ocr page 1

Algemeene opmaak

CD ■gt; CTS —i COT CCT me —4 cm cm cm 4— ecu fee CT mm

DE UILENSPIEGEL

dor Utrechtsche Studenten

Datum 10 Februari 1942

No. 1

Hoofdartikel

Verschillende bi dragen: Coens' Lied

CT tare ta— •— to CT i= c— ri CT acre ri ri ri ri cm ri œc me ri ce ri

Berichten en Mededeelingen: Van de Redactie; Christiaan Huygens.

Boekbespreking

Bladvulling

ri ri cm ri =9 ri cui c-i ÇA feti

Verschillende Bijdragen

Onder de naam quot;Goers' Liedquot; zullen wij gedeelten van liederen aanhalen, voornamelijk uit quot;Valerius' Nederlandtsche Gedenck-Clanckquot;, liederen ontstaan quot;in een tijd toen groote nood, verdrukking, onrecht, geweld en gewetensdwang de bevolking van de noordelijke provincies aaneensmeedden tot een volkquot; .

Zij zijn waard in dezen tijd herinnerd te worden.

quot;Goers' Liedquot;

Ay keert toch weer, Oranjen, En biet ons nu de hant, Wreeckt, wreeckt ons leet aen Spanjen.

Verlost ons Vaderlant.

Opdat o lieve! wij' Gaen mogen los en vrij.

(uit quot;Valerius' Nederlandtsche Gedenck-Clanckquot;.)

Berichten en Mededeelingen

cwcm.— — j c i«e OTCiOTmcOTcOT — .mc.i^—. c. i— ch,lie ;^.~ii_. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;incrnr n-i

Het is de bedoeling, dat in deze rubriek alle berichten en mededeelingen van het Consilium, disputen en gezelschappen betreffende de installaties, bijeenkomsten en vergaderingen zullen worden opgenomen.

De ab actis van ieder gezelschap dient deze gegevens steeds zoo spoedig mogelijk bekend te maken aan dengene, die hem geregdld dit blad laat lezen. Deze -zorgt ervoor, dat de berichten worden doorgegeven aan de redactie.

V.an de. Redactie.

quot;De Uilenspiegelquot; der Utrechtsche Studenten verschijnt voorloopig iedere veertien dagen voor een zeer beperkt aant^ lezers .

Het prille eerste jaar is voorloopig nog buitengesloten.

quot;Christiaan. Huygens quot;

Installatievergadering op Vrijdag IJ Februari 1942 des avonds te 7.30 ure in het Oranje Huis, Nieuwekade 30.

ocr page 2

ocr page 3

Boekbespreking

Zoolang door quot;Kultuurmaatregelen of anderszins de verkoop van de volgende twee boeken nog niet onmogelijk is, raden wij onze lezers aan eens kennis te nemen van

quot;De liederen uit Valerius-'Nederlandtsche Gedenck Clanokquot;, verzorgd door Dr. K. Ph. Bernet Kempers, uitgegeven bij Brusse te Rotterdam.

quot;De legende.en heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en lamme Goedzak in Vlaandcr-land en-eidersquot;, door Charles de Coster, uitgegeven bij H.J.W. Becht te Amsterdam.

Bladvulling.

De landdag te Utrecht van het zgn. quot;Studentenfrontquot; werd o.a. bezocht door de..volgende personen:

H: de -Groot, m. '38, -Maliebaan II7

AïP.A.H. de.Kleyn, m. '39, Maliebaan 8

D.- Moojen, i.,'37, Boschkant 4 Zeist

C.-A. Moojen, i. '39, Boschkant 4 Zeist

H.M: Raven, reünist van het U.S.C., Boulevard ,124

M.L.A. Ritz, j. '39, Wittevrouwensingel39 /f-nhem

ocr page 4

ocr page 5

to

3

HOOFDARTIKEL'

Hierbij wordt het eerste nummer van quot;nbsp;de Uilenspiegel der Utrechtsche Studentenquot;, blad van en voor het Utrechtsche Studenten Corps ten doop gehouden.

Het borelingske is klein en onaanzienlijk, de doop een vuurdoop, maar het is uit gezonde ouders met een gezonde geest geboren, factoren voor een voorspoedigen groei.

Het zal opgevoed worden in een groote liefde voor ons geëerbiedigd en diep bewonderd Vorstenhuis, in strijdvaardigheid en onwankelbare trouw; het zal een onverzettelijken wil hebben en een groot gevoel voor humor. Het kind zal slim blijken te zijn en een waardig afstammeling van den Groeten Geus;

Het zal, ondanks het juk der verdrukking, in vrijheid opgroeien op het onvervreemdbaar grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en pal staan in den strijd om onze eens verworven privilegiën en geestelijke goederen.

Daarnaast zal het critiek leveren op veel wat onze Universiteit en ons Corps aangaat en leiding geven bij gemeenschappelijk optreden.

quot;De Uilenspiegelquot; verschijnt voor een beperkt aantal-uitverkoren lezers, allen lid van het Utrechtsch Studenten Corps. De Redactie blijft onbekend. Voorloopig is het niet mogelijk ande-re dan redactionele artikelen op te nemen. Wèl zullen alle berichten -betreffende vergaderingen en bijeenkomsten van leden van het U.S.C. in den vorm van disputen of gezelschappen een plaats vinden onder de rubriek quot;Berichten en Mededeelingenquot;.

De uitvoering van al onze plannen is echter slechts mogelijk in het diepste geheim. Op elk onzer lezers rust de dure plicht eener absolute geheimhouding over alles, wat den Uilenspiegel betreft. Niet alleen in het belang van dit blad, ook van de redactie, maar vooral in het belang van den lezer zelf.

De organisatie van quot;De Uilenspiegelquot; zorgt ervoor, dat ieder, die dit blad behoort te lezen, het ook te lezen krijgt. Mondeling doorgeven van artikelen of berichten is niet noodig en ten zeerste óngewenscht. De uitverkorene, de lezer, heeft zich naar buiten te houden aan zijn plicht : Zwijgen!'

Het is hier thans reeds tevens de plaats te wijzen op een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij vele Corpsleden.

Het is een grof schandaal, dat zooals men zegt, de meisjes van Van Angeren het dispuut kennen, waarvan de quot;geachte clientèlequot; deel uitmaakt.

Het is strikt noodzakelijk, dat gezwegen wordt over alles, wat ons geliefd Utrechtsch Studenten Corps aangaat. En vooral in openbare gelegenheden. Hier kan niet voldoende de nadruk op worden gelegd.

Zij, die niet in staat zijn zich aan deze zwijgplicht te onderwerpen, dienen voor den duur van den oorlog buiten onze gemeenschap te worden gehouden. Het zal goed zijn, wanneer de presidenten der disputen hun dispuut hier grondig van in kennis stellen. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;,

Met inachtname van de nodige voorzichtigheid is het mogelijk een geregeld orgaan voor het U.S.C. te laten verschijnen.

Dit zal, wat wij in dezen tijd dringend behoeven, de band versterken, die ons bindt en ons op de hoogte houden van alles, wat er in het Utrechtsch Studenten Corps omgaat.

Het is van het grootste belang, dat hier een gemeenschap van een thans niet nader te noemen aantal menschen met dezelfde idealen en gedachten in nauw contact blijft voortbestaan, gereed zoo noodig tot gemeenschappelijke actie.

De redactie stelt zich, zij is zich dat bewust, aan eenig gevaar bloot. Zij doet dit in het volste vertrouwen, dat de lezer zijn plicht kent. En nogmaals, deze is: Zwijgen!

ocr page 6

ocr page 7

17 Febr.1942 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;DE UILENSPIEGEL

No. 2

der Utrecht-,sehe Studenten

Xoofdart ikel

Over heu ahreneen onverscheiden zieh zoovel de hoog-leeraren zoowel als de studenten aan onze Alma Mater door een in dezen tijd volkomen onbruikbare houding van slapheid en niet-begrij-pen van de verbluffende rechtsverkrachting, waaraan de bezettende nacht zich hier schuldig naakt. Het leven gaat hier zijn gang, alsof er niets gebeurd was, uitgezonderd de stoutmoedige praters over Bijltjesdag, die hun spokende geweten in slaap sussen door te praten over tijden, die nog veilig ver in het verschiet liggen. Hoe is het in 's Hemelsnaam mogolijk, dat nog steeds de eerste jaars Juristen als marionnetten in de beenen vliegen, zoodra de Hooggeleerde Siccana zijn entree in de collegezaal maakt? Begrijpt hier dan niemand, dat hij al zijn principes met één slag overboord gooit door deze door en door genas ificcede geest, die zijn laatste restje vaderlandsliefde heeft geruild voor een zetel in den Kultuurraad, een dergelijke eer te beurt te laten vallen, waar hij. eigenlijk in zijn gezicht gespuwd moest worden? Wat een ontstellende, doorgefourneerde Kuddegeest, misschien terecht eigen aan eerste jaars in normale tijden, maar nu meer dan ooit funest. Wie had ooit gedacht, dat het nog eens noodig zou zijn Utrechters het voorbeeld van Amsterdamsche studenten voor oogen re stellen, die Prof, van Apeldoorn het college geven onmogelijk maken door fluiten, schreeuwen en sarren, zoodat deze figuur een zenuwziekte nabij is?

Nog ergerlijker is de houding van de indologen, die men agelijks naar het college ven de aparte schoft Westra kan zien Grommen om zich te laten voorlichten met kreten als quot;de voormalige Nederlandsche kolonie Surinamequot; en uit onder een aanmoedigend stilzwijgen, Dat deze landverrader nog rondloopt is op zichzelf al een schande, maar dat hot slappe indologendom eiken dag trouw om zijn grapjes lacht en na het college een praatje in de Mensa met hem maalit, is zonder meer -zalgelijk.

Dit alles is de schuld van een geest, die langzamerhand de Universiteit binnengeslopen is, een geest van gering beleven en en medeleven der groote gebeurtenissen, een afzijdig staan van dingen, die tot uiterste gemoedsbeweging hadden moeten opzwepen. Deze geest belette vorig jaar de staking bij het ontslag van de Joodsche hoogleeraren en wordt nu nog angstvallig vastgehouden door den steeds meer kleur bekennenden Van Vuuren en door het namelooze, graue knorrendom.

Laten wij ons eindelijk eens onttrekken aan die slapheid, waarop alles afstuit en laten wij het devies van Universiteit en Corps eens goed tot ons doordringen en toonen, dat het tijdelijke ondergaan van den Sol Justitiae ohs niet onberoerd laat. Het Is niet juist in dezen tijd alleen hard te werken en in zichzelf gekeerd te zijn, totdat anderen het vuile werk hebben gedaan. Utrecht heeft tot nu toe een zeer slecht figuur geslagen in de universitaire wereld. Maar het is nog niet te laat.

Er is reden on aan te nemen, dat eerstdaags een nieuwe president-curator benoemd zal worden, welke zonder twijfel totquot;de partijquot;zal behooren. Lenige maanden geleden werd een besluit van den Rijkscommissaris bekenn gemaakt,quot;waarbij de bevoegdheden van den pres .-curator veel ruimer werden. Dit zal dan de gelegenheid zijn te toonen, dat wij niet zijn ingeslapen. Want wij staan in een orachtige positie, wij studenten, die niet door acute financieele moeilijkheden bedreigd worden en daardoor kunnen demonstreeren, dat we het niet eens zijn met deze afgrijselijke nieuwe orde, dat we nooit en te nimmer b-^reid zullen zijn onze cultuur af te staan en er Kultur voor te ontvangen.

ocr page 8

ocr page 9

Verschillende_bijdragen

De rede, welke de nieuwlichter Dr. K. Keyer bij de aanvaarding van zijn(quot;/jdelijk)ambt als Directeur van het Stads- en Academisch Ziekenhuis heeft gehouden, ging vanzelfsprekend met moeilijkheden gepaard. Hij zou voor een praktisch leege zaai gesproken hebben, ware het niet, dat de hoofdverpleegster de verpleegsters dringend heeft moeten verzoeken aanwezig te willen zijn^ daar zij anders Ontslagen zouden worden. Dit verzoek werd ingewiïligd; dat dit echter niet bepaald van harte ging, blijkt uit de foto in het avondblad van Dinsdag 10 Februari van het U.D; Vele verpleegsters bleken er niet van gediend te zijn met den Heer Keyer op hetzelfde plaatje voor te komen, zoodat de meesten óf de handen voor het gelaat hebben gehouden óf er de voorkeur aan blijken te hebben gegeven zich maar liever om te draaien. Een uitstekende demonstratie.

