-ocr page 1-
\\mnnio88Cf                  Bft.1867.I.15.
.- •
«
-ocr page 2-
-ocr page 3-
/efo. m
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
VOOR HET
INVALIDENHUIS TE LEIDEN.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
VOOR HET
INVALIDENHUIS TE LEIDEN.
Art. 1.
In overeenstemming met de bepalingen van het „Re-
glement van inrichting, beheer en administratie van het
Invalidenhuis", is de Kommandant onder toezicht van en
behoudens zijne verantwoordelijkheid aan den Raad van
Administratie, belast met het dagelijksch bestuur over en
de handhaving van orde en tucht in het Huis.
Met betrekking tot de belangen van het Huis en tot
hetgeen strekken kan, om het de invaliden daarin aan-
genaam te maken, doet hij de noodige voorstellen aan
den Raad.
Art. 2.
In verband met de verantwoordelijkheid van den Raad,
als voerende de Directie over het Huis, zijn de komman-
-ocr page 6-
2
dant en het overige personeel gehouden, om aan den Eaad
of aan een of meer zijner leden alle gevraagde inlichtingen
te verschaffen.
Art. 3.
Buitengewone en eene spoedige beslissing vorderende ge-
beurtenissen uitgezonderd, waaromtrent onverwijld wordt
gerapporteerd, dient de Kommandant dagelijks, \'s morgens
vóór 11 uren, aan den Voorzitter van den Kaad een schrif-
telijk rapport in, vermeldende de sterkte, de zieken, de
gestraften, de verlofgangers en alle bijzondere voorvallen
van den vorigen dag.
Art. 4.
De Kommandant zorgt, dat het personeel van het Huis
bekend zij met alle bepalingen uit de reglementen, zoowel
voor het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning van den
gewapenden dienst, als uit de bijzondere voor het Huis
bestaande voorschriften, voor zoover daarin omschreven wor-
den de voorwaarden van toelating tot en ontslag uit het
Huis, de rechten of bevoegdheden en verplichtingen der
daarin opgenomen personen en de voorschriften tot hand-
having van orde en tucht.
Een tot dat doel gemaakt uittreksel dier reglementen
wordt daartoe aan eiken persoon, bij diens opname in het
Huis, en voorts eens in de maand aan het gezamenlijke
personeel, voorgelezen.
-ocr page 7-
3
Art. 5.
De Kommandant draagt zorg, dat aau ieder ia het Huis
*1 het hem toekomende aan voeding, betaling, kleeding,
bewapening, equipementstukken, slaapfournituren enz., in
behoorlijke hoeveelheid en hoedanigheid en op den bepaal-
den tijd worde verstrekt.
Art. 6.
De Kommandant i3 verantwoordelijk voor de aanwezig-
heid en het behoorlijke onderhoud der kleederen, meubelen,
slaapiournituren enz., welke tot den inventaris van het
Huis behooren, en houdt daarvan de noodige registers.
Art. 7.
De Kommandant draagt zorg voor het behoorlijke on-
derhoud en de reinheid van de tot het Huis behoorende
gebouwen, zalen, kamers, binnenplaatsen, tuinen enz.
Art. 8.
In verband met het bepaalde bij de Artikels 5, 6 en 7
houdt de Kommandant de noodige inspecties, en zorgt voor
het merken en nummeren van wapening, kleeding, equi-
pementstukken en slaapfournituren, voor zoover als noodig
is voor de richtige controle over het onderhoud en over
den voor de verschillende voorwerpen bepaalden tijd van
dienst. Verder rapporteert hij en doet hij de noodige voor-
-ocr page 8-
4
stellen aan den Baad omtrent de vereisen te herstellingen
en vernieuwingen, welke voor rekening van het Huis, als-
mede van die, welke, ontstaan ten gevolge van opzet-
telijke beschadiging, verwaarloozing ot\' zoekmaking, ten
koste van de daaraan schuldigen moeten geschieden.
De daarvoor gevorderde vergoeding vindt plaats door
inhouding van de helft der soldij of geldelijke belooning.
Art. 9.
