-ocr page 1-

t-

^ t:-

■ . *%

*?? -r

-i_ /

V\'

;lt;• ^

bii.li i «UW nMW.g*^* - - Jrtftv

5 *. j. •\' *■

v. . ^ f ]

4 lt;\'v ^ ,- J I \' ;v •. i

\' ^ c

quot;■ ,- • * \'

t\' v^» ^

\' \' . ■\' J »»

sa* •*

^ \'d

s gt;

*•%

» \\ ■

« 5\' if

gt; n.

% ■ lt;lt;

/- ,* K

-ocr page 2-

R» oct»

2516

-ocr page 3-
-ocr page 4-

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

\'S Hï

\'ELKE IN DE OMS MET .

.

1125 7619

-ocr page 5-

/ / / .■/ gt; //

\'S HERÏOGENBOSCH

NAAMLIJST VAN DE PLANTEN \'ELKE IN DE OMSTREKEN VAN \'S HERTOGENBOSCH GEVONDEN WORDEN, MET AANWIJZING VAN HARE GROEIPLAATSEN

DOOR

F. J. J. SLINGSBY VAN HOVEN

FLORA

2e veel venucerderde en verbelerde iiitaaf.

LEEUWiHDEN

HUGÖ SUKINGAR 1879.

É

-ocr page 6-

.

-ocr page 7-

Voorrede van de eerste uitgaaf.

Daar ik sedert drie jaren alhier in garnizoen ben en in de onzekerheid verkeer of mijn verblijf hier ter stede nog van langer duur zal zijn, deel ik in de volgende bladzijden eene Naamlijst mede van de planten, welke ik in de stad en hare omstreken, gedurende de jaren 1845, 1846 en 1847 gevonden en voor het grootste gedeelte verzameld heb.

Tot heden toe zijn deze streken nog weinig bezocht, met het doel, om hare vegetatie na te gaan; nogtans bieden zij, door de verscheidenheid van hare gronden en derhalve ook van hare voortbrengselen, den natuuronderzoeker ruime belooning aan voor zijne genomene moeite.

Bedenkt men, dat de omstreken van de stad \'s Hertogenbosch veel te lijden hebben door overstroomingen, tengevolge waarvan des zomers het land zelden geheel droog wordt, dan zal men ligt inzien , dat er hier eene groote verscheidenheid van planten moet worden aange» troffen. Door dezelfde oorzaak veranderen tevens de éénjarige planten veelvuldig van plaats, zoodat eene plant, welke heden op eene bepaalde plaats gevonden wordt, het volgende jaar daar niet meer te zien is, terwijl zij, verwijderd van hare vorige standplaats, zich aan het oog vertoont in eene streek, waar men ze vroeger miste. Daarbij overwege men, dat de streken van Heusden, Engelen en Empel veelal kleigronden, die van Vught en Rosmalen zandgronden aanbieden, terwijl de nabijzijnde

-ocr page 8-

Vughtsche en HelvoirtscLe heiden den verzamelaar eene rijke hoeveelheid heideplanten opleveren. Genoeg dua om den lezer te overtuigen, dat de oogst hier rijk kan zijn en niet onbelangrijk, wat het aantal planten betreft, welke nog niet, als in Nederland voorkomende, zijn opgegeven.

In dienzelfden rijkdom evenwel hoop ik ook verschooning te vinden voor hetgeen nog aan dezen arbeid ontbreekt. Het is den eersten onderzoeker moeijelijk de volledigheid te naderen, daar hij overal zich zeiven ten gids moet strekken op meestal ongebaande wegen. Ik hoop dan ook door dezen geringen arbeid anderen te doen besluiten, om mijn voetspoor te volgen, opdat zoodoende het door mij aangevangene werk verbeterd wordt, zooveel mogelijk volmaakt en ten einde gebragt.

Dat hun nog veel te verrigten overblijft, vooral wat de Cryptogamia betreft, zal den lezer uit het geringe aantal dier laatsten, welke men hieronder vindt opgegeven , genoegzaam blijken.

Wat de rangschikking betreft, welke ik heb aangenomen, blijft mij nog te zeggen overig, dat ik voor de plantae Phanerogamiae et Cryptogamiae vasculares gevolgd heb het werk van G. D. J. Koch, getiteld: Synopsis florae germanicae et helveticae; terwijl ik voor de Cryptogamiae cellulares, het werk van I). H. F, Lixk, tot leiddraad heb genomen.

\'s Hertogenbosch , DE SCHEIJVES.

1847.

-ocr page 9-

Voorrede voor de tweede uitgaaf.

Sinds ik dit werk voort \'t eerst aan mijne landgenoo-ten mocht aanbieden, zijn meer dan dertig jaren voorbij gegaan. Meer behoef ik zeker niet te zeggen, om den lezer al aanstonds te doen begrijpen, dat hij hier niet slechts eene tweede maar ook een veel verbeterde en vermeerderde uitgaaf van mijn boek voor zich heeft. Kon reeds een Solon in de grijze oudheid verklaren: „oud wordende leer ik nogquot;, hoeveel te meer geldt zijn woord in een tijd als den onzen, waarin de wetenschap, toegerust met de vernuftigste werktuigen, schier met ieder jaar dieper doordringt in de verborgenste schuilhoeken van het leven der natunr, en ontdekking op ontdekking , de een al verrassender dan de andere, elkander met eene, ik mag wel zeggen overrompelende snelheid opvolgen. Terwijl wij niet onze telpscopen de diepte des hemels peilen, en de spectraal-analyse zelfs het geheim van de chemische zanienstelling der verst verwijderde wereldbollen voor ons ontsluierd heeft, verdiepen wij ons tevens met onze micro?copen in het oneindig kleine, en hebben wij daar eene gansche wereld van leven en beweging ontdekt, zóó harmonisch, zóó wonderbaar, dat, als ondanks ons zeiven; een gevoel van éénheid van het heelal zich van ons meester maakt.

Met iederen dag worden wij versterkt in onze veronderstelling van de éénheid der natuurkrachten; ieder raadsel in het leven der natuur dat de wetenschap oplost, bevestigt onze overtuiging, dat het heelal een groot

-ocr page 10-

6

systeem van omzetbare krachten is, hetwelk door ée\'n groot beginsel van onomstootbare regelmaat en orde be-heerscht wordt. Maar tevens wordt het nu ook met iederen dag moeilijker, ik zeg niet eens om het geheele gebied der natuurkundige wetenschap te omvatten, maar zelfs één harer onderdeden volledig te beoefenen. Het beginsel der verdeeling van den arbeid moet ons ook hier de behulpzame hand bieden, op gevaar af, dat wij tot de eenzijdigheid van een vakgeleerde zullen vervallen, die slechts een klein gedeelte van het onmetelijk gebied der natuurkundige wetenschap — maar dat dan ook goed en zoo volledig mogelijk — bearbeidt. Het eerste zullen we ons natuurlijk niet aanmatigen , op het laatste althans hebben we ons naar vermogen toegelegd.

Toen dit werk voor \'t eerst het licht zag, was Noordbrabant en de Meijerij van \'s Bosch in menig opzicht een schier onbekend land.

Toch verdiende het met zijne schilderachtige heidevelden, zijn statige dennebosschen, zijn weelderige flora, zijne onoogelijke moerassen zelfs, in hooge mate de belangstelling van den vriend der natuur. Sinds dien tijd is ook hierin verandering gekomen.

De verbeterde middelen van gemeenschap hebben de betrekkelijke afzondering, waarin Noordbrabant verkeerde, opgeheven, en de bewoners aan gindsche zijde van den Moerdijk in de gelegenheid gesteld, zich met eigen oogen te overtuigen, dat ook de Meijerij van *3 Bosch niet van natuurschoon ontbloot is.

Heidevelden zijn ontgonnen, pijnbosschen zijn geveld, of in weelderige buitenplaatsen herschapen. Al wordt de Meijerij nog jaarlijks door de oude plaag, het water, bezocht, al heeft de locomotief onmiskenbaar ook hier iets van het eigenaardige karakter der Noordbrabantsche dorpen ontnomen, toch heeft uit den aard der zaak de Flora van \'s Hertogenbosch slechts in zeer geringe mate den invloed ondervonden van die voor het maatschappelijke en industriëele leven zoo belangrijke veranderingen. Ieder, die het schilderachtige Vught, de

-ocr page 11-

vruchtbare streken van het land van Heusden, van nabij kent, of de sehoone Helvoirtsche heidevelden doorkruist, zal spoedig ontdekken, dat het de Meijerij van \'s Bosch waarlijk niet aan schoonheid ontbreekt, en dat ook hier de natuur haar kwistigen rijkdom en weelderigen plantengroei niet verloochent.

Uit den aard der zaak heb ik mij thans niet evenals bij de eerste uitgave, beperkt tot de planten, die ik in de omstreken van \'s Bosch verzameld heb, en die meeren-deels in het Vereenigings-herbarium voor de Flora van Nederland neergelegd zijn. dat thans geplaatst is in een der lokalen van \'s Eijks Herbarium te Leiden. De planten van Noordbrabant, die slechts zelden of in het geheel niet in de omstreken van \'s Bosch voorkomen, worden thans ook door mij opgenomen, terwijl ik er tevens de Nederlandsche namen bijgevoegd heb.

De Prodromus florae Batavae was mijn leiddraad, terwijl voor de Coniferen E. A. Carrière , Traité general des Conifères, 2e edition, mij zijne goede diensten bewezen heeft. Onder de hulpmiddelen, waarvan ik dankbaar gebruik gemaakt heb, mag ik niet onvermeld laten H. C. van Hall\'s Flora Belg. Sept. en Landhuishoudkundige Flora; Pu. Oüdemans Flora van Nederland; Küyper van Wüschpenning, Planten in de omstreken van Breda; Dr. W. F. R. Suringak, Wildgroeiende Planten; O. L. Willdenow, Grundriss der Krauterkunde door H. F. von Link; J. Eoques, Histoire des champignons; Dr. G. D. J. Kocii, Synopsis florae germanicae et helveticae en het Nederlandsch kruidkundig Archief.

Niet zonder weemoed zij hier ten slotte een woord van dankbare herinnering gebragt aan Dr. Molkenboeu uit Leiden en aan Dr. R. B. van den Bosch uit Goes, die met hunne bekende welwillendheid, de eerste bij de bepaling der bladmossen, de tweede voor die der korstmossen , mij de behulpzame hand geboden hebben. De dood heeft hen helaas! aan de wetenschap, aan hun werkkring en aan hunne vrienden ontnomen.

Voorts, naar volledigheid heb ik gestreefd. Ik heb

-ocr page 12-

haar niet bereikt. Nog een onafzienbaar veld blijft hier voor de wetenschap te ontginnen. Indien ik slechts iets mogt hebben bijgedragen tot uitbreiding onzer kennis der Flora van eene landstreek, die mij lief geworden is, dan zal het genot, dat het onderzoek mij reeds opgeleverd heeft, nog verhoogd worden door het besef dat ik mijn doel bereikt heb.

April 1878. S.

N. S. Voor do kruidlaindigen in Noordlirabant, die gebruik maken van het werk van Dr. W. F. R. Sukinoak, Handleiding tot het bepalen van de in Nederland wildgroeiende plan ten, is dit werkje onmisbaar, daar in gemeld werk de Hollandsciie namen meestal, de varieteiten en groeiplaatsen der planten gebcel ontbreken en hier- daarentegen bcsehreven zijn.

Y E 11 K O II T I N G E N.

Pr.fl.B. beteekent:

Fl.B.S.

El.13.

v.d.E.

v.d.S.L.

S.ofSur. „ d.Br,

K.v.W.

D.13.

Prodromus Üorae Batavae.

Flora Belgii Septentrionalis.

Flora Batava.

Dr. B. B. van den Bosch.

Dr. Cquot;. M. van de Sande Lacoste.

Dr. W. F. 11. Suringar.

Majoor de Bruijn.

I. A. B. Knyper van Wiiscljpenning.

Dr. Broers.


-ocr page 13-

NASCHRIFT.

Niet alle groeijolaatsen heb ik kunnen opgeven; één, twee of enkele meerdere zijn dan ook voldoende 3 om . den botanicus aan te wijzen in welke omgeving of nabijheid die plant te vinden is. Om dit met een enkel voorbeeld op te helderen: Men zal te vergeefs in de omgeving van Vught naar de Daueus earota zoeken, die evenwel in do nabijheid van Engelen menigvuldig voorkomt. De reden daarvan is, dat elke plant zijn lievelingsgroeiplaats heeft, afhankelijk van de scheikundige bestanddeelen en mechanische vermenging van den bodem, de meerdere of mindere vochtigheid, opene of bedekte groeiplaats, horizontalen of hellenden grond enz* Nog moet ik jeugdige botanici vooral aanbevelen, om de zeldzaam voorkomende planten niet door onervarenheid uit te roeijen; men neemt twee goede exemplaren, een, om te determineeren, en één, om in zijn herbarium te bewaren , voegt daarbij eene étiquette bevattende datum, groeiplaats, bloeitijd enz., benevens zijne handteekening; de rest laat men staan ter onderhouding van do soort. Zoo vindt men slechts, naar mijn weten,quot; in geheel de omgeving van \'s Bosch langs de Dieze, één plekje ter grootte van eenige centiaren, waar de lieve Erythraea pulehella reeds meer dan 30 jaren heeft gegroeid, en waar dus eene begeerige hand deze groeiplaats mogelijk voor altijd kan vernietigen. Boeuhave heeft groeiplaatsen aangegeven, waar ten huidigen dage de vermelde planten nog gevonden worden.

-ocr page 14-
-ocr page 15-

class. D1C0TYLED0NEAE. TWEELOBBIGEN.

Subclass. THALAMIFLORAE.

BODEMBLOEMIGEN.

Ord. Ranunculaceae Juss.

Eanonkelachtigen.

Trib. Clematideae DC.

Clematisachtigen.

Clematis L.

C. Vitalba L. hegge Clematis. In heggen, tusschen kreupelhout enz. Juni, Juli.

/?• Met aan den voet eironde bladen. Koch. (Bij

Boxmeer, De Bruijn. Pr,11.Bat. 1)

Trib. Anemoneae. Anemoonachtigen.

Thalictrum L. Waterruit.

T. flavum L. gele Waterruit. Op den \'s Bosschendijk ; langs slooten bij Tivoli; langs den Vughtschen steenweg; in het broek te Helvoirt. Juni, Juli.

T. Morisonii Gm. Morison\'s Waterruit. Op moerassige plaatsen, aan waterkanten enz. (Maasoever bij Boxmeer. Juli 1853).

Anemone L. Anemoon.

A. nemorosa L. bosch Anemoon. In bosschen en tusschen hakhout te Helvoirt achter Jagtlust. (Bij Breda, Fl. B.S.) Mei.

1

De tusschen haaltjes geplaatste groeiplaatsen zijn niet door mij waargenomen. De Schhijvee.

-ocr page 16-

10

Trib. Ranunculeae D.C.

Eanonkelachtigen.

Myosurus L. Muizenstaart,

M. minimus L. gras Muizenstaart. Aan den kant eener sloot bij Tivoli onder Eosmalen ; op ondergestaan hebbend aardappelland opMuijserickte Vuglit. April—Juni.

Batrachium (Dum.) Wimm. Waterranonkel.

B. divaricatum Schrank, wijdbladige Waterranonkel. (In de Vliet te Moerdijk; in slooten en watergangen gevonden bij eene botanische wandeling van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen. V.d.Bosch, v.d.S.L. en Sur. 1860). (1) Mei—Juli.

B. ololeucos Lloyd. witbloemige Waterranonkel. (In de turfvaart en in slooten derquot;moeren bij Groot-Zundert 1860. In veenachtige heideslooten tusschen Boxmeer en St. Antonie 1853). Mei—Juli.

B. Petiveri Koch. Petiver\'s Waterranonkel. Juni—Aug, «• minor, kleine. De bladen drijvende, de onderste zelden drietallig. In drooge slooten bij Son, Nuenen en St. Oedenrode. Juni 1850.

P- major? groote. De bladen drijvende, de onderste dikwijls drietallig, en eenige weinige blaadjes niet zelden in haarvormige slippen verdeeld. In den Dommel bij Son en in slooten aldaar. Juni 1850,

B. penicillatum Dum. Penseelachtige Waterranonkel. (In eene verbinding van twee vennen aan den Hondsberg bij Oisterwijk 1866. S. Knuttel).

var. submersum Oud. ondergedoken. (In het riviertje de Aa bij Princenhage 1866. S. Knuttel.)

B, Heterophyllum Wigg. (Kan. aq. Fl.B.S.) verschilbla-dige Waterranonkel. In slooten, vijvers enz. Mei—

1

De groeiplaatsen verder vermeld in 1860 zijn bij gelegenheid vau diezelfde excursie gevonden.

-ocr page 17-

11

Juli. In den vijver en goudvischvijver op Eeeburg te Vught.

«• fluitans Godr. en Gren. drijvende. De bovenste bladen gaafrandig, gelobd.

c. quinquelobus Koch. vijflobbig. De drijvende bladen vijflobbig, de lobben niet gekarteld. (In slooten bij Orten, Eosmalen en langs den Deuterenschen weg.)

/• terrestre Godr. et Gren. land. In slooten bij Orten.

Kanunculus L. Boterbloem.

E. Lingua L. groote Boterbloem. Aan waterkanten, in moerassen enz. Bij Groot-Deuteren , in slooten bij Herpt, op het Galgeveld bij Heusdeu, te Maren (Eindhoven Pr.fl.B.) Juli, Aug.

E. Flammula L. smalbladige Boterbloem. Algemeen op vochtige weiden, vooral op de Vughtsche heide en buiten de Hinthamerpoort. Juni—Aug.

E. acris L. scherpe Boterbloem. Algemeen in de weilanden bij \'s Bosch. (Bij Geldorp D.B. Pr.fl.B.) Mei—Juli.

E. repens L. kruipende Boterbloem. Op vochtige, grazige plaatsen, aan slootkanten enz. Mei—Juli.

prostatus D O. nederliggende. Kleiner, met geheel kruipende steng, de bladen zeer klein, ruig, uit 3 driespletige of ingesnedene blaadjes za-mengesteld. V. Hall. Op de cingelkade van \'s Bosch; langs den provincialen klinkerweg bij Vlijmen; langs den Heesbeenschen weg.

E. bulbosus L. knol Boterbloem. Buiten de Vughtsche poort tusschen het gras. Mei, Juni.

E, Philonotis Retz. behaarde Boterbloem. (Zeer veel te Langewater bij Bergen-op-Zoom. I. Wttewaal Pr fl. B.) Mei, Juni.

E. sceleratus L. blaartrekkende Boterbloem. Bij Vught langs slooten, te Hintham en Herpt op moerassige plaatsen en aan slooten. Mei—Aug.

-ocr page 18-

13

E. arvensis L. akker Boterbloem. Tusschen het koren bij Son en Nuenen. Juni, Juli.

Ficaria Dillen.

F. ranunculoides Mönch. ranonkelachtige Ficaria. Bij Vught en Tilburg, op vochtige beschaduwde plaatsen. Maart—Mei.

Trib, Helleboreae DC.

Nieskruidachtigen.

C alt ha L. Waterboterbloem.

C. palustris L. gewone Waterboterbloem. Algemeen in de polders bij \'s Bosch. (Ook te Moerdijk 1860.) April— Juni.

Delphinum L. Kidderspoor.

D. Consolida L. veld Eidderspoor. Langs de wallen van \'s Bosch. Juni—Aug.

Ord. Berberideae Vent.

Berberisachtigen.

Berberis L.

B. vulgaris L. gewone Berberis. (In bosschen bij Breda, I. A. B. Kuyper van Waschpenning). Mei, Juni.

Ord. Nymphaeaceae DC.

Waterlelies.

Nymphaea L. Waterlelie.

N. alba L. witte Plompen of Dokkebladen. Algemeen in grachten, vaarten en vijvers, vooral te Vught, en in slooten op het Bossche veld. Juni—Aug.

N u p h a r Sm. Plompen.

N. luteum Sm. gele Plompen. (Nymphaea lutea Fl.B.S.) Bij de voorgaande, vooral bij de Pettelaar en de grachten te Heusden. (Bij Bergen-op-Zoom 1860). Juni-Aug.

-ocr page 19-

13

Ord, Papaveraceae DC.

Papaveraclitigen.

Papaver L.

P. Argemone L. ruige Klaproos. Op het kerkhof te Vught, langs roggevelden te St. Michiels-Gestel en te Oud-heusden. Mei—Juli.

P. Ehoeas L. gewone Klaproos. In bouwlanden, aan ruigten enz. Juni, Juli.

«• ovale Dum. De doosvrucht eivormig. Tusschen het koren en langs wegen bij Eosmalen, Vught en St. Michiels-Gestel.

P. dubium L. kleine Klaproos. Ter zelfder plaatse (Hil-varenbeek Pr.fl.B.) Juni, Juli.

P. somniferum L. zwarte Maankop. Bij Boxtel, verwilderd. Juli, Aug.

Clielidonium L. Gouwe.

C, majus L. stinkende Gouwe. Langs de wallen te\'s Bosch. Aan heggen en ruigten op Muyserick en op Eeeburg te Vught. Mei—Juli,

Ord. Fumariaceae DC.

üuivekervelachtigen.

Corydalis DC. Helmbloem.

C. solida Sm. vastwortelige Helmbloem. Op beschaduwde grazige plaatsen. (Meijerij van \'s Bosch, Kops Fl.B. S.) April, Mei.

C. lutea DC. geelbloemige Helmbloem. Aan en op oude muren. (Kerkhof bij Geertruidenberg, Verkouteren Pr.fl.B.) Mei—Aug.

Pu mar ia L. Duivekervel.

F. officinalis L. gewone Duivekervel, Aardrook. In bebouwde zandgronden. Op de Ortensche Schans, bij Hintham en Heusden (Eindhoven Pr.fl.B.j Mei—Aug.

-ocr page 20-

14

Ord. Cruciferae Juss.

Kruisbloemen.

Subord. Siliquosae Koch.

Haauwdragenden.

Trib. Arabideae Koch.

Scheefkelkachtigen.

Cheiranthus L. Muurbloem.

C. Cheiri L. gewone Muurbloem. Op de muren van de St. Janskerk en -toren te \'s Bosch, vóórdat ze gerestaureerd waren. Mei, Juni.

Nasturtium E.Br. Waterkers.

N. officinale R.Br. (Sisymbrium Nasturtium Fl.B.S.) gewone Waterkers. In het Oude Maasje bij Heusden, in slooten bij Geldorp. (Moerdijk 1860) Juni—Aug.

N. amphibium E. Br. (Sisymbrium amphibium Fl.B.S.) tweeslachtige Waterkers. Aan slooten bij Vught; langs den \'s Bosschen dijk. Juni, Juli.

quot;■ indivisnm DC. onverdeelde, (var. fi. Fl.B.S), Met eenvoudige lancetvormige getande en gezaagde bladen, de haauwen eirond. Te Groot-Deuteren.

P- variifolium DC. verschilbladige. (var. «. Fl.B.S.) Met de onderste bladen haarvormig, de bovenste vindeelig. Aan de Pettelaar en aan slooten te Hintham.

N. sylvestre E.Br. (Sisymbrium Sylvestre. Fl.B.S.) akker Waterkers. Op vochtige plaatsen in bouwlanden, op muren enz. Bij Vught, Boxtel en bij Engelen langs den dijk. Juni, Juli.

N, palustre DC. (Sis. palustre Fl.B.S.) stompgetande Waterkers. Langs slooten aan den Hinthamschen en Ortenschen weg en op de Vughtsche heide. Juni—Aug.

-ocr page 21-

15

Barbarea R. Br. Steenraket.

B. vulgaris E.Br. (Erysimum Barbarea Fl.B.S.) rond-lobbige Steenraket. Op vochtige plaatsen, inbouwen graslanden. Op de wallen te \'s Bosch. Mei—Juli.

B. praecox R.Br. vroege Steenraket. Op den wal bij den afgebranden molen. April, Mei.

B, stricta Andrz. stijve Steenraket. Aan kanten van sloo-ten, rivieren, vaarten enz. (Maas bij Boxmeer 1853). April, Mei.

A r a b i s L. Seheefkelk.

A. sagittata DC. (Arabis planisiliqua H.B.S.) pijlbladige Seheefkelk. Op eenen muur in de korte Putstraat. Op den muur van het kerkhof in de tweede Nieuwstraat. Op oude muren in eenen tuin over de nieuwe Fransche Kerk. Mei, Juni.

A. Gerardi Bess. (A. hirsuta Fl. B. S.) Gerard\'s Scheef-.kelk. Op muren , aan wegen en aan grazige plaatsen. Bij \'s Bosch. Mei, Juni.

Cardamine L. Veldkers.

C. hirsuta L. ruige Veldkers. Op het fort Isabel. April— Juni.

C, pratensis L. gewone Veldkers, Kievitsbloem, Pinksterbloem. Ter zelfder plaatsen ; op bleekvelden en elders. April, Mei.

C. amara L. Bittere Veldkers. Op moerassige beschaduwde plaatsen, aan waterkanten. (Bij Eindhoven Dezy, Pr.fl.B.) April, Mei.

Trib. Sisymbreae Kóch.

Eaketachtigen.

Sisymbrium L. Eaket.

S. officinale L. gewone Raket. Op de wallen te \'s Bosch, te Vught aan wegen, heggen en ruigten. Juni—Aug.

-ocr page 22-

16

S. Sophia L. fijnbladige Raket, Vuurkruid. Aan puin-hoopen , ruigten , in opene zandgronden. Te Hintham en Vught. Mei—Aug.

S. Alliaria Scop. (Erysimum Alliaria F1 B.S.) Look Eaket, Aan heggen en beschaduwde weg- en slootkanten. Op den wal bij het Casino te \'s Bosch.

S. Thalianum Gaud. (Arabis Thalianum Fl.B.S.) zand Eaket. In bebouwde en opene zandgronden. Bij Vught en Eosmalen Mei, Juni.

Erysimum L. Steenraket.

E. cheiranthoïdes L. violetachtige Steenraket. Te Hintham en Eosmalen in menigte tusschen de rogge. Juni—Aug.

Trib, Brassiceae. Koch.

Koolachtigen.

Bras si ca L. Kool.

B. Eapa L. Eaapzaad. Gekweekt en verwilderd. Langs de Zuid-Willemsvaart. Mei, Juni.

«• campestris. veld Kool. Met eenen dunnen wortel en steng, de bladen hartvormig gespitst steng-omvattend, de onderste liervormig getand, een weinig stekelharig, de bloemkroon geel. De steng is rolrond, onbehaard, eenigzins zeegroen. De bovenste stengbladen getand of gaafrandig) glad. (Br. camp. Fl.B.S.) (Bij Breda K. v. W.j

B. Napus L. Koolzaad. Verwilderd. Op de cingelkade en beneden aan de wallen bij de Kastorensmolen. Mei—Juli. ft- biennis Koch, tweejarig. Winterkoolzaad. Te Eosmalen.

B. nigra Koch. (sin. nigra Fl.B.S.) Zwarte Mosterd. Op het fort Crevecoeur. Juni, Juli. (bij Boxmeer Juli 1858).

Sinapis L. Mosterd.

S. arvensis L. Knodde, Herik. In bouwlanden een erg onkruid. Langs den Vughtschen straatweg. Juni —Aug.

-ocr page 23-

17

P- orientalis Koch. Oostersche Mosterd. Met rolronde, nigwaarts-stekelharige haauwen, aan den top met eenen zamengedrukten onbehaar-den snavel. DC. (Sinapis orientalis H.B.S.) Langs de wallen van Heusden.

S. alba L. witte Mosterd. In bouwlanden verwilderd. Bij Vught en buiten de Hinthamerpoort.

Er u ca strum Fl. Trib. Scliijnraket.

E. Pollichii Fl. Trib. (Sisymb. obtusangulum I\'l.B S.) Pollich\'s Schijnraket. Algemeen, vooral op de wallen, langs den provincialen klinkerweg en aan de Pettelaar. April—Sept.

Diplotaxis DC. Dubbelkruid.

D. tenuifolia DC. (Sisymb. tenuifolinm Fl.B.S.) dun-bladig Dubbelkruid. Op de wallen te \'s Bosch, in grasvelden op Ueeburg te Vught, 1877. Juni—Aug.

Trib. Alyssineae Koch.

Schildzaadachtigen.

Farsetia R. Br.

F. incana E. Br. (Berteroa incana Fl.B.S.) grijs-witte Fasetia. In drooge zonnige zandgronden. (Bij Bergen-op-Zoom Wtt. Langs den straatweg tusschen Bergen-op-Zoom en Hoogerheide 1860.) Juni—Sept.

Dra ba L. Vroegeling.

D. verna L, voorjaars Vroegeling. In opene en grazige zandgronden. Bij Eosmalen, aan de Pettelaar, bij Nuenen. Maart, April.

/■ Boerhaavii v Hall. Met de houwtjes bijna schijf-rond. Op het fort Isabel.

Cochlearia L. Mierikwortel.

C. Armoracia L. gewone Peper- of Mierikwortel. Zeer veel op het fort Crèvecoeur, bij de gemeente Empel en langs, het kanaal. Mei—Juli.

-ocr page 24-

18

Trib. Camelineae Koch.

Huttentutachtigen.

Camelina Crantz. Huttentut.

C. sativa Crantz. (Myagrum sativum Fl.B.S.) gewone Huttentut. In bebouwde en opene zandgronden.

/*• subglabra Koch. bijna gladde. Bij het dorp I Nuenen. (Eindhoven. Pr.fl.B.) Juni, Juli.

C. dentata Pers. (Myagrnm dentatum Fl.B.S.) getande Huttentut. In vlaslanden. (Bij Geldorp Fl.B.S,)

Juni, Juli.

Trib. Thlaspideae Koch.

Boerekersachtigen.

T hl as pi L. Boerenkers. y

T. arvense L. gewone Boerenkers. In bebouwde zandgronden. Bij Hintham en Heusden. Mei—Juli.

Teesdalia E. Br. Klein-Tasjeskruid.

T. uudicaulis R. Br. (Iberis nudicaulis Fl.B.S.) naakt V. Klein-Tasjeskruid. In opene drooge zandgronden. Bij Rosmalen en Vught. Mei—Juli.

Iberis L. Scheef bloem.

I. amara L. bittere Seheefbloem. In zandige bouwlan-den. (Bij Nuenen N. Bijdr. p 41) Juni—Aug;*

Trib. Lepidineae Koch.

Kersachtigen.

Caps el la Med. Tasjeskruid.

C. bursa pastoris Moench. (Thlaspi Bursa pastoris Fl.B. S.) Herderstas , Ganzetongen , Tasjeskruid. Algemeen in bebouwde en onbebouwde gronden. Maart—Nov.

Senebiera Pers. Varkenskers.

S. Coronopus Poir. (Coronopus vulgarus Fl.B.S.) gewone Varkenskers. In vochtige kleigronden , aan wegen , akkerkanten, ruigten enz. (Bij Breda K. v. W.) Juni—Aug.

4

V.

4

-ocr page 25-

19

Trib. Raphaneae Koch.

Eadijsachtigen.

Eaphanus L. Eadijs.

E. Eaphanistrum L, Herik of wilde Eadijs. In bebouwde zandgronden. Juni, Juli.

ft- floribus ochroleucis, violaceo-venosis. De bloemen witachtig-okergeel, paars geaderd. Op de ein-gelkade en langs den \'s Bosschen dijk. Juni, Juli.

Ord. Violarieae DC.

Vioolachtigen.

Viola L. Viooltje.

V. palustris L. moeras Viooltje. In moerassige heide- en veengronden. (Bij Breda K. v. W.; moerassige heide bij St. Willebrord, in veenen bij Boxmeer 18 53.) April, M ei.

V. odorata L. welriekend viooltje. Langs de wallen te \'s Bosch en Heusden, bij Tilburg, tusschen het gras te Vught. Maart—Mei.

var. alba wit. Bij Tilburg. Maart—Mei.

V. sylvatica Fries. (Viola Sylvestris Fl.B.S.) bosch Viooltje. In bosschen en op beschaduwde plaatsen. Bij Boxtel, Vught, langs den Hervenschen dijk. (Helmond Hoftm. in herb, Dav. Geldorp, de Bruijn). April, Mei.

V. canina L. honds Viooltje. In opene en beschaduwde heide- en zandgronden. Mei, Juni.

quot;■ sabulosa. zand Viooltje. Klein, gekleurd, somtijds iets behaard. Bij Eosmalen en Vught. ft- ericetorum. heide Viooltje, laag, groen, zeer kaal,

meer getakt. Ter zelfder plaatse.

y- lucorum. woud Viooltje. Hooger, getakt, de bovenste stoppeltjes van achter bijna effenrandig. Langs slooten op de Vughtsche heide, aan de Pettelaar. Mei, Juni.

-ocr page 26-

20

V. tricolor L. driekleurig Viooltje. In opens en bebouwde zandgronden. Mei—Juli.

«■ vulgaris, gewoon. T)e stengel liggende, bladen langwerpig, de onderste hart-eivormig, de bloemkroon groot, driekleurig. Bij Eosmalen , aan de Pettelaar. .

d- arvensis, akker Viooltje. De stengel opgericht, \' bloemkroon klein, tweekleurig. Ter zelfder plaatse. Mei, Juni.

Ord. Resedaceae. DC.

Resedaachtigen.

E e s e d a L.

R. lutea L. gele Eeseda. Op kalk houdende gronden aan ruigten, dijken, wegen, muren enz. Te Maren langs de Waal. Mei—Juli.

H. luteola L. Wouw Eeseda. Op de wallen te Heusden en \'s quot;Bosch, de cingelkade en het fort Crevecoeur. Mei—Juli.

Ord. Droseraceae DC.

Zonnedauwachtigen.

Dros era L. Zonnedauw.

D. rotundifolia L. rondbladige zonnedauw of Vliegen-vangertje. Op de Vughtsche, Helvoirtsche, Boxtelsche en Sonsche heide. Juli—Sept.

D. intermedia Haine. Smalbladige zonnedauw. Meer algemeen dan de voorgaande, op dezelfde plaatsen. (Drosera longifolia Fl.B.S.) Juli—Sept.

D. longifolia Haine. langbladige Zonnedauw. Den 24 Juli 1867 vond de Heer J. Vrijthoff uit Dordrecht (geen botanicus) in mijne tegenwoordigheid een paar exemplaren op de Helvoirtsche heide.

Parnassia L. Parnaskruid.

P. palustris L. moeras Parnaskruid. In menigte op de Helvoirtsche en Boxtelsche heiden op lage gedeelten. Juli—Sept.

i.

-ocr page 27-

31

Ord. Polygaieae. Juss.

Kruisbloemachtigen.

Poly gala L. Kruisbloem.

P. vulgaris L. gewone Kruisbloem. In opene vochtige, grazige zand- en heidegronden. Onder Esch en Vught op Heidevelden. (Bij Breda van Hall Pl.B.S. K.v.W), Mei—Juli.

P. comosa Schk. kuifdragende Kruisbloem. Langs slooten bij Cromvoirt. Mei, Juni.

P. depressa Wender. lage Kruisbloem. Tusschen Putten en Ossendrecht, waar de bodem bij uitstek leemaehtig is. 1860.) Mei, Juni.

P. amara L. bittere Kruisbloem. Onder Esch en Vught, Juni 1863.

Ord. Sileneae DC.

Sileneachtigen.

Gypsophila L. Gaffelsteng.

G. muralis L. muur Gaffelsteng. Aan muren, op zandgronden. (Bij Breda K.v.W.) Juli, Aug.

Dianthus L. Anjelier.

D. Armeria L, kopvormige Anjelier. In beschaduwde grazige zandgronden. Langs den Pettelaarsohen weg, te Oud Heusden. (Te Gassel P.B.S. Bij Boxmeer 1853). Juni—Aug.

Saponaria L. Zeepkruid.

S. officinalis L. gewoon Zeepkruid. Op beschaduwde plaatsen in zandige streken. Buiten de Vughtsche poort en op de buitenwallen van het fort Isabel. (West-zijde van de spoorbaan op den nieuwen dijk bij de Baarsen. De Hartitzsch). Juli, Aug.

Silene L. Silene.

S. gallica L. fransche Silene. In zandige bouwlanden^

-ocr page 28-

33

Bij Helvoirt, op de Vughtsclie Iieide. (Te Nuenen De Bruijn. Eindhoven Dozij. Pr.fl.B. Dongen v. d. Trappe). Juni, Juli.

/?• anglica L. engelsche Silene. Kuigbeliaai-d, met eenigzins uitgerande bloembladen, de bloemen bijkans aarvormend regtstandig, de vruchten nedergebogen, gesteeld, overhoeks-geplaatst. DC. (Silene anglica Fl.B.S.) Te Helvoirt. (Eosen-daal in bouwlanden Lac. bij Geertrnidenberg 1860. Heusdenhout bij Breda 1853).

S. inflata Sm. opgeblazene Silene. Op steenige plaatsen, aan ruigten enz. Op de \'s Bossche wallen doch niet menigvuldig. Juni, Juli.

S. noctiflora L. nacht Silene, Op bouwlanden in kalken kleigronden. (Bij Breda K.v.W.) Juni, Juli.

Lychnis L. Koekoeksbloem.

L. Flos cueuli L. gewone Koekoeksbloem. In vochtige, vruchtbare graslanden. Zeer algemeen in de weilanden en op de cingelkade. Juni, Juli.

L. vespertina Sibth. avond Koekoeksbloem. (L. dioica Fl.B.S.) Aan wegen en dijken op drooge, grazige gronden. Op de wallen. (Bij Breda ïl.B.S.) Mei—rjuli.

L. diurna Sibth. dag Koekoeksbloem. (L. sylvestris Fl.B. S.). Op beschaduwde zandgronden. Zeer algemeen buiten de Vughtsche poort, te Helvoirt enz. Mei—Juli.

Agrostemma L. Bolderik.

A. Githago L. gewone Bolderik. In korenvelden op gemengde kleigronden. Bij de Pettelaar. (Op de akkers van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen v.d.B , v.d.S.L. en S. 1860).

Ord. Alsineae DC.

Muurachtigen.

S a g i n a L. Wimm. Vetmuur.

S. procumbens L. liggende Vetmuur. Op bebouwde en onbebouwde plaatsen allerwege. Op de Vughtsche heide, op wegen langs de rivier de Aa. Mei—Aug.

-ocr page 29-

23

S. Stricta Fr. stijve Vetmuur. Op zandige plaatsen aan de Zeekust. (Aan liet Seheldestrand bij Bergen-op-Zoom 1860). Mei, Juni.

S. nodosa E. Meijer, knoopige Vetmuur. (Spergula nodosa Fl.B.S.) In vochtige zandgronden. Bij Orten en Eosmalen. Mei—Aug.

V- maritima. zee Vetmuur. (Duinen bij Terheide 1851).

Spergula L. Spurrie.

S. arvensis L. wilde Spurrie. In zandige streken op bebouwde en onbebouwde gronden. Bij Vught. (Eindhoven Pr.fl.B. In hooge zandgronden onmiddelijk aan de polders grenzende van af de Schelde bij Woensdreeht langs Hoogerheide naar Huibergen, v. d.B., v.dS.L. en 3. 1860.)

S. Morisonii Bor. Morison\'s Spurrie. Op vochtige zanden heidegronden. Bij Vught en Vlijmen. April—Sept.

Lepigonum Wahl. Schubkruid.

L. rubrum Wahl. roodbloemig Schubkruid. (Arenaria rubra Fl.B.S.) In zandstreken, op bouwlanden, aan wegen enz. Bij Orten en Vlijmen. (Eindhoven Prodr. fl.B.) Juni—Sept.

Arenaria L. Zandkruid.

A. serpyllifolia L. thijmbladig Zandkruid. In opene en bebouwde zandige gronden. Op de cingelkade, bij Vught, langs de Heusdensche wallen. Mei—Aug.

Moehringia L.

M. trinervis Claifv. drienervige Moehringia. Op beschaduwde gronden. (Arenaria trinervis Fl.B.S. Bij Breda K.v.W.) Mei—Juli.

Stellar ia L. Stermuur.

S. nemorum L. bosch-Stermuur. Op beschaduwde vochtige plaatsen. (Bij Breda K. v. W. Te Heerewaarden v. d. ïrappej. Mei—Juli.

.

-ocr page 30-

24

S. media quot;Vill. gewone Stermuur. (Alsine media El.B.S.) Allerwege in opene en bebouwde gronden. Op de wallen en elders te \'s Bosch. Maart—October.

S. Holostea L. grootbloemige Stermuur. In bossclien en op beschaduwde plaatsen. (Bij Breda K.v.W.) Mei— Juli.

S. glauca With, zeegroene Stermuur. Op vochtige beschaduwde , grazige plaatsen. Bij Engelen (S. palus-tris El.B.S.) Juni—Juli,

S. graminea L. grasaehtige Stermuur. Aan wegen, slootkanten, kanten van bouwlanden enz. Te Bosmalen, langs de grachten van het fort Isabel, aan de Pette-laar langs drooge slooten. Juni—Aug.

S. uliginosa Murr. moeras Stermuur. Op moerassige plaatsen. Langs de Dieze; te Eosmalen. Te Heeze in N. B. Pr.fl.B) (St. Alsine El.B.S.) Juni—Aug.

Malachium Er. Watermuur.

M. aquaticum Er. gewoon Watermuur. Op vochtige plaatsen, aan slootkanten enz. Langs de Dieze in menigte. (Cerastium aquaticum El.B.S.) Juli, Aug.

Cerastium L. Hoornbloem.

C. glomeratum Thuil. bundelvormige Hoornbloem. Aan dijken en wegen, in bouwlanden enz. op zandgronden. Op de wallen te \'s Bosoh. (C. vulgatum El.B.S.) Mei—Juli.

C. triviale Link. gewone Hoornbloem, Op grazige en beschaduwde plaatsen. Op de wallen; te Eosmalen. Mei—Sept.

C. arvense L. akker Hoornbloem. In grazige zandgronden, Bij \'s Bosch. Mei, Juni.

Ord. Elafineae Cambess.

Elatineachtigen.

Elatine L.

E. Hydropiper L. achthelmige Elatine. In putten langs

-ocr page 31-

25

den provincialen klinkerweg tussclien Groot-Deuteren en de Hamsche brug, in eene sloot bij liet fort Isabel, in eene sloot langs den weg tusschen Groot-Deuteren en Cromvoirt in menigte, (Tussclien Oosterhout en Raamsdonk Lac.) Juli—Nov.

E. liexandra DC. zeshelmige Elatine. In eene sloot bij liet fort Isabel Juni—Sept. Veel zeldzamer dan de voorgaande. In beide soorten komen de blaadjes naauwlijks boven het zand uit.

Ord. Lineae DC.

Vlasachtigen.

L i n u m L. Vlas.

L. usitatissimum L. gewoon Vlas. Verwilderd. Langs den weg bij Oud Heusden, aan de Pettelaar. Juni, Juli.

L. catarcticum L. purgeer Vlas. Op vochtige grazige plaatsen. Op de Bostelsche en Vughtsche heide. Juni—Aug.

Radiola Gm. Duizendgraan.

R. linoïdes Gm. gewoon Duizendgraan. (R. millegrana H.B.S.). Op vochtige plaatsen in zandige streken. Op dc Vughtsche heide. (Eindhoven Pr.fl.B.) Juli, Aug.

Ord. Malvaceae R. Br.

Malvaachtigen.

Mal va L. Malowe.

M. alcea L. vijfdcelige Malowe. Op beschaduwde ruige plaatsen, aan heggen enz. (Bij Breda K.v.W.) Juli, Aug.

M. moschata L. welriekende Malowe. Op ruwe, grazige plaatsen, aan heggen enz. (Wallen van Breda, v. d. Bosch Pr.fl.Bat.) Juli, Aug.

M. sylvestris L. groote Malowe. Algemeen vooral langs de wallen, op de Citadel, op den Ortenschen dijk enz., Juni—Aug.

2

-ocr page 32-

26

M. vulgaris Fr. gewone Malowe. (M. rotundifolia Koch. Fl.B.S.) In opene en bebouwde zandgronden. Te Vught, Eosmalen en elders. Juni—Aug.