Wij vestigen ook de aandacht op des nieuwlichters rede, welke eer typisch voorbeeld is voor de moderne opvatting over politiek en Geneeskunst. quot;Geen arts kan zich aan de nationaal socialistische revolutie onttrekken!quot; Voortaan werkt alleen het hakenkruis of, zoo U niet, de Totenkopf, genezend!

Coens' Lied

Vrij Nederlanders, vrij, Gaet wel gerust en blij.

End' stut de Spaensche tirannij. Doch krijgt ghij flocx geen goeden spoet, Geeft daarom niet eens op de moet.

(Valerius' Nederlantsche Gedenck Clanek).

Uit het college van Prof. Pompe.

quot;De jurist is over het algemeen conservatiefquot;. Conservatisme is een woord, dat zoowel een goede als een slechte klank heeft, maar het houdt dit voor Nederland zoo belangrijke woordje quot;trouwquot; in.

Berichten en Mededeelingen

Van het Consilium

De strookjes van de giro- of cheque-afbetalingen aan Beekman moeten zorgvuldig bewaard blijven. Zij, die met bovengenoemd sujet nog geen regeling over afbetaling hebben aangegaan, moeten dit ook niet meer doen of, zoo zij gedwongen worden; zoo lang mogelijk zien sleepende te houden. Dit in verband met het feit, dat er een nieuwe dief is benoemd, nl. Hörmann, welke straffere maatregelen meent te kunnen nemen (veel te hooge afbetalingssom en dergelijke).

Zij, in wier bezit zich bezittingen van Corpsen particuliere gezelschappen bevinden, moeten hier nauwkeurig omschreven mededeeling van doen aan den President van het Consilium. Brieven in gesloten enveloppe aan zijn adres af te geven.

Olympia

lederen Dinsdag, des avonds te 8 ufe, indoortraining Zuilenstraat 8.

De Weduwe. Becker

De installatie van het Dispuut quot;De Weduwe Beckerquot; is vastgesteld op Woensdag 18 Februari 1942. Voor nadere berichten stelle men zich in verbinding met de Weduwe.

Universiteit nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;..

De repetitor Mr. S.A. van Lunteren is benoemd tot Raadsheer bij het Gerechtshof te 's Gravenhage.

quot;Sy huycken , en duycken, om hare buycken

Te mesten in overvloetquot;. (Val. Ned.Gedenck Clanek)

ocr page 10

ocr page 11

Bladvulling

In verband net de quot;eerquot;, die onze Universiteit te beurt is gevallen door de benoeming van Prof. Jhr. Dr. D.G. Rengers Hora Siccama tot lid van den Nederlandschen Kultuurraad, hebben wij ons ter nadere voorlichting gewend tot Kramers' Woordenboek, 22ste druk 1939. Het woord Kuituur was niet Vermeld !, wel Kuituur (Duitsch). Dit werd als volgt verklaard: quot;Kultur: de Duitsche beschaving, door anti-Duitschers ook ironisch gebezigd voor alles wat kolossaal, ploertig aanmatigend of onnenschelijk barbaars isquot;. Van de quot;ironiequot; zijn wij na twee jaar bezetting teruggekomen.

EXTRA BERICHT — ONZE HOUDING

De Redactie beveelt ernstig en dringend aan tegenover de jongste maatregel van hoogerhand, waarbij aah landverraders wordt toegestaan geüniformeerd onze Universiteit te bezoeken een houding aan te nemen ban LIJDELIJK VERZET.

GEEN COLLEGES NOCH PRACTICA DIENEN TE WORDEN BEZOCHT, WAAR DE N.S.B. MET UNIFORM OF SPELD VERTEGENWOORDIGD IS.

Propageer deze houding onder alle studeerenden!

ocr page 12

ocr page 13

No. J

DE UILENSPIEGEL der Utrechtscho Studenten

24 Febr. 1942

Hoofdartikel


1814-1942

26 Februari 1814, ongeveer een jaar na de vriU/ordin^ van de Fransche heerschappij en het jaar, waarin onzu grondwet werd geboren, werd het Utrechtsch Studenten Corps opgericht onder leiding van den Senatus Veteranorun.

De Utrochtsche studenten hadden daarvóór weliswaar niet stilgezeten en er ..'as zeker ook een organisatie gweest die, zelfs tijdens do overheersching en knechting van de Utrechtsche Univers iteit, de groentijd in het gehe in heeft gehouden. De bezetters, hoewel waarschijnlijk op de hoogte van de verboden activiteit, hebben dit ook toon niet kunnen verhinderen.

Doch het U.S.C., zooals dat tegenwoordig nog bestaat, onstond in 1814; twee jaar later, op denzelfden datun, verkreeg het dé Sociëteit.

En thans, 26 Februari 1942, herdenken wij dezen datuu, voor het eerst sedert 1816, verbannen en verboden.

En toch leeft dit Corps, ondanks quot;opheffingquot; door quot;hoogerhandquot; en inbeslagneming van P.H.R.M., thans nog steeds intens en begint het na de eerste vordooving, een verheugend groote activiteit te ontwikkelen.

Duze datum, 26 Februari 1942, is naast herdenkingsdatun nù geen dag voor groote'feestelijkheden, ook echter geen dag on in stilzwijgende studie voorbij te laten gacin. Het is een dag, waarop wij ons bezinnen over de taaie, die op onze schouders ligt.

Want in dezen tijd kunnen wij studenten ons niet terugtrekken in onze meestal zeer beperkte studie, Wij hebben plichten tegenover ons Vaderland en Vorstenhuis, plichten tegenover onze landgenooten.

Wij zijn niet degenen, die alleen net afdrachten kunnen volstaan.

Wij dienen actief mede te izerken aan de bevrijding van ons Nederland. Dit kunnen niet steeds groote daden zijn; ook het kleine is belangrijk. En hierbij behoort het opbouwen van een zoo groot noge-lijken kring vertrouwde menschen net gelijke idealen en denzelfden wil, gereed tot actie. Daarbij behoort ook het uitdragen van ons vertrouwen in de overazinning onder het volk, dat, minder ontwikkeld, grootere moeite heeft zich tegen de sluwe en slinksche propaganda van de tegenpartij te verzetten. Zoo dienen wij ook actief onze onwankelbare trouw aan onze Koningin overal en am iedereen te betuigen.

Zoo blijven wij het bolwerk, dat wij steeds waren, voor Oranje, net en te midden van een op quot;gernaansche aUjzequot; verdrulct land, zoo houden wij net dat land stand tegen alle looze leuzen en lage kuiperijen, waarnee het wordt overgoten en bewaren in het hart als een kostbaar kleinood de troue aan Hare Majesteit, onze moedige en onvolprezen Vorstin.

Want waar staan wij thans?

De Grondwet verkracht, daarvoor in de plaats een verorderingen-blad van een zgn. Rijksconnissaris, die zich in zijn eigen Oosten-rijksche land als landverrader en als medeplichtige aan den moord op Dolfuss niet meer vertoonen moet.

De vrijheid geknecht, daarvoor in de plaats een boeventroep in marschfornatie en een vredesgerechtshof, dat niets net vrede, veel minder nog met recht te maken heeft.

Een innig geliefde Vorstin beschimpt en bespogen en daarvoor in de plaats een quot;van God gegeven Germaanquot;, naar hij zelf beweert en zijn onbelangrijke imitatie, die óók al aanspraak maalct op een he-nelsche sibbe. Deze Godslastering heet Nieuw Christendon.

T enidden dezer heksenketel staat ons Corps pal.

Met onze spreuk: quot;Sol Justitiae illustra nosquot; voor oogen, zingen wij dezen Posten Februari net verbeten gezichten in ons hart het ontroerende lied: quot;Het is Utrecht ons Studenten Corps, dat nooit van de aard verdwijnt....quot;

Ja, de zonne der gerechtigheid wijkt nimmer uit haar baan en dat geeft ons de moed de toekomst, al lijkt zij nog zoo donlcer, vastberaden in te gaan.

ocr page 14

ocr page 15

Verschillende bijdragen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|

Zwijgen

Nog steeds kan het den leden van het U.S.C. niet genoeg op hen hart gedrulct worden, beter te zwijgen dan tot nu toe gedaan wordt. Moet ] het dan werkelijk tot de onmogelijkheden behooren, dat * 16o Corpsleden hun mond dichthouden over dingen, die alleen in stilzwijgen kunnen gedijen. Is de symbolische beteekenis en diepere zin van de woorden quot;Willen de Z^/ijger ? voor U dan niet te bevatten? Leest Ge dan niet door de regels heen ontrent de geschiedenis van de vrijwording van ons land in!

181^?I

Praat niet over het Corps, praat niet over het Consilium, nocta overquot;de Uilenspiegelquot;. Vergeet niet, dat dit blad een van de weinige middelen van contact is, die ons nog resten. En Gij, loslippige, zijt degeen, die de verdwijning van de Uilenspiegel op Uw geweten zult hebben afgezien van het gevaar, waaraan Ge Uw mede-Corprleden blootstelt.

Tot zulke daden behoort ook on, zooals laatst gebeurd is, tegen een Leidenaar, die U tracht te overdonderen net zijn meer dan overdreven relaas van zijn stalcings daden in Leiden, met ziedende verontwaardiging Uwerzijds te zeggen: quot;Och kereltje, wat wil je, we komen eens in de week sarien en hebben nog een krantje bovendien!quot;

Volgend fraai tafereel: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;•|

Première Gystrecht van Aemstel. Rij, laten we zeggen 10, houdt er een gezellig onderonsje; niet erg hard, maar net genoeg, dat een reünist op rij 15 na de voorstelling aan zijn huisgenooten met laaiend enthousiasme weet te vertellen, dat z'n geliefd Corps nog lang niet dood is, maar dat er nu een Consilium en een Uilenspiegel zijn.

Heerlijk voor hem, maar als we aan rij 11 en Ï2 denken, waar willekeurlingen zaten, dan weten wij, dat op rij 10 een stelletje Corpsleden gefaald hebben; en niet alleen dat, zelf thuis zitten, critiek hebben en het een aantal menschen, die hun vrijen tijd aan datzelfde Corps geven ongelooflijk moeilijk maken.

Zit Ge in een Dispuut, praat dan ook niet tegen Uw obscure clubleden of hen, die om een of andere goede reden niet mee doen, daarover.

Kortom: zwijgt!

Juist nù moet een bloedspat van den quot;Zwijgerquot; O in de aderen zitten.

DE. REDACTIE ZIET ZICH GENOODZAAKT VAN NU AF AAN ONVOORZICHTIGE UITLATINGEN TE STRAFFEN MET UITSLUITING.

