ocr page 1

ocr page 2

ocr page 3

ocr page 4

ocr page 5

ocr page 6

ocr page 7

ocr page 8


ocr page 9

Q nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;J0H. VAN BEVÈRVv II CK

SCHAT DE R

ONGESONTHEYT,

ofte

GENEES^KONSTE van de

• S 1 EG K T EN.

Tot DorBrecht ,

Voor Infper Gorifä Boeck-verkooper, wonende,^ by de Wijn-brugh in de Griffioen -

Anno 1644.

ocr page 10

Tïivilepie.

EEn yder wert verboden by Oétroy van de Heeren Staten Generael, in date den 4. April , ende de Attache van wegen de Provinçye van Hollaridt, in date den 10. dito i642. vergunt aen D'-Iohm tun Btvtr-wyck.. Schepen der ftadt Dordrecht,dit tegenwoordigh Werck, binnen den rijdt van negenthien jaren te drucken ofte doen drucken , te verknopen, ofte elders nae-gedruckt in de Provinçyen te brengen , te verknopen, ofte uyt te geven, fonder bewilliginge van den voorfz. Bewtoijck,, op de verbeurte van de na-gedruckte Exem-plairen, ende daer-en.boven van eenfomme van drie hondert Car. guldens t'appliceren als naerder by het Originele Oftroy te fien is .

ocr page 11



ocr page 12

ocr page 13

Op de •

T 1 T EL-P L A ET.

DE Goden,Op een tijt, (als noch de inenfchen dwaelde. En van, 'Qen weet niet waer, haer vretnde Goden En foo veel fielden als men heden niet en eert, (haeldé. Terwijl den Hemelfelfsons beter heeft geleert)

Die quanten m beraed, vermits de vrome feden Nu waren overheert en mette voet getreden,

En dat de boofhe,tgantfeh de werelt overviel,

Soo dat men van geen recht noch goede reden hiel , Om eenmael een beflujt en vafie wet te vinden , VVaer mé het fondigh volck.fou wefen in te binden, te De deughden aengemaent , en inder daet betracht,

'T welckjs het eenigh, dat den hemel noch verfocht? Na dat haer Jupiter hadt altemael befchreven, Haerin den Raetgelejt, en jder plaets gegeven,

Soo deed' hy opening , en fey : Hoort, Goden, hoort. Het moet u zijn bekent waerom ickben geftoort , Op menfehen, die ickjt beeldt van mijnen even-beelde, Daer in, van eerfien aen , icf,groote fchepper , fpeelde,

Gegunt heb, 'twelckjm fchijnt te wefen uytgeroeyt ;

In vougen dattet my op gt;t alder-hooghfie moeyt,

Te meer , dewijle my mijn hope wert benomen Van datfy immermeer we'er tot my füllen komen,

Sy qn te bijster verf. Vlieden ift bekent ,

Hoe datfy algelfkyan ons ~ijn af-gewent , Mijn Godheyt isgequetfi, mÿn hooge macht gefchonden* De Staet-fucht, die wel eer de Reufen heeft verzonden,

*3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I$

ocr page 14

Opde Titel-plact.

Is op den hooghalen trap ,eM foofy't dorft beßaengt; Sy fonde wederom tot in den Hemelgaen, M, Booten uytet mijn . De werelt wert befeten Bft alderfnoodtdP gefpuys, en die het minfe weten ;

Geleertbeyt isgeheet , de deughden z.ÿn befrot, En,der-een die houdt in fyngemoet een Godt.

Wat fal deftrrfe zijn ? ofwel,ghy, lieve Goden, Die ,yder in het fijn,zijt in den Raet ontboden , Huelt mede voor den daghwner in men u mijdoet , Op dat de ftrafin t een , het ander niet en voedt.

Terfont namVenus 'twoortgt;en off, fchoon nioftfivjge. En op haer eygen beurt, tjt, om te preken , krijgen, Terwijl fy echter was de fchoonße van de Çchaer , Soo was en bleef als doen het tweede feggen ,'thaer.

'T is waer het Aerdtfche volck.dient in te zijn gebonden , 'Ten neemt niet meer vermaecQ, als in de vujÜle fonden. Het goede wert veracht, het quade wert gedaen , 'T is tjt ,'t is meer dan tijt dat wjdero^er flaen.

Mijnfüetheyt,mijn vermaeck,als mcnfch^ menfchen tele. Verandert tn een vuyl en ongeregelt freien ,

Gee Uefd' en heeft haer bant,gee min haerfume meer. Men loopt in't bondert, en waer ick^my wend of keer Daer vind' ickjny gewondt, mijn wetten af-gefworen, Mijn fackels uyt-gedompt, mijnpijlen al verloren.

Dit dient geboet te zijn. Mits opent Mars den mont, Hoc-wel Minerva fpracken over-eynde font,

En feyde: 'T is alfoo, de nienfch fpringt buyten banden, 'Kfe Rücken Rucken flaen, en Landen febenden Landen, VTt

ocr page 15

Op de Titel-plaet.

FR luU en fonder fch^n van reden. Dat men vecht

Isfomtijtsgoet, maer 't magh noyt wefen fonder recht. Hier dient oock^in voorßen. Doe rees Minerva weder, En Mars datfende, fweegh, enfeegh eerbiedigh neder.

I'k, fejfy, Goden, moet oockjoor u doen mijn klacht. Om dat mijn w^sheyt wert b, dees te hoogh betracht, By die te laegh verfoeyt. Geen menfchen houden maten, Geljckhaer ouders de'en , die d eerfe vruchten aten ,

SyRijgen mettet breyn tot in den hooghfen top, En breken metgewelt haer onbefuyfden kop .

Het Goddelick^geheym dat willen fy doorgronden, En letten weynigh op haer goddeloofe fonden .

Ood^z-ijnder menfchen, die als heeften zijnte recht. Die wel na bovenfien , niaer blijven even jlecht.

VV) dienenyet te doen, waer medefgedericlyn Datwy noch Goden z.ijn, die haer wel können kreni^en.

VVat houft menftem opftem te hoopen allegaer ?

Eenyder van ons weet waer in hy lijdtgevaer.

Eenyder fpreedf een vlouck., en doe de fyne beven, Soo mogen fy verftaen dat wy hier boven leven,

En haten haer beleyt, tot dattet beter wert, Indien noch haergemoet niet gantfeh en is verheit.

De Goden ftonden't toe, en feyden alte famen,

Daer is geen beter VVet,geen korter wegh te ramen, Het quaet, dat dees en die fai kpmen ne'er te ßaen, Sal vele , met eenfhrick^, tengoede leerengaen .

De groote Jupiter , fendt , fonder langh te wachten , Synfnelle boden uyt, die fynen wil betrachten ,

*4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;^0

ocr page 16

Op de Titel-plaet•

En doet Pandora daer voor al de Goden Haen, Die haren laf ontfanght van datter dientgedaen.

Een,der geeckt een woort, daer op den hemel dondert , En dat vanfam totßem tot datier menigh hondert

Beurt hadden,u7elckers vlouckjgt;andori [amengaert. En doelt de wokken door , en kort hem opter aerd'.

Daer geltet menfchen, daer beginnen de Gebreken

Haer felven leedt te doen, en metten ffaert te faken, Daer krijght een,der fond' hoer fraffe tot een loon, Daer valt deßaet-fkebt en vervlouct haer ejgetbroon,

Vergaet van ongenuebt, en van den boet verwonnen, Bevint min uytgerk.ht al hadtf, no,t begonnen,

Van niemant meergevreeft,van,der ongeacht, (fmacht, Haer bloet van fpijt verteert , haer hert van rouw verlt;

D'onbuyfhe,t aengeranß met hondert du,fent plagen , Met Pocken , Leemten en wat menfehen no,t en fagen.

Den oorlogh wert verßen met ongeboort geweer,

Met Bofcru,t, met Cannon , datjder le,t ter ne'er. Geeft wonden in het hooft,vermorzelt beenen , ermen, Gact door de ribben en verringert al de der men,

Verplettert heel den menfeh en ßro,t hem over 't velt, VVaer van men oockyltans foo menigh duyfent telt .

De Spits-geleerde mé, die krijgen vremde grillen , En werpen Steden om, die niet en zyn te killen, Verdwalen in den geeft , en onderfcbe,den niet VVat e,gen driften zijn , en wat haer Godt gebiedt.

De domhe,t eet en drinckt, en voedt haer als de beeßen. En kent geen Godt, envodt geen redelicke geeften, Geen

ocr page 17

Opde Titcl-plaet,

Geen 7,el,die eeuwigb z;, nuer volgt baer eygcneus, Enfeght ,'kjreet dat kk, weet, al ben kk_Paep$ noch Geus,

Dus wert het quaet geßraftgt;en ooc^naert Heydens fegge, Soo komt ons eygen vuyl onsfmerten o? te leggen lt;

De wijfe Beverwijck , die niet voor-by en gaèt, VVaer mé by't Vaderlandt door fyne Schriften baet , Heeft dit op defen Bouckjn d'eerHe Plaet gedreven, En my met mijn Gedicht de reden latengeven , Om dat het Chriften-volckjan't Heydens leeren fou , Tekomen totte boet , te komen totten rouw ,

Van oorfaeck^felfs te zjn van foo veel duyfent wonden , Daer van ons lichaem fmert , ons ?jele wert gefchonden , En dat de Meefter-kpnft baeftïoopen fou te niet,

- Indien eenyder menfehfyn Sondigh leven liet .

ocr page 18

TAFEL

van de

CAPITTELE N.

In het

EERSTE BOUCK.

Het 1. Capital.

DAt de Sinne haec Ie°er-plaetfch ende werck tuy^h ink Hooft hebben. Dat onder de Wtterlicke 't Geficht het edelfte is . BefchriJ-vinge der Oogen, van haer Zenuwen, Vet, Klietkens, ende Spieren, Vliefen, Vochtigheden. Hoe het Gelichte gefchiet. nbsp;nbsp;nbsp;Fol.i.

Htt 2. Capital.

Ellendigheytder Blintheyt. de Oirfaken van de felve , als nock van Swack, ende Verkeert Geficht , Ken-teyckenen. Voot-teyckenen , Ge-nefinge, Manière van Leven . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol,12.

Het ?. Capiitd.

Roode,ofte Vyerige Oogen,hare Oirfaken,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;FoI,3I.

Htt 4. Capitttl .

Verfcheydenheyt der Tranen. Tranende, ofte Loopende Oogen• wacr door veroitlaeckt. Hare Ken-teyckenen ,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;FQI.37.

Htt 5. Capitttl.

Dat het Gehoor in waerdigheyt aen het Geficht volght. Befchrijvinge der Ooren, foo uÿtwendigh, als inwendigh. Hoe het Gehoor gefchiet.

F0I.41.

Htt 6. Capital.

RuylTchen, ende Tuyten der Ooren, uyt wat reden het met een holle hant ofte kinek-horen verweckt wert . Befchrijvinge , ende Plaetfche, oirfaken van fieckelick Ruyiïchcn , Ken teyckenen , amp;C. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.47.

Htt 7. Capitttl .

Hart-hoorentheyt, ende Doofheyt, Oirfaken .amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.yo,

Htt 8. Capitttl .

Waerde,ende Gehruyek van den Reuck. Waerdigheyt, ende Gele-gentheyt van den Neus, ende wat oirdeel daeruyt te trecken is. Sijn (iebruyek, befchrijvinge foo uycwendigh, als inwendigh. Hoe den Reuck gefchiet, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.54.

Htt 9. Capitttl .

Oirfaken van Wech-genomen , Verminderden , ende Verkeerden Reuck . Ken-teyckenen, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.59.

Het 10. Capital.

Stinckendçn Adem. Oirfaken, amp;; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.66.

Htt

ocr page 19

TAFEL.

Ha 1I. Capinel.

Gelegentheyt van den Smaeck. Befchrijvinge van de Tonge. Hoe de Smacckgefchiet. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fok,;.

H„ 12. Cflpind.

Oirfaken van Verminderden, Wech-genomen , ende Verkeerden

Smaeck. Of'c geen den eenen foet,ofte bitter fchijnt,oock een ander foo fmaeckt. Ken-teyckenen van Verwerden Smaeck. Voor teycke-

nen,amp;e, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fel 73-

Ha 1?. Capiad.

Gelegentheyt » ende Gebruyck van 't Gevoelen. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.76.

Het 14.Capind.

Gebrttyck van den Mont. Sijn Deelen. Tant.vleyfch gebruyck.

Tariden, haer welen,oirfpronck, gelcgentheyt, ende getal. Gehemelt.

helleken , Keel, Amandelen , Tonge. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.77,

Ha iy. Capiad.

Gefwollen Tant vleyfcli , fijne Oirfaken , ende Genefingt. Op-gege-

ten, ende Vergaande, fijne Oirfaken, ende Genefinge. Ontfteken Tant-vleyfcn, fijne Oirfaken , Voor-teyckenen, ende Genefinge . F0I.84. Hel 16. Capital.

De Sprouw. Oirfaken.amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.86.

Ha 17. Capital.

Tant.pijn. Oirfaken.amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol 89.

Ha 13. Capittd.

Swarte. ende vuyle Tanden, Oirfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;FQl.93.

Ha tg.Capittd.

Lofe, ende Wtvallende Tanden . Oirfaken,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol 9y.

Ha 20. Capittd.

Huyoh. ende Onftekinge van't Lelleken.haerOirfaken.amp;c, F0I.99.

Ha 2i. Capittd.

Onftekinge vaq Keel, ende Amandelen.haer Oirfaken,8cc. Fol.foi.

Ha zz.Capittd.

Waerdigheyt van de Spraeck, ende ondienft van Klappernye. Spraecx

Gebreken , ende beletfels in de Tonge, Oirfaken ,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ful.10j.

VAN'T TWEEDE B0UCK.

Ha i.Capiad.

Heefl.eyt,Oirfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Foi l11.

Ha z. Capital .

Hoeft, fijn Eygenfehap, Oirfaken,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;FuLn?•

Ha

ocr page 20

TAFE L.

Haß. Crtpittd.

Nootfakelickheyt van het Adem halen , ende hoe 'rfelve gefchiet.

Aem-borftigheyt1 befchrijvinge, ende leger.plaetfch . Oirfaken,amp;c.

Genefinge in de Benautheyt, buyten de feTvige. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.i20.

Ha 4. Capiud.

Bloet-fpouwen , Oirfdken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.118.

. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hag. Capind.

Naem.reden van de Koortfche, haren aert. ende nature, Onderfcheyt, ende Verdeelinge. Oirfaken in't gemeen,amp;e. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.132.

Ha 6. Capiad.

Tweederley Geftadige, ofte Binne-koordchen, ende heer Oirfaken.

Hoe, ende waer door het Bloet bederft. Ken-teyçkenen der Hinne-koortfchen, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.139.

Ha 7. Capital.

Le^er-plaetfche ende Oirfaeck van de Afgaende Koortfchen, waer-om fy elcke reys op haer tijt weder komen , Onderfcheyt, ofte Verdee-linge, hare Ken.teyckenen,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.143.

Ha 8. Capital.

Xhderamp;daeghfche Koortfche,Verfcheydenhcyt,Oirfakc,amp;c. Fol.147,

Ha 9. Capital.

. Vierden.dacghkhc Koortfche, Oirfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.153.

'Q nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Hai0. Capittd.

Ntadroogende Koortfche, haer Benamingen, Oirfaken, Verfchey-denfeyt,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.162.

'Hef 1I. Capittd.

DePeft. haer Nacm reden. Oirfaken. Ken.teyckenen. met bewijs van de Befmettinge; Of de Palen van't Leven vaft ltaen,ofte by ons vet-fet können 'verden. Voorteyckenen , Middelen om de felve te vermij

den, Genelinge, ende Maniéré van Leven. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.167,

VAN'T DERDE BOUCK.

Ha 1. Capittd .

Nock, Oirfaken,amp;c, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.233,

Ha 2. Capittd.

Walgen,ende Braken, Oirfaken,amp;c, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol. 256,

Ha?. Capittd.

Boorts, Naem reden,endé Befchrijvinge. 0irfaken,amp;c. F0I.262.

Ha 4. Capital•

Lofch-lijvigheyt gt;nbsp;Oitfaken , Ccc, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.266.

Htt

ocr page 21

T A F E t. Has« Capitttl.

Buyckloop, Oitfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol,i69.

Ha 6. Capittd.

Roode.loop, ofte Bloet-gang; fijn Benaminge, ende Befchrijvinge• Oirfaken.TraiTen, ende Ondeifeheyt, Ken-teyckenen, amp;c, F0I.271.

Hu7.Capind.

Petflinge, Oitfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol 280.

Ha 8. Capind.

Speen , fijn Onderfcheyt. Oitfaken , amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.iEj.

Htt g.CAphtd.

Hart-lijvigheyt ; In fommige feer lang-dtitigh. 0irfakë,8cc. Fol. 287. Ha 10. Capind.

Colijck, ofhet een nieuwe, ende wat Sieckte het is, ende waer het fijn plaetlch neemt. Oitfaken ,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.291.

Htt Ii. Capind.

Wotmen, Oitfaken,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.297.

Ha 12. Capiiid.

Algenieene Sieckten, tweedeiley, Somn.ige voott-loopende doot ver-fcheyde Landen , ende ten laetden vetgaende, als Pelt , amp;c. Sommige een Landt eygen zijnde, ende daer altijt blijvende-, als de Pocken in Weft-Indyen, looiende Vaten in Denemetcken , ende daer ontrent. Meer.vlecht in Polen. Krop-gefwel in deSnee-bergen, Blauw.fchuytin de Noortfche Landen. Befchrijvinge van de Blauw-fchuyt. De Manière hoefy groeyt. ende op wat plaetfchen . De Voorgaende. ende Naeffè oitfaeck ; de verre . ende uytwendige Oitfaken . beftaende in de Niet-natuerlicke dingen , Koortfchen. Geftaltenillè van 't Ingewant . ende Befmettinge . Algcmeene Ken.teyckenen van de Blauw.fchuyt . By. fondereint Begin . Voort.gang, ende Hooghfte. Voor teyckenen, Ge-nefinge. Genefinge der Toevallen, als korten Adem, quaet Tant-vleyfchi Vlackeu, Pijn in den Buyck, ende Lidimaten, Braken, Buyck.loop , Branr , ende Koortfchen , Gefwellen ,Sweringen , Roos, water, Wt. tetinge. Manière van Leven. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.305.

Ha i3.C4pind.

Sucht, ofte Ongedaenheyi, Water, ofte Water-fucht ; heer Benamingen , Onderfcheyt, Oitfaken, amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol,349.

Ha I4, Crtpittd.

Befchrijvinge van de Nieren , haer Leger-plaetfch, Getal , Gedaente^ Wefen, Gebruyck. Befchrijvinge van de Melck.aderen, Water, pefen. Het wefen van de Blaes, vremden Aenhang, Gedaente , ende Rtiymte. Gebreken in't Water-maken. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.367.

Ha 15. Capital.

Steen in verfcheyde Plaetfchen onfes Lichacms; maet meeftendeel in dç

ocr page 22

TAFEL.

de Nieren, ende Blaes. Sijn Befchrijvinee, Inwendige, ende NaeRc oirtaken der Oude, onde: focht ende wederleyt , Rechte aengewefen, Wtwendige Oirfaken, Onderfcheyt, Maniete , ende Flaetfche, waer hy in Nieren ende Blaes groeyt, Ken-teyckenen. Voorteyckenen , Middelen omvoor te Komen, ende Manière van I even,Gendfinge. Fül.396.

Ha i6. Capital.

Ophouden van 't Water ; Grieckfche, ende Latijnfche Benaminge.

Oirfaken,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;F0I.47j.

Ha 17. Capital-

Ontloop:quot; van't Water , Oirfaken ,amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.48y.

Het 18. Capital.

KouJe-pife, Namen , ende Naem-reden. Oirfaken,amp;c. Fol.487.

Ha 19. Capital.

Bloedigh ende Etterigh Water, waer door veroirfaeckt,amp;c, Fül.490,

Ha ZO. Capittel .

Algemeene Telinge, ende Voort fetiert, in alle Dingen ; ende Sucht daer toe drijvende, met meerder Vermaeck in de Vrouwen, als inde Mans . Belet door Onvruchtbaerheyt , amp;c. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fül.493.

IN HET VIERDE BOUCK,

Vandt Gicha , ofttFltadjn.

Benaminge in vetfcheyde Talen , Befchrijvinge, Onderfcheyt, inwendige Oirfaken, uytwendige Oirfaken, Ken-teyckenen, Voor teyckenen. Middelen om voor te komen, te genefen, Manière van Leven. F0I.517.

Lof der Gichte. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Fol.yói'

BLADT-WYSER

F4,jde byfondere dingen.

ADem-halm

121.

Blautv-fchny^

337.

66.

Blinthcyt

12.

121.

Bloa gang

271.

gt;43.

Blott^pouwtn

129.

3°f.

Bocx-boontn

312.

83.

Boort:

262.

101.

Braken

276.

336.

Buycleloop

269.

gt;39.

Cotkpcx-brool

336. Co.

Adtm ftinck'tnde Atm-borftightyt .Afgaande Koortfchm alIgtmant Site kg tn Imanddtn

ontfrkçn B'kt-loom

Binut-kportfclx

ocr page 23

-„, 5L A

Doofbeyt

Fky«ijn

Gthtmth

DT. 291.

WY SER. ruyffchende

46.

50.

517.

Penning-kyuyt Perffinge

334.

280.

Gefahte Gtvoden Gichti Gouwe Graveel Hart.lijvigbeyi Heefhey$

2.

76.

517.

339.

397.

2S7.

Peft gefrd Rolt

Pocken R^uck. gebreck.

R^ode. loop

167.

246.

248, 307.

54.

59.

271.

11I.

Scheur.buyck

3l2.

Hoeft

99.

Sinnen

I.

Keel

83.

Smaeck.

71.

K'rfe

337.

gebreck.

Kjevhs-bloemm

338.

Son.dauw

34°.

KJappernye

104.

Speen

283.

Konde.piffe

487.

Speen-kruyt

339.

Koorifche

132.

Spraeck

103.

Kroppen gefaol/en

310.

gebreck.

lOÿ.

Lellektn

83.

Sprouw

86.

Lepel-kyuYi

338.

Steen

393.

Lofch-lijvigheyl

262.

Sucht

349.

Meer-vleeh;

309.

Suyring

336.

Mont

77.

Tanden

77;

Moftaeri

338.

Tant-pijn

89.

Muer-pepw

34.

fwarte Tanden

93.

Neus

$3.

lofr Tanden

9$.

Nieren

367.

Tant-vleyfcb

77.

Nock

253.

gebreken

84.343.

0nged«nheyt

349.

Telinge

493.

Oogen

2.

Tonge

72.84.

roode

3:.

Tranen

37,

tranende

37.

Varen loop ende

309.

Qoren

43.

Vierendatghfe-koortfehe 153.

W4-

ocr page 24

BLADT-WYsER.

nódigen Waur-clavtrtn

256.

337.

Wattr-ophoudm ontloopen.

473' 487.

Water-hanm-vott

336.

Water bloediob, ende tittrigh

Waur-k^rffe

338.

490.

Waier-pongm

336.

Wormen

297ê

Wattr-fucht

349.

Wtdroogende IÇporefrhe

162.

HET

ocr page 25

ocr page 26

ocr page 27

Fol.I. ^§§^^'^ ^ §^ ^^' ^^'^ ^^ «Kamp;të0iji]ëîs§ü©t^is©tâ@ëëætJë\amp;ÿtâëg©amp;^œ^

Het Eerfte Capittel .

E Menfchelicke Ziele, het treffelickfte datter onder de Son is , ende dewelcke (gelijck de Grieckfche Heliodorus fpreeckt) wat godde-lijcx heeft , ende uytde nature van boven, als blijckt uyt haer werc-_________________________ken , niet tegenftaende fy in haer felven onver-anderlick is, even-wel in dit veränderliche,ende ver-

ganckelicke Lichaem (het welck by fommige haer gevangenis , maer beter haer kleet, ofte herbergh ge-noemtwett) bedoren zijnde, en werckt niet, als door de Lichamelicke deelen. Soo heeftfe tot het Verftant, Inbeeldinge ,ende Heugeniffe van doen de Herffenen, ende die bcfchadight zijnde, wert oock dat werck ver-A % nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hin-

ocr page 28

2 SCHAT DER

hindert, gelijck te voren is aengewefen. Daer en is niet Çfeyt de wijf-gerige Ariftoula) in't Vernant, het welcK te voren niet van doen gehadt en heeft den dienft van de Sinnen. Ende gelijck het Hooft de ieger-plaets is van't Verftant, foo is-hctoock van de Sinnen,die niet anders en zijn als boden ende dienft-knechten van de Ziele . Die de fekerheyt vah de Sinne in twijffel treckt (gelijck Anaxagoras, als Arißotdts verhaelc , niet en wilde toeftaen, dat de znee wir was) die moeten wachten ,feyt P/410, tot dat de dingen felver fpreken, ende haren aert openbaren. Derhalven die niet alles op Ioffe fchrouven wil ftellcn, moet het houden met 't gene de poëet Lucretius leert in fijn 1. ende 4. bouck:

luvenies primis à fenfîbus.effe creatam Notitiam veri, nec fenfas poffe refelli, Qui nifi funt veri ; ratio quoúlfa jit omnes.

Defe zijn vijf, volgens het getal der fimpele lichamen , den Hemel , ende de vier Elemenun. Het Gelicht flaet op den glans van den Hemel, den Reuck op het Vyer, het gehoor op de Lucht, de Smaeck op het Water, het Gevoelen op de Aerde. Defe laetfte, al is hy door het geheele Lichaem verfpreyt, foo krijght hy cven-wel fijne kracht uyt het Hooft, ende wert oock gekrenckt, als het felve befchadightis , gelijck wvte voren in de Hooft-fieckten hebben aengewefen. De vier eerfte hebben mede haer Werck-tuyghin't Hooft, het welck wy nu, benefferis hare Gebreken, ende Ge-nefinge zullen befchrijven.

2. Onder de verhaelde Vijfuyterlicke Sinnen wert het Gelichte wel te recht voor het edellle gehouden . S00 fchrijft de Joodfche Philo , in fijn bouck van Abraham, datter uyt de vijf, drie beeftigh ende dienflbaer zijn, Smaeck,Reuck,ende Gevoelen, waerdoor haer de

ocr page 29

ONGESONTHEY T. 3 de beeften,als alleen dagh ende nacht voor den buyck, ende den aenhang , forge dragende, onderhielen , ende dat de twee andere , te weten, Gelicht, en Gehoor, de gemelte regeerden , endeons ('twelck Plato tevoren gefeyt hadde) tot de wijfheytleyden, waer toe het Ge-ficht , als vaerdiger zijnde, de eerfte plaetfch boven het Gehoor toequam. Dit wijd de poëet Horatius mede aen de Artepoët.

Segnius irritant animos demiffaper aurcni, Quamque font oculis Çubjeamp;ta fidelibus , amp;que Ipfe ftbi traditfreftator .

Hierom feyde de Grieckfche biftoty-fchrijver Polybius feer wel, dat de Oogen fekerder getuygen waren, als de Ooren, ende daerom houden wy oock meerder van een getuyge,die yet gehen heeft, als van thien, die van hooren feggen fpreken,gelijck Plautus mede aenmerekt Irueultnto : .

Pluris ef oculatus teßis units , quam auriti decem. Qui audiunt, andita dicunt, qui vident, plane feiunt.

Hoe ralTer fien wy oock het weer-licht,als wy den donder hooren ! S00 alffer yemant in eë bofch hout hackt gt;nbsp;het men de bijl al op.geheven om den tweeden dagh te geven,eer men den eerften gehoort heeft. Jae het Gelicht vlieght in een oogen-blick tot den Hemel toe.

Wy hebben de Sinnen (feyt Ariftoteks 1.Metaph. 1 J oock fonder gebruyckom haer felven lief, ende boven alle die door de Oogen gefchiet : want niet alleen om wat te doen,maer oock als wy niet te doen en hebben, foo foecken wy boven alles te fien: Hierom is't, dat als de heylige,ende andere fchriften gewach maken van yet wel te bewaren , ofte feer lief te hebben ,gelijcke-niffe nemen van de Oogen , ofte den Oogh-appel. S00

A 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;doet

ocr page 30

4 SCHAT DER doet oock de poëet Catullus op verfcheyde plaetfchen, ende onder andere feer aerdigh Epigr.83.

Quintiß tibi vit oculos debere Catullum, Aut aliudß quid charius eft oculis :

Eripere ei noli multo quod chartus tUi

Eft oculis ,ß quid chartus eft oculis.

De Oogen hebben in onfe tale(gelijck de Hebreeufche OginJ haren naem gekregen van de Hooghte, dewijlfe als wachters van ons lichaem om hooge ftaen, om foo veel te verder van haer te könne lien: even-eens gelijck men de wachters op hooge torens Helt . Serenus cap. de ocul.

Summa boni eft alacres homini contingere vifus gt;nbsp;Quos quaft cu^odes , defenforefque pericli, Profpiciens famma natura locavit m arce.

Want indien fyom leegh geftelt waren, foo en zoude het Gelichte niet verre hebben können dragen , dewijl het aerdtrijck vol hooghten,ende heuvelen is, ende de zee felve,van wegen de ronte,haer bultigh,ende verheven toont. Ende om dat men voor uyt gaet, foozijn-fe oockin't voor-hooft geftelt .

De Gedaante der Oogen is tont, om de ruymte, minder befchadight te können werden , ende lichter te bewegen : als mede om bequamelick de ftralen, van wat zijde die mochten komen, op het punt van den Oogh-appel te ontfangen. Die langwerpige Oogen hebben werden voor quaetaerdigli geoirdeelt, gelijck Plinius fchrijft t1.N4t.52.

De Verwe der Oogen is driederley, blauw, fwart,ende tufTchen beyde,die wy na de gelijckenis Geyien-oogm noemfen. Die de laetfte oogen hebben , zijn van naturen fcherp van gelicht,ende vroom van maniéré (gelijck die oock uyt de Oogen könne gehen werden) als Athe-naus

ocr page 31

ONGESONTHEYT. § næus fchrijft 8.Deipn. i2.uycAriß. 1.biß. an.\o. Blauwe, ofte grauwe oogé zijn gemeé onder de Nederlantfche, Duytfche,Engelfche, om dar fy wel veel voclitigheycs hebben, maer die van de natuerlicke wermte, deon-fienlicke gaetjens van'tlichaem door d'uytwendige kouwe geftopt zijnde,gantfch verdunt wert. In tegendeel hebben de Moren , ende Indianen door de banck fwarte oogen, om dat, dewijlfe in heete landen wonen, fy wel drooger zijn, maer de vochtigheyt heeft veel aerdtachtigheyt by haer, alfoo de natuerlicke wermte veel uyt-waefTemënde, de felve foo niet en kan verdunnen,gelijck wel aengewefen is by mijn weerde meefter, Ger. Voßius 3.Pbyßol.Cbriß.13. De keyfer Augußus had-de feer klare, ende fuvvere Oogen,in de welcke hy wilde gelooft hebbê (fchrijft Suetonius) datter wat vaneen Goddelijcke luyfter in was; ende verblijde hem, als ye-mantdie hyfcherp aenfagh,moft voor hem kijcken,als of't regens de Sonne ware geweeft.

De Groote van de Oogen is een yegelick niet even gelijck. De Grieefche poëten prijfen de groote Oogen,als wat fchoons, in de dochters ; en foo wert van de Prinçe onder de felvige luno, de Koninginne van den hemel genoemt(3oo)7r;çgt;7rûTVicL H ^m, de eerweerdige Koe-oogh.Ende felver de Hiftory-fchrijvers roemëdegroo-te Oogen van Alexander de Groote^ de kevfers Augußus, Ibeodoßus, ende andere. Dan hetvolckvan hetrijck Catbay (gelijck Haltbo Armen, befchrijft de Tartar, c. 1.) hebben kleyne oogen,ende zijn wonder gauw van ver-ftant, foo dat fy, andere volckeren verachtende, wel derven feggen , dat fy alleen met twee oogen fien, de Latijnfche (foo noemen fy die van Europa) met een,en dat al d'andere blint zijn. Ende voorwaer de ervarent-heytleert ons , dat de gene, die kleyne ende diepe oogen (gelijck de paus P^id/ade .als Èanvino in fijn leven A 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ver.

ocr page 32

6 SCHAT DER verhaelt) hebben ,veel gauwer fien als weickers oogen groot, ende uyt-puylende zijn, daerom te arger,om dat fy oockveel met finckingen gequelt werden , De Itali-acnfche geneef-meefter Mercurialis heeft mede wel aen-gemerckt,dat Puyl-oogen in fware heckten fwarigheyt beteyckenen: als toonende de zielicke kracht der Herf-fenen foo vervallen te zijn, dat fy de Oogh-fpieren niet meerder in haer eygen plaetfch kan vaft nouden.

Tot beter gelicht was van nooden, feyt Aquapendens, dat wy Twee oogen hadden, alfoo een oogn weyniger,ende onvolmaeckter fiet, gelijck een yegelick bevinden kan, wanneer hy het eene oogh toe-fluyt: als mede in-fonderheyt om de verte van 't gene gehen wert, bequa-melick af te können meten , gelijck Kepkrus wel aen-wijft. Beyde defe hebben haer behoorlicke middel-plaetfcli. Want indien de felvige grooter was , foo en zouden de dichte dingen niet gehen können werden ; indien die kleynder was,foo zoude 'tgehchtvermindert vvefen, van de dingen, die ter zijde flaen . Inandere Dieren is die plaetfch breeder, om dat (gelijck Ariflot. fchrijft 1o.Probl.)fy geen handen hebbende,van ter zijden moeten hen.

ocr page 33

ONGESONTHEYT. 7 de felve van de tftwendige Kouw te befchermen,waer-om fy, hoe-wel de aldcrFwackfte onder alle de Deelen (gelijck yfriftoRfes fchrijft 3 i ProbLiz.) geen bevéon-derworpen zijn , hoedanige nochtans Plinius getuyght 11. 37. den keyfer C.Caligula gehadt te hebben;als oock, om datfe te lichter zouden bewegen, ende door het bewegen niet verdroogen: waertoe mede helpen de fachte , ende fpongiachtige klierkens, die in den grooten houck ftaen , ende de Oogen geftadigh bevochtigen.

De Oogen werde om wel ende recht te fien,fnellic-kcn aen alle kante gedraeyt door fes Spieren,van de welc-kevierrechte zijn, en twee fcheunfche. Vanderechte draeyt den eerften het Oogh om hoogh,den tweeden om leegh,den derden aen de dincker, den vierden aen de rechter zijde. De twee fcheunfche draeyen het fcheunich om. Behalven defe hebben de Beeften den fevenften, die de Gelicht-zenuwe rontfom bedaec , het Ooghvafthoudende. Defen en was de Menfchen niet van nooden, als recht over endt gaende : maer wel de Beeftë, die met het Hooft voor over na de aerde bocke.

6. Alfoo het Oogh door-luchtigh was , ende vol Vochtigheyt,fo mofthet oock om niet wech te vloeyë, met een vaft kleet bevangen,ende omgort werden. Tot dien eynde zijn de Vliefen, die fes in getal oock tot het gelicht haer byfonder gebruyck hebben.

Het eerfte,ofte buytenfte, is het Bint vlies , nae fijn verwe,gemeenlick het Wit van 't Oogh genoemt,ende is een fpruytfel van het Panne-vlies, bindende en hechtende het Oogh vaft aen den Oogh-winckel , om niet uyt te fchieten,ende en gaet niet rontfom, maer fcheyt aen den Oogh-appel. Het tweede is het Hoornigh-vlies, alfoo genoemt om dat het mèt fijn hardigheyt , ende klacrheyt den horé van een lanteerne gelijckent. Heeft fijnen oitfpronck van het dicke Breyn-vlies, den Ge-A 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ocht-

ocr page 34

8 SCHAT DER fichc-zenuwe omvattende , bekleet ende befchermt rontfom de Vochtigheden, ende teere Vliefen van het Oogh door fijn hardigheytende vaßigheyt. Maer voor, daer het door-luchtighis, ontfangt het de fchijnfelen van de (ienbare dingen, fonder het welcke't Gelicht niet en kan gefchieden. Nu op dat foodanigh fchijnfel, ofte gedaence der dingen niet qualick, ofte verkeert en zoude in-vloeyen, foo heeft de Nature dit vlies uyt-vvendigh ftreck, ende gantfch gladt gemreckt.

Het derde heeft mede dé naem na fijne gelijckenilTe, te weten Druvf befyt-vlks. Spruyt van het dunne Breyn-vlies, dengemelten Gelicht.zenuwe bekleedende, van waer het fich rontfom het Ooge verfpreyt, behalve van voren , daer het wat in-getrocken, ende met een ront gaetjen als door-boortwert. Wy noemen het felve den Oogh-appd, ofte het Strari van de Oogen , ftreckende om te können fien. Want indien dit vlies klaer ende licht was, heten zoude geen fchijnfels können vatten : gelijck den hoogh-geleerden Plempius wel aenwijft,in lijn fcherpfinnige befchrijvinge der Oogen , met de gelijc-kenirie van de donckere Kamer (terftont uyt te leggen) alwaer het fchijnfel , hoe fy donckerder is , beter gefien wert , ende door't minlle licht vermindert, en vergaet.

Het vierde vlies heeft den felfden oitfpronek, ende fijnen naem van wegende groote fijnigheyt nae een Spinne-webbe, bekleet rontfom de Cryftalline vochtig-lieyt, waerom het klaer, glat, ende lijn is , op dat het de door-fchijnende gedaente door fijn rouwigheyt,ofte grovigheyt niet en zoude beletten .

Het vijfde is genoemt Glaefachtigh-vlies,a\s de Glaef-achtige vochtigheyt bekleedende , ende bewarende, dat fy niet onder de Waterige en vloeyt. Belet mede, dat de Glaefachtige vochtigheyt het Nette-vlies niet cn vervochtight, ende alfoo vertapt. Hier in't midden

ocr page 35

ONGESONTHEY T. 9 denket men eenige bruyne ftreenkens, de Hayrkt*: der IVijnbrauwtn feer naeu gelijckende. Welckers gebruyek Kfp/enu ftelt tezijn om door haer bruynigheyt het 00-^e van binnen donekerheyt te geven , ende voorname-lick om het Nette-vlies van ende na den Oogh-appel te brengen .

HetÏefte, ende laetfte Vlies wert oock na de gelijc-keniffe, die het heeft met geen uytgeftrektofte gatigh, maer ingetrocken net, den naem gegeven van Ntite-vUes, ende en is anders niet als uytgeftrekt morgh van de Ge(icht-zenuwen . Sijn ampt is , de ^edaente ende verwen der uytwendige dingen meteen giants door het gat van den appel in de Ooge vallende te ontfangen,ende uytgedruckt te vertonnen.

Vooraen is de Waurachtigt vochtigheyt, in de welcke de breedc ftralen door de lucht hier invallende gebroken, ende als ingetrocken werden in de nauwte van den Oogh-appel. De CryflaUine vergadert allencxkens de ftralen uyt de Waterachtige fchietende; waerom haer lichaem oock vader is, als d'andere. De Glaefachtige geeft dé doortocht voor de fchijnfels na 't Nette-vlies.

Dit is in't kort van de gelegentheyt der Oogen , ende het konftigh gebouw om haer werck uyt te voeren , het welck niet beter en kan begrepen werden, als met een uyterlick ende vermakelick exempel, dat na het Oogh felve verfonnen is, ende fijne werekinge foo vol-komentlick aenwijft,dat al de Schriften, die voor defen foo lang ende menighvuldigh daer over tegens malkander verwilTelt zijn ,nu niet eens in achtinge en komen gt;nbsp;als verre van den rechten weghafdwalenae .

ocr page 36

IO SCHATDER

ende in een venfter een ront gat boren y ende daer voor fetten een bril-glaesjen (het welck ook met de CryUal-line vochtigheytgedaen kan werden) om het licht met het fchijnfel van't gene buyten is, door te doen komen;i de muer die recht over't gat komtmpet wit wefen,om de ontfangene verwen te verlichte; ende d'ander fwart,


om fchaduwe te maken. Nu de dingen, die van buyten moeten doorfchijnen , hoe die meerder geverwet zijn , ende den dagh klaerder ende lichter, hoe bequamer; danis beftdat de Kijckers , haer te voren een wijl in't doncker gehouden hebben. Dit aldus gedaen zijnde, zal men alles wat van buyten tot dat gat reycken kan, tegen de witte muer, op een wit papier, ofte linden, daer


ocr page 37

ONGESONTHEY T. ii daer verre ofte nader, na dat het glas geflepen is , tegen houden, feer volkomentlick können fien. lek hebbe ^t felve opeen torentjen van mijn huys, in het welcke ick,rontfom dicht gefloten zijnde ,op papier, ofte regens de muer, fie de luyden langs de wal gaen wandelen , foo volkomen, datmenfe kennen kan, als mede de fchepen komen feylen, alles met de verwen van de vanen, ende beweginge, het welck feer genuchlickom den is. Maer alles ftaet verkeert, ende de menfchen fchijnen met haer voeten tegen den folder te loopen, ende de fchepen oock alfoo te varen. De reden is , om darde dralen uyt het uyterfte van 'tgene gefien wert vloeyende voor het gat malkander doorfnijden ,en daer door getrocken zijnde , haer ftantfel veranderen. Recht op de fclfde wijfe gaet het Geficht in't Ooge. Dat in een kamer het venfter is,is in't ooge het Druyve-befye-vlies: het gat in't venfter, is in't ooge den Appel; het glas dat daer voor't gat geftelt wert , is hier de Cryftal-line vochtigheyt, ofte al 't gene in't Oogh de refraRit doet: dat aldaer is de fwarte muer, is hier mede het Druyf-befye-vlies : ende dat daer de witte muer, ofte 'tpapier is, is hier her Nette-vlies. Dan de Nature heeft alles foo met Vliefen, als vochtigheden noch volkomender gemaeckt. Maer hier valt een vafte knoop, niet wel om te ontdoen, te weten , Als het Ge-ficht op de felfde wijfe gefchiet , waerom wy dan niet mede alles verkeert en hen. De wel-gemelte profeiTor Plempiurfnijt hem aldus door; Al is't (feyt hy) dat het fchijnfel hem mede verkeert aen het Nette-vlies vertoont , foo neemt fulcx nochtans de kennende kracht niet aen ; de reden is , om dat die kracht , gelegen zijnde in de Herbenen, dat fchijnfel niet voor haer en heeft. Want het hol van het Nette-vlies rieeckt van binnen met een hooft uyt; ende achter dat hol fit die kracht .

Waer-

ocr page 38

12 SCHAT DER

Waerom moetin-gebeeit werden, dat op de felfdemanier de gevoelende kracht in't Ooge de gedaente onder-fcheyt, als wyin een bedoren kamer de fchijnfels zouden vernemen , ftaende achter het papier, ende daer van bovenen in neder-fiende : want dan zoudealles blijc-ken, ende hem vertoonen in die gedaente ende geftal-tenis, als het inder waerheyt van buyten is , Op de felfde wijfe de Sienlicke kracht van de Ziele niet van voren , maer als van bovenen op het gefchilderde Nette-vlies fiende, vat al 't gene fy Het,in den rechten ftant, die het buyten heeft. Daer-beneffens vat het Gelicht een dingen op die plaetfch, alwaer de geücht-ftrael, indien fy gemaeckt werde , zoude uytfchieten. Dewijl fy dan aUetijt gedreven wert, foo gefchiet daer door het verfchil van het aennemen der (innen met het papier. Maer den fcherp.(innige der C4r/esgt;fpreeckt hiergantfcli anders van, hier te lang te verhalen, te meerder, dewijl fulcx na gehen kan werden in lijn Dioptrique , au dif-cours cinquième .

Het II. Capittel .

1X7 Y feggen wel te recht, dat een Blint man,een arm manis. Want (gelijck den oudt-vader Bafilius fchrijft om.36.) de fchade van elck byfonder deel des Lic-

ocr page 39

ONGESONTHEYT. 13

Lichaemsvalc het gemeen moeylick: maer de Oogen te moeté miTchen maeckt dat het leven geen leven en gelijckent. Iffer eenigh mangel aen de Voeté,foo wert aen't Lichaem het loopen benomen,de Oogen verlieh« ten ondertuffehë met haer toeGen de pijn. Ende indien de Ooren haer kracht verliefen, hier wert mede hetge-breck door het Oogh met wencken getrooft. Maer het Ooghuytzijnde ; dan vallen alle Sinnen ter neder , het Lichaem wert traegh,de Beenen weygerë te gaen,roe-pende om haren leytf-man het Oogh, de Handen fmij-ten de konften wech, te famen met de Oogen verblint zijnde , het Oor en kan niemant van 'tgefelfchap, als hy ftil fwijght, bekennen , de Tonge flaet gebonden, als niet wetende, tegen wien fy fpreken zal. Voor foo-danige fchijnt de Son te vergeefs met het gevolgh van de Sterren, de Maen met haer ftralen de nacht verlichtende en kan aen alfulcke de duyfternilTe niet benemë. Noch delieffelicke ende met haer baren ons als toe-lacchende Zee , noch de Aerde groente , ende bloemen uytgevende , ende met gaven der Lenten gekroont zijnde , en konnë haer gantfeh geen vermaeck aen brengen : maer het is als een verwefen leven , een leven van eenen nacht, een onfichtbare werelt, dewijl de fchoon-heytvan de wereltlicke konüigheyt haer onbekent is . De po^et Manilius heeft dit mede wel verftacn in fijn vierde bouck:

At niger obtura Cancer cum nube feretur, Qua velut extinElu Phoebeis ignibus ignis officit, amp;nbsp;multa fufeat caligine fidus, Lumine deficient ortos , geminamque creatis Mortemfata dabunt,fe quifque ut vivit , amp;nbsp;effert.

dat is, gelijck hetde hoogh-geleerde Scaliger uytleyt, De gene die onderbet nevelige Crceften-teycken geboren

ocr page 40

14 SCHAT DER

boren wert is Blint, ende alfulcke leeft , ende begraefc fijn felven alle daegh ; want hy is doot levende. Daer-om feyt de Poëet, dat die blint geboren werden twee-derhande doot hebben. Want het leven , dat fy leven is een doot,als fonder licht, ende de andere algemeene doot ftaet haer niet-te-min te verwachte. Om de on-bequaemheyt, die het gebreck det Oogen aenbrengt tot eenige bedieninge, weygerde eertijts te Romen TT.Manlius Torquatus het borge-meeherfchap, daer hy toe verkoren was,aen te nemen, gelijck Livius verhaelt in't 26. bouck. Boltflaus de 3. Koning van Bohemen, blint zijnde, werdevan andere, ende fijn felven geoir-deelt tot de Krooneonbequaem te zijn,ende molt daer-om het Rijck aen fijnen foon overgeven. Het felfde verhaelt oock Dubravius van andere in üjn Hiftorye. Ja de Rechten verbieden een blint Advocatt, ofte Voor-fpraeck, voor den Rechter te fpreken, om dat hy de teeckenen van de Magißratt niet hen , ende,dien volgende, niet wel eeren en kan; hoe-welhy, volgens Vlpianus, wel magh vonnis wijfen, (gelijck wy oock by Livius, ende andere lefen, dat Appius blint zijnde, in den Raet fat, ende hevigh tegé den koning Pyrrhus aen-ging) L.6. D.dtjudilt;. het welck Bartolus verftaet, indien de Blintheyt yemant overgekomen is , nae dat hy alreede Rechter, ofte Raets-heer was. In't eylant Or-mur is een wet,datter niemant, die blint is, magh Koning werden, waerom de Köningen, tot haer voorfeke-ring, foo drae fy de kroon op't hooft krijgen, al haer Broeders, ende naefte Erfgenamen,de Oogen uyt doen Reken , ende latenfe daer nae rijckelick onderhouden . Het welck wel wreet, maer even-viel vry beter is , als het worgen , foo gemeen by de Turcken.

Dewijl dan de Blintheyt foo fchadelick, ende hin-derlick is, foo en hadde fefer Knecht (van den welcken

ocr page 41

0 N G E s 0NT H EY T. 15 Galenus vermaent op't 4. cap. in fijn boeck van te kennen, ende te genefen de Sieckten des Gemoets) geen ongelijck, als hy zijnde door den key fer Adriaen , een Oogh uyt-gefteken, ende verfocht, om voor dat ongelijck een goede fchenckagye te kiefen,eerft daer op ftil fweegh, ende daer nae vorder geport zijnde, om al te eyfchenwat hy begeerde, voor antwoort gaf, niet anders te begeren , als fijn Oogh,dat hy verloren hadde ; dewijl datter geen gave en konde gevonden werden, om een verloren Oogh te vergoeden. Want het gene de Son (daerom oock het Oogh der wcrelt genoemc van den Griecfché poëet Orpheus, ende den Latijnfchcn Ovidius) in den Hemel is,het felfde is het Oogh in den Aerdtfchen menfche. Het Lichaem en zoude maer een donckere kercker wefen (feyt den oudt-vader Ambro-Jius) 'ten ware het felve door 't Oogh verlicht werde ; waerom onfen Salighmaker het felfde oock noemt de KaerlTe,ofte den Lichter des Lichaems,vergelijkenen-de het Oirdeel met de Oogen, het Gemoet met het Lichaem , gelijck de hoogh-geleerde heere Hugo de Groot , dat breeder uyt-leyt in fijn Aenmerckinge op den euang.M4nbæus in't 6.capittel.Selve werden in de H.Schrifcure oock de Sondaers , (als blint zijnde in't goede) met den naem van Blinde beteyckent. S00 dat het wel een blint, ende onwijs werck was, het welck de fiende, ende wijf-gerige Democritus beging, als hy fijn felven blint maeckten, omdat fijn bedenckingen over de natuerlicke oirfaken , door het belet van de

Oogen nict en zouden verftoort, ende afgetrockê werde, (gelijck uyt de Griecfche hiftoryë Agellius verhaclt IO.N08.Î7.) ofte (als den ouden poëet Laberius feyde) om dat hy niet fien en zoude, dat het de quade borgers foo wel ging.

ocr page 42

i6 SCHATDER

Ickgeloove deantwoort ( befchreven by Cicoin'tg. van fijn Tufculaenfche vragen) die twee anderegaven, niet en was volgens haer meeninge: maer dat fydaer। mede fochten het ongeluckin de befte vouwete Ùaen . Den eenen , te weten , Afckpiadu , gevraeght zijnde, wat ongemack hem de Blintheyt aengebracht hadde , 1 Dót ick, antwoorde hy, metten longe temeerdergae. Maer ick ben van gevoelen, dat hy eerder wenfcht, om fulck gevoigh te mogen milchen. Den anderen, namelick •Antipater van Cyrenen, als eenige goede Vroukens fijne Blintheyt beklaeghden, Ifatis dat , feyde hy , dunekt V oock datier des nächtigten vermaeck 'n is ? 'snachts t(yn try allegader blint , ende daer over en doen try even-trel geen klachten . Dan die Blintheyt wert haeft door den glans van het groote Licht verdrevé,ende de vermakelicke were-ken der duydernis, al werden fy geoirdeelt haer befiens niet waerdigh te wefen,en behouvé even-wel foo veel. tijts niet , om daerom altijt Blint te willen blijven.'

2. Het Gelicht , gelijck alle andere Lichamelicke werckingen, wert befchadight op driederley wijfe, in verminderen , wech-nemen, verkeeren. Vermindert Geficht hebben de gene,die noclivan dichte, noch van verre wel en ficn, die alleen van dichte , ende niet van verre , ende in tegendeel, die alleen van verre fien, ende welckers geficht wel goet is bydaegh, maer nietby avont. Wech-genomen Geficht is by de gene, die fte-ken-blint zijn. Ende die twee en verfchillen maer in de groote van oirfaken. Verkeert Geficht is by de gene, aie de dingen verkeert , ende anders fien, als fy inder daetzijn .

De Oirpeckhier van beftaet inde Deelë van't Oogh, die wy in'tlaetft voorgaende capittel befchreven, ende acngewefen hebben het Geficht uyt te wercken, ofte in de Heidenen , uyt de wclckc de felvige haer kracht, cn.

ocr page 43

pNGESONTHEYT. i, ende oirfpronck trecken. Het Gelicht wert uyt de Hirffmm befchadight, als de felvige door eenige Onge-matigheyt bevangen zijn, waer door weynige, ofte on-fuyverc Geeften voort-gebracht werde,ofte als fy door groote Loting, lange en fware Sieckten verfwackt,ofte oockdoor Droufheyt,ende Swaermoedigheyt benaut, ende benoten zijn,waer door alfdan den vryen toegang van de Geeften door de Geficht-zenuwen belet wert . Daer is by-nae niet,dat het Geficht foo verfwackt, als het onmatigh By-ßapen,daer nochtans oock de Gefne-den door de banck fwack van gelicht zijn. Waer in ('twelckin't eerfte vremt lchijnt)een en'tfelfde werck uyt-gewroght wert, door twee gantfchtegë malkander ftrijdende oirfaken. Maer ftaet te letten, dat in de eer-fte het quaet voor-komt, door het vervliegen van al te veel Geeften,waer door de Herirenen,ende Oogen ver-fwacken: dan in de ander, veroirfaeckt fulcx door overtollige vochtigheyt der Hetirenen,die haer over alle de deelen van't Oogh verfpreyt.

De Gtßcht-tvnuwm krijgen haer ongemack door uyt-wendige Kouw, Slaen, Stooten, Vallen, Stuypen, Hooft-pijn; maer meeftendeel door (lijmerige Vochtigheden, hetzy dat de felve de Gelicht-zenuwen van buyten te feer bevochtigende toe-perlTen , het zy datfe van binnen den door-gang verftoppen. Dit gebreck noemen de Geneef-meefters in Latijn Guna Smnagt; in Duytfch defwaru Sur •

Wanneer de Oogh-fpitrm ver-trocken , ofte ver-fwackt werden , dan verdraeyen de Oogen , het welck wySchdigheyt noemen. Soodanige, als fy yet willen Oen, moeten om den Oogh.appel over het felfde recht overte brengen , haer Oogen geheel Verdraeyen, ende een Scheel gelicht maken . Sulcx overkomt fomtijts na eenige Sieckten , gelijck Kramp,VaUende-lieckte gt;nbsp;B2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Cc'

ocr page 44

18 SCHAT DER

Geraecktheyt; fomtijts nae de Geboorte, te weten, als de Moeder in haer dragen fchele luyden teveel aenge-Gen heeft,ofte verfchrickt is geweeft van yet dat dapper glinftert. Hier toe kan mede veel doen een quade Gewoonte in't geftadigh verdraeyen van d'Oogen, die dan daer na foo blijven ftaen , gelijck veeltijts gebeurt in de jonge Kinderen, die in de wiegh haer geficht geftadigh nae de kaers , ofte ander licht verkeert trecken.

Als het Oogh door de Spieren onder , ofte boven, jae oock ter zijden gedreven wert , dan fchijnt alles dac men fiet dubbel te wefen. Sulcx kan men beproeven met de vinger, het eene oogh op-lichtende, ende 'tander neder-druckende, gelijck de poëet Luemius mede aenwijft:

Autfiforte oculo manus uriifubdita fubter Proffit eum, quodamfenfu fit , ut videantur Omnia , qua tuimur , fieri turn bina tuendo gt;nbsp;Bina lucernarumflorentia lumina flammis , Btnaque per totas adesgeminata fupellex, Et duplices hominumfacies , amp;nbsp;corpora bina .

Dit wert oock beveftighc by Langius, geneef-meefter van den Palts-graef, met een, die op een mes vallende, fijn Ooghvan het onderre fcheel totde wijn-brauweri door-fnede, welcke wonde genefen zijnde, alles dubbelt geleeck, om dat den appel, het oogh vaft zijnde zenden onderften fcheel , leeger ftont als het ander: maer doen het Oogh,door geftadigh bewege,wederom lofch werde, foo fagh hy wederom wel. VVant als bey-de de Obgen even eens geftelt zijn, danfienfeeen din/ gen : maer als de Nette-vliefen van bevde Oogen ver-fchevdelick gelegen , ofte van binnen gefchildert zijn , dan fien wytwee voor een. Verfcheydelick gefchildert werden gefeyt, als het eene Net de fchijnfels recht, bet an.

ocr page 45

ONGESONTHEY T. 19 ander fcheuns ontfangt, ofte oock alle beyde fcheuns, maer beyde in verfcheyde deelen. Sulcx gefcliiet, wanneer de affen van de Qogen niet gedraeyt en werden na 't gene men Gen wil, ofte wanneer eenigeoirfaeckdc gemeenfchap der Oogen komt tefcheyden, foo datfe niet eenparigh beweeght en werden. Dit gebeurt in de rafende, gelijck de poëet VirgiUus in'tq. bouck Æntïd. dendullen Penihmbefchrijft:

Eumenidum veluti demens vidit agmina Pentheus, Etfolem geminum, amp;nbsp;duplices Çe oftendere Thebas .

Het felve gefchiet in kinderen, dronckaerts, fcheluwe, ende in andere, die met (wacke Oogh.fpieren gequelc zijn, foo datfe haer gelicht niet en können vaft fetten : in de welcke gebeurt , dat het eene Oogh hier , het andere daer fwierende , het (ienlick fchijnfel verfcheyde, ende ongelijcke deelen van het Nette-vlies befchildert. Welcke verfcheyde fchilderyen den Gemeenen (in in de Herffenen gewaer werdende, die als twee gantfch onderfcheyde oirdeelt. Nu dat de gene, die wel drone-ken zijn , alle dingen dubbelt (ien, is , om dat haer Oogh-fpieren door te vele dranck feer vervochtight zijnde ,ende het verftant dwalende, de Oogen niet vaft en können ftaen , om gelijck ende een-parigh ergens op te iïen.

Het Hoomigh-vlits bekommert het Ge(icht,wanneer 't felve fijne gladdigheyt , doorluchtigheyt, ofte glans verlieft, als oock wanneer het door eë andere verwe be-fmet wert,ende alfdan fchijnt alles van die felve verwe, gelijck wanneer dat men door een geel glas (iet. Het wert in fijn wefen verdickt door dicke vochtigheyt, al te koude heel-middelen; rouw, ende droogh gemaeckt in den ouderdom ; bevleckt met een wit litteycken nie een quctfuyre , (weringen, puyften, en kinder-pocken.

B3 Op

ocr page 46

20 SCHAT DER

Opdefe manière meenen fommige, dat den ouden To-bias, door de heete mis (als een feer brandende, ende droogende kracht hebbende) der Swaluwe, blintge* worde is,waer van breeder te Gen is by den Spaenfchen VaUeßusin fijn bouck van de H. Philofophit op't 42.capit. tel . Soo lefen wy oock in de Hiftoryen, als de Turck-fche Keyfers, ende andere Vorften van Ooften,yemant niet met de doot, maer met blintheyt willen ftraffen, haer een gloeyent yfer voor de Oogen doen houden . Soo heeft de voor gemelte Democritus fijn felvé,gelijck als met een brant-glas blint gemaeckt, volgens het fchrijven van den poëet Laberius , hier voor mede ver. melt, met defe verfTen :

Cljpeum conftituit contra exortum Hyperionis, Oculos effodere utpofetftlendore areo , Ita radiis Solis aciem effodit luminis ;

Malis bene effe ne videret civibus.

In het Druvf-btfye-vlies wert het Geficht belemmert, wanneer den Oogh-appelte ruym,ofte te nauw is .

Den Oogh-appel is te ruym,als het gat, 'twelck het Druyf-befye-vlies in 't Oogh maeckt, om de fienlicke fchijnfels te ontfangen, aen den regen-boogh, ofte het kroonken te feer uyt.geileken wert , waer aoor niet alleen al dat men liet kleynder fchijnt, maer het geheele Gelicht verfwackt : foo dat alfulcke,oock dingen, die niet verre van hier en zijn,niet wel en können bekenne. De redené daer van zijn : Eerftelick,datter te veel van'c uyterlickc Licht door het groote gat fehlet, het welck 'tGelicht befchadight, de Geeften te feer verfpreyden-de; gelijck men bevint, dat, als men yet fcherp fien wil, de Oogen nauw aen treckt , het welck de keyfer Nero geHadigh doen rooft, gelijck Plinius verhaelt (in'c Ii. bouck van lijn Natuerlicke hiftorye op't 37. cap.)

en-

ocr page 47

ONGESONTHEY T. 21 ende wy in verfcheyden alle daegh könne mercken.Ten andere, dewijl de rechte ftrael fterckeris,de fcheunfche flapper, en in eenen ruymen appel veel fcheunfche vallen, foo en is't niet vremt, dat de gene, die alfoo gefiele zijn, een fwack Gelicht hebben. Dit gebreck komt meeft uyt de natuyr, fomtijts oock van toevallende oir-faken;gelijck wanneer yemant in een duyftere gevangenis gefeten heeft, waer door,hy nalicht hakende,fijnen Oogh-appel komt wijt te werden, ende met lengte van tijden in die gehalte verhart. Het welck oock de oir-faeck is , dat de gene, die alfoo doncker gevangen hebben gefeten, het licht,dat te grofin hare wijden Oogh-appel valt, niet en können verdragen . Denijs, tyran van Siçilyen , hadde bove op de gevangeniffe doen bouwen een licht,ende luchtigh huys,ende de kamers weldoen witten. Ende na dat hy dan de gevangens lang onder in duyfter hadde doen houden , liet de felve fchierlickboten komen , de welcke na het gewenfchte licht hakende , ende door de ongewoonte het felfde niet könnende verdragen , fteke blint wierden. Het felfde fevt Seneca, van Hercules,als hy even uyt de donckere hel in de lichte werelt quam ,

—,torpet acies luminum, Hebeteffy vifus vix diem infretumferunt.

Sulcx gebeurde oock de Krijghfknechte van Xenophon, als fy een geruymen tijt door het znee trocken,gelijck, behalven Xenophon, onfen Galenus, ende Suidas verhalen. De Gewoonte heeft hier (gelijck oock in vele andere Werckingê)foo groote kracht,datfekeroudt Romeyn, wetende dat men op fijn lijfging, op fijn een Oogh,oni niet bekent te wefen,een plaefter drough,maer de felve, als het gevaer over was, af-doende,bevont het Gelicht verloren te hebben, gelijck de Griecfche Appianus

B 4 ver-

ocr page 48

22 SCHAT DER

verhack ink 4.bouck van de borgerlicke Oirlogen der .Romeynen.

Het Spinne-trtbbe, ende Glatfachiigh-vliu befchadigen mede het Gelicht, wanneerfe door haer dickte, de fchijnfels geen doortoght en geven, ofte geverwet zijnde de felve veranderen .

Wy komen nu tot het Nette-vlies,het voornaemfte ge-reetfchap van't Gelicht, het welck,dien volgende,qua-lick gehele zijnde, het felve veel kan bekommeren, ende in lijn werckinge beletten. Als het te na by de Cry-ftaHine vochtigheyt ftaet, dan liet men alleen van verre, gelijck de oude luyden;wanneer het daer verre van daen is,dan liet men maer foo verre , als, gelijck men feyt, de neus lang en is, 'twelck de Stick-fiende gebeurt,hoe jong fy zijn. De reden hier van wert aerdigh uyt-geleyt van den hoogh-geleerden heere Pkmpius 4.0phth.39.

Noch wert het Gelicht belchadight in de Schemcrin-ge, gemeenlick CawaEta genoemt,aTofmen feyde Wa-ur-val,ende gebeurt, wanneer dattereenige Vochtigheyt binnen m het Óogh fchiet, meeft tuffehen het Hoornigh-vlies,ende de Cryftalline vochtigheyt,fom-tijt oocktuffehen de felve , ende de Glaefachtige, waer door belet wert, dat het fchijnfel van de Sienlicke dingen niet en kan fchieten tegen het Nette-vlies .

Die groot van Oogen zijn,behalven datfeeen fwack Gelicht hebben , om dat in een ruyme plaets de kracht (die vereenight zijnde hereker is)te feer verfpreyt wert, zijn dit gebreck oock meerder onderhavigh, foo om dat fy lichtelicker de linckende vochtigheyt konnëont-fangen, als om datfe rafTer van uytwendige oirfaken können befchadight werden. Hier toedoen inwendigh feer veel Vochtige herwenen, die de Aderen, ende Ge-ficht-zenuweir, waer door de gemelte Vochtigheyt in het Oogh Iceckt,lofcli , ende flap maken ; ende uyter-lick

ocr page 49

ONGESONTHEY T. 23 lick een Slagh, Stoot, Vochtigh, ende regenachtigh weder, ofte (gelijck ickgefien hebbe) een natten hoet op te fetten , lang in de Son te ftaen, ende diergelijcke, die de Vochtigheyt können vermeerderen, ofte drif-tigh maken.

Dit gebreck gefchiet meeft altijt , gelijck gefeyt is , in de Waurachtigt vochiigheyi, die oock m haer félven het Gelicht kan befchadigé,wanneerfe het Hoornigh-vlies door quetfuyre , ofte fweringe , door-boort zijnde, ten deele, ofte al te famen uyt-loopt, ofte , die anders dun ende klaer is, grof,ende duyfter wert, door toevloeying van eenige vochtigheyt,ofte op-ftijgen van grove dampen, die verweckt können werden uyt grove,ende winderige Spijfe , als Boonen, Erwttm, ende diergelijcke; in-fonderheyt door veel Dronckenfchap. S00 verhaelt de Grieckfchen Athmœus, van Dmÿs den jongen,tyran van Siçilyen, hoe hy doordroncke drincken üjn Oogen foo bedorf, dat hy Heke blint werde. Het welck niet vremt en is, alfoo hy, gelijck Arifouks fchtijft, negentigh dagen achter malkandere droncken was. Ovidius 6.Faß.,,

— vinis oculique arinnique natabant.

Hoe dat de Dronckop het Gelicht werckt,is genoegh van buytë,aen de Dronckaerts te lien,hoe dat fy Oogh-fprieten, ende elck kan fulcx in fijn felven bevinden , als hy maer een roomer te veel gedroncken heeft. Het welck de wijf-gerigeAnacharfu oock wel wiftte feggë, als hem yemant over tafel, daer fijn vrouwe mede was, verweet, dat hy nergens nae de fchoonfte getrouwten hadde, daer op antwoorde , Dat dunckt my oock;maer flucx jongen, geeft my eenen grooten roomer, om haer fchoon te maken : willende te kenne geven , dat dronc-ke Oogen foo nauw niet en lien, gelijck by nacht alle Katten graeu zijn .

B 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Het

ocr page 50

24 SCHAT DER

Het Gelicht wert door de Cryflallint vocbtigbeytbe-fchadight, als lijn blancke ofte heldere verwe grauw, ofte bruyn wert , waer door fy de ontfangene fchijnfels mede verandert, ende alles hem laetaenhen, als öfter een roock ofte nevel voor was. Dit gefchiet door ver-drooging, gelijck inoudeluyden, ende in langdurige ofte heete fieckten. Ende daer defe Vochtigheyt voor wat ingebogen, endeachter wat bultighis, indien de felfde gedaente verandert , ende ronder valt,foodanige zijn Stick-ßendt; en werden geholpen met holle brillen. Indien fy oock al te breet is, dan en kan men van dichte niet hen; het welck gebetert wert met bultige brillen, gelijck wy daer na in de Genelinge zullen aenwijfen .

Wert vorder het Gelicht bekommert, wanneer een deel van de Glacfaehtige vochnghtyt voor de Cryftalline fchiet, gelijck gebeuren kan door een Hagh ofte floot op het Oogh. Soo verhaelt AmauK 7.(011.44. dat feker Vrouw,door een kinneback-llagh,diefe van haer man kreegh,dië felfde dagh in beyde haerOogë blint werde.

3. Wat de K/n-tcyckenm belangt. Wanneer de Oir-faeckin de Herbenen is, dan en gaen de ander Sinnen niet vry , ende brengen foodanige teyckenen voor den dagh,als in de Hooft-lieckten befchreven zijn .

De Schdighey: , ofte het verdraeyen van den Oogh-appel, als oock datter op't Hoornigh-vlies groeyt, brengt haerteycken felver mede. Die aen hetlaetfte vaftzijn, meenen dat het gene fy lien , verdervan haer leyt,als het inder daet is, om dat het haer flauw,ende duyfler voorkomt, even eens gelijck in de gefonde het gene verre van haer is .

Dat de Gtßcbt-:\enutrtn van binnen geftopt, ofte van buyten toegedrongen zijn,fchrijvê de Geneef-meefters daer uyt te kennen, dat het Gelicht wech is, fonder dat men yetin de Oogen kan lien , dat het eene Oogh toe-

ocr page 51

ONGESONTHEY T. t§ gehouden zijnde, den appel van het ander niet en vergroot , om dat den wegh foude geftopt wefen, waer door de Geeften,die den appel vergrooten,haren doortocht hebben. De meerder gemelte Dquot;-PUmpiia, na dac hy dit gemeen gevoelen wat ontledet,ende onderfocht hadde,befluyt ten laetften,Datter verftoppinge kan wefen inde Gelicht.zenuwé,die hetGeficht wech-neemt, maer niet geheel al't gevoelen van het Diuyf-befye, ende het Nette-vlies. Ende hy geeft defe reden, om dat tot het Gelicht vele Geeften noodigh zijn; maer weynige,genoeghtot eenigh Gevoelen. Wanneer dan de alder-grootfte verftoppinge in de Zenuwen nieten gefchiet, daer op volght wel Blintheyt: maer even-wel zal den Oogh-appel in flauw licht, ofte donckerheytgt; als mede wanneer het eene Oogh gefloten is, ruymer werden ; ende nauwer, tegen grooter licht,van wegen het gevoelen datter noch in de gemelte Vliefen overgebleven is , hoe.wel het felfde alfdan geen vordeel en geeft. Maer fulcx en gebeurt niet, als de verftoppinge too groot is , dattergantfch geen Geeften door en können,om foodanigen gevoelë de Vliefen aen tc brengen.

De Teyckenen van den ruymtn, ende nauwtn Oogh-appel wijfen haer felven van buyten, ende zijn oock hier voor in de belchrijvinge ten deele verhaelt. Waer noch by komt, dat de gene, die den felfden alte nauw is, meerder licht van doen hebben,ende können derhalven wel by daegh(ien:wantdan kander licht genoegh oock door een nauw gat fchieten ; dan lien weynigh tegens denavont, als het doncker begint te werden. In tegendeel, die den Oogh-appel al te ruym hebben, fien beter by avont, als by daegh , om datfe dan al te veel licht krijgen,het welck haer Gelicht te feer doet fchemeren. Dit kan men gewaer werden aen de Katten, ende noch meerder aen de Uylen, die oock bv nacht lien,ende tegen

1

ocr page 52

26 SCHAT DER

gen de kherheyt van den dagh haren Oogh-appel in« trecken,om foo veel licht niet te krijgen,ende 's nachts wijt uyt-fpreyden, om 'tgene,datter dan is,volkoment-lickte ontfangen .

Als de CataraBa, ofte Sditmtringe eerft begint, dan fchijnt het offer eenigh raegh,ofte muggé (veroirfaeckt door ongelijcke dampen, die in de Waterige vochtig-heyt drijven ) voor de Oogen fwermdë, de welcke men geftadigh met de hant fouckt wech te doen. Hier op wert het GeGcht allencxkens verduyftert, tot dat het ten laetften gantfch vergaet,ende dan kan men van buy -ten (ien, dat de Star van binnen geheel begroeyt is .

Devafte , ende dicke Schellen, ofte Vlacken, die na de Pocken, ofte anders, op den Oogh-appel blijven, en zijn naulicx afte doen.

Als de Cataraaa de gantfche Har benoten heeft, ende het Oogh niet met allen en Get, dan is't alleen met den naelt te helpen: maer als die fwart is, en is nergens mede te beteren .

Blintheyt, ofte Swack gelicht door Ouderdom is gantfch ongeneedick ; gelijck mede als de Geficht-ze-nuwen geheel verftopt zijn , ofte de Vliefen, en Vochtigheden dick en onfuyver, als oock wanneer de Vochtigheden uyt haer plaetfch verfchoten zijn .

Wan-

ocr page 53

ONGESONTHEYT. 27

Wanneer het mangel in de Htrßtntn fteeckt, dan moeten de felvige gefuyvert ende gefterckt werden,ge-lijckin't i. Deel , ende verfcheyde Hooft-Üeckten hier voor is aengewefen.

Als de Schdigheyt van een Kramp,ofte Geraecktheyt veroirfaeckt wert,daer voor zal men de Geneesmiddelen mede vindé in de befchrijvinge van de felfde Sieckten,te weten in't 12. ende ij.capittel. Dekleyne Kinderen magh men twee Noten-fehdpm, ofte diergelijc-ke,metelck een tont gaetjen, reent in de midden voor d'Oogen binden,om haer foo allencxkens te leeren en gewennen den appel daer recht na toe te draeyen.

Als het Hoorrrigh-vlits door eenige quade Vochtig-heyt, gelijckin de Gele-fucht, qualick geverwet is, de felve moetbereyt zijnde, afgefet werden, door de Middelen befchreven op het 12.cap. van het i.Deel. Maerals het felve wat verdickt, ofte bevleckt is, die vlacken, als fy niet lang geduert en hebben,gaen af met de Gal van an Ad, Ptrdrijs, ofte andere Dieren , onder Vcncktl-irattr , en een weynigh Suycl«r-Candy vermengt. S00 heeft oock den jongen Tobias, de fchel van fijn vaders Ooghgedaen, met de Gal van een vifch, die men meent Callyonymus te wefen, waer van te fien is behalve VaHeßts , hier voor vermeit , den Italiaenfchen Aldrou-andus , ende den Duytfchen GtfnmK.

Wanneer de Ge(icht-zenuwen beginnen te verftop-pen door verkoutheyt, ofte koude vochtigheden , dan dienen de Herbenen verwermt, verdrooght (gelijck CardaniK getuyght, dat hy met een dranck van Poe-hout yemant genefen heeft, die in eenige maepden niet, ofte weynigh gefien en hadde) de vochtigheden bereyt,en gefuyvert door Geneefmiddelen,verhaelt in't i.Deel, op het ii.i2.i4. ende i 5.capittel. Vele raden hier te gebruycken Nivt-midddtn, dan ick vinde de felvige t'ee-ne-

ocr page 54

28 SCHAT DER

nemael ongeraden , ende fulcx van twee redenen. Ten eerften, om dat het ftrijdigh is tegens de wetten van de Konfte, yet quaets te trecken ofte te drijven in,ofte ontrent de plaets, die alreede belaft is, gelijck hier zijn de Oogen,daer den Neus dicht by ftaet,ende dien volgende het gene men zoude willen door den Neus uyt-trec-ken, lichtelick in de Oogen kan fchieten. Ten anderen is het Nieden hier ondienftigh, om dat de Herbenen daer door te feer fchuddende , noch meerder voch-tigheyt in de Gedcht-zenuwen gejaeght wert,waer op dickwils een volkomen Blintheyt gevolght is. Hierom achte ick beter , het welck de Ondervindinge oock be-veftight, de Quijl-midddcn, (befchreven in't 13.cap. van't gemelte Deel) die de Herffenen in't minfteniet en ontwellen, ende even-wel meerder vochtigheyt in den Mont (alwaer hetbeginfel van de Gelicht zenuwé niet verre van daen en is ) trecken,de welcke dan fonder moeyte uyt-gefpogen wert. Men heeft fomtijts bevonden, (waer van Akx.BtnediEhK z.dtniorb.29. een exempel heeft in een man van 80. jaer) dat de Wonden van't voor-hooft de Blintheyt geholpen hebben,fonder twijfel om dat de Aderen, ende Slagh-aderen, door te veel Bloedt gefpannen zijnde, ende daer door de Geficht-zenuwen benauwende, met het Bloeden nedergingen, en alfoo het Gelicht weder deden komen. Het welck ons aen-wijft, feer goet te zijn in defe gelegentheyt, de Ader van't voor-hooft te openen, ende foo lange het bloet te laten loopen,tot dat het van felfs op-houdt.

Degene, die alleen van verre können lien, werden geholpen door bultige , ende die van dichte, door holle Brillen. Door beyde wert het punt van de ftralen in de Oogen fchietende na dé eyfch verandert . Sulcx blijckt oock in de gemelte donckere kamer. Want hoe het glaesjen, dat voor het gat van 'tvenfter ftaet, bultiger is,

ocr page 55

ONGESONTHEYT. 29 is,hoe het papier nader, om alles welte vertoonen, dient by gehouden, ende hoe minder bultigh, hoe het de fchijnfèls verder uyt-geeft. De reden is, om dat foo-danigh glas, dat niet feer bultigh en is , grooter cirWgt; ofte begrijp maeckt,ende dat uyt een grooterom-greep de ftralen haer wijder verfpreyden, als uyt een kleynen, ende ronden. Indien oock voor een even glas, datin't gat van de venfter ftaet, dan een ander bultigh, dan een hol geftelt wert , men zal bevinden, dat het bultige de ftralen verfpreyt, het holle in-treckt. Alle het felfde doen de Brillen in de Oogen. Waer uyt blijckt, dat alle Brillen voor een yegelick niet dienftigh en zijn: maer nae de gelegentheytvan't gebreck moeten verandert werden. Dan dit heeft alleen plaetfch wanneer het Nette-vlies te nae voor, ofte al te achter ftaet: maer niet in de gene, die ftick-fiende zijn van wegen de ver-dickinge van hare Oogh-vochtigheden , in de welcke de Brillen veel eerder , door de dickte van het glas, de ftralen noch meerder zouden vcrdooven .

D'* Forefl verhaelt 11.ObfxS.van een Jongman , die in de Kaetfbaen een bal in fijn Oogh kreegh, waer van hyby-nablint was, ende genefen is,na dat het Lichaem wel gefuyvert was , met het volgende Oogh-water, N.gedrooghdf Rofcn 2. fcrupels , Saffraen, Spicanardi, de febors tun Wkvoock: van elcx eé halt ferupel, Pompholyx, Spodium, jlcacia, van elcx 1. fcrupet, te famen tot fijn poeyer gebracht,ende dan in een fijn doucxkens gedaé, ende dat popjen gehangen in drie onçen Rpfcn-wdierxn-de uyt het felfde eenige droppels in't Oogh late vallen .

Als de Scbemtringi begint , dan moeten op de felfde wijfe de aengewefen Bereydende,Suyverende, Hooft-fterekende, ende Op-droogende middelé na malkander in'twerckgeftelt werden, waer onder dienen gemengt die eygentlick op de Oogen fen, gelijck Qogen-trooft.

Gows-

ocr page 56

30 SCHAT DER

Gouu-blotmm , Vtnckel , Bratm-bladtrm , Endokyooß ; Havicks-kruyl, Gde-vioktun, Mdilotm, Mey-blotmkens, Roggt-blotmen , Wijn-ruyt. Dan infonderheyt dient lange tijat alle morgens, ende 's avonts gebruyckt de Confcrj van Oogm-trooß, van de welcke den beften trooftvoor de Oogen te wachten is . Onder-tuHchen dient mede, 'twelck hier de bequaemfte purgatyt is , ingenomen een vierendeel loot Pillen Luck majores. Daer na is noodigh Koppen achterop het Hooft te ftellen,B/4d„eNachter de Ooren te maken , ende door den Hals een Draet getroc-ken, ende lang open gehouden. Het gene van buyten op de Oogen mocht gedaen werde, en Schijnt hier niet veel te können helpen : is even-wel Teer goet bevonden de 01yeuyt de lever van eê vifken, / el-puyt, ofte Puyi-ddgenoemt. Defe Lever wert in de Son,ofte voor het vyer gehangen , alwaer dan het vet uyt-druypt, waer mede alleen de Oogh-fchelen geftreken zijnde,de duy-fterheyt van 't Gelicht wonderbaerlick verlicht wert. Maer als de C4t4r4amp;4, ofte Vochtigheyt den Oogh-appel van binnen gantfch bedaet, eddealreededick ende rijp genoegh is , dan moet defelve met een naeltvan 'tGeficht neder-gedruckt würden: waer vanwy, als zijnde een werck der handen, op lijn rechteplaets,dat is inde Heel-konfte, wijt-loopiger zullen handelen .

Dan ickvinde in de Grieckfche hiftoryé twee vrem-de Genelingen , die ick hier zal by-vougen. De eerfte is befchreven by Diodorus Siculus i.Bibl.4. van Stfoßru, koningvan Egypten, die blint zijnde, van lijn Priefters geraden werde , een Vrouw aen te (ierr, die anders geen man en kende , als haren eygenen, beginnende van fijn eygen huyfvrouw. Maer vele verfocht hebbende, en vond' geenefuyver, als een armetuyn-mans vrouw,die hy, liende geworden zijnde, troude, ende d'andere liet verbranden. De andere genelinge wert verhaelt by Pau.

faniai

ocr page 57

..O NGESONTHEYT. 3^ fanids in Meßen, van den poëet Ophionua,de welckeblmt geboren zijnde, door groote Pijn in't Hooft, fijn Gelicht weder kreegh; doch nae der bant weder verloor. De Oirfaeck fonder twijfel wat vertrocken zijnde,ende daer na weder komende. Niet minder en is te verwonderen, het gene Mariner« verhaelt in fijn Hiftoryevan Spaengjen, hoe lande iS.koningvan /fragon, door ouderdom fomtijts blint, ende dan wederom bende werde . Ende dat hem fulcxtweemael gebeurde, eens uyt Blijdfchap,als hy tijdinge kreegh,dat fijn foon de over-hant gehadt hadae , tegens den Koning van Portugael ; ende eens door Droefheyt, als hyverftont, dat den fel-ven de nederlage gehadt hadde tegens lean d'Anjou , die fijne afvallige Onderdanen tegen hem op-wierpen .

Het III. Capittel.

De

ocr page 58

32 SCHAT DER

TiEOogen werden root , ende vyerigh, als door on-ftekinge de witte verwe van het Bint-vlies in ronde verandert, ende fulcxgefchiet met brant, ende pijn, die dan gemeenlick oock fcherpe tranen verwecken.

ocr page 59

ONGESONTHEYT. 33

5. Derhalven is dienftigh in 't Geneen , hier in de Nature, als de befte leer-meefterffe te volgen, ende hec Lichaem terftontte ontlaften door Middelen, die de Galachtige vochtigheyt af-fetten , befchreven in'c I2.cap.van'c i.Deel. Daer na,als fulcxniet genoegh en helpt,en 'tgebreck al wat geduyrt heeft,magh men komen tot Laten in den arm, ende Kj,ppen achter op'C Hooft, ofte ter zijden in den Hals , altijt hier in houdende de zijde van het Onftekëooge. Het welck mede plaets heeft in 't gene hier dienftelick achter het Oor geleydt werdt, als- %ou; met ^eep, ofte Suyrdugh met Spatnfcht-vlitgen , Water-Hantn-voet , Muer-pepe, , ofte Son-dauw. Sommige raden hier medetot het Nieffen , het welck ick gantfch ongeraden vinde om redenen in'c voorgaende capittel by-gebracht, om de welcke hier oock beter zijn de Quijl-midddm.

Door de verhaelde Middelen allee wert dickwils de Onftekinge gantfch genefen , fonder dat men yet van buyten behouft op de Oogen te leggen. Dan de noot: even-wel fulcx vereyfchende, foo dienter forghvuldigh in-gegaen ; alfoo het Oogli, een teer lidt zijnde, niet veel op-leggens en kan verdragë-, foo dat het felve allee door de uytwendige vochtigheyt noch meerder komt op te fwellen;het welck fomtijts wel tot een Blintheyt kan doen vervallen. Hier op fiet het Spreeck-woort:

Ilebtghycen quaet , ofvyerigh oogb, Geneeftbet nict dcn eUcboo^i.

Sommige en ontwen haer niet de doucxkens,ofte veer-kens,waer mede fy de Oogen betten, elcke reys wederom in't geheele Waterken te doopen,waer mede fy het allegader vyerigh ende vuyl maken. Derhalven moet men geftadigli een vers doucxken,ofte veerken nemen, ofte maer foo veel in een lepel gieten, als men fevens C2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;van

ocr page 60

34 SCHAT DER

van doen heeft. Hier toe is gebruyckelick, gereetgt;en-de bequaem om het toe-vloeyen wat tegen te houden, den brant, ende de pijn te verfachten, Kjuym van Wita-Brooiin V/oet-a,4te,geweeckt, ende tuschen een fchoo-nen douck op het onfteken Ooghgeleyt: dan moet alle vier ofte vijfuyren verandert werden . Het weickonfe Vrouwen niet doende, ende 't felve een geheelen dagh, ofte nacht door op-latende, en vernemen de rechte hulpeniet; alfoo de Pap, door dat lang opleggen, felfs verhit zijnde, de hitte van't Oogh eerder vermeerdert, als vermindert. De Vrouwen begaen hierin noch een andere mifßaghgt;te weten,dat fy fonder onderfcheyt daer onder mengen Saffraan , die feer heet is , ende der-halven in't beginfel fchadelick: maer niet in't af-gaen, om't gene, dan noch overigh is, te doen verdwijnen. Ick en hebbe in't beginfel noyt vet beter bevonden,als een Waterken beftaende uyt bereyde Tutia een loot, Spatnfch-grom heel fwart gebrant,een halfloot, Rjjnfcht-wyn vier onçen, R^fe-waur, Wttgh brt wattr, van elcx £ onçen , met malkanderen op-gekoockt. Hier van ecnige druppelen uyt een fchaft in't Oogh gedropen zijnde, vergaet de Ontftekinge in weynigh tijdts.

Wanneer de Pijn te feer fteeckt, foo en moet men niet licht komen tot Middelen, die verdooven, gelijck die van Opium gemaeckt werden , alfoo fydc Geeften verdicken, ende 't Gelicht verfwacké: maer liever daer in laten druypen werm Vrouwen-fogh,het welck feer ver-fachtende is . Doch het felve en dienter oock niet te lang in te blijven , dewijl het lichtelick door de hitte van't Oogh bederft,ende eenige fcherpighcyt deelach-tigh wert. Waerom noodigli is , het felve by-nae alle uyren te ververfchen.

6. In defe gelegentheyt moet gefchout werde een onfuyvere, ende heete Lucht, Wint, ende Stof. De

ocr page 61

ON G EsPNTH EYT. 35 kamer en diene niet te licht te wefen, ofte befehenen van de Son,alfoo die glans, als vyerin hebbende, ge-lijck de poëet Lucraitu in lijn 4. bouck fpreeckt, meerder pijn zoude verwecken .

—fylendor , quicunque eft acer , adurit Sape oculos , ideo quod feminapoffidet ignis Multa , dolorem oculis qua gignunt infinuando. Derhalven moeten foodanige doncker gehouden werden , ofte met een lapjen voor de Oogen , doch niet dat wit ofte root is.Seer wel fchrijft Plutarchs in fijn bouck van de Ballingfchap , datter Verwen zijn, die het Gelicht door groote ende ftercke kracht doen fchemeren, ende verkappen, ende dat de fchaduwe fulcx helpt, ofte dat men de Oogen draeytnae 'tgene groen is , ofte ee-nige andere aengename verwe heeft. By-na het felfde hadde voor hem gefeyt Smecain't 3. van de Gramfehap op't g.capittel. De Witte verwe, fchrijft Plato , in fijn bouck van de nature der Werelt , doet het Gelicht ver-fpreyden, (daer van heeft Galtnus veel exempelen in't 10/van't gebruyck der Deelen op't 8.cap. ) het welck de Swarte by een hout. Dan het en moet niet te lange duyren. Want om dat de Swarte verwe het Gelicht feer by een dringt , foo kan het door lanckheyt van rijdt hec felve oockverfwacken, gelijck bevondé is aen de gene, die lang in een duyftere kercker gevangen fittende, daer door foo duyfteren gelicht gekreten hadden, dat fy,vry gelaten zijnde,naulicx en kondé fien. Wt de gemengde verwe onftceckt de Roode, de Oogen , alfoo fy 't Bloet van binnen na buyten treckt, waerom fy in dit gebreck foo fchadelickis, als vordelick in de Kinder-pocken, ende Mafelen ; waerom wy oock de gene,die daer aen leggen, niet alleen root laten lien, maer oockroode deeckens geven, om de felvige te beter uyt te doen ko-G 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;men^

ocr page 62

36 SCHAT DER

men. Dan de Blauwe,ende Groene verwe (Arißouks fouckt hier van de reden ji.Probl.zo.) is voor het Ge-Gchtaengenaem,ende derhalven dient het gemelte lap-jen, darmen voorde Oogen hangt, van die verwe te wefen. Alfdan en moet met alleen het onfteken,maer oock het gefont Ooge bedeckt werden, dewijl het een hem roerende, oock het ander geroert wert. Dan dit en dient mede niet al te lang in'twerck geftelt, om niet te vervallen in'tongeluck,daer de Grieckfche hiftory-fchrijver/fppianusgewach van maeckt in't 4.bouck van de Borgerlicke oirlogen der Romeynen, te weten, hoe feker oudt man,op wiens lijf geit geftelt was, op fijn Oogh,om niet bekent te zijn, een plaefter drough, ende daer nae , als de Vrede getroffen was , de plaefter af-dede,maer dat fijn Oogh door lange ftilte blint was geworden . De Spijfe moet hier weynigh zijn , ende verkoelende , hier voor meer-maels verhaelt; gelijck ooçk gewacht moet werde van't gene fcherp,dampigh,zout, ende galachtigh is , als Loock, Ajuyn, Melck,Suyc-ker, Honich,ende Kruyt. Denberen Drant^is kßyn Bier, ofte Gerßen.water : ende dient gantfell gefchouwt fwaer, ofte hoofdigli Bier , Mede, ende infonderheyt de Wijn; het welckde poëet Martialisoock wel aen-ge-merekt heeft 6.Epigr.7S.

Fop badde maer een oogh, en dat oockjuet tegoet, Vermits hy even-faegb tegroote droneken doet .

Syn Domtor riepgeßaegh, wilt gby niet [ober wefen, Geen fap,geen maebtigbgom , geen kunftfalugenefen.

Doch Fop bleef als hy was, fyn mont genoot den wijm, Maer 'twas voor fyngeftcht een doodehcbjenijn .

Den Slaep valt hier leer bequaem,om dat in den felfden de Oogen niet en bewegen, noch geen licht en ontfan-gen,ende de pijn geftiltwert , waer door geen meerder toe-

ocr page 63

ON G ES0N T H E Y T. 37 toe-vloeying en gefehiet. Dan hier dient wel gewacht, dat men niet, gelijck van de kinderen gefeytis, op de Oogen en leyt, noch oock op dezijde, daerhet quade Ooghis , maer op d'ander, ofte den rug, ende altijdt hoogh met het hooft. Het Liebaum dient weynighbe-wttgpt, maer ftil gehouden,felver oock niet veel gefpro-ken,om de Vochtigheden ontrent de Oogen niet drif. tigh te maken. Het felve is te verftaen van de Bewegingen des Gemoets , infonderheyt de Gramfchap, efi Droef-neyt, die tranen verweckt. Hier dient oock altijt een Open Liehaem gehouden .

Ende tot beduyc zullen wy hierby-vougen, darde gene die fwacke Óogen heeft, hem wel wachten magh, een anders roode Oogen veel aen te Gen,alfoo fulcx be-fmettelickis, ende lichtelick mede gedeelt wert, gelijck een onfeker Poëet in't i.bouck van den Grieck-fchen bloem.hof mede aenwijft:

Een Oogh dat vjeri^i is , dat kan een ander letten, Een Steckte kan baer gif een ander over-fetten.

Veel qualen van den Menfeh die '^jn van defen aertgt; Dat door een overgang een ander wert befwaert.

Het IV. Capittel .

f. Genefinge,

6. Maniéré van Leven.

Daer

ocr page 64

38

SCHAT DER I.

Acren is niet (feyt Plinii« in fijn voor-reden van't 7.bouck) dat den Menfche kan , fonder geleert te hebben: dan het fchreyen doet hy van felfs uyt de nature. Jae dit is het eerfte, daer wy in de iverelt komen, ons leven mede aenvangen. Dan van dat fchreyen,noch van de Tranen , die verweckt werden door Blijdfchap, Droefheyt, Vreefe, als natuerlick zijnde, en willen wy hier niet fpreken, noch oock van de gene die fommige van felfs weten te maken, waer van de Jongeling ge-wachmaecktin den Spiegel :

VVel gen , voor my , ickjcbgeleert, Terwijl ükb, haer heb verkeert Dat ju,ft wanneer een hoere Çcbrejt, S, dan haer Jlhnftélagen le,t.

Maer men magh andere dingen veynfen foo menwil, die fijn geit, ende goet verlieft, en zal geen valfche Tranen laten.

Ploratur lacrimisaniiffapecunia veris.

Ende gelijck de Menfche alleen onder alle de Dieren het Lacchen gegevéis,foo kan hy oock allee Schreyen. De reden is, om dat hy onder alle, na mate van fijn Lic-haem,het grootfte Hooft heeft,waer toe dan veel voed-fel van doen is, ende daer van (als niet alles könnende in de koude Herffene verteren ) fchiet veel vochtigheyt over,waer uyt het waterachrighftc na de Oogh-klieren gedreven wert, de ftoffe zijnde der Tranen, die fy door uyt-trecken,endetoe-trecken uyt-laten. Dit doen onder andere de Bewegingédes Gemoets,gelijck Droef-heyt, Vreefe, Bekommering , om dat de Wermte nae binnen getrocken zijnde, de buytenftc Deelen verkou-wen, de wegen toe-getrocken werden , endealfoo de Kliçrkcns,gelijçk als een natte fpongye uyt-perlTen. In te-

ocr page 65

0 NGESONTHEY T. 39 tegendeel gaet het in de Blijdfchap;want dan berften de Tranen uyt, om dat de Wermte, haer van binnen begevende,alle wegen opent,ende lofch maeckt,als oock de vochtigheyt driftigh doet werden. Terend .

Homini iUico Lacrymamp; C4dunt,quaß puero,pre gaudio.

ocr page 66

40 SCHAT DER

in een fißel,ofte loopent gat. Wanneer het veroirfaeckt, door het afwefen van de Klierkens , fulcx is mede, als het fchutfel van de Tranen wech genomen zijnde, on-geneedick; infonderheyt, als fulcx door fnijden is ge-fehlet . Wanneer in Koortfché de Tranen van felfs uyt-loopen, dat is een Teycken van fwacke HerfTen^: maer veel arger,als fulcx in gantfeh hevige Siecktê gefchiet.

5. De gene,die door Droefheyt, Rouw , Benaut-heyt,Spijt , ofte anders de Tranen, gelijck men feyt, op den dijck ftaen, en moeté de felvige niet in kroppen, alfoo fulcx veel fware ende gevaerlicke Sieckten kan veroirfaken,gelijck Ifidorm wel fchrijft. Ende CavdawK verhaelt van fijn moeye,dat als fy haren man, ende vier kinderen aen de Peft verloren hadde , ende niet en dord fchreyen noch mifbaer maken , uytontfach van fijn vader, fchierlick, van binnen botftende, dont viel . Hy fchrijft oock andere gekentte hebben,die daer door een quade Koortfché kregen, ende daer van ftorven. Ende als het al ten beften gaet,feyt hy,ende de door daer niet openvolght, foo is het fekerfte loon van verhouwen druck ,de Grijfheyt. Derhalven en kan men niet beter doen ,als dat men de Benautheyt te degen uyt-fehreyt. Jae gelijck alle natuerlicke Ontlaftingen het Lichaem eenigh vermaeck aen-brengen , foo doen oock felfs de Tranen, wanneer de Oogh-klieren door haer menigh-te gefpannen zijn. Ovid. 4.Trffî.3.

Fleque meos cafus : eft quidam fiere voluptas , Expletur lacrymis , egeriturque dolor .

Maerals de Tranen onnatuerlick,ende fonder reden af-loopen, dan moet de Oirfaeck van de Sincking wech-genomen werden , ende na dat de Vochtigheden in de Herffené fulcx doen,foo diene defelve gefuyvert, ende afgefet , door Middelen op't i2.cap.van't 1.Deel befehle-

ocr page 67

0 N G Es0NT HEY T. 41 fehreven, ende de felve oockvan de Oogen afgeleyt, ende afgetrocken , gelijck in't laetft voorgaende cap. verhaelt is:onder-tunchen mede van binnen gebruyekt die de Vochtigheden op-droogen, ende de Herffenen verftereken, aengewefen in't 16. cap. van't i.Deel. Van buyten is dienftigh van het Waterken (in'tvoorgaende capittel befchreven) in de Oogen te laten druy-pen,ofte daer op te leggen een Papjen'van Smack, roodc Rofm , rooden BoltK, tot poeyer gebracht , ende met wit van Ey gemengt. Wat tot de Fifld te doen ftaet,zal in de Heel-konfte verhandelt werde, by de ander Wtwen-dige gebreken der Oogen , ende Oogh-fchellen .

6. Hier dient een vcrdroogende , ende wat verkoelende Manitrtvan Levm gehoudé te werden : foodanige hier voren in de Sinckingen is aen-gewefen.

Het V. Capittel. i. Dat het Gehoor in waerdighejt aen 't Geficht volght. 2. Befchrijvinge der Ooren , Ç00 ujtwendigh , als ?n-wendigh .

;. Hoe bet Gehoor gefdnet.

1.

DEn hiftory-fchrijver Thurios (feyt de keyfer lulianue in fijnen 22. brief,verftaende den Grieckfchen Herodotus ) oirdeelde, dat de Ooren foo feker niet en gingen , (gelijck wy oock hier voor in't i.cap. hebben gefielt ) aïs de Oogen. Dan de wijfe Socrates fchijnt daer wat tegen te hebben. Want liende een fraey jongeling, maer die wat lange ftil fweegh, Spreeck', feyde hy, op dat ickufie. Want hy en konde met de Oogen niet meerder lien , als het weten : maer met de Ooren uytfijn reden hooren, wat in hem ftack.

De

ocr page 68

4t SCHAT DER

Deoude Romeynen hebben de Ooren foo veel toe„ gefchreven, dat by haerde manière was, als men ye-mant , die te voren voor Recht gedagh-vaert was , daer na in perfoon wilde doen komen,en hy dat weygerden: dat men in fulcké gevalle,yemanttot getuyge daer over nam ('twelckfy anteftiri noemden) ende , tot teycken,' fijn Oor aenrocht,gelijck uyt Horat. i.Sat.p.ende ver-fcheyde plaetfé vari Plautus blijckt. Het is mede al een oudt gevoelen , als te mercken is uyt den Grieckfchen Lucianus, dat yemants Ooren tuyten, als van hem ge-fproken wert,ende men hout het noch gemeenlick daer voor,dat als ons rechter Oor tuyt,yemant wat goets, ende als het flincker, watquaets van ons feyt. Hoe het zy, foo komtaltijdt het Gehoor in waerdigheyt,ende' volmaecktheyt, onder de uytwendige Sinnen,naeft het Geficht. Sy Arecken wel beyde om verftant,ende wijf-heyt te verkrijgen,als ^njlotdesfchrijft : maer , gelijck het Gelicht tot nuttigheyt des levens gantfch noodigh is , ende den fekerften leytf.man tot hervinden van al-derhande konten : foo doet oock het Gehoor veel tot het mede deelen der konten,door het mede deelen vam gefelligheyt. Want de Menfch is een gefelligh dier;' en die gefelligheyt heeft hy, als hy een ander wat hoort vertelle,ofteopfegge,gelijck Sc4//ger fchrijft Ex4n.2i8. Want hier door leere wy van andere alderhande konfté, en wetenfchappen. Waer van oock miffehien komt het woort Oordeekn , want Deel , ende Deden , beteyckentin d'oudetael foo veel als nu Oordeel,ende oordeelë: het Oor daer by gevoeght,als daer toe bequaemft zijnde.

2. Ende gelijck wy aengewefen hebben , hoe won-derbaerlick dat de Oogen gemaeckt zijn, foo zal nu oock uyt de volgende befchrijvinge blijcken,dat de fa-men-fettinge van de deelen der Óoren, geen minder verwondering en verdient .

Het

ocr page 69

ONGESONTHEYT. 43

Het Oor heeft fijnen naem fonder twijfel nae het Latijns Awh (gelijck de verandering van Au ende O eer gemeen is) foo genoemtvan b4iirio,om dat de ftem door het felfde gevat, ende ontfangen wert, gelijck de poëet VirgiliiK oock fpreeckt q.Æn. vocemque hu auribus hauß.

De Goren ftaen mede om booghop dat wy te beter den klanck, die altijdt op-treckt, zouden ontfangen. Staen geftadigh open,op dat wy oock in den flaep zouden können geweckt werden. Zijn mede,gelijck de Oogen , tweein getal , om de nootfakelickheyt.

De Ooren werde by de Ontleders verdeelt in Wtwen-dige (die wy alleen gemeenlick den naem van Ooren geven) ende Inwendige.

De Wiwendigc Oormzijn van wefen kraeck-beenigh, te weten tuffché vleefch en been;ende fulcx om groote reden. Want indienfe hart ende beenigh ware geweeft, foo zouden fy lichtelick können gebroken hebben, ende oockinde weegh zijn, als men op een Oor laghen fliep : indien fy oock facht , ende vleyüch waren , foo zouden fy het (lijve maeckfel van een tchelp , om op te ftaen , niet hebben können ftaende houden , ende al foo den dagh van de lucht niet können ontfangen ; dewijl het vleefch lichtelick mede geeft , ende toe-valt. Soo dat het kraeck-been, om de beweeghde lucht wel te ontfangen , alder-bequaemft was, ende de gene, die al-reede halfvoor-by is, met den achterre tant te Leuten. Hierom plachte eertijts de Roomfche keyfer Adrianus , ende de borge-meefter Arianus, (het welck vele noch alfoo bevinden) om fcherper te hooren , een holle hant neven haer Ooren te houden. Ende de gene , die het Oor afis, hooren het geluyt , gelijck of het als water voor-by haer Ooren dreef, of gelijck als het (ingen van muggen. Den Ezel, als hebbende groote Ooren,hoort fonder twijfel wel fcherp; maer,gelijck vele van fijn navol-

ocr page 70

44 SCHAT DER

volgers, alleen lettende op fijnen buyck,luyflert wey-nigh na eenigh foet geluyt. De Ooren gaen in't midden met een holte na binnen, in de welcke eenige gele vuyligheyt fteeckt, by fommige Oor-fmeer geriaemt, de welcke Cicero (gelijck het minne in ons niet en is, fonder fijn gebriiyck) fchrijft in't 2.bouck van de nature der Goden,aldaer geftelt te zijn, op dat de kleyne beef-jens,die in't Oor mochten kruypen , aldaer als in lijm, zouden blijven Reken.

ocr page 71

ONGESONTHEYT. 45 alfoo het Trotnmel-vliefgen befchadigen, als oockop dat de klanck door die kromte zoude breken , ende de beweeghde Lucht daer by een vergadert werden. Ende om te meerder können bv een houden ,is fy ront, maer nauw, op datter geen vuyligheyt lichtelick zoude invallen, ofte eenige beeftjens in-kruypen, die aldaeranders piegen onlijdelicke pijn te veroirfaké. Defe Holte wert gefloten met een gefpannen vliefgen,na de gelijc-keniffe Trommd-vlitfgm genoemt. Dit is dun, om foo veel te lichter, het geluytte ontfangen: vaft, omniet licht te breken,als het geluytte fterek is : droogh,om te beter te klinckcn. Achter dit Vliefgen volght een umdt Holligbeyt, in-houdendede in-gtborm Lucht, met noch drie kleyne beenkens, die den naein hebben van't gene fy gelijckenen,te weten, Hamtrktn ,ùAtmbtddtkçn, Stegd-reepken , ende werden met een feer dun fnaerken, gelijck de pees onder den trommel, aen het trommel-vliefgé gehecht. Hierop volgë twee kltynt Veynßtrkens, daer op dan twee Holligheden,ende ten laetfté de Gehoor-7?,nuire , fpruytende uyt het vijfde paer. Hier-en-boven is aen-merekens waerdigh een kyaeckbeenigh pijpgen , dat van de Inwendige lucht in't gehemelte komt,ftvecken-de om de Ooren door den Mont te fuyveren,als oock, op dat de gene, die door gebreck in't trommel-vliefgen niet en hooren,het geluyt door dit pijpgen zouden ontfangen in de innerlicke lucht : hetweick even-wel niet en helpt als de Holligheden achter de gemelte Lucht» ofte de Gehoor.zenuwe verhopt is. Want het geluyt gaet door twee wegen na de innerliche Lucht:maer van daer is maer eene wegh nae den Algemeenen fin in de Herffenen. Vorder, gelijck om het uytwendige geluyt door het Trommel-vliefgen te vernemen, nootfakelick is, dat de inwendige ftil is : foo oock, op dat het geluyt door dit pijpgen gaende van de binnen-lucht ontfan-gen

ocr page 72

46 SCHATDER nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I gen werde, foo en moeter geen geluyt in den niont zijn| van het eten. De hoogh-geleerde M' 'Gérard Koß/i/s fchrfjft (3.Phyfiol. Chriß.zy.) dit in fijn felvé ondervonden te hebben. Want door het verftopte Trommel-vliefgen doof gewordê zijnde, en konde in't minfte niet hooré,foo lange hy de fpijfe knaude: dan mofte nootfa- , kelick,foo lang yemantfprack, den montftil houden.

Het V I. Capittel .

4.Oir-

ocr page 73

ONGESONTHEYT. 47

HEt Gehoor ,gelijck oock van 't Geficht gefeytfe, wert op driederley manieren bekommert; want het verkeert , vermindert , ofte vergaet.

ocr page 74

48 SCHAT DER wy hier eygentlick handelen.

De Wtwtndigt Oirfakenzijn , al tt koude ofte te heete Lucht , als mede tt veel Eten, waer door veelrauwigheyt in't Lichaem vergadert wert , het welck dan oock veel dampen op-geeft, gelijck mede doet het lange Vaßen, door dien dat de ledige Maegh, dan veel quade Vochtigheden na haer treckt, die dan in't Hooft uyt-waelTe-men : waer toe infonderheyt de Dronekçnfehap helpt , als oock een fware ßagh op de Ooren, ende het dapper gedruys van Donder, Gefchut, ofte diergelijcke.

ocr page 75

ONGESONTHEY T. 49 van uytwendige Oirfaken, ende dat fchierlick gekomé is , als oock dat op't laetfte uyteen fieckte fpruyt,heeft geen fwarigheyt: maer wanneer het verjaert is, ofte by heete Koortfchen ofte andere fware Geckten valt, dan is het feer forgelick.

Vele laten in't Oor druypen, ofte fteken daer met boom-wol,ofte fchaeps-wol in Olyevan Bitur-amandt-Im, ofte diergelijcke ; dan ick en kan geen vcttigheyt hier toe goet vinden, alfoo het Oor daer door van binnen befmeurt wert; niet beter en vinde ick (hoe-wel fy hier toe foo gemeen is) den A{tjn, dewijl alle koude ende fcherpe dingen de Vliefen,ende Zenuachtige deelen tegen zijn ; noch minder haec myaen het Opium , (dat men hier mede toe gebruyckt) als door fijne verdoo-vende kracht, niet vermogende, als het quaet arger te maken. Maer ick en hebbe niet beter bevonden als in't Oor gefteken,ofte eenige druppelen heet laten druppen van TberidW-irater, ofte Voor, loop van Brandt.tryn,da.er tevoren Btverf-trijn in geweeckt heeft , met foo veel Ajuyn-fap vermengt. Hier dient oock wel waer.genomen, dat fulcx maer's morgens, ofte altijdt voorden eten gefchiede. Want tegens dat men te bedde gaet, om dat het Hooft dan met dampen vervult is,zoudedac in-druypen meerder in-trecken , als verdrijven.

ocr page 76

50 SCHAT DER

ten werden ; als oock al 'tgene, dat in de voor.gemelte gebreken, die het Tuyten verwecken, verboden is. De ftatige Geneef-meefters houden geraetfaem,Gjn felven in gemóet geruft te houden , ende des nachts liever op een Oor te ruften, als op den Neus te leggen; voorwendende , dat fulckTuytelen alleen de Tuyteling der Ooren zoude können verwecken. Dan dit is voorwaer al wat verre gefocht, infonderheyt voor Jonge-luyden: maer in Oude even-wel,en kan fulcx niet, als het quaet verärgeren .

Het VII. Capittel.

f. Genefinge,

i.

VAn Verkeert Gehoor hebbê wy gehandelt: volght nu Vermindert en Vergaen Gehoor, die rnaerin groote verfchillen, waerom wy de felye in een capittel zullen begrijpen. Wanneer yemant wel groot, maer geen kleyn gëluyt en hoort, die feggé wy Han-hoormdt te wefen: maer allier noch groot , noch kleyn gehoott en wert, dat gebrecknoemëwy Doofheyt, een feer drou-vige quelling, als belettende den Menfcheom yet van andere te können verftaen,ende felfs als daerStomheyc bv is, andere te können doen verftaen. S00 fchrijft Fer-nelius van feker Raetf-heer, die by een gefonde vrouwe niet als doove ende ftomme kinderen kreegh. Gelijck al de gene die doofgeboren werden, altijdcmet eenen Rom

ocr page 77

ONGESONTHEYT. 51 ftom zijn , waer van verfcheyde redenen by verfcheyde Schrijvers gegeven werden. De Grieckfche Alexander Aphrodn, meentfulcx te gefchieden, om dat de Doo-ven geen tael en können leeren. Het fpreken , feyt hy i.Probl.133. gefchiet door het leeren, het leeren door het gehoor : derhalven het gehoor gebrekende,foo en ißergeen raettot leeren, ende dien volgende wert de fpraeck belet. Hy voughter noch een tweede rede by , dat volgens het oirdeel vanfommige Geneef-meefters, het felfde paer zenuwen de kracht foo wel aen de Tong brengt , als aen de Ooren. Defe laetde reden , al iiïe van eenige Geneef-meefters , en wert niet voor waer opgenomen van den Italiaenfchen geneef-meefter Mer-curialis i.Prax.40. maer wel de eerfte. Dan ickben van gantfch ander gevoelen, te weten dat de laetfte de befte is. Want indien de Dooven daerom alleen ftom zijn, om datfe niet en können leeren, hoe komt het, datfc naulicx en können fuchten , ofte ftenen, het welck na-tuerlicke bewegeniffen zijn' Zouden fy mede nfet,even gelijck de eerfte vinders , eenige woorden hebben können verçieren , met de welcke fy haer meeninge mochten uyt-drucken^ Al is een Menfche doof, foo heeft hem de Nature even-wel verGé met reden ,van vet wes te vinden. Om nu het recht befcheyt te geven,(00 Hellen wy twee oirfaken van hetvoor-geflagene , waer van de eene hangt aen de Gehoor-zenuwe, de andere aen't gemelte Pijpgen, datuyt de twee de holte vanher Oor inde mont en gehemelt komt.De Zenuwevan het vijf-de paer heeft verfcheyde tacken , waer van de grooter fichin't Oor,ende het Vliefgen verfpreyt, de kleynder in de Tong,ende 't Stroten hooft. Om defe gemeen-fchap gefchiet het, dat het gebreck van de Ooren de Tong mede gedeelt zijnde, de gene, die Doofgeboren werden,meteenen oock Stom zijn .

Dl 2. De

ocr page 78

52 SCHAT DER

2. De Oirfatcl^van quaet Gehoor is ofte in de Herf-fenen,ofte binnen in't Oor. Als de H„ffenenmet eenige ongematigheyt, ofte overtollige Vochtigheyt beladen zijn , foo en können fy geen goede Ceeften vóórtbrengen.Het binnenfte van't Oor verftopt zijnde,door Ener, verharde Vuylightyt, Gefird , Galacbtige, doch meeft Slijmerige Vochtigheden, maeckt, dat het geluyt niet en kan door-fchieten. Soodanige Vochtigheyt fackt fomtijts uyt de Herbenen, ende fehlet fomtijts van onderen met Dampen op;waer door men fiet, dat veeltijts de luydê, in't fcheydcn van de Heckten Hart-hoorigh werden. Hier toe doet mede miflige Lucht, ende alderhande grot^ Watfdom. Soo fchrijft d'heer drolTart Hoofrgt;in't g.bouck van fijn Nederlantfche hiftorye,dat een braefhop.man Iacob de Rjjck. gt;in een onder-aerdts hooi gevangen fittende ,dagh ende nac ht kaer(Ten brande, die hem met haren damp't eene Oor ongeneeHick doof maeckten. Sulcx gefchiet mede door dé dam, van heet Witte-broot, als het al te veel ende te dickwils gegeten wert. Wan-neeroock het Trommel-vUefgen door gewelt gefcheurt, ofte van geboorte, ofte door den ouderdom, te dick is, dat maeckt Doofheyt: ende,als het met al te vele vochtigheyt door-drongen is, Hart-hoorigheyt. Als mede nae dat de drie Beenderkens, die aen dit Vliefgen gehecht zijn,veel ofte luttel verfchuyven, het zy fulcx ge-fchiet door toe-vloeye van Vochtigheyt,groote Slagh, ofte dapper Geluyt. Soo getuygen Cicero in den droom van Scipio, ende Philoßratiu in't 6.bouckdes levens van Apollonius, dat ontrent Catadupain Morenlant, foo hoo-ge vallé zijn, dat het water met fchrickelick geruys van de door-fneden klippen neder-Hortende, de gene,die daerontrent wonen ,doof maeckt.

%, Wat de Kfn.tcycWen belangt: Als de Oirfaeckin de Herbenen is,dan zijnder gemeenlick andere Herren-Heck-

ocr page 79

ONGESONTHEYT. 53 fieckten voorgegaen,ofce andere Sinnen met eenen be-fchadight : gelijck die vry zijn ,wanneer het mangel al-leen in't Oor leyt. Dan daer is even-wel voorgegaen eenige Hooft-pijn , waer door de overtollige vochtig-heytnae de Ooren toe gefackt is. Als het Hart-hooren voort-komt door mede deelen van de Maegh,dan be-fwaert het felfde na den eten ; gelijck mede, als het uyc andere deelé veroirfaeckt wert, en is Too geftadigh niet, maer komt met vlagë. Dat de verftoppinge door Heete vochtigheytgefchiet , wert beteyckent van de Koorts , groote Hitte, ende Pijn in't Oor : door Koude, van wat Spanning fonder hitte, ofte Koorts. De uytwendige Oirfaken, als Mift , Slagh, Stoot, Gedruys , Damp , toonen haer felven.

D 4 is.

ocr page 80

54 SCHAT DER

is , te gebruycken Quÿl-middelm, befchreven in'c i3.ca-pittelvan'c i.Deel. Daer na kan men komen tot Mid-delen omin't Oor te fteken, waer toe feer bequaemis de Gal van een Perdrijs, als oock 't gene in't naeft voor-gaende capittel befchreven is .

Het VIII. Capittel.

NAe het Gehoor handelt AriJloteles^van den Reuck, als in de edelheyt het Gelicht,ende 'tGehoor volgende ,welckers bericht, hy feyt, fvvaerder te zijn, als van andere Sinnen : om dat de Menfche een fwacken reuck heeft , ende veel fwacker als veel andere Dieren . Want hy en wert niet als groote reucken gewaer, die den Reuck-ün geheel tegen, ofte aengenaem zijn. De reden is , dewijl de Herffenen der Menfchen kouwet, ende vochtiger zijn , foo en können fy niet veranderen, als alleen van dapper heet ende droogh,ende derhalven geen reuck gewaer werden,als die dapper fterek is. Dit is oock de oirfaeck,dat men des winters den reuck minder voelt als des fomers,om dat hy 'swinters toegedrongen

ocr page 81

ONGESONTHEYT. 55 gen wert , ende derhalven niet wel op en kan fchieten , ende des fomers, de dampen verdunt zijnde , lichtelick in de Herffenen trecken. Maer defe onvolmaecktheyt in'truycken, beftaet alleen in't ontfangen, niet in'ton-derfcheyden van goeden ofte quaden reuck, in't welcke de Menfche alle d'ander Dieren overtreft , gelijck Scx-ligtr fchrijft exerc. 247. Even-wel wert den Reuck by fommige onder d'andere Sinne de leegnfte plaetfch gegeven,als datter geen minder noodigh en is. Ja Thomas j^quinas feyt, dat den Reuck geheel fchijnt te ftrecken tot nootfakelickheyt van'tvoedfel , ende weynightot de wijOieyt: ende dat derhalven in al degene , die volkomen wijfheyt hebben,den Reuck minft is. Het voorname gebruyck van den Reuck fchijnt te wefen, om te oirdeelen van den Smaeck. Want daer zijn veel dingen, die anders , niet fonder gevaer van de gefontheyt , ende het leven ,zouden voor fpijfe gebruyckt werden . Het welck men nu door den Reuck voor-komt. Soo (iet men dat de Honden,ende andere Dieren,'tgene fy eten willen , eerft met haer neus befnuffelen. Behaiven dit gebruyck,iffer noch een ander. Want alfoo het gene, dat Reuck geeft, maer is een roockachtigen damp, ofte waeffem, getrocken uyt wel gematighde dingen , foo heeft hy kracht om de Lucht te fuyveren , ende in de Herwenen ontfangen zijnde, (gelijck blijckt uyt het exempel van DemoerhtK , die fijn doot, met den reuck van honigh, ofte heet broot, drie dagen tegen-hiel,gelijck in den Sch^t der Ge/ontheyt verhaeltis) om de Gee-ften te verquicken ende een tijdt te bewaren. Ende dit is wel lichtelick de oirfaeck, dat Mofa den reuck in de kerekë heeft gebracht, ende daerom oock van de Hey-denen gevolght is ; gelijck fy in veel andere dingen ge. daen hebben .

2. Het gereetfchap van den Reuck is de New mede D5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;g^-

ocr page 82

§6 SCHAT DER

geftek ink opperfte van't Lichaem. Want, gelijck de wachters om hoogh ftaende verder van haer fien, ende de ftem boven beter gehoort wert : foo kan oock den Reuck den op-gaenden wae{rem,die de nature van vyer heeft , bequamer ontfangen , als den neder-gaenden. Derhalven,gelijck het gereetfchap van't Gelicht,ende 't Gehoor: foo is oock dat van den Reuck in't Hooft, als in't hooghfte van 't Lichaem geftelt. Dit noemen wy den Neus, nae het Latijns N4/f«, den welcken de Menfche onder alle Dieren, alleen honger uyt-ftaende heeft, om de fraeyigheyt. Daer van feyt men gemeen-Iick,dat een fraeye gevel een huys verçiert. Ende voor-waer al is fulcx, dat elck deel in't Aengelicht het fijne by-brengt, om door een foete over-een-ftemminge, het felfde fchoon te make: foo heeft even-wel de Neus hier wat byfonders , ende wel gemaeckt zijnde, geeft hyeen groot çieraet aen't geheele aengeficht , ende een groote tegenheyt als hy wanfchapen is . Hierom wey-gert Clitipho by Tirent. Huut. een dochter,die fijn Moeder hem aen-prees , te trouwen , alfoo fy eenen platten Neus hadde.Sulcx wijft oock de poëet Horatii« wel aen de art. Poë,.Hellende weynigh onderfcheyt in een quaet meefter te wefen,ende eenen quaden Neus te hebben.

Infelix operis famma , quia ponere totum

Nefact : banc ego me,ft quid componere eurem, Non magis effle velim , quam pravo vivere nafo.

Soo en wilde oock de Heere geen Priefter, die een ingevallen Neus hadde, zi.Levit.i8. Hierom heeft de Abdiffe Ebba (gelijck wy lefé in de Engelfche hiftoryé) als de Denen in Engelaut vielen, haerfelven, ende al de bagijnen den Neus doen korte,om van de Vyandcn in haer maeghdelicke eere niet verkort te werde. Want voorwaer,daer en is nietdat meerder tegenftaet, als een Aen-

ocr page 83

ONGESONTHEYT. 57 Aengeücht fonder Neus , waerom de poëet Virgilti« oock feyt 6.Ænlt;ïd.

— truncas inhoneßo vulnere nares.

Jae die foo gefeit zijn, werden onbequaem geacht tot de regeringe, gelijckgefchiet is aen den koning der Joden Hircanw, die,door fijn broeder, neus , en ooren af-gefneden zijnde,het rijck moft verlaten,als lofephm ver-haelt in't 24.bouck van de Oudthevt der Joden. Het felfde is gebeurt aen de keyfers lußiniantx , Ltomiiu,ende Htrdcleon,fone van den keyfer Heraclite. Soodreyght oock Godtbydé propheet E;(cchielop't 23.cap. die van Samaria ende Itrufaltm (onder den naem van de hoererende Ohola, ende Oholiba) om dat fy van den waren Godtf-dienft waren af-geweken, met Neus , ende Ooren , af te laten fnijden. Ende by ons is dit mede de grootfte ftraf naeftde galge: wanneer men de dieveggen , den Neus op-fplift. Want dan werden fy voor al de werelt ten toon geftelt.De Phyfiognomi,ofte de gene, die uyt het uyterlick wefen, willen oirdeelen van den inwendigen aert, genegentheyt , ende manieren der Menfchen ,fchtijven den Neus vry al veel toe. Jae de Oude (gelijck P/4to,ende Plutarchm verbale) plachten de gene ,die eenen znee-witten Neus hadden , te eeren voor kinderen der Goden: die, den felfde bruynachtigh was, voor dapper, ende manhaftigh te houden. Wt een krommen Neus nemen fy eenen quaden aert, uyt een langen , ende fpitfen,boofheyt(foo feggen wy die lang geneuft, ende dun gelipt is , een boos wijfte zijn) uyt een ingevallen , onbefchaemheyt ende hoercrye ; ende foodanigen hadde Socrdte^die daerom oock foo gekeurt werde: dan hy bekende, fulcke genegenthevt van nature te hebben,maer datfe by hem door de oeffeninge der Wijlheyt overwonnen was. Een arents-neus , ofte havicks-

ocr page 84

58 SCHAT DER

havicks-ncus, hielen de Peruanen voor koninglick,om dat haren grooten koning Cyriu alfulcken een gehadt hadde; gelijck oock de groore koningenvan Vranck-rijck Françoù dei. ende Henric^, de 4. ende de groote Cofmus van Florençen. De Egvptenaers , die alle dingen met beelden , fonder woorden , te kennen gaven, plachten met den Neus de gauwighevt uvt te beelden , ende foo neemt Feflus, het woort Nafutiu ofte Geneull, voor een gauw man : het welck by ons den naem geeft van Neus-wijs aenyemant, die al te wijs, ofte te vijs is. By andere, gelijck Lampriditn aengemerekt heeft, wert een wel Geneusde genomen voor een die wel gefielt is, waer van het fpreeck-woort komt, De nafatorum peculio, ende het verfken. Exforma nafi,amp;c. Maer dat fulcx niet altijdt vaden gaet, toonde onlangs feker vrouw,die haren man verweet hier door bedrogen te welen. Het Spaenfeh heydinnetjen wift mede wat, van welckein den Trouw-ring aldus gefchreven wert •.

Oockuyt den Neus alleen foo kanfe gronden trecken , W^er m datyemants luft,ofgu,Ue finnenfrecken ;

VVant iße plomp , offeherp , ofboogb, of bijfter plat , S, beeft van fanden aen fyn aert daer uytgevat.

3. Het gebruyck van den Neus is , voor eerd, om den Reuck daer door te brengen tot de Herffenen. Ten tweeden, om daer door de Lucht in te trecken, tot maken der Geeften, ende de Stem. Ten derden, om de Snotterige vochtigheyt daer door te fuyveren. Ende die de Neus hier van verftopt is,roncken in haer Gapen. Daer van feyt Plautus Milite :

— An dormit Sceledrus intus ?

Non nafo quidem nam eo magnum clamat.

Defe, ende de gene,die de Neus veel loopt,en zijn ge-

ocr page 85

ONGESONTHEY T. 59 gemeenlick van de vernuftfte niet : daer van noemen de Latijnen yemant obrfœ, ofte cmunElœ n4rM,van verdickte, oftegefnoten neus-gaten, willende door liet eerfte bot-tigheyt, door het ander veiftant te kennen geven.

Het IX. Capittel.

1. 0irfaamp;v4nrF«d;-geflp„u„, Verminderdeti , ende Verkeerden Reuck^.

.2. Ken-

ocr page 86

DEn Reuck wert mede , gelijck wy van andere Werckingen verhaelt hebben ,op driederley wijfe befchadight.

ocr page 87

ocr page 88

62 SCHAT DER

lijck een kraeck-beenigh vleefch,(bovê vaft aen eenige dunne wortels) het welcke veeltijts aé den Neus onder uyt-hangt; ende fomtijts oock boven aen den grooten Oogh-winckel uyt-waft, als wyterftont füllen aenwij-fen, ja felfs oock in den Mont,en hem met fijn Voeten, ofte Tacké(b) door het gehemelt en de keel verfpreyt, gelijck het alhier met fijnen (amp;) Wortel is uyt-gebeelt.


Wanneerde gemelte Oirfaken foo fwaer nieten zijn, dan is het Ruycken niet geheel wech,maer alleen ver-mindert. Verkeerden ofte Quaden Reuck wert veroir-faeckt dooreenigen Stinckenden damp,voort-komen-de uyt den Neus felve, ofte uytde Herbenen , Mont, Maegh,ofte andere Deelen aldaer gebracht; waer door ;æ

ocr page 89

ONGESONTHEYT. 6; gefchiet, dat al 't gene foodanige voor-komt, al ruyckt het noch foo wel,nochtans fchijnt te Rieken: even-eens gelijck yemant, die de Mont Galachtigh is, al befight hy wat feckers, alles fchijnt bitter te fmaken. Dit zijn de Blauw-fchuytige feer onderhavigh.

'T gene den Quaden reuck veroirfaeckt, ftaet uyt de gelegentheyt van de gemelte Deelen na te Vorgehen .

ocr page 90

64 SCHAT DER fehapenheyt van de Neus-gaten, als mede Stanek uyt Verrottinge voortgekomen , is ongeneeflick.

4. De Gmefinge verändert nae de verfcheydenheyt der Oirfaken. Indien den Reuck vergaen is, aoor On-gematigheyt, de felfde moet wech genomen werden, aoor Tegen-middeIen,nu meer-maeïs verhaelt. Indien door Verftoppinge van Slijmerige vochtigheden, die moeten,eerft bereyt zijnde, door Middelen, befchre-ven in't ii.cap. van't i.Deel, gefuyvert werden met Af-drijvende middelen,verhaelt in't felfde Deel op het 12.cap. n.4. Daernae moet men komen tot de byfon-dere ontlaftinge. Sommige hebben hier toe voorge-fchreven Nies-kyuyt, het welck met voorfichtigheyt dient gebruyckt; dewijl het foo licht in als uyt de Neus kan trecken, ende de Herbenen te feer beroert. Ick acht gevoughlicker van de befchadighde plaets de vochtigheyt te treckt in den Mont, door Q^l-midddtn, aengewefen op't 13.cap. n. 3. van'ti.Deel. Is feer dienftigh veel te ruycké aen een popjen van Nardus-fael, ende Bewf-wijn , in Tbtyiakd-W4ter een weynigh ge-weeckt. Wanneer dit gebreck veroirfaeckt wert door Sweringen, ofte Gefwellen in de Neus-gaten, die hebben haer byfondere Genefinge, gelijck wy die ftellen in de Heel-konfte. Ickfal alleen hier waerfchouwen van het Polypus, dat men het felve door de banek wech fouckt te nemen door d'alderfcherpfte middelen, felfs die eenige vergiftigheyt by haer hebben, waer door het quaet,felfs eenen quaden ende vergiftigen aerc hebbende, nocl i meerder geterght zijnde, veel arger wert. Soo hebbe ick gehen, dat in ^e gene,die men met Sublimaet, ofte Rpne , het felfde focht wech te nemen, het Polypus in de gedaente van een vergehe Vijgh,ofte Peer (gelijck hier af-geteyckent is) inden grooten houck van't Oogh den Neus uyt-wies, het Ooghgantfcli ver-drue-

ocr page 91

ONGESONTHEY T. 65 druckende, ende den Siecke ellendigh wech-ruckende. Nu onlangs was een Joffrouw het felfde gedaen, die al een kleynefwelling aen den Oogh-houck hadde,ende niet en konde verdragen,da: men in't minfte daer op raeckte, die van het aenftaende gevaer verlohis, mcc

een gloeyende Coude priem, geftekengt;dooreen Silver pijpjen, op het Polypus. Dit hebbe ick bevonden te we-fen den alderbeften middel. Want daer het een vergif het ander vermeerdert,foo verteert het V^cr alles,ende is het Gout het gematighfte, ende fuyverde onder alle metalen. Dit dient vijf fes mael aldus achter een ge-brant, ende verfcheyde pijpjensin een kommeken waters (alfoo fy door het door-ftekenvan dengloeyenden

'quot; E 2 priem

ocr page 92

66 SCHAT DER

priem terftont feer heet werden) gereet gehouden , ende dan met een nat doucxkenom-wonden, ende tegens het Po/vpusgefet, en daer dan met de gloeyende priem gebrant. Ende dit dient aldus twee, ofte drie mael daeghs^edaen. Want als men in't eerft maer eens fulcx over en ttaet, foo iffer gemeenlick des anderen daeghs foo veel aengegroeyt, alffer daeghs te,voren was uyt-gebrant. Dan als het Hooft , ofte de Neus fulcx foo dickwils niet wel en können verdragen, dan magh men wat langer tijt nemen,om met minder moeyelickheyt, maeroocklangfamer te genefen. Van den aert, ende genefinge van't Polypw is breeder te lefen onder andere by Pdré, Pigre, in't Hant-bouck der Chirurgve van b'. Card Battt«, eertijdts ordinaris geneef-meeftervan onfe Badt Dordrecht: maer infonderheyt by D'^Aqua-pendens i.Obfav. Cbirurg.16. die , als oock de voorgaen-de in onfe tale gedruckt zijn.

Qiiaden Reuck zal verdrevë werden door foodanige Middelen,die ftrecken om de Oirfaeckwech te nemen in foodanige Deelen, die den felven vóórtbrengen, alle op haer bytondereplaetfchen aengewefen.

Het X. Capittel.

DEn Stinckenden Adem is een feer tegenftaende ge-breck, foo dat by fulcke nauwelicx te wefen is, waerom oock haergefelfchap gefchout dient, als mede feer

ocr page 93

feer fchadelick voor de Gefontheyt der gener, die mec alfulcke veel omgaen. Ende derhalven hade de vader van den keyfer Galba (gelijck Swtonim betuyght) ende de wijf-gerige Craies {als Apukius verhaeit) groot ge-lijck, als den eenen van Livia OedUa, den anderen van Hipparchia, beyde rweerijeke,en fchoone Joffrouwen, felfs ten houwelick verfocht zijnde, haren bult (die ge-meenlick den adem doet ruyckë)eerft vertoonden ,om hare gebreken niet te verfwijgé, het welck als ftrijdigh tegens de wetten gehouden wert van P/aio, Cicero , ende andere. Want fy en zijn niet alle , als de Romeynlche Bilia huyfvrouw van Dudiius, ofte de huyfvrouw van Hiero,ofte Gelo , koning van Syracufen, die voorgaven, dat fy de ftanek van haer Mans niet en haddé gemerekt, als niet beter wetende, dan dat al de Mans foo roken , gelijck van den eerften de gemelte Cicero, van den anderen Lucianus , ende Pluiarchus gewach maken.

2. „Dit Gebreck wert veroirfaeckt door den ftinc-kendë Damp, ofte Waeffem uyt den Neus, ofte Mont met den Adem'voortkomende. Dit heeft wederom fijn verder Oirfaktn lt;nbsp;ende die verfcheyden, te weten, bedorven, ofte vèrvuylde Tanden ,vuyle Sweringen in den Neus, aen 't Seef-been, Amandelen, Lelleken, ofte Gehemelte , gelijck in de Pocken , ofte dat het Tant-vleyfch bedorven is,gelijck in de Blauw-fchuyt. Komtoock noch van verder, ende voor eerft uyt de Maegh,als yemantruyckende Koü gegeten heeft , als Loock, Ajuyn, ende diergelijcke. Soo bevint men oock dat de Dronekaerts nae Bier, Wijn, ofte Brandc-wijn, andere na Tabaci^ruycken. Komt mede uyt de Maegh, niet alleen door de Spijfe,diein fijn felven ruyckt, maer aldaer verdervende, eenen ftinekenden damp uyt-waef-femt. Dan defen damp en komt niet altijt eerft uyt dc Maegh, maer wert daer door fomtijts gezonden uyt de E 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Der

ocr page 94

68 SCHAT DER

Dermen van Wormen , ofte Sweringen aldaer zijnde ; jae van den Kamer-gangfelve , te weten als den Deurwachter , ofte den onderften mont van de Maegh, niet wel,ende na behooren gefloten is. Want alfdan trecken de ftinckende dampen van de vuyligheytin de Maegli, ende van daer door den Slock-derm in de Mont,alwaer fy den Adem foo befmetten, dat hy nae Kamer-gang ftinekt. Sulcx gebeurt veeltijts in Dronckaerts , door dien fy, met geftadigh drincken , den gemelten Deurwachter te fwack,ende te lofch maken. Dit gefchiet oockdoor bedorven vochtigheden, die in de Suygh-aderen, Lever , Milt, ofte Lijf-moeder fteken. Soo heb ick oock dickwils bevonden , dat de Vrouwen, die een doot kint by haer hadden , onnatuerlick ftoneken : als mede dieaen de Teringe gaen quijnë. Celijckoock verwecken de wonden , fweringen, en de bedoten etter van de Borft, Empyona genoemt. De Gebulte hebben mede gemeenlick een ftinckenden adem,om dat de bedoren Lucht door geen rechten wegh uyt kan gaen, niaer door de krommigheyt van de Borft te lang ingehouden zijnde, den aaem met een ftinekenden damp befmet.

3. Dit Gebreckgeeft fijn felven te kennen. Nuvan wat Oirfaeck ende Plaets het felve voorkomt,moet on-derfcheyden werden. Een fwering in den Neus,Amandelen, ende Lelleken kan men hen: die van't Seef-been wert men gewaer, met de mont vol waters toe te houden . Wanneer het uyt de Maegh veroirfaeckt wert, dan is de ftanek nüchteren grooter, ende minder na den eten : om dat de Koft, de dampen van den montverce-night, maer deluchtin een nüchteren maegh niet bewegende verhit, (gelijck den dorft uyt-wijft, nae de leere van Ariflotdes) ende brengt alfoo de geeften,ende voclitigheden, daer in zijnde , tot bedervinge ; daer de be-

ocr page 95

ONGESONTHEYT. 69 beweginge Culex tegenftaet. In een nüchteren Maegh ftaet den Deur-wachter open , die door de Spijfetoe-gefloten wert, foo dat de vuyle dampen foo geftadigh niet en können uyt de Dermen op-ftijgen. Wanneer uyt de felve,'tzy door fweringe,wormen, ofte yet anders, uyt de Lijf-moeder,ofte andere Deelen de Stanek verweckt wert, dat heeft fijn byfondere ken-teycke-nen, die in de Gebreken van de byfondere Deelen zijn aen-gewefen.