M. crispa L gekrulde Malowe, Dessert bladen. Verwilderd. Enkele exemplaren gevonden op den Orten-schen dijk. Juli, Aug.

Althaea L. Heemst.

A. officinalis L. gewone Heemst. Op moerassige plaatsen naar den zeekant, somtijds aan de oevers der rivieren. Te Maren aan den kant eener sloot. Juni— Sept.

Ord. Tiliaceae Juss.

Lindeaclitigen.

T i 1 i a L. Liude.

T. grandifolia Ehrh. grootbladige Linde. Allerwege aangeplant. (T. europaea Fl.B.S.) Bij Vuglit. Juni, Juli.

T. parvifolia Ehrh. kleinbladige Linde. (T. microphylla Fi.B.S.) Als de vorige. Bij Eosmalen en Son. (Liesbosch bij Breda. Prodr.fl.B.) Juni, Juli.

Ord. Hypericineae DC.

Hertshooiachtigen.

Hypericum L. Hertshooi.

H. perforatum L. St. Janskruid. Op drooge, onbebouwde, grazige plaatsen. Op de cingelkade, aan de Pettelaar, te Hintham, op de Heusdensche wallen. Juli, Aug.

H. humifusum L. kruipend Hertshooi. In opene en bebouwde zandgronden. Op de Vughtsche en Boxtelsche heide, bij Eosmalen, te St. Miohiels-Gestel. (Eindhoven FI.B.S.) Juni—Aug.

H. quadrangiüum L. vierkant Hertshooi. (H. dubium Fl. 15.S.) Op vochtige en beschaduwde plaatsen. Op de cingelkade, bij den Dungen, te Herpt (Eindhoven Dozy, Hilvarenbeek Hoffm., Liesbosch en Ulven-houtsch bosch bij Breda 1852). Juli—Sept.

-ocr page 33-

27

H. tetrapterum Fr. viervleugelig Hertshooi. (H. quadran-gulare El.B.S.). Aan slootkanten enz. op vochtige moerassige plaatsen. (Bij Eindhoven Pr.fl.B. Heus-denhout bij Breda 1852). Juni—Aug.

H. pulchrum L. sierlijk Hertshooi. In beschaduwde drooge gronden. (Liesbosch bij Breda. K.v.W.; in 1852 wedergevonden De Vries). Juli—Sept.

H. hirsutum L. ruig Hertshooi. Op beschaduwde drooge gronden. (Bij Gassel Lac., Boxmeer de Bruin Pr.fl.B. te Beugen 1853). Juli, Aug.

H. Elodes L. moeras Hertshooi. Op moerassige heideen veenstreken. Op de Vuchtsche en Boxtelsche heide in putten. Bij Rosmalen. (Eindhoven Dozy Pr.fl.B. Galdersche heide bij Breda 1853, heide bij Boxmeer en St. Antonis 1853). Juni—Aug.

Ord. Acerineae OC.

Ahornen of Eschdoornen.

Acer L. Eschdoorn of Ahorn.

A, Pseudoplatanus L. gewone Eschdoorn of Ahorn. Sy-comore. Menigvuldig aangeplant. Bij Vught. (Bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

A. Campestre L. kleine Eschdoorn. Met den vorigen en allerwege aangeplant. Bij St. Michiels-Gestel. Mei.

N e gun do.

1S1. fraxinifolium Nutt. eschbladige Ahorn of Negundo. (Acer Negundo L.) Uit de lage en moerassige streken van het midden der Vereenigde Staten is deze boom oorspronkelijk. Wordt 12 tot 15 meter hoog. De heer Bérail uit St. Michiels-Gestel heeft dezen boom meer algemeen in de provincie verspreid. Komt voor te Vught op Muyserick, op Reeburg, op den dijk bij de kerk en tusschen schaarhout. April.

-ocr page 34-

28

Ord. Hypocastaneae DC.

Kinaboomen.

Aesoulus L. Wildekastanje.

A. Ilippocastanum L paarden Kastanje. Allerwege aangeplant. Bij Vught algemeen, afkomstig uit de hooge bergen van de Himalaya en van midden Azie. Mei.

Ord. Ampelideae Humb. B. K.

Wijnstokachtigen.

Yitis L. Wijnstok.

Y. vinifeva L. gewone Wijngaard. Overal aangeplant. Mei—Juli.

Ord. Geraniaceae DC.

Ooievaarsbekken.

Geranium L. Ooievaarsbek.

Ci. phaeum L. donkere Ooievaarsbek. Op beschaduwde plaatsen. Bij Boxtel onder boomen. Mei, Juni.

G. pratense L. beemd Ooievaarsbek. In beschaduwde grasgronden. Bij Vught en Boxtel in het gras. Juni, Juli.

G. pusillum L. kleine Ooievaarsbek. In opene en bebouwde zandgronden. Op de wallen te \'s Bosch. (Eindhoven Fl.B.S.). Juni—Aug.

G. dissectum L. slipbladige Ooievaarsbek. Op bouwlanden, aan wegen, slootkanten enz. Langs den weg tusschen Heusden en Heesbeen. Juni—Sept.

G, molle L zachtharige Ooievaarsbek. Aan wegen en dijken, in bouwlanden enz. allerwege Op de wallen en de Citadel te \'s Bosch. Mei—Sept.

G. robertianum L. stinkende Ooievaarsbek. Op beschaduwde grazige plaatsen. Aan de inundatiesluis bij Heusden, te Nnenen. (Algemeen bij Bergen-op-Zoom I860). Mei—Aug.

Erodium Her. Eeigersbek.

E. Cicutarium Her. gewone Eeigersbek. In zandgronden,

1

-ocr page 35-

39

vooral op bebouwde en grazige plaatsen. Bij Orten , Hintham , Yuglit. April—Sept.

Ord. Balsamineae Rich.

Balsaminen.

Impatiens L. Springzaad,

I. Noli-tangere L. gewoon Springzaad. Op beschaduwde grazige plaatsen, in heggen enz. In menigte langs slooten regts van den Bernschen dijk; bij de Haarsteeg; eens op Mnijserick te Vughtgevonden Juni—Aug.

Ord. Oxalideae DC.

Klaverzuringen.

O x al is L. Klaverzuring.

O. Acetosella L. gewone Klaverzuring. Op digt be-sehaduwde gronden, (fn bosschen bij Breda K v.W.) April, Mei.

O. striata L. regtstandige Klaverzuring. Tn bouwlanden en moeshoven. Bij Hintham, Vught en Boxtel. Juli— Sept.

Subclass. CALYCIFLORAE. KELKSTANDIGEN.

Ord. Rhamneae R.Br.

Wegedoornen.

Ehamnus L. Wcgedoorn.

E. catartica L. zaagbladige VVegedoorn, Ehijnbeziën. In boschrijke streken. (Bij Breda K.v.W.) Mei, Juni.

E. Frangula L. gewone Wegedoorn, Hondsboom. Algemeen in boschrijke streken. Bij Vught, Eosmalen en Boxtel tusschen hakhout en langs slooten. (Eindhoven Prodr.fl.B.) Mei, Juni.

-ocr page 36-

30

Ord. Papilionaceae L

Vlinderbloemigen.

Trib. Loteae DC.

Eolklaverachtigen.

Subtrib. Genisteae Koch.

Bremachtigen.

UI ex L. Doornstruik.

U. Europaeus L. gewone Doornstruik. In dorre zandgronden. Langs slooten te St. Michiels-Gestel, op de Vughtsche heide zeldzaam, bij Helvoirt. Mei—Juli.

Sarothamnus Wimm. .

S. vulgaris Wimm. gewone Brem. (Genista scoparia Fl.

B.S.) In dorre beschaduwde zandgronden. Om het fort Isabel, op de Ortensehe Schans, aan de Pette-laar, veel bij Vught onder pijnboomen, te Eosmalen en Boxtel. Mei—Aug. ]

Genista L. Brem.

G. pilosa L. behaarde Brem. In heidestreken. Op de

Vughtsche en Helvoirtsche heide. (Eindhoven Pr.fl.B. ]

Spaarzaam in heidestreken bij Bergen-op-Zoom 1860). Juni—Sept.

G. tinctoria L, verw-Brem. In zandige boschrijke streken. Links van den provincialen klinkerweg op eene hoogte tusschen Groot-Deuteren en Vlijmen, bij Vught, r

veel te Nuenen. Juni—Aug.

G. anglica L. engelsche Brem. In heide- en veenach- r

tige streken. Op de Vughtsche en Helvoirtsche heide,

langs slooten bij Eosmalen. (Eindhoven Pr.fl.B., ojd de heide van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen. V.d.B, v.dS.L. en S. 1860). Mei, Juni.

Subtrib. Anthyllideae Koch.

Wondkruiden.

Ononis L. Stalkruid.

O. spinosa L. gedoomd Stalkruid, Kattendoorn, heete

A

-ocr page 37-

31

Gaal. Aan wegen en dijken en op ruige plaatsen. Langs den Hervenschen dijk, bij Engelen, langs den Bernschen dijk. Juni—Aug,

var. alba. niet witte bloemen, Tussclien Engelen en het fort Crèvecoeur.

Subtrib. Trifolieae Koch.

Klaverachtigen.

Medicago L. Eupsklaver.

M. falcata L, zeisvormige Eupsklaver. Aan wegen op drooge zandige plaatsen. Op de Ortensche Schans, op de Wallen te Heusden. Juni, Juli.

M. lupulina L. hoppe Eupsklaver. Allerwege in grasgronden en bouwlanden. Op de cingelkade, langs den \'s Bosschen dijk, te Vught bij Heesbeen. Mei—Aug.

Melilotus L. Honigklaver.

M. alba Desr. witte Honigklaver. (M. vulgaris Fl.B.S.). Aan wegen enz. op ruige plaatsen. Bij Vught op Piazenza. (Te Oosterliout Él.B.S.) Juni, Juli. M. arvensis Wallr. gewone Honigklaver. (M. officinalis Desr. Koch.) Aan kanten van wegen en akkers enz. Op de cingelkade, langs den weg tusschen Groot-Deuteren en Vlijmen. Juni—Sept.

Trifolinm L. Klaver.

T. pratense L. roode Klaver. Allerwege in grasgronden.

Bij Vught en Berlicura. Mei—Sept.

ï. arvense L. ruige Klaver. In bebouwde en opene zandgronden. Bij Vught, Eosmalen en op de Vughtsche heide. (Laan van \'t Kasteel Haanwijk de Hartitzsch). Juli, Aug.

T. striatum L. gestreepte Klaver. fn drooge grazige zandgronden. (Gastel Fl.B.S. Aan een binnendijk (Tholenschen dijk) tusschen Halsteren en de Schelde). Juni, Juli.

T. fragiferum L. aardbezie Klaver. In weilanden aan

-ocr page 38-

32

wegen en dijken. Tusschen Engelen en het fort Cre-veeoeur, veel te Herpt en Oud Heusden. Juni—Aug.

T. repens L. witte Klaver. Steenklaver. Allenvege in weilanden, aan wegen, op ruigten enz. Bij Vught, Engelen enz. Mei—Sept.

T. procumbens L. liggende Klaver. In bouwlanden, op grazige plaatsen, aan wegen, dijken, enz. Mei—Aug. «, majus Koch, groote. Met ovale overelkander liggende bloemaren, liet vlagje overlangs gestreept, de kelk onbehaard, met zeer ongelijke tanden; de steng opgericht, de takken vlokkig, de blaadjes eirond lancetvormig, eenigzints ingedeukt. v. Hall. (T. campestris Fl.B.S.) Bij Vught, Rosmalen, langs den \'s Bosschen dijk, te Boxtel.

P- minus Koch. kleine. (T. procumbens Fl.B.S.) De kelk zachtharig, met bijkans gelijke tanden; de steng genoegzaam nederliggende, de takken behaard of naauwlijks zachtharig, de blaadjes omgekeerd-eirond, ingedeukt, v. Hall. Bij Vught.

Lotus L. Eolklaver.

L. corniculatus L. gewone Eolklaver. In grazige zandgronden. Bij Vught zeldzaam. Mei—Juli.

L. tenuifolius Echb. dunbladige Eolklaver. Op grazige plaatsen, meest naar den zeekant. (Aan dijken, wegen en bouwlanden van af de Schelde bij Woens-drecht langs Hoogerheide naar Heibergen. V.d.B., v.d.S., L. enS. 18G0.) Juni—Aug.

L. uliginosus Schk. moerassige Eolklaver. (L. comic. P-uliginosus. Fl.B.S.). In bosschen, langs slootkanten en in moerassige zandgronden. Te Eosmalen en bij Vught in groote menigte.

Subtrib. G-alegeae Koeh.

Galegaachtigcn.

Glycyrrhiza L. Zoethout.

G. glabra L. gewoon Zoethout. Hier en daar aange-

-ocr page 39-

33

plant en verwilderd. (In de omstreken van Zevenbergen, bij de Klundert bij een molen.)

Trib. Hedysareae DC.

Hedysarumaclitigen.

Subtrib. Coronilleae DC.

Kroonkruiden.

Ornithopus L. Vogelpootje.

O. perpusillus L. klein Vogelpootje. In opene en bebouwde zandgronden. Op de Vughtscbe heide. Bij Piazenza. Mei—Aug.

O, compressus L, samengedrukt Vogelpootje. (Bij Breda N. van Aken. 1876.)

Trib. Vicieae Bronn.

Wikkeachtigen.

Vicia L. Wikke.

V. Cracea L. vogel Wikke. In heggen, kreupelhout, bouwlanden enz. Bij Vught, Eosmalen en Heusden. Juni—Aug.

V. sepium L. hegge Wikke. In heggen op beschaduwde plaatsen. Te Eosmalen tusschen de boekweit. April— Juli.

V. sativa L. voeder Wikke. Aan dijken en wegen, in bouwlanden enz. J?ij Vught en Rosmalen. Mei, Juni.

V. angustifolia Both, smalbladige Wikke, Krok. In opene en bebouwde zandgronden. Juni, Juli.

«. segetalis Koeh. zaai Wikke. Met de blaadjes aan de bovenste bladen lancet-lijnvormig. (Bij Boxmeer 1858).

P- Bobartii Koch. Bobart\'s Wikke. Met de blaadjes aan de bovenste bladen lijnvormig. Bij Eosmalen.

V. lathyroïdes L. lathyrusvormige Wikke. In opene zand- vooral duingronden. Bij Eosmalen. April, Mei.

-ocr page 40-

34

E r v u m L. Linze.

E. hirsutum L. ruige Linze. In zandige bebouwde en onbebouwde streken. Op de Ortensche Schans. Juni— Aug.

Lathyrus L. Laterus.

L. tuberosus L. Aardakers of Aardmuizen. In kleigrond , in akkers, heggen en kreupelhout. (Op de akkers van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Heibergen. V.d B., v.d.S.L. en Sur. 1860).

L. pratensis L. veld Laterus. In wei- en bouwlanden, aan dijken en wegen, in heggen, struiken enz. Op den \'s Bosschen dijk, op de Heusdensche wallen. Juni, Juli.

L, sylvestris L. bosch Laterus. Op beschaduwde plaatsen (in bergachtige streken), (bij Brtda K.v.W.) Juli, Aug.

L. latifolius L. breedbladige Laterus. Als de vorige. (Tusschen kreupelhout ter zijde van het Mastbosch naar den kant van Princenhage bij Breda, in Aug. 1853 nog niet bloeiend.).

Eobinia L. Acacia.

R. Pseudo-Acacia L. gewone Acacia. Algemeen in de omstreken van \'s Bosch verwilderd. Langs de Vughtsche heide aan drooge slooten, op den Pettelaarschen dijk, bij St. Michiels Gestel, bij Rosmalen , Kapelbosch enz. Te Vught zijn zeer schoone groote exemplaren op Eeeburg aangeplant. Juni, Afkomstig uit de Ver-eenigde Staten.

Ord. Arnygdaleae Juss.

Amandelachtigen.

Prunus L. Pruimboom.

P. spinosa L, sleedoorn of sleepruim. In heggen, aan kanten van akkers enz. Aan eene sloot langs den weg van Bern naar Herpt, aan slooten te Eosmalen en op den dijk aldaar. April, Mei.

-ocr page 41-

35

P. insititia L. wilde Pruim. Aangeplant en verwilderd. Bij Herpt, Wijk en op den Eosmaalsclien dijk. April, Mei.

P. dotnesliea L. gewone Pruim. Aangeplant en verwilderd. In heggen te Herpt, Mei, Juni.

P. avium L. vogelkers. In bosselien en heggen hier en daar verwilderd. Tusschen het hakhout te Boxtel en Rosmalen. (Helmond Dozy Pr.fl.B.). Mei.

P. Padus L. hondskers. In bosschen. Ter zelfder plaatse als de voorgaande, ook aan de Pettelaar, aan het gewezen klooster Eikendonk onder den Dungen. (Lieshout bij Breda 185 2). Mei.

P. Cerasus L. Kriek, wilde Kers. Veel tusschen hakhout bij Vught.

Ord. Rosaceae Juss.

Eoosachtigen.

Trib. Spiraeaceae DC.

Spiraeaaehtigen.

Spiraea L.

S. salicifolia L. willigbladige Spiraea. Op beschaduwde vochtige plaatsen. In het boseh van Maurick te Vught. (Heeze Dozy Prodr.fl.B.) Juni, Juli.

S. Ulmaria L. moeras Spiraea. In moerasachtige graslanden aan slootkanten enz. Langs slooten aan de Pettelaar, op vochtige weiden te Boxtel, aan slootkanten op Klein Eeeburg. Juni—Aug.

P- denudata Hayne. naakte. De bladen van onder onbehaard. (IJlvenlioutsch boseh , Burgt bij Prin-cenhage 1852).

Trib. Dryadeae Koch.

G e u m L. Nagelkruid.

G. urbanum L. gewoon Nagelkruid. Aan heggen, in kreupelhout enz. Te Vught onder boomen. Juni—Aug.

-ocr page 42-

36

G. rivale L. knikkend Nagelkruid. Op vochtige beschaduwde plaatsen. (Ulvenhoutsohe bosch K y.W. Lacosta Pr.fl.B.) Mei, Juni.

E u b u s L, Braambes.

E. Idaeus L. Framboos. In bosschen, kreupelhout enz, (Bij Eindhoven Dozij Prodr.fl.B.) Mei, Juni.

E. fruticosus L. heesterachtige Braambes. In bosschen, heggen euz. Bij \'s Bosch , Heusden en Nuenen.

E. Sprengelii Whe. et N. ab Es. Sprengel\'s Braambes. In bosschen, heggen enz. (Bij Breda K.v.W.) Juni, Juli.

E. vulgaris Whe. gewone Braambes. In bosschen tus-schen houtgewas enz.

ft- mollis Wimm. zachte. Met bladen van onder wit-grijs langharig, stengel langharig. In eene sloot bij Vught.

Y- glandulosus Wimm. klierachtige. Bij Vught. Juni, Juli.

E, caesius L. blauw-grijze Braambes. Aan sloot- en akkerkanten, in heggen, kreupelbosschen enz. Bij Vught, Eosmalen, Boxtel, Helvoirt.

E. vestitus Weihe. bekleede Braambes. (Bij Breda de Br.)

E. suberectus Anders, regte Braambes. (Te Oosterhout bij Breda De Br. 1858).

E. fissus Lind. gespletene Braambes. (Zandig bouwland bij Oosterhont De Br. 1858).

E. geniculatus Kaltenbach. geleede Braambes. (Te Oosterhout bij Breda De Br. 1845).

Fr a g aria L. Aardbezie,

F. vesca L. gewone Aardbezie, bosch Aardbezie. Op beschaduwde grazige plaatsen, aan heggen, in bosschen enz. Te Vught, Boxtel, bij St. Michiels-Gestel in bosschen.

Comarum L. Vijfblad.

C. palustre L. moeras Vijfblad. Gewone Waterbezie. Op

-ocr page 43-

37

moerassige plaatsen, aan slootkanten enz. vooral in veenstreken. Op de Vuglitsclic heide, aan slooten te Boxtel en Eosmalen, in het broek te Helvoirt. (Eindhoven Pr.fl.B.).

Potentilla L. Ganzerik. .

P. anserina L. Zilverschoon. In grazige gronden. Algemeen bij \'s Bosch. Mei—Aug.

P. argentea L. zilver-witte Ganzerik. In opene en bebouwde zandgronden. Langs den Vughtschen steenweg, aan de Pettelaar, bij Hintham en veel nabij Vlijmen. Juni, Juli.

P. reptans L, vijf-Vingerkruid. In grazige gronden aan kanten van akkers en slooten enz. Bij Vught en Engelen. Juni—Aug.

P. Tormentilla Sibth. gewone Tormentil. In opene zanden heidegronden. (Tormentilla erecta Fl.B.S.) Bij Vlijmen, op de Vughtsche heide, bij Engelen, op Piazenza. Mei—Aug.

A grim on ia L. Leverkruid.

A. Eupatorium L. gewoon Leverkruid. In weilanden, aan dijken en wegen enz. Bij Vught, Eosmalen en veel op de wallen te Heusden. Juni—Aug.

Trib. Roseae DC.

Eozen.

Eosa L. Eoos.

E, Pimpinellifolia DC. veeldoornige Eoos. In heggen vooral in de duinen. Veel tussohen hakhout verwilderd bij Piazenza onder Vught. Juni, Juli.

E. cinnamomea L. kaneel Boos. In heggen, aan kanten van wegen, akkers, bosschen enz. Op het fort Isabel, bij de herberg het Klooster onder den Dungen, bij Vught en Boxtel. (Tusschen Bergen-op-Zoom en Steenbergen Wtt.) Juli, Aug.

-ocr page 44-

38

R. canina L. wilde Eoos. In heggen, aan kanten van wegen, akkers, bosschen enz. Juni, Juli.

«■ vulgaris Koch, gewone. Met eironde vruchtbeginsels, even als de bloemsteelen, onbebaard, de steng en de bladsteelen van kromme stekels voorzien, de blaadjes eirond onbehaard. Bij Herpt en Bern aan slooten.

P- dumetorum Koch. hegge. Met de bladsteel overal behaard, de blaadjes van onder in de hoofdaders en op de geheele oppervlakte behaard, de bloemsteelen niet borstelig-stijfharig. Bij Vlijmen en Eosmalen.

y. collina Koch. heuvel. De bloemsteelen klier-achtig-stijfharig, de bladen onbehaard of behaard, de buis van de kelk onbehaard ofklier-achtig-stijfharig, de bladsteelen met weinig of veel klieren voorzien en tegelijk behaard. Bij Boxtel aan slooten onder boomen.

E. rubiginosa L. Egelantier Eoos. Op gelijke plaatsen als de vorige. Aan slooten bij Boxtel. (Bij Breda K.v.W., St. Antonis bij Boxmeer 1853). Juni—Aug.

E. pomifera Herm. Bottel-Eoos. In krenpelbosschen, heggen enz. Te Helvoirt. (Tusschen kreupelhout bij Groot-Zundert 1860). Juni.

Ord. Sanguisorbeae Lindl.

Pimpernelachtigen.

Alchemilla L. Leeuwenklaauw.

A. vulgaris L. gewone Leeuwenklaauw. Op grazige beschaduwde plaatsen. In eene weide in het dorp Nuenen. In een weiland op Jagtlust te Helvoirt. (Liesbosch bij Breda, de Vries, bezijden den straatweg van Breda naar \'s Bosch, Teteringschen dijk bij Breda 1852). Juni, Juli.

A. arvensis Scop. akker Leeuwenklauw. In bouwlanden tusschen het koren. (A. aphanoides Fl.B.S.) Tusschen

-ocr page 45-

39

de rogge op de akkers bij het dorp Son in menigte. (Eindhoven Pr.fl.B.) Juni—Aug.

Sanguisorba L. Sorbenkruid.

S. officinalis L. gewoon Sorbenkruid. In weilanden. Op de Vugbtsche heide, langs de Zuid-Willemsvaart, aan de Pettelaar, langs slooten tusschen Engelen en het fort Crèvecoeur. (Buiten Breda Kops El.B.S., Ulven-houtsch bosch en Moerdijk, Aug. 1853). Juni—Aug.

Ord. Pomaceae Lindl.

Appelachtigen.

Crataegus L. Meidoorn,

C. Oxyaeantha L. gewone Meidoorn. In bosschen, heggen enz. (Cr. oxyacantboides El.B.S.) Bij Boxtel in heggen, links van den provincialen klinkerweg, op het fort Isabel. Mei, Juni.

O. mouogyna Jacq. éénstijlige Meidoorn. In heggen, bosschen enz. (Cr. Oxyaeantha El.B.S.) Bij Boxtel in heggen. Mei, Juni.

Pyrus L. Peer.

P. communis L. wilde Peer. In bosschen, hier en daar in heggen verwilderd. Tusschen heggen te Herpt. April, Mei.

P. Malus L. wilde Appel. In bosschen, heggen enz. Te Eosmalen tusschen het hakhout. Mei, Juni,

Sorb us L. Lijsterbes.

S. aucnparia L gewone Lijsterbes. Kwalsters. In bosschen. Langs slooten te Elshout en Helvoirt, tusschen het hakhout bij Vught, Eosmalen en Boxtel. Mei, Juni.

Ord. Onagrariae Juss.

Wederikachtigen.

Trib. Onagreae DC,

Wederikken.

E p i 1 o b i u m L. Basterdwederik.

E. angustifolium L. smalbladige Basterdwederik. Op beschaduwde plaatsen in zandige streken. (Epilobium

-ocr page 46-

40

spicatum Fl.B.S.). Bij Eosmalen langs kreupelhout, tusscben Boxtel en Best. (Buiten Breda Fl.B.S,) Juni, Juli. ,

E. hirsutum L. ruige Basterdwederik. Aan slootkanten op moerassige plaatsen enz. Aan slooten langs den Bernschen dijk bij Hensden. Juli, Aug.

E. parviflorum Schreb. kleinbloemige Basterdwederik. (E. pubeseens El.B.S.) Aan slootkanten en op vochtige, moerassige plaatsen. Aan slooten tussehen Engelen en het fort Crcvecoeur. (Eindhoven Prodr.fl.B.) Juni, Juli.

E. montanum L. berg Basterdwederik. Aan heggen en op beschaduwde plaatsen. Aan de Pettelaar en bij Helvoirt. Juni, Juli.

E. palustre L. moeras Basterdwederik. Aan slooten en op moerassige plaatsen. Aan de inundatiesluis bij Heusden. Juli—Sept.

E. tetragonum L. vierkante Basterdwederik. Aan slooten tussehen Engelen en het fort Crevecoeur, te Helvoirt. (Eindhoven v.d.B.) Juni, Juli.

Oenothera L. Onagra.

0. biennis L. St. Teunis-bloem, of Wederik. In zandige streken op vochtige plaatsen. Op den Hiunitschen dyk, bij Vught en de Pettelaar. Juli—Sept. Vaderland, Noord-Amerika.

Trib. Jussieae DC.

Isnardia L. Isnardia.

1. palustris L. moeras Isnardia. In langzaam vlietend water in veen- en heidestreken. (Bij Geldorp De Br. Oisterwijk G. J. Broers, Oosterhoutsche heide La-costa Pr.fl.Bat., bij Breda K.v.W., veenachtig moeras bij Heusdenhout Aug. 1853.). Juni—Aug.

Trib. Circaeeae DC.

Circaeën.

Circaea L. Gircaea.

O. lutetiaca L. gewone Circaea. In boschrijke streken, aan heggen enz. Bij Son en Breugel, Juni—Aug.

-ocr page 47-

41

Ord. Halorageae R.Br.

Haloragisachtigen.

Myriophyllum L. Duizendblad, M. verticillatum L. kransdragend Duizendblad. In vijvers, vaarten, slooten enz. In slooten bij de Pettelaar, en in een water langs den nieuwen Eosmaalsehen dijk, (bij Breda) Juli, Aug.

«• pinnatifidum Koch, vindeelig. De schutblaadjes veel langer dan de bloemen, de vinnen min of meer uit elkander staande. In slooten bij Eos-malen.

M. alterniflorum DC. wissclbloeraig Duizendblad. In plassen enz. in heide- en veenstreken. (Bavelsche loop bij Breda 1852. Boxmeer de Br. Pr.fl.B.) In de Zuid-Willemsvaart, in eenen vijver teNuenen. Juni— Aug.

M. spicatum L. aardragend Duizendblad. In vijvers, vaarten, slooten enz. In een vijver op Eeeburg te Vught en in een ven bij het fort Crèvecoeur. Juli, Aug.

Ord. Hippurideae Link.

Lidstengachtigen,

Ilippuris L. Lidsteng.

H. vulgaris L. gewone Lidsteng. In ondiepe slooten, moerassige weilanden enz. In slooten te Son. Mei— Aug.

Ord. Callitrichineae Link.

Haarstengachtigen.

Callitriche L. Haarsteng.

Ter bestemming der hier volgende Caliitriches heb ik mij van de platen van Eeichenbach bediend, en herhaal ik, hetgeen ik gezegd heb, bij gelegenheid der vijfde algemeene bijeenkomst der leden van de „Vereeniging voor de Nederlandsche Floraquot;, gehouden te Deventer den

-ocr page 48-

42

30 en 31 Augustus 1850 , geplaatst in het Nederlandsch Kruidkundig Archief, 3e deel le stuk 1851, pag. 168.

De bestemming alleen naar den bladvorm is ondoenlijk, dewijl verschillende soorten daarin bijna geheel overeenkomen , zooals de C. stagnalis scop. var. major en de C. platycarpa var. fluviatilis, de C. platycarpa-Ktzg. var. Stagnatilis en eenige vormen van de C, hamulata, vooral de var «. en p. — De bladen der Callitrichinae zijn bij eenige soorten zeer onstandvastig in vorm, zooals bij C. verna L. en C. hamulata Ktzg.; bij andere daarentegen vrij standvastig, zooals bij C. stagnalis Scop. var. major en platycarpa Ktzg. var. fluviatilis, waar alle bladen ovaal en 5-nervig zijn; zoo ook is de G. autumnalis L. standvastig in bladvorm; ze zijn alle lijnvormig, aan de basis verbreed en aan den top uitgesneden.

Van O. verna L. var. stellata Hoppe, komen er bij de breedere (bovenste) bladvormen voor, die aan den top gaafrandig, andere die duidelijk ingesneden zijn, beide vormen soms aan één exemplaar; er bestaan dus overgangen van O. stellata Hoppe tot C. intermedia Hoffm.

De eivormige bladen der C. verna L. zijn alle 3-ner-vig. De Stamina, welke vooral bij C. verna L, tusschen de getropte eivormige drijvende blaadjes voorkomen, zijn neergebogen. Is deze houding voor al de varieteiten standvastig, of alleen aan de var. Stellata eigen?

C. verna L. schijnt 3 malen in het jaar te bloeien en vrucht te geven, vroeg in het voorjaar omstreeks April en Mei en laat in het jaar omstreeks December, zoo het alsdan zacht weder is.

Het onderzoek der Callitrichen moet zich vooral tot de vrucht, de pistilla en de schutblaadjes bepalen. De pi-stilla moeten aan de volwassene vrucht waargenomen worden; de zeer jonge vruchten leveren geene genoegzame kenmerken op, dewijl het neerbuigen der stampertjes van sommige soorten slechts volkomen bij de meer ontwikkelde vruchtjes plaats heeft.

Tot gemakkelijker onderscheiding dient het volgende:

Bij C. verna L. met hare varieteiten staan de stam-

-ocr page 49-

43

pertjes bij de volwassene vrucht regt op, hetgeen bij de overige geen plaats heeft, de vrucht is gevleugeld of scherp gekield.

Bij C. stagnalis Scop. en platycarpa Ktzg. zijn de vruchten breeder gevleugeld, de stampertjes neergebogen. Beide onderscheiden zich nog hierdoor, dat de bloempjes der eerste gemeenlijk unisexuaal, die der laatste her-maphrodiet zijn.

C. hamulata Kutzing is behalve aan hare haakvormige schutblaadjes, gemakkelijk aan de smalgevleugelde vruchten en neergebogene stamperfjes te herkennen; de ecnige, waarmede deze eenigzints zoude kunnen verward worden, wat de vrucht betreft, is C. verna, doch deze heeft regt opstaande stampertjes.

C. autumnalis is alleen aan de breeder gevleugelde vruchten en de standvastig lijnvormige, met breedere basis voorziene blaadjes genoeg te herkennen.

C. verna L. voorjaars Haarsteng. In slooten enz. April, Mei tot December.

«. fontana Scop. fontein. In putten langs de Aa

bij \'s Bosch en in slooten bij Berlicum. /?. stellata Hoppe, stervormig, l)e bovenste blaadjes eivormig, minder uitgerand. Ter zelfder plaatse en bij Cromvoirt.

C. stagnalis Scop. moeras Haarsteng. Als de voorgaande. (Bavelsche loop bij Breda 1853. Boxmeer 1853). Juni. «• minor s. vulgaris Ktzg. klein of gewoon. Op onder water gestaan hebbend bleekveld langs de Dommel bij Son.

/ï- major. s. rivularis Ktzg. groot, of oever. Te Son in drooge slooten.

C. platycarpa Ktzg. breed gevleugelde Haarsteng. In slooten enz. Aug.

«. fluviatilis Ktzg. rivier-IIaarsteng. In slooten bij \'s Bosch.

C. hamulata Ktzg. haakdragende Haarsteng. In slooten enz. (Sambeek bij Boxmeer.) Aug.

-ocr page 50-

44

«• lacustris Ktzg. moeras. In slooten bij Berli-

cum en Cromvoirt.

P- pissinalis Ktzg. vijver. In slooten bij Berlicum,

in plassen op de Boxtelsehe heiden. V- ovalifolia Ktzg. ovaalbladige. In slooten bij Berlicum.

t. spatulata. spatelvormige. In slooten bij Berlicum.

0. autumnalis L. najaars Haarsteng. (In de Vliet bij Moerdijk 1861).

var. bumilior. C. brutia Petagna. lane. In kana-

O O

len. In de Zuid-Willemsvaart bij \'s Bosob. Groeit in den vorm van dichte boschjes diep in helder water, zeer zeldzaam. Ook vond ik een exemplaar in de kanalen van de zanderij te Loos-duinen.

Ord. Ceratophylleae Gray.

Hoornbladachtigen.

Ceratophyllum L. IIoornblad.

C. demersum L. gedoomd Hoornblad. In slooten, vaarten, grachten enz. Op Muyserick te Vught in een vijver, in eene sloot langs den Pettelaarschen weg, in de Zuid-Willemsvaart. Juni, Juli.

Ord. Lythrarieae Juss.

Partijkeachtigen.

Lythrum L. Partijke.

L. Salicaria L. gewone Partijke. Aan kanten van slooten en moerassen en in vochtige weilanden. Algemeen langs het water bij \'s Bosch. (Buitendijk te Moerdijk). Juli, Aug.

P e p 1 i s L. Peplis.

P. Portula L. rondbladige Peplis. Op moerassige plaatsen in heidestreken. Op de Vughtsche en Boxtelsehe heide, op de Ortensche Schans, bij Vlijmen in drooge slooten en te Eosmalen. (Eindhoven Prodr.fl.Bat.) Juli, Aug.

-ocr page 51-

45

Ord. Cucurbitaceae Juss.

Kalebasachtigen.

Bryonia L. Heggerank.

B. dioica L. tweehuizige Ileggerank. In heggen en tus-schen kreupelhout. Te Vught in eene heg om de Pastorij 1864, in hakhout op Muyserick 1874. (Bij Breda K.v.W.) Juni, Juli.

Ord. Portulaceae Juss,

Porceleinachtigen.

Portulaca L. Porselein.

P. oleracea L. wilde Porselein. Op bebouwde gronden. Te Helvoirt aan slooten langs moestuinen en bij mest-hoopen. (Bij Breda K.v.W.) Juni—Sept.

Claytonia Donn. Claytonia.

C, peifoliata L. engelsche Spinazie, doorboorde Claytonia. Verwilderd. Langs eene heg voor het buiten van Mevrouw de Loecker, in een bloembed en tussehen het gras op Reeburg te Vught.

Montia L. Montia.

M. minor Gm. kleine Montia. Op vochtige zandgronden. Te Eosmalen, op de Vughtsche heide. April—Juli.

Ord. Paronychieae Hil.

Paronychiaachtigen.

Corrigiola L. Eiempjes.

C. littoralis L. gewone Eiempjes, Op vochtige overstroomde zandgronden, aan oevers van rivieren enz. Op de Vughtsche heide, te Helvoirt, Elshout, bij Piazenza. (Eindhoven Pr.fl.B.), Juli—Sept.

Hernial-ia L. Duizendgraan.

H. glabra L. onbehaard Duizendgraan. In drooge zanden heidegronden. Op de Ortensche Schans , langs den Hennitschen dyk, te Elshout, bij Piazenza. Juni— Oct,

-ocr page 52-

46

Illecebrum L. Hardkelk.

I. verticillatum L. kransdragende Hardkelk. In vochtige zand- en heidegronden. Op de Ortensche Schans, op de Vughtsche en Helvoirtsche heide, bij Piazenza. (Eindhoven Pr.fl.B. Breda Pl.B.S.) Juni—Aug.

Ord. Sclerantheae Link.

Hardbloemachtigen.

Scleranthas L. Hardbloem.

S. annuus L. eenjarige Hardbloem. In \'bebouwde en opene zandgronden. Bij Vught; op de Vughtsche heide. (Eindhoven Pr.fl.B. In de hooge zandgronden onmiddelijk aan de polders grenzende van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen, v.d.B., v.d.S.L. en S. 1860).

S. perennis L. overblijvende Hardbloem. In drooge heide- en zandgronden. Op de Vughtsche heide en elders te Vught, ook bij Piazenza.

Ord. Crassulaceae DC.

Vetplanten.

S e d u m L. St. Jnnskruid.

S. purpurescens Koch. St. Janskruid. (S. Telephium PI. B.S.) In boschrijke zandige streken tusschen kreupelhout, aan bouwlanden enz. Op den Pettelaarschen dijk. Te Helvoirt. Juli—Sept.

S. album L. wit St. Janskruid. In drooge zandgronden, op muren, daken enz. Langs de borstwering van de \'s Bossche wallen, op een rieten dak te Wijk bij Heusden. (Aan zandige wallen tusschen Beugen en de Maas). Juli—Aug.

S. acre L. muurpeper. In opene en grazige zandgronden , aan wallen, op muren enz. Op den Orten-schen dijk, bij Engelen en Heusden. Juni, Juli.

S. Boloniensis Lois, zeshoekig St. Janskruid. (S. sexan-

-ocr page 53-

47

gulare FIBS,). In dorre zandgronden. Langs den dijk van de Zuid-Willemsvaart, langs den dijk bij de inundatiesluis te Heusden. Juni, Juli.

S. reflexum L. Trip-madam. In hooge drooge zandgronden , op muren enz. Op de Ortensche Schans, bij Vuglit, op de heide bij het Kamp. Juli—Aug.

glaucum Koch, graauw-groene. Met zeegroene bladen, graauw-groen en bleekblaauw. (Aan wegen, ruigten en graslanden bij Boxmeer 1853).

Sempervivum. L. Huislook.

S. tectorum L. gewoon Huislook. Op daken en muren, aangeplant en verwilderd. Op daken van den ouden Bogaard te \'s Bosch, op een dak bij het Klooster onder den Dungen. Juli—Aug.

Ord. Grossularieae DC.

Kruisbesachtigen.

Eibes L. Bes.

11. Grossularia L. Kruisbes. (II. uva crispa Fl.B.S.). In heggen en op beschaduwde plaatsen. Mei.

/?• pubescens Koch. zachtharige. Het vruchtbeginsel bedekt met korte, zachte, niet klierachtige haren, de bessen eindelijk onbehaard. Aan slooten bij Bostel.

11. nigrum L. zwarte Aalbes. In bosschen, aan slooten enz. Aan de Pettelaar tusschen hakhout, aan slooten bij de herberg het Klooster onder den Dungen , te Eosmalen tusschen het hakhout. Mei.

E. rubrum L. roode Aalbes. In heggen op beschaduwde plaatsen. (Bij Breda K.v.W.) Mei.

Ord. Saxifrageae Vent.

Steenbreekachtigen.

Saxifraga L. Steenbreek.

S. tridactylites L. drievingerige Steenbreek. In drooge

-ocr page 54-

48

zandgronden, op muren enz. Op de borstwering digt bij het Cassino. A pril, Mei.

S. granulata L. boldragende Steenbreek. Op grazige beschaduwde plaatsen. (Bij Eindhoven in sommige weilanden even zoo algemeen als elders de Eanunculus Fiearia F. Dozy, Pl.B.S.). Mei, Juni,

Chrysoplenium L. Goudveil.

C. oppositifolium L. paarbladig Goudveil. Op vochtige beschaduwde plaatsen, aan beekjes, aan bosschen enz. (ülvenhoutsche bosch bij Breda 1853). Mei, Juni,

Ord. Umbelliferae Juss.

Schermbloemen.

Subord. Orthospermae Kooh.

Eegtzadigen.

Trib. Hydrocotyleae Spr.

Waternaveligen.

Hydrocotyle L. Waternavel.

H. vulgaris L. gewone Waternavel. Op vochtige plaatsen , vooral in heide- en duingronden, aan kanten van vijvers enz. In menigte links van den provincialen klinkerweg nabij Vlijmen, veel op de Vughtsche, Helvoirtsche en Boxtelsche heide. Juni—Aug.

Trib. Saniculeae Koch. q

Kruisdistelachtigen.

Eryngium L. Kruisdistel.

E, campestre L. akker Kruisdistel. Op drooge gronden, aan dijken, wegen enz. Langs den Hervenschen dijk, tusschen Engelen en het fort Grèvecoeur, op den Wijkschen en Bernschen dijk. Juli, Aug.

Trib. Ammineae Koch.

Cicuta L. Waterscheerling.

C. virosa L. gewone Waterscheerling. In moerassen,

-ocr page 55-

49

aan kanten van slooten, vaarten enz. Aan slooten te Elshout, bij Rem, in de grachten van Heusden, in slooten te Vuglit. Juli, Aug.

A p i u ra L. Sellerij.

A. graveolens L. gewone Sellerij. In zilte streken aan slootkanten, op moerassige plaatsen. Langs denHees-beenschen weg tnsscben bet gras. Juli—Sept.

H e 1 o s c i a d i u m K o c b.

H. inundatum Kocb. ondergedoken Helosciadiura. Aan kanten van slooten, vijvers enz en in moerassige weilanden In dwarsslooten links van den Peltelaarschen weg, in een water aan de Vughtscbe beide bij de brug, in de graebten van liet fort Isabel, langs den vijver op Reebnrs; te Vugbt, 20 Juni 1877. A. de Har-titscb. (Eindhoven Pr.fl.B. onderscheidene plaatsen bij Breda , St. Jansbeek). Juni—Aug.

Aegopodiutn L. Hanepoot.

A. Podagraria L. gewone Hanepoot, wilde Geer, Flier-finkruid. Op beschaduwde plaatsen, aan heggen enz. Langs slooten te Vlijmen, bij Vught en Vlijmen onder boomen, tusschen hakhout op Eeeburg. Juni, Juli.

C a r u m L. Karwei.

C. Carvi L. gewone Karwei. In weilanden. Bij Empel. Mei, Jnni.

C. verticillatum Koch. kransbladige Karwei, In moerassige weilanden (Sium verticillatum JFl.B.S. Bij Leende 1/4 uur van het dorp naar den kant van Maashees F. Dozy). Juli, Aug.

Pimpinella L. Bevernel.

P. magna L. groote Bevernel. Op beschaduwde grazige plaatsen. Om bet fort Crèvecoeur.

y dissecta Korh. ingesnedene. Met de blaadjes hand dubbeldvindtelig. Ju weiden tusschen Engelen en het fort Crèvccoeur, digt bij het fort. Juni—Aug.

8

-ocr page 56-

60

Berula Koch. Water-Eppe.

B. angustifolia Koch. smalbladige Water-Eppe. (Siutn angustifolium EI.B S,). In slooten, vijvers , moerassen enz. Zeer algemeen in stilstaande wateren bij\'s Bosch. Juni, Juli.

S i u m L. Water-Eppe.

S. latifolium L. breedbladige Water-Eppe. In slooten, vijvers enz. In slooten buiten de Herptsehe Poort, bij Heusden. Juni, Juli.