Tooneel

quot;Gijsbrecht van Aemstelquot;

Een aantal leden van ons Corps, waarbij een tiental eerstejaars, zijn in de afgeloopen weken in de gelegenheid geweest van hun nog onverflauwde liefde voor 't Tooneel blijk te -geven bij de opvoering van Vondel-s quot;Gijsbrechtquot; in den Stadsschouwburg. Wij zullen een bespreking van de spelkwaliteiten der medewerkers achterwege laten, ondanks het feit, dat de Nederlandsche pers over de telex verboden is deze voorstelling te recenseeren! Echter willen wij met vreugde getuigen, dat de organisators het Utrechtsch Studenten Tooneel in zoo ruime mate hebben willen laten riedewerken en hen tevens huldigen, dat het hun is mogen gelukken tot driemaal toe een vrijwel uitverkochte zaal te trekken, ondanks het matelooze gesar, door middel waarvan hetquot; departement -van volksoplichting zijn kostbaren tijd aan deze uitvoering verspilde. On te beginnen werd geen enkele behoorlijke reclame toegestaan. Toen ;/erd kort voor de voorstelling den Heer Briels de regie verboden. Na lange discussie werd dit vervolgens op grootmoedige wijze weer herroepen, echter mocht zijn naan nergens genoemd worden. Zoo houdt het nieuwe ordedepartement een jong regisseur eronder, omdat deze zich vermeten heeft eenmaal een proces tegen den hooggeleerden Goedewagen te voeren! Tenslotte werd den middag der opvoering het recensieverbod uitgevaardigd. Op den avond zelf kon bekend worden gemaakt, dat de bloemstukken, waaronder Senaats- en Tooneelkrans niet aan de spelers in handen gegeven mochten worden, doch voor hen opgestapeld, dit op bevel van do zg.quot;Sicherheitspolizeiquot;. Deze instantie kwam den volgenden dag tegen de door henzelf door dezen maatregel aanzienlijk gestimuleerde ovatie van de zijde van het publiek protesteeren!

ocr page 16


ocr page 17

Tooneel (vervolg)

Na afloop van de voorstelling heerschte in de Esplanade een bijkans oudervetsche kroegjoolstenriing, waarbij het genis gevoeld werd van pilaren on het 'enorme aantal eerstejaars achter op te bergen.

Hoewel wij vertrouwen, dat alle lezers aanwezig waren, is het jannen, dat nog,altijd enkele nenschen zich neenden te moeten verontschuldigen net,de overbekende quot;werken en geen geldquot; uitvlucht, terwijl deze voorstelling voor dezen tijd tóch wel nocht worden gezien als in belangrijkheid gelijk aan een U.S.T.-uitvoering van vroeger, nede door de aanwezigheid van Rector et Senatus Veteranorum op het balcon!

Coers'Lied'

Batavia ghij sijt de Bruyd

Daer al de Werelt is on uyt. Be pronck van 't heele Christenrijok Veel landen eenen dan en dijck.

God doet veel wonders door U hand, End' naeckt uw's vijands doen ter schänd. Hoewel hij luyde tiert en baerd, Ghij sijt niet van hen eens vervaerd.

So ghij naer bij de waerheyt blijft. Het sondig wesen van u drijft,

So sullen noch u palen aen

Het eynde van de werelt staen!

(Valerius' Nederlandtsche Gedenck-Clanck)

De_redactie_veerlegt^eenig conmentaar

In aflevering 2 van ons blad kwamen eenige uitdrukkingen voor, die sommige nenschen 'aarJ eiding tot comientaar hebben gegeven.

Allereerst was er sprake Van de quot;aperte schoft Westraquot;, waar men bezwaar tegen naakte. Men stelde zich namelijk op het standpunt, quot;dat een fatsoenlijk en ontwikkeld nensch zich niet moet verlagen tot don gescheldquot;. De redactie heeft hier het volgende op te zeggen: Het is gebleken, dat wij on dezen tijd van het neest liederlijke en laffe landverraad. geen woorden tot onze beschikking hebben on uitdrukkking te geven aan de neening, die een Nederlander over verschillende figuren in den lande heeft. Het is dus noodig, dat °er enkele woorden tot de ongangs-en schrijftaal gaan behooren, die vroeger niet als normaal gebezigd golden. Hierbij behoort het woord schoft. Aangezien er voor den Heer Westra in de Nederlandsche omgangstaal geen woord te vinden is, dat uitdrukking kan geven aan de neening, die de redactie over den Heer Westra heeft, heeft zij zich genoodzaakt gezien hiervoor quot;aperte schoftquot; te gebruiken.

quot;De gebeurtenissen zijn zoo nenschonteerend verschrikkelijk, dat ons spraakgebruik er niet op berekend blijktquot;, zei een Nederlandsch schrijver reeds een paar jaar geleden; en verder quot;De bitterste vergelijkingen lijken doodonschuldig naast de werkelijkheid. Neen het afzich-telijkste dier mij bekend: de jakhals; als men die naan gebruikt voor een van de jodenbeulen, beleedigt men niet hen, naar het beest!quot;

En in de tweede plaats had men aanmerking op quot;het nanelooze grauwe knorrendonquot; . Hier is van een misverstand sprake. Vanzelfsprekend gaat het hier bij knorrendon niet direct over de niot-Corpsleden, doch over allen, die behept zijn met die mateloos duffe onverschilligheid en bekrompen onbelangrijkheid, die tegenwoordig van de gezichten van vele Heeren studenten afdruipt. Dat hierbij óók leden van het U.S.C. behooren spijt de redactie. Juist 'voor hen, die meenden zich dit, alleen door een lidmaatschap van het U.S.C, niet te behoeven aan te trekken, werd deze aanvullende opmerking gemaakt.

Berichten en Mededeelingen

Byzonder bericht 26 Februari

Ga met Uw clubgenooten en beste vrienden Donderdag 26 Februari borrelen en eten in de stad» Breng dien voor U zoo beteekenisvollen dag niet binnenshuis door als knecht Uwer boeken, maar viert dit feit op gepaste wijze. In alle betere gelegenheden zult U op dien dag Uw mede-Corpsleden vinden'

ocr page 18

ocr page 19

4

Berichten en Mededcelingen (vervolg)

Van het Consilimi

Een week is verloopen sedert het Consiliw U het verzoek gedaan heeft on non den President nede te deelen, wat Gij in Uw bezit hebt a^m eigendonnen van Corps- en Particuliere Gezelschappen.

Nog geen enkele brief is binnen gekonen. Dit dient thans zoo snel Hogelijk te geschieden.

Ten overvloede wordt er de aandacht op gevestigd, dat bij deze bezittingen ook behooren de boeken uit de bibliotheelz P.H.R.IÆ. Het plan bestaat hiernede een nieuwe; door de omstandigheden vanzelfsprekend beperk te, bibliotheek te openen. Van het leesgeld, dat deze op zal brengen, zuilen nieuwe boeken worden aangeschaft. Nadere nededeellngen hierover zullen nog worden gedaan. Evenals de andere' bezittingen worden de boeken zoo snel nogelijk ingewacht.

Olympia Rectificatie en aanvulling:

Schennen : Dinsdagavond 7'^30-10~uur bij van Hulsen

Boksen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' '7.3°- 9lt;30quot; St. Bonifaciuslyceun

Indoortraining: nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;quot;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;9 U-1Ó quot;nbsp;Zuilenstraat 8

^e_Weduya.Becker nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i.'''- ? nbsp;nbsp;«

Woensdag 25 Februari 8.30 Bregittenstraat 16.

Bladvulling

Tip voor rookers en drinkers nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.

Er zijn drie leden van het U.SaC:, die hun sigaretten koopen en hun borrel drinken in Ober Bayern a.d. Steenweg.

Is dit misschien ook iets voor overige principelooze tabak- en drankslaven?

Een actie

De redactie roept ieder lezer op tot actie tegen alle figuren, die neenen net quot;hun gebouw te kunnen cloorloopen.

e-en consequent doorgevoerde hoed op ons Univers iteits-

wordt opgetreden.

normale beleefdheid, die-

Het is hoog tijd, dat hier fel tegen

De mores, in dit geval niet neer dan nen hooggehouden te wórden.

ocr page 20

ocr page 21

D£ UILENSPIEGEL der Utrechtsche Studenten

Van ieder, die dit blad in handen krijgt, wordt verwacht, dat hij zijn plicht beseft en zwijgt!

Hoofdartikel —• c™ CT* CT —» —-gt; «1 te» CC baf me rem

Eet Rijk en de Natie.

Ge benoeft waarlijk geen expert te zijn, geen historicus of staatsman, om met gebalde vuist en kokend bloed te zien welk een Gods-lasterend drama zich in het Oosten afspeelt. Terwijl twee Europeesche staten, de eene continentaal, de andere maritiem georienteerd en dus in normale omstandigheden tot.samenwerken voorbeschikt, elkander het hartebleod uitzuigen dn terwijl dientengevolge de zegenvierende (?) Duitsche adelaar het,uit reinste bloedzucht geraden heeft geacht, alle meer beschaafde, moeizaam doch staag evolueerende Europeesche staten, stulc voor stuk dood te martelen op het bloedig altaar der Germaansche Siegfried-wrake, —totdat het Satansgedrocht ten slotte uit een duister predestinatiebosef zelf op zijn beurt de slachtbank opzocht van een in,zijn bedreigd voelen nog barbaarscher volk, — wordt Europa zelf in zijn geheel, dus al deze partijen omvattende, nu opgeofferd aan een geel heidensch rijk-----. Tènzij het frisch verbuft van gansch Amerika — doch dat slechts na jaren — ons redt.

Terwijl de Führer Teutonicus met zijn geniale (intuïtieve) diplomatie eerst Europa , tot een impotente oude kweene heeft verkeerd, greep hij tenslotte, de dood nu zelf voor oogen, eind 1941, naar de handle van de laatste heische machine, die hem in de kombuis der Nieuwe Orde nog ten dienste stond, — de vrije hand voor Japan in het Oosten. En wij hooren reeds het satanisch hoongelach van de krachten, die ook zijn noodlot eerlang zullen bezegelen, nu hij -de zoo Europeesch-voelende intuïtieheld- zoo hemeltergend hersenloos is gebleken, dat hij niet inzag, dat hij hiermede den genadeslag toebracht aan' quot;zijnquot; Europa zelf en vooral, juistbaan dat nieuwe Europa, waarin het Duitsche kruis alpha en omega zou zijn.

Na alle smarten van een verscheurd Europa, die wij al sinds 19.59 en eerder voelen, na de tragedie van ons eigen Vaderland, die echter nog steeds alleen het Rijk in Europa betrof, is nu sinds einde 1941 het gansche Rijk a^mgetast en het trilt in zijn grondvesten: de aanval op Java is begonnen. Nu wordt ons een blik vergund in de naaste, zij het ook voorbijgaande toekomst: na het Vaderland is nu ook het Rijk in gevaar.

Wij moeten leeren koloniaal, imperiaal te denken. Dat zal de natie moeten redden, dit breedere denken en ons beschutten tegen iedcron aanval van verslagenheid. Tegen geestelijke nood past een geestelijk middel: dat is het besef van de natie...

De Natie, dert is niet 11 provinciën, dat is niet IO5O gemeenten, noch ook de negen millioen hier te lande; de Natie zijn wij, met onze geheele historie, met ons besef daarvan.

De Natie is ontstaan omsteeks den Spaansche oorlog -zij is volgroeid in de vorige eeuw en thans was zij ver op weg naar sterke volledigheid, echter voor deze zware slagen nog niet gereed; laat ons waarheidslievend zijn, want zonder dat heeft onze loyaliteit geen waarde.

