-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-

Vak 89

3Kb

fnriYTr^ A ^ 2 Ë

ik 89 -

...JIUW OMMUNIE-BOEK JE

VOOK

GODMINNENDE ZIELEN,

DOOR

H. J. DE JONG,

r~gt; i r.sj I C ~h\\\\t Pastoor te Delden.

Met kerkelijke goedkeuring.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

VOOEBEKICHT.

Neemt het geloof onder de Katholieken van Nederland met eiken dag op eene in \'t oog loopende wijze toe: krijgt het aanhoudend nieuwen gloed, nieuw leven, dat zich in de edelste offers, niet slechts van geld en goed, maar van bloed en leven zelfs voor de belangen der Kerk en van het Pausschap openbaart; ziet men overal in ons vaderland de heerlijkste kerkgebouwen verrijzen en daarbinnen de indrukwekkendste seheimen van onze heilige Godsdienst vieren met eene plechtigheid en luister niet alleen, maar ook met een eerbied en stichting, die weldoen aan het Katholieke hart, die luide getuigen van het gelobf, waaruit zij ontspruiten; zien wij overal inzonderheid het veelvuldig gebruik der fl. Sacramenten , het geloof, de liefde en godsvrucht tot Je sus in het aanhiddeljk Altaarsacrament, dat Geheim zijner liefde, het middenpunt van geheel onze H. Godsdienst met eiken dag nog toenemen; geen wonder dan, dat het vrome hart telkens nieuw voedsel, nieuwe opw ekking vraagt voor die godsvrucht tot Jesus in dit aanbiddelijk Geheim. Dit nu: nieuw voedsel voor hen, die Jesus in het H. Altaarsacrament vurig wenschen lief te hebben, te eeren en te aanbidden , heeft de bewerker door dit Nieuw Commutiie-hoelje aan Neerlands vrome Katholieken willen aanbrengen. Ik zeg nieuw voedsel, omdat men de gebeden hierin voorkomende, behoudens misschien enkele uitzonderingen, te vergeef» in andere Nederlandsche Gebeden- en Commutiie boelen zal zoeken. Behalve uit de schriften van den H. Franciscus van Sales en andere geestelijke schrijvers , zijn deze gebeden voor het grootste gedeelte getrokken uit een Hoogduitsch werkje van G. Ott, dat in Duitschland in betrekkelijk korten tijd tot negen malen herdrukt werd en waarvan een Duitsch Recensent zegt: i, Wij begroeten de verschijning van dit Communieboekje i, met vreugde; want het leert ons in den geest op eene it nuttige en heilige wijze met Jesus verkeeren en in \'t 7 algemeen den Communiedag goed doorbrengen. De

-ocr page 6-

VOORBERICHT.

I, gebeden en gevoelens komen uit het hart van een vroom „ priester, en zullen daarom ook gemakkelijk weêr den „ weg tot het hart vinden. quot; — Moge dus ook dit boekje onder ons iets medewerken tot vermeerdering van het geloof, de liefde en godsvrucht jegens Hem, die, eeuwig God, in dit aanbiddelijk Geheim van liefde de spijze onzer zielen zijn wil, dan mag ik mijn vurigsten wensch en hartelijkste bede vervuld zien.

BERICHT BIJ DE VIERDE UITGAVE.

Bij de verschijning van deze vierde uitgave acht de schrijver zich verplicht, een woord van hartelijken dank te brengen aan de vrome lezers en lezeressen , die binnen zoo korten tijd de derde uitgave, waarvan verscheidene duizenden exemplaren gedrukt waren, gretig wegnamen en eene vierde noodzakelijk maakten. Maar te-vens moest die dankbaarheid het mij ten plicht stellen, om het boekje zoo geschikt mogelijk te maken, het te verbeteren en met verscheidene, nieuwe oefeningen te verrijken. Immers hoe dikwerf hoort men vrome zielen klagen, over koudheid en ongevoeligheid bij de H. Communie ; over de weinige vruchten, die men daaruit wegdraagt. Laat daarom , godvruchtige zielen , de H. Con -raunie niet achter, maar verlevendigt veeleer uwen ijvei, en overweegt daarbij de verschillende titels, waaronder Jesus zich in de H. Communie aan u wegschenkt. Die overwegingen worden u in deze vierde uitgave aangboden.

Die overweging zal uw geloof opwekken, uw vertrouwen verlevendigen, uwe liefde meer ontsteken, u inniger met Christus vereenigen en ruimer vruchten van de H. Communie doen wegdragen. Mocht ik in deze oefeningen daartoe iets bijbrengen, dan zij de nederige bede niet te vergeels tot u gericht om een enkel wees ge-groetje voor het zielenheil van den Schrijver.

Delden , H. Sacramentsdag 1879.

Godddelijk Hart van Jesus, mogen wij Unieer en meer beminnen.

VI

-ocr page 7-

OVER DË WONDERVOLLE UITWERKSELEN

VAN HET

Aaubiddelijk Altaar - Sacrament.

üe H. Communie of liet werkelijk nuttigen van het allerheiligste Lichaam en Bloed des Heeren brengt in eene wel voorbereide ziel de wondervolste uitwerkselen voort. — Met weinige woorden wil ik u, vrome ziel, mededeelen, wat de H. Kerkvaders en godvruchtige schrijvers daarover zeggen, opdat gij de oneindige liefde van uw goddelijken Verlosser en de genaden, die Hij bij \'t naderen tot zijne H. Tafel u wil mededeelen, wel moogt erkennen.

Het eerste uitwerksel der H. Communie is, dat zij u het leven geeft. Jesus zegt dit zelf: Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eenwig lenen. Het hrood, dat [k u geven zal, is mijn vleesch voor het leven der wereld. Zoo als de levende. Vader Mij gezonden heeft en Ik door den Vader leef, zoo zal ooi- hij, die Mij eet, door Mij leven. (Joan. VI.) Hij ontneemt ons het leven, dat wij van Adam hebben geërfd, het leven van hoogmoed, van eerzucht, van gehechtheid en liefde voor de geschapene dingen, van zelfzucht en booze lust, kortom het leven van alle hartstochten, die in \'s menschen hart wonen, en deelt ons zijn leven mede, een leven van zachtmoedigheid, ootmoed, geduld, heilige liefde en zelfverloochening; kortom een leven van alle deugden en goede werken. In de Heiligen is dit wonderbaar uitwerksel der H. Communie duidelijk zichtbaar. Hua heeft Jesus door de H. Communie zijn heilig leven ingestort.

-ocr page 8-

de volheid zijner deugden meegedeeld, zoodat zij zijn levendig afbeeldsel geworden zijn.

Het tweede uitwerksel der H. Communie is^ dat zij ons op de innigste wijze met Jesus vereenigt. Wie mijn vleesck eet en mijn bloed drinkt, hij ft in Mij en Ik in hem. (Joan. VI.) Deze wondervolle vereeniging omvat lichaam en ziel. Het vleesch des Heeren wordt één met uw vleesch, zijn heilig bloed vermengt zich met uw bloed. Zijne ziel trekt de uwe aan zich; gij wordt een geest met Hem en komt in gemeenschap met de goddelijke natuur. (II. Petr. I. 4.) Geene menschelijke tong is in staat om deze vereeniging te schetsen. Zooals het voedsel, dat gij neemt, door uwe ziel bezield wordt, leven krijgt, evenzoo begint ook de geest van Christus u te bezielen, zoodra gij door de H. Communie zijn lidmaat wordt. Jesus wordt dan de ziel van uwe ziel, het leven van uw leven : Hij denkt, spreekt, bemint, handelt in u, zoodat gij zeggen kunt; Christus is de mijne, en ik ben de zijne, Christus leeft in mij!

Het derde uitwerksel is, dat zij uwe ziel reinigt van dagelijksche zonden en voor doodzonde bewaart. Zij is, zegt de H. Kerkvergadering van Trente, een tegengift, waardoor wij van dagelijksche zonden gezuiverd en voor doodzonde bewaard worden, weshalve ook de H. Ambro-sius zegt : Ik moet dagelijks het bloed des Heeren ontvangen , opdat ik dagelijks vergiffenis krijge van mijne zonden : wijl ik dagelijks zondig, moet ik ook dagelijks het geneesmiddel tegen de zonde gebruiken.

Het vierde uitwerksel is, dat zij de booze neigingen en de drift der hartstochten in ons verzwakt en meer uitdooft. Jesus, de heiligheid zelve, duldt geene bezoedeling naast zich. Het vuur drijft alle vochtigheid uit het hout en zet het eindelijk zelf ook in vlammen, zoo ook drijft Jesus de booze neigingen uit ons bedorven vleesch. Hij verstompt den prikkel der zonde, die in ons is en bestrijdt en matigt het vuur onzer hartstochten en driften. „Zoo iemand van u,quot; zegt de H, Bernardus tot zijne Ordebroeders, „niet zoo erg meer wordt aangevallen door toorn, nijd, wellust en andere zonden, dan

-ocr page 9-

9

heeft hij dit aan \'t vleesch en bloed van onzen Heer en Meester te danken.quot;

Het vijfde uitwerksel is, dat zij de ziel versterkt en veredelt. Zij geeft u kracht, ijver en moed, om alles wat God behaagt te volbrengen. Daarom wordt ook het allerheiligste Altaar-Sacrament het brood der sterken, de tarwe der uitverkorenen genoemd. Alle vrome en heilige zielen schrijven de verhevene en heldhaftige deugden, die zij beoefenden en de H. Martelaren hunne heerlijke zegepraal over de woede der dwingelanden aan de H. Commuftie toe. De H. Communie veredelt ook de ziel, vermeerdert in u de heiligmakende genade. „Het goddelijk bloed, zegt de H. Joannes Chrysostomus, geeft der ziele schoonheid en adel, en belet door zijne voedingskracht, dat zij in afmatting vervalt. Dit bloed is haar heil, het heiligt en veredelt haar, het ontvlamt haar en maakt haar helderder, dan goud en vuur.quot;

Het zesde uitwerksel is, dat zij in uw lichaam de kiem legt der onsterflijkheid en er het onderpand eener heerlijke verrijzenis aan geeft. „ Zij, die deze spijs en dezen drank nuttigen, zegt de H. Augustinus, worden onsterflijk en onbederflijk.quot; Jesus zelf getuigt dit, als Hij zegt : Wie mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwig leven, Ih zal hem opwekken ten jong-sten dage.quot; (Joan. VI.) Zoo is dus waarlijk, volgens de uitspraak der H. Kerkvergadering van Trente, de H. Communie een onderpand onzer toekomstige heerlijkheid en eeuwige zaligheid. Ziedaar, vrome ziel, de voornaamste uitwerkselen, welke de H. Communie in een welvoorbereid hart te weeg brengt. Nader dus zoo dikwerf mogelijk — maar altijd met verlof van uw biechtvader, — tot Jesus in dit Geheim zijner liefde; want Jesus zelf wil het, de H. Kerk verlangt het, het heil uwer ziel vordert het ten dringendste; laat u dus door alle ijdele en dwaze voorwendselen van de H. Communie nimmer terughouden; maar nader immer met een brandend verlangen, met een levendig geloof, met eene kinderlijke liefde, immer met steeds grooter afkeer

1 ♦

-ocr page 10-

10

van de zonde en vaster voornemen om in de deugd, in de liefde van God toe te nemen; in één woord, nader steeds met de vereischte voorbereiding en wijl van die voorbereiding de meerdere ol\' mindere vrucht der H. Communie afhangt, daarom hier nog een enkel woord over de

VOORBEREIDING TOT DE H. COMMUNIE.

In het boek der Navolging van Christus spreekt de Heer tot zijnen dienaar : o Ik ben de minnaar der zui-7 verheid en de gever van alle heiligheid. Ik zoek een „ rein hart, daar is de plaats mijner ruste... Wilt gij , „ dat Ik tot u kome en bij u blijve, verwijder dan het „oude zuurdeeg en reinig de woning uws harten....; „ want al wie bemint, bereidt voor zijn geliefden vriend „de beste en schoonste plaats, wijl men daaruit de „ liefde van dengene, die zijnen vriend ontvangt, leert „ kennen.quot;

Het hoofdvereischte der voorbereiding tot de H. Communie is een zuiver geweten. Op liet oogenblik, waarop men het aanbiddelijk lichaam des Heeren ontvangt, moet onze ziel zuiver zijn van doodzonde. Zelfs moet men trachten, zooveel in ons is, alle kleinere zonden, welke de ziel bezoedelen, uit te wisschen. Het zou een allersnoodst vergrijp en afschuwelijk verraad zijn jegens uw goddelijken Heiland, wanneer gij het zoudt durven wagen, het allerzuiverst lichaam des Heeren in eene met zware zonde besmeurde ziel te ontvangen. Dan zoudt gij in uw hart een kruis oprichten, om er den Heiland op nieuw aan te klinken. En vreeselijk zouden daarvan de gevolgen zijn. Gij waart dan aan \'s Heeren oordeel vervallen. Door eene geheime toelating van God zou eene verschrikkelijke verlatenheid, eene doodelijke onverschilligheid voor al wat heilig is voor uw eigen zieleheil uw lot wezen; uw hart zou meer en meer verharden en uw einde aan de wanhoop en liet verderf

-ocr page 11-

11

van Judas gelijk zijn : maar neen, godminnende ziel aan zulk vergrijp zult gij u niet schuldig maken; dat ware al te afgrijselijk.

Echter bestaat er nog eene andere reinheid des harten, vaardoormen uit eerbied voor de heiligheid Gods zijne ziel van de geringste zonde reinigt, de gehechtheid aan de zonde in zich bestrijdt en de booze neigingen en hartstochten tracht te onderdrukken en in te toornen. Wij moeten het stof ook van de voeten wisschen, even als de Zaligmaker vóór het Avondmaal zijnen leerlingen deed. Het allerheiligste Sacrament toch is het brood der Engelen ; daarom moet gij u beijveren met Engelen reinheid ter H. Communie te naderen. Ik zeg : u beijveren, ernstig er u op toeleggen, om door Gods genade gesteund, uwe gewone fouten te verbeteren en naar hooger volmaaktheid te streven, want op eene volmaakt waardige wijze de H. Communie te ontvangen, is voor den zwakken mensch onmogelijk.

Wilt gij dus, godminnende ziel, die reinheid erlangen, maak u dan de laatste dagen vóór de H. Communie ten nutte en bereid u daarop voor, zooals de H. Aloysius dit immer gedaan heeft. Wees in die dagen aandachtiger in het gebed, trouwer en ijveriger in de vervulling der plichten van uwen staat. Wees waakzamer en oplettender op u-zelve. Maak \'s morgens bij uw morgengebed een bepaald voornemen, om uw hoofdgebrek te verbeteren, de zonde, waarin gij telkens hervalt, te vermijden en vernieuw dit voornemen op den dag. Denk meermalen aan den dag der H. Communie en zeg dan :o mijne ziel, uvv Jesus noodigt u uit, weldra komt Hij tot u. Ach, Heer! ik beloof het IJ, dat ik niet meer zoo dikwerf in mijne oude fouten zal hervallen. Hoe vurig wenschte ik in \'t geheel niet meer te zondigen, maar Heer, ik ben zoo zwak; lieve Jesus, help en versterk mij!

Komt nu de dag der H. Communie, beijver u dan.

i, •d, ■ijl ;ht tel

de ui-ïen

ij, iet

ind de ert

im-rop fft, ien Ike !er-uw ^en ene )an ien ien ren iiod ijke gen rer-lerf

-ocr page 12-

1quot;.

geloof 1 van den diepstcn ootmoed en eerlied ^ van de vurigste liefde en het grootste vertrouwen en van een brandend verlangen naar dit hemclsch brood in u op te wekken.

Wat hetbetreft, bedenk dat Jesus, de eeuwige waarheid, gezegd heeft, dat Hij zijn vleesch en bloed tot spijs en drank uwer ziel zou geven en dat zij zonder die spijze niet zou kunnen leven. Stel u levendig voor, Jesus vóór u te zien, terwijl Hij u zegt ; Kom, o ziel, onder den last der kwelling neergedrukt. Ik zal u verkwikken; of wel, stel u Jesus voor, alsof Hij zelf u zijn allerheiligst lichaam toereikte. Zeg met den Apostel Petrus : Heer! tot wien zullen wij gaan r Gij hebt de woorden des eeuwigen levens; ik geloof dies, wat Gij ons geopenbaard hebt en uwe heilige Kerk ons leert.

Ootmoed en eerbied zult gij in u opwekken door te overwegen, dat Hij, die tot u komt, is de Heer, de Almachtige God, die alleen door zijn wil Hemel en aarde in het aanzijn riep, onderhoudt en bestiert en in \'t niet kan doen terugzinken; dezelfde, voor wien de Engelen des Hemels uit eerbied hun aangezicht bedekken en op wiens wenk de zuilen des hemels sidderen en beven. Sla daarbij dan tevens de oogen op u-zelve, om uwe geringheid, uwe nietigheid, al uwe fouten en ellende te erkennen en nader zóó tot de H. Tafel des Heeren met de gevoelens van den tollenaar, die \'s Hee-ren altaar niet waagde te naderen, maar van verre staan bleef, op de borst sloeg en uitriep : God! wees mij, armen zondaar, genadig; of met de woorden van den verloren zoon : Vader! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen u; of wel besproei met Magdalena Jesus\' voeten met uwe tranen en roep met de H. Elisabeth uit: Vanwaar komt mij dat geluk , dat de moeder des Heeren,— de Heer zelf — tot mij komt?

Om liefde en vertrouwen in u op te wekken, moet gij u de oneindige barmhartigheid en liefde des Heeren voor oogen stellen, die vooral in dit allerheiligst Sacrament uitschitteren. Want wie zou Hem nie*; lief-

-ocr page 13-

13

hebben, die ons zoo zeer heeft liefgehad ? Wie op Hem niet vertrouwen, die ons zooveel goeds bewees? Welk herder voedt zijn schapen met zijn eigen vleesch? Ja, welke moeder geeft haar eigen bloed te drinken aan haar kind, om het te voeden en te versterken ? Dat de Zoon Gods, om den mensch te verlossen, de men-schelijke natuur aannam, was een wondervol werk van liefde, maar grooter nog, wondervoller is zijne liefde in de H,Communie, waar Hij zelf spijs en drank wordt onzer ziel. En als alleen de aanraking van zijn kleed de vrouw van \'t Evangelie van eene zware ziekte genas, moet gij dan niet veel meer hopen en vertrouwen , dat Hij al uwe zielekwalen zal genezen, als Hij zelf bezit wil nemen van uw hart ?

Eindelijk moet men tot de H. Communie naderen met een mirhj verlangen. Overweeg, om dat verlangen in u op te wekken, van de eene zijde uw grooten nood , uwe ellende, uwe gebreken, de behoefte aan de goddelijke hulp, uwe zwakheid, onstandvastigheid, verblindheid en zondigheid, en van den anderen kant de wonderbare uitwerkselen van dit II. Sacrament, de groote liefde, waarmede Jesus bereid is u te zuiveren , te versterken, te verlichten en te genezen.

Die overweging zal ongetwijfeld een vurig verlangen in u opwekken om tot Jesus te naderen , zooals een dorstige naar de waterbron, een hongerige naar spijs, een zieke naar den geneesheer verlangt. En wanneer gij dat brandend verlangen, dien honger en dorst naar Jesus in u niet gewaar wordt, o verlang dan ten minste vurig om het te hebben, en J\'-sus zal met uwen goeden wil tevreden zijn, zooals Hij aan deH.Mech-itildis leerde: Wanneer gij tot de H. Communie nadert, verlang dan tot mijne eer al de begeerte en liefde te hebben, waarvan het gloeiendste hart ooit naar mij is ontstoken geweest, en op deze wijze moogt gij tot Mij komen; want Ik zal mijne oogen op die liefde slaan en haar aannemen, nadat gij verlangt, om ze ook zeivete bezitten. Daarom zou het eene goede voorbereiding zijn, vóór de H. Communie recht hartelijk te

-ocr page 14-

14

verzuchten. ,, O zoetste Jesus! met geheel mijne ziel „ verlang en begeer ik met dien geestelijken honger, „ dat brandend verlangen tot uwe H. Tafel te naderen, „ waarmede uwe Heiligen U steeds naderden en van die heilige liefde te gloeien, waarvan het hart uwer „ allerheiligste Moeder en van uwe H, Apostelen steeds „ brandde.quot;

Ook zou het eene nuttige wijze van voorbereiding zijn vóór de H. Communie, wanneer gij , volgens den raad van den H. Bonaventura, telkens eene plaats uit de levens- of lijdensgeschiedenis des Heeren over-woogt.

Immers, de H. Communie is ook een gedenkteeken van \'s lleeren bitter lijden. De 11. Chrysostomus zegt: Wie te communie gaat, zal, zoo dikweri hij communiceert, zich voorstellen als legde hij den mond op de kostbare wonde van Jesus zijde, om daar zijn heilig bloed te drinken en zich deelachtig te maken aan alles, wat Jesus daarmede voor ons verdiend heeft. Eindelijk raad ik ü aan, om vóór de H. Communie, u eenige oogenblikken met de overweging der volgende punten bezig te houden : 1°. JVic komt tot mij ? 2°. Tot men komt Hij ? 3°. Waarom komt Hij ? welke aan elke communie-oefening vooratgaan, die gij niet slechts lezen, maar overwegen, ontwikkelen en op u-zelve zult toepassen; en die, als gij God daarbij vur:g om ware godsvrucht bidt, ongetwijfeld voor u van het grootste nut zijn zullen.

-ocr page 15-

OÏERÏÏEGISfiEN EN GEBEDEN

TKR VOORBEREIDING

VOOR DE H. COMMUNIE.

1. O VEEWEGING. *

VOORBKREIDINGSGEBED VOOR IEDERE OVERWEGING.

O goedertieren Jesus, die op aarde zijt gekomen, om alle menschen te verlichten, open de oogen van mijne ziel en laat mij de oneindige liefde erkennen, waarmede gij het allerheiligst Sacrament des Altaars hebt ingesteld ; laat mij de onbegrijpelijke goedheid en gunst inzien, waarmede Gij tot ons hebt willen afdalen, om bij ons, arme menschenkin-deren, uw intrek te nemen, ons met uw allerzuiverst vleesch te spijzen eu met uw allerheiligst bloed te drenken ; maar laat mij ook mijne armoede, mijne nietswaardigheid en zRndigheid inzien en erkennen, hoe rein en

* Deze overwegingen kan men op den vooravond of ook \'s morgens op den Commuuie-dng verrichten.

-ocr page 16-

16

heilig mijne ziel moet wezen, om U, den heiligen God, te ontvangen, opdat ik alle zorg bestede, om door eene waardige voorbereiding U welgevallig en de groote genade deelachtig te worden van mij met U te vereenigen, met U, mijn goddelijken Heiland Jesus Christus, die met den Vader en den H. Geest leeft en heerseht in alle eeuwigheid. Amen.

1.) JVic komt tot mij? Christus, de Zoon van den levenden God , de beminde Zoon, in wien de Hemelsehe Vader zijn welbehagen genomen heeft; Christus komt tot mij, het Woord, waardoor God alles gemaakt heeft, wat er gemaakt is. — Christus, de eeniggebo-ren Zoon Gods, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld, die één van wezen met den Vader en den H. Geest, in alles aan hen gelijk is, —Christus de Zoon Gods, wiens rijk geen einde heeft, wiens troon de Hemel, en wiens voetbank de aarde is en voor wien de gtinsehe wereld is als een druppeltje aan den wateremmer, die gewaardigtzich tot mij te komen. — Christus, de Zoon Gods, voor wiens ontzaohlijke Majesteit de Cherubs en Seraphs hun aangezicht in diepen eerbied bedekken , wien tallooze koren van Engelsn dienen en lofzingen ; Christus, de eeuwige God, de Heer der Heerscharen komt tot mij en gewaardigt zich mij te komen bezoeken.—

-ocr page 17-

17

3.) Tot wien komt Hij 1 Tot mij, nietig sterveling, door idjne hand uit liet stof der aarde gemaakt en gevormd. — Tot mij, arm menschenkind, dat naakt, hulpeloos, van alles ontbloot, met zonde bevlekt ter wereld kwam, dat van mjj-zelven niets heb en niets kan, dan — zondigen ! — Bij mij wil de Zoon des Aller-hoogsten zijn intrek nemen, die een afgrond van ellende , missehien van boosheid ben !... Tot mij wil de Zoon Gods, de afglans des eeuwigen Vaders komen , tot mij, die van alle kanten van de melaatschheid der zonde overdekt , bezoedeld ben van den moederschoot af aan! — O, onbeschrijfelijke vernedering van mijn God en Heer! De almachtige Schepper wil zijn arm schepsel, de Heer des Hemels en der aarde een armen bedelaar bezoeken !...

3.) Waarom komt Hij? Om dien armen bedelaar uit het stof op te heffen en den behoeftige uit het slijk te beuren, (ps. 113.) Om mij, het armzaligst menschenkind , met de schatten zijner liefde te verrijken. Om mij, arm schepsel, van zijn goddelijk leven, van zijne volmaaktheid mede tedeelen, opdat ik,o wonderbare, onuitsprekelijke genade, aan zijne goddelijke natuur zou deelachtig worden! — Gods Zoon wordt de spijze mijner ziel; mijne ziel wordt door God met zijn vleesch en bloed gevoed! O verbazingwek-

-ocr page 18-

18

kende, onbegrijpelijke gunst van mijn God en Heer! O ziel! wal geeft gij Hem voor zoo oneindige liefde en goedheid weder?...

Bede. O Zoon van den levenden God! hoe is \'t mogelijk, dat Gij zoo diep wilt afdalen, om mij, verachtelijke aardworm, te bezoeken ? — Mag ik gelooven, dat uwe eeuwige godheid, welke de Hemelen niet kunnen omvatten, mijn hart tot woonstede wil uitverkiezen? O ja, dat geloof ik, wijl Gij zelf het gezegd hebt, maar begrijpen kan ik het niet. Te groot is de afstand tusschen LT en mij; te diep lig ik in het slijk der zoude neer, zoodat ik het zelfs niet wagen durf, mijne oogeu tot uwe ontzaehlijke Majesteit op te heffen!... Maar Gij zijt God en een God van eeuwige liefde! De liefde, die geene palen kent, sterkt mijn geloof en wekt mijn vertrouwen op. O kom dan, lieve Jesus! en kom spoedig; mijne ziel verlangt, smacht naar uwe komst; zonder U verkwijnt zij, zonder U kan zij niet leven. O kom dan, lieve Jesus, en toef niet langer!

II. OVEEWEGING.

VOORBEREIDIN6SGKBE1) (als 1)1. 15.)

1.) Wie ko int tot mij ? Jesus, de Zoon Gods, dïfl zich ook een Zoon Davids, een menschen-

-ocr page 19-

19

zoon noemt____Jesus komt tot mij, die in

den schoot der onbevlekte Moedermaagd de menschelijke natuur heeft aangenomen, om de menschen, door de zonde van God gescheiden , weer met God te kunnen vereenigen, — diezelfde Jesus, dien de allerzaligste Maagd onder haar hart, in hare armen droeg,... die aan Maria en Joseph tijdens zijn verborgen Jeven in alles gehoorzaamde,... die drie en dertig jaren in armoede, ellende eu verachting op aarde wandelde, om allen goed te doen, allen te redden , om op te zoeken cn zalig te maken wat verloren was. Jesus komt tot mij, die om mijnentwil de gedaante van een dienstknecht heeft aangenomen en gehoorzaam was aan zijn hemelsehen Vader tot aan den dood des kruises!... Diezelfde Jesus komt met godheid cn meuschheid tol mij!

2.) Tot Kien komt Hij ? Tot mij, arm men-schenkind, die reeds bij mijne ontvangenis en bij mijne geboorte met de erfzonde besmet, een voorwerp was van gramschap en afschuw voor den driewerf heiligen God !... Tot mij, die door het bloed van Jesus in de wateren des Doopsels gereinigd en tot kind van God gemaakt, echter dat kleed der onschuld weder bezoedeld en mij onwaardig gemaakt heb, om een kind van God te heeten en te zijn !... Tot mij, een mensch , die den adel

-ocr page 20-

30

der menschelijke natuur dikwerf zoo weinig geacht, mijn lichaam zoo vaak onteerd cn aan zinnelijk genot heb overgegeven !... Tot mg, die dikwerf als een arme knecht mijne hartstochten gediend eu mij tot slaaf vernederd heb van mijne lagere driften!....

3.) Waarom komt Hij ? Om mijne mensch-heid door den adel zijner verheerlijkte mensch-heid te verheffen; om in mij te bewerken, wat Hij gezegd heeft: „ zoo gij niet wordt als kinderen, zult gij het rjjk der Hemelen niet ingaan!... om mij vromen kinderzi n, kinderlijken eenvoud, kinderlijken ootmoed, kinderlijke zachtmoedigheid, reinheid en onschuld , kinderlijke liefde te leeren !... Om in mij de lage driften te onderdrukken, van mij de gezindheid van een dienstknecht weg te nemen, mij vrij te maken vau de banden mijner booze neigingen en mij de vrijheid der kindereu Gods te schenken!... Om het kleed der onschuld mijner ziel te reinigen, dat ik door de zonde bezoedeld heb , en het schoon en heerlijk te maken in zijn heilig bloed !...

Bede. O , mijn Jesus! schoonste onder de menschenkinderen, reinste, heiligste Zoon der altijd onbevlekte, heilige Maagd Maria! Gij wilt tot mij komen , een mensch reeds in

-ocr page 21-

21

zonde ontvangen, en die van de dagen mijner geboorte af onder het juk van booze neigingen en driften verzuchtte. Gij wilt tot mij komen, mijn hart wilt Gij tot uwe woonstede uitkiezen, mijn hart, dat door zoovele zonden bevlekt, U nog zoo weinig bemint! Is het mogelijk, dat uwe liefde zoo ver gaat ? En toch hebt Gij gezegd ; Zoo gij mijn vleesch niet zult eten en mijn Hoed niet zult drinken, zult gij het leven in n niet hellen. Ja, ik wil leven, leven voor U, leven volgens uw wil en voorbeeld. Zoo kom dan, o Jesus! neem bij mij uw intrek en deel mij uw hemelsch leven mede. Help mij, dat ik iu ootmoed en zachtmoedigheid, in reinheid , barmhartigheid en gehoorzaamheid U navolge en zóó uw hemelschen Vader behage en zalig worde. Amen.

m. OVERWEGING.

VOOEBEREIDINGSGEBED. (als bl. 15.)

1.) JFie Imn.t tot mij? Jesus, die in de hooge Hemelen heerscht, wien alle macht gegeven is in den Hemel en op aarde. Jesus, de Koning, op mens schouderen de heerschappij rusten op wiens Meed staat geschreven: koning

DER KONINGEN, HEER DER HEERSCHAREN.

Jesus , die gebied voert op aarde, aan wien

-ocr page 22-

32

dc liemelsche Vader gezegd heeft ; Verlang van mij, en ïk zal U dc Heidenen tot erfdeel (/even en tot uw eigendom de uiteinden der aarde. Jesus, in wiens naam alle knieën zieli buigen in den Hemel, op en onder de aarde ; Jesns, die ook door zijne wrekende gereeh-tiglieid in de hel heerseht, voor wiens naam de hellegeesten beven; de Koning der koningen komt tot mij !....

2.) Tot reien komt Hij? Tot mij, zijn arm schepsel, dat Hij uit stof heeft gevormd! — Tot mij, zijn armzaligen onderdaan komt de Koning van Hemelen aarde! — Mijn Heer en Koning gewaardigt zich mij te komen bezoeken! Is \'t mogelijk, dat een koning zich zoo diep vernedert, om bij een armen, zieken bedelaar zijn intrek te nemen, wiens hut niets dan nood, armoede en ellende vertoont ! En als die arme bedelaar nu dien koning niet geëerd, niet gehoorzaamd, maar integendeel zijne geboden onbeschaamd overtreden , zelfs veracht heeft, als hij tegen hem opgestaan, met zijne vijanden saamgespannen en hem meermalen zwaar en schamper belee-digd heeft, en die koning komt dan toch tot hem vol medelijden, vol liefde, vol erbarming en geeft hem, opdat hij in zijne ellende en nood niet omkome , niet goud of zilver, maar zijn eigen vleesch en bloed : is er dan

-ocr page 23-

33

wel eene ^rootere. afdaling en vernedering, orootere liefde, genade en goedheid dénk-haar?!—En toch, zoo is \'t; tot mij, dien ellendigen, behoeftigen, zondigen en ondankharen bedelaar wil Jesns, mijn God en Heer naderen ; mij wil Hij met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijzen , genezen en versterken ten eenwigen leven !....

3.) Waarom komt Hij? Niet om dien ellendigen, ontronwen en boozen knecht te straffen, niet om hem te binden en in den kerker te werpen, totdat hij den laatsten penning zijner schuld betaald heeft. Waarmede toch zon die arme bedelaar al zijne schuld kunnen afdoen?Christus, mijn Heer en Koning, geeft mij zijn allerheiligst vleesch en kostbaarst bloed als offer voor mijne zonden , opdat ik daardoor de goddelijke gerechtigheid bevredige en mijne schuld bij God betale. — Christus komt tot mij, om mijne ziel uit de macht van Satan te bevrijden , haar als met een muur tegen zijne aanvallen te omgeven, om haar te versterken en over al hare booze neigingen te doen zegevieren. Christus komt, om mij uit te noodigen, Hem op den koninklijken weg des krnises te volgen , en voortaan de zonde af te sterven en alleen voor Hem te leven!...

-ocr page 24-

24

Bede. Acli! mijn Jesus, mijn Heer en Koning;! hoe groot is toch nwe liefde en gcna-de, daar gij een amen, trouwloozen knecht, die zoo diep in het slijk der zonde verzonken ligt, wel wilt bezoeken! Met den H. Petrus moest ik nitrooepen; „ Ga weg van mij, Heer ! wantik ben een zondig mensch.quot; Ik benzoo veel goedheid, liefde en erbarming niet waardig! — Ach, hoeveel wanorde heerscht er niet in mijne ziel, die nog zoo bezoedeld, zoo weinig los is van de wereld en de schepselen! Hoe toch kunt Gij, allerschoonste en beminnelijkste Heer, welgevallen in haar hebben en haar met uwe zoete tegenwoordigheid verblijden? Maar neen,— mijn Jesus ! uwe eindelooze liefde versmaadt ook een armen en ellendigen bedelaar niet. Zonder U toch zou hij nooit vrij worden van de banden der zonde en hartstochten, die zijne ziel nog geboeid houden; zonder TJ zou hij nimmer zijne schuld kunnen betalen. O, kom dan, goedertieren Heer en Koning! Wil mijne groote boosheid, waarmede ik U beleedigde, vergeten, om slechts te denken aan de groote behoefte, die ik heb, aan uwe goddelijke hulp. Kom, o Jesus! neem bezit van uw eigendom , heersch en regeer over mij, geleid en bestier mij, opdat ik den weg bewandele, waarop Gij mij zijt voorgegaan, den weg des kruises, die voert tot eeuwige vreugde. Amen.

-ocr page 25-

25

TV. OVERWEGING.

VOOllBEREIDINGSGEBED ( als bl. 15.)

1.) Wie komt tot mij ? Jesus, de hemelsche Leermeester, wiens woord geen menschen-woord, maar het woord Gods is; die slechts waarheid leert en nimmer kan dwalen, wijl Hij de waarheid zelve is; — Jesus, de goddelijke Meester, die in alle goed onderricht, tot wien Petrus gesproken heeft: « Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.quot; — Jesus, de Meester, die alleen mij den rechten weg aanwijst en mij geleidt; die mij niet slechts leert, wat ik doen moet om zalig te worden , maar die mij ook door zijn heilig voorbeeld voorgaat en mij liefdevol uitnoodigt, om Hem na te volgen ; — Jesus, de goddelijke Meester, die elke deugd, welke Hij leert, eerst zelf beoefend heeft,; die mij gebiedt barmhartio-, zachtmoedig , gehoorzaam, kuisch en rein te zijn en het zelf geweest is. — Jesus komt tot mij, die niets van mij verlangt, wat boven mijne krachten is, die mijne zwakheid kent, en mij gaarne kracht eu genade wil geven, om datgene, wat Hij mij gebiedt, te volbrengen !....

2.) Tot wien 1-omt Hij ? Tot een onwetenden

2

-ocr page 26-

26

mensch, die niet kent, wat hem tot vrede strekt; tot een blinde, die zonder geleider den rechten weg nimmer vinden kan ; tot mij komt die goddelijke Meester, zonder wiens genade ik niet eens in staat ben, om zelfs eene enkele goede gedachte te vormen; tot mij, die nog zoo traag ben, om naar zijne goddelijke leer te luisteren en die zoo spoedig weêr vergeet, wat ik gehoord heb; tot tnij die nog zoo gaarne aan de vleitaal der wereld, de stem der hartstochten, de inblazingen van Satan gehoor geef, in plaats van acht te slaan op de leer des Hemels, die alleen waarheid is en zalig maakt! Tot mij komtde goddelijke Meester, wienshellige woorden uit den mond des priesters zoo vaak aan mijne ooren en aan mijn hart klonken, zonder dat ik ze daarin opnam en vruchten Het dragen! —Tot mij komt die goddelijke Meester, wiens leer ik dikwerf zelfs veracht en aan de valsche grondbeginselen eener bedorven wereld heb achtergesteld !

3.) Waarom komt Hij ? — Om als een minnend vriend tot mijn hart te spreken ; om mij te zeggen , hoe verkeerd ik geleefd heb ; om mij voor de bekoorlijke stem der verleiding fe waarschuwen; om mij de dwaalwegen te laten zien, waaropzij geraken, dienaar zijne stem en die zijner dienaren niet luis-

-ocr page 27-

T

27

teren! Om mij te zeggen , wat ik te doen heb, om volmaakt te worden en zijn hemel-schen Vader te behagen! — Om aan mijne zwakheid te hulp te komen en mij te bemoedigen , om den weg te bewandelen, dien Hij mij heeft aangetoond en waarop Hij mij is voorgegaan. — Om mij de schoonheid en beminnelijkheid dier hemelsche deugden te too-nen , die Hij geleerd en beoefend heeft en om mij aan te sporen , Hem daarin na te volgen. — Om mij te bewegen voortaan mijne oogen alleen te slaan op Hem : den oorsprong en voltooier van mijn geloof—, opdat ik onder het getal van diegenen behoore, van wie Hij sprak : Zalig zijn zij, die het woord Gods aanhooren en het onderhonden. (Luc. XI.)

Bede. O Jesus, mijn Heer en Meesterl Zoo dikwerf reeds hebt Gij tot mijn hart gesproken en uw licht mij laten verlichten; maar, helaas! tot hiertoe nog zoo vruchteloos! Hoe komt het, dat Gij in weerwil daarvan U toch gewaardigt tot mij te komen en mijne ziel te bezoeken ? Gij vindt in mij slechts onwetendheid, blindheid en duisternis, en toch komt Gij tot mij, om mij te onderrichten en uwe wegen te leeren, die ten Hemel voeren! Ik erken mijne blindheid, waarmede ik tot hiertoe uw heilig woord niet behartigd en nageleefd heb, waarmede

=s

-ocr page 28-

38

ik mijne ooren voor uwe liemelscho woorden gesloten, en voor de bedriegelijlce stem der wereld en van liet bedorven vleeseli geopend heb, en bid U uit den grond mijns harten, gelieve mij mijne boosheid te vergeven.— Kom, o Jesus! mijn hart is bereid, om U te ontvangen; spreek tot mij, Heer! uw dienaar (dienares)hoort.Zegmij, wat ik doen moet, om het eeuwig leven te bezitten ! ik zal mijne ooren neigen naar uwe stem; zwijg niet Heer! maar spreek, spreek luid tot mijne ziel; uw woord is waarheid, uw woord is leven! Aeh , hoe ongelukkig zou ik zijn , als Gij uwe stem niet meer liet hooren! Wel had ik dit verdiend, maar ach ! waarheen zou ik gaan; want Gij alleen hebt woorden des eeuwigen levens! Amen.

V. OVERWEGING.

VOOTIBEIIEIDINGSGEBED (als bl. 15.)

1.) Wie komt tot mij?—Jesus, de hemel-sehe Geneesheer, die gezegd heeft, de gezonden hellen den geneesheer niet noodig, maar icel de zieleen.— Jesus, de barmhartige Samaritaan , die de olie zijner genade en den wijn zijner liefde uitstort in de wonden van hem, die in de handen van roovers gevallen is, om ze daardoor te genezen! — Jesus, de goddelijke Geneesheer, die onze krankheden

Izo eHzo eH

-ocr page 29-

29

en wonden kent en ze genezen wil en kan! — Jesus, die liefdevolle Geneesheer, die van ons niets verlangt, dan dat wij Hem onze wonden vertrouwvol openbaren en Hem Dotmoedig bidden, dat Hij ze geneze! — Jesus, die zijn allerheiligst bloed tot red- en geneesmiddel gaf voor onze zonden en die door zijne wonden de wonden onzer zielen geneest: die Jesus, die door zijn almachtig woord alle soorten van ziekten genas en door de aanraking alleen van zijn kleed aan die ongelukkige vrouw de gezondheid wedergaf; deze alvermogende, liefdevolle Geneesheer gewaar-digt zich tot mij te komen!

2.) Tot wien komt Hij ? Tot mij, die helaas! zoo ziek, zoo zwak, zoo wankelmoedig en ellendig beu, wijl mijne ziel met de me-laatschheid der zonde geslagen is 1 Tot mij, die door mijne eigenliefde, mijn eergevoel, mijne opgeblazenheiden lichtzinuigheid, door mijne onbestendigheid en v mkelmoedigheid, mijne ziel zoo dikwerf vreselijk verwond heb; tot mij komt die hemelsehe geneesheer, wiens voorschriften ik veracht, wiens geneesmiddelen ik versmaad heb. — Tot mij, wiens ziel door zwakheid geslagen, neergedrukt ligt onder hare booze neigingen, die haar zoo machteloos maken om te doen, wat God van haar verlangt. — Tot mij, wiens ziel door de

pzon-\',r wel I

-ocr page 30-

30

slechte voorbeelden der bedorven wereld aangestoken , reeds walgelijk was door de zonden. Tot mij komt Jesus, tot mij, armen, zieken, machteloozen bedelaar, die de grootheid mijner kwalen, de menigte mijner wonden, het gevaarlijke van mijne krankheid nog niet eens ken !

3) Waarom Jcomt Hij ? Hij komt tot mij, die liefdevolle geneesheer, om aan mijne kranke ziel het allerbeste geneesmiddel, zijn allerheiligst vleeseh en bloed toe te reiken! Hij kent al mijne gebreken, al mijne wonden, Hij kent mijne kwaal geheel en al en kan die genezen. Toen Hij eertijds zich het kruis liet op de schouderen leggen, toen heeft Hij al onze krankheden op zich genomen en daarvoor in zijn bloed het geneesmiddel bereid. — Hij komt met eindelooze liefde en hartelijk medelijden, om in zijn eigen bloed mijne ziel te zuiveren van de melaatschheid der zonde en haar nieuwe levenskracht in te storten , opdat zij niet bederve. — Hij komt in zijne goddelijke kracht, om mijne zwakheid weg te nemen, opdat ik opsta en moedig voortaan den weg zijner goddelijke geboden bewandele. Hij komt, om mijne ziel te reinigen en met het kleed der heiligmaker)de genade te versieren! — Hij komt, om haar voor \'t bederl te bewaren en haar een verweermiddel te geven tegen al hare vijanden j ja, de goddelijke ge-

-ocr page 31-

31

neesheer, Jesus, mijn Verlosser, wil de redding, de genezing, het heil mijner arme ziel zijn! —

Bede. O mijn Jesus! Gij hebt gezegd: „ Ik ben uw heil! ( ps. 34.), zie toch hoe zwak en ziek ik ben, verwond en met melaatschhcid i! overdekt! Wie kan mij genezen, mij gezond ; maken, wie mij uit mijne zwakheid opbeuren ! en mij kracht geven, om den weg, die ten ; leven leidt, te bewandelen; wie,anders, dan Gij, mijn God! Gij zijt de geneesheer, die het eenig afdoend middel weet en bezit om mijne ] ziel te genezen; Gij kent al hare gebreken 1 en kunt ze verhelpen. Gij zijt het leven zelt\';

hoe zou hij dus kunnen sterven, die ü ont-1 vangt, die met uw levengevend vleesch en bloed gevoed wordt! — O kom dan, lieve Jesus, mij bezoeken. Wel is waar, ik ben dat geluk niet waardig, wijl ik zelf door mijne j lichtzinnigheid en overmoed mij verwond en mij, zonder op mijne zwakheid te letten, aan ; het gevaar van zonde heb blootgesteld. Maar | goedertieren Heiland, hoe zal ik van al mijne i kwalen verlost worden, tenzij Gij, in Uwe 1 barmhartigheid, in uw medelijden, mij ter | h\\dpe snelt? O kom dan, zoete Jesus! .mijne \'j ziel smacht van verlangen naar uwe komst; kom, o Jesus ! haar genezen, haar reinigen, haar versterken, kom haar gezond en schoon,

-ocr page 32-

32

vlekkeloos en zuiver maken; opdat zij weder welbchagelijk worde voor de oogen uws Vaders, die in den Hemel is. Amen.

VI. OVERWEGING.

VOOKBEIIEIDINGSGEBED (als bl. 15.)

1.) Wie komt tot mij? Jesus, de Bruidegom der godminnende zielen, die door den ï\'rot\'eet heeft gesproken : „Ih verloof Mij a an u voor eeuwig, en verloof Mij aami door gerecMiqheid, door genade en erbarming, Ik verloof Mij aan u door trouw; en qij zult erkennen, dat ik de Heer ben.quot; (Oseë, II, 19, 20.) Jesus, die mij ten einde toe bemind heeft, en niet ophoudt mij lief te hebben, — Jesus, die op zoo bloedige wijze mijn Bruidegom geworden is, wijl Hij voor mij aan \'t kruis stierf en al zijn bloed vergoot, — Jesus, die ter liefde van mij zijn heilig hart liet doorboren, opdat ik daarin een toevluchtsoord zou vinden, — Jesus komt tot mij, Hij wiens hart geheel ontstoken is van liefde tot mij. Hij komt en staat aan de deur van mijn harten klopt en roept; „Doe open, mijne geliefde, mijne vriendin, mijne bruid.quot; Jesus, de schoonste der menschen-kinderen, wiens vermaak het is met de kinderen der menschen te zijn, komt zelf tot mij! —

-ocr page 33-

33

3.) Tot wienkomt Hij? Hij komt tot mij, die het verbond van liefde en trouw, dat Hij in het H. doopsel met mij gesloten heeft, zoo dikwerf verbroken, zijne trouw zoo dikwerf geschonden heb; — tot mij, ontrouwe ziel, die geen woord gehouden. Hem nooit waarachtig bemind heb; — Hij komt tot mij, die mijn hart aan duizend ijdele dingen gehecht, mijne liefde aan vergankelijke schepselen geschonken, mijn vermaak in zondige genietingen gezocht heb! — Hij komt tot mij zoo liefdevol, nederig, vriendelijk on goedig, en wil mij bezoeken, die Hem dikwerf ontvlucht , Hem den rug gekeerd en met zijne vijanden geheuld heb! — Hij komt tot mij , die het bruiloftskleed gescheurd en bezoedeld heb; tot mij, die niets aan mij heb, wat Hem behagen of welgevallig zijn kan, die Hem niets heb aan te bieden, dan een zwak, bezoedeld harte!

3.) Waarom komt Hij? — Niet, om mij te veroordeelen, om die trouwlooze ziel te betraffen; niet, om mij zijne trouw op te zeggen, zijne belofte bij het H. Doopsel gedaan terug te nemen; neen, zijne onbegrensde liefde, zijne eindelooze barmhartigheid wil mij mijne ontrouw vergeven; zijne liefde is niet verkoeld; nog klopt zijn Hart voor mij, nog heeft Hij zich niet van mij verwijderd.

2*

-ocr page 34-

34

Hij wil mijn koud hart op nieuw in liefde ontsteken en aan zich verbinden, mijne ziel op nieuw bekloeden met het bruiloftskleed der liefde en met de schatten zijner genade verrijken, haar met de stralen van zijn goddelijk licht verlichten, om haar hare armoede, hare ellenden en hare zondevlekken te doen erkennen, haar te doen zien wat het is, Hem, de bron der reinste vreugde te verlaten, om de bedriegelijke hersenschimmen der wereld na te jagen. Jesus, mijn heilige Bruidegom komt. O mijne ziel! zijt gij bereid? is uwe lamp gevuld met de olie van goede werken? of ledig, als die der dwaze maagden, tot wie de Bruidegom sprak ; „ Ik ken u nietquot; ?____

Bede. — Ach ja ! mijn Jesus, beminnenswaardige Heiland, ook ik heb verdiend uit uw mond te hooren : „ Ik keu u niet.quot; Ook ik heb harde verwijten, het strengste oordeel over mijne ontrouw verdiend. Hoe heb ik U toch kunnen vergeten, uwe zoo groote liefde met koudheid kunnen beantwoorden en U, het schoonste, aanbiddenswaardigste wezen, kunnen achterstellen achter de armzaligste schepselen ? Voor uwe voeten in \'t stof neêr-geknield erken enbelijdeik, o Jesus! mijne ontrouw, mijne liefdeloosheid , mijne ondankbaarheid , en bid U uit het diepste mijns harten, wil mij om uwe oneindige liefde nog

-ocr page 35-

35

vergiffenis schenken en niet weigeren, mij tc bezoeken. O Jesus! zonder U ga ik ten gronde, zonder U versmacht en verdort mijne ziel. Gij zijt haar leven, haar voedsel, haar steun en haar staf, haar heil, hare vreugde, haar alles. O kom dan, lieve Jesus! reik mij uwe hand , trek mij tot U, want U wil ik toebehooren, mij nooit meer van U afwenden, U breng ik mijn hart ten offer; neem het aan en trek het zoo sterk tot U, dat het in eeuwigheid van U niet meer gescheiden worde. Amen.

VII. OVERWEGING.

VOOHBEKEIDINGSGEBED ( als bl. 15.)

1.) Wie komt tot mij? Jesus, da man van smai-ten, die weet wat lijden is, die al onze zwakheden en gebreken op zich genomen, den kelk van bitter lijden tot den laatsten druppel geledigd heeft! — Jesus, de man van smarten, die van den dag zijner geboorte af het kruis immer voor oogen had en geheel zijn aardsch leven geen enkel uur zonder smarte was, die van zijne kindsheid af bittere armoede en ellende, honger en dorst, koude

en hitte verdragen heeft;.....de Zoon Gods,

die met al onze zonden en ongerechtigheden beladen, eenen melaatsche geleek, door de hand van God geslagen en vernederd. —

-ocr page 36-

36

Jesus, de man van smarten, die smaad en verachting tot zijn deel heeft verkozen, die zich als een misdadiger ter dood liet veroor-deelen, die het kruis zelf op zijne schouderen nam, aan \'t kruis zijn bloed vergoot en stierf; diezelfde Jesus wil mijne arme ziel komen bezoeken!

3.) Tot wieu kond Hij? Helaas! tot eene wekelijke, zinnelijke ziel, die van gecne boetvaardigheid, versterving en zelfverloochening wil hoorenl Tot eene ziel, die voor kruis en lijden terug schrikt, die van geen vasten en waken, van geene kruisiging des vleesches, van geene versterving der zinnen weten wil;—die geene wederwaardigheden, geene kwelling of smart kan verdragen; die gecne vernedering, geene achterstelling, geene verachting of smaad wil dulden , die bij de geringste tegenspraak verbitterd wordt. — Pot eene ziel die het vleesch niet kas-tijden, goede dagen hebben eu met Jesus uit den lijdensbeker niet drinken wil; die zich met rozen omkranst, terwijl de Heer met doornen gekroond is, op den breeden weg wandelt, terwijl haar Meester met het kruis op de schouderen den Calvarie-berg bestijgt; die naar vreugde en genoegens haakt, terwijl haar Heiland aan \'t kruis van dorst versmacht!

-ocr page 37-

37

3.) Waarom komt Hij? Hij komt, om mij te bewegen, mijn roem en mijne eer slechts in zijn kruis te stellen; om mij te toonen, hoe het der ware liefde eigen is, voor den geliefde te lijden!.... om mij uit te noodi-gen, het kruis met Hem te dragen, om eens met Hem verheerlijkt te worden! — Hij komt, om mij op te wekken, voor mijne zonden te boeten, en der wereld, die niets is dan ijdelheid en bedrog, af te sterven; om mijne zwakheid te ondersteunen, en mij lust en moed en kraeht voor de versterving in te storten; om mij vriendelijk uit te noo-digen, zijne voetstappen te drukken en den weg des kruises , die alleen ten Hemel voert, te bewandelen! — Hij komt, om mij in den strijd tegen het vleeseh bij te staan en tie zegepraal gemakkelijk te maken; om mij aau te moedigen, het mij tot eene eer te rekenen, als ik miskend en veracht word; ja Hij komt mij aankondigen, dat ik nimmer zal deelen in zijne heerlijkheid, zoo ik op aarde niet geleden, verdragen en ten bloede toe gestreden heb.

Bede. — O goede Jesus, Koning met doornen gekroond, die eenmaal het kruis tot troon, een rietstok tot rijkstaf, een spotmantel tot koninklijk gewaad, smaad en verachting tot spijze, gal en azijn tot drank hadt.

-ocr page 38-

38

die niet zooveel harlt, dat Gij er uw hoofd op kondet nederleggen! Gij wilt tot mij komen , nietig en zwak mensoh, die afschrik heb van kruis en lijden, die de zinnelijkheid toegegeven en mijne lusten zoo weinig verstorven heb , — tot mij, die haak naar zoetigheden en troost, maar den kelk van lijden verafschuw, — tot mij, armen zondaar, die gerechte straffen verdiend heb, en er toch niet voor boeten wil. Ach! thans zie ik het in, hoe verkeerd ik gehandeld, hoe weinig ik U bemind heb. Volgaarne wil ik mijn leven verbeteren, en den weg bewandelen, waarop Gij mij zijt voorgegaan, en uwe lieve Moeder en alle Heiligen U gevolgd zijn, — den koninklijken weg des kruises!... Ja, ik volg U, o Jesus! kom en sterk mij, geef mij moed en kracht, opdat ik het ook vermoge; want zoo groot is mijne zwakheid, dat ik zonder U miju kruis niet dragen, der wereld niet afgestorven zijn kan. O, kom dan, lieve Jesus! versterk mijn goeden wil en stort mij een brandend verlangen in, om voor TJ te lijden, voor ü te strijden, voor en met U te sterven. Amen.

VIII. OVERWEGING.

VOOllBEllEIDINGSGEBED (als 1)1. 15.)

1.) Wie komt tot mij? Jesus, het voorbeeld aller deugden, de heiligheid en reinheid zelve.

-ocr page 39-

39

Jesns, die gezegd heeft: „ wie van u kan Mij van zonde overtuigen?quot; Leert van Mij, dat ik zachtmoedig en ootmoedig van harte ben,quot;— het geduldig Lam , dat zwijgend ter slachtbank ging; Jesus, iu wiens hart slechts liefde woont, die aan al zijne vijanden vergiftenis schonk en voor hen aan het kruis nog bad!... die gehoorzaam was tot aan den dood, ja, tot den dood des kruises! — Jesus, die aan allen weldeed en alle eer en lof verachtte en ontvluchtte! — Jesus, de barmhartige, wiens hart van medelijden bewogen was bij den aanblik van armen en zieken! — Jesus, de vredevorst, die den vrede bemint en gaarne vertoeft, waar vrede woont! — Jesus, die in den hof van Olijven bad; w Vader, niet mijn, maar uw wil geschiede!quot; — die voor de zondaren stierf, wijl zijn hemelsche Vader het zoo wilde!

3.) Tot wien komt Hij? Tot een mensch, door God wel is waar naar zijn evenbeeld geschapen , maar die dat beeld iu zich bezoedeld heeft! — Tot eeue ziel, die zoo weinig goeds en schoons in zich ontdekken kan, die aan een hof gelijkt, waarin slechts onkruid eu distelen groeien! — die zoo weinig gelijkvormigheid, zoo weinige gelijkenis heeft met haar goddelijk toonbeeld Jesus Christus, niet zuiver, niet zachtmoedig, niet ootmoedig van

-ocr page 40-

40

harte is, maar dikwerf vol hoogmoocl en op-geblazenhcid. — Tot eene ziel, die niet gehoorzaam, niet geduldig is, die voor elk lijden terugschrikt en bij elk kruisje, bij elke wederwaardigheid in moedeloosheid vervalt.—Tot eene ziel, die altijd liefde in den mond heeft cn haar weinig beoefent, die weinig goed dqet en traag is in werken van barmhartigheid! — Tot eene ziel, die allen haat en nijd en afgunst nog niet overwonnen heeft en haar eigen wil nog zoo dikwerf boven den wil van God stelt! —Ja, Jesus, dat toonbeeld van alle deugden, komt tot eene ziel, waarin zijn oog schier niets dan zonde ontdekken kan!

3.) Waarom komt Hij? Hij komt, om dat evenbeeld, dat ik in mij misvormd, bezoedeld had, te reinigen en te herstellen! — Hij komt, om de trekken van zijn heilig voorbeeld in mijn hart te drukken, om mij de schoonheid en glans der deugden, die Hij beoefend heeft, voor te stellen eu mij uit te noodigen en op te wekken, om die na te volgen. Hij komt om mij te zeggen, dat ik aan Hem gelijkvormig moet worden, zal de He-melsche Vader mij als zijn kind aannemen en mij het erfrecht met zijn eeniggeboreu Zoon geven. — Jesus komt, om mij te versterken, opdat ik die schoone deugden ook moge beoefenen en er mijn hart mede versieren, opdat

-ocr page 41-

41

Hij daarin gaarne verwijle, in één woord, om mij aan Hem gelijkvormig te maken! —

Bede. O Jesus! Gij wilt dan uw intrek nemen in mijn arm, ellendig, onrein hart, en toch weet Gij, dat in dit hart geen bloempje eener sehoone deugd bloeit, geene vrucht van eenig goed werk te vinden is. Helaas ! mijn hart is zoo woest en ledig; zoo gaarne zou ik het U aanbieden; zoo gaarne zou ik uitroepen; ach! lieve Jesus, kom! kom en blijf bij mij! maar mag ik het wel wagen, U, de heiligheid zelve, bij mij te noodigen?— Maar, goede Jesus! hoe ellendig en arm ik ook ben aan deugden en goede werken, toch wil ik niet moedeloos worden. De liefde, waarmede Gij bij arme zondaren uw intrek genomen, waarmede Gij arme zondaren U hebt aangetrokken, doel mij kinderlijk vertrouwen, dat Gij ook mijn arm en ellendig hart niet zult versmaden. Ach! wat beu , wat vermag ik zonder U ? Maar met de hulp uwer goddelijke genade ben ik bereid uw voorbeeld na te streven , de deugden, die Gij ons geleerd hebt, te beoefenen. Kom dan, lieve Jesus, en help mij, opdat ik dit voornemen ook werkelijk in beoefening brenge, dat ik aan U gelijkvormig en zóó een waar kind van uwen hemelschen Vader en eens deelgenoot worde van uw rijk van glorie. Amen.

V

-ocr page 42-

jsmimüWim

Het heilig Sacrament der Bieclit, godminueude ziel, is een kostbaar genadegesehenk der oneindige liefde van Christus. — Jesus, de Zoon Gods, stierf aan \'t kruis, om voor de zonden van alle menschen te boeten, en zijn allerheiligst en kostbaarst bloed stelde Hij als \'t ware in de handen zijner priesters, opdat zij allen, die in ware vermorzeling des harten tot hen komen , hun de melaatschheid hunner zonden openbaren, dat is, die hunne zonden oprecht en rouwmoedig belijden, met dit allerheiligst bloed zouden afwasschen, reinigen en hunne ziel weer schoon en aangenaam maken voor Gods oogen. — Echter is \'t niefc genoeg, godminnende ziel, uwe zonden hartelijk te betreuren en oprecht tc belijden, maar gij moet ook den ernstigen en vasten wil hebben, om liet booze in u, vooral uw hoofdgebrek, uwe zonde van gewoonte, met wortel en al uit te roeien en Jesus Christus waarlijk na te volgen. Juist aan dien goeden, vasten en ernstigen wil ontbreekt het dikwerf bij de bieclit, en zoo komt het, dat men altijd weder in de oude zonden terugvalt. Maar ook de wil alleen is nog niet genoeg; gij moet ook inderdaad de handen aan liet werk slaan, reeds vóór de biecht en nog meer na de biecht alle middelen gebruiken, om over uwe booze neigingen te zegevieren, zeer waakzaam zijn, ijverig bidden, u zelve versterven en Jesus, uw voorbeeld, geen enkel oogenblik uit het oog verliezen. Dan zal elke biecht u nuttig en heilzaam zijn, dan wordt gij niet elke biecht reiner, schooner en meer welgevallig aan God, dan worden al uwe communiën ook rijker in vruchten en zult gij met Jesus

-ocr page 43-

43

altijd inniger vereenigd worden. — Toch kan het gebeuren , dat gij in weerwil van de zorgvuldigste en oprechtste biecht en het beste voornemen nog weêr valt. Wordt daarom volstrekt niet moedeloos, maar vertrouw op Gods goedheid en barmhartigheid, verootmoedig u en verdubbel uwen ijver. Door meermalen goed te biechten, wordt de genade Gods in u vermeerderd, ontvangt gij meer licht en kracht en zal het u van lieverlede gelukken, om uwe fouten uit te roeien en altijd volmaakter te worden. Stel u, zoo dikwijls gij te biechten gaat, voor alsof het de laatste biecht uws levens ware, en bereid u dus /,00 goed mogelijk, maar zonder angst of schroomvalligheid. Heb slechts een goeden wil, en Jesus zal met u tevreden zijn.

GEBED TOT BEN H. GEEST OM ZIJNE ZONDEN WEL TE LEEREN KENNEN.