Trib. Seselineae Koch.

O en an the L. Torkruid.

O. fistulosa L. pijpachtig Torkruid. Aan kanten van slooten, vijvers, in moerassige weilanden enz. Algemeen langs slooten bij \'s Bosch , veel in het broek te Helvoirt. (Bij Moerdijk 1860) Juni—Aug.

O. peucedanifolia Poll. varkenskervelbladig Torkruid. In vochtige weilanden. (Te Lith en Lithoijen v. d. Trappen N. Bijdr. p. 19). Juni, Juli.

O. Phellandrium Lam. Watervenkel. In slooten, moerassen enz. Algemeen in slooten bij \'s Bosch, veel te Kosmalen. Juli, Aug.

A e t h u s a L. Hondspeterselie.

A. Cynapiura L. gewone Hondspeterselie. In moeshoven , bouwlanden en op ruige plaatsen. Algemeen langs de wallen, bij Rosmalen en Vught. Juni, Juli.

Silaus Bess.

S. pratensis Bess. Weide-Silaus. In vruchtbare grasgronden. Op de cingelkade tusscheu de Vughtsche- en St. Janspoort, buiten de Herptsehe poort bij Heusden. Juli, Aug.

Trib, Angeliceae Koch.

Kngelenkruidachtigen.

Levisticum Koch. Lavas.

L. officinale Koch Lobbestok of Lavas (Ligusticum Levisticum Fl.B.S.). Uit de tuinen verwilderd. (Te Nuenen El.B.S.). Juli, Aug.

-ocr page 57-

51

S e 1 i n u m L.

S. carvifolia L. karweiacbtige Seliuum. In vochtige, beschaduwde grasgronden. (In weilanden , bij \'t Ul-venhoutsche bosch naar den kant der Bavelsche heide bij Breda, in Juli nog niet bloeiend 1852).

Angelica L. Engelenkruid.

A. Silvestris L. wild Engelenkruid of Engelenwortel. Op beschaduwde moerassige plaatsen. Bij Engelen, Vught en Rosmalen. Juli, Aug.

Trib. Peucedaneae DC.

Varkenskervelachtigen.

Peucedanum Kchb. Varkenskervel.

Peucedanum Chabraei Echb. Chabraei\'s Varkenskervel. In vochtige weilanden. (In graslauden bij Boxmeer). Juni, Juli.

Thysselinum Hoffm. Melkeppe.

T. palustre Hoffm. moeras Melkeppe. Aan vijvers, slooten, enz. Langs slooten te Elshout, bij Boxtel. (Eindhoven Dozy Pr.fl.Bat. Bij \'s Bosch De Hartitzsch). Juli, Aug.

A net hum L. Dille.

A. graveolens L. sterkriekende Dille. Verwilderd. (Pa-stinaca Anethum Fl.B.S.). In de akkers te Princen-hage J. A. B. Kuiper van Waschpenning). Juli, Aug.

Pastinaca L. Pinksternakel.

P. sativa L. witte Wortel. In opene en bebouwde gronden, weilanden, aan kanten van akkers, enz. Op de \'s Bossche wallen, op de cingelkade, op de wallen van het fort Crèvecoeur, bij de gemeente Empel. Juli, Aug.

Heracleum L. Bcerenklauw.

H. Sphondyliutn L. Varkenskool, Bcerenklauw. In grasgronden. Op de wallen, langs de Zuid-Willemsvaart; een erg onkruid in de weilanden. Juli, Aug.

é

-ocr page 58-

52

ïrib. Daucineae Koch.

. Worteliichtigen.

Daucus L. Peen of Wortel.

D. Carota L. wilde Peen of Wortel. Op grazige plaatsen aan wegen en dijken. Tusschen Engelen en liet fort Crèvecoeur. Juni — Aug.

var. rubella. Ter zelfder plaatse.

Subord. Campylospermae Koch,.

Kromzadigen.

Trib. Caucalineae Koch.

üooruzaadachtigen.

Tor ills Adans. Doornzaad.

T, Anthriscus Gm. hegge Doornzaad. Aan heggen, op ruige plaatsen enz. Rij Rosmalen, tusschen de Pet-telaar en den Dungen, bij Vught en Heusden. Juni, Juli.

T. helvetica Gm. zwitserseh Doornzaad. Aan dijken. (In groote menigte aan den dijk tusschen de Eoode-vaart en Zevenbergen en aan den dijk bij Woens-drecht.). Juni, Juli.

T. nodosa Gartn. knoopig Doornzaad. Aan dijken enz., naar den zeekant (Aan dijken, wegen en bouwlanden van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoo-gerheide naar Huibergen 1860. V.d.R. v.d.S.L. en S.). Juni, Juli.

Trib. Scandicineae Koch.

Naaldekervclaclitigen.

Scandix L. Naaldekervel.

S. Pecten Veneris L. Naaldekervel, Kranebek. In bouwlanden. Tusschen het koren bij Nuenen en Son. Mei, Juni.

Anthriscus Hoffm. Stekelzaad.

A. sylvestris Hoffua. wilde Kervel, Pijpkruid. Op voch-

-ocr page 59-

53

tige, grazige plaatsen, aan heggen, in kreupelbos-schen enz. Op de wallen en bij Hintham. (Algemeen bij Bergen-op-Zoom I860). Mei, Juni.

A. vulgaris Peis. gewoon Pijpkruid of kervelaehtig Stekelzaad. In opene zandgronden , op ruige plaatsen enz. Op de wallen bij het Huis van verzekering. Mei, Juni.

Chaerophyllum L. Kervel.

C. temnlum L. wilde Kervel. (Myrrhis temula Fl.B.S.). Aan heggen, onder kreupelhout. Bij llosmalen, aan de Pettelaar, te Nuenen langs de akkers. Juni, Juli

Trib. Smyrneae Koch.

Schorsvruchten.

Conium Ij. Scheerling.

C. maculatum L. dolle Kervel, gevlekte Scheerling. Aan dijken, wegen , puinhoopen enz. Op de cingelkade links buiten de Vughtsche poort, bij de herberg het Klooster onder den Dungen, te Herpt en veel te Groot-Deuteren. Juli, Aug.

Ord. Araliaceae Juss.

Araliaachtigen.

II e d e r a L. Klimop.

H. Helix L. gewone Klimop. Aan oude muren, aan oude boomstammen iu bosschen , over den grond kruipend enz. Op eeuen oudeu muur langs de Dieze bij de Manége, op Knotwilgen, Eiken-en Esschenboomen . te Helvoirt, vooral een paar buitengewoon groote en dikke exempl. om bnomen geslingerd bij Zwijnsbergen en op Beukenboomeu te Haren, Sept., Oct.

Ord. Corneae DC.

Kornoeljes.

Cornus L. Kornoelje.

C. sanguinea L. roode of wilde Kornoelje. In heggen, bosschen enz. ïusschen heggen te Herpt en bij Vught. Juni.

-ocr page 60-

64

Ord. Caprifoliaceae Juss.

Kamperfotlieachtigen.

A d o x a L. Muskuskruid.

A. Moschatellina L. Muskuskruid. Op vochtige beschaduwde plaatsen. (Bij Helmond Dozy Prodr.fl.B.). April, Mei.

Sambucus L. Vlier.

S. niger L. gewone Vlier. In bosschen, heggen enz. Langs de wallen, op het fort Crèvecoeur, bij Vught. Juni, Juli.

Viburnum L. Balroos.

V. Opulus L. wilde Balroos, Sneeuwbal. In boschrijke streken. Aan de Pettelaar, te Rosmalen , te Cromvoirt. Mei, Juni.

L o n i c e r a L. Kamperfoelie.

L. Periclymenum L. wilde Kamperfoelie. In bosschen, aan slootkanten enz. Aan de Pettelaar , bij Eosmalen, bij Helvoirt tusscben het hakhout. Mei, Juni.

Ord. Stellatae L

Stervormigen.

Sherardia L.

S. arvensis L. akker Sherardia. In bouwlanden. Bij Rosmalen. (Eindhoven Dozy Pr.fl.B.). Mei, Juni.

Galium. L. Walstroo.

G. Cruciata Scop. kruisbladig Walstroo. (G. cruciatum L. Fl.B.S.). Op grazige plaatsen langs wegen, heggen enz. Te Lithoijen aan de kanten der slooten. Mei, Juni.

G. Aparine L. Kleefkruid. In bouwlanden en moeshoven, tusschen kreupelhout, aan heggen enz. Langs de Zuid-Willemsvaart, bij Vught, Eosmalen en Heus-den. Juni—Aug.

G. uliginosum L. kleverig Walstroo. Op moerassige

-ocr page 61-

plaatsen, vooral in duin- en heidestreken. In het gras tusschen het hakhout bij Boxtel. (Tn slooten bij Bergen-op-Zoom, Etten en Eozendaal Fl.B.S.). Juni— Aug.

G. palustre L. moeras Walstroo. In slooten enz. Langs slooten bij Vught en de Pettelaar. Juni, Juli.

G. verum L. eoht Walstroo. In drooge zandgronden-Op de quot;Vughtsche heide. Juni, Juli.

ochroleucum Fries, witachtig-okergeel. De bloei-wijze wijdtrossig, de bloemen witachtig okergeel. Ter zelfder plaatse.

G. sylvaticum L. boseh Walstroo. In bosschen. (In de bosschen en tusschen kreupelhout bij Boxmeer 1863).

G. Mollugo L. zacht Walstroo. Op grazige plaatsen, aan dijken en wegen, in kreupelbosschen enz. Op de \'s Bossche wallen, langs de Zuid-Willemsvaart, te Rosmalen. Juni—Aug.

G. saxatile L. steenminnend Walstroo. In heide- en duingronden. Tusschen oude muren bij \'s Bosch, op de Vughtsche heide. (Mastbosch bij Breda 1852). Juli—Sept.

Ord. Valerianeae DC.

Valerianen.

Valeriana L. Valeriaan.

V. officinalis L. gewone Valeriaan. Aan slootkanten op moerassige plaatsen enz. Algemeen aan slooten vooral buiten de Hinthamer poort, langs eene sloot op Muij-serick te Vnght, te Nuenen. Juni—Aug.

V. dioica L. tweehuizige Valeriaan. In vochtige plaatsen in grasgronden. Bij Son en langs slooten te Helvoirt achter Jagtlust, zeldzaam. April—Juni.

V. sambucifolia Mik. vlierbladige Valeriaan. Aan waterkanten en op begroeide moerassige plaatsen. (Ba-velsche loop bij Udenhout en aan slootkanten bij Burgst, 17 Juli 1852.).

-ocr page 62-

56

Valerianella Poll. Veldsla.

V. olitoria Poll, gewone Veldsla. In bouwlanden en moeshoven, aan dijken en wegen enz. Op de wallen te \'s Bosch. April, Mei.

V. dentata Poll. getande Veldsla. In bouwlanden. (In bouwlanden bij Boxmeer). Juni—Aug.

«• leiocarpa Koch. Met onbehaarde vruchten. (Eindhoven Dozy).

z5- lasiocarpa Koch. Met kortharige vruchten. De vruchten overal kortharig, de haartjes openslaande, de punt omgebogen. (In bouwlanden bij Boxmeer 1853.),

V. Auricula DC. geoorde Veldsla DC. In bouwlanden. (Bij Eindhoven Dozy, in bouwlanden bij Boxmeer 1853). Juli, Aug.

Ord. Dipsaceae Juss.

Kaarden.

Dibsacus L. Kaardebol.

D. sylvestris Mill, wilde Kaardebol. In drooge kleigronden, aan dijken enz. Langs den hoogen Maasdijk bij de Haarsteeg, op den Bernschen dijk bij Heusden en veel langs den Empelschen dijk. Juli—Sept.

K n a u t i a C o u 11.

K. arvensis Coult. akker Knautia. Aan zandige bouwlanden , ann dijken , wegen enz. (Bij Breda en Ber-gen-op-Zoom K.v.VV. Fl.B.S.). Juli, Aug.

Succisa M. et K.

S. pratensis Moeneh. moeras Succisa, moeras Schurft-kruid. In bosschen, vochtige weilanden enz. (Scabiosa succisa Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide. (Heeze Pr. fl.B.). Aug., Sept.

-ocr page 63-

67

Ord. Compositae Adans.

Zameugeslelden.

Subord. Corymbiferae Vaill.

Bnisbloemigcn,

Trib, Eupatoriaceae Less.

Leverkruidachtigen.

E u p a t o r i u m L. Leverkruid.

E, cannabinum L. Boeltjes-Koninginne of Leverkruid. Aan slootkanten, op begroeide moerassige plaatsen enz. Aan slooten bij Vught, bij de Pettela!»r en Boxtel. Juli, Aug.

ïussilago L. Hoefblad.

T. Farfara L. klein Hoefblad. In kleigronden op vochtige plaatsen. Op de cingelkade tusschen de Vughtsclie en St. Janspoort. Maart, April.

Petasites Grartn.

P. officinalis Moench. groot Hoefblad. Aan slootkanten, op moerassige plaatsen enz. (Bij Breda K.v.W.). April.

Trib. Asteroïdeae Less.

Asteracbtigen.

Aster L. Aster.

A. puniceus Ait. roode Aster. Op vochtige plaatsen. (Bij Breda K.v.W.) Aug.

A. brumalis N. ab Es. winter Aster. Aan de oevers van rivieren. Verwilderd. Aan de Pettelaar bij een bouwvallig huis. Oct., Nov.

A. Novi Belgii L. nieuw-hollandsche Aster. Op vochtige beschaduwde plaatsen. Aan slooten bij Middelrode, veel tusschen Elzen hakhout bij Berlicum, langs eene sloot bij de Schietplaats te Hintham.

-ocr page 64-

68

Bellis L. Madeliefje.

B. perennis L. gewoon Madeliefje. Allerwege op grazige plaatsen. Veel op de wallen te \'s Bosch. Maart tot November.

Erigeron L. Fijn straal.

E. canadensis L. canadasclie Fijnstraa]. In bebouwde en opene zandgronden. Op de wallen en aan de Pet-telaar. Juli, Aug.

E. acris L. scherpe Wijnstraal. Aan dijken, wegen, kanten van bouwlanden, op muren enz. (Bij Breda K. v.W.). Juni—Aug.

Solidago L. Guldenroede.

S. Virga aurea L. gewone Guldenroede. Op ruige plaatsen in boschachtige streken. Langs drooge slooten te Esch, bij Boxtel en Helvoirt. Aug., Sept.

Inula L. Alant.

I. Britanica L. britsche Alant. In vochtige grasgronden. Op de Vughtsche heide, bij Groot-Deuteren, bij Vlijmen, op den Ortenschen dijk, en op den Nieu-wendijk tusschen Empel en Rosmalen. (Maas bij Boxmeer 1853). Juli—Sept.

Pulicaria Gartn. Alant.

P. vulgaris Gartn. kleinbloemige Alant. (Inula Pulicaria Pl.B.S.). Op vochtige, grazige plaatsen in zandige streken. Bij Groot-Deuteren, op den nieuwen dijk tusschen Empel en Rosmalen. Aug., Sept.

P. dysenterica Giirtn. doorloop Alant. Aan wegen, slootkanten en op vochtige plaatsen. (Inula dysenterica Fl.B.S.). Bij Vlijmen en Heusden. Juli, Aug.

Trib, Senecionideae Less.

Kruiswortelachtigen.

B i d e n s L. Tandzaad.

B. tripartita L. driedeelig Tandzaad. Aan slootkanten

-ocr page 65-

59

en op moerassige plaatsen. Op de cingelkade, in de Vliertpolder en bij Hintham. Juni—Aug.

B. cermia L. knikkend Tandzaad. Op gelijke plaatsen als de vorige. Op de Vliertpolder en langs den provincialen klinkerweg. Juli—Sept.

Filago Ij. Suae. Roerkruid.

F. germanica L. (F. caneseens Jord.) (afwijkende soort), kopvormend Eoerkruid. (Gnaplialium Germanicum Fl. B S.). Aan dijken, wegen en in bouwlanden. Op zandheuvels bij Rosmalen. (Eindhoven Fr.fl.B.). Juli, Augustus.

F. arvensis L. akker Eoerkruid. (Gnapb. arvense Fl.B.S.). (Bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

F. minima Fries, berg Eoerkruid. (Gn. montanum et minimum Fl.B S.). In opene en bebouwde zandgronden. Te St. Michiels-Gestel, op de Vughtsehe heide. (Eindhoven Pr fl.B. In de hooge zandgronden onmid-delijk aan de polders grenzende van af de Schelde bij VVoensdrecht, langs Hoogerheide naar Huibergen. v.d.B. v d S.L. en S. 1860).

F, apiculatu G. E. Sm. doornachtig Roerkiuid. In opene en bebouwde zandgronden. Te Rosmalen.

Gnaphalium L. Roerkruid.

G. sylvaticum L. bosch Roerkruid. Op beschaduwde plaatsen, in zand- en heidegronden. Bij Vught, de Pettelaar en Boxtel. (Oirschot Pr.fl B. Mastbosch bij Breda 1852). Juli—Sept.

G. uliginosum L. moeras Eoerkruid. Op vochtige van tijd tot tijd overstroomde plaatsen. Algemeen, vooral langs den Hervenschen dijk en den provincialen klinkerweg. Juli, Aug.

G. luteo album L. geelwit Eoerkruid. In vochtige zandgronden , aan wegen, slootkanten enz. Langs den Hervenschen dijk, bij Berlicum en te Hintham. Aug , Sept.

-ocr page 66-

60

G. dioicum L. tweehuizig Boerkruid. In drooge zanden heidegronden. Op de Vughtsche heide. Mei, Juni.

Artemisia L. Alsem.

A. Absynthium L. gewone Alsem. Aan dijken en in ruige steenachtige gronden. Te Tlijmen langs eene sloot, in weilanden bij Vught. Juni—Aug.

A. vulgaris L. gewone Bijvoet. Aan wegen, aan heggen, tusschen kreupelhout enz. Bij Vught, Vlijmen en de Pettelaar. Juli, Aug.

Tanaeetum L. Reinvaren.

T. vulgare L. wild Wormkruid, gewone Reinvaren. Aan dijken en wegen. Op de citadel, de cingelkade, langs de Dieze, veel te Helvoirt. Juli, Aug.

Achillea L. Duizendblad.

A. Ptarmiea L. smalbladig Duizendblad. Aan kanten van rivieren, op moerassige plaatsen. Algemeen langs de slooten buiten alle poorten van \'s Bosch, ook te Helvoirt. Juli—Sept.

A. Millefolium L. Hazcgenve of gewoon Duizendblad. In grasgronden, aan wegen, dijken enz. Op de wallen tusschen het gras, ook veel te Vught. Juni—Oct.

An the mis L. Kamille.

A. tinctoria L. gele Kamille. Op zonnige plaatsen in drooge zandgronden, op muren enz. Te Maren in eene straat ten oosten der kerk. Juli, Aug.

A. Cotula L. stinkende Kamille. In bebouwde en onbebouwde gronden, aan ruigten enz, (Bij Breda K.v.W.) Juni, Juli.

A. arvensis L. akker Kamille. Op zandige bouwlanden. Op de cingelkade, tusschen het koren te Nucnen en Geldrop. Juni—Sept.

Matricaria L. Kamille.

M. Chamomilla L. gewone Kamille. In bouwlanden, aan ruigten , wegen enz. Op den \'s Bosschen dijk, tusschen de rogge te Eosmalen en Nuenen. Juni—Sept.

-ocr page 67-

61

Chrysanthemum L. Ganzebloem.

C. Leucantliemum L. witte Ganzebloem. In weilanden, aan wegen, dijken enz. Langs den dijk van de Zuid-Willemsvaart, veel in de weilanden te Vught. Mei— Juli.

C. Parthenium Pers. Mater, breedbladige Vuurwortel. (Pyrethrum Piirtbenium FI.B.S.). In en bij moeshoven, aan aard- en puinhoopen enz. Beneden aan de wallen bij de kastorensmolen te \'s Bosch en bij de ruïne van het Oudheusdensehe kasteel. Juni, Juli.

C. inodorum L. reukelooze Ganzebloem. (Pyrethrum ino-dorum Fl.B.S.). Aan wegen, slootkanten , kanten van akkers enz. Te Rosmalen; bij de overblijfsels van het Oudheusdensehe kasteel. (Langs dijken en wegen en bouwlanden van af de Sehelde bij Woensdreeht langs Hoogerheide naar Huibergen v.d.B. v.d.S.L. en S. 18CÜ.). Juli, Aug.

C. segetum L. gele Ganzebloem. In zandige bouwlanden enz. Op de eingelkade, den Ortensehen dijk, bij Vught. Juni—Sept.

Seneeio L. Kruiskruid.

S. vulgaris L. gewone Kruiswortel. Op bebouwde en onbebouwde plaatsen. Overal zeer algemeen bij \'s Bosch. Juni—Dee.

S, viscosus L. kleverig Kruiskruid. Op bebouwde, ruige plaatsen in zandige streken. (Te Ulvenhout 1852.).

S, sylvaticus L. bosch Kruiskruid. Op beschaduwde plaatsen, aan wallen, heggen enz in zandige streken. Te Helvoirt en St. Michids-Gestel. Juli, Aug.

S. erucifolius L. raketbladig Kruiskruid L. (S. tenuifo-lius. Fl.B.S.). In kreupelbosschen , aan beplante dijken en wegen. (Bij Breda K.v.W.) Juli—Sept.

S. Jacobaea L. Jacobs-Kruiskruid. In grazige gronden. Op deu Ortensehen dijk, aan de Pettelaar. Juli, Aug.

-ocr page 68-

62

S. aquaticus Huds. water Kruiskruid. Aau waterkanten, in moerassige graslanden enz. Aan de Pettelaar, bij quot;Vugbt, langs den Ortenschen dijk.

S. Fuchsii Kocli. Fuch\'s Kruiskruid. (S. ovatus Fl.B.S.). Op vochtige plaatsen in bosschen. (In de bosschen en tusschen kreupelhout bij Boxmeer 1853.). Juli—Sept.

S. sarracenicus L. sarraceensch Kruiskruid. Aan de oevers van rivieren en plassen. (Moerdijk Pr.fl.B.). Juli, Aug.

S. paludosus L. moeras Kruiskruid. Op gelijke plaatsen als de vorige. In menigte langs de Dieze, te Maïen in de Vellemeer. (Buitendijk te Moerdijk I860.). Juni—Aug.

Subord. Cynaroeephalae Less.

Hondskoppigen.

Trib. Cynareae Less.

Artichokachtigen.

Subtrib. Carduineao Koch.

Distelachtigen.

Cirsium To urn. Vederdistel.

C. lanceolatum Scop. Speerdistel. Aan wegen en dijken, op ruige plaatsen enz. Bij St. Michiels-Gestel, te Vlijmen , bij Heusden in menigte aan wegen. Juli—Sept.

C. palustre Scop. moeras Vederdistel. In vochtige, moe-ra*sige graslanden, langs slooten enz. Bij Boxtel tusschen het hakhout, bij Helvoirt langs slooten. (Breda Kops. Fl.B.S.). Juli, Aug.

C. oleraceum Scop. moes Vederdistel. Op vochtige grazige plaatsen. (Bij Breda K.v.W.). Aug., Sept.

C, anglicum Lam. engelsche Vederdistel. In moerassige veenstreken, in weilanden enz. (Cirsium heteroph. Fl.B.S ). Veel op de Vughtsche en op de Helvoirtsche heide. (Heusdenhout bij Breda 1852, te Boxmeer, St. Autonis 1853.). Mei—Aug.

-ocr page 69-

63

C. arvense Scop akker Vederdistel. Langs dijken en wegen, in bebouwde gronden enz. Op den Her-venschen dijk, veel op den hoogen weg naar het kamp. Juni—Aug.

Silybum Gaertn. Distel.

S. Marianura Gaertn. gezegende Distel. (Carduus mari-anus FI.B.S.j. (Bij Breda K.v.W.) Juli, Aug.

Carduus L. Distel.

C. crispus L. gekrulde Distel. Aan wegen en dijken, op muren en steenachtige plaatsen. Op de wallen, langs de Zuid-Willemsvaart. Juni—Aug.

0. nutans L. knikkende Distel. Aan dijken en wegen in zandige streken. Bij de Pettelaar, langs de Zuid-Willemsvaart, op den Bernschen dijk, te Helvoirt. Juli, Aug.

O n o p o r d o n L, Wegdistel.

O. Acanthium L. witte Wegdistel. Aan wegen , dijken en op ruige plaatsen. (Bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

Lappa T o u r n. Klit.

L. major Gilrtn. groote Klit. Aan we^en, ruigten enz. (Arctium lappa Fl B S ). Langs den Kmpelschen dijk, te Empel en te Oudheusden. Juli—Sept.

L. minor DC. kleine Klit. Op gelijke plaatsen. Op het St. Janskerkhof te \'s Bosch, op het Burgtplein te Heusden, langs de Dieze in den tuin van het Casino, op den Empelschen dijk. (Aan wegen bij Boxmeer 1853). Juli, Aug.

L. tomentosa Lam. viltige Klit. Op gelijke plaatsen als de beide vorige. (Arctium tomentosurn Fl.B.S.). Bij Bosmalen en Heusden. Juli, Aug.

Subtrib. Carlineae Cass.

Driedistels.

Car li na L. Driedistel.

C. vulgaris L. gewone Driedistel. Aan dijken en wegen.

-ocr page 70-

64

in onbebouwde zandgronden. Op dén boogen weg tusschen het fort Isabel en het Kamp, bij St. Michiels-Gestel. Juli, Aug.

Subtrib. Centaurieae Less.

Centfiurieachtigen.

Centaurea L. Centaurie.

C. Jacea L. drooge Centaurie. Knoopkruid. Aan wegen en dijken , in drooge weilanden enz. Te Litb op de uilerwaarden en op den dijk. Juni—Aug.

Y- lacera Koch. gescheurde. Van het inwindsel zijn de onderste blaadjes meest met een aanhangsel van franjes voorzien, de volgende onregelmatig met gescheurde franjes, de bovenste slechts alleen zonder franjes. Te Eosmalen.

C, nigra L. zwarte Centaurie, of Wammestknoopen. Aan wegen, op begroeide, grazige plaatsen in drooge gronden. Langs de Zuid-Willemsvaart. Aug., Sept.

C. Cyanus L. Korenbloem. Tusschen het koren in zandige streken. Te Hintham, Eosmalen en bij Vught. Juni, Juli.

C. Calcitrapa L. Sterredistel. Aan dijken en wegen. (Bij Breda K.v.W.). Juli—Sept.

Subord. et Trib. Cichoraceae Juss.

Cichoreiachtigen.

Subtrib. Lapsaneae Less.

Akkerkoolachtigen.

Lapsana L. Akkerkool.

L. communis L. Akkerkool of basterd-Hazenlatuw. In bebouwde en onbebouwde gronden, tusschen kreupelhout, in heggen enz. Te Vught en te Heusden. Juni, Juli.

Arnoseris. Giirtn,

A.. pusilla Gartn. kleine Arnoseris, kleine Akkerkool. (Lapsana minima Fl.B.S.). In zandige bouwlanden.

-ocr page 71-

65

Tusschen het koren te Eosmalen in menigte. Te Son, Brengel en Nuenen (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni—Aug.

Subtrib. Cichorieae C. H. Schultz. Cichoreien.

Cicboriura L, Cichorei.

C. Intybus L. gewone Ciiichorei of Suikerij. Aan dijken en wegen in drooge gronden. Langs de Dieze, veel op den Hoogen Maasdijk tusschen Aalburg en Heus-den. Juli, Aug.

Subtrib. Leontodonteae C, H. Schultz.

Paardebloeiuachtigen.

Thrincia Roth. Thrincia.

T. hirta Eoth. ruwharige Thrincia. Aan wegen enz. in zandige streken. Hij Vught en Eosmalen. Juli—Sept.

Leontodon L. Leeuwentand.

L. autumnale L. herfst Leeuwentand, Hondsbloem (Apar-gium autumnalis FJ.B.S.). Aan dijken en wegen, in weilanden en op grazige plaatsen. Bij Vught en Vlijmen. Juli—Oct.

L. hi^pidum L. stekelharige Leeuwentand. (Apargia hisquot; pida Fi.B.S ). Aan wegen en aan grazige plaatsen-(L. liastilis o. vulgaris Koch). Bij Vught en Eosmalen. Van Juni tot het najaar.

Subtrib. Scorzonereae. C. H. Schultz.

Scorzoneerachtigen.

Tragopogon L. Boksbaard.

T. porrifolius L. preiblndige Boksbaard. Aan wegen en kanten van bouwlanden. Op de wallen van \'s Bosch. (Bergen op-Zoom Dozy Pr.fl.B. Breda Kops, FI.B.S.). Juni, Juli.

T. minor Fries, kleine Boksbaard. Aan dijken en wegen. Op de wallen te \'s Bosch. Juni—Aug.

-ocr page 72-

66

T. pratensis L. beemd-Boksbaard. Aan wegen, op grazige plaatsen, in weilanden. Op het Burgtplein te Rausden. Juni, Juli.

Subtrib. Hypochoerideae Less.

Biggekruidaclitigen.

Hypochoeris L. Biggekruid.

H. glabra L. onbehaard Biggekruid. Tusschen het koren in zandgronden. Bij Vught. (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni, Juli.

H. radicata L. langwortelig Biggekruid. Aan dijken en wegen, in graslanden enz. ïe Vught. Juni—Aug.

Subtrib. Chondrilleae Koch.

Knikbloemachtigen.

Taraxacum Juss. Paardebloem.

ï. oificinale Wigg. gewone Paardebloem, Kaarsjes, Mol-,;;sla. (Leontodon Taraxacum Pl.B.S.). In bebouwde en onbebouwde, opene en grazige gronden. Op de wallen te \'s Bosch, en algemeen in weilanden. (Bij Woensdrecht 186Ü). Mei—October.

var. scapo furcato. Met een gevorkte bloemsteel.

Op de wallen te Heusden, zeldzaam.

Subtrib. Lactuceae Koeh.

Latuwachtigen.

Lactuca L. Latuw.

L. nmralis Presenius. muur-Sla of Latuw. (Chondrilla muralis Pl.B.S.). Aan muren, in beschaduwde zandgronden aan heggen. Langs slooten te Rosmalen, op knotwilgen langs den Empelschen dijk. (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni—Sept.

Sonchus L. Melkdistel.

S. oleraoeus L. moes-Melkdistel. In bebouwde gronden. Te Vught en op het St. Janskerkhof te \'s Bosch.

-ocr page 73-

67

S. asper Vill. ruwe Melkdistel. Op gelijke plaatsen als de vorige. Langs den Vughtschen straatweg.

S. arvensis L. akker Melkdistel. In bouw- en weilanden. Op de borstwering bij het Huis van verzekeringen op andere plaatsen van den \'s Bosscben wal, te Helvoirt. (Bij den Moerdijk 1860). Juli—Sept.

S. palustris L. moeras Melkdistel. In rietvelden, aan waterkanten enz. (Bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

Subtrib. Crepideae Koch.

Streepzaadachtigen.

Crepis L. Streepzaad.

C. biennis L. tweejarig Streepzaad. Tn bouw- en weilanden, tusschen kreupelhout enz. (Bij Breda K.v.W.). Juni, Juli.

C. tectorum L. daken Streepzaad. In drooge zandgronden, op muren enz. Op de akkers bij Vught en Or ten. Juli, Aug.

C. virens Viil. groen Streepzaad. Aan dijken ,$jjfc0gen, heggen enz. Op de wallen te \'s Bosch. Juni—Oct.

P- diffusa DO. uitgespreide. De stengel teerder, uitgespreid, de hoofdjes kleiner dan in den grondvorm. Bij Groot-üeuteren.

C. paludosa Mönch. moeras Streepzaad. (Hieracium pa-ludosum FI B.S.). Op beschaduwde moerassige plaatsen, aan waterkanten enz. .(Bij Eindhoven Dozy, ülvenhoutsch bosch 1852). Juni, Juli.

Hyeracium L. Havikskruid.

H. Pilosella L. langharig Havikskruid. Tusschen het gras te Helvoirt en te Vught.

li. Auricula L. Muizenoor. In drooge begroeide zanden heidegronden. (Tusschen Ossendrecht en Putten, waar de bodem bij uitstek leemhoudend is 1860). Juni, Juli.

-ocr page 74-

68

H. vulgatnm Fries, gewoon Havikskruid. In bosehrijke streken op beschaduwde plaatsen; op muren. Juni— Sept.

ff- nemorosum Fries, bosch. De stengel met weinig bladen; bladen langwerpig, getand, met weinig of wel langzamerhand verdwijnende wortelbladen; de omwindsels eenvoudig en hier en daar behaard, iets klierachtig. (II. sylvatieum Fl.B.S.). In bosschen bij Vught en tlelvoirt.

H. tridentatum Fries, drietandig Havikskruid. In bosschen en op beschaduwde plaatsen. (Bij Eindhoven Dozy Pr.fl.B., Hulst Wils en v.d.B.). Juli, Aug.

H. rigidum Hartm. stijf Havikskruid. In drooge gronden tusschen hakhout. (Bij Eindhoven Dozy.). Juli— Sept.

H. umbellatum L. kroonbloemig Havikskruid. Op drooge zonnige plaatsen in heidestreken, op beschaduwde plaatsen, in bosschen enz. Bij het Kamp op de quot;Vughtsche heide. Aug. — Oct.

H. virescens Sond. groenachtig Havikskruid. In bosschen en op beschaduwde plaatsen. Bij de Pettelaar. Aug., Sept.

Ord. Ambrosiaceae Link.

Ambrosiaachtigen.

Xanthium L. Stekelnoot.

X. strumarium L. gewone Stekelnoot. Aan ruigten, vuil-nishoopen enz. Te Klein-Deuteren, zeer veel te Groot-Deuteren, huiten de Vughtsche poort en te Maren. Juli—Oct.

Ord. Lobeliaceae Juss.

Lobeliaachtigen.

Lobelia L.

L. Dortmnnna L. water Lobelia. In poelen, vennen enz* in heidestreken. In groote menigte in vennen, plasquot;

-ocr page 75-

69

sen en vijvers onder Boxtel, in vennen op de heide tnssehen Son en Eest, veel in het Henksven bij Hel-voirt. (15ij Eindhoven , Oirschot en Aerie Dozy. Ooster-houtsche heide en Heusdenhout bij Breda Lac., Gal-dersehe heide bij Breda 18 53.). Juli, Aug.

Ord. Campanulaceae Juss.

Klokjesaehtigen.

Jacione L.

J. montana L. zand Jacione. In drooge heide- en zandgronden, in de duinen. Te Rosmalen, op de Vught-sche heide en onder Boxtel. Juni, Juli.

var. hirsuta. langharige. Op de Vughtsche heide.

Phyteuma L. Eaponsje.

E, nigrum Schmidt, zwart Eaponsje. In bosschen. (In het Uivenhoutsche bosch bij het Ginneke. K v.W., v. d. Trappe). Mei, Juni.

P. spicatum L. aardragend Eaponsje. In bosschen. (In bosschen bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

Campanula L. Klokje.

C. rotundifolia L. rondbladig Klokje. Op grazige wegen en plaatsen, boschkanten enz. Bij Helvoirt, tusschen Engelen en het fort Crèvecoeur, langs drooge slooten te St. Michiels-Gestel. Juni — Sept.

C. rapunculoïdes L. éénzijdig Klokje. Aan heggen, in bouwlanden enz. Op de Heusdensche wallen in menigte tusschen de oude en nieuwe haven. Juli—Sept.

C. Trachelium L. ruwharig Klokje. In bosschen en tusschen kreupelhout. (Bij Eindhoven Dozy, in bosschen en tusschen kreupelhout bij Boxmeer 1853.). Juli, Aug.

C. patnla L. wijdbloemig Klokje. Op grazige beschaduwde plaatsen, aan boschkanten enz. (Bij Breda v. Hall, El.B.S.). Mei—Oct.

-ocr page 76-

70

E. HapuDculus L. raapwortelig Klokje. In grazige zandgronden. In een boscli bij Boxtel, langs de Meua-densche grachten, bij Nuenen. (Eindhoven P.F1.B.). Juni—Aug.

Specularia Heister. Kantvrucht.

S. Speculum DC. grootbloemige Kantvrucht. (Prismato-carpus Speculum PI B.S,). Tusschen het koren in zandgronden. Tusschen het koren te Rosmalen. Juni, Juli.

Ord. Vaccinieae DC.

Boschbesachtigen.

Vaccinium L. Boschbes.

V. Myrtillus L. blauwe Boschbezie. In bosschen in de hoogere streken. Bij Boxtel, op den Hondsberg bij Oisterwijk , in Pijnbosschen bij Princenhage. (Helmond P.P1.B). Mei—Juli.

V. Oxycoccos L. veen Boschbezie. In veengronden. (Oxycoccos palustris Pl.B.S.). Op de heide bij Son, in lage heiden onder Boxtel en Helvoirt. Mei—Aug.

Ord. Ericaceae Desv.

Heideachtigen.

Andromeda L.

A. polifolia L. witbladige Andromeda. In veengronden. Lanas een ven onder Boxtel. Mei—Juli.

O

Call una Salisb. struik-Heide.

C. vulgaris Salisb. bezem-Heide, struik-Heide. Op heivelden, ia de duinen. Bij Helvoirt, op de Vughtsche, Boxtelsche, Sonsche en Nuenensche heiden (weinig op de Rozendaalsche heide. I860.).

Erica E. dop-Heide.

E. Tetralix L. gewone dop-Heide. Op vochtige plaatsen in heidestreken, in duinvalleien. Ter zelfder

-ocr page 77-

71

plaatse als de voorgaande. (Eindhoven, veel op de Eo7,endaalsche heide 1860.). Mei—Sept.

Var. floribus albis. Met witte bloemen. Op de heide bij Nuenen zeldzaam. Juni.

E. cinerea L. aschgrauwe Heide. Op zonnige plaatsen op heidevelden. (Eens gevonden op de Oirschotsche heide. Staring.). Juli, Aug.

Ord. Pyrolaceae L.

Wintergroenachtigen.

Pyrola L. Wintergroen.

P. rotundifolia L. rondbladig Wintergroen. Op vochtige plaatsen in bosschen en begroeide zandgronden. Zeldzaam voorkomende op den kant eener sloot, van het Huis ten Halve naar de Vughtsche heide, aan slooten aan den heikant. Juli—Oct.

P. minor. L. klein Wintergroen. In bosschen. In groote menigte in een bosch bij Piazenza onder Vught, gevonden door Freule Pauline Martini van Geffen. (In bosschen bij het Ginneken en Princenhage.) Juni, Juli.

Subclass. C0R0LLIFL0RAE. KROONBLOEMIGEN. Ord. Aquifoliaceae DC.

Hulstachtigen.

I lex L. Hulst.

I. Aquifolium L. gewone Hulst. In bosschen in de hoo-gere streken, in hegsren enz., in de nabijheid van woningen. Op de Boxtelsche heide. Mei, Juni.

Ord. Oleaceae Lindl.

Olij Tachtigen.

Ligustrum L. Liguster.

L. Vulgare L. gewone Liguster. In kreupelbosschen,

.L

-ocr page 78-

72

heggen enz. Op het fort Creveeoeur, bij llosmalen, bij het dorp Wijk, tusschen heggen te St Michiels-Gestel. Juni, Juli.

Fraxinus L. Esch.

F. excelsior L. gewone Esch. In bosschen, aangeplant aan wegen enz. In bosschen te llosmalen en Bostel, soms tusschen het hakhout.

Ord, Apocyneae R. Br.

Apocynumaohtigen,

Vine a L. Maagdepalm.

V. minor L. gewone Maagdepalm. Op grazige beschaduwde plaatsen , aan heggen , slootkanten enz. Onder I een boscli te Helvoirt. (Bij Breda v. Hall. Fl.B.S.\'). April, Mei.

Ord. Gentianeae Juss.

Gcntiaanachtigen.

Trib. Menyantheae Koch.

Waterklavers.

M en y an th es L. Drieblad.

M. trifoliata L. water Drieblad, Waterklaver. Op moerassige plaatsen, aan waterkanten vooral in veengronden. In het \'s Bossche veld, langs slooten bij de Pettelaar, bij de Vughtsche heide, bij het fort Isabel, buiten de Hinthamerpoort. Mei.

Limnanthemiim Gm. Watergentiaan.

L. Nymphoïdes Link. gewone Watergemiaan. (Villarsia Nytnpliaeoïdes Fl.B.S.). In slooten, grachten, vaarten enz. Algemeen in slooten ook in den vijver op Muyse-rich en op Ueeburg te quot;Vnglit. (In slooten en watergangen bij Bergen-op-Zoomj. Juli, Aug.

-ocr page 79-

73

Trib. Gentianeae verae Koch.

Ware Gentiaanachtigen.

Gentiana L. Gentiaan.

G. Pneumonanthe L. klokjes-Gentiaan. Op vochtige plaatsen in heide- en veenstreken. In menigte\' op de quot;Vughtsche, Helvoirtsche en Boxtelsehe heide. (Eindhoven P.fl.B.). Aug., Sept.

Cicendia Adans.

C. filiformis Eeich. draadvormige Gentianelle. (Exacuni filiforme Fl.B.S.). Op vochtige plaatsen in heidegronden. Veel op de Vughtsche heide. (Eindhoven Pr.fl.B.). Aug., Sept.

Erythraea L. Duizendguldenkruid.

E. Centaurium pers. groot Duizendguldenkruid. In vochtige grazige zandgronden. Veel te Helvoirt. (Eindhoven, Ulvenhoutsch bosch bij Breda.). Juli—Aug.

E. pulchella Fries, schoon Duizendguldenkruid. In vochtige grazige zandgronden. Op den \'s Bosschen dijk, zoogenaamd Engelschen dijk langs de Dieze. Juli— October.

Ord. Convolvulaceae Juss.

Windeachtigen.

Trib. Gènuinae Link.

Convolvulus L. Winde.

0. sepium L. haag-Winde. In kreupelbosschen en heggen. Om Wilgentakken geslingerd buiten de Vughtsche poort. Juni—Aug.

C. arvensis L. akkerWinde. In bouwlanden aan ruigten enz. Langs den grond kruipende buiten dezelfde poort. Juni, Juli.

Trib. Cuscutineae Link.

Warkruiden.

Cuscuta L. Warkruid.

C. europaea L. europeesch Warkruid. Woekerend op

4

-ocr page 80-

74

Urtica, Humulus, Galiam Mollugo, Equisetum ar-vense, Tanacetum , Craetegus enz. Langs den dijk bij Tivoli onder Eosmalen, woekerend op Artemisia vulgaris. Juli —Sept.

0. Epithymum L. Thym-Warkruid. Op heivelden, woekerend op Call una, Sarothummus, Genista pilosa. Op de Vughtsclie, Helvoirtsche en Sonsche heiden om Calluna geslingerd. (Eindhoven v.d.B. Bij Breda, Terheijde, Bavelsehe heide, St. Antonis.). Juli—Sept.

G. Epilinum Whe. vlas-Warkruid. Woekerend op Linum usitatissimum. (Bij Eindhoven, Lieshout Wtt., Helmond F. Dozy, v.d.B,, bij Breda, K.v.W.). Juli, Aug.

Ord. Boragineae Des v.

Euwbladigen.

Trib. Cynoglosseae Koch.

Hondstongen.

Cynoglossum L. Hondstong.

C. officinale L. gewone Hondstong. Aan dijken, op bebouwde gronden enz., in de duinen. (Te Alem langs den dijk aan de oostzijde van het veer.). Mei—Juli.

Trib. Anchuseae Koch.

Ossetongaehtigen.

B o r a g o L. Bernagie.

B. officinalis L gewone Bernagie. In hoven op bouwlanden, aan wegen enz. verwilderd. Bij Helvoirt, (Te Lith en te Eng). Juni—Sept.

Lycopsis L. Kromhals.

L. arvensis L. akker-Kromhals. Op bouwlanden, aan wegen enz., vooral op zandgronden. Tusschen en langs de korenvelden bij Os en Rosmalen, op de Or-tensche Schans. Mei—Aug.

Symphytum L. Smeerwortel.