De Natie is een abstractum; besef van al, wat wij door en in de historie geworden zijn, ook in en door de koloniale historie. Spreekt Ge van Oranje, vergeet dan niet Coen en spreekt Ge van de 19de eeuw, noem haar dan niet dood, maar bedenk, dat Nederland toen in zichzelf problemen uitwerkte, waarmede het alle koloniale mogendheden achter zich liet; dat het zich, vooral sinds 1^70, opmaakte een koloniaal beleid te ontplooien, dat -eenmaal de kinderschoenen ontwassen- juist moreel en cultureel zoo hoog heeft gestaan, dat wij op dit gebied de wereld tartten. Vertel een Franschman, dat een onderneming op Java haar gronden huurt van de bevolking zelf en hij zal U vragen of Ge gek zijt. Vertel een Engeischman, welke plaats wij inruimen voor den halfbloed en hij zal U bekennen, dat wij hem voor zijn.Vertel den vreemdeling, hoe in N.O. Indië een snel wisselende blanke bevolking van 2^0000 Nederlanders met waarlijk vaderlijke zorgzaamheid leiding geeft een het fantastische proces, waardoor een eilandenrijk van 60.000.000 zielen verandert van economischquot;sluimerendequot; Oosterlingen in een gemeenbest van economische en strategische wereldbetebkenis, staande als een spil ir den wereldhandel van het Oostelijk halfrond.

ocr page 22

ocr page 23

Vertelhem, ma^r vertel vooral a.an. Uw eigen Nederlandsche volk, hoe de Natie haar vlag ontvouwt op de schepen en het grondgebied van het Rijk o\rer de gansche wereld; %oo, dat de versehe kadetjes en mogelijke perioden van Hollondsch dd^'aitisme als onbelangrijke vlekjes wegvallen op een groot, forsch gekleurd wapenschild van moreele, cultureele en nu meer dex 'ooit, militaire roem.

Doch genoeg hierover; titeratuur te over. Neem een boek als: quot;Daar werd wat groots v^,rrichtquot;, (product hoofdzakelijk van de koloniale leerstoelen onzer Univers iteit) en Ge zijt goeddeels op de hoogte,

Dit alles Is nu evenzeer de Natie als de Zuiderzeewerken of onze zeevaart; de Natie is evenzeer de K.P.M., de H.V.A., de' Banka-Tin en de Volksraad, als Uerumeus Buning, Rembrandt en de sluizen van het Noordzee-kanaal.

Het Rijk in hot stoffelijk substraat van de Natio; het Rijk houdt in: een bepaalde staatsinrichting, een grondgebied en zijn bewoners; de Natie is de geabstraheerde projectie van al wat Nederlandsch is, In Indië en Londen strijdt men nog voor het Rijk, doch ook zonder dat strijden wij voor de Natie; dat ist ons loyaal en vroom geweten. Als Java valt, gaat het om de Natie.

Koloniale kennis kan U leeren koloniaal te denken; te denken, niet xn provenciën, doch in: het Rijk en in: de Natie. Plant dan eerst in het hart des Volks, dat Nederland een Rijk is waarin de zon niet ondergaat, zonder welks producten Europa niet kan bestaan en ook, dat zonder de zeer hoogstaande lijnen, volgens welke het Nederlandsch Bestuur daar heeft gewerkt. Europa Jóijn grooten naam niet zou hebben gehad.

En dan, weet, dat H.M. d^ ^ Koningin door haar vertret naar London een koloniale, d.i. een Europeesche daad hu,.ft verricht. Hoe glashelder wordt dit nu, ra den tijgersprong van een nieuwen, niet-Europee-schen vijand. Hoe klaar vooruitziend houft de Koningin gehandeld.

H0o zwak zou ons volk geestelijk zijn zonder het besef, oen zoo groote Natie te zijn? Indien er inderdaad niet meer was dan elf provinciën, een weerloos randgebied, zooals Denemarken of de Baltische Staten, zou het gevaar voor geestelijke annexatie, het gevaar voor de gevreesde figuur: quot;Holland annexiert sich selbstquot; dan niet veel grooter zijn? Daarom, houdt het volk voor, wat de Natie wel is, in haar volle glorie, opdat het volk niet wankele of omkoopbaar worde (geen denkbeeldige gevaren), wanneer de toestand nog somberder wordt.

De Natie staat.

Het Rijk valt met Java -en Suriname, de Natie staat.

De'Natie, dat zijn wij. Wij staan aan du grenzen van Europa en Azië.

. De Natie kan het tijdulijk verlies van het Rijk verdragen, mits zij haar hart op de goede plaats draagt.

De Natie wout de Grebbeberg smartelijk, Rotterdam een slag in het gelaat, doch niet doodelijk. Zij weet: mijn vijand is Duitschland, doch niet minder Japon. Daarom houden wij vol, al valt Java.

Als Java valt denken wij niet: nu zijn wij (zij het ook tijdelijk) aan Duitschland overgeleverd, maar wij zijn dan met ons denken en onze hoop, ja, mut onze wetenschap van uiteindelijke victorie bij iedere ton schoepsruimte, die Engeland en Amerika te water laten, bij ieder vliegtuig, bij iedere tank, die een fabriek van eenig geallieerd land verlaat, bij ieacr woord van H.M. de Koningin, de eenige, die sym bool is van het Vaderland en van het Rijk en van de Natie..

Wij beleven nu de diepste inzinking.

Wij zullen veel geduld en vertrouwen moeten hebben, voordat onze geallieerden (dan misschien weer met onze hulp) voldoende aanvals kracht zullen hebben om al het door de Japanners veroverd terrein te heroveren. De tijd, dat Duitschland macht over ons heeft zal waarschij lijk korter, misschien langer duren dan dat. Maar in ieder geval zal er een periode zijn, waarin wij, onder Duitsche tvranie, de smart voelen van een geslagen Rijk.

Laat ons dan samen als studenten, als vertrouwde vrienden deze gedachte uitdragen, overal, maar vooral onder het volk:

De Natie moet stanchouden, al hueft zij geen grondgebied meer, al heef zij geen geluk, geen voedsel, geen warmte meer: niet, alleen een Euro-peesch rijk is'onze vijand; WIJ strijden voor Europa! - nbsp;nbsp;,

Zoolang er nog, een Oranjehuis en een Nederlandsche Regeering zijn, zoolang besraat het Rijk, met of zonder Grondgebied. En al r.ooh4 ook dat alles eindigen, ook dan zou er nog zijn de NATIE, die leeft en striidt en groeit onder alle verdrukking. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;|

quot;WEEST LOYAAL. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1

ocr page 24

ocr page 25

Coers ! . Lied

Ik sla de trom en dreun de droomers wakker Wie droomt verraadt zn vrouw, zn kind, zn makker;

Guun uerlijk non kan zich gelukkig voelen

Als gelijken die het goed bedoelen

Zn nooit hm stuggen nek hebben gebogen

Door iiederlijke landknechten bespogen, Getrapt, geslagen worden totterdood. Wordt wakker, wart do nood is groot.

Ik sla de trom, het is geen tijd voor zingen. Voor maanlicht, minnepijn en mooie dingen.

Als du gerechten, onze zielsgenooten

In donkere nartelkampnen weggesloten Verteeren zonder hoop op beter morgen. Als dronken loeders Godenzonen worgen Mouten wij alleen klaar staan voor den dood. Wordt wakke:?, want de nood is groot.

Ik sla de tiom, stroomt samen, wij zn velen. Mijn werkers komt met bijlen en houweelen. Gij boeren scherpt TJw zuisen en Uw grepen Matrozen neemit de haken van Uw schepen En jagers laadt met scherp Uw jachtgeweren; Wij zn de 1,latsten en wij moeten 't keeren. Boven den knoet verkiezen wij dun dood. Wordt wakke'?, want du nood is groot!

(Uit Voces Mundi van J. Greshoff)

Ingekomamp;n_stuk

Na negen maanden van strijd, principieele discussie en eendrachtig samengaan, ^ijn bijna alle Nederlandsche Tooneelspelers uvenals de vijf Tooncellirecties des lands vast besloten geweest zich niet in een door dun vijand ingericht gilde te laten dwingen.

Dit zeer juiste in.:icht is ook anderen kunstenaars ten voorbeeld geweest, zoodat alle dichters, schrijvers, schier alle architecten, beeldende kunstenaars en vele musici, zich tegenover elkander verbonden hebben, eenzelfde houding aan te nemen.

Een bewijs hiervoor is, het feit, dat in zeur korten tijd, een adres aan de bezettende overheid om haar van dr,gt;ze vastbeslotenheid kennis te geven, door ruim 2000 niet-Joodsche kunstenaars is onderteekend.

Uiteraard is de vijand door deze fiere houding, die niets minder dan ons aller plicht was, danig geschrokken en tracht hij thans op de gewone brutale manier met de wildste dreigementen de weerspannigen te intimideeren. In de eerste plaats de acteurs, die door de omstandigheden genoopt zijn in dezu do spits voor hun kunstbroeders af te bijten.

Het is de logische gang v^m zaken, die te voorzien was. Het zou dwaasheid geweest zijn mot deze consequenties geen rekening te houden. De dreigementen zijn dan ook niet gering. Het niet aansluiten bij het gilde wordt als de ergste vorm van sabotage beschouwd en met onmidde-1ijken doodstraf gevonnist.

De kous is uiterst moeilijk en vele tooneelspelers zullen de moed niet hebben op do door ons ingeslagen weg voort te gaan. Velen hebben gedaan, wat zij konden, voor het moment valt er voor ons niet veel meer tu doen. Een rustige on waardige houding, ook dan, wanneer er enkele slachtoffers mochten vallen, is onze beste actie.

Het Nederlandsche publiek kan nu een deel van onze taak overnemen door geen enkelen schouwburg meer te bezoeken. Wij hebben ons uiterste best gedaan om -het gilde ongedaan te maken, nu worden wij met het geweer gedwongen, komt U ons nu te hulp en mijdt den schouwburg. Wij zijn U altijd zeer dankbaar voor Uiz komst geweest, nog grooter zal nu onze dank zijn voor een leege zaal.

Het repertoire is reeds gecensureerd. Uw geest wordt verpest; met druppels moeten wij, tooneelspelers, U '-\,rt, quot;nieuwequot; ingieten, begrijpt U, dat ons dat onmogelijk is? Bezoekt dan geen tooneelvoorstellingen!

Het Nederlandsche kunstenaarsschap, onze roeping en menschelijke waardigheid staan op het spel, do onmisbare Vrijheid van ons kunstenaars en onze oui tuurtinkt Wi^ rekenen on tt

ocr page 26

ocr page 27

Bij_ProfA^Jhr.^_Dr^_I).. G.. ..Rug^urs Ror^ßiccai^a

rfir bact verstaut ende' hoog goleortheyt? Dor ghij et so gaet nisbruyeken al? En allé ^t goot wond tot vorkeertheyt? 't ''lelck u noch, suor op broken znl. piy Godt, die 't al doorsiet, dal straffen dio daur hebben qua^t gedaen!

(Valerius' 'Thud. Gedunek Clanekquot;)

Bladvulling

Hut IS niyt jvaar, dat oun Europeesehe oorlog de verschrikkelijkste der vurschriickingen en de definitieve ondergang der beschaving boteekent,

Het ergst denkbare is ^.^n Duitschu vrede.

(Vist Ge dat

het aandeel van Nede.rllt;uidsch 0ost-Ipdie in den Wereldhandel vm eonige der belangrijkste producten aldus is:

Kina nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;90 %

Peper nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;85 %

Kapok nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;64 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.

Rubber nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;33 %

Tin nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ong.30 %

Copra nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;29 %

AgaVe (VeZels) nbsp;25 %

Plamoliu nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;24 %

• Thee nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;17

Suiker nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5%'

Koffie nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;4 %

Aardolie nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2^;^ nbsp;( v/aairuit zien zou kunnen conoludeeren, dat er, als -na veel noeite de olie-installot lus op Borneo en Sumatra hersteld zullen zijn, voor Japan's bondgunootOn niet veel zal overblijven; afgezien van de vraag of J ^.pm iets \7enscht af te geVen).