O goddelijke , heilige Geest! bron van licht, van alle keunis en waarheid ; onmogelijk is het mij, zonder uwen bijstand, zonder uwe goddelijke verlichting alle vlekken, die mijne ziel bezoedelen, te erkennen, alle zonden, die mijn hart misvormen, in te zien en den grond, de wortelen op te sporen, waaruit het onkruid der zonde voortspruit; o, zend daarom een straal van uw hemelsch licht in het diepste mijns harten af, opdat ik alles erkenne, wat aan de oogen van mijnen Jesus, die bij mij zijn intrek wil nemen, mishaagt en wat zijn hemelsche Vader verafschuwt!—O, laat mij alle zelfs

-ocr page 44-

44

mijne verborgenste gebreken, al mijne zondige gedachten, woorden en werken, elk verzuim mijner plichten, elke ergernis, die ik misschien gegeven heb, duidelijk inzien en erkennen. Laat niet toe, dat ik mijzelven bcdriege, dat de eigenliefde mij verblinde of de hoogmoed mij misleide, zooals hij den Pharisee in den Tempel misleid heeft. Open mijne oogen, toon mij al mijne overtredingen en hare schuld; ontdek mij elke wonde, die ik mijner ziele geslage\'n heb en doe mij tevens de boosheid van elke zonde inzien , opdat ik ze verafschuwe en van harte betreure. — Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van genade en kennis! bid voor mij den H. Geest, die u zoo bij uitstek gezegend heeft, dat Hij ook voor mij zijn licht late schijnen, opdat mij niets ontga bij het nauwkeurig onderzoek mijner zonden, die ik gaarne alle oprecht wil biechten, om daarvan gereinigd in het bloed van Christus, mijnen Heer en God weer welgevallig te worden. Amen.

ONDERZOEK DES GEWETENS.

Zonder twijfel verlangt gij, godminnende ziel, eene zeer oprechte en volledige belijdenis te doen uwer zonden. Onderzoek daarom zoo nauwkeurig mogelijk uw geweten, d. i. denk ernstig en bedaard na over uwe zonden, het getal en de omstandigheden, wijl de vol-

-ocr page 45-

45

ledigheid on de ffeldi^heid der biecht daarvan aflmnpen. Zeker zal de H. Geest u in deze jrewielitiffe zaak verlichten, maar Hij wil ook, dat zelve het daarhij niet aan ijver laat ontbreken. Wilt prij dus uw zieletoe-stand, de zouden, creb reken , fouten, nalatiirheden en booze neicrinfren uwer ziel proed leeren kennen en tot op den wortel uwer zonden doordringen, onderzoek dan dagdijls, alvorens u ter ruste te begeven, uw geweten. Het dagelijTcscJi onderzoek des srewetens hebben de Heili.Êfen ijverig beoefend en dringend annbevolen nis het krachtigste middel, niet alleen om de zonden te leeren kennen, maar ook om ze uit te roeien. Dat da-eelijkseb gewetensonderzoek is of algemeen of hijzonrfer. Het algemeen ffewetensonderzoek doet men dagelijks en bijzonder vóór de Biecht over alle fouten, die men door gedachten, woorden, werken en verzuim begaan heeft. Het hijsonder onderzoek, dat men daarmede verbindt, gaat meer over eene bepaalde zonde, vooral over die zonde, waarin men het meeste en gemakkelijkste vervalt, die daarom onze hoofdfout, ons hoofdgebrek genoemd wordt. Op die hoofdfout moet men bij het dagelijksch gewetens-onderzoek bijzonder letten , dat gebrek vooral trachten te verbeteren en zich daarover in den biechtstoel bijzonder aanklagen.

Wanneer gij dus, godminnende ziel, uw geweten onderzoekt, stel u dan levendig voorden geest, alsof gij op uw sterfbed laagt voor het aanschijn van den alwetenden Rechter; onderzoek dan, wat gij verkeerd en zondig gedacht, gesproken en gedaan hebt, en vraag u zelve ook af, waarom , waar, met wien, hoe diJcwerf gij iets gezondigd hebt. Doorloop oplettend de tien geboden Gods, de vijf geboden der H. Kerk, de zeven hoofdzonden, de negen vreemde zonden en de plichten van uwen staat.

-ocr page 46-

46

GEWETENSONDERZOEK

VOOR URN, DTK THKWRUF BIKCHTEN EN GOM Mü NIC ERKEN.

(NAAR LODEWIJK VAN GRENADA..)

Velen van hen, die zich ernstig op de godsvrucht toeleggen en gewoon zijn dikwerf te biechten, worden meermalen door gewetensangsten gekweld, wijl het hun niet zelden gebeurt, dat zij, na een nauwkeurig onderzoek des gewetens, nog niets weten te biechten. Daar zij nu van den eenen kant raeenen en ook in gemoede zich verzekerd houden, dat zij niet geheel vrij zijn van zonden, en toch van den anderen kant geene zonden of overtredingen in hun geweten vinden, worden zij beangst en ontsteld en meenen, dat zij misschien nooit eene goede biecht doen.

Twee gronden kan men hiervoor aangeven ; de eerste is, dat de mensch zich niet gemakkelijk leert kennen; want niet te vergeefs zegt de profeet: „ Wie erkent zijne overtredingen? Reinig mij. Heer, van mijne verborgene zonden.quot;Ps. 18. De tweede oorzaak is, dat de zonden der rechtvaardigen dikwerf niet zoo zeer zonden met de daad als wel zonden van verzuim zijn , die men dikwerf zeer moeielijk kan leeren kennen. Eene waarlijk godminnende ziel, die ernstig naar de volmaaktheid, naar nauwere vereeniging met haar Jesus streeft, zal zich lichtelijk wachten, om vrijwillig en met bewustzijn eene booze daad te bedrijven; maar daarentes-en zal het haar meermalen overkomen, dat zij verzuimt hare plichten te vervullen, of een goed werk, eene deugd te beoefenen. Juist deze zonden van verzuim ziet men niet zoo gemakkelijk in; vandaar dat zulke personen bij liet biechten dikwerf verward en beangst zijn, wijl zij niet weten, waarover zij zich te beschuldigen hebben. Voor dezen kan het volgend onderzoek dienen , waarin vooral zonden van verzuim vermeld worden.

-ocr page 47-

47

Vóór alles zullen zullen zij zich afvragen :

Heb ik mij voor de biecht behoorlijk voorbereid? Heb ik grooten ijver besteed in het dagelijksch onderzoek mijns gewetens? Heb ik werkelijk getracht, een hartelijk berouw over mijne zonden te verwekken ? Was mijn voornemen vasten oprecht? Beu ik met de meest mogelijke g-ods-vrocht ter H. Communie gegaan ? Heb ik voorde H. Communie de oefeningen van geloof, hoop en liefde, van ootmoed en verlangen met hartelijke godsvrucht verricht? Heb ik sedert mijne laatste biecht werkelijk getracht mijne goede voornemens in beoefening te brengen? Heb ik mijzelve moeite gegeven, om mij te beteren, om mijn hoofdgebrek te bestrijden?

Onderzoek u vervolgens over uwe plichten : 1. jegens God, 2. jegens u zeiven, 3. jegens uwe naasten.

Jegens God zijn wij verplicht de drie goddelijke deugden van geloof, lioop cn liefde met allen ijver te beoefenen. Vraag u dus :

1. In betrekking tot de liefde. Heb ik God van ganscber harte, uit geheel mijne ziel bemind, of misschien de schepselen , de ijdelheden der wereld, ijdele eer, mijn eigen zin meer bemind, hooger geschat en de voorkeur gegeven? Heb ik alles ter liefde Gods gedaan en verdragen !

2. In betrekking tot het geloof. Heb ik nit menschalijk opzicht mij in niets voor het geloof\', voor de deugd cn godsvrucht geschaamd? die, waar het te pas kwam, on-

-ocr page 48-

48

verschrokken verdedigd ? Hel) ik mij in alles naar den geest der Kerk gericht, voor haar heil gebeden , en naar en nit liet geloof ook geleefd? Hel) ik mijn liart bij God gehad of bij andere ijdele, dikwerf gevaarlijke en zondige dingen? Heb ik mijn hart dikwerf tot God verheven, vooral in gevaren en bekoringen en in vrome liefdezuchten en gebeden mij tot Hem gewend ?

S. In letrekking tot de hoop. Heb ik iu voorkomende kwellingen en angsten mijne toevlucht tot God genomen of mij_ aan kleinmoedigheid overgegeven? Heb ik 111 wederwaardigheden en lijden troost gezocht bij de menschen, in plaats van ze te zoeken bij God? Heb ik bij kwelling en vervolging-mij niet al te zeer aan droefgeestigheid overgegeven? Heb ik wel berust in den heiligen wil Gods?

4. In bdrekUng tot de goede meening. Heb ik eiken arbeid, elk werk met eene zuivere meening, alleen ter liefde Gods gedaan? Ot heb ik mijne werken slechts uit gewoonte, ol wijl het mij beviel, of om gezien en geprezen te worden, verricht ? Of heb ik daarbij mischien alleen tijdelijk voordeel beoogd?

-ocr page 49-

49

Heb ik ook aan de inspraken der goddelijke genade gehoor gegeven, en die opgevolgd? Of misschien slechts mijn eigen wil gevolgd en de stem der eigenliefde gehoor gegeven ? Heb ik de goede werken, waartoe de H. Geest mij aandreef, misschien uit vadzigheid, traagheid en gemakzucht verzuimd? Heb ik de wenken en vermaningen mijns biechtvaders stiptelijk opgevolgd? Heb ik zijn raad behartigd, of misschien zijn wil wederstreefd? Was ik dankbaar voor de weldaden en genadegaven Gods? Heb ik daaruit aanleiding genomen, om God nog ijveriger en trouwer te dienen?

Heb ik allen tegenspoed tevreden van Gods hand aangenomen en geduldig verdragen? Heb ik God voor die kruisjes bedankt? Heb ik mijne gebeden en overwegingen met eerbied en aandacht verricht? Hoe heb ik mij bij morgen- eu avondgebed, bij het H. Misoffer , bij de godsdienstoefeningen en \'t aan-hooren van Gods woord gedragen, daarbij anderen gesticht?

Jegens u zelven zijt gij verplicht uwe zintuigen, uwe zielskrachten en neigingen, naar den wil Gods te gebruiken en te regelen en uw vleesch onderworpen te maken aan den geest. Vraag u dus af :

-ocr page 50-

50

Heb ik mijn lichaam met behoorlijk e strengheid en boetvaardigheid behandeld ? Heb ik mij zelven in het eten en drinken, in het slapen en dergelijke zaken eenige afbreuk gedaan? Heb ik mijne oogen, mijne tong, mijne ooren wel beteugeld? Heb ik mijne verbeeldingskracht den vrijen loop gelaten? Zweefde ik misschien met mijne gedachten in allerlei ijdele, gevaarlijke dingen rond? Heb ik wel oogenblikkelijk weerstand geboden aan mijne booze neigingen en begeerten? Of misschien de bewegingen van het vleeseh toegegeven? Heb ik mij in ootmoed en zachtmoedigheid, in gehoorzaamheid en stilzwijgen en in gednld geoefend? Was ik niet eigenzinnig, norsch, wederspannig, stijfhoofdig en twistziek? Was ik toegeeflijk, vredelievend, goedaardig en barmhartig? Was ik niet afgunstig, achterdochtig? Had ik geen geheim genoegen in het leed van een ander? — Was ik in het gebed niet koud en onverschillig; in den arbeid niet traag en slordig en nalatig? Heb ik alle bevelen mijner oversten gewillig en trouw volbracht? Was ik dienstvaardig?

.tiof,ns dkn naaste is de Christen verplicht, hem lief te hebben als zich zelven. Vraag u dus af:

-ocr page 51-

51

Heb ik mijn evenraensch, wie hij ook ware, van sjansoher harte bemind? Was ik van hem niet afkeerig? Heb ik hem misschien ook haat of kwaden wil toegedragen ? Hem ik hem alle goed toegewenscht en gegund ? Of hem misschien benijd? Heb ik hem i\\i nood gaarne, met liefde geholpen? Heb ik deelgenomen iu zijn lijden en kwellingen en medelijden met hem gehad? Heb ik zieken bezocht, getroost, verpleegd en verkwikt? Heb ik voor mijn evenmensch ook gebeden? Zijne misstappen en zonden betreurd en gebeden voor zijne bekeering? Heb ik aan de armen gaarne iets medegedeeld? Ging ik gaarne met de armen en geringen om? Is mijne vriendschap oprecht, niet zinnelijk of zondig of baatzuchtig? Meen ik het van harte goed met alle menschen? Heb ik mijn evenmensch op zijne fouten oplettend gemaakt, of daarbij uit mensche-lijk opzicht gezwegen ? Heb ik een goed voorbeeld of misschien ergernis gegeven? Heb ik mijn naaste tot het goede opgewekt? Met hem geene ijdele, gevaarlijke gesprekken gevoerd? Heb ik zijne eer en goeden naam niet aangetast, maar verdedigd? Heb ik zijne fouten en gebreken bekend gemaakt, ongunstig en liefdeloos over hem geoordeeld, en over zijne gebreken misschien gesproken?

-ocr page 52-

52

Heb ik alle plichten van mijnen staat getrouw vervuld?

Na het onder/.oek (les gewetens tracht men een levendig berouw in zich op te wekken ; dit moet uit het hart voortkomen, uit de liefde tot God ontspringen en met haat en afkeer tegen de zonde verbonden zijn. Een waar berouw, eeue ware vermorzeling des harten wegens de zonden is echter in de eerste plaats eene gave Gods, even als de liefde, waaruit het voortspruit; daarom moet gij, godminnende ziel, den goeden God ijverig en vurig smeeken , om de genade van een hartelijk en innig berouw.

GEBED OM EEN WAAU BEROUW.

Mijn God en Vader! zie, met zonden beladen werp ik mij voor uw goddelijk aanschijn op de knieën neder, om uwe eindelooze barmhartigheid in te roepen en uit den diepsten grond mijns harten om vergiffenis voor mijne fouten, gebreken en misdaden te smeeken. Maar zal uwe barmhartigheid tot mij nog afdalen , mag ik nog hopen op vergiffenis? Ach! zoo dikwerf reeds heb ik uwe heilige geboden overtreden, zoo dikwerf reeds uwe liefde cn goedheid misbruikt, zoo dikwerf reeds uw heiligen wil wederstreefd en veracht! — Mei den grootsten ondank heb ik uwe goedheid vergolden. Nauwelijks had ik die troostvolle

-ocr page 53-

63

woorden gehoord: „ ga heen, uwe zonden zijn u vergevenof ik dacht niet meer aan die liefdevolle barmhartigheid en heb andermaal gezondigd en uwe eeuwige goedheid beleedigd. Neen, zoo innig, zoo hartelijk heb ik mijne zonden en misdaden niet betreurd en verfoeid, als uwe gerechtigheid dit vorderde. Ik was niet doordrongen van leedgevoel en smart over mijne lichtzinnigheid en boosheid, waarmede ik zonde op zonde stapelde; ik was niet vaste-lijk besloten voor immer met de zonde te breken en ü alleen, mijn hoogste goed, van ganscher harte te beminnen. Helaas! ook nu is mijn hart nog kouden gevoelloos! Ik erken wel, dat ik gezondigd, dikwerf en veel gezondigd , dat ik ü, de hoogste en beminlijkste Majesteit, veracht, bedroefd, vertoornd heb; ik erken wel, dat ik verdiend heb van U ver-stooten te worden, en toch is mijn hart nog niet verteederd, niet gevoelig getroffen, niet met smart en bitterheid en droefheid vervuld. Ach, besteder Vaderen! ontferm U dus mijner, heb medelijden met de ellende van uw zwak en ellendig kind, verteeder en vermorzel mijn ongevoelig hart, om het van innig leedgevoel, van waarachtig berouw over mijne zonden te doordringen. Verleen mij die smart, die droefheid des harten, die aan uwe goddelijke liefde ontspruit, welke gij weleer aan Petrus, aan Magdalena, aan den ootmoedigen tollenaar in

-ocr page 54-

54

den Tempel verleend hebt. Van U toch, barmhartige Vader! komen alle goede gaven, en Gij weigert die aan niemand, die er ootmoedig , vertrouwvol om vraagt. O verteeder dus mijn hart, laathet van waarachtig berouw, van bittere droefheid over zijne misdaden wegsmelten , van haat en afschuw tegen de zonde en van de teederste liefde jegens U ontstoken worden, opdat ik de vergiffenis, die Gij aan alle rouwmoedige zondaren beloofd hebt, door warme liefdetranen waardig worde. Amen.

OEFENING VAN BEROUW.

DOOB OVEBWEGING VAN \'SHEEREN LIJDEN.

Ach, mijn Jesus, Koning der Koningen en Heer der heerscharen! als een misdadiger staat Gij geboeid voor een heidensch landvoogd cn laat Gij U vonnissen. Gij, de reinste en onschuldigste voor de schuldigen!! Ik moest uwe plaats innemen, ik geboeid voor de rechtbank staan, want ik heb gezondigd, ik heb uwe heilige geboden overtreden, ik was oproerig tegen uwe opperste Majesteit, ik heb den dood verdiend!! — Aoh, mijn Jesus! hoever heeft uwe liefde voor mij U vervoerd! Ik moest veroordeeld worden, en Gij naam; mijne schuld en mijn vonnis op U. Ontferm

-ocr page 55-

65

U mijner en vergeef mij al mijne misdaden. Uit het diepste mijner ziel grieft het mij, innig doet het mij leed, uw hemelschen Vader zoo dikwerf, zoo bitter bedroefd te hebben.

Lieve Jesus! een zwaar kruis legt men U op de schouderen, en met dat kruis neemt Gij den ontzettend zwaren last der zonden van de gansehe wereld, ook mijne zonden op U. Met touwen gebonden, als een goddeloos boosdoener sleept men ü naar de strafplaats. Als een lam , dat men ter slachtbank voert, legt Gij dien smartvollen weg af; Gij wankelt en siddert en valt eindelijk onder het kruishout plat ter aarde neder. Helaas! het zijn mijne zonden, mijne vele en zware overtredingen, die U ten gronde werpen. En Gij valt, mijn Jesus! Gij lijdt die verschrikkelijke pijn, om mij van den val op te heffen ; ach! vergiffenis en ontferming ovor mijne zoo dikwerf herhaalde zonden. Helaas! hoe dikwerf heb ik ze reeds gebiecht, hoe dikwerf ze reeds betreurd en telkens ben ik weder hervallen. Zóó groot was mijne onvergeeflijke lichtzinnigheid , zóó spoedig vergat ik de heiligste voornemens, de plechtigste beloften ! Wat straffen zouden over mij reeds gekomen zijn , zoo Gij in uwe eindelooze barmhartigheid ü over mij niet ontfermd hadt! Ach! vergeef mij dan mijne onbegrijpelijke lichtzinnigheid, versterk mij in den strijd; met berouw en

-ocr page 56-

56

leedwezen werp ik mij voor uwe voeten neder en bid U vurig, help mij om van den val op te staan, U na te volgen en mij nimmermeer van U te scheiden. Ach, mijn Jesus! hoe vreeselijk verscheurd , met stof en bloed bedekt zijt Gij op den Calvarieberg aangekomen ! Zelfs de gedaante van een mensch hebt Gij verloren, en nog laten die beulsknechten U niet met rust. Zij scheuren U de kleederen van het lichaam, rukken al uwe wonden weêr open, werpen U op het kruis neder, om U daaraan te nagelen. Als een lam, zacht en zwijgend duldt Gij die marteling. Zelf strekt Gij uwe handen en voeten uit, om U voor mij te offeren. Ach! daar slaan zij die wreede nagels door uwe teedere handen en voeten. O, afgrijselijke foltering, ontzettend martelaarschap! En toch klaagt Gij niet, neen. Gij bidt en bidt voor mij, armen zondaar! Helaas , mijn Jesus! ik ongelukkige! ik zelf heb U aan dat kruis gehecht. Mijne zonden waren de nagelen, die uwe heilige handen en voeten doorboorden. O, vergeef mij toch mijne verregaande boosheid. Met diepe droefheid betreur ik mijne zonden. Ach ! om die teedere liefde, waarmede Gij de smarten der kruisiging voor mij verdragen hebt, vergeef mij mijne zonden, die ik beween, die ik verfoei eu verafschuw en nimmermeer wil bedrijven.

Allerbeminnelijkste Jesus! ik zieli pijnlijk

-ocr page 57-

57

uitgestrekt aan het kruis hangen. Wat bloeden uwe smartelijke wonden! Wat is uw aangezicht verbleekt, geheel uw lichaam verscheurd , wat zijt Gij een man van smarten, verzonken in eene zee van lijden! En al die pijn en al dat lijden heb ik door mijne misdaden veroorzaakt.... Ach, vergeef mij, lieve Jesus! zooals Gij den goeden moordenaar vergeven hebt, zooals Gij de boetvaardige Mag-dalena weêr in genade hebt aangenomen. O, ter liefde uwer bedroefde Moeder, die van lijden en smart doorboord onder uw kruis staat en die GÖ zoo teeder lief hebt, delg al mijne misdaden uit, verzoen mij met uw hemelschen Vader en geef mij de genade, dat ik mij weder zijn kind mag noemen, en zijn kind mag zijn en blijven in eeuwigheid. Amen.

OEFKNIKG VAN BEROUW UIT WARE LIEFDE.

O goedertieren en barmhartige Vader in den Hemel! hoeonuitsprceklijk groot is uwe liefde jegens mij, nietig schepsel! In weerwil van alle lichtzinnigheid, waarmede ik uwe goedheid en liefde heb uit het oog verloren ; in weerwil van alle boosheid, waarmede ik uwe zoo nuttige en heilige geboden heb overtreden ; in weerwil van alle verachting, waarmede ik uwe genaden verkwist heb, hebt Gij

-ocr page 58-

58

toch niet opgehouden mij liet\'te hebbenen mij met alle soorten van weldaden te overladen! Aan U, o Alwetende, is het bekend, hoe dikwerf ik U reeds beleedigde door mijne zonden, ontelbaar misschien als de zandkorrels aan den oever der zee. O! hoe menigmaal heb ik U reeds beloofd, niet meer te zullen zondigen en uw heiligen wil naauwgezet te vervullen, en zie, na weinige dagen bedreef ik al weder de oude zonden. Hoe dikwerf heb ik in den biechtstoel mijne gebreken en zonden rouwmoedig beleden, met den vasten wil van ze niet meer te bedrijven; maar hoe kort duurde het, of onachtzaam en lichtzinnig vergat ik weder mijne voornemens en uwe barmhartigheid, waarmede Gij mij zoo liefdevol hadt vergeven. — De verloren zoon verliet zijn vader niet meer, de arme tollenaar bleef na zijne bekeering getrouw, de zondares Magdalena volhardde in uwe genade; maar ik, ik heb U weêr vergeten, mijn woord weer gebroken, uw heiligen wil weêr versmaad en aan de verleiding der wereld en van mijne booze neigingen weêr gehoor gegeven ! — Ach! wien zal ik van deze boosheid de schuld geven? Wien anders dan mij zeiven , mijne lichtzinnigheid, onachtzaamheid, lauwheid en hoogmoed! O, mijn God en Heer! treed metmij niet in\'t gerecht; hoe zou ik dan voor U kunnen bestaan ? Zie, met de grootste

-ocr page 59-

5S

schaamte, met het diepste leedwezen over mijne ondankbaarheiden boosheid werp ik mij voor uwe voeten neder enbelijdemijne schuld. Ja, uit het diepste mijner ziel betreur ik al mijne zonden, niet uit vrees voor uwe gerechte straffen, maar alleen uit liefde, zuivere liefde tot U, mijn God, die het hoogste, het opperste goed , die alleen alle liefde waardig zijt. Ach, lieve Vader! vergeef mij dan, ter liefde van Jesus, uwen Zoon , al mijne zonden en mijne ondankbaarheid, en schenk mij uwe liefde en genade weder. Ik beloof U met mond en hart, ü van nu af getrouw te dienen, zorgvuldig over mij zeiven en mijne zinnen te waken, elke gelegenheid, elke aanleiding tot zonde te vluchten, mijne booze neigingen tc onderdrukken en de zonde als het grootste kwaad te verfoeien en te vermijden. — Geef mij slechts, lieve Vader, uwe genade om dit te vermogen, sta mij bij in den strijd en voer en leid mij op uwe wegen. Ik ben zwak, hulpeloos en ellendig; zonder uwe alvermogende hulp zou ik weder vallen. Verlaat mij dus niet, steun en geleid mij met uwe machtige hand, opdat ik in uwe liefde en genade tot het einde toe volharde. Amen.

quot;Wanneer gij u naar den biechtstoel begeeft, stel u dan in den jeest voor, alsof gij u met de boetvaardige Mag-dalena voor Jesus voeten nederwierpt om uwe zonden, oven als zij, te beweenen en te belijden : of wel, alsof fii als eep melaatscbevoor Jesus stondt, Hemsraeelcende

-ocr page 60-

60

om u te reinigen, of wel verbeeld u met den verloren zoon voor de voeten zijns vaders te knielen of met Magdalena den voet van liet kruis te omvatten, opdat het bloed des Heilands op u nederdruppele, en verzucht dan gedurende die korte overweging:

O Jesus, Davids Zoon, ontferm U mijner!

Jcsus! reinig mijne ziel van de melaatsch-heid der zonde. O Jesus! laat slechts een enkel druppeltje van uw allerheiligst bloed neervallen op mijne ziel, cn zij zal van alle zondesmet gezuiverd worden. Lieve Vader! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U! ach, vergeef mij al mijne zonden! O Jesus ! laat mij die troostvolle woorden hoo-ren : „ Ik wil, H ord gereinigd Iquot; — „ Ga heen, uwe zonden zijn u vergeven!quot; —

gebëdën m de biecht.

DANKZEGGING VOOR UB VKIIGIFFKNIS DEK ZON ü EN.

O God en Heer! hoe goed zijt Gij, hoe groot is uwe barmhartigheid, hoe grenzeloos uwe liefde! Wegens de lichtzinnigheid, waarmede ik uwe heilige geboden overtrad, had ik verdiend van U verstooten te worden, en Gij neemt mij weder op als mv kind. Ik had verdiend in de banden der zonden, waarin ik mij vrijwillig verstrikt had, te blijven liggen , en vol goedheid en medelijden hebt Gij

-ocr page 61-

61

die banden verbroken. Ik bad verdiend ,als die tronwlooze knecht, wegens mijne overgroote schuld in den kerker geworpen te worden , cn Gij scheldt mij die schidd kwijt. Ik heb mijne ziel bezoedeld , het kleed der heiligma-kende genade besmeurd, en Gij wascht en reinigt haar in het bloed uws goddelijken Zoons. — O ! wat zijt Gij eindeloos goed, onbegrijpelijk barmhartig jegens dearme zondaren! Wat wondervolle genade hebt Gij mij weder bewezen ! Hoe kan, hoe zal ik U danken en loven voor zoo groote ontferming en medelijdende liefde! Met de woorden vau den boetvaardigen David roep ik uit: loof, mijne zk\'l, den Heer, en alles wat iw mij is, loof zijn heiligen Naam. Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet al zijne weldaden niet, want Hij heeft al uwe zwakheden genezen, Hij heeft uw leven van den ondergang gered en u met genade en barmhartigheid gekroond. Hij heeft n niet behandeld naar uwe zonden en u niet vergolden naar uwe misdaden! Looft den Heer, al zijne Engelen, looft Hem ai zijne machten, looft hem al zijne werken; op alle plaatsen zijner heerschappij, loof, mijne ziel, den Heer! — Ja, ik wil niet ophouden (J te loven, o mijn God! nooit zal het gevoel van dankbaarheid verflauwen in mijne ziel voor alle genaden , welke Gij in het H. Sacrament der Biecht mii hebt bewezen.

-ocr page 62-

O Maria, mijne allerliefste en gezegende Moeder! zeg gij voor mij den goeden Goddank voor zijne groote barmhartigheid , waarmede Hij mij weer in liefde en genade heeft aangenomen. Mijn heilige Engelbewaarder,-mijne heilige Patronen en alle Heiligen des Hemels : looft en prijst den Heer en zijne eindelooze liefde in alle eeuwigheid. Amen.

GEBED VOOR HET VOLBIIENGEN DER BOETE

Met onbegrijpelijke liefde hebt Gij, o lieve Jesus! mijne ziel in uw allerheiligst bloed weêr afgewassehen en uwe oneindige verdiensten in de weegschaal der goddelijke gerechtigheid gelegd en de schuld en de eeuwige straf mij kwijt ge-eholden, die ik voor mijne zonden reeds lang heb verdiend. Ja, ik gevoel het in het binnenste mijner ziel, mijne zonden zijn mij vergeven; ik mag mij weder een kind van God noemen. Maar ook weet ik, dat ik, zooveel ik vermag, boeten moet voor mijne misstappen , dat ik der goddelijke gerechtigheid voldoening moet geven voor mijne zonden; want ik heb straffen verdiend voor mijneboosheid en ondankbaarheid. Maar hoe kan , hoe zal ik atboeten, wat ik misdreven heb; wat zal ik doen , om eenigermate de schuld te betalen , die ik op mijne ziel heb geladen, om weêr goed te maken, wat ik der goddelijke liefde heb aangedaan? Ach, lieve

-ocr page 63-

63

Josus! ik ben zwak, ellendig en arm , ik kan niet volledig af\'boeten wat ik misdaan heb. Gaarne wil ik de boete volbrengen, welke de priester in den naam der H. Kerk mij beeft opgelegd ; maar ik heb veel grooter straffen verdiend .Vergoed Gij dus, goedertieren Jesus! wat mijne zwakheid niet vermag. Gedoog, dat ik al de kostbare, oneindige verdiensten, die Gij door uw leven, lijden en sterven verworven hebt, en alle verdiensten van uwe allerheiligste Moeder en van alle Heiligen, al de boetwerken van alle heilige boetelingen, van Adam af tot nu toe, aan uw bemelsehen Vader opolïeretot voldoening voor mijnezon-den. In vereeniging met deze oneindige voldoening en met alle goede werken, die ooit in uwe H. Kerk verricht zijn , wil ik nu met vermorzeld harte mijne boete volbrengen en zooveel ik vermag niet nalaten, de zonden in mij te straffen. Neem, n Jesus! dit verlangen mijns harten genadig aan, en verleen mij de genade om immer in den geest van boetvaardigheid te leven tot aan mijnen dooii. Amen.

Volbreng nu nauwkeurig en aandachtig de opgelegde boete en verzuim niet,zoo de priester u dagelijks eenige boete mocht hebben voorgeschreven, die getrouw te vervullen.

VERNIEUWING VAN IIKT GOEDE VOORNEMEN.

O , mjjn Heer en miin God ! zoo dikwerf\'

-ocr page 64-

64

reeds heb ik beloofd niet meer te zondigen , zoo dikwerf reeds liet voornemen gemaakt, om liever te sterven, dan U ooit tveêr te belee-digen; zoo dikwerf reeds mij vastelijk voorgenomen , om mij tot de volgende bieeht gelieel zuiver te houden van elke vrijwillige zonde. Maar nog altijd lieb ik mij door mijne kwade neigingen eu de gelegenheden laten medeslepen en ben weder in de oude zouden hervallen. Toch wil ik nu, o mijn God! U weer oprecht en vastelijk beloven, U, met onwrikbare trouw te dienen , uwe liefde niet meer te vergeten en elke overtreding van uwe heilige. geboden zorgvuldig te vermijden. In uwe heilige tegenwoordigheid maak ik het vaste besluit, om liever te sterven dan met opzet eene enkele zonde te bedrijven. Ik wil elke aanleiding tot zoude, elke gelegenheid, die mij tot hiertoe tot zonde braeht, zorgvuldig vermijden , met allen ijver over mijne zinnen en neigingen waken en vurig bidden, om in de bekoring niet tc bezvvij ken. — Maar, mijn God en Heer! ik weet hoe zwak en onstandvastig ik ben, daarom vrees ik , dat ik weêr vallen zal, zoo Gij , algoede God, U over mij niet ontfermt en mij door uwe genade voor den val niet bewaart. Daarom bid ik U, teedere liefdevolle Vader! met al den gloed mijns harten , kom mij met uwe. goddelijke genade te hulp en sta mij bij in het uur der bekoring.

-ocr page 65-

65

Bestraal mij met uw goddelijk licht, opdat ik de aanlokselen van satan erkenne; versterk mij, wanneer zwakheid en moedeloosheid mij overvallen, beur mij op, wanneer ik struikel; geef mij een levendigen haat en afkeer van elke zonde en ontsteek in mij het vuur uwer goddelijke liefde, opdat ik ijverig aan mijne verbetering arbeide en niet op-houde vóór dat ik met uwe genade de volledige zegepraal verworven heb.

O allerliefste, gezegende Moeder Maria ! ook tot u wendt zieh uw arm en zwak kind en smeekt u vurig om uwe voorbede en hulp. Gij zijt immers mijne lieve Moeder en kunt toch niet toelaten, dat ik weêr het ongeluk zou hebben van in zonden te vallen en uw goddelijken Zoon op nieuw te kruisigen. O, verberg mij dus onder den mantel uwer moederlijke bescherming en bewaar mij voor het grootste kwaad, de zonde. Ik zal niet nalaten bij elke bekoring tot u mijne toevlucht te nemen, zoo als een kind bij elk gevaar zijne moeder te hulpe roept. Verleen mij dus uwe moederlijke bescherming en sta mij bij in den strijd. — O, Heiligen Gods , gij vooral mijne Beschermheiligen en mijn Engelbewaarder : bidt voor mij om de genade van trouw en volharding ten einde toe, opdat ik eenmaal in uw gezelschap wonen en met u in den Hemel, ver van

-ocr page 66-

66

alle zonde, Gods heerlijke Majesteit aanschouwen , loven cn prijzen moge in alle eeuwigheid. Amen.

VERNIEUWING DEK DOOPBELOFTEN.

Goddelijke Heiland, Jesus Christus! de liefde, waarmede Gij mij, armen zondaar, weder in genade hebt aangenomen, geeft mij den moed, om het verbond weder te vernieuwen, hetwelk Gij met mij en ik met U bij het H. Doopsel gesloten, maar dat ik helaas! zoo dikwerf gesehonden en verbroken heb. Gij hebt, o God, uwe belofte trouw vervuld , Gij hebt mij altijd bemind , mij geroepen , als ik mij van U verwijderde, aan mijn hart geklopt, als ik het wilde sluiten voor uwe goddelijke genade, en mij nimmer verlaten. Maar hoe trouwloos heb ik ondankbare met U gehandeld! Ik ben over-geloopen naar uw vijand en tegen U in opstand gekomen, en toeh hebt Gij U van mij niet afgekeerd eu mij in den afgrond , dien de zonde voor mij opende, niet laten vallen. Nu zie ik mijne boosheid , mijne ondankbaarheid en mijne trouwloosheid in en erken ik de ellende, waarin ik verviel, toen ik mij van U verwijderde. En in deze erkenning ijl ik tot U terug, tot U , bij wien alleen ware vrede, ware rust en zaligheid te

-ocr page 67-

67

vinden is. — Vastelijk geloof ik alles, wat Gij geopenbaard hebt en uwe H. Kerk mij te gelooven voorstelt. Ik geloot, dat Gij, Zoon van den levenden God., in den tijd zijt menseli geworden en aan liet kruis gestorven , om mij te verlossen en zalig te maken. Ik geloof eene heilige Katholieke Kerk, gemeenschap der Heiligen, vergiffenis der zonden, verrijzenis des vleesehes en het eeuwig leven. Ik verzaak den duivel met al zijne werken en al zijne hoovaardij. Ik verzaak de wereld met al hare ijdelheid en vergankelijke lust. Ik verzaak alles, wat zonde is en tot zonde voert. Ik offer U op en wijd aan U toe, o mijn God, mijn lichaam en ziel, vrijheid en wil, alles wat ik ben en wat ik heb. Ik zweer U trouw tot aan den dood. Geef mij dus, lieve .Tesus, krachten sterkte, om mijne belofte te houden en in tijd en eeuwigheid van uwe liefde niet moer af te wijken. Amen.

-ocr page 68-

OEFENINGEN OP DEN DAG DER H. COMMUNIE.

VOORBEREIDING.

Indien men noodzakelijk bekennen moet, zegt de H. Kerkvergadering vanTrente, dat er op aarde geen heiliger , geen goddelijker werk geschiedt, dan het H. Misoffer

— en voor den leek dus, dan de 11. Communie, waardoor hij op de innigste wijze aan dat H.Offer deelneemt,

— dan volgt daaruit middagklaar, dat men al de zorg en al den ijver, waartoe men in staat is , moet aanwenden om die handeling met de grootste zuiverheid des harten en met de volmaaktste zoowel in- als uitwendige godsvrucht, die maar mogelijk is, te verrichten. Genoeg ten bewijze, dat hier eene ernstige voorbereiding allernoodzakelijkst is, en geene voorbereiding is beter dan die, waarvan Jesus zelf ons het voorbeeld gat\'. Geheel het leven toch van onzen goddelijken Zaligmaker was slechts eene onafgebrokene voorbereiding voor zijn H. Offer. Daarmede hield zijn geest en zijn hart zich zonder ophouden bezig. Desiderio desideravi hoe pascha manduca-re vohiscum, brandend heb ik verlangd dit paaschlam met ii te eten. Geheel ons leven, onze gebeden, ons gewetensonderzoek , onze goede werken, vasten, aalmoezen, liefdediensten, alles moeten wij in betrekking brengen, alles doen dienen tot voorbereiding voor de H. Communie,

lleeds daags te voren moeten wij vol zijn van het geluk, dat ons den volgenden dag wacht; reeds daags te voren inslapen met die zoete gedachte : Morgen weêr zal ik aanzitten aan de tafel mn den grooien Koning 1)\'s morgens terstond bij ons ontwaken moeten wij elke

1) Gras etiam cum regft pranannii §um. Esth. 5, 12.

-ocr page 69-

fi9

gedachte, die vreemd is aim de H. Communie van ons verwijderen, om met den psalmist uit te roepen: O God, mijn God! voor TT waak ik hij het eerste daglicht; 1) en vervolgens een vuriy verlangen naar vereeniprin^ met Jesus den geliefde onzesliarten in ons opwecken. — Be dair der H. Communie moet ons een feestdag onzer zielen zijn. Jesus, de liooeste Koning wil haar bezoeken en met den rijkdom zijner liefde begunstigen. Wijden wij Hem daarom de eerste gevoelens van ons hart toe; roepen wij met den proleet uit; a Vit is de daq, dien de Heer gemaakt heeftde dag, waarop mijne ziel bruiloft viert met bet Lam Gods. — Kleedeu wij ons in de grootste zedigheid, om ons vervolgens op de knieën neêr te werpen, ons voorstellende, als lagen wij vóór bet H. Tabernakel, om met ootmoed en liefde ons morgengebed te bidden.

MOEGENGEBED.

O mijn Heer en rtiijn God! mijn liclit en mijn heil! met liet eerste daglicht wnak ik voor U! — Naar TJ dorst mijne ziel; naar TT, o, eeuwige schoonheid en goedheid,verlangt mijn hart. Stijge, dierbare Verlosser! van den vroegen morgen mijn gebed tot TJ op. Lof, dank. zegen en verheerlijking zij TJ, zoete Jesus! toegebracht voor de groote liel\'de, waarmede Gij mij dezen nachtzoo goedgunstig bewaard en beschermd hebt. Thans is de zalige dag voor mij aangebroken , waarop mij de hoogste genade zal den deel vallen, waarop mijn Koning en Heer, mijn Redder en Verlosser bij mij ziju intrek nemen , waarop Hij

1) Deus, Deus meus, ad te de luce vigilo. Ps. 6, 2,

-ocr page 70-

70

mijne arme, ziel met zijn allerheiligst vleescb en bloed spijzen wil ten eeuwigen leven. O zoetste Jesns! welk een gelukkigen, welk een zaligen dag laat Gij heden voor mij aanbreken ; hoe kan ik U voor deze gave genoegzaam danken, hoe U daarvoor loven en prijzen ? Ach! hoe gaarne zou ik ü, mijn Heer en mijn God, daarvoor eenig offer tot teeken mijner dankbaarheid en liefde aanbieden ; maar wat heb ik, dat ik van U niet heb ontvangen ? Zie, al wat ik ben en wat ik heb is het uwe. Mijn lichaam, mijn leven, mijne ziel is uw werk ; iedere ademtocht komt van U. Gij hebt mij geschapen, Gij onderhoudt mij , Gij hebt mij voor den duren prijs van uw kostbaar bloed vrijgekocht; ik ben uw eigendom. Wat zal ik U dan aanbieden ?

Maar Gij hebt mij een hart gegeven, dat U kan liefhebben; dat hart is eene gave van U; dat hart verlangt Gij van mij. Zie , dat wijd ik U ten offer. Neem het aan tot uw voortdurend eigendom, en ontvlam het door het vuur uwer liefde, opdat het niets anders meer beminne danü alleen, nergens anders meer vreugde en rust in zoeke dan in ü alleen , en naar niets anders meer hake en ver-lange, dan naar U alleen. Elke klopping van dat hart, elke beweging en aandoening zij U gewijd. O trek dit hart geheel tot U, maak het ééu met uw allerheiligst Hart en deel het

-ocr page 71-

71

al die genaden mede, die liet noodig heeft, om die deugden te beoefenen en die goede werken te verrichten, welke aan uw hemel-schen Vader zoo welbehajfelijk zijn !

Dezen blijden en gelukkigen (lag, waarop Gij in onuitsprekelijke goedheid tot mij , arm schepsel, wilt afdalen, om mij te bezoeken, dien zaligen dag wijd ik geheel aan uwe verheerlijking. Met mijn hart offer ik U al mijne gedachten, woordenen werken, al mijne gebeden en godsvruchtoefeniugen ; ik neem mij vastelijk voor, om elke neiging tot zonde te onderdrukken, aan elke bekoring tot kwaad te wederstaan, en ieder oogenblik van dezen dag door de. herinnering aan U, mijn Jesus! cn aan uwe liefde te heiligen. —

Verleen mij slechts eene hartelijke, vurige godsvrucht bij al mijne gebeden en overwegingen ; bewaar mij voor elke verstrooiing en laat niet toe, dat ik U door de geringste zonde bedroeve. Geef mij een levendig geloof aan U en uw heilig woord, een innig vertrouwen op uwen bijstand, eene teedere innige, kinderlijke liefde. Ja, zoo Gij, goedertieren Jesus! mij deze genade verleent, dan hoop ik, dat de dag van heden de gelukkigste mijns levens en eenmaal mijne vreugde en mijn troost op mijn sterfbed zijn zal. Amen.

-ocr page 72-

AANROKTING DER ALLRIUIli]MGSTH MAAGD MA11IA.

Wees op den dag van heden geg\'roet, duizendmaal gegroet, o allerreinste Maagd en Moeder Gods Maria. Van n toch heeft Hij, ilie het heil mijner ziel is, het menschelijk vleesch aangenomen en deze nw goddelijke, inniggeliefde Zoon wil met zijn allerheiligst vleesch en bloed heden mijne ziel spijzen ten eeuwigen leven. O wees duizendmaal geloofd en geprezen voor het woord, dat gij gesproken hebt, toen de Engel u de boodschap bracht, dat gij den Zoon Gods van den 11. Geest zondt ontvangen. O mocht ik ook een zoo zuiver, rein en onbevlekt hart hebben als gij, om uw allerheiligsten Zoon daarin zoo waardig op te nemen, als gij er Hem in ontvangen hebt. Helaas! ik voel mij zeiven zoo vol ellende en vlekken en niet waardig, om uw goddelijken Zoon in zijn H. Tabernakel te groeten, veel minder om zelf heden eene woning voor Hem te worden. O allerheiligste Moeder! ik bid u uit het binnenste mijns harten, smeek voor mij bij uw goddelijken Zoon, dat Hij niet lette op mijne onwaardigheid , maar op zijne eigene grenzolooze liefde, die Hem beweegt bij een arm mon-schenkind zijn intrek te nemen. Deel mij, lietdevolle Moeder iets mede van de iietüe

-ocr page 73-

73

van uw lioilig liart, en bid voor mij dien geest van godsvrucht, van vermorzeling en ootmoed af, waarmede Gods lieve Heiligen tot de tafel uws goddelijken Zoons naderen, om Hem in hunne liarten te ontvangen. O allergezegend-ste Moeder ! neem mij dezen geheelen dag onder uwe bijzondere bescherming, opdat ik de groote en kostbare genade, die mij heden zal ten deele vallen, onverlet beware , uw goddelijken Zoon, mijn lieven Jesusdoor geene enkele zonde bedroeve, maar in liefde met Hem vereenigd blijve in eeuwigheid. Amen.

GEBED TOT ONZEN BESCHERMHEILIGE EN ONZEN ENGELBEWAARDER.

O mijn heilige Patroon (N.), die door dien goeden Vader in den Hemel mij tot een voorbeeld en bijzondere Beschermer gegeven zijt; ik zal dan heden naderen tot dien hemelschen maaltijd, waaraan ook gij gedurende uw aardsche leven zoo dikwerf met innige liefde hebt aangezeten, waar ook gij de krachten geput hebt, om de wereld en de zonde te overwinnen en een Heilige des Hemels te worden. O smeek dan voor mij bij den troon Gods om de genade, dat ik met de vurigste liefde, met de innigste godsvrucht, met den diepsten ootmoed en het hartelijkst yertroiiwen tot df tafel des Heeren nadere en waardig Dengene

4

-ocr page 74-

74

ontvangt;, dien mijne ziel liefheeft. Bewaar mij, door mve voorbede, vooralle verstrooiing eu lauwheid bij de H. Communie en help mij, om dezen dag Godc zeerwelbehagelijk door te brengen.— Mijn heilige Engelbewaarder! gij aanschouwt in den Hemel met de ontelbare schare van Hemelgeesten het aanschijn van Hem, die heden tot mij wil komen en zijne •woonstede bij mij nemen. Smeek voor mij de genade af, dat ik zonder eenigen twijfel onwrikbaar geloove, wat gij inden Hemel het geluk hebt te zien en help mij, dat geene bekoring van den boozen vijand mij schade , dat mijne ziel zuiver en rein blijve van alle zondesmetten, opdat Jesns er zijn welbehagen in vinde, wanneer Hij haar komt bezoeken en met zijn heilig vleesch en bloed komt spijzen ten eeuwigen leven. Amen.

LIEFDE VERZUCHT IN GEN op den weg naar de kerk.

Geloofd, gezegend en verheerlijkt zij nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen het allerheiligst Sacrament des Altaars!

O Jesus! hoe onuitsprekelijk groot is uwe liefde en hoe weinig bemin ik U nog 1

O .lesns! zonder tl kan ik niet leven; ik ijl tot U, bron des levens, als een dorstige naar de waterbron.

-ocr page 75-

75

Jesus, mijn Jesus! ach, ik verlang U van ganscher harte lief te hebben; o, ik verlang U te beminnen met den liefdegloed der Engelen.

0, mijn God, mijn lieve Jesus! welk eene groote genade wilt Gij mij heden bewijzen, en hoe weinig ben ik die waard! Gij wilt mij heden komen bezoeken, Gij, de Heer van hemel en aarde; wie had het kunnen gelooven ?

Zie. ik ben niets; ik ben arm en ellendig ; maar toch kan ik U beminnen, en beminnen wil ik U; ja, ik bemin U, ik bemin U uit geheel mijne ziel; mijne ziel verlangt naarü !

Mijne ziel, het uur is daar, waarop uw Bruidegom komt, om zich met U te veree-nigen. Sta op, ijl hem te gemoet op de vleugelen der liefde.

O Jesus! mijn hart is zoo koud, ontvlam het door het vuur uwer goddelijke liefde.

O Jesus! mijn hart is woest en ledig, vervul en versier het met uwe hemelsche deugden.

O Jesus! Gij roept ons toe : Komt tot mij, die belast en beladen zijt; zie ik .kom, om verkwikking en rust bij U te vinden.

O mijne ziel, verheug u en jubel van vreugde! zie, uw koning komt tot u vol zachtmoedigheid, vol liefde, rijk aan alle genaden, en Hij wil de uwe worden; hoe gelukkig, hoe zalig zult gij dan zijn!

Mijü geliefde Jesus I miju hart verlangt één

-ocr page 76-

7fi

met U te worden. Buiten U is er geen troost; Gij zijt de zoetste lafenis mijner ziel; hoe getroost en gelukkig zal ik zijn, als ik U heb ontvangen! Heads nu omhels ik U met de armen der liefde en druk ik U aan mijn hart. Wees duizendmaal gegroet!

O mijn H. Engelbewaarder! gij gaat mij ter zijde en treedt met mij binnen in het huis des Heeren; o help mij Jesus, dien gij aanschouwt, recht teeder liefhebben ; help mij als ik bid , opdat ik de oneindige liefde mijns Verlossers, zijne goedheid, zijne erbarming, zijne vernedering en goedgunstigheid jegens mij in eerbiedige stilte, maar met gloeiende godsvrucht overwege, bewon-dere en prijze. Amen.

BIJ HET BINNENTREDEN DER KERK.

Ziedaar de woning van den Heer der heerscharen; hoe lieflijk. Heer! is uwe woning , waar Gij op een troon van liefde zetelt, waar Gij, lieve Jesus! met godheid en mensch-heid, met vleesch en bloed wezenlijk, waarlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt!

O God! wat zijt Gij goed, wat zijt Gij zoet! Gij wijst niemand van U af, zelfs den armen zondaar, zelts mij niet.

Maar, mijn God! ben ik dan waardig voor ü te verschijnen? De heilige Engelen zweven knielend om uw H. Tabernakel en bedekken

-ocr page 77-

77

uit eerbied voor uwe Majesteit hun aangezicht, en ik, wat zal ik doen? Mij verootmoedigen , nederknielen, bewonderen, aanbidden en beminnen.

Zie, ik sta hier als de arme tollenaar in den Tempel; ik durf\' mijne oogen tot U niet opheffen. Ach, ontferm IJ mijner en wees mij genadig.

Ach, mijn Heer en God! in den diepsten ootmoed aanbid ik U; ja, lieve Jesus! Gij zijt mijn Heer en mijn God, Gij zijt mij alles.

Voor uw aanschijn, innig Geliefde, moeten Hemel en aarde, en al hunne pracht en heerlijkheid zwijgen; want wat zij ook schoons en lieflijks bezitten, dat komt van U, en haalt niet bij de heerlijkheid van uwen Naam. Gij zijt de bron der schoonheid, Gij zijt de bron der waarheid, der goedheid en der barmhartigheid, Gij wiens wijsheid zonder tal en wiens heerlijkheid en zaligheid zonder maat is!

GEBEDEN OUDER DE H. MISSE,

TEE VOORBEREIDING VOOR DE H. COMMUNIE.

Stel u voor, godminnende ziel, alsof de goddelijke Heiland met zijn van liefde vlammend harte voor u stond en met u sprak. Smeek Hem vurig, om oplettend naar Hem te mogen luisteren en verder om alle genaden , welke gij bij deze heilige handeling noodig hebt. Gedurende het H. Misoffer stroomt de bron deroneindige

-ocr page 78-

78

verdiensten van Jesus Christus, den Heiland derwereld, in rijken overvloed. Alles kunt gij door Jesus verkrijgen, zoo uw geloof maar levendig, uw vertrouwen groot, uwe liefde gloeiend, uw gebed ootmoedig en overgegeven is.

VOORBEREIDING.

Christus. Miju zoon, (mijne dochter!) Groot, oneindig groot was en is nog altijd mijne liefde tot u. Voor de zaligheid van alle men-schen, ook voor u, hel) Ik den schoot mijns Vaders verlaten, ben Ik op aarde neergedaald, ben Ik mensoh, een klein kind geworden. Om uwentwille heb Ik van kindsbeen at\' in armoede geleefd, om uwentwille smaad en vervolging en eindelijk den bitteren dood des kruises geleden, ü wilde Ik redden uit de banden der zonde en des doods; u wilde Ik den Hemel openen en den weg daarheen door leer en voorbeeld aanwijzen. Voor u heb Ik het werk der verlossing volbracht, maar nog niet voleind. Wat Ik eenmaal op aarde in leven en sterven verworven heb, mijne oneindige verdiensten zullen uw eigendom worden , door Mij zult gij vereenigd worden met den Vader in den Hemel. Aan \'t kruis hel) Ik mijn bloed voor u vergoten; hier , in de H. Misse wordt het in uwe handen gesteld, opdat gij u zondt wasschen en reinigen; aan het kruis heb Ik door mijn dood het losgeld verdiend, waarmede gij uwe schuld kunt afdoen ; aan het kruis heb Ik u het recht, de

-ocr page 79-

79

aanspraak verworven, om een kind te worden van mijn hemelschen Vader; in de H. Misse wil Ik door middel der H. Communie mij met ii vereenigen, opdat gij door Mij écu wordet met mijn Vader, die in den Hemel is. Daarom daal Ik dagelijks van den Hemel al\' op het H. Altaar, en noodig Ik u heden uit, om ile oneindige schatten van genade, die Ik voor ii verworven heb, in ontvangst te nemen. — Waarmede toch zidt gij anders uwe schulden betalen, dan door Mij? Hoe zult gij vergiffenis erlangen , dan door Mij ? Hoe zult gij Hem genoegzaam loven, prijzen, aanbidden, dan door Mij ? Slechts door Mij komt gij tot den Vader, slechts door Mij kunt gij één met Hem worden.—O, erken dan loch de hooge gunst, die u te beurt valt, van mijn allerheiligst Offer te mogen bijwonen en Mij door de H. Communie in uw hart te kunnen opnemen! Zie, het Altaar is de Calvarieberg, waar Ik op onbloedige wijze vernieuw, wat daar op bloedige wijze geschied is. Begeef u in den geest naar dien berg, plaats u daar met mijne geliefde Moeder Maria onder het kruis en offer u zeiven met Mij aan mijn hemelschen Vader op.—

Be leerling. O mijn Jesus, mijn Heer en mijn God! hoe zou ik de grenzelooze liefde niet «rkeniien, waarmede Gij mij, arm schepsel , wilt redden en heiligen ! Vol medelijden

-ocr page 80-

80

en erbarming hebt Gij voor mij wel willen sterven, en nu vernieuwt Gij voor mijne oogen uw offerdood aan \'t kruis en noodigt Gij mij met onuitsprekelijke goedheid uit, om dat offer bij te wonen en in de genaderijke vruchten daarvan te deelen. Van gan-scher harte zeg ik U dank voor die groote genade. Geef mij slechts een levendig geloof en den geest van ware godsvrucht, van oprecht berouw en heilige liefde, opdat de rijke zegen, welke uit dit heilig Offer over de gansche wereld uitstroomt, ook mijne arme ziel tot heil verstrekke. — Door dit heilig Offer wil ik tie allerheiligste Drievuldigheid op de volmaaktste wijze aanbidden; door U den hemelschen Vader op waardige wijze dank zeggen voor alle gaven, die Hij in zijne goddelijke barmhartigheid aan de gansche wereld en aan mij in \'t bijzonder bewezen heeft. Gij, o goddelijk Lam! wilt thans op het Altaar het slachtoffer zijn voor de schuld mijner zonden; duld dus, dat ik, arme zondaar , de verdiensten van uw geheimzinnigen offerdood aan de goddelijke gerechtigheid tot verzoening en uitdelging mijner groote schuld aanbiede. — Al mijn bidden en smeeken en roepen om genade en barmhartigheid is niet waard verhoord te worden, zoo Gij mijn voorspreker niet zijt bij den hemelschen Vader. 0 allerliefste Jesusl Gij kent het ver-

-ocr page 81-

81

langen en de verzuchtingen mijns harten. Ik heb geene andere begeerte, dan zuiver te zijn van alle zondesmet, uwen hemelschen Vader te behagen, en eeuwig met Hemvereenigd te worden. O laat dan toe, goedertieren Jesus! dat ik alle wenschen van mijn arm hart op het Altaar legge, om ze door uwe handen aan den hemelschen Vader op te dragen , opdat zij in genade worden aangenomen en verhooring vinden. Amen.

DE PIIIESTER VERSCHIJNT AAN HET ALTAAR.

Christus. Ziet gij mijn plaatsbekleeder, den priester, in mijnen Naam het Altaar naderen met het kruis op zijn gewaad, om het allerheiligst Offer te beginnen? Zóó ben Ik eenmaal zuchtende onder den zwaren last des kruises, beladen met de zondeschuld der gan-sche wereld den Calvarieberg opgestegen. Ook uwe zonden droeg Ik op het kruis, ook uwe misdaden drukten loodzwaar op mijne ziel. Ach! hoe smartelijk was voor Mij die weg, hoe dikwerf ben ik onder den last des kruises en der zonden bezweken ! De liefde alleen gaf Mij de kracht, om van pijn en smart niet te sterven, vóór dat men Mij aan het kruis klonk. — O ziel, erken toch de grootheid mijner liefde en herinner u, wat uwe zonden mij berokkend hebben.lk heb niet opgehouden

4*

-ocr page 82-

83

u lief te hebben, mijn priester bidt in mijnen Naam voor u om vergiffenis, en die zult gij van mijn hemelschen Vader verkrijgen, zoo gij maar in ootmoed en leedwezen uwe schuld erkent en vermorzeld van harte zijt.

Be leerling. Ach, goedertieren Jesus! hoe groot toch is uw medelijden met mij, armen zondaar ! Gij naamt den last mijner zonden op U en gingt voor mij ter dood, opdat ik niet zou verloren gaan, en stelt mij heden uw bitteren kruisweg voor oogen, opdat ik niet zou vergeten, wat uwe liefde voor mij gedaan heeft. O allerliefste Jesus! hoe bitter heb ik misdaan toen ik zondigde en hoe groot was mijne boosheid, toen ik uwe liefde met zoo zwarte ondankbaarheid vergolden heb. O druk uw heilig kruis diep in mijn hart en laat mij ten minste iets voelen van de smart, die Gij voor mijne zonden geleden hebt. Laat mij de misstappen en zonden, die ik van mijne kindsheid af bedreven heb, erkennen, de grootheid van mijne schuld begrijpen en geef mij tranen van het hartelijkste en volmaaktste berouw, opdat ik ze heel mijn leven lang beweene. Amen.

DE PRIESTER AAN DEN VOET DES ALTAAM.

Christus. Beschouw mijn dienaar, hoe hij zich diep ter aarde nederbuigl en rouwmoedig

-ocr page 83-

83

op de borst slaande openlijk zijne schuld belijdt. Zoo lag Ik, de waarachtige Hoogepries-ter, in het hofje van Olijven plat ter aarde; angst en smart over uwe zonden persten Mij het bloedig zweet uit de aderen en in heldere druppels stroomde mijn bloed op den grond. — De handen wringend , in onuitsprekelijk hartzeer, bad Ik mijn hemelschen Vader, dat Hij den kelk, dien de mensohen door den gruwel der zonde Mij tot den rand toe gevuld hadden, zou laten voorbijgaan; maar het was de wil des Vaders, dat Ik dien bitteren kelk zou drinken, en Ik deed het uit liefde, ook ter liefde van u. — Erken dus, hoezeer Ik u beminde! — Men bond Mij met koorden , als een boosdoener sleepte men Mij voor het gerecht. Ik verdroeg dien smaad, opdat gij zoudt verlost worden. — Zóó groot was mijn medelijden met u! —\'En dat medelijden heb Ik nog; mijn Vader in den Hemel weet het; nm den bitteren doodsangst, dien Ik in het holjc heb doorgestaan, zal Hij u niet verstooten, wanneer gij uwe schuld bekent en Hem rouwmoedig te voeten valt.

De leerling. Vader in den Hemel! ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U; ik ben niet meer waardig uw kind te heeten. De angst en de doodssmarten van uw geliefden Zoon drukken zwaar op mijne ziel, want om mijne misdaden heeft Hij zich vrijwillig aan-

-ocr page 84-

84

geboden, om den kelk des lijdens te drinken, dien uwe goddelijke gerechtigheid Hem heeft toegereikt. Ter wille van mijue arme ziel heeft Hij zich vernederd tot het stof en zich door verachtelijke touwen laten binden. O, zijne vernedering, zijne smart en zijn angst toonen mij de geheele grootheid van mijne schuld. — Ach, lieve Vader! mocht mijn hart van droefheid over mijne zonden barsten! A.ch! om de pijnen en kwellingen van uw goddelijken Zoon, die Hij in het hofje heeft moeten verduren, smeek ik U uit de diepte mijns harten, ontferm U mijner, vergeef mij mijne schuld en verwerp mij niet voor uw aanschijn. Neen, nooit meer zal ik zondigen , neen, nooit meer ! O Maria, geze-gendste Moeder mijns Heeren ! ach , bid voor mij om genade en barmhartigheid, dat ik vergiffenis mijner zonden verkrijge. Amen.

GEBEDEN DER KEKK, HPISTEL EN EVANGELIE.

Christus. Drie zaken zijn voor het ware zieleleven noodzakelijk, zonder welke de ziel verkwijnt en bederft: mijn woord, de genade, en mijn vleesch en bloed. — Mijn woord moet gij aanhooren, in uw hart opnemen en vruchten laten voortbrengen, en om de genade moet gij bidden. Mijn woord verkondigt ii mijue H. Kerk ; aan haar heb ik het zuiver

-ocr page 85-

85

en onvcrvalsclit toevertrouwd; hare stem is mijne stem; in iedere H. Misse wordt liet in de Lessen en Evangelien voorgedragen. Luister naar dat woord en volg liet op en gij zult leven. — Maar gij moet ook bidden om genade. Uit u-zelven zijt gij te zwak, te ellendig, om dien weg te bewandelen, door mijn woord u afgebakend en waarop ik u ben voorgegaan , zoo de genade u daarin niet ondersteunt en helpt en leidt en naar het ge-wenschte doel voert. Zie, alle dagen verzueht mijne H. Kerk door den mond des priesters om deze genade tot den hemelsehen Vader.— Haar gelied in mijnen Naam dringt door lot voor den troon mijns Vaders en vindt altijd verhooring. Vereenig uwe gebeden en verzuchtingen met hare gebeden, en ook gij zult verhoord worden.

