|
uu
|
||||||||||||
|
7 Aanwinsten 2005
|
||||||||||||
|
Bijzondere aanwinst: achttiende-eeuws handschrift met
Nederlandse liederen De Eduard Reeser Stichting heeft voor de Letterenbibliotheek een achttiende-
eeuws handschrift aangekocht met maar liefst 129 Nederlandstalige geeste- lijke liederen voor verschillende feesten (Kerstmis, Zoete Naam Jezus, Driekoningen, Nieuwjaar, Maria Lichtmis, Pasen, Drieëenheid, Pinksteren, Sacramentsdag). Het handschrift is afkomstig uit het klooster van de Redemptoristen in Wittem bij Maastricht. Hans van Dijk, een musicoloog uit het zuiden des lands die in Utrecht studeerde, bracht het contact met de Letterenbibliotheek tot stand. Ik geef graag een toelichting bij deze bijzon- dere aanwinst. Het titelblad van het handschrift (zie afb. op p. 8) toont een tekening van
een medaillon met de beeltenis van een orgelspelende dame, wellicht de heilige Caecilia. Als auteur of componist is daaronder aangegeven Franciscus Landman, 1795, over wie niets bekend is. Op het classicistische voetstuk waarop het medaillon rust, staat linksonder "H. Greeve Fecit". De tekening is dus vervaardigd door H. Greeve, die volgens Hans van Dijk ten tijde van de Franse overheersing als kapelaan verbonden was aan de Onze Lieve Vrouwe en de St. Nicolaaskerk in Maastricht en daar tevens als voorzanger fungeer- de. Misschien heeft kapelaan Greeve ook de kerstliederen gekopieerd. In elk geval zijn de liederen in een sierlijk en zeer regelmatig handschrift uitge- schreven, met eenstemmige muzieknotatie. Als er meerdere coupletten zijn, staan de verzen onder elkaar onder de notenbalk genoteerd, zoals in moderne volksliedboekjes. Al bladerend herkende ik een aantal liederen, zoals Nooijt en was er zoeter
nagt (zie afb. op p. 8) met het refrein Blaast de cornetten, steekt de trom- petten. Het is een cantio natalitiae van de blinde componist Johannes Berckelaers (ca. 1630-ca. 1700), door hem uitgegeven in 1667. Cantiones natalitiae zijn kerstliederen uit het meestal vierstemmige repertoire zoals dat aan Vlaamse kerken en kathedralen in de zeventiende eeuw werd ge- zongen door koren van jongenssopranen en mannelijke zangers. De cantio- nes van Berckelaers behoren tot de meest uitgebreide en worden begeleid door diverse instrumenten, zoals in dit geval twee cornetten en twee trom- petten, met bas en orgel. We hebben dit stuk met Camerata Trajectina op- genomen op de cd Cantiones natalitiae. Kerstmuziek uit de tijd van Rubens, uit een partituur samengesteld door Rudolf Rasch. De versie uit het hand- |
||||||||||||
|
schrift Wittem is eenstemmig en laat zien dat dit lied meer dan honderd |
jaar na verschijnen nog steeds gezongen werd, al kunnen we niet direct f nagaan in wat voor bezetting - in elk geval zonder cornetten en trompet- ten, lijkt me. | Een zeer bekend lied is Herders hij is geboren, uit een bundel cantiones |
natalitiae van omstreeks 1645. Het werd in de negentiende eeuw 'uit de
volksmond' opgetekend door Vlaamse volksiiedonderzoekers als Lootens en Feys (1879) en Bols (1897), en zelfs nog door Th. Peeters (1952). Het staat ook in de beroemde bundel Oude Vlaemsche liederen (1848) van Jan-Frans Willems, die het lied overnam uit een bundeltje Oude en nieuwe kers-ge- zangen, Amsterdam 1757. Met andere woorden, dit zeventiende-eeuwse kerstlied is eeuwenlang gezongen geweest, door kerkkoren maar ook door j gewone mensen thuis, in een ononderbroken traditie tot in de twintigste
eeuw toe, en zelfs tot in de eenentwintigste. De notatie in het handschrift Wittem is een interessante schakel in die overlevering. Een andere evergreen is O Kersnagt een der langste nagtenl des heemels ligt
breekt door met kragten, het is althans een contrafact op de beroemde Rey van Clarissen O Kersnacht schoonder dan de daghen uit Vondels Gijsbrecht van Aemstel (1638). Interessant is te zien dat in het handschrift Wittem de, melodie al sterk vereenvoudigd is ten opzichte van de oorspronkelijke rei. Latere aantekeningen zijn zeer zeldzaam in het handschrift. Op één plaats
staat boven een lied geschreven O filii et filiae. De genoteerde melodie is inderdaad een variant van deze bekende hymne, aldus Joost van Gemert, ervaren gregoriaan. Zo zijn er nog wel meer liederen te herkennen of terug te vinden in de
Nederlandse Liederenbank, maar zo te zien bevat het handschrift ook een groot aantal unica. Die maken het des te waardevoller. In elk geval is een achttiende-eeuws handschrift met kerstliederen iets heel aparts. Ik ken eigenlijk alleen een beiaardboek met vooral kerstmuziek uit 1728, bewaard in het stadsarchief van Antwerpen. Verder is er nog het zogenoemde Wettener Liederhandschrift, dat afkomstig is uit het Rijnland en uit de zeventiende eeuw dateert. Al met al redenen te over om de Letterenbiblio- theek te feliciteren met deze bijzondere verwerving! Louis Peter Grijp
|
||||||||||||
|
gSg^j!SiI^»»PSg^f^gP
|
||||||||||||