Belangende heteerfte,wert den Stanck verdooft met het knauwen van N^gden, K#ntd, Z^tdoar, Notm-mufean, den wortel van □4ngdic4, wel-ruyckent Lifch, ofte dier-gelijcke : maer noch beter met gemengde, waer mede de mont gefpoelt wert , ofte die men kan in den mont houden, en door laten gaen. Een wel-ruyckent Spoelwater kan gemaeckt werden van devoor-fcyde Droo-E4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' gen

ocr page 96

70 SCHAT DER

gen in Wijn gekoockt, ende daer by gemengt eenige afen van Mufkgljatt, ofte j^mbir : het welck oock wel door magh gaen. Dan langer blijven in den mont de Trochifd, ofte Kauw-pillen , ende zijn overfulcx be-qnamer om met haren goeden reuck den quaden te ver-dooven. Defe können mede uyt het poeyer van de felf-de Droogen,daer by doende wat MrfWjau, ofte Amber, gemaeckt werden, met het dijm vangumme Dragant door Rofe-water uyt-getrocken, ende dan tot kleyne kocksjens (gelijck de Hoeft kocksjens ) gebracht,ende gedrooght zijnde in den mont laten fmelten. Hier toe zijn mede bequaem de Mufkeljaet-kocksjens , inlta-lyen Moßadoni genaemt, ende werden aldus bereyt: Neemt Canary-faycktr, Ttrwen.blom,van elcx een vierendeel pont, Kantel, een half loot, Gember, Nagele?? van elcx een vierendeel loot, MrfWjaet, Amber, van elcx vijfafen. Defe twee laetftein een vijfel met Rofen-waw gefmolten, een doe,er van een Ey, daer onder geroett, ende dan allencxkens het gemelte Poeyer, tot dat het te famen tot een deegh gebracht is. Hier van maeckt men dan Kocksjens, gelijck van witte-broot, ende laetfe backen onder een Marcepeyn-pan. Als men ergens wil gaen, daer den quaden Adem zoude mogen vervelen , foo magh men een Kocksjen eten , ofte van de verhael-de Pillekens in den Mont houden, ofte den felven met het voor-fchreven Water fpoelen .

Maer door de verhaelde middelen wert de Stanek alleen als gebreydelt, ende den quaden reuck door eenen anderen,die lieffelickis,verdooft;even-wel niet wech-genomen, ofte genefen: het welck beftaetin't wech-nemen van de Oirfaeck. Defealfoo fy verfcheyden is , foo is oock de Genefinge. Wanneer het komt uytqua-deTanden, ofte Swermgen in de Neus, ofte Mont, fulcx zal genefen werden gelijck inde Hcd-Wfleaen-ge-

ocr page 97

ON G E s 0 NT HEYT. 7lt; gewefen is . Als door bedorven Tant-vley(ch gelijck in de Blauw-fchuyt, die Stanek veroirfaeckc, daer toe zullen wy onder de Milr-(ieckten de Geneef-middelen hier nae by-brengen ; Wanneer datter quade Vochtighedenin de Maegh zijn, foo dienen die gelooft, ende de Maegh verfterekt,gelijck in't i.Deel befchrevenis, wacrtoe infonderheyt Alfan-wijn , ende pillen van Aloë Rofata dienftigh zijn. Ende om dat de Spijfe niet lich-telick in de Maegh en zoude bederven, foo magh men het Vleefch doven met Rofmavijn , Salve , Foelye, daer by doende wat Wijn, A:{ijn,Veyjuy$,ofte Cit,om.fap ; in't welcke men het gebraden oock magh doopen. 'Hier valtoock bequaem in't Broot te backen Anÿs, Venck^el, ofte Carui fact ; als mede het Anijfrbifcuit, dat van Aken komt , ende gemeenlijck Spa-bifaiigenoemt wert. Na den eten dient de Maegh gefloten met Quee-kruyt , ende vorder een Manière vanleven gehouden, als in't 2.capit-tel van't gemelte i.Deel is aengewefcn. De Genefin-ge van de andere Gebreken , die den Adem doen ftinc. ken , wert op haer eygen plaetfche vethaelt.

Het X I. Capittel.

I.

ALis het Smakelicke, gelijck Arißotdes feyt, wat gevoelick, ende dat men niet en kan prouven, (onder raken, (00 en moeten even-wel deSmaeck, ende 'tGevoelen, als fommige doen, niet voor eenen Sin gehouden werden. Want alle de Deelen onfes Lichaems hebben gevoelen: maer de Smaeck is alleen in de Ton-E5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge,

ocr page 98

72 SCHAT DER

ge, ofte oock 't Gehemelte. Jae felfs dc Tonge,als men watonfmakelijcx voortbrengc, en zal niet finaké, al raeckt fy. Waer uyt blijckt dat Smaeck, ende Gevoelen , verfcheyden inlicht hebben, ende derhalven oock verfcheyde Sinnen zijn.

Het

ocr page 99

ONGESONTHEYT. 7;

Het XII. Capittel.

DE Smaeck wert mede, gelijck nu dickwils van andere Werckingen gefeyt is , op driederley wijfe befchadight ,als hy vermindert , wech-genomen, ende verkeert wert.

i. De Oirfakyn van dat de Smaeck geheel wech is,ofte vermindert (dat is, als mé niet als wat ftercx en prouft) verfchillen maer in groote, ende beftaen in een quade geftaltenis van dat deel der Herffenen, daer de gemeltc Smaeck-zenuwkens der Tonge haren oirfpronek uyt trecken, ofte dat de felve Zenuwkens te feer verkout, vervochtight,ofte verftopt zijn, ofte dat fy , door wan-fchapenheyt, aen de Tonge niet en komen. Soodanigh exempel verhaelt den Italiaenfchen ontleder Columbus gevonden te hebben in feker glas-eter, die, doen hy leefde , in geenderhande koft, ofte dranck,fmaeck en haddegehadt : maer alles fonder onderfcheyt inflough, wat hem voor quam. Op fekerentijt hadde hy gewed-det met een Apoteker van Padua, dat hy een fack met kolen zoude op-eten : het welck gedaen hcbbende,vol-dede hem den Apoteker, met befpreck,dat hy niet weder zoude komen,uyt vreefe, of hy hem met winckel met al mochte opflocken.

De

ocr page 100

74 SCHAT DER

De Smaeck wert verkeert, ofte bedorvé, als de Tonge ,ofte haer vliesjen door yet uytwendiglis, als eten , ofte drincken, ofte inwendigh , door eenige quade vochtigheyt befmetis,het zy dat de felve uyt liet Hooft op de Tonge fackt, ofte uyt de Maegh, Lever, Lijfmoeder , ofte 't ander Ingewant met aampeopvlieght. Soo bevint men in Koortfchen, Gele-fucht , ende andere Sieckten , dat felfs foete dingen bitter fmaken, om dat de Gal haer onder het fpeeckfel vermengt.

ocr page 101

ONGESONTHEYT. 75 bloet. Quade fmaecktoont datter quade, ende bedorve vochtigheytfteeckt in de verhaeldc Deelen , infonder-heyt in den krop van de Maegh.

Wanneer de Smaeck belet wert door een Heete,ofte Galachtige vochtigheyt, de felve zal men wech-nemë doorSuyverende , ende Gal af-jagende middelen , be-fchrevéin't i.Deelop't iz.cap. n.2. daer na lang door den mont laten fpelen A^ijn , ofte fap van fuyre Granaet-appelen, van j^/em, SnWmg% Porffleyn, ofte het morgh van Citroenen •

Wanneer een Koude ofte flijmerigevochtighevt dit quaet veroirfaeckt , die moet bereyt ende gefuyvert werden, gelijck in'tgemelte 1. Deel is aengewefen . Daer na zal men een gorgel-water maken van t^imer-gofle, Hvffoop , Mgrioleyne, ende Lavende,, in half water ende wijn gekoockt, ende daer by gedaen Sjroop van in-geleyde Qe^noten.

Het

ocr page 102

76 SCHAT DER

HetXIII. Capittel.

Gelegentbejt 3 ende Gebrujck.v4n'tgcvoelen .

DE vijfde,ende laetfte onder de vijf Uyterlicke Sinnen is het Gevoelen ; waer door wy onderfoucken Wat ons riut, ofte fchadelick is , oock alle wetenfehap-pen leeren. Want alderhande Konflé werden daer doot uytgevoert. Waerom ook in fcherp voelen de Men-fche, gelijck Arißotdes gevoelt, alle andere dieren overtreft , als hebbende de voelende deelë aldergematighft. De kracht van 't gevoelen komt door de Zenuwen uyt de Herbenen van binnen aen de Vliefen, ende van buy -ten aen de Huyt. Ende al is 't dat de Zenuwen om hier hardigheyt het af-fcheyden ofte quetfen fcherper voelen: foo verneemteven-wel de Huyt, van wegen haet beter gematigheyt, lichter kouw ende hitte , vochtig-heyt ende drooghte.

Het Gevoelen wert befchadight, ofte wech-geno-men in fommige Hooft-fieckten, gelijck Popelfy, Val-lende-fieckte, Slaep-fucht, als oock in byfondere leden door het verfeeren, ofte af-fnijden van zenuwen ; van 'teerfte is hier voor gehandelt, ende van 't ander zullen wyfpreken in de Hal-konß .

Het XIV. Capittel.

S.Gt-

ocr page 103

ONGESONTHEY T. 77

HEt Gcbruyck van den Mont ftreckt infonderheyt om te eten , ende de fpijfe tot het koken van de Maegh te bereyden,ende om de Lucht na de Longe te brengeniroo tot dienfte van de Spraeck, als tot voeden, matigen, ende fuyveren van den Levendigen Geeft. Waer zoude mogen by gevoeght werden den dienft die hy doet , in'tlofen van de fluymen ende vochtigheyt door fpouwen uyt het Hooft , als oock door braken uytde Maegh.

noot-

ocr page 104

,8 SCHATDER nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;'

noodtwendigh, op datfe door het veel knauwen , ende bijten op harde dingen niet te feer en zouden verdijten. Sy hebben tot de feven jaren van binnen by de wortels een merckelicke holligheyt, met eë dunne vliefachtige fchobbe, gelijck de wafTche huyfkens,omçingelt (daer alle de andere beenen haer vlies van buyten hebben) ende die veroirfaeckt het gevoelen , als oock de %^muw-kms van het derde paer, die hier mede binnen fchieten. Dit wijft de pijne der Tanden, ende oock dat fuyre, en« de wrange dingen haereggerigh maken. Defe werden vergefelfchapt door Aderen., ende Slagh-aderen. Door de Aderktn: krijgen de Tandë haer voedfelyfoo datfe foo veel aen-nemen ,als af-dijten. Nudat fy geftadighaf, ende toe-nemen blijckt daeruyt, dat als een Tant uyt-valt, ofte uyt-getrocken is, de gene, die daer recht over ftaet, veel langer wert , dan de neven daende, om dat hy geen Tant recht over hem heeft , daer hy tegen ! werckt, ende die andere en groeyen niet verder, danfy' door het bijten af-gedeten zijn , daer defen al aen,ende niet afen neemt. De Slagb-adtrkens bewaren hier de natuerlicke wermte, ende fijn oirfaeck, wanneer den Tant door-boort , ofte gebroken wert, datterdickwils veel bloets uyt-fpringt; ende in onftekinge een klop-pinge gevoelt wert .

De Tanden en zijn niet even gegroeyt, als fy uyt-komen ; gelijck men veel meent ; maer werden als met de andere beenderen af-getevckent, dan allencxkens voltrocken , foo datfe eenige tijt onvolmaeckt in de kaken blijven fteken, ende niet Tevens uyten fchieten. De voorfte komen raffer voort , foo om datfe veel fcherper zijn, als om dat het Tant-vleyfch, daer fy onder-fchuy-len,in't fuvgen,regens den tepel geftadigh wrijft, verhit,verdunt, ende derhalven lichtelicker door-boort wert. Wylefen by Plinius, van dcRomeynen MXuriu,

ocr page 105

ONGESpNTHEYT. 79 (die daerom Dentatus, ofte Getant,geheeten was) ende Cn.Papirius Carbo , als mede van Valeria , datfe met Tanden geboren zijn. Het felve getuyght Lycoßhenes ge-fchietrewefenin Engelant, ende Polydorus Firg.in Ita-lyen. Dan fulcxgebeurt feer felden : maerkomen ge-meenlick eerft uyt op , ende ontrent de fevende maent, ofte wat later , indien het kint kucht, hoeft, ofte fwack is; ende dan krijght het veeltijts ftuypen, ende loop, infonderheyt van de Honts-tanden. Nu waerom dac in den Menfche de Tanden langfamer uyt-komen, als in de Beeften, gelijck den Olifant, diefe too drae heeft, als hy geboren is , volgens de getuygenifTe van Arifto-tdes , daer van geeft hy felve dele reden ,om dat de aert-achtige overtolligheyt, de ftoffe daer de Tanden van groeven, by den Menfche, onder alle Dieren, alder-minft is . De Nature, ofte liever Godt almachtigh, heeft daer in wel voorden, ende de Kinderen fonder Tanden laten ter wereltkomê,op datfe in'tfuygen den tepel niet quetfen, ofte door bijten zoude, gelijck men dickwils het , als de kinderen met Tanden ^ygen , dat het bloet langs de borftë loopt,het welck de Moeders, maer de Minnen infonderheyt, foo groote genegent-heyt niet hebbende om pijn uyt te ftaen, wel lichtelick af-keerigl i zoude maken, om met fmerte te foogen. Daeroin is voorfichtelickingeftelt, dat de Tanden eerft zouden te voorfchijn komen, als de kinderen beginnen te eten; ende derhalven meent Arißoteks , dat de Voortanden eerft uyt-komen, als de Back-tanden , om dat de Spijfe eerft aoor-fneden, als kleyn gemalen wert. Dan dit dient wel op malkanderen te volgen.

Het getal der Tanden is in alle Menlchen niet eveneens , maer altijdt is het meerder beter , als het minder. Want die vele Tanden hebben,leven gemeenlick lang, feydt Hippocram, waer mede ^Irißoida oock overeen ■ F nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;komt,

ocr page 106

80 SCHAT DER

komt, als hy fchrijfc, dat de gene,die weynigh, ende ydele Tanden hebben , kort van leven zijn. Maer ge-lijck alle régulé niet in alles even vaften gaen,foo is het hier mede. Want van den keyfer ^hgußus getuyght den hiftory-fchrijver Suetonius , dat hy ydele , kleyne , ende rouwe Tanden gehadt heeft , en even-wel fes-ende-fe-ventigh jarë oudt gewordê is. Welck exempel CardanuS tegens den gemelten Arißotdes inbrengt. Dan Scaligtr feyt wel, genoeghtewefen , dat foodanige Leeringen meeftendeel waerachtigh zijn , gelijck fulcx felfs in de kort-bondige Spreucken van Hippocrates mede plaetfch heeft ; ende dat hy beter gedaen hadde de reden van den Prinçe van alle de Wijf-gerige te onderfoucken, als met een eenigh exempel te willen verminderen de aen-fienlickheyt van foo grooten man. De Reden,die voor KAriflotdes zoude ftrijden, is defe: Weynige Tanden be-teyckenen weynigh ftoffe, ofte weynigh kracht, om voort te brengen , beyde niet alleen teyckenen van kort leven, maer oock oirfaeck. Want daer de kracht foo kleyn is, dat fy 't gene noodigh is, niet en kan uyt-drij-ven, daer valt fy oock tot andere noodige werckingen te flap. Die oock weynigh Tanden hebben,en können de Spijfe niet wel kauwé,waer door de felfde onbereyt in de Maegl i komende,aldaer niet wel en verteert, ende de Lever daer na (alfoo de tweede verteringe de eer-fte niet en verbetert) geen goet bloet en maeckt, wanneer fy rauwe, en qualick verteerde gijl uytde Maegh ontfangt. Nu dat het leven aen goet bloet hangt , is een yegelick genoegl i bekent. Ende hierom heeft mif-fchien Arijlotdes geoirdeelt,dat de gene, wiens Tanden ydel Ronden , van kort leven waren. Maer liet zoude können gebeuren, dat het noch aen kracht, noch aen ftoffe onbrekende,de Kaecx-beenderen foo hart waren, datfy van deTanden niet wel en konden door-boort wer-

ocr page 107

ON GESONTHEYT. 8i werden , in fulcken gevalle en zoude het geen teycken van kort leven wefen. Ende dit heeft minchien plaets gehadtin dé keyferAuguflus. Vorder,al is't dat wy lefen by Plutarchu:, van Pyrrhus , koning van Epirus , by Plin. Valer. Max. ende Solinus , van Pruftas , den foon des Konings van den felfden naem, by Pollux van Eurypiokmus, den koning van Cypers , by Mdanchthonvan een dochter uyt Saxen, dat al haer Tanden aen malkander vaft, ende alleenlick als met een linye onderfcheydé waren , foo dat fy maereené Tant fchené,die de geheele kaeck beflougli, ende dat oock Valer. Maximus vcrhaelt, hoe — Dripetine , de dochter van den grooten koning Mithridates , ende Timarchus van Cypers , een dubbelde rye tanden gehadt hebben, ende, als Plinius getuyght, Hercules drie ryen, gelijckoock Columbus vethaelt van fijn foon Phabus : foo zijn dit allegader dingen , die nietnae den gemeenen loop der Naturen en vallen , ende derhalven in veel duyfenden niet eens en gebeuren : maer beftaen door de banck de Tanden onder,en boven in een rijde, ende beyde in't getal van fellhien, ende werde verdeelt in vier Voor-tanden, twee Honts-tanden , endethien Kiefen, ofte Back-tanden, die haer byfonder maeckfel, ende gebruyck hebben. De Voor-tanden zijn fcherp, komen eerft, ende vallen oock eerft uyt, om datfe maer op eenen wortelen ftaen. Haer gebruyckis, deSpijfe, als fy eerft in den mont komt,gelijck een mes te fchey-den, ende door te fnijden, waerom fy Doorfrijders in'c Griecx genoemt werden; byde welcke fy oock den naem hebben van Lach-tanden, om dat fy in't lacchen meeft gefien werden ,daer van feyt Plautus, in fijn Bly-eynde-fpelen, R^deo alhis dentibus. Defe hebben aen elc-ke zijde maer eenen Horen-tant, ofte (gelijck hem de Griechen noemen) Honts-tant, om dat dc Menfch (gelijck Galenus feyt ii. van 't Gebruyck der Deelen 9.) F 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;een

ocr page 108

82 SCHAT DER

een tarn , ende borgelick dier is , wiens kracht meerder in wijiheyt beftaet,als in Rerckte,waerom hy foo veel Honts-tanden niet en behoufde, als de Honden , ofte de Wilde heeften : maer hadde genoegh in elck kaecks-been aentwee, om eenige harde dingen, die de Voortanden niet gemorfelt hadden, aen ftncken te breken. Defe werden mede 0ogb-t4ndengenoemt, te weten die in de opperfte kaeck ftaen, om datter een deel van de Zenuwen in komt,die de oogen bewegen , ende daer-om met de felve groote gemeenfchap hebben. Derhal-ven, fevt Cdfns gevaerlick te zijn, de felvige uytte trecken. Ende Dr Paarv fchrijft, dat hy in Pijn van defe Tanden beving van Wijnbrauw vernomen heeft. Hier volgen aen elcke zijde vijfKjtfen, by de Griechen, ende Latinen Mole-tanden genoemt, om datfe dealree gebroken Spijfe in de mont , gelijck molens, noch kleynder malen. Sy ftaen dieper in den mont, ofte kinnebacken, ende hebben daerom by ons den naem van Back-tan-den. Want alfoo de fcherpe Lach-tandm , ende gehorende Honts-tanden voor aen moften ftaen, om de Spijfe eerft te ontfangen, dan door te fnijden , ende daer na te breken,foo zijn de platte Bacl^tanden, die de felve kleyn moften malen,midden in den mont, die gedeckt is, wel te recht geftelt,op dat,al(re de Spijfe malen,ende met de Tonge gints,ende weder ftooten,de felve niet en zoude uyt den mont valle. Detwee laetfte Back-tandê werde Wylheyts-tanden genoemt, om datfe gemeenlick uyt-fehieten, als het koten uyt is, eh de wijfheyt begint aen te komen.Defe tijt,gelijck blijcke kan uyt de verfchey-denheytder groote Autheure, en kan niet even bepaelt werden. Want de hoogh-geleerde Romeyn /ano ftelt haren oirfpronck op het fevende jaer,de Giicefche wijf-gerige GAriflotdes op het thiende, de prins der geneef-meefters Hippocrates op het achtende , de Arabifche prins

ocr page 109

ONGESONTHEYT. 8; prins Avicenna op het dertighfte,en andere noch later ; jae tot op hec tachtentighfte jaer . Ick hebbe fommigc oude luyden gekent, die na groote pijn in de mont,daer fyvele raet toe gedaen hadden, defe Tanden ten laet-ften voort-quamen. Dit is 't getal van alle de Tanden, die alle met hare IToridfflin't kaeex-been genagelt zijn, de Voorfte,en Horîts-tanden met eene,de Back-tanden met twee, drie ,fomtijts oock,doch felden, met vier .

Fa 9. Is

ocr page 110

84 SCHAT DER

9. Is nu allee overigh de Tonge, beftaende uyt facht, ende fpongyachtigh vleyfch, het welck bekleet is met een dun vliesjen, gemeen met den mont, ende gehe-melt, waerin eenige tacxkens van Zenuwé uyt het derde, ende vierde paer fchieten. Dit onderfcheyt al de Smaken, ende door eenige quade vochtigheyt befmet zijnde, prouft verkeert. De Tonge heeft tien Spieren, in de welcke mede eenige Zenuwkens fchieten, dienende tot Beweginge ende de Spraeck.

Het X V. Capittel.

HEt Tant.vleyfch is vele Gebreken onderworpen, fomtijts waft het te weligh , fomtijts vergaet het, ofte wert ontweken : fomtijts fweert het, flaet tot Fifte-j len, Kancker, ende Kout vyer. De laetfte raken de Heel-konfle : zullen derhalvcn hier alleen de eerfte verhandelen .

I. Alfoo het Tant-vleyfch facht, ende fpongyach-tigh is , foo komt het lichtelick te fwellen, als daer eenige waterige , ofte bedorvene vochtigheyt (gelijck in de Blauw-fchuyt) infijpt ; jae foo verre, dat het felfs de Tanden , infonderheyt de Kiefen, bedeckt, ende gevre-ven zijnde, terftont bloeyt.

Wanneer dit fwellé niet groot en is, ende fonder be-dervinge, dan kan het lichtelick geholpen werden door

ocr page 111

ONGESONTHEYT. 8§ het Tant-vleyfch te waschen met Aluyn-waur, 't welck bint, ende opdrooght, als oock met het af-fietfel van Granatt-fcheUen gt;nbsp;Gal-noun, I^oode-rofen , ofte andere t'fa-men-treckende Geneesmiddelen,onder de weicke (eer goet is het Tam-ttater , te befchrijven in 't volgende capittel. Het poeyer van de verhaelde Droogen kan men oock mengen met Syroop van Mifpdm, daer by doende een weynigh^luyn, om daer mede, gelijck met een Salfken,het Tant-vleyfch te ftrijeken. Maeralf-fer eenige bedervinge by is , foo magh men hieronder vermengen Olyt van Stravd, ofte van Koper-rootgt; ende foo veel droppels, als den noot zal vereyfehen; doch niet te veel , dewijl dat facht vleyfch niet vele fcherpig-heyt en kan verdragen.

Hier toezal men het Tant-vhyfch drijeken met het volgende. N. Wierooc)lt;, MaßicR, Drakyn-bloa, van elcx een half loot; Lifch-toonel,Boonlens-hool-troritl,vanelcx een vierendeel loot , gemengt met Oxymd,dat is , Syroop van Azijn , ende Honich.

Om tot Genefinge te komen, zal meneerft Bloet laten in den arm,daer na onder de Tonge, dan het Tant-F 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vleyfch

ocr page 112

86 SCHAT DER vleyfch waschen met het Tant-water in't volgende 19. Capittel te befchrijven.

Dan voor alles dient in defe drie gebreken de Voch-tigheyt bereyt, ende af-gefet, door fulcke Middelen, als in't i.Deei verhaeit zijn.

Het XVI. Capittel.

Niet alleen het Tant-vleyfch,mäer oock de Tonge, Lelleken,Keel,Gehemelt,jaden geheelen Mont, alle teer van vleyfch,ende met een dun vliesjen bekleet, zijn onderworpé kleyne Sweerkens, (die wy den naem van Sprouts geven) niet feer diep gaende, ende dienae haer ftoffe verfcheyden van aert , ende verwe zijn.

ocr page 113

ONGESONTHEYT. 87

F5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Can-

ocr page 114

88 SCHAT DER

Candy, doch geheel weynigh, alfoo de foetigheytvan Suycker, als mede Honich, fcherp, ende bijtende is. Het welck felfs de Syroop van Vyolm uyt-wijft;waer over ick de gene, die de Sprouw hadden, dickwils hebbe hooren klagen,dat fy de felve lickende , haer als Peper in de keel brande. Ick zal hier by vougen 't gene Dr. Foreft fchrijft verftaen te hebbe, hoe een oude vrouwe te Antwerpé,als aldaer vele Kinderé van de Sprouw ftorven,een levend' jong Kjnek-vorfchken aen haer mont fettede , ende, als het felve met de vyerigheytlijn doot gefogen hadde, wederom een ander, ende foo al voort, . waer door veel Kinderen op quamen. Het eygen is my oock van andere verhaelt, maer en hebbe daer van felve geen ervarenis. Dan het en kan niet fchaden, alfoo de Kinek-vorffehen vochtigh, koel, ende niet quaetaer-। digh zijn. JaSek kenne fommige,die 'sanderen-daeghs, als fy te veel gedroneké hebben,eenige jonge Vorfrehé fonder eenigefchade door.nicken. In Italyen is't een gemeene Spijfe, ende oock fmakelick,gelijck ick aldaer, lelfs bevonden hebbe.

6. De Maniertvan Leven dient hier gehouden, na de manière ende gelegentheyt der Sieckte,uyt de welcke de felve ontftaet , infonderheyt nae de Koortfche (daer de Sprouw meeft op volght) gelijck in dit tegenwoordige Bouck zal aen-gewefen werden. Doch uyt wat Oirfaeck de felve voort-komt, hier en is nietdienftiger als een papjen van mornw geknockte, ende door-gefla-gen Gerfle (als verkoelende, vochtigh makende, ende fuyverende) met Weren-nat, vergehe K^ren-mekk., ofte diergelijckc, ende een weynigh Candy vermengt. Wan-, neer de Sprouw in de Kinderen uyt quaet Sogh komt, dan dient de Min ten eerften verandert, ofte de felvige foolange by een andere gefooght, totdat het verbe-;

tertis.

Het

ocr page 115

ONGESONTHEYT. 89

Het XVII. Capittcl.

t. Tant-pjn,

f. Genefinge,

DE Tanden zijn verfcheyden Gebreken onderha-vigh, gelijck Loffigheyt, Bruynigheyt, Bedervin-ge,Wtvallen, en diergelijcke: maer niet dat gemeen. amp;r,ende moeylickcr valt,als de Pijn.

ocr page 116

90 SCHAT DER

peuteren. Dan de gemeenftegt;ende fwaerfte Pijn komt door Bedervingevan den Tant.

ocr page 117

ONGESONTHEYT. 91 ende Wijn , daer in geweeckt,ende licht op-geweltzijn de wortel van P,robriim,het faet van Nardin, Lnyf-kyuyt, ende Moßaert; ende aen den Tant met wat boom wol houden Olyt van Orego, ofte Nagelen. Ende dit niet helpende , maglimen aen den Tant leggen, ofte ,foo hy hol is, infteken drie vier afen Laudanum opiatum : het welck oock in over groote pijn , ende daer groote fwa-righeyt van te verwachten ware, ingegeven kan werden, dan met voorfichtigheyt. Wacr toe mede feer dienftigh is den Tabaci.,het zy gedroncken,ofte ,voor de gene,die hem niet gewent zijn, den roock van den felfden ,foo lang fy können , ontrent den pijnigen Tant gehouden , ofte een bladeken Taback (dan dit en helpt foo veel niet) daer tegen geleyt. De bedorvene Tanden zal mëfuyveié met Br4nde-wÿngt;waerin wat Myrrhe geweeckt, ohe ßincktndt Gouwe in gekoockt is; het welck oock bequaem valt , wanneer datter alreede Wormengegroeyt zijn. Doch als het foo verre gekomen is , dat den Tant meeft op-gegeten is , ofte dat hy een fweringein't kaecks-been op- geworpen heeft,dan is het tijt, dat men hem uyt-treckt. Dan hier in moet wel voorfichtelick gegaen werden , ende fuiex niet begonnen , voor dat hy lofch is. Want het gebeurt fom-tijts , dat fy vaftaen't Kaecks-been groeyen, foo datter cen riuck van't felve met hetuyt-trecken aen den Tant vaft blijft. De Françoifche geneef-meefter Holkvius heeft hier over een aen-merekens waerdigh exempel, van een Heel-meefter, die in fijnen tijdt te Parijs een Tant uyt-treckende, met eenen uyt-ruckte een ftuck van her Kaecks-been , ende de naburige Tanden, waer op een gevaerlicke bloet-vloeying volghde. De Tant-trecker voor recht geroepen zijnde, werde vry ende on-fchuldigh gewefen, vermits bevonden werde , dat de Tanden niet nae de gewoontegt; ende nature in haer ho-v nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;len,

ocr page 118

92 SCHAT DER

len,ofte huyfkens geplant, maer gantfchelick vaft met de Kaeck vereenight waren. Dit vonnis komt over een met het gene de wijf-gerige Plato ftelt in fijn 9. bouck der Wetten, als hy een Geneef-meefter onfchuldigh kent, wanneer hy onnoofel ,en niet willens een Siecke bcfchadight. Want 't gene verhaelt is , zoude Efcula-piusfelve (die vooreen Godt in de Geneef.könne gehouden werde) wel können gebeurt hebben ; de welche, gelijck Cicero getuyght, het Tant-trecken gevonden heeft .

6. De gene, die met Sinckingen gequelt zijn , dienen haer te fchicken na de Manière van Leven in't 14.03-; pittel verhaelt. Maer infonderheyt moet gelet werden, om de Tanden voor bederving te bewaren; waer toe alle morgen den mont dient gefpoelt,oock na den eten; ende geen fpijfe tuschen de Tanden te laten Heken,1 Pek.el,ofte (als men't hebbë kan) ^^«-tPAferis bequaem,' om nae de mael-tijdt, de Tanden te wrijven. Degene,■ verhaelt Plutarchus, die feyde, tegens de gebreken der, Tanden niet te fchrijven voor de gene, die aenzee wonen , gaf het gebruyck van het Zee-water te kennen-In de plaetfche van het Zee-water gebruyeké fommige haer eygen Water. Het welck niet tegenftaende fulcX in fekeren Egnatius befpot wert by den poëet Martialis $ ende in de Spaengjaerts by den Grieckfehen hiftory-fchrijver Diodorus, als medeonfen Erafmusrfoo wert het wel,ende te recht geprefen van Lucius Marineus , in't i. bouck van fijn Spaenfche hiftorye. Hier moet ge-fchouwt werden het gebruyckvan veel Melck, ende al wat te foet,te fuyr,ofte tefcherp is.

Het

ocr page 119

ONGESONTHEYT. 93

Het XVIII. Capittel.

DE Tanden, die uyt den aertwit ende helder zijn, werden fomtijts van verwe verandert, ende gelijck als met peek, ofte roet befmaert, het welck dacr nae tot vervuylinge , ende bedervinge ftreckt.

ocr page 120

94 SCHAT DER

Het eerfte wert beftelt, dat men deTanden wafcht met Wijn, ende Ciirocnfap, en de felve wrijft met Afcb VAn Tabacf, ofte gebraden ^out onder Honigh van Rofen gemengt. Ende, alfoo defe Tanden dickwils een quaken reuck van haer geven , foo magh men een poerken maken van Bereyde vrÿn-fleen, een half loot, Afob van Taback^een vierendeel loot, Nagelen, Wortels van Wd-riecfend. Lieh , van elcx een half vierendeel loot, Amber-grijs drie afen. Sommige mengen hier CaneeZ by, dan ick oordeele de felve de Tanden gantfeh ondienftighte zijn, als bevonden hebbende, dat eenige Vrouwen, fwanger, ende luftighna Cancel zijnde, door te veel den felfden te eten, meeft alle haer Tanden met Bucken verloren.

Wanneer de Oirfaeck van binnëin't Lichaem is, dan moeten de quade Vochtighedë gefuyvert , ende afgefet werde door de Middelen meer-maels verhaelt;als oock het groeyen belet door een goede Manierevan Leven.

ocr page 121

ONGESONTHEYT. 95 wacht van vette Spijfe, Melck, ende al 'tgene wy onder de Wtwendige oirfaken gefielt hebben. Wanneer de quade Vochtigheyt elders van daen komt, dan dient geleeft, als in de Gebreken van foodanige Deelen is aen-gewefen.

Het XIX. Capittel .

6. Manière van Leven.

1.

DEwijl de Huyfkens van de Tanden met de andere Leden groeyen, ende dat de eerde Tanden , fache zijnde , allencxkens harder , ende dienvolgende onbe-quaem voedtfel krijgen, foo ftaenfe gelijck als uyt en teren , ende daer op lofcl i werdende, komen uyt te vallen. Dit gefchiet gemeenlick ontrent de feven jaren, gelijck Plinius, volgens de ervarenthéyt verhaelt in fijn 7. bouck, als oock de poëet Piamus in fijn bly-eynde (pel, genaemt Mtnæchmi :

Quot eras annos natus ?

Septennis, nam mihi dentes tum cadebant primulum. Nae defe uyt-gevallene komen andere,die harder ende vafter zijn, in de plaetfch, het welck wy verwidelen noemen. Sommige hebben gemeent, om dat de eerfte aen 't eynde onvolmaeckt, facht, ende als uyt-gehoit zijn, dat het maer by-hangfels en waren van wortels , die in het Kaecx-been bleven, ende dat die afgevallen

G nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zijn-

ocr page 122

96 SCHATDER

zijnde, wederom andere Tanden uyt dien eygenwortel fproten. Maer de Ont-ledinge leert ons, dat tuschen de gene , die uyt-vallen, ende die in de plaets komen, geen famen-vouging en valt ; jae fy en können malkanderen niet raken, van wegen het middel-fchot, dat tuf-fchen beyde ftaet, het welck den nieuwen Tant doorboort , als hy uyt-komt. Dit loPch werden, ende uyt-vallen der Tanden is natuerlick:maer het gefchiet oock। daer nae fomtijts gebreckelijck, waer van ons alleen te handelen ftaet.

2. De Tanden werdenlofch, ende vallen uyt,infon-derheyt de Voorfte, vermits fy maer aen eene wortel vaft zijn , door Wtwendige, ende Inwendige Oirfakm*.

Sulcx gefchiet Wtwendigh, ofte van buyten , doof Siam , Vaïlm, ofte Stootm; waer door den Tant in fijn huylken gewickelt wert . nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I

Inwendigh, door gebreck van Voedtfel, (gelijck men het in Oude luydcn,ende fomtijts oock in de gene, die even uyt een Sieckteop-ftaë) het welck de Tanden fchraelder, ende dien volgende de huyfkens , daer fy in ftaen,ruymer maeckt:als oock de groote Vochtigheyt, aldaer uyt het Hooft , ofte geheele Lichaem gelónden zijnde, de welcke de zenuwen, ende banden,diede, Tanden aen 't kaecx-been vafthechten , lofch maken, infonderheyt wanneer daer een quaet-aerdigheyt by-komt, gelijck in de Blauw-fchuyt, in de welcke ick gehen hebbe, meeft alle de Tanden in een , ende twee dagen uyt-vallen, gelijck oock in de Pocken,door het ge-bruyck,ende het ftrijcken met QuicleJih^r. Het gebeurt mede , datter eê fcherpe vochtigheyt op de wortels van de Tanden fackt, die de felve dan doet leuteren, endeI haer wortels door-etende, doet uyt-vallen : ofte datfe het Tant-vleyfch verteert, waer door het ftutfel derI felviger dan wech-genomen wert. Daer wad mede uyt !

eeni-

ocr page 123

ONGESONTHEY T. 97 eenige Snltigc vothnghtyt , infonderheyt oude Kat: , als hy aen de Tanden blijft hangen, fekere Steen-achtigheyc aen de Tanden,waer door fy dickwils lofch, ende uyt-gelicht werden,

ocr page 124

98 SCHAT DER

gehadt het volgende Tanl-water. Neemt Salye, Brot-ntttls , Rof-marijn, van eicx 3 hant vol. Malrovt, Wach-bru, van elcx 2 hant vol. Wortels van Vÿf-vingtr-kyuyh J^tver-kyuyt, Ockyrnou-boomen (het pit uyt-genomen) van elcx 2 onçen. Bereydt Coryandtr, Citroen-fchd, van elcx eë halfloot, Cypra-notm, n.io Gromt-pruymtn n.5 Fijnen Bolus , Miflick^, van elcx een halfloot. Alles ge-ftooten in roode ende treckende Wijn drie dagen werm geweyckt,ende dan door een glafen helm over-gehaelt,' ende in dat water foo veel Aluyn gemengt, als men nae gelegentheyt zal bevinden te behooren. Die het niet te pas en komt, dus alfoo te maken,kan de felfdeSim-pelen in Roode-wijn doen koken , ende met het door-gekleynfde nat de Tanden fpoelen.

Wanneer door overtollige Vochtigheyt de Tanden Lofch zijn,dan moet de felvige af-gefet werden , door Middelen meer-mael verhaelt , altijt acht nemende op de plaets, diefe toe-fent. Voor de Loffigheyt, die door Blauw-fchuyt, ofte de Pocken veroirfaeckt wert, zullen hier na de Geneef-middelen aen-gewefen werden: gelijck hier voor in't 27. cap verhaelt is , aide komt door lofch Tant-vleyfch.

Wanneer Steen-achtigheyt aen deTanden begint te groeyen; foo moet men het felveaf-doen met een gou-de,ofte hlvere priem ,ende daer na om de groey te beletten, deTanden fuyver houden met fpoelen, endeanders , gelijck in't laeft voorgaende capittel befchreven is. Onder-tudchen oock forge dragende , datter geen fpijfe tuschen de Tanden blijft fteké. Daer toe en dient geé Mes,gelije gemeenlick gefchiet, gebruyckt te wer- gt;nbsp;den, alfoo het Y fer de Tande tege is: maer wel de lange I beenderkens die in de beenë van hoenderé,ofte kalkoenen zijn, fommige vifch-gratèn, een hlvere priemken: , dan alder-beft was een goude tant-Roker.

ocr page 125

ONGESONTHEYT. 99

Ende alfoo de Tanden, die uyt-gevallen zijn ,'tzy door gebreck van voedtfel ,'t zy door bedervinge,niet en zijn te herftellen,foo können even-wel,om dateert Tande-loofe mont feer leelick ftaet,en oockde fpraeck feerontçiert,andere van yvoir in haer plaetfche met een gouden draet, vaftgeftelt werde. Dan fulcx en gefchiet niet fonder geweldige pijn, waerop dickwils een groo-te onftekeninge volght; infonderheyt wanneer men het Tant-vleyfch,ofte de Zenuwkens te feer druckt, waer op derhalven wel dient gelet.

Het X X. Capittel.

63 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;AJs

ocr page 126

SCHAT DER

100

I.i ALs het Lelleken, dat in de Keel ftaet, te lang ofte।

te dick hangt,dat noemen wy Huygb,ende geschiet, met ofte fonder ontRekinge.

ocr page 127

ONGESONTHEYT. TOI ende gebraden ^ow, in een fpateklepelken aen't Lelie-ken gehouden ; als mede met het poeyer van Granatt-frhdlm gt;nbsp;Gal-noten , rooden Böig«, ende diergelijcke.

Wanneer hier brant, ende onftekinge by vermengt IS, dan zal men, het Lichaem facht ont-laft zijnde, eerft in den arm ,in de Vrouwen oock op de voet,endedacr na onder de tonge Adtr-latm ,als mede Koppen fetten in den Hals , ter zijde den NecR. Daer nae magh men het vethaelde Gorgd-water gebruycken , ende den Huygh lichten met het laetfte Poeyer.

Het XXL Capittel.

! •I.

DeKeel , ende Amandelen , alfoo fy, tot het door-fwelgen,van doen hebben geftadigh vervochtight t te werden: foo krijgen fy fomtijts al te veel, waer door !fy komen te fwellen. Hier valt meeftendeel een Onfte-'kingeby. De felve fwerende, ende door-brekende laet fomtijts een yuyle Sweringe.

/ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;G 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;2. Wy

ocr page 128

102 SCHAT DER

ocr page 129

ONGESONTHEY T. 103 van de gemeltetoe-vallë ce weten ftaet) foo moet gelee werden om het gefwel te doen door breké met ftereker, ehfeherper Gorgel-water van Bcriram-wortds, Hy§oopgt; Thijm, Marioleyne, wb Moßaert fatt, in Mede gefoden: ende foo de huyt, door fijn dickte, ofte dat de etter te diep leyt, hier mede niet door en breeckt, foomagh men met '1 lança een openinge maken, ende dan gorgelen met Mtdt, om te fuyveren; daer na met wach-bm-04h,, ofte Bolus 1 gelijck hiec in'c beginfel verhaelt is , tot dat de Sluyting volght.

Wanneer de Amandelen door verfuym van Middelë, ofte anders , verhart zijn, foo zal men de felve foucken te verfachten met Gorgel-water van Hum,-worlds , van wùu Ldytn, Maluwe, Glas-kyuyt,Vyolm, Lyn-faa,vijgen , Camilkn .

Het XXII. Capittel.

y. Voor-tejekenen ,

6. Genefinge, 7.Maniere vanLeven.

G 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Godt

ocr page 130

104 SCHAT DER I.

GOdt almachtigh en heeft niet alleen den Menfche roet de Reden, maer oock met de Spraeckgt; boven de ltomme heeften verhevé. Het welckvoorwaer geen kleyne weldaet en is. Want hoe ellendigh ende onge-nuchlick zoude des Menfchen gelegentheyt wefen ,indien den eenen den andere fijne meyninge niet en konde te kennen geven ' Sulcx en blijckt niet alleen wanneer wy zijn by ftomroe,ende doove, maer oock by luyden, wiens Spraeck wy niet en verftaen. Hier van fpreeckt den H. oude-vader Augußinw in't I9.bouck van de ftadt Godts op't 7.cap. aldus: WannwdtMmfehm/tgtmfy gtvotkn, malkander niet en können medt-dtekn, alken om dc vtrfcbeydenheyi der Talm , dan m helpt diegroote gemeenfehap der nature niet om de Menfchen te verfamelen; foo dat een Menfche liever is by fijnen hont , als by een vremt menfche • Derhal-ven heeft Godtgewilt, dat oock daer de krachten on-breken, de Spraeck niet en zoude vergaen ,gelijck men Wenkan niet alleen in vele Krancken, die felfs met de door op de lippen noch fpreké: roaer oock in Oude luyden , die gemeenlick veel praets hebben : waerom by de Poëten verliert is , dat Tithone , om fijnen hoo-gen ouderdom , ten laetften verandert zoude wefen in een Krekel, een fwack,maerluyt-ruftigh dier. Hoe dat door het praten van Oude luyden in een Barbiers winc-kel, de ftadt Athenen van Sylla , overfte der Romeyn-nen, is in-genomen, wert verhaelt by Plwdrcbuj æ lijn bouck van de Klapperny, daer hy oockfeyt,niet wonder te wefen, dat de Barbiers klappachtigh zijn , dewijl al de klappers ende fnappers op haren winckel komen, ende daer blijven fitten , foo dat fy daer door een gewoonte van klappen krijgen. Derhalven gafde koning Archelaus, als hy de fcheer-douck al om hadt, den Barbier, die vraeghde, hoe hy gefchoren wilde wefen, een aer-

ocr page 131

ONGESONTHEY T. 105 dige antwoort , Siil.ftrijgtndt. Jae het Spreken en kan niet alleen aengenaemheyt,ende onaengenaemheyt verwecken: maeroockgoet, ende quaet doen. Metde Tonge wert Godt gelooft; endeonfen even naeften ge-laftert• Hierom liet Bias , als hem van Amaßs, koning van Egypteneen geflacht dier gefonden was, om daer van te hebben het befte, ende quaetftevleyfch, aen den Koning de Tonge brengen: welcke fake, feyt de ge-melte PluurchiK , hem tot groote eere, ende verwondering geftreckt heeft .

ocr page 132

io6 SCHAT DER qualickgefielt zijn .

De uytwendige Oirfaken zijn Gramfchap, Schrick., on-verwachte Blijdfchap,ende diergelijcke Omrocring: waer door de gemelte Geeften van haer plaetfch getrocken werden,Dronckenfch4p, waer door de Spieren te feer ver-vochtightzijnde, de Tonge niet recht tegen de Tanden en können liieren. Ende fulcx en gefchiet niet alleen door overtollige Vochtighcyt, maer oock door al te groo-te Drooghtc, waer door het bewegen van de Tonge tegen wert gehouden.

ocr page 133

ONGESONTHEYT 107 ken Aqua Vitœ Manhioli , ende Thtriaktl-waier. Is oock dienftigh,als te voren het Lichaem,ende 't Hooft wel . gefuyvert is , eenige kleyne Koucxkens op de Tonge te houden besäende uyt het poeyer van Peper , Bertram , Luyf-kyuyt , wit Moßaert-fau , ende een weynigh Beverswijn, met Conferve van Salye, ende Syroop van Stoechas vermengt . Indien de Spraeck door Drooghte, gelijck in Koortfchen, belet wert , die zal men wech-nemen, als hier nae in de Koortfchen befehreven is . Ick zal hier alleen verhalen twee exempelen van de gene, die van Stameren, ende Stommigheytvremt verloft zijn. De eerfte is geweeft de grootfte voor-fpraeck onder de Griechen Demoßhenes , de welche (gelijck Cicero de Oratore, ende Plutarehus, in fijn leven verhalen) in fijn jonck-heytfoo Hamerde, dat hy de eerfte letter van de Konfte, die hy leeren wilde , niet en konde uyt-brengen, evenwel met eenige fteenkens in den mont te Heken, ende een langen adem te fpreken, foo verre quam , dat hy de wel-fprekenfte onder alle de Griechen geacht werde . Het ander is van de fone van Croefus. Defe zijnde honing over Lydien, en van Cyrus koning der Petfen overwonnen , als hem feker krijghf-man, die hy onbekent was, meende om te brengen; de Soon, die altijt Horn geweeft hadde, fulcx fiende, betrede uyt fchrick fijn Tonge lofch, ende riep, Man , en llaet u handen niet aen Croefas. Ende na defeeerfte woorden, bleefhy daer nae altijdt Spreken , gelijck Herodotus getuyght in'c x.bouck van fijn Grieckfche hiftorye , hy ,die meerder als vijf jaren Hom geweeft was, gelijck Seneca fchtijf: 3.Contr. 5.

7. De Maniere van Leven moet volgende Oitfahen , ende is op haer plaetfche in foodanige Slechten aenge-wefen.

HET

ocr page 134

ocr page 135

H E T TWEEDE BOUCK,

VAN DE

s1ECKTEN

O E R

BORS T.

ocr page 136

ocr page 137

III

Het Eerfte Capittel .

DELucht-ader zijnde ten deele VleyCigh, om den Adem in,ende uyt te halen, ten deele Kraeck-bee-nigh, om de Stemme wel tedoen klincken,foo moeten beyde daer toe in haer gematigheyt gehouden werden , ende fulcx milchende , wert de Spraeck befchadight, 't gene wy gemeenlick Hee(heyt noemen .

Inwendigh wert de Heelheyt veroirfaeckt door ^oute ende fcherpeSinckjngen, uyt het Hooft vallende,ofte Zoodanige Dampen , van Onderen op.komende, als oock quaet-aerdige,gelijck in de Pocken .

ocr page 138

112 SCHAT DER

ocr page 139

O N G E s 0 NTH EYT. 113 gefeheyden werden fonder groote verhittingc , ofte drooginge, ende van een verdeelt zijnde (omeenige windigheyt die daer mede gemengt is) fonder grooten arbeyt uyt de borft gebrocht werden , ende gefuyvert , als Dodonœus van het faet oock te kennen geeft. Ick weet ,feyt Lobd,Heefche Sängers , foo wel jonge, als oude, die by-kans ftemme, ende aeffem verloren hadden gt;nbsp;ende op korten tijdt een klinckende heldere ftemme weder gekregen hebben door hulpe van dit kruyt. Hybefchrijft oock een Syroop van Eryfimum gemaeckt, waer mede hy genefen heeft ettelicke, die veel jaren ? lang heel heefch geweeft waren, te weten het groen kruyt felve ftootende, ende van dat Sap, met andere daer toe dienende dingen , nae de konft een Syroop be-reydende. Ick hebbe de felvige mede dickwils ge-bruyckt , ende feer goet bevonden , doch niet in verouderde, ofte alderhande Heelheyt, dewijl het kruyt in aert, ende gematigheyt foo wel, als in gelijckenide treckt na den Moftaert. Hy getuyght even-wel in fijne Kruyt-bouck, een dochter van een thien-jarige Heef-heyt daer mede geholpen te hebben.

'6. Tot Manière van Leven dienen gefchouwt de uyt-terlicke oirfaken hier voor verhielt , als mede Salaet, ende al waer Azijn ende Peper by is: maer gebruyckt verfachtende Spi|fe,ende Dranck, gelijck Eyeren, Freren, ofte Kgilfs-nat ongezouten, Melc^, Gerße-watey , Aman-dd-md'k., door-gt/lagm Gerfte,ende diergelijcke .

Het II. Capittel.

H 2

4. Poor-

ocr page 140

„4 SCHAT DER

GElijck alle Dieren door in-geboren aert genegen zijn om 'c gene fy vernemen fchadelick te vvefen, van haer afte weren: even-eens doen oock de Deelen onfes Lichaems. Alfoo ont-laften haer de Herbenen door het Nießen, de Maeghdoor het Braken, de Borft door het Hoeften. Het tweede en fchijnt lbo natuerlick niette wefen; maer van heteerfte, ende laetfte feydt Gaknus , dat den opperften Schepper tweederhande be-weginge in de Dieren geftelt heeft,om 't gene haer tegen is, uyt te fmijten, te weten, Nieiren,ende Hoeften. Alle Dieren en hoeften even-wel niet, onder welcke zijn de Offen, om datfe, als Ariflotdes leert , haer vochtigheden uyt-quijlen. Soo befchrijvé wy dan den Hoeft te zijn een raffe beweginge van de Longe, de welcke dooryet, dat haer moeylick valt, geprickelt zijnde, 't felve fouckr uyt te werpen, daer toe tot hulpe treckende de Spieren van de Borft, ende'c Middel-rift. Doch alfoo de Longen geen , ofte weynigh gevoelen hebben, foo wert den Hoeft alleen verweckt, als het velleken komt te befchadigen, dat de Stroot-pijp, ende hare tacken door de Longen verfpreyt, van binnen be-kleet, ende van foo fcherp gevoelen is , dat het oock 'tminlle , van 't gene de Longen raeckt, ofte in de Stroot-pijp fchiet , terftont gewaer wert, ende alfoo, om 't feive uyt te fmijten, Hoeft verweckt.

2. De naefte, ende algemeene Oirfaeck , is , al 'tgene het gemelte velleken der Longe , ende Stroot-pijp befchadigen, ende tot uyt- hoeften verwecken kan. Sulcx doet fomtijts Hwe, gelijck door lang verblijven in de Son,

ocr page 141

ONGESONTHEYT. ng Son, veel Peper, ofte diergelijcke te eten, Brandende Koonfehm : maer meeft Koude , als koude Lucht , Kout , ofte ^nee-mater drincken , ofte anderen dranck, die door Ys, ofte :^nee verkouwtis. Infonderheyt vermagh de Kpude feer veel, wanneer fy met Drooghte vermengt is. Want daet door wert de Borft geheel fchrael, gelijck më verneemt,als de Winden lang uyt het Noorde waeyë. De Vochtige ongematigheyt meent lacchinus hier geen moeylickheyt te baren,als de welcke van verfachtendë aert is ,ten zy dat fy foo ongelijck aen-komt,ende dan kanfe mede een kleyn kuchjen verwecken. Defe Onge-matigheytis fomtijts fonder, maer meeften-deel met ftoffe. Hier-benevens doen noch hoeften Rooc^, Siof van Ka/ck, ende Steen , Garßige-noten, hart Roupen. Maer meeften-deel yet dat op de Longen valt, het zy darter eenige Sinekingm uyt de Herffenen door de Stroot-pijp facken,het zy darter yet onder het eten, ofte drineken, ofte lacchen, gelijck als in een verkeerde Keel fchiet.

Hier op en zoude mifTchien niet qualick paffen , te verdragen het verfchil,al van oudts (gelijck te Gen is by Plato , Arißotdes, Plutarchus , Agdlius, ende uyt de nieuwe , by rçhodiginut , Fernelius, Laurentii«, Sennertus) tuf-fchen de Geleerden onftaen, of den Dranck mede in'c drineken nae de Longe gaet. Om hier niet in'c breet de redenen van weder-zijde by te brengë, foo zal genoegh zijn vaft te Hellen , dar het meefte nat van Dranck, ende diergelijcke, meeft door den Slock-derm, nae de Maegh gaet , maer dat niet-te-min oockeenige voch-tigheyt door de Stroot-ader in de Longen fijptgt;als daer mede noodigh zijnde, ende dat het Klapjen, het welck op het Stroten-hooft ftaet,aldaer niet geftelt en is,om het felfde foo vaft te duytë,datter gantfch geene voch-tigheyt voor by en zoude facken, maer om datter niet harts , ofte te veel nats fevens in zoude fchieten : het H 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;wclck

ocr page 142

ii6 SCHAT DER welckterftont doet hoeften, ende fomtijts wel flicken gelijckin't cap. van de Squynançye verhaelt is. En daer van en is geen noot, wanneer een weynigh van het nat, door het Klapjen tegen-gehouden zijnde, allencxkens langs de Kante van de Stroot-pijp tot in de Longé fijpt.

Nu zijnder noch andere Óirfaken die het Hoeften verwecken: ]n de Bord,wanneer de Longen geprickelt werden door Pleuris, Onßekinge, verborgen Gefwtl , daer etter in vergadert is, Bloet-fpoutven , Teringe, ende dierge-lijcke : Buyten de Borft, als de Lever , Milt , Maegb ge-fwollen ofteenßekyn zijnde tegen het Middel-rift drucké, ende eenige quade, ofte fcherpe Dampen (gelijck in't Water , ende Gele-fucht) de Longen mede deelen.

3. Al is'c, darden Hoeft,gelijck Arißoteles welfeyt, een yegelijck door Oen ende hooren kenbaer is , foo en vallen even-wel de Ken-teyckenen der Óirfaken , waer na de Genefinge geftiert moet werden , voor een yegelick niet kenbaer, ende dienen derhalven mec onderfcheyt wel aen-gewefen .

Wanneer den Hoeft veroirfaeckt uyt Hitte, dan iffer uytwendige ofte inwendige hitte voor-gegaen ; is ge-meenlick maer een droogekuch, ende en over-komt niet, dan als men fpreeckt. Soodanige zijn dorftigh, ende voelen baet by verkoelinge. Haer Hooft ende Borft is root onfteken, en de Pols Baet rafcli. Gantfch tegen-ftrijdende Teyckenen vertonnen haer in de Koude ongematigheyt , te weten, geen dorft, bleyckwe-fen, baet by wermte . De Drooghte wert betevekent door droogen hoeft, ende foodanige voorgaende Oirfa-ken. De Vochtigheyt is naeulicxfonder ftoffe, te weten Sinckingen , ende als die oock by de gemelte On-genratigheden zijn , daer van ftaen de Ken-teyckenen aen-gewefen hier voor in't i4.capittel; gelijck oock op haer plaetfche, de gene, die door andere Sieckten, 'tzy

ocr page 143

O N G Es ON T H E YT. 117 'czy binnen , ofte buyten de Borft, Hoeft verwecken. De Uyterlicke oirfaken toonen haer felven.

4°,.Wacde Koor-jeyckenen belangt, Den Hoeft, die van Sinckingen verweckt wert , als van enckele Onge-matigheyt, ende wanneer die lange duytt, brengt van wegen fterck ontroeren der Borft, waer door eenige aderen komen te berften, als mede, dat defluymen in de Longe bederven , ende fcherp werdende , liaer teer vleyfch door-eten , eerft Bloet-fpouwen, waer op daer nae de Teringe volght. Valt oock fwaerder den Kinck-hoeft in jonge Kinderen, ende die van Sinckingen in Oude luvden, als andcre,die in't beft van haer leven zijn. In de Kinderen,om dat hy haer den adem , ende'tdapen belet, ende dickwils doet fcheuren. In Oude luyden,om dat de fluymen in haer niet en rijpen, ende hyderhalven gemeenlick by-blijft. Den Hoeftgt; die voor-komt uyt yet dat van buyten infchiet, gaet over , als 'tfelve wech is ,gelijck Smnmusverhaelt van yemant, die een Kers-fteen door de averechtfe keel in-gedickt hebbende, daer van drie weken lang by vlagen hoeftede, tot hy ten laetften , nae dat hy op een nacht een gantfche uyrfterckgehoeft hadde,de Kers-fteëuyt-fmeet. Quader is de gene, die door Pleuris,ofte Bloet-fpouwenkomt, dewijl foodanige heckten in haerfelven befwaerlick zijn; als mede die door het Water ver-oirfaeckt wert, als niet alleen door gewichte, ende me-nighte het Middel-fchot benauwende, maer oock be-teyckenende, het felve foo toe-genomen te hebben, dat het niet könnende in den busck alleen geberght werden,op.ftijght tot in de Borft. Den Hoeft,die door gefwollen Lever, Maegh, ofte Milt, veroirfaeckt, fchickt hem nae de genefinge van de felfde Deelen .

5. De rechte Genefinge beftaet hier medein't wech-nemen van de Oirfakë ; dan den Hoeft valt wel fomtijts H 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;foo

ocr page 144

ii8 SCHAT DER

foo fvvaer,datter gevaeris van borftê der aderen,fcheur-fel , mifdracht, ofte diergelijcke, ende in fulcké gevalle moet vooreerft den felven verfacht werde door Gomme Dragant, ende van Arabyen, fact van Maluwe, ende vaquot; Boom-Wolle, Suvcker-koeexkens van Heemß.wortel,Sotte-mdek ^daer Heemß-wortd in gefoden is , met Candy , ofte Drol-fuyckyr gefoet , Door-geßagen Gerße, Olye van foete Amandelë,vergeh fonder vyer geperft,S/gm van Quekeerntn met water van Hoef bladeren uyt-getrocken, Soet-hout, ofte Drop, OngtTpyute Boter met wat Candy, ofte Drol-fuyekçr, ofte een Licking van Syroop van lujuben , van de welcke, als oockvan alle de Hoeft-middelen breeder te fien is in't i8.cap. van't i.Deel.

Maer als den Hoeft na de Verfachtende nieten luy-ftert, foo raden fommige te komen tot de gene, die de fcherpigheyt van't gevoelen verdooven, gelijck Syroop van Bollen, vergehen TheriaW, ofte Mithridaet,Philonium, Romanum, Pillen van Honts-tonge, Laudanum. Dänin defe Middelen , dient feer voorfichtigh gegaen: want zouden den Hoeft wel wat over doen gaen, maer de Oirfaeck foo veel te vader fetten. Derhalven dienen fy weynigh gebruyckt, ende niet als in de uyterfte noot ; ende dan noch gemengt, onder de gemelte verfachtende ,gelijck Syroop van Bollen , onder die van lujuben , van elcx even-veel,ofte van de eerfte wat minder. Van de Honts-tong-pillen zijn 3agafen genough,ende2a3 van I.4Ú?mm(fiet het I4.cap. van't 1.Deel) van Theria^d, ofte Mithridate een vierendeel loot, van Philonium (te weten fonder Euphorbium) een ferupei, de drie laetfle alleen in koude oirfaken, als die heet en fcherp zijn: de eerfte in alle .

Wy komen nu tot het wech-nemëvan de Oirfaken. Den Hoeft uyt Heete ongematigheyt, wert geholpen van binnen met Syroop van Pyokn te licken , ende van buy-

ocr page 145

O N G E s 0 NT HEYT. 119 buyten de Borft met den Olye van Vyoltn te fmaren : uyt Koude , van binnen met Honigh, Syroop van Hyffoop, van Vmus-hayr ,So€t-hout , Taback, Malrove : met Vygm ende Srfraen te beugen: van buyten met Olyevan Camilltn, van Wijn-riiyte gt;nbsp;bitter Jlmandekn, Eodye. DeVochtig-heyt wert verbetert door de laetft verhaelde , ende darter van buyten een heet Sacxken van :^ut, met Gerflin de Pan getooftop de Borft geleyt wert. De Drooge Longen,ende Keel werden vervochtight door geknaut Sott-fout, Robijnen' lujuben, met Verkoelende Sadtn, door-geßagen Gerße, Amandel-mdck, van buyten met vergehe Boter, ofte 0lyev4n Soete Amandelen. Dan het komt hier meeft aen op een bequame Maniete van Leven, die wy terftont zullen aen-wijfen.

Wanneer den Hoeft door Sinckingen voor-komt, dan moeten de Sinckingen belet werden , gelijck opt i4.cap. van't i.bouckis aen-gewefen, daer onder vermengende na gelegentheyt eenige van de nu verhaeldc Hoeft-middelen,altijdt lettende dat de Fluymen niet te dun, oftete dick en zijn. Wantals fy al te dun zijn,en können niet wel met hoedé op-gebracht werden, door dienfe van de Geeften met kracht op-geheven zijnde van malkander fcheyden,ende foo wederom in de Longe vallen. Maer veel fwaerder vallenfe om op te brengen , die dick en taeyzijn,als die door de Geeften niet licht beweeght en können werden. Derhalve dienenfe in een matige geftalte gebracht,door fulcke Middelen, als in't 18.cap. van het 1. Deelzijnbefchreven .

6. Wat nu de Manière van Leven betreft: Die van wegen Hine hoeft,dient een kode Lucht tefoucken,ofte indienfe allefins van felfs te heetis, te verkoelen , gelijck in't 2.Deel van den Schat der Gefontheyt is aenge-wefen. DeSpijfe moet mede verkoelende wefen,ofte geftooft met Endivje, L4nou.v, ende diergelijcke : den

H 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Dranck

ocr page 146

120 SCHAT DER

Dranck Gerße-wattr, ofte Rleyn Bier, maer gantfch geen Wijn. Soodanige moec hem oock wachten van veel , fpreken,roupen, ftoornis, ende in de Son te gaen wandelen. Wiens Hoeft door Koude ongematigheyt ver-| weckt wert , moet een wtrmi Lucht hebben , wtrmé SpijftI gebruycken ,gelijck Vltyfch, doch niet daer Peper, ofte' eenige Scherpigheyt byis, drincken Spatnfehe-wijn, Ba-flam , Malvafry , ofte Mede gt;nbsp;ende tot lefte gerecht Pin-gds,ende Pifaçyen, het Lichaem mateUck Orfenen. In Vochtige Longen dient Droogt Lucht, gelijck die van Bergen, aen deZee,en den Hey-kant : droogt Spijft, gelijck gtbrade Vleyfch, infonderheyt van Vogelen, als Patrijfcn,, Snippen, ende diergelijcke : Wijn, daer Hyßoop , en Alant« wortel op geftaen hebben. Hier valt noodigh meerder Beweginge des Lichatms, als oock der Longen met vttl Spreien. De Droogt ongematigheyt vereyfcht Vochtig' Lucht, oock foodanige Spijfe, Soett-melck, Slorp.tyeren, Kalf-vleyfch, Kyyk^ens, Rivitr-vifch, Boft-krabben, Garnaet, doch fonder Azijn ende Peper. Den Dranck van Gerße-watt, met wat Roc^jntn , ende Sott-hout, en behouft niet i fpaerfaem te wefen. Hier is de Slatp; daer Stilte gantfch' dienftigh.

De Maniere van Leven in Sinckjngen, is in't gemelte I4.cap.verhaelt.

. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;— --_ --------------. ----... -----_. - I

Het IIL Capittel.

L Voor-tejekenen ,

6.Gt.'

ocr page 147

ONGESONTHEY T. 121

GElijck de Vlarome, in Koppen, ofte een nauwe plaetfche benote, ende geen Lucht krijgende, ver-dwijnt:even-eens gaet het met onfe natueilicke Werm-te, in de welcke het leven beftaet,ende als de Pelve niet geftadigh koele Lucht en fchept,verziekt,ofte wert geheel uyt-gebluft. Hier van en wat Lucht daer toe beft is, ftaet breeder telefen op't i.cap.van't 2. bouck in'c i. Deel,als mede op't2.cap. in't 2.Deel van den Schat dir Gefonthtyt.

Defe vetverüngegefchiet door het Adem- halen,een werek ten deele Zielick, dat wy een wijle op können houden , ten deele Natuerlick, dat nootfakelick moet voott-gaen, waet by de Lucht door den Mont in de Longen,met het op-halen, ende uyt-fetté van de Botft, in-gehaelt wert, ende de roockachtige dampen met het m-lialen van de Botft uyt-gedreven werden, tot behou-deniffe van de natuetlicke Wermte, ende het maken van levendige Geeflen.

Tot dit Gebruyck van Adem-halen , werekentweé Oirfaken,te weten , de Kracht die de Botft beweeght, de welcke zijn deZielicke geeften, uyt de Herbenen door de Zenuwen in de Borft-(pieren,ende Middel-rift fchietende , als oock de Longen , die de Lucht ontfan-gen ,ende de Stroot-ader, die de wegh is, waer fy door gaec, daer toe het eerfte ontfangen gefchiet in Neus, Mont,ende Keel.

ocr page 148

122 SCHAT DER

ten verhaeit is : dan wy zullen hier alleen handelen van het fwaerfte, by de Griecken Aßhma, ende by ons ge-meenlick A^m-borßigheyt , ofte Eng-borßightyt genaemt, waer door yemant, niet fonder hygen, ende reutelen, fijnen Adem kan halen, jae veeltijts niet als met gereckten, ende uyt-geftrecken hälfe , 'twelck de Griecken Orthopnoea noemen, als ofmen feyde R^cht-aeffemen , ende foodanige en können geenen Adem krijgen, ofte fy moeten recht-over-ende fitten, ende hygen nae den (elven ,gelijck de gene , die feer vermoeyt zijn.

Alle de Geneef-meefters ftellë de leger-plaetfchvan de Aem-borfligheyt in de Longen : maer de prefident de Thou verhaelt in't i22.bouck van fijn Hiftorye een exempel van 't Herte, het welck miffchien foo feltfaem niet en zoude wefen,indië men meerder wercx maeck-te, om alle Aem-borftige na haer doot te openen. Seom-bergen , fchrijft hy,is in fijn koets geftickt. Defe was al langen tijt met Aem-borftigheyt gequelt geweeft, waer by met poofen fomtijts quam een fcherpe pijn voor'c Herte, ende die krijgende, gutfde hem'tfweet't ge-heele Lichaem uyt,foo feet ve[fwackende,dat hy (cheen van lijn felven te gaen. Maer gelijck hy was van een matige , ende duldige nature, als hy even-wel niet naet en liet dagelicx op't hofte verfchijnen,foo maeckten hy de Sieckte by fijn felven gewoon, ende by de fijne niet verdacht. Het Lichaem , dat hy in't leven vaft, ende fterckgehadt hadde, geopent zijnde, waren de Geneef-meefters,en Heel-meefters verwondert,dat het vliefch, ende al het vleefigh deel,het welck de flincker zijde van het Herte bedeckt , ende tot geftadige verluchting op, ende neder gaet, door onmatige hitte , ende milde manière van leven (hy was een van de grooten in Vranck-rijck, maer uyt Saxen gefproten) gantfch beenigh bevonden is ? foo dat het belette , den Adem wel te ha-

ocr page 149

ONGESONTHEY T. 123 halen, het weick gelooft werde , ten laetften oirfaeck geweeft te zijn, om hem foo fchierlick te doen fticken. Want hy was anders van feer geronde gematigheyt, ge-lijck hy oock was in alle fijn deelen,ende hem en hadde niet gefchort, als alleen dat hy dickwils van Aem-bor-Righeyt meende te flicken.

3. De naefle Oirfeeckvan defe Aem-borfligheyt is eë nauwte van de pijpjens der Longen, verweckt van buy-ten door eenigh rauw Gefwelaen de dach-aderen van de Longen gehecht, ofte door wanfchapenheyt en nauwte van de Borfl, als mede van te over groote vettigheyt, waer door de aderen foo nauw zijn , dat de weynigh Geeften daer in zijndelichtelick geflickt werden.Waerom Hippocrates wel gefeyt heeft, als van de Ondervin-dinge beveftight werdende,dat de gene, die van naturen geheel fwaerlijvigh zijn, niet foo lang en leven, als de magere. Vanbinnen veroirfaken defe nauwte, taeye ende flijmerige Vochtigheden, die de gemelte pijpjens verftoppen, waer van Oude luydé veeltijts onderhavigh zijn. Defe Vochtigheden ofte hebben haren oirfpronck in de Longen felfs,feyt Galenus 3.Aph.3 1.te weten, als fy van eenige Ongematigheyt haer voedtfel niet wel en können verdouwen,ofte groeyen in'tgeheele Lichaem, ende werden alfoo door de Aderen de Longentoe-ge-fonden; maer facken meeftendeel uyt het Hooft,gelijck men bevint,dat de gene,die de Sinckingen onderworpë zijn, veeltijts met Aem-borftigheyt gequelt werden.

Hier toe helpen uyterlicke Koude , ende Vochtige Lucht, infonderheyt millige, ende daer een quaetaer-digheyt by is. Te Babylonyen (fchrijft de Grieckfche hiftory-fchrijver Diodorus Siculus, in fijn 2. bouck)is een ader van een lijmige fonteyn, niet groot, maer wonder krachtigh. Want fy geeft uyt eenen fwaren , ende fwa-velachtigen damp, waer door alle de dieren , die daer

on-

ocr page 150

124 SCHAT DER ontrent komen,onvoorfiens ende fchierlick Ricken, het lichaem onftekende, ende op-fwellende, infonderheyt ontrent de Longen. Soo is mede den vermaerdé fchrij-ver der Natuerlicke dingen , Plinitu by den bergh Vesvius, ofte di Soma, ontrent de ftadt Napels, geflickt door de grove , ende fwavelachtige dampen , die de aerde al-daer op-geefc,gelijck wy breeder befchreven hebben in't i.Deel op't 17.cap. Siet diergelijcke in't i.Deel van den Schat der Gifombtyt op't i.cap. van't2. bouck.

Als dit wat aen-hout, foo verhart de taeye vochtig-heyt tot ballekens , als hagel , die dan uyt-gehoeft werden, gelijck eelQ van Galentu aen-gemercktis , ende den Italiaenfché geneef-meefter Saxonia getuyght twee reyfen, fulcx gefien te hebben ; ende by ons oock meermalen is bevonden. Dit Hagel langer ingehouden zijnde wert ten laetften tot Steenkens gebacken, waer van behalven den ouden Amœtu, gewach maken uyt de jonge geneef-meefters , den Italiaenfchen Trincavcllitu, ende D'- Sebaßiam Egbertf:^. Borgemeefter van Amftel-redam,behalven noch verfcheyde andere foo oude , als nieuwe, te fien by Schenc^in de 49. Aen-merckinge van fijn 2. bouck. De gemelte Saxonia , als oock de Fran-çoifehe Rjolan fchrijven, dat de Menfeh, als de Longe verdrooght, allencxkens uyt-teert,ende Saxonia Relt die drooghte mede onder de Óirfaké van Aem-borftigheyr, gelijck oock doen de Françoifehe HoUerius, en de Leyt-Iche profefTor Heurnius , ende fulcx te recht, hoe-wel hettegen-gefproken wert van den Spaenfchen Pereda*

4. De Kjn-teyekjnen van de Aem-borfligheyt zijn niet alleen uyt de befchrijvinge te mercken, maer felfs oock uyt hooren ende Gen , infonderhcyt wanneer den Adem niet alleen kort en gaet,naaer oock, gelijck veel-tijts gebeurt, reutelt. Dan tot Genefinge komt het aen op het onderfcheyden van de Oirfaken. Wanneer de fel-vige

ocr page 151

0 N G E s 0 NT HEY T. 125 vige zijn dicke ende taeye Vochtigheden , ende die allencxkens hare vergaderinge in de Longe gemaeckc hebben, dan begint den Adem allencxkens korter te werden , en die kortigheyt hout geftadigh aen ; daer hy afende aengaet wanneer de ftoffe uyt het Hooft,ofte elders van daen komt. Ende als de HerfTenen daertoe oir-faeck geven, alfdan openbaren haer de Teyckenen van Sinckingen,befchreven hier voor in'c i4.capittel. Ende die niet zijnde, foo is genoegh af te nemen,dat de oir-faeck door de aderen in de Longé vloeyt, ende wanneer fulcx uytde Lever, ofte Milt fijnen oirfpronck treckt, dat betoonen gefwollen Beenen , ende bolligheyt in'c Aengeficht , ende over 't geheele Lichaem .

Als de Aem-borftigheyt veroirfaeckt door een rauw Gefwel, dan valt den Adem van tijdt tot tijdtfwaerder, fonder yet uve te fpouwé, daer wert oockeen fwaerheyt ontrent de flagh.aderen van de Longe gevoelt (gelijck fulcx den geneef-meefter v4niip4ier gebeurtis) fonder geluyt,ofte reutelen.

Wanneerde Drooghte in gebreke is, dan zijnder ver-droogende oirfaken voor gegaen, waer op gevolght is magerheytover 't gantfche Lichaem,ende daer op werden gantfch geen fluymen gelooft.

5. De Aem-borftigheyt is foo gevaerlick,dat fy fom-mige gaende ende ftaende onvootfiens wech-deept, ge-lijck Dr. ForeJl verhack mede gebeurt te zijn den raetf-heer, M'^./idri^en mn^amp;n, van Dordrecht, die hier van op ftraet fchierlick nederftorte , en alfoo door bleef. In Oude, ende Swackeluyden,blijftfe gemeenlick by, tot de doot toe,gelijck oock in jonge Kinderen. Dewijl ick dit fchrijve,foo heeft de Aem-borftigheyt een kint van acht jaren in twee dagen geflickt, de Longengeopent zijnde wert in de Pijpjens onder aede Stroot-pijp bevonden menighte van taey flijm , het wit ftijffel niet on-

ocr page 152

126 SCHAT DER

ongelijck, waer van fommige al hartachtigh was , het welck de gemelte pijpjens gantfch geftopt hadde. Niet veel beter gaet het, als fy aenge-erft is ; oft dat fy voor de i4jaer een bult gemaeckt heeft ,om de nauwte van dc Borft. Loopt mede groot gevaer, wanneer daer Koortfche by is,alfoo de felve de Vochtigheden harder ende drooger maeckt,en meerder adem van doen heeft.

6. Warde Ge,leßngi betreft: Dewijl de Aem-bor-Righeyt nietaltijdt even quaet en is, maer haer tijden heeft, datfe lijdeiick,ofte gantfch.befwaert is , ende de Siecken met flicken dreyght ; foo dienen de Geneef middelen na de gelegentheyt verandert,ende andere ge-bruyckt, als die groote benautheyt op den hals valt,andere , wanneer de felvige over is. Dit befwaren komt uyt driederley oirfaken, door het bewegen van de Stoffe die in de pijpjens van de Longen te voren flil was,ofte door nieuwe Toe-vloeying, waer toe ten derden oock helpen ee-nige winden, ofte Dampen, van elders daer nae toe fchie-tende . Die Beweginge wert verweckt door heete Lucht, lang in de Son, ofte by de Vyerte zijn, als mede uyt Gramfchap, (waer door fommige in het toornighuyt-varen onvoorhens komen te flicken, gelijck blijcktby eenige exempelen , in den Schat der Gefontheyt te lefen) ende vorder alle hevige Beweginge van het Gemoet, ende Lichaem. Wert noch de Stoffe vermeerdert door Braßen, ende Suvpen,Nat, en Mißigh-weder,4jtyde-tt,indtn, grove, ende windtachtige Spijfe, ende onkjaren Drancl;. Dit aldus zijnde, foo moet wel gelet werden, uytwelcke van defe oirfaken de Aem-borfligheyt haren oirfpronck neemt. Want by aldien die te vore geweeft zijnde,door yet van buyten , als nu verhaelt is , beweeght,endege-roert wert,foo en kan men niet beter doen,als den Siecken flil houden,ende alleen doen beligen 't gene de be-weeghde Vochtigheyt kan doen verdwijnen, gelijck ter-

ocr page 153

ON G Es ON T H EYT. 127 terftont zal befehreven werden. Maer alffer andere plaetfchen daer yet na toe fenden , dan magh men,om nae beneden te treckengt;de Beenen fterck wrijven, ende binden,oockeen ftercke Pil, ofte Clyüeer fetten. Men zaloock het Lichaem met dé hals recht op regens kuf-fens Hellen,om den Adem te rechter te laten gaen, niet te veel deckfel op de Borft leggen, den Siecken een kamer geven,daer de Lucht gematight,ofte een weynigh nae de koelte treckt, hem niet veel doen fpreken, noch vele vanders by hem laten komen. Indien het Lichaem geheel bloec-rijck was , foo zoude men mogen komen tot.dder-l4ien; maer anders niet, alfoo het felfde feer weynigh,ofte niet en kan wech-nemen van't gene, in de Longen fteeckt. Daer toe dienen verfachtende Middelen , ende die een fuyverende, ende af-vegende kracht hebben , wijdc-loopigh befchreven in't I7.cap. van't i.Deel.

7. Wanneer de grootfte benautheyt over is , dan moet men letten om de OirCaeck wech te nemen. Der-halven diene voor eerft de taeye fluymen, bereyt,lofch, ende driftigh gemaeckc, door alfulcke Middelen , die in'c gemelte I7.capittel zijp aengewefen, daer nae ge-looften af-gefet , door't gene in't 1.Deelop't 12.cap. n. 4. befchreven is. Ende dit alles en moet nietderek, ofte fevens, maer fachtjens , en allencxkens in't werek geftelt werden, op dat door het fterck af-fetten, het dickfte niet en mocht over-blijven , noch door het be-reyden met alte heete droogen, de vochtigheyt niet en komete verharden .

Het rauw Gefwel, dat de Aem-borftigheyt zoude mogen verwecken , is beft in ftilte te laten, alfoo het niet wel gebracht kan werden tot verdwijnen , ende rijp gemaeckt door-biekcndc , meeU ongeneedick valt.

De

ocr page 154

128 SCAHTDER

De Drooghte wert verbetert door de Middelen in'e laetftvoorgaende capittel verhaelt.

8. De Maniéré van Leven, alfoo de Aem-borRigheyt meeftveroirCaeckt wert, uyt kout, ende taey (lijm, moet ftrecken tot verwermen, ende dun maken. Derhalven zijn hier dienftigh een heldere, ende werme Lucht, ende oock Spijfe, ende Dranc^ van den (elfden aert, ende de welcke met eenen vervochtigen kan,om de fluymen te beter op te doen komen. Hier is infonderheyt bequaem het Sap van een ouden Haen, met wat Hyßoop geftooft ; in-fonderheyt met Saffraen , het welck hier voor gefeyt is, de Ziele der Longen te wefen. Is mede dienftigh een Huts-pot met Ajuyn; ende Soete-melck met Loock op-gekoockt, ofte daer in geftooten, gelijck Plinius fchrijft 2o.Nat.6. Voor Dranc^kan ftrecken Bier, daer Hyßoop, ofte andere Borft-kru^den in geweeckt zijn , als oock Mede: ofte alffer Koortfche by is , Gerße-water, met gepelde R^o^gnen, ende een weynigh Soet-houtop-gekoockt. Men behoeft hier geen dorft te lijden, alfoo de fluymen daer door te feer verdroegen, maer vry veel drincken, om de felve foo veel te lichter op te brengen , ende lievertuschen tijde, als over maeltijdt, op dat de Maegh te feer gefpannen zijnde tegen het Middel-rift nieten komete drucken. De Slaep moet matigh wefen, met het Hooft, wat hoogh. De Oeffeninge mede matigh; ende voor dén eten . Stereke Betreginge van Lichaem, ende Gemoee, mitfgaders al 't gene wy onder de uyterllcke Oirfaken geüelt hebben , moet gefchout werden.

Het IIII. Capittel.

1. Bloet-fpouwen,

7. Oirfaken,

^.Hacr

ocr page 155

O N G E s 0 NT H E Y T. 129 g.Haer Ken-teyckencn , 4. Voor-tejckencn gt;nbsp;g. Genefinge, 6. Manière van Leven.

A Lie loGng van Bloet, behalven in de Stonden, is A tegensde Nature , gelijck Galenm wel feyc. Maer al is,dat het Bloet-fpouwen uyt vele plaetfchen, gelijck hooft , keel, maegh, lever, milt, kan voort-komen: foo en zulle wy even-wel alhier van geen ander handele, als dat uyt de Borft, en met heeften wert op-gebracht.

I2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge-

ocr page 156

130 SCHAT DER

gelee, ofhet Bloet recht uye de Borft komt, ofte dat het van andere plaetfchen daer nae toe wert gefonden. Indien de Neus korts te voren gebloet heeft , ofte ye-mant dat onderhavigh is, met voorgaende Hooft-pijn, ofte te voren Bloet uyt den Mont quijtgewordé is fonder hoeften,ende 'thoeften daer nae volght,alfdan magh men wel rekening maken , dat het Bloet u,t het Hooft op de Borft gefackt is. Dat oock eenige pijn ofte [panning ontrent de verhaelde deelen tevoren gevoelt is, ofte de Stonden op-gedagé zijn,ende dat het Bloet niet alleen op-gehoeft, maer oock uyt-gebraeckt wert, in fulcken gevalle ftaet wel te gelooven, dat het Bloet van onderen op-komt, als niet alleen de Borft, maer oock de Maegh mede-gedeelt zijnde. Maer wanneer die Teyckenen niet gefpeutt en werden,ende dat de gemel-te uytwendige Oirfaken voor-gegaen zijn,dan veroir-faeckt het Bloedigh op-hoeften uyt de Borft felve.

Cernis ut è molli fangum pulmone remiffus, Ad Stygi4 5certo limite ducit aquas.

ocr page 157

ONGESONTHEYT. 131 deren op.komt,in de Voet. Indien het Bloet onder an-dere Sinckingen uyt het Hooft valt,dan zal men de Ge-nefinge tegens de Sinckingen in't werck Hellen, gelijck in't14.capittelverhaelt is,ende foo moet oock op d'an-dere Deelen, die daertoe de eetfte oirfaeck geven 'gelet werden. Onder-tufTchen dient het Bloet verdickt , fijn fcherpigheyt benomen, ende de geopende Ader gefloten. Dit doen Wad-wond, wond van Tormmtilla, Wuch-br«. bladeren , Silver-^ruyt , Beurftens- kyuyt , Porce-hyn, Smack., Granaei-fchdlen , Eycke-bladeren ,roode Rofen, ende diergelijcke, in water tot een Dranck gekoockt, ende met de volgende Syropen verfoet. Soo kap men een Conferfken make van Con/trfvan Rofcn,cweeonçen. Bolus , wie Siÿffrl, Gomme van Arabyen , van elcx een vierendeel loot, met Syroop van Wad-world gemengt, ende dickwils op de punt van een mes gebruyeken. Ende indien den Hoeft , door de fcherpte der Vochtigheden te feer prickelt, daer onder vermengen foo vele Syroop van Bollen ,enàe eenige avonden nae malkander doot-dicke een vierendeel loot (in't eerfte, verfche van drie vier maenden, daer nae vry ouder) Tberiakel, ofte Miihridaet. Daer nae al(Ter veel geronnen Bloet (het welck men uyt de befwacktheyt kan gewaer werden) in de Borft gebleven is , het felve zal gefcheyden werden door wortels van Mu-kyappe, ende Nardurfatt in loopen-bier gefoden, ofte oock door het poeyer van beyde mee wat loopen-bier, daer by doende cë weynigh Oxymd, ofte Syroop van Azjjn. Onfe Vrouwen gebruycken hiertoe, met goede baet Mumia, ende Spermaceti , met wat Roode-toy„,ofte loopcn-bierwerm gemaeckt. Hieris mede dien« High Venettfehe Termenthijn, met een weynigh Honigb , ofte Spycker gemengt zijnde, voor een Bolus door-ge-flickt, ofte met wat Doeyer -van een Ey gebroken , ende een roomerken Roode-wijn in-gedtoneken. Defen raet 13 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;is

ocr page 158

132 SCHAT DER

is ai gegeven by den ouden poëet Plautus, in fijn Bly-eynde-fpel, genaemt Koop-man,

Ch. Reßnamex meUcÆgjptiam voratofalvinafeceris.

Het V. Capittel.

DEwijl de Koortfche ee Weckte van't Herte is (gelijck de Italiaenfche geneef-meefter.drgenteritfó beweert). altijdt,

ocr page 159

ONGESONTHEYT. 133 altijdt ( volgens'c gemeen gevoelen) in't Herte haer meefte, ende voomaemfte leger-plaetfch heeft, ende 'ten zv't felfde onfteken zijnde den Brant door het ge» heele Lichaem fent, geen Koortfcheen kan wefen , foo zullen wy mede onder de Borftfieckten de Koortfche befchrijven.

Defe Sieckte heeft haer benaminge in de Hebreen-fchefDenteron. 28.22.) ende andere Oofterfche talen, nae den Brant. Soo wert fv oock in 't Griecx Trv^iloç, jae van Hippocraus felfs TTu^, dat is Vuyr (het welck van't Griecx komt) geheeten. Sy is in Latijn mede ge-naemt Febra,van het vvoort Fervor (Ifidoro ende Concilia-tori,diff.87.) dat is Hitte, ofte het oude Februo (volgens ScaUger op Farro) het felve beteyckende. Welcké naem gevolght wert by de Italianë,eh Spaengjaerts Febrt, ofte CaUmtura, Françoifehen L Fievre, Engelfchen 4 Fever , ende Hoogh.duytfchen das Feber. Maer de laetfte noe-menfe oock recht in tegen-deei nae de kouwende het bevé (hoe-wel dan de Koortfche noch niet en is, gelijck Fernelius meent , dan daer ,AltimartK, ende Rod. à Peiga wat op te feggen hebbë)030Malttoee/ ende der Frerer. By ons heeft fy eertijdts den naem gehadt van de J^dge , welck woort in oudt Duyts vreefe beteyckent , gelijck (als Feflus feydt) de Latijnen eertijts Querquera , by brengende dit vers van den ouden poëet Lucilii«,

Querquera confequitur febris, capttif^ dolores . Waerom mißchien , (doch qualick) den Duytfehen Scheuneman meent, dat alfoo nae vreefe den naem Febris komt, voor.Rellende een ongehoort Griecx woordt ßE^pQg. Maer men zoude mogen twijfelen ofte die naem van 4age, niet en quam van tagen , dat is den adem met gewelt op ende neder halen ,gelijck de Zagers in'c hout zagen met haer zagejende die in de Koortfche leg-I4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gen

ocr page 160

gen met haren adem. Dan wy noemenfe gemeenlek bCtäOOJtfefye/ miffehien van foren, dat is walgen,braken, ofte overgeven,gelijck meeften-deel by de Koort-feheis . Defe Sieckte is foo algemeen, dat vele oude Geneef-meefters gemeent hebben, niemant te fterven, fonder Koortfche; waerom fy oock den naem van Febris (gelijck Horatius voor het Grieex NgCTo; van Htßodut fielt nova febrium Terris incubuit cofors) gebruyekt hebbed wor alle Sieckten , ende de felfde Romeynen hebben de Koortfche een kercke, ende autaer op. gerecht, ende offerhande gedaen, gelijck onder andere Ælianus^ ende Clem. Alexandrinus betuygen .

ocr page 161

0 N G Es 0 NT H E Y T. 135 oocK in Onftekinge, ofee Bedervinge van Vochtigheden in andere Deelen,een Koortfche onftaet: foo en ge-fehlet fulcx niet , voor al eer die Hitte het Herte mede gedeelt,en van dacr over het geheele Lichaem by hulpe van de Geeften ende Bloet (het welck oock de leyts-luyden van de natuerlicke wermte zijn) door haer eygé loop.graven, te weten de Slagh-ader,gedreven , ende verfpreyt wert .

De gemelte Onftekinge wert verweckt door ßtrckt Betfeginge foo des Liehaems, als des Gemoets , infonderheyt Gramfebap , door Bedavingtvan'i Bloet , ofte eenige Sirc-ringen, doqruytetlicke Hwe,als van lang in de Son,ofte Stoßen te wefen,van veel bette Koft, ofte Dranc^ te ge-bruycken, als oock door dien het Lichatmit far gefloten is,waerom de heete Dampen door de huyt niet en kon-nen uyt-waelTeiné,ofte de nature haer van onderen ont-lallé. Welcke Oirfakë haer meefte kracht toonéin foo-danige Lichamen,die alreede, van wegen haer geftalte, tot de Koortfche genegen zijn,gelijck Heete , en Galath-tigt; wacrom longdingen meerder de Koortfche onderworpen zijngt;als Öudeluydeo,ofte Kinderen,die van de verhaelde Oirfaken foo dra niet befchadight en werde.

ocr page 162

136 SCHAT DER

vaerlicker, de weicke uyt onbekende, ende allencx^en: ver-gaderde Oirfaken onftaen , als uyt openbare , ende mere-kelicke. De felfde fchrijft oock in fijn bouck van de Gramfehap, een quaet teycken in de Koortfche te we-fen,wanneer de Tonge niet natuerlick geftelt en is. Soo is't oock,als het Water bleyck is,en de Pols ongelijek.

Cum furit , atque artus depafdtur arida Febris, Profuit accenfos amp;ftu$ avertere.

Sulex geCchiet door Verkoelende, ende Vochtighma-; kende Geneef-middelen,die ftercker,ende dapper moeten wefen,nae de ftercktè van de Koortfche , ende hoe vele den brant bovê de Natuerlicke wermte geftevgert is. Dan alfoo de Koortfchen verfcheyden zijn, foo en kan men niet wel een algemeene Genefinge voor-ftellen: maer elcke moet in't by fonder befchreven werden.

ocr page 163

ONGESONTHEY T. 137

aenfche geneedmeefter Saxonia fchrijft , dat men te Venetyen de Koortfige niet en zoude derven Eyeren laten eten , foo hebbeick nochtans te Padua felfs anders ge-Gen . Ende foo getuyghtoock Dquot; -lob. Htumius bevonden te hebben, dat de geleerfte Geneef-meefters in Ita-lyen de felve altijt voor-fchreven midden in de Somer, in Heete Lichamen, foo van Gemati^heyt, als van de Koortfche,ende dat fy niet qualick en Dequamen. Selfs oock de groote Galenus ftaet de Eyeren toe in Ander-daeghfe Koortfchen, die nochtans uyt Gal , de heetfte vochtigheyt ,onftaen , en ftelt de felve elders onder ge-matighde fpijfe. De Doceren geven goet, ende verfterc-kende voedtfel, ende dat licht te verteren is. Dan hier van is breeder verhael gemaecktin den Schat dtr Gtfont-htyt , in't 2.Deel , ende Bouck, op't i5. capittel. Sommige mifprijfen oock alderhande Vifch in de Koortfige, als lichteiickin de Maegh bedervende:dan Rivitr-vycb, die vrongeligh is, gelijck.P^,B4ers, Snouck,ende dier-gelijcke (in de Schat der Ge/ontheyt te hen) mogen wel fonder fchroom gegeten werden. Onder de Vruchtcn al is't dat Meloenen , ende Goncommers , een verkoelende kracht hebben,dewijlfe nochtans haeft bederven, infonderheyt in een Koortfige maegh , daer fy dan de quade Vochtigheden zouden vermeerderen, foo zijnfe hier gantfch onbequaem: gelijck niet en zijn gebrade Peren, ofte .^ppelen,voornamelick die fuyr zijn,de welc-ke oock door-gefneden met wat Wijns tulTchen twee fchotelen können geftooft werden. Dan wat Spijfe het zy, en dient niet te veel gegeten,alfoo de Maegh fulcx niet könnende verteren, de quade vochtigheden vermeerdert; behalven dat noch de Nature daer door af-getrocken wert van 't verteren der Koortfige ftoffe, Hepheßion een van de beft geachtfte Overften by Alexander de Groote, niet könnende, als jong, ende een krijghf-man

ocr page 164

138 SCHAT DER

man zijnde (feydt Plutarchui) hem wel (chicken totfo-berheyt,at,in't afwelen van dé geneef-meefter Glaucus, hertelick van een gebraden Capoen , ende dronckdier op een groot glas gekoelde Wijn: dan het bequam hem foo qualick, dat hy korts dier na fterf. Zijn mede feer dienhigh Bogan leyßcn, Morellen, Am-befyn, Ad-brfytn, Kjakt-fofyen, Btrbtris,Granaet-appdffl,Citroenen,Oratng,-appelen, dewijl fy met haer rinfch fap niet alleen en verkoelen, maer oock de verrottinge der Vochtigheden weder-ftaen. Den Dranck ^magh hier wefen kjeyn Bitf, Gerßewater , „'ey , ofte diergelijcke. Men magh oock nemen Aert-befyen , ende de Felve in een kommeken met een lepel om Rucken wrijven , en dan met Rjifen-wattf, meteen weynigh Wijn ende Suydur door eé douck perP fen. Dr- Foreß befchrijft het volgende, dat hy feyt van degroote leer geprefen te zijn , N. KJaer-trater, i pint, Kaneel i loot, Fÿnt Suycler 3 onçen, te famen kout door een Hippocras4ack geleekt. Siet verder van foodanige VerkoelendeMiddelen in't 1. Deel op't g.capittel n.2. Vele Beweginge des Lichaemsende Gemoets, infonder-heyt Gramfehap is hier geheel fchadelick. Het Slapen, als vochtighmakende, ende verterende, magh wel wat meerder wefen, als het Waken. Ende dient infonder-heyt gelet,dat het Lichaem niet gefloten en blijft .

8. Wyzullen hier niet aen-roeren de Gewoonlicke Vtrdeelingen,die de Geneefmeefters Rellen: maer allee-ne by brengen de gene, die onder den gemeenen man gebruyckelickR is,anders geé kennende als Af gaende, ende Binne-koortfchen . Soo kan men dan de Koort-fché verdoelen in GeRadige, die noytafen gaen,maer geRadigh by blijven , Binnt-llt;oortfchcn genoemt, waer onder wy Relié de Wh terende, ofte Verdroogende, Heaic£ geheeren,en in Af-gaende, die gemeenlick met Koude, ende Beven beginnen , ende met Sweeten overgaen.

Het

ocr page 165

oN GEs 0 NT HEYT. „9

Het VI. Capittel.

DE Binne.kpQrtfehtngt;die niet af en gaen,ende foo lang geftadigh by blijven, totdatfe gantfeh verdreven werden, zijntweederley. Sommige hebben haren oir-fpronekuyt onfteken, ofte bedorven Bloedt in alle de Aderen, ofte altijdt in de grootfte, ende die ontrent het Herte ftaen. Want dewijl in defe Koortfchen geen ophouden en valt , foo is nootwendigh dat de heete,ofte bedorvene Dampen met gewelt, ende geftadigh het Herte bedwelmen : het welck niet en kan gefchieden, 'ten zy het Bloet, ofte d'andere Vochtigheden, die in't Bloet zijn, in alle de Aderen, ofte de grootfte, ende die naeft aen 't Herte ftaen,onfteken,ofte bederven. Andere Binne-koortfchen koméby toeval , ende gevolgh van andere Sieckten, gelijck van Rgftrnye, Squmancyt, Pleuris , onßtkgn ofttbtdorven Ltttrgt; Milt, ende diergelijke: waer op in Zoodanige Sieckten te letten ftaet. Wy zullen hier alleen de Eygene Koortfchen befchrijven.

ocr page 166

140 SCHATDER

hant krijght over de natuerlicke, die in': Bloet is , foo trecktfe de felve uyt, die anders het Bloet bewaert,ende onderhout. Hier op volght terftont een Ongematig-beyt , ende fcheydinge van de vier Vochtigheden, die te voren in't Bloet wel gemengt waren, ende daer op, dewijl haer kracht van onderhout, door vermindering van denatuerlicke Wermte, vervlogen is, dan volght een Btderuingt, ende Verrottinge, ende daer van werden dan oock foodanige Dampen nae het Herte gefunden , een Btdorvtnt Kronfche veroirfakende.

Defe Bedervinge , ofte Verrottinge gefchiet in't Bloet , ofte eenige van de Vochtigheden in't felve, ofte door haren eygen aert ende geftalteniffe, ofte door uitwendige Oirfaken.

De Vochtigheden bederven lichtelick, wanneerfe alree-de van binnen qualick gefteltzijn,foo datfe allencxkens van naturen , ende door den minden toeval in een Verrottinge vervallen , gelijck gebeurt wanneer datter een fwackigheyt in de Maegh, ofte 'tander Ingewant is, waer door oock de befte Spijfe niet wel en verteert, ende tot quaet, ende onfuyver Bloet gedijt. Sulcx doet uytwendighongefondeSpijfe, die van quaden Gijl is, gelijck Ad, Paling, amp;C. ofte die haeft bederft, gelijck Concommers, Meloenen (daer menigh menfch de Koort-fche opden hals mede eet) ofte dat men oock goede Spijfe te veel neemt, ofte qualick toe maeckt, ofte te lang gehouden heeft. In't korte al 't gene quaet Bloet kan maken, waer toe oock behooren de ander Niet-natuerlicke dingen, als op-houden van Kamer-ganek, te veel Oeffeninge , Gramfehap ; gelijck dit alles wijtloopigh befchreven is in den Schat der Gefonthevt .

Onder de Vyterlicke Oirfaken die de Vochtigheden,de-welcke alreede tot bedervinge uyt eygen aert genegen zijn, daer toe haeü, endode goede, metter tijt brengen,

ocr page 167

ONGESONTHEY T. 14t gen, is wel de voornaemfte, dat het Bloei geen lucht ge-noegh en heeft , ende daer door als komt te verzieken , het zy fulex gefchiet om dat de onfienbare Gaetjens in de hiiyt gefloten, het zy,om dat de Aderen van binnen verftopt zijn. De Huyi wert gefloten, foo datter noch Lucht in, noch damp uyt en kan, uytwendigh door felle Kouto, ofte Drooghtt, gelijck de heete Son , ende Vyer kan veroirfaken, ofte inwendigh door Verßoptheyt van vele ende taeye Vochtigheden ; waer door mede van binnen de Aderen gefloten werden , ende daer toe helpt veel dat men het Lichaem terftont na den eten te fterek oeffent. Hier toe doen mede dat men van buy-ten eenige bedervinge ontfangt gelijck van bedotê ofte miftige Lucht , dinekende Grachten , ofte diergelijcke.

1 het Water geheel root , rauw , ende ftreck, ende men ; voelt over 'tgeheele Lichaem fcherper Brant.

ocr page 168

142 sC HAT DER geen fwarigheyt, dewijlfe gemeenlick door Sweet,ofte Ëloeyen uyt den Neus gelooft wert. Doch wanneer het onfteken Bloet feer overvloedigh is , kan lichtelick in eenige andere heete Sieckte veranderen. Waer toe dan dickwils Bedervinge,ofte Verrottinge ßaet, hoe-danige Koortfche vry haer gevaer heeft, en fulcx meerder, ofte minder, nae dat den Brant groot ofte kleyn is, de Verrottinge veel ofte weynigh toc-genomen heeft, en de Lichamelicke krachten noch fterck ofte (lap zijn.

5. Het eerfte ende voornaemfte Gtneef-middd voor een Binne-koortfche,die uyt enckele hitte fpruyt,wan-neer de Siecke niet hartlijvigh en is (in welckë gevalle een Set-pil, ofte een fachte Clydeer voor magh gaen) beftaet in't Ader-laten , waer door het Bloet verlucht, dé Brant verkoelt, ende de Verftoptheyt geopent wert. Daer nae dienen gebruyckt Verkoelende middelen, als oock foodanige Manière van leven, gelijck in'tlaetft voorgaende capittel is aen-gewefen. Beyde heeft oock plaetfch wanneer datterVerrottinge in't Bloet is.Want de Nature watontlaft zijnde van het Bloet, dat haer te feer druckte, keert wederom tot haer werck, koockt ende verteert , dat te verteren is , ende werpt uyt'tgene fy te feer bedorven vint. Daer nae moet gelet werden om de Verrottinge te verbeteren (het welck infonder-heyt gefchieden zal door de gemelte Maniere van Leven ) om de Vetftoptheyt (foo fy daer by is, gelijck gemeenlick gefchiet) te openen,ende de quade Vochtig-heden,die de Nature niet en heeft können overwinnen, ofte verbeteren te bereyden,ende bereyt zijnde afte fet' ten,waer toe beyde Middelen , nae den aert van de by; fondere Vochtigheden, in het i.Deel overvloedigh verhacltzijn.

ocr page 169

ONGESONTHEY T. 143

Het VII. Capittel.

X.

NAe dat in't kort gehandelt is van de Geftadige Koortfchen, die fonder op-houden,tot datfe genefen, geftadigh by blijven: foo zullen vvy nu mede fpreken van de Afgatndt, de vvelcke tuffehen beyde ophouden , ende gaen ende komen. Ende gelijck in de Geftadige de Koortfige dampen uyt de groote Aderen geftadigh nae htet Herte gedreven werden : foo beftaet de oirfaeck van de Af-gaende (gelijck Femtlius wel aen-gemerckt heeft , ende, hoe-wel Ahimariu , LiddditK, ende andere daer wat tegen ftribbelen , gevolght wert van Rod. à Vega, Bminne, ende Bauhinin, endeis oock onder andere oirfaken aengenomé van Capiva«ius Mercatus , Saxonia , Augenine , ende Fontanae) in de eerfte wegen , ofte in't eerfte deel des Lichaems, te weten het Ingewant, ontrent de Maegh, Middel-rift, holligheyt van de Lever, Milt, Al-vleyfch, Net ,ende Derm-fcheyl.Want in defe Deelen wert al de vuyligheyt van't Lichaem, niet anders als in een doe vergadert , gelijck felfs uyt-wijfen de Toe-vallen, de welcke op de Af-gaende Koortfchen gebeuren , te weten Walging, Bra-K nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ken,

ocr page 170

144 SCHAT DER

ken , Hert-pijn , Spanning ontrent de Maegh, Bitter* heyt in de Mont, Nock, Onlußigheyt, ende dierge-lijcke. Men fiet oock dat in't aenkomen van foodanige Koortfchen, wanneer de Gal,het zy van felfs,ofte door middelen,uyt-gebraeckt wert,de felvige daer door op-Ilouden ; een feker teycken, dat die Gal oirfaeck vanae Koortfche was, ende datfc iiyt de gemelte plaetfclien van daen quam.

Defe Koortfige vochtigheyt als fy in defe eerfte wegen begint te bederven , te onfteken, ende een Koort-fche te verwecken, wert fomtijts door Braken, ofte Ka-iner-ganck uyt-gedreven , fomtijts in de Aderen drijvende, ende aldaer VerwalTemende ongevoelick, ofte door Sweeten gelooft. Sulcx gefchiet zijnde , foo gaet den Brant geheel over, ende de Koortfche en komt niet weder, tot datter,door quade geftalteniffe, ende onge-matigheyt van de gemelte Deelen, wederom nieuwe Stoffe groeyt, waer door, als oock door yet darde Koortfche noch over-gelaten heeft , de Vochtigheden onfteken,ende bederven. Ende dit is de Oirfaeck,waer-om defe Koortfchen af gaen, ende weder-komen.

2. Maer waerom datfe op haren gefetten tijt wederkomen, ende fommigealle daegh, fommige over den anderen , fommige over den derden dagh, is van oiidts tot defen tijdt by vele onderfocht, maer, nae mijn oir-deel, noch niet te recht gevonden. Om niet alle hacr meeningen, die feer veel ende verfcheyden zijn ,al hier by te brengen , zal ick alleen feggen 't gene mvdunckt waerfchijnelickft te wëfen, ftellende de oirfaeck in den aert ende natuer van de Koortfige vochtighevt, die de felve getrocken heeft uyt den brant , ende verrottinge, ofte eenigh over-blijffel van de Koortfige ende verrotte ftoffe,het welck daer na als Gift de Vochtigheden doet rijfen. Want gelijck men het dat het deegli door een wey-

ocr page 171

ONGESONTHEYT. 145 weynigh gift rijft :foo oöck dees verrottende Gift , de welcke in't Lichaem nae de Koortfche al afis , noch over blijft, geeft een beginfelvan brant,ende onftekin-ge, waerin dan vele Vocntigheden, ende Dampen op-rijfende , ende onftekende,ende nae't Herte loopende, veroirfaken een nieuwe Koortfche. Ende gelijck den hevel verfcheyden is, foo oock in't gene, daer van deel-achtigh wert , begint het een vrouger te rijfen, als het ander , ende heeft oock eerder ofte lang-famer gedaen. Waer van wy een klaer exempel hebben in den Moft, de welcke ,hoe de druyven rijper zijn,eerder begint te wercken, ende in tegen-deel Verjuys lang-faem. Waer uytgenoeghfaem afte nemen is,waeroin de Gal raffer, ende de fwarte Gal trager begint i'onfteken, endete bederven.'

ocr page 172

146 SCHAT DER

tweede Koortfche aen-komt, ende de Kouweven be* gint, een Rraeclamp;dranck, daer na op den goeden dagh, foo het Lichaem bloet-rijck, ende de Koortfche fterck geweeft is,zal men ^rfder-laten,ende dan in't laetfte doen Sweden, onder-tufTchen de Siecken doen gebruycken foodanige M€y-drAncktn,Kod-drancksngt;ende andere Ge' neef-middelen , nae de vetfcheydenheyt, ende den aere van de Koortfche zal vereyfchen.

Het

ocr page 173

ONGESONTHEYT. i47

Het VIII. Capittcl.

ONder alle de Koortfchen en iffer geen gemeender, als de gene die wy Anderdieghfcbe noemen,om datfe over den anderen dagh komt, als oock Dtrdmdaeghfche, volgens de benaminge der Giiecken, ende Latijnen, die oock in andere Talen geliouden wert , lioe-wel Drlunixs de Quartana foo noemt , die beter Vieren-daeghfclie gefeytnert. Want liier in moeten beyde de dagen, op de welcke de Koortfche komt, ende op de welcke fy tuCTclien bevde ftil ftaet ,gerekent werden.

K 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ita-

ocr page 174

148 SCHAT DER

Italiaenfchen Maßartas in fijn 7. bouck, van de Koort-fchen,op'c 8.capittel. Defe Gal in de eerfte wegen (geüjckin'tlaetft voorgaende capittel gefeyt is) vergadert zijnde , ende niet langer konnenae door de na-tuerlicke wermte behouden werden, bederft aldaer, ende verweckt defe Koortfche. Het is aen.merckens waerdigh't gene de hoogh geleerde FerntUt« hierver-maent,ende door de dagelickfche bevindinge wert be-, veftight. De overtollige Gal, fchrijft hy, het zy de fd-1 veuyt haer eygen Blaesjen,het zy uyt de Lever met ge-welt in de Aderen uyt-berft, gelijck in de Gele-fucht, Anderdaeghfche koortfche, fomtijts oock Gelladige, ende veel andere Sieckten, en vermengt haerniet met। het Bloet, maer inder daet met de Wey, ofte Watet-achtigheyt,ende en wert geen deel van't Bloet,gelijck oock niet de Wey. Het welckdaeruyt blijckt, dat het Bloet,'twelck in foodanige Sieckten gelaten wert, . beUaende uyt vier Vochtigheden , hem fuyver ('t en zy het van yet anders eenige onfuyverheyt getrocké heeft) vertoont, fonder met een galachtigegeelte geverwette wefen. Endc foo en wert die overtollige Gal nergens gefien met het Bloet te ruymen, dewijlfe haer gantfch bv de Wey vought ('tenzy een weynigh daer van in fchuym verandert zijnde,boven op het Bloet dreef) ende daerom valt het Water in defe Koortfchen door vele vermenginge geheel grof, ende geel. De verder Oir-faken van defe Koortfchen zijn al 't gene,'t welck foodanige Gal kan voort-brengen,te weten een Heat ende Droogt ongtmatightyi des Lichaems (waerom milTchien oock de Leeuwé de Anderdaeghfche koortfche onder-worpézijn,gelijck Cardanus getuyght 7.dt Rer. var. 27. danickben noyt foo verre geweeft, om daer van ken-nilTe te können nemen) foodanige Lucht,heat Somtr, Waken ende BraRm, Bekommering , Gramfthap gt;nbsp;flerekt

ocr page 175

ONGESONTHEY T. 149 0ffîninge,7«Jlm,veel htae Sl)ÿfegt;ofte Drdnc^te gebruyc-ken, als infonderheyt een hâte Leva. Ende door 'tgene nu verhaelc is wert de Suevere Andtrdaighfrht kponfeht verweckt , waer by komende de Oirfaken, die haer onder Slijm, ofteSwarte gal vermengen, dan is fy , die-men Baflaert noemt, te weten als de gemelte Gal-ma-kcnde oirfaken vallen in een vol Lichaem , het welck overvloet van grove , ende (lijmerige Vochtigheden in de Maegh heeft, ende daer van verftoppinge in het ander Ingewant. Als de Gal op twee verfcheyde plaet-fchenonfteeckt, dan maccktle een dubbelde dritdaeghfche Kportfche, die elck byfonder over den anderen daghop malkander Quyten, het welckeen Alkdaeghfohe koonfehe inder daet is .

4. De Anderdaeghfche Koortfche valt de Siecken fchierlick op denhals (om dat de Gal dun ende heet zijnde, lichtelick onfteken wert) met groot Schudden , Beven, waer door'tgeheele Lichaem fchijnt te daveren. Het welck gefchiet,om dat de Gal,door haer fcherpig-heyt, ende hitte , de gevoelicke deelen prickelt , ende fv die moeylickheyt willen van haer fehudden. Als dit Beven by • nae over is ,dan wert gemeenlick de Galuyt-gebraeckp gt;nbsp;om dat de felve als noch in de eerfte wegen feyt, daerfe daer nae haer begeeft in den om-loopvan'c Lichaem, alwaer fy uyt-gefweet wert. Hier op volght terftonteen feberpe ,fleemde Hitte, die felfs de voelende hant prickelt, maer ten eerften verfacht, alfoo de Gal heet,ende dun zijnde,lichtelick, ende rafch vervlieght. Hierom onfteeckt fy oockhaeftelick , ende eenparigh, als zijnde door alle (ijn deelen even bequaem, om den brant te ontfangen ,het welck niet en gebeurt in onfte-kinge van (ljm,welckers brant fomtijts fmoort,fomtijts blaeckt, gelijck Galenw aen-wijft. Defen Brant verweckt eenen onlijdelicken Dorft, die infonderheytin

K4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;de

ocr page 176

150 SCHAT DER

kouwover-komt,om dat de Gal haer dan noch ontrent de Macgh onder-hout,daer in de Binne-koortfché den meeften Dorftis, als den brant vermeerdert. Defen Brant maeckt dat de Siecken niet een oogen-blicküil en leyt, maer geftadigh woelt, ende nae fijnen adem hijghtende met eenige Gallige dampen in't Hooft op-ftijgende, verweckt aldaer Pijn , ende Lichiightyt , ende belet het Slapen. De Po/sis in'teerfte kleyn, endein-getrocken, daer na raffer, als in andere Koortfchen, om dat hier meerder verkoeling vereyfcht wert. Het Water is braadigh,ende hoogh-root, middebmatigh van we-fen, oockfwaerruyckende,gelijck de Griecfche Aëtitu, den Arabifchen P,b4~e;,ende haer volgende de Françoi-fche Fcrnelius voor-geven. Maer den Italiaenfchen Mem/riaZ^fchrijft, dat nochde ervarentheyt, nochde reden fulcx getuygen. Want , feyt hy, dewijl de Gal geheel droogh is, ende niet lang in't Lichaem en blijft, foo en kan het naulicx gefchieden, datfe groote Hanck zoude aen-treckë. lek heb even-wel het Water in defe Koortfchen veeltijts feer fterek ruyckende bevonden, ende de reden ilTer oock by,dewijl al dat bedorven,ofte verrot is ,gemeenlick een quaden reuck van hem geeft. Defe Koortfche fcheyt met Sweeten , ende den langten overval duyrt twaelfuyren, fomtijts oock maerfeven, ofte vier , jae oock drie , gelijck Nicolix fchrijft geOen te hebben; te weten,nae dat de Gal veel ofte weynigh, dun ofte dick, de kracht fterek ofte flap, de gehalte van't Lichaem open ; ofte gefloten is .

Ende dit heeft alles plaetfch in een Suyvere Ander-daeghfche koortfche,die hier te Lande foo gemeen niet en is, als de gene, die den naem van Baßaert gegeven is, alfoo wy wonen in een koude, ende vochtige Lucht, die in de Lichamen veel (lijmerige , ende grove Vochtigheden doet groeyen, de welcke beneffens de Gal

ocr page 177

ONGESONTHEY T. 151 bedervende , foodanigen Koortfchcn doet groeyen, die daerom oock met minder Schudden aen-komt, maer 't welck langer by-blijft,de Hitte en is oock foo fcherp niet,ende wert wel geleken by den brant van Nat hout, alfoo hier de fcherpigheyt van de Gal gedempt wert door de koude Sliimerigheyt,waerom fy oock gemeen-lick noch nae de twaelfuyren by.blijft , ende met wey-nigh Sweeten op-hout. De Pols en is hier foo rafch niet, noch het Water oock foo vyerigli.

Een dubbelde Anderdaeghfche, ofte,om beter te feggen, twee Anderdaeghfche, zijn daer aen te kennen, datfe met de felve Teyckenen alle daegh, doch als twee ver-fcheydene zijnde, op verfcheyde tijden aen-komen, ende elcke met de fijne in hevigheytover den andere dagh over een komt.

K 5 men,

ocr page 178

152 SCAHTDER

mengt;twee diie uyren voor het aen-komen van de Koort. fche geleyt wert Suyrdetgh i loot, poeyer van Wicroock. een halfloot, mee A:tyn gemengt, het weickick won-derbaerlick goet gevonden hebbe. Sommige nemen Roet,met SaIj geftooten,ende door wit van E, by een gehouden . Sommige mengen onder R^tt met wit van E, ende At^yn , gedampte Loock, ofte Ajuyn . Andere binden op den hart-vinget een gedampt fchijfken Loocamp; Eenige komen verder, ende leggen op den Pols, de fchorft van Vlier-hout, dan treckt te feer; gelijck noch meerder doet de wortel, ofte het kruyt van Hanen voet, groote bladeren verweckende, die derhalven beter dienen naergelaten .

7. Men magh hier houden de felvige Manière van Leven, die in't 7. ende 5. capittel verhaelt is. Zoude alleen mogep getwijfelt werden, of men in de rechte An-derdaeghfehe, dewijl dit de heetde Koortfeh is, als uyt loutere , ofte ongemengde Gal haren oirfpronck hebbende,wel op den goedé dagh vermochte Wÿnte drinc-ken^ Tot antwoort dient, dat de gene, die Wijngewoon zijn, wel mogen in't afgaen, ofte af-wefen van de Koortfehe, voornamelick op eenigh eten (want dan en gaet de Wijn foo drae niet nae de Äderen) een roomer Wijn drineken , infonderheyt Moefel-wijn , ofte andere , die niet fterekenis. Soo fchrijft [)'• Foreß, dat hyden prendent Suys, die gewoon was meerder Wijn , als Bier te drineké, felver in een Suyvere Anderdaeghfche Wijn toe-gelaten heeft,die hem te voren by een ander verboden was, ende dat hy daer door eerder van de Koortfehe ontnagen,ende ftereker geworden is. Dient oockinfonderheyt acht genome dat in de Kouw, op't aenvangé van de Koortfehe niet te veel deckfelop-geleyten wert, alfoo Fernelitu feyt, dat jonge, ende fterekeluydé binnen den tijdt van drie uyren daer door verfmacht zijn.

ocr page 179

ONGESONTHEY T. 153

Het IX. Capittel.

$. Geneßnge,

6. Maniéré van Leven.

1.

DE Vitrendaeghfeht kportfehe is,de welcke op den vierden dagh komt, ende twee dagen tuschen beyde over-daet: dan is fomtijes dubbelt, en dan iTer tegen twee dagen, maereenen goeden tuschen beyde, ende de eene hout oockop, dat d'ander noch lang by-blijft . Daer van fchrijft Cicero aen fijnen vrient amp;Anicquot;6 in fijn .7. bouck: 'AlterAm Quartanam Pamphili« fut« mihi difit dtctßifrgt; ty alteram leviorem accedere. De Grieckfche vA^tiuc verhaelt, dat alle Menfchen nootfakelick, infon-heyt als (yop haer jaren komen,in een Vierendaeghfche koortfehe moeten vervallen , ende de felve geen twee-mael en krijgé: maer beyde wert door de ondervindinge weder-leyt,gelijck men oock Get , het welck nochtans gaet tegens 't gemeen gevoelen , dat een yegelick geen Kinder-pocken,ofte Mafelen en krijght, ende ick felve nu in't 5ogaende, geen gehadt en hebbe, ende veel ouder,fonder van de felve oyt bevangen te zijn geweeft, hebbe hen over-lijden. Oock hebbe ick bevondé (fulcx even-weifelde gebeurt) dat een Menfch twee drie mael de Kinder-pocken , ende Mafelen kreegh : het welck in de Vierendaeghfche koortfehe oock plaetfch heeft . r h'-De naefte Oirfeeckvan de Vierendaeghfche koort-Iche is Starte gal in de eerhe wegen , by de Milt, ende daet

ocr page 180

154 SCHAT DER

daer ontrent verrottende. Defe wert lichtelick aldaett vergadert in de gene, die droogh van gematigheyt,endeI op haerjaren zijn, infonderheyt inden heiflt, endeaUi het ongefladigh weder is, dievol bekommering, forge,p ende fwaermoedigh zijn, die veel rouwe koft, als ge-zout,ende geroockt vleyfch, ofte vifch eten , onklaer, bier,ofte wijn drincken, ende daer door, ofte van naturen met een gefwollé, ofte versopte Milt gequelt zijn. Waer toe mede helpt het op-floppen van de Stonden,ende infonderheyt het Spun, waer door het Swarte bloet voornamelick Gjnlofinge heeft .

3. Defe Koortfche (gelijck Femt/ius oock fchrijft) begint meteenßuckt K^wr, de welcke allencxkens ioo verre toe-neemt, datfe een dappere fchudding maeckt. Dit wert berifpt van Mercuriali , feggende y.defebr. 9. verwondert te zijn , hoe Fernditi regens de meeninge van Galenus in't beginfel van defe Koortfchen Hellende is eengroote kouw. Dan Mercurialis Schijnt fijn felveo 1 hier in vergeten te hebben, alfoo hy te voren het felve gefeyt heeft, fchrijvende , de koortfche ^e,:^'^ (hy meynt Querquera hiervoor in't 5. cap. vermeit) die hy hout voor de Viercndaeghfche,foo genoemt te zijn van de kouw, ende 't beven, daer de lèlve mede begint. Defe Kouw is even-eens,gelijck men midden in de win-' ter voelt , niet fcherp, ofte ftekende, als in de Ander-daeghfehe, maer befwarende , ende als de beendete brekende , gelijck de Griecken dat noemen. Want dewijl de Stoffe grof,ende dick is,foo en kan fy ten eerften niet' haeftigh beweeght werden: maer komt daer na allencxkens,ende de Dampen, die van de fwarte Gal uyt-waef-femen,zijn grof, kout , ende droogh, ende rakende de -vliefen van de beenderen , die van grof bloet gevoedt werden, verwecken aldaer de gemelte pijn. Hierop volghtde Hii/e, maer foo fterckniet, als in de Ander-daegh-

ocr page 181

ONGESONTHEYT. 155 daeghfche. Want dew ijlde fwarte Gal ,een koudeende grove vochtigheyt is , foo en wertfe foo drae niet on-fteken. Hierom en hebben fommige den brant van de Anderdaeghfche koortfchë niet qualick geleken by een brandende vlam , ende die van de Vierendaeghfche by gloeyende kolen . Dorft, Hooft-pijn, ende andere Toe-vallen,zijn hier oock minder,als in de Andetdaeghfche. De Pols ßaet in den aen-vang flap, kleyn, endelang-faem: daer nae fterck, groot, ende rafch,ende onge-lijcker, als in andere Koortfchen. Het Prater is in't be-ginfel, te weten de eetfte acht dagen,bleyck, dun,ende als gemeen water, dewijl de ftoffe van defe Koortfchë dick zijnde vele vetftoppinge maeckt,waer door'tgrof-fte van 't Water niet en kan af-fchieten. Maerdaer nae de verftoptheyt geopent, ende de grove Vochtigheden bereyt, ende gekoockt zijnde,wert het Water grof, ende geverwet. Ten laetften hout fy op met veel Sirteten, alfoo de fwarte Gal veel Wey (de ftoffe van't fweet) by haer heeft.

4. De Vierendaeghfche koortfchë, die fuyver is , ende fonder vermenginge van andere Geckten , ofte ee-nige gebreken der voornaemfle Deelen , heeft weynigli fwarigheyt, dewijl de Nature haer in de twee goede dagen verfchept. Waer op ßaet het Italiaenfcli fpreeck-woort: Ftbrt quanananun fé fonartumpana. Ende Plaio fchrijft, dat de gene , die defe Koortfchë gehadt heeft, ende wederom fris , ende fterek geworden is , daer nae langer , ende vafter gefont zal blijven . Behalven datfe oock de quade Vochtigheden verterende,fommige van Sieckten geneed, daer gantfeh geen hope toe en was, gelijck Hippocrjin fchrijft van de Vallende-fieckte. Siet Dr- ForeJl in't 4. bouck van fijn Aen-merckingen °P't32.„capittel. Waerom oock de Siecken na de felve verlange, gelijck dé hoogh-geleerdé Koßiu, 4.0,41.12.3.

uyt-

ocr page 182

156 S CHATDER uyc-leyt defe woorden van den poëetluvmdis in fijn

Hier uyt heeft milfchien de wijf.gerige Pbavorinus eer-tijdts het Lof van de Vierendaeghfche koortfche ge-roaeckt, waer toe niet onaerdigh fpelende (gelijck Agd* lius feyt 17.N08.12.) met dit Griecx verfken:

a’^AoIe p^l^vi^ 7amp;À« ili^n, a}.Äo]£ Mni^■ Ipfe dies quando% parens, quando% noverca eft.

Het weick feggen wil, dat het alle dagen niet even wel en kan wefen, maer den eenen wel, ende den anderen qualick, gelijck een moeder, ende ftief-moeder. Sulcx dan alfoo zijnde , feyt hy, dat het goet, ende quaetin menfchelicke dingen met gebeurten om-gaet, foo is defe Koortfche, die twee dagen vry heeft, geluckigh, als hebbende maer een ftief.moeder, en twee moeders • Is niet-te-min de langfte van alle de Koortfchen, ende en duyrt niet alleen maenden, maer oock jaren. Inde fomer (feyt Hippocrates ) zijnfe meeftcndeel korter , om dat de Vochtigheyt alldan dunder is , en de huyt loffer, waerom fy beter kan vervliegen. In den Herfft, feyt hy, vallen de langfte , infonderheyt als fy den Winter raken, endc fulcx om dat haer ftoffe dicker is, de huyt harder ende gefloten van wegé de uyt-wendige kouw,'twelck het fuyveren belet , ende de Koortfige ftoffe nae binnen drijft. Die wat komen te verouderen , vergaen felden, als in de Lenten, om dat de Lucht alfdan gematight is, en het Bloet de over-hant heeft, het weick regel-recht de fwarte Gal weder-ftaet. Maer indiender geen mif-flaghin begaen en wert, foo en duyrtfe niet boven een jaer , feyt Ferndius, na den Arabifchen Avicennas. Dan ick hebbe een gehe van over de drie jaer. Soo getuyght Wieras van vijf ende feven jaren, Ferndius ende Foreß van ne-

ocr page 183

O N G E s 0 NT HEY T. 157 negen, Maffarias van twee-ende-twiotigh, de gemelce „'ierw van achthien, ende drie-ende-dertigh. De reden is, om dat de oiifaeck ofte ftoffe door quade Manière van Leven geftadigh gevoedet wert. Als fy lang duyrtgt; dan iffe in oude luyden feer gevaerlick,waer van de Italianen mede dit Spreeck-woort hebben: Quartana d giovani fana, d ucchio amma«a, dat is, de Vierendaegh-Iche koortfche geneeft een jong man , ende doot een oudt man. Dan dit en gaet aitijdt niet vaft,dewijl Oude luyden, die fterck genoegh zijn, ende niet van binnen bedorven en hebben, beter können genefen, als Jonge, qualick gefielt zijnde, gelijck de gemelte wiem aen-wijft van een Vrouw over de feftigh jarë,die felfs in den Hetfftdefe Koortfche krijgende, even-wel genefen is: datrjonge luyden af ftorven. Een enckele is lichter te helpen , als een dubbelde. Die met een gebreckelicke Lever, ofte Milt , ofte eenige andere Sieckte vermengt is, vervalt gemeenlick tot een fware Blauw-fchuyt,ofte doodeiick Water.Met een Beicken Buyck-loop wertfe fbmtijts van felfs genefen, gelijck Dodonœus daer mede een exempel van heeft in fijn Aen-merckingen op het 59. van Benivtnius. In Magere luyden (laetfe wel tot een Wtdrooging , ofte Teringe. S00 fchrijft lofrphus in't 13. bouck van d'Outheden der Joden op't23.capitteI , hoe ^Alexander, koning der Joden, als hy drie jaer de Vierendaeghfche koortfche gehadt hadde , ende befigh zijnde met oorlogen , de felvige verfuymde, van een Wt-teringe geftorven is .

5. De Gmtfingt van de Vierendaeghfche koortfche volghtoock de gene, die wy in't 7. capittel van de Af-gaende koortfchen hebbenacn-gewefen, derhalven zullen wy hier alleen by.brengen, dat de felvige in't byfon-der vereyfcht. Maeralfoo daer geen Koortfche en is, die langer duyrt, als besäende uyt eé Aertachtige vochtig-

ocr page 184

158 SCHAT DER

tigheyt, de welcke volght haren oirfpronck de Aerde, zijnde van de langfaemfte beweginge, gelijck de vvijfe Plato fchrijft, waerom de felve Vochtigheyr oockmaer op den vierde dagh en onfleeckt : foo dienen de Siecken wel verdacht te zijn, dat fy haer felven in de langdurig-heyt niet en quellen, alfoo fulcx fwaermoedigh Bloet veroirfaeckt,het weick dan de Koortfige ftoffe vermeerdert, ende foo veel te langer doetaen-houden. Dewijl dan de naefte oirfaeck van defe Koortfche aerdtachtigh, grof, ende taeyis, ende derhalven foo wel niet en wil volgen,als de licht bewegelicke Gal in de Anderdaegh-; fche, foo moetfe te voren wel bereyt zijn, vooraleer, dat men de felve door ftercke middelen fouckt afte drij-/ ven , ende 't gene dat men in de Anderdaeghfche fevensj doet, moet hier allencxkens, ende in vérfcheyde reifen। te werckgeftelt werden. Voor eerft zal men dan, als de Koortfche eens , ofte tweemael gekomen is , de Maegh, ende devoorfte wegen van het gene lofch is, fachtjens fuyveren met Manna , Diacatholicum , El. Lmi-tivum, Syroop van Rofm met Stne-bladeren, Pruym.ltyuyt, en diergelijcke. Onder-tufTchen tweemael drinckende op de goede dagen van een dranck tot bereydinge van de , Swarte gal, verhaelt in't i. Deel op't io.capittel;zal। men mede daeghs te voren,ofte oock wel op den felven dagh , als de Koortfche laet komt, Adtr-laten , uytden flincker arm : het welck meerder als eens gedaen dient, dochelcke reyfe niet te veel af-getrocken,'ten zyde Siecke uytermaten bloet-rijck is, het welck metdefe ; Koortfche niet veel en gebeurt. Indiende Maent-fon-? den, ofte het Speen, dat pleegh te bloeyen, geftoptis, : foo dient fulcx ten eerften geopent. DeSioffi,doorde aen-gewefene Middelen , verpacht, lofch , ende bereyt zijnde magh men ftercker af- drijven,mede daeghs voor, de Koortfchegt;ende dat met foodanige Middelen,als in't'

ocr page 185

O N G EsONT H EYT. 15? gemelte i.Deel op't i2.capittel,N. 3.zijn befehrevé. Ende foo in't bereyden, als m't af.fetten, moet alte-nige tije volhart werden, 's Anderen-daeghs, tegen dat de Kouw aen-komt, is oockdienftigh ('ten zy de Siecke gantfeh hart van braken was) een Braeck-dranexken in te nemen van 't gene te Gen is op't verhaelde capittel N. 6. altijt beginnende van het ßapfte. Men kan oock daer toe drineken een roomer y^lfan-wÿn met een wey-nigh Syvoop van A^jn . Crito , geneef-meefter van drie Kevfers , prijft hier feer het Sap van KjioUtn , dacr in volgende Guamtrius, de welcke fchrijft , fekeren Abt daer mede geluckelicker genefen te hebben,dan met eenige andere middelen. Hy doetfe eerftfchellen, dan rieden, ende dat water af gegoten zijnde, met verfch water, tot datfe facht zijn , koken , daer na uyt-perfTchen. Dit Sap geeft hy in tnet fuycker, ende boter vermengt, 's Morgens laet hy in-nemé vijf gepelde PtrfrjClt ketmtn, ende by die wijfe van genefen blijft hy gemeenlick vijf-thien dagen. In'tal-gaen, magh men het Sweeten helpen met een vierendeel loot Thtriak^d, ofteMithri-datt , ende een fcrupel %out van Cardo-btntdiaus , in een halfroomerké heete Wijn. Het welck men oock magh in-geven met dat de Koortfehe aen-komt, de welcke haer felve, ende voornamelick het beven vermindert. Wtwendigh kan hiermede yetop den Pols gebonden werden van't gene in't 8.capittel is befchreven. Maer voor defe Koortfche wert by verfeheyde Geneef-mee-fters feer geprefen eé vierendeel loot iWgb,ofte Spinne-webbc, meteen half loot Populjom-falfc gemengt , ende op den Pols geftreké. Sommige hebben 't felve Raegh oock willen in-geven, dan is qualick bekomen, gelijck Witrus betuyght.

Wanneer by defe Koortfche eenige verftoptheyt is van Lever,ofte MiltbBlauw.fchuytgt;ofte Water-fucht, L nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dan

ocr page 186

i6o SCHAT DER

dan moet de Genefinge daer nae geftek werden, gelijck in't volgende 3. bouckzal werden aen-gewefen.

TotBeßuyt van de Genefinge, zal ick by-brengen eenige wonderbare exempelen , in de welcke het Geval fchijnt Geneef-meefter te zijn geweeft. De Vieren-daeghfche kbortfche ,fchrijft Seneca, is in fommige met geeffelen verdreven. Ofte by geval, ofte dat die grove, ende taeyeVochtigheytverwermt,en beweeght zijnde, vervlogen is, gelijck LipJiin daer opaen-merekt. Men vint oock fonrmige, welckers nature door geelTelen tot by-ßapen geprickelt wert , gelijck in't volgende bouck zal uyt-geleyt werden . Den Romeynfehen helt Qj'-bius Maximus, gelijck Livius, ende Plinius verhalen, had-de lang gaen quijné aen de Vierendaeghfclie koortfche, fonder dat hy door eenige Geneesmiddelen konde geholpen werden , tot dat hy in fekeren Hagh tegensden vyant, als door eenen nieuwen brant in't vechten, den ouden van de Koortfche,uyt-bluften. De treffelicke geneef-meefter Paré verhaelt noch twee by-nae dierge-Ïijcke,maer van Schrick. Seker François edel-man wandelende beneffens de riviere, om te lien of hy de Koortfche konde af-gaen, werde van een goet vrient, die hem ontmoete,onvoorziens in de rivier geftooten,waerdoor hy (niet tegenftaende het fwemmen hem gemeen was, gelijck de gene,die hem in't water geftooté hadde,oock wel wifte) met foo grooten fchrick bevangen werde , dat hy nae die rijdt geen Koortfche meerder en kreegh. Noch verhaelt Pare van feker Hop-man, de welcke, al hadt hy de Koortfche op dé hals,even-wel by 't gevecht wilde wefen, alwaer hy een mulket kogel midden door den hals krijgende, met fulcken fchrick des doots bevangen werde, dat de heete Koortfche voor de koude Vreefe wijekende, hy daer nae van de Vierendaeghfche bevrijdt bleef.

6. Hier

ocr page 187

0 N G E s0 NT H EY T. i6i

6. Hier dient gebruyckt luchte Spÿfegt; die wel te verteren is , ende feer goet voedtfel geeft, geen fwarte Gal, ofte fwaermoedige Vochtigheden en doet groeyen, te Hen in den Schat der Grfomheyt. Sommige even-wel,nae dat by haer, groote begeerte, juyft de befte koft niet, maer felfs oock Pekel-haring, ofte noch arger genuc was , hebben de Koortfche daer mede af-gegeten. Het welck maer helpt, feytEramusgt; als de Sieckte al verteert is. Want in't begin doet fulcx groote fchade, gelijck hyfchrijft eenen gekent te hebben, die op die manier fchierlick nickte. Hy verhadt noch van een ander , die eenige maenden aen de Vierendaeghfche koortfche ge-gaen hebbende , ende groote luft krijgende, om klaer, ende fris fonteyn water te drincken, nae dat hy, alleen zijnde, daer van niet alleen de Maegh gevolt, maer gantfch gekropt hadde, naereen overvloedigh braken van de Koortfche ontzagen werde. Dan hier dient wel gelet op de krachten. Soo verhaelt de meergemClte Wierus van eenen vraet, die voor herkomen van defe Koortfche (als die al een wijl hem by.gebleven was) een-ende-twintigh half gebrade Haringen at, waerop een ftercken acn-val ten eerfté volghde,doch bleefdaer nae achter. Indien , feytWierus, een ander fulcx hadde beftaen,die fwack was, hy zoude wel lichtelick daer in gebleven hebben. Derhalvenen moet diergelijcke nier, dan met de grootfle forghvuldigheyt, toe-gelaten werden . Want al is't, dat door het gebruyck van foodanige Spijfe, de Siecke wel fomtijts van de Koortfche bevrijc werden, het zy de felvige met luft gegeten zijnde, beter verteert, ende daerom geen quaet overschot enlaet groeyen, ofte liever, darde Nature daer mede overladen zijnde, haer felve daer van door braken ontlaft, ende met eenen de Koortfige vochtigheyt over-geeft: nochtans dewijl niemant fulcx in fijn hant en heeft , ende ge-

L 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fchie-

ocr page 188

i62 SCHAT DER fehieden kan, dat de Nature door foodaoigen Spijfe be-fwaert,en over-vallen zijnde,de felve niec en verteert, waer door dan de quade Vochtigheden zouden komen te vermeerderen, ende de Koortfehe dien volgende verärgeren; foo is't fekerder fulcke Spijfe te laten. Den Dranck mach hier wefen kleyn Bier, ofte Wg met Con-filytde Greyn, ende Bernagye gefoden, ende van 'evyerj af-genomen zijnde Suyring by gedaen.

Het X. Capittel.

1.