De Kommandant houdt een dagboek van de meldens-
waardige gebeurtenissen en werkzaamheden in het Huis,
alsmede een stamboek en een strafregister van de invaliden.
Abt. 10.
De Kommandant zorgt bij opname, vertrek, overlijden
of wel bij het vermissen van invaliden, voor de noodige
aangifte, zoowel voor de registers van den Burgerlijken
Stand als voor de bevolkingsregisters.
Art. 11.
De Kommandant draagt zorg, dat de gewone diensten
voor het Huis, zooals het betrekken van de wacht, het
toezicht in de keuken, het verrichten van corveën en
dergelijke, volgens een dienstrooster gelijkelijk worden ver-
deeld over de invaliden, die daartoe de noodige kracht en
geschiktheid bezitten.
Hij doet de vereischte voorstellen aan den Baad tot aan-
-ocr page 9-
5
vulling yan het dienstkader, en tot aanstelling van een
kok en van de noodige oppassers, om de invaliden be-
hulpzaam te zijn.
Hij bepaalt de tenue van den dag.
Art. 12.
Behoudens goedkeuring van den Raad heeft de Kom-
mandant de bevoegdheid, om het verrichten van diensten
tot onderhoud van de gebouwen, van het meubilair en van
de kleeding, zooals timmeren, schilderen, metselen, sme-
den, witten, teeren, boekbinden, kleêr- en schoenmaken,
herstellen van stroozakken en matrassen enz., tegen eenige
geldelijke belooning optedragen aan de daarvoor geschikte
en daartoe gezinde invaliden.
Art. 13.
Voor rekening van het Kuis wordt een barbier aange-
steld.
Art. 14.
De gelden, benoodigd voor de menage en de soldijen,
worden door den Raad aan den Kommandant verstrekt en
door dezen aan den Raad verantwoord.
De soldijen worden dagelijks uitbetaald.
De rekeningen voor leverantiën en werkzaamheden ten
behoeve van het Huis worden driemaandelijks, op quitan-
ties in duplo, door den Raad voldaan.
-ocr page 10-
6
Art. 15.
De onderkommandant staat den Kommandant ter zijde
in het voeren der administratie van het Huis, en kan door
dezen, met goedkeuring van den Raad, met bijzondere
diensten te dier zake, alsmede met het bijhouden van
eenige registers, worden belast.
Abt. 16.
Met goedkeuring van den Kommandant regelt de onder-
kommandant de dagelijksche inkoopen voor de menage,
gelast volgens dienstrooster den dagelijkschen dienst der
invaliden, en zorgt voor het wasschen der linnen kleeding
en equipementstukken, tafel- en beddelakens enz.
Dat wasschen geschiedt voor rekening van het Huis.
Art. 17.
Bij ontstentenis van den Kommandant wordt diens gezag
uitgeoefend door den onderkommandant, die dan voor de
naleving der voorschriften aansprakelijk is.
De Kommandant en de onderkommandant verstaan zich
onderling, om zoo min mogelijk gelijktijdig uit het Huis
afwezig te zijn.
Art. 18.
Zonder verlof van den Eaad mag de Kommandant noch
de onderkommandant zich buiten de gemeente ophouden.
-ocr page 11-
7
Het verlof daartoe, den tijd van vier dagen en vier nach-
ten niet te boven gaande, kan voorloopig door den voor-
zitter van den Raad worden toegestaan. In geen geval
wordt dusdanig verlof aan den Kommandant en aan den
onderkommandant gelijktijdig verleend.
De Kommandant heeft de bevoegdheid, om aan de inva-
liden een verlof tot verblijf buiten het Huis of buiten de
gemeente toe te staan, mits niet te bovengaande den tijd
van vier dagen en vier nachten. Voor verloven van lange-
ren duur is de toestemming noodig van den voorzitter van
den Eaad. In geen geval wordt aan een invalide voor lan-
geren tijd dan één maand verlof verleend.
Diegenen, welke langer dan 14 dagen met verlof afwezig
zijn, genieten van den 15ien dag tot en met den dag hun-
ner terugkomst in het Huis slechts de helft hunner soldij.
Abt. 19.
