-ocr page 1-
§m
-
\' •
-. ..
HET ONTSTAAN EN BE GESCHIEDENIS
DER VEREENIGING
INWENDIGE ZENDING,
TE ROTTERDAM,
.    .                                  ...
in verband met de Zondagsscholen,
DOOR
B. J. GERRETSON.
----rvS^-^Cs^----
.
• •
.
1884.
\'
: •
.
m
W*
-ocr page 2-
^/v^ \\o3<f&
-ocr page 3-
A -*- I "
1
5
»EO£KL lEHDiNGSHOaESCHimt
OfcGSÏGÊÊST
c
HET ONTSTAAN EN DE GESCHIEDENIS JIO
DER
f
Tereeniging „INWENDIGE ZENDING,"
TE ROTTERDAM,
in verband met de Zondagsscholen,
* w \\                      .• *
DOOR
\'
B. J. GERRETSON.
1884.
- «
3      I
3586 7567
-ocr page 4-
i
\\
*
.
1
Ovcrgedrnkt uit „Bouwsteenen," Tijdschrift voor Inwendige Zending,
Ildc Jaargang, lc Aflevering.
.
^
1
-ocr page 5-
Wanneer men tegenwoordig des Zondags onze stegen en
grachten, vooral de zoogenaamde binnenstad, doorwandelt,
zoo valt er een groot verschil op te merken met 37 jaren
vroeger, ten opzichte van het jonge volkje. Ofschoon de
bevolking sedert dien tijd zeer is toegenomen, ziet men
toch niet zooveel kinderen, van 7-14 jaar, met groot rumoer,
zingende of vloekende, spelende of vechtende rondslenteren
als te voren. Wel is er overal drukte, zoowel des voor-
middags, op den middag, als des namiddags; maar eene
drukte van geheel anderen aard; het is de drukte die de
Zondagsschool-kinderen veroorzaken, en die het oog wel-
dadig aandoet, zoodat men van harte zegt: //Heer, ik
dank IJ voor deze drukte". De geschiedenis, die tot deze
verandering geleid heeft, wensch ik hier mede te deelen.
In het begin van de maand November 1847 gebeurde
het op een Zondagavond, dat een paar vrienden te zamen
spraken over het diep verval, dat op te merken viel ten
opzichte van de viering van den Christelijken rustdag, en
de in het oog loopende verwildering van het opkomend
geslacht. Met een zudht klaagde de een: //Dat daar
toch niets aan te doen is!" //Ja," zeide de andere, //gij
weet, dat men reeds is begonnen met Christelijke naai-
en breischolen, en dat gaat aanvankelijk goed; wij hebben
ééne naaischool en drie breischolen, doch zij zijn alleen
voor meisjes; voor jongens hebben wij nog niets. Wel
hebben wij over eene teekenschool gedacht, of over eene
gelegenheid om netten te leeren breien, maar gij weet,
vriend, wij zijn burgeiluidjes, en dergelijke dingen gaan
zoo spoedig onze krachten te boven. Laat ons echter de
zaak niet opgeven, en niet vragen: //Zullen wij?" maar
met Petrus zeggen: //Ik ga visschen." Eene vriendin
van de vrouw des huizes, die hierbij tegenwoordig was,
en aan het hoofd stond van eene Christelijke naaischool,
V
-
-ocr page 6-
4
reeds vroeger dan de onze opgericht, zeide: //Wanneer ik
eens aan Pieter R., den boodschaplooper van den heer V.,
vroeg, of hij zijne achterkamer (hij woonde in de Vijver-
steeg, juist in eene goede buurt) tegen eenige vergoeding
zou willen afstaan, dan konden wij nog in deze week
bekend maken, dat kinderen van 7-14 jaren, zoo zij lust
hebben, daar welkom zullen wezen, aanstaanden Zondag-
namiddag , precies ten 4 ure, om een en ander uit Gods
Woord te hooren vertellen. Dit voorstel vond bijval; P. R.
was als schoenlapper jaren lang bekend, en men kon hem
allicht vragen, of hij zijne achterkamer tot dit doel wilde
geven en of hij tevens wat vuur zoude willen aanleggen,
opdat de jeugd althans van de koude niet zou wegloopen.
