• * ■v ■■ ■ , - quot; ■ \' .
( \' V. ^ , \'\' , /. ?. ■ gt;
SS%M ¥:«a \' ^ ■ I-\'gSSft ïlS;«\':SsS-» RSSï®
14- ifr\'ï •■gt;, ., , I
iiil
fmvx ■ ■ \' \' ■ ■lt;■ i ;\' s. m:m : ■ r\' , ^M::
■ ;■■■. ::\': • E • \'; ^ : v ■■ ■ ■ ■ ^ - j\' i-\'S ■ :::Y^-\':.^
^.;;v ;■,■ ■ v •..■■■/■ ■■ ^ :;-v^ • -V/-: •.
.■ ■ • \' • ■ if*\' \'■\': • ■\' \' ■\' \',• ^.\' •.
... ^: ^. ■
;tvf ■\' : •: .■.■:. •:\' ■ .. ïtó\' - •\' IK:\':\'■ i!\' , ; .i ■
■-V
••; quot; - •., l. 3! •■\'•
...... -
, ■■ .
■ ; ■ ■■-•iJSSM quot;quot; .\'SS?
\'■■■■■.■
(
\' n:r.
.
........
■
■
.
v
m
..■•.■•.... ■■ \'t : -v . ,
, . ■ . ■ . ■ . ^
.
...-:\'\'v • S^;.. ^
. . • ••■. .■ . (- -. , ••; - . . • : . ;•• \';v:\' M\' 1 ■ quot;.• .■quot;• • • ••■•• \' ■ \' ■ ■ ■•/.- :\' . quot; . \'• \'■ \'■ \'. \'.
ÊMSiïSffitè Sgt; , - ,V. \' ■ :\' \'■\'■ ..... \'• \' quot; \' \' ■■ - \'\' \'
\' ■
■
I\'fa-\'\'
■
■
:
■-■ -i.SiS-:\' . :gt;\'-7 ---.::■
..
-
\' .livcy
_
gt;v.,.
De Alkmaarsche Loterijpenning.
(Zie Revue Beige 1871, pi. IY n0. 3.)
In der tijd mochten wij onzen hooggeachten vriend mr. Jacob Dirks eenige mededeelingen in verband tot bovengenoemden penning verschaffen, welke in zijn Repertorium (2e deel) onder nquot;. 2729 zijn opgenomen. Sedert vonden wij in het archief der gemeente meer en meer over de loterij zelve, hetgeen ons in staat stelt thans van haar een tamelijk volledig verhaal te geven.
Den 13 October 1695 berichtten burgemees-teren van Alkmaar aan de vroedschap, dat zij, daar de Staten verscheidene octrooien voor loterijen toestonden, wegens de sobere constitutie der godshuizen, 1) op naam van het aal-
1) Volgens Pars, Katwijksche Oudheden, bl. 217 der uitgaaf van 1745, werden in 1695 en 96 niet minder dan 26 loterijen getrokken in 24 verschillende steden.
moezeniershuis ook een gevraagd hadden, welk verzoek door de Staten, om advies, gesteld was in handen van Gecomm. Raden. Men besloot bij het lid voor Alkmaar in laatstgenoemd college op bevordering der zaak aan te dringen. Den 21 het octrooi aan regenten van het aalmoezeniershuis onder opzicht van het stedelijk bestuur verleend zijnde, benoemde de vroedschap den 29 eene commissie om het werkstellig te maken. Den 3 November rapporteerde deze twee ontwerpen onderzocht te hebben, a f 280.000 met loten ü f 4.-—, en
f 500.000 met loten jl f \\o\\ maar dat geraadpleegde Amsterdamsche makelaars beter oordeelden tot een millioen te gaan. Daarop werd aan eene commissie opgedragen te Amsterdam een contract over het eene of andere ontwerp te sluiten, en reeds den volgenden dag werd met Jean Pellichy en Abraham van Ulenbroek een accoord getroffen, dat den 8 bij de vroedschap eenparige goedkeuring vond.