Be leerling. Mijn Heer en Meester! Gij hebt de woorden des eeuwigen levens; gaarne wil ik ze hooren. O, spreek tot mijne ziel en zeg mij, wat ik doen moet, om het eeuwig leven te verwerven. Zoo dikwerf liebt Gij door den mond der H. Kerk tot mijn hart gesproken, maar helaas 1 hoe dikwerf heli ik naar die woorden niet geluisterd, ze in mijn hart niet opgenomen en er mijn leven niet naar ingericht. Ach ! vergeef mij mijne liphtzinnigheid en zwijg niet. Heer! Want zoo Gij zweegt en tot mijn hart niet meer

-ocr page 86-

86

spraakt, dan was ik de ongelukkigste der mensclien. O neen, zwijg niet, maar spreek; ik zal U hooren. Maar kom ook mijne zwak-lieid te hulp, wanneer ik uw heilig woord wil in beoefening brengen. Ik heb behoefte aan de goddelijke genade als aan het dage-lijksch brood; mij zeiven kan ik niet helpen. Ik zou zoo gaarne U navolgen, den weg bewandelen , waarop Gij mij zijt voorgegaan , maar ach! ik bezwijk, ik sterf op den weg, zoo Gij mij niet ondersteunt en bijstaat. Door den mond der H. Kerk roep ik met een kinderlijk hart tot U, deel mij uit uw god-kelijk Hart die genade mede, welke ik noo-dig heb en die Gij zoo overvloedig voor alle mensehen hebt verdiend. Vooral smeek ik U, verleen mij de genade, dat ik U nimmermeer door eenige zonde beleedige, nimmermeer van U geseheiden worde, opdat ik eens moge ingaan in het rijk uws Vaders. Amen.

c b e d o.

Christus. quot;Reeds op den eersten dag, dat gij het levenslicht aanschouwdet, heb Ik u, mijn zoon (mijne dochter), zonder uwe verdiensten eene hooge, onschatbare genade bewezen. Op den dag van uw H. Doopsel heb Ik ii in miinp H. Kerk opgenomen en u het ware, katholieke

-ocr page 87-

87

geloof geschonken. Waardeert gij die genade van Katholiek te zijn, kind te zijn van die H. Kerk, die Ik tot mijne bruid heb uitverkoren , waaraan ik al de schatten mijner genade en verdiensten heb toevertrouwd, buiten welke geene zaligheid te vinden is? Gij wilt mijn allerheiligst vleesch en bloed ontvangen tot voedsel uwer ziele. Slechts in de H. Katholieke Kerk vindt gij deze spijze des Hemels, in haar alleen dit allerheiligst Sacrament; slechts hare priesters hebben de macht, om het brood en den wijn in mijn lichaam en bloed te veranderen. O hocvele duizenden door den geest der leugen bedrogen , tasten buiten mijne Kerk in de duisternissen van ongeloof en dwaling rond. U heb ik in genade in mijne H. Kerk opgenomen, waar gij mijne leer, mijne Sacramenten , licht voor uw verstand , troost voor uw hart, redding voor uwe ziele vindt. En gij , zondt gij niet dankbaar zijn voor die groote genade; dat heilig geloof, dat de Kerk u leert, met geheel uwe ziel niet aanhangen; dat licht op uw levensweg door den nacht van dwaling niet volgen; zoudt gij geheel uw leven volgens dat heilig geloof niet inrichten en zelfs bereid zijn, zoo noodig, er uw leven voor te geven? —

/)/\' l.pprliwsi Ja ; rnii 11 .Tp.siia | IV pr]ce,ii rjezp.

genade als de grootste mijns levens. Wat toch

-ocr page 88-

88

zou ik zijn zonder dat heilig Katholiek geloot ? Als een kind van dwaling en duisternis, zou ik in den blinde rondtasten en versmachten op den weg, die ten leven voert en dien ik zonder het licht, dat in uwe H. Kerk straalt, niet zou vinden. Te vergeefs zou ik verlangen naar de spijze des Hemels, die Gij ons bereid hebt, om mijne ziel te verkwikken en te versterken. — Eeuwigen dank zij U daarom gebracht, dat Gij mij terstond na mijne geboorte in uwe li. Kerk hebt opgenomen en mij do onschatbare genade des geloofs verleend hebt. Wat uw priester op dit oogen-blik aan het H. Altaar luide in naam der Kerk bidt, dat bid ik ook, met hart en mond uitroepende : Credo , Domine! Ja, Heer! ik geloot; met onwrikbare en innige overtuiging neem ik alles aan , wat Gij, mijn God, die de waarheid zelve zijt, geopenbaard hebt en uwe H. Kerk mij te gelooven voorstelt. En naar dit heilig geloof wil ik ook mijn leven inrichten. Wat toch zou mij mijn geloof baten, zoo ik het door de werken weêr verloochende? Geef mij daarom, lieve Jesus, niet de gave des geloofs ook de genade, om altijd volgens dat heilig geloof te leven, daarin immer trouw te volharden, het overal onverschrokken te belijden en liever te sterven, dan er ooit in \'t minste ontrouw aan te worden. Amen.

-ocr page 89-

89

OPOFFERING.

Christus. Mijn zoon! (mijne dochter!) Alles zijt gij aan den Heer, uw God verschuldigd. Mijn Vader heeft u geschapen; Ik heb u verlost en door mijn bloed vrijgekocht; de H. Geest heeft u in het Doopsel geheiligd en tot zijn tempel gemaakt. Alles, wat gij voor het leven uws lichaams noodig hebt, hebt gij van uw God en Heer ontvangen en talloos zijn de gaven, door Hem u geschonken. Wat gij dus hebt en wat gij zijt is zijn eigendom. En wat verlangt Hij nu van u ? Niets anders dan uw hart, uwe liefde en uw wil. Alle neigingen van uw hart zult Gij Hem dus ten oifer brengen , Hem toewijden, Hem alleen in trouw en volledige overgeving aanhangen. — Daar aan het altaar staat mijn dienaar met de offergaven van brood en wijn in de handen, die Ik weldra door mijne almacht in mij n vleesch en bloed zal veranderen, om ze u tot eene goddelijke spijze in de H. Communie aan te bieden. — Leg uw hart bij deze offergaven, breng u zeiven daarbij aan de goddelijke Majesteit volledig ten offer; want zoo gij in woord en daad u zeiven geheel aan den Heer uwen God overgeeft en toewijdt, o dan zal hij zich zeker door u in vrijgevigheid en mildheid niet laten Overwinnen, dcUi ïal Hij u nolifittcn Vaii

-ocr page 90-

90

genade verrijken en eens zelfs uw overgroot loon zijn.

De leerling. O mijn Jesus! gaarne en met vreugde wil ik uw woord opvolgen, want diep voel ik er de waarheid van. Ik erken, dat ik verdiend had, als een slachtoffer voor st aanschijn der goddelijke Majesteit te sterven. Maar Gij, o God! verlangt mijn dood uiet; Gij wilt slechts , dat ik de wereld en mijne booze neigingen af\'sterve en voor U leve. Zie, met de offergave des priesters wijd ik U toe en offer ik alle gevoelens en bewegingen, alle neigingen en wenschen en al de liefde mijns harten aan U op. Ik leg in de handen van uwen dienaar aan het Altaar mijne vrijheid en mijn wil, alle krachten eu vermogens mijner ziel, de zintuigen eu ledematen mijns lichaams, en breng U dit alles ten offer met de heiligste belofte, dat ik ze alleen tot verheerlijking en welbehagen der goddelijke Majesteit zal gebruiken.— Gij, mijn Jesus, wilt heden U zeiven voor mij ten offer brengen; en zou ik dan niet alles , wat ik heb en wat ik ben aan U opdragen? Gij wilt heden in de H. Communie U zeiven geheel aan mij geveu; en zou ik dan mij zeiven uiet geheel aan U toewijden ? Neen, geen enkelen dag zal ik verzuimen, dit mijn offer plechtig te vernieuwen. Eiken dag zal ik op nieuw de booze neigingen eu driften mijns harten beteugelen en verster-

-ocr page 91-

91

ven, eiken dag mijn weerbarstigen wil met alle kracht naar uw goddelijk welbehagen richten, eiken dag door een nieuw offer van versterving mijner eigenliefde U toewijden. Zegen, o God! mijn voornomen en versterk mijn goeden wil door uwe krachtige genade. Lieve Moeder Maria! gij die onder het kruis van uw goddelijken Zoon het grootste, reinste en heiligste offer, het leven vannw goddelijken lieveling aan den hemelschen Vader hebt opgedragen : o verwerf mij door uwe machtige voorbede, dat ook ik een volmaakt oiler van liefde worde, opdat ik eens aan het einde mijner dagen zal kunnen zeggen: ik heb gedaan , wat ik beloofd heb ; mijn offer is volbracht. Amen.

P U iE F A T I E.

Christus. Mijn zoon!(mijnedochter!) hoort gij , hoe de priester aan het altaar roept : SURSUM COROA! HEFT DB HARTEN OMHOOG ! hett dan ook uw hart omhoog naar den Hemel, die ook voor u bestemd is. Laat uu alle gedachten aan de aarde met al haar streven en drijven varen , om slechts te denken aan hetgeen hier plaats heeft, de lofprijzingen dank der heilige, zegevierende en strijdende Kerk: H ef uwe blikken ten hemel en beschouw daar die scharen van zalige geesten, die vóór

-ocr page 92-

92

den troon van Gods ontzachlijke Majesteit eerbiedig nederknielen en het driewerf heilig , dat eeuwig in het bemelscli Jerusalem weerklinkt , in blijde akkoorden herhalen. — Met dezen lofzang der hemelsche geesten vereenigt de Kerk op aarde hare stem, terwijl de priester aau liet altaar luide het driewerf heilig uitroept. O, stem dus ook in met dit blijde dank- en loflied des Hemels, tot gij het eens met de Engelen daarboven eeuwig herhalen moogt. Vergeet niet, dat gij hier zijt, om de goddelijke Majesteit te verheerlijken; vergeet dit niet vooral in deze oogenblikken, waarop Ik op het punt sta op dit altaar af te dalen , om Mij voor de glorie mijns Vaders en ter verzoening voor u op te dragen. Toen Ik in het stalletje te Bethlehem als klein kind ter wereld kwam, zongen de Engelen des Hemels hun ; Glorie zij God in den hooyen ; toen ik op Palmzondag zegepralend Jerusalem binnentrok, om als ott\'erlam voor het lieil der wereld weldra mijn bloed te storten, toen zong het volk: Hosanna, eu nu, nu ik op het altaar wil nederdalen, om mijn offer voor het heil der wereld, ook voor u, te vernieuwen , nu weerklinkt in den Hemel en op aarde het driewerf Heilig; en zoudt gij u dan met dat verheven dank- eu loflied tot verheerlijking van uwen God niet vereenifgt;;en ?

De. leerling. O mijn Heer eu Godl hoe zal

-ocr page 93-

9!?

ik,—een mensch met onreine lippen, — U waardig prijzen, U volkomen clanken ; prijzen uwe boven alles verhevene goddelijke Majesteit, danken uwe oneindige liefde en goedheid? Hoe kan ik in deze oogenblikken aan iets anders denken dan aan het verheven, heilig Offer, dat Gij voor mij wilt opdragen en waarvan ik de vruchten zal gaan deelachtig worden. O, volgaarne wil ik met hart en mond instemmen in den lofzang der Engelen , in het glorievol danklied der H. Kerk en met den Priester juichend uitroepen : Heïliy, heilig, heilig is de Heer, de God der heerscharen ; Hemel en aarde zijn vol van de Majesteit zijner glorie ! Maar, mijn God! dit smeek ik U met aandrang en liefde : laat niet toe dat ik ooit aan dat ondankbare volk gelijke, dat op Palmzondag uitriep ; Hosanna den Zoon Davids, en na weinige dagen het : Kruisig Hem in blinde verwoedheid uitbraakte. O, laat niet toe, dat ik U ooit op nieuw krni-sige door mijne zonden. Neen , dat nooit meer, immer wil ik U loven , U prijzen, U danken en verheerlijken, altijd en eeuwig ; voor U, voor uwe eer en glorie wil ik leven, wil ik sterven. Amen.

VÓÓR BE CONSECRATIE.

Christus, Bemerk mijn zoon ! f mijne dochter!) hoe mijn dienaar in feestelijke, eerbie-

-ocr page 94-

94

(lige stiltp aan liet, Altaar bidt. Hij staat daar dooreen lieilig ontzag aangegrepen voor het aangezicht van den Drieëenigen God. Heilig, hoogheilig is \'t, wat hij spreekt, wat hij verricht. Op geheimvolle wijze vernieuwt hij mijn lijden en dood. — Plaats n nu in den geest op Calvarie\'s kruin onder mijn kruis; dring met geloof en liefde in het groote geheim van het Offer, dat Ik weldra voor geheel het menschelijk geslacht, voor mijne H. Kerk en voor u ga opdragen. Weldra ga Ik afdalen op het Altaar, en in mijne almacht doormijn heilig woord het brood in mijn lichaam en den wijn in mijn bloed veranderen en mij zeiven voor uw heil aan den hemelschen Vader als ee,n offerlam opdragen. Nu nadert het oogenblik, waarop gij door Mij alles kunt verkrijgen, waar gij om\'bidt. O, bid dan voor het heil uwer ziel, leg uwe wenschen en verlangens op het Altaar neêr, bid voor alle geloovigen, voor rechtvaardigen en zondaren, voor rijken en armen, voor lijdenden en bedroefden, voor levenden en overledenen. Ik zal uwe beden opvoeren voor den troon mijns Vaders.

Be leerling.O m\\]\\\\ Heer en mijn God! Ontzag en vreeze grijpt mij aan, wanneer ik bedenk, welk een hoogheilig werk thans op het Altaar voltrokken wordt. J a, zooals weleer in de eerste tijden der Kerk zon ik thans met de boe-

-ocr page 95-

95

telingen daar buiten de deur der kerk in rouw en boete, weenend en klagend moeten nederliggen. Neen, ik ben niet waard, dit allerheiligst Offer bij te wonen. Maar Gij ziet niet op mijne onwaardigheid, Gij hebt medelijden met mijne ellende, en daarom staat Gij mij toe in nw huis te verwijlen, om aan het heiligste geheim uwer liefde deel te nemen. Ach, lieve Jesus! hoe gaarne zou ik in dit oogenblik met een levendig geloof\', met een hartelijk vertrouwen , met den diepsten ootmoed , met waarachtig berouw, vurige godsvrucht en gloeiende liefde willen bidden en verzuchten! En toch is mijn hart uog koud. Ach, Heer! trek mijn hart totU, verruim het, maak het los van al het aardsche en geef mij de genade, dat ik, als uwe H. Engelen, U met een vurigen gloed van godsvrucht begroete, aanbidde, loveen prijze, wanneer Gij dit heilig geheim voltrekt. Neem ook het gebed genadig aan, dat ik door U tot den hemelscheii Vader opzend; verhef en verheerlijk uwe Kerk, breid haar uit over de gansche aarde en wil hare vijanden vernederen en bek eeren. Vervul de harten uwer ge-loovigen door het vuur uwer goddelijke liefde, sterk hen in het geloof, bevestig hen in de hoop en geef hun uwen vrede. Verlicht de ongeloovigen, breng de harten der afgedwaal-den tot Ü terug, en verteeder de verharde

-ocr page 96-

9R

zondaren. T?osluur on geleid den Paus, de bisschopprnen priesters op den weg des heils, troost de ontroostbaren, help de armen en noodlijdenden, verkwik de arme zielen inliet vagevuur met hemelsche vertroosting en bevrijd ze van hare pijnen. Geef ons allen deel aan uwe oneindige verdiensten, verzoen ons met den Vaderen vereenig ons met Hem door U, mijn Jesus! die op aarde gekomen zijt, om te zoeken en zalig te maken wat verloren was, en die thans weder op dit Altaar afdaalt, om den Hemel met de aarde te verzoenen. Amen.

NA DE CONSECRATIE.

Christus. Nu ziet gij Mij met de oogen des geloofs op dit Altaar. Hoe diep heb Ik mij vernederd ter liefde van u. Den glans mijner goddelijke Majesteit heb Ik afgelegd; onder de nederige gedaanten van brood en wijn ben Ik waarlijk, wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig op dit heilig Altaar, üw lichamelijk oog ziet Mij niet en kan Mij niet zien, maar het geloof erkent Mij en de liefde voelt mijne tegenwoordigheid. Voor u heb Ik Mijzelven als vernietigd, voor u heb Ik Mij ten offer gebracht; erken dus de grootheid mijner liefde. Opdat gij zult leven, vernieuw Ik op geheimzinnige wijze mijnen dood; opdat aan u genade en barmhartigheid, vergiffenis en verzoening ten deel vallen,

-ocr page 97-

97

leg Ik al mij no verdiensten aan de voeten mijns Vaders neder. Opdat gij u met Mij zoudt kunnen vereenigen, veranderde Ik brood en wijn in mijn vleescli en bloed tot spijs uwer ziele; erken dus de grootheid mijner liefde. — Ja, ik wil Mij over u ontfermen, uwe zaak bepleiten bij mijn bemelsohen Vader ; Ik leg al mijne verdiensten in uwe handen , ter voldoening voor hetgeen gij schuldig zijt. Door Mij kunt gij alles voor het heil uwer ziel verwerven. Heb slechts geloof en vertrouwen, en in uw nood zal voorzien worden. Zelf heb Ik u de beste wijze van bidden geleerd ; wanneer gij in mij nou Naam en met mijne woorden bidt, hoe zou mijn Vader u dan niet verhooren ?

Be leerling. O hoe onuitsprekelijk groot, o Heer! is uwe vernedering en goedheid, hoe grenzeloos uwe liefde jegens ons, arme zondaren ! Te recht staan Hemel en aarde verbaasd over de wonderen van liefde, die Gij dagelijks in uwe H. Kerk verricht. Thans zijt Gij op dit Altaar tegenwoordig; dit geloof ik zoo vast en zeker, als wanneer ik met den Apostel Thomas U met mijne oogen zien en met, mijne handen mocht aanraken. Geheel doordrongen van dit geloof breng ik U , o Godmcnsch JesusChristus!mijne eerbiedigste hulde; ik aanbid U, ik loof en zegen ü met alle Engelen en Heiligen. Van harte dank ik U

-ocr page 98-

98

voor de on eindige liefde, die U weer in de handen des priesters lieeft doen nederdalen, om ons offer en onze ziolespijze te zijn. Ik vereeniu- thans mijn gebed met dat der H. Kerk en bid U, dat Gij een gunstig voorspreker voor mij bij uw hemelsehen Vader gelievet te zijn. Door U toch kan ik alles verkrijgen; met ü heeft de hemelsche Vader mij alles geschonken. Maar vóór alles bid ik U, gelieve mij genadig de vergiffenis van al mijne zonden en de genade te verwerven van een zuiver leven te leiden in gerechtigheid en heiligheid. Deel mij uit uw van liefde vlammend Hart slechts eenige vonken mede van die oneindige liefde, waarvan uw allerheiligst Hart geheel ontstoken is. — Gij weet. Heer! dat ik met brandend verlangen naar het genot van uw allerheiligst lichaam en bloed haak. Ik kniel hier neder, als een arme, hongerige bedelaar en verzucht naar U, het brood des levens. Ach! hoe zou het U mishagen, zoo ik zonder liefde tot U kwam en IJ ontving! Geef mij dus liefde, groote liefde, vurige liefde; laat mij één worden in liefde met U. Gij zijt de geliefde mijner ziel, hare vreugde, haar leven, haar vrede, hare rust, haar troost, hare verkwikking, hare zaligheid 1 — O! hoezeer verheug ik mij reeds in het oogenblik, waarop ik tot uwe heilige Tafel zal mogen naderen en met U het liefdemaal zal mogen houden, waar

-ocr page 99-

99

ik ü bezitten . gelieel mijn liart voor ü uit-storten en met U als een vriend tot zijn vriend zal mogen spreken. — Neem reeds vooruit, lieve Jesus! mijn hart ten offer aan , ruk liet geheel los van alle banden, die het nog aan de wereld geboeid houden; ik wil XJ alleen liefhebben, U alleen dienen, de nwe zijn in tijd en eeuwigheid. Amen.

AGNUS BEI EN COMMUKIE.

Christus. Als een zachtmoedig lam , datmen ter slachtbank voert, heb ik Mij zwijgend op het kruis laten uitstrekken en met nagelen daaraan laten vastklinken , ben Ik geduldig daaraan gestorven. Dat deed Ik ook om uwe zonden , die Ik op mij had genomen en die Ik door mijn bloed van nwe ziel wilde afwas-sohen. — Hoort gij mijn dienaar aan het Altaar niet roepen ■. Ecce Agnus Dei! ziedaar het Lam Gods! Ziet gij niet, hoe hij rouw-moedig op de borst slaat ? Ja I Ik wil Mij over u ontfermen en al uwe zonden wegnemen , wanneer gij ze ootmoedig belijdt en betreurt. — Zie, Ik ben bereid u den kns des vredes te geven en u tot bewijs daarvan met mijn vleesch en bloed te spijzigen. Ik heb het gezegd, dat het mijn vermaak is, met de hinderen der menschen te zijn. Ik wil ook bij t, met u en in u zijn. Uwe ziel wil Ik tot

-ocr page 100-

100

mijne woning nemon; zorp; dus , dat zij bereid zij, gereinigd en met deugden versierd, wanneer Ik, uw Koning en Heer, met de volheid mijner genaden tot u kom. Neem Mij in ootmoed des liarten op, want een ootmoedig hart versmaad Ik niet. Zijt gij ook ellendig en arm, ziek en zwak, vrees daarom niet; want juist daarom wil Ik tot u komen , om in uwe armoede te voorzien , om u te genezen en te versterken. Erken slechts, (lat gij zonder Mij niets doen kunt, dat mijn arm u moet staande houden, mijne handen geleiden, mijn licht u verlichten en mijn vleesch en bloed u voeden moet ten eeuwigen leven. Is die vrouw van het Evangelie door het aanraken van mijn kleed reeds gezond geworden, wat zal dan uwe ziel nie;: ten deel vallen, wanneer Ik haar kom bezoeken en hare spijs zal worden! Bedenk dit wel en bereid u voor op mijne komst.

De leerling. O mijn Jesus ! waar vind ik woorden genoeg, om te zeggen , wat mijn hart thans gevoelt ? Wanneer ik mij voorstel, dat Gij als een offerlam op het kruis ligt, de handen uitgestrekt, om genade en erbarming ten Hemel roepend , o, dan grijpt mij de bitterste smart aan over mijne zonden , want zij waren het, die ü zoo bitter hebben doen lijden. — En wanneer ik U op het Altaar zie in de handen des priesters, onder

-ocr page 101-

101

de gedaante van brood verborgen, en U daar op geheimzinnige wijze zie vernieuwen, wat Gij eenmaal aan liet kruis volbracht hebt, dan zou ik met luider stemme willen uitroepen ; mijn Jesus ! Gij zijt geheel liefde! Maar wat zal ik dan zeggen , wanneer ik bedenk, dat uwe liefde nog veel verder gaat, dat Gij zelf het voedsel en de lafenis mijner ziele wilt wezen en mijn hart tot uwe woning-wilt maken? Ja, dat is waarlijk eene overmaat van liefde; zo\'o kan een God, zoo kunt slechts Gij, mijn Jesus, beminnen, zóó ver kan slechts uwe liefde gaan! — En wat zal ik U voor al die liefde wedergeven? Ach, ik heb niets dan een arm hart, en dat behoort U reeds, dat heb ik U reeds toegewijd. Wat heb ik nog meer? Niets dan het verlangen om mij zóó nauw, zoo innig met U te ver-eenigen, dat ik met den Apostel kan uitroepen; Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij! — Maar wie ben ik, dat ik zeo hooge genade durf verlangen? Gij zijt de hoogste Heer, de ontzachlijke Majesteit,mijn Schepper en Verlosser, en ik ben een arm schepsel, stot en asch! Gij zijt de Koning der koningen, de Heer der heerscharen, en ik uw dienstknecht (uwe dienstmaagd)! Gij zijt de Ailer-heiligste en Allerreinste, en ik een arme zondaar! Gij zijt de goedheid, de liefde zelve, en ik een ondankbaar mensch, die uwe goedheid

-ocr page 102-

102

zoo dikwerf misbruikt, uwe liefde zoo vaak versmaad lieb! O! hoe durf ik het dan wagen tot U tc naderen? — Maar Gij zelf, mijn Jesus, noemt ü liet Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, en Gij hebt immers ook gezegd, dat Gij niet voor de rechtvaardigen maar voor de zondaren op aarde zijt gekomen. O, keer U dan van mij niet af, mijn Jesus, wanneer ik aan uwe uitnoodi-ging voldoe en toetrede tot uwe heilige Tafel. Reeds lang verlangt mijne ziel naar die spijze des Hemels, die alle zoetigheid in zich bevat.. Ik kan het oogenblik schier niet afwachten, waarop ik U , mijn Jesus, wezenlijk in mijn hart zal ontvangen. O! uw priester geniet reeds uw allerheiligst lichaam, uw allerheiligst bloed. O kom intusschen reeds gees-telijkerwijze in mijne ziel, reinig eu heilig haar, opdat ik waardig zij, U weldra werkelijk met vleesch en bloed, met godheid en menschheid te ontvangen, mij met U te vereenigen en in deze vereeniging te leven en te sterven. Amen.

ZEGEN EN LAATSTE EVANGELIE.

Christus. Mijn onbloedig offer heb Ik volbracht, weer heb ik U een bewijs mijner liefde gegeven. De verheerlijking van den Drieëeni-gen God, uw heil, de redding uwer onsterf-

-ocr page 103-

103

Hike ziel en tare vereeniging met Mij en met mijn hemclsohen Vader is het doel van alle welken, die Ik verricht. Groote genaden werden u reeds aangeboden, nog grootere zullen ii ten deel vallen. Ik wil aan het verlangen uws harten voldoen; Ik wil komen en zelt u bezoeken en den maaltijd met n houden. Maar vergeet nooit, wie Ik ben en wie gij ziif. Niet zonder beteekenis leest mijn dienaar aan het heilig Allaar het Evangelie van mijn Apostel Joannes. Ik ben het Woord Gods, God zelf, het Woord des Vaders, dat m den beginne, van eeuwigheid bij Hem was. Door Mij is alles gemaakt, wat er gemaakt is; ook «■ü zijt het werk mijner handen. Ik ben het ware licht, en beu gekomen om allemenschen te verlichten. Ik ben het leven; niemand kan waarlijk leven, tenzij door Mij en 111 Mij. Allen, die Mij in liefde aannemen gee Ik de macht om kinderen Gods te worden. (Jok; u wil Ik tot kind mijns Vaders verhetteu , wanneer gij Mij met een geheel toegewijd, ootmoedig, rein hart aanneemt. W ees ge i ouvv aan de belofte, die gij gedurende het heilig Offer gedaan hebt, en Ik zal volbrengen, wat Ik beloofd heb. De zegen, dien de priester m miinen Naam uitspreekt, kome met zijn gan-sehe volheid over u , hij heilige en wijde uwe ziel en uw lichaam, en make u waardig om mijne woonstede te zijn; want Ik herhaal het.

-ocr page 104-

104

Ik moet tot u komen en u bezoeken, want zonder Mij kunt gij niet leven, zonder Mij zult gij niet glorievol verrijzen, zonder Mij zult gij niet ingaan in het rijk mijns Vaders, die in den Hemel is.

Be leerling. Mijn God en mijn alles! duizendmaal zij U dank gebracht voor de hooge genade, dat Gij mij uw heilig Offer hebt laten bijwonen en voorde onschatbare genadegaven, die daarbij aan mijne ziel ten deel werden. Gij wordt niet moede, mij met velerhande gaven te overladen, mij uwe oneindige liefde te toonen en ik ?... ach! ik maak mij die gaven zoo weinig ten nutte en erken zoo weinig uwe grenzelooze liefde. Ach ! wanneer zal ik toch eens beginnen, U van ganscher harte lief te hebben en met onwrikbare trouw te dienen, U eeuwig nieuwe schoonheid, en bronwel van alle barmhartigheid en genade Zievan daag, nu ik op het punt sta tot uwe heilige Tafel te naderen; van daag, nu Gij mij veroorlooft mijne ziel met uw allerheiligst vleesch en bloed te spijzigen; van daag nu ik U in mijn hart wil ontvangen, U het brood der Engelen, U de vreugde en lust der uitverkorenen, ü den Zoon van den levenden God; vau daag, nu Gij, de Koning der koningen, in grenzelooze goedheid , U vernedert, om mij armen zondaar te komen bezoeken ; van daag maak ik het heiligste en

-ocr page 105-

105

vaste voornemen, doe ik U de plechtigste belofte, om mij geheel aan uwe dienst toe te wilden en mij voor eeuwig in lietde en trouw geheel en al aan U over te geven. O let niet op mijne onwaardigheid, op de vele gebreken , die aan mijne ziel kleven ; let niet op mijne armoede en mijn volslagen gemis aan deugden en goede werken; maar denk aan uw bloed, dat Gij voor mij yer-o-oten, waarmede Gij mij verlost en vrijgekocht hebt. Kom ter wille van dat heilig bloed mijne ziel bezoeken en haar het leven der o-enade mededeelen. Hier aan den voet van Uw Altaar, waar Gij in het heilig la-bernakel rust, betuig en verzeker ik U nog eens dat al mijne zonden mii leed doen uit geheel mijne ziel; dat ik ze allen verloei en verafschuw en voor niets ter wereld ooit uwe heilige geboden meer wil overtreden. Zegen, o God! deze mijne plechtige belotte, en help mij door uwe genade, dat ik daaraan getrouw blijve tot aan mijnen dood. Amen.

5*

-ocr page 106-

DE H. COMMUNIE.

-De H. Franciscii aomana, die van liefde «loeiende bruid van den goddelijken Heiland, had eens, /,00 veriaalt ons hare levensgeschiedenis, na de H. Communie het volgende hemelsehe gezicht. Zij zag de H. Engelen een kostbaar altaar bereiden, waarop Jesus Christus m Kngelengedaante nederdaalde. Uit alle wouden, die de helde en de gehoorzaamheid Hctu geslagen had stroomde eene kostbare vloeistof. De li. Petrus in priesterlijk gewaad gehuld, deelde van deze vloeistof onder de aanwezigen uit. Ook Erancisoa kreeg er van mede. — Daarop hoorde zij Jesus Christus tot haar spreken : „Ik ben het vuur, dat ontsteekt, maar zonder de harten, die mij beminnen, te verbranden. Ik Van m^n ^r?on\' om my niet de ziel, die Mij lief heeft, te vereenigen ; maar zij moet rein zijn, want

mijne goedheid kan in een onrein oord niet wonen____

Ik joek, Ik verhef. Ik spijs en versterk de zielen in de H. Communie; de vereischten van ware en reine liefde zijn : de ootmoed, het vertrouwen en de gehoorzaamheid. quot; — Op H. Sacramentsdag knielde 1\' raneisca in geestvervoering aan den voet van den troon der allerheiligste Drievuldigheid neder. De troon rustte op eene reine vuurvlam, en daarvoor stond eene rijke tafel , waarop zich brood en wijn bevond. Zij zag dat beide in het lichaam en het bloed des Heeren veranderd werden, maar het geheim kon zij niet begrijpen. Rondom de tafel, bevonden zich ontelbare scharen vaii Engelen, die zich geestelijker wij ze aan die goddelijke spijze verzadigden. Maria, de Koningin des Hemels, zag Erancisca vol liefde aan en sprak : „ Francisca,\' neem deel aan den maaltijd, waarop mijn Zoon zich onder de gedaanten van spijs en drank aan het men-schelijk geslacht mededeelt, om het in alle volheid te verzadigen. Voor deze verhevene gave verlangt mijn

-ocr page 107-

107

Zoon slechts — liefde y bewaar Hem eene schoone en reine ziel, wees sterk en ootmoedig, bescheiden en vast in het geloof..,. Verneder u voor God met berouw, met geloof, hoop en liefde.quot;

Zie, godminnende ziel, wat deze Heilige in den geest zag en hoorde, dat gaat u ook aan. Brood en wijn is in het lichaam en bloed van Jesus Christus, uw goddelijken Heiland, veranderd. Het hemelsche gastmaal is bereid. Ook u noodigt Maria, de Koningin des Hemels, tot die kostbare Tafel uit, opdat gij in alle volheid verzadigd wordet. Maar zuiver, zegt Jesus, moet uw hart zijn; oprechten ootmoed, een vast geloof, onwrikbaar vertrouwen, vurige liefde vordert Hij vanu; dan zal Hq uwe ziel verheffen, spijzen en versterken met het brood des Hemels, dat alle zoetigheid in zich bevat. O, verwek dan nu in u de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde, een hartelijk en innig berouw; verneder u zoo diep mogelijk voor God, en nader dan tot de H, Tafel met een kinderlijk vertrouwen en een brandend verlangen, en gij zult die gave des Hemels tot uw eeuwig heil ontvangen.

KORTE OEFENINGEN EN SCHIETGEBEDEN VOOR DE H. COMMUNIE.

Oefening van geloof. — O Jesus, mijn God en Heer! Ik geloof zonder eenigen twijfel al wat Gij ons geopenbaard hebt en door uwe H. Kerk ons te gelooven voorstelt; inzonderheid geloof ik, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk, wezenlijken zelfstandig tegenwoordig zijt tot eene geestelijke spijs onzer ziel, dat Gij in uwe onbegrijpelijke, allesoyertrefïende liefde

-ocr page 108-

108

hier een gedenhteeken van al uwe wonderen lieht opgericht, U zeiven tot spijs gevende nan diegenen, die U vreezen. (Ps. 110 ; 4.) Dit geloof ik vastelijk, o God! want uw woord is onbcdriegelijk, uw woord is waarheid. Tu dit heilig geloof wil ik leven en sterven.

Oefening van hoop. — O liefdevolle Verlosser ! uwe barmhartigheid is zonder grenzen, uwe waarachtigheid is onveranderlijk en eenig, uwe belofte onverbrekelijk.- Gij wilt mij zalig maken, en daarom wilt Gij heden tot mij komen, uwe woonstede oprichten in mijne ziel, om haar to zuiveren, te heiligen en voor een eeuwig zalig leven te bekwamen. Ik nader dus, lieve Jesus! met het kinderlijkst vertrouwen in uwe goddelijke barmhartigheid , in uwe onbegrijpelijke goedheid. Wasch mij mser en meer van alle zonden, zuiver mijn hart, vervul het met uwe goddelijke genade, opdat het minder onwaardig worde, ü, o God van Majesteit en liefde, in zich op te nemen.

Oefening van liefde. — O God van liefde, dierbare Heiland Jesus Christus! Gij hebt alles, zelfs uw laatsten druppel bloed voor mij gegeven; vandaag wilt Gij U zeiven tot voedsel mijner ziel aan mij wegschenken. Hoe zal ik ooit uwe onbegrijpelijke liefde kunnen vergelden ? Ach! mocht ik LT toch beminnen, zooals Gij liet verdient, zooals Gij het ver-

-ocr page 109-

109

langt! Mocht ik U tocli liefhebben met den liefdegloed,waarmede uwe glorierijke Moeder, al uwe Engelen en Heiligen U beminnen! Ja, lieve Jesus! Ik bemin U , ik bemin U uit geheel mijne ziel; maar ik bemin U nog te weinig; vuriger wenseh ik U lief te hebben. Ontsteek iu mijn hart het vuur uwer goddelijke liefde, want in uwe liefde wil ik IcveD en sterven.

Oefening van berouw. — Ach, mijn God en Heer! hoe smart het mij op dit oogenblik, hoe bitter doet hot mij leed, dat ik uwe liefde zoo dikwerf veracht, uwe goedheid zoo dikwerf beleedigd en bedroefd heb. O , kon ik met mijn bloed de zondesmetten afwasschen van mijne ziel, kon ik met mijne tranen de laatste sporen mijner zonden uitwissohen! Ja, ik verzaak en verfoei ze van ganseher harte uit liefde tot ü, en vernieuw hier plechtig mijne belofte, dat ik voortaan U alleen dienen en uw heiligen wil altijd en overal volbrengen wil.

Oefening van ootmoed. —Wie ben ik, o God! dat ik tot U durf naderen, ik arme, ellendige, nietige zondaar, tot IJ, bron van heiligheid en reinheid, ontzachlijkc Majesteit! Neen, ik ben niet waardig, U in mijn hart te ontvangen. Maar Gij kont mijne armoede en mijne ellende , en toch noodigt Gij mij uit. O! spreek dan slechts één woord, en mijn ziel zal gezond worden.

-ocr page 110-

110

Oefening van aanbidding.—O Jesus, Koning van onsterflijke glorie! In vereenigiug met alle Engelen en Zaligen in den Hemel, met alle vrome en godminnende zielen op aarde aanbid ik U in het geheim uwer liefde, in hct^ allerheiligste Sacrament des Altaars. Eer en lof en dank, zegen en aanbidding zij U in alle eeuwigheid! Ik aanbid U als mijn Heer eu God, mijn Schepper en Verlosser, mijn hoogste goed. In alles onderwerp ik mij steeds aan uw heiligen wil.

Oefening van opoffering. — O goddelijke Heiland ! Gij hebt het grootste, het volmaaktste, maar ook het smartelijkste offer voor mij gebracht: zie, thans breng ik mij zeiven, al wat ik heb, en wat ik ben, volledig aan U ten offer, ieder druppel van mijn bloed, elke klopping van mijn hart, elk oogeiiblik van mijn leven zij aan U gewijd. Ik ben de uwe voor tijd en eeuwigheid.

Oefening van verlangen.— O, kom dan, o Jesus! kom en bezoek mijne ziel. O, die ziel, zij verlangt, zij smacht naar U, zij kan zonder U niet leven. Toef niet langer, o God, neem bezit van mijn hart; het zal aan U slechts toebehooren. Waar zal dat harte troost en rust en sterkte en zaligheid viuden buiten U ? O , kom dan , mijn Jesus! maak mij één met U. Gij zijt mijn leven. Gij het licht en de vreugde mijner ziel, Gij zijt

-ocr page 111-

Ill

mijn God en mijn alles. O, kom dan en toef niet langer. Amen.

LIEFDE-VERZUCHTINGEN TOT JESDS.

ALS DE miESTER HET TABERNAKEL OPENT.

O oneindig- selioone, oneindig goede, oneindig heilige God! allerhoogste goed , eunigste goed, waarachtige goed mijner ziel ! Ik aanbid IJ; geloofd en gezegend zijt Gij in alle eeuwigheid!

O mijn Jesus! zend nu een liefdestraal van uw van liefde gloeiend Hart in mijn hart en ontsteek eu ontvlam\'het, opdat ik niets anders meer beminne dan U alleen.

O mijn God, levensvolle vreugde eener reine ziele! zie mij aan met de oogen uwer barmhartigheid en verwond mijn hart met de pijlen uwer heilige en goddelijke liefde. O liefde! gij brandt zonder ooit uit te gaan; ach! ontsteek ook mij, God van liefde!

O , kostbare vreugde mijner ziel, ouder de gedaante van brood verborgen ; leven van mijne ziel, leven aller zielen, leven van het leven! Gij, volheid en onuitputtelijke bron eener hemelsohe en onvergankelijke gelukzaligheid! o kom, kom tot mij en sla voor immer uwe woning in mij op. O eeuwige schoonheid! vleeschelijke oogen zien U niet, maar de oogen des geestes en een zuiver hart.

-ocr page 112-

112

O, wanneer tocli zal de dag aanbreken, waarop ik ü van aanschijn tot aanschijn aanschouwen cn uwegrennelooze liefde volkomen begrijpen zal? Gij, o Jesus ! zijt het licht van mijnen geest, de spijze van mijn hart, de steun mijns levens! Hoe zou ik U niet liefhebben, U mijn leven, U , de bronwel van alle goedheid, van alle vreugde cn zaligheid! Beziel en ontvlam mij, o God! opdat ik U opzoeke en vinde, opdat ik met al den gloed mijner liefde U omhelze. Ik ken geene andere zaligheid, o God, dan U toe te behooren!

O Maria! onbevlekte Maagden allerreinste en zaligste Moeder! Uw Jesus, uw Zoon wil tot mij komen en in mijn hart zijn intrek nemen. O, stem Hem gunstig voor mij, opdat Hij mijne armzaligheid niet versmade, maar bid Hem, dat Hij mijne arme ziel reinige, heilige en volmake !

VEllZUCHTINGIïN ONDER \'T HEENGAAN NAAU DE TAFEL.DES HEEREN.

O Jesus ! is \'t mogelijk, dat ik, stof en aseli, nadere tot U, den Koning van onsterflijke glorie?! Maar Gij roept. Gij noodigtmij uit : Komt tot mij, die heiast en beladen zijt. Zie, ik kom, gedrukt onder het juk mijner booze neigingen, zuchtende onder den last mijner zonden.

-ocr page 113-

113

O Jesus! wees mij een Jesus, Redder en Zaligmaker; neem mij genadig aan. KeerU niet af van een elleudigen bedelaar, van een armen dienstknecht, (van eene arme dienstmaagd.)

O Heilige Engelen , inzonderheid gij, mijn Engelbewaarder, alle Zaligen des Hemels! helpt mij door uwe gebeden, staat mij ter zijde en begeleidt mij naar de ïafel des Heeren.

O, Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

HEILIGE GEVOELENS EN OEFENINGEN

NA BE H. COMMUNIE.

Zijt gij zoo gelukkig, godminnende ziel, het allerheiligst lichaam des Heeren ontvangen te hebben, begeef u dan in godvruchtigen ernst naar uwe plaats, werp u daar op de knieën en sluit oogen en ooren en al uwe /.intuigen. — Weg van hier alle gedachten aan het aardsche! Sluit u in den geest met uw zoo minnenswaardigen, liefdevollen Jesus in de kamer van uw hart op, om zijne zalige vreugdevolle tegenwoordigheid te genieten. Stel u voor, alsof uw hart zijn troon is, werp u daar aan zijne voeten, druk ze aan uw hart, en kus ze met de hartelijkste teeder-heid, als de H. Magdalena. O, de tijd, waarop Jesus in uw hart is, is de kostbaarste, de rijkste aan genade van geheel uw leven; zorg dus, dien tijd wel te besteden. Spreek met Jesus als een kind tot zijn vader, als een vriend tot zijn vriend. Aanbid Hem, bewonder zijne almacht, zijne goedheid, zijne liefde; loof en prijs en dank Hem, en vraag Hem dan alles, wat gij noodig hebt

-ocr page 114-

114

voor U, voor de uwen, voor de Kerk, voor rechtvaar-aigen en zondaren, voor levenden en overledenen.

Oefening van geloof. — Zoo heb ik dan U, mijn Josus! dien mijne ziel lief heeft, in mijn hart! Ja, ik wist het wel, mijn God, dat Gij werkelijk met lichaam en ziel in dit goddelijk Sacrament tegenwoordig waart. De vreugde, de zalige blijdschap , die mijne ziel doortintelt, geeft mij de stellige zekerheid, dat Gij m uwe goddelijke goedheid uw intrek in mij genomen hebt. Ja, Heer! ik geloof, dat Gij met lichaam en ziel iu myn hart zijt, dat uw lichaam het schoonste van die der menscheu-kinderen, dat uwe heilige ziel en uwe aan-buidenswaardige godheid in deze oogenblik-keu m mij wonen en op de innigste wijze met mij vereenigd zijn.

Oefening van hewonderiny. - O goddelijke Heiland en Meester! Wie zou het hebben durven denken, wie het hebben kunnen se-looveu, dat Gij tot mij zoudt komen, zoo •\'„.. od van eeuwige waarheid, het niet ten stelligste hadt verzekerd! Hoe is \'t mogelijk dat Gij, allerhoogste Koning van glorie, miiu bchepper en Verlosser, het geringste uwer schepselen met een bezoek wilt vereeren en ui uwe ontzachiijke oneindige Majesteit tot mi], nietig, zondig aardworm wilt afdalen\' in den diepsten ootmoed aanbidden U Cherubs en Seraphs en verhullen, verbaasd van uwe

-ocr page 115-

115

ontzachwekkende heerlijkheid, hunne aangezichten , eu Gij komt tot mij ? Hoe is \'t mogelijk, hoogste , onbegrijpelijke Majesteit, dat Gij in mij woont, dat ik U in mijn arm hart aanschouw! Gij hebt het grootst mogelijke wonder van liefde gewerkt,— een gedenk-teekeu van al uwe wonderdaden opgericht, — om in mijn hart te komen wonen. Ja , God van liefde, zoo is het. — Eene heilige siddering grijpt mij aan. — god in mij !!

O God ! wie ben ik en wie zijt Gij ? ! Liefde, eeuwige liefde! ik kan U slechts bewonderen en aanbidden.

Oefeniny van aanbidding. — O! had ik nu de stem aller Heiligen en Engelen, om U , allerhoogste Majesteit, waardig te kunnen loven en prijzen ! In vereeniging met de ge-heele zegevierende, strijdende en lijdende Kerk aanbid ik U ; ik geloof U , ik prijs U , ik verheerlijk ü. Gij alleen zijt heilig, Gij alleen zijt groot, Gij alleen zijt de Heer. Alleluja! — alle schepselen der aarde noo-dig ik uit, dat zij met mij, U , almachtig God, loven en verheerlijken, die alle aanbidding, alle eer en lof waardig zijt. O Maria, Koningin des Hemels I ik bid u, gelieve met geheel uw hemelsch hof mijn god-delijken Jesus, dien gij Sebaard hebt, te loven en te prijzen. Liefdevolle Heilan! ! neem mijne diepste hulde en aanbidding

-ocr page 116-

116

genadig aan. Ik zal niet ophouden, U met grooten eerbied en diepen ootmoed te ver-eeren en te zegenen.

Oefening van dankzeg ging. — O mijn goede, mijn oneindig liefdevolle Heer en Meester ! hoe zal ik U naar waarde danken voor de onschatbare genade, die Gij mij bewezen hebt? Neem voor mij, o God, alle dankgebeden genadig aan, die van het begin der wereld tot op dit oogenblik tot uw troon zijn opgezonden ; alle dankgebeden der Heiligen en Engelen; alle dankzeggingen, die aan ü, o God! bij alle H. Misoffers, bij al de H. Communiën zijn opgedragen. Neem geheel mijn wezen , al mijne handelingen , al mijn lijden en kwellingen als een dankoffer aan. Nooit zal ik ophouden uwe goedheid te danken, ja, geheel mijn leven zal een voortdurend dankgebed zijn.

Bede. — O mijn God en Heer, die gezegd hebt: „ op den tijd der genade zal Ik u verhoortn, en op den dag des heils zal Ik u helpen.quot; (Isaï: 49); nu is \'t voor mij de dag des heils, nu is \'t de tijd van genade voor mijne ziel. Met den rijkdom uwer goddelijke genadeschatten zijt Gij thans bij mij, zijt Gij thans bereid, om al mijne verzuchtingen, al mijne beden te verhooren. Zelf\' hebt Gij gezegd: Bidt en gij zult verkrijgen. En hoeveel, o God! heb ik U niet te vragen ? Vóór alles bid ik ü, met al

-ocr page 117-

117

den aamlratitr mijner ziel, wil mij al de, zonden , waarmede ik U van mijne jeugd af be-leedigde , genadig- vergeven, mij reinigen van elke zondesmet en mijne ziel bewaren in bet vlekkelooze kleed der heiligmakende genade. Met het kinderlijkst vertrouwen smeek ik U, trek mijn hart met al zijne neigingen zoo sterk tot U, bind het zoo vast aan TJ , dat bet nooit meer het geringste verlangen koestere naar iets , wat U mishagelijk is. Mocht ik de zonden zoo baten en verafschuwen, als Gij, o heilige God! ze zelf baat en verafschuwt! Geef mij verder, dit bid ik U uit den diensten grond mijns harten , eene waarlijk innige, bestendige liefde tot IT. Zelf immers hebt Gij gezegd ; //c hen gekomen om het vuur op aarde te brengen , en Kat wil Ik anders, dan dat 7/et ontbrande? Ontsteek dan, ontvlam mijn koud hart door het vuur uwer eindelooze liefde. Doof daarin alle aardsche liefde en elke andere liefde, die met de uwe in strijd is, uit, en wees Gij, o God! voor eeuwig bet eenig voorwerp van mijne liefde en teederbeid. O Jesus, rijkste bron der zuivere, heilige liefde! schenk mij toch uwe goddelijke liefde. O, zoo de liefde tot ü mijn hart gebeel vervulde, boe gelukkig, hoe zalig zou ik dan niet zijn! Dan zou ik U niet meer kunnen beleedigen. Want dat alleen vrees ik, o mijn God ! dat ik U nog ooit weêr zou kunnen bedroeven. Daarom bid

-ocr page 118-

118

ik U, lieve Jesns, geef mij de genade van ^ olliardinn-. Zelf zog\'tGij: zoudcv Mij hunt (jij niets doen. Hoe zou ik dan uit mij zeiven in de liefde tot U volharden , hoe alle bekoringen kunnen wederstaan , die mijne arme ziel op nieuw zullen bedreigen ? Gij kent mijne zwakheid en mijne onstandvastigheid, maar Gij kent ook mijn goeden wil. Steun mij dus , lieve Jesus ! sterke, heilige, almachtige God! houd mij met uw machtigen arm vast, opdat ik niet valle; geleid en bestier mij, Gij, helder eeuwigstralend licht, opdat ik niet\'afdwale; bescherm mij , Gij leeuw van Juda, opdat de vijanden mij niet overwinnen, en help mij, opdat ik de eeuwige trouw, die ik U thans op nieuw zweer, ongeschonden beware, dat ik U trouw blijve tot in den dood.

Nog eene bede heb ik, lieve Jesus! op het harte. Gij hebt gezegd, dat het een kenteeken is, dat wij uwe leerlingen zijn, als wij onze naasten hartelijk liefhebben. O, leer mij beminnen , zooals Gij \'t ons bevolen hebt, zooals Gij zelf hebt liefgehad. Allen naderen wij tot dezelfde heilige Tafel, allen nuttigen wij van die hemelsche spijze, allen noemen wij U onzen God en Vader; de band van liefde omsluit ons allen. Gepf mij dus een hart, dat allen waarachtig lief heeft, zooals Gij hebt liefgehad; neem alle afgekeerdheid, alle vijandige gezindheid jegens mijn evenmensch uit mijn

-ocr page 119-

319

hart weg fn stort rlaarin tlie barTnhartia;e, werkdadige liefde, waarvan uw heilia: Hart vervuld was. Volg-aarne wil ik al \'t onaange-namevan dehaiKlmijnermedemenscten aannemen en elke beleediging, mij aangedaan vergeven en vergeten. O! laat uw heerlijk voorbeeld mij altijd voor oogen zweven, en zoodra toorn of misnoegen in mijn hart opwelt, laat dan uwe bede aan \'t krnis in mijne ooren klinken : Vader! vergeef het hun, ivant zij weten niet, wat zij doen. Verder bid ik U uit den grond mijns harten, gelieve allen, die mij ooit wel gedaan hebben, met uw rijksten zegen te vergelden. Zegen mijne ouders en bloedverwanten , zegen de Kerk, haar dierbaar Opperhoofd den Paus; zegen mijn biechtvader en alle priesters ; bewaar hen, die in onschuld wandelen; versterk de braven en bekeer de arme zondaren. Troost de zieken, help de weduwen en weezen en allen , die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen en voor wie ik beloofd heb of verplicht ben te bidden, en vei\'kwik, vertroosten verlos de arme zielen in het vagevuur. Help alle mensehen in hunnen nood, en leid hunne harten tot U, de bron van allen vrede en zaligheid. Amen.

OEPKNING VAN ONDERWERPING EN OPOTTEEING.

Neen, lieve Jesus 1 niet genoeg was \'t voor uwe liefde, dat Gij U, voor ons, arme zonda-

-ocr page 120-

130

ren, als een Inm ter slachtbank liet voeren en uw dierbaar leven prijs gaaft, om ons van den eeuwigen dood te redden; uwe onbegrijpelijke liefde ging nog verder. Tof 7iet einde toe, zoo als Gij zelf zegt, Jieht Gij ons lief gehad, daar Gij ons U zeiven, uw allerheiligst vleeseh en bloed tot spijs en drank hebt nagelaten. Heden hebt Gij mij alles gegeven; uwe liefde, uw leven , uwe oneindige verdiensten, al 1 es wat Gij hebt en wat Gij zijt. Gij woont thans in mijn hart : ik bezit ü geheel en al. O oneindige liefde, o overmaat van liefde, o grenzelooze goedheid en genade! — En wat zal, wat kan ik U geven voor zooveel liefde ? Ach! nu eerst erken en gevoel ik de gansche grootte van mijne armoede en van mijn niets. Ach! wat kan een arme bedelaar U geven ? Maar Gij, goedertieren Heer, troost mij met de woorden : mijn zoon, (mijne dochter,) geep mij uw hart. Mijn hart alleen verlangt Gij; met mijn hart zijt Gij tevreden. Zie, met vreugde offer ik het aan U op, wijd ik het U geheel toe; o neem het. genadig aan , aanvaard het als uw eigendom en handel er mede naar uw welbehagen. Ik offer het U op met al zijne gevoelens en neigingen, met al zijne liefde. O hecht het aan TJ, of liever sluit het in uw goddelijk hart op en laat het U nooit meer ontnemen. O! mocht toch mijn hart zoo innig, zoo onafscheidelijk met het

-ocr page 121-

721

uwe verpem\'cd zijn en blijven , dat liet zich niniraernieer van U kon verwijderen! Zie, o .Tesns! ik mijn hart tot een volkomen brandoffer voor uwe voeten, verander het ojeheel en al, en bewerk dat het slechts van liefde tot U lirande. Maar niet alleen mijn hart wijd ik U toe, maar ook mijne ziel met al hare vermogens, mijn verstand, mijn geheugen , mijn vrijen wil, mijn lichaam met al zijne ledematen; ik wil geheel U toebehooren, geheel de uwe zijn, voor ü slechts leven en sterven. O! kon ik als de H. Martelaren voor Umijn bloed vergieten, dan ging ik gaarne voor U in den dood. Maar wijl ik dit niet kan, wil ik een martelaar van liefde worden. Ik wil mij zeiven en der wereld afsterven, mij alle genoegens en vreugde der wereld ontzeggen, aan mijne zinnen en neigingen niets toestaan, wat mij van U zon kunnen aftrekken. Ik wil al mijne hartstochten voortaan bestrijden en slechts U, mijn Jesus, met liefde volgen op den weg des kruises, met uwe allerheiligste Moeder en al uwe lieve Heiligen. — Zegen, o Heer! mijn offer, zegen mijne goede voornemens , en help mij, dat ook ik eens op mijn sterf]led getroost moge uitroepen ; het is volbracht!

fi

-ocr page 122-

122

TOEWIJDING AAN DE GODDELIJKE LIErDE.

Liefde, die in mij de beeltnis Uwer godheid hebt gedrukt; Liefde, die mij zoo goedgunstig Aan de zonde hebt ontrukt; Liefde, steeds blijf \'k TJ gewijd, Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die als meusch geboren

Ons gelijk seheent op deze aard; Liefde, die mij hebt verkoren,

Eer ik \'t leven had aanvaard; Liefde, steeds blijf \'k U gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die hebt willen strijden

Tegen Satans hellemacht.

Liefde, die door strijd mij \'t leven, Zaligheid hebt aangebracht;

Liefde, steeds blijf \'k U gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die mij altoos liefhebt.

Rustloos voor mijn ziele strijdt, Liefde, die door dood en lijden Van het kwaad mij hebt bevrijd; Liefde , steeds blijf \'k ü gewijd , Zonder paal of perk van tijd.

-ocr page 123-

123

Liei\'dc, die mij liebt gebonden Aan uw juk, dien vreugdetroon;

Liefde, die mijn nietig harte Hebt verkoren tot uw woon;

Liefde, steeds blijf \'k U gewijd, Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die U zelv\' tot spijze

Wegsehenkt op mijn peigrirasbaan;

Liefde, die aan \'t eind der reize Me opvoert, waar uw Englen staan ; Liefde, steeds blijf \'k ü gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Liefde, die mij eens onsterflijk Doet verrijzen uit het graf;

Liefde, liefde, doe mij erven \'t Rijk, dat U de Vader gaf; Liefde, steeds blijf \'k ü gewijd. Zonder paal of perk van tijd.

Toewijding aan Maria.

O Maria , onbevlekte Maagd en gezegende Moeder mijns Heeren ! Zie, ik heb Hem, dien gij van den H. Geest ontvangen, dien gij onder uw hart gedragen, dien gij gebaard , gekoesterd, aan uw hart gedrukt en gevoed jielit, thans in mijn binnenste ontvangen. Hij is mijn gast, de spijze , het loven , de vreugde en zaligheid mijner ziel. Uit u, zuiverste der

-ocr page 124-

124

maagden, Tieeft Hij vleesclv en Woefl aangenomen , opdat Hij mij zon kunnen verlossen en de spijze worden mijner ziel En zon ik u dan niet. danken voor uwe toestemming in het geheim der menschwording van mijn godde-lijken Heiland , en zou ik n niet loven als de Moeder mijns Heeren, die mij heden zoo bij uitstek begunstigd en met zijne zoete tegenwoordigheid vertroost en vereerd heeft. O allerliefste Moeder van mijnen Jesus en ook mijne Moeder! verheug u met mij over het onmetelijk geluk, dat mij heden ten deel viel, en help mij met. geheel uw hemelsch hof uwen en mijnen Jesus loven en prijzen, die mij zoo groote barmhartigheid heeft bewezen. O allerzoetste Moeder I gij kent het verlangen mijns harten, om mij geheel en al aan de dienst van uw goddelijken Zoon toe te wijden. Op nieuw heb ik Hem onschendbare trouw gezworen, en ik wil voor Hem leven en sterven. Maar ach! ik ben zwak en ellendig, arm en onvermogend ; zonder hulp, zonder kraoh-tigen bijstand zal ik mijne belofte niet kunnen ajestand doen. Daarom kom ik met kinderlijk vertrouwen tot u, en bid u met aandrang en liefde, mij onder uwe moederlijke bescherming te nemen en mijne lieve Moeder te willen zijn en blijven. O, vergun mij naast, het lieve kindje Jesus een plaatsje aan uw liefderijk moederhart, en sta mij toe, dat ik mijne eenige,

-ocr page 125-

125

mijne onsterflijke ziel in uwe handen stelle en mijn arm hart aan u overgeve. O, hoe goed beu ik bewaard, wanneer ik in uwe armen rust; hoe veilig wandel ik voorwaarts onder uwe bescherming. 0, toon dan, dat gij mijne moeder zijt; ik wil uw kind zijn en blijven, u beminnen en dienen mijn leveu lang. Werp eenen liefderijken blik op mij als ik wankel, houd mij vast als ik vallen mocht, geleid en bestier mij als ik mocht afwijken, bescherm mij als de bekoorder nadert, en versterk mij in alle gevaren mijner ziel. Gij hebt uw goddelijken Zoon tot aan zijn dood aan \'t kruis niet verlaten, verlaat ook mij, uw kind , niet tot aan mijnen dood, opdat ik de genade verwerve eenmaal u met uw lieven Zoon Jesus in den hemel te aanschouwen , te loven en te prijzen in eeuwigheid. Amen.

BBDB TOT JBStTS.

Ter utfroeiing van het hoofdgebrek.

Ook gij, godminuende ziel, hebt zonder twijfel het eeu of ander gebrek, waarin gij in weerwil van uwe goede voornemens, zoo dikwerf terugvalt; eene hoofdfout, een hoofdgebrek, waarvan gij zoo gaarne zoudt willen bevrijd zijn. Leg die fout in oprechtheid des harten aan uweu goddelijken Heiland bloot, toon Hem de geheime wonde uwer ziel, en Jesus zal u genezen, wanneer gij Hem vol vertrouwen smeekt.

O mijn Jesus! goddelijke Geneesheer, die alle, ook de zwaarste wonden kau genezen;

-ocr page 126-

126

zie, de ziel, welke Gij lief hebt, is ziek, zij ligt daar overdekt niet wonden, die Kaar afmatten en onbekwaam maken, om zicli geheel met U te vereenigen. Gij kent de fouten , waarin ik zoo dikwerf verval; gij kent die ongeregelde neigingen, waaraan ik zoo dikwerf toegeef. O , hoe dikwijls heb ik ze reeds betreurd, hoe vaak mij reeds voorgenomen ze voortaan te zullen vermijden, en nog altijd bega ik ze op nieuw. Ach! wat ben ik toch zwak; hoe groot is het verderf, dat in mij heerscht; hoe zwaar is de strijd! Ik ben arm en ellendig, o Heer, help mij! — Ja, mijn Heer en mijn God, help mij, opdat ik overwin ne. Uit den diepsten grond mijns harten weusch ik zuiver van elke zondevlek voor uw aangezicht te wandelen; hartelijk verlang ik elke fout te vermijden, die aan uw zuiver oog mishaagt; maar ik vermag dat niet, zoo Gij mij niet krachtig bijstaat. O Jesus, Almachtige Gofl! Gij zijt thans in mijn hart. Ik laat U van mij niet weggaan, voordat Gij mij zegent en mij de genade geeft, om mijn hoofdgebrek {noem liet Uier h.v. mijne liefdeloosheid, afgunst, eigenliefde\') te overwinnen. Met uwe genade kan ik alles; zonder IJ vermag ik niets. Ik zal niet ophouden over mijn hart en zijne neigingen te waken, mijne zintuigen, inzonderheid mijne oogen en mijne tong te beteugelen; ik zal alles, wat

-ocr page 127-

137

mij aanleiding tot zonde geven kan, ont- . vluchten; maar Gij, lieve Jesus, verlaat mij niet, sta mij bij in den strijd en help mij tot uwe glorie de zege behalen. Amen.

BEDE TOT JESUS OM VERGIFFEKIS

voor de fouten bij de heilige Communis begaan.

O mijn liefdevolle Jesus! Gij hebt groote dingen aan mij gedaan, heilig God! ja, een wonder van liefde hebt Gij aan mij voltrokken door uw genadevol bezoek. Heden is miiner ziele het grootste heil wedervaren. Gij, de Koning der koningen, hebt U heden ge-waardigd tot haar af te dalen en haar met uwe zoete tegenwoordigheid te verblijden. O, hoe onbegrijpelijk groot is uwe lieioe. Maar hoe heb ik U deze liefde vergolden ? welke ontvangst heb ik U m mijn hart bereid? Helaas ! met groote droefheid en diepen ootmoed moest ik mijzelven zoo menige nalatigheid verwijten, waaraan ik mij bij uw genadevol bezoek schuldig maakte. Zoo lauw en koud was mijn hart, zoo gering mijne godsvrucht, zoo verstrooid mijn geest, ik had U met de vurigste hartelijkheid moeten omhelzen on in de overweging van uwe onuitsprekelijke goedgunstigheid jegens mij geheel verzonken moeten zijn , en ik was daar-enteo-en zoo onverschillig en mijn hart ont-

D

-ocr page 128-

128

stak niet in helle liefdevlammen en bleef ongeroerd en koud. Ach, Jesus! lieve Jesus! beschouw mijne ongevoeligheid en mijn ondank niet met de oogen uwer gerechtigheid, maar heb veeleer medelijden met mijne zwakheid. Vergeef mij genadig de fouten, die ik bij het nuttigen vau uw allerheiligst lichaam begaan heb , en herstel en maak door uwe liefdevolle erbarming en door uwe oneindige verdiensten weêr goed, wat ik heb misdreven. Vergeef mij den smaad U aangedaan, door U in een hart, dat nog zoo vol was van gebreken, te ontvangen en verleen mij de genade, dat ik in de toekomst met betere voorbereiding en vuriger godsvrucht nadere tot uwe heilige Tafel, om mij met ü te vereenigen, die met den Vader en den heiligen Geest geloofd en geprezen zij in alle eeuwigheid. Amen.

MISGEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

VOCKBEREIDINGS-GEBBD.

Almachtige, eeuwige God! in diepen ootmoed werp ik mij voor uwe goddelijke Majesteit neder, om U met den verschuldigdan eerbied te aanbidden en het onbloedig ütfer bij te wonen, dat uw eeniggeboreu Zoon eenmaal op eene bloedige wijze op den Calvarie-

-ocr page 129-

129

berg ten lieile der gaiische menschhaid en ook voor mij aan uwe strenge en iieilige o-ereclitigkeid heeft opgedragen.

\' O goede Vader in den Hemel! Zoozeer

hebt Gij de wereld bemind, dat Gij uw eenig-

ffeboren Zoon voor ons zondaren nebt over-creleverd, en nvv veelgeliefde, goddelijke Zoon heeft ons, arme menschenkinderen , zoo liet gehad, dat Hij vrijwillig onze sehuld op zich nam, den troon zijner heerlijkheid verliet en zich met onze menschelijke natuur bekleedde,

om voor ons het bitterste lijden en den smar-teliiksten dood te ondergaan en onze schuld uit\'te delgen. O goedertieren God en Vadei. wat kan ik U voor zoo groote lie^ e «n genade wedergeven? welken dank zal ik brengen? Zie, dat groote werk van emdelooze liefde, dat in dit H.Offer tot uwe eer en tot voortdurend aandenken aan Jesus Ghnstus , uw Zoon en onzen Verlosser, vernieuwd wordt, dat offer ik U als een waardig dankoffer op voor alle mij verleende genaden en weldaden , inzonderheid voor de allergrootste genade dat ik heden het allerheiligst vleesch en bloed van uw goddelijken Zoon, die mij zoo lielde-vol is komen bezoeken, heb mogen ontvangen. Neem dit dankoffer uit de handen van uw eeniggeboren Zoon, in wien Gij uw welbehagen hebt, goedgunstig aan en verleen mij de genade, dat ik zijn allerheiligst Offer tot

-ocr page 130-

130

heil mijner ziel met de hartelijkste en vurigste godsvrucht moge bijwonen. Amen.

VAN HET HEG1N TOT AAN DE OFFERANDE.

Ach, barmhartige Vader! het bewustzijn mijner schuld en delast mijner ellende drukt zwaar op mijne ziel; nauwlijks durf ik het wagen van verre de oogen naar uw heiligdom op te heffen ; daarom sla ik met den tollenaar rouwmoedig op de borst en roep met hem uit: Heer God, wees mij arme zondaar genadig ! Jesus, uw goddelijke Zoon offert zich voor mij op. Hij, het Offer en de Hoogepriester zelf bidt voor mij, zooals Hij eenmaal aan \'t kruis voor zijne moordenaars en voor allo zondaren gebeden heeft. Laatü daarom, he-melsche Vader, verzoenen en oordeel mij niet volgens mijne werken; geef mij den geest van boetvaardigheid, en delg ter wille van uw Naam en van dit heilig Offer al mijne misdaden uit. Verheerlijk aan mij uwe eindelooze barmhartigheid, en laat het U, wijl ik volstrekt geene verdienste heb, wegens uwe grenzelooze goedheid welbehagelijk zijn, dat ik U fle verdiensten van uw geliefden Zoon Jesus, die voor mij aan \'t kruis zijn bloed vergoot, voor mij opdraag.

Goddelijke Heiland Jesus Christus! onze Middelaar bij den hemelschen Vader, onze

-ocr page 131-

131

leermeester, onze geneesheer en herder : Gij XwhigviegA-.Ikhen gekomen om te zoeken wat verloren was, om die vermorzeld van harte zijn, te (jenezen. J a, uwe goedheid is nog altijd dezelfde, als toen Gij op aarde rondwandel-det. Goddelijke Geneesheer! genees mijne zieke ziel; genees haar van hare droefheid, opdat zij uw woord moge hooreu en begrijpen; genees hare blindheid , opdat zij erkenue, wat haar tot vrede strekt. O goede Herder Jesus Christus! onvermoeid hebt Gij mij na-geloopen, mij bezochten met uw eigen bloed gevoed, ach\', ik bid U, laat mij immer uw getrouw schaapje blijven; laat mij nimmer aan uwe handen ontrukken en een roof worden mijner vijanden. Weid mij met uwe genade , voer en geleid mij met uw herderstaf , spijs en voed mij met uw hemelsch brood. O ecuwig trouwe Herder mijner ziel! hoeveel heeft hetU gekost, om mii van het eeuwig verderf te redden, en wat doet Gij uog altijd , om mij niet verloren te laten gaan ? lunig bedank ik ü voor alle genade en liefde, die Gij mij bewezen hebt.

O Jesus, eeuwig licht der waarheid! hoe helder licht Gij mij voor door uw woord en voorbeeld ! Ach, had ik U, het vvarö licht, immer gevolgd! O, vergeet mij mijne lichtzinnigheid, waarmede ik de duisternis der wereld meer bemind heb dan het licht, dat

-ocr page 132-

132

van U uitgaat en in de H. Kerk altijd schijnt. Geef, dat ik voortaan dat heilig licht immer

8 Clquot; Jesus, goede Heet en Meester .Heer vol

liefdeen erbarming, rijkeen machtige Heel . zie, uw arme knecht (uwe arme aienstmaagd ) ligt vol eerbied voor uwe voeten neder en stemt blijde in met het lot- en danklied, dat de Engelen en Heiligen m deu Hemel en de strijdende Kerk op aarde aanheffen en voortdurend inden Hemel en op aarde laten weergalmen. Ja, U zij eer en dank en lof en aanbiddingen kracht en macht en heerlijkheid m alle eeuwigheid ! 0, mochten toch alle men-schen U ais hun Koning en Heer erkennen , huldigen en vereeren! Ja Jesus, tri] zijt myn Heer; ik reken het mij tot de hoogste eer

en gunst en tot het grootste geluk uw dienstknecht (uwe dienstmaagd) te zijn. U jwil ik dienen, altijd; U alleen, U offer ik mijn wil, mijne vrijheid, alles, wat ik ben en wa. in heb O, wees eeuwig gelooid en geprezen, dat Gij mij tot uw dienst hebt willen roepen; want een heer zoo goed, zoo liefderijk, zoo barmhartig als Gij, lieve Jesus , is nergens te vinden. Waar is een heer die vooi ziin trouwloozen knecht den verachtelijksten en smartelijkste!! dood sterft; waar is een heer, die zijn knecht met zijn eigen vleescli en bloed spijst, zooals Gij, mijn Jesus, mijn

-ocr page 133-

133

Heer en mijn God - O, dai^endmd. I dank voor zooveel genade voor zooveel efde en goedlieid, waarvan ik mets vcrd c d lmd^ \' O mijn Jcsus! laat mij toch nooit uw hens vaarwel zeggen; laat toet nooit toe dat de trouw verbreke, die ik U in het H Doop

selbeloofd heb. Onder uw kruisvaan waa 3

ik gezworen heb. wil }k strijden tot den dood. en door ü hoop ik ook ^ ^gevieren on de kroon te ontvangen, die Gij aan uwe trouwe dienaren beloofd hebt. Amen.

van dis o ff euan de tot aan «!\'n\' s ancttjS.

Heer, almachtige God! zie met een genadig oog van uw verheven troon op ditzuiyer O iter neer, dat de priester U tlianb opdrda0 , Met deze offergave van brood en wiju vei-eenig ik alles wat ik ben . wat ik heb. yoora miin hart. In ootmoed en berouw leg ik liet quot;p\'tat Altaar «At. H.ta., ;

waardig, met zonden bevlekt- Gi) kunt m geen waar welbehagen in vinden Daarom wil ik het in den kelk des hei s indompelen opdat het gereinigd worde door de ktacht dor u-oddelijke liefdebron van het bloed mijns Verlossers,quot; dat tot vergiffenis der zonde is

Vl O^iesus! wal is het offer van mij zeiven,

-ocr page 134-

134

wat is het leven . wat zijn de gaven aller meusclieu tegen liet Otfer, uat Gy aan liet kruis volbracht hebt, en nog dagelijks op het Altaar vernieuwt! Gij zijt God en menseh te jreliik; uw Olïer is van oneindige waarde, het zuiverste en heiligste en reinste aan genade. O wat zou ik, wat zou de gansche wereld zijn zonder dat Offer? Daarom dank, o God, eeuwige dank , dat Gij U voor ons aan het kruis zoo liefdevol hebt opgeofferd en dit OIFor van liefde tot aan het einde der dagen in de H. Mis voortzet [k mag dus nu hopen, dat uw homelsche Vader orn uwentwille ook het offer van mijn hart met versmaadt ; ik mag nu hopen , dat mijn zuchten en smeeken om genade en barmhartigheid, om vergiffenis en verzoening met te vergeels zijn zal. Dat alles klimt door U tot den Vader

op ; Gij zijt mijn alvermogende voorspreker bij

zijnen troon; Gij toont Hem de heilige wonden, die Gij voor ons heil hebt ontvangen en uw hemelsehe Vader laat daarop dat troostvolle woord hooren : vergiffenis.

O Jesus! welk een troost ligt m dit geloot aan uw middelaarschap opgesloten! Ach. zoo ik ü niet bad, zoo Gij mijn Jesus met waart , hoe ellendig en vol jammer zou ik dan met zijn! Ja waarlijk, met U heelt de hemelsehe Vader ons alles geschonken; genade op genade, en door U, door uwe handen neemt iiij ook

-ocr page 135-

135

alles, zelfs het kleinste offer met welgevallen aan. Maar, lieve Jesusl lielp mij clan ook,

dat mijn leven voortdurend een leven van op-offering zij, dat ik elk uur van mijn leven in liet geloof aan U en in de liefde tot U , als een \'offer aan den hemelsclien Vader op-drage, dat ik niet moede worde, mijne verkeerde neigingen, mijne geheclitlieid aan de wereld, de uitspattingen mijner zinnen en de begeerlijkheid van mijn hart te versterven cn afbreuk te doen. Help mij, dat ik mijn vleesch niet zijne booze lusten kruisige, dat, er geen dag voorbijga, waarop ik met zeggen kan : ik heb mijn God en Heer een otter gebracht. — Dezen mijn oprechten wil, om mii volkomen aan uw hemelschen Vader ten offer te brengen, leg ik thans op liet rl. Altaar in de handen des priesters neder, die hier uwe plaats bekleedt, en ik smeek zoo vurig en hartelijk mogelijk, dat Gij uw hemelschen Vader gelievet te bewegen , om mijn goeden wil in genade aan te nemen. Amen.

VAN HET SANCÏUS TOT AAK UE

CONSEC R ATT E.

Almachtige, eeuwige, barmhartige God! ik ellendig en nietig schepsel werp mij zwijgend voor uwe voeten neder; ik aanbid ü m die-pen eerbied met de menigte uwer H. lingelen.

-ocr page 136-

136

„ .„„s „w.

3; \' 18 \'J ,v,lt Gii in eindelooze goed-

gen voor alles , lt; 3 Helaas ! ik kan

Wiil mij U n»t «.«.te

roepen. •■( Pii Hoer God , onze Vader 1

Geprezen zijt t\' J lieer, ,T( \' ,

li ./ii lof en glorie m eeuwiglieid!

Kn o-curezeu de naam uwer heerlijkheid , die Lüil is en waaraan lof toekomt m eeu-

Wig^zeu zijt Gij in den

uvver Majesteit! U komt lof en glorie toe in eeuwigheid! TuUioen troon

H komt lof eigt;\'glorie toe m eeuwigheid

Dat al uwe Engelen en Heiligen pn] e

-ocr page 137-

137

(lat zü U loven en verlieerlijkenui eeuwiglwid! Bat de Hemel, de aarde, de zee eu alles

Heüig is de Heer, God der kewscliareln ^Hemel en aarde zijn vol van zijne

^oS\'vtrleug u en jubel; zie, Gods keer-S»^l—H^

V^er^voT^vau genade en waarkenl, om ket

Olïer van liefde voor u te voltrekken. Hosanna

zijne liefde in alle eeuwigkeid !

ONDER DE H. CONSECUATIK.

O mijn Jesus! koe groot is uwe liefde en

SSSSSSS;

mmamp;m

mij onder de gedaanten van brood eu wij 1.

-ocr page 138-

188

O liefde, onbegrijpelijke liefde van mijnen God, wat zijt gij onuitsprekelijk groot!

O Jesus, waarachtig God en mensch, die aan liet kruis zijt opgeheven : ik geloof in U, ik aanbid U als mijn God en Heiland , waarachtig tegenwoordig in het allerheiligste Sacrament des Altaars!

O Jesus! voor U leef ik, voor U sterf ik; in dood en leven beu ik de uwe.

O allerheiligst bloed mijns Verlossers, dat eenmaal van den stam des kruises voor alle zondaren gestroomd heeft; o, ik aanbidU en smeek U met vermorzeld harte, wasch en reinig mijne ziel van alle zonden !

O Jesus! voor U leef ik ;o Jesus! voor U steri ik ; o Jesus ! in dood en leven ben ik de uwe!

MA DE CONSECKAÏIE TOT AAN DE COMMUNIE.

O Geliefde mijns harten, Jesus, goddelijke Bruidegom mijner ziel! Gij zijt dus wezenlijk, waarlijk en zelfstandig tegenwoordig op dit ] ]. Altaar onder de gedaanten van brood en wijn. Met de oogen des geloofs zie ik U op onbloedige wijze het geheimvolle Olïer voltrekken ; ik zie U als Olïerlam op het Altaar en hoor U ten Hemel roepen om genade, ver-gitfenis en verzoening. Het bloed van den rechtvaardigen Abel riep om wraak ten Hemel;

maar uwallerheiligstbloedroeptom erbarming

-ocr page 139-

139

tot den hemelschen Vader. O, hoe oneindig o-root toch is uwe liefde! — Maar, lieve Jesus. Gü ziit niet alleen een verzoeningsoiter, maar ook een dankoffer op dit Altaar. O troostvolle waarheid! Ach! hoe zon ik toch uw hemelschen Vader op eene waardige wijze kunnen dankzeggen voor al de ontelbare genadegaven, die Hii van het eerste oogenblik mijns levens tot op dit uur mij bewezen heeft? Zijne oneindige goedheid heelt mij steeds omgeven , mij op de handen gedragen en mij geen oogenblik verlaten. Maar de allergrootste genade, het rijkste geschenk zijner goddelijke almacht en liefde heeft Hij mij in Ü , mijn Jesus! /.elven geschonken. Hij heeft U op aarde gezonden, heeft U mensch laten worden en U, ziju teer geliefden Zoon, aan den smartelijksten dood overgegeven, en dat alles deed Hij voor mi] ■ Maar zijne liefde ging nog verder. Hij wilde mijne ziel met Hem vereenigen; zy zou een met Hem worden , zooals Gij met Hem een ziit. En om dit woudervolle geheim te voltrekken, wilde Hij, dat uw allerheiligst v eesck en bloed de spijze mijner ziel zou worden. U oneindige goedheid, o genade boven alle ge-nade ! — Heden , lieve Jesus ! hebt Gij uw

iutrek bij mij genomen; heden heeltuwhemel-selie VaderUgeheel aan mij geschonken; lieden heeft Hij mij met uw allerheiligst yleesch en bloed gespijzigd ! O. hoe troostvol is het

-ocr page 140-

140

nu voor mij, dat ik uw hemelschen Vader door U, o Jesus! het volmaaktste dankoffer kan opdragen, dat de dank van mijn onwaardig hart door U tot den troon mijns Vaders kan opstijgen.

O! zie dan, goedertieren Vader, genadig neder op liet Olfer van uw eeniggeboren Zoon en gewaardig U, in vereeniging met de dankzeggingen , die Hij U op dit Altaar opdraagt, mijn geringen en on waardigen dank goedgunstig aan te nemen. Ik gevoel, dat ik alles, wat ik ben en wat ik heb, aan U ben verschuldigd; dat wanneer ik ook duizend levens had, ik ze aan U zou moeten ten oller brengen Maar ik weet, dat het leven van uw eeniggeboren Zoon alleen een volmaakt toereikend offer is, om uwe goddelijke gerechtigheid te bevredigen, en dat Gij ter wille van dit heilig Offer uws goddelijken Zoons ook mijn goeden wil niet versmaadt. O I geef mij dan, hemel-sche Vader, om Jesus uws Zoons wille, de genade van U altijd boven alles te beminnen, alles uit liefde voor U te doen eu te lijden en in deze liefde te leven en te sterven. Amen.

VAN DE COMMUNIE TOT AAN HET HINDE DER II. MIS.

O goedertieren, liefderijke Jesns! Vol van genade en goedheid hebt (iij bezit genomen

-ocr page 141-

141

van liet hart des priesters et; liem gespijsd ten eeuwigen leven. Ook aan mij hebt Gij heden diezelfde hooge genade bewezen , ook mij hebt Gij heden willen bezoeken. Ik kan niet ophouden ü voor die liefdevolle zelfver-neclerjDg te danken, U daarvoor fe loven en te prijzen. Ik weet niet, hoe ik het gevoel der innigste dankbaarheid , dat mijn hart thans )ezielt, zal uitdrukken, hoe ik ü mijn opreeh-ten dank zal bewijzen. Maar toch, mijn Jesus, dit weet ik, dat ik Ugeen aangenamer dank kan betoonen , dan door den wil uws hemel-schen Vaders in alles te volbrengen , ü getrouw te dienen en uw heilig voorbeeld na te volgen JLn dat wil ik doen , lieve Jesus, daartoe ben ik gaarne bereid. Van nu af wil ik uwe heilige voetstappen drukken, al die heerlijke deugden, die Gij op aarde beoefend hebt wil ik naar mijne zwakke krachten ook in beoefening brengen. Ik wil in ootmoed wandelen voor uw aanschijn; ik wil zachtmoedig en vredelievend zijn jegens alle menschen; elk leed, elke wederwaardigheid geduldig verdragen, alle menschen zonder uitzondering liefhebben en barmhartigheid bewijzen, waar ik slechts kan. Gij, lieve Jesus, zult mij voorlichten ; welaan , ik volg U. — Bij al mijne gedachten, woorden en werken wil ik mij zeiven afvragen : zou mijn Jesus dit denken\', zou Hij zoo spreken, zou Hij zóó handelen?

-ocr page 142-

142

Uwe licilisfc inspraken wil ik flus bereid vaardig opvolffen en zóó uw heiligen wil volbren-go)\'-— Maar Gij, mijn Jesus, kent mijne zwakheid, mijne onstandvastigheid en mijne lichtzinnio\'heid. 0 kom mij dus met uwe krachtige genade te hulp. Zegen mijne goede voornemens, die ik bij de H. Communie reeds gemaakt heb en thans nog plechtig vernieuw, en help mtj, om ze tot uwe eer en mijne zaligheid nauwgezet te volbrengen. Airien.

isr a-miüd A.ca-oEFBjNrijsra-Ejsr

OP DE COMMUNIEDAGEN.

Gij moet u, bodminnende ziel, niet tevreden stellen met terstond nu de II. Communie uw goddelijken Heiland behoorlijk dank gebracht en de verschuldigde aanbidding en verheerlijking bewezen te hebben; maar de liefde moet u ook dringen, om nog na den middag nw lieven Jesus in het Allerheiligste Sacrament te gaan bezoeken en Hem uwe liefde, hulde en vereering te brengen. O, de Heiligen Gods verwijlden zoo gaarne vóór het H. Tabernakel; hoe velen van hen brachten daar .liet gansche nachten door, om hun hart in de vurigste liefdebetuigingen voor Jesus uit te storten! Dringend wekt de H. Alphonsus de Liguorio daartoe oji , als hij zegt: ii Weet, dat de tijd , dien gij in godsvruchtoefeningen ii voor het H. Sacrament doorbrengt, nooit beter kan n besteed worden en u in het stervensuur, ja de gansche ii eeuwigheid door, het meeste zal vertroosten.quot;— Verzuim dus niet deze devotie, die God zoo aangenaam i», ijverig te behartigen; bezoek uw Jesus in zijn H. Tabernakel en smaak en zie, hoe zoet de Heer is ! — Kunt gij naar de kerk niet gaan, vereenig u dan te huis in den geest met alle Heiligen en vrome zielen; trek u in eene stille plaats een weinig terug en houd n, met

-ocr page 143-

143

tiot gezicht naar de kerk gekeerd, eenige oogenblikken in aanbidding van nw lieven Verlosser, in bewondering en liefde, in gebed en overweging bezig. Verriobt deze oefening van aanbidding ook \'meermalen daags op andere dagen van de week, door vrome liefdeverzuchtingen en schietgebeden, of ook des nachts zoo gij ontwaakt, en verbind daarmede immer eene geestelijke communie!

De geestelijke Commmne bestaat, volgens de leer van den H. Thomas van Aquinen , in een brandend verlangen, om Jesus in het allerheiligst Sacrament des Altaars te ontvangen en in eene liefdevolle vereenigin17 met Hem, alsof men Hem werkelijk had ontvangen.— Deze godvruchtige oefening der geestelijke Communie wordt door alle leeraars van het geestelijk leven en door de H. Kerkvergadering van Trente bijzonder aanbevolen. Zij deelt ons schier gelijksoortige genade mede als de werkelijke Communie eu is een zeer goed middel, om ons daartoe voor te bereiden. Vandaar dat heilige zielen haar altijd vlijtig beoefend en er vele en groote genaden door verworven hebben. De H. Catba-rina van Siena—zoo lezen wij in hare levensbeschrijving — kon eens wegens ziekte niet communiceeren; maar door brandend verlangen vervoerd woonde zij het H. Misoffer van haren biechtvader Raymundus bij, zonder dat deze zulks wist. Toen deze nu communiceerde, bemerkte hij, dat eene kleine partikel der H. Hostie verdween. Te vergeefs zocht hij daarnaar en werd daarover zeer ontsteld. In een gesprek nu, dat hij kort hierop met de H. Catharina voerde, bekende deze hem, dat Christus haar verlangen naar de H. Communie bevredigd en zelf haar de heilige partikel had toegereikt. — Leer hieruit, godvruchtige ziel, hoe welgevallig aan Jesus liet verlangen is naar de H. Communie. Volg dus den raad van den H. Alphonsus, die wil, dat men bij ieder bezoek aan het allerheiligst Sacrament, alsook bij iedere H. Misse, enten minste eenmaal daags geestelijkerwijze zal communiceeren. De H. Teresia zegt : de geestelijke Communie is zeer

-ocr page 144-

144

„ voordwlipr; verzuim dio niet, want daaruit leert de «Heer kennen, lioezeer (jij Hem lief hebt.quot;

GEBEDEN EN UITSTORTINGEN DES HARTEN

TOT JRSUS IN HRT ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Eeuwig oieloofVl, gedankt, en geprezen zij Jesns in het allerheiligste Sacrament des Altaars!

EERSTE UITSTORTING DES HARTEN VOOR JESUS.

Dat alle vleesch zwijge voor liet aanschijn des Heeren, want Hij is opgestaan van zijn»? heilige woonstede.

Zach. TI : 12.

Voor U, almachtige God ! in Let stof neer-gebogen en van den diepsten eerbied doordrongen, aanbid ik U en ik smeek U, H. (ïeest Gods, mijn hart te willen reinigen en heiligen , en mij de gaven van godsvrucht, van liefde en vreeze te verleenen. Wees geprezen , Vader van onzen Heer Jesus Christus, dat Gij mij dezen dag hebt laten beleven , waarop in uw goddelijk liefdemaal aan mijne arme ziel zoo groote dingen zijn te beurt gevallen. O bevrijd mij in deze oogenblikken van godsvrucht van alls aard-

-ocr page 145-

145

sche gehechtheden, opdat mijn geest ongehinderd naar U opzweve; gebied aan al mijne gedachten en aan mijne verbeelding rust en stüte, opdat ik in vereeniging met alle a ige Geesten U met ingetogen hart love en verheerhjke. Wees geprezen, liefderijke Verlosser Jesus Christus, in het allerheiligste Sacrament des Altaars! Zegen mij bij den aanvang van mijn gebed en laat de uitstorting van mijn hart. dat U bemint en U boven alles wenscht liefte hebben. U welgevallig zijn. — U, trij, troost en laatste einde miiner pelgrimstocht op aarde, die zoo vol is van kwellingen en lijden; ach , mijn hart verlangt naar U, zonder U is de wereld eene woestenij. Verre verwijderd van mijn waarachtig vaderland, wandel ik rond in een oord van balling-

ZoXVnr T 6 die ü\'0 Heer\'lief heeft.

donder U, o Jesus! levend brood des Hemels

1Z 0P den weg\' die voert

naar het vaderland, waar Gij in eeuwigen

luister en heerlijkheid troont. — O, hoezeer

dorst mijne ziel naar ü, o God! ach, wanneer

toch zal zij eens voor eeuwig met U veree-

z/e iktl ~ Konillg des Hemels!

nwll« i u yertrouwen aan de deur van uw liefdevol Hart, dat van medelijden en er-

GiJ hebt ons ™mers be-

Gii hp\'mfn 1 rie^.0pt zal worden opengedaan, tnj bemmdet mij immers reeds vo\'ór ik gebo-

-ocr page 146-

14.fi

ren was. Gij rlcpt mij in het leven en hebt mij tot hiertoe aau uwe genaderijke vaderhand geleid. Als een barmhartig Herder daaldet Gij af van den Hemel, om mij, \'net verloren schaapje, op te zoeken en op goede weide te voeren. Én de spijze, die Gij mij schenkt, is uw allerheiligstvleeseh; de drank, waarmede Gij mij laaft, is uw allerheiligst bloed. En opdat ik altijd van deze hemelspijze eten en van dezen hemeldrank zou kunnen drinken, verwijlt Gij dag en nacht in het H. Tabernakel en noodigt Gij mij uit, om tot U te komen en het liefdemaal met U te houden. — O liefde van mijnen God, wees eeuwig geprezen ! Met de H. Engelen, die U hier in het H. Sacrament onzichtbaar omzweven en wier eeuwige vreugde Gij zijt, breng ik ü, God van eeuwige ontferming, mijne diepste hulde en vereering. O, geef tranen aan mijne oogen, om, als zoovele vrome zielen, van berouw en liefde, van aandoening en heilige vreugde over uwe heilige tegenwoordigheid ie wee-nen. Geef mij , als aan haar, vleugelen der reinste godsvrucht en der vurigste liefde, om al het aardsche te vergeten en naar U, de eeuwige, eenige-liefde op te zweven.

Ach, mijn Jesus! mijne ziel is voor U als eene dorre aarde, die door geen water besproeid wordt. Ik zucht onder den last mijner menigvuldige gebreken, die mijn zwakken wil

-ocr page 147-

147

niet laten werken volgens uw hciligeu wil. iallooze gedachten, ongeregelde neigingen eu driften wellen uit den grond mijns harten op en verdooven en verwarren mijne ziel, zoodat zij uwe stem niet kan hooren. O mijn Verlosser ! sta op van uw H. Tabernakel en kom uw arm schepsel te hulp. Spreek slechts één woord en er zal stilte heerschen, mijn vleesch en mijne lusten zullen zwijgen , en de kwalen, die mij omgeven. zullen verdwijnen. O, zuiver de oogen mijns harten, opdat zij zien en smaken , hoe zoet en aangenaam Gij zijt, mijn God en Heiland! Want daarom verwijlt Gij, mijn GoA en mijn Al, in dit H. Sacrament, om het verlangen en zuchten der zielen, die tot U, haar goddelijken Heiland, hare toevlucht nemen, te verhooren, om ze te troosten , op te beuren, te versterken en te genezen, om ze met een heilig verlangen naar hare waarachtige bestemming, — do vereeni-ging met ü en met uwen Vader en den H. Geest in den Hemel, — te vervullen en ze met uw licht voor te lichten , opdat zij den weg mogen vinden door het duistere tranendal dezes levens naar het licht uwer heerlijkheid en uwer zalige aanschouwing in het hemelsch vaderland.

Zie, liefste Jesus! in diepen ootmoed en hartelijke liefde kniel ik voor U neder en bid U , neem mijne hulde en mijn zuchten genadig

-ocr page 148-

148

op in uw heilig cn goddelijk Hart en laat mij zonder een woord van troost van U niet weggaan. O levendige afglans en zelfstandig evenbeeld des eeuwigen Vaders! verlicht de oogen van mijnen geest, opdat ik U moge kennen, U liefhebben enU naar waarde moge danken. O eeuwige liefdegloed van mijnen Jesus! tref en verwond mijn hart, verteer daarin alle aardsche liefde, en maak, dat alles wat van deze wereld is, mij walge. Naar ü alleen verlang ik,o Jesus, naarU, den al-lersehoonsten, den beminnelijksten Heer, de zoetste vreugde van vrome en goede harten; U begeer ik, naar ü verzueht ik, tot dat ik eenmaal onafscheidelijk met U vereenigd worde en blijve in eeuwige liefde. Amen.

TWEEDE UITSTORTING DES HARTEN VOOR JESUS.

Zie, Ik ben met u alle lagen tot aan de voleinding der wereld.

matth. 28 20.

Met eerbiedvolle verbazing zie ik aanbiddend tot u op , allerheiligst Sacrament, de kroon van Gods grootste wonderdaden. Verbazingwekkende wonderen heeft uwe almacht o G od! weleer uitgewerkt, om uw goddelijk wezen aan de menschen te openbaren. Maar door een nog veel grooter wonder verbergt Gij hier onder den sluier van de diepste geheimenis uwe godheid en menscaheid, om

-ocr page 149-

149

de verdiensten van ons geloof te vermeerderen, om ons alle vrees voor uwe ontzachlijke grootheid te.ontnemen en onze harten met heilige liefde en kinderlijk vertrouwen te vervullen.— Wie toch zou totü, oHeer! durven naderen, wanneer Gij op dit H. Altaar in de volheid uwer goddelijke Majesteit, in al den glans uwer heerlijkheid zichtbaar waart? Wie zou dan uweaanschouwingkunnen verdragen?wie zou van vrees voor uwe oneindige glorie niet vergaan? wie zou het durven wagen met kinderlijk vertrouwen tot TJ te komen?Daarom hebt Gij , onze zwakheid kennende, de schitterende Majesteit uwer godheid afgelegd en verblijft Gij onder ons in het H. Tabernakel onder de geringe gedaante van brood, opdat geene enkele ziel voor ü vreeze, maar allen, groot en klein, arm en rijk, met kinderlijk vertrouwen tot U zouden komen, om U hun nood te klagen, hunne liefde te betuigen en hunne hulde en aanbidding te bewijzen.

O lieklevnlle Verlosser! op hoevelerlöi wijze openbaart zich uwe liefde , en hoe kan men deze oneindige liefde overwegen, zonder buiten zich zeiven te geraken van verbazing en bewondering en van de warmste wederliefde jegens 17 ontstoken te worden? Wat zoekf Gij dan toch, mijn God! in dit tranendal, waar de ondankbare menschen U bij uwe geboorte een ellendigen stal eu eene krib met stroo

-ocr page 150-

150

tot verblijf aanboden, waar Gij veracht, vervolgd , beschimpt, geboeid, gegeeseld en gekruist werd en tussohen twee moordenaars aan een schandhout hangende den laatsten adem moest uitblazen? Hoe kunt Gij, nu Gij eenmaal in uwe heerlijkheid zijt ingegaan, nog onder zondaren verblijven, die U dag en nacht beleedigen ? Hoe kunt Gij onder verblinden verwijlen, die uwe weldaden niet w illen erkennen, en die geen verlangen hebben, om de wonderen uwer liefde te zien; onder dooven, die hunne ooren sluiten voor uwe stem en uw heilig woord verachten; onder trage en laffe knechten , die U meer bedroeven en beleedigen, dan zij U dienen ? Gij kent onzen ondank, onze liefdeloosheid, onze verhardheid en boosheid, onze zonden zonder tal, onze armoede en gebrekkelijkheid, en toch verblijft Gij nacht en dag onder ons; en juist onze ellende, onze zwakheid en zondigheid dringt uwe liefde, om ten einde toe bij ons te blijven, opdat toch hier of daar eene enkele ziel zich tot U bekeere, en door hare liefde en hare tranen U eenige vergoeding geve voor zooveel hoon en smaad, die ü door de zondaren, welke uwe liefde ontkennen en lasteren , zoo kwistig wordt aangedaan. O goddelijke, alles overtreffende liefde, wat kan met U ooit in vergelijking komen!

O nadert dan, gij alle door het bloed van

-ocr page 151-

151

Jesus zooduur gekochte zielen, en overweegt de onuitputtelijke liefde van uwen God. Hoort, toe Hij, de oneindig goede, de barrnhartige, de almachtige vol teederheid en liefde u toeroept : „ Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken.quot; Hoort, hoe de goddelijke wijsheid spreekt: „Komt en eet van het levengevend brood, dat Ik u bereid en drinkt van den wijn, dien Ik u gemengd heb.quot; Ziet, hoe de eeuwige liefde dringt en roept en het eeuwige leven belooft aan allen, die aan haren goddelijken maaltijd aanzitten ! O hoe diep doordrong die lieftallige stem de harten uwer Heiligen, o mijn God! Zooals een dorstig hert naar de frissehe waterbron, zoo ijlden zij naar uw heilig gastmaal. — Maar wat beklaag ik nog anderen, terwijl ik zelf zoo traag en onverschillig, zoo koud ben jegens uwe liefde, o mijn Jesus! terwijl ik zelf nu en dan aarzel of ik uwe stem wel zal gehoorzamen. — Gij roept zoo luide, oHeer! Gij klopt aan mijn hart en noodigt mij uit, om U te bezoeken en genade op genade uit uwe hand te ontvangen, en ik aarzel nog te komen. Een uur is mij in uwe liellijke tegenwoordigheid reeds te lang, en op dit oogenblik is mijne liefde reeds uitgeput, mijne godsvrucht al vervlogen. Ach , hoe armzalig is toch het menschenhart!

O mijn Heer en mijn God! ontferm U mijner

-ocr page 152-

152

en kom mijnen nood te hulp. Verander mijne zwakheid in sterkte, mijne lauwheid in heiligen ijver, mijne onverschilligheid in vurige liefde. O tref mijn hart door de pijlen uwer liefde, zooals gij eenmaal het hart van uwe heilige dienares Theresia getroffen hebt, opdat het voor U slechts gloeïe, naar IJ alleen verzuchte en ik in levendige, vurige godsvrucht mij aan U volkomen tocwjjde en over-geve. Amen.

DERDE UITSTORTIKG DES HAUTEN VOOK JESÜS.

Zie, mijn geliefde staal; achter den wand, Hij ziet door de vensters en schouwt door de traliën.

ÏÏOOGL. II : 9.

Wondervol, o mijn Jesus! zijn de wegen van barmhartigheid, waarop Gij zoo rijk aan zegeningen tot onze harten wilt doordringen, die tot U trekken, aan U verbinden en ze met de gaven uwer liefde verrijken en tot het hoogste geluk wilt opvoeren. Bij den troon uws hemelschen Vaders zijt Gij de machtigste voorspreker en middelaar voor ons; maar daar in den Hemel zijt Gij voor uwe liefde te ver van ons verwijderd, die hier op aarde in jammer en nood en in allerlei ellende ronddwalen. Daarom daalt Gij in oneindige liefde eiken dag, ja op elk uur van den dag en den nacht op onze altaren af, om ons

-ocr page 153-

153

nabij te zijn en om het offer van verzoening, van aanbidding, het dank- en smeekoffer voor ons te wezen. Maar ook deze grenzelooze zelfvernedering is voor uwe liefde niet genoeg. Gij wilt voortdurend, elk oogenblik bij ons zijn, midden onder ons wonen, als een vader onder zijne kinderen, als een vriend onder zijne vrienden. Gij wilt, dat wij U geheel zullen bezitten, met godheid en menschheid, met ziel en lichaam, met al uwe verdiensten, met den gansehen rijkdom uwer liefde, met al de schatten uwer genade, in het allerheiligst Sacrament des Altaars. Als een gevangene in de banden der liefde gekluisterd, verwijlt Gij in het H. Tabernakel. Terwijl de Bruid van het Hooglied, uwe H. Kerk, Ü daar ziet, roept zij in verbazin g uit: „ zie, mijn geliefde staat achter den wand, Hij ziet door de vensters en schouwt door de traliën.quot; Wat anders is deze wand, waarachter Gij schuilt, lieve Jesus ! dan het H. Tabernakel, het moge dan van hout, of van goud ot zilver zijn, en wat is dat venster, wat zijn die traliën, waardoor Gij ziet, dan de gedaante des broods , waaronder Gij uwe godheid en menschheid verbergt en op ons nederziet? Uwe oogen fdaan nauwkeurig gade of ik U liefheb, met hoeveel trouw ik U zoek en voor U wandel. Gij ziet tot in den diepsten grond mijns

harten en kent al mijne neigingen. Maar ik

ij *

-ocr page 154-

154

zi® U niet, uwe lieflijke schoonheid is voor mijne oogen verborgen, de gedaante des broods houdt haar voor mijne oogen omsluierd. Maar ofschoon ik ü ook met mijne lichamelijke oogen niet zie, leert mij toch het geloof, dat Gij daar in liet Tabernakel rust; ik ge-voel uwe tegenwoordigheid. Gij zijt daar zoo rustig; heilige stilte heerscht in de plaats uwer woning; Gij schijnt daar als dood te zijn, mijn Jesus ! Gij beweegt en verroert U niet, en toch zijt Gij het leven en stroomt alle leven van U uit, en zonder U leeft er niets en beweegt zich niets. In U leven wij, bewegen wij ous en zijn wij.

Midden onder de kinderen der menschen verblijvende hoort Gij onze gesprekken, zijt Gij getuige van onzen wandel, van onzen arbeid, onze zorgen en kommernis, van ons lijden en onze kwellingen, van onzen strijd en onze bekoringen. Gij ziet, hoe dezen met innige godsvrucht bidden en genen ü lasteren ; hoe sommigen alles ter uwer eer doen en anderen U geheel vergeten; hoe de eenen U danken voor elke genade en de anderen met onverschilligheid uwe gaven gebruiken en dik werf zelfs misbruiken, om U tebeleedigen. Gij ziet, hoe sommigen in de kerk komen en tot uwe heilige Tafel naderen met eene heilige vurigheid en geestdrift, anderen met lauwheid en een zekeren weerzin, en weer anderen

-ocr page 155-

155

met eeu bezoedeld geweten en met zonden en schulden beladen. En Gij, o wondervolle God! woont in beilige rust en stilte in het Tabernakel en geeft door geen enlcel teeken noch uw welbehagen in do liefde van dezen, noch uw mishagen in den ondank van genen te kennen. Niets vermag den vrede en de stilte van uw Heiligdom te storen. De liefde, alléén de liefde houdt IJ gevangen, de liefde is het, die U, levengevend leven, als dood maakt, tot een slachtoffer voor ons, arme zondaren 1

O wondervolle God, o eeuwige wijsheid! luide roept uw stilzwijgen , uwe onbewegelijke rust, mijne ziel toe, dat zij van U moet leeren sterven. Ja, sterven moet ik aan de wereld; als een doode moet ik worden, onverschillig voor de vreugden, voor de vergankelijke goederen der aarde, voor alle eer en lof, afkeuring en verwijt van de kinderen der wereld. Hoe meer ik U in de H. Communie ontvange, des te meer zal dat heilig afsterven, die verstorvenheid toenemen. — Slechts voor U moet ik leven, zooals Gij slechts voor mij leeft in het Tabernakel, om het leven mijner ziel te zijn. Mijne oogen moeten gesloten zijn voor alle pracht en aanlokselen der wereld; ik moet doof worden voor de verleidelijke stem der zinnelijkheid en wellust; stom voor nuttelooze, liefdelooze en zedelooza

-ocr page 156-

156

taal, voor vleitaal en leugen ^onbewegelijk voor alle zinnelijke aantrekkehjklieid en alle iidelheid; sterven moet ik voor de zonde, der zonde afsterven en dood zijn voor alles, wat tot zonde voert, en voor U alleen slechts leven, U dienen, U liefhebben, mij aan U geheel overgeven met al de kracht mijner ziel, aan U, den zoetsten Meester, den al-lerschoonaten God, het allerhoogste goed , de bronwel aller zaligheid!

Dit leert mij uw verborgen leven in üit H. Sacrament. Ik ziel! daar den diepsten ootmoed , de grootste zachtmoedigheid, het on-overwinnelijkst geduld, de stiptste gehoorzaamheid , de liefderijkste barmhartigheid de vloeiendste liefde beoefenen, zonder nochtans een enkel woord te spreken. Maar uw zwijgen spreekt luider dan de helklinkendste leerrede. _ O eeuwig Woord des Vaders! geef mi] kracht, om te volbrengen, wat uw zwijgen mi] toeroept; geef mij kracht, om te doen, wat uw voorbeeld mij leert. Want helaas! nog leeft in mij de zondige menseh; nog verheit hij zich tegen den geest en stoort hij door voort-durenden strijd mijn inwendigen vrede. Versterk mii daarom, o Brood des levens; verlicht mij, bronwel van alle licht; ontsteek en ontvlam mij, schitterend vuur der liefde, en geleid mijhemelsche wegwijzer, opdat iK een hemelseh leven leide en door mij meer-

-ocr page 157-

TB7

malen met U in liet H. Sacrament te ver-eenigeu, eindelijk een nieuwe menseli worde, die naar uw welgevallen gesctapen is. Amen.

geestelijke communie.

Mijn Jesus, Zoon van den levenden God! ik geloof vast en zonder eenigen twijfel, dat Gij hier in het allerheiligste Sacrament waarlijk , wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt. Dit leert mij de H. Kerk volgens uw o-oddelijk en onbedriegelijk woord, waaraan ik met verstand en hart vasthoud , terwijl ik in en voor dit heilig geloof immer wil leven en sterven. O mijn goddelijke Heiland, eemge hoop mijner ziel! op uwe barmhartigheid, goedheid en liefde stel ik al mijn vertrouwen en hoop vastelijk van U al die genaden te verkrijgen, welke ik uoodig lieb, oin heilig te leven en zalig te sterven. Mijn God en miju Alles in dit heilig geheim van liefde! ik bemin U, maar ik bemin ü niet genoeg: ik wensch ü veel meer, veel hartelijker en vuriger lief te hebben, ja U eindeloos, eeuwig te beminnen. Gij, o God! zult het eenig voorwerp mijner liefde en van mijn verlangen zijn.

Uit liefde totU betreur ik al mijne zonden, waardoor ik TI ooit bedroefd heb. Zij zijn mij leed, hartelijk leed, o mijn God! omdat zij U, mijn grootsten weldoener, mijn besten Vader , mijn hoogste goed beleedigden. Ik

-ocr page 158-

158

wenschte ze met mijne tranen, ja, met mijn bloed te kunnen uitwisselen. Liever sterven wüik, goede Jesus! dan U ooi weer met eene enkele zonde vergrammen!

Mijne ziel, o Jesus! hongert en dorst naar U O kom dan, neem bij mij uw intrek kom en neem bezit van mip tjt; o kom dan en spijs mijne arme ziel met bet Inood des levens en drenk liaar met den wij , maagden kweekt, die bron van levende wateren die vloeit ten eeuwigen leven. Kom , o Jesus, kom geestelijkerwijze kom met uwe liefde, metuwegoddelijkoge

...d.» hwm-^5* 5»

mijne zie]1 niet leven! ^ Okomdai.enW

mij; kom en red my van den dood; kom en

maak mij zalig- , i „f

Vraag hier uw lieven Jesus alles wat uw ^r verlang^,

derlijkst vertrouwen.

LITA.OTK VA-N HET ALLBBHIILIGSTE SACRAMENT.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

flVmstus . verhoor ons.

God, hemelsohe Vader, ontferm U onzer

-ocr page 159-

169

God Zoon .Verlosser der wereld, on tf. U onzer. God , Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Levend brood, uit deu Hemel nedergedaald. Verborgen God, onder ziclitbare gedaanten sclmilende.

Tarwe der uitverkorenen,

Wijn, die maagden kweekt,

Voortreffelijk brood en wellust der koningen,

Gedurig offer,

quot;Reine spijsofferande, O

Onbevlekt Lam, -t.

Allerreinste Tafel, |

Engelenspijze,

Verborgen Manna, ^

Gedenkteeken van Gods wonderen, § Bovennatuurlijk brood, g

Vleeschgeworden Woord, onder ons vvo- •\'

nende.

Heilig offer.

Kelk der zegening.

Troostvolle verborgenheid van ons geloof. Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, Allerheiligste Offerande,

Zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelseli behoedmiddel tegen de zoude, Wonder van Gods wonderen.

Allerheiligste gedachtenis van het lijden des Heeren,

-ocr page 160-

160

Geschenk, dat alle volheid te boven gaat, Vooi-treffelijlc gedenkteeken der s\'oddeliike liefde.

Overvloeiende bron van Gods milddadigheid, Doorluchtig en hoogheilig geheim, Krachtige spijs ter onsterfelijkheid. Levendmakend, aanbiddelijk Sacrament, O Brood, dat door de almacht des Woords §;

zijt vleesch geworden , S

Onbloedig Offer des nieuwen Verbonds, ^ Spijs en gastheer, O

Allerzoetste maaltijd, waarbij de Engelen g tegenwoordig zijn en dienen, 5

Teeken van genade, ^

Band van liefde ,

Hoogepriester, die zelf het Offer zijt, Geestelijke zoetheid en verkwikking der

heilige zielen,

Teerspijze dergenen, die in den Heer sterven,

Onderpand der toekomstige glorie,

Wees genadig, spaar ons, Heer !

Wees genadig, verhoor ons, Heer ! Van het onwa ardig n nttigen nvvs lichaams lt;1 en bloeds, verlos ons, Heer! JL

Van ile begeerlijkheid des vlecsches, ° Van ile begeerlijkheid der oogen, §

Van do hoovaardij des levens, quot;

Van nlle gelegenheid tot zonde ,

Door de groote begeerte, die Gij hadt,

-ocr page 161-

161

om dit Pascha met uwe leerlingen te eten, verlos ons , Heer!

Door den diepen ootmoed, waarmede Gij ^

de voeten uwer leerlingen gewassclien %

hebt, oquot;

Door deonuitsprekeiijke liefde, waarmede o Gij dit hoogheilig Sacrament hebt in- 3 gesteld,

Door uw dierbaar bloed, dat Gij voor ® ons op het altaar hebt nagelaten, quot; Door de vijf wonden, die Gij voor ons in uw allerheiligst lichaam hebt ontvangen, Wij zondaren, wij bidden U, vei hoor ons. Dat het ü behage, het geloot\', den eerbied en de godsvrucht jegens dit wonderbaar Sacrament in ons te onderhouden en te vermeerderen.

Dat het U behage, ons door eene oprechte belijdenis onzer zonden tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijze voor te bereiden,

Dat Gij ons van alle ketterij, ougeloo-vigheid en verblindheid des harten wilt bevrijden,

Dat het (J behage, de onschatbare hemel-sche vruchten van ditallerheiligstSacra-ment in ons overvloedig uit te storten , Dat het U behage, ons in het uur des doods met deze hemelspijze voorde reis naar de eeuwigheid te versterken,

C:

-ocr page 162-

162

Zoon Gods, wij bidden ü , verhoor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons , Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, verhoor ons, Heer !

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der

wereld, ontferm U onzer,

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

V. Heer ! verhoor mijn gebed.

R. En mijn geroep kome tot ü.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die ons in dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten : geef, bidden wij U , dat wij de heilige geheimenissen van uw lichaam en bloed zoo godvruchtig vereeren, dat wij de heilzame vruchten uwer verlossingonophoudelijkin ons mogen ontwaren. Gij, die met God den Vader in de eenheid des H. Geestes leeft eu heerscht, God in alle eeuwen der eenwen. Amen.

O Jesus! het nuttigen van uw allerheiligst lichaam en bloed is een voorsmaak der eeuwige , allerzaligste vereeniging met ü in den Hemel; geef mij dus, dat ook ik door een herhaald en heilig gebruik van deze goddelijke spijze eenmaal tot die blijde en zoete-

-ocr page 163-

163

vereenigiug gerake en U, dien ik thans, onder de gedaante van brood schmlende, in het Tabernakel aanschouw, eenmaal van aanschijn tot aanschijn in den schoonen Hemel aanschouwen, bezitten en genieten moge. Amen.

GEBED TOT DB ALLERHEILIGSTE EN ONBEVLEKTE MOEDERMAAGD, IN BETREKKING TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

Wees gegroet, o glorierijke Maagd en Moeder des Allerhoogsten, die van eeuwigheid zijt uitverkoren, om onzen Heer Jesus Christus, het brood der Engelen en der menschen, het Offerlam voor de zaligheid der wereld, den Koning des Hemels en der aarde en overwinnaar van dood en hel in uwen schoot te ontvangen en te baren. Wie kan u, uitverkorene Maagd en maagdelijke Moeder des Heeren, waardig loven en prijzen ? Grooto dingen heett God aan u gedaan. Hij heeft u onbevlekt bewaard voor alle erfsmet, opdat Gij eene waardige Moeder zoudt worden van zijn eeuig-geboren Zoon, dien ik hier met alle Engelen onder de gedaante van brood aanbid. Met heiligen eerbied en liefde vereer ik u, machtige Koningin des Hemels, die eenmaal, als eene nederige dienstmaagd des Heeren, zijne teederste kindsheid verzorgdet en als de reinste Maagd en gelukkigste Moeder in ootmoed,

___

-ocr page 164-

164

armoede en vurige liefde Hem diendet. Geheel uw leven was een zuiver hemelsch loflied, een geurige wierook voor den Heer, die de volheid zijner genade in uw hart uitstortte. Den grootsten schat van zijn vaderlijk hart hoeft Hij u toevertrouwd. O help mij dus, lieve Moeder, dat ook mijn leven voor het aanschijn uws goddelijken Zoons een welriekende wierook en mijn hart Hem altoos eene waardige woning zij, wanneer Hij in het allerheiligst Sacrament mij komt bezoeken.

O Maria! hulp der Christenen, trouwe voorspraak uwer geloovige kinderen, die uw Zoon met uw kostbaar bloed heeft vrijgekocht, troostvolle toevlucht der rouwmoedige zondaren ! Zie neêr op mijne diepe armoede en verkrijg voor mij bij uwen Zoon de gave der liefde, die uw hart, dat geheel aan God was toegewijd, vervulde en al uwe handelingen bezielde; vraag voor mij, dat ook ik, even als gij, door volmaakte gehoorzaamheid den wil Gods moge volbrengen en eens de kroon des eeuwigen levens verwerven. O Moeder van mijnen Jesus! gij aanschouwt met uwe zuivere oogen het lieflijkst aanschijn van uw goddelijken Zoon; gij zijt in eeuwigheid met Hem ver-eenigd en bezit en geniet Hem in de zaligste liefde. Ik zie Hem nog slechts, schuilende onder de gedaante van brood in het H. Tabernakel, en mag Hem slechts nu en dan in

-ocr page 165-

165

mijn hart ontvangen en zijne goddelijke tegen-woordiglieid genieten ; o help mij dan, lieve Moeder, door uwe maelitige voorbede, dat ook mij eenmaal liet hoogste geluk, de grootste genade te beurt valle, van uw glorierijken Zoon met n in den Hemel te aanscliouwen en voor eeuwig met Hem vereenigd te worden. Amen.

VOLMAAKTE TOEWIJDING AAN GOD in maagdelijke zuivorlieid.

\'k Wijd ü, God, mijn hart en zinnen; Hoor, acb, hoor mijn kinderbeên; Voor den tijd en eeuwigheên

God, mijn God! wil \'k U beminnen, U beminnen, U alleen.

\'k Wil U dienen al mijn dagen.

Heer! wat wilt Gij dat ik doe?

Is het mooglijk? staat Gij \'t toe?

God, mijn God! \'k wil U behagen :

Leer mij, Heere, leer mij, hoe?

God, mijn God! ik wil U loven.

Altijd loven , altijd aan,

Van mijn sombre levensbaan

Stijg\' voor U mijn geest naar boven , Blijv\' voor U mijn harte slaan.

-ocr page 166-

16(5

God, mijn God! \'k wil voor ü lijden, Smarten lijden zwaar en fel.

Zoo \'t uw wil is, is \'l mij wel. God, mijn God! \'k wil moedig strijden Tegen wereld, vleesch en hel.

Lieve God 1 \'k wil alles derven, Om steeds maagd en rein te zijn;

Zend mij armoe, smaad of pijn.

Laat mij leven, laat mij sterven ,

Maar bewaar mij maagdelij n.

\'k Wil mijn Jesus, ü beliooren, ü beliooren, niet aan mij;

Tot ik van liet aardsebe vrij Staan zal in uw Hemelkoren.

Amen! amen! dat \'t zoo zij!

GEBEDEN TOT HET ALLERHEILIGSTE ALTAARSACRAMENT EN HET GODDELIJK HART VAN JESUS.

Waaraan aflaten\'verbonden zijn.

OOTMOEDIG SMEEKGEBED VÓÓR HET H. SACRAMENT.

Met den diepsten eerbied, dien tet geloof mij inboezemt, o mijn God en Heiland Jesus Christus, waarlijk God en waarlijk mensch, aanbid ik U en ik bemin U van ganscher harte hier in het hoogwaardigste Sacrament

-ocr page 167-

Ifi7

des Altaars, om coiiigermate to herstellen al die oneerbiedigliedeii, onteering en ontlieili-ging, waaraan ik mij tot mijn ongeluk ooit heb schuldig gemaakt, of die ik nog op dit oogen-blik moeht begaan of in de toekomst—wat Gij, o mijn God, verhoede, — mocht kunnen begaan. Ik aanbid U dus, o mijn Godl wel is waar, niet zooals Gij dit waardig zijt of ik dit zou moeten doen, maar ten minste zooveel ik vermag: en ik wenschte het met die volmaaktheid te kunnen, waartoe alle met rede begaafde schepselen slechts in staat zijn. In-tussohen wil ik ü aanbidden nu en altijd, niet slechts voor die Katholieken , die U niet aanbidden en beminnen, maar ook tot vergoeding en ter bekeering van alle dwalenden, atvalligen. Godslasteraars, Mahomedanen, Joden en Heidenen. Ach ja, mijn Jesus! mogen allen U kennen , aanbidden en elk oogenblik in het allerheiligste Sacrament met dankbaarheid beminnen, loven en prijzen. Amen.

Paus P.\'.us VII verleende den 31 Jan. 1815 een aflaat van 300 dagen, die ook aan de geloovige zielen in het vagevuur kan worden toegevoegd, aan elk, die met berouw over zijne zonden, bovenstaand ootmoedig smeekgebed vóór het allerheiligste Sacrament zou bidden.

GEBED TOT HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT EN HET H. HART VAN JESQS.

Zie, o mijn beminnelijke Jesus, lioe ver-

-ocr page 168-

]fi8

de overmaat inver liefde voor mij s^es^aaii is. Om U geheel aan mij te schenken, hebt Gij mij nitnw heilig vleesch en bloed eeno goddelijke tafel bereid. Wat heeft U toch tot zulk een overmaat van liefde voor mij kunnen vervoeren ? Zeker niets anders dan uw liefdevol, goddelijk Hart. O aanbiddenswaardig Hart van mijnen Jesus,gloeiende ovender goddelijke liefde! neem mijne ziel in uwe heilige wonde op, opdat ik in die school van liefde leere, _dien God lief te hebben en te beminnen, die mij zoo bewonderenswaardige bewijzen zijner liefde gegeven heeft. Amen.

Pius VI verleende den 7 Nov. 1787 een aflaat van 100 da^en, die ook aan de geloovige zislen in het vagevuur kan worden toegevoesd, aan elk, die bovenstaand gebed godvruchtig zou bidden.

OPDRACHT VAN HEÏ KOSTBAAR BLOED VAN JESUS OM GODS ZEGEN.

Eeuwige Vader! wij offeren U het allerkostbaarst bloed van onzen Heer Jesus Chris-tus op , dat Hij met zooveel liefde zoo smartelijk lijdende uit de wonde zijner rechterhand vergoten heeft, en door de kracht en de verdiensten van dit kostbaar bloed smeeken wij ootmoedigst uwe goddelijke Majesteit, ons uwe heilige vaderzegen te willen verkenen, opdat wij daardoor tegen onze vijanden be-

-ocr page 169-

169

scliermd en van alle kwalen mogen bevrijd worden.

Dat de zegen van den almaclitigen God des Vaders f des Zoons f en des Heiligen Gees-tes f over ons afdale en altijd bij ons blijve. Amen.

Paus Leo XII verleRnde den 35 Oct. 1825 voor altijd een aflaat van 100 dagen aan alle geloovigeu, die bovenstaand gebed tot den eeuwigen Vader ter verkrijging van zijn heraelschen zegen met bijvoeging van éen Onze Vader en één Wees gegroet met Glorie zij den Vader, enz. tot de Allerheiligste Drievuldigheid, godvruchtig zouden bidden tot dankzegging voor alle ontvangene weldaden. Aan hen, die dit gebed eene maand lang dagelijks verrichten, verleent hij een vollen ajlaat op een dag naar verkiezing, na gebiecht en gecommuniceerd en volgens de meeniug des H. Vaders gebeden te hebben, welke aflaten ook aan de geloovige zielen kunnen worden toegevoegd.

VERZUCHTINGEN TOT JESUS IN HET H. SACRAMENT.

Ik aanbid ü, mijn Heiland Jesus Christus, Die liet ware brood des levens zijt. O Hart van mijn Jesus en van Maria, O zegen de smart, het berouw mijner ziel. Ik schenk ü mijn hart, o Jesus Christus! ü, die, heilig God, mijn Heiland zijt. Moge de Heiland Jesus Christus in het grootste geheim zijner liefde door allen erkend en gedankt en zonder einde aanbeden worden. Amen.

8

-ocr page 170-

170

Paus Leo XII verleent 100 dagen aflaat, die ook aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd, aan allen, die bovenstaande verzuchtingen met een rouwmoedig hart uitspreken.

OPDUACHT AAN HET H. HAUT VAN JESUS.

O mijii beminneiiswaardige Jesns ! ik N. N. schenk U mijn hart, om U mijne dankbaarheid te toonen en mijn ontrouw te herstellen; ik wijd mij geheel aan ü toe, en neem mij voor met uwe hulp niet meer te zondigen.

Paus Pius VII verleent aan alle geloovigen, die bovenstaand gebed dagelijks voor een beeld van het H. Hart van Jesus bidden, een vollen aflaat eens in de maand, als zij waardig biechten en eommuniceeren, en een aflaat van 100 dagen, zoo dikwerf zij het godvruchtig bidden.

SCHIETGEBED.

O allerzoetst Hart van Jesus! geef dat ik U altijd meer en meer beminne.

Onze. Vader. Wees neqroet. Ik c/eloof in God den Vader.

Aan elk, die dit schietgebed dagelijks bidt, heeft Z. H. Pius VII vergund :

1°. vollen aflaat op den eersten Vrijdag van de maand, of den daaropvolgenden Zondag, op de gewone voorwaarden.

Zo. vollen aflaat op het feest van bet H. Hart, of den daaropvolgenden Zondag.

3o. zeven jaren en zeven quadragenen op de vier Zon-dagen, die het feest van het H. Hart voorafgaan.

-ocr page 171-

171

4!°. zestig dagen voor elk goed werk, ter vereering van liet H. Hart verrielit.

5°. vollen aflaat in het uur des doods, mits men rouw-moedig, althans met het hart, den zoetenNaam van Jesus aanroepe.

GEBED VÓÓR HET ALLKBHEILIGSTE SACRAMENT.

Zie neder, o Heer! van uit uw heiligdom, aanschouw van de hoogte uwer hemelsche woning deze aanbiddelijke offerande, die U onze Hoogepriester, uw heilige Zoon Jesus, voor de zonden zijner broeders opdraagt, en laat U daardoor bevredigen ondanks onze menigvuldige boosheid. Zie, de smeekstem van het bloed van Jesus onzen broeder roept van het kruis tot U. Verhoor dan, o Heer! Laat o Heer, U verbidden; aanhoor en geef; om uwentwil, o mijn God! stel niet uit; want uw Naam is aangeroepen over deze stad en over uw volk, en handel met ons naar uwe barmhartigheid. Amen.

_ Pius VI heeft vollen aflaat verleend aan de geloo-ïigen , die na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, op den eersten Donderdag van elke maand, (lit gebed op de knieën zullen bidden vóór het allerheir ligste Sacrament. — Verder onder dezelfde voorwaarden zeven jaren en zeven quadra^enen op al de andere Donderdagen. --- Eindelijk 100 dagen op al de andere dagen van het jaar. Deze aflaten kunnen ook aan de zielen in het vagevuur worden toegevoegd. (17 Oct. 1796.)

. i.i

-ocr page 172-

173

TEEDEBE VERZUCHTINGEN TOT JESUS.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig. Bloed van Christus, maak mij dronken. Water der zijde van Christus, wasch mij. Lijden van Christus, versterk mij.

Jn uwe heilige wonden, verberg mij.

Laat niet toe, dat ik van IJ gescheiden worde (Bit verzucht men driemaal met eene vurige liefde.)

Tegen den boozen vijand bescherm mij. In het uur van mijnen dood roep mij. En laat mij tot U komen,

Opdat ik met uwe Heiligen U love In de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 173-

TWEEDE COMMUNIE-OEFENING:

Onder aanroeping van het H Hart van Jesus.

O.EFEKING VAN 6ELOOF.