Berichten en Mdedude efingen

Hut ƒUur y on nbsp;nbsp;zj^ggLg^ op onze:. Verbondeinhe.id .^ut^JJhrlsptus '

Er dient,op gewézen te worden, dort deZü bijeenkoust, die op Vrijdag 27 Febr.jl. in het Groot-Auditoriuri der Univursituit plaatsvond, in. am.rozighuid van den Scr. van Curatoren, een 20-tal Professoren un zoo Veel studenten.von alle groupueringun en godsdienstrichtIngen, dat du zaal hun long niet kon bevatten, van zu^r prominent belong was.

Uart diar geschied is, op initiatief v~~n tvue studenten (waarvan dón Corpslid), is zóó uniek, dat er ook in dit blad niet over gozwo-gon nag worden, vooral n.lat er veel te wuinig Corpsleden aanwezig waren.

Georganiseer], en geluid door drie studenten, een nedicus, oun theoloog en Oen Vuritas-lid, onder auspiciën van de Faculteiten, heeft eU in de nuest strakke, sobere stijl een godsdienstige plechtigheid' plaats gehad. De Bijbultuksten, gez ongen, gebeden en muziek werdendoor protestant un katholiek seinen gezongen en beluisterd.

Zelden,heeft hel quot;Ullt heden nu tredenquot; zoo geklonken.

Ongetwijfeld heeft hut Groot-Auditoriuri nog niet vaak uon dergelijku, vroeger volmaakt ónmogelijk tu achten bijeunkonst, geherbergd. Geef U er roke ischap van, dat onze Univursiteit hier is voor-* gevan riet oen nieuw, ongehoord, hoopvol initiatief. Dn zorgt de volgen-L'lieer a-nwezig te zijn^

ocr page 28

ocr page 29

11 M'-.^rt, 7.30 uur, GrO'?t-Aulitoriuri

Prof.Dr. F.C. Gurrutson over autorit riru jud/ichtu iu hut Nduri'rilschu Strsrucht (Juridische Faculteit)

18 Maurt, 7.30 uur, Groot-Audit or tun

Prof. Dr.F.C. Gurrutson ov^r

quot;Du Óost-Iudischu Conp^juiu :1s

Grootu Mofundheidquot;.

! nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;-(Alj.F .c.Luzini, buhouluus

aouilkuuriug)

V-^hut. Cons.il.iun

Voor lu t\zuudu nc.~l wordun zij, diu buzitti-luun von CorpsjuZulschoppun un particuliuru GuZulschoppun onder zich hebben, nut du neuste kluu verzocht eun lijst hiérvan te doen too-konun o:ui dun President v-n hut Consilium.

Am du. IL^.^^üloO-Zen!

Voordel Gij U overluvurl een stonpel, inclusief bijbehoorund kussen nut els zekert consequentie ven Uw deed: qluuUun, siou-\7un,' z-vroufun, -,jurken in Duitschlmd, even cun reon.

quot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Gueft U niet op. Ge neer Uw veder un buspreek net hen de 0)rzeek vm Uw bleek eenßezicht, Uv; vm schrik v rcriiS'ie heren. Toim deer Uo peniek e.ls uotLioouiu,zo.uit ju t.o.v. Uw Vuuï bzïjzeru veder. Meer ge niut net doonulijk p eiiuk neer du inschrij-vingsburenu's.

S:.U:s.ischv_str_iuf^

vViu kont nut quot;nbsp;'Euvorstichtquot; op ^^uurAi l;Ar?7f3o'Vdrtcd;rkAkunP 700 biv Liu^bu.k in dn Nnchtu-^nOstr^^^t 54bis.

ocr page 30




ocr page 31

19 Mei


DE UILENSPIEGEL der Utrechtsehe Studenten


1942


Op haar Hoofdartikel van J Mei 1942, 'Het Utrechtsch Studentendom', mocht de Redactie het genoegen smaken eenig Commentaar te ontvangen. Zij laat van deze commentaren er hier drie volgen.

Commentaar I: HULDE EN BLAAM

Hulde voor het vlot en scherp gesteld stuk, in vele opzichten een open venster in een duffe Mensa-Gaarkeuken atmospheer!

Hulde voor den spranlcelenden en slagvaardigen geest, waarop iedere tijdsgolf zal breken!

Hulde voor het betoonde initiatief, waarmee de traditie, door de tien eerste nummers van Uilenspiegel allengs gevestigd, gebroken is, n.l., dat hier iets anders geboden wordt, dan een litanie over de moderne Hunnen en hun handlangers! Moge het resultaat van die pennevrucht zijn, dat ons Geuzenbloed de op buit beluste Jan Salie-geest glansrijk overwint!

In dit driedwerf quot;huldequot; heb ik mijn waardeering kort samengevat om aan de mijn inziens afkeurens waardige punten meer aandacht te kunnen besteden. Maar de hulde blijve hier de blaam voorafgaan, ook al mocht deze eens scherp uitvallen.

I Mijn afkeuring treft wel in de eerste plaats het oordeel van den schrijver, blijkbaar gedistilleerd uit enkele feiten, terwijl hij de grootste helft verwaarloost. Zoo wil ik den schrijver de volgende vragen voorleggen:

Weet Ge, dat behalve het door U genoemde drietal (Hugo Grotius, Weduwe Becker en Kaat Mossel) er meer disputen quot;werkenquot;? Dat een van deze sedert begin Februari elke week gezamenlijk eet en een avond vergadering houdt en reeds een week-end aan de Loosdrechtsehe plassen doorbracht?

WeetGe, dat de Theologische Corpsgezelschappen quot;E.A. Borgerquot; en quot;Secor Dabarquot; een stijlvolle installatie van eerste jaars reeds in October j.l. hielden en sedert dien elke week hun vergaderingen in Corpsstijl houden?

Weet Ge, dat ook quot;Christiaan Huygensquot; op haar terrein actief is?

Weet Ge, dat tallooze (in goeden zin) gemengde clubavonden van eerste en tweede jaars plaats vonden?

Weet Ge, dat er dezen cursus meer dan één jaar gereuneerd heeft van Wageningen tot Schoonhoven?

Weet Ge, dat-de quot;Gijsbrecht van Aemstelquot; opgevoerd werd met medewerking van het U.S.T. en dat, toen de hoofspelers na twee succesrijke opvoeringen in Utrecht nog een derde doorgang wilden doen vinden onder het Theatergilde, de aanwezige Corps- en U.V.S.V. leden unaniem dit plan getorpedeerd hebben?i

Moet ik nog verder gaan? Nee, laat ik me verheugen, dat men in het algemeen zijn zwijgplicht, die ik misschien momenteel even verzaak, verstaan heeft!

Dat er meer MOEST en KON gebeuren, geef ik graag toe, maar laten we beginnen met ALLES te waardeeren wat daarop aanspraak kan maken.

Vergeet niet, dat een ACTIEVE groep van I50 Corps.- en Socie-teitsleden hoog geschat is voor NORMALE tijd.

DEZE tijd kent financieelenachteruitgang, beperkte mogelijkheden op Bacchus' domein, moeilijke familieomstanaigheden en verband met gevangenschap e.d. Deze feiten zullen zeker het genoemde aantal act ievelingen niet verhoogen. Daarbij komt, dat het eerste jaar nog geen quot;obscurenquot; kent en dit een scheve verhouding ten aanzien van het getal oudere jaars met de daaruit voortvloeiende moeilijkheden meebrengt.

Aan de hand-van bovenstaande quot;onthullingenquot; kom ik tot de conclusie, dat het U.S.C. IN Utrecht NIET aan het falen is, maar dat er hoogstens spralce kan zijn van enkele falende figuren, die er tenslotte altijd geweest zijn, al is het nu meer betreurenswaardig dan ooit te voren. Even betreurenswaardig is het echter, dat de schrijver zich daarop blindgestaard heeft en toen op hol geslagen is.

II Het tweede punt van mijn blaam betreft de beantwoording van de vraag: quot;Wat doet Gij voor de bevrijding van Uw Vaderlandquot;?

quot;Hanteer het krabmes en het slachtmesquot;, luidt het antwoord.

Weer wellen mij enkele vragen van quot;'s herten grondquot; naar de keel: Gelooft Ge, dat het gunstig verloop van dezen oorlog afhankelijk is van het al dan niet hangen van een bordje quot;Verboden voor Jodenquot;? Van een kabelbont beplakte schutting? Van het meer of minder aanwezig zijn van zwart-gelaarsd tuig in ae straten?

Al te maal neen! Ge gelooft er zelf niet aan.

ocr page 32


ocr page 33

Immers volgens U quot;blijft le geest van ons volk goed.quot; en quot;neemt de N.S.B. niet,toequot;. Dergelijke daden zijn dan toch wel volkomen zinloos, omdat-het nuttig effect daarvan volkomen onevenredig is aan het risico, dat m.i. alleen ten-aanzien van gevaarlijke individuen als 1'Honoré Naber genomen mag worden.

Als opbouwende critiek diene het volgende:

AD I Disputen en gezelschappen dienen zoo actief mogelijk te zijn. De disputen zijn een NOODZAKELIJK kwaad, waarvan alleen met volle medewerking van ALLE leden iets goeds te maken is. Wie hier niet zijn verantwoordelijkheid begrijpt; diene onmiddellijk op voordracht van het dispuut-bestuur door het Consilium geschorst te worden, opdat de kern kan het H.S.C. gezond en krachtig uit de tijdelijke ballingschap terugkeere.

AD II Voor ons Vaderland -en Vorstenhuis willen wij, gesterkt door de hechte gemeenschap van het U.S.C,, doen wat onze hand vindt om te doen. De een zal zijn omgeving in den ruimsten zin van het woord quot;bewerlenquot;, zóó, dat de -Schouwburg, de bioscoop en de Arbeidsdienst etc. voor haar taboe wordt. De ander zal 1'Honoré Naber voor zijn rekenin_ nemen, als hij zich daartoe in staat acht. Nog een ander zaï Engelsch spion zijn. Ieder zal van die gemeenschap uit zijn taak heusch wel vinden, als hij

maar werkelijk in die gemeenschap leeft. Dan is er geen oproep tot moord

noodig. Om een gemeenschap te vormen moeten twee voorwaarden vervuld zijn: lo Er moet leiding zijn en die is er in ons Consilium.

2o Er moete.4 .enthousiaste leden zijn en die zijn er ook, maar helaas nog steeds te weinig.

Het gaat er om, dat een ieder beseft, wat het Corps hem gegeven heeft. Ondanks tijdelijke tegenslagen zal hij-dit door weten te geven, waarvoor het enthousiasme van allen noodig is. Dan houdt het Corps, al is het,in anderen vorm, zijn plaats in Uw studentenleven. Dan komen de richtlijnen voor-de toekomst naar voren. Dan krijgt Uilenspiegel de plaats die hij verdient. Zoo zal eenmaal Vrij-Nederland onder Oranje met rechtvaardigen trots kunnen wijzen naar ons U.S.C. en zeggen: quot;Daar werd wat grootsch verricht!quot;

Commentaar II

Elke week lezen vele Corpsleden den Uilenspiegel. Ik vraag me dikwijls af, welken inóruk het gelezene in verschillende gevallen op hen zal maken. Realiseert men het zich, wat daar staat en wordt het beleefd? En zoo kom ik er toe van één van die velen te verhalen, hoe dat bij hem -gaat. Het wordt een droevig verhaal. Maar ......het is werkelijk gebeurd.

Hij leest den Uilenspiegel en put er zijn moed uit.

Hij voelt telkens een diepe bewondering en eerbied voor de menschen, die hun leven opofferen of dreigen op te offeren voor de goede zaak.