NT Ae dat gehandelt is van de Koortfehen, die in het

Bloet,ende de Vochtigheden onfes Lichaems be-ftaen, foo zullen wy nu komen tot de gene die defelf-ftandigheyt felve verteren,ende 'tLichaem gantfeh verdroegen; waerom wy de felvige Wtdroogende koonfehm noemen, Dr- lunius geeft haer den naem van Verdwynendt koortfehen. In't Griecx wert foodanige koortfehe ge-heeten Helica, 't welckoock gevolght wert by de Latijnen, ende nieuwe Schrijvers, waer voor de Barbaren, ende Italianen feggen Ethica, de Françoifen even-tens Fievre etique , ende de Duytfehen Der Œtttth.

Defe Koortfehe en is anders niet , als een hitte regens denature, van begin , ende door fijn felven vaft in de felf-

ocr page 189

ONGESONTHEY T. 163 felfftandigheyt van': Herte geprent zijnde,ende van daer de felfftandigheyt van alle de Deelen mede-gedeelt , foo dat fy even-wel beftaet, ende vah blijft, alenider geen oirfaeck die haer onder-hout.

L 3 hef-

ocr page 190

i64 SCHAT DER

heffinge zoude veroirfaken. Ende alffer fomtijts haar cenige verheffinge fchijnt te openbare,fulcx en gefchiet niet door haer felve, maer Koortfche daer by komende, ofte , nae den eten, gelijck terftont zal gefeyt werden. Hier is terftont een groote fwackheyt van krachten. De Pob flaet Oap, ende rafch: ende de Slagh-aderen voelt men veel heeter, als de om-liggende DeeJen : om dat de felvige van het Herte meerder Brant ontfangen. Een uyre,ofte twee nae den eten verheft haer de Hitte mercke-lick,ende dien volgende gaet de Pols oock raffer ; ende dat foo lange,tot dat die Spijfe verteert is. Het welck ick bevonden hebbe een fekerteycken van een Wtdroo-gende koortfche te wefen. Maerom daer in vaft te gaen, foo moet de uyre van 'teten eenige dage verandert wer-den,ende indien den Brant toe-neemtden eerPen,tweeden , derden, vierden dagh, met die veranderinge; foo en irrer geen twijfel aen te flaen, of het is fcodanige Koortfche. De reden is,om dat de Hitte alhier gehecht is in de vaftc Deelen, die van wegen haer drooghte, niet en können veel uyt-dampen: maer de Spijfe voch-tigh zijnde, geeft de Hitte meerder ftoffe, waer uyt dan oock meerder waeffem voor-komt. Galenus neemt hier toe de gelijckeniffe van de Kalck, gelijcknae Cardanus, en Scaligtr , breeder wert vertoont by Stephanus Cafirtnßs 4. de Meteor, microcofm. 19. Want gelijck als men op levende kalck water giet, daer uyt veel dampen, ende fcherpe hitte op-fchiet: foo oock de vafte Deelen onfes lichaems met een eenparige Hitte onfteken, vertoonen, ende verfpreyden meerder Brant, als fy door de voch-tighevt van de Spijfe verfpreyt werden. Doch al is't, dat defe gelijckeniffe niet wel en bevalt den Arabifchen ^verrhoës, als oock eenige andere,foo wert fy genoegh-faetn beweert, ende beveftight van Ahimarus, Vega, Au-genius, MaffariaSi Heurnius, Caftrtnfu,end^ Sennertus. Tot

ocr page 191

ONGESONTHEYT. 165 de welcke wy den lefer wijfen, onnoodigh achtende, de redenen over ende weder , hier wijdt-loopigh te verhalen. Als defe Koortfehe op den Tweeden trap klimt: door dien het Herte noch drooger wert,(00 vergaet het geheele Lichaem ,ende de Fob wert flapper , drooger, ende gelijck als gefpannen. Galenus meent dat men uye het Water geen teycken van defe Koortfehe en kan trecken , het welck te verftaen is van de verweende het wefendes Waters,als mede van den eerden trap. Waerom ick oock geloove, dat de hoogh-geleerde Fernelius van't Water alleen gewach maeckt in den tweede trap , ende feyt met den Arabifchen Avicenna, darter vet op drijft, ende gelijck als raegh,ofte fpinne-webbe. Ende Ultimam,die dit tegen fpreeckt,wert wel te recht daer over berifpt van Saxonia ,8.de Febr. 38. Doch al is't, datter oock in andere Sieckten, fonder defe Koortfehe, foodanigen Water gemaeckt kan werde;wanneer evenwel de felvige uyt andere teyckenen alreede blijckt,dan is fulcken Water een onverfcheydë teycken van de Wt-droogende koortfehe. Want het beduydet, dat het vleyfch,ende vet alreede verfmelt. In den Derden trap is een rechte uyt-drooginge,waardoor de Oogen hol'ende in-getrocken Üaen ; den Jppdoockkleynder, door dien het Vet, dat veel aë de Oogen ftaet,ende de Vochtigheden felve door de drooghte veel verteert zijn. Hier om fteken de Kaken, ende Oogh-beenenuyt. Daer hangt van buyten eenige Vuyligheyt aen 't 0ogh, door dien het weynigh voedtfel, datter noch overigh is, niet verteert en kan werden, dan aldaerverdrooght. De Oogb-fchden zijn door de drooghte foo in-getrocken, datfenaulicx op gedaen en können werde, foo dat foodanige Siecken fchijnen Qaperighte wefen , dan het en is den rechten Üaep niet ,(alfoo fy van wegen de hitte, ende drooghte wel wacker gehoudë werden)maer alleen een fwackig-

L 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;heyt

ocr page 192

i66 SCHAT DER

heyt ende verhinderinge in't bewegen . Het Acngtfahi is heel faluw, endeongedaen, fonder eenige glantz, niet anders als loot: over al gantfch mager , ende ftijf, infonderheyt aen't Voor-hooft, om dat aldaer onder de huyt een gantfch vleelige Spier leyt, die verdrooght zijnd0ehuyt mede droogh ende gefpannen maeckt, niet rimpeligh, gelijckin oude luyden. De SlAghvamp;n't Hooft,door dié al het vleyfch verteert is,fchijnt gantfch holte wefen. Men telt de Rjbbm, men kan qualick Buyck, ofte Ingtwam, gewaer werden. In't korteal het Lichaem is foouyt-gawi,datter maer rd over ha Ban is, niet vele van een ôeraemte verfchillende.

ocr page 193

ONGESONTHEYT. 167 fame Deckte is , en die haer alreedein'tVleefch vaftgehecht heeft, komt aen op een goede,ende wel gehelde Manitrtvan Ltutn. Derhalven moet verkofen, ofte ge-maeckt werde een koele ende vochtige Lucht, als mede foo-danige Spÿfe, dewelcke oock licht te verteren is , veel voedtfel geeft , ende weynigh overtolligheyt nae-laet, gelijck vcrfcht Doeyeren, door-geflogen Gerftc, Sottc-mdek., ende diergelijcke. De Orfeninge dient hier roaer wey-nigh,ende den Slatp wat meerder,als gewoonlick: alfoo 'tlaetfte het Lichaem vetvochtight , ende het eerfte verdrooght.

Het XI. Capittel.

DUs verre hebben wy gehandelt va$oortfchen, die door haer Hitte , Bedervinge , Verdrooginge , onfe Gefontheyt komen beftormen: daer zijn nu alleen overigh , die by de gemeene Ongematighevt eenige Quaetaerdigheyt, ofte felver oock eenen Peftilentialen aert hebben. Dan dewijl de felvige, voor foo veel het Koortfchen zijn, moeten genefen werden , als Koort-fchen,ende van wegen haren quaden aert, als de Peft, ende nae het een'tander overtreft, oock de Geneesmiddelen daer toe geftreckt werden; foo zullen wy om

L 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;kort-

ocr page 194

i68 SCHAT DER

kortheyts wille, de felveoverflaen , ende van de Pell felver handelen, alfoo uythare Teyckenen mede foo-danige Koortfchen te kennen zijn .

Dat Godt tot Hraffe der Sonde de Menfché de Pefle toe-fent, blijckt uyt de H.Schrifture, ende 't exempt van den koning David , om wiens fondelick tellen des volcx den verwoeftenden Engel in drie dagen 7000° Menfchen door de Pefte om-bracht. Het felfde is oock klaer te Hen aen de Vermaningen , die gedaen werden Levit. 25.36. Num. 14. 12. Deut. 26.21. Reg. 2.2 Dan niet alleen Godts volck,maet oock de blinde Hey denen , hebben fulcx können lien , als fy dit quaet wat Goddelicx, gelijck Hippocrates, een van Godt toe-ge-fonden Ellende, ('t welck wy de Gave Godts feggen) gelijck Diod. Siculus, ende Dionyf. Halicarnaffæus, de fei' ve noemen ; ofte gelijck Agathias, de van Godt toe-ge-fonde Straffe. Soo meende die van't Grieckfche eylant Delos, dat fy de Pefte gekregen hadden door de gram-fchap van haren Godt Apollo (die in dateylant geboren was , ende het felve daerom voor heyligh gehouden werde) door dien aldaer een groot heer begraven was,

ocr page 195

O N G Es 0 NT H EY T. 169 buyten de oude gewoonte, gelijck Æfchines, ende Diod. Siculus getuygen. Soo fchrijftoock d'oude poëet Hone-rut , dat den felfden Apollo de Peft in't Grieckfehe leger fant, om dat haren overften Agamemnon de dochter van fijnen Priefter vervoert hadde. Maer daer zijn andere, feyt Euftaihius , in fijn Wt^leggingen , die de felve Pelle van den priefter Chryfa meenen door toover-konfte ge-maeckt te zijn. Ende hy vought daer by, dat de Duy-vels en Toovenaers de Peft dickwils verwecken. Maer foo defe, als de gene, die Godes gave is, wert gemeen-lickonfteken door natuerlicke Oirfaken, ende foover-ftont (gelijck den (elfden Euftaihiusaen-wijft) den helt vhcbilhs, die de Geneef-konfte van fijnen meefter Chiron geleert hadde, dat de gemelte Pefte quam uytquade geftalteniffevan de Lucht. Ende aldus wert oockde' Befte van luno gefonden, by den poëet Ovidius , wiens treffelicke befchrijvinge wy hier zullen brengen uyt het7.bouck van de Her-fcheppinge :

Dir4 lues populis ir4 lunonis mtquamp; , Incidit exofe dictas à pellice terreus.

Dum viÇum eft mortale malum,tantamp;que latebat Cauffanocens cladis , pugnatum eft arte medendi gt;nbsp;Exitium funerabat opem, qu£vitla jacebat.

'Principio cœlum fyißa caligine terras Vreßit , amp;nbsp;ignavos inclufo nubibus aftus. Dunique quater plenis explevit cornibus orbem Luna, quater plenum tenuata retexuit orbem -, letiferis calidi fyirarunt aftibus Auftri. Conilat amp;nbsp;infontes vitium veniffe , lacufque, MiUiaque incultos ferpentum multaper agros Errare , atque fais fluvios tenieraffe venenis,

Stra-

ocr page 196

,7° SCHATDER

Strage canumprimo, volucrumfy aviunique boum%, inque feris fabiti deprenfa potentia morbi eft.1 Concidere infelix validos miratur arator

Inter opus tauros , medioque recumbere falco.। Lanigeris gregibus balatus dantibus agros,i Sponte fla lanaque cadunt, amp;nbsp;corpora tabent.। Acer equus quondam, magnaque in pulvere fania,i Degenerat : palma , veterumque oblitus honorum, Ad praf?pe gemit morbo moriturus inerti,' Non aper irafci meminit , nec fidere curfu Cerva, nec armentis incurrerefortibus urfi.

Omnia languor habet. fyluis , agrifque , viifyue Corporafoedajacent , vitiantur odoribus aura. Mira loquor , non illa canes, avidaque volucres, Non cani tetigere lupi : dilapfa liquefcunt. Afflatuque nocent, amp;nbsp;agunt contagia late. Teruenit ad miferos damnograviore colonos Pellis, amp;nbsp;in magna dominatur moenibus urbis. Vifcera torrentur primo , flamniifque fatifcunt. Indicium rubor eft, amp;nbsp;ductus anhelitus igni. Aftera lingua tumet, tepidifque arentia ventis Ora patent , auraque graves captantur hiatu. Non ftratum, non ulla pati velaminapoffant, Dura fed in terra ponunt précordia, nec fit Corpus humogelidum, fed humus de corpore ferret. Nec moderator odeft , inque ipfos feva medentes Erumpit clades, obfuntque autoribus artes.| Quo propior quifque eft, feruitque fidelius agro. In

ocr page 197

ONGESONTHEY T. 171 h;partem leti citius venitgt; atque felutis Spes abiit , finemque vident in funere morbi. Indulgent animis , amp;nbsp;nulla quid utile cura eft. Vtile enim nibil efl , pafimpofitoque pudore , Fontibus, amp;nbsp;fluviis , puteifque capacibus harent. Nec fitis ejlextinlla prius, quam vita bibendo. Inde graves morbo nequeunt confurgere , amp;nbsp;ipfis Immoriuntur aquis , aliquis tamen haurit amp;nbsp;illos. Tantaque funt miferis invifi tadia lecti , Frofiliunt , aut , fi prohibent confitere vires, Corpora devoluunt in humum,fugiuntque penates Quifque fuos , fua cuique domus,funelta videtur. Et quia cauffa latet, locus eft in crimine notus Semianimes errare viis, dum flare valebant Afficeres , flentes alios , terraquejacentes, Laßaque verfantes fupremo lumina motu. Membraque pendentis tendunt ad fydera caii, Hic, illic, ubi mors deprenderat, exhalantes.

De natuerlicke Oirfaeck beftaet meeft in bedorven Lucht,fomtijts cock in quade Spijfe,ofte Dianck.

De Lucht wert met Peftigh vyer bedorven,voor eerft door een vyantlicke,ende quaetaerdige geftaltenife der Sterren (waer toe de Sterre-kijckers feggé Saturnus in-fonderheycte doen,als hy door de drie heete teyckenen gaet) alfoo de felvige niet alleen door het licht, ende beweginge, maeroockdoor byfondere in-vloeyingen, ende verborgene krachten op de werelt wercken. Soo fchrijft Tbuanusin bet72.bouck van fijn Hiftorye, ge-weeft te zijn een Peft in de klevne deden ontrent Parijs. Dan meeftendeel krijght de Lucht eé quaetaerdigheyt door

ocr page 198

172 SCHAT DER

door quade hoedanigheden, ofte bedervinge. De Hoe- i danigheyt ftelt Hippocrates in een Zuydigh jaer-gety, wanneer de Lucht noch met fachten regen ververfehr, noch met winden door-waeyt en wert. Soofchrijftde meerder-gemelte Diodorus Siculus in't iz.bouckvanöjn Grieckfche hiftorye,dat die vermaerde Peße van Athe'' nen haren oirfpronck nam. Want nae dat in den winter een grooten regen gevallen was, ende dat het landt daer door onder water ftont, infonderheyt in de leegh-ten, het welck daer nae door de Somerfche hitte onlte-kende;ende bedervende, gafquade dampen op,die de ! Lucht bedorven. Waer by quam, dat de Lucht door koele winden niet door-waeyt, ende ververfcht en werde. Soo dat oockde Pefte komt,gelijckdeRomeyn-fche hiftory-fchrijver Livius wd aen-gemerckt heeft, uyt Drooghte, ende al te grooten Hitte. Soodanigh is geweende Pefte van Tbebe in Griecken-landt, daerffflir^ van fchrijft Oedipo :

— fecimus coelum nocens.

Non aura gelido lenis afflatu fovet Anhela flammis corda , non tyhjrileves Spirant, fed ignes auget afliferi Canis Titan, Leonis terga Nemeaipremens : Deferutt amnes humor, atque herbas color,amp;c.

Het leger van de Carthaginefers werde in Siçdyen mede van de Peft overvallen, door dien de Somer onge-woonlick heet was. Waer toe, fchrijft de gemeke Diodorus, het landt felve oock wat oirfaeck fchijnt gegeven te hebben, als leegh,ende wat moeraffichzijnde. Want in't beginfel voor den Sonnen op-ganck,van wegen de koele wint, die het water gaf, kregen de Lichamen een huyvering,de welcke op de middaglifche-

ocr page 199

ON G E s 0 N T H EYT. 173 nen van nutete zullen verfmachten. Ende voorwaer men bevint, datter niet erger en is, om de Pefte te verwecken, als ongeftadigh weder,ende dat fcliierlick van koudein liitte verandert, gelijck de gemelte hiftory-fchrijver Livius verhaelt, dat te Romen, als op een feer vochtigen winter feer fcliierlick de Lucht veranderden, daer op eenen fwaren , ende peftigen fomer volghden. Het welck feer wel getreft is by den natuerlicken poëet Luemius in fijn 6.bouck:

Nee refert utrum nos in loca deveniamus Nobis adverfa, amp;nbsp;coeli mutemus amictum, An coelum nobis ultro natura cruentum Deferat, aut aliquid , quo non confuevimus uti Quod nos adventupofittentare recenti.

Soo is (gelijck Plutarchm verhaelt) de Peft van Athenen veel geleytop de vorft Pericles,om dat hy al de Boeren, vermits den oorlogh, in de Hadtgetrocken hadde, waer door uyt veranderinge van plaetfch , ende ongewone manière van Leven de fterfte ontftont. Want alfoo fy door de nauwte malkanderen verftoneken , foo werden de Lucht , ende fy fclfs oock befmet. Ende voorwaer daer en is niet gemeender om de Lucht te onfteken,ende te bederven, als quade dampen , infonderheyt daer geen ververfinge op en valt , gelijck in lang bedote, ende muffe kamers. Waerom niet vremt en is,feyt Seneca, dat de Peft dickwils volght op groote Aert-bevinge: want daer is veel ongefontheytin de diepte verborgen, gelijck oock eenige fchadelicke , ende peftige Wateren , die nimmermeer en loopen, noch van een vrye wint vetfrift werden. Ende de Lucht dan daer onder zijnde, als fy uyt-breeckt,vetfpreyt haer wijdt uyt,ende brengt degene, die haer in.halen, voor een groot deel,om hals. Het welck beveftight wert,met 'tgene Capitolinus, en-

ocr page 200

174 SCHAT DER.

ende Ammianus verhalen,dat te Babylonyen in den tem*, Bel van Apollo uyt een goudt kofferken, 'tvvelckjuyftin anden van een krijghï-knecht viel, too fchadelicken damp rees , dat hy van daer niet alleen nae Parthen gedreven zijnde, maer oock nae andere landen, de felvige/ met Pefte vervulde. Soo fchrijft mede Guaintrius , da' in Italyen,uyt een geopende put, die lang gefloten was geweeft, eenen quaden damp quam, die aï de omftan-ders ten eerden dede fterven. Soo wert oock de Lucht vergiftight van onbegraven Lyckgn als mede door grootc menighte van doodt Sprint^-hanen, gelijck AuguJlmus gCquot; tuyght daer uyt foodanigen Pefte ontftaen te zijn,die in't Koningrijck van Maßnißa alleen tachtigh duyfenc menfchen wech-Heepte , ende datter te Vtica (een fladt in'tfelfde ^friken, daer hy BiJehop was) van dertigh duyfent krijghf-knechten, die daer lagen,niet meerder, als thien over en bleven. Hicr-en-boven wert noch de Lucht bedorven door vermenginge van quade Lucht,| die uyt andere landen door de winden gedreven wert, gelijck de Pefte van Athenen eerft (als Thucydides ,en^e andere getuigen) uyt Moren-landtin Egypten , ende van daerin Griecken-landt quam, ende de Sweetende fieckte uytEngelandt, eerft by ons, ende daer nae in andere landen voort-fettede. Waer in Plinius fchrijft, onder.vonden te wefen, dat de Peft altijdt gaet van het Zuyden naer het Weften,'tenzy in de winter, ende datfe dan bovê de drie maendé niet en duyrt. Noch kan de Pefte verweckt werden door Vergif, te weten eenige Salven diefy llrijcken , ofte Poeyers, diefe ftroeyen:I waer van Livius een grouwelicke gefchiedeniffe ver-| haelr. Als,fchrijft hy,de voornaemfte der Üadt Romen van gelijcke Sieckten, ende met de eygen uyt-komfte ftorven, foo iffer een dienftmaeght gegaen by den ka-meher(^Fabius Maximus gt;nbsp;die vele Juffrouwen van de ftadt

ocr page 201

ONGESONTHEY T. 175 ftadt daer over aen-bracht,foo datter wel hondert ende tfeventigh verwefen wierdë. In de felfde Stadt is oock noch op andere tijdt van de felfde oirfaeck een groote Peft geweeft (gelijck Xiphiliniu befchrijft in fijne Grieckfche hiftorye, in't leven van den keyfer Commodus ) foo datter dickwils op eenen dagh binnen Romen twee duyfent ftorven , ende gtoufaem veel in 't ge-heele rijck, door de boofheyt van de quade Menfchen. Want eenige kleyne naeldekens metVergifbeftrijcken-de, wiften daer mede de Sieckte voort te fetten. Het welck mede ten tijde van den keyfet Domitianus gebeurt is. Wy lefen dat de Turcken,ende Joden daer oock weten mede om te gaen. Pauli« Æmylius verhaeit in fijn Hiftorye der Franfche koningen,van de Joden, een hal-fterrighvolck,feyt hy , ende dat met een vervlouckten haet regens ons raeftgt;door den koning Philips de Schoont, uyt Vranckrijck gejaeght, ende ten tijde van fijnen foon Hulin daer nae wederom in-gelaten zijnde , datfy, foo om haer vorige ballingfchap, ende haer genomen goet, te wreken, als oock uytvreefe ofhet (elfde haer eens wederom mochte over-komen, daer toe mede vande grooten onder de Turcken, ende Heydenen om-gekoft wefende , de Melaetfchen, die langs het landt gingen bedelen, daer toe brachten , datfeVergifin de putten fmeten, waer door een (ware Pefte op-rees. Sulcx is mede gefchiet al in vorige tijden, te weten in devermaerde Pefte van Athené, door haer vyandé van Pelops-eyUndi, gelijck de meer-gemelte Thuddydts aen-roert . Hiervan zijn meerder exempelen te fien by Droënu, Poru«, PPierix , Saxonia , Iordani«, Polii«, ende andere.

De andere oirfaeck van de Pefte hebben wy geftelt in quadt ende bedorven Spijfe, waer door vergiftige Vochtigheden , gelijck van uyt-wendigh Vergifin ons Lic-haem kométe groeyen,als Galenus op verfcheyde plaet-M nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fchen

ocr page 202

176 SCHAT DER

fehen aen-wijß. Sulcxheeft oockveel geholpen tot de meerder gemelte Peft van Athene, gelijck Diodom verhack . Want , feyt hy, het jaer te voren geheel voch-tigh zijnde, hadde bedorven vruchten voort-gebracht. Sulcx gefchiet meeft in Hongers-noot, als in legers, daer menighte van volck by een is , ende weynigh toevoer,als infonderheyt in belegerde Heden. Want aldaer wert al in-gedingert, dattervoor-komt, om mierden buyck, van4ionger baffende, wat te Aille . Soodanigen Pefte is geweeftin'tleger van Xerxes, koning van Perf-fen, als hy uyt Griecken-landt mofte vluchten. Want (fchiijft Herodotus) den Honger was onderlijn krijghf-knechten foo groot,dat fy de bladeren , ende wortelen van de kruyden aten. Het felfde gebeurde oock in'tle-ger van Iulius Cœfar (gelijck Pluiarchusin fijn leven ver-haelt) als hy oirlooghde tegens Pompeius. Waervande poëet Lucanus feyt, dat de krijghf-luyden met de bladeren in den mont korven.

Ore novaspafcens moribundus labitur herbas.

Soo mede het krijghfvolck van Alexander de Grooie{^amp; lijckde gemelte Plutarcbus, en den Latijnfchen hiftory-fchijver Curtius getuygen) als fy in haer weder-komft uyt Indyen, de wortels van Dadel-boomen aten, vervielen in een feer fware Pefte. Van Hongers-noot was mede de Peft in de belegeringe van MarfeiUe in Vranck-rijck, gelijck lui. Cœfar, die daer felve voor lagh,fchrijlt in't 2.bouck van de borgerlicke Oorlogen. Diergelijc-ke zijnder meer telefen by Appianus,lofephus,Hegefippus, Sigonius, Polydorus Virgilius, ende by onfe Hiftory-(chrij-vers van het deerlick belegh van Leyden:foo datter niet gemeender en is in alle Hiftoryen, als exempelen van Pelle in Belegeringen uyt Hongers-noot door onge-brmckelicke , ende geen eetbare koft veroirfaeckt.

Wacr

ocr page 203

ONGESONTHEYT. 177 Wacr by dan dickwils komtqiMei H74ier,het welck,ais een vergif, feyt Vegetius,de Pefte doet groeyéin de gene, die daervan drinckc.

Maer alfoo dickwils bevonden wert, dat yemant fonder deverhaelde Oirfaké de Pefteven-wel fchierlick op den hals krijght, alleen uyt Schvick., 't zy dat hy ergens een baer ontmoet, ofte een doode uyt een Peftigh huys het dragen, foo dient daer van de reden wel onderfocht. Wat wonderbare kracht de Inbeeldinge heeft, toont de dagelickfche ervaringe: maer hoe fy hier het Peftigh vyer in-brengt en is niet wel aen te wijfen. Maer gaec altijdt voor eerftvaft,dat de Vochtigheden,door de Bewegingen des gemoets, op verfcheyde wijfe beroert, ende bedorven werden. Ten anderen , is't oockfeker, dat de Inbeeldinge altijdt Breekt nae een byfondere, ende bepaelde veranderinge, gelijck te (ien is aen defwan-gere vrouwen. Ende alfoo gefchiet het mede, dat de gene,die uyt vreefe van de Pefte verfchricken,ende niec als om de felvige geftadigh en dencken, door die inbeeldinge ende vreefe defe bepaelde bedervinge de Vochtigheden in-drucken : gelijck een fwangere vrouw foo-danigenteycken haer vrucht mede deelt,als'tgene was, daer fy van verfchricktis geweeft. Ende dit is de voor-naemfte oirfaeck waerom Peft-meefters, Schrobfters, Gelle-broers, ende diergelijcke , felden de Pefte krijgt, daer een ander, die foo Bout niet en is, indien hy in haer wetek maer eenstradt,terftontde Pefte op den hals zoude krijgen, ende daer van fterven. Want foo yemant het Peftigh faet vat , ende met eenen dapper vreeBende fchrickt, daer van zal hy naulicxgenefen,door dien het te diepin't Herte fehlet, ende de levende kracht te feer verfwackt wert , om het felve uyt te fmijten.

3. Wykomé nuoocktot de Ken-teyck.tnen,feer noo-digh zijnde te weten , foo om de Pefte te fchouwen, als

M 2

om

ocr page 204

178 SCHAT DER om te genefen. Daer toe zullen vvy by-brengen niet alleen de gene, die de tegenwoordige Pefte aen-wijfen: maer oock die bootfchappë,dat de felvige op't koméis.

Want datter oock Teyckenen zijn,waer door de aen-ftaende Pefte te kennen is, blijckt uyt den opperften ge-neef-meefter Hippocrates, die voor.feyde, dat de Pefte van lUyritn zoude komen, ende font derhalven fijne leerlingen in de Grieckfche fteden,om de felvige te fteuten, gelijck PlmitK getuyght 7. Nat. 37. De Sterrekijckers weten hier veel van Comtttn, ende ander gefternten te leggen, gelijck oock de poëet Manilius: dan de Geneef-meeftets , fchrijft Plutarthus , oirdeelen eenen PeBigeo fomer uyt de vcelheyt van Spinm-koppm,als oock uytal 't gene gefeyt is, de Lucht te befmetten. Het felfdebe-duydê oockovervloet van ander quaet gedierte, gelijck Padden , Vliegen , Scal-bijters , ende diergelijcke: als mede het voort-komévan quaet Kjnyt, ende van Duyveh-broot' Dat de Vifch op't waterdoot drijft: dat de Vogels haer neften, de Mufen, ende Mollen haer gaten,de WildeditfC haer holen , om beter Lucht te zoucken, verlaten. Soo fchrijft Philoßratus , dat Apollo het voorfpel van de pefte doet maken door de Wolven, (te weten,als die van felfs inde Heden komen loopen) de felvige feyndende uyt goet-hertigheyt, tot de gene , die deck zuilen werden, op dat fy haer zouden wachten.

Men magh oock wel dencken, dat de Peft niet verre en is , alffer fevens veel volck heek wert, ende dat de voorgaende Sieckten een quaden aert krijgen. Anders zijn de Teyckenen gantfch verfcheyden en menighvul-digh, oock meeftendeel gemeen met andere Deckten ', waer door gebeurt , dat ofyemant begaeft is , ofte niet, in't beginfel dickwils onfeker valt, dewijl hem alfdan fomtijdts maer eenige, jae oock maer een teeckenen openbaert, als daer zijn QuaUcl^htyt, Braken; Pÿn in't

Hooft,

ocr page 205

ON G Es 0 NT H E Y T. 179 Moofi, H/iyvering door al de leden, groote Droogbie ende Dorß, Flaute ende Bmamhtyt, gtßadigh Waktni ofte in tegendeel vaß Slapen, Purpert vlac^en, Peptr-koren ,Gesellen , Peß-Rolen (de laetfte zijn verre de fekerÜe) ende vele andere,eertijts inde Peft van Athene aengemercktgt; die wy uyt de Grieckfche hiftorye van Thucydides, ende de Latijnfehe verffen van Luerttiw verhalen , ende uyt-leggen in een Latijnfch bouck, met namen Idéé Medicina veterum, tot Leyden gedruckt. Maer al is't, dat in de Peft niet altijdt alle, ofte vele tcyckenenvoor den dagh en komë: foo moet een Geneef-meefter voor-dachtighzijn, oockop weynige , die hy gewaer wert, in tijde van fterfte altijdt achter-deneken te hebben, ende de Deckte alfoo te handelen, als offe meerder quaet-aerdigheyt van binné verberghde, alTe wel uytwendigh vertoonde . Want de ervarentheyt heeft altijdt geleert , gelijck wy oock jegenwoordigh bevindé,dat meeft alle andere deckten nae den quaden aert wat trecken , ofte al warenfe oock in't eerfte gantfeh onbefmettelick , dact na in een Peft veranderen. Waer door gebeurt, dat,al is, gelijck men gemeenlick feydt , de oude deckte uyt het lant niet, in tijde van Peft naulicx eenige andere gevonden wert , die daer van niet wat deelachtigh en is. Sulcx wijft het genefen oock volkomentlickuyt. Ick hebbe gehen die de Koortfche kregen, met Qualickheyt, ende groote Drooghte in dé mont: met Pijn in den hals, daer nietaen gehen en konde worde, maer wel groote Brant gevoelt : de meede met Pijn in 't hooft en Braken , ofte alleen Walginge : fommige die alleen Pijn in de lenden ende huyvering door het geheelelichaem voelden:ende onder defe woonden fommige in ftraten, daer rontfom de Peft onfteken was ,jae niet alleen by de bueren, maer het yyer was oock in je (elfde huyfen gekomen ,alwaer al dienft-boden uyt-gedaen waren: ende even.wel en M 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;open.

ocr page 206

i8o SCHAT DER openbaarde hem uytwendigh anders niet,als ick nu ver-haelt hebbe. Dan de genefinge met Peft-draneken, fonder gewoonlicke geneef-middelé, toonde genoegh, dat het quaet van binnen fchuvlden, al waft fchoon dat het fich door geen uytwendige Tevekenen te kennengaf. Wantfulcx gebeurt fomtFjts eerft,den tweeden,derden, vierden, ofte op andere dagen. Dan in geene Sieckte en werckt de Befmettelickheyt krachtiger , als in defe. Waerom Seneca fchrijfc 4. van de Gramfehap 5. dattet regens de Pefte niet en helpt Rerekte van't lichaem, noch goede forge voor de gefontheyt, dewijlfe fonder onderfcheyt flercke, ende ilappe overvalt , ende gelijck de poëet Horaihquot; feyt,

Mi^a fenum , acjuvenum denfantur funera.:

Dit zijn wynoch onlangs,te weten in'tjaer 1636. hier in de Stadt (gelijckoock het geheele Landt door) wel gewaer geworden,aider geheele huyf-eefinnen uvt-ftor« ven, ende de Peft-huyfen te kleyn waren, om dearie krancken te ontfangen. Diergelijcke fterfte heeft onfe ftadt Dordrecht uyt-geftaen in't jaer 1603. foo dat men het volckop de ftraten mine: als oock voor-ledenjaer de ftadt Leyden. Ten tijde van onfe voor-ouders, in de jaren 1502.150g. en 1522. wafferfoo hevige Peft, darter in fommige Reden van Nederlandt meer als vijf hondert op eenen dagh quamen te fterven: foo dat de vogels door den Ranck van de lucht doot ter aerden vielen , veel menfehen over tafel met het eten in de mont, den beker in de hant, doot bleven: de ftraten metgras be wiefren,de deuren ende venfters met mofch begroeiden . Nie,t lang daer nae, is geen minder plaegh overgekomen , de Sweetende-licckte genoemt. Defe begon in Engelant in't eerfte van de regeringe van koning Hendrick, de V II. in't jaer i486, met foo grooten he-vig-

ocr page 207

ONGESONTHEY T. i8t vigheyc, datfeniemantfparende, de kloeckfte menfehen binnen twaelfuyren wech nam • WiEngelant quamfe in Noorwegen, Denemercken, dacrnae oock in Duytf-lant, Nederlant, ende elders. In onfe Stadt is men de felve eerftgewaer geworden in September 1529. ende heeft een groote menighte van borgers mede gefleept. Jae in de kleyne ftadt van Oude-wattr , fchrijft Bor , in fijn Nederlantfche hiftoryen, dat als fyin'c jaer 1575. belegert werde, de borgers geen vier-dalfhondert fterek en waren ,zijnde het voor-leden jaer door de Pefte ontrent drie duyfent wech genomen. Sulcx gebeurt infonder-heyt,daerfe weynigh, ofte niet gefchouten wert , ge-lijck by de Turcken. Want dit is de rechte wegh,om als een loopentvyer,de Peft te doen verfpreyden. Ende dat het op eë plaéts in onfe Voor-ftadt in'c gemelte jaer van 1636.foo grouwelick voort-gefet is, datterwey-nigh in een ftraet over-gebleven zijn, magh meell geweten werden, dat deluyden haer felven niet gewacht en hebben : ende niet alleen felve by foodanige decken , dickwils fonder eenige noot , geftadigh gingen, maer oock haer kinderen mede namen, die veeltijts voor het bedt bleven ftaen, als een krancke af-fcheyde,waer door het peftigh vyer in het jonge bloet lichtelick ontfangen ende ontftekénis. Dit felfde wert mede in de groote fterfte van Athmtn beklaeght van den poëet Luemù«, by nae in defc verfTen :

De ftec^'g^et dapper voort,bet ee lijckjringt bet ander. Om dat men fonder vrees geftaegb loopt b, malkander .

Het vyer is nimmer ftd, den brant komt over al, Soo datter niemant blijft bevrijdt van ongeval .

In't Jaer i577. werde hier door de Peft onder de Turc-kenfoo uyt-gefpreyt, dat fy in een ftadtvan Egvpten, Cairo genaemt,binnen vier-en-twintigh uyren wel vier-M 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' en-

ocr page 208

182 SCHAT DER

en-twintigh duyfent menfchen wechnam • In't jaer 1598. ftorvenin eeneftadt van Barbaryen, Morocco,eamp; nige maendcn lanck,alle dagen vier duyfent menfchen, ende fomtijts oock wel fes duyfent. Ende waer dat de fterfte onder de Turcken eens komt, daer kanfe naulicx, uyt-geraken : foo dat in Cairo, ende Conftanünopdtn, ge-| meenlick het geheele jaer door altijt minder ofte meerder Peft is. Sulcx moet nootfakelick foo gaen, daerfe niet gefchout en wert. Ick en kan niet naer-laten,alhier te verhalen over dit gevoelé van Onbefmettelick-heyt, 't gene in fijnen vierden Latijnfché Briefgefchre-ven wert van d'Heere van Bufaake, dat terwijl hyte Conftantinopelen lagh , als keyfers Ferdinands Gefant,1 aldaer een felle Peft is op geftaen, die in korte tijdtveel duyfenden van menfchen heeft wech genomen . Want daer ftorvender in die ftadt weltwaelfhondert,ten min-ften duyfent, alle daegh. Waer door hy bekommert zijnde,infonderheyt als hy faghdat de geheele buerte, ende oock fijn evgen buys ontfteken was, fandtaen den overften R^uftan (die niet alleen van wegen fijn ampt,als grootc 7/j^ier,maer oock als getrout hebbende de dochter van den grooten Turck,alles in fijn rijck vermocht) om met verlofte verhuyfen,daer hy mocht wefen buy-ten vreefe van befmettelickheyt. Ruftan antwoorde, daer van den grooten Heer te zullen verwittigen , 's anderen daeghs liet hy weten, dat de keyfer Soliman aldus geantwoort hadde: Wat haft den vAmbaßadeur voor, ofte traer wil hy henen? Weet hy niet dat de Ptftm^ÿn pijlen Godet, die haer voor-geflelde wit niet en mißehen ? waer hy hem ver-berght, hy en kan die fcheut niet ontloopen ? Indien Godt mijn beliefde te treffen, foo en ;{oude my noch de vlucht , noth eenigt fchuyl-plaets können verfchoonen. Het is te vergeef „et te willen ontloopen, dat niet te ontloopen en is . Mijn Hof, ende Huys is te defer uyre niet vry van de Peft, maer ick. blijver even-tvel in wonen:

ocr page 209

0 N G E s 0N T H EY T. 183 nen : den ^mbaßadeur ^oude oœk, nae mijn oordtd , bettvdotn, dal hy bkve daa by is . Aldus was den AmbalTadeur van den Keyfer genootfaeckt tegen fijn danck te blijven in een befmet buys. Dit had hy van het Turckfche geloof te bet. DeTutcken, fchrijft hy, blijven wel onbe-fchroomt, maer niet bevrijdt van de Peft, van wegen haer gevoelen , ende geloof, dat elck menfch van Godt voor fijn voor-hooft gefchreven is de tijt ende manière vanfterven: ende als fulcx om-komt, dat mendante vergeefs de doot foeckt te ontgaen : als fulcx noch niet om-gekomen is, dat men dan te vergeefs vreeft. Der-halven en laten fy niet't linden en wollen , dier yemant van de peft in gelorvé is, ende daer de fweeterige voch-tigheyt noch aen kleeft , terftont te handelen , jae haer aengeücht daer mede te wrijven , feggende, Indien het Godt belieft dat ick aldus fterve , foo en kan het anders niet gefchieden: indien het hem niet en belieft , foo en kan dat niet fchaden. Aldus neemt de heckte toetende heele huyfgefinnen komen tot den leften menfche uyt te fterven. Maer of defe jammerlicke forgeloolheyt alleen by de Turckë bleef! fy is oock by fommige onder de Chriftenen in-gekropen,en Gregorius Nyfftniu fteeckt onder de Ouden in dat gevoelen : dan wy dellen tegen fijn gefagh den oudt-vader BuJilii#, die fulcx wel uyt-druckelick tegen-fpreeckt in de uyt-legginge van den i. Pfalm. Waerom my feer vremtdunckt,datter noch onder ons gevonden werden,die ftaende willen houden dat de Peft niet befmettelick en is, ende allee van Godt fommige , die het hem belieft, toe-gefonden wert, die Ide felve te vergeefs zouden foecken te ontvluchten:en-de dat de gene, die fulcx doen,devoorhenigheyt Godts ^et en vertrouwen, ende haer op de felve niet geruft en ftellë. Het is wel waerachtigh,ende en zal van niemant ontkent werden gt;nbsp;dat de Peft,andere heckten, als oock 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;oor-

ocr page 210

x84 SCHAT DER oorlogh, dieren tijt, den menfche tot ftraffe van Godt toe-gefonden werden: maer even-wel is het nergens verboden, de plagen te fchouwen, ende daer van fijn felven te bevrijden. Anders was de geheele Geneef-konfte, jae alle menfchelicke forge ende naerßigheyt te vergeefs.

Laet degene, die met dit gevoelen fwanger gaen, maer lette op de ervarentheyt,die wel te recht de Leer-meefterffe van de dwafen genoemt wert. Siet men niet dagelicx hoede Peft voort-fet, ende daerfe in een buys komt,met een niet op en hout amp;nbsp;Ende gelijck de gene, die met peek om-gaen, daer mede befmet werden, ende een vliege foo langomde kaers vlieght, tot datfe ten leften verbrant : even-eens gaet het met de gene, die de Peft na-loopen, ofte niet en fchouwen. Soo dat wel gefchreven is van den poëet Ovidit# 7. Met.

Daer is gantfch geen behulp , en diefe wil verjagen, Is d'eerjle die fy raeckt met haer befmette plagen : Hoejemant nader is, en trouwer by de Peft, Hoe dat h, eer betreet de wegen naer bet left.

Sulcx bevint men dagelicx aen de gene, die veel over foodanige hecke gaen. De Grieckfche hiftory-fchrijver Th/icvdid„fchrijft,datin de groote fterfte van^tAenfflde Geneef-meefters meeftom quamé: als de gene die haer meeftontrent de Peft lieten vinden. Waerom vvel ge-feyt is van Seneca , Oedipo :

Cadunt medentes : morbus auxilium trahit.

Soo getuyght Diodorus Sicultu van de Peft te Carthaeo, dat alle raet der Geneef-meefters vruchteloos was, loo van wegen de felligheyt der heckte, als van wegen de haeftigheyt des doots. Waer door fy noch anderen, noch haer felven en konden helpen. Ditis aerdighafi gebeelt van een Italiaenfch rijmer Guarino, in de be-fehrij-

ocr page 211

O N G EsON T H EYT. 185

fchrijvinge van de Peftvan Arcadia , met defe verfTen :

Perian fenz^a piëta , fenz^a forcorÇo, D'ogni feßo k genti , amp;nbsp;dogni etade : Vani erano ireinedi , ilfuggir tardo; Inutil Varte : amp;nbsp;prima ebe Virfermo, Speffo nelV opra tl Medico cadea.

Dewijl dan de Peft foo befmettelick is , dat de Geneef-meefter dickwils eerder komt te ftetven , als de Siecke: foo behooren wy welvermaent te zijn , niet lichtveer-digh ende fonder noot ons ontrent de felve te begeven . Wy zouden liier toe vetfeheyde exempelen by können brengen,van de gene,diconnoofelick uyt defe oorfaeck om-gekomen zijn. Dan ick zal maer een verhalen, uyt den brief van den hoogh-geleerden Heere ^dol^ac Vorflda , ProfefTot in de Geneef-konfte, ende jegen-woordigh weerde Rector van de hooge-fcholc tot Ley-den. Een feker borger aldaer, met dit gevoelen befe-ten , fiende dat fijn vrouw aen de Peft leggende na haer eynde ging, geboodt fijn dochterken, dat Cy in haers moeders (die fulcx in't minfte niet verfocht en hadde) kamer zoude gacn, om haer voor 'tlefte noch eens aen te fpreken. Sy door jonckheyt, ende rechtveerdige oir-faeck van vreefe,beweeght zijndegt;was daer lang tegen: tot datfe ten leften met gewelt daer in-gebracht zijnde, al fchreyende ende bevende het peftigh vyer ontfing, Iwaervan fy korts nae de moeder quam tefterven. Soo defe luvden ende haer leer-meeflers van defe harfeloofe Ifieckte door de Godtfalige leeringe van den vromen en I in alle gelecrtheyt uytmuytenden Htydanm noch niet genefen en zijn,foo dienenfe gebracht ter plaetfe , daer geen boonë en bloeyen,om aldaer den wortel van Nies-1 kruyttweemael daeghs in te nemen.

I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Maer om darter aen gelegen is wel te weten ofte de

Peft

ocr page 212

186 SCHAT DER

Peft befmettelick zy, dan niet, ende dat wy te vergeefs zouden fchrijvé,hoe dat yemant hem van de felve dient te wachten, by aldien datfe niet befmettelick en was: foo duncktons nietondienftigh te wefé, vooral eer wy leeren de felve voor te komen, haer befmettelickheyt te bewijfen, ende met eenen den Peftigen aert wat nader te onderfoecken .

De Befmettinge gefchiet, alffer eenigh quaet zaet op-daet uyt een heek lichaem,ende dat het felve mede-gedeelt wert aen een ander,'t weick tot fulcx eenige genegentheyt heeft.

Het gene van een befmet lichaem een ander mede-gedeelt wert,en is de Geckte felve niet, daer den eerften mede befmet was , want hy die noch behout : maeralleen yet, dat uyt het befmet lichaem vloeyc,ende in een ander ontfangë zijnde een gelijcke Geckte kan verwecken . De Griecken noemen 't gene dat uyt-vloeyt. Sieckelicke af.fcheyding, ofte uyt-vloeying , Befmettinge, als oock Befmettelick zaet : welcke benaminge niet qualick van de Latijnfche na-gevolght wert. Want gelijck het zaet van eé levend' lichaem voort kan brengen diergelijcken lichaem,als, daer het van gekomen is , van terwe groeyt terwe, van anijs-zaet anijs, amp;c: foo kan oock eé befmettelicke vochtigheyt, ofte damp uyteen begaeft lichaem komende, ende in een ander lichaem ontfangen zijnde, het felfde de eygen Geckté mede deelen. Dit Zaet is gelijck den deeirem,de welcke onder ander ongedeeffemt deegh vermengt zijnde, maeckt dat het felfde mede aen 't rijfen komt.

Soodanigh befmettelick Zaet heeft Gjn plaetfe fom-tijts in eenige van de Geeften onfes lichaems, fomtijts in eenige van de Vochtigheden: gelijck fulck onder-fcheyt blijckt in de Peft, Pocken,Schorft, Roode-oogen,ende diergelijcke. Maer in het zaet van de Pellice

ocr page 213

0 NG ES0NT HEY T. 187 ge befmettelickheyt (daer vvy nu alleen of handelen) wert vereyfcht eenige byfondere gelegentheyt. Want wy Gen,dat het felve niet alleen haeftelick in en dringt: maeroock vaft aen-kleeft, ende daet nae door wermte ofte anders beroert zijnde, (ich openbaert ,ende andere lichamen mede deelt , ende niet alleen de kleederen, maer oock de huyfen kan befmetten, foo datfe niet als met groote moeyten, ende neerfligheyt können gefuy-vert werden. Men heeft oock onlangs hier in de ftadt gefen, dat in fommige plaetfen, daer yemantvan de Peft geworven was, nae dat de huyfen op de fes weken wel fchoon gemaeckt waren , glafen, mueren , huyf. taet, en alles wel gereynight was , de befmettelickheyt even-wel niet uyt-gebluft koude werden , ende eenige weken daer nae wederom op-brack. Jae daer is ondervonden,dat foodanigh Peftiglizaet in de Lucht,al wert de felve door Winden beweeght, ende van de heldere Son befchenen, noch lange tijdt by blijft, ende in verre gelegen plaetfen met fijn volle kracht gedreven werdt. Het gaetvaft, ende feker, dat uyt alle Geckelicke Lichamen eenige damp ofte waeffem voor-komt : jae in fommige fieckten , die niet befmettelick en zijn , wert meerder uyrgewaeffemt, als in eenige befmettelicke : maer dien damp vervlieght foo haeft, ofte heeft oock foo weynige kracht, dat hy in'tlichaem ,'t welckhem ontfangt, diergelijcke fieckte niet en kan verwecken. Alfoo dat in het befmettelick zaet vereyfcht wert , een feer ftereke kracht,om als het waeffemt uyt een befmet lichaem, niet lichtelickop hetontmoeten vanyet anders en vervlieght, ofte overwonnen wert : maer alder-handetegen-ftant kan te boven komen. Hierom is't, dat yemant minder gevaets loopt, om te wefen by de gene die de Peft eerft gekregen hebben, als by fulcke, die daer van op haer doot-bedt leggen, ofte even af-ge-rior-

ocr page 214

i88 SCHAT DER

ftorvenzijn, daer nochtans een levend' lichaem metr« deruyt-waeßfemt, ende het geheele lichaem geopent zijnde , door de kracht van de hitte zoude moge fchijné meerder lucht eride damp van hem te geven. Maet hier van is defe reden : gelijck een toorts , ofte kaers , foo lang fy brant, wel een roockachtigen damp uyt-geeft, maer die even-wel niet quaet en is,als den welcken van den brant eerder verteert wert , als fy de lucht , die daer ontrentis, kan befmetten , dan uyt-geblufcht zijnde, foo komt daer uyteen vuylen,dicken,ende ftinckenden damp: Even-eens gaet het by de gene, die nen de Peft leggen , ende noch redelick zijn, en de gene, die na het eyndegaë. Soo dat men lievertienmael yemant mocht verfoecké die de Peft eerft heeft,als eens gaé by een,die daer van op fijn verfcheydé leyt,ofte even over-ledéis: als oock byde gene, die uyt foodanigh huys komen. Want al is't, dat fy van geen quaet, ofte ongemack en weten,foo können fy het befmettelickzaet in haer kleC' deren dragen, ende overgeven aen andere,welckers lic-haem alreede daer toe bereyt is.Het felfde is in de Poe-ken te hen.Indien yemant met een vrouw,die noch wel gefont was, maer korts te voren meteen die de pocken hadde, bench ware geweeft,te doen hadde : foo zoude het können gefchieden, gelijck de ervarenthçyt fulcx oock dickwils leert,dat die perfoon van de fnol zoude befmet'werden,ende fy daer van bevrijdt blijven. Want al is't, dat dit Peftighzaet meeftendeel van 't een Lie -haem in't ander overgebrachc wert door de Lucht , en-de derhalven oock uyt verre gelegene plaetfen met den wint voort-gedrevé kan werden ,gelijck, als Thucydide fchrijft, de groote Peft van Athenen al van Moren lant door Egvpten ende Perfyen af-quam : foo vat oockde befmettelicke oirfake in alle dingen, die los, ydel, ende open zijn ,gelijck pluymen, bedden, wol, laken , linden,

ocr page 215

ONGESONTHEY T. 189

den , bont,amp;c. Waerom wy dagelicx met verwonderingaenüen, dat in huyfen, daer het al uyt-geftorven is , als den huyf-raet ende in-boedel eenige weken daer nae verkoft wert, elck een nae het erf-huys toeloopt, al ofhy te laet zoude komen, om lijn door goede koop te hebben. Terwijl ick dit fchrijve, ftaet een vrouw boven aerde, die linden gekoft hadde uyt een peftigh huys, hetwelck fy aen de haven waschende noch tot winft mochte verkoopen aen een ander, die op de wal ftont ende feer aen-hielom wat uyt die moeyen bondel te hebben, dan weygerde fulcx op hope van meerder profijt , ende t'huys komende bevondtgevat te hebben 't gene fy uyt het linden meende te wadchen. Fracafto-riiK, eertijdts Geneef-meefter van Veronen, ende inde By-een-komfte tot Tremen, verhaelt, dat te Verona (doé het in't jaer 1511. onder keyfer Maximiliaen was ) door een kleedt,25 Hooghduytfche knechten om-gekomen zijn, om dat het foo drae den cenen doot was , van den anderen aen-getrocken werde. De edele D' Foreft fchrijft, dat buyten de mueren van Alcmaerfeven kinderen van de Peft quamen te fterven, als de moeder eenige kleederé van Zeelant uyt een peftigh huys gedeelt hebbende, de felve in de fon te verluchten hing, ende de kinderen daer by fpelende begaeft wierden. S00 kan

I nbsp;nbsp;de Peft,feythy eenige maenden verholen blijven. En-

| de verhaelt op ee ander plaets,dat te Delft, een kloeck, Ifterck jongman, feker huys gehuert hebbende, alwaer 1 voor fes maenden de Peft geweeft was, ende fijn hant Iin een koffer ftekende, de felfde doegh in raegh ofte | koppe-gefpin,waer door hemterftont een peftigh puy1-'ken aen de hant openbaerde. Maer dit befmettelick. 1 zaet,kan oock eenige jaren verholen blijven, ende ten I nbsp;nbsp;leften geroert zijnde, hem wederom openbaren. Jhx-

| ander Benrdiam gctuyght , dat te Venetyen een hooft-peu-jquot; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;luwe.

ocr page 216

19° SCHATDER

luwe, daer achterdencken op-viel, in een hoeckvan't huys gefmeten was, ende na feven jaren wederom voor den dagh komende, de knechts, die hem uyt-fchudden, terftont van de Peft bevangen wierden. Noch verder gaet het exempel , 't welck by-gebracht wert vaneen ander Italiaenfch geneef-meefter TrincAwllA.Te Juflijn' ftadt in een fware peft, hadt yemant de touwen , daer mede de (iecken nae het Peft-huys, ofte de dooden naë het graf gedragen waren , achter de kift gefmeten ; al-waerfe twintigh ofte dertigh jaren waren blijven legge. Ten langen lellen , als het huys juyft (onfe vrouwen en plegen foo lang niet te wachten)eens fchoon gemaeckc zoude werden , ende de kift van fijn plaets moft, foo rocht een knecht aen het touw, ende daer dooraen de, Peft, ende befmette met eenen andere,tot datter by dir ongeval tot de thien duyfent quamen te fterven. Cardini« een vermaertgeneefmeefter van Milan , brengt hier mede toe Honden en Katten, die in het hayr 't feniin. ontfangende, het felve van 'teen huys in't ander bren-' gen. Soo dat niet fonder gewichtige redenen van de Magiftraten in alle wel geftelde regeringe, geboden wert, de Honden, diein defe tijdt langs de ftraet loo-/ pen , doot te flaen. Dat meer is , de ervarentheyt ge-tuyght oock,dat de Mueren felve de peft können one-fangen. Sulcx ftaet af te nemen, uyt het gene wy van het kennen ende fuyveren der Leprofe huyfen inde H.Schrifture lefen. Want dcBefmettinge van de Me-' laetfheyt was foo groot by de Joden,ende ftack haer foo diep tot felfs in de fteené en mueren , dat fy luyden niet alleen genootfaeckt waren de felve af te hacken, en van nieus met kalck te beftrijcké:maer dickwils de geheele huyfen moften af-breken . Even-wel de dingé,die heel hart ende vaftzijn,gelijck Heen ende metael,alfoo fy de dampen foo licht niet en ontfangen, foo en zijnfe oock

ocr page 217

ONGESONTHEY T. 191 foo heel bequaem nietom het peftigl izaetaen te flaen, ende te behouden. Hierom feyteen ander Italiaenfcll geneef-meefter,met namen Mercnrialis^datfe Hecht zijn, die uytvreefe van befmettinge, het geit niet en derven handelen. 'Ten iseven-wel niet fonder achterdencken, gelt te ontfangen, dat een Peftigh menfche in fijn be-fweete handë gehadt heeft. Want dewijl het gelt dick-vvils vuylende vet is , foo kan het oock liclitelick eeni-ge befmettelicke vuyligheytontfangen. Daerom zoude ick alle foodanige Siecken raden,haer Mtdiçifas ende Chirurgijns geen oude Rofen-nobels te geven,als die wel fchoon gewähren waren; om geen gevaer van weygeringete loopen.

Dit zoude vooreen yder, die met geen verkeert voor-oirdeelin-genomen is,genoeghkonné wefen, om de befmettelickheyt vaft te ftellen. Maer dewijl fom-mige luyden de Schal-bijters (lachten, die , gelijck het Grieckfche fpreeck-woort feyt, niet en können verlaten 't gene fv eens gewent zijn te rollen : foo zullen wy oockbewijfen met de hoofden van onfe Leeraers , dat de Peft befmettelick is , en als foodanigh behoort vermijdt te werden. Een groot Godts-eeleerde lan Calvin, (die nu by ons is, 'tgene eertijts by fijne leerlingen was de eerfte , die hem in plaetfe van wijfe, wijsgerige liet noemen , Pythagoras, van wiens woorden fy geen ander redenen en vereyfchten , als alleen dathy't felve alfoo gefeyt hadde, dvloç ^(pd) fchrijftin eé van fijnSendt-brieven aldus : Datr om flau un vrage nvt de plompigheyt der menfehen , fonder gevoelen van menfchelickheyt : 0fwy de Peft „niet en vermogen tefchoutven ? Sy begeren dat niemant van lucht en 7{al veranderen , noch hefmeneUckt ende vergifte plaetfchen vermijden , noch hem felven vermaken in de foete uyt-ficht , amp;c. Ende beduyt, Laet ons defe vremde grillenvry laten loopen, die anders geen gebruycktn hebben, als ons van alle gevoelen te N nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;be.

ocr page 218

192 SCHAT DER

beroottn. Maer beneffens het aenfien van defe grootc perfonagje, foo zullen wy noch boven de redenen hier voren verhaélt, gaen weder-leggen het gene, by andere hier tegen gebracht wert , gelijck eertijdts gedaen is by den recht-nnnigen ^archii« , Predikant van Heydel-bergh,daer toe geport zijnde door eé Predikant in Swit-ferlant. Defen Godtfaligen man hielt het ongeoorloft' hem afte fonderen van de befmette, ofte de befmette plaetfen te verlaten , ende prees feer den vromen Bnlm* gen«, de welckc zijnde ontboden van een vrouwe die de Peft hadde, ging by haer, ende bracht de befmettinge t'huys, waer door hy fijn vrouw en twee dochters ver-loor. Nu ^nchius prees wel de liefde ende goede gene-gentheyt van Bidingen«, maer en ftont even-wel dege-neele daet niet toe. Want die vrouwe hadt wel op een ander manier können getrooft werden, als door't ver-foeck van Bulingen«,aen wiens geleertheyt deKerckfoo i veel gelegen was. Selver den goedé herder hem te feer. wagende, werde ten leften van de Peft aen-getaß, endeI als hy nae by de doot was , foo riep hy uyt: Och ofkk| dm ratt van ^anebit«gtvolght hadde ! Defen vromen man vernam wel waer toe hem fijnen yver (die even.welin fijn felven prijffelick was) gebracht hadde: maer hy ver-nam fulcx te laet, ende als de faeck niet verbetert konde werden.

De redenen die hy plagh voor te wenden,werden by gebracht ende weder-leyt by %anchius , in fijn uyt-leg-। ginge op het 2.capittel van den brief des Apoflels tot den Philippenfen : ende oock geftelt by onfen weerden vricnt D^indreas Rivet, Hof-predikant, ende Profeffor tot Leyden, in fijnen geleerden brief, over defe fake gefchreven .

I. Sy feggen, dat de Peft geen befmettelicke deckte en is, maer een loutere geeffel den menfche totftraffe der

ocr page 219

ONGESONTHEYT. 193 der fonden van Godt toe-gefonden , gelijck blijcktuyt het exempel van Divid z.Samudis op't laetfte Capittel.

Wat het eerfte belangt : Al is de Peft eé geeffel, ofte (gelijck wijle noemen) een gave Godes , foo en volght niet,dztfe daerom niet befmettelick en is. De Melaetf-heyt was mede een geeffel, waer mede Godt de Joden ftrafte,ende en was niet-te-min befmettelick. Ende de-wijle më hem felvë door de Wet Gods,daer van mocht wachten,foo en is oock niet minder geoorlooft,de Peft te fchouwen. Waer by komt, dat de Peft meeftaltijdt haren oirfpronck neemt uyt natuerlicke oirfaken, als de Lucht ontfteken,ofverdorven is.

Wat het tweede betreft quot;, De voorlienigheyt Godts en neemt de oirfaken ende middelen niet wech, maer ftelt die vaft, om datfe door de felve haer beduytuyt-voert. Derhalven al heeft Godt bedoren fommige te halen, ende fommige te fparen, foo en belet fulcx niet, datde Menfchen haer foecken te bewaren, hetzy met Geneesmiddelen te gebruycken , ofte de plaetfe , daer de plaeen vallen,te fchouwen. Waerom en zoude men in deleft niet mogen doen, 'tgene gefchiet in hongerf-noot , oorloge , vervolginge, ende diergelijckeC Want wie zal ontkennen dat Godt die al te famen beftiert,foo darter niet een hayrvan't hooft en valt fonder fijn voor-fienigheyt^ Daer en is even-wel niemant geweeft, die befchuldight heeft de gene, die door hongerfnoot uyt het hevligeLandt in Egypren vloden . Niemant en zal

N 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;qua-

ocr page 220

194 SCHAT DER

qualick duyden, dat yemant,die tot den oorlogh onbe-quaem is, hem in de krijgh niet en begeeft: ende ter plaetfe gaet daer het vrede is. Hier beneffens, dewijl net beOuyt Godts ons onbekent is, foo moeten wy foo op de voorfienighevt fteunen, dat wy niet over en flaen van 't gene tot ons leven ende gefontheyt kan helpen, Jae al waren wy verfekert, dat Godt bedoren hadde, ons voor de Peft te bewaren, foo en moeften wy daer-om niet forgeloos zijn,ofte ons lichtveerdigh in gevaer. begeven. Want den Apoftel wid wel wat Godt van hem , ende d'ander, die met hem in't fchip waren, bedoren hadde, Gendeeven-wel dat de bootf-gefellen bet fchip wilden verlate, foofeyde hy tegen den Hop-man, Indien defe wechloopen,foo moeten wy alle tefamen vergaen.Want al wid hy wel datfe niet vergaen en zouden,foo en was hem oock niet onbekent,dat de middel, waer door het fchip behouden konde werden , betont in de handen van de matrofen. Waer uytte beduyten ftaet, dat wettige middelen niet en drijden regende, Goddelicke voorlienigheyt, maer datfe daer onder gefielt zijn. Het felve moet van de Peft verftaen werden, dat de Goddelicke voorfienigheyt niet weder-ftaen en wert by de gene,die in tijde van Peft fijn felven met Ge-neef-middelen tracht te bewaren, ofte de befmettinge, foo veel mogelick is , foeckt te vermijden . Laet ons derhalven voor een eeuwige lede houdé, die ons in den Schat der Grfomhtyt gegevë wert door den Ridderlicken poëet, Heer Iacob Cats, jegenwoordigh weerde Raet-Penfionaris van Hollant.

Bet eynde van den menfch is aen den menfeb verholen, De middels even-wel %.ijn,der een bevolen ;

Ghy doet wat u betaenit in fieckf en ongeval, En weeft dan voort getrooft,hoe Godt het febieke fel.

Op

ocr page 221

O N G E s 0 NT HEY T. i?5 Op het derde wert geantwoort , Dat de Liefde niée en vereyfcht, dat een yegelick by alle Gecken behoort te gaen : dat fy können geholpen werden door de gene, die daer toe geftelt zijn. Dat het oock tegen de liefde ftrijdt, om eenes menfehen wil , vele te befchadigen: indien hy fijn huys befmet: indié hy andere fonder noot in noot, ofte gevaer brengt. Dat den regel van liefde is,onder den naem van liefde,andere niet te kort te doé. Een yegelick dient dan de Peft, om de felve niet voort te fetten , foo veel mogelickis,te fchouwen. Te weten , niet te gaen by de gene , daer men ampts ende.lief-den wegen,van ontilagé kan wefen. Maer hier in moet öock waergenomen werden, dat men de Menfchelick-heyten onderlinge Barmhertigheytniet uyt en trecke. Want tegen de felve zoude flrijden, dat een Herder fijn Schapen, een Man fijn Vrouw, en de Vrouw haren Man, en de Kinderen hare Ouders, ofte andere befte vrienden verlieten.

Ofdit alles voor fommige, die 't gene fy eens aenge-nomen hebben , hert-neckighende onverftandigh drijven, noch niet genoegh en was, foo zal icktotover-vloet hier by-voegen een verhael, dat een feer geleert man in't jaer 1636. als de Peft hier te lande dapper in fwang ging, van ontrent Leyden, my toe-gefonden heeft , over defe fake , ofde Peft befmettelickis , ofte niet. Sijn woorden zijn aldus uyt het Latijnover-gefet; GOdt beeft ons ten leflen met een barmbertigh oogh aen gefien, door wiens genade ende goetbeyt wj, die ellendelickjnet de fieckte geworfelt bebbe, daer over ons nu gaen verbeugen. Voor-leden weeck. (want van defe en weet men noeb niet) verfje ickjatter maer 14. lyd^engeweeß ~ijn ; bet welck^ick.nieene, dat naulicx N 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in

ocr page 222

196 SCHAT DER

mgebeele veertigb jaren gebeurt is. Tot defe fieckteß noch een erger , ende niet minder fotte fuperftitie gekomen: de welche om datfe dieperint gemoet van de Gemeente geprent I^ude werden , (hoe-wel fommige van onfe Godtfrgeleerde daer tegen waren) hebben aenbaer gelegen laten wefen de gene, die bewijs, niet adeenvan dwalinge, maer oock^fomtqts van dwafe grillen ujt de H. Schrift foecken te vifchen. Men heeft het volck^, op dat het niet vreefachtigh in fijn doot ^ude loopen, oft bet quaet voorfichtigh fchouwen,fterck^wqs gemaeckt , dat men fonder onderfcbe,t by elcQeen die Pefthadde, wel gaen mocht , ende dat de felve niet befmettelick^ en was, als alleen beflaende maer in de meeninge , ende bet inbeelden vantvolck^. VVaer door gebeurt is , dat de be-fniettinge niet alleen over de geheele ftadt gekomen is, maer 'tvyer oockjot de gebuere felve fich verfpreyt beefy Doen iQeerß op de Hof-ftede quam , was het Dorpfoo vr, vanfterfte , datter in lange tqdt niet een begraven en werde . Korts daer naë , s^ijnder tot 80. huyf-gefinnen, gelijckhet Dorp ficb wijdt uyt-ßreckt, als in eenbrant, ontleken. Dewijl dit aldus toe-ging , foo rocht ick^Jgeval by een, die dit edele gebeymvoor-ftont. VVelckers gront-fteen dees maets feilen , Dat Godt al kan , wat, ende hoe by wil. Dat daer aen te twijfelen, loutere Godtloo/heytis, ende dat het geen Chrifanen is , ofte daer voor moet gehouden werden,die van ander gevoelen is. Ickjtntwoorden , Dat ickjnemant tyde willen raden , te ontkennen dat Godt almachtigh was . Datfulcx de

ocr page 223

ONGESONTHEY T. 197 de TWicken ooc^toe-fonde: die met den eygen voor-ßagh ontkenden, dat de Reft met gefchout moß werden, lae dat fyfeyden, dat de Chriftenen die de Reft fcbotiwen, falcx met engelooven ofte ontkennen-, noch van Godt, ge-Iqckbet behoort , met en gevoelen , ofte haer hope op hem fteUen . Ick^fcyde , dat wj vaft geloofden , Dat Godt al konde, wat h, wilde : niaer dat hj evtn-wel niet al en wilde , wat h, konde . Dat Godt alles vermocht , niaer dat hj niet altqdt en wilde , dat wj willen : noch, o?h dat by alles vermocht, veranderde, ofte fteutc den loop van de wcreltfche fa^n, ofte de cerkie oirfaken , ofte de nature, na bet wel gevallen ende den wil der menfchen . VVant dat bet vyer , 'twelckniet befmettelickjn is , ende beter gewacfa konde werden,daerom niet en verbrande ,om dat Godt alles vermochte : ende dat bet geen Christen en was , die daer nader aen quam, alsi behoorden , ofte om dat by 7011de betoenen, dat Godt alles vermochte,fijn bant intvyer (tac^., ende wat het felfde ver-mochte, tot fijn febade voelde: en.de datter geenen dwaes, van wegen fijne dwaeßeyt, een Chritten was. FKat my belangde , dat ie^. altqdt geoordeelt hadde , dat men acht molt nemen op fijn ampt , ende liefde. By exempel. Dat van de Magi$traet,die te forgenftont voor haer bergers, van een Predikant , die in defe tijdt forgen motte voor de fielen , als dan niet en behoorde haer ampt ver-latente werden . Maer dat oock^de Chriftehcke liefde haer trappen hadde. Dat die fijn ouders, fijn kinderen, fijnbroeders, fijn alder-bekte vrienden7oude verlaten ,.

N 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;feer

ocr page 224

198 SCHAT DER

feer qualick^?^ude doen . Dat alle Christenen broeders ztjn,ende dat menfe derhalven allegader moet befoeckequot;, gelqdcfommige voor-geven, met en bemtjß,dat de feck: te niet befmetteUcLenis, dewijl datter vele ter goeder trouwe fterven: maer welin tegendeel, datfe besnet. VVant dat Godt daer door geterght werde : ende daeroM oocb^fwaerder faafte. Hier began hy met een fatige troonje, jae by-nae dreigende, heel quaet te werden. Ten leften, als hy een weynigh tot fijn felven gekon'tquot; was, vraeghden hy, ofick^de H.Schrifture wel met eendacht gelefen hadde. Ickjintwoorde, dat ickjen nienfb was, die noch alle daegh toe-nam, dat ick^nochtanstot noch toe foo Godtloos niet en was geweeft, dat ickjquot; voor de H.Schrifture ftelden: hoe-wel dat mjn dingen niet te beduyden en waren, indienfe met fijn geleertbeß vergeleken wierden. Dit ging wel. Daer op vraeghden hy, ofte ickjrel onthouden hadde,'tgene ftaet wel nf-druckelicb^ in den een-en-tnegentighften Pfalm: Ghy en zult de Peft niet vliedé, die in't duyfter fluypt, ende die in den middageverdervet. Ick^antwoor-den, Noyt getwrfelt te hebben dat Godt niet boven de Peß en was : ende dat hy degene, die hy begeerde te [paren, tegen de felve by-ßont, als oockdat hy al vermocht, wat hy begeerde , het welckjiiemant en ontkende : maer dat iek'.even-wel uyt die plaets noch niet geleert enhad-de, ofte dat mende Peß niet fchouwenen mocht, ofte datfe niet befmetteUckjn was, ofte dat men tegen de fel-ve geen middelen en vermocht te gebruycken : Dat het in

ocr page 225

ONGESONTHEY T. 199 de madat Godts was (iirelck„Godt oockj)peiib4ert) dat een man, dujfent , twee, tbien duyfent in de vlucht T^u-dejagen:dat men nochtans daerom een man niet en quot;^Ilde raden dat h, hem, als t hem lusie, tegen duyfent T^u-defeilen : ofte twee, datfe op thien dujfent Tónden vallen : Dat even-wel die twijffelden, ofte falex gefchieden konde , geen Christen en was ; die het van felfs tyde Willen verfoecken, rafende T^ude wefen. VVant dat fulcke dingen niet te beginnen en waren , fonder fekcre openbaringe , daer Godt eertqdts fijn volcfaen gebonden hadde : dewijl oockje Propheten daer aen hingen. Hier was onfen Domine heel onthielt : Nu om een eynde, feyde hy, van defe queftie te maken,weetghj wel waiter volght ? Daer volght in den ejgen Pfalm : U en zal geen quaet weder-varen, ende geen quact zal tot uwer IlUtten genaken. Want hy heelt fijnen Engelen bevolen vanu, dat fyu behoeden op alle uwe wegen. 77at dunckt 7. E. dat ick^hier geant-woort hebbe ? Recht dat hem ongewoon ende vremt was. Ick'.vraeghde, of hy m een Univerfiteyt gefludeert hadde , daer de Duyvel Rector geireef was ? VVant dat dit de plaets was , die hy den Sone Godts op der aer-den tegen geworpen hadde. Tot wat eynde ? om dat hy hem felven van den tinne des Tempels werpen ^oiide . VVant dat Godt alles vermocht. Dat ick. hem dan gaf de felfde antwoort van degene , die alleen niet en konde dwalen. Hy vraegbde , niaer met een verbolgentheyt , wat dat was , Ghy en fuit , feyde id^ uwen Heere

_N 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;uwen

ocr page 226

200 SCHAT DER

uwen Godt niet verfoccken. Het wdeke gefebia van degene dießaende Stilen houden dat de befinettinge niet befmetteUckjen is, om datter gefchreveßaet. Want hy heeft fijn Engelen bevolen van u. Dat hy dan 't (elfde van m, oocl^'^oude aen-neme. Ende foo zijnw) van weder-qden gefcbeyden, amp;c. Den 19. luntj 1636.

Om vorder de Ken-teyckenen te befchrijven : Alfoo het Peftigh vergif't Herte meeft beftormt, foo maeckt het aldaer fchieilicke Flauu, ende Klopping,waerop dan volght Koorifche , een raffen ende flappen Pols , grooten Dorft, met Braken . Ende de Vochtigheden bedorven zijnde, flacn uyt rot roode, ofte bruyne Vlecken (die wy Ptper-kortn noemen ) Gefwelltmofte Blott-ßrermgt;hieY Peft-kolen geheeten. Énde dit uytwendige is't dat ge-meenlick den naem van defe Sieckte geeft, als men left dat yemant hier ofte daer de Pefte heeft. Ban defe Teyckenen en zijn niet by alle Peft : alfoo het Vergif dickwils foovinnighis, dat het den Menfche eerder om-brengt, als hem felvê door eenige teyckenen open-baert. Sulcx hebben wy onder andere gehen aen den wel-geleerden geneef-meefter Nyfrnfal'. die weynigh voor fijn over-lijden fijn arm ontblootende, feyde, Nn en zal men immers niet feggen, dat ick van de Pefte ge-florven ben; gelijck men oock noch in fijn heckte, noch nae fijn doot, als mede aen hjn moeder , ende broeder, die hem haeftvolghden, geen teycken van Pefte konde ondervinden.Maer als de fufter daer op een klevnpuyf ken aen haer oogh kreegh,een gefwel in de lieiTen,cnde verfcheyde bloet-fweren , ende dat 't fy mede beftorf, foo konde wel geoirdeelt werden , dat oock de voor-gaende,hoe-wel de teycken haer hadden in-gehouden, oock van de Pefte geftorvé waren. 'Ten gebeurt oock niet,

ocr page 227

ONGESONTHEY T. 201 niet, dat alle de Teyckenen die vvy geftelt hebben,ofte, die Diodori«fchrijftgeweeft te zijn in de Pefte van Siçi-lyen, ofte Thucydides , in die van Athenen,altijt te famen komen. Want de felve zijn verfcheydë na de verfchey-denheytvan het Vyer,en de Gematigheyt der lichamé.

4. Nu, alfoo de gene, die meenen dat men de Peft niet en behoort te fchouwen,vaft ftaen op den vaft be-paelden tijdt onfes levens (gelijck van den Turckfchen keffer Soliman verhaelt is ) die niemant onder, ofte over en kan gaen, ende derhalven te vergeefs geforght wert om in defe plage te vervallen,foo en dunckt my niet on-geraetfaem alhier te ftellen mijn Vrage,ende de geleerde Antwoorde, van de onvergelijckelicke Joffrouw.

De Edele , K,onJ?-en-Deugbt-rylt;keloffrouw , lofr. A N N A MARIA

V A N SCHVRMA N, wenfcht

JoHAN VAN BeVERVV Y CK lang , ende geluckfaligh leven .

EDele, ende Hoogh-geleerde loffrouw , Dat den Apoftel wel gefeyt heeft , hoe de diepe wijfheyt Godts voor den Menfche niet te door-gronden is, können oock getuygen de palen van den tijdt onfes levens, de welcke veel Priefters van den Godt der Wijfheyt hebben gepooght te bepalen. Als in't eerfte aen-fien een hart gevoelen fcheen te wefen , ende ondien-ftigh voor de Geneef-meefters,dat van alle eeuwigheyt yder menfche den tijt ende wijfe van ftervenzoude vaft geftelt wefen : foo hebbe ick, ontleken zijnde door begeerte der Waerheyt,haer voet-ftappen met alle kracht

nae-

ocr page 228

202 SCHAT DER

nae-gejaeght, ende derhalven het oordeel van allerley foorten der geleerde Mannen pp-gedaen. Hier door is defen Pael-fteen hoo^op-gebouwt,voortaë niet meer te roeren, indien V.Ed. (Hoogh-geleerde Joffrouw) hem weerdight met een marmoren top uyt den bergh ParndßiK te decken. My, die oock uyt V.Éd. Brieven, metde welcke V.Ed. my door fonderlinge goedertie-renheyt heeft gelieven te vereeren, hebbe könnenden de diepte van V.Ed. onvergclijckelick verftant, ende wonderbaerlicke geleertheyt, en is mede niet onbe-wuft, wat V.Ed. in Goddelicke faken, die tegenwoor-digh V.Ed. meefte werck zijn,uyt den tempel van dien Goddelicken geeft zoudet können te voorfchijn brengen . V.Ed. heeft gefien , dat de Pael-fteen onfes Levens , van de meefte , onderfcheyden wert, ten aeofen van Godt, ende van den Menfche, en dat hy acn d'eene zijde onveranderlick, ende aen d'andere veranderlick zoude wefé. Maer ick bidde V.Ed. Weerde Joffrouw, hoe dat hy onderfcheydë wert, is't niet den felfde Pael-fteen, als hy ons leven af paelt^ Wat zal yemant helpen den veranderlicken, als hem den onveranderlickenop'c lijfvalt,ende't leven verplettert! ^ Soo vele mybelangb ick (ie hier qualick een door-komen ; ende al is't dat ick defe fake lange en dickwils overdacht , ende alle redené rijpclick overwogë hebbe, foo en kan ick evcn-wel alle fwarigheyt niet wech nemë. Maer voor V.Ed. in welc-kers herlTenë de Goddelicke en Menfchelicke wijfheyt haer woonplaets gekofen heeft,en zal niet fwaer vallen, alle twijffelachtigheyt wech te nemë. Derhalven bidde ick,dat V.Ed. gelieve niet met de om-wegë van een an-der,maer uyt het binnenfte mergli (gelijck den Grieck-fchen Euripides fpreeckt) van V.Ed. Ziele,hier over een rechtfinnigh oordeel te ftrijeken, ende defe duyfterheyt door de luyfter van V.Ed, helderen geeft te verlichten.

ocr page 229

ONGESONTHEY T. 203 Waer aen niet alleene my,maer oock alle den genen, dien de ware wijlheyt lief is , een aen-genamen ende grooten dienft zal gefchieden. Vaert wel aen Ziele , ende Lichaem, Weerde Joffrouw,en blijft van lierten gegroet van de gene, die niet hooger in de werelt en acht, als deelachtigh te wefen van V.Ed. hooge wijf-heyt,ende goede genegentheyt. In Dordrecht, den XXII. januarij, M. D. C. xxxix.

Den Achtbaren , Hoogh-geleerden Heere ,

J0 HAN w BEVERW II C K, Schepen, ende terft Medicijn der Stade Dordrecht, wenfcht

Anna Maria van Schvrman lang, ende geluckfaligh leven.

Achtbare Heere, Den laetften van V. Achtb. aen my gefchreven, heeft myverfchcydelick bejegent, en ick hebbe feer getwijffelt, of my meerder hoffe gegevë was van te verblijden,ofom befchaemt te werden,door 'tgene V. Achtb. ons mede verweerdight heeft te noo-digen tot de oeffeninge van dit vermaerde gefchil. My en is niet liever,oft yet dat ick hooger achte,als dat ick mede in defe geletterde ende geleerde baen door V.A. die daer van de meefter is,machin-geleyt werde,alwaer de ftrijdt van de hemelfche waerheyt, de risorie ende ten laetften oock den Triumph foo heerlick voor-geftelt werden , dat hare faem ende groote vrucht niet meer in een Landt , ofte Rijck kan begrepen werden. Ick en fchep voorwaer geé grooter vermaeck, als in foodanige dingen, eh derhalven en heeft het gevoelen , dat V.A. hadde van mijne ftudye hier inné V.A. niet bedrogen.

Dan

ocr page 230

104 SCHAT DER

Dan de roode verwe en loopt myniet weynighover, dat V.A. het zy door vriendelicke mifflagh,het zy door over-loop van beleeftheyt, royfoo grooten lof van ge-leertheyt toe-fchrijft, voor-gevende, als ofoock door mijn gering verflant defe doorluchtige vrage wat licht zoude können fcheppen ; infonderheyt nademael al de voomaemfte verftanden van onfe eeuwc alle hare krachten daer toe in-gefpannen hebben. Soo dat V.A. beleefder doet, als nae mijne macht, dat V.A. op myver-foeckt om een marmeren top op dat treffelick ende van alle kanten volmaeckt gebouw te Rellen. Het welck indien ick van felfs aen-nam,foo zoude ick ofte gantfch geen gevoelen behoudé hebben van mijne kleynigheyt, ofte ick en zoude voorwaer niet verftaen de fwaerheyt van de faeck, die onderfocht werde. Om dat ick evenwel by V.A. niet en zoude in achter-dencken komen, al of ick voor hadde te loopen in't leger van den opper-ften der Wijf-gerigen, die alles in twijffel trecken , '^r-cejilaus , de welcke meende dat men aen gcene kant van eenigh gefchil en behoorde te hellen, om voor een wijs man geen gevaer te loopé van den dool-wegh te kiefen: foo en heb ick niet können naer-laten yet te antwoorden op die gelifte vrage , die V.A. niet foo feer, gelijckick meene, om de waerhevc te onderfoecken, als wel om mijn verftanc wat te oeffenen,my heeft believen voorte ftellen. V.A. fchrijft , Dat de Pael-fleen onfes Levens van de meefte onderfebeyden wert ten aenßen van Godt, ende ven dm Menfehe, ende dat by aen d'eene z^ijdeveranderlick am d'andtn onveranderUck, s^oude toefen . Het welck de leere is van de gene, die feggen, dat yder menfche een fekere ende on-beweeghlicke Pael des Levens door het beßuyt van den eeuwigen Godt onveranderlick geftelt is. Dat dit ge-voelen van mytoe-geftaen wert, doet de merckelicke ende klare waerheyt, die ick daer in fpeure. Want gelijck

ocr page 231

0 N G E s 0 NT HEYT. 20§ lijck hetom.helft alles de Goddelicke majefteytwaer-digh, ende een verwondering en eerbiedinge verweckt in de gemoederë der Menfchen: foo komt het oock van alle kante feer wel over-een. Daetom en kan ick'tgene Cictro eertijts fevde van de Stoifche wijf-gerige, nergens beter paffen , als op de Leeraers van dat gevoelen. De leere, feyt hy, van de Stoifche hangt wondtrbatrUck^ aen malkander . Hellactfte komt over-ten met het ter fa, het middelfr met btydt , alles met alles . Jyfien wat volght,wat ttgenßrijdt; tnde geUjekin de Lant. mttinge , als men htt terflttoe-ßaet ,foo moet htt alk tot-geftatn werden. Het en zoude ons niet onvermakelick wefen, dit wat wijdt-loopigh te vervolgen ,'ten ware dat fulcx al te voren ovetvloedigh gedaë was, by vele treffelicke ende wijdt-beroemde Mannen, die in hare Brieven aen V.A. voor dit gevoelen ftrijden. Waer toe onder andere foo veel gewichts ende fchoone redenen gebracht hebben de uyt-nemende Godtf-ge-leetden D. Rjvei , ende D. Weßtrburgh zal'daer na mede heel volkomentlick D. Foetius, dat ick overfieode mijne huyfraet, niet minder van't gene ick by der hant hebbe, als niet en hebbe,te kort fchijn te komen. Hoe het zy, ickzal even-wel vrymoedigh , ende, gelijckV.A. op Imy begeert, uyt het binnenfte mergh van mijn Ziele , 1 voor-ftellen 't gene ick gevoele. Nu keer ick wederom tot de Vrage. De onfe feggen, dat den Pael-fteen |van't Menfchelicke leven beweeghlicken onbeweegh-Ilick is. Waer tegen V.A. (bet in-brengt: Hot dat by |enderfcheyden wert , is't niet den frlfdtn Patl-ftaen , als hy ons | leven rfpaelt ? PFat :(aIjemant helpen den veränderlichen , als I hem den onveranderlic^n op't lijf valt,ende't leven verplettert? ! Sy fchijnen voorwaer in't eetfte aenfien maer met de | woorden te (pelen,ende met ydele redenen de ooren det IGeleerden moede te maken ; te weten , indien men den 1 Pacl fteen in lijn felven aen-merckt van wegëGjn werc-Iken-

ocr page 232

2o6 SCHAT DER

kende kracht: want hier geit de fpreucke der Wijfen: Elck dingen dewijl het is, foo is't nootfakeUck. Maeralfoo hier niet alleen van den Pael-fteen felve, voor foo ved hy buyten fijn oirfaken nu inder daet is , maerinfonder-heyt van de kracht ende eygenfchapder oirfaké, gefcbil valt, vvatfy dooreen beweeghlicke, en wat door een। onbeweeghlicke Pael-fteen verftaen,enzal niet ondien-ftigh zijn, wat breeder te verhalen . Ick meene datfy met defen niet anders en willen feggen,als dat den uitgang onfes levens in ordre tot de eerfte oirfaeck, dat is' indien men hem in-Getin't Goddelick voor-weten ende voor-fchicken, als yet dat te gebeuren ftaet onveranderd lick bepaelt: ende door den anderen een gevallige ofte onfekere door, ende de welcke van naturen niet bepaek en is in ordre nae de oirfaken hier benedé, in haer felven vry ende toe-vallende. Derhalven ai is't, dat defe felve Pael-fteen vergeleken met het onveranderlick bennet van de eerde ende algemeene oirfaeck, ende het gefta-digh by wefen van de tweede oirfaken, gantfch fekergt; ende op geenderhande wijfe te veranderen is: even-web dewijl hy door de kracht van de byfondere ende onder;

• geftelde oirfaeck, ende met haer eygen werckende wijfe vry en vranck voort-komt,foo magh hy oock met recht béweeghlick ende veranderlick gefeyt werden. Sale* wert ons noch opentlicker verklaert by het hooft van de jonge wijf.gerige D.Thomas op't 4. Capittel van Bouck van de Voor-wetinge ende Voor-fchickinge,al' waer hy aldus fchrijft : Hetlaetßewerck. en volgbt nietop at eerße oirfaeek.in nootfakelickheyt rfgevalle , maer atnatfltotf' faeckte, om dat de kracht van de eerße oirfaeck. ontfangen wert ffl de tweede , nae dt mate van'tgene ontfangt , endeniet na dtmtU van'tgene ontfangen wert . Te weten , fy foecken metalle forghvuldigheyt voor te komen, dat de gevallige oma-ken, ende infonderheyt, die van onfen wil komê, eenige|

ocr page 233

ONGESONTHEY T. 207 kracht door in-ftorting van de eerfte oirfacck, de welc-ke de fonteyne ende oirfpronck is van alle vryheyt, niet toe-geftaen zoude werden. Hier op heeft feer treffelick gefchrevë de jonge ende treffelicke prinçe, Picus Miran-duUidie Pbœnix ende vermaeck der Mufcn,endevoefter-kint van de Wij(heyt genoemt werdt van een andere PbœnixGjnder eeuwe,Iofcph Scaliger^ als hy in't4.Bouck tegen de Sterre-kijckers op't 5. Capittel , feyt, dat het Fatum, ofte Noodc-lot, Chriftelickuyt-geleyt,beteyc-kent,emgcvolgh van oirf^ken , hängende amdm GoddeUckm raedt, waer onder onfe vryheyt geen gevaer en loopt, dewijl wy ™de:tynonder die oirfakm, tndeindat gefrlfchAp van't Noodt-lot niet alleen tn lijden , meier ooe^doen . Het ^y dan , dat men fiet op het voorfien , ofte de voorfienigheyt Godtsgt; dat is, of men fut op den Geeft Godis alles tevoren wetende , ofte den wille nat fijn wel-behagen alles fchicktnde , foo en gefehlet onfe vrye werc-kingeniet te kort • Want wat belangt het voorfien, waeromen dot itk. niet wy en uyt mijn ftlven 'tgene Godt te voren gefien heeft , dat ick doen \oude ? want als gebeuren ^al , dat hy voor-fltn heeft, foo T^al ick. het even-wel vry doen ;tgene hyvoorfien heeft , dat ickjry doen s^oude. Maer om dat oockgebeuren :{al, 'tgent hy gewtlt heeft , ende dat hy gewilt heeft, dat ickwy we-ftn ^oude , ƒ00 Kalic^vry doen alwat ick, dot, 't^Y dal hy ftlve my dtn willt btnttmt .

Hetwelck aldus zijnde,blijckt, datbeyde'tgene van een byfonder gefeyt wert , foo wel op den eenen als op den anderen bequamelick gepaft kan werden : voorna-melick dewijl,fonder die ondetfchevdinge,de weerdig-heyt ende ordre noch aen de eerfte , noch aen de tweede oirfacck blijven en kan. Daer is noch een andere knoop overigh,die V.Achtb. op'tlaetfte daer aen leyt: vrat Kalytmant helpen den veranderlicktn, als hem den onVerandtr-lieken Pael-ftetn op'tljfvalt ,ende'tltvenverplettert? Wat zal dan helpen , des Geneef-meefters wetenfchapende 0

voor-

ocr page 234

2o8 SC HAT DER , voorfichtighevt! wat de matigheyt van den Siecken^ watoock't gebiuyck van de geneef-middelen , indien i fy de aenftaende doot, door het Noodt-lotop-geleyt’ op geenderley wijfe en können tegen-houdenlt; wY moeten bekennen , niet met alle, wel verftaende, alsj wy hier alleen tegen Hen den Goddelicken wille. Eene; fpreucke van de wijfte der Köningen (Proverb. 21.30.) is genoegl iom onder de voet te fmijten alle tegen-weer der Menfchen: Datr tn helpt geen wijfytyt, geen verflani It* gen den Heere. De peurden toerden wel tot de ßrijde-dagenbi* reyt, doch de overwinninge komt van den Heere. lek moet hier noch by-vougen de woorden van Aben Efra,degamp; leerfte onder de febbinen, de welcke de voorfz. places breeder uyt-leydt: Daer en t^al ityt de hant des Heeren dotf een van die (te weten,wijfheyt, verdant , raedt) niet g'* trocken werden. Want al is't, dat het paert bereyt wert omim dage van den (lagh de vlucht te nemen, foo en ßaet betinonft macht niet te ontkomen , ofte 't leven te behouden : om dat ditbt-houdenis Godt toe-komt , ende die geetftfe aen de gene, ditb« hem belieft. Daeren is vorders niet naerder den rechten xegelvan de Philofophie, als vaftte dellen, dat Godtal-machtigh fijn wit ende oogen-merck niet te buyten en kan gaen. Want hy is alleen de voornaemfte endevol-maeckde oirfaeck; ende, gelijck de wijsgerige Sene« wel feytin't 4.Boucle van de Weldaden op het 7,Capit' tel , de eerfle oirfaeclamp; waer aen alle de andere hangen . Alles watter is moet hier nae toe getrocken werden, als tot het uyterde punt, dewijl, gelijck den Apoftel getuyght (Rom.11.36,) alle dincamp;yt hem is , ende door hem gt;nbsp;ende tot hem. Hier komt by de bevindinge, en algemeeneover-een-ftemminge van alle volckeren : waer van gantfeh wijdt-loopigh aen V. Achtb. gefchreven heeft, den edelen,ende hoogh-geleerden Heere Claudius SalmafiM, Ridder , ende Raetf-heer van den Koning van Vranek- 1 rijek.

ocr page 235

ONGESONTHEYT. 209 rijck1wiens langen Brief, de Geleerde met groot verlangen verwachten ten eerften in druck te Hen. Voor my zal genoegh wefen,al hier een weynighaen te roeren . Onder andere muyt hier uyt de guide fpreucke in 'den Tiirckfchen Alcoram, hoe-welhy anders fot ende verworpelick is : God*triumpheert in fijn fake, al Wt dat het dtmtnfehë nut en begrijptn. Meeft al de heydenfche Poëtë ! ftatndit mede toegt;ende feggen recht uyt, Dat niemant I - het Noodt-lot en kan ontgaen. De Gtieckfche poëet

Pindimfeytwel:

Drtt Godt bezemt, IAlphÿntet vremt,

Staet vafr en bondigh •, IDie Godts beßuyt IOjt anders duyt, IIsfa,offondigh.

Derhalven al 't gene de Menfche hier tegen doen, wert wel te recht befpotby de geeftighfte Poëet :

Wie iße, ƒ00 veimeten , En op fijn Godt verbeten , Dat b, deftale wet

Van hem wcnfcbtom-gefet ?

No,t badd' een menfeb'tvermogen, 1Hoe boogh ooQop-getogen, ; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Dat bj des Heeren macht

; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Met onwil beeft verkracht .

Ende fy en hebben dat niet alleen gehen , maer zijn oock noch vorder gegaen, gelijck ,jldraRu5 by den Grieckfchen Euripides :

0 Godt ! wat roemt den menfcb op fijne wijfe vonden?

VVyfaenin ugeveki , en aen u wilgebondengt;

Wy

0 2

ocr page 236

210 SCHAT DER rr^ leven op u wenek^ enplegen anders niet, Ab dat u hooge macht acnjder een gebiet.

Maer feer nauw heeft nae ons wit gemickt de treff.quot; licke poëet Simonides :

Al wat wy menfehen doen,ftaet in de bant des Heeren, Die kan de booJhejtfelfs ten goeden ejnde keeren .

Wy hebben geenen wil. En daer een ondergast, Daer eyndight Godt den tijt, en fnijt des levens draet. Ende 'ten is niet wonder,als in tijde van fterfte ende oorlogh nimmermeer niet de Goddelicke voorfemg-heyt haer en ftort in de onwillige herten, dat fyeenige ftereker kracht, als het geval,gemerckt hebben de be-wegingeder dingen tuschen tckomen. Sulcxgetuy-gen oock de befte Hiftory-fchrijvers,die alffe watnauW letten op de oirfaken van de uyt-komft eeniger faken, foo vallen fy ons van felfs toe. V.Achtb. en is nieton-bewuft, 't gene den oudtften onder de Giieckfchedaer van gevoelt, als hy aldus fchrijft: Dat ytmant van God' over- komm moet , en W den Menfehenergens mede rf.kttfm* Ende dit felfde is voorwaer meteen treffelicke reden uyt-gebeeldt van den treffelicken fchrijver der Kercke-licke hiftoryen Nicephorm Gregoras in (ijn 7.Bouck: Daer de GoddeHeke voorfunigheyt niet en ftrijdt beneffens hquot;bd'ty ende doen der menfehen , daer valt een quade uyt- kymfl °P''™ geheel tegens haren voorßel. Want dfdan is een trijs man nia mÿs , noch een ßerck,man ,ßerek : maer oockdt alderwijfltYStt-ßagen vallen dwaßeUck^uyt , ende de klouckfle endeßerckfl'd^-den hebben een leeUck, endefchandeUckeynde.

Hier-beneffens de exempelen,die doorgaens by foo-danige fchrijvers te vinden zijn,betoonë dat door geene moeyte, noch menfchelicke wijfheytoock de minfe deromftandigheden, van Godt beftemt, kan verandert wer-

ocr page 237

ONGESONTHEY T. 211 werden. Thus Livii«verteltgt;in't8.Bouck vanfijn Ro-meynfche hiftorye, van Alexander dé koning van Epiriquot;, dat al-hoe-wel hy hem dapper wachte, om niet tot fijn fterf-plaetfe,die hem voor-feyt was, te komen, evenwel niet en Ronde ontvliedé,dat hy op de felfde niet en quam te over-lijden;ende derhalven brengt de Hiftory-fchrijver defe fpreucke, als een yegelick bekent zijnde, daer by; Dat mmgemanlickjnet ontloopm midden irit Noodl-lot valt. Het en verfcheelt niet veel, dat van fijnen Macrini« verhaelt de Grieckfche hiftory-fchrijver Herodia-niK, de welcke, als hy fagh, dat hem alles neyghde tot den hachigen onder-ganek van den felfden Keyfer, beduyt aldus: Maer bet was alfoo in't Noodt.lot be(loun,dat de prince Macrinus maer eenjaer in wdluß gekeft hebbende,met fi\nkven het rijck,.7(ondeverliefen. Ickzal het beduyt nemen uytde Goddelicke hiftoryen, daer niet en valt tegen te feggen. Daer is een merckelicke plaets van den koninglicken Propheet in de Handelinge der Apoftelé, cap.13.verf.36. David, als hy fijnen tijdt den raedt Godts gedient badde, is ontjlapen, endeby fijne vaderengeleyt. Waer uyt wy wel te recht trecken, dat denTijdtvan ons Leven met fijnen eygenomloop van bovenen befchreven is , ende dat hy derhalven, voor foo veel hy feker toekomen zal,geheel hangt aen den wille van den grooten 1 Godt. Maeryemant zoude hier miŒchien mogen uyt-trecken , dat het woordt yeyea , 't welck aldaer ge-|bruyckt wert, veelderhande beceeckeningen heeft , eu Idickwils wat anders beduyt, als den tljt des Menfchen. 1 Wy bekennen wel , dat het wel anders genomen wert : Idat het even-wel hier beteyckent'tgene wy voor-geve, | blijckt klaerlick uyt den text felve, dewijl den Apoftel Ifpreeckt van't leven,endedebegraeffeni(fevan David. IMaer tot meerder licht van defe fake können oock an-|dcre plaetfché der H.Sehrifture hier mede vergeleken

O 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;wer-

ocr page 238

212 SCHAT DER

werden , in de welcke dat woort den tijdt van ons leven, eygentlick beduyt, als in de felvige Handelinge op't' i6.verf. van't i4.Cap. ende op't 3;.verf.van't 8.Cap. Behalven , dat het alhier geenen gemeenen,ofte onbe-paelden tijdt en beteyckent, vertoont klaerlick het in-treckende woordt,daer by gevought, idm', dat is foo I veel als fijnen tygm, te weten , tijdt. Hier uytis dan ge- gt;nbsp;noeghfaem te hen,dat de Menfchen het gene Godtbedoren heeft,te vergeefs foecken te niet te maken.Maer dewijl dat fonderlinge in gefchil valt, of Godtvan eeu-wigheyt al 't gene gebeuren zal, het zy nootfakelick,l ofte gevalligh,alles bedoren heeft ; oock foo vaft, dati het gene hyeens begeert heeft, hy felve niet en zoude können veranderen, foo zal ick hier over mijn gevoelen wat breeder gaen openbaren. Ende om door al te naeii-keurige neerftigheyt niet moeyelick te vallë metlanck-heyt, foo zal ick mvaen een Schriftuer plaets, de welcke voor alle zal weten,vaft houden. Defe is in't 46.Ca-pittel van den propheet lefaïas, alwaer onfen Godtal-dus fpreeckt: Ick ben Godt, endt nitmant meer : een Godt, dies gdjckgn nergens en is. Die ic^ te voren verkondigt, mit hier na Romen nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en van te voren eer dan bet gefchiet , endefg-

ge, Mijnen raedt s^al blijven, ende ic^doe alles wat my bthatght. Wie en (iet niet dat met een vaften ketting aen malkanderen gehecht zijn defe drie,defekerheyt van het God-delick Voor-weten,de onveranderlickheyt van lijn Be-duyt,ende de macht in't Wt-voerë! Die hier wat toegeeft, verlieft het alle: want door die drie teeckenen wil van de afgoden onderfcheyden zijn dien eenigen Schepper ende Regeerder des werelts. Wat een dou-tigheyt zoude het dan wefen, om geen kerck-rooverye te feggen, indien yemant het Beduyt van het Voorweten , ende het Wt-voeren van't Beduyt pooghde te fcheyden ! ƒHet gene eertijts de Pbilofoopb gefeyt heeft

van

ocr page 239

0 N G E s 0 NT HEY T. 213 van de Sedige deughdë,dat fy gelijck als een kroontjen onder malkanderen gevlochc waren : dat kan veel meer op de Goddelicke gepaft werde. Want waer uyt komt de fekerheyt van't Voor-weten , indien wy hier geen beßuyt aen en nemen ! fzoude het komëuyt de toe-ko-mentheyt, gevallige cirfaken, ende werckenC Maet al wat gevalligh is , dat is , eer het gefchiet , gantfcli onfeker, amp;c. tot geen van beyden vaft geftelt; dewijl het gene noch niet en is,fijn felven niet en kan vaft ftel-len. Zoude het dan komen uyt het Voor-weten felve^ Maer dat en is, volgens dit gevoelen, niet meerder oir-faeck van de fekerheyt der toe-komende dingen,als ons wetenfchap is van dingen, die voor-by zijn, ofte noch inder daet beftaen. Dan hoe veel ons manière van weten fcheelt van de Goddelicke,wert treffelick vertoont by D. Thomas Aquinos, hier voor mede vermeit , P.i. Qu.XIV. Art.viii. DenatnçrUckç dingen ^yn in de midden tuschen Godts, ende onft wetenfchap. Want wy krijgen de wetenfchap uyt de natuerlicks dingen, van dewelck^ Godt door fijn wetenfchap oirfaeck ^is . Daerom , gehjck de wetteUcRe natuer-Hcke dingen voor ons wetenfchap ende hare mate gaen , foo gat: oocQ de wetenfchap Godts voor de natuerlick^ dingen ende haer mate . Even-cent als anbuvs in's midden is , tuschen de wetenfchap van den bouw-meefler,die hetgemaeckt heeft,ende de tveten-fchap van degene , die van het felfde nugemaeckg twijnde fennife neemt.

Wel te recht dan teren wy,met den groote pylaervan deKercke,den H. oudt-vader ^ugufliw,in't 7.Bouck van deftadt Godts , öp't 29.Capittel , dien Godt, die de naturen , van hem gefchapen , beginfel , ende eynde geftelt beeft in't leven ende [weven , die de oirfaken der dingen heeft , kent,ende befliert. Ende , gelijck hy op een ander plaetfche fpreeckt,Dië volgens dien fijnen wille,de welckp met fijn voor-weteneeuwigb is , ende heeft alfoo al wat hy begeert in den hemel

0 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;cn.

ocr page 240

214 SCHAT DER tnde op aerden , niet alleen wat voor-by , oftetegenwoordigh is, maer oockhet toe-komende algemaeck*.

Geen mindermidlagh en begaecde gene, die de ver* anderlickheyt het beduyt Godts toe fchrijft: want hier heeft te recht plaets 't gene de poëet Homerus feyt,alffct yet gebeurt, dat den wil van lupiter volbracht is ;

Menßhen willen Zijn maer grillen .

Tders lot

Komt van Godt.

Dat oock de verandering in den wille een onvol-maecktheyt mede brengt, als de welcke nootfakelick uyt onftantvaftigheyt, ofte onwetentheyt molle fpruy-ten, blijckt klaerlick. Want hoe zoude hy anders,dan door de kenniffe van't goet , te voren by hem onbekent geweeft zijnde , dat hy tot noch toe niet gewilt en had-de,nu beginnen te willen: ofte oock door een fchier-licke veranderinge het zy van de faeck, ofte van hin voornemen, dat hy te voren begeert hadde, nu zoude laten begerend 'Hierom en vraeght de wijf-gerige Seneca, in't i.Bouck ende Cap. van de Natuerlicke vragé, daer hy handelt van de nature Godts, nietqualick: Ofb een vermindering is van majefleyt, ende een bek^nteniße van miß ßagh,yet gedaen te hebben , dat verandert moet werden ? ende beHuycterftont met defe reden : Want het is nootfakelick' dat hem altijdt hetfelfde bthaeght , trien niet behagen en kan , als het alderbefle ; ende hy en is daeremniet minder vry endemach-tigh. want hy felve is fijn eygen nootfakylickbtyt •

Hier mede komt wel over-een'tgene de Bhilofooph feydt van defimpele nature, datfe altijdt een, ende een eenvoudigh vermaeck neemt. De waerheyt hiervan blijckt foo klaer, dat Seneca de tegen-partye felve tot rechter derft roepen: Ghyfeghtgt; dat bet gevoelen van een wijs ?nan

ocr page 241

0 N G Es0 NT HEYT. 215 man nie;mW veränderen. Hoeveel minder dan V4n Gode? deirÿl een wÿj man maer weet 'egene tegenwoordigb beft is, maer voorfijne Goddelickfoeyt is alles eegenwoordigh. in't 2.Bouck vanfijn Nat.Vrag. op't xxxy1. Capittel. In 't korte, het gene dien grooten Plato, in't 2.Bouck van fijn Borgerlicke regeringe, treffelick fpteeckt over de onveran-derlickheyt Godts, brengé wy met recht hier by: Werl by in beter ende fchoonder verändere (vraeght hy) ofte in erger ende kelicler,4ls hy felve tt?AS ! gt;nbsp;(endeantwoort ) Nootfa^e-lic^inerger, byaldien hy verandert. Want wy en können niet feggen dat Godtfchoonbevt ofte deugbt gebreckJierft.Ende hier op, doet hy in de (elfde t'Samen-fprake wederom vragen , Dewijl fulcx alfoo is , of men dan welgelooven 7{oude , dat ytmant van fdfs, het ^y Godt , ofte de Menfche , wel s^oude fijn felven erger willen maken, ende doet antwoorden, Datfulcx onraogeltckjSyende derhalven oockonmogeliek dat Godt fijn fel-ven ^oudewillen veranderen. Want dat hy defchoonfle ende befle T^jnde, altijdt blijft in fijn eeuwige ende fimpele geflalteniffe. Indien hier yemant mochte dencken, dat den Autheur meerder fagh, op het Goddelicke wefen, als op den wille ,daer en zoude ick niet veel tegen hebben. Maer ick wilde, my toe-geftaen werde, dat die twee een ende kfelfdezijn, noch in Godt waerlick niet en werden on-derfcheyden. Want by de Chriftenen wert buyten alien twijffel gehouden 't gene den H. Hilaria; feyde: /^1 trat in Godt is, is Godt : al wat in hem is, ts een . Maer wat behouf ick dit dus breedc te vervolgen , dewijl den Apoftel l4cobus,cap.i. verf.17. getuyght van den Kader der lichten, dat by hem geen veranderinge, ofte veranderlicky befchaduwinge en is. Nu oock dat , al 'c gene Godt alfoo bedoren heeft , hy oock krachtigh uyt-voerc, werdt by de Heydenen felve ftaende gehouden.

V.Achtb. is wel bekent dit vers van den Giieckfchen

Pindari« :

0 §

ocr page 242

2x6

SCHAT DER Alß Godt maer wil verboen, Soo kgn geen menfebjet doen ; Het e,nd' en bet begin Gaet bejde nafijn fin.

Dat alles,het zy hoogh ofte Ieegh,nootfakelickofte1 wiHigh, onder defe regeringe ftaet,is van onfe Heeren| foo klaeruytbeyde de Theologytbewefen, dat het beter! is daer van te Twijgen, als elcke-mael het felfde tot waf gens toe te verhalen. Ick weet wel,dat veel onderde i Geleerde verfchil valt, op wat wijfe Godt na lijnen wil regeert; maer my dunckt, dat dit gefchil alderbeftne-der-geleyt wert door den wel-gemelten Grave van Mf randola , daer hy feyt: Voorwaev Godt en heeft niet alleen te voren getreten onjen wille, mier heeft hem oock,. te voren beflotm, ende als GregoritK Nyßenus, ende Damafeemufalcx loochent, foo en fchijnen fy dat anders niet te loochent dan om te vermanen, dat andere dingen wel door den Goddelicllt;en wille, maer dat onfe verkiefinge te famen door den felvigen ooe^ met onfen wille g'-fchickt werde : foo nochtans , dat niet alleen d'uytk^tmfl van onfe, gedachten, maer oock. de gedachten felve, het voornemen fdw' ende de herten van de Kjiningen niet alleen , alffer gefchrevenh, maer van een yegehek in de handt des Heeren flam, dit allquot;j fchickt nae fijn wel-gevallen . Indien het volbrengen van tenigb fijn befluyt fulcx vereyfcht , dan de deught in ons , ende met ons beginnende , ende de begonnen volbrengende , dan degene die van deught tot ondeught af-gedwaelt t^gn,veranderende tot rechtveer-digheyt , ofte bejigende een roede voor barmhertlgheyt , ofte verminderende de fouten voor rechtveerdigheyt , alles altijdt ofte goet, ofte ten minflen gelegentheyt ten goede werckende. Wy bekennen wel, dat geen Menfch door-gronden en kan, hoe dat die verborge ende wonderbaerlicke kracht van de Goddelicke voorßenigheyt, den wille der Menfché foo facht ende krachtigli beweeght, dar fy vry ende uyt¥ haer .

ocr page 243

ONGESONTHEYT. 217

haer felveu verkiefen ende volbrengen 'tgene Godc be-floten heeft. Maer wie zal leggen, dat het Menfche-lickevermant een mateis van alle dingen, ende dattet een fake niet voor waerachtigh aengenomen en moet werden, omdat fy ons begrip, welckers kleynigheyt wyoock in de minfte wetenfchappen bevinden , te boven gaet. Gelijck vemant die op een hoogen bergh zal klimmen , foo veel te forghvuldiger let op den wegh, al is hy moeyelick,wanneer hy onder hem fiet de hooge fteylteom neder te vallen : even-eens laet ons oock,als wy bevinden eenvervolgh van fchadelicke dolingen, de waetheyt infonderheyt aenhangen ,op dat wy in den diepen afgront van die verborgentheyt niet en verfmo-ren, gelijck wei fchiijfc in'c aenvangen van fijnen Brief aen v.Achtb. onfen grooten vrient D.Colvif^. Dus verre heb ick vervolght't gene de Religie meefttaeckt, nu zal ick oock kortelick aenroeren, hoe dat defe Theologie met de Medicine over-een komt. Hier en valt my niet t'ontijde te voren dien treffelicken Pbilofoopb, dewelcke feyt, dat alle dingen twee hanthaven hebben, ende dat-ter groot onderfcheyt is, welck van beyden meneerft aengrijpt. Ende al is't, dat ons gevoelen van defe kant, daer aen U.Achtb.dat beftrijdt, wat hardt fommige fchijnt te wefen : foo en is het nochtans hier foo vremt 1 nbsp;nbsp;nbsp;niet,ofte het gaet om vele redenë de andere verre te bo

ven. Maer het fielt, datter geen forge, ofte wetenfchap yet vermogen tegen 'tgene Godt bedoten heeft, dat gefchieden zoude. Laet het foo wefen ; hier door en zal even.wel noch aen profijt, noch aen eere de Genees-meefters yet te kort gefchieden. Want wy weten, dat haer ampt is, niet om te poogen de verborgene raedt-dagen Godts te vernietigen, maer om de kracht der deckten te breken, pijn te Rillen, de natuyrlicke krachten te verquicken , oock aldermeeft dan , als fy fien, dat

ocr page 244

2x8 SCHAT DER

de dootfekerlick aenftaende is. Verders werde wy mede door ons gewiße felve verbonden,om eick fijn eygen; leven ,als een geheel koftelick pant van Godt hem toe- , gefonden, met alle forge ende neerftigheyt te bewaren. Hier toe behoort de fraye vermaninge van Cicero, in denj droom van Scipio by hem befchreven: dl/e Godtfaligt। moeten behouden de lt;ele in de bewaringe des Lichaems : noch f, en bebooren niet fonder gebodt van den genen , daerfy afgekomen is , uyt het leven te verhuyfen. Daer-en-boven ge-cuyght geftadigh de ervarentheyt, dat alderhande Siec-ken,van wat jaren , ofte gematigheyt fy oock mochten wefen, na alle forge ende vlijt , oock van de wijfte Ge-neef-meefters aengewent, even-wel komen te derven. Nu wat ilTer de Geneef-konft aen gelegen, ofwyhet naeckte voor-weten Godts , of met het beduyt ge-vought, fijne wil veranderlick, ofte liever om de fchier-licke veranderinge deromftandigheden, veranderlick ftellen , als ondertulTchen de konft van den Geneef-meefter fijn wit niet en raeckt , ende de Pael-fteen van yemant die fterft, altijt den fplfden is . Wy en verachten oock niet die voortreffelicke Geneef-m eefters Efeu* lapius, Hippocrates, Galenus , om dat wy de felvige , als een Godt Apollo, ofte eenigen Afgodt, gelijck by de Heydenen eertijts gebruyckelick was, nietenaenbid- , den: maer fy zijn by ons in meerderachtinge,wanneer wyde felvige, als gereetfchap, ofte liever mede-hul-pers van den Autheur des levens ende gefontheyt,eere bewijfen. Daer-beneffens, hoe de fake oock uytvalc, foo zullen wy altijt wel van haer oordeelen. Want als het geluckelick gaet, foo zullen wy in haer werck ende gauwigheyt bekennen de befondere handtende fegen Godts: ende by aldien het tegen valt, wy weten hoe waer dat de Griecfche Na:{ian:(enus gefeyt heeft , Dat allen arbeyt te vergeefs is , als 't Godt niet geven en tril . Eenc forgh-

ocr page 245

ONGESONTHEY T. 219 forghvuldigheyt heeft hy ons alleen nagelaten, dat wy het ampt, 'twelck hy ons opgeleyt heeft, voor de uyt-komfte neerftigh zouden waer-nemen; ende daer nac ons in't felfde geruft houden, dat het hem alfoo belieft heeft , die niet en kan begeren, als 't gene alderbeft is . Laet ons hooren de Goddelicke ftejn van den wijfen EpiBetus : Ic^ wil aUtjis Ikw ,'tgene dat Godt wil , als kk. felvt. Ick:lt;4lhem by-blijven , ende aenhangm , gdije^een die-naer mdt navolger, met hem begeer ic^, met hem verlang ic^, tndt om fimpeUck mde met een woort te feggen , dat Godt wil , wil iQ ooek• Hier is de rechte ftilte voor het onweder der bekommernilTen ; hier is een fekere haven voor het gevaerlick ftooten der klippen: ende h^er is ten laetften den Pael-fteen,daerick met gernoet en penne op rufte. Vaert wel, Wtgenomen Man, met uwe uytgelefene Huyfvrouw , lieve Kinderen , ende infonderheyt die dochter, die ick verftae , dat U. Achtb. onlangs aen de Wijfheyt ende KennilTe der talen opgeoffert heeft. Wy bidden Godt almachtigh, dat fijne Majefteyt gelieve den fegen te ftrecken over dit prijfelick voornemen, ende anderen tot navolginge te verwecken : op datter vele mochten leeren met wetenfehap ende deught te overwegen de kortheyt van dit fchaduwachtigh leven. In Utrecht , den8. Februarij, 1639.

5. Daer en is geen Sieckte, in de welcke de Foor-leycWm (00 onfekergaen , als de Pefte. Want als de Siecke fchijnt behouden te wefen, dan wert liy dick-wik fchierlicku ech-geruckt : ende in tegendeel als hy fchijnt alderkranckft' te zijn , dan bekomt hy noch wel buyten alle hope. Is niet-te-min een goet Teycken , dat de Gefaelhn rafch voort-komen, endeopeenonge-| vaerlicke plaetfch, te weten achter de Ooren, onder de IOxden, ofte in de Lieschen , zijnde aldaer Klieren gefielt, om te ontfangen de onreynigheyt van de Herf-fenen,

ocr page 246

220 SCHAT DER

fenen,Herte , ende Lever ; ende fulcx beduytoock dat de nature fterek is , ende haec ter rechter plaetfche kan ontlaften. Geven oock minder gevaer wkGtfodlm, (in tegendeel gaet het met de Bloet-fa'tren, die, als van quader ftoffe opgeleyt zijnde , in meerder getal meet der fwarigheyt maken) alfTe maer wel verheven zijn, ende haer ten eerften tot fweren begeven , ende daerop de benautheyt, als oock d'andere toevallen komente verlichten. De Roode placx^ens en zijn foo quaet niet, als de bruyne: jae het Peper-form is meeft doodelick: als mede wanneer de Gezwellen langfaem uyt-komen, ende kleyn blijven, ofte ontrent het Herte, ende de Keel ftaen, ofte oock weder in-daen, ende daer dan op volght Ra fernye, Trecking van Leden, Braken , Kout feequot;, Loop, ende Flaute.

6. Dewijl hetfwaerdervalt,gelijck de poëet Ovidie wel feyt,den vyant uytte jagen ,als uyt te houden:foo zullen wy voor de Genefinge van de Pefte , eerftftellen de Middelen,om de felve te vermijden.

Het is een gemeen feggë onder de Geneef-meefers, dat defe drie Pillen beft zijnom de Peft, ende fijnebe-fmettelickheyt te vermijden: cito, longe, tardé, tule' recede, redi; ras uyt een befmette plaets te fcheyden, verre van daer te trecken , ende niet haeftigh wederom te komen. Welcke leffe wy met defe verfkensuyt-g'quot; druckt hebben :

Die 't lichaem van de Beft langhduerïgh wil bevrijdequot;, Die moet befmette lucht , en fulcke plaetfen mijden,

Oock^vlucbten verf van daer , in een gefonder l^nh En keeren langfaem we'er, als 'tv,er is ujt-gelmquot;quot;' Maer dewijl om redenenverhaelt, elck een niet gelegen is de Peftige plaetfen te vlieden , ende fommige oock niet en betaemtfijn vrienden te verlaten ; foo z^-

ocr page 247

0 N G Es ONT H EYT. 22i lenwyalhier kortelick aen-roeren, waer door deBe-fmetcelickheyt voor te komen is .

Voor eerft gelijck de Pefteen ftrafis van onfe fondé, foo is voor al van nooden, dat vvy door een beter leven ons merGodt verfoenen , ende door rechte boetveer-digheyt fijnen toorn van ons wenden. Sulcx doende mogen wy verhopen fijnen Goddelicken fegen , tot de Middelen,die wy tot onfe bewaringe zullë aen-wendé.

Defe Middelen zullen wy vervolgen na't getal ende ordre van de Niet-natuerlicke dingen: door welckers recht gebruyck de gefontheytonderhoudë, ende quaet gebtuyck de ongefontheyt verkregen wert . Defe zijn fes in getal, uyt welcke eenevan de Ziele oft het Ge-moet den Lichame mede gedeelt wert,te weten de Paf-fien ofte Bewegingen des Gemoets, de vijf andere den Lichame uyt-wendigh aen-komen, als Lucht , Spijs , ende Dranck, Orftninge ende Rirfe, Slapen ende Wak,en , Afr faun ende Op-houden .

Wat voor eerft de Oniroeringe du Gtmoets belangt, heeft het oyt plaets meefter van fijn Paffen te wefen,foo is het voornamelickvan noodé in tijde van Peft. Infon-derheyt dient gewacht van Gramfchapen Droefheyt, om dat fy de Geeften beroeren ende ontweken,ende gelijck als tegen het Herte perffen. Maer boven alle Ontroeringen ,is alhier , gelijck wy verhaelt hebben, de Vruft de alderfchadelickfte,fooom dat de felve't Herte ont~ ftelt, eh al de Geeften fchierlick ontroert, als oock om datfe geftadigh vergefelfchapt is met Swaermoedig-heyt, waer door fware ende fwarte Vochtigheden in't Lichaem groeyen, bequaemom de Befmettelickheyt Ilichtelickte ontfangen . Jae men (iet oock dagelicx, Ihoe dat yemant door een Schrick de Peft plotfelickop

den hals krijght, om dat de ftereke Inbeeldinge, het 1 Hert dapper ontftelc ende verfwackt, ende alfoo het

quaet gt;

ocr page 248

222 SCHAT DER

quaet , 't welck gevreeft wert , daer vaftin-druckt. Soo datter in tijden van Peft niet beter en is,als wel te doen, ende vrolick te zijn , het welck PluKrcbus heeft willen te kennen geven, als hy (chrijft dat Thalttavan Creten door de MiiJijck de Peft uyt Lacedemonyen verjaeght heeft. Derhalve en is hier niet dienftiger,als een effen endeonbevreeft gemoet te houden, volgens de leffe, hoe-wel in andere gelegentheyt gegeven , van Tmntius (in den welcken wy noch vry wat anders,ais fuyverLatijn vinden ) in het bly-eynde-fpel, genaemt Phormio:

Temant die naefijn wenfeh , de k^rgaet op een Ufë, Moet dencken of hem Godt wat anders over-font, Hoe by hem houden ?^uw ; 774,it dat gemeene foke», Entgeen een ander beurt, hem oocl^wel kangenaken.

Hier door h, onverwacht geen ongeval en lijt, En valt het beter uyt, dat hout hy voor profijt.

Maer dewijl de Peft meeftendeel door verdervinge van de Lucht voort-komt, foo moet meeftopdefe!ye acht genomen werden. Ende alfoo de Lucht veeltijts befmet van modderende vuyligheyt, die op de fraet blijft leggen ftincken, foo dient die voor al wech genomen. Dewijl oock de grachten die niet geftadighuyt ende in en vloeyen, veel ftancx verwecken , foo is noo-digh dat de felve door het haven water alle daeghver-verfcht werden. Anders zoude daer uyt te verwachten ftaé,'tgene wy hier voor uyt de meer-gemelte hiftory-fchrijver Diodorus Siculus verhaeit hebben , dat uyt ftil-ftaende water, door de hitte der Sonnen ontfteken zijnde , grove ende ftinekende dampen op-komen, diebe-fmettinge in de Lucht veroirfaken. Ick en kan hier niet na-laten te vermanen, waer over ick dickwils eerlicke borgers hebbe hooren klagen, te weten van de ftanck,

ocr page 249

. 0 N G E s 0 NT H EYT. 22; die inde Kerck komt,door het openen der Graven. Hec is fchritkelick dat de graven, daer onlangs luyde,van de Peft overleden ,in begraven zijn, wederom,door ver-volgh van fterfte in een huys ofte in't felvc gedacht,onlangs daer nae geopent werden , ende foo alle de gene, die met het lijck gaen, van ftanck vervullen, ende noch meer, als het gebeurt , dat fy onder de Pndicatyt open leggen , ende de gene, die daer over ofte ontrent fitten, van ftanck doen verfmachten . Ick kan verfcheyde exempelen verhalen , die fulcx in onfeStadt ende elders heel qualick bekomen is. Daerom zoude het prijffe-lick zijn, volgende de waerdige oudtheyt, geëdooden, infonderheyt in tijden van Pefte, te begraven in een plaetfe, daer het volck vergadert tot den Godtf-dienft. De Kercken,zijnde huyfen der beden,behooren by ons in meerder waerden gehouden te werden,als dat wy die metonfe ftinekende Lichamen zouden befoetelen. De Turcken felve houden hare Mofqutu feer net ende fuy-ver, foo datter geen vuyligheyt ofte ftanck ontrent en komt. Het blijckt oock klaer, dat onder het volck Godts de graven buytë de ftadt geweeft zijn ,Gtntf.2.5d wrf.9. M4rc.y.vof.2. 14. Luc.y.urf.tz.loh.i i.urf.3. ende 31.welckeplaetfenbetuygen,dat de lijcken buy-ten de ftadt gedragen wierden : behalvë van eenige K0-ningen,die in de ftadt Davids haer begravinge kregen, maerop een plaets, die van het volck af-gefcheyden was, te weten, in de hoven, ende daer in zijnde grotten ende fpeloncken. Wylefen oockin de Grieckfche au-teuren dat die van Athenen , volgens hare wet, de dooden buyten de palen van de ftadt begroeven. Welcke maniere by de oude Romeynen mede onderhouden werde. De keyfer Adrians en heeft niet alleen verbodt gedaen de dooden binnen Romen te begraven , inaer oockin eenige ftadt van 'cRijek. Ende dele loftelicke

P nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;wijfc

ocr page 250

224 SCHAT DER

wijfe van begraven is in de eerfte Keickaltijdc nae-ge-volght. Toe dat allencxkens, als men uyt Godtvruch-tigheyt,de Lichamen van Heylige mannen in de Kerck nam, ende dat fulcx oock Heeren en Prinçen niet ge-Wegert Ronde werden, ten leften al de gene, die van middelen waren , ende wat vermochten, aldaerbegra-ven wilden wefen. Het welck daer nae vervolghtis door gierigheyt van de gene,die over hetin-komen vaquot; de Kercke geftelt zijnde, hetfelve hierdoor verbeterden : ende door de hoovaerdye, van de gene die nieten wilden, onder het gemeen volck begraven zijn. Daerfe riochtans d'een tijdt ofte d'ander al in een kerek-hof, ende in een aerde geraken. Ick heb dickwils hier over peyfende, gegaen in de Groote-kerck over degraven van mijn Over-groot-vaders,ende aen-gemerekt darter naulicx foo veel in können leggen , alffer namen op gehoudenzijn : daer nochtans alle daegh weder andere by komen, foo dat fonder twijffel deeerfte beenderen op het kerek-hof al over lange gebrachtzijn. Of datdan vijftigh jaer eer of later gefchiet, wat iffer aen gelegen^ Ick heb te Romen gehen het graf van den keyfer Au-gußtu, die meefter van een feer groot deel des wereb was, maerfijn beenderen, ofte afch zoude nu verrere foecken zijn. De wijf-gerige Diogenes gevraeght zijnde van fijn vrienden waer hy begraven wilde wefen,ant-woorde, werpt my maer op'tvelt: waerop fy feggen-de, dan zouden u de beeften eten , foo antwoorden hy wederom ,leght mijnen ftock nevens my,op dat ickfe af.keer. Ende fy wederom feggende, hoe zout ghy doot wefende fulcx voelen, foo fprack hy , Wel als ick dat niet en voele, wat hinder kan ick dan lijden tl Veel minderiffer aen gelegen ,ofte yemant in de kerck, ofte op het kerck-hofbeeraven wert. Die Godt een goede ziel op.geoffert heeft, ende meteen geruftgenioetin

ocr page 251

ONGESONTHEY T. 22§

den Heere oneßapen is, ruft op alle plaetfen even.wel.

Dewijl vyy alhier van de doode Lichamen (preken, foo en zal niet ondienftigh zijn te onderfoecken,welcke Lichamen meerder befmetten,ende de Lucht haer pe-High zaet over geven, Levende ofte Doode^ Sommige zijn van gevoelen, dat de Lichamen,die van de Peftge-ftorven zijn, geen fenijn meer by haeren hebben,ende Ziffer al te met yet van befmet wert , dat fulcx meet van de Kleederen als van de lichamen komt : alfoo de Doode lichamen foo geen dampen van haer geven : ende dat oock denaelTem, die uyt levende lichamen , die de peft hebben , geblafen wert , meerder gemeenfehap heeft met de geeften van de levende lichamen, gelijckec oock meerder gemeenfehap is tuschen levend' ende levend', als tuffchen levend'ende doot, ende dat de be-fmettinge door de banck gefchiet tuschen dingen die van gelijcke nature zijn .

Andere meenë,datter meer gevaers is van Lichamen, die van de Peft geftorven zijn , als die noch leven . Om dat in een levend' lichaem het vergif wat befnoeyt ende verdooft wert van ons natuerlicke wermte : ende als de natuerlicke wermte uyt-gebluft is , dat dan , fonder ee-nige tegen-ftant, het lichaem van't vergif geheel ingenomen, ende ten leften ovetwonné ende omgebracht werdt. Ende dat daerom door ordre ende rant van de Geneef-meefters, in alle wel.geftelde Rfpubükengeor-dineert is , om de doode Lichamen , die van de Peft ge-ftorven zijn, niet lang boven aetde te houden, maer ten eerften te begraven.

Om in dit gefchil wel te (preken,foo moet voor eetft onder(cheyt gemaeckt werden, tuschen (ulcke hecken, die aen een doodelicke Pelt leggen, ofte die daer van door komen. Die de Peft hebben , en geen gevaer van haer leven en loopen,die en zijn foo befmettdick niet .

P2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;En-

ocr page 252

226 SCHAT DER

Ende in foodanigeis het waer, 'tgene te voren gefeytis, dat de natuerlicke wermte,waer toe mede de Alixipbar-tnaca helpen, haer niet alleen tegen 'tvergif en ftelti maer het felve oock bedwingt, ende ten lefté heel over-wint. Soo is by velen ondervonden, dat, allTeryemant de Peft heeft, ende opkomt, in fulcken huys felden, eenander mede befmetwert. Maer als yemantaen een doodelicke Peft lest, ofte daer afflerft, foo is't geheelj anders gelegen. Want van foodanige lichamen,infon-derheyt als demenfch op lijn Herven leyt, te weten als het vergifde natuerlicke wermte nu overwonné heeft, ftaet veel meerder gevaer te wachten, als van een doot lichaem. Ende deervarentheyt getuyghc, dat hoeder meer in een huys ofte ftadt op komé, hoeder meer hope is,dat de Peft haeftgedaen zal hebbë. In tegendeel hoeder meer nerven, hoefe Felder wert.

Maer't gene wy gefeyt hebben moet wel verflaen, werden: In een levend' lichaem , 't welck van het vergif heel bedorven is , toont de natuerlicke wermte, die-der noch overighis, haeruyterfte kracht om het fenijn uyt te werpen, foo darter uyt hetgeheele lichaem niet en dampt, ende infonderheyt door den aeffem niet uyt en waeffemt, als dat lieelfenijnigh ende peQilentiaelis. Waerom 'tgeheel gevaerlick valt,by fooda^gh menfeh te wefen. Maer als hy doot is, ende dat,de natuerlicke wermte vervlogë zijnde,het lichaem kout geworden is, door dien de fweee-gaetjens gefloten zijn , endeinfonderheyt den aefTem op-hout, dan körnender minder dampen uyt, ende dan magh men wel toe-ftaen, darter minder gevaer van (bodanigh lichaem komt, voorna-melick in geheel kout, weder. Maer datter even-wel wat uyt-waeffemt,bewijft genoegh de lucht, ende den reuck,die foodanigh lichaem uyt-geeft: ende dat daer van komt, en kan niet als peftilentiaelzijn ,dewijl al de

Voch-

ocr page 253

0 N G E s 0 NT HEYT. 22, Vochtigheden ende Geeften van foodanighlichaem de peftilentialen aere aen.genomen,ende door de doot niet verloren hebben. Ende indien in Kleederen,amp;c. het Peft-zaetbewaert kan werden : waerom en zoude het in de gemeke Vochtigheden, Geeftenrofte oock de Deelen van ons lichaem niet mede een wijl tijts blijven können fDewijl oock ander fenijn nocli een wijl tijts in de doode lichamen blijft, waerom en zouden de over blijf-felen van het peftilentiael vergif niet eenigen tijdt kon» nen blijven , ende daer na uyt-waedèmende, andere lichamen befmetten FerndiiK, vermaerc geneef-meefter van Henrickde II. koning van Vranckrijck, fchtijftdat eenige jagers een feer wreeden wolfgevangë hebbende, fijn vleefch koockté ende aten, ende datfe daer van alle-gader in rafemye vervielé. Ende D' Bdubinus, ProfelTor te Bafel , (aen den welcken ick om fijn vrientfchap, my al daer bewefen, ende noch by fijnen foon,ende navolger vervolght, ick hier geerne gedeneke) vethaelt, hoe fommige, die van een vercken,dat van een dullen hont gebeten was , gegeten haddé, foo rafende werden, datfe malkanderen met de tanden verfeheurdé. Maer als het doode lichaem nu begint aen te komen , ende te bederven, dan geeft het feer veel dampen van hem,het welck de ftanek oock wel uyt-wijft: de welcke alfoofe uyt een pefligh lichaem komë, mede niet anders als peftilentiael ende befmettelick en können wefen : jae het vergifwert fonder twijfel door die verrottinge noch gefcherpt. Daerom feydt Ovidius in de befchrijvinge van de Peft feer wel :

Het licbdem valt daer been , de lucht ontfangt bet vyer. Geen bont, geen wolf is graegb,nocb felfs de grage gier. Te bijten in bet vleefcb : dat lejt van een en fmelt, En door fijn vujlenßanckjenyder neder-veU.

P3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Soo

ocr page 254

228 SCHAT DER

Soo dat ick verfeheyde exempelé zoude können verhalen van de gene , die al de oirfaeck van de fieckte,ende daer op volgende dootalleen weten den Stanek, diefe van foodanige lichamenontfangen haddë. Waerom met groote forghvuldigheyt in de laetfte Pefte by de E.Hee. re Borgemeefter Ttrtßtyn, loffelicker gedachtendle,ende de Magiftraet geordineert is , dat alle dooden binnen। twee mael 24. uyren zouden ter aerde gedaen werden.

Vorders om ons huys voor de Peft te bewaren , foo moeten wy letten op de PFinden die wy in-laten, ende volgë het exempel van den Prinçe der geneefmeellers Bippocratu, de welche als de Peft geheel Aßen ende Griecken-landt door-liep, menighduyfent menfehgefönt hiel, door het uyc-duyten van ongefonde winden. Ivlarcus Varro mede,als hy te Corcyren was,ende dat over al de huyfen volüecken lagen, in-latende door nieuwe venfters den Noort-ooftë wint , ende Buytende die op't Zuyden Ronden, bracht fijn volck ende huyf-gefo gefönt t'huys. Ende de wijsgerige Empedocles, gelijck Flwarchnsbetuyght, met hetßuyten van een gat ineen bergh, dat over de gantfche Landouwe een fwaren ende ongefonden damp uyt gaf, floot mede dePeft uytdat Lantfehap.

Tot fuyveren van de Lucht dreckt oock, darmen dickwils groote Vyiren Roockt , infonderheyt van wel-rieckent hout: ofte genever-behen, wieroock,nagelé, ende diergelijcken brant: nagelé in een fchotel azijn op een kool vyer langfaem laet uyt-waelTemen: azijn giet op gloeyende pluvuyfé: ofte oock wel-rieckende KaerS kens (die in alle Apoteken te vinden zijn) aenfleeckt. Het vyeren, ofte het brandë van peck-tonnen,kan mede de Lucht bequamelick fuyveren. Het felfde doet het branden van Bufpoeder, ende noch beter als het af-gelchotcn wert. D'* Levinns Lemnius, eertijts geneef-mee-

ocr page 255

ON GEs 0NT H E Y T. 229 meefter van Ziericzee, verhaelt, dat te Doornick in „tijde van de Gaef, de krijghf-luyden die aldaer in garni-foenlagen, al het gefchut nae de fladt toe wenden, ende het felve met kruyt ladende, 's avonts ende's morgens tuschen lichten ende donekeré door de ftraten fchoten; door welck gedruys ende roock de befmettelickheyt wech genomen, ende de ftadt van de Peft verloft werde. Want die middel,feyt Lemnius ,gaet wel Too vaft om de quade dampen te verjagen , ende de Lucht te fuyveren, als 'tgene wy van Hippocraus lefen, groote vyeren op de Uiaette doken.

In defe tijdt is het beter dat men Klederen draeght van fatijn ,arme.Gjde, camelot, borat, als van laken, baey, vulpen, fluweel, ofte diergelijcke •. oock dat men deceive dickwils verandert, infonderheyt als men ontrent eenlge vyerige plaetfen geweeft is .

DeRuvek-ballen van Mufqudjaet, Amber , ende andere wel-rieckende gommen ofte fpeçeryen zijn ombe-quaem,omdatfe met harenliefFelickenreuck de quade dampen daet ontrent in de Lucht hangende mede nemen , ende tot de herfTenen als in-leyden. Hier toe is beter als men in verdachte plaetfenis, te hebben in een bedoté Balleken een fpongye wel nat gemaeckt in oudé @A^yn , daer lange Wijn-ruyt , Gout[-b\oemengt; ende diergelijcke kruyden in geweyckt zijn .

Alle morgen eer men uyt-gaet, dient het aengeCicht, ende handen gewaschen met klaer water, waer onder een weynigh van den voorfz. Azijn gemengt is . Ende dan genomen een lepel van het Theriakel-wanr van Bau-dtron , in de Apoteken te vinden : ofte een glas van den vollenden AlfTen-wijn, die behalven fijne nuttighevt mede van feer goede fmaeck is. Neemt van 't opperfte van Alfyn vier handen vol , Bladeren van Scordium twee handen vol, JlUn„-wo„dm , vier onçen , Schellen

P 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en-

ocr page 256

230 SCHAT DER

ende San van Citroenen, van eicx een onçe, Caruifaet anderhalf onçe. Dic gedaen op een tonneken van fes ofte feven floop Rijnfchen, ofte Franfchen Wijn , ende nae drie vier dagen daer van gedroncken.

