-ocr page 1-
":
"M
i-----------------------------
»
%
k
Be llïIlEÏIIi
^
i
van
ïsr&éi
voor
door
\\-
Pr J. M. Gunning
HOOGLEERAAR
te
Lalden.
EAZ
CQQ                           «SDRUK VAK J. OROEN IE MüSKIKENDAM.
_______ _........................aj
ïk-"........"...................................."......................................~ ..................%
-ocr page 2-
m>* /<??£5~
% 6
r/
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
I1IIE
ETE1
van
hmêl
voor
B® Triton*
door
Dr J. M, Gunning
HOOGLEERAAR
te
Leldn.
BIBLIOTHEEK DER
RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT
-ocr page 6-
Sn zco eenige der takken afgelrcken zijn, en gij
een wilde olijf tocm zijnde in DERZELVEE zijt
ingeént, en des wortels en der vettigheid des clijf-
bccms mededeelacktig zijt geworden, zoo roem niet
tegen de takken; en indien gij daartegen roemt,
gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.
ROM 11 VS 17:18.
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000010863250B
1086
3250
-ocr page 7-
• )
trekkingen gekend, maar als eene afzonderlijke ver-
eenigiug die als zoodanig tegen den Staat overstond.
Her, maatschappelijk en het geesteiyk leven, m lsraei
profetisch vereenigd, werd tot twee afzonderlijke ter-
rdinen. De profetiscue wereldbeschouwing, gelijk zij in
Christus haar hoogtepunt bereikt, werd vergelen. J>e
oude profetie gold in de Gemeente weldra slechts als
voorspelling van des Messias, die ook uitgekozen was,
in plaats van dat men van de oude Proleten geleeru
had hoe de Staat een Godsstaat moest zijn. Zeer on-
volkonien werd dit in Augustiiius\' beioemd geschift
over „den Staat Gods" aldus bepaald, dat (ie Kerk
is de hemelsche gemeenschap, de Staat de aardsche,
die slechts de roeping heeft, der Kerk tot beschermer,
tot werktuig te dienen.
Met Augustiiius breekt zich de roonische beschou-
Aving baan. Namelijk de Kerk hie.d op, de geheele
geschiedenis en de gansene historie IsRAeuETiscH te
beschouwen, gelijk zij liad moeten doen. Israélietisch,
dat zou, zooals wij 111 hel voorgaande zagen, geweest
zijd echt r.at onaal, > lit naar den waren, in zijn kern opge-
vatten aard van eik voik. In stede daarvan piaaiste /ach
nu elke nationalitjic veeleer vijandig tegenover Israël.
De heerlijke beschouwing van Paulus, zijn vasthouden
aan Israéls beteekenis en toekomst, gelijk vooral het
11e hoofdstuk van dm brief aan ae Romeinen het
ons toent, werd geheel vergeten. In plaats van aan
Israël op deze wijze vast te houden, hebben de Chri-
stelijke volken zich door het gezicht van het ver-
woest en verstrooid Israël laten bevangen en Israël
verzaakt, miskent, zeif vervolgd. Deze richting dei-
geesten heeft zich voltooid en belichaamd in het stel-
len van een ander middelpunt dan Jeruzalem, name-
lijk van Rome. De volken gevoelden een middelpunt
ter onderlinge vereeniging noodig te hebben. Dit ge-
voel was volkomen juist en menschelp waar. Doch
daar men het ware, van (Jod gestelde middelpunt.,
het Komnkrjjk Gods, zooals het in \'s Heereu Toe-
-ocr page 8-
6
komst zichtdaar zou worden, vergat, kwam hu Ro\'.r.e
op. Rome begon nu te heersenen, naar zijn aioaden
aard, met wereldsche macht. Het Roomschkatholieisme
is niets anders dan het Christendom van uit Rome ge-
zien en ontwikkeld. De keizerlijke macht gal\' sterven*
de den scepter aan Rome ,s bisschop over. De wereld-
sche macht en wetgeving, Rome \'s twee oude, wape-
nen, vestigden nu eene wereldsch—geestelijke heer-
schappü, een vnlseh profetendom van den ei gaten
aard. De Christelijke kerk aanvaardde de voorwaar-
de, door haar Hoofd in de woestijn, als verzoeking
om den Vorst dezer wereld te eeren, beslist terugge-
wezen, en ontving dan nu ook tot loon hoerschappij
over de Koninkrijken dezer wereld, haar op dezen
berg der verzoeking getoond.