Zelf doet hij met alle toewijding mee. Ook hij heeft misschien wel eens tot anderen warme en hardé woorden gesproken, gegrond op zijn liefde voor het vrije Nederland. Hierbij voelde hij eigenlijk wel, dat hij dit deed om de/cuderen : oed te geven, in 't besef, dat hijzelf dezen moed zoo vaak uit andermans woorden moest putten. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;..

De laatste week las hij over het doodslaan van N.S.B.'ers. Er ontstond in hem een strijd tusschen ijdelheid en eerlijkheid; een strijd, die niet alleen op dat moment, maarvoonstant telkens en telkens maar weer ontbrandde, En steeds weer uitgevochten moest worden.

Hij, die in massa-verband zich zoo vaak tot moedig optreden in staat achtte, moest eerlijk bekennen: quot;ik durf nietquot;.

Dat, Mijne Heeren, noemt men de quot;lulligequot; houding. Het is dan ook niet zeer plezierig, dat van jezelf te moeten ervaren.

Want, waar hierboven het woordje quot;hijquot; staat, behoort quot;ikquot; te staan, begrijpt U!?

P.S. Het is waarschijnlijk, dat bovenbedoelde figuur in een bepaalden, Opgewonden toestand tot zijn eigen verbazing er toe komt, een moedige daad te verrichten.

Commentaar III

Uilenspiegel! Uw werk is goed en Uw woord krachtig! Mocht teleurstelling over U komen, mocht Ge meer van ons verwachten, wordt niet strijdensmoe, noch denkt, dat Ge tegen ledepoppen spreekt. Zeker, er zyn tekortkomingen in ons als Corpsleden en als waarachtige Nederlanders en wij zullen moeten vechten voor verbetering, maar met Uw laatste sermoen gingt Ge toch te ver.

ocr page 34

ocr page 35

3

Afgezien van messetrekkerij in donkere hoeken, wat ik gaarne aan ieders eigen opvattingen overlaat, dacht U werkelijk, dat z66 er iets dergelijks vanuit onze gelderen gebeurde, zulks rondgebazuind werd. En als Gij, Uilenspiegel, ons voor strijdensmoe houdt, past het ons dan niet veeleer het gesternte te danken, dat ons tot nog toe spaarde voor een lot, dat zeker ieder zou treffen, zoo bekend werd, dat hij deed, wat velen van ons doen voor de goede zaak, ook zonder dat Gij het weet. Uilenspiegel! Rekent de daden niet al naar het aantal strijders, dat door de overweldigers wordt neergeknuppeld! Ieder wete zijn eigen taak en dat Gij, Uilenspiegel ons aanspoort niet alleen tot intenser Corpsleven, maar ook tot daadwerkelijke Vaderlandsliefde, is goed en zeker ook vruchtbaar, maar verwacht niet, dat WIJ U onze daden, voor zoover zij de Vaderlandsliefde betreffen, vertellen; noch, dat de wraakgierige en angstbezeten bezetter U, elk van zijn tegenslagen in de couranten kolommen mededeelt. Vaak hebt Ge gevraagd-om zwijgzaamheid. Welnu, Uilenspiegel, er zij zwijgzaamheid en geen tam-tam bij elk gebeuren, 't zij voor- of tegenspoed, quot;tot heil van 't lieve Vaderlandquot;.

VAN. PE .REDACTIE

Het artikel quot;Het Utrechtsch Studentendomquot; heeft verschillende successen geboekt.

Allereerst zal het U opgevallen zijn, dat op het Janskerk-hof de bordjes Verboden voor Joden verdwenen zijn, zoo ook de meeste uit het Wilhelminapark en andere parken en op het Vredenburg. Niet belangrijk, zult Ge zeggen. Nee, dat niet. Maar een opwekkend gezicht voor Tqie 't opvalt. Een klein steun: er zijn nog menschen, die zich ergerden en die de ergenis wisten om te zetten in een daad. Zij past daarenboven in den zenuwoorlog tegen de N;S.B., die ontketend is en wordt en waaraan wij allen kunnen meewerken. Plannen hiervoor volgen.

Het artikel heeft nog meer resultaat gehad, waarover wij helaas thans moeten zwijgen.

Het andere succes is een ingezonden-stukken-stroom aan de redactie en een gevulde rubriek quot;Besichten en Mededeelingenquot; .

Enkele opmerkingen uit de commentaren, die overigens als aanvulling kunnen gelden, dienen echter weerlegd.

Daar is in commentaar I de minder vriendelijk opmerking: 10 nummers lang een litanie over de hunnen en hun handlangers. De Uilenspiegel wordt dan toch wel slecht gelezen! Positief bedoelde artikelen zijn 't eene oor in, 't andere uit gegaan. Alleen de litanie is blijven hangen, waarschijnlijk^ quot;omdat 't zoo lekkerquot;was. Deze opmerking staaft onze critiek. Wij zullen niet alle voorbeelden aanhalen, ieder nummer had van beide wat, doch quot;Het Rijk en de Natiequot; was een artikel, dat velen zich nog frisch voor den geest zullen kunnen halen.

Gelukkig leeft er meer in ons Corps dan alleen de drie gezelschappen, die wij noemden. Dat wisten wij. Doch ga eens na bij Uzelf, welke gezelschappen, die dood zijn en wel kunnen leven_,e=i hadden móeten leven! Provinciale gezelschappen (het Üéversticht uitgezonderd) en Coers' Lied bijvoorbeeld.

En dan is er de pijnlijke opmerking over Societeitsleden, als falende figuren. Inderdaad cor wóndop-kek.

Er zijn quot;belangrijke figurenquot; uit de vroegere Societeitssfeer, die thans in het Corps een dergelijk arbarmelijke figuur slaan, dat wij ons afvragen, hoe wij ooir iets-in deze menschen hebben kunnen zien. Het uiterlijk vertoon is hol geweest. Het U.S.C. in moeilijke omstandigheden zonder Societeit is voor hen een voetbalvereeniging zonder veld gebleken.

De activiteit hield op, zoodra er geen gelegenheid meer was om het spel te spelen.

Het commentaar I sluit met de bewering, dat later, zoo wij zoo -doorgaan en liever iets beter, men kan zeggen, dat er door het U.S.C. iets grootsoh is verricht. De redactie heeft dan toch wel een anderei indruk van quot;grootschquot; dan de schrijver.

Secor Daber verricht niets grootsch, noch Christiaan, noch de Weduwe Becker, noch Kaat Mossel.

En ook het afrukken van bordjes is niets grootsch! Dit moet echter een OEFENING zijn, die -alhoewel gering- ook zelf eW eenig nuttig effect heeft. Want willen wij ooit iets grootsch verrichten, dan moeten wij stap voor stap gaan. MAAR TOCH EENS BEGINNEN.

Tot dat begin hebben wij willen aansporen.

Commentaar II versterkt onze meening.

ocr page 36

ocr page 37

4

Commentaar III is optimist. Wij kunnen hier weinig op zeggen, Wlj zijn het wat betreft de activiteit der E.H. Studenten niet en ook wij hebben onze oogen niet in onzen zak.

De noodzakelijkheid, dat wij als studenten ons actief met de bevrijding van ons Vaderland gaan bemoeien drd'Ngt meer en meer. Behalve, dat wij politiek moeten leeren denken, eischt deze tijd ook actie.

Na het fujiHberéh^von veer 24 Nederlanders, na het op liederlijk verraderlijke wijze oppakken der beroepsofficieren en hun transport naar Bentheim, na de. overige massa-arrestaties staan wij nog betrekkelijk als gemeenschap ongeroerd. Ook onze tijd zal allicht komen.

Daarvóór dienen wij te handelen. De geest van verzet levendig te houden. Terreur! Laat inderdaad Tyl Uilenspiegel ons voorbeeld zijn, dan kunnen wij weer, wat onze minister-president zei dat wij waren, EEN VOLK VAN GEUZEN WORDEN.

Studenten dienen de inspireerende figuren te zijn, de waarlijke UILENSPIEGELS .

BERICHTEN. EN MEDEDEELINGE^

VAN DE REDACTIE

De volgende week zal geen nummer van den Uilenspiegel verschijnen.

quot;De aandacht wordt nogmaals gevestigd op het maandelijksehe bedrag van f 1.- , dat van U gevraagd wordt en dat ten goede zal komen aan arbeiders, die weigeren naar Duitschland te gaan en aan gezinnen, waarvan..de kostwinner in Engeland voor onze vrijheid vecht.

P.H.R.M.

Er kan thans bekend gemaakt worden dat er:

lo een Bi1.j artepnepurs. gehouden zal worden. De lijsten hiervan zullen bijgehouden worden bij Dikke Dries, waar het centrale biljart zal zijn;

2o een Bridge concours, gehouden zal worden;

30 een ke^eXctyicours gehouden zal ferden in de )Vereeniging aan de^ Mariaiïaatë^

De centrale prijsuitreiking van deze drie concoursen zal gepaard gaan met een bombastische wijnverloting.

Nadere berichten volgen. Geeft N thans op! Alle eerste jaars

.. .. dienen reeds thans bier te verzamelen.

G.K. VAN HOGENDORP

Op Zaterdag 23 Mei wordt een bezoek gebracht aan het Vredespaleis in den Haag, waarna in Trianon in Scheveningen geborreld en gedineerd zal worden met den Raad van Schepenen.

DE WEDUWE BECKER tegen KAAT MOSSEL

De gigantische voetbalworsteling is één week uitgesteld en zal nu plaats hébben op Donderdag 28 Mei, 2 uur, Herculesterrein.

DISPUUT G

Op-Woensdag 20 Mei wordt een wandeling gehouden door Oud-Utrecht. Vetrek 2.30 n.m. van het Domplein. Na afloop borrel in de quot;Esplanadequot;, 5 uur.

Maandag 1 Juni: Kegelen in de Vereeniging.

ocr page 38

ocr page 39

Juni

1942

DE UILEITSPIEGEJ,

, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;der Utrechtsehe Studenten

IIOOTOARTI^L

Bij het einde van den eersten jaargang.

Wanneer wij terugeien op het eerste jaar, dat het U.S.C. in ballingschap heeft doorgemaakt, dan mogen wij over het geheel genomen niet ontevreden zijn. De voorspellingen van de ergste pessimisten onder ons, welke voorspelden, dat drie maanden na de ontbinding van ons Corps ieder contact van eenig belang verloren zou zijn gegaan, zijn dan ook onbubbelz innig door de feiten geloochenstraft.

De groote optimisten evenwel, die gehoopt hadden dezen winter een clandestien Corpsleven in al zijn geledingen te zullen zien, zijn eenigz ins in hun verwachtingen teleurgesteld.

Zoo had er in September een kennismakingstijd plaats, die na een zeer goed begin een weinig geslaagde reorganisatie onderging, gevolgd door een periode tot Kerstmis, die met uitzondering van eenige particuliere gezelschappen, geteekend werd doorreen minimum aan activiteit. Gedurende deze maanden doorleefde het U.S.C. een Crisis zooals het nimmer had meegemaalct; het opheffen van het Corps en vooral van de Sociëteit brachten het een harden klap toe, maar dat wij daarna geslagen zouden blijven neerliggen, zou voor ons inderdaad een onuitwisbare schande zijn geweest. Dit is dan ook niet gebeurd.