Menmaghoock nemen op de punt van een mes een weynigh Theria^tl, Mithridaet : ofte, die beyde te heet is, Diafcordium : ende de gene , die dat noch tewerm was, als geheel heet, ende gantfch gallachtigh van gematig-heyc zijnde, können het felve vermengen met Confaw v«n Goudts-bloemen, ende Syroop van Citroenen. De ge-melte Le/nn/nsgetuyght4.^tocc. 17.dateer niet beter en is om de peftige dampen te weren ,als hetfatt ,fop,ende febeUen van Citroenen : als oock dat men van een verfchen Citroen eet : ende feyt, dat hy hem daer mede alleen tegen de befmettinge van de Peft plagh te wapenen . Dit en is den poëet VirgiUus niet onbekent ge-weeft, als hy van het fap der Citroenen, die in Midi' veel Waffen , aldus fchrijft in fijn 2. bouck van de Lanc-bouwinge :

VR Meden is een vrucht inouden tijdtgefproten , Die heeft een egger fap tn hare fchors begoten,

Daer kan geen beter dranej^of nutter jukp7.ijn

Voor nare Spokery of ander fimfcnyn : Want feboon aen eenigb menfeh doorgif de leden fweUc, Het fap dat fal bet lijf in beter wefen feilen;

Het kan meer bate doen als eenigb bejlfaem kYUf, Het is een vinriigb fuer , bet bijt den fladder uf.

Dus als eenfief nioer pooght gt;nbsp;door feilen boet ontwieken: Haer voor-kmt quaet te doen,en haer verdriet te wreke, of dat eenfoockfer grolt , en vremde lagen brout, Dit fap is dat de doot met krachten weder-bout.

ocr page 257

O N G EsONT H EY T. 23t Defani daev acn het waft 0 keefligb op-gerefen, Enfchÿnt aenßjngeway een lauwer-boom te wefen ;

Enfoo men uyt den rendogeen onderfcheyt en nam, Het ware jae den boom die eerft van Daphne quant .

Enfchoon al riijU de lucht met wonder harde vlagen , Het bladt dat hgn een form en harde bujen dragen ,

Het bloejfel even-felfs dat hout geweldigh vaft, Soo dat bet op geen kou offtueren wint en paft.

De Meden achten 't hoogh, en 'twort van hen geprefen , Vermits het van denßanck^den adem kgn genezen .

Sommige rekenen voor een groote verborgentheyt, wat lt;out op de tongte houdé,waer van wy elders oock reden zullen geven. Ende al zijn vele van gevoelen,dat, het gene van buyten om den hals gehangë wert,gantfch nietom het lijf en heeft, waer door oock eertijdts de Grieckfche Vorft{gelijck Plutarehus in fijn leven ver-haelt) Pericles kranck leggende,als een van fijn vrienden vraeghden, hoe het al met hem was , toonden alleen 'tgene hem de vrouwen om den hals gehangen hadden, al of hy daer mede te kennen wilde geven , dat hy toela-1 tende die malligheyt , al dapper kranck moft zijn : foo is even-wel door lange ervarentheyt by verfcheyden Ge-neef, meefters onder-vonden, dat een holle haCe-noot , daer de keerne uyt is,met Quicfdver gevolt,ofte het felve Iin een fchacht van een pen gedaen,ende om den hals ge-Ihangen , in vetfcheyde ende groote derften ontallicke Imeofchen van de befmettelickheyt bewaerc heeft . Die 1 nbsp;nbsp;nbsp;niet uyt en gaen, en behoeven hier foo naeu niet op te

Ipaffen. Dan de gene, welckers gelegentheyt niet toe en Ihet by huyste blijven, en dienenniet uyt te gaen voor |dat de Son een uyre op geweeft is, maet infondetheyt moetenfy haet wachten voor de fttalen van deonder-

P 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gaen-

ocr page 258

232 SCHATDER gaende Son . Dewijl oock in ander gelegentheyt dit d« tijde tot een regel dient:

Niet vYoegh u,t,inaer vroegh onder dack. Dat ugefont, en grootgemackj

Soo moet het alhier voornamelick waergenomen werden . Dan het zy wanneer men uyt-gaet, fulcx en moet nimmermeer nüchteren gefchieden : maernae dat men een goeden onbijt gedaen heeft. Ende die nootfakelick moeten wefen by een die aen de heckte leyt,mögen wat TheriaW,ofte Miihridact in de neus ftrijcké, van de wortel Angdica, ofte ^edoar knauwen, ofte een van de kley-ne PeA-koeexkens (in den Apoteeck te vinden) inden mont nemen. Dienen oock, by den krancken komende, te blijven ftaen aen 't hoofden cynde van de bed-fede, ende laten vry de gordijn tuffehen beyden hangen ,alujt wachtende te ftaen tuschen het vyer ende de bed-ßede. In defe tijdt en dient niet allerhande Spijfe gebruyckt: maer alleen de gene, die niet lichtelick en verderft,ende goetvoedtfel geeft: gelijckde felve in't byfonderio den Schat der Gtfontheyt wijdt-loopigh aen-gewefen iS'âl hieronnoodigh wederom te ftellë. Vereyfchteven-wel onderfocht ofte in defe gelegentheyt de Vifch gefondet is , als't Vleefch. Want fulcx werdt van fommigefeet hart gedreven,om dat de Peft,die muylen ende honden, als Homerus befchrijft 1. Iliad, inde Troyaenfcheoorlo-gen eerft over-viel, nimmermeer de viffehen oytbe-vangen heeft , nae de getuygenilTe van Ariftotdes in het 7. bouck van de deelen der Dieren. Waer van miffehieo voor-komtons gemeen fpreeck-woort, Soo gefont alsem Vifch. Maer dit gevoelen gaet heel los. Wantalisdat de Zee-vifch, om de nature van fijn woon-plaets, datis, het zout-water, de verdervinge infonderheyt tegen is , even gelijck de Rivier-vifch, de welcke foo lange hy hem

ocr page 259

ONGESONTHEY T. 23; hemin ujneygen piaets onthouc , van de befmettinge bevrijdt blijde , dewijl de ontfteken Lucht hem niet wel en kan genaké: even-wel als fybeyde uythaergewoone plaetfe zijn, al waer het oock in de fuyverfte Lucht, (00 1 können fy veel lichtelicker, als het vleefch bederven, ।ende het fap ofte gijl daer van komende is geenlins te ftellen voor het voedtfel, dat het vleefch geeft. Waerom beter is , dickwilder vleefch, als vifch te eten,ende dat liever gebrade, als gefoden. Oock van fulcke dieren die matelick vaft ende droogh van vleefch zijn. Hec । welck mede in de vifch infonderheyt moet waer genomen werden. Ael, Paling, Berm , ende andere vochtige ende flijmerige vifch, om datfe licht bederven ,ende quade Vochtigheden doen gioeyen,en behoeft men in defe tijdt niet te eten •

Wtden Hofis bequaem een falaet van Suyring , Endi-tjye, Latouw , Bernagyi , Buglos , met toe-kruyt van Nippe, Munit , amp;c. Andere vochtige kruydeo, als Porçeleyne, ende diergelijcke, zijn in defe tijdt ondienftigh. Maer die kout ende droogh van gematigheyt, ende wat fuer van fmaeck ofte bitterachtigh zijn, oordeelen wy aldet-bequaemft. De Seyring fpant onder alle andere de kroon, de welcke van fommige die getuygenis gegeven wert , dat de gene, die in de groote fterfte het fap daer van droncken, ofte oock acht ofte thien bladeren in azijn geweeckt, aten , van de befmettelickheyt bevrijdt ble-vé. Sulcx kan even-wel niet gefontwefen voor de gene, die een koude Lever , ende een flappe Maegh hebben.

Onder de vruchté zijn feer dienÜigh Granatt-appekn, Citroenen,Orangje-appden, Queen gekoockt ofte ingeleyt, 'Appelen, Peren,gedroogbde Pruymen, Kjrffen, die fuer ende ferp van fmaeck zijn: maer de foete, als de bedervin-ge meelt onderworpen ,en zijn foo bequaem niet. Con-1 commets. Meloenen, als oock de Pluck-vruchten mogen

ocr page 260

234 .SCHAT DER

gen wel achtergelaten werden. Dan Olyvm en CApp«'; die in azijn bewaert werden , können bequamelickin'c eerfte van de maeltijt ofte tuschen andere fpijfe over tafel komen. De Loockwert van den eenen geprefengt;van. den anderen gelaeckt. Maet alfoo de felfde, van allei oudtheyt voor een recht tegen-gift van fenijn gehouden, is, endedat hy daerover oock by Galenus, der Boeren Theriakel genaemt wert : foo en zoude ick niet ongeraden können vinden,dat hy by de boeren, ofte andere,die grofende fterek zijn, niet voor fpijfe, maer als mediçijne gebruyckt werde. Het welck feer bequamelick ge-fchiet, als hy in vleefch gefteken, ende daermedege-brade wert. Maer de gene die onder de menfchen moet verkeeren, is'condienftigh met ftanek voor den dagh te komen, behalven dat hy noch quaden Gijl geeft,die niet dan heete ende fcherpe Vochtigheden voort en brengt ; ende wert derhalven de Loock nutter gelaten-/ Soete-melck is mede in defe rijt foo geheel goet niet: beter is de Katrnt-snekk met faire j4ppden gefoden. Als oock verfche Eyeren uytde fchael: geroert ofte gedopt met Citroen-fap, ofte fap van Oraengje-appdë. Het welck, als oock Suyring , A^ijn , Verjuys, by alle fpijfe , daer het by kan wefen, bequamelick gedaen wert .

Maer het zy wat fpijfe dat men eet, altijdt dient maet en regel gehouden te werden, fonder in gulhgheytte vervallen. Veelgerechten , feyt Seneufeer wel, maken veel fieckten. Wy lefen in de Grieckfche LaettiiKi ÆliantK, als mede in den Latijnfchen Agelliw, dat wanneer te Athenen dickwils de Peft feer veel volck wech nam , de wijfe Socrates door een fobere manière van leve fijn lichaem altijt fris en gefont behiel. Dit moet evenwel verftaen werden, van niet al te groote foberheyt,en-de te veel vaflen, waer door het lichaem verfwackt, en-de de befmettelickheyt eerder ontfangen wert, Men

ocr page 261

ONGESONTHEYT. 235

Men zal dan eer men des morgens,als de Son een uyt

,ofte twee op geweeftis, uyt-gaet, eten eenen vetten

,Boteram (want de Boter weder-ftaet oock het fenijn) met Wijn-ruyt, en daer op drincken een goet glas oud;

I bitter Bkr. Over tafel is dat mede niet ondienlligh. Maer

1 noch wel foo goet een dtonck Wijns. Men leeft, dat op een fekeren rijdt de Peft komende in'tleger van de Ro-Imeynen,de felve op.hiel,foo dra de krijghf-luyden qua-1 men ter plaetfe,daer over-vloetvan Wijn was. Onder 1alle footten is onfen Rynfehn Ded-wÿn de hartelickfte, maer voor de gene, die hy te Berck is, als daer zijn die veel gais in hebben, ende wat heet gebakett zijn,kan dienftigh wefen de Moefdaer .

De wijn verheugt de geeft, de wijn geeftjeugdigb bloet, De wijn maecht dat de forgh uyt ons verhujfen moet , De wijn ontfronft het hooft, de wqn verweckt de vreugt,

I nbsp;nbsp;nbsp;Enftort in aUe ding gelijd^een nieuwe jeught.

I Maer hier en moet men niet aen-nemen ,'t gene van 1fommigevoor-gegeven wert , dat braffen ende droneke Idrincken het rechte middel is om dele Sieckte te weren, Iende datfulcxfoo dichten lijf maeckt, darter geen Peft 1 nbsp;in en kan: Want foodanige ongeregeltheytveroirfaeckt

Iquade Vochtigheden, ende btantin't bloet, hctwelck Ials dan too veel lichter het Peftigh fenijn kan ontfangen, 1 ende fwaerder quijt werde. Die dan fijn leven lief heeft, Idient defe lefTe te onderhouden :

IIndien gb,fonder peft l0ngbdurigbjbeckt te leven , IGb, moet unimmermeer totjlempen over-geven •, IWant die teguljigb drmcktgt;en ai te dickimtel braß, 1 Wort inder baeß befmet, en van de doot verruß.

1Het Lichaem dient in defe tijdt geen ofte weynigh 1 Offininge, ende dat's morgens , als de Maeghledigh is.

1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Want

ocr page 262

236 SCHAT DER

Want het felve veel te were met een volle Maegh, doet dat de fpijfe rau ende ongekoockt nae beneden fchiet, ; het welckonfuyver bloet maeckt, ende derhalven be./ quaem om de Peft beter te vatten. Maer het nae-laten van veel beweginge is feerdienftigh,op dat wy niet ge-। nootfaeckt zijnde veelonfen adem te verhalé met eenen| de quade lucht zouden in-trecken. Dit wert wel uyt-druckelick belaft door den Prinçe van de Arabifchege^ nees-meefters, Avictnna. En Mercurialis verhaelt, datte/ in de fterfte van Padua vele,om datfe hier niet op en par ten,om dé hals quamen. Want het en is niet te verwonderen , dat een ftadt van den vyantin-genomen wert,als men ai de poorté open fet: even-eensis't metdefweet-gaetjens van de huyt,die door veel oeffeninge heel s copent werde , waer door de quade Lucht dan in*treckt, Ende Ovidius feyt wel i.de Ponto 5.

Met rullen is de geeft , en oockjiet Irfgep^ß, En be,de die vergaen door al teftagen laß.

Gelijck de Slaep nae den middaghin tijde van Pedge' heel fchadelick is, foo helpt het flapen des nachts om de vervlogen krachten te hertellen,ende door de vetvoch-tinge het ontreken van de Vochtigheden te beletten, Maer van veel waken , alfoo het verdrooght, verhitten de Vochtigheden,krencken de krachten,ende is in defê gelegentheyt des tijts gantfch ondienftigh,

Tcveel inßaep te zijn , en al te lang te wake» $ Dat kan ons allebe,gereet tot fleckte maken'

Gefeilen met een woort, de nuetgeit over al, En waer men die vergeet daer baertet ongeval.

De gene die heel veel ende heet bloet hebben, moge haer wel doé Laten: voor andere is het fchadelick. Dan dient niet gedaen, als met raedt vaneen goet Gened-

ocr page 263

ONGESONTHEYT. 237 meefter. Maer de ervarentheyt heeft geleert, dat de Fiflelm op de beenen in defe tijde gantfeh dienftigh zijn. Ende D' -Mercurialis fchrijft, dat in de Peft,daer te Venetien eé ontelbare menighte van fturf,niemant en overleer ,die een fiftd hadde, als alleen een man. Getuyghe mede dat hy fulcx aé andere GenceGmeeftets gevraeght hebbende,het felfde van haer beveftight werde. Gelijck oock doen PariJinw gt;nbsp;Ingratias , Maffia gt;nbsp;Palmarius, ende andere .

Het Lichaem en dient niet geflopt te wefen, noch oock met ftercke Purgatycn beroert.

Gby als dit qgglickjril , po trilt den rf-gang wetten» Door pruimen, lang-ro^yn , ofmoes van violetten ,

Van beete , van latouw, van ander bejlfeem kruyt , Dat maeckt de wege glat, en jaeght betjwadder uyt.

Is oock goet vooq de hart-lijvigeeens ofte tweemael 's weecks te gebruycken twee ofte drie pilkkyns Ruffi. 'savonts een uyr ofte twee voor den eten: ende is ge-

1 noegh, aliTe des anderen daeghs eens ofte tweemael wercken. Andere Pillen, die in den Apoteeck te koop ftaen, en zijn foo goet niet: jae de meefte fchadelick.

ISelver oock de pillé Ruffi, in de gene die met het fpeen |gequelt zijn, ende vrouwen die fwaer gaen. In de welche dienftigh zal wefen Manna , Diacaiholicwm, ofte dicr-

Igelijeke.

I7. Het is ongelijck beter eë aenftaende gevaer te ver-Imijden , als daer nae raet te fchaffen, om uyt het felve te Igeraken. Derhalve heb ickkottelick aen-gewefen een 1 Manière van leven, om , foo veel als mogelick is, de IPeft te können ontgaen. Maer dewijl fulcx niet altijdt, | wat forge dat men oock draeght, nae wenfeh wel uyt en Ivalt , ende dat oock de gene , die haer forghvuldighlick Iwachten, wel fomtijts befmet werden, foo zullen wy I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;, nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;mede

ocr page 264

238 SCHAT DER mede kortelick verhalen eenige middelen om de Pente genefen.

Komende dan in een begaefden tijt, ende by de gene, al en is'cdac haer noch weynigh Teyckenen openbaren, hebbe ick altijd: met groot vordeel gebruyckt, dit volgende drancxken : Neemt Mitbridge, DiafrordiumyVan elcxtwee fcrupels . %ou, van Scordium , Cardt-bentdiawi, van elcx een halve fcrupel. Syroop van Citrom-fep eéloot,, Thtriakgl-tvate, van Baudtron een onçe. Dit te famequot; gemengt gt;nbsp;ende werm in-genomendaertwee drieuyren ofte langer (na gelegentheyt) op gefweet.

Voor de gene,die wat heet van gematigheytzijngt;oftc grooten brant hebben,können Diafcordium alleen nemen fonder Mithtidaet,ende in plaetfe van Theriakel-water, Goutf-blotm-aT^ijn, ofte fap van Suyring. Dit magh men alle daegh eens tottwee drie dagen toe,oock wel twee-mael daeghs gebruycken, ende voor ftercke luyden,i ofte kinderen, vermeerderen ofte verminderen na gelegentheyt van de fieckte, ende de krachten van hetÜc-haem. Onder-tulTchen laet ick den Gecken voor lijnen dranck beligen het gene hier volght: Neemt de। kruyden Scordium, en Suyring, van elcx twee handen vol.' Koockt het in water, ofte fuyre wey (als men voor geen loop en vreeft) tot een pint,ende als het door-gekleynH is,doeter dan by Syroop van Citroen-fap drie onçen,^°wlj van Scordium eë half vierendeel loot, Olyt van SwdvdïoO veel druppelé,tot dat het eé aengenamefurigheyt heeft'

Ick zoude ontelbare exempelen könne by brengé van de gene , die quaetaerdige Koortfen, ja de meefte van de verhaelde teyckené der Peft haddé,alieë door defe twee inwendige middelen genefen zijn. Maer ick hebliever, dat een yder fulcx door de ervarentheyt felfs bevint. Even-wel om dat ick hetkruyt, ende 't zout van Scor-dium in beyde gebruycke, foo en zal niet ondienhigh

ocr page 265

O N G E s 0 NT H EY T. 139 wefen, daer van wat nader reden te geven. Scordium heeft fijnen naem by de Griechen van oco^o^oy, t welck Loock beteeckent,om dat het daer na rieckt. Eertijdts is lang daer voor, met groote dwalinge, ge-bruyckt geweeft een kruyt, dat mede den reuck van Loock heeft , ende daerom ,Alliaria , ofte Biliaris gt;nbsp;Loock fondw Loock., als oft men feyde Loock fonder knobbelen, genoemt wert : ende heeft breede rontach-tige bladeren , met kleyne fchaerdekens facgh.wijs ge-fheden. Dit kruyt heb ick hier te landeop veel plaet-fchen in't wilt fien waffen. Maer het Scordium , daer wy vanipreken wafcht veel in'teylantvan Candyen (eer-tijts CriM genoemt) van waer het in Italien gebracht wert. Ende is oock het befte: heb het van daer noch onlangs hier in de Stadt gehen. Dan wafcht hier te lande oock in eenige valleyen van de Duynen ontrent den Hage ende Leyden. Het is veel kleynder als Alliaria, het krijght veel fteeltjens die gekant ofte gehoeckt ende in knoopen verdeelt zijn, op d'aetde voort-kruypen^ de. Wt welck knoopjen fpruyten twee bladeren, tegen over den anderen ftaende,langwerpigh ront,aen de kanten rontom gekartclt. Defe bladeren , ende oock de 1 Helen zijn facht, ruygh, ende grijfachtigh. Dit kruyt Iheeft een uytnemende kracht (al is 't dat de Kruyt-be-fchrijvers daer fober gewagh van maken ) tegen alle fieckten, daer eenigen quaden aert onder gemengt is . Sulcx heb ick eerft geleert van den hoogh-geleerden Heere Santorio (dit jaer tot groote fchade vanonfekon-Ifte, diehy door fijn fchriften grooten luyfter gegeven Iheeft, te Venetyen overleden) Doéfor ende Profchbr van de Geneef-konfte in de hoogeSchole det Venetia-!nen tot Padua, alwaer ick fijn E. in't jaer 1616. by de j Siecken vergefelfchapte , ende fagh dat hy al de gene, die aen de quaet-aerdige ofte peflilentiale koortfche (die

ocr page 266

24Ô sC HAT D ER

(die doé in Italien feer in fwang ging) lagen ,geftadigh dede drincken van Scordium in fuyre wey gefoden: het welckick in't volgende jaer mede te Bononyen fagh gebruycken de Heeren Claudino, ende Barioltti, doctoren ende profefforen aldaer. Welcke mijn weerde meefters ick federe die tijt in mijn eygen praHijek, geftadigh gevolght hebbe : te meer,om dat ick las, dat het felfde kruyt, doorervarentheyt van alle oude tijden in groote achtinge was geweeft. Galenus fclirijft i.dean-tidot.iz. dat van eenige vermaerde mannen fchriftelick nagelaten is , hoe dat na fekeren (lagh onder vele lichamen onbegraven op het velt blijvende, al die juyHop Stordium gevallen lagen , minder als d'andere vergaen ende bedorven waren, infonderheyt op de plaetfche, daerfe aen het kruyt gerocht hadden. Waerom, feyt hy, by een yegelick gelooft wert, dat het Scordiumeen tegen-gift is , niet alleen van fenijnige dieren, matf oock vaji alderhande fenijn , dat het lichaem kan doen verrotten. De felfde Galenus getuvght mede in't negende boeck van de ongemenghde Geneef-middelen, dat EpheJlirfnusin'teylant Lemnos, onder alle andere dingen, die de verrottinge ofte bedervinge weder-Honden, in-fonderheythet Scordium plagh te prijfen. Hiervanheb-beu wy mede een exempel in den eerften Brief van den meer-gemelten Heere van Bufbeke, het welck wyfoo van wegen de kracht van dit kruyt, als tot bewijs van de befmettelickheyt der heckte wel aenmerekens weer-dighachten: ende derhalven alhier niet qualickzalte pas komen. Als wy,fchrijft hy, in onfe reyfeontrent Adrianopelen quamen, foo fagh ick dat een van de Hongaren , die met ons was, op de wagen fat met een bloo-te voet, daer een Peft-kool op was, omalfoo verfach-ting van pijn te foecken. Waer door wy allegaderdapper ontflelt waren , vreefende dat de heckte, gelijck ge-mec-

ocr page 267

P N G Es ON T HEY T. 241 meenelick gebeurt, mocht voort-fetten. Ende hy en worftelde oock niet langer met die fieckte,als dat wy te Adrianopelen, dat niet verte van daer en was , aenqua-men,alwaer hy fterf. Maer (iet hier het een quaet uyt het ander. De ander Hongaren vallen terftont aen de kleedeten van den overledenen, den eenen neemt het wambays, den anderen de broeck,den derde het hemt: fonder dat wy eenighfints konden beletten , dat fy gt;nbsp;niet ons met haer in een merckelick gevaer zoude werpen. Degeneef-meefter ^4cW.beenliep vafthaer om Gods wil bidden, dat fy die dingen niet raken en zouden, uyt Welckers befmettelickheyt de fekere dobt te verwachten ftont : maer hy fong vóór e€ doof mans deur. Waer op volghde, dat des anderen daeghs, als wy uyt Adrianopelen vettrocken waren , de felfde rontom den Ge-neef-meefter quaméloopen , ende raet verfoecken voor pijn in't hooft, loomigheyt van het gcheelelichacm , vermengt met benautheytvan herten,ende hoe fy vreef-den dat het voor-boden van de Peftwaren. Waer op den Geneef-meefter feyde. Dat hy haer niet te vergeefs gewaerfchouwt hadt : dat fy nu verkregen hadden 'tgene van haer foo (eer gefocht was : dat hy even-wel haer niet verlegen wilde laten . Maer wat raet konde hy geven op reys, daer hem alle behoeften ontbraken ? Op den felfden dagh, gaende, na dat ick in de herbergh 1 gekomen was, volgens mijne gewoonte wandelen,vin-Ide ick op't velt een onbekent kruyt, den reuck hebben-Idevanloock: het welck den Geneef-meeftet te degen Ibefiende, feyde dat het Scordium was, ende fijne handen 1 ten hemel (laende,danckte Godt , dat hy ons foo t'fij-1ner tijdt een Geneesmiddel voor de Pefttoe^gefonden 1 hadde. Hy pluckte terftont veel van't felfde, ende Ikoockte het in een groote pot,de Hongaré goede moet Igevende,ende verdeelde onder haer het af-gefoden nat, I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Q2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;cm

ocr page 268

242 SCHAT DER

om te bedt gaende, het felve heet in te nemen met Atrdt van Lemnos, ende Diafcordium ; belaßende haer niette Hapen,eer dat fy wel gefweet hadden. Het welck gc-daen zijnde, komenfe des anderen daeghs wederom, feggen datfe beter zijn , ende verfoecken noch eens dén felven dranck: ende die in-genomen hebbende., waren fy geheel gencfen.

Wy hebben het Zout geftclt van 't felfde kruyt, en-de van Carduus BenediBus , doordien wy gelooven dat in aerdtachtige kruydé de meefte kracht (gelijck van fijne,, weickers geeft door het vyer vervlieght , het fap aider-beft is, ende derhalven is beter, dat voor de Blauw-fchuyt het fap van Lepel-bladeren,Beucke-boom,Suy' ring,amp;C. gedroncken wert, als het affietfel) in'tzout , blijft. Sulcx wert beveftight door den treffelicken। Dr- Q^ercetanus , raedt , ende geneef-meefter van Hfflh'^ de 4. koning van Vrancrijck, daer hy fchrijft, datde formen ende figuren van de dingen in 'tzout over-blijven. Het welck hy bewijft, met een feer vremde,doch waer-achtige (als hy met vele loof-waerdige getuygen, die fulcx gehen hebben, wil doen verklare) gefchiedenife. De Heere de Luynts , feyt hy, een van de voornaemfle Raetf-heeren in het Parlement van Parijs , by mijneeni-. ge dagen t'hiiys liggende,wilde een geneef-middel maken tegen het Graveel , daer hy feer mede gequelt was, Derhalven doet hy in't laetfte van den herfli eené groeten hoop Netelen met de wortel uytgraven, eü maeckt uytde afch met werm water een loogh, om daer uyt hef zout te trecken. Maer als hy dat loogh in een aer-de pot des nachts in de vender te koelen gefet hadde, om des anderen daegs het water te laten uytwaelTcmen, ende het zout op de gront te vinden, foo gebeurden, dat juyft op die nacht , foo koude lucht was, dat 's morgens al hetloogh bevondë werde bevrofen te zijn, en-

ocr page 269

ONGESONTHEY T. 243 de daer in duyfent gedienten van netelé, met wortelen, ftelen, ende bladeren, die (00 volkomen uytbeeldende, dat geen fchilder de felve beter zoude geteeckent hebben. Welcke fake den vermelden Raetf-heer door de ! vremdigheyt foo dede verwonderen, dat hy met groote Iblijdfchap na mijn quam loopen, om dat ick het felve fien zoude: gelijck ick daer nae oock aen andere vertoont hebbe.

Om wederom op den wegh te komen,daer wy door het onderfoecken van mijn voor-gefchreven Geneef-middelen, wat af-gedwaelt zijn: foo komen feer in achte twee groote behulp-middelen, het Laten, ende | Purgeren. Van beyde wert veel onder de Geneef-mee-I fters gehaer-reept. Wyen zullen hier de redenen van |beyde zijden nietvethafeh, om kortheyts wille. Dit Ifeggen wy alleen, dat na gebruyck van 'tgene verhielt Iis , indien men bevint ditter eenige vuyligheyt in'tlic-1hiem fchuylt ,ende de kamer-ganck te lang op-gehou-den heeft: foo magh men den feivé maken met die fachte middelen hier voren verhaelt, mier geen ftercke Purgamen befigen. Het Laten is oock beter gelaten : alfoo ick bevonden hebbe, dat in quaet-aerdige koortfchen, ende daer noch geen teeckenen van Peft gehen en werden , hetbloet af.genomen zijnde, meerder de krachten als de Deckte doet verminderen. D'. FaUopius , feer Ivermiert in de Genees ende Heel-konfte, verhaelt, dat Iinitalyen degene dievan 1524,tothetjaer 1530.ge-Ilaten waren, al te famen quamen te fterven. Pare, feer Iervaren Heel-meeftet des Konings van Vrinckrijck, 1fchrijft, dathy in't jaer 1565. als de Peft door hetge-heele Konincktijck verfpreyt was, in al de fteden , daer hy door quam, gaende met den koning Cardde 9. naë Bajonen,de Geneef-meefters,ende Heel-meefters neer-ftelickondervraeghden , hoe fy haer met Launch Pur-

, ~0-3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;germ

ocr page 270

244. SCHAT DER

geren in de Peft bevonden hadden: ende dat fydaerop antwoorden, hoe al die bloet gelaten was , ofte flercke purgatyen in-genomen hadde, overleden waren. Ende dat de gene, die alleen Alexipharmaca ofte tegen-gift ge-bruyckt hadden, den quaden kans hadden ontfprongen. Selfs in Sieckten, die fonder laten anders niet wel te genefenzijn , alifer maer Peft onder vermengt is, dan valt het laten qualick uyt. Soo getuyght Quemtanuh dat in'tjaer 1600. in't landt van Limoges in vrancrijck een peftigh Pleuris in fwang ging, daer elck aen fterf, die hem hadt doen laten, ende op quamen, die haer met andere middelen hadden doen genefen. Men moet even-wel toe-ftaen, datterin fommige lichamen fulfke groote noot zoude können voor-komen, dat welmt beginfel van de üeckte, het laten niet wel na-gdaten zoude können werden : dan fulcx moet niet gefchieden als met groote forghvuldigheyt, ende met rijp overleggen vaneen ervaren Geneef-meefter; maer het komt ielden te pas , ende dient om alle fekerhevt beterover-gedagen. Want alfoo de Peft niet en beftaet in vele, ofte quade Vochtigheden , waer toe eygentlick het Laten ende Purgeren dienftighis: maer alleen in een vergiftige hoedanigheyt (die ons Geeften ende Vochtigheden meeftendeel door de lucht ontfangé) foo volght oock, dat fulcx, gelijck ander fenijn, door hjneygen tegen-gift moet verjaeght worden. Sulcx is onder andere (die wy hier niet alle en können verhalen) 'tgene, daer uyt wy onfe twee Geneef-middelë gemaeckt heb-। ben: die nae gelegentheyt können gebruyckt werden,। altijdt acht nemende, dat het hert ondertuffehen ge-, fterckt,en de krachten,foo veel mogelick is,onderhon- 1 den werde. Dat gefchiet door het gebruyck van eenige Hert-ftercRende middelen, als men wat qualick ofte flaeuW is. Ende geduerigl i door een goede Manien van Levm.

ocr page 271

0 N G E s ONTH EY T. 245 Defe en behoeft foo fober niet te wefen, gelijek wy in andere Sieckten wel raden. Want alfoo de Peft ons levende geeften ende natueilicke wermte feer verfpreyt, ende dien.volgende de krachten dapper doet af-nemen, foo is geraden voor de gene,die aen de Peft leggen, niet te vaften, maer wel te eten,is 't niet in eenreys fevens, liever denkoft te verdoelen. Gahnns in fijn uytlegginge op Hippj.Epid.3.58. fchrijft, dat alle degene, die in feker groote ftetfte,haer felven tot eten porden , alleen de Peft ontquamen. Ende dewijl door den Slaepal de hitte van'tlichaem nae't herte treckt, foo ftaet wel te letten,dat men de gene , die eeift begaeft is , niet al te veel laetdapen : hoe-wel dat ickdaeromoock niet geraden zoude vinden , gelijek fommige doen, de felfde met gewelt heel wacker te houden. Want fonderma-tigeflaep en kan niemant fijn krachten behouden. De vordere Manien van Leven ftaet inde Genefinge te vol-gen,gelijck die terdont in het Vermijden befchrevéis.

Wyzouden nu komen tot d'andere Gebreken, die in de Peftvallen : dan alfooons meeninge nieten ls hier alles te verhalen, waer toe een geheel boeckvan noo-den was , maer alleen het voornaemfte kortelickaen te wijfen : foo zullen wy beduyten met de Genefinge van de Gefwëllen , ende Peftkblen.

De Peftige Gefwellen zijn tweederley. Sommige die wy Bubones noemen, komen in de Klieren , die de , drie voornaemfte deelen des lichaems fuyveren. Sulcke 1 nbsp;nbsp;nbsp;Peft.klieren komen dicht achter ende onder de ooren,

1(daerom in't Griecx Parotides genaemt) onder de oxels, \ ende in deließen. Andere Gefwellen buyten de Klie-Iren, vallen in verfcheyde plaetfen, als onder de kin, midden in den hals , aen de Ichouder, op den arm ,en-'de veel andere leden . Sommige onder de felvefchijnen

Wel fomtijts van buyten, al offe vol etter waren, dan 0-4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gc.

ocr page 272

246 SCHATDER genefen even-wel fonder opening,alleen door plaefters,i die kracht hebben om te doen verdwijnen, ende na haer te trecken.

Bubo is een vyerigh gefwel, in't eetftlangwerpigh, daer na wat fcherp uytpuylende, voort-komende in de klieren,door dewelcke de herffenen, het herte, ende de lever haer van het peßigh vergif foecké te ontlaten. Derhalven moet de nature oock door de konft geholpen werden. Hier toe ftreeké de voor-verhaelde dranc-ken om hetvyer daer na toe te jagen,als oock uytwen-dige middelen, om het felve daer in te trecken. Men zal dan voor-eerft het Gefwel ftové,met wolle lappen, ofte een fpongye, gedoopt in water, daer in gefoden heeft He^mß-wond , Bollen van witte Ltlym, Maluwe, $«-biofa, Duyvels-beee, Wijn-ruye, Camillen, Dil,Mdilotm, ende diergelijcke . Nade ftovinge,kan men hetfelfde i kruyt ftampen,en een Pap af maken, daer by mengende। de gommen Opoponax , Galbanum , Sagapenum gt;nbsp;ofte Am*i moniacum in A^ijn gefmoltë , ende door een teems geßa-gen,met wat Olye van Scorpioenen, en een weynigh Suer-deegb , Theriakyl , ende Saffraen . Na het ftoven,zal men onder het gefwel een Veficatorium leggen , ende dat daer na met een root koolf-blat foo lang op houdé,als't mo-gelickis: met eenen oock de gefeyde Pap om 'tgefwel ßaen. Maer by aldien het gefwel terftont geheel groot ende dapper ontfteken is , ende dien-volgende oock groote pijn maeckt, foo en behoeft men foo fterck-trec-kende middelen niet te gebruycken, maer alleen ver-(achtende ende wat pijn-ftillende : als daer zijn de Viole-bladeren, Maluwe, Bilfen-kyuyt, Suyring, ende diergelijcke. Want door het fterek trecken fchieten meerder voch-i tigheden in't gefwel , als het Deel kan verdragen, waet door eerder verdervinge, als rijp-makinge zoude ver-* oorfaken:daer-beneffens vermeerdert hier door de pijn, en.

ocr page 273

ONGESONTHEYT. 247 ende dien-volgende de koorts : waer uyt de krachten feer vermindere, die infonderheyt in defe Sieckte moeten behouden werden. Daer middel-matigh trecken van doen is , kan bequamelick(gelijck die oock in een gemeen gebruyckis) opgeleyt werden de plaefter Diachylum cum gummis .

Als men gewaer wert , dat door defe middel het ge-fwel begint te rijpen ,foo en behoeft men niet te wachten, gelijck men in andere gefwellen gewoon is, tot dat de etter heel gekoockt ende volkomen rijp is,(want het vergif en dient foo lange niet bedoren te blijven :)maer mé moet het eerder opené,'tzy met het Lancet,twelck het geteerde is , ofte met Corroßjf, het welck ick wel foo goet houde, om dat de opening-van't Lancet heel nauw ende fmal zijnde, geftadigh toefuyght , ende wil men die met een ducxken van een fpongye, ofte den wortel van Gentiana open houden, foo wertfe daer mede gedopt , ende dat uytgelaten zijnde, dringtfe wederom toe. Maer de opening van een Corrosif is wijt , en bteet, waer door niet alleen de etter geftadigh kan lofen, maer oock't quaet vleefch een bequameuytkomft hebben . Hier door en wert mede geen tijt verloren. Want als het vleefch doot gebeten is, (het welck weynightijts van doen heeft, ende ondertufTchen rijpt vaft de etter , door de hitte van't CorroJijf, ende hettoeduyten van de fweet-gaetjens) foo en behoeft men niet te wachten tot dat het van felfs uytvalt, maer men kan het terftontuyt-fnijden: gelijck oock moet gefchieden , ende gaet fonder eenige pijn toe. Als het gefwelgeopent is, zal men 't gene noch rauw ende hart is, voorts met de vethaelde middelen verfachten,ende rijpen, daer na fuyveren met het volgende falfken : .Neemt Veneetfche Terpentijn twee onçen, Mithridm, Poeyer van Aloë, Myrrhe , Scor-dium,van clcx een halfloot. Syroop van fap van .Giffin 0-5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;foo

ocr page 274

248 SCHAT DER foo veel als noodigh is. Indien dit niet genoegh en doet tot fuyvering,foo zal men neme Vngutmum Ægyp-tiacum, ofte Apoftolorum, wat gefcherpt met 0l. VUridi, ofte Prœcipitaet. OndertufTchen het toe-heelen niet ver-haeften ,maer tot dat alles wel , ende volkomen gefuy-vert is , ophouden. Ende dan ßuyten, met deplaefler Diachalciuos, Diapompholygo: , ende Vng. album Campho-ratum, het welckom yet fenijnighs , datter mocht blijven , hier het bequaemfte is .

Anthrax komt in alle deelen van't lichaem, gelijck als een kleyn puyfken,ofte hart knobbelken,metjeuck-te,ende grooten brant, in't eerfte nauwlicx foo groot als een erweet, maer wert allencxkens grooter, met feet Aekende ende onlijdelick brandende pijn ,infonderheyt des avonts , ende 's nachts : oock meer terwijl defpijfe in de maegh verteert wert , dan alffe verteert is. Werpt fomtijts een, fomtijt twee blaeyerkens op, dewelcke geopent zijnde , het men het vleefch, daeronder, gelijck als met een gloeyende kole fwart verbrant , waer-om het by de Griecken A'v9^ag, by de Latijnen ar-bunculus , ende by ons Peft-kole genoemt wert .

Den Anthrax , alfoo het vleefclidoor gebrant is , en kan tot geé rijp-makinge gebracht werden : maer dient terftont gekerft met dwerfche fneden tot het gefont vleefch toe, ende tot dat me eenigh bloet gewaer wert; doch na datter eerftopgeleyt is een Veftcatorium, te weten Sutr-dttgh, met Spatnfche Vliegen kleyn gewreven, ende ftercke At(ijn gemengt, wat verder als den Anthrax gaet. Dan daer op geftroyt, foo verre het hoofken ofte blaeyrtjen ftreckt, fijn poeyer van fwart Nkf-kyuyt, het welck eé fonderling middel is om de kole te doé fchey-den, ende het vyeruytte trecken. Gelijck voorleden jaer tot verwondering gehen is in de Peft van Leyden. Galenus heeft van defe kracht al wat geweten , als hy fchrijft,

ocr page 275

0 N G Es0 NT HEYT. 249 fchrijft, 6. Simple dat (wart Nief-kruyt gedaen in een verharde Fiflelin twee drie dagen de harde kante wech-neemt. Maer de boeten felve hadden ons fulcx können leeren. Want fy met een geflacht van dit kruyt/twelck wyBdflderifawt Niefkruyt noemen, paerden, offen, fchapen,verckens , ende andere vier-voetige dieren ge-\ nefen. Want als fy mercken dat het vee gaet druilen, ende met eenige heckte beladen is , foo trecken fy hec vel ofte de huyt aen eenigh lidt dacr het lichaem minft befchadigen kan met eennijp-tangwat af, alwaer een gaetjen in is, dat fy dan met een priem door fteken,ende daer nae de gefeyde wortel daer in brengen , die alle quade vochtigheden ende vyerigheyt,waerom fy oock aefe plante Kyer-kruy; heeten, na hem treckt , ende de heeften volkomentlick geneeft. Dit doen de boeren oockfomtijts in haer felven.

Over dit KeJiottorium magh men leggen de plaefter Diachylum cum gummis, ofte de verhaelde Pap: ende als de Peft-kole uyt-gevallen is , de openinge voorts fuy-veren ende genefen, gelijck wy hier voorin'tGefwel aengewefen hebben.

ocr page 276

In ancillam Amfterodamenfeni, quæ Pefte tribus locis affetta, amp;nbsp;in hortum deportata,juveni amatori, cui deCponfata erat, (insulis nodi-bus condormivit, amp;nbsp;iHæio juvene convaluit.

INcubat in tactam non una petie puellam sponfas, amp;nbsp;agrota virgineprurit amans. Figit pallidulis rorantia bafta labris, Et media partes morte preeantis obit.

Non juvenifuit ancilla facere ißa molefam, Necfuit ancilla res gravis ttta pati.

Ite procul medici, nova funt medicamina peßi, Sanatur fponfo fuccubafponfafuo.

'C. B.

het

ocr page 277

ocr page 278

ocr page 279

25;

«K(^ïïëamp;@ig@amp;ïg§^amp;amp;i^gamp;Oêamp;

Het Eerfte Capittel.

Tgene den Hoeft is in de Borft, dat is de NocRin de Maegh. Want gelijck de Borftfoeckt ontla-ftinge van 't gene haer in de weegh is ,door den Hoeft, (00 doet de Maegh door de Nock. Énde alkan de oir-faeck wel in de geheele Maegh wefen, foo wert het Nocken even-wel meeft verweckt, in den bovenften montvan defelve, als fcherp van gevoelen zijnde, ende derhalven raffer geprickelt werdende, om yet quaets uyt te werpen. Want als de geheele Maegh , ende in-fondeiheyt het onderfte haer opheft,dan braecktfe uyt. Soo dat de Nock even-eens is , gelijck een droogen Hoeft.

1 mede-deelinge van andere Deelen , gelijck Hooft , 1 Longen , Lever , Milt gt;nbsp;Dermen ; ofte darter van buy-| nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ten

ocr page 280

254 SCHAT DER

ten de Maegh yet met indrucken benauwt. Soo verhack Dr. Femdius, dat yemant drie maenden na malkanderen met den Nockgequelt zijnde, door geen gewone Middelen eerder en konde geholpen werden, voor dat men het eynde van een Ribbe, die men doen eerft hadde gemerekt ingebogen te zijn , ende fonder piin diep na de Maegh te Reken, met een fachte handt allencxkcns gerecht hadde ; waer door de Nock ter-ftont achter bleef, die even-wel wederom quam, foo dra de Ribbe wat inboogh. Een ander geneefmeefler in Vrancrijck, HoUtrius, fchrijft van een dochter, de-welcke van een Offen Middclrift foo graeyigh at, darter een ftucxken in de keel bleeffteken,waer op terftont den Nock volghden, dje met het wech nemen vandat ftucxken terftont over ging. Diergelijcke oirfaeck i$ dagelicx te bevinden .

ocr page 281

ONGESONTHEY T. 255; bonden van den Addern , het welck de Longen en omftaen-de Deelen verwermt. Sulcx heeft de wijf-gerige Plato oockaengemercktin fijn Maeltijt. Alwaer hy oock by-vought, dat die f^lcx niet en wildoen, magh gorgelen met kout water. Ende als hy hevigh is, den neus te verwecken tot Niefrn. Want indien ghy,feyt hy,dat eens ofte tweemael doet , foo zal de Nock, hoe groot hy oock is ,overgaen. Het fclfde heeft te voren den gtoo-ten geneef-meefter Hippocrates oock geleert in de 13. Kott-bondige Spteucke van fijn 6. bouck. Als de Maegh te feer vervult is , dat gaet wel over met Braten. ofte /Effenen , welckers Middelé in't i.Deel befchreven zijn. De fcherpe Vochtigheden werden vetfacht door vtrfcht Boter, olmandd-olye fonder vyet geperft, Aman-dd-mckk.gt;ofte door-gedagen Gerjle. 0' °Foreft, ver-haelt van den priefter in Rijfwijck, een man die gulhgh at , ende dronck, hoe hy na een geftadige koortfche, loop, ende braken, in foo ftercken Nock verviel, dat hy by een yegelickgeoitdeelt werde , de dont op de lippen te hebben , ende even-wel door cen drancxken,be-ftaende uyt de faden van Dil , Caruy, Poruleyn, ende wit Bol-fatt in kleyn bier gekoockt, tegen 't gevoelen van een ydet,wonderbaerlick van den Nock vetloft wçrde. Ickkan getuygen het felfde dickwils mede geluckelick gebruycktte hebben. Men magh van elcx een vierendeel loots, ofte wat meerder, metwerme wijn mengen. I Ende foo het ten eerden niet en helpt ,foo dient het tot Itwee drie mael ingegeven. Ende alles te vergeefs zijn-1 de,komen tot Theria W, Mirkidatt, ofte oock PhUonium iRomanum , dan dit laetfte en dient niet in Koottfchen , die lang geduyrt hebben, ofte als de krachten fwack zijn. De Sieckten , die den Nock verwecken, moeten geholpen wetden, gelijck op haer rechte plaetfch byfonderlick verhack is .

; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;R nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6,De

ocr page 282

256 SCHAT DER

Het I I. Capittel.

S. Genefinge,

6. Mantere van Leven. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;.y

I.

MEt de Nock hebbë groote gemeenfehap het Wal-gen , ende Braken , dewijl de Maegh door heteerfte haer fouckt te ontlaften van 'tgene het Braken indet daet uytwerpt. Het/Ta/gen heeft den naem NauTitó in't Griecx, en Naufea in't Latijn, van wegen de Schippers , ende varende luyden,(gelijck Plutarchtu fchrijft 6. Symp.S.) dewijl in de felvige (infonderheyt de gene, die de zee niet gewent en zijn )feer miffelick werden, ende de Maegh haer feer tot walgen ftelt, het welck wy Zee-Geck noemen, waer door fyoockaen 'tBrakm komen ,foo genoemt na de Bracken, dewijl de Honden feer braeckachtigh zijn. Ende en is tünchen beyden anders geen onderfeheyt, dan dat het Walgen de Maegh fouckc te ontlaften , 't gene het Braken volbrengt. Soo dat het Walgen wel befchrevé wert te zijn een vergeef-fche genegentheyt tot Braken. Nu al is't fulcx,dat het ampt van de Maegh daer toe ftreckt,om de Spijfe te ont-fangen, de welcke door de Rechte fnafelen van den Sloclederm aldaer gebracht werden, welckers werekinge van boven begint, om neder te dringen ; foo milbruyckt even.

ocr page 283

ONGESONTHEY T. 257 even.wel de Nature , geprickelt zijnde ,door de te verhalen oirfaken, fomtijts de gemelte fnafelen, en doetfe in een om-gekeerde Maegh van onderen nae boven op. werpen , waer door eerft Walginge, ende daer na Braken wert verweckt.

2. Beyde heeft fijn Oirfaeckin yet, dat de Maegh prickelt, ende beroert, om 't gene haertegen is, quije te maken : ende als die weynigh is, ofte foo geheel veel, noch fcherp niet , ofte te vaft aen de Maegh hangt, dan doetfe maer Walgen : maer anders gefielt zijnde, brengt fy het tot Braken. De Prickelende ftoffe komt ofte van buyten, door quadeSpijfc, Dranekm, Vergif: ofte is in de Maegh door eenige Óngematigheyt, ofte ander Gebreck vergadert; ofte oock aldaer gefonden uyt andere Deelen, gelijck daer zijn Hooft, (als men ge-waer wert in fware Wonden) Dermen, Derm-fcheyl, Lever , Milt , ende Lijf-moeder ; waer uytick dickwils gelien hebbe, de Stonden achter blijvende door de Iteel uyt-braken. Defe ftoffe, van waer fy oock mochte herkomen , verveelt de Maegh, ofte door haer veelte, ofte haer quade gematigheyt, infonderheyt wanneer de felve omgeroert wert , gelijck men fiet in de gene, die rafch rijden , fulcx ongewoon zijnde , ende infonderheyt, die eerft op Zee komen, waer van wy gefeyt hebben dit gebreck in't Griecy, ende Latijn fijne benaminge te trecken . S00 fchrijft Hippocrates in de 24. Kort-bondige Spreucke van fijn 4. bouck, dat nae het in-nemenvan Nitf-kyuyt ('twelck doet braken) het Lichaem dient be-weeght te werden : want dat het Scheep-varm wel betoont , hoe de Lichamen daer door omroeren. De ver-maerde geneef-meefter M„curi4/ij, fchijnt hem wat te willen regens den grooten leer-meefter hier in dellen. Want hy fchrijft 3. Pr4x.3.al kan de reden van Hippoera-Us in fommige gelegenthe^te pas gebracht werdé, foo

ocr page 284

258 SCHAT DER

en is fy nochtans niet algemeen. Die de Zee befeyleni (vought hy daer by) en werden niet meerder beroert, als de gene,die op de Riviere varen , ende defe en walgtquot; niet eens. Tot antwoort dient, dat dit de leere van Hip pocraus gantfch niet tegen en is. Want dat de Zee meerder doet braken, gefchiet, om dat de golven daer ge-meenlick hooger gaen, ende meerder bewegen: ende als Culex mede by ftereke wint in de Rivieren gefchiet, dan braeckt men daerfoo wel,als in de Zee , gelijckde dagelickfche ondervindinge ons hier te lande genoegh leert. Mercurialis voughter noch een tweede reden by, te weten, Indien de Beweging': alleen dede walgen; dat in fulcken gevalle het felfde een yegelick niet over en zoude komen, dewijl juyft alle menfehen de Maegh niet overlaften hadden,om de felfde door het omroeten der Vochtigheden te doen overgeven. Waer op voor-eerft tot antwoort dient,dat niet alle die over Zee varen (gelijck ick felve gefien hebbe, ende genoegh by ons varent volck bekent is) juyft en braken, maer alleen het meefte deel: ten anderen, dat felden de Maegh foole-digh is, ofte daer is wel wat in dat tot Walging kan verwecken ; behalven dat oock door de Ontroeringeeeni-ge Vochtigheyt uyt de naefte Deelen, gelijck Lever, Gal-blaesjen , Dermen,amp;c. in de Maegh opgeworpen wert, gelijck Fernelius wel aenwijft fomtijts te gefchie-den, ende wy bevinden dat in de Koortfche, Graveel, ende diergelijcke, naveel braken van Slijm, ten laetften door gewelt de Gal uytberft. De wijsgerige Plutanhus vragende in fijn Natur. Quaß. Waerom datfe meerder Walgen , die over Zee varen , als op de Rivieren, al ist oockftil weder; geeft tot antwoort, Dat onder al de Sinnen den Reutkhet Walgen meeft verweckt, ende on-der de Bewegingen des Gemoets de Vreefe. Want, feyt hy,fy fchudden, beven, ende werdenlofch in den Buyck,

ocr page 285

0N G Es0NT HEYT. 259 Buyck, die haer eenigh gevaer inbeelden . Geen van beyde zijn onderworpen de gene, die op de foere ftroo-men varen . Want den reuck van alle foete ende drinck. bare Wateren zijn wv gewent, ende daerover te varen en valtons niet moeylick: daer integendeel den onge-wonen Reuck van het Zee-water,ons tegenftaec, waer by dan komt de vreefe van te verdrencken. Soo dat defe twee oirfaken gevoughlick by de Beweginge moge ge-vought werden. Want de Herbenen door den Stanek van 't Bracke water ontftelt zijnde ,beroeren met eenen (door de gemeenfehap die van wegen de zenuwen, ende vliefen tuffehen beyde is) de Maegh tot walgen , ofte braken. Het felve doet de Vreefe, dewijl fy , gelijck Galcmn leert, de Gal in de Maegh treckt. Ja de Inbeel-dinge gaet foo verre dat fy {gelijck men infonderheyt be-vint in't Geeuwen) doet braken,als men maeryemant anders en het brake. Wanneer oock de Maegh al te fwack, ofte te kleyn is , ende te veel gevolc wert , dan moetfe | nbsp;nbsp;haer terftont door braken ontlaften. Ick hebbe hierin

de Stadt gekent een Koop-man, die hcrtelick eté koude , ende na vier ofte vijfuyren alle fijne fpijfe met onlij-delickepijn uytbraeckte,ende leefde in defe ellende veel jaren. Hy geloofde in Duytdant metonklaren dranck, hem vaneen oude Vrouw gefchoncken, betoovert te ; nbsp;nbsp;nbsp;wefen; alfoo hy 't felve na die tijteerft gewaer geworden

|was. Maer al wat voorgaet enis juyft geen oorfaeck van 't gene na komt. Ick meene dat hem den onderften hals (gelijck diergelijcke exempel van den bovenwen hier voor verhaelt is) van de Maegh meeft eoegegroeyt was (gelijck hy oock gantfch weynigh ter doel ging) ende alsde koftnu verteert zijnde, volgens de natuyr-licke gewoonte , ende uytdrijvende kracht der Maegh, nae beneden wilde, ende geen uytganek vindende , te rugh moftkeeren , het welck niet fonder pijn ende be-R 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;naut-

ocr page 286

26o SCHAT DER

naucheyt konde toegaen. Het welck roy te meerder fulcx doet gelooven,om dat hy door geen Geneefmee-fters (daer van hy feydemy de veerthiendete wefen,en in't beginfel eenige baet fcheen te voelen) en kondegeneren werden. Het Braken gefchiet oock in't aenkomen' van de Afgatndt Koonfchtn,a\s de Gal,ofte andere Vochtigheden ontrent de Maegh beginnen te fmoocken: als mede in't Schturfrl, dat te lang uyt blijft, ende foodanige geven haer Vuyligheytover, doordien dat de fnafelen van de Dermen, gelijck van den Slock-derm nu gefcyt is , ofte oock het Lichaem der Dermen felfs haer ver-draeyt.

ocr page 287

ONGESONTHEYT. 261 heden betoonende, 't en zy minchien de Siecke Kool, ofte eenigh ander Moes mocht gegeten hebben. Enc-kelStö4„te braken in ftereke Koortfehen, heb ick meeft akijt een quaet eynde ben nemen. Voor een Maeghgt; die van naturen te kleyn valt, en is geen raet ; ende niet veel meerder, als de krop van den Deurwaerder toe begint te Onyten. Het Braken van de Vuyligheyt in'c Schturftl heb ick altijt doodelick gevonden, gelijck oock van Vergif,'ten zy het ten eerften al te famen gelooft wert.

R4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;een

ocr page 288

262 SCHAT DER een tegenheyt in heeft : van al dat walghachtigh is, ge-lijck Boter, Olye, Melck, Vleyfch-nat,ende dierge-lijcke. Is dienftigh in heete oirfaken gt;nbsp;geharft Wintbrooi metlap van Granaitn, ofte Ciiromen, ende een weynigh wijns ende Suycker: in koude met Seek. Als mé vreet voor qualickheyt,magh men CAntd-water ingeven. Men kan oock het Vieefch Boven met Nagtltn, Peper, ende diergelijcke, als het braken uyt Koude ontftaet, ofte met Poredtyn, Cnrom-fap, amp;c. wanneer het door hitte gedreven wert. De Slaep valt hier bequaem , vermits hy niet alleen alle ontlaftinge tegen en hout, maer oock de grove Vochtigheden verteert , ende de Galachtige matight. Het veel Bewegen dient gefchouwt, ehhet Lichaem foo veel als mogelick Bil gehouden. Gram-fchap is hier mede feerfchadelick.

Het III. Capittel.

I.

MEt het Braken heeft groote gemeenfehap diergelijcke gebreck, dat wy gemeenelick Boom noemen. Den hoogh-geleerden lunius, geeft het de namen van Buyek:töttgt; ^eVeUnge (beyde na mijn oirdeel te algemeen) ende Bor, het welck hy feyt getrocken te zijn van het Griecx woort ßo^ßo^uyptog, van wegen het gerommel der dermen, die by defe heckte is. Dan de be-

ocr page 289

ONGESONTHEY T. 26;

naminge en is niet Bo,, maer Boom ; waerom ick meene de felve (00 genoemtte zijn,om dat de benauwde pijn , die haer door het braken , ende den afgang verweckt wert , Maegh ende Dermen fchijnt te door-boren. Op de felfde wijfe hebben Serenus , ende IJidorus, een groote pijnein de zijde , Telum geheeten, dat is Gtwar, om dat fy fcheen als een geweer door de ribben te fteken. Dan aen den naem is niet veel gelegen • Wy komen tot de fakefelfs.

Boorts is een geftadige, ende onmatige uytwerpinge van Gal, door fel Braken, ende Stoel-gang, met groote Pijn ende Benauwtheyt, fomtijts oock Flauwte, ende Treckinge der Leden.

2. De Boorts wett veroitfaeckt van al'tgene, dat door fijn fcherpe, bijtende, ofte quaet-aerdige kracht I de Maegh prickelt, om haer met gewelt te ontlaften. Sulçx gefchiet door eenige guade Vochtigheden , die in de Maegh felve gegtoeyt, ofte van buyten aldaer gefonden zijn,als oockdoor het innemen van T^mimonye, ofte an-

1 dere al teßercke Purgatyen. In de Maegh wert het Boorts 1verweckt door het eten van Vette kof' Suyeker-werck, \Loock, -djuyn, Kpol gt;nbsp;ende al 't gene haeft in Gal verändert , ofte oock lichtelick bederft, gelijck Coneommers, , Fepoenm, Meloenen, Campemoelyen, Perjiken» infonder-!heytnüchteren , ofte in een volle maegh gegeten. En-1 nbsp;nbsp;de niet alleen uytfoodanigen quade Spijfe werden quade Vochtigheden,die het Boorts verwecken, in de Maegh vergadert: maer oock welvande befte koft, die al te gulfigh gegeten wert , dewelcke ofte door fijn menich-te, ofte door defwackheyt van de Maegh niet totgoe-। nbsp;nbsp;den gijl gebracht zijnde aldaer rauw blijft , ende bederft, waer door de Nature gedwongen wert den felven met gewelt uyt te fmijten. Van buiten werden de Maegh Zoodanige quadeVochtighedé mede-gedeelt uytLever, R5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Milt,

ocr page 290

264 SCHAT DER

Mile , ende andere Deelen, hier voor dickwils vermeit, Nudätter veelcijts foo veel gelooft wert, dat hetfchijnt onmogelick te wefen, waer foo vele vuyligheytzoude gefteken hebben; foo ftaet aen te mercken, dat niet alleen ai de quade Vochtigheyt, die door 't geheele Lie -haem fweeft, alfdan na de Maegh,als het fwacklle deel gedreven wert gt;nbsp;maer dat oock de befte Spijfe , en gave Vochtigheden, door Befmettinge van de quade, ge-lijck van Vergif, bederven , ende eenen quaden aerdt bekomen.

ocr page 291

ONGESONTHEYT. 265 welwerckende,laten begaen. Want anders zoude men het gene uytgeworpen dient, inhouden, endealfoo de Sieckte, door het ophoudé van haer oirfaeck, vermeerderen. Ja, indien de Nature de vuyligheyt niet wel quijt en kan werden, foo zalmen defelve te gemoet gaen, ende helpen met flappe Braeck-middelen, foo het Braken minder is, als den Aftreek; ofte Af drijvende, als den Aftreckweynigetis, dan het Braken ; daer by vermengende 't gene de fcherpe Vochtigheden kan mati-tigen, verlachten, ende fuyveren. Hier toe en dienen geen fteteke Btaeck-middelen ,noch Af-dtijvende, om het quaet niette tergen, ende alfoo te vermeerderen , Ende alfoo hier alreede Walgé , ende Braken is, foo kan het laetfte vermeerdert werde door lauw „'mer, Gerften-water, Wey gt;'tzy alleen, ofte met wat Suycker. Ende als den Aftreek geholpen dient, dan zal men onder een roometken van 't felfde fmelten anderhalfonçe Marni«, ofte foo veel Syroopvan Ropnmet Rhabarber . Men magh oock vande felfde Syroop met Getften-water een Cly-fteet maken , daet by doende tot verfachting een doeyer van een Ey. Wanneer het Bootts, door innemen van Antimony , ofte ander Vergif veroirfaeckt, dan en iffer niet beter,als terftont Soeie-melck, ofte Verfeben Olyc , voor de fcherpigheyt, en daet op ingegeven, om de quaet-aer-digheyt te verwinnen, Diafcordium , Miibridaet , ofte yet anders, befchreven in't 18. capittel van't i.Deel. Hier tna dienen gebtuyckt foodanige Middelen , die verkoelen , verlachten , verfteteken , ende wat tegen houden , gelijck Conferve van Rpfen, van ^elbefyen, van Berberis, Quee-kyuyi , Amandel-melck met Verkoelende Saden ge-tnaeckt, Sap van pyre Granaet-appeh, het Af-fieifel van iLatlowp, Poreeleyn, Roode Rofen, Balauflyen. Hier toe

Wert mede Muntegeprefen.Öan en dient niet gebtuyckt in groote hitte, als met andere nu verhaelt; ofte vin 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;buy-

ocr page 292

266 SCHAT DER buyten onder een Pap,gelijck in de volgende, N.lfyuy!quot; vanemgibArß Wint-broo^een hant vol groene Muntt^amp; ftampt, ende beyde gekoockc in Roode Wijn, ende Aty' daer dan in geftroyt het poeyer van Roode R^frn, Maflkk, Fotlyc, vanelcx een halfloot; ende dan werm tuffehea twee doucken op de Maeghgeleyt. Ende als het hier even-wel niet mede en wil ftillen,ofte ftelpé, dan magh men komen toi MithridathRcqiitts Nie. ofte diergelijeke, gelijck meermalen befchreven is .

Het IV. Capittel.

ƒ. Genefuige,

6. Manière van Leven.

ONder de onnatuyrlicke Ontlaftingen behoort mede de Loop, ende is dtiederley, want fomtijts Icniefoft

ocr page 293

ONGESONTHEY T. 267 koftafieer dat hy verteert is,in Latijn Lienteria gencemt, fomtijts zijn het quade Vochtigheden, het welck de Geneef-meefters met Griecfche namen Diarrhea , ende als het bloet is , Dyfcnmia , ende wy den Roodtn-loop heeten. Wy zullen van defe drie vervolgens handelen , ende in dit Capittel van den eerften .

1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3. De Krn teyckenen wijlen hier haer felven,te weten, als de Spijfe niet lang, na datfe genoten is, ende dien-\ Volgende onverteert, foo af gaet , by.nae gelijckfe ge

nomen

ocr page 294

168 SCHAT DER . nomen is , fonder ftanck, ofte andere veranderinge,10° darter aen den Kamer-gang te mercken is wat yemanc gegeten heeft.

ocr page 295

ONGESONTHEY T. 269 fy den Deur-wachterßuyt,ende alfoo langin de Maegh blijft. Derhalven zal men de Maeltijt beginnen mee ^«nin Roode Wijn, ofte metVleyfch geftooft, als oock MiJpden, ofte wrange Peren. Den Drancismoet gantfeh weynigh zijn , ende wel bereit Bier , ofte liever Roode Wyn. De Slaep magh hier oock wel wat langer wefen,als na gewoonte .

Het V. Capittd.

4.Voor-te,ckenen,

g. Genefinge,

ALis'tdat de naem van Buyck-loop voor allerley onmatige Aftreek zoude könne genomen werden , foo zullen wy den felven hier alleen nemen voor fooda-nigen Loop, in dé welcken de by (oudere Vochtigheden (onder Pijn, ofte Krimping af-fchieten.

ocr page 296

270 SCHAT DER

uyteen heete Lever, infonderheyt als het Gal-blaesjeo overladen is gt;nbsp;fomtijts oock uyt het Derm-fcheyl, macr felden uytde groote Aderen . Soo fchrijft Hippoerç' dat den Buyck-loop, de Doofheyt, ende andere Sieck-ten , uyt Gal ontftaende, kan helpen. De Swint komt uyt de Milt, ofte Derm-fcheyl, als de Natur: overlaft zijnde, de felve in de Dermen looft• Hierby ftaen noch aen te mercken de Wtwendige Oirfaken, te weten veel Moes eten. Soo klaeght Cicero in't7. boucK van fijne Brieven, dat hy door het eten van Be#; Maluwe bedrogen is geweeft. Ende de prefident de Tboik rchrijft in't48. Bouck van fijn Hiftorye, datterterç in Italyen veel volcx ftorf,ende dat de oirfaeckdaejva by de Geneef-meefters geleyt werde, om datfe aldaeri in groot gebreck,veel Maluwe gegetë hadden,dewelC; ke den Buyck te weeck maeckten, ende het vertere belettede. Het felve veroirfaken Meloenen, Prf: Concommer: , Campernoelyen , Melck,, na ander Spille gege, ten , ende al wat licht iri de Maegh bederft,gelijck mede 0nge7{oute Koß, waer door veel krijghf-knechteog ; florven te zijn, fchrijft de Griecfche hiftory-fchniv Appianus, in fijn bouck van den Spaenfchen °quot;rop Eii Lueianus getuyght (de Mere. eonduEl.) darden mede komtdoor veel drincken van dunne, endeJ^odi Wijn: hetwelck de Moft nocli meerder doen kan.N, wert den Buyck-loop veroirfaeckt door al .de dravende middelen , ofte Vergif; het welck beyde ae Dermen hangende, de Nature geftadigh prickel'^'^0, de Vochtigheden van alle kanten daer na toe treckt, de die goer zijn bederft. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;h t ge-

3. Den Buyck-loop is licht te kennen , aen he ftadigh af-gaen, fonder pijn , ofte eenige vermeng amp;nbsp;van bloec, ofre fchrapfel van Dermen. De Wtte j^ oirfaken wijfen mede haer felven. Nu welcke ß.

ocr page 297

0 N G Es0NT H EY T. 271 Vochtigheden den Loop verweckt,is uyt den Af-treck tefien. Oock van wat Deel defelvige van daen komen, daer toe geeft elckfijn by Condere Ken-teyckenéin haer byfondere Sieckten aen-gewefen.

4. Als de Nature fterck zijnde haer van overtollig» heyt ontlaft, ende den Buyck-loop niet te lang by en blijft, dan verlichthy, ende en kan geen quaet doen . Is even-wel gevaerlick in Swangete vrouwe,die anders door de banck hattlijvigh zijn,om dat deVtucht alfdan van fijnvoedtfel berooft wert, waerom, ende om het geftadigh af-gaen, als oock den quaden reuck, lichte-lickeen mifval kan over-komen. Brengt oockfijn ee-। vaer mede , als hy te lang duyrt , ende verandert dan dickwils in Bloet-gang; waer van wyin'tvolgende ca-pittel zullen handelen .

I5. De GexeJinge van den Buyck-loop beftaet in't ' , nbsp;nbsp;wech-nemen van d'Oirfaeck, ende de Maegh, ende Dermen te verftercken , beyde hier voor befchreven.

I Daeroin dienen hier uyt de Suyverende middelen genomen , die met eenen wat te (amen-ttecken, gelijck |hetpoeyer van Rhabarber, ende Myrobaknen, van elcx ! nbsp;nbsp;een half loot, met wat ConJerfvan Rofen. Daer na magh imen oock komen tot Mitbridaei, Theria^ei , Requies Nic. ofte Laudanum , ende als de Loop niet galachtigh en is, tot Philonium Romanum ƒ. E.

6. Hier dient gevolght defelvige Manière van Leven, die ink laetftvoorgaende capittel is aen-gewefen .

Het V I. Capittel.

i. Roode-loop, ofte BlQCt-g4ng., fij Bepbrgvinge.

, ende

g, Trdp.^

2.0irfaamp;,

ocr page 298

272 SCHAT DER

WY komen nu tot den quaetHen Buyck-loopƒ' VV weté den B/oet-g4ng,(daerom oockin't Italiaenk; II Cagafangue, en Spaenfch Camaras de Sangre genoemt) ofte Rooden-loop. De Hoogh-duytfehen heeten hem bte fiote fiufye/ Qatm/TBlut-ruyr/fiotftW/end^ noteUDcbe» Den naem van Root, mtltfotn zoude men wel können feggen gekomen te zijn van een François, ende twee Grieckfche woorden (gelijcker meer ujt| twee talëby een gefielt zijn) te weten Roy ptMlC.' Roy m'tléefon, datis, Koning ontfermt u mÿner. Endeis gelijck KU^IE iT^mv, Heere ontfermen mijner /quot;'t niet alleen is geweeft het gebedt van de oude Chrifte-nen,maer oock van de Heydenen, gelijckuytJ^fflquot;quot; aen-gewefen werdt by den hoogh-geleerden heere M'. Gerard Voßiw i. de Theol. gent, t, Ende voorwaer de Roode-loop is een van de alder-benaulle Sieckten, met de welcke men Wel mede-lijden magh hebben: al^o den felfden een verfweringe is in de Dermen,die gelw digh bloedigcn af-treck veroirfaeckt, met groote pijn' ende fnijdinge in den buyck. Is fomtijts algemeen, ende befmettelick, ende gaet voort, gelijck een Pdte' over een tijt ontallicke op den hals vallende,ende wec fiepende . Soo ging defeSieckte geheel Hollandt doo in't jaer 1556. gelijck D'Foreß betuyght, ende in jaer i624. niet alleen door Hollant, maer oock dena

burige , ende ver-gelegene Landen .

2. De

ocr page 299

ONGESONTHEY T. 273

2. De naefte OirfaaQ van den Rooden-loop beftaec in een (cherpe, ende bijtende Vochtightyt, meeft Gallach-tigh, doch by haer hebbende eene bytondere Bidtwinge (want fy anders maer gemeenen Buyck-loop en verweckt) om de Dermen te doenverfwerê, ende kracht, op de wijfe van Af-drijvende middelen , de andere Vochtigheden van het geheele Lichaem in de Dermen te trecken gt;nbsp;ende haren quaden aert aen de felvige mede tedeelen. Hier van fpreeckt de wijf-gerige Plato in fijn bouck,Timæw genaemt ; Wanneer de Gal door de Aderen in den onderhen , ofte bovenßen Buyek geßootm wert , dan vluchtfe uyt htt Liehaem, gtlijekeen overlooper uyt een op-roe-tige ßadt , ende veroirÇaeekt BuyeWoop , Bloet-gang , ende diergdycke Sieekgen . Nu al 't gene, dat foodanigen Gal, ofte andere Vochtigheden van dien bedorven aert doet groeyen, ofte nae de Dermen drijft, ende de felve die quaet-aerdigheytin-dtuckt, geeft uytwendige oitfaeck tot den Rooden-loop. Daer toe doet veel vremde , ende ongewone Koß. Soo (chrijft de Grieckfche Ælianw, in't 5.bouckvan (ijn Verfcheyde hiftoryen op'ti.cap. hoe Taehwvan Egypten, foo lang hy by fijne gewone Ipijfe , en foberheyt bleef, de gefontfte onder alle men-fchen was ; maer daer na by de Perfianen komende, ende in hare gulügheyt vervallende, als hy nieten konde verdragen de ongewoonlickheyt der fpijfen , fijn leven door den Bloet-gang eyndighde. Dan fulcx gefchiec niet foo veel va Spijze,die ofte door haer vremdigheyt, ofte veelte deMaegh befwaert,en niet verteert werdende, aldaer quade Vochtigheden op-werpt, als wel door degene, die van nature en uyteygen aert debedetvinge onderworpen is, ende feer lichtelick de gemelte quaet-aerdigheyt aentreckt, gelijck daer zijn de Hae-viuehttn , als Moerbefyen, Meloenen, ende diergelijcke. Soo fchrijft Cufrinianiff, van den keyfer /Ibenv^n Ooflenrÿtk, dathy

Sa nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in

ocr page 300

174 SCHATDER

in de honts-dagen dapper verhit zijnde , ende willende den brant met Pepomm (ick meene dat hy Mdorffl meent) verkoelen, in een doodelicken Bloet-gang ver, viel . Diergelijcke verhaelt hy by-nae van den keyfer Frederick dm 3. Ick hebber in Vranckrijck verfeheyde Nederlanders door het eten van vele Druyvtn , ende drineken van Mofl, van den Bloet-gang fien fterven. Het welck niet vremt en is. Want behalven dat de Maegh het wercken ('twelck de Vaten felve wel doet borden) van den Moft moet uyt-flaen , foo iffer veel vuyligheyt van nevel , fpinne-koppen , ende ander on-| gedierte by de Druyven , ende Mod , die de Vochtigheden van ons Lichaem bederven . Soo fiet menoock dat in Belegerde deden, ende Legers , door dién aldaet alderhande koft moet gegeten werden, veeltijdts den Roode-loop komt. De oude hiftory-fchrijver Htfodo; ,1«, vermeit in't 8.bouck,i15. hoe de Krijghf-knechté van den grooté koning Xerxes, treckende na den Hdlts-pom, alwaer fy quamen, de Vruchten roofden, ende aten ; ende daerfy geen vruchten en vonden, uyt hon-gers-noot,de Kruyden,gelijck fy wiedchen , als oock de Bladeren, en Baften van de boomen, door- flockten; waer op een Pefte , ende Roode-loop volgende, fy on-derweegh ftorven. Soo getuygen oock de Hiftoryen, datter naulicx eenigen tocht in Hongaryen tegens den Turck aengevangé is, in de welche niet uyt ongewone Spijfe meerder volck door den Rooden-loop,als door het fwaert om-quam. Een ander Griecx hiftory-fchrijver Paufanids verhaelt in Phocicis, dat die van de ftadt Cirrha door de kracht van Nies-kyuy' in-genomen zijn. Want So/o»(fchrijft hy) hadde feer vele wortels laten fmijten in de rivierç Plißus. Ende de borgers van't water drinckende, vervielen aen den Rooden-loop, foo datfede wallen mollen verlaten, ende deftadt aen

ocr page 301

ONGESONTHEY T. 275 de belcgeraers over-geven . vAmgii« Lußunw fchrijfc cffli.2.cur.4g. de oirfaeck te wefen, waerom in Indyen, ende Egypten den Rooden-loop foo gemeen is , dat de Menfchen aldaerVleyfch eten van dievé, die met faßié gevoert werden,het welck mede foodanige kracht in't Vleyfch brengt,gelijck de Nics-wond in't Water. Maer fulcx können noch krachtiger te wege brengen , flerek Af-drijvindt midddtn, gelijck Coloquim, Scammonye, ^nti-tnonyt, ofte diergelijcke te veel in-genomë. De Grieck-fche ^oniras getuyght oock, dat de keyfer TheophUi« » door geftadigh drincken van gebed Kout-toatt, in een Roode-loop verviel, daer hy van ftorf. Hier toe helpt oock de Lucht, als fy al te heet ende vochtigh is, de welcke de Vochtigheden van ons lichaem doet bederven, ofte oock al te beet ende te droogh, waer door het Bloet bran-digh , ende fcherp wert. Ende dit is de oirfaeck, dat den Rooden-loop in de heete Landen foo gemeen is , als mede dat hy foo fel in fwang ging het gemelte jaer 1624. zijnde foo heet in de Lenten , als ofte het inde Honts-dagen geweeft ware, fonder eenigëregen. S00-danigen Bloet-gang is mede aldermeeft befmettelick, felfs oock door den om-gang, 'tzy dat men met fooda-nige Siecken eet ende drinekt, ofte by fit en praet,ende alfoo den vyerigen adem deelachtigli wert: maer in-fondetheyt, dat men op de heymelickheytgaet, daer te voren foodanigen Siecke op geweeft is, waer door in't meer vermeße jaer feer vele Menfchen om-ge-komen zijn .

3. Den Rooden-loop en is niet allegader evë quaet, maer heeft fijn trappen,waer nae hy driederley is. Eerft fchiet het Slijm af (daer de Dermen van binnen tegens het fchrappë van de Gal mede beftrekë zijn) vermengt met een weynigh bloets, fonder vet, hoe-wcl fulcx

Ferndiw ende andere fchrijven, alfoo de Dermin S 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hac.

ocr page 302

2,6 SCHAT DER

haer vet van buyten hebben, gelijck wel aengemerck( is van D'- Spiegel S.Anai.g. ende ditis de eerfte foorte van Bloet-gang. De tweedeis, wanneer dat het bin-nenne vlies van de Derme af-gefchrapt wert, welckers draeyen ende vellekens in den Kamer.gang te Gen zijn; ende gelijckt in'teerft by-nae Saegh-mul, daer nae Get men volkomentlick, dat het fchrapfel van Dermen is. Dederde foorte van Bloet-gang is, wanneer de fweriii« ge dieper gaet, ende foo verre in eet,dat de vleyGgheyt, ende de eygen Hoffe der Dermen verrot af-fchiet. In| foodanige hebbe ick,na haer overlijden gefien,dat de। Dermen niet alleen van binné gantfeh verfworen, maer ooék van buyten door-gefworen waren, metgrouwe-i licke ftanck, die met geen water en konde af-gefpoeki werden.i

4. Nu of de bovenfte, ofte de onderfte Dermen' (waer op te letten ftaet) befmet zijn, en is niet wel te mercken aen de plaetfche van de Pijn,gelijck vele mee-nen,dewijl dicke ende dunne foo wel onder, als boven leggen , maer wel uytde vermenginge. Want als het Bloet, ende al wat af-gefchrapt wert, geheel onder den Karner-gang vermengt is , dan hapert het aen de voor-fte, ofte dunne Dermen : maer als fulcx alleen, ende ter zijden aen de vuyligheyt leyt, dat is een teycken, dat het uyt de onderfte, ofte dicke komt. Dat den Bloet-gang uyt de Lucht komt, ende befmettelickis, blijckt aen de ongematigheyt van den tijdt, ende darter vele luyden fevens aen-leggen,ende fterven. Dealge-meene Teyckpnen blijcken uyt de befchrijvinge: dan ick zal hier by-vougë feker bedrogh(diergelijckewyoock lefen gedaen te zijn by den ridder Wouw Raleygh, daer door op.gehouden, maer even-wel noch onthalft, ten tijde van koning Jacob van Engelandt) verhaelt by den Gneckfehen hiftory-fchrijver Polybii« 6,Sir4iAg. van

ocr page 303

ONGESONTHEY T. 277 eenen AmphintuG^ de welche van de Zee-roovers gevangen , en,om hem veel af te perffen, in 'teylant Ltmnos gebracht zijnde,fijn felvé onthiel van eten,ende dronck zee-water met Roode aerde gemengt . De roovers ge-loovende , dat hy den Rooden-loop hadde, ontdougen hem van de banden, op dat hy niet fterven en zoude : maer hy koos ,door een andere loop , het hafen-pat.

ocr page 304

2,8 SCHAT DER

een fcherpe,en in-ecende Vochtigheyt gefuyvert en af« gefet, de Pijn verfacht, de Quaet-aerdigheyt gebetert, de Dermen verfterckt, de Sweringe geheelt. Tot het Suyveren ende Verftercken van de Dermen, ende de Scherpigheyt wat teverfachten, hebbe ickaltijdt (onderling goet gevonden , de Bladeren van Pimpmtlh, Wttgh-br«, Suyring, Porçthyn , van elcx2 hant vol, Bol-fatt een half loot (ofte meerder , als de Pijn groot is) te famen gekoockt in een kan Sout-wey tot op de helft,en-de dan aoor-gekleynft. Hiervan dient men dickwils te drincken, ende too heet als't mogelick is. Men kan oock bequamelick van het felve Af-hetfel een Clyftery maken met een gt;nbsp;ofte twee Doeyers van Eyeren. Als mede, wanneer de quade Vochtigheyt boven hangt, een half loot Rbabarbtr, eé weynigh op een Papier over een koolvyers gedrooght, ende foo veel MyrobdAnm, in't felve Af.fietfel 's nachts laten weecken, endedes morgens in-geven met een halve onçe Syroop van bkyck! R^ofm. Daernae zal men komen tot het cebruyek van het Af-üetfel van Ganfaic/bofte Stlvtr-k'uyt (hetwelck overvloedighaen de kanten van ons dijcken, ende doo-ten waft, en is een foorte van AgrimonyeJ in halfSoete-melck ende Water, mede heet gedroncken. Waer van oock, als de noot fulcx vereyfcht, een Glyfteermet Doeyers van Eyeren , kan gemacckt werden. By dit laetfte magh men des avonts ingeven een ofte twee fcrupels Diafardium , ofte Mhhridiui , ende als de Pijn uytermaten grootis , drie vier afen Laudanum. Om de Sweringe, door liet verhaelde gefuyvert zijnde, geheel te heelë,zal men by't gemelte Silver-kruytdoen H'aJ-wand, ende SaniW. Op't laetfte zal mende Maegh, ende Dermen verAereken met foodanige Middelen,als jn't ig.capittel van't i.Deel befchreven zijn.

7. Wy komen nu torde Mani^evan Lçvœ. Deka-met

ocr page 305

ONGESONTHEY T. 279 merinde welcke de Siecke leyt, dient werm gehouden, foo om dat hy anders,dewijl hy dickwils op moet, lichtelick een kouw zoude vatten, als oockom dat, het uyt-waeffemen van de (cherpe dampen door de huyt, van de uytwendige kouw niet belet en zoude werden. Maer , al(bo de Oirfaeckvan defeSieckte fcherp , ende heet is,foo dient de Spijfe wat na verkoeling te trecken,ende daer na oock tot t'famen-treckinge ; ^antfeh fchouwende al 't gene dat fchetp, ^out, ofte (eer fuyr is. Derhalven is hier dienftigh een fop van Wiite-broot in Soete meUkgeweeckt ; Rÿflm.bry,Bloemen-pap. Dan Melck en is niet bequaë, aliter veel Koortfen by is. En dan zijn beter geftoofde Queen , Kalfc-vhyfch, infonder-heyt't genewy Tol-boom noemen, met Porçeleyn, Seyring , ende Laitoutr geftooft. OßTen-vleyfch, Ham, 1 Speck,Vifeh, ende al wat hart te verteren is, ofte Slijmerige gijl maeckt , moet hiev gefchouwt werden . Dan Eyeren magh men onbefchroomteten, zijnde licht te verteren , verfachtende, ende genefende. Maerboven andere werden hier de Enden-eyerm aider bequaemft

1bevonden. Dan wat Spijfe het zy,in'teerde dient wat | foberdet gegeten , als men gewent is . Ende foo moet I het oockgaen met den Dranck, hoe weyniger,hoebe-Iter , ende dat Meyquot;, ende wel befielt Bier , ofte kjeyne Roode-1 nbsp;nbsp;wijn, ende daer die te werm zoude mogen wefen,Aman-

1 , del.melck. met vermoeiende Saden , ende Weegb-bree-water 1 bereyt. Maer alfoo hier door de banckgroote (lappig-1 nbsp;nbsp;heyt van krachten is , ende het teren van de Maeghver-

|hindert wert, foo komt een weynigh Wijn feldenqua-I nbsp;nbsp;lick te pas. Men magh oock wel een lepel, ofte twee

i nbsp;nbsp;nemen van jvijn ringden welcken ick om te ftoppen feer

Igoet bevonden hebbe , als de Koortfche weynigh was, | ende de Dermen wel gefuyvett. Het lichaem dient 1hier , foo weynigh ,als mogelick is ,beweeght: maer IS 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gantfeh

ocr page 306

28o SCHAT DER gantfch Sri) gehouden. DeSlntp is hier oock, gelijck wy van andere loopen gefeyt hebben, feer noodigh. De Omrotringe du Gtmoets, alfoo fy de Vochtigheden driftigh maken, zijn feer fchadelick, infonderheytde Gramfchap. DeSiecken dient dickwils van linden, ende dekens te veranderen, oockvan de een kamerin de andere gebracht, om verfche Lucht te fcheppen. Al« foo men merckelick bevint, dat de Lucht (voorname-lick in de Gaft-huyfen, alwaer in defe ftadt in't jaer 1624. in eene fael over de hondert lagen) ecnen fterc-ken reuck,gelijck yet dat ftinekt ende brant , van haer geeft, die voor getonde feer befmettelickis,endede gene, die daer in blijven leggen, ten onderen hout, datfe niet en können bekomen, ofte haer een weynigh verfcheppen. Hier en dient oock niet over-geOagen, om defc quale voor te komen , dat fy niet te veel voort en gaet, de Vuyligheyt niet te gieten in de havens , die door de Steden loopen, ende waeruyt gekoockt, ende gebrouwen wert, maer wel in de loopende rivieren, ofte de felve diep in de aerde te begraven,endedaerdan ongeblufte kalck over te werpen.

Het VII. Capittel.

i.

By den Bloet-gang is meeftendeel de Peyß/MgGin't Latijn, nae den Grieckfchen naem, Tenefmw ge-heeten,ende is een genadige ende pijnelicke genegent. hevt

ocr page 307

0NGES0NTHEY T. 281 heytom ter ftoel te gaen, ende de Siecke meenen veel quijt te werden gt;nbsp;dan volght fomtijts niet met allen , fomtijts foo weynigh, dat het geen noten-fchelp kan vollen , ende't felve is bloedigh,ende dijmerigh.

ocr page 308

282 SCHAT DER oock een fwangeie vrouw over-komt, dat doet, feydt Hippotrittes, haer mifvaUen : dewijl, door dat geftadigh drucken , de bandé van de vrucht lofch werden,ende de felve daet door lichtelick af-fchiet.

5. Om te komen tot de GeneJinge. Als de Perunge by den Rooden-loop is, ofte daer op volght, dan moet' fe op de felfde wijfe geholpen werden . Wanneer door een Sweringe veroirfaeckt, dan dient de felvige eerft gefuyvert,endede pijn verfacht,door een Clyfteer van gt;7mter-Gerfle, ende de bloemen van WoUc-kruy; $ iquot; Soete-melck gefoden , ende daer by gedaé twee Dotyui vin Homdtt-tyeren , ende i onçe Honichvan Rofa gt;nbsp;Soo de Pijn daer mede niet al overen gaet, foo magh men wat Pijn-ftillendein-geven,gelijck een half onçe Syroop van Bollen , ofte 3.azen Laudanum . De Pijn wech genomen zijnde , dan zal men de Sweringe, indienfe ge-nocghgehiyvert is , heelen met een ander Clymer, be-ftaende uyt gepelde Gerfo, Wael-tvontl , Sanikpl , Ganfcn'k in roode Wijn,ende Water gekoockt, ende daer onder gemengt, twee Doeyers van Endm-eyenn, ende l onçe Syroop van droogt Rofen. Defe, als oock de voorgaende, twee driemael , nae gelegentheyt, gefet zijnde; kan men bequamelick komen tot een Set-pil,die de gefwo-ren plaetfe kan raken , ende daeraen blijven , gemaeckt van Bocken-vet met het Poeyer van Mafliek., Wiitt^to roock, ende Styrax, daerin een doucxken vet gemaeckt, ende met een fchachtïn'teynde gebracht,eh de fchacht dan uyt-getrocken. Men kan oock het felfde Poeyer op een kool vyer Hroeyen , ende den roock op een kof-ferken van onaeren ontfangen. Indien de Perunge van een Steen komt, den felven dient vooral wech genomen , gelijck hier nae in'c ig.capittel zal aen-gewefen werden .

ocr page 309

ONGESONTHEYT. 28;

Het VIII. Capittel.

ƒ. Genefinge,

nNderde Plagen, ende Sieckten,waer mede Godt Ude Menfchen draft , is mede het pijnlick gebreck, het welck wy nae de gelijckeniffe Speen , Anbeyen, Tacken, ende Kÿgb puyflen noemen, gelijck fulcx blijckt

1 uythet i.bouckS4muelsop't 5.cap. alwaer befchreven

|wert, hoe de Philiftinen, om het nemen van de ateke i des Heeren, feer dapper met liet Speen gequelt wierdé.

Dit gebreck en is niet anders , als een groote,eh fmer- nbsp;nbsp;1 telicke (panning der Speen-aderen, uyt dick ende grof bloet, als het welcke daer blijvende deken, ende niet Vorder könnende , die kleyne Aderkens in denEyndel-detm uyt-reckt, ende de felve als blauwe tacken ver-1 toont , fomtijts inwendigh, ende noch binnenin'tlic-haem,fomtijts gelijck een Vij^egt;ofte Beyeaen 'tlichaem van buyten uyt-hangende . Somtijts mede gantfeh ge-,floten blijvende , ende fomtijts bloet uyt-gevende. S00 dat liier uyt blijckt het Speen vierderley te welen , In-! wendigh ,Wtwendigh, Gefloten , ende Bloeyende.

ocr page 310

284 SCHAT DER ende wel foo groot , als hoender-eyeren, ende tot twee drie toe, gelijck fymy felve, ofte de baker-moeders feyden. Komt mede doorfcherpe ende al te ßacktAf-drijvende middelen , gelijck Aloë , Coloquint-appel gt;nbsp;Seammo-nye, Antimonye, ende diergelijcke: waer door de fcherpe , ende bijtende Vochtigheden met gewelt afgefet, ende de Aderen geopent werden.

ocr page 311

ONGESONTHEY T. 285 oftefeherpigheyt prickelt. HoU^iw fchrijft vanfom-mige fwangere Vrouwen, die baet hadden , als haer het Speen op de vierde maentvloeyden,ende haer arger bevoelden, als het felve op-hiel. Jae het Speen doet noch dit vordeel in de Vrouws-perfonen, dat het de Stonden gemackelicker doet komen , als het grove 1 Bloet (het welck anders verftoppinge in de Lijf, moe-1 der zoude mogen veroirfaken) nae hem treckende,en-Ide de felve daet van ontlaftende. Even-wel, gelijck IGaleni« wel waerfchout, en moet op foodanige ont-|laftinge niet alle te vele geftaen werden ; want het zy datfe te veel is , het zy datfe ontijdigh geflopt werdt, 1foo kan fy Water , ende andere Sieckten veroirfaken . ! Ende gelijck het Bloeden goet ende gefont is , in over-;vloet , ofte quaet-aetdigheyt , ende daer uyt eenige 1Siecktevoor de deur ftaet: foo is't oock fchadelick, wanneer dat het Bloet niet quaet,ofte niet te veel en is. Want dan mindert het de natuerlicke Wermte,verkout de Lever , ende 't ander Ingewant,waer op dan liçhte-1 lick de Water.fuchtvolghc. Maer indien het Speen ontijdelick gefloten wert , foo Rijght het Bloet, dat de Nature meenden uyt te werpen , nae boven , ende kieft 'een anderen wegh, vetweckende in't Hooft Swaer-moedigheyt ende Rafetnye •, in de Borft Pleuris , ende ! Tetinge ; in den Buyck Milt-fucht , Water, ende 'dietgelijcke.

5. Óm tot de GmeJinge te komen. Als het Speen matelick vloedet , ende met verlichting , ende darter Ieen Sieckte uyt ovetvloet van grof ende quaet Bloedt \ tegenwootdigh, ofte op handen is , dan moet men de Nature laten begaen , fonder de felve eenlgh beletfel te 1 geven. Maer als het al te feer af.fchiet, ofte altelang ,1 aen-hout, dan zal men het Bloet zouckenteverleyden '| met Luim in den arm,ofte op den voet,ende van buy-

ten

ocr page 312

286 SCHAT DER

ten een Pap leggen van Termm-blom in Soete-melck ge* koockt, ende daer onder wit, ende dotytr van een Endffl. ey. Maer als het Speen te luttel vloeyt, dan zal men het wrijven met Gl4S-kruyti roode Btet, Vijge-blAdtrtn, Rleynt Simtorye, ofte diergelijcke. Maer wanneer het geheel geen bloet van hem en geeft , ende gantfch gefloten , ende gefpannen is , foo zal men terftont de Pijn foucken te verlichten , ende den brant verfachten. Hiertoe is feer goer een Salfken van Olyt vAn Eytrm, ende PopuUoen-falf, op litet uytwendigh Speen werm met een doucxken geieyt: ende als hetinwendigh is, het doucxken daer in gedoopt om een fchaftgedaen, ende foo fachtjens in'ceynde gebracht,gelijckin't voor-gaende capittel gefeytis. De felfde pijn , fchrijft Hin-rickv^n Hen,, gantfch over te gaen, als men hetminfle van de wortel, ofte de bladeren van Spun-kyuyt in fpijfe, ofte dranck gebruyckt. Jae ick heube verfcheydene hooren getuygen ,in haer felvé verfocht te hebben, dat de wortels van kleyn Speen-kruycalleen by hem gedragen, de pijn van het fpeen doen verdwijnen, Dit wijten wy de teyckinge, ende gelijckeniffe , die defe wot-telkens met het Speen hebben. Waer van in onfe IM-Iqydinge dir Hollamfoht Genuf-midddtn. Wt (onderlinge eygenfchap is hier toe mede feer dienftigh,het Vet,dat een Paling,aen het fpit gebraden werdende,ondruypt. Om het Speen niet alleen te verfachten,maeroock wa op te doen krimpen, is feer bequaem een Salfkenvaa een Doiyer van een Endm-cy, Raip-faet kkyngtflooim, end Tertpin-mid , gemengt met ouden Batp-olye.,

6. In het Inwendigh, en Behoren Speen dientaltijt een open lichaem gehouden (alfoo harde kamer-gang, voor by de gefwollen Speen-aderkens komende, lee groote pijn verweckt)doch niet met Af-drijvende mi ; delen, om daer niet nae toe te drijven : maer alleen me ver*

ocr page 313

ONGESONTHEYT. 287 verachtende , gelijck Manna , Pruym-kguyt, DiacaihQÜ. ton , El. Lcniiivum gt;nbsp;ofte Syroop van Provency-ropn.

HetIX. Capittel.

1°

DEKamer-gang is mede, gelijck nu dickwils in an^ dere Sieckten verhack is,diiedethande mangel onderworpen : ende en fehlet dien volgende niet allee met pijn, ofte te veel af: maeroock te weynigh. Sommige hebben dit van nature, dat fy maet alle drie vier dagen eens afen gaen. Jae ickhebbe een Joffrouw gekent,die maer alle twaelf dagen af.treek en hadde, anders, wel etende, ende wel vatende . Diergclijcke exempelé zijn van andere oock aen gemerckt.Dit gebeurt mede dickwils , als men van huys reyft, ende fijn gewoonlick ge-gemack niet en heeft. Sulcx verhaelt een Italiaenlch geneef-meellet Brrfavolus van fijn felven : gelijck ick oock van verfcheyde andere dickwils verftaen hebbe.

ocr page 314

288 SCHAT DER ofte Kalfs-voettn. Hier toe doet oock te meerder fevens in-gedock:, als de nature kan verteren: ende daerby Ledightyt, lang op't bedde te leggen , ende veel te Slapen. Dan wy en onderfoecken niet 4efe: maer een Hart-lijvigheyt, die haren oirfpronck treckt uyt Sieke-licke Qirfakyn. Defe zijn dtiederhande. i. Ongevodick: beyt van de Darmen , gelijck maken Slapende deckte , Popel-fy , ende Geraecktbeyt. Soo verhaelt Alex. BenediElusvan een Vrouw, die in de eene zijde geraeckt was, en in een geheele maent geen af-treck en kreegh, waer vanfy uyter-maten op-fwol. 2. Gebrec^van Pric^d, alsde Gal, die de Dermen gewoon is tot af-fetten te prickelen, op.gebonden ofte verleyt wert, foo datfe in de Dermen niet en komt, gelijck dickwils gefchiet in de Gele-fucht.

3. Verßopte, ofeebenaude Dermen, het welck welde mee-fte Oirfaeck is. De Benautheyt gefchiet door Gefwel in't Derm-fcheyl, ofte eenigh Ingewant, waer doorde Dermen nauw toe-gedouwt werde: fomtijts oock door Scheurfel. Verßopeheyt komt van harde ende drooge Kamer-gang, gelijck in de gene, die weynigh eren, ofte even uyt een Deckte op-ftaen, de ledige Aderkens alle de vochtigheyt uyt de Dermen fuygende; ofte van dick ende taey Slijm,daer van FerneliiK twee exempelé heeft,' 6.Pathol.9. ende in't leven van Heumius, verhaelt wert van LipfuK, die nae lange Geckte foo veel taey, ende aen een gebacken flijm loofde, dat hy bekommert was fijn Dermen quijt gewordé te zijn. De Hart-lijvigheyt wert noch veroirfaeckt door gefladige bedervinge van veel ende alderhande Koft, de welcke een genadige rau-wigheytin de Dermen verweckt.

3. De Hart-lijvigheyt wijft haer felvë. Komen der-halven de Kyn-teyckynen alleen aen op het onderfcheydeo van de Oirfaken. De uytwendige wijfen haer felven mede aen ; te weten,dat yemantyetHoppende gegeten.

ocr page 315

ONGESONTHEY T. 289 ofte gedroneken heeft, veel op de reys is geweeft,ofte lang geßapen, ende hetlichaem niet en heeft geoeffent. Indien niet van fulcx voorgegaen en is , foo moet op de inwendige gelet werden gt;nbsp;öfter eenige Verdoovende heckte , ofte Gele-fucht, ofte heete Lever by is , ofte datter eenige heckte voorgegaê isgt;waer door de Kamergang komtte verharden gt;nbsp;ende op te houden.

en-

ocr page 316

29° SCHAT DER

ende daer dan onder vermengt vier lepelen Boter, ofte Olye van foete Amandelen. Tuschen beyde maghwen oock een ander fetten van K ruyden, die de Dermen wat meerder prickelen, gelijck (ool fap met een onçe, ofte ander half Bitttr-heyligb. De Af-drijvende middelen van bovenen , zijn hier ondienftigh, alfoo fy alleen het lof-fcheende weecke af- fetten , waer door dan het andere, noch drooger, ende harder wert. Maer Manna,fimpd Pruym-kyuyt, El. Lenitivum, Diacatholicon , ende dierge-lijcke fachte, magh men hier bequamelick in-geven.

lek zal hier noch by vougen een feer vremde manière om een gevaerlicke Hart-lijvigheyt te genefen, gelijck die felfde my van Parijsover-gefchrevé is by den hoogh-geleerden P. Mar. Merfenni«. Hier is , fchrijft hy,'0. flout 7nteRer ;die alles derft aen-grijpen. Deft heeft onlang: fek.tr man, die in eenigt dagen niet ter Jloel en haddt gewttß, ende niet te helpen fcheen, den Eyndel-derm (op den felfden komt oock het make van Karner-gang meeft aen)vomfr om lofch gemaeck, , uyt-getrockpn , de verharde vuylightyt date uyt gehaelt , den Derm wederom in-gefet , endegeheelt .

6. Dewijl dit Gebreck veeltijts veroirfaecktwerdt door een quade Manière van Leven , foo kan een goede daer in veel goets doen. Soodanige moeten haerdan voor eerft wachten van fulcke Spijfe, die gefeyt is Hart-lijvigheyt te maken, ende gebruycken alleen de gene, die de Dermen lofch, ende glat können houden,gelijck geftoofde Beet, ofte Spinagye ; Werm-moes van Beet, Melde , roode Ifyol; geftoofde Appelen , Pruymtn, ofte Corinthen; oock Vijgen , en R^o^^ynen uyt de hant gegeten. Is mede goet des morgens, een goet glas Bier, een wey-nigb lauw,nüchteren gedroneken. Het Lichaem dient oock beweeght, doch niet door ftercke Oeffeninge: gelijck mede hier onbequaem zijn groote Bewegingen des Gemoets,'ten zy milTchicn de l'reefe , die in fom-mige den Buyck feer haeft lofch maeckt. Her

ocr page 317

ONGESONTHEY T. 291

Het X. Capittel.

I.

HEtis feer vremt,dat fommige Sieckten, die te voren geweeft zijn, vergaen,fommige van nieus komen , ende fommige ons by blijven. Plinii«fchrijft in't 26.bouck van fijn Nat. hiftorye op't 1. cap. dat het Co-Itjckeerft gekomé zoude weCen ten tijde van den keyfer Tiberii«, en^e dat niemant dit gebreck eerder gewaer gewerden is, als de KeyCet felve,totgroote verwonde-ringevan het Roomfche volck,verftaende dat den Key, fer met een heckte gequelt was,waer van fy te voren den naem noyt gehoott en hadden. Dit fchijntoock wel ee-nige waetfchijnelickheyt te hebben; door dien Hippo-cram, G4hniis, noch yemantvan d'oude GeneeGmee-ders eenigh gewach van het Colijck maken. Dan dewijl de oitfaken, die het Colijck verwecken , altijdt in de Lichamen geweeft zijn ; foo is wel af te nemen ,dat dit geen nieuw op-gekomen deckte en kan wefen: ende al hebben de oude Geneef-meefters den naem van Go-lijck niet gebruyckt, foo hebben fy even-welfoodanige Buyck-pijn wel gekent, doch na een anderen Derm ge-heeten, te weten, den Om-gebogen, by de Griechen , Ikos (zijnde den naem van den Derm,ende de Sieckte,

T 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge-

ocr page 318

292 SCHAT DER gelijck dit PUnifh oock Colum noemt) den derden van de dunne Dermen, in't i.cap. befchreven . Ende ditis oock de meeninge van Mercurial* in't 5. bouck van fijn Verfcheyde Letten op't ii.capittel. Maer de nader Geneefmeellers,wat nader onderfcheyt makende,hebben de Pijn van de dunne,ende dicke Dermen verfchey-den, ende de eerfte denouden naem alleen gelaten, ende aen de andere eenen nieuwen gegeven , na den Kronekdquot; derm, in't Griecx Colon genoemt, daer defe pijn haet meeft onder.hout,ende derhalven de benaminge gekregen heeft van CoUjek., ofte Colicompas , nae het Latijnfeh Colica paffio. Doch alfoo beyde Pijn meeftopeen ma-nier genefen wert , foozullen wy, om niet eendingen twee mael te ftellen, hier alleen handelen van het ge-meenfte.

2. Defen Kronckel-derm,dewijl hy lang ende krom is , als by nae alle d'andere Dermen om-vangende, ende daer beneven vol kronckels, foo wert hy dooreenige vuyligheyt, dieliarcn door-tocht daer heeft , lichtelick verftopt ; waer uyt dan groote Spanning vetoirfaeckt, het welck in vlieüge deelen, gelijck de Dermen zijn, fcherpe pijn verweckt. Defe Buyck-pijn ontftaetoock fomtijts uyt eenige Scherpe ofte Q^aetaerdigt vochtigbeyh de vliefen van de Dermen te feer bijtende: maer meeft uytverftoptheyt van Koude ende Slijmerige voebtigbedm, die dan vele Wint verwecken,ende als die nergens door-tocht hebben , defen Derm dapper op doen fpannen; als mede urharde ende verdrooghde Kamtr-gang, waer door de Dermen verdraeyen,ende onder een fchieten, gelijck P4ramp;,ende Pl4i„usdaer van exempelen aen-wijfen. S00-danige Slijmerigheytfteeckt , ende verftopt aldaerdoor Ledigheyt, Gulfigheyt,nyt het gebruyck van koude en (lijmerige Spijfe , gelijck Moffelen, Concommers , Meloenen, infonderheyt Kdr/jdie van fommige al te gulfigh in-ge-flockt

ocr page 319

ONGESONTHEY T. 293 ßockcwert. Soo verhaelt de gemelte Phieruj , van ye-mant, die lang gequelt zijnde geweeft met Colijck, ende Tracking van zenuwen, nahet gebruyek van Cly-fteren menighte van gerönne ende verharden Kaes door den Kamer.gang quijt werde, den welchen hy lang in de ktonckels der Detmen gefeten te hebbë daerom óórdeelden, om dat hyin langen rijdt, nae dat hem die by de Gencermeefters verboden was,niet gegeten en had-de, maer dat hy voor deüeckte fijn felven daarmede dickwils onmatelickvcrvolt hadde. Doch niet alleen door het verhouden van Kamer-gang, maer oock van Winden, wert het Colijck verweckt, die niet alleen defen Derm , (onlange de Pijn duyrt, en (pannen,maer (omtijts noch daer naet gefpannen , ende uyt-gereckt laten. Soo (chrijft FemJius inde Ónt-ledinge bevonden te hebben , dat (ommige door gewoonte van de Winden op te houdë, den Ktonckel-detm foo dick hadden, als eenarm. Verhaelt oock van andere,die uythee ondetfte van den buyck de Winden al ri(pendeop brachten ,welckcts ri(pen in plaet(ch van vijften was.

3. Het Colijck vertoont haer met gtoote Pijnende Spanningein den Buyck , die (y geheel doot-loopt, ende geeneen plaet(ch en houdet,als (y van Winden onftaet gt;nbsp;fonder de welcke fy naulicx oyt en is , met gtoote Rommeling, in(onderheyt als de Winden gant(ch bedotê zijn, ende noch onder , noch boven uyt en können , gelijck hier gemeenlick gefchiet , ende dan (chijné de Dermen, als door-boort te werden, ende als öfter eenpael in-ftack. DitTeycken, als oock het Walgen, ende Brauen eerft van Sljm, daer nae van Gal , heeft het Colijck gemeé met het Graveel: diedaetom door andere Teyc-

I fenen, hier naein't 15.cap. te verhalen, moeten onder-1(cheyden werden. Dit dient hier alleen aen-gemerekt, 1 nbsp;nbsp;nbsp;dat het Colijck meeften-rijdt in de dineker zijde komt,

T4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;om

ocr page 320

294 SCHAT DER

om dar de Kronckel-derm aldaer nauft is. Want , alfoo de vuyligheytin't bovenfte,ende ruymfte deel van defen Derm, na deruymtevan denfelven dickaen een backt, ende verharr, ende door de wint na defe nauwte met ge* welt gedrongen wert;foo gebeurt het,dat de vuyligheyt daer dickwils blijft fitten , ende noch harder werdende, den Derm uyt doet fpannen,het welck groote pijn verweckt. Het Golijck, dat uyt fcherpe, zoute, ofte hee-te Vochtigheyt, beftaet, houteen vafte plaetfch,enis vergefelfchapt met een Koortfabe, Dorftyende TTakequot;; befwaert door beet Eren, ofte Drinc^m, alwaer hetoock dickwils Gjnen oirfpronck uyt treckt. Als hier een qua -den aere by is, dan beftormt het vele ende verfcheyde lùyden op eenen tijt, ende gaet voort als een Peft. Soo-danigen Golijck fchrijft Paul. Egintta eertijts velelan-den der Romeyné fevens befmet te hebbë; gelijck fc»-ntnus oock fchrijft onlangs in Silefyen gebeurtte zijn.

4. Het Golijck en is niet kleyn teachten, dewijlhet ten feer hevige pijn ,ende benautheyt maeckt, die niet alleen dé Buyck, maer het geheele Lichaem onüek, en de krachten dapper krenckt. Het minfte hout wel lich-telickop, ende vergaet door weynigh middelen. Maer als de Verftoppinge groot is, ende de Vuyligheyt foo vaft Gt, dattec niet met allen van onderen afen fchiet,dat heeft vry fijn gevaer; infonderheyt alifer Nock,en Flauquot;, by komt: want daer op volght gemeenlick de Door met kout Sweet. Het Colijck vaneen Heete, ende fcherpe Vochtigheyt is mede feer gevaerlick, infonderheyt als daer een Gercke Koonfch t by is. Als oock foodanige Vochtigheyt van plaets verandert, dan verandert met cenen de Sieckte, gelijck fy na 't Hooft,ofte op de Zenuwen fchietende Vallcndt-fackte , Gcrfflkybtyh ofte Gicht veroirfacckt. Hier van getuyght de gemelte Egintta , dat de gene , die , op fijnen tijt, van foodanigh

ocr page 321

0 N G E S 0NT HEY T. 295 Colijck in een Vallende-(ieckte vervielen,meeft al ftor-ven : maer die daer door van Geraeckiheyc aen-geroche wierden,meeftbequamen.

5. Alis'c dat, gelijck dickwils vermaent is, de rechte Genefinge beftaet in't wech-nemen van de Oirfaeck: foo valt de Pijn hier veeltijts foo hevigh,datfe dwingt, om d'Oirfaeck wat aen een zijde te hellen, ende voor al te gebruycken(bodanige Middelen,die de felve können verlachten, jae die het Gevoelen verminderen. Dan tot het laetfteen moet men niet lichtelick ten eerften komen; alfoo foodanige Middelen de Verfloptheyt noch vaftet, ende hart-neckiger maken; maet het Lichaem voor al ontladen met een verfachtende,ende af-fettende Clydeer; gelijck in Winden,ende koude Slijmerigheyt, van Hcemft-worul, van Malufre, GUs-kyuyl , Ecrcnprÿs, Origo, Dil, CamiUen, Melilojcn,B4W4er, Angs-fatt, Str-nontiyn, ende een onçe Sme.bladeren in goet Bier, tot een half pint gekoockt,ende dan door gekleynft zijnde,daer onder gemengt, een onçe,ofte ander half (na de Siecke fterekis) Biner-beyligb, met een vierendeelloots %our. Ende defe Glyfteer magh meerder als eens gefet werde. Dochals fy wel gewerekt heeft , magh men de Senen, ende Biner-beyligb daer uyt laten, ende in plaetfche daer by doen wat onge^ouu Boter,G/mfaofte Hoender-wt,Vctf-1fchen Olyevan Olywn,ofte van Amandelen. Vanboven© \ dient onder-tuffehen mede in-genomen een lepel ofte i twee 0lyevan foete Amandelen, verfcli ende fonder vyer i geperft, met een roomerken heeten Malvafey , ofte 1Spaenfeben wijn. Wanneer de Vuyligheytte hoogh fit, tende met geen Glyfteren af en wil fchieten , foo magh men van bovenen in-geven Af-drijvende Middelen, heli fchreven in't 1.Deel , ende nu dickwils aen-gewefen . 1Doch als de Pijn foo hevigh is , datfe gantfch geen uvt-1 hel en wil geven ; foo moet men komen tot Mitbridait, T 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Tbc-

ocr page 322

296 SCHAT DER

TberiaW, de fwaerte van een Franfche kroon, ofte tot halffoo veel Philonium Rom.fint Euphorbia.

Wanneer het Golijck veroirfaeckt wert door heete, ende fcherpe Vochtigheyt, dan dienen gebruyckt ver-fachtende , ende verkoelende Middelen , gelijck een Clyfteer van Maluwe, Vyokn-bladeren, Glas-kyuyt,gepel» de Gerße, Lijn-fati. Garnilie-bloemen , gekoockt in water tot op een half pint , ende dan vermengt met Diacathdi-con I onçe, ende 3 onçen Syroopvan Rofen met Rhabarber. Doch als geen af-treck van doen is,foo dient fulcx uitgelaten , ende by het Af-fietfel gedaen een Dotyervan een Ey. Van bovenen magh men mede gebruycken Olyt van foete Amandelenmet wat Syroop van Vyolen. Ende,foo de Pijn te groot is, komen tot Amandel-melexlen' met verkoelende Soden , daer een halve , ofte geheele onçe Syroop van Bolle by gemengt is. De Quaet-aerdigheyt moet weder-ftaen werden door foodanige Middelen als in'c i.Deel op't 18.capittel zijn aen-gewefeh, waer van oock'tgebruyck nader verklaert is in't ii.cap.van het 2.bouck,in het voor.komen,ende genefen van de Peft.

6. Wat de Moniere van Leven belangt. De Pijn doet hier den Etens-luft wel overgaë;te meerder alfoo'tgene oock gebruyckt wert, gemeenlick terftont wederom met walginge op-komt. Galenus prijft in kout Golijck het Loock, als kracht hebbende om de Windente verdrijven,ende het kout ende taey Slijm te verteren. Daer toe mede bequaem is Ajuyn, Werm-moes van Kervel, Beet, ende Pareye; Wijn heet gemaeckt met Noot, Foelyt, ende wat Suyt^er ; als oock Seek, ofte ander trermtW^n, die niet en treckt, zijn hier dienftigh; gelijck mode Bttr met Camillen gefoden,ende heet gedroncken. Sulck Bier magh oock onbefchroomt gebruyckt werden in heet Golijck: waer toe mede dienen de Koel-dranckeu hier voor in de Koortfchen befchrevé. Die het Golijck on-

ocr page 323

ONGESONTHEY T. 297 onder-havighzijn,moeten haer (onderling wachten van Koude voeten,ende altijdt een open Lichaem houden, ende als haer Winden openbaren , de felve uyt den nau-wenbuyck,de wijde werelt over-geven.

Het XI. Capittcl.

2.0;rfaken,

ONs Lichaem is foo vruchtbaer, datter naulicx een Deel gevondé wettgt;daer geen Wormen en groeyen, Igelijck te fen ftaet by HoUtrim, Duretus, Veiga, Marc, i Donatus , Ferndius, Foreflus, Paré , Sennertus, SebeneRjus, Epijl. àScbol^iocoU. 74. ende andere. Maer fy hebben 1 nbsp;nbsp;meeft haten oirfpronek in de Dermen, ende fomtijtsin

fulcken menighte, datfe met honderden af-fchieten.

ocr page 324

298 SCHAT DER

zijnde, als verweckt, doorde Wermte, dewelckeby die bedervinge is. Ende daer toe is bequaemft de gene, die wat vochtigh is. Het welck de oirfaeck is , als me-de haer Gulügheyt, dat de Kinderen, meerder als vol*; waTene, die Scherper Wermte hebben,de Wormen on-derhavigh zijn. Even-wel heeft Saxonia gehen , dat een oude Vrouw van tachtigh jaer noch eé groote Worm isI quijt geworden. Dan dit en komt niet cens by de Kinderen; alfoo oock bevonden is, dat fy noch felfcinde Lijf-moeder, met Wormen gequelt wierden, diefe ter-ftontna de geboorte loofden. De voornaemfe onder/ de Wtwendigt oirfak/n is Gulßgheyt, waer door den eenen: Koftingedockt wert, eer dat den anderen verteert is,| die dan lichtelick bederft : infonderheyt als hy oock van, fijn felven lichtelick komt te bederven , gelijck MtkbI Kaes, fott Fruyl, Pluck.-wuchten, Vleyfch fondtr Brooi,| jae oock Brooi fonde Tot-fpijfe , gelijck ick bevondé hebbe nen vcrfcheyde Swangere vrouwen, die uytluftniec, anders en aten,als verfch Terwen-broot.

3. Ende alfoo de Spijfe , die de menfehen gebruyc-ken, verfcheyden is, ende het Slijm oock vericheyden gedraeyt wert , foo en is't niet vremt, dat de Wormen niet allegader even-eens en zijn . Behalven de gene, die geheel vremtende feltfaem vallen,befchreven by Sebent' kjus 3. Obf.zii. uytgebeelt by Paré in'tig.bouckvan1 fijne Heel-konfte, op het 3. capittel, foo ftellen Arifo' leks, ende Galenus (het welck oock by de Grieefche, Arabifche, ende meeftalle de nieuwe Geneefmeefters gevolght wert) driederley onderfcheyt van Wormen, Ronde, Breede , ende Maeyen.

De Ronde wormen gt;nbsp;dat is , de gemeenfte,zijn van ge-daenre ront, ende langachtigh, ende groeyen meelt1 de Dunne dermen,foo dat fy , honger,hebbende, lich-celickdaeruyt in de Maegh op-komen, ja den Mom;

ocr page 325

0 N G E s 0 NT HEYT. 299 als hy open is , uytkruypen, ofte in denflaep gefloten zijnde , door 'tgehemelt haer in den Neus begevengt;en-de aldaer dan gelooft werden.

De Brttdt wormen, die in'c Griecx,na haer gelijckeniiïe, Taiwa;, dat is gt;nbsp;Swachttls genoemt werden, en zijn nergens na foo gemeen. Sy nemen haer begin in den Blinden Derm , ofte de winckels van den Kjonclfel.derm, dan zijn fomtijts foo lang , datfe alle de Dermenbedaen,gelijck Galenus , en Trallianus aenwijfen. Dan haer lengte is feet verfcheydé, VaUerioU maeckt gewagh van nege voet,en meerder , Plaierus van veertigh, Aponcnfis van vijfthien, de gemelte Trallianus van fefthié. Saxonia getuyght eens foodanigé Worm van een jonge van fevenjaer,eh twee-mael inVrouwe gehen te hebbé,van acht elleni D'- Tulp van veertigh ellen. Ende Plinius verhaeit , darter Swachtel.wormen groeyen van drie hondett voeten , ende noch langer. Siet Schenc^ius 3.0b/. 208. Sy fchijnen tebe-!ftaë uyc vele kleyne Wormkens, het zaet van Kouwoet-j den , ofte Concommers gelijckcnde , met de monde-kens aen malkander vaft houdende, gelijck oockfom-mige gemeent hebben inder daet te wefen. Hier. Ga-bucinus fchrijft, dat den breeden Worm even-eens is , als een wit af-fchrapfel van de Dermen, dat al de felve in i haer lengte bedaet , binnen het vvelcke Wormkens, ge-j 1ijckKouwoerden-faet,groeyen . Ende als dit in't af-1gaen komt te breken, ofte te (cheuren, dat haer alfdan openbaren die kleyne Wormkens, ofte byfonder uyt-kotnende,ofte aen malkanderen vaft zijnde ; die hy oock feytbevonden te hebben alleen te leven, ende't gefeyde af-fchrapfel, als fy haerroeren, te bewegen /twelck anders fonder bewegen, ende leven zoude zijn. Hier uyt ftelt hy den Breeden Worm niet anders te wefen, als een Slijmerige vochtigheyt , die rontfom aen de Dermen hangt gt;nbsp;en aldaer verdickt gt;nbsp;in de vvelcke dan defe kleyne Worm-

ocr page 326


ocr page 327

SCHAT DER ONGESONTH. 301 Wormkens, het fact van Kouwoerden, ofte Concom-mers gelijckende, haren groey nemen. Defe Breede wormen werden (eer Telden gehen, dan fchieten gemee-nelick met (1) ftucken af. Sommige hebbë twee hoofden, gelijck hier een (2) uyt-gebeelt is. Andere zijn fonder fienlick hooft,op de gedaente hier (3) aengewefen.

Mae,ven zijn feet kleyne Wormkens,de Maeyen, die inde Kaes komen, gantfch gelijck. Sy groeyen onder aen den Eyndd-derm , ofte de Slkyt-fpiir , meeft in vol-waffene, ende fulcx in foo grooten menighte, dat de kamer-ganek van de felve krielt,fomtijts oock uytkruy-pen, ende haer over de billen , ende heupen alleünts vetfprevden.

4. Wy komen nu tot de Ktn-itycRenm. Defe zijn Spinninge in den BuycR met Rommeling ende Streckte, het Voteren van de Spijfe wert bedorven, waer op dickwils Walging, Braken , ofte een Loop volght, als mede Swack-btyt in de krachten, Bleyck.he,t in't aengeficht ; Waterige , ofte Gtfwollt Oogen, te weten , als de dampen , die van de beweeghde v ochtigheden nae het Hooft opUijgen, heet, dun, ende fcherp zijn: Inekfel inden Neus, van wegen de gemeenfehap , die hy heeft met het binnenfte vliesjen van de Dermen. Ende als fy na bovenen gedreven werden , gelijck meeft gefchiet door honger , ende gebreckvan voedtfel, dan makenfe Beginge, Btnautheyt in de Reel, dapperen Honger , ende droogen Hoeft, doordien het Middel-rift in gemeenfehap getrocken wert van den Mont des Maeghs , het welck dan met hoeften fouckt uyt te werpen , 't gene haer fchijnt te belaften, doch niet zijnde, dé Hoeft droogh is. Van wegé de pric-keling, die fy geven aen den gemelté Mont des Maeghs (door fijn fcherp gevoelen groote gemeenfehap hebbende met het Hert, en de Herffenen) Flauwte , Tricking •van Renttwen, ende Vallende deckte • Dan dit heeft alleen plaetfch

ocr page 328

302 SCHAT DER

plaetfch in de Ronde, weynigh in de Breede, gantfeh nier in de Maeyen,die niet veel anders als een moeyelick l„ckfdverwecken.

ocr page 329

ONGESONTHEY T. 30; tels, ende faden können geftooten, tot een vierendeel loots, meteenigh nat in-gegeven werden , ofte oock met de gemelte Kruyden rekoockt. Men kan mede |het Sap uyt de bladeren persen , ende het felve alfoo ge-1 bruycken, ofte met Suycker, ofte Honich tot een Sy-tope koken. Dan alfoo de gefeyde Middelen heet zijn, | nbsp;nbsp;foo en dienenfe in koortfchen niet gebruyckt , in welc-

| kers plaetfe dan genomen können werden GrAs-irorids, i Muyfen-oor , Suyring , Cichorty , Curotn-fep , Verjuyf, |ftercken JVJquot; • Hier en is niet gebruyckelicker, inion-1derheyt voor Kinderë, als gebrindm HArts-bonn, om dat | hy geen fmaeck en heeft ; dan ick en hebbe, daer van | nbsp;nbsp;noyt eenigh voordeel können bemercken. Dethalven

!is beter dat men haer geve gefuyeW' Worm-kyuyi , ofte

Suycker-kocxkens daer van gebacken. Menkan oock het bekerken,daer fy wat bitters uyt drinckengt;eerft met Honich beftrijcken, om haer den foeten fmaeck voor af te geven. Sulcx is al van den poëet Luemiw geraden geweeft in fijn 4.bouck:

— pueris Abfatbi^ tetra medentes

Cum dare conantur , prius oras pocula circum Contingunt Mellis dulci flavoque liquore •, Vtpuerorum atas improvida ludificetur

|labrorum tenus: interea perpotet amarum Abfintbi laticem, deceptaque non capiatur.

Dan alfoo het niet genoegh en is, dat de Wormenfter* ven,maer oock datfe (want anderfms verrottenfe in de Dermen, ende verwecken groote ftanck , ende andere toe.vallen) gelooft werden ,foo zal men by 'tverhael-de, Af-fettende middelen vermengen. By exempel, N.^«warfau, ende Rhabarber, van elcxeen half vieren-deelloot, twee fcrupels,ofte eenvierendeeUoot, nae V nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;het

ocr page 330

304 SCHAT DER

het fterek moet zijn. Ende als het noch fterekerve^ eyfcht wert , dan magh men in plaetfch van Rhabarber nemen Spma Diaturbith cum Ramp;to. Zijn oock bequaem de Pillen Ruffi, i vierendeel loot, ende voor de gene,dic het fterek verdragé kan,Exir0a.Catholicum, een fcrupeh Wtwendigh zal men onder-tudchen den Buyck frijCquot; ken met Olyevan Alfrn, ende over den Navel leggen een pap van groenen yf/ßen (ofte van de ander Kruyden, hiervoor vermeit) in Wijn gefoden , dan in een vijfel geftooten,ende wederom op-gekoockt met Vw-bo^ mul, ende dan met wat Aloë, een Oße-gdl, ende O/y' von Wijn-ruyt vermengt. Tot den Breeden worm wert infonderheyt geprefen het poeyer van Varm wovid, met water van wilde Vitfen, in-genomen. De Mayen, alfoo fy aen't eynde leggen , können bequamelick verdreven werden met Set-pillen, uyt Honich, :lt;out, ende wat Aloë gemaeckt, ofte oock van jfluyngefchrapt.

7'Degene, die met de Wormen gequeltzijn, moe* ten wel letten , datfe geen Spijfe gebruycken , die lich-telick bederft, ofte verftopt. Het Terwen-brooris beter, als Witte.broot. Vifch valt hier ondienftigh; alsoock foete Melek., doch vergeh oD-gekoockt zijnde niet Lootk. fet de Wormë dapper af. by gebraden Vleyfeh magh men doen Ciirom-fap -, ende het gaoden Roven met Seyring; Latouw , Beet . Den Dranck kan wefen lichte Wijn, ofte liever Mede; ende alffer Koortfch by is, kleyn Bier , ofte Gras-water, met Syroop van Aslijn ofte van Citroentnge-mengt. De Kinderen können gevougelick drineken kleyn Bier , daer de vrucht Stbeflen in gekoockt is: ende haer Bieren-broot, ofte Kgren-mtlck (als fv hart-lijvigh zijn ) foeten met Manna , ofte Syroop van bltyeky Rojm.

Het

ocr page 331

ONGESONTHEYT. 305

Het XII. Capittcl.

DESieckten,van de welcke op eenen tüt veel yolcx gequelt wert , Algemene by den grooté Hippocrates {genoemt, zijn tweederhande, (pruytende wel beyde uyteen gemcene oirfaeck: maer die even-welgantfeh V 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;van

ocr page 332

;o6 SC HAT DER van malkanderen verfchillen, de eene werden by hcm| geheeten Epidtmii , de andere Endtmii .

Epidtmii, ofte Voort-loopende, krijgen haren oir-fpronck in een Lant, het welck dapper geplaeght heb* bende, gaen voort, gelijck offe met een wint over -woeyen, in andere, eerft in de naefte, ende daernaein ver-gelegene Landen; tot dat fy, aldus als een loopend' vyer voort-geloopen hebbende,ten laetfté,haer kracht, als uyt-gebrant zijnde, gantfch verdwijné. Hare begin-feien Baen uyt een gemeene , ende ongewoonlicke oir-faeck,beftaende meeftendeel in een quade,en vergiftige Lucht. Want alfoode Lucht alle Menfchen gemeen is, fonder de welche niemant fijnen adem halen,ende dien-volgende niet leven en kan; foo is onmogelick, ofte moet,wanneer fy met ongefontheyt gekrenckt is,oock Algemeene ongefontheden , ende Krencktcn verwecken. Soodanige zijn Ptfl, PcJligc Koortfc^, ende die ons in't jaer 1529. uyt Engelandc quam,de fettim^' Sitckfegenaemt, endefoo al voort-ging, totdatfe ten laetften gantfch verging. Hier van is breeder telefen (buyten de fchriften van de Geneef-meeflers) in het 27.bouck der Engelfche hiftorye van Polydorus Virgini«' Van diergelijcken overloop hebbé wy hier te lande geilen , Squynamtc , Pleurt , Wooden-loop, Sinc^ingen, Kjnatr-pocRen , en andere. Hier van is wel gemeenlick de quads Lucht oirfaeck, doch niet altijdt : dewijl fulcx oock kan gefchieden door bedorven ,endeongefonde Spyft gt;ofte Dranek., en een quade Manière van leven -gelijck wel be-wefen is by dé Milaenfchen Septalitu in fijn Wdegg. op Hipp. 1. deAer.Aq.« Locis.Want de Ervarentheyt leert, dat al is deLucht helder,ed fuyver,even-wel fomtijts de Peft onder 't volck komt ; als voornamelick in belegerde, ende benote lieden , alwacr uyt Hongers-noot (die een fcherp fweert is) alles, 'tzy eetbaer, ofte oneetbaer

ocr page 333

0 N G EsONT H EY T. 307 ingedingert wert,om dé rafendé buyck (die gelijck Ho. m„wfeyt,geêooré cnheeft) watte ftillé. Sulcx fchrijft Cæpr te MArfaUt gebeurt te zijn , als die ftadt van hem belegert was. Ende daertoe geeft het beleg van de ftadt Lryacnmkjaer 1574. een gantfch drouvigh exempel. De Sieckten, ENdtmH genoemt, alsof men feyde, Inlantfche, fpruyten mede uyt een algemeene oirfaeck, te weten Luihi , Wattrtn , ende Spijfc, ende zijn derhal-ven oock algemeen ,maer in een lant ; ende al fetten fy fomtijts wel voort , foo en ver^aen fy op'tlaetde niet, gelijck de Epidtmii ; maer blijvealtijt in haer eygé Lant. Van defen ßagh zijn de Poelen in Weft-Indyen,die door de vremde vaerté van daer by de Spaengjaerts eerft in haer landt, daer nae in't jaer i492. 3.4. 5. ofte 96. (want foo verfchillen hier in de Schrijvers) te Napels gebracht zijn, als de Françoifche daer oorlooghde, waerom fy van de Napolitanen,en andere Italianen ge* noemt zijn I/mal Frantefe,gelijck fy de felve in't weder-keeren geheel Italyen door , ende met eenen t'huys brachten. Maer de Françoifen hietenfe na dé naem van deplaetfch, dacrfyfe eerft gekregen hadden, de Napo-litaenfche. Siet Guicciardini, onder andere, in'tlaetfte van fijn 2.bouck der Italiaenfche oirlogen, die het rechte jaer aen-wijft. Dan de Spaengjaerts (als vinders van de nieuwe Werelt) hebben deoudtfte brieven, en werden by ons de Spamfthe-potken genoemt,uyt danckbaer-heyt van de gene, diefe in't jaer 1496.met de Koninck-lickebruyt inZeelandt brachten , by ons te voren, als oockelders, gantfch onbekent zijnde. Defe Quel en komt niet uyteen quade Lucht , want anders zoude hy mede al lann op.gehouden hebben: noch oock uyt qua-de ende bedorven koft, gelijck fommigevoor-geven: want foodanige is voor defen al dickwils gebruyckt ge-weeft, fonder dat daer van hetminfte teycken van Poc-

V3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ken

ocr page 334

308 SCHAT DER

ken hem oyt geopenbaert heeft. Men vint oockdät niet het gemeen volck ende de kalifen, daer meerde' mede gequelt zijn, als wel de groote, ende die de befte koft nuttigen. Ick en kan even-wel niet nae-laten, om datfe wat aen-merckens waerdigh fchijnt te wefen , alhier te verhalen,de meeninge van een Italiaenfch fchrij-ver Fioravanti, dat de Pocken in Weft.Indyen een in-lantfche Sieckte zijn , endealdaer haer begin genomen hebben,door dien dat de Menfché malkanders vlcyfch daer eten ; ende feytfulcx verfocht , ende bevonden te hebben , acn een Hondeken, het weick hy op-ßoot' en niet te eten en gaf,als alleen gekapt Honde-vlcyfch, ende dat het felfde van die koft de Pockë kreegh. Waer uyt hy beduyt , dat de Indyanen alfoo mede door vleyfch van haren evgen flagh ende aert,de Pocken kre-gen: ende dat de Napolitanen het felfde over-komen is , door dien fy, in de belegeringe van haerftadt, uyt hongetf-noot, Menfchen-vleyfch aten . En hier mede komt over een 'tgene fommige Françoifche fchrijvets, niet könnende lijdé dat de Pockë na haer genoemt werden , noch dat fy die by de Italiaenfche hoeren zouden verovert hebben, ons willen berichten,dat in den tocht van Card den 8, op Napels , fommige Koop-luydenuyt vervlouckten yver van winfte, het vleyfch van eenige krijghf.knechten, die in Barbaryen gebleven waren, in't leger verkoften voor ftucken van vifch, die fy Tons noemen, ende wy Tonynen. Ende om defe groote nader-heyt van de nature meent de vry heer van VeruUm, Can-çellier van Engelaut, dat het Sogh der Vrouwe foo be-quaem niet en is in fommige heckten, als van andere Dieren. Hier uyt blijckt oock dat den italiaenfchen Ficinus een grooten mifdagh heeft , als hy raet tot ver, lengen van'tleven te gebruycken het Bloet van een ge-l)eeljong, ende gefont Menfche,om de groote eygen-fchap

ocr page 335

ONGESONTHEYT. 309 fchap, die daer is tuffchen het Voedtfel, ende bette voeden Lichaem. Ende defe oirCaeck wert van fommi-ge voor-gewent,waerom het Verckens-vleyfch de Joden zoude verboden zijn geweeft, als ftoffe gevende tot de MdaeiJheyt, die mede een eygene, ende gemeene Sieckte onder haer was . Ende gelijck,

Siijiia , quarn Jimilu , nequißim^ blt;fi4, nobù, het loofe gedrocht van Apen uytwendigh onfen handel geheel nae-aept,foo hebben wyinwendigh in ons Lichaemeen groote over-een-komft (laet de Hoovaerdye vryin ons plaetfch hebben) met de vuyle Verckens . Selfs foo verre, dat Galtniquot; vethaelt , van een fchelmfe waert, die fijn gaften Menfchen-vleyfch voor-fcttede, het welcke fy voor Verckens-vleyfcn aten.Om welcke grouwel ick een Paftey-backcr van Heufden, die van wegen fijn leckere pafteyen, grooten loop hadde, te Dordrecht rechtvaerdelick hebbe ben rabraken .

Hier toebehooré mede Loopende Varen,foo genoemt omdat fy in geen plaetfch bil en blijven, maer fonder op-houden liet gantfche lichaem , infonderheyt de gewrichten , als kruypende mieren , door-loopen , ende door-varen. Dit gebreck is eygen , ende gemeen in Denemercken, Dithmarffen, weftfalen, ende op de kanten van Cleef, Gelderlandt, ende Vrieflandt. Ende wertbefchreven by Hendrich ran Bra, gcneefmeeftet van Campen, in feker brief aen D'- Foreß, gedruckt achter fijn 2o.bouck.

Diergelijcke Inlantfch gebreck is in Polen , ende de Landen daer ontrent gelegen , de Mnr-vlecht ,wanneer het Hayr onder malkanderé verwert, ende als met ßijm aen een gevlechtis. Hier vanis in't breet voor defen gefchreven, by drie Profciïoren van Padua , Minadont , L nbsp;nbsp;Saxonia,ende (die ick daer noch heel bejaert, gehoort

!V 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;• heb*

ocr page 336

,IO SCHAT DER

nebbe) Fonfai, als oock den Duytfchen StnntrttK.