S. officinale L. gewone Smeerwortel, Vetwortel. Aan waterkanten, op vochtige plaatsen, in weilanden enz.

-ocr page 81-

75

Algemeen bij \'s Bosch , vooral langs de Zuid-Willemsvaart. Mei—Aug.

Trib. Lithospermeae Koch.

Parelzaadaclitigen.

Lithospermum L. Parelzaad.

L. officinale L. gewoon Parelzaad. In boschgrond, hier en daar in bouw- en weilanden en aan dijken. Op de wallen, vooral bij de Hinthamerpoort. Juni—Sept.

Myosotis L. Vergeet-mij-niet.

M. palustris With. moeras-Vergeet-mij-niet. Aan waterkanten, vochtige weiden. (M. Scorpioïdes. Fl.B.S.). Mei—Sept.

«• vulgaris, gewoon. Opklimmend of plotseling nederdalend, de stengel en de takken onderaan met zich uitspreidende haartjes, de vruchtdragende kelken bijna even groot als de steeltjes of wel niet meer dan tweemaal kleiner. Langs den vijver op Eeeburg en Muyserick te Vught, bij Vlijmen, te Empel. (Boxmeer I860.).

M. strigulosa Echb. ruwharige Vergeet-mij-niet. Op plaatsen als de vorige. Bij \'s Bosch, Mei—Sept.

M. eaespisota Schultz. zodenvormende Vergeet-mij-niet. Op plaatsen als de vorige. Langs den provincialen klinkerweg, in drooge slooten aan de Pettelaar en bij Orten. (bij Breda, Boxmeer). Juni, Juli, P- gracilis, slanke. Tengerder, (bij Boxmeer). /• laxa. slappe Kleiner, draadvormig; soms met weinig bloemen. (Boxmeer.).

M. intermedia Link. middelste Vergeet-mij-niet, Op akkers, grazige en beschaduwde plaatsen, langs dijken, wegen en tuinen enz. Aan de Pettelaar, op het fort Isabel en bij Heusden. Mei—Sept.

M. versicolor Pers. wisselkleurige Vergeet-mij-niet, Op

-ocr page 82-

7G

bouwlanden, beschaduwde enopene, grazige plaatsen, aan slootkanten enz. Bij liet dorp Nuenen, op het fort Isabel. Mei—Juli,

M. hispida Schltd. ruige Tergeet-mij-niet. Aan dijken, wallen , bouwlanden enz. Op het fort Isabel. April— Juli.

Ord. Solaneae Juss.

Nachtschadigen.

Solan um L. Nachtschade.

S. nigrum L. zwarte Nachtschade. Aan wegen op bebouwde gronden enz. Algemeen bij \'s Bosch. Juli— October.

luteum DC. gele. Bladen onbehaard, vruchten (rijp) geel. 25 October 1875 met S. nigrum tusschen suikerbieten op Muyserick te Vught.

S. Dulcamara L. Bitterzoet, Elffrank, Elfrank. Op vochtige plaatsen, aan waterkanten, tusschen struikgewas enz. Op Knotwilgen te Vught en Helvoirt, langs den Pettelaarschen en \'s Bosschen dijk, bij Heusden, te Elshout, (Moerdijk 1860). Juni—Aug.

Nicandra Adans. Nicander.

N. physaloïdes Gartn. gewone Nicander. Verwilderd. Langs eenen muur te Vught. Waarschijnlijk uit de naastbij zijnde tuinen ontvlugt.

Hyoscyamus L. Bilzenkruid.

H. niger L. zwart Bilzenkruid. Op puin- en niesthoo-pen, aan wegen enz. Te Hintham in het veld, te Lithoyen. (Eindhoven, Bergen-op-Zoom). Juli, Aug.

Y- pallidus. bleeke. Met bleeke eenkleurige bloemen. Op den hoogeu Maasdijk bij de Haarsteeg, op den Maasdijk bij Wijk en Heusden.

Datura L. Doornappel.

D, Stramonium L. Dolappel, Doornappel. Aan wegen, op puinhoopen, in bouwlanden enz. Langs den zand-

-ocr page 83-

77

weg te Vught 1866, in menigte op de akkers te quot;Vlijmen , fian de Pettelaar. Juli—Sept.

Ord. Verbasceae Bartl.

Toortsaclitigen.

Ver bas cum L. Toorts.

V. Schraderi Meijer, kleinbloemige Toorts. (V. Thapsus Fl.B.S.). Op onbebouwde, hooge zandgronden, aan dijken. Te St. Michiels-Qestel, te Boxtel. Juli, Aug.

V. thapsiforme Schrad. grootbloernige Toorts. Op plaatsen als de voorgaande, in bosschen. Juli. Aug. /?• cuspidatum. fijn gespitste. Lager, de stengel dunner; de trossen met ruin of meer verwijderde bundels. (V. cuspidatum Sclirad. F1 B.S.). Bij Boxtel en St. Michiels-Gestel. (Eindhoven, Eozendaal, St. Jansbeek.).

V. nigrum L. zwarte Toorts. In heuvelachtige hooge streken, in bosschen, aan wegen enz. (Bij Eindhoven üozv , Hilvarenbeek Hoffm. te Kozendaal). Juli, Aug.

S c r o p h u 1 a r i a L. Helmkruid.

S. nodosa L. knoopig Helmkruid. Op vochtige beschaduwde plaatsen, aan waterkanten, tusschen hakhout, in bosschen. Op den dijk van de Zuid-Willemsvaart, aan de Pettelaar, bij den Dungen. (Helmond, Breda). Juni—Sept.

S. Balbisii Hornem. Balbis\'s Helmkruid. Op moerassige vochtige plaatsen, aan waterkanten. Aan slooten tusschen de Pettelaar en het klooster , aan slooten langs den Bernschen dijk. Juni, Juli.

Ord. Antirrhineae J u s s.

Leeuwenbekachtigen.

Gratiola L. Genadekruid.

G. officinalis L. Genadekruid. In vochtige weilanden, op heidegronden, aan waterkanten enz. Langs de

-ocr page 84-

78

gracht van de batterij links van den Helvoirtsehen weg te Vuglit, 6 Aug. 1877 , te Heusden langs de Oude Haven en langs slooten aan de Maaszijde van den Bernschen dijk. (Ooyen N.Br. v.d.Tr.). Juni—Aug.

Antirrhinum L. Kalfssnuit.

A. Orentium L. Kalfssnuit. In bouwlanden op ruwe plaatsen. Langs den Vughtschen steenweg en veel tusschen het koren bij Nuenen. (Eindhoven Dozy). Juli—Sept.

Linaria Tourn. Leeuwenbek.

L. Cymbalaria Mill. muur-Leeuwenbek. Op oude muren-Algemeen op oude muren te \'s Bosch. Op een oud torentje op Keeburg te Vught. Mei—Sept.

L. minor Desfont. kleine Leeuwenbek. In zandige bouwlanden , in hoven. In korenlanden te Eosmalen. (Sleeuwijk , Boxmeer, op de akkers van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen 1860). Juli—Sept.

L# vulgaris Mill. vlas-Leeuwenbek. Op zandgronden, langs akkers, aan dijken, wegen enz. Algemeen bij \'s Bosch, vooral bij Hintham.

Veronica L. Eereprijs.

V. scutellata L. schilddragende Eereprijs. Op vochtige plaatsen, in duinpannen, veenen, aan waterkanten. Op de Vughtsche heide , langs slooten bij Rosmalen en Vught. (Eindhoven, Heusdenhout bij Breda, St. Jansbeek.).

o- cor. alba. Met witte bloemen. (Te St. Jansbeek.)

V. Anagallis L. water-Eereprijs. In slooten, moerassen, aan waterkanten enz. Langs een ven bij het fort Ore-vecoeur, in het oude Maasje bij Heusden, aan slooten bij het dorp Bern. Mei—Sept.

ï- minor U.S. kleine. Tengerder, met kleinere bladen. In de weide en aan slooten bij Empel.

-ocr page 85-

79

V. Beccabunga L. ovaalbladige Eereprijs of Beekpunge. Op vochtige plaatsen, in stilstaand water. In moeshoven en aan slooten derzelver te \'s Bosch. Mei— Augustus.

T- repens. kruipende. In Heusden langs den Demer bij het Lommerbosch.

V. Chamaedrys L. Gamander Eereprijs, Op grasgronden, langs wegen, aan boschkanten. Tusschen het gras bij Boxtel, op de Heusdensche wallen. April—Juni.

V, montana L. bosch Eereprijs. In bosschen. (Te Oosterhout Lac.). Mei, Juni.

V. officinalis L, geneeskrachtige Eereprijs. Op opene en beschaduwde plaatsen, in zand- duin- en heidegronden. Tusschen het gras onder opgaande boomen te Nuenen , onder houtgewas bij Helvoirt. (Bij Breda Fl.B.S.). Mei—Aug.

V. latifolia L. breedbladige Eereprijs. (V. Teucrium L. Fl.B.S.). Op zonnige hooge grasgronden, heuvels, dijken enz. Mei, Juni.

P- minor Schrad. kleine. De bladen aan den voet eivormig en meerendeels langwerpig. Te Lith bij den kerkwal.

V. longifolia L. langbladige Eereprijs. Juni—Aug.

«■ vulgaris, gewone. De bladen aan den voet diep hartvormig. Op vochtige plaatsen aan slootkanten, aan oevers, tusschen struikgewas enz.

a. foliis oppositis. Met tegenovergestelde bladen. Aan de Pettelaar, bij Boxtel aan slooten, bij Vught, te Son. (Breugel Dozy).

b. foliis ternis. De bladen drie aan drie. Bij \'s Bosch, aan de Pettelaar. (Helmont Wtt.).

P- maritima. zee Eereprijs. De bladen aan den voet rondachtig of bijna wigvormig.

«, foliis oppositis. Met tegenovergestelde bladen. Aan slooten bij Boxtel, (\'s Bosch de Beyer).

-ocr page 86-

80

mm

b, foliis ternis. Met bladen drie aan drie.

Bij \'s Bosch. (Helmond Wtt.).

/• media, middelste. De bladen aan den voet wigvormig. Bij \'s Bosch.

V. scrpyllifolia L. thijmbladige Eereprijs. (V. Serp.

var. /?• Fl.B.S.). In wei- en bouwlanden , op veen- , gronden, aan walerkanten. Bij \'s Bosch in den Vliert- \' polder tusschen Heiven en Hintham , in het gras bij Boxtel en Nuenen. Mei—Sopt.

V. arvensis L. akker Eereprijs. Op bouwlanden, onbebouwde gronden, oude muren, enz. Op de wallen te \'s Bosch. (Op de akkers van af de Schelde bij Woens-drecht langs Hoogerheide naar Huibergen 1860). April—Sept.

V. verna L. voorjaars Eereprijs. Op bebouwde en onbebouwde zandgronden. (Bij Breda K.v.W.). April—Mei.

V. triphyllos L. driebladige Eereprijs. In bouwlanden. Langs slooten bij Tilburg, veel op de bouw- R, landen te Eosmalen. (Helmond Prodr.Fl.B.). April, Mei.

V. agrestis L. veld Eereprijs, blauwe Mnrik of Ganzemuur.

Op bouw- en moeslanden. Op de \'s Bossche wallen,

te Vught. Maart—Sept.

V. hederifolia L. klimopbladige Eereprijs. In bouw- en moeslanden, aan wegen, tusschen gras enz. Aan de Pettelaar. Maart—Mei.

Limo sella L. Slijkgroen. i

L. aquatica L. water-Slijkgroen. Aan kanten van poe- ) len, slooten, op vochtige plaatsen langs rivieroevers enz. Aan slooten langs den Ortenschen dijk, langs E.

den provincialen klinkerweg tusschen Vlijmen en Groot-Deuteren, langs den Bernschen dijk, bij Heusden. Juli—Sept.

Ord. Rhinantaceae Koch.

Einkelbloemen.

Melampyrum L. Dolik.

M. pratense L. Zwartkoorn, Dolik. In bosschen en op -1

2

-ocr page 87-

81

beschaduwde plaatsen , in bouwlauden , op vecnachlige heidegronden enz. (M. vulgatum Fl.B S.)- Bij Bosma-len en Helvoirt. (Eindhoven Dozy j UIvenhoutsclie bosch). Jnni—Aug.

Pedicular is L. Kartelblad.

sylvatica L. bosch Knrtelblad. Op vochtige plaatsen, in duin- heide- wei-en broeklanden. Op de Yughtsche en Sonsche heiden. (Eindhoven Dozy, Hilvarenbeek Hoffm. Breda El.B.S. Boxmeer, 1\'eel bij Oploo en St. Antonie). Aug., Sept.

palustiis L. moeras Kartelblad, Ijzerharde. In vee-nen, moerassige heiden, vochtige duinpannen, weien hooilanden , aan waterkanten. Op den Vliertpolder tusschen Herven en Hintham. (Eindhoven Dozy Pr.FI. B.). Juni—Aug.

Eh in an thus L. Katelen.

minor Ehrh. kleine Katelen. In wei- en hooilanden, aan wegen enz. Veel in weilanden langs den Dommel, bij Son en Breugel. Mei—Juli.

major Ehrh. groote Eatelen. Baat. Op plaatsen als de vorige. In weilanden bij Nuenen cn Sou. (Ulvenhoutsch bosch , Boxmeer). Mei—Aug.

P- angustifolius. smalbladige. Met bladen de helft smaller lijn-lancetvormig. In weilanden bij \'s Bosch. (Ulvenhoutsch bosch, Boxmeer.).

Euphrasia L. Oogentroost.

officinalis L. gewone Oogentroost. Op heide- duinen grasgronden, op akkers. Juni—Sept.

1/- nemorosa Koch. bosch. De stengel teruggebogen-zachtharig; de bladen en de kelken min of meer onbehaard; de bloemkroon met eene ci-troenkleurige vlek aan den voet der middelste insnijding, bout, de pas ontluikte wit met violette nerven eerst lilaachtig , daarna rosée purperachtig. De bloemkroon is soms grooter of

-ocr page 88-

82

kleiner. (E. officin. r- alpina PI.B.S.). Om het quot; fort Isabel en bij den Dungen. (Bavelsche heide, St. Antonis.).

c. tenella. teeder. Zeer slank, 5—10 centim. bijna enkelvoudig, met stomp getande bladen. (E. officin. P- minima El.B.3.). Op de heide tusschen Geldorp en Nuenen. (Op dorre heidevelden bij Breda Fl.B.S.).

E. Odontites L. roode Oogentroost. Op bouwlanden, aan wegen, dijken , aan waterkanten tnssohen riet enz. Bij Groot-Deuteren en te Elshout. (Eindhoven). h. breve-bracteata. met korte schutblaadjes. Alle schutblaadjes bijna gelijk aan de bloemen of iets korter. (E. Odontitis Fi.B S.). Bij \'s Bosch, op de buitenwallen van het fort Isabel.

Ord. Labiatae Juss.

Lipbloemigen.

Trib. Menthoïdeae Benth.

Muutachtigen.

Mentha L. Munt.

M. rotundifolia L. rondbladige Munt. Aan slootkanten, op vochtige plaatsen. Langs den hoogen Maasdijk tusschen Heusden en Aalburg. Juli—Sept.

M. sylvestris L. bosch- of wilde Munt. Aan rivier-oevers, in grienden, aan slootkanten enz. Juli—Sept.

quot;■ vulgaris Koch, gewone. Met viltige bladen, vlak

of min of meer gegolfd.

A. Foliis subrugosis. Met de bladen rimpelachtig. Bij Boxtel.

M. aquatica L. water-Munt. (M. aq. et. var. y, elliptica Fl.B.S.). Aan waterkanten, in slooten, op vochtige plaatsen enz. Algemeen langs slooten vooral bij Boxtel en Vught.

M. sativa L. zaai Munt. Aan waterkanten, op vochtige plaatsen. Juli—Sept.

-ocr page 89-

83

A- birsuta. langharige. Met de haren ook van den kelk en de bloemsteeltjes horizontaal openstaande. Langs slooten bij Boxtel.

M. arvensis L. akker-Munt. Aan waterkanten op akkers enz. (Ulvenhoutseli bosch , Boxmeer).

quot;■ vulgaris, gewone. Min of meer langharig, (M. arvensis et var. Fl.B.S.). Langs den Orten-schen dijk, op con aardappelveld bij Oud-Heusden. Juli, Aug.

/ï- glabriuscula. Min of meer kaalharig. Op de Yughtsche heide.

Pulegium Mill. Poley-Mnnt.

P. vulgare. gewone Poley-Munt. (Mentha Pulegium PI.B.S.) Aan waterkanten, op vochtige plaatsen. Op de Vughtsche heide, langs den provincialen klinkerweg bij Groot-Deu-teren en Vlijmen, op den Bernschen dijk. Juli—Sept.

Lycopus L. Kromhals.

L. arvensis L. akker Kromhals. Op vochtige plaatsen, aan oevers. Bij Eosmalen, Vlijmen en aan de Pette-laar. Juli, Aug.

Trib. Monardeae Benth.

Monardeeën.

Salvia L. Salie.

S. pratensis L. veld Salie. Op grasgronden, aan dijken, wegen enz. Te Alem op dc uiterwaarden. Mei—Juli.

Trib. Satureineae Benth.

Boonkruidachtigen.

Thymus L. Thijm.

T. Serpyllum L. wilde Thijm. Op heide, duin- en zandgronden, tussehen gras aan dijken, wegen enz. Juni—Sept.

quot;■ Chamaedrys. De stengel en takken van den-zelfden vorm opklimmend en gestrekt, aan 3 (4) kanten behaard; de bladen eivormig (of smaller ovaal, langzamerhand aan den stee!

-ocr page 90-

84

zich versmallende). Op de Vughtsche heide; bij Eosmalen en op de Helvoirtsche heide. i*- angustifolius. smalbladige. De takken ongelijkquot; vormig, de onvruchtbare verlengd voortloopende (van daar de naam Serpyllum) de vruchtdragende. zamengedrongen in reeksen kort opge-rigt. Op de Vughtsche heide. (Heide bij Heusdenhout, Boxmeer).

Galamintha Mönch. Thijm.

C. Acinos Clairv. getande Thijm. Op bebouwde en onbebouwde plaatsen, in zand- en duingronden. (Thymus Acinos Fl.B.S.). (Bij Boxmeer De Bruin. Grave Abel. Pr.Fl.B.). Juni—Sept.

Trib. Nepeteae Benth.

Kattekruidachtigen.

Glechoma L. Hondsdraf.

G. hederacea L. kruipende Hondsdraf. Op grasgronden, aan wegen, heggen en muren, op vochtige plaatsen. Op de wallen te \'s Bosch. April—Juni.

Trib. Stachydeae Benth.

Andoornachtigen.

Lamium L. Doovenetel.

L. amplexicaule L. stengomvattende Doovenetel. Ia bouwlanden, moeshoven enz. Bij Vlijmen, Vught en Hintham. Maart—October.

L. purpureuni Ij. paarsche of stinkende Doovenetel. In bouwlanden , moeshoven, aan wegen , tusschen kreupelhout enz. Langs de wallen. Maart—October,

L, album L. witte Doovenetel. Aan wegen, tusschen kreupelhout, op ruwe plaatsen. Ter zclfder plaatse als de voorgaande. Mei—Juli.

Galeobdolon Hnds. Hondsnetel.

G. luteum Huds. gele Hondsnetel. Bij Eosmalen, Nuequot;

-ocr page 91-

85

nen en Son. (Oirschot en Eindhoven De Bruin Pr.fl.B.). Mei—Juli.

Galeopsis L. Ilennepnetel.

G. Ladanum L. smalbladige Hennepnctel. In bosschen, op bouwlanden enz. (Bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

G. oehroleuca Lam. lichtgele Hennepnetel. Op bebouwde en onbebouwde zandgronden, in duinen, aan wegen-Tusschen de rogge bij Geldorp en bij Heusden. (Bij Breda Fl.B.S. Bij Eindhoven Dozy). Juli—Sept. P- Labio corollae inferiore purpureo. v. Hall. Met de onderlip der bloemkroon purperkleurig. (Bij Breda, Teteringen, Ginneke, Oploo bij Breda).

G. Tetrahit. L. gewone Hennepnetel. Op bouwlanden, op boschgrond, aan heggen, wegen, op ruwe plaatsen. Langs de Zuid-Willemsvaart, bij Heusden en bij Eosmalen. (Bij Breda, Boxmeer, St. Jansbeek). Juli—Sept.

G. versicolor Curt, wisselkleurig Hennepnetel. Op bouwlanden, aan wegen, langs hakhout, op ruwe plaatsen. Te Oudheusden. (Bij Terheide boven Breda Fl.B.S.). Juli—Sept.

Stachys L, Andoorn.

S. sylvatica L. bosch Andoorn. Op beschaduwde eu vochtige plaatsen, aan slootkanten. Bij Vught Juli, Augustus.

S. palustris L. moeras Andoorn. In vochtige plaatsen, in bouwlanden, in bosch, aan waterkanten. Algemeen aan het water bij \'s Bosch.

/• petiolata. gesteeld. Met de onderste bladen gesteeld, de bovenste ongesteeld langwerpig-lancetvormig, aan den voet hartvormig, met spitsachtigen top, zachtharig, de steng opgericht en, even als de bladsteel, vlokkig-be-haard. (S. palustris var. arabigua Fl.B.S.). Bij \'s Bosch.

-ocr page 92-

86

S. arvensis L. akker Andoorn. Op bouwlanden, in moeshoven. Bij Eosmalen tusschen de boekweit, in menigte op aardappellanden bij Boxtel. (Bij Eind-lioyen Dozy, Bij Breda, St. Jansbeek). Juni—Sept.

Ballota L. Ballota.

B. foetida Lam. stinkende Ballota. Aan wegen, op puin, i op ruwe plaatsen, tusschen hakhout enz. Op het einde der wallen achter den Kastorensmolen, tusschen pa- ij

lissaden te \'s Bosch, te Oudheusden en Herpt langs heggen. Juni—Sept.

Leonurus L. Hertsgespan.

L. Cardiaca L. Hertsgespan. Op ruwe steenachtige plaatsen, aan wegen. (Bij Breda K.v.W.).

ïrlb. Scutellarineae Benth.

Glidkruidachtigen.

Scutellaria L. Glidkruid. V

S. galericulata L. gewoon Glidkruid. Op vochtige plaatsen, aau waterkanten. Aan slooten bij Vlijmen .Rosmalen , de Pettelaar en langs de cingelkade.

S. minor L. klein Glidkruid. Op vochtige plaatsen in heigronden , op veenachtige grasgronden. Op de Box-telsche heide. (Bij Aarle Dozy, Valkenswaard, \'t Meersveldhoven en Waarle, bij Eindhoven v. Hall.

De Bruin en Dozy. Etten Lacoste, op onderscheidene plaatsen bij Eosendaal, Groot-Zundert, Putten en i Bergen-op-Zoom, bij Oploo ). Juli, Aug.

Prunella L. Brunelle.

P. vulgaris L. gewone Brunelle. In wei- en bouwlanden, ^

aan wegen, dijken enz. Op de Vughtsche heide, op de wallen te \'s Bosch, bij Vlijmen, te Rosmalen,

Boxtel en Nuenen. (ülvenhoutsch bosch). Juni—Aug.

а. corolla alba. Met eene witte bloemkroon. U Vughtsche heide langs eene sloot.

б. corolla rosea. Met eene rozeroode bloemkroon. (Ulvenhoutsche bosch).

-ocr page 93-

87

Trib. Ajugoideae Benth.

Zenegroenachtigen.

Ajuga L. Zenegroen.

A. reptans L. kruipend Zenegroen. Op grasgronden, op vochtige plaatsen, in duinpannen enz. Bij Boxtel. Mei, Juni.

Teucrium L. Gamander.

ï. Scorodonia L. wilde Salie. In duin- en zandgronden, op ruwe boscbrijke plaatsen. Langs slooten bij Boxtel , tusscben bet bakbout te Eosmalen. (Breda, Op-loo-Boxmeer, Mastboscb bij Breda. Algenaeen bij Bergen-op-Zoom 1860). Mei—Sept.

Ord. Verbenaceae Juss.

Uzerbardacbtigen.

Verbena L. Ijzerhard.

V. officinalis L. gewoon Ijzerhard. Op dijken, aan wegen, op ruwe plaatsen. Bij het fort Crèvecoeur, langs den boogen Maasdijk tusscben Heusden en Aalburg. Juni, Juli.

Ord. Lentibularieae Rich.

Lentibulariaiichtigen.

Utricular ia L. Blaaskruid.

U. vulgaris L. gewoon Blaaskruid. In slooten en stilstaande wateren. In eene sloot op de Vughtsche heide, in slooten te Elshout en bij Rosmalen. (Bij Breda Fl.B.S.). Juni—Sept.

U. intermedia Hayne. verwant Blaaskruid. In veenplas-sen. (In veenslooten in het Mastboscb bij Breda aan den kant van de Galdersche beide 1852 , Peel bij Oploo). Juni, Juli.

U. Bremii Heer? In de grachten van het fort Isabel, in kuilen op de Sonsche heide. (In veenslooten in het Mastboscb bij Breda aan den kant van de Gal-dersche heide met de vorige). Juni, Juli.

-ocr page 94-

Ord. Primuiaceae Vent.

Sleutelbloemigen.

Ly si mac bi a L. Wederik.

L. Üiyrsiflora L. trosdragende Wederik. Aan waterkanten tussehen riet, in slooten, vijvers, moerassen, veenplassen. In menigte op de Vughtsche heide, in waterplassen op de Boxtelschc heide en het Bossche veld. Mei—Aug.

L. vulgaris L. gewone Wederik, gele Veenwortel, groote gele AVederik. Op vochtige beschaduwde plaatsen, aan waterkanten, in grienden. Aan slooten en tussehen het hakhout te Kosmalen, Vught, Boxtel en Helvoirt. (Boxmeer en Breda). Juni—Sept.

L. Nummelaria L. Penningkruid. Aan slootkanten, op vochtige beschaduwde plaatsen, in veenen. Langs slooten te Kosmaleu, Vught, Helvoirt. Mei—Juli.

L. nemorum L. bosch-Wederik. Op lage vochtige plaatsen in bosschen. (Bij Breda K.v.W.). Juli—Sept.

Anagallis L. Basterdmuur.

A. arvensis L. akker Basterdmuur. In bouw- en moeslanden , in duinvlakten enz. In bouwlanden bij Heus-den en Kosmalen.

A. tenella L. tengere Basterdmuur. In duinvlakten, op moerassige heiden, langs poelen. Langs het Goorven en andere vennen in de nabijheid van den Hondsberg bij Oisterwijk. (Langs een poel in de heide bezijden het Ulvenhoutsche bosch bij Breda Lacoste, rietveen bij Oisterwijk G. Broers, Bergen-op-Zoom Wtt.,^bij Valkenswaard v.Hall, bij Breda K.v.W). Juli, Aug.

Gen tunc u lus L. Dwergbloem.

C. minimus L. ongesteelde Dwergbloem. Op heidevelden, op vochtige zandgronden enz. Op de Vughtsche heide. Juni—Aug.

-ocr page 95-

89

Primula L. Sleutelbloem.

P. acaulis Jacq. stengellooze Sleutelbloem. In boaseben, op duingrond. Maart—Juni.

P- cauleacens. gesteelde (Ulvenboutscbe bosch bij Breda? Lacoste Pr.fl.Bat).

P. elatior Jacq. boogstengelige Sleutelbloem. In grasgrond in bossclien. (Bij St. Oedenrode Dozy, Ulven-houtsch bosch bij Breda v.d.Tr. Lacoste). Maart—Juni.

P. officinalis Jacq. voorjaars Sleutelbloem. Op uiterwaarden, in weilanden enz. (Pr. veris Fl.B.S.). In den boomgaard tusscben bet gras op Eeeburg. (In een weiland bij Boxtel 1853. Angeline de Hartitzsch.) April, Mei.

Hottonia L. Waterviolier.

II. palustris L. Waterviolier. In slooten en poelen, langzaam vlietende wateren, op moerassige gronden. In slooten bij Vugbt, Eosmalen en langs den Pette-laarsclien weg. Mei, Juni.

Samolus L. Waterpunge.

S. Valerandi L. Waterpunge. Aan slootkanten, in veenen, op moerassige en vochtige plaatsen. (Bij Breda K.v.W.). Juni—Aug.

Ord. Plumbagineae Juss.

Plumbagoachtigen.

Statice L. Strandkruid.

Statice —? L. Hoffm. (Op schorren en slikken gevonden bij eene botanische wandeling van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerbeide naar Huibergen v.d.B. v.d.S.L. en S. 1860).

Ord. Plantagineae Juss.

Weegbreeachtigen.

Littorella L. Strandeling.

L, lacustris L. moeras Oeverkruid, Strandeling. Op

-ocr page 96-

90

vochtige heide- duin- zand- en veengronden, aan plassen, meeren enz. In menigte links van den provincialen klinkerweg bij Vlijmen, in slooten bij Boxtel. (bij Boxmeer 1853, in menigte aan moerassige plaatsen op de beide tusschen Dongen en Tilburg). Juni—Aug.

Plantago L. Weegbree.

P. major L. groote Weegbree. Op bebouwde plaatsen, tusschen gras aan wegen, dijken en weilanden. Juli— October.

P- minor, klein. Met de bladen eirond drienervig, de aar 3-6 bloemig. (var P- et minima Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide, bij Boxtel. (Te Nuenen De Bruin. Boxtel en Best v.Hall.).

P. media L. ruige Weegbree. Op plaatsen als de voorgaande vooral in zandige streken. In menigte om het fort Crèvecoeur, op de citadel te \'s Bosch. Mei—Sept.

P. lanceolata L. lancefbladige Weegbree, Hondsribben. Op plaatsen als de voorgaande. Algemeen, vooral op den Hervenschen dijk. April—Sept.

P. maritima L. zee-Weegbree. Op ziltige gronden, aan den zeekant. (Op de schorren en slikken van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen 1860). Juni—Oct.

P. Coronopus L. Vindeelige Weegbree. Aan zeedijken, in duinen, op heidevelden enz. Op de Vughtsche heide, langs den provincialen klinkerweg bij Vlijmen, langs den Hervenschen dijk. (Eindhoven Dozy, Ber-gen-op-Zoom Fl.B.S. Heusdenhout, Mastbosch bij Breda, Boxmeer). Juni—Aug.

Subclass. MONOCHLAMYDEAE. EENMANTELIGEN.

Ord. Amaranthaceae Juss.

Kattestaartachtigen.

Amaranth us L. Kattestaart.

A. Blitum L. aardragende Kattestaart. In moeshoven

-ocr page 97-

91

en bouwlanden, aan wegen enz. Te \'s Bosch op het einde van de Hofstadsteeg onder het lindenlaantje, bij Vught en te Helvoirt. Juli, Aug.

A. retroflexus L. teruggebogene Kattestaart. Op bebouwde plaatsen. Vroeger uit Amerika ingevoerd en nu verwilderd. (Bij Geldorp de Br. Fl.B.S.). Juli, Aug.

Ord. Chenopodeae Vent.

Melden.

Trib. Chenopodieae C. A. M.

Ganzevoetacbtigen.

Chenopodium L. Ganzevoet.

C. hybridum L. bastaard Ganzevoet. Op bebouwde en ruige plaatsen, aan vuilnis- en mesthoopen. Buiten de Hinthamer- en Vughtsche poort. Juli—Sept.

C. murale L. muur Ganzevoet. Op muren, aan ruigten, heggen enz. Op de \'s Bossche wallen, buiten de Hinthamer- en Vlijmensche poort. Aug., Sept.

C. album L. witte Ganzevoet of wilde Mei. In bouwlanden en moeshoven, aan ruigten, vuilnis- en mesthoopen. Juli, Aug.

quot;■ spicatum Koch. aarvormige. De bladen ruitvormig eirond, uitgebeten, van achteren gaaf, de bovenste langwerpig gaafrandig, de zaden glad. De bloemtrossen rechtstandig getakt, genoegzaam zonder bladen. (C. album Fl.B.S.). Algemeen en veel bij Vlijmen.

cymigerumKoch. groene. Met ruitvormige getand-gegolfde bladen , de bovenste gaafrandig lancet-vormig, getakte, een weinig bebladerde trossen. (C. album /• viridis Fl B.S). Langs den Pet-telaarschen weg, bij Vlijmen, te Helvoirt, te Oudheusden. (Eindhoven Pr.flB).

C. Vulvaria L. stinkende Ganzevoet. Langs muren, aan asch- en vuilnishoopen enz. (Bij Breda K v.W.), Juli, Augustus.

-ocr page 98-

92

Eli turn L. Ganzevoet.

B. Bonus Henrikus C. A. M. algoede Ganzevoet (Che-nopodium B. Henr. n.B.S.). In moeshoven, aan wegen, ruigten en vuilnishoopen. Bij Heusden. Juni— Augustus.

B. virgatum L, roedevormende Sapkelk. Op onbebouwde en ruige plaatsen, aan waterkanten, aan mesthoopen. (In de omstreken van Breda K.v.W.). Juni—Aug.

B. rubrum Keich. roode Sapkelk of Ganzevoet. Aan wegen, waterkanten, ruigten, vuilnis- en mesthoopen enz. Bij mesthoopen te Herven en te Herpt. Op een pleintje tussehen de Schapenbrug en het Oudheus-densehe eind te Heusden. Juli, Aug.

B. glaucum Koeh. zeegroene Sapkelk of Ganzevoet. In vochtige zandgronden, aan wegen enz. (Chenopodium glaucum Fl.B.S.). Te Wijk, te Heusden op een pleintje tussehen de Schapenbrug en het Oudheusdensche eind. Juli, Aug.

Trib. Atriplicieae C A.M.

Meldeachtigen.

Ha li mus Wal Ir. Zee-Melde.

H, portulacoïdes Wallr. porceleinaehtige zee-Melde. In kleigronden, binnen \'t bereik van den vloed, aan de zeekust. (Op schorren en slikken tussehen Woens-drecht en Huibergen, Van den Bosch, Van der Sande Lacoste en Suringar 1860). Aug , Sept.

Atriplex L. Melde.

A. hortensis L. tuin-Melde. In moeshoven aangebouwd en verwilderd. Bij Helvoirt.

A. patula L. wijdgetakte Melde. In bouwlanden en moeshoven, aan ruigten. (A. angustifolium Fl.B.S.). Bij Engelen, Vught, Orten en Vlijmen. Juli—Sept.

A. latifolia Walh. spiesvormige Melde. Aan wegen en waterkanten, in bouwlanden en moeshoven, op ruige

-ocr page 99-

93

plaatsen naar den zeekant. Buiten de Hinthamer poort, op den \'s Bossclien dijk en te Orten. Juli— Sept.

P- microcarpa Koch, met kleine vruchtjes. Met bolle bloemdekken nauwlijks grooter dan het zaad. Bij Vlijmen, op den \'s Bosschen dijk, buiten de Vughtsche poort, bij Heusden en Engelen.

Ord. Polygoneae Juss.

Veelknoopigen.

Rum ex L. Zuring.

11. Hydrolapathum Huds. water-Zuring. In en aan sloo-ten of vaarten, moerassen, in vochtige weilanden. Op de cingelkade en in verscheidene wateren en poelen om \'s Bosch. Juli, Aug.

R. crispus L. gekrulde Zuring. Op bebouwde en onbebouwde plaatsen, in weilanden , aan kanten van sloo-ten en langs de wegen. Bij Heusden, in de nabijheid van Haanwijk onder St. Michiels-Gestel. Juni\' Juli.

R. obtusifolins L. stompbladige Zuring. Op grazige plaatsen, onder kreupelhout, in bosschen enz. Langs slooten bij Vught en Boxtel. Juni, Juli.

R. conglomeratus Murr. getropte Zuring. Aan kanten van slooten, grachten en op andere vochtige plaatsen. Op de cingelkade en langs den hoogen Maasdijk bij Heusden. Juni, Juli.

R. maritimus L. zee-Zuring. Op moerassige plaatsen. Langs wegen bij Vught, Vlijmen en op de Ortensche schans. Juli, Aug.

R. Acetosa L. wilde of gewone Zuring. Op grazige plaatsen, in weiden, in bosschen. In weilanden te Vught en Helvoirt en op de borstwering der \'s Bossche wallen. Mei. Juni.

-ocr page 100-

94.

K. Acetocella L. Zuurzaad, Zurkel of Surpel. Op bebouwde en onbebouwde zandgronden en tusschen het gras. Op de Vughtsehe heide en in weilanden. Mei— Juli.

Polygonum L. Duizendknoop.

P. Bistorta L. Slangen- of Adderwortel. Op schaduwachtige vochtige plaatsen in weiden. (Bij Eindhoven Dozy, Mierlo, Someren De Bruin). Juni, Juli.

P. amphibium L. Vcenwortel of Papenkwaad. In en aan slooten, grachten, vijvers. Algemeen vooral in de Zuid-Willemsvaart, in de vijvers op Reeburg te Vught. Juni —Sept.

y- terrestre. Wal. land. Met een opgerichten stengel, de binden lang lancetvormig, gespitst, aan den voet hartvormig kort gesteeld, de steel generfd. In menigte buiten de Vughtsehe poort, ook op de cingelkade.

P. nodosum Pers. knoopige Duizendknoop. Op vochtige plaatsen, inzonderheid op veengrond. Juli—Oct.

/?■ vulgatum. Met dunnere, eerst schrale aren, de bloemen met onbepaalde kleur, de zaden dubbel kleiner.

a. genuinum. De stengel knoopvormig verdikt, met uitgespreide takken, de scheden slap verscheurd, de bladen breed, kort toegespitst, de aren vingersgewijze zamengevoegd uiteenloopend. Buiten de Hinthamer poort.

P. Persicaria L. persikbladige Duizendknoop, Eits. In bouw- en moesland, aan kanten van slooten, aan mesthoopen. Juli—Nov.

Subsp. 2. P. persicaria biforme Whlb. tweevor-mige. De bladen kort gesteeld, toegespitst; de jonge areu spiesachtig zamengevoegd, de vruchtdragende gesteeld langwerpig cylinder-vormig, min of meer opgerigt of hoepelvor-

-ocr page 101-

93

mig gebogen; alle schutblaadjes gewimperd, de vruchtdragende bloemdekken generfd; de zaden driekantig zamengedrukt. Algemeen, vooral buiten de Vuglitsche poort.

P. Hydropiper L. Waterpeper. Op vochtige plaatsen, aan en in slooten en grachten. Langs de cingelkade, de Dieze en op de Vughtsche heide. Juli—Oct.

P. minus Huds. kleine Duizendknoop. Op moerassige en vochtige plaatsen. Op de Vughtsche heide, langs slooten te Vught en Helvoirt Juli—Oct.

e. minimum Braun. zeer kleine. Over den grond gestrekt, de bladen klein en zeer smal. (Op vochtige zandgronden bij Nuenen De Bruyn).

P. aviculare L. Varkensgras. Op bebouwde en onbebouwde plaatsen. Algemeen vooral op het exercitieplein te \'s Bosch. Juni—Sept.

P. Convolvulus L. Zwaluwentong. Op bebouwde gronden en in heggen. Bij Orten en op de cingelkade. Juli—Oct.

P. dumetorum L. hegge Duizendknoop. In heggen en kreupelhout. Buiten de Hinthamerpoort. (Bij Eindhoven De Bruyn.). Juli, Aug.

P. Fagopyrum L. Boekweit L. Aangebouwd en hier en daar verwilderd. Bij \'s Bosch. Juli—Aug.

P. tataricum L. wilde Boekweit, fransche Boekweit. Op akkers onder aardappelen en boekweit. Op de cingelkade , tusschen de boekweit bij Boxtel. (Bij Eindhoven Dozy, Geldorp De Bruyn.). Juli, Aug.

Ord. Aristolochieae Juss.

Pijpbloemigen.

Asarum L. Mansoor.

A. europaeum L. europeesche Mansoor. In bosschen bij voorkeur onder hazelstruiken. (In bosschen bij Breda K.v.W.). Maart, April.

dk

-ocr page 102-

96

Ord. Euphorbiaceae Juss.

Wolfmelkachtigen.

Euphorbia L. Wolfsmelk.

E. helioscopia L. Wrattenkruid. Tn moeshoven en bouwlanden. Te Vught, Vlijmen en Hintham. Juni, Juli.

E. palustris L. groote of moeras-Wolfsmelk. Aan waterkanten, in rietvelden, enz. Veel langs slooten tusschen Vught en de Pettelaar, aan de Pettelaar. Mei, Juni.

E. Gerardiana Jacq. spitsbladige Wolfsmelk. Aan dijken en wegen langs de rivieren. Tusschen het dorp Engelen en het fort Crèvecoeur. Juni—Aug.

E. Cyparissias L. cypresbladige Wolfsmelk. In bebouwde en opene zandgronden, aan wegen enz. Mei—Juli. Esuloïdes DC. lancetvormig. De bladen een weinig breeder en meer verwijderd, lancetvormig , de stralen van den bloemscherm nader bijeen geplaatst. Op de wallen te \'s Bosch.

E. Esula L. stompbladige Wolfsmelk. Aan dijken en in velden langs de rivieren. Langs den \'s Bosschen dijk bij den boom, bij sluis 1 aan de Zuid-Willemsvaart. Mei—Juli.

E, Peplus L. Kroontjeskruid, tuin-Wolfsmelk. In moeshoven , in bouwlanden, aan heggen. Te Hintham, Helvoirt, veel op de Heusdensclie wallen. Juli, Aug.

E. exigua L. kleine Wolfsmelk. In bebouwde kleigronden. (Op de akkers van af de Schelde bij Woens-drecht langs Hoogerheide naar Huibergen 1860). Juni, Juli.

Mercurialis L. Bingelkruid.

M. annua L. éénjarig Bingelkruid. Aan heggen, aan ruigten, in moeshoven, op akkers enz. Langs de \'s Bossche wallen, veel te Oudheusden en Herpt (Oirschot Pr.fl.B.). Juli—Oct.

-ocr page 103-

97

Ord. Urticeae Juss.

Netelachtigen.

Urtica L. Netel.

U. urens L. kleine Brandnetel. Aan ruigten, heggen, wegen enz. in moeshoven. Algemeen bij \'s Bosch. Juni—Aug.

U. dioica L. groote Brandnetel. Aan heggen en slootkanten, op beschaduwde plaatsen. Algemeen bij \'s Bosch. Juli—Sept.

Pa riet aria L. Glaskruid.

P. erecta M. et K. groot Glaskruid. (P. olficinalis Fl. B.S.). Aan puinhoopen en bouwvallen. (Bij Breda K.v.W.). Juni—Aug.

P. diffusa M et K. klein Glaskruid. Aan oude muren, soms aan daarbij slaande boomstammen. Veel op de oude siadsmureu en muren langs de Dieze, ook bij-de Vughtsche kerk. Juni—Aug.

Hu mul us L. Hop.

H. Lupnlus L. gewone Hop. In bosschen en heggen. Vetl tusschen wilgenhout langs de Zuid-Willemsvaart, bij Vught, Empel. Juli, Aug.

Ord. Ulmaceae Mirb.

Olmen.

UI mus L. Olm.

ü. carcpestris L. gewone Up of Olm. Veelal aangeplant. Op de wallen, aan de Pettelaar; vele sdioone exemplaren te Vught op Eeeburg, als ook op den dijk bij Maurick. Maart.

U. suburosa Ehrh. kurk Up. Langs den Maasdijk tusschen Heusden en Wijk.

-ocr page 104-

98

Ord. Juglandeae DC.

Okkernootaclitigen.

J ii g 1 a n s L. Okkernoot.

J. Hegia L. gewone Okkernoot. Aangepl.int, komt hielen daar verwilderd voor, zooals op klein Eeeburg te Y ugUt.

Ord. Gupuliferae Rich.

Napjesdragenden.

Fagus L. Beuk.

F. sylvatica L. gewone Beuk. In onde bossohen , bovendien aangeplant op buitenplaatsen enz. Bij Helvoirt, Vught ea Boxtel. Behalve den gewonen Beuk vindt men op buitens bij Vuglit den zwarten Beuk in sclioone, groote exemplaren. iNlei.

Castanea To urn. Kastanje.

C. vulgaris Lam. tamme Kastanje. Aangeplant en hier en daar verwilderd. Tusschen liet hakhout te Vught. Eenige groote exempLireu op llo^euoord te Vught. Juni, Juli.