De loterij zou bedragen 1 [U millioen, verdeeld in 50.000 loten van / 25.—, waarvoor in te schrijven op naam tot den 3 Maart 1696 en te storten na de volteekening, terwijl de trekking zou aanvangen in April. (Ook in het gedrukt prospectus wordt gezegd, dat niemand gehouden zal zijn tot het fournee-
ren zijner penningen zoolang de loterij niet volgeteekend was, de inteekening opengesteld van . 9 November tot i Maart en de aanvang der trekking bepaald op den eersten Dinsdag in April, of zooveel eerder als de loterij compleet mocht zijn.) Er zonden 2 prijzen zijn van f 25000.—, 2 van f 20000.—, 4 van f 10000.—, 6 van f 4000.—, 10 van f 3000.—, 100 van f 1000.—, 150 van ƒ500.—, 200 van f \\oo.—, 300 van ƒ 300.—, 1000 van f 200.—- en 5150 van f 100.—, benevens 2 premiën van f 1000.— voor het eerste en het laatste nummer, en 8 van f 500.— voor de nummers vóór en na de 4 hoogste prijzen. Het aalmoezeniershuis zou 8 t. h. der prijzen genieten, en aan de directeuren, die alle kosten, behalve die van de trekkingen te Alkmaar, moesten dragen, vergoeden f 28000 —, maar kon de loterij niet doorgaan, niets.
De inschrijving moet niet aan de verwachting beantwoord hebben, althans wij vernemen niets van de zaak tot den 8 Juni 1700, toen van Ulknhroek ter kamer van burgemeesteren voordroeg, dat de tijd nu geschikt scheen om haar met ernst voort te zetten, maar dat hij, aangezien zijn compagnon al voor lang overleden was, Thomas Hanius tot assistentie wenschte te oebruiken. en. kwam het fansche
4
montant niet zoo spoedig1 bijeen als men verlangde, dan de loterij te splitsen en de premie in verhouding te verminderen. Burge-meesteren namen vrede met de toevoeging van Hanius, mits het contract in zijn geheel bleef; en zouden op het verzoek tot splitsing letten als de zaken daartoe gekomen mochten zijn.
Den i7en deed Michiel Servaas, notaris te Amsterdam, bij v. Ulenbroek, de weduwe Pellichy en hare dochter insinuatie wegens het niet nakomen van het contract. Ulenbroek verklaarde, dat vele onverwachte intervallen belet hadden, de loterij tot de perfectie van het accoord te brengen, en hij er gaarne van zou ontslagen zijn, de regeering vrij latende over de loterij zoo te disponeeren als zij goed vond. De dochter van Pellichy stemde hiermede in.
Den 29en werd door de vroedschap bewilligd in de verandering van het contract, en denzelfden dag een nieuw accoord getroffen met Ulenbroek en Hanius, op dezelfde voorwaarden als tevoren ; maar kwam de loterij niet vol en wilden burgemeesteren haar toch doen doorgaan, dan zou het loon naar proportie zijn. Den 2lel, Augustus committeerden burgemeesteren Abraham de Vos, gezworen klerk ter secretarie, tot het ontvangen der in de
5
loterij gefourneerde penningen, tot het aan-teekenen der inleggers, het uitgeven der nummerbriefjes en het wekelijks aan burgemees-teren doen van opgaaf en betaling; hij zou daarvoor na het voltrekken der loterij beloond worden.
Het plaatsen der loten ging niet naar wensch, zoodat men zich tot ^ gedeelte der onderneming bepalen moest; den i 3en Mei 1702 kon men tot de trekking daarvan overgaan, nadat de vroedschap den 8en eene commissie tot assistentie had benoemd. Voor de overige :V.i werd den i4en Juli eene overeenkomst getroffen. In de vroedschapsvergadering van den 2quot;]^ Juli werd ter tatel gebracht een brief van Ulenbkoek, houdende, dat het bankgeld gevallen was tot /2:51. h. en waarschijnlijk niet zou rijzen aleer de O.-I. Compagnie ver-kooping van goederen hield, en dat de loterij veel schade lijden kon door den voortgang van het koopen van bankgeld tot betaling der prijzen; weshalve hij vroeg of men ook f 50.000 fourneeren kon. Commissarissen werden daarop gemachtigd zoo te handelen als ten meesten dienste der stad zou zijn.