Zoo gezegd, zoo gedaan. Onze eerste verzamelplaats werd
toegestaan. Alles zoude in orde wezen. Maar wie zoude
voorgaan? De vriend, die het bezoek bracht en over de
zaak was begonnen, was de oudste; bovendien was hem
het evangelisatiewerk niet geheel vreemd. Toen hij tijdens
het beleg der Citadel van Antwerpen als milicien in dienst
was, had hij aldaar de gelegenheid waargenomen om, te
midden van het bombardement, zijne kameraden op het
eene noodige te wijzen, en had dat werk voortgezet,
toen hij met de bezetting gevangen weggevoerd was naar
St. Omer en Bethuen. Doch ongelukkigerwijze was hij
den eerstkomeuden Zondag zóó bezet, dat hij onmoge-
lijk konde voorgaan; er bleef dus niets anders over,
dan dat n°. 2 in zijne plaats trad. Deze echter, met
het werk in \'t geheel niet vertrouwd, wist niet hoe het
aan te leggen. Wie wist, hoevelen er wel zouden komen?
Hoe beschamend zoude misschien de uitkomst wezen! De
Zondag kwam, en kwart voor 4 was hij present, de
achterkamer goed in orde, het vuur brandende,.... maar
verder alles doodstil. Op zijne vraag: //Is er nog nie-
mand, Pieter?" kreeg hij ten antwoord: //Neen, Mijnheer!
alleen één kleine dreumes, en die is naar beneden ge-
-ocr page 7-
5
gaan, omdat zijn neef zoude komen." Eerst nog gewacht
tot 4 uur, maar toen er nog niemand kwam opdagen,
ging onze vriend de trap af en de steeg uit. Nauwelijks
heeft hij de voeten op de stadsvest gezet, in gedachten
biddende: // lieer, zegen deze goede gelegenheid om de
kinderen tot U te brengen. . . ." of hij hoort iemand
achter zich, die hem vraagt: //Wat, vriend G.! gij hier
zoo geheel uit de koers van uw huis?" Terwijl hij hem
wil antwoorden, ziet hij in de verte een troep jongens
met groot getier zich vermaken, en zonder zich verder
te bedenken snelt hij op hen toe. Maar wat nu te doen ?
Hoe toegang tot hen te vinden; met welk woord hen
te bereiken? Zij waren druk bezig om van droog en nat
buskruit zoogenoemde //duveltjes" te makeu en die dan te
laten ontploffen.
//Zoo, jongelui!" begon hij, //zoo druk aan \'t spelen?"
//Ja, Mijnheer!"
//Nu, ik mag dat wel zien; ik deed het ook gaarne als
jongen; de boog kan niet altoos gespannen wezen; één
ding spijt mij echter, dat dit uw eenig tijdverdrijf op den
Zondag is; jongens, die den Hecre Jezus kennen of lief-
hebben, doen dat niet op Zondag. Maar misschien zijt
gij niet in de gelegenheid geweest om Hem te leeren
kennen; daarom kom ik u juist uitnoodigen, om met mij
mede te gaan, opdat wij daarover eens met elkander spre-
ken. Kent ge P. R.?"
//Ja!"
//Welnu, daar is eene verwarmde kamer, laat ons daar-
heen gaan; wij blijven er tot 5 uur, langer niet, en de
deur blijft open; een ieder die weg wil, mag vertrekken;
maar ik zeg u vooraf, een meester of menheer ben ik
niet; ik kom tot u als vriend. Ook heb ik nog wat
mooie boekjes (traktaatjes) medegenomen, en die tot 5 uur
blijft, krijgt er een."
//Mot je Roomsche jongens ook hebben?" vraagt er een.
-ocr page 8-
6
Hij antwoordt: //Ah gij komt te sterven, denkt gij
dan dat u zal gevraagd worden: Zijt gij Roomsch of\' wat
ook van dien aard ? Neen jongens! maar wel: of wij
Jezus hebben leeren liefhebben?" Onze vriend zweeg een
oogenblik stil, afwachtende welke uitwerking zijn antwoord
zoude hebben.
