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
O)
(f) |
(q) Refól. Vroedfch. N. f
(r) Handy, bl. 277, 278." |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Handv.
Handv. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hl. 27S.
bl. z?8. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Uȣ-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
307
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
doet, omtrent tien guldens aan brood, vol-
gens eene Keure van den tweeden Septem- ber des jaars 1652, waarby belaft is, dat zulk eene proef, in dit Huis, gefchieden moet. Eindelyk, worden de Legaaten, die aan 't Oude-Mannen- en Vrouwen-Gafthuis gemaakt zyn, verftaan, tot dit Huis, niet tot het Zieken-Gafthuis, te behooren. Zie hier de naamen der Regenten van het
Oude-Mannen- en Vrouwen-Huis: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1713. Joannes Baalde.
1719. George Bruyn.
1720. M'. Jan Casper Hartfinck.
1722. Jacob Voordaagh. 1726. Jacob Oortman.
1731. Mr. Jeremias van der Meer.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Krank-
zinnig oen- Huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
\'!
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ASf.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Uü
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
's.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1739
1739
!743 i745^ |
Pieter KariTeboom.
Mr. Jan Jacob Hartfinck.
Mr. Jacob de Leeuw.
Mr. Pelgrom ten Grotenhuys Boen-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
SS*
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dermaker.
Mr. Henrik Backer;
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1550. Jacob Hendriksz.
1550. Claas Gaaf Claasz. 1553. Claas Dirkfe Koning, 1556. Frans Andriefe. 1561. Jan Michielfe. 1561. Hendrik Somer.
1562. Cornelis Willemsz.
1566. Willem Pauluflen. 15Ö7. Jan Gerrit Jan Lambertfe,, 1572. Albert Dirk Marcus. 1572. Symon Dirksz.
1573. WefTel Jacobsz.
1574. Symon Jansz. Houtkoper*
1575. Beyer Gerritsz.
1578. Geurt Dirksz. 1578. Evert Claasz. Huift»
1579. Otto Vogel.
1585. Cornelis Heimes.
1586. Pelgrom van Dronkelaeï,
1588. Willem Meynaarts.
1589. Dirk Thymans.
1592. Wybrant Adriaansz. 1596. Hendrik Hendriksz. 1613. Paulus Claasz. 16174 Hendrik Tholings. 1618. Willem Hendriksz. 1621. Roelof de Vry. 1625. Willem Wyntjes. 1627* Tymen Jacobsz. Hinloopen*
1628. Jan van Baasdorp.
1632. Philip Laurens.
1634. Gysbert Michielsz. Hoppe&ck»
1638. Dirk Aertfe Koek.
1639. Jan Michielsz. Blaauw.
1640. Jan Jansz. Koekebakken
1644. Floris Ysbrantsz. Kieft» 1653. Jacob Vlack. 1655. Willem Pauw.
16s5. Anthony Gömmefs,
I658. Adriaan Boelens.
1662. Arnoud de Raad.
1671. Ifaak Jan Nys.
1674. Jeremias van der Meer,
1681. Pieter van Wickevoort»
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1758.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
KRANKZINNIGEN.HUIS.
Eer nog het tegenwoordig Krankzinni- Opreg-
gen-Huis opgeregt ware,werden, ver ting van moed ik, de Krankzinnigen geplaatft,in dejl" Gaft- of Pefthuizen , alwaar afzonderlyke ZInot- " Dolhuisjes fchynen gemaakt geweeft te zyn. gen- En zulk een Dolhuisje zal 't zyn geweeft, al- Hbw» waar, gelyk wy reeds op eene andere plaats gemeld hebben (s), in 't jaar 1549, zekere krankzinnige Vrouw uit de Doopsgezinden opgeilopten werdt. Doch in 't begin des jaars 1561, boodt Henrik Pauluszoon Boelens, een aanzienlyk burger, en, gelyk ik hem, in zekere aantekening, genoemd vinde , Heer van der Does, den Raade drie duizend guldens aan , mids daarvoor een Dülhuys wierdt opgeregt (?). Volgens eene oude overlevering, in 't nageflagt van den Stig- ter, zou zyne zwangere Huisvrouw, Stynè of Chriflina Boelens, door eene krankzinnige vrouw, die, woedende, de trappen afkwam, aangevallen en by de keel gegreepen wor- dende, vol fchriks, eene gelofte gedaan heb- ben, datzy, of haar man, indien zy eene gezonde vrugt ter weereld bragt, den Raad om een plek gronds verzoeken, en daarop een Krankzinnigen-Huis ftigten zou: zy zou vervolgens, inderdaad, van een welgefchaa- pen kind bevallen zyn, en haare gelofte vol- bragt hebben. Doch wat hier van zy; 't is zeker, dat men, in 't volgende jaar, met het ftigten van een Krankzinnigen-Huis, be- gonnen is, en dat Henrik Pauluszoon, of liever zyne Huisvrouw, alzohy, injulydes jaars 1562, reeds overleeden was (u), daar- over 't voornaamfte bewind gehad heeft. Immers, ik heb, ten huize van Henrik Wyn- koop, Koopman hief ter Stede,die uit eene Vrouwe van het geflagt der Boelens gefproo- ten is, eene eigenhandige rekening derStig- te»
(j) II. Deel, VI. Boei, il. 258.
(t) Refol. Vroedfch. H. i. 9 Jun. is6i.
K S7h
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*682» Jaques Thierry.
l<583. Anthony Reepmaker. l$9o. Jan Everwyn Glimmer. ^92. Jeffe van Bunfchooten. *7*2. Jan van Kerchem. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||
|
3o8
|
|||||||||||||||||||||
|
Kraï"5
ZIN'nI'
GEK' Bi«*-
|
|||||||||||||||||||||
|
Krank- tereffe gezien, waarin zy, dagelyks, hadt
ziNNi- aangetekend, wat zy, aan bouwftoffen en |
huizen van de zieken en ftervende genooten
(a). In 't Verzoekfchrift, ten deezen einde ingeleverd, noemen de Regenten zig Re- genten van bet Gaflhuys der Krankfinnige men- fcben binnen dezer Stede. In 't jaar 1591, ftondt de Vroedfchap het trekken eenerLo- terye toe, ten behoeve van het Krankzinni- gen - Huis, 't welk, in het volgende jaar, volbragt werdt (b). Het trekken deezerLo- terye gefchiedde, op het Rusland, op een opgeregt tooneel, ten overftaan van eenigen uit denRaade; en duurde, nagt en dag, zon- der ophouden, tot dat de Lotery uitgetrok- ken was. De inleg was zes Huivers, en de hoogfte prys een zilveren kop van zeftig lood , en vyf honderd guldens daarboven in geld (f). De winft, die van de Loterye kwam, werdt aangelegd tot verbeteringe van het gebouw, waaraan, in 't jaar 1615, het zuidelyk gedeelte, federt het nieuwe Dolhuis genaamd, getimmerd werdt. In 't jaar 1637, zyn aan het Huis, van agteren, nog dertien Huisjes gefügt, om eene vierkante plaats, die eenen uitgang heeft in eene fteeg, wel- ke in de Spinhuis-dwarsfteeg uitkomt. Voorts, zyn verfcheiden' vertrekken van het Huis, in deeze eeuwe, van tyd tot tyd, -merkelyk verbeterd. In't jaar 1703, zyn, onder_ an- deren , zes vertrekken voor Krankzinnigen getimmerd, boven de kleine galery, om de laatftgemelde agterplaats; waarby, in laatef tyd , nog twee vertrekken gevoegd zyn- Ook is de galery voor de wooning der Be- dienden, in't jaar 1764, geheel vernieuwd. Het Krankzinnigen-Huis, tot welks byzondere befchryving wy nu over- gaan , ftaat, aan de weftzyde van den Klo- veniersburgwal , tuffchen het Slagthuis der Ooftindifche Compagnie en de Spinhuis- fteeg, op een gedeelte van den grond van het S. Urfulen - Kloofter, op welks overige gedeelte, het Spinhuis gefügt is. De in- gang van vooren is eene fierlyke fteenen Poort, boven welke, het Stads wape" 5 en onder het zelve, de wapens van den Stigter» Henrik Pauluszoon Boelens, en deszelfsHuis- \ rouwe, Chriflina Boelens, uitgehouwen zyn. Laager leeft men: Dit Godtshuys is geflieht, uyt liefde milt
van aert,
En toomt de Dolbeyd, die zich zelfs nócb niemant fpaert.
1562.
Het zuidelykfte gedeelte van 't gebouw ,
welk, in 't jaar 1615, getimmerd wer<*t»P'3^
ook
(o.) Handv. bh 274. ,
(b) Refol. Vtoedfch. N. 6. 9 jipriltS»u h' 7' n^tti'
ïjQX. Keutb. il, f. 21, (cj Vit de Kaarre der Loteiye, s«*"'1^ 1S9U |
||||||||||||||||||||
|
GEN
Huis.
|
arbeidsloonen, uitgegeven hadt; 't welk, met
|
||||||||||||||||||||
|
eikanderen, over de vyfduizend guldens be-
liep: doch zy rekende, dat het gene 'er, boven de uitgeloofde drie duizend guldens, verfchooten was, door de Stad, behoorde ver- goed te worden; gelyk, naar alle waarfchyn- lykheid, ook zal géfchiedzyn. Uit de zelfde rekening, blykt ook, dat het, tot in't jaar 1568 en 1569, aangeloopen heeft, eër't Huis, van binnen , geheellyk , voltimmerd was. Doch in 't jaar 1562, was reeds, by de Vroed- fchap, beflooten, in dit Huis, inteneemen, voor eerft, Poorters; ten ander en,ïrwoon&rs, die geene Poorters waren, en eindelyk, ook vreemdelingen, die, hier ter Stede arbeiden- de, met krankzinnigheid, bezogt werden: mids aan de eerften den voorrang geevende voor de tweeden, en aan de tweeden voor de derden (v). Ook zyn 'er, fomtyds, per- foonen ingenomen, op uitdrukkelyken laft van Burgemeefteren (w). Een der eerften, die hier geplaatft werden, was Meefter El- bert Huik, Priefter en inboorling van Am- fterdam, van wien verhaald wordt,dat hy; ten tyde der Hervorminge, vinnig gewoed hebbende tegen de Lutherfchen en andere zogenaamde ketters; veelen van welken, en daar onder ook Jan Arendszoon, die, nader- hand, hier ter Stede, leerde, hy, uit Alk- maar en uit Leiden, de wyk hadt doen nee- men ; naderhand, met krankzinnigheid be- zogt , en in 't nieuwe Dolhuis gezet werdt (x). Hy kwam 'er in, op den twintigften Oótober des jaars 1567, enoverleedt'er,op den derden May des. jaars 1597; waarna hy, in de Oude Kerke, begraaven werdt (y). In 't jaar 1565, werden den Regenten van het Dol- huis twee beden 's jaars by de huizen toege- ftaan (z). En uit deeze beden, die nog plaats hebben, wordt het Huis gedeeltelyk onder- houden. Van de dagen, op welken zy itaan te gefchieden, wordt, des Zondags te vooren, in alle Kerken, kennis gegeven. De vafte inkomften van het Godshuis beliepen, in 't jaar 1570, niet meer dan vyftien guldens drie Huivers en vyf penningen, waar te gen wel zes honderd en vyftig guldens in 't jaar, alleen aan eetbaare waaren, werden uitge- geven , behalve dat aan 't Huis ook veel te herftellen viel van 't gene de Lyders ver- nielden. De Raad vondt, derhalve, op ver- zoek der Regenten, geraaden, toe te ftaan, dat het Huis, van de lyders of derzelver vrien- den, zou mogen genieten, 't gene de Gaffc- t» Refol. Vroedfch. N. I. ij July Ij6z. Handv. bl,zy+.
(w) Groot-Memor. N. VII. . 9J.
(x) Memor.van L. J. REA&L by BRANDT, I. Dcel,bl. 316,
(y) Vit Aantek. in 't Krankzinnigen-Huis.
{*.) Refol. Vioedfch. N. z. s Ntiv, Ijtfj. , s verft.
|
|||||||||||||||||||||
|
IV, Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||
|
3°9
|
|||||||||||||||||||
|
ook eene Poort te hebben, die, federt, toe- drank wordt aangereikt. De buitenfte wordt Kränk
|
|||||||||||||||||||
|
gemetfeld is. Boven dezelve, is het voeden
der krankzinnigen, in eenige Dolhuisjes met traliën, in een fteen, uitgehouwen: waar- onder men deeze regels leeft, welken, in 't gemeen, aan Vondel toegefchreeven worden: Die met krankzinnigheydt zyn begaeft
Die worden bier gefpyfi en gekeft. |
by nagt geflooten; en ook by dage, wan- zjnnï-
neer de lyders te veel gewelds maaken. In £J£ zeer koud weder, legt men, tuflchen deeze twee deuren, heet gemaakte fteenen, waar- van de lyders nog eenige warmte hebben. Het Huis geeft hun, zo hunne vrienden hun niet van kleeding voorzien, een rooden duf- felfen hansop, gelyk men 't noemt, zynde een kleed, waarvan het wambuis, de broek en de kouffen aan eikanderen vaft zyn. Bo- ven de ooftzyde der groote galerye, zyn, van ouds, drie vertrekken geweeft, in welker plaats, voor omtrent twintig jaaren, vier an- deren getimmerd zyn : waarby , onlangs, een vyfde gevoegd is. In deeze vertrekken, worden lyders geplaatft , die , in 't Huis befteed zynde, niet, dan met byzonder ver- lof der Regenten , mogen gezien worden. Boven de kleine galery, uit dertien Huisjes beftaande, zyn nog agt vertrekken; doch hier worden, zo wel boven als beneden, de zwaarfte lyders gezet. Dus zyn 'er in alles thans drie en vyftig huisjes en bovenver- trekken voor krankzinnigen: eenigen van welken egter,nu en dan, tot ander gebruik dienen. Ten einde van de noordzyde der groote
galerye, ftaan de ftigting en vergrootingen van 't gebouw, met gulden letters, in zwar- ten toetsfteen, in deezer voege, aangetekend: Godt fy Lof prys ende eer!
Anno 1562. Is defe plaets, tot Behoef van de
kranckfinnighen, Godt ende den armen toeghe-eygent van de Ed. Henrick Pau- welf. Boelenfen, die welche eerfie Fon- datuer was van defen Huyfe ende de ■ Stichter van XI. Dolhuyskens. Anno 1591. Is tot handhavinghevanfooGodts-
vruchtighe ende pryfelicke inftellinghe , een publycke Loterye opghereght, waer door 't [elfde grootelicks verrykt is, en- de toeghenomen heeft. Onder Regenten
Hendrik Verwek.
Claas Jacobz. en
Hendrik Buyck. Anno 1615. Is 't getal van de Dolhuyskens tot
XXXI. toe vermeerdert, de inooninghen met de Galderyen herbout, ende met blauwe fteen verheerlykt , ende alles ten aanfien van fraeyheyt ende timme- ragie merckelicken verbetert, als Re- genten van defen huyfe waeren: Rr Jan
|
||||||||||||||||||
|
deï Re-
|
In 't Poortaal, binnen de Poort, is, zuid-
|
||||||||||||||||||
|
- waar ds, de opgang naar de Regenten-Kamer,
tejw en en noordwaards, de ingang naar de Kamer telfci). der Regenteflln, die beide, op den Hove- niers-burgwal , uitzien. In de eerfte, een net, vierkant vertrek, met een fraaijen fchoor- fteenmantel, hangt een fierlyk Wapenbord van de Regenten. Boven den ingang der tweede, ftaan de Wapens der tegenwoordi- " ge Regenteffen, Anna Jacoba van He- mer t, Weduwe van Mr. Gerard Kuyften van Hoefen, Schepen en Raad deezer Stad, Maria de Flines , Weduwe van Jan de Clercq , en Sara Amsincq_, Huis- vrouw van David Jacob van Eys. De fchoor- fteenmantel in 't vertrek is, met de gefnee- den wapens eeniger voorgaande Regentes- fen, verfierd. Ook hangt hier een Wapen- bord der Regenteffen ; een gefchilderd af- beeldfel van den Stigter , Henrik Paulus- zoon Boelens, en een groot ftuk, het trek- ken der Loterye van 't jaar 1592, op een hoog tooneel, by avond en toortslicht, ver- beeldende. Uit het Poortaal, komt men, in de groote galery, die rondsom eene lang- werpig vierkante open Plaats loopt, welke, door een zomerhuis, dat de geheele breedte beflaat, in een' Bloemtuin en een Bleekveld verdeeld is. In 't midden van den Bloemtuin, ftaat het beeld der Razernye, met de han- den in 't hair, op een vierkant voetftuk, voor Welks vier zyden, vier manskoppen ftaan, uit welker gelaat, ook verfchillende foorten van Krankzinnigheid te leezenzyn. Langs de noord- en een klein gedeelte van de weflzyde der galerye, ftaan de wooningen van den Binnenvader en Binnenmoeder, de kooken, een wafchhuis, en een vertrek, daar't brood voor t huis gekneed en bereid wordt, waar- na men 't, buiten 't Huis, laat bakken. Langs de welt-,zuid- en ooftzyde der galerye,zvn zeven en twintig Dolhuisjes gemetfeld, die elk met eene krebbe en heimelyk gemak Voorzien zyn Zy fcheppen licht en lugt «oor een rond gat boven den ingang, en gor een tweede, in het fchuin dak der ga- ren Elk hmSje IS' met twee zwaare deu- " » geilooten, en m de binnenfte, is eene |
|||||||||||||||||||
|
P
|
II.
|
in§ > waardoor den lyderen de fpyze en
|
|||||||||||||||||
|
STUK. F
|
|||||||||||||||||||
|
III. Deel,
|
||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||
|
310
|
||||||||||||||||
|
beft bier toe, behalve nog eene maaltyd van KrasK
wafelen, en oliekoeken, in 't midden der vas-z^1 ten. Ook krygen de lyders, om de drie maan-^J^ den, elk een driegroots zoete koek. De ge- woonlyke fchaforde is, 's Zondags 's middags, gort, en 's Zomers, gerookt, en 's Winters, ge- fprengd vleefch toe. 's Avonds, fchaft men bierenbrood, 's Maandags, wordt 'er, 's mid- dags , groene er weten met lang nat, en vleefch toe, èn 's avonds, karnemelk met gepelde garft opgedifcht. 's Dingsdags en 'sWocnsdags, wordt 'er, 's middags,groente, fruit, en 't gene de tyd verders geeft, en worft of fpek toe gefchaft: byzonderlyk, ook vifch, panne- koeken , en, in den ilagttyd, twee maaien, gort- eri bloedbeulingen. 's Dingsdags 's a- vonds fchaft men zoetemelk met gort, en 's Woensdags 's avonds, bierenbrood, 's Don- derdags, 's middags, wordt 'er graauwe er- weten , en vleefch toe, en 's avonds zoetemelk met gort opgedifcht. 's Vrydags 's middags, fchaft men, 's Zomers, vleefchnat van kalfs- ea lamsvleefch, en 'sWinters, gefprengd vleefch met appelen, 's Avonds, wordt 'er karnemelk met gort gegeten. 'sSaturdags, wordt 'er,'s middags, beurtelings, witteboonen, en een boterham toe, of ftokvifch, en 's avonds ryftenbry gefchaft. By de AvOndmaaltyden, worden twee fneeden brood, een met boter, en een met kaas voor elk gegeven. De lyders ontbyten niet: doch de middagmaaltyd wordt, ten tien uuren 's morgens, gehouden. De ver- trekken of huisjes der lyderen worden, ftip- telyk, alle weeken, fchcon gemaakt. De mans worden, om 't vierdendeel jaars, gefchooren, wanneer hun en den vrouwen ook de nagels aan handen en voeten gekort worden. Op den vierden Maart des jaars 1734-3
heeft het Krankzinnigen - Huis ook. Ok- troi van 's Lands Staaten verworven, om alleen erfgenaam te zyn van zulken, die, in het zelve, onderhouden, en, zonder kin- deren , of verdere af komelingen na te laa- ten, overleeden waren, mids zulks bepaald bleeve tot zulken, die, op koften van het Huis, onderhouden waren gewe
eft(/).Men
ontvangt, in het Krankzinnigen-Huis, ook
zulken, die, door andere Godshuizen, on- derhouden geweeft zyn; doch zulks gefchiedt niet, dan na dat men, wegens het onder- houd derzelven, met de Regenten , over- eengekomen is (g). De Nederdiiitfche Ge- reformeerde Diaconie betaalt , tot onder- houd der lyderen, die zy, in 't Kranke"- nigen - Huis en in 't Pefthuis, heftest, vol- gens eene overeenkomft van den jfiare I^* zo veel als dezel ven, jaarlyks, van haar plag- en Handv. H. *74. , c_ fu!y (£) Refbl; van Regeer, en Oud-Eurge111- Lt' *" »° 7 J ■ 37 + J. . IZ2 vcrfti. |
||||||||||||||||
|
Jan Hendrickz Soop.
pleter symonsz van dek,
Schellingen. ende
Symon Jansz Fortuyn.
Danckt ende denckt.
Zuidwaards van dit opfchrift, boven den in-
gang naar de weftzyde der groote galerye , ftaan de wapens der tegenwoordige Regen- ten, Jacob Willem de Famars, A- braham Hartman, Jan van Me'- keren en Jan Wybrant Fleon, on- der welker opzigt, deeze galery geheellyk vernieuwd is. En boven den ingang naar de ooftzyde dier galerye, leeft men deeze regels van Vondel (£): Tree zagt, en wandelt onbefchroomt,
Hier wordt de Razerny getoomt. In 't begin van Juny des jaars 1765, wa-
ren 'er, in alles, een en dertig krankzinnigen in dit Godshuis. De beftiering van het Krankzinnigen-Huis
ftaat, tegenwoordig, aan vier Regenten en drie R.EGENTESSENOfBuiTENMOE-
D e R s. De Regenten hebben eenen Boek-
houder ten hunnen dienfte. De Bedienden van 't Huis zyn een Binnenvader en Binnenmoeder, een' Naai fier, twee knegts en twee dienft- maagden. De Regenten vergaderen, eens ter weeke, des Woensdags na den middag, ten vyf uuren. De RegenteiTen komen, ge- woonlyk, des Donderdags, na den middag, byeen; doch niet ftiptelyk alle weeken. De inkomften van het Krankzinnigen-Huis
zyn, federt de eerfte opregting, merkelyk toegenomen, en bellaan thans, voornaam- lyk, in de huuren van eenige Huizen, en in de Renten van eenige Lands-Obligatien. Ook behoudt het Huis nog, federt het jaar 1565, de twee jaarlykfche Beden, die, in de eerfte week na S. Jan in den zomer, en in de eerfte week na nieuw Jaar, des Dings- dags, aan de oude, en des Woendags, aan de nieuwe zyde, met de fchaal, worden op- gehaald. De luiden, die dit Liefdewerk ver- rigten, worden door de Regenten verkooren. In 't jaar 1582 , heeft Magteld Schaap
eene rente van zeven guldens tien ftuivers 's jaars aan het Dolhuis gemaakt, tot drie jaarlykfche maaltyden, voor de Krankzinni- gen (e). Doch tegenwoordig worden 'er, jaar- lyks, vyf buitengewoone maaltyden aan de lyders gegeven, beftaande uit fchaapenbou- ten, met een ftuivers broodje voor elk, en (d) Poëzy II. Deel, hl. 308.
(e) DAÏPER il. 437.
|
||||||||||||||||
|
Krank-
zinni- GEN-
Huis.
|
||||||||||||||||
|
Beftie-
ring. |
||||||||||||||||
|
Inkom-
ften.
|
||||||||||||||||
|
Buiten-
gewoone maalty- den. Gewoon-
lyke
fchafor-
|
||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 31 r
|
||||||||||||||||||||||
|
ten te trekken; 't welk, watlaater, op den
vallen prys van een gulden tien fbivers in de veertien dagen, gefield is (h). Zie hier eene Naamlyft der Regenten
van dit Godshuis. 1574. Gerrit Jansz. Delft.
1574. Hannen Hendriksz.
1578. Jan Hendriksz. Stock.
1578. Claas Jacobsz.
1578. Arent Brouwer.
1578. Cornelis Jansz, Kies.
1578. Hendrik Buyk.
1578. Reinier van Heemskerk.
1578. Gerrit Wolfertsz.
1611. Symon Jansz. Fortuyn.
1611. Jan Hendriksz. Soop.
161 r. Pieter van der Schelling.
1617. Pieter Elias.
1619. Rombout Jacobsz.
1625. Pieter Jansz. Blauwehaan.
1638. Reyer Pietersz. Elias.
1640. Seger Uytenbogaart.
1653. Hendrik Reaal Reiniersz.
3654. Jacob Rotgans.
1663. Pieter Cloeck.
1664. Pieter van der Graft.
1664. Salomon Sweers. 1670. Nanning Cloeck. 1672. Ifaak van Buuren. 1672. Volkquin Monma. 1674. Willem van Erpecum. 1679. Jan Everwyn Glimmer.
1680. Mr. Jan Co'lyn Thovion.
168r. Jan van Duinen. 3686. Joris de Waart.
1689. Lucas Trip.
1690. Abraham de Riemer.
1694. M'. Jacobus Trip. 1698. Gabriel Eyghels. 1700. Samuel Weymer. 1706. Dirk van der Meer.
1707. M'. Jan Ryfer.
1712. Leonard van Hoefen.
1713. Jacob Kick.
I7I5- Gerrit van Ruller. 1719- Mr. Hendrik Amelis de Dieu.
*7i9. Mr. Dirk van.de Perre. 1724- Jooft Wefterveen. 1728. Pieter van Spvkershof. 1736. Hendrik Reinier Brouerius vanNi- dek. 1742. Jacob Willem de Famars.
1743. Nicolaas Wiltens.
1745. Abraham Hartman. 1748. Jan Middelman. 1748. Balthafar Nolthenius. 1756. Jan van Mékeren. Ï756. Jan Wybrant Fleon. Wrfo ^efo1' als v"nn *» ?*»«»?, U Jul] 1748./. 138
J > '19 verft. |
||||||||||||||||||||||
|
LEPROOZEN-HUIS.
JTet Leproozen-Huis , een van de
__LJL oudfte Gefügten der Stad, flaat tus- fchen de S. Antonis-Breêftraat en Houtgraft, aan een Plein, tegen over de Synagoge der Portugeefche Jooden. By zyne eerfle opregting, in of omtrent
den jaare 1402; welke tyd ons gebleeken is, uit eenen Schepenen-brief van den vyftien- den Maart des gemelden jaars, waarin,men leeft, dat het, toen, geor dineert endeghematct was, droeg het den naam van S Nicolaas- en 5. Antonis - Gafihuis. In eenen Giftbrief van Hertoge Willem van Beijeren van den jaare 1415, waarvan, terftond, nader, heet het het Hospitaal van onfc Vrouwe en Synte Nycö- laas. Het ftondt, ten dien tyde, gelyk wy, elders (i), reeds hebben aangemerkt, en nog lang daarna, buiten de Stad, aan den binnen- kant van denZeedyk, naar denAmftel toe. Het hadt ook eeüe Kapel, van welke, in Schepe- nen-Brieven vandejaaren 1417,1422,1423 , 1424,1425,1426,1427,1428 en'anderen, uitdrukkelyk, gewaagd wordt. En'twasdee- ze Kapel, die, op den zes en twintigflen Au- guftus des jaars 1566, aan de Gereformeer- den , onder den naam van der zieken Kerk, by liegt weder, werdt afgeftaan (£). Het Pluis fchynt eerll, omtrent eene eeuw lang, ge- fchikt geweeft te zyn, tot een Gaft- en Pro- veniers - huis. Doch voor den jaare 1500, werden de Leproozen, uit het S. Joris- of S. Juriaans-Gafthuis, in het zelve, overgebragt (/). Op 't S. Joris-Hof, beruft een Teftament van Katharyn Foppens Dogter van den zesden May des jaars 149 r, waarin zes Ryns gul- dens eens, aan het Leproozen-Huis, buiten de S. Antonis-Poort by Amfterdam [Domui Leproforum extra portam Sanfii Anthonii, pro- pe Amfierdamutri] gemaakt worden. Gevol- gelyk, moeten de Leproozen toen reeds in het zelve geplaatft geweeft zyn. Van toen af, kreeg het den naam van Leproozen - huis, dien ik ook vermeld vind, in eenen Sche- penen-Brief van den jaare 1504; waar by een ftuk Lands opgedraagen wordt aan de arme miferabele Leprofen , tot Sinte Anthony. De Leprofye, of Lazarye, gelyk deeze
kwaal ook genoemd werdt, naar Lazarus, die, in de gelykenis van den ryken man, voorkomt, als vol zweeren, en dien men in laater' tyd, met Lazarus , den Broeder van Maria en Martha, verward, en tot een' Hei- lig gemaakt heeft, wordt, van fommi^en |
||||||||||||||||||||||
|
Hij
|
||||||||||||||||||||||
|
Eefchry-
ving van het Leproo- zen- Huis. Oudheid.
|
||||||||||||||||||||||
|
*«&.
|
||||||||||||||||||||||
|
Ouder
Leproo- zen-Huis alhier. |
||||||||||||||||||||||
|
met
|
||||||||||||||||||||||
|
(i) I. Deel, I. Boek, hl. 19.
(k.) Zie II. Deel, VII. Boek^, il. Zo+.