Den 7en October deelden burgemeesteren mede, dat de eerste verdeeling der loterij was afgeloopen en met Ulknbrokk geaccordeerd over de voortzetting, zonder andere verande-
6
ring in het eerste contract dan kasgeld voor bankgeld. Zij werden gemachtigd met U. over het verledene te sluiten en te liquideeren en het nieuwe contract te teekenen, \'t welk den ioL\'n geschiedde. Tegenover 37500 loten van ƒ 25 kwamen 6 prijzen van f 10.000, 6 a ƒ 5000, 6 a / 3000, 12 a ƒ2000, i2o:\\/ 1000, 120 a f 500, 240 k f 200, 5178 a ƒ [oo, 12 premiën a f 1000 voor de 6 eerste en 6 laatste nummers, 12 ïl ƒ 400 voor die vóór en na de prijzen van f 5000, 12 a ƒ 275 vóór en na f 3000, 24 h ƒ i 50 voor en na f 2000, 240 van f 100 vóór en na f 1000. De trekking zou den ien November aanvangen of zooveel eerder als de loterij compleet mocht zijn, en plaats hebben ten overstaan van burgemeeste-ren en 2 of 3 personen, door de steden, welker ingezetenen de meeste loten genomen hadden, af te vaardigen; het aalmoezeniershuis zou genieten 8 t. h. en Ulenbroek daarvan f 21000, de loterij niet doorgaande niets en tot een minder bedrag naar proportie. Hij moest op vermaning van burgenieesteren, tot securiteit der inleggers, van tijd tot tijd de gefourneerde penningen ten raadhuize in bewaring geven, en na volteekening de lijsten inleveren bij burgemeesteren, die ten zijnen kosten de prijzen aan de winners zouden toezenden.
In spijt van deze meerdere zekerheid voor
de deelnemers ging de onderneming niet naar wensch. Tot aanmoediging der liefhebbers werd den 21 September 1703 op voorslag der aannemers goedgevonden, met staking der bij den vorigen inleg toegekende korting van 1 t. h., aan de hoogste inschrijvers vóór den 1 November medailles nit te reiken, in dezer voege:
den hoogsten inschrijver
op één biljet . . . . 1 gouden van/50.— den tweeden inschrijver
op één biljet .... 1 „ „ „ 40.— den derden inschrijver op
één biljet.....1 „ » 30 —
den vierden inschrijver
op één biljet .... 4 zilveren „ „ 6.50 den vijfden inschrijver
op één biljet .... 4 „ „ „ 5.— den zesden inschrijver
op één biljet .... 3 „ „ „ 5.— den zevenden, achtsten,
negenden, tienden, elfden en twaalfden inschrijver op één biljet
ieder.......2 „ „ „ 6
In een schrijven van burgemeesteren van den 27 September aan de aannemers lezen wij : „dat als de geseyde premien sonde komen tot onsen lasten, de oncosten van het maken
8
van de stempel bij de directeurs behoorden te worden gedragen, soo omdat hetselve is in conformite van het tussen ons op-geregte contract, als omdat deselve stempel ook in andere loterijen staat te worden gebruyct.quot;
De uitloving schijnt niet aan het doel te hebben beantwoord, althans eene gedrukte „alderlaatste Waarschouwinge, wegens de tweede Favorabele Lotervequot; (12500 loten a /quot;25 en 2200 prijzen van te zamen/quot;312.500.— dus wederom 1/4 van het totaal bedrag) staat voor de vier op één biljet vóór den 10 Januari 1704 te nemen loten de korting van 1 t. h. weder toe, en belooft de dubbele restitutie van het ingelegde kapitaal, mocht de trekking den 11 Februari niet geschieden.
Den 20 December 1706, zegt eene aantee-kening, is aangevangen met het trekken van de laatste verdeeling der loterij. Voor dit „laatstequot; zal wel gelezen moeten worden voorlaatste of derde, voor welke, naar wij meenen, opnieuw medailles waren uitgeloofd. Want Ulenbroek was reeds voor lang overleden en zijne weduwe zat nog met meer dan 1/4 van het primitief getal der loten. Volgens een advies uit \'s Gravenhage van den 21 Januari 1706 (ongeteekend), waren de weduwe en erven wèl gehouden de aanvaarde taak te volbren-
9
gen. Op haar herhaald verzoek besloot de vroedschap den 25 Januari 1707 burgemees-teren te machtigen om, nadat de laatst getrokken loterij zou afgerekend en voldaan zijn, haar te ontslaan van het contract en de nog resteerende 12595 loten over te nemen ; alsook om op de secuurste wijze over het completee-ren der loterij met Pieter Schepperus te ac-cordeeren. Zulks gebeurde den 7 Februari 1707 te Amsterdam met hem en Harm anus Hamilton, die de loten overnamen en voor de volvoering zouden zorgen, op dezelfde voorwaarden als te voren met Ulenhroek was bepaald, uitgezonderd dat hun salaris zou worden gerekend tegen 21/4 gulden. Het contract werd mede-onderteekend door Conradus van Uilenbroek.