Aan iederen invalide wordt verstrekt eene afzonderlijke
slaapkrib, voorzien van eene paardenharen matras en hoofd-
peluw, een stroozak, een strooien hoofdkussen, twee linnen
beddelakens en twee wollen dekens, alsmede een afzonder-
lijk kastje met sluiting tot berging van zijne goederen.
De kribben en kastjes worden voorzien van etiquetten,
aangevende den naam en het wapeunummer der gebruikers.
De onderofficieren bekomen gordijnen voor hunne krib-
ben, en worden, van de korporaals en manschappen afge-
zonderd, gehuisvest. Invaliden, wier ziels- of lichaamstoestand
vordert, hen van anderen af te zonderen, worden mede af-
zonderlijk gehuisvest
-ocr page 12-
8
Gedurende de wintermaanden wordt aan de Invaliden één
wollen deken meer verstrekt.
Abt. 20.
De kok en de oppassers deelen in de menage der inva-
liden en genieten door den Eaad te bepalen weekgelden.
De oppassers moeten, en de kok zal zoo mogelijk, in
het Huis wonen.
Aan hen worden slaapkribben, kastjes en slaapfournituren
verstrekt, als voor de invaliden is toegestaan. Hunne slaap-
plaatsen worden in dier voege aangewezen, dat zij over de
infirmerie en over de slaapzalen zijn verdeeld naar gelang
van de eischen van den dienst, en zoo dat overal, waar het
r.oodig mocht zijn, hulp kan worden verleend.
Art. 21.
Voor het geval, dat tot aanvulling van het dienstkader,
personen zijn aangesteld, die niet tot de invaliden van het
Huis behooren, zullen op hen van toepassing zijn alle voor
de invaliden van gelijken graad bestaande bepalingen be-
treffende voeding, kleeding, bewapening, huisvesting, lig-
ging, orde en tucht.
Bij de voordracht van den Raad aan het Hoofdbestuur,
te Amsterdam, tot goedkeuring van de benoeming dier per-
sonen, wordt tevens een voorstel ingediend betreffende het
bedrag der aan hen toe te kennen geldelijke belooning.
Abt. 22.
Aan ieder in het huis aanwezigen persoon, die in de
menage is, wordt voor rekening van het Huis dagelijks
verstrekt:
-ocr page 13-
9
\'s morgens, des winters te 8\'/2 en gedurende de ove-
rige maanden te 8 uren, boterhammen met koffie;
\'s middags 12 uren, koffie;
\'s namiddags 3 uren, soep, vleesch of (des Vrijdags)
visch met groenten en aardappelen;
\'snamiddags 5 uren, thee;
\'s avonds, des winters te 8 en gedurende de overige
maanden te 9 uren, driemaal in de week gekookte karnemelk
met gort of rijstebrij met stroop, en de andere avonden
boterhammen met koffie.
Met winter wordt bedoeld, het tijdperk van 1 November
tot 1 April.
Abt. 23.
De kommandant en de onderkommandant wijden hunne
bijzondere zorgen aan de goede voeding, gepaard met eene
smakelijke bereiding en de gevorderde verscheidenheid in
de keuze der spijzen.
Om daartoe te geraken, kan worden beschikt per man en
per dag over:
0.015 kilogr. gemalen koffie.
0.006 „ thee.
0.6         „ brood.
0.05 „ boter.
0.025 „ id. bovendien, als er visch wordt ge-
geten.
0.04 „ rijst voor de soep of de nader te noe-
men hoeveelheid groene erwten.
0.00 „ rijst voor de rijstebrij of
-ocr page 14-
10
0.05 kilogr.  gort voor de karnemelksche pap.
0.025 „      stroop voor de rijstebrij of karnemelksche pap
0.025 „      zout.
0.25 „      vleesch of
0.2               spek of worst of
0.35 „      visch,
0.025 „      rundervet of
0.02 „      reuzel.
1.5 liter    aardappelen of
0.45 „       boonen of erwten.
0.25 „       groene erwten voor soep.
0.5               bier bij bet middagmaal.
0.06 „       melk voor de koffie.
1                 karnemelk.
1                  melk voor de rijstebrij,
yoor 2 cent groenten.