De Hervorming kwam en verstoorde voor haar
door deze ongoddelijke macht van Rome, deze wereld-
sche heerschappij der Kerk. Maar om het volle bedrog
van Rome te doen in het oog springen, zou da her-
vorming de heerlijkheid van Jeruzalem als het. ware
middelpunt der Toekomst en daarin regulatief voor
het heden, hebben moeten in het licht stellen. Zij
had moeten zeggen: de Kerk van Christus is êène, en
heeft haar middelpunt niet te Rome, maar ook niet
in eene uieuwe kerkvorming die wij nu maken, neen,
in het Koninkrijk dar Toekomst. Niet in het oude,
door de heidenen vertredene, maar in het nieuwe Je-
ruzalem, wanneer de Heer in Zijne Toekomst den
(ïodsstaat zal herstellen. Herstellen, niet door Jeruza*
lem als stad in Judea weder op te; bouwen |al zal
dit misschien ook daarbij geschieden], maar door Israël
-ocr page 9-
7
in zijn Messias te «loen gelooven en liet alzoo zijn
wara bestemming eindelijk te doen vinden en bereiken.
Zoo had de Hervorming moeten spieken, maar het
is niet geschied. Dit is geenszins de schold der Her-
vormers, maar die van den geheelen toestand. De pro-
testanten werden uitgedreven, en moesten in nood uit-
zien naar huisvesting, naar vervulling van de eerste
behoeften om het be;-taau te handhaven. Zoo bleef de
ontwikkeling der Kerk afgetrokken geestelijk, boveu-
al daarop bedacht om de vleeschelijklieid van Rome
tot. eiken prijs te vermijden, waarbij men dan tot aan-
vulling de wereldlijke Overheid tot steun moest aan-
nemeu. Want verkeerde geestelijkheid roept altoos
een verkeerde stoffelijkheid als aanvulling harer een-
zjjdigheid tot aanzijn. Toen nu na eenigen tijd de eer-
ste geestdrift der Hervorming begon te verflauwen,
vergat men het bloot voorloopig karakter dezer gee-
stelijke beweging. In plaats van hoopvol en ernstig
vooruit te zien, begonnen de kerken der Hervorming
achteruit te zien, en zich aan haar eigen begin en
uitgangspunt t;; hechten. Men zocht er uu heil in, de,
HELiJDKXis, waarmee die kerken het eerst in het le-
ven waven getreden, vast te grijpen. Hoe heerlijk die
belijdenissen ook mogen zijn, deze weg is toch vlee-
schelh\'k. lüt blijkt vooral daaruit, dat niet zulk eene
couressioneele beweging altijd <!e arm des vleesches
de politiek, gemoeid is. De uelydeniskerk onzer gere-
forr.ieerde Vaderen, hoe uitnemend ook, heeft zich
wegens die vermenging met de staatkunde slechts an-
derhalve eeuw kunnen staande houden.
-ocr page 10-
s
De revolutie, kommde, vond haar resds versterven
en gebruikte de doode vormen der kerk Dot, vjrbr%i-
ding harer eigen beginsels. Hieruit is ook grooten-
deels te verklaren dat de protestantscue kerk zich
uiet veel verder heeft uitgebreid dan zij reeds spoe-
dig na haar eerste begin was. Zij liet tegenover Ro-
me na, te wijzen op een hoogere eenheid der kerk
dan Rome geven kan, en op een zuiverder Konink-
rijk dan de pauselijke Curie. Zoo heeft zij een we:tl-
ge behoefte, voor welke Rome althans een sch(jnbe-
vrediging had, onvervuld gelaten en de roomschen
niet door een hooger goed dan wat zij reeds meeneu
te bezitten, tot jaloêrschheid verwekt.
Op dat hooger Goed hebben wij dus te wijzen, en
onze roomsche, maar niet minder onze protestantsche,
broeders op Israël in zijn beteekenis voor de volken,
ook in de Toekomst te wijzen. Wat deze laatsten be-
treft, terecht hebbeu de evangelisch»! belijdenisschriften
de anabaptistische deukbeeldeu van een duizendjarig
Rijk, dat in de tegenwoordige bedeeling, aan haar ein-
de, vóór de wederkomst van Christus door Christenen
met nog niet verheerlijkt lichaam zou gevormd wor-
den, als Joodsche droomerijen verworpen. Dez3 heb-
hen veel overeenkomst met de aardichgezindheid der
roorasehe voorstslliügen van de piuselijke macht.