(I) Anonym, at calt. ïONTANI p. 5,
Rr 2
|
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||
|
III. Deel,
|
||||||||||||||||||||
|
12
|
||||||||||||||||||||
|
dyk, en was, met eenen hoogen muur en tn?*001
graft, die met den Amflel gemeen lag,om- f. vangen. De Kapel flondt , gelyk uit de. Kaart van CornelisAnto niszoon te , zien is, digt tegen den dyk; doch werdt, in 't jaar 1609, nevens denringmuur, afgebro- ken, en de plaats bezet met agt burgerwoonin- gen onder vier Vlaamfche gevels, die nog in wezen; doch, in 't jaar 1755, herbouwd zyn. De tuin van 't Huis, naar den Amflel, werdt, vervolgens, ook tot ander gebruik gefchikt. De tegenwoordige Voorpoort fchynt ook, in 't jaar 1Ó09, gemaakt te zyn. Boven de- zelv.e, ziet men twee Leproozen, een' man en eene vrouw, konfliglyk, in fleen uitge- houwen. Pas binnen den ingang, ten noor- den , heeft de Poortier zyne wooning.'Voorts, gii)"^ komt men, op eene ruime Binnenplaats, met plaa boomen bezet. De meefle wooningen der Provenieren hebben haare ingangen, langs deeze Binnenplaats. De zuidelyke vleugel van 't gebouw rondsom deeze Plaats is, in 't jaar 1735, van nieuws, opgehaald: waaraan, volgens twee opfchriften in den zelven, Ar- noud NoëlenPieter Arnold Bert, Neeven van twee dienende Regenten, de eerfle fleenen gelegd hebben. De weflelyke vleugel is, in 't jaar 1764, en de ooflelyke, in't jaar 1765, veel verbeterd. In 't zuidweflen, is de op; R^c gang naar de Kamer der Regenten, een fraai te^j, en ruim vierkant vertrek, verfierd met ze- ven Schilderflukken, waarin eenige oude en laatere Regenten, naar 't leeven, zyn afge* beeld. Onder dezelven, munt uit een fluk van Ferdinand Bol Wyders, zyn 'er twee ftukken van Jrnoldus Boonen, in de jaaren 1714 en 1729 gedaan (q), en twee van Quinl' hard en van der Myn. Het nieuwfle, welk voor den fchoorfleenmantel flaat, is, doot Tibout Regters, in 't jaar 17 ór, gefchilderd» en vertoont de Regenten Frans van Kerche^t Matthys Oofler , Willem Hendrik Noltheni'f en Johannes Luycx. Plet zolderfluk van ol£ vertrek is, konfliglyk, door den vermaarde" Gerard de Lairejfe, befchilderd, metdezorg voor de Leproozen en Onnozelen. Men ziet 'er ook een' S. Antoni,die, op meer plaaC" fen, in 't huis afgebeeld is. In een Poortaa voor de Regenten-Kamer, hangen ook twee oude afbeeldfels van Regenten. *n <~er Spreekvertrek by dezelve, nog een. _ n hangt, in 't Poortaal, de gefchiedenis: va Naäman den Syrier, konfliglyk, door Fer&' nand Bol, gefchilderd. En in-'t SpreekvertreK, eene fraaije fchildery, in 't jaar i^33 J£ |
||||||||||||||||||||
|
Leproo- niet zonder grond, aangemerkt , als eene
zen- vrugt der Kruisvaarten naar het Heilige HuIS* Land (tri). Immers, zy is, na den ongeiuk- kigen uitflag deezer bygeloovige togten, in de twaalfde, dertiende en veertiende eeu- we, hier te Lande, eerfl gemeen geworden. De kwaal, die nu, miflchien, in deeze ge- weften, in 't geheel niet, of weinig meer gevonden wordt, was zo befmettelyk en af- fchuwelyk, dat -de Huizen, in welken de lyders geplaatfl en genezen werden, byna o- veral, buiten de Steden, werden opgeregt. Het eerfle Leproozen-huis, welk hier, nog voor het einde der veertiende eeuwe, ge- fügt werdt, flondt buiten der Poorten van Am- ficbedamme, ter plaatfe, daar na het Kiflen- maakers-Pand is («). En toen, omtrent eene eeuw laater, de zieken, van daar, in het te- genwoordige Leproozen-huis, werden over- gebragt; flondt het zelve nog veel verder buiten de Stad, fchoon de ziekte, toen reeds, veel zeldzaamer geworden was , en veel van haare natuur en befmettelykheid ver- koren hadt. Men was 'er egter, in 't jaar 1532, nog zo afkeerig van, dat, by eene Keure van den vyf en twintigflen Jnly des gemelden jaars, bevolen werdt, dat geene Leproozen in de Stad zouden hebben te ver- nagten, of met de klep te gaan bidden; maar zig, buiten dezelve, ten huyfe van de Lepro- fen, onthouden (0). Doch toen, na 't jaar 1593 ■> de Stad zo verre werdt uitgelegd, dat het Leproozen-huis binnen de wallen ge- trokken werdt, en de Leproosvaders ver- klaarden , geen vermogen te hebben, om het Leproozen - huis te verplaatfen, gelyk hun, van Stads wege, gevergd was, maakte men geene zwaarigheid, om het te laaten flaan, daar het flondt (p), en daar het, tot heden toe, gebleeven is. Het Huis dient, tegen- woordig , zeldzaam, tot het einde, waartoe het, na dat de Leproozen, uit het S. Joris- Gafthuis, in het zelve waren overgebragt, gefchikt werdt. Het ftrekt nu, behalve tot een Proveniers-Huis, ook tot een Gafthuis voor fimpelen of onnozelen, en is, na zyne eerfle opregting, dikwils, vertimmerd. In 't jaar 1609, werdt 'er een geheel nieuw gebouw aangevoegd. In 't jaar 164.0, zyn 'er verfcheiden' vertrekken by gebouwd , en, nog in deeze eeuwe, en onlangs, is het Huis, in verfcheiden' opzigten, zeer veel verbeterd. Befchiy- Het Leproozen - Pluis flondt, voor dee- ving van zen, tiuTchen de Stad en de buurt Oetenwaal, |
||||||||||||||||||||
|
woordje binnenwaards tegen den S. Antonis- of Zee- daan, verbeeldende het optrekken üeT^"
den en der Leproozen, op Koppe«naan £
|
||||||||||||||||||||
|
L
|
||||||||||||||||||||
|
ZEN- France Tum. IV. p. 61, 62.
Huis. (>) zu \. Deci, i. s«e^, hl. i9.
(o) Keurb. D. . 181 -verfo.
(f) Rcfol. Vioedfch. N. $. 21 lApril Ifsf, . It« verf».
|
||||||||||||||||||||
|
Deel, bl.iot,}*'
|
||||||||||||||||||||
|
(q) Van Gooi. Nieuwe Schouwb. !
II. Deel, il. Iji. |
||||||||||||||||||||
|
HUT L E JP & O O Z & jsr -
94p?fj c/c J^irvn^nnZiats te/ ^^^J ..
|
|||||
|
H UI S ,
|
|||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 313
|
||||||||||||||||||
|
welken'er tien haar uitzigt hebben op de Leproo.
flraat. Aan eenige Proveniers, die, tegen-z- woordig, zes in getal zyn, is toegeftaan,Hurs' elk eene Dienflmaagd te mogen houden; mids zy, daar voor, afzonderlyk, betaalen. De maakyd der Provenieren begint, 's Orde
middags, ten half twaalf, en 's avonds, tenv°or de half agt uuren; tegen welken tyd, elk zig, op p.rove- 't luiden van't fchafklokje, in de eetzaal,meis* vervoegen moet. De maakyd duurt telkens een uur. Ten tien uuren, des avonds, wordt de Poort geflooten. En na dien tyd wordt 'er geen Provenier binnen gelaaten. Nie- mant mag eenige fpys of drank met zig naar zyne wooning neemen , veel min buitens huis brengen , of doen brengen , op ver- beurte van de tafel voor zes weeken ;en van vier Ducatons, daar en boven , of zwaar- der of ligter ftraffe , naar het goedvinden der Regenten. Dronkenfchap , vloeken , fchelden en diergelyk misdryf wordt ook, met korter of langer van de tafel te blyven, en met een, twee of drie Ducatons, zo iemant 'er eens, twee- of driemaalen toe vervalt, geboet. Geen Provenier mag iemant in zy- ne wooning laaten vernagten, zonder uit- drukkelyk verlof der Reganten (s). Het bewind van 't Leproozen-huis ftaatBeftïe«
aan vier Regenten en drie Regentes- rinS- SEN, die, even als die van andere Gods- huizen , door Burgemeefleren, worden aan- gefleld. De Regenten vergaderen , ge- gewoonlyk , alle weeken, des Woensdags na den middag. De RegentefTen komen ook, doorgaands, weekelyks , op Woensdag na den middag, byeen; wanneer ook, ten half vier uuren, door eenen Krankbezoeker, voor de Gereformeerde Proveniers, en voor zulke onnozelen, die, daartoe, eenigszins in flaat zyn, een rede over den Catechismus gedaan wordt: by welk onderwys, ook aan- hoorders van buiten 's huis worden toe- gelaaten. Men is, met deeze onderwyzingen, begonnen, op den zes en twintigflen Juny des jaars 1754, hebbende Vrouwe Petro- nella Cal koen, Weduwe van den Hee- re Jean de la Fontaine, en Regen- teffe van dit Godshuis, volgens haaren ui- terflen wil, vier duizend guldens aan de RegentefTen doen ter hand flellen, om, uit de "inkomften van dezelven, zeventig of tagtig guldens 's jaars, aan eenen Krankbe- zoeker , die deeze onderwyzingen doen, en de zieken in 't huis, geduuriglyk, bezoeken en aanfpreeken moet, toe te leggen; en het overige te befleeden, aan eene of twee jaar- lykfche maaltyden van warme gebraaden bou- ten |
||||||||||||||||||
|
en Dingsdag, voor het oude Stadhuis, met
fleeden, trommen, pypen, kranfen en ande- re fieraaden. De Leproozcn plagten, op die dagen, aalmoeffen op te haaien door de Stad, en werden, den eerflen dag, in 't Gaflhuis, en den tweeden, in 't Burger-Weeshuis,op het middagmaal, onthaald. Doch dit omgaan is, met het jaar 1604, opgehouden. Ook is Adriaan van Nieuwland, wiens naam op] het Huk, waarvan wy fpreeken, gefield is, vol- gens Hou BR aken (r) , reeds in 't jaar ióoi, overleeden: waaruit volgen zou, dat hy 't niet; immers niet in 't jaar 1633, ge- fchilderd heeft. Weflwaards, tegen 't ge- bouw , waarvan wy fpreeken , legt een nette tuin , langs welken de Eetzaal voor de Proveniers , de wooning voor den Bin- nenvader en Binnenmoeder der zelven, de Bakkery en de Kookens gebouwd zyn. In 't noordweilen , is de Kamer der Re- gentefTen. Zy heeft een aangenaam uit- zigt over den tuin. In dezelve, hangen twee ftukken, waar in eenige oude RegentefTen verbeeld zyn. De tuin heeft eenen kleinen uitgang, in de Lazarus-fleeg. In't zuidelyke gedeelte van 't gebouw , heeft men twee groote vertrekken, alwaar de fimpele maus- en vrouwsperfoonen, elke kunne afzonder- lyk, hun gewoonlyk verblyf hebben. Bo- ven deeze vertrekken, zyn Proveniers-Ka- mers , en hooger Koorenzalders. Agter de gemelde vertrekken , is eene Plaats, aan welke , het Verbandhuis uitkomt, waar, fomtyds, nog Leproozen genezen worden. Ook zyn hier nog eenige vertrekken voor onnozelen. De Lairejfe heeft eenige fraaije tekeningen gemaakt van het Leproozen-Huis en het gene 'er in verrigt wordt; welken ge- voegd zyn, in een keurlyk Wapenboek der Regenten , dat, in de Regenten - Kamer, bewaard wordt. Uit het Leproozen-huis, is, op den agtflen January des jaars 1698, be- graaven een iimpel vrouwsperfoon, Annet- je ViJJer, en , om dat zy een zeer klein hoofd hadt, in 't gemeen, Atmet je met het kleine hoofdje genaamd. Zy is agt en negen- tig jaaren oud geworden, en hadt altoos in den mond de woorden, God zayt, moet niet fieelen. . Tegenwoordig, [op den eerflen Juny des
jaars 1765] , zyn 'er een en twintig onnoze- len , in 't Leproozen - huis , zes mans- en vyftien vrouwsperfoonen. 't Getal der Pro- menieren beloopt veertig, tien mans-, en der- tig vrouwsperfoonen, en juifl zo veelewoo- ^ngen zyn 'er maar voor Proveniers ge- £hikt, te weeten, twaalf huizen, van wel- ppl 'er negen op de Plaats, en drie op het leu*uitzien, en agt en twintig kamers, van ^ *« Dl, il. +}.
|
||||||||||||||||||
|
Sit
|
||||||||||||||||||
|
C»o0r
|
||||||||||||||||||
|
(s) vit de Ordonnantie voor de Proveniers,
|
't Le-
|
|||||||||||||||||
|
proozen-Huis,
Rr 3
|
||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||
|
3'H
|
||||||||||||||||||||
|
Doch in 't jaar 1706, zyn Regenten noggelafl, L
|
||||||||||||||||||||
|
ten en Rotterdammer bier, voor de onno-
zeler!. De Regenten Hellen eenen Boekhouder aan,
die de inkomflen en uitgaaven van't Huis in 't Grootboek overbrengt. Voorts, zyn 'er een Binnenvader , eéne Binnenmoeder o- ver de Proveniers , eene Binnenmoeder over de onnozelen , een Poortier en agt dienftmaagden. De Regenten hebben ook, op een jaarlykfch Honorarium , een' Doc- tor en een' Chirurgyn van 't Huis aange- fteld. De Leproozen, die,oudtyds,inhet Huis,
werden ingenomen, moeden , ten minfte drie jaaren, binnen de vryheid van Amfter- dam, gewoond hebben, eer zy van Lazarye overvallen waren. Voorts, werden 'er, voor- maals, ook vreemde Leproozen geherbergd ; doch niet langer, dan een' of twee nagten. De Leproozen, die zig, binnens huis, in de egt begaven, werden ter deure uit gezet. In 't Huis, plagten ook zulken, die voorgaven, met Lazarye befmet te zyn, gefchouwd te worden, waarvoor zy een vierde van een' Engelfchen nobel betaalden, de helft, ten behoeve van het Huis, en de wederhelft, ten behoeve van den fchouwer (t). Doch federt het verminderen of verdwynen dee- zer ziekte, in den aanvang der voorgaan- de eeuwe, gefchiedt de fchouw op dezel- ve, in Holland, genoegzaam eeniglyk, in gevolge van een Graaflyk Privilegie, in of voor het jaar 1413 gegeven (u), in het Le- proozen-Huis buiten Haarlem; waar egter, volgens eene Ordonnantie van Stadhouder en Raaden over Holland, Zeeland en Fries- land van den dertienden Oótober des jaars 1586 (v), niemant gefchouwd mag worden, dan die, in Holland, Zeeland, of Weftfries- land, woonagtig is: waarvan zy bewys too- nen moeten van de Steden of Plaatfen, daar zy woonen. Burgemeefteren van Amfterdam verleenen , nog tegenwoordig , van tyd tot tyd, brieven van voorfchryving aan 't Leproo- zen-Huis by Haarlem , voor zulken hunner ingezetenen, die voorgeeven, met Leprozye befmet te zyn; met verzoek, dat dezelveif, op die kwaaie , gefchouwd, en met bewys van de bevindtenis voorzien mogen worden (w): waar na zy, vuil gefchouwd zynde, ge- meenlyk , hier en elders , met eene klep , waarop het wapen van Haarlem gebrand is, loopen bedelen. Sedert vcele jaaren worden zulken, die geagt worden met Lazarye befmet te zyn, niet meer in't Leproozen-Huis gehuis- veft; fchoon zy 'er nog wel genezen worden, (f) Handv. bl. 270.
(n) Zie Piivil. van Haarl. bl. «9. (v) zie Privil. van Haarl. bl. 550. («) Compoftboek . 1. Stads Miffiven-Eoeken N. XXIX. . 7« & paßim. |
||||||||||||||||||||
|
Lepeoo-
ZEN-
Huis.
Bedien- den. |
||||||||||||||||||||
|
een.kind, welk men oordeelde deeze kwaaie te z
|
||||||||||||||||||||
|
hebben, in te neemen, en te geneezen (#).
En Burgemeefteren hebben, laatftelyk, op den tweeden May des jaars i764,toegeftaan dat kinderen, die op de Stads Schooien gingen, en bevonden werden, met Leprofye," zo als men het thans noemt befmet te zyn, in het Leproozen-Huis, zouden genezen wor- den." Ondertuflchen , oordeelen de Re- genten , uit de befcheiden, met welken, zul- ke kinderen aan 't Leproozen - huis gebragt worden, of zy tot het zelve behooren. Wy- ders, heeft men 'er, doorgaands, onnozelen in geplaatft. Eindelyk , dient het Huis tot een Proveniershuis , gelyk het, reeds in de vyftiende eeuwe , geweeft is ( y ) ; en waartoe het ook, op den een en twintigften Ja- nuary des jaars 1697, door Burgemeefteren en Oud-Burgemecftcren, bevoegd is verklaard (2), zynde den Prys, tot welken, het Le- proózenhuis Proveniers mag inneemen , ten zelfden tyde, door haare Edele Groot-Agt- baarheden, geregeld naar den ouderdom der Provenieren. Volgens deeze fchikking, be- taak iemant van 45 jaaren 3859 guldens.
46 - - - 3776 - - -
47 ------- 3694 - - -
48 - - - 3611 - - -
49 ------- 3525 - - -
50 ------- 3446 - - -
51 ------- 3364 - - -
52 -------- 3o74 . . _
53 ------- 3184 - - -
54 ------- 3094 - - -
55 ------- 3°°4 " * "
56 ------- a9J4 " " -
57 - - - 2824 - - -
58 ------- 2734 - - -
59 ------- 2644 - . .
60 ------- 2554 - . .
61 - - - 2464 - - -
62 - - - 2374 - - -
63 - - - 2284 - - -
64 - - - 2194 - - _
65 ... 2104-..
66 - - - 2014 -..
67 - - - 1924 - . _
68 - - - 1834 - - -
69 ------- 1744 . . -
70 en daar boven 1654 - - -
De Proveniers genieten, hiervoor, boven
de inwooning, goede fpys en drank, vuur en licht. Ook worden zy bewaflehen, en> d°or (x) Groot-Memor. N. IX. f co. ,. r
(y) ZU een oud RÉnteboekjè, ber»ftende in >t L*v,.,*.»-
Huis en I. Deel, I. B»ek. bl. 103. . «.,*. (I) Refol. v«. dn Oud-Raad van »««««■ «» *' ?"**
I«.»7'
|
||||||||||||||||||||
|
Keuren,
omtrent de Le- proozen, |
||||||||||||||||||||
|
Schouw
der Le- proozen te Haar- lem. |
||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 315
den Doftor, Chirurgyn en Apotheker van 't ftal, tot eene afbreuk, te verkoopen, voor Leproo-
Huis, bediend, twee duizend zes honderd agt en twintig gul- zen- In 't jaar 1751, werdt wel, ten behoeve van dens, en het erf aan de Stad te laaten. De HüIS-
het S.Joris-Hof, byThefaurieren,goedgevon- oudfte bekende bezitting van het Leproozen- den, dat het Leproozen-Huis geene Proveniers Huis is de viflchery in de Waaien, milchen meer zou . inneemen. Doch de onderftand, de Stad en Ypefloot, die , door Hertosre Wil- dien het Huis toen van de Stad noodig hadt, lern van Beijereri, op den zeven en tvvinti«-- vvieszo zeer aan, dat men het, federt, we- ften September des jaars I4i5,aan hetzelve, derom heeft toegelaaten. De Regenten bren- voor vyf ponden 's jaars, in eeuwige erfpagt, gen de koftpenningen, of 't gene zy beleggen gefchonken was (i). Het regt tot deeze Vis- konnen, ter Thefaurie, die 'er hun den gewoon- fchery, welke zig, in't Y, van den Montel- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
baans-burgwal, of eigenlyk van de S. Antonis-
fluis tot aan de fluis by Jaap-Hannes, en |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
lyken Intreft van betaalt.
De inkomften van 't Leproozen - Huis be-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ijj£ ftaan, voornaamlyk, uit de voordeden,- die daar, tot op zeventig roeden van de laatftge-
"'de Proveniers aanbrengen, en daarenboven, melde fluis, Y-waards ( e ), of van de S. An- uit de intreden van eenige Lands Obligatien, en tonis-fluis, tot halfwege het Y, uitftrekt, wordt uit de huuren van eenige huizen en Landeryen. nog, van tyd tot tyd , door het Leproozen- Onder anderen, bezit het Fluis eenige Lande- Huis, verhuurd, doorgaands, van dertig tot ryen in de Outewaaler-Polder buiten de Mui- vyftig guldens en een zoode vifch 's jaars der-Poort, uit hoofde van welken, de oudfte mids de Regenten vryheid houden, om zcl- Regent van 't Huis, zynde thans Mat- ven, in dit water, te viflchen. Een gedeelte THYS O o ster, door Burgemeefteren, tot van het water, tot deeze Viflchery behoören- Heemraad van deeze Polder wordt verkooren de, en zig van Ooftenburg tot aan den Paar- (V). Het Leproozen-Huis heeft ook een ge- denhoek uitftrekkende, draagt , als het Le- deelte gebouwd van de huizen, die, omtrent proozen-Huis toekomende , federt lang, en het jaar 1672, in de nieuwe uitlegging der nog tegenwoordig, den naam van het Zie- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stad,in de tweede en derde Weteringsdwars- ken-water : welke naam ook wel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ftraat, en in de Noorderftraat , getimmerd gantfche vifTchery gegeven wordt. Op den
Werden.; waartoe het eene aanzienlyke fomme, agttienden Maart des jaars 1682, is ook tot vier ten honderd, hadt moeten opneemen. aan het Leproozen - Huis gefchonken de Doch deeze Intreft werdt, al in 't jaar 1681, helft van het voordeel, welk het Vrouwen- op drie en een half ten honderd verminderd Tugthuis of Spinhuis alleen plagt te trek- (6), en de hoofdfom is, federt, afgeloft. De ken , van de geooiiofde fpelen, en vreem- rmizen, die weinig voordeel gaven, zyn, ten digheden, die, binnen de Stad of derzelver getale van zeventig en ééne Loots, federt het Vryheid, vertoond worden (f). Doch de jaar 1754,allen verkogt. In't jaar 1579, nam collefte , die het Huis , na het Oude-zyds- liet Leproozen-Huis het Klooiler van S, Ma- Huiszitten - Huis, onder de Predikatie in de ria-Magdalena in Grimneffè, met alle deszelfs Oude-Kerke, plagt te hebben, is, federt het goederen,' naar zig, beloovende, daartegen, jaar 1604, opgehouden. agthonderd en vyftig guldens, jaarlyks, tot Wy voegen, ten befluite, hier by de naa-Naamlyft
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
onderhoud van den Pater en de Nonnen, te
|
men der Regenten van het Leproozen- der Rn"
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
G EM T£#.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zullen uitkeeren (c). Uit hoofde der Over-
eenkomfte, deswege gemaakt, bezit het Le- proozen-Huis,nog tegenwoordig, eenige hui- zen iri de Nes, en onder anderen, het be- kende Logement, & Stad Lions. Het Leproo- zen-Huis plagt ook in eigendom te bezitten de Oude Stads Herberg aan den Y-kant, die de Stad, in 't jaar 1666, aan het Huis hadt o- Vergegeven, tegen eenige huizen en Lande- ryen in Outewaal, welken , met de jongde Vergrooting, binnen de wallen getrokken wa- ren. Doch alzo de herberg, zeer bouwvallig geworden zynde, ten minfte zeftien duizend jpldèns van hertimmeren zou hebben moeten boften, befloot men, in 't jaar 1755, den op- f t] £ro°t-Memor. N. IX. . ici.
(c\ A foL Vroedfch. Lt. O. + Sefa. iets. f. 49.
|
Huis, zo ver dezelveri nog voor handen zyn: "
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1511. Jan Lamhertsz. Vyg.
1511. Cl'aas Hillebrantsz. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1511
1511 1512
1513
^513 |
Claas Bicker.
Frans Hendriksz. Ruys, in de Wil-
deman. Pieter Bouwes.
Michiel Jansz. in de Sterre.
Claas Garft.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1514. Jan Lambertsz. Goetdern.
1514. Claas Jacobsz. Paradys. i5*5- Jacob Van Colen. 1517. Gys Taamsz. 1519. Härmen Matthysz. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
W9-
ter Nie»-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(d) Handv. II. 173.
(e) Refol. der Gecomm. van Hoofd-Ingelanden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
].,=_ .Coord en Afftand van den ï<j. July 1570 in de By- wer Amftel van 23 .May 1671,
-"gen, ir. Ai Nt ueniw > ^ HandVj Ht z7+> |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D A M S III. Deel.
|
|||||||||||||||
|
i6 A M S T E R
|
|||||||||||||||
|
s.p15'
Hof-
|
|||||||||||||||
|
1676. Jacob Fredrik du Fay.
1686. Jacob van der Merft. 1686. Hendrik Hunthum. 1695. Mr. Pieter Nuyts.
1696. Philip van der Ghiefen.
1700. Carel Boelens. 1704. Dr. Chrifloffel Valentyn.
1709. Hendrik Viffer. 1711. Willem Pyl.
1712. Michiel du Fay.
1713. Hendrick de Wacker.
1713. Wolphert Hendrik Drinkveld.
I7i(5. Frangois Meerhout.
17-21. Mr. Johannes Scliulting.
1726. M'. Willem Jan van Midlum.
1735. Jan Frans de Famars.
1740. Aäron Noè'1.
1743. Frans van Kerchem.
1746. Matthys Oofter.
1748. Arnold van Aalft.
1748. Willem Hendrik Nolthenius.
1752. Johannes Luycx.
1761. Lodewyk Hovy de Jonge.
1762. Gualterus Petrus Craeyvanger.
XI.
S. J O R I S-H O F. |
|||||||||||||||
|
Egbert Gerbrandsz.
Volkert de Snyder.
Arent Jan Berensz.
Gysbert Fredriksz..
Symon Gouffart.
Pieter van Neck.
Jacob Lambertfe.
Pieter Fredriksz.
Jonge Claas Koek.
Gerrit Pancras.
Cornelis Brunt.
Claas Meeuws.
Robert Harmansz^
Jacob Huyg.
Weifel Lantfinck Brouwen
Symon of Hey man Jarisz. Hariiïs.
Claas Claasz. Wynkoop.
Claas Pietersz.
Cornelis Willemsz.
Jacob Fransz. Zaal.
Reyer Gerritsz.
Jan Jacobsz. Viffcher.
Marten Symonsz. Schuytjen.
Otto Symonsz.
Claas Florisz. van Alkemade.
Jacob Hendriksz. Bas.
Pieter Cornelisz. Boom.
Jan Cornelisz. Verhel.
Hendrik Haalken.
Pieter Bicker Brouwer.
Cornelis de Vlaming.
Jan Ysbrantsz. Blauwehulk,
Gillis Jansz. Valckenier.
Siewerd Sem.
Adriaan du Gardyn.
Hendrik van Bronkhorft.
Roeter Ernft.
Ernft Roeters.
Dirk Vlack.
Jacob Willemsz. Hooft.
Mr. Hendrik Koppit.
Auguftyn Uyttenbogaard.
Frans van Limburg.
Philip Thyfen Schryver.
Dr. Jan van Hartogveld.
Pieter Cleutryn.
Mr. Frans van Limburg.
Claas Baltensz. van de Wiele.
Mr. Jacob de Vogelaar.
Reinier de Block.
Hans Auxbrebis.
Gysbert van Wieringen.
Pieter Adriaansz. van Leeuwaarde.
Gillis Hens.
Gerrit van Ruytenburg.
Anthony de Haas.
Dirk van Outshoorn.
Dr. Bonaventura van Dortmont.
Ifaak Hudde.
Jan Hermans.
|
|||||||||||||||
|
1519.
1519
1519
1519
1519
1519
1520
1521.
1521.
1522.
1522.
1522.
1523-
1524. 1525-
1525-
1526.
1567.
1567- I5Ö7-
15Ö7.
1568. 1568. 1572- 1575- 1578. 1578. 1578- 1579- 1581. 1581. 1583- 1583- I58Ó. 1592. 1595- 1597-
1607. 1614. 1625. 1625.
1627. IÖ33-
i635- 1638. 1639. 1652. IÖS5- IÖ55- 1655- 1656. 16Ö0. 1665. 1667. 1667. 1667. 1668. I^73-
1673. K575-
|
|||||||||||||||
|
ii
|
|||||||||||||||
|
et geftigt, welk, in de veertiende, vyf- sjir
tiende en zeftiende eeuwe, den naamtti/'t{f droeg van S. Joris - Hof, ilondt , naar dt tegenwoordige gelegenheid der Stad, in de ^ Kalverftraat, tegen over den Heiligen wég: en de Kapel van het zelve dient, thans, tot een Kiftenmaakers-Pand (g). Het was, van ouds, een Lcproozen- en Froveniers-huis. En 't blykt, uit eene Afte van den zeftienden November des jaars 1496", dat 'er ook Sij- pelen , in den koft, befteed werden (F). Men bewaart, in het tegenwoordig S. Joris Hof, nog eene Ordonnantie van Burgemeefteren en Raad, voor der zyeken ende huys t finte Joryaens, die, den vierden Auguftl,s des j aars 144Ö, gedagtekend is (*). Ook blykt, uit eene Aóle van 't Geregt van den tienden Au- guftus des jaars 1485 (*), dat dit Huis, op de vier hoogtyden, aalmoeflen plagt op te haa- ien, doorgantfch Waterland en Amftelland- Doch wy hebben, hier voor (k), aangemerkt, dat de Leproozen, voor den jaare 1500, uit dit Huis, werden overgebragt, in het o. Antonis-Gafthuis, welk, federt, den naam van Leproozen-huis aangenomen heeft, ^nrq0c nog tegenwoordig draagt. Het S. X°ris'h js bleef egter, nog lang, een Proveniers-n ^ (S) Zie T. Deel, I. Boe^t hl. 29.
{!>) GrbotMemor. N. I. , 21) verf'- (i) Zie Bylaagen /r f[, {*) Zie Ryiaagcn L'. C, (^) Bladz.. 311. |
|||||||||||||||
|
' .^ SINT -JO RI^L-AJSTS - of s. JORIS HOF)
|
|||||||||
|
waas?-*- 7tzs?i/
|
|||||||||
|
KIS TE NM^AKEUS
w*s o-e *7Cawewfrra,at- _
|
|||||||||
|
IV. Boek. GÖÖSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. % 17
|
|||||||||||||
|
s.
|
|||||||||||||
|
pe Kapel, over welke twee Kapelmeefters
c bewind hadden, werdt ook onderhouden (0* En vind ik, dat, uit dezelve, zowel a's uit andere Kerken en Kapellen hier ter Stede, op den vyf en twintigften Auguftus des jaars 1566, de beelden geligt zyn. Ruim drie jaaren te vooren, was, by de Vroed- schap , nog eene Ordonnantie gemaakt, op het onderhoud van het S.Joris-Hof (m). Doch na de verandering der Regeeringe, beiloot men, de Kapel, tot ander gebruik, te fchik- ken, en de huizing, die 'er aan behoorde, te verkoopen. Men maakte, met dit laat- fte, eenen aanvang, in 't begin des jaars WS», en in Auguftus deszelfden jaars, wer- den de Proveniers , en al de huisraad van het S. Joris-Hof, overgebragt in het Kloos- ter der Paulus-Broederen, welk, federt, den naam van S. Joris-Hof aangenomen heeft._ Wy hebben de oude gelegenheid van dit Kloofter, reeds elders (w), befchreeven. Hier voegen we 'er nog by, dat het, met eene floot, die, zo ik meene (ï) , in den jaare 158a,overwelfd werdt, gefcheiden was van het Kloofter van S. Urfula of der elfduizend Maagden (0), nu het Spinhuis. Het was, reeds in 't jaar 1541, in zo verre verlaaten, of uitgeftorven , dat, by de Vroedfchap, in beraad gelegd werdt, om de Regulieren van Heilo en Oude Naarden, indien 't gevoeg- lyk gefchieden kon, derwaards over te bren- gen (p). Doch dit fchynt niet gelukt te Zyn. In 't jaar 1558, ftondt het genoeg- zaam ledig, en werdt toen reeds bellooten, het zelve, voor de Stad, te verkrygen tot een Gafthuis (q). 't Was dan geen wonder, dat de Proveniers uit het S. Joris - Hof in het zelve werden overgebragt. Het is, fe- dert, van binnen en van buiten, meermaa- len vertimmerd, en ook, door het vergroo- ten der Waaien - Kerke, vry wat ingetrok- ken en verkleind. De zuidzyde van 't ge- bouw, die de oudfte, en, zo men, uit een Jaartal aan 't zuidoofter-hoekhuis, afneemen niag, in't jaar 1596, getimmerd was, is, ln- 't jaar 1678 , geheel vernieuwd, hebben- de Abraham Alewyn den jong ßen, Zoon van eenen der Regenten, Abraham Alewyn den jongen, daar aan, op den agtften April des Semelden jaars, den eerften fteen gelegd. f') Clroot-Mcmoi N. I. . 295 verfo.
("*) Refol. Viosdfch. JV. 1, 15 Mat.it IJ63.
/») I. Deel, l. B°e^, hl. ï+.
y) Grom-Memor. N. II. . 55.
y) Refol. Vroedfch. N. 1. j Nov. 1*41.