Soodanigen aert hebben mede de groote Kroppen, die wy gehen hebbé in het volck/twelck aen de AlpUt ofte hooge Snee-bergen tuffehé Italyen, endeSwitfei' lant haer woon-plaets heeft , ende veroirfaeckt werden door de Lucht , ende het Snee-water, het welckgefh-digh met groot gedruys in menighte (foo dat het ons hierden Rhijn brengt) afloopt, ende haren dranek is, gelijck mede Pliniw felve de oirfaeck daer op-leyc ii. Na,.37. Want fy krijgen daer door een groote op-blafinge in de aderen, (Iagh.aderen,ende de ydele plaep fehen , die tufTchen de Spieren van de Keel zijn. Ende al is't dat defe oirfaeck niet aen-genomenen werdt by Ferntliw, treffelick geneef-meeflervan Hemick de II. Ironing van Vranekrijek, ((teilende fulcx alleen te komen van grof, ende taey flijm , aldaer uyt het Hooft (inekende) foo beveftighteven-wel den ervaren rtf het oude gevoelen met het exempel van een huyr man hier te lande , die uyt armoede niet als vifch gegeten,ende daer toe niet als water gedroncken hebbende, mede een gefwel aen de krop kreegh. Waer in dege-melte Fort, meent foo veel te vafter te gaen,door dien den Boer het Water drineken gantfeh latende, endena een Purgatye, Middelen, die doen verdwijnen , ge-bruyckende, het gefwel haeft verging. Dan dit ver-fchil is wel lichtelick by te leggen. Want de koudoende miftige Lucht, die aldaer valt, ende het Snee-water verkouwende de Maegh , ende Herbenen , veroiriaken foodanigen grof,ende taey Slijm: het welck gefielt kan werden de naefte oirfaeck, gelijck de andere de eerfte, ende uytwendige,die foodanigh dijm door haer felven maken , ende alfoo den gront leggen totde Krop-ge-fwellen. Lanpiui, geneef-meefter van den Palfgraet, in den ,3.Brief van fijn 1.Bouck, ende den 4.Btiefvan

ocr page 337

ONGESONTHEYT. gii fijn ;.Bouck, geeft hier van de oirfaeck, dat het volck aldaer water drinckt,'t welck uyt de bergen, daet veel Met'd in is , af-komt loepen, ende dat veel Quicfilv by hem heeft. Maet al en kan niet ontkent werden,dat het Quichlver een befondere kracht heeft om het (lijm nae den montende keel toe te drijven ,foo dat het oock vanbuyten geftreken zijnde , doet quijlen , ende de tanden los maeckt, gelijck dePock-meefters wel bekent is : dewijl even-wel in Hongaryen, Seven-bergen ,ende andere plaetfchen, daer het Quicfilver in groote me-tighte voott-komt, die Kroppen niet gevondé en wer-| den, foo dunckt my beter te zijn, dat menümpelick de oirfaeck leyt op de rauwigheytvan het Snee-water , dat van de hooge bergen komt af-loopê,ende van die Luy-den aldaer wonende van jongs op gedronckenwerdt. De geeftige poëet SaUuße Barusfpreeckt van foodanige Sieckten in den i. dagh van (ijn 2.Weke:

Mais quo, ? ne penfes pas , que U fortune guide Peße meße le ebump de U tierce Eumenide , le vo, de fes folduts , qui, conduits par raijbn , Font choix, amp;nbsp;de Province, amp;nbsp;d'auge, amp;nbsp;de faifon. Ainfi le Portugal eß fécond en Phtißques, L'Ebre en EferoueUeux , TArne en Epileptiques, L'une Inde en Veröle*^, la Savoye en Goitreux , En Pefteux la Sardaigne , amp;nbsp;l'Egypte en Lepreux. Suivant les Mœurs de lieux , ou la forte influance Du Ciel gouverne tout .

Wclckevereen by Heer Iacob Cats aldus vertaelt zijn: 'Ten is niet b, geval, dat ons de fwacke leden Door kganckhejtfijn ontßclt , door ßeckgen af-gereden, V5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Em

ocr page 338

312 SCHAT DER

Eenyder /rerelb-deel dat heeftfijn ejgen aert VVaer door het in de nienfch verfthejden quälen baat.

De Teeringh gaet in fwungh ontrent de Portugijfen, Men fiet het Krop-gefwel meeft in Savoje rqfen,

Valais dat voedt de Gicht en 'tquasiigb Flereçÿn, Sardaigne fwarte Peft, het doodelickjenijn .

De VVefter-Indiaendte helt naer vuyle Pocken, Die hier oockjlickmael zijn, oockjnider ßjde-rocken,

Ægjpten geeft een Zeer geltjckjls Lafary;

Tofcane breyn-gewoel en felle raferny.

Noch ifer boven dat een hoop van boofe quälen, Diejder laer-get, op vee en menfchen dalen, laejder levens deel heeft fijn byfonder quaet Dat van de kjntjheyt af tot mans en vrouwen g^t.

Wy zouden meerder diergelijcke Gebreken können verhalen , die in een plaetfche eygen zijn : dan wy zullen die, om hier in'c beginfel niet te lang te vallengt;ende (gelijck Diogenes feyde, van een kleyne Rade mee een groote poort, te vreefen dat fy daer door zoude uyt-loopen) de felve over flaen , ende komen tot het gene wy voor-genomen hebben , te weten , de Blaw-fduh'' een Inlantfche Geckte onder de volckeré van de Noort-fche landen, als met namen van Hollandt, Zeelandt, Vlaenderen , Weftfalen , Pomeren , Denemercken, Sweden , Noorwegen, Ys-lant, Groenlant, Spitiber-gen, ende de na-buyrige geweften. Wantalfoo de In-woonders van defe Landen foodanigen Lucht, ende Maniere van Leven gebruycken, die (gelijck wydaer na zullen uyt-leggen) feer bequaem is , omde Blauw-fchuyt te doen groeyen, foo en kan het niet anders toe-gaen,ofte fy moet aldaer feer gemeen zijn , ende in an-

ocr page 339

ONGESONTHEY T. 313 dere,gelijck Vranckrijck , Spaengjen,Italyen , benef-fens de oirfaeck,onbekent wefen. lek kan getuygen, dat als in dé jare 1617. onfe Nederlanders de Venetia-nente hulpe gefonden waren, tegen Ferdinand, doen hertogh van Grats, namaels Keyfer, fommige vande felvige, aen de Blauw-fchuyt,diefe hier uyt het Landt gebracht haddë,feer ellendigh gingen; ende dat de Ge-neef-meefters van Venetyen niet en wiften, wat voor een Sieckte fy daet af maken zoude. Diergelijcke heeft my oock vertelt onfen Ambaffadeut van Venetyen komende ,hoe dat hy aldaer begroet werde van een Pools Graef, die foo quelligh aen de Blauw-fchuytging, dat t hy leven , noch Nerven en konde. Defe klagende , dat hy foo vele Geneefmeefters verfocht hadde,fonder ee-nige verlichtinge te vernemen: foo feyde den wel ge-melten Heere, dat fijn liuyfv rouwe haer wat op dierge* 1 lijcke faken verftont , ende dat fy wel lichtelick die Sieckte zoude kennen. Waer op Me-vrouw zijnde ver-1 focht binnen te komen , ende bootende , ende fiende de toevallen, ende teyckenen van't Gebreck, konde wel haeft oirdeelen, dat het de Blauw-fchuyt was, ende daer over fptekende met fijne Geneefmeefters , ende haetbeduydende van wat aert de Kruyden waren , met dewelcke die Sieckte hier te lande genas,foo verfonnen fy op een Kruyt, dat ontrent Verona in feker beeck wies (het welck haer Ed. niet en konde noemë) wat fcherp-achtigh van fmaeck, gelijck hier onfe Kruyden, die daer toe gebruyekt wierden,ende dat het felfde van daer ge-haelt zijnde, den Poolfchen heer , die te voren foo veel te vergeefs verfocht hadde, daer door verlichtinge gevoelde ; tot dat hy hem elders begevende , alwaer de rechte Kruyden waren,ten laetften volkomelick genas. Dan defe Sieckte begint haer allencxkens verder uytte fptpyden , ende door over-biengen bekent te werden in eeni-

ocr page 340

314 SCHATDER

eenige Landen , daer fy voor defen gantfch vremt ge-weeft is. Waeromfe fomtijts oock wei Epidtmia magh gerekent werden met D'-^nfrn. Wane het kan wd wefen,dat eene Sieckte ten inftchte van een LandtEf' dcmiiK , ofte eygen is , ende van wegen andere Epidtrain' ofte gemeen, alfoo dat onderfcheyt niet wefentlick, maet alleen toevallighis , ende foo kan het mede ge-fchieden, dat in een Lanr, maet een menfche zoude men te fterven van de Peft, die daerom voor geen Ef' dtmia zoude mogen gehouden werden. Soo is aen duider zijde defweetende Sieckte eerftin Engelandceygen geweeft, ende daer na voort-loopende inanderelande, algemeen gewerden ,gelijck mede de Bliuw-fchuyh dit wy niet-te-min houden onder 't getal van de Endtwü,

Sommige nieuwe fchrijvers hebbê de ßlauw-fchuyt willen ftellen onder de Nieuwe Sieckten, gelijck wf doen de gefeyde Spaenfche pocken, fweetenae Sieckte, ende diergelijcke. Maer al is't fulcx, dat fy met de namen,die fy tegenwoordigh heeft by de Oudefchrijvers niet bekent en is geweeft, foo en irre even-wel niet van huyden,ofte gifteten hier te Lande op-gekomen. Sulci' en blijckt nietalleen uyt Olaw Magnus gt;nbsp;in fijn befchrij-vinge van de Noortfche landê;maer oock uytverlchey-de Oude fchrijvers . Pliniw in't 25.bouck van fijn o'quot; tuerlicke hiftorye, maeckt gewach van een Sieckte, die hy Stomata«, ende Scelotyrbenoemt, met defe woorden: Daer en wert niet alleen gevondë Boofreyt onder de Baßm om de Menfchen te befchadigen : maer ooek.in de Wateren , tndt Landen. .Als Germanicus Cæfar in Duytflant met fijnltgquot; over den Ramp;ijngetrocktn was, foo vont men ontrent de ^et-kani ten Fonteyn metfoet water , watr vangedronckyn ttyndt,detank den binnen twee jaren uyt-viden, endede knytn lofcb witrdtn. De Mediçijns bieten het Stomacaee,ende Scelotyrbe. Defe Germanicus was een fone van Drufut (die de Duytfché n^de

ocr page 341

ONGESONTHEY T. 31g dapper met legers geplaeght heeft, waer van noch de naem van Droes over-gebïevenis) een broeder van Ti-ètriw, die na fijn ftief, ende fehoon-vader hugußus key-fer was. Maer die twee namen van Stompe«', ende Sce-lotyrhen zijn nieteerft gegeven aen die Sieckte in'tleger van Germanies : alfoo fy de felve al lang te vore had-ae. Want Sirxbo in'c 16. bouck van fijn Grieckfche landt-befchrijvinge, noemt die felfde namen , daer hy befchrijft de Sieckte, die onder de Krijghf-knechten quam ,als Eliw GnUw een leger,door laft van den Key-let digrfw, voerden in Arabyen. Jae felfs defe Sieck, te en is onfen ouden Hippocrates , over een-ende-twintigh hondert jaer niet onbekent geweeft, gelijck metckclick blijckt uyt de befchrijvinge, die hy doet van de groote Milten . Dlt;n Buyck,feyt hy, is op-geblaft, detr naefweh de Mih, is bars , ende daer vah/cherpepÿn in. Hy verander; van versre, ende wert bruyn, ende vabwe, gdÿek een granaes-febd, flincl, uyt fijnen mont, ende tant-vltyfcb, bet wdek, vende tanden pbeyt, kyÿght op fijn beenen fenringen, gelyc^ naebt-pwyften, de leden nemen af, ende de kamer.gang is hart. Ende Prorrb. 2. fclitijft hy; Die de Mils groot is, bebben quamp;a tant-vley/cb, ende ten flincRynde mont : ende die /ulex , noch bet bloeden over tn komt , dit kyÿgtn op batr btenen quadtfatringen, ende /warte vlac^tn . Ende de ' Benaminge van Ileos b^maiiui, komt over een in riaern, ende teyckenen met bloedende Sebeur-buyek. Dan de Ge-neeCmeefters, die dlt gebreck Stomacace , ende Scelotyrbe genoemt hebben , zijn wel lichtelick oock Griecken geweeft (gelijck de Romeynen doen gebruyckten) nae detoeva\lé,ofte de fchade, die het felvige in den Mont, ofte Beenen dede. Want ZropgKaKM , Stomacace, is (bo veel te feggen , als Mont-quaet, ofte Mont-kaek: alfoo de Blauw-fchuytde Mont doet ftineké,ende dooreten . Waerom het oock (^bjek D'lt; Wkrns meent , toe.

ocr page 342

316 SCHAT DER ,

hoe-wel niet na den (in van Dr. Ronßen , Ofado genaemt is van Marcellus Empiricus , die geleeft heeft ten tijde van de keyfers Gratianus,en Thtodoßus, ontrent hçt jaer 380. Ende ^)C£À^u^(3m , Scdœyrbt, beteyckent Scheur-bttn, foo genoemt nae de Pijn, die de Siecken in de Beenen voelen, gelijck Scheur-mont, na den Mont, ende Schtut*lt; buyc^naden Buyck, wiens vlies, in defeSieckte,fom' tijts van eë feheurt,gelijck Eugaknus getuyght. Dquot; Reynier Snoy, Borgemeefter , ende Geneef-meefter vandet Goude, heeft het den naem (craffa amp;nbsp;pinguiMintrvâ* feyt Salomon Albertus) Gingipedium gegeven , na het tant* vleyfch,éndede voeten. In Hollant heeten wy't felf-de gemeénlick,na de blauwe Vlacken , Blauw-fobityi•

2. Blauw-fchuyt is eë algemeene, en eygene heckte in de Noortfchelanden,beftaende ineen quaetaerdige, en verborgene hoedanigheyt, dewelcke door 'tgeheele Lichaem,infonderheyt de Deelen, die het voedtfel be-ftieren,verfpreyt is , fpruytende uyt Melancholijcke, grove,en weyachtige vochtigheyt, vergefelfchapt met fivaermóedigheyt der geeftë,fwaerte in de beenen,ver-moeytheyt over 't gantfche lichaem,benautheyt op de borft,bedervinge in hettant.vleyfch,ftinckendéae{rem, ende blauwe vlacken, voornamelick aen de beenen.

Droogh,vaft, ende fchrael lant,alfoo het geen vet-tigheyt en heeft, ende niet wel bewerekt en kan werden, is onbequaem om vruchten voort te brengen: daer-en-tegen dat vet,ende wel geploughtis,geeft den Lant-man groot vordeel . Hetplougen en miften doet het Lant, dat anders gelijck onderbleven is,alsfmeltenj ende rijfen,gelijck Columella wel fchrijft z. 2.endei5. Het dienftighfte dat foodanige Aerdegéeft is Terwe, waer van het Broot gebacken wert, dat onfe befte, ende gemeende Spijfe is, (het welckde oirraeckis,dat onfe Salighmaker oock bevolen heeft omons dagehcx;

ocr page 343

0 N G E s0NT HEY T. P7 broot te bidden) gelijck den beften dranck Wijn gt;nbsp;ende den gemeenften hier te lande Bier is. Macr indien (y alle drie niet wel en rijfen, ende gefuyvert werden,lbo en konnenfe geen goetvoedfel aen het Lichaem mede-deelen, dan veroufaken verftoptheyt, ende doen grove ende quade vochtigheden vergaderen: gelijck men bevindt in onderbleven Broot, het welck als loot in de Maegh valt ; als oock in onklaer Bier ; ende Wijn , die noch niet gewerckten heeft. Want Gijl , ende Moft, alfoo fy noch vermengt zijn met Gift, ende Moer, vallen rauw,onfuyver, ende dienvolgende oockonge-font om te drinekén : maer als fy aen'twercken komen, dan beginnen fy als een ftrijt aen te rechte op haer vuy-ligheyt; met haet geeften, ende weemte rijfende ende opdtingende (even-eens gelijck men Get in het lieden van eenigh nat) waer door de onreynigheytfinckt,ende van het ander (uyvere gefcheyden blijft Op de felfde wijfe gaet het met de Vochtigheden onfes Lichaems. Want als alles wel geftelt is, dan fmelt deSpijfe inde Maegh, gelijck tot eenen room , die wy Gijl noemen, ende aldaer door de in-geboren wermte mede als werc-kende,foo fcheyden van het voedfame, de deelen, die tot geen goet voedfel en können gedyen, ende werden daerom, als overtollige vuyligheyt, gelooft. Maer het 1 gene nutende dienfligh tot voedfel is, wert door den eygen aett, ende d'ingeboren kracht van de Maegh,ende Detmen, gekoockt. Daer nae aldus bereyt zijnde gefonden na de Lever, om aldaer tot fijn , ende fnyver Bloet als gemalen te werden. Op dat fulcx tebeter | zoude toegaen,foo wert het groffte van dé Gijl (moetende fchieté door nauwe wegen) met eenigh wey vermengt , ende daer door driftiger gemaeckt zijnde , van de Milt ingetrocken , dewelcke niet-te-min dien dicken , ende fuytachtigen Gijl bewerckt,ende verändert in

ocr page 344

pg SCHAT DER .æhI in een Bloet,dat hier , ende de naefte deden dienftign is. Maer 't gene totvoedtfelgantfch onbequaem yalÿ dat maecktfe haer quijt,ten deele door deSpeen-adcrc; ende den tack van ae Poort-ader, ten deele door haer Slaqh-aderen, van de welcke het overfchot in de Nieren xan gebracht werde:waer door dickwils in de Mik' fieckten het Water bruyn is..

Wanneer dit aldus nae behooren gefchiet, danUde Menfche wel te pas: maer ais door te veel rauwe^ en^ quade koft te befigen, oock in een gefont Lichaem, hg felve in de Maegh ende Dermen niet wel verteert,noch van fijn vuyligheyt en kan gefcheyden werden,en dat de Gijl alfoo vol grove, ende onfuyvere deelen in deLever komt ; dan en kan de Milt alle de felve niet na haer trecken , ende 'egene fy ontfangt, niet genoegh be-wercken: waer door dan het Bloetongerefen,ende on-fuyver blijvende, oockfoodanigh voedtfel aen het Lie-haem geeft : het welck al de Deelen,daer het by komb met Blauw-fchuytige toevallen befmet,gelijckdaern' zal aen-gewefen werden.

Wthet genegefeyt is, kan nu wel lichtelickaf-ge-nomen werde de Pl4ttfch,daer de Blauw-fehuyt groeyt, te weten , als fy niet door befmettinge aengekomen is,। die meeftendeel de Milt is , fomtijts oock de Lever (gelijck D'Forrfgetuyght bevonden te hebben in den prendent Aßtnddft, die oock de meefte vlacken int| rechte been hadde) als mede Al-vleyfch,de tacken vani de Poort-ader, ende de aderen van het Middel-rift,ende het Net; in delaetfte,als fyeerft begint, ende in de eerfte , als fy nu al wat geduyrt, ende toegenoméheeft.

geduyrt, ende toegenomé heeft, ï daer noch niet by, maergaeo

Het en blijft even-wel daer noch ten laetHen door alledeaderen. Want al is't, datye-

mant die de Blauw-fchuyt heeft, al goeden koft at, ende dat de Maegh hem wel verteerde,de Gijl, die doori

ocr page 345

ONGESONTHEY T. 319 foodanige onreyne wegen fijnen door-gang heeft, ont-fangtde felve befmettingen , ende wert vermengt met de quade vochtigheden , die hy aldaer ontmoet. Hier door komt het oock aen Lever, ende Milt ,jae het ge-heele Lichaem,foo dat ten laetften al het Bloet een ^e-dervinge deelachtigh is,gelijck men uyt de teyckenen, ende het gelaten bloet bevint.

Warde 0irfa«kbelangt, de voorgaende is fwart, ende grof bloet, vermengt met eenige rauwe wey, zijnde als een loogh,datbeftaet uyt water ende verbrande deelen , fomtijts oock met andere rauwe , endebe-dotvene vochtigheyt,gelijckfulcx de geftadige vetan-dering van het water kan uyt-wijfen. Nualfoo de Vier-den-daeghfche koortfche, ende andere Sieckten, die mede uyt foodanigen Öirfaeck voort-komen, de felve toevallen niet en hebben, met de Blauw-fchuyt, die oock befmettelick is , ende als de bedetvinge aen de Lever, ofte Milt getocht is, nauwelicx immermeer volkomelick genefen wert : foo is daer uyt genoegh af te nemen, dat de Blauw-fchuyteé byfondete bedervin-ge deelachtigh is,en dewelcke dieper indruckfel geeft, als door de eerfte hoedanigheden kan gefchieden : jae | nbsp;nbsp;eenfoodanige , dewelcke den aert van vergifnavolght,

en foo diep inbijt, dat die kr^ht nimmermeer te recht uyt-gettocken kan werden. IJerhalvcn nae dat die rauwe ende grove Vochtigheden in de eerfte wegen toenemen, ende blijven fteken,ende met de fclvige andere vuyligheyt gemengt wert, ende dat de wermte van ons Lichaem (die noyt ftil en ftaet) geftadigh daer op werekt,ende fy onbequaem blijven ,om tot voedfel te können gebracht werden, foo komen fy van handt tot handt hoe langer hoe meerder te bederven,tot datfe ten laetften een bvfbnderé aert,ende befmettelicke verrot-tinge, die de Blauw-fchuyt eygen is , aen-trecken : ge-

X nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lijck

ocr page 346

320 SCHAT DER

lijck men het felfde oock bevint in het groeyen van andere quaet-aerdige gt;nbsp;ende vergiftige Vochtigheden , de welche, hoe fy Tanger in'c Lichaem blijven, hoefy arger werden.

Dit fwart, grof, rauw, en onfuyver BIoet, treckt fijnen oirfpronck uyt een quade Maniere van Leven,be-ftaende in fes Niet-natuerlicke dingen ; waer by komen langdurige , ende vierden-daeghfcheKoortfche, ende een ongefonde geftaltenilTe des Ingewants ; als oock Befmettinge.

Seer wel is gefeydt van den treffelicken fchrijver Pluiarchus in fijn 9. Tafel-reden van't 8. bouck, Dat wy van de felfde dingen, daer wy van leven, oock feck werden . Want gelijck door goede Spijfe ende Dranck onfe nature lang in dit leven onderhouden wert,van wegen dat fy , 't gene geftadigh vervlieght, wederom herfteilen , ende alle de deelen onfes Lichaenis voeden : foo en is in tegendeel quaetvoedfel daer toe niet alleen onbequaem, maer bederft daer-en-boven de nature, ende verhindert haer werckinge , ende fulcx verfcheyde-lick na de verfcheydenheyt van de bedorven Hoffe. S00 fchrijft Galenus dat uyt Voedfel, het welck fwaerende Erof bloedt maeckte, daer by komende de hitte van de ,ucht, veel volcx in Alexandryen de Melaetfheyt kregen. Ende uyt diergelijcke oirfaeck zijn de Noortfche landen gequelt met Blauw-fchuyt, die aldaereygenende heel gemeen is,infonderheyt by de gene, die aen de Zee wonen, ende terZee varen , om dies wille, dat fy veel gebruyckengq°uquot;quot;,ende gtroocktVltyfch,gdrfligb, ende rauw Speek,, Worten, ^«tyjJm , ge:(oute,gtroock!egt;ende gcdrooghdt Vifch, gelijck Haring , Bockenh Salm, amp;£• als mede Enden, Ganfen,Swanen, ende al 't gene wym den Schat der Gefontheyt gefchreven hebben grof bloet temaken. Want alfoo dufdanige Spijfe niet welluchc en-

ocr page 347

0 N G E s 0 N T H E Y T. 32t ende rijfende in de Maegh gemaeckt en kan werden, foo blijftfe in de eerfte wegen fitten, ende geeft de eer-fte ftoffetotde Blauw-fchuyc. Hier doet infonderheyt toe het bedorven Koren, het zy dat het nat opgedaen, ofte, oock anders niet wel waer-genomen is . Daer van hebben wy een aenmerckens weerdigh exempel onlangs gehadtin de laetfte belegeringe van Breda , alwacr veel jaren te voren tegen foodanigen noot een groote me-nichtevan Terwe was opgeleyt, fonder de felve eens te vetfchieten : waer door al de gene , die van het Broot, 'twelck van die gefchote ende bedotvene Terwegebacken was , gegeten hadden , feer deetlick aen de Blauw-fchuytvervielen, wel tot liet getal van drie-en-dertigh hondert, gelijck my vethaelt heeft den wel-ervarene M' - Nicolaes Schavart , tegenwootdigh gewoon-licke heebmeeftet der ftadt Dordrecht, doen tertijdc binnen Breda, alwaer hy veel van de felfde konftelick genefen heeft . Soo is door bedorven Rogge van Ooften de Blauw-fchuyt in'tjaer 1556. in Brabant gebracht, gelijck Dt. Dodoens fchtijft: waer van mede te Loven in'tjaer 1525. geftorven is den hoogh-geleerden domtor inde Godtheyt Martinus Dorpius van Naeltwijck, (die groot zoude geweeft hebben, hadde hy mogen leven, gelijck Era/mus van hem fchtijft) de Geneefmeeftets 1 aldaer niet eens wetende , wat fieckte het was , als DrForeß getuyght. De felfde verhaelt oock van twee Gcneef-meeftets in den Hage, die de Blauw-fchuyt van den taetlheer Saftout niet en kendengt;foo darter een ander om hem te helpen moftkomen van Amfterdam. Waer uytblijckt de waerheyt van het gene de wijle Platofeyt, dat het geluckvan een gemeene fake beftaet meen geleert Geneef-meefter, ende getrouwe Vroe-moeder-De felfde Sieckte wert veroirfaeckt, door Twse-bacllt;, 1 (dat op de vette reyfen mede genome wert) als het me-

X a nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;de

ocr page 348

322 SCHAT DER

de van bedorven Tervve gebacken is , ofte op een voch. tige plaets gelegen heeft, ofte anders mufgeworden is. Gelijck oock van oude Kfu, Kpoi, Ajuyn, Boonen, Er-weten, ende andere Pluck.-vruchten, voornamelick aisfy niet wel gade geflagen en zijn. Soo gctuyght Hippoeritts van fommige, foo mans, als vrouwen, die door gefta-digh eten van Pluck-vruchten , fwacke beenen kregen, ende alfoo bleven ; ende die Erven in haer fpijfe ge-bruyckten, met pijn in de knyen gequelt wierdé. Want dit alles heeft weynigh dat voedfaem is , ende veel over-tolligheyt, ftreckende om grof, dick, ende rauw bloet te maken: het welck (als de felve lang na malkanderen gebruyckt werde) ten laetftë een bedervinge krijght,die de Blauw.fchuyt eygen is.Derlialvê zijn de Vriezen, die foodanige grove fpijfe meerder gebruycken, als de Hollanders , oock defe Sieckte veel meerder onderhavigh. Waer uyt wy dit vordecl trecken , dat de Blauw.fchuyt ons foo wel befchrevé is by Dn Severinus Ewltnus,nce[. High en geleert geneefmeefter vanDoccum in Vrieflant.

Onder den Dranc^ komt hier voor eerfle oorfaeck van de Blauw.fchuyt, het Water dat bedorven, ende vol wormen is, het welck die nae Ooft-Indyen varen dickwils gedwongen zijn te drincken,ende wel foo dapper Rinckt, gelijck my verhaelt is ,dat niemant daer van drincken kan, of hy moetGjn neus toe-houden, ende even-wel uyt noot gedroncken wert . Het fclve doen oock Wateren, die grof, rauw, onklaer, ende brack zijn , die tuschen het zout ende foot, ofte uyt Ail-ftaen-de Hooten , ende grachten gefchept werden. Als mede het Bier, dat van foodanigh Water, ofte oock quaet Mout gebrouwen is, infonderheyt dat niet lang, ende met weynigh Hoppe (waer door veel verbetert wert) geknockt en heeft . Gelijck oockprÿn, die bekaemtis, lang wert , ende begint te bederven ;

Helpt

ocr page 349

ONGESONTHEY T. 32;

Helpt noch veel tot de Blauw-fchuyt de Lucht , de gelegentheyt der Landen , geftalteniffe der Plaetfen, ftreckende tot koude,vochtigheyt,brackigheyt, ende onfuyverheyt. S00 is bevonden dat als de jaren 1556. ende 1562. gantfch vocht ende regenachtigh waren, met Zuydelicke winden, daer op gevolght is, eenal-


grof, brackigh, ende befmetis met veel dampen, de-welcke de Zee, ende de Rivieren in'taf-loopen, als oock de Meten, ende Gorfingen op-geven, ende door denadem in.gehaclt zijnde, de Geeften, ende het Bloet


ocr page 350

324 SCHAT DER

befmet. Soo bevint men, dat in de Plaerfchen ontrent de Zee,en daer veel ftil-ftaende wateren zijn, de Blauw-fchuyt gemeen is, daer men in drooge gantfeh van haer niet en weet. Ende felfs oock hier te lande en is dat ge-breek foo fwaer, noch foo gemeen niet ter Goude, ofte te Rotterdam, ende noch minder te Dordrecht, alwaer de riviere, uyfde welcke gékoockt, ende gebrouwen wert , alle daegh op en afloopt, als wel te Amfterdam, ende in Noort-Hollant, daer het vol Meren , ende ftil-ftaende Waterenis. Waerom oock (Get de voorlich-tigheyt Gods ) de Lepel-bladeren, het voornaemfte ge-neef-middel, by haer in overvloet waTen, (gelijckfy hieraen het Wijekfehe Méér af.gebeelt zijn)die by ons in'c wildt niet gevonden werden,maer alleen andere van mindere krachten,als genoegh zijnde voor lichter fieck-te. Sommige hebben gemeent dat een zultige Lucht ontrent de zee , wel de voornaemfte oirfaeck van de Blauw-fchuyt was : maerwyfeggen, datfe daertoe wel helpt, maer in haer felven geen oirfaeck alleen en kan wefen, aengelien dat het volckin vele plaetfchen, ge-lijck midden in Hollant, daer mede gequelt is, die verre van de zee leggen, ende in tegendeel vele aende zee zijn,getijck Venetven, dat rontfom van de zee befpoek, endetuffehen beyde door-loopen wert, alwaer men van geen Blauw-fchuyt en weet te fpreken.

Hier komt noch by de Maniéré van leven in Orfemn» ofte Stil :(ijn. Want de gene die in ledigheyt haer njthefteden, vergaderen velenvertolligheyt, die anders door de Oeffeninge zoude verteren , ende daerom zijn de Steedts-luyden meerder met de Blauw-fchuyt gequelt, als de Boeren , de Vrouwen ,als de Mans.

Waer toe het fijne mede by-brengt het Opboudmvan gevoonlickç lofingc, gelijck van Stonden, ende infonder-hcyt van 'tSpeen.

ocr page 351

ONGESONTHEY T. 325

Als mede onmatigen Sliep , die de rauwe Vochtigheden vermeerdert ; ende al teveel Waken, yvaet door de ingeboren wermte verteert, ende dan veel rauwigheyc vergadert wert .

Gelijck onder de Bewegingen des Gemoets oock anders tot het groeven van fwart endefwaer bloet vele doet de Straermotdightyt ofte Droufheyt: foo doetfe oock in defe gelegentheyt; ende veel van foodanigh bloet voort-btengende, geeft ftoffe aen de Blauw-fchuyt, foo dat men in de gene, die met een grove Maniere vanleto ven lange in Droufheyt gefeten hebben,wel magh oir-deelen , Blauw-fchuyt ofte alleen, ofte met andere Sieckten vermengt, op den wegh te zijn .

Dewijl oock langhdurige Koortfchen ten laetften Veeltijts , in Vierden-daeghfche veranderen , de galachtige Vochtigheden metter tijt tot fwatte verbrant zijnde , foo helpen fy mede aen defe Sieckte.

Maer alle de verhaelde Oirfaken können lichter,ende vaetdiger dit Gebreck verwecken , indiender in't Ingewant,infonderheyt Lever, ofte Milt, eenige ongema-tigheyt, fwackheyc, ofte verftoppinge is, het zy de felve aen.geboren is, ofte door vetmenginge met de 1 quade Vochtigheden aen-gekomen is , waer door de grove overtolligheyt niet verwonnen noch af gefet en kan werden .

Hier komtten laetften noch by een ander, het wclck Ioock buyten alle de gemelte Óirfaken , alleen defe 'Sieckte kan vetoirfaken,te weten de Befmettinge, waer door de Vrucht van de Vader,door het Zaet,hetwelck van het Bloet gekoockt wert, ende noch meerder vah 1 de Moeder (wiens bloet bedorven zijnde ,'tfelfde daer ,van foodanigh voedtfel treckt) het foogende kint van de

Min de Blauw-fchuyt kan krijgen. Sulcx gebeurt oock , lichtelick, als yemant uyt een kan drinckt (gelijck daer-X4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;om

ocr page 352

326 SCHAT DER

om by ons een fchadelicke gewoonte is) met de gerie, die de Blauw-fchuytheeft. Want alfoo fijn Tant-vleyfch fache , ende bloedigh is , den adem ftinekende , foo blijfter wat van de vuyligheyt aen'c bier ofte de kan hangen , het welck den anderen aen-kleeft. Defe befmet-tinge gefchiet oock door den ftanek der Lichamen, dic van de Blauw-fchuyt overleden zijn. Wert oock fom-tijts wel over-gefet door het Kuffehen.Wat wonder is't dan (fchrijft Dr. Greg. HorJliu: van Olms) dat de Blau»; fehuyt in Hollant foolichtelick voort-gaet, ende oocK de gaften van buyten mede.gedeelt wert, alwaer het Poenen foo gemeen is als het groeten, infonderheytonder de Vrouwen,ende niet alleen de jonge (van de welche de kuikens lichtelick foo guaet niet en vallen,foo om datfe defe Sieckte minder onderworpen zijn, als mede om dat haer Schtur-buykfoo feer niet tegen en haet: ende hoe yet aengenamer is , hoe het minder befchadight, dewijl den treek de Inbeeldinge volght, endedefelve groote kracht heeftop onfe geeften , en vochtigheden) maer oock,och lacy! oude, ende verfchrompelde teu-tebellen , daer men de Kinderen mede zoude te bedde jagen. Dewelcke indien fy fonder een kus begroet wier-dcn,hetfelfde haer dapper zoude beigen, als of haer het meefte ongelijck ware aengedaen. Over dit tegenHaen-de, ende ongefont Kuschen, klaeght Montaigne].da Eff4is5. als oock al in oude tijde de Romeynfchepoëet Martialis 1 i. Epigr. 99.

Effugerenon eft, Baffe, bafatoret, inflant , morantur, perfequuntur, occurrunt, Et hinc i amp;nbsp;illtnc , usquequaque , quacunque. Non ulcus , acre , puflulamp;ve lucentes, Nec trtfle mentum rfordtdique lichenes,

Net

ocr page 353

ONGESONTHEY T. 3»,

Nec Mbrapingui delibuta ceroto,

Nec congeiatiguttaproderit naß, amp;c.

Welcke VerHen door d'heer Cars aldus overgefet zijn : Het is een vremt gebruy^kjat mans de mannen kufengt; Want daer en is geen brant in dat geval te bluffen »

En des al niet-te-min een yder wert gekaft

OockJie bet memant verzit, en die bet met en lu^.

Alis de neus gepuyft gt;nbsp;en dat de monden ftineken Noer loockof naer ajuyn,ofnaer omnatigb drineken, of dat een vuyle dam? baer uyt de mage fehlet » Hy wert terftont gekift wie maer de lippen biedt.

Weeb , weih met dit gebrujQ.

Ende het is wonder, dat dit noch ten tijde van den keyfer Domitianus (doé Martiali,leefde) in Twang ging, daer foo lange te voren de keyfer liberius openbaet had-dedoen verbieden het dagelickfche Kuschen , gelijck Sucioniu, in lijn leven verhaelt. lek hebbe te Venetyen gehen dat de Edel-luyden malkander op ftraet ontmoetende, noch op de Romeynfche wijle, den eene den anderen kulTchen dat het klapt: het welck in alle d'andere fteden van Italyen feer vremt zoude ftaen. Wat ons Landt acngaet , onder de Mans heeft dit weynigh plaetfch, 'ten ware miffehien datter een goet glacsjen voor gegaeo was : ende de ftatige oude Vrouwen (over dewelcke D'. HorBiquot;' foo klaeght) behooren haer oock tevreden te houden, dat men haer uyt eerbiedigheyt hier in overflaet.

3. Gelijck de Blauw-fchuyt, als fy langh geduyrt heeft , feer licht , foo ilTe in't begin feer qualick te kennen : als meeft gemeene teyckenen met andere Sieckten vertoonende, Derhalvcn en moet uyt geen een ofte X5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;twee

ocr page 354

328 SCHAT DER

twee teyckenen , gelijk dat het Lichaemfwaer, ende ras vermoeyt is , daer van geoordeelt werde. Noch men moet oock'niet meenen (gelijcknochtans het gemeen gevoelen is) dat die alleen Blauw-fchuytigh zijn, welc. kers beenen blauwe vlacken hebbé, die het tant-vleyfch Pacht gefwollen is, foo dat even aen-gerocht zijnde ter-ftont bloet,ofte die de tanden gantfeh lofch zijn : dewijl dit wel teyckenen zijn, maer alleen van Blauw-fchuyt, die al verre gekomen is, ende datter oockvele aen dit gebreck vaftzijn, jae daer van fterven, fonder die teyckenen te krijgen. Derhalven alfoo de Blauw.fchuyt uyt geen een teycken,dat fy altijt mochte mede dragen, te kennen en is, ende datter nauwlicx eenige Sieckte gevonden wert , waeronder fy niet en zoude könne fchuy-len, ofte by vermengt wefen, foo ftaen alle omftan-digheden hier wel ende nauw waer te nemen.

Voor-eerft dan,alifer achterdencken valt van Blauw-fchuyt, foo zal men Gen of men in een Lant, daer fulck gebreck eygen , ende gemeen is , ofte de Siecke fwaer-moedigh is , ofte hy eenigh mangel aen de Milt heeft, endete voren (het welck voornamelick te paffe komt) langen tijdt foodanigen Maniere van leven gebruyckt heeft, gelijck aengewefen is, tot hetfelve doffe te ge-ven. Hier dient oock gelet , dat als eenige deckte de gcwoonlicke teyckenen niet en vertoont, noch met gewoonlicke middelen kan geholpen werden , ende datfe luydert na de gene,die voor de Blauw-fchuytgoet zijn, als oock datter noch door braken,noch door groo-te af-treck, geen verlichtinge en komt , maer even groote benauwtheyt blijft , dan magh men wel deneké, datter Blauw-fchuyt onder fchuylt.r

Alsde Blauw-fchuyt even begint, dan is het Lie-haem terdont vermoeyt, met befwaertheyt in buyck, ende beenen, in de welcke mede een fwackheyt is,ende een

ocr page 355

ONGESONTHEY T. 329 een doove pijn,kortheyt op de borft; ende die aldus ge-fteltis wert gemeenlickfwaerlijviger, ende fijn levendige verwe treckt allencxkens na eë valu we blauwigheyt.

Hier op volght terftont roodigheyt , ende jockfel in het tant-vleyfch, het aengelicht is bleyck, fomtijdts oock wat blauwachtigh. Het water meeft dun,al-temet oock geroete. De pols is flap , kleyn,ongelijck, ende dickwils maer als kruypende; ofte groot en liart fonder onftekinge.

Met het aengroeyen van't Gcbreck,foo vermeerderen oock de vcrhaelde teyckenen , foo dat de Siecken haren aeffem nauwlicx en können fcheppen, ende het minfte, datfy haer roeren , qualick werden. Hier komen by fnijding, ende fcheuring in den buyck, het tant-vleyfch fwelt, ehis facht,ende voos,ftinckten bloet,als het maet even aengerocht en is, wert oock foo afgegeten, dat de tanden gantfeh lofch werden , foo dat ickge-fien hebbe, fommige, behalven weynigh kiefen, al haer tanden uyt-fpougen. De beenen en willen het lichaem niet dragen , ende zijn al offe met een beroertheyt gewagen waren ; werden fomtijts gantfeh mager , als uyt-ge-teerde, fomtijts fwellen fy, met eenige vuyle fweringen, gelijck men in de Melaetfche üet. Sy Raen oock uyt, meeft in de beenen , fomtijts in de armen ; als mede op den rugh, ende lendenen, met blauwe , rode, en bruyne vlacken: ende dat dickwils foo vol, als of die plaetfchen daer mede gefchildert waren. Hier by vervougen haer veeltijdts Koortfchen, ende alderhande Sieckten: als I mede de Roos , Knobbelen over 't geheele Lichaem , Water , Water-bleynen , Bock-water genoemt, quaet-aetdige Sweringen , ende ten laetüen het Kout-vyer. De oirCaeck van defe verfcheydenheytis den aert van de wevachtige, ende zoute vochtigheyt, die geheel ver-anderlickis, ende d'eenetijdt als water werekt, dean-1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;derQ

ocr page 356

330 SCHAT DERI dere als een fijnen damp, fomtijts als bijtend, endein-etent zout, waerby noch komt de byfondere bedervin-ge , ende venijnigheyt, daer fy al de deelen,die fykom' te raken , mede vergiftight.

Het gene in de zoute Vochtigheyt, die de Blauw* fchüyt maeckt, fijn , ende fcherp is , fentde NaturenK bovenen , alwaer het in't Tant-vleyfch , als facht, ende teer zijnde, lichtelick ontfangen, ende gehouden wert:; waer door het felve allencxkens voos op-fwelt, met, jeuckfel, ende ftanck, daer nae mede verteert : foo dat oock,de huyfkens, in de welcke de Tanden ftaenicnde als vaft in genagelt zijn , van de zoute , ende feherpe Vochtigheyt door-drongen zijnde, de Tanden niet langer tegen können houden, waer door fy nootfakelick moeten uyt-vallen.

Maer het gene inde gemelte Vochtigheyt grofiCn aertachtigh is, fackt na de Beenen , alwaer het met ver-fcheyde vlacken uytflaet, die in't eerft wat rootachtigh zijn, gelijck van Vloey-beten, daer nae blauw, ende bruyn. Dan als by defe Vochtigheyt noch wat dundef is , foo en facktfe niet allegader in de Beenen , maer vet-fpreyt haer oock over de Lendenen, Armen, Borna, Hals , ende het AengeGcht felfs.

Nu nae datde verhaelde Vochtigheyt plaets grijpt, daer verwecktfe groote Pijn , gelijck in de tanden , handen , voeten , armen , beenen, heupe, knyen, ende diergelijcken, maer infonderheyt in den buyck, door welckers felligheyt hy fchijnt te (cheuré, waer van oock de naem van Scheur-bHyekgekomen is. Als fy haer met het Bloet door het gantfche Lichaem verfpreyt, ende tuschen de Spieren vergadert , dan veroirfaeckt fy een groote Vermoeytheyt , ende Swaerte van 't geheele Lichaem, als oock Korten adem, wanneer fy regens het Middelrif; opvlieght,ofte dat het felve door de gefwol-

ocr page 357

ONGESONTHEY T. 3?i len Mik, ofte Lever gedruckt wert. Soo verwecktfe mede, alwaer fy vergadering maeckt, door het Lichaem alderhande Sieckten, ofte wert onder de felve foo vermengt , datfe met de gewone Geneef-middelen niet en können genefen , gelijck wy ink volgende Capittel zullen aenwijfen , ende daerom hier geen vethael vanfoo-danige Sieckten en maken .

De gemeene Teyckenen in alle Sieckten, te weten de Yols, ende'tWater, können hier vty wat mercke-licx aenwijfen.

De Pois flaet in de Blauw-fchuyt feer verfcheyde-lick, fomtijts groot, ende hart fonder onflekinge: maer meeftendeel flap, ende ongelijck, ende foo weynigh be-wegende,dat hy meerder een kruypende worm gelijckt, als de flagh van een ader. Waer noch wat vremts by komt, dat hy ftercket flaet, als de hecke begint flauw te werden, als te voren, ofte na dat de flauwte over is ; fonder twijfel, om dat als dan, het Herte , door de quade Dampen geprangt ende benauwt zijnde , haeruyterfle krachtby.brengt, om die door het flaen van de Aderen quijt te werden .

Ick hebbe elders veel gefchreven over het gtoote \ ende belacchelicke milbtuyck van het befien der Wate-1 ten : maer foo daet yct (gelijck het vootfeket wel doet) uyt gefeyt kan werden , fulcx heeft hier infondctheyt plaetfch , alfoo het Water alleen dickwils volkomen teycken van de Blauw-fchuyt kan geven, gelijck ick door menlchvuldige ervatentheyt bevonden hebbe. Te weten als in Water, dat klaer,ofte dick, oockbleyck, ofte geelachtigh , ende anders gefönt fchijnt , geen Wolck en drijft, ofte niet op de gront en leyt'tgene Hippocram vereyfcht, te weten, dat het Befoncken (Hy-pofl4fa)zy wit ,lucht, eenparigh, ende niet ftinekende: maer dat men fut onderin'twater leggen eenigh(waer gt;nbsp;en-

ocr page 358

332 SGHATD ER nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;j

ende grof (lijm , gelijck ofte het uyt fwaerte daerg^ fackt, ende niet door de Natuer gefcheyden was. Hier! onder drijft veeltijts gelijck grofmeel, ende wit, ofte roodachtigh zant, het welck,als het glas gedraeyt wert, al volght, gelijck oock het dijm , fonder datteryetaen’e glas blijft hangen. Soo dat het gemeen (eggen , een quaet teycken te wefen in de Sieckten, als het Water, niet aen en flaet, hier in waerachtigh valt. Dit Teyc-; ken en zal niet mischen , voor de gene, die het wel kennen, (gelijck dat licht is) en wel gade flaen.Als oock! niet, 't gene Dr. Eugaltnus aenmerekt, wanneer haer io't! Water meerder teyckenen van bedervinge vertoonen,: alffer van buyten uyt hitte , ofte dorft blijcken, de heek-! te langfaem zijnde , ende tot geen van de oude bekende könnende gebracht werdé;in fulcke gelegentheyt maghi men de felve wel voor Blauw-fchuyt houden • i

4. De Blauw-fchuyten valt in't begin, endeals het gebreck alleen in de Vochtigheden fijn plaetfch heeft, Tonder dat de quaet-aerdigheyt het Ingewant mede ge-deelt is , nietfwaer te genefen : dan is lichtelickmet een goede Manière van Leven , ende veranderinge van Lucht te helpen . Maerals defelve eens vaftin Lever ende Milt geprent is , dan valt bet een langduyrige fieckte, ende die nauwlicx geheel uytgeroeyt fan werden , foo van wegen de fwarte ende fware vochtigheft, die niet wel te bewegen is , ende hare quaet-aerdigheyt door het geheele Lichaem verfpreyt,als van wegen darter uyt die voorname deelen, nu gantfeh befmet zijndegt; geen goet bloet en kan voort-gebracht werden. Wa^r door gebeurt, datfommige, als fy aen dit gebreck lange jaren hebben gaen quijnen, ten laetften fchierlick komen te fterven. Soo getuyght Dr. Dodoens uyt de gene, die het felfs gehen hadden, verftaen te hebben, dat in Yhlam (een eylandt, alfoo genoemtnae dogroote Ys-kouwgt;

ocr page 359

ONGESONTHEY T. ;„ kouw , als leggende in de Noorc-zee onder den Beer-cirkel, in'tweften 150. Duytfche mijlen van Noorwegen) eenige, die aen defc fieckte gaen, onvoorziens ne-der-ftorten, ende foo door blijven .

De Blauwfchuyt verandert fomtijts in andere Geck-ten,gelijck Water, Roode-loop, ende Teringe, waer aen de Menfchen dan al quijnende gaen fterven. Soo gaet het oock,als de feive vele,ende fware gebreken,ge-lijckgroote Krimping in den Buyck, geftadigh Braken, felle Koortfchen, Swcringen aen de Beenen,Treckinge der Leden, en diergelijcke, by baer heeft ; gelijck mede wanneer fy van de Ouders aénge-erftis, alfoo de oir-faeck in de felve diep in-gewortelt is, ende foodanige uyt den aert fvvack ingewant hebben.

De Vlacken in de Beenen hoe fy bruynder zijn , hoe arger ; ende als fy tot Sweringe uyt-breken, die können feer qualick genefen werden, maer loopen groot gevaer omtot Koutvyer te vervallen: gelijck mede allTer eeni-ge bruynigheyt komtin dé mont, ofte 't gehemelt, als beteyckenende een uytblufling van de in-geboren, ende latuerlicke wermte, is een voor-teycken van de aen-flaende door. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;°

5. Dewijl de Blauw-fchuyt haren oirfpronek heeft uytgrof, fwaer, fwart, ende rauw Bloet, het welck vermengt is met fcherpe, endedunne Wey, die beyde een byfondere ende eygene ( die wy Blauw-fchuytigc mogen noemen) bedervinge, ende befmettelicke verrottinge aen-getrocken heeft : foo moet die quaet-aer-digheyt, door byfondere ende eygene Geneesmiddelen wech-genomen, de felvige bereyt, ende de verhopte Aderen geopent zijnde , afgefet, ende dan Milt , Lever , ende 't ander Ingewant, verRerckt werden. Waer toe mede ondertuffehen dient gehouden foodanigen Manière van Leven , die de QirUken van de Blauw-fehuye

ocr page 360

334 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;5C H AT DER fchuyt tegen is , ende het groeytn van grof Bloetwc-derftaet.

Het Bloet aldus geftelt zijnde , dient ten eerden wat vermindert, fulcx is beft door het Speen (alwaer de Nature gewoon is het groffte na toe te fenaen) het zy die Aderen van felfs vloeyen, het welck beteris, het zy, dat fy door Egels , ofte anders geopent werden . Maet als dat niet vallen en wil,foo magh men in den Armh-ten, ofte oock, als de toevallen meeft beneden zijn, in den voet, doch weynigh fevens (alfoo de krachten fulcx niet en willen lijden ) ende liever twee drie mad; ende dat meerder om het Bloet wat lucht te geven,ah om veel af te trecken . Ende dit en dient oock niet ge-daen , als in't begin : want als het gebreck te feer toegenomen heeft, dan en zoude het Laten niet de groot' Sicckte, maer wel de kleyne krachten verminderen. Maer dan moet men komen om de quade Vochtigheden te bereyden , ende afte fetten, ende dequaet-aer-digheyt te benemen.

Waer door de fwarte , ende fware vochtigheden te bereyden zijn, ende daer benevens Milt, ende Lever te openen , is wijtloopigh aen-gewesen in het eerfte Deel op het thiende, twintighfte, ende een-en-twintighße capittel, ende derhalven onnoodigh hier wederomte verhalen. Wt de felfde hebben wy de Inlantfche vet-haelt in'tlaetfte capittel van de Inltydingt.

Maerdefe gemeene en zijn niet genoegh , ende men zoude met de felvige alleen weynigh uyt-rechten,'te0 zy daer by gemengt wierden foodanige,die debyfon' dere bedervinge door byfondere kracht konden ovet-winnen. Ende van defe zullen wynu gaen befchrijvequot;, waer fy Waffen , wat gedaente, aert, ende krachten hebben , beginnende van de flapfte.

»ennlng-hrupt/ ofteNummuUri«, alfoo genoemd

ocr page 361

0 N G EsONT HEYT. 335 naüjn ronde bladerkens , een penning gelijckende, die met twee aen elcke zijde van een langen fteel gt;nbsp;langs de aerde kruypende,befet zijn ,aen't uytkomenvan de welcke op korte fteelkens kleyne gele bloemkens uyt-fpruyten. Wafcht onder andere plaetfchen van Hollant

| nbsp;nbsp;in'tHaeghfchebo[ch,endeovervloedich aen de Mooren

van den Dordrechtfché waert,maer feer dicht onaer de , I wilgen ftaende aen den dijck, buyten den Kiet-dijck, I aen den welcken hv eertijts vaft geweeft is : gelqck hier

(i) beneffens (2) Betetoom,ende(3) Viarer, banen-voel ; lyt.gebeeldtis.

ocr page 362

336 SCHAT DER

Pinrimg-kyuyt verkoelt in de eerften ,ende verdrooght| in den tweeden graed. Behalvcn dat het een goet,ende heelfaem wondt-kruytis, foo wederftaet het oockde Blauw-fchuytige befmettinge, ende quaet-aerdigheyt, ende verfterckt deloffe Lidtmaten, gelijck D''07iaW mede getuyght.

é^Upring is genoegh bekent, ick hebfe Oen Waffen in't Haeghfche bofch, ende ontrent Leyden, is kout,, ende droogh in den tweede graed, ontdoet de verftopt-heyt,verfrifcht mont ende maegh, verquickt ende verfterckt het herte , ende wederftaet alle bedervinge,ende verrottinge ; als onder andere oock die van de Blauw-fchuyt.

KJtynt Suyring, ofte AcaofeUa, by fommige ViU-faW ende by ons Schaeps fuynng genoemtgt; heeft de felfde kracht met de voorgaende, dan is meerder droogh-ma-kende. Sy waft, onder andere plaetfchen van Hollant, in de weyden om Dordrecht.

4roefaothS-b;oot (foobenoemtom dat het met de Coekock voort-komt, ofte van hem geerne gegeten wert ) is een kleyn ende leegh kruyt, dunne feel-kens uytde wortel gevende, op yders toppen van de welcke drie teere , dunne, kleyne, bleyck-groene bla-derkens voort-komen, fuyr van fmaeck, de Claver-bladeren by-nagelijck,waerom het oock den naem in La-tijn heeft van Trifolium aatofum, ofte SUpieOllabCrCw ende volght in aert ende krachten de Suyring.

5Behe-boom/TBeeth-pongen / ofte Watet-pott' gen/ hebben dicke , vette , gladde , ende bruyn-groene Naderen, wat langwerpiger, als het Penning-kruyt, en komen mede foo twee tegen een uyteen lange Heel, waer uyt zijde-tacxkens fpruyten met blauwe bloem-kens, die van Guychel-heyl-wijfken niet ongelijck ^ Waffen aen de kanten van de Hooten,ende onder andere

veeB

ocr page 363

ONGESONTHEY T. 337 veel in den Dordrechtfchen waert, even buyté de poor-te. Btamp;boom is werm, ende droogh in den tweeden graed, ende bequaem voor de Droppel.piffe , ende 't Graveel : maer infonderheyt voor de Blauw-fchuyt. Doch al is't,dat D'-Ronken , en andere de Beke boom, als het alleen gebruyckt wert, mifprijfen, vreerende,dac hy door fijne vochtigheyt ftoffe mocht geven tot ver-grootinge van de Milt : foo is fulcx te vergeefs , dewijl 'tfelve foo wel het rijfent Zout heeft,als andere Blauw-fchuyt-kruyden, hoe-wel niet foo veel, als deLepel-bladeren, met dewelcke het om fijne meerder vochtigheyt ende minder hitte bequamelick gemengt wert, aliter brant, ofte koortfche by is .

TOcr-bOOnen zijn foo genoemt na haer dicke, ende gelijvige bladeren , de Boon-bladeren gelijckende, behalve datter op elck hol en voofachtigh fteelkë maer drie by eenen ftaen, gelijck aen de Claveren, daeroin oock,ende om dat fy in, en ontrent het water groeyen, HDater-CIabevcn geheeten. Sy Waffen onder andere menighvuldigh in den Alblaffer-waert , die om fijn leeghte, den Leegen-waert genoemt wert , ende veel in de Hooten tuffchen Papendrecht ende Alblas. Zijn werm, ende droogh in den tweeden graed, ende , ge-lijck de menighvuldige ervarentheyt leert, hebben (onderlinge kracnt tegen de Blauw-fchuyt, ende können, tegens den aert van andere Blauw-fchuyt-kruyden, her koken verdragen , waer toe fy oock des winters , ge-drooght zijnde , gebruyckt werden.

Alle de foorten ofte geflachten van ™tffe zijn vol van lucht, ofte vliegend Zout, gelijck haren fcherpen fmaeck wel uytwijft, ende hebben derhalven kracht om de Blauw-fchuyt te verwinnen ; van de felve waffen feer menighvuldigh in de dooten buyten Dordrecht , ende elders , de groote ende kleyne Water-kerlTe .

Y2

ocr page 364

338 SCHAT DER

IDatet-hcrffl heeft een dicken , langen,ende hollen fteei; daeraen walTen veel langachtige ryen van bladeren , van veel byfonder langwerpige ronde bladekcns vergadert, bruyn-groen van verwe, endein't opperfe veel kleyne,ende witte bloemkens. Is heet en droogh al over den tweeden graed,van reuck, endefmaeckde Kerft,ofte Kors , die in onfe Hoven gefaeyt, ende onderhouden wert. , gantfcl i gelijck. Helpt, behalvende Blauw-fchuyt,óock de Droppel-pi(re,ende't Graveel. D'. Eug'iltnus fchrijft , dat het fap infonderheyt helpt de gene , die met eenen de Slaperigheyt hebben ,te weten als het kruytin klaer en loopent water gewaden heeft. Doch al te voren is de kracht van dit kruytvoor de Sla-perigheyt voor-geftaen by R^ndektius tegens FtrntHuh die door de ervarentheyt beveftight wert .

Van de felfde gedaente, aert, ende kracht zijn de Coefaoth0-blocnun/ofte jfâtebftg-blocmen/die met de Coekocken , ende Kievitten voort-komen , oock ^kpne TOateV-herffe genoemt , ende werden met hacr lieffelicke , ende blauwachtige bloemkens in me-nichte van de Boerinnen te koop gebracht. Defelfde gedaente, kracht, endeaerc is in de fiafactte/ die ontrent Leyden , ende elders in't wildt wafcht. Dierge-lijcke kracht heeft oock I^crftb/hec welck hier allefins langs de dijcken, ende ftadts-veften wafcht, ende een quaet onkruyt in de velden is : als mede J»0ftaert/ die alleens aen de dijcken in't wildt opflaet.

Onder alle de Blauw-fchuyt-kruyden en ilTer geen gebruyckelicker,noch bequamer,als het ^rpel-btUpt/ ofte Lepd-blrtamp;rm, foo genoemt nae fijn blinckende, rondachtige,ende wat uyt-geholde bladeren,een lepel-ken van gedaente niét qualick gelijckende; als gantfch in fmaeck, ende reuck de KerlTe. Wafcht in groote me-nichte ontrent Amfterdam, ende wert van daer oock verfcli

ocr page 365

ONGESONTHEYT. 339 verfch in andere fteden verfonden; alfoo bevondê wert, dat de gene die aldaer in dc hoven gezaeyt, ende onderhouden wert, nergens na foogoet en is , als die van felfs uytfijn eygen aerde opflaet ., D'* Fonft fchrijft groote kracht bevondé te hebben in't Water, op het zant over-gehaelt. Ons volck varende na Groen-Zandt, het welck uyt enckele klippen beftaet , ende alwaer ftruyck,noch ftaeckenis (doch even-wel houts genoegh komt drijven uyt Noorwegen , foo dat de gene,die daer komen, geen gebreck en hebben,om vyer te ftoken) getuygen, dat tuschen de reten van de fteenen, gemift met de hee-te,ende falpeterige miftvan de Meeuwen, die haer met groote menighte aldaer onthouden , by-na niet anders en wafcht als Suyring , ende Ltpd-bladtrm , van de felfde fmaeck, verwe, ende gedaente, als d'onfe, behalven datfe wat kleynder , ende gekronckelt zijn. De Bootf-gefellen hier komende zijn dapper gequclt met de Blauw-fchuyt, ende loopen derhatven aen landt , ende eten Salade (gelijck fy die kruydé noemen) waer mede fy haeft genefen, en fonder die middel foo hevigliaen-getaft werden , dat fy daer aen fterven. Gelijck bevonden is in de gene, die hier van onvoorhen zijnde, aldaer in't jaer 1634. wilden overwinteren . Voorfichtiger waren andere feven, die daer na in 't eylandt van Spitf-btrgm bleven ; dewelcke eerft voor-raet van de felfde kruyden gedaen hebbende , die rontfom haer tente ley-den , ende het Snee daer op vallende, de felvige verfch bleven, waer door fy haer in gefontheyt onderhoudende , den geheelen winter aldaer overhielen.

I^lepnelt;6ouWe/ofte ^peen hrupt heeft ronuch. tige, ende blinckende groene bladeren, en gele bloem-kens, begint in den Maett uyt de aerde te fpiuyten, endevergaetgantfch inde Mey, foo datter dan niet een bladt oftevindenen is. Het wafcht overvloedigh in't

Y 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Haegh-

ocr page 366

340 SCHAT D ER

Haeghfche bofch,aen den Swijndrechtfchen dijck, als oock meeft het geheelelant door. Is merckelick,ende werckelick heet ende droogh, wel tot in den derden graed, fcherpopde tong bijtende , bequaem voor de Blauw-fchuyt, het welck de oirfacck is, dat het de Duvtfchen Scbor-buyck:Kjeutlin, geheeten hebben .

^Onbauto/ofte Rosfolu, ende anders Loopigb-kyuyt, is een teer ende leegh kruvdeké, hebbende luttel,kley-ne, rontachtige uytgehoolde bladekens,wat ruyghach-tigh, ende rootachtigh, met wat vochtigheyt, ende kleyne droppelkens, als dauw (het welck de oirfaeckis van de benaminge) felfs in't heetfte van de fomer,ende op de middagh befproeyt. Het en waft nergens meerder als in de Hollantfche venen. Is heet ende droogh wel tot in de vierde graed,feer fcherp ende wat fuyrach-tigh van fmaeck, vermengt met eenige t'famen-trec-kinge. De verwe, ende fmaeck blijft oock in'tover-gehaelde Water, het welck gout-geel, ende feeraen-genaern in't gelicht is, gemeenlick, nahet kruyt'lVs foUs , genormt.

Watet-banen-bOPt/alfoo genoemt na (ijn gelnipte bladere, met dewelcke hy de Boter-bloemen,als oock met de bloemen , gelijck is. Waft in ende aen het water, ende op leeghlant, dat dickwils ondervloeyt, gelijck onder andere, binnen, ende buyten dijcks op Dubbeldam. Is mede heet ende droogh in den vierden graed, jae foo fcherp, dat het bladeren treckt ; waer toe wyhet feer bequamelick gebruycken mogen in plaet-fche van Spaenfche vliegen.

muet-pcpet is een kleyn kruydeken, dunne ende korte fteelkens hebbende,aen dewelcke veel bladekens Waffen,diefeer kleyn zijn, dick, ende fappigh, heeft boven op de fteelkens gele bloemkens. Waft het heele Lant door op oude muren , ende riet-daken,fom-

ocr page 367

0 N G E s 0 NT HE Y T. 341 tijts oock op d'aerde, gelijck ick onlangs geOen heb-be op Dubbeldam aen den binnen-dijck, een weynigh voor-by de Hof-ftede van d'heer Threforier Schout . Is mede in aert ende kracht de twee voorgaende gelijck, foo dat het oock, van buyten opgeleyt zijnde, bladeren kan maken.

Defe drie laetfte zijn te heet, ende te fcherp om in te nemen; maer is beft, dat met het over-getrocken water, gemengt zijnde onder gemeen water, het bedorven tant.vleyfch gefpoelt wert. Waer voor het by fommige Bootf-gefellen mede genomen, ende met groote baet gebruyekt is. Men zoude oock mogen (by gebreck van andere) een weynigh van't Water , onder Wey, Water, Wijn,ofte Bier vermengen , ende foo in drincken.

Dewijl de voorgaende oock meed allegader heet en-defcherp zijn, foo moet wel gelet werden, datfe niet te veel,ofte alleen,maet met Suyring , oft andere verkoelende Kruyden, ende met Wey ingegeven werden . Staet mede wel te letten ,dat men de felfde niet (gelijck nochtans door de banck gefchiet) en koockt , maet hec fap perftuyt de groene bladeren, ende fulcx met Wey, ofte Wijn na gelegentheyt, vermengt. Want alfoo de felvige haer meefte kracht hebben in een falpeterachtig-heyt, ofte vliegent zout (gelijck de Ghymiften dat noemen) foo vetvlieght het Ïclve meeÜendeel in'tkoken, ende ten deele oockin't drongen: maer blijft geheel in het uytgepetfte fap, ende de Confcrwn, die gemaeckt: können werden , ende gereet gehouden om des winters te gebruycken : het zy alleen,ofte met Wijn uvtgepetft. Dr. Forejl prijftfeer lijn Syroop uytfap van Bike-boom, ende Lepd-Haderm , met Suyeket : dan de felfde dient: eerft met water hoogh gekoockt, ende dan hetfap daer Ionder gemengt , ende niet (gelijck hy doet) te famen l gekoockt ; even-eens gelijck de befte Apotekers de 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Y 4 nbsp;nbsp;- nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Sy-

ocr page 368

;42 SCHAT DER

Syroop van Violen maken. Dan zoude even-welbeter houden het fap alleen, als met Suycker gemengt: alfoo de felvige te veel gebruyckt zijnde, verftoppinge, ende opfvyellinge in de Lever ende Milt veroiifacckt. Daß dewijl men het verfchfap in de Winter niet wel hebben en kan, foo magh men voor die tijt alleen de Syroop ge; bruycken. Maer alfoo de rauwigheyt van hetfapoocK inde Maegh rauwigheyt zoude können veroirfaken: foo en is niet beter , als dat de gene , die een fwaCßC Maegh hebben, het Water drincken, het welck doot het overhalen, fijn rauwigheyt verheft,gelijck Ew/'Mn' beveelt,ofce fomtijts des morgens een roomer drincken van Alßm-trijn, daer by gedaézijn de wortels vanP'^dquot; blotmtn , ende PAlich , de bladeren van Agrimony , Bruyn-htyligh, ende Bocx-boontn. Ende de Maegh kan van busten geftreken werden met Olye van Alffen , ende Bruyn-htyligh. Men kan oock het Water uyt de Kruydé groen, ende geftampt, op'tzant, ofte in een badt, fonder ander water,overhalé. Maer Hercker is de Geeft, die door dickwils overhalen van de Waterigheytgefcheyden, ende vol vliegent zout is. Waer van een halve lepel met Wey, Bier, ofte Wijn kan ingegeven werden.

De grove, ende Blauw-fchuytige vochtigheden aldus bereyt ende in-getoomt zijnde , moeten afgelet werden . Ende alfoo onmogelick is foo groeten me-nighte in een, ofte weynigh reyfen te ontlaften, ende in* fonderheyt om dat de Blauw-fchuyc door ftercke Pui' gatyen niet verlicht, maer veel eerder geterght wert, ende daer op befwaert: foo zal men de Vochtigheden allencxkens, ende met fachte middele door den Kamergang quijt maken, ende tuschen beyde al gebruyeken de verhaelde Geneef-middelen, die uyt byfonder aert de quaet-aerdigheytvande Blauw-fchuyttegen zijn. Ende alfoo de ftoffe van de Vochtigheden niet van een wefen

ocr page 369

ONGESONTHEYT. 34;

is, foo moeten de Bereydende kruydendaer onder gemengt werden. Ende na het gebruyck van de felvige, alle acht ofte veertien dagen wederom al fachtjens ge-fuvvert, met Inlantfche kruyden in't 3. capittel van de Infeydinge vermeit, ofte die hem by het oude wil houden , kan de felvige vinden op het twaelfde capittel van heteerfte Deel.

Ten laetften, alfoo door het toe-vloeyen van de be-dorvene Vochtigheden , ende Dampen, het Ingeerani vetfwackt wert , infonderheyt, Milt, Lever , Nieren , ende Maegh, als mede Herte, Longen, ende Herbenen, die daer oock een quade gedaltenibe uyt trecken: foo is nootfakelick, dat by de gemelte kruyden gedaen werden de gene ,die foodanige deelen können fuyveren ende TCiftercken , gelijck de inlantfche daer van aenge-wefen zijn in hctlaetfte capittel van de Inkydingt.

6. Nae dat wyverhaelt hebben hoe, ende door wat Middelen de Blauw-fchuyt in't gemeen verjaeght wert, ende dat de felve veel Sieckten ende Toevallen onderworpen is, die noch yet byfonders van doen hebben, foo is nootwendigh, dat wy het felfde nu vervolgens aenwijfen.

Voor-eerft,als by de Blauw-fchuyt vermengt is Kpri-adembtvt, ende benauwtheyt op de Borft,dan moeten by de Blauw-fchuyt-middelen gedaen werden die de Borftopenen, gelijck onder onfe Hier-landtfche zijn, Duyvdfcbtei, Horf-bladirm, Longm-kyuyt, ofte andere, in'tlaetfte capittel van de Inh,dinge vermeit.

Het facht , ende verdorven Tant-vleyfch wert gene-fen door Middelen , die kracht hebben om tefuyveren , de bedervinge te wederftaen, als oock wat teamen te trecken , ende op te drongen. Hier toe mogen Spoelwaters gemaeckt werden uyt Water van Penning-kruyi, Ltpamp;bladenn, ofte diergelijcke, ofte het fdp van de fel-Y5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;' vige,

ocr page 370

344 ' SCHAT DER

vige, gemengt met het vierde-deel van Water, oftew# minder, van fap van Sondgua,, Mtur-ptper, ofte Wgur-bantn-voct, daer by doende wat Honich van Rofm, ofte Honich-ATtyn. Hier toe kan mede dienen het af-üetfelvao Varen.wortels, Ganferitk., Geruwe, Purde-flam , Vertktni-g,44 , ende diergelijcke : doch moet altijt wat bykomen, 't gene eygentlick den quaden aert van de Blauw-fchuyt wederftaet. Tuffehen beyde magh men oock het Tant-vleyfch ftrijeken met de voorfchreven Sappen onder Ho* nich gemengt.

De Vl«ktn verdwijnen gemeenlick van felfs, wan* neer maer op het binnenfte wel gelet en wert. Ende als fulcx niet ras genoegh en gefchietrfoo magh mendefel-ve betten ofte ftoven, met de verhaelde Wateren, ende daer onder doen het af-fietfel van CamiUen, ByvoU, ,Alßen, Perffen-kruyt, ende diergelijcke. Naë het Stoven, kan men ftrijeken met een falfken gemaecktvan Vercktns.reufd, Vergehe Boter, ofte Mey-bow, ende het Sap van de gemelte Kruyden.

in de Blauw-fchuytis dickwils foo groote Pijn in den Buyck, dat hy fchijntte fcheuren, gelijck oock wel in het Buyck-vlies gebeurt is , waer van den naem Schtur-biiyckkomt. Als de felve niet tijdigh op en houdt door Blauw-fchuytige geneesmiddelen, dan magh men daer toe gebruycken een Glyfteer van het Af-hetfel van Heemft-worid, Maluwe, Bilfen-kyuyt, Glas-kyuyi, CamiUen, Mdiloim,in foete Melek gekoockc,ende daer onder wat verfche Boter gemengt.

Wanneerde Pijn in de Beenen komt,foo magh men defelve ftoven met het verhaelde af-üetfel, ofte,(als het dieper moetgaen) defelve houden over den damp van een hooge pot, daer onder een gloeyende key, ofte ftraet-fteen in-leyt, ende op-gegoten is een lepel ofte twee fap van Lepebbladermmet Wgn, ofte As^yn uytge-

ocr page 371

ONGESONTHEYT. 345 perft. Daer nae dient over de pijnelicke plaetfch geleyt een Papvan GerfameeLpoeyer van Cd?nilien,ende Bilfcn-V'iyhin Mdek gekoockt, ende met Room gt;nbsp;ofteverübe Boter gemengt.

De Blauw-fchuyt fehiet oock op andere plaetfchen, ende vermengt haer met de Gicht, in welcke gelegent-heytniet beter enis, als des morgens te drincken een glas Alßen-wyn, ofte Alflen, bier , daer de bladeren van Bocx.honen , Bytoet , ende Gerardop geftaen hebben .

Het felve is oock dienftigh in Beving,Geraecktheyt, ende Trecking der Leden: ende van buyten, de ver-haelde Stoving , ende Pap voor de Stijvigheyt.

Van het Bralden, dat de Blauw-fchuytige fomtijdts Óverkomt, getuyght D'- Eugalenus, dat de Siecken van Nelck, ende 'tgene van Melck gemaeckt wert, (daer fulcx in andere gelegentheyt van Sieckten de Maegh noch meerderverfwackt) beter varen , alsvan t'famen-treckende, ende verfterekende middelen. Want defe houden de quaet-aerdige vochtigheden in de Maegh: maer de Melck verlacht hare fcherpe hoedanigheyt.

I Wanneer in de Blauw-Cchuyt eenige Buyc(-loop 1 valt, die en dient niet geflopt: want daer door zouden | de Siecken in de uyterfte benauwtheyt, ende engbor-1 ftigheytvervallen, waer op mede dickwils het Water, 1ofte diergelijcke zoude volgen. Hier toe is bequaem Iden Alffm.wijn met Penning-kyuyl.

1Sommige krijgenby nacht grooten Brant, dewelcke 1 haer dienen te wachten van de Kruyden , die geheel Ifcherp zijn, maer alleente gebruyeken de wortels van IPatrdf.bloemen,Agrimonye,Suyring,Scbape.fayring,Cotlu)ck,-Ibroot, PennmgRruyt,ende diergelijcke. Het welck oock 1 plaetfch heeft in Blauw-fchuytige Binne-koortfehen.

1De harde Gefreßen werden verfacht met een Sto-

1 ving, oftePapvan Wortel tun Witte Wgngaert, W^'-

tror-

ocr page 372

346 SCHAT DER wortel, Alffen , Stincktnde Gouwe,Spewn-kyuyt , GlAj-k'llr' ende Kyuym van Wittt-broot in foete Melckgekoockt•

Tot : de GefweUen (die de Pezige gelijckenen) g'' bruyeke Eugaknus eé Pap van Alffen onder verfche Eyquot;'' die den felfden daghgeleyt zijn, met doyer,wit,en^ fchael gedampt , ende foo kout op.geleyt. Daartoe maeckt hy oock een ander van Camillen , Mdiloten, GW' kyuyt. Maluwe,Witte maluwe,Bingel-kyuyt, (acht gekoockti ende daer dan by gedaen meel van Lijn fait , ende Gryquot;' met Honich, ende Olyevan Rofcn.

Als de feherpe Vochtigheyt in-eet , ende een Srç ringe veroitfaeckt , foo zalmen de felve fuyveren ende heelen met Beamp;boom in Bier gekoockt, endetweemal daeghs op.geleyt. En als fy te feer vervuylt, ofte veroudert is , gebruycken met plockfel een Salfken van Sap uyt Lepd-bladeren, Stinektnde Gouwe, Gtruwt^mei rauwen Honich gemengt. Dient het noch ftereker, foo magh men nemen het fap vanfeherperKruvdé. Boven over kan geleyt werden, een blat van Wetghbrt, EtnbW, ofte een ander in't laetfte van de Inkydinge vermeit.

Tot de Roos is bequaem Vlier-water met eenen dub

belden douck werm gebet , ende op.geleyt.

Het Water , dat hem fomtijts onder de Blauw-fchuyt vermengt, tn moet met geen ftereke middelen afgedreven werdé:maer vergaet veeltijts alleen met de gene, die openen , ende dun-maken, gemengt onder Blauw-fchuytige. Want de verftoptheyt geopent, ende de quaetaerdigheyt verbetert zijnde , verdwijnt de gefwol-lenheyt. Énde fulcx niet gefchiedende, magh de Wa-terigheytmet r/ierfachtjens afgefet werden .

Ópeen hevige , en langdurige Blauw-fchuytvolghc fomtijdts door gebreck van gnet Bloet, een Wtttrmgt, waer toeniet beter en is als Gcytcn.nieZck. terflontalsfy gemolckenis, gedroneken; infonderheytgt; als onder hacr

ocr page 373

ONGESONTHEY T. 347 hier voer wat van de Kruydcn gedaen zijn , die door cy-genheyt de Blauw-fchuytoverwinnen: als mede een Colijs vaneen Hoen , ende Calfs-vleyfch.

7. Dewijl de Blauw-fchuyt beftaet uyt grofende be. dorven Bloet, foo moet foodanigen Manière van Leven waer-genomen werden gt;nbsp;dewelcke het felve mochte verbeteren, ende goet bloet voort-brengen. Daer toeftrecken de fes Niet-natuerlicke dingen.

Voor-eerft dient des morgens den mont gefpoeltgt; ende de tanden wel gewaschen , ende dan moet ge-fchouwt werden een kouwe,vochtige ,beftotene,on-fuyvere,zultige Lucht,gelijck hier voor gefeyt is , dat de Blauw-fchuyt helpt veroitfaken, ende gefochteen die werm,droogh,dun, fuyver, open is ; ofte als men foodanige niet hebben en kan, dan magh men de felve door de konfte foo toe-maken, gelijck in de Schat der Gtfomheyt befchreven is .

Even-eens moet men hem oock wachten van Spijfe, cnde Dtanck, die grove,ende verdorvene Vochtigheden , ende dien-volgende de Blauw-fchuyt verwecken, ihier voor in't 2. capittel aengewefen . In tegendeel ! dient men te gebruycken Spijfe van goet voedfeï, licht lt;te verteren , ende van aert ende krachten dun te maken, openen ,fuyveren, ende het rijfen te helpen. Onder foodanige zijn Hoenderen, Cdlcoexm , Conynen , Ptrdrrftn, Snippen , Lijfttr: , Vincken ; als oock Schapm-vkjfch , : C'lfj-vltyfch, Offm-vleyfih. Het welck, niet out zijnde, als oockSchapen-vleyfch, wel acht dagen in't zout magh ftaen, waet door de overtollige vochtigheyt ver-teert wert , ende dan met Moßaere (die mede doet rijfen) gegeten. Dan men zoude niet gelooven, hoe veel Ide verffigheyt hier doen kan. Sulcx de Zeevaren-deluyden wel wetende, niet als na ververffinge haken . Het welckoock de oirfaeck is , dat inonfe fenepen,die na

ocr page 374

348 SCHATDER

nac Ooft.Indyen varen, geftadigh een deel levendigei Verckens gehouden werden, die aldaer voort-fetten-de goet voedfel voor demaets geven. Die het Speek। verfch (daer het gezoute , en geroockte Blauw-fchuy-tigh is ) etende , haer lichaem voor de Blauw-fchuyt bevrijt houden: gelijek het felve oock, als het niette vet, ofte te out en is , geprefen wert van Hippocr. 4.acut. Den Hut/-potmagh men doven met Suyring, Ltptl-bla. dem , Befe-boom ,amp;c, Oock een Kjeckyn , om te braden, daer mede vollen .

Het F/rfebis hier bequamerdan Vifch, en onder de felve Zee.vifch arger als Rivier-vifch, welckers fauçe zal wefen Ptplt;r-wond,ende waer van de befte zijn Bam, Snoekt, Pofch , Salm , en diergelijcke ,te den in den Scbal de Gtfontheyt. Suycker, ende foetigheyt (alfoo hetver-ftoppinge maeckt) en dient niet veel gebruyckt.

Is mede goet fomtijts een Salaet te maken van Waiff-kt'fa (die daer toe meeft in't gebruyck is ) ofte d'ander Blauwfchuytige kruyden : dan anders is den Azijn gantfeh ondienftigh.

Den Dranck. moet klaer, ende helder zijn , gelijek wel beftelt , ende gehopt Bie, Rÿnfchm wÿn,ofte Mot-fdae, als mede Alßm-wyn, ofte Alffm-bie, daer wat gedrooghde Bocx-bomm op geftaen hebben: waermede alleen verfcheyde genefen zijn . Is mede goet , in-j fonderheyt wanneer het Lichaem te veel gefloten isi1 Suyrc Wey ce drincken,hetzy alleen, ofte met de gemel-te Kruyden: gelijek oock Geyttn-mekk., hebbende goett voedfel, ende dat de Lever kracht geeft.'

Het Lichaem moet niet veel (alsonfuyver zijnde), maer alleen matelick goorfmt werden , gelijek met' Wanddm. nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;1

Soo moet oock Slapm ende Waken wefen.1 Het Lichaem en dient niet al tegeflopt, infonder-heyt ।

ocr page 375

0 N G Es0NT HEYT. 349 heyt niet het Speen,voor de gene die daeraen vaft zijn. Vreefe, ende Droufheyc (als oirfaeck gevende toe fwaetmoedigh bloet) moeten gantfeh gefchout werde.

Het XIII. Capittel.

f. Kefr-tejekenen,

A Ls de Blauw-fchuyt lange duyrt, dan wertfe ge-Ameenlick vergefelfchapt met Sucht, ofte Water, waer van de Sucht, in't Grieex Cachexia, genoemt, het be^infel is , gelijck Paulus fpreeckt , ende als een voorganger, gelijck Azieenna, van het Water. Ende en is niet anders, als eenalgemeene ongedaenheyt van het gantfehe Lichaem,welckers huytbleyck,ende valuwe wert? hetvleyfch (acht , ende bol, even-eens (als den Arabifcheh Serapio feer aerdigh fpreeckt) een gerefen deegh; fpruytende uyt quaet Voedfel , dat de Lever, ende't ander Ingewant daer na toe fenden.

! nbsp;nbsp;nbsp;2. Wanneer de Oirfaken van Sucht bv-blijven,dan , wertfy Watet-fucht, endevervolt het Vleyfch, ende , Huyt, ofte oock den Buyck met een Waterige voch-tigneyt, waerom dit gebreck in verfcheyde T alen naer 1het Water fijn benaminge heeft. De Griechen noemen I het Hydrops , Hyderos, ende Hydmafis, de Romeynfche ! nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Pli-

ocr page 376

m SCHAT DE-R -h Plinius oock HydropiJis , waer van komt het Italiaenicn Hidropifia, het François Hydropeßt, het Spaenfch Idzo* pifa, ende hetingetrocken Engels Dropfie. Opdefdfr de wijfe heet het by ons Water, ofte Water-faht,gelijcK by de Hoogh-duytfchen Waffer-fucht..

ocr page 377

0 N G E s 0 NT HE Y T. 351 gebreckvan hec Ingewant, daer het Bloet tôt voedfel van't Lichaem gemaeckt wert, te weten, Lever, Milt, Nieren (in't 14. cap. n. 5. aen te wijfen) Aderen , als in de felve Orçemdtigbey; gt;nbsp;Vtrfloppingt , Hardightyt , ofte Bedwingt is,ende daer door in plaetfche van Bloet,een Waterachtige vochtigheyt voort-gebracht wert, die wel door het geheele Lichaem tot voedfel van alle de Deelen gefonden wert , maer aen de felve niet vaft ver-eenight, als door haerongematigheyt,de felve, als goet Bloet, niet gelijck zijnde, ende derhalven foodanige Dcelen doet bol opfwellen. Hier toe helpt veel een koude , ende vochtige Maegh, dewelcke oock goet voedfel quaet maeckt: als mede veel koude ende vochtige Spÿfei komende in eenfwacke Maegh. Want de eerfte Verteringeniet wel gedaen zijnde, en wert door de tweede, nochte derde niet verbetert. Soofterf dewijfgerige HerAcUtns van't Water, dewijl hy levende op de bergen, niet als Moes , ende Groente en at , gelijck Laertius in fijn leven getuyght : ende hy,die de ellcndigheyt der Men-fchen leven, met tranen geftadigh vertoonde, werde door het tranen uyt de Lever van 't ellendigh leven ver-loft. Hier toe doet mede koude, vochte , ende quade Lucht. Alfoo vethaelt Polybius in't 3. bouck van fijn Grieck-fche hiftorye, dat de krijghf-knechten van Cartbago,onder haren velt-overften Hannibal , in Italyen overwinter-| den , ende aldaer kouw , ende veel ongemack uytfton-'den , ende daer nae noch moeraffige plaetfchen door-treckende, foo peerden , feydt hy , als menfehen in Sucht vervielen. Defe wert oock verweckt , als ge-woonlicke OmUßinge verdopt, ende ophout, gelijck van Speen, ofte Stonden, waerom vele Maeghden , die wat over haer tijt gaen, dit gebreck ('twelck de Ftan-çoifehen in haer tale Les pafles-conkurs noemë) feer onderworpen zijn. Sooverhaelt oock de Grieckfche hi-'Z nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fto.

ocr page 378

352 SCHAT DER ftory-fchrijver Dion , dat de keyfer Traiann:, uyt ge-ftopt Speen , in Water-fucht verviel, daer hy van ftoift de natuyrlicke wermte, door overvloei van dat grof, ende onfuyver Bloec verdickt zijnde. In tegendeel veroirfaeckt liet uyt te uk lojingt, waer door de natuer-licke Wermte vervlieght, ende dien-volgende de Lever , ende 't ander Ingewant verkout , ende verflapr werden. Soo lefen wy by den gemelten Dion , dat de keyfer Adrianus , door feer veel Bloet te lofen , van 't Water geftotven is .

Defe Oirfaken, als fy niet fterek en zijn, ofte niette lang aen en houden, dan verweckenfe enckele Sucht; maer toenemende, de Wacer-fucht, die wy Wit-ßrç water genoemt hebben , verfchillende alleen van malkander in groote, ende fterekte van oirfake.

Maer het rechte Water,ofte Afrites, heeft hier benevens noch een ander oirfaeck, te weten een Optnmg der Deelen, ofte Vaten, in de welcke de Vochtigheden benoten werden. Endealis't, dat dit gevoelen van Ferndius tegen gefprokë wert door Maffarias, Almius, Sennmus,ende andere , heeft nochtans fijn fteunfel in de Ervaringe : gelijck ick in fommige Lichamégehe heb-be de Lever, in fommige de Milt, foo hart, en droogh, als of fy gebraden waren geweeft, het welckinfonder-heyt in de Dronekaerts plaetfch heeft. Dat even-wc de gemelte Fernelins fchrijft, (in welck gevoelé Cordius oock is) eenigc (hy verftaet den Arabifchen Atiemi^' ende die hem naevolgen) eenen groven miniagh te be-gaen,ftellende,dat het Water in den Buyck leeckt door eenige nauwe , ende onhenlicke wegen ; daer in hee hy ongelijck,alfoo niet altijt noodigh en is ,dat deLquot; ver , Milt, ofte Nieren, door drooghte, fweringe,o yet anders fcheurë, ende een merckelicke opening he Den, waer door het Water dan uyt-loopt; maer K

ocr page 379

0 N G E s 0 NT H E Y T. 353 cock dooronfienlicke gaetjens allencxkens uyt-zijpen, ende alfoo metter tijdt de holte van den Buyck vervullen, ende op doen (wellen: gelijck dit wel tegens den gemelten Ftrndiw beweert wert,by de ervarene geneef* meefters la«hinus, Mwcnrialis , Madrids , Saxonia , Ca-flrmjis , Spugd , ende andere. Dan defe gelooven,dat het Water op die manière meeft groeyt; maer ick hebbe bevonden door ont-ledinge van verfcheyde Lichamen, die van het Water geftorvcn waren, dat decirfaeckby den treffelicken geneef-meefter Fcmdiix by gebracht, meeft plaetfch heeft. Het welck oockbeveftight wert van den , niet minder in't Ont leden , als in de Geneef-konfte, ervaren , ende feer geluckigen, gelijck fijnen naem mede bracht, ende ick oock in fijn huyste Bafel gefien hebbe, Fdix Plattrus. Defe , al ftaet hy toe, dat het Water oock door verhole wegen kan als door fwee-ten ,ende gekleynft werde in den Buyck : fchrijft evenwel 3.Pr4x.1.3.by hem ondervonden te wefen, dat het dickwils komt, door opening, infondetheyt van fcheu-ringin het vleyfch van Lever, ofte Milt ; alfoo de Wey in'tBloet de vaten van de Poort, ende Holle-ader daer , door gaende, ende de felve op-fpannende, haet van het vleyfch doet fcheyden,ende aldaer dan eenige Blaesjens । verweckt. Dit komt de gene over, (gelijck Femdii« wel feyt) die lang aen de Gele /uchtgegaen hebben,ende die met een harde Lever,ofte Milt gequelt zijn: waer 'door het vleyfch in dit Ingewant uyt drooghte fcheu-rendevan een wijckt, ende het bévangende Vliesjen berd; foodat de Wey niet langet tegen gehouden kan werden, maevuyt.leekt,even-eens gelijck de vochtig-heyt uyt een pot, die ondicht is . Defe oirfaeckis oock aengemerekt by Hippocrates , als hy in de 55.Kort-bon-dige fpreucke van't 7.bouckfeytgt; Dat in de gene ,die de waterige Lever uyt-berft, den Buyck met Water

Z 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ver-

ocr page 380

354 SCHAT DER

vervult wert. Maer als alleen het Vleyfch fplijt,ende het bekleedende Vliesjen in fijn geheel blijft, dan werden daer vele kleyne Blaesjens verweckt, gelijck Platr-rus in een Aep fchrijft gefien te hebben,ende men dick-wils bevintin de Lever van de OlTen,ende noch meerder , in de Schapen, (waer van wy de reden gegeven hebben in den Schat der Gtfonthiyt) de welcke, door de menichte van de aendringende Vochtigheyt , openber-ftende,het Water in de holligheyt van den Buyck doen loopen. Dit wert te vergeefs berifpt van den gcmelten ifugenixs,voornaende,dat het door-breken van't Water, niet en beteyckent drooghte van de Lever, maer vochtigheyt: want de Lever kan wel gantfch droogh in hacr felven wefen ; ende even-wel met de vochtigheytvan't Water beladen zijn ; gelijck dat zout is, en gemeenlick geel , ende als loogh. Het gebeurt oockfomtijts,dat niet alleen de Lever, maer oock Milt, Nieren, Blaes, Lijf-moeder , ende al wat in den Buyck is ,vol van foo-danige Blaesjens zijn, gelijck de voor gemelte CordeMS getuyght door de ont-ledinge bevonden te hebben,foo dat het getal van die Blaesjens over de acht hondert was . Niet minder vremten is't, dat ick gefien hebbe in een ander Vrouw, aen een Mold,ofte klomp Vleyfch uyt de Lijf-moeder. Defe hebbende negen maenden aen malkanderen gegaen ,aen de Vloer , voelden fom-tijts , ende infonderheyt op't laetfte, met fwellinge van de Borften, in den Buyck, die geheel dick ende hart was, groote treckinge, ende meeftonder nae de Lijfmoeder. Ingenomen hebbende eerft een fcrupel Ex/A Catholicum , met wenige afen Gutta gammau, werde wey-nigh Water quijt , even-wel met groote qualickheyt. Onder-tulTchen van een Apozema gebruyckende,roerde in't laetfte roomerken een vierendeel loot Gialappa, waer van fy, met weynigh qualickheyt, veel Waters

ocr page 381

ONGESONTHEY T. 355 loofde. Maer't gene haer al de verlichtinge by bracht, was ,dat fy quijt werden een ftuck Vleyfch, wegende mym drie pont, vol van Bellen, die geheel dun van Vliefch waren , ende vol Water gefpannen. Waer nae den Buyck allencxkens verfacht, ende de Vrouwegenefen is . Dit was veroirfaeckt uyt een vervuylde Lijfmoeder,ende menighte van kout,ende waterigh Bloet, zijnde de natuerlicke Wermte, door den langdurigen Vloet,veel vervlogen. Maer als de Lever , ofte Milt foo verdrongen , dat fy in-krimpen, ende ten laetften van een fplijten, fulcx en komt uyt geen koude, maer een Hem oirfaec^, blijckende niet allee uyt den grooten Dorfl, ende uyt het Roode water : maer dat het foodanige meed over-komt, die lecker etende, veel fterck Gekyuy-deSpÿfe gebruycken, ofte flerc^e Wynm, ende Brandewijn drincken . ln welck leven lang volherdende, haer Ingewant komt,als drooge aerde, van een te fcheuren, ende alfoo het Water te veroirfaken. Het welck mede veroirfaeckt werdt , door een Swering,ofte kleyne Wonde (wanteen groote doet tetftont fterven) in de Lever , ofte Milt .

Is noch ondervonden, dat oock fonder letfel van Lever, ofte Milt, het Water alleen veroirfaeckt werde door de Nieren,te weten, wanneer de felvige door eeni-geSteenen komen te fweren, het zy, dat de Etter,door deverftoppinge van de Water-pefen, te rug gedreven wert , eh al het Bloet befmet , gelijckSennermsfchrijft, ende wy in'tvolgende capittel met een exempel uyt de Ont-ledinge zullen beveftigen ; ofte , dat het Vleyfch van de Nieren, door de fcherpigheyt van de Steenkens, ofte de veelte des Etters door-gegeten wert,ende alfoo het Waterin den Buycklactloopen, gelijck mede in't

|gemelte capittel zal aengewefen werdén .

\ nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Het Bom-water, dat de Griechen Trommel-water (als

Z 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;den

ocr page 382

356 SCHAT DER

den Buyck, gelijckeen Trommel rommelende, ende op-fpannende) ende fommige Oude Droogb-fvaiernoem' den, wert veroirfaeckt door Wint, die in de holligheyc van den Buyck benoten is,fpruytende uytfwackt Ttringt, ende Rauwightyt ; waer van hier voor in't cap. van't Co-lijck breeder gehandelt is .

5. Wy koménu tot de Ktn-ttycktmn, ende vooreerß van het eerfte, te weten de Sucht . Defe wert bekent uyt de Valuwt, ofte Bltyckg Vtrwt van het Aengeücht, BoUty btyt van 't felfde (infondetheyt aen de Oogen) en 'tge* heele Lichaem, dan meeftendeel aen de Voeren , fom-tijts oock aen de Handen . Want Handen, ende Voeten zijn alderverfte van't Herte gelegen, ende derhalven koutachtigh van aere, als oock om datfe met weynigh vleyfch bekleet zijn, ende meeft beftaen uytbeenen, kraeck-beenen, zenuwen, ende banden. Maer de Voeten zijn dit fwellen meeft onderworpen, om datfyin'c onderfte van't Lichaem ftaende , het facken van de Waterige vochtigheden lichtelick ontfangen, het welck in-fonderheyt's avonts, en als het Lichaem wat vermoeyt is , gefpeurt kan werden. Dan des morgens zijnfe ge-meenlick wat gefloncken , door dienfe des nachts recht uyt gelegen hebben , ende oock wermet geweeft zijn. Het Aengeficht, en Wangen, voornamelick de Oogh-fchelen, als fache ende teer zijnde, ontfangen oock lichtelick de Waterige vochtigheyt. Dan om datfy haet oock door het geheele Lichaem verfpreyt, foo is 't felve gantfchtratgh , ende loom. Den Luft tot am begint mede allencxkens af te nemen.

Dit befwaert allegader in't vermeerderen, endetoe-nemen van de Oirfaken, ende dan flaet het toteenfoorte van Water-fucht , die wy Wit-flymigh-wattr genoemt hebben, in het welcke 'tgantfche Lichaem gefwollen is, foo dat het, infondetheyt aen de Voeten, met de vin-

ocr page 383

ONGESONTHEY T. 357 vinger gedruckt zijnde , een holligheytlaet ftaen. Hec Witter is wit, bleyck, ende rauw. Den .ddens kort: waer by dickwils een langfame Binm-k^onfcht komt. Ende vorder gaende fwelt oock het Gemacht. Het welck in-fondetheyt plaetfche heeft in het rechte Water , alwaer het fomtijts dicker wert, als een hooft, ende dan fpan-nen oock de Beenen foo dapper ,dat het Water van felfs in menighte daet uyt zijpt , foo datter geheele plagen onderleggen. Als het Lichaem van d'een zijde op d'an-der verleyt wert, dan en voelé fy niet alleen rommeling, maeroock het dtijven van't Water. En daer den Buyck dick is, vergaet het geheele Lichaem , ende wert hoe langet hoe magerder.' De Pols is kleyn, flap, ende rafch. Het Water is mecftentijt weynigh , ende root : daer van geeft ons den Atabifchen Avicenna tweederley redenen. Eerft, om dat weynigh Water lichtelick geverwet wert ; ten anderen, om dat , als de Tetinge in de Lever bedorven is, de vuyligheden niet genoegh en können gefcheyden werden. Waerover hy oock, ende hem volgende den Italiaenfchen geneef-meeftet Maffarias, berifptde gene, die, uyt de roodighe^t van 't water, oirdeelden van de hitte der Water-fucht. Dan dat be-rifpenis te onrecht; alfoo de Hitte hier uyt het Roode water wel genomen wert , ende 'tgene dat noch in den Buyck blijft , is meeftendeel hoogh-geel, ende brack, gelijckoock den Dorft wel uyt-wijft. Het is weynigh, om dat het eenen anderen loop genome heeft , te weten in de holligheyt van den Buyck. By het groeyende Water wert den Adem mede kort, met fulçken benaut-hcyt, dat den Siecken fchijnt te zullen fticken, als hy niet recht over-ende en fit . Want leggende wert het Middel-rift, door het Water te feer gedruckt, behalven datter oock een deel in de Borft zijpt. Leeckt niedç fomtijts in de Lijf-moeder, gelijck de meerder gemel-

Z4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;t©

ocr page 384

358 SCHAT DER

te Ftmcliw getuyght, van ccn Vrouw, de welckc tegeo de tift van hacr ftonden door de Lijf-moederfoo grooté menighte van Water quijt werde, dat al het fwellen van den Buyck binnen twee dagen Oonck; ende'tgene de naefte maent wederom aengroeyde, op de felfde maniet wederom loofde. De Teyckenen van Leur, Milt, ofte Nieren,werde op haer byfondere plaetfchen aengewefen.

Hier is een weynigh byte doen van het Bom-wAtth zijnde meed Wint, ende maeckt derhalven veel rommeling in den Buyck,die hy oock op-biaeft, ende met de vingers wat getocht zijnde,geeft geluyt als eétrom-mel, ofte blaes vol wint. Dan de uyterfte Deelen,ofte het ander Lichaem en is foo niet gefpaonen, alsinhet ander Water.

ocr page 385

0 N G.E s 0 N T HEY T. 35 kout is , dan dient het felve verwermt,ende verfterckt, met foodanige Middelen, als hier voort'ßjner plaetfche zijn aengewefen: onder-tufTchéoock het Slijm, wel be-reytzijnde , ende het Water,af-gefet door het gene be-fchteven is in't i.Deel op het i2.capittel. Sulcx en dient niet fevens, ofte in een reys, maerallencxkens gedaan , om de krachten te behouden. Doch al wat hier vordeel by kan brengen, moet in'tbeginfel gedaen werden , Anders doen oock de befte Middelen niet met allen , ende behalven,datfe weynigh van de üeckte wech-nemen, verminderen de krachten . Seer wel feyt der-halven de poëet Ptrßu6 in fijn 3. Schimp-dicht :

Elleborumfru6lr4,cumjam cutis amp;gra tumebit , Pofcentes videas . venienti occurrite morbo.

Om het rechte Water wech te nemen,komt feer in ach-tinge een Opening in den Buyck te maken . Dit is eer-tijtspdaen een weynigh onder den Navel, ter zijden, om de draeyen van de Spieren niet te raken, ende aendc ander zijde van het befchadigende Deel. Detreffelicke ont-leder, ende geneef-meefter Andr. Laurentiis 6.An. qu.ÿ. en mifprijft defe openinge niet, maer meent datfe eevoughlicker kan gefchieden midden in den Navel. Ende daer toe brengt hy by de volgende Ondervindingen, ende Redenen. Am. Benivenim, feyt hy, verhaelt, hoe feker Water-fuchtige, die van alle Geneef-meefters verlaten w^s , lijn felven by geluckelick geval verlofte • Want door het fuypen van veel Water, werde de eenig, heyt van fijnen Navel ondotê, waer door het Water met fulcken gedruys uyt-ftorte , darden Buyck donek, ende hy, door deforge van een goet Geneef-meefter,weder, om genas. Van foodanige wert gewach gemaeckt by Hildanus z.obf.58. Ende Laurentia getuyghtdiergelijc-kefelver oock gehen te hebben , ende voughter by, dat Z 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fulcx

ocr page 386

^6o SCHAT DER

tulcx niet alleen de Ondervindinge betuyght, maer dit| oock de Reden, daer niet tegen en heeft. Want, fegt/ hy,daer de Nature toe dringt, daer moet men oockna toe leyden, gelijck de Nature hier fomtijts van felfs het Water door den Navel looft. Daer-beneffens gefchiet defe Opening in denNavel fonder quetfinge van veel Deelen: want daer komen de vier Navel-vaten by malkander, ende alsde felfde gapen, gelijck in de Waterfuchtige gemeenlick gefchiet, door het toe-vlocyeni en perffen van 't Water, dan en behouft niet als de huyt doorgefnedé: infonderheyt alfoo in meeft alle de Water; fuchtige den Navel op-gefwollë is,waerom het Blaesjé feer lichtelick kan door-gefteken werden. Hierom bc-Guyt LaunntiiK, dat defe Opening fekerlick kan gedaen werden . Wat my belangt, ick en wil niet tegenfprekéi dat hy, ende andere feggen, felfs gehen te hebben, defe manière van het Water af te tappen, wel geluckt te zijn: maer dat de felfde met foo groote fekerheytzoude gaen, dat en kan my noch de Ondervindinge, noch de Reden (die Launntii« beyde by brengt) doen gelooven. Ick ben over eenige jaren gehaelt by een Vrouw, die op ha-ren gefwollen, ende waterigen Navel, yet (men feyde my,dat het Kervel was) geleyt hadde,om het Water te lofen :waer door fy fevens het Water liet uvt.|oopen, het welck fy 's anderen-daeghs beftorf. Dan hierop zoude mogen gefeyt werden, dat fulcx gebeurt is , om dat het Water niet langfaem , ende allencxkens afge-loopen is, gelijck den groote Hippocram leert, die oock fchrijft, dat, als men uyt de Borft de Etter, ofte uyt den Buyck het Water fovens, ende op eenen ftootlaet uyt-loopen, foodanige Siecken komen te fterven. De reden is,om dat met het uyt-loopen van de Vuyligheyt, oock de GeeRen,ende natuerlicke Wermte, in de welcke ons kracht ende leven beftaet, vervliegen. Maer ick heb dick-

ocr page 387

0 N G Es0NT HEYT. 361

| nbsp;nbsp;dickwils geüen , dat niet tegenftaende, dit af-tappen , in

Iverfeheyde reyfen, ende nae de konfte aengeleyt werde, 1 even-wel qualick uyt-viel. Selfs in de gene, die noch 1 wel aten , ende wandelden , ende nae de openinge wey-nighda^en leefden . De Reden is, van wegen de quet-finge, de welcke gefchietaen de vier Navel-vaten, die, nae dat de Vrucht geboren is, in banden veranderen,om de Lever,ende Blaes op ende dragende te houdé ; waet-omoockde Egyptenaren noch op defen dagh de Roevers het vel doen af.ftroopen, de welcke ly in groote pijn, noch lange laten leven, als de beul den navel niet en raeckt. Want die door-gefneden 2ijnde, doet de doot terftont volgen,door het toe-vallen van defe vier Vaten, gelijck Laurenliw getuyght, hoe.wel het tegen-gefpro-ken wert van Riolan , den jongen. Nochtans als dit Openen niet en helpt ,foo kan het even-wel verlichten, ende alfoo het leven voor een tijt verlengé. Belbecken-1de feker Water-fuchtige, die vijf jaren met het Water t was belaft geweeft, ende die , gelijck elck oirdeelde , al opüjn fterven lagh, alfoo hy alle oogen-blick fcheen te zullen Ricken, ende fijn aengeücht door die benaut-heyt al blauw werde; foo feyde ick tegens de Vrienden, dat de Sieckte niet te genefen en was , door dien fijn In-gewant,in die langen tijdt (gelijck oock de Ont-ledinge daer naeuyt-wees) bedorven zijnde, niet en konde her-ftelt werden: maet dat men hem even-wel zoude können voor een tijdt verlichten , dan dat hy even-wel van die Sieckte zoude fterven. Dit geerne aengenomen zijnde , dewijldatter doch niet anders, als de doot verwacht en werde ; foo dede ick den Navel opené,ende daer drie vier pont Water uyt-tappen, ende de volgende dagen wederom foo veel , totfes-ende-dertigh pont in alles; waet doot hy noch fes weken in't leven bleef.

0roamp;s koningvan Parthen,aen't Water gaende, werde

ocr page 388

362 SCHAT DER

de door fijn foon Phraatesingegevê het vergiftigh krurt Aconitum : het welck de kracht der Sieckte van onderen dede uyt-berften, foo dat de Koning daer door beter werde , gelijck Appianuc verhaelt in fijn Grieckfchehi-ftorye. Gyiitn vander Horft gt;nbsp;Amfterdammer, vermaert geneef-meefter te Romen (gelijck hem D'- Foreft daer gekent heeft) vertelde (fchrijfc Wierus 3. dt preß' dæm. 3$.) dat aldaer feker Water-fuchtige lang te bedden gelegé hebbende, ende de Vrouw ten laetften verdriet in de onkoften krijgende,voornam den felfden van kant te helpen. Daer toe gaf fy hem in het poeyer,ofte deaffchtvan een Padde, in een pot gebrant, waer van hy veel Water loofde : daer nae,om van dat ellendig,hgt;en-dc fchadelick leven een proffitelick eynde te make,gaffe hem wederom van 't felve poeyer, waer door hy uyt de Blaes een groote menighte van Water makende, tegen fijn Vrouws meeninge genas .

Qu^ampiafata deunt ! prodeft crudelior uxor , Et, cum fata volunt, bina venenajuvant.

De gefwolle Beenen, dienen geftooft metvoor-loop van Brande-wyn, ende dan daer heet omgedagen de volgende Pap. N. Alffm 4 handë vol, koockt het in Wijn, ende dan geftampt zijnde by-gedaen Med van Boontn, ende Vgge-boonen, van elcx 2 onçen, 7ng.Agrippa, i halveonçe. Tefamen onder een vermengt. Doet mede de gefwollen Beenen flincken OJJm-mifcb, ende noch beter Peerdt-mifeh.

OndertulTchen dient oock foo hier, als in de andere foorten van Water, de Maegh, Lever,en 'tandcrlnge-vvantverfterekt door Sp. Diaïaccæ, Diacurcumæ,Troth, de Eupaior. Cappar. Rhab. Abfinthio: ofte oock gedroncken een roomer Alffm-wÿn, daer Alants-mortel , ende Caruv fatt by is. Want die en verteert niet alleen de rauwe Voch-

ocr page 389

0 N G EsONT H EY T. 363 Vochtigheden , ende fet de (elfde af,verdrijft de vvint-achtigheyt:maer verfterckt oock met eené'tingewant.

Het Bom-waur, dewijl de Winden niet en zijn fonder Water,veteyfcht mede dat het felve af-gefet werdt. Doch dient infonderhevt gelet op het voornaemfte , te weten de Winden , ende dat met fulcke Middelen , als in't Colijck hier voor op't 10.cap. verhaelt zijn. Ick zal hier alleen by-brengen,waer mede een Borge-mee-fters vrouw nocli levende, die (bo dick als een ton was, over eenige jäten genefen is, gelijck noch onlangs van deTeringë, door de felve Middelen,als aldaer zijn verhaelt . Om het water te lofen, de Maegh, ende 't Ingewant te Suyveren , ende verftereken, nam fy in twee reyfen alle weeck de volgende Pillen. N. World van Meeboacan, Aloë Rofata, van elcx een half vierendeel Ioot,0lylt;v4n Anijs,ende Kaneel,van elcxtwee druppels, |Met Syroop V4nbleycke Rofentot 12 Pillen gemaeck,en-'de 6(evens in.genomen. Over den anderen daghwet-b den de volgende ClyJleerge(et: N.uAgrimonye, Orego , Iv41frn,van elcx een hant vol, Comillen , Melilotm, Dil, ! nbsp;nbsp;vanelcxeen halve hant vol , B4W4ereen halfonçe, CM-

1 mijn, Anijs , Fenc^tl , van elcx een half loot , gekoockt 1, in Mede tot 9 onçen , ende daet onder vermengt Biner-beyligb, ander half loot , fomtijts minder, fomtijts meerder. Ondettuffehen om het Ingewant te verftereken , 1 ende het weder. aen-groeyen te beletten , befighden fy

Kpuexamp;svan een halfloot Sp.Diacurcuniœ, met 6 drup-1pelen Anijs.olye, in drie onçen Suycker Agrimonye-w4ter gefmolten. Wtwendigh werde den Buyek geftreken met een Salf^m, beftaende uyt 0lyevan „'ÿn-ruyt, Dil, Camilla, Alffen, ß4lul4er , Eng. Marciatum magnum, lAgxippf, van elcx even.veel : ende heeteSacxkens op Icn afgeleytvan Geers een pont, i^out een vierendeel,ge-! broken ßskylaer, Anijs , Fcnclvl, Oimyn, van elcx drie 1loot ,

ocr page 390

364 SCHAT DER loot,in een pan gerooft, ende tuschen linden geflickt, ende foo heec op den buyck geleyt. Dit is aldus wat lang vervolght,doch eyndelick wel uytgevallen ; dad toe veel holp de Orfmingt met Rjjden .

8. Alfoo dit een langdurige Sieckte is, foo moet forghvuldelick op de Manitre van Leven gelet werden. Derhalven dient gekofen een wermeen drooge Luchr. gefchout, die vochtigh,en miftigh is. De Spijfc moet van de felfde gematignevt wefen : liever Vkyßh,(in(on' derheyt van Vogdcn) als Vifch, ende 't felfde gebraden. Veel Bifcuyt, ofte Twee-back droogh gegeten, ende foo weynigh gedroncken , als eenighlints mogdickis. Want daer door,als oock door weynigh eten, vele vochtigheyt verteert wert. Ende hoe foodanige meer-der Dranck. innemen , hoe fy meerder Water vergaderen , ende den dorft minder flirren. Daerom is wel ge-feyt van den treffelicken hiftory-fchrijver Polybius, in't Ig.bouck van lijn Hiftorye,dat het onmogelickis den dorft van een Water-fuchtige met eenigh nat te doen overgaen, ten zy dat men de heckte van't lichaem eerft weet te genefen. Het welck de poëet Horatius oockwd aengemerckt heeft 2.0ddr.7.

Crefcit ludulgens fibi dirus Hydrops, Necfaim tollit, mßcauffa morbi Fugerit venis, amp;nbsp;aquofus albo

Corpore languor.

Hierom fchrijft Cdfus in't 21. cap. van Ojn g.bouck, dat het Water lichtelicker te genefen is in Slaven, als in Vryeluyden. Want, feythy, alfoo hiervereyfeht wert , Honger, Dorft,duyfent ander Ongemack,ende langdurige Lijdtfaemheyt, foo zijn beter te helpen, die licht gedwongen werden , als welckers vryheyt baer geen dienft en doet.

Maer felver oock de gene, die on-

ocr page 391

ONGESONTHEY T. 365 der een ander ftaen, indien fy haer niett'eenemaelen können wachten, en werden niet genefen. Derhalve» feker deftigh GeneeGmeefter, een leerling van Chry-fppus, by den koning Antigonus , wiens vrient, een man van ongebonden leven, ende met de Sieckte beladen zijnde , gafoirdeel,dat fy ongeneeflick was . Ende als een ander geneef-meefter, Philips van Epirus beloofde, den felfden te genefen; gaf voor antwoort, dat defen fagh op de Sieckte, maer hy op 't gemoet van den Siec-ken. De uytkomfte en heeft hem oock niet bedrogen. Want als de Siecke niet alleen met gtoote naerftigheyt waer.genomen werde van den Geneef-meefter, maer oock van dé Koning felve : foo heeft hy even-weldoor Ongebondenheyt van leven fijn eynde verhaeft. Dier-^elijcke wert verhaelt van Pbilofyatus in't i.bouckvan net leven van Apollonius op't 6.cap. Seker Affyrifch jongman , fchrijft hy, gewent zijnde tot Slempen, verviel in Watet-fucht, ende in plaetfche dat hy zoude denckéom fijn overtollige Vochtigheyt op te droogé, Ivervolghden het droncke drincken. Waerom hem □Apollonius aenfeyde, dat Efculapius lijn gebedt niet en verhoorde, dewijl de Goden niet en gaven , als aen de gene, die fulcx wel nafpoorden, enae dat hy al dede , dat de Sieckte tegen was , fijn half bedorven Dermen, ende in't Water drijvende, door fijn Gulfigheyt , ge-, lijck als met ßick noch opvolde.Ende dat is,fchrijft Phi-Ionr4tus, klaerder van hem uyt-gefproken, als van Ht-radiius. Want defe feyde, dat de gene, die aen fooda-nige Sieckte vaft was , van nooden hadde, uytRegen Drooghte te maken, niet klaer, ofte weltéverftaen zijnde. Maer Apollonius heeft liet gene, hy wijffelick gefeyt hadde,verklaert, ende den Jongman tot gefont-heyt gebracht. Het gene Philoftrams van den wijf-geri-^cn HcMdiiw aenrocrt, wert in fijn leven breeder uyt-ge-

ocr page 392

366 SCHAT DER nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I

geleyt van een ander Griecx fchrijver , Diop. LAcviiwiin, Gjn g.bouck. Her4c!ij„s,fchrijft hy,aen'c Water gaen-1 de, vraeghden de Geneef-meefters, gelijck als door een raedfel, of fy uyt een flagh regen droogh weder konden maken . Sy dat niet verftaende,foo liet hy hem over 't geheele Lichaem beftrijcken met Offm-mißb, om door die wermte de Vochtigheyt te verteren .

Om nu wederom te keeren tot de Maniere van Leven : gelijck wygefeyt hebben, dat het Drincken hier feer ondienftign is , foo dienteen Water zuchtige, foo veel mogelick is, hem daer van te wachten,te meerder, dewijl fommige, die in eenige maenden,jae een geheel jaer niet en droncken, van het Water zijn ontflagen geween, gelijck betuyght wert by Iacchinus,Btnrctniuh Malarias , ende andere. Alfoo even-wel de groote drooghte van den Mont naulicx te verdragenis, lbo magh men den felven dickwils fpoelen met H74ifr,ende 'AT^ijn ; ofte op de Tonge leggen een blat ^jiyring, ofte Huyhloock, eerft in Water geleyt; oock drincken uyt| een Pijp-kanneken ; want dat vervochtight deTonge; ende en befwaert de Maegh niet. Hier wert vereytcht, goede Oefrninge des Lichaems,'ten zy dat de Beenen te Teer geiwollen zijn. Dan infonderheyt dientgeletop den Af-treek., opdat de Vuyligheyt niet behouden,ende het Water vermeerdert wert. De Slaep , alfoo hy het verteren vordert , is hier feer noodigh -, doch en aient even-wel niet al te lange, noch over dagh te wefen. Dan het By-ßapen is niet alleen by daegh ; maer oock by nacht uytermaten fchadelick : dewijl het felve'tal-derbefte Bloet wecli ruckt, waer van hier groot ge-breck is. Ende foo wel Droufheyt, als Wel-lufl ftreckt in defeSieckte tot befwaerniffe; de eene doende ver-fticken, de andere vervliegen de natuerlicke Wermte.

Het

ocr page 393

ONGESONTHEY T. 367

Het XIV. Capittel.

Befchrijvinge van de Nieren ,

4.Wefen,

I.

nE Nieren leggen wat leeger als de Lever en Milt, Uachter in de Lendenen, met haer holligheyt(feyt Hippocrates) tegen de groote Aderen. Sy en komen niet recht over malkander, maer de eene leyt een weynigh hooger, als d'andere. Waer inne datby vele gemift wert. Want de rechter en is niet hooger als de Qincker, gelijck nae den ouden vArißoteles, Galenus ende Plinius oock gemeent hebben,en onder de nieuwe Ont-ledets, D''.Andries tan Wefel,geneef-meefter van keyfer Karei, • Ferneliuc, geneef.meefter van Henrick.de II. koningvan

Vranckrijck: maer de ßincker is hooger als de rechter , om dat des menfchen Lever groot is , de Milt kleyn. Dan in de Beeften (welckers Nieren de Oude fchijnen alleen ondetfocht te hebben : het welck Picolomini oock van Vefolio ende Columbo feyt, en hier felfs die mifflagh A a nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;heelt)

ocr page 394

368 SCHAT DEK

heeft) ftreckt de Milt meer nae beneden , ende daerom hangt de Gincker Nierleeger, als de rechter. Deon-: gelijcke groote dan van Lever ende Milt maeckt de on-gelijckeleger-ftedevan de Nieren, niet,gelijck Galffliquot; fchrijft,om dat het trecken van de felvige niet verhing dert zoude werden: want byaldien dat die reden vaU ging, foo zoude in fommigelichamen (gelijcker fom-, tijts gevonden zijn) in de welcke de Nieren recht over| malkander leggen, defe treckinge niet gefchicden,djerj fulckeluyden nochtans fonder letfel haer water maken; Maer dat de Nieren niet en trecken, zullen wyterftont bewijfen. De ander reden van Galtmu en is oock niet veel beter , te weten, dat daerom de Nieren niet recht over malkander en ftaen,om datter niet van dewey ofte waterigheyt voor-by en zoude vloeyen : want hetis nootfakelick, datter een deel voor-by vloeyt, dewijl de waterigheyt niet alleen vereyfcht en wert ^foo lange het voedfel is in de Suygh-aderen ofte Lever-aderen, om, daer mede verdunt zijnde, door de naute te könnenloopen ,gelijck vele befchreven hebben: maer was oock nootfakelick, datter een deel in het Bloet bleef, op dat het door de kleyne tacxkens van de uyterße Aderen aen het vleefch mocht gebracht werden.

2. Al de Ont-leders feggen uyt eenen mont dat de Nature onsiwte Nieren gegeven heeft, op dat deneenen belet,ofte verftopt zijnde,het water door den anderen zoude mogen loopen. Maer defe reden wert niet fonder reden weder-worpen van Pieolomini , feggende, dat de Nature niet gedaen en heeft , tegen geweldige ofte gevallige oirfaken. Want de Nieren, fchrijft Mtreaiuh geneef-meefter van Philips de III. koning van Spaen-ejen, zijn foo feer met malkanderen verknocht , ende foo gelijck van wefen, dat daer uyt lichtelick afte nemen is ,alITereen ontwelt is , dat den anderen dan mede moet

ocr page 395

ONGESONTHEY T. 369 moetlijden. Haerwerck ende ampt is haer beyde gemeen , niet elck byfonder. Want al is't, datter twee Nieren tot een ampt gefchapen zijngt;foo en volght daer uytniet,dat een van beydeÊulcxuyt-voeren kan gt;nbsp;maer datfe beyde van nooden zijn, om foo een fwaer werck te doen. Mydunckt dat de Nature,alfe tot een werck twee werck-ftucken maeckt, die famen^emminge en-de gemeenfchap onder de felve hout , al offe alleen om de gelegentheyt van plaetfe een deel in twee verdeelt hadde, ende dat daerom de gebreken van 't een aen't ander haeft mede-gedeelt werden. Sulcx (iet men da-gelicx in de oogen, ende is oock by een Griecx Poëet aengeroert met defe vermen :

Al/tlicht vant recbtei oogh bedwelmt is met gebreke, Soo komt bet Jlmcker oogh oock.licbtelickjontßeken .

Alfoo heb ick mede bevonden , dat dé eenen Nier verdopt zijnde, den anderen mede onbequaem werde, ende den loop van't water tegen hiel : het welckoockbe-veftight werdt by de Domoren Lud. Duraus, géneeC-meefter van Henriet de III. koning van Vranekrijek, Fitter van Foreefl, geneef-meefter van Delft , loban Rio-lanuj, geneef-meefter van Parijs , ende andere. De na-turedan heeft twee Nieren gemaeckt, ofte eenen verdeelt uvt oirfaeck van de piaetfche ofte de gelegentheyt. Want indien,datter maer een was,(bo zoude hy nootfakelick foo groot als de twee moeten wefen, ge-lijck men (iet aen de Lever , ende Milt, de andere Deelen om bloet te maken. Maer dan en zoude het Lic-haem niet in even gewicht geweeft hebben, ten ware dat hy midden op den rug-graet geftelt was , leggende metlijn holligheyt op de holle ader, ende groote (laghader; dan defeleger-ftede zoude door het neder-drucké van de vethaelde Aderengt;den vryen loop van het bloet,

A a 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en-

ocr page 396

370 SCHAT DER

ende de levende geeften verhindert hebben. Soo dat niet fonder gewichtige redenen in plaetfch van eenen grooten Nier,twee kleyne gefchapen zijn; oockom dat dé buyck niet te feeruyt en zoude fteké,ofte dat het ge* wicht van dé buyck niet te feer na eé zijde zoude helle,

ocr page 397

ONGESONTHEY T. 371 geleert door een water-fuchtige, in wiens doot lic-haem gevonden is, een nieuwe, ende waer van niemant datick wete, gefchreven heeft, oirfaeck van't Water. Een Soldaet die met een feer dicken buyck,ende gefwolle beenen over-leden was, op gefnedê zijnde, werde bevonden Lever en Milt wel geftelt : waer over ick verwondert zijnde, ende volgens mijn gevoelen,dat de Nieren mede haer deel hebben aen het bloet, ofte water te maken , geboot den Heel-meefter , de Nieren voor te brengen. En als hy de dineker Nier maer even aenroetde ,foo fagh men uytfijn bultigli deel,door een gat, daer even een pinck in mocht, veel waters loopen. Derechter was onder in fijn hol deel noch niet geheel doot-boort, maer een weynigh met het ra/oir aenge-roert zijnde,foo fprong daer mede water uyt,doch wey-nigh. Beyde defe Nieren waren van wefen, ende verwe gelijck gefonde, van binnen wader noch etter, nocli fweting, noch zant, noch heen , nochyet anders tegen de nature. Soo dat ick my geen ander oirfaeck heb können in.beelden,als dat fy van de fcherpigheyt van't wa-ter allencxkens door-gebeten waren . Sulcx gebeurt dickwils van een fcherp fteenken, waer van wyeen feer aenmerekens waerdign exempel hebbê by den vermel-ten Mercatiu, in een man , die , by onfe Nederlantfche Hiftory-fchrijvers van de Beroerten , feer vermaert is , leronimiK van Roda. Defe ftaende op fijn reyfe na Neder-lant , wert over-vallen met uyter-maten pijn , veertigh dagen lang , van een fteenken in de rechte Nier , die foogroot ende fel was,datfe voor geen middelen en wilde wijcken. Ten leden, na de voorfz. dagen,loften hy een fteenken op de groote ende gedaente van een Dadel-fteen , ende bleef daer na fonder pijn drie jaren lanck. Nacwelcke tijdt, kreegh hy op een nicu dier-gelijcke pijn , foo van hevigheyt als van lang dueren,

Aa3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in

ocr page 398

372 SCHAT DER

in de (lincker Nier: ende werde nae veertigh dagen, ende nae veel middelen , mede diergelijcken Heenken quijc. Waer door hy wel verloft was vande pijn, maer niet van erger quaet. Want na drie dagen, dat hy'tween, ken geloft hadde , bleef fijn water heel op-geftopt. Waer over de Geneef-meefters vergadert zijnde, floegen daer in op malkander, datter anders geen oiifaecken was , als verftoppinge van Zant , ofte Steen , ende Slij-merachtige vochtigheyt, waermede die man veel ge-quelt was.Het welck wel waerfchijnelick gelijcktineé graveelige,van vochtige gematigheyt, ende die in fpijs ende dranck niet feer ordentlick en leefde: ten leken, als het quaet met geenderley middelë te helpen en was, foo quaem hy nae den dertighften dagh te over-lijden. Op-gefneden zijnde, wert bevonden, dat de Nieren van de holligheyttot de bultigheyt met een groot gat doorboort waren , ende daer was even-wel geen flijm , geen zant,ofte yet anders , daer men het ftoppen van't water op zoude mogen leggen, noch in de Nieren, noch in de Water-pefen (/reteresgenoemt) bevonden . Waer uyt nootfdkelick fchijnt te können afgenomen werden , dat de gaten gelaten zijn van de fteenkens ,die hy met fuie-ke moeyte quijt geworden was, die , in'c vleyfch van de Nieren groeyende , allcncxkens foo vergroot zijn,datfe de Nieren felve door-boort hebben: Ende dat om de gefeyde gaten de Nieren daer na niet en hebben können trecken : dat even-wel den eenen Nier door-boórt zijnde, het water door den anderen heeft können gettocken werden : den tijdt van drie jaren,die geweeft is tuschen het lofen van heteerfte fteenken ende het tweede : het welck nietlanger en konde gefchiedé, na datfe alle bey-de door-boort waren. Dus verre fchrijft D'* Mtrcaius. Den welcken ick voorwaer nieten kantoe-ftaen, dat den eenë Nier drie jaer zoude door-boortgeweeft zijn,

en-

ocr page 399

ONGESONTHEYT. 37; ende dat den anderen onder-tufTchen het werck alleen zoude uyovoeren, daerfe alle beyde nootfakelick toe gemaeckt zijn. Ende dit ftrijt oock recht tegé de woorden van Mercrffus felfs , hier voren by-gebracht. Want dewijl,gelijck wy terftont zullen bewijfen , het Bloedt met de wey van de Aneriaemu!gensgt;ofte de Melck Hagh-ader gedreven wert in de Nieren, ende het felve aldaer van de overige wey ofte waterigheyt gefuyvert werdt, indiende Nieren in den vermelten R.od4 van d'een zijde tot de ander dwars doot-boort geweeft haddê,foo zoude nootfakelick de waterigheyt, gelijck in ons verhaelc exempel,door de gaten in den buyck gevloeyt hebben. Het welck buytenquot;twijfel in die dertigh dagen gefchiet is,ende dat hy daetom oock geen wateren konde maken: niet om dat het verftopt was, gelijck Mercatus, ende d'ander Geneef-meefters meenden, maer om dat het in plaets van na de Blaes door de Water-pefen te loopë, doen door de gaten van de Nieren in de holligheyt van den Buyck gelooft was.

De Schrijver van het Bouck der Gebreke der Nieren, het welck Galeno toe-gefchreven werdt , feyt datfe een befonder lichaem hebben, beftaende uytvleefch ende vefelen. Maer fy en hebben anders geen vefelen, als van de vaten. Want fy en gaen niet op en neder,gelijck het Hert, het welck daerom oock een Spier van Hippocrates genoemt wert ; noch fy en hebben geenbefondere kracht,om na haer te trecken , ende uyt te werpen, gelijck de Spieren, de welcke beftaen uyt vleefch ende zenuachtige vefelen. Derhalven fchijnen fy onder de Klieren gerekent te wefen van Hippocrates. Dan Galenus ftelt-fe onder het Ingewant ende Parenchymata . Welck gevoelen my beft aenftaet. Niet alleen om dat fy de Lever (die eerft van Era/ißratus in't Griecx Parenchyma, datis, toe-ftottinge, als van geronnen bloet, geuaernt is ge-Aa 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;weeft)

ocr page 400

374 SCHAT DER

weeft) foo in hier vleeOgh wefen, ende in verdeeling van aderen gelijck zijn, maer oock om datfe een werek helpen uyt-voeren. Welcke leere alfoofe nieu is , wx breeder dient bewefen te werden.

5. De Ouden hebben dit gebruyck alleen aengeno-men van het vleefigh deel des Levers, dat hetroncfom de aderen geftort zoude zijn, om de felve aen malkandc ren te houden, ende te onderftutten. Soo fchrijft me., de de groote ^rißottks, dat de Nieren van de Nature aen de Dieren gegeven zijn, om dat fy te famen defelfde zoude gebruycken tot het Rijven en houdé van de Ade-ren, ende zoude milbruyeken tot het lofen van de over-vloedige vochtigheyt. 'T gene by dien Wijf-gerigen voor mifbruyck gerekent wert,is by deGeneef-meefters! heteenigh gebruyck der Nieren. Voor my, alen kan| ick dit gebruyck niet onkennen, foo en wil ickdaerom de Nieren van haer edelfte werek niet berooven. Want by aldien datfe alleen om het Water te kleynfen gefcha* pen zijn, waer toe dienen foo veel aderen ende Hagh-, aderé door het geheele lichaem van de Niere verfpreyt!1 Waer toe dient het vlcefch, gelijck een geronnen bloet om de felvige gegoten ! Om het water door te leydengt; zoude milTchien genoegh geweeft hebben een vat uyt[ de Melck-ader in de Water-pees, daer men nu het, dat tot het uyterfte van de Nieren de tacken van de Aderen verdeelt zijn. Men zoude mogen feggen,dat fulcx was' om de Nieren haer voedtfel aen te brengen. Dan het felfde zoude ick können antwoordé van de Lever. Daer, beneffens het men oock,dat de Nature om het ophou-| den , ofte uyt-Onyten van de overtollighcyt, te vreden1 is met een vliefigh lichaem,gelijck blijckt aen de Blaes, Gal-blacsjen,ende Dermen:de welcke oock felve noch eenige kracht om te koken van de Geneef-meefters toe-1 gefchreven wert . Want , gelijck Galenus fchrijft,al is't dat

ocr page 401

ONGESONTHEY T. 375 dat de Dermen niet gefchapenen zijn, om den Gijl te koken,maer gekoockt zijnde, alleen te liouden ende te verfpreyden: nochtans, alfoo de Nature nimmermeer leu nochledigh en is,(bo wert de felve in dé door-tocht noch meer bewerckt,even gelijck als in de groote Aderen eenige kracht is om bloet te make, de welche anders in de Lever gefielt wert. Nu dan , indien gt;4retœm,een oudt ende treffeUck geneedmeefter onder de Griecken, vApbrodifaiK , VefaliiK, PicoloTnineiK , Horftiru, Baubini#, Rjol4nus,ende andere, de Milt,die voor defen alleen ge-houdé is geweeftom het bloet van de Twarte Gal te fuy-veren, mede aen-nemé voor een werck-ftuck,om bloet te maken, waetom en zoude men de felve werckinge de Nieten oock niet toe-fchtijven^ Ende gelijck de Milt niet alleen 't geen dat al te grof in't bloet was, vetleyt, op dat het bloetfoo veelte fijndet ende klaerder zoude zijn (waerom Plato feyt dat de Milt by de Lever aen de dincket zijde gefielt is , op dat fy de Lever altijt fuyver, ende gelijck een fpiegel, helder ende blinckende zoude houden) maer oock eenigh bloet op fijn felven maeckt,

1 waetom het oock een baftaert Lever van ^rifloteks ge-Inoemt wert: foo is mijn gevoelé,dat de Niere het Bloet 1niet allee en fuyveré van de wey ofte overtolligh water : quot;nbsp;maer oock datte nade Lever en Milt,het Bloet,'twelck

fy ontfangen, helpen koken. Daerom (iet men inde

'Lichamen , die van Geckten geftorven zijn, meeft altijt verandering in de Nieten : ende die in de gefonde toot, 1 nbsp;nbsp;klaer , ende vaft zijn, werden nae den aert van de (ieckte

|fomtijts bleyck, fomtijts bruyn, fomtijts heel facht, 1 broos,ende als bedorven ofte verfworen bevonden: het welck oockaengemerckt is by den neerftigen ont-ledet EuftaebiMt , ende van my dickwils ondervonden . Het 1(elfde betuigen de rauwe wateren , die by de gene , die 1 metfteen gequelt zijn , gelooft worden , (eer gelijck de 1Aa s nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge'

1

ocr page 402

376 SCHAT DER gene, die de water-fuchtige make. Waer noch by komt, 'tgene Dr- Femdius fchrijft , dickwils gemerckt te heb-ben, dat de Menfchen die dé Steen hadden , het aenge-Geht bol ende bleyck was,even.eens als de Water-fuch-tige. Het welck de dagelickfche ervarentheyt mede beveftight. Van dit gevoelen en kan ick myniet laten aftrecken door Dr- Andria du Laurens,Raeten Geneed meefter van Henric^de Groote, die niet en wil toeftaen, dat het bloet maken,twee deelen,te weten , de Lever ende Milt zoude bevolen zijn. Want te vergeefs (feyt hy) zoude de Nature meerder Bloet-makende gereec-fchap gefchapen hebben,daer toe een genoegh was,ofte behoorden te wefen. Maer laet hy eens wel overleggen de woorden van onfen leer-meefter Galenus,daer hy reden-kavelt tegens Eraßßratus, over het bloet-koken: Ghvfait antwoorden , feyt hy,dat bet Bloet in de Lever btrtyt wert , ende van daer irit Hert Romende , aldaerftjn vordert vol* maecktbeyt , ende eygen wefen bekomt. Het welckyoorutatr quot;'quot; fonder reden fchijnt te wefen. Want een groot ofte volmatck! wtrekengtfehiet niet fchierlickofte in een reys , noch en kan ootk. aUe fijn volmaecktheyt van een Deel niet besomen . Dat is immers recht voor ons. Het zy dan,dat men met VtfaliiK ende loubert het Bloet-maken de Aderen alleen toe-fchrijft, het zy alleen het vleefch van de Lever, als ^r-genterius doet, het zy alle beyde, gelijck Galenus , foo en kan men de Nieren die vol Aderen zijn, ende Vleefch, des Levers niet ongelijck,daerom gefpreyt hebben,van de werckinge tot Bloet-maken, niet uyt-duyten.

Ende voorwaer als het Oogh gequetft wert,het Gelicht, als het Oor, 't Gehoor befchadight werdt, een ontwijffelickteycken is, dat het Oogh de gereetfehap is van 't Gelicht, het Oor van 't Gehoor. Wanneerde Nierenalleen verteert zijnde , quaet Bloedt gemaeckt wert, foo gaet het niet minder vaft, dat de Nieren zijn on-

ocr page 403

ONGESONTHEY T. 377 Ionder de gereetfchap van het Bloet-makë. Ick zal daer Ivan een exempel by brengen ,'t gene ick onlangs gehen liebbe. De broeder van den vermaerden D.VoeiiiK,wel acht jaren Ongedaen geweeft zijnde, verviel ten laetften in Water-fucht, klaeghde in de laetfte maenden over pijne in beyde zijde van den opper-buyck,ende dickwils van de Droppel-pis, tot dat hyfijn ellendigh leven af-levde. Het Lichaem, gelijck hy felve belaft hadde,ge-opent zijnde , werde bevonden het Net gantfeh bedorven ,op vele plaetfchen vethatt , op fommige als been . Het Buyck-vliefch door-gefneden zijnde , gaf menigh-te van dick (alfoo daer Etter onder was) ende geel Water . De Lever was groot , anders gaef. De rechter | Nier hadde in fijn holligheytvier kleyne Steenkens,van 1 root zant, gelijck men fien konde , by een gebacken, I ende eenen grooter, by-na als een hafeï-noot: Maet de 1grootfte ftack in't beginfel van den Water-pees, vaft I zijnde aeneen andere die nochin de Nieren was,gelijck 1 in'tvolgende capittel uyt-gebeelt is . Dedincket Nier Iwas gtooter, als nae gewoonte, gantfeh (lap ende facht, 1geheelvol etter. Op de gtont van de Blaes, die gantfeh vleyhgh was , lagh een Steen, de groote van een ocker-noottontfom in wit Slijm, het welck, als hy uyt-geno-men werde, daer vaft aen bleef hangen. Sijn Herte was groot, vaft, ende gantfeh onbefchadight. Alle de Longen , als fy maer even gerecht wierden, gaven van haer etter. Hier , alwaet Lever, ende Milt wel gefteltwaren , moet de oirfaeck eerft van fucht , daer nae van Water geleytwerde op de Nieten,waer op mede de beder-yinge in de Longen, de teerde Deelen zijnde, gevolght is. Het welck dan oockbewijft, dat in gefonde luyden de Nieren drecken tot het Bloet-maken.