Even verkeerd is het modern chiliasme, d. i. de droom
van hen die, onafhankelijk van het Evangelie, een
toekomstig Yrederijk op grond van den voortgang van
beschaving en algemeene ontwikkeling der menschheid
verwachten. De eerste dezer heide verwachtingen is
eene Joodsche, de tweede eena heidensche verkeering
der christelijk hope. Wij voor ons verkondigen het ware
Chiliasme, het bijbelsch duizendjarig Rijk. Wat ver-
staan wij daaronder? De hope op eene overwinning
van het Evangelie, die zich in de aardsche geschie-
denis voltrekt, waarbij door Goddelijke tusschenkomst
het koninkrijk van den Antichristus, dat ook zijn voort-
gang in de geschiedenis hebben moet, wordt veruie-
-ocr page 11-
9
tigd, en de persoonlijke heerschappij van den Messias
Israèla, Koning Israéls, Hoofd der Gemeente, begint.
Wij verwerpen ter linkerzijde de gedachte van een
eindeloos voortgaanden strijd van beginselen en gee-
sten zonder resultaat als maniohêisme, en ter rechter-
üflde de gedachte van eene eindelijke overwinning
vaii het goede zonder bepaalde Avonderbare tusschen-
komst van God en Zijn Gezalfde als pelagianisnie.
Met dit woord „Wonderbare tusschenkomst Gods„
keeren wj ten slotte tot liet uitgangspunt onzer rede
tenig. Wii zagen dat Israël geroepen is, in zijn eigen
geschiedenis, bepaaldelijk in haar middelpunt Jezus
Christus, de ware Menschheid als openbaring Gods te
toonen. De ware menschheid. Hare verschijning in
Christus én bij Zijne eerste komst, in het vleesch\'én
bij Zijne tweede konat, Zijn Toek >mst die wij ver-
wachten, is wonderbaar doch is herstelling der Ware
menschheid, en dus als zoodanig niét bovennatuurlijk
maar in de volle beteekenia des woords natuurlijk.
Immers wat wij natuurlijk noemen, is niet natuurlijk
maar beneden—natuurlijk, een gevallen, onnatuurlijk
geworden toestand. Rn Christus, Kol in het vleeseh
geopenbaard, komt om in Zieh Zelven de ware na-
tuurlijkheid weder te herstellen.
Men meene toch niet dat het hier een strijd over
Woorde* geldt. O neen, het, geldt een zeer dierbaar
belang, namelijk de éénheid Gods niet zir.hzelven. De
meeste geloovigen verdeslen de werkzaamheid Gods in
twee uitingen. Eerste de natuurlijke, in de gewone-
werking der natuurwetten, den toestand waarin wij
met de gelieele Avereld doorgaans vcrkeeren, en dan
de tweede, doorgaans bovenxatuikujk genoemd, de
werking der wonderen, der buitengewone tusschenkom-
sten Cods in de ges"hiedenis. Maar op een God van
wien ik niet recht Weet hoe Hij telkens werken zal
bovennatuurlijk of natuurlijk, kunnen wij ons vertrou-
w.\'ii niet re-ht. vestigen. Hij is niet alleen onbegrijpe*
-ocr page 12-
10
lijk, boven onze bevatting verheven—wat de oneindige
God toch wel altoos zal ziju—maar ook onberekenbaar,
ja met Zich Zelven in tweestrijd, Doch zulk een God
leert ons ook de heilige Schrift, leert ons de geschie-
denis Israèl niet. God is, naar de Schrift en naar
Zijne leidingen met Israél, ten allen tijde de God des
wonders. Want deze wereld, die wij de natuurlijke
noemen, is een bovennatuurlijke, een gevallen wereld.
Gods wonderbare ontferming en genade nu brengt de
natuurlijke, de waarachtig natuurlijke wereld, ons te-
rug. De beteekenis van Israël voor de volken der we-
reld is, in zijn eigen geschiedenis dit te toonen. Isra-
èls geschiedenis is de heilige gescheidenis, niet om van
die der andere volken, alsof die onheilig moesten zijn,
afgezonderd te blyven, maar opdat de gansche wereld-
geschiedenis, doo:- Israèls invloed en bezieling, heilig
worde.