In de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart, zijt Gij , lieve Jesus, zoo diep tot mij afgedaald, dat ik de grootheid uwer goddelijke Majesteit bijna vergeten zou. Hoe is het mogelijk , dat Gij onder de gedaante van brood en wijn tot ons wilt komen! Immers toen Gij als een arme dienstknecht op aarde rondwandeldet, werdt Gij in weerwil van den glans uwer wonderen door de meesten veracht en bespot. En nu, in het allerheiligst Sacrament vernedert Gij U nog dieper, dan bij uwe menschwording! Ach, Heer, zal onze oneerbiedigheid dan nog toenemen, naarmate Gij in uwe eindelooze ontferming meer tot ons afdaalt ? Helaas ! hoe dikwerf vergeet ik, wat ik aan uwe goddelijke Majesteit verschuldigd ben en nader ik tot ü met eene koude onverschilligheid! Ik klop, wel is waar, op mijne borst en zeg met den Hoofdman : Heer, ik hen niet waardig; maar ik

-ocr page 174-

174

gevoel mijne onwaardigheid niet en heb een gering besef van de groote gunst, die Gij mij bewijst.

Goede Jesus! verlevendig mijn geloof, toon mij uwe ontzachlijke Majesteit, opdat ik met den Apostel Thomas uitroepe: Mijn Heer en mijn God ! Dan zal ik mijn hoofd voor U buigen en nog dieper mijn geest; ik zal uit de diepte mijns harten erkennen, dat ik niet waardig ben om tot U te spreken, veel minder om ü te ontvangen.

Ik geloof, lieve Jesus, dat Gij hier in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig zijt; ofschoon mijne oogen U niet aanschouwen, aanbid ik U in de volste overtuiging van mijn geloof. Ik verheug mij, dat ik aan uwe oneindige Majesteit dit offer van mijn geloof kan aanbieden; vervul aan mij het woord, dat Gij eens gesproken hebt: Zalig zij, die niet gezien en toch geloofd hebben.

OEFENING VAN NEDERIGHEID.

Ik belijd van ganseher harte, dat ik onwaardig ben U te ontvangen, omdat Gij mijn Schepper zijt en ik een nietig onwaardig schepsel, meer nog, een ondankbare zondaar ben. Ja, ondankbaar, meer dan anderen, die U niet beminnen, wijl zij U nie: kennen; maar ik kende het volle licht der waarheid;

-ocr page 175-

1175

ik kende de liefde van uw goddelijk Hart; ik ontving uwe kostbaarste gaven, en tooh ik beminde U niet, ik dankte TJ niet voor zooveel liefde, voor zoovele weldaden; ik naderde tot uwe H. Tafel met eene scliaam-telooze onverschilligheid, waaraan ik geen naam weet te geven. Nog dezen morgen sprak mijn Engelbewaarder ; verheug u, mijn kind, want ik verkondig u eene blijde tijding : heden zult gij den Verlosser ontvangen , die Christus de Heer is. En mijn hart bleef nog koud, nog onverschillig, nog hield ik mij met aardsohe beuzelingen bezig, en ijlde ik niet vol vreugde naar uw Heiligdom. Ó allerzoetst Hart van Jesns ! nt-em uwe ontferming van mij niet weg; blijf in barmhartigheid nederzien op uw zwak en krank schepsel en beur mij op uit het slijk mijner ellende.

OEFEMNG VAN VEUTBOUWEN.

Vanwaar komt het, lieve Jesus! dat mijn hart zich verruimt, wanneer ik U de afzichtelijkheid mijner zielewonden bloot leg? Omdat Gij, barmhartige Samaritaan, daarin den olie en wijn uwer ontfermingen giet. O, hoe zoet is het, zijne schuld te belijden aan uw goddelijk Hart! Ik zal mij verheugen in den Heer en mij verblijden in God,

-ocr page 176-

176

mijn Jesus, want zijne barmhartigheid kent geene grenzen. Hij wil al onze wonden genezen, al onze misstappen vergeven. Ja, hoe goed, hoe ontfermend zijt Gij voor mij, daar Gij niet een Engel zendt, maar zelf komt, om mij te versterken, te heiligen, te volmaken door uw heilig vleeseh en bloed.

Toen de grijze Simeon U op zijne armen droeg, riep hij in heilige vervoering uit: Laat nu, Heer, uw dienaar in vrede gaan, want mijne oogen hebben uw heil aanschouwd. Wat zou die vrome grijsaard wel gezegd hebben, als hij die gunst had ontvangen, die Gij mij dezen morgen bereidt? O, laat mijn hart zich dan verruimen, mijne ziel branden van verlangen, dorsten naar uwe komst. Kom, lieve Jesus, vereenig U met mij, opdat ik in eeuwigheid de ontferming prijze van uw goddelijk Hart.

OEFENING VAN LIEFDE.

Gij toont mij, lieve Jesus, uw minnend Hart en vraagt : bemint gij Mij ? Heer! als ik de onmetelijke liefde van uw goddelijk Hart beschouw, durf ik ü niet antwoorden, want mijne liefde is nog zoo gering, zoo koud. Maar toch, ik verlang U te beminnen; ik bid U door den liefdegloed van uw goddelijk Hart, ontsteek in mij het vuur uwer

rquot;

-ocr page 177-

177

goddelijke liefde. Geef, goede Jesus, dat ik voortaan in U alleen mij verlieuge, dat ik in niets anders roeme, dan in de glorie, de majesteit, de volmaaktheid en ontferming van mijnen God. Uat niets mijne ziel meer boeïe, niets mij smake buiten U. Dat ik niets begeere, dan U te behagen, met blijdschap al mijne lotgevallen in uwe handen stelle en nauwgezet mijne plichten vervulle. Dat ik geen ander verlangen koestere, dan in uwe liefde te arbeiden en te lijden, te leven en te sterven. O, Jesus! Gij zijt de God mijns harten, mijne liefde in eeuwigheid ! 0

OEFENING VAN BEBOUW.

In ootmoed voorU neergeknield belijd ik, lieve Jesus, andermaal mijne zonden en misstappen. Wel hoop ik door de liefde van uw goddelijk Hart er reeds in het H. Sacrament der Biecht de vergiffenis van bekomen te hebben. Maar nu ik U, God van heiligheid, zal gaan ontvangen, moet ik op nieuw mijne zonden betreuren, die tallooze fouten en gebreken, waardoor ik uw liefdevol Hart zoo vaak, zoo bitter bedroefd heb. Ja, ik verfoei mijne boosheid en smeek U, wascii mij meer en meer van mijne ongerechtigheden en zuiver mij van mijne zonden. Ach ! konde ik tot U naderen in dat kleed der onschuld, dat Gij

-ocr page 178-

178

mij in het H. Doopsel geschonken hebt. Helaas! ik kan het bedrevene niet ongedaan maken; maar Gij, Heer, kunt mij volkomen zuiveren, neem alles weg, wat in mij aan uw goddelijk Hart mishaagt; door uwe genade gesterkt zal ik een geheel ander leven gaan leiden. Ik ken mij zei ven nog niet, maar zeg mij, lieve Jesus, waarin ik te kort schoot; mijn hart is bereid, om voortaan alles te doen, wat U behaagt. Neen, niei meer zondigen, geen zonde meer, lieve Jesus! neen, geen zonde meer!

OEPENING VAN VERLANGEN.

Kom dan, dierbare Verlosser, kom, Welbeminde mijner ziel, kom, neem bezit van mijn hart. Ontsteek dat hart door het vuur uwer goddelijke liefde. Mjjn hart verlangt naar U, het brandt van verlangen naar uwe komst; met U vereenigd, door den gloed van uw goddelijk Hart ontstoken , zal het voortaan voor U slechts kloppen, niets wensehen, niets verlangen, niets beminnen op aarde buiten U. O, kom dan, lieve Jesus, kom dan en toef niet langer. Amen.

Als de Priester de H. Hostie toont, zeggende : zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, vestig dan de oogen uwer ziel op het goddelijk Hart, betuig nogmaals uwe onwaardigheid, en ga dan tot Jesus met een onbeperkt vertrouwen eu een brandend verlangen.

-ocr page 179-

179

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

OEFENING VAN AANBIDDING.

Wat zal ik zeggen tot ü, lieve Jesus, die thans in mijn binnenste woont? Hoe zal ik , arm scliepsel, ü mijne hulde bieden ? Allerzaligste Maagd Maria, alle Engelen en Heiligen ! ziet wat groote dingen de Heer aan mij heeft gedaan; vereenigt U met raij om de ontferming van mijn Jesus te prijzen en zijne oneindige Majesteit te verheerlijken.

O Jesus! Gij zijt mijn God ! met blijdschap erken ik uwe heerschappij over al het geschapene en mijne algeheele afhankelijkheid. Met innige onderwerping zal ik steeds naar uw woord luisteren en mij verheugen, dat ik mijn verstand aan uwe uitspraak mag onderwerpen; spreek, Heer, uw dienaar luistert naar elk woord , dat van uwe goddelijke lippen vloeit. Ik erken al de macht, die Gij over mij hebt, en ik zal uw gezag eerbiedigen, zoo dikwijls de H. Kerk, die in uwen naam onderwijst en bestuurt, tot mij zal spreken.

Op U stel ik al mijn vertrouwen, Laat de wereld op hare ijdelheden roemen, ik zal raij verblijden in U en in de ontferming van uw goddelijk Hart. Gij zijt het licht mijner ziel, de sterkte mijns harten, de troost in mijn

-ocr page 180-

180

lijden; met U ben ik rijker dan de vorsten der cijirdc

IJ bemin ik boven al; mocM ik steeds zoo innig met U vereenigd zijn, aan U altijd kunnen denken, met U zonder ophouden kunnen spreken, altijd met U en voor U alleen kunnen bezig zijn! Maar ik leef te midden van aardsche zorgen en verstrooiende bezigheden. Geef toch, dat ik daarom U niet uit het oog verlieze, dat ik zoo dikwijls mogelijk aan U deuke, tot U verzuchte, dat ik steeds mijn arbeid verrichte ter liefde van ü en ter verheerlijking van uw goddelijk Harts.

OEFENING VAN DANKBAABHE1D.

In dit plechtige oogeublik gevoel ik, lieve Jesus, op eene geheel bijzondere wijze mijne volslagene onmacht. Ik zoek of ik niets kan vinden, om U met een dankbaar hart aan te bieden; maar ik zoek te vergeefs. Alles wat ik ben, alles wat ik heb behoort reeds lang aan U. Gij hebt mij geschapen, en hebt dus mijne toestemming niet noodig,om over mij en het mijne naar welgevallen te kunnen beschikken; Gij hebt mij daarenboven vrijgekocht; ik behoor U dus geheel en al toe. En welk nut is er ook voor U in mr ue dienst en in mijne dankbare liefde geleger. ? Ik kan uwe glorie niet vermeerderen, nocli uw geluk

-ocr page 181-

181

vergrooten; Gij zijtmijn God en hebt mijne gaven niet noodig.

Maar ook hier ondervind ik weder de goedheid van uw goddelijk Hart. Ofschoon Gij geen behoefte aan mij hebt, wilt Gij mij toch de verdiensten en de vreugde der dank-\' baarheid schenken. Waar ik niets kan vinden, geeft Gij mij uwe goederen, opdat ik ze terug geve met een dankbaar hart. Ofschoon Gij mij niet noodig hebt, vraagt Gij toch, alsof Gij mij noodig hadt, en zegt mijn kind, geef Mij uw hart.

Lieve Jesus! gaarne en met vreugde scheuk ik het ü, het is mijn vurigste wensch, dat het alleen voor U moge kloppen eu dat het U nooit ontrouw worde. Gij kent al de zwakheid en onbestendigheid van dit hart; bevestig het in uwe liefde , herinner mij dagelijks aan de ontferming van uw goddelijk Hart over mij, opdat ik nooit ophoude uit al de krachten mijner ziel U te danken en uwe onuitputtelijke liefde met wederliefde te vergeldeu.

O Maria, lieve Moeder! Engelen en Heiligen des Hemels ! vereenigt U met mij, om den Heer te danken, want zijne liefde kent geen grenzen, zijne barmhartigheid is zonder maat.

quot;quot;fT*

-ocr page 182-

182

HERNIEUWING DER GOEDE VOORNEMENS.

Schaamte ovcrdükt mij, als ik er aan deuk, lioe dikwerf ik reeds mijne goede voornemens hernieuwd heb, en ze, helaas, even dikwerf weêr heb verbroken. Nogtans vertrouwende op de goedheid van uw goddelijk Hart waag ik het op nieuw, om mijne voornemens aan uwe voeten neêr te leggen. Heer! mocht Gij vooruit zien, dat ik U ooit grootelijks zou vergrammen, neem mij liever uit deze wereld weg. Is het voor mij noodig, dat tegenspoeden, lijden, armoede, ziekte en verlatenheid mij treffen, laat ze , Heer, over mij komen , zend ze mij toe in uwe oneindige barmhartigheid ; maar laat nooit toe, dat ik van U gescheiden worde.

Ik stel mij geheel in uwe handen; alles wat mij overkomt zal ik beschouwen als een geschenk uwer ontfermende liefde. Door uwe genade geholpen, zal ik met ijver waken en bidden. Dikwijls hebt Gij mij gewezen op mijne gebreken; ik zal ze bestrijden. Inzonderheid neem ik mij vastelijk voor, lieve Jesus, om mijn hoofdgebrek te bestrijden, om deze bepaalde zonde .... niet meer te bedrijven, lederen morgen zal ik dit voornemen hernieuwen en iederen avond zal ik onderzoeken of ik daaraan ben getrouw gebleven.

-ocr page 183-

183

Zegen, lieve Jesus, door de goedheid van uw allerheiligst Hart, deze heilige voornemens , versterk ze door uwe goddelijke genade , geef dat ik daaraan getrouw blijve alle dagen tot aan het einde van mijn leven.

SMEEKGEBED,

Maar de liefde vordert, dat ik ook bidde voor anderen. Wie zou dat kunnen vergeten in deze kostbare oogenblikken ? Zegen daarom , lieve Jesus, mijne dierbare ouders, zegen hen voor al het goede mij bewezen, beloon hen met de eeuwige zaligheid; zegen mijne broeders en zusters, mijne naastbestaanden, vrienden en weldoeners; zegen allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen, allen, aan wie ik beloofd heb en voor wie ik verplicht ben te bidden.

Bewaar de onschuldigen, bevestig en versterk de rechtvaardigen, bekeer de ongeloo-vigen , dwalenden en zondaren.

Ontferm U over de zielen in het vagevuur , inzonderheid smeek ik U voor de meest verlatene en voor N. N.

Zegen onzen H. Vader den Paus, ondersteun hem in den zwaren strijd, dien hij in onze dagen van ongeloof tegen de vijanden der H. Kerk te voeren heeft, en voer hem met de hem toevertrouwde kudde tot de

-ocr page 184-

184

eeuwige zaliglieid. Zegen den Opperherder van dit bisdom en alle zielenherders, opdat zij met ijver arbeiden aan de zaliglieid der zielen. Zegen, lieve Jesus, de ganscho heilige Kerk; neem de dwalingen, ergernissen en scheuringen weg, verbreid haar meer en meer over de gansche aarde, en verhaast door de liefde van uw goddelijk Hart het oogenblik, waarop zij over al hare vijanden zal zegevieren , bloeien en rijke vruchten dragen in alle deelen der aarde.

Bid vervolgens de Litanie van het allerheiligst Hart van Jesm en de gebeden om den aüaat te verdienen.

-ocr page 185-

DERDE COMMUNIE-OEFENING.

Als men de II. Misse uiet kan bijwonen.

OVERWEGINGEN EN GEBEDEN VOOK DE H. COMMUNIE.

EERSTE OVERWEGING EN GEBED. - Wie

zijt Gij, mijn Heiland Jesus Christus! dien ik heden in de H. Communie zal mogen ontvangen? O mijn God! Gij zijt de eeuwige, de eeniggeboren Zoon des Vaders, de afglans zijner heerlijkheid en zijn zelfstandig evenbeeld. Gij zijt almachtig, eeuwig, heilig, oneindig goed en rechtvaardig, als de Vader. Ofschoon Hemel en aarde U niet bevatten kunnen, was het nogtaus voor uwe liefde niet genoeg onze menschelijke natuur aan te nemen, om het werk onzer verlossing te kunnen volbrengen; maar Gij wildet TJ zeiven nog veel dieper vernederen, door middel van dit allerheiligst Sacrament in ons hart uw intrek nemen en daar uwe woonstede oprichten. Het was niet genoeg voor uwe liefde, drie en dertig jaren op aarde te verblijven, om voor ons te lijden en te sterven, maar Gij wildet nog den troon uwer genade zichtbaar op onze Altaren opslaan , om voortdurend onder ons te wonen,

-ocr page 186-

186

opdat wij ten allen tijde daarheen onze toevlucht nemen, daar hulp en troost, raad

en bijstand zouden vinden.....

O eeuwig Woord des Vaders! Wat heeft U bewogen, om uwe oneindige glorie te verlaten , om onder de nederige gedaante van brood op onze altaren af te dalen? Wat heeft U, Koning van glorie, die hoog boven alle Hemelen in oneindige Majesteit zetelt, wat heeft U bewogen, om ook op aarde op een zoo nederigen troon in het Tabernakel uwe woonstede te vestigen? Wat drijft U aan, mij nietig aardworm te bezoeken en de spijze mijner ziel te willen zijn ? O, uwe liefde, uwe oneindige liefde heelt U tot die diepe zelfvernedering gebracht. Zoo diep wilt Gij U vernederen , om mij tot U te kunnen opheffen. Door zóó groote liefde wilt Gij mij bewegen , om U mijne wederliefde te toonen. O, mocht, ik U kunnen beminnen, zoo als Gij mij bemint! Mocht ik U kunnen eeren en verheerlijken , zooals Gij het verdient! Mocht ik U zoo waardig kunnen ontvangen, als uwe oneindige heiligheid en grootheid zulks zou vorderen ! Maar helaas! boe bezoedeld, hoe ellendig, ja, afschuwelijk is nog mijn hart, waarin Gij uw intrek wilt nomen! Ach goedertieren, genaderijke Verlosser! wil zelf mijn arm hart waardig voorbereiden, opdat het U welbehagelijk worde. Zie, ik betreur mijne zonden, zij zijn

-ocr page 187-

187

mij van ganscher harte leed, ik wenseh ze met de vurigste liefdetranen uit te wisschen en U nimmermeer te bedroeven. O, mijn hart verlangt naar U. Tot U moet ik naderen , U moetik ontvangen, zoo ik waarachtig leven en hulp vinden wil in mijnen nood. O, gewaar-dig U dan, liefste Jesus! door een enkel woord mijne ziel te zuiveren en mijn hart te bereiden volgens uw goddelijk welbehagen. Amen.

TWEEDE OVERWEGING EN GEBED. — O mijn

Jesus! minnaar en vriend der zuivere zielen, hebt Gij negen maanden lang onder het hart van Maria gerust en hare ziel met de heerlijkste genadegaven versierd,.... hebt Gij bij do komst uwer Moeder in het huis van Zaeha-rias, den H.. Joannes den Dooper geheiligd en moeder en kind met den H. Geest vervuld, zult Gij dan, daar uwe macht en goedheid nog altijd dezelfde is, bij uwe komst in mijn hart, ook mijne ziel niet met de grootste genadegaven verrijken? En toen Gij laterals hulpeloos kindje in de kribbe laagt en door herders en wijzen aanbeden werdt, hoe rijk hebt Gij toen die dienst vau godsvrucht beloond, en zult Gij dan ook mij, zoo ik U met een levendig geloof in dit H. Sacrament aanbid, uwe rijke gaven niet schenken? In uw openbaar leven hebt Gij al weldoende Judea\'s velden doorwandeld eu in steden en dorpen

1

-ocr page 188-

188

aan allen wel gedaan, de zieken genezen en dooden zelfs ten leven opgewekt, en zoudt Gij mij dan in mijne diepe ellende laten ver-smacliten, mijne ziel niet genezen, niet opwekken tot het leven der liefde en genade? Zijt Gij, om mij te verlossen, gevangen genomen , gebonden, gegeeseld, metdoornen gekroond , bespot en aan liet kruis genageld; hebt Gij aan liet kruis voor uwe vijanden gebeden, den moordenaar vergiifenis geschonken en hem met ongehoorde goedgunstigheid het Paradijs beloofd; zult Gij dan , wanneer Gij mij komt bezoeken, ook mij mijne zonden niet vergeven, ook mij niet met gunsten overladen en aan de verdiensten van uw lijden en sterven deelachtig maken ? En hier in dit H. Sacrament zijt Gij nog altijd dezelfde, die Gij op aarde waart, dezelfde, die aan het kruis de hel overwonnen hebt, die glorievol van den dood opstondt, ten hemel voert en daar aan de rechterhand des Vaders troont, van waar Gij eens zult wederkomen om levenden en dooden te oordeelen. Dezelfde bediening als Hoo-gepriester aan het kruis, als verzoener van onze zonden, als middelaar bij den hemelschen Vader, als rechter over de gansche wereld blijft IJ ook in het allerheiligste Sacrament bij. En Gij verlangt van ons, lieve Jesus! dat wij met hetzelfde geloof en met hetzelfde vertrouwen tot U zullen naderen, als wanneer wij

-ocr page 189-

189

U met inze eigene oogen zagen; U, o verborgen God, onder de gedaante van brood schuilende!....

Ja, mijn Jesus! ik geloof\', dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars waarlijk en wezenlijk tegenwoordig zijt. Neen, niets ter wereld zal mij ooit in dit heilig geloof doen wankelen, terwijl ik kinderlijk vertrouw van U al die genade te verkrijgen, welke ik bij zoo heilige handeling dringend noodigheb. Ik aanbid, ik loof en prijs ü als mijn Heer en God, en val in den geest met de H. Magdalena voor uwe voeten neder, om U ontferming en vergiffenis vooral mijne zonden af te smeeken. Met die zieke vrouw raak ik den boord van uw kleed aan , opdat Gij mijne ziele moogt genezen; met den H. Thomas leg ik mijne hand in uwe heilige wonden, opdat Gij mijn verstand moogt verlichten , mijn geloof versterken, mijne liefde ontvlammen, opdat ik uit het diepste mijns harten U kunne toeroepen: mijn Heer en mijn God! Amen.

dellde overweging en gebed. — Met hoe-veelliefde en verlangen zijt Gij, mijn Jesus! niet opgetrokken naar de zaal van het laatste Avondmaal te Jerusalem , om daar het paasch-lam met uwe leerlingen te eten en vervolgens het allerheiligste Sacrament des Altaars in te stellen! Hoe ernstig, plechtig en liefdevol

-ocr page 190-

190

zeidet Gij toen aan uwe Apostelen; vurig héb Ik verlangd, dit paascldam met u te eten voor dat Ik lijde. O ! met datzelfde verlangen, met diezelfde liefde, wilt Gij nog lieden dien god-delijken maaltijd met mij houden, zelf nog het paasehlam zijn, waarvan ik mag eten.—Maar hoe groot was niet uw ootmoed, o mijn Jesus ! toen Gij, alvorens dit Geheim van liefde in te stellen, in onbegrijpelijke zelfveruederingvoor uwe Apostelen nederknieldet, om hun de voeten te wassohen, hen te reinigen en te zuiveren. Die zuiverheid des harten, die reinheid der ziele vordert Gij ook van ons, lieve Jesus! om aan dien goddelijken disch te mogen aanzitten ; maar ook ons wilt Gij reinigen, onze zielen van alle zondesmetten afwasschen, wanneer wij maar in ootmoed en met waarachtig berouw U om vergiffenis bidden van onze zonden, en ze van ganscher harte betreuren.

Eindelijk naderde dan dit heilig oogenblik. Met heiligen en plechtigen ernst naamt Gij het brood in uwe heilige en eerbiedwaardige handen, en uw hemelschen Vader dankende zaagt Gij op ten Hemel, en nadat Gij het gezegend en gebroken hadt, gaaft Gij het aan uwe leerlingen, zeggende : Neemt en eet, dit is mijn lichaam. Insgelijks naamt Gij den kelk, en dank zeggende zegendet Gij hem en gaaft hem over aan uwe leerlingen zeggende: Neemt en drinkt allen daaruit, want dit is mijn bloed. —

-ocr page 191-

191

Evenzoo, lieve Jesus! wilt Gij heden onder de gedaante van brood waarlijk tot mij komen, indringen in mijne ziel en daar met mij het heilig liefdemaal vieren. Geef toch, goede God, dat ik met den diepsten ootmoed, met een brandend verlangen, met vurige liefde tot U nadere. Hoe is \'t toch mogelijk, mijn God, dat Gij verlangen kunt eene zoo innige vereeniging aan te gaan met eene ziel zoo arm, zoo ellendig als de mijne. Weet Gij dan niet, alwetend God! dat ik zoo vol ben van onreinheden en zonden P En toch hebt Gij mij geleerd, hoe zuiver en rein ik wezen moet om U te ontvangen, toen Gij zelf de voeten uwer leerlingen gewasschen hebt! Ach! ik sidder en beef, om tot U te naderen, als ik aan uwe ontzachelijke Majesteit eu aan mijne ellende en zonde denk. Maar juist de liefde, waarmede Gij uwen leerlingen de voeten gewasschen hebt, wekt in mij het vertrouwen op, dat Gij ook mijne ziel van al hare zon-devlekken zult zuiveren, heiligen en versieren. Met waarachtige vermorzeling des harten werp ik mij voor uwe voeten neder, en bid U, Heer! ook tot mij die troostvolle woorden te willen spreken : Ik tuil, word gereinigd; ja Heer, spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden.

Maar wanneer Gij mijn Jesus, vurig verlangt dit goddelijk Liefdemaal met mij te

-ocr page 192-

192

houden , met welk innig en vurig verlangen, met welke brandende begeerte moet dan mijne ziel niet vervuld zijn, om zich met U te vereenigen 1 Als een dorstige naar de tnssehe waterbron, als een hongerige naar eene welvoorziene tafel, zoo moet ik haken naar U, mijn Heer en mijn God 1 Zie, met dat heilig, dat brandend verlangen van zoovele vrome en rechtvaardige zielen wenschte ook ik heden tot. uwe H. Tafel te naderen, verlangt thans miine ziel naar U, o mijn God, de bron der levende wateren. — Met de hartelijkste liefde gaaftGij U zeiven in het H. Avondmaal uwen leerlingen tot spijs; met de hartelijkste lietde wilt Gij U ook heden op de innigste wijze met mij vereenigen, het geestelijk voedsel worden mijner ziel. Ach, mijn Jesus. hoe kan mijn hart dan nog zoo koud, zoo onver-schillio\', zoo gevoelloos zijn voor usve onbe-o-rijpelijke liefde? Ach, mijn Jesus! ontsteek Gij dan mijn hart door het vuur uwer goddelijke liefde, en geef, dat ik met dat liefdevuur, waarmede zoovele Heiligen Uinde H.

munie hebben ontvangen, ook heden tot U moge naderen. O! kom dan, lieve Jesus 1 en toef niet langer; kom neem bezit van mijn hart; \'t behoort aan U, het zal voor U slechts kloppen; kom en vereenig U met mij op de innigste wijze; kom, mijn hoogste Goed, mijn God en mijn Al! Amen.

-ocr page 193-

193

VERZUCHTINGEN VOOR DE H. COMMUNIE.

Van deu H. Franciscus van Sales.

O mijn Jesus! mijne liefde, mijne ware en volmaakte liefde! wat onbegrijpelijke goedheid , dat Gij tot mij ellendige wilt komen ! 0! kom dan, jaj kom, verlangen mijns harten, mijne ziel verzucht naar U. — Ik draag U, mijn God, deze H. Communie op, om te voldoen aan uw verlangen , om tot mij te komen en mij metU te vereenigen , met IJ, mijn God en mijn Al. — O wonder! om mijnentwille wil een God uit den Hemel dalen en zijne Majesteit onder don nietigen sluier van brood en wijn verbergen. Hoe waar is \'t, dat Gij, mijn Jesus! de uwen bemind, ja, tot het einde toe bemind hebt door de instelling van dit goddelijk Sacrament!

O mijn God! Gij zijt de goedheid, de liefde zelve\'; hoe is \'t dus mogelijk, dat ik iets anders zou kunnen beminnen dan U? Ach, Heer! trek mij meer en meer tot U, verberg mij in het diepste uws harten. Aan uwe liefde, aan uwe goedheid geef ik de voorkeur boven alles, wat er in de wereld is. Gij zijt het eenig voorwerp mijner liefde en van al mijne verlangens. Ik wil alles verlaten, om ü te beminnen. Geef mij uwe genade om dit ten uitvoer te brongen, want zonder U kan ik niets.

9

-ocr page 194-

194

Ach , mijn Geliefde! daar (rij wilt, dat ilc U nimTnermeer verlieze, bewaar mij dan voor TT en trek mij door tiwe sena(ie s^61quot;^ tot lie lien niets, ik kan niets. uit mijzelven ben ik tnt niets in staat; maar laat mij intusscnen niet ondankbaar zijn voor zoovele genaden, die Rij mii reeds liebt arelieven te bewezen. Tk bied mij aan, om ter liefde van U geheel beroofd te zijn van alle soort van ïevoelisce vertroostingen , en alle kwellingen te lijden, welke het TJ mocht behagen mij over te zenden. Ik ben en zal geheel de uwe zijn, en ik brand van verlangen om niet slechts nwe eaven , maar ook U zeiven aftesmeeken. Ik verlang TJ te ontvangen, om mij meer met

TJ te vereenigen. _ tt i i.vi

. O eeuwige Vader! ik draag TJ net lijden van uwen Zoon op tot mijne zaligheid en die der gansche wereld. Zie niet cp mijne zonden , maar op de liefde van uw beminden Zoon jegens ons, waardoor Hij zich in dit H. Sacrament heeft tegenwoordig gesteld. Om deze liefde bid ik TJ, o mijn God, medelijden met mij te hebben.

Ik ben overtuigd, lieve Jesus , dat ik al-leronwaardigst ben om tot TJ te naderen^ en TJ te ontvangen, zoowel wegens de menigte mijner zonden als wegens de onreinheid mijns harten; daarom roep ik tot TJ : ach, Heer! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak

-ocr page 195-

195

komt. En had ik ook al de liefde der Serafijnen , non- zon ik onwaardig zijn om U te ontvangen; daarom herhaal ik het; Heer! ik ben niet waardig. Maar kom juist daarom, God van liefde, beminnelijke God, en bewerk in mijn hart datgene wat Gij van mij verlangt! Ik ben een ellendige; maar uwe goedheid slaat geen acht op mijne ellende. Kom in mijne ziel en reinig, heilig en versier haar met deugden; neem bezit van mijn hart en ontruk daaruit alles wat U mishaagt; neem bezit van mijn lichaam en bewaar het voor ü, en laat mij nimmer van uwe liefde meer scheiden.

O verslindend vuur! verbrand en verteer alles in mij, wat uwer goddelijke tegenwoordigheid onwaardig is en wat een beletsel zou kunnen zijn voor uwe liefde en genade.

O Moeder van mijn Verlosser! heb medelijden met mij, armen zondaar; bid voor mij, opdat ik met eene volmaakte liefde uwen Zoon ontvange, en een hart, eene ziel worde naar zijn hart. Amen.

DANKZEGGING EN BEDE.

Na de H. Communie.

Zoo mag ik dan eindelijk mijn Jesus, den Geliefde mijner ziel, mijn God en mijn Heer, tan mijn hart drukken! Zoo zijt Gij dan in

t ilc

OOT

; U. ben hen len, zen. heel lis;6 len, r te lijn, ■olits ken. met

jden 1 en lijne id en i dit iteld. i edele al-n en nigte mijns leer! i dak

-ocr page 196-

196

mij , liefdevolle Verlosser! en woont Gij werkelijk in mijn liart!.... Vanwaar komt mij die genade, dat mijn God en mijn Heiland mij bezoekt! O mogen de Engelen en Aartsengelen, de Cherubs en Serafs U met mij en voor mij aanbidden, loven en prijzen en danken, dat Gij U gewaardigd liebt bij een zondaar uw intrek te nemen en zijn gast te worden! ja, mogen alle Macliten des Hemels U prijzen en liun lofgezang aanheffen : Heilig),heilig,heilig is de Heer, God der heerseharen! Met David wil ik uitroepen ; Loof den Heer, mijne ziel, en al wat in mij is , loof zijn heiligen Naam! -— O Maria, machtige Koningin des Hemels! help mij met de reien der maagden uwen en mijnen Jesus loven en danken. — O , gij heilige Aartsvaders en Profeten, roem waardige Apostelen en Martelaren ! looft den Heer, die zich gewaardigd heeft mij, arm schepsel, te bezoeken. O! hoe gelukkig ben ik thans ; de allergrootste genade is mij heden te beurt gevallen. Gij, mijn Jesus, de Koning van onsterflijke glorie woont thans in mijn hart, O Hemelen, staat verbaasd! Hij, die de hoogste van allen is, heeft zich met den geringste van allen vereenigd, de Schepper zijn arm schepsel bezocht! — Ach, mijn Heer en mijn God I hoe gaarne zou ik U nu alle mogelijke eer bewijzen; maar ik ben \'ioo arm en ellendig. Welke hulde zal ik U aanbieden.

-ocr page 197-

197

wat zal ik U geven ? Gij hebt alles; Hemel en aarde is het uwe; de Engelen dienen ü, de elementen gehoorzamen U en verkondigen de heerlijkheid van uwen Naam. Ik heb niets dan woorden, omU mijne dankbaarheid en liefde, mijne aanbidding, hulde en vereering te bewijzen; niets dan een arm hart, om dit geheel aan uwe liefde, aan uwe dienst toe te wijden. O neem dat hart, bind en keten het geheel aan U vast, opdat het nooit meer van U, liet hoogste goed, verwijderd worde; neem het aan als een offer van dank voor alle genaden, die Gij mij bewezen hebt, en laat nimmer toe, dat er ooit eene andere liefde in wone dan de liefde tot U, mijn besten en zoeten Heer en Meester.

O, laat ik U toch beminnen, beminnen met geheel mijne ziel, beminnen boven alles! Uwe liefde is het leven der ziel; zonder liefde blijf ik in den dood. Maar die liefde, die ware, heilige liefde komt slechts van U, die de bron van alle liefde zijt. — O, geef mij dus liefde, goede Jesus ! verwond mijn hart met de pijlen uwer liefde, zooals Gij het hart uwer heilige dienares Teresia verwond hebt. Laat het verslindend vuur van uw van liefde vlammend Hart mijn hart ontsteken en het geheel in liefdegloed verteeren. Ja, lieve Jesus! ik bemin U, U alleen; in deze liefde wil ik leven en sterven. — Maar nog andere gena-

-ocr page 198-

198

den heb ik noodig voor mijne arme ziel. Gij zijt immers thans bij mij met al de schatten uwer genade, om mij in alles te verrijken. Gij kent mijne armoede, mijne behoefte, mijnen nood. Gij weet, hoe zwak ik ben, hoe i vele goede voornemens ik reeds gemaakt, hoe-vele plechtige beloften ik ü dikwerf gedaan en helaas ! zoo spoedig weer verbroken heb. Meermalen was eene kleine bekoring, eene nietige aanleiding genoeg, om mij weer ontrouw te maken. O, almachtige God! geef mij dus krachten sterkte om te overwinnen;

help mij, om mijne oogen en mijne tong te beteugelen; sta mij bij, om toch niets toe te stemmen wat U mishaagt. Geef mij een goeden wil en kracht om dien te volbrengen.

O, mocht ik ü altijd bij mij hebben, lieve Jesus! wat zou mijne ziel dan nog kunnen schaden ? O blijf dus bij mij en verlaat mij niet.

Help mij , om geen enkelen dag te verzuimen, uw heerlijk voorbeeld na te streven. Leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn. Sta mij \'\'ij) om in alles te gehoorzamen, om de engelachtige deugd van zuiverheid nooit in t geringste te kwetsen. Stort in mijn hart eene werkdadige liefde tot den evenmensch en bestier al mijne gedachten, woorden en werken zoodanig, dat zij slechts tot uwe eer en tot mijne zaligheid verstrekken. Amen.

-ocr page 199-

199

LIEFDEZUCHTEN NA DE H. COMMUNIE.

VAN DEN H. FRANOieOUS VAN SALES.

ü overmaat van liefde! allerheiligste Hostie! ik aanbid U in mijn binnenste. Mijn Jesus! één hart is te weinig, om U te beminnen , ééne tong niet voldoende, oia uwe goedheid te loven. Wat ben ik, o mijn Verlosser ! U niet verschuldigd, dat Gij mij, arm schepsel, hebt willen bezoeken ? Tot dankbaarheid voor eene zoo groote weldaad, offer ik mij geheel aan U op.

Neen, ik leef voortaan niet voor mij zei-ven; Jesus alleen zal in mij leven. Hij is de mijne, ik ben de zijne in eeuwigheid. — O liefde, liefde, neen, geene zonden meer! Nimmer zal ik de goedheid en barmhartigheid van Jesus, mijn Verlosser en mijn gast, vergeten. Ja, mijn God! ik geloof zonder eeni-gen twijfel, dat Gij met ziel en lichaam in mijn binnenste zijt. Met godheid en mensch-heid zijt Gij op dit oogenblik in mij en met mij op \'t innigste vereenigd.

Mijn zoete Zaligmaker! met een verteedcrd hart zeg ik U dank voor deze groote weldaad. Wees daarvoor duizendmaal gezegend ; geef, mijn God, dat ik U dankbaar zij zooveel Gij het verdient, ten minste zooveel ik vermag. Mogen uwe allerheiligste Moeder eu

-ocr page 200-

200

alle Engelen en Heiligen des Hemels U voor mij danken, loven en prijzen ! Al den lof en dank, welke U ooit door alle sehepse-en bewezen zijn of nog bewezen zullen worden, draag ik U voor mij op.

O mijn God! Gij komt om U met mij te vereenigen, om de verdiensten van uw lijden overvloedig op mij toe te passen en mij te heiiige^Eewerk dus in mij al hetgeen waarom Gij komt! Alwijze, almachtige God! laat de vrucht van uwe komst voor mii niet verloren zijn. Vereenig U met mij en mij met door eene onafscheidelijke vereeniging en eene volmaakte liefde, en maak dat ik een geheel goddelijk leven leide.

O mijn Jesus! Gij weet wat mij ontbreekt • Gij kent mijne zwakheid; Gij weet dat ik zonder li tot niets in staat ben. Heb dan medelijden met mij; geef mij nederigheid, zuiverheid des harten , liefde en overeenstemming met uw heiligen wil, sterkte tegen de kwade gewoonte, vergiffenis mijner zonden en de genade om er niet meer te bedriiven • geef mij eene volledige verachting van alle\' goederen dezer wereld, opdat ik niets anders bemmne dan U. Geef mij geduld, om uit hefde tot L alles te lijden, wat mij zal over-Komen. Ik hoop alles van uwe goddelijke goed-r \'a/t ! . allerheiligste Maagd, mijne lieve Moeder! bid uwen Zoon, om de liefde.

-ocr page 201-

301

die Hij u toediviagt, dat Hij mij datgene geve, waarom ik Hem vraag.

O mijn God, mijn eenig goed! ik verheug mij over uwe oneindige volmaaktheden, meer dan dat ze de mijne waren; en ik verheug mij, dat niets ter wereld ze Ü kan ontnemen of verminderen. Kom dan op dit gelukkig uur, lieve Jesus, die altijd volmaakt eu oneindig zijt; mijne liefde en mijn God, kom , om mij geheel den uwe te maken.

O God mijner ziel, die boven alle schepselen verdient bemind te worden ; ik verklaar, dat Gij het eenig voorwerp van mijne verlangens, van al mijne neigingen zijt, dat ik aan U de voorkeur geel boven alle goederen dezer wereld en boven mij zeiven. Ik wil U getrouw zijn en nimmermeer van U gescheiden worden.

Ik verlaat mij geheel op U, ik berust geheel in uw goddelijk welbehagen, door met allen eerbied en liefde al wat Gij over mij zult willen besluiten volgaarne te omhelzen. En ik bid U, dat alles vervuld worde, wat Gij iu tijd eu eeuwigheid over mij beschikt hebt; maar ik hoop eenmaal uw goddelijk aanschijn en uwe oneindige schoonheid te aanschouwen. O God! trek mij tot U opdat ik U beminne, opdat ik brande van liefde tot LT; welke liefde ik wensch, dat mij geheel moge verteereu. Verberg mij geheel in U,

-ocr page 202-

202

opdat de schepselen mij voortaan niet meer vinden kunnen.

O eeuwige Vader! vervul uit liefde tot uwen Zoon mijn geheugen met heilige gedachten , die het noodzaken, om steeds aan U en aan uwen Zoon te denken. Maak, dat ik a tijd wete en doe, wat Gij van mij verlangt.

n (iij Hedige Geest! vervul mijn wil met heilige begeerten en neigingen, en laat die zuchten van genade en liefde voortbrengen

Mijn God en mijn Al! ik wil niets meer zoeken buiten U, omdat ik alles in U kan vinden. O beminnelijkste Vader! maak dat ik de grootste zorg hebbe voor uwe heilige dienst zooals Gij die hebt voor mijne volmaaktheid. Ik wenschte, dat al mijne gedachten zich daarheen richtten, om verschillende wijzen uit te denken, om U te behagen, en mij zeiven voor zonde te bewaren, opdat ik U toch nooit meer bedroeve.

O vleesch geworden Woord! maak, dat ik U beminue en niets anders beminne dan U Verwijder van mij alle gelegenheden, die mii van uwe liefde zouden kunneu scheiden. ■Neem mijn hart geheel in bezit, dat Gii door uw bloed hebt vrijgekocht; zie neer op mijne behoeften, verlicht en ontvlam mii en maak mij geheel bereid, om in alles uw neuigen wil te volbrengen.

Almachtige Jesus! neem alles van mij weg,

-ocr page 203-

203

wat in mij een beletsel zou kunnen zijn, om uwe almacht en goedlieid in mij te doen werken. Ik wijd U geheel mijne vrijheid toe. Heb medelijden met mij wegens het misbruik, dat ik er van gemaakt heb, en genees mij van alle onzuiverheden en ongetrouwheden, en vervul mij weder met uwe genade en wijsheid. Ik verlaat mij geheel op U, o mijn Jesus! ik wil geheel de uwe zijn; ik wil met ijver arbeiden ter uwer verheerlijking en met geduld alle kwellingen lijden; geef dat ik mij alleen bezig houde met datgene, wat CJ tot genoegen kan verstrekken.

Mijn God! geef dat ik U zien moge door een levendig geloof, om U te leeren kennen en beminnen; dat ik uw wil zie en erkenne, om dien ten uitvoer te brengen; dat ik mij zeiven zie, om te erkennen, hoe mismaakt ik ben, om een afschuw van mij zei ven te krijgen en mij diep te vernederen, en dat ik eindelijk in de eeuwigheid uw heerlijk aanschijn moge aanschouwen. — Heer! ik heb, als de verloren zoon, mijn goed verkwist, maar uwe barmhartigheid heb ik gelukkig niet kunnen verspillen. Vergiffenis dus en genade, o mijn God! en geef, dat ik voortaan uw wil tot eenig richtsnoer van mijn leven neme, en niet mijne zinnen of het mensche-lijk opzicht. Schrijf in mijn hart de wet uwer liefde, opdat ik daarvan nimmermeer afwijke.

-ocr page 204-

204

Neen, Heer! geef mij nooit over aan de macht mijner vijanden, aan de kracht miiner ondeugden; vergeet niet, dat ik het werk uwer handen ben; laat niet toe, dat ik de prooi der duivelen worde. Ik ben een zondaar, ja, maar ik ben door uw goddelijk bloed vrijgekocht. Eeuwige Vader! beschouw het lijden van uwen Zoon, wiens verdiensten voor mij om genade en barmhartigheid roepen Die verdiensten offer ik ü op, en uit kracht daarvan bid ik U, onthecht mij aan al het aardsohe, ontsteek in mij het vuur uwer

goddelijke liefde, geef dat ik leve en sterve in volledige overgeving aan uw goddelijken wil met een levendig geloof, eene vaste hoop en eene volmaakte liefde.

, ■ O™-)\'11 ,Jes,ls! geef. door de eeuwige liefde , die Gij mij steeds hebt toegedragen, dat ik U voortdurend en hartelijk beminne al den tijd die mij op aarde nog te leven overblijft, opdat ik (J eens eeuwig kunne beminnen in den Hemel. O God van liefde! maak dat ik alleen voor U leve. Wanneer zal ik toch eens geheel aan U toebehooren, zooals Gij geheel de mijne zijt? Wanneer zal ik mij zeiven eens geheel afsterven , om geheel voor uwe liefde te leven? Ik kan mij niet geheel aan [J geven, zooals ik het zou moeten doen; neem mij daarom zelf, o mijn God, en maak dat ik geheel de uwe zij.

-ocr page 205-

205

Mijn God! ik wil het gezicht niet gebruiken, dan om ü en uwe heerlijke werken te aanschouwen en te bewonderen ; mijne tong niet, dan om van U te spreken , U te loven en te prijzen; mijn hart niet, dan om U te beminnen; mijn lichaam niet, dan om het U ten offer op te dragen; mijn leven niet, dan om het U toe te wijden. O God van liefde! geet mij uwe liefde. Oneindige almacht! kom mijne zwakheid te hulp. Eeuwige wijsheid! verlicht de duisternis van mijnen geest. Onmetelijke goedheid , vergeef mij mijne boosheid. O altijd oude, en immer nieuwe schoonheid ! te laat heb ik ü gekend, te laat heb ik U bemind. Doe nu met mij wat U behaagt , ik wil niets anders dan wat Gij wilt.

O heilige maagd en teedere Moeder! ik verheug mij met u, dat gij genade gevonden hebt bij God, dat gij het hart van uwen God gewonnen hebt; o, vereenig mij geheel met uwen Zoon, bid Hem voor mij en maak, dat Hij mij de genade geve , om datgene te volbrengen , wat Hij mij zal gelieven in te geven. Leer mij die deugden beoefenen, welke gij op aarde zoo heerlijk beoefend hebt; onthecht mij door uwe krachtige voorbede aan alles buiten God, opdat ik met al de krachten mijner ziel Hem aanhalige, Hem diene, Hem liefhebbe in tijd cn eeuwigheid. Amen.

-ocr page 206-

200

toewijding aan mama.

O allerheiligste Maagd en Moeder Gods Mam, mijne heve Moeder en grooteKoninffin!

Me hier voor uw troon een ondankbaar kind dat gij altijd hebt liefgehad, ofschoon ik het mot verdiende, daar ik uw lieven Zoon me-nigmaal door vele en zware zonden beleediatl

mr fal\' ?1J, \'l®134 .Toor mij gleden, omdat gj mij bemiudet; gij hebt mij in den staat van zonde met laten sterven, maar bij uw lieven Zoon genade, barmhartigheid en ver-oiitems voor mij verworven. Ach, Moeder! zie dan met een oog van medelijden op uw arm en zwak kind neder. Ik kan u niets geven uwer waardig, maar al wat ik geven kan, dat schenk ik u van daag ; geheel mii zeiven met al mijne vermogens en krachten nu;t al mijne neigingen en verlangens. Ik\' often, mijn lichaam, door de H. Communie SS Vr.U 111 kinderli.lke liefde en trouw

te dienen. Ikofferumijneoogen, opdatzij niets

dan u en uw goddehjken Zoon aanschouwen. , offer u myile °0KU. opdat zij immer naar ƒ woorden luisteren. Ik offer u miine tong, om steeds uw zoeten naam en dien van Jesus met liefde uit te spreken. Ik offer u mijne handen, opdat zij voortaan slechts werken van deugd en liefde verrichten. Ik offer u mijne voeten, opdat zij immer den weg

-ocr page 207-

207

der gerechtigheid bewandelen. Ik olFer n mijne ziel, mijne wenschen en verlangens, geheel mijzelven tot uwe heilige dienst; ik beloof u eeuwige liefde en trouw.... En om deze mijne plechtige belofte te vervullen, geef ik u mijn hart en smeek u het in mijn Hart van Jesus te verbergen en mij uwen zegen te schenken. Ik stel mij van daag geheel onder uwe moederlijke bescherming. Onder die heilige hoede wil ik leven en sterven, en stervende wil ik nog uw zoeten naam, met dien van uw goddclijken Zoon en van uw heiligen Bruidegom vereenigd, in kinderlijke liefde aanroepen : Leve Jesus! leve Maria! leve Joseph! — Jesus! Maria! Joseph! ik geef u mijn hart en mijne ziel, in tijd en eeuwigheid. Amen.

-ocr page 208-

VIERDE COMMUNIE-OEFENING

OF DE FEESTEN DEK H. MAAGD MAKIA.

GEBEDEN VÓÓR DE H. COMMUNIE.

I. Op het feest van Maria\'s onbevlekte ontvangenis.

O mijne glorierijke Koningin en gezegende Moeder! hoezeer verheugt het mij, heden met de lolzangeu der gansche Kerk te moaeu instemmen die aan het verheven geheim uwer onbevlekte ontvangenis gewijd zijn. Met de gansche H. Kerk geloof en belijd ik * ^ ^ij ^ vim het eerste oogenblik uwer ontvangenis voor alle erfsmet gevrijwaard, geheel rem en zuiver, zonder de geringste zondesmet geweest zijt; dat de erfzonde uwe reinste ziel nooit in \'t geringste bezoedeld heeft en gij aan de schuld van den zondigen Adam nooit het minste deel gehad, nooit een enkel oogenbliK onder Satans macht verzucht hebt O verhevene Maagd en Koningin! hoe is het toch mogelijk dat iemand, die u als de heiligste Moeder des Verlossers erkent, denken kan, dat de vlek der erfzonde ooit een enkel oogenblik aan uwe reine ziel zou hebben kunnen kleven? Neen, uwe waardigheid

-ocr page 209-

309

als Moeder Gods laat die gedachte niet toe. — Jesus, de Zoon Gods, die uit u zijne meusehelijke natuur aannemen , die van uw vleesch en uw bloed zijn vleesch en zijn bloed ontvangen zou, kou en moolit niet dulden, dat aan u ooit de geringste smet van zonde of schuld gekleefd had. Eeiner, heiliger, onschuldiger, vlekkeloozerdau de Engelen voor den troon Gods moest gij, zijne hoog gezegende Moeder, wezen.In niette malen schoonheid, in onuitsprekelijke zuiverheid, in stralenden glans der hoogste onschuld staat gij heden voor mijne oogen, o allerzaligste, allerreinste Maagd ! en ik kan de vreugde niet uitdrukken, die thans mijn hart gevoelt, eene zoo geheel schoone, onbevlekte, smettelooze Moeder en Meesteres in den Hemel te bezitten en mij haar kind te mogen noemen. Maar hoezeer het mij ook verheugt, dat gij zoo rein en vlekkeloos zijt van den geringsten adem der zonde , wordt nogtans deze vreugde in mij gestoord door de gedachte, dat ik, uw kind, van die vlekkelooze reinheid zooverre verwijderd ben ; dat ikopu, mijne allerzuiverste Moeder, zoo weinig gelijk. Toen uw goddelijke Zoon mensch werden in uw schoot, ouder uw hart rustte eu van u zijn vleesch en bloed aannam, toen vond Hij geene schaduw van zonde in u, toen vond Hij alles zoo schoon, zoo geregeld, zoo rein eu schul-

-ocr page 210-

310

deloos, dat Hij van vreugde uitriep : qij zijt geheel schoon, mijne vriendin, en er is qeene mek in u. Maar ach! hoe ziet het er met mij uit ? Mij zal heden de onuitsprekeliike gunst en genade te beurt vallen, uw godde-lijkeii Zoon in de H. Communie te ontvangen Hij wil bij mij zijn intrek nemen en mii spijzenmet zijn allerheiligst vleesch en bloed Allerheiligste, voor wien de Engelen niet zonder vlekken zijn, wil mij heden bezoeken en ik, helaas! nog zoo onrein, zoovol smetten en gebreken, zoo beladen met sehuld nog zoo bezoedeld!... O onbevlekte, reinste Moeder, mag ik het wagen tot da H. Tafel van uw goddelijken Zoon te naderen? Omu

te vereeren hefdevoUe Moeder, wonschte ik n d(: H. Commume te ontvangen om zoo goed mij slechts mogelijk is het feest uwer onbevlekte Ontvangenis te vieren O wanneer ik zoo zuiver, zoo vlekkeloos was dlsbIJj dan zou ik met vreuo-de zonrlpi-vreeze tot de H. Tafel „aderen ^ma\'ar nu

wat zal ik doeilp Ik weet) ;vat^^

al ik neem tot u, liefste en zuiverste Moe-o-ln\' I V.ne ^eviucht en bid u met al den 0 ° mijns harten, mijne voorspreekster tigt;

daï\'1 n^\'Vr llWen »od,lRliiken Zoon. Van g, nu Hij aan u de groote genade der onbevlekte ontvangenis bewezen heeft nu Hij u door zijne oneindige verdiensten \'voor

-ocr page 211-

211

de erfsmet heeft gevrijwaard, van daag weigert Jesus, uw lieve Zoon, u geene enkele bede. Niets smart mij meer, dan dat ik ooit zoo ongelukkig geweest beu, dien goeden Jesus door mijne zonden te bedroeven; o smeek Hem dus, dat Hij mijne ziel van alle zondevlekken reinige, dat Hij alles uit mijne ziel wegneme, wat Hem mishaagt en mijn hart tot eene Hem waardige woonstede bereide. Het kost Hem immers slechts één woord, en mijne ziel zal gezuiverd worden. Eén druppeltje van zijn kostbaar bloed is voldoende, om aller zondesmetten af te was-schen. — Maar uw goddelijke Zoon verlangt niet slechts een zuiver hart, maar ook eeu hart, dat Hem innig lief heeft en met sehoone deugden versierd is. O Maria, Moeder der sehoone liefde ! deel mij, door uwe machtige voorbede, van die liefde mede, waarvan uw heilig hart immer geheel ontstoken is. Ik verlang toch uw lieven Jesus boven alles te beminnen : o kom dus mijn verlangen te hulp en sta mij bij, om met de vurigste hartelijkheid tot de Tafel des Heeren te naderen en met de teederste liefde zijn allerheiligst vleesch en bloed te nuttigen. Verkrijg voor mij die hemelsche deugden, welke mijne ziel bij de komst van haren goddelijkeu Bruidegom moeten versieren ; bid, dat ik aan alle vruchten cener waardisre H. Communie! dcelachtis

-ocr page 212-

212

hS Z 1aarUit kraCl;t eU Sterkte Pquot;tte om

ig tc 1(!Ven en zahg te sterven. Amen.

3. Op het feest van Maria-zuivering.

r,1ii,;il!1HlleiligitlM?ag(1,engezegeH\'lc Moeder mijus Hcereu ik zie u lieden met de bereidwilligste gehoorzaamheid den tempel te Jerusalem binnentreden en daar do wet der zuivering m diepen ootmoed vervullen. Gij waart geheel zuiver en onschuldig, gehee onbevlekt onder allen van uw geslacht, en toch vertoondet gij u in den tempel voor den priester, om eene wet, die u niet kou verplichten te volbrengen en u voor zuiver te laten verklaren. Alleen ootmoed en gehoor-zdamheul kon u hiertoe aandrijven. Ach mijne liefdevolle Moeder! mocht ik zoo onschuldig, zoo zuiver, maar ook zoo ootmoedig

fn0VSn I^V18 gij\'! Ik ben hed^

„ w iTi \'i? v08 Heerei1 verschenen, om uw goddehjken Zoon met alleen te aanbidden en te vereeren, maar ook, om aandien god-dehjkei\'maaitijd, dien Hij voor allen, welke

Hem verlangen, bereid heeft, deel te nemen en mijne ziel met zijn vleesch en bloed te spijzen Uw lieve Zoon zelf noodigt mij daartoe uit; maar ik weet, dat Hij slechts met de k\'euien, met die waarlijk ootmoedig van harte zijn, gemeenschap wil hebben. Hij

-ocr page 213-

213

zelf zegt : zoo iemand klein is , dat hij tot Mij home. Miiar hoezeer ontbreekt mij nog die sclioone deugd van ootmoed , van kinderlijke eenvoudigheid en zelfvernedering. Nog altijd heersehen in mij hoogmoed cn trotschheid, eerzucht, eigenliefde en eigenzinnigheid. Ik moest mij zeiven verachten, en veracht anderen ; ik moest mij zeiven veroordeelen, en veroordeel anderen; ik moest mij zeiven ver achter anderen stellen, en wil voor anderen worden voorgetrokken. Ach, liefste Moeder en leermeesteresse der nederigheid! leer mij toch die schoone deugd, welke aan uw godde-lijken Zoon zoo welbehagelijk is. Toen op den dag van heden de grijze Simeon het goddelijk Kind uit uwe handen ontving, riep hij in geestverrukking uit, dat dit Kind een licht zou zijn tot verlichting der Heidenen. Zelf noemt zich Jesus het licht der wereld, dat alle mensehen verlicht. O bid dan, goedertieren Maagd, dat Jesus mij verlichte, mij de oogen opene en mij mijne ellende, mijne zondigheid, mijne onreinheid duidelijk moge leeren inzien. Ja, bid Hem, dat Hij een straal van zijn hemelsch licht moge afzenden in mijn hart, opdat ik de fouten, gebreken en vlekken inzie , die mij nog aankleven ; dat ik daardoor mij zeiven diep leere vernederen en verachten, en in het gevoel mijner armoede en ellende tot Hem nadere, die de bron van

-ocr page 214-

214

«He genade is. Gij, o ylekkdooze Maagd f.00,llgt;\'lr,iiar ik zooveel ;i!lT 5 \' ,iquot;s \' l\'eve Moeder, uw god-

ct mehfrr\' 00k\' als weleer tot

en meJriatselie, tot mijne ziel zego-e ■ ffr ml

Srefef/dan zal ookZS ge.

n \'T\'f T V Want uwe be(le slaat Hij met af, u hoort en verhoort Hij immer u

goedertieren Maagd en Moeder Maria! Amen.\'

3- Op het feest van Maria-boodschap.

O zalige dag, waarop de hemelsche Vader 11\' ? glorierijke Maagd! tot Moeder van ziin -mggeboren Zo0„ verheven heeft wTarop ^e H Geest het onbegrijpelijk geheim der

trokken ^ Tan G0(}S 20011 in U heeft vollen Waar01P ieSUS\' de Zoon van denlevenden God, m u het menschelijk vleesch heeft aangenomen .\'-Welke hemdsehe vreugde welke onuitsprekelijke zaligheid moet uw\'

ken nlTT 1 6 ^der,opdieoogenblik-en met doorstroomd hebben, toen datgene

geschiedde, wat „ door den Aartsengel Gabriël

uw lddTv011 yg \' w®1-1\' Vanden H- Geest goddelyken Zoon hebt ontvangen._Hoe

desVfX t0Ch r Verlanquot;equot; naarde komst

den^TemeW ^ V\'1quot;quot;quot;ij Hem V!ln \'en Hemel afgebeden, opdat Hij het arme

r :: r rIaC,1VUit de banden der zonde en des verderfs zou komen bevrijden.\' In uw

-ocr page 215-

215

diepen ootmoed dacht gij er niet aan, dat gij zelve die uitverkorene maagd zoudt wezen , uit wie de afgebeden Heiland moest geboren worden. En zie. de Heer heeft neergezien op u, nederige dienatmaastd des Heeren; zijn heilige Engel brengt u de groet des Aller-hoogsten en kondigt u aan , dat gij die uitverkorene , die hooggezegende maagd zijt. Maar gij ontstelt, gij acht u zelve die hooge genade niet waardig. Eerst nadat de Engel u gerust gesteld en u verzekerd heeft, dat het geheim der mensohwording van Gods Zoon zonder kwetsing uwer maagdelijkheid in u zal voltrokken worden , durft gij uw mond tot toestemming openen : mij geschiede naar uw woord!— O Maria, hooggezegende Moeder ! hoe zal ik uw diepen ootmoed, uwe maagdelijke zedigheid en bescheidenheid, maar ook de hooge genade, die God u heeft bewezen, de hooge waardigheid, waartoe Hij u verheven heeft, naar waarde loven, prijzen en verheerlijken ? De Engel noemt u vol mn genade; gij heht genade gevonden hij God, zegt hij, en die genade vindt gij nog altijd bij Hem. O laat dan toe, dat ik uwe genadevolle voorbede voor mij afsmeeke. Zie, goede Moeder, ik wensch heden uw goddelijken Zoon, die uitu het vleesch heeft aangenomen, in mijn hart te ontvangen en mijne arme ziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed te spijzigen.

-ocr page 216-

216

Zonder die spijze des Hemels kan mijne ziel met leven. Maarik ben, helaas, die onuitspre-Jcehilce genade niet waardig. Zoo gij u niet waardig achttet, de Moeder te worden van den Zoon Gods, hoe zal ik dan waardig zijn, den Allerhoogste in mijn hart te ontvangen ? Met siddering en vreeze nader ik tot de H. Tafel desHeeren. Maar gij, lieve Moeder, hebt o-e-nade gevonden bij God. Verwerf mg dus door uwe machtige voorbede, dat God mij reinio-e zuivere en heilige, opdat ik Hem in het Geheim zijner liefde niet geheel onwaardig ont-vange. Deel mij iets meae van die sehoone deugden, die gij in al hare volheid bezeten hebt, om daarmede mijne arme ziel te versieren. Deel mij iet s mede van uw levendig geloof, uw kinderlijk en vast vertrouwen, uwe brandende liefde en uw vurig verlangen naar den Heiland der wereld; iets van uw diepen ootmoed , uwe eerbiedige vreeze en innige godsvrucht,opdat uw goddelijke Zoon om uwentwille mij niet versmade, maar tot mij kome, mij met zijne overvloedige genade verrijke en mijne ziel met zijn allerheiligst vleesch en bloed spijze ten eeuwigen leven. Amen.