Q ii e r c u 3 L. Eik.

Q. sessilillora Sm. ongesteelde of winter Eik. In bos-schen enz. lu de omstreken van Vught, als kreupelhout en langs wegen. ilei.

Q. pedunculata Elirh. gestecldo of zomer Eik. In bos-schen en aan wegen enz. Te Rosmalen, Helvoirt en langs verscheidene wegen aangeplant, ook veel als hakhout gebruikt; di\'ze soort is meer algemeen dan de voorgaande. Vele sclioone exenipliiren vindt men in liet bosch bij het kasteel Manrick; de grootste waarschijnlijk van de geheele provincie staat langs den dijk bij Blijendijk, heeft een omvang van 4.5 meter op 1,80 van den grond. April, .Mei.

-ocr page 105-

99

Cor y 1 ii s L. Hazelaar.

C. Avelana L. gewone Mazenoot, Hazelaar. In bosschen en kreupelhout, in heggen enz. veelal aangeplant. Bij Boxtel, Rosmalen, St. Michiels-Gestel. Maart.

O a r p i n n s L. Haagbeuk.

C. Belu\'us L. Maagbenk. In bosschen en heggen. In heggen te Vlijmen, Vlight en Boxtel. April, Mei.

ürd. Salicineae Rich.

Wilgachtigen.

S a 1 i x L. Wilg.

S. pentandra L. vijfhelitiige of Laurier-Wilg. Aan wa-terkiinten en op begroeide moerassige plaatsen. Buiten de Vughtsche poort. Mei, Jnni.

S. fragilis L. bioze Wilg. Aan waterkanten, in bosschen enz. Bij Kosmalen. April, Mei.

S. al ba L. witte ol\' schiet-VVilg. Allerwege aangeplant aan waterkanten, negen, tuinen enz. Algemeen buiten alle poorten, veelal onder den vorm van knotwilgen. April, Mei.

Y- vitellina, gele Wilg. Boomachtig, met gezaagde eirond-laneetvormige spitse bladen, vau boven onbehaard , de zaagtandjes kraakbeenachtig. v.ilall. Bij Hosmalen , aan eene sloot te Vnght.

S. ainygda\'ina L. amandelbladige Wilg. Aan waterkan-ten . op moerassige plaatsen in bosschen. Buiten de Vughtsche poort. (Imiieudijks te Moerdijk lS6üj.

S. ))urpnrea ]j. bittere, fijne , éénhelmige of purperkleurige VVdg. Aan waterkanten veelal aangeplant. (Bij Boxmeer 1853, buitendrks te Moerdijk ï860). April, Mei.

S. acntil\'iilia Wild. kaspische Wilg. Door dtn heer van Seters te Vught aangeplant.

S. Babylonica L. treur-Wilg. Op buitenplaatsen, langs

-ocr page 106-

100

waterkanten aangeplant. Op Eeeburg en Muyserick te Vuglit. April, Mei.

S. viminalis L. kat- of bind-Wilg. Aan waterkanten en in laag gelegene bosschen, aangeplant. Buiten de Vughtsche poort en aan eene sloot te Vught. Maart— Mei.

S. stipularis Sm. langbladige Wilg. Op gelijke plaatsen met en onder de vorigeu, aangeplant. (Bij Boxmeer 1853). April, Mei.

S. Caprea L. ruige of water-Wilg. In bosschen. (Bij Breda K.v.W.). April, Mei.

S. aurita L. geoorde Wilg. Aan waterkanten, in moerassige zand- en heidegronden. Op de Vughtsche heide, op de cingelkade en bij den Dungen. April, Mei.

8. repeus L. kruipende Wilg. In lage, moerassige zanden heidegronden. April, Mei.

«• vulgaris Koch, gewone. Op de Vyghtsche heide. /• argentea Sm. zand-VVilg. Grooter, meer opgericht, de bladen aan de bovenzijde eenigzins vlokkig, aan de onderzijde viltig. (S. repeus P- arenaria Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide langs slooten, en bij Son.

P o p u 1 u s L. Populier.

P. canescens Sm. Abeel, grauwe Populier. In bosch-rijke streken, aan wegen enz. aangeplant. Aan de Pettelaar, te OTten, op den Wijkschen dijk en veel te Nuenen. Maart, April.

P. pyramidalis Roz. italiaansclie Populier, Steilkop. Aan wegen cn op buitenplaatsen enz. aangeplant. Bij Heusden, onder Empel, op Eeeburg te Vught. Maart, April.

P. monilifera Ait. kanadasche Populier. Aan wegen en dijken aangeplant. Algemeen in de provincie aangeplant. April, Mei.

-ocr page 107-

101

Ord. Betuiineae Rich.

Berkachtigen.

B e t u 1 a L, Berk.

B. alba L. gewone Berk, Witboom. In boschrijke streken, op lieidevelden enz. Algemeen te Eosmalen, Vught, Boxtel, Nuenen, Son. April, Mei.

B. pubescens Ehrh. zacbtharige Berk. Met den vorigen op meer vochtige plaatsen. Bij Eosmalen en Boxtel, April, Mei.

Alnus Tc urn. Elzeboom.

A. glutinosa Gaertn. gewone Elzeboom. Aan waterkanten , in krenpelbosschen op moerassige plaatsen, aan slooten enz. Algemeen als hakhout aangeplant; eenige groots exemplaren bevindm zich op Reeburg te Vught. Febr., Maart.

Ord. Myriceae Rich.

Gagelachtigen.

Myrica L. Gagel.

M. gale L. gewone Gagel. Aan waterkanten en op moerassige plaatsen, vooral in veenachtige heidestreken. Op de Vughtsehe en Helvoirtsche heide, in lage streken te Eosmalen en te Oisterwijk. April, Mei.

Ord, Coniferae Juss. •)

Kegeldragende of Naaldboomen.

Subord. Cupressineae.

Cypresachtigen.

Trib. Juniperineae.

Jeneverboomen.

Kegels met dakvormig ingevoegde schubben, die aan

*) De hier volgende Coniferae zijn door mij op Reeburg te Vught in 1876, 77 en 78 aangeplant. De Schrijver.

-ocr page 108-

102

elkander verbonden zijn. Ziiden zonder vleugels. Afwisselende , tegenoverstaande of drievoudige bladen.

Juniperus L, Jeneverboom. Jeneverstruik.

Junipenis communis L. gewone Jeneverboom. In zanden heidegronden. ïe Vught. (Oirschot), April, Mei. Uitgenomen Afrika en tropiscli-Amerika, groeit de Jeneverboom of een zijner vormen overal; blijft gewoonlijk een struik, wordt zelden een boom.

J. Sabina L. Zevcnbooin. Op heidegronden, liij Enschot op eene heide. Deze struik is later opgenomen en geplant in den tuin van het burger gasthuis te\'s l\'-osch. (Oirschot Pr.fl.B.). Men vindt hem op de lage alpen-streken van Europa, in Tyrol, Valais. Lombardije etc. Men vindt hem ook in Griekenland, in den Taurus, den Caucasus, ook op vele plaatsen in JSIoord-Amerika.

J, drupacea Lab, steenvruolitachtige Jeneverboom, Eeu klein boompje, zelden 13 meter overschrijdende, met eene regelmatig pyramidale kruin. Komt voor op den berg Cassio, in het oostelijk Syrië, en op meerdere plaatsen van den Taurus. In 1856 naar Euro|ja gebracht.

J. communis Suecica Loud, krakovische Jeneverboom. Een recht opstaande struik , die aan de basis verwijd is.

J. communis stricta Carr. pyramidale Jeneverboom. Deze variëteit ontmoet men meermalen met den gewonen Jeneverboom, waarvan zij zich door hare houding onderscheidt.

J. chinensis L. ehineesche Jeneverboom. Deze Jeneverboom is tweehuizig. Komt voor in China en Japan. Ingevoerd in 1804.

J. chinensis aurea Young, goudgele chineesche Jeneverboom. Gewonnen ia de Milford nursery, Godalming in Engeland.

J. virginiaua L. virginische Jeneverboom. Eenige zeer groote exemplaren vindt men cp het buiten van den

-ocr page 109-

103

heer Eijckevorsel te Vu glit. Een grooie boom , die dikwijls tweehuizig is, zeer veranderlijk in vorm, algemeen uitzielit en onming. Bewoont Noord-Amciika, van af de golf van Mexico tot 50u breedte, de Bahama eilanden, de Barbades, zelfs Jamaica, waar hij echter zeldzaam voorkomt. Ingevoerd in 1664.

J. virginiana elegnns Lee. bevallige virginische Jeneverboom. Gewonnen door Lee te Hammersmith, Londen.

J. virginiana glanca Hort. grauwgroene virginische Jeneverboom. Deze variéteit is eene van de schoonste en zeer krachtig.

J. virginiana plmnosa argentea van Nes. zilver-vederachtige virginische Jeneverboom. Gewonnen te Boskoop door KI. van Nes en

J. japonica variegata Carr. bonte japansche Jeneverboom. Ken forschc zeer pyrair.idale plant.

J. tripartita Hort. driedeelige Jeneverboom. Een sehoone pyramidale variëteit wet levendig groene bladen,

Trib. Thuiopsideae.

Thnjaachtigen.

Kegels met dakvormig ingevoegde schubben. Bladen tegenovergesteld, zelden drievoudig.

Biota Don, Oostersche Levensboom of Biota.

Kegels met lederachtige schubben, twee-eivormige zaden, zonder vleugels , bladen schubvormig. Alle afkomstig uit centraal-Azië, China en Japan

Biota orientalis Endl. oostersche Levensboom. Een kleine boom van 8—10 meter hoog, vormende eene ge-drongene pyramide. Komt voor in verschillende deelen van noordelijk Azië. Zeer menigvuldig in China en Japan, Men zegt, dat hij oorspronkelijk van de eilanden Nippon en Sikok afkomstig is. Naar Europa overgebracht omstreeks 1762.

-ocr page 110-

104

B. orientalis aurea Gord. Bolvormige oostersche Levensboom. Is eene kleine variëteit, wordt zelden hooger dan l meter, en vormt een ronden struik.

B, orientalis delicatissima Gaujard. liefelijke oostersche Levensboom. Door zaaijing verkregen door Gaujard te Gent, uit do B. Orient, elegant. Met gelijkmatig grijs witte bladen.

B. orientalis elegantissima Gord. goudgele oostersche Levensboom. Deze kleine variëteit is door zaad verkregen door Rollisson, en vormt eene smalle, ge-drongene, kegelvormige pyramide.

B. orientalis pendula Carr. treur draadvormige oostersche Levensboom. Een struik van 2—6 meter, met eene ronde kruin. Deze variëteit schijnt het eerst omstreeks 1818 waargenomen te zijn bij den generaal Eumigny te Laval in Frankrijk.

Thuia Lin. Westersche Levensboom of Thuja.

Kegels met lederachtige schubben, twen zamengedrukte, met twee vleugels voorziene zaden. Bladen schubvor-mig. Alle oorspronkelijk uit Noord-Amerika.

Thuia plicata Don. Warean\'s Levensboom. Een boom van middelmatige grootte. Komt voor in het noordwesten van Noord-Amerika. Ingevoerd in 1796.

T. Menziesii Dougl. Lob\'s Levensboom. Een ranke boom, bereikende 20 meter en hooger, is zeer krachtig. Bewoont Californië, waar hij ontdekt werd door Douglas. In 1858 door zaden ingevoerd onder den naam van Thuia Lobbii, onder welken naam hij het meest voorkomt.

T. occidentalis Linn. Noord-Amerikaansche Levensboom. Een struik of boom, vormende eene smalle pyramidc, die zeer gedrongen is. Leeft oorspronkelijk in Canada, quot;Virginia, Carolina, Nieuw-Brunswijk enz. Ingevoerd in 1566.

T. occidentalis aurea. goudgele Noord-Amerikaansche Levensboom.

-ocr page 111-

105

T. occidentalis Vervaeneana Hort. Ycrvaen\'s Levensboom. Houding en uiterlijk aan den voorafgaanden gelijk, doch geel mat. Verkregen uit zaad door Vervaene, boomkvveeker te Gent.

T. gigantea Nuttal. reuzen Levensboom. Een zeer groote boom, bereikende 4 0 nieter, soms nog hooger, op 6 meter omvang. Komt op verschillende plaatsen van Noord-Amerika voor, vooral in Californië. Ingevoerd in 1854.

T. gigantea Nuttal gracilis, ranke reuzen Levensboom.

Thuiopsis Sieb. et Z.

Kegels met houtachtige schubben. Vijf samengedrukte met 2 vleugels voorziene zaden. Bladen schulvormig.

Thuiopsis laete-virens Lindl. blijgroene Thujopsis. Bekoorlijke en zeer sierlijke plant. Oorspronkelijk uit China, vanwaar zij in 1861 ingevoerd is.

ï. dolobrata S. et Z. breedbladige Thujopsis. Een schoone boom die 20—30 meter hoog wordt, op 1 a 1.50 meter middellijn. Bewoont verschillende plaatsen van Japan, voornamelijk het eiland Nippon, de vochtige valleien van de bergketen Hakone. Door Sieboldt in 1853 te Leijden ingevoerd.

T. dolobrata Barroni. Barron\'s breedbladige Thujopsis. Uit zaad verkregen door W. Barron Borrowasty, Engeland. ■

T. dolobrata robusta. forsche breedbladige Thujopsis. Uit zaad verkregen door Crips en Son. Tunbridge Wells in Engeland.

T. dolobrata variegata Eort. bonfe breedbladige Thujopsis. Ingevoerd door den heer Fortune in 1861 uit de tuinen te Jedo.

Trib. Cupressineae verae.

Ware Cypressen.

Kegels met schildvormige schubben. Gevleugelde zaden. Tegenovergestelde bladen.

-ocr page 112-

106

Chamaecyparis Spach. Cypres.

Kegels met tweezadige schubben. Bladen schubvormig.

Chamaecyparis Spliaeroidea variegata End. bonte thuja-achtige Cypres. Slechts 2—6 meter hoog wordende.

C. sphaeroidea Andelyensis Carr. Andelijsche thujaaehtige Cypres. Deze variëteit werd uit zaad van de Cha-maecyperis sphaeroidea verkregen door Chauchois, boomkweeker te Andelys (Eure) in Frankrijk.

C. sphaeroidea aurea. goudgele thujaaehtige Cypres.

C. Boursierii Decaisne. Lawson\'s Cypres. Is een groote boom, 25—30 meter boog op 60 centim. doorsnede. Bewoont de vochtige valleien in het noorden van Californië. Ingevoerd omstreeks 1856.

C. Boursierii argentea Carr. zilverachtige Lawson\'s Cypres. Een krachtige zeer schoone variëteit. Het zilverachtige vermindert, naarmate de boom ouder wordt.

C. Boursierii argentea variegata. zilverbonte Lawson\'s Cypres.

C. Boursierii aurea Carr. gele Lawson\'s Cypres. Deze variëteit is veel teerder dan de type.

C. Boursierii aurea lutea. geelblijvende Lawson\'s Cypres.

C. Boursierii albo-nivea Hort. sneeuwwitte Lawson\'s Cypres.

C. Boursierii filiformis A. Pillot, draadvormige Lawson\'s Cypres. In het najaar van 1877 eerst in den handel gebracht; hij onderscheidt zich door de bijzonder donkere groene kleur. Wordt slechts een klein boompje.

C. Boursierii erecta viridis. groene pyramidaal Lawson\'s Cypres. Buitengewoon schoon. Uit zaad verkregen in de boomkweekerij van C. G. Overijnder firma Corns. Ottolander en Zoon, te Boskoop.

C. Boursierii erecta viridis Waterer amp; Godfrey. Van Engelsche afkomst.

C. Boursierii stricta alba Hort. witte pyramidaal Lawson\'s Cypres.

-ocr page 113-

107

C. Boursierii monumentalis De Vos. monumentaal Law-son\'s Cypres. Uit zaad verkregen door C. de Vos te Hazerswoude.

C. Nutkaensis Spach. Noord-Amerikaanscbe Cypres. Een boom die 30 meter en meer hoog wordt. Inheemsch jf in het noord-westen van Amerika, omstreeks de

Nutka-baai, in de omstreken van het observatorium Inlet, op het eiland Sitcha. In 1851 naar Europa ingevoerd.

C. Nutkaensis nana, djverg- Noord-Amerikaansche Cypres.

C. Nutkaensis pendula. treur- Noord-Amerikaansche Cypres.

C. Nutkaensis argentea variegata. zilver-bonte Noord-Amerikaansche Cypres.

C. obtusa Sieb. et Zuc. zon-Cypres. Een boom die wel 20—30 meter hoog wordt op 1.50 meter middellijn. Inheemsch in Japan op de bergen van het eiland Nippon, waar hij uitgestrekte bosschen vormt. Hij werd in 1862 naar Europa overgebracht.

C. obtusa aurea gracilis Hort. goudgele ranke zon-Cypres.

C. obtusa lycopodioïdes Carr. wolfsklauwachtige zon-Cypres. Een dwergplant nog al krachtig. Door den heer Fortune van 1861 tot 1863 uit Japan naar Europa gebracht. Eene toevallig verkregene monstruositeit.

C. obtusa filicoïdes. varenachtige zon-Cypres. \' O. pisifera Sieb. et Zuc. Sawara Cypres. Een boom die kleiner en schraalder is dan de Chamaecyparis obtusa ; komt met deze vergezeld voor in vele provinciën van het eiland Nippon. In 1862 ingevoerd.

C. pisifera aurea Carr. goudgele Sawara-Cypres. Deze variëteit behoudt ook des winters hare schoone goudgele kleur.

C. pisifera plnmosa flavescens Hort. geelachtige veder-Sa wara-Cypres.

; C. pisifera filifera Veitch, draadvormende Cypres.

A

-ocr page 114-

108

Retinospora Carr. Japansche Cypres.

Kegels met iweezadige schubben. Naaldvormige bladen.

Retinospora leptoclada Zuec. ex Gord. fijntakkige Japansche Cypres. Bewoont Japan, vanwaar hij in 1861 door Veith in Europa gebracht werd,

R. jnniperoïdesCarr. Jeneverstruikachtige Japansche Cypres. Een struik die zeer dicht ineen groeit, vormende een breede, korte, ineengedrongene kolom, aan den top stomp rond. Uit Japan ingevoerd omstreeks 1853,

B. plumosa Veitch. vederachtige Japansche Cypres. Uit Japan naar Europa gebracht.

R, plumosa aurea Hort. goudgele vederachtige Japansche Cypres.

R, plumosa argentea variegata, zilverbonte vederachtige Japansche Cypres.

Cupressus To urn. Ware Cypres.

Kegels met veehadige schubben.

Cupressus fastigiata contorta Carr. Bregeon\'s Cypres. Deze variëteit is zeer merkwaardig en zeer onderscheiden, zij vormt eene zamengedrongene en blauwachtige pyramide.

C, Lusitanica Lindleyi Carr. Lindley\'s Cypres, Wordt 12—15 meter hoog; bewoont Mexico tusschen An-ganguco en Tlalpuxahua.

C. Knightiana Hort. bevallige Cypres. Een krachtige boom, die men zegt, wel 30 meter en meer hoogte kan bereiken op 80 a 90 centim. diameter. Hoort op de bergen van Mexico te huis. Ingevoerd in 1840,

C, funebris Endl. treur-Cypres, Een boom van 12—20 meter hoog, in zijne jeugd eene conische pyramide vormende, slank en puntig en later eene samenge-drongene breede en ronde pyramide. Bewoont het noorden van China, waar hij menigvuldig gebruikt wordt, om de grafsteden te versieren, In 1848 door

-ocr page 115-

109

Fortune in Europa gebracht, volgens Loudon reeds in 1808.

C. funebris variegata. bonte treur-Cypres.

C. Lambartiana Carr. groot kegeldragende Cypres. Een krachtige boom, die 2 5 meter hoog wordt op 80 centim. tot 1 meter middellijn. Bewoont de bergen van Californië, in de omstreken van Monterey, waar hij door Lambert in 1838 ontdekt werd en waarvan deze in ]839 zaden overstuurde.

Trib. Taxodineae.

Taxisachtige Cypressen.

Kegels met scbildvormige of dakvormig ingevoegde schubben. Afwisselende bladen.

Taxodium Kichard. Tax-Cypres.

Kegels met vrije schubben, die dakvormig iusscJtengevoegd en Uoeezadig zijn. Zaden zonder vleugels.

Taxodium distichum Rich, gevederde Tax-Cypres. Een schoon. groot exemplaar bevindt zich op Sophiaburg, verscheidene op Kouwenburg, en een op Eozenoord te Vught. Een groote boom die soms 30 meter hoog wordt op 8 tot 5 meter in omvang. Behoort te huis in het noorden van Noord-Amerika, in Elorida, Georgia, Caroline, Maryland enz. Zeer algemeen in den vochtigeu grond van Louisiana en langs de moerassige inhammen der groote beken, gewoonlijk Cypres-moerassen geheeten. In 1640 in Europa gebracht.

Glyptostrobus Endl.

De kegeltjes met vrije schubben , dakpanvormig ingevoegd, tweezadig. De zaden aan den voet met eenen vleugel voorzien.

Glyptostrobus heterophyllus Endl. verschilbladige Tax-Cypres. Een struik die bij ons niet Looger dan drie

-ocr page 116-

110

meter wordt. Bewoont China in de provinciën Chan-Tong en Kiangnan. Is veel geplant langs de rivieren van Canton. In 1815 werd hij bij Noisette te Parijs gekweekt.

Cryptomeria Don. Japansehe Ceder.

Kegels met de schubben gehecht aan het schutblaadje, 4 tot 5 zaden. Zaden met twee vleugels,

Cryptomeria japonica Don. Japansehe Ceder. Een paar exemplaren bevinden zich op Sophiaburg. Is een groote boom van meer dan 40 meter hoog op 1 tot 2 meter middellijn ; behoort in het zuiden van Japan te huis, waar hij uitgestrekte bosschen vormt, tus-schen de 3U0 en 400 meter boven de zee. Hij komt ook op verschillende plaatsen in China voor, vooral op het eiland Tshonsan. In 1842 ingevoerd.

C. japonica pungens Carr. stekende Japansehe Ceder.

C. japonica Lobbii Hort. Lobb\'s Japansehe Ceder. Deze variëteit verheft zich minder hoog dan de type, doch is meer ineengedrongen. Zij werd, verzekert men, in den botanischen tuin op Java gekweekt, vanwaar de heer Lobb ze omstreeks 1847 medebracht.

C. japonica araucarioïdes Hort. araucariaachtige Japansehe Ceder. Een schoone boom, die meermalen wordt aangetroffen ouder de zaailingen.

C. japonica plumosa. gevederde Japansehe Ceder.

C. japonica variegata Hort. geel-bonte Japansehe Ceder.

C. japonica alba-spica. witgetopte Japansehe Ceder.

C. japonica arg. variegata. zilverbonte Japansehe Ceder.

C. japonica compacta. gedrongene Japansehe Ceder.

C. japonica spiralis falcata S. et Z. spiraal-sikkelvormige Japansehe Ceder. Door Sieboldt en Zaccarini uit Japan ingevoerd.

C. japonica spiralis falcata robusta. forsehe spiraal-sikkelvormige Japansehe Ceder.

-ocr page 117-

Ill

C. elegans I.Q-.Veitch. bevallige Jnpanaclic Ceder. Een schoone sierlijke boom. Uit Japan omstreeks 1863 overgebracht.

Subord. Sequoieae.

KeuzenboomaclitigeD.

Schubben puntig, veelzadig.

Arthrotaxis Don.

Helmknopjes tweehokkig. De schubben der kegels ovaal, onverdeeld, zonder schutblaadjes. Bladen dik vleezig, ovaal, dakvormig aangegroeid. Zaden 3—5 onder elke schub.

Arthrotaxis selaginoïdes Don. Arthrotaxis met dakvor-migc bladen. Een ranke pyramidale heester; wordt volgens Archer tot 15 meter hoog en vormt een kegelvormigen boom. Is inheemsch in Tasmanië bij de Meander watervallen. Naar Europa overgebracht in 1847. (?)

Sequoia Endl.

Helmknopjes tweehokkig, schubben der kegels wigvormig, samengedrukt, dik, afgeknot. Schutblaadjes puntig, in hun volle lengte zamengegroeid met de schub. Bladen plat, lijnvormig, tweerijig, soms dakvormig. Twee, zelden 3 zaadlobben.

Sequoia sempervirens Endl. taxisbladige Eeuzenboom. Deze boom wordt 60 tot 80 meter hoog en soms nog hooger op 3 tot 6 meter middellijn. Bewoont verschillende streken van Californië. In Europa gebracht in 1840.

S. sempervirens albo-spica. witpuntige taxisbladige Keuzenboom.

S. sempervirens adpressa Carr. witgetopte taxisbladige Eeuzeboom. Deze duidelijk te onderscheiden variëteit is verkregen door A. Leroy, boomkweeker te Angers.

Wellingtonia Lindley.

Tweehokkige hclmknopjes. Bladen verspreid, sabelvor-

-ocr page 118-

112

nrig (nooit plat noch tweerijig) vleezig, stijf, een weinig ter zijde afgeplat, naaldvormig, uitloopend aan den top in eene groote stompe punt. 3 tot 6 zaadlobben, meest

Weüingtonia gigantea Lindl. cypresbladige Eeuzenboom. Eenige niet fraaie exemplaren vindt men op Kraaie-stein bij Vugbt. Een reusachtige boom van meer dan 100 meter hoogte op 10 meter middellijn. Bewoont verschillende streken van Californië, voornamelijk de hooge gedeelten van de Sierra-Nevada, naar de bron van San-Antonio, omtrent 1500 meter boven de zee. Naar Europa overgebracht in 1833.

Wellingtonia gigantea pendula Ed. P. treur-cypresbladige Eeuzenboom. Deze variëteit heeft eene ranke houding en de takken zijn bevallig naar den grond gebogen.

Wellingtonia gigan tea pendula alba,spica.witgetopte treur-cypresbladige Reuzeboom. In Engeland uit zaad verkregen.

Wellingtonia gigantea aurea compacta Carr. gele cypresbladige Eeuzenboom. De houding en het voorkomen gelijk aan de type. Deze variëteit is eene uitwerking van het dimorphisme, dat zich voorgedaan heeft bij den heer Guibert, te Passy-Paris, op eene Wellingtonia , die eenmaal op eene zekere grootte gekomen, hier en daar takken vertoonde met de teekenen van den hier vermelde.

C u n n i n g h a m i a E. Br.

Driehokkige helmknopjes. Bladen bijna tweerijig, uitgespreid , sikkelvormig, lang toegespitst, scherp. De schubben der kegels dun, droog, getand, toegespitst, zonder schutblaadjes. Drie zaden onder elke schub.

Cunninghamia sinensis E.Br. lancetvormige Cunninghamia* Een boom, die omtrent 15 meter hoog wordt, en op het uiterlijk veel heeft van de Araucaria Brasiliensis. Wordt gevonde;1. in de zuidelijke provinciën van China, waar hij in 1702 ontdekt werd door Jacob Cunningham; in Japan wordt hij aangekweekt. In 1804 ingevoerd.

-ocr page 119-

113

Trib. Sciadopiteae.

Pnrasol-Pijnboomen.

Ongesteelde veelzadige schubben.

Sciadopitys S. et Z. Parasol-Pijn.

Tweehokkige helmknopjes. Bladen plat, lederachtig, lijnvormig, stomp, lang, afwisselend, zeer dicht bijeen geplaatst, bijna kransvormig aan den top der takken. Schubben der kegels voorzien van een schutblaadje, dat met de onderste helft zamengegroeid is. Zeven zaden onder elke schub. .

Sciadopitys verticillata Carr. parasol-Pijn. Een groote boom die wel 40 meter hoog wordt op één meter middellijn. Bewoont verschillende streken van het eiland Nippon, op den berg Koja-San in de provincie van Kii, voornamelijk in de omstreken van Jokoeh-jama, zelden op Sikok; wordt hier en daar om de tempels gekweekt. Ingevoerd in 1861.

Subord. Abietineae.

Denneboomen.

Verspreide schubben. De zaden aan de schub vastgegroeid. De helmknopjes tweehokkig.

Trib. Sapineae.

Denneachtigen.

De schubben van den kegel dun, lederachtig, zonder aanwas. Bladen afwisselend, alleenstaande, plat of bijna vierkantig, naaldvormig, blijvend of zelden afvallend, zonder scheeden, zelden in bundels vereenigd door belemmering in den groei der takjes en, in dit enkele geval, hebbende aan den voet der bundels eenige korte schubjes.

T s u g a Car r.

Bladen plat, alleenstaande, bijna tweerijig, stomp. Kegels hangende met vaslblijvende schubben. De schutblaadjes ingesloten.

-ocr page 120-

114

Tsuga canadensis Carr. Kanada-Spar. Ecu boom die meer dan 25 tot 30 meter hoog wordt. Bewoont de koude streken van Noord-Amerika, het Rotsgebergte, van af de Hudsonbaai tot het noordelijke Carolina; men vindt hem ook te Sitcba. Door Pieter Collinson in 1736 ingevoerd.

ï. Mertensiana Carr. taxisbladige Kanada-Spar. Een groote boom, die wel 35 tot 5 0 meter hoog wordt, zeer veel op den vorigeu gelijkende, waarvan hij waarschijnlijk maar een plaatselijke vorm is. Groeit in den Oregon, waar hij zeer algemeen schijnt te zijn; verder in het noorden van Californië, in Engelsch Colnnibië en op het Van Couver eiland. In Europa omstreeks 1859 ingevoerd.

P s e ii d o t s ii g a Carr.

Bladen plat, alleenstaande, bijna tweerijig, scherp. Kegels hangende, met vasthlijvende schubben. De schutblaadjes laug-uitüekeiide.

Pseudotsuga Douglasii Carr. Douglas\' Spar. Een zeer groote boom, wordt soms meer dan 50 meter hoog, op 1 tot 3 nieter diameter, vormende als hij goed groeit cene gedrongene pyramide. Leeft in het noordwesten van Californië, de valleien van het Eotsge-bergte, aan de oevers van de Columbia rivier tot aan hare inmonding, waar hij uitgestrekte bosschen vormt. Volaens Hartweg vindt men deze soort ook in Mexico. In Europa overgebracht in 1836.

P. Douglasii Stairii Methoen. Stair\'s Douglas\'-Spar. Eene witpuntige variëteit.

A bics Link. Den.

Bladen j/lnl, alleenstaande, bijna tweerijig. De kegels recht opstaande, met afvallende schubben aau den vleugel der zaden aangehecht.

Abies pectinata De Candolle. gewone of zilver-Den. Komt in de omstreken van Yught op verschillende plaatsen aangeplant voor. Een pyramidale, slanke boom, die soms meer dan 30 nieter hoog wordt. Groeit op

-ocr page 121-

115

bijna alle middpn-Etiropeesclie bergen, de Alpen, de A pen ij ii en , de Pyreneëa, enkele streken van het Forez gebergte en vjin de Loire enz. Zeer algemeen in de Vosjes, alsook in het Sehwartzwald, waar hij zeer hoogstaminige boomen vormt; betrekkelijk schaars in Transsylvanië.

A. noliilis Lindley. edel-Oen. (Niet te verwarren met de Duitsche llölie Edeltanne, die onze Zilver-lgt;en is). Een groote en sehoone boom, welke soms meer dan 60 meter hoogte bereikt, op omtrent 1.50 meter middellijn. Le.eft op de noordwestkust van Amerika in de omstreken van de Columbia rivier en op verschillende bergen van het noorden van Californlë. op 2500 merer boven de zee, waar Jeffrey exemplaren gezien heeft, die tot. 60 meter hoog waren. Ingevoerd in Europa in 1831.

A. nohllls glauca Hort. grauwgroene edel-Den.

A. nobills robusta Veitch. forsche edel-Den.

A. Nordmanniana Spach. circassisehe Den. Een groote en sehoone boom, wordt soms moer d;in 30 meter hoog op 1 meter diameter. Komt voor in de Ad-scharischen bergketen , de nabij gelegene bronnen van de Cyri en Nataneki, op 200ii meter hoogte, op de heuvels bij Achalgniehe, in de nabijheid van Aschur, waar hij met de Picea orientalis uitgestrekte bosschen vormt. Ingevoerd in 1848.

A. NordmannianarefractaCarr.zilver-wittecircassischeDen.

A. amabills Forbes, liefelijke Hen. Een zeer sehoone boom, bereikt soms meer dan 50 meter hoogte op 1.50 meter middellijn; heeft veel overeenkomst wat het uiterlijk betreft met den voorgaanden , hij wordt in het noordwesten van Noord Amerika aangetroffen. In 1831 ingevoerd.

A. grandis Lindl. groote Den. Een krachtige zeer sehoone boom, wordt soms meer dan 5 0 tot 60 meter hoog op 1 a 2 meter diamejer. Men vindt dezen boom

-ocr page 122-

116

in het noorden van Californië en Engelsch Columbia. Hij zoekt de lage en vochtige plaatsen op; men vindt hem nooit op de bergen. Ingevoerd in 1831.

A. concolor Lindl. gelijkkleurige Den. Heeft overeenkomst met den vorigen. Is uit Californië hier ingevoerd.

A. concolor violacea Eoezl. violetachtige gelijkkleurige Den. De zaden zijn voor het eerst door Eoezl uit Amerika ingevoerd.

A. Pinsapo Boiss. grenadasche Den. Eenige schoone exemplaren staan op Kraaijestei» bij Vught, een te Oisterwijk in den tuin van F. Holleman. Een boom die bij uitstek veel-takkig is, wordt 20 tot 25 meter hoog; behoort te huis in de berg-Alpenstreken van Grenada, waar hij uitgestrekte bosschen vormt, in de Sierra-Beneja, in de provincie Ronda, waar hij tot op 2000 meter hoogte boven de zee groeit; men vindt hem ook op verschillende punten van Algerië, zooniet als type dan toch als variëteit. In 1839 ingevoerd.

A. Veitchii Carr. Veitch\'s Den. Een zeer groote boom ; wordt soms meer dan 40 meter hoog. Woont in Japan op den berg Pusi-yfima, op eene hoogte van omtrent 2000 meter. Na 1867 ingevoerd.

P i c e a Link. Spar.

Bladen blijvende, naaldvormig, zamengedrukt, hijnavier-kantig . verspreid, stijf. Kegels hangende met vast-hlijvende schubben aan de vleugels der zaden niet aangehecht.

Picea excelsa Link. gewone of fijne Spar. Komt in de omstreken van Vught veel aangeplant en soms verwilderd voor. Een groote boom, kan soms 30 tot 40 meter hoog worden, vormende eene conische py-ramide. Komt voor op de Alpen van Midden-Europa, algemeen in Zwitserland en Tyrol tusschen 1300 en 2(100 meter boven de zee, soms nog hooger, op de Stilfserjoch, maar dan dwergachtig, zelden in het noorden der Pyreneeën, veelvuldig in de lagere ge-

-ocr page 123-

117

deelten der Carpathen tot op 1500 mfter hoogte, overvloedig in de vlakten van Germanië en Scandinavië tot op 67quot; breedte; bij schijnt te ontbreken in Spanje, in het westen van Frankrijk, in de streek van de Middellandsohe zee, de Apenijnen, Griekenland en den Caucasus.

P. Menziesii Carr. Menzie\'s Spar. Een boom, die 12 tot 15 meter hoog wordt. Bewoont het westen van Noord-Ainerika en het noordelijk gedeelte van Cali-fornië. In 1831 ingevoerd.

P. nigra Link. zwarte Spar. Een boom, die 25 meter hoog wordt, doch hier te lande zelden hooger dan 8 meter. Groeit in Noord-Amerika op eene groefte uilgestrektheid.

P. nigra Doumetii Carr. M quot; Aglac Adanson\'s Spar. Vormt eene zeer samengedronaene pyramide. üeze variüteit is van eene buitengewone sciioonheid, de moederplant, gezet door Miue Aglaé Adanson op het kasteel Balène, bij Mouüns, behoort thans aan den heer Douinet. Deze boom had in 1867 niet minder dan 9 meter hoogte, en een uiterlijk waarvan men zich nauwelijks een denkbeeld kan vormen.

P. orientalis Carr. Trebizondische Spar. Een boom van middelmatisje grootte, zelden 15 meter ovenreH\'ende. Groeit op do bergen van Imeri\'ië in Boven-Mingrelië en tusschen de bergen Adsehariens en Guriel in Azie. Men vindt er ook in de omstreken van Trebizonde. In 18,17 ingevoerd.

P. acicularis Maximovvicz. naaidvormige Spar.

P. Morinda Link. weenende Spar. Een zeer schoone boom, die me«r dan 35 meter hoog kan worden. Bewoont verschillende streken van het westelijk gedeelte van de Himalaya, op 21G0 tot 3300 meter hoo!gt;te. Ingevoerd in ISIS.

O C

P. polita Carr. tijgerstaart Spar. Groeit in Japan, in de bergketens die Beva naar Matsu doorsnijden; in

-ocr page 124-

118

de noordwestelijke provinciën van liet eiliind Nippon en in Koren. Ingevoerd in 1863.

P. Engelraanni C.-irr. Eimelmnn\'s Spar. Volgens llenkel en lioclistetter verkrijgt deze boom eene liooute van 20 tot 30 meter op 50 a, 8 ) centim. middellijn. Groeit op het Hotsgebergte tot o|) ISUÜU meter hoogte. Ingevoerd in 18quot;3.

Larix Link. Lorkenboom.

De bladen afvallend, biindelvormig of verspreid, zacht. Kegels met hlijocnde schubben.

Larix europaea Dec. gewone Lorkenboom. Eenige mooie exemplaren staan op Jagthist te Helvoirt, veel aangeplant op liet bniten van den h-er Markgralf te Vnght. Houder.Ie schoone.exemplaren vindt men tussolien Eindhoven en Besi. Een gioole boom die meer dan 30 meter hoog wordt, op 1.20 meter middellijn, vormende indien hij alleen staat eene kegelvormige gestrekte pyramide. Groeit, op de Alpen van midden-Europa, die van Zwi\'serland, van Widlis, de Car-patlien, waar hij nn-i Picea verimmud groeit, de Zweedsche berucn , die van Fiisland aan deze zijde van den Oural, de gipsbergen dicht bij de l\'inegam, een vloed, waarop de boonien in den vorm van vlot, naar Argaligel worden vcrvoeid.

L. rossiea Sabine. Lahuriselie Lorkenboom. Groeit in Siberië, Daonrië, Kamscliatka. Omstreeks 1827 ingevoerd.

P s e ii d o 1 ar i x G o r d.

Bladen afvallend, bunilelvormig of verspreid, zacht. Kegels met afvoll-nilt: schub\' en.

Pseudolarix KaenipAri Gordon, chineesclie sou.I-Lorkenboom. Ken boom van middelinai i^e grooite, veel overeenkomst hebbeiide met de Larix, waarvan hij alleen door de natuur en den vorm der kegels onderscheiden is. Groeit in de midden-provinciën van

i

-ocr page 125-

119

het noorden van China en mogelijk ook in Japan. In 1850 ingevoerd.

Cedrus Link Ceder.

Bladen blijvende, bundelvormig of verspreid, nanldvor-mig, stijf en zeer stekelachtig. Kegels met afvallende schubben.

Cedrus Deodara Loudon, indisclie treur-Ceder. Een zeer schoone boom. bereikt eene hoogte van 50 meter op 2 nieter middellijn. Komt op verschillende plaatsen in de Himalaya voor, zooals op de Alpen van Nepaul en van Tibet, waar bij tot 4000 meter hoog gevonden wordt. Naar Europa overgebracht in 1S32.

C. Deodara alba spica. vvitgetopte indisclie treur-Ceder.

C. Deodara robusta Hort. forsche indische treur-Ceder.

C. Deodara glanca. zilverachtige indisclie treur-Ceder.

C. Libani Barrelier. Ceder van den Libanon. De takken van dezen boom staan verspreid, zijn dik, lang en bijna horizontaal geschikt. Een schoon exemplaar bevindt zich op Siousburg te Vuglit. Komt op verschillende plaatsen van Syrië en van Klein-Azic voor, vooral op den Libanon en den Taurus. Volgens sommige schrijvers vindt men hem ook in Algiers, hetzij alleen of meest in gezelschap met de Cedrus Atlan-tica, die evenwel waarschijnlijk één vorm is. In 1683 ingevoerd.

C. Atlantica Manetti. Ceder van den Atlas. Een boom, die 40 meter hoogte kan bereiken op 1.50 middellijn. Groeit in Algiers op den berg Atlas; op den pie van Tongour, te Bathna; op de bergen Babor en Tababor enz. In 1843 ingevoerd.

Trib. Pineae.

Pijnboomen.

Schubben van den kegel gewoonlijk aan den top verdikt en verbreed in een uitwas, zeiden verdund en ont-

-ocr page 126-

120

bloot van dit uitwas. Bladen elsvormig, lang draadvormig, altoos vereenigd in cene gemeenschappelijke scheede, gevormd door droge of vliesachtige schubjes. Pe kegels worden in het Se jaar rijp.

Subtrib. Cembra.

Cember.

Bladen vijfvoudig; scheeden afvallende. Kegels ongesteeld, rechtopstaande, eivormig, stomp, zich inden herfst openende. Ongevleugelde zaden.

Pinus Cembra Linn. Cember Pijn. Een boom die 20 tot 25 meter hoog wordt, vormende eene samenge-drongene pyramide. Komt voor op de Alpen van Provence en de Dauphiné, op die van Stvrië, van Oostenrijk; hij bewoont ook de lage valleien der Car-pathen, Transsylvanië, de bergketen van Oural, geheel het noordelijk en Alpen-Siberië, de bergen van Altai enz.

Subtrib. Strobus.

Bladen vijfvoudig. A/vallende scheeden. Kegels gesteeld, /langende, spilvormig, zich in den herfst openende. Gevleugelde zaden.

Pinus excelsa Wallich. verhevene Pijn. Is een groote en oversclioone boom, kuntiende meer den 40 meter hoog worden. Bewoont de zuid-westelijke bergketen van de Hiir.iiliiya, de Uoulan; velschillende deelen van Nepaul; dikwijls lot op 3500 nieter boven de zee, waar hij verineimd met de Piuus longifolia en de Picea I\\io-

O O

rinda de meeste der bossclien vormt. Is een toekomstige boom voor onze boschkuituur, uithoofde van zijn snellen groei, zijn uitmuntend hout en omdat hij niet door insecten wordt aangedaan. Ingevoerd in 1823,

P. Strobus Lin. Weijmouth Pijn. Wordt veel in de omstreken van \'s Bosch aangeplant gevonden. Een boom, die wel 30 meter hoog en 1.50 meter dik kan worden.

-ocr page 127-

121

\'

iad- Is oorspronkelijk uit de Vereenigde-Staten aan deze

\'ijke zijde van de Missisippi, bij het meer St. Jean tot

ijes. den berg Alleghany; zeer menigvuldig in den vetten

grond langs de beken. Ingevoerd in 1705.

Subtrib. Taeda.

Bladen drievoudig, zelden en bij uitzondering tweevou-\'ë6- dig. Scheeden blijvende, meest schubachlig, weinig

^en ontwikkeld en spoedig bijna geheel verdwenen. Zaden

gevleugeld.

Pinus Sabiniana Douglas. Sabiniaansche Pijn, Een \'d6quot; schoone en groote boom, 30 tot 40 meter hoogte

van kunnende bereiken op 1.40 meter middellijn. Komt

van in het noordwesten van Amerika voor, in de lage

^ar\' Alpenketen van het nieuwe Albion tot 40° noorder

ëequot; breedte, waar hij tot de eeuwige sneeuw zich ver-

van heft, maar alsdan slechts een ingeschrompelde struik

is. In 1833 naar Europa overgebracht.

P. Jeffreyi Balfour. Jeffrey\'s Pijn. Een zeer schoone boom, meer dan 40 meter hoog, op 1 tot 1.50 !eld, meter middellijn. Inlandsch in het noorden van

nde. California, de vallei van Shasta, vooral in schrale en

zandige gronden. Is in IS54 naar Europa overge-

e en bracht;

lioog Iquot;* iusignis Douglas. montereysche Pijn. Een boom

nde van 25 tot 30 meter hoog. Oorspronkelijk van ver-

Daul; schillende plaatsen van Californië, vooral in de om-

r hij streken van Monterey, Naar Europa gebracht in 1833.