'?) Refol. Vroedfch. N 1. 19 Jttny. ijjg.
eevO Myne meening ruft op deeze woorden in
iis"\,0llde Rekening van het tegenwoordige S. Jo- Jloet ^ ^pr" > betaelt voor plancken en bakken, om die
' atu' mede te beforgen . . 18 : 5 ' 2 II. STUK.
|
|||||||||||||
|
De ooftzyde is, in 't jaar 1695,herbouwd. S. Joris-
De weftzydè is , eindelyk , ook , met be- HoF* williging van Burgemeefteren (r) , geheel vernieuwd in 't jaar 1747, wanneer het ge- bouw eenen deftigen ingang gekreegen heeft, in de Spinhuis fteeg. ' Het S. Joris-Hof ftaat, tuffchen de Befchry-
Oude Waaien- Kerk en Spinhuis-fteeg, en e van i 1 n .*». 1 riet te-
plagt , voor deezen, alleenlyk, eenen gerin- genwoor-
gen krom omloopenden ingang te hebben, dige s.
op het Waaien-Kerks Plein, die nu, ge-|?RIS- meenlyk, geflooten gehouden wordt. De eigenlyke ingang is in de noordelyke of korte Spinhuis-fteeg, door eene aanzienlyke Poort, boven welke, de naam van S. Joris Hof, met gulden letteren, in fteen, uitge- houwen is. Men treedt, door deezePoort, in een Poortaal, alwaar, ter regter zyde, de ingang is naar de Kamer der Regenten, die, van de Plaats, en uit de Spinhuis-fteeg licht fchept, en net befchooten is. Ter linker- zydé, is de Kamer der Re gent effen, een be- hangen vertrek, uitziende, over de Plaats. De fchoorfteehmantel is verfierd met de wa- pens der tegenwoordige Vrouwen Regen- teffen , Catharina Susanna van den Bempden, Huisvrouw van den Heere en Mr. Bieter van de Poll, Sophia Htjydecoper, Weduwe van den Hee- re Mattheus Buys, en Elizabet Clig- net, Huisvrouw van den Heere Mr. Ge- rard Aarnout HaJJelaer. In dit vertrek, is ook een toegang naar den ruimen Kooken, op welken, de Eetzaal volgt, alwaar twee groote Haardfteden zyn , en , dagelyks , vyf ronde tafels, ieder voor tien Proveniers gefchikt, gedekt worden. Ten noorden van de Eetzaal, zyn twee beneden - wooningen voor Proveniers, tuffchen welken, een trap is, die toegang naar vier kamers verleent. Voorts, gaat men, uit het Voorpoortaal, langs een' breeden trap , naar de Boven- wooningen van het nieuwe gebouw: en hier ontmoet men , eerft , een ingeftoken ver- trek , welk boven de Poort uitziet: wyders, op de tweede Verdieping, langs een' rui- men gang , nog zeftien kamers van ongely- ke grootte, die, ten deele van de Plaats, ten deele, uit een' open gang, die, bene- den , langs den Kooken en Eetzaal loopt, en, uit de Spinhuis-fteeg , licht fcheppen. Nog hooger, zyn nog twee kamers; eene ge- meene Kleêrzolder, en eenige kleine Turf- zoldertjes, voor de Proveniers. De Binnen- Vader en zyne Vrouw hebben, behalven een vertrek beneden, ook eene kamer, op de tweede Verdieping, boven de Regenten- Kamer , tot hunne wooning. Alle deeze |
|||||||||||||
|
Het
äs»
VIqos-
|
|||||||||||||
|
ver-
|
|||||||||||||
|
(r) Gioot-Memot. JV. XI. . zi verft,
Ss
|
|||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3i8
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
S.JOK*
Hof.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
S. Joris- vertrekken zyn, in't nieuwite gebouw. In
Hof. ' 't oude, zyn vyftien beneden- wooningen, ten deele, uit twee, ten deele, uit drie ver- trekken beflaande, en zeilien kamers, naar welken, men, langs een' trap in 't zuidoos- ten , toegang heeft; zo dat 'er, in alles, zes en vyftig wooningen zyn. In den gevel van de middelffce wooning in 't zuiden, ftaat een S. Joris, den draak doorfteekende, in (teen uitgehouwen, welk af beeldfel nog, op meer plaatfen in't Hof, gezien wordt, 't Gebouw is, boven en beneden, van Regemvaters- ' pompen en andere gemakken voorzien. Langs de Plaats, die met twaalf boomen bezet is, en, in 't byzonder, langs de Waaien - Kerk in 't noorden, zyn eenige houten berghok- jes getimmerd, die, door de Proveniers, ge- bruikt, en afgedooten kunnen worden. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1528. Jacob Wouter Dobbensz.
1554- Jooft Willemsz. 1554. Claas Boelisz. 1554. Frans Adriaansz. 1554. Jan Claasz. Pyl. 15515. Jan Jacobsz. Onderwater. 1556. ïymen Pieterfle Goyer. 1558. Jan Jansz. Smit.
!559- Gerrit van Doesburg. 1559. Symon Gerritsz.
15Ó1. Lucas Pietersz. 15Ö1. Balthafar Symonsz. 1581. Jan Betfen Roodenburg. 1581. Claas Symonsz. Heemskerk. 1581. Reynier Claasz. 1581. Yef Gerritsz.
1583. Jacob Fransz. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het Huis is, tegenwoordig, alleen ge"
fchikt voor luiden, die 'er hunnen koft koo- pen. Burgemeefteren hadden , in January |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Eeftie-
rins. |
De Kerkmeeflers der oude Waaien - Ker-
ke , die vier in getal zyn,zyn te gelyk Re- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
genten van het S. JorisHof. Behalve
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deezen,zyn 'er nog drie Regentessen, des jaars 1697, eene Ordonnantie beraamd
De Regenten vergaderen, gemeenlyk, alle (t) , waarnaar de Regenten zig, inhetaan- Donderdagen, na den middag: de Regen- neemen van Proveniers, fchikken moeiten. teilen, alle Vrydagen. Wy hebben de naa- Doch, in't jaar Ï734, is hierin,by den Oud- men der Regenten, hier voor (j) , aange- Raad van Burgemeefteren, verandering ge- tekend, van 't jaar 1586 tot den tegenwoor- maakt (a) , volgens welke, de Proveniers, digen tyd: waar by wy, alleenlyk, voegen federt,aangenomen zyn. Alleenlyk, heeft moeten dien van Pieter Martensz Junior, die, de toeneemende duurte der leevensmiddelen in 't jaar 1764, Kerkmeefter en Regent ge- te wege gebragt, dat men den prys, by de- worden is. Zie hier de naamen der ouder zelve gefield, eenigszins, heeft moetenVer- Regenten van S. Joris - Hof, zo ver menze hoogen. Het Koftgeld, voor ieder Prove- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
heeft können opfpooren:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nier, wordt, op een honderd en tagtig
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
guldens 's jaars, gerekend , ten ware hy»
niet aan de gemeene tafel, maar in zyne eigene wooning, begeerde te eeten; in welk geval, zyn koftgeld ten minile zeitig gul" dens hooger gefield wordt: of, zo twee Proveniers byeen woonen, ten minfle vyf- tig guldens voor ieder, 't Koftgeld van een' dienitbode wordt op honderd guldens 's jaars gefield ; en, zo twee Proveniers famen één' dienitbode houden , berekend, naar de jaaren van den jongften. De huur wordt hooger of laager gefield, naar dat de wooningen zyn, en loopt, van dertig^ tot een honderd en zeventig guldens, in't jaar- Alle de Benefieten of proven worden toteene hoofdfomme gebragt, welke, voor twee Pro- veniers die byeen woonen, naar de jaa*f.\| van den jongften, berekend wordt; en &^ de Proveniers, in eens, moeten opbrengen■ of zo hun zulks, niet terflond, gelegen korah betaalen zy, maandelyks, interefl van t ge daaraan ontbreekt, die niet minder ge . moet worden, dan de rente, die het« » |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, Albert van Diemen.
, Claas Heyn.
, Dirk Janszoen.
. Comen Jansz.
. Jan Ysbrantsz. Bäcker.
, Claas Gerritsz. Olyüager.
, Pieter Thomaffên.
Pieter Symonfen.
Jacob van Emen.
Dirk Jansz. van Slooterdyk.
Claas Heyn.
Pieter Ysbrantsz. Lynflager.
Willem Monick.
Jan Martensz.
Willem Cornelisz.
Dirk Janfen, by ie Heilige Stede.
Pieter Gyfen.
Gerrit Jacobsz.
Willem Topper.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1509
1509 1509 1509 1511 1511 1511. 1511. 1511. 15.12. 1513- I5I4- I5I5- 1517-
1517- 1518.
1518. 1521.
1521. 1522.
1523-
1524. 15*5-
. 1527-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gerrit Outgertsz,
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
JVT.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Cornelis Buick.
Cornelis Kiftemaaker.
Roel Jansz.
Gysbert Pietersz.
Ysbrant Jansz. Bäcker.
Deel, II. £«e^ bl, 166,.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
anderszins,van deThefaurie ontvangen
|
heb-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
0) Groot-Memor. N. VIII. . ■*+ vrrr'- ,0 J**.,?}*-
(u) Refol. van den Oud &aad van Burgc»" j |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
£r. C. . 79 verf>>
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ê
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
319
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ningen, die de Regenten ter Thefaurie heb-ZvnE-
ben gebragt, en van de uitkeeringen, die Wind- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"ebben. Men neemt geene Proveniers in,
dan die vyftig jaaren bereikt hebben, ten wa- man en vrouw den koft willende koopen, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
HUIS.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hun, aldaar, van Stads wege, gedaan zyn.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
een van beide over de vyf en veertig, en de
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
andere over de vyftig jaaren oud was, in welk
geval, de proven berekend worden, naar de |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jaaren van den jongden, ten minite tegen
agt ten honderd. De Proveniers moeten hun- nen ouderdom, met Doopcedulen of andere befcheiden , ten genoegen der Regenten, _ |
ZYDE-WINDHUIS.
De vervolging in Frankryk, omtrent den Befchry-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
jaare 1680 , die veele vlugtelingen
|
vmg van
hctZYDE- WlKD- HÜIS. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bewyzen. De penningen, die de Proveniers herwaards de wyk deedt neemen hadt on
inbrengen, worden, tegenwoordig, met by- der anderen, de weevery van Zyden floffen Voeging van den naam en ouderdom van ie- hier zo fterk doen aanwaiTen, dat men wel der' Provenier, ter Thefaurie overgebragt, haaft, gebrek begon te krygen aan werk- alwaarvandezelven lyfrente gegeven wordt, volk, tot het voortzetten dier Weeverye |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vereifeht. 't Haperde, onder anderen, aan
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
opperfoonen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
8 ten honderd.
9 - - - -
10 --- -
io| - - - - 11 - - - -
uh - -
12 - - - -
|
zydewindfters: en naardien de Stad, ryke-
lyk, voorzien was van fchamele meisjes, die
ledig langs ftraat liepen, werdt de Vroed- fchap, op het einde des jaars 1682, te raa- de, de zolders boven 't Stads Wapenhuis op den Singel, tuiTchen de Hand- en Voet- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van 45
- - 50
- - 55
- - 60
- - 65
- - 70
" - 75
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tot
|
50 jaaren
55-------
60 - - -
65 - - ■
70 - -..,
75-------
80--------
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
boogsdoelen , te fchikken tot een Zyde-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Windhuis(ï): waartoe,vooreeril,twee
De rente der hoofdfomme, opgebragt door duizend drie honderd vyfen twintig guldens, twee Proveniers, die byeen woonen, wordt uit Stads kafTe, gegeven werden (w). De Wel gerekend naar de jaaren van den jong- gewoonlyke opgang naar dit Huis is, in de ften; doch blyft egter vaft op den langft- Poort van 't Weftindifch-Huis, eertyds, de leevenden. De uitkeering wordt begreepen Voetboogs - doele. Doch.het gefügt heeft te loopen, van den dag, dat de hoofdfom nog eenen op- en afgang, die met eene deur ïngebragt is, tot op den ilerfdag van den in de Handboogsftraat uitkomt,boven wei- Provenier toe. By 't fluiten van 't Verdrag ke, de naam van Zyde-Wind-Huis te leezen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ftaat, en die, door de zydewindfters, ge-
bruikt wordt. Voormaals, plagt men, hier, drie zolders, of werkplaatfen , te hebben. Doch, federt eenige jaaren, zyn 'er, door- gaands , maar ééne, en zeldzaam twee toe |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
met de Regenten, betaalt de Provenier ze
tere fomme op hand, die, zo hy mögt ko- toen te overlyden, of van gedagten te ver- anderen, eer hy de aangeweezen wooning betrokken heeft, aan het Proveniers - Huis |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
vervalt. De Proveniers mogen geene fpyze, gebruikt. De Werkzolders zyn , door af-
nochdrankvan'tS.Joris-Hofvervoeren,noch gefchooten hekken, in winkels verdeeld; in
iemant in hunne wooning laaten vernagten, ieder van welken, zeftien of zeventien meis-
2onder uitdrukkelyk verlof der Regenten, jes geplaatft worden. Elke winkel ftaat on-
Zy moeten zig van alle buitenfpoorigheden der'topzigt van eene bedaagder vrouwsper-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en, _____^^^^^^^^
trouwen, moet een van beide zyne wooning, ten behoeve van het Hof, ruimen, en zig, deswege, nader verdraagen met de Regen- en. In 't algemeen, zyn zy verpligt, zig |-e fchikken naar de Ordonnantien van 't Hof, bereids gemaakt, en nog te maaken. Het S. Joris-Hof heeft, gelyk de andere |
foon, die veertig of vyftig ftuivers ter wee-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ke winnen, en zorg draagen, dat de Zy-
de , welke zy van den Meefterknegt ontvan- gen , naar behooren, en zonder veel fchade, gewonden wordt. De Regenten-Kamer, die op den Singel uitziet, is een ruim vertrek, op de hoogte der eerfte werkzolder. De breede fchoorfteenmantel is, met Stads wa- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Godshuizen hier ter Stede, vryheid vanLands- pen, en eenig beeldwerk, op de Zyde-nee-
£n Stads Importen en Excynzen. Het geniet, ring flaande, verfierd. Agter deeze kamer, behalve de voordeden, die de Proveniers '1S een vertrek, daar de Zyde, by't ontvan- Jaobrengen, ook eenige inkomften van de gen en wederom afleveren, gewoogen; en huizen en Obligatien, die dit Godshuis, zo "°g een> dfr eIke Party, midlerwyl,inby- Vel als de oude Waaien Kerk, bezit. Doch zondere backen, geborgen en bewaard wordt. w" ■ De wooning van den Meefler - knegt, uit twee
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
t ^'Hof wordt, jaarlyks, afzonderlyke re-
1 lng gedaan aan Burgemeefteren, op wel-
» °°k melding gemaakt wordt van depen-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(v) Refol.
(w) Refol. SS 2
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vroed'ch. L'. P. 23 Dcc. 1«8i. ,.
vi« tien Omi-l\.aad van üurgeui. ^u Dee. i6gi.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
32o AMST.ERDAMS III.Deël.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
twee vertrekken beftaande, is op de hoogte aan zes R e g e n t e n , die, voor hun leeyen, Zï*"^
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zyde-
WlND-
HÜIS. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van de tweede werkzolder, die, nu, genoeg- of tot dat zy hooger waardigheid bekomen,
|
HUIS»
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zäam alleen, gebruikt wordt, en in zes win-
kels verdeeld is. In drie of vier derzelven , wordt, nog tegenwoordig, gewerkt. Meis- jes van agt tot zeilien jaaren oud, welker |
door Burgemeefteren, uit een dubbel getal.
by de dienende beno.emd , gekooren wor- den. Zy vergaderen, eens ter weeke, des Woensdags na den middag, ten vier uuren, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ouders onderhoud genieten van de Htiiszit- wanneer zy kinderen, voor eenige jaaren
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
infchryven. Het loon van 't Zyde-winden
wordt, door hen, geregeld, naar 't gene 'er 't Huis voor betaalt. Burgemeefteren heb- ben hen, op hun verzoek, in 't jaar 1693 , even als de Regenten der andere Godshui- zen, togt- en wagtvry. verklaard (a). Ten hunnen dienfte, en tot het onmiddelyk op- zigt over 't Huis en den arbeid in het zel- ve , ftellen Burgemeefteren, op hun voor- draagen, een' Meefter-knegt en zyne vrou- we aan, op eene behoorlyke wedde, en vrye wooning, vuur en licht. Zy moeten beide het Zyde-winden verftaan. De Oppasfters en "Windfters moeten, des Zomers, ten zes, en des Winters, ten agt uuren des morgens, op-'t Huis zyn. Ten twaalf uuren, gaan zy af om te eeten, en werken, rra den mid- dag, wederom, van één tot agt uuren. De Meefter-knegt leeft een gebed, als zy komen en vertrekken. Doch windfters,welker ouders onderhoud trekken van de Huiszitten-hui- zen, gaan, 's winters, 's avonds ten. zes uuren, naar de Stads fchoolen. 'sWinters, worden 'e? kagchels, op de werkplaats, geftookt, en vuur in de ftooven van de Oppasfters en kinderep gegeven : waartoe de twee Huiszittenhui- zen, by beurten, duizend manden Turf, in 't jaar, aan 't Huis zenden. De Windfters en Oppasfters krygen ook, winter en zomer, behoorlyk bier van 't Huis. ' _ £$[* In de voorgaande, en in 't begin deezer ^j
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tenhuizen, de Diaconie of andere Godshui-
zen , worden hier, in de eerfte plaats, en voorts, ook andere Dogters van ingezetenen, met het winden van Zyde, omredelyk loon, welk, jaarlyks , met twee Huivers ter wee- ke, en van zeven, tot dertig Huivers, op- klimt , aan werk geholpen; en plagten, daar- enboven , door een' aangeftelden Schoolmees- ter , in 't leezen en fchry ven, en in de gron- den van den Godsdienft , onderweezen te worden; 't welk, na de opregting der Stads Schooien, in 't jaar 175 2, buiten gebruik ge- raakt is. Niemant mag de meisjes, in 't Zy- de-Windhuis befteld, uit het zelve, haaien, of doen haaien, om dezelven tot ander werk te gebruiken, voor dat zy, den beftemden tyd , hebben uitgediend; en zo iemant, by deeze of eenige andere gelegenheid, de Re- genten , of derzelver Meefter-knegt, onbe- hoorlyk bejegent, wordt dezelve in 't nieu- we Werkhuis gezet, of anderszins, naar 't goedvinden van myne Heeren van den Ge- regte , geftraft. De Regenten zyn gemag- tigd, om zig te vervoegen aan den Heere Hoofd-Officier, die verpligt is, de boeten,
door zulken,die de meisjes uit het huis troo- nen, verbeurd, op de Schouts - rolle in te
vorderen. Tot onderhoud van't Zyde-Wind-
huis, moet van ieder baal Zyde en Floret,
honderd pond of meer weegende (x), die
ter Waage gewoogen wordt, ten minfte tien
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ju1
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ftuivers, door den Kooper, en ook zo veel
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, plagt het getal der Meisjes in -
de-Windhuis veel grooter te zyn, dan het Ztfj. tegenwoordig is: 't welk aan de groote ver- ^ mindering der Weeverye van Zyden floffen, hier ter Stede, moet worden toegefchreev611. Men heeft, fomtyds, tot over de vyf hon- derd Meisjes, in 't Huis geteld. Doch te- genwoordig, [in Juny 1765-]» zyn'er, met de Oppasfters, maar omtrent zeftig. _ / Zie hier de naamen der Regenten, die J - &i p
Zyde-Wind-huis, van zyne opregting af,tot 0iT |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
door den Makelaar, die den koop geflooten
heeft, tot eenen Godspenning, betaald wor-
den: tot den ontvanglï van welke Gods- penningen , geflooten boffen, in de Stads Waagen, hangen (y). Doch van de Zyde,
die by de Ooftindifche Compagnie gekogt
en gewoogen wordt, ontvangt deweegerde
Godspenningen, en fteltze den Regenten ter
hand. Enmaggeeneverkogte Zyde geleverd
worden, voor dat dit regt aan'tZyde-Wind-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
huis voldaan is (z). Het verminderen van den nu toe, beftierd hebben:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aanvoer van Zyde en Floretten-garen, federt
eenige jaaren,heeft veroorzaakt, dat dit in- komen thans geen vyfde gedeelte beloopt van 't gene het, voormaals, plagt te be- draagen. Het opzigt over het Zyde-Windhuis ftaat
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1682. Aarnout van der Cruys.
1682. Steven van Schooneveldt. 1682. Gysbert van der Smitze. 1682. Marten Zorgh. 1682. Willem de Roy. 1682. Ysbrand van Boorn. 1684. Carel Quina. (a) Handv. 11. 16s.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beftie-
ling. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(x) Uit de Apoftille of het Requefl: der Regenten .gedagt.
21 Oäob. I68S.
(y) Hanciv. hl, 1167, llfij).
(2.J üïooi-Memor. .N. Vil./, «pz verf».
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
i6S5-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||
|
321
|
|||||||||||||||||||||||
|
N-
»Hg
N
|
|||||||||||||||||||||||
|
1685
168(5.
1689.
1691.
1692.
1697.
1706.
1710.
1716.
1716.
1722.
1727.
1730.
!73°-
1744-
*745-
1746. I7SO.
1755.
1761. 1762. 1762. 1763. |
A t 1 T» 1 1' _- _ 1 * Tl___ ._ 1 TT T »
|
||||||||||||||||||||||
|
Abraham Bo
Tobias Boel. Willem van Breen. Joannes Ruymveldt. Jean de la Haye. Noë Marisfal. Jooft Provooft. Jacobus Kops. Adrianus Montanus Jofua Eysfen. Jacobus Bosman. Dirk de Ram. Jacobus Marisfal. Jacobus de la Haye. Gerrit Eysfen. Daniel du Rieu. Izaac Balk. Hendrik Treurniet. Jan de Bree. Feftus Gesner. Willem van Onna. Hendrik Clockener. Antoni Ruyghrock. XIII.
|
merbroek en Papenkoop. Voor 't einde des Djaco-
jaars 1657, was het Huis, in zo verre,vol- nie- trokken, dat 'erhonderd en vyftig kinderen Wees~ van Gereformeerde Ledemaaten in geplaatft werden: waarna het, door den Predikant Pe- tnis Witt om-ongel, in 't byzyn van eenen Burgemeefter en van eenige andere Leden der Regeeringe, plegtiglyk, werdt ingewyd. Het DiACONiE-WEESHUis,eendef- Befcbry-l
tig, vierkant gebouw, honderd zes en dertig ving van voet breed, honderd zes en zeftig voet diep, hetzeIve. en drie verdiepingen hoog, onder de zol- der en vliering , ftaat, op den hoek van de Zwaanenburgftraat, en ftrekt zig, van ag- teren, tot in den Binnen-Amftel. Het heeft Jongens- twee op-en ingangen, een'naar het Jongens-, Huïs. en een' naar het Meisjes-Huis, waarin het gebouw verdeeld is, hebbende ieder zyde eene ruime vierkante Binnenplaats, die ronds- om betimmerd is. Door den eerften of wes- telyken opgang, naar binnen getreden zyn- de, ontmoet men, eerft, ter regterzyde, de Kamer der Diakenen, een ruim vertrek, welk, Kamer in de Zwaanenburgftraat, en over den Zwaa- der Dia- |
||||||||||||||||||||||
|
kenen.
|
|||||||||||||||||||||||
|
nenburgwal, uitziet. In de Lyft van den'
fchoorfteenmantel, ziet men de wapens van vier Broederen Diakenen, die 't opzigtover 't bouwen van 't Huis hebben gehad, Jo- hannes Teerink, Hendrik Schölte, Izaak de la Vigne en Abraham van Friesfem, fierlyk, uit- gehouwen. Voor den fchoorfteen, leeft men deeze regels van den Diaken D a n i e l W i l- link: Heeft Hellemans zyn goed der Broede-
ren zorg bevoolen, Toen hy zyn oogen floot ,vanAken volgt
dit fpoor, Van Liefdewerken houdt geen groot erfchat
vcrhoolen, Maar leent de Elendigen een mededoogendoor.
Wie ooit de Liefde zal een eedle hoofddeugd
noemen, Zal] a-N van Aken, om zyn Lief den s-
weldaad, roemen. Wyders, hangen 'er eenige Naamborden der
Broederen-Diakenen, die zitting in 't Huis hebben gehad, en eenige afbeeldingen van 't gebouw. By deeze Kamer, is, langs den Zwaanenburgwal, een vertrek of Poortaal, alwaar,'s Woensdags 's morgens, de buiten- gewoone uitdeelingen van Wollen -klee- deren, hoeden, fchoenen, muilen enz. aan de behoeftige Ledemaaten buitens huis, ge- fchieden. Ook worden hier de ongemaakte Lynwaaten en andere voorraad, in kaften, bewaard. Uit dit Poortaal, hebben de Diake- nen een' toegang naar de Eetzaal der Jongens, Eetzaal. die haaren gemeenen ingang aaji't ander ein- Ss 3 de |
|||||||||||||||||||||||
|
DIACONIE-WEESHUIS.
De Nederduitfche Gereformeerde Dia-
conie, zig, federt haare opregting, belaft vindende met de zorge voor de op- voeding van behoeftige Weezen, welker ou- ders wel Ledemaaten der Kerke, doch gee- ne Poorters geweeft waren; waarom, of om dat de kinderen meer dan de bepaalde jaaren hadden, zy niet in 't Burger-Weeshuis kon- den worden aangenomen; zag zig genood- zaakt, dezelven, alomme, door de Stad,by gemeene luiden, in den koft te befteeden. Doch 't getal deezer kinderen wies, door den tyd, zo zeer aan; de koften liepen zo hoog, en de opvoeding van veelen was zo gebrek- kelyk, dat de Broederfchap, omtrent het mid- den der voorgaande eeuwe, de gedagten, ernftelyk, gaan liet, op de opregting van een Weeshuis. Men verwierf 'er, eerlang, ^e toeftemming van Burgemeefteren toe, ?n > op derzelver voorflag, vereerde de Raad, H1 't begin des jaars 1656, een erf, by den ^aanenburgwal, aan de Diaconie, tot op- ^egting van een Kinderhuis (b): waartoe de ^tad nog zevenduizend guldens fchonk (c). jPe Diaconie kogt 'er, federt, nog een erf j^5 en, op den twintigften April des gemel- ?ei1 jaars, werdt de eerfte fteen aan 't ge- °uw gelegd, door Jan van Flooswyk, Zoon au den regeerenden Burgemeefter, Cornelis n ^looswyk, Heer van Vlooswyk, Die- <Cj "f01- Vroedfch. L', A. 6, 2« Jm. \6s6. f. Si.
- J N°tttlen der Diaconie v*h iSjz-isjs, . sy,i<>3. |
|||||||||||||||||||||||
|
v
|
|||||||||||||||||||||||
|
III. Deej..
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
322
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
aan de zuidzyde, een fiaapvertrek voor den
Broodfnyder, en een groot vertrek, daar de bedden gereinigd en verfteld worden. Bo- ven de derde Verdieping aan de Jongens- zyde, zyn ruime Turf- en Kooren zolders. Het Meisjes-Huis, welk, door twee deu- ren in de gaanderye, van het Jongens-Huis is afgeflooten, is, genoegzaam op dezelfde wy- ze, verdeeld, als het Jongens-Huis: alleenlyk, zyn' eenige beneden- enbovenvertrekken van het zelve, van de Jongens zyde, afgenomen. In de Poort of ingang, heeft men, ter linker- zyd'e, de Kleêrmaakers-wooning en Wollen- winkel, en ter regterzyde, de Schoenmaa- kers - winkel en wooning. In 't zuidooften van 't gebouw, aan den Amftel, heeft men hier de Kamer of 't Comptoir der Zvfleren- Diacone/fen, een net Vertrek, alwaar twee fraaije Schilderftukken hangen, het eene de maaltyd , en het andere het kleeden, ver- fchoonen en havenen der Weesmeisjes ver- beeldende. Voor den fchoorfteenmantel ftaat dit Vers van den Diaken Willink: Ter gedagteniffe
Van den Liefdaadigen
JAN van AKEN,
Overleden den 29 van Hooimaand,
en
begraven den 3 van Oogftmaand,
A. 1718.
in Amfteldam.
Een vaß geloove dat door reine Liefde werkt,
En 't buigzaam Cbriflen hert in zeekre hoop ver fier kt, Wordt kenbaar als het bloeit in Cbrifllyk me- dedoogen,
Omtrent JSlooddruftigen door Broederpligt be- woogen. Van Aken hadt een febat door naarßig' heit vergaart,
En voor zich zeken niet, maar de armen, trouw bewaart, Dien hy uit Liefde, toen hy wifelde zyn leven En ßondt naar hooger goed den Broedren heep gegeeven , Ten noodig onderhoud van 's Heilands arme Dus blyft vanAkens naam in zegen hier
beneên.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Diaco-
NIE- \Vees-
HUIS.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de heeft. De Jongens worden hier ook, 's
Maandags 's avonds, door eenen der Predi- kanten , in de gronden van den Godsdienft, onder weezen, of gecatechifeerd. De Meisjes worden, ten zelfden tyde, door eenen ande- ren Predikant, in haare Eetzaal, gecatechi- feerd. De Catechifatie wordt, aan elke zy- de, door een'Ouderling, en, daarenboven, aan de Jongens zyde , door een' Diaken, en aan de Meisjes zyde , door eene Dia- cones,bygewoond. Zy begint, des Zomers, ten zes , en des Winters, ten vyf uuren. - Voorts , is , agter de Jongens - Eetzaal, een Weevers-winkel, alwaar grof Linnen ge- weeven wordt, om eenige Weezen, die tot anderen arbeid onbekwaam zyn, bezig te houden. Oollwaards van den ingang aan de Jongens zyde, ontmoet men de Jpotheek, tegen over welke, een Diftilleer- of ftook- vertrek is. De Apotheker heeft ook een aar- tig kruidentuintje, langs den zuidwefterhoek van 't Huis, aan den Amftel; en op de twee- de Verdieping, een vertrek, daar hy zyne drooge geneesmiddelen bergt. Over de A- potheek, zyn twee Broeders - Diakenen In- fpectores , die, op den eerften Maandag in elke maand, 's namiddags, ten twee uuren, op de Vergaderkamer in de Nieuwe Kerke, byeen komen, om de Docloren en Chirur- gyns der Diaconie te hooren, en andere zaa- ken af te doen, de kranke en behoeftige Ledemaaten, en de Apotheek der Diaconie betreffende. Op de tweede Verdieping van 't gebouw, aan de Jongens zyde, boven de Eetzaal, is de School der Jongens, alwaar de jongden leezen,fchry ven en rekenen leeren, en alwaar ook, des Donderdags, gecatechi- feerd wordt. Ten einde van de Schoole, is een klein vierkant vertrek, het Zwaanenhok genaamd, vermoedelyk, om dat het omtrent boven de plaats is, alwaar, eertyds, de Stads Zwaanen plagten bewaard te worden (d). Het dient om de baldaadige jeugd, eenige dagen, op te fluiten. Voorts, heeft men, op deeze Verdieping, eene Beddenkamer, waar- op eene vuurhaard is voor de kleine Jongens; een fiaapvertrek voor den Poortier, Wee ver en Onderweever, een Jongens-Kleêrkamer, en nog een vertrek of twee tot berging. Op de derde Verdieping , zyn , rondsom, de Slaapkamers der Jongens, die, doorgaands, met hun drieën, in ééne krebbe, flaapen. De Leezers, en de Jongens, die 't geld der Colleóten draagen , hebben elke foort een byzonder fiaapvertrek. Op het laatfte, wor- den ook de Ryloopers, zynde zulke Jongens, die de kinderen naar de Kerk geleiden, en de ryen derzelven in orde helpen houden, ge- plaatft. Voorts is, op deeze Verdieping, (d) Zit III. Deel, 1. fi.«^, bl, Ji.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Diaco-
nie- Wees- Huis. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tltti*
Buis-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
C5'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Weevers
winke |
Sch°' .