Doch de stilte werd spoedig afgebroken ; de jongen, die
eerst vroeg: //Mot je ook Roomsche jongens hebben?"
schreeuwde nu overluid: //Kom jongens, ga je mee?
//Ja, kom maar!" riepen de anderen, en meteen stormde
de geheele troep, van ongeveer 20 jongens, naarde Vijver-
steeg. Onderweg zag onze vriend eerst wat voor vleesch
hij in de kuip had: zij gierden en schreeuwden; gooiden
elkander met een ledig vijgenmatje tegen het hoofd; ja
het scheen wel of er van deze eerste samenkomst op de
achterkamer niets zoude terecht komen. Toch zetten zij
hun tocht voort tot aan de trap, en ja wel, toen één schaap
over den dam was, volgden er nog 12; de overigen, waar-
onder de kloekste knapen, tegen wie onze vriend het
meest opzag, bleven beneden, en jouwden de anderen, die
inmiddels boven waren, na: //Je bent ingerekend!"
Onze vriend, nu niet meer op een ledige kamer, maar
met 13 jongens, kreeg het zoo benauwd door het helsch
leven dat er gemaakt werd, dat er waarlijk geen vuur
noodig geweest was, om aan elk hoofdhaar een zweet-
druppel te doen hangen. Daai-bij kwam, dat onze vriend
niet tegen zulke jongens was opgewassen. Van nature
was hij bloode en hield zich liefst schuil, wanneer er zulk
werk te doen was. Maar de nood was hem opgelegd;
de Heer riep hem er toe, en Hij is het, die ook helpt
in den nood. Te midden van hun woest geschreeuw,
terwijl zij als wilde kraaien door de kamer vlogen, ver-
heft bij plotseling zijne stem, en vraagt: //Jongens, zijt
gij Rotterdamsche jongens?"
Een algemeen //ja!" was het antwoord.
-ocr page 9-
7
//Hoe is dat dan te verklaren? Ik heb altijd hooren
zeggen: een Rotterdamsche jongen is een jongen van zijn
woord, op wien men rekenen kan; en zie, nu word ik
over u in twijfel gebracht, want ik heb u daareven op
de Vest gevraagd of gij met mij mee wildet gaan, dan
zoude ik u een en ander van den Heere Jezus vertellen,
en nu wij hier zijn, maakt ge een leven dat hooren en
zien vergaat. Zoo kan ik onmogelijk een woord spreken.
Hoe is het nu, houdt ge u aan uw woord? dan blijf ik;
zoo niet, dan gaan wij maar weer naar huis. Maar dan
toch, eer wij scheiden, een paar woorden. Ik wilde u
herinneren, dat wij te doen hebben met een God, die zóó
machtig is, dat Hij ons door den donder van Zijn al-
vermogen in één oogenblik kan verpletteren, maar Hij is
ook zóó rijk in barmhartigheid, dat Hij ons allen nog
tot hiertoe spaarde. Wilt ge eenige oogenblikken stil zijn,
dan zal ik u eerst iets heel moois voorlezen; daarna krijgt
ge een boekje en gaat dan ordelijk naar huis. Vindt ge
dat goed?" //Ja!" was het antwoord. Hij las hun de
gelijkenis voor van den verloren zoon (Lucas 15 : 11-32),
deed een kort gebed, sprak toen eenige woorden over
hetgeen hij gelezen had, en zeide bij \'t uitdeelen der boekjes:
//Jongelui, indien gij nu lust hebt, kunt gij den volgenden
Zondag terugkomen; ik zal hier ook precies ten 4 ure zijn,
doch er is een groote maar bij: als wij maar leven, want
ten allen tijde, allermeest in den tegenwoordigen tijd hier
te Rotterdam, is ons leven zoo onzeker; want door den
engel des doods (de cholera) worden in de laatste dagen,
vooral in deze buurten, zooveel jonge menschen, soms
plotseling, weggerukt. Wie weet of er niet een onder u
is of ik zelf, die hier voor het eerst, maar ook voor het
laatst geweest is. Zoo wij dus leven en gezond zijn, komen
wij de volgende week terug. Ziet gij er kans toe, breng
dan nog een broer of zuster, een buurjongen of -meisje
mede; er is nog plaats over." Na een kort dankgebed
i
-ocr page 10-
8
liep deze eerste vergadering in de Vijversteeg ten einde.