Derhalven beduyté wy dan,dat het ampt van de Nieren isgt;het Bloet te helpen koken (het welck de oirfaeck mif.

ocr page 404

378 SCHAT DERi midchien oock is,dat de Nieren inde H.Schrifturelo°| veel toe-gefchreven wert) ende't felve van de overtollige waterigheyt te fuyveren. Want, ^elijck elckbekent is, fy ontfangen het Water met BÏoet vermeng'; Sulcx zoude können gefchieden op driederley manière. Ofte dat het doorfijn eygen nature na de Nieren dreef'gt; ofte dat het van de vaten daer gebrocht werde, ofte dat het de Nieren na haer trocken. Erafiftratw meende dit het water van felfs nae de Nieren liep, by vervolgh vaquot; 'tgene voren daer uyt geloopen was. Sulck gevoel^ hadde oock by-nae de Arabifche Avt„oës , fchrijvendo dat het felve niet van de Nieren getrocken werde, maer| van felfs daer in liep, gelijck het voedtfel in de leden komt. Integendeel de oude Griechen , Hippwaiquot;' Diodes, Praxagoras, Galenus, feggen, dat de Nieren doot een verborgen eygenfchap(Dr. Bauhiniu, ftelt defelve10 de gelijckeniffe van't geheel wefen: maer die en kanicK nietfien te zijn tufTchen het Water ende de Nieren) de watcrachtigheyt nae haer trecken. Ènde dat de Aderen het felfde daer niet in en Hooten , foeckt Gähn'quot; te be-vvijfen z.denat. fac. i. endeCJocaff. ?. item g.dico^p' mtd.fee. loc. z. Hy feyt mede op een ander plaetfch, dat de Aderen ende Slagh-aderé door het Lichaem van de Nieren verfpreyt zijn, ende dat door het hart ende vat vleefch, het bloct behoudende,'t Water met wat Gal, die by Bloet is, over-gegeven wert, ende in de waterloop uyt-vloeyt. Ruffos Epheßus , een oudt Ont-leder onder de Griechen , ftelt in't binnenfte ende holde van de Nieren een vliefken vol kleyne gaetjens , gelijckeen feef, waer door het water zoude loopen. welck gevoelen van vele die den naem meer,als de daet van Ont-leders hebben , gevolght is : dan wert wel te recht wederleyt van den grooten onderfoecker der Licha-, men , Andries van mfd, met den welchen oock daet Co.

ocr page 405

ONGES ONTHEYT. 379 Colombo, ende andere , als oock de dagelickfche bevindinge . Mijn gevoelen is, dat de Weyachtige vochtig-heyt met het Bloetvermengt zijnde,door het bewegen van de Melck-dagh-aderen, het welck fy hebben van het Herte,geftadigh ende fonder op-houden in de Nieren gedreven wert , ende dat aldaet het fijnfte bloet als een dau aen'tvleefch van de Nieren hangt,allencxkens in haer eygen wefen verandert , ende daer medeveree-night : ende dat het Water, dat nu om het Bloet meer teleyden,onbequaem is , eerft gefcheyden wert , ende daer nae, om fijn dunnigheyt , door de Tepelachtige vleeikens leeckt, tot in eenige uyt-ftekende pijpen van de Water.pefen,in de welcke die Tepelkens (alfoo om de gelijckenis met de Tepelen genoemt) uyt-komen, ende ontfangen werde , daet door het dan als gekleynft wert in de holligheyt die midden in de Nieren is aen de in-gebogen zijde, ende foo komt door de Water-pefen in de Blaes. Nu het ander Bloedt van het overtollige Water gefcheyden, ende van het voedtfel der Nieren over.gebleven,ende door het neder.gaen van de Slagh-adeten in de Aderen gedrevé zijnde,houdeick dat door de Melck-aderen wederom gaet in de Holle ader , ge-trocken zijnde door hetop.halê van 't Herte. Dit gevoelen bouwe ick op de leere die wel nieu is , maer die in treffelickheyt, ende nootwendigheyt geene der Ouden en wijckt, van Dr'V7iUen Harueus, geneef-meefter van den tegenwoordigen koning Karei van Engelandt. Ende om dat fonder de felve,'tgene wy nu gefeyt hebben , niet verftaen en kan werden , foo zal ick hier kottelick voor-ftellen 't gevoelen van dien vernuften Ont-leder,uyt fijn bouck van de beweginge des Herten ; de welcke hy fchrijft op defe manière te gefchieden: Eerft treckt het Herten-oor fich in,ende in dat in.trecken foo 'drijver het Bloet (waer van het vol is, als 'thooft van de

ocr page 406

380 SCHAT DER

Aderen, ende de fehappraey van 't Bloet) in de hol' ligheyt van 't Hert, de welcke vervolt zijnde, foo recht het Hert hem op, fpant van ftonden aen alle de Zenu; wen , treckt de holligheden in, ende klopt, door welch kloppe drijft het geftadigl i het Bloet van het Oorooj-fangen in de Slagh-aderen , de rechter holligheyt inde Longen door de Slagh-aderlicke Ader, van waer het fchierlickin de dincker holligheytgetrocken wert,die hetterftont voort-drijft in de groote Slagh-ader,endeI door de ander Slagh-aderen (welckers kloppen,dat wf voelen, ende den Pols noemen, anders niet en is als het। Bloedt , dat van het Hert voort-gedreven werde) in het gantfche Lichaem. Daer na ofte door eenigeopenheyt van mondekens, ofte door de loffigheyt van'tvleefch,| ofte op beyde manieren, gaet het Bloet van de Slagh-aderen in de Aderen,ende keert dan weder door de hol'; Ie ader in de rechter Oor van't Hert, van waer het in de rechte holligheyt geftooten wert , gelijcknu gefeit is.

Defen Om-loop kan oockinde groote wereltgefen werden.Want de vochtige Aerde van de Son verwermt zijnde, geeft damp ende wafem op, die dampen , op-getrocken zijnde , verdicken , verdickt fmelten wederom tot water,dat valt op de aerde, ende maecktfevoch-tigh ; ende op die manière wert alles voort gebracht,; Soo gebeurt het waerfchijnelick in ons Lichaem , (by| fommige de kleyne Werelt gefeyt) dat door de Bewe-i ginge, het Bloet rijfende, dampigh,ende als voedtfaem gemaeckt zijnde , alle de Leden verquickt ende voedt-fél geeft. Ende dat in tegendeel het Bloet in de leden' verkoutllremt, ende als onder-bleven wert, waerom' het nae 't begin ,te weten, het Herte, als na de levende fonteyne van't lichaem weder-keert: aldaer werde het door de natuerlicke ende ftereke hette,als den fchat des, levens , wederom gefmolten, met geeften , als een bal' fem,

ocr page 407

0 N G E s 0 N T HEY T. 381 fern1vervult , ende foo op eennieus door het Lichaem verfonden : hangende dit alles aen het bewegen ende kloppenvan't Herte.

Defe leere en zal niemant lichtelick tegen wefen)die het maeckfel van 't Herte hen,als oock der Slagh-aderê geftadigh kloppë,het konhigh gebouw, gelegentheyt, ende gebruyck van de klap-vlielkens neerftelick wil over-leggen.

Devoor-treffelicke Ontdeder van Padua Fabr. Aqua-ptndens, is de eerfte,die Klap-vlielkens inde Aderen uyt-gebeelt heeft , van gedaente een halve maen gelijcken-ae, ende beftaende uyt het binnenfte vlies der aderë wat uyt-puylende. Haer gebruyck en heeft de Vinder niet wel gevat ; want het en is niet om 't Bloet,dat van boven neder zoude fchieten, te Rutten ; dewijlfe allegader flaen tegen het beginfel van de Aderen, ende gaen open na het Herte toe. Men (ietin't openen van de Aderen , indien men van de wortel der felver beginnende nae de kleyne fprancxkens toe een lange priem in fteeckt, dat de klap-vlielkens beletten zullen dat hy door-fchiet : in tegendeel, foo men van buyten van de tacken nae de wortel toe fteeckt , dan fal hy fonder belet op-fchieten. Alfoo belette fy oock, dat het bloet van de groote ade-1 ren niet en kan fchieten in de kleyne,maer laten het in, van de kleynein de groote , gelijck nu verhaelt is. Dewijl dan medefomtijts in de Melck-aderë,van Dr- Har-Iquot;ueui, ende andere,defe Klap-vlielkens bevondé zijn, foo valt het gemeen gevoelen om verre,dat de Nieren door 1de felye de waterachtige vochtigheyt uyt de Holle ader 1 zoude melckcn, ende wett in tegendeel onfe leere be-veftight, dat het Bloet door de felve uyt de Nieren we-iderom fchietin de Holle-ader. Want fulcx en belet de 1 gelegentheyt van de Klap-vlielkens niet, gelijck wel doet dé loop van't bloet uyt de holle-adet na de Niere.

I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;6. Aen

ocr page 408

382 SCHAT DER

6. Aen elcke Nier komen twee Vaten,teweteneen Mdcleader, ende een Mdck-flagh-adtr, alfoo van de Ouden genoemt, al of, gelijck de kinderen met de lippen door de tepel de borften uyt-melcken,foo oock de Nieren door de felve , als tepelen, de Bloets Waterigheyt uyt de Holle-ader melckten ende uyt-lockten. Maer alfoo wy dit wat anders verftaen , foo zouden fy bequa-mer naem hebben met Nier-ader, ende Nicrt-ßagh-Adtf' Defe Vaten zijn degrootfte onder alle de Aderen, die uyt de Holle-ader , ende alle de Slagh-aderen , die uyt de groote Slagh-ader fpruyten : het welck geenfins van nooden was geweeft, indienfe alleen gefchapen waren, om het Bloettot voedtfel van de Nieten, daer toe wey-nigh van doen is, aen te brengen , ende de warerig^vt uyt te voeren: maer wel om dat het Bloet met menigh-te geftadigh door de Niere-flagh-aderen in de Nieren gedreven zoude werden , ende daer nae dicker zijnd? als gefcheyden van de waterigheyt, wederom door de Nieren-ader in de Holle-ader. Sy verfpreyden haer beyde door het gantfche lichaem der Nieren, in hun ingebogen gedeelte ingaende, ende verdoelen haertet-ftont, tot datfe op't laetfte foo fijn ende dun als haft-kens werden,waer van fommige door de geheele Nieren tot het uyterfte haer verfpreyden,andere komen uyt in de tepelachtige vleefchkens, door de welcke, aiS door fpongiachtige klieren , de Waterachtige vochtig-heytin de Pijpkens die onder de felve, als beckens,komen van de Water-pees,gekleynft wert . Want na dat den Freier ofte Wattr-pta, van deBlaes in de Nieren komt, foo verbreet hy terftont ende wert in twee,fom-tijts in drie deelen gefplift, waer van het een nae boven, het ander nae beneden gaet, maer werden beyde mander tacken, fomtijts vier, dickwils vijfverdeelt, foo % defe verdeelinge acht , ende ten hooghften negen ,oquot;

ocr page 409

0 N G E s 0 NT H E Y T. 393 thienpijpkens uyt-brengt,die in een [ont endt uyc-ko-men,het welck als meteen vkcQghdeckfclvan de ver-1 haeldetepel-achtige vleefchkons gedeckt wert , om de nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;N

waterigheyt door de felve, gelijck door een Ypocras-fack, :e leken in elck water-pijpken; van waer het door de Water-pefen in de Blaes ^evocrt wert.

1 darter niet een wint, gelijck men fret in de verckens-, blafen, die de kinderen op-blafen, ende aen denhals

Ivafttoe binden, uyten kan betften. Het welck Gaknur

|welfeydt, een teycken te wefen van deuyt-nemende wijlheytende voorfichtigheyt, die onfen Schepper ge-bruycktheeft in hetfcheppen van de Lichameder Dieren. Maer hoe neerftigh dat men den uyt-gang van de Water-pefenonderfoeckt, daer en is geen deckfel ofte klap-vlielken eygentlick te vinden: ende in de ont-le-dinge ,ende wetckinge der Nature moet men fijn 00-gen het meefte geloof geven, gelijck Galenus feer wel beveelt in het 12.bouck van het Gebruyck der Leden, op het 3.capittel. De Water-pefen zijn van wefé vlie-figh,tont , ende hebben in gefonde de breete maer van een ftroo, dan in de gene die fomtijdts fteenkens lofen,

I werden fy feeruyt-gereckt, foo dat ick gefien hebbe, dutter een vinger in fommige geftekcn werde.

B b nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge-

ocr page 410

394 SCHAT DER

gevoert zijnde ,ontfangen als in een regen-back , in de Blau; de welcke van wefen, gelijckde Water-pefen, zenuwigh is, op dat fyuyt-gereckt zoude können werden, wanneer het water over-vloediger toe-vloeyt.

dat Dr. Pdutt fair- Proferor te Leydê,onsin'tjaer 1614. getoont heefteen graveeligé Blaes (1) van D.CAfaubon, uyt Engelandt gefónden ; aen welckers Oineker zijde hing een ander (2) gelijck eé fack, van het felfde wefen, alwaer het Water door een gat (3) in quam ende we-derom uyt-leeckte. Om de feldtfaemheyt van't ge-breek, ende in foo feldtfamen man van geleertheyt, hebben wy't felve alhier voor-geftelt : doch is breeder befchreven in ons Latijnfch Werck.

ocr page 411

ONGESONTHEY T. 395 om(bo veel te meerder te können laten; ende om dat wy niet genootfaeckt zouden zijn , geftadigh Water te maken. Waerom de krop oock met een ringachtige Spier gefloten werde , die als een poortier het Wa-terop-hout, ende uyt-laet. Haer ruymte is te hen in de Blafen, die op geblafen zijn, ofte vol waters gepropt werden.

II. Wanneer de verhielde Deelen wel geftelt zijn, dan wert haer werck wel uyt-gevoett: maer eenigh ge-breck krijgende,foo wett het felve , gelijck van andere oock is aengewefen , op driederley wijfe befchadight ; te weten, dat het Water gantfeh op-houdt, te wey-nigh ende met pijne , ofte fonder gevoelen af-loopt . Doch het gebreck en is niet alleen in't Water-maken : maeroockin't gene met het Water gelooft wert,te weten , Bloet, Etter , Graveel , ende Steen. Ende alfoo het laetfte wel het gemeenfte is, ende by-nae alle d'an-der gebreken met hem deept, foo zullen wy van hec felfde eerft handelen.

Het XV. Capittel.

ocr page 412

396 SCHAT DER

Al is fulcx, dat by de Oude geen gewach gemacck en wert van eenige Steenë,dan die hare oirlpronc hebben in de Nieren, ofte de Blaes : foo is nochtan daer nae ondervonden, dat in verfcheyden, ende vc ändere Deelen onfes Lichaems oock Steen groeyt. gt;0 heb ick dickwils gehen biuyne Steenkens in de gai blaes, witte onder de tong, en gelijck hagel uytdelonge op-hoeften. Andere hebbenfeoock in andere phe; ichen bevonden , die üyt verfcheyde fchrijvers nae de JDeelen onfes Lichaems vergadert zijn by SchiKkiw gt;i° fijne Aen-merckingen, ende in't korte by malkanderen geftelt zijn in de Onderwijlinge der Geneef-konfte van Dr. Stnntrius. Even-wel gebeurt het feer felden,dac in foodanige plaetfchê Steen (eü wert oock by Dr. V';| yandfus, voor geen rechte Steen gehouden) groeyC maer dickwils en meeftendeel in de Nieren ende Blaes. Weick quaet , alfoo herons Vaderlant feer gemeeniss ende vele om 't leven brengt , ende van niemantnoch foo wel onderfocht, ende volkomen befchreven is, al is't oock dat vele de hant daeraen gehouden hebben, ofte daer is noch wel wat over-gebleven, het welck ftrecken kan,om yemant op te wecken ,alles noch nader te ondecken, ende naeckter voor te ftellen : foo zal ick het gene van my in vele jaren verfocht , endeaenge-merckt is , wat wijdt-loopiger verhandelen , ende het felve met de Aen-merckingen der oude, ende nieuwe i Geneef-meefters, op den toet-fteen van Reden , ende/ Ervarentheyt vergelijcké. Want ick en wil onder 'tge-tal niet wcfen van de gene, die, gelijck het een fchaep het

ocr page 413

ONGESONTHEYT. 397 1 bet ander , alleen volgen 't gene voor gaet , ende, !fonder eenigh onderfoeck, toe-ftaen al wat de Oude ;ons nae-gelaten hebben. Wel is waer, dat wy de Oude Schrijvers , daer van ons foo vele treffclicke leeringen toe-komé , alle eer ende danckbaerheyt fchuldigh zijn: maer fulcx moet even-wel foo verre niet gaen, dat wy daerom met fommigezouden feggen,lieverte willen met de Oude mischen , als met de Nieuwe fchrij-vers wel gevoelen. lek hebeenige gehen diena de leere van Galenus, (daer hy felve nochtans, degene, die voor hem waren, even niet altijdt gevolght en heeft) Gdeniftm wilden genoemt zijn, ende buyten den felven niet weten . Soodanige menfchen, toe eygenen haer finnen aen een feker gevoelen , ende door dienootfake-lickheyt verbonden blijvende, moeten dickwils oock 'tgene fy by haer felven niet goet en vinden , om ftant-vaftighte fchijné, voorftaen ende beweren. Menfchen, gelijck de keyfer Tibtrius , van de Romeynen plagh te |feggen , tot flavernye geboren. Myen behaeght niet myemants woorden te fweren,maer de waerheyt alleen voor oogen hebbende , alles vryelick te onderfoecken. Het gene dan van alle tijden de treffelickfte Geneef-meellers uvtalle volckeren , van het Graved ende Steern befchreven hebben,zullen wy overleggen met het gene wylangejaren in Graveeiige bevonden, endein Lic-hamen, die van de Steen over-jeden waren, gehen hebben . Ende gelijck de Geneef-middelen çerft door de ervarentheyt gevonden zijn,ende de Menfchen daer na over de felye gepeynft, ende de oirfaken onderfocht hebben , niet in tegendeel uyt de Philofophyt, ende het | onderfoeck der oirfaken den oirfpronck van de Geneef-middelen voort-gekomen is: foo en zullen wy oock alhier niet ftellen'tgene wy door reden ofte gevoelé voor waerachtigh zouden aen-nemen,maer alleen d'oitfaeck

B b 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;op-

ocr page 414

398 SCHAT DER oçderfoecken, van 'tgene wy felfs gefenende onder-। vonden hebben. Hetis menfchelick te dwalen: der-halven en behoort niemants aenhenlickheytfoo groot te wefengt; by yemant,die de waerheyt naë-jaeght,dat hy niet meerder geloofzoude geven,aen fijn e, gen oo-gen, als aen het fchrijven van Ariftouk: ofte Gdmiih De poëet Luemius feytfeer wel:

Gh, ^It bevinden dat des waerbejts diepe grant, Inonje kennis door de Sinnen is gegront.

En foo de Sinnen oockjiiet vaft en tyden gßcn. Dat dan de Reden felfs niet vait en '^udefoen-

Het is een oudt fpreeck-woort, Socrates, ofte Phiois ons een liefvrient,macr noch liever de waerheyt.Want (gelijck Cicero wel fchtijft ink i.bouck van denature der Goden) men moet in hetonderfoecken, nietfoo feer lette op't gewicht van de Aenfienlickheyt, als wel van de Reden . Jae het Aenfien van de Leer-meefers , doet dickwils fchade aen de gene, die leeren willen. Want fy boude haereygen oordeel op: ende dellen vaft 't gene ly geoordeelt vinden van de gene, die fy achten, leken prijs oockniet, (feydt hy) 'tgene ons bericht wert van de Pythagorifche wijf-gerige,dat haer reden ge-vraeght zijnde van het gene fy vaft helden , voor ant-woort gaven, Auroç ^(pa,, Hy haft hetfclvegtftyt. Hy felve was haren meefter Pythagoras. Soo vele vermocht een voor-ingenomen gevoelen , dat oockfonder reden de aendenlickheyt plaets nam. Om welcke fteen-rotfe te fchouwen,zullen wyin'tbefchrijven der Oirfaken, Teyckenen, ende Geneef-middelen van Steen , ende Graveel, kiefen de ruyme zee der Ondervindinge.

2. Het is onnoodigh, hier veel beflagh te maken, in het nauw onderfoiicken, ofte de Steen de deckte felve is,

ocr page 415

ONGESONTHEY T. 399 is , ofte de oirfaeck, ofte een toe-val; als weynigh tot de Geckte doende. Derhalven komende tot de Be-fchrijvinge, foo ftellen wy de Steen te zijn, een hart lie-haem, groeyende uyt een aerdtachtige ftoffe door doo-vigheyt van de Nieren ofte de Blaes , ende in een ftee-nige geftaltenide vethart zijnde, feer pijnelicke fpannin-ge ende verftoppinee veroirfakende.

3. Alde oude Geneef-meefters, ende meeft alle de nieuwe feggen, dat het Graveel ende Steen uyuaeye, ende flÿmtrachtige Voehtigheyt, door de hitte van de Nieren ofte Blaes , tot een fteenachtige hardigheyt gebacken wert . «Ariflotdo fchrijft, dat alle dingen verharden, ofte door hitte, die de vochtigheyt op-drooght, ofte door koude,die de felfde uyt-druckt. Waer uyt mif-fchien Cardanusftelt, dat oock inde Dieren, door de felvige oirfaken , Steen groeyt, te weten,van Koude, in de Sleeken , Kreeften,amp;c. van Hitte , in de Gal -blaes , Nieren,amp;c. Soo feggen twee Grieckfche Ge-neef-meefters Rufris, ende Arabus, dat in oude luyden, Welckers geheel Lichaem, infonderheyt die deelé,heel verkout zijn ; door ftrenge kouw, de (lijmerige ende aerdtachtige Vochtigheyt, gelijck als bevroren zijnde, de Steen fijnen oirfpronek neemt. Maer dewijl foo grooten Kouw, die yet tot Steen zoude können veranderen ,in een levend' Lichaem niet gevonden en wert ; fooen is fulck gevoelen niet aen te nemen. Van d'an-der zijde , oude luyden , ende andere , die weynigh wermte hebben, als oock koude plaetfen,in de welcke Steen groeyt,betoonen genoeghiaem, dat het verharde van de fteenige ftoffe, de Hitte voornamelickniet toe-gefchreven en kan werden. Want de Hitte der Nieren, infonderheyt foofe groot is ,zoude het verharden veel eerder beletten, als bevorderë. Ende dit is de oirfaeck, dat de kinderen , die van Hippocrati voor alder-heetft

B b 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge-

ocr page 416

400 SCHAT DER

gekeurt werden, minder gequelt zijn met het Graveel ofte Steen in de Niere, om dat de Stoffe daer van, door de Wermte fmelt ende uyt-gedreven wert , gelijck wy hier nae breeder zullen aen-wijfen. Het feilde blijckt oock aen het Water, dat gemaeckt is. Want indien het felve werm gehouden wert , enzalfoo licht aen de pot niet aenflaen , ofte eenigh zant doen Gncken, als wanneer het kout geworden is. Dit is miffehié de oirfaeck, waerom Galenus toeftaet, dat deSteen niet alleen inde Menfch en groeyt door felle Hitte, maer oock door matige Wermte, genoegh om de felve te verharden,al-foo de dicke ftoffe,tot Stee infonderheyt bequaem viel, maer indien de Höfte dun was , dat dan vereyfcht werde grooter Hitte, waer door het dunfte mocht uyt-waefe men , ende het overige tot Steen backen.

Ditis foo veel belangt de werckende Oirfaeck,waer door de Steen mocht gebacken werden. Wyzullequot; nu oock gaen wedcr-leggen het gemeen gevoelen van de Stoffe, uyt de welckede Steen groeyt. Want dat de felve niet en is een taeye ende flijmerige Vochtigheyt,blijckt daer uyt, dat als men foodanige Slijmerigheyt wil op-droogen, het felve veel eer lijmachtigh wert, als fteen-achtigh, het dick fnot gelijçk . Jae het is onmogelicki dat fulck Bijm,ofte door de nature ,ofte door de konft, kan verharden , ende in Steen veranderen. Daer benevens in de deelen , daer het Gijm overvloedigh is, als de Maegh,ende HerfTenen,zoude dien volgende dickwils Steen moeten groeyen,het welck in tegendeel wertbevonden . Hier komt noch by, dat in de Nieren, alwaet de Steen meed fijnen oirfpronek heeft, naulicx eenige Slijmerigheyt en komt, ende indien fy daer al quam, foo en zoude fy daer foo lange niet blijven. Wyfen oock dat de Steenkens in het Gal-blaefken niet uyt Slijm, maer uyt Gal beftaen: gelijckuyt haren aert.

ocr page 417

0 N G E s 0 NT H EYT. 401 ende verwegenoegh te (ien is . Ende Cardan/quot; verhack, dat een Monick van tachtentigh jaren,hem dickwilsfoo veel geronnen Slijm in de water-pot getoont heeft , dat het de groote van een Ganfen ey uyt-maeckte,waer van even.wel nimmermeer eenige fteen en gtoeyde. Wy fien oock dagelicx, dat van klaer ende dun water, als het watftaet, de pot mer zant bedaet. Daer-en-boven, al-foo het Slijm voor-komt door kouw ende rauwigheyt, foo was van nooden een hvtermaten ftercke hitte, om van het (elfde een Steen te backé : daer wy nu in tegendeel dickwils (ien, dat oock in koude plaetfchen Steen groeyt. 'Ten ftaet oock niet aen te nemen ,'tgene van fommige voor-gegeven wert, dat het Slijm van nooden is,om als lijm de ftoffe by een te houden. Want by al-dien datter foodanigh Slijm by was, fulcx zoude het backen veel eer verhinderen. Want menüet felfs in uyt-wendige dingen, dat lijm in't water werm gemaeckt zijnde, niet hart en wert, maer komtte fmelten. Nu al-foo in de Nieren ende de Blaes geftadigh werm water is, i foo en zoude die taeye ende (lijmerige ftoffe , wickets 1 nbsp;nbsp;nbsp;aett is van wermevochtigheytte fmelten , geenüns tot

Steen können verharden. Derhalven de oirfaeck, dat fommige veel Zant quijt werden , ende even-wel geen Steen en krijgen , en is niet, dat in haet die (lijmerige iVochtigheyt niet gevonden en wert , die anders het ! nbsp;nbsp;nbsp;Graveelby een zoude houden , gelijck HoUerius een ge-

Ineef-meefter van Parijs gemeent heeft , ende by vele ! oockgevolght is : maer een geheel andere , die wy hier nae zullen by-btengen. Ycmant zoude hier tegen mo-gen werpen, dat in't Water van de gene , die een Steen 1 nbsp;nbsp;nbsp;in de Blaes hebben dickwils veel taey Slijm gevonden

Iwert. Jae ick heb felve niet eens gehen,datter meerder I Slijm was, als W ater. Ende dit is miffchien de oirfaeck, ! nbsp;nbsp;nbsp;waerom de oude Geneef-meefters, en eerfte Schrijvers,

B b 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;hen-

ocr page 418

402 SCHAT DER

Ciende dat in de gene, die den Steen hadden, dagelicx foo veeltaey Slijm met het Water af-fchoot, gemeent hebben , dat het felfde de ftoffe was, daer de Sieen van groeyde : ende dat daeromme van andere , fonder bree-der onderfoeck, nae de gemeene gewoonte , fulckge-voelen gevolght is . Dan dat dit Slijm geen hof en is, daer de Steen van gebacken wert, maer alleen 'tover-Tchot van't voedfel,dat eë vleeüge Blaes van haer geeft, zal ick foecken te bewijfen. In de doode Lichamen der gener, die van de Steen geftorven waren , ende te voren langentijdt groote menighte van taey flijm gelooft had-den , heb ick dickwils ondervonden, dat het wefen van de Blaes , anders vliefachtigh zijnde, geheel vleefigh was , eens in een kint van drie jaren op de dickte van een pinck , in volwalTene dickwils op de dickte van een duym,foo dat indien de doot niet voor en gaet,de Blaes; ten leften komttoe te groeyen,en alfoo den Water-loop verhinderende , de arme Menfchen eilendelick daer van doet fterven. In andere die dun,ende klaer water maeck-ten, heb ickgehen, dat de Blaes vliefigh was,gelijck-fe oock is van naturen. De oirfaeck van defe verfchey-denheyt,dunckt my dat gevonden kan werden , uyt de kort-bondige fpreucke van Hippoerata , daer hyfeyt,dat feerquaet is,als in quade ende groote Wonden Qch geen gefwel en openbaert. Galeni« geeft defe reden , om dat anders , de Vochtigheyt, de welcke van wegen de pijn nae de wonde vloeyt, nu haren loop gefielt heeft na de voornaemfte deelen. Hy felve getuyght elders, de Nature in-geboren te wefen, dat elck deel , 'twelck fterck-fte is , door lijn eygene kracht ,'t gene,waer door het befchadight wert, fent na een ander deei, 'twelckfwac-ker is, ende dat fulck voor-fendé niet eerder op en hout, voor dat het tot't alderfwackfte gekomen is. Dewijl dan een gequetfte plaetfche niet fonder rede feer flap is gt;

ocr page 419

ONGESONTHEYT. 403 ende derhalven bequaem om de toe-vloeyende Voch-tigheyt te ontfangen, indien de felve haren wegh keert tot andere, Culex is een teycken, datter ander deelen fwacker zijn, het welck Hippocrates wel te recht quaet oordeelt. Het felfde meen ick, dat mede plaets heeft in de Blaes van de gene, die met de Steen gequelt zijn. De Steen, infonderheyt als hy begint toe te nemen, fteeckt allencxkens de Blaes,waer door Pijngt;ende meerderSwackigheyt in dat deel veroitfaeckt wert. Als dan het Bloet daer niet nae toe en loopt, fulcx beduyt, datter ander deelê noch qualicker aen zijn ('t is wat anders, als de Steenftil leyt) maer als het in de Blaes komt, foo wert het aldaer verandert, ende tot voedtCel aengehecht, waer door de felve allencxkens vlee(igh,ende alle daegh dicker wett. Nu dat dit Slijm niet in de Blaes en vergadert,ende aldaer gehoudê wert om den Steen te doen groeyen, blijckt daer uyt, dat in de Blaes van de gene, die een ofte twee dagen voor haerover-lijden geen Water haddékönnen maken,niet meer Slijms gevonden is, als fy in die tijdt te voren plegen quijt te werden. Het welck genoeghfaem beteyckent , dat de felfde vochtig-heytuyteen ander plaets alle daegh vloeyde in de Blaes. Ende hoe dat de Blaes dicker wert , hoe datter meerder toe-vloeyt, ende meerder, nae dat de felfde gevoet is , overfchiet, ende dat is het Slijm,'twelckfoodanige met menighte in'tWater quijt werden.

Het gene tegen de Nature van een Steen in de Blaes aldus toe gaet, houde ick datnatuerlick gefchietin de Lijf-moeder, van de vrucht. De Nature heeft aen de Lijf-moeder, gelijck als aen de Blaes , een vlieCigh we-fen gegeven: maer in de gene die bevrucht zijn, is de felve geheel vleeügh,ende uyt-geteckt zijnde ,en wert niet dunder, gelijck andere dingen doen; maet hoefe meerder uyt-gefpannen wert gt;nbsp;hoefe meerder verdickt, foo

ocr page 420

£04 SCHAT DER

loo datfe in de laetae maenden de dickte halen kan van twee vinger-breet. Die is altijdc voor een wonder gehouden geweeft: 't en fchijut nochtans niet befwaerlick hier van reden te geven. Te weten, dat de Nature alle den tijdt van't dragen, tot voedtfel van de Vrucht , ge, ftadigh veel Bloet nae de Lijf-moeder fent, ende dewijl het felfdeal te Tarnen van de Vrucht niet genuteo weit, too komter een gedeelte aen de Lijf.moeder, waervan de felve tot den arbeyttoe geftadigh groeyt,endealfoo grooter ende dicker werdt. En ditis de oirfaeck,(de weickeick nieten meene, dat yemant oyt befchreven heeft) dattertwee Navel-Aagh-aderê zijn,om bet Bloec1 van 't Hert tot de Lijf-moeder te brengen , ende miet| een Navel-ader,waer door het groffte bloet van de Lijfmoeder weder keert tot het Herte,om aldaer op nieus verkoockt te werden,op de manier hier boven verhaelt. Hierom meen ick oock, dat de Slagh-aderen recht neder gaen nae de Lijf-moeder, op datter het toe-voeren niet in de weegh zoude zijn, ende dat de ader bulugh ende vol knobbelen is , om dat het bloet foo ras niet op en zoude getrockeo worden , ende dien volgende langerin de Lijf-moeder blijven . Maer 't gene niet min-amp;r te verwonderen ftaet,terftont na de verloffing,neemt de Lijf-moeder wederom af, ende keert allencxkens by nae tot de vorige kleynte. De reden is, om dat het dick-fte Bloet nae den arbeyt gelooft , ende het ander als dan elders verleyt wert. Óm te beduyten : Dat in wonden, flagen, breucken een Lidt fwelt; dat in velen,die de Steen hebben, de Blaes ; in fwangere vrouwen de Lijfmoeder vleefigh wert ; is defe reden : dat fy'tBIoetjhet weick fy van de Slagh-aderen ontfangen, door fwackig-heyt te lang behoudé, waer door het felfde dicker wert, ende over fulcx van de kleyne tacxkens der Aderen niet foo wel ontfangen, ofte nae het Herte gevoerten kaq

wer.

ocr page 421

ONGESONTHEY T, 4o5 werden. Het bequaemfte wert geftadigh de Blaes ende de Lijf-moeder aengehecht, waer door fy vleeGgh ende dicker werden: het ovetfchot (chietin de Steemge alledaegh door het water af gt;nbsp;' in de Swangere wert het nae de vetloffinge mede uyt de Lijf-moeder gefuvvett . Maer in de Wonden rijpt het gt;nbsp;en 't Bloet tot Etter gekomen zijnde,ontlaft het deel, daei het op gevalle was. Als het voorgaende in mijn Latijnfcliwetck gelefen was by den voor-gemelten D'* Willem Ha/wmi, weerde geneef-meefter van den Koning van Engelandt, foo fchrijft hy my,voor fijn gevoelen,dat het Slijm,de ftoffe zoude wefen van de Steen: dewijl als het felve alleen in de lucht geftelt wert , in ebnen nacht , ofte eerder, in Greus ,jae Steen verandert, het welck hy feytfelver bevonden te hebben ; jae te kennen een Joffrouw,die van foodanigh Slijm , in haer eygen Water befinekende , kleyne ballekens plagh te maken,de welcke in een fcho-tel van felfs droogende, tot Steenkens verharden. Waer ick op geantwoott hebbe, by my vergadert te zijn Slijm van een Jongman, die daer nae van een groote Steen in de Blaes genotven was,het welck vier jäten in een open glas geftaen hadde, waer van een deel vervlogen was gt;nbsp;ende'toverige geleeck mul van vetwolmt hout , in't welcke niet vafts, ofte harts gevonden werde ; waer van ick oock een deel fijn E.toe-fonde. Gaf oock Reden , nae mijn gevoelen , van het onderfcheyt; te weten , dat in het Slijm,by my gefonden, niet vermengt en was, de aerd'achtige, ende fultige Stoffe, die in-gedroncken was in het Slijmetigh water van de Joffrouw,de welcke daer van Steeneballekens maeckte. Daer na hebbe ick het felve tweemacl ineene weeck ondervonden. Een Jongman van fes-en-dertigh jaren hebbende al de teyc-kenen van een Steen in de Blaes , ende den felfden oock voelende verfchietengt; maeckten Water, waer in veel, dick

ocr page 422

406 SCHAT DER

dick Slijm befonck, het welck op een wit papier gelcf zijnde, in weynigh tijts in Steen verharde,dochfoohar[ niet, of men konde het met de vingers om flucken vrij' ven, ende dan was hetfeherp gruys. Het felfde gebeur-de een Advocaets kint van twee jaren,het welck daern^ gefneden werde, van een Steenken, de groote vaneen hafel.noot; doch fbo dapper facht, ende papachngh' dat het in't uyt-trecken allegader meeft van malkandere morffelde , ende een deel aen de LapidU bleefhangen. Over de kleynte was ick verwondert , door dien het meeften tijdt,als het waterde, met groote pijn ter nod| ging: dan,nae dat het geen half vierendeel uyts geinCquot;, den was,fevde fulcx fonder pijne te doen. , !

4. Dewijl darter foo groote gemeenfchap is tusche! de Werelt, ende den Menfche,dat hy daerom de bena-1 minge van een kleyne Werelt bekomen heeft:foo dientet wel een algemeene 0i,faquot;k gefeit, uytdewelcke de Steenen in de Werelt, en in't Menfchelickelichaem groeyen. Ick hebbe te Napels geilen by FtrdmAndfé Imptratw , die van de vremdigheyt der Natuerlicke dinge in't Italiaenfch gefchrevé heeft, Aerde van Po«uol°gt; een ftedeken daer ontrent, in Steen verandert. Sirèo getuyghe van feker plaetfche , daer warm water uyt-fpruyt, het welck foo verhart, dat de gene die water-loo-penmaken, geheele mueren daer van bouwen. Inde riviere van de Cicones, feyt Plinii«, als oock elders, een hout geworpen zijnde, wert met een fteenige fchotfe om-vangen. De poëet Ovidius maeckt hier oock g% wach van;wiens verffé wy wat breeder uyt-gefet hebbe',

B, de Cicons komtgeloopen

VVater van een vremden aert : Die 'tdrmekt moet het dier bekoopen,

VVant bet nieniants leven fpaert .

Dit

ocr page 423

ONGESONTHEY T. 4O7

Die jijndorHigb hert wil laven,

Daer mé geener. dorftverjlaet ;

Mm,ejlaes ! wat droeve plagen, 'T ingewant tot Steen vergabt . yprft in dees rivier komt drijven,

Ofvan 't Filter wertgeraeck!, Siet men bae^telickjerßijven , En als Marber hart gemaeckt.

Defe Verffen werden oock by gebracht van de wijfe Senceqin het 3. Nat. quœft. ende hy voeght daer by, Dot foodenigb Water eenen gront beejrean aert, om alle dingen by een te voegen ende te verharde . Gelyc^bet ßofvanPozzuolo, ah bet matr ain't Water komt,/00 verandert bet tn Steen : even tent in tegendeel dit Water , als ba y« baris k^mt tera^en, ƒ00 blijft bet vaß daer aen-bangen. Hier van if t, dat al't gene in dep poel geworpen wert, jleenigb daeruyt komt. Hettrelckin Italyen opfommige plaetfcben gebeurt ; werpt een taexkfn, ofte embladt in't water , gby :{idt naë weynigb dagen een Steen uyt-nemen. Want daer groeyt terflont van dat jleenachtigb jlijm rontom. Leander Albertus in fijn Italiaenfche befchrij-vingevan Italyen, vertelt, dattet by Sena eë Fonteyn uyt een totz fpruyt, wiens W ater in vijfthien dagen al waiter in-geworpen wert, in Steen doet veränderen , ofte met een fteene fchelp bekleet.Het onderfcheyt hier van wertby Fallopius aengewefen, dat ais het fteenachtigh nat , alleen onder het water getoett is , ende niet geheel vermengt, die dingen niet en verändert, maet alleen van buyten met fteen doet begroeyen: ende dat het(elfde gefchict, alsftucken van fteenë met het water gemengt werden. Ontrent Pifa, een andere ftadt in Italyen, ende eenige fpelonckë van den bergh S.Iuliaen, en iri Vtanek-tijek by Tours, fiet men het water van de ftcen-roifen af-druy-

ocr page 424

4o8 SCHAT DER druypen,ende als lange Ys-kegels na-laten. In de val-leyen van Luca groeyen allencxkens uyt het water ge-heele Pilaren . Ickhebbe in het fclfde ltalyen ontrent Romen, wat boven Tivoli, twee rivierkçns gehen, in de welche tacken, hout, bladeren, kruyden, ofte yet anders , darter in rocht, met een Heenachtighevt omvangen werde. Ende ontrent den weghgt; die van Romen na Tivoli gaet, wierden op verfcheyde plaetfchen wine Steenkens gevonden, foo gelijck het fuycker Bancket, als Capittel-ftocken, gefuyckerde Coriander, Anijs, ende diergelijcke, dat fy van het felfde door 't gelicht naulicx te onderfcheyden waren ; en werden aldaer, om defe groote gelijckenis, van't gemeen volck, Bancket-Suycker van Tivoli genoemt. Sulcke Steenkens en groeyen uyt geen taey (lijm, dewijl het water, daetfeio gevonden werde, geheel klaer ende helder is : niet door hitte ofte koude, alfoo ander water van deeygen hoe-danigheytfulcx niet en doet. Dan dit en gefchiet niet alleen in't Water, maer men (ietoockdagelicx uyt den Wijn een ftcenachtige doffe aen de vaten groeyen, ge-meenlick Wyn-ßetn genaemt. Soo mede in't Water, dat de mcefteluyden hier te lande maken, als het wat lang in de water-pot ftaet, foo fet het Zant aen.

Laet dan voor Stoffe van Steen geftelt werden, die niet van uyt-wendige hitte ofte koude, in een fteenach-tige hardigheyt gebacken wert , maer die by haer (elven eé inwendigh beginfel van verhardinge heeft. Dit feilde is feer wel aengeroert by Strabo (hoe-wel hy geen Geneef-meefter en was, maer een treffelick fchrijver, cnde befchrijver van de Werelt) in fijn 5.bouck;alwae hy feyt,dat in de Blaes van de gene, die den Steen he ; ben, de kracht van vereenigen , ende verharden in Waterfelve is : want dat oock uyt het Water van jong Rindere, de ChryfocoUa (het welck een foorte van ^'r ß)

ocr page 425

0 N G Es ON T HEY T. 409 isjgemaeckt wert. Gakniu felve heeft fulcx noch moeten bekennen in fijn uyt-leggingevan Hippocrates over 3. Epid. iç. daer hy toe-ftaet, dat niet foo veel de Hitte, als wel de Hoedanigheyt van de Stoffe , uyt de tfelcke de Steen beftaet,het verharde te weegh brengt. Nochtans alfoo de Steenen meeftendeel groeyë in de Nieren ende Blaes, ende dat dit gebreck veeltijts erft,waer van deoirfaeck niet en kan geleyt werden op overtollige Vochtigheyt, foo dienter noch een ander werckende oirfaeck geftelt. Defe feyt een oudt Geneef-meefter, hiervoor mede vermeit, d/etæ/quot;, te wefen ,«nfleen-iachtige Vruchtbaerbeyhen hier op fiende miffchien D'Fcr-'ndius, mede meerder vermeit, cm in-gcborcngraveclige ofte Jltmocbtigc Gcftalteder Nieren. Maer indien defe aerdigh-fte der Geneef-meefters , nauwer , nae fijn gewoonte, verklaert hadde, wat hy met die Geftalte verftont,foo zoude hy felve 'tberifpë van de Geneef-meefters, Capi-v«eius, Jugmius , Caflunfis , ende andere , ontvlucht hebben, ende wy met eenen de verfeheydenheyt van 'e gevoelen der uyt-leggers.

Dr- Plaierw , een feer geleert ende verfocht geneef-meefter te Bafel,vetftaet dieCeftalte van de Nauwighty t, cndc Drooghie der Nitren, met welck gevoelen overeen ; komt ßr-Saxonia, Ptofedot te Padua, ende, gelijck ick 1 in (ijn lelTen eettijts gehoort hebbe, D^. Rarandal, Pro-feffor te Mompelliers. Maer dat de Drooghte ende nauwigheyt niet aengenomen können werden , voor een algemeyne oitfaeck, betoenen genoegh de ruym. fte ende vochtighfte plaetfchen des Lichaems, in welc-ke oock fomtijts Steen groeyt, gelijck by alle Geneef-| meefters bekentis. Ick hebbe nu kortelick een ront Steenken gehen ,'t welck gegroeyt was in het facht, fpongiachtigh , ende vochtigh vleefch, dat onder de tonge leyt. Hierin de ftadt leeft nocli een jonge Doch-

ocr page 426

410 . SCHAT DER

ter , die over eenige jaren van de Steen gefnedenis, deep dekanten van de wont, dieniet wil toe-heeleO' waft geftadigheen fteenige korft, de welcke maeraequot; getocht zijnde, lichtelickaf-valt : maer terftont groef; ter wederom een anderin de plaets. Diergelijcke ^'; tuyght Dr. Kjntman , in een kint gehen te hebben. Dat; ter oock Steen aen de Tanden waft, niet ofte wey0J{ van de Steen der Nieren verfchillende, bevinden ve Menfchen in haer felven. Maer wat Drooghte oK Nauwigheyt is in defe plaetfchenç'wat in de Mæ^xquot;quot; de Dermen, in de welcke oock nae de getuygenilTe de Gcneef-meefters, fomtijts Steen gevonden wert^Wae by dit noch komt,dat ick in alle de Lichamen (die nie weynigh en zijn ) van de Steen geftorven , geen drooge ende vade, maer altijt vochtige ende dappe Nieren gevonden hebbe. Ende voorwaer hoe zoude men alloo groote Drooghte können ftellen in fulck een plaequot;'^: Haer het water geftadigh door moet loopen^ Nude grootere Nauwigheyt blijft altijt , ende de Sultige wey wert oock geftadigh daer door als gekleynft,ende evenwel heb ick dickwils ondervonden, dat vele, die langen tijdt met groote Pijn in de Lenden waren gequelt ge-weeft , ende vele Steenkens gelooft hadden ,daer na ee-nige jaren, ofte oock voor altijt, bevrijt bleven. Voor-waer indien de Nauwte alhier oirfaeck was,foo zonden de Kinderé die kleynder, ende dien volgende oock na uwer Nieren hebben , oock nootfakelick dickwils met Graveel gequelt zijn : het welck nochtans te recht ontkent wert van Hippocrates. Ende al konde de Nauwigheyt in de Nieren al toe-geftaen werden , foo en heeftfe doch gantfch geen plaetfch in de Nieren. Indienye-mant hier tegen mocht werpen 't gevoelen van den hoogh-geleerden Ferndius, dat alle de Steenen vande Blaes eenigh beginfel trecken uyt de Nieren, ende alleen

ocr page 427

. 0 N G Es 0 NT HEY T. 411 leen in de Blaes vermeerderen, ende grooter werden : al tyt, dat ickfulcx zoude können ontkennen, ende aen mijne zijde daer toe hebben de voorname Gencef-meefters van verfcheyde Volckeren, I{pnddaiu:, Carda-nu: , Vidius , Mirturialis , Augtnius , Heurnius, lui.Alexandrinus , Saxonia , Duretus , Sepialius , Valerius , Caftrenßs , Fontanus, Varandcus , Liddelius , ende andere ; foo fta ick even.wel toe, datfulcx meeftendeel gerchiet,maer dat-ter nimmermeer van begin af, Steen in de Blaes zoude groeyen, of groeyen können , dat en dunekt my niet waerfchijnelick. Want ick hebber veel gehen, die een Steen in de Blaes liadden, ende nimmermeer te voren met Pijn in de Lendenen waren gcquelt geweeft. Ende indien het Graveel in de Nieren niet en komt voor de mondige jaren, gelijck Hippocrates ons leert, foo volght nootfakelick, dat de Kinderen, die veel onderworpen zijnden Steen der Blafc, geen begin ofte wortel daer van ontfangen hebben uyt de Nieren. Behalven dat Hippoerates op een ander plaets , wel uyt-druckelick fchrijft, dat de Steenen in de Blaes groeyen . Hetfelf. de wert oock van Ariftoteles beveftight. Galenus fchrijft, dat de dickigheyt, die in't Water der Kinderen is , als het lang in de Blaes blijft , ende niet ras af en fehiet, aldaer begint aen malkander te backen , ende hart te worden , ende dat al'tgene daer nae af komt, aen het felve backt,ende al(bo tot een Steen geraeckt. Wat belangt het Pit, oft de Keerne,daer Fernthus van fpreeckt, die in alle Steenen van de Blaes gevonden wert, ende dat de felve uyt de Nieren gekomen zoude zijn, om de welcke daer na het vorder in de Blaes aen-groeyt: dient voor antwoort, dat al is waer, dat meeft alle de Steenen in de midden foo een Keerne hebbë, foo en volght daer niet uyt, dat de felfde juyHuyt de Nieren zoude gekomen zijn. Ick hebbe gehen , darter een Steen uyt de

Cc 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;krop

ocr page 428

412 SCHATDER

krop van de blaes met gewelt getrocken zijnde, op de aerde in ftucken van malkanderen viel, wiens Keerne foo groot was als een Ocker-noot, derlialven onmoge-lickom uyt de Nieren door de Water-pefen te komen in de Blaes. Daer benevens, alfoo van een endedefelf-

de oirfaeck een Steen begint, ende toe-neemt, ende dat hy, gelijck Ferndius toe-flaet, in de Blaes vergroot, waerom zoude hy aldaer oock niet können beginnend Hier komt noch by, dat de gene, die de krop van de Blaes geheel nauw is , ende dun Water maken , gelijck oock

ocr page 429

ONGESONTHEY T. 413 oock die aldaer een aen-was ofte gefwel hebben, behouden eenige aerd^achtige ftoffe, de welcke daer na in Steen verandert . Ick beware een tacxken van Verc-kens-gras, dat een kint (in wiens Blaes daer nae een grooten Steen gevonden is ) voelende in't water-maken eenigh belet , in de krop van de Blaes geileken hadde, waer door het water eenige dagen , op-gehouden werde , tot dat het ten lellen met groot gedruys als uyt-borftende, het voor-fchreven tacxken mede nam. Aen den rechten fteel hangt een lang-werpigh Steenken,een PiHaiiegelijckende , ende aen elcke ader , nae haer dickte, hangt mede een kleynder Steenken, gelijck hier af-gemaelt is . Den eetften oirfpronck van defe Steenkens , dewijl het overige van de fteel in de roede bleef fteken , kan de Blaes niet af-gefeyt werden. AI-foo fchrijft^Alexander Benediaus, vaneen jonge Dochter, die by ongeluck hare naelt (diefe in'thayr dtoegh) ingeflickt hadde, om de welcke,tot in de Blaes gedaelt zijnde , een Steen gegroeyt was , tot de gtoote van een Hoender-ey .

Hetfchljnt even-wel dat in't groeyen van de Steen van noodeh is eenigh Pit, daer de Steenachtige ftoffe om waft. Want men fiet feer weynigh Steenen, in de Iwelcke van binnen geen Pit ofte Keerne bevonden en wett . Soogetuyght D'- Gartjias ab Horto,die lange tijt in Indyen gewoont heeft, dat de Bt^^oar-fleen om een dun kaf groeyt, en allencxkens met fchorfen vergroot ende toe-neemt. Het welck altijdt in de Apotekers , nbsp;nbsp;winckels gehen kan werde. Op defelfde manier groeyt

oock de Steen in het Menfchellcke lichaem . In't be-giniffereen grof Zant , ofte een kleyn Pit , het welck meeftin de Nieren,lelden in de Blaes groeyt,ende in't Water drijvende , wert om-vangen meteen Steenachtige ftoffe , die in't felfdeis , en aengroeyendeverhart,

C c 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en.

ocr page 430

414 SCHAT DER

ende toc een fchorfe wert, daer komt wederom ander hoffe op , de welcke wederom een nieuwe fchorfe maeckt, tot dat op de felfde manière de eene over d'an-dere, door nieuwe toe-vloeyingallencxkens komende, een Steen te famé gevoeght wert, uytverfcheyde fchil-feringen, gelijck by nae den Ajuyn , om een vergadert. Defe manière van het aen-grocyen der Steenen is oock onfen Galenus niet onbekent geweeft: maer hier in fcheelt hy van het gene wy hier Toecken vaft te feilen,dat hy volgende 't gemeen gevoelé,daer by voeght, dat het taey Rijm door de hitte der Nieren verhart,ende tot Steen gebacken wert, even-eens gelijck men kan (ié in onfe Steen-ovens. Maer hier op wert geantwoort, dat de Kley niet taey en is fonder water,alfoo de taeyig-heyt nieten kan wefen fonder vochtigheyt, ende dat het water door het vyer verdwijnt, al eer de Kley Steen kan werden. Dat wel het Vyerde oirfaeckis,dan evenwel fulcx niet en doet alleen doorfijn hitte, maer van wegen de Stoffe , de welcke het op-drooght ende verhart , ende van wegen de andere dingen , dien het met de vlam ende roock mede-brengt, ende de welcke,om van Kley Steen te maken, noodigh zijn. Daer benevens , om dat het die dingen wech neemt, de welcke beletté, dat de Kley niet Steenigli en kan werden: want het de Waterige vochtigheyt, de welcke de Kley taey maeckt, wech neemt ,ende doet vervliegen. Het Vyer brengt daer-en-boven een olyachtige vochtigheyt, de welcke fijn voedtfel is: ende noch eenige zoute ende fwavelachtige geeften , als oock drooge dampen met een weynigh aertachtigheyt gemengt : de welcke alle-gader zijn in de ftoffe, die bequaem is om te branden : gelijck men fietaen het Roet van de fchoor.fteen, besäende uyt veel roock by een vergadert. Dethalven foo kan het Vyer, fijn vocdtfel, dat is , Aerde,Zout, Gec-

ocr page 431

ONGESONTHEY T. 415

Geeften,ende Dampen, de welcke in de Stoffe, die het verbrant, befloten zijn, voor eerft uyt-drijvende de taeyevochtigheyt, ende daer nae tot Slick, ofte Kley brengende, het felve lichtelick in Steen doen veränderen. Want oock fonder die dingen, ende alleendoor fijn eygen Zout, dat elcke Aerde in (ich heeft , kan de Kley tot Steen gebracht werden . Soo dat de rechte en-deinwendige oirfaeck, beftaet , in een hart-makenden Geeft,die de Stoffe felfs by haer heeft , ende door den felven tot Steen verhart. Maer de Hitteis maer yet, dat van buyten komt, ende dewelcke voor de werckende oirfaeck in lijn felven niet en is te houden. Even-wel al was het al waer dat de Steen door de Hitte , als een wetckende oirfaeck in de ovens gebacken werde,foo en volght daer nietuyt, dat het foo mede gefchiet in het Menfchelick lichaem. Want foo lange de Kley voch-tighis, en kaufe in geen Steen veranderen: maer dan eetft, als de felve op-gedrooght is. Nu alfooin't Men-fchelicke lichaem de Kleyachtige doffe nimmermeer fonder veel vochtigheyt en is , voornamelick in de Blaes , Nieren, ende Water-pefen, hoe zoude dan de felve door de Hitte,niet könnende de Vochtigheytver-drijven,tot Steen gebacken werden ^ Het moet dan wat anders wefen als de Hitte ,'t welck backt , ende recht Steen maeckt. Sulcx alfoo 't buyten hetMenfchelicke lichaem door het Zout gedaen wert , foo gefchiet het veel lichter in't Lichaem. Derhalven tot het Steen maken wert vereyfcht veel Aertachtige ftoffe, en Zout in nat gefmolten. Want defe twee, door het nat vermengt zijnde, kleven lichtelick aen malkander , ende verharden door den Geeft, daer in zijnde , te famentot Steen . Dan in beyde is noodigh een fekere maet, ende over-een.ftemminge. De Aerdtachtige ftoffe moet foo veel wefen, datfe beletten kan, dat hetZout met

C c 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;haer

ocr page 432

4i6 SCHAT DER

haer vereenight niet en fmelt: en het Zout foo veel, dat deaerde niet en fcheyt, ende als Zant van malkanderen loopt. Behalven defe Oirfaken werter noch een ander vereyfeht, te weten, een Geftaltendre van de deden felfs , die wygefeyt hebben noch in Drooghte, noch in Nauwigheyt voornamelick te beftaen. Nu is dan ove-righ, mijn gevoclé hier over te openë. De Aerdtachti-ge ftoffe op behoorlicke mate met het Zout vermengt, komende met het Water in de Nieren , by aldienfe niet tijdelick gelooft en wert, maer aldaer lang blijft, uyt oitfaeckvan een verdooft gevoelen der felver (gelijck fulcx in de Blaes oock het water op-hout) komteerft tot een Pit ofte Keerne, het beginsel , gelijckwy hier voor gefeyt hebben, van een grooter Steen . DieStee-nige ftoffe is in alderhande Aerde te vinden. Hier uYt raecktfe in de Kruyden, die het voedtfel zijn van de Beeften. Het zy dan dat de Menfche Groente, Vifcli, ofte Vleefch eet, foo nut hy met eenë die Aerdtachtig-heyt met het Zout. Indien dan, hetzy doorfwackig-heyt van de verterende , fcheydende, ofte uvt-drijvende kracht,het zy door de veelheyt van die ftoffe in't voed-fel,de felve in de Maegh niet wel gefcheyden,ofteuyt-eedreven en kan werden,foo gaetfe met den Gijl in de Lever , ende van daer met het Bloet door de holligheden van 't Herte in de groote Slagh-ader, van de welc-ke fy door de Melck-dagh-ader gedreven werdtinde Nieren , tot datfe ten leften in de uyterfte kleynetacx-kens van de dagh-aderen, ofte het vleefcli van de Nieren daer aen rakende blijft fteken , alwaerfe door het geftadigh aen drijven van Bloet ende Water om-gerolt wert, ende foo allencxkens tot tont Zant gebracht. By aldien dan , dat het gevoelen der Nieren door de fcher-piglieyt van 't Zant geprickelt zijnde , fulcx gewaet wcrt,foo drijvet het Zant met het Water af• Wantal^

ocr page 433

ONGESONTHEY T. 417 de Deelen van ons Lichaein hebben door de Geeften, die vande Herlfenen uyt-gedeelt werden , een gevoelende kracht: waer doorfy't gene haer moeylickvalt, können van haer weren. Sulcxis in de Herbenen felve te hen,aide ofte door de Vallende-deckte geflagen, ofte tot Nieffen geprickelt werde. Sulcxbewijft mede den Hoeftin deB)rft;Nock, Walging, Braken in de Maegh. Ende een yder verneemt in fijnfelven die prickel , als hy de Vuyligheytin den leden Derm , ofte het Water in de Blaes te lang moet op-houden. Hetfelve is van de Nieren te oordeelen. In de gene , die wel te pas endevolkomelick gefont is, werdt de Graveelige Hoffe met den Kamer-gang geloft,eer datfe aen de Nieren komt : ende öfter by geval yet ingerocht, dat wet-denfy tetftont met het water quijt , ende ten hout foo ।lang geen Rede, dat het in Zant zoude können verande-1 ren . Die nu wat af-wijckt van den gefontden trap,laet |wel Zant groeyê, maer de Nieren door defcherpigheyt 'wacket gemaeckt zijnde , fetten het felfde af gt;nbsp;eer dat Ihet tot Steen kan backen. Men (iet vele,die meedal-tijdt Water maken, dat dapper aen de pot aenfet,ende 1 van anders geen Graveel ofte Steen en weten. S00 ver-'haeltoock Cardanus van fijn felven, dat hy dertighjaten ; nbsp;nbsp;eerft root , daer nae wit Zant alle daegh , ende met me-

nighte quijtgeworden is,fonder liet minfte achterdenc-| ken van Steen in de Nieten. Maer in de gene, die ßap-IpeNieren hebben,ende van doof gevoelen, wert niet | alleen Zant gemaeckt, maer oock op-gehouden, tot 1 nbsp;dat (y te famen vereenigende, een Steenken makenthet

1welck de Nieren dan prickelende, mede fijn uyt-komft 1vordert. Ten zy miffehieu dat deNieten geheel ver-1 dooft , ende als vetfturven zijnde, al haer gevoelen ver-| Ieren hadden. Want in foodanige gelegentheyt, de ISteenen allencxkens vergrootende,be(laentenlaetften I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Cc 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;de

ocr page 434

418 SCHAT DER

de geheele Nieren. Ick heb een Steen gefien van de foon des Godtfalige D. Beeg (die oock met twee fteené in de Blaes overleden is ) de welche alle het vleefch van de Nier allencxkens verteert,ende felve met de plaetfch de gedaente van een Nier aen-genomen hadde, alleen bedeckt met het Nier-vlies. Diergelijcke is van Fff-ndiw, ende andere oock aen-gemerekt. Wat nu de On-gevoeligheyt aengaet, daer van könne deTanden mede getuygenis geven, aen de welcke uyt de geknauwde Spijfe dickwils Steen groeyt; jae fomtijts foo veel,dat hy de Tanden uythaer plaets drijft. Ende datter geen gevoelen in de Tanden is, infonderheyt van bujten, daerfe gevijlt können werden fonder weedom ,jswd bekent. Het felfde betonnen de geheel Swaerlijvige, de Swacke, als oock de Siecke, niet alleen die te beddeleggen, (in de welcke fulex gemeenlick geweten wert, dat door de hitte van de bed-veren de Nieren te feer broeyen, en ontweken) maer oock die het noch oP gaende been houden. Ick hebbe dickwils ondervonde, dat foodanige, alffe nimmermeer te voren met Graveel waren gequelt geweeft,als dan van Pijn in de Lendenen klaeghden,ende veel Graveel quijt wierden. Soo door het in-nemen van Opium, wert niet alleen het Water op-gehouden , 't welck lacchinus fchrijft ; maer oock, gelijck ick dickwils gefien hebbe, Graveel gemaeckt, aoor dien het felve een ongevoeligheyt in de Nieren veroirfaeckt. Defe Leere wert mede door de Cenehn-ge felfs beveftight. Want het gene Graveel ofte Steenkens af-fet, is gemeenlick fcherp, ende de Happe, orte doove uyc-drijvende kracht der Nieren prickelende. Soo heb ick mede dickwils bevondé, dat van een flere-ke Purgaiyt veel Zants affehoot: het welck oock doe eenige fcherpe Spijs, ofte dat wy met fpijs eten,ƒ§ Radijs, Peper.wortel , fap van Citroenen , ende dier*

ocr page 435

0 N G Es ON T HEYT. 419 gelijcke. Were noch mede beveftight door de toe-trec-kende Middelen, die de Ouden, gelijck wy daer nae zullen fien, de Graveelige , tot verfterekinge van de Nieren, plegen in te geven. Maer wel aen, laet onsboven de Redenen nu verhaelt, dit noch verder gaen vaft maken met de aenüenlickheyt van de prinçen der Ge-neef-konfte. Hippocrates , nae dat hy in't 4. bouckvan 1 de Sieckten gefchreven hadde,dat de Steenen in de jon-! ge Kinderen haer beginlel uyt het Sogh kregen,voeght in'tlaetfte dit daer noch by, dat 'tKint van de min quaet Soghfuygende (lap ende (ieckelick wert. Defe Slappig-1 heyt is de wegh tot den Steen. Gakni« na dat hy op ver-fcheyde plaetfchen het Backen van de Steen de Hitte der Nieren toe-gefchteven heeft, nochtans in fijn uyt-legginge op Hipp.3.Epid. 15. alwaer hy reden geeft, waetom dat Oude luyden meer gequelt zijn met den Steen der Nieren , als de Kinderen, heeftnootfakelick moeten aen-nemen deSwackbeyt van de werekingc: ende voeght daer by , dat de Kinderen den Steen der Nieren , daetom minder onderworpen zijn, om dat haer ftereke wermte, ende werckinge niet toe en laten, dat in haer de Steenachtige hoffe lang blijft: maer al eer datfe hatt kan werden, ras uyt-gedreven wert. Soofpteeckt mede den Arabier vAvicenna, dat de Stoffe van Steen op-ge-houdë wert,door de Swackigheyt van de uyt-werpende kracht der Nieren. Laet ons dan beduyten, dat tot het Steen-backen nootfakelick moet wefen veel Aodiach-tigbevt met ^oni in water gefmolten , ende dan door den Ruhigen Geeft vethatt ; als noch de Doofheyivan de Pheifeh, ofte,gelijck Galenus feydt, de Swaekbeyl i’«» de Werckinge, ofte , gelijck ^Avicenna , van de Wi-dryvendc 1 kracht •

1 nbsp;nbsp;nbsp;5. Welcke de naefte OirCaeck zy van Steen ofte Gta-1 veel, is wijtloopigh genoegh aen-gewefen. Valt nu

ocr page 436

420 SCHAT DER overigh, dat wy de verdere ende uyt-wendige gaenon* derfoecken. Onder defe, zijn fommige, de welckcde Stoffe van den Steen voort-brengen, andere doen tot de genegentheytvan de Nieren,ende Blaes, waer door de Steenen lichtelick komen te groeyen.

Wy hebben gefeyt, dat de Steenen gebacken werden। uyt een Aerdtachtige ftoffe met Zout vermengt, van 't vvelcke meeft in alle Water wat,dan in't een meerder, in't ander minder is, naë geftaltcnilTe van'tVoedsel, °t welck genoten wert , ende van de Deelen , die 't feilde koken, ende fcheyden. Derhalven indien de Maeghi Lever, Milt, ende voornamelick de Nieren felve, haec werck niet wel en doen, foo werter lichtelick Graveel ende Steen voorc-gebracht. Want als de Maeghniet wel en koockt, noch het onCuyver en (cheyt, dan fehlet 't gene rau is nae de Lever , ende van daer,alfoo de mif-flagen van de eerfte kokinge niet verbeterten werden in de tweede,foo komt 'tgene onfuyver ende aerdtachtigh is, in de Nieren. Dan niet alleen de SwAckh')quot;“'quot; d'fo Dalen, maer oock felfs de Manière van Leven kan veel doen totde Steen. Infonderheyt Braßen, Suypm, ende flaeke Oefftninge terftont na den eten. Daerom feyt Ga-tenus, dat de Kinderen dick ('t welck by hemSteenigh is) Water maken,om dat fy onordentlick eten,ende terftont nae den eten loopen Springen , ende fpelen.

Onder de Spijfen, die Graveel veroirfaken, is al van oudts de Mdekgehouden. Daerom fchrijft Hippoastu dat eê Kinc graveeligh wert, als het quaet Soghfuyght: ende dat het Sogh bederft, als de min veel ongefonden Kofteet. Want na het Voedtfel,dat de min gebruyckt, is't Sogh oock geftelt. Hierom feyt ,4rifloidn,dateen Droneke min foo veel fchade aen't Kint doet, als ofhet felver Wijn dronck. Derhalven plegen wy nae te volgen ,gelijck van Cicero wel gefeytis , 't gene wy met de

Melck

ocr page 437

0 N G E s 0NT HEY T. 411 Melck in.nemen. Nude Melck is, volgens de leere van Galenus, dick ende grofvan naturen , ende alderbe-quaemftom Steen temaken . Want alis't, datfe van wegende Wey een af-vegende kracht heeft, endevan wegen de Boter verlacht, foo geeftfe even-wel door de Vroogelofte haer Kaefachugh deel Hoffe tot den Steen. Daetom feydt Galenus, dat hy gekent heeft cenige vol-waffene, die door dickwils Kaquot; te eten , Steenkens in de Nieren kregen. Welcke veranderinge, by Karei van Maleperi, nae dewijfe van het dicht dat de Latijnfche , poëet Catulli# gemacckt heeft op een Schip , aldus uyt-gedtuckt is :

i nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Lupillusille , qui tibi m4M«m Operat,

I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Aitfuifa cafeus Batavieus :

INet belluosis ulliusfaim impigri 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Nequiße provocare, ƒve res foret

1 Mero gerenda Gallico , aut Iberico . \Et hoc negat patentis Amfterodami

Forum negare : Cyclodas Zelandicas,

। Britanniam ultimam, borridofque VVeftfalos, Brabantiamque , Frifonumquepq/cua;

Vbi iHe ,poft lapillus, antea fait Opima vacca : namque Frifonum infolo ।Boante fepeperculit folo nemus .

1 Gromnga pinguis , Amafique lympide,

\ Tibshac fuiffe, amp;nbsp;effe cognitißima, Ait lapillus : ultima ex origine Tuo fatetur ambulaffe margine,

\Tuo imbuiffe plantulas in equore :

I Et inde nmldratot per improbas manus

Rep-

ocr page 438

422 SCHAT DER

Replefe lacte , la^eßve cafe Opusfaißety aut utrimque fedula Simul colona incitaret in forum. Nec ulla vota nundinalibus diis Sibi eße facta, cum veniret à bove Batavica, has adufque jam filex manus. Sed hac prius fuere ; nunc inutili Senet quiete , feque confecrat tibi, Megara Erinnes, amp;nbsp;Megara Erinnyos.

Nochtans meent Cardanus, dat de Melck meer Stee{ maeckt, als de Kaes, ende meerder verftopt, ende door twee redenen, om dat de felvige van wegenquot; foetigheytraffer getrockë wert,ende dat fy dieperdoOquot; fchiet, van wegen haer waterigh, ende weyigh dee ; 'T geen even.wel de Steen zoude doen groeyen, mo van het Kaefigh deel komen. Ende onderaiderbande Kaes is de oudtfte de fchadelickfte. Hier toe helpt mede Broot dat niet wel gebacken, of gerefen, ende heel onderbleven is ; als oock alderhande Pluck-wushm: felver mede de roodt Ertmitn. Want al is het nat, daerie in gekoock zijn, bequaem om 't Water ende 't Graveel afte fetten;foo kan even-wel uyt de Erweten felve Gra-veel voort.komen. Het felfde doen mede alle Oitrypt, ende tVrange Boom-vruchten : als oock Mifpdmgt; Ferm, Quten , Caftanytn , ende diergelijcke.

Het Vleefcb is mede Graveeligh,'twelck een groven ende aertachtigen gijl maeckt, als Verekms.vktfcb, Ojlffl-vletfch, infonderheyt dat Oudt is , ofte lang in de Pd^l gelegen heeft, ofte Gerood. is : als oock giroockit rfu gqoiue Vifeb; Waur-vogds, Dmm,Stt,ancn,Ganfcngt;Endm: ende hardt Eueren .

Maer voornamelick groeyt de Steen uyt Wijn, die

ocr page 439

0 N G Es0 NT HEY T. 423 onrijp, wrung , briiyn, dick, ofte foei is : ende aldermeelt van Meß, ofte Wijn^ die op plaetfchë waftgt;daer de gront Sitenachiigbis. En al is't fake, datter in geenderhande 1Wijn, foo veel Wijn-fteen aende vaten en hangt, als in onfen Rijnfehen, ende (00 veel te meerder, hoe denfel* vigen eelder is : nochtans , als hy geheel klaer ende wel uyt-gewetekt is , en kan ick niet Gen, dat hy , gelijck I'tgemeen gevoelen nochtans is, veel quaets kan doen 1 aen de Graveelige. Want behalven dat hy, door fijn dunnigheytende fijnigheyt van deelen,lichtelick door 1gaet, ende het doof gevoelen van de Nieren door fijn tinfeheyt wacker maeckt,foo kan hy daer-en-boven de Steenachtigheyt, die hem te voren aen-geboren was, ende daer hy dan van berooftis, wederom nae nemen, 1 ende met hem felve uyt het lichaem af-drijven. Dit j können getuygen, die alte met een luftige dtonck door 1laten-gaen , ende met eenen niet op en houden . Want fy voelen, dat niet lang daet na met een fachte fnljdinge veel Graveels af-fehlet;wel verftaende indien'tte voren

| in de Nieten geweeftis.

Tot het groeyen van Graveel , ende Steen helpt mede jong, ende onklacr Bier: als oock dat men de Spijfe koockt in on(laer, motraffigh, ofte :{ntc-rr4ur. Het water inden Tyber te Romen is heel dick ende dicketigh : ende daetom, feyden my de Geneef-meefters aldaer, dat de inwoonders meerder met Graveel gequelt waren# als in andere Reden van Italyen.

Maer al de gene,die foodanigen fpijs ende dranckge-.bruycken, en werden juyft niet graveeligh, om datter oock vereyfeht wett een genegentheytvan de plaets, de welche wy gefeyt liebben te zijn, een Ongcuocligkytofte 1 Doovigbeyt in de Nieren . Al 't gene dan,'twelck de Nie-Iten verdooven, ofte ongevoeligh kan maken, dat baent 'den wegh voor het Graveel. Ende die foodanigen ge-I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Ral-

ocr page 440

424 SCHAT DER

ftakenis van haer Ouders hebben, die zijn van naturen graveeligh, ende erven met het goetmede dit quaet. Want van vaders ende groot-vaders,gelijck Galenus wel fchrijft gt;nbsp;werden van wegen 't quaet Zaet fwacke leden voorc-geteelt,waer door de kinderen lichtelick vervallen in de gebreke van haer voor-ouders. Indien yemant foodanigen Swackigheyc in fijn Nieren aengeboren is, die kan geheel qualick het Graveel ontkomen : dewijl' gelijck D'* Femtlius feer wel feyt, geen gebreck meer-der erft, foo dat in jonge Kinderen naulicx de Nieren felve fonder Graveel oft Steen gefchapen werden: het welck D' 'Ronddetius fchrijft, dickwils ondervonden te hebben,gelijck ick mede kan getuygen. Soo datfonder reden hier in Mtrcnrialis tegen den gemelté Frffldi/K gaen wil,om darter,gelijck hy feyt,naulicx een ander Schrijver gevonden wert, die het Graveel ofte de Steen zoude ftelïen erffelick te wefen. Jae fulcx is geftelt by de Geneefmeefters Vidius, Durius, ende andere, die my nu niet in den fin en komen.Ende genomen fchoon, dat het Femdii« alleen gefchreven hadde, zoude daerom minder waer zijn, 't gene ick in mijn felven , ende mijn broeder zal: die van de fteen geftorven is , bevindevan mijn Moeders Vader erffelick te zijn, en 'twelck door dedagelickfche ervarentheyt genoeghfaem beveftight wert. Want , gelijck de meer wel-gemelte Hippotvaiti feydt, nae dat het iichaem van de ouders geftelt is , foo valt het oock uyt met de kinderen. Gefonde ouders telen gemeenlick gefonde kinderen , ende die heckelick gaen, mede gebrcckelicke. Het welck een Italiaenfch poëet Baptifla Mantuanus mede aenroert in Gjn Latijn-fche verffen, die by-nae aldus luyden :

Het groen , dat in de bladert blingt. Na boven uyt de wortel dringt :

ocr page 441

ONGESONTHEY T. 415 De lenders van haer ouders quaet, De kganckhejt in de lenden fact.

Tot het voort.brengen van de Steen helpen mede Sd)od«n, Springtn » Igng Ryden, ende alderhande ßtreke Bewtginge , die bockende gefchiet. Maer infonderheyc onmangh By-ßaptnfoogt;om dat door de groote bewegin-ge endeontfekinge der Lendenen de Vochtigheden na de Nieren vloeyen, als oock, om dat de natuerlickc Wermte daer door vervlieghe, ende de Deelen , dre toc het koken geftek zijn, verfwacken •

Daer zijn vele Genoef-meefters , onder andere de Grieckfche j^fex4ndcr Tr4Ui4nus,deltaliaenfche Mercu-ri4l^,den Françoifehen Varandrêw , die ick te Mompe-liers, ende D'* Fonfaa een Portugijs, die ick te Padua eertijts gehoort hebbegt;meenen dat het Slapen op Veer-bedden, alfoo het de Lendenen verhit, oock oirfaeck geeft tot het groeyen vank Graveel. Maer dat fulcx niet vaften gaet, blijckt daer uyt, datwy hier te lande alle-gader op foodanige bedde flapen, ende dat even-wel het meeftendeel van geen Graveel ofte Steen en weet. Nu dat het verhitten van de Lendenen ofte Nieren tot de Steen niet veel en doet, is hier voren beweien.

,My gedenekt dat de hoogh-geleerde Santo?io,ons te Padua leerden , dat de oitfaeck van den Steen infonder-heyt beftont in de Ryymte van dt Aderen des Levers ende de Mekk-aderen : als oock in de Nanwightyt van's onderre der Nieren ontrent de Water-pefen : ende dat hy dit gevoelen met verfcheyde plaetfchë uyt Galenus beveftigh-d^' yoormy* al isk dat ick ontkent hebbe, dat de Nau-wigheytin de Nieren dealgemeene ende voornaemfte oirfaeck zoude zijn van 't Graveel, dewijl nochtans, geleek verhaelt is, een beginfel ende pit van noodenis, om'twelck de aerdtachtige ftoffe allencxkens groeyt »

D d nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en.

ocr page 442

426 SCHAT DER ende derhalven wat dient tegen.gehouden te werden: foo mogen wy de Nauwigheyt wel voor een mede oir-p faeck,ende als de voornaemfte van de helpende Oirfaké| aen-nemen. Hier toe Hreckt de vrage,die van ^nfio.। „fesvoor-geftelt wert, Waerom darter geen Dier, als alleen de MenIch Graveeligh en kan werde! Ende geeft tot antwoort,Om dat de loop van't Water,in de Menfeh geheel nauw,ende in de Beeften ruym ende wijt is: her welck oirfaeck is,dat het gene in d'eene lichtelick door, fchiet, in de andere blijft fteken, ende alCoo tot Steen! ten lellen gebacken wert .

6. Het Onderfebtyt van de Steenen wert na verfchey. de dingen genomen,maerinfonderheyt na de plaetfch, daerfe groeyen;waer van wy fommige Steenen der Nie. ren, fommige der Blaes noemen. Nu waerom byee-nige de Steen meerder in de Nieren groeyt, by andere in de Blaes, komt door de Surckjgbeyt , ofte Swfckightyl van defe deelen. Die fwack van Nieren zijn , vervallen lichter in Graveel en Steen van de felve : maer die flere-ke Nieren hebbë,die groeyt de Stee lichter in de Blacs. Hier uyt treckt Galenus reden, waerom de Volwaffene, ende Bejaerde luyden meerder met de Steen der Blafe, ende de Kinderen met de Steen der Niere gequelt zijn. Want alfoo in de Kinderen al de naiuerlickt trerekjngm fl(Kk s^ijn, foo werden (feyt hy) dejlijmerige Vochtigbedengtfmolttn, maer in da Oude lieden verdickt ; gelijck. mm fiet aen uytwendigt dingen , datais men yet dicx door een nauwte wil gieten , frkx tueUuckt, als't gefmoltenis: maer niet gefmolten pijnde gt;nbsp;deer niet door en lyn geraken . Van defen flagh ^ijn Peekt Hquot;'' Smeer, Was , ende Honich. Dewijl dan in de Kinderen ud natuerUckt Wermteis, ende de Werckinge ßtrek, foo komt de dickjgbeyt van de floffe, verdunt yijnde, in de Nieren , ende wert derhalven lichtdick, door de felvegekleynß tot in de Blatt date toe niet wtynigh helpende de ferckjieyt van de uyt-dryvendt

, kjMbt.

ocr page 443

0 N G Es ON T H EYT. 427 ky^ch. Mair vallende in dlt; Blats, dievan wefen z^enuadnigh is , ende weynigh blotts heeft , ende dien volgende kout is, ende dat, Seffens ooekwijt van begrip, foo wort defelfdtßoffe, alße daer wat te lang blijft,wederom dick, ende by een gedrongen . Datr-tn-boven foo wert die dicke ßoffe inde Kinderen taey, als van de natutrUeke wermte meer bewerek! sÿjndt. Want al 'igene door de hitte in't koken verandert , kyÿght nutter tydt een tatyigheyt , alift dat dt felve irit begin daer niet gewetft en is . Watromfoodanige dingen door haer taeyigheyt ooeklrchteUcktr atn malkandwm kleven. Dusverre Galenus. Maer dewijl meeft alle de Kinderen dick water maken , foo krijgen even-wel die alleen maer Steen, de welcke daer onder veel Acrdtachtige ende Sukige vochtigheyt hebben, niet , gelijck D'* Mercatus fchrijft Galenum volgende,dar by de dickigheyt noch een taeyigheytis. Ende in foodanige fnijt het water een weynigh als het gemaeckt Wert, maer in andere niet,'twelckde felfde Mercatus oockqualick leyt op meerder hitte van de Blaes. Want de kouwigheyt van de Blaes , die haer werckinge tegen is , bevordert veel eer het groeyen van den Steen. Ende al is't, dat in't Water van de Kinderen, die met Steen gequelt zijn , cenige teeckenen van hitte haer openbaren : foo zijn de felve nochtans eer in't Water , als in de Blaes. Maer hier en moeten wy gantfch niet toeftaen de reden,die Alexander Aphrodifœw geeft 1. Probl. 109. Waerom de Kinderê de Steen meeftendeel in de Blaes gt;nbsp;ende Oude luyden in de Nieren krijgend Omdat, feyt hy, de Nieren van de Kjnderen etnen nauwcn door-gang hebben: watrom de Aerdtachtige ende dicke Jioffe door de felvige uyt kracht van die nauwte des door-gangs, van's Water,Nieren, ende dekjeyne Pjpkens in de felvige, voort-gsdreven wert tot in de Blaes. Defe geeft van wegen fijneruymtt plaets om het ont-fangtn Water af te fetten, als ooekom de ßoffevande Steente leun btftntken. Maer de Nieren van Oude luyden , alfoofe tenen

P d 2 r,ty.

ocr page 444

428 SCHAT DER

rHymm dooy.gang hebbtni können mede plActfch urleentn om bet Water uyt te laten loopen , ende de Atrdtachtige floffettlfr ten beßncken. Maer alfoo de Nauwigheyt gt;nbsp;gelijck hier voor verhaelt is, helpt tot het Steen-maken : foo en kan ick niet Oen, hoe dat die nauwe door-gang niet meerder en zoude helpéom de Aerdtachtige ftoffe in de Nieren te houden , als dat fy het af-fetten van de felfde zoude bevorderen. Behalven dat de reden ende ont-ledingc oock leert, dat de Water-loop in de KindereUiinfonder-heytdie wat groot zijn,van wegé haer lieffelicke wetm-te ende vochtigheyt, lolTer ende ruymer is , als in Oude luyden,welckets geheele Lichaem drooger zijnde,heb-ben oock de vaten der Nieren, ende de Water-pefen, vliefachtige deelen , drooger, ende dien volgende oock nauwer.

Als dan het fijnfte van't Water af-fehlet, ende 'tgene Aerdtachtighis, befinckt,dan groeyter Steen. Sulcx gefchiet veel op de gront van de Blaes, infonderheytin Mans perfonen: maer weynigerin de Vrouwen, omdat in de felvige den hals van de Blaes veel korter,ruymer, ende rechter is , als in de Mans, ende wert derhalven de Steenige vochtigheyt in de vrouwen foo lichtelickniet tegengehouden.

De Steenkens verfchillen oock van plaetfch in de Nieren felve, alfoofommigein het vleefch, fommige inde vaten haren oirfpronek nemen . Dat het Graveel niet in de inwendige holligheyt, maer in de eygene felfi ftandigheyt der Nieren voort-komt, ende van daer doot 'tgewelt van 't door-loopende water in de holligheyt gedreven wert , is feer wel gefchreven van D' 'Femdiut, het welck te vergeefs weder-fprokéwert by D'- Spitgdi voor weynigh jaren ProfelTor te Padua. Ick heb felvcr uyt het vleefch der Nieren niet alleen Graveel: maer oock Steenkens genome, Het felfde getuyght D'* Mtr-

ocr page 445

0 N G E s 0 NT HEY T. 429 curiAlH oock gefien te hebben. Cœlius Rjjodiginu: fehrijU in het 3. bouck van fijn oude Le(fen op het 12. Capittel, van een Vrouw,de vvelcke,om het joucken ende pijn in de lendenen, veel ontrent de Nieren krouden , ende dat op die plaets ten leften een gat door-brack, waer uyt achthien fteenkens getrocken wierden. Hierom meenen eenige Geneef-meefters , dat in Steenige nieren, als het Water op-gehouden wert , ende de menfeh hulpeloos leyt, men vryelick ende veylighlick opening in de lendenen magh maken , en door de felve den Nier ontladen. Dan defe hant-werekinge wert niet fonder reden van de Arabifche geneef-meefters Serapion en Avicenna verworpen. Want de felve en kan niet gefehieden, als met groot gevaer van't leven: 'ten zy de Nature teycké gaf,gelijck in'c verhaelde exempel, dat fy haer door de Lendenen pooghde te ontlaften , aldaer een gefwel ofte gat op.werpende .

Het Graveel ofte Zant in de holligheyt der Nieren by een komende,hangt daer aen malkander,tot dat het een Steenken wert. Sulcke heb ick fomtijts gefien , in de welcke merckelick bleeck , hae het Zanteven aen malkanderen gevoeght was,fbo broos,datfe met de vingers in ducken gevreven wierden. Want het was maer Zanteven aen malkander gefet, ende noch niet aen een gebacken, en rontfom met een dun vliefgen omvangen. MaerallTer maer eé weynigh Zant in de holligheyt der Nieren komt,dat maeckt een pit , daer wy te voren af gefeyt hebben, het welck in'c Water om-gerolt werdende , allcncxkens een fchorfe krijght, op de maniere, die wy aengewefen hebben , dat de Steenen in de Blaes toe-nemen. Soodanige Steenkens, in dewelcke defe fchorfen merckelick gehen werden, heb ick veel by my,nauyter-maten groote pijn der Lendenen gelooft zijnde. Wtde tepelachtige vleesjens der Nieren; ge« D d 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lijck

ocr page 446

430 SCHAT DER

hjek hier voren eefeytis, leeckt het Watcr indeopen pijpkans van de Water-pefen,en vloeyt door de felvige in de holligheyt. Ick beware eenige lang-werpige Steenkens, die in defe Pijpkans gegroeyt zijn, gelijck haer gedaante uyt-wijft, ende de groote pijn, diele in de lendenen maeckten, alffe wat beweeght worden . Ick hebber oock, gelijck als van twee te famen gevoeght, foo hetfchijnt,al(re uyt tweeaen een ftaende pijpkans in de holligheytquamen, aen malkander gebacken . Soo fchrijft Dr. DodonœtK,obf.46. van een graveeiige vrouw, die in elcke Nier een Steen hadde met foo veel tacken, allTer in de felve door-gangen waren.

Hier uyt is dan lichtelick af te neme het onderfeheyt van de gedaante der Steenen . Want al is't, dat de ver-fcheydenheyt van de Steenige ftoffe daer al wat toe doet, foo dat de Steenkens in de Nieren veel fehetper ende meerder gehoeckt zijn,de welcke beftaen uyt zant greynfgewijs aen een gevoeght, ende ongelijck gebacken, als degene, die effen rontfom het pit groeyen, ende met fehorfen vergrooten ; foo brengen nochtans alle Steenkens meeftendeel de gedaante voor haer van de plaets, daer fyharen oirfpronek uyt ontfangen. Ick heb vele Steenkens gehen,die volkomentlick uyt-beel-den de holligheyt der Nieren .

Hier kan mede uyt-genomen werden de reden van de Groote , maer niet van de Verwe. Want het ftrijdt te-' gen de waerheyt, 'tgene Fernditx, Mercuriali, ende andere Geneef-meeflers feggen,dat het Zant in de Nieren altijtrootis, nae de Verwe van de Nieren. Geen meerder waerheyt en irrer oock in't gene een Siçihaenfehe Monick, die onlangs een bouck van de Geneef-konfte uyt-gegeven heeft, CampaneUi, fchrijft, dat alle de Steenen van de Blaes wit zijn, ende van de Nieren root. Ick kan toonen Wit graveel ende fteenkens nahet overlijdé uyt

ocr page 447

ONGESONTHEY T. 431 uyt hervleefch der Nieren gefneden. Soo dat niet van wegen de plaetfch, maer van wegen de vochtigheyt, die de aerdtachtige ftoffe met het zout verbint, eenige Steenen root, eenige bruyn, eenige geelachtigh zijn . lek heb noch onlangs een drie-bolligh wit fteenken uyt verfworen Nieren hen nemen. Dewijl dan op foo veel plaetfchen de Steenkens können groeven, foo berifpe Galtnus wel te recht de gene , die den oirfpronek van de felfde alleen ftelden in de holligheyt, als oock andere, die meenden datfe alleen groeyden in het vleefch : ende leert wel, datfe op beyde plaetfchen, ais oock in al de vaten , ende in alle door-tochten können voort-kotnen, felver mede den geheelen Nier , gelijck hier voren ver-haelt is , beßaen.

Wat belangt de Selfftandigheyt, fommige Steenen zijn facht en weeck, andere hart ende vaft. Vele breken als fy op de aerde vallen. Sommige kan men met de vingerom ftucken wrijven. In tegendeel verhaelt Brafa-xaku,geneef.meefter van den Hertogh vanFerrare, darter uyt de Blaes van Dr. ^Adbert Savonarola gefnede zijn thien fteenen, de welcke op de vloer geworpen zijnde, op fprongen, als kaets-ballen. Dit onderfcheyt hangt aen de ftoffe, datfe wat harder, ofte fachter gebacken is. Indien in de felfde veel aerde is , ende te weynigh zout, foo valt de Steen lichtelick in ftucken. Want'tis hec zout, dat de Steen vaft ende hart maeckt. Maerfulcx moet evenwel gefchiedé na de mate,hier vore verhaelt.

Het laetfte onderfcheyt beftaetiu't Getal. Want fom-tijts iffereen, fomtijts meerder: te weten, nae datde Stoffe veel ofte weynigh ,'nae datfe haer by een hout, ofte vaneen gefcheyden,ofte oock in verfchesde plaetfchen vergadert is . Maer het gebeurt dickwilder , darter op eenen tijdt veel Steenen in de Nieren groeyen , als inde Blaes, om dat in de felfde verfcheyde vaten , D d 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en-

ocr page 448

432 SCHATDER

ende holligheden zijn, daerde Blaes maer een hollig-heyren heeft. Ende by aldien defe Steenkens glatende effen in de holligheyt van de Nieren komen, dan blijvenfe veel ende verfcheyde: maer aldaer komende kantigh, fcherp, ende ongelijck, dan rakenfe lichtelick aen malkander vaft,infbnderheytindien foodanige in de Blaes by een komen. Van die gedaente heb ick ver-fcheyde fien fnijden,gelijck offe van twee drie kleynder Steenkens te famen gemaeckt waren geweeft.

7. Al wert van vele gemeent, dat het Graveelofte Steen geen feker Km-teyeWen heeft: nochtans in dien men alïe de Toe-vallen, die daer van voort-komen wel over-leyt, foo zal men uyt de felvige fejter genoegh können gaen.

Het eerfte Teycken van Graveel ofte Steen in de Nieren is Pijn in de Lendenen, fomtijts in de rechte,fom-tijes in de dineker zijde, naedat de een ofte ander Niet cntftelt is . In'teerft is het een fware pijn, gelijck offer eenigh gewicht in de Lendenen was, te weten foo lang als het Steenken noch fteeekt in't vleefch van de Nieren, het welck wel in fijn felven ongevoelighis, dan wert die Pijn gewaer door eenige dunne Zenukens daer ontrent zijnde, infonderheyt aïs door den fwellenden Nier, fijn buytenfte Vlies gefpannen werdt. Danals het Steenken uyt het vleefch door de Pijpkens van de Water-pees komt, dan valter fcherpe en Rekende pijn, niet alleen om dat de felfde nauw zijn , ende van wegen het hart en vaft vleefch der Nieren niet wel uyt-gereckt können werden , maer oock om datfezenuachtigh, ende dien volgende fcherp van gevoelen zijn. Het welck mede de oirfaeckis,dat de grootfte pijn verweckt wert, als hetSteenken uyt de Nier in de Water-pecs fehlet. Want de felve beftaet uyt een hartvlies, ende is niet ruymer als een ftroo. Maer in de gene die vele fteenen

ocr page 449

ONGESONTHEY T. 433 lofen, wert hetfoo uyt-gereckt, datter een pinckofte vinger in kan fteken, ende als dan können fonder pijn gemeene Steenkens daer door fchieten. Voorwaer een groot gemack, maer fpruytende uyt grooter onge -mack . Het is aenmerckens weerdigh , dat ick niet alleen in andere , maer oock in my felve dickwils bevonden hebbe, als het Steenken in de Water-pees komt, jae al tot de Blaes toe nedetgefchoten is, einige Pijn even-wel noch in de Lendenen gevoelt wert. De reden is,om dat de Water-pees haer door de Nier verfpreyt, ende derhalvendoor de fpanning defe weer-pijn veroir-faeckt. Het welck vele bedrieght, meenende dat niet tegenftaende de lang.durige Pijn het Steenken noch in do Nier fteeckt,'twelck nochtans korts daer nae in de Blaes fehlet, ende den armen Menfche van alle pijn endefpanningvetloft. Her gebeurt fomtijts dat een fcher-pe pijn, die een Steenken fchietende uyt de Nier in het beginfel van de Water-pees aen gebraclit hadde, voor eentijdt komt op te houden. De reden is,dat het Steen, ken uyteen nauwe plaetfch wederom op-fchiet in een ruymer,te weten , de holligheyt van den Nier. Maer als het Steenken daer na weaer in de Water-pees daelt, foo komt oock de pijn wederom:dewelcke gcmeenlick foo lange by blijft, tot dat het Steenken in de Blaes ge-fackt is. Alwaer het fijn uyt-komft foeckende, het Water (by ons de K.oude pis genoemt) geftadighdoec maken ; maer dat gaetterdontover , nae de lofingvan't Steenken,'ten zy datter veel Zant volght, gelijckick dickwils gehen hebbe , dat nae het af-fetten van een Steenken,eenige lepels vol Zant af-fchoten. Maer Indien liet Steenken in de Blaes op-gehouden wert , dan vergroot het aldaer op de manier hier boven verhaelt, ende dan maeckt de fiecke fijn water met pijn. Dele Pijn heeft fomtijts fijn om-loop: wacrvan ickeen feer

D d 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;vremt,

ocr page 450

434 SCHAT DER vremt, ende wonderlick exempel zal by-br'engen. Een wel bekent borger defer Rede , oudt vijftieh jaren , was ontrent anderhalf jaer met de Steen in de Ëlaes gequelt geweeft,de welcke als hy drie weken ellendige pijn ge* hadt hadde, bleefdan weder diie weken geheel bevrijt van alle weedom, gelijck al of hy wel te pas ware ge-I weeft, maer de drie weken voleynt zijnde,quamdepijn| wederom, foo recht op den tijdt,dat het nimmermeer

eenen dagh, ja niet een uyren verfcheelde. Ende 'egeneniet minder te verwonderen Uaet, drie vier dagen voor de weder-k'mft van de pijn,quam daer een groo-ten ftanek uyt lijn geheel Lchaem, met een benauwt-heyt, ende gefwel van 't flincker been: dan dit gefwel verdween , als hy wat op 't bedt ging leggen. Onder-tuffehen was fijn Water altijdt dun , ende geel , doch een weynigh na het ronde treckende. Hy hadde twee-mael uyc-geftaen om gefneden te werden,dan men kon-de geen Steen bedaen, de derde reys is hy gefneden van een Steen, watgrootcr, als een duyven ey, fonder dat| hy nae het fnijden eenige verlichtinge van pijn vernam, totdat hy den achthienden dagh van de pijn, ende met eenen van 't leven verloft werde. Het doode lichaem geopent zijnde, fagh men dat de Huytende de Spieren van den buyck gaefwaren, het Net meeftvergaen,de Dermen rontfom aen't Buyck-vlies vaft, als oockde Blaes . Defe was van buyten blauw, vanbinnen vol dicke ende ctterachtige vochtigheyt. De Nieren waren beyde bleyck,ende dap : de rechte boven , ende de ßincker onder aen fwart, maer minder als de rechte : in de holligheyt van beyde was eë weynigh grofende wit Zant. De Melck-vaten,ende Water-pelèn heel wijn lek wenfchfte datter eenen nieuwe Oedipm op ftont, die ons dit raetfel kondeuyt-leggen,ende reden geven van alle de verhielde Toe-vallen. Te weten , waerom dat de

ocr page 451

ONGESONTHEY T. 435

de Pijn foo effen op den gefetten tijd: wederom quam , ende waerom datfe als een voor-bode hadde,de benaut-heytgt; met gefwel van'tdincker been^ Dewijldeoir-faeckvan den om-loop der Koortfen, gelijck Galenus fchrijft,feerrwaeris ,jae dat Mercuriali wel vermaent, datter uyt defchrifte van de GeneeC-meefters geen on-weder-leggelicke reden kan gevonden werden : foo en is't niet te verwonderen, datwy in defe fake oock gedwongen zijnde fwackheyt onfes vetftants rondelick tebekennen. De verlTen van den poëet Luerttir«zullen hier nietqualick te pas komen,die uyt het Latijn aldus vertaelt zijn:

Dat de Menfeb?^ud' alles weten , Heeft Nature niet begeert.

Hjfiet weeft door du,ft're fpleten, Schoon b, wÿs is , ofgeleert .

IS, en laet baer niet door-gronden, 1' En ooc^aen ons bre,n verbiet

'T geen fyrontfoni beeft bewonden, Soo datfujex geen Menfeb enfiet.

Onder vvelcke dinge al en is de oirfaeck van den omloop in de deckten de minfte niet,en dat de felve fchijnt te gaen boven de palë van't Menfchelickeverftant: foo is heteven-wel beter , daet nae te Haen, als geheel ftil tefwijgen.

Het oudt gebreckin't vleefcli ende vetwe,betoenen genoegh dat de Nieten zijn belet geweeft beyde haer werekingeuyt te voeten, dat is, gelijck wy gefeyt hebben , het Bloet te helpen koken, (hier van daen quam het Gefwelin'tbeë,maer eë kleynbeginfel van Water-fucht, waerom het oock lichtelickverging) ende laet felve van de Wey te fcheyden. Ende hierom en heeft de

ocr page 452

436 SCHAT DER

de Steenige (Ioffe niet te degen onder het Water ge-gemengt geweeft, ende is derhalven gaen fitten, in Steen verandert: oock een weynigh bloets in'tuyterfle van de kleynfte aderkens , ofte in't naefte vleefch, daer die fwartigheyt was, vergadert zijnde, ende door het geftadigh toe-vloeyé van't Bloet allencxkens vermeerderende , ende by foute van de Nier verdervende : als dan niet alleen door fijn hoedanigheyt, maer nae den tijdt van drie weken oock door fijn menighte dit quaet bloet de nature moeylick viel , foo fchoter eë deel van't felve, in die tijt van wegen de bedervinge verdunt zijnde , door de Melck-ader in de Holle-ader, van daer in't Herte , ('twelck de oirfaeck was van de Benauwtheyt) ende van't Herte werde bet dan verfonden door het ge-heele Lichaem,ende gafalfoo door de openheyt van de huyt een algemeene ftanck,ende als dit drie, vier dagen geauerthadde, ende dat het bedorven Bloet,door den om-loop des bloets , in't i. capittel vermeit , gefladigh wederom in de Nieren gedreven werde , foo is ten laet-ften de gevoelende kracht van de Nieren geprickelt,en-de heeft 't felve door de Water-pefen gefonden nae de Blaes. Als het aldaer door fijnen quaden aert de uyt-drijvende kracht oock perQe, foo woude de Steen mede met gewelt uyt, het welck den armen man de groote pijn gemaeckt heeft. De eerfte oirfaeck hier van is geweeft de (lijmerige Hoffe, die wy in de Blaes gevonden hebben , aiwaerle uyt de Nieren op den gefetten tijdt gekomen was . My heeft goet gedocht defe reden hier te dellen van de verhaelde Toe-vallen , niet datickfe voor vad ende bondigl i zoude derven verfekeren: maer veel eer om de Geleerden een fpoor te geven tot nader onderfoeck. Ende voorwaer in foo een fware ende duyftere fake magh men wel feggen met een Griecx

poëet :

'Kboii-

ocr page 453

0 N G E s ON T H E Y T. 437 'K boude voor den beften raets-man, Dieder ulderdigbft nae jluen kan .

Maer waerom dat juyftelcke reys op de drie weken de Pijn op hiel ende weder quam, en zoude ick niet meerder uytkonnen leggen,ais alle de Geneefmeefters tot noch toe hebben können doen in dereden te geven, waetom dat in de Koortfen het Slijm van'tBloet alle daegh, de Gal over den anderen dagh, de Swarte gal over den derden dagh haet bewegen . Om welcken knoop te ontbinden , alfoo de gtootfte verftanden van alle Eeuwen befigh zijn geweeft, en even-wel niet by-gebracht en hebben,dat my voldoet : foo zoude ickvan dien om-loop wel derven (eggen 't gene eettijts Xcno-phants fevde, gelijck Varro befchrijft. Het metnen bur vanis by de Menfehm, maer bel treten by Gode. Een feer gelijck exempel wert befehreven by D^- Manardtu,Proferor te Perrare, van een feket Geneefmeefter, die even alle vijfthien dagen, verviel in het op-houden,ende pij-nellck water maken, drie, ofte ten langden vijf volgende dagen, ende de vordere tijdt geheel bevtijt was . Manarduifchtijft, dat dit door geen Steen en konde ge-fchieden , niet tegenftaende dat een ander treffelick Geneef-meeftet, en de Siecke felve het daer voor hiel-

! den. Maer wy zullen de woorden ende redenen van Manardui hier voort-btengen uyt den 2. Brief van het 1 nbsp;nbsp;12. bouck. Indien, feyt hy,deft Toc-valkn by gebcnrie, van

\ dtn Steen komm:ƒ00 moei een van beyden t^ÿn , ofte dal de Steen 1 geHadigbin de Blaei ii, ofte dat by aldaer uyl de Nieren komt . 1 Indien by inde Blaes is , ƒ00 en kinder geen reden by -gebracht I toerden ,waerom datier ƒ00veel lijdts lujcben beyde den Siechen Iongequelt lati , ende dan recht op den gefeiten lijdt weder keert • I Het ;{oudemiffehien wel können gebeuren, dal by niet allijdt even |grooie febade :{oudc doen , maer minder oftemurder , nat dat by I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ofte

ocr page 454

438 nbsp;. SCHAT DER

oftebinnm in de hoUightyt lagh, ofte voor nat den krop tot gt-fchoten was . Matr indien faUx;(oude wtftn, foo en Ran ic^nia Jitn, hoe dat al die Toe-valten jnyjlopttn fekyrm lijdt wtdtr-komen. Het T^oudeoocklitbt vallen, als hy ontrent de kyop van de Blats , gevonden werde, met fehudden vant liehaem ,gtlgtk Galenus beveelt, ofte met eenigh prouf-yfer, den felfdtn inde ruimte van de Blaes te flooten, tvaer doordan de Tot-val/en, oftein't geheel, ofttmeefltndeel :{oudtn op-houdtn: daer nochtans die Gtneef-meefter van beyts verfocht hebbende, noch door het fchudden met de beenen om hoogh, noch door het flooten van een proof-yfa, Catheter genoemt, in den hals van de Blatt, getuyght geenderhandt lae^mis gevonden te hebben. Soo dat geen fins te gtlooven flaet, dat dit by beurten op.houden,endt pijnelickwater maken , gtfchieden kan door een Steen , diegeßa-digh in de Blaes is. Maer dat fulcx oock.niet en gebeurt door een Stten , die uytde Nieren in de Blaes fehlet , betoont de uytkomß felvt. Want indien fulcx was ,foo mofte nootfaktli'kahjt voor het op-houden van dit Toe-vaUen, een Sttenkf» rf-fchittm: anders jouden wy weder.komen tot het gene, nu wcder-leytis ,tt weten , tot den Steen , die in de Blaes blijft, dtwekk' alift, dat hy nu minder dan meerder moeytliekheyt aen kan doen, foo m kan hy nochtans fulcx op geenen gefetten tijdt by- brengen . Hier uyt wert klaerhef befloten , ofte dateer geen Steen in at Blaes en is, ofte indien hy daer mocht wtfen, datier ten ander oirfatek. moet gevonden werden , de welche ofte allein, ofte met den felfden| dtfe weder-keerendt moeyelickheyt ;;oude bewtrckm. Watml belangt; ick meene,gelijckick in't voor-verhaeldeexempel gefien hebbe, dat de Steen hier mede geweeft is de naefte oirfaeck van het op-houden ende pijnlick wa-। ter make gt;nbsp;het welck oock een ander treffelick Geneef-' meefter, ende de Sieckefeive, fonder twijffel door ee-nige redenen,alfoo geloofden: ende dat de voor-gaende oirfaeck is geweeft eenige fcherpe Vochtigheyt, den Steen voor-ftootende, de welcke op haren gefetten tijt van

ocr page 455

0 N G Es ONT HEYT. 439 van bovenen in de Blaes vloevde. Hier en ftrijdtniet tegen, dat men hem niet heeft können gewaer werden, dewijl ick fulcxdickwils hebbe gefien in degene, die nae haer over-lijden een grooten Steen in de Blaes hadden, de welcke men te voren niet en hadde können vin-den. Want de C4tbquot;„,jae felfs de Vingeren in'teynde geileken, milTchen,als de Steen verre van de krop der Blafe leyt, of dat hy met veel gladde ende (lijmerige Vochtigheytom-wonden is. Dat hy oock in een Vlies bedoten zijnde, met geen prouf-yfer onder-vonden en kan werden, getuygen onder andere Mercuri4/0 Confiée, ende Pare in het 16. bouck van lijn groote Heel konfte op het 39.capittel. Soo fchrijft HoUerif«, dat in feker Koopman , die al de teyckenen hadde van een Steen in de Blaes, het felfde met een Caihaer niet konde bewe-fen werden: ende dat men even-welin't doode lichaem vandt 2 fteenen,elck van 5 loot , ende in een befonder vlies beiloten.

Het tweede teycken van de Steen wert genomen uyt het r74Krgt;'t welck in de Graveeiige meeft rauto ende dun is , foo van wegen de verpopping, als (nae mijn gevoelen) van wegen, dat de bloet-makende kracht der Nieren verhindert is . Maer als het Steenken hem be-1 gint te roeren , dan is't Water in't eerft wat rootaebtigb, Idaer na fchictende door de nauwte van de Tepelachtige uyt-fteeckfels,door-boort het vleefch: ende dan valt het Water wat bloedioh. Daer nae uyt de Nier gedreven zijnde,indié het de Water-pees niet geheel en verdopt, foo is't Water val , dic^., ende onRlaer, fommtijdts met eenige kleyne draeyen gt;nbsp;ende Zant in de gront. Maer 'in dien de Steen foo groot is , dat hy niet door en kan, ende in de Water-pees blijft fteken, dan hout hy't wa-ter geheel op, ende veroirfaeckt dedoot. Waer van 1 verfcheyde exempelen acn-gemerektzijn by D' Trin-uvellitfi,

ocr page 456

44°. SCHAT DER

cAveUiMiuo.g.en den grooten heel-meefter P^ré 24. i 9.

Seker Hep-man van de Borgery,dien ick voor defen fomtijts eenige Steenkens quijt gemaeckt hadde, verviel onlangs wederom in de gewoonlicke Pijn van de zijde, met geftadigh braken , foo dat hy niet en konde inhouden. Maeckten weynigh,endedickwils water ;

doch fonder fnijdinge, ofte fteeckten in de krop van de Blaes ; met verfcheyde Clyfteryen,Stovingen, en andere Geneef-middelen, die hem te voren wel geholpen hadden, werde fijn Pijn fomtijts wel wat verlicht,doch noyt geheel wech-genomen. Het luttel water maken bleef

ocr page 457

ONGESONTHEY T. 441 bleef hem oock by. Soo dat hy geftadigh klaeghde, dat het felfde hem feer benauwt maeckte. Dentwin-tighftcn dagh,nae dat hy voor den middagh noch twee-rnael van het bedde,en wederom daer op felver gegaen was , feyde te gevoelen, dat het Water hem nae bovenen op.ftijghde, waer door hy acn de middagh, als half lluymerende, quam te fterven. Het lichaem des anderen daeghs geopent zijnde, werde bevondé,dat de rechte Nier gantfcli verfworen was, de (1) Hincker geheel lofch , ende als door-weyckt , in-hebbende een wit Steenken, als een 1 ureks boonken, een ander (3) groo-ter, ende lang-werpigh, op de dickte van een pinck, ftekende in't voorfte van de Water-pees, (2) die oock foo wijt uyt-gereckt was. Boven aé het felfde hing een drie-kantigh hooft, dat in de Nier ftack, van groote ende gedaenre gelijck hier tuffehen i en2uyt-gebeelt is : als mede (4) die van D.Paulus Vottiw, in't voorgaen-de capittcl befchreven. Soo dat het niet te verwonderen en is , dat oock de befte middelen, foo weynigh hol-pen . Bleeck mede de reden , waerom het Water wel meeftendeel, maer niet al fevens tegen gehouden was geweeft: te weren, om dat deSteen kantigh zijnde, noch een weynigh voor-by de onevenheyt hadde door laten loopen.

Hippocrates fchrijft in fijn bouck van de inwendige Gebreken , wanneer het FFairr :^andigh is , datter een Steen in de Nieren fteeckc, en berifpt de oude Geneef-meefters , die meenden , dat fulcx een teyckcn was van een Steen in de Blaes. Ende fulcx leert hy nochtans felve in de 79.kort-bondigefpreucke van fijn 4. Bouck. Galtnus fiende, dat dit recht tegen malkander ging, feyt in fijn uyt-legginge, dat alHerZant in't water is , het niet altijdt in de Elaes en hapert , maer oock in de Nieren , ende dat derhalve een mis-verftant in die fpreucke E c nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;is.

ocr page 458

442 SCHAT DER

is, het zy dat Hippocrates felve, de helft van de reden verfuymtheeft, ofte van den uyt-fchrijver over-geflagé is: want'tzy daer een Steen in de Nieren,'tzy inde Blaes groeyt,datter altijt zant met het water afschiet. Philotheus, een ander Griecx uyt-legger,meent dat Hip-pocrates alleen van de Blaes gewagh maeckt, om dat in de felve , van wegen datfe een groote holligheyt heeft, dickwilder, als in de Nieren , Steen groeyt. Maer dat fulcx onwaerachtigh is,betoont de dagelickfche bevindinge . Het gene oock, dat Galenus toe-brengt, en maeckt de fpreucke niet waerachtiger. Want het is kennelick, datter vele Menfchen Zant quijt werden, die nocl iin de Nieren , noch in de Blaes eenige Steen hebben. Vele zijnder oock met de Steen geqtielt, die even-wel geen Zantin't water en lofen. D'-Iohannes Heurnius getuyght, dat hy eertijdtseen Edel-man heeft doen op-fnijden, die veel Steenen in de Nieren hadde, waer van tevoren noyt eenigli teyckégeweeft was,dan dat hy nae het rijden te paert fomtijts wat bloedigh water maeckte. Selfs nae het overzijden van den (elfden Heurniiu, werden in fijn Blaes gevonden 7 Steenen, ge-lijck een Ocker-noot, wegende elck een half loot: dacr hy nochtans in fijn leven geen teycken van Zant oyt in fijn water vernomé hadde, gelijck my gedenckteertijts verftaen te hebben, uvt fijnen foon denhoogh-geleerdé 0ttho Heurnit« , ProfciTor in de Geneef-konde en Ont-ledinge tot Leyden. In tegendeel fchrijft Cardanus, dat hy ni i dertigh jaer alle daeghveel, dan root, dan wit Zant quijt geworden is , fonder het minfte achter-dencken van Steen in de Nieren ofte Bides: ende doet daer by , 't gene ick getuygen kan waerachtigh te we-fen , datter naulicx van thien menfchen een gevonden wert,die geheel bevrijdt is van fomtijts Zant in't Water te lofen : daer men even-wel weynigli Graveeiige liet, en-

ocr page 459

ONGESONTHEY T. 443 ende noch weyniger,die met den Steen in de Blaes ge-quelt werden : ende darter in tegendeel vele Steen heb-ben , die even-wel geen Zandigh water en maken. Dewijl dan dit foo klaer is,als de Son,(bo en is't niet vremt dat de uyt-leggers van Hippocrates, aen fijne vermelte fpreucke geen mouwen en weten te fetten ,om de felf-devan onwaerheyt te bevrijden. 'Ten paft mijne kley-nigheyt niet,om dit by te leggen , ende onder foo uyt-nemende Mannen mijn oordeel te fpreken : nochtans en kan ick niet naer-laten om de aengename heugeniffe van den hoogh-geleerden Dr- Santorio te verversen , alhier te Helle 't gene ick te Padua in'tjaer 1616. t'fijnen huyfe (gelijck hy ons niet allee by fijn Siecken bracht, maer oock buyten de Vniverßteyt in't byfonder onderwees) als my by lotinge de uyt-legginge van de vermelte fpreucke toe-viel, antwoorde. Namentlick,dat de waerheyt in de felfde konde vaft gemaeckt werden , aider maer een woort uyt-geleyt werde tegen den fin van de uyt-leggers, maer niet tege de fin ende gewoonte van Hippocrates . Dat dit was u^i^cQat»'twelckfy uyt-leyden befmekt, maer dat my beter dacht op-bout : om de fin te maken, dat die met de Steen in de Blaes gequelt zijn , in welckers water het Zant op-gehouden wert , 'twelck te voren plagh af te fchieten. Want fulcx en kan niet ontkent werden. Nu dat bock die beteyc-keninge van dat woort by Hippocrates niet vremt en is , blijckt daeruyt, dat hy het woort daer afkomende, te weten üTro^uenç fomtijdts neemt voor het op-liouden van eenige vochtigheyt, die anders gewoon is uyt te vloeyen , gelijck Galenus fchrijft in fijn uvt-legginge op Hippocr. van de Geleden. Dat fulcx minchien mede beveftight konde werden , om dat hy in die ßareucke, geen gewaghen maeckte van af-fetten, gelijck hy dede Ee2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;in

ocr page 460

444 SCHAT DER

in de voorgaande. Ofte dat men oock de aengenomen overfettinge konde aen-nemen , indien btjincl, veriaën werde,niet van't beCmcken in de water-pot, maer van't neder-fetten in de Blaes .

Defe over-fettinge is als vremtop-genomen, en my wederom door fijne brieven in bedenckinge gebracht, by den hoogh-geleerdë P/empius,profcfror tot Loven; , dan mijn nader redenen fende, heeft de felfde nieton-gerijmt gevonden. De onvergelijckelickc heere Sd-Tnifiu, , Ridder , en Raet des Konings van Vranckrijck, hier over van my gevraeght zijnde , fpreeckt in een geheel bouck (dat fijne Ed. te Leyden met mijne brieven heeft laten drucken) de oude over-fettinge voor , ende brengt daer toe vele geleerde redenen by : Die ick wederom beantwoorde, gelijck te fien is in'tgencbyde Elfeviers gedruckt is. Dit gaet altijdt vaft dat de On-dervindinge(en waer op ftaet anders deGeneefkonftcQ recht voor my is. Ende fulcx getuyght onder andere, den vermaarden Meyßonner, geneetmeefter, van den hoogh-gemelten Koning,die my oock fchrijft,hier van met den Heere SalmAfius gefproken te hebben.

Groote ende getackte Steenen maken fomtijts fulc-ke fcheuring in het vleefch der Nieren, datfe het Wiw geheel blotdigh maken : ja oock, doch felden, yetvlufrh-4chtigh; af-fetten .

Het derde teycken van een Steen in de Nieren ftelt Hippotratu, in een Doovightyt van't ban aen de zijde,daer het Steenken is. Deoirfaeck hier van leggen Dr* Longius geneef-meefter van de Palts-Graef, en de vermelte Idcot, op een vervollinge van de tacken der groote Aderen, waer door de Zenuwen endeSpieren zouden gedruckt werden. Hier in fchijnen fy Galenum gevolght te hebben in 3. Epid. Maer dewijl de Aderen tn dit gepreek foo feer niet vervult en werden, dat fy de Spieren be-

ocr page 461

0 N G E s 0 NT HEYT. 445 benauwé,foo dieneer een ander oirCaeck van defe Doo-vigheyt by-gebracht. Defe is een perdinge van de Spieren, daer de Nieren op-leggen, die het Ëeen doen buygen : ofte een benauwinge van de Zenuwe, die in al de Spieren van 't Been verfpreyt werde. Hier door en kan de Geeft, die uyt de Herbenen door de Zenuwen tot gevoelen van al de leden gefonden wert , in de Boenen niet komë: 't welckeen Doovighevtveroirfaeckt, even gelijck men voeltgt;als het een Been wat over 't ander leyt, ofte als me wat lang op den elle-boogh leunt. Gemeenlick feytmé daer van, dat den arm, of het been flaept. Nu dit neer-drucken gefchiet door de hardig-beyt ende 't gewichte van den Steen: want een kleyn Steenken en maeckt de doovigheyt niet. Maer by een grooter en daept niet alleen de Dye aen de zijde van de Nier,in de welcke de Stee is,maer het geheeleruggen-Mergh wert oock fomtijts foo gefpannen, dat de Hecken njn Lendenen naulicx können bewegen .

Het vierde Teycken is een groote Q^nHikheyt, ende Walging', foo dat de eene, die een Steen uyt de Nieren fchiet, geenderley Ipijs en können gebruycken, ofte braken de felve ten eerften wederom uyt. Ick heb dick-wils in my felven bevonden fulcken om-werpinge van de Maegh, dat ick geen in-geleyde Kers en konde inhouden. De oirfaeck is, om dat de Nieren door het Buyck.vlies aen den lollen Derm vaft zijn, gelijck G#-lenw fchrijft, ofte gelijck Avictnna meent, om de ver-knochtinge met de Lever , en daer door met de Maegh van wegen de Suygh-adcren: ofte liever, om twee kleyne Zenukens, die de Nieren van de Maegh ont-fangen , ende om het buytenfte vlies , 'twelckde Nieren beklect , ende fpruytende van'tBuyck-vlies , aen de Maegh gehecht wert .

Als dan de Nieren van de Steen geprickelt werden, E e 3 foo

ocr page 462

446 SCHAT DER

foo werden oock met eenen geprickelt die twee Zenuwen , ende liet buytenfte Vliesjen ,ende daer door wert de Maegh oock geport om varf haer te weren ,'tgene haer moeyelick valt,ende foo komt de necke tot brake.' Hier van is'tlicliaem meeft altijc beneden foo gefloten,' darter naulicx een wint uyt en kan, gelijck ofte al de ? Nature nae boven ,ende't Lichaem onder toe getroc-' ken was . In'teerfte brakenfe veel (lijm uyt, door dien het felve in de Maegh is , infonderheyt in de gene die veel,ofte grove ende (lijmerige koft gegeten hebben. Daer na volghter gemeenlick groene Gal, om dat door de Pijn , feyt Galenus, ende het waken 't Bloet verdorven is , voornamelick indienfe met eenen de Koortfe, ofte lang gevaft hebben. Als die aenhout, komenfe oockenckele Gal te braken, het welck met groot ge-weltgefchiet. Dit Braken van Slijm , ende daer nae van Gal heeft oock plaets in't Colyc^; ende als het felve komt in de Kronckel-derm, daer hy voor by de Nieren draeyt,infonderheytin de (lincker zijde, alwaer hy nauweris , dan valt de pijn vam't Colijck heel qualick van'c Graveel ofte een Steenken te onderfcheyden, waer door dickwils verkeerde middelen gebruyckt werden. Maertweeteyckenen zijnder , die het verfchil aenwij-fen, de gelegentheyt van de pijn, ende de leger-plaets van het pijnlick deel. Voor eerft en is de pijn in de Nieren foo fcherp niet , als het Colijck. Daer beneffens als de pijn hooger is , dan de Nieren , foo en is't geen Graveel, maer Colijck. Noch fpreyt het Colijck hem veel vorder uyt, gelijck de Kronckel-derm de ruymde van al de dermen, den geheelen buyck door-loopt : De pijn van 't Graveel blijft vaft op een plaets,ende binnen de palen van de Nieren befloten,ende als het Steenken na de Blaes gaet,dan volght de pijn oock den wegh van de Water-pees. In't Colijck bevoelt men oock meer |

ocr page 463

ONGESONTHEY T. 447 meer Rommeling in den buyck,als in't Graveel. Het Water, gelijck gefeyt is, valt in't Graveel eerft dun ende rauw,daer nae rtert het met zant , fteenkens, ofte blóet gelooft. Maer in't Colijck, ofte om dat voor de Gal, den wegh nae de Dermen gefloten is, ofte dat het Gal-blaesjen als gefchut ende geroert wert , valt het Water in't begin rootendedick. Hier-en-boven verneemt mé in't Colijck noch de doovigheytvan't been, noch andere teyckenen, die wy van't Graveel verhaelt hebben .

Als het Steenken nu nyt de Nieren door de Water-pefen in de Blaes gefackt is , indien het niet ten eerften gelooft en wert , 100 vergroot het aldaer, gelijckhier voren gefeyt is, ende openbaert lieh doorander teyckenen. De Siecke maeckt met fnijdinge ende pijn fijn Water, dickwils ende weynigh: het welckoock fom-tijts geheel op.gehouden werdt, als de Steen voor de krop van de Blaes fehlet, waer door uyter-maten groo-te pijn verirfaeckt wert. Daerom is't,dat de kinderen die met deSteen gequeltzijn, geftadigh acn haer ge-machtwrijven,alfoo fy voelen, gelijck Hippocrgta feyt, dat de water-loop aldaér belet wert. De kinderen voelen fulcx eerder, om dat de krop van haer Blaes veel teerder, ende dien volgende oockgevoelickeris, foo datfe het kittelen van denStcen meerder gewaer werden . By defe tevekenen komt nocli, dat de gene, die een Steen in de Blaes hebben , fomtijts een fwaerte al-daer voelen; oock niet ftil en können wefen: maer moeten haer beenen over malkander werpen, en 't geheele lichaem bewegen. Den Evndel-derm wert van wegen fijn naderheyt mede befchadight, waer door vele als fy het water uyt.drucken, met eenen oock den kamergang moeten maken, ende dacr op volght gemeenlick, doch meeft in kinderen, dat het endt van den derm uyt-

E e 4 fehlet3

ocr page 464

448 SCHAT DER

fchiet. Maer dit gebeurt door de banck alleen van groote Steenen, hoe-wel idk oock fomtijdts, dochin Kleyne kinderen ,'t felve bevonden hebbe, van kleyne, ende fachte Steenkens. Dat fy groot zijn, kan met een Catbatr, ofte de Vingeren onderfocht werden, hoe-wel dat oock niet altijdt vaft en gaet,gelijck hier voren ge-feyt is. Het felve kan mede ondervonden werden, indien men degene, die het water op-geftopt is op lijn rugleydt, ende de beenen op lichtende, het lichaem fchut: want indien hy dan water maeckt, dat is een teycken dat de krop van de Blacs door een Steen vcr-ftopt is geweeft. De meergemelte Cardini«, vermiert geneef-meefter van Milan , gebiedt yemant, die verzekert wil zijn van een Steen in de Blaes,terijdé,lprin-gen , ofte anders het lichaem fterckelick te oeffenen, ofte eenige Steen-brekende middelen in te nemen, ende daer op het water te befié. Want indiender drie ofte vier dagen dun ftofin is,ftelt dat een teycken te zijn van een harde Steen : indiender grof zant ofte breuckfel van Steen in gevonden wert , dat fulcx beduydet een fachten ofte brekenden Steen. Maer daer is geenfe-kerder teecken van Graveel , ende Steen als geftadigh, weynigh, ende met fnijdinge Water te maken.

8. Wy komen tot de Voor-uyc\^ntn. De groote Ari-floiJesfchrijft dat de Menfché Nieren even gelijck zijn de Nieren der Olfen , als uyt veel Nieren te famenge-voeght : ende doeter by , dat daerom oock de gebreké, die in de felvige vallen, fwaerlick te helpen zijn, als offer niet een , maer verfcheyde deelen onftelt waren , Welcke reden, dewijlfe tegende dagelickfcheonder-vindinge ftrijdt, gelijck wy in't i. capittel aengewe-fen hebben , foo wert, defe plaetfcheni^ wel onder de teyckenenende voor-boden van de uyt-komft gefielt by de meer-gemelte Doctor ende Proferor Mtroirialh, Want

ocr page 465

ONGESONTHEYT. 449 Want (te gebreken der Nieren en vallen niet qualick te genefen, om dat fy als uyt vele Nieren beftaen, ende dien volgende als verfclieyde Deckten van verfchevde deelen zijn: maer om dat liaer werckinge geftadigh voort-gaet, en dat 't gene genefen zal, ftilte vereyfcht : als oock om datter geftadigl ihet fcherp water doorloopt : ende noch , om dat de geneef-middelen foo verre naulicx en können komen, als nae datfe feer verandert zijn. Het welck al te famen nocli meerder plaetfch heeft in de Blaes, die zenuachtigh ende fwack is. Daerom feyt Hippocram, dat de gebreken van de BlaeS gin oude luyden ongeneeßiek zijn.

De gene die Graveel ofte Steen van haer Ouders ofte Voor-ouders ge-erft hebben , können naulicx genefen werden . Ick heb foodanige veel gehen , als fy een gc-ruymen tijdt van de pijn waren bevrijdt geweeft, ende meenden geheel ge,nefen te zijn, even-wcl nae eenige jaren in't oude quaet wederom vervielen. Daerom feyt de Grieckfche ^rtiœus met geen minder aerdig-heyt, als waerheyt, dat de Steenachtige vruchtbaer-heyt der Nieren fwaerder valt te belette, als de vrucht-baerheyt van de Lijf-moeder.

Maer infonderheytzijnfe ongeneeflick, in de welc-ke nae het lofen van de Steenkens, noch een geftadige Pijn in de Lendenen blijft, waer by fomtijdts eenige fwaerte ende groote fteeckte gevoelt wert : want dat is een teycken , datter eenen grooten, ofte veel Steenkens in de Nieren grocyen ende toe-nemen.

Daer en is mede geen grooter hope van beterfchap, als door het wrijven van een kantigen ende feherpen Steen ('twelck blijckt, als na bloedigh water, etterigh volght) de Nieren komëte fweren. Want de middclé, die de Steen af-drijven, zijn dun en fcherp: ende 't gene dat de Sweringe heelt,moet dick en toefluvrende zijn.

E e 5 Het

ocr page 466

45° SCHAT DER,

Het Graveel en komt niet veel in de Kinder^. Maer gelijck Hippocr4Hs Ceydt, meeft van de veerthien jaren tot hectwee-en-veertighfle, in weicke rijdt de Nature aldervruchtbaerfte is van gebreken. Wederom van dien ouderdom tot liet drie-cn-feftighfte jaer des levens,feyt hy gt;nbsp;datter geen Steen in de Blaes, noch Graveel in de Nierenen groeytgt;'ten zy het aldaer te vorégeweeftis.

De Vrouwen en werden foo veel met de Steen niet gequelt, als de Mans , om dat de krop van haer Blaes, korter ende ruymeris, waer door fy alles beter quijt können werden.

Ronde ende gladde Steenkens werden lichtelicker en met minder Pijn gelooft, als die van ander gedaente zijn , infonderheyt die lang ende getackt zijn .

Degene, die dickwils Steenkens lofen, werdende fclve, met geen ofte wcynigl i pijn quijt,'ten zy datfe geheel groot zijn.

Als yemant door de Steen , ofte yetanders het water drie vier dagen op.hout,ende door het op-Hijgen van't felvein een vaften flaep vervalt, ende datter kortheyt van adem by-komt, die flerft door de banck. En al is't, dat foodanige daer nae oock quamen te lofen , foo ko-menfe even-wel te ferven,omdat de quaetaerdigheyt van't water al te diep in de herlTenen geprent is .

Indien de Steen-achtige doffe op eé ander plaets ver-leyt wert, dat is feer goet. Alfooliet men, dat de gene, die los van Lichaem zijn, minder gebreck van Graveel hebbé, als die hart-lijvigh zijn. Soo neemt oock dickwils de Gicht , aide na komt,het Graveel wech. Want fy fpruyten beyde van een oirfaeck. Maer fy en verloren malkander niet altijt. Soo feydt dé ouden Guaintrius,dat de Steen joffrou Podagra vrijde, en fonder haer niet wel wefen en kan.Daer van lefé wy by Froifard, in't i.bouck van lijn Fiançoifche hid. oph 29 cap. hoe Willem, grave

ocr page 467

ONGESONTHEY T. 451 van Hollanc, te gelijck aen het Graveel, ende de Gichc lach. Het welck ick oock dickwils ondervondé hebbe. Mygedenckt, eertijts diergelijcke gelefen te hebben in de Brieven van onfen grooten Erafmus , een man foo vermakelick, als geleert. Als hy lang over de Steen (die hy fijnen beul noemt) geklaeght hadde, aen fijnen vrient die Gichtigh was : foo voeght hy daer by , dat fy beydefwagers waren , als hebbende twee gefufters , hy den Steen,ende den anderen het Podagra, maer dat fijn wijfhem oock fomtijts quam befoecken, fonder nochtans eenighachterdencken van over-fpel.

Dewijl de Steené der Nieren dickwils uyt veel Zant by malkander gemaeckt werden , foo brekenfe gemeen-lick lichter, als deSteenen van de Blaes, die meeRen. deel wat harder gebacken zijn .

Het is de arghfte geftakenis , in de welcke de Nieren Steen maken, ende het gantfehe lichaem mager uyc-gemergelt is, feyt Gaknus, ink 6. bouck van de Gefont-heyt te beware op't 16.cap. En van d'ander zijde oock, die al te vet zijn, können naulicx van de gebreken der Nieren geholpen werden, gelijck lAriftoula fchrijfc in'c 3. bouck van de deelen der Dieren op't 9,capittel.

Die een Steen in de Blaes hebbe,houden den Wolf, gelijck men feyt,by de ooren. Want indien fy hem laten blijven, foo wert hy alle daegh grooter, ende vermeer, dert de pijn: indien fy raet willé doen , dat heeft groote-licx fijn fwarigheyt, ende is met gevaer van 't leven vermengt . Ick heb altijdt ondervonden, dat , van het fnij-dé meerder Kinderen door quamen, als Bedaeghde: ende meer defe, als Oude luyden , die het gemeenlick bederven. Soo verhaelt Sammarthanus in Elog. dat als de prefident du Harlay zijnde tfeventigh jaren oudt, uyt on-gedult van pijn hem liet fnijden,nae den hemel reyfde.

De middelmatige Steenen zijn lichter te fnijden, als

hcc.

ocr page 468

452 SCHATDER hcele groote, ofte heele kleyne. Want de groote moe-ten een feer groote openinge hebben , ende fcheuren oock lichtelick de Blaes: de heel kleyne en zijn niet welte treffen.

Onder al de grootfte pijné,die yemant in fijn lichaem lijdt, is al van oudts (gelijck Plinius betuyght 27.3.) ge-houden voor de fwaerfte,het Droppel-piÈen van Steen.| Het welck oock beveftight wert van den wel-gemelten Erafmus van Roturdum, een man onwaerdigh om foo el-lendigh gequelt te zijn geweeft. lek zal fijn woorden uyt een briefgefchreveo aen looft van Gaverm alhier vertalen . Dt traten , feyt hy, trannurft aldtrRrtng^ gam, houden dm Menfoh in vier ftud^en, eer datfe bet Herteraktn. Matr icligeloove , dat yemant minder pijn t^oude voelm, die van lidt eot lidt gekapt werde , als die moet uyt-flaen , dat ten Steen door de nauwe Water-pefen in de Blaes boort: al is't dat de oudt Geneef-meefters onder de grootfte pijnen die een menfeh baeßom bals helpen , de eerjle plaets geven aen de Steen van de Blaes. De [elfde is mißchien daerom arger , om datfe ongenetjlick.quot;gt; 't en lt;y dat men een middel begeert wreeder als de doos,ende mee, dedoot felve. Voorwaer da Stem in de Nieren kpmt hier naeft by, als hy den Menfchhart aen taß. Hy over-valt myfoo ditf-wils, endefoo fehriektUck'dat, Indien yemant Erafmum bani 7(oude nu wel met recht behooren op te houden , om langer fijn vyant ee wefen. Vorder brengt de Steen fulektn ellende mede, datfe een lichaem al is't oock l^otck ende flerek^ binnen drie dagen fomtijts uyt het leven rock! : ende indienfe wat op-hout , foo houtfe maer op, om door nat foo veel te feldtr weder te kttrtn. Wat is dat anders , als dtckjrils de doos toederom te [maken ? En wie stonde wederom willen leven,om datr na weder te Jlervtn?

9. Het genefen van den Steen besäet in twee dinge, dat hem yemant van dat quaet vry hout : ofte het felve hebbende, daer van bevrijdt wert . Maer het is lichter, feyt Seneca , fchadclicke dingen uyt te Huyten, als te rege-

ocr page 469

ONGESONTHEY T. 45; geren: ende niet aen te nemen, als aen-genomen hebbende, de felvige te matigen. Want aide haer in't befte geftelt hebben, foo en konnenfe niet verwonnen werde. Derhalven dient de vyant voor het in-nemen geftut.De verffen van den poëet Ovidius zijn wel bekent, uythec i. bouck van den Geneef middel der Liefde :

En Met de Siee^t niet dieper in, Maerfteut bier voort-gang int begin . Het qurfet om geenreniedy geeft , Al/t door de tijdtgewortelt beeft .

'Want alle quaet,feyt Cicero in Gjn 5. Gefpreck tegens M.dntonygt;als het eerftop-komt, foo wert het lichte-lick overwonnen : maer als het veroudert , dan valt het Igemeenlickte fterck. Daerom fchrijft de poëet PerJiiis feet wel in fijn 3. Schimp-dicht:

Als't mater beeft de over-bant,' Den buyck^gelijckeen trommelfyant , Endbuyt varitgantfebe Ucbaemfmelt , En al de X^aebt is neer gevelt :

1 Dan belpter koft, noch Donors raet , Al wat men doen k^n valt te laet. Geen kguyt ,nocb wortel is dan nut , Dewijltirit eerft niet isgefebut. Dus wilje wel geholpen zajn, Soo roept b, tqdts den Mediçijn . Den wortel treckt men lichter ujt, Als by niet diep in d'aerde ßuyt.

Die Gjn felven dan voor Steen foeckt te wachten, moet dacr op letten , dat hy hem onthout van die dingen , uyt de welcke het Graveel groeyt, als oockvan't gene

ocr page 470

454 SCHAT DER gene de Nieren kan krencken. Derhalven indiende Maegh, Lever, Mik, door fwackheytnier wel en te-ren, ende veel rauwigheyt nae de Nieren toe-fenden, foo vereyfchen fy voor alles verfterckt te worden. Maer infonderheyt moet men Geh wachten voor deuytwen-dige oirfaké van't Graveel, die hier voor verhaelt ftaen.

Derhalven dient voor eetft gebruyckt Spijfe van goe-den gijl , ende de welcke licht te verteren is . Broot van het befte koren,wel gerefen , ende op fijn pas gebacké. Beter is ons gemeen Ttriuen. broot , als het Witte-broot: alfbo het felfde minder ftopt, om dat het de femelé noch by hem heeft . Ende een van de voornaemfte oirfaken, waerom dat de rijcke luyden veeltijts met Graveel ende Gicht gequelt zijn, wert geftelt by vele Geneef-mee-fters,ende onder andere by den hoogh-geleerden Heere J-odctrijck. Nonnius, door fijn uyt-nemende fchriften al-ommevermaert, in't eren van het Witte-broot, ende in't weynigh Oeffenen van 't Lichaem, Het Bifcuit is mede in defe gelegentheyt ondienftigh, om dat het te droogh is , ende wat van de aerdtachtige nature aenge-nomen heeft. Niet beter en is het Witte-broot,dat de hackers, om hetfoo veel witter te maken, met melck bedaen. Alfoo de Melck de taeyigheyt van den Terwe vermeerdert, ende derhalven rauwe vochtigheden doet groeyen. Behalven dat de Melck oock in haerfelven, ende wat daer van gemaeckt wert,graveeligh is, gelijck wy hier voor onder de Oir faken verhaelt hebben. Wt-genomen de Boter , die wy in't Graveel prijfen , als heb-bende kracht om te fuyveren endete verpachten. Het Vltefch moet zijn van middelbaren ouderdom, foo gefo-den , als gebraden, te weten van Weren s olveren, Comp nen ,jonge Hanen, ende diergelijcke. Vifch die vrongeligh is, gelijck Snoeep , Baersamp;c.fachte Doren van Eyeren,Pru,. men, AmAndelm, Appelen, met Suyeker, Boter , en Wijn ge.

ocr page 471

0 N G E s 0 N T H EY T. 455 geftooft. D'' C^dto , geneef-meefter van drie Keyfers , fchrijft datier vele dooi't eten van Hafel-nottn van': Gra-veel verloft zijn, nemende van de felfde negë ofte thien voor den eten . Onder de Mots-^yNyden zijn hier toe be-quaem MAlnu,tgt;Btet,Patrfrly€gt; Kjrtd, de uytfpruytfds van Neiden, Pimpernel, Als mede Afperges, PaftinaRe-peen, Ra-diji, voor andere fpijfe genomen. Want anders drijven fy de onfuyverheyt, die in de wegl i leyt, door haer watet-makende kracht in de Nieren .

De Drantk, het zy Wijn ofte Bier ,moet altijt klaer, ende duri zijn. Daer dientoock wel gelet op het Water ,waer van niet alleen het Biet gemaeckt, maer oock de Spijfe in gekoockt wert .

Het Lichaem dient matelick georfent : den Gaß moetverheught wefen; Den Buyck niet geflopt gt;nbsp;maer los, is't niet van felfs, met eenige fachte dingen gemaeckt. Waer van breeder te lien is in onfen Schalde, Gefoniheyi .