Helaas! dit is niet geschi ;d. Het ongeloovig gebleven
Israël is zonder twijfel in menig opzicht, b. v. in som-
mige t\\jdeu voor de wetenschap, niet zonder zegen voor
de volken geweest. Maar over het geheel heeft het in
de geschiedenis, in plaats van den valken tot heil te
zijn, integendeel zijn voordeel gezocht uit de kwijning
des geestelijken levens iu de Christenheid, die aan de
Joden gelegenheid bood om zich maatschappelijk op te
heffen en zich geldelijk te verrijken.
De Jood lost, naar den aard zijner eigene, thans
los staande nationaliteit, die der andere volken op. Hij
ontbindt de nationaliteiten met wcike hij in aanraking is:
hij is een kritisch, tot ontbinding nopend, bestanddeel van
gisting en woeling iu het lichaam der volken. Zy\'n
dêistisch ongeloof is, als het geloof der christelijke
volken verflauwd en krachteloos geworden is, de
geestrichting die er uitteraard toe aangewezen is, om
met de/.e veiïlauwing haar voordeel te doen. Zijn
aard [en niet, gelijk hij voorgeeft, de noodzakelijkheid]
dringt den Jood tot den handel. Van den wer<jldhuu-
del zich meester makende, verzamel\'e hij onmet»lu\'ke
-ocr page 13-
11
schatten en maakte daardoor de vorsten en regeeringen
van zich afhankelijk. De beide voornaamst.\' Joodsche
leiders der socialisten hebben de vraag om treilt het
Socialisme zeer geschikt weten te doen voorkomen
als eene kwestie tusschen arbeidgovers en arbeiders,
tusschen fabrikanten en hunne onderhoorigen. Doch
daar \\wt de kwestie wel in hare meest zichtbare ver-
schijning, ja, docli niet in haren diepsten grond. Die.
grond is de staatsschuld met haar gevolg, de handel
in de papieren die deze schuld vertegenwoordigen, de
effecten. Sedert het geld van middel tot den handel,
.«relijk zijn eigenlijke bestemming is, zelf tot handels-
waar werd, is de afstand tusschen bezittende^ en ba-
zitloozen op schrikbarende wijze toegenomen. Pe:e
staatsschulden maken hooge belastingen noodig, En
deze toestand dinkt den arme, den maatschappelijk ge-
ringe, door den samenhang waarin alles tot elkander
staat, en veroorzaakt zoo de algemeene ellende. Maar
deze staatsschulden zelve zijn voor een groot deel in
handen der Joden, die er hun voordeel mede doen, En nu,
no<* eens, dat de .Tod \'n met de bestaande toestanden
hun voordeel doen en ze dus ook bevorderen, is niet
hnn in de esrste p\'aats kwalijk te nemen. Het is in
laatst\'beroep de sein:ld der t\'i rist^nheid die door het
noodzakelyk te maken dat de Jood "feêniancipeerd
werd, hem deze <rroote macht door hare eigene ver-
zw; kki\'isr in het geloof heVt moeten in handen geven.
, Welke leeinna; heeft dan voor ons het beschouwen
van de b 3\'eekenis van Israël voor de volken? Ondanks
emancipatie blijft Israël ten afzonderlijk volk. en wii
en moet dat blijven. Zo.) moeten dan de regeeringen
dat volk binnen de grenzen houden die voor elke an-
dere natie billijk zijn, en geer; overhesrsching van de
loden over de andere bestanddeelen der maatschappij
gedoogon. Maar de diepste gro.id di.T, werkelijk be-
staande, overheerschinjr ligt in de ontrouw der chri-
st\'.\'lijke volken aan hun eigen g doof. De beteekenis van
Israël voorde volken, aldus verklaard, moet deze vol-
-ocr page 14-
-D
VI
keu tot boete roepen. Dan kunnen ook de huiltbelof-
ten des Heereu, die op het Einde, op Zijue Wederkomst
uien, vervu.d woi\'dia. tën van iiet bekeerd en gehei-
ligd lsraêi zal dan weder kuuiun gelden dat het waar-
tok liet middelpunt der volken is, de „wortel,, die niet ge-
dragen wordt maar zelf de andere volken
Kom 11 vs 18.
.dra ast.
JbLêêto