Mo- P. iusignis macrocarpa Hartw. groot-kegeldragende mon-

toe- tereysche Pijn. Een boom, die 2 5 tot 30 meter

van hoogte kan bereiken. Groeit gezamenlijk met den

niet voorgaanden. Ingevoerd in 1846.

P. ponderosa Douglas, zware Pijn. Een boom van 25

om- tot 30 meter hoogte, op 1.40 middellijn. Groeit op

oom, verschillende plaatsen van Noord-Amerika, inzonder-

rden. heid in den omtrek der rivier Spokan-Flathead; op het

i

-ocr page 128-

122

Rotsgebergte, ook op vele plaatsen van Californië. In 1826 ingevoerd.

P. Eenthamiana Hartvveg. santa-cruzsche Pijn. Een groote boom, 50 tot 60 meter hoog, op 2.50 middellijn. Bewoont verschillende plaatsen in Californië, vooral in de bergen van Santa-Cruz, waar hij in massa groeit, hetzij alleen of in gezelschap met de P. Lambertiana. Zijn harsachtig hout is zeer geacht. Naar Europa gebracht in 1849.

Subtrib. Pinaster.

Bladen tweevoudig. Scheeden blijvende, min of meer ontwikkeld. Zaden gevleugeld. De kegels openen zich meest het derde jaar.

Pinus Pinaster Solander. zee-Pijn. Men vindt dezen pijnboom in de bosschen van Pinus Sylvestris hier en daar verspreid en verwilderd in deze provincie. Hij wordt soms 15 tot 25 meter hoog. Komt voor in alle aan zee gelegene streken van Europa, maar tegenwoordig, tengevolge van den uitvoer van zaad, vindt men hem in bijna alle deelen van de wereld , zoodat men hem aantreft in Indië, China, Japan enz. In de laatste jaren heeft men er ontdekt op verschillende plaatsen van Algerië, inzonderheid in het bosch Ebourg.

P. Pinaster Hamiltonii Lindl. Hamilton\'s zee-Pijn.

P. Sylvestris Lin. wilde Pijn. Veel aangeplant in deze provincie tot bosschen en verwilderd op de heiden en heidekanten. Kan 25 meter hoog worden. Komt in geheel midden- en noord-Europa voor, waar hij tot 70° noorder breedte aangetroffen wordt en in het noorden van Azië tot op 63°.

P, Austriaca Höss. zwarte oostenrijksehe Pijn. Een boom van 20 tot 25 meter hoog. Wordt dikwijls aangetroffen in de kalkbergen van Corinthië, Styrië en neder-Oostenrijk; in Moravië, Gallicië, Banaat en Transsvlvanië.

-ocr page 129-

123

Subord. Araucarieae Jussieu.

De zaden zamengegroeid met de schub.

Colymbea. Salisbury.

Bij de ontkieming staan de zaadlobben onder.

Colymbea irabricata Carr. Chilische Araucaria. Aangeplant op Sionsburg te Vught. Een boom, die 40 a 50 meter hoog kan worden. Wordt aangetroffen in zuidelijk Chili, waar hij zeer veel voorkomt. Hij vormt bosschen in de araucarische Andes, waar zijne zaden een gedeelte van het voedsel uitmaken der inboorlingen , die men Araucanos of Araucaniërs noemt, een stam, die zekere streken van Chili bewoont, waar deze soort overvloedig groeit. In 1793 naar Europa overgebracht,

Subord. Podocarpeae Heritier.

Genus. Saxe-Gothaea.

Zaden alleen aan de basis van de schub vastgehecht, met dubbele bekleeding, het uitwendige zeer kort, in den vorm van een ontvangbed, niets als het onderste van het zaad omvattende. Bladen plat, lijnvormig uitgespreid.

Saxe-Gothaea conspicua Lindley. Schub-Taxis. Een boom van middelmatige grootte, gelijkende op een Taxis. Wordt in de Andes van Patagonië aangetroffen. In 1848 naar Europa overgebracht.

Subord. Taxiueae.

Cephalotaxus Sieb. et Zuc.

Helmknopjes 3-hokkig. Zaden steenvruchtachtig, langwerpig eivormig. Vereenigd eiwit. Bladen lijnvormig.

Cephalotaxus pedunculata fastigiata Carr. koreaansche Hoofd-Taxis. Naar men zegt inheemseh op Corea en Japan.

-ocr page 130-

124

C. Portuuei Hooker. Fortune\'s Hoofd-Taxis. Een boom ^ van 20 meter I1002:. Wordt aanaretroffen in het noor-

. rn

den van China, vooral in de provincie Oang-Sin, 1 waar Lij door Fortune werd ontdekt. Men vindt hem ook in Japan. Is in 1848 in Europa overgebracht.

C Fortunei robusta Hort. forsche Fortune\'s Hoofd-ïaxis.

Is regelmatiger dan de voorgaande. De bladen zijn ^ breeder en langer. Eene zeer schoone variëteit, die minder door de zon wordt aangedaan, en grooter wordt. T

C. drupacea S. et Z. steenvruchtachtige Hoofd-Taxis. Een struik van 4 tot 10 meter hoog. Bewoont Japan en China. Oorspronkelijk en aangekweekt in de omstreken van Nagasaki, waar hij zich tot op 700 T meter boven de zee verspreidt. Ingevoerd in 1848.

Toreya Arnott. Stink-Taxis.

Helmknopjes 4-hokkig. Zaden steenvruchtachtig, een weinig eivormig, vergezeld aan de basis van een soort vau bekertje door dikke schubben gevormd, die dak-vormig ingevoegd zijn. Eiwit slijmig. Bladen lijnvormig.

Torreya myristica Hooker fils. Muskaat stink-Taxis.

Een boompje van 8 tot 15 meter hoogte. Wordt in S. Californië aangetroffen op de bergen van de Sierra-Nevada. In 1851 ingevoerd.

Taxus Tournefort.

Helmknopjes 8-hokkig. Zaden nootachtig, bijna rond, p] geplaatst in het midden van een vleeschachtig bekervormig bekleedsel.

Taxus baccata L. gewone Taxis. Wordt soms als sierplant , doch meest voor heggen gebi uikt. Een boom die 12 tot 20 meter hoogte kan bereiken. Woont bijna in geheel Europa; in verschillende streken van Azië, China, Japan, Californië, Canada enz. hetzij als type of als vorm, die weinig afwijken.

-ocr page 131-

125

T. baccata aurea Carr. goudgele Taxis.

T. baccata Devastonii Carr. treur Taxis. Een struik van 3 tot 8 meter. Men zegt, dat hij in het noorden van China en ook op sommige bergen van Japan voorkomt.

T. baccata Devastonii elegantissima. bevallige treur Taxis. Door zaad van de vorige verkregen.

T. baccata fastigiata Loud. kolom Taxis. Volgens Loudon zoude deze variëteit verkregen zijn in 1780, maar tot nog toe zijn geene mannelijke exemplaren waargenomen.

T. baccata fastigiata aurea variegata. geel-bonte kolom-Taxis.

ciass MONOCOTYLEDONEAE. EENZAADLOBBiGEN.

Ord. Hydrocharideae DC.

Duitbladachtigen.

Stratiodes L. Euiterkruid.

S. Aloides L. Scheeren of Ruiterkruid. In slooten, grachten enz. Zeer veel in poelen en stilstaande wateren bij \'s Bosch, Vught eu Heusden. (In slooten en watergangen bij Bergen-op-Zoom). Juni—Aug.

Hydrocharis L. Kikkerkruid.

H. Morsus ranae L. Duitblad , Kikkerkruid. In slooten, vaarten, grachten euz. In slooten bij Vught, Orten en bij Heusden. Juni—Aug.

Elodea Rich. Waterpest.

E. canadensis Rich. Waterpest. In slooten, grachten, poelen, vijvers enz. In de vijvers op Muyserick en Maurick, in de buitengrachten op Reeburg te Vught en op vele andere plaatsen bij \'s Bosch. Vrouwelijke planten.

-ocr page 132-

126

Ord. Alismaceae Juss.

Watervveegbreeën,

Alisma L. Waterweegbree.

A. Plantago L. groote Waterweegbree. Aan waterkanten , in slooten enz. Algemeen langs de slooten te Eosmalen, Vugbt en Vlijmen. Juli, Aug.

/?■ laneeolatum Koch, lancetvormig. Kleiner, met smaller bladen, (fi. angustifolium Fl.B.S.). Aan eene sloot te Rosmalen.

y- graminifolium Kocb. grasbladige. Alle bladen grasvormig en drijvende. Veel in het Hel-voirtscbe broek. (In de Vliet bij Moerdijk 1860). Juni, Juli.

A. natans L. drijvende Waterweegbree. In slooten en poelen in heide- en veenstreken. In plassen en slooten op de Vughtsche heide, veel in slooten bij Son. (Eindhoven Dozy, liozendaal Lac., Galdersche heide bij Breda 1853, Boxmeer J85.S).

P- linearifolium. lijnbladige. Met alle bladen lijnvormig, de bloemstelen zeer lang. (Bozen-daal Lacoste). Juli, Aug.

A. ranunculoïdes L. ranonkelachtige Waterweegbree. Op moerassige en overstroomde plaatsen in zandige streken. Algemeen, vooral in slooten Lings den provincialen klinkerweg, op het \'s Bossche veld, op de Vughtsche heide. (Eindhoven Dozy, Etten Lacoste. Heusdenhout bij Breda 1852, Boxmeer 1 853). Juli, Augustus.

Sagittaria L. Pijlkruid.

S. sagittaefolia L. Pijlkruid, Adderkruid. In slooten, vaarten enz. Algemeen in slooten en andere wateren bij \'s Bosch, vooral in de Dommel. Juli, Aug.

Ord. Butomeae Rich.

Zwanenbloe.men.

Butomus L. Zwanenbloem.

B. umbellatus L. Waterlisch, Zwanenbloem. Aan de

-ocr page 133-

127

kanten van slooten, vaarten enz. Langs de Dieze, langs de vijvers op Muyserick en langs den goud-vischvijver op Eeeburg te Vught. (Aan slooten en watergangen bij Bergen-op-Zoom.). Juni, Juli.

Ord. Juncagineae Rich.

Zoutgrasaehtigen.

Scheuchzeria L. Scheuchzeria.

S. palustris L. moeras Scheuchzeria. In moerassige vennen. Zeer menigvuldig in eene ven op het vroegere eigendom van den heer Massard onder Boxtel, 31 Juli 1855 , met rijp zaad. (In de veenen bij Boxmeer 1853). Mei—Juli.

Triglochin L. Zoutgras.

T. palustre L. moeras Zoutgras. In vochtige graslanden,

aan moerassige waterkanten enz. Langs eene sloot

bij het dorp Nuenen. Juni, Juli.

Ord. Potameae Jus8.

Fonteinkruiden.

Potamogeton L. Fonteinkruid.

P. natans L. drijvend Fonteinkruid. In slooten, vaarten enz. Algemeen , vooral in eenen vijver op Mu}\'-serick te Vught, in de grachten van het fort Crèvecoeur en Isabel. (Galdersche heide bij Breda). Mei—Aug. var. forma minor, kleine verscheidenheid. Kank, tweemaal kleiner dan de type. (P. natans ovalifolius Fieb.). Bij Boxtel in eene gracht van een vervallen fort.

P. oblongus Viv. langwerpig Fonteinkruid. In poelen en moerassen in heide- en veenstreken. (Galdersche beide 1852. Peel bij Oploo 1853). Mei—Aug.

P. rufescens Schrad. ros Fonteinkruid. In eene sloot langs den Pettelaarschen weg. (Bavelsche loop bij Breda 1852). Juni—Aug.

-ocr page 134-

128

P. lucens L. glanzig Fonteinkruid, In slooten, grachten , vaarten enz. In eene sloot nabij de Pettelaar, in eene ven nabij Crevecoeur, in een vijver op Muy-seriek te Vught, bij de herberg het Klooster onder den üungen. Mei—Aug.

P. gramineus L. grasachtig Fonteinkruid. In stilstaand en stroomend water iu heidestreken. (P. heterophyl-lum Fl.B.S.). Juli, Aug.

«. graminifolius Fries, grasbladige. De ondergedoken bladen lancet-lijnvormig, aan beide zijden versmald, slap, de stengel verlengd. (Aan de oevers der Maas bij Boxmeer, St. Antonis 1853).

P- heterophyllus Fries, verschilbladige. De ondergedoken bladen korter, gekromd, meestal stijver, niet zelden stijf. In eenen put (uitgediepte grond tot ophooping van eenen dijk) bij de Vughtsche heide aan de brug. (Galgenberg bij Teteringen 1852).

P. perfoliatus L. stengomvattend Fonteinkruid. In stilstaand en stroomend water. In de Zuid-Willemsvaart bij \'s Bosch. Juni—Aug.

P. crispus L. gekruld Fonteinkruid. In slooten, vijvers, grachten enz. In eene sloot langs den Pettelaarschen weg. In eene wetering langs den nieuwen dijk tus^ schen Empel en Kosmalen. In slooten bij Heusden. In den vijver op Eeeburg te Vught. Juni.

P. compressus L. plat Fonteinkruid. In stilstaand en zacht stroomend water. (P. Zosteraefolium Fl.B.S.). In eene sloot langs de Pettelaarsolie straat. In slooten langs den Bernschen dijk en in de Dieze. Juni— August.

P. obtusifolius Mert. et Koch. stompbladig Fonteinkruid. Als de vorige. In eene sloot langs de Pettelaarsche straat, in de grachten van \'s Bosch, in de Dieze. Juli—Sept.

-ocr page 135-

129

P. pusillus L. klein ronteinkruid. In slooten, vijvers, grachten enz. Juli—Sept.

quot;■ major Fries, groote. Met breeder bladen, omstreeks 2 millim. breed. In eene sloot uitloo-pende in het oude Maasje bij Heusden.

P. densus L. dichtgebladerd Fonteinkruid. In stilstaand en zacht stroomend water, üij de voorgaande en in slooten langs den Empelschen dijk. Juni—Aug.

E u p p i a L.

R. rostellata? Koch, gesnavelde Ruppia. In zilte en brakke slooten en moerassen. In eene sloot langs de Vughtsche heide. Sept.—Nov.

Ord. Najadeae Link.

Najaden.

Najas L. Najas.

N. minor Allion. kleine Najas. In stroomend en stilstaand water. In de Zuid-Willemsvaart 1844. In het oude Maasje bij Heusden. Aug. 1847. (De Vliet bij Moerdijk :860). Aug., Sept.

Ord. Lemnaceae Link.

Kroosplanten.

Lemnii L. Kroos.

L. trisulca L. spiesvormig Kroos. In stilstaande wateren. In slooten te Rosmalen en Empel, in de vijvers op Muijserick te Vught. (Te Zevenbergen 1860), April, Mei.

L. polyrrhiza L. veelwortelig Kroos. Als de vorige. In liet oude Maasje bij Heusden. April, Mei.

-ocr page 136-

130

L. minor L. klein Kroos. Als de vorige. In slooten langs den Pettelaarschen weg, bij Oud-Heusden. April—Juni.

L. gibba L. bultig Kroos. Als de vorige. (Bij Breda K.v.W.).

Ord. Typhaceae Juss.

Lischdoddeu.

Typha L. Lischdodde.

T. angustifulia L, smalbladige Lischdodde. Aan de kanten van slooten, grachten, in rietvelden enz. Langs eene kolk aan den Hervenschen dijk. In slooten te Lnijstel onder Boxtel. Juli, Aug.

T. latifolia L. breedbladige Lischdodde. Als de vorige. Terzelfder plaatse. Onder den Dungen bij het Klooster in slooten, in eene sloot bij het fort Crèvecoeur. Juli, Aug.

Sparganium L. Egelskop.

S. ramosum Huds. getakte Egelskop. In slooten, moerassen enz. In slooten bij Vught, Hintham en de Pettelaar. Juli ^ Aug.

S. simplex Huds. ongetakte Egelskop. Op gelijke plaatsen als de vorige. Aan slooten aan de Pettelaar, bij Vught en Rosmalen. Juli, Aug.

S. natans L. drijvende Egelskop. In moerassen en poe- „ len in heide- en veenstreken. Veel in slooten in het broek te Helvoirt. (Peel bij Helmont Wtt, te Tilburg en Dongen v.d.Trappe, zeer veel in de Peel bij Deurne en Lieshout, Hensdenhout bij Breda 1852, Peel bij Oploo 1853.). Juni—Aug.

Ord. Aroideae Juss.

Aronskelkachtigen.

Arum L. Aronskelk.

A. maculatum L. gewone Aronskelk. Op dicht bescha- v

-ocr page 137-

131

duwde, vochtige plaatsen, in bosschen enz. (Bij Breda K.v.W.). (Arum vulgare Fl.B.S.). Mei, Juni.

Cal la L. Slangenkruid.

C. palustris L. Slangenkruid. In poelen en moerassen in veenachtige streken. (In veenen bij Boxmeer, Peel bij Oploo 1853). Juli, Aug.

A c o r u s L. Kalmus.-

A. calamus L. gewoon Kalmus, Kalmoes. Aan de kanten van slooten, moerassen, vaarten enz. Langs den Hervenschen dijk aan slooten. In de quot;Vliertpolder, in het broek te Helvoirt, aan slooten bij de Dommel, aan den vijver op Keeburg teVught. Juni, Juli,

Ord. Orchideae Juss.

Standelkruiden.

Trib. Ophrydineae Koch.

Tweebladachtigen.

Orchis L. Standelkruid.

O. militaris L. helmdragend Standelkruid. Op begroeide, grazige plaatsen in bergstreken. (Bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

O. Morio L. harlekijns Standelkruid. In vochtige weilanden (bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

O. mascula L. mannelijk Standelkruid. In vochtige, grazige streken. (Bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

O. maculata L. gevlekt Standelkruid. In beschaduwde, vochtige, grazige zandgronden. In weilanden te Helvoirt. (Bij Breda K.v.W.). Juni, Juli.

J. elodes Grieseb. moeras. (In de veenen bij Boxmeer, Oirschot, Beugen, peel bij Oploo 1858).

O. incarnata L. vleeschkleurig Standelkruid. In vochtige, veenachtige grasgronden. (Te Helmond Wtt.) (O. La-tifolia angustif. ? Fl.B.S.). Juni.

-ocr page 138-

132

O. latifolia L. breedbladig Standelkruid. In vochtige, drassige weilanden. In weilanden te Helvoirt. (In vochtige weilanden bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

G y m n a d e n i a 11. Br.

G. Conopsea E. Br. langgespoord Standelkruid, roede Gymnadenia. In vochtige, grazige streken. Bij Best, Son, Nuenen, Heesoh, veel in tie nabijheid van Ois-terwijk, bij Helvoirt. Juni, Juli.

Platanthera Rich.

P. bifolia Eichard. tweebladig Standelkruid. tweebladige Platanthera. (Orchis bifolia H.B.S.). In vochtige, beschaduwde zand- en veengronden. Te Heesch in eene weide aan de grenzen van Nestelrode, bij Nuenen, in 1864 langs eene laan bij het Kasteel Zwijns-bergen te Helvoirt. (Vughtsche heide 26 Juni 1875, de Hartitzsch). Juni, Juli.

Trib. Limodoreae Koch.

Limodoreeën.

Epipactis Eich.

E. latifolia Allion. breedbladige Epipactis. Tusschen kreupelhout, op beschaduwde, vochtige plaatsen. Onder Kastanje kreupelhout op Eeeburg te Vught en te Boxtel. Juli, Aug.

E. palustris Crantz. moeras Epipactis. In vochtige, grazige grasgronden. In bosschen bij Boxtel en Vnght, Juni, Juli.

Listera E. Br. Listera.

L. ovata E. Br. eironde Listera. (Epipactis ovata Fl.B. S.). In vochtige, beschaduwde zandgronden. Te Helvoirt en Vught. (Bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

Spiranthes Eich. üraaisteel.

S. autumnalis Eich. herfst-Draaisteel. Op vochtige plaatsen in hooge heidestreken. (Op de heide bij Breda. Colitzi Fl.B.S.). Aug,—Oct.

-ocr page 139-

133

Trib. Malaxidineae Koch.

Malaxisachtigen.

Malaxis Sw.

M. paludosa Sw. moeras Malaxis. Op moerassige plaatsen in veen- en heidestreken. (Op de Oosterhoutsche heide bij Breda, Lacoste. In de veenen bij Boxmeer 1853). Juli, Aug.

Ord. Irideae Juss.

Lischbloemen.

Crocus L. Safraan.

C. vernns L. voorjaars Crocus. In zandige streken op zonnige, grazige plaatsen. (Op hoog gelegen weilanden in den omtrek van Prinsenhage bij Breda, K. v.W. Fl.B.S.). Maart, April.

var. flore albo, limbo octopartito, staminibus quatuor. Met een aehtdeelig bloemdek, vier meeldraden en witte bloem.

Iris L. Liseh.

I. Pseudacorus L. gele of moeras Liseh. Aan waterkanten en in moerassen. Algemeen aan slooten vooral langs den Hervenschen dijk, te Helvoirt en Vught. (Bergen op Zoom 1860). Juni, Juli.

Ord. Asparageae Juss.

^ Aspergieachtigen.

Asparagus L. Aspergie.

A. officinalis L. gewone Aspergie. In graslanden langs de rivieren, in de duinen. (Op heuvels op de Hel-voirtsche heide, J. de Jonge van Zwijnsbergen. Bij Breda K.v.W.). Juni, Juli.

Paris L.

P. quadrifolia L. vierbladige Paris. In bosschen. (Bij Heerebeek, Oirschot en Leemt, deBruijn. In de bosschen rondom Breda, I.A.B.Kuyper van Waschpen-ning Pl.B.8.). Mei, Juni.

-ocr page 140-

134

Convallaria L. Dalkruid.

C. multiflora L. veelbloemig Dalkruid. Op beschaduwde plaatsen in houtrijke streken. In bosschen nabij Vught, Kosmalen en Helvoirt. (Bij Breda Fl.B.S.). Mei, Juni.

C. majalis L. Lelietje-der-dalen. Op gelijke plaatsen als de vorige. (Onder Berkenkreupelhout op het \'s Bossche veld. Freule A de Hartitzsch, te Nuland aan den zomerdijk bij de Eoomsche kerk A Schrijling, in het Mast- en Liesbosch bij Breda Fl.B.S.). Mei, Juni.

M a i a n t h e m u m W i g g. Dalkruid.

M. bifolium DC. tweebladig Dalkruid. In dichtbescha-duwde bosschen. Tn bosschen bij den Hondsberg nabij Oisterwijk. (Bij Breda K.v.W. Ulvenhoutsch bosch). Mei, Juni.

Ord. Liliaceae DC.

Lelieachtigen.

Trib. Tulipeae Koch.

Tulpachtigen.

Fritillaria L. Kievitsbloem.

F. Meleagris L. Kievitsei, Kievitsbloem. In vochtigei drassige weilanden. (Bij Breda K.v.W.). April, Mei-var. floribus albis. met witte bloemen. Ter zelfder plaatse.

Trib. Asphodeleae Koch.

Affodilacbtigen.

Ornithogalum. Vogelmelk.

O. umbellatum L. Morgenster, Vogelmelk. Op grazige plaatsen aan wegen en dijken. Tusschen het gras op de \'s Bossche wallen, op Muyserick te Vught. (bedekte weg om \'s Bosch, de Hartitzsch.). April, Mei.

-ocr page 141-

I

135

O. chloranthum Sauth. groenachtige Morgenster of Vo-gelmelk. In boomgaarden en grazige plaatsen. Eeeds meer dan 40 jaar telkens waargenomen, hier en daar verspreid in grasperken van den tuin der pastorij te Vught, 1878.

Allium L. Look.

A. vineale L. kraai-Look, wijngaard Look. Aan dijken en wegen, in weilanden enz. Op de wallen, bij Vlijmen, onder den Dungen bij de herberg het Klooster. Juni, Juli.

A. oleracea L. moes-Look. Aan dijken, wegen, akkerkanten enz. Op den dijk tusschen het kasteel Mau-riek en Blijendijk en verder tusschen het gras op verschillende plaatsen te Vught. Juli, Aug.

Trib. Abameae Koch.

Narthecium Moehr. Water-Affodil.

N. ossifragum Huds. Cipelgras, water-AtFodille. Op moerassige plaatsen in heide- en veenstreken. Veel op de Helvoirtsche heide. Terzelfder plaatse wederge-vonden 30 Oct. 18 77 door Freule Edmee de Hartitzsch. (Bavelsche heide bij Breda 1853, bij Geertruidenberg, in veenplassen bij Huibergen 1860 , v.d.B., v.d.S.L. en Suringar.) Juli, Aug.

Ord. Colchicaceae DC.

Tijdeloozen.

- Colchicum L. Tijdeloos.

C. autumnale L. herfst ïijdelooze. In vochtige weilanden , meest langs de rivieren. (Op de uiterwaarden langs de Maas, tusschen Megen en Dieden Fl.B. S.). Aug., Sept.

Ord. Juncaceae Barti.

Bloembiesachtigen, Eusschen.

J u n c u s L. Bloembies.

J. conglomeratns L. getropte Bloembies. In vochtige

-ocr page 142-

136

zand- en heidegronden. (Juncus communis «. conglo-meratus Fl.B.S.). Algemeen op de Vughtsche heide, te Vught, Hintham, Oud-Heusden en veel te Son en Brengel. Juni, Juli.

var. panieula efifusa Hopp. met de pluim uitgespreid. De scheeden zaadrokachtig en de bloemen driehelmig, zooals in de volgende, waarmede ze in levende exemplaren niet verward kunnen worden. Bij Heusden.

J. effuaus L. gewone Bloembies. Aan waterkanten in poelen en moerassen. (J. communis p. effusus Pl.B.S.). ïe Vught aan eene sloot, te Oud-Heusden en te Helvoirt. Juni, Juli.

J. diffusus Ij. verwarde Bloembies. In moerassige zandgronden. Veel langs slooten bij Nuenen. Juni 1850. Juli—Sept.

J. glaucus Ehrhart. gestreepte Bloembies. Aan dijken en wegen, in vochtige weilanden. Langs den Bern-sehen dijk en te Oud-Heusden. Juni, Juli.

J. pygmeus Tuiller. dwerg Bloembies. In vochtige heidegronden. Op de Vughtsche heide, gevonden Juni 1835, 36 en 37. Later zeer veel op eenen zandigen heideachtigen weg te Son. (Bij Eindhoven 30 Juni 1850, Boxmeer bij St. Jansbeek, tussehen Boxtel en St. Antonis 1853). Juni, Juli.

J. capitatus Weigel. kopdragende Bloembies. Op vochtige plaatsen op heidevelden. Zeer veel in drooge zandslooten bij het dorp Son en bij Breugel Juni 1850. (Heusdenhout 1852). Juli—Sept.

J. sylvaticus Eeichard. bosch Bloembies. In moerassige zand- en heidegronden. Op de Vughtsche heide en bij Helvoirt. (Valkenswaard V.Hall Fl.B.S. Boxmeer, Ginneke). Juli—Sept.

J. lampocarpus Ehrh. geleede Bloembies. In opene en grazige gronden op vochtige, moerassige plaatsen, aan waterkanten enz. Op de Vughtsche heide en buiten de Hinthamerpoort. Juli—Sept.

-ocr page 143-

137

var. forma radicans. wortelende vorm. Op onder-gestane zandige plaatsen. Ter zelfder plaatse.

supinus Mönch. kruipende Bloembies. Op moerassige plaatsen in heide- en zandgronden. Op de Vughtsche heide. (Eindhoven; Bavelsche heide, tleus-denhout 1853, Boxmeer 1853). Juni—Aug.

var. forma fluitans. drijvende vorm. Met verlengden stengel, drijvende in stilstaand water. Ter zelfder plaatse.

squarrosus. L. harde Bloembies. In heide- en veengronden. Bij Son en Breugel en op de Vughtsche heide achter het Kamp. (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni— Augustus.

compressus Jacq. platte Bloembies. In vochtige weilanden, op lage plaatsen, aan waterkanten enz. Buiten de Hinthamerpoort. Juni—Aug.

Gerardi Lois. Gerard\'s Bloembies. Aan waterkanten en op zilte, moerassige plaatsen naar den zeekant. (Aan dijken en wegen van af de Schelde bij Woens-drecht langs Hoogerheide naar Huibergen 1860 v.d. B, v.d.S.L. en S.). Juni—Aug.

tenuis Willd. tengere Bloembies. Op vochtige plaatsen op heidevelden. Veel bij Cromvoirt, langs den provincialen klinkerweg en op de Vughtsche heide. (Bij Breda en Oosterhout v.d.B., Pr.fl.B. Heide bij \'t Ulvenhoutsch bosch 1853). Juli—Oct.

Tenageia Ehrh. wijdbloeiende Bloembies. In vochtige heidegronden. Op de Vughtsche heide, zeer veel op de heide tusschen Best en Son. (Eindhoven Dozy. Te Breda en Oosterhout Lacoste. Heide te Valkans-waard Van Hall Fl.B.S. Boxmeer, Sambeek 1853). Juli, Aug.

bufonius L. Padde- of Greppelgras. Op beschaduwde en opene vochtige plaatsen. Langs de Dieze. Op de Vughtsche heide. Juni, Juli.

-ocr page 144-

138

Lusula DC. Veldbies.

L. pilosa VVilld. behaarde Veldbies. In bosschen. Onder hakhout op de Vughtsche heide. (Lieshout bij Breda). April, Mei.

L. maxima DG. groote Veldbies. In bosschen. (In bosschen bij Breda K.v.VV.). Mei—Juli.

L. albida DC. bleeke Veldbies. In bosschen. (Ter zelfder plaatse). Juni, Juli.

L. campestris DC. gewone Veldbies. In grazige zandgronden, op heidevelden enz. Op de Vughtsche heide. April—Juni.

L. multiflora Lej. veelbloemige Veldbies. (L. campestris p. Fl.B.S.). In bosschen , aan begroeide waterkanten enz. In menigte bij Son langs drooge elooten. Juni 1850. Juni, Juli.

Ord. Cyperaceae Juss.

Cyperbiezen.

Trib. Scirpeae Koch.

Biesaohtigen.

Cladium R. Br. Galigaan.

C. mariscus L. Galigaan. Aan waterkanten en in moerassen in heide- en zandgronden. (Zeer veel op lage hei tusschen Dongen en Tilburg en in het lage bosch achter de kerk der Herv. gemeente te Dongen, v.d. Trappe, bij Eozendaal Pr.fl.B.). Juni, Juli.

Ehijnchospora Vahl. Grasbies.

R. alba Vahl. bleeke Grasbies. Op moerassige plaatsen in heide- en veenstreken. Op de Vughtsche en Nue-nensche heiden. (Bij Eindhoven Pr.fl.B.). Juli—Sept.

R. fusca Roem et Schuit, bruine Grasbies. Op gelijke plaatsen als de vorige, doch zeldzamer. Op de Vughtsche en Nuenensche heiden. Juni, Juli. \'

-ocr page 145-

139

Heleocharis R. Br. Waterbies.

H. palustris E. Br. gewone Waterbies. Aan waterkanten, in moerassige weilanden enz. Langs slooten bij \'s Bosch eu Heusden; veel bij Son en Breugel.

H. uniglumis Link. aaromvattend Waterbies. Op moerassige plaatsen aan den rand van plassen enz. (Te Valkenswaard, bij Eindhoven v.Hall. Op de heide te Aarle F.Dozy Fl.B.S.). Mei—Aug.

H. multieaulis Sm. veelhalmige Waterbies. Op moerassige plaatsen in heide- en veenstreken. (Bij Eindhoven Dozy, Galdersche heide bij Breda 1852, St. Jansbeek 1853). Juni—Aug.

H. acicularis R. Br. naaldvormige Waterbies. Aan kanten van slooten enz. en op moerassige plaatsen in zandgronden. Op de Vughtsche heide, op het\'s Bossche veld bij den provincialen klinkerweg. (Bij Eindhoven Pr.fl.B.). Juni—Sept.

Scrip us L. Bies.

S. caespitosus L. veen Bies. Op vochtige plaatsen in heide- en veengronden. Buiten de Hinthamerpoort, op de Nuenensche en Vughtsche heide. (Eindhoven Dozy). Mei, Juni.

S. pauciflorus Lightfoot. armbloemige Bies. Op moerassige plaatsen in veengronden en zandige heidegronden. Op de heidevelden bij Nuenen. (Eindhoven Dozy, Boxmeer 18 53). Juni—Aug.

S. fluitans L. vlottende Bie?. In slooten en moerassen in heide- en veenstreken. (Isolepis fluitans Fl.B.S.). In slooten op de Vughtsche heide. (Bij Eindhoven Dozy, ülvenhoutsch bosch en Heusdenhout 1852), Juni—Aug.

S. setaceus L. haarfijne Bies. Op vochtige plaatsen in zand- en heidegronden. (Isolepis setacea Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide vooral bij de brng. (Bij Eindhoven; Liesbosch bij Breda de Vries, omstreken van Breda en Boxmeer). Juni—Sept.

-ocr page 146-

140

S. lacustris L. matte Bies, stoele Bies. Aan rivieren en waterkanten, in poelen enz. Bij Geertrnidenberg. (Buitendijk bij Moerdijk I860.). Juni—Aug.

S. triqueter L. driekante. Bies. Aan de oevers van rivieren, meeren enz. (Buitendijk te Moerdijk 1860). Juni, Juli.

S. raaritimus L. zee Bies. Aan waterkanten, aan moerassen enz. In de grachten van bet fort Crèvecoeur. (Aan het Scheldestrand bij Bergen-op-Zoom 1860). Juni—Aug.

y, macrostachys Koch, grootaarige. Met de aartjes ongeveer twee centim. lang. (Bij Breda K.v.W.).

S. sylvaticus L. bosch Bies. In vochtige, moerassige grasgronden in boschrijke streken. Langs den vijver op Muijserick te Vught. (Bij Eindhoven Dozy Pr.fl. B.). Juni—Aug.

Eriophorum L. Wollegras.

E. vaginatura L. scheedevoerend Wollegras. In moerassige heide- vooral veengronden. Op de Nuenensche heide aan den kant eener sloot, ook in eene pan aldaar. April, Mei.

B. angustifolium Roth. smalbladig Wollegras. In moerassige weilanden en heide. Op de Vughtsche, Sonsche en Helvoirtsehe heide in overvloed, ook op lage grasgronden bij Vught. April, Mei.

Trib. Cariceae Koch.

Zeggen.

C a r e x L. Zegge. Eietgras.

C. dioica L. tweehuizige Zegge. Op vochtige, grazige plaatsen in zand- en heidegronden. Op de Boxtelsche en Nuenensche heide. (Bij Oosterhout en Breda Lac.). April—Juni.

C. pulicaris L. vlooachtige Zegge. Op moerassige plaat-

-ocr page 147-

141

sen in zand- en heidegronden. (Bij Eindhoven Dozy.). Mei—Juli.

C. disticha Hudson, tweerijige Zegge. Ann waterkanten en in vochtige, moerassige plaatsen. Bij Vught en Rosmalen. Mei, Juni.

C. arenaria L. zand Zegge, zand Rietgras, Helmdraad. In zandige streken Op de Vughtsche en Nuenensche heide. Mei, Juni.

C. vulpina L. vossest.iart Zegge. Aan waterkanten, op beschaduwde, moerassige plaatsen. Langs slooten te Wijk bij Heusden. (Bij Moerdijk 1860). Mei—Juli.

C. teretiuscula Good, rondaohtige Zegge. In moerassige grasgronden; in veenstreken. (Bij Geldorp de Bruijn, Heusdeuhout 1852). Mei, Juni.

C. paniculata L. pluimvormende Zegge. Aan beschaduwde waterkanten, in moerassige weilanden enz. Bij \'s Bosch. Mei, Juni.

C. Ligerica Gaij. (Mastbosch bij Breda 1852). Op zandgrond.

C. remota L. wijdbloeiende Zegge. Langs slooten , vaarten en moerassige graslanden. (Bij Breda, St. Antonie). Juni, Juli.

G. stellulata Good, sterdragende Zegge. In vochtige, grazige heidegronden. (Bij Eindhoven Dozy. Bij Breda K.v.W., Luneveen bij Boxmeer 1853). Mei, Juni.

G. leporina L. hazen-Zegge. (C. Ovalis Fl.B.S.). In grasgronden aan wegen, waterkanten enz. Aan slooten bij Rosmalen. Juni, Juli.

G. elongata L. langarige Zegge. Aan waterkanten in moerassige grasgronden. (Te Strijp, bij Eindhoven Dozy). Mei, Juni.

G. vulgaris Fries, gewone Zegge. In vochtige, grazige zandgronden. Aan slooten te Hintham, op de heide bij Nuenen. Mei, Juni.

-ocr page 148-

142

C. turfosa Friea. veen Zegge. In moerassige veengronden. Bij Eosmalen. (In eene moerassige laagte op de Galdersche heide bij Breda 1852. Veenplassen bij Heibergen 1860). Mei, Juni.

C. caespitosa L zodevorraende Zegge. In moerassige weilanden, op vochtige, beschaduwde plaatsen. Bij Eosmalen, op de Nuenensche heide. Mei, Juni.

C. acuta L. spitse Zegge. Aan rivieren en waterkanten. Te Hintham langs slooten. Mei, Juni.

C. pilulifera L. pildragende Zegge. Op de Nuenensche heide. (Bij Eindhoven Dozy, Breda 1863, Peel bij Oploo 1853). Mei, Juni.

C. panicea L. blauwgroene Zegge. Op vochtige plaatsen in grazige zand- en veengronden. Op de Nuenensche heide. (Bij Eindhoven, Boxmeer, Peel bij Oploo). Mei, Juni.

C. pallescens L. bleeke Zegge. Op vochtige, moerassige plaatsen in weilanden enz. in boschrijke streken. (Bij Eindhoven Dozy, Breda 1858). Mei.

C. flava L. gele Zegge, Watergras met stekende aren. In lage weilanden, op moerassige plaatsen in heideen zandgronden. Op de Vughtsehe en Nuenensche heide, aan slooten te Eosmalen. (Bij Eindhoven Dozy). Mei, Juni.

C. Oederi Ehrh. Oeder\'s Zegge. Op moerassige plaatsen, aan waterkanten enz. Op de Vughtsehe heide en bij Nuenen. (Breda, St. Jansbeek 1853.). (C. flava p. Oederi Fl.B.S.). Mei—Juli.

C. Hornschuchiana Hoppe. Hornschuch\'s Zegge. Op moerassige plaatsen in heide- en veengronden. (Oos-terhontsehe heide van der Trappe , Heusdenhout 1852). Mei—Juli.

C. biligularis Dum. tweetongige Zegge. Op ziltige, grazige plaatsen, aan dijken, wegen, enz. (Bij de ■Willemstad Lacoste). Juni, Juli.

-ocr page 149-

143

C. Pscudo-Cyperus L. Cypergras Zegge. Aan beschaduwde waterkanten. Aan slooten te Rosmalen en bij Wijk bij Heusden. Juni, Juli.

C. ampullacea Good, kruikdragende Zegge. Aan waterkanten , op moerassige plaatsen; veel in veenachtige streken. Aan slooten bij de herberg het Klooster onder den Dungen, bij het fort Crèvecoeur en te Nuenen. (Breda, Boxmeer, Kindhoven, Hoffm., Ber-gen-op-Zoom Wtt.). Mei—Juli.

C, vesicaria L. opgeblazen Zegge. Aan waterkanten, in moerassige weilanden enz. Op dezelfde plaatsen als de voorgaande. (Boxmeer, St. Jansbeek). Juni, Juli.

C. riparia Curt. Oever Zegge. Aan waterkanten en op moerassige plaatsen. (Bij Breda K.v.W.). Mei, Juni.

C. hirta L. harige Zegge. In vochtige zandgronden. Te Empel. Mei—Juli.

C. paludosa Good, moeras Zegge. Aan waterkanten en aan moerassige plaatsen. (Te Ginneken). Mei—Juli.

Ord. Gramineae Juss.

Grassen.

Trib. Paniceae Kunth.

Panikgrassen.

P a n i c u m L. Vingergras.

P. sanguinale L. bloedrood Vingergras. In bouwlanden, moeshoven enz. Op Spreeuwenburg onder Berlicum, op Muijserick te Vught. (Valkenswaard v.Hall). Juli. (üigitaria sanguinalis Fl.B.S.). Juli.

P. glabrum Gaudin. onbehaard Vingergras. In bebouwde gronden , aan wegen enz. in zandige streken. (Digi-taria glabra El. B.S.). Langs den Hervenschen dijk. (Bij Eindhoven Pr.fi B.). Juli, Aug.

-ocr page 150-

144

P. Crus-Galli L. Hanepoot of Egelgras. In bouwlanden, op vochtige plaatsen aan wegen enz. in zandige streken. Veel bij Vught en Hintham.

Setaria P.B. Naaldaar.

S. verticillata P.B. kransbloemige Naaldaar. In moeshoven, op ruige plaatsen, aan wegen enz. (Bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

S. viridis Beauw. groene Naaldaar. In zandige bouwlanden. Bij Rosmalen en Heusden. Juli, Aug.

S. glauca Beauw. gele Naaldaar. Als de vorige. Bij Vught. (Te Strijp Dozy). Aug., Sept.

Trib. Phalarideae Kunth.

Kanariegrassen.

1 P.

P h a 1 a r i s L. Kanariegras.

P. canariensis L. gewoon Kanariezaad. In bouwlanden en in ruige plaatsen. Op de wallen te \'s Bosch. Juni—Aug.

P. arundinacea L. rietachtig Kanariegras. Aan waterkanten en op moerassige plaatsen. Algemeen langs het water bij \'s Bosch. Juni, Juli.

Anthoxanthum L. quot;Reukgras.

A. odoratum L. gewoon Reukgras. Aan dijken, wegen, in weilanden enz. Overal bij \'s Bosch; vooral bij . Vught en langs de Zuid-Willemsvaart. Mei, Juni.

Trib. Alopecuroïdeae Koch.

Vossestaar tachtigen.

Alopecurus L. Vossestaart.

A. pratensis L. beemd Vossestaart of Botkruid. In weilanden, aan dijken en wegen. Op het Galgeveld bij Heusden. Mei—Aug.

-ocr page 151-

146

agrestis L. Duist- of veld Vossestaart. In bouwlanden, (vooral in kleigronden.) (Bij Breda K. v. W. Op de akkers van af de Schelde bij VVoensdrecht langs Hoogerbeide naar Huibergen. v.d.B., v.d.S.L. en S. ]86b). Juui—Aug.

bulbosus L. boldragende Vossestaart. Op grazige plaatsen aan dijken, wegen enz. (Bij Breda K.v.W.). Mei—Aug.

genieulatus L. geknikte Vossestaart. Aan waterkanten , op moerassige plaatsen in weilanden. Bij \'s Bosch. Mei—Aug.

fulvus Smith, rosse Vossestaart. Op gelijke plaatsen als de vorige. In slooten te Eosmalen en buiten den kleinen Hekel bij \'s Bosch. Juli, Aug.

P h 1 e u m L. Doddegras.

arenariutn L. zand Doddegras. Op dorre heide- en zandgronden. Op de Vughtsche heide bij het Kamp. Mei, Juni.

pratense L. Timothygras. In weilanden, aan dijken en wegen. Bij de herberg het Klooster onder den Dungen. Juni, Juli.

p. nodosum, knoopig. Lager en de stengel boven den wortel meer bolvormig-verdikt. Terzelfder plaatse.

ïrib. _ Chlorideae Kunth.

Slijkgrassen.

Cynodon Eich. Hondstand,

Dactylon Pers. vingerdragend Hondsgras. In grazige zandgronden, aan dijken en wegen. Langs den Hervenschen dijk in menigte en op de Ortensohe Schans. Juli, Aug.

Trib. Oryzeae Kunth.

Bijstachtigen.

L e e r s i a S o 1 a n d.

oryzoides Swarz. Rijstgras. Aan waterkanten. Aan

7

-ocr page 152-

146

slooten bij Rosmalen en Helvoirt. (Te Uussen La-coste). Aug., Sept.