Onze vriend haalde vrij wat ruimer adem, nu het was
afgeloopen, dan toen hij er nog voor stond, en gevoelde
met een dankbaar hart, dat de Heer hem tot hulpe was
geweest.
Hoe zoude het nu verder gaan ? Ook daarvoor zoude
de Heer zorgen. Hij kiest steeds tot bereiking van Zijn
doel de beste middelen. In den loop dezer week kwamen
dezelfde vrienden nog eens samen, nieuwsgierig om te
weten hoe het gegaan was. De uitkomst gaf stof tot
dankbaarheid, en men gevoelde zich opgewekt om met
moed op den ingeslagen weg voort te gaan, te meer, toen
genoemde vriendin ons mededeelde, dat een meisje van
hare naaischool haar zeer opgewonden had verteld, dat
de Roomsche jongen, die Zondag bij P. R. was geweest,
nu reeds dood was. Het geval was bijzonder treffend.
De jongen was met het ontvangen traktaatje terstond naar
huis gegaan, maar zijne ouders niet te huis vindende,
de kamer van een der buren opgeloopen (de ouders van
het meisje der naaischool), en had aan de buurvrouw
verteld van een heer, die hem, met nog andere jongens,
van de Vest geroepen en bij Piet den schoenmaker van
den Heere Jezus verteld had, en die, als het weer Zondag
was, andermaal zou komen; ook had hij een blaadje van
hem gekregen: of hij dat eens zoude voorlezen ? Zoo
gezegd, zoo gedaan; hij leest het voor, en juist toen hij
gereed is, komt zijne moeder de trap op, die hij hetzelfde
verhaal deed, en ook het traktaatje voorleest. Kort daarop,
nog dien eigen avond, overviel hem de cholera en hij
stierf nog denzelfden nacht.
Deze gebeurtenis had de geheele omgeving zoo getroffen,
dat, toen de derde Zondag in November aanbrak en de
klok des namiddags 4 uur sloeg, er geen 13, maar juist
omgezet 31 jongens en meisjes op de achterkamer bijeen
waren. Allen waren vervuld van hetgeen er gebeurd was
-ocr page 11-
9
met dien eenen jongeu; de een voor, de andere na, zeide:
//Mijnheer, weet u niet, de jongen, die daar verleden
week zat, is al dood!" //Ja Mijnheer," zeide de ander,
//den eigensten nacht al!" enz. Hoe droevig de zaak zelve
ook was, onze vriend vond in deze geschiedenis eene
gereede aanleiding, om met de kinderen te spreken over
hetgeen de Heer van het sterven zegt; allen luisterden
aandachtig en ernstig, en door niets werd de orde gestoord.
Den laatsten Zondag der maand waren er reeds 71 kinderen,
zoodat er voor onzen vriend bijna geen plaats overschoot,
want bij zijne komst was niet alleen de kamer, maar ook
het portaal en de trap eivol. Hij verzocht dus dat degenen,
die er nu te veel waren, heengaan zouden, en beloofde,
dat er zoo spoedig mogelijk voor eene andere gelegenheid
zoude gezorgd worden, toereikend om aan allen eene plaats
te geven. Ook ditmaal ging alles wederom ordelijk toe.