«-*
ffin ;.«
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s«
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
p*
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
:0»ö
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Apo-
theek. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
.School.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Slaapka
mersenz, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De uitdeelingen der Linnen - kleedmgege-
fchieden, in dit vertrek, door de Difconehcn. j De Eetzaal der Meisjes is, langs de Ooltzy- in^ de van't Huis, en fchept haar licht van dcaa»> Plaats tuffchen 't Huis en 't Slagthius, waar- «0 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
323
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
<Co.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
werkplaats en eene Timmerloots. De twee- Diaco-
de Verdieping is, in een vertrek voor bejaar- nie- de weezenyen in een ander, daar deftoffen V^££S' tot kleedinge bewaard worden , verdeeld. Op de derde Verdieping, zyn de Meisjes- en Jongens-Ziekenkamers, voorzien, de eer- fte van zes, de andere van zeven bedfteden. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wy, terftond, fpreeken zullen. Voorts,
volgen, aan de zuidzyde, langs den Amftel, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
■'s.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de groot e en kleine Linnen-naai-winkel, waar-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hy de Linnen - naai - meefteres een vertrek
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
X
|
°oni
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
v-m!^-ueeft. Daarna, komt men aan de wooning
J^en- "Qan den Binnenvader en Binnenmoeder , die |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
UirJ eQ Paviljoenswyze uitgetimmerd is, en een ruim
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
uitzigt heeft over den Binnen-Amftel. Op de
tweede Verdieping, is, boven de Eetzaal, de Meisjes -Schoolgephattt., en boven deDia- coneffen kamer, de Brei]'winkel: voorts, de Kamkamer , twee flaapvertrekken voor de Meisjes, voorzien met krebben, voor drie gefchikt, en nog een vertrek voor eene On- der-Linnen-meefteres. Op de derde Ver- dieping , zyn nog drie flaapvertrekken voor de Meisjes, en, onder anderen, een, daar dertien bedfteden ftaan, die ieder voor twee Rieisjes gefchikt zyn. Hier by is ook een zogenaamd Zwaanenhok. Voorts, heeft men, op deeze hoogte, een vertrek voor de Styffier en de twee Huiswerkfiers; een vertrek voor de Kamfier, en een ander, voor eene Onder-Linnen-naaimeefteres, en eene flaapkamer voor de tien dienftmeiden van het Huis. Eindelyk, is hier, in 't noorden, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De twee Ziekenmoeders hebben hier by ie-
der ook een vertrek. De vierde Verdieping is verdeeld in een flaapvertrek voor de kleine Jongens, en een flaapvertrek voor de kleine Meisjes, die allen, in open krebben, leggen. Hooger heeft men nog een Turf-zolder en~ Vliering. Het beftier over het Diaconie - Weeshuis Beftie-
wordt, door de Broederfchap, toevertrouwdrin§- aan zes Diakenen. Twee van deezen, wel- ken men vafle Broeders noemt, neemen dee- zen dienft , twee jaaren na eikanderen, waar. Doch , jaarlyks , gaat 'er één af. Van de anderen vier , worden 'er twee , na verloop van zeven weeken, door twee anderen , verwifTeld ; doch dienen, op 't laatft van 't eerfte jaar van hunnen dienft , in de Diaconie, nog wederom zes weeken, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
v
Si:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
K
K |
de Styfkamer, daar 't gewaffchen Lynwaät
gefteeven, gevouwen en geftreeken wordt. Onder de eerde Verdieping van 't gantfche gebouw, heeft men groote overwelfde kel- |
in 't Weeshuis. De twee anderen van de
vier gemelden dienen dertien weeken agter- een, eer zy, door twee Broeders, worden afgeloft. Alle de verderen dienen dertien wee- ken agtereen; zo dat het Weeshuis, in een jaar, behalve door de vafte Broeders, door zeftien andere Diakenen bediend wordt. Van de Diaconeflen, die twaalf in getal zyn , neemen 'er tien den dienft in 't Diaconie- Weeshuis waar, twee als vafle Moeders, van welken'er ook, jaarlyks, ééne afgaat, en de overigen agt, ieder paar, dertien weeken in't jaar. De zes Broeders, die te gelyk in't Weeshuis dienen, vergaderen aldaar, twee- maal ter weeke, des Woensdags, ten tien uuren voor-, en des Saturdags, ten vvf uuren na den middag. Doch wanneer 't/des Sa- turdags , Voorbereiding tot 's Heeren A- vondmaal is, komen zy ook, 's morgens ten tien uuren, byeen. Op den dag van elke eer- fte Voorbereiding , verfchynen de zitting hebbende Zufters ook in 't Broeders-Comp |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ders ; vier van welken, tot berging van
wynen en andere koopmanfehappen, ver- huurd worden. De anderen worden, ten dien- fte van het Huis, gebruikt. Onder de woo- ning van den Binnenvader en Binnenmoeder, is de kooken, voor welken, aan den Binnen- Amftel, midden in een bloem- en kruiden- tuin , een net en ruim fpeelhuis getimmerd is, ten gebruike der zitting hebbende Broederen. Omtrent den kooken, heeft men ook het Broodhuis, daar de boterhammen, door den oroodknegt, wien eene vrouwsperfoon tot zyne hulp is toegevoegd, gefheeden en ge- fineerd worden. Ook zyn hier de Bier- en ^rovifie-kelders, de hokken tot berging van kookengereedfehap, en het Eetvertrek voor la%m Suppooften , welk op den tuin uitziet. * . Ten ooften van 't gebouw, welk wy , tot hiertoe, befchreeven hebben, heeft men, in Jaater tyd, een groot Slagthuis getimmerd, ^elk eene verdieping hooger is dan het oude §ebouw, en, toen het Lynwaat nog binnens huis gewaflehen werdt, ook tot een Wafch- huis diende; waarom 'er een groot fornuis en waterketel in gemetfeld is. Het is, door eene ruime Plaats, gefcheiden van het ou- j5 gebouw , uit welk men, van boven, g.^gs twee overdekte gaanderytjes, naar 't "phuis; toegang heeft. Het beftaat, be- en> uit het Slagtvertrek, een Schilders |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
toir , wanneer alle de Suppooften verflag
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
moeten doen van't gene, onder elks bewind,
in't Huis voorgevallen is: waarna de Zufters wederom naar haar Vertrek keeren. Volgens eene Keure van den agt entwintigftenjanua- rydes jaars 1760 , moet van alle fterfgevallen, waar kinderen nablyven, die, door de Dia- conie , moeten onderhouden worden , ter- ftond , aan dezelve kennis worden gegeven zonder dat de boedel, vooraf, geroerd, veel min iet uit den zelven vervreemd mag wor- den (e). Diakenen aanvaarden dee?e boedels, zo
(e) Kemb. T. /. *$*.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||
|
324
|
||||||||||||||
|
Maandags, een fluk kaas en brood; en Dings- diaco-
dag en Saturdag, 's Avonds, wederom een ^zi. boterham, 's Woendags 's avonds, wordt, HU1S, aan alle de kinderen, een boterham van tar- wenbrood gegeven. De Diaconie-Weeskin- deren draagen zwarte Lakenfche boven-klee- deren; hebbende men, al voor veele jaaren, het Engelfche paklaken beter bevonden dan het Tilburgfche (h). De Broeders, die 't beftier over 't Weeshuis hebben, ftellen al- leenlyk eenige mindere Bedienden in het zel- ve aan. De voornaamfte Suppooften wor- den aangefteld door de groote Vergadering der Diakenen, die ook alleen oordeelt, wel- ke Kinderen men behoore in te neemen. De Moeders-Diaconeften kiezen Naai- en Breijvrouwen * en eenige andere vrouwely- ke bedienden. Zy zorgen , wyders, voor de huishouding en kleedinge binnens huis, en vergaderen ook, tweemaal ter weeke, op den zelfden tyd, als de zes Broeders. Het Reglement, waarnaar hetDiaconie-Weeshuis beftierd wordt, is, door den Kerkenraad en Diaconie, in't jaar 1658, ontworpen; in 't jaar 1668, vermeerderd, en, door myneHeeren van den Geregte, goedgekeurd en bekrag- tigd(0- , . J
Volgens dit Reglement, moeten de kin- w^f
deren, die nog te jong zyn, om een hand- ^/f werk te leeren, tweemaal 's daags, 's rnor-°A gens en 's nademiddags, fchool gaan. Voor 0r de werkjongens, wordt, 's avonds, en voor de naai- en breijmeisjes, 's morgens vroeg, ook fchool gehouden. De fchool wordt, 's morgens, met een gebed, aangevangen, en 's avonds ook met een gebed beflooten. De namiddags - fchoole wordt, met het leezefl van een Hoofdftuk der H. Schrift, begonnen; en, voor 't uitgaan van elke fchoole, wordt 'er een Pfalm gezongen. De kinderen wor- den , behalven in leezen en fchry ven, in de gemeene gebeden, en in de gronden van de Gereformeerde Leere onderweezen, en, tot een zedig, gefchikt en beleefd gedrag, ver- . maand en opgeleid. Eens 's jaars, in Juny, gefchiedt het groot Examen: wanneer Jongens en Meisjes, elke foort afzonderlyk, door een' Predikant, in 't byzyn van een' Ouderling» omtrent hunne vordering, onderzogt worden. Ook worden dan pryzen aan de naarftigen uit- gedeeld. De kinderen moeten, hoofd voor hoofd, als zy opftaan, en voor datzy te bedde gaan, God, op de knieën, bidden en danke"- Daarenboven, gefchieden 'er genieentety £C gebeden en dankzeggingen, 's morgens en f avonds, en voor en na demaaltyd,d°°.r e der bekwaamden. Voor de dankzegging na |
||||||||||||||
|
Diaco. zo zy bevinden, dat 'er meer goederen dan
nie- fchulden zyn ; verdraagen zig , ten befte, Wees- met de fchuldeifchers, en plaatfen de kinde- ren , die nog geen vyftien jaaren bereikt hebben (), in 't Weeshuis, indien dezel- ven nog geene Lidmaaten zyn,en de langft- leevende der Ouderen, een jaar lang, Lid- maat geweeft is. Kinderen, welker ouders, of de langftleevende derzelven, nog geen jaar Lidmaat zyn geweeft, komen in 't Burger- Weeshuis , of zo zy daartoe te oud, of geene wettige Burgers kinderen zyn, in't Aalmoeffe- niers-Huis. Wanneer, 's Dingsdags, op de gewoonlyke Vergadering der Broederen Dia- kenen in de nieuwe Kerke , verantwoor- ding gedaan is van kinderen, tot het Dia conie-Weeshuis behoorende, moeten de^ zelven, den volgenden dag, met alle debe- fcheiden, hen betreffende, derwaards, wor- den overgebragt. De Diaconie is, wyders, reeds in 't jaar 1622, met de Walfche Ge reformeerde ; op den negenden April des jaars 1759, met de twee grootfte Doopsge- zinden Gemeenten, vergaderende by't Lam en den Tooren, en in de Zon, en daarna ook met de Lutherfche Gemeente, overeen- gekomen dat de wederzydfche armehuis- gezinnen onderfteund zouden worden , door de Gemeente, daar de man Lidmaat van was, en na zyn affterven, door de Ge- meente, daar de vrouw Lidmaat van bleef. Doch dat, na haar overlyden, de weezen komen zouden tot lafte van die Gemeen- te, daar de langftleevende Lidmaat ge- weeft was." En deeze overeenkomften zyn, door Burgemeefteren, of ftilzwygende of uitdrukkelyk, goedgekeurd (g). Spvze en De gewoonlyke fchaforde voor deDiaconie- Kleeding. Weeskinderen is, 's Zondags 'sMiddags, witte boonen, en's Avonds karnemelk mét gepelde garft: 's Maandags, graauwe erweten met vet, en 's Avonds, voor de Jongens, ry- flenbry, en voor de Meisjes, karnemelk: 's Dingsdags, 's Middags, gort, met zoetemelk, en 's Avonds, voor de Jongens, karnemelk, en voor de Meisjes, ryftenbry: 's Woensdags, 'sMiddags, vleefch, fpek,of gezouten- of ftok- vifch, met wortelen, kool of raapen, en 's A- vonds, karnemelk met brood: 's Donderdags, 's Middags, groene erweten met lang nat, en 's Avonds, even als 's Maandags: 's Vrydags, 's Middags, broodfap van karnemelk, 's Win- ters warm, en 's Zomers koud: 's Avonds, even als 's Dingsdags: 's Saturdags, 'sMid- dags , als 's Dingsdags, en 's Avonds , als 's Woensdags. De Werkjongens en Naaimeis- jes krygen, Zondag, Dingsdag, Donderdag en Saturdag, 's Middags, een boterham; 's (f) Notulb. der Diaconie van iSjo-icso, . jy.
(g) Groot-Memor. N. XII. . 52 verft.
|
||||||||||||||
|
i. *7ï»
|
||||||||||||||
|
V') Notulb. der Diaconie van ijzi-iT*
V) Handir. il. z$i. |
||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN.
|
|||||||||
|
325
|
|||||||||
|
't jaar. Hierby wordt het beloop der klee- Duco-
dinge gevoegd, en, uit het een en 't ander, »ra- opgemaakt, wat elk kind aan de Diaconie Wees" zou moeten vergoeden, indien het, daartoe, HUIS' t'eenigen tyde, in ftaat en genegen zyn mögt. Men houdt ook een Ambagtsboek, waarin aangetekend wordt, wat de kinderen verdie- nen ; 't welk, vervolgens, op hunne rekening, wordt afgefchreeven. De minfte prys, voor welken, de Diaconie aan Weeskinderen toe- laat, afkoop te doen van het regt, welk zy op derzelvernalaatenfchap heeft,is zeftig guldens eens (o). By 't uitgaan, krygen de kinderen eeneerlyk uitzet. En, in 't jaar 1727,heeft de Broederfchap geraaden gevonden, eßatni- nen-, in plaats van fergien-jakken, aan de uitgaande Meisjes, te geeven (p). De er- feniffen, aan Weeskinderen, geduurende hun verblyf in 't Weeshuis, opgekomen, worden hun, wanneer zy mondig geworden zyn, uit- gekeerd (3).'t Is nu en dan gebeurd, dat 'men kinderen, die, eenen geruimen tyd, en zelfs tot verre over 't jaar, geleeden , uit het Weeshuis weggeloopen waren , om goede redenen, wederom, in het zelve, ingenomen heeft (r). Doch volgens de wet der Dia- conie, die, laatftelyk, in eene groote ver- gadering van den een en dertigften Julydes jaars 1752, bekragtigd is, verbeuren zul- ken , die, zonder verlof, flegts eenen nagt, buiten't Huis verbly ven, hun tweede uitzet! De voornaamfte Suppooften van het Dia- Suppoos
conie-Weeshuis zyn de Binnenvader en Bin- ten. nenmoeder, de twee Schoolmeesters, de Schoenmaaker en Kleêrenmaaker: en dee- zen worden door de groote Vergadering der Broederen Diakenen aangefteld. Ook ftek deeze den Apotheker en Catechifeermeefter. De Poortier en Broodfnyder; de Weever, de Geldophaalder, die deAmbagtsloonen der Jon- gens invordert, en veelligt, nog eenigen wor- den aangefteld door de Broeders, die in 't Huis zitting hebben. Én deezen ftellen ook Leve- rantfiers aan van waaren, ten behoeve van het Weeshuis, tot welker inkoop, geene by- zondere Commiffien van Diakenen gefield zyn (j). Wyders, begeeven zy eenige dien- ften, en byzonderlyk die van Huiswerkfters, welken 't Huis moeten fchoonhouden, met overleg der Zufteren-Diaconeffen: aan wel- ke laatften, alleen ftaat het begeeven van Styffters-, Naaifters-, Breijfters-, en Kam- fters - Plaatfen, midsgaders, het huuren der dienftmeiden van het Huis. Het
(ii) Notnlb. der Diaconie van iÄgo.1704. . 3j
(p) Notulb. der Diaconie van 1721-1738. , -.0.' (q) Notulb. van I«j8-i«8o. . 130, 131. va ' . 3J7. l'0*' (r) Notulb. van 1704-171$. . 833.
(!) Zie hier, voo», III. Deel, II, Bee^ ll IJ4 Tt
|
|||||||||
|
de maaltyd, leeft ook een der kinderen een
Hoofdftuk der H. Schrift. De Schoolmees- ters en Binnenvader doen ook een ogtend- en avondgebed voor alle de Suppooften van het Huis, die, ten dien einde, byeen ge- roepen worden. Des Zondags, worden de kinderen, des voor- en nademiddags, Jon- gens en Meisjes, by beurtverwifTeling,naar de Zuider-Kerke geleid, de Jongens , door den Schoolfneefter, en de Meisjes, door den Binnenvader. In 't eerft, werdt, by Bur- gemeefteren, in overleg genomen , om de Diaconie-Weeskinderen, in de Nieuwe-zyds- Kapelle, te plaatfen: doch, naderhand, werdt de Zuider-Kerk daartoe gefchikt, alwaar ee- he galery gemaakt werdt (£). Twee nade- middagen in de weeke, des Woensdags en des Saturdags, gaan de fchoolkinderen, een üur vroeger dan naar gewoonte , uit de fchoole, om op de Binnenplaatfen te fpee- len. De handwerken voor de Jongens, die meeft in aanmerking komen, en op welken zy, gemeenlyk, met hunne veertien jaaren, befteed worden (/), zyn huis- en fcheeps- timmeren , metfelen , fchoenmaaken , zei- lenmaaken,_ kuipen , boekbinden, glazen- maaken, witwerken, blikflaan en manden- rnaaken. Doch 'tfmids-ambagt wordt ver- myd, op dat, zegt het Reglement, de jon- gens eikanderen bet opfluiten van Sloten niet leeren, tot dieverye. Schoon de Diaconie, al vroeg, beflooten heeft, geene Weeskin- deren Latyn te laaten leeren (m); ontbreekt het egter niet aan voorbeelden van bekwaa- rne jongelingen, die, door de Diaconie, tot de ftudie gefchikt zyn (n). Ook houdt men, tegenwoordig, eene Teekenfchool, in 'tHuis, ten nutte van zulken, die timmeren of met- felen leeren. De Meisjes leeren, in 't Huis, breijen, wollen- enhnnen-naaijen, en allerlei Vrouwelyk huiswerk. De kinderen worden, in geval van ziekte, op de Ziekenkamers , door den Doótor, Chirurgyn en Apotheker Van 't Weeshuis, bezogt en bygeftaan: doch zo zy eenige befmettelyke kwaaien hebben, naar de openbaare Ziekenhuizen gebragt. De Broeders Diakenen, die 't Weeshuis waar- omen , houden, onder anderen, een Wees- kinderen - boek, waarin de koften van het onderhoud der kinderen, jaarlyks, aange- tekend worden, rekenende men het koft- geld van kinderen van zes tot negen jaaren, op agt en veertig; van negen tot twaaifjaa- ren, op vier en vyftig; van twaalf tot vyf- tien jaaren, op zeftig; en van yyftien jaaren 'en daarboven, op zes en zeftig guldens, in i<) Notulb. der Diaconie t/«»i«31.IÄ,9./. Io8,113. >»4.
f^S°tUlb- deT P!aCOnie v«* I«S°.I7°4. 331.
(") ^°tU,',b- d" D>ac0nie v'h ïttl«so. . $S,
* ' "otulb. van 573+ ««*■. 310. ll- STUK.
|
|||||||||
|
AMSTERDAMS III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
32Ö
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het getal der kinderen in het Diaconie- ren de kollen droegen, die op vyftien hon- diacö-
Weeshuis beliep, op den eerden Augudus derd guldens begroot werden. Doch 't bleef nie^ deezes jaars 1765, vier honderd en tagtig, agter> om dat men niet meer dan drie hon- VroU. te weeten, twee honderd en vier Jongens, derd negentien guldens en zes duivers vin- wen»^ en twee honderd zes en zeventig Meisjes, den kon (w). Eene nieuwe erfenis van Jan NUK- Ik vind ergens aangetekend, dat 'er, in 't van Men, die,op den negen en twintigden »Ë^ jaar 1701 , twee honderd vier en veertig July des jaars 1718, overleedt, delde de Jongens en twee honderd vier en tagtig Meis- Diaconie in daat, om het Oude-Vrouwen* jes; en in December des jaars 1740, in 't Huis te vergrooten, en 'er eene wooning geheel, vyf honderd agt en twintig kinde- voor oude Mannen by te voegen. De Zie- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Diaco-
KIE-
Wees-
HUIS.
Getal der
Kinde- ren. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kenkamer werdt, naar den tuin toe, mer-
kelyk, uitgezet, en onder dezelve, eenige verblyfplaatfen getimmerd, en allengskens vermeerderd, zo datze, al federt veele jaa- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren, in 't Diaconie-Weeshuis, waren.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
XIV.
DIACONIE-OUDE-VROUWÉN-
MANNEN-HUIS,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
EN
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ren, gediend hebben tot huisveding voor
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ruim honderd oude Mannen, waardoor het
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Huis een Diaconie - Oude - Vrouwen- en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
einige jaaren na dat het Diaconie-
Weeshuis gedigt was, bevondt men, |
Mannen - Huis geworden is.
Het gebouw bedaat, uit eenen voor- en 3^ |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Aanlei-
ding tot het ftig- ten van hetDiA- CONIE-
OüDE- Vrou-
WEN- EN
Mak-
hen- Huis. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dat de oude Vrouwen, die, door de Diaco- agtergevel, ter breedte van drie honderd en vg^
nie, bedeed werden, ieder omtrent honderd ^ftig voeten: en twee zydvleugels, langs de guldens 's jaars koftten, en zig nog, in kei- Heeren- en Keizersgraften. Regt in 't mid- den van t gebouw, leggen twee groote vier- kante bleekvelden, tuilchen welken, men, langs een breed bedraat Pad, toegang heeft naar het agterde gedeelte van't gebouw. De twee zydvleugels zyn ook getimmerd, ronds- om twee langwerpig vierkante bloemtuinen; |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bhDe
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
guldens, rekende, te Zullen können onder-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
houden. Inzonderheid, werdt hier op ge- en agter } gantfche gebouw, welk twee hon-
dagt, na het overlyden van den Heere Ba- derd en dertig voeten diep is, legt een groo- rent Helleman, op den agttienden Oftober te, net geregelde Boomgaard, m een ge- des jaars 1680, van wiens aanzienlyke nalaa- deelte van welken naderhand, Corvers Hot tenfchap de Diaconie erfgenaame geworden gebouwdis. Het Huis heeft, langs den Bin- was. Men verwierf'er de goedkeuring der nen-Amdel, drie deftige ingangen. Denud- HeerenBurgemeederentoe:deVroedfchap delftf> d/f op de Vrouwen-eetzaal leidt, fchonk der Diaconie een erf op den Binnen- w.ordt zeldzaam gebruikt. De noordelyke , Amdel, tuffchen de Heeren- en Keizers- die naaft aan de Heeren-gratt is, is de ge- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
graften (0: en op den agttienden Oftober
|
men in een ruim Poortaal, en voorts, noord
waards, in de Kamer der Broederen-Diakenen» een ruim, vierkant vertrek, uitziende °Y3r ^/ |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
des jaars 1681, werdt de eerde fteen aan
't gebouw gelegd door een' Zoon van den Diaken Jacob van Gbefel, genaamd Jan |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van G hes e L O), die, naderhand, in't den Binnen-Amdel en Heerengraf t
jaar 1719, Schepen deezer Stad geworden, fchoorfteemnantel is,ingevolge van een De- en, den twintigden Oftober des jaars 1726, flult der groote Vergaderinge van uiajce- overleeden is. Men begrootte de koden nen'met net waPenvanHelï,bm ans(*;, van 't gebouw op omtrent honderd duizend en. ,met de wapens der zeven Broedere- Diakenen, die, ten tyde der fbgünge, t be- wind over't gebouw hadden, verfierd. Voor den zelven, leed men deeze regels van D1R K Schelte: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gdd
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ingewyd werdt. Het was aangelegd, om
vier honderd oude Vrouwen te huisveden, en den twee en twintigden February des jaars 1684, werden 'er de eerden honderd in geplaatd. Op den voorflag van den Heere Jan Six, Schepen deezer Stad, werdt, by de Diaconie, geraaden gevonden, een Too- rentje op 't gebouw te zetten, mids de buU- ft) Rcfol. Vroedfch. /-'. N. 14 April ï6%\. . 33». («) Notulb. der Diaconie van 1680-1704. . 94. (v) Notulb. der Diaconie van 1880-1704. f, il til, 33, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Heb dank, Godvruchtigen, door <wien dit Huis
bierfiaat, , Voor 't ruim gefebonken erv\d'HoogMmre
Magißraat, Foor 't geld, veel gever en tenHstLU '
die door 't flerven, n () Notulb. al, Uvtn f. 9S. 1». "7» **** ..(,
(x) Notulb. der Diaconie va» t«*-l70*' * 'z0»'7' |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'
|
||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN én GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 327
|
||||||||||||||||||
|
Op de Eetzaal, volgt wederom een Fuur-Daiét-
haard of Stookplaats. In deeze Stookplaat- nie-
fen, komen de oude vrouwen, by koud we- £UDE" dei-, haare ftooven vullen. Na de tweede J£?& Stookplaats, volgt de Kamer van den Bin- Man- nenvader en Binnemnoeder, een ruim vertrek, KEN* en eindelyk, het Comptoir of de Kamer der yUIS.*. Zufieren-Diaconefjen, aan den hoek der Kei- haarde zersgraft. Voor den fchoorfteen is, in een Kamer fraai fchiiderftuk, de uitdeeling van kleeding, ^«i den die, vyfmaalen in 't jaar, door de Zufteren v^ ^ gefchiedt, en de verdere bezorging der oude Binnen- luiden in dit gefügt, konftiglyk, afgebeeld, moeder. Ook hangen hier een Naambord der vafteZus- J^ teren van dit Huis, en drie Naamborden van conefïhj. allede Diaconeffen. Onder de tweede Vuur- haard, is de groote Kooken, de Provifiekelder, eneenige andere vertrekken. Ook is hierom- trent, aan den zuidelyken bloemtuin , bene- den , het Broodhuis, daar 't brood gefneeden Brood- en gefineerd wordt : en de zogenaamdehuis- Loots der Broederen-Diakenen, zynde eene Loots. ruime kelder, aan de zuidzyde van den ge- melden tuin, van welker gebruik wy, elders (y), gehandeld hebben. Boven 't Comptoir der Diaconeffen , is het flaapvertrek der dienftmeiden, alwaar agt meiden van den Binnenvader en Binnenmoeder, en vyf van de Wafchmoeder haar verblyf hebben. De Wcifch- Wafchmoeder heeft hier by öok een vertrek vertrek- tót haar verblyf, rtaaft welk , de Styfkamer kcn' is, alwaar het Lynwaat voor de oude Vrou- wen , welk, in een groot wafchhuis, bene- den , wordt gewaffchen; gefteeven, geftree- ken, en voorts, op tafels, in verdeelde vak- ken, van 1 tot 430 getekend, in orde gelegd, en, door elke vrouw, op een eveneens ge- nommerd wafchbriefje, waarin de foort van Lynwaat, kortelyk, uitgedrukt is, en van welk de Wafchmoeder een dubbeïd houdt afgehaald wordt. Boven 't Comptoir derProvifie- Diakenen en daaromtrent, is eene Provifie- Kamer.
kamer, eene Kamer, daar de ftof tot kïee-enx"
ding voor de behoeftigen in kaffen bewaard wordt, en eene Kamer, daar de uitgediende Boeken der Diaconie worden geborgen. Hoo- ger, onder 't dak, zyn ruime Turfzolders , Koorenzolders, Kleêrenzolders, en een zol- der , de Veerenzolder genaamd, daar nieuwe bedden gemaakt, en ouden^verfteld worden. In 't agterile gedeelte van' 't gebouw, heeft Woonftg men? een weinig beneden den grond, de^roi)de wooning voor de oude Mannen, voormaals, de Mannen* Mannen-Kdder genaamd. Zy beftaat uit een Eetvertrek ten noorden , en een vertrek waar, ter wederzyde, bedfteden geplaatfl zyn, ten zuiden. Men heeft het getal dee- zer bedfteden, in 't jaar 17Ó5, nog met vyf , , riieu^ (y) III. Deel, II. Bui,', hl, ff},
Tt 2
|
||||||||||||||||||
|
De kas geen kleine ßut ter rechter tyt deed
erven:
De Broed'ren voor hnnn' zorg,voor Tydver- zuim, en vlyt,
Elk wacht van zyn Talent de Renten'tzy- ner tyt.
Voorts, hangen 'er een fraai' Naambord der
vafte Broederen, wien 't bewind over 't Ge- ftigt, van tyd tot tyd, is aanvertrouwd ge- weeft, en vier anderen van alle de Diakenen. Öok wordt 'er een Predikftoel en Orgel, door een' ouden inwooner van 't Huis, aar- tiglyk, in 't klein, van hout gefneeden, ter zyner gedagteniffe, bewaard. Langs den voor- gevel van 't gebouw, beneden en boven; rondsom de zydvleugels, insgelyks, beneden en boven, en langs den agtergevel, boven alleen, loopenbreedegaanderyen, in welken, de ingangen zyn van de vertrekken der ou- de Vrouwen en der Suppooften van het Huis. De wooningen der oude Vrouwen zyn, door- gaands , twintig voet breed, en twaalf voet diep. Langs den agtergevel, is de Zieken- kamer voor de Vrouwen, op de eerfte Ver- dieping , en daar onder de wooning der ou- de Mannen. Ten zuiden van den gewoon- lyken ingang, aan den Binnen-Amftel, heeft inen eerlt een Comptoir voor den Binnenvader, Voorts, een vertrek, daar de lyken geplaatft Worden: daarna, eene Vuurhaard of Stook- plaats , vervolgens, de Eetzaal der Vroimen, die honderd drie en twintig voet lang en dertig voet breed is; de gaandery,in 't mid- den , affnydt, en in welke, aan negentien tafels, zeventien, voor twintig, en twee, voor twaalf vrouwen ieder, gefchikt, dage- iyks, gc-fbysd wordt. Langs de tafels, Haan, ter wederzyde, lange banken, op welken, de plaatfen, voor elke vrouwe, met klamp- jes, afgedeeld zyn. In het midden der zaa- le , leeft men , op een tafereel, dit vers Van Laükens Bake, Heer van Wulver- florft: Dat Amfiels Weeshuis kweek met zorg de
teere jeugd.
Hierßicht mildadigbeid, die Chriflelyke deugd, Met geld van Helleman en anderen, bewoogen
Tot d oude en arme vrouw, uit liefde en me- dedoogen ,
Dees ruime woonplaats, door Diakens vlyt en trouw.
De Burgervader fchonk den grond tot dit gebouw.
Wie dus, in Jmfierdam, bouwt Zions kerk en muuren,
■Üiens naam zal hout enfleen, zyn lof de tyd %*rduuren.