Maer hier en is niet arger, als 't Water lang op te houden. Want daer door komt de Steenachtige Hoffe in de Blaeste befincken, ende dan te verharden. Der-halven is't feer goet,dat men de kinderen, als men voor Steen vreeft,'s nachts op-weckt,en haer water doet maken, tot dat de Blaes geheelledigh is. Het welckmede wel aengemercktis van Dnrtius op de Co4c. prœn. Waer in , nae mijn oordeel , de meer-gemelte Dquot;- Cardant«, in fijn uyt-legginge op Hippocrates , van de Lucht, Wateren, ende Plaetfchen, een groven mif-Hagh heeft, als hytaet, niet dickwils Water te maken, als ofde Steen meer groeyde in een ledige Blaes, als in een die vol is. Want het Water, door-drongen zijnde van de Graveeiige ftoffe en belet het groeyen van de Steen niet, maer helpt veeltot het toe-nemen van den felven.

Nu dewijl , gelijck wy gefeyt hebben, in aldethande voedt-

ocr page 472

456 SCHAT DER

vocdcfel een aerdtachrigh Tap is, foo kan het naulicx ge* (chieden, dat, degene, die een graveelige genegent-heyt in de Nieren, ofte een fwacke Maegh, Lever,ofte Milt hebben , geen Graveel zouden vergaderen. Der-halven dient gearbeyt, dat het felfde, voor al eer het tot Steen backt, met fijn eerfte ftoffe, eer datfe in de Nieré komt, by tijdts uvt-gedreven wert .

On hiertoe te geraké, plegë vele Geneef-meefters, oock (gelijckickgefien hebbe) niet van de minfte, onder een te vermengen Middelen die ftoelganck maken, ende die het water af-fetten , om te gelijck de fchadelic-ke Vochtighede doorde ftoel-ganck,ende 't Zant met het water af te drijven. Maerdat fulcx noch in't voortkomen, noch in't genefen van defe plaegh niet en behoort te gefchieden, als ftrijdende tegen de reden,ende de leere van de Ouden , zal ick volkomentlick foecken te bewijfen.

Voor eerft wert by alle Geneef-meefters toe-geftaê, dat in't begin geen Water af drijvende middelen ge-bruyckt moeten werden. Soo gebiedt Hippocraiu al-tijdt van het deel, daer de toe-vloeyinge opvalt, afte leyden, ende niet daer nae toe te drijven. Derhalven allier in de Nieren eenigh Graveel, ofte Zandige ftoffe ftceckt, foo moet men den loop van nieuwe hof ver-Ieyden,endc daer niet na toe brengen. Gelijck gefchiet indié men terftont van't begin Water af-drijvende middelen in-geeft. Waer uyt blijckt,hoe qualick fommige beraden zijn,die om geen Graveel te krijgen, alle daegh Gemver-wattr, ofte Brande-wijn in-r,emë,daet Aen btfytfh Honts-draf, ofte eenige andere af-drijvende Kruyden in geweyckt hebben. Sy werden daer wel Zant afquijt, waer uyt fy beiluvten,dat het een goede middel is: maer fv en weten niet, datfe meerder in de Nieren brengen, als uyt-voeren . Het welck vele bevonden hebben, die vol-

ocr page 473

0 N G Es 0 N T H E Y T. 457 volgens mijnen raet, dit quaet gebruyck na-latende, ende fomtijts een fachte Purgatyc m-nemende, daer nae veel beter te pas waren. Het is oock dickwils gefien, dat de Grayeelige, door al te veel in-nemen van Afdrijvende dingen,waer mede fy haer in tijdt van gefont-heyt meenden te befchermen, vervallen zijn in een ont-Hekinge ende fweringe der Nieren ; 'twelck haerop'c lefte ellendigh dede nerven.

Geen minder mif-ßagh begaen de gene,die gebruyc-ken onder haer dingen Spijfe, die het Water af fetten. Want daerdoor wert de Koß rauw , ofte half verteert uyt de Maegh in de Aderen , ende foo voort in de Nieren gedreven, alwaer hy dan ftoffe geeft tot Graveel. Ende al is't dat de Wijn gt;nbsp;infonderheyt Rijnfche, ofte andere die dun, ende 't Graveel af kan fetten, fonder fcha-de over tafel gedroncken wert; fulcx gefchiet, omdat hy , door het gewoonlick gebruyck onfe Lichamen ftreckt niet voor geneef-middel,maer voor voedfel;hoe welhyoock in onfuyvere Lichamen groote gelegent-heyt geeft tot verftoppinge. Hetfelfde ftaet te oirdee-len van het Sp4-fé74/er, dat het Graveel wel .af-fet: in de geneeven-wel, die het voor dagelickfchen dranck ge-bruycken, werckt het veel flapper,ende verlieft den aert van geneef. middel.

'T en is oock niet veel beter, dat men de Af-drijven-de dingen onder de Purgaty en mengt . Want indien Galenus wel verbiedt, dingen, die Aap ende fterckwercké, by malkander te mengen, om dat het niet ongelijck en zoude doen af-fchieten: hoe veel te meerder dient fulcx waer-genomen, in dingen van verfcheyden aert, gelijck daer zijn , die het water af. fetten , ofte die kamer.gang maken , alfoo elck een befonderen wegh moet kiefen , te weten de Blaes ende de Dermen. Daerom zulle wy, volgende de oude Geneef-meefters,nimmermeer onder Ff nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;de

ocr page 474

4§8 SCHAT DER

de Purgdiyen vermengen 't gene water kan af-Cetten.

Maer dewijl by-nae niemant foo volkomen gefönti% of hy vergadert uyt alderhande Voedtfel wel lichtelick wat aerdtachtige ftoffe: foo dient wel gelet, dat wy dact in tijts by zijn,om de felve uyt te fluyten, ai eerfe tot in de Nieren komt. Derhalven die lichtelick braken, mogen alle drie vier maenden,de Maegh daer door fuyve-ren . Maer men moet laten geheel ftereke Purgatytn, die het Lichaem te feer onftellé, ende verfwacken: watt door al de Vochtigheden dapper ontroert zijnde , lichtelick oock in de Nieren fchieten. Derhalven is beter flappe middelen te gebruveken, die facht ende fonder ontroeringe haer werck doen , gelijck daeris M4MM4, Cdßid, Diacatholicon, El. Ltnitivum, Pafuldium knittih Diaprunum Jimpltx, ofte diergelijcke .

Als Maegh,Dermen, ende 'teerfte van 't Lichaem aldus gefuyvert is, dan is't rijdt om tot de Nieren te komen, ende 'tgene daer in is, eer dat het tot een Steenken backt, af te fetten. In defe gelegentheyt en iffer niet beter als Veneetfche Tenbimhijn . D'-l4«hin$K fchrijft, dat hy yemant de Graveeiige ftoffe door Terebinthijn verleyt, ende hem alfoo genefen heeft. Soogetuyght mede Amatus, dat een feker Monick, die met Gicht ende Graveel dapper gequelt was , ende alderley middelen te vergeefs verfocht hadde, ten laetften door het gefta-dighgebruyck van Terebinthijn in de tijt van fes maen-den van beyde gebreken vetloft is . Hy nam alle daegh de groote vaneen noot met wat fuycker. Men magh den felfden door-flicken in fuycker , ofte foet.hout ge-rolt, ofte oock met een ouwel, nat gemaeckt zijnde, daer om geflagen. Dan voor de gene , die niet wel flicken kan, dient hy met een weynigh van een Doeyer van een Ey in een vijfel geroert, ende met wat wijns, ofte eenigh ander nat vermengt , ende dan wert het heel wit, en-

ocr page 475

ONGESONTHEY T. 459 endeaengenaem van verwe, onfen room niet qualick gelijckende. Aldus toe-bereyt, kan hy van een yege-lick in-genomen werden. Het gemeen gebruyck is, dat men den Terebinthijn wafcht met Peterfely-water, ofte diergelijckegt; waer door hy wit, ende lieffelick in'c oogh wert. Maer het is beter, dat men hem ongewaf-fchen laet. Want de Terebinthijn en krijght gee kracht van't kruyt, daer't water afgediftilleert is, gelijck ge-meent wert : maer 't water treckt de af-vegende kracht veel eer uyt den Terebinthijn: ende die is hier meeft van nooden.

Dr- Varandal, meer-vermelte ProfefTor van Mompel-liers,fchtijft, darter, nae een goede bequame Purgatye niet beter en is, als het water van Baleruc , buyten Mom-pelliers , 'twelck befchreven is by D'-Dort-man van Arnhem, mede aldaer eertijdts Profeffor. Ick heb dat wefen befien met den Heere Timan van Grfd, tegen-woordigh vermaert geneef-meefter tot Utrecht, als wy daer te famen in'tjaer i5. ftudeerden. Maer wy en behoeven foo verre niet te loopen: dewijl ons Spa-water het felfde doet , in'c Graveel, ende alderhande aerdc-achtige vuyligheyt af te fetten. Het is meerder te verwonderen ,'t gene D'* Kenuman in fijn Françoifche brieven aen d'heere ScaUger vertelt, van de wateren van Pou-guts, nae dat yemant van de felfde veertigh dagen ge-droncken hadde, een groote Steen in fijn Blaes fmolc , ende dat de pijn noyt weder en quam. Ick wenfchte wel een geheele kelder van dat waterte befitten.

Ick heb in't gebruyck een feker Graveel-water van verfcheyde droogen gemaeckt, waer van ick (hetlic-haem eerft, als gefeyt is , door verfachtende Purgatytn , ende den Terebinthijn, bereyt zijnde) tweemael des weecks 's morgens laet in-nemen eenen lepel fes weken lang , ende dan weder fes weken eenen lepel 's weecks, F f 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;daer

ocr page 476

460 SCHAT DER

daer nae Too veel alle veerthien dagen, daer op een paer uyren wandelende, ende ondertuffchen onderhoudende een Manière van leven , als hier voren verhaek is. Met welchen middel ontallicke Menfchen, foo binnen als buyten 's lants, van het Graveel gantfch verloft zijn.i lo. Warde Gene/ingebelangt: Celijck door de Mid-I delen , terftont aen-gewefen, yemant, wiens nature tot het Graveel niet feer genegen is, wel lichtelick ontfla-gen kan werden: foo valt fulcx geheel befwaerlickte wege te brengen in de gene, wiens Nieten, gelijck .ylmætu fpreeckt, geheel vruchtbaer zijn; in de welcke de groey van Graveel naulicx belet en kan werden.

Hier en valt dan niet te doen, als het Steenken quijt te maken. Nac dat dan het Ingewant vooreerftontlaft is, foo zal men komen, om den wegh, daer het door moet, van buyten ende binnen facht en glatte maken. Hier toe is alderbequaemft een verfachtende Clyfteer, waer door niet alleen eenige vuyligheyt ende wint, die de Water-pees kan benauwen, offchiet: maer defelfde wert daerdoorfachter en moeyiger. Deeerfte Clyfteer kan gemaeckt werden van Heemft-worttl , MaInwi , Beet,I GlA3-kynyt, CamiDen , Mdiloten , SOTc bladerm, vAniji, FeneW, ende diergelijcke, met Bitttr-heyUgh , ende wat %oitt vermengt. Daer nae magh men dc Clvfteer ne-men uyt enckele O/ym, om den door-tocht foo veelte gladder te maken , als daer zijn Olyt van Wijn-ruyt, Ca-■ millen, Ltlym, ofte diergelijcke. Die oock bequamelickI ineen verkens-blaes können gedaen werden, om daer' mede werm van buvten te Roven, op de plaetfch,daer de pijn is. Hetwelck mede gedaen werdt met groote fpongien , ofte wolle lappen , gedoopt ende hart uyt-gedrongen in een Rovinge van verfachtende ende afdrijvende kruydé;en nahet Roven met foodanige Olye geRreken. Mefwi een Arabifch geneef-meeRer prijft wel

ocr page 477

ONGESONTHEY T. 461 wei te recht den Olyt van Scorpiomw. Maer hy helpt beft, als hy met Kervrlin een pan gefnerckt is, ende dan weren geleyt wert , daer de pijn druckt.

Van binnen wert de baen gladt gemaeckt metvtrßeht Bofty, vu Vltcfch nat , Olyt van font Amanddm, verfch geperft , door-gekjtynfdc Gerft , ende ,'t welck nu veel in't gebruyck is, de Syroop van Hamft-wond, nae de be-fchrijvinge van Fimdit«. Men feyt, gelijck Cicero ver-haelt,dat yemant, droomcnde bv een moey meysjen te napen , Steenkens loofden . Het is oock vorderlickdat men fomtijdts befight Warmoe van Maluwe, Bed gt;nbsp;en-de Kervel•

Als de pijn een weynigh verfacht, ende de wegh aldus glat gemaeckt is , dan magh men kométot de Middelen,die af fetten, altijdt beginnende van de faghde. lek hebbe veel in't gebruyck het volgende drancxken : N.Sap van Limoenen , Syroop van Heen^-wortel, van elcx een loot, noten Mufaei, Breem faee, van elcx een half vierendeel loot, Rijnfehe-wijn een half roomerken. Dit verfacht van wegen de Syroop, kan het Zant ontdoen door het fap van Limoenen,eh fet af door het vordere. Wanneer dit drancxken des morgens nüchteren in-genomen is , dient (ondettudchen niet overdaende bet ftoven ende fmeeten) over dagh gebruyckt een dranck van af-fettende Kruvden,befchrevé in't 22.cap,van't 1. Deel.

Als dit nu niet genoegh en vordert, foo en hebbe ick niet beter bevonden, als een vierendeel loot , i/lrom# frigidum (alfoo genoemt van den hoogh.gcleerdé.Baron Ferulam, Cançellier van Engelaut) dat is, Sal-peter , ofte SalpruneUœ, met heete Xÿnfcbe-rrÿn in-gegeven. Veel van dc oude, ende nieuwe Geneefmeefters verheffen de Koppen, nae den loop van de Water-pees op.gefet. Sy beginnen wat onder de plaetfch, daerde pijn meeft is, dan nemen fy de felfde af, ende fettenfe wederom Ff ; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;lee-

ocr page 478

462 SCHATDER leeger, ende dat vervolge fy foo läng, tot dat het Steenken allencxkens in de Blaes getrocké wert. Het welck daer uyt blijckt, dat de pijn dan op-hout. Dit middel hebbe ick mede dickwils bevonden , feer vordelick te wefen.

In de Blaes zijnde,en is niet geraden , aldaer lange te blijven. Ick laet dan het Lichaem met wandelen ende fpringen bewegen , nae datter een goeden dronck heete Rinfche-wijn met Suyckerende noten Mufcaet in-ge-nomen is : daer door werde oockde af-gefloofde krachten wat verquickt . Ende by aldien dan de Koude-pis, een teycken van dat de Nature doende is om het Steenken uytte drijven, niet veel en perft, foo geef ickmet den felfden wijn wederom het Aroma frigidum, ende laet van buyten op't gemacht leggen Kervel met 01ye van Scorpioenen in de pan gefnerckt. Met welcken Middel alleen ick dickwils in de kinderen gemeene Steenkens af-gedreven liebbe.

Alle de Middelen,die het water fterckaf-fetten,heb-ben oock kracht om de Nieren, ende den Waterloop te fuyveren, ende met eenen het Zant afte drijven,als oock Steenkens , die uyt Zant, dat maer aen malkanderen hangt, beftaen , ende nocl i niet vaft gebacken en zijn, te doen fcheyden ende van maikanderen gaen. Maer 't gene harde,quot;ende rechte Steenen zoude breken, moet van verdunnende,ende door-fnijdende kracht we-fen. Ende al zijndereenige die ontkennen, dat de Steenen van de Nieren, ofte de Blaes eenighfins fcheyden ofte breken können , foo ftrijdt nochtans fulcx tegen de leere van veeloude ende nieuwe Geneef-meefters,ende van de bevindinge felve. Wel is waer, dat de Steenen van de Blaes met feer groote moeyte können gebroken werden : maer die van de Nieren als fachter zijnde, ende dickwils uyt by.een vergadert zant aen een gepackt, en-

ocr page 479

ONGESONTHEY T. 463 ende dat noch in een wermer plaets, können lichtelic-ker door hnlpe van bequame Middelé van een gefchey-den werde. Sommige hebben defe kracht door bekende hoedanigheyt : fommige door verborgen eygenfchap.

Die fulcx doen door bekende Hoedanigheyt, ofte fijnigheyt van deelen, zijn Sap van Limoenen , de Worte-Itn van Afpergu, Gras, Laurier, fleecRende Palm, Stal-kjuyt, Bevernaere,amp;c. De bladeren van Pimpinel, Eertn-prijs , Homs.draf, K,erVel, gulden R^ede, Brant-neielen. Het zaec van Brem,groote KJiflenloffrouw-merck., Peerkn-k,uyt,amp;c. 'Aert-befyen, GeneVer-befyen, ende diergelijcke.

Door verborgen Eygenfchap breken den Steen de kgkenvan een Snoeck.,de affchevan Hajen , van Scorpioenen , van Pier-wormen, PifJe-bedden,amp;C. het Vliesjen van een Hoender-maegh, Kreeften-oogen , amp;c.

De oude hebben oock T'famen-treckende middelen ingegeven , foo onder deaf-drijvende vermengt,om datfe (00 veel te langer in de Nieren zouden blijven : als oockop haer felven,om de fwacke Nieren ('twelck ons gevoelen van de doovigheyt en dappigheyt beveftight) te verftercken. Van defen dagh zijn de Spongien, die aen derancken van deHonts-rofe wallen, ende zijn ronde ge-hayrde bollekens , EecWm gt;nbsp;Bramen , Myrtus ,amp;c.

Alle defe Geneesmiddelen in'c byfonder te onder-foecken,ende hare deught op de proefte ftellenjdunckc my hier onnoodigh te zijn: te meerder,om dat ick fulcx gedaen hebbe, in'c geen van defe ftoffe in'c Latijn be-fchreven is .

Onder de gemengelde Geneef-middelé vint men hier toe in de winckels Spec. Lithontribon , ende Ekel, lußini. Is mede uytnemend' goer her Graveel-water van Holle-vius , ende infonderheyt die van D'° Qutreetanus,befchre-ven in (ijn Pharmacop. Dogm. N. Sap van Pareye, Ajuyn, R^djS) van elex i pint, van Limoenen, Glas-kjnyt,MuyJen-

Ff4 oor,

ocr page 480

464 SCHAT DER

oor, van elcx i muddeken. AIdefe Sappen moeten met malkanderen ftaen rijfen, ende daernae met een helm overgehaelt werden. Dit Water magh men van bove-nen in-geven, ofte in de Blaes (peuten. Het vermindert allencxkens den Steen , ende doet fijn aerdtachtige, ende fultige ftoffe fmelten ,ende lofen.

Maer by aldien, gelijck dickwils gebeurt, de Steen in de Blaes door geenderhande middelen gebroken en kan werden, ende voor de krop van de blaes fchietende, den water-loop belet, dan moet hy ten eerften met het Catheter te rug geftooté werden ,ofte het lichaem dient met op-geheven beenen gefchut.

Het is een groot mif-verftant van vele, die in al de gene die den Steen ofte Graveel hebben , af-drijvende dingen infonderheyt Genever-water,ofte Brande- wijn, daer Aerc-befyen, Honts-draf, ende diergelijcke op-geftaen hebben , dagelicx ende fonder onderfcheyt ingeven,alfoo daer door de Steen , die men dickwils fonder pijn lange tijdt in de Blaes dragen kan , nae de krop toe-gedreven wert,waer uytellendige pijn, ende andere toe-vallen ontftaen.

In defe ftadt Dordrecht heeft my een man getoont een geheel doofken vol ftucxkens van Steenë,even-eens gelijckals een grooten Steen van de Blaes om Rucken Beilagen is, ende verklaerde fulcx gefchiet te zijn door net volgende: N. Kyeeften-oogen, Boc^en-bloet, Satt van Daueus , ofte wilde Peen, van Peterfelye van Macedonym, noten Mufeatt , van elcx i onçe, Dit te famen tot poeyer geftooté, ende in een dubbelt vat gekoockt in i2onçen Genever-trijn . Hier van dronck hy 't poeyer met dé Wijn twee-mael daeghs 2 onçen , tot negen dagen toe. Den thienden dagh, ende de feven volgende , nam hy een half vierendeel loot IoffroutD-7nerck.-faet, kleyn geftooté, waer mede hy dan de gebrokeHucké quijt werde. Maer

ocr page 481

ONGESONTHEY T. 465 dit felfde in andere verfoeckende, en hebbe ick die kracht niet bevonden. De Rucken even.wel,die hy, een geloofwaerdigh man zijnde, my liet fien, waren foo veel in getal ,datfe te famen een grooten Steen konden uyt-maken.

Het Boc^m-bloti, dat onder andere, mede in die be-fchrijvinge komt, wert al by de oude fchrijvers feer ge-prefen,om den Reen te breken, en Scaligtr derft wel leggen Exerc.334. dat fulcx foo feker is , als de Son 's mid-daghs fchijnt, en dat hy 't oockfelve bevonden heeft. Ja Serapio fchrijit , dat het alleen door op-flrijcké van buy-ten den Steen kan breken. Demeer-gemelte Dmtus, getuyght dat 't Bocken.bloet door fijn fcherpe ende tijne vyerigheytden Diamant doet fmelten,maer dat hy tot den Steen niet doen en kan: nochtans fijn felven vergetende, fchrijft op een ander plaetfch, dat het bloedt krachtiger zal wefen voor den Steen , indien den Bock in de laetfte dagen met af-drijvende kruyden gevoede werdt. Maer dit ontkent Michel de Montaigne in lijn 2.bouck dei Effais op't laetfte capittel , om dat hyin eenen Bock, die hy alfoo hadt laten voerë, eenige Steenen gevonden hadde. Indien yemant hier tegen bracht, dat het bloet daer van bevrijdt blijft , ende derhalven fijn kracht niet en verlieft: daerop feythy, veel gelooflic-ker te wefen,darter niet in'tlichaem en groeyt, als met over.een.ftemmen , ende onderling mede-deelen van alle de leden: en dat waerfchijnelick in alle de deelen van dien Bock een Steenachtige hoedanigheyt geweeft is. Dan defe reden wert van een ander Francoys fchrijvet (die tegen het Spaenlch onderfoeck der verftanden geschreven heeft ) tegen gefproken. Den Haes gt;nbsp;feyt hy, is een dier vol grofende twaermoedigh bloet , ende evenwel is't poeyer van fijn hert, met witten wijn ingegeven, een krachtigh middel tegens de vierden-daeghfehe

F f 5 koort-

ocr page 482

466 SCHAT DER

koortfe. De Citromm, al is'ceen vrucht die ras aen-komt ende bederft, foo en hebbenfe dies niet tegeoftaende geë minder kracht om de bedervinge in ons Lichaem te wederftaen. Ende hy voeghter noch by, dat men felve oock voort Graveel veelderhande Steenen in-geeft. Maer ick kan getuygen,yemant thien dagen na malkanderen een vierendeeï loot Boeken-bloet met witte wijn in-gegeven te hebben , fonder het minfte gruys van den Steen, die hy in fijn Blaeshadde, quijt te werden. Waer uytick oirfaecknam , het felfde in anderen niet te be-foecken.

Als dan de Steen der Blafe , door geenderhande middelen gebroken en kan werden, foo moeten wy totde Chirurgie , als tot een plicht-ancker, ons toe-vlucht nemen . Kleyne Steenen blijven fomtijts in de fchacht Reken, alwaetfe met eë beqiiaem yferken, gelijck een oorlepel , uyt-getrocken können werde: ofte als fy te groot zijn, achter aen bindende, ofte met de vingeren tegen houdende,op datfe niet te rug zoude lchieten,daer men 't gefwel ofte de fpanning verneemt, moet men ter zijden een opening maken . Want aldaer is het vleefigh. Dan boven, daer een aderende Ragh-aderonder leyt, zoude het veel bloet verwecken. Het onderfte deel,al-foo het fonder bloet is , ende geftadigh den loop van't water ontfangt, en zoude niet wel willen toe-heelen.

Maer veel lichter könne fy de Vrouwen,als de Mans afgenomen werden fonder eenige quedinge, omdat den hals van haer Blaes kort ende ruym is . D''7^ fchrijft, dat hy een Steen gelijck een Ócker-noor, die het water met groote pijn op-hiel, uyt de krop van de Blaes in feker ßagijn, gebruyckende een uyr-fettende gereetfchap. Speculum matricis genoemt, met een koren-tanexken uyt-getrocken heeft. Hy getuyght oock gehen te hebben een Steen op de groote van een kleyn hoen-

ocr page 483

ONGESONTHEY T. 467 hoender ey,dieeen Vroe-vrouw gekregen hadde, uyt de krop van de Blaes van een Vrouw, de welcke op haer laeifte van 'tdragen ging. My gedenckc, dat ick over eenige tijde een dochterken van fes jaren (die geen Water en konde maken,wat taet datter gedaen was) een Steenken van den Heel-meefteruyt doen trecken heb-be,gelijckeen Amandel , fonder eenige pijn. Dr. Fo. itß vërhaelt van een Vrouw vijfende-feventigh jaren oude, die een grooten Steen al buyten de Blaes aen't gemacht in een dun vlies uyt-hangendé hadde,de welcke het vlies door-gefneden zijnde, van felfs uyt-viel; ende dat fy noch lange jaren daer nae leefde, maer haer Water niet en konde houden .

De vermaerde Profper Alpintu, dien ickin hetlaetfte van fijn leven noch inden Hof van Padua gehoort heb-be, befchrijft een ander manier om de Steen fonder fnij-den af te nemen, by de Egyptenaers, daer hy gewoonc hadde,gebruyckelick. Sy nemen een pijpken van hout, ofte kraeck-been, dat Heken fy in de fchacht, ende houdende haer vingeren van achteren, op dat de wint niet in de Blaes en zoude fchieten, blafen fy daer met ge-welt in, om den wegh ruymer te maken: daer na nemen fy wederom een dicker pijpken, tot drie viermael toe. Alsfy meenen dat den door-tocht wijt genoegh is , dan Heken fy de vingeren in't eynde,ende brengen den Steen in de fchacht. Ende hy getuyght, felve gehen te heb. ben een Arabier op die manier een Steen van de groote van een Olijf.fteen uyt-krijgen. Dit en is foo vremt niet , als't wel fchijnt. Want dat de krop van de Blaes, niet fwaerlicken mede geeft , blijckt aen de krop van de Lijf, moeder, die in den arbeyt vry wat wijder uyt-ge-reckt wert.

Dus verre is gefeyt hoe dat men den Steen moet krijgen uyt de Nieren, Blaes en Schacht; is nu noch maer een

ocr page 484

468 SCHAT DER

een dingen overigh,te weten, Hoe dat de groote Steenen in de Blaes, aUer anders geen ract en is, met fnijden afgenomen werden.

Alfoo fulcx vol gevaers is , foo heeft Hippocram met groote reden aen fijne leerlingen verboden de hantaen dit werck te flaen , ende geboden , dat fy't zouden laten aen een wel verfocht meefter, die hem fulcx beft ver-ftont• Het welck oock noch huyden in goec gebruvck is, ten overftaé van Geneef-meeftersen Heel-meefters.

Als het Lichaem een dagh twee drie welgefuyvert, ende door goede fpijfe gevoedet is, dan dienen oock de onderre dcelen by den krop van de Blaes met verfach-tende dingen geftooft. Het Lichaem aldus bereyt zijnde , ende de Siecke 'tzy van felfs, 'tzy door een Cly-fterye ter ftoelgegaen hebbende , foo ftaender drie dingen voor een Operateur te doen. Te weten, het fnijden, den Steen uytte krijgen, ende de wonde toe te heelen. Voor al-eer dat men tot het fnijden komt, zal den Siecke wat over ende weder wandelen, ende dan eenige rey-fen van een banck opeen kullèn fpringen, op dat door die beweginge den Steen na de krop van de Blaes zoude fchieten. Daer na aenroepende Godt om fijnen zegen ; indien de Siecke groot oft vol Waffen is, foo zal mé hem op een hooge ftoel, ofte valle tafel dellen ; indien't een kint is, op defchoot (het welck ick oock veel in bejaerdeluyden Gen doen hebbe) van een fterck man , het lichaem wat afhangende, ende de handen aen de voeten gebonden. Aen eicke zijde dienter oock twee te flaen, die de beenen (lijven,ende forge dragen dat fyniet en verfchieten. Dan zal den Optrattur fijn twee voorfte vingeren in Olye van foete Amandelen, witte Lelyen, ofte diergelijcke geheel vet gemaeckt zijnde,in'teynde brengen, ende met de rechterbant den buyek onder wat iieder.drucken,ende alfoo den Steen nae de krop van de

Blaes

ocr page 485

ONGESONTHEY T. 469 Blaes toe douwen. Die beßaende, zal hy tuffchen het Gemacht ende't Eynde, aen de ßinckcr zijde op den Steen aen,een openinge maken, niet grooter nochte kleynder, als hy oordeelt dat de Steen is. Te wijt zijnde ,kan nergens goet toe doen : ende al te nauw zijnde, als de Steen voort.geftooten,ofte uyt-getrocken wert, foo maeckt hy fijn felvê met groot gewelt plaetfch, die hyvoor hem niet en vindt, het welck gtoote fcheurin-ge, ende bloet-ftortinge veroirfaeckt. De openinge gedaen zijnde, als hem de Steen vertoont ,ende gehen wert , by aldien hv kleyn is , foo kan men hem van achteren met de vingeren uyt-ftooten : indien hy groot is , foo moet hy met een werek-tuygh,'t welck fy Lapidil noemen, uyt-getrocken werden. De hoogh-geleerde 'Aquaptndins hout meerder van de tang: dan ick hebber meer fien door-komen, die de Steen met een Lapidil, als die met veel vroeten, ende mißen van de tang ten laetßen uyt-getrocken was .

Die uytzijnde, moet men terftont gereet hebben WtrQ, met Witvan Eygt; fijnen Boks, ende diergelijcke, om het bloette ftelpen, dat op de wonde geleyt , ende een plaefter DtftnJijfover-geßagen , met bequame banden, ende wert dan vorders,als andere Wonde genefcn.

Sommige hebben gemeent, dat deverhaeldeende oude manière van den Steente fnijden, verbetertkonde werden. Want dat de vingeren niet genoegh en waren om den felfden juyft te beßaen: ende dat het uyt-treckê met den Lapidtl gevarigh was : dewijl de Steen lichte-lickden felven onfchiet, ende de om-liggende deelen daer van befchadight können werden. Derhalven ißer noch een ander manier van fnijden bedacht, diefe op't injirumcnt noemen . Defe is gevonden ende in't werck geftelt,by Iohannes de /Romanis, geneef- meefter van Cremona, die te Romen leefden ontrent het 1520; ende is

ocr page 486

470 SCHAT DER

is daer nae met het noodigh werck-tuygh befchreven door fijnen leerling, Miriant« SmEius, ende nae hem Mariana genoemt. Defe gefchiet aldus : Het lichaem, gelijck in dc eerfte manière , bereyt zijnde, wert het de beenen van een , ende met gebogen knyen van achteren op een tafel neder-gefet ,foo dat de hielen by na aen de billen raken, ende de handen van buyten aen de hafen komen : dan werden met een dubbelden bant van den hals hangende de beenen ende voeten vaft gebonden, en de Sieckealfoo van twee ftereke mannen aen weder zijde vaft, ende onbeweeghlick gehouden. Het ftelfel hiervan is uyt-gebeeldt by Paré in't 42.cap. van fijn 16.bouck. Daer nae wert de Catheter in fijn bultige kromte langs met een breedtachtige fcheur geopent, (wiens beelteniffe op de gemelte plaetfch te fien is)met Olye beftreken,tot in de Blaes gebracht. Dan,het facx-ken door de gene,die de rechter knye hout, op-gelicht zijnde, oin niet in de wegh te wefen, fnijc den Operateur aen de flineker zijde van de naet tünchen het Eynde,en-de Gemacht,waer na toe de fcheur van dé Catheter oock gedraeyt moet werden , twee vinger-breedt van't Eyn-de ,ende vervolght met het mes den draet van de Spier, tot dat de punt komt in de reet van de Catheter, die in de krop van de Blaes fleeckt, de opening niet veel langer makende, als een duym-breedt. Daer na fteeckt hyin de wonde twee langwerpige, ronde, aen 'teynde wat kromachtige yferkens, die oock van filver können ge-maeckt werden , van de welcke het een aen't eynde bot ende glat is , het ander wat holachtigh ende Forcken-gewijs, (die de In-leyders genoemt werden ,om dat fy het ander werck-tuygh gelijck als in-leyden, ende den wegh,in de Blaes wijlen,ende zijn oock by den gemel-ten Paréuyt-gebeelc)defe werden eerft gebracht in den reet van den Catheter, ende daer nae de Catheter uyt-ge-troc-

ocr page 487

0N G E s 0 NT HEY T. 47* trocken zijnde in de Blaes felve. Dan, met de flincket-hantdefe twee Yferkens wel vaft houdende,brengt den Operateur met de rechter een tang (om de gelijckenis Enden b«kgenaemt) inde Blaes,waer mede hy de Stee, indien hy kleyn is , lichtelick uyt-treckt. Maer indien de Steen gvooter is , als dat hy door de opening kan,foo wert de felve noch meergeopent, ofte uytgefet door een werek-tuygh, op de verhaelde plaetfch mede be-fchreven ende uyt-gebeelt. Daer nae wert wederom een tange,het zy recht, ofte krom in de Blaes gefteken, de Steen gevat, ende fachtclick uyt-getrocken. Indien, naedat de openinge al vergroot is , ae Steen noch niet wel en volght, foo fteeckt den Optratturde twee voor-fte vingeren van de flincker-hant wel vet van Olye in'c Eynde, ende druckt alfoo den Steen nae de krop van de Blaes toe. Men moet wel wachten, dat de Steen in de tange nieten komt te breken: en derhalven uyt-getroc-ken zijnde, moet men hem wel be(ien,ende indien darter noch een Steen overigh is , die moet op de felfde manier uyt-genomen werden, ofte indien datter eeni-ge ftucken afgebroken zijn, die moet men met een lepels-gewijs yfer uyt-nemen. By aldien even-wel de Steen grooter valt, als dat hy door de openinge, hoe ruym die oock gemaeckt is, uyt-getrocken kan werde , foo moet men hem door een getande tange over middë breken , ende met ftucken uyt-halen. Men dient dan oockwel neerftighte letten , datter niet een ftucxken in en blijft , maerdatfe allegader wel uyt-komen.

Voor het laetfte werdt de openinge, indienfe groot is , toe-genaeyt, latende in de felve een dagh ofte twee heken een lilver pijpken, mede by Paré in'c 43.capittel befchreven, waer door het geronnen bloet uyt de Blaes kan loopen. Daer nae wert de wonde verbonden ende toegeheelt , gelijck gefeyt is .

ocr page 488

472 SC HAT D ER

By nae op de felfdc manier fnijt mende Vrouwen, Met dat onaerfcheyt even-wel, dat den Catbeterdiein den Water-loop geileken wert, ende op den welchen de fnede in den hals van de Blaes gefchiet, in de Vrouwen, niet krom, gelijck in de Mans, maer rechtis. Daer beneffens als men, om dat de Steen niet wel uyt en wil, genoptfaeckt is den felven met de vingeren nae den krop van de Blaes te douwen , foo moet fulcxin de Vrouwe gefchiedë door de Nature,maet in de Maegh-den, gelijck in de Mans , door het Eynde.

Daer is noch een derde manière van Steen-fnijden, waer mede, tegen het gevoelé van de Ouden, niet door den vleefigen hals van de Blaes,maer door den buyck, ende 't vliefachtigh deel van de Blaes gefneden werdt. Dit noemenfe de Franeken-fné na eenen Franck., die den vinder is, ofte Cdßant, nae den befchrijver, ofteoock Guidoniane , nae de gene , diefe met gereetfchap verçiert heeft. Defe manier om den Steen uyt te krijgen , is eerft gebruyckt geweeft, in wan-hopigh werck,ende gewaeght by een treffelick heel-meefter M' 'Franck' die even-wel, al is't hem wel geluckt, nieten raet het felve namaels meerder in't werck te Hellen. Waer over Dr- Roußei feer verwondert is,toonende met verfcheyde exempelen, dat een gequetfte Blaes kan toe-heelen: het welckoock beveRight wert by den meer-wel-ge-melten Doélor ende Profeffor Bauhinu:.

leken weetniet dat defe laetfte manière van fnijden ergens gebruyckt wert. Maer van de twee andere kan ick getuygen, als overbeyde dickwils geftaen hebbende , dat de eerfte de lighfte,fekerfte , ende befte is .

Het

ocr page 489

ONGESONTHEY T. 473

Het XVI. Capitte!.

6. Maniereyan Leven•

I.

HOe noodigh het lofen van het Water is, hebben wyin den SebM der Gtfonihtyt aengewefen : derhal-ven fulcx nu over-daende , zullen alhier handelen, hoe'tfelve verhindert wert , ende eerft van 'tgebreck, in't Griecx i^g^Z genoemt,'twelck LtoMicamp;i7iK,ende andere in't Latijn over-fetten Vrinœ difficultas, dan die naem paft beter op de Dyfaia,zijnde een pijnelickefnij-dinge in't Water maken, ofte perdinge in de Blaes, ge-lijck in de Dermen, de Dyfenterie, ofte, Diffieuhas intffli-norum, hier voor in't 6.capittel befchreven. Derhal-ven zoude dit quaet beter (nae mijn oirdeel) geheeten werden in Latijn pinœ fappnßio, dat is, Qp-boudinge van't Water.

2. De Oirfreckdat het Water op-bout, beftaet in de Nieren,Water-pefen,ofte Blaes, ende in alle meeft uyt Ferftoppinge van Slijm , Steen , ende daer door verweckte Ener, ofte geronnen Bloet. Komt fomtijts uyt door-ge-fworen Nieren ; als het Water in plaetfche van door de Water-pefen in de Blaes te fchieten,in den Buyck uyt-berft, gelijck blijckt in't exempel , dat wy van Hier, de IVod4, in'tlaetft voorgaendecapittel , uyt denSpaen-

G g nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fchen

ocr page 490

474 SCHAT DER

fchen geneef-meefter Mtrutw verhaelt hebben. Wanneer oock de Blaes door groote menighte van Water komt te (pannen,dan wert hetfelve op-gehouden,door dien fy te feer uyt-gereckt zijnde , haer Vefelen die van IquAptndms onder de Spieren geftelt werden , niet en kan in-trecken. Die fulcx ontkennen, moeten met deervarentheyt ende bevindinge overtuyght werden. P4régt; een vermaert heel-meeftervan den Koning van Vranckrijck, verhaelt in het i6.bouck van fijn Heel-konfte op het 48.capittel, van een knecht , die te paert rijdende fijn Joffrouw achter op hadt, waerom hy Wa-ter-noot krijgende, het felve niet en dorft maken: waer door het foo vaft op-hiel, dat hy t'huys komende niet een drop en konde quijt werden. OndertuiTchë kreegh hy ontrent de Blaes en onder aen den geheelen Buyck, onlijdelicke Pijn , met groote Krimpinge, ende benaut Sweet over 't geheele Lichaem, foo dat hy by naein Onmacht viel. Paré gehaelt zijnde, bracht een holle wheurin de Blaes, ende onder op den Buyck hert perf-fende, dede het Water fchieten, foo dat de Jongman terftont twee pont quijtwerde. Maer dit en geluckt altijdt foo wel niet. Guillemeau mede heel-meeftervan den gemeltê Koning , fchrijft in het 2.bouck, dat hy in de Françoifehe tale van den Arbeyt uyt-gegeven heeft, op het 11.capittel, hoe de Vefelen, die de Blaes in-trecken , dickwils foo verfwacken in den Arbeyt, door het(pannen van te veel Waters, dat hetdaer nae, al is de wegh open , niet af en kan fchieten. Ende ick zoude verfcheyden exempelen können by-brengen, van de gene,die door lang op-houden van't Water , als fy het daer na niet maken en konden, overleden zijn. Gdms verhaelt fulcx mede in een, die het Water op-hiel. Om dat de t^tnuwtn ontfldt :vjndt , dt Blatt in hatr gtvotkn bi-fcbadighi hadden . Dtfc in Ixt flapte nittgewatr werdende, dat

ocr page 491

0 N G E s 0 NT HEY T. 475 fijn Blais vol quim, foo wamp;yde defclve foo uyt.g,fpanntn, datfe geen Water tn kondt loftn. Gelijck oolt;kfommigt gtfondt luy-dm gebeurt, als fy in Gtfclfcbap, Mad-t^den, ofte elders beledt W; trant als dan haer Water lang op-houdendt, ƒ00 komt de Blaes tefpannen , ende de frite datr door terju,ackgt;tnde , en W het Water niet af-fetten.

Of nu eon Blaes,die doof van gevoelen is , het Wa-ter op-hout, gelijck Gafenw fchrijft, wert by vele in twijfel getrocken. Het Gevoelen van de Blaes komt door twee zenuwen , als defebefchadight ofte vetftopt zijn ,foo verheftde Blaes al haer gevoelen, waer door fy het geprickel van yet, dat haer moeylick is, niet ge-waer en wert, ende op die manier hout het Water op, feyt Hippocram , al is de Blaes vol. Dit gevoelen wert even-wel mifprefen van D'* Fcmeliusxnde na hem oock van den Profeffor Augtnius , alfoo het Water,feggenfe, als het maer een open ende vryen door-gang heeft (gelijck in de gene, die van de Steen gefheden zijn ) fonder yemants uyt-dtijven, van felfs uyt-loopt. Maer indien lulcx waer was, foo zoude in getonde,als de wegh vry, en open ftont, het water geftadigh af-loopen. Dan hier op zouden fy mogen feggen ; dat in defe, den gemee-nen wegh van 't water gefloten wert door den fpier, SphinHer genoemt, de welcke, den krop van de Blaes gelijckeen ring om-vangt, ende van denature, als Galenus feyt, ge^hapen is , om als een Guys-wachter den loop van 't water tegen te houdê, op dat het, 'tzy door menighte, ofte hoedanigheyt dé menfche befwatende, tegen fijnen danck niet en zoude af-fchieten. Maer dit is ons niet tegen; aengelien daer uyt blijckt, dat het water-maken aen't gevoelen hangt. Waer noch by komt, datin fiecke,al en iffer geen Nauwte, ofte Vet-ftoptheyt, de welcke fy ftellen voor deeenige oitfaken van het op-houden van'twater,hetfelfde even-wel niet

G g 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;af

ocr page 492

476 SCHAT DER

afen loopt. Behalven dat fulcx mede beveftight Wert) door het gene vvy te voren gefeyt hebbé van 'top-houden van 't water , door te groote Spanning in de Blaes. Ende dat fy by-brengen van de gene, die van den Steen gefneden zijn,en doet niet tot de faeck. Want alfoo de verhaelde Sluyt-fpier in de felvige door-gefneden is, waer door fijne werckinge van tegen-houden verhindert wert, foo laet hy het Water dooreen open wont uytloope : oock en is de gevoelende kracht niet geheel verdooft , door dien de Vefelen van de Blaes, ende den gemelten Spier door de Scherpigheyt van 't Watergeprickelt werden , ende derhalven tot het af fetten hel. pen. Wybeßuyten dan,dat het Gevoelen van de Blaes loo feer verdooft kan werden, datfe gelijck als onge-voeligli zijnde , het Water vergeet uyt te fluyten.

Wert noch onder de Geneef-meefters onderfocht, ofte oock door Geratcktheyt en Lammightyt van de Blaes het Water op$ehouden kan werden . Galenus ontkent fulcx 6.loc. affi 4. ende fchrijft, dat noch de gebreken der Zenuwen uyt het Rugge-mergh fpruytende , noch oock van't Mergl i felve,eenigefwackheyt aen de Blaes können brengë,waer door het Water zoude op-gehou-den werden : gelijck , feyt hy , fommige gemeent hebben,geloovende dat de werckinge van de Blaes aen on-fen wil hing,te weten, dat wy ons water op-houden, alfoo lang wy willé,ende lofen als het ons te pas komt. Waer uyt hy befluyt, alfoo het Water-maken natuer-lick,ende van felfs gefchiet, dat door Lammigheyt van de Sluyt-fpier , het felfde niet op-gehouden wert, maer regens danck ont-loopt. In tegendeel feggétwee andere Grieckfche geneef-meefters,Aëiius ende Pauli«, dat in Lammigheyt van de Blaes , alfoo der geen gevoélen is, als het Water prangt, het felve van de nature met af-gefet en wert. De waerheyt hier van zal ick met een

ocr page 493

ONGESONTHEY T. 477 een exempel beveftigen, daer ick by ende over ben ge-weeft. Een Krijghf-man gefchoté zijnde in de wervelbeenderen van de lende,verviel in een algemeene Lam-migheyt van de leden, die daer onder warten, foo dat hy noch kamer-gang, noch water en konde op-houdë. In't eerfte leeckten het waterdroppels-wijs uyt, daer nae als de Blaes meer ontfing, als loofde , foo werden het water op-gehouden,waer door nae drie weken van de quetfuere , een groot gefwel hem ontrent den navel openbaerde. Nae fijn overlijden, werde bevonden, dat de Blaes door groote menighte van water bovenmaten feer gefpannen was, (daer even-wel noch in het doode Lichaem niet uyt en liep) ende uyt fijn eygen plaets tot by de navel, daer de fwelling haer vertoont hadde,was op-geklommen. Dit felfde wert met een gelijck exempel beveftight van D''TrmcaulUiK , Pro-lelTor te Padua,9.8. van een Venetiaenfch edelman,die naeeen Lammigheyt van beyde beenen, jae van al het onder-lijfbeneden de lendenen , gantfch geen water en konde lofen, waer door de Blaes feer vervolt zijnde, op-fwol, foo dat fommige Geneef-meefters oordeelden, eenige vyerigheyt, ofte hardigheyt in den krop van de Blaes te weten : ende dat hy van wegen de Lam-migheyt geen pijn en voelden. Diergelijcke exempelen werden van Hollaitu , Durtna, ende andere verhaelt. Laet ons dan voor vaft houden, dat uyt ongevoelick-heyt,endelammigheyt van de blaes de loop van't water kantegen-gehouden werden. Derhalven oock Rioknus geneel-meefter van Parijs een mifdagh heeft, als hy ontkent, dat de Blaes van buyten ofte binnen door eenige middelen verkouwt zijnde,ende hetgevoefen daer door verdooft wert , 't Water niet en kan op.houden : 1 om dat, feyt hy, onmatige kouw eerder Lammigheyt 1veroirfaken kan, waer door het water tegen wil ons

G g 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;zo'^

ocr page 494

478 SCHAT DER

zoudeont-Ioopen. Wane wy hebben nu bewefen dat door Lammigneytbeyde het op-houden , ende het af-loopen kan gefchieden. Jae het op-houden, kan foo veel te lichter door de Kouw veroirfaeckt werden, om datfe kracht heeft van toe te trecken.

ocr page 495

ONGESONTHEY T. 479

fijn uyt.leggingen op Hipp. 7. Co4c. 1. fchrijft, dat het qualick onder de Slaep-fieckten gerekent werdt , ende nek het niet anders te wefen, als een doovigheyt ofte Ongevoelickheyt van de Nature , waer door de Men-fchen over-wonnen zijnde , ende geheel ongevoeligh leggende, fchijnen te Rapen . Ick ftae toe , dat de Doovigheyt wel oirfaeck is van defen Slaep: maer alfoo die luyden al Rapende Perveniende met veel moeytenwacker gemaeckt zijnde, terftont weder in flaep vallen, foo en kan ick niet Ken, waerom dat dit gebreck niet onder de Slapende.deckten moet gerekent werden . Ick heb eenige gehen, die nae lang-durige Droppel-pis, het Water geheel op-hiel, met groote pijn in die zijde,daer de Steen in de Water-pees ftack: andere,die fonder pijn het water op-flopte,in welckers Niere een hardigneyt gebleven was van een fwering,fomtijts oock een Peen-ken ftack : die beyde door hetop-ftijgen van't water na boven , in ecnen vaften Slaep gevallen waren , ende al-foo in den Heere ontdiepen, fonder met eenige middelen wacker gehouden te können werden. Eveneens als , men het in ae gene, die te veel gebolt zijn ; de welcke, gelijck de poëet HoMtim feyt:

in den ujterüen flaep

Vaß leggen ronek^n :

Door quade ßaep-kyuyts laep, Drooghs keels gedroncken.

Die aldus geftelt zijn, al gebeurt het oock datfy daer nae veel Water maken, foo ftetven fy even-wel: om dat de quaetaerdigheyt van 't water te diep in de Herbenen gedruckt is . Derhalven is het een groot mifver-ftant,dat fommige in tijde van Ped voor de befte middel, haer eygen water drincken. Het is wel de gereet-fte dranek, maer geen Maegh-water. Want als de Na-

G g 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ture

ocr page 496

48o SCHAT DER

ture het water gebruyekt heeft tot verfpreyinge van't| voedtfel, foo Öuytfe 'tCelve uyt, als een dingen haer| moeyelick ende fchadelick zijnde. Wanneer even-wel| het Water noch niet in de Herffenen geprent is,ende de | Siecke maer even begint te fluymeren, ende dan noch] Water maeckt, foo kan hy behouden werden, gelijckI ick bevonden hebbe in een Koop-man,oudt 50. jaren, noch in't leven zijnde. Defe lagh over 6. jaren aen'e; Graveel gt;nbsp;met op-Hopping van't Water tot op den vijf-den dagh,dat hyeenige droppels maeckte. Doen liet ick hem aen elcke zijde wat onder de plaetfche,die hem nbsp;nbsp;'

in den Water-pees fpande, drie-mael een Kop fetten , waer door hy feyde een inerckelicketrccking,ende ver-fchieten van Steenkens te voelé, dan loofden even-wel, noch daer mede, noch met andere Middelen,geen Water , maer werde Kort van adem, Heefch,ende Slape-righ. Klaeghden ooçk dat het Water hem al in de Keel gekomen was. De Omftaenders meenden,om dat hy, die te voren foo getobt hadde, nu began te ruften , de Sieekte aen 't beteren te wefen : dan ick oirdeelde, byi aldien hy niet ten eerften en quam aen 't Water lofen, dat het op den eeuwigen flaep zoude uvt-komen. Maer nae dat hy twee-mael gedroncken hadde van een ^f-drijvenden Dranck^, ende daer nae in-genomen wat heete Rjjnfchotöijn met elfdroppelen Gentur-olyt gt;nbsp;foo loofden' hy een lang, ende feherp Steenken, met veel rauw Water . Hier door bevrijdt zijnde van Pijn in de rechter zijde, foo bleeffe noch in de (linckertot den elfdé dagh, doen ick hem noch vier Steenkens af-dreef.

Maer gelijck men den Slaep,dickwils het gebeuren in Graveelige,door het verftoppé van den Water-loop: foo gefchiet het felden, dat daer uyt een Krampende BUmheyt ontftaet; gelijck ick gehen, ende genefen hebbe in een joncxken van vijf jaren. Dit, als het in fes-ende-

ocr page 497

ONGESONTHEY T. 481 ende-dertigh uyren gantfeh geen Water gemaeckten hadde,kr€egh fchrickelicketreckinge in de Leden,mee veel roupen, ende werde terftont nae den eerften overval, blint. Als het aldus ontrent vijf-ende-twintigli mael in acht dagen getrocken was ,foo heeft men ten laetften,een Steenken, dat de Geneef-middelen, niet en hadden ,vermits de groote, können door.fetten,uyt de fchacht moeten fnijden, waer op feer veel Water volghde. Daer nae is het even-wel noch vier- mael getrocken geweeft. Den negenften dagh, gaf ick het, noch blint zijnde,'s morgens een Purgaiyt, 's avonts kreegh het fijn Gelicht weactom, die het daer nae,als'c wederom getrocken werde, verloor, doch korts daer aen weder kreegh , ende federt foo van Blintheyt, als van Treckinge , ofte Kramp is bevrijdt gebleven . In dit Kint en (chijnt het Water 't Morgh der Herffenen niet door-weeckt te hebben , gelijck in de Slaperige : maer hare Dampen de Herffen-vlicfen met quade Hoe-danigheyt prickelende, de Herbenen daer door wacker gemaeckt te hebben,om 'tgene haer tegen was, uytte Schudden ; waer door de Treckinge gekomen is. Want datter geen verftoppinge geweelt en was, blijcktuyt het rafch komen,en rafch wech-gaen van de Blintheyt.

By-nae diergelijcke exempel , maer doodelick, vet-haelt D'- Hturnius , in'c 22.cap. der Hooft-fieckten,van eeu feer fterck man , die in twee dagen geen water gemaeckt en hadde. Hy fchudde in'c bedde, het verftant haperde, fijn tongebeefde . nae de middagh verviel hy in een Vd\mWßtlt;k!tgt; die hem's anderen-daeghs met groote Treckingen wech deepte. Ende dit is 't gene Avicenna feyt, dat van quade, ende ftinekende vochtig-heyt de Vallende-(ieckte voor-komt.

IDe Suyßdixge is dickwils (gelijck wy in'c 12.cap. Ivan het i.bouck gefeyt hebben) eenvoor-bode van de I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;G g 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Val-

ocr page 498

,82 SCHAT DER

Vallende-fieckte , ende were oock fomtijdes door Opgehouden Water veroirfaeckt. Wier van wy mede een doodelick exempel hebben in de Françoifehe hiftorye van déraetf-heer M'^Scipiondu P/gix,ophetjaer 1616. in Itin BaptiRtd'Ornano, Marefchal van Vranekrijek, die ftorf, als hy in elf dagen geen Water gemaeckt en hadde. Het Lichaem geopentzijnde, werde het Hooft vol Water bevonden , de oirfaeck van fijn SuyfTelinge; den eenen Nier verfworen , ende tuschen den anderen, ende den Water-pees, een Hardigheyt, de welche den loop van't Water tegen gehouden hadde.

Geluckiger exempel geeft ons Plattru: in een doch-terken van dertien jaer,in het welcke, den Water-loop geftopt zijnde , het Water eenige dagen met menighte uyt het rechter Oor liep, fonder eenigh mangel,tot dat het door goede Middelen wederom op de natuerlicke wijfe water maeckten. Dan is even-wel beter, dat het een anderen loop neemt, als nae het Hooft . Ftrndiui verhaelt van yemant dertigh jaer oudt zijnde, diende Blaes verftopc was , dat hem het Water, gelijck ofhy gepift hadde , eenige maenden overvloedigh uyt den Navel fprong; ende dat fonder eenigh gefwel,vergadering van Water in den Buyck, ofte hinder aen de Gc-fontheyt. Als hier over vele verwondert waren, ver-ftaen hebbende, dat den felven nae de geboorte den Navel qualick gebonden zijnde,noyt gefloten en was, fóo datter alcijt wat uyt-leeckte, daer van oordeelt hy, dat den Ouracho:, ofte PTdic-v^i , zijnde een van de vier vaten , die den Navel maken , noch niet verdrooght en was , ende dat hem noch op die rijdt, gelijck doen hy gedragen werde , het Wateruyt de Blaes in den Navel vloeyde.Met dit exempel wil Andr. du Laurtni beveiligen het gemeen gevoelen,dat den Ourachos, fpruytende uyt den gront van de Blaes , het Water van de Vrucht, looft

ocr page 499

0 N G Es 0N T HEYT. 48, looft door den Navel, in het Geboort-vlies, Allantois in't Griecx genaemt. Dan fulcx wert wel uyt-drucke-licken ontkent by de ervarene ont-Ieders Fallopius , Eu. fashius , lAvantius, Varolius, Paré, Rjolan, (eggende, dat den Ourathos in eë Menfchelicke vrucht geen holte en heeft ; maer alleen ftreckt voor een bant. Ende wat de gefchiedeniffe van Fandius, ofte diergelijcke aen-gaet, daeropfchrijft Varolius, dat het Water in Waterzuchtige (betwelck ick oock bevondë hebbe) fomtijts de Navel-'ader uyt-loopt. Ende dat de Navel ader haer holligheyt noch fomtijdts hout in volwaffene, is aen-gemerckt by Volcberus , ende Hildanus. Wefhalven mede gefchiet,dat in groote overtolligheytvan Bloet, de Nature in foodanige luyden (ich door de Navel-ader ontlaft. Hoedanigh geval (ick gebruyck hier de woorden van d'heer ProfefTor Pkmpius) fommige waer-genomen hebben , ende hier oock eens voorgekomen is , aen den hoogh-geleerden geneef-meefter Ion Fonteyn 1.9. in een door-luchtigh perfoon nu noch levende.

5. Om te komen tot GeneJinge: Wanneer de Oirfaeck boven de Blaes,het zy in de Nieren,het zy in de Water-pcfen fteeckt, dan zal men in-geven een vierendeel loot Salpeter met wat werme Rjjnfcht-wijn , ofte een half loot Veneetpbe Terpentin, met bereyde ^Amber-feen, Steen, die in de lujubenis , van elcx een half vierendeel loot; ende van buyten, daer de benauwtheyt gevoelt werde doven met het af-Getfel van verfachtende , ende af-।drijvende Kruyden, gelijck Maluwe , Glas-kruy , Kevel, Peter/elye,alle breeder in't 1. Deel verhaelt. Waertoe mede foo van binnen, als buyten groote kracht heeft Scordium , waer van wy breedt gewagh gemaeckt hebben in't laetfte capittel van 't voorgaènde bouck, al-wact fijn gedaentc befchreven is , gelijck wy de felve hier

ocr page 500

ocr page 501

SCHAT DER ONGES. 485 hier af-beelden. Na het Roven dient op de felve plaets geleyt een Pap van Kervel met Olyevin Scorpioenen in de pan gefnerekt. Dit alles heeft oock plaets, als het ge-breck in de Blaes fteeckt ; ende als de Steen voor den hals leyt, dan moet hy door een Ciibeierte rug geftoo. ten werde. Is oock feer dienftigh een Cl,fleer niet eens, maet meer-malen gefet, van de vethaelde Kruyden,ende daer by gemengt Olyt vin bitter jlmandelen, ende Sco,-pioenen. Veel nats, daer af-drijvende Kruydenin gefo-den zijn , in te nemen , is ondienftigh.

Het XVII. Capittel.

T) Echt tegen het Op-houdenvan'tWater, ftrijt het K Gebreck, by het welcke'tfelve niet tegen gehouden en kan werde , maer van felfs in overvloet afloopt, fonder gevoelen van fcherpigheyt, ofte fnijden;waer in het verfchilt van de Koude-piße , ende Dyfurie.

1 die uyt de Lendenen het gevoelen, ende bewegenden 1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ge.

ocr page 502

486 SCHAT DER

gemelten Spier aen-brengen. Sulcx gefchiet door Sfolt;. Ringm , Verkouibtyi , Slagh , ofte Stoot ; oock door^t^ fun,gelijck ick onlangs gefien hebbe in een Hop-man, die ter zijde in de Lendenen gefchoten was, waervan hy fijn Water niet en konde houden . Saxonia ftelt de oirfaeck mede in flappigheyt van de fcheunfche Fnafelé onder in de Blaes: dan fulcx wert weder-leytvanSen-nmus 2.Inß. 3.2.1.

Die in den Slaep haer bedde bepilTen, gelijck meed doen de Kinderen,fulcx en komt niet door Gtratlt;ktht,ti maer door Loffightyt, ende Swaclamp;tyt van den gemelten Sluyt-fpicr, waer door hy noch de veelte, noch de fcher* pigheyt van 't Water en kan verdragen ; infonderheyt, dewijl daer.en.boven, door den Slaep, de Grootltndt kracht verdooft wert .

ocr page 503

0 N G E sONT H EYT. 487 kander vervolghden. Hier door werde inwendigh de Sluyt-fpier gefterckt ; gelijck uytweùdighdoë een Sto-ving,ofte Pap,onder op 't gemacht geleyt, van Gra-natt-fchiütn , Smack, Munit, dllßtn , Silvtr-kyuyi, droogt Rfßn ; ofte de Plaefter, die voor het Schcurfel in'tge-bruyckis.lt;

Het XVIII. Capittel .

1.

'N Ae dat gehandelt is , hoe het Water te veel , ende 1' te weynigh gemaeckt wert ; foo zullen wy nukomen tot het derde gebreck, te weten, als het qualick, ende met droppelen geftadigh af-fchiet , daerom de Dropptl-pifft by de Grieckcn , ende Romeynen in haer tale genaemt, maer by de Duytfehen ^alt-fettyende ons ^aubt-plfftI niet na de Kaudc, dewijl hier (cher-

ocr page 504

438 SCHAT DER

pehitte in't Water vernomen werde, dan, gelijck ick meene, nae het François Chaude-pije, het welck geen koude, maer in tegendeel heete Pille beteyckent.

2. 'T gene de Perunge is in de Dermen, dat is de Koude-pilTe in de Blaes,werdende uyt het ee de Karner-gang, uyt het ander 't Water, met Pijn, ende Snijdinge drops-gewijs gefladigh af-gefet, door eenige Scherpt, Galachiige, ais oock ^outt, ende Slÿmtrigt voGhtightyh die den Sluyt-fpier, foo van den Eyndel-derm , als van de Blaes (gelijck in beyde oock doet alifer een Steen in de Blaes is) geftadigh prickelt. Het (elfde gefchiet mede door Sweringe in de Krop van de Blaes , daer het voor-by-gaende Water dan dapper in-bijt. Wtwendigh ver-oirlaken dit , de Kerft gegeten, gelijck de Grieckfche poëet ^riflophants getuyght,als mede veel jong Bierge-droncken; het welck fommige oock van Rgnftht^trgh gebeurt, waer van D''Dodoens een exempel heeft in lijn 48. Aen-merckinge. Maer infonderheyt verwecken dit de Spatnfcht-vHegen, waer van ick een kluchtigh exempel zal verhalen. Seker oudt man, daer het wat mede vcrloopen was , trouwde een oude vrouw,die rijck was en gcyligh. De man fouckende fijn vordeel uyt haec voordeel, quam by feker Meefter, verfouckende vet-fterekinge des vleefch : waer over hem gegeven zijnde, weynigli afen Spaenfche-vliegen (die anders na't leven ftaen) bedanckte des anderen daeghs den Meefter ; dan wilde het felve Wederom in-nemen. De Meefter feyde fulcx niet dienftigh te wefen,dat hy't wel brengen kon-de ter plaetfche daer het behoorde , als het daer alreedc was , dan niet maken, daer niet en was. Maer als hy niet afen liet, feggende, hem foo wel den voor-leden nacht daer by bevonden te hebben, foo gaf hy hem 't felve. Dan 's anderen daeghs bracht hy andere tijdin-ge, hoe hem, nae 'tminde bewegen, met fnijdinge, en-

ocr page 505

0 N G Es0 NT H E Y T. 489 code droppels-gewijs het Water affijpee, by-na gelijck vertelt wert van een Bruydegom , die in plaetfe van een verfterekent dranexken, een Purgatye in.gegeven was.

ocr page 506

490 SCHAT DER laf Vhyfehnat, mee Lauouw, ofte Endhytgeftooft,Sollt. melck' Soat-töty , door-geßagm Gtrße, verffcht Eytrtn, ende voor dranck Gtrßt-waur met wat Soa-hout gekoockt. Hetlichaem moetakijt open gehouden werden. Groote Beweginge des Lichaems, ende Gemoets dientge. fchouwt: als oock lang Vaßen,lang Waken,enal'tgene de Vochtigheden eenige Scherpigheyt kan by brengé.

Het XIX. Capittcl.

I. Bloedigb en Etterigh VVater waer door veroirfreckt,

2. Ken-te,ebenen,

3. Voor-te,ebenen,

i.

IS nu in't gebreckelick Water maken , alleen nverigh te fpreken, van het gene, onder 'tweicke hem Bloei, ofte Etter vermengt. Het Water Bloedigh affehieten-de komt, ofte uyt den Sluyt.fpier van de Blaes, ofte uyt de Nieren, door het openen van eenige Aderkens, ende wanneer de felve noch door Vallen, Springen, Slaen, Stoo-ten , Spamfcbt-vliegen niet alleen in- genomen, maerdock van buytëop-geleyt,ofte eenige andere uytwendige oir-faeck verfeert en zijn ,dan is wel af te nemen, fulcx ver-oirfaeckt te wefen door een Steenken, dat foo van fijn fel-ven,als infonderheyt door ftereke Oeffeninge, ende Beweginge des Lichacms tegens den Nier, ende fijn teere Aderkens ftootende, Bloedt uyt-geeft. Soo dat bet Bloedigh water alleen dickwils teveken gegeven heeft, van een Steen in de Nieren , daer (ich geen andere Ken-teyckenen openbaerden. Als dit by-blijft, fooflaet het tot een Sweringe, de weicke in het Water veel dicke, en-

ocr page 507

ONGESONTHEY T. 491

ende taeye Etter doet (ineken.

H h 2 wor-

ocr page 508

492 SCHAT DER world i onçe. World van China, cen halfloot, Sani^d, ^Ichymilli,vanelcx zhant vol, Ptiirfdye (om het ander nae den Water-loop te voeié) i hantvol. Dittefamen gekoockt, als voren, ende daer onder vermengt eerft om te Suyveren i ofte 2 or,çen Honich van Rofm, ende daer nae om te Sluyten,de gemelte Syropen. Dit felfde zoude oock mogen in de Blaes gefpeut werden, alsde Sweringe in de Sluyt-fpier is. Voor alles dient fomtijts tuschen beyden gebruyckt een vierendeel loot Viniii-fehl Tirpenihyn, met wat poeyer van Soti-houi.

5. In dek Sieckte komt het veelaen op een goede Manitri van Ltvm. Daerom zal men, foo veel moge-lick is , een gematighde Lucht verkiefen : als mede foo-danigen Spyj€;endc daer by mengen 'tgene een weynigh op drooght, doet kleven , ende te famen treckt. Der-halven is hier dienftigh Wiiit brooi , Twa-backj Rjjftm. bry, Bloeme-pap ; Gebraden Kjtlfs-ihyfch,loi-boom, met Porçdeyn, ende het Kyuyi van Wael-worid, met wat Sap van fuyre Granaet-appeli , ofte Verjuys geftooft, gebrade Konijnen , Hoenderen, ofte mede foo geftooft, Gdey van Kalfs-voeim met Soete-melck, ofte Rooden-wijn ge-maeckt, Eyerm, ende diergelijcke. Den Dranc^magh wefen goetßier,ende, voor degene, die fu!cx gewent zijn, Roode-wijn, die wat t'famen-treckende is . Dan hier en dient niet veel gedroncken,om door te veel nat het Water niet te vermeerderen, ende gaende te maken. Men moet (ich oock wachte van alle Spijk, en Dranck die fcherp, gepepert, heet, ofte af-dtijvende is ; gelijck mede van alle Ontroeringe foo des Gemoets, als des Lichaems,infonderheyt Rijden , ende By-dapen. Het Lichaem dient open gehoudé, om de fcherpe Vochtigheden van de Nieren , ende Blaes af te leyden.

Het

ocr page 509

0 N G.E s 0 N T H E Y T. 493

Het XX. Capittel .

i.

DetrefFelickfte , ende goddelickfle Dingen , geven boven andere van haer een ken-teycken, datfe eeu-wigh, ende onveranderlijck zijn. Derhalven, alfoo hier de hooghfte volmaecktheyt gt;nbsp;en het oppetfte goec is , lang te beftaen, en wel te leven, foo en is niet vremt, dat al 't gene fterffelick ende verganckelick geboren wert, daernae tracht , ende van nature verlangt om te leven, en te wefen. Ende, al hoe welonmogelick is, gelijck uXriftoidts wel aen-wijft, dat fy volkomentlick daet toe geraken , foo iffet niet-te- min foo veel verkregen , dat fy ten deele onfterffelick zijn , niet by haer fel-ven, maer door Voort-fettinge. Het welck foo verre gaet, dat het felfs oock in de Boomen , ende Kruyden plaets heeft:

Al wat opder aerden leeft, Al wat om den hemel fweeft, Alwat in het woefte diep Godt in oude tijden fchiep,

H h3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;AI

ocr page 510

494 SCHAT DER

Allot aen de naeckte pier, Al tot den de kleynße mier, Al tot aen den minßen vit Dieder in bet water is :

Al de kruyden in het wout,' Al tot aen het quaßigh bout, Al tot aen den harden feen, Heeft dit u^ter aert gemeen Dattet voelt een innigh v,er, Dattet trout op fijn manier , Dattet al te famen paert Tder een naefijnen aert, Dattet vrijt en dattet fpeelt , Dattet foete vruchten teelt.

Dit was eens des wereltsgrom gt;

Schier eer dat de wereltfont ;

Dit fal vaß en fekerßaen.

En noch altijdt verder gaen, Tot men nae des werelts val Eeuwigh bruyloft houden fal.

Een Kruyt en vergaet eygentlick niet, dat wederom uyt het Saet van nieusuytfpruyt. Een Vader, al flerft hy, leeft noch in fijnen Soon, in den welcken hy fijn levende-beelt nae-laet. Hierom werden alle Dieren door een fonderlingen luft, ende begeerte geprickelt tot deTelinge, waer toe Godt Aimachtigh Man,ende Vrouw gefchapé heeft, haer al van den beginne infcher-pende defe leffe; tVeeß wucbibaer, mdcwrmmighvuldight. Welckonderfcheyt van Man, ende Vrouw,niet alleen in de Menfchen,ende andere Dieren aen te mereken is : maer

ocr page 511

ONGESONTHEY T. 495 maer oock eenige Boomen, gelijck onder andere,de Laurieren, CyprefTen, Linden, inlondei heyt de Dadel-boomen toe-gefchreven werde . Waer over d'heer Raedt-Penfionaris Cats het volgende Dicht voor fijnen Prorf-fleen geftelt heeft:

Diter is een gee§ligh volckjat Godes hooge wereken Gewoon is aen tefien en vlijtigb aen te mereken -,

Soo datier niet een loof in bofeb of velden waft, Dat niet en wort door-focbt en neer§ligb onder-taft.

Vfrtt kyuyt of planten doen , en boe de boomen leven, En waer de wortel gaet, en boe de tacken fweven ,

En wat bet jeugdigb fep, en wat de febors vermagh. Dat wort by ben gefen als in den klaren dagb.

Maer noyt en witter menfeb van bofeb-gewas te fprek^. Dat metten Dadel-boom is weert te zijn geleken :

Syn aert dient bier gedacht en aen de jeugbt vertelt. Vermits by liefde pleegbt oockjn bet woefte velt .

VVaer oyt ditjeugdigh bout komt (pruyte aender beyde, Daer ist in man en wijf ten vollen onderfebeyden :

Eengeesligb hovenier die kent haer rechten aert, Enfat wanneer de boom is nut te zjjn gepaert.

Het wijfje ftaet en treurt , en laet fijn tacken hangen, VVanneer het in de Mey met liefde wert bevangen ;

Menfat bet aen het loof,hoe-wel bet niet en fpreeckt, of dat de wortel queelt , of datier yet ontbreeckt.

Indien het isgeplant ontrent de manne-boomen, Maer daer een belle beeckjnet koele water-ftroomen

Koonit fcbieten tuffcben bey , foo dat het niet en kgn Voldoen fijn gulle jeugbt, en wrijven aen den man :

H h4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ScQ

ocr page 512

496 SCHAT DER

0'00 koomt den hovenier den manne-boom genaken,

Engaet van fijngeiraj een aerdigb krans;en maken, En hangt het aen denßam van die nyt liefde queelt, Soo dat het aerdigh groen haer om de leden fpeelt.

En als het vrouw-gewas dit voelt aen hem gebeuren, Soo latet veerdigh afvanfijn eUendigh treuren,

Het krijght een ander vern,,en Jchiet ee bladergroen, Soo dat fijn innigh merghfich open fçhijnt te doen.

Soo haeß de bogert-mandit wefen koomt te mereken, Soo pooght h,fijn bedrijf al vorder uyt te gereken :

Hjplud deßhoonße bloem,h, neemt degroende baf Die aen de manne-ftam en fijne tacken maft.

Hier weet h, nae de kunü eenpoeyer afte maken, Dat geeft het wijfje moet en vordert hare faken ;

Het isgelßkeen dati daer naer het kyujt verlangt, lae als een vruchtbaer fact dat zy in haer ontfangt.

De boom aldus beklrojt begint terklont te fwellen.

En fehlet veel bloemen u,t die niet en zyn te tellen,

En naderhant de vrucht ; dies lacht de bogert-man. En prijkt het vruchtbaer hout , en eter dadels van.

Dan gelijck defe Gemeenfehap, ende Verfamelinge vry duvfter is in de Boomen,foo blijcktfe klaerlick in de Diere, die oock van de Nature tot het Telen aen-gerieft werden, om dat noodigh werck geerne, ende met lüft uytte voeren. Want hoe zoude anders een ftatigh Man te brengen zijn geweeft om lijn felven in die vuyligheyt te fteken, ende een eerbare Vrouwe de fehaemte willen aen een zijde Hellen, ende noch uyt-Haen de moeyelick-heyt van dragen ,ende baren ; het welck niet alleen met pijn, maer oock dickwils met gevaer van 'tleven toe-gaet.

ocr page 513

ONGESONTHEY T. 497 giet, waerom Medea, by den Grieckfchen poëet Euripido , feydt, liever drie-mael met den fchilt in den ßagh te willen ftaen, als eens te baren. Dan hier in is oock al voor.fien,ende de Vrouwen daerom dubbelt vermaeck toe.gevought. Want fy en fchieten niet alleen haer eygen Zaet (het welck vol Geeften zijnde,een ketelige vteught maeckt) maer ontfangë oock dat van den Man. Dit was Tirtfias feer wel bewuft, als beyde befocht hebbende , ende daet over ,tuTchen lupiier , ende luno, die daer van uyt kortfwijl een boertigh wed-fpul aéngingé, fijn uyt-fpraeck dede, by den poëet Ovidius in't ^.bouck van de Veranderingen :

Forte Jovem memorant drfufam negare curas Sepofuiffe graves , vacuaque agitare remiffos Cum lunone jocos , amp;nbsp;major ve^ira profetto est, ^am qua contingit maribus, dixifle, voluptas. Illa negat , placuit qua fa Çententia dotli Querere Tirefa. Venus huit crut utraque nota. Nam duo magnorum viridi coeuntia fylva Corpora [erpentum baculi violaverat iamp;u, Deque viro factus , mirabile ,femina Çeptem Egerat autumnos : o^avo rurfus eofdem Vidit : amp;nbsp;eft vestra fi tanta potentia plaga Dixit , ut autoris fortem in contraria mutet, Nunc quoque vos feriam. percufis anguibus iifdem, Eormaprior rediit ,genitivdque venit imago. Arbiter hic igitur fumptus de litejocofa, Dilka lovts firmat.

2. Defe Tehnge werde belet door Onwuchibatrhtyt ; de welcke beftaet in gebreck, datter in de Stoffe zoude mogen wefen gt;nbsp;ofte in't Wsrckctuygh .

H h5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;3. De

ocr page 514

498 SCHAT DER

3. De Hoffe is hetLt; het welckonbreeckt,ofte van nature, gelijck in Kinderen , ende Stock-oudeluy* den, ofte dooreenige Sieckten, als Koortfchen, Terin-ge,ende diergelijcke. Het felve wert oock bedorven, ende derhalven onvruchtbaer, als eenige van de voorna, me Deelé, die het Bloet (uyt het welcke de ftoffe van't Zaet is) maken,merckelick befchadight zijn. Waer by mede komt, als het Zaet al te dun, ofte al te dickis; gelijck de natuerlicke poëet Lucretius wel aenmerckt in . fijn 4. bouck,daer hy oock de reden geeft :

Nam fteriles nimium craffo funt femine partim :

Et liquido prater juftum, tenuique vtcißim.

Tenue gt;nbsp;locis quia non potis eft adfgere, adbafum Liquitur extemplo, amp;nbsp;revocatum cedit ab ortu : Craßius hoc porro, quoniam concretius aquo Mittitur , aut non tam prolixo mittitur ictu ;

Aut penetrare locos amp;que nequit, aut penetratum Ægre admifcetur muliebri femine femen.

Wat het Werck.-tuygh belangt ; foo zijn onder de Mans onbequaem, die het felfde te Groot, te Kleyn, ofte Wanfchapen is ; maer meeft, die al te kout van Gema-tigheytzijn, by de Rechtf-geleerde Frigidi genoemt, onder de welcke oock de oude koude mans zijn,die ge-meenlick haer werck op't getouw laten ftaen,

Frigidus in Venerem fenior, fruftraque laborem Ingratum trahit , amp;nbsp;ft quando ad prœlia ventum eft, Vt quondam inftipulis magnus fine viribus ignis, IncaJfum furit.

gelijck de poëet Virgilios in't 3.bouck der Lantbouwin-ge fpreeckt van de oude Paerden. Soo gebeurt oock in ändere , datter door gebreck van Gceften geen verrijfe-

nifTe

ocr page 515

ONGESONTHEY T. 499 niffe en komt, ofte niet lang genoegh en duyrt. De poëet Properties (eyt hier van 4. Eleg. 9.

Cantabant fardo , nudabant perora cœco •, I4nuviiad portas , bei mihi, /bkseram.

Van welche vet(Tente lien is by Cœl. Rhodigin. 4. A.L;. ende TiraqueU. in 4. Leg. Connut gl. i.p. ^.n. iz. lek en zal maereen exempel uytde Hdloryen by.brengen. MariAnain^ 6.bouckder Spaetfehe faken op't 2. cap. verhaelt, hoe de dochter van K'iiterick, koning van Spaengjen, verlooft zijnde aen Diderich, koning van Bourgongven, ende met groote ftaet in Vranekrijek komende, haer Vader geheel wederom haeft t'huys quam; ende darter vaftgelooft werde, dat de Koning, .door toverye van fijn by-ütten, daer hy dapper aen vaft Iwas,niet en hadde können plucken de blom van de Ko-1ninglicke maeght. Soodanige werden by de gemelte 1Rechtf-geleerde Makfiriati geheeten; ende defe Toverye , ende Befweringe, werdt onder andere , vaft ge-ftelt by den meerder gemelten D'- Ferneliiu x.dcy^bd.16. ende w4ltX4nder BenediHus 14. de nied 14. gelijck oock eenige befchreven zijn door Cxfiro 3.de morb.mul.3. Dit befweren, ende knoopen van de Nefteling is geheel gemeen in Vranekrijek ; foo dat ick verwondert ben fulcx ontkent te werden van D' - Hneberus, proferor te Montpellier , in fijn Latijns bouck van de Onvruchtbaetheyt, als oock van den Heere van Montaigne, die't felfde op'c 20. cap. in't 1.bouck van fijn Franfehe prouven alleen de ftereke Inbeeldinge toe-fchtijft. lek hebbe onlangs over defe fake gefproken met den hoogh-geleetden heete, Cl. Salmafius , die my verklaert , ende met exempelen beveftight heeft, fulcx waetachtigh te wefen ;ge-'lijck ick oock van verfcheyde andere verfekert ben.

Noch vremder is 't gene Bapt. Codronebint fchrijft 3. de nntj.

ocr page 516

500 SCHATDER

Verf uyt vele Hiftoryen te Wijcken, dat yemantsG^ reetfchap kan af-getovert werden : Doch hyvoeghter by, dat fulcx nietinder daet en is, dan alleen fchijnt te wefen. Maer het gaet wel vaft in de gene die gelubt zijn, de weicke even-wel fonderregen, noch wint maken; ende derhalven oock liefhebbers zijn, doch fonder vermogen, (fiet Cœl. Rjiod. 9. 12-) gelijck een Maget,by den poëet Terentius , in Eunucho , feydt, wel verftaen te hebben. Het welck de Turcken wel wetende, doen het een met het ander wech-nemen, inde Slaven,die fy Hellen tot bewaringe van haer Vrouwen.

De nu meer-gemelte Cœhur R^diginus verhaelt op't I4.cap. in't 2o.bouck van fijn Oude-lellen rçtXanthus, een oudt Schrijver der Lydifche faken , dat Andremitts, koning van Lvdien de eerfte geweeftis, die Vrouwe.per-fonen doen Lubben,ende de felfde in ftede van gelubde mans gebruyekt heeft. Dan dit en grijpt by ons geen plaetfche: maer wel te groote PTgrie , Nauwightvt , Sluy-tinge, (by de Grieche On-geboorde geheeté) Verdyueying len den Hels, ofte Krop des Lijf-moeders, (gelijckickbevonden hebbe te gelchiedé door het al te veel gebruyck van veel Verkowuende tyjfe) als oock dat de Lyf-motderal te heet , ende graeyights, waer door de Stonden (die het Zaet voeden) weynighzijn , ende doen fchrijnen: ge-lijckfy oock op-gehouden, ofte vermindert worden, wanneer de felve te Kout is. Hebbe even-wel bevondé, dat de Onvruchtbaerheyt in de Vrouwen hier te Lande meeftendeel fpruyt uyt al te groote Voehtigheyt det Lÿf-moeders,waer door fy niet alleen haer eygen Bloette wa-terigh maeckt : maer oock het Zaet niet en behout.

Wy hebben nu kortelick aen-gewefen de Gebreken, die in Man,ofte Vrouw de Vruchtbaerheyt tegen-ftrij-den: maer dient oock aengemerekt, gelijck alle-daeghs bevonden wcrt,datter wel in geen van beyde gebreck en is,

ocr page 517

ONGESONTHEY T. 501

is , ende even.wel niet voort en komt. Want alfoo niet vaneen; maer uyt het Zaet van twee, alle volmaeckte Dieren geteelt werden: foo moeter nootfakelick feker Ovtr.ßemminge tuffchen beyde zijn, te weten,een ge-lijcke Gematigheyt, ofte die door verfchillende Onge-lijckheyt gelijck, ende een-parigh gemaeckt wert. Ende dit is de oirfaeck, dat.de Vrouwen by den eenen Man Kinderen krijgen , by den anderen niet, gelijck Plinius 7.i3.daertoe by.brengt ^ugkfluf,ende Livid; jae fom-tijts met den (elfden lang getrout zijnde , nae veel jaren eerft komen te kinderen. Sonder twijfel, om dat de Gematigheyt des Lichaems mettertijdt verandert, ende dien volgende oock het Bloet, en daer uyt het Zaet een ander gematigheyt veikrijght. De poëet Lucretius heeft dit mede niet over-gedagen in het voor-gemeltc bouck, ende met defe verlTen:

N/tm multum barmonïamp; Veneris differre videntur , Atque alius alti complent magis , ex aliifque Sufeipiunt alia pondus magis , inque gravefcunt : Et multa fanles hymenais ante fuerunt Pluribus ; amp;nbsp;nacta poft funt tamen , unde puellos Sufapere, amp;nbsp;partu poffent ditefrere dulci. Et, quibus ante domifacunda fape nequiffent Vxores parere , inventa eft illis quoque compar Natura, ut posent natis munire feneltam. Vfque adeo id magni refert •, ut femmapofmt Seminibus conmrfceri genialiter apta , Craffaque conveniant liquidis , amp;nbsp;liquida cratis.

4. Wanneer de Oirfaeck van Onvruchrbaetheyt fpruyt uyt eenigh merckelick Gebreck in de Bloet,ofte Zaet*makende deelen, daer van brengt elck Deel fijn cy-

ocr page 518

§02 SCHAT DER

eygen Ttyckgn mede, ende is op Gjn plaecfche aergewe-fen. De Knuwightyi wert daer door gemerckt, dauerl geen,ofte w.eynighluften is, ende datter een dun,ende, waterigh zaet fonder vreught af fchiet. De Toveryej blijckt daer aen, dat yemant anders wel gefielt is , ende ? met een ander wel te doen kan hebben, maerniet met| fijn eygen Huyf.vrouw, daer de Neftelingalleen op ge- , knoopt is. De Gelubde vertoonen haer eygen teycken:, doch blijckt noch fonder dat,aen haer Wtfrn, ende Ma-nitrm. Want fy zijn gemeenlick Bol , Valuwi,ofte Gt. placet (fiet Silmafiu: in fijn PUnimi: Extrt.p.757.) iri'; .AtngtJicht, fonder Batri , ende hebben een Vrouwtn-fttm. Ick zoude daer by vougen Vrouwe-moet;'tenware ick der Vrouwen dapperheyt beweert hadde in't bouck van hare Wintmtntbeyt , ende dat oockde gefnede Narft-tt! , ten tijde van den keyfer lußiniatn, mannelick regens de Gotthen geflreden, ende hem wederom meefter van Italyen gemaeckt hadde . Sulcx is oock te lefen inde Turckfche hiftoryen van verfcheyde Overften, die ge-fneden zijnde, haer verftandigh,ende vromelick drongen . Waer uyt blijckt,niet altijdtvaft te gaen,'t gene den Arabifchen geneef-meefter Aun^oar fchrijft, dat de Gefnedene van quade manieren zijn , fonder oirdeel, ende verftant.

Dat de Aderen van de Lijfmoeder verftopt zijn, wert betoont door het Op-houden van de Stonden. Die den Hals van de Lijf moeder verdraeyt hebben , genieten Pijn in plaetfche van Vermaeck ; ende en könne het ontfangen Ziet niet behouden : gelijck oock niet ont-fangen, die te fwaerlijvigh zijn , wanneer, gelijck Hippocrates feyt,den Hals van de Lijf-moeder door de groo-te Vettigheytvan het Net, te feer gedruckt wert.

5. Als de Onvruchtbaerhevt haren oitfpronck heeft uyt quant Zaet, dat heeft fijn fwarigheytnae de fwae;e

ocr page 519

ONGESONTHEY T. 503 der Sieckte, daer fulcx door vcroirfaeckc wert. Hec Wetck-cuygh, dat te lang, tekort, te ruym,of(e te nauw is, en kan naulicx geholpen werden: maet wel dat krom,ofte verdraeyt is. De bedoren Vrouwelickheyt, feyt Pliniusy. t6.te zijn een voor-teycké van ongeluck, daer toe by-brengeude het exempel van Corneli., de dochter van Scipio, wienfbeyde Conen,Gracchi genaemt, noch by haer leven, en zijnde Tribuni plebis, ofte Volcx-volmachtige , om-gebracht wierden. Het binden van den Nefteling duyrt fomtijts eenige rijdt, fomtijts al het leven. Dan de Vrouwen en mogen volgens de Rechten niet klagen , als nae driejarigh gedult , gelijck fulcx, onder andere noodige Leeringen, aen-gewefen wert in't vermaert Houwtlick, met defeVerden :

Gbjmoogbt geen bedt-gebreck-in rechten openbaren Als nuer een koude pcbt van drtegebeele jaren,

Dit onbejl beeft den aert om niet te Z-ÿngeklaegbt , Als van een echte wgf, en noch een volle maegbt,

1 Want beeft de foete trouw muer eens haer volle leden , ISoo is voor aUe-tydt bet kl^gen af-gefneden,

1 En of dan eenigb man fijn eerfte kracht verlieft, Geen wijf en beeft de macht dat fy een ander kgeft.

'Al matter nader-hant kgn jemant over-komen Dat moet, boe dattetgae, ten goede z-ÿn genomen,

'Iae fcboon ubedt-genoot vergat fijn echte fchult , Daer is geen beter raet , als lijden met gedult .

Maer foo miffehien de man met onbequame leden , Is van den eerften aen op uwe kouts getreden ,

1 En dat bet onbejl duert tot aen bet derde jaer, Soo ejfujeugln te recht een ander weder-paer .

I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Niet

ocr page 520

§04 SCHAT DER

Niet dat om defefejl de trouwe wort ontbonden, Maer dat geen ware trouw daer oyt en is gevonden,

VVant als een vrouwe trouwt die niet en is gemant, Soo blijft de vrouwe los, de trouwe fonder bant.

6. De Onvruchtbaerheyc, de vvelcke veroirfaeckt door gebreck,dateer is in het Bloet-maken van Lever, Milt, ofte Nieren, moet geholpen werden, gelijckin de Siecktë van die Deelen is aen-gewefen. De Swae-kigheyt van 't Werek-tuygh kan vetfterekt werden met het ftrijeken van Weft-lndifchm Balfatm, wat Olyt van Euphorbium , ende een weynigh MuJWjatt , Amber, ofte %ivcirende inwendigh met Raktne, 'tzy de Bladeren, ofte het Saet. Hier van is het verfken:

Excitat ad Venerem tardos Eruca maritos.

Daer toe dienen oock Cubeben, Galanga, verfeh ingeley-de Gember, de Ballen van een Vofeh, ende het Vleefch, infonderheyt dat ontrent de Nieren is, van Seinem , by fommige nae fijne gelijckeniffe aerdtfche Crocodil ge-noemt, als Plinius fchrijfr. Dan defe moet van verre komen , ende alfoo hy dickwils van de rechte plaetfche, te weten Egypten,ofte Indyen, niet gebracht en wert, ende oock forgelick is, foo zoude ick beter vindengt;fulc-ken vleefch te vermijden , ende te gebruycken 't gene by ons in't wilt waft, ende gantfeh geen gevaer mede en brengt ; te weten de wortels van Standel-kyuyt , ofte Satyrion , het welckdien naem heeft nae deritOge Velt-goden, by de Poëten Satyrs genaemt. Dit Kruyt heeft twee Worteikens,gelijck Hafel-noten, haer kracht met de gelijckenilTe mede brengende,gelijck aen-gewefen is in ons Inleydinge tot de Hollandefche geneesmiddelen,opt 4.capittel. Van de felfde klootjens is het eene vallende ftijf(het welck van jaer tot jaer verandert,geliick wel aen-gemerekt is onder andere by de vermaerde Kruyt-

ocr page 521

0 N G E s 0 NT H EY T. 505 befchrijvers Dodoms, ende Dalechamps , alleen hier toe bequaem ) ende 't ander voos, en rimpeligli, het vvelck meerder belet, als vordeel zoude by-btengen. De Grieckfche Theopbrijlus in't 9. bouck van fijn Befchtij-vinge der Kruyden op het 20. capittel,verhaelt van fe-ker Kruyt, het welck een Indyaen mede gebracht had-de, dat niet alleen de gene , die het aten, maer oock, die het alleen aentochten , fulcken kracht in haer leden op-blies,dat (y queefteden als fy wildé. Hier op fchrijft de hoogh-geleerde I.Bodœus van Stapel, geneef-meefter van Amfterdam, (tot grootc (chade van de Geneed konfte , ende dien volgende van de Gemeene fake , onlangs in fleur van fijn leven overledé) in fijn treffelicke Wt-leggingen, dit jaer 1644. gedruckt , hoe een ge-loofwaerdigh man , die uyt lndyen quam, fijn Vader vertelde, datter een Kruyt was in Saratta, by de In-woondets Bangi genoemt, van fulcke kracht , dat het door mans-werck een geheele nacht de Vrouwe zoude gaende houden . Of dit , fchrijft hy, het felve kruyt is, । daer TheopbraJluj van handelt , dewijl daer geé befchtij-1vingeby en is , niet wel te weten ; maer even-wel uyt 1 het vernielde waerfchijnelick te wefen. Sommige meenen dat dit kruyt Satyrion geweeft is, alfooeen an-derGriecx kruyt-befclirijvet Diofeorides het felve fulcke kracht toe-fchrijft, dat het felfs maer in de handen gehouden, doch meerder in wijn gefoden,den luft tot by-flapen verweckt. Het welck van den Romevnfchen fchrijver Plinius oockgevolght wert . Wy gebruycken 1 het af-fietfel van het vafte Wortelken , ofte het felve 1met fuycket in-geleyt, als oock de Conferve daer van I gemaeckt , ende Dia^atyrion genoemt. Sommige feg-| gen (gelijck D' - Dodoens oock aenmetekt) dat de Vrou-I wen van Theffalyen defe felvige Wortel noch verfch,

teer,endevolfappigh zijnde, met Gevten-melckpla-Ii ' nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;gen

ocr page 522

506 SCHAT DER gen te drincken te geven , om de geyligheyt te doen komen ; ende de dorre,ofte drooge,om den felventc bedwingen,ofte achter te doen blijven. Hier en dient oock niet ovet-gedagen dat dit Standd-kjuyt (onder meerdere gedachten) manneken , ende wijfken is die altijdt by een Waffen; ende als het een van 't ander ge-fcheyden, ofte uyt.geroeyt wert, het ander terftont be-gint te quijnen, ende allencxkens vergaet. Welcke Over-een.Remminge in den Dadel-boomgt;ende andere liier voor is aengeroert.

7F4tfe,t de kjinUe meer. vermogen echte luyden

Door moes van Bever-gejl en ander minne-kguyden

Door kitfah netel-tytgeroertin fraenfche pap, Door artifocke-mergh , enßltigh oester-fap , Door herwens van de duyf, en hl van bane-lummen, Door eyers van de mus, en bejers van de rammen, En matter door de kynft fan werden by-gebracht, Teßijven tot bet bedt haer uyt-geputte ^acht : Geef antwoort mijn vernuft, ten eynde jonge paren Die over dit beßach in eenigb twijffel waren,

Verzonden met befcbeyt en matter magb besäen, En matter qualicfjought, en niet en dientgedaen• Het wit datyemant heeft Qtn veelderhande fafoi Geoorloft aen den nienfch ofgantfeh onbeyligh maken • Want,die een wettigh ding ten quadeeynde buygbt, Wert , even in hetgoet , van fanden overtuyght.

Stet als een jong-gefel tn echtenßaetgetreden

Vint koelbeyt, trage fucht, vint onmacht in de lede)', of dat by anderßns niet recht betalen kan Wat vrouw en trouwe verght tot laste van de man,

ocr page 523

ONGESONTHEY T. 507 ofdat een warefucht om vrucht te mogen winnen , Hem prickelt in den geeft , en niet een dertcl minnen ,

Soo mort bet ecbtepaer by wijlen vrygefet, De tafel even felfste fhick^n naer bet bedt.

Niet door eengeylbejacbvan onbekende frijfen , Dat niet als bobbels maeckt , en doet de leden rijfen ,

Niet door eegrillig krujt,dat fcbuyni en windje broet, Maer door gefonde kof , die al bet licbaem voet .

Maer foo in dit geval de keucken foude ftrecken Oni tot een meerder brant de leden op te wecken gt;nbsp;of dat ee dertel nienfcb heeft voor fijn booghfte wit Niet omte zijn gevoet,maer om te 7.ijn verhit.

Soo iffetongerymt het lijf te mogen ftercken gt;

Om door een nieuwe kracht de tochten uyt te wercken Geen fonde dient verweckt.,maer uyt te %.ijn gebluft^ Geen trouw en is gemijt ten diende van de luft.

Wy komen nu tot deTovery. Den ouden Herodotus verhielt in't z.bouck van fijn Grieckfche hiftorye, op'c eynde, hoe Amafis , koning van Egypten , fijn huyf-vrouw Ladiçe van Cyrenen, niet en konde bekennen, ge-lijckhy nochtans andere wel gebruyckte. Als dit lange duyrde,foo feyde Amafis tegen haer ; Vrouwe,ghy liebt my betoovert , ende ghy , de fnootfte onder alle Vrouwen, en zult daerom door geen middel de doot ontkomen. Als Ladiçe dat Berck ontkende; ende evenwel Amafy daer door niet neder-geftelt en werde , foo beloofdenfyby haer felven (dit was de middel, feydt ' Herod, tegen dat quaet) indien fy dien nacht haer man mocht gerieven , de godinne Venus , een beelt te Cyrenen op te rechten . Waer op Amafis daer nae noytte vergeefs en quam, die oock fijn huyf-vrouw in toe-

Ii 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ko-

ocr page 524

5o8 SCHAT DER

komende feer lief hadde. Ende Ladite volbracht haer belofte, ende fondt een beelt te Cyrenen, het welck Herodotus fchrijft , noch op hjnen tijdt ongefchentin de voor-ftadt geftaen te hebben. De voor-gemelte Co-dronchins vcrhaelt op't 5.cap. van fijn 3. bouck,dat fe-kcre Grave in'tlandt van StraeC-burgh, een vrouw ge-trouwt hebbende , den Houwelickfchen plicht nieten koude uyt-wercken:maer dat hem by geval het werck-tuygh van de Tovery bekent geworden zijnde, van de felvige is verloft geweeft. Want van buys gereyft zijn. de,als hy een Vrouw ontmoete, die hy wel eervoer fijn hoere gehouden hadde , op weder-zijdfe grocting gevraeght zijnde nae de wel-vaert van hem,en de fijne, heeft géantwoort, dat alles geluckigh toe-ging : waer door defe Vrouw onthelt zijnde, wederom gevraeght heeft, ofhyoock kinderen by fijn huyf.vrouw hadde: de Grave antwoorde,drie in drie jaren gehadt te hebben.Als de Vrouw hier op noch heviger in'taengeficht ontftack ; Waerom,feyde de Grave, wert ghy foo ontroert , ofzijt ghy mijn geluck benijdende lt;nbsp;Neen, antwoorden de Vrouwe, maer ick ben quaetop dat oudt wijf, het welcke meende , datfe door haer quade kon-ften ,u de kracht van Kinder-telen beletten konde : tot een teycken van't welcke, feyfe, in't midden van't Hot, op de gront van den water-put een pot ftaet, waer in ettelicke dingen , wefende het werek-tuygh van haer toverye, begoten leggen; ick ben verblijdt, dat die dingen krachteloos zijn , ende verbeuge my in u geluck. De Grave dit bootende, is wederom gekeert in fijn va-derlant, ende den put gefuyvert zijnde, vandt hy den pot, die hem de Vrouw hadt aen-gewefen, ende den felven verbrant hebbende, konde fijnen brant daer nae bluffen fonder eenigh beletfel. Even diergelijcke is een Raetf-heer in den Hage gebeurt.

Ick

ocr page 525

0 N G Es0NT HEYT. 509 Ick zal hier by-vougen (alfoo ick moet bekennen , de minfte ervaringe daer van niet te hebben) 'tgene den Heere van Roeyen-borghgt;amp;c. Iohan Bapnflavin HJ-mont, fchrijft in fijn Ongehoorde wercken , nu onlangs uvt-gekomé,te weten op het 8.capittel van't Gravel. Seker Bruydegom , feydt hy,vijf maenden geknoopt zijnde, ftelden 't gene hem by de Bruyt belet was , in de Kamenier te werck, die hy fwanger maeckte. De Vrouwe ten laetften met hem in woorden rakende,(ey-de, dat fy de vuyligheyt met de Kamenier door de vinger gefien hadde,om te beprouven,of hy Verhouwt, ofte Betovert was ,en op wat manière fy van hem zou-de mogen fcheyden. Ende hy voeght daer by , dat ten laetften den betoverden Knoop is lofch gewotdë, door drincken van Bier, daer Btreken-rijs in gefoden was; het welckhy wonder prijft. Soo fchrijft oock Cari'htbmis, dathy foodanige Toveryeo geholpen heeft alleen met het water.make, door een Berck^tn-rijften-befem. Andere feggen, dat het overgaet, als de Man door den Trouwring fijn water looft. Degemelte Codron^hin: vethaelt op d'aengewefen plaetfe, van een feker Jongman, de welcke, als hy langen tijdt't gebruyck van een jong meysjen gehadt hadde, willende haer verlaten, hem van fijn Mannelickheyt berooft vont. Als hy bedrouft zijnde, een fekere Vrouwe de oirfaeck van fijne droef-heyt geopenbaert hadde,ende wien hy in defe Toverye verdacht hiel: Soo antwoorde de Vrouwe, daer zijn foete woorden ende beloften , ofte dreygementen ende gewelt van nooden, om haer te dwingen tot de herflel-lingvan u vorige gedalte. Hy de vermaninge nakomende , als de Tovereffe door geen bidden hadde können beweeght werden , greep haer op een avont aen, ende dough haer een douck om denhals, den felfden foo toe-treckende, dat fy by-nae worghde, die hy niet li j nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en

ocr page 526

§10 SCHAT DER en wilde lofch laten , voor dat fy hem fijne eefontheyt beloofde 7 ende fy ftekende haer hant tünchen fijne dyen,nam het bedrogh wech.

Wanneer den Hals van de Lijf-moeder al te ruym is, fulcx wert verbetert door t'famen.treckende middelen, te weten Smack., IVttch brtt , Eyckt-Uadcrcn, Granati-fchdlm , ofte diergelijcke, hier voor verhaelt;maer in-fonderheyt Wad wond, waer van een Stoving, ofte Pap gemaeckt kan werden , ende dan daer by gemengt poeyer van Aluyn , Bolus , ofte Dwaken-bloa.

De Nauwigheyt beftaet daer in,ofte datter van buy-ten naulicx eenige openinge en is (gelijck noch een Vrouwe leeft, die de felvige maerfoo groot en heeft, als een kleyne erweet) foodanige door een konftigh Heel-meefter moeten tot bequaemheyt gefneden werden ; ofte datter van binnen eenigh beletsel in den Hals is, te weten van Vliefch, ofte Vleyfch,gelijck gefchie-den kan van geboorte , ofte door eenige quetfure,ofte fweringe. Het Vliefch moet mede door-gefnedé werden , gelijck ,^quapenden$ daer een exempel af heeft ; het welck ick alhier niet over en brenge, dewijl fijn Wercken in Nederlants gedruckt zijn. Om hetinge-grocyde Vleyfcli wecli te nemen , zal men eerft beginnen met gepoeyert Loot , Aloë , 7ng. Ægyptiacum , ge-brande Aluyn, ofte diergelijcke;ende wanneer men daer niet mede dooren kan , komen tot Snijden .

Als de Lijf-moeder wat verdraeyt is , dan zal men de felfde foo van binnen, als van buyten allencxkens verwermen, met foodanige Middelen , als in't 23.cap. van het 1. Deel befchreven zijn , ende geftadigh onder den Navel een Plaefter houdë die tot het Scheurfel in't gebruyckis, daer onder mengende wat Ladanum , ende M,„hlt;,ofte'tgene op de gemelte plaets is aengewefen.

Die te Heet gebakert zijn, mogen door verkoelende

Kruy-

ocr page 527

ONGESONTHEY T. 511 Kruydengemaiight werden •, ende de Koude door ver-wermende , gelijck die beyde aen^gewefen zijn op de felfde plaets.

De Vochtigheyt wert verbetert , door de felfde ver-wermende Moeder-kruyden,ende de gene,die de Sinc-kingen op-droo^en, befchreven in't 15. cap. van het i. Deel. Waerby moet komende Maniere vanleven verhaelt op't I4.capittel in't i.bouckvan het 2.Deel. Onder dient men mede den roock te ontfangen van UFieroock., Bd^daer, Ladanum, Styrax , waer van eenige pillekens gemaeckt können werden,ende op een kool-Ken geleyt.

De Ongelijckheyt moet metter tijt gematight wer-iden,doorfoodanigeSpijfe eh Dranck,nadatde felve is; , en als fy uyt-fteeckt door de gemelte Geneef-middelë.

7. De Manière van Leven heeft in defe gelegentheyt veel te feggé. Hier is een matige Lucht de bequaemfte: Spijfedie veel, endegoetvoedtfel geeft , gelijck Kalfc-vleyfch, Phafanen, Capoenen , Konÿnen , ende diergelijcke;

1 dan infonderheyt wert de Geyligheyt verweckt door 1Hane-^looten (waer van een kluchtigh exempel is in den Schil der Ge/oniheyi) als mede door de geyle Müßen, Per-drijfen, ende Duyven, ende haer Eyeren; als oock de Eye-ren van Kjevinen, ende Hoenderen. Van de welcke mede K,ndeelgemaeckt kan werden met Wÿn, Snye^er, Kaneel, ende een weynigh Safraen. De Pifch, als vochtigh,ende droogh zijnde ('ten zy voor de gene die verkoelinge van doen hadden) en kan hier geen vordeel geven ; fel-ver oock niet tot vetmeerderinge van't Zaet, de Oefters, hoe-welfy door hare Sultigheyt yemant gaende mochten maeckten; gelijck Drlouberi wel aen-wijft 2.dn Erreurs pop. 21. Daer hy oock op de felfde manière fpreeckt van de Aerdr-buylen ; gelijck wy mede können doenvan Peen , Aerdi.noien, KjioUen, tljuyn, Loock, Bief-

Ii 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;loock,

ocr page 528

512 SCHAT DER loocta Tulipa , ende alle Bollen . Het welck de Romeyn* fche Colwndl4oock aengemerckt heeft in fijn ic.bouck van de Lant-bouwinge op't ii. capittel :

— quoique viros acuunt , arniantque puellas, Jam Megaris venta-,::àquot;'', femina Bulbi. Ende de poëet Martialis en heeft fulcx mede niet vergeten , als hy, 13.Epigr.34. de felvigc daer toe verheft m defe verlTen :

Cum fit anus conjux , amp;nbsp;fint tibi mortua membra, Nil aliud, Bulbis quam fatur effle, potes.

Qui praßare virum Cypria certamine nefit. Manducet Bulbos, amp;nbsp;bene fortis erit.

Languet anus,pariter Bulbos ne mandere cefflet, Et tua ridebit proelia blanda Venus.

Hier toe doen oock Dadels , Amanddm, Pingels , Pißa-e,en , Boonen , Eriresen, Caftanyen, verfche Noten, Articyoe-amp;,Afperges, ende diergelijcke, alle rfijner plaetfche in den gemelten Schat der Grfontheyt befchreven.

Dan niet de Op-weclyende middelen moet al feer voorlichtigh gegaen werden , voornamelick in oude luydê. Marineus verhielt in fijn Hiftotye van Spaengjê op't 21.capittel, hoe Ferdinand, koning van 'tgemelte Rijek,ende groot-vader vanonfen key^r Kard, in een fware Sieckte verviel ,als hy, al bejaert zijnde,even te voren getrouwthadde Germaine de Foix, ende dat de oir-faeck van de felfde geleyt werde, op eenige drancken, die hem tot de Telinge in-gegeven waren .

Men kan oock Vleyfch Roven met Munte, ofte Ra-We, die even-wel de Lattouw (waer vanin't meer-gemelte bouck) in Salade gegeten, niet en kan goet maken . Is mede dienftigli 't gene met Peper in korften gebacken is ; als oock dat met Gember gelooft is. De

Slaep

ocr page 529

ONGESONTHEY T. 513 Shep dient volkomen te zijn , het By-ßapenniet als met verlangen, ende uyt reyne liefde, eenvrolick, ende getuft Gemoe;, doch even-wel felden; want gelijck de Lief hebber feyt,

— Venerem commendat rarior ups.

Een Portugijs geneefmeefter Caftro, meerder vermeit , raetaen te fchouwen het paren van Hanen , ende diergelijcke , als Konijnen , Molchen , die dapper in'c werck zijn,waer toe hy drollighby-brengt defe verffen, Segnius irritant animos demißa per aures, Quam qua fant oculis fabjeEta fidelibus , et quo, Ipfeßbr tradit fpeclator.

Wy zullen hier niet verder gaen, alfoo het vordere aen gewefen is in het 2. Deel, ende capittel,van den, nu dickwils genoemden , Schar der Gefontheyt.

I i 5 PAU

ocr page 530

514 SCHAT DER ONGES.

PAULUS ÆGINETA

Lib. IiI. Cap. LxxIVô Migiç âe jigoTidS-gp „èç £uqriy (ru|4p4^•

HU AR T E

1 en el exam, de ingeniös cap. 15. §. 3.

La audtv que mas dano h^e a Iagour4ciongt;ts la dd vino: por que eßt Ucor, por frr tan vaporabity fubtil , haz^t quttUoi dtmas alimento:, vayan trudo: a lo: vafo: ftminario: , , flut la ßmitntt irrittfalfamtnit al hombrtrfin tflar to^idayfaz^onada; y por tanto loa Platon una ley qui ballo tn la rtpublita dt loi Cartharintnft:, qut tl hombrt tafado ni fumugtr, no btvitßtn vino tl ai: qut ft ptnfavan Hagar al aRo de la generation ; enten, diendo que eßt litor haßa mucho danoala falud corporal del ninoj que era baßantt caufa para quefaHeßt vitiofo.yde mala: toftumbre: . Pero ft ft btw ton moderation , de ningun manjar ft haß tan butna jimiente tomo del vino blanto , ejpttialmtntt para dar ingenio y habilitad.

HET

ocr page 531

ocr page 532

Tea

ocr page 533

^§^^^^^^amp;^^^ S^ ^amp;t

Van de

GIcH TE, ofte Flerecyn.

9' Middelen om te genefen,

10. Manière van Leven.

WY hebben het Menfchelicke Lichaam verdeelt in VV Hooft , Borft, Buyck, ende uyterfte Lidt-maten, te weten Handen , ende Voeten. De Sieckten van de drie eerften, zijn in de drie voorgaende Boucken be-fchreven : foo darter nu alleen overigh blijft , oockaen te wijfen, waer de uyterlicke Lidtmaten mede gequelt werden. Sulcxis de plage, die nae de felvige by de Griecken, ende Latijnen y^rihrids, Articulorum dolor, ofte morbus,ende Articularis, ofte Articularius morbus ge-noemt wert: gelijck van de Barbaren Arthetica, ende daer van by fommige onder ons, ^ÇttÿChe ; maer meeft euote/flentÿn/ofte ÿlebertbn. De Barbaren geven 'toock den naem van Guha, het welck in Latijn een

ocr page 534

§18 SCHAT DER

een drop beteyckent, gelijck ofte de ftoffe drops ge-wijfe op de Lidtmaten leeckte; het welck de Spacn-gjaerts navolgen met haer Gota, ende de Françoifen met Goutte ; ende daer op fiet oock het Hooghduyts Ztppetlre/ dat de vochtigheyt in de leden zippert. De Italianen houden beyden de Benamingen Arthttica , ende Gotta. De natuyrlicke hiftory-fehrijver Plinius ver-haelt in fijn 26. bouck op't 10. cap. hoe dat niet alleen ten tijde van de voor-ouders, de Gichte felden plagh te komen : maer oock op fijnen tijt,de felfde vremt was. Want,feyt hy,indienne van outs in Italyen ware bekent geweeft,fy zoude een Latijnfchë naem gevondé hebbé. Dan die reden en gaet niet vaft;alfoo de meefte Sieckté in Italyen , ende elders de Griecfche namen hebbé behouden : ende dat oock den oudé Cato in fijn bouck van de Lant-bouwinge, een geneef-middel befchrijft voor de Schiatica , wiens woorden zijn, Vinum ad Ifcbiacot fa facito , amp;c. Ende met het felvige woort werdé de Gichtige oock beteyckent by Agtllius 4. NoH. u4ttic. 1j. ende daer nae by andere.

2. De Gichte is Pijn in de Vliehge deelen der Gt-töïichttn , die met Pooftn gemeenelick weder komt,be-ftaende uyt Toevlocying van een Scherpt , ende Sultigtvoch-tightyt. Defe Befchrijvinge zullen wy wat nader gaen onderfoucken.

Thomas Minadous berispt degene, diede Gichte be-fchrijven, ofte het genus ftellen Pijn te wefen , ende wil het felve hebben de moeyelicke Beweginge, om dat de Pijn, infonderheytin't fcheyden , daer altijt niet by en is, maer wel het verliinderen in de Beweginge. Francifcus India meent oock, dat defe Sieckte in de Befchrijvinge qualickgenoemt wert Pijn , als een Toeval zijnde ,ende bcpaeltfe met Sinekinge. Maer hy mift. Want de Smekinge en is de Gichte niet, maer wel de oir-

ocr page 535

0 N G Es0 NT HË Y T. 519 oirfaeck. Ende het is wel gebruyckelick onder de Geneedmeefters in Gebreke, daer de Sieckte, ende Toevallen by een komen, de felvige den naem te geven na het Toeval, dat meeft prangt , ende deSiecken alder-moeylickft valt , gelijck Plturis , ofte Zijde-pijn, dewijl de Siecken daer meer over klagen , als over de ont-ftekinge van het Bnift-vliefch .

Wy hebben de Gicht-pijn geftelt met poofen dick-wils wederom te komë. Want den aert van defe Sieck-teis foo hartneckigh, dat als fy eens yemant befocht heeft, den felfden feer lichtelick weder komt befouc-ken, al is 'toock datfe fomtijts eenige maenden achter blijft , ende haren waert fchijnt vergeten te hebben .

DefeSieckte bedaet de Gewrichten, ende alibo fy groote Pijn verweckt, dienvolgende de Gevoelicke, ende Zenuachtige, ofte Vlieüge deelen dcr felviger. Want dewijl de Zenuwen , ende Vliefen het rechte werck.tuygh zijn van 't Gevoelen , foo moet nootfake-lick volgen, dat daer Pijn is, foodanige Deelen befcha-dight werden: waer onder mede behooren de Vliefige banden. Want al is't , dat Gahma fchrijft, alle Banden fonder gevoelen te wefen; fooblijckt nochtans uyt het heken, ende felfs uyt de Gicht, datfe gevoelen hebben. Ende de reden, die by.gebracht wert, dat de Menfche geftadigl imet Pijn zoude gequelt zijn, indien de gevoelende Banden geftadigh tegens de harde Beenderen zouden ftooten,en heeft niet veel om 't lijf. Want die Gewrichten zijn van Nature foo wel geftelt, ende be-waert, dat fy daer van geen noot en hebben. Wyvatten alle daegh met onfe Handen, wy wandele met onfe voeten, in welcke Leden veel Banaen,Zenuwen, ende Vliefen zijn , ende daer en wert even-wel door de Be-wegingegeen pijn verweckt. Vorder, dat defe pijn haer meerder openbaert ontrent de Gewrichtta, als op een

ocr page 536

§20 SCHAT DER

een ander plaets, daer van is defe reden : te weten,dat de Aderen , ende Slagh-aderen haer van de Scherpe vochtigheyt hier in een nauwe, ende benoten plaetfche ontlaftende,aldaer rontfom, als omçingelt, blijft üeké, daer fy in andere plaetfen vryer, en ruymer loop heeft.

Onfen ouden geneef-meefter Galenus fchrijft G.Apb, 49. ende 10. fa. loc. 2. amp;nbsp;6. dat de Gichtige vochtigheden in't hol van de Gewrichten vloeven, ende aldaer de Beenderen met gewelt van malkanderen dringen', waer door de Banden, ende Vliefen, de felvige te famen bindende, foo dapper uyt-gereckt werden , datfe die over-groote Pijn veroirfakê: dat oock de felvige hoffe nieten zijpt inde Banden, ofte Vliefen, daer uyt te blijcken , dat noyt een Gichtige gehen is , die de Stumpen, ofte Treckinge der Leden hadde, dewelckeanders uyt Scherpe vochtigheyt voor-komt.

Wat het eerfte belangt. Indien waer was , dat de gereckte Beendete de Pijn veroirfaeckten,foo moftnoot-fakelick volgen, dat als de Beenderen tegens malkanderen gedruckt wierden, by exempel die de Gicht in de Knye hadde,met ftaen de Pijn verminderde. Want al-foo zoude het uytrecken verminderen, eh de invloeyen-de vochtigheyt te rug gedrevë werden , (even-eens ge-lijck de gene, die met Hooft.pijn door op.hijgende Dampen gequelc zijn, verlichtinge voelen, als fyeen douck vaftom haer Hooft bindé) ende dan zoude oock geraden wefen , in't beginfel de Beenderen foo nauw te vereenigen , dateer niet tuflehen beyde konde fchie-ten: maer de Ondervindinge betoont, dat foodanige Middelen gantfeh niet en helpen, dan wel meerder Pijn aen brengen. Daerom zoude ick het houden met den meerder-gcmelten Femdius, (die oock gevolght wert by Piaturus , Steegbius ,' Spigdius, Sennertw , ende veel andere) Rdlende de plaetfch in de Banden, ende Vliefen,

ocr page 537

IONGESONTHEYT. 521

1de wclcke de Beenderen aen malkander hechten , wanneer fy van eenige Scherpe vochtigheyt door-zijpt werden . Sulcx blijckt mede, door dien de Pijn , als hec Lidt maer even wert aengerocht, terftont vermeerdert: als oock de fwnckigheyt, moeyelicke beweginge, ende fomtijdts foodanige ßappigheyt, dat het komt te recken . Dit gevoelen werdt even-wel by vele tegen-ge-fproken (als onder andere by TrincaveUiw , Daraus gt;Co-§œu$ , Minadous , Mercatus) ende dat van Galenus verde-dight. Wy zullen mede haer Redenen by-brengen, ende beantwoorden. Voor eerft treckenfetot haer vor-deel de 49. Kort-bondige Spreuckevan'c 6. bouck, al-waer Hippocrates fchrijft, dat de Gichte niet op en hout voor den veertighften dagh, ende dat de in-gevloeyde Vochtigheyt niet eerder verdreven en werdt ; als fte-kendeineen plaetfche, die weynigli wermte heeft:det-halven indien de felve was in Vleyüge; ofte Bändige deelen,daer veel Aderen zijn, lichtelick zoude können verdreven werden. Ten tweeden willen fy haer gevoelen daer mede beweren, dat door het vloeyen van de Vochtigheyt in de holte van de Gewrichten, de Beenderen van een wijcken,'cndealfoo door uyt-recken van de Banden , ende Vliefen foodanigen Pijn verwecken . Ten derden, dat door het bewegen van't Gewricht de Pijn vermeerdert. Ten vierden, dat de Pijn van binnen gevoelt werdt, eer datter van buyten eenige fwelling komt; ende dat fulcx eerftgefchiet,als de Vochtigheyt haer van binnen nae buyten begeeft. Ten vijfden,de-wijltudchen de Gewrichten altijt Slijmerige vochtigheyt van nooden is, om haer hardigheyt te verfachten, ende de beweginge te lichte, foo zoude de felvige lichtelick aldaer te veel können vallen, verdicken , ende toc kalck gebracht werden . Defe Tegen-werpingenzijn wel te weder-leggen. Want belangende 't eerfte, dat Kk nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;dc

ocr page 538

522 SCHAT DER

de Vochtigheyt in de Gichte dickwils langfaem verdreven wert , daer van en is de oirfaeck niet , dat defel-ve fteeckt in de holligheytvan de Gewrichten,maer in foodanige plaetfch, daer luttel bloet, ende wermte is , ende de Vochtigheyt felve oock veeltijdts onbe-quaem valt, om ras verdreven te werden. Behalven dat fulcx oock niet altijdt en gebeurt, maer verdwijnt dickwils in korte rijdt ; te weten, wanneer de felvige weynighis , ende bequame Middelen aengewent werden . Daerbeneffens en verweckt defe Sieckte geen Pijn,om dat de Gewrichten recken , ende de Beendeten van malkander wijcken: maer om dat de fcherpe Vochtigheyt zijpende in de Vliefige deden , de felvigc bijt , ende uyt-reckt. Ten derden , en vermeerdert ae Pijn niet , als het Lidt beweeght werdt, om diefwille de Vochtigheyt in de holte van 't Gewricht fteeckt: inter om dat de Vliefige deelen, het Gewricht omvangende, die al te voren gereckt waren, door de bewegin-ge noch meerder recken. Het vierde en gact mede niet vafter; Wel is waer, datter gemeenlick in't beginfel geen, ofte weynigh gefwel en is , en dat ondertuffchen groote Pijn van binnen gevoelt wert , de welcke komt te verfachten, wanneer het Lidt van buy ten fwelt. Dan fulcx en gefchiet niet om dat de Sinckingen tulTchen de Beenderen (die geen gevoelë en hebben) derGewrich-ten gevallen zijn , ende dan nae buyten fchieten : maer omdat de Sultige vochtigheyt op de Vliefige, ende gevoelicke deelë van de Gewrichten eerft neder-ftort, ende aldaer door haer fcherpigheyt Pijn verweckt: maer daer nae,al(rer een deel van die Vochtighevt door het nabuyrigh Vleyfch verfpreyt wert , dan verfacht de Pijn ; alfoo de felfdeover meerder plaetfchen verfpreyt zijnde minder kracht heeft, gelijck mede, om dat de Vleyfige deelen, als facht, ende gemoedigh zijnde, met min-

ocr page 539

ONGESQNTHEYT. 523 minder Pijn können fpannen, ende uyt-gefet werden . Sulcx (iet men dagelicx in de Tant-pijn, die in't eerfte feer hevigh is; te weten, als de Sinckingen tyde Tanden, ende haer Zenuwen vallen: dan daer nae, wanneer een gedeelte in't Tant-vleyfch , ende de Koon verdeelt wert , komt te verfachten. Wat het vijfde , ende laetae belangt ; wy hebben wijdt-loopigh genoegh bewe-fen in het 15.cap. van het j.bouck, dat de Slijmerige vochtigheyt by haer fclvê geen doffe en is om tot kalck te können gebracht werden, en is derhalven by Coflæxs op Avit. hier te vergeefs by-gebracht.

GAlmuj is nu beantwoort op het eerfte; wy komen tot het andere , te weten, waerom die Scherpe vochtigheyt , fackende op de Gewrichten , geen Treckinge in die Lidt-maten en verwecktlt; Dereden is, om dat niet de Zenuwen felve, van wegen zy het bewegen de Spieren toe-brengen, befchadigit en werden; maer alleen de Vliefen , ende Vliefige Banden , die de Bewe-ginge niet en veroirfaken, ende derhalven, al valt op haer groote Pijn , geen Treckinge en verwecken, ge-lijck men fulcxoock merckelick bevint in Tant-pijn, Pleuris, Colijck,ende diergelijcke.

3. De Cichte is een algemeéne (ieckte,feyt Gaknus, over alle de Gewrichten; waerom .Avianna daer toe oock brengt Hals , ende Rug-pijn, het welck mede gevolgt wert van Minb. de Gradibus , Nic. Florentinus gt;nbsp;ende Fr. Pedsmontanus. De felve werden van lanitius genoemt CoUagra , ende Dorfagra , ende het eerfte, om enckel Griecx te hebben Traevdagra van Minadous , het andere Rgchifaira van Paré , die oock Gonagra van de Knye,ende anaere name van andere Deelen by-brengt. Dan het gemeen gebruyck heeft maer drie Grieckfene namen behouden , te weten, van de Pijn in de H anden, Voeten , ende Heup, met de namen Chiragra , Podagra, K k 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;en-

ocr page 540

524 SCHAT DER

ende Ifchiis, by de Barbaren Scbixiica, het welch van ons gevolght wert. Met de twee eerfte fpeelt de poëet Mariidlis i. Epigr. 99. feggende van een die voor recht was , ende het Podagra (dat is foo veel als Vougrup) haddei ende niet wel en betaelde, dat fulcx was het rechte chiragra, als of men Ham-grup feyde, volgens de Grieckfche benaminge.

tmgit , amp;nbsp;Podagra Diodorus Flacce laborat : .Sed nil patronoporrigit , hac Chiragra eß.

Defe twee gaen wel te famen, gelijck Suuonius oock fchrijft van den keyfer Galba, hoe fijn Handen, ende Voeten foo krom getrocken waren, dat hy geen fchoen konde aert-lijden, noch geen brief op-doen, ofte vaft houden . Jae het komt oock wel foo verde, dat de drie laetftverhaelde foortë van Gichte in een Lichaem malkander gefelfchap houden . Ende van den keyfer Au-gußus verhack de gemelte Suetonius, dat het gebreck in Heup,Oye, ende 't (lincket Been, hem dickwils krepel maeckte. Van dit mangel fchrijvende Herodain feke-ren brief,, aen-gemerckt by,de Grieckfche Philoßratus in't i.bouck van't leven det Sophifkn: Als ick Eten moet,-Teythy, en hebbe ick geen Handen. Moeter Gegaen zijn, ick en hebbe geen Beenen. Moeter pijn geleden wefen , dan zijnder Handen, ende Beenen.

.:4\ By den Arabifchen ,^vicenna , ende vele andere Genedfmeefters, wert de 0irfa«k,van alle Pijn geftelt te wefen Ongematiglieyt, ende Scheyding van 't gene vereenight, en vaft is..Dan de Oirfaeck is maer een, te weten de Scheyding , ofte Recking van de Gevoelicke deelen ; ende als aï de Ongematigheyt Pijn verweckte , fulcx moefte fy doen door het fchcyden, ofte uyt-recken van foodanige deelen , gelijck my gedenckt ons geleert te hebbe dé hoogh-geleerde heere,DrEvrrb4rd van

ocr page 541

0 N G E s 0 N T H EY T. §25 V4M KorJl, proferor te Leyden, als hy in'c jaer 1614. lAhx.TraUianum uyt-leyde. De wel verföchte Dr* Go-vm vander Sttegh, geboortigh van Amerffoort,,code geneef-meefter van keyfer Rido/f dez. fchrijft 15.Med. praa. 12. verwondert te welen , (waer op mede flaee Coftœiuin Avicenn.tr. i.lib. 3. Fen.22,. cap. ç.) waerom vele (onder de welcke de meerder-gemelte Ferndius oockis) ontkennë,dat de Gichte van een naeckte On-gematigheyt:{oude komen, dewijl ondertuffchen niemant van de felvige en ontkent , dat van Koude , ende Drooghte in een gevoe-ligh deel Pijn verweckt wert. Want de Sinckjngë, fchrijft hy, C gefehieden niet alleen op de Gewrichten , door het Invlotyen van Vochtigheyt ; mier ooc^door dt naeckte Hoedanigheyt , het kyheete , koude . ofte droogt. lae het i; gemeen dat de Deelen , die te heet , ofte te fout ttyn, aUençxkenj foodanigen Vochtigheyt vergaderen, de welcke niet anders, als de gene , die invloeyt% fpannm , bijten , ende in-eten kan ; gelijck. oockdicfwils vernomen wert groott Pijn in de Gewrichten gt;nbsp;fonder gefwel , bcfwaer-lickgtvoelen, ofte veranderinge van verwe, die by een yegelick. gehouden werden voor teyckenen, datter geen Vochtigheden by en ty. Fernelius om niet te fchjnen de fijne te verlaten. Al is't, feythy , dat de Pijn fomtijts overkomt fonder merckelickgefwel, foo fchuylter niet-te-min een wey-nigh dunne Vochtigheyt. Hy en verftatt niet , dat de Gichte gantfch fonder Gefwel :{oude wefen , dan daer van fan hetgefiebt, ende gevoelen oirdctlen; ende hy flaet nae een Vochtigheyt, dieby geene Teyckynen wert aengeweftn, behalven dat oock by de Geneef-meeßers een weynigh Vochtigheyt, dewelcke nootfakyUckmoet volgen op de Ongematigheyt , weynigh in ach-tinge komt,amp;c. Öp defe redenen antwoort gevende, feggen wy voor Fernelius , niet te ontkennen , dat oock van een enckele Ongematigheyt Pijn in de Gewrichtë kan verweckt werden ; maer niet foodanige , die voor Gichte te rekenen is; dewijl niet alle Pijn inde Ge-

K k 3 wriclv

ocr page 542

526 SCHAT DER

wrichten juyü voor Gichte behoort gekeurt te wefen, maer alleen Zoodanige , de welcke met de keuren , hier befchreven, over een komt. Op dit Ruck flaet een aen-merckens waerdige plaetfch van Galm/a,diewv hier zullen by-brengé uyt fijn Wt-leggingéopde i6.Kort-bondige Spreucke van Hippocrates in't ;. bouck. rTan. neer, feythy, ten al te Droogt ongtmanghcyi dt Vocbtightyi der Gttörichttnvmtm, datr op volght ten tragt BtttXgi*gtgt; fomtijts oock. Pijn: maer die mis vo^or geen Giebtete rtfontn, 't tn ^y yemant alle Pÿn in de Gewrichten alfoo wilde noemen, bet welch, nochtans Hippocrates felve niet gedaen tn beeftgt; fehrijvendt 2. Epid. dat de gene, dit in bongerf-noot Plu'k: vruchten aten , fwackt beenen kregen . Ende dit door bet ge-bruvel^van Erven , Pÿn in de Iamp;ye ontfingen , en noemt by niet Gichtige , maer Kjaye pijnigh. Welcke plaetfch alleen ge-noeghzy in plaetfch van vele, die wy zouden uytden felfden Galenus könne aenwijfen. Dat D'vonder Steegb by. brengt, hoe eë naeckte Öngematigheyt oock Sinc* kingen kan verwecken, fulcx en ontkennen wyniet; maer dan rekenen wy de felvige onder de voorgaendc Oirfaken ; ende noch geen Gichte te maken , voor aleer deir^efoneken Vochtigheyt in de gevoelicke Deelen der Gewrichten zijpende,ende de felvige fpannen-de, ende prickelende, hevige Pijn verweckt. Mander Steegh voughter noch by,datter dickwils Pijn in de Ge-, wrichten is , fonder eenigh uyterlick Gefwel, gelijck nochtans de Sinckingen gemeenlick veroirfaken . Tot antwoort dient wederom, dat alffer geen vergadering van Vochtighcyt en is , de Pijn , die in de Gewrichten zoude mogen wefen, voor geen Gichte te houden en ftaet. Behalven datter oock wat weynige, ende dunne Vochtighcyt kan fchuylen, fonder merckelicke Swel-linge (gelijck in Zijde pijn, Tant-pijn, endedierge-lijcke) infonderheyt als daer ecn Quaetaerdigheytby komt,

ocr page 543

ONGESONTHEY T. 527 komt, de welcke dappere Pijn verweckt. Want dat de Gichte niet alleen door bekende Hoedanigheyt, maer oockuyt verborgene,ende vergiftige,haren oirfpronck treckt , wert met twee exempelen wel aengewefen by den Koninglieken heel-meefter Pare in't i7.bouckop't 2. capittel , hoe-wel daer tegen ftreven de gemelte tandt, S„gb, ende den hoogh-duytfchen Dr- Scnnirtus.

De naefte Oirfatck, van de Gichte, wert by de Oude Geneef-meefters geilek in de vier Vochtigheden, die in't Bloet zijn,wanneer eenige van de felve uyt de Aderen , gelijck by fprinck-vloet het water uyt de rivier, over vloeyen. De prinçe onder de felvige Hippocr4ies, in lijn bouck van de Inwendige gebreken , fchtijft , dat de Gichte veroirfaeckt uyt Bloet, het welck in de Ader-kens door Gal, ende Slijm bedorven is . Denaefte in aenfien,Galenus,ftelt (in fijn lo.bouck van het Mengelen der Geneesmiddelen na de plaetCchê) de Oirfaeck in Bloet, maer meeft in Slijmerige vochtigheyt, daer wat Gal onder vermengt is. Dit wert van d'andere Grieckfche geneef-meeftets nagevolght ; als mede van de Arabifche, ende meeft van alle de Nieuwe; opnemende (gelijck gefeytis) al de vier Vochtigheden tot oirfaeck van de öichte, uyt reden , dat de Swellingen verfcheydé geverwet, de Pijn,ende andere Toe-vallen oock verfcheydë zijn, dat oock de Wt-komft niet eveneens uyt en valt, ende de manlere van genefen byfon-derlick na de byfondere oirfaké moet geftuyrt werden. Coflœi# verhaelt op Avitenn. gefien te hebben, hoe een die met Podagra, ofte Gichte in het Been gequelt was, door raedt van den Gencefmeefter in 't Been gebrant werde, ende datter veelSwarte vochtigheyt uyt-liep , waerop de Pijn volkomentlick kilde. AKoo, fchrijft • hy, bevint men alledaegh, wanneer de Slijmerige,Gal-! achtige , ofte Brune vochtigheyt door Af-drijvende , nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;K k 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;mid-

ocr page 544

528 SCHAT DER

middelen gelooft, ofte het Bloedt doot Ader-laten ver« mindert wert , dat alfdan de Pijn ofte geheel overgaet, ofte altijdt foo hevigh nietaen en hout. Maer deferedenen en bewijfen niet genoegh het gene fy voor hebben . Want al is 't, dat nae overvloet van byfondere Vochtigheden de felvige in de Gewrichten können vloeyen; fooen zijn even-wel die geen Oirfaeckvande Gichte; maer werden alleen van de Sultige Wey (die wvterftont zullen aenwijfen) mede gevoert, ofte door de Pijn in-getrocken. fande dat die Vochtigheyt, de we cke het Gefwel maeckt,eygentlick depijn-maken-de Stoffe niet en is , blijckt daer uyt, dat in't beginfel, al-eer het Lidt fwelt, de meefte Pijn is, ende dat de felve mindert, wanneer haer de Swellinge openbaert. Dacr-benevens en is dit gevoelen niet waerfchijnelick, dewijl vele, die met overvloet van Bloet, ofte quade Vochtigheden beladen zijn, even-wel met de Gichte niet ge-queken werden.

Om de fake wel te ont-leden, foo zullen wygaen door al de Vochtigheden , beginnende van de Suyver-fle, de welcke eygentlick den naem van Bloa heeft. Dcfe en können wy piet aen-nemen voor oirfaeck van de Gichte, dewijl het Bloedt, zijnde de fchat, ende behoudenilTe van ons leven , ende dien volgende alle Deelen noodigh, niet lichtelick in grooter menighte gedreven wert nae een byfonder Deel , infonderheyt 'tgene Zenuachtigh is, ende derhalven weynigh ge-meenfchap met het Bloet heeft. Ende als het al nae de Gewrichten gefchoven werde, dewijl het een fachte, ende malfe vochtigheyt is, foo en zoude foo groote, ende fcherpe Pijn niet können onftaen.

Daer-en-boven , by aldien de Gichte beftont uyt Bloet, foo zoude waerfchijnelick de Swellinge in de Gichtige door-fweren , dewijl geen Vochtigheydt lich-

ocr page 545

ONGESONTHEY T. 529 lichter in Etter verandert , als het Bloet. Hier op feyt D' ' Sciddius, in fijo bouckvan defe Sieckte , tb.41. darde toe-vloeyinge van Bloet geen Ereer, ofte Swe-ringeen doet groeyen, als alleen in VleyGge deelen. Ende alfoo de Gewrichten zenuachtigh , ende fonder vlcyfch zijn, foo befluyt hy daer uyt, dat fy niet en können onfteken, ende tot fweringe geraken. Dient tot ant-woort: Dat wel het Bloet in koude plaetfchen foo licht niet en kan onfteken, als inwerme; daer uyt even-wel niet en volght, fulcx nimmermeer te gefchieden. Be-halven noch, dat de Gewrichten niet alleen en beftaen uyt Zenuachtige deelen, maer oock bekleedt werden met Vleyfch, ende Spieren, in de welcke het Bloedt fackende,lichtelick Onflekinge, ende daer op Sweringe kan veroirfaken. Daer-en-boven en moeten de Zenu-achtigc , ofte Vliefige deelen niet gerekent werden, de Onflekinge gantfch niet onderworpen te wefen : dewijl den oirfpronck van de Zenuwcngt;te wetende Her(Tenen, ende haer Vliefen , gelijck oock het Borft-vlies (het welck dan Pleuris maeckt) ende andere Vliefige deelen, dickwils fwaerlick ontfteken .