Beloften maken schuld, zoo was het ook hier; er moest
uitgezien worden naar eene nieuwe gelegenheid, en gelukkig
zij werd gevonden. Een goed en ruim binnen vertrek, weder-
om bij een schoenmaker, in de Knollemanssteeg, ontving
de kinderen voortaan van 12-1 uur. Zeer kort daarna
vond men nog eene derde gelegenheid op de Vest, in de
nabijheid van de plaats, waar eenmaal de eerste garven
van den oogst werden ingezameld. Hier werd de Zondags-
school des morgens van 10-11 ure gehouden. Nu was
de gansche Zondag voor onzen vriend bezet, en op het
oogenblik niemand beschikbaar om met hem de hand aan
den ploeg te slaan. Een medewijkbroeder, die eens met
hem medeging en zeer veel ingenomenheid betoonde, en
beloofde te zullen helpen aan het werk, dat voor één
alleen te zwaar was, moest zich na eenige malen weder
terugtrekken, omdat hij zijn eigen talrijk gezin niet telkens
aan zijn lot konde overlaten, //Doch" zeide hij: //zoek
hulp bij een ander, en wat de kosten betreft, daarvoor
wil ik gaarne iets bijdragen;" hetgeen hij dan ook 35
jaren lang getrouw heeft volgehouden.
i
-ocr page 12-
10
Allengs kwamen er andere vrienden, eerst uit nieuws-
gierigheid, daarna uit belangstelling, waarvan sommigen
zelfs medewerkten; maar het ontbrak nog aan moed om
hier of daar zelf te beginnen. De vriend, die de eerste
bres had geschoten, moest achtereenvolgens overal den eersten
steen leggen voor elke nieuw op te richten Zondagsschool,
zoodat er binnen betrekkelijk korten tijd 12 a 14 Zondags-
scholen in \'t leven waren geroepen voor kinderen, die
men eerst van de straat moest lokken. Overal waren
de lokalen eivol. De onderwijzers waren jongelingen en
mannen, ook jonge dochters, die met een warm hart het
werk ter hand namen; maar spoedig bleek het, dat er
nog meer noodig is om, hoe ook in het kleine, een voor-
ganger te zijn. Dit leidde er toe, om uit de werkende
leden een bestuur te kiezen, en zoo ontstond de Vereeni-
ging voor i> Inwendige Zending"
Men zag verschillende behoeften en vatte aan wat het
meest voor de hand lag. Drie dingen schenen ons van
het grootste belang:
1°. Oprichting van Zondagsscholen.
2°. Bijbellezingen in de meest verwaarloosde buurten der stad.
3°. Eene Christelijke Volksbibliotheek.
Aanvankelijk zoude men wekelijks des Zondags avonds
samenkomen, om het onderwerp te bespreken, dat, vol-
gens een vastgestelden rooster, op de Zondagsscholen moest
behandeld worden. Zulke roosters werden destijds nog
niet gedrukt; alles was nog maar pas in wording. Aan
de meest ontwikkelde broeders werden de Bijbellezingen
voor meer bejaarden opgedragen, en voor de Bibliotheek
vonden wij den, destijds nog jongeling, later voortreffe-
lijken evangelist der Ned. Prot. Vereeniging C. van der
Hoeven, die met voorbeeldige trouw en ijver tot heden
toe deze zaak heeft behartigd.
De kleine plant nam zoo snel toe in groei, dat in
ruim één jaar tijds 22 Zondagsscholen, behoorende tot
*-
-ocr page 13-
11
de Vereeniging Inwendige Zending, geopend waren en het
aantal leerlingen tot 12 a 14 honderd was geklommen.
Wel mocht men daar zeggen: //Het is van den Heer
geschied, en - wonderlijk in onze oogen." Zou dit zoo
voortgaan of blijven ? Neen! want waar de Heer een tem-
pfcl bouwt, daar komt de Satan en sticht er zijn kapel
naast. Bij het ontstaan der Vereeniging had men elkeen
opgenomen als werkend lid, die verklaarde lust te hebben
in dezen arbeid. Spoedig bleek echter, dat velen dezer
den kinderen niet slechts de melk van Gods Woord, maar
vaste, zelfs onverteerbare spijze buiten of boven Gods Woord
toedienden.