L. Bake Wol verhorst. i687-
|
||||||||||||||||||
|
K
|
||||||||||||||||||
|
«11,
|
||||||||||||||||||
|
■
|
||||||||||||||||||
|
328 AMSTERDAMS III. Deel.
DiAco- nieuwen vermeerderd. Het beloopt thans een ze, _ verwiffeld, als wy, hier voor (f),- ten Diac<>
nie- honderd en veertien , en zo veele mannen opzigte van de bedieninge in het Diaconie- z' Oude- können'er, tegenwoordig, inde wooning Weeshuis, hebben aangetekend. HetRe-y^oü. wenden der oude Mannen, geplaatft worden. Boven glement, waarnaar het Diaconie-Oude- Vrou-wEN-£iJ Man- dezelve, is de Ziekenkamer der Vrouwen, die, wen- en Mannen - Huis, met eenige kleine Man- ken- eenige voeten naar buiten uit, getimmerd, veranderingen, nog tegenwoordig, beftierd *"^ p.UI,s" _ en in tweeën verdeeld is. Aan elke zyde, wordt, was, reeds op den veertienden Fe- kamer en zyn twee haardfteden. Boven twee derzel- bruary des jaars i63i , door Gecommitteer- ven, leeft men twee versjes van den gewe- den uit den Kerkenraad en uit de Diaconie, zen Diaken D a n i e l W i l l i n ic. In de Zie- ontworpen, en door Burgemeefteren goed- ken-Kamer, zyn drie en negentig bedfleden , gekeurd (c); doch is, in't jaar 1719, ver- en nog vier, voor de dienftmeiden, die de meerderd met eenige punten, die de oude zieken oppaffen. De Ziekenmoeder heeft mannen betreffen. De vrouwen, die in 't Zwak een vertrek by de Ziekenkamer. Uit dezel- Huis worden ingenomen, moeten zyn we- kenkei- ve s komt men, benedenwaards, in de Zwak- duwen, die geene kinderen tot laft, of onder t Vrou" kenkelder^ die ook in tweeën verdeeld, en de vyf en twintig jaaren, hebben, of bejaarde wen. van zeven en veertig bedfleden en krebbén Dogters, die vyftig jaaren oud zyn; vyftien voorzien is. In dezelve, worden vrouwen jaaren te vooren, geduuriglyk, binnen de geplaatft, die niet wel by 't hoofd bewaard Stad gewoond hebben; aldaar tien jaar Lid- zyn , onder 't opzigt van eene Zwakken- maat der Kerke geweefl zyn, en twee moeder , die hierby ook een vertrek , tot jaaren van de Diaconie gënooten heb- haar verblyf, heeft. In 't eerfl, was de ben. Doch van dit laatfte vereifchte , '1S Zwakkenkelder flegts voor dertig perfoonen men , fomtyds, om goede redenen, afge- gefchikt; doch men heeftze, door den tyd, weeken (d). De mannen, die men in 'c merkelyk vergroot (2). In 't onderfte ge- Diaconie-Oude-Mannen-Huis plaatft, moe- deelte van 't gebouw, zyn, aan drie zyden, ten zyn, of weduwenaars, zonder kinderen eenige ruime kelders, die, ten voordeele der tot laft, of bejaarde Perfoonen, meer dan Diaconie, tot Wynkelders en ander gebruik, zeitig jaaren oud; of, zo zy blind, lamj verhuurd worden. Van de Hooifchepen , kreupel, of beroerd zyn, of eenige andere die hier aankomen, en, veeltyds, aan den ongeneeslyke kwaal hebben, ten minfte wal, voor't Godshuis, komen leggen, ge- vyftig jaaren. Zy moeten twintig jaaren niet de Diaconie ook, in gevolge eener Or- in de Stad gewoond hebben; vyfrien jaaren donnantie van Burgemeefteren, twaalf of zes Lidmaat geweeft zyn, en, in beiderlei ge- fluivers, naar dat de fchepen groot zyn, van val, eenjaar onderftand hebben gënooten ieder fchip,'t zy dezelven voor't Huis komen (e). Beide mannen en vrouwen moeten, leggen, of niet. De brand, die, op den tweeden met eene gewoonlyke bediening der Diaco- February des jaars 1726, in 't Oude-Vrou- nie, niet beftaan können. Die 't meefl trek' wen-Huis, ontftondt, verteerde denKooken ken worden 't eerft in 't Oude-Vrouwen-en van binnen, en bragt ook eenig nadeel toe Mannen-Huis geplaatft; zo zy anders de °' aan het dak (a). Doch de fchade werdt, verige vereifchte hoedanigheden hebben-^e fpoediglyk, gebeterd. Tot voorkominge van onderftand van zulken,die onwillig zyn, om diergelyk ongeluk, is'er een brandfpuit in in 't Huis te gaan, wordt gefteld, op twee gul' 't Huis , waaraan, in geval van nood, de dens in de veertien dagen,of, op vyftig g'uldeßs fterkfte oude mannen moeten arbeiden. De 's jaars. Wyders, hebben Burgemeefteren, op Brandfpuit is bok tot dienft van't Diaconie- den tweeden Auguftus des jaars 1720, vet' Weeshuis: en de oude Mannen en eenige klaard , dat vrouwen, welker mannen vyf e0 Weesjongens worden, tweemaal 's jaars, door twintig jaaren waren vermift, zonder dat me11 den Stads Brandmeefter, ten overftaan der 'er iets van vernomen hadt, en dietenmin#e Broederen, in 't gebruik derzelve, geoefend, zeftig jaaren oud waren, als weduwen z°a' Beftje. De beftiering van het Diaconie - Oude- den worden aangemerkt. De Vrouwen eJl ring. Vrouwen- en Mannen-Huis ftaat, even als Mannen, in ditOude-Vrouwen-en Mannen*
die van het Diaconie - Weeshuis , aan zes Huis, draagen, elke foort, eenerleikleedM' Diakenen, en vier Diaconefïèn, te gelyk. Zy doen 'er een maatig handwerk, na# Onder de eerften,zyn ook twee yafteBroe- hunne bekwaamheid en kragten gefchikt* ders: onder de laatften, twee vafte Moe- en behouden't voordeel, welk'er vankornt- ders. De overigen worden, op gelyke wy- ^ (b) BUix,. 32?'
(x.) Notulb. der Diaconie van 1680-1704./. 33g, 340, (',) "and,T* f' 2|?*' ■ * f. "4, it%
35;, 376. ' (d) Notult». der Diaconie van l6to-*39**J} '**
(a) Notufc. der Diaconie vm i7si- iy3i, f, 363, *1J: v*» '(."V7^-' ?■ I2'- van x7i"\7I*r.l}i. '
1 ut' J- i"S< £ej Nowl!,, der Diaconie va» nH-W**' >' 4Jl'
|
||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 3 29
Zy moeten elk hun eigen bed maaken, en wittebroodsfap gefchaft de eene week met Diaco-
mogen geenen fierken drank, noch doove zoetemelk en boter, en de andere week, KrE: koolen in hunne vertrekjes hebben: ook na met zoetemelk alleen, en een boterham toe: y°!*£ negen uuren, geen vuur, noch licht. De 's avonds,eet men bierenbrood met firoop, wen- e# Poort wordt, 's winters, ten agt, en 's zo- en een fneede broods met ftolkfche kaas toe: Man- mers, ten negen uuren,- 's avonds, geiloo- by> welke gelegenheid, doorgaands, omtrent £EN~ ten. De goederen, die de ingenomen Per- honderd ponden kaasverfneedenwordt.Men s' foonen bezitten, of die hun, naderhand, uit f lagt, alle drie maanden, zes verkens, die, eenigen hoofde, opkomen, vervallen, ter- metdefpoelinguitdenkooken, endeoverge- ftond , aan de Diaconie , ten ware zy het fchooten fpyze der oude luiden, worden vet Huis verlaaten , en alles , wat zy van de gemefl. De fpys wordt, in de wooning der Diaconie genooten hadden, vergoeden wil- mannen,enindeZiekenkamerenZwakkenkel- den. Die't Reglement overtreeden, wor- der der Vrouwen, gebragt door de meiden van den , door Diakenen of Diaconeffen , be- den kooken. Bier krygen de oude luiden zó ftraft ; of, zo woorden niet baaten, aan eene veel als zy begeeren. Koffy en thee, die de ou- afgezonderde tafel, de fibandtafel genaamd, de vrouwen inzonderheid, dagelyks, gebrui- met geringer fpyze getoefd (), of, voor zes, ken, moeten zy zig zei ven bezorgen. Eens twaalf, of meer weeken , in het huis geban- 's jaars, worden zy voorzien van linnen- eil nen; of, voor eenigen tyd, of zelfs, voor wollen-kleeding, kouffen, fchoenen en mui» altoos, ten huize uit gezet. len:.en alle Saturdagen, deelen de Diaco- De fpys,die, in dit Godshuis, voor man- neflèn-, lappen, garen en fajet uit, om de
nen en vrouwen, gefchaft wordt, beftaat, kleederen te verflellen. De Doclor komt, alle ogtenden, in een dubbele boterham, 's eens ter weeke, naar de zieken en zwakken Maandags,wordt 'er,'s middags, gebroken zien, en de geneesmiddelen, die hy voor- gort met zoetemelk, en een boterham, en fchryft, worden, in de Apotheek in't Dia- 's avonds karnemelk met gepelde garft en conie-Weeshuis, toebereid, firoop gefchaft; 's Dingsdags, 's middags, In 't Diaconie-Oude-Vrouwen- en Man- Gods- graauwe erweten met vet en een boterham, nen-Huis, worden, alle dagen, Godsdien- dienft'gë en's avonds, ryflenbry.'s Woensdags,'smid- ftige oefeningen gehouden, 's Maandags, is oefeniIÏ" dags, wordt 'er, naar believen der dienen- 'er Catëchifatieop de Vrouwen-Eetzaal. Ook S~n* de Diakenen en Diaconeffen, en naar 't ge- komt 'er dan een Krankbezoeker by de zie- «e de tyd geeft, opgedifcht: als,'s Zomers, ken en zwakken, 's Dingsdags en Donder- warmoes, of nat met groente en kalfsvleefch; dags, worden de oude mannen , voor den beffen met gerookt vleefch; raapen, met middag, getatechifeerd: en na den middag, verfch, of peulen en tuinboonen, met gerookt leeft een hunner eene Predikatie uit van fpek; fnyboonen met haring, of zoute vifch der Hagen over den Catechismus, hetee- met wortelen: en 's Winters, nat'met ryft en nige Predikatien-boek, welk hier gebruikt gefprengd vleefch, zo lang het niet te zout wordt, 's Woensdags, voor den middag, is; voorts, ook aardappelen en raapen, of doet de Krankbezoeker eene Propofitie of witte of favooikool by 't gefprengd vleefch; Leerrede over den Catechismus, en na den of ftokvifch met aardappelen, 's Woensdags, middag, wordt, in de Zwakkenkamer, ge- ]savonds, eet men bierenbrood met firoop. catechifeèrd.'sVrydags en'sSaturdags, wordt 's Donderdags, wordt 'er, 's middags, groe- 'er, door den Catechifeermeefter, in de Vrou- we erweten met lang nat en vet, en een bo- wen-Eetzaal, den geheelen dag, gecatechi- »erhain toe, en 's avonds, zoetemelk, beur- feerd. 'sVrydags na den middag, leeft een telings, of met tarwenmeel, of met gepelde oud man eene Predikatie in de Zwakkenka- garft, opgedifcht. 'sVrydags, eet men,'s mer, en de zieken en zwakken worden, door middags , witteboonen , met een faus van den Krankbezoeker, bezogt. Voor zulken, boter en azyn, en een boterham toe. Ook die niet ter Kerke gaan, wordt, 's Zondags Wordt dan, aan de oude luiden, zout voor 's morgens, ook eene Predikatie Op de Vrou- degeheele week, uitgedeeld, 's Avonds, wen-Eetzaal gelezen. Voorts, wordt'er, wordt 'er karnemelk, by verwiffeling, of dagelyks, voor en na de maaltyd,gezongen fc-et grutten meel , 0f met haveren gort, en gebeden, en onder 't eeten, een Hoofd- gefchaft. 'sSaturdags, wor(jt 'er, 's middags, ftuk uit den Bybel gelezen, gebroken gort met zoetemelk, en een boter- Alle de oude mannen en vrouwen hebben, haitt toe, en 's avonds, Poespas] of karnemelk 's Zondags, vryheid om uit te mogen gaan! *;n bier, met brood, annyszaad en firoop, Doch in de week, gaan de mannen Maan- §e§eten. 's Zondags, wordt 'er, 's middags dag, Woensdag en Vrydag na den middag uit, en de vrouwen Dingsdag en Donderdag.
(f) Notmb. det Daeonta van I6so.,70+, f% tiZ, 's Saturdags na den middag, heeft niemant
Tt 3 ver-
|
||||
|
III, Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
33°
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
verlof om uit te gaan, behalve wanneer het Het Cokver s-H o f flaat op.de Héeren- Corve
Voorbereiding ten Avondmaal is, en dan graft , aan de zuidzyde, agter het Oude- alleenlyk na den middag. Vrouwen-Huis, daar het eenen deftigen op- Beic Op den eerften Auguftus des jaars 1765, en ingang heeft, in 't midden van den voor- vanDhjt
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Diaco-
WIE-
OUDE-
Vrou-
wen-en Man- nen- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
waren'er vyf honderd zeven en vyftig oude
vrouwen in dit Godshuis i te weeten, vier |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gevel, die, daarenboven, verfierd is, met zeW*'
de wapens der Stigteren . Corvee en |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deeze regels van
s van Nidek |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
h
|
c 't \ Ie nonderd en twintig in de vertrekken, alwaar Trip, onder welken ,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
oude 'er, gemeenlyk, vier, en in enkelen, ook Mattheus Broüeriu
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vrouwen drie en twee by eikanderen gehuisveft zyn, gelezen worden
■ fchoon zy elk eene byzondereBedilede heb- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ben : voorts, een en negentig in de Zieken-
kamer , en zes en veertig in de Zwakken- kelder, 't Getal der mannen beliep toen honderd en veertien, zynde alle de flaap- plaatfen bezet. |
Zo weldoen dank verdiend en armen zorg be-
looning, Druipt C o R v e R s naam enTKi?sop yeders
tong als honing , Door wiens gefchenk, en wil, dit Godshuis
is gebowwt, Dat met haar Wapens pronkt, hun Naam
onfierflyk houd. In de Frontefpies van'den Voorgevel, ftaat
de Zorg voor behoeftige ouden, in hard- fleen, uitgehouwen. In 'c voorhuis van t gebouw, welk, in alles, honderd voet breed, en vyf en tagtig voet diep is, ontmoet men, aan de ooftzyde, de wooning van den Bin* nenvader en Binnenmoeder, en voorts, tef |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
XV.
CORVERS-HOF. De Diaconie hadt nu een Weeshuis en
een Oude-Vrouwen- en Mannen-Huis. Doch alzo, in dit laatfte, alleenlyk, onge- huwden van de eene en de andere kunne, afzonderlyk van eikanderen, konden gehuis- veft worden , werdt de Godsvrugt en Liefd |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Stigting
van Corvees ■
Hof. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
daadigheid van een trefFelyk Paar gehuwden wederzyde, twee beneden - wooningen der
hier ter Stede bewoogen, om eene aanzien- behoeftigen, en een trap naar de boven- lyke fomme te fchikken, tot het fligtenvan wooningen. De eerften zyn, zo in't Voorhuis, een Godshuis, waarin ook oude en behoef- als rondsom de Binnenplaats, in alles, agt- tige Egtgenooten zouden können geplaatft tien, de tweeden zeftien in getal, waaron |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der egter ook de wooning voor den Binnen-
vader en Binnenmoeder begreepen is. Drie der Bovenwooningen , aan de weftzyde van 't gebouw zyn, in t jaar 1757, gefligt, uit eene gifte van Vrouwe Anna Eliza- beth Geelvinck, Weduwe van den Heere Jan Lucas Pels en Vrouwe van |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
worden. De Heer Mr. Jan Corver ,
Schepen, Raad, en Kolonel over een Rege- ment fchutteren hier ter Stede, de Diaconie tot zyne erfgenaame gefteld; en zyne Huis- vrouw, Vrouwe Sara MariaTrip, aan dezelve, een Legaat van dertig duizend gul- dens , tot zulk een einde, gemaakt hebben- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de ; werdt een gedeelte van het erf, welk, Hoogelande , in de plaats van een' Kooren-
door de Stad, tot het Oude-Vrouwen-Huis^ zolder, gelyk, in den weftely ken binneng^e', gefchonken was, en nog onbetimmerd lag, door deeze regels, te kennen gegeven wordt: tot eene plaats voor het nieuwe Godshuis, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
afgezonderd. Men ving, in 't jaar 1721, aan
met graaven. De Prefident der Diakenen in der tyd, l/aak Warnfink, leide den eer- ften fteen aan 't gebouw: 't welk, door den Heere Burgemeefter J a n T r i p , geweigerd |
Had Corvers ryke Jorge en Trips dit Huys
eeß&* , r.ft
Vrouw Hoogeland e's ^lP
Heeft, in dit armen-flifi, Tot een gedagtenis, drie Hutten opgerigt* |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
was {£). In 't volgende jaar, werdt de tim-
mering van het zelve fterk voortgezet: in't ,. T3- 1 nn jaar 1723, werdt het Huis tot ftand gebragt, 0ver eene "ette vierkante Binnenplaats, °1 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nen zuilen, gefield zyn, treedt men, opwaart
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ben ruim'vier en zeitig'duizendvkr'honderdguldens beloopen. En de erfenis van den
|
nen, die \ opzigt over dit Huis hebben-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Heere Corver, na aftrek der Legaaten, en zien Ult °P den gr00£en Boomgaard ag
der koften eener deftige Grafftede, in de Diaconie-Oude-Vrouwen- en Mannen1-^ Kerke van de Beverwyk, meer dan een hon- De fchoorfteenmantel van het eene * ^ derd en zeitig duizend guldens. met de Papens der Stigteren, Co* . |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Trip.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Ook bewaart men, * het anae
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
d) Notuib. der Diaconie ■*«» 1721-1738. . s*, sj. derzelver gefchilderde afbeeldfek,neven'
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dat
ra«
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
!V. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. q a t
ÜäK ««■ vanden Heere Gerrit Cor ver, Heere bewooners van Corvers-Hof mWdP*1d p,
vanVelfen, en Burgemeefter deezer Stad, deeze buitengewoone uitdeelina is Vom Ho'
van wien de Diaconie zeer groote weldaa- tyds meerder, en fomtyds minder naar tvds den genooten heeft: welker gedagtenis, on- gelegenheid. De bewooners van Corvers-Hof veranderen, ook vernieuwd wordt, ineen hebben vry gebruik van Doflor, Chiniravn *Wg zinnebeeldig Schilderftukje van Louis Apotheker en geneesmiddelen der Diaconie' Hl Erichs du Bourg. Die met de bovengemelde bedeeling niet be- \e' De-beftiering van Corvers-Hof ftaat aan zes ftaan kan, wordt, uit de gemeene Kas dei-
Gecommitteerden uit de Broederen Diakenen, Diaconie, verder onderfleund ; mids zulks zynde, gemeenlyk, den Scriba, den Groot- vooraf, door de Broeders, die de beftierin<r' boekhouder, tweePrefidenten der weekelyk- van 't Godshuis hebben, aan de groote Ver^ jche Commiffien, Praefes een en negen, en gadering der Diakenen, verzogt worde. Wan- de vafte Broeders uit het Weeshuis en Oude- neer een der twee Egtgenooten overlydt, Vrouwen-en Mannen-Huis, die in het twee- wordt de nablyvende , terftond , of in 't de jaar van hunnen dienft zyn. Zy vergade- Oude - Vrouwen-, of ia 't Oude-Mannen- ren, eens om de veertien dagen, en blyven Huis der Diaconie overgebragt. Het inbren- gen jaar in deeze Commiffie. Zy houden af- gen van Partyen in 't Corvers-Hof gefchiedt zonderlyke rekening'van de inkomften en uit- door de Broeders - Diakenen, volgens zekere gaven van het Godshuis. De eerften beftaan, beraamde beurtorde , beginnende m r d Voornaamlyk, uit de intrcfl van de hoofdfom- Groot-Boekhouder en Scriba d' f rne, die, na 't volbouwen van het Huis, van eene party inbrengen: Voorts,' de tw pen de erfenifTe overgefchooten is, en uit de huu- fidentcn-6o?zo?w of Praefes een en Praef- ren van verfcheiden' kelders en zolders van 't gen, insgelyks, famen eene party daai-nT gebouw,die, tot berging van Koopnlanfchap- de twee Broeders van de Weeskamer &m*n pen verhuurd worden. Wyders, doen zy eene party, wyders, de twee vafte Broeders van hunne befhenng rekening aan de groote van het Weeshuis, van gelyken eene mrrv- Vergadermg der Broederen-Diakenen, zowel zo ook de twee vafte Broeders van het Od als de Broeders, die, tot de bediening in het Vrouwen-Huis: daarna de dertio- Broeder-" Weeshuis en in het Oude-Vrouwen- en Man- de vyftien Bezoekboekjes, loopende van L^Üäk hen-Huis, gemagtigd zyn. In Corvers-Hof, tot L'. P., ieder paar Broeders eene party .-'en borden, door de Broederen Diakenen, geene eindelyk, de Seconde-Boekhouder en de Ad- andere Perfoonen ingenomen, dan Mannen junftvande Weeskamer, famen eene party. e« Vrouwen , aan eikanderen gehuwd , de De partyen worden eerft aan de groote Ver- een ten minfte zeftig, de anderen vyf en gadering voorgefteld, die de Gecommitteer- yltig jaaren oud* Zy moeten een van beide den tot de beftiering van Corvers-Hof mag- wintig, en de andere vyftien jaaren, hier ter tigt, om'er onderzoek op te doen waarna atede, gewoond hebben: ook moet een van zy, de vereifchte hoedanigheden hebbende nnVJ^ a' Cn de andere tien Jaaren> Lid- worden aangenomen. Doch zes woonrad maat geweeft zyn en in alles,ten minfte twee worden, door de bloedverwanten vandeSdl jaaren, door de Diaconie, onderfleund zyn -ters, vervuld, die 'er thans, gemeenlvk vr geweeft. Voorts, moeten zy geene kinderen wen plaatfen. Binnens huis, ftant hV g laft hebben. Ieder Perfbon geniet, jaar- over 't Hof, aan een' Binnenvader e R,? g' *yks, twee en vyftig guldens: de helft in geld, moeder, Man en Vrouw zond- uïï ^ de wederhelft, in de volgende waareit laft, » tWrfü^^S^&S Ëenhalfv; A A Mti r De Poort van Corvers-Hof, wordt's wimers
Ied»r vL ?dcd B0ter' t0t f?-'--ten Qegen,en 's zomers ten tien uurengefloo-
5 ftuive n,eenbr00dVan ten' Ellna tienuuren> maS memant vuur, Twin tip; nerS'riis ~ '" ' " 6:10:- op den haard noch in flooven, noch licht aan
Aan kleed en tUrf * ' " " 4:IO:~ neDben. Het Reglement, waarnaar het Huis m§ - - - . 8: - :- beflierd wordt, is, den twintigften July des ■
26: - * - Broederen-Diakenen, vaftgefteld , en komt
b0cn j fc', j. " in't voornaamfre, overeen, met het Reglel afsreHno,! Kleecll"S w°rdt, om de twee jaaren, ment voor het Diaconie-Oude-Vrouwen- en
Wvdpi ' en, !°0pt &n zeftien guldens. Mannen-Huis. ^oedll' *!?, n Cr' naar 'c goedvinderi der De Diaconie heeft eene B a k k e r y en eP ^
tVf^Z Ti,r ir l doorgaands, des zomers ne B r o u w e r y. Uit de eerfte , worden t ?Z°nie' fen^aal kalfsvleefch, en des winters, kaar- behoeftige Ledemaaten van brood, en ïSAS- en i-UnL' jutters- en kruideniers - waaren, beide, het Weeshuis, het Oude-VrnmJn «*'? vleefch om in te zouten, aan de en Mannen-Huis en Corvers-Hof, vanibtood en
|
||||
|
332 AMSTERDAMS III. Deel,
|
|||||||
|
WAALE&.en bier, voorzien. De Bakkery, in welke, Vanagteren, hadt het huis zynen uitgang waai^'
Wees en met zes ovens gebakken wordt,ftaat agter de op de Lauriergraft, aan de noordzyde,door Webï« Vuou- Nieuwe-Kerke, op het zogenaamde Bkauwen- eene hardfteenen-Poort, boven welken, eene O"^' |
|||||||
|
wen- en erf- Zy is, met verlof van Burgemeefteren , duif en eenige weeskinderen waren afge- WEIf-<*
Man- in 't jaar 1674 , opgeregt (b). De Bakker beeld. De eerfte Regenten, Jean Hochepied MaN' ®EN" doet, federt het jaar 1741 , eed aan Bürge- en Mei de Horipon, Ouderlingen, en Jan *>*■*' ms' meefteren (t). DeBrouwery, tot welke, de Bagelaar en EJaias Cafielein,Diakenen,hiel-IiulS' Stad den grond gefchonken heeft (£), ftaat den hunne eerfte byeenkomft in dit Huis, . op de Prinfengraft, aan de zuidzyde, op den op den negen en twintigften May des ge- hoek van den Biwnen-Amftel. Zy is, in't jaar melden jaars, en fielden, ten zelfden tyde, 1688 , opgeregt. Men brouwt hier bier van een Reglement voor het zelve op, welk nog, garft, boekweit en hoppe, omtrent zes en dertig in de voornaamfte opzigten , onderhouden reizen in 't jaar, en telkens vyftig ton. Ik wordt. Op den eerften July daaraan, kwa- vind ergens aangetekend, dat de Diaconie, in men de Weezen in 't Huis. De inkomften 't jaar 1731', een honderd zes en zeftig dui- van het zelve kwamen toen, alleen, uit de zend zes honderd brooden , aan behoeftige winften der kinderen, en uit de Collecten in Ledemaaten buiten de Godshuizen , heeft de Kerke. In 't jaar 1635 , werdt alles, uitgedeeld; en dat 'er, in 't Weeshuis, drie wat i: in. de week van 't eerfte Avondmaal, en veertig duizend zes honderd twaalf; in 't geeollefteerd werdt, tot onderhoud van 't Oude-Vrouwen- en Mannen-Huis, drie en Weeshuis gefchikt. Doch in 't jaar 1640, vyftig duizend vier honderd agt en twintig, vonden Diakenen geraaden, 't geld vandee- en in 't Corvers-Hof, z:even honderd vier en ze Collecte te brengen in de gemeene kas veertig brooden gebruikt zym Uit de Brou- der Diaconie, en zig te belaften, met de werye, zyn,in't jaar 1733 , negen honderd onderfteuning van het Weeshuis, wanneer zes en dertig en een halve ton bier, in 't het te kort komen mögt. In 't jaar 1669, Oude-Mannen- en Vrouwen-Huis; agt hon- heeft het Weeshuis den laatften onderftand derd vyf en tagtig ton, in 't Weeshuis; ze- uit de kas der Diaconie ontvangen, ven en vyftig ton, in de Bakkery, en zes Doch \ leedt nog geene veertig jaaren na 0$ en twintig ton, in de Brouwery, gebruikt, de opregting , of dit Huis werdt veel te^a' klein bevonden. De dubbele Kerkenraad, teo>
XVI. uit de Predikanten en dienende Ouderlingen en Diakenen beftaande , befloot dan, het
WA ALEN-WEES- en OUDE-VROU- Huis, tot burgerwooningen,te verkoopen,
WEN- en MANNEN-HUIS. en, met bewilliging van Burgemeefteren en
Raaden, die 'er den grond toe vereerden (/),
Oudfte TTVe Walfche Gemeente was, hier, al vee- een nieuw Weeshuis op te regten op de Vy- Waalen- ^J Ie jaaren, in ftand en bloei geweeft, zelgraft, tüffchen de Prinfengraft en eerfte ^ huisdiertoen ^aare Kerkenraad ; befpeurende , dat Weteringsdwarsftraat. Op den negen en 0^ ter Stede, veele arme Ledemaaten kinderen nalieten, twintigften Oef ober des jaars 1669, werden ", die, om dat de ouders geene burgers ge- de twee eerfte fteenen aan 't nieuw gebouw n{ey weeft waren, niet in het Burger - Weeshuis gelegd, door Paul Goudin den Zoon en Sara rf^fl konden worden geplaatft, en, als van Le- van Raey, Zoon en Dogter van twee Re" q^' demaaten gefprooten, niet gevoeglyk, aan genten, gelyk, uit een opfehrift, voor den ^'^ de Aalmoeffeniers konden worden overge- fchoorfteen in de Regenten - Kamer, blykt- ^, geven; in't jaar 1631, te raade werdt, met In de Lente des jaars i67i,washetgebou«r^ bewilliging van Burgemeefteren, een Wees- voltooid, en op den twee en twintigften A' $$" huis op te regten, onder 't opzigt van vier pril, werden de kinderen, uit het oude Hü^s Gecommitteerden , twee Ouderlingen en in de Laurierftraat, overgebragt in het nieu" twee Diakenen. Men verkoos, hiertoe, een we, welk, dien zelfden dag, met eenepleê' erfinde Laurierftraat, aan de zuidzyde, om- tige redevoering van den Predikant Louf trent in 't midden, tuffchen de eerfte en Wolzogen, die in de Waaien-Kerke gefchi^" tweede dwarsftraat, alwaar, uit vrywillige de, Gode was toegewyd. De dienende ^e', giften en Legaaten van eenige oude Leden genten waren toen Antoni Warin en PaU der Gemeente, een gebouw, met drie voor- Goudin, Ouderlingen, en Jean du R°'l^t gevels, geftigt werdt, welk zynen ingang Jeremias van Raey , Diakenen. VaU , hadt, door eene Poort, die nog in wezen oude Weeshuis, welk in't begin des ê£^l is,en è&Waalen-Weespoon genaamd wordt, den jaars 1671 verkogt was,is alleenly*
ge-
(h) Notulb. der Diaconie van I«s8-1680. . IJ8, ïSS. f jjf
(i) Groot-Memor. N. IX. . Z73. f') Refo!. Vioedfcll. L'. F. IJ J»nn»rj ^69- i"
(y Refol. Vioedfch, U, S. 26 Maart 1688. f.ys. vtrfi.
|
|||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 333
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
w
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V^ER-gedagtenïs overgebleeven, in den voorge- ■ Op 't arme weeshuis van de Walen,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Waalew-
Wees- en Oüde- Vkou- WEN-e» MAN-
NEN- Hurs.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
'J!£S.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wiens laß nog aengroeit jaer op jaer,
Wanneer 't ontfangt met open armen Die arm zyn zonder hunne fchult,
De Weeskens, die om nooddruft kermen ; En voedt hen op met groot gedult
In tucht en eèrelyke zeden. Wie zietze zonder fchreien aen ?
Heeft Krifius arm voor ons geleden, Wie kan voorby dees kribben gaen
En flauen, zonder met de Wyzen Te offeren een luttel gout,
Om 't naekt en kongrigh kint tefpyzen , Dat in dit Betlehem verkont ?
Ay zorght niet, dat de f chatten minderen, Die gy aen Godt op woeker geeft,
Door vreemde en ouderlooze kinderen. Gedenkt dat Godt hun Vader leeft,
Die in uw weldaet wort geprezen, En 't goet dat nimmer zal vergaen.
De zuivre Godsdienfi is den Weezen In hun ellende by teßaen («)
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
DüDe'£'j melden naam van Waaien-Wees-Poort, en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N--
N en
s
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in dien der twee Weespaden, in de tweede
dwarsftraat, tuffchen de Laurier- en Roo- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zenftraaten. In 't zelfde jaar 1671, begon
men, in 't nieuwe Weeshuis, Wollen- en Linnen-kleedinge; in't jaar 1674, brood, en in 't jaar 1688, ook turf uit te deelen aan de behoeftige Leden der Walfche Gemeen- te, 't Gebouw was, in 't jaar 1683, ver" groot, met een' geheelen vleugel langs de |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eerfte Weteringsdwarsftraat, die tot een
' Oude - Vrouwen - Kuis gefchikt werdt. Het gantfche gebouw werdt, in 't jaar 1720 , met een' yzeren leening omringd. En in 't jaar 1726, werdt een op zig zelv' ftaande vleugel van 't Huis langs de Prinfengraft , met het lighaam van 't gebouw, vereenigd, en, nevens de zolder boven de Bakkery, 'met toeftemming van Burgemeefteren, be- kwaam gemaakt, tot een Oude-Mannen-Huis, alwaar zes en twintig, en, des noods, twee |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en dertig oude mannen können geplaatft
worden. De eerften kwamen 'er in, op den Hierna volgt de Kamer van den Binnenva- eerften November des gemelden jaars,en 't der en Binnenmoeder; dan de Linnen-naai- geftigt werdt, op den twintigften, met eene winkel, en vervolgens de Kamer der Re- Leerrede over 2 Kor. IX. 14., die , in de gentellen, in welke, voor den fchoorfleen, groote Waaien-Kerke; en met gebeden en drie der eerfte RegentefTen zyn uitgefchil- Vermaaningen, die, in 't Huis, door den derd. Aan de züidzyde van't gebouw, langs de Predikant Joannes Boddens , uitgefproken Weteringsdwarsftraat, is de Eetzaal [Rcfec- werden, plegtiglyk, ingewyd. In Novem- toir\ der Meisjes, waarop die der oude t>er des jaars 173*3 ■> zvn °°k eenige Wal- Vrouwen volgt. Voor deezen, zyn zeven henzen in 't Huis ontvangen. Wy komen beneden- en agt boven-vertrekken gefchikt; |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*iu tot eene byzondere befchryving van
gebouw. Het W aal en - Wees- en Ou de-
Vrouwen- en Mannen-Huis is een |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de meeften voorzien van twee bedfteden,
en uitziende op de Weteringsdwarsftraat. In 't weften is, beneden, de Ziekenkamer der oude Vrouwen, waarin eene haard en vier |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deftig, vierkant gebouw, met twee ingan- Ledekanten zyn. DeJongens-Eetzaal is, aan
gen op de Vyzelgraft. Door den eefften, de noordzyde van 't oude gebouw, langs de treedt men in't Jongens-Wees- en Oude- Prinfengraft, naar welke, die der oudeMan- Mannen-; door den tweeden, in 't Meisjes- nen voigt. In een klein marmeren tafereel, Wees- en Oude-Vfouwen-Pluis. In 't eerfte, voor den fchoorfleen der zelve, flaat dit op- ontmoet men, in een' ruimen gang, terlin- fchrift, in vier regels: jterzyde of zuidwaards, de Regenten-Kamer, m welke agt Regentenftukken geplaatft, en P- Couturier: G: Mottet: J: Bargignac &
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
onder anderen, de Regenten, die, in 't jaar
$709, dienden,konftiglyk,doorArnoldBoo- maifon; ont projetté et achevé, par la he-
nediction du Seigneur, dans vi. mots, cette
edifice de Charitê , confacré h Tufage des pauvres Vieillards. Il a eté dediê Le EX Novembre 1726. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nob
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bede voor het
W ALEN-WEESHUIS.
t'Am sterdam.