Maar \'t liep alweder mis: den 13 November 1708 werden aan de vroedschap medegedeeld twee brieven, de een van de weduwe Schepperus, wegens het overlijden van haar man en hare hooge jaren ontslag van het contract verzoekende, de ander van N. Blanck, zijn dienst aanbiedende om, wederom nevens Hamilton, in de directie aangenomen te worden ; daarbij in bedenking gevende of het loon van 2\'/4 niet wat vermeerderd behoorde te worden, omdat de directeurs met de menigvuldige loterijen meer moeite en kosten had-
10
den en grooter collecteloonen moesten uitloven. De vroedschap vond goed de weduwe te ontslaan en Blanck in hare plaats te stellen, aan burgemeesteren overlatende om het loon bij het met hem te sluiten contract te regelen.
Den i Juli 1712 besteedden burgemeesteren nogmaals eene loterij van f 250 000.—Èl f 10. -het lot, ten behoeve van het aalmoezeniershuis, aan Hendrik Blanck te Amsterdam. Even als bij de vorige overeenkomsten bedongen was, zouden de kosten der trekkingen te Alkmaar buiten bezwaar der aannemers blijven, maar van de 8 t. h. korting voor hen 33/4 en voor burgemeesteren 41/.j, komen. Ten langste 3 maanden na het eindigen der loterij moest met burgemeesteren of hunne gemachtigden volkomen gelikwideerd en het bedongen provenu aan hen uitgekeerd worden. Ditmaal moet de onderneming gelukt zijn, want den 12 December benoemde de vroedschap, vermits het trekken van het restant der loterij voor het aalmoezeniershuis op handen was, eene commissie tot het assisteeren en uitvoeren.
Wat nu de hiervoor genoemde medailles betreft, de Catalogus van het kabinet van G. Schok-makek, 1720, is, voor zooveel wij weten, de eerste bron waaruit blijkt, dat de door M. Smki.t-zing vervaardigde penning op de overvvinnin-
11
gen der bondgenooten werd uitgereikt te Alkmaar; en wij namen deze bijzonderheid, waardoor het schijnbaar tegenstrijdige tusschen voor- en keerzijde tevens verklaard wordt, over, toen wij in 1854 den Catalogus opmaakten der verzameling van wijlen onzen vaderlijken vriend G. van Orden.
Wij vermoeden dat Smkltzing, toen de aannemers der loterij zich tot hem wendden, een penning onderhanden had op de inneming van Bonn, Huy en Limburg (14 Mei, 17 Aug. en 26 Sept.); dat het onderwerp daarvan recht geschikt werd geacht om den penning begeerlijk en aan het plaatsen der loten bevorderlijk te maken; en dat de keerzijde de zinnebeelden eener loterij ontving, maar zonder eenige plaatselijke aanduiding, opdat de penning ook tot aanmoediging van andere loterijen dan de Alkmaarsche zou kunnen dienen. De namen van Rhinberg en Gelder schijnen als die van nieuwe vermeesteringen nader in de afsnede der voorzijde gebracht te zijn, immers de staande vrouw draagt aan haar lans drie burgtkronen en achter haar zien wij 3 steden, (de heer Dirks meende 5); waarschijnlijk acht de heer D. dat zij het lot of de kans op het geluk voorstelt, daar zij eenige meer of minder groote geldbuidels in de linkerhand houdt, \'t Kan zijn, dat bedoeld is haar in een genius
12
van de gelukskans te metamorphoseeren, maar wij veronderstellen, dat zij te voren iets anders heeft moeten verbeelden, en dat de buidels zoo diep in den stempel gesneden zijn om daardoor een ander te voren aanwezig attribuut weg te werken.
C. W. Bruinvis.
■
-
■
.
■
,
■
-
cl Stz*
*