4. Op het feest van de ten Hemel opneming van Maria.

O roemwaardige Maagd en verhevene Koningin ! hoezeer moet gij u niet verheugd hebben

-ocr page 217-

217

toen liet oogenblik naderde , waarop gij voor eeuwig met uw teergeliefden Zoon zoudt vereenigd worden, om in eeuwige liefde de onuitsprekelijke zaligheid des Hemels met Hem te deelen. Hoe heerlijk, hoe zoet en lieflijk was nw dood, hoe glorievol en schitterend uw zegepralende intocht in den Hemel ! O wie is in staat de heerlijkheid te beschrijven, waarmede de allerheiligste Drie-ëenheid n gekroond heeft, toen gij daar plaats naamt op dieu troon van glorie, dien uw goddelijke Zoou voor n bereid had, en de Engelen en Heiligen u als hunne Koningin huldigden! O. duld, dat ik heden mede instemme iit den jubel der geheele H. Kerk en u mijne hulde en vereeringaanbiede. Wees geloofd, geprezen en verheerlijkt, hoogverhevene Vrouwe eu Ko.ninginne des Hemels, mijne Meesteresse en Moeder! Ik ben uw dienstknecht, (uwe dienstmaagd). Ik reken het mij tot eene groote eer, tot een groot geluk, u te mogen dienen , mij nw dienstknecht, (uwe dienstmaagd) te mogen noemen. Maar zie, ik ben arm, behoeftig en ellendig, genaderijke Vrouwe! Van daag vooral, op het feest uwer plechtige opneming ten Hemel, voel ik dubbel mijne armoede en ellende, Zie, mij zal heden de onbegrijpelijke hooge genade te benrtvallen. uw goddelijken Zoon in de 11. Communie te ontvniiaren. ^

-ocr page 218-

218

zal mij met Hem, met wien gij heden voor eeuwig vereenigd werdt, in het Reheim zijner liefde mogen vereenigen; maar mijne machtige Koningin en lieve Moeder! hoezeer ben ik die hooge genade nog onwaardiV; hoe durf ik het wagen, den allerhoogst,en Koning van Hemel en aarde in mijn ellendig, se.-brekkig en onrein hart te ontvangen ? Ach! ik vertrouw op uwe machtige voorbede; uw goddelijke Zoon verhoort heden zonder twijfel al uwe beden. Daarom bid ik u met een heiligen aandrang, o Koningin des Hemels, gelieve uw allerliefsten 5/oon voor mij te bidden , dat Hii om uwentwille mijn hart zuivere, heilige en door het vuur zijner goddelijke liefde ontsteke, en daaruit alles wea:neme wat Hem nolt;r mishaast. Tot uwe eer, allerschoonste en maehtisje Vrouwe, wensch ik heden deze H. Communie met de heiligste gesteltenis te ontvangen. O bereid dus mijne ziel, versier haar met die deugden, die u zoo wel-gevalliar maakten aan God; bewaar mij voor alle verstrooiing en lauwheid en help mij, dat ik met een brandend verlangen , met eene vurige liefde en met diepen ootmoed nadere tot de H. Tafel des Heeren, en mij op de innigste wijze vereenige met Hem, bij wien srij thans voor eeuwig troont in den Hemel. Amen.

-ocr page 219-

219

5. Op het fceat van Maria s geboorte.

O allerheiligste en verhevene Maagd! uwe heilige geboorte heeft der gansche wereld den zoetsteii troost, de grootste vreugde aangebracht. Want even als het morgenrood de komst der zon, den helderen dag aankondigt, zoo heeft uwe geboorte aan de in de duisternis van zonde en ongeloof liggende mensch-heid de naderende komst van de Zon der gerechtigheid, den Verlosser der wereld aangekondigd. Bij uwe heilige geboorte, o allerzoetste Maagd! hebben de Engelen desHemels gejuicht, die in u reeds bij voorbaat hunne glorievolle Koningin begroetten. Naar uwe geboorte hebben de menschen vurig verlangd, want zij zouden in u eene lieve Moeder en machtige Voorspreekster bezitten. Bij uwe geboorte heeft de hel gesidderd, want door u zou hare macht verbroken door uw godde-lijken Zoon zou satan verwonnen en de wereld aan zijne slavernij ontrukt worden. Met recht noemt u daarom de H. Kerk : oorzaak onzer hlijdschap; want nu kan ieder, die op u vertrouwt, die tot u zijne toevlucht neemt en volhardend uwe voorbede inroept, troost in lijden, bescherming in gevaar, redding in nood, verlossing uit de zondebanden, en de eeuwige vreugde des Hemels verwerven. Daarom, lieve Moeder, gevoel ik mij heden

-ocr page 220-

220

ook zoo verheugd en gelukkig en meen ik mijne vreugde en dankbaarheid aan God voor uwe genaderijke geboorte niet beter te kunnen toonen, dan door mij in de H. Communie op de innigste wijze met uw godde-lijken Zoon te yereenigen. Maar, liefderijke Moeder, ik voel mij zeiven die hooge genade zoo geheel onwaardig; mijne ziel verlangt wel naar die spijze des Hemels, ja, uw lieve Jesus noodigt mij zelf uit; maar hoe zal ik, nog altijd zoo vol van gebreken en fouten voor zijn goddelijk aanschijn durven naderen, hoe zal ik die in mij zeiven niets dan onreinheid vind, den Allerheiligste in mijn hart durven ontvangen? Ach, lieve Moeder! kom mij te hulp, help mij in mijnen nood enmyneeUende en bid uw goddelijken Zoon , dat Hij barmhartig neerzie op mijne onwaardigheid , en diegenen , die het meest belast en beladen zijn, gelieve te verkwikken, te troosten, te bemoedigen en te versterken. Slechts in vertrouwen op uwe machtige voorspraak zal ik dus tot de H. Tafel des Heèren naderen Sta mij dan bij en verkrijg voor mij, dat ik met vu-nge liefde en innige godsvrucht dit aanbiddelijk Sacrament ontvange en deelachtig worde aan alle genaden, welke Jesus, uw geliefde Zoon, aan diegenen beloofd heeft, die met vertrouwen en liefde tot Hem naderen en zich door de H. Communie met Hem vereenigen. Amen.

-ocr page 221-

2-21

Na een van deze gebeden verwekke men de volgende oeieningen van geloof, ootmoed, berouw, liefde en verlangen.

geloof.— O, ziedaar dan dien goddelijken Vorlosser, die voor nuj uog altijd brandt van hetzelfde liefdevuur, waarvan Hij eenmaal op het kruis ontstoken was; voor mij daalde Hij van den Hemel op aarde af; voor mij verbergt Hij zich nog altijd onder de uitwendige teekenen van het H. Sacrament; Hij heeft op dit oogenblik, waarop ik mij voorbereid, om Hem in mijn hart te ontvangen , zijne goddelijke blikken op mij gevestigd, en slaat nauwkeurig gade, wat ik bemin , wat ik verlang, welk offer ik Hem zal aanbieden. O mijne ziel! bereid u dusom dien grooten, edelmoedigen God waardig te ontvangen, en zeg Hem met de gevoelens van het levendigst geloof; o mijn Welbeminde! van daag nog , binnen weinige oogenblikken wilt Gij tot mij komen! O verborgen God, door zoo vele mensoheu zoo schandelijk miskend, ik geloof, dat Gij hier wezenlijk tegenwoordig zijt, ik aanbid ü als mijn Heer en mijn God, en voor de verdediging van deze waarheid zou ik al mijn bloed willen vergieten. Vermeerder mijn geloot, dierbare Verlosser, en geef dat ik tot mijn laatsten snik daarin volharde.

ootmoed — O mijn God! ik zal dan nade-

-ocr page 222-

222

ren tot uwe H Tafel. Is het mogelijk, dat

J\' 0pperstc Majesteit, de heiligheid zelve wel wilt binnen gaan in eene zoo ondankbare ziel! rer oorzake Tan mijne onwaardie-neid, moest ik, o Jesus! mij veeleer van U verwijderen; maar tot wien zal ik gaan, zoo i miJ vau dle mijn leven zijt, verwilder en wat zal dan mijn lot in de toekomst zijn: Neen, neen! ik wil, ik mag mij van U met verwijderen; integendeel, in weerwil van mijne onwaardigheid wil ik mij des te nauwer aan ü aansluiten, wijl Gij er roem m stelt, om mij uit mijne geringheid en nietigheid op te heffen en alles wat aan mij ontbreekt aan te vullen. Ik ko:m dan tot U, o mijn Jesus! geheel beschaamd en vernederd over mijne gebreken, maar vol van vertrouwen op uwe oneindige barmhartig-heid Ik weet en ik beken, dat ik de ouuit-spiekelijke genade, die Gij mij bereidt, niet verdien; maar Gij zult, hoop ik, medelijden hebben met eene ziel, die hare ellende kent en er over zucht.

berouw -- o mijn God ! wat smart het

n.vt\' cu-1? het mij mmg leed, dat ik U met altijd bemmd, dat ik U daarenboven door mijne zonden zoo dikwerf zelfs vergramd heb! Zou ik zonder bitterheid des harten mij zoo vele ondankbaarheden kunnen herinquot; neren? Oneen, Heer! en daarom, wijl quot;e

-ocr page 223-

223

mij heden levend voor den geest staan en ik ze uit geheel mijn hart verfoei, daarom zou ik duizend levens willen geven, om ze uit te wissehen en te herstellen. Daar Gij toch het Lam Gods zijt, dat de zonden dei-wereld wegneemt, o delg dus al de mijnen uit en maak dat ik ze verfoei en betreur tot mijnen laatsten levenssnik. Engelen des Hemels, die onzichtbaar dit Altaar omgeeft en die weet, welke gevoelens van berouw en liefde diegenen bezielen moeten, die het H. Tabernakel naderen : verwerft voor mij de genade, waarmede weleer de profeet Isaïas begunstigd werd : reinigt en zuivert door eene vurige kool mijne lippen, die weldra Dengene, die gij slechts bevende aanschouwt, moeten aanraken, en maakt, dat ik ook gloeien moge van een vuur zoo levendig en brandend als datgene, waarvan gij immer ontstoken zijt.

liefde.— O mijn beminnelijke Verlosser ! wat kondet Gij meer doen, om door mij bemind te worden? Was het niet genoeg, dat Gij mij , in weerwil van mijne onverschilligheiden ondankbaarheid, voortdurend met uwe genadegaven begunstigdet ? Moet Gij de overmaatuwer liefde nog zoo ver drijven , dat Gij mij heden aan uw hemelsch gastmaal toelaat, om mij met uw goddelijk vleesch en bloed te voeden? O onmetelijke, onbegrijpe-

-ocr page 224-

224

lijke liefde! Ja, ik zou de ondankbaarste der schepselen zijn en al uw toorn verdienen, zoo ik U na zoo vele en zoo treffende bewijzen uwer goedheid niet beminde. Ja, Heer! ik bemm U ik bemin U uit geheel mijn hart, ik bemm U boven alles, ik wil U voortaan beminnen tot aan mijnen dood; niets dunkt mi], zal mij voortaan van uwe liefde kunnen schelden, want zonder U te beminnen zou ik voortaan met meer kunnen leven.

vuRLANGEN. O, het gelukkig oogenblik waarop Gij mij tot uwe H. Tafel roept, is gekomen, God mijner ziel en mijn grootste weldoener ! Rom dan, goede Meester, aan-mddehike Zaligmaker! Kom in mijne ziel, die naar ü haakten verlangt, als een dorstig hert naar de frissche waterbron. Kom o mijn Jesus ! en stel mijn geluk niet langer uit Ik zou U met al dat liefdevuur willen ontvangen, dat de heiligsteen vurigste zielen aan den voet uwer Altaren verteert; maar zoo 1.. a }G S^oelens, die IJ zoo aangenaam zijn, niet heb. Gij weet ten minste, hoe gaarne ik ze zou willen hebben. O mijn God \' laten mijne onvolmaaktheden U dan niet weerhouden; ik verlang naar U, ik ben ongeduldig om Ij te ontvangen, ik haak naar uwe komst! o kom toch, Jesus! lieve Jesus! Kom toch en toef niet langer. Amen.

-ocr page 225-

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

O Jesus, eeuiggeborew Zoon des Allerhoog-sten, Koning der Koningen! hoe hebt Gij U toch zoo diep kunnen vernederen, om bij een arm schepsel, als ik ben, uw intrek te nemen en mijn Gast eu spijze tevens te worden. Groot was het wonder uwer liefde, toen Gij van den Hemel nederdaaldet en in het heiligste en zuiverste hart uwer gezegende Moeder vau haar vleesch en bloed uw allerheiligst lichaam gevormd hebt. Toen hebt Gij iu Maria de onbevlekte Maagd, de schoonste en reinste ziel, het vlekkelooste met alle deugden versierde hart gevonden. Met de gloeiendste liefde, met heilige geestvervoering, met onbeschrijflijken ootmoed en eerbied heeft Maria ü opgenomen en zich geheel aan U toegewijd, — maar nu komt Gij in de H. Communie tot mij met godheid en menschheid, met zielen lichaam ; en wat vindt Gij in mij, o hemelsche (iast en Koning van glorie? Ach! niets dan eene arme van deugden ontbloote ziel, een hart tot het kwade geneigd, lauw en koud, zonder lietde, onrein eu nog te gehecht aau de wereld.

ie *

-ocr page 226-

226

Helaas. Gij vindt daarin niets, wat U zou fcunnen hehagen. — En toch weigert Gij niet, dit hart te bezoeken, die arme ziel door uwe zoete tegenwoordigheid gelukkis te maken en haar uwe genade mede te dee-

~ In diepen ootmoed, lieve Jesus werp ik mij voor U neder; ik aanbid U ik loot en prijs U met alle Engelen en Heiligen. U . zoo gaarne zou ik U het een of ander geschenk ten teeken mijner innigste liefde en van mijn diepsten eerbied aanbie-den; maar Gij weet, goede Jesus ! dat ik mets heb. wat U niet reeds toebehoort. O

laat dan uwe allerheiligste Moeder, die ook

mijne goede Moeder is. voor mij goedmaken, wat ik niet vermag. Ik offer U al hare liefde op die zij U toedroeg, toea Gij onder üaar hart of op hare armen rusttet en zii

a- TT fi111 ^\'quot;4 voecWe en verpleegde. Ik o er L alle aanbidding en dankzegging van haar liefderijk hart op, hare zorgen en be-Kommeringen om uwentwege, hare trouw waarmede zij U diende. hare goede werken\' die zy in overvloed beoefende. haar lijden, dat zij onder mv kruis doorstond, hare overgeving aan uw heiligen wil en de liefde waarmede zij U thans eeuwig in den Hemel geniet. Ik offgr U -j hare verdiensten op Z!J Zlch hi61quot; op aarde verworven heeft\' eu al hare beden, al hare tranen, ai haar

-ocr page 227-

227

vurig verzuchten voor liet heil der menschen en ook voor mij, »vinen zondaar.

O goedertieren Jesus, die thans in mijn arm hart verblijft en geneigd zijt, om mijne smeekingen te verhooren en mij uwe genade mede te deelen : zie, ik bid U niet om aardsch goed, niet om rijkdom of eer, niet om gezondheid of een lang leven, neen, maar hartelijk smeek ik ü, geef mij eene zoo gloeiende liefde , als die, welke Maria\'s harte verteerde; geef mij de genade, dat ik zoo ootmoedig, zoo zachtmoedig, zoo geduldig, zoo gehoorzaam , zoo rein en vlekkeloos voor Ü wan-dele als zij; geef mij dat ik, als zij, in onverbreekbare trouw U aanhange, en verleen mij zulk een ijver voor uwe eer en voor alles wat U behaagt, als het hart uwer gezegende Moeder immer jegens U koesterde. Trek mijn hart, lieve Jesus! tot U, stort mij een vurig verlangen in naar de hemelsche goederen en help mij, opdat ik , even als Maria , de ij delheid der wereld inzie en verachte. — Maar bijzonder bid ik U, lieve Jesus! geef mij een onverwinlijken afschuw van elke zonde; versterk mij, om mijne booze neigingen te overwinnen ; help mij, om in de bekoringen niet te bezwijken en sta mij bij, om die schoone deugden te beoefenen, die in uwe heilige Moeder uitschitterden. —• Ach! mijn Jesus, IJ wil ik toebehooren , U alleen, geheel en al,

-ocr page 228-

228

o verlaat mij dan niet, róór dat Gij het offer mijns harten aangenomen en gezegend en mijne smeekingen verhoord hebt.

O lieve Moeder Maria! wegens mijne herhaalde ontrouw vrees ik nog altijd, dat mgne beden niet zullen verhoord worden ; maar gij vindt altijd verhooring; onmogelijk kan uw geliefde Zoon u eene bede weigeren. O , bid Hem dan, beste Moeder, voor uw kind, om de genaden, die ik zoo even reeds gevraagd heb en om alles , wat gij weet, dat tot mijn heil en tot eer van uwen goddelijken Zoon verstrekt. Mijn nood is u bekend, vol vertrouwen leg ik al mijne verlangens in uwe handen , terwijl ik vastelijk hoop alles door u te zullen verkrijgen. Amen.

andere oefeningen na de h. communie.

dankzegging. — Ik heb dan eindelijk het geluk, o God mijner ziel, ü in mijn binnenste te bezitten! Wat zal ik [J, lieve Jesus! voor eene zoo onschatbare gunst wedergeven? Heiaas ! wat kan ik , zwak en onvermogend schepsel, voor U doen, dan U zegenen, U bedanken, uwe goedheden verkondigen en uwe barmhartigheden iofzingen ? Zegen dus , o mijne ziel, den Heer, en dat alles wat in mij is, zijn heiligen Naam prijze 1 Zegent Hem , zalige Geesten des Hemels, dat. liet gansche.

-ocr page 229-

239

heelal weergalrae van zijn lof; ja liever sterf ik, dan ooit eene zoo groote weldaad te

vergeten! ..

liefde. -—Hoe zou liet mogelijk zijn, dat ik een God zoo vol goedheid niet beminde, die mij eene zoo teedere, vurige en edelmoedige liefde komt bewijzen ? J a, God van goedheid , God van barmliartigheid! ik bemin U , ik bemin ü uit geheel mijn hart, uit al de krachten mijner ziel, uit al het vermogen van geheel mijn wezen. Ach! waarom heb ik geen duizend en nogmaals duizend harten brandende van het volmaaktste liefdevuur , om U volgens al de uitgestrektheid mijner begeerten te kunnen beminnen !

overgbivlng en toewijding. — O mijn teedere Vader I bij hebt U geheel aan mij gegeven : ik geef\'mij ook geheel aan U ; ik wijd U mijn lichaam, mijne ziel, al mijne krachten en vermogens, mijn leven , mijne gedachten , mijne begeerten , alles wat ik heb en wat ik ben geheel en al toe, om het uitsluitend voor uwe glorie te gebruiken. Beschik daarover volgens uw goddelijk welbehagen; Gij zijt er volstrekt Heer en meester van; ik stel mij geheel in uwe handen, ik geef mij_ geheel aan U over. Bewerk in mij wat Gij goedvindt! breng in mij uwe heilige raadsbesluiten ten uitvoer , en volg in alles met mij uw aanbiddelijkeu wil.

-ocr page 230-

230

tnn?P®\'~ ° m:,D Sodflehjke Verlosser! wat kunt Gij mij weigeren, ua U zeiven geheel aan mij te hebben weggeschonken P Zeker niets

wiv \'itot uTe ^0quot;1\'611 niiiue zalig-heid kan bijdragen. Met een grenzeloos ve?-

t ouwen smeek 1k U dus om de genade van

y hef te hebben en in uwe liefde te volhar-

inTnlquot; einf6 to*equot; ^aar wij\'1 ik in deze 200 ge-wil ef trootvolle oogenblikken niemand wil vergeten, vraag ik ü ook met het grootste vertrouwen de bekeering der ongeluk-ige zondaren, en in het bjjzonder alle tiide-JjeengeesteHjkewddaden voor mijne ouders , bloed verwanten en vrienden, de volharding voor de rechtvaardigen, de verlossing der zielen iu het Vagevuur en de verheffino-van onze Moeder, de H. Kerk. Al dese genaden

bloed daY r -01quot; de k!\',aCht VaU llet kostbaar Woed, dat Gij voor alle menschen vergoten

ebt, en waarmede Gij heden mijne ziel hebt

willen voeden. Ik vraag het U door al uwe

verdiensten en die van uwe heilige Moeder

en van alle Heiligen : door de liefde, welke

Gy uw hemelscheu Vader toedraagt en die Gij

ook voor mij koestert. Ja, ik hoop zelf, dat

Gr}J mij nog meer zult geven, dan ik U vraas

dat rH T \' ati f;lj oneindig goed zijt en jat Gij al onze behoeften veel beter kent

ik quot;lievfr |an kenquot;el1quot; I)aarom vertrouw ik , lieve Jesus! van uwe goedheid en barm-

-ocr page 231-

331

hartigheid, dat Gij ons waarachtig gelukkig zult maken voor tijd en eeuwigheid. Amen.

LIEFDEVERZDCHTINGBN NA DE H. COMMDHIR.

VAN BEK n. ÏKiNOISCÜS VAH SALES.

O mijn Jesus ! daar Gij nu tot mij zijt gekomen j Gij y die het waarachtige leven zijt, geef nu ook, dat ik der wereld afsterye, om alleen voor XJ te leven. Verteer, o mijn Verlosser, door de vlammen uwer liefde, alles, wat U in mij nog mishaagt, en geef mij een vurig verlangen om U in alles te behagen.

Geef mij eene ware nederigheid; leer mij de verachting en versmading van mij zeiven beminnen , en neem van mij elke zucht weg, om iets te willen schijnen. Geef mij den geest van versterving, opdat ik mij alles ontzegge wat tot uwe eer niet kan strekken en alles gaarne aanneme, wat aan de eigenlietde en de zinnen misvalt.

Geef mij eene volmaakte overgeving aan uw heiligen wil, door de pijnen en zwakheden , het verlies van goederen of bloedverwanten , mistroostigheden, vervolging eu alles gelaten en tevreden aan te nemen, wat mij \'uit uwe handen zal overkomen. Ik offer mij zei ven geheel en al aan U op, opdat Gij naar uw welbehagen over mij moogt beschikken. Verleen mij de genade, om dat volle-

-ocr page 232-

232

dig offer van mij zeiven altijd te vernieuwen

Iquot;! Z ikV°Tiblik

8 .. \' \'k b alsdan mim leven „1

refotf06^1^611 0P0fferegt; 111 vereeniging met net oner van uw leveu flat r;; 0

den hemelschen Vader hebt opgedragenquot;1^

menigte van ongelooWgen^ dkVniefk046 nen, van afgedwaalden, die buiten de H Kerk zon(iareii, die van mve genade beroofd voort even. Ook beveel ik U al de zïelen

lir-ht6) \'??evuur\' voornamelijk N N Ver

t ld ham banquot; \' ^ den

tijd iiarer ballingschap, waarin zij verstoken

zijn van uwe yolzalige aanschouwing. Doe dit

lieve Jesus door uwe verdiensten en die der

Heiligen e Rd Mariuen V!UI all« andere

lici?iquot;ij\'!iefV|0d! 01]iSt een mij gcheel van rr . \' 0Pllat lk quot;iet anders zoeke

alles vvaf ü^\'V Vürwij(ler uit miin ■i ®, a\' u lllet aangenaam is. Geef dut ik altijd met een oprecht hart moge zeggen ;

-ocr page 233-

233

mijn God, mijn God! ik wil U alleen en niuts meer. O Jesus! geef mij eene groote liefde voor uw lioilig lijden , opdat uwe smarten en uw dood mij zonder ophouden voor oogen zweven, om de liefde tot U in mijn hart te ontsteken en mij tot dankbaarheid voor zooveel liefde op te wekken. Geet mij daarenboven eene groote lielde voor het allerheiligste Sacrament des Altaars, waarin Gij uwe groote liefde jegens ons ten toon spreidt. Gelieve mij verder eene teedere godsvrucht jegens uwe allerheiligste Moeder in te storten ; geef mij de genade, dat ik haar altijd bemiuneen diene, altijd mijne toevlucht neme tot hare machtige voorspraak en ook anderen aanspore haar te vereeren en te beminnen. Geef aan mij en allen steeds een groot vertrouwen in de verdiensten van uw lijden en m de voorbede van uwe lieve Moeder.

Eindelijk smeek ik U, dat (iij mij een zaligen dood gelievet te verleenen , dat ik U dan met eene groote liefde in de H. Teerspijze moge ontvangen, opdat ik in uwe armen gekneld, brandende van heilig liefdevuur en met een groot verlangen om U te zien, uit dit leven schelde, om uwe voeten te omhelzen, wanneer ik het eerst het geluk zal hebben van U te aanschouwen. O mijn Koning! kom en heersch Gij alleen in mijne ziel; neem geheel bezit van haar, opdat zij

-ocr page 234-

234

mets andei-s diene en gehoorzame dan uwe

O Lam Gods, dat op het kruis o-eslacht

lTe : ni1- dat ^ eene di-

en, die Gij met zooveel kommer en zoo

lievige smarten hebt vrijgekocht. Gij hebt U geheel aan mij gegeven; geef, dat ik U nimmer verlieze, dat ik geheel aan U zij en o-een ander verlangen hebbe, dan ü te behagen Ik bemin U oneindig goed, om U genoegen te geven ; ik bemin U, omdat Gij liet verdient. Mijne grootste straf is te zien dat ik zoo langen tijd in de wereld geweest ben, zonder U te beminnen. B J mijn lieve Verlosser! maak mij aan de

quot;he? hnrela0lltigP t G« 0m mii- zonden het hoijp van Gethsemane geleden hebt.

Ach, mijn Jesus! ware ik dan maar vroeger

gestorven, of hadde ik U ten minste nooit

beleedigd! O liefde van Jesus! Gij zijt mijne

hefdeen mijne hoop, mij„ verWenTk

livtl ?r miJn leveu\' Ja (lquot;izend levens verliezen, dan uwe genade.

Jquot;) Gnd! J3® ik quot;estorvel]. toen ik in zonde leefde, dan zou ik U niet meer kunnen beminnen. Ik bedank U, dat Gii mi;

hebben /eeft T l mij r0ep,; 0m ü )ief te hebben. En nu ik kan, wil ik U ook beminnen uit geheel mijne ziel. Daarom hebt Gij zoolang- geduld met mij gehad, opdat ik U

-ocr page 235-

235

nog zou beminnen. Ja, mijn God, ik wil U beminnen. Ach! om het bloed, dat Gij voor mij vergoten hebt, bid ik U, duld niet dat ik U nog ooit weêr verrade. Op U, o Heer! heb ik gehoopt en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. Wat wereld! Wat rijkdommen ! Wat goederen! Wat eer! Neen, God, God alleen wil ik. Mijn God! Gij alleen zijt mij genoeg; Gij, die het oneindige goed zijt.

O mijn Jesus! bind mij geheel aan uwe liefde en trek al mijne neigingen tot U , opdat ik niets anders dan U beminne. Maak dat ik geheel aan U toebehoore vo\'ór dat ik sterf.

Ach, mijn God! Zoolang ik leef ben ik in gevaar van U te verliezen. Ach! wanneer zal het, oogenblik aanbreken , waarop ik tot U zal kunnen zeggen ; mijn Jesus! ik kan U niet meer verliezen.

O eeuwige Vader! om de liefde van Jesus bid ik U, verstoot mij niet, neem mij aan, opdat ik U iiefhebbe, geel mij uwe liefde. Ik wil ü veel beminnen in dit leven, om U ook veel te beminnen in het andere.

O oneindig goed! ik bemin IJ, maar leer mij het groote goed, dat ik bemin , kennen, en geef mij zulk eene liefde als Gij van mij vordert. Maak dat ik alles overwinne, om U genoegen te geven.

O Maria! gij die zoo vurig verlangt uw

-ocr page 236-

23G

Zoon bemind te zien, zie hier de gunst die ik van u vraag : maak dat ik Hem bemin,t

en m bet mir van mijnen dood

gebed tot de onbevlekte maagd maria de h. communie.

O mijne goedertierene Moeder Mar.-» i

te deelen L tb Hfm0 tgelladeü mede

mijne lonS memalen^LZield\'\'Üquot;\' quot;j\' quot;iijne Moeder, „ km l i, ®11

ms ik 4

-ocr page 237-

237

smeek u, gelieve uw allerlief\'sten Zoon voor mij te bidden, dat Hij mij voor alles eene innige, vurige liefde tot Hem in liet hart storte. Gij liect de moeder der schoone liefde. Wil die selioone, zuivere, heilige lietde voor mij afsmeeken. Gij heet de moeder der vreeze. Die heilige vrees voor de zonde, voor elke beleediging het hoogste Goed aangedaan, o, vraag die voor mij van uw lieven Jesus. Men noemt u ook machtige Maagd. Smeek dus voor mij kracht en sterkte af, om in de bekoringen niet te bezwijken en over al mijne verkeerde neigingen te zegevieren. Ook spiegel der gereclitigheid\\izeimvR u. Alle deugden van uw goddelijken Zoon spiegelden zich in u met den heldersten glans af. Smeek dus voor mij de genade af, dat ik die schoone deugden van uwen Jesus, vooral zijn ootmoed, zachtmoedigheid, gehoorzaamheid, geduld en medelijdende liefde jegens alle menschen met ijver na-volge. Ó lieve Moeder! gij weet, hoezeer ik verlang Hem te dienen en te beminnen. Help mij dus, om Hem getrouw te blijven tot aan mijn dood, opdat ik mij eens in die zaligheid, welke gij thans reeds bij Hem geniet, eeuwig moge verheugen. Amen.

-ocr page 238-

238

GKI5B» TOT HET HART VAN MARIA.

0n2 MarVaquot; 1V?ariiV-1Moeder van God en vL J.?0\' iirVminne ljkst Hart\'

van het welbehagen der aanbiddelijke Drie-

sehpn .,wa o van. de Engelen en men-schen geeerd en bemind te worden! Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, waarvan gij het volmaaktste afbeeldsel zift\'

Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden : gewaardig u onze koude har-ten te verwarmen; bewerk dat zij alleen met het Hart van hun goddeliiken Zaligmaker zich bezig houden; stort daarin cfe liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk verdedig haar, wees hare toevlucht en be-

,Ifl Wng gen alle aanvallen harer vijanden Wees onze weg, om tot Jesusi te gaan als de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn moeten ontvangen Wees onze bijstand in onzquot; noodwendigheden, onze steun in onze kwel-mgen onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in de vervolgingen, onze hdp in

Jrfwi maar bljzonder iquot; den laatsten

strijd onzes levens, het uur des doods als de gansche hel, als ontketend, onze zielen

-ocr page 239-

239

zal trachten te rooven, dat vreeselijk oogeu-blik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach! laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlijk hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen en Hem met u in den Hemel zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van .Tesus en het onbevlekt Hart van Maria. Amen.

Pius VTT lieeft bij rescript van 18 Au?. 1807 en 1 Febr. 1810 verleend 100 daffen aflaat eenmaal daaga aan ben, die dit ffebed godvruchtig znllen bidden; toepasselijk aan de sjeloovi^e zielen in het Vagevuur.

-ocr page 240-

VIJFDE COMMUNIE-OEFENING.

OM EENE BIJZONDERE GUNST VAN GOD TE VERKItIJGEN GEBEDEN VOOl! DE H. COMMUNIE.

O mildclnfliare Heer en Verlosser Jesns Cliris-tns ! Gij nnofligt alle ellenrlijren . alle donr kruis en lijden , door kwelling en bekorin-sen bezochten zoo liefdevol uit, om tot ü te komen, dat ik uwe liefde en goedheid werkelijk zon beleedijjen, zoo ik aan uwe zoo liefdevolle uitnoodig\'ino- geen gehoor Saf- - Eu al riept Gij mij ook niet, zou ik immers toch tot U moeten komen; want er is ons geen andere naam gegeven, waarin wij kunnen zalig; worden dan de uwe ; er is immers in den Hemel en op aarde niemand , die ons beter helpen kan, dan Gij, goddelijke Helper in allen nood, dan

Rij, Verlosser uit alle gevaar en kwelling!_

Gij zijt de allerbeste vriend, de zoetste vertrooster, de zekerste geneesheer; Gij zijt het licht voor de blinden , de sterkte voor de zwakken, het heil voor d e zieken, de weg voor de afgedwaahlen , het brood des levens, de deur des Hemels, de rijkste arast, de reis-spijze voor den afgematten wandelaar, het

-ocr page 241-

341

onderpand der verrijzenis, het erfdeel der uitverkorenen , de bron aller genaden. Met den H. Petrus moet ik uitroepen : Heer ! tot men zal ik gaan, Gij heit de woorden des eeuwigen levens. Slechts één woord uit uw allerheiligsten mond en ik ben geholpen. Wel ben ik niet waardig om tot U te naderen, want Gij zijt de Allerheiligste, de Koning van glorie, de Eechter van levenden en dooden, en ik ben een arm zondig menschenkind, stof en asch, behoeftig en ellendig, naar ziel en lichaam vol gebreken; maar uwe oneindige liefde, waarmede Gij het allerheiligste Sacrament voorde arme, zwakke en ellendige menschen-kinderen hebt ingesteld, geeft mij moed , om tot uwe heilige Tafel te naderen en U in de H. Communie te ontvangen.

Ik geloof, dat Gij in het allerheiligste Sacrament waarachtig tegenwoordig zijt; ik geloof, dat Gij mijn God, mijn Heiland en Verlosser , het licht en het leven mijner ziel zijt.

Ik hoop van uwe almacht en oneindige g-oedheid al die genaden, die mijne ziel noodig heeft, om het rijk der Hemelen te verwerven ; ik hoop door U ook zekere hulp in mijnen nood te erlangen en die bepaalde gunst, waarvoor ik deze H. Communie bijzonder opdraag , van U te verkrijgen; want Gij hebt gezegd : Die hidt, zal verkrijgen, eu Gij zijt getrouw in uwe belofte.

-ocr page 242-

243

Ik bemin U, o mijn beminnenswaardige God en Heer! Ik bemin U uit geheel mijne ziel boven alles, omdat Gij in U zei ven het hoogste, oneindig volmaakte goed zijt. O, kon ik U toch liefhebben met den liefdegloed uwer allerheiligste Moeder en van alle Engelen en Heiligen! O, laat toch mijn verlangen, om U van ganseher harte, boven alles lief te hebben, U welbehagelijk zijn!

Mijne ziel verlangt, dorst naar U, zoetste Jesus, als een hert naar de waterbron. Gij hebt gezegd ; Open uwen mond, en ik zal dien vervullen. O, bevredig dus mijn vurig verlangen, kom toch en neem geheel mijn nart in bezit.

Maar ach! hoe durf ik het wagen , U, den allersehoonsten en besten gast, in mijn ellendig en gebrekkig hart te ontvangen; hoe durft een arm aardwormpja het wagen zijn Schepper en Heer uit te noodigen, om tot hem te komen ? Maar Gij hebt U immers gewaardigd de arme bedelaars tot uw gastmaal te roepen, ja, zelfs gedroegen om te komen en aan uw goddelijk liefdemaal deel te nemen. Ik nader dus met vertrouwen op uw woord. Neen, Gij zult dus ook mij, terwijl ik vrijwillig met vurig verlangen tot U kom, niet afwijzen, maar mij van de volheid uwer genaden, die Gij den armen van geest beloofd hebt, rijkelijk mededeelen. A.men.

-ocr page 243-

243

ANDERE OEFENINGEN VOOH DE H. COMMONIE.

Oefening «an Geloof.

Ik geloof, o mijn God, dat Gij wezenlijk en zelfstandig tegenwoordig zijt onder de Sacramenteels gedaanten. Ik aanbid U, o verborgen God, uit geteel mijn hart. Mijne zintuigen en mijne rede begrijpen dit aanbiddelijk geheim niet; maar\'t is genoeg, dat Gij, o eeuwige waarheid, gesproken hebt. Mijn verstand onderwerpt zich geheel en al aan uw waarachtig woord.

Aan het kruis verborgt Gij alleen uwe godheid ; hier verbergt Gij ons ook uwe mensch-heid; ik geloof ze beide tegenwoordig in dit H. Sacrament; geef mij de genade, dat ik ze eenmaal in den Hemel aanschouwe.

Ik vraag U niet, als de H. Thomas, om uwe wonden te zien en aan te raken. Ik geloof, ook zonder te zien, dat Gij Jesns Christus , waarlijk God en waarlijk mensch zijt. Wanneer, o mijn Verlosser! zal ik U ontvangen? Wanneer zal ik U in mijn hart bezitten ; wanneer uwe zoete tegenwoordigheid genieten ?

Hetoogenblik nadert, o mijn God! ik verlang er naar en ik vrees. Ik verlang, want met ü komen alle genaden over diegenen, die U beminnen; ik vrees, want die U onwaardig durven ontvangen, eten en drinken hnnne

-ocr page 244-

344

Zijn wii\' 0 almachtige God Gij ü gewaardigt m ons te komen wonen De Hemel en de Hemelen der Hemelen kunnen ü niet omvatten, en toch komt quot;ij tot ons.

Wees dus eeuwig geprezen over uwe einde-looze goedheid; bereid ü in mijn hart eene V adngeiiame woonstede; zuiver miin hart door een levendig geloof, eene vurige liefde en een oprecht berouw. Ja, Heer! ik geloof. Kom mijne ongeloovigheid te hulp, versterk mi], zoo ik mocht wankelen, en help mii omvo gens mijn geloof te leven. Kom, Hee^ sus ! kom mijn hart verlangt naar U ; kom en overlaad mij met uwe weldaden.

Oefening van Hoop.

Mijn God en Heer! Op ü zal ik hopen, en ik zal met beschaamd worden. Eens zal ik U zien U bezitten in den Hemel; met de zaligste vreugde zult Gij mij vervuilen door \'t zien van uw goddelijk aanschijn; in U zal ik alle goed zien en genieten in eeuwigheid. Dit

18 Aquot;)!116!, 00P gt; 111 tiquot; troost en mijn leven.

UGod! welk onderpand hebt Gij mii gegeven , om mij van uwe goedheid en van mijn eeuwig geluk te verzekeren? Uw woord, uwe belofte, uwe waarheid. Maar hier is nog een ander onderpand ; uw lichaam en bloed

-ocr page 245-

245

o, Heer Jesus Christus! Hoe zou ik er aan kunnen twijfelen, dierbare Verlosser, of Gij U in den Hemel aan mij wilt geven, daar ik U reeds op de aarde bezit? O mijne ziel! zegen den Heer, en dat al, wat in mij is, zijn heiligen Naam love. Gij behoort aan mij, lieve Jesus ! want Gij geeft U geheel en al in dit H. Sacrament , uw lichaam, uw bloed, uwe heilige ziel, uwe eeuwige godheid, geheel uw aan-biddelijken persoon; Gij geeft mij alles, alles is het mijne.

Maar Heer! zoo ik U in dit ballingsoord verborgen bezit, in den Hemel zal ik U on-gesluiërd bezitten. Kom dan. Heer Jesus! kom. Vervul mij geheel en al. Laat mij reeds bij voorbaat de zoetigheden van dat hemelseh gastmaal smaken, waar Gij het eeuwig voedsel der mensohen en der Engelen zijn zult.

Wat hebben wij hier op aarde toch te hopen? Alles gaat voorbij; alles verdwijnt, niets blijft; onze dagen zijn als eene schaduw op aarde, onze ijdele vermaken snellen henen en onze glorie vervliegt in een enkel oogenblik. O mijne ziel! kom dan met Jesus eene betere hoop smaken. Ja, Heer! eens zal ik met U leven en heerschen; mijne ziel zal gelukkig zijn , want zij zal uw licht aanschouwen; mijn lichaam zal verheerlijkt en vol leven wezen, want uw lichaam, dat ik zal ontvangen, zal zijne kracht op mij uitoefenen. Die U eet,

-ocr page 246-

246

sterft nist eeuwig; maar Gij zult Hem on-wekken ten jongsten dage. Eu wanneer een

sus\'\' iniiuezo ZUlt Gij Zelf\' Iieve J«-

sus mijne zoete reisspijze zijn; dau zal ik tp

^n wiüeGii00drhadU-Wei1 Zelven niet vrtie-

zen , wijl Gij met mij zijn zult. Miiu vleesch zalm vrede rusten, het bederf zal m\' nfet

ÏJzfn mH11 \'l 1J ZUlt?ij Iquot;1 weSquot;des Hemels wijzen mij door uw heerlijk aanschiin met

vreugde vervullen, en ik zal eeuwig o^eï

aden zijn van liemelsclie geneuchten.

Oefening van Liefde.

Kom Heer Jesus! kom, de langverwachte der volkeren, het Jiebt derVereldf de vreug!

de des eeuwigen Vaders en het voorwerp vau zijn goddelijk welbehagen. Gij wilt dat wii bij het vieren uwer heilige gèh men aan

aan U Ja\'.^ G°d\' ^ zou

u niet denken, wie zou uwe weldaden

en de onmetelijke liefde, die Gij ons toe

draagt, kunnen vergeten? Neen ^ nooit zal

ik het vergeten, dat Gij ter liefde van ons

rv00? UW? Va(1ers verlaten en het men-

^6r1Jfi 1x611 ogenomen; dat Gij

ter liefde van ons U zelven aau het kruis hebt opgeofferd en in het aanbiddeliik Si era ment IJ nog geheel aan ons geeft t diequot; wegschenking van U zelven is een zeker on derpand, dat Gij U ook in de eeuwige glork

-ocr page 247-

247

aan ous zult geven, om ons in alle eeuwigheid gelukkig te maken. O miin God! al die kostbare bewijzen uwer liefde zullen nooit uit mijn geheugen gewiseht worden; ik zal ze mij steeds herinneren en mijne ziel zal bij het herdenken van zooveel goedheid verteederd en van wederliefde ontstoken worden.

Ja, ik bemin U, lieve Jesus! die mijne sterkte, mijne hoop, mijn hoogste goed en mijn leven, mijn steun en mijne kroon zijt. Welzalig zij die in uwe woning verblijven; zij zullen U prijzen in de eeuwen der eeuwen. Gij vergeeft mij al mijne zonden; Gij geneest al mijne kwalen; Gij bevrijdt mij van den dood; Gij kroont mij door uwe eeuwige barmhartigheid, en zult mij eindelijk op den dag der opstanding vernieuwen en eene eeuwige jeugd hergeven. Mijne ziel! zegen den Heer en vergeet nimmer zijne eindelooze barmhartigheid.

Ach, mijn Godl Waarom heb ik al den ijver, al het liefdevuur niet, waarvan alle Engelen en zalige zielen voor U ontstoken zijn? Ja, wanneer ook alle levende en onbezielde wezens in liefde veranderden, zoudt Gij nog niet zoo veel bemind worden als Gij goed en beminnelijk zijt. _ a

Ach, mijn God! zou ik U nog^ooit weer kunnen beleedigen, U nog ooit weer kunnen

-ocr page 248-

248

^e^r^ter^n^Mij^e^u^^ai^lLvwTterven!

mmm

dan en trek mij tot U- Iaat ^ 77 L \' m

•nlievrs..,,., d.^tiïï^r

GEBEDEN ONM.DDELUJK VÖÓR DE H. COMMUNE

^ixsag»»

Kppr -UU \' Heer Jesusgt; kom Jesus kom ik ^ ,Korn. Heer

Sr 0P°quot; s|::ffliSirT3^

-ocr page 249-

249

Gij zijt mijn leven en mijne hoop; Gij zijt eindelijk mijn eenig, mijn hoogste goed m dit leven en in het andere.

O Heer, ik ben niet waardig! Kom, Heer Jesus, kom. Wie ben ik, Heer! Wie zijt Gii? Wat, mijn God en Heer! Gij wilt tot mii komen? O kom. Heer Jesus, k0™-

O Heer! zou ik nog ooit zoo ongelukkig, zoo ondankbaar zijn , van U nog ^ weer te beleedigen? liever dood dan, mijn bod!

liever dood! . i ,

O lieve Jesus! Gij zijt dan eindelijk de mijne, Gij schenkt U geheel aan mij.O Jesus ! ik geef mij geheel aan U. Ik wil geheel en onverdeeld de uwe zijn. (Bossuet.)

GEBEDEN NA DE H. COMMUNIE.

Zie, mijne ziel! de Heer en bestierder van alles, uw God en Koning is met al den rijkdom zijner genadeschatten tot u gekomen. Gezegend, ja duizendmaal gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heereu, die reeds in mijn harte woont. O wees gegroet, vvees gezegend. Gij, zon van gerechtigheid en genade, schoonste, beste en heiligste gast! Laat het vuur uwer liefde mij ontsteken, het licht uwer genade mij verlichten, de stralen uwer liefde mij verwarmen en in mij alles , wat U mishaagt, verteren. Vanwaar komt

-ocr page 250-

260

mij toch de genade, dat niet de Moeder des

en van mijn lichaam. — Zoo hebt fif: 1 en W00r-- gehouden en mij, bekstê

heiliff^Taf6!\'W1Jquot; arraeU bedelaar «an uwe I.r-?\' laten aanzittequot;- Ja, zoo diln liebt Gij U vernederd, dat Gii zelf tot miW

ge omen en m het diepste mijns harten /id

en^blrwl f\' 0m-Inij met uwallerlieiligst vleesch en bloed te spyzen ! Gij hebt mijne armoede mijnen nood, mijn behoeftigen en gebrekke\' lijken toestand niet versmaad en hebt in de\' armzalige hut mijns harten uw intrek «W men O wees dan duizendmaal gegroet? heb dank duizendmaal dank voor uwe zoo diene

N^kanikmeT OVergliro°?e goedgunstigheid! -wu Kan ik met uwen heüigen dienaar Prancis-cus in waarheid uitroepen : o M\'jk gnn z

ven\' mül 1\' ^ ^ U 111 m^e -chTgegT ÏZ\' raüddadige Jesus! ik bezit U in mim

dat Pii ••a\\en, Zal ü niet ^slaten, vóór lat Gij mijne beden verhoord hebt. Gii hebt

Gij kent mijne behoeften, Gij weet?Heer!

-ocr page 251-

251

wat mij ontbreekt, Gij kent mijnen nood, nog vóór ik dien openbaar. O Helper in allen nood, o Vader van troost, o beste Vriend, Jesns! lieip mij en verboor mijne dringende bede. {Noem hier de gunst, welkt; gij vooral verlangt?) U toeb is alle macht gegeven in den Hemel en op de aarde; Gij kunt mij belpen, voor U is alles mogelijk! — Maar toch, goede Jesus! niet mijn, maar uw wil geschiede! Moet ik den kelk des lijdens drinken, mijn kruis nog langer dragen, uw wil geschiede! Gij weet het beste, wat mij tot vrede, tot heil verstrekt. Slechts ééne zaak vraag ik U, en deze zult Gij mij niet weigeren, red toch mijne arme ziel. — Deze bede kunt Gij niet afslaan, want uw bloed, uw kruis, uw dood en oneindige verdiensten zijn mij tot borg, dat Gij mij zult verhooren. Het moge mij dan gaan, zoo het wil, als Gij mijne ziel maar niet laat verloren gaan. Leid mij dus, Heer I opdat zij niet verloren ga, op den rechten weg, die Gij zelf zijt; ondersteun mij , versterk mij, drijf mij aan eu breng mij tot het ge-wenschte einde. — O, laat mijne ziel nooit meer door eene enkele zonde gewond of bezoedeld worden ; trek en bind en hecht mijn hart geheel aan U vastj maak mij los van al het aardsche en richt mijn verlangen naar den Hemel, waar Gij in luister en zalig-

-ocr page 252-

252

heitl troont en den armen wandelaar, die het ware doel bereikt heeft, met eeuwige vreugde en zaligheid vervult. Amen.

bankzegging na de h. communie.

Wie zal mij een hart geven, om uwe ein-delooze barmhartigheid te gevoelen, en een moiia, om haar naar waarde te loven en te prijzen: O heilig Geheim, waar de liefde zich verbergt, om zuiverder gezocht te worden\' 2 J^er\'5af Geheim der liefde van mijn jod. Wat heb ik toch gedaan, om TJ te verdienen ? Brood der Engelen! Gij geeft U aan hen, die de grootste zondaren waren-wat zal ik doen, om mij geheel aan U té

wn h\' i fu ontbreekt mij. om zooveel genade dankbaar te erkennen. Ik belijd mijne onmacht en mijne onwaardigheid; mij ontbre-ken de gevoelens voor een zoo beminnelijk geheim. Maar, o liefde! Gij hebt er behagen in, om in ons slijk te schitteren; laat dan uwe wonderen in dit bedorven hart uitblinken; bemin LT zelve in mij en dompel uw schepsel, om het te vernieuwen, in de liefdevlammen des H. Geestes! O God, o liefde\' ik verneder mij voor U, ik dank U, ik bemin U.quot;

-ocr page 253-

263

GEVOELENS VAN UEFDE.

O God mijns harten! O God, mijn erfdeel in eeuwigheid! Wie kvui U kennen, zonder U lief te hebben, U, die in schoonheid, in deugd, in grootheid, in maeht_, in goedheid., in milddadigheid, iu heerlijkheid, in alle soorten van volmaaktheden en wat mij van meer nabij aangaat, in lietde voor mij alles overtreft, wat de geschapene geesten kunnen begrijpen ? De eerbied en de ongelijkheid tusschen U en mij moesten, naar het schijnt, mij terughouden; maar Gij veroorlooft mij, wat zeg ik, Gij beveelt mij, U te beminnen. O God! ik ken mij zeiven, ik bezit mij zel-veu niet meer.

O heilige liefde! kom mij ten spoedigste genezen; kom de wond, die Gij mij geslagen ïiebt, nog dieper en levendiger maken; ontruk mij aan alle schepselen; zij hinderen mij en zijn mij lastig; Gij alleen zijt mij voldoende en ik wil niets meer dan ü.

Wat! de dwaze minnaars der wereld zouden hunne dwaze hartstochten tot de uiterste gevoeligheid drijven, en men zou U maar tot een zekere hoogte, met zekere lauwheid beminnen ! Neen, neen, mijn God! de liefde der wereld mag het van de liefde tot God niet winnen.

Toon dus wat Gij vermoogt op een hart.

-ocr page 254-

254

dat aan U geheel toebehoort; de toegang is voor U geopend, de weg daarheen is ü bekend; Gij weet, wat de genade in staat is daarin op te wekken en uit te werken. Gij wacht slechts op mijne toestemming , op de toetreding van mijn vrijen wil. Een en ander geef ik U duizend en duizendmaal. Neem alles , handel als God; ontvlam mij, verteer mij, zwak en onmachtig schepsel a\'ls ik ben; ik kan U niets geven dan mijne liefde. Vermeerder die, Heer! en maak die Uwer meer waardig.

O, ware ik toch in staat, om groote dingen vooi ü te doen! O, kon ik toch veel voor ü opofferen! Maar alles, wat ik kan, is niets. JNaar U verzuchten, kwijnen var,, verlangen naar U, U beminnen en sterven, oin\' U meer te beminnen , dat is alles wat ik voortaan wil, dat is mijn eenigst verlangen.

gebed van eenb ziel, die zich zonoee vooh-

behoud aan god 1vens0ht toe te wijden.

Mijn God I ik wil mij aan U toewijden; geef nnj daartoe den moed, versterk mijn zwakken wil, die naar ü toeneigt; ik reik U de hand toe; wil die aannemen. Zoo ik geene kracht genoeg heb, om mij aan U weg te schenken, trek mij dan tot U door de zoetigheden uwer\' genade; sleep mij dan mede aan de banden

-ocr page 255-

356

uwer liefde. Heer! aan wieu zal ik tocli toe-beliooren, zoo ik de uwe niet ben? Wat liarde slavernij, aan zich. zeiven en aan zijne harts-toobten te zijn prijs gegeven! O ware vrij-lieid der kinderen Gods, mm kent u niet. Gelukkig degene, die ontdekt heeft waar zij te vinden ia, en die haar niet meer zoekt, waar zij niet is!

Duizendwerf gelukkig hij, die in alles van God afhangt, om voortaan van Hem alleen afhankelijk te zijn.

Maar hoe komt het dan , dat men nog bevreesd is, om zijne ketenen te verbreken? Zijn dan de vluchtige ijdelheden meer waard, dan uwe eeuwige waarheid, dan Gij zelf? Kan men nog vreezen, zich aan U over te geven P O monsterachtige dwaasheid! men zou dan bevreesd zijn om gelukkig te worden; men zou vreezen Egypte te verlaten, om het beloofde land in tè gaan; morren in de woestijn en walging hebben van het Manna bij de gedachte aan de vleeschpotteu van Egypte!

En eigenlijk ben ik het niet, die mij aan U geef, maar Gij , o mijne liefde. Gij geeft U geheel aan mij; ik aarzel dan ook niet langer U mijn hart te schenken. Welk geluk, aan U toe te behooren en niets meer te hoo-ren en te zeggen, wat ijdel en nietig is, om naar U slechts te luisteren! O oneindige wijsheid! Zult Gij mij niet over betere zaken

-ocr page 256-

356

sj)reken, dan die ijdele mensehen ? Gij , o mijn God! zult ü met mij onderhouden ; Gij zult mij onderrichten, mij de ijdelheid en het bedrog doen vluchten , mij voeden met U zeiven en in mij alle ijdele nieuwsgierigheid tegenhouden. Heer! wanneer ik uw juk beschouw, dan schijnt het mij zelfs te zoet toe , al moet ik U dan ook alle dagen van mijn leven uw kruis nadragen. Behoef ik geen bitterder kelk van lijden tot den bodem toe te ledigen? Is dat al de boete, die ik voor mijne zonden verdiend heb? O liefde! Gij doet niets dan beminnen, Gij slaat niet. Gij spaart mijne zwakheid. Zal ik na dat alles nog aarzelen, om tot U te naderen? Zouden de kruisen mij kunnen afschrikken? Alleen die, welke de wereld oplegt, moeten ons schrik aanjagen; hoe dwaas is \'t niet, die niet te vreezen !

O eindelooze ellende, die slechts door uwe barmhartigheid kon overtroffen worden! Hoe minder licht en moed ik had, des te meer was ik uw medelijden waardig. O God! ik heb mij uwer onwaardig gemaakt; maar ik kan een wonder uwer genade worden. Geef mij alles wat mij ontbreekt, en alles, wat in mij is, zal uwe gaven verheffen en uw heiligen naam loven en prijzen. Amen.

-ocr page 257-

ZESDE COMMUNIE-OEFENING.

OEFENINO VOOU DE H. COMMUNIE.

Gebed om eene waardige voorbereiding.

VAN DEN H. ANSELMUS.

Mijn God, aan wiens goddelijlc liefdemaal ik heden zal aanzitten : ontferm U over mijne ellende, verwerp mij niet om mijne stoutheid, waarmede ik het waag, U den almachtigen en ontzaglijken God, zonder genoegzaam berouw en boetvaardigheid te loven en te aanbidden. Wanneer de Engelen des Hemels voor U sidderen, hoe zal ik, zondaar, U dan naderen, zonder van schrik te ontstellen en tranen van berouw te weenen? Maar ach, mijn God! dit kan ik niet. Wat ben ik toph ellendig en armzalig , dat mijne ziel nog niet eens bewogen wordt, als zij voor God staat en tot Hem zal naderen; wat ben ik toch ellendig, dat mijn hart nog zoo koud, mijn oog nog zoo droog blijft, terwijl ik mij met mijn God ga vereenigen, het schepsel

-ocr page 258-

35«

met den Schepper, het stof met de eeuwure almacht! 6

Zie, Heer! ik stel mij hier voor uw goddelijk aanschijn en wil mijne geheimste gedachten over mij-zelven voor U niet ver-hergen. Gij zijt rijk in erbarming en goedertieren en milddadig; schenk mij uwe genadegaven, opdat ik daarmede uitgerust, L oprecht diene. Vervul mij met uwe vreeze en verblijd mijn hart in uwen Naam. Geef mij, o gever van alle goed! reinheid des liarteu en opgeruimdheid des gemoeds, op-dat ik met waardigeu lof en in volmaakte liefde U ontvangen en ondervinden moge, hoe zoet Gij zijt, o Heer! Geef mij de zoetheid der hoop, opdat ik mij in U verblijde; laat mij al mijn vertrouwen stellen op opdat ik in dit tranendal bij U hulp vinde. Schenk mij een kuisch hart, opdat ik de zaligheid der zuiveren verwerve en eens in uwe hemelsche woning U eeuwig love. Amen.

GELOOF, HOOP EN 1IEFDE.

VAN DEN H. AUGUSTINUS.

Heer Jesus Christus! ik bid U, door het vergieten van uw kostbaar bloed, waardoor wij verlost zijn, schenk mij een hartelijk berouw en tranen van boetvaardigheid, inzon-

-ocr page 259-

^öy

derheid wanneer ik U mijne gebeden opdraag, wanneer ik uw lof zing of verkondig, wanneer ik de heilige Geheimen, schitterende bewijzen uwer lieide, bijwoon, en wanneer ik uw altaar nader met een vurig verlangen om dit goddelijk geheim van liefde met allen eerbied en godsvrucht te ontvangen, dat Gij, onze Heer, ter herinnering aan uw lijden en sterven, tot ons heil en ter verbetering onzer dagelijksche zwakheden hebt ingesteld. Laat mijne ziel zich sterken door uwe tegenwoordigheid in dit H. Sacrament; laat zij \' uwe aanwezigheid gevoelen en zich in U verheugen. O Jesus! eeuwig onveranderlijk licht, vuur, dat immer brandt; lieht, dat altijd schijnt; brood des levens, dat ous voedt en in zich nimmer afneemt; dat dagelijks genoten en nimmer verteerd wordt: verlicht , ontsteek, ontvlam en heilig mij; verlos mij van het kwaad, vervul mij met uwe genade, opdat ik thans tot heil mijner ziel uw allerheiligst lichaam geniete, en door dit genot voor U leve, tot U kome en eeuwig in ü ruste. Amen.

Mijn Jesus! ik geloot en belijd met den mond, dat de Eeuwige Vader, die in zich zeiven hoogst zalig, machtig, volmaakt is en aan niemand behoelte heelt, ons uogtans volgens zijne eindelooze barmhartigheid zoozeer beminde, dat Hij U, zijn eeniggeboren

-ocr page 260-

360

Zoon, ons tot Verlosser gaf; ik geloof ook, dat Gij-zelf, in alles aan den Vader gelijk, door uwe onbegrensde liefde van den schoot uws Vaders in den schoot der Allerheiligste Maagd zijt neergedaald en mensch geworden; dat Gij uit liefde tot ons dit heilig Sacrament in het laatste Avondmaal ingesteld, en daarin uw waarachtig vleesch en bloed ons tot spijs hebt nagelaten, en dat Gij eindelijk, aan uw hemelschen Vader gehoorzaam tot den dood, U-zelven aan \'t kruis voor ons hebt opgeofferd.

Daarom, o Heer! stel ik op U al mijne\' hoop en kom ik met het grootste vertrouwen tot ü, die om mijnentwil zoo groot een wonder hebt willen verrichten, en xoo bitter hebt willen lijden. En zoudt Gij mij wel iets kunnen weigeren , nu Gij U-zelven uit liefde voor mij hebt weggeschonken?

Ik bemin U ook, zoete Jesus ! met de ge-heele liefde mijns harten, en wil U ook immer en eeuwig met uwe genade lielhebben. Wat zal ik U echter geven, o Heer! voor alles, wat Gij mij gegeven hebt? Zie, ik geef mij-zelven met lichaam en ziel aan de leiding van uw heiligen wil over; en hebt Gij eenmaal mijn hart in bezit genomen, o heersch daarin dan als de eenige heer en meester; beschouw mij als uwen dienaar, en laat niet toe, dat ik andere Goden nevens U

-ocr page 261-

361

stelle; want ü-alleen wil ik dienen; voor U-alleen leven en sterven. Amen.

OPDKACHT.

VA.N DEN H. rBANCISCUS VA.N SAXES.

Mijn Heer en mijn God, één in wezen, drievuldig in personen! ik breng U eeuwigen dank voor de instelling van het aanbiddelijk Altaarsacrament, voor het lijden cn sterven , voor de glorievolle Verrijzenis van onzen Heer en Verlosser Jesus Christus, voor het volbrachte Verlossingswerk, voor onze bevrijding uit de slavernij van Satan, en voor de veilige en zekere hoop van ons hersteld heil. Evenzoo, eeuwige Vader, zeg ik U dank voor de onuitsprekelijke vreugde, waarmede Hij, gedurende veertig dagen, door zijne herhaalde verschijningen, zijne allerheiligste Moeder, zijne Apostelen en leerlingen de H. Maria Magdalena en anderen vervulde. Dit alles draag ik U op, om de genade te verkrijgen eener waardige heilige Communie; ik loof en prijs U in eeuwigheid en bid U, door het geheim der heilige Verrijzenis, mij te helpen om den ouden mensch met al zijne kwade begeerlijkheden af te sterven en tot een nieuw, vroom en heilig leven te ver-

^Met dezelfde meening dank ik U voor de

-ocr page 262-

2R2

wonderbare Hemelvaart van onzen godde-lijken Heiland; voor de eer en glorie, waarmede Gij Hem aan uwe rechterzijde geplaatst hebt; voor de hoogste macht, die Gij Hem verleend hebt, om alle schepselen in den Hemel, op en onder de aarde te oordeelen, en eindelijk voor de zending van den H. Geest over de Apostelen. Voor dit alles dank en prijs ik U in alle eeuwigheid en bid ik U om de genade, om aan al het aardsche te verzaken en met geheel mijn hart naar het eeuwige te streven, opdat ik eene waardige woning worde van den H. Geest en zijne gaven tot mijn eeuwig heil steeds aanwende. Amen.

VERLANGEN NAAW JESÜ3.

NAAK. DEN H. AUGUSTINUS.

Jesus, mijn Verlosser! Gij, die mijn hart doorschouwt, laat ook ik U leeren kennen; toon U aan mij, mijn Vertrooster, opdat ik U, het licht mijner oogen, zie. Kom, vreugde mijner ziel, verkwikking mijns harten, dat ik U beminne. Gij leven van mijnen geest. Verschijn toch aan mij, mijn grootste genoegen, mijn zoetste troost, mün leven, mijn God en mijn Heer! Laat mij U vinden, Gij verlangen mijns harten, en mij aan U vasthouden , Gy , leven mijner ziel! TJ omhels ik,

-ocr page 263-

2fi3

mijn hemelsche Bruidegom en mijn alles; IJ wil ik in mijn hart bezitten, Gij, zalig leven, hoogste vreugde mijner ziel! U wil ik liefhebben, o Heer! wees mijne kracht, mijne sterkte, mijne toevlucht en mijn Verlosser , mijn helper , een sterke toreu en de zoetste hoop in eiken nood. Mijn hoogste goed, zonder \'t welk niets goed isopen mi]n oor voor uw woord, dat scherper is dan een zwaard, opdat ik uwe stem hoore; verlicht mijn oog, opdat het zich niet naar de wereld en het aardsche keere. O eeuwig licht! verhelder mijn blik, opdat ik U-alleen zien moge; geef mij dien geestelijken reuk, dat ik alleen naar den geur uwer zalvingen hake, en dien smaak, waardoor ik proeve en er-kenne, hoe zoet Gij zijt, o Heer 1 voor diegenen , die U liefhebben. Geef mij een hart, dat voor U klopt, eene ziel, die U bemint, een zin, dia U vereert, een verstand, dat U erkent, een wil, die naar U verlangt. O leven, dat mij doet leven , zonder \'t welk ik sterf, waar toeft gij? Waar vind ik U, dat ik voor mij-zei ven sterve, om slechts voor U te leven? O kom, vervul mijn hart en mijne ziel; ik bemin U en zal U eeuwig beminnen! Trek mij tot U, mijne vreugde , mijn hart springt op, als ik aan U denk. Voed en versterk mij als de spijs mijner ziel, geleid mij als mijn leidsman, wees mijn licht.