Toen dit op de onderlinge samenkomsten ter sprake kwam,
bleek er meer begeerte te zijn om samen te twisten, dan
om naar Gods Woord in den geest der zachtmoedigheid
de zaak te bespreken, en vermits de discussie niet vor-
derde, stelde het bestuur voor, overwegende dat er in
liotterdam nog gelegenheid genoeg was, om op het gebied
der Inwendige Zending een arbeidsveld te zoeken, liever in
vrede uit elkander te gaan en bij meerderheid van stern-
men te beslissen, wie eigenaar zoude blijven van scholen ,
banken, boeken en contributiëu: het bestuur met de zich
daarbij aansluitende leden, of de meerderheid dergenen, die
volgens hun zeggen in opvattingen des geloofs van de
overigen verschilden. De beslissing stond zeer twijfelachtig.
Toch schaarde zich de meerderheid aan de zijde van het
bestuur en scheidde de minderheid zich van ons af.
Aanvankelijk scheen het wel schade; doch ook in
dezen: beter met wat minder en in vrede; liever met
een kleiner getal gebouwd, dan met velen, waarvan
sommigen gereed staan om het verkregene af te breken.
Aangezien alles bleef aan de Vereeniging, moesten voor-
loopig de diensten verdubbeld worden, tot er wederom
nieuwe krachten zouden aangeworven zijn. Ook dit ging
boven verwachting. Er heerschte eeue liefelijke geest, en
K
-ocr page 14-
1.2
sedert dien tijd is er nooit weer iets vernomen, dat aan
een vredebreuk deed denken, en de gezegende uitbreiding
bleef evenmin achterwege. Er viel, in den goeden zin
des woord, een naijver op te merken, zoodat men telkens
van nieuws hoorde: ook daar heeft deze of gene cenc
Zondagsschool opgericht. Dit verblijdde ons te meer, om-
dat het geenszins in de bedoeling der Vereeniging lag
om alles alleen te doen, maar slechts: dat het werk gedaan
werd; hoe meer des te liever. Sinds dien tijd ging het
werk steeds vooruit, zoo zelfs, dat de Zondagsschool-Almanak
over 1883, behalve de Zondagsscholen der Vereeniging
Inwendige Zending, er 55 opgeeft met 321 onderwijzers
en onderwijzeressen, waarbij nog een groot aantal adsis-
tenten, met 8516 leerlingen behooren gerekend te worden;
zoodat, met inbegrip der Vereeniging Inwendige Zending,
er alleen in Eotterdam 66 Zondagsscholen, 401 onder-
wijzers en onderwijzeressen, met 9916 leerlingen gevonden
worden. Dat het getal scholen der Vereeniging Inwen-
dige Zending thans slechts 11 bedraagt, tegenover 22
vroeger, vindt zijn reden niet in een verminderd getal
leerlingen, maar in het ruimer gehalte der lokalen, ten
gevolge waarvan een lokaal ruim 3 of 4 maal zooveel
kinderen, in verschillende klassen ingedeeld, bevat. Sedert
de opgaven in den Zondagsschool"Almanak is het aantal
nog toegenomen, o.a. door eene Zondagsschool met ruim
100 leerlingen en 6 onderwijzers voor de wijk en onder
toezicht van Ds. van der Land. Ook dit achten wij een
verblijdend verschijnsel, dat er zooveel leeraren gevonden
worden, die zelf Zondagsscholen oprichten en de leiding
of het toezicht daarvan zelf in handen nemen.
Welk een groot verschil, thans met vroeger! Aanvan-
kelijk werd dit werk als \'t ware met wantrouwen gade-
geslagen; men noemde het eene plant van vreemden bodein,
die men hier niet behoorde over te planten; dat onder-
vond o.a. onze vriend, toen hij er eens op uitging, nadat
-ocr page 15-
13
de Zondagsscholen reeds bloeiden, om een overigens uit-
nemend, goed gezind leeraar uit te noodigen tot het vervullen
van een bidstond met en voor de ouders, wier kinderen
op de Zondagsschool gingen, doch ten antwoord ontving:
//Het is mij te Engelsch; ik ben zoo geheel Hollander."