Aan alle Chriftenen. °c* het uw mededogen flrakn °P dees van elk vergete fihaer, (m) VAN Gool Schoub. I. D<el , bl. 3ÓI#
II. STUK.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
dat is;
Filips Couturier , Willem Mottet, Jan
n Bargignac en Willem Clermont Joannes- Zoon, Regenten van dit Huis, hebben door 's Heeren zegen, dit Liefde-geftiot' f») VONDELS Poëzy I. Deel, bl. 47-, ^ '
Vv
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
334-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Waalen-
Wees en Odde- Vaou. wen- en Man- nen- huis. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
welk, ten nutte van behoeftige oude man- dienen. De Regenten; beftaande uit twee W
|
WEES-51
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nen, geheiligd is, ontworpen en volbouwd, Ouderlingen en twee Diakenen, dienen twee vv ^
*__ 1 . 1 _ ___ ______ 1__ TT-*.* _1___"_______« J ~L __1 1 ____*.',-,,.------- f^\.% Anf- ^ -
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in den tyd van zes maanden. Het is, den jaaren: doch, jaarlyks, gaat 'er een Ouder- Vß0lr.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
twintigften November des jaars
ingezegend.'' |
1726, ling en een Diaken af. De Regenteffen, van wen-<"
welken 'er, jaarlyks, maar ééne afgaat, bly- Ma*- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
55
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ven drie jaaren in dienft. De groote of drie- *^
ledige Kerkenraad der Walfche Gemeente, uit de Predikanten, en dienende en afgaan- de Ouderlingen en Diakenen beftaande, ver- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De wooningen of vertrekken voor de on
de Mannen zyn veertien in getal, zes be^ neden, en agt boven. Ook heeft de Bewaar |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
der der oude Mannen, hierby, een vertrek; kieft, in January, terftond na de plegtige
gelyk de Bewaarder der oude Vrouwen ook beveiliging der nieuwe Ouderlingen en Dia- eene kamer, by de Ziekenkamer derzelven, kenen, twee Regenten en eene Regenteffe, |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in de plaats der afgaanden. Van de Regen-
ten wordt 'er een, uit de aankomende Ou- derlingen , en een uit de aankomende Dia- kenen , verkooren. Doch niemant wordt Regent, wiens huisvrouw in daadelyken dienft is , als Regentes. Ook wordt de huis- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
tot haar gebruik heeft. De Ziekenkamer der
oude Mannen in 't weiten is van eene haard- ftede, en vier bedfteden voorzien. De gan- gen, in welken de wooningen der Oude- Mannen en Vrouwen uitkomen, hebben hun uitzigt op eenen aangenaamen tuin en boom- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gaard , die tuffchen de twee weftelyke vleu- vrouw van eenen dienenden Regent, nitft
gels in legt. De Jongens en Meisjes hebben mer, tot Regentes verkooren: beide, in ge' ieder haare Binnenplaats, die , door eenen volge van een befluit des Kerkenraads van open gang, ter wederzyde met eene deur den dertienden January des jaars 1709. Pe geflooten , van eikanderen, afgefcheiden nieuwverkooren Regenten en Regentes wor- zyn. Aan elke zyde, is, tuffehen de eerfte den, door eenen der Predikanten, by beuï' en tweede Verdieping, eene kamer, daar de te, op den eerftvolgenden Vrydag , in '£ befte kleederen der kinderen, afzonderlyk, Weeshuis, plegtiglyk, in dienft gefield. #° bewaard worden. En op de tweede Verdie- een der Regenten binnen 's jaars overlydt» ping, zyn de Slaapkamers [Dortoirs] en Zie- kieft de dubbele Kerkenraad eenen anderen |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
in zyne plaats. De Regenten vergaderen»
gemeenlyk,eens ter weeke,des Vrydagsna den middag, in het Huis, om zorg te draagen voor 't gene deszelfs beftiering betreft. Zy |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kenkamers der Jongens en der Meisjes. Inde
Jongens-Slaapkamer, zyn vyftien, en in de Meisjes - Slaapkamer , veertien bedfteden. Naaft de Meisjes-Ziekenkamer, is een ver |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
trek der Regenteffen, verfierd met twee of koopen ook het graan tot de bakkery, de
drie fchilderftukken; alwaar uitdeeling van turf en de ftoffen tot kleeding voor de be |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hoeftigen. Zy mogen geene Weeskinderen
in 't Huis ontvangen, dan die, wettiglyk, gebooren zyn van eenen Vader en Moeder, beide Ledemaaten der Walfche Gemeente, en hun, door de Broederen-Diakenen, w°r' den aangebooden. Zy befteeden de Wees- jongens op een bekwaam ambagt, zig daar- in, zo veel betaamlyk zy, fchikkende naar derzelver verkiezinge. Zonder bewilliging' den dubbelen Kerkenraad , mogen zY |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
kleeding aan de behoeftigen gefchiedt: entegen over dezelve , is de Wollen - naai-
winkel. Twee of drie vertrekken, beneden en boven, dienen tot bewaaringe der ftof- fen tot kleeding. Ook heeft de Moeder of Bewaarder der kleine kinderen , op dee- ze hoogte der tweede Verdiepinge , eene kamer. Onder 't Eetvertrek der oude Mannen , is eene fchoone Bakkery , al- waar , in twee ovens, driederlei brood ge- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bakken wordt. By dezelve, is eene Builery, geene merkelyke verandering maaken, aart
en een vertrek, alwaar de Diakenen, wee- 't gebouw. Ook moeten zy, jaarlyks, ref kelyks, uitdeeling van brood aan de behoef- kening van hunne beftiering doen, aan dert tige Ledemaaten der Gemeente doen. Het drieledigen Kerkenraad. De _ Regenteip0 Huis is, wyders, voorzien van eenen ruimen draagen zorg voor de huishoudinge, en zie° |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ft
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kooken, Provifiekelder, Turf- en Kooren-
zolder en andere vertrekken, tot nuttig ge- bruik. In 't jaar 1757 , zyn , op koften van de Turfdraagers, twee windwyzers ge- field op 't Huis, welks noordelyke zydge- vel tegen over de Turfmarkt ftaat. Ook is deeze zelfde vleugel, in 't jaar 1761, mer- kelyk verbeterd. |
de huiffelyke rekeningen naar. . ■$$
De voornaamfte Bedienden van het HulS va^V
zyn een Binnenvader en Bhmenmoeder, man ji^f. en vrouw, een Bewaarder [Gardien] ^"f^ Mannen ; eene Bewaarfier \Gardiennc] «ei $& oude Vrouwen, en eene Bewaarfier der kleine 0ü&^ Kinderen. De Binnenvader moet de Regen- jy> ten, en de Binnenmoeder de Regentellen, &■ |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beftie-
ring. Regen- ten en Regen- tessen. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De beftiering van het Huis ftaat nog aan alle Vrydagen, berigten, wat 'er gewigüg>0uj
vier R e g e n t e n en drie R e g e n t e s s e n; in 't Huis voorgevallen is. Zy jnogen n°0^ ^ |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
behalven op
Zon-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN,
|
335
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
w
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"VV^n-Zon- en Feeftdagen. De Binnen vader móet Maart des jaars 1679, herzien, en goedje-Eng
Qi%]en de kinderen den Catechismus leeren, enze keurd , door den drieledigen'iverkenraad.sche |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
naar de Kerk geleiden. Ook houdt hy, da-
gelyks, ïchool voor de kleinen. Hy levert het graan tot de Bakkerye aan den Molen, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wees en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De opregting van 't Oude - Vrouwe
heeft 'er, naderhand, eenige verand |
n - Huis n
UUDE-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1 u/s--, -.-ermg in vR0U.
gemaakt; en toen het Oude-Mannen-Huis wen-
opgeregt was , werdt de Predikant, Jean IIü'I3< Brut el de la Rivier e, door den, dubbelen KW- kenraad, gelaft, om eenige nieuwe gebeden voor het Huis op te ftellen, en den verou- derden ftyl van het Reglement te befehaa- ven. 't Een en 't ander is, door hem, ge- fchied, en, by den dubbelen Kerkenraad, op den zeftienden September des jaars 1727, goedgekeurd (0). Het jongfte Reglement heeft veel overeenkomft met de Reglemen- ten voor de Nederduitfche Gereformeerde Diaconie-Wees-en Oude-Vrouwen- en Man* nen-Huizen. 't Getal der Weeskinderen in 't Waaien- Getal der
Weeshuis was, m 't jaar 1690, vier en tag-Weezen tig, tweeen veertig Jongens, en twee enenoude veertig Meisjes : in December des jaars Vr9"wen 1740, telde men 'er drie en zeitig in alles, nen. ' en in July des jaars 1765, waren'er negen en. twintig Jongens en agttien Meisjes, en twee en twintig oude Mannen, en twee en der- tig oude Vrouwen. Burgemeefteren hebben, op den agttienden December des jaars 1704, toegedaan, dat men de Weezen der Fran- fche Vlugtelingen, in het Waaien-Weeshuis, plaatfen mögt. Zy worden, uit den onder- ftand der Stad, ten behoeve dier Vlugte- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sar.
|
houdt 'er aantekening van, en ook van 't
brood, welk'er van gebakken wordt; hy |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
helpt den Diaken in 't uitdeden van 't brood,
en deelt ook de turf uit, op een briefje der Diakenen. Hy en de Bewaarder der oude Mannen moeten, eens ter maand, de kas- jes der oude Mannen en Weesjongens naar- zien. Gelyk onderzoek gefchiedt ook, om- trent de kasjes der oude Vrouwen en Wees- meisjes , door de Binnenmpeder, en door de Bewaarfter der oude Vrouwen. Wanneer de Binnenvader fterft, is zyne vrouw ver- vallen van haare bediening in 't Huis. De oude Mannen, die in 't Huis ontvan-
gen worden, moeten ten minfte vyftig jaa- ren oud , ongehuwd , erkende Leden der fy^rou- Walfche Gemeente zyn, en van de Diaco-
nie genooten hebben, 't Staat hun vry,tus- fchen de maakyden, tabak te rooken;doch nergens, dan op de Plaats, of onder de Eet- kamer, 's Winters, wordt 'er vuur voor hun aangelegd, in de Eetkamer; doch de Be- Waarder alleen heeft regt over de tang. 't Gene zy bezitten, wanneer zy in 't Huis ko- men en 't gene zy, met eenig handwerk, Winnen, terwyl zy 'er zyn, komt ten voor- deele van het Huis. De oude Vrouwen wor- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den , volgens de Reglementen der Diakenen, lingen, onderhouden,
door dezelven , met toeftemming der Re- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
genten , in het Oude - Vrouwen - Pluis ge-
plaatft. De Bewaarder der oude Mannen Wordt, door de Regenten, verkooren. Hy is, te gelyk , Poortier. Ook leeft hy de Schriftuur en de gebeden voor de oude Man- nen , en maakt zyn werk van het onder- houden der vrede en goede orde onder de- |
XVIL
ENGELSCHE WEES- en OUDE-
VROUWEN-HUIS. De Engelfche Prcsbyteriaanfche Gemeen- Opreg
te dcezer Stad, die talryker plagt te tingen yn , dan zy tegenwoordig is , heeft ook Befchry- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
te
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zelven.
De Jongens en Meisjes mogen niet in
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ving vun
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1651, geraaden gevonden
|
, hier^t En-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ter Stede
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fl'^1%. Sanders vertrekken komen, noch eenige
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ci,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
, v-^ii Wees- en Oude-Vrou-gfi^che
wen-hu is op te regten, waartoe zv. on Wees- en
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
et gemeenzaamheid famen hebben. Ook mo-
gen zy, zo langze in het Huis zyn, zig, door geene trouwbeloften $ aan eikanderen verbinden. De bovenkleeding der Jongens en Meisjes is rosverwig Laken. Alle deBe- wooners en Bewoonfters hebben, federt het jaar !747j> eene ongewoone rykelyke mäal- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
den zevenden January des gemelden jaars, °£
vier huizen, in 's Heeren Executie, gekogtWEN." heeft: twee van welken zy, federt, tot een Huis. Godshuis, bekwaam heeft gemaakt. In het zelve, worden kinderen haarer Ledemaaten en oude behoeftige Vrouwen , die , insge- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eener maakinge v
B e e c cl , HuisvroMelchior deRUysch die
»en Regentes geweeft Js. Zy wordop den Verjaardag haarer begraafenig den zes en twintigen April, ge*£»- eerfte Reglement, Waar naar h
ffiS* Z aIIeenlYk een Weeshuis wera ^erdt, was, op den nege
|
lyks, Ledemaaten zyn, geplaatft, en van on
derhoud verzorgd. Het ftaat op de Looijers- graft, aan de zuidzyde, en is, in 't jaar 1750 merkelyk vertimmerd. Boven den ingano-' die, eenigszins, beneden den grond is, ft££ twee Weeskinderen ,' een Jongen en een Meis-
ras, De- w(#) r#jr« Ordres & Regiem, de la Maifon des Orphelin« ntienden ■&c- £dn-de 17«°. y«««»»
Vv 2
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS IILDeel.
|
||||||||||||
|
33<5
|
||||||||||||
|
In 't midden van deeze Plaats, die met boo- Lutbe*'
men bezet is, en , 's avonds, door tien lan- ^"3. taarens, verlicht wordt, legt een bleekveld, HU1S> omringd van een agtkantig houten hek. Voor den noordelyken gevel van 't gebouw, die, van een uurwyzer en flagklok voorzien is, is, in de Plaats, een groot fteenen compas gemetfeld. Langs den ooftelyken vleugel van 't ge- bouw, ontmoet men, eerit, de tuooning van den Binnenvader: voorts, een Poortaal, welk, voor een Spreek- en Betaalvertrek der Re- genten, dient; en daarna, de Regenten-Ka- mer, een fraai, lugtig , behangen vertrek, met een' Engelfchen fchoorfïeen , verfierd met de wapens van eehige Regenten, 't Schoorfteenftuk , het Loon der Weldaadig- heid vertoonende , is door Quinkhard ge- fchilderd. 't Zolderftuk en een groot Re- gentenftuk is gedaan, door een' Jongeling, die in het Weeshuis opgevoed is. Voorts, is hier , onlangs, het Stamwapen van Vrou- we Johanna Maria Cromhuysen, en van haaren Egtgenoot, den Heere Mr. Melchior ten Hove, ter gedagteniffe haarer uitfteekende milddaadigheid aan de Luther- fche Wees-armen, in eene fraaije vergulde lyft, opgehangen. Onderde vertrekken ,van welken wy gefproken hebben , zyn eene School voor de kleine kinderen, een Schoen* maakers - winkel, en de Provifie- en Bierkel- der. Uit de Regenten-Kamer, treedt men, onmiddelyk, in de groote Eetzaal, alwaar ook de kinderen, alle Maandagen, door ee- nen Leermeefter, en, op den eerften Maan- dag in elke maand, door een' Predikant, gecatechifeerd worden. Boven den ingang der Eetzaale, van binnen, leeft men: De Weezen fpreeken:
O aangenaam verblyf, wie zou u niet waar-
deeren? Hier laat liefdaadigheid ons nimmer iets ont-
beerën Fan''t geen tot onderhoud van't lighaatnnoo- dig is. Hier wordenwe opgeleid, tot eedle deugdbf
trachting, Hier flerkt men ons gelooft en onze heiher'
wachting: Zou hier de troon niet zyn der maare er- kentenis ? Onder de Eetzaal, heeft men, onder ande-
ren , het Broodhuis, alwaar het brood gebragt, en tot boterhammen gemaakt wordt- En boven de Eetzaal en Regenten-Kamer - zYn de Wafch- en Droogzojders, daar de gewas- fchen kleederen opgedaan, en gedroogd wor-> den. In 't ooften, zyn ook, doch laager.de Schoolmeefters kamer en de Apothekers ka- mer, |
||||||||||||
|
Meisje, afgebeeld. Uit het Voorhuis, waar,
voormaals, twee bedfteden plagten te ftaan, komt men , ter linkerzyde , of oofhvaards, in de Eetkamer, waarnevens de Slaapkamer der oude Vrouwen is, in welke, vier bed- fteden zyn. Het Slaapvertrek der Kinderen is op de zolder. Boven de gemelde bene- den-vertrekken, is de Regenten-Kamer , een welgefchikt vertrek, en de wooning van den Binnenvader en Binnenmoeder. Het Huis wordt beftierd, door de vier Diakenen en de twee Diaconeflèri der Engelfche Gemeen- te, en heeft eenen Binnenvader en Binnen- moeder. De twee Predikanten deezer Ge- meente komen , in dit Huis, catechifeeren, op den laatften Woensdag van elke maand, waarin zy geen Avondmaal houden, en op den eerften Woensdag, voor de onderhou- dinge des Avondmaals. In Maart des jaars 1741, waren in 't geheel geene kinderen in dit Huis: en thans, in July des jaars 1765, zyn 'er een Weesj ongen, en vier oude Vrou- wen. De Weesjongens draagen een rok van bruin Laken, met opflagen, en een blaauw bragoentje op de fchouder. De Weesmeis- jes zyn met aartige korte jakjes van dezelf- de ftoffe gekleed. De oude Vrouwen heb- ben bruine greinen Japonnen aan, over blaau- we kalaminken rokken. XVIII.
LUTHERSCHE WEESHUIS.
De Lutherfche Gemeente, zo voor haare
Kerken als armen , inden jaare 167 8 en federt , vryheid verkreegen hebbende van 's Lands en deezer Stede beladingen op de mid- delen van Confumptie, en van de gewoone en buitengewoone Verpondingen op de huizen (j>); werdt, ten behoeve van derzelverWeezen, in 't gemelde jaar, door haare Diaconie, een Diaconie-Weeshuis gefügt, welk nog in (land, en in 't jaar 1757, van vooren, def- tig vertimmerd is. De grond van 't geftigt, voormaals een tuin, die tot eene Goudleder- maakery was aangelegd, was, door den eige- naar, Jan GEERKENs,tot het gemelde ein- de , aan de Gemeente vereerd, 't Gebouw is, federt, uit aanzienlyke maakingen , ver- beterd en vergroot. Het heeft zynen ingang, aan de noordzyde van de Lauriergraft, tus- fchen de tweede dwarsftraat en Baangraft, door eene ruime Poort, yzeren hek en gang, die, onder een gedeelte van't nieuwe gebouw, door- loopt, tot op eene zeer groote vierkante Plaats, rondsom welke, het Weeshuis gebouwd is. (p) Refol. Holl. iz Maart 1S7S. zy Mtart 1679. 17 Dec.
IS81. bl. 710. 24 Decemb. 170S. bl. 774. \$January 1737. hl. is. Refol. Vroedfch. L'. M. 27 April 1678. bl, 40. Zie »o^Handv. bl, 4S3. |
||||||||||||
|
Luther-
SCHB
Wees-
huis. |
||||||||||||
|
Befchry-
ving van
het Lu- THER-
SCHE Wees-
huis. |
||||||||||||
|
H^T LÜTHJE HS CHE ~Wjsz< $ wjji $■
|
|||||
|
J, (r&eivejiulp, dir
|
|||||
|
/C
|
|||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN
|
|||||||||||||||
|
337
|
|||||||||||||||
|
Sc^flsR- mer, en hooger de Styffters-kamer, en een
\V-j.Es_ of twee andere vertrekken. Aan de noord- *ins. zyde, ontmoet men, eerlt, eene nette A- potheek, ten dienlte van het Huis, en van de behoeftige Ledemaaten der Gemeente: voorts, de Regenteffen-Kamer, een fraai, |
|||||||||||||||
|
Het bewind over dit Weeshuis ftaat aan Luthes-
^REGENTENen^REGENTESSEN.SCHTEHER Van de zes Regenten worden 'er drie ver- W]EES- kooren, uit de dienende Diakenen; twee van HÜIS* welken twee jaaren dienen. De derde dientBe(lie" maar één jaar. De drie andere Reo-empn t rin§ van stn\/r»...J______j ___1 öfn -en,OOJj het Huis. |
|||||||||||||||
|
behangen vertrek, met een' Engelfchen
fchoorfteen ; en daarna het Eetvertrek deSuppoolten en den kooken. Boven deeze vertrekken , is een Slaapvertrek voor dJongens, welk , met een houten befchotafgeichooten is van een vertrek, daar dMeisjes haar linnen naaijen, en het, elk in eeafzonderlyk kasje, opfluiten. In den weitelyken vleugel van 't gebouw, is de Bakkerywaar, met twee' ovens, gebakken wordtvoorts, de Breijwinkel en een vertrekje voode Breijmeelteres; de Linnen -naaiwinkelmidsgaders, eene Ziekenkamer voor de Jongens , alwaar ook de Ziekenvader zyn verblyf heeft. Agter dezelve, is een vertrek, alwaar, weekelyks, door een' derDiakenen, brood uit- gedeeld wordt aan de behoeftige Ledemaatendie, op eene kleine vierkante Plaats, met eene gaandery ter wederzyde, in den zuidweitely- ken hoek van't gebouw, byeenkomen. Boven deeze vertrekken, is de Kleermakers-winkeen wooning; een vertrek, daar de bedden en inboedels geborgen worden; hooger, de On- dermeefters wooning en eene flaapkamer voor de Jongens. In den zuidelyken vleugel van 't oude gebouw, heeft men, beneden, de School, daar de Jongens en Meisjes, beur- telings , in leezen,'fchryven en rekenen8, onderweezen worden ; hooger, de wollen- naaiwinkel en kleine Meisjes-llaapkamer, en 1 nog hooger, een vertrek voor de School- meefteres der kleine kinderen, en een Kleê- ren-kamer voor de Meisjes. In 't nieuwe gebouw, welk, in 't jaar 1757, Voor deezen vleugel, aan eene kleine Binnenplaats, ge- zet is, en aan de Lauriergraft uitkomt,heeft Rien, beneden, eene Ziekenkamer voor de groote en kleine Meisjes, boven een gedeelte Van welke, de Ziekenmoeder eene ingeftoken Kamer heeft. Boven de Ziekenkamer, zyn twee Slaapkamers voor de Meisjes, boven eikanderen. Alle de flaapplaatfen zyn open krebben, in ieder van welken, twee of drie |
Jffcfforen genaamd , worden gekporén uit
de afgegaane Diakenen, of ook wel uit de afgegaane Ouderlingen. Zy dienen drie jaar- ren; doch, jaarlyks, gaat 'er één van hun af. Zulks heeft ook plaats, omtrent de drie Regenteffen. _ De Regenten en Regentes- fen leveren, jaarlyks, eene benoeming van een dubbel getal over aan eene groote Dia- conie-Weeshuis-Vergadering van dienende en Oud-Diakenen, en oude Regenten van 't Weeshuis, die de opengevallen plaatfen, uit het zelve, vervult. De Regenten ko- men , ge wo onlyk, op den eerlten en derden Woensdag van elke maand, des voormiddags m het Weeshuis, byeen, om op het gene de beftiering van het Huis betreft te raadplee- gen. Tot buitengewoone gevallen,hethuis- felyk beltier betreffende, byzonderlyk, tot het aanltellen en ontflaanvan Bedienden, wordt eene groote Weeshuis-Vergadering, in 't Weeshuis, beroepen, die uit dienende en gediend hebbende Regenten beftaat. Eens ter maand, doet een Suppooft van 't Wees- huis, van een' Weesjongen verzeld, eene Collecte, ten behoeve van hetzelve, aan de huizen der Ledemaaten. De Reglementen voor het Weeshuis zyn
gemaakt, door de groote Weeshuis-Vergade- ring; doch de Regenten moeten, jaarlyks, aan de groote Diaconie Weeshuis-Vergade- ring , rekening doen. Volgens de gemelde Reglementen, mogen geene andere kinde- ren in 't Weeshuis worden ontvangen dan zulken, welker ouders, of de langltleeven- de van beide, in de Lutherfche Gemeente deezer Stad, tien jaaren Ledemaat geweelt zyn en hier ter Stede gewoond hebben. Doch, indien de ouders zo jong geltorven zyn, dat zy, met gevoeglyk, tien jaaren Le- demaat zouden hebben können wezen, wor- den hunne kinderen egter, als Diaconie-kin- deren , niet als Weeskinderen, ingenomen. De kinderen, die in 't Weeshuis ontvangen wor- den , moeten, wyders, in de Lutherfche Ge- meente deezer Stad, gedoopt, en niet bo- ven de veertien jaaren oud zyn. Zo zy meer dan veertien, doch geene zeltien jaaren oud zyn, komen zy wel in 't Weeshuis; doch worden, aldaar, als Diaconie - Weeskinde- ren , aangemerkt en gehandeld: en boven de zeltien jaaren zynde, buiten 't Huis befteed Zo een der ouderen Gereformeerd geweeft is worden de kinderen, die in de Luther- fche Gemeente gedoopt zyn, in 't Weeshuis Vv 3 , ont- |
||||||||||||||
|
V kinderen leggen.
Nj °.mt den Jaare 1690, waren 'er ruim
tagtig kinderen m dit Huis (q); doch op den
eerlten May des jaars 1760, zyn 'er twee
honderd en tagtig geteldj te w^eten) hon.
Zïd vieF en d.eg jongens, en honderd zes
en veertig meisjes, en in 't begin van April
«es jaars 1765, waren 'er een honderd drie en
wrntig jongens, en een honderd en vyftig
«jes, zo wel Diaconie-, ajs Weeskinderen.
|
|||||||||||||||
|
33§ AMSTERDAMS III. Deel.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Luther- ontvangen, zonder onderfcheid, ofdelangft- fteedinge vaneenige weezen, befloot, op den wiss-.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
SCHE
Wees
huis. |
leevende der ouderen Lutherfch geweeft vyfentwintigftenjanuary desjaars 1676', een huis der
zy, of Gereformeerd. De kinderen, wel- Weeshuis op te regten, waartoe zy, eerlang, °°"J'. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ker ouders, door de Diaconie, onderhouden een huis en eenige agterhuizen kogt, by de den.
geweeft zyn, mogen niet iiï 't Weeshuis wor- Brouwery van den Arend, op de Prinfen- den ingenomen, op den gewoonlyken voet. graft, aan de noordzyde, tuftchen de Vy- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zy worden'er egtef wel, door de Diaconie,hefteed; doch trekken, wanneer zy uit het
Huis gaan, niets Van de voordeelen, die |
zelftraat en de Reguliersgraft, voor omtrent
vyf en twintig duizend guldens, uit den boe- del van Ifaac Foucquier. 't Groote gebouw, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de andere kinderen,zig wel gedraagen heb- en de tuin agter het zelve was, zo my be
bende, van het Weeshuis te wagten hebben: rigt is, voor dat de Stad hier uitgelegd werdt,
doordien de Legaaten, uit welken, deeze eene Luftplaats en Oranjehuis geweeft van 't'
voordeelen komen , niet aan Diaconie-kinde- Burgemeefterlykgeflagtvan Falckenier;doch
deren; maar aan Weeskinderen, gemaakt zyn. ik twyfel, of hier voor meer grondszy, dan
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
een wapen met drie Valken, in den voor-
gevel, 't welk nogtans, nimmer, het wapen van 't gemelde geilagt geweeft is. Veeleer, vermoed ik,dat de voorige eigenaar, Fouc- quier, wiens naam van Faucon [Valk] kan afgeleid zyn, zulk een wapen gevoerd heeft. De penningen, tot den koop en vertimme- ring van 't gebouw vereifcht, werden ge" vonden, by intekening onder de Leden der Gemeente, en by gifte, in eene beflooten kift, die, in de Kerkenkamer, geplaatft werdt. Eenige jaaren laater, is 'er nog eene Collec- te gedaan, tot onderhoud van 't Godshuis. Midlerwyl, was 'er, op den drie en twintig- ften January des jaars 1677, de eerfte by- eenkomft van Weesvaders of Regenten ge- houden. De Gemeente hadt, reeds op den zeventienden December des jaars 1676, vry- heid van Verpondingen, voor het nieuwe Godshuis, verworven: op den zeventienden Maart des jaars 1677, verwierf zy ook vryheid van alle 's Lands Impoften (r), en wat laater , van deezer Stede Excynzen. Ondertuffchen, was men, met bouwen van |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
OndertiuTchen, worden buitengewoone gif-
ten en noodpenningen aan de ouders, in al- les niet boven de dertig guldens beloopende, niet gerekend voor onderhoud, welk de kinderen uitfluit van het voorregt, om, op den gewoonlyken voet, in het Weeshuis te worden ingenomen. By eene Keure van den agt en twiritigften January des jaars 1761, is belaft, dat, van alle fterfgevallenvan ou- deren, welker kinderen, door de Luther- fche Diaconie, of in 't Lutherfche Wees- huis , zullen moeten worden opgevoed, aan de Diaconie, of aan de Regenten, kennis moet worden gegeven; of dat, anderszins, de kinderen ten lafte der naafte vrienden blyven zullen. Van de erfeniflen, zulken kinderen tefl deel vallende, moet ook, ter- ftond , aan de Diaconie , of aan de Re- genten, kennis gegeven worden (r). De Boedels, die aan 't Weeshuis, of aan de Diaconie der Lutherfchen vervallen, mo- gen aanvaard worden, zonder dat men Be- neficie van Inventaris behoeft te verzoeken, terwyl men egter, niet verder dan voor |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
beloop der zelven, tot het voldoen der fchul- het Huis, zo vlytiglyk, voortgevaaren , dat
den, gehouden is, mids men van dezelven de verfpreidde kinderen, nog in het zelfde ftaaten Inventaris doe maaken, ten over- jaar 1677, derwaards werden overgebragt- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ftaan van een' Notaris en getuigen {f).
De voornaamfte bedienden van het Wees-
huis zyn een Binnenvader, een Apotheker, en een Schoolmeefter, die een' Ondermees- ter onder zig heeft. Doch van deeze en van de Vrouwelyke bedienden, die, door de RegentefTen, gefteld worden, hebben wy reeds, in't voorbygaan, gewaagd. XIX.
WEESHUIS der DOOPSGEZINDEN,
e Gemeente der Vlaamfche en Wa- |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
In teerft, werden, nu en dan, ook Wee-
zen van Doopsgezinden ouders, van buiten de Stad, ingenomen: doch zulks gefchiedt, federt veele jaaren, niet meer. Ook is de weevery, veele jaaren, in 't Huis geoefend, zo fterk, dat de meefte,zo niet alle de jon- gens , tot Weevers, werden opgeleid: 't welk ook, al federt lang , t'eenemaal afgefchaft is. Op het einde der voorgaande eeuwe, werden veertig Jongens en twee en veertig Meisjes, in dit Weeshuis, onderhouden («) Doch het getal derzelven is, federt, allengs- kens,afgenomen. InFebruary desjaars i74r» waren 'er niet meer dan dertig kinderen, en |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bedien-
den. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Opreg-
ting van een Wees- huis der Doops- gezin- den. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
D
|
terlandfche Doopsgezinden, haare tegenwoordig, [in Auguftus 1765 J, telt men
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
___
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Vergadering houdende by 't Lam en den 'er dertien Jongens, en drieën twintig Meis-
Tooren,zig ook belaft vindende met de be- jes. Het |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(r) Kemb.
(*; Relol. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V. f. 6.