Trib. Agrostideae Kunth,

Struisgrasachtigen.

Agrostis L. Struisgras.

A. stolonifera L. kruipeud Struisgras. In bouw- eu weilanden, langs dijken en wegen, op beschaduwde plaatsen, aan waterkanten, in voobtige zandgronden enz. Te Roam alen en langs de Zuid-Willemsvaart. Juni—Aug. (A, alba «. en p. Pl.B.S.).

(i. gigantea Koch, reusachtig. Hetzelfde, maar grooter en krachtiger, de bloempluim zeer veel-bloemig. Bij \'s Bosch.

A. vulgaris Withering, gewoon Struisgras. In weilanden, langs wegen en dijken , in opene en bebouwde zand-gronden. Op de Vnghtsche heide. Juli, Aug.

il. aristata. met kafnaalden. Met plantdragende bloemen; de kelk en de bloemkroon worden grooter dan gewoonlijk. (Fl.B.S. var. y.). Op de Vughtsche heide bij het Kamp.

A. canina L. honds-Struisgras. In vochtige, grazige, beschaduwde zandgronden. Op de Vughtsche heide.

A pér a P. B. Muggepoot.

A. Spica-venti Beauv. Muggepoot of Windhalm. In koornlanden. Veel tusschen de rogge bij Son en Breugel. (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni—Aug. (Agrostis Spica—venti Fl.B.S.).

\\* ...

Galama gr ostis Roth. Pluim-Riet.

C. lanceolata Roth. pluira-Riet. Aan waterkanten, in vochtige, beschaduwde grasgronden. (Arundo Cala-magrostis. Fl.B.S.). Tusschen het hakhout te Rosmalen. (Bij Breda). Juni—Aug.

-ocr page 153-

147

Psamma P. B. Helm.

P. areuaria E. et S. Helm. Op zandheuvels in heidestreken. (Arundo arenaria Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide achter het Kamp, op zandheuvels bij Son. (Breda Fl.B.S.). Juli, Aug.

Trib. Stipaceae Kunth.

Gierstgrassen.

Milium L. Gierstgras.

M. effusum L. wijdpluimig Gierstgras. In bosschen. Bij Vught. Mei—Juli.

Trib. Arundinaceae Kunth.

Kietachtigen.

Phragmitis Trin. Riet.

P. communis Trin. gewoon Eiet. Aan waterkanten, in moerassen enz. Algemeen in de omstreken van \'s Bosch. Juli, Aug.

Trib. Avenaceae Kunth.

Haverachtigen.

Air a L. Windhalm.

A. caespitosa L. zodevormende Windhalm. Aan beschaduwde waterkanten, in moerassige weilanden. (Des-campsia caespitosa Fl.B.S.). Bij Nieuwkuik. (Breda K.v.W. Eindhoven Pr.Fl.B.). Juni—Aug.

A. flexuosa L. bochtige Windhalm. In drooge zand- en heidegronden. (A. flexuosa var. jj. Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide; bij het dorp Son (Breda). Juni—Aug. montana L. sec. Koch. berg. Met grooter meer gekleurde bloempakjes, zamengedrongen, eenigzins bochtige pluim. (A. flexuosa var. k. Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide. (Eindhoven Dozy).

-ocr page 154-

1-18

A. uliginosa VVhe. veen Windhalm. In moerassige veengronden. (A. discolor Dum. FJ.B.S.). (Noordbra-bant, Dam. Pr.fl.B.). Aug., Sept.

Cory n ép h or u a P. R. Bundgras.

C. canescens Beauw. Bnndgras. In dorre zand- en heidegronden. Bij het dorp Son; bij het Kamp op de Vughtsche heide. Juli, Aug.

II oio us L. Witbol.

H. lanatus L. Witbol of Meelraai. Aan dijken en wegen, in weilanden enz. Op de Vughtsche heide achter het Kamp. Juni, Juli.

H. mollis L. Witboksen. In bosschen, tusschen kreupelhout, in heidegronden. (In bosschen bij Breda K.v.W.). Juli, Aug.

Arrh enath eru m P. B. Laoggras.

A, elatius Mert. et Koch. hoog Langgras. In weilau-deu, aan wegen, in bosschen en op beschaduwde plaatsen. Op de wallen en langs de Zuid-Willemsvaart bij \'s Bosch. (Eindhoven Pr.fl.B.). Mei—Aug.

Avena L. Haver.

A. hybrida Peterm. basterd Haver. In bouwlanden, (In een koornveld bij Moerdijk 1860). Juli, Aug.

A. sativa L, gewone Haver. Veel in \'t groot verbouwd en zeer dikwijls verwilderd in bouwlanden, aan ruigten enz. Langs den \'s Bosschen dijk. Juli, Aug.

A. fatua L. wilde Haver. In bouwlanden en koorn-velden. Te Helvoirt. (Breda K.v.W.). Juni, Juli.

A. strigosa Sohreb. zand Haver. In bouwlanden en koornvelden (zandgronden). (Te Eindhoven Dozy, Ginneke 185 2). Juli, Aug.

A. pubescens L. zachtharige Haver. In grazige zanden heidegronden. (Trisetum pubescens Fl.B.S.). (Eindhoven Pr.fl B,). Mei, Juni.

-ocr page 155-

] 4 9

A. flavesceiis L. geelachtige Haver. Op grazige plaatsen aan riijken en wegen, in vveilacden enz. (Eindhoven Pr.fl.B.). Juni, Juli.

A, earyopbyllea ^Vigg. zilvi rkleurige Haver. In dorre zandgronden. (Eindhoven; bij Breda K.v.W. In de hooge zandgronden onmiddelijk aan de polders grenzende van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen. 18 60). Juni—Aug. (Aira caryophylleu Fl.B S ).

A. praeoox P.B. vroege Haver. In dorre zand- en heidegronden. (Bij Breda K.v.W,). Wei, Juni.

Triodia E.Br. Kelkgras.

T. deeumbens P.B. Kelkgras, Winkel- of Henjegras. In opene plaatsen in boschrijke zand- en heidegronden. (Eindhoven Pr.fl.B. Bij Breda K v.W.). Juni, Juli.

Trib. Festucaceae Kunth.

Zwenkgrasachtigen.

Bfriza L. Trilgras.

B. media L. middelst Trilgras. In weilanden, langs wegen en dijken. In het Kamp Willem de tweede, op den hoogen weg tusschen het fort Isabel en het Kamp. Jnni, Juli.

Poa L. Beemdgras.

P. annua L. éénjarig of klein Beemdgras. Allerwege op bebouwde en onbebouwde plaatsen. Algemeen langs de wegen bij \'s Bosch. Maart—November.

P. nemoralis L. boschminnend Beemdgras. In bosschen, op vochtige, beschaduwde plaatsen in zandige streken. (Eindhoven Dozy). Juni, Juli.

fi. firmula Koch. stevig. De halm stijf, de scheeden der bladen onbehaard, de aar gestrekt of de punt knikkende, de aartjes 3-5 bloemig. (Eindhoven Dozy).

-ocr page 156-

150

P. fertilis Host, vruchtbaar Beemdgras. In drassige weilanden, aan waterkanten enz. Bij \'s Bosch. (Eindhoven Dozy). Juni, Juli.

1\'. trivialis L. ruwachtig Beemdgras. In weilanden, aan wegen, dijken enz. Langs den dijk van de Zuid-Willemsvaart. Juli, Aug.

P. pratensis L. veld Beemdgras. Allerwege in weilanden, aan wegen op bebouwde en onbebouwde plaatsen. Mei—Juli.

«, latifolia Weihe. breedbladig. Alle bladen vlak. Op de Vughtsche en Helvoirtsche heide. (Eindhoven Pr.fi.B).

y, angustifolia Gaud, smalbladig. Alle bladen in een gevouwen , versmald. Ter zelfder plaatse. a. variegata. bont. (Bij Breda K.v.W.).

P. compressa L. platstengelig Beemdgras. Op oude muren, aau wegen en dijken, in drooge grasgronden. (Bij Breda K.v.W.). Juni—Aug.

Glycéria B.Br. Vlotgras.

G. spectabilis Mert. et Koeh. fraai Vlotgras. In moerassen , aan waterkanten enz. Langs slooten bij Vught (Ginneke, St. Jansbeek). (Poa aquatica Fl.B.S.). Juni, Juli.

G. tiuitans Hob. Brown gewoon Vlotgras. In drassige weilanden, op moerassige plaatsen, in slooten enz. Ter zelfder plaatse. Juni—Aug.

Molinia Schrank. Suntgras.

M, coerulea Mönch. Bent- of Buntgras. Op vochtige plaatsen in zand- veen- en heidegronden. Op de Vughtsche heide. (Ginneke, Eindhoven). Juni—Sept.

Dactylis L. Kropaar.

D. glomerata L. gewone Kropaar. In weilanden, aan wegen, dijken, akkerkanten enz. Op de wallen te \'s Bosch. Juni—Aug.

-ocr page 157-

lól

Cynosurus L. Kamgras.

C. cristatus L. gewoon Kamgras. In weilanden, aan wegen, flijken enz. (Bij Breda K.v.W.). Juni, Juli.

F e s t u c a L. Zwenkgras.

F. bromoïdes (L.) Koch. dravikachiig Zwenkgras. In drooge zand- en heidegronden. (Eindhoven Dozy, Etten Lacoste, Valkenswaard v Hall. Lieshout bij Breda de Vries, langs den Maasdijk bij Boxmeer 1853.). Juni—Aug.

F. ovina L. schapen Zwenkgras. In opene en beschaduwde zand- en heidegronden. Mei—Juli.

/ï. tenuifolia (F.) Sibth. dunbladig. De bladen zeer dun en verlengd. Op de Vughtsche heide; bij het dorp Son.

F. duriuscula L. hard Zwenkgras. In schrale, grazige zand- en heidegronden. (Bij Breda K.v.W.) Mei, Juni.

F. rubra L. rood Zwenkgras. In weilanden , aan dijken, wegen , akker- en slootkanten, enz. Juni—Aug. y. dumetorum. boschachtig. Met het bovenste kaf blaadje aan den rand gewimperd, de bloempjes aan alle zijden behaard. (Fl.B.S.). Op de Vughtsche heide; bij Eosmalen.

F. elatior L. rijzig Zwenkgras. In vruchtbare grasgronden. Langs den dijk van de Zuid-Willemsvaart. Juni, Juli.

Br achy podium P. B. Kortsteel.

B. sylvaticum E. et S. bosch Kortstee]. In bosschen. (In bosschen bij Breda K.v.W. Ulvenhoutsch bosch i852). Juni—Aug.

B r o m u s L. Dravik.

B. secalinus L. rogge Dravik. In koornvelden, (Eindhoven Dozy, bij Breda K.v.W. Ginneke 1 852, Boxmeer 185S). Juni, Juli.

-ocr page 158-

152

B. mollis L. zachte Dravik. In weilanden, aan wegen en dijken. Langs den dijk van de Zuid-Willemsvaart. Juni—Aug.

B. sterilis L schrale Dravik. Aan heggen, wegkanten enz. op ruige plaatsen. Bij de voorgaande. Juni—Aug.

B. tectorum L. daken Dravik. In schrale zandgronden, op oude mureu en daken. Bij Kosmalen en bij Vught.

Trib. Hordeaceae Kunth.

Gerstachtigen.

Triticum Koch. Tarwe.

T. repens L, kweek, Pijnen. In bebouwde en onbebouwde gronden, aan wegen, dijken enz. Juni—Aug. «. vulgare. gewone. Groen, bladen vlak, slap, min of meer scherp behaard. (Agropyrum repens n. p. et v. PI.B.S.). Bij Vught algemeen; op de lieusdensche wallen.

T. caninum Schreb. honds Tarwe. In bossehen en op beschaduwde plaatsen. (In bossehen bij Breda K.v. W.). Juni, Juli.

Horden m L. Gerst.

H. murinum L. muizen Gerst. Aan wegen en ruigten, in de nabijheid van woningen. Op de wallen te \'s Bosch. Juni — Aug-.

H. Secalinum Schreb. Koggegras. (H. pratense Fl.B.S.). In weilanden. Op de wallen te \'s Bosch Juni, Juli.

H. maritimum With. Zeegras. Aan de zeedijken en op grazige plaatsen aan de kust. (Bergen-op-Zoom. Wtt.). Mei—Juli.

L ó 1 i u m L. Eaijgras.

L. peremie L. gewoon Raijgras. In weilanden, aan wegen, dijken enz. Op de wallen te\'s Bosch. Juni — Augustus.

a. tenue. dun. Slank, de aartjes met 3 — 4 bloemen. Ter zelfder plaatse.

-ocr page 159-

153

b, ramosum. getakt. De aar getakt. Bij tie voorgaande.

c. cristatum. gekamd. De aartjes meerendeels dakvormig zamengevoegd. Op den dijk van de Zuid-Willemsvaart.

L. temnlentum L. Dolik, bedwelmend Eaijgras. In koornvelden. (In een roggeveld te Groot-Zundert. I860). Juni—Aug.

Lepurus E. Br. Slangenstaart.

L. incurvatus Trin. gekromde Slangenstaart. (Opbiurus incurvatus Fl.B.S.). Op vochtige plaatsen aan de zeekust. (Op de schorren en slikken van af de Schelde bij Woensdrecht langs Hoogerheide naar Huibergen v.d.B., v.d.S.L. en S. 1860). Juli, Aug.

Trib. Nardoïdeae Koch.

Borstelgrassen.

Nardus L. Borstelgras.

N. stricta L. stijf Borstelgras, Zwijnengras. In heideen zandstreken. Veel op de heide bij Best en Son, op de Potjesbergen. Bij Eindhoven Pr.fl.B.). Mei—Juli.

cinss. ACOTYLEDONEAE YASCULARES.

MET VATEN VOORZIENE

BEDEKT BLOEIENDE PLANTEN.

Ord. Equisetaceae DC.

Paardestaartigen.

Equisetum L. Paardestaart.

E, arvense L. Hermoes of akker Paardestaart. Algemeen op zandgronden, vochtig wei- en bouwland, aan wegen enz. Te Eosmalen , Boxtel, cp het fort Isabel, in den moestuin op Mnyserick te Vught. April—Juni.

-ocr page 160-

154

E. palustre L. moeras Paardestaart. Langs slooten, in drassige weilanden en op moerassige plaatsen. Juni. In het broek te Helvoirt; buiten de Vughtsche poort, op de Vughtsche heide.

[1. polystachyum. veelaarige. Met uitgerekte takken, alle aardragende. Bij \'s Hertogenbosch.

E. limosum L. Pijpkruid of pijpachtige Paardestaart. In slooten en op moerassige plaatsen. Op de Boxtelsche heide; veel in het broek te Helvoirt. Mei—Juli.

Ord. Marsiliaceae R. Br.

Marsiliaachtigen.

Pilularia L. Pilkruid.

P. globulifera L. Pilkruid. Op vochtige en onder water staande heide- en veengronden, in weilanden. Juli— Sept. Op onder wa\'.er gestaan hebbend zand- en heidegrond aan de Vughtsche heide bij de brug; langs de Dommel, in putten op de heide te Son. (Ooster-houtsche heide Lnc. bij Oisterwijk v.d.B. Valkens-waard, bij Eindhoven; Heusdenhout 1852, St. An-tonie 1853).

Ord. Lycopodiaceae DC.

VVolfsklaauwachtigen.

Lycopodium L. Wolfsklaauw.

L. Selago L. Selago-VVolfsklaauw. Op heidevelden in bergachtige streken. (Bij Helmont Wtt,). Juli, Aug.

L. inundatum L. moeras Wolfsklaauw. Op heidevelden en in vochtige veengronden. Veel op de Boxtelsche en Vughtsche heide. (Valkenswaard Fl.B Ö. Bavelsche heide bij Breda 1852). Juli—Sept.

L. clavatum L. gewone Wolfsmelk. Op de Vughtsche en Boxtelsche heide, zeldzamer dan de voorgaande. Juli—Sept.

-ocr page 161-

155

Ord. Filices L.

Varens.

Osmunda L. Pluimvaren.

O. regalis L. Pluimvaren. In bosschen op drassige

plaatsen en in rietvelden. Aan slootkanten bij Hel-

voirt. Haren, Oisterwijk en Boxtel. (Te Oirschot HofFm}. Juni—Aug.

Polypodium L. Naaktvaren.

P. Tulgare L. Boomvaren, gewoon Naaktvaren. Op boomstronken, aan muren en op zandgronden, in bosschen. Terzelfder plaatse als de voorgaande, ook te Nnenen.

Polystichum Both. Niervaren.

P. Filix mas. Both, mannetjes Varen. Algemeen in

bosschen en aan beschaduwde wallen. Langs slooten bij St. Michiels-Gestel. Juli—Sept.

P. spinulosum DC. stekelig Niervaren. Algemeen in

bosschen en op beschaduwde plaatsen. (Aspidium di-latatum p. spinulosum Fl.B.S.). Langs slooten te Vught. Juli, Aug.

Asplenium L. Streepvaren.

A. Filix femina Bernhard. wijfjes Varen. Algemeen in bosschen en op beschaduwde plaatsen. (A. Felix femina «. (j. y. et tf. Fl.B.S.). Langs slooten bij Vught, Boxlcl, Helvoiit en Nnenen. (Bij Breda Fl. B.S.). Des zomers.

it. trifidium. driespletige. Een grooter vorm dan de voorgaande; de vinnen dikwijls afloopende, doch de rib in het bovenste deel der vinnen slechts zichtbaivr, de onderste lobben aan de basis eirond aan beide zijden met een tand voorzien en de punt drietandig, de tanden in eene gekromde spits eindigende. Te Nuenen.

-ocr page 162-

156

A. Euta-muraria L. Steen- of Muurruit. Aan oude muren algemeen. Tegen oude muren op de \'s Bossche wallen, en bij den toren te Yught. Des zomers.

Blechnnm L. Dubbelloof.

B. Spicant Eoth. Dubbelloof. Algemeen in bossehen en op vochtige schaduwrijke plaatsen. Langs slootkanten bij Boxtel en Nuenen (Hilvarenbeek Hoff.). In den zomer.

Pt er is L. Eand varen.

P. aquilina L. Adelaarsvaren. Algemeen in bossehen en op beschaduwde zandgronden. Bij Eseh, Boxtel, veel onder hakhout en onder bossehen bij Helvoirt. Juli— September.

Class PLANTAE CELLULARES. CELPLANTEN.

Subclass. MUSCI FRONDOSI. BLADMOSSEN.

Hypnum L. Dekmos.

H. splendena Sibthorp. glanzend Dekmos. In bossehen en op begroeide plaatsen in de duinen, vrij algemeen; op de heide en hier en daar in slechte weiden. Te Eosmalen, op het fort Isabel. Juni—Sept.

H. purum L. zuiver Dekmos. Op dezelfde plaatsen als de vorige soort, vooral op vochtige plaatsen. Te Vught. Aug.—Maart.

H. cuspidatum Hedw. toegespitst of water-Dekmos. Algemeen op vochtige en moerassige plaatsen, langs slooten en beeken, in duinpannen en weilanden, op lage heidevelden, in drassige bossehen, op zand- en kleigrond langs rivieren enz. Te Eosmalen. April— Augustus.

-ocr page 163-

157

squarrosum L. rappig Dekmos. Zeer algemeen in bosschen, weiden, langs wegen enz. Te Rosmalen en Vught. Nov.—Mei,

H. fluitans L. drijvend Dekmos. In slooten, greppels, stilstaand en stroomend water, moerassen, lage heidevelden , veengronden, aan boomwortels op vochtige plaatsen enz.

f. tennissimum. zeer dnn. De stengel zeer dun; de bladen zeer lang, haarvormig, buigzaam, slap, zeer verwijderd. (Te Eijen v.d.Trappe). Mei—Juli.

H. scorpioïdes L. donkerbruin Dekmos. Op moerassige plaatsen in de veeuen , heiden, en in drassige weilanden op zandigeu kleigrond. Te Rosmalen. April—Juli.

H. cupressiforrae L. cypresvormig Dekmos. Zeer algemeen op alle gronden, boomstammen, steenen,muren, daken enz. Te Rosmalen en Vught. Febr.—Mei. y. lacunosum Brid. meer. Te Rosmalen.

H. praelongum L. langtakkig Dekmos. Aan den voet van boomen en op den grond in bosschen, langs wegen, in weilanden, op dijken enz. Te Rosmalen. Sept.—Mei.

H. Stokesii Turn. Stoke\'s Dekmos. Algemeen op beschaduwde en vochtige plaatsen , aan oude boomstammen , tusschen hakhout, in zandige weilanden enz. Te Rosmalen. Nov.—April.

H. lutescens L. geelachtig Dekmos. Algemeen op zanden veengrond, in weilanden, op akkers, muren en daken enz. Te Rosmalen. In den herfst tot April.

H. albicans L. witachtig Dekmos. Op dorre en drooge gronden, aan zandige wallen, op de heide. Te Rosmalen (Te Haren Miquel). Sept.—Maart.

H. sericeum L. zijdeachtig Dekmos. Zeer algemeen aan boomstammen, op muren enz. (Leskia sericea Hedw.) Te Rosmalen. In het voor- en najaar.

-ocr page 164-

158

Climacium Web. et Mohr. Laddermos.

C. dendroides Web. et Mohr. boomvormig Laddermos. In vochtige en drassige bosschen, op beschaduwden zandgrond; algemeen; zelden met vrucht. Juli—Pebr. «. minor, klein. Te Vught en Eosmalen.

Fontinalis Dill. Bronmos.

F. antipyretica L. groot Bronmos. In slooteu, vijvers, moerassige bosschen, langs rivieren enz. In de Zuid-Willemsvaart. Juni—Sept.

Pogonatum Brid. Vrouwenhaar.

1\'. aloïdes Brid. aloeachtig Vrouwenhaar. Op zand- en heidegrond, in pijnbosschen , langs wegen, aan wallen , greppels enz. Bij Helvoirt en te Eosmalen. Sept.—April. (Polytrichum aloïdes Fl.B.S.).

[3. minus, klein. (P. defluens Brid). Te Eosmalen.

Polvtrichum Brid. Haarmos.

P. commune Ij. groot Vrouwenhaar. Op vochtige en beschaduwde plaatsen in zand- en veengrond. Te Eosmalen. April—Juli.

P. juniperinum Hedw. jeneverbladig Haarmos. In bosschen, op heidevelden, drooge zandgronden enz. Te Eosmalen. April—Sept.

P. piliferum Schreb. haarbladig Haarmos. Op drooge heide- en zandgronden. Op de heide te Vught; te Eosmalen. Juni, Juli.

Catharinea Ehrh.

C. Callibryon Ehrh. Callibrion Catharinea. Op zand-, veen- en heidegrond, op opene plaatsen en in bosschen; algemeen. Te Eosmalen. Deo.—Mei.

p. abreviatum Br. en Sch. verkorte. Te Eosmalen.

M n i u m L. Knikvrucht.

M. cuspidatum Hedw. gespitste Knikvrucht. Algemeen op voehtigen, beschaduwden boschgrond, aan boomwortels enz. Te Vught. April—Aug.

-ocr page 165-

159

\\ 1

M. hornum Hedw. bochtig-gesteelde Knikvrucht. Algemeen op zand- en veengrond, in schaduwrijke bos-sehen, langs beschaduwde slootwallen en greppels, langs vijvers enz. Te Vught en Rosmalen (Breda Pr. fl.B.). Febr.—Juli.

M. subglobosum Br. et Sch. halfbolvormige Knikvrucht. Op moerassigen veengrond. (In het Tongersche veen. v.d.S.L.). Maart, April.

Bryum Dill. Knikvrucht.

B. caespiticum L. zodevormende Knikvrucht. Algemeen, zoowel op droogs als vochtige plaatsen, op zand- en zandigen kleigrond, aan slootkanten, wegen, dijken, op muren, steenen, oude daken, boomstammen enz. Te Rosmalen. April—Juni.

B. argenteum L. zilverbladige Knikvrucht. Algemeen op onbegroeide, drooge en matig vochtige plaatsen in zan-derigen grond, in weilanden, aan de kanten van wegen en paden, tusschen de straatsteenen, op muren en daken enz, (Brium argenteum Fl.B.S.). Te Vught en Rosmalen. Maart—October.

B. alpinum L. berg Knikvrucht. Zelden vruchtdragend. Op vochtigen, zandigen veengrond langs slootwallen en op lagen heidegrond. (Op de heide bij Boxmeer 1853). Juni, Juli.

Aulacomnion Schwaegr. Kopmos.

A. androgynum Schwaegr. kogeldragend Kopmos. Vrij algemeen op zandigen grond in bosschen en op beschaduwde plaatsen, aan den voet van boomen en op oude boomstronken. Zonder vrucht. Te Rosmalen op oude stronken van Elzenboomen. Juni.

B a r t r a m i a H e d w.

B. pomiformis Hedw. appelvormige Bartramia. Algemeen op vochtigen en beschaduwden zandigen grond , in bosschen, op heiden, langs holle wegen en slooten, op

-ocr page 166-

160

aardwallen, aan den voet van boomen en op oude boomstoven. Aan eene sloot te Kosmalen. April—Juli.

Ehacomitrium Brid. Haarmond.

E. canescens Brid. grijsbladige Haarmond. Op droegen zand- en heidegrond enz. Op het fort Isabel en bij Vught. Dec.—April.

y. ericoïdes Br. et Sehr. heideachtige. Met de steng opgericht en getakt, de onvruchtbare takjes kort, overhoeks en stomp, de bladen lancetvormig, omgekromd en geplooid ; de zaaddoos opgericht-eirond, het deksel elsvormig-kegelvormig. Bridel. Te Eosmalen.

E. lanuginosum Brid. wolbladige Haarmond. Op zanden heidegrond op beschaduwde plaatsen en in pijn-bosschen. Te Eosmalen. Dec.—Mei.

Orthotrichura Hedw. Haarmuts.

O. anomalum Hedw. muur Haarmuts. Op haven- en stadsmuren , daken, steenen , dijken , watervallen , zelden op boomstammen. Op een rieten dak te Rosmalen. April, Mei.

Barbula. Kronkeltand.

B. ruralis Hedw. veld Kronkeltand. Algemeen op dorren zandgrond, nan oude boomstronken, op stroo- en rietdaken, aan heuvels, vochtige muren enz. Tc Eosmalen. Febr.—Juni.

B. subulata Brid. elsvormige Kronkeltand. Op naakten zandgrond, aan zandige wallen, aan den voet der boomen, op opene en beschaduwde plaatsen. Op het fort Isabel. Mei—Aug.

Ceratodon Brid. Hoorntand.

C. purpureus Brid. paarsche Hoorntand. Zeer algemeen op drooge en vochtige zand- veen- en heidegronden, muren, daken, steenen, langs dijken en wegen, in weiland, op akkers enz. Bij Vught, Rosmalen en Helvoirt. Dec.—Mei.

-ocr page 167-

m

Dicranum Br. et Scb. GafFeltand.

D. spurium Hedw. onechte GafFeltand. Op zandigen en veenachfigen heidegrond. Algemeen op onze heidevelden zoowel drooge als vochtige en in onze Pijnbos-sehen. Mei—Juli.

D. scoparium Hedwig. bezemvormige Gaffeltand. Op alle soort van gronden, doch voornamelijk op heide- en zandgrond, zoowel op opene als op beschaduwde plaatsen en in bosschen; overal algemeen. Op het fort Isabel; te Rosmalen. Maart—Aug.

p. orthophyllum Brid. opgericht bladige. (Bij Breda Mb.).

D. heteromallura lledw. éénzijdige Gaffeltand. Zeer algemeen op vochtigen zand- en heidegrond, in bosschen, langs holle wegen, op drooge zandige slootwallen, op beschaduwde en openc plaatsen, aan boomstronken enz. ïe Helvoirt en Ttosmalen. (Bergen-op-Zoom Lac.) Aug.—Mei.

W e i s s i a H e d w.

W. cirrata Hedw. krulbladige Weissia. Algemeen op berken- en andere oude boomstammen, rieten daken, rasterwerk, op steenen, en op zandigen grond aan den voet van oude tronken in pijnbosschen. (Op de Oosterhoutsche heide Lac.). April—Juli.

Panaria Schreb. Draaisteel.

F. hygrometrica Hedw. hygrometrische Draaisteel. Zeer algemeen op zand- en kleigrond, in bosschen, tuinen, weiden, op akkers, onbegroeide en versch omgespitte plaatsen, op muren, enz. Geheel het jaar van Mei tot April.

p. patula Br. et Seh. breed uit elkander staande. Te Helvoirt en op het fort Isabel.

Fis si dens Hedw. Vedermos.

F. adiantoïdes Hedw. fijngezaagd Vedermos. Op vochtigen veen- heide- en zandgrond, aan den voet van hoornen in bosschen enz. Febr.—Juni.

-ocr page 168-

1

162

fi. margiuatus Brid. gerand. De steng verkort; de bladen dicht bijeenstaande, waarvan de top dieper uitgevreten-getand en de rand breeder en meer doorschijnend. Te Eosmalen en op de Vughtsche heide.

Sphagnum Dill. Veenmos.

S. cymbifolium Ehrh. breedbladig Veenmos. Algemeen op veengrond, moerassige heide, in lage weilanden, rietvelden en op moerassige plaatsen in bosschen. Juli—Sept.

«. obtusifolium Ehrh. stompbladig. Met korte takjes, stomp, verwijderd, de bovenste eng za-mengedrongen. (Te Oisterwijk G. Broers), d. pycnocladum Mart. veelvertakte. (Breda Lacoste).

S. squarrosura Pers. rappig Veenmos. Algemeen op moerassige veen- en heidegronden, op rietvelden, lage weilanden en moerassige plaatsen in bosschen. Bij Vught. Juni—Sept.

S. compactum DC. gedrongen Veenmos. Op moerassige plaatsen in heide- en veengronden. (Te Valkenswaard v.Hall. Fl.B.S.). Juni—Sept.

robustum C. Miill. forsche. Op de Nuenensche heide.

S. subsecundum Nees. eenzijdig Veenmos. Op vochtigen en moerassigen veen- en veenachtigen heidegrond, in vijvers, beeken en slooten, op drassige plaatsen in bosschen enz. Juli, Aug. Sept.

rl. turgidum Miill. gezwollen. Met de takken gezwollen , fijngespitst; met de bladen aan den top zeer afgestompt, uitgerand-vijftandig, zeer breed. Op de Nuenensche heide.

S. flexuosum DZ. et Mb. bochtig Veenmos. In moerassigen heide- en veengrond met en tusschen andere soorten. (In vrucht, op de heide bij Boxmeer 1853). Juni.

S. acutifolium Ehrh. scherpbladig Veenmos. In moe-

-ocr page 169-

163

rassige rietvelden en veenen. (Oosterhcmtschc heide bij Breda Lac.). Juli, Aug.

S. capillifolium Ehrh. fijnbladig Veenmos. Op dezelfde plaatsen als de vorige soort. (Bij Breda Kraanw.). Juui—Sept.

S. cuspidatum Ehrhart. losgebladerd Veenmos. In moerassige heide- en veenpoelen. (Te Valkenswaard v. Hall Fl.B.S.). Juli, Aug.

S. molle Sulliv. beweeglijk Veenmos. (Bij Groot-Zun-dert v.d.Sand. Lac.).

S. rebellum Wils. (In de Peel bij Oploo v.d.Sand. Lac.).

Subclass. HEPATICAE SCHREB. LEVERMOSSEN.

Eiccia Mich.

E. fluitans L. drijvende Eiccia. In stilstaande wateren, vijvers en slooten. Zonder vrucht. In slooten bij de herberg het Klooster onder den Dungen. In eene sloot op de Vughtsche heide; in eenen vijver te Nuenen. In den herfst.

p. canaliculata Hoff. gootvormige. Smaller, met een gegroefden opklimmenden rand. Te Son.

A.nthoceros Mich. Hoornvrucht.

A. laevis L. vlakke Hoornvrucht. Op vochtige zanden heidegronden, aan slootwallen. (Te Boxtel van Hall. Fl.B.S.). Aug, Sept.

Marchantia L.

M. polymorpha L. veelvormige Marchantia. Op moerasgrond , langs waterkanten, op vochtige plaatsen in tuinen , tusschen straatsteenen enz., algemeen. Langs slooten bij Hintham, Eosmalen, Vught en Vlijmen. Juli tot den winter.

-ocr page 170-

164

Pell ia Baddi.

P. epipliylla Nees. bladbloeiende Jungerrnannia. Op vochtige beschaduwde zand- veen- en kleigronden. Op den grond onder elzen hakhout te Rosm:iien. Maart—Mei.

«. fertilis Neea. vruchtbare. Met het loof eenig-zins kruipende, aan de basis spoedig verminderende en dus korter, eenigzins gegaffeld, langwerpig-vvigvorniig, even kromgebogen, of gelobd. (Breda Verkouteren).

Lophocolea Nees.

L. bidentata Nees. tvveetandige Jungerrnannia. In beschaduwde, vochtige zand- veen- en heidegronden, op mos en aan den voet van boomstararaen. (Jungerrnannia bidentata Fl.B.S.). Te Rosmalen. (Te Val-kenswaard v.Hall. Fl.B.S.). In Mei en verder in den zomer.

Jungerrnannia L.

J. ventricosa Dicks, gezvvollene Jungerrnannia. Langs holle wegen en voetpaden, tusschen mos op beschaduwden grond.

/ï. laxa Nees. slappe. De steng hooger, slapper; de bladen min of meer van elkander staande, de onderste althans zich uitspreidende, met horizontale of half verticale ligging en zachter van weefsel; de bloemdekken langer eivormig en de meeste uit den top; de nieuwe uitspruitsels slapper. (Halsteren bij Bergen-op-Zoom). In het najaar.

J. obtusifolia Hook, stompbladige. Op vochtige, veenachtige heidegronden, aan kanten van slooten enz. (Te Boxtel v.Hall).

J. inflata Huds. opgeblazene Jungerrnannia. Op veengrond, lage moerassige heidevelden, langs poelen enz. Mei.

(3. laxa Nees. slappe. (Valkenswaard v.Hall,)

-ocr page 171-

165

crenulata Sm, gerande Juugennanuia. Op vochtige zandgronden, langs holle wegen en greppels. (Te Valkenswaard gevonden in Aug. 1827 door v.Hall Fl.B.S.). April—Sept.

exseota Sclnnid. uitgesnedene Jungermannia. (Jung, globulifera Fl.B.S.). Aan beschaduwde, veenachtige heidewallen, (Halsteren bij Bergen-op-Zoom Pr.ti.B.). Des zomers.

J. albicans L. witachtige Jungermannia. Op beschaduwde heidegronden, langs bosschen en slootwallen, (Te Boxtel v.Hall). Juni, Juli.

S c a p a n i a L d b g.

S. compacta Ldbg. gegolfde Jungermannia. (J. undulala Fl.B.S). Langs bosschen, heidewallen en heuvels. (Bij Breda Lacoste). Maart—Juli.

Sarcoscyphus. Cda.

S. Ehrharti Cda. Elirhart\'s Vleeschbeker. Op vochtige, beschaduwde zandgronden, langs de kanten van bosschen. (Breda Lacoste). Zonder vrucht. April, Mei.

Zygogonium,

Z. ericetorum Kg. heide Zygogonium. (Bavelsehe heide bij Breda Pr.fl.B.).

Subclass. LICHENES. KORSTMOSSEN.

Usnea Dill. Baardmos.

. barbata Fr. gewoon Baardmos. In boschrijke streken aan boomstammen , palen , schuttingen enz. Op eikenboomen aan de Pettelaar.

a. florida Hoffm. vruchtdragend. Struikachtig, zeer getakt, rijzig, ruwachtig, met zeer groote schildjes. (Noord-Brabant Miquel Fl.B.S.). Aan stammen van loofhout.

-ocr page 172-

166

b. hirta Hoffm. kortharig. Siniikachtig, zeer getakt, klein, dikwijls wrataehtig eu als bepoederd. Fries. Op eikenboomen aan de Pettelaar.

c. implexa v.Hall. ineengevlochten. Hangend, uitgerekt, meer of min gegaffeld, ineengeward. v.Hall. (Bij Boxmeer Miquel). Meest op berken, Beuken en Pijnboomen.

Evernia Fr. Struikmos.

E, Prunastri Ach. Sleedoorn Struikmos. Aan boomstammen , palen, schuttingen enz; op den grond in heide- en duinstreken. Op elzenboomen teEosmalen, op eenen pruimenboom aan de Pettelaar.

E. calycaris Link. gewoon Takmos. Op eikenstammen bij de Pettelaar.

n. fiaxinea. esschen. De slippen langer en breeder. Ter zelfder plaatse.

b. fastigiata. even boog. De slippen korter, even hoog, dikwijls gezwollen. Bij de voorgaande.

c. farinacea. meelachtig. Aan de vorige gelijk, geen vruchtkiemen, maar stof hoopjes vormende. Bij de voorgaande.

Cetraria Fr.

C. aculeatum Link. stekelig Kraakloof. Op den grond in duin- en heidestreken. Zeldzaam met vrucht. Op den grond bij llosmalen en quot;Vught.

Peltigera Hoffm. Lappenmos.

P. canina Hoffm. Op mossen aan den voet van oude boomstammen, op grazige plaatsen in zandige streken enz. Op het fort Isabel.

P. polydaetyla Hoffm. veelvingerig Lappenmos. Op gelijke plaatsen als de vorige. Langs slooten te St. Michiels-Gestel.

P. pusilla Kbr. tengere Lappenmos, (Bij llosmalen Buse).

Par mei ia Fr. Schildmos.

P. saxatilis Ach. steenniinnend Schildmos. Aan oude

-ocr page 173-

167

stammen van verschillende boomen, aan palen, schuttingen, granietblokken enz. Zeldzaam met vrucht. Op pmimenboomen bij de Pettelaar.

physodes Ach. blaasachtig Schildmos. Aan boomstammen (Pinus, Betula enz.), schuttingen enz., ook op het zand der duinen en op heidevelden, op steen-brokken en aan muren. Zeldzaam met vrucht. In een bosch tusschen Vught en Helvoirt op boomstammen. Acetabulum Fr. grootvruchtig Schildmos. Aan verschillende boomstammen door het geheele land. Op de wallen tegen ijpenboomen , op eikenstammen aan de Pettelaar. (Bij Bostel en Valkenswaard Fl.B.S.). oüvacea Ach. olijfbruin Schildmos. Aan verschillende (meest gladstammige) boomen , oude schuttingen , dakpannen, muren en steenen,enz. Zeldzaam met vrucht. Op boomstammen te Kosmalen.

caperata Ach. zvvavelgroen Schildmos. Aan verschillende boomstammen, nu en dan aan oude schuttingen. Aan eikenstammen aan de Pettelaar.

parietina Duf. geel Schildmos. Allerwege aan boomstammen , palen, schuttingen, muren, steenen, op daken enz. Algemeen op ijpen-, beuken- en eikenstammen bij \'s Bosch.

ciliaris Ach. gevvimperd Schildmos. Aan stammen en takken van verschillende boomen door het geheele land. Op beukenboomen aan de gewezen Haldersche barrière.

stellaris Ach. stervormig Schildmos. Aan stammen en takken van verschillende boomen door het geheele land. Met vrucht.

a. aipolia Schaer. Geite. (Bij Breda Pr.fl.B.). c. hispida Schaer. stijfharig. Met de slippen opgaande, aan den rand langbehnard. Fries. Op boomstammen te Kosmalen.

pulverulenta Ach. witbedauwd Schildmos. Aan boomstammen , oude schuttingen enz., zeldzamer aan steenen; door het geheele laud. Op boomschorsen te Kosmalen.

-ocr page 174-

168

Patellar ia Scliotelmos.

P. ferruginea Fr. roestkleurig Sobotelmos. Aan ver-scliilleude boomstammen (beuken, eiken, esscheu, olmen, wilgen, kersen), aan schuttingen, palen, enz.. Aan boomstammen te Vught en Rosmalen. (Bij Breda Pr.fl.B.).

P. subfusca. bruinachtig Schotelmos, Aan boomstammen, oud hout, op den grond, aan muren, steenen enz. Te Vught op populieren.

Cladonia Hoffm. Bekermos.

C. alcicomis Flörke. elandhoornig Bekermos. In zanden heidestreken op den grond, op oude rietendaken. Op de Vughtsehe heide.

C. pyxidata Fr. gewoon Bekermos. Op den grond op heidevelden en zandgronden, aan oud hout, in holle boomtronken , op oude rietendaken enz. Langs drooge slooten te Kosmalen.

C. fimbriata Fr, rolrond Bekermos, Aan oud hout, aan den voet van oude stammen , in holle tronken , op den grond in zand- en heidegronden. Op het fort Isabel.

O. brachiata Fr. armvormig Bekermos. Op den grond in boschrijke zand- en heidestreken.

a. cenotea Fr. buitengewone. Op de Vughtsehe beide.

C. furcata Sommerf. gevorkt Bekermos. Op den grond in zand- en heidestreken. Bij Vught onder pijn-boomen.

C. cornucopioïdes Fr. scharlaken Bekermos. Op den grond in zand- cn heidegronden, vooral in hooge veeneu, op oude rietdaken enz, (Bsrgen-op-Zoom van der Cop. Pr,fl,B,).

C. raacilenta Ilofftn. mager Bekermos. Op den grond en aan vermolmde tronken in heide- en veenstreken. Met vrucht. Op de Sonsche heide. (Bij Valkenswaard op de heide v.Hall, Fl.B.S.).

-ocr page 175-

169

rangiferina Hoft\'m. rendier Bekermos, Kendiermos. Allerwege in bosschen op zandgronden, op de heidevelden enz. Op de Vughtsche heide, veel onder pijnboomen bij Piazenza onder Vught.

uncialis Iquot;r. zwartpuntig Bekermos. Op zand- heideen veengronden in bosschen eu op opene begroeide plaatsen. Zeldzaam met vrucht. Op de Vughtsche heide.

foliolosa Dufour. kleinbladig Bekermos. Op de Vughtsche heide.

Opegrapha Humb. Schriftmos.

atra Pers. zwart Schriftmos. Op de gladde schors van verschillende boomen (Salix , Populus , Pagus enz.). c. macularis Fr. gevlekt.

* epipasta Ach. blank Schriftmos. De korst onder de opperhuid ontstaande zeer dun en nagenoeg regelmatig begrensd, glad, asch-graauw of witachtig, de schildjes ingegroeid-uitpuilende, klein , bolrond , eenigzins gerimpeld, dof, afwisselend van vorm, de jongere spitsvormig, de oudere zeer fijn bochtig en iets getakt, dc schijf en de zeer fijne randen nagenoeg ontbrekende. (Te Vught op populieren v.Hall.).

Ze ora.

coarctata Kbr. (Bij lloozendaal Buse).

Coniocarpon Schaer.

cinnabarinum DC. cinnaberroode Coniocarpon. Aan verschillende boomstammen, (beuken, olmen, berken, eiken enz.) (Op berkenboomen te Valkenswaard v. Hall. Liesbosch bij Breda Pr.fl.B.).

Pert u sar ia DC.

communis DC. gewoon Poriënmos. Op de schors van eiken en beuken. Op boomstammen te Rosmalen. (Liesbosch bij Breda Lac.).

8

-ocr page 176-

170

Subclass. ALGAE.

WIEREN.

C h a r a A g.

C. vulgaris Wallr. gewone Chara of Waterpaardenstaart. In slooten en moerassen. In slooten bij Erapel. In putten langs de. rivier de Aa bij \'s Bosch.

N i t e 11 a Ag.

N. translncens Ag. doorscliijnend Glanschara. In stilstaand water. In de grachten van het fort Isabel, in een gegraven kuil, tusselien da Vughtsche heide en het fort Isabel. September 1847 voor het eerst gevonden.

K. flexilis L. buigzame Nitclla of Glanschara. In de vijvers op Muyserick te Vugbt.

B o t r y d i u m W a 11 r. Waterblaasje.

B. argillaceum Wallr. korrelig Waterblaasje. Op voch-tigen zandgrond in luineu, aan afgestoken slootkanten enz. (llydrogastnim granulatum Fl.ü.S.). (Te Val-kenswaard. v.Hall Fl.B.S.).