-ocr page 264-

264

mijne vreugde mijne verzadiging. Kom in

e^ W \' U erkenne

en . bermnne. Verdrijf de duisternissen van

TMJ^fh 0P at ^ mij-zelven vergete en U liefhebbe, mij-zelven verlate en slechts in U mij zalig voele.

Heer, God des Hemels en der aarde. Koning der eeuwigheid ! neig uw oor naar miine smeekingen en vergeef mij, wat ik als mensch door zwakheid misdreven heb. Verhoor, o Heer, dat hart, dat rouwmoedig U aanroept zie niet op mijne zonden, maar op de smart mijner ziel. Verlos mij van mijne booze werken en vergeld mij niet naar mijne daden Ik werp mij voor uwe goddelijke milddadigheid neder; erbarm U over mij, zuchtende onder den last mijner boosheid; bevrijd mij van hare bandenen genees mijne verborgene wonden,

fit VnW V\'ff quot;Jquot;\' aal1 ^ die traag

mini P -l quot; maar Sereed tot erl\'ai--W We1ldadiSe ^nden trek

mij uit het slijk der zonden. Gij, die het ongeluk der menschen niet wilt en niemand

Verin? w ^ U..zljne toevlucht neemt. Verhoor, o Heer! mijn smeeken tot ü verlicht mij üoor uwe komst in miin hart ver-

hp ^rra!lllR-allg\'Stein vreugden. verscheur het kleed mijner droefheid, stort uw ffeluk en uwe zaligheid in mij uit, opdat ik, met ü vereend , alles bezitte, en U niet den Vader

-ocr page 265-

2(56

en den heiligen Geest eeuwig love en prijze. Amen.

OBBED

tot de allebheiligsti maagd, om den iieek waardig te ontvangen.

Van den H. Ildeplionsns.

Ik werp mij voor uwe voeten neder, o allerzaligste Maagd en Moeder Gods Maria! gij die zoo voortreffelijk hebt medegewerkt met de menschwording van Jesus, opdat gij mij de vergiffenis mijner zonden, de bevrijding van al mijne boosheden en een vast vertrouwen op uwe macht verweryet. Leer mij, hoe zoet uw goddelijke Zoon is en bewaar in mij het onwrikbaar geloof aan Hem. Verkrijg voor mij, dat ik aan Hem en aan u steeds onderworpen zij, dat ik Hem en u steeds getrouw diene; Hem als mijn Schepper u als zijne Moeder; Hem als mijn God , u als de Moeder Gods; Hem als mijn Verlosser, u als zijne medewerksterder verlossing, wijl zijne menschelijke natuuruit u genomen is. Ik smeek u dus, heilige Maagd, help mij nu, om uw goddelijken Zoon met dien geest te ontvangen, waarmede ook gij waardig waart Hem te ontvangen. Verwerf mij de genade, dat mijne ziel Hem met dien

12

-ocr page 266-

266

geest opneme , waarmede uw allerzuiverste schoot Hem ontving, en dat, zooals gij Jesus erkend, ontvangen en gebaard hebt, ik ook Hem in liefde erkennen, in dit Sacrament Hem waardig ontvangen en in eeuwige trouw immer met Hem vereenigd blijven moge. Amen.

OEFENINGEN

NA DE H. COMMUNIE.

GEBED OM DE ZALIGP. UITWERKSELEN UER H. COMMUNIE TE E1LANGEN.

Van den U. Thomas van Aqninen.

Lof en eer en dank zij ü, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God! dat Gij mij, armen zondaar, uw onwaardigen dienaar, zonder eenige verdiensten van mijnen kant, alleen door de overmaat uwer barmhartigheid, met het kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer, Jesus Christus hebt willen voeden.

Ik bid U , Iaat deze heilige Communie mij geene oorzaak van straf, maar een heilzaam middel ter vergiffenis zijn. Laat zij mij strekken tot een wapen des geloofs, tot een schild van goeden wil; tot uitroeiing mijner gebre-

-ocr page 267-

1

267

ken, tot onderdrukking- mijner kwade lusten en begeerten, tot vermeerdering van liefde en geduld, van ootmoed en gehoorzaamheid en van alle deugden , tot eene sterke bescherming tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden, tot volmaakte rust van al mijne vleeschelijke en lichamelijke bewegingen, tot onwrikbare trouw aan U, den eenen en waren God, en tot een gelukkig en zalig uiteinde mijns levens. Verder smeek ik U, dat Gij mij, zondaar, eenmaal daarboven tot dien onuit-sprekelijken maaltijd gelievet toe te laten, waar Gij , met uw Zoon en den H. Geest, voor uwe Heiligen het ware licht, de volledige bevrediging, de eeuwige vreugde, het voltooide geluk en de volmaakte zaligheid zijt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

OPDRACHT VAN JESUS* VERDIENSTEN AAN DEN HEMELSCHEN VADER.

Van den H. Angnstinns.

Almachtige God en Vader! zie, nu heb ik uw geliefden Zoon ontvangen; Hem draag ik U als het dierbaarste en kostbaarste offer op. Niets behoud ik mij zeiven voor, wat ik aan uwe eeuwige Majesteit niet opdraag;

j i

-ocr page 268-

368

H» id voorsprHak, .W »gt;» ^~P quot;J

de vergiffenis miper zoncl® . i^^en dat

daarom aan zijn allerstnar e .1 o-eloof

Hii voor mii heeft doorgestaan. Ik ^eiooi, ?at nw goddelijke Zoon onze menschelyke natuur beeft aangenomen, waarin Hy voor geene slagen en boeien , lioon en bespotting, kruis en nagelen is teruggedeinsd. Deze mensclielijke natuur, waarin H;! als kind weende, in windselen lag, in arbeid zweette, zicli door vasten verstierf, door waken boete deed, op reis zich vermoeide, door geese!-slagen ontvleeschd werd, aan t kruis stierf en heerlijk weer verrees, — die menschelijke natuur heeft Hij in de vreugde des Hemels binnengevoerd en aan de rechterhand uwer heerlijkheid ten troon verheven. Zie dus, Heeri welk een Zoon Gij voortgebracht en welk een dienstknecht Gij verlost hebt. Sla uwe oogen op den Schepper en veracht het schepsel niet. Omhels den Herder en zie het schaapjen genadig aan , dat Hl] op zipie schouderen draagt. Zie, mijn Heer en mip God, de goede Herder brengt TJ terug, wat Gij Hem hebt toevertrouwd. Door TJ werd Hij gezonden , om mij te verlossen; nu geelt

-ocr page 269-

269

Hij mij gereinigd aan U terug; Hij brengt

tot den schaapstal weder, wat de roovers daarvan ontvreemd hadden. Door Hem kom ik tot U terug, nadat ik door de zonde van U was weggevlucht, en heb ik al straffen verdiend, zoo hoop ik door Hem op genade en vergiffenis. Van mij-zelven, o Vader, kon ik U wel beleedigen, maar mij met U niet verzoenen; daarom is uw lieve Zoon mijn helper geworden en heelt Hij mijne natuur aangenomen, om mijne zwakheid te genezen. Wat dus bij mij de oorzaak is, dat ik U beleedigde, is voor Hem reden, om mij met U te verzoenen. Moet Gij mij al^ verwerpen wegens mijne zonden, wees mij dan genadig wegens de liefde uws Zoons. Zie neer op den Zoon en geel den knecht vergiffenis; zoo dikwerf de wonden uws Zoons blinken, verdwijnen ook mijne misstappen; zoo dikwerf het bloed van zijn hart stroomt, worden mijne zouden uitgewiseht. Daar mijn vleesch U tot toorn opwekte, laat zijn vleesch U om erbarming smeeken, opdat, wijl mijn vleesch mij bracht tot schuld, zijn vleesch mij brenge tot genade. Veel heb ik door mijne boosheid verdiend, maar nog veel meer wordt door de liefde mijns Verlossers vergeven. O, vergeef mij dus om uws Zoons wille; ik verberg mijue_ koudheid in zijne liefde, mijne trouwloosheid in zijne

-ocr page 270-

270

trouw; mijne drift in zijne zachtinoediglieid. Verbeter door zijn ootmoed mijne trotscli-heid, door zijne goedheid mijne hardvochtigheid, door zijn vrede mijne onrust, door zijne zachtheid en vredelievendheid mijne afgekeerdheid en haat. O, laat mij mijnen Verlosser gelijkvormig worden , Hem liefhebben, zooals Hij mij liefheeft, en van nu af immer zijn leerling zijn en blijven. Amen.

GEBED OM BENE BRANDENDE LIEFDE TOT JESUS.

Van den H. Bonaventura.

Doorgloei, o allerzoetste Heer Jesus, het binnenste mijner ziel met het vuur uwer teederste en heilzaamste toegenegenheid en met eene ware, oprechte en krachtdadig heilige liefde tot U , opdat mijne ziel alleen uit smachtverlangen naar U als verteere en van bovennatuurlijke begeerten ontvlamd, in uwe voorhoven als wegkwijne van verlangen om ontbonden te worden en met ü te zijn. Geef, dat mijne ziel slechts hongere naar U, die het brood der Engelen, de verkwikking der heilige zielen, ons dagelijksch geestelijk brood zijt, dat alle zoetheid van geur en smaak en alle lieflijkheid in zich bevat; dat mijn hart steeds naar U hake en U, wien

-ocr page 271-

371

de Engelen zoo vurig wenschen te aanschouwen , geniete en mijn binnenste door uw zoeten geur vervuld worde; laat mijne ziel steeds dorsten naar U , de bron des levens , de bron van wijsheid en wetenschap, de bron van \'t eeuwig licht, den stroom van het hemelsch genot, den overvloed van het huis Gods; laat zij naar U steeds verlangen , U zoeken, U vinden, naar U streven , tot U komen, aan U denken, van U spreken en alles verrichten. tot lof en glorie van uwen Naam, met ootmoed en bescheidenheid, met liefde en behagen, met opgeruimdheid en ijver, met volharding ten einde toe, en wees Gij en Gij-alleen altijd mijne hoop, mijn heil en mijn vertrouwen , mijn rijkdom, mijn genot, mijn vermaak, mijne vreugde, mijne kalmte en rust, mijn vrede, mijne zoetheid, mijn behagen, mijne spijze, mijne verkwikking , mijne toevlucht, mijne hulp , mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijne bezitting en mijn schat, waarin mijn hart en mijne ziel immer vast en onwrikbaar geworteld en bevestigd blijven. Amen.

-ocr page 272-

272

UITSTORTING DER VURIGSTE LIEFDE VOOR DEN GEKRUISTEN GODMENSC1I.

Vau deu H. Francigcus Xaverius.

O God ! ik min U teeder;

Dit uietzoozeer, opdat Gij mij zoudt zaligen, Of niet, omdat Gij hen, die TJ niet minnen, In \'t eeuwig hei-vuur straft;

Maar Gij, mijn Jesus, hebt aan \'t kruis Mij heel en al omvat;

Gij hebt de nagels en de lans En allen smaad en schande En peilloos leed en zweet en angst, Den dood zelfs aangenomen,

En dat om mij, en voor mij, armen zondaar. Waarom dan zou ik U niet minnen, O allerliefste Jesus, uit heel mijn hart en

[ zinnen ?

Juist niet, opdat Gij me eens ten Hemel [ op doet varen , Of niet, opdat Ge mij voor\'t hellevuur zult . . [sparen.

Of niet op hoop van eenig loon;

Maar zoo Gij-zelf mij hebt bemind, Zoo min ik ü en wil ik U steeds minnen : Alléén wijl Gij mijn Koning zijt,

En wijl Gij God — mij alles — zijt.

-ocr page 273-

273

GEB15D TOT DE ALLERHKILIGSTE MAAGD.

Van den zaligen Petrus Canisius.

Allerheiligste en verhevene Maagd Maria, (Iie, na den Scliepper en Heer van alles, dien ik zoo even moclit nuttigen, in uw maagdelijken schoot ontvangen en gebaard te hebben, uwe dankbaarheid in de heerlijkste geestvervoering hebt uitgestort, en die daarna nog zuiverder in de oogen der menschen, nog heiliger en beliagelijker zijt geworden aan God : o, bewerk toch , dat ik , door de kracht van Hem, die zich aan mij geschonken heeft, mij-zeiven geheel mijn leven lang van alle vlek van doodzonde beware, eu dat ik, wel verre van mij ondankbaar te toonen jegens een zoo milddadig Verlosser, mij voortaan hierop alleen toelegge, om Hem in alles mijne onwrikbare trouw te bewijzen. Amen.

12*

-ocr page 274-

ZEVENDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, M IJ N VADER.

I. Hij bemint mij. 2. Hij is oneindig beminnenswaardig. 3. Wordt Hij door mij bemind ?

GEMOEDSAANDOENINGEN.

Mijn Vader ! o zoete naam! wie voelt niet met een zalig genoegen dien zoeten naam op zijne lippen komen?— Wat herinnert hij mij al niet? Zeg ik ; mijn God, dan voel ik mij van ontzag en eerbied vervuld. Zeg ik : mijn Schepper, dan dunkt mij, dat die oneindige Almacht, die mij uit het niet getrokken heeft, mij ook om mijne zouden zou kunnen verpletteren en vernietigen. Maar zeg ik : mijn Vader, hoor ik dien (iod, dien Schepper tot mij zeggen : mijn kind! Ach, Vader! wat heb ik dan nog te vreczen? Dan werp ik mij aan zijne voeten neder, niet met siddering en vreeze, maar met een kinderlijk vertrouwen. O liefdevolle Vader! heb medelijden met mijne ellenden... Ik ben ecu kind, helaas! zoo schuldig, zoo

-ocr page 275-

275

onstandvastig, zoo ontrouw ; maar een vader

vergeeft____Ik vraag dus vóór alles, dat Gij

mij mij ne ondankbaarheid wilt vergeven, mijne ontrouw vergeten. Ach,! waarom kan ik ze niet door mijn bloed uitwissclien!... Gij doordringt mijn hart.. . Is bet oprecht; Ik\'moet bekennen, dat ik er zelf aan twijfel. Inderdaad, hoevele beloften zonder daden , hoeveel koudheid, onverschilligheid, hoeveel ontrouw aan mijne ernstig gemaakte voornemens! Nogtans werp ik mij vol vertrou-vveü in uwe vaderlijke armen, /ou een zoo goede vader mij afwijzen, mij verstooten? Neen, dat kan\'ik niet gelooven. Zie mij dus aan met een liefdevol vaderoog; laat mij in uwe blikken lezen, dat Gij mij vergiffenis schenkt.... Geef aan mijne ziel de vreugde des geestes weder, die alleen van U komt en het aandeel is van uwe welbeminde kinderen. Maar zoo Gij voor mij zulk een goede Vader zijt, waarom ben ik met een kind Uwer waardig?... Een kind bemint... Hoe bemin ik ü?... Een kind gehoorzaamt. .. Hoe gehoorzaam ik U? ... Beu kind hoopt en verwacht alles van zijn vader... Wat hoop, wat verwacht ik van U, o mijn God? Heeft een kind wel angst voor zijn vader?... Ben ik een kind vol liefde, vol vertrouwen op U, mijn God en Vader?

Ach! zoo ik ten minst e te midden der

-ocr page 276-

37«

verstrooidheden, waarmede ik mijne werken verricht, nu en dan uwe blikken mocht ontmoeten , wat zou mij dat een troost en verkwikking zijn bij mijn arbeid! Hoe komt het, dat ik mij zoo vaak van U verwijderd gevoel? Ach! laat dit toch geen gevolg zijn van uw weerzin, van uwe ongenade. Heb medelijden met een schuldig kind, welks hart is vermorzeld... Toon mij, dat Gij nog mijn Vader zijn wilt; kom uwe woning in mij vestigen. Kom door de H. Communie in mijn hart.

O, mocht ik den heilzamen invloed uwer goddelijke tegenwoordigheid gevoelen; mocht ik weten of ik genade bij U gevonden heb; mocht mijne Communie waarachtig tot Uwe eer, tot mijn geluk verstrekken! Ach! waarom is het mij niet gegeven in de H. Communie de zoetheid uwer bekoorliikheden te smaken? Wat zijn niet (ie gevoelens van liefde, waarvan de godvruchtige zielen, die U ontvangen, als verteerd worden! Wat gaat er om tusschen U en haar, o mijn God !... O mijn Jesus! Hoe ver ben ik daarvan nog verwijderd? Is dit eene beproeving?... Ik aanbid uwe goddelijke inzichten. Is het eene straf? Ach, ik onderwerp mij daaraan; want ik verdien nog meer gestraft te worden. Door welke tranen zal ik U kunnen bewegen?... O, ik beroep mij op uw vaderhart.

-ocr page 277-

377

Neeu, mijn God! Gij wijst mij niet af; Gij zult mijn hart binnengaan, om mij den vredekus te geven. Ik koester dit zoete vertrouwen... Maria, toevluelit der zondaren! toon, dat gij mijne Moeder zijt. Ik offer aan mijn God ai uwe verdiensten, en uw allerheiligst Hart tot voldoening voor mijne zouden op.

OPIJJIACHT DER H. COMMUNIE.

Doe telkens als gij tot de H. Communie nadert de volgende opdraclil.

Heere Jesus! Ik draag U deze H. Communie op met het oogmerk om uwe liefde te behagen. Ik offer mij alzoo met U vereenigd aan uw hemelsehen Vader op, vol verlangen om Hem te eeren, zooals Hij door U vereerd wordt. Zoo zullen wij, ons slachtofferende, aan God in ons een dankoffer , een zoenoffer, een offer van kinderlijke verkleefdheid. . . . aanbieden.

Ik offer U deze H. Communie op in veree-niging met die der Heiligen, die U in dit H, Geheim het meest bemind hebben, vooral met die der allerheiligste Maagd Maria. Ik offer U hunne gesteltenis, hunne liefde en godsvrucht op, om mijne ellende en armoede te vergoeden. Ik verlang deze H. Communie te verrichten, om al do genaden, die Gij daaraan verbonden hebt, te ontvangen.

-ocr page 278-

378

Gect\', o God, dat zij niet alleen voor mij, maar ook voor geheel de H. Kerk nuttig zij; voor onzen H. Vader den Paus, voor onze Bisschoppen en priesters, voor al mijne Oversten , zoo geestelijke als wereldlijke. Moge zij ook den zegen aftrekken over alle leden mijner familie, over al diegenen, die aan mijne zorgen zijn toevertrouwd, en aan wie ik beloofd heb , of voor wie ik verplicht ben to bidden. Mogen ook de arme zielen in het vagevuur daardoor geholpen worden, terwijl ik U bid om den aÜaat, dien ik weusch te verdienen, aan haar te willen toevoegen. Geef, o mijn God, dat dit heden de vrucht van deze H. Communie zij....

Bepaal hier de deugd , die gij wenseht te beoefenen , de ondeugd , die gij verlangt te vermijden, de bijzondere gunst, die gij door dexe Communie weiiscbt te verkrijgen.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

Mijn God, mijn Vader!... Gelukkig oogeu-blik, dat mij met Hem zal vereenigen! Zoete Naara , die mij met vertrouwen bezielt! Mijn God komt in mijn hart en Hij noemt zich mijn Vader! O Jesus, opperste Goed! wat is er meer noodig, om mijn hart te treffen? Ik gevoel dat het ruimer wordt, blijder klopt bij dien zoeten naam van Vader! Ja, ik geloof, o mijn God, dat Gij, als een teedere Vader,

-ocr page 279-

379

U met mij wilt vereenigen... Gij uoodigt mij uit, Gij roept en dringt mij om tot quot;U te naderen... Ik ga dan tot de H. Tafel, beschaamd over mijne ellende, maar tevens vol genegenheid voor uwe oneindige liefde.... O teerhartige en liefdevolle Vader! het oogenblik is daar, om mij als uw kind te behandelen.... Eu wijl Gij in mijn hart wilt binnengaan, versier het volgens uw goddelijk welbehagen, stort er de diepste nederigheid in uit eu vereenig met het levendigst berouw het kinder-lijkst vertrouwen en de vurigste liefde. O beminnenswaardige Vader! kom, laat mij U omhelzen, nadat ik mij aan uwe voeten heb geworpen, om vergiffenis van al mijne zonden te verkrijgen. Kom die schandelijke vlekken door uw kostbaar bloed uitwisscheu. Dat goddelijk bloed geeft mij immers tevens de verzekering, dat Gij mij op nieuw als uw kind wilt aanzien. Wat zou mij dan nog kunnen afschrikken, nu ik U mijn Vader mag noemen? O heilige vereeniging, die dooide H. Communie in mij bewerkt wordt. Nog weinige oogenblikken en geheel de Hemel zal in mijne ziel zijn.... Naar U verzucht ik, ik verlang naar U, mijn opperste Goed! O zalig oogenblik, mijn hart opent zich voor den gloed der liefde. Wat reden heb\'ik niet, om mij te verheugen ! Welk geluk kan aan het mijne nabij komen! Deze dag moet geheel

-ocr page 280-

280

aan de liefde zijn toegewijd.... Ik zal den vrede in het harte hebben, omdat mijn Vader daarin woont.... W at behoef ik nog te vreezen?., wat kwaad zou mij nog kunnen \'treffen? Wat zal mij lastig vallen in de levende tegenwoordigheid van den teederste der Vaders? Ach! toef niet, o mijn Heer en mijn God! Gij zijt geheel mijn troost in dit tranendal. O kom, mijn God! mijn Vader, lieve Jcsus, kom!

Mijn God! ik geloof.... versterk mij...

Ik hoop... vertroost mij...

Ik bemin U... vermeerder mijne liefde...

Ik verzucht naar IJ... bevredig mijn verlangen...

[k vrees en gevoel schaamte... ondersteun en versterk mij...

Ik betreur mijne zonden... heb medelijden niet mij en vergeef mij...

Ik ben koud... verwarm mij...

Ik neem tot ü mijne toevlucht... neem mij aan in liefde en genade...

Mijn God! hier ben ik, kom binnen in mijn hart.

H. Moeder Gods, mijn H. Engelbewaarder, mijne H. Patronen, alle Heiligen des Hemels! vergezelt mij , om mijn God te gemost te gaan; aanbidt\'Hem, prijst en looft en zegent Hem voor mij. O God! ik offer U hunne deugden en hunne liefde, om mijne onwaardigheid

-ocr page 281-

281

en mijne ellende te vergoeden... Kom dan, mijne liefde, kom, o mijn God! komen toet niet langer.

NA DE H. COMMUNIE.

Lieve Jesus, mijn God en Vader! [k bezit U dan in mijn binnenste. Gij zijt geheel de mijne... Ik aanbid U , ik omhels U, ik bemin U van ganscher harte. Lieve Vader! bewerk in mij datgene, waartoe Gij gekomen zijt. Ontvlam mijn hart, verteer het door uw goddelijk liefdevuur, wil het geheel en al reinigen en zuiveren... O liefde, mijn God , mijn Vader! waarlijk \'t is te veel.... ik druk U aan mijn hart. Neen, nooit zal ik U meer loslaten.

Gij, mijn God, dien ik aanbid, dien ik bemin,... Gij woont in mijn hart! Dat al wat in mij is zich voor U vernedere en vernietige! Niets heeft U belet mij te bezoeken , ach! dat dan ook nu niets U afschrikke.... Gij wist, o Heer, in welken staat uw kind zich bevond.... Gij zijt gekomen... Welnu, zie mij thans als een verloren zoon aan uwe voeten.

1 k heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U, ik ben niet waardig uw kind genoemd te worden., behandel mij slechts als dengeringste uwer dienstknechten; zoo ik maar aan uw hart mag rusten, zal dit mijne hoogste verwachting nog verre te boven gaan.

-ocr page 282-

28a

Maar ueen, mijn God, Gij hebt meer gedaan , Gij hebt mij eene tafel bereid en U daar geheel en al aan mij geschonken... Aan deze tafel kwam ik aanzitten, ik heb mij met uw

vleesch en bloed gevoed..... O geheim van

liefde! Nu mag ik met de uitstorting der teederste genegenheid in waarheid zeggen :

O mijn Vader, die in mijn hart zijt, verblijf er immer... Uw aanbiddelijke naam zij er gezegend , geheiligd, geëerd door al de krachten mijner ziel, heden en in alle eeuwigheid... Heersch in mijn hart en moge ik weldra het hemelsch Rijk, waartoe Gij al uwe kinderen roept, binnengaan. Maar zoo Gij mijn geluk nog wilt uitstellen, uw heilige wil geschiede, o mijn God ! voor alles en in alles wil ik mij daaraan onderwerpen.... Waarom kan ik niet alle menschen bewegen, om uw heiligen wil te_ volbrengen en U in alles te zoeken; want wie voor alles uw rijk en uw wil zoekt, hem zal al het overige worden toegegeven.... Gij, die de vogelen des Hemels spijst, die de leliën der velden kleedt, Gij zult voorzeker, o mijn God, uwe kinderen niet vergeten. Gij bemint ons voortdurend, niettegenstaande wij U met ondankbaarheid beloonen. Gij schenkt ons vergiffenis, zoo wij ook van harte vergeven. Ja, van harte, o Heer, vergeef ik aan allen, die mij door woorden of daden beleedigd hebben... Wees hun barmhartig, o mijn God, en

-ocr page 283-

283

mij zei ven genadig, door voortaan alle zonden en bekoringen van mij af te weren; ziedaar het eenige kwaad, waarvan ik U smeek mij te willen bevrijden, heden en alle dagen mijns levens.

Zegen, o Heer, al diegenen, die mij dierbaar zijn en stort uwe genade over hen uit, over mijne familie, mijne vrienden, mijne weldoeners en al diegenen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen. Ik bid U, sta onzen H. Vader den Paus, onzen Bisschop, onzen Herder in alle omstandigheden door uwe krachtige hulp ter zijde. Geleid al diegenen, die Gij met gezag bekleed hebt, op den weg der rechtvaardigheid, opdat zij hunne macht slechts tot uwe meerdere eer gebruiken. Help de armen, de gevangenen, de bedrukten, de reizenden, de zieken en stervenden; geef de volharding aan de rechtvaardigen, de bekee-ring aan de zondaars, de ongeloovigen én dwalenden, en zegen de pogingen van hen, die aan hunne bekeering arbeiden. Heb ook medelijden met de arme zielen in het vagevuur, vooral met degenen, aan wie ik de grootste verplichting heb of met wie ik het nauwste ben verbonden. Ook degenen, die het vurigst verlangen U te zien, en die het meest verlaten zijn worden U ten zeerste aanbevolen. Troost haar, mijn God, en geef ze de eeuwige rust, en dat het eeuwig licht haar verlichte. Am.

-ocr page 284-

284

ZEGEN NA DE H. COMMUNIE.

Gij gaat mij dan weer verlaten , o mijne

liefde!.... Nanwlijks ben ik in uw bezit.....

Waar zijn ze gebleven, die kostbare oogen-blikken? Wat zal ik Unog meer zeggen? Nog één woord... nog één verlangen.... nog ééne liefdezucht... Tot wanneer, o mijn God, tot wanneer?.... Aeli! waarom kan ik U niet we-derhouden.... U zeggen, U herhalen mijne smart, mijne liefde.... O mijn God! uw wil geschiede heden en immer.... laat ik mij altijd naar dien heiligen wil regelen. Dat uwe genade al mijne werken heilige, opdat ze steeds tot uwe meerdere glorie, alleen uit liefde tot U verricht worden. Zegen ze allen... o mijn oneindig Goed! verlaat mij dus niet... waarom kan ik U niet immer in mijn hart bewaren.... maar daar dit niet kan, verlaat mij niet vóórdat Gij mij gezegend hebt... Zegen mij en bewaar mij voor alle ontrouw. Zegen mij, opdat ik U niets weigere van hetgeen Gij van mij verlangt.,.. Zegen mij, opdat ik mijne heilige voornemens standvastig nakome... Zegen mij, opdat ik al diegenen, die met mij omgaan, moge stichten en tot U brengen.... Roep mij dikwerf gedurende dezen dag in het heiligdom van mijn hart terug.... Want ik ben uw tempel, o verborgen God! Maak,

-ocr page 285-

285

dat ik steeds in uwe tegenwoordiglieid wan-dele, naar uwe stem luistere, uwe raadgevingen volge.... Het doet mij leed, dat ik U nog zoo weinig bemin; maar liet troost mii, dat ik U geheel en al bezit, om 0 zeiven aan den liemelschen Vader te kunnen opofferen en daardoor te vergoeden, al wat aan mij ontbreekt. Gij hebt uit liefde voor mij zooveel gedaan, dat ik mij geheel aan U \'geve voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.

-ocr page 286-

ACHTSTE COMMUNIEOEFENING.

JESUS , MIJN BUUIDEGOM.

I. Hij wil voor mij leven. 2. met mij leven.

3. in mij leven.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

O Jesus, mijn God! U, maar ook U alleen heeft mijn hart uitverkoren... Geen ander mag het ooit bezitten... Gij zijt onder duizend uitgekozen. O zalige vereeniging! o liefde 1 o Jesus! mjjn Bruidegom, wat zoetigheden vervullen geheel mijne ziel, welke teeder-heid, welke verrukkelijke blikken, wat verrukking in mijn hart! O Jesus! hoe zorgvuldig bewaart Gij de geheimen der heilige liefde met U alzoo in het heilig tabernakel op te sluiten ! Elk uur van den dag, elke stonde van den nacht zelfs zijt Gij daar te vinden.... Hoe vertrouwelijk mag ik hier met U ver-keeren; hoe zoet is hier uwe tegenwoordigheid, wanneer hart aan hart mag rusten, het eene in het andere opgesloten... O mijn Bruidegom, ik behoor U geheel en al.... wees Gij ook geheel de mijne,...

-ocr page 287-

287

De vereeniaring om oprecht te zijn moet

wikSrig ea Ltgebjoken w=i Moge de onze zoo zijn!... Wat ontbree , vurige Minnaar onzer zielen? Ach. man het ZOT?... Gij toondet U met aan de oo^en mijns lichaams maar aan die mijner ziet . Moge het mij heden gegeven zijn in

de H. Communie de tegenwoordigheid va

miin Bruidegom te gevoelen..... Hem aan mij hart te drukken.... U toch, mijn God, bemint men altijd te weinig.... Er is geen\' grens aan de liefde van een oneindig bemmnelijken en tSg beminneuswaardigen Bmd

Hooit t. .quot;t.

gom, t\'e vereenigen. Maar mag ^ het wagen.

ben ik van uwe liefde veTzekerd Ja maar ben ik genoeg overtuigd, dat ik U liet heb dat ik U behaag?... Droevige onzekerheid door den dood eerst te beslissen O mijn Bruidegom! ziedaar mijne eemge kwelling. Zal ik bij het verlaten van dit balhngsoonl ter bruiloft binnengaan? Zal ik U dan z ü bezitten, U gemeten?.... Ac\\*Vt J= di„. 70,1 ik miin leven in tranen en boetvaardig heW wiUen doorbrengen, om dit verwezen-IHkt te zien!... Zoo het noodig is. Heer,

l Vprf brand verbrijzel, verneder, be-

Pi WÏ..« .« welbehagen, «pa»

-ocr page 288-

288

mij niet... zoo ik U in eeuwigheid maar mag bezitten. Hier beneden omgeven mij duisternissen en angsten... Maar, lioe verzacht de H. Communie deze pijnen niet! O .Tesus, zoete Bruidegom! hoe spoedig vergeet men bij U het bittere des levens, vooral indien Gij uwe stem laat liooren.... één woord slechts is voldoende. Dit woord nogtans wordt dikwijls met ongeduld afgewacht. Men is verstrooid ajCTveest, erger nog, vaak heeft men den hemelschen Bruidegom bedroefd. Ziedaar, lieve Jesus, hoe het dikwijls met mij gesteld is... Ja, ik beken het, dikwijls ben ik, helaas! schuldig, en den naam, dien Gij mij geven wilt, onwaardig. Hoe menigmaal misschien waart Gij op het punt om mij te verstoeten!... Maar, daar Gij mij bewaart in het leven, mij toelaat heden tot U te naderen, is dit bewijs genoeg, dat Gij tot hiertoe barmhartig jegens mij wilt zijn... Doch, zult Gij in de toekomst hetzelfde geduld nog hebben, o mijn God? Ach ! zoo ik ü nog ooit weer ontrouw werd!... ja , liever zou ik op dit oogen-blik willen sterven. Hoe! zou ik zulk een be-minnelijken, goeden, oneindigen , alle liefde waardigen Bruidegom nog ooit weer durven bedroeven?.... Duld het niet,o mijn God! Wees immer mijn Bruidegom ; dat alles in mij zich bevlijtige, om U to behagen; dat al mijne handelingen naar U alleen gericht

-ocr page 289-

289

zijn... Wees Gij mijne eenige liefde op aarde.

Maria, Moeder van Jesns en mijne Moeder ! leer mij aan mv gnddelijken Bruidegom behagen, bid voor mij en verwerf mij de genade van liever te sterven dan Hem nog ooit weer ontrouw te worden. Amen.

Opdracht der H. Communie , blz. 277.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

O God van liefde! Heden komt Gij als Bruidegom in mijn liart. Welke teederheid ! Waarom kan ik in mijne ziel geen liefdevuur ontsteken! Hoe, een God noemt zicli, en met recht, den Bruidegom mijner ziel. Ja, ik geloof, lieve Jesns, dat Gij geheel en al tegenwoordig zijt onder de gedaante van brood en

wijn. Bruidegom mijns harten , wat heb ik van

zulk eene vereeniging niet te wacliten 1 Gij, miine vreugde en mijne hoop, mijn eemg geiuk, mijn hart is geheel voor U... Neem bezit van uw eigendom... Gij zult er Heer en Meester van zijn, want ondanks mijne onwaardigheid wilt Gij er de Bruidegom van wezen...De overgroole liefde, die Gij mij m dit wonderbaar Sacrament bewijst, schijnt mii te zeggen, dat Gi| mijne onwaardigheid verbeet... maar ben ik daarom wel minder onwaardig, minder ellendig?... Een God van liefde... ziedaar de reden, waarom Hij geene

«3

-ocr page 290-

290

palen stelt aan onze vereeniging.... O liefde! waartoe zult Gij nog overgaan ?

OJesus! uwe liefde, uwe teederheid is te groot.... Wat zal ik voor U doen?.... wat ü aanbieden?.... wat U zeggen?.... Ik ben niet in staat te beseffen al wat Gij voor mij doet, vooral in dit aanbiddelijk Sacrament, den korten inhoud van al uwe wonderwerken. Gij bemint mij met eene goddelijke en oneindige liefde .. en ik weet Uwe liefde niet door waarachtige wederliefde te beantwoorden. Wegens mijne ongevoeligheid zou ik uit eerbied uwe tegenwoordigheid willen ontvluchten; maar mag ik mij aan uwe beminnelijke uitnoodi-gingen onttrekken ? O neen, uwe liefde roept mij, om met vertrouwen tnt IJ te naderen... Ik kom dan tot U, o mijn God, die mijn Bruidegom wilt worden... Gij zijt mijne liefde... O kostbaar oogenblik, waarin ik hoop Hem te bezitten, laatü niet langer wachten.... O mijn oneindig Goed.... mijn Heer en mijn God ! Gij zijt waarlijk mijn Bruidegom; maak dat ik geheel liefde zij....

Mijn God, ik geloof, enz. bl. 280.

NA DB H. COMMUNIE.

O mijn hemelsche Bruidegom! Waarom brand ik niet van liefde voor U! Hoe, Gij zijt in mijn hart.... Ik bezit ü geheel en al....

-ocr page 291-

291

Mijn zoete Jesus, dien ik boven alles bemin... Gij zijt nu in mijn hart!... Gij, mijn waarachtig; goed... mijne eenige liefde!... O zalige genoegens der H. Communie, wat zijt gij weinig bekend!... Kortstondige oogenblik-ken , waarom blijft gij niet langer voortduren ! Hoe spoedig zal ik mij moeten losscheuren aan uwe omhelzingen en mij mengen niet het slijk der aarde?... Ach, mijn God! Gij vraagt mij een offer, en zou ik het U kunnen weigeren ? Zal ik ooit genoeg voor U kunnen doen, o mijn goddelijke Meester, die zooveel voor mij gedaan hebt? Hoe zou mijn hart aan uwe liefde kunnen wederstaan ? Maar hoe kan ik het wonder, dat in mij plaats heeft, aanschouwen , zonder van liefde te verkwijnen!...

O Jesus! ik aanbid U uit den grond mijns harten.... Gij zijt de God van hemel en aarde, en Gij neemt mijne ziel tot uwe bruid.... eene ziel zonder deugden,... zonder verdiensten,... zonder bekoorlijkheden. —- Waarom ? Omdat Gij, o mijn God, slechts liefde zijt... Gij bemint mij enkel, om mij te beminnen... Gij let niet op mijne zonden , noch op mijne ellende ; noch op mijne onwetendheid, noch op mijne verachtelijkheid.... Gij bemint mij, en ziedaar, wat U beweegt om mijne ziel binnen te gaan... Werp nu dan ook op mij een blik van medelijden, zie wat ellenden mij ter neerdrukken, wat zonden mij beschamen! O al-

-ocr page 292-

392

maclitige Bruidegom! verlaat mij heden niet alvorens mij de uitwerkselen uwer beminnelijke almaolit te doen gevoelen... Ik vraag U noch rijkdommen, noch eerbetuigingen, noch genoegens; integendeel, ik zou mij gelukkig achten, zoo jk, o mijn Jesus, de armoede , de vernederingen en de smarten, die Gij ter liefde van mij gedurende uw sterfelijk leven hebt geleden, zou kunnen navolgen... O, hoe gaarne zou ik U willen gelijken! Nog-tans deze gunst zou ik U niet durven vragen ; zij behoort slechts aan de uitverkorene zielen : en wie weet of Gij mijne vermetelheid niet zoudt bestraffen.... Maar, wat zeg ik? het is uw uitdrukkelijke wil, dat wij aan ü gelijkvormig worden. O, maak dat ik uit liefde tot U wegkwijne.... Gij zijt mijn welbeminde Bruidegom.... Gij zijt mijne eenige vreugde..... mijn eenige rijkdom , mijn waarachtig geluk.... Met IJ bezit ik alles.... Van ü verhoop ik alles... Ach! waarom heb ik niet al de harten der Heiligen om ü te beminnen ? Maar Gij vraagt mij slechts één hart, en wel het hart, waarin Gij ü thans bevindt.... O, ik schenk het U.... ik draag het ü op... ik wijd het U toe... beschik er over, woon en heersch daarin in alle eeuwigheid.

Zegen, o Heer, enz. hl. 283

-ocr page 293-

NEGENDE COMMUNIE-OEFENING.

jesus mijne vreugde.

I. Jesus, de ware vreugde. 2. Mijue waarachtige vreugde. 3. Mijne eeuwige vreugde.

gemoedsaandoeningen.

O Jesus, vreugde der Engelen ! hoe zoudt Gij niet de mijne wezen? Uwe schoonlieid verheugt al de Heilig\'en... Gij overstelpt hunne harten van vreugde... O, wanneer zal ik daarin deelen? Maar wanneer zal ik die vreugde verdienen? Over wien heb ik te klagen, zoo niet over mij zeiven?... Wanneer mijn hart met droefheid vervuld is, wanneer een vloed van bitterheid mij ne ziel sehij nt te overstelpen, ach, ik weet het, dan moet ik het alleen aan mijne ondankbaarheid toesehrijven. Wat vreugde kan ik genieten, na U , mijne vreugde, door mijne zonden te hebben beleedigd?... Heer ! maak een einde aan mijne misstappen; dit zijn mijne eenige, mijne ware smarten... Vergeef mij mijne ontelbare zonden en ongetrouwheden en bewaar mij voor \'t ongeluk van U op nieuw te beleedigen. Al het overige zal mij

-ocr page 294-

294

niet bedroeven; ik zal mij gelukkig achten door de wereld vergeten , veracht, verlaten te worden. Gij alleen kunt mijne ziel met vreugde vervullen; Gij alleen mijne tranen afdroogen, want in weerwil van mij zei ven zullen zij mijne oogen ontschieten... Een enkel woord aan uwe lippen ontschoten zal mij een onuitsprekelijk genoegen veroorzaken... Neen, ik verlang geen wereldsch vermaak, geene voldoening mijner zinnen en lusten... Verre van mij, o mijn God! al wat mij tot lichtzinnigheid eu verstrooidheid zou kunnen voeren... Moge ik mijn naaste overal stichten door hem de deugd in al haar beminnelijkheid voor te stellen.... Geef mij, o Heer, de vreugde uwer kinderen, die U in alles zoeken te behagen door uw heiligen wil immer te volbrengen. Geef, dat ik mij verheuge, wanneer ik\'zoo gelukkig ben U in iets te gelijken, o Jesus, in uwe armoede,... in uwe vernederingen ,... in uw lijden ,... in uwe verguizingen,... in de vergetelheid, waarin Gij geleefd hebt, o mijn Zaligmaker, en waarin Gij U nog bevindt in dit Sacrament van liefde.... Ik verzaak aan alle andere vreugde en offer U al mijne genoegens op.... Ik verzaak aan elke geoorloofde voldoening; ik wil geen ander geluk, geene andere vreugde dan U alleen, o mijn God! Mij aan uwe voeten te bevinden,... (J te aanbidden in het H. Tabernakel, waar Gij dag en nacht ter

-ocr page 295-

295

liefde van mij verblijft,.. U lof te zingen,... uwen zegen over mij en alle mensclien af te smeeken,.... uwe woorden aan te liooren, wanneer ik door de H. Communie U in mijn hart bezit ,... dat zij mijne eenige vreugde , mijn eenig vermaak gedurende mijn kortstondig, aardsoh leven!... En wanneer het zoo lang verbeide oogenblik, waarop ik U voor eeuwig zal bezitten en beminnen, voor mij zal aanbreken ,... wanneer mijn laatste uur bier beneden zal geslagen zijn, wees dan, lieve Jesus, mijne vreugde...Intussclien spaar mij niet,.... zoo bet noodig is, ontneem mij alle troost, maar verlaat mij niet, o mijn God, en geef mij de kraelit om te lijden op eene wijze die Uwer waardig en voor mij heilzaam is.

Maria, mijne goede Moeder, gij die nooit eene andere vreugde hebt gehad dan uwen Jesus : bid voor mij, opdat Hij alleen mijne vreugde zij. Aan Jesus en Maria toe te be-hooren , dat zij immer mijne grootste, mijne eenige vreugde ! Amen.

Opdracht der H. Communie, biz.277.

(5ll UB H. COMMUNIE.

Jesus, mijne vreugde! O liefhebbende Jesus ! ouder welke benaming komt Gij heden in mijn hart?... Is dat hart bereid U in

-ocr page 296-

29(5

deze hoedanigheid, zoo rijk aan bekoorlijk-lieden, te ontvangen?... O kemelsclie vreugde vol van zoetigheid! de wereld kent ü niet.... O mijne vreugde, o Jesus! wie zal mij een hart ruimgeuoeg, wiemijeene onbegrensde hefde geven?... altijd aan Jesus toebehoo-ren.... immer ter zijner beschikking zijn.... O mijne vreugde! reeds maakt Gij TJ bereid, om mijn hart binnen te gaanwelke gevoelens moeten mij thans bezielen, welke verzuchtingen moet mijn hart thans sla-ken?.... Ach! zij moeten zacht geweldig zijn, zonder uitstorting naar buiten. Maar hoe zal ik ze in de enge ruimte van mijn boezem houden opgesloten, o mijn God?...

Hjj, die het geluk der Engelen en der Heiligen uitmaakt in mijn hart! Ovreuo-de, o zaligheid, hoe dit te begrijpen? of liever\' hoe te leven, zonder zich verteerd te gevoelen ? O mijne vreugde, o mijn Jesus! Gij komt,... nog eenige oogenblikken... Ja, ik geloof... Gij zult mij de vreugde uws geestes schenken, die mij met berouw, liefde en dankbaarheid zal vervullen.... Daar is Hij.... Hij nadert tot zijn onwaardig en toch zoo bevoorrecht, zoo bemind schepsel. Ik geloof het, o Heer; ik geloof, dat Gij het zijt.... Ja ik hoor Hem.... Hij roept mij.... Welke liefde! Zie, hier ben ik, o mijn God ! ik gevoel hoezeer ik U noodig heb. Kom mijne

-ocr page 297-

297

verlangens voldoen... Kom, Gij alleen kunt mij gelukkig maken... Ik wil geeu ander... Maar zijt Gij mijne vreugde, dan moet ik ook de uwe zijn , dan moet ik zorgen , U nooit in iets te mishagen... O Jesus ! zou ik U na zoo veel liefde nog iets kunnen weigeren ? Neen , mijn God, kom mijne getrouwheid en mijn geluk verzekeren,... o Jesus, o mijne vreugde! kom.... ziedaar mijne ziel....

Mij a God! ik geloof, enz. Uadz. 380.

NA DB H. COMMUNIE.

Mijn God! Gij zijt mijne vreugde; hoe zou \'t anders kunnen zijn ? Zijt Gij niet alles, wijl Gij mijn God zijt? O, ik bezit U, ik omhels ü... In waarheid mag ik zeggen , dat Gij mijne eenige liefde zijt en ik U boven alles de voorkeur geef. Gij zijt mijn eenig geluk; zonder U wil ik geen ander genieten... O mijn God, mijne vreugde! Gij daalt af tot mij !... O oneindige Majesteit! ik aanbid U, voor U zink ik in mijne nietigheid terug... Wees gezegend, geprezen door al wat leeft!... Mijne stem heffe een nieuwen lofzang aan in dit oogenblik van vreugde en reine wellust!... De God van hemel en aarde is in mijn hart! o zalige

13 *

-ocr page 298-

398

stonde, gelukkig oogenblik !... o Jesus , mijne liefde!

O God, dien ik met liefde aanbid; wees immer mijne vreugde; ik geloof, dat Gij thans in mijn hart zijt... Ik hoop, dat Gij over mij de gaven van uwen Geest zult uitstorten , die een geest is van liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid, goedheid, langmocdigheid, zachtheid, getrouwheid, zedigheid, onthouding en zuiverheid.

Bewerk in mij, o Heer! deze heilzame vruchten; geef dat ik medewerke met uwe genade, om ze in mijne ziel te doen werken.

Wanneer ik mij weêr aan mijn e bezigheden overgeef, maak dan, o mijne vreugde, dat ik niet meer toegankelijk zij voor eenige andere vreugde of voor verstrooidheid. O mijn Jesus! waarom kan ik mij niet, ten minste van tijd tot tijd, tot ü wenden, o mijne liefde, mijne vreugde, mijn heil! Moge ik mij den geheelen dag herinneren, dat ik mijn God in mijn hart draag.... Waar zou mijne dankbaarheid blijven., zoo ik vergat U meermalen te aanbidden, U ten minste een enkel woord te zeggen, U te verzekeren, dat Gij, mijae liefde, het eenig voorwerp mijner liefde zijt. Jesus is vol liefde en goedheid jegens mij... O mijn God ! wees gezegend om uwe overgroots teederheid... Gij zegt mij, dat het uw vermaak is bij ons te

-ocr page 299-

289

verblijven. O het is ook mijn geluk bij U te zijn... O mijn opperste goed! welke gevoelens moet zulk een overmaat van liefde in mijne ziel niet opwekken? Wat vervoering moet mij niet bezielen? Mijn God! waarom verkwijn ik niet van liefde en dankbaar-beid ? Neen, dat wilt Gij niet. Maar verlangt Gij dus, dat ik leve en niet sterve, dan wil ik leven uit dankbaarheid en liefde. Ik zal alles als uit uwe hand voortkomende aannemen , dus in vrede en met vreugde. Alles beschikt Gij tot welzijn van diegenen, die ü liefhebben; ik moet mij dus ook over alles verheugen.

Wat kan ik nog verlangen, o Heer, na de eer, die Gij mij heden hebt aangedaan? Ja, nog iets, mijn Jesus! blijf mijne vreugde in alle eeuwigheid , zooals Gij het op dit oogenblik zijt,... mijne eeuwige vreugde, wanneer ik voor uw aanschijn mij zal verheugen zonder vrees van IJ ooit wêer te verliezen. Maar in dien tusschentijd verlaat mij niet, want ik ben zwak en bevreesd. Ach! ik bid U, verlaat mij geen oogenblik , want zonder U zou ik vergaan... Wees alles voor mij, o Jesus, in dit leven en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Zegen, o Heer! enz. blz. 383,

-ocr page 300-

TIENDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, MIJN VRIEND.

I. Jesus, een ware vriend. 2. een getrouwe vriend.

3. een standvastige vriend.

GEMOEDSAANDOENING EN.

Welke titels zult Gij nog aannemen , o Jesus, om onze harten te winnen? O liefde ! Gij verlangt niet alleen, dat wij uwe kinderen , maar ook uwe vrienden genoemd worden. Maar vrienden , o Heer, moeten elkander gelijken... en welke gelijkenis heb ik met U, o mijn God? Gjj zijt de heiligheid zelve, en ik.... mag ik zeggen, dat ik waarlijk aan mijne heiligwording arbeid?... Nogtans in weerwil van dit versehil zijt Gij nog altijd vol liefde. Men zou zeggen, omijn God, dat niets in mij U afschrikt; ja het schijnt zelfs, dat Gij mijne vriendschap meer en meer zoekt, wijl Gij U op nieuw met mij, arm, ellendig schepsel, wilt vereenigen. Een bewijs, dat Gij niet alleen in naam maar in waarheid dp vriend mijner ziel zijt..,. Bij de geringste

-ocr page 301-

301

smart, die mij kwelt, hoort Gij mijne klachten, lenigt Gij mijne droefheid, deelt Gij mijne pijnen... Hoe verblind zou ik zijn, zoo ik tot U met het eerst mijne toevlucht nam, o tee-dere vriend mijns harten 1 Gij beijvert U meer om mij te helpen, dan ik om uwe hulp in te _ roepen... O, hoe zoet is \'t niet, zulk een vriend te bezitten, een vriend wonende onder hetzelfde dak, een vriend altijd toegankelijk, en wat alle verbeelding te boven gaat, een vriend, die in de ziel van zijn vriend wil binnengaan !.. een vriend, die leeft in zijn vriend, me slechts één hart met hem uitmaakt,... o lietde, o zaligheid ! Waar zal men zulk eene vereemging vinden; waar woorden vinden, om het innige dier vereeniging uit te drukken?... Hart aan hart, saamgesmolten als was.... o Jesus, mijn eenige vriend! zou ik bg zulk eene overmaat van liefde [J niet boven alles beminnen? Geef dit, o mijn God , mijn opperste goed! En Gij, die in weerwil van mijne ontrouw altijd getrouw blijft, wanneer zal mijne trouw aan de uwe gelijken? O mijne lietde! hecht mijn hart aan het uwe door zulke sterke ketenen, dat niets ter wereld in staat zij om die te verbreken.... Wees immer mijn eenige vriend... Laat immer het H. Tabernakel en de H, Communie de plaatsen onzer bijeenkomst zijn. Laat ik U daar immer blootleggen al wat er in mijn hart omgaat;

-ocr page 302-

303

mijn verdriet, mijne ellende, mijne bekommernissen , mijne verlangens , mijne voornemens... mijn eenig verlangen, om U te beminnen zonder vrees van U ooitweêrte verliezen. O mijn Jesus! waarom blijf ik hieromtrent nog altijd in liet onzekere?.:. Wanneer zal ik kunnen zeggen: mijn God, Gij behoort geheel en al aan mij, en ik behoor ook geheel en al aan U, voortaan zaHk U niet meer beleedigen.... Ik bezit U , nooit wil ik meer van U scheiden.... o mijn hoogste goed ! Heb medelijden met mij en laat nimmer toe, dat zooveel liefde voor uw arm schepsel ooit verloren ga. Waartoe zou al uwe teeder-heid mij dienen, indien ik U niet gedurende alle eeuwigheid liefde voor liefde kon wedergeven? O mijn God, verwijder dus van mij alles wat die liefde , die ik U verschuldigd ben , en U in eeuwigheid verlang te bewijzen, zou kunnen verhinderen. Liefdevolle vriend! spreek tot mijn hart; zeg, wat Gij van mij begeert; laat mij uwe ingevingen nauwkeurig opvolgen; laat mij steeds getrouw blijven aan mijne goede voornemens; laat mij altijd, overal, in alles aan U aangenaam zijn. _

O Maria, trouwe Maagd! bid voor mij, opdat ik, na Jesus hier op aarde bemind te hebben, eens waardig worde Hem te zien, te beminnen in alle eeuwigheid. Amen.

Opdracht der H. Communie, blz 279.

-ocr page 303-

303

VÓÓtt DE H. COMMUNIE.

Be ziel. Wien zal ik heden in mijn hart ontvangen ?

Christus. Mij-zelven ; Ik ben immers de vriend uws harten.

De ziel. Hoe, groote God, Gij wilt mijn vriend zijn, Gij de Almachtige, de Schepper van hemel en aarde, de Koning der koningen ?....

Christus. Vergeet voor een oogenblik deze grootheid, welke ik voor U verborgen houd, om slechts te denken aan de liefde, waarmede ik in uw hart wil binnen gaan.

De ziel. Maar Heer, zoo Gij als Koning tot mij kwaamt, was dan uwe vernedering al niet diep genoeg ?... maar als vriend.... Wat is er in mij, dat eenige overeenkomst heeft met U? Welke zijn uwe gevoelens?... Welke de mijne?

Christus, \'t Is genoeg, dat Gij mijne uitverkorene zijt.

De ziel. Ik... o mijn God! ik ben die liefde niet waardig.,..

Christus. En zoo gij die waardig waart, zou dat mijne glorie verhoogen ?

De ziel. O God van liefde! Wat kan ik bij zulke blijken van teederheid antwoorden? Hoe grootcr schaamte en berouw mijn hart

-ocr page 304-

304

vervult, des te grooter is de liefde, vyaar-mede Gij mij bejegent... Ik gevoel my dat gastmaal der Engelen geheel en al onwaardig.

Christus. Beantwoord aan mijne lietcle, beminde ziel, open nw liart tot vreugde en vertrouwen, kom u met mij vereenigen..

De ziel. Vergeef mij dan, o Heer, voorat al mijne zonden, die ik van harte betreur.

Christus. Ik heb al uwe zonden op mij ffenomen.... , , 1

Be En zoovele driften... zoovele kwade

neigingen, die aanhoudend in mijn liart opwellen.... zijn dit geene reder.eu gewichtig genoeg, o Heer, om mij van de heilige latei

verwijderd te honden?...

Christus. Ja, misschien zoydt tri,] u van mij verwijderen, zoo Ik Mij in mijne g one en\'Majesteit vertoonde ; Maar Ik noodig u uit als vriend... Wat hebt gij van ecu vriend

te vreezen?

De ziel. Heer! Gij hebt mijn hart gewonnen. Ik wedersta niet langer aan zooveel

liefde... , , ,

Christus. Kom mij dan als een teederen vriend onthalen; ik tel de oogenblikken, die mij van u scheiden, om in uw hart binnen

te gaan. .

De ziel. O God! wijl uwe liefde zoo groot is waag ik het uwe liefdevolle uitnoodigmg aan te nemen... Kom, Gij die de liefde zelve

-ocr page 305-

305

zijt, kom mij met liefde vervullen, opdat ik op mijne beurt alleen liefde worde.

Christus. Dezemoeten uwegevoelens zijn... Nader thans tot uw vriend... Ik ben het...

Mijn God! ik geloof, enz. blz. 280.

NA DE H. COMMUNIE.

Be ziel. O God van liefde ! ik werp mij aan uwe voeten... ik aanbid U... ik prijs U... ik.dank U voor de uitstekende eer, welke Gij mij komt te bewijzen.

Christus. Als vriend beu ik gekomen, ziedaar het uur der liefde..

De ziel. Hoe! mijn Heer en God... Aan mij is \'t, dat Gij zooveel teederheid bewijst ?...

Christus. Ja, aan u, en Ik ben gekomen , om geheel uw hart te bezitten.

Beziel. Hoe gelukkig voel ik mij, omijn God! Niei alleen verstoot Gij mij niet, maar Gij vraagt zelfs mijn hart.

Christus. W at heb Ik voor u kunnen doen, dat Ik niet gedaan heb?... Op mijne beurt vraag Ik slechts uw hart.

Be ziel. Ach ! Gij hebt te veel gedaan voor ellendige en ondankbare schepselen, en voorzoo veel goedheid vraagt Gij slechts een nietig hart...

Christus. Ik stel er mij mede tevreden , en nogtans hoevele zielen, die het mg weigeren !

-ocr page 306-

306

De del. O die verblinden! Gij toci alleen , o Heer, kunt ze gelukkig maken.

Christus. Met recht zegt gij : die verblinden. Maar juist daarom verdienen zij nog verontschuldiging. Wat mij echter bijzonder leed doet, is, dat er zielen gevonden worden , door het licht der waarheid verlicht, met o-enaden overladen, zoo dikwerf door mijn vleesch en bloed gespijsd, wier hart verdeeld is onder duizend nietigheden, die zij zich schamen te bekennen... _

De ziel. O mijn Jeaus! verwijder zulk; onheil van mij... Ik geef U geheel mijn hart, ik bied het U aan, ik wijd het geheel aan U toe, om het voor TJ te slachtofferen.... Vestig er uwe woning in, en verlaat het nooit

^Christus. Ik ben de getrouwsta vriend der harten, die Mij geheel zijn toegewijd....

De ziel. Ach! ben ik wel geheel en al aan U gehecht ? Kekent Gij mij onder het o-etal dier uitverkorene zielen?

0 Christus. Uw hart moet u hierop antwoorden... Hetis Mij toegewijd, zoo het met

verdeeld is. __ .. „ . ,

De ziel. Verre van mi] , o mijn God 1 een hart dat reeds zoo klein is, nog te willen verdeelen... Ik acht mij te gelukkig, dat (tij het wilt aannemen. Hoe zal ik uwe over-groote liefde genoegzaam erkennen? Waar-

-ocr page 307-

307

om lieb ik niet duizend harten om U te beminnen, duizend monden om U te loven ?... Ik wil U geheel toebeliooren.... handel met mij naar uw welbehagen,... zoo ik U maar •\' nooit meer bedroeve, o God!

Christus. Ik zal uwe sterkte zijn.... Ik zal bij ii blijven.... blijf gij ook bij Mij....

J weet. mijn vermaak met de kinderen der mensehen te zijn.

Be ziel. O God! wat geef ik ü voor zoo-veel liefde weder ? Helaas! waarom kan ik met dag en nacht de onverschilligheid be-weenen, waarmede wij U behandelen? Gij zijt geheel liefde, wij daarentegen koudheid... Gij slechts goedheid, wij ondankbaarheid... Ach. zoo kan ik niet langer leven, door U aanhoudend met g enaden overladen, en U toch telkens weer ontrouw worden. Waarlijk, ik verdiende wegens mijne ondankbaarheid met langer televen; hoe menig ander verdient veel meer dan ik de plaats in te ne-men\'.. e., 200 nutteloos bekleed! Maar zoo Gij wilt dat ik leve, verzeker dan mijne getrouwheid., laat mij U vurig beminnen...

U00lt mef^ beleedigen... Bewaak mijn hart zoo zorgvuldig, dat het U nooit meer ontrouw worde, liefdevolle Meester ! Hoe! dit hart, waarin Gij uwe woonplaats vestigt, dat Gij zoo dikwerf uitgenoodigd, zoo edelmoedig bemind en met genaden overladen

-ocr page 308-

308

hebt mocht dit hart éér vernietigd worden,\' vóór dat het U nog ooit weer zou verlaten, of uwe liefde en weldaden ver-o-eten!... Ik behoor U toe, goede bod, ifc ben de uwe, tot aan den dood wil ik met anders trachten dan U in alles te behagen... O dan zullen mijne aardsche banden verbroken worden, maar de band, die mi] aan U hecht, o Heer, zal nog nauwer worden toegehaald, en het toppunt van mip geluk zal wezen, Dengene te zien, te bezitten, te genieten, die mij zoo teeder bemind heeft... In dit zoete vertrouwen rust en leet ik.

Zegen, o Heer! euz. blz. 283.

-ocr page 309-

ELFDE COMMUNIE-OEFENING.

JESUS, MIJN BUOEDEU.

1. Jcsns is mijn broeder door iiatmir. 2. door aanneming, 3. door overeenkomst.

GEMOEDSAANDOENINGEN.