„ \'/a cen^  azijn, olie, mostaard enz.
Art. 24.
Op de voor het ochtend-, middag- en avondmaal bepaalde
uren komen alle in het huis behoorende invaliden, uitge-
zonderd de verpleegden in de infirmerie, de kwartierzieken
bedoeld bij Art. 24, de gestraften met strengarrest, en de
door dienst verhinderden, in de eetzaal te zamen, ten einde
onder het toezicht van de gegradueerden ordelijk het eten
te nuttigen.
Het overschietende eten mag niet uit de eetzaal worden
medegenomen: het moet verzameld en ten voordeele der
menage verkocht worden.
-ocr page 15-
11
De kommandant doet ten strengste toezien op de hand-
having der bepaling, dat het overschietende eten niet bui-
ten het Huis mag worden gebracht, ten einde te voorko-
men , dat de verstrekte voeding, in plaats van genuttigd,
bespaard en buiten het Huis verkocht wordt.
Abt. 25.
De behandeling der zieken vindt plaats voor rekening
van en in het Huis, in eene afgezonderde infirmerie door
eenen daartoe benoemden genees- en heelkundige, die dage-
lijks bepaalt, welke zieken in de algemeene menage deel-
nemen , en welke in de termen vallen van bijzondere, door
hem voor te schrijven, voeding.
Hij bepaalt tevens, in overleg met den kommandant, in
hoeverre de kwartier- of lichte zieken en de gebrekkigen
van de gewone diensten dienen vrijgesteld te worden, en aan
de algemeene tafel kunnen, of wel afzonderlijk in de slaap-
zalen of -kamers moeten eten.
De verpleegden in de infirmerie genieten slechts de helft
van hunne soldij of geldelijke belooning.
Art. 26.
De overledenen worden op eene gepaste wijze begraven
met in achtneming der aan hunne graden en decoratiën
toekomende militaire eerbewijzen, tenzij door de overledenen
mocht zijn verlangd, om zonder die eerbewijzen begraven
te worden.
De begrafeniskosten der invaliden komen ten laste der
uitgaven voor de infirmerie.
-ocr page 16-
12
Art. 27.
Van de door overledenen nagelaten goederen worden door
den kommandant inventarissen in duplo opgemaakt.
De nalatenschappen worden zooveel mogelijk na aanzui-
vering der schuld, die de overledene aan het Huis heeft, tegen
overlegging van een authentiek bewijs van erfrecht en van
eene volledige quitantie, aan de rechthebbenden afgegeven.
De evenbedoelde documenten blijven met een exemplaar
van den inventaris in het archief van het Huis bewaard.
Het tweede exemplaar van den inventaris wordt afgege-
ven aan wien het behoort.
"Wordt de nalatenschap niet opgeeischt of zien de erfge-
namen van de aanvaarding af, dan wordt het saldo aan
het Hoofdbestuur verantwoord.
Art. 28.
De Eaad regelt de wijze waarop wordt voorzien in gods-
dienstige opleiding en toespraak der invaliden.
Hij neemt tevens maatregelen ter aankweeking van ken-
nis en beschaving onder hen.
In en voor rekening van het Huis wordt eene boekerij in
stand gehouden en door aankoop van nuttige boeken en tijd-
schriften aangevuld.
De kommandant regelt het toezicht over en het gebruik
van de boekerij.
Art. 29.
De aan de Invaliden op te leggen straffen zijn:
lo. Gewoon arrest, gedurende hoogstens veertien achter-
eenvolgende dagen en nachten.
-ocr page 17-
13
2°. Streng arrest, gedurende hoogstens aclit achtereenvol-
gende dagen en nachten.
3°. Verwijdering uit het Huis.
Het gewoon-arrest bestaat in het verbod om gedurende
den straftijd zich buiten het Huis te begeven; het streng-
arrest in opsluiting in eene strafkamer.
De strafkamer moet voorzien zijn van eene slaapplaats
met stroozak en strooien hoofdkussen, alsmede met de toe-
gestane wollen dekens.