// Welnu," was zijn antwoord, //dan dank ik den Heer,
dat mijn grootvader een Schot was; misschien komt het
wel daar van daan, dat ik er zoo geheel voor ben."
Wat de \' Bijbellezingen voor bejaarden betreft, deze
werden gehouden op 2 onderscheiden plaatsen: een in de
Langelijnstraat en een in het Zwaanshals. Hoe nuttig
deze ook waren, toch oordeelde men het later beter ze
op te heffen, toen Ds. de Geaaf in de Prinsenkerk des
Woensdagsavonds voor de behoeftige leden zijner wijk
eenvoudige Bijbellezingen begon te houden. Deze Bijbel-
lezingen zijn later door onderscheidene leeraren voortgezet,
en steeds wordt er een zeer druk gebruik van gemaakt.
Wat de Christelijke Volksbibliotheek betreft, deze is later
nog uitgebreid door toevoeging van eene Christelijke Kinder-
bibliotheek. Beiden beantwoorden zeer goed aan hun doel,
aangezien jaarlijks aan honderden lezers boeken worden
afgegeven; het aantal boeken bedraagt thans 1300.
In betrekking tot de Zondagsschool moet ik nog mede-
deelen, dat thans in eene groote behoefte is voorzien, ten
opzichte van de zoo noodige voorlichting voor de voorgangers.
Reeds voorlang was die behoefte gevoeld en door het
bestuur der Vereeniging Inwendige Zending uitgesproken,
totdat eindelijk Ds. .T. J. van Toorenen bergen, thans pro-
fessor te Amsterdam , werd aangezocht, en zich liet vinden,
om een cursus te openen voor de onderwijzers; waaraan
echter niet zoo algemeen werd deelgenomen, als men zich
had voorgesteld. Evenwel, de stoot was eenmaal gegeven,
en toen Z.Eerw. naar Amsterdam vertrok en Ds. van der
Land alhier werd beroepen, wendde zich niet het bestuur der
Vereeniging Inwendige Zending, maar het bestuur van
-ocr page 16-
14
de Rotterdamsche afdeeling der Nedcrlandsche Zondags-
schoolvereeniging (die indertijd was ontstaan meerendeels
uit leden der Vereeniging Inwendige Zending), tot Z.Eerw.
met hetzelfde verzoek, en deze verklaarde zich aanstonds
bereid om aan dien wensch gevolg te geven. Sedert is de
deelneming van de onderscheidene Vereenigingen zoo groot
en zoo algemeen, dat thans 210 voorgangers dezen cursus
volgen. Daarbij worden dan de onderwerpen, zooals die
in orde voorkomen op den rooster, uitgegeven door de
Nederlandsche Zondagsschool vereeniging, eenvoudig toege-
licht, en voor \'t geval het een of ander dezen of genen
niet duidelijk is geworden, blijft er nog eenige tijdruimte
over om vragen te doen. Ook werd mij nog medegedeeld,
dat andere leeraren voor hunne eigene Zondagsschool een
cursus hadden geopend, hetgeen ik hier volledigheidshalve
vermeld.
Uit het hierboven medegedeelde omtrent onzen vriend,
die dit werk der Zondagsscholen in Rotterdam begonnen
heeft, leide men niet af, dat hij de eerste in ons land
zoude geweest, zijn. Hij zelf was een paar jaren te voren
tegenwoordig geweest op een Zondagsschool, die onder leiding
stond van onzen waardigen vriend en broeder T. M. Looman
te Amsterdam. Deze Zondagsschool was ingericht voor de
kinderen, wier ouders door onzen br. Looman werden bezocht
bij het dusgenoemd huisbezoek, ingesteld door wijlen de
heeren J. L. Gregory Pierson, de Marez-Oyens e. a.,
maar het bleef toen bij die eene school.
In \'s Hage bestond eene Zondagsschool ten huize en onder
leiding van den heer Capadose, doch ook deze bleef daar
ter plaatse een eenling. Ook te Rotterdam bestond eene
Zondagsschool ten huize van den heer D., onder leiding
van br. Meulenbelt, maar ook deze breidde zich niet
uit; men hoorde er ook bijna niet van.