Eindelijk, in eind Januari, kwam er een groote opleving en bezien we nu bij het ingaan van de vacantie, wat er tot stand is gebracht, dan zien we een U.S.C., dat -zij het ook in gereduceerden vorm- weer leeft onder de leiding van het toen gevormde Consilium, dat de disputen organiseerde, welke als eenige mogelijkheid het onderling contact herstelden; verder is er een eerste jaar, dat evengroot is als andere jaren, terwijl bovendien een wekelijks orgaan, de Uilenspiegel, hoewel belemmerd door de gevaren van te groote publiciteit, het zijne tot het onderling contact bijdroeg. Vele moeilijkheden moesten overwonen worden en het duurde dan ook nog vrij lang, ja zelfs tot in Mei, voordat alle disputen op gang waren. Overigens hebben eenige der eerst opgerichte disputen als quot;De Weduwe Deckerquot; en quot;Kaat Mosselquot; het bestaansrecht van disputen in dezen tijd wel overduidelijk bewezen. Daarnaast verdient het werk van verschillende reeds bestaande en heropgerichte particuliere gezelschappen grooten lof.

De Commissie van Bestuur, waarvan wij zoolang ieder teeken van leven ontbeerden, bracht ons eenige groote verrassingen, waarvoor wij haar langs dezen weg nog eens hulde willen toeroepen, door het organiseeren van de Bridge-, Biljart- en Kegelconcoursen en wellicht-als culminatie van wat er dit geheele jaar verricht werd, de kroegjool.

Uit dit alles blijkt wel, dat wij niet kunnen spreken van een geslaagd^- of mislukt jaar. Hoogstens kunnen wij constateeren, dat wij een jaar achter ons hebben, dat ons in vele opzichten-wijzer heeft gemaakt. Het is een zeer nuttig jaar geweest en het U.S.C. bevindt zich op het goede pad.

Er is echter één groot gebrek in ons Corps en dat is, dat op een enthousiaste kern van menschen, die het geheel leidt en in stand houdt, het gewicht drukt van diegenen, die meegesleurd moeten worden en waarvan nog steeds de grootste onverschilligheid uitgaat. Daarom moest de aandacht, die ten volle noodig was om het eerste jaar op te voeden, ook nog afgeleid worden naar deze stille saboteurs. Zij zijn het, die de disputen vervelende instellingen vinden, omdat ze niet over het jaarver-schil heen kunnen-stappen en buiten hun eigen vriendenkringet jesniets willen presteeren. En het ergste is nog, dat deze menschen nog wel cri-tiek hebben, maar dat deze steeds negatief is en dat zij nooit de moeite zullen nemen om verbeteringen aan te brengen in datgene wat volgens hen fout is en nooit een felle critiek geven in den vorm van een artikel in de Uilenspiegel, waarover dan eens goed gepolemiseerd kan worden. Het zou heel nuttig zijn als deze menschen ons Corpslied, dat zij vroeger uit volle bdrst meezongen, eens aandachtig overlazen, opdat zij beseften wat hun plicht is. Éet is waarschijnlijk deze' groep geweest, die den schrijver van quot;Het Utrechtsch Studentendomquot; zoo'n pessimistischen kijk op ons Corps heeft gegeven; misschien heeft hij zich eveneens afgevraagd, wat we met deze passieven moeten beginnen en heeft hij misschien niet zoo ver willen gaan als wij nu willen voorstellen en dat is om deze menschen als zij zich bet volgend jaar weer afzijdig houden.

ocr page 40

ocr page 41

2

gewoonweg links te laten liggen en hen als actief Corpslid , af te schrijven. Er zouden dan heel wat slachtoffers vallen, maar het is beter om met een kleine groep het Corps in stand te houden, dan dat deze op de enthousiasten zooveel invloed krijgen, dat ook zij er het bijltje bij neerleggen.

Dit mag en zal niet gebeuren. Onder de passieven bevindt zich nog een tweede groep menschen, die beweren, dat zij onverschillig t.o.v. het Corps staan, omdat het Corps vergeleken met het wereldgebeuren onbelangrijk is en ook geen belangrijke dingen wil doen, zooals b.v. het vormen van een geheime organisatie.

Dit is een geheel verkeerde opvatting: het Corps is er n.l. niet om als geheel te saboteeren. Daar zijn gemakkelijk verschillende bezwaren tegen ' in te brengen; in de eerste plaats zou deze organisatie daarvoor veel^te groot zijn en bovendien zijn lang niet allen voor dit werk geschikt. Zij, die op die manier het Vaderland willen helpen, kunnen dit niet van dit Corps verwachten, maar moeten in kleiner verband werken; deze groepen zouden dan best uit Corpsleden kunnen bestaan, maar het geheel weet daar niets van en streeft daar ook niet naar.

Wat is dan wel de bedoeling van het Corps en wat zijn zijn doelstellingen? Als wij ons nu met het Corps bezighouden, dan doen we dat omdat we ons verplicht voelen de traditie van het U.S.C. voort te zetten. Na 125 jaar Corpsleven is gebleken, dat het Corps een vereeniging is, die reden van bestaan heeft. Het historische besef van het belang van het Corps is zeker niet een van onze laatste doelstellingen. De groote verdiensten van het Corps in het vormen van een vriendenband voor het latere leven en het geven van een eigen levensopvatting zijn waarden, die ook voor na den oorlog van groot belang zijn. Daarom beschouwen wij het niet meer dan als onze plicht om het Corps door deze moeilijke periode heen te helpen.

Het is juist nu, nu de toekomst zoo hoopvol maar onzeker is, dat wij beseffen, wat wij een volgend jaar nog moeten doen om straks met een bloeiend Corps voor den dag te komen, dat misschien in anderen vorm optreedt, maar in zooverre gelijk is aan dat van vóór 1940, doordat het uit een groep menschen bestaat, die er werkelijk enthousiast voor zijn. Daarom is het noodzakelijk, dat wij in de komende maanden onze gedachten nog eens rustig over alles wat gebeurd is en wat nog gebeuren moet, laten gaan.

Ook de Uilenspiegel heeft zijn toekomstplannen, die hij na de aanvankelijke teleurstellingen en kinderziekten zal voortzetten! Het is gebleken, dat het blad een band heeft gevormd, die wij niet gaarne zouden missen en die ook niet nauw genoeg kan worden aangehaald. De Uilenspiegel ziet echter als zijn ideaal, ^dat net blad de kristallisatie zal worden van de gedachten, die wij koesteren over het Corps, het Vaderland en het Europa na den oorlog. Dit zal ons voornaamste programmapunt worden; het veronderstelt echter DENKENDE, BEWUST LEVENDE maar ook MEEWERKENDE LEZERS.

Znj) lijkt het ons geheel niet ónmogelijk, dat de Uilenspiegel als blad van inteïlectueelen, die in de toekomst invloed kunnen hebben op het maatschappelijk leven in ons land, van groote beteekenis zal worden. Ditf zal de positieve bijdrage van de Utrechtsche studenten tot den vrede kunnen zijn. Nu wij betrekkelijk weinig kunnen doen voor het winnen van den oorlog, rust op ons te meer een taak bij het winnen van den vrede.

Toch zal de Uilenspiegel blijven bijdragen tot de handhaving van den geest van verzet tijdens deze bezetting; hij zal in dit opzicht echter commenteerend en constajiteerend optreden, dus negatief zijn; hij zal wakker schudden, maar geen plannen geven; dit is niet onze taak. Daarnaast zal hij voor het Corps het berichtenblad blijven en zorgen voor het onderling contact in de kern van het U.S.^.

Dit in het kort zijn onze richtlijnen voor de toekomst, welke velen misschien een duidelijker blik zullen geven op onze bedoelingen, die waarschijnlijk wat al te lang niet scherp genoeg geformuleerd zijn geweest, zoodat er nog al eens verwarring en teleurstelling werd verwekt.

Hoewel de toekomst onzeker is, willen wij de komende maanden niet ongebruikt voorbij laten gaan; wij gaan deze vacantie dan ook met optimisme en goeden moed in, zoodat wij straks opnieuw met al onze krachten ons kunnen wijden aan den opbouw van ons geliefd Utrechtsch Studenten Corpsc

ocr page 42

ocr page 43

quot;Coers'Liedquot;

1000 IN ééN NACHT!

Die strasse frei, want ieder neemt de beenen

De R.A.F. is in de lucht.

De helft van.Keulen is nu al verdwenen En Hermann Göring steunt en zucht

refrein:

Alles, alles, über Deutschland.

Wie had dat gedacht, 1000 in één nacht! Alles, alles über Deutschland

Van de fabriek van Krupp staat alleen nog maar de stoep.

Die strasse frei, een ieder naar de kelder

De Brit die gooit de boel aan gruis.

Heel Holland gnuift van Heerlen tot den Helder De Mof die krijgt zijn trekken thuis.

refrein:

Alles, alles, über Deutschland enz.

INTROSPECTIE

Het is in de weerzinwekkende en harde tijd, waarin wij leven, niet gemakkelijk zich een oggenblik los te maken van de zoo natuurlijke gevoelens van sim- en antipathie en van de spontane reacties, die de gebeurtenissen om ons heen opwekken, om zich rekenschap te geven van de zin van deze -oppervlakkig beschouwd- zoo zinlooze tijd. En toch is dit zoo noodzakelijk -immers, wat kan het leven nog brengen, wanneer de immense offers, die thans gebracht worden, niet de beteekenis dragen van een geestelijke zin?

Hen, die den tijd beléven -en zich niet léten 'leven!- staalt ..... of vernietigt deze tijd. Wij zien om ons heen voorbeelden te over van menschen, wien het roer uit de hand is geslagen (voorzoover de mensch het roer des levens wel vermag te hanteeren!) en die doelloos rondzwalken met verlangen uitziend naar een veilige kust om hen op te nemen.

Hij, die gestaald wil worden, mag zichzelf niet ontzien onder het voorwendsel, dat de abnormale tijdsomstandigheden geen vruchtbaar levens-milieu vormen, want dan léat hij zich leven!; hij moet zichzelf durven zien, zcoals hij is; hij moet zichzelf, zijn beginselen toetsen aan de realiteit, Dan pas kan hij gezuiverd en gestaald uit dezen tijd te voorschijn treden.

Zoo is het inderdaad toch mogelijk, kracht te putten uit het heden met gegronde verwachtingen van een betere toekomst!

Ook zij, die deel uitmaken van onze Corpsgemeenschap, mogen zich ten aanzien van die gemeenschap niet overgeven aan quot;gesluimerquot; in afwachting van den tijd, die komt. Immers, de tijd kómt niet, de tijd wordt gevormd door de voortdurende wijzigingen, die zich in den menschelijken geest voltrekken. Niemand mag zich aan de plicht onttrekken, naar beste weten en met inspanning van alle krachten mee te bouwen aan de ontwikkeling van dien tijd.

Daarom moeten wij, leden van het U.S.C., ons rekenschap geven van de veranderingen, die ons Corps thans ondergaat.

En zoo zien wij als één van de belangrijkste van die veranderingen, de toename van het onderlinge geestelijke contact.

Voor een groot deel is dit verschijnsel het gevolg van de steeds dringender wordende behoefte om zich te uiten. Het sterker inspannen, intensiever leven -en vooral: het sterker béleven- dan in normale tijden, stelt hoogere eischen aan de geestelijke krachten van den mensch. Het zich ophopen van spanning, het -als het ware- overladen worden van zijn geest met problemen, waaraan hij niet voorbij kan gaan, moet zich uiten in ontladingen. Meer dan ooit zoekt hij contact met anderen om door gemeenschappelijk overdenken en bespreken van de problemen van dezen tijd, dikwijls alleen reeds door het gevoel van niet-alléén te staan tegenover deze problemen, die spanning te verlichten.

Naast deze belangrijke algemeene en niet slechts voor onze Corpsverhoudingen geldende oorzaak, is een tweede gelegen in de sluiting van ons P.H.R.M. Wanneer wij aan onze Societeit denken, zien wij voor ons:

ocr page 44


ocr page 45

de bierestafette, de borrels van het U.S.T. en Coers' Lied, de feestdiners, de lange avonden van opvoedende gesprekken met eerste jaars, invechterijen, leestafelconflicten .....Maar ook door haar bijeenkomsten van Particuliere Gezelschappen, door de aanwezigheid van mededeelingen en aankondigingen de betreffende de Corpsgezelschappen vormde de Sociëteit het onbetwistbaar middelpunt van het Corpsleven. Zij nam dan ook het grootste gedeelte van onze vrijen tijd in beslag.