Holl. zj> April 1752.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(t) Handv. bl 4«J , 4««,
(") COMMEtlN tl. 616.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
hl.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
71«.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTJGTEN iaa
Sder Het Weeshuis fc D o o p s g e z i n- gel van het Oude-Vrouwen-Huis, waar van Wees-
- ps- .... , ^ net v t gebouw Van d^iw wy, terftond, zullen handelen. Zv Haan huis der
Hg*, verdiepingen, behalve de zolder en vlk- onder't opzigt der Regenten van höt Wees Do0i's-
Êefc', rinS- Boven den ingang, leeft men; huis. Wyders, zyn 'er, agter 't Weeshuis, SS*" \> twee lugtige vierkante fpeelplaatfen, een "
^zelpe ^ verdraagt en zwygt, voor de Jongens, en een voor de Meisjes
Overwint en verkrygt. Nevens het Weeshuis, ftaan vyf, en agter
het zelve, in de Kerkftraat, zes woonhui-
De voorgevel van 't Huis is nog, in dejszen zen, die, ten behoeve van het zelve, ver- jaare 1765, vry wat verbeterd. In't Voor- huurd worden. huis, ahvaar de winkel van den Schoenmaa- Het Weeshuis ftaat, onder de beftierinp- Beftie-
ker van 't Huis, die te gelyk Poortier is, van vyf. Regenten en vier Regentes^ rinS- geplaatft is, leeft men, boven eene armbos, s en, die, voor vyf jaaren,verkooren wor- deeze regels van den Digter Antonio es: den, en voormaals, jaarlyks, by beurte van één tevens, plagten af te gaan; wanneer zy,
Deelt mild een aalmoes uit, die hier komt in- een jaar ftil gezeten hebbende, wederom ver- getreden ; kieslyk waren: doch nu worden zy, dikwils, Cy kunt nooit uw gefchenk, met beter vrucht, verzogt, zes jaaren, of langer aan te bly-
befleeden: ].- ,",, ven De Regenten worden,ujt'de dienende Want hoe wordt darmoe ooit onnozeler geleen, Diakenendeezer Gemeente, op den voorflas
Als ouderloos te zyn, en iveereloos met een. der dienende Regenten, verkooren: en de Re- genteffen, uit de voornaamfte Weduwen der Voorts, is 't gebouw in tweeën verdeeld, Gemeente, De verkiezing gefchiedt, injanua- wordende de Jongens, aan de ooftzyde, en ry, door de dienendeKerkenraad en Repen- de Meisjes, aan deweftzyde, geplaatft. Ter ten. De Regenten vergaderen, alle Woensda- wederzyde, is, voor elke foorte, eene Eet- gen, 's nademiddags, ten drie uuren in het zaal, dienende die der Jongens ook tot eene Weeshuis. De Regenteffen komen, ten zelf- School. Agter deeze, is do. Re gent en-Kam er, den tyde, byeen. De Binnenvader enBinnen- een net behangen Vertrek , welk op den moeder worden, door den Kerkenraad aan- tuin uitziet. Wyders, komt men, ooftwaards, en afgefteld. Doch de overige Suppooften eenige weinige treden afgaande, in den koo- door de Regenten. Het Reglement, waar- ken , waarby een afgezonderd vertrek, en naar het Weeshuis beftierd wordt, is, op eene kelder is. Hier boven, hebbende Bin- den zeventienden November desjaarsi68i, nenvaderen Binnenmoeder hunne wooning, by den Kerkenraad, vaftgefteld, hebbende m twee vertrekken beftaande. Nog hooger, deezen zig het regt voorbehouden, om daar- zyn, beide weilwaards en ooftwaards, twee in de noodige veranderingen te maaken. flaap vertrekken, een voor de Jongens, en De Weesjongens worden, des Zomers een voor de Meisjes, die, door eene Kleed- ten vier, en des Winters, ten half zeven kamer voor de Meisjes, en, door twee deu- uuren, de Meisjes , des Zomers , een half ren, van eikanderen afgefcheiden zyn. De uurlaater, en des Winters, op het zelfde kinderen flaapen, twee aan twee, in open uur, gewekt. De Jongens, die een An> krebben. De vertrekken hebben uitzigt o- bagt leeren, moeten , 's Zomers ten half ver de Prinfèngraft. Agter de Meisjes flaap- agt,en 's Winters, wanneer zy avondfchool «amer, is de Kamer der Regenteffen, msge- honden , ten vyf uuren , t'huis zyn. Alle Jyis, een behangen vertrek, met een' En- ogtenden, wordt 'er een gebed, in de Eet- gelfchen fchoorfteen; daar nevens, eene ka- zaaien, gelezen. Des Zondags voorden mid- mer voor de Linnen-naaivrouw, en verder dag, gaan de kinderen ter Kerke, by't Lam ooitwaards , de Wollen- en Linnen-naai- of by den Tooren: en 's Woensdags naden Xvinkei ,_ welke drie vertrekken over den middag, worden zy, de eene week, door tuin uitzien. H00gef zyn, langs den voor- eenen der Predikanten , in tegenwoordig- gevel, nog een flaapvertrek voor de Meis- heid van een'Regent, in den Godsdienfton- Jes, eene Ziekenkamer, een vertrek voor derweezen of gecatechifeerd, en de andere «e Ziekenmoeder, eneene Tarwzolder: en week, zeggen zy, voor den Predikant, zeke- gigs den agtergevel, eene Kamer voor de re Schnftuurlyke vraagen op. Zulken, die wollen-naaivrouw, en een vertrek voor de zig hierin wel kwyten, krygen, jaarlyj« t\vee dienftmeiden van 't Huis. Nog hoo- een nuttig boek, tot een prys. Onder de g*» zyn de Strykkamer, de Droogzolders maaltyden, wordt ook uit de H. Schrift m hoev R°ggezclder- De Bakkery, ten be- lezen. Kaart- en Dobbelfpel is aan Jongens VifipX ^an het Weesnuis» en nog eene Pro- en Meisjes, en tabakrooken, byzond-rlvk e-Jcelder zyn, onder den ooftelyken vleu- aan de Jongens, verbooden. De kinderen mo-
|
||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||
|
34-Ó
|
|||||||||||||||||||||||
|
XX.
|
|||||||||||||||||||||||
|
mogen, ïiiet dan met byzonder verlof, in den
kooken komen. Doch de Meisjes mogen, aldaar, na den middag, ten half twee uuren, vuur in de ftooven, en ten half vyf uuren, gekookt water tot thee komen haaien, na dat, op 't een en 't ander uur, vooraf, de klok getrokken is. Volgens de gewoone fchaforde, in welke
egter, naar tyds gelegenhed, en op goedvin- den der Regenteffen, dikwils, verandering voorvalt,wordt 'er,'s Zondags, 's middags, vleefchnat, kool, raapen, wortelen, boer- enboonen , of peulen, en vleefch toe ge- fchaft. 's Avonds, eet men ryflenbry. 's Maandags 's middags, fchaft men't gene van 's Zondags ovefgefchooten is. 's Dingsdags 's middags, wordt 'er graauwe erweten en een ftuk toe; 's Woensdags 's middags, gort en vleefch toe; 's Donderdags 's middags, witte- boonen en een ftuk toe,en'sFrydags'smid- dags, zoutenvifch, ftokvifch, of foupe op de ketel gefchaft. 's Maandags, 's Dingsdags, 's Donderdags en 's Vrydags 's avonds, fchaft men karnemelk, met gort of meel, en een ftuk toe: en 'sWoensdags 's avonds, zoetemelk met meel, en een ftuk toe. 's Saturdags 's middags, wordt'er gort, of groene erweten, en een ftuk toe, en 's avonds, om de veertien dagen, bollen, en anders, bierenbrood en een ftuk toe, opgedifcht. Den eerften Dingsdag in elke maand, worden 'er, 's middags, boek- weiten koeken, en den eerften Woensdag in elke maand, 's avonds, waterenbry en een ftuk toe gefchaft. De (lukken zyn, zo 's mor- gens , als na de maaltyden, den eenen dag, brood met zoetemeikskaas, en den anderen dag brood met boter. De handwerken, op welken de Jongens
befteed worden , worden, gemeenlyk, aan hunne keuze gefield. De Meisjes leeren, in 't Huis, voornaamlyk, Wollen- en Linnen- naaijen. Het Weeshuis, waarvan wy fpree- ken, heeft, in 't jaar 1737, van 's Lands Staaten Oótroi verkreegen, om te mogen erven van zulke Weeskinderen, die, in het Huis opgevoed zynde, zonder nazaaten o verlyden, en geen uitkoop gedaan hebben(ü). De Doopsgezinden Gemeente, die in de
Zon vergadert, plagt haare Weeskinderen, die weinig in getal waren, te plaatfen, op haar Hofje in de Tuinftraat; doch, federt het bouwen van een ander, in ftede van dit, ter plaatfe, waar, voormaals, de Kerk der Frie- fche Doopsgezinden plagt te ftaan , heeft men beflooten, een huis, welk ter zyde van deeze Kerk ftondt, te herbouwen tot een Weeshuis. (v) Refol. Holl. 19 Febr. 1737. bl. $7.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Wers-
Huis der
Doops- gezin- den. |
|||||||||||||||||||||||
|
OÜDE-VROUWEN-HUIS der
DOOPSGEZINDEN. De grootfte Doopsgezinden Gemeente
hier ter Stede, die by 't Latn en den Tooren vergadert, heeft ook een Oude- Vrouw e N-H u 1 s. Het plagt te ftaan, in de Elandsftraat, aan de noordzydé , by de Prinfengraft, en in het zelve, werden, voor 't einde der voorgaande eeuwe, reeds twin- tig , oude en behoeftige Vrouwsperfoonen on- derhouden. Doch dit Huis, te klein en te bouwvallig geworden zynde, is, voor weini- ge jaaren, verkogt, en, in 't jaar 1759, een ander Oude-Vrouwen-Huis geftigt, regt agter, eri in een gedeelte van den Tuin van het Weeshuis der zelfde Gemeente, die, tot dee- ze' Stigting, byzonderlyk, in ftaat gefteld was, door twee maakingen tot zulk een ein- de , eene van IzaakAckersloot en zy- ne Huisvrouw , Margaketa van deR Kindert, ter fomme van twintigduizend; en eene van Maria Verduyn, pVediiwé van Gommaris van Bortel, ter fom- me van zesduizend guldens. Het Oude-Vrou- wen-Huis, waarvan wy fpreeken, is een def- tig gebouw, inzonderheid, van den agterge- vel aan te zien, naar welks ruimen ingang, men, ter wederzyde, langs een' ftoep van ze- ven treden, opgaat, en in welks frontefpies, een üurwyzer en flagklok geplaatft is. Aan de ooftzyde van deeze ftoep, beneden, zyn de ingangen naar de Bakkery en Provifie-kelder, van welken wy, hier voor (V), in de Be- fchryving van het Doopsgezinden Weeshuis, gewaagd hebben'. In de Bakkerye, wordt, met één'e oven, niet alleen, ten behoeve van het Weeshuis en Oude-Vrouwen-Huis; maar ook, ten behoeve der Diaconie deezer Ge- meente , Roggen- en Tarwenbrood gebakken. Aan de wefïzyde der ftoep, zyn de ingangen naar den kooken,en naar eene Provifie-kelder, ten behoeve van het Oude-Vrouwen-Huis. Onder de ftoep, is eene werkplaats voor de dienfeboden. Doch de eigenlyke en gewoon- lyke ingang van 't Huis is in de Kerkffraat. Hier treedt men, langs vyf treden, opwaards, dooreene netgebouwde Poort, boven wel- ke, een klein vertrekje is, in een Voor- huis, waar, ter regterzyde, de afgang is naar de kooken en kelder, en ter linkerzyde, e^a vertrekje , waar de Lyken , voor een' ty", geplaatft worden. Uit het Voorhuis., komt men in.'t eigenlyk gebouw, waar, i° 'c j""1* den, een fierlyke en gemakkelyke wenteltrap ftaat, die overal licht fchept, door een fraai- jen,
(m) W«fc. 3*9.
|
|||||||||||||||||||||||
|
Befchïf
van het
Oud11'
VkoU'
Door*'
|
|||||||||||||||||||||||
|
OZ&K
|
en
|
||||||||||||||||||||||
|
deK
|
|||||||||||||||||||||||
|
zelf« »
ftierw |
|||||||||||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN 34t
jen, hoogeii, vierkanten, glazen koepel, en dertienden December des jaars 1761, vafl-wEEä.
toegang verleent naar de tweede en derde gefield, en beftaat uit elf artikelen. Zy mo-huis rfw
gen, niet zonder verlof van den Binnenva- Coli-e-
der of Binnenmoeder, uitgaan, dan des Dings-GUKTEW* dags, dengeheelen dag, en des Vrydags, na den middag. Doch zy moeten, des zo- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Sta.
JSs-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Uuren, en des winters
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de Eetzaal, alwaar, voor den fchoorfteen, dee-
ze regels van den Diaken Antoni Hart- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
wederom t'huis zyn. Ook
vry , zonder gelyk verlof. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
voor donker ,
ftaat haar niet |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s e N gelezen worden :
Hy, die den nood der armen poogt te weeren,
Én 't zwakße deel van 't menfehelyk ge-
flacht , In ouderdom, geen byfiand laat ontbeer en, Volbrengt een pligt,alom te febaars betragt.
Men vind'er toch, die zich daar aan verbinden: Getuigen zy dit Oude-Vrouwen-Huis ,
Waar uwe hulp, vereende Doopsgezinden! Der gryzen hals ontlafi van 't zwaarfle kruis.
Dies voegen haar, van armoe hier ontheven, Ontzag voor hen, wier zorg hier kleed en
voed, Gehoorzaamheid, aan 't voorfchrift haar ge- geeven , En tot elkaar een liefderyk gemoed.
Zo vloeye fieeds, in reine pligtbetooning, Dit bly gejuich haar dankbre lippen af:
Hoe zoet is hier der zitflren famenwdoning ! Lof, lof zy GOD', die deze ruß ens gaf.
Op de tweede Verdieping, heeft men dê
Regenten-Kamer, een net behangen ver- trek met een' Engelfchen fchoorfteen; eene Ziekenkamer, en vyf vertrekken vooroude Vrouwen: op de derde Verdieping, zyn 'er zeven en eene Strykkamer. Alle de ver- trekken zien uit op den tuin agter 't Wees- huis. De vertrekken, voor behoeftige ou- de luiden gefchikt, zyn lugtig en hoog van verdieping. In 't geheel, zyn 'er zeventien. Ieder vertrek heeft twee bedfteden ert twee kaffen, en tegenwoordig, [inAuguftus 1765], |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eenig bezoek te ontvangen, dan des Donder-
dags na den middag, van twee tot zes uu- ren, 't Onmaatig gebruik van fterken drank is haar, ftrengelyk, verbooden, endeftraf, op de overtreeding van het Reglement, ftaat aan de Regenten', of ook wel, in fommige gevallen, aan de RegentelTen. Voor 't 0- verige, komt het zelve overeen, met an- dere Reglementen, voor diergelyke Gods- huizen. Het Weeshuis en Oude - Vrouwen - Huis
der Doopsgezinden, die by 't Lam en den Tooren vergaderen , zyn , federt het jaar 1677, vry van 's Lands Importen O) en Stads Excynzen. XXI.
WEESHUIS der COLLEGIANTËN.
Wy hebben, hier voor (y), aangete-Aanief-
kend, dat de Collegianten, die hun- dins tot ne Vergaderingen, federt omtrent dertig^opv^' jaaren , op verfcheiden' Plaatfen , hier ter een Stede, gehouden hadden, eindelyk, daar-Wees - toe, in of kort voor't jaar 1675, een huis huur- 5,UIS der den, op de Keizersgraft over den Schouw-G°AN'^m burg, welk , van ouds, de Oranje- Appel ge- naamd was. Eigenaar van dit Huis was de Heer Nicolaas Opmeer, toen Oud-Schepen, en naderhand, meermaalen, Burgemeefter der Stad. Men hadt, in het zelve, nog niet lang Collegie gehouden, toen eenige Collegianten, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|yn 'er drie en dertig oude en bedaagde die, ongetwyfeld, immers voor 't meerder ge-
Vrouwsperfoonen in geplaatft. Boven de deelte, ook tot de Doopsgezinden behoorden, derde Verdieping, is eene fchoone Kleêr- mz}nxMnQ,GerritJacobsz.Dermout,Abraham |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Fries, Wynand Bla&uwpot, Levinus Fincent,
Willem Sieuwertsz, Pieter Reindertsz, Jan Huygen Hendriksz, Jacob Heeremans , An- thony Rooleeuw en Willem Bruin, bevroeden- de, dat de Doopsgezinden hier ter Stede nog geen Weeshuis hadden, op den elfden July des gemelden jaars 1675, beflooten , eenige Weeskens, welker ouders beide, of een van beide de weerloosheid hadden verfiaan, op te voeden; in leezen, fchry ven, een be- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zolder en rookhök.
Het bewind over dit Oude-Vrouwen-Huis
i\ aa? vyf dienende Diakenen uit de ge-
melde Doopsgezinden.Gemeente) a]s Re. genten. De Diaconeflen zyn RegentelTen
Van het zelve. In 't voorige Oude-Vrouwen- Huis, plagt aHeenlyk eene Binnenmoeder tè 3h. Doch in t jaar i?33 ? befloot men een «innenvader en Binnenmoeder over het zel- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
- aan te ftellen. Tegenwoordig, is 'er eg-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
*er wederom aHeenlyk eene Binnenmoeder, k^aarn handwerk, en den Chriftelyken Gods»
jjle eene of twee dienftmeiden onder zig dienft te onderwyzen; en daartoe,eenvoor- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
naam
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wet Reglement, waarnaar de oude Vrou*
eT?Z!>gte gedraagen hebben, is, op den 11 STUK. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fx) Handv. il. 4««.
(y) III. Deel, III. Boek., H.i»s,
Xx
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
III. Deel.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
]3'42
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wees' naam gedeelte van het gehuurde huis te Men komt, iii 't laatftgemelde, door een WeeS^
Colle-*" ^hikken. De penningen, hiertoe vereifcht, betimmerden gang, boven welken, twee ver- j^E.
«anten.werden, vrywilliglyk, gegeven. Doch mep trekjes agter, en hooger, twee Graanzol- cU$i&'
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
bevondt, al terftond, dat verfcheiden' lui-
den genegen genoeg waren, om milde gif- ten te doen, tot opvoedinge van Weezen, mids menze niet bepaalde, tot zulken alleen, welken van Ouders, die de weerloosheid be- leeden hadden, waren nagelaaten. Menbe- iloot dan, reeds op den agtften April des jaars 1678 , ook Weezen, welker Ouders tot andere gezindheden behoord hadden, en die, niet bekwaamlyk, in andere Weeshui- zen , konden worden ingenomen , in het Weeshuis der Collegianten, op te voeden: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ders voor tarwe en rogge, boven eikanderen BefCbtf-
zyn. Ten einde van den gang, ontmoet men ving^, de trap naar de Collegieplaats, en verder naar he«e boven, langs en aan welke, eenige armbofTen gefteld zyn, nevens deeze regels van Corvclis van Eeke, voormaals Regent van dit Huis; Geef van uw haaf
Ken milde gaaf
Ons arme Wees en. By ons uw geit,
Óp winfi gefielt^
Is buiten Vrefe: God geeft het weer
En nog veel meer
Hier, en na defen. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
en
|
federt, zyn 'er, van tyd tot tyd, kin-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
deren van de verfcheiden' gezindheden der
Proteftanten, byzonderlyk, van allerlei foort van Doopsgezinden,in geplaatft. Ook is dit |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Weeshuis gefügt, uit giften van verfchei-
den' gezindheden ; en onder anderen, uit Ten einde van den gang, treedt men in een een gefchenk van tienduizend guldens van ruim vertrek, welk, onder anderen, tot een Vrouwe Catharïna Hartogveld, Slagthuis gebruikt wordt, en de gewooïily- Weduwe van den Heere Willem van ke doorgang is naar de Plaats en Tuin. Zuid' der Aa, Raad in de Vroedfchap en waards van dit vertrek is de Kamer voor den |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
eerften Secretaris der
Midlerwyl, hadt men, in
des jaars 1677 , gelegenheid gevonden,
om het Huis den Oranj en - Appel te koo
|
Binnenvader en Binnenmoeder, en daarna de
kooken, die ook het Eetvertrek der Jongens is,en uit welken men,door eenWafchhms, toegang heeft naar de Bakkery, alwaar } |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
pen. En zo dra dit gefchied ware, ver- roggen- en tarwenbrood, voor beide de hui-
zogt en verkreeg men, op den zeftienden zen, nu, door een'Bakker van buitens huis, September des gemelden jaars, vryheid van gebakken wordt, 't welk, voormaals, door 's Lands Staaten van alle de middelen van den Binnenvader, plagt te gefchieden. Bo- Confumptie, die, tot opvoeding en onder- ven de bakkery is eene builzolder. Wyders houding der Weezen , in 't voornoemde is, in den kooken, de ingang naar de Proyi- Weeshuis, zouden worden gebruikt. Ook fiekelder en, voor de Kamer van den Bin" werdt het Weeshuis, door de Vroedfchap nenvader en Binnenmoeder, nog een opgang der Stad, op den zeven en twintigften No- naar boven. Op de tweede Verdieping? vember daarna, ontheeven van de betaalin- heeft men, nevens de Collegieplaats, de Jon- ge van deezer Stede Excynzen (z). 't Ge- gensSchool,boven welke, eene ingeftoken tal der Weezen, van tyd tot tyd, toenee- kamer is, alwaar de Beftierders van de Ar- mende, belloot men, in 't jaar 1680, tot men-kas der Collegianten, tegenwoordig, het aankoopen van een huis,welk, regt ag- eens ter maand, byeenkomen. Voor dee- ter het voorgaande, op de Heerengraft, ze Kamer, is een klein vertrekje, waarvan ftondt ,[en een' breeden vierkanten tuin hadt, deeze Beftierders tot een Sprefkvertrek ge- in welken, een ruim gebouw, van den grond bruik maaken. De derde Verdieping beitaat af, werdt opgetimmerd,welk, met een' be- uit vier vertrekken, een, welk tot berging flootenbloemtuin en twee bleekvelden,van van huisraad dient; eene Kleerkamer voor het huis op deKeizersgraft afgefcheiden,en de kinderen; een vertrek, tot boekoefening tot een Dogters-Weeshuis gefchikt werdt. voor de bekwaamften gefchikt, en een Men plaatfte eenen fteen in den voorgevel flaapkamer van agt bedfteden, met ïaaty van het nieuwe gebouw, waarin de naam behangfels voorzien. In het Meisjes-rluJ^ van Weeshuis der Collegianten naar welk men, door een'open gang J ^ werdt uitgehouwen, en het Dogters--Huis Huidenftraat,toegang heeft, ontnioeLgin. kreeg zynen uitgang, langs een' gang, in eerft, in 't Voorhuis, deKamervana |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
de Huidenftraat. Het Huis op de Keizers-
graft werdt, federt, alleen tot een Jong- rnans-Huis gebruikt. (*) Handv, bl, 470,
|
-i-,Q«^,j__/-.f-irfs »ono mime vierKa
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
nenmoeder: voorts, eene ra3Xaer:'j,,,ax.
Eetzaal, en daarna,den kooken. Onder ze vertrekken, zyn, eene kelder , eene School gebruikt wordt, eene W lootseneene ruime Provifiekelder, die, d ^ |
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IV, Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 343
u^r houten hekjes, bekwaamlyk, verdeeld is. leezen en breijen leert. Ook kernt en havent Wees-
cQn.Eer Naall de Kamer der Binnenmoeder,, is de zy de Meisjes. En in 't afzyn der Binnen-huis der '^tbn, opgang naar boven, ontmoetende men, op moeder, is haar de zorg voor het Dogters- Cou-E- " de tweede Verdieping, de Kamer der Re- Huis aanbevolen. _ De Binnenvader wekt de GIANTEK' genten, een ruim vertrek; waarnevens een Werk- en Schooljongens: de Binnenmoeder kleiner vertrek is: voorts de Wolle-naaikamer, van het Dogters-Huis de Meisjes. De Jongens en de Kamer der Regenteffen, in welke, een gaan, na't ogtend-gebed, by tyds, naar hun afgefchooten vertrekje is, welk, tegenwoor- werk,ofnaar'tfchool,buitenshuis:deMeisjes, dig, door eene Ziekenmoeder , gebruikt die, des avonds, binnens huis, door een' aan- wordt. Op de derde Verdieping, is de Slaap- geftelden Schryfmeefter, in 't fchryven, on- kamer , voorzien van negen bedfleden en derweezen worden, naar de Naai- of Breij» nette kasjes tot berging; de Linnen-naai- kamers, alwaar zy onder 't beftier der Naai- kamer, en eene Kleêrkamer, die ook tot vrouwen en Ziekenmoeder zyn. DeBinnen- eene Ziekenkamer gebruikt wordt, en op moeders in beide de Huizen hebben't opzigt welke eene bedftede is. De vierde Verdie- over 't bereiden der fpyze, en bewaaren de ping beftaat uit eene ruime bergzolder, over kleederen der kinderen. Op de fpyze is eene 't geheele huis: en de vyfde, uit twee Kleêr- orde beraamd, waarin egter, met kermis der zolders nevens eikanderen, op eene van wel- Regenteffen, naar tyds gelegenheid, dik- ken, een looden regenbak geplaatft is. In wils, verandering gemaakt wordt, fchaffen- beide de Huizen zyn, wyders, verfcheiden' de men van de gezondlte foort van fpyze, andere vertrekken en gemakken: doch het en veeltyds groente en verfch vleefch! Dogters - Huis is veel ruimer en beter be- De bovenkleeding der Jongmans is zwart Q tïmmerd, dan.het Jongmans-Huis. karfaai: die der Dogters Serge des Dames. Kiij? der 't Getal der Kinderen in beide de Huizen Na de middagmaaltyd , hebben de kinde-
en,e" is fomty ds meerder, fomty ds minder geweeft. ren, een half^uur of een uur, verlof, om In February des jaars 1741, waren 'er zes op de Plaats of elders in Huis te fpeelen,of en dertig in'alles. En tegenwoordig, [inOc- zig, op eene andere geoorlofde wyze, bezig tober 1765], zyn 'er agt Jongmans en zeflien te houden. De Jongmans moeten, van den k Dogters. dertienden May tot den eerften Auguflus, en tj^e. Het Weeshuis der Collegianten flaat, te- als 't lichte maan is, zonder Jicht, naar bed
ë' genwoordig, onder 't *opzigt van vyf R e- gaan, anders met een' lantaarn, die, ten genten en drie Regentessen. De tien of half elf uuren, door den Binnen va- Regen ten plagten, in'teeril, of voor hun der, afgehaald wordt. De lantaarn, met leeven, oAot dat zy goedvonden, hunnen welken de Meisjes naar bed gaan, wordt, ten dienlt neder te leggen, 't bewind te behou- tien uuren, door de Binnenmoeder, afge- den. Naderhand, is hierin verandering ge- haald. De Jongmans en de Dogters worden, komen, en het jaarlyks afgaan van een'Re- eens om de veertien dagen, tegenwoordig, gene ingevoerd. Doch na't jaar 1716, zyn door twee der Regenten, in de beginfels zy wederom, voor hun leeven, aangeblee- van den Chriflelyken Godsdienfl, ofinSchrif- ven. In 't begin van het jaar 1744, is 'er tuurlyke kennis, geoefend. Ook plagt 'er, op nieuws , eenige verandering gemaakt , des zomers , door de Meisjes, en 't geheele kiezende men, federt, de Regenten voor jaar, door de fchooljongens , by beurten vyfjaaren; hoewel zy, dik wils, verzogt wor- drie of vier avonden in de weeke, iet nut- den, langer te willen aanblyven. De Re- telyks gelezen te worden: 't welk egter nu genteffen dienen voor haar leeven, of, tot zy buiten gebruik is. De kinderen woonen, des geraaden vinden , haaren dienft af te Haan. Zondags na den middag, de gewoonlyke Ver- Baide de Regenten en Regenteffen worden, gadering der Collegiancen, doorgaa'nds, by. door de dienende Regenten, verkooren. Zy Voor den middag, gaan de Jongmans, met vergaderen, gewoonlyk, des Donderdags, den Binnenvader, en de Dogters, met de na den middag; de Regenten alle weeken, Binnenmoeder, of eene der Naaivrouwen, |
||||||||||
|
H*N
|
en de Regenteffen, 0m de veertien dagen, of de Ziekenmoeder,_ by beurten, gemeen-
HeC Jon§mans-Huis ftaat onder 't onmid- lyk, by de Doopsgezinden, die hunne Ver- , delyk beftier van een' Binnenvader en Bin- gadering by't Lam en den Tooren houden, nenmoeder , die twee dienftmeiden onder ter Kerke; hoewel aan zulken, die vyftien |
|||||||||
|
zig hebben. In het Dogters-Huis, zyn eene jaaren bereikt hebben, op hun verzoek; en
Binnenmoeder , en twee Naaivrouwen, die aan zulken, die, onder bekwaam opzigt, uit 't Wollen- en Linnennaaijen onderwyzen en en t'huis geleid worden, ook meermaalen ^fenen. Ook heeft men hier, tegenwoor- vryheid gegeven is, om elders, met naame f}8> eene Ziekenmoeder, die ook voor de by de Remonftranten, ter Kerke te gaan; kleine kinderen zorgt, enze, vervolgens, waaraan, onder anderen , toe te fchry ven Xx 2 is.
|
||||||||||
|
344 A MS T E R D A M S III.Deel.
|
||||||||||||||
|
verhuurd wordt: houdende de Regenten, Roomse
alleenlyk, eene Voor-kamer van het zelve, Katbop tot hun' Comptoir, in gebruik. In deeze Ka- £*DEnt: mer, hangt een getekend Wapenbord der arme11' Bezorgerén of Regenten. Voor den fchoor- Co»«' fteen, ftaat een fraai Schilderftuk van den t01"' beroemden de Wit, in't jaar 1754, en dus kort voor zynen dood, gedaan. Het verbeeldt, in een rond fteenen tafereel, in 't graauw, de Evangelifche gefchiedenis der ryken, en der arme Weduwe, hunne gaaven , in 't byzyn van den Heere Chriftus en zyne Apoftelen, in de Offerkifl brengende. &et tafereel, voor welk een gordyn epgefchoo- ven is, wordt, door een' fchoonen Jonge- ling , die de oogen aandagtiglyk om hoog flaat, met de eene hand Vaftgehouden,ter- wyl hy, met de andere, een ftuk gelds in eene armbos fteekt. Aan de andere zyde, ziet men nog eene hand van agter 't gordyn, insgelyks, eene gift,in eene andere armbos, fteekende. Voorts, leggen, op den voor- grond, eene derde armbos, een zak gelds, en eenige briefjes. Men houdt dit ftuk voor een van de fchoonften, die van de Wit voor- handen zyn. De Regenten, veeltyds, Af menbezorgers genaamd, zyn, federt meer dan eene eeuw, vier in getal, en dienen, door- gaands, voor hun leeven: wordende, bf} over- lyden van een' derzelven, door de drie ove- rigen , een' ander', in deszelfs plaatfe, gekoo- ren, uit de aanzienlykften onder de Roomfch- Katholyken deezer Stad. Zy vergaderen, alle veertien dagen , des Woensdags, wan- neer zy uitdeelingen, in geld, doen, aan de behoeftigen. In December, deelen zy ook kaas en gort uit. Van de uitdeelingen, die zy, in geld, en in kaas en gort,laaten doen, doordePaftoors der byzondere Kerken,hier ter Stede, hebben wy, reeds op eene^ande- re plaats (£), eenig berigt gegeven. '£ ^e" tal der behoeftigen, die van kaas en go.rC bedeeld worden, beloopt twee en twintig honderd of vier en twintig honderd:_ en el- ke portie beftaat uit ééne kaas en dne vier- devat gort. . De inkomften van dit Cornptoir komen,
uit de vrugten van eenige giften en Legaa- ten, die, van tyd tot tyd, aan het zelve, gemaakt zyn ; hebbende Burgemeefteren deezer Stad,reeds op den zesden December des jaars 1661 ,toegeftaan, dat zeker Legaat van twee duizend guldens, gemaakt *f* * hoeve der armen van de Rcomfcb-Katholyw ligie, door derzelverArmenbezorge£,m g ontvangen warden (*). En op den ^tode» Maart des jaars i7ij , hebbende Regeln zelfs van 's' Lands Staaten, Oftroi bekomen, |
||||||||||||||
|
is, dat zy, uit het Huis gaande, zig niet by
eene en dezelfde Gemeente voegen. De Jongmans, die genegen zyn, om het byzon- der Jongelingen - Collegie, welk, veele jaa- ren, des Zondags voor den middag, in de gewoone Collegianten - Vergaderplaats, ge- houden is, by te woonen, of te helpen waar- neemen, hebben ook daartoe vryheid. Wy hebben de meeften deezer byzonderheden, de beftiering van het Weeshuis der Colle- gianten betreffende, ontleend, uit twee Re- glementen , voor omtrent dertig jaaren , door de Regenten, opgefteld. Voor 't ove- rige , komt de beftiering van dit Godshuis , met die van andere diergelyke Godshuizen, na genoeg overeen. De Regenten hebben, even als die van andere Proteftantfche Gods- huizen , by Oftroi van 's Lands Staaten van den agttienden February des jaars 1750 , regt verkreegen, op de nalaatenfchap van zulken, die, in dit Weeshuis opgevoed zyn- de, zonder nakomelingfchap, en zonder uit- koop gedaan te hebben, overlyden. Ook mogen zy het gene de Weezen, by hunne inneeming in 't Huis, bezitten, midsgaders de vrugten van 't gene hun, terwyl zy in't Huis zyn, gefchonken of gemaakt wordt, en hun, als zy uit het Huis gaan, wederom wordt uitgekeerd, ten behoeve van het Huis,be- houden («). XXII.