De Zondagsschool bestond dus reeds, en er was ook wel
leven in de plant, maar als in den winter, geen groei.
-ocr page 17-
15
Leven was er, want het was eene planting van God, en
al was het dan ook op een guren November-Zondag, de
Heer sprak, en alles was gereed om die kleine plant in
de Nederlanden te maken tot een grooten boom, zoodat,
zoover opgaven daarvan gedaan werden aan de Nederlandsche
Zondagsschool-vereeniging in 1882, er thans in Nederland
bestaan 877 scholen, 103299 leerlingen en 3371 onder-
wijzers, behalve de adsistenten.
De Heer heeft groote dingen in dezen gedaan, dies
zijn wij verblijd.
Nog een enkel woord over de middelen, die de Heer
gebruikte, om onze kleine, bijna onmerkbare zaak in zulk
een korten tijd zoo uit te breiden. Onze vriend, die op
de Vest was begonnen, moest voor zijne maatschappelijke
belangen 2 maal des jaars al de provinciën doorreizen;
dit stelde hem uitnemend in de gelegenheid om overal,
waar hij kwam, deze zaak te bespreken en op het hart
te drukken. Hij zelf, zich van zijne geringe krachten
bewust, ontzegde elkeen het recht om voor te wenden:
daarvoor heb ik geen gaven. Zoodoende gelukte het hem dan
ook op menige plaats, vooral onder de jeugdige christenen,
om eenigen voor deze zaak te winnen, en die eenmaal
gewonnen waren, werden wederom de gelukkige lonten, om
ook elders het uitgedoofde aan te vuren en het doode te
doen leven. Zoo gebeurde het eens, dat hij te Amsterdam
op een vergadering van Christelijke vrienden met een paar
Christenen van middelbaren leeftijd sprak over de wijze,
waarop de Heer geringe gaven en krachten gebruiken wil
tot verheerlijking van Zijn naam, zooals dit te Rotterdam
was geschied. //Kom," zeide de een, die te Stadskanaal
woonde, tot zijn vriend, die te Veendam tehuis behoorde,
//laat ons morgen eens medegaan naar Rotterdam en zien
wat dat is." Zoo gezegd, zoo gedaan; en toen zij bij
-ocr page 18-
16
hem op de Zondagsschool waren geweest, zeiden zij tot
elkander: //Nu is het ons duidelijk, dat er niemand ledig
op de markt behoeft te staan; de Heer roept ons allen
tot Zijn arbeid; zoodra wij te huis komen, zullen wij
beginnen." Zij hebben woord gehouden, en toen kort
daarna onze vriend-reiziger een compagnon kreeg, die in
éénen geest met hem werkte, hielp ook deze mede om
in alle provinciën deze zaak met kracht uit te breiden.
Later werd door Ds. O. G. Heldring, in zijn maand-
schrift //Vereeniging, Christelijke Stemmen"; door Ds, J. de
Liefde en door den heer E. Gerdes én zoovele anderen,
als om strijd de Zondagsschool in het openbaar aanbe-
volen; //de Christelijke Familiekring" verfrischte ons telkens
met mededeelingeii, opwekkingen en raadgevingen; waardige
mannen als Ds. Adama van Scheltema, Ph. J. Hoede-
maker en broeder T. M. Looman toonden er geheel in
te leven, door ook anderen op te wekken om daaraan hunne
krachten te besteden. Was het dan wonder, dat eene
plant, welke het aan den vroegen en spaden regen niet
ontbak, onder de bedauwing des H. Geestes opgroeide
tot den boom, gelijk zij thans is geworden ?
N.B. Tijdens de uitbreiding der Zondagsscholen kreeg
onze vriend een kaartje in handen, dat als leesteeken
(bijlegger) diende in een oud boek. Dit gaf aanleiding
om in dien vorm het onderwerp, dat behandeld, en het vers
dat geleerd moest worden, te laten drukken; later werden
het geregelde roosters, en naar dien vorm zijn de roosters van
de Nederlandsche Zondagsschoolvereeniging thans in gebruik.