Onvermijdelijk moest het geestelijk verkeer dikwijls hiervoor wijken en genoegen nemen met een tweederangspositie -getuige het kwijnend bestaan van de A.D.C. Slechts de Vox trachtte zijn lezers door felle polemieken aan te sporen tot denken over belangrijke problemen. Maar ook deze wijze van contact bleef meestal beperkt tot de redactie en enkel e belangstellende buitenstaanders.

Veel, zeer veel werd er in groentijd en na-groentijd gesproken over mores en vormen, over de typisch Utrechtsche styl.

Minder, je te weinig aandacht werd misschien geschonken aan de actueele waarde der mores, aan den inhoud, zonder welke de vormen hun bé-teekenis verliezen.

En zoo dringt zich de gewetensvraag op of het Corps van het Lied niet de neiging had te verstarren in oude vormen.

Het antwoord op deze vraag aangaande het verleden moge bevestigend of ontkennend luiden, de toekomst zal ons ongetwijfeld noodzaken -tot toetsing en herziening van onze -zoo vertrouwde- Utrechtsche stijl.

Moge het geestelijk contact, zooals wij dat in deze tijden van verdrukking hebben leeren kennen, daarbij bewaard blijven en versterkt worden!

NACHTLIED

Hoort Gij dat vliegtuig daar mijn zoon. Dat zich een weg schroeft naar de sterrenbanen In 't helder donker van den zomernacht,

Waarin de vijand zich wel veilig wanen

wil. Doch hij hoort, angstig, monotoon

/ Steeds weer diezelfde lage toon.

Het is Uw broer mijn zoon,

Die vliegt over dit land, dat bezet is

Door de grijze moord.

Die vliegt totdat dit land straks gered is

Van de grijze moord.

Hoort Gij dat angstgeschreeuw mijn zoon. Dat zich te buiten gaat in jankend klagen In een tweetal toonen, hoog' en lage, In steeds weer nieuwe bange vlagen

Angst. Weet Uw vijand wentelt zich thans om

En om in 't bed. Van Vrees thans stom

Mijn zoon. Uw broeder roept quot;Ik kom!quot;

Die vliegt over dit land, dat bezet is

Door de grijze moord,

Die vliegt totdat dit land straks gered is

Van de grijze moord.

Hoort Gij dat fluitgeluid mijn zoon?

Het zijn bommen, die naar buiten vallen

Van boven. In vele honderdtallen

Op onze vijand en op zijn vazallen.

Brand. In 's vijands stad brandt het rechtvaardig licht

Van vuur door heil'gen toorn gesticht;

Uw broer mijn zoon heeft daar gericht.

Die vliegt over dit land, dat bezet is

Door de grijze moord.

Die vliegt totdat dit land straks gered is

Van de grijze moord.

Wat, als dat vliegtuig daar mijn zoon Misschien op zijn retour wordt afgeschoten. Gevangen door het licht dat op hem uitgespoten. Door een granaatscherf listig neergestoten.

Val. Als zijn lichaam dan de aarde roodt -Wordt onze haat door deze smart vetgroot.

Doch juich mijn zoon. Uw Broeder is niet dood!

Die vliegt over dit land dat bezet is

Door de grijze moord.

Die vliegt totdat dit land straks gered is

Van de grijze moord.

ocr page 46

fyißX tib tobƒ0ƒ tnoilv §1:

.bloom 0NÙfiamp;?; ob

bJo

^.O

ocr page 47

COWENTAAR

Een-dezer dagen kregen wij een circulaire ter inzage over onze houding t.o.v. een algemeene studentenvereeniging en tegenover hen, die weigerden in de arbeidsdienst te gaan en zij, die hier wèl dienst bij namen Wij zijn het met deze corculaire eens en onderschijven haar, behalve echter de opwekking, die Zij bevatte om ook hen, die wèl de Arbe idsv dienst doormakten, te toetsen en eventueel in onze gemeenschap in te schakelen.

Dit moet NIET gebeuren. Een ieder, die de arbeidsdienst doorgemaakt heeft, is bij ons afgeschreven. Hierbij geldt GEEN PARDON.

OPROEP

Nogmaals verzoeken wij U een bedrag van f 1.— te willen storten in het fonds, waaruit gezinnen van in Engeland vertoevende kostwinners, van arbeiders, die weigeren in Duitschland te gaan werken en gezinnen, waarvan de kostwinner werd gefusilleerd, worden gesteund.

Het is een maandelijksehe bijdrage, zoodat zij die meer kunnen missen, verzocht worden ook voor de zomervacantie vast vooruit te betalen.

Van belang is ook, dat ieder in eigen kring zooveel mogelijk geld zelf verzamelt en dit weer aan ons doorgeeft.

Schakel ook Uw ouders in. V66r alles echter: Pas op! Zwijg!

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN

, VAN DE REDACTIE

Dit is het laatste nummer van den Uilenspiegel vóór de vacant ie. In October zal het eerste nummer van de tweede jaargang verschijnen.

VAN DE WEDUWE DECKER EN KAAT MOSSEL

De voetbalworsteling is geëindigd met een totaal-uitslag 8-8. Het eerste elftal van Kaat Mossel wist echter het perste elftal van de Weduwe Becker te slaan met 3-2. Het was een gelijkopgaande, gigantische strijd, waarbij vele slachtoffers vielen In de kleedkamer van de Weduwe Becker werd een zwarte, hooge schoen verwisseld. Eveneens werd een blauw Tweka hempje gevonden;; Opgeven bij de colporteurs.

TENNISTOERNOOI VOOR EERSTE JAARS

Op Woensdag 10 Juni, Donderdag, Vrijdag,

Maandag en-Dinsdag, Dinsdagmiddag 5 uur prijsuitreiking in theehuis Rhijnauwen. Gespeeld wordt er DOUBLÉ en SINGLE. Inleggeld single f 1 — , doublé f 0 50 P.P. Indien mogelijk zelf voor ballen zorgen. Begin Woensdagmiddag, 10 Juni, 1 uur.

Dinsdagavond 9 Juni zal de loting bekend gemaakt worden op Mereveld. Het is gewenscht 's avonds in ieder geval te spelen en op te geven, welke middag men beslist niet kan.

Menschen, die aan bier kunnen komen, moeten dit opgeven.

De inschrijvingen sluiten Maandagavond 8 Juni, na het kegeleoneours.

EEN DONKER LIJSTJE

De volgende personen, die geregeld hun

maaltijden in de Mensa gebruiken

zijn APERT FOUT:

Thico Lambers

Kr. Nw. Gr.

Utrecht

Hermine Amelie Hannema

Bregittenstraat 18

Thomas Machielse

Steynenburglaan 7

De Bilt

C; Kortman

Catharijnes ingei 88b]s Utrecht

Jï KI00S-

Stadhouderslaan 34

E;J;H.v.d. Heyden

Oudegracht 60bis

U

W.W. Schmidt

Croeselaan 144

H

F. Hooi

Schr.v.d.Kolkstr.5bis

tl

De volgenden worden NIET VERTROUWD:

Gustaaf Bernard-Marcus

Lange Nieuwstraat 69

Utrecht

Antonie Gijsb.v. 0mme

Maliesingel 6?

U

Eddy Slockers

v.Asch v.Wyckkade 24

n

Joha. H. Stegeman

Nieuwe Gracht 193

n

Joh;Rich.Hilmar Heidema Vondellaan 15

n

P.-J.v.d. Heyden

Oudegracht 60bis

tt

C: Eenhoorn

Obrechtstraat I3

n

A;H.- Croïn

Alex.Numankade J9

n

C.-J^B.J. Trimbos

Oudegracht 55

tl

J.B.M. Trimbos

Oudegracht 55

tl

ocr page 48
ocr page 49

6

DE CONCOURSEN

Helaas behoort de week van concoursen, die door de Commissie ran Bestuur werd georganiseerd, weer tot het verleden.

Hoewel zij met dit voortreffelijke plan misschien wat laat aankwam, was de animo -gezien het aantal menschen- behoorlijk en konden wij ons geen beter slot voor dit moeilijke Corpsjaar denken.

In een voor deze gelegenheid bij uitstek geschikt Cafd, heerschte dan ook al spoedig een sfeer, die vaag terug deed denken aan die vertrouwde omgeving, welke ons van P.H.R.M. bekend was.

Na eenige dagen beseften wij dan ook ten voile wat wij gedurende dit jaar gemist hebben en wat wij nu, zij het ook in surrogaatvorm, terugvonden en dat is een plaats van samenkomst, waar wij elkaar zien; want is het niet een feit, dat soms gedurende dit jaar in ons de twijfel opkwam of ons U.S.C. werkelijk nog leefde, omdat wij elkaar zelden of nooit meer ontmoetten gedurende dezen strengen winter.

Gelukkig, het U.S.C. leeft en dat is eigenlijk het belangrijkste wat ons in deze Concoursweek is opgevallen.

Ook zagen wij met vreugde, dat het eerste jaar actief deelnam, zij het ook, dat het meestal de meer bekende figuren waren, die aanwezig waren. Toch bleek ons steeds weer duidelijk welk een gemis deze menschen hebben gehad aan ^t ontbreken van een werkelijker groentijd; zoo was het b.v. opvallend, dat op den kegelavond het eerste jaar zoo snel verdwenen was, waar het later op den avpnd juist prettig ouderwets toeging.

Voor al hetgene wat de Commissie ons geboden heeft zijn wij haar dankbaar en wij hopen van ganscher harte, dat de kroegjool deze concoursen op passende wijze zal besluiten en dat zij volgend jaar, rekening houdende met de gunstige resultaten deze week opgedaan^ ons meer onderling contact zal kunnen geven; dan dit jaar het geval was

j nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;DE KROEGJOOL

Een prachtig initiatief, dat niet genoeg gewaardeerd kan worden.

Een bij uitstek geschikte plaats, deze stal.

Inderdaad is het gelukt de aloude Societeitssfeer weer eens een kort moment te iaten opleven. Heerlijk klonken de liederen; eindelijk weer eens uit volle borst gezongen, heerlijk ook dat NIET ... en PRIJS ... geluid uit de schorre kelen der Commissie.

.Waren er meer ouderen geweest dan zou de avond zonder incidenten, met stijl verloopen zijn. Nu ontaardde het. Er zijn terecht harde woorden gesproken.

Het eerste jaar wist niet, wanneer het haar jaarlied te zingen had. Dat was hun wellicht niet kwalijk te nemen. Nu weten ze het wel.

Zij echter hebben zich niet stijlloos gedragen. En dat heeft het tweede jaar wel; Brooddronken, quasi uitgelaten, zoo nu en dan een bende dronken burgers. Toch is het misschien niet terecht, dat wij hun dit zoo kwalijk nemen. Verwachten wij ook niet teveel van dit tweede jaar, dat ook nauwelijks het werkelijk het werkelijk studentenleven, zooals dat geleefd werd cp P.H.R.M., heeft meegemaakt?

Toch mochten gelukkig deze incidenten; die met veel breekschade gepaard gingen, het geheel niet verstoren. De eindindruk blijft onverdeeld gunstig. Zoo willen wij meer bij elkaar komen.

Het is goed in dezen, thans wat minder somberen tijd, alvast weer een -voorproefje te krijgen van de aloude sfeer uit ons geliefde Placet Hic.

Alle hulde aan de Commissie van Bestuur!

ocr page 50

-vrærfv