ROOMSCH-KATHOLYKE-OU-
DEN-ARMEN-COMPTOIR. Onder de Roomfchgezinden deezer Stad,
is, ook al voor lang, by zondere zorg gedraagen, voor de arme Leden hunner Ge- meenten , ouden en jongen. Men heeft, reeds in de voorgaande eeuwe, drie Armen- Comptoiren onder hen gehad, die, nog te- genwoordig , in wezen zyn, het R o o m s c h- Katholyke-Ouden-Arm en-Comp- T o 1R , voormaals de Beurs der Katholy- ke armen genaamd , waaruit alleen bejaar- den onderfleund worden, en twee Wees- huizen , het Maagden-Huis en het Jongens- Huis. Het Ouden-Armen-Comptoir ftondt, omtrent den jaare 1630 , onder 't bewind van twee Regenten , Gerrit Vermeulen en Jakdb Dirksz.de Roy, die, in 't jaar 1632, Claas Schepel en Tsbrand Hem , tot hunne mede-helpers, verkooren. Men vindt gee- ne aantekeningen van vroeger Regenten. Zy kwamen, ten dien tyde, en nog lang daarna, byeen,in eene gehuurde kamer; doch hebben, eindelyk, een huis verkreegen, aan de ooft- zyde van den Nieuwe-zyds-Agterburgwal, digt by 't Spuij, welk, egter, grootendeels, (a) Refol. Holl. Ig Feh. 1750. tl. i«j.
|
||||||||||||||
|
RoOMSCff
Katho-
LYKE-
OuDEN- Armen-
CoMP-
TOIK. |
||||||||||||||
|
Befchry-
ving van het Roomsch
Katho- LYKE-
OUDEN- Armen-
Comp- TOIR.
|
||||||||||||||
|
om,
|
||||||||||||||
|
(h) III. Deel, UI.*«*., bL Z'7" r
V) Groot-Memor. H. V. fi 5* verf,. |
||||||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 345
om , met kennis van Burgemeefteren, te verandering, de Stad, voor een groot ge-\VEEs.
mogen beuren alle erfeniffen, ten behoeve deelte, ruimende, lieten haar Kloofeer be- huizen hunner armen en weezen, gemaakt(d). Se- trekken,door de Weesmeisjes, die 'erblee- der 'dert, hebben de Regenten of Bezorgers van ven, tot in 't jaar 1585, wanneer de Stad de f^' dit Comptoir en van beide de Roomfchge- Klooflers en Geeftelyke gefügten , welken den. ' zinden-Weeshuizen, van Burgemeefteren, haar waren afgedaan, begon te fchikkentot verzogt, dat zy bevoegd verklaard mogten weereldlyk en ander gebruik. De Meisjes worden, om zékere huizen, ftaandeopver- werden toen, uit dit Kloofter, overgebragt fcheiden' byzondere naamen; doch enkelyk in een huis van Jan Deyman, aan de w-eft- gefchikt , tot onderhoud hunner oude en zyde van den Nieuwe-zyds-Voorburgwal, jonge behoeftigen, wanneer zy hetdienflig het vyfde benoordendeLynbaansfteeg,daar oordeelden, te mogen verkoopen: 't welk de vergulde rondas uithing. Hier zyn zy hun, op den een en dertigfteit January des gebleeven, tot in 't jaar 1Ó29, wanneer zy * jaars 1727, is toegeftaan, mids zy de pen- verplaatft werden, in het tegenwoordige ningen, daarvan komende, beleiden aan kus- Maagdenhuis,welk, volgens aanwyzing in den tingen op de verkogte Perceelen ; aan 's voorgevel, in't jaar 1628, geftigtwas. De Lands Obligatien, of aan Obligatien op de milddaadigheid van twee Regenten, Pieter Thefaurie deezer Stad, en dezelven allen, Pietersz Can en Gerard Kuyflen, heeft hiertoe ter Secretarye, deeden brandmerken : ge- zeer veel geholpen. Het toeneemen van lyk, federt,gefchied is. In 't jaar 1719,zyn het getal der Weezen bragt, federt, deRe- zy reeds van Stads Excynzen ontheeven ge- genten in de noodzaakelykheid, om het ge- weeft (e). Voor 't overige, gefchiedt 'er, bouw ,van tyd tot tyd, te vergrooten, waar- vier maaien in 't jaar, ten behoeve van dit toe men eenigen der naad gelegen burger- Comptoir, eene verzameling van aalmoes- wooningen aangekogt, en aan het oude ge- fen, aan de huizen der Roomfchgezinden, ftïgc getrokken, of geheellyk hertimmerd door eerlyke burgers van den Roomfch-Ka- heeft: 't welk, noodwendig, aan het ge- tholyken Godsdienft, die, hiertoe, door de heele gebouw, eene ongeregelde gedaante Regenten , verzogt worden, en de verza- heeft moeten geeven, die men, nogtans, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
melde penningen aan 't Comptoir brengen.
XXIII. WEESHUIZEN der ROOMSCH-
GEZINDEN. |
by de jongfte vertimmering, zoveel doen-
lyk ware, verholpen heeft. De eerfte ver- grooting is, in 't jaar 1684; de tweede, in 't jaar 1736, en de laatfle, in 't jaar 1752, gefchied (). Het Maagdenhuis flaat op 't Spuij, op den Tegen-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
weftelyken hoek van de Voetboogsftraat. woordige
Ter wederzyde van de deur, ftaat een yze- S^aante. ren hek. In den gang , binnen de deur, en in fommige vertrekken, hangen eenige oude Schilderftukken, die, voormaals, in Kloos- ter- of andere Kerken hier ter Stede, fchy- nen geplaatft geweeft, en, naderhand, her- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
R5*
Vvaa
M, |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
V
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
n de beide Weeshuizen der Roomfch-
gezinden , het Maagdenhuis en het Jon- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
genshuis , is het
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
M A A G D E
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«**Si-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
N H U I S
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Men heeft reden om te geloo- ZZTJZ^f^1 a f7"" ln den '§anS>
, reeds omtrent den jaare 1570, hfS^en oud altaarftuk, waarop 't jaartal 1____ u i-__ii o'«. ' 1530 itaat. In de Linnen-nsami-ini-Ai hPt |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
het oudile.
ven, dat tiet
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
"ie.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
gefügt is. Immers, by zekere oude aante- 153£ ltaat* .ln de>innen-naaiwmkel, het
keningen, ftaan Jakje Pieters Foppens en fe vertrek ter hnkerzyde, of ten ooften,
Marytje Laurens Spiegel, als fligtereflèn,en "f' 0ndf anc^eren' een Rl'k'Tfl ff
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
frn^lichieUzoonLoefiiBtouwlv, die, in't J5ö75 Schepen en Raad werdt, alseer-
|
Ecce PANEM Angelorum, dat is, Zie kier
het brood der Engelen; een Priefter, en nog dertien knielende Perfoonaadjen gefchilderd zyn, welken men meent, de vier Burge- meefteren , en de negen Schepenen der Stad te verbeelden. In ééne der Ziekenkameren, ziet men eenftuk, ter gedagteniffe van drie |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
j
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fte Regent van het Maagdenhuis bekend,
zonder dat my, klaarlyk, gebleekenis, waar de jonge dogters toen gehuisveft werden. Poch met de verandering der Regeeringe, is 'er ook merkelyke verandering gekomen |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
___________ Vleefchhal is, na
ilÜl Van HEUSSEN en VAN RYu Kerk. Oudh. IV. De
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
naam met meer leesbaar is; en twee over-
leedene Maters, Mary Gbysberts dochter en Macb-
(f) Uit medegedeelde Aantekeningen det Regenten
Xx3
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«£$1*
|
e c^Privil. va»iHa«I. *,. 6o9.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van den Oiid-Raad van Bürgern.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2« Jan,
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
AMSTERDAMS
|
|||||||||||
|
III. DeelV
|
|||||||||||
|
346
|
|||||||||||
|
Wees- Machtelt Jacobs dochter, gefchilderd. Doch
huizen het Convent of Kloofter, waartoe deeze Pa- der ters en Maters behoorden, wordt niet ge- 5e°z°in-SCH' noemd. In de opfchriften leeft men, alleen- DEN. lyk, Pater of Mater van dit Convent. Waar- fchynlyk, wordt 'er S. Margareeten- Kloos- ter , waar de Weezen, oudtyds, geplaatft waren, mede gemeend. In de Kerk van 't Huis, welke wy, hiervoor (g), befchree- ven hebben, hangt ook eene fchildery, op welke , in afgezonderde vakjes , het ver- meend wonderwerk der Heilige Stede, om- trent zo als in Marius Amflelredams eer ende opcumen, verbeeld wordt. Agter de Linnen - naaiwinkel, eene groote kamer, is eene kleine Binnenplaats, en verder, een vertrek, welk, voormaals, de kooken van 't Huis plagt te zyn; doch waar nu onge- maakt Lynwaat geborgen wordt. Ten wes- ten van den gang, komt men, eenige tre- den opwaards, in een Poortaal ; en , van daar, in de Kamers der Regenten en der Re- genteffen , twee bekwaame vertrekken, die beide op het Spuij uitzien. Voor de Engelfche fchoorfteenen deezer Vertrekken, zyn twee fraaije Schilderftukken, in 't graauw, van den beroemden de Wit geplaatft. Voor den fchoorfteen van de Regenten-Kamer, is de gefchiedenis van Ruth en Boaz; en voor dien der Regenteffen, de zorg voor de Wees- meisjes , op eene zinnebeeldige wyze, af- gebeeld. Het eerfte ftukje is, in't jaar 1745, gefchilderd. Agter de Regenteffen-Kamer, is een vertrek voor de Moeder over de klei- ne Kinderen, die, beneden, van't Spuij af, tot aan de groote Plaats toe, twee flaapver- trekken hebben. Ten zuiden van 't Poortaal voor de Regenten - Kamer, is de Wolien- naaiwinkel, en daarby een vertrek voor de Keldervrouw, die, beneden, aan de Plaats, nog een vertrek heeft. De Plaats, die ten einde van den gang legt, en winkelhaakswy- ze loopt, is, aan alle zyden, betimmerd; meeft met kleine vertrekken, tot Ziekenka- mers, wooningen voor de Binnenvrouwen en ander gebruik gefchikt. Doch het nieu- we gebouw ftaat in 't weften. Voor en on- der het zelve, is eene hooge gaandery, rus- tende op drie heele en twee halve kolom- men van blaauwen arduinfteen. Onder de gaandery, zyn de ingangen van den kooken, een vatenhok en een turf hok beneden, mids- gaders, een gang naar 't Spuij. Hooger, is eene groote Eetzaal: daar boven, twee fiaap- vertrekken nevens eikanderen, en nog hoo- ger, twee diergelyken. De flaapvertrekken zyn van een groot getal van kasjes, tot ber- ging voor de Meisjes, voorzien. Wyders, heafc het Huis verfcheiden' Ziekenkamers, (g) III. Deel, UI. B»k, il, in.
|
|||||||||||
|
Turf- en Graanzolders, en Bier- en Provifie- Wk«-
kelders aan de Plaats. Ook is hier eene Bak- Hü^ kery, waar, alleen voor 't Huis, met ééne r00ms&' oven, gebakken wordt. cezik- Het Maagdenhuis wordt beftierd, doorDEN.^
vier Re ge nt en entweeR e gent essen, ^ ' die gemeenlyk voor hun leeven dienen. By 't affterven van een' der Regenten, kiezen de drie overigen eenen anderen. En by 't overlyden eener Regenteffe, wordt derzelver plaats, door de overgebleevene, met kennis en toeftemming der Regenten, vervuld. De Regenten en*Regenteffen vergaderen, om de veertien dagen, des Woensdags na den middag. De Priefter, die, in de Kerk in 't Maagdenhuis, dienft doet, heeft ook, in 't geeftelyke, het opzigt over de Weeskinde- ren , en onderwyftze in den Godsdienft. Voorts, zyn 'er een goed getal van Binnen- vrouwen, zo om de Meisjes, in 't breijen, en wollen- en linnen-naaijen, te onderwy- zen, als om zorg te draagen voor den koo- ken , de kelders, en 't gene verder tot de huishoudinge behoort. De beftiering der Kin- deren in dit Huis wordt, zo veel de gelegen- heid van 't Geftigt gedoogt, gefchikt naar 't gene, in andere Weeshuizen, plaats heeft. De fchaforde komt, na genoeg, overeen, met die van het Jongens-Huis, waarvan ter- ftond nader. ,ej 't Getal der Kinderen beliep, inFebruary GetJ.
des jaars 1741, twee honderd en vyftig, en Ke^ tegenwoordig, [in September des jaars 1765]?re worden 'er twee honderd twee en veertig^ in 't Huis, opgevoed, en een, buiten 't Huis, befteed. De inkomften van 't Maagdenhuis beftaan,
gedeeltelyk, uit de winften der kinderen, die eene tamelyke fomme , met Linnen- naaijen, verdienen; uit de huuren van ee- nige huizen; en uit de intreften van eenige Obligatien. Ook gefchiedt 'er , tweemaal 's jaars, eene Colle&e aan de huizen der Roomfchgezinden , ten behoeve van dit Godshuis* ■ . « Het ander Weeshuis der Roomfchgezin- uw ^
den, het toN6V
J O N G E N S-H U I S *£jp
, PB*'
genaamd, ftaat op de Lauriergraft, aan de
zuidzyde,tuffchen de twee laatfte bruggen- De Weesjongens werden, tot in 't begini dee- zer eeuwe, in byzondere huizen, he^ee twee eerfte Regenten over dezelven, z0 menze aangetekend vindt, waren torn ^ Noorman en Beter van Schor el, en dien den» 't jaar 1664. Doch het tegenwoordige vv_ huis werdT , eerft omtrint den Wel<°* . geftigt. Boven den ingang van t Äeg^ |
|||||||||||
|
IV. Boek. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 347
ten-Comptoir, vän binnen, leeft men , dat ters, afgefchooterrzyn. Verder zuidwaards, Wees-
aldaar, op den zeven en twintigften Octo- heeft men twee Ziekenkamers boven elkan-huizen . ber des jaars 1701, de eerfte zitting der Re- deren, ieder van zes krebben voorzien In R der |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
s
SNch
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
genten gehouden is ^^^^^^^^^^^
merkelyk, vergroot en verbeterd. De zui delyke vleugel, daar de Eetzaal is, is,in 't jaar 1706, getimmerd. Agter den zelven, heeft men, in 't jaar 1747, eene nieuwe Bakkery en uitgang in de Eländsftraat ge- bouwd , over eene open plaats, van welke het Huis , aan deeze zyde , licht en lugt fchept. Men treedt, van de Lauriergraft, door eene groote Poort, in een' gang, met eene gaandery, op drie hooge houten pilaa- ren ruftende, ten ooften, en de deur der Kerke, welke wy, hiervoor (g), befchree- ven hebben , ten weiten. Voorts, komt men op eene groote, vierkante, beltraatte Plaats, met zeven boomen bezet, en een fier- lyke regen- en putwaters-Pomp, in 't mid- den, 't Gebouw van 't Weeshuis is, langs drie zyden van deeze Plaats , getimmerd. Langs de vierde, of noordzyde , ftaat de Kerk, en een pakhuis en woonhuis, die door 't Huis verhuurd worden, en op de Lau- riergraft ingaan. In den ooftelyken vleu- gel van 't gebouw, ontmoet men, eerft, de School, voorzien van een kagchel en plaats Voor den Meefler en Ondermeefter: voorts, het Regentejfen-Comptoir, waarin, zo wel als ïn een klein vertrekje, naaft het zelve, be |
den zuidelyken vleugel van 't gebouw,is de S-^
Eetzaal, naar welke men, langs tien hard-den. fteenen trappen , optreedt. Bove |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
zaal, is een llaapvertrek voor de Schoolkin-
deren : en agter deezen vleugel, over eene agterplaats, is de Bakkery", daar, meteen' oven, alleen voor 't Huis, gebakken wordt. Boven dezelve, is eene builzolder, en hier- omtrent, beneden , is de Kleêrenmaakers- winkel van't Huis. In den weftelyken vleu- gel van 't gebouw, heeft men nog eene gaan- dery , die op zes houten pilaaren ruft. Hier- op volgt een vertrek voor den Binnenvader en Binnenmoeder, en een groote kooken. Hooger is de /kapkamer voor deeze twee Suppooften, en een vertrek voor deLinnen- naaifter van 't Huis. Ook zyn hier de graan - en provifie-zolders, een rookhok enz. Be- neden , in 't zuiden, heeft men, koele Bier- en Boterkelders, vatenhuis enz. Boven de deuren der meefte vertrekken, ftaan Spreu- ken der Schriftuure , in 't Latyn en in 't Nederduitfch, vermaaningen tot zorg voor de Weezen behelzende. De beftiering van dit Weeshuis itondt,Refr
weleer, aan twee; doch ftaat nu aan vier xiug. Regenten, en twee Regentessen. Zy dienen, gemeenlyk, voor hun leeven. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
flooten kaften zyn, tot berging van kleede- By't openvallen eenerRegentsplaatfe,verkie
ren en ftoffen tot kleedinge. Hierop volgt zen de overige Regenten eenen anderen. De |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
het Comptoir der Regenten
Comptoiren hangen zyn ^^^^^^^^^^^^^^^^^^
fchoorfteen en fchoorfteenftuk, gefchilderd door een' gewezen Binnenvader van 't Huis, Brouwer genaamd. Onder 't ftuk in 't Re- genten-Comptoir, zynde eene zinnebeeldige vertooning van de zorg voor de Weezen, leeft men: |
plaatseenerRegentefle wordt,door de over-
gebleevene, vervuld. De Regenten vergade- ren, om de veertien dagen, des Woensdags na den middag. Doch de RegentefTen hebben
geenen bepaalden tyd van byeenkomen. De
inkomften van dit Weeshuis zyn, gedeel- telyk, van dezelfde natuur, als die van het Maagdenhuis. Ook gefchiedt 'er, tweemaal 's jaars, eene Collecte, ten behoeve van het |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
. zelve, aan de huizen der Roomfch-Katho-
Uit Liefde tot de Wees fproot dit Roomt- lyken.
huisbefiier. _ De Suppooften of Bedienden van het Huis Suppoos-
Barmhartigheid en ßr af is ly de Vaders hier. zyn een Binnenvader en Binnenmoeder, die ten-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
En onder 't ftuk, in 't Comptoir der Regen
teilen, verbeeldende twee deftige vrouwen bezig met bezorgen van behoeftige Wees kinderen: |
vyf dienftmeiden ten hunnen bevele hebben,
eene kinderenmeid , eene kookenmeid en drie werkmeiden. Voorts , zyn 'er twee Schoolmeefters , een Broodfnyder en eene |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Linnen-naaifter. Alle deeze Bedienden woo-
Door Moeders vlyt en diend kleedt, fpyfl nen in ,'C HuiS' Dof,deBfkker,tweeKleê-
men d'ouderlool J ' ' J renmaakers, en een Schoenlapper, ten dienfte |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Goed is 't die dankbaar is, en deugd omhelfl
|
hebben hunne wooninS »*i-
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
altoos.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ten het zelve.
De kinderen |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
worden, in leezen
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
fchry- Onder-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
«oven deeze vertrekken, en de gaandery in ven, rekenen, en in dé vreeze Gods on" w5Tdér
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
^ng, is eengroot flaap vertrek, waar
p twee Kamers, voor de twee Schoolmees |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
derweezen. Zy moeten, s morgens en
avonds, hunne gebeden leezen, onder an* deren, biddende, voor de Regenten en Wel- doe- |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kinde-
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
j|g .■' AMSTERDAMS III. Deel.
Wi. doeners van 't Huis, zo wel die overleeden Men berigt my, dat.het getal der^kinde- bjJ*
Sn S die nog leeven. Zy zyn gehouden, ren m dit Huis, m t jaar VW** Geta, der naarftiglyk, te? Kerke te gaan ; doch ten derd en twintig beliep. ^f^l&
Roomsch- 3ft|yethun zeflen by eikanderen, zon- [inSeptember 1765] »worden er honderdeen S* dertig ergens, buiten 't Huis, in grooter en tagtig geteld, getal, byeen te voegen. De Jongens die, door de Regenten, op een ambagt befteed a a 1 v.
worden, hebben vryheid, om het, vier, HOF
vyf, of zes weeken, te beproeven, eer zy B L Ir ï JN -H U 1<
zïg bv de Regenten, behoeven te laaten . , Befciirf
aaneklnen. Men bedingt, by de beftee- TT/y voegen , by de befchryving der Be
Sdat de Meeflers hen, van den eerften W ^T^"Katholvke" ^rm ^ van £ fi'totdeneerftenOaober, ten agt; en ftigten de befchryving van het. Begyn-gËf vin den eerften OÉtober tot den eerften A- Hof, fchoon in zynen oorfprong niet voor Ho* m ten ze ven uuren, naar huis moeten laa- behoeftigen aangelegd, om dat wy ze ner- £n gaan, ten ware zy noodig werk voor hun gens, bekwaamlyker weeten te plaatfen. A hadden- in welk geval, zy gehouden zyn, Het Begyn-Hof is een van de oudfte °"
hun'savondlde/koft en't nagts huisves- Geeftelyke geftigten, hier ter Stede, Wy ühg te geeven. De Poort van 't Huis wordt, hebben, by eene andere gelegenheid (*), 's winters nanegen, en 's zomers na tien uu- aangetekend, dat het, in t jaar 1380* reeds ren niet geopend. Het overtreeden der m ftand was; doch federt, is ons, uit ver Re4menÄ van het Huis, metnaame, 't fcheiden'egte ftukken, die nog, onder de vïSen van't werk, het uitblyven by MeefterefTen of Moeders der Begynen be- nagt het vloeken, dobbelen, zwemmen ruften, en ons door den Paftoor van t Hof, zonder verlof, en andere ongeregeldheden, ter hand gefteld zyn, klaarlyk,_gebleeken, worden, naar haaren aart, met meer ofmin- dat het ten minfte vyf en veertig ofvyfog der ftrengheid, en fommigen, voor de der- jaaren ouder is Wy zullen de voornaam^ tonaal begaan zynde, met uitzettinge uit ften deezer ftukken, van de meeftevan tetHuis eeftraft welken nog genoegzaam geen gebruik ge- Sdvs en De fpys, die in dit Weeshuis gefchaft maakt is, aan t einde van dit Boek, onder
t«, wordt5,\ Zondags en^oenslgs, 's £2^^^^^^ middags, graauwe erweten , of groente, t Begyn-Hol, uit dezelven, nier, zov Sar den tYd van 't jaar,en eenftukvleefch ons doenlyk zy, tragten op te ndtoen. * Ä tle , en 's avonds, karnemelk met rfWj£j« ^^^^S*
fëtë£ÜËg,% Ä w^^Uni^«/ffin dien
ZoX in de maand , 's middags, verfch tyd, en nog dikwils naderhand toncfrouwen
Mehmet foupe opgedifcht: waarin, nog genaamd werdent, ini huure of ter leen,g_
onlangs, deeze verandering gekomen is, bruikt te zyn Doch op den een en der
dat 'el hans, alle Zondagen, verfchvleefch tigften July des gemelder1 jaars, droeg£W
gefchaft wordt. '* Maandags, fchaft men, van der Lane Wien t gebouw toebehoorde
lmTddagI,g^ne erweten me't langten het den toncf rouwen den beghmen toten ^
kaas en brood toe, en 's avonds zoetemelk Hghen op. Van den fcJepenenWt,
met gort,
eet men. |
||||||
|
mer,met karnemelk,en inden Winter,met w«* w,, -&-*, ^^^in.-" , : -jn
vet, en 's avonds, karnemelk met gort,en ^b^/^^^^Ä^ een boterham toe. 'i Donderdags, wordt'er, dien tyd, aan de Stads ondfeff J^J^ £&^£Ä boVrhamte, ^ge- hadt en federt de*ß^JS%ffi.
SO &y^, fchaft men, 's middags, gefcheiden van de ftntoy* of Bn^g*
dikke gort met "zoetemelk, en kaasenbrood na de K*^^ <f he, **&, in
toe, en 's avonds, karnemelk met meel en f*g* j*1** in *£*?*' L^f' Vermeld
een boterham toe. 's Saturdags, wordt 'er, de Handveft van den Jaare ,34», nd
's middags, karnemelk met gort gekookt, wordt, en, gelyk_wy, elders W t*orden,
en kaas en brood toe, en 's avonds alleen- hebben, hier omtrent gezogt moet ^
lyk een dubbele boterham gegeten.. De bo- r>
venkleeding der jongens m dit Huis is ros- V4 » D- N- «
verwig Laken of karfaai, (O ' c«'. 1. *»k. u- » r*
|
||||||
|
IV, Boer. GODSHUIZEN en GODSDIENSTIGE GESTIGTEN. 349
V zou ik niet durven verzekeren. Maar, door ge, die gelegd was vuer der baghiwn eraf te v
dit Land, liep eene Laan, naar welke, Cop- daar zy nog legt, weßwain tnt»j{ï'»MYS'
Pe van der Lane,de oude eigenaar van'tBe- grafie] leggen lieten. Se'sSd 11* Jf gynhuis, fchynt genoemd geweeft te zyn. zelfden tyde, eeneftraat van zeftieT. vAer iJie Laan heeft, naar men vermoeden mag, breed, tuffchen 't Begyn-Hof en der SrT tot het Begyn-Hof behoord, en zig, langs graft, ten werten, met belofte van on d> de Begynen-graft of Begynen (loot, uitge- erf, nimmer eenïge huizingen te zuflen fte] itrekt. Immers, ik vind, dat Burgemeefte- len, uitgenomen muuren of toorens tot be" ren, m tjaar 1545, orde Hellende op het veftiging der Stede (>). Doch in't iaar ku" diepen der gemelde floote, 't welk, door de werdt dit erf gefchonken aan 't Begyn-Hof buuren, gefchieden moeft, bevalen, dat men door welk, het, federt, betimmerd is (a) nietflegts de paaien; maar ook de wortels Midlerwyl., hadt het Kapittel der Lieve *r boomen uit deze ve uithaalen zou (/). En Vrouwe-Kerke in den Haage'met toeftW hieruit volgt kaarlyk, dat'er, van ouds, minge des Biflchops van Utrecht, reeds in't boomen geftaanhebben angs of op de plaats jaar i4r9, belaft, dat het Begyn-Hof niet derBegynen-grafte, welke boomen fchynen verder bewoond zou worden, dan tuffchen de H,be,nb*oord^d.e Laan, van welke, in der Stede vefle,die toen was,en deBegynen" de Handveft van den jaare 1342, gewaagd graft. De Begynen-Kapel was toL rfeds L Wordt. De Begynen, die federt, het Hof wezen, en is, miffchien, mSanTvoor dien bewoonden, betimmerden het, van tyd tot tyd, geftigt geweeft, om dat, toen eerft tyd, en, naargelang dat haar getal aangroei- aan Maagden en Weduwen, wonende f^rn de, met nieuwe huizen; en de Regeering beghynboue, veroorlofd werdt, eenen wee feSf'iZ Zlf enKtigftren April des reldlyken Priefter te kie.en, tot haaren Ka- tars 13 «9, dat de gebouwde of aangekogte pellaan (V). Doch de Kapel en 't Begvn-Hof huizen, door de bezitfters of derzelver erf- verbrandden,ongelukkig^ indenTooten genaamen , aan niemant, noch op, noch brand van den drie en K iXnAmSS buiten den Hove, zouden mogen verkogt jaars 1421, die een derde gedeelte de Srd gorden dan met gemeene bewilliging van verteerde (,). Beide het Hof en de Kanel alle de Begynen Wy plaatfen den brief, werden egter, federt, wederom opgebouwd dieditbeyel behelft, hier agter, onderde En vindt men, dat Meefter BaerntDinTZn' plaagen (m). t Is aanraerkelyk, dat de in, of omtrent het jaar 1475 zekere laar' cegynen, in den zelven, arme baghinen ge- lykfche fomme gemaakt heeft', tot voldoe- noemd worden. Men gaf haar egter, na- mnge der huishuure van drie arme Begynen «ernand, wederom den naam van ioncvrou- die men, ten allen tyde, op 't Beavn-Hof' J»*». Hertog Albrecht van Beijeren , de moeft laaten woonen (t). Het Belrvn Hof ^?Tte^nflÄ'in-'tJaari393' in heeft, na zyne herbou4g den nTm in Sf hJ? rn^Wd*raw& neemende, het ronde Hof of ronde BegynbofgeSZ^ wfamaar'7ven71VZ dCn tyde' eenen Re§el' De Poort voor het zelve , diïSog !nTe'- IndTeno? l'deZeeZè VOeëenmoeiV' ?**■>«*?*> in \> W, vernieuwd
u cue nog, in ae meeite en voornaamfte te zyn, gelyk, uit dit jaartal, welk boven opzigten gevolgd wordt. Wy hebben 's dezelve ftaat, is af te neemen. Vier karen
«ertogs Handveft hier agter («) geplaatft, laater, werdt de Regeering hier tJf^T gar een oud affchrift, op pergaSment ge-' veranderd. De Kapel S0p 't JÄS^* -hreeven, 't welk men, met de uitgaave toen, gelyk andere Geeftelvl; . k van anderen (0), vergelyken kan. D? Be- eenen fy/lang, £ Sdft £*££ Sonden fC t0?femend,e in vermogen, fchikt, en,eindelyk,aan deÈngllfchePrL 't warer Zuiden van haaren Hof, daar byteriaanen ingeruimd, gelyk wy, terzyner ïnlaater',tV^n0uds' Veel breeder was dan plaatfe («), hebben aangetekend. Het Be-
hoogen F ' Sa? <e w*nnen» en aan te §yn_Hof zelf, beftaande uit eenige byeen- dit ld h ln 'Z Jaar r4-r7' werdt haar gevoegde wooningen, aan byzondere per« ftaa -A de Wethouderfchap , afge- foonen toebehoorende , werdt niet äange- ter K A Zy Van het zelve eenefiraete, merkt als de Nonnenkloofters' hier ter Ste-
WS te Van veertien voet, en zig ftrek- de, die ontruimd, en tot ander gebruik ae- gnde, nevens eene ftraat van geIykf breed- fchikt werden. Men liet de Begylen in hfa- > aie er toen reeds lag van der nyen brug- , , ^. , , re J ° (l>) %e Byl.iagen Lr. D. iV 4
U L' V. N i. J-^*<rf' 4*1 f'* Bylaagen £r. D. N s. ■"-^7.
(\; ^. D N. ?. f'j Vermeerderde uEKA ; matth-ïi Anal. Tom, m
II. ,Do> *EÜSSE* en VAN RyN Kerk< Oodh< IV. D,tl, f'(\» - BvIaafen /t d N 6
|
||||||||||
|
ö.
|
8 "Tuk.
|
|||||||||