De gestraften met streng-arrest worden gedurende min-
stens één uur daags op de opene binnenplaats of, bij ongun-
stig weder, in de overdekte binnenruimte van het Huis in
de gelegenheid gesteld, zich te bewegen; terwijl inmiddels
de strafkamer wordt gereinigd en gelucht.
In de strafkamer mag niet gerookt worden. De met streng
arrest gestraften moeten buiten omgang blijven met andere
personen, behalve met de over hen gestelden van het dage-
lijksch dienstpersoneel, dat o. a. belast is met het brengen
van het eten in de strafkamer.
De kommandant heeft het recht om gewoon arrest op te
leggen voor een tijd van niet meer dan vier achtereenvol-
gende dagen en nachten.
Het opleggen van zwaardere straffen geschiedt onder goed-
keuring van den Eaad.
In afwachting van die goedkeuring heeft de kommandant
het recht, om de strafschuldigen voorloopig binnen het Huis
te consigneeren of des onvermijdelijk, zooals in gevallen
van wederspannigheid of storing van de orde, zoolang die
onvermijdelijkheid bestaat, in de strafkamer te doen opsluiten.
Als beginsel geldt, dat de straffen, als verbeteringsmaat-
-ocr page 18-
14
regelen, met strenge rechtvaardigheid moeten toegepast
worden: aanvangende met de oplegging der minste straffen,
moeten zij bij herhaling van strafschuldigheid in opklim-
mende orde worden verzwaard; tenzij de aard der bedreven
feiten en de wijze van onderwerping aan of van verzet tegen
het ondergaan der straffen noodzaken mochten tot afwijking
van dien regel en tot dadelijke toepassing der zware straf.
Bij herhaald wangedrag en gebleken onverbeterlijkheid,
en voorts in het algemeen, indien zulks in het belang van
de orde en tucht onvermijdelijk wordt geacht, wordt, be-
houdens goedkeuring van het Hoofdbestuur, overgegaan tot
verwijdering uit het Huis.
Art. 30.
Indien gegradueerden, tot het dienstkader behoorende
zich strafschuldig maken, en de toepassing der straf van
gewoon-arrest niet tot de gewenschte verbetering heeft ge-
leid, worden zij, alvorens zwaardere bestraffing, uit het
kader ontslagen.
Vallen in die termen invaliden, die ter aanvulling van het
kader door den Raad zijn gegradueerd of tot hoogere gra-
den zijn bevorderd, dan zij bij de opname in het Huis be-
zaten, dan worden deze, vóórdat de straf van streng-arrest
op hen wordt toegepast, gedegradeerd of tot hun vroegeren
graad teruggesteld.
Art. 81.
Bij het bemerken van brand is ieder in het Huis gehou-
den, om daarvan onverwijld kennis te geven aan de wacht,
aan den kommandant en aan den onderkommandant.
-ocr page 19-
15
Ingeval van brand in het Huis, doet de kommandant
daarvan verwittigen den naastbijwonende brandmeester en
de policie, alsmede de leden en den secretaris van den Raad.
Art. 32.
In afwachting van de noodige hulp neemt de komman-
dant alle gevorderde maatregelen tot beteugeling van den
brand en tot beveiliging van personen en goederen, waar-
toe steeds een extincteur in dadelijk bruikbaren staat in
het Huis zal moeten gereed zijn.
SLOTBEPALING.
Dit reglement treedt in werking op den lsten Januari 1876,
en moet binnen vijf jaren worden herzien.
Vastgesteld in de Vergadering van den Eaad van Ad-
ministratie van het Invalidenhuis, te Leiden, op den
16den October 1875.
P. 0. LIBKECHT LEZWIJN.
Voorzitter.
J. v. LEEUWEN Az.
Secretaris.
Aldus goedgekeurd in de Vergadering van het Hoofdbe-
stuur van het Fonds ter aanmoediging en ondersteuning
van de Gewapende Dienst in de Nederlanden, te Amster-
dam, den 22sten December 1875.
J. W. H. RUTGERS v. ROZENBURG.
President.
J. J. KLUPPEL.
Secretaris.
-ocr page 20-
LEIDEN, KOEKDKl\'KKERIJ VAN E. J. 13R1LL.