O Jesns! ja, Gij zijt mijn broeder. Uw he-melsclie Vader is mijn Vader... Gij zelf liebt liet gezegd. Van U, beminde Leermeester, heb ik geleerd te zegden : Onze Vader, die in de Hemelen zijt. Ik ben dus de broeder van Jesns Christns... Kan nwe vernederina:, o mijn God , nog verder gaan? Waarlijk , lieve Jesns, te groot is nwe liefde. Overvloedig bewijst Gij mij, dat Gij in mijn hart geen vrees, vooral die slafelijke en ontmoedigende vrees niet verlangt, welke mij te zeer beangstigt voor de toekomst. O, Gij die slechts liefde zijt, en mij in \'t bijzonder zoovele blijken nwer liefde geeft, znlt Gij mij in mijn laatste nnr verwerpen?... Zou uw hart alsdan voor mij gesloten zijn? Zal ik in ü slechts een schrikverwekkend en God moeten

-ocr page 310-

310

zien, wiens majesteit en reditvaardigheid den grootsten angst inboezemen, nadat Gij als het ware uwe liefde hebt uitgeput,, en zulke zoete namen van vader, bruidegom, vriend en broeder hebt aangenomen! O mijn Jesus, die dit alles voor mij zijt : wek mijn vertrouwen op... Gij hebt voor mij geleefd en altijd de grootste barmhartigheid voor rouwmoedige zondaren getoond... Gij hebt U aan mij gelijk gemaakt... U met hetzelfde vleesch bekleed, opdat ik in U eer broeder zou zien; en om mij dit nog duidelijker te maken , hebt Gij de\' gedaante van een kind aangenomen... Gij liet U door Maria in de armen nemen, op haren schoot zetten. die Gij tot uwe moeder hebt uitverkoren. O kleine Jesus! Gij zijt het kind van Maria, maar ik immers ook.... Teedere moeder! kom uw goddelijk Kind in mijn hart plaatsen..._ Kom geef mij mijn kleinen broeder, Ik wil aan Hem gelijken. Ik wil beminnen, wat Hij bemind heeft... Ik wil zoeken, wat Hij gezocht heeft. Ik wil altijd met Hem vereenigd zijn, slechts één met Hem uitmaken... O heilige Communie, waar mijn opperste Goed zich op eene zoo liefdevolle wijze aan mij geeft: o Jesus, o mijn Broeder! weldra, ja, weldra komt Gij mijne ziel vervullen... Ach! stel niet uit... spreek tot nijn hart. Laat uit het H. Tabernakel deze zoete taal aan

-ocr page 311-

Sll

mijne ziel hoeren : (mijnbroeder) mijne zuster. U Jesns, vreugde der zielen! Gij deelt alles met mij... mv Vader, uwe Moeder, uw erfdeel, uwe verdiensten... Neen, nooit zal t liet mistrouwen ingang vinden in mijn hart. Maar, Heer, van uwe zijde vrees ik uiets maar wel van de mijne. Ach, zou ik ooit zoo ongelukkig kunnen zijn, U nogmaals met ondankbaarheid te behandelen, ach, laat mij dan liever op dit oogenblik sterven.\'... O Jesus. al wat Gij nu reeds voor mij zijt is mij nog niet genoeg... Wees eeuwig voor mij, wat Gij immer gedurende uw sterfelijk leven geweest zijt... Mijne arme ziel zij uwe zuster, Maria zij immer mijne moeder, o-e-lijfc zij de uWe geweest is op de aarde quot;en de uwe blijft in den Hemel.

Moeder van Jesus! wees immer mijne moeder, en moge ik door een gedrag, dat u en uw goddelijken Zoon waardig is\', immer uw kind genoemd worden.

Opdracht der H. Communie, bl. 277.

VÓÓR DE H. COMMUNIE.

O mijne ziel! verban alle vrees; uw Jesus komt heden als een teedero broeder in u wonen...

O Maria, beminde Moeder van Jesus en mijne moeder! ik werp mij aan uwe voeten en

-ocr page 312-

312

smeek u mij te willen voorbereiden, om Jesus in mijn liart te ontvangen. O mijne goede Moeder! hoe zal ik mijn broeder onthalen? Gij, die Hem zoo zeer bemint, leer mij Hem beminnen. O mijn God! ik geloof, dat ik U zei ven zal ontvangen, U, o Jesus, die door de menselielijke natuur aan te nemen, aan ons liebt willen gelijk worden... U, o Jesus, die meer dan drie en dertig jaren onder ons liebt gewoond en om bij ons te blijven bet wondervolste der geheimen hlt;;btuitgevonden. God zijn ! menseh worden... God zijn, en de spijs worden onzer zielen... \'t is onbegrijpelijk; toch geloof ik het, o Heer, op uw woord : ik aanbid ü, ik dank U,_ en boe onwaardig ik ook zij, durf ik er bijvoegen : ik bemin IJ, want Gij wilt door mij bemind worden. Nu zal ik in mijn hart uwe heilige menschheid ontvangen; wat zeg ik? Uwe Godheid, geheel U zeiven, o mijn God!... Maar wie Ijen ik, om zulk een gast te ontvangen ? Ik gevoel mijne onwaardigheid zoo zeer, dat ik er over beschaamd ben... Nog-tans, wanneer ik overweeg, dat Gij mijn broeder zijt, dan herleeft mijn vertrouwen, dan gevoel ik mij verlicht en ik begrijp, dat Gij van mij de innigste, de hartelijkste liefde verlangt,,. Een God wordt mijn broeder! en ik zou niet kinderlijk vertrouwen, Hem niet uit geheel mijne ziel beminnen ?... Ver-

-ocr page 313-

313

vuld met de levendigste gevoelens van liefde en vertrouwen roep ik uit; lieve Jesus! Gij in mijne ziel, Gij zijt geheel mijne liefde en geheel mijn verlangen! Zoo ik met U maar in tijd en eeuwigheid vereenigd ben, is al het overige mij onverschillig.... Mijn God bezitten.... met Hem leven als met een teederenbroeder... wat geluk, wat zaligheid ! Kom, mijn God en mijn broeder, kom en help mij op de glibberige paden des levens. Kom mij zeggen, wat Gij voor mij zijt... wat ik voor U wezen moet.... Kom mijne ziel omhelzen , zoodat zij uit de innigste en teederste vereeniging metU niet meer worde losgerukt; kom, wij zullen voortaan elkanders gedachten, gevoelens en verlangens dee-len... O mijne ziel, nader tot Jesus; Hij is uw broeder, gij zijt zijne zuster.

Mijn God, ik geloof, enz. bl. 280.

NA DE H. COMMUNIE.

Lieve Jesus ! als een broeder zijt Gij in mijn hart gekomen , welke vernedering! Wat doet Gij al niet, o mijn God! om tot den menscli af te dalen? Een afgrond houdt ü waarlijk van mij gescheiden , o Heer, maar uwe liefde roept uwe almacht te hulp, om dien afgrond te vullen.... en terwijl zij alleen luistert naar uwe oneindige teederheid , dringt ■/.,} door de

14

-ocr page 314-

314

uitgestrekte hemelen , om in mijn hart te komen wonen... Ja, in mijn hart, een hart, helaas! dat U zoo ondankbaar is geweest... Neen, nooit zal ik uwe goedheid vergeten , en hoemeer liefde Gij mij bewijst, des te dieper smart het mij, U te hebben beleedigd... Maar, ziedaar voor mijne ziel het oogenhlik van liefde,... het uur der innigste mededee-lingen... Jesus en mijne ziel... Broeder en zuster... hart aan hart.

O.Tesus! wees eeuwig gezegend voor deze overmaat van goedheid... Ik aanbid U als mijn God... Ik zegen ü als mijn weldoener en bemin U tevens als mijn broeder... ja als mijn teerbeminden broeder.... Ach! maak, dat mijne ziel uwe waardige zuster zij... Gij hebt reeds zooveel voor haar gedaan!...

O mijn beminde quot;Verlosser ! alles , wat Gij bezit, wilt Gij met mij deelen... Zelfs uw Vader en uwe Moeder hebt Gij mij geschonken... er blijft slechts over , mij uwe gaven waardig te maken en ze te bewaren... Ik smeek U, maak mij oplettend en gehoorzaam aan uwe ingevingen... nederig en overgegeven aan alle Ije-schikkingen uwer goddelijke Voorzienigheid. Gij bemint mij... Gij bewaakt mij... Niets overkomt mij zonder uw goddelijken wil of toelating... O, hoe gelukkig woel ik mij onder uw geleide, dat louter goedheid en liefde is. Laai, uwe heerschappij over mij geen einde

-ocr page 315-

816

nemen... Wees immer mijn Jesus... mijn eeni-ge schat... mijne eenige liefde... Gij kent mijne innigste gedachten, mijne geheimste verlangens... Voor wien zal ik mijn hart ontsluiten , zoo niet voor ü, o welbeminde mijner ziel... voorU, wien ik lief heb... voor U, die met mij vereenigd zijt... voor U, die in mijn hart woont... Ja, ik bezit U... blijf immer bij mij... Laat ons voortaan onafscheidelijk met elkander vereenigd zijn en laat weldra voor mij den dag aanbreken, waarop ik ü zonder sluier mag aanschouwen... O mijn Jesus! zal die dag zich nog lang laten wachten ? O God I U te bezitten in de H. Communie, o, \'t is veel, onbegrijpelijk veel... maar U te bezitten in den Hemel, mij in uwe goddelijke aanschouwing te verlustigen, o God! wanneer? wanneer?... Ik onderwerp mij aan uwe goddelijke besluiten... Ik leef te midden van gevaren,... neem mij weg, bid ik U, uit deze wereld, vóór dat ik bezwijke... Mijne zwakheid is U bekend,... heb medelijden met mij, geleid en ondersteun mij... want Gij zijt mijne toevlucht; mijn Jesus, van U moet mij hulpe komen... Neen , laat het nooit gezegd kunnen worden, dat ik te vergeefs op U heb gehoopt... neen , neen , uw woord is onfeilbaar, dat is mijn troost: wie op ü hoopt, zal in eeuwigheid niet beschaamd worden.

-ocr page 316-

816

Gij zijt immers mijn beminde broeder; alles verwacbt ik van U,... vol liefde, vol goedheid zijt Gij jegens mij... ik vrees dus niets; alles , alles hoop ik van U, mijn God !

Zegen, o fleer, enz. bl. 383,

-ocr page 317-

GEBED

TEH VERNIEUWING VAN ONZE GOEDE VOORNEMENS.

De teedere liefde, waarmede Gij mij immer hebt bejegend, o mijn God, de ontelbare genaden, welke Gij zoo ruimschoots over mij hebt uitgestort; de teederheid , waarmede Gij mij tot uw heiligen dienst hebt geroepen, de goedheid, welke ik van U zoo onverdiend ondervonden heb de langmoedigheid, waarmede Gij mij verdragen, de edelmoedigheid, waarmede Gij mij zoo vaak vergiffenis geschonken hebt; dat alles boezemt mij, ik weet niet welke schaamte, maar ook tevens welk vertrouwen in... Wat kan mij weerhouden tot U weder te keeren, o Heer! wijl Gij bereid zijt, mij met het grootste geduld, de meeste liefde in uwe vriendschap op te nemen ? Immers is mijne boosheid groot, uwe barmhartigheid is toch oneindig grooter.

Ach! mijn God! ik heb gezondigd... ja, ik beken het uit den grond mijns harten, ik heb gezondigd... tegen den Hemel en tegen U,... tegen U, die mij van alle eeuwigheid bemind hebt, tegen U, die mij met zooveel teederheid

-ocr page 318-

318

behandeld, tegen U, die mij zoovele liefdeblijken gegeven hebt... Ik heb gezondigd ondanks mijne beloften, mijne zoo dikwerf vernieuwde voornemens... Was\'t noodig mij zooveel genade te schenken, om die toch telkens te misbruiken?... moest Gij mij zoovele goede voornemens inboezemen, om die toch zoo slecht te volbrengen?... moest ik U zoo dikwerf de verzekering mijner liefde herinneren, om toch zoo ondankbaar te blijven?... Ach, ik belijd mijne schuld... mijn hart is vermorzeld en ontsteld... nu dunkt mij, dat mijn berouw toch oprecht is... En heeft de profeet niet gezegd, dat Gij (jen vermorzeld en vernederd hart niet zult verstoeten?... Zoudt Gij mij dan verstooten, o mijn God! Neen, wel ben ik ontrouw, ondankbaar, maar toch, ik wanhoop niet,., ik ben een afgrond van ellende, maar Gij,., van barmhartigheid. Daarom smeek ik ü nogmaals om vergiffenis en schenk mij tevens de genade, om U in de toekomst nooit meer te beleedigen... Ik hernieuw aan uwe voeten, o Heer, de heilige voornemens, die Gij U gewaardigd hebt mij te willen ingeven... (Hier herhaalt men zijne voornemens, vooral die, welke men tot hiertoe niet volbracht heeft, om zich oprecht te verbeteren.) Ik erken , o Heer, dat ik zonder U die voornemens niet kon maken,... dat ik ze ook zonder uwe hulp niet kan volbrengen. Gij weet, dat ik niets ben dan onstandvastig-

-ocr page 319-

319

heid, zwakheid en ellende....ik heb dit, helaas maar al te dikwerf ondervonden. Maar zal ik daarom wanhopen ?....Gij weet immers, Heer, uit welk slijk ik gevormd ben.... Heb medelijden met mij, en door deze eindelooze barmhartigheid, welke ik eeuwig hoop te loven en te prijzen, maak mij getrouw aan al mijne goede voornemens, aan al de plichten van mijn staat... O Jesus ! o Maria! in uwe harten wil ik die getrouwheid putten en door de barmhartige liefde dier heilige harten hoop ik te volharden tot den dood toe. H. Engelbewaarder, die zoo getrouw zijt aan God, zoo getrouw ook jegens mij, verwerf mij de genade, om aan Hem en aan u ook immer getrouw te blijven. Amen.

GEBED TOT DEN EEUWIGEN VADER NA DE H. COMMUNIE.

Eeuwige Vader! werp uwe blikken op uw welbeminden Zoon, het voorwerp van uw welbehagen. Voor mij draagt.Hij TJ zijn bloed, zijn leven, zijn hart ten offer op... Beschouw dat Hart, dat U zoo zeer bemind, dat zooveel geleden heeft... Op nieuw biedt Hij het ü aan, offert Hij het U op als een zoenoffer voor de zonden der menschen, vooral voor de mijne... Ontvang dit Hart, U zoo waardig, o eeuwige Vader! maar neem ook mij aan, om-

-ocr page 320-

320

dat ik zoo innig met Hem verbonden ben. Mijn hart is het zijne... Zijn hart is het mijne... Terwijl Gij het eene aanneemt, krijgt Gij het andere van zelf... Nooit zult Gij het Hart van Jesus afstooten; mnar daarom ook het mijne niet. Ik heb wel is waar geen recht op uwe barmhartigheid, o mijn God, maar Jesus, mijn Verlosser, heeft mijn hart wel willen aannemen. Hij heeft er zijn heiligdom, zijn Tabernakel in gevestigd; Hij heeft U voor mij om vergiffenis gevraagd; Hij heeft U zijne tranen, zijne zuchten, zijne werken en verdiensten toegewijd ; heb daarom medelijden met zoovele ongelukkigen, die u niet beminnen, terwijl Gij nogtans alle liefde en lof waardig zijt. Wees bemind door al wat leeft; wees geloofd en gezegend, wees verheerlijkt op de aarde en in den Hemel, ai den tijd en in alle eeuwigheid. Amen.

GEBED TOT DEN H. ENGELBEWAARDER, NA DE H. COMMUNIE.

O mijn beminde Engel, die mij immer ter zijde staat: wat zult gij u gelukkig gevoelen, nu ik uw God en mijn God in mijn hart bezit ! Gij aanschouwt Hem , gij aanbidt Hem dan voor mij, en uwe vurigheid vergoedt dan mijne koelheid.

Ik zeg er u dank voor, evenals voor al de zor-

-ocr page 321-

321

Ken , die gij voor mij steeds koestert. Wanneer ik bid, vereenigtgij u met mij; wanneer ik werk, draagt gij mijn werk aan God op; wan-neerik slaap, waakt gij over mij... O mijn Engelbewaarder! ga voort mij uwe liefdevolle Irnlp te verleenen, bewaak mijn licliaam en mijne ziel; verwijder van mij al wat mij tot nadeel zou kunnen strekken. Verliclit mij door uwe ingevingen tegen de valstrikken van Satan... Sta mij bij in tndjfel door uw goeden raad, help mij in mijne werken, ondersteun mij in mijne vermoeienissen, stel mij gerust in vrees, troost mij in smarten, help mij in de ure des doods, en wanneer ik den laatsten snik zal gegeven hebben, moge ik u dan zien, o mijn Engelbewaarder, en op uwe vleugelen gedragen worden tot voor den troon des Aller-hoogsten in den schoonen Hemel, waar ik hoop met u den Heer te danken en te prijzen in de eeuwen der eeuwen. Amen.

VOORBEREIDING TOT DEN DOOD.

Niets is iu staat ean diepsren indruk op \'smensohen hart te miken, dan de gedachte aan den dood... Maar helaas, die indruk is vaak zoo kort van duur. De vijand onxer ziel tracht dien zio spoedig mogjlijk weg te nemen. Hoe toch zou eene ziel, die een weinig geloof bezit, in zondekurm m voortlev en, zoo zij dikwerf aan den dood dacht ? Zou zij dan de

14 *

-ocr page 322-

[323

plichten van haren staat rerwaarloozen? Moet de gedachte aan den dood ons niet met verachting doen neerzien op de vermaken dezer wereld , en ons onthechten aan de goederen der aarde? Ja: deze gedachte zal ons tot eene heilzame onverschilligheid voor al hetaardsche stemmen, ons met den H. Aloysius doen uitroepen ; Quid hoc ad ceternitatem ! Wat baat dit of dat mij voor de eeuwigheid ?

De gedachte aan den dood moet ons dage-lijksch voedsel zijn. Zoo vaak wij tot God zeggen : om toekome uw rijk, moesten wij eene acte van verlangen doen naar den dood, die ons het rijk des hemels moet binnen leiden. Alvorens ons ter ruste te begeven , moesten wij steeds aan onzen dood denken, waarvan de slaap het sprekende afbeeldsel is, en ons afvragen ; zoo deze nacht voor mij de laatste is, ben ik dan bereid met een gerust hart voor mijn Schepper te verschijnen?... Wij moeten nooit inslapen zonder een oprecht berouw te hebben verricht met het vaste voornemen van beterschap.

Wat de dood verschrikkelijk maakt, dat is de onzekerheid van het oogenblik, waarop hij ons zal verrassen. Zal ik in staat van genade zijn?..., in goede stemming?.... voorzien van de H. Sacramenten?... of zal de dood mij onverwachts overvallen, op straat, aan tafel, in spel of vermaak?.... te midden onzer bloed-

-ocr page 323-

338

verwanten en vrienden, gesteund door de gebeden der Kerk?.... of te midden van bekoringen , van grievende smarten, beroofd van alle kennis?... Ziedaar zoovele vragen, ernstige, verschrikkelijke vragen, die als even zoovele raadselen voor mij onopgelost blijven. Deze onzekerheid ^erplieht mij om alle mogelijke voorzorgen te nemen , om niet onverhoeds te worden overvallen. Gelukkig de knecht, wien zijn meester wakend vindt! En wat is die waakzaamheid anders, dan eene herhaalde ernstige overweging van den dood?

De dood is de straf der zonde, moet dus smartelijk zijn; als eene welverdiende boete moeten wij dien dus in den geest van boetvaardigheid aannemen. Ja, mijn God! van dit oogenblik af, neem ik den dood bereidwillig uit uwe hand aan als eene straf, die ik duizendmaal verdiend heb... Maar met één keer stelt Gij U tevreden, wees daarvoor gezegend , o God, mits ik sterve den dood der rechtvaardigen....

Wonder is \'t, dat de dood zoo belangrijk, zoo gewichtig is, en toch zoo weinig overwogen wordt. Men leert alles, men oefent zich in alles, behalve in een zaligen dood te sterven ; men denkt er niet ernstig over na. O mijn God! ik verbeeld mij, daar uitgestrekt te liggen op mijn sterfbed, bedrukt, uitgeput van krachten, vol van smarten, omgeven van treurende

-ocr page 324-

324

vrienden, terwijl de wereld mij gaat ontzinken eu de eeuwigkeid voor mij begint. Wat zal dan mijnespijt, wat mijn verlangen zijn? Van alle eigenlietde ontdaan, zal ik dan mij zeiven leeren kennen, uwe weldaden, o God! begrijpen, mijne verplichtingen inzien en eindelijk erkennen , wat ik gedaan lieb, en wat ik liad moeten doen.... Waarom zie ik dit thans niet in? Verlicht mij, o mijn God! opdat ik mij betere, en datgene aflegge, wat ik op mijn sterfbed zou moeten betreuren. Laat ik U zoo beminnen, dat ik verlang te sterven, om buiten gevaar te zijn van IJ nog ooit weer te bedroeven, om voor eeuwig met U ver-eenigd te zijn.

Wat is de dood voor den waren Christen ? De slag van \'t zwaard, die het slachtoffer eindelijk uit zijn lijden verlost. Wat is de dood? De verlossing van den gevangene uit zijne kerker van lijden, rampen en ellende.... Wat is de dood ? Het weerzien van den balling van zijn dierbaar vaderland, het weêrkeeren van een kind tot zijn vader, de ineenstorting van een uit slijk gevormd lichaam , de blijde ontmoeting van ben, die men iu zijn leven heeft bemind, het begin der zuivere liefde tot G od... O dood, wat zijtgijdan wenschelijk! Waarom verlangen wij niet naar u met alle krachten onzer zielP Waarom sterven wij niet van spijt, dat wij dit aardsche nog met het hemelsche

-ocr page 325-

325

leven niet kunnen verwisselen ? Zoo wij nog vreezen, nog beven en angst gevoelen voor den dood, dan is de natuur in ons nog te levendig, liet geloof nog te zwak, het vertrouwen op God nog te gering. Verstorvene zielen, die haar vleesch met zijne begeerlijkheden hebben gekruisigd, verschrikken niet bij de gedachte aan wormen en bederf, die baar deel zullen worden. Zij, die de gevaren der wereld kennen, verlangen naar den dood, om uit die gevaren verlost te worden , om God niet meer te kunnen beleedigen. Zij , die God voor hun erfdeel gekozen hebben, verheugen zich bij de gedachte aan den dood, omdat deze voor hen het begin is der volmaakte liefde... Zoo gij dus den dood nog vreest, onderzoek dan hier of uwe vrees voortkomt uit uwe gehechtheid aan de gemakken van dit leven of uit uwe liefde voor een lichaam, dat gij in alles zocht te koesteren en te streden. Zie toe of uw hart nog verkleefd is aan de schatten dei-aarde, misschien aan nietigheden.... Zijt gij wel bereid offers te brengen aan God?.... Laffe ziel! gij voedt de beulen, die u zullen pijnigen bij uwen dood, die van nu af uwe levensdagen reeds verbitteren en vergiftigen. Bid; het gebed alleen kan u de oogen openen ; God alleen kan uw hart bewegen en u den moed schenken, om al de ijdelheden van dit leven te verachten.

-ocr page 326-

33(5

Men zegt doorgaans ; zoo het leven is , zoo is de dood. De dood is de echo des levens. De rechtvaardige bekroont door eeu goeden dood het heilig leven, dat hij leidde. Ziedaar hoogst gewichtige lessen, die moeten onderrichten , terwijl het nog tijd is. Een dag zal aanbreken, waarop ik rekenschap moetaf-leggen ; die rekenschap vreezen alle zielen. Mijn God! zeggen zij : wat zal er dan van ons geworden? Wilt gij het weten? Vraag dan u zei ven : zoo ik op dit oogenblik, op de plaats, waar ik mij bevind, uit het leven moest scheiden, wat zou ik den goddelij-ken Hechter antwoorden , als Hij mij vroeg, hoe ik mijne kindsheid, mijne jeugd, mijne jongelingsjaren had doorgebracht?.... Elke leeftijd bracht andere plichten mede, maar ook de genade, om die te vervullen; welk voordeel hebt gij daaruit getrokken? Zonder twijfel zoudt gij antwoorden : ik heb mijne misstappen beleden, ik heb ze betreurd en het verlangen gekoesterd om ze te verbeteren; ik heb mijn vertrouwen gesteld op de kracht van uw goddelijk bloed voor mij vergoten, en uw bedienaar heeft mij gerust gesteld. Goed, maar zoo Jesus dit oordeel voortzette en u vroeg : hoe is \'t op dit oogenblik met uwe geestelijke oefeningen gesteld? hoe en in welken geest kwijt gij er u van?... Welke zijn uwe gevoelens jegens uw

-ocr page 327-

327

naaste?... Zondert gij niemand van uwe liefde uit?.... Strekken al uwe werken, gelieel uw gedrag tot stichting van uw evenmenscli?....

Wat uwe oversten betreft, laat gij hen vrij, om u hunne bevelen en verlangens op te leggen, zonder uwe gesteltenis te moeten raadplegen? Zijn gehoorzaamheid en eerbied de twee armen, die gij steeds tot hen houdt uitgestrekt ?

En uwe ondergeschikten, bejegent gij die steeds zoo, als gij dit voor u zeiven zoudt verlangen ? Kwijt gij u van uwe plichten jegens hen met al den ijver en zorg, waartoe gij in staat zijt?

En wat ii zei ven betreft, ontzegt gij u niet alleen elke nadeelige, maar ook nu en dan eene onschadelijke voldoening? Neemt gij de werkzaamheden, de kruisen, de vermoeienissen van eiken dag in den geest van boetvaardigheid aan? Welk is uwe meening, uw doel bij al uwe werken? welk gebruik maakt gij van uw tijd, van uwe goederen, van uwe talenten, van de goddelijke inspraken ?...

Welk is de gesteltenis van uwe ziel omtrent de nederigheid? Zijt gij bereid u minder dan elk ander te achten bij de herinnering aan uwe ellende eu zonde, bij de onzekerheid uwer toekomst? Neemt gg de vernederingen , die zich voordoen, bereidwillig aau? Dankt gij er God voor, in plaats van te klagen , te

-ocr page 328-

328

morren, u te verdrieten en te ontmoedigen?,.. Waar koestert uw hart de meeste liefde voor? Waaraan is uwe ziel liet meest verkleefd? Be-nit slt;ij niets onnoodigs, niets overvloedigs? Is er niemand uwer omgeving, die eene te groote plaats in uw hart inneemt ?... Kunt gij in waar-Leid zeggen; dat alles mij verlate, alles voor mij sterve; ik verlies niets eu kan niets verliezen, omdat mijn hart aan God alleen gehecht is?...

Welke vruchten trekt gij uit de H. Sacramenten;\' Zijt gij bij de biecht meer bezorgd, om in uwe ziel een oprecht berouw en een vast voornemen van beterschap op te wekken , dan u aan haarkloverij bij het onderzoek en de belijdenis over te geven ? Nadert gij waarlijk in den geest des geloofs , stelt gij dsn mensch ter zijde, om alleen te denken aan God, voor wien gij schuldig zijten van wien gij vergiffenis moet erlangen ?

Zoekt gij in de H. Communie de vertroos-tingeu van God, of den God van alle vertroosting? Neemt gij van de heilige Tafel eeno bijzondere vrucht mede voor uw persoonlijk gedrag? Is uw hart ledig genoeg, om er de genade in hare volheid ia te bewaren? Is uw leveu eene ziel waardig, die dikwerf haren God in de H. Communie ontvangt? Verspreidt gij overal den goeden geur der deugden vau Jesus\' goddelijk Hart, waarmede uw hart zich zoo menigmaal vereenigt?

-ocr page 329-

.339

Hoe denkt gij over uwen Schepper? Tracht gij dagelijks in-de kennis en liefde van God te vorderen ? Dit zijn de tivee voeten, die ons met vertrouwen den dood te gemoet voeren.

Zijt gij dan wel onderwezen over uwe plichten , oordeel dan u zei ven eu gij zult niet veroordeeld worden; veroordeel uw evenmensch niet, zoo gij zelf niet wilt veroordeeld worden. Hieruit moet gij besluiten, hoe gewichtig het voor u is, de oogen altijd op u zeiven gevestigd te houden en u zeiven niets te vergeven, opdat God u alles vergeve, en aan anderen alles te vergeven, opdat gij zelf barmhartigheid verwervet... Bedenk, dat God geen twee malen dezelfde zonde zal wreken. Voldoe dus reeds hier op aarde al hetgeen gij aan de goddelijke rechtvaardigheid verschuldigd zijt, en herinner u dan dat troostend woord van een groeten Heilige : hoop weinig, en gij zult weinig verkrijgen; hoop veel, eu veel zal u geworden; hoop alles, en alles zal u ten deel vallen.

Geen kunst kan zonder oefening geleerd worden. Wilt gij dan de kunst leeren om goed te sterven, oefen er u dan in , zoo vaak het uwe bezigheden toelaten; laat ten minste geene maand voorbijgaan, zonder uw gedrag te onderzoeken , uwe zaken in orde te brengen, opdat de dood u niet onverwachts overvalle. Begeef u daartoe in volstrekte eenzaamheid,

-ocr page 330-

330

ga dan uw levenswandel nauwkeurig na, en onderzoek of gij uwe besluiten en goede voornemens getrouw volbracht hebt; stel u ten slotte voor, dat ge op uw sterfbed ligt uitgestrekt, en lees dan langzaam, aandachtig en eerbiedig de schoone gebeden der Kerk voor de stervenden.

AANNEMING VAN DEN DOOD.

O God , die mij geschapen hebt! werp van uit den hoogen hemel een barmhartigen blik op mij. In de onzekerheid omtrent mijn stervensuur, waarin ik verkeer, wil ik thans zoo volmaakt mogelijk de oefeningen doen, die ik in dat gewichtig oogenblik zoo gaarne zou wenschen te verrichten. Ik aanbid, o iriju God , uwe besluiten aangaande den tijd en de wijze van mijn sterven. Van dit oogenblik af neem ik den dood aan, zooals Gij dien voor mij hebt bestemd, terwijl ik mij in alles schik naar uw allerheiligsten wil en uw goddelijk welbehagen. Ik stel in uwe handen mijne ziel, mijn lichaam, mijne gezondheid en mijn leven; mijne ziel met verstand , geheugen en vrijen wil, waarmede Gij haar hebt uitgerust; mijn lichaam met mijne zintuigen, die mij als zoovele werktuigen dienen om het goede te doen; mijne gezondheid, waarbij ik mij nu reeds bereidvaardig onderwerp aan alle ziek-

-ocr page 331-

331

ten, lijden en smarten, die Gij zult goedvinden mij over te zenden; mijn leven met al wat het zoet en aangenaams bezit. Ik offer U geheel mijn wezen op, o God en Heer! Gij heM het mij geschonken, het is dus billijk , dat ik het U geheel wedergeve, opdat Gij er volgens uw heiligen wil in vrijheid over moogi beschikken.

Ik neem den dood aan tot straf voor mijne ontelbare zonden en ongetrouwheden, en ik vereenig dien met den dood van Jesus Christus, mijn Verlosser, die mijne zonden op zich genomen en door zijn lijden heeft afgeboet. O kostbaar bloed van mijn zoeten Jesus. U offer ik op aan den eeuwigen Vader tot uitdelging van alle zouden en misstappen mijns levens.

Ik neem den dood aan tot voldoening voor het misbruik, dat ik van het leven gemaakt heb, tot voldoening voor de nalatigheid en de onverschilligheid in het vervullen van mijne plichten jegens U, o mijn God! Ik neem al het schrikwekkende van het graf aan, de wormen, de verrotting, om de uitspattingen mijns levens en het slechte gebruik, dat ik van mijne ledematen en van mijne geestvermogens gemaakt heb, uit te boeten.

Ik neem den dood aan, in vereeniging met den dood van den H. Joseph , die tot overmaat van geluk in de armen van Jesus en Maria mocht sterven.

-ocr page 332-

333

0 Jesus! o Maria! o Joseph! laat ik in uw heilig gezelschap iu vrede sterven. Begeleidt mij met mijn heiligen Engel-bewaarder voor den troon van den Opperrechter , opdat zijn vonnis mij genadig zij. Ik stel in U al mijn vertrouwen. Ach! verlaat my niet in dat gewichtig oogenblik. Laat het nooit kunnen gezegd worden, dat ik te vergeefs op U gehoopt heb!.......

Ik neem den dood aan, niet alleen om mij naar uw heiligen wil te schikken, o mijn God; niet alleen om mijne zonden af te boeten, maar ook omdat de dood alleen mij het geluk kan aanbrengen van U te zien en U onvoorwaardelijk zonder einde te beminnen. Zoo de dood mij met LT vereenigt, o mijn opperste Goed! moet hij dan niet het eenigst voorwerp wezen van al mijne verlangens ? Kan dat uur voor mij te vroeg aanbreken? Geef o God van goedheid, dat ik, terwijl ik dit tranendal verlaat, het gelukkige vaderland moge binnengaan, waarvoor Gij ons hebt geschapen. En moet ik dan ook door het zui-veringsvuur gelouterd worden, uw heilige wil geschiede, o Heer! Daar immers blijft men U beminnen, o mijn opperste Goed, daar loopt men geen gevaar meer van Uwe opperste Majesteit nog te beleedigen. Zoo hoop ik dat de dood voor mij eene winst zal wezen____ Amen.

-ocr page 333-

333

EENIGE MINUTEN bij liet allerheiligste Sacrament doorgebracht.

Mijn kind, om mij te behagen is het niet noodig veel te weten, het is genoeg mij veel te beminnen.

Spreek eenvoudig met mij, zooals gij met uw besten vriend zoudt spreken.

Hebt gij niemand aan te bevelen? — Noem mij uwe ouders, uwe broeders, uwe zusters, uwe vrienden; voeg achter ieder van die namen, wat gij verlangt, dat

ik voor die personen doen zal....... Vraag veel, zeer

veel; ik houd van edelmoedige harten, van harten, die zich zeiven vergeten, om voor anderen te vragen. Spreek mij over de armen, die gij zoudt willen ondersteunen, — over de zieken, wier lijden u getroffen heeft, — over de zondaars, wier bekeering gij wenscht, — over de personen, die met u in onmin zijn, en wier genegenheid gij gaarne terug zoudet bekomen. Bid vurig voor die allen. Herinner mij, dat ik beloofd heb elk gebed, dat uit het hart opstijgt, te zullen verhooren, en zeker bidt het hart, als men gebeden stort voor hen, die men bemint en door wie men bemind wordt.

Hebt gij mij geene genaden te vragen voor u zeiven ? Schrijf, als ge wilt al de behoeften uwer ziel op, maak er eene groote lijst van en kom mij die voorlezen met vertrouwen, met liefde.

Zeg mij eenvoudig, hoe zinnelijk gij nog zijt, hoe dikwerf ge u nog schuldig maakt aan hoogmoed, lichtgeraaktheid , baatzucht, lafhartigheid en traagheid, aan onvoorzichtigheid in woorden en werken en vraag mij om te hulp te komen, om de pogingen te ondersteunen, die gij ter uwer verbetering aanwendt.

Arm kind ! bloos niet; er zijn in den hemel een aantal uitverkorenen, die uwe gebreken hadden; — zij hebben tot mij hunne toevlucht genomen en langzamerhand hebben zij zich verbeterd.

Vraag mij ook gerust tijdelijke zaken; — gaven voor het lichaam, voor den geest; gezondheid, een goed ge-

-ocr page 334-

334

hemren het welslagen uwer ondernemingen.... ft kail oTlpf Jpven en ik eeet altijd, wanneer datgene, wat men mij waagt, strekken kan, om de zielen heiliger te Wat wilt gij, dat ik u van daag zal geven

• • , ■ (i v_Wist gij eens, hoezeer ik verlang u wel

te doen! Vormt ge geene plannen? Vertel mij, wat ge bii n zeiven overlegt, in al zijne bijzonderheden..... waarmede houden zich uwe gedachten hezig ? Wat

\'\'nanht se\' Zondt ge gaarne eenig genoegen verschalen aan e\'en broeder! aL eene zuster, -n een vnend of vriendin, aan diegenen, onder wie gij staat? Wat

WiZii?y0e0rr o\'oT ntrop bedacht, om iets te doen uit •* J vnnr mime eer voor den luister der godsdienst? Wilt p-ü niet een weinig het zieleDheil bevorderen van

Twe vnenden, van^liegenen, die gij bemint en dxe

We7!eg miie,rin wie? gij belang stelt, welke beweegreden n aandrijft welke middelen gij wilt gebruiken?..... Tprtêl X waarin gij niet geslaagd zijt, en ik zal er u de lt; orzaak van aanwijzen. Wiens medewerking wi

^ftberdeleester aller harten, en ik voer ^ .acht-

medehelpers\'gèvem, dieZu ïoodig \'zijnquot;;\' wM8 genist,

w\'e veroorzaakt? wie n gehinderd? wie

hezLmHiSlef1envoeeg0er tenslotte bij, dat gij ver-

geeft^ dat gij vergeven zult.....» |n zaHku

Vreest eii iets onaangenaams ? Zyt gij ook Deziem

« W vip alles en zal n niet verlaten.

Zyn er om n been harten, die n niet ™eer zoo genegen schijnen als vroeger, die u door huane onve

-ocr page 335-

335

schilligheid bedroeven, zonder dat gij u bewust zijt daartoe aanleiding te hebben gegeven, bid voor hen\' en ik zal ze beter stemmen jegens n , als u dit ter zaligheid voordeelig is.

Is er niets, waarover gij u verheugt? Waarom laat gij mij met deelen in uw geluk ? Vertel mij alles, wat u sedert gisteren vertroosting, blijdschap, vreugde verschaft heeft. quot;Was het een onverwacht bezoek, dat u goed deed, — eene vrees, die eensklaps verdween,— een blijk van welwillendheid, dat ge ontvingt, — eene beproeving, waarin ge sterker waart, dan ge verondersteld hadt.

Dat alles had ik voor u beschikt; waarom zoudt ire fr u ^ankbaar voor toonen, waarom niet nosr eens hartelijk herhalen; ik dank U, mijn God!

De dankbaarheid verkrijgt nieuwe gunsten; een weldoener heeft gaarne, dat men hem zijne weldaden herinnert.....

Hebt Gij mij niets te beloven? Ik doorgrond, gij weet het de geheimen des harten, men kan de men-sc^n kedries?011, doch God niet, wees dus oprecht.

Hebt Gij besloten, u niet meer aan die gelegenheid tot zondigen bloot te stellen ? — u te ontdoen van dat voorwerp, wat u tot zonde brengt, —dat boek niet meer te lezen , hetwelk op uwe verbeelding een verkeerden indrukt maakt, die vriendschap te verbreken, die u den vrede der ziel ontrooft, dat gezelschap te vermijden, wat voor u zoo nadeelig is?

Zult gij u voortaan aanstonds minzaam, voorkomend gedragen jegens degenen, dien gehinderd mochten hebben?

Dan is het goed,... ga nu, ga uw dagelij ksch werk hervatten, bemin de stilzwijgendheid, wees zedig, on-dergeschikt, liefderijk , tevreden met de beschikkingen mijner Voorzienigheid; bemin van ganscher harte de H. Maagd, mijne Moeder; beveel u dagelijks aan den H. Joseph. En kom dan morgen tot mij met een hart nog meer vervuld van ijver en liefde.

Morgen zal ik u ook nieuwe genaden, nieuwe srunsten schenken.

-ocr page 336-

336

LITANIE

HET H. HAET quot;VAN JESUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontfermUonzer.

Heer ,■ ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm

U onzer. T

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm I.

HaTvan Jesus, met het woord Gods zelfstandig vereenigd ontferm U onzer. Heiligdom der Godheid,

£ Tempel der Drieëenheid, o

ieiupci .. . r.

Afgrond van wijsheid,

Oceaan van goedheid, g

Troon van barmhartigheid,

Nooit uitgeputte schat c

Wiens overvloed ons allen verrijkt, g Onze vrede en onze verzoening, g Toonbeeld van alle deugden, r1

Oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig ,

Springader des eeuwigen levens,

-ocr page 337-

339

in het uwe, en laat nimmer toe, dat ik het terusneme. Ja, * wil liever sterven, dar, ooit\' uw aanbiddelijk Hart bedroeven. Hart van Jesus! bet verlangen mijns harten is, U altiid te beminnen, U altijd te eeren , U altijd te dienen, ü altijd toe te behooren en in het leven en in den dood en in alle eeuwigheid. Amen.

O Hart van Jesus, naamloos zoet,

Voor mij een ware liefdegloed,

Geef dat mijn hart ook gloeie als tri], Voor U als vuur van liefde zij •

acte van eeeherstelling-Goddelijke Jesus, Verlosser van alle men-

schen! ziehier eenige ondankbaren ootmoe-die voor ü neergeknield , doordrongen van dequot;bitterste droefheid bij het herdenken der vreeselijke beleedigmgen, welke U aangedaan zijn en nog dagelijks aangedaan worden. Gedoog, dat wij, door de oprechtheid onzer hulde, al die ondankbaarheid , waaraan wij ons schuldig erkennen, zooveel mogelijk vergoeden. - Hart van Jesus, het hei-lieste het teederste, het beminnelijkste aller harten : wat hebt Gij niet gedaan, om van ons bemind te worden? Voor ons, o goddelijke Verlosser! hebt Gij U van den

-ocr page 338-

340

glans uwer goddelijke Majesteit ontdaan; voor ons zijt Gij mensch, zijt Gij een klein kind geworden; voor ons hebt Gij alles verlaten , alles ten offer gebracht; voor ons hebt Gij ü met geesels laten verscheuren , met doornen laten kroonen; voor ons hebt . Gij ü laten nagelen aan het kruis , om daar, te midden van de onbegrijpelijkste smarten, ons ter zaligheid den laatsten druppel van uw bloed te vergieten. En dit was nog weinig voor uwe liefde. Door eene krachtige poging uwer almacht, en door eene onbegrijpelijke uitvinding uwer goedheid hebt Gij een middel gevonden om, ofschoon tot uwen Vader teruggekeerd, tot de voleinding der eeuwen in ons midden te wonen, om ons in deze woestijn des levens tot troost, tot beschutting, tot lichtbaak, tot voedsel te verstrekken. Mijn God! kon uwe almacht meer voor ons doen, dan Gij gedaan hebt? — En wij, wat hebben wij gedaan , om aan zooveel liefde te beantwoorden? Engelen des Hemels! staat verbaasd.... en gij, Machten des Hemels ! siddert van verontwaardiging. In plaats van liefde met wederliefde te vergelden, houden wij niet op Hem te vergrammen. Jegens elk ander weldoener willen wij dankbaar zijn, doch wanneer het U geldt, o aanbiddelijke Heiland, dan is het, alsof men het zich tot eer rekent, om ondankbaar te

-ocr page 339-

341

wezen, om de grootste weldaden met den grootsten ondank te vergelden. — Vergiffenis dan, o Jesus, vergiffenis! Vergiffenis, o vrij-maclitig Heer der wereld! Vergiffenis voor al de beleedigingen uwer opperste Majesteit aangedaan! Vergiffenis, o onsterfelijke Koning 1 voor al de verguizingen, waaraan\' zoo vele goddelooze wereldslaven zich jegens U schuldig maken. Vergiffenis voor de ver-metelen, die U zelfs aan den voet van uw heiligen troon durven trotseeren. Vergiffenis, o God van heiligheid! vergiffenis voor zoo vele heiligschennissen, voor zoovele onwaardige Communiën. Vergiffenis, o goedertieren Herder, die niets kent dan beminnen en lijden. O, vergiffenis ook voor ons, vergiffenis voor de bitterheid, waarmede wij ook uw heilig Hart laven; vergiffenis voor onze onverschilligheid jegens U, voor onze koele en lauwe Communiën, voor onze oneerbiedigheid in de kerk, voor het verzuim der H. Missen; vergiffenis voor ons zinnelijk, onverstorven en wereldsch leven.

Getrouwe zielen, die over de ongetrouwheden van Israël zucht, v«reenigt u met mij ; komt, werpen wij ons neder voor den troon der oneindige barmhartigheid, verzuchten wij samen over de wonden aan het heilig en liefdevol Hart van Jesus toegebracht; betreuren wij het, dat wij een zoo

-ocr page 340-

343

teeder en beminnelijk Hart hebben bedroefd.

O Jesus, Lam Gods! dat de zouden der wereld wegneemt, vergeet al onze ondankbaarheid, al onze misdaden, al onze snoodheid. O laat nog eens uw heilig bloed ter gunste van ons spreken , het zal luider roepen dan al onze boosheden.

Mocht de rechtvaardigheid van uw hemel-schen Vader voldoening vorderen; wij, die hier voor uwe voeten liggen, zijn bereid die te geven. O, konden wij met onze harten de harten van alle mensohen vereenigen en in het bijzonder al de harten van de bewoners van dit huis, van deze plaats, van dit rijk, om die allen op het altaar der liefde ten offer te brengen.

Liefderijke Jesus! het gelukke ons hierdoor de straifen, die wij zoozeer verdiend hebben , van ons af te wenden, en verzoend met uwen Vader, eenmaal waardig geacht te worden, om met U in den Hemel gelukkig te leven. Amen.

GEBED MET VÜLLEM AFLAAT.

Al wie, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, het volgende gebed godvruchtig voor eenig beeld van den gekruiste leest en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Z. H. den Paus bidt, verdient een vollen jlflaa.t , welke ook aan de zielen in het Vagevuur kan worden toegevoegd, (Door Paus Pius IX bekrachtigd, 31 Juli 1858.)

-ocr page 341-

GEBED.

Zie o goede en aDerzoetste Jesus! ik werp mij vcor uw aangezicht op mijne knieën neder en Md en smeek U metal den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof, hiop en liefde, een waar berouw over mijne zoiden en een vasten wil, om ze te verbeteren, in mijn hart wilt drukken; terwijl ik mt groote aandoening en smart uwe vijf wonde bij mij zeiven overdenk en in den geest besehiuw, voor oogen hebbende, wat reeds de preset David, van U, o goede Jesus, in den monanam : Zij hebben mijne handen en mijne voetq doorboord, zij hebben al mijne beenderen ge..ld. (Ps. XXI, 17 — 18.)

-ocr page 342-

aflaat-gebeden.

VOORBEREIDEND GEBED.

Almachtige en eeuwige God! ik betrouv dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schild en de eeuwige straffen betreft. Maar daa- ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog coor tijdehj ke straffen voldoening moet geven, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overmoedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus de H. Maagd en de Heiligen. Uwe lerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlocft mij heden uit die onuitputtelijke bron tegenie-ten om aan te vullen, wat aan mijne verken ontbreekt. Laat mij deelen. o barnhartige trod m dien kostbaren aflaat, welkaiik afsmeek. Ik verioei op nieuw mijne zo:den, en ik neem mij vast voor, met de hJp uwer genade, daarin niet meer te hervilleii.

GEBED TOT GOD DEN VA1SK.

VOOB DE VEKHEPFIKQ DEE H.KEKK.

Gedenk, o eeuwige Vader, utfKerk, welke trij van den beginne hebtJezeten. Ver-

-ocr page 343-

346

heerlijk haar als de Bruid van Jesus Christus, uw eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar gestort heeft. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren eu met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar strijden en lijden steeds overwinne eu meer en meer haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen ü door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen en met altijd toenemende liefde beminnen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

GEBED TOT GOD DEN ZOON.

TOOR DE UITROEIING DER KETTERIJJSN.

O Jesus, waarachtig licht dat allen mensch, die in deze wereld komt, verlicht; ik smeek TJ de duisternis, de dwaling en de scheurin0quot; te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten, in den schoot der Kerk terug te keeren. O goede Herder! breng de verdwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar eene kudde en één Herder zij.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

IS *

-ocr page 344-

346

GEBED TOT DEN H. GEEST.

VOOK DEN VRBDE TUSSCHEN DE CHRISTEN VORSTEN.

O goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoo vele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd: stort de volheid uwer genade uit over de vorsten en hunne diena-ren. Vervul hunne harten met dien geest van hefde, welken Gij op deze aarde gebracht hebt. Geef, dat zij zich nooit door eeuigen hartstocht laten vervoeren ; dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk, maar zich integendeel beijveren, om de volken, die Gij hun hebt toevertrouwd, naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den yader.

GEBED TOT DB H. DRIEVULDIGHEID.

TOOK DE TERE RE ID ING DES HELODES.

H. Drievuldigheid, Vader, Zoon on H. Geest*, gedenk , dat de zielen der ongeloovi-gen het werk uwer handen zijn en Gij ze naar uw beeld hebt geschapen. Dat uwe rechtvaardige toorn bevredigd worde door de gebeden der godvruchtige zielen en der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid, zend tot de heidensche volken apostolische mannen, die

-ocr page 345-

817

zich in uwe liefde beijveren , om het geloof onder hen te verbreiden, U te doen aanbidden en beminnen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

GEBED VOOll ONZEN H. VADER DEN PAUS.

OGod, Herder en Bestuurder van alle ge-loovigen! zie op uwen dienaar N, dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt willen aanstellen, genadig neder; geef hem, bidden wij U, dengenen over wien Hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te verstrekken, opdat Hij samen met de hem toevertrouwde kudde tot het eeuwig leven moge geraken. Door onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

-ocr page 346-

348

fiEBED TE ROUE IN GEBRUIK

TOT INTENTIE VAN Z. H. DEN PAUS, OM DEN VOLLEN AFLAAT TE VERWfillVEN.

O Jesus, mijn Heer en mijn God! doordrongen van het levendigst berouw over mijne zonden, draag ik U deze zwakke en ootmoedige gebeden op voor uwe eer en verheerlijking en voor het welzijn der Kerk. Heilig dit gebed, geef dat het door uwe genade eenige waarde erlange.

Ik verlang mij in algeheele overeenstemming te brengen met de inzichten van Zijne Heiligheid den Pans, die dezen aflaat voor het heil der geloovigen heeft toegestaan. Op uwe oneindige goedheid mij beroepende, durf ik IJ smeeken, dat Gij de ketterijen van de aarde gelieft weg te nemen, een duurzamen vrede en ware eendracht tusschen de Christen vorsten te onderhouden, opdat én vorst én volk U dienen in zuiverheid des harten, in onderlinge liefde en heilige eensgezindheid.

Vervul Z. H. den Paus met uwen geest, wend van hem alle lagen en listen af, bewaar hem lange jaren.

Gewaardig 17, minnelijke Heiland, door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria en yan alle Heiligen des Hemels, mij deel te

-ocr page 347-

3 9

geven in den schat, waarmede Gij uwe Kerk verrijkt hebt, door voor haar uw dierbaar bloed te vergieten; verleen mij heden de vrucht van dezen heiligen aflaat.

Geef, o mijn God, dat de straffen , die ik voor mijne zonden verdiend heb en in dit of in het andere leven moet boeten, mij door uwe eindelooze barmhartigheid worden kwijtgescholden. Ik maak een vast voornemen, om van dit oogenblik af, met de hulp uwer genade, een boetvaardig en verstorven leven te leiden. Ik neem het besluit, om, zooveel in mijn vermogen ligt, aan uwe rechtvaardigheid te voldoen, de zonde met afschrik te vermijden en boven alles als de grootste aller rampen te verafschuwen, daar zij een God beleedigt, die oneindig beminnelijk is pn dien ik nu ook hartelijk lief heb en immer boven alles zal beminnen. Amen.

-ocr page 348-

AVOMKiEBED OP DEN COMMMIEMG.

Vergeet toch niet alvorens u ter rust te begeven , den lieven Jesus voor al het goede, maar bijzonder voor de genade, u in de H. Communie verleend, hartelijk te bedanken. Onderzoek ook uw geweten over de fouten van dezen dag en doe zulks verder dagelijks. Vemek een oprecht en hartelijk berouw over uwe zonden; beveel uwe ziel en uw lichaam in het allerheiligste Hart van Jesus aan; stel u onder de bescherming der allerzaligste Maagd Maria en bid ook nog in uw bed, totdat gij inslaapt.

Werp u dus \'s avonds op de knieën neder, verplaats u in den geest voor het H. Tabernakel, waar Jesus woont en doe het volgende gebed.

Mijn God en Heer, zoetste Jesus ! de dag zoo rijk aan genade spoedt ten einde, de feestdag mijner ziel is voorbij, de naclit breekt aan. Hoe zal ik U op het einde vau dezen dag, waarop Gij mij met de grootste genaden hebt overladen, naar waarde danken? Hoe zou Ik ooit kunnen vergeten de oneindige liefde, waarmede Gij mij tot uwe H. Tafel

genoodigd, de buitengewone barmhartigheid, waarmede Gij mij bezocht, de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij mijne ziel met het brood des levens gespijsd hebt! Ik val U te voe\' m, o Jesus! en zeg U in den diepsten ootmoed den hartelijksten dank voor uwe onbegrijpelijke vernedering, uwe goedheid en

-ocr page 349-

351

genade. Wat ik U heden beloofd lieb, wil ik met onschendbare trouw volbrengen. Al mijne goede voornemens vernieuw ik nog eens en ik bid U, verleen mij ook de genade om ze te volbrengen. Ik beloof ü nog eens, dat ik den ouden, zondigen mensch wil afleggen, om den nieuwen menseh naar uw voorbeeld aan ts trekken. Zegen dit mijn voornernen door uwe goddelijke genadekracht. Ik offer U mijn hart op; zoo dikwerf het dezen nacht zal kloppen, zal iedere klopping eene acte van liefde, van dank en verheerlijking zijn jegens U, o allerhoogste Majesteit!

Vergeef mij, barmhartige God en Heer, de zonden, gebreken en nalatigheden, waaraan ik mij heb schuldig gemaakt. Helaas! geen dag gaat er voorbij, zonder dat ik in eene of andere zaak overtrede. Ik beken U in diepen ootmoed mijne zwakheid en ellende en ik gevoel, o God, dat ik zonder IJ, zonder den bijstand uwer genade, onmogelijk mij zeiven overwinnen en geheel aan de zonde ontrukken kan. Ach! wanneer za.\' toch eens de dag aanbreken, waarop ik U met volko-mene trouw zal dienenPLieve God en Heer! met het innigst en levendigst berouw betreur ik al mijne zonden, die ik ooit heb bedreven, inzonderheid alles , wat ik heden weêr door gedachten, woorden en werken misdaan heb en ik bid U, wil het mij om de

-ocr page 350-

352

oneindige verdiensten van Jesus Christus goedgunstig vergeven. O bewaar mij dezen nacht voor alles wat U kan mishagen, en laat mij onder uwe bescherming veilig rus-teu tot den dag van morgen, of zoo deze nacht de laatste mijns levens mocht zijn, o laat mijne arme ziel dan een genadig oordeel bij U vinden en verwerp mij niet van uw goddelijk aanschijn. Laat mij ingaan in de eeuwige rust uwer Heiligen, en met hen bij ü eene stoorlooze zaligheid genieten in alle eeuwigheid. Amen.

DANK EN BEDE TOT MARIA.

Iiv kan mij niet ter rnste begeven, o gezegende Moeder des Heeren, zonder ook u voor alle weldaden en genadegaven te bedanken , die ik door uwe tusschenkomst ontvangen heb. O hoeveel heb ik aan uwe machtige voorbede te danken, hoe dikwerf hebt Gij mij m strijd en bekoring bijgestaan en voor den val bewaard, en mij heden tot de Tafel des Heeren geleid, om mij op de innigste wijze met uw lieven Jesus te vereenigen. Heb dank dan, liefste Moeder, hartelijk dank! Neem mij ook dezen nacht ouder uwe moederlijke bescherming, en bid voor mij uw teergeliefden Zoon, dat Hij mij in zijne liefde gelieve te bewaren ten einde toe. Amen.

-ocr page 351-

353

ste^KinrH Zal^.e ^8.8^ Maria met haar zoetste Kindje mij gelieve te zegenen. Amen.

GEBED TOT DEN H. JOSEPH.

va(?erbTaÏnnr!!ke\' ^eil^eTj0Seph\' Voeclster-kuischp tr m ?r Jesus Cllristus en Mar r • ,Ul,dequot;om der onbevlekte Maagd Mam! glJ hebt van God de bijzondere genade verworven van de geloovigen in hun stervensuur bij tS staan; wil ook mi, wanneermijn laatste uur slaat, te hulp \'komen en bid voor mij dat ik ook, even als gij\'

ven Amen? ^ ^ m0§\'e

haifen \'mfnaerzai;iJ0Seph! ^ ü ***

defdoodstóï\' JOSepll! Staat mi\'\' bij\' i»

Jesus Maria, Joseph! Iaat mij met U in vrede sterven. Amen.

veri!eSeiOdOZ^eXh8j!tSebedei1

GEBED TOT DEN H. ENGELBEWAARDER.

O Engel Gods, die mijn bewaarder ziit aan wiens zorg ik door de opperste goedheid en toevertrouwd : gewaardig u mij dezen nacht te ver ichten, te bewaren, te beschermen en te bestieren. Amen.

-ocr page 352-

354

Pius VII (15 Mei 1820) verleent 100 dagen aflaat telkens , en een vollen atlaat onder de gewone voorwaarden , als men dit gebed tot den H. Engelbewaarder eene maand lang dagelijks godvruchtig bidt. Die dit gebed dikwerf verricht heeft, verkrijgt een vollen aflaat in het sterfuur, thes. lnpüls.

GODVHUCHTIGE VERZUCHTINGEN.

Bij liet slapeu gaan.

O Jesus ! Gij hadt in deze wereld niets, waarop Gij uw gezegend hoofd kondet neder-leggen, en ik arme zondaar mag in een goed bed rusten. — O Jesus! laat den tijd van den slaap voor mij niet verloren gaan ; ik offer U daarom elk oogenblik van den nacht op. O Jesus ! laat mij bij U op het kruis, laat mij bij U in het H. Tabernakel rusten. O Jesus en Maria! ik verberg mij in uwe heilige Harten, dan slaap ik veilig, rein en kuisch.

Het kruis f van Christus zij mijn schild tegen alle zichtbare en onzichtbare vijanden !

GELOOFD EN GEZEGEND ZIJ IN ALLE EEUWIGHEID HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS A MEN.

EINDE.

-ocr page 353-

INHOUD.

Biz.

Voorbericht...........I

Over de wondervolle uitwerkselen van het

aanbiddelijk Altaarsacrament.....7

Over de voorbereiding tot de H. Communie. 10 Acht overwegingen en gebeden ter voorbereiding voor de H. Communie.....15

BIECHTGEBEDEN..........42

Gewetensonderzoek voor hen, die dikwerf

biechten en communiceeren.....46

Gebed om een waar berouw......52

Oefening van berouw door overweging van

\'s Heeren lijden. . . ......54

Oefening van berouw uit ware liefde . . 57

GEBEDEN NA DE BIECHT.......60

Vernieuwing der doopbeloften.....66

OEFENINGEN OP DEN DAG DER H. COMMUNIE. 68

Morgengebed...........69

Gebeden onder de H. Misse ter voorbereiding

voor de H. Communie.......77

Korte oefeningen voor de H. Communie. . 107 Heilige gevoelens en oefeningen na de H. Communie...........113

-ocr page 354-

1

Toewijding aan de goddelijke liefde . .

Toewijding aan Maria.......

Bede tot Jeans, tot uitroeiing van het hoofd

gebrek...........

Bede tot Jesns , om vergiffenis voor de fon

ten bij de H. Communie begaan. . misgebeden na de H. Communie . namiddag-oefeningen op de Communie-da

gen.... ........

Gebeden en uitstortingen des harten voor Jesus in het allerheiligste Sacrament ea geestelijke Communie........

Litanie van het allerheiligste Sacrament. Gebed tot de allerheiligste en onbevlekte Moe

dermaagd..........

Volmaakte toewijding aan God in maagdelijk

zuiverheid..........

Gebeden tot het allerheiligste Altaarsacrament en het goddelijk Hart van Jesus, waaraan

aflaten verbonden zijn.......

tweede communie-oepening , onder aanroeping van het H. Hart van Jesus .

Hernieuwing der goede voornemens . . . deede communie-oefening, als men de H.

Verzuchtingen vóór de H. Communie, van den

H. Franciscus van Sales......

Dankzegging en bede na de H. Communie. Verzuchtingen na de H. Communie . van den H. Franciscus van Sales . . ... Toewijding aan Maria........

Blr.

viei

123

d

123

Op

V

125

* Op

127

128 ,

Op

Op

»

142

Op Oef li geb

144

fc

158

Oeft

v

163

rr Lief

165

d

Geb d

166

Geb

tui

173

d

179

Oef

182

Geb Dan

185

Gev Geb

193

b

195

zes] W

199

se


-ocr page 355-

T

INHOUD.

Bh.

VIERDE COMMUNIE-OEFENING, op de feesten

der H. Maagd Maria...... . 208

Op het feest van Maria\'s onbevlekte ontvangenis ...........208

Op het feest van Maria-zuivering . . . .212 Op het feest van Maria-boodsohap. . . .214 Op het feest der ten Hemel opneming van

Mwia............216

Op het feest van Maria\'s geboorte. . . . 219 Oefeningen van geloof, ootmoed, berouw,

liefde en verlangen voor de H. Communie . 221 gebeden na de h. communie op genoemde

feesten............225

Oefeningen van dankzegging, liefde, overgeving en toewijding en bede na de H, Communie ............228

Liefdeverzuchtingen na de H. Communie, van

den H. Franoiscus van Sales.....23l

Gebed tot de onbevlekte Maagd Maria, na

de H. Communie........236

Gebed tot het H. Hart van Maria . . . 238 vrede communie-oefening, om een bijzondere gunst van God te verkrijgen . . . 240 Oefeningen van geloof, hoop en liefde . . 243

Gebeden na de H. Communie.....249

Dankzegging na de H. Communie .... 252

Gevoelens van liefde........253

Gebed van eene ziel, die zich zonder voorbehoud aan God wenscht toe te wijden . 254 zesde communie-oefening. Gebed om eene waardige voorbereiding. Van den H. An-selmus............257

-ocr page 356-

INHOUD.

Bla

Geloof, Hoop en Liefde. Van den H. Augua-

tinus............25

Opdracht. Van den H. Franciscus van Sales . 36 Verlangen naar Jesns. Naar den H. Augus-

tinns............

Gebed tot de allerheiligste Maasjd, om den Heer waardig te ontvangen. Van den H.

Ildephonsus....... . . • 36

OEFENINGEN NA DE H. COMMUNIE. Gebed om de zalige nitwerkselen der H. Commanie te erlangen. Van den H. Thomas van

Aquinen..........•

Opdracht van Jesns verdiensten aan den he-

melschen Vader. Van den EI. Angnstinns. 26 Gebed om eene brandende liefde tot Jesns.

Van den H. Bonaventura. , . . . • 27 Uitstorting der vurigste liefde voor den ge-kruisten Godmensch. Van den H. Franciscus Xaverius..........2\'J

Gebed tot de allerheiligste Maagd. Van den

zaligen Petrus Canisius.......21

ZEVENDE COMMUNIE-OEFENING. JeSUS, mijn

vader. Gemoedsaandoeningen.....37

Opdracht der H. Communie......2\'3

Vóór de H. Communie.......2\'3

Na de H. Communie........2^

Zegen na de H. Communie......2^

ACHTSTE COMMUNIE-OEFENING. JeSUS, mijn Bruidegom. Gemoedsaandoeningen. . 38

Vóór de H. Communie.......28

Na de H. Communie........2S

NEGENDE COMMUNIE-OEFENING. JeSUS, mij-

-ocr page 357-