Meerder reden fchijnter te wefen voor de Gal,als, gelijck Galenus feyt in't 5. bouck van het Gebtuyck der Deelen op't 5. cap. zijnde dapper fcherp , bijtende ,ende af-fchrappende ; derhalven oock alderbequaemft om foo fcherpe Pijn, gelijekin de Gichte is, te verwecken. Waer by dickwils komt een Verhittende manière van Leven,Schrale geflalteniffedes Lichaems, ende ftereke Oeffeninge , die allegader Galiachtige vochtigheden voort-brengen. Dan dewijl alle Gichtige niet Gal-achtighvan aert en zijn, ende het Pijnelick deel nimmermeer geel uyt en Äaet,foo en is niet waerfchijnelick, dat dit gebreck zoude uyt Gal ontftaé. Bchalven noch, dat de Gal , gelijck Cupivaccius feyt,foo fcherp is, datfe

K k 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;eer-

ocr page 546

530 SCHAT DER

eerder Sweringen, als SwelIingen zoude verwecken, Campalongu: gaet hier tegen, op het 8. cap. daer hy re-den-kaveït tegens TrinuwUius, ende geeft voor, dat hier geen Sweringe en valt , vermits daer toe niet alleen vereyfeht en wert fcherpe Vochtieheyt, maer oock, dat de felvige treft een bequame piaetfeh, om te doen (weren, gelijcker geen en zoude zijn ontrent de Gewrichten, als allegader hart ende droogh zijnde , ende dcrhalven niet wel van Scherpe vochtigheyt tot Swe-ringe te brengen. Dan hier ftaet mede aen te mereken, dat , gelijck hier voor oock aengeroere is , de Gewrichten niet alleen en beftaen uyt Orooge, ende Zenuachtige deelen, maer darde felve om-vangen werden van Spieren , zijnde Vleyfigh , ende Sacht , dien volgenden oock bequaem om door fcherpe Sinckingen tot Sweren te komen. Ende al is't, dat de Vliefachtige deelen niet liclitelick en fweren , lbo en gaenfe daer even-wel niet gantfeh vry van, gelijck Fabricius verhaelt $.0bf. 20. van de Mont der Mage , ende ick dickwils bevonden hebbe in de Dermen der gener, die van den Rooden-loop geftorven waren.

Den Arabifchen Ivianna fchrijfc, dar de Gichte Telden wert veroirfaeckt door Melancholy, ofte Swarte gal ; dande Grieckfche Trallianus ftelt die Vochtigheyt benevens de andere , gelijck oock doen onder de Nieuwe, die hem volgen. Öan 'c en is niet waerfchijnelick, dat een dicke, ende grove Vochtigheyt foo lichtelick door nauwe wegen op de Gewrichten zoude facken.

Wy komen tot de vierde Vochtigheyt die in't Bloet is , te weten de Pituita , ofte Slijmtrightyt. De meerder-gcmelte Ferndius , nae dat hy gefeyt haddc 5.de Part. Morb.ty Sympt. 18.de naefte Oirfaeck van de Gichte foo verfcheyden niet te wefen , als befchreven wert (gelijck nochtans tegens hem zoucken te beweren Gorr^us,

ocr page 547

0 N G E s 0 NT H E Y T. 531 CoJlæus, Mtruiui , D/irena, Minadous, ende verfcheyden andere) en dat de felvige nimmermeer haren oirfpronck treckt uyt Bloec, Gal, ofte Swatte Gal, maer alleen uyt Slijm, ofte Wey; ende dat het onderfcheytvan dc Gicnte qualick genomen wert nae de verfcheydenheyt van de Vochtigheden, waer uyt deeenc Gichte heet, de andere kout zoude wefen; keurt de felveallegader koutte zijn, ende uyt Koude Vochtigheyt haren oir-fpronek altijdt te trecken. Ende wat belangt de R00-digheyt, ende Hitte, die hier fomtijdts toedaet, daer op feyt hy, de felvige niet te komen eygentlick door de Sieckte,maer door de ftrengigheyt van de Pijn,de welche daerbenevens oock al-te met Koortfche verweckt, infonderheyt in Lichamen, die heet, en bloet-rijck zijn. Hier op dienttweederley antwoott. Voor eerft, dat Ferndius ongelijck heeft, de Oitfaeck van de Gichte te Hellen in Slijmerige ende Koude vochtigheyt ; 't en anderen, dat aengenomen kan werden, wel uyt-geleyt zijnde,de felvige uyt „'ey te beftaen.

Wat het cerfte aengaet: Dewijl de Gichte fchierlick overvalt, ende de Vochtigheyt de felve verweckende van felfs , ofte door middelen te rugge keert, dat en kan koude Slijmetigheyt, als tot de beweginge onbequaem zijnde , niet doen , ende dien volgende de Gichte niet veroirfaken. Behalven dat de Slijmerighcyt van Naturen de Gewrichten altijdt , als noodigh zijnde , by is, om de felvige glatte houden; fonder nochtans hact eenige Pijn aen te brengen. Daer-en-boven geven oock de andere Teyckenen, gelijck fcherpe Pijn , ende groo-ten Brant geen Koude, maer wel Hitte te kennen. Ende 't gene Femdiw feyt, dat de Roodigheyt, Brant , ende , Koortfche alleen door de Pijn verweckt wert , oordce-len Trincavdlius, MinadokSi ende Spifgd, noch met re-den, noch met ervarerftheyt over een te komen : want dat

ocr page 548

532 SCHAT D ER

dat de Gichtige dan de meefte Pijn hebbê,als haar noch geen Roodieheyt, ofte Gefwel geopenbaert en heeft, ende dat de Pijn begint te minderen, als het Lidtvan buyten aen't fwellen komt ; dat oock,bv aldien de Pijn de voor-naemfte oirfaeck van het fwellen was , fulcx zoude gefchieden in de meefte Pijn , dacr men integendeel bevint, met het fwellen de Pijn te verminderen, de Pijnelicke oirfaeck nae buyten gedreven zijnde . Sy vougen noch daer by, hoe men diekwiis (iet, dat, aleer men groote Pijn in de Gewrichten begint te voelen, de naeftc Aderen op-fwellen , ende root werden, waer op daer nae dan de Pijn vermeerdert, tot een feker tevc-ken,dat de fchadelicke, ende pijn-makende Vochtigheden door die Aderen haren vloet hebben. lek zal hier noch by-vougcn, ende beantwoorde het gene voor Fmidius zoude können by-gebracht werden , te weten, dat als de Gichtige vochtigheyt haer beweeght, een Kouw,en Huyveringe over 'tgantfche Lichaem komt. Dan fulcx en is geen feker teycken, dat de Gichte daer-om zoude van Koude ftoffe op-geleyt zijn, aengefien oock de Heete vochtigheden , wanneer fy door gevoe-licke plactfchen beweeght werden , gelijck felvet de heetfte Koortfchen, Huyvering, Beven , ende Klappertanden , even als de Kouw, verwecken .

Wy hebben van elcke Vochtigheyt in't byfonder gehandelt: dienen nu noch beantwoort degene, die een mengel-moes uyt de felve make. Galenus, Fortß,Spitgdi ende mecrandere.ftellen de naefte Oirfaeck van Gichte, in Slijm, ende Gal,onder den anderen vermengt. Dan fulcx en is niet gelooflick,dewijl de Slijmerige vochtigheyt onder Gal gemengt zijnde, der felvigers Scherpig-heytzoude verfoeten,en alfoo wech-nemcn de oirfaeck van de Pijn,die de Gal anders (nae haeroirdeel) zoude mogen aen-fteken.

Even

ocr page 549

ONÛESONTHE Y T. 533 Even foo weynigh ßuvt het gevoelê van den gemeU ten Sdddi//f,die ib.38. ende 43.voor de naefte Oirfaeck aen.neemt een meogfel van de vier Vochtigheden,mee Winden. Wat de Vochtigheden belangt, die zijn nu beantwoort. Dat de Winden oock niet, als naefte Oirfaeck ,de Gichte verwecken, blijckt daer uyt, dat alle de Sieckten , die uyt Winden ontftaen, foo lang niet en ! duyren,als wel de Gichte by-blijft. Ende al is't, dat de Winde fomtijts eenige Spanninge ontrent de Gewrichten mochten veroirfaken , foo en is foodanige Pijn voor geen Gichte te rekenen.

Onder de Mengelaers is mede Sachaus , die in't I2.cap. de voornaemfte Oirfaeck van de Gichte leyt op het Bioet,ondet'twelcke eenige onfuyvere,ende vrem-de ftoffe gemengt is. Stelt de felve noch Slijm , noch Gal, noch Swarte gal tewefen, maer wat onfuyvers gt;nbsp;rauw,ende ongekoockt, het welcke ofte door fijn me-nighte, ofte door fwackigheyt van natuerlicke wermte niet en heeft können verdouwt ,gefchey den , ende uyt-gedreven werden. Dit rauw, ende ongekoockt leyt hy noch nader uyt, als hy fchrijft de Gichtige pijn niet te wefen, gelijck die van natuyrlicke Vochtigheden verweckt wert ; maereen vremde ende byfondere , als by-nae voor.komt door Bufkruyt , Swavel, Aluyn, Salpeter, ofte diergelijcke. Dit gevoelen en kan mede niet wel werden aengenomen, dewijl noch Bloedt , gelijck aengewefen is,noch oockrauwe Vochtigheyt de Gichteby haer felve können veroirfaken ; 'ten zywy aenne-men de naerder vetklatinge, te weten,dat in die rauwig-heyteenige Sultigheyt verborge is, de rechte ftoffe van Graveel, ende Gichte, waerom fy oock dickwils te fa-men gaen, ende alleen verfchillen , dar de Sultige ftoffe 1in de Gewrichten, ofte de Nieren blijft Reken.

Van diergelijcke gevoelen is mede geweeft den wonder-

ocr page 550

534 SCHAT DER

derbaerlicken Paracdfiu, fchrijvendein fijn i.bouck vm de Wijn-fteen „. 14. op'c 2.cap. datde Gichte groeyc uyt ^Qui, het welck met het voedtfel de Gewrichten toegevoert wert. Dit is oock gevolght van den treffe-licken geneefmeefter (die de oude, ende nieuwe Ge-neef-konfte der Alchymiften,konftigh met malkande-ren gematight heeft) lofcph du Chefne, ofte Qu„«im,, in fijnen Raet voor de Gichte,ende 't Graveel, alw^r hy de naefte Oirfaeck ftelt in Stem,«htightyt (als Wijn-fteen) ofte %oni. Ende gelijck het eene Zout fcher-per, bijtender, bitterder, ofte flapper, ende laffer is; dat daer uyt onftaet de verfcheydenheyt van de Pijn. Hierom prijft hy den gemelten Fondius (het welcknu het tweede is , in den felven hier voor aen geteyckent) dat hy alleen aengemerckt heeft , de Gichte haten oirfpronck te trecken uyt Wiyigrtochtigheyt, dat is, gelijck hy't uyt-leyt,uycSu/„ghlooch dt, Vochugh^dm. Maer Fwnelhu heeft even-wel, daer in ongelijck , dat hy geen onderfcheyt en maeckttuschen de Slijmerige,eh wey-achtige vochtigheyt, ende dat hy ftelt die wev koutte wefen. Want al is fulcx, dat in die Wey veel Water is : foo heeftfe oock veel Zoute fcherpigheyt, waerin fy, van gemeen Water veel verfcheelt. Ende foodanige Wey, die met eé fchept T^ouughtyi door-drongen isgt;en de gevoelicke deelen van de Gewrichté prickelt, en reckt, Rellen wy de naefte Oirfaeck van de Gicht te wefen.

Staet nu noch te onderzoucken op wat plaetfchede Gichtige ftoffe groeyt, ende door welcke wegen defel-vcop de Gewrichten valt; waer in de Geneef-meefters mede niet over een en komen.

De meer-gemeltc Ftrntliu: fchrijft fulcx van niemant volkomentlick onderfochtte zijn , ende dat, door die onwetenheyt, de Gichte tot noch toe voor ongeneet-lick verlaten, ende genoemt is de fchande der Geneel-mee-

ocr page 551

ONGESONTHEY T. 535 meefters. De felvige gaet derhalven tegens het oude gevoelen, ende berifpi alle de gene van dwalinge, die meenen, dat de Vochtigheyt van de Inwendige deelen uyt-berft op de Gewiichten. Want, Ceyt hy, hoe zoude uyt het Ingewant , ende de Innerliche deelen, eenige Vochtigheyt alleen door de Aderen drijven ^ ofte die even te voren onder het Bloet vet mengt was, van daer door de mondekens der Aderen,fuyver fachen in de Gewrichten' ofte als oock de Vochtigheytmet het Bloet uyt leeckt, waerom het felve, in de Gewrichten vergadert zijnde, geen Onftekinge en zoude verwecken^ Maer dat oock de rauwe Vochtighedé, die door andere wegen , als de Aderen , nac de Gewrichten loopt geen Gichte en verweckt. Want dat de rauwe Vochtighe-den in de Ongedaenheyt, ofte Slijm-water uyt het Ingewant in de Beenen ,too datfe fwellen, Tackende, geen Podagra en maké. Derhalven, feythy,heeft de Gtchte eenen anderen oitfptonck, als uyt de Inwendige deelen: 1 ende den felven fielt hy in't Hooft,van het welche dun-Ine,ende (lijmerige Vochtigheyt vloeyt op de Gewrich-1 ten. Daer toe en neemt hy niet de Herbenen,noch haer \ nbsp;Grouven, in de welche de vergadering is van de Slijme-

1tige vochtigheyt (alfoo de felve vanbuyte door de neus | gelooft wett , ofte door het gehemelt in de Borfi , ofte

Maegh fackt) maer de deelenbuyté het Beckeneel, van de welcke de overtollige Vochtigheyt, door de kleyne Adetkens, even onder de Huyt, zoude af-loopen in de Gewrichten .

IDit nieu gevoelé van Firndiui wert by vele gevolght, Idoch van geen weyniget berifpt, te meerder, om dat hy het oude gantfeh verwerpt.

Wat voor cetft belangt de klachte , die Ferndiu: doet over het oude gevoelen , al ofhet felvige Oiyfaeck was, dat de Gichte voor ongeneedick werde geoirdeelt: daer op

ocr page 552

536 SCHAT DER

op feyt Stmitmu, fulcx in fijn nieuwe leere beter plaetfch te hebben, ende meent dat de Geneef-meefter, die den oirfpronck van de Gichte alleen in't Hooft zoude willen zoucken, naulicx immermeerde felfde zoude können genefen. De redenen van Sennertus zijn, Dat al wert wel eenige malende Pijn vernomen, door We,achtige vochtigheyt lackende van buyten het Hooft, dat fulcx geen Gichte en is , alfoo de felve niet en valt op de Gewrichten , maer alleen blijft fteken in de Spieren : maer dat de Vochtigheyt, die de Gichte verweckt, geheel anders voor-komt, te weten ,door mangel in't Bloet, veroirfaeckt uyt een Quade manière van Leven, ende fwackheyt des Ingewants, fomtijdts oock uyt Op-floPquot; pinge van Stonden, ofte Speen ; waerdoor hetdanjeyt hy,in de Aderen aen't rijfen komende,gemeenlick by de Gichte een Koortfche verweckt; ja de Koortfchen (laen fomtijts tot een Gichte, ende daer door gefchiet het, dat het Water genoegh uyt-wijft van de bedotvenhe,t der Vochtigheden in de Aderen. Daerom gebiedt Ga-kmK 3.Aigt;hor.2o.in Gefvvellen, ende Pijn der Gewrichten het BinnenUe van 't Lichaem te fuyveren , met de onfuyvere van de voorname Deelen nae de buytenfle te drijvén. Ende mçt bondige redenen en kan anders niet bewefen werden. Het welck dan alfoo zijnde, ende dat de Vochtigheyt, oirfaeck van de Gichte , haer inde Aderen , ende Slagh-aderen onthout, fooen ilTer geen reden te geven , waerom die Vochtigheyt nootfakclick eerft in't Hooft zoude op.trecken , voor eer datfe in de Voeten zoude facken, infonderheyt,alfoo daer een ope-ne,ende rechte wegh is ,waer henen de felve haer door de Aderen, ende Slagh-aderen beweeght, ende in de Gewrichten kan gevoert werde. Ende dat de Gichtige ftoffe niet en fackt buyten de gemelte Vaten, maer binnen de felvige,blijckt oock daer uyt, dat de Aderen der

ocr page 553

0 N G E s 0NT HE Y T. 537 gener, die de Cichte zullen krijgen, entrent de Gewrichten beginne te fwellë : dat oock de Vochtigheyt, die de Gichte verweckt, indien daer buytens tijdts te Rug-drijvende middelen op geleyt werden , wederom keert in de Aderen,ende Slagh-aderen, ende,ofte na de Edele deelen weder op-ftijght, aldaer heete Koortfehë, Benautheyt des Herten , ende diergelijcke Qiialen ver-weckende; ofte fchierlick in eé ander Gewricht fehlet, waer door de Pijn van de Voet, hacrin de Hant openbaart , het welck foo haeft niet en kan gefchicden door dé wegh even onder de huyt,maer wel door de vaten . Vorders , indien de Oirfaeck van de Gichte altijt quam van buyten het Hooft , foo zouden oockaltijdt daer by ^ijn foodanige Tevckenen,ende daer moft dan oock op volgen foodanige GeneOnge ; geen van beyden werde toegeftaen, en fulcx by Sennmu s met redenen beweert.

Dit is foo veel aengaet de Oirfaeck, die Femdius op de baen gebracht heeft. De redenen, daer hy'toude gevoelen mede meent om te ftooten, en werden niet bondiger geoirdeelt. Want dat hy vraeght, hoe uyt het Ingewant, ende de Innerlicke deelen eenige fuyvere Vochtighevtzoude door de Aderen op de Gewrichten fchietent 'Daeropantwoort Trincavdlins, dat heel fel-den,ofte nimmermeer eenige Vochtigheyt fuyver, ofte alleen af-leeckt, maer gemengt , infonderheyt Indien fy dickachtigh is. Want datfe dan ,door het vermengen van dunne, ende heete verdunt , ende als ge-fmolten wert. Nochbetaelt hv de Vrage met een andere , te weten, hoe dat de Aderkens, de welcke fpruy-ten uytdeuyterlicke Stroot-aderen , haer dunne,ende weyige Vochtigheyt alleen können drijven in de plaet-fchen onder de Huyt, daerfulcx, nae Fandius meent, nieten können doen de Aderen,die het Voedfel de Gewrichten aenbrengen ^ Behalven, dat de Vrage van

L1 Ftr-

ocr page 554

538 SCHAT DER

FemtUus oock ftrijdr tegens de Ondervindinge, die ons fulcx in de Sieckten dagelicx vertoont. Want de Nature zouckt het Bloet, als haer aengenaemft,ende waer door fy het Lichaem onderhout,ende bewaert,tegen te houden ;eude op dat het door geen quade, en vuyle Voch-tigheyt zoude befmet, ofte bedorvé werden,foo drijft^ de felve door verfcheyde wegen uyt de Aderen, ende Slagh-aderen, het wefen des Bloets alfoofuyverende. In Buyck-loopen ftootfe alleen de onfuyvere Vochtig-heyteerft uyt de Holle-ader nae de Suygh-aderen, ende van daer nae de Dermen: in het Sweeten uytde monde-kens der Aderen, door de Huyt. gt;T felve doetfe in de Rofe, Schorfte, Pocxkens,Mafeien,ende diergelijcke. Behalven darde Weyige ftoffe niet altijdt Suyverafen komt, maer fomtijts oock eenige andere Vochtigheyt mede fleept; gelijck de Onftekinge fulcx wel aenwijft, die Ftrntlius oock ontkennende moet aennemen , als hy hier ftelt tot Teyckens, Kloppende Pijn , met Gefwel, Roodigheyt, Hitte, en dickwils, Op-gefwollé Aderen.

Daer is noch een derde Gevoelen, het welcktulTché beyde gaet, te weten , dat de Gichtige fomtijts uyt het Hooft , doch niet altijdt van buyten, als Ftrmlius meenden, maer oock van binnen uyt de HerfTenen oirfpronc-kelick viel, even-wel meeft uyt de Innerlicke Deelen, te weten Lever, Milt, Maegh, ende 't ander Ingewant. Dit wert onder andere toegeftaen, ende verdedightby Geneef-meefters in verfcheyde Lande, als by de Spaen-fche Mercatus , ende Caßrenßs, by de Italiaenfche Mme-dous , CapivActius,Trincavdlius, ende Coßlt;tus, by de Fran-fche Holkrius, Ronddetius, ende Btriinus, by de Nederlanders zan der Sietgh, ende Spiegel, by den Duytfchen Eraftusby dé Switfer Platerus,d\e dit gevoelen wat wijt-loopiger uyt-leyt; ende al werden door Sennertus fijne re-dené beautwoort, foo leert nochtans de Ondervindinge, dat

ocr page 555

0 N G E s 0 NT H E Y T. 539 dat foo uythec Hooft, als uyt heclngewant de Gichte voortkomt. Het welck geenfins om-geftootéen wert door'tgene Lofdius van Prüfen,tege Fcrndiin inbrengt; te weten, dat het Hooft te verre is van de Voeten, ende deihalven niet gelooflick, dat de Vochtigheyt van daer zoude facken , dewijl de Gichte dickwils in een oogen-blick yemant overvalt. Ende alis't, feyt hy, datfom-tijdtseenige Hoffe uyt het Been recht op.gaet doorde dye, lendenen, ende rug, ende blijvende in de Herbenen Heken,een Vallende-Heckte verweckt; foo en is die Stoffe niet anders, als een Geeftachtigh wefen,gelijck een Wint, die lichtelicken eenen wegh na bovenen kan vinden. Wat belangt, dat het Hooft te verre zoude zijn van de Voeté,om in een oogen-blick de Gichtige Hoffe nae beneden te fenden, die tegenwerpinge en bint niet ; dewijl niet noodigh en is , dat de Vochtigheyt foo rafch door-fchiet ; ende oock geen Pijn en verweckt , voor al eer fy inde gevoelicke deelen der Gewrichten gedrongen is. Wat aengaet 't gene hy van de Vallende-fieckte by.brengt,dat de felve veroirfaeckt door Stoffe,die wel van onderen fchierlick op.fchiec, maer dat defelveals een geeft ,ofte wint is : zal tot antwoort dienen,behal-ven dat het Lichaem, levende zijnde , van binnen veel verborgene wegen heeft,die in doode niet gefié en können werden, gelijck oock felfs in de levende niet de pori, ofte gaetjens in de huyt, daer het fweet uytleeckt, ende dat foo dunne Vochtigheyt lichtelicker door nauwe wegen kan neder.facken, als op-Hijgen: dat felve oock de Stoffe van de Gichte, alen isfv eygentlick, gelijck hier voor gefeyt is, voor geenen Wint te rekenen,evenwel een rijfend, ende luchtigh wefen krijght. Want wy bevinden in de Nat ure , dat de Lichamen Geeften werden , ende wederom de Geeften Lichamen . Ende gelijck de Sultigheyt, die in ons Voedfel uyt de Aerde ge-L l 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;troc-

ocr page 556

540 SCHAT DER

trocken wert gt;nbsp;ende aldaer aerdrachtigh was , door ver-fcheyde Kokingen in de kruyden , dieren , ende ons ey-gen lichaem verdunnende, geraeckt aen't wercken, ende rijfengt;ende als een Geeft, ofte Wint wert : foo komt de felve daer nae, fackende ter bequamer plaetfche, te weten ontrent de Gewrichté,wederom als te Aremmen, ende haeroudt, ende af-geleyt lichaem op nieus aente nemen : gelijck merckelick te fien is , aende Geeft van Koper-root, ende ander Zout ; felfs oockaen de Kalck, die van de Gichtige gewrichten dickwils uyt-berft. Hy meent vorder, dewijl de Gichtige verftandigh, ende wacker van geeft zijn, waerfchijnelick te wefen, darde Vochtigheyt niet uyt het Hooft en fackt, want dat wy van vele Schriften den danck naoeten geven acn het Po. d^gra, die van de Schrijvers, indienfy wel-varende waren geweeft,naulicx uyt-gewerckt zouden wefen : ge-lijck Cardanus oockfchrijft,in't Lofvan die Sieckte, dat de groote Erafmus, uyt het Gichtige bedt getapt heeft, al 't gene verdient geiefen te werden. Dan hier op dient tot antwoort, dat Fulcx maer bewiift de Herbenen niet

Wy zullen nu befluvten , 't gene wijdt-loopigh on-derfocht is,de naefte Oirfaeck van de Gichte te zijn,een W'e,acbiigamp; Sulnghtyt, fackende uyt het Hooft (foo van binnen, als van buyten het Beckeneel) ofte gedreven zijnde uyt de Slagh-aderen op de Gewrichten, de welche de Gevoelicke deelen der felver fcherp-bijtende , die groote Pijn verweckt.

ocr page 557

0 N G Es0NT HEYT. 541 meefter, maer geleert Kamer-Iing van de keyfers Hono-?ius sende lbeodofius) heeft feer wel 7. Saturn. 4. geftelt driederhande Oirfaeck, Overvloet van Vochrigheyt, Sterckte van het deel , dat de felvige van haer floot,en Swackigheyt van het gene , die Vochtigheytontfangt. Behalven dat de Gewrichten van wegen haereygen maeckfel, als zijnde kout,ende fonder bloet,geen groo-te kracht en hebben, ende de Nature oocklichtelick de Zultige vochtigheyt, als eenige gemeenfchap met de felvige hebbende,daer nae toe fent; foo beftaet daer-en-boven hare byfondere Stvackjgbtyt nocl i in de Loffigheyt van de Banden , en Vliefen, die de felvige om-vangen, ende vaft houden. Defe is fomtijts aengeboren, waer door de Gichte, gelijck wy oock van het Graveelgt;ende andere Sieckten gefeyt hebben, van de Ouders, ofte Voor-ouders (want het Oaet alternet wel eë graed over) op de Kinderen, en Kints-kinderen erft, komende door fwack ende gichtigh Zaet, het welck fijnen oirfpronck trecktuyt het Bloet, 'tvoedfelvan't gantfche Lichaem, ende derhalven de fwackheyt, ende gebreken van elck deel mede depende ; infonderheytnoch in de Gichtige, haer Hoffe, de gern eite Zultigheyt. Wy zullen hier we-derom treden buytë de Schole van de Geneefmeefters, om by te brengen een plaetfche van Ißdorus. Dat Gichtig' gt;nbsp;fchrijft hy 4.Ep.141. Gichtige kinderen voort-brengen, is ten yegeUcktobekent. Maer die van beginfcl, tnde de eerftt in haer geflacht atn drfequael vaft kyn g'^ft, htbtyn fulcx nitt gebadt van etn ongelukkig' Gematigheyt , met de welck' fygeboren witrden:matr van een quade Maniert van Leven in WeUuß, tnde Onacbtfaemheyt. Soo feyt oock Sentea in fijnen 24. brief, dat het BrafTen Rauwigheyt by-brengt; Dronc-kenfchap Stompigheyten Bevinge derZenuweri; Wel-luft Mangel aen Éeenen,Armen,ende alle de Gewrichten. Daer van fong Palladis, een Griecx poëet z./i^nthol.

L1 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;niet

ocr page 558

542 SCHAT DER niet vremtte wefen, dat Vulcanus manck ging, dewijl hy Cupido tot een Toon, ende Venus tot een vrouw hadde. De Dronepenfehap helpt hier vry wat mede toe,gelijck de poëtifche GeneeGmeefter Serenus, van den ouden poëet Ennius (op wiens voor-fchrifc vele Poëten fondi-gen) te pas brengt in defe vetten :

Ennius ipfe pater dum pocula ficcat iniqua, Hoc vitio tales fertur meruiffe dolores .

Wtbeyde defe Oirfaken is by de Oude verçiert,datde Gichte was een dochter van Bacchus, ende Venus, gelijck eé ander Griecx poëet de felve oock foo noemt i.Amhol. wiens vetfTen M'*laeob de R^oure, Heere van Hardinex-velt; inonfe Idea Medicina, aldus in Latijn heeft over-gefet :

E Baccho marcente , atque e marcente Dione, Nafcitur amp;nbsp;marcens progenies Podagra .

Ende vermits de arme luyden niet veel te hefteden en hebben, en gcmeenlick fober leven, foo en zijnfe oock de Gichte niée veel onderworpen , waerom naulicx een Gichtige bedelaer gevonden wert . In tegendeel liet men, dat Luyden van vermogen, die veeltijds in Ledig-heyt, Weelde, ende Welluftleven , ellendigh met de Gichte gequelt werden. Hier op fpreeckt de poëet In-UMaJiiin fijn i;. Schimp-dicht:

— pauper locupletem optare Podagram Ne dubitet Ladas,ß non eget Anticyra, nec Archigene , quid enim velocisgloriaplanta Pramp;ftat, amp;nbsp;efuriens Pifamp;amp; ramus oliva.

Hierop verhaelt lovianus Pontanus een kluchte j.dt Serm. i. hoe Podagra te lande reifende, aldaer niet en vondt, als quade kotten, vol alderfey boeren-tuygli,ende met raegh bewapen; foodanigen herbergh haer tegen-

ocr page 559

0 N G EsON T H E Y T. 54; genftaende,een betere in de ftadt fochte,ende dat fy daer terftont roche aen een Smits winckel,die fy verfoeyende voor by ging,tot datfe ten laetften quam voor een buys, daer men danften, ende vrolick was, ende verftaende,dat aldaer ledigh, ende guIGgh volck woonden,terftont inging , ende haer woning daer voort hiel. Dit is oock de oirfaeck dat de Gichte genoemt wert Rijcke luyden fieckte ; als mede Haetfter van de Armen, gelijckCe be-fchreven wert by Lucia,amp;$,wiens Grieckfche verffen aldus in Latijn vertaeltzijn by dentreffelicken rechte-geleerden , ende poëet Alciatu: :

Dir4 beatorum domitrix, inopefque perofe Qt^a lauta vitam ducere ubique foies.

Et larga Aufonii te oblectant pocula Bacchi, Quorum pauperibus copia nulla domi eft.

Ergo mopum merito fcrupes, loca amp;nbsp;afpera vitas : Divitis in pedibus fed bene culta fedes.

Op de verhielde Oirfaken fiende onfen grooten Hippocrates , fchrijfc in de 28 29. ende 30. Kort-bondige fpreucken, van Gjn G.bouck, dat Gefnedene, Kinderen voor haer paren , ende Vrouwen ,'cen zy haer Stonden op-houwen,geen Gichte onderworpen en zijn. Waer op Galenus in fijn Wtlegginge feyt, fulcx wel waer ge-weeft te zijn ten tijde van Hippocrates: maerdat daer nae, door vuy1e Ledigheyt, ende Ongebondenheyt in Manière van Leven fijn leere onwaer geworden is. Het felf-de was al te voren foo op.genomen , teninGcht van de Vrouwen , by den wijfen Seneca, wiens woorden wy alhier Zullen bv-brengen uyt fijnen 95.Brief: De Vrouroi, dtwijlfe hatr de Mans in Ongebondenheyt gelÿck maken, foo maktn fy haer oock geUjckin de Manneliekt gebreken . Sy dor-W„met ten grooten roomer de Mans uyteyßehm , fclfs oock een

L1 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;donc-

ocr page 560

544 . SCHAT DER

doncamp;tjm over Jinm; foo datft daar na Tnotttn ovty.gtuti, 'tgtntfy, by-na met tegenheyt van hatr matgh , hebben doorlaten gain . In Gtvligheyt en wijcRen fy ootk. de Mans niet , gt-troon wel berecht te werden . Wat is het dan te verwonderen , dat de grootje onder de Geneef-meeßers, tnde de ervarenßtin Natuyrlicke faken hier in op een logen bevonden is , dewijl foo veel Vrouwen aen de Gichttvafi s(ijn. Sy hebben het vordedvan haergeßachte door haer Gebreken verloren; ende om datß het natuyrUck Vrouwen-kltet uyt-getrockçn hebben, foo ^ijnfrvtr-wefen om Mannelicfe Sieeften te dragen . By 'cgene Senta breetgenoegh uyr gemeten heeft, komt noch, dat de Gichte, gelijck hier voor gefeyt is, aen erft , ende der. halven foo wel de Vrouwen, als Mans kan te beurtval-len: foo fchrijft de Romeyn Strada in't i.bouck van fijn Nederlantfche hiftorye,aat Margarita van Ooßtnrßk, hertoginne van Parma, ende Gouvernante der Nederlan-den , veeltijts van de Gichte befocht werde ; het welck feyt hy,felden gebeurt in Vrouwen ; ende niet als die gantfch fterek,en manlick zijn,gelijck hy de Prinçeffe cock befchrijft. Dit en quam haer niet door Welluft, als wel,ende in matigheyt levende,noch oock door Le-digheyt,dewijl fy groot vermaeck nam ter jacht te rijde: maer waerfchijnelick door Erffeniffe,dewijl haer vader, keyfer Karei , foo dapper met de Gichte gequelt was, dat fommige meenen, de fclvige mede oirfaeckgeweeft te zijn, dewijl fy hem nae fijn vijftigh jaren niet by poo-fen, maer geftadigh overviel, (gelijck de gemelte Strada wat te voren in't fclfde bouckverhaelt) fijne Landen, leunende op de fchouderen van prinçe Willem van Oraengje, aen fijnen fone Philips over-gaf,in'c 55, jaer fijns ouderdoms, felver verklarende, daer toe beraden te wefen,om dat hy miftroude, den laflvan't rijck met behoorlicke krachten langer te können dragen , den fel-ven nu leyde op de fçhouderé van een kloeck jongman.

ocr page 561

0 N G E s 0 NT HE Y T. 54g Ick hebbe oock Tomtijts Gichtige Vrouwen ge(ien;als oock Kinderé, doch geheel weynigh, die noch maeghc ware. Sulcxis mede by andere Geneef-meefters waer-genomen, als noch van de Gefnedene by Brafavolus, ende Holltrius. Even-wel zijn de Vrouwen veel minder met de Gichte gequelt, ais de Mans , van wegen de Suyveringe, die fy krijgen , door haer Maent ftonden ; ende als de felve geheel op-houden, ofte al te weynigh af-fchieten, dan vervallen fy lichtelick in defe heckte, 't en zy oock anders , dat fy een leven leggen, gelijck wyuytStnKA verhaelt hebben. In de Kinderen , als fy beginnen te komee tot haer mondige dagen, komt een natuyrlicke beweginge, ende prickelinge van't Zaet, waer door het Lichaem lofch, ende open wert. Daer op volgende het By-dapen, volght oock, dat, door het bewegen , fchudden , ende verhitten der Gewrichten, de Vochtigheyt daer nae toe gedreven wert, ende die verfwackt zijnde, de felve lichtelick nae haer nemen. Van wegen de Spanning der Zenuwen,die fy hier door krijgen, ende dat, door het veel leggen op haer Lende-nen,de Vochte nae het Teel-tuygh fackt,zijn de Gich-tige gemeenlick wat geyligh, gelijck myeen vertelde felfs in de meefte Pijn noch (hy nam de gelijckenis van deK. ende den Toren) Succubus geweeft te zijn,ende als ick feyde fulcx naulicx te können gelooven, ende dat het oock quaet was , foo nam de Vrouw (al diep in de vijftigh jaren out zijnde) het woort met korfelige lacli op, feggende, dat het een het ander nietaen en ging. Is't dan wonder dat de Gichte foo voort-fet ; hoe-wel fulcx Scnntrius in dat pijn-vergetende werck niet wel en kan aen-nemen.

De Ovovloctvgndc Gichtige vochtigbeyt komt uyt het Hooft, als het felfde fwackis, ofte al te kout en voch-tigh, waer door meerder vergadert, als verdouwt kan

wer-

L1 5

ocr page 562

546 SCHAT DER

werden : uyt Lever, Mill, Matgh, als de felve oockdoor haer Ongtmaiigheyt , ofte SUppightyt , den Gijl , ofte het Bloet niet wél en fuyveren,waer uyt dan de Zultig-heyt door de Slagh.aderen met het voedfel nae de Ge-l wrichten gevoert wert , dringende altijdt de Sterekfte deelen, het ongefonde nae de Slapfte, alwaer het dan blijft fitte. Sulcx gefchiet te lichter, wanneer de Vochtigheden onfes Lichaems ontroert werden door eenige ftercke Btwegingt, 'tzy van 't Gemot; , als Schrick., Gram-fehap , ofte van't Liebatm , als grooten Atbtyt, ofte andere fe4reOrfinmge;infonderheytin veranderinge van Litchi, gelijek men fietin't Voor-jaer, ende Nae-jacr, wanneer niet alleen door het bewegen van de Vochtigheden,die dan haer Onfuyverheyt, in de Somer, ende Winter vergadert ,uyt-werpende, niet alleen Gichte, maer oock Rofe, Schorft , ende andere Qualen veroirfaken. De Lenten, zijn wel de gefontfte tijt in haer felven, maer fy volgen den Winter, wiens vergadering fy moeten boeten;ende derhalven bevint men,dat alfdan de Gichte meeft in fwang gaet; het welck Lucianus oock wel bewuft is geweeft, als hy in fijn Spel van de Gichte,ge-naemt Tragopodagra , den Rey aldus doet fingen :

Igga Dtndynit Cybeles

Phryges ululante voce Tenero frequentant Atti, Ad tibiaque cantum Phrygia, fuper juga Tmoli, Comum celebrant Lydi. Etin armis tum furentes Solenne Cretico euan

Numero canunt Curetes ' Clangitque Marti feroce

Tu-

ocr page 563

0 N G EsONT HE Y T.^ 547

Tub4 prægrAvis , tumultus

Cluendo beUicofos.' Sednos tu; P 0 DA.GRA, MyfUtibifacramus Ineunte Vere luctus , Vbi pullulat virepens, Pratumper omne , gramen : Zephyrique fyiritu arbores Teneras comas regignunt : Nupttifque hirundo moestis gt;nbsp;Hominum canit per ades : Notturna perquefilvam rhilomelajlens Attica Ityn canendo luget.

Op een byfondere Geftalteniffe des Luchts leggen Mercurialis, ende Sennertus de algemeene Gichte, waer van de Grieckfche ^thenaus gewach maeckt in fijn ix.Tafebredé van't 2.bouck. Pyibermus,feythy, heeft gefchreven , als de Moer-befy-boomen op fijnen tijt in twintigh jaer geen vruchten en drongen,doen de Gichte foo in (wang ging, datdaer van niet alleen de mans gequelt en weerden , maer oock kinderen, gefnedene, maeghden,ende vrouwen ; felfs oock het vee foo dapper overviel,darter wel twee deelen van de Schapen aen vaft waren. Hier uyt meenen fommige, dat die algemeene Gichte veroirfaeckt is geweeft door twintigh jatigh gebreck van Moer-befyen , als goet zijnde voor dat gebreck. lek hebbe,(chtijft de gemelce Mercurialis in't i.bouck van fijn Verfcheyde Leffen,op't 24.ca-pittel, in Hippocrans, ende Galenus , wel gelefen, Dat rype Moer-bejyen den buycklofcb maken ,' ooc^een quabfrende bee-

ocr page 564

§48 SC H ACT DER

beat matgb zwquickgn , infondtrhtytals fyfr^, endt nul orde ander Spijft,matr voorde nnieliijdi gebejight werden, ende datf op cLin een wandelinge volghi. Dandae jy, door een brfondeu kyachl de Gicinige Toonden helpen , om daer van minder geepdl te werden, en hebbe ie^noth by niemane bevonden. lek^ou* de tven-wel gdooven, dae een tÿdevan Pythermus de Motf-befyen Uehidkk . van vele gejladigh gegeten :^jnde,dt fdvigt dooi ververjinge van de maegh , ende onßuytinge van 'i liebatm, hebben verleytJoodanige Vochtigheyt , die , vallende op de Gewrid); ten , gewoon was de Giebte aen te brengen ; te meerder , dewijl Galenus febrijft, dat de barilijvige , bet Podagrafeer onderworpen r(jjn. Maer over-leggende,dat de Gtyien (ofte Schapé) elie nochtans de Moer-befyen niet en raken, oen dat gebreek mede vaß waren , foo geloofic^eerder , de quade Lucht , de welckl dt Moer-befven is tegen geweeft , oocR de Gichte voort-gebrachtk hebben : alfoo verfcheyde geflalttniffen van de Lucht vtrfcbeydt Sieckgen te veroirjakyn, van de oude niet felden ondervonden il • Want dewÿl de Moer-befyen , gdyck TheophraHus leert , de wÿfttonder de Boomen genormt wert , om dat fy de alderlaeiß bloeyt , ende wanneerde felvige door den rijp komt (gelijck in dé 77.Pfalm gefeyt wert,als oock by Plinius i6.Nat.z6,) fulcx beieycktnt , datier een groote Ongematigheyt inde Lucht is, de welche niet buyien ream Sinckjngen nae de Voeten W brengen. Dit gevoelen van Mercurialis wert gevolght, ende is in't korte nae gefchreven by Sennertus , Lqu.g. Dat oock de Lucht kracht heeft, om de Gichte te vorderen, blijekt daeruyt, dat het een Lantdaerinvrucht-baerder is, als het ander ; gelijck de poëet Lucrtiiui Athenen toe-fchrijft in fijn 7. bouck :

Atthide tentanturgreßus, oculique in Achais Finibus.

Soo verhaeit Nicephorus in't ig.bouck van Gjn Gnec-fche hiUorye op't I4.cap. hoede geftadigeinwoonders van

ocr page 565

ONGESONTHEYT. 549

vanConftantinopelen veel met Gichte gequelt werde .

Vorder dewijl een , ende de felvige Stoffe Gra-! veel, ende Gichte maeckt , (oo groeyt defelvige oock |uyt foodanigen Spijfe, Dranck, ende andere Wtwen-dige oirfaken van't Graveel, in'cvoor-gaende bonck befchreven.

(6) De Gichte vertoont haer Teyikcn dickwils met Rpodightyi, Hint , ende Gt/wd (doch, om de diepte , iniet foo veel in de Heupe) maer volkomentlick met 'wackere , endewaecker houdende Pyn, als oock Onbe-,rrngbliclibeyt. Het welck de gemelte Luciiinw oock aen-!roert in defe verffen:

0 goudens faftin binndeclipet^ , 1CurftveM , tdlorum tortrix,

Cakicrenutrix , male bunii tingit, Oßitremend'i , getiufr^gu , pernox ,, Articulos cruciiindi cupida ,

1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Curvigenujlexa, potens Podagra, Wanneer de dunne Vochtigheyt uyt-waeffemt,ende

1 het 'Zout in de Gewrichten laet,dan blijvë aldaer harde Knobbelen , de welche fplijtende K.l4lt;k.uyt-geven,ende niet alleen het Lide onbeweeghlick, maer oock krom' maken. Ende dat is dan de Quaftige gichte .

Den verfcheyden Oirfpronek geeft mede fijn by Condere Teyckenen. Als deStoffe uyt het Hooftbuyten de Pan neder-fackt, dan wert van buyten vernomen een lacht Gefwel, met eenige Pijn, als men daer op douwt, ende fomtijts wat Huyvering ; wanneer de felve vanbinnen uyt de Herbenen leeckt, dan verwecktfe een Bt-fwatribtyi in't Hooft,met Sl4perigbtyt,endevoort al gt;tgene wy de Sinekingen toe.gefchreven hebben. Soo ftaet oock gt;nbsp;uyt de leyckenen van haer Sieckten , hier voor

ver-

ocr page 566

550 SCHAT DER vermeit, te kennen den Oirfpronck der Gichte Uÿt Maegh, Lever , Milt, ofte andere Deelen .

7. De Gichte is van alle tijden gehouden geweeß voor een van de weder-fpannighfte Sieckten, ende in Weickers drop te beletten,de óeneef-meefters niet een drop en fage; volgens het Françoifehe Spreeck-woort:

En la fleure quarte, amp;nbsp;Goutte , Le Mediçin rij voit goutte .

Maer de befwacrlickheyt van 't genefen werdt oock niet felden veroirfaeckt door het quaet wachten voor het gene, de felve verweckt,ende het lang wachten,om raette doen, vermits dickwils de Siecken niet en willen weten hier aen vad te zijn , altijdt wat anders voorwendende. Daer van feyt Sen«« in lijnen 53.brief: De Banen dom far, de Gewrichten vodtn ßackjm; nothin willen wy daer van niet wetc,maerfeigen, dat de voet verßuyck' is, oftewy te veel op de beengeweeß te^jjn. Ah dt Sitcku noch wijfehchtigh,ende in't begin is, dan t^ouckg enen een naem; mau als fy beyde voeten recht gemaeckt heeft, dan magh het wdvoor Podagra aengenomen werden . Hier op flaen mede de verf* fcn van Lucianus , Ocypode :

Graves hominibus , amp;nbsp;maufticati nominis

Podagra vocor, mortalibus dirum malum, Qua vinculis adflringo nerveis pedes, Ingreßa clamfub artuum compagines .

Ridere verb foleo eos, quos torqueo,

Dum proloqui veram mali cauffam haud volunt, Aliamque fétam in promptu habent, qua fe tegant. Quilibet enim fe decipit mendacio, Luxatum alicubi, aut graviter aUifum pedem Dum dictitat, veranique caußamfiipprimit.

ocr page 567

0 N G EsONT HEY T. 551 Otiod einm ipfe celât , amp;nbsp;latere alios cupit, Hoc tempus invito arguit eo poft tamen, Altum domitus , veroque nomme me vocans, Gefatur ab amicis, triumphus omnibus , amp;c. VUivero amp;nbsp;alterum pedem invadet dolor, Flebis gemens : at dicere unum tibi volo, Hoc illud eft, hoc podagra, nolis an velis.

De voor-gemelte Macrobius verhaelt 2.SAik„t,4. onder de Kluchten van den keyCer«AuguRus, hoe hy fekcren Vdiinhu, die vol Gichte zijnde, even-wel wilde fchijné de felvige verwonnen te hebben , ende ftofte duyfent treden te können gaen,antwoort gaf, niet verwondert te wefen, dewijl de dagen verlengt waren. Ende foo is dees Pijnelicke heckte noch het boetten onderworpen ; gelijck Lucianus in fijn Tr^gopod. feydt haten aert te welen :

Ouifquis es bic , cui morbus gravis eft. Te ludi riderique feras, Nam hac bujus rei natura eft.

Doch diefe voelen,en voelë geen reden van lacchen. Waer toe (gelijck ick de geheele Geneef-konfte in't Latijn uyt Grieckfche, Latijnfche, ende andere Schrijvers geftelt, ende uyt-gegeven hebbe,buyten de (chrif-ten der Gencef-meefters) ick hier zalby-brengen het oirdeel (over-een-komende met de ondervindinge) van den Roomfchê taetlheer Caßiodoru^de welcke befchrij. vende 10. Varia,. 29. de ellendigheyt van de Gichte, feyt defelvegehoudë te werden voor een levende door, de Menfchen geftadigh op de hacken fittende, ende,als fy al op hout,een wottel,om haeft wederom op te fehle-ten, naerlatende. Sulcx valt infondetheytwaer, als het Gebreck lang geduyrt heeft , aenge-erft is , ofte knob-be.

ocr page 568

551 SCHAt D ER

beien op-geworpen heeft. Het laetfte wert vooron-geneedick gekeurt by den poëet Oviditu i. de Ponio 4.

Solvere nodofam nefat Mediana Podagram. Soofchrijft Hippodus,in'tz.Prorrb. niet te weten, dat Oude luyden, die Hardigheyt aen de Gewrichten hebben , Armelickleven, Hartlijvigh zijn, door Menfche-licke hulpe können geholpen werden; waer toe evenwel een Loop veel goets kan doen : maer dat in Jonge luyden, die noch geen harde knobbelen en hebben,ende nae den regel leven , door een goet Geneef-meefter wel können genefen werden . Alfoo getuyghtoock de Romeynfche PUnim , op de plaetfch , in't beginfel van dit capittel aengewefen, dat de Gichte niet vooronge-neeflick te houdé en is,om datfe ofte van felfs op-hout, ende in vele genefen wert ; gelijck uvt verfcheyden exempelen hier nae aen te wijfen, zal blijcken. Even-wel is fy noch foo trots, datfe felfs al den raet van P£oM,den geneef-meefter der Goden,ende den grooten Efcul4pi!K uyt-lacht, gelijck fulcx uyc-gebeeltis by LucLow ,in' fijn meer-gemelte Trrtgopodrfgra , alwaerny feyt, de gene , die cenige Middelen aenwenden,foo veel te harder op het lijf te vallen, ende die haer met vredelaten pachter te onthalen :

Qua eß hominum , cui non ego insperabilis

Regina morborum Podagra nota fim ?

Quam nuUaplacant thura fumigantia ,

Affufus aris nec eruor ardentibus, Sufpenfa templis divitum aut donaria.' Necipfe Paon omnium coelebium

Medicus deorum vincere pharmacis poteft, Phœbive doctus fitus Æfculapius.

Mortalium ßquidem ex quo fuit genus,

Om-

ocr page 569

ONGESONTHEY T. 553 Omnes meas vires retundere gefaunt, Omnemque turbant pharmacorum indufriam, Plantaginem terunt, amp;c.

Omnesfed illosjubeo plorare : atque fic Tentantibus me, occurrere iracundior Soleo bfed in me excogitantibus nihil, Mitem, amp;nbsp;benignampraflo me : nam qui meis Communicat mysteriis, primumftatim Loqui docetur fuaviter, de hinc jocis oblectat omnes , cumque rifu cernitur , amp;c.

(8) Gelijckin alle Sieckten plaetfch heeft delete van den poëet Ovidius ,om by tijts in de weer te wefen, eer dat het quaet door den rijt de overkant krijght ; foo dient de felve in de Gichte voornamelick waer-geno-mente werden. Derhalven moeten de gene, welckers Lidtmaten door erffeni{re,ofte anders genegentheyt tot de Gichte hebben , ende de beginfelen al vernemen; haer felven forghvüldelick wachten van 't gene wy ge-feyt hebben de Gichtige ftoffe uyt te brengen, als oock om de Gewrichten hare Swackigheyt in't ontfan-gen van de felvige te benemen. Aen 'tlaetfte is by-nae foo veel gelegen , als aen 't eerfte. Want ai val-ter al eénige Zultige vochtigheyt, indienfe niet door Slappigheyt van de Gewrichten ontfangen , ende al-daer gehouden wert , foo en zalfe niet lichtelick Gichte verwecken -

Dérhalvë dienen de genejdie dlreede ecnige begin-felen van de Gichte vernemen, te gebruycke lóodanige Spijre,die geé Zultige vochtigheyt en maeckt;en daef-om haer wachten van Gekomen,en Gtrooekt vkyfch,Enden, Ganfen, Swantn, Ham, ^oucÿfen, ende diergelijcke. Craio feytoock Conf. 264. het Capotnen vkefch een fonderling

M m nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fap'

ocr page 570

554 SCHAT DER

fapte hebben, dat de Nature na de Gewrichten Root, Onder de Vifch, en dient hier geen OtJlm, noch veel î vifch gegeten ; infonderheyt geen Anchovm , P'kd-harin^, Bnecent, Sprot, ende alle Gqowc, als oock Gi-droo^)dt vifch . lid. Alexandrinus verhaelt iç. Salitor. 9* van yemant, die, als hy ßratftm gegeten hadde, ter-ftont met de Gichte gequelt werde . Alle Vifch, ofte oockander Spijfe,die met Boter in de pan Grfruyt weiti is hier ondienftigh. Onder het Fruyt moet gefchouwt werden Mifpdtn . Quem, Appelen, Peren, felfsoock,nae het oirdeel van Paré,ende Gerard van Bergen , Ciirc'n'i' ende Oraengje-appden, als fwanger zijnde met een fcher-pe Zultigheyt. Ende om delelfde reden dient de Mfyn ofte weynigh gedroncken,ofte liever gelate ; het welck niet alleen de Giclite voor en komt, maer oock verdrijft, gelijck by verfcheyde Gencef-meefters ondervonden is. Slapen , Waken , ende Oeffenen moeten hier inatelick wefen ; het Lichaemahijt Open gehouden , ende in't voor , ende na-jaer Gefuyvert; Mede Gramfd),, WeUuß, ende alle Owrddetgefchouwt. Om de Voch-tigheyt, die in de Gewrichten mocht beginnen te fachen , optedroogen ,ende dc felvete verftereken, magh men de Lidtmaten ftoven met Pekel, ofte het af-fietlel van Velt-cvpres , Rjfmarin , ende S.ilye ; ende dan omflacn een Plaefter van Diapilma , ofte van Silver-fchuym, ter-ftont te befchrijven.

9. Al-hoe-welde rechte Genefinge beftaet in't weck nemen van de Sieckelicke Oirfaken , foo maeckt de over-groote Pijn hier dickwils foo veel te doen, datfy al het werek na haer treckt. Om dat wel uytte wercken zal men eerft komen tot Verfachtende middelen, ende, als de Pijn daer nae niet en wil luyfteren, vallen tot de gene,die met het gevoelé de Pijn verdooven,beydebe-fchreven in't24. cap. van'e Eerfte deel ; dan wy zullen even-

ocr page 571

0 N G E s 0 NT H E Y T. _ 555 even-wcl hier noch eenige dickwils verföchte Geneel-middelen by-brengen ; dewijl het gene fomtijts in het eene groot vordecl doet,in het andere gantfch ftil ftaet. Ende wat ftreckt tot Vtrfachrgt van de Pijn, daer toe kan een Pap gemaeckt werden uytKjuvm van Wint-6root,in Sucre- mele/;/ doch niet lang,om de Wey niet te verreden) gekoockt, ende daer dan onder gemengt het poeyer van CamiUtn, met een weynigli Saffram ; ende alfoo wermom't Gichtige deel geflagen. Diergelijcke kracht heeft een andere Pap , gemaeckt van CamiUm, ende Ende-kyooft, in Socre-mdekgekooekt, geftampt, ende daer by gedaen wat Gerten-meri. Men magh oock geftooten Lynfeu-m«l in Soat-mdektot een Pap lieden, ende dan daer onder vermengen wat Populyotn-falf; het welck oock een weynighde Pijn kan verdooven. Waer toe noch meerder helpt het Bilfa-kruyt, het welck mede in Soeie-mdckgekoockt feer geprefen wert van Durr-lui, waer mede het pijnige lidt werm , tot groote ver-lichtinge,kan geftoofc werden; hoe-wel de poëet Ho-1ruiiu de Stovingen hier in weynigh geloofs geeft. i^icu?;t,aut metuit, juvat illumßc domus,aut res, j Ft lippumpida tabula , Fomenta Podagram. IPliMim verhaelt 22. Nut. 25.van den Roomfchen vorft Sextus Pompeius, hoe hy fittende bv het wannen van fijn 1 gewa(ch,de Gichte kreegh , fijn Voeten over de kiiye in den Terweftekende,ende felfde daer door droogen-।de, hy wonderbaerlick genas ; ende daerom oock daer j nbsp;nbsp;na denfelfden middel dickwils gebtuyckte. Want dat

1 nbsp;nbsp;nbsp;het felfde de kracht heeft,0m oock volle vaten droogh

lt;te maken.

Wanneer de Pijn eenigh(inslijdelick is , dan is dien* ftigerte komen tot het uytroeven vande Gichtige wortel. Hier toe zal mcnin'teerfte,om de gereedGVoch-; nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;M m x nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;tig-

ocr page 572

556 SCHAT DER

tigheytafte fetten, in-geven een vierendeel loot Me-chortcrtn, ofte Gidhppa ; ende by aldien darter brant by is, des anderen daeghs doen Laten; daeroptwee-mael dacghs, als fy nyt het Hooft fpruyt, doen drincken het Af-fietfel van China, Sa^apariUa , Saßaphras, ofte Pocamp; hout , met KJifch-trorttl, vdt-cypres, Vlier bloemen, ende diergelijckein't i. Deel befchreven: daer na wederom het Hooft fuyveren,door Hooft pillen , Exir. Catholieon, ofte Pil.de HermodaBylis. Als de Gichte haren oir-fpronck uyt het Ingewant treckt, dan moet de Gene-finge van binnen gercguleert werden, om de felvige Deelen wederom te recht te brengen, dat fy geen Zul-tige Vochtigheyt enlaten groeyen, nochnae de Lidt-maten en fenden ; mede op 't 24.capittel van't i. Deel aengewefen. Dan dit dient al wat vervolght ; eh onder-tuschen van buytéopgeleyt Knollen, in Soeie-mdcklucht opgekoockt; ofte oock wermeroode Kpols-bhidtren van binnen met Boter b^Preken , het welck van D' • Fort/ feer geprefen wert. Ick hebbe feer goer bevonden een plaefter van Silver.febnym,met eens foo veel Olyt van Kojen, ende-d;^yngekoockt, ende dan eén weynigh Ttr-Tnenthijn by gedaen . Guainerius befchrijft ende prijft een Salve van Ganfen fmontin dees kluchtige klippel-verfé:

Anfer fumatur , veteranus qui videatur, Mox deplumetur, vitalibus evacuetur, Intus ponantur, qua fubterius numefmitur. Trita caro tota, tritt mox pelle remota, Unitum porcinum, thus,ceram, fanguinem ovimnn, Pondere fmt aquo ,fal, mei, faba,fit% fligo, Poft boc afetur : tamen afus non comedetur. Vas fupponatur ,fic ut liquor accipiatur : Quo membris unitis, bis Gutta folyitur omnis•

Cer-

ocr page 573

ONGEsONTHEYT. 557 Certe hoc Vn^uentum ÿrœftat faper omne talentum. Sieper diamp;amen , cum fcripfais , hoc medicamen, Tac laus ampla Deo , Çolito de more rfuperno , Anferis edicto , amp;nbsp;ejus medicamine feripto .

Inde Sciatica, ofte Heup-pijn magh men (dewijl de Oirfaeck wat diep fit) recht op fteHen Vtficgtoria van. Spaenfehe vliegen , jae oock Caußica , docl iter lijden , ende wat leeget. De Middelen, die de Knobbelen in de Quaftige Gichte, verdrijven, zullen in het derde Deel , te weten de Heel-konfte , onder de Verfachten-de,aengewefen werden .

10. Om noch wat te vougen by 't gene hier voor verhaelt is , nopende de Manière van Leven tot voor-ko-men van de Gichte,'twelck oock plaetfch grijpt in de Sieckte felve,foo ftaet waer te nemen, darter niet beter en is,om die dochter van Welluftte brçydelen, als met Soberbeyt. Den H. outvader Hieronymus , fchrijvende tegens lovin. maeckt gewach , dat fommige Gichtige tijeken, door aendaen van haer goederen , gebracht zijnde tot een fóbere tafel , daer door genafen.Soo verhaelt Porphyrius in't levé van Ploiix. hoe feker Roomfch raets-hecr, met namen Rogoïianus, die noch handen, noch voeten en konde befigen, door Soberheyt het ge-bruvek van beyde volkomentlick wederom kreegh.

Ende, gelijck de Schrick,, ofte Kreeft, door het Bewegen van de Vochtigheden , fomtijts de Gichte , als verhaelt is , vetoirfaeckt , foo kanfe oock de felve door vertrecken, ende intreçken van haer Stoffe, gantfeh doen verfchieten. Het is aenmerekens weerdigh't gene Hild/musverhaelt i. Epift.47. van een fekeren moeli-kert, die niet nae en,liet, hoe-wel hy midden in de Gichte lagh , noch qualick van een yder te fpreken. Waer door een drolligen haen , die hy mede door fijn

Mm 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;fcher.

ocr page 574

558 SCHAT DER

fcherpe tonge ende tanden , in de kam gebeten hadde, waer-nemende op een avont, dat hy alleen was,quam, gemomt als een moor , heymelickin fijn kamer. De Siecke, door die vremde gedaente, eenigheyt, ende duyfteiheyt,vervaert zijnde, vraeghden, wie hy was, ende van waer hy quam. Den anderen niet antwoor. edende, naerderde het bedde, ende hem grijpendehy fijn Gichtige armen,fmeet hem op fijn fchouderen, ende drough hem foo al hangende, ende fchreeuwende, uytde kamer, fijn voeten ondertuffchen regens de trappen bootende, tot dat hy beneden op de plaets quam, daer hy hem neder fette, fonder yet te feggen, alleen hem aenhende ; daer na quam hy toeloopen, gelijck of hy hem wederom aen zoude ranken, ende wech brengen . Waer op deeene,die te voren op fijn voeten niet en hadde können ftaen, minder gaen, ofte klimmen, vloogh haeftelick de trappen op , ende riep uyt de ven-fter de geheele buyrt byeen. De buyren vergaderende, vertelde hy,zijnde by.na buyten adem , ende doot van fchrick, hoe een Geeft hem uyt het bedt getroc-kë, ende ellendigh onthaelt hadde ; ja dat het met hem al gedaen zoude zijn, by aldicn hy den naem van Jefus niet en hadde aengeroepen. Ende dat wonder is , die tevoren foo Gichtigh was, bleef daer na van die quelling gantfch bevrijdt. De gemelte Hildmus verhaelt noch een andere gefchiedenilte van feker Gichtige ,die vcrwcfen was te kerven ; ende nae het fchavot gevoert werdende, onderwege onverwachte tijding kreegh van ontOaginge ; en dat hy, die te voren fijn uyterlicke lidt-maten niet en konde roeren , daer nae noch lange jaren van geen Gichte en wift. Dan de oirfaeck van defe ge-nefinge zoude geleyt können werden op de fchierlicke verandering van Schrick in Blijdfchap. Maer hoe vele - 4Q0r de fchrick des doots wonderbacrlick vande Gich-te,

ocr page 575

ONGESONTHEYT. 559 te, die voor geen andere Middelen had willen wijcken, verloft zijn , is te (ien in de Hiftoryen van Fa^dlui, Thu-anuj,alsoock inde oude Leffen van Cœliur Rjodiginus. en zijn oock andere in den Schat der Gefonihtyt aengewefen.

Seneca fchrijft hier over 6. deBentf. 8. dat de fchierlic-ke Vreefe , vertreckende de Sinnen np een ander ^orge, de Gichtige fomtijs van Pijn verloft. Sulcx doet oock om de felvige oirfaeck Bltjdfchapgt; ende Vermaec^^ gelijck Gefelfchap van goede Vrienden . Waerom Iulius Scali-, liQe, feyde (gelijck fijn foonlofrph getuyght) niet met de 'uichte te doen te hebben,als hy mocht met eenige ge-1 leerde luyden kouten. Dat de Gichte oock geholpen ।wert door Mufyek, ende Snaren-fpel, is van Thtophraftus aengemerekt , volgens het fchrijven van 'Athen. 14.

1 Deipnrf. ende j^giUq. N08.13.

dididi

M A^

ocr page 576

MACROBIUS

^. Saturn. 7.

Joculari, fuper cœna, exorta quæftione, quodnam effet moleftum otium, aliud alio opinait, te , Publius Syrus, Podagrici pedes, dixit.

B R O D Æ U S 6. Mifall. 20,

Hunc Homeri verfum,

T^^MX«^ayo^M , uzrè ^teov.%@o %)amp;7œ, Arthriticos dolores mitigare, nonnulli putant.

MONTAIGNE

2.des Effais 3.

AUX plus fortes maladies les plus forts remedes. Servias le (grammarien 0,ant la Goutte, n'y trouva meheur confeil, que de s'appliquer du poifon, a tuer fesjambes . ^'ellesfuffent Podagres a leur pofte, poureu qu elles fuffent infenftbles.

ocr page 577

Lo f der

G I C H T E^

Vyt het Latijn^ 700

HiERONYMVS ÇarDANVS) verteelt.

^^i^^^Ck zoude het rekenen voor een Ruck vanondanekbaerheyt, ick laet ftaen van vergetelickhcyt, indien ick niet gedach-tigh en ware de gene,door welckers wd-dactick gevordert ben , ofte de weldaden gedenckende, niet door alle middelen zoude foecken danckbaer te wefen. Jek en meene odek niet,dat men, om danckbaerheyt te betoonen, behouft te onderfoec-ken, wie den gever van die weldaet geweeftzy, noch uyt wat Hertehy dat gegevé heeft ; maer wat ghy daer door gevordert hebt , ende hoe gamp;ne hy U dat mede-gedeelt heeft. Want wat wilt ghy veel nae het Herte vragen , gehen hebbende het vrolick gelaet, ende de vaerdigheyt van den gevers te meerder, alfoo het Herte ,gelijck de Godtf. geleerde, ende Wijsgerige betiiy-gen,Godt alleen bekent is. Ende indien men wil gaen by Gininge ,foo moet men gelooven , dat de weldaden ons niet , als uyt een goet Herte toe-gevought werden, ende Too veel te meerder, als den gever oockaen andere fijne mildadigheyt getoont heeft. Indien hy aen alle de gene, die hem baden ende verfochten, geweygert M m 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;had-

ocr page 578

§62 SCHAT DER

hadde, dan zoude men mogen dencken,dat hy niet en gafuyt een milt Herte. Maer wat de perfoon belangt, daer en is niemant , gelijck men gemeenelick feyt,een yder goet, als alleen Godt. Andere zijn voor fommi-gegoet, voor vele veeltijts quaet: dan in tegendeel is de Gichte voorde meefte goet, voor wevnige qudet, endebefwaerlick, daer-en-boven met mildadigheytde Menfchévan felfs beleetdehck bcfouckendc . bethal-ven , alfoo niemant fimpelick kan gefevt v erden gnet, ofte quaet,maer, in aenficn van fijn gave, voor fodanigh te houden is ; foo moet de Giclite met alle redenévoor goet gekeurt werden, Ende, dewijl wv den genen voor quaet houden , die ons met een vriendelick gelaet bejegent ,ende daer onder fijn boofheytverberght, foo valt wederom te prijfen , die ,onder deckfel van quaet, ons aenkomt, ende al wat fy bedeckt, al wat onder haer kleederen fchuylt, goet is . leken wil de Gichte niet prijfen , gelijck men quade dingen plagh te prijfen, als ofdaer door eé rechtveerdigc ftraffe werde uytgevoert. Want foo plegen de Door, de Sieckten, ende Tyrannen geprefen te werden ; maerdit en is haren lof niet , maer veel eerder een befchuldinge van het Menfchelick gedacht . Laet de Menfchen , volgens haeroirdeel, welen ondanckbaer, fghelmachtigh, godtloos, wreet, gierigh,onrechtveeraigh,en gantfch boos, foo fchan-delicke, ende verfoeyelicke fake en kan geen voordeel by-brengen aen den tof van dé Gichte. leken zal de ftraffe niet voorftaen,dieick hate,ende foo ick die oock onrechtveerdelick mofte uvtftaen , ben al onder dat getal [watrfehyndick.ßa dit op ha onthoofdtn vanfijn foon loh. Babtißa, daerhy val mot,ten voor dedt] die de felve alreede Uytgeftaen hebben. Dit en is geen vremt voorftel, noch eenop proneken van wel-fprekentheyt, ofte ver-Rant ; waer van in my heteene minder is , als matelick, tot

ocr page 579

0 N G EsONT HEY T. 563 tôt het ander weet ick wel noytmoeyté gedaen te hebben . Qualick werden geprefen, die niet recht en können geprefen werde , gelijck de Sotheyt [tan onfen Erafr de Kalighevt, de Vierden-daeghfche koortfche, in de welcke hoe veel meer blinckt de wel fpiekent-heyt van den Schruver, hoe veel te meerder blijckt de lichtigheyt van fijn voornemen , als y del zijnde ende op geen gronden van waerheyt fteunende. Het is de Gich-te, die haer van den beginne foo loffdickvertoont , dat haer Loffonder fchaemte niet en kan voor by gegaen werden ; foo datfe twijffelachtigh maeckt,ofhet eerlic-ker, ende treffelicker is van haer te fpreken, of leelicker, en fchandelicker haer, die foo vol van gaven , ende verdienften is , fonder prijfen voorby te gaen, Doch indiender geen quaet en was , dat lof verdiende , foo en zoude ick voorwaer de Gichte niet dervë prijfen; maer ick fie foo veel quaets lof weerdigh, dat de Gichte, het fachtfte van die alle , te prijfen , niet vremten kan fchij-nen. Want de Stonden, die de Vrouwen foo leelick afleken, ende haer foo fieck maken,het Baren, het uyt-komen van de Tanden, de eerwaerdige Grijfiglieyt, de Pocken, ende Mafelen, zijn maer vuyle uytwerpfelen, ende even-wel,om datter vele wel by varen, verdienen noch geprefen te werden. Men zoude mogen hier tegen brengen, dat fulcx gefchiede door den loop der nature ; maer dat de Gichte een fieckte was , overkomende door ongeval. Maer die Pocken , ende Mafelen, (waet van de Arabifche Geneef-meefters allcé gewagt maken) en fchijnen eertijts foo gemeen niet gcweeft tç zijn , ende even-wel wert daer door het bloet, ende 'tgantfche lichaem gefuyvert. Daer zijn Vreefen , daer zijn Pijnen, die ons vermanen, om een beter leven te Icyden. Een onteerde dochter is drouvigh , dat is by geval gekomen, ende nochtans wert dien druck voor prij.

ocr page 580

§64 SCHAT DER

prijfelick geoirdeelt. Indien datter geen Swackigheyt en is, geen Pijn, die voorgoetende prijfelick behoort opgenomen te werden, foo en ontken ick niet, dat de Gichte niet te prijfen en is. Maer, dewijl al ons leven |iet Vermaeck aé eenige Pijnlickheyt verknocht heeft, gelijckvan honger in'teten , van drincken in dorft,by-ßape in keteligheyt : foo geloove ick vaft geftelt te heb« ben , dat de Gichte niet geheel onprijffelick en is , ende aengenomen behoort te werden , om hacr faken te verdedigen . Sy en heeft tot defen dagh niemanr gevondé, die hare lof zoude befchrijven : maer en verdientfe niet geprefen te werden , om datfe lusft van niemantgepre-fen en is ^ Wat al faken, wat al trtffelicke mannen zijnder fonder lofdichter geweeft! Hoe veel deckten, ende malligheden zijnder tot verachtinge der vromen geprefen Daeren is niet quaets, of het heeft fijnen voor-fpraeck gevonden . Moet dan het ongeiljckvervolght werden , om dat het eens gefchiet is^ Behalven dat het de Gichte noch aen geen brave prijfer ontbroken heeft, ende een , die oock Goden , ende Godinnen gewoon was te prijfen , te weten de Griecfche Lucianus, een dapper man, ende van groote geleertheyt; door wiens voorfchrift ick opgeweckt werde, maer niet tot nijr gedreven . Want geltjck in alle brave dingen , geen Spreker foo gauw, noch vernuft en is, dathy de waerdig-heyt van de faeck met lijn welfprekentheyt zoude können na-komen : foo ontbreeckt oock nootfakelick altijt wat in den Lof van de Gichte; het weick daerom te meerder gefchiet , dat de Sprekers felden in hooge dingen groote hope fcheppen, ofte in leege veel moeyte aenwenden. Ende wy en beginnen dit werck oock niet, dat wy zouden hopen waerdige lofnae de waerdigheyt van de Gichte te leggen; maer om dat wy vertrouwen andere , die meerder gaven van wel-fprckentheytbefit-ten,

ocr page 581

0 N G Es0NT HEYT. §6g ten , door onfen arbeyt gt;nbsp;hier toe op te wecken. lek eyfche een yegelick uyt, niet op hope van overwinnin-g?: maer op dat ick overwonnë zijnde,dickwils mocht trotfen den aenvanger van dien ftrijt, den opgever van foo treffelicken wcrck,geweeft tezijn. Ochof wederom leefden die Cicerones, Horienfti, Con«, Corvini, om defe fake nahaer waerdigheyt op te nemen , ende tref-felick uytte voeren. Want het fcheelt veel,oock in de fraevfte faken, hoe yet gefeyt, verçiert , uytgebreyt ; ofte ontvallen , ende van fijn behoorlijke lofverfteken Wert. Daer en is niet foo trtffelick, dat niet bv gebreck van wel-fpreken, Hecht , jae verachtelick zal fchijrieh. j4hx4nder de Groote, wenfehte den poëet Homerus tot een Lof.dichter. Ende voorwaer den roem van Vlyßei , egde Achilles, die alleen over kleyne ftedekeris heerfchten, ende met geheel Griecken-lant naulicx in thien jaer een Troyen overwonnen , is nu grooter, als van oXlex^nde, felve,die alleen,in foo veel jaren , de werelt ondy Gjn gebiedt gebracht heeft. Derhalven indien ick de Uich-te niet en handele volgens hare gtoote, ende waeide; foo magh fv haer te rechte wel beklagen, dat fytot haer ongeluck foo kouwen, ende droogen prijfer ontmoedt lieeft, daer een ander door fijne wel-fprekentheyt het Lof, dat fy verdient , tot den hemel zoude können verheffen. Maer om niet langer de fake felfs uvt te hellen, foo hebbeick voorgenomen haer handelinge umpelick te verhandelen. Want gelijck de Poëet feyt, Ornari res ipfa negat , contenta doceri.

Elek moet bekennen , dat de Gichte onder ha^ mede-ftaenders de kroon fpant , ende dat Graveel , Colijck , Koortfchen , Gele-fucht, roemen haren oirlpronck uyt de felve te trecken. Haer outheyt is al lang bekent ge-weeft voor den prinçe der geneef-meefters Hippocrays, ende al van de tijde der Troyanen,yyacT van fy oock den

ocr page 582

566 SCHATDEk

Griecfcheri naem van Podagra behouden heeft, niétdat fy dé (Jiaba çi^.bladi) Lanjofchen verfmaet, maerdat fy den ouden liever heeft, een teycken van hareftant-vaftighevt ; als deweicke altijt de vryigheyt ,ende vry-borftigheyt voor oogen hebbende, openbaerlick ye-mant befoucktjende haren wil uyt werckt , fonder vernant lagen te leggen. Ende al is't datfe de Menfehen groote pijn aendoet,foo en brengtfe niemant om halsj jae verweckt noch midden in de pijn het lacchen. Sy is alleene, die de Geneef-konfte veracht, gelijck de Poëet fevdt,

Solvere nodofam nefcit Medicina Podagram. Jafy oirloght regen de Geneef-meefters , vande welc-k! fy vele feerqualick onthaelt heeft. Sy verfmaet de Salven, en paft niet op Drancken, wert aengehitft door Plaefters, ende vervreet door Stovingen. Sy en vraeght nergens nae; komt, en gaet wech, als 't haer belieft, fonder haer felven aen yemant te onderworpen. Syen laet haer met geen Omhangen, ofte Af-lefen verdrijven,jae felfs niet door Beden aen de Heyligen. Godt alleen is't , diefe kan voeten maken. Het is voorwaer een fake van groot-hertigheyt, teere jaren niet moeye-lick te vallen , noch kinderen, nocli oude luyden , noch vrouwen , noch gefnedene ; al wat in de fleur, al wat fterek is , ranft fy maer aen ; fy verfchuyft de beenderen fclve, verfwackt de fterekfte, maeckt lofch zenuwen, ende banden, werpt alleen de jonge luyden onderde Voet . Sy en is niet vervaert voor eenige dreygementêj wijckt voor geen gewelt , noch en laet hacr door geen ftreelen verfachten. Diefe voor-genomen heeft op't lijfte vallen, beftormtfe; ende hout haer altijt van de gene, daerfe niet op geftoort enis. Met gelijcke eere van Köningen , Keyfers, Raufen,andere Mogende,ende Wijfe (gelijck het volckoirdeelt)gaet fy ten ftrijde, ar.

ocr page 583

ONGËSONTHEY T. 56;^

1 armen ,ende boeren over ßaende. Sy treedt inde ho' ven der Piinçen, ende onderhout dagh ende nacht de gene,die van vrouw endekinderen nicten houden, tegen haren danek. Ende uytftootende de befte vrienden, doetfe hier felven wel koefteren ,

Dormit amp;nbsp;i„pluma , purpureoque tboro.

Sy genietden reuckvan wel-rieckende Salven, hoort 1 Sang, ende Snaren-fpel; flaepe op een facht bedde, 1tuschen (ijde gordijnen, ende dekens met gout , ende tpeerlen geborduvrt, ende in alderhande weelde. Sy hoort alle genuchelicke praetjens, prouft de leckerfte 1 koft, ende wijn ; ondertuffehen wert haer tocgebraclit alhet koftelick vermaeck, dat voor Köningen felve in lange jaren bedacht is . Ende by aldien waer is,'; gene de Platonifche wijfen van de Telchinefchegceftë voorgeven , te weten , dat fy haer in de Menfchelicke lichamen overfetten : foo zoude ick die alleen voor geluck-faligh houden,dewelcke vergefeltfchapt met de Gich-। nbsp;nbsp;te , woon-plaetsin de Menfchelicke lichamen quamen

te nemen . Want fy heeft met Fenur, Bacchus, ende al \ wat lecker , ende vermakelick is , een eeuwigli verboot \ nbsp;gemaeckt ; ende is foo geluckigh, dat de gene, die daer

\ aen vaft zijn, uvt-gefeytde Pijn , een geluckigh leven 1 leggen. Sven verlet oock geenvermaeck,(fietfol.545.) 1 noch vruchtbaerheyt, maer brengt een ruytet te paert. 1 Dan ickkom nu tot de Wijsgerige. Arcefikus is van Ihaer huyf.genoten geweeft , äs mede Lycon van Thur-IJus, ende andere, waer uyt genoeg blijckt , dat de IGichte oock Wijlhevtverweckt. I'onfen tijde, een Iman van groote geïeertheyt , ErAsmvs, heeft al Iwatwaerdighis gelefen te werde, getapt uvt een Gich-1 tigekamer; gefonder in die Sieckte, als in Gefontheyt. IVoor wat al treffelicke Schriftê van geleerde Mannen bZijn wy den danek khuldigh aen de Gichje^ Getont [zijn-

ocr page 584

§68 SCHAT DER

zijnde,doetelck fijn dingen, luttel lettende op'tgenréi hy uytvverpt: maer die aen de Gichte leyt, is vol van bedenckinge, ende al wat van hem komt is rijp , ende fedeliek; Maer dit over.ßaende laetons komen tot de Macht , dewelcke in de Gichte feer groot is . Want de Gichte alleen'overvalt den geheelen Menfche. Ten eerften daelt fy op de Voeten , daer nae op de Handen, knye ,Elleboogh,Kuiten, Hals , Schouderen, Kaec-ken, ja oock de Tande/ Selfs en fpaertfe de Tonge niet;' enin fommige heeft fe den Neus verdraeyt.Soo toontfe, hare kracht over alle de Deelen van't Lichaem. Watis, dan haers gelijck! De Koortfche beßaet het geheele Lichaem,gelijck oock de Lafernve, Water, en Gele-, fucht : dan fy en gaen maer gemeen , daer de Gichte' in elck bvfonder Lidt hare macht toont ; Sy ontheupt de Menfchen,placght,pijnight, kromt handen , ende voeten, verteert het morgh,ftelt het Lichaem in vrem-de bochten ; Soo dat fy alleen met recht magli gefeyt werden te zijn de Roninginne van óns Lichaem. Maer hoort wat vremtvan haer : Sy hadde verftaen ,datter by eenige Geneefmeefters, endeniet van de minke, ge-fchreven was , hoe fy konde verdreven werden , door HirmodaHylum,ende Corallium. Hier over geftoort zijn* de, ick en weet niet door wat konfte, toeval,ofte ge-luck,heeftfe terftont defe hare vyandé foo van kant geholpen, datfe alleen de namen van de felvige ons na-ge-j laten heeft. Elck hoort wel van Coronopum, ofte Co-| rallium , als oock van Htrmodaaylwn ; maer oock wat die' zijn,en kan ons niemant wel uytleggen. lek en zoude/ oock dien Geneef-meefter niet prijfen , die in badtfto-ven van wel-ruyckende Kruvdé, de flauwe Siecken met veel Koppen plaeghden. Wat heeft (Siet ha i.D'd, fol.2 7.) den Romeynfehen vorft Agrippa gebaet, het badt van heeten A^ijn , dat hem te gelijck de Pijn, ende

'tge^;

ocr page 585

ONGESONTHEYT. 569, ^tgebruyck van Gjn Beenen wech nanK Wat vordeel trock onfen Cæfaruyt dat mal, ende als by-geloovigh middel van Strane Gtyttn-trty , ende Vÿgm-melck? Heeft het niet, behalven dat het niet goets en dede, de krachten vermindert , ende het leven verkort! Jaedie haer Spring-ader wil ftoppen, ftopt met eenen die van'tleven . Die veel Reuten op Poc^-hout , Sar^a Parilia , Spa-trater, laethaer de jaren tellen, dat fy daernaelang gefönt geleeft hebben : 't en is de rechte geneünge niet, een fachte fieckte te verdrijven , om een doodelicke te ontfangen. Wat Sy noch met my, als geroemt hebbende , haer te können quijt maken , zal aenrechten, en weetick niet; Sy zal mijn wel lichtelick verachte , ofte luttel achten ; dewijl dien raet in foo weynige van my verfocht wert, dat ick liem fchijn voor mijn felven alleen gevonden te hebben. Maer tegens my aengaende, zal fy ongelijck hebbë,dewijl ick maer en zoucke haer een weynigh van kant te fenden, niet vooraltijt uyt den buys te fchoppen ; gelijckoock andere van my niet geleert en zijn. Sy is voorwaer wel te recht geftoort ge-weeftop Willem Budtus , die in't openbaer leerden , haer allehns uyt te ftooté, die fy foo overviel,datfe niet gaef aen fijn geheel lichaem en liet. Maer het is wat anderst fijn faken te befchermen, ende fijn vordeel voor te ftaen; wat anders tot roem, ofte hope van winfte, andere fulcx te leeren. Het is wat anders , eenen onaengenamégaft lange te houden, om dat hy ons foo moeyelick nieten zoude vallen ; wat anders hem buyten de deure te ftoo-ten, ende ons huys te verbieden. Maer Sy en derft miflehien treffelicke , ende manhaftige luyden niet genaken . Wy hebben in onfen tijt genen Antonio Leva , ende Alfonfo Davalos , twee krijghs-blixemen,van fon-derlinge verftant , ende dapperheyt, ende die veel treffelicke dadé (m de Hifi, van GuiedardmßndeddersM kfen)

Nn foo

ocr page 586

570 SCHAT DER

fooaen haervaftte wefen,dat licht te merckeii was, de Gichte niemant te fparen, ende volgens het exempel van den Blixem van lupiar, alleen 'tgene verheven is, aenranften, ende omdiet. Wat is te geloovenanders geweeft te zijn , dat den ftercken Hercules getemt heeft, hoe-wel de Poëten fulcx eenige Sweringentoe-fchrij-ven ^ Want hy en zoude in foo gemoorde woorden niet uyt-geberft hebben, indien het quaet in üjn vleyfch, ende niet in fijn gewrichten geileken hadde. Maerlaet ons twijfelachtige faken overflaen , dewijl de Gichte te vreden is met liaereygen, ende feker lof.. Wanteen exempel kan in plaets van vele genoegh zijn in dé key-fer Severus , die al was hy de Rrijdtbaerlte van alle , ende alles overwon , foo dapper nochtans van de Gichte vei wonnen is geweeft, dat hy altijt te bedt mofteleggen , ende die de geheele' werelt onder hem hadde, was gedwongen te ftaen onder de davernye van de Gichte ; ende fy en liet haer niet overwinnen, noch hy, over-wonné zijnde, fchrickelick te wefen. Dit wilick evenwel maer feggen, als wel te weten , datter geen Pijn-banek den Menfche foo veel pijn aen en kan doen , als deGichte. Die daer aen vaft zijn, werden gefteken, gebrant,getrocken, jae by-nae van een geruckt. Ick ^eloove , dat noch de Goden , noch de Tyrannen, foo langdurige , ofte hevige Pijn zoude können inbrengen, als die van de Gichte. Sy hout optuHchen beyde, om daer na met meerder gewelt wederom te keeren. Sy verfacht,om dat het aïs-gefonde vleyfch het quaet overvloediger zoude ontfangen . De Siecke bekomen,om te langer tot de aenftaende ftraffe te duyren. Even-wel en brengtfe niemant om liais , als niet willende te fchij-nen weien een dienerte van een ander mans doot. Een weynigh Colijck, ofte Maegh-pijn, helpt den Menfche van kant, om dat de felvige Doots-dienaers zijn: maer

ocr page 587

0 N G E s 0 N T H EY T. §71 maer de Gichte is haer eygen,niemant onderworpen ; jae andere Sieckten zijn haer veel eerder gehoorfaem. Want alwaer fy verfchijnt , daer verjaeghtle alle andere Sieckten,noch fy en lijdt niet, dat het lichaem haer toe-geevgent, ende onder haer gehoorfaemheyt ftaende , gemant anders aenneme, ofte onderdanigheyt bewijfe . Hoe vele , die , aen de fwaerfte Sieckten leggende, al buyten hope geftelt waren , en zijnder niet aoot haer aenkomfte geoefend Wat willek feggenvan haer Eer-baerheyt,eh Rechtvaerdigheyt, dewelcke,al bevangt-fe, gelïjck verhaelt is , 't geheele lichaem , ende al de leden ; en is even-wel nimmermeer foo geftoort, ende fchaemt-vergetende, datfe oyt de fchaemte van man, ofte vrouw,noch oock het hinderfte aen en taft. Sy ont-hout haer mede van de gene , die gematight leven,om den naem van broot-droneken niet te krijgen. Met de felve ftantvaftigheytlaet fy de armé ook met vrede, om niet te fchijnen wreette wefen,dle de ellendige dé koft benam. Derhalven is de Gichte rechtvaerdigh ,goet, vroom,wils, kuvfch, en groots-hertigh, foo van wegen het verfmaden der gener,diefe niet aen en roert, als van wege de waerdigheyt van de gene, diefe onder-brengt. Sy heeft my alterner gedacht te wefen,uyt het gedachte van eenige Roomfche ptiefters, dié, door oude infer-tinge , verboden was , by de dooden te mögen komen, daer defe noch doode ,noch veege en genaeckt. En by aldienfefomtijts op yemant foo geftoort mochte wefé, datfe hem wilde van kant helpé,foo (cheytfy daer van, en geeft hem over aé de Koortfeh, Kott-ademheyt,ofte Popelfy,om datwetck uytte voeren. Ende op defelve wijfe tegens fommige ingenomé zijnde , die haer fouc-ken uyt te ftooten, de felve verlatende, geeftfe over aen Koortfchen , ofte andere Sieckten, diefe uyt het leven halen . Sy en is niet leelick ofte tegen-ftaende,gelijck Nn 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;La«

ocr page 588

47' SCHAT DER

Lafernye, ofte Spaenfche Pocken ; niet befmettelick, gelijck Teringe, Peft, Roode oogen : maer het toe, dat de vrienden haer fonder fchroom mogen befoucké. Sy en beftrijt ons noyt, als andere Sieckté,onvoorfiens, ofte dat wy't niet gewaer en werden. Sy en brengt oock niet vuyls mede, geen etter, ofte fweringen, geen hoeft,geen braken, nochte loop. Syis gantfchfuyver, ende met haer felven te vreden. Jae fy druckt een vege* lick na de mate van fijn krachten. Sterckeluyden lang, ende dapper ; Happe weynigh tijts , en dappelick. Hier zoude lichtelick tegen.geworpen mogen werden, dat de Gichte een ßeclite fake is , dewijlfe oockHonden, Vee,Capoenen , ende veel andere Meft-vogels, ofte die op-gedoten werden , kan over-komen: waerom oock de gene , die foodanige Vogels eten , lichtelicker van de Gichte gevat worden. Maer dat en is geen Gichte, dewijl by haer knobbelen geen,ofte gantfeh weynigh Pijn is, blijckende daer uyt, dat fy niet en kla-gen , noch en fchreeuwen.

Nu wat al voordeel brengt de Gichteaé?voor-eerft neemt men daer uyt bedeneken van Adel : want indien daer mede geqiielt wert een Boete foon,foo meent elck terftont, dat hy fijn rechtevaer niet en heeft, maer het inaeckfel, ende baftaert van een Edel-manis. Ende noch te meerder,om dat de Gichte erft , ende haer na-komelingcn geerne kennen wil. Wanneer een Gich-tige te hoofverfchijnt,hy wert van een yder ge-eert, al was het maer een rabauwt. Want de Gichte heeft ick en weet niet wat Koninglicx in : fy fit, als een ander ftaet , ende rijdt, als een ander te voet gaet. Ick hebbe gehen dat een gemeen edel-man Maximianus Sumpa, aen de Gichte vaftzijnde,op een muyl fat, daer benevens gaende , als dienaer, Alfonfo Davalo , een Prinçe zijnde, om dat hy doen geen Gichte en haddc. Wat

ocr page 589

0 N G E s 0 NT HEY T. 573 (ittender,om haren 'twille , van dit volck al,in tegen-woordigheyt der Piinçen, die anders foodanigen eere onweerdighzijn . Siet men niet met wat beleeftheyt de vrienden haer komen be(buckengt;gelijck offy by den Keyfer, ofte Paus faten, met wat eer-biedinge fy haer onderhouden' Watzal ick feggenvan de huvf-genoo-tenY geen barbier fcheett fachter. Hebt ghy een bot-terick, of een ftuyrfen knecht, laet hem een Gichtige gaen dienen, hy zalterftont vlijtigh werden,ende foo mack als een lam. Denckteens wat woninge de Gichte voor haer verkofen heeft , niet als palleyfen, ende groote hülfen,alwaer fy in vreughde leeft,midden onder de vrienden, en welluRen. Issemant, die van fijn vrienden verfmaet wert , ofte dat fy fijn rouw gefelfchap fchouwen,laet hem de Gichte krijgen, elckzalder na toe komen loopen. Indiender eenige deckte toeßaet gt;nbsp;'tzy Koortfchen, Waken , ofte andere Pijnen , fy be-flaet de plaetfch van allegader. Vraeght yemant , war de gene,die hier aen leyt,voor Sieckte heeft , als men maer Gichte noemt, fo weet hy terftont wat deckte het is ; foo bekent,ende vermaert is die naem over-al.Maer wat voor een man maeckt de Gichte •!Een die vroom , godtfaligh, kuyfch, wijs , ende wacker is , ende als hy al flaept,niet ongeruften droomt. Daer endenckt nie-mant meerder op G odt , als die aen de Gichte leyt: die foodanige Pijn voelt, enkan niet vergeten't gene meed in andere gefchiet , dat hy fterffelick is : hy wacht hem foo veel vaneten, drincken, by-dapen, als hy meent voor fijn gefontheyt noodigh te welen. De Gichte trecktvan ons voornaemfte deel, te weten, de Herkenen , Sinnen , ende ons Verftant, allé quade Gedachtê, y dele Hope ,onnoodige Vreefe, onfekere Betrachtin-ge. Sy en laet niet toe , dat men fijn goet verfpilt, ende fy dwingt,oock tegens danck,wel ende braefte 1e-

N n 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;ven.

ocr page 590

574 SCHAT DER ven . Welcker gematigheyt feer veel verdeel in heeft. Vorders, dewijl de Gichtige een ander niet en können gaen befouckë,om dan het befouck van andere te hebben , foo werden fy beleeft , vriendelick, reckelick,ende leeren met de menfehen omgaen; foo darter geen wijfer, als de Gichtige gerekent en werden. Waarom haer den toom van de Gemeene fake in handen geftdt wert: als Welckers beraetflagen rijp, wijs, ende feket zijn. Want haerversanten wert door geen baren gedreven , het lichaem ruft van beroeren , ende de zieleen gefchiet , noch door fpijfe, noch door dranck , eç-nigh belet.

Wy zullen nu oock eenige hare byfondere gaven, (waer van drie de voornaemfte zijn) gaen uytleggen. Sy Delet,datter geen fteen in de blaes en groeyt, nochde longe cot fweren komt; daer-en-boven geeftfe dé wijn fulcken fmaeck,datter niemantfoodanigen geur , ende aengenaemheyt in den Wijn en vint , als een Gichtige, Hier benevens maecktfe de fachtüe doot, ende die van cen uyt de Gichte fpruytcnde Heckte komt te derven, gaet uvt,gelijck in een flaep. Jae ais fy wat verfoet ; wat foeteßapen, wat een tufte , en juckte ontrent die plaet-fche,weynigh verfchillende van de dertele keteligheyt! Sy allee vermaent ons tot de boucken ; alfoo die eenige foetigheyt door het tuffehen-komé van pijn niet en kan af gefcheurt werden. Maer behalven het aengenaern gefelfchap. van verfouckers,daer in alle Sieckren na verlangt wert, foo beweeghtfe, door eenen byfonderen aert , de vrienden en Siecken , datfe meerder vermaeck fcheppen in boerten, ende jocken,als de gene,die wel varen , gelijck de krepels in Venus-werck, de gebulte in gauwigheyt,defchelu.wein bedrogh, de kale in ras te overleggen, foo dat der felver omgang heel drolhgh is, Zalick hicr nochby-vougen,dat de Gichtige den loop

ocr page 591

ONGESONTHEY T. 575 loop van de Maen beter verftaen , als de fterrekijckers, en de veranderinge der tijden fekerder,als de fchippers! Dit, meerder,ende noch treffelicker, kan over den lof van de Gichte met waerheytgefeyt werden. Maer ick fe,wat ghy hier zoudet mogen tegen.werpen; dat het nochtans een (ieckte is ; ende dat in alle geval veel beter ware , gelijck oock van andere, die niet te hebben, als te hebben. Ende dit is't gene fommige voorgeven, die met weynigh woordë, ende weynigh flots hebbende, de hooge weerdigheyt van de Gichte zoucken te onderdrucken , ende om te Booten. Maer indien ick oock felyer hier uyt kan bewijfen haren lof, ende tref-felickheyt , foo en twijffel ick niet, ofte fy zullen be-fchaemt ftaen, die haren goeden naem zoucken te lafte-ren. Voor-eerft wertfy befchuldight een Sieckte te we-fen ; als of niet al ons leven (bier van is irîtbrutgibanddt by Dr. Patin, van Parijs, in mijn Epift. Quœft.ditjatr tt Rot* terd. gedruckt) vry wat arger fieckte en was,als de Gichte. Want by aldien ghy de Pijn alleé voor Sieckte hout, foo zal voorwaer de Gichte een (ieckte zijn, ende het vorder leven en kan foo niet gefeyt werden (ieckelick te wefen: maer indien ghy met de Sieckte beteyckent een fwackigheyt des Gemoets, ende Lichaems, foo is't geheel anders gelegen. Want wy en hebben noyt minder (ieckte, dan als ons de Gichte over komt , Sieckten zijn Sotheyt, Welluft, Vergeten van onfe eygene gelegentheyt , Gramfehap, Haet, Droufheyt, waer dooi wy ons felven , ende de onfe, uyt een lichte, ofte geene oorfaeck, te kort doen. En is de Melancbolye, ofte Swaermoedigheyt geen decktet Ende nochtans feyt gt;4riflotdes, dat daer mede veel wijfe , ende treffelic-ke mannen zijn gequelt geweeft. Wat leggen wy van de Poëten,Voorfeggers , ende Sibyllen ^ zijn fy niet al-legader aen defe(ieckte vaft geweeftlt; : Jae, hoe fy luy-

N n4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;den

ocr page 592

57^ SCHAT DER

den in meerder achtinge waren, hoe haer quelling' grooter was, waer door oock weynige onder de felvigc lang geleefc hebbë. Onder de Poëten is VirgUius fwaer-moedigh geweeft, Lucretiw dut, Ovidiu: fot, HonuiW droncken. Wat wilick noch meerdere by-brengen, dewijlfeallegaderrafende,ende van kort leven geweeft zijn lt;nbsp;Indiender yet Goddelicx in ons is, dat openbaart liem meeft in de Sieckten. Want dan voorfien wy het toekomende, wyleggen onfe faken wijfTelick aen, ende wyzijn bevrijt van alle ontroeringen des Gemoets. De Gichte met de Matigheyt gevought zijnde, maeckt wackere linnen,een wel-geamp;en lichaem , fuyvere ge-fontheyt, lang leven , goeden fmaeck , geruften daep, lieffelicken adem, vrolicke gedachten, veerdighver-ftant tot nafporinge van wijfheyt,ende wetenfchappen. Want daer andere Sieckten het felve ontruftengt;ende be-dwelmé, foo wert het alleen door de Gichte verklaert, cnde gefcherpt. Maer dit heeftfe noch , tot eenvoor-name, ende onvergelijckelicke gave, dat fy alleen het gemoet door gewoonte doet ftrijden tegens de alder-grootfte pijn , waeruyt blijckt haer groote fterekte,ende ftantvaftigheyt, daer mede fy het Lichaem regens alle ander ongemack kan bellieren. Want van het Lic^ haem klaeght ghy alleen, naedatter van de fwackheyt des Gemoets genoegh gefproké is. Nochtans klaegh-dede wijfgerige Püto, dat hy al te gefont was , alsof het Gemoet niet wel en konde varen in een al te welvarende Lichaem. Maerlaec,gelijckick gefeyt hebbe, het Gemoet aen een zijde geftelt werden, ende alleen gefochthet Lichamclick goet; hoeveel tijts neemt u de Gichte wech lt;nbsp;!wat beletfe uwe dingen amp;nbsp;Voorwant foo ghy matelick wilt leven, fy vereyfcht weynigh, ofte niet met allen. Jae fy vermindert ydelen arbeyt, 6ndefware forgç : gelijck dat mé ten dienft molle ftaen

V^h

ocr page 593

ONGESONTHEY T. 577 van een oproerige gemeente, van een korfel, en moeye-lick Prins, vaneen onvoorfichtige vrient, waer door zoude men (ijn felven daer van beter können ontfchul-digen, als door de Gichte lt;nbsp;De Gichtige heeft het meefte deel van den rijt in fijne macht; dat hy niet en doet,kan hy leggen op de Gichte; en als hy wat doen wil,kan fcggen, daer vannuontdagen te zijn . Maer wyzullen dit laten loopen, ende van de fieckte handelen. Wieiffer, die,foo hy van de Gichte niet verfocht en wert , in geene ärgere fieckte en vervalt Soo hy een quaet Oogh krijght,wat al moeyelickheyt,wat gevaer, wat al beletfel^ Indien het gebreck in't oor komt,ghy loopt gevaer van't leven, often minden van't gehoor ; indien op den Tandt, ghy en kont Bapen, noch eten. Overvalt u den Hoeft, het bloet-fpouwer. is voor de hant. Wert ghy Schorft,'t is vuyl, en elck een fchouwt u. Krijght ghy de Koortfche, u levé ftaet in de waegh-fchael. Bevangt u Maegh-pijn,ofte Colijck, behal-ven de fmerte, foo en zijt ghy u leven niet verfekert. Graveel , ofte Steen verwecken grouwelicke pijn , ende ftellen het leven in gevaer. De Gele-fucht, brengt de Water-fuchtaen ; ende Water-fucht de Dooc. De Hert-kloppinge gelijckt de helfche ftraffe : de Vallende fieckte is alle oogenblick vol fchricks ; en niet fonder gevaer van het leven. Het Scheurfel en wert nimmermeer genefen, hout nimmermeer trouwelickop. Wat is het dan, dat ghy liever hebben zoudet, als de Gichte, indien ghy niet en hoopt altijtgefont te können blijven' Welcke hope, hoe bedriegelick fyvalt» ghy lichtelick verftaen zult, in'tonderzoucken van een yegelick,die boven de veertigh jaren is. want wie zal-deronder de felvige fonder eenige quael bevondë werdend Doch fulcx blijft veeltijts verborgen, behalven Voor de Geneefmeefters . Daerom meent het volck , N n 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;d:(t-

ocr page 594

578 SCHAT DER

datier velein volle gefontheyt leven ; maer die zijnd diin gezaeyt. Derhalven dewijl wyuyt onfenaert dc Sieckten onderworpen zijn, ende darter geen van alle netter , fachter , fekerder, lichter , de krachten der zie-len foo vermeerdert, de manieren vcrçiert, niemants leven,ftaet,ofte middelé en befchadight : foo hebben wy wel te recht dé Lofbefchrevcn, en haer de behoor-licke eere toe-gefchrevé. Niet tegenlhende een quaet. willige lafteraer hier tegen wierp; waer toe ftrecken mochte het prijfen van een leelicke,verfoeyelicke fake, een langdurige , ende ongeneeßieke Deckte , ende fuiex alleen meenden gedaen te zijn tot vertooninge van ver-ftant, ende wel-fprekentheyt, dewijl de Gichte geen Godinne en is , geen wefen,ofte yet natuyrlicx, maer een feer pijneliclc gebreck, die zal voorwaer feer bedro. genzijn. Want al is de Gichte maer een toeval, foo moet men weté, datfe toekomt meerder uyt geluck, als ongeval ; en dat beft inde werelt is, 'tgene fchadelick in fijn felven zoude wefen,wel te können gebruycken, gelijck aldernimft is, goede dingen te mi(bruycken. Sy is een teycken, fy is een oorfacck van veel goets, ende indien de faken na haer wercken, ende uytkomfte te rekenen zijn, foo en heeft fy inde werelt haers gelijck niet. Want boven andere dingen nu verhaelt,uyt wat fchrickelick gevaer en vcrloft fy ons niet 1 1Sulcx is onlangs gebleken in Andria Doria , van Genua, admirael van keyfer Carel, die genoodight was van eenen Gio. Aloifio Ilifco,met voornemen om hem om te brengen : maeraen de Gichte leggende, en quam op de maeltijt niet, waer door hy fijnen bereyden moort verhoede, Soo veel jaren , als hy daer na leefden , ende die waren ontrent de derthien, moeten de Gichte toe-gefchreven werden ; benevens noch de treffelicke daden , die hy ondertuffehen uytvoerde. Ende hoe veel andere men-fchen

ocr page 595

ONGESONTHEY T. 579 fchen is de Gichte noch tot bchouw geweeft,om luet* van lagen, ende aenftaende gevaer tebevrijdend Wat alvergift , dootdagen, ende , al en was 't niet anders , dronckenfchap,werter niet gefchout , dewijl de Gichtige niet te gaft en gaend Belaalven dar het ons felven hout van quaet gefelfchap,ongelijck, lagen,overfpel, niet alleen, om dat wy daer aen leggende , belet werden : maer om dat wy wel weten,dat de gene, die aen foodanige dingen valt is,ftaegli bench, ende op de been moet wefen, daer een Gichtige ftilte, ende ruft zouckt. Dan als het op'tleven aenkomt, en ftaet fy oock niet ftil; gelijck fommige in tijde van brandt , al leyden fy ftijfvan pijn , even-wel den felven foo wackcLuntliepë, als offy waren gefont geweeft. DeGichte en is Doria oock niet in de wegh geweeft, ofhy konde rioch, ontrent 80 jaer out zijnde, by nacht midden in de winter , fijn vyanden ontvluchten. Ende ick en weet nie-mant, die door de Gichte van fijn vyanden overvallen is, ofte uythaer handen niet en heeft können worfte-len. Derhalven zullen wy met foo treffelicke gaven, ende exempelen, infondeiheyt van defen zee-koning (Dorii) het Lof der Gichte beduyten.

Ad

ocr page 596

Ad Clzriffimum Virum JANUM BEVEROVICIUM, Preßantißimum in Batavis Medicum, Cum inferiores verfus cum aliis mitteret, ACcipe, magne virum,[criptam mihi carmine Safam, Quam Batavus [onitu dux graviore capit.

Miles ego non fum, nec tu, Frederice , poeta es; Divifum imperium cum love Bojus habet.

De Celßßimn Principe , Unius manus chiragra laborante, tempore obfidionis Saffe.

NVnc, Calloa, file Batavas ingloria clades, Vna Naffovio Flandria viamp;ta manu esi.

Celfiflimo Principe Podagra quoquelaborante , eodem tempore.

Militat amp;nbsp;Podagra Fredericus, lane, laborat, Et Saßam Hifpams eripit ; an Chiragra eft?

Refponfio.

ESI Chiragra. At non illa, manus qua captafatifrit, Boje ,fed eft melior , qua manus ipfa capit, C. B0YUs,JCi Refpondet Chiragra .

CHiragra eram captura manus ; captura tenebor. Dum chiragra Auriaci Safe manu capitur.

J.^

ocr page 597

VRAEGH-BRIEF, Waerom de Heero Christvs dacr hy ongenefelickc Siecktcn foo met een

Woort, foo met Aen-raken genas, des Blindens oogen met Slick? ende speeksel geftrekenheeh?

VVt het Latijn over-gefa.

ocr page 598

^1



11




/ 1e1lt;lt;n


r?amp;U.^



tty'^AXeo GNU.1





1fé


ocr page 599

De

58; 1

ŸVei-edele , ende Hoogb-geleerde lofrotupgt; Iofr. Anna Maria V4,; SchvrmAn, wenfcht

J o H. V4H Bever VV IICK, geluck-falighleven .

VV'el-edele , ende Hoogh-geleerde loffrow,

M^aamp;^Ls ick wel te recht vreefden U. Ed. Goddelijck befich-zijn met defe mijne Nederlantfche beufelingé wat op te hou-den; foo kreegh ick wel te pas van Ro-men, de Lofdichten, die U. Ed. aldaer in't ltaliaenfch feer aerdigh in Druck gefielt, mytoe-geeygeiit, ende toe-gefonden zijn. Met fulckenge-felfchap hoopt dit mijn Kjnt van U. Ed. oock wel ont-fangen te werden . Liet welck gefchiedende, foo zal fijn Broeder medç moet krijgen, om 't felvige te derven verfoucké. Want ick hebbe nu al volbracht een boucx-ken tot Inleydinge van de Hollantfche Geneef-midde-len, waer in ick zoucke te bewijfen, dat elck Lant dooiden goedertieren Godt genoegh veifien is, van al 'tgene het leven , ende de gefontheyt van nooden heeft, ende derhalven onnoodigh ,dat wy buyten, ende gelijck als uyteen ander werelt gaen zoucken, het gene wy (elver t'huys hebben. Ick weet wel, dat dit niet en zal behagen (want fulcx hebben alleen, gelijck Bion eertijdts feyde, foete Paftey, ende Ballert-wijn) aen een yegc-lick ; foodanige infonderheyt, die niet en fmaeckt , als dat door lang houden garftigh wert : dan het is mygenoegh,indien het maer de vrome, ende geleerde, in-fon-

ocr page 600

584 SCHAt DER . ..1 fonderheyt U.Ed. die by myin plaetfch van alle i5,nitt• gelieel en zal tnilhagen. Voorwaer ick hebbe foo groo-, ten vermaeck in dat kleyne Werck gefchept , dat ick , pauwlicx hebbe können tuschen beyden ftil ftaen,voof al eer ick het vol-eyndt hadde. Maer hoe gaet hetriu met U. Ed. dewelcke, al wildenfe , nauwlicx zoude können ftil wefen. Want , gelijck onfen proferor Lty ßus wel feyt, AUturUcktluydë t^ucJ«* amn eerUckennatm; inditn die gegroeyt, endt verre verfpreyi is , foo brengt by emm1 laß mede, om die voor teßaen, endeghy leeft voor hem ,endt met । lt;tUeen voor ufelven. Waerom ick goet zoude vinden,dat | U. Edéhet oirdeel van de gene,die over de geheele we» relt, U.Ed. naem wel terecht tot den hemel verhef' fen , geliefde voor te ftaë met eenigli treffelick Werck,, Ick hebbe gereet fommige Vraegh-brieven, endedaer op de Antwoorden van de Geleerde. Het ware wel te; wenfchen, dat, onder de Schriften van die deftige man* nen, mede gelefen werde, den loffelicken naem van। Schnrm.m. Ick zal de ftoffe voor-ftellen. Nae datdeI Heere Chrisius, foo door Aenraken, foo dooreé Woort, niet alleen fommige van fware, ende by andere ongene-felicke Sieckten en genas, maer felfs oock de dooden opweckte,door wat reden hy,om den Blinden te doen fien ,een Smeerfel, ofte Salffcn gebruyckt heeft ^ Den Euangelift Iohannes verhaelt, hoe Chriftus, eenen die blint geboren was ,bende maeckte, na dat hy fijn Oo-; gen beftreken hadde met Slick onder Speeckfel gemengt. Dit felfde, om U. Ed. oirfaeckte gevenvan te oirdeelen , ende uyt te leggen , zal ick in't korte wat nafporen. Dat defe Blinde niet te vergeefs gefeyt en . is, foo geweeftte zijn van fijn geboorte, en is nietteI vergeefs aengemerekt in fijn Wtleggingë, by den wel- 1 achtbaren heere de Groot, dewijl bewuftis foodanigh f gebreck door Menfchelicke hulpe ongenecllickte we-I fen,

ocr page 601

0 N G Es 0 NTHEY T. 585 fen, voomamelick , indien hy niet alleen verfteken is geweeft van'tgebruyck des geachts , maer oockvan haer werck-tuygh, gelijck vele van dat gevoelen zijn onder de Out-vaders, by-gebracht in fijnen ^rfrijlarcbo Sacro van den grooten HrinJius. Welcke uytlegginge door den text felve, ofte de woorden van den Euangdift, indien ick felve hier in niet geheel blint en ben, geheel wederleyt wert. Degebuyren (feyt Iohannes 9.) ende die hem le voren gejien hadden, dat hy blint was , feyden , Is defe niet, die fatenbedelde ? Andere/eyden, Hy is'l : ende andere , Hy is hem gdÿck. Hy/eyde, Iekben defclfde. Sy dan frydm hem, Hoe ^yn u Oogengeopent ? Hy antwoorde , endefcyde, De menthe , genatmi lefts , maeelvejlyek, endebeftreeekmgne oogen, ende fryde my : Gael henen aen het badt-waur Siloam, tndtwafeht u, Ende ick ging henen, ende witfchmy, tndeickmwdt fände. Sy hadden hem blint gehen , dat is , gelijclc die Vaders meenen, fonder Oogen, als of niet onder andere gebrekenin de Schemeringe , Verftoppinge van de Gelicht-zenuwen , ftoffe ftack van ongeneedicke Blintheyt,en-1de derhalvennoodigh zoude zijn niet op het licht,maer 1ophetuyt-wefen (het welck,als wefende grooter won-\ det-werck de Godtvruchtige Outvaders Schijnen over-1leyt te hebben) van de Oogen felve . Ende hetwoordt 1TV^Xoç , ofte blinde , dat den Euangtlift alhier ge-1 bruyckt,en wert nergens by de Griechen, dat ick weet, 1genomen voor d,vop,p,aloç , dat is, fonder Oogen. De I nbsp;nbsp;Joden en vragé oock niet (gelijck fy anders haddê moe-

ten doen) waer van daen zijnuOogë gekomenamp; maer , Hoe:{yn u Oogen geopent ? Nufy en konden niet geopent \werden ,byaldien fy tevoren niet en waren geflote ge-1weeft. Ende de Blinde-man antwoorde, Hybejlreeck 1 nbsp;nbsp;mijne Oogen , liet welck niet en konde gefchieden,of hy

1 moftfe te voren gehadt hebben. Die Outvaders meen-1 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;O 0 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;den.

ocr page 602

586 SCHAT D ER

den,dat,gelijck Gode eertijts het Lichaem van Adam uyt de Aerde gemaeckt hadde ; van de Heere Chrißusnu oock de OogenuytSlick gefchapen waren . Maer den EuangdiJl en feyt niet minder , als dat ; ende wyenlefen oock niet dat onfe Salighmaker oyt eenige deelen des Lichaems gemaeckt, ofte gefchapen heeft . Even-wd feyt de H. Cyprianus , dat Chriftus met fijn Spetefd zoude Oogtn gemaeckt hebben. De gemelte Grotius hout het daer voor, dat de Heere Chrißus de Aerde (zijnde in dat lantgeheel droogh) met Speeckfel Rickerigh gemaeckt heeft,om dataldaer geen water ontrent en was. Maer en zoude in dat Salfken niet wat hcelfaems uyr-gevon-den können werden ^ Dan hier tegen zijn vele van gevoelen , dat het wonder daer in beftaet, vermits liet Slick daer gantfchtegenflrijdendeis. Hierom mifprijfl oock deSwaluwe-neften , die van fommige geprefen werden, in de Squinantie, den Spaenfehen geneef-mee-fter Pereda. Welof wy feyden , dat het Spteefel met ßof oVerßroeyt ((00 noemt het den H.Augußinus) kracht hadde om te verdunnen , fuyveren , enae verteren . Sulcx is in't Speeckfel , felfs by de Vrouwen , door de erva-rentheyt, bekent. Ende de feherpigheyt van't Stof voelen in haer Oogen, die Somers met de wagen rey-fen, het welck oock (dat Plinius medeaenmerckti5' 19.) kracht heeft, om de vochtigheden te verdrongen, ende te verdrijvé. Maer dat zouae even-wel een Hecht, ende al te fwack Geneef-middel wefen voor de Blint-heyt. Dit alles onderwerpe ick. Aider-geleerde Jof-frouw,U. Ed. wijfheyt, ende oirdeel. In Dordrecht, den 21 Mey,1642.

Den

ocr page 603

ONGESONTHEY T. 587

Den Heere,

Johan V4nBever vv 11 c k,

Eerfte Medicijn, ende Schepen der ftadt Dordrecht.

werfebt

ANNA MARIA v^n SCHURMAN,

geluclepligb kvnh

U.E. overvalt my in'tbeftormen van tiwe gaven ,ende ick zoude nu al watbefchaemt geweeft hebben, met niet als enckel brief-danekbaetheyt over te fendê;'ten ware my wel in den fin gekomen was het (eggen van Seneca: Die hem hatRom wederom le geven, en beeft geen ge-moet van een dancRbaer mmfoht, matr van een fchuldma, . Dan ick hope, dat de tijt zal komen, by aldienjck geen gave met gave en kan voldoen ,altijt zal könne my fuy-veren van de vlecke der ondanckbaerheyt. Maer en denckt niet dat ick voor hebbe, hier in met U.E.in vereffeninge te komen ; dewijl U.E. door een aenloc-kendebeleeftheyt maeckt, dat ick niet en zoude willen met noch meerder fchulden aen U.E. verbonden te zijn: in(ondetheyt,alfoo de (elfde Wijfgetige niet buy-ten reden fchrljft: Die geen nieuwe weldaden wil ontfangen , \ isgejloortom d'oude. Ick hebbe (onderlingverlangen na 1 het bouck van de lnleydinge tot de Hollandtfche Gc-neef-middelen , dat U.E. onlangs gefchteven heeft ;

Iende ick en ben niet verwondert, dat IJ. E.'tmaken 1van'tfelve (eer vermakelick is gevallen, dewijl de God-0 0 2 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;licke

ocr page 604

588 SCHATDER

licke vooifienigheyt hier in niet eens en blijckt, ende in, elcx gemoet een wonder openbaert. Waer by komt, dat, gelijck al de grootfte verftanden , als waren van wijfheyt, ende geleertheyt,haer wijt en breet uytfetten, foo mede te vereyfchen ftaet, dat den rijckdom, ende die iiytwendige gaven in fekere plaetfchen door denature bepaelt werde. U.E.Vraeght, wat ick nu doe. lek zal recht uyt(preken; den Hofisdefe Somermijn mee-; fte forge geweeft. Maer,zal U. E. feggen,is dat den roem van den naem op-gebout^ Voorwaerickenweet het niettdan hebbe even-wel bevondê,rulcx myniet alleen tot vermaeck, maer oock tot vrucht gepreekt te hebben, foo treffelicke wercken Godts naderin te hen, te handelen, te onderzoucken. Groeten naem hebbe ick noyt gefocht,ofte verdient, ende indien hy my regens danck over-komen is,foo en zal hy my niet regens danek verlaten. Dat ick my voor weynige, ende goede goet make , is my lofs genoegh. Ende dât U. E. nu eé nieuwe ftoffe voort-brengt, om mijn verftandighjen te oeffenen, dat wijt ickinfonderheyt U. E. eerlicke genegcntheyt,die U. E. my toedraeght.

De Vrage , nae ick fie, heeft U. E. hier in vervat: Dewijl onfr Hart , foo met Atn.raken , als met ten Woort , 4H-dert , dit met ongeneeflickyfitekjengequelt waren, tot gefonthcfl bracht ; door wat reden hy, in't genefen van den Blinden , heeft willen gebruyckyn ten Smeerfd ? Voorwant, indienickvan alle vermetelheyt gantfch bevrijt wilde wefenrfoo zou-de my, volgende Be fedigheyt van den wijfen SoodW, wel vougé kortelick te antwoorden : Dat weet ick aHem? hier inniet fekyri te kannen weten. Wantnademael blijckt, dat defe uyterlicke teyckenen foo maer gebruyckt, ofte over-gedagen zijn, ende dickwils geen ander oogen-merck en hebben, als om de verborgene kracht yank wonder felve,ofte altijt den Wonder-wereker, wiens fen-

ocr page 605

ONGESONTHEY T. 589 fendinge hier door van den hemel beveftight werde , door een (ienelickteycken te vertoonen; foo zal hy water dorffen, gelijck men feyt,die van elcx een byfondere oirfaeck zal willen aenwijfen. Oirfaeck om defe fake nauwer te onderzoucken hebben gegeven de Wtleg-gingen van eenige uyt de Oude , dewelcke niet denc-kende op de vermaninge van den Apoftel, waet door wy na fijn voor-fchrift vermaent werden, niet wijs te zijn boven het gene gefchrevé is,haet al te veel in-laten aen de onbefchreven oirfaken. Myvoorwaet behaeght in tegendeel feer wel'tgene de groote Scaligerfeyt:

Nefcirt veile, quæ magifter maxumus Tefeite non Vult , erudita infciiia eft.

dat is , Niet te trillen trefen , dat de grootje meefter niet getril, en beeft, dat try toonden treten ; is een geleerde ontretenheyt. In-1 dien wy even-wel den toom wat vermogen te geven, 1 aen de Menfchelijcke redenen , foo zoude in 't gemeen I nbsp;wel mogen geftelt werden , dat onfen Saligh.maker ge

lieft heeft verfcheydeteyckenen , ende manieren van 1 doen te gebtuyeken ,op aat die uyterlijcke dingen , in-\ dienfe altijt de felfde, ende op de felfde wijfe in'twerek geftelt waren , eenigh geloof zouden bekomen hebben in't gemoet der Menfchen,dat gemeenlick wat tot by-geloof genegen is , daer alles niet als de Goddelicke macht alleen moefte toe-gefchreven werden . Daerbeneffens (het welck de knoop nader raeckt) en wijckt niet van de waerheyt, dat Godt foo verachte , ende in fchijn tegen-ftrijdende dingen , tot genefinge van de Oogen geleytheeft , foo om tebetoonen, dat hy niet 1 natuyrlick,maer gantfeh boven de nature werckte, als oock om dat hy het geloove, ende de gehoorfaemheyt van den Siecken felve, door defe , als om-wegen,zoude verfoecken , ende aen een yegelick ten toon ftellen. Waer toe ick niet qualick en zoude brengen de woor-0 0 3 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;den

ocr page 606

590 SGHAT DER

den van den Grieckfchen oudt-vader Cbz'/ojTomW,als hy fchrijft , dat Naaman geboden zijnde te Waffen in de riviere Jordaen,niet en geloofde, hoe-wel die foo ver-maert was door den propheet Eliftus : maer, fchrijft hy, de Blinde en wan-geloofde niet , noch en fprack deer niet tegen, noch en docht niet by fijn felven, wat is dar, Slick op de Oogen te ftrijeken , 't welck het geflehte hinderlick zoude mogen wefen,amp;c. Daer zijn oock groote Godts-geleerde, die feggë, dat de eerfte fchep-pinge van den Menfche uvt aerde, door dit teycken is uyt-gebeeldt: het welck ick voorwaerin d'andereniet feer ongeerne aen en neme. Maer U. E. zal miffchien vragen,of ick oock volge het gevoelen van deOudt-heyt, die doorde banek met den oudt-vader Cyprianus 1 het dier voor hout, dat Cbrißus door het Speeckfel den Blinden zoude Oogen gemaeckt hebbé. Gantfch niet. Want al is't, dat wy in andere wonderen, de fchapendelt; kracht,als oock eenigh aen-geboren gebreck der leden, , geerne toeftaen : nochtans, indien ick niet geheel blint en ben,foo en fie ick geen oirfaeck, waerom dat men den gemelten Chryfoftomns zoude toevallen , die (maer weynigh volgens de gefchiedeniffe) hem niet en ontliet te fchrijven op defe maniere: Hy en haft nia aUande Oogtn ecm'UeJu , noch gtoptni,maer ooc^hagefichtgegeven . Htlwdck een leyclegnis ,4u by oock.de %^idek.onde in-blafen, Wam defelfde niet weckende, alitas het Ooge noch foo welga ßdt,en koude het even-wtl niet firn, Soo dat hy defen Blinden de kyacht der %jele gegeven heeft, als oock het Deel felve mtt, «deren, flagh.aderen, Zenuwen, bloedt, ende alles, watr onsi licbaem uyt beßaet. Want wat wil dit anders feggen,als dat defen Blinden geen Oogen gehadt en heeftlt; waer van geen voet-ftappen , gclijck Ü. E. uel aen-nierckt,. in de H.Schrifture en blijckcn. Behalven dat blijekt, dit nieuwe fchepfel der Oogen onnoodigh te wefen tot

ocr page 607

ONGESONTHEY T. 591 de eere van't wonder . Want het is genoegh,de onge« neeflicke oirfaken van de Blintheyt,'tzy de felve be-honden in beletfel, ofte in eenigh natuyrlick (omfoo tefeggen) gebreck,door een boven-natuyrlick middel wech.genomen,ende alfoo het Gelichte,'twelck dien Menfche van de Nature onthouden was, fonder verwachten van eenige tijdt, op ftaende voet gegeven te hebben. Niet beter en werter gefeyt, dat de Öogen van defen Blinden met Speeçkfel ,ofte, gelijck den andere Euingthfl fchrijft, met Speeckfel , daer Stof onder ge-ftroeyt was, als van Stoffe waer uyt, om met de Wijf-gerige te fpreken, de Oogen zouden gemaeckt zijn . Dan het iffer foo verre van daë, dat de H. Hiftorye defe uyt-legginge zoude beveftigen , dat fy in tegendeel klaerlickfeyt,hoehy met het water van Stloë,dit ftrijck-fel af.wies. Het welck alfoo zijnde, en kan ick my niet genoegh verwondere,hoe foo gtoote lichte der Kercke in fulcké mif-verftant vervallen zijn ; 'ten zy,het welck voorwaer de billicheyc mede brengt, die eeuwe dan, in de welcke, door eé.ongeluckigen yver,niet minder met opgepronckte wel-fprekentheyt der Heydenë,alsChri-ftelickeleeringen om de kroon geftreden werde , fcher-

I per ondetfouckhaectoe te geven. Dewijl dan die Va-Iders geen eygene, maer een vremde wijfe van fpreken Igevolght , ende met toe-fmacken, gelijckeniffen, ende | andere verdraeyde manière van fpreken, volgens Ptno, Ide waerheytbewonden hebben , gelijck Hieronymi^ van Ifijn felven tegens Helvidium bekent : H'y bibbm gepleyt, Tende op de wÿ/e van /prekers een rreynigb gefpeelt ; Wie , feg ick,en (iet niet , dat hy een gevaerllck werck begint , die van haer waerlick,ende recht gevoelen zoude feker-

Ilick willen oirdeelen

|'T en laetften komt noch in vetfchil , ofte in dit 1 Sttijckfel eenigh Geneesmiddel geweeftzy. My en 100 4 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;i^

ocr page 608

592 SCHAT DER

is niet onbewufl, dat, onder andere,de vermaerde Vd-ItfiiK , uwe Konfte, als een behulpige Godinne, fom-tijdts in't werckroupt, met namen, daer hy van de ge-nefinge van Naaman aldus fchrijft : Door Godddick' kracht is gefcbitt, dat ha gene (indien dt fake alleen bevolen hadde geblevëaen de Nature ) eenßechte genefinge ïoudegtwttft hebben, voor foo groote, ende foo verouderde fleckte, wasem gantfeh Volkomene: nochtans en was de genefinge foo gtbul GoddeUck , noch Wonderlief niet, dat fy niet wat beginjdsm hadde van het Natuyrlicf. Want dickwilt te gain in de rivieren, infonderheyt te baden in ßerefe ßroomen, doet veel , om aUt vuyligheyt des huyts uyt te locken , ende alderhande fchorft, oocf van het quaetße, te genefen. Dat is voorwaer al veel ge-verght,'ten zy yemant wilde feggen, dat al 't gene hy de kracht van de Nature toe-fchrijft,allegader gebracht mofte werden tot eenige voorgacnde Bereydinge , die met het Wonder-werck, als wonder-werck, gantfeh niet gemeens en hadde. Want anders en^oudrrgeen(ge-lijck Picut, de luft van de geleerde werelt, welaen-wijft in't 4. bouck tegens deSterre-kijekers op't 14. cap.) grponrdwaeftytbedacht können werden , als te meenen ,datw eenigh wtref boven dt nature gefchiede, door de kracht dernature . Want de ordre (gelijck hy op een andere plaetfch aen-wijft) Vd„Godt volgens den natuyrUcktn loop in geßtlt, is foo in hatr palen befloten, endefoo verfhey den van die dingen, die door de Goddelick.ekracht , ende wille gefchitden, dat indien dit alle wech-genomen wert, noch overigh, noch te fort en blijft. Maeral is't, dat wyin fommige exempelen,gelijck van Naaman , Efechias , ende andere , tot defe wijfe , die nu gefeyt is , toe-ftaen, eenige natuyrlicke gave by gekomen te wefen: (boen kan ick even-wel niet Gen,hoe 't felve hier plaetfcl i kan hebben. Al wat de Geneef-meefters van het Slick reden-kavelen, wat kracht fy het fclve toe-fchrijven van verdunnen , fuyveren , verdroegen,

ocr page 609

ONGESONTHEY T. 593 gen,ende devochtigheyt te verteren,fy zullen altijd, by aldien ick niet bedrogen en ben, in het (lick blijven fteken, indien fy daet in eeni^h Geneesmiddel voor . deBlintheyt willen zoucké. Want daer en blijckt geen meerder kracht,om defe wondetlicke genefinge uytte wercken, als doen Cbriftus, den dooven, ende (lommen genas, met de vingers in fijn ooren te fteken , ende fijn tonge met fpeecklel te raken : die voorwaer al de gedachten van Geneef-middelen uyt-(luytë. Derhalven , indie volgens mijn gevoelé dit verfchil mocht vereffent werden , ick zoude volgen het oirdeel van ^Ambrofius , het welck aldus luydet : Dat den geboortigen Blinden gene-pnwerde , en is geen trtrek, van de konß , waervan de macht . Wane de Heere beeft de Gefonebeye ge/c^nc^en , nice de Geneef-

1 konjlegeoeffene. Maer dit dus verre .

\Denbriefvan d'heer Slingelant hebbeickgefien,als 1 oock de Italiaenfche Lof-dichten,te Romen gedruckt;

die ick van wegen haer aerdigheyt, ende Poëtifchen geeft feer zoude ptijfen, by foo verre dien spelles een 1fchoonheytvoor gehadt hadde , waerdigh fijne konfte. 1 nbsp;Icken zal niets by-brengen totonfchulc van mijn lang

\ ftil-fwijgen ; dewijl ick door verfcheydebeletfelkens , 1 noch mijn gemoet, noch mijnen fchuldigen plicht niet \en kan altijdt voldoen. Doch indien defe fchult met |veel praets kan uyt-gewift werde, foo meene ick U.E. | nbsp;nu al wel voldaen te hebbe. Vaert wel, Mijn Heere,

1 en zijtfeer gegroet met alle de vrienden. In Utrecht, 1 4en 14.Oftober,i644.

0 0 5 nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;Om

ocr page 610

Om de volgende bladeren niet ledigh tc laten, zullen wy die vervullen met eenige plaetfchen nvt de Hiftory-fchrijvers van de SwmtndeSiccW, ende Spamfehe Pockm , hier voor vermeit.

POLYDORUS VIRGILIUS,

Hift. Anglic. xxvii.

Aiwo clo cccc Lxxxvi. novuin niorbigentis peï-T,tfit pa' totum Angito regnum, fob primum Henrici VU in infulAm defanfum, dira quidem lues, amp;qu4m null4 fit œt4s antea , quod conflet ,perpera : fubitb enim [udor mortifer corpus tentabat, acfimul caput flomacbumque vehementi caloris ardore affe^um angebat. Quo in morbo homines qui aprincipio erant,quia alii aftus minuspatientes , fi in lecto erant, flragula dimovebant, fi veftiti, veftes deponebant, aliifitientes frigidum potum funic-bant , alii demum patientes calorisfoetorifque (nam fudor grave olebat) additis ftragulis fudorem provocabant,amp;que omnes aut illico, aut non multo poflquam fudare coepifent, moriebantur, ita ut ex omni agrotantium numero ,vm centefimus quifque evaderet. Neque ulla interim Medicorum ars,autfcientia quicquam opitulabatur,quod morbi novitas omnem eorum excluderet peritiam. Verumpof yiginti quatuor horas (tanto temporis fpatio vis ejus morbi durabat) abeunte fudore nonnulli confirmabantur : non eo tamen ita expurgati erant, quin iterum atque iterum in morbom reciderent, multique inde perirent. Sed ea res remedium tanto malo ad ultimum nionftravit : nam qui femel primo fudarant, cum deinde rurfuni agrota-rent, observabant ea, qua in prima curatione profuitent,

ocr page 611

amp;iUispro remedio utentes, addebant Çempet aliquid ad curationem utile. Item amp;nbsp;illi ndem cum iterum in idem valetudinisgenus inciderent,ex priore obfervatione earum rerum, per quasfe confamaßent, ita fe curare didicerunt, ut vim fudoris iUius'facile tolerarent. Qiiibus rebus ita ufa venit,ut poft ingentem mortalium ftragem,remedium unicuique promptißimum inventum fu. quod bujufinodi eft: Siquis interdtufadore corripiatur, cum veftitu protinus cubatum eat : fm nollu, amp;nbsp;mletlo, tum quiefcot, nec pèloco moveat, ufque ad viginti quatuor boras ex-adas : interim itafe ftraguUs oneret , quo non provocetur fudor, fed fua fronte molliter ftiUet. cibi wbilcapiat , ft tamdiufamem tolerare poßit,neque plus potionis conÇueta ac calfata bauriat, quam niodicè fatis fit ad foim extin-guendam. inter banc curationem inprimis caveat , ne manum quidem aut pedem fui refrigerandi recreandique caufd, extra ftragula proferat , quod facere letbale eft. Hoc remedium eft novo morbo inventum, qui tantum in Angham id temporis pervafit, amp;poftbacfepe graviter affixit .

j nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;I. AUG. THUANUS,

IHiftor. v i.

Anno cId Ia l. Britannia gravi, ac peftilenti morbo ! infefata eft, magna ftrage édita, vi mali tanta violentia, \ac celeritate ferpente, ut in una civitate Londinenfil^ cccc intra vii. dierum Jpatium abfamptos conftët. à loco buit. Sudori AngUeo nomen inditumrftcuti Elepban-tiajis Pliœnicius apud Hippocratem in Prorrbeticis : Lues

ocr page 612

Venerea noftro tempore exorta, amp;nbsp;Neapoli, Gallorum expeditionem fequuta morbus Gallicus vocatus eft, quan-quam Indicus potius dici debuerit,quippe ab Hifpariis inde illatus , ut ex ipforum Hiftoriis conftat.

FRANC. GUICCIARDINI, Dell' Hiftor. i i.

Non pare dopo la narratione dell'altre cofein-degno di memoria; ehe edendo in quefto tempo fatale ad Italia, ehe le calamità fue naueffero origine dalla palfata de'Franeefi, 6 almenoaloro fudero attribuite, ehe * allhora hebbe principio quell'infermità,che è chiamata da' Francefi il mal di Napoli, fu detta communemente da gl' Italian! le Bolle , o il Mal Francefe , perche peruenuta in edi mentre erano a Napoli, fu da loro nel ritor-narfene in Francia, diffufa per tutta Italia, laquale infermita , 6 del tutto nuoua , o incognita infino a quefta eta nel noftro Emifperio,fe non nelle fue

¥ Comtil Giouio hafornito ndlib.4. di defcriuer Ie guerre fra i Francefi , (, gU AragoneJi nel regno di Napoli , allhora egU Ji mette a jcriuer di quefa contagiona, in ehe del tutto egU amp;nbsp;queßo auttor fon conformi fe non the il Giouio , recitan do l'opinion di coloro, ehe tengono eßer uenuto queßo malt dal M ondo nuouo , „on mette'1rimedio del legno Guaiaco, co me qui epoßo. 11 Bembo conforme al Giouio, ferine, ehe queßo maleßjcoperiealfin deUa guerra contra Francefi nel Regno, ma dice egli, cio comindo a Taran to, ty cita il Fracaßoro, ebe in tre libri in utrfi heroici ne feriße.

rc-

ocr page 613

remotiflime, amp;nbsp;ultime parti, fu maflimamente per molt'anni tanto horribile, ehe come di gravif-fimacalamità mérita fe ne faccia mentione,perche feoprendefi, o con bolle bruttiffime,lequali fpefe volte diuentauano piaghe incurabili, ó con dolori intenfiflimi, nelle giunture, amp;nbsp;ne'nerui per tutto'l corpo, ne ufandofi per i medici inefperti di tale infermita , rimedij appropriati, ma fpeffo diret-tamente contrarij, amp;nbsp;ehe molto la faceuano ina-cerbire, priuó della uita moltihuomini di ciafcun fedb, amp;nbsp;eta, molti diuentati d'afpetto deformif-fimi reftarono inutili , amp;nbsp;fottopofti a cruciati qua fl perpetui, anzi la maggior parte di coloro, ehe Ipareua fi liberaffero, ritornauano in breue fpatio |di tempo nella medefima miferia, benche dopo il Icorfo di molt'anni, b mitigato l'influfCo celefte, 1ehe l'haucua prodotta cofi acerba, ó effendofi per \la lunga ifperienza imparati i rimedij opportuni \ acurarla, fia diuentata molto meno maligna, 1 nbsp;nbsp;efendofianco per fe ftelfatrafmutata in piu fpctic

\diuerfe dalla prima : calamità , della quale certa-1mente glihuomini della noftra eta fi potrebbono \ giuftaniente querelare, perueniffe in elh fenza |colpa propria, perche è appronato perconfenti-Imento di tutti quei,c'hanno diligentemente olfer-uata la proprietà di quedo male , ehe o non mai, o molto difficilmente peruiene in alcuno, fe non per contagione del coito. Ma è conueniente ri-

\muouer quefta ignominia dal nome Francefe, per-

ocr page 614

perche fiihanifeftó poi,ehe tale infermità era fti; ta traportata diSpagna à Napoli, ne propria di quella natione, ma condotta quiui da quelle ifo-le , lequali cominciarono per la navigatione di Chriftoforo Colombo Genouefe a manifeftaifi quafi in quefti anni medefimi al noRro Einifpe-rio, nellequali Ifole nondimeno queRo male lia prontiffimo per benignita della Natura il riinc-dio,perche beendo folamente del fugo d'un legno nobiliffimo per moite doti memorabili, ehe quiui nafce, faeilmente fc ne liberano •

PAUL. JOVIUS Hiftor. 4.

Aliqui ex Argento vivo Axungia permisto, triduana inunctione convaluerunt, fed ut enormia morbi veftiga relnuiucrentur. Alii laboriofo Exercitationis genere, tf parca exquifitaque Victus ratione, quum fevas manus medicorum alieno periculo remedia quarentiuni effugerent , certiora remedia repererunt.

T H U A N U S Hift. 71.

In lava majore homines Lue Venerea valde infeilmi-tur. quam ea ratione curant : A decima hora diei, ufque adfecundam pomeridianam ardentißimo foli fe agri exponunt, amp;nbsp;ita peccantem, amp;nbsp;malignum habitum defy-. Cando exhauriunt.

Hier van breeder in'e3. Deel.

E Y N D E.

ocr page 615

I nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;nbsp;TefleHenfoL 414. verf. 7.?u vergadert.

ISoo hebbe ick oock dickwils gefien, dat,gelijck aen Ide Oefters, eenige quabben groeyë, eerft gehjek Wrat-Iten ,daer na als kleyne Oefterkens, die groot werden-| de, haer dan af (onderen ; alfoo mede aen de Steenen Iin de Blaes kleyne Steenkens (alhier uyt-gebeeldt) ]groeyen, die grooter werdende , op 'tlaetfte af vallen, Iende alfoo byfondire Steenkens maken .

ocr page 616

//^78^V

1

ocr page 617

ocr page 618