Zygogonium Kg.

Z. ericetorum Kg. heide Zygogonium. Op vochtige plaatsen in heide- en veengronden. (Bavelsche heide bij Breda 1853).

Ord. Sponginae.

Sponswieren.

(behoort meer tot het dierenrijk.)

Bad ia ga Schwab. Stinkspons.

B. flnviatilis Schwab, water Stinkspons. Onder water in sluis no. 1 der Zuid Willemsvaart. Aan palen van bruggen te \'s Bosch, altoos onder water.

-ocr page 177-

171

OrJ. Nostoceae.

Sterreschotachtigen.

Nostoc. Vauch. Sterreschot.

N. commune Vauch. gewoon Steneschot. Op den grond tiisschen het gras, op besehiidnwde plaatsen enz. In bet gras langs de Dommel bij Son.

N. batracheuteron Van Hail, kikvorsch Sterren schot. Op een zandpad op Keeburg te Vught, Jan. 187 8.

Subclans. FUNGI.

ZWAMMEN.

Amanita Dek. Paddestoel.

A. muscaria L. vlipgeiidoodende Paddestoel. Op zandgronden op beschaduwde plaatsen, in bosschen enz. overvloedig. Met witte vlekken te Hilvarenbeek en te Vught; met gele vlekken te Helvoirt langs eene Sparreiaan. Vergiftig.

A. Candida Briganti. witte Paddestoel. Te Helvoirt ouder Hakhout. Vergiftig.

A. bulbosa nlba Pers. witte bolvormige Paddestoel. ïer zelfder plaatse. Vergiftig.

A. umbrina Pers. Te Helvoirt. Vergiftig.

A. aspera Pers. ruwe Paddestoel. Onder boomen bij Boxtel en IMvoirt. Vergiftig.

A gar i cu s. Klad Paddestoel.

A. fulvo albicans N. witrossige Paddestoel. Te Helvoirt, Vergiftig.

A. procerus Scop, hooge Paddestoel. Op heide- en zandgronden. Tusschen eikenhakhout te Kosmalen. Eetbaar.

-ocr page 178-

17 2

A. melleus l?olt. Fries, honigbruine Paddestoel. In bos-schen en tuinen aan den voet van boomstammen, aan oude palen en planken , zodevormend. Vergiftig.

A. castaneus Buil. kastanje Paddestoel. Bij Boxtel. Eetbaar.

A. campestris Linn. eetbare Paddestoel, Champignon. Op de Vughtsche heide, te Boxtel, in eene weide, waar p iarden graasden te Helvoirt. Eetbaar.

A. semiglobatus Batseh. halfronde of slijmachtige Paddestoel. Te Boxtel. Vergiftig.

O O

A. emeticus Sohaetï. braakwekkende of kamachtige Paddestoel. Te Uil varenbeek, in bossehen bij Helvoirt, in het bosch van het kasteel Maurick te Vught; de meeste variöteiten versiftijr.

O C

A. torminosus Schaeff. krampverwekkende Paddestoel. Bij Vught. Zeer vergiftig.

A. virescens Pers. groenachtige Paddestoel. Te Hilva-renbeek. Eetbaar.

A. pyrogalus Buil. bijtende Paddestoel. In een bosch te Helvoirt. Vergiftig.

A. odorus Pers. naar anijs riekende Paddestoel. Op afgevallen beukenbladeren in het bosch van het kasteel Maurick te Vught, in een bosch te Helvoirt. Verdacht.

A. prateusis Fries, weide Paddestoel. Te Helvoirt op het land van den heer Martini van Getfen. Eetbaar.

A. virgineus Pers. maagdelijke of sneeuwwitte Paddestoel. Bij Boxtel op afgevallen bladeren. Eetbaar.

A. violaceus Lin. paarsche Paddestoel. In het bosch bij het kasteel Maurick te Vught, op een hoop eikenbladen. Eetbaar.

A. fastibilis Fr. trechtervormige Paddestoel. Aan sloo-ten bij Boxtel, Vught en Helvoirt op bladeren. Eetbaar.

A. fascicularis Pers. boschachtige of bundelvormige Paddestoel. Te Vught en Helvoirt. Vergiftig.

-ocr page 179-

173

A. lateritius Pers. bittere Paddestoel. Aan slooten in een bosch te Helvoirt. Vergiftig.

A. sulphureus Buil. zivavelkleurige Paddestoel. In een pijnbosch bij Helvoirt. Vergiftig.

A. ostreatns Jacq. schelpvormige Paddestoel. Op een omgevallen populier te Groot-Deuteren , ook bij Crom-voirt. Eetbaar.

A. applicatus Batsch. omgekeerde Paddestoel. Op een zieken Populus te Hintham.

A. hariolorum Buil. heksen Paddestoel. Op afgevallen pijnnaalden te Helvoirt. Eetbaar.

A. nareoticus Batsch. verdoovende Paddestoel. In slooten bij Boxtel en Helvoirt. Vergiftig.

Coprinus. Mest-Paddestoel.

C. altramentarius Link. inktachtige Paddestoel. Aan den voet van palen, oude boomstammen, enz. in weilanden, moeshoven, boomgaarden enz. zodevor-mend. Bij Eosmalen. Vergiftig.

C. micaceus Link. glimmende Paddestoel. Largs eene sloot onder elzenboomen bij Boxtel. Vergiftig.

C. Ophemerus Link. kortstondige Paddestoel. Op mest-hoopen bij Boxtel. Vergiftig.

C. semiovatus Link. halfeivormige Paddestoel. Langs den dijk te Empel. Vergiftig.

C. papilionaceus Link. vlinderachtige Paddestoel. Langs den dijk te Empel. Vergiftig.

Cantharellus. Peperling. Hanekam,

C. cibarius Er. Hanekam, Cantharelle. Onder berken-boomen bij Rosmalen en Nuenen, bij Vught onder boomen langs drooge slooten, bij Helvoirt onder beukenboomen. Eetbaar.

C. aurantiacus Pr. oranjekleurige Canterelle. In eene drooge sloot onder pijnboomen bij Hintham ook op Kraaijenhof. Verdacht

-ocr page 180-

174

Me rul ins. Houtzwam.

M. lacrymabunclus Schum. Fr. vernielende Houtzwam. Onder de zaal in Muyseiick te Vught. Verdacht.

Polyporus. Zwam.

P. perennis Fr voortdurende Zwam. Op den grond in een haklioutbosch bij Rosmalen. i

P. varius. Fr. bontkleurige Zwam. Tegen oude knotwilgen langs deu Fmpelsclien dijk.

P. suaveolens Fr. welriekende Zwam. Op knotwilgen te. Vught, Eosmalen, Cromvoirt, Middelrode en St. Mich leis-Gestel. Vergiflis.

r

P. versicolor Fr verschilklenrige Zwam. Op de schors van eiken- en kersenstammen bij Boxtel. Verdacht.

P. ignarius Fr. vuur Zwam. Op knotwilgen te Cromvoirt, op eikenstammen te St. Michiels-Gestel. »

P. Medulla panis Pers. Iiroodkruim Zwam. (Aan vochtig liggend hout, ann schuttingen, palen, balken, enz. bij Breda 1853).

Boletus. Buis-Paddestoel.

B. luteus L. gele Buis-paddestoel. Bij Boxtel in pijn-bosschen. Verififliü\'.

O O

B. scaber Buil. ruwe Buis-paddestoel. In weilanden, aan wegen, dijken en op schaduwrijke gronden. Bij Boxtel en liilvarenbeek. Eetlmar.

B. suhtomentosus Pers. viltige Buis-paddestoel. In mast-bosschen en op beschaduwde zaudgronden. In het ■ bosch van het kasteel Maurick ie Vught. Verdacht.

B. aurantiacus Buil. oranjekleurige Huis-paddestoel. Te Hilvarenbeek , Boxtel en Helvoirt. Eetbaar.

B. granulatus L. verzamelde Buis-paddestoel. Op grazige plaatsen, in beschaduwde zand- en heidegronden, eenzaam of gezellig. Bij Boxtel. Vergiftig.

B. piperatus Buil. pepemchtige Buis-paddestoel. In beschaduwde zand- en heidegronden. In een bosch bij Boxtel. Vergiftig.

-ocr page 181-

175

B. rubeolnriiis Bull, schadelijke Buis-paddestoel. Ineen boscli te Helvoirt. Vergillig.

B. squaraosus N. schuhaclit.ige Buis-paddestoel. In een bosch te Helvoirt. Verdacht.

B. eduiis Dull, eetbare Buis-paddestoel. Ceps. In overvloed in boschachtige streken te Boxtel, Rosmalen, quot;Vught en Helvoirt. Eetbaar.

Morchella. Morille.

M. escnlenta Pers. gewone Morille. In het gras onder een boom in Mei op Muyserick te Vught. Be blonde soort. Eetbaar.

H y d u n m. Doorn-paddestoel,

H. squamosum Bull, schubaclitige Doorn-paddestoel. In een bosch op Piazenza onder Vught. Eetbaar.

Scleroderma Pers. Buikzwam.

S. vulgare Fr. gewone Hardebovist. In bosschen, op bouw- en weilanden. ïe Hilvarenbeck en op het kamp Willem de tweede. Vergiftig.

S. verrucosum Pers. wratachtige Bovist. Op schralen zandigen boschgrond. Te Boxtel en Kosmalen. Vergiftig,

Phallus.

P. impudiens Linn, stinkende Phallus of onkuische Pri-apns. Langs eene houten heining naast Jagtlnst te Helvoirt. Vergiftig.

Lagere Zwammen.

Sclerotium Tode. Harde Zwam.

S. Clavus Er. moederkoorn Harde Zwam. Acin de aren van verschillende Gratnineën.

«. secales Rab. rogge. (Geertruidenberg Pr.fl.B.).

S. Liliacearum West. lelie Harde Zwam. Op dc zaadhuisjes en stengels der Liiiaceën.

/9. Scillae West. Op Scilla. (Dongen).

-ocr page 182-

176

Illosporium. Kobaltzwam.

I. roseum Mart. rozenroode Kobaltzwam. Aan boomstammen op Parmelia Stellata p. tenella. Te Rosmalen.

Sphaeria Hall.

S. carpini Pers. Haagbeuk Sphaeria. Op doode takken van Carpinus Betulus (\'s Hertogenbosch West.).

S. nigrans Rob. zwartachtige Sphaeria. Op doode halmen van Dactilis glomerata (Boxmeer v.d.Bosch).

S. gangrena Fr. vochtig brand Sphaeria. Op treurende bladen van verschillende grassoorten (Boxmeer v.d.B.).

Rhytisma. Rimpelzwam.

R. salicinum Fr. wilgen Rimpelzwam. Op levende bladen van Salix Capraea (Valkenswaard. De Haan).

Rhizomorpha Roth. Wortelvormige Zwam.

R. setiformis Roth. borstelvormige Wortelvormige Zwam. Op Sphagnum en andere mossen in vochtige bosschen. (Breda v.d.S.L.).

Perio 1 a Fr.

P. tomentosa Fr. viltige Periola. Op rottende aardappelen in vochtige kelders. (Te Dongen V.V. en S.).

Fusarium Link. Spilwrat Zwam.

F. equisetornm Desmaz. paardestaart Spilwrat. Op stervende stengels van Equisetum limosum (Dongen. V.V. en S.).

Fusidium Link. Spilhoop Zwam.

F. candidum Link. witte Spilhoop. Op afgestorven beukenschors (Dongen v.S.)

Phragmidium Link. Dwarswandkiem Zwam.

P. obtusum Schm. et Kze. stompe Dwarswandkiem. Op bladen en bladsteelen van eenige Potentilla soorten. (Te Dongen V.V. en S.).

-ocr page 183-

STEE.

RE

A.

Aalbes

Aardaker

Aardbezie

Aardmtiizen

Aardrook

Abameae

Abeel

Abies

Abietineae

Acacia

Acer

Acerineae

Achillea

Acorus

Acotyl. Vasc.

Adderkruid

Adderwortel

Adelaarsvaren

Adoxa

Aegopodium

Aesculus

Aetnsa

Affodilacbtigen

Affodille

Agaricus

Agrimonia

Agrost deae

Agrostis

Arostemma

Ahorn

Ahornen

Ai ra

Ajnga

Ajugoideae

Akkerkool

Akkerkoolachtigen

Alant

Alchemilla

Algae

Alisma

Alismaceae

Blz.

Allium

135

Almiis

101

Alopecuroideae

144

Alopecurus

144

^ Isem

60

Alsineae

22, 24

Althaea

26

Alyssineae

17

Amaiulelacbtigen

34

Amanita

171

Amaranthaceae

90

Amaranthus

90

Ambrosiaachtigen

68

Amlirosiaceae

68

Ammineae

48

Ampelideae

28

Amygdaleae

84

Anagallis

88

Anchuseae

74

Andoorn

85

Andoornachtigen

84

Andromeda

70

Anemone

9

Anemoneae

9

Anemoon

9

Anemoonachtigen

9

Anethusa

51

Angelica

51

Angeliceae

50

Anjelier

21

Antirrhineae

77

Antirrhinum

78

Anthemis

60

Anthoceros

163

Anthoxanthnm

144

Anthristus

52

Anthyllideae

30

A pargium

65

A péra

146

Aplnm

49

Apocyneae

72

A pocynumachtigen

72


-ocr page 184-

178

Biz.

Appel 39

Appelachtigen 39

Aqnifoliaceae 71

Arabideac 14 Arabis 15, 16

Araliailchtigen 53

Araliaccae 53

Arancaria 123

Araucarieae 123

Arenaria 23

Aristolochieac 95

Arnoseris 61

Aroideae 130

Aronsachtigen 130

Aronskelk 130

Arrhenatherum 118

Artemisia 60

Artlirotaxis 14

Articbokachtigen 63

Arum 130

Arundinaceae 147

Arnndo cal. 146

Arnndo arenaria 147

Asarum 95

Asparogtae 133

Asparagus 133

Aspergie 133

Aspergieachtigen 133

Asphodeleae 134

Aspidium 155

Asplenium 155

Aster 57

Asteraelitigen 57

Asteroideae 57

Atriplex 92

Atriplicieae 92

Aulacomnion 159

Avena 148

Avenaceae 147

B.

Baardmos 165

Badraga 170

Ballota 36

Balroos 54

Blz.

Ralsaminea 29

Balsamineae 29

Barbarea 13

Barbuda 160

Hartramia 159

Basterdmuur 38

Basterdwederik 39 (

Batrachium 10

Bedekt bloeienden 153

Beekpunge 79

Beemdgras 149

Beerenklaauw 51

Bekermos 168

Bellis 58

Bentgras 150

Berberis 12

Berbericae 12

Berberisachtigen 12

Berk 101

Bernagie 74

Berteroa 17

Berala 50

Bes 47

Betula 101

Betnlineae 101

Bevenel 49

Bidens 58

Bics 139

Biesachtigen 138

Biezenkruid 76

Biggekruid 66

Biggekruidachtigen 66 ^

Bijvoet 60

Bingelkruid 96

Biota 103

Bitterzoet 76

Blaaskruid 87

Bladmossen 156

Blechnum 156

Blitum 92

Bloembies 135

Bloembiesachtigen 135

Bodembloemigen 9

Boekweit 95

Boeltjes kon. kruid 57

Boerekers 18 ,


-ocr page 185-

179

w

Blz.

Blz.

18

Camelineao

18

65

Campanula

69

22

Campanulaceae

69

155

Campylospermae

52

83

Cantharelle

173

74

Cantharellus

173

74

Caprifoliaceae

54

70

Capsella

18

70

Carca

140

70

Cardamine

15

144

Carduinae

62

170

Carduus

63

c8

Cariceae

140

175

Carlira

68

36

Carlineae

63

151

Carpinus

99

07

Castanca

98

16

Catbarinea

158

16

Caucalineae

52

30

Ceder

119

30

Cedrus

119

149

Celplanten

156

151

Gember

120

158

Cembra

120

86

Centaurea

64

45

Centaurie

64

159

Centanrieachtigen

64

175

Centaurineae

64

57

Centuncnlns

88

174

Cepb aio taxus

123

1 48

Cerastium

24

1B0

Ceratodon

160

127

Ceratopliylleae

44

126

Ceratophyllum

44

Cetraria

166

Chaerophyllum

53

Cbamaeeyparis

106

146

Champignon

172

84

Chara

170

131

Cheiranthus

14

41

Chelidonium

13

41

Cbenopodeae

91

70

Cbenopodieae

91

12

Chenopodium

91

29

Chorideae

] 45

18

Chondrilleae

66

Uoerekersachtigen

Boksbaard

Bolderik

Boomvaren

BoonkruidacMigen

Borago

Boragineae

Boschbes

Boschbesacktigen

Boschbezie

Botkruid

Botrydium

Bottelroos

Bovist

Braambes

Braehypodium

Brandnetel

Brassica

Brassiceae

Brem

Bremachtigen

Briza

Bromns

Bronmos

Brunelle

Bryonia

Bryum

Buikzwam

Buisbloemigen

Bnis Paddestoel

Bundgras

Buntgras

Butomrae

Butomns

Calamagrostis

Calamintha

Calla

Callitriche

Callitrichineae

Calluna

Caltha

Calyciflorac

Camelina

rik

-ocr page 186-

180

Bh.

Blz.

k

Chrysan themum

61

Crepis

67

D

Chrysuplcnium

4S

Crocus

133

11

Cicendia

73

Cruciferae

14

D

Cichoraceae

64

Cryptomeria

110

E

Cichorei

65

Cucarbiiaccae

45

E

Cichoreiachtigen

64

Cuninghamia

112

D

Cichoreien

65

Cupressineae

101

*

E

Cichorieae

65

Cupressiucae verac

105

E

Cichorimii

65

Cupressus

108

D

Cicuta

48

Cupuliferae

98

D

Circaea

40

Cuscuta

73

D

Circacae

40

Cuscutineae

73

D

Ciraeën

40

Cynareae

62

D

Cireium

62

Cynarocephalae

62

D

Cladium

138

Cynodon

145

D

Cladonia

168

Cynoglosseae

74

D

Claytonia

45

Cynoglossum

74

D

Clematideae

9

Cynosurus

151

E

Clematis

9

Cyperaceae

138

D

Clematisachtigen

9

Cyperbiezen

138

D

Cochlearia

17

Cypres

106, 108

D

Colchicaceac

135

D

Colchicum

135

0

D

Colymbca

123

D

Comarum

36

Diictylis

150

D

Comocarpon

169

Dalkruid

134

D

Compositae

57

Datura

76

D

Coniferae

101

Daucineae

52

D

Conium

53

Daucus

52

D

Convallaria

134

Dekmos

156

D

Convolvulaceae

73

Delphinum

12

D

Convolvulus

73

Denneachtigen

113

Coprinus

173

Deuneboomen

113

gt;

Corneae

53

Descampsa caesp.

147

Cornus

53

Dessertbladen

26

E

Corolliflorae

71

Dianthus

21

E

Coronillca

33

Dicotyledoneae

9

E

Coronopus

18

Dicranum

161

E

Corrigiola

45

Dille

51

Ei

Corydalis

13

Dillen

12

E

Corylus

99

Diplotaxis

17

El

Corymbiferae

57

Dipsaceae

56

El

Corynéphorus

148

Dipsacus

56

E

Crassulaccae

46

Distel

63

E

Crataegus

39

Distslacbtigen

62

E

Crepideac

07

Doddegras

145

s

E

-ocr page 187-

] 81

Blz.

Blz.

Dokkebladen

12

Engelenkruid

51

Dolappel

96

Engelenkruidachtigen

50

Dolik

80, 153

Engelenwortel

51

Doornappel

96

Epilobium

39

Doorn-Paddestoel

175

Epipactis

132

Doornstruik

30

Equisetaceae

153

Doornzaad

52

Equisctiun

153

Doornzaadachtigen

52

Erica

70

Doovenetel

84

Ericaceae

70

Dop-heide

70

Erigeron

58

Douglas\' Spar

114

Eriopboram

140

Draaisteel

132

Eiodiam

28

Draba

17

Erucastrum

17

Dravik

151, 161

Ervum

34

Drieblad

72

Eryngium

48

Driedistel

63

Erysimum

66

Drosera

20

Erytbraea

73

Droseraceae

20

Escb

72

Dryadeae

35

Escbdoorn

37

Dubbelkruid

17

Escbdoornen

27

Dubbelloof

156

Eupatoriaceae

57

Duitblad

125

Eupatorium

57

D ui tbladachtigen

125

Euphorbia

96

Duivekervel

13

Eupborbiaceae

96

Dui vekervelachtigen

13

Euphrasia

81

Duizendblad

41, 60

Evernia

166

Duizendgraan

25, 45

Esacum

73

Dnizendguldenkruid

73

Dnizendknoop

94

F,

Dwarswandkiemzwam

176

Dwergbloem

88

Fagns

98

Ta nar ia

161

E.

Karsetia

17

ïelix femina

155

Eenmanteligen

90

Festuca

151

Eenzaadlobbigen

125

Festucaceae

149

Eerc prijs

78

l\'icaria

12

Egelgras

144

Fijnstraal

58

Egelkop

130

Filago

59

Eik

97

Filices

155

Elatine

i 24

Fissidens

161

Elatmeachtigen

[24

Flamboos

36

Elatineae

1 24

Fliervinkrnid

49

El frank

! 76

Fonteinkruid

127

Elodea

125

Fonteinkruiden

127

Elzeboojn

101

Foatinalis

158

-ocr page 188-

182

i

Blz. 52 36 134 72 13 13

Blz. 109 59 118

48 143 138 143 77 137 47 58 132 21

21 161 101 101

32

33

85 8-4

138 54 87 61 80 37 18 91 91 77 30 30 73 73 72, 73 72, 73 73 73 28 28 152 152 147 147 97 84

86 150

32

99 160 158 160 41 41 41 41 92 173 49, 144 46 46 175 175 46 148 147 67, 68 60 53 35 33 26 30, 31 45 \'10 139 12 147

4-

lt;\'*■

GaiFclsteng

Gaffeltand

Gagel

Gagelachtigen

Galegaachtigen

Galegeae

Galeobsis

Galeobdolon

Galigaan

Galium

Gamander

Ganzebloem

Ganzemuar

Ganzerik

Ganzetongen

Ganzp.voet

Ganzevoetachtigen

Genadekruid

Genista

Genisteae

Gentiaan

Gentiana

Gentiaanachtigen

Gentianeae

Gent:anella

Geniünae

Geraniaceae

Geraninm

Gerst

Gerstachtigen Gierst

Gierstgrassen

Glaskrnid

Glechoma

Glidkruid

Gljeeria

GlTcvrrhiza

Forilis

Fragaria

Fratillaria

Fraxinus

Fumaria

Fumariaceac

G.

Glyptostrobus

Gnaphalium

Goud-Lorkenboom

Goudveil

Gramineae

Grasbies

Grassen

Gratiola

Greppelgras

Grossularieae

Guldenroede

Gymnadenia

Gypsophila

H.

Haagbeuk

Haarmond

Haarmos

Haarmuts

Haarsteng

Haarstengachtigen

Halorageae

Halorggisüchtigen

Halumns

Hanekam

Hanepoot

Hardbloem

Hardbloemachtigen

Hardebovist

Harde Zwam

Hardkelk

Haver

Haverachtigen

Havikskruid

Hazegerve

Hcdera

Hedysareae

Hedysarumachtigen

Heemst

Heete-Gaal

Heggerank

Heideachtigen

Ileleocharis

Helleboreae

Helm

-ocr page 189-

183

lz.

Helmbloem

BI?,.

P-lz.

39

13

Hydrocharis

125

59

Helmdraad

141

Hydrocotyle

48

8

Helmkruid

77

liydrocotyleae

48

18

Henjegras

149

Hydrogastrnm

170

13

Hennepnetel

85

Hyeracium

67

38

Heracleum

51

Hyoscyamus

76

13 \\

Herderstaa

18

Ifi, 19

Hypericineae

26

77

Herik

Hypericum

26

J7

Hermoes

153

Hypnum

156

17

Herniaria

45

Hypocastaneae

28

gt;8

Hertshooi

26, 27

Hypochoerideae

66

12

Hertshooiachtigen

26

Hypochoeris

66

!1

Hippurideae

41

Hippuris

41

1.

Hoefblad

57

Holcua

148

Ibem

18

9

Hondsbloem

29

Up

97

0

Hondsdraf

84

Ijzerhard

87

8

Hondsgras

145

IJ zerhardaclitigen

87

0

Hondskers

35

Ijzerharde

81

1

Hondsklaver

81

Ilex

71

1

Honds koppigen

62

Illecebrum

46

l

Hondsnetel

84

Illispornm

176

n

Hondspeterselie

50

Impatiens

29

3

Hondstand

145

Inula

58

8

Honda tong

74

Irideae

133

4

Hondstongen

74

Iris

133

6

Hoofdtaxis

123

Isoardia

40

6

Hoornblad

44

5 5

Hoornbladachtigen Hoornbloem

44 24

J.

6

8 A

Hoorn tand

160

Jacione

69

Hoornvrucüt

163

Japansche Ceder

110

7 ^

Hop

97

Japanscbe Cypres

108

8

Hordeaceae

152

Jeneverboom

102

0

Hordenm

152

Jeneverboomen

101

3

Hottonia

89

Jeneverstruik

102

5

Houtzwam

174

Juglans

98

3

Hnislook

47

Juglandeae

98

6

Hulst

71

Juncaceae

135

1

Hnlstachtigen

71

Juneagineae

127

5

Humnlus

92

Juncus

135

0

Hnttentut

18

Jungermania

164

9

Hutten tutachtigen

18

Juniperineae

101

2

Hydnum

175

Juniperus

102

7

Hydrocharideae

125

Jussieao

40

T

i:

-ocr page 190-

184

K.

Kaardebol

Kaarden

Kaarsjes

Kalebasachtigen

Kalfsnuit

Kalmoes

Kalmus

Kam gras

Kamperfoelie

Kamperfoelieachtigen

Kanad. Populier

Kanad. Spar

Kanariegrassen

Kantvrueht

Kartelblad

Karwei

Kastanje

Kattekruidachtigen

Kattendoorn

Kattenstaart

Kegeldragende boomen

Kelkgras

Kelkstandigen

Kersachtigen

Kervel

Kievitsbloem 15,

Kievitsei

Kikkerkruid

Kinaboomen

Klaproos

Klaver 31

Klaverachtigen

Klaverzuring

Klavemmngen

Kleefkruid

Klein Tasjeskruid

Klimop

Klit

Klokje

Klokjesaehtigen Knautia

Knikbloemachtigen Knikvrucbt Knodde Knoopkruid

Kobaltzwam

Koekoeksbloem

Kool

Koolaebtigen

Koolzaad

Koornbloem

Kopmos

Kornoelje

Korstmossen

Kortsteel

Kraakloof

Kranebek

Kriek

Krok

Kromhals

Kromzadigen

Kronkelstand

Kroonbloemigen

Kroonkruiden

Kroontjeskruid

Kroos

Kroosplan ten

Kropaar

Kruisbes

Kruisbesaehtigen

Kruisbloem

Kruisbloemen

Kruisbloemaehtigen

Kruisdistel

Kruisdisteligen

Kruiskruid

Kruiswortel

Kruiwortelaehtigen

Kwalsters

Kweektarwe

L.

Labiatae Laddermos Laetuca Laetuceae j Lagere zwammen ! Lamium l Langgras Lappa


-ocr page 191-

185

Lappenmos

Lapsan a

Lapsaneae

Larix

Laterus

Lathyrus

Latuw

Latuwachtigen

Lavas

Leersia

Leeuwenbek

Leeuwenbekachtigen

Leeuwenklaauw

Leeuwentand

Lelieaehtigen

Lelietje-der-dalen

Lemna

Lemnaceae

Lentibularia

Lentibulariaaehtigen

Leontodon

Leontodonteae

Leonurus

Lepidineae

Lepigonum

Lepurus

Levensboom

Leverkruid

Leverkruidachtigen

Levermossen

Levisticum

Lichenes

Lidsteng

Lidstengachtigen

Lightfoot

Liguster

Ligustrum

Lijsterbes

Liliaceae

Limnanthemum

Limodoreae

Limodoreëen

Limosella

Linaria

Linde

Lindeaehtigen

Liueae Linum Linze

Lipbloemigen Liseh

Lischbloemigen Lisehdodde Lisehdodden Listera

Lithospermeae

Lilhospermum

Littorella

I^obbestok

Lobelia

Lobeliaaehtigen

Lobeliaeeae

Lolium

Lonieera

Look

Lophocolla

Loteae

Lotus

Lusula

Lychnis

Lycopodiaceae

Lycopodion

Lycopsis

Lycopus

Lysimachia

Lythrarieae

Ly thrum

M

JI aagdepalm

Madeliefje

M aianthemum

Malachiam

Malaxidiaeae

Slalaxis

Malaxisachtigen M alowe Malva

S\'alvaachtigen

Malvaceae

Mansoor


-ocr page 192-

186

March anti a

Marsili.\'iachtigen

Marsiliaceae

Mater

Matricaria

M edicago

M cel raai

Meidoorn

Mclampyrum

Melde

Melden

Mclilotus

Meikdistel

Melk Eppe

Mentha

Menthoideae

Menyantheae

Many ant hes

Mercnriales

Merul us

Mest-Paddestoel

Mierikswortel

Milium

Mni\'im

Moehringia

Moeras Schurftkruid

Molinea

Molsla

Monardeae

Monardeecn

Montia

Monochlaraydeae

M ononoty ledoneae

Morchella

Morgenster

Morille

Mosterd

Muggepoot

Muizenoor

M uizenstaart

Munt

Muntachtigen Munk

Musci frondosi M uskuakruid M uurachtigen

Blz.

Muurbloem 74

Muurruit 156

V\'uurpeper 46

M uursla 66

Myagrum 18

Myosotis 75

Myosurus 10

Myrica 101

Myriceae 101

iMyriophyllum 41

N.

Kaaktvaren 155

Naaldaar ]44

Naaidboomen 101

Naaldekervel 52

Naaldekervelachtigen 52

Nachtschade 76

Naehtschadigen 76

Nagel kruid 35

Najadeae 129

Najaden 1*29

Na jas 129

Napjesdragende 98

Nardoideae 153

Nardus i 53

Narthecium 135

Nasturtium 14

Negundo 27

Nepeteae 84

Net 1 97

Netelachtigen 97

Nicander 76

Nicandra 76

Nierkruidachtigen 12

Niervaren 155

Nitella 170

Nostoc. 171

Nostoceae 171

Nuphar 12

Nymphae 12

Nympriaeaceae 12

o.

Oenanthe 60

Oenothera 40


-ocr page 193-

187

Blz.

Blz.

Oeverkruid

b9

Paprnkwaad

91

Okkernoot

9S

Papilionaceae

30

0 k k emoo tachtigen

98

Parasol-fijn

103

Oleaceae

71

l\'arasol-l\'ijoboomen

103

01 ij tachtigen

71

l\'arel/.aad

75

Olm

97

Pare 1 zaadaclitigen

75

Olmen

97

Parictaria

97

Onagra

40

Paris

133

Onagraria

39

Parmelia

166

Onagreae

39

IVrnaskruid

20

Ononis

80

Parnassia

20

Onopordon

63

Paronycbiaiichtigen

45

Oogen troost

81

Paronychieae

45

Ooijtvaarsbek

28

Partijke

44

Ooij ev aars !)ek ken

28

Partij kachtigen

44

Oostersche Levensboom

103

Pastinaca

51

Opegrapha

169

Patellaria

168

Ophinnus

131

Pedicularis

81

Ophrydeneae

131

Peen

52

Orchideae

131

Peer

80

Orchis

131

1\'ellia

161

Orniibogalum

134

1 elti;;era

166

Orni\'hopus

33

Penningkruid

S8

Oi tl ospermae

48

l\'eperling

173

Orthotrichum

160

Pep rwortel

17

Oryzeae

145

Peplis

44

Osumnda

155

Periola

176

Ossetongachtigen

74

Pertusaria

169

Oxalideae

29

PetasiteS

57

Oxalis

29

Peuccdaneae

51

Peucedanum

51

p.

Phalarideae

144

1\'halaris

141

Paardebloem

66

Phallus

175

Paardebloemachtigen

65

Phleum

145

Paardekastanje

28

Pliragmidium

176

Paardestaart

153

Phragniitis

147

Panrdcstaartachtigen

153

Phyteuma

69 116

Paddegras

137

Picea

Paddestoel

171

1 ijlkrnid

126

Paid eae

143

1 ij ii

120

Panicum

143

Pijnboomen

119

Panikgrossen

143

1 ijnen

152

Papaver

13

Pijpbloemigen

95

Papaveraceae

13

Pijpkruid

52. 154

Papaverachtigen

13

Pilkruid

154

4.

-ocr page 194-

188

Bh.

Blz. 34

Pilularia

151

Pruimboom

Pimpemelaohtigen

38

Prunella

86

Pimpinella

49

Prunus

34

Pinaster

123

Psamma

147

Pineae

49

Pseudolarix

1)8

Pinksterbloem

15

Pseudotsuga

114

Pinksternakel

51

Pteris

156

Pinus

120, 121

Pulegium

83

Plantae cellulares

156

Pnlicaria

58

Plantagineae

89

Pyrola

7l

Plantago

90

Pyrolaceae

71

Platanthera

132

Pyrus

39

Plompen

12

Q

Pliümriet

146

Pluimvaren

155

Plumbagineae

89

Qucrcus

98

Plumbagoachtigen

89

Poa

149

R.

Poa aquatica

150

Podocarpae

123

Kaapzaad

16

Pogonatim

158

Radijs

19

Poley-Munt

83

Radijsachtigen

19

Polygala

21

Kadiola

25

Polygaleae

21

Raijgras

152

Polygoneae

93

Raket

15, 16

Polygonum

94

Raketachtigen

15

Polypodium

155

Ranonkelacbtigen

9

Polyporns

174

Ranunculaceae

9

Polystichum

155

Ranunculeae

9

Polytricbum

158

lianunculua

II

Pomaceac

39

Rapbaneae

19

Populier

100

Rapbanus

!9

Populus

100

Raponsje

69

Poriënmos

169

Ratelen

81

Porselein

45

Hegtzadigen

48

Porseleinachtigen

45

Reigersbek

28

Portnlaca

45

Rein varen

60

Portulaceae

45

Rendiermos

169

Potameae

127

Reseda

20

Potamogeton

127

Resedaachtigen

20

Potentilla

37

Resedaceae

20

Priapus

175

Retinospora

108

Primatocarpu»

70

Reukgras

144

Primula

89

Reuzenboom

111

Primulaceae

88

Reuzenboomaohtigen

111

Pruim

35

Kbacomitrium

160

i

-ocr page 195-

189

Biz.

Ghamneae

29

lïliainnfiB

29

Hhijnbezien

29

Rhijnchospora

138

Bhinantaceae

80

Rhinanthus

81

i Rhizomorpha

176

| Hiiytisma

176

Ribes

47

Riccia

163

liidderspoor

12

Hiempjes

45

Riet

147

Rietachtigen

147

H ietgras

140

Tiijataehtigen

145

Rijstgras

145

Eimpelzwam

176

Rinkelbloem

80

Robinia

34

Roerkruid

59

Rogijegras

152

Rolklaver

32

Rolklaveraclitigeii

30

Roos

37. 38

Roosachtigen

35

Rosa

37

Rosaceae

35

Roseae

37

Rozen

37

Rubus

36

Ruiterkruid

125

Rnmex

93

1 Ruppia

129

Rupsklaver

31

Russehen

135

Ruwbladigen

74

s.

Safraan

133

Sagina

22

Sagittaria

126

Salicineae

99

Salie

83

| Salix

99

Salvia

Sainbucus

Samolus

Sanguisorba

Sanguisorbeae

Saniculeae

Sapineae

Sapkelk

Saponaria

Sarioscyphus

Sarothamnus

Satureineae

Saxe-gotliaea

Saxifraga

Saxifrageae

Scandicineae

Scandix

Scapania

Scheefbloem

Scheefkelk

Scheef kelkachtige n

Scheerling

Scheuchzeria

Schijnraket

Schildmos

Scbildzaadachtigen

Schorsvruchten

Schotelmos

Schriftmos

Schubkruid

Schub-Taxis

Sciadopiteae

Sciadopitys

Scirpeae

Sclerantheae

Scleranihus

Scleroderma

Sclerotium

Scorzoneerachtigen

Scorzonereae

Scripus

Scrophularia

Scutellaria

Scutellarineae

Sednm

Selianm


-ocr page 196-

190

Blz

Blz.

Sellerij

49

Spilhoop

m

Stmpervivum

47

Spilhoopzwam

176

Senebiera

18

Spihvrat

176

Senecio

fil

quot;pilwratzwam

I7(i

Senecionideae

58

Spinazie. Eng.

45

Sequoia

1 l l Ui

Spiraea

35

Sequoisae

.si)iraeaacbtigen

35

Seselineae

50

J^piraeaceae

35

Setaria

144

Spiranthes

132

Sherardia

54

Sponginae

170

Silaus

50

Spons wieren

170

Silene

21, 24

Springzaad

29

Sileneachtigen

21

Spurrie

23

Sileneae

21

Stachis

85

Siliquosae

14

Slachydeae

84

Silybum

Stalkruid

30

Sinapis

ifi

Standelkruid

131, 132

Sint Janskruid

26, 40

Standel kruiden

131

Sisymhreae

15

Statice

89

Sisymbrium

14

Steen breek

47

Sium

50

vteenbre«kachtigen

47

Slangenkruid

131

Steenklaver

31

Slangenstaart

153

Steenraket

15, 16

Slancrenwortel

lt;H

Steen ruit

156

Sleedoorn

34

Steilkop

100

Sleepruim

34

Stekel noot

68

Sleutelbloem

89

Stekel zaad

52

Sleutelbloemigen

88

Steil aria

23

Slijkgrassen

145

Stellatae

54

Slijk groen

80

Stermuur

23, 24

Sineer«ortel

74

Sterredistel

64

Smyrneae

53

Sterrescbot

171

Sneeuwbal

54

Sterrescbotachtigen

171

Solaneae

70

Stervormigen

54

Solnnum

70

Slinkspons Stink-Taxis

170

Solid ago

58

121

Soncbus

6(i

Stipaceae

147

Sorbenkruid

39

Strandeling

89

Sorbus

39

Strandkruid

89

Spar

) 14, HO

Stfatiodes

125

Sparganium

180

Streep varen

155

Specularia

70

Streepzaad

67

Speerdistel

62

Streepzaadachtigen

67

Sperpula

23

Struikgras

146

Spbf eria

170

Struikgrasachtigen

146

Sphagnum

162

Struikmos

166

-ocr page 197-

191

v

Succiaa Suikerij Surpel S y iiiphyhuiv

T.

Taeda

Takmos

Tanacetum

Tandzaad

Taraxacum

Tarwe

Tasjeskruid

Tax Cypres

Taxineae

Taxis

Taxisachtige Cypressen

Taxodineae

Tax odium

Taxus

Teesdalia

Tcucrium

Teunis-bloem

Thalami florae

Tbalictrum

Thijm

Thlaspi

Thlaspideae

Thrincia

Thueopsis

Thuia

Thuiopsideae Thuja

Th ujaachtigen

Thujopsis

Thijm us

Thijsselinum

Tijdeloos

Tiidelojzen

Tilia

Tiliaceae

Timothygras

Toors

Toorsacbtigen Toreya

Biz.

Torilis 52

Torkruid 50

Tormentil 37

Tra^opodon 05

Tiifolieae 31

Tri folium 31

Triplo chin 127

Trilgras 149

Triodia 149

Trip-madam 47

Tiiticum 152

Tsuiia 11 3

Tnlipeae 134

Tulpachtigen 134

Tussilago 57

Tweebladachtigen 131

Twcelobbigen 9

Typha 180

Typhaceae 130

u

Ulex 30

lllmaceae 97

[Tlmus 97

ümbelliferao 48

l\'rtica 97

Vsnea 165

Utriceae 97

Utricularia 37

v.

Vaccinicae 70

Vaccinium 70

Valeriaan 55

Valeriana 55

Valerianeae 70

Valerianella 56

Valerianen 55

Vare1 a 155

Varkensgras 95

Varkenskers 18

Varkenskool 51

\\ arkenskervel 51

Varkenskervelachtigen 61


-ocr page 198-

192

Bh.

Blz.

Vederdistel

02

WareCypres

108

Vedermos

ifil

WareCypressen

10i

Veelknoopigen

03

Warkruid

73

V eenmos

102

Warkruiden

73

Veenwortel

94

Water-Aftbdil

135

Veldbies

138

Waterbezie

36

Veldkers

15

Waterbies

139

Veldsla

56

Waterblaasje

170

Verbasceae

77

W^terboterbloem

12

Verbaseum

77

Water-Eppe

50

Verbena

87

Watergentiaan

72

Verbenaceae

87

Waterkers

14

Vergeet-mij-niet

75

Waterklaver

72

Veronica

7S

Waterklavers

72

Vetmuur

22

Waterlelie

12

Vetplanten

40

Waterlelies

12

Vibnrnum

54

Waterlisch

126

Vicia

ÜS

Watermuur

21

Vieieae

33

Waternavel

48

Vijfblad

36

Waternaveligen

48

Vijfvingerkruid

37

Waterpaardenstaart

170

Vinea

72

Waterpeper

95

Vingergrai

143

Waterpest

125

Viola

19

Waterpunge

89

Violarieae

19

Waterranonkel

10

Vioolaclitigen

19

Waterruit

9

Viooltje

19. 20

Waterseheerling

48

Vitis

28

Watervenkel

50

Vlas

25

Waterviolier

89

Vlasacbtigen

25

Waterwecgbree

126

V leesclibeker

165

Waterweegbreeën

126

Vliegenvangertje

20

Wederik

40, S8

Vlier

54

Wederikaebtigen

39

Vlinderbloemigen

30

M\'ederikken

39

Vogelkers

35

Weegbree

90

Vogelmelk

134

Weegbreeaelitigen

89

Vogelpootje

33

Wegdistel

63

Vossestaart

144

Wegedoorn

29

V ossestaartachtigen

144

Wegedoornen

29

Vroegeling

17

Weissia

161

Vrouwenhaar

158

Wellingtonia

111

Vaurkruid

16

West Levensboom

104

Vuur wortel

61

Wiereu

170

w.

Wijngaard

28

Walstroo

54

Wijnstok

28

W ammestknoopen

64

Wijnstokachtigen

28

-ocr page 199-

193

Blz.

Wikke

33

Wikkeachtigen

33

Wilde-Geer

49

AVilde-Kastanje

28

■\\Yilde-Kers

35

Wilde-Kervel

53

Wilde-Pruim

35

Wilde-Eadijs

19

Wilde-Salie

87

Wild Wormkruid

60

Wilg

99

Wilgaehtigen

99

Winde ■

73

Windeachtigen

73

Windhalm

146, 147

Winkelgras

149

Wintergroen

71

Wintergroenaclitigcn

71

AVitboksen

148

Witbol

148

W?itboom

101

Wittewortel

51

Wolfsklaauw

154

Wolfsklaauwaclitigen

154

Wolfsmelk

96

W o 11\'si n e 1 ka clüi g e n

96

Wollegras

140

Wondkruiden

30

Wortel

52

Wortelaclitigen

52

Wortelvormige Zwam

176

Wouw-Reseda

20

Wrattenkruid

96

Xathium

Blz

68

X. Y.

Z.

Zamcngestelden

Zanükruld

Zeegras

Zee-Melde

Zeepkruid

Zegge

Zeggen

Zenegroen

Zenegroenaclitigen

Zevenboom

Zilverschoon

Zoettout

Zonnedauw

Zdnncdauwachtigen

Zoutgras

Zoutgvasachtigen

Znring

Zurkel

Zuurzaad

Zwalnwentong

Zwanenbloem

Zwanenbloemen

Zwarte Aalbes

Zwart Koorn

Zwenkgras

Zwenkgrasachtigen

Z wijnengras

Zygegonium

57

23 140

92 21

140 140 87 87 103 37 33 20 20 127 127

93 i)3 93 95

126 126 47 80 151 149 153 165

-ocr page 200-
-ocr page 201-
-ocr page 202-
-ocr page 203-